ocr page 1
ocr page 2

Uil?

êmrit ■

'-S ■

* -•i.i' -Ar

i

-V.

. ■. ■

v-.gt; ... •

:-N'

—

ocr page 3
ocr page 4
ocr page 5

GOUDEN KETENEN

ocr page 6
ocr page 7

Vak/ff

GOUDEN KETENEN

OORSPRONKELIJKE ROMAN

VAN

PRINSES ELSA

I J

O

U)

ocr page 8

Typ. van O. J. Slothouwer te Amersfoort

(

ocr page 9

HOOFDSTUK I.

Op het kasteel Vredenborg was alles in vreugde en Ifeestgloed gehuld. Reeds van den vroegen morgen af waren de lakeien bezig geweest overal bloemen aan te brengen, en sloegen de arbeiders eerebogen op. Want de tweede en meest beminde zoon des Konings zou wederkeeren van eene tweejarige reis door alle zeeën der wereld, en Oswald II was er op gesteld geweest dat men de terugkomst van den wakkeren jongeling op schitterende wijze zou vieren.

Ook de Koningin, die sedert jaren lijdend was, had dien dag als een nieuw leven in zich voelen trillen; alle pijnen waren voor het oogenblik vergeten, en hare anders zoo bleeke kaken waren door een warme blos gekleurd, toen haar gemaal haar kwam melden een telegram te hebben ontvangen om hem de behouden aankomst van den prins aan te kondigen, zoodat men nu zeker mocht zijn hem binnen enkele uren op het slot te zien.

«Wat zal hij veranderd wezen,quot; sprak zijn moeder, met een zuchtje.

Oswald II glimlachte.

«Zou men niet zeggen dat gij het betreurt hem als een krachtigen, flinken man terug te zullen zien?quot; vroeg hij schertsend.

„O!quot; antwoordde Koningin Anna: «eene moeder is daaromtrent altijd een weinig onverstandig: zij zou hare kinderen zoo gaarne klein houden; naarmate de jaren verstrijken is het alsof er iets verloren gaat van de schakels die hun hart aan het onze verbinden; zij

ocr page 10

6

hebben ons niet langer noodig, en vliegen uit gelijk de vogels die het nest verlaten. Als zij wederkeeren zijn zij niet meer dezelfden; herinner u slechts hoe het met Waldemar ging. Toch was hij eenmaal de liefste knaap dien men zich voor kon stellen.'1

„Ja, maar vergeet niet dat het hier de vrouw is geweest, die zich tusschen hem en ons stelde,quot; mompelde de Koning, over wiens hooggewelfd voorhoofd zich een sombere wolk verspreidde.

«Gij hebt gelijk, maar komt de vrouw niet vroeg of laat, in het leven van eiken man?quot;

«Voor Carl hebben wij dat zoo spoedig niet te duchten. Ofschoon dit zeer zeker zijn eenige lange reis zal zijn geweest, zal hij toch telkens opnieuw den een of anderen kruistocht met het eskader ondernemen. Hij is zeeman in zijn hart; al zijne brieven getuigen van die voorliefde. Welnu, zulk een karakter laat zich niet gauw betooveren en verlangt ook niet naar een eigen haard. Zijn waar tehuis is op den grooten oceaan.quot;

»Qod geve dat uwe voorspelling bewaarheid moge worden. Eugenius is zoozeer in zijne kunst verdiept, dat ik ook voor hem minder beducht ben.quot;

De Koning voegde haar nog eenige woorden van hoop en bemoediging toe en verliet haar daarop, om naar zijne vertrekken terug te keeren, zoodat de Vorstin alleen bleef met hare gedachten.

Zij schaamde zich een weinig over hare neerslachtigheid, want waarlijk zij mocht zich onderdegelukkigen dei-aarde rekenen, de vrouw die zich steeds vol vriendschap en goedheid behandeld had gezien door haar gemaal, een der schoonste prinsen van zijn tijd. Zij hadden drie zoons geboren zien worden, even schilderachtig van uiterlijk als hun vader. De dood van Oswald's broeder die geen mannelijke erfgenamen naliet, had hen op den troon verheven, en sedert hadden zij schijnbaar slechts vreugde gekend. Helaas! het volk had geëischt

ocr page 11

dat de dynastie bevestigd zou worden door een vroegtijdig huwelijk van den kroonprins, en Waldemar was nauwelijks twintig jaar oud geweest, toen men hem een bezoek had laten afleggen aan alle Europeesche hoven, waar zïch jonge vorstinnen bevonden, die hij tot gemalin kon kiezen. Hij was destijds een vroolijk jong-mensch, met een hart van goud, maar een zwak karakter, dat zoowel ten goede als ten kwade geleid kon worden, en hij was geheel en al betooverd, toen hij op een der feesten, welke ter zijner eere gegeven werden, Pauline van Ferrare ontmoette.

Toch was het alleen de geest der prinses die hem onder haar macht kon brengen, want Ferrare was slechts een klein hertogdom, en zelfs de ouders van het jonge meisje hadden er nooit op gerekend hunne dochter Koningin te zien worden; maar zijzelve was eerzuchtig en ondanks een blond, onbeduidend hoofdje, gaf zij zich volkomen rekenschap van de bevalligheid harer gestalte en manieren, zoowel als van het feit dat zij eenieder door hare gesprekken wist te boeien.

Hare familie was arm, maar van een overoud vorstelijk geslacht, en zij bedacht hoe dit laatste ruimschoots voldoende zou zijn om den Kroonprins te verblinden. Heel Europa toch wist dat het Napoleon I was geweest die Waldemar's overgrootvader aan de nederige positie van een gewoon officier van het Keizerrijk had ontrukt om hem op den troon van Ragnarland te plaatsen, en wat aan de meeste hoven bekend was, het was ook dit, dat Jan I deze eer niet aan persoonlijke verdiensten te danken had gehad, maar alleen hieraan dat Bonaparte als jongeling een korten tijd met zijne vrouw verloofd was geweest. Napoleon heeft in heel zijn stormachtig leven slechts eene enkele vrouw onbegrensd liefgehad, Josephine Tascher de la Pagerie, en zij die later Koningin over Ragnarland zou worden, was ondanks al hare deugden slechts een voorbijgaande droom in zijn

ocr page 12

8

bestaan. Hij kon haar niet huwen, omdat beider armoede als een wreede scheidsmuur tusschen hunne harten verrees, en zij moesten derhalve afstand van elkaar doen; doch ook ten haren opzichte betoonde de groote krijgsman een zijner treffende eigenschappen: hij heeft nooit, hoe vluchtig dan ook, van iemand gehouden, of wel, verre van zich later voor die gehechtheid te schamen, maakte hij van zijne oppermacht gebruik om die persoon met weldaden te overladen. Zelfs een jong meisje dat den armen artillerie-luitenant geweigerd had als echtgenoot, werd naderhand op tal van wijzen door hem begunstigd. Hij verhief haar echtgenoot tot een der hoogs12 posten van Frankrijk, zorgde voor het huwelijk harer kinderen enz. enz.

Hoe edel dit evenwel ook mocht wezen, in het geval van de nieuwe dynastie van Ragnarland beteekende het bitter weinig om haar in de oogen der overige hoven te verheffen, en Pauline was overtuigd dat hare aanstaande schoonouders zeer tevreden zouden zijn over het huwelijk van hun zoon met eene Ferrare.

Zoo was het ook, maar dat om eene geheel andere reden. De Koning en de Koningin leidden, sedert hun huwelijk een aartsvaderlijk leven; zij verdeelden het geld dat hun anders de hoffeesten zouden hebben gekost, onder de armen, en meenden daarmede het recht te hebben gekocht als stille burgers van elkander en van hunne kinderen te genieten. Wanneer zij officieele plechtigheden moesten bijwonen, onderwierpen zij zich daaraan vol welwillendheid, maar slechts als aan een duren plicht, en zoodra zij slechts konden, kwamen zij op hun dierbaar Vredenborg terug. Waldemar's keuze verheugde hen dus, omdat zij meenden dat een jong meisje, dat aan een klein en arm hof opgegroeid was, zich gemakkelijk zou leeren schikken in hunne eenvoudige levenswijs. Zij zou niets liever wenschen dan, evenals zij, haar geluk in eigen kring te vinden, en zij

ocr page 13

zou voor hen de dochter zijn, die zi] zoo dikwijls van den hemel hadden afgebeden.

Maar zij vermoedden weinig hoezeer die hoogmoedige ziel fot dusverre de kluisters had gehaat haar door geldgebrek aangebonden; hoezeer zij in opstand was gekomen tegen het lot, dat haar gebood zoo weinig te genieten van al de vermaken, welke iemand van hare geboorte schenen beloofd te zijn. .

Nauwelijks kwam zij in Ragnarland aan, of zij liet zich geheel en al bedwelmen door de schitterende partijen waarmede men het huwelijk van den erfprins vierde. De dag van haar intocht was de gelukkigste haars levens, en toen zij uit den tooverdroom ontwaakte, zag zij vol schrik in dat ook daarmede aan al die drukte, al die feesten een einde kwam, en dat zij voortaan veroordeeld zou zijn tot hetgeen haar niet veel beter dan gevangenschap voorkwam; het verblijf op het kasteel van Lodbrog, dat in de onmiddelijke nabijheid van Vredenborg voor het jonge echtpaar in gereedheid was gebracht.

Zij besloot daarin verandering te brengen. Reeds spoedig begon zij te klagen over den invloed door de al te scherpe buitenlucht op haar gezondheid uitgeoefend, en haar gemaal, die haar aanbad, haastte zich haar naar de residentie terug te voeren.

Lodbrog werd sedert hoogstens gedurende een enkele zomermaand betrokken.

Het paleis in de stad daarentegen, werd het middêl-punt waar alle hovelingen zich om haar verdrongen. Pauline haalde Waldemar over voortdurend bals, diners en andere partijen te geven, en aangezien de middelen van den jongen vorst te kort schoten voor al de weelde welke zij zich veroorloofde, drong zij er hem toe onophoudelijk om vermeerdering van inkomen bij zijne ouders aan te dringen. Toonde de Koning zich daaromtrent onwillig, dan volgden er hevige tooneelen, en van liever-

ocr page 14

10

leden ontstond er tusschen hen een kloof, die niet weder aan te vullen was.

«Mocht ik mijn armen jongen slechts gelukkig weten!quot; mompelde de Koningin, terwijl zij over dit alles nadacht; «maar ofschoon hij zich nooit beklaagd, hoort er geen scherpzinnigheid toe om te zien wat er in zijne ziel omgaat. Hij is diep rampzatig. Dagelijks wordt het hem duidelijker dat zijn vrouw hem niet lief heeft, en meer en meer gevoelt hij hoezeer hij zich in zijne keuze vergistte. Somtijds, wanneer zijn blik op haar rust, zou men zeggen dat er een flikkering als van haat in zijne oogen komt. Zelfs zijn kind kan hem niet vertroosten over zijn ongeluk. Het is waar, het is slechts een meisje, maar zoo lief, zoo aanvallig, dat haar bezit hem heel wat vergoeden moest.quot;

Het gepeins der vorstin werd hier afgebroken door het gedruisch van wielen op het voorplein van het slot, en naar buiten ziende herkende zij haar oudsten zoon, die naast zijne vrouw in een open calèche was gezeten.

«Het is waar, er zal hier feest gevierd worden,quot; mompelde Koningin Anna met een bitter glimlachje.

Zij haastte zich evenwel naar de groote ridderzaal, ten einde aldaar hare onverwachte gasten te begroeten.

«Gij zult ons wel vergeven gekomen te zijn,quot; sprak Pauline, die een allersierlijkst zomergewaad droeg; «ons verlangen Carl zonder uitstel weêr te zien was zoo groot----quot;

„Er is maar één ding dat ik u kwalijk neem,quot; luidde het antwoord: «het is uw kind niet meegebracht te hebben.quot;

«Ziet gij wel, Pauline?quot; zeide Waldemar verwijtend.

„O!quot; hernam de blonde prinses luchthartig: «kinderen zijn alleen goed om aan het dessert te verschijnen, in alle andere opzichten heeft men er last van. Indien wij

ocr page 15

11

Dora meegenomen hadden, waren wij gedwongen geweest reeds vroegtijdig huiswaarts te keeren, terwijl het zoo aardig moet zijn Carl van zijne reizen te hooren vertellen. Hij bre/jgt immers ook een zwarten prins mee? Het zal mij bijzonder vermaken dien zonderlingen aap te aanschouwen, want hij kan dat vreemde gevolg niet anders gekozen hebben dan alsof hij een onzer eerste viervoetige voorouders met zich voerde.quot;

«Gelukkig voor u dat prins Diamantino u niet hoort. Carl schreef ons dat hij met het grootste genoegen zijne kennis had gemaakt, en dat ze spoedig zulk eene vriendschap gesloten hadden dat hij hem gesmeekt had aan boord te mogen gaan, om zelf eene reis door Europa te maken.quot;

«Het is heerlijk dat zij rechtstreeks uit het apenland hierheen komen; zoodoende zal zijne Hoogheid Briljant of hoe noemt gij hem ook weêr? nog heel zijn woesten aard en zijn vreemde manieren behouden hebben. Stel u voor dat hij eens verliefd werd op een uwer hofdames.quot;

Pauline bedacht op dat oogenblik hoe er aan het hof van Ragnarland geen andere prinses was als zij en, hoe gemakkelijk het dus zijn zou het hoofd van den zwarten bezoeker op hol te brengen. Van de dames uit het gevolg had zij slechts gesproken met een soort verlangen dat men haarzelve zou noemen, als zijnde vrij wat gevaarlijker voor de gemoedsrust van den reiziger. Het kwam niet bij haar op, dat men ook zelfs maar zou kunnen weifelen in zijne keuze tusschen eene gewone vrouw en eene vorstin.

De Koningin schudde glimlachend het hoofd.

«Ik geloof niet dat Diamantino's hart spoedig verloren zal raken,quot; zeide zij: «zijne landgenootjes zullen hem vrij wat behagelijker voorkomen djHi ' onze tengere Noorsche vrouwen.quot; f \ 'C-

»Dat is niet gezegd. Wie komeö er alzoo ?'^ , .

' O. rquot;. rvi

ocr page 16

12

«Gravin Silversporen, want haar echtgenoot is kamerheer van dienst.quot;

Pauline fronsde de wenkbrauwen en sprak ietwat bits:

«De beroemde schoonheid. Men zou waarlijk zeggen, moeder, dat gij er op gesteld zijt geweest den prins te verblinden.quot;

«Silversporen is zulk een trouw vriend, dat wij blij zijn hem een klein genoegen te kunnen doen, en hij heeft zijne vrouw nog altijd zoo lief, dat het hem overgelukkig maakt, wanneer hij eenige weken achtereen van dienst is^haar nu en dan op het slot genoodigd te zien. Behalve haar, verwachten wij nog barones Liliënfels en mevrouw Tunkelman.quot;

«O! geen van beiden wonderen der schepping!quot; verklaarde Pauline minachtend: «En de dames van het gevolg, wie zijn zij?quot;

«De grootmeesteres____quot;

«Een boosaardig geraamte, en dus zonder gevaar.quot;

«Uw tong is heden niet minder scherp dan de hare,quot; • sprak koningin Anna, met een gedwongen lachje: «verder freule de l'Estrange ....quot;

«Zestig jaar en op het punt van Uwe Majesteit den titel van mevrouw te krijgen. Neen, het gevolg zal ons Moortje ditmaal geen slapelooze nachten bezorgen.quot;

«Is de schoonhedengalerij daarmede voltallig?quot;

«Bijna; maar Werna von Adlersfluch, de eenige die mij nog op te sommen bleef, telt nauwelijks meê.quot;

«Hoedat, moeder? Ik meende dat gij zoozeer op haar gesteld waart ?quot; vroeg de kroonprins verwonderd.

«Dat ben ik ook; maar hoe mooi ik haar ook vind, is zij te ernstig, dunkt mij om de blikken van de heeren der schepping tot zich te trekken. De ondervinding heeft mij geleerd dat gewoonlijk de fierste verschijningen onopgemerkt voorbijgaan, en zij heeft iets alsof zij met hare gedachten buiten de wereld vertoeft. Zelfs hare stem schijnt van heel ver te komen, van den een of

ocr page 17

13

anderen hoogen berg; men hoort er, de muziek in weerklinken van kristalheldere beekjes. Maar dit alles trekt niet aan; integendeel, het waarschuwt dat het lang zal duren aleer het schoone slaapstertje in haar ontwaakt.quot;

«Ik geloof dat gij gelijk hebt,quot; zeide Waldemar nadenkend: „er zijn weinig verschijningen die ik meer bewonder, en er is er geen die mij minder te zeggen heeft. Zij is zoo ijskoud.quot;

»Hum!quot; prevelde zijne gemalin ontevreden: «wie weet of die zwarte Diamant niet de betooverde prins zal zijn, die de schijndoode weder levend maakt. Niet dat ik zijn smaak zou deelen, want er zijn weinig menschen die ik zoo onuitstaanbaar vind, maar____quot;

«Werna heeft groote en edele hoedanigheden,quot; viel de Koningin haar in de rede: «indien zij haar leven voor ons huis moest opofferen zou zij geen oogwenk aarzelen.quot;

«Gelukkig voor haar zal die gelegenheid zich nooit voordoen,quot; spotte de Kroonprinses.

«Dat kan niemand verzekeren in onze rampzalige eeuw; aan alle zijden wankelen de tronen, en geen onzer die weet of de hoveling van heden niet morgen reeds onze hevigste tegenstander zal zijn. Nooit kan het ons vorsten daarom meer weldadig hebben aangedaan op enkele lieden uit onze omgeving volkomen staat te mogen maken.quot;

Een uur later bevond eenieder zich op het groote terras dat uitzicht had op den rijweg, waarlangs men verscheidene rijtuigen zag naderen. Prins Eugenius was zijn broeder tegemoet gegaan, en men herkende hem reeds spoedig aan zijn golvend blond haar, dat als goud in de zon flikkerde. Tegenover hem zat de zwarte prins, en naast deze de forsche zeeman, met het toch zoo fijnbesneden gelaat, dat geheel en al door de zon verbrand was.

Van verre wuifde Carl zijne ouders toe; nauwelijks

ocr page 18

14

hield het rijtuig stil of, zonder zich om de étiquette te bekommeren, snelde hij het terras op en wierp zich in hunne armen. Alle drie waren even diep ontroerd, en slechts met moeite ontrukte de jongeling zich ten laatste aan hunne omhelzing, om zijn vriend aan hen voor te stellen.

Prins Diamantino was veel kleiner dan hij maar bijzonder slank en goed gebouwd. Zijn mager gelaat was omlijst door een fijnen puntbaard en de donkere oogen straalden als twee zwarte diamanten, die goed voegden bij den Oosterschen pracht der gala-kleeding, welke hij ter eere van de gelegenheid aangetrokken had. Wat Carl betreft, hij was in het klein tenue van een admiraal, dat hem bijzonder goed stond, en iets mannelijks en eenvoudigs tevens gaf.

Terwijl hij om zich heen blikte, om zich te vergewissen wien van al de omstanders hij het eerst begroeten moest, ontmoetten zijne oogen een vronwen-gelaat, langs wier wangen twee groote tranen neêrdaalden, en vroeg hij zich af wie zij wel mocht zijn. Nooit te voren had hij die beeldschoone trekken aanschouwd.

Doch hij had den tijd niet bij het raadsel stil te staan Zijne schoonzuster stak hem de beide handen toe, waarop hij een eerbiedigen kus drukte. Daarna kwam de beurt aan Waldemar, en eindelijk volgden ook de heeren én dames van het hof.

„Er is slechts één persoon hier die ik niet herken,quot; zeide hij, zich wederom tot zijne moeder keerende: „zoudt gij mij aan haar willen voorstellen?quot;

De Koningin blikte in de richting welke de oogen van den zeeman volgden en antwoordde glimlachend :

«Het is waar, zij was nog niet bij mij op het oogen-blik van uw vertrek. Werna, mijn kind, kom eens hier, mijn zoon wil uw kennis maken, en dat zal des te gemakkelijker gaan, daar uw naam hem niet onbekend

ocr page 19

15

kan wezen. Zijne Koninklijke Hoogheid, prins Carl, freule von Adlersfluch.quot;

«Ja, zeker ken ik dien naam. Ik diende als adelborst eerste klasse onder de bevelen van den schout bij nacht von Adlersfluch,quot; riep de jong man uit.

«Mijn vader,quot; was al wat de hofdame zeide, en de Koningin had gelijk gehad, hare stem klonk als eene verwijderde harmonie.

«Dan begrijp ik dat mijn uniform treurige herinneringen bij u wakker moet hebben geroepen,quot; hernam Carl op medelijdenden toon: «Zijn dood heeft ook mij diep getroffen, want uw vader heeft tijdens mijne reis met hem, voor mij, die op mijn eersten tocht was, de teêrste zorgen gehad. Ik was toenmaals nog zoo jong en vooral zoozeer aan Vredenborg gïhecht, dat zijne goedheid van onschatbare waarde voor mij was. Zonder haar geloof ik niet dat ik destijds den moed zou hebben gehad bij de zeemacht te blijven. Gij zult derhalve begrijpen welk eene dankbaarheid ik zijne nagedachtenis toedraag.quot;

«Uwe Hoogheid is zeer vriendelijk en weet niet hoe weldadig hare woorden mij aandoen,quot; gaf Werna op trillenden toon ten antwoord: «Voor mij was mijn vader alles, en zonder de goedheid van Hare Majesteit, zou ik na zijn dood alleen op de wereld hebben gestaan-.quot;

«Mijne moeder kon niet anders dan zich gelukkig rekenen mijne schuld van erkentelijkheid af te doen. Maar zeg mij, heeft men er nog niet in mogen slagen de aanleidende oorzaak tot den dood uws vaders op het spoor komen?quot;

«Ik vrees dat dit nooit zal geschieden,quot; zeide Werna, in wier lichtkleurige oogen een lichtstraal flikkerde die aan een bliksemschicht deed denken. «Eenieder wil mij doen gelooven dat hij van de loopplank moet zijn gegleden; maar laat iemand zooals hij zich door de

ocr page 20

16

duisternis misleiden, wanneer er bovendien nog een leuning is waaraan hij zich vast kan grijpen?quot;

«Maar eene duizeling, bijvoorbeeld?quot;

«Mijn vader was daar niet aan onderhevig. Uwe Hoogheid za! zich trouwens herinneren hoe mager en bleek hij was. Neen, ik voor mij zal tol mijn laatsten levensdag overtuigd blijven, dat hier enkel en alleen aan eene misdaad viel te denken.quot;

«Maar hebt gij nooit eenig vermoeden gekoesterd wie daarbij belang kon hebben?quot;

«Neen, Monseigneur, ik tast daaromtrent in den blinde. Voor zooverre mij bekend is had mijn vader geen vijanden, en van diefstal is ook geen sprake geweest, want men vond alles onaangeroerd en in de beste orde in zijn kajuit. Men heeft dan ook spoedig alle onderzoek laten varen en het gebeurde aan een noodlottig toeval toegeschreven.quot;

«Indien ik in het land ware geweest, had ik mij zoo spoedig niet tevreden laten stellen,quot; verklaarde de jonge vorst; «en ik beloof u dat ik niet zal rusten voordat ik meer omtrent de zaak weet.quot;

Daarop boog hij voor haar en voegde zich weder bij zijne moeder; maar zelfs te midden van de drukke gesprekken die elkander nu opvolgden, en bijna onveranderlijk over degelijke onderwerpen liepen, dwaalden zijne gedachten telkens af naar den waardigen zeeman, die hem met zulk eene vaderlijke goedheid had behandeld en hem zoo menige onvergetelijke les had gegeven. Werna geleek niet 't minst op hem, en toch riep zij hem telkens den nobelen grijsaard voor den geest; hij verwonderde er zich dan ook niet over dat zijn blik gedurig naar haar toezwierf en dat hij vrij wat liever aan hare zijde had gezeten dan aan die der schoone gravin Silversporen.

Wat Diamantino betreft, hij werd aan tafel geplaatst tusschen de koningin en de kroonprinses en aangezien

ocr page 21

17

hij zeer vloeiend Engelsch sprak, schiep Pauline er blijkbaar genoegen in hem van zijn eersle Europeesche indrukken te laten vertellen. Zij vond het overige gezelschap zoo vervelend dat zij besloten had zich te vermaken met zijn slaafsche bewondering.

«Gij komt toch spoedig naar de residentie, niet waar, prins?quot; vroeg zij.

«O zeker, mevrouw,quot; antwoordde hij: «Carl wil my de voornaamste steden van zijn land doen kennen.quot;

wDat is goed; maar mijn zwager mag niet uitsluitend beslag op uw gezelschap leggen. Zijne familie heeft ook wel degelijk recht op u, en om te beginnen laat ik u niet met rust voordat gij mij beloofd hebt dat gij gedurende uw verblijf in de hofstad bij den kroonprins en mij zult logeeren.quot;

wNiets zal mij aangenamer zijn, Uwe Hoogheid. Ik ben vooraf overtuigd dat dit in niets de plannen van mijn vriend zal dwarsboomen.quot;

«Neen; want ik noodig Carl eveneens uit, en hij weet wel dat men zich bij ons niet verveelt. Op mijne feesten verschijnen al de groote kiutstenaars en schrijvers van het land, wat de gesprekken altijd zeer vroolijk en belangwekkend maakt. Men was in Ragnariand niet gewoon aan een dergelijke vrijzinnigheid, in den aanvang pruttelde men wel een beetje tegen mijne uitheemsche begrippen van étiquette, maar men is er meê verzoend geraakt. Zijt gij ook niet van oordeel, dat men het zich hierbeneden zoo aangenaam mogelijk moet maken?quot;

De zwarte prins hief de oogen met een droefgeestige uitdrukking naar haar op en antwoordde:

«Ik acht de personen die dat kunnen doen gelukkig maar ik geloof niet dat hun aantal groot is.quot;

»Hoenu!« riep Pauline verbaasd uit: „Gij komt uit het land van zonneschijn en altijd bloeiende bloemen, en gij zoudt somber gestemd zijn?quot;

«Dan ben ik niet, prinses; maar wel is het mij on-

2

ocr page 22

18

mogelijk de oogen te sluiten voor de toekomst die mij wacht en zoo geheel anders beloofd te zijn als ik het zou hebben verlangd.quot;

«Dan moet gij haar naar uwe smaak wijzigen, Monseigneur,quot; klonk het op luchtigen toon: «Laat ons hooren wat er alzoo aan te veranderen zou vallen.quot;

«Alles zou dan anders moeien worden, gij ziet dus wel in, dat dit onmogelijk zou zijn. Gij weet niet, prinses, hoezeer mij vooreerst de gedachte drukt, dat ik eenmaal op mijn beurt keizer zal zijn. Ik zou vergeten en verborgen willen leven, of wel een Cesar willen zijn ; maar den geestdoodenden middenweg te betreden, den hoogsten titel op aarde te dragen en in waarheid slechts de eerste dienaar van Engeland te zijn, dat is iets zoo onmannelijks dat ik er aan twijfel of ik het ooit zal kunnen dulden. Niemand maakt zich een denkbeeld van al de vernederingen, waaraan onze gekroonde hoofden onderworpen zijn. Nog slechts kort geleden was mijn vader ontevreden over een zijner hofdignitarissen en dankte hem af, terwijl hij een vertrouwd vriend onzer dynastie in zijne plaats benoemde. Onmiddellijk daarop meldde de Engelsche generaal zich bij den keizer aan en verklaarde dat zijne regeering zich onaangenaam getroffen zou gevoelen over dit ontslag, aangezien zij wist geheel en al op dezen hoveling te kunnen rekenen; kortom dat hij weder in eere hersteld moest worden.

«Maar hij heeft mij voor duizenden bestolen!quot; riep mijn vader uit; «ik kan er u al de bewijzen van laten zien, en zoo ik hem spaarde en niet in de gevangenis liet werpen, handelde ik nog heel grootmoedig.quot;

«O! ik wil gaarne gelooven dat hij niet eerlijk is,quot; hernam de commandant der bezetting glimlachend: «maar hij rs Engeland toegedaan en ik verzoek u dus nadrukkelijk hem nog heden terug te roepen op zijn post.quot;

«Wat mijn vader ook aanvoeren mocht, het hielp niet; de ellendige spion der Britten bevond zich denzelfden

ocr page 23

19

avond weder op het paleis. Ik behoef Uwe Hoogheid nauwelijks te zeggen welk eene ondragelijke houding hij sedert aannam. Mijn vader werd tienmaal meer bestolen dan te voren, en bij elke aanmerking was hij de persoon die eene dreigende houding aannam.quot;

„En hebt gij niets gedaan om u te wreken?quot;

«Ja, ik maakte gebruik van eene reis mijns vaders, om eene koetsier weg te zenden, die met den opperstalmeester knoeide. Gedurende de afwezigheid des keizers was ik met het regentschap belast en ik ontving gelijk ik wel verwacht had, in zijne plaats, het bezoek van den generaal, die mij wederom uiteenzette waarom de schuldige onmogelijk afgedankt kon worden. Ik hoorde hem rustig aan, en bedankte hem voor zijne raadgeving, waarna hij vertrok, bijzonder ingenomen met de wijze waarop ik mij aan zijn wensch had onderworpen. Niet zoodra was hij verdwenen of ik zette het gansche stalpersoneel, dat uit Engelschen bestond, aan de deur en nam er inlanders voor in de plaats, wel overtuigd dat er geen oorlog zou losbarsten ter wille van eenige koetsiers.quot;

„En wat deed de generaal?quot;

„Hij wachtte de terugkomst mijns vaders af om zich bij hem te beklagen; maar deze was zoo verheugd over mijne handelwijze, dat hij zich verschool achter de verontschuldiging dat hij onmogelijk de daden van zijn zoon kon herroepen; dat dit voldoende zou zijn om voor altijd mijn prestige in de oogen van het volk te vernietigen. Voor eenmaal dus hadden wij overwonnen, maar daar tegenover staan negen-en-negentig nederlagen.quot;

„En gij zoudt liever uwe troepen tegen de verdrukkers willen aanvoeren?quot;

«Ja, ik zou hen willen verjagen, tot den iaatsten man toe!quot; riep Diamantino met schitterende oogen. «Maar, helaas! dat is onmogelijk. Op duizend inboorlingen, hebben wij er negenhonderd die zich door het goud

ocr page 24

20

der Engelschen laten verblinden en verzekeren dat het land nooit zulk een tijd van voorspoed heeft gekend, als sedert het rijk onder hunne overheersching staat.quot;

«Dan weet ik voor u nog maar één troost; vergeet zooveel mogelijk den schepter die u wacht, om slechts le denken aan het heden. In Europa vooral kunt gij u uitstekend vermaken zoo gij dat wilt, en ik voorspel u dat gij er spoedig uw hart zult verliezen.quot;

«Aan eene blanke vrouw?quot; mompelde de prins on-geloovig.

«Gij zegt dat op een toon alsof zulks eene onmogelijkheid zou zijn. Vindt gij ons dan zoo leelijk?quot;

«Dat niet, dat zij verre, Mevrouw; maar toch is het onmogelijk.quot;

«Waarom dat, zoo het niet al le onbescheiden is er naar te vragen?quot;

«Omdat ik vooraf bij mijzelf gezworen heb dat het niet zijn zou.quot;

»Een onvoorzichtige eed, Monseigneur.quot;

«Uwe Hoogheid schijnt mij slechts half te gelooven en toch is het zoo. Voordat ik mijn vaderland verliet, heb ik mij volkomen rekenschap gegeven van de gevaren die mij in Europa wachtten, en zoo ik niet bevreesd zou zijn dag aan dag mijn leven te wagen, er is één gevaar dat ik op kinderachtige wijze ducht; het is de speelbal te worden eener vrouw. De geschiedenis bevat slechts al te veel voorbeelden van helden die tot lafaards werden, zoodra hun hart daarbij in het spel kwam, en ik zou liever haar en mijzelve dooden dan aldus een grillig wezen over mijn lot te laten heerschen.quot;

«Dat verwondert mij niet, prins, — maar zoo men ii oprecht lief kreeg?quot;

«Ik geloof niet aan de mogelijkheid daarvan. Mevrouw. Een zwarte, al moge hij ook honderdmaal prins zijn, blijft in uwe streken slechts een voorwerp van spotternij, hoogstens een levend raadsel, dat men zich haast te ver-

ocr page 25

21

gelen zoodra men het opgelost heeft. Eene Europeesche vrouw zou zich schamen voor hare liefde voor hem uit te komen. Wij zijn in haar oogen niet meer dan die jonge getemde leeuwen, die enkele vrouwen tot schoothondje verkiezen, maar die zij op laten sluiten, zoodra er vreemden bij haar komen, uit vrees dat men om hare voorliefde zou lachen.quot;

„Indien uw voornemen u waarlijk ernst is deedt gij beter nog hedenavond weder de terugreis aan te nemen,quot; sprak Pauline, hem doordringend aanziende met haar zeegroene oogen.

«Meent gij dat werkelijk?quot; vroeg hij verschrikt.

„Ja, want ik voorspel u dat gij anders, eer wij eene week verder zijn, ontrouw zult zijn geworden aan uw eed.quot;

„Ik wil het beproeven.quot;

„Gij zijt zeer vermetel, prins, en op dat gebied betreurt men dit later altijd.quot;

De jonge vrouw had veel gegeven om den indruk te kunnen raden dien zij op hem te weeg had gebracht; maar zij kende zijn gelaat nog niet genoegzaam, om te kunnen ontcijferen wat er in zijne ziel omging. Hijzelf wist het trouwens ter nauwernood. Hij gevoelde zich als bedwelmd door al wat hem omringde. Het was alles zoo nieuw voor hem. De Engelsche dames die hij tot dusver nu en dan eens gezien had, waren in zijn oogen een voorwerp van afschuw geweest, om het feit alleen dat zij de naaste betrekkingen zijner vijanden waren.

De meesten waren daarenboven niet jong meer en onbehagelijk: maar hier, waar hij zich geheel en al onder vrienden te huis gevoelde, kwam alles hem voor als een tooverwereld, waarin zich de bevalligste feëen op en neêr bewogen.

Na tafel voegde Carl zich bij hem en vroeg:

„Welnu, mijn vriend, wat zegt gij van ons leven alhier?quot;

»Ik verbeeld mij telkens een schoonen droom te doorleven.quot;

ocr page 26

22

«Gij zult zoo aanstonds vrij wat mooiers zien; wij gaan de verlichting van het meer bewonderen. Ik moet mijn schoonzuster den arm aanbieden; de koningin mag de avondlucht niet trotseeren; gij zijt dus vrij uwe dame te kiezen.quot;

„Is het noodzakelijk dat ik mij bij de eene of andere vrouw voeg?quot; luidde het ietwat vreesachtig.

De jonge zeeman begon hartelijk te lachen.

„Is dat dah zoo verschrikkelijk ? Ongelukkig voor u is het onvermijdelijk; gij kunt u toch niet laten bespotten.quot;

«Neen, dat wil ik niet,quot; verklaarde Diamantino, en om zich heen blikkende, voegde hij er op gesmoorden toon bij: „van het oogenblik af dat ik mij daaraan onderwerpen moet, kies ik liefst de stilste, de ernstigste van allen, de vrouw die in het wit is gekleed.quot;

„Freule von Adlersfluch,quot; zeide Carl: „op mijn woord, gij kijkt goed uit de oogen. Indien ik vrij ware geweest, zou ik haar ook gekozen hebben.quot;

„Wees dan zoo goed mij aan haar voor te stellen.quot; Werna zag eenigszins verrast op toen de beide jonge lieden haar naderden en Carl haar den wensch van zijn vriend overbracht, maar zij nam zijn geleide aan, met de uitdrukking van iemand, die geleerd heeft geen rekening meer met eigen verlangens te houden.

Eenige minuten later sprak de kroonprinses tot haar zwager:

„Onze halve wilde heeft mij bekend zich plechtig voorgenomen te hebben zich door geen enkele Europeesche vrouw te laten betooveren. Het schijnt hem ernst te zijn, want hij heeft voor dit tochtje een marmerbeeld aan den arm genomen.quot;

Carl vond voor ditmaal geen antwoord voor haar.

HOOFDSTUK II.

Schout bij nacht von Adlersfluch was een der meest geachte officieren der zeemacht van Ragnarland geweest.

ocr page 27

23

De koning stelde in hem een onbeperkt vertrouwen, en hij verdiende dat volkomen. Nooit werd er een chef gevonden die welwillender voor zijne ondergeschikten was, of zich het lot van den matroos zoozeer aantrok, nooit ook ging iemand vaderlijker met zijn officieren om. Zoowel het scheepsvolk als het état-major van den „Lodbrogquot; het fregat waar hij bevel voerde, droeg hem op de handen, en toch had zijne dochter gelijk gehad, toen zij beweerde dat hij vermoord was geworden. Niemand die hem eenigszins kende, geloofde dat de kalme vlag-officier die zichzelf altijd zoozeer meester bleef, van de loopplank kon zijn gevallen, terwijl de beide uiteinden der brug verlicht waren; doch het bleef een onoplosbaar mysterie wie hem nageslopen kon zijn.

De Lodbrog lag aan den wal, op slechts eenige meters afstands van de kade verwijderd, en de commandant was dien avond, geheel en al tegen zijn gewoonte in, nog zeer laat van boord gegaan. De officier van de wacht had hem tot aan de valreep begeleid en was zeker dat zich op dat oogenblik niemand anders aan dek vertoonde. Adlersfluch had hem, zooals gewoonlijk, eenige vriendelijke woorden toegevoegd, en gezegd dat hij binnen het uur terug hoopte te zijn. De luitenant ter zee hervatte daarop zijne wandeling, en meende dat zijn chef reeds goed en wel op de kade moest zijn, toen hij een doffen kreet hoorde slaken, gevolgd door een plomp in het water. Hij riep aanstonds een bootsman en een paar matrozen tot zich, en onmiddelijk stelde men alles in het werk wat slechts tot redding mogelijk was. Maar de duisternis deed hen mistasten en eerst den volgenden dag slaagde men er in den ongelukkige op te halen.

Het duidelijkste bewijs dat hij vermoord was geworden, vond men in verscheidene kleine blauwe plekken aan den hals. Geen twijfel of men had getracht hem te worgen toen hij weerstand had geboden. Het waren de afdruksels

ocr page 28

24

van vingers, en wreed genoeg, het moesten de vingers van iemand van beschaving geweest zijn, want de plekken waren te klein om door de handen van een man uit het volk teweeg te zijn gebracht, en op enkele plaatsen waren de nagels diep in het vleesch gedrongen.

De krijgsraad vereenigde zich om het gebeurde te onderzoeken, maar er werd niets ontdekt, en de koning, die reeds vreesde dat men den een of anderen officier verderiken zou, was zeer blijde toen men de zaak in het eind liet varen. Adlersfluch kon er toch niet mede in het leven teruggeroepen worden, en Oswald II besloot voor hem te verrichten wat hij slechts met mogelijkheid kon doen, door zijn eenig achter gelaten kind, dat vroegtijdig hare moeder verloren had, als hofdame aan de persoon zijner gemalin te verbinden.

Koningin Anna betoonde zich de goedheid zelve voor het arme meisje. Gedurende het eerste jaar van haar rouw, liet zij haar vrij, zich op geen enkel hoffeest te vertoonen. Daarentegen hield zij Werna, in het gewone dagelijksche leven, bijna aanhoudend bij zich en, ten einde hare gedachten eenige afleiding te schenken, liet zij haar boeken voorlezen die zij vooraf als buitengewoon boeiend had hooren roemen.

Aldus was de tijd voorbijgegaan en sprak niemand ooit meer over den geheimzinnigen dood van den wakkeren officier. Carl's belangstellende vragen hadden voor Werna's geest eene zee van herinneringen doen verrijzen, en zij geleek op een fraai marmerbeeld, gelijk zij daar in den vooravond voorttrad aan de zijde van den zwarten prins.

Diamantino had haar een oogenblik vol sprakelooze bewondering gadegeslagen, en zeide toen op zachten toon;

«Uwe gedachten vertoeven heel ver van hier, niet waar?quot;

„Dat moet ik wel bekennen,* antwoordde zij met eene

ocr page 29

25

poging om te glimlachen: »En Uwe Hoogheid vergeve het mij: «ik zal mij van dit oogenblik af herinneren waar ik mij bevind.quot;

«Freule von Adlersfluch,quot; riep op dat oogenblik eene jonge, vroolijke stem: «Ik waarschuw u dat gij niet behoeft te trachten prins Diamantino onder betoovering te brengen, Zijne Hoogheid wil niets van Europeesche vrouwen weten en ik zeg het u liever opdat ge geen teleurstelling zoudt ondervinden.quot;

«Pauline!quot; mompelde prins Carl verontwaardigd: «indien gij iemand tot het slachtoffer uwer spotternijen wenscht te maken, deedt gij beter daartoe een uwer gelijken te kiezen, Werna kan zich niet verdedigen.quot;

«Maar gij werpt u tot haar kampvechter op, wat even goed is. O! Die schijnbaar zachte droomerige oogen verbergen heel wat eerzucht.quot;

«Ik heb daarvan nooit iets bemerkt.quot;

«Dat komt omdat gij pas zijt teruggekeerd en haar nog niet kent; maar ik die haar zoo dikwijls met

Eugenius zag praten____quot;

De kroonprinses meende niets van hetgeen zij zeide; het ergerde haar alleen maar dat de zwarte prins Werna boven anderen had verkozen, en zij zocht naar een middel zich over die teleurstelling te wreken, als over eene persoonlijke beleediging. Ditmaal echter had zij misgetast, een donkere blos verspreidde zich over het gelaat van den jongen zeeman, en hij zeide snel:

«Eugenius heeft geen tijd gehad mij in zijne geheimen in te wijden____quot;

«O! Hij zal zich ook wel wachten dat te doen. Intus-schen betreur ik van ganscher harte de al te groote goedheid uwer ouders, die hen onvoorzichtig genoeg deed zijn een jong meisje als Werna in voortdurend gezelschap te laten van een gehuwden zoon.quot;

Carl twijfelde er thans niet meer aan of de schoone hofdame werd door zijn broeder bemind en hij beklaagde

ocr page 30

26

beiden diep. Zijn oprechte, ridderlijke natuur was niet opgewassen tegen de slangenwegen zijner schoonzuster. Hij had zoolang tusschen lucht en water gezwalkt, dat de kuiperijen der wereld hem zoo goed als onbekend waren gebleven, en voor het eerst wellicht gaf hij Pauline gelijk dat het al te veel gewaagd was geweest Werna op Vredenborg te laten.

Intusschen had Diamantino zich met eene uitdrukking van pijnlijke verbazing tot zijne tochtgenoote gewend, en zeide hij:

„Ik dacht niet dat de kroonprinses zoo wreed kon zijn.quot;

«O! Bekommer u daarover niet,quot; antwoordde het jonge meisje, dat zeer bleek geworden was onder de beleedi-ging: «zij is de eenige aart het gansche hof, die geen hart bezit. Trouwens in eene betrekking als de mijne moet men alles weten te verdragen.quot;

«Gij zijt toch niet tot eene dergelijke slaafsche onderwerping geschapen.quot;

«Neen, maar gij maakt u geen denkbeeld van de goedheid der koningin voor mij. Indien Hare Koninklijke Hoogheid er niet was, zou ik misschien al te gelukkig zijn. De koning en de prinsen bejegenen mij allen zonder uitzondering eveneens met hel grootste ontzag. Gij Monseigneur, die prins Carl van nabij hebt leeren kennen, zult er over kunnen oordeelen hoe hoog vader en zoon in zedelijke waarde staan.quot;

«Ja, ik heb nooit een karakter ontmoet dat mij zoozeer aantrok. Zijne Hoogheid kwam voor het eerst aan het hof mijns vaders, onder hoogst vervelende omstandigheden; de Engelsche generaal had goed gevonden hem een wenk te geven dat het onnoodig was zich aan het verblijf des keizers in die streek te storen, aangezien Zijne Majesteit toch niet meer beteekende dan een wassen pop.quot; Prins Carl antwoordde hem met de uiterste beleefdheid:

«In Ragnarland bekommeren wij ons om geen politiek;

ocr page 31

27

indien ik mij op dit óogenblik te St. Helena bevond, en Napoleon I zat aldaar nog gevangen, dan zou ik mij de vrijheid veroorloven Bonaparte mijn opwachting te gaan maken.quot;

wUit dankbaarheid waarschijnlijk?quot; voegde de generaal hem spottend toe.

«Misschien ten deele, maar ook zeer zeker .uit den eerbied dien ieder man van eer aan gevalleif.goden verschuldigd is,quot; antwoordde de prins hooghartig: „De keizer alhier is niet veel gelukkiger dan hij, eh men zou al zeer laag van karakter moeten zijn om hem eene hem toekomende hulde te onthouden.quot;

De generaal was woedend en zeide geen woord meer. Den volgenden dag bracht men ons dit onderhoud over, dat in tegenwoordigheid van verscheidene personen had plaats gehad, en van dat oogenblik af hechtte ik aan Carl. Ik kwam spoedig in de gelegenheid hem nog van een andere zijde te leeren kennen. Op een avond dat ik hem in mijn rijtuig naar boord terugbracht, of liever gezegd naar de haven, waar de admiraalssloep wachtte om hem naar zijn schip te roeien, trad de officier der boot haastig op ons toe en zeide op gejaagden toon: „Admiraal, wij weten niet wat te beginnen. Sedert van middag is de cholera onder de bemanning uitgebroken, vijf man zijn er reeds door aangetast.quot; Het gelaat van den prins betrok en hij mompelde: „Eene leelijke ziekte; de eenige waarvoor ik een onoverwinnelijken angst koester. Waren de doktoren aan boord?quot;

„Ja, admiraal, en zij zijn onafgebroken met de onge-lukkigen bezig geweest; maar de overige bemanning is als krankzinnig van angst, en wij weten niet wat met haar te beginnen om le verhinderen dat zij de booten losmaken en er mede naar den wal vluchten.quot;

„Het is wel, luitenant,quot; en hij wilde afscheid van mij nemen; maar ik gaf mijn koetsier bevel den volgenden

ocr page 32

28

morgen lerug te komen om mij af te hafen; ik kon er niet toe besluiten mijn vriend alleen het gevaar te ge-moet te laten gaan. Nadat hij een oogenblik tegengestribbeld had, stemde hij er ten slotte in toe mij naar het schip mede te nemen, en roeiden wij zwijgend naaide reê. Zijne komst werd met luide vreugdekreten begroet. Het was alsof eenieder redding van hem atleen verwachtte, en zijne eerste zorg was een extra oorlam uit te laten deelen. De brandewijn deed den mannen goed en, terwijl zij hun glas op zijne gezondheid ledigden, zeide hij hen hoezeer zij ongelijk hadden zich angstig te maken. Hijzelf hoopte hun het bewijs te leveren dat de ziekte niet aanstekelijk was, door heel den nacht bij de aangetasten te blijven. Zijne woorden bedaarden tot zelfs de vreesachtigsten, en hij deed gelijk hij gezegd had. Heel dien nacht door hielp hij de doktoren, alsof hij een hospitaal-soldaat ware geweest, de kranken wrijvende, hen ingevende, maar vooral hen voortdurend moed insprekende, en dat was de man die zelf de cholera duchtte.quot;

«Gij vergeet mij te zeggen welke rol gij daarbij zelf vervuldet,quot; zeide Werna, die hem ook vol vreugde had aangehoord.

„O! wij inboorlingen dier landen waar de ziekte altijd vooVkomt, wij bekommeren er ons zoo weinig meer om; ik deed wat ik kon om hem bij te staan, maar dat minder uit menschlievendheid, zooals hij; dan wel ter liefde van hem.quot;

«Het zal u dan wel heel veel kosten van hem te scheiden ?quot;

«Ik durf er nog niet aan denken: en toch, een maand is zoo gauw om, en over vijf weken zal ik Ragnarland verlaten hebben. Waarschijnlijk zullen Carl en ik elkander nooit wederzien; hij zal zeker spoedig trouwen en dan vanzelf geen andere werelddeelen meer bezoeken.quot;

„Maar gij, monseigneur, kunt nogmaals naar Europa

ocr page 33

29

komen. Wanneer men de mailboot neemt is de reis betrekkelijk kort.quot;

«De afstand zou mij ook niet afschrikken als het de vreugde gold mijn vriend weder te zien, maar mijn vader zou mij niet licht weder verlof daartoe schenken: in ons land heeft men zooveel te lijden gehad van de blanken, dat men niet gaarne zou zien dat de vermoedelijke troonopvolger zich al te veel in Europa ophield ; men zou vreezen dat hij aan het hof weder zou keeren met de begrippen en inzichten der Westersche volkeren. Neen, deze reis zal zich nooit herhalen, en ik zou waanzinnig zijn, indien ik, gelijk de kroonprinses wilde, mijn hart nog vaster aan deze streken hechtte.quot;

„Gij hebt gejijk, prins; alleen in uw eigen rijk kunt ge gelukkig zijn. Al wat niet blijvend is doet pijn.quot;

Men had het meer bereikt, dat waarlijk tooverachtig verlicht was, en waarop een aantal bootjes de genoodigden wachtten om hen naar een klein eiland te voeren, waar men koffie en andere ververschingen zou gebruiken.

Elke kleine gondel zou vier der gasten bevatten, en Carl noodigde den prins uit in de zijne plaats te nemen. Pauline voegde Werna op het water geen enkel woord toe; zij scheen haar bijzijn niet eens te bespeuren, maar had een lied aangeheven, waarbij zij op alleraardigste wijze de begeleiding eener guitaar nabootste. Toen men voet aan wal zette, riep zij uit:

_vEn nu verwisselen wij van cavaliers. Carl en ik zijn volkomen uitgepraat. Gij, monseigneur, zult wel de goedheid hebben mij spoedig te doen vergeten dat mijn waarde zwager hedenavond in de knorrigste stemming verkeert, die men bedenken kan.quot;

Ofschoon onaangenaam verrast, haastte Diamantino zich aan haar bevel gehoor te geven, en niet zoodra bevond Werna zich met Carl alleen of zij sprak hooghartig:

«Uwe Koninklijke Hoogheid moet zich niet gebonden

ocr page 34

30

achten door de schikking van de kroonprinses, en gerust een andere dame kiezen.quot;

De jonge zeeman wierp haar een ernstige blik toe en antwoordde;

«Integendeel freule, indien ik te kiezen had gehad, zou ik het voorbeeld van mijn vriend gevolgd hebben; en ik zegen het toeval dat mij tot u voert, want wij hebben samen te spreken.quot;

Verwonderd zag zij naar hem op. Zijn gelaat dröeg een weemoedige uitdrukking, welke zoo weinig overeen kwam met zijne gewone opgeruimdheid.

«Ik luister, monseigneur.quot;

«Zeg vooraf tot uzelve dat het geen oogenblik in mijne bedoeling kan liggen u te krenken, freule; maar ik heb zooveel vriendschap voor uw vader gekoesterd, en draag uzelve zooveel achting toe, dat ik het denkbeeld niet kan dulden dat gij wellicht uw ongeluk tegemoet gaat.quot;

«Mijn ongeluk?quot; herhaalde zij, zonder te begrijpen.

«Kent gij de geschiedenis van den jongsten broeder mijns vaders?quot;

«Prins Reynold?quot; vroeg zij. «Slechts ten halve, vrees ik. Men sprak er niet dan ongaarne over, bij mijn vader aan huis.quot;

«Gij weet toch dat hij op zijn vijf-en-twintigste jaar stierf. Hij had het ongeluk gehad op een der hofbals Aurora von Köningswinter te ontmoeten, op het oogenblik zelf dat zij tot hofdame van zijne zuster was benoemd. Voor beiden was die ure beslissend in hun leven; maar nog zou alles zich zonder rampen hebben kunnen ontknoopen, indien een van tweeën op dat oogenblik een vriend naast zich had gehad, die hen op het naderend gevaar had.gewezen en hen bezworen had elkander te ontvluchten. Doch niemand raadde het gevoel dat in hun hart was ontkiemd, niemand dacht er aan hen een reddingboei toe te werpen, en zij waren zoo jong dat zij den giftigen beker toelachten, die hen

ocr page 35

31

dooden zou. Toen zij de oogen openden voor den afgrond die zich aan hunne voelen toonde, was het te laat. De prins begaf zich op zekeren dag tot den koning, wierp zich aan zijne voeten, om hem te smeeken zijne toestemming tot een huwelijk met Aurora te geven, zeggende dat hij zonder haar het leven ntet zou kunnen dragen. Mijn grootvader, die zelf de keuze zijns hartèn niet had mogen volgen, maar zich daarover had weten te troosten, verklaarde hem dat hij krankzinnig was en liet hem eene reis om de wereld maken. Hij keerde ongenezen weder, en herhaalde zijne bede.

«Nooit!quot; verklaarde de koning, en hij zond hem naar een verwijderd garnizoen.

Prins Reynold en Aurora bleven elkander schrijven. Zij poogde hem over te halen hunne liefde op te offeren aan zijn plicht, maar weigerde zelve hardnekkig elke partij. Dienzelfden winter zag men den jongen vorst plotseling in de residentie verschijnen.

Hij begaf zich rechtstreeks naar mijne grootmoeder, die ontstelde over de verandering welke er met hem had plaats gegrepen, en zeide:

«Moeder, ik kom u thans niet meer vragen om het geluk, maar om het leven. Ik voel mij wegsterven; mijne gansche ziel wordt door die liefde verteerd. Indien Aurora mijne vrouw niet wordt zal ik spoedig sterven, ik gevoel het.quot;

.gt;De koningin zag in dat hij geen ijdele bedreiging uitte; hij was zoozeer vermagerd sedert hij de residentie verlaten had, dat het voor haar geen twijfel leed of hij bezweek langzaam aan zijne smart, en in haar angst beloofde zij hem zijne zaak bij den koning te zullen bepleiten. Zij hield woord; maar mijn grootvader was een dier vele lieden die niet gelooven kunnen dat men van verdriet sterft, en nog minder dat men bezwijken zou aan een gedwarsboomde liefde. Hij dreef den spot met hare vrees en bleef bij zijne weigering volharden.

ocr page 36

■ 32

Eerst toen het te laat was, zag hij zijne dwaling in. De prins werd stervend uit zijn garnizoen naar de residentie overgebracht, en al de wetenschap der professoren van Ragnarland was buiten machte hem te redden. Gij ziet dus freule, hoe ernstig men het in mijn geslacht opneemt met alles wat het hart betreft, en men heeft gelijk; immer in ons hart schuilt het leven.quot;

«Ja, men heeft daaromtrent gelijk,quot; herhaalde Werna zeer ernstig: „maar veroorlooft Uwe Hoogheid mij haar te vragen waarom zij mij die droevige geschiedenis mededeelde?quot;

«Als de waarschuwing van een vriend.quot;

«Eene waarschuwing?quot; klonk het verbaasd.

„O! vergeef mij aldus in de schuilhoeken van uw gemoed neder te durven dalen, en vooral verdenk mij niet van onbescheidenheid, indien ik het waag uw dierbaarste geheimen te doorgronden, maar nog is het wellicht tijd de herhaling van een dergelijk ongeluk te voorkomen.quot;

«Ik begrijp u niet, monseigneur,quot; sprak het jonge meisje hooghartig: «maar gij hebt te veel gezegd om u niet duidelijker te verklaren.quot;

«Kunt gij geen vertrouwen in mij stellen, en mijne taak daardoor gemakkelijker maken?quot; vroeg Carl smeekend.

«Neen, ik kan dat niet, want ik weet niet wat Uwe Hoogheid bedoelt.quot;

«Wat ik bedoel is eenvoudig dit: Meer dan een onzer heeft mijn broeder Eugenius het karakter van prins Reynold overgenomen; ook hij leeft schijnbaar geheel en al voor zijn penseel en zijn palet, gelijk zijn ongelukkige oom dat deed voor de muziek; maar die liefde tot de kunst verbergt slechts den smachtenden dorst naar het ideaal, en den dag waarop dergelijke naturen dat ideaal in eene vrouw verwezenlijkt zien, laten zij zich door niets meer aan hun liefdedroom ontrukken. Nog is het kwaad misschien slechts ten halve geschied. Heb de zielskracht u voor een tijdlang van het hof te ver-

ocr page 37

33

wijderen. Hijzelf zal spoedig eene kunstreis door Europa maken, en het kan zijn dat uw beider wond door die langdurige scheiding geneest.quot;

„Thans heb ik verstaan,quot; zeide zij, doodsbleek en op ijsköuden toon: „gij vreest voor de mogelijkheid eener mésalliance in uwe familie.quot;

.,Dat niet, freule____quot; stamelde hij, verschrikt door

de uitdrukking van haar gelaat.

„O! tracht niet het te verbloemen,quot; viel zij hem met geheel veranderde stem in de rede: „Oij zegt bij u zeiven dat het beeld van prins Reynold in uw geslacht is blijven voortleven, en uw koninklijke ouders te zeer van schrik vervult om hun niet hunne toestemming af te persen, indien ooit een hunner zoons de afstand uit het oog mocht verliezen, die hem van eene hofdame scheidt. Maar, stel u gerust, mijne eerzuchtige droomen hebben zich nooit zoover uitgestrekt; wat meer zegt, mijn trots is te groot om ooit tot eene familie te willen behooren, die mij slechts uit vrees zou aannemen als hare dochter. Uwe Hoogheid had beter gedaan zich allereerst tot prins Eugenius te wenden. Deze zou waarschijnlijk hartelijk gelachen hebben om een gevoel dat noch bij hem noch bij mij bestaan heeft en enkel als een ongegrond schrikbeeld voor u is opgerezen.quot;

„Gij kunt mij dus verzekeren mijn broeder niet lief te hebben?quot; vroeg Carl, op wiens gelaat een donkere blos brandde.

„Niet alleen dat, maar ook dat uw broeder nooit aan mij gedacht heeft.quot;

„Dan vraag ik u dubbel om verschooning, freule,quot; stotterde hij verlegen: „men had mij het tegendeel verzekerd en ik wilde alleen een onheil verhoeden.quot;

«O! Ik raad al wie u dat deed gelooven,quot; hernam zij vol bitterheid: „De kroonprinses is eene gevaarlijke vijandin, en u weet niet waarmede ik haar afkeer heb verdiend: Hare Koninklijke Hoogheid heeft in elk geval

3

ocr page 38

34

haar doel bereikt, en mij doen inzien dat de hofkringen mijn plaats niet zijn.quot;

«Ik hoop toch niet dat gij mijne moeder het verdriet aan zoudt doen haar te verlaten!quot;

„De koningin is onbeschrijfelijk goed voor mij geweest, en het zou mij leed doen Hare Majesteit de mij bewezen weldaden met ondank te vergelden; maar ik ben de dochter van een man, die zich aan alle kuiperijen wist te onttrekken; voor wien niets ging boven het leven onder den blooten hemel; die den kamp met de elementen verhevener achtte dan een strijd met de menschelijke hartstochten; en een deel van zijn karakter is in mij overgegaan. Ik zou niet kunnen dulden dat men mompelde over eene gehechtheid die nooit bestaan heeft, en voor mij slechts vernederend zou zijn.quot;

„Dat alles begrijp ik volkomen freule, het doet u zelfs alle eer aan: maar zoo ik u smeekte te blijven, zoo ik u bad mijne woorden te vergeten?quot;

„Vergeten is niet mogelijk, Monseigneur; maar om u te bewijzen hoe ongegrond uwe vermoedens waren, zal ik dan blijven. Laat ons niet verder over de zaak spreken.quot;

Carl durfde haar niet antwoorden, hij gevoelde daartoe te zeer hoe diep hij haar gekrenkt had, en volgde haar zwijgend naar de andere groepjes gasten, waarheen hij zich thans haastig begaf.

In zijne ziel verwenschte hij Pauline, die oorzaak was geweest dat hij haar noodeloos pijn had gedaan, en hij zocht nog naar een volzin om haar opnieuw van zijne achting en vriendschap te verzekeren, toen Eugenius op hem toetrad en hen al de aangebrachte versieringen deed bewonderen.

Zoodra zij zich bij een tiental gasten bevonden, maakte Werna eene buiging voor hem en liet zij hem aan zijn gedachtenloop over.

ocr page 39

Dienzelfden avond reeds laat voegde Diamantino zich bij hem in zijn rookvertrek.

Welnu?quot; vroeg Carl met gedwongen opgeruimdheid: «Wat zegt ge wel van onze Noordsche feesten?quot;

De zwarte prins had zich in een leuningstoel geworpen, en antwoordde, terwijl hij aandachtig zijn sigaar bekeek:

«Zij overtreffen alles wat ik tot dusverre had gezien; maar toch geloof ik dat ik wijzer zal doen met hoe eer hoe beter naar de residentie te gaan.quot;

«Hoe dat? Zijt gij het buitenleven nu reeds moede?quot;

«Integendeel. Ik vrees dat ik mij spoedig niet meer van hier zou kunnen losrukken. Gij maakt u geen denkbeeld van den indruk die eene schoone en ontwikkelde Europeesche vrouw teweeg brengt op ons, die aan weinig beter dan slavinnen gewoon zijn.quot;

«En gij zijt heden onder betoovering geraakt?quot; lachte de jonge zeeman; «het was wel te voorzien.quot;

«Indien gij het voorzien hebt, dan hadt gij mij niet hierheen moeten brengen,quot; sprak zijn vriend ernstig: «want het zal mijn ongeluk zijn.quot;

«Dwaasheid! Ik ben overtuigd dat de vrouw uwer keuze, zeer gelukkig zal wezen over de eer die gij haar bewijst en uwe liefde niet zal afwijzen. Gij zult samen een korten maar schoonen droom doorleven.quot;

«Misschien.....quot; mompelde Diamantino, aan het

gesprek der kroonprinses denkende, «maar ik heb daartoe de oogen te hoog opgeheven.quot;

Carl verbleekte; hij ook dacht thans aan zijne schoonzuster, wier lichtzinnigheid hij kende.

«Het is freule van Adlersfluch die ik bedoel,quot; hernam de zwarte prins.

Wel verre van zich gerustgesteld te gevoelen, zag Carl hem doordringend aan en antwoordde:

«Dan hebt gij gelijk haar bijzijn te willen ontvluchten. Bij haar is alles ernst, en ik begrijp dat men haar onherroepelijk lief zou kunnen krijgen.quot;

ocr page 40

36

HOOFDSTUK HI.

Reeds den dag na 's prinsen terugkeer nam de koning zijn zoon ter zijde en zeide tot hem:

«Ik hoop dat gij voortaan zooveel mogelijk bij ons zult blijven. Het tijdperk der lange reizen is voorbij, en behalve in geval van oorlog, zal het voldoende zijn zoo gij u, nu en dan, bij kroningsfeesten of dergelijke gelegenheden, aan het hoofd van uw eskader op de een of andere reede vertoont.quot;

„Ja,quot; antwoordde Carl met een zuchtje; «en hoe aangenaam mij ook het vooruitzicht is aan uwe zijde te leven, moet ik toch bekennen dat ik dikwijls het gemis van den oceaan zal betreuren. Ik ben zoo geheel een zeeman in mijn hart, dat ik somtijds den ouden Noach benijd, die met al wat hem lief was aan boord van de Ark kon gaan en daar ver van het land mocht ronddobberen.quot;

Oswald 11 klopte hem vriendelijk op den schouder:

„Mijn zeeman zal spoedig ervaren, hoop ik, dat het geluk voor hem aan land verborgen ligt,quot; sprak hij: «Ondertusschen moeten wij ons bezighouden met de samenstelling van uw huis, want uw beide adjudanten moeten naar hunne schepen terugkeeren. Zij moesten vanzelf gekozen worden uit de meest verdienstelijke officieren van het eskader, maar het zijn geen hovelingen. Hebt gij uwe keuze reeds op andere personen gevestigd?quot;

„Ik moet u bekennen, vader, dat ik nog zeer weinig over de zaak heb nagedacht.quot;

„Het kan u toch niet onverschillig zijn wie gij voortaan aan uwe zijde zult hebben; maar ik twijfel niet of gij zult niets hebben tegen de aanstelling als zoodanig van overste Friedlander.quot;

„Integendeel; hij is zoowel man van groote beschaving en ontwikkeling als een uitstekend officier.quot;

ocr page 41

37

«Dan blijft deze keuze bepaald. De tweede adjudant moet onder de jongere luitenants ter zee gezocht worden, en ik beken u, dat ik gaarne in dit opzicht een genoegen zou willen doen aan mijn ouden kameraad generaal von Falkenstein.quot;

uZoudt gij Otto von Falkenstein kiezen?quot; vroeg Carl, wiens voorhoofd zich rimpelde.

«O! Ik weet dat gij niet op hem gesteld zijt, maar wellicht komt dat alleen omdat gij hem niet goed genoeg kent; gij hebt immers geen bepaalde grief tegen hem? In dat geval trek ik onmiddellijk mijne woorden in.quot;

„Neen vader, het is een afkeer waarvoor ik geen reden weet op te geven, en die waarschijnlijk alleen zijn oorsprong heeft in het verwijfde van den jongen ge-parfumeerden en al te mooi gefriseerden luitenant.quot;

«Dat dacht ik wel. Gij hebt hem niet dikwijls ontmoet, niet waar?quot;

„Slechts eene enkele maal, toen zijn vader hem aan u voor kwam stellen en gij beiden op Vredenborg ten eten hield.quot;

«Ja, ik herinner mij dien dag. Op mij maakte hij toen veeleer den indruk van een dwaas dan van een slecht mensch, en zooals ik zeg, ik draag den generaal de grootste vriendschap toe, en zou alles willen doen om hem zijn ongeluk te helpen verzachten. Het is hard in de volle kracht des levens, op het oogenblik zelf dat men het land nog op allerlei wijze kan dienen, door blindheid getroffen te worden en voortaan tot volslagen werkeloosheid veroordeeld te zijn. Falkenstein verdraagt zijn beproeving voor het uiterlijk heldhaftig, maar ik vernam onlangs van zijn broeder, dat hij vlagen van volslagen wanhoop heeft, en nog slechts één lichtpunt in zijn duisternis overhoudt, het denkbeeld dat zijn zoon eene schitterende loopbaan af zal leggen. Gij begrijpt dat zoo ik daartoe mêe kan werken ik dat gaarne doen zal.quot;

ocr page 42

38

„In dit geval ben ik de eerste om uw keuze toe te juichen,quot; verklaarde Carl.

„Ik dank u daarvoor als voor een persoonlijken dienst,quot; zeide de koning hem de hand drukkende: „wanneer denkt gij naar de residentie te gaan?quot;

„Hedenmiddag. Diamantino is evenals ik bij Waldemar uitgenoodigd.quot;

„Maak dan van die gelegenheid gebruik om een bezoek aan den generaal af te leggen en hem eerst de goede tijding mede te deelen. Pauline zal zich wel zoolang met onze gasten willen bezighouden.quot;

De prins beloofde dit, en bewonderde het eens te meer in zijn vader dat hij er altijd op bedacht was ieder lijden dat hij op zijn pad ontmoette zooveel mogelijk te verzachten. Hij was reeds volkomen getroost door het vooruitzicht den jongen zeeofficier aan zijne zijde te zien en kweet zich, nog vóór den maaltijd die ten paleize van den kroonprins gegeven zou worden, met de meeste hartelijkheid van zijn opdracht bij den onge-lukkigen grijsaard, en de verrassing van den generaal was zóó groot dat vreugdetranen hem onverhinderd langs het vermagerd gelaat neêrdruppelden.

«God zegene Uwe Hoogheid,quot; mompelde hij: „Ik vermoedde niet dat ik nog zulk een schoonen dag zou beleven. Mijn eenig verdriet is op het oogenblik dat Otto niet tehuis is, maar ik zal het hem mededeelen zoodra hij terugkomt, wat altijd tegen het etensuur geschiedt.quot;

„Hij zal de tijding het liefst uit uw mond vernemen,quot; antwoordde Carl; „In elk geval verwacht mijn vader u aanstaanden Zondag met hem op Vredenborg; het hof-rijtuig zal u tegen twaalf ure af komen halen, en gij blijft den dag bij ons doorbrengen.quot;

Toen de prins weder vertrokken was, bleef de heer des huizes als versuft van geluk in den armstoel leunen, waarop hij neêrgezonken was, nadat hij al tastende, zijn hoogen bezoeker tot de voordeur uitgeleide had

ocr page 43

39

willen doen. Eerst een half uur later ontwaakte hij uit zijne droomen door een lustelooze stem die tot hem zeide:

„Goeden avond, vader. Zijn mama en de zusters al thuis?quot;

«Nog niet, Otto; maar ik heb groot nieuws voor je. Kom eens naast mij zitten.quot;

«Goede tijding?quot;

«Uitstekende.quot;

«Is mijn peetoom dan gestorven?quot; vroeg de jonge officier lachend.

„Dat zou ik u niet op dergelijke toon zeggen,quot; antwoordde de grijsaard ernstig: „Want uwe moeder is aan haar broêr gehecht, en haar leed zou mij beletten mij over zijn dood te verheugen, al voel ik persoonlijk ook geen vriendschap voor hem.quot;

„Welke andere onverwachte zonnestraal heeft dan op eens mijn pad beschenen?quot; vroeg Otto spottend.

Generaal Falkenstein was een man van hooge gestalte, met krachtig gebeitelde trekken, en een gebiedende uitdrukking van gelaat. Zelfs de voor altijd van licht beroofde oogen behielden nog iets heerschzuchtigs, iets dat eerbied afdwong voor den krijgsman die ten allen tijde een voorbeeld van plichtsbetrachting en trouw was geweest.

Tot zijn ongeluk had deze schijnbaar ontembare leeuw zich op zijn dertigste jaar, laten betooveren door een grillig wezentje, dat slechts al te gelukkig was geweest hem naar het altaar te volgen, maar sedert nooit iets aangewend had om zijn leven te veraangenamen. Hij slaagde er alleen in den huiselijken vrede te bewaren, door haar toe te staan aan alle feesten der hofstad deel te nemen, en sloeg zelf gedurende tien achtereenvolgende jaren, het altijd zoo droevig figuur van den ernstigen man, die uren achtereen, volkomen doelloos, toe moet zien hoe zijne vrouw zich tracht te verstrooien.

ocr page 44

40

De wuftheid der moeder was op hunne beide jongste kinderen overgegaan. Alleen zijn oudste dochter, Adel-heid, bezat veel overeenkomst in karakter met hem, en verpleegde hem met zooveel liefde en tact, dat hij zijne blindheid veel minder gevoelde, zoodra zij slechts daar was om zijne minste wenschen te raden. Het gebeurde dan ook hoogst zelden dat zij hem alleen liet om, zooals heden, eenige dringende bezoeken met hare moeder af te leggen.

Wat Otto betreft, hij was, tot ieders verbazing, door zijne examens voor de marine gekomen, al behaalde hij dan ook slechts een der laagste nummers, en eenmaal officier zijnde, had hij al den tijd dien hij aan den wal doorbracht, besteed aan feestvieren met de jongelieden der residentie. Hij was werkelijk een zeer knap mensch, doch achtte zich nog honderdmaal mooier, en maakte onbeschrijfelijk veel werk van zijne kleeding. Zijn vader zeide soms op weemoedigen toon, dat ofschoon hij hem niet meer zien kon, hij toch nooit behoefde te vragen of hij zich in het vertrek bevond of niet. Zijn geliefkoosd reukwater verried hem altijd.

Hoezeer hij innerlijk ook het karakter van zijn zoon betreurde, voor het oogenblik dacht de grijsaard aan niets anders dan aan zijn trots op zijn eenigen afstammeling, die voor altijd zijne toekomst verzekerd zag en van nu af recht had de gouden nestels te dragen, die hij zelf, in vroegere jaren, van koning Oswald's vader ontvangen had.

«Ik heb een bezoek gehad,quot; begon hij triomfantelijk.

„Waarlijk?quot; vroeg de jonge man verbaasd: „ik dacht dat gij nooit iemand ontvingt, zoodra Adelheid uit was?quot;

„Dat is ook zoo, en heden betreurde ik meer dan ooit hare afwezigheid; maar zoo ik niemand bij mij toelaat, de knecht begreep aanstonds dat hier aan geen verontschuldiging te denken viel.quot;

„Welke markies van Carabas is dan wel bij u geweest?quot;

ocr page 45

41

„Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Carl.«

De jongeling liet op eens zijne lustelooze houding varen en werd een en al gehoor.

«En te zeggen dat ik niet toevallig bij u was!quot; riep hij uit; «dat heet tegenspoed hebben.quot;

„De prins had ons aan tafel moeten overvallen, wilde hij u bij mij hebben aangetroffen,quot; sprak de generaal met zacht verwijt: „Om het even, Otto, gij zult uwe schade spoedig kunnen inhalen, want wij zijn beiden voor den ganschen aanstaanden Zondag op Vredenborg genoodigd.quot;

Otto sprong overeind en naderde zijn vader, wien hij de hand schudde:

„Bravo, vader!quot; riep hij op vroolijken toon: „Nu zie ik eindelijk toch in, dat gij niet geheel en al ongelijk hebt gehad met uw rust en alle levensvreugde op te offeren zooals gij deedt aan uwe loopbaan, met tevreden te zijn met elke ellendige garnizoensplaats waarheen men u slechts wilde zenden en mama u niet vergezellen kon. Zijne Majesteit beloont, al is het ook een beetje Iaat, de diensten van den flinksten soldaat van Ragnarland.quot;

„Ik kon geen aanspraak op belooning maken,quot; sprak de generaal op strengen toon: „wat ik deed was enkel mijn plicht en niets meer. Dat Zijne Majesteit zich mijner wel wil herinneren, om mij de grootste vreugde te schenken die ik ooit gekend heb, vervult mij van dankbaarheid, maar ik heb het niet verdiend, ik ben de eerste om dat te erkennen.quot;

„Ik zelf moet toegeven dat het eene onverwachte onderscheiding is, maar de. grootste vreugde van uw bestaan?quot; vroeg Otto glimlachend: „voor het eerst moet ik u van overdrevenheid beschuldigen.quot;

„Dat komt omdat gij nog niet alles weet.quot;

„Heeft men u misschien tot graaf verheven?quot; vroeg de jonge man snel.

«Neen, dat zou mij vrij onverschillig hebben gelaten.

ocr page 46

42

Men heeft mij getast in mijn zwak, de hoop op uwe

toekomst.quot; _ . .

„Mijne toekomst?quot; vroeg Otto bijna ademloos.

„ja gij zijt benoemd tot adjudant van den prins.quot;

Er'weerklonk een blijde uitroep, en ditmaal viel de jongeling zijn vader om den hals.

„Leve de koning!quot; riep hij uit; „eiken keer dat ik een nieuwe decoratie krijg zal ik u haar brengen om haar op mijn jas vast te steken. En die ellendige zeereizen zullen dan ook wel voor goed voorbij zijn.quot;

„Ik zou u anders sterk aanraden niet aan den koning te doen raden dat gij, die een zeeman zijt niet van varen houdt,quot; zeide de grijsaard wiens voorhootd zich

quot;quot;Maa^Ötto behoefde zich de moeite niet te getroosten hem te antwoorden. Zijne moeder en zusters traden binnen, en hij haastte zich haar het groote nieuws mede te deelen. Terwijl Adelheid zich naast haar vader nederzette, en zijne handen vastgreep om hem toe te fluisteren

hoe gelukkig zij was om zijnentwil, praatten de anderen druk onder elkander, en eindigde het jongste meisje

met uit te roepen:

„Dan reken ik er ook op, dat gi] voortaan van uw invloed gebruik zult maken om mij spoedig tot hotdame bii de koningin te doen verkiezen.quot;

„Dat is geen kwaad denkbeeld, Mane,quot; zeide hare moeder, die sedert een oogenblik aan niets meer twijfelde.

„Hum!quot; mompelde Otto, niet veel lust gevoelende zijne troefkaarten voor zijne familie te verspelen: „Daar zou ik maar liever niet op rekenen. Aan een hot w-aar slechts twee vorstinnen zijn, heeft men zoo weinig dergelijke plaatsen, dat het een witte raaf is er een te bemachtigen. Men verleent ze gewoonlijk aan verarmde freules quot;

„Niét altijd. De koning beloont daarmede ook wel degelijk soms de diensten zijner beste officieren. Zoo

ocr page 47

43

hebt gij bijvoorbeeld Werna von Adlersfluch____quot;

«Wat is er van haar?quot;

«Zij werd immers aanstonds na den dood haars vaders tot hofdame aangesteld?quot;

Het gelaat van den jongen zeeofficier had plotseling eene groote verandering ondergaan. Eike vroolijke uitdrukking was daarvan verdwenen, en hij tuurde strak voor zich uit op het tapijt.

„Dat is waar,quot; sprak hij als tot zichzelven: ,;ik had die bijzonderheid weer geheel en al vergeten. Is zij bij de koningin of bij de kroonprinses?quot;

«Bij Hare Majesteit.quot;

«Dat spijt mij, dan zal ik gedwongen zijn haar dagelijks te zien.quot;

«Zij is immers een allerliefst meisje?quot; sprak de generaal, „ik herinner mij nog welk een aangenamen indruk zij op mij maakte.quot;

„Allerliefst? ja, ik heb dat wel meer hooren beweren,quot; antwoordde Otto langzaam: „maar ik voor mij vind haar ondragelijk.quot;

„Dat spijt mij,quot; zeide mevrouw von Falkenstein: „zij zou juist eene geschikte vrouw voor u geweest zijn; eene wees met fortuin, van goede familie, en dan in aanzien bij het hof, dat is iets wat niet dagelijks voorkomt. Maar misschien zult gij daaromtrent nog wel veranderen.quot;

„Omtrent Werna?quot; riep de jongeling onstuimig uit: «dat nooit! Zij is een ingebeeld en hatelijk wezen.quot;

„Laat ons freule von Adlersfluch met rust laten,quot; sprak de grijsaard gebiedend: „wij die gelukkig zijn, hebben het recht niet ongelukkigen een steen toe te werpen. Werna staat geheel alleen op de wereld; het is niet onmogelijk dat het leed haar verbitterd heeft en dat zij eerst langzaam weer van den schok zal bekomen haar door den tragischen dood van haar vader toegebracht.quot;

Met veel behendigheid bracht Adelheid het gesprek

ocr page 48

44

op een ander onderwerp, zoodal de steen des aanstoots verder vermeden werd.

Naarmate de Zondag naderde scheen het alsof Otto meer en meer aan eene zenuwachtige gejaagdheid ten prooi geraakte. Nu eens was hij uitbundig vroohjk, dan weder verviel hij in een bui van diepe neerslachtigheid, en sprak hij geen woord meer; den avond te voren had hij zulke zware hoofdpijn, dat hij zeide niet zeker te zijn of hij wel zou kunnen gaan, en eigenlijk even gaarne van de gansche eer eener benoeming afzag die hem, alles wel beschouwd, slechts tot slaafsche bezigheden zou veroordeelen. , .

Doch zijn vader deed hem rede verstaan en inzien hoe onmogelijk het was de vorstelijke familie aldus te beleedigen, en hij zwichtte ten slotte voor de bedenking dat het zijne toekomst vernietigen zou, terwijl hij daarmede wel degelijk rekening moest houden, aangezien hij, bij het leven zijner ouders, slechts eene jaarlijksche toelage van duizend gulden bij zijne bezoldiging ontving.

In gedrukte stemming reden vader en zoon naar het vorstelijk lustslot; de ontvangst des konings was echter zoo hartelijk, dat de generaal weldra alle zorgen uit het hoofd zette, en zich ongestoord overgaf aan de vreugde van het uur.

Terwijl Oswald 11 zijn arm had genomen, om met den grijsaard eene wandeling door het park te maken, werd Otto aan Hare Majesteit voorgesteld en hernieuwde hij daarna ook de kennismaking met het gevolg, waarvan hij de meeste leden reeds ontmoet had.

Hij begreep dat hij ook Werna moest naderen, en voor haar buigende vroeg hij haar of zij het steeds wel maakte.

Het jonge meisje stak hem de hand toe en zeide:

„Ik ben blij dat prins Carl u gekozen heeft; gij ook hebt mijn vader gekend, en het is mij alsof allen die een tijdlang aan zijne zijde leefden, mijne vrienden moeten zijn.quot;

ocr page 49

45

Verrast zag de nieuwe adjudant haar aan. Hij was niet op eene dergelijke verwelkoming voorbereid geweest.

«Ik durf niet hopen dat schout bij nacht von Adlersfluch u ooit over mij gesproken heeft?quot; antwoordde hij. , „Hij noemde u slechts onder de overige leden van zijn état-major; maar ik weet hoe al zijne officieren hem dierbaar waren alsof zij zijn zoons waren geweest.quot;

«De prins heeft ook onder hem gediend, niet waar?quot; . vroeg Otto, niet goed wetende wat te zeggen.

«Ja, en Zijne Hoogheid is zoo goed mij dikwijls nog de eene of andere herinnering aan hem mede te deelen.quot;

«Gij voelt u zeker gelukkig in uwe nieuwe positie?quot;

«Later zal het geluk misschien wederkeeren; thans betreur ik mijn vader nog te zeer. Het raadsel van zijn dood laat mij rust noch duur 1 O! dat ik het slechts op mocht lossen; misschien zou ik dan weder tot eenige kalmte geraken.quot;

«Wendt gij er pogingen toe aan?quot; en Falkenstein zag haar doordringend aan.

«Ja en neen. Ik win bij al degenen die mijn vader gekend hebben inlichtingen in omtrent de verschillende personen die belang gehad kunnen hebben bij zijn dood, maar mijn onderzoek moet zich daartoe beperken. Het gerecht heeft de zaak opgegeven, als zijnde enkel toe te schrijven aan een noodlottig toeval; men zou mij dus niet bijstaan in mijne pogingen.quot;

«En waarom kunt gij ook niet aannemen dat het een licht verklaarbaar ongeluk is geweest?quot; vroeg Otto, haar nog altijd onafgebroken aanstarende, als zocht hij haar zijn wil op te dringen: »De schout bij nacht kan uitgegleden zijn of wel gestruikeld. Geloof mij, freule, overtuig u daarvan en gij zult weder tot rust komen. Uw vader zelf zou de eerste zijn geweest om u te smeeken u niet door het mysterie van zijn dood het leven te laten vergallen.quot;

«Ik dank u in elk geval voor uwe belangstelling,

ocr page 50

46

mijnheer,quot; sprak Werna zacht: „uw vader staat daarginds, vergeef mij zoo ik hem een oogenblik ga begroeten.quot;

En op den grijsaard toetredende, die juist met den koning was teruggekeerd en nu sedert een minuut geheel alleen tegen een deurpost geleund stond, omklemde zij zijne breede hand en zeide, met hare welluidende stem, waarin thans zooveel medelijden opgesloten lag:

„Misschien herinnert ge u Werna von Adlersfluch nog wel, generaal; ik ben blij u weder te zien.quot;

Aangenaam verrast, hield de blinde haar handje tusschen zijne vingers vast.

„Zeer zeker heb ik uw beeld nog altijd voor oogen, en zelfs zou ik u overal aan uwe stem hebben herkend. Gij hebt veel verdriet gehad, arm kind, sedert wij elkander het laatst ontmoetten.quot;

„Gij ook, mijnheer. Wij hebben beiden een onherstelbaar verlies geleden; doch er komen ook nog zonnige dagen in ons leven voor, en voor u moet die van heden al heel gelukkig wezen.quot;

ja, dat is hij ook. Sedert ik het daglicht niet meer aanschouwen kan, is mij nog slechts één droom overgebleven: mijne kinderen gelukkig te weten, en mijn zoon vooral is mijn trots, zoo goed als mijne jeugd die nog eenmaal tot mij wederkeert. Het is waar, wij hebben niet dezelfde opvattingen omtrent het leven en het jongere geslacht ziet alles onder een ander licht; misschien zullen zij eindigen tot dezelfde uitkomsten te geraken als wij; Otto althans heeft nu den voet in den stijgbeugel om het zeer ver in de wereld te brengen.quot; „En uwe dochters? Maken zij het goed?quot;

„Ik dank u. Zij zijn nog geheel dezelfden die gij vroeger gekend hebt. Marie vol levenslust, en nergens zoo gelukkig als op de partijen der wereld, waarheen hare moeder haar trouw vergezelt, en mijne Adelheid, die hare jeugd aan mijne zijde slijt en nooit moede wordt mij met de grootste liefde te verzorgen.quot;

ocr page 51

47

I,Ja, ik begrijp dat, Adelheid heeft mij altijd bijzonder aangetrokken,quot; antwoordde Werna vol gloed: «meer dan eens heb ik het betreurd dat wij niet door eene nauwere vriendschap verbonden werden dan het geval was; maar ik verliet de residentie op het oogenblik zelf dat wij elkander meer begonnen te zien. Gij zult haar, hoop ik, wel voor mij willen groeten.quot;

«O! zeker; maar gij komt toch nu en dan te Holm-ford, niet waar?quot;

„Ja, mijnheer, de dagen dat het hof er is.quot;

«Welnu, gun dan ons van tijd tot tijd een uwer vrije uren. Ik verzeker u dat uwe bezoeken ons altijd evenveel genoegen zullen doen.quot;

Het jonge meisje beloofde hem van de eerste de beste gelegenheid gebruik te zullen maken om aan zijne uitnoodiging gehoor te geven, en zij verliet hem met een zoet gevoel in het hart, alsof zij onverwacht oude, dierbare vrienden weergevonden had. Het was de eerste vreugde welke sedert vele dagen tot haar kwam. Sedert het feest op Vredenborg was zij ten prooi geweest aan een groote verbittering. De woorden van den prins klonken nog altijd in hare ooren voort, en welk eene moeite Carl zich ook gaf om haar eerbied te bewijzen, en aldus te herstellen wat Pauline's wrok hem had doen misdrijven, zij hield hem op een ongenaakbaren afstand en meende somtijds dat zij hem haatte. Hij had haar getroffen in hare fierheid en Werna was eene hoogmoedige. Zij kon hem zijne vrees niet vergeven. Zij in de vorstelijke familie willen binnendringen ? Zij prins Eugenius liefhebben ? Maar verdacht hij haar dan zoo weinig trots te bezitten, dat zij haar hart niet aan hare eigenwaarde zou weten op te offeren ?

Een oogenblik nadat zij met den generaal gesproken had naderde Carl haar.

„Freule,quot; zeide hij, zacht genoeg om niet door iedereen gehoord te worden: „De koningin laat u ver-

ocr page 52

48

zoeken over een half uur tot haar te komen in hare bijzondere vertrekken. Mijne moeder heeft zich vermoeid gevoeld, en is bevreesd anders niet op tijd gewekt te worden.quot;

„Ik zal gaan, Monseigneur,quot; antwoordde zij opkoelen toon.

Carl zag haar droefgeestig aan en vroeg:

Draag gtj allen die u onwillekeurig kwetsten, zulk een hardnekkigen wrok toe?quot;

Zij sloeg hare groote, sombere oogen naar hem op en antwoordde:

«Ik koester geen wrok tegen Uwe Hoogheid, daartoe zou ik uit het oog moeten verliezen welk een afstand ons scheidt.quot;

«Is dit eene zinspeling op ons gesprek, den avond van het feest? Stel u gerust, zoo gij meent dat ik nog niet overtuigd ben van uw onverbiddelijken trots op dat punt. Ik ken u thans genoegzaam om te weten dat gij den man, die het ongeluk zou hebben u lief te krijgen, zonder aarzelen prijs zoudt geven aan uwe hooghartigheid, indien deze zich stelde tusschen u en hem.quot;

«En indien dat zoo ware, dan zou Uwe Hoogheid mij daarvan geen verwijt kunnen maken.quot;

«Neen, ik zou er u alleen om benijden.quot;

«Het verstand moet over het hart weten te zegepralen,quot; hernam zij als in een droom: «Andere vrouwen zouden in een dergelijk geval of wel op de vlucht gaan, of wel bezwijken. Ik zou een en ander onwaardig achten. Het gansche leven kan voor ons toch niet saamgevat worden in één enkel mensch.quot;

«Men ziet wel dat gij nimmer hebt liefgehad, of wel gij zoudt anders spreken.quot;

«Dat geloof ik niet, monseigneur. Enkele vrouwen schijnen als geheel en al te verdwijnen voor het voorwerp harer gehechtheid; geen eigen wil of gedachten te hebben, zich als 't ware op te lossen in dat andere

I

ocr page 53

49

bestaan; maar ik weet vooraf, dat hoe groot ook het gevoel zou zijn dat ik ooit aan iemand zou schenken, ik mijzelve zou blijven, mijzelve vooral in mijn hooghartigheid.quot;

»En gij meent aldus aan eiken tweestrijd te ontkomen. Pas op, fiere naturen lijden meer nog dan nederige harten.quot;

„Het zij zoo. Lijden schrikt mij niet af.quot;

„Ook niet voor anderen?quot;

„Waarom vraagt Uwe Hoogheid mij dat?quot; en zij zag hem daarbij doordringend aan.

„Omdat ik mij het gesprek herinner dat ik, niet later dan gisterenavond, met een mijner vrienden had, met een ongelukkige, die eene vrouw had lief gekregen, even fier als gij. Hij ontvluchtte haar, in de hoop dat haar beeld nog niet onuitwischbaar in zijn hart gegrift zou wezen; maar elke dag die er voor hunne scheiding verliep, maakte haar slechts dierbaarder aan zijne ziel, totdat hij zich overwonnen gevoelde en bereid was haar zijn toekomstige keizerskroon aan te bieden. Ik hield hem daarvan terug, wetende welk antwoord hem wachtte. Indien ik welsprekend ware, zou ik u zijne wanhoop schetsen, maar ik heb nooit mijne indrukken onder woorden kunnen brengen; het zij u genoeg te weten dat hij drie uren lang als een waanzinnige tegenover mij zat, alvorens ik hem durfde alleen laten. Ik zag hem hedenmorgen weer, als geheel versuft van smart. Een vorst aan wien men zijne staten, zijn land, zijn have en goed ontnomen had, kon geen volkomener toonbeeld van droefheid opleveren. Zegt dat alles u niets?quot;

Werna huiverde.

„Ja, de aanblik van lijden moet ontzettender zijn, dan er zelf onder gebukt te gaan,quot; mompelde zij.

„Uw antwoord zegt mij dat gij barmhartig kunt zijn,quot; sprak de prins haastig: „welnu, laat mij dan zijne zaak bij u bepleiten. Hij verkeert in een geheel bij-

ocr page 54

50

zonder geval. De vrouw, die hem door het leven zou willen volgen, zou in zijn land vol liefde ontvangen worden, door zijn volk op de handen worden gedragen. Voor haar zou geen enkele vernedering te duchten zijn: Freule von Adlersfluch, mag ik prins Diamantino gelukkig maken met een woord van hoop? O! weiger mij dat niet al te spoedig. Gij zult mij willen zeggen dat gij hem nauwelijks kent; dat hij zijn gevoel voor u zoodanig verborgen heeft gehouden dat gij onmogelijk nog over dit alles hebt kunnen nadenken; maar vergun hem slechts te hopen, en hij zal uit Holmford op Vredenborg wederkeeren en u in alles zijne groote liefde bewijzen. Hij is bruin, dat is waar, maar nooit heb ik edeler ziel, of een ontwikkelder geest bewonderd; nooit heb ik iemand zulk een hechte vriendschap toegedragen. Niemand is uwe liefde zoozeer waard.quot;

Werna's oogen flikkerden van toorn, en zij sprak met trillende stem:

„Het is de tweede maal, prins, dat gij er genoegen in schijnt te vinden mij te beleedigen. Na mij eerst gewaarschuwd te hebben mij toch vooral niet te hechten aan een vorst, komt gij mij thans bezweren de gemalin te worden van een toekomstigen keizer. Qij schijnt wel doordrongen van de meening dat ik eene eerzuchtige ben.quot;

„Helaas! neen; anders zou ik vrij wat meer hoop voeden voor mijn armen vriend.quot;

„Hoe het ook zij, indien Uwe Hoogheid zich met het overbrengen mijner woorden wil belasten, dan verzoek ik haar aan den prins te zeggen hoezeer ik door zijne gevoelens voor mij getroffen ben, maar dat ik hem geen liefde toedraag en dat ook nooit zal doen.quot;

„Qij wilt mij toch niet doen gelooven dat bij u nog het vooroordeel zou bestaan, dat kleingeestigen tegen kleurlingen koesteren?quot;

„Neen; ik begrijp dat eene vrouw haar gansche hart zelfs aan een neger weg kan schenken; maar indien

ocr page 55

51

ik eenige gehechtheid voor hem in mij voelde oprijzen, zou ik haar van den aanvang af onderdrukken. Qij wilt mij verzekeren dat ik welkom zou zijn in zijn land; het is mogelijk dat eene Europeesche vrouw ■eenigen glans aan zijn troon zou verleenen; maar er blijven andere vorstinnen over in zijn werelddeel, andere prinsessen van den bloede, die aanspraak kunnen maken op de eer uit zijne handen de kroon te ontvangen, en zij zouden niet nalaten mij te herinneren aan mijne nederige geboorte. Zelfs een minachtende blik zou mij te veel zijn. Het voorstel dat gij mij doet moge ieder ander als eene hooge eer voorkomen, mij is het te weinig.quot;

„Te weinig?quot; herhaalde Carl: „maar wat eischt gij dan van het leven?quot;

„Niets of____alles. En dat alles kan zich voor mij

alieen vertolken in een onbegrensd, een volmaakt geluk. Ik ben niet zeker dat het ooit tot mij zal komen. Maar zoo het dat doet, zal het zijn de vrouw te worden van een man van gelijken stand en gelijke opvoeding als ik; die mijne denkbeelden zal deelen; die mij in alles begrijpen, in alles steunen zal; wiens ouders evenzeer de mijne zullen worden, alsof ik waarlijk hun kind ware geweest. Zonder dat is geen vreugde mogelijk in een gezin.quot;

„Ik zie wel in dat gij onverbiddelijk blijft,quot; sprak de prins op koelen toon: „en tevens dat wij nimmer vrienden zullen worden.quot;

„Vriendschap is tusschen ons niet mogelijk. Monseigneur. Qij staat daartoe te hoog, en onze opleiding was daarvoor te verschillend. Wij zouden elkander onophoudelijk krenken; de ondervinding heeft ons dat reeds geleerd. Wil in mij voortaan dus nog slechts de eerbiedige hofdame uwer Koninklijke moeder zien.quot;

Deze woorden waren zoo trotsch gesproken, dat Carl diep gekrenkt voor haar boog en zich verwijderde.

„Wilt gij mij veroorloven u het park rond te ge-

ocr page 56

52

leiden?quot; sprak op datzelfde oogenblik Olio's stem.

Bijna vertoornd over deze plotselinge vriendelijkheid, nu zij er behoefte aan gevoelde met hare gedachten alleen te blijven, antwoordde Werna haastig:

»lk dank u, maar Hare Majesteit wacht mij.quot;

En zij verliet de zaal. Het halve uur was nog lang niet verstreken. Zij zocht daarom hare eigen kamer op en wierp zich daar neder op eene sofa.

„Heeft hij mij dat alles gezegd om mijne oprechtheid op den proef te stellen ?quot; prevelde zij, terwijl twee groote tranen van toorn aan hare oogen ontsnapten: „OI dat hofleven! hoezeer zou ik wenschen er aan te ontkomen! Het verstikt mij als een looden gewicht dat op mijn hart is nedergedaald. Het was dragelijk zoolang hij afwezig bleef, hij van wien ik mijn vader met zooveel geestdrift heb hooren verhalen! Maar nu, o! nu, zou ik er aan willen ontkomen als aan een hel. Doch hij zou gelooven dat mijn vertrek eene vlucht beteekende, en dat mag niet zijn. Neen, ik zal blijven, welke vernederingen mij ook nog wachten mogen.quot;

Heel den verderen dag bleef zij onafgebroken aan de zijde der koningin.

HOOFDSTUK IV.

Het bezoek door Werna aan de familie Falkenstein afgelegd, veranderde op eens de vijandige gevoelens, welke Otto's moeder jegens haar gekoesterd had, in de vurigste bewondering. Het jonge meisje was er enkel heengegaan om gehoor te geven aan de uitnoodiging van den generaal, dien zij evenzeer achtte als zij zich tot Adelheid aangetrokken voelde. Zij had daarbij geen oogenblik gedacht aan den zoon, en zij vermoedde weinig welk eene hoop deze eenvoudige daad van vriendelijkheid in het leven riep.

Haar vader, die zich geen andere weelde veroorloofd

ocr page 57

53

had, dan een groot deel zijner inkomsten te besteden aan het lenigen van zeerampen en de aalmoezen welke hij onder de weduwen en weezen van visschers en matrozen uitdeelde, had haar een aanzienlijk vermogen nagelaten; hare betrekking aan het hof bracht haar in dagelijksche aanraking met den jongen adjudant; zij scheen vriendschap met zijne familie aan te willen knoopen; meer was er niet noodig om mevrouw von Falkenstein allerlei luchtkasteelen te doen bouwen. Otto was altijd haar lieveling geweest. Zelfs zijne vele dwaasheden hadden hem niet kunnen verkleinen in hare oogen. Zij noemde het eene wreedheid van het lot, dat hij niet in de wieg was gelegd met een vorstelijk fortuin, hij die zoo goed wist aan te geven op welke wijze men geld verteeren moest; en het was steeds haar droom geweest dat hij een rijk huwelijk zou doen.

Bij de vraag of hij geschikt was eene vrouw gelukkig te maken, had zij nooit, stilgestaan. Dat moest hare schoondochter zelf maar weten. Het eenige wat er op aankwam in hare oogen was zijne eigene levensvreugde, en zij begreep dat deze alleen door eene groote weelde verzekerd kon worden.

Werna zag zich dan ook overstelpt met vriendelijkheden van hare zijde, wat niet wegnam dat zij zich vrij wat meer met den grijsaard en zijne oudste dochter bezighield, en Adelheid dringend uitnoodigde haar dikwijls op te komen zoeken in hare vrije uren.

«Vader,quot; sprak het jonge meisje dienzelfden avond, nadat zij den blinde naar zijne slaapkamer had geleid, en als gewoonlijk nog een oogenblikje bij hem na bleef praten: „zijt gij ook zoozeer op dat huwelijk gesteld als mama? Ik hoorde u zoo weinig antwoorden opal hare plannen.quot;

Een vluchtige blos verspreidde zich over de edele gelaatstrekken van den ouden officier en hij zeide eenigszins aarzelend:

ocr page 58

54

„Ik moet wel bekennen dat, als het zijn kon, dat zij eijcander Herkregen, ik bijzonder gelukkig zou zijn over Otto's keuze.quot;

Adelheid had naast hem plaats genomen op een sofa en liet het hoofd tegen zijn schouder rusten, terwijl zij antwoordde:

„Dat begrijp ik; maar zoudt gij u evenzeer kunnen verheugen over die van Werna?quot;

„Uw broeder heeft slechts een lichtzinnig, maar geen slecht karakter, kind. Met de jaren zal hij verstandiger worden, en zoo hij ai geen zeer aangenaam humeur bezit, dan heb ik dat altijd toegeschreven aan geldgebrek, wat op zou houden met die vereeniging.quot; Adelheid zuchtte diep en zeide:

„Ik wilde dat ik er over denken mocht zooals gij, vader; maar ik zou het zoo ontzettend vinden, indien Werna, die reeds zooveel leed gekend heeft, nu ook nog rampzalig werd door haar huwelijk. Het hofleven mag haar misschien niet in alle opzichten bevredigen, zij feidt nu toch een rustig bestaan, en is omgeven van de moederlijke zorgen'der koningin; wat zal het echter wezen indien zij met Otto trouwt? Ik misken hem niet! hij kan zeer aardig wezen in gezelschap; hij bezit zeer zeker tal van goede hoedanigheden; doch ik vrees dat hij maar bitter weinig hart heeft. O! ik bid u, zoo wij beiden niets zullen doen om die verbindtenis tegen te gaan, laat ons tenminste niets beproeven om haar in de hand te werken. Ik ken u en ik weet vooraf dat gij er later eene onbeschrijfelijke wroeging over zoudt gevoelen, zoo het blijken mocht dat Werna ongelukkig was.quot;

„Ja, liefste, dat beloof ik u; zelfs zal ik trachten te voorkomen dat uwe moeder er al te zeer bij Otto op aandringt. Gij weet trouwens dat hij zelf niet op het jonge meisje gesteld is; dat alleen reeds maakt de zaak veel onwaarschijnlijker.quot;

ocr page 59

55

«Ja, dat zou haar onwaarschijnlijk maken,quot; mompelde Adelheid, toen zij zich een oogenbiik later in hare kamer

bevond: „Indien____ Otto niet bereid was alles voor

geld te doen. Arme vader, hij die zooveel van hem houdt, heeft mij zeker heel hard moeten vinden. Hij kan ook weinig vermoeden hoeveel het mij reeds gekost heeft nu en dan de treurige werkelijkheid voor hem te verbloemen. Al mijne sieraden zijn een voor een verdwenen, slechts de juweelen armband mijner peettante blijft mij nog over, en deze zal ook wel spoedig ten offer moeten worden gebracht. Maar wat is het mij niet waard voor hem verborgen te houden dat zijn eenige zoon zulk een speler is! Werna's fortuin zou verdwijnen in een bodemloozen afgrond, want van dien hartstocht geneest men nooit. O! maar zoo hij het waagde haar het hof te maken, ik geloof dat ik haar waarschuwen zou. Men mag zijn eigen rust niet koopen met het ongeluk van anderen.quot;

Zij overdreef den toestand niet; Otto von Falkenstein speelde, en zoo hij dat aanvankelijk slechts gedaan had in de hoop van te winnen en daarmede zijne dwaze uitgaven te kunnen bestrijden, het spel was weldra de groote hartstocht geworden die zijn leven beheerschte. Hij was echter als die dronkaards die zich opsluiten in hunne kamer om het helsche vocht in te zwelgen, hij verborg zijn spelen zooveel hij kon en alleen dan wanneer hij nergens meer geld wist te krijgen, wendde hij zich tot Adelheid, die al de kostbare juweelen eener oudtante geërfd had, en op wier afgodische kinderliefde hij rekende, om zijn vader het verdriet te besparen hem in zijne oogen onteerd te zien. Tot dusverre was dit telkens zeer goed geslaagd. De oudste zuster had hem aanvankelijk met zachtheid behandeld, en getracht op zijn gevoel te werken; toen dit ijdel was gebleken, had zij hem bejegend met eene koele hooghartigheid, welke hij haar niet vergaf, waarvoor hij

ocr page 60

56

hoopte haar den een of anderen dag te doen boeten.

Maar zelfs deze bron was bijna uitgeput. Hij wist, even goed als zij zelve, dat haar nog slechts die eene bracelet overbleef, en deze kon hoogstens dienen om hem nog een half jaar staande te houden. Het werd dus hoog tijd dat hij uitzag naar de een of andere rijke partij.

Werna? Ook zijne gedachten hadden bij dat beeld stilgestaan, aanvankelijk slechts om dat visioen vol afschuw te verwerpen, maar hij was er zoo vaak op teruggekomen dat hij geëindigd was er mede verzoend te raken, en op zekeren dag dat prins Carl hem lachend vroeg of hij van plan was altijd ongetrouwd te blijven antwoordde hij:

„Voor een zeeman zou dat zeer zeker vrij wat wijzer zijn maar helaas! het hart luistert zelden naar het verstand.quot;

„Gij zegt dat op een toon alsof gij waarlijk reeds verliefd waart!quot; schertste Carl.

„Dat is ook het geval, Monseigneur,quot; antwoordde Falkenstein, aanstonds berekenende dat de prins hem slechts zou kunnen helpen, als hij, gelijk zeer waarschijnlijk was, de zaak aan zijne moeder vertelde: «Alleen weet ik nog niet of ik hopen mag.quot;

„Nu zijl gij wat al te nederig. Ik ben overtuigd dat gij alle kansen voor u hebt.quot;

„Maar Uwe Hoogheid weet niet op wie mijne keuze zich gevestigd heeft____quot;

„Ik kan dat moeilijk raden, aangezien ik u nooit met uwe kennissen hebt gezien.quot;

„Uwe Hoogheid zag mij wel met haar. Het is freule von Adlersfluch.quot;

„Zij?quot; riep Carl onwillekeurig uit, terwijl zich een wolk over zijn voorhoofd verspreidde: „trouwens waarom zou ik mij daarover verwonderen ? Zij is werkelijk zeer schoon, en schijnt eene zonderlinge betoovering over het hart der mannen uit te oefenen.quot;

ocr page 61

57

„De vraag is maar of zij mijn aanzoek niet af zal wijzen. Tot dusverre heeft niets in hare houding mij verraden of mijn bijzijn haar welkom was of niet; zij is zoo in zichzelf gekeerd dat men moeite heeft hare gevoelens te raden.quot;

„Zij kan integendeel zeer goed te kennen geven of zij vijandig gestemd is tegen iemand, en indien zij opgemerkt heeft dat gij haar bemint en zij heeft uw gezelschap sedert dien niet vermeden, dan komt het mij voor dat gij alle reden hebt te hopen.quot;

'Hij had deze woorden op luchtigen toon geuit en toch was hij blijde het gesprek op een ander onderwerp te kunnen brengen. Al wat Werna betrof deed hem pijnlijk aan; hij die nimmer eenig sterveling had gehaat, meende bij oogenblikken een soort afschuw te gevoelen wanneer hij aan de hofdame zijner moeder dacht. Hare houding verwonderde hem, hoe onberispelijk beleefd zij ook wezen mocht. Niemand kon hem met grooter eerbied toespreken, wanneer zij daartoe gedwongen werd; maar hij las in elk harer blikken; hij vernam in elk harer toch zoo hoffelijke woorden, dat zij vijanden waren, en dat zij hem nooit vergaf zich tot tweemaal toe met hare hartsaangelegenheden bemoeid te hebben. Waartoe ook had zij zich daardoor gekrenkt behoeven te gevoelen? Waarom moest zij zoo duldeloos trotsch wezen? Het zou bijna een verademing voor hem zijn als zij trouwen kon en daardoor hare betrekking neêr moest leggen, zoodat hij niet altijd den verwijtenden blik harer sombere oogen op zich behoefde te voelen rusten.

Maar was Falkenstein wel de man om haar gelukkig te maken? Hij wist niets af van zijn hartstocht voor het spel, doch hoe zorgvuldig de jonge adjudant ook gepoogd had zijne vele gebreken te verbergen, reeds had de prins opgemerkt hoe weinig vast zijne beginselen waren, en het denkbeeld dat Werna voor altijd met

ocr page 62

58

hem verbonden zou zijn, deed hem huiveren voor hare toekomst. O! zeker, zij verdiende beter dan dat, en hij zou zich wel wachten Otto in deze behulpzaam te zijn. Waarom ook had zij den zwarten prins verstoeten, die thans Ragnarland ontvlucht was, om te trachten in andere streken haar tooverbeeld te vergeten? Hij zou haar aangebeden hebben zijn leven lang, terwijl zij misschien de echtgenoote zou worden van een licht-zinnigen man, die na eenige maanden van vergoding, volkomen onverschillig voor haar zou zijn.

Maar wat behoefde hij zich daarover te bekommeren ? Dacht hij ooit na over het lot der andere hofdames? Hij trachtte zijne belangstelling in eigen oogen te verontschuldigen door tot zichzelf te zeggen dat het de herinnering aan haar vader was, die hem daartoe dreef, en hem ook noopte, ondanks de vijandschap welke tusschen hen heerschte, nog telkens het woord tot haar te richten.

Van dat oogenblik af sloeg hij haar aandachtig gade, zoodra Otto tegenwoordig was, en meer dan eens scheen het hem toe dat er een ongewone gloed in hare oogen kwam, wanneer zij met den adjudant sprak. Hij, die niet hoorde waarover hun gesprek handelde, kon niet vermoeden dat het niet anders dan de aandoening was, waarmede zij op het ongeluk zijns vaders zinspeelde, of diens bewonderenswaardige gelatenheid roemde.

Op zekeren avond dat men in de vertrekken der koningin bijeen was, trad de koning binnen en klopte in het voorbijgaan prins Carl op den schouder.

«Mijn zeeman zal weêr moeten varen,quot; zeide hij op vroolijken toon: „Ragnarland zendt een eskader naar Egypte, waar de Engelschen al te zeer heer en meester gaan spelen; alle Europeesche mogendheden protesteeren daartegen, en wij kunnen niet achterblijven. Het is mijn wensch dat gij het bevel over onze schepen op u zult nemen.quot;

ocr page 63

59

„Zal zijne reis lang duren?quot; vroeg de koningin angstig.

«Vijf a zes maanden hoogstens. Önze vlag moet zich eenvoudig evenals de andere vertoonen, en daarna zal men een kruistocht door de Middellandsche Zee maken en eenige voorname havens aandoen.quot;

„Niets zal mij liever wezen,quot; verklaarde Carl, op eens als eene groote verademing gevoelende, bij het denkbeeld dat hij van daar zou gaan.

Zijn blik zocht onwillekeurig Werna's gelaat. Zou zij het vooruitzicht op Otto's vertrek betreuren of niet? Maar zij had de oogen neêrgeslagen en op hare trekken viel niets te lezen.

Men bleef geruimen tijd bijeen, daarna begaf de koningin zich, op Werna's arm geleund, naar hare slaapkamer, en gingen ook de verdere leden van het gezelschap uiteen. Carl alleen, die een tijdschrift gevonden had, waaruit hij nog een artikel wilde inzien, had zich in een leuningstoel neergeworpen, en was geheel in zijne lectuur verdiept, toen hij een deur hoorde openen en de jonge hofdame binnentrad.

«Vergeef mij,quot; sprak zij aanstonds: «ik wist niet dat Uwe Hoogheid zich nog hier bevond, en ik kwam mijn handwerk oprollen.quot;

De prins was overeind gerezen.

«Ik bid u, ga daarom niet heen,quot; zeide hij ernstig: «Gij zult zoo spoedig voor geruimen tijd van mijn gezelschap ontslagen zijn, dat die gedachte u zal troosten over de enkele minuten die gij onverwacht met mij door moet brengen.quot;

Werna begon haastig haar werk bijeen te garen, maar juist de snelheid waarmede zij gereed wilde komen, was oorzaak dat haar werktaschje haar ontsnapte, en al haar gouden gereedschap op den grond rolde. Carl hielp haar alles weder oprapen, en terwijl hij daarmede bezig was, hernam hij:

«Gij wilt mij als een vijand beschouwen, freule, en

ocr page 64

•60

toch zou ik u zoo gaarne gelukkig zien, dat ik u ronduit eene vraag wil doen; gij hebt gehoord dat ik binnen kort van hier zal gaan; gewoonlijk neem ik aan boord slechts een adjudant mede, om de officieren die onder mijne bevelen staan, beurtelings ook als dusdanig dienst te laten doen. Ik alleen heb te kiezen wie der heeren van het gevolg mij vergezellen zal, en ik zou willen weten of gij mijne keuze wildet bepalen.quot;

„Ik monseigneur?quot; riep zij uit, niet anders meenende of hij dreef den spot met haar.

„Ja, gij, want ik zou niet willen dat gij lijden zoudt onder de afwezigheid van een hunner.quot;

Ditmaal zag zij hem strak in het gelaat.

„Ik weet niet wat Uwe Hoogheid bedoelt,quot; antwoordde zij: «maar ik verzoek haar het mij te zeggen.quot;

«Vergeef mij zoo ik mij vergiste; maar ik sprak in de veronderstelling dat uwe verloving met Otto von Falkenstein spoedig bekend zou worden.quot;

Een bittere trek plooide Werna's lippen.

«Alweer een huwelijk!quot; zeide zij: «Uwe Hoogheid is waarlijk al te goed zich dermate met mijne toekomst bezig te houden; ik geloof niet dat haar adjudant ooit daaraan gedacht heeft.quot;

« Dan vergist gij u, hij zelf vertrouwde mij zijne gevoelens voor u toe, en hij zag haar doordringend aan.

«Ik hoop, dat hij het bij die bekentenis zal laten,quot; sprak het jonge meisje, op wier gelaat een pijnlijke trek verscheen: het zou mij onbeschrijfelijk veel kosten zijn vader en zuster leed te doen; maar ik zou daartoe wel gedwongen wezen, indien hij om mijne hand vroeg.quot;

«Is uw hart dan zoozeer gepantserd tegen liefde?quot; vroeg de prins, op haar neerziende, gelijk zij daar voor hem stond, zooveel tengerder dan hij, en toch zoo rijzig en schoon. «Zal het nooit uit zijn doodslaap ontwaken?quot;

«Ik weet het niet,quot; antwoordde zij, op droomerigen

ocr page 65

61

toon. i/Somtijds geloof ik geschapen te zijn om het leven eenzaam door te gaan.quot;

«Dan zoudt gij ongelijk hebben; meer dan iemand anders zijt gij bestemd tot geluk.quot;

„Ik?quot; herhaalde zij, ongeioovig.

„Ja, want gij zijt geschapen om bemind te worden. Gij ziet het wel, allen die u naderen ondergaan de begoocheling dat gij hun leven met uwe liefde zoudt kunnen zegenen. En gij meent altijd koud te zullen blijven gelijk gij het heden zijt geweest, gij waant dat er nooit een dag zal komen waarop ook voor u het heelal zich zal oplossen in één enkel leven? Geloof het niet: zij die hun hart eerst langzaam wegschenken, zijn ook degenen die het innigst weten te beminnen; en het uur zal slaan, waarop gij u overwonnen zult gevoelen en zelfs uw trots als niets meer zal zijn.quot;

Werna, die de oogen neergeslagen had gehouden zoolang hij sprak, hief thans met eene zekere afmatting den blik weder naar hem op.

«Is het om mij tot dit huwelijk te bewegen dat gij mij dat alles zegt?quot; vroeg zij.

«Neen, dat zweer ik u. Ik vreesde zelfs voor u dat gij Falkenstein's liefde zoudt deelen; hij is een best mensch, maar veeleer berekend om heel zijn leven lang ongetrouwd te blijven. Gij zult thans voor eenige maanden van hem ontslagen zijn, en u zeker ook reeds verheugen mij een tijdlang niet te zien?quot;

Hij had verwacht en gehoopt dat zij zich haasten zou hem van het tegendeel te verzekeren; ook al zou hij daarin slechts een beleefdheidsvorm hebben gezien, het ware hem toch lief geweest haar die woorden van vrede te hooren uitspreken; maar zij blikte hem somber aan en zeide:

«Ja ik zal blij zijn om het vertrek van Uwe Hoogheid. De vijandschap welke tusschen ons bestaat en slechts vergroot wordt, zoo vaak wij elkander zonder getuigen

ocr page 66

62

spreken, prins, verbittert mijn dageüjksch leven, doet mij tot zelfs het vroeger zoo dierbare Vredenborg haten. Zoodra gij teruggekeerd zult zijn, hen ik voornemens een poosje naar vrienden mijner ouders te gaan. Alisschien, als wij elkander over een halfjaar wederzien, zullen wij geleerd hebben elkanders bijzijn te verdragen. Er zijn meer zulke onoverwinnelijke antipathieën op aarde door den tijd in onverschilligheid overgegaan.quot;

„Ik wist niet dat gij zoo hevig tegen piij gestemd waart,quot; zeide Carl, wiens mond een pijnlijken trek verkreeg; „anders zou ik hier niet zoo lang gebleven zijn, om u in uwe bezigheden te storen. Goeden nacht, ik vraag u nog eenmaal om verschooning.quot;

En voor haar buigende wilde hij het vertrek verlaten, toen hij zich omwendde en zeide:

„Ik zal nu waarschijnlijk denzelfden bodem aanvoeren waarover uw vader laatstelijk bevelhebber was; gij ziet dat ik minder gelukkig ben dan gij en dat ik zelfs tijdens mijne afwezigheid onwillekeurig aan u herinnerd zal worden.quot;

Daarop verdween hij, haar aan de zonderlingste stemming ten prooi latende. Zij was boos op zichzelve hem opnieuw beleedigd te hebben, en toch gevoelde zij dat het waar was wat zij gezegd had; dat het nimmer vrede tusschen hen zou kunnen worden. Hij had daartoe hedenavond eene poging aangewend, dat erkende zij, maar hij had haar daarmede slechts nieuwe pijn berokkend en zij had zich gewroken door hem te bekennen hoezeer zij zich over zijne reis verheugde. Ja, het zou alles anders worden op het paleis, als hij slechts eenmaal vertrokken was, zij zou weder kunnen ademhalen: niet altijd vervolgd worden door de kwellende vraag of hij komen zou of niet: zijne stem zou haar niet meer op doen schrikken als een verfoeide oorlogsmuziek: zij zou opnieuw zichzelve worden?

Reeds den volgenden dag moest Carl naar Holmford,

ocr page 67

63

otn alles met den minister van marine vast te stellen, en toen hij 's avonds op Vredenborg terugkeerde, zag hij er zoo afgemat en lijdend uit, dat Werna zich meer dan eens afvroeg of hij geen ziekte onder de leden had. Ook de koningin had de verandering opgemerkt, welke er in zijn uiterlijk was gekomen, en vroeg hem of hij zich ongesteld gevoelde.

„Neen, maak u maar niet ongerust moeder,quot; antwoordde hij, op schijnbaar luchtigen toon: „wij hebben wat lang doorgewerkt, de minister en ik, waarschijnlijk is het dat. Morgen zal men er reeds niets meer van bemerken.quot;

En hij trachtte zich zoo vroolijk mogelijk te betoonen, maar hoe spraakzaam hij ook mocht zijn, geen enkele maal richtte hij het woord tot de jonge hofdame, of rustte zijn blik op haar. Hij weigerde zelfs op beleefde doch besliste wijze het kopje thee dat zij voor hem ingeschonken had.

Otto had dien dag gebruik gemaakt van de uren die de prins op het ministerie door zou brengen, om naar zijne familie te gaan en was als een wervelwind binnen komen stuiven, op het oogenblik dat dé generaal en de zijnen hun tweede ontbijt gebruikten.

„Wat is er, Otto, dat gij er zoo knorrig uitziet?quot; was de eerste vraag die mevrouw von Falkenstein hem deed.

„Ja, dat kom ik nu juist vertellen,quot; zeide de jonge adjudant, zich op een stoel neerwerpende: «Een prachtig baantje voorwaar voor hoveling te spelen! Men wordt behandeld als een knecht en her- en derwaarts gezonden alsof men slechts een baal koopwaren was.quot;

„Zijne Hoogheid heeft u toch niet weggezonden?quot; vroeg de grijsaard, die hem niet begreep, en zijne stem nam een angstigen toon aan.

«Integendeel, hij is zoozeer op mij gesteld, dat hij in het geheel niet meer van mij schijnt te kunnen scheiden,quot; spotte Otto: „Nu, ik moet erkennen dat ik

ocr page 68

64

zijn gezelschap al moede ben en vrij wat liever thuis zou zijn gebleven; maar hij moest een zijner lijfstrawanten meenemen, en hij heeft mij gekozen.quot;

«Waarheen gaat prins Carl dan ?« vroeg de generaal, die weder ademhaalde.

«Met een eskader naar Egypte, de Middellandsche Zee en de Archipel, weet ik het? In elk geval blijven wij minstens vijf ijiaanden afwezig. Ik denk er dan ook sterk over Zijne Hoogheid te verzoeken een ander in mijne plaats te stellen.quot;

«Dat zult gij niet doen!quot; riep de grijsaard met kracht, terwijl zijn ijzeren vuist op tafel neerviel. «Een zoon van mij, iemand die mijn naam draagt, zou terugtreden voor een hem opgelegde taak ? Dat nooit, zoolang ik leef.quot;

«Maar gij begrijpt toch wel, vader, dat het gewichtige redenen moeten zijn, die mij verbieden mij te verheugen op hetgeen anders een pleizierreisje voor mij zou zijn geweest!quot; riep Otto kregelig.

«Er is niets op aarde gewichtig genoeg om ons van onzen plicht af te doen zien.quot;

«Laat hem allereerst uitspreken,quot; voegde de vrouw des huizes haar echtgenoot ongeduldig toe: «wat is er in die eer, want het is toch altijd eene onderscheiding voor u, mijn jongen, dat u hindert?quot;

«De tocht op zichzelf genomen zou heel aangenaam zijn, ik herhaal het,quot; klonk het antwoord: «maar de zaak is deze: ik verspeel er misschien alle hoop door Werna's hand te krijgen.quot;

«Dus waart gij besloten haar het hof te maken?quot; vroeg mevrouw von Falkenstein verheugd.

«Ik doe sedert eenige weken niet anders. Maar gedurende mijne afwezigheid kan zich een andere pretendent voordoen.quot;

«En waarom zoudt gij dan vóór uw vertrek den gewichtigen stap niet wagen?quot;

ocr page 69

65

«Omdat ik den kans niet wil loopen dat zij mij weigeren zou, Freule von Adlersfluch is zoozeer in zichzelf gekeerd, dat het den grootsten menschenkenner niet mogelijk zou zijn te bepalen wat er in haar binnenste omgaat. Bij oogenblikken zou ik meenen een heel eind gevorderd te zijn en onmiddellijk daarop is het alsof zij zich nauwelijks rekenschap geeft van mijne tegenwoordigheid.quot;

«Zij is misschien verstrooid gebleven sedert den dood van haar vader,quot; sprak de generaal.

«Mij dunkt, die gebeurtenis is toch lang genoeg ge-i leden om er niet altijd over voort te treuren,quot; zeide Otto bits: «Als zij mijne vrouw werd, zou ik haar ook allereerst leeren in het heden te leven. Maar voor het oogenblik weet ik zelf waarlijk niet wat te beginnen.quot;

«Vader zou misschien alles wel in orde kunnen brengen,quot; sprak Marie, die reeds voorzag welke schitterende feesten haar broeder zou geven, als hij maar eenmaal over Werna's fortuin te beschikken had.

«Hoedat?quot; vroeg Otto snel.

«Wel, dat is heel eenvoudig. Werna schijnt bijzonder op papa gesteld te zijn; als deze nu uwe zaak bij haar bepleitte en zeide dat jezelf daartoe de moed ontbrak, dan zoudt gij heel wat meer kans hebben te slagen; en ook al sloeg zij uw aanzoek af dan zou dat in zulke vriendelijke termen geschieden, dat gij later nog zeer goed persoonlijk op de zaak terug zoudt kunnen komen.quot;

«Gij hebt, zoowaar gelijk, en als uw plan gelukt, zal ik je een mooi cadeau geven voor dien gelukkigen inval. Wilt gij mij dezen dienst bewijzen, vader? Ik behoef u nauwlijks te zeggen hoeveel er voor mij afhangt van de vraag of ik haar jawoord zal verkrijgen of niet. Ik heb u tot dusverre nog niet veel reden tot tevredenheid gegeven; maar dat ellendtge geldgebrek zat mij ook altijd in den weg, verlamde al mijne krachten. Zoodra ik slechts eene onafhankelijke positie verwerven

5

ocr page 70

66

mag, zult gij mij een geheel ander mensch zien worden, en eenmaal nog trots op mij zijn. Gij houdt daarbij van het jonge meisje, en zult in haar eene derde dochter vinden. Niemand kan waardiger dan zij de overleveringen van ons geslacht voortzetten. Ik bid u, vader, help gij mijn levensgeluk veroveren.quot;

Op het gelaat van den grijsaard viel zulk een hevige tweestrijd te lezen, dat Adelheid, in haar angst dat hij voor Otto's smeekingen bezwijken zou, zijne hand in de hare greep en hem toefluisterde:

„Vader, herinner U dat Werna's vader uw vriend was, en dat hij niet meer daar is om over haar geluk te wakenquot; „En acht gij dat geluk dan soms bedreigd, als ik haar echtgenoot mocht worden?quot; vroeg de jonge man, dreigend op haar toespringende.

„Ja,quot; antwoordde de oudste zuster eenvoudig: „zoo gij hebben wilt dat ik mijn woorden toe zal lichten, dan ben ik bereid dat te doen.quot;

„Adelheid!quot; riep haar moeder toornig: „ik begrijp niet wat je bezielt. Men zou waarlijk zeggen dat gij uw broeder haat. Uwe koelheid jegens hem ergert mij reeds sedert jaren, en nu wenscht gij ook nog zijn geluk in den weg te staan; maar dat geluk is ook het onze en ik zal niet toelaten dat gij het vernietigt. Falkestein,quot; ging zij voort: „ik reken op u, om reeds morgen naar het jonge meisje te gaan, en al het mogelijke aan te wenden, om haar toestemming te verkrijgen.quot;

„Maar, Agnes,quot; prevelde de generaal: „Ik moet het nog met mijzelf eens worden of ik dat wel doen kan.quot;

„Dwaasheid! Het zijn enkel Adelheid's woorden die je aan het wankelen hebben gebracht; maar bedenk toch dat zij het leven niet kent, zij die altijd in huis leeft en het bestaan eener non leidt. Indien zij zich slechts een weinig in de wereld bewogen had, zou zij gezien hebben dat de jonge lieden, die in hunne eerste jeugd een weinig al te veel van pleiziermaken hebben

ocr page 71

67

gehouden, later de beste echtgenooten worden. Daarbij is Otto's betrekking aan het hof reeds op zichzelf een teugel, die hem breidelen zal, wanneer hij lust mocht gevoelen de eene of andere gekheid te begaan, en zal het voor Werna, die zoo geheel alleen op de wereld staat, een weldaad zijn op eens eene gansche familie weer te vinden.quot;

«Ik zou mij veel liever buiten de zaak houden,quot; sprak de grijsaard met moeite. Hij voelde zijn tegenstand zwichten, niet zoozeer omdat die dappere steeds beducht was voor huiselijke tooneelen, als wel omdat hij inzag van welk een onschatbare waarde dit huwelijk voor zijn zoon zou wezen; omdat hij droomde dat de jongeling ter liefde van zijne vrouw werkelijk een ernstig man zou worden.

Maar reeds hernam zijn echtgenoote:

«Dat zou in dit geval eene misdaad zijn. Gij, en gij alleen, kunt hier het geluk van ons kind verzekeren. Zult gij den treurigen moed hebben dat te weigeren?quot;

HNeen, ik zal gaan,quot; klonk het op gesmoorden toon.

Maar nauwelijks had hij dezen volzin uitgesproken of Adelheid boog zich smeekend tot hem over.

„Vader,quot; zeide zij, terwijl er brandende tranen langs hare wangen daalden: wtoen Cromwell op het punt stond het doodvonnis van Karei I te teekenen, kwam zijne dochter tot hem en bad Elisabeth Claypole hem handenwringend, toch geen haar van het hoofd van dien rechtvaardige te doen vallen. De Protector bleef onverbiddelijk maar toen Elisabeth stierf, verteerd van wroeging over het misdrijf van dien vader, dien zij tot daartoe aangebeden had, stortte hij aan haar stervenssponde bitterder tranen over zijne wreedheid, dan waarmede zelfs koningin Maria haar innig beminden gemaal had kunnen beweenen. O! herinner u dat; elke verkeerde handeling brengt vroeg of laat haar

ocr page 72

68

straf mede; Werna is een wees, gij kunt, gij moogt haar niet opofferen aan ons geluk.quot;

„Adeiheid,quot; riep hare moeder uit: «ga aanstonds naar boven; ik verkies u niet langer tegen onze belangen te hooren raaskallen.quot;

Het jonge meisje stond op.

„Vader,quot; smeekte zij nog eens, ziende dat de generaal het stilzwijgen bewaarde.

De blinde hief met inspanning het gebogen hoofd op en antwoordde, pogende te glimlachen :

„Ditmaal stelt gij u alles onder een te donker daglicht voor, mijn kind. Ik ben overtuigd dat Otto mij zijn eerewoord zal geven altijd goed voor zijne vrouw te zijn, en daarom zie ik niet in waarom ik langer aarzelen zou.quot;

„Zijn eerewoord,quot; luidde het somber; „voor het altaar zweren bruid en bruidegom voor God en de menschen elkander trouw om elkaar tot den dood toe liefderijken steun te zullen zijn. Toch is de wereld vol van echtgenooten die elkander het leven tot een hel maken, en denkt niemand er aan dergelijke meineedigen te verachten____«

„Zwijg,quot; riep de vrouw des huizes verwoed „zwijg en verwijder u.quot;

Adelheid gehoorzaamde, zonder dat haar vader er aan dacht haar terug te roepen.

HOOFDSTUK V.

Dien nacht had Werna een zonderlingen droom. Zij zag duidelijk het fregat weer, dat de laatste bodem was geweest waarover haar vader bevel had gevoerd. Zij kende de „Lodbrog!quot; want de schout bij nacht had haar meer dan eens daarheen gevoerd, en zij had zelf zijne kajuit willen meubelen, opdat hij zich geheel en al te huis zou gevoelen aan boord. Alles trad haar weder

ocr page 73

69

even levendig voor den geest, als had zij het pas gisteren aanschouwd; maar de commandant van het schip was veranderd; prins Carl bewoog zich op en neer tusschen al de voorwerpen welke hare hand daar geschikt had ; zij herkende hem aanstonds aan zijne hooge gestalte, aan zijne losse, bevallige manleren, ofschoon zijn edel gelaat van haar afgewend was en hij blijkbaar verdiept stond in gepeins.

Op datzelfde oogenblik werd de deur der kajuit geopend. Waarom hoorde hij het niet? Waarom begon haar hart op eens zoo luidde te kloppen, alsof zij een giftige slang had ontdekt ? Zij had den prins willen toeroepen, maar haar keel vermocht geen enkel geluid uit te brengen, en terwijl Carl van Ragnarland nog steeds door het venster van den achtersteven op de zee tuurde, sloop een gemaskerd persoon naderbij, die een dolk in de handen hield. Qroote God! was er dan een noodlot aan dat schip verbonden ? Moest hij sterven, gelijk haar vader bezweken was, door de hand van een sluipmoordenaar?

Maar neen, zij was er immers; zij zou niet toelaten dat hij haar vijand aanraakte. Hij behoorde haar toe, haar alleen; en op het oogenblik zelf dat de ellendeling het wapen ophiet om er den jongen vorst mede te doorboren, wierp zij zich tusschen beiden en ontving zelf den stoot in de borst.

Met een gil ontwaakte zij. Het koude angstzweet parelde haar op het voorhoofd, hare tanden klapperden. Alles was donker om haar heen. Zij waande zich nog altijd op de „Lodbrogquot;; het zonlicht had zeker geen getuige willen zijn van een dergelijk misdrijf en daarom was het zoo duister; misschien ook lag zij reeds uren in de kajuit uitgestrekt, en was het nacht geworden, zonder dat iemand den moord had opgemerkt; maar waar was de prins dan ; was hij bezweken dat hij haar niet te hulp was gesneld; Angstig tastte zij rond. Zij wilde

ocr page 74

70

hem vinden; trachten nog zijn wegstroomend bloed te stuiten, hem te redden. Wat was het leven haar waard zoo zij daar niet in slaagde, indien zij____?quot;

Eene huivering voer haar door de leden en zij kromp letterlijk ineen; zij wist thans dat zij gedroomd had: maar het gevaar waaraan zij den jongeling ten prooi had gewaand, had haar een blik doen slaan in haar hart, en met den woesten kreet: «O! mijn God, mijn God! Ik heb hem lief!quot; zonk zij snikkend in hare kussens achterover.

Dat was dan de oplossing van het onverklaarbare raadsel hoe zij, die weinig kwalijknemend van natuur was, zich telkens en opnieuw door hem gekrenkt had gevoeld, hoe elk zijner woorden, en tot zelfs zijn bijzijn haar pijn hadden gedaan. Zij had hem van den aanvang af bemind, maar het zichzelve niet willen bekennen, omdat hij zooveel hooger stond dan zij, en de eerste was geweest om haar tegen dergelijke gevoelens te waarschuwen.

Zij verklaarde zich nu ook waarom zij zich verheugd had over zijn naderend vertrek; waarom zij na zijne terugkomst wilde heengaan. Ja zij moest vluchten, hem voor altijd ontvlieden; hij mocht nooit raden welk een waanzin zich van haar had meester gemaakt, nooit zijn woorden bewaarheid zien dat de dag zou aanbreken waarop haar hart krachtiger zou blijken dan zelfs haar hoogmoed. Zij had hem iiefgekregen, niet omdat hij prins van den bloede was, integendeel, hoeveel zou zij niet gegeven hebben om in hem slechts een gewoon zeeofficier te kunnen zien, een man wiens lot aan het hare verbonden kon worden, wiens armoede door haar geld bezworen ware geweest! Maar wat haar in hem aangetrokken had, het was dat mannelijke, dat gulle, dat franke, dat zoo gunstig uitblonk naast het verwijfde en het gemaakte der andere heeren harer omgeving. Hij geleek in het jonge op haar vader; in hem leefde dat

ocr page 75

71

zelfde ridderlijke, wat zij zoozeer in den grijzen zeeman bewonderd had, en tot zelfs de onhandigheid waarmede hij de hartzaken had aangeroerd, die haar zoo gekwetst hadden, oefende eene soort betoovering op haar uit. Zij bewezen haar hoe weinig hij zijn tijd besteed had aan den omgang met vrouwen, hoe ongekunsteld zijn taal was gebleven.

Nu zij echter wist wat haar voor hem bezielde, moest zij een onoverkomelijken scheidsmuur tusschen hen oprichten. Zij, die zulk eene zelfbeheersching wist uit te oefenen, was bang dat zij zich door een blik, door een woord verraden zou; bang vooral dat hij bij hun afscheid op haar gelaat de ontroering mocht lezen welke hare ziel op dat oogenblik vervullen zou.

Wat moest zij aanvangen ? Indien zij thans reeds vertrok, moest zij eene gewichtige reden daartoe aangeven; zij kon de koningin onmogelijk verlaten, zonder haar tenminste eene week van te voren om verlof te hebben gevraagd, en Carl vertrok reeds over veertien dagen! Gedurende die week zou zij telkens in de gelegenheid komen zich te verraden; en daarenboven, zou de prins zich niet afvragen waarom zij nu juist heenging?

O! hij mocht haar geheim geen oogwenk zelfs vermoeden. Liever alles dan dat!

In hare radeloosheid wierp zij zich op de knieën en smeekte God haar uitkomst te zenden. Niets, neen niets zou haar te veel zijn om aan de wanhoop te ontkomen die zich van haar had meester gemaakt, aan de vrees dat hij haar zielestrijd mocht raden.

Heel den morgen bleef zij in deze gemoedsstemming. Zelfs de aanblik der koningin was haar thans pijnlijk; het kwam haar voor als zondigde zij tegen haar met deze liefde, die in hare positie ongeoorloofd was.

Gelukkig voor Werna was de prins reeds vroegtijdig naar Holmford gereden, zoodat zij hem ook aan het tweede ontbijt niet zag en zij duchtte nog altijd wat haar

ocr page 76

72

bij hunne eerste ontmoeting te wachten stond, toen men haar kwam aankondigen dat generaal Falkestein er was om haar een bezoek te brengen. Gelukkig over het vooruitzicht althans eenige afleiding voor hare gedachten te vinden, snelde zij naar haar zitvertrek en vond aldaar tot haar bevreemding den grijsaard alleen.

«Heeft Adelheid u niet vergezeld?quot; riep zij uit: „dan kan het niet anders of zij ts ziek.quot;

«Neen, mijne Antigone is wel,quot; antwoordde de blinde met een droefgeestig glimlachje: «maar voor het allereerst sedert ik van het gezicht beroofd ben, heeft zij mij haar geleide geweigerd. Een der kamerheeren heeft de goedheid gehad mij uit het rijtuig te helpen en mij hierheen te brengen.quot;

«Heb ik haar dan ooit met het een of ander leed gedaan?quot;

«Ook dat niet, mijn kind; maar Adelheid keurde den stap af dien ik bij u zou wagen. Zij draagt u zulk een trouwe vriendschap toe, dat zij niemand verheven genoeg acht om zijn bestaan met het uwe te verbinden.quot;

Een brandende blos steeg Werna naar de slapen. Zij begreep thans het doel dat hem tot haar voerde; en Otto's beeld rees haar voor den geest, en opnieuw gevoelde zij dien instinctmatigen afkeer dien hij haar ingeboezemd had bij hunne eerste ontmoeting op Vreden-borg; nooit, neen nooit zou zij dien man kunnen beminnen; maar kwam zijn aanzoek niet als een antwoord op hare bede? Indien zij hem tot bruidegom koos, stelde zij dan niet het onherroepelijke tusschen haar zelve en den prins? Zou Carl dan nog trachten te raden naar het geheim der droefheid welke haar aan de ziel knaagde ? En wederom klonk het in hare ooren r «alles, alles, liever dan dat!quot;

«Adelheid is wel goed zich zoozeer over mijne toekomst te bekommeren,quot; antwoordde zij, naden grijsaard plaats te hebben laten nemen: «maar zij vergeet dat

ocr page 77

73

ikzelve geen hooge eischen meer aan het leven stel. Het ongeluk heeft mij geleerd hoe zelfs onze reinste, schuldelooste vreugden ons in een enkelen dag ontvallen, en dat heeft mij bevreesd gemaakt mijn hart al te sterk te hechten aan hetgeen zoo spoedig voorbijgaat.quot;

„Gij wilt mij toch niet zeggen dat gij besloten hebt het leven eenzaam door te gaan?quot; vroeg de generaal: «Welk ook het antwoord zijn moge dat gij mij mede zult geven, ik bid u, Werna, laat u dit geen ernst zijn. Er komt een ure in het bestaan der vrouw, waarop zij dorst naar de zegeningen van een eigen haard; naarmate de man in jaren toeneemt, klimt hij ook hooger op de maatschappelijke ladder, en zijn hart is aldus gemaakt dat zijne eereposten hem genoeg kunnen zijn; maar wanneer eene vrouw oud wordt, verliest zij alles wat haar bestaan zoetheid bijzette; zij knoopt zelfs geen nieuwe vriendschapsbanden aan, en die harer jeugd sterven langzaam af of wel verbleeken. Alleen een eigen gezin kan haar jong, altijddurend jong houden, want in hare kinderen en kleinkinderen ziet zij haar eigen lente herleven; vindt zij telkens nieuwe liefden weer. Ook over haar zullen rampen nederdalen; ook uit hare schaapskooi zullen de liefste lammeren worden weggerukt, maar de dierbaren die haar overblijven zullen haar vertroosten over die leegten, en haar nog met een glimlach doen insluimeren voor eeuwig.quot;

„Gij hebt mijne bedoeling dan ook verkeerd begrepen, mijnheer,quot; sprak Werna langzaam, want zij gevoelde dat haar lot hier beslist zou worden: „ik had vroeger besloten alteen te blijven; maar ik heb er sedert de dwaasheid van ingezien.quot;

„Zoodat, wanneer iemand die u oprecht beminde, en liet vragen voortaan uw bestaan aan het zijne te verbinden, gij hem niet aanstonds allehoopzoudtontnemen?quot;

„Neen... indien hij mij den tijd liet hem beter te leeren kennen vóór ons huwelijk.quot;

ocr page 78

74

De grijsaard voelde zich overmeesterd door eene groote vreugde. Adelheid's ongewone tegenstand had hem alle hoop benomen in zijn zending te zullen slagen, en nu op eenmaal meende hij zijn doeleind te bereiken. Hij stond niet stil bij de vraag, of Werna's toon wel die eener gelukkige was, of zich geen geheim verborg achter die al te zachte bereidwilligheid, die veeleer aan gelatenheid deed denken. Hoeveel wetenschap hij ook bijeenverzameld mocht hebben, hij kende het vrouwenhart niet. De eenige liefde welke hij gekoesterd had, was voor een zielloos wezen geweest; Ihij gevoelde dus zelf dat hij hare zusters niet naar zijne echtgenoote kon beoordeelen, en wat Adelheid betreft, zelfs haar ziel bleet een gesloten boek voor hem, omdat hij haar nooit had zien liefhebben.

Hij hernam met trillende slem;

«Gij zult reeds geraden hebben wiens afgezant ik ben, mijn kind. Otto's gevoelens voor u zijn u misschien reeds bekend, want ook al heeft hij ze tot dusverre niet uit durven spreken, liefde verraadt zich zoo spoedig door een blik, een enkel gezegde.....«

«Ja, mijnheer, ik wist dat uw zoon wel aan mij wilde denken.....«

«En gijzelve, Werna, zijt gij niet volkomen onverschillig voor hem ?quot;

«Ik mag u niet misleiden,quot; antwoordde zij, met droeven ernst. «Indien ik U niet van het eerste woord af verhinderde voort te gaan, dan was dat daarom nog geen bewijs dat ik aan uw zoon hechtte. Neen, ik gevoel niets voor hem, en hij moet dit weten, om te beslissen of hij mij niettemin tot bruid wil verkiezen; maar dit kan ik vooraf verzekeren: ik zal geen ander liefkrijgen.quot;

«Moet dat beteekenen dat gij reeds vroeger bemind hebt?quot;

«Ja,quot; klonk het op gesmoorden toon; ik heb bemind, maar hij dien ik liefhad is dood.....voor mij.quot;

ocr page 79

75

«Dan zal het Otto's taak wezen met zachte hand de oude wond te genezen, en in de voren dier bloedige litteekenen nieuwe vreugde te doen ontkiemen. O! mijn kind, twijfel er niet aan of wij allen zullen hem in dat streven bijstaan. Reeds nu beschouwen wij u als eene dochter, als eene zuster; wij zullen u liefhebben als den grootsten schat dien God ons toezenden kon. Van dit oogenblik af hebt gij eene familie weergevonden.quot;

Zij drukte hem zachtkens de beide handen.

„Het geluk van Adelheid's zuster te worden zal mij reeds over veel vertroosten.quot;

Sprakeloos van ontroering trok de grijsaard haar naar zich toe en klemde haar in de armen.

Eerst na verloop van eenige oogenblikken was hij in staat te fluisteren:

„God zegene u, liefste; maar de blijdschap over uwe toestemming mag mij niet zelfzuchtig maken. Gij staat alleen op de wereld en het zou eene misdaad zijn u de waarheid te verhelen. Gij had een edeler karakter dan dat van mijn zoon verdiend, om u door het leven te geleiden. Otto is tot dusverre geen heilige geweest; het heeft hem, gelijk trouwens zoovelen zijner tijdgenooten, aan den noodigen ernst ontbroken. Niet zelden heeft zijne lichtzinnigheid ons leed veroorzaakt; maar zijne liefde voor u zal hem tot een ander mensch doen worden ; hij zal voor altijd met de dwaasheden zijner jeugd breken, en geen hooger doel kennen dan uw hart en uw achting te winnen.quot;

«Ik vraag niets meer dan dat,quot; antwoordde Werna. «Laat de toekomst voor ons beiden het verleden uit-wisschen en ik zal tevreden zijn.quot;

«Zoodat gij er in zoudt toestemmen dat uwe verloving nog vóór zijn afreis bekend werd?quot;

«Ja mijnheer; doch slechts op de voorwaarde die ik daareven reeds aanstipte: dat ons huwelijk eerst over een jaar plaats zal hebben. Uw zoon en ik kennen

ocr page 80

76

elkander nog slechts zeer oppervlakkig, en indien ik niet eisch dat wij eene romantische liefde voor elkander gevoelen, er zijn toch soms karaktertrekken, die den een zoodanig van den ander afstooten dat het onmogelijk zou zijn het leven hand aan hand door te gaan. Beiden moeten wij zeker zijn dat er geen dergelijke antipathie tusschen ons bestaat, aleer wij voor eeuwig ons lot verbinden.quot;

«Zoo gij ons niettemin van nu als uwe bloedverwanten wilt beschouwen, juich ik uw besluit daaromtrent ten zeerste toe. In twaalf maanden tijds zal mijn zoon u hebben kunnen bewijzen, hoe oprecht zijn teederheid voor u is; zal hij toonen een ernstig man te zijn geworden. Maar nog ééne zaak: Otto's inkomen zal in den aanvang niet in de schaduw van het uwe kunnen staan. Hij heeft zijne bezoldiging, en bij zijn huwelijk zal ik hem eene jaarwedde van drieduizend gulden toekennen. Eerst later echter____quot;

«Ik bid u, laat ons daarover niet spreken,quot; viel Werna den grijsaard haastig in de red • «Wij zullen ruimschoots genoeg hebben voor ons beiden; dat is mij voldoende.quot;

«Mogen wij tenminste hopen u spoedig bij ons te zien?quot;

«Ik zal nog heden mijne verloving aan de koningin bekend maken, en ik twijfel niet of Hare Majesteit zal mij toestaan, mij naar Holmford te begeven wanneer ik het verlang.quot;

«Laat mij u dan voor morgen uitnoodigen. Wij moeten het geluk vieren zulk een dochter te hebben ontvangen. En nu, mijn kind, ga ik u weer verlaten, het rijtuig wacht nog, gij kunt u de spanning voorstellen waarin de mijnen, thans ook de uwen, verkeeren. Laat mij u omhelzen, voordat ik heenga.quot;

Werna boog het hoofdje op zijne breede borst en, voor het eerst sedert zij het woord had gesproken dat voor altijd haar lot verbond, gevoelde zij iets als een warmen zonnestraal haar hart binnendringen. Zij had

ocr page 81

77

den man, die geen geluk meer op aarde zou smaken, zulk eene groote vreugde geschonken, dat iets van zijn blijdschap zich aan haarzelve mededeelde.

Vol liefde geleidde zij hem weder naar zijn rijtuig terug en lang nog bleef zij de coupé nastaren. Het kwam haar voor, alsof deze hare jeugd met ztch voerde, hare jeugd die nooit wederkeeren zou.

Zij beproefde niet aan haar verloofde te denken. Zoo vaak zijn beeld zich een oogenblik aan haar geest opdrong, huiverde zij als voor een schrikwekkend visioen. O 1 zonder den droom van dien nacht, ware de generaal met eene besliste weigering vertrokken. Nooit of nimmer zou zij er aan gedacht hebben hare hand te leggen in die van Otto von Falkenstein, den mooien zeeofficier, met het meisjesachtige gelaat en de gefriseerde lokken. Maar nu... het moest... het kon niet anders; haar van pijn verwonde hersenen spiegelden haar deze uitkomst als het eenig redmiddel af.

Zij had der koningin reeds hare verloving medegedeeld, en keerde naar hare vertrekken terug, toen men haar een brief overhandigde. Werna herkende onmid-delijk Adelheid's schrift, en haastte zich de deurharer zitkamer af te sluiten voor hem open te breken. Hij luidde als volgt:

„Lieve Werna,

«Ik hoop dat mijn schrijven u nog tijdig genoeg bereiken zal, om u te beletten aanstonds gehoor te geven aan de smeekbeden mijns armen vaders. Het is mijne overtuiging dat gij Otto niet lief kunt hebben, maar uw eerbied voor den edelen grijsaard, dien hij tot zendbode gekozen heeft; uwe vrees hem te kwetsen en de laatste hoop zijns levens te vernietigen, zal u misschien doen aarzelen.

Ik zou het mijzelve, zelfs op mijn sterfbed, niet ver-

ocr page 82

78

geven, indien ik u niet bezworen had bij al wat.u ooit dierbaar was, uw leven niet aldus te vergiftigen. Gij weet hoezeer ik aan u hecht, welk een geluk het mij zijn zou u mijne zuster te noemen... indien ik een broeder mocht hebben die uwer waardig was.

Maar Otto is dat niet. O! beschuldig mijn vader niet uw bestaan aan zijne eigene wenschen op te willen offeren. Hij kent zijn zoon slechts in zooverre als ik noodig achtte hem de lichtzinnigheid van Otto's karakter te doen inzien; maar ik, ik weet hoe mijn ongelukkige broeder een hartstochtelijk speler is, hoe niets hem heilig toeschijnt, als hij slechts kan toegeven aan dien noodlottigen dorst; en ik smeek u, vertrouw hem uwe toekomst niet toe. Hij zou haar verspelen, gelijk hij ons geld op de groene tafel verdobbelt.

Niets is hem ernst, en, helaas! nooit heb ik eenig gevoel in hem ontdekt om tegenover zooveel zwakheid op te wegen.

Vergeef mij deze regelen; ik schrijf ze neder met mijn bloed, want ik zou mijn vader zoo gaarne die laatste vreugde geven; ik zou zelve den Hemel hebben gedankt zoo nauw aan u verbonden te zijn geraakt; maar ik mocht niet zwijgen. Beklaag uwe

Adelheidquot;.

Werna had tot het einde toe deze onheilspellende woorden gelezen; en zij zat daar, met den brief tusschen hare saamgewrongen handen. Zij trachtte geen oogen-blik de zaak onder een zonniger daglicht te zien. Indien Adelheid niet geaarzeld had haar te bezweren hare hand aan Otto te weigeren, dan moest het ook wezen dat de jonge man zich schuldig had gemaakt aan erger nog dan hetgeen zij haar meldde. Eene zoo ernstige, zoo edele ziel als die van 's jongelings zuster was niet in staat op lichtzinnige wijze het geluk van een ander af te

ocr page 83

79

breken, zooveel te minder wanneer die ander haar broeder was. Haar lot zou dus niet alleen wezen voort te leven aan de zijde van een ortbeminden echtgenoot, maar wat hier inderdaad erger was: hem te moeten minachten, wellicht den een of anderen dag zijne ondeugden in hare kinderen te zien ontkiemen.

Aan haar vermogen dacht zij niet; het zou bedreigd worden door zijn hartstocht; wat bekommerde zij zich daarover! Er zijn uren in het leven waarop men onverschillig wordtt voor het stoffelijke.

Kwam deze waarschuwende stem niet als uit den hemel ? Nog was het tijd hare gevloekte boeien te verbreken, nog kon zij tot de koningin gaan; haar alles bekennen, in zooverre het den prins niet betrof, en zij kende Hare Majesteit; met de moederlijke goedheid, welke zij steeds jegens haar aan den dag had gelegd, zou zij haar thans ook alles vergemakkelijken en niet aarzelen haar terstond naar hare vrienden te laten gaan, ten einde aan Otto's bijzijn te ontkomen. Later, als hij van zijne reis wederkeerde, zou alles reeds lang genoeg geleden zijn, om er niet verder over na te denken, en elkander eenvoudig zooveel mogelijk te vermijden. Werna kon haar knecht te paard naar de stad zenden, en ook al haalde deze het rijtuig van den generaal niet meer in, hij zou toch zeer kort na den grijsaard te Holmford aankomen.

Nog was zij meesteres over hare toekomst; zou zij deze voor altijd verspelen?

Maar wederom rees het schrikbeeld harer liefde voor haar op; zij gevoelde zich zoo afgemat van den strijd, dien zij sedert den morgen doorworsteld had, dat zij niet twijfelde of zij zou zich verraden, zoodra zij zich in een oogenblik van zielszwakte tegenover Carl bevond en hij mocht haar geen verwijt maken van hare stroefheid, welke haar dieper trof dan de hardste woorden. Neen, neen, wat het ook kosten mocht, zij zou een

ocr page 84

80

kloof tusschen hem en haar graven, om het even of die afgrond al vol slangen mocht zijn, die haar hart met hunne beten zouden doorknagen.

En zij vergenoegde zich aan Adelheid te schrijven:

«Heb dank voor uwe woorden. Gij zijt mij sedert slechts te dierbaarder, want ik gevoel hoeveel zij u gekost moeten hebben. Ik zal zoo aanstonds uw brief verbranden, opdat niemand ooit verneme hoever uwe heldhaftige vriendschap voor mij zich uitstrekte, en ik wil daarna vergeten wat gij mij hebt toevertrouwd.

Veroordeel mij niet, Adelheid, zoo ik in weerwil van alles, mijne hand aan uw broeder reik. Indien gij alles wist wat mij het hart verscheurt, zoudt gij mijn besluit verontschuldigen, zoo niet begrijpen. Trouwens, uw vader zal u zeggen dat ik uitdrukkelijk geëischt heb een jaar te wachten met het huwelijk. In dien tusschentijd zal ik mijn bruidegom leeren kennen, en niets is nog verloren zoolang onze levens niet verbonden zijn.

Eenmaal misschien, maar veel later, zal ik u een blik doen slaan in de schuilhoeken mijner ziel; maar daartoe moet de pijn welke daar nu in woelt, slechts eene herinnering meer zijn; wat gij er op het oogenblik in zoudt lezen, zou u slechts bedroeven. Beklaag mij en bid voor uwe znster.

Werna.

Toen deze regelen verzonden waren, gevoelde zij zich kalmer gestemd, en wachtte zij in eene soort verdooving het uur van het middagmaal af.

Otto had intusschen de terugkomst van zijn vader afgewacht. Hij was dien dag niet in dienst en had derhalve allen tijd voor zich. Hij was ten prooi aan een zenuwachtige opgewondenheid, en liep telkens het vertrek op en neêr, waar zich zijne moeder, en jongste zuster bevonden.

ocr page 85

81

die Voor hem stond zoo goed als alles op het spel. Hij

net had zeer zeker even goed naar de hand van een ander rijk meisje kunnen dingen ; maar hij kende er geen dat, n: zooals Werna, ouderloos was. Hij zou zich dus moeten vergenoegen met een klein inkomen, tot den dag waarop ;rt zijne schoonouders het tijdelijke met heteeuwigeverwissel-u den. Door mejonkvrouw von Adlersfluch te huwen, kwam

ief hij aanstonds in het bezit van een groot kapitaal, en hij ce behoefde dit om zijne schuldeischers te bevredigen. Wat

ik zou er van hem worden indien zij weigerde ? Van het

oogenblik af dat zijn ware positie bekend werd, zou hij 'il i van het hof weggezonden worden en zich met ontslag ;ij uit den zeedienst bedreigd zien. Hij kende daarenboven

n | ziju vader. Zwak en toegevend als de generaal zich mocht s, j beloonen tegenover eene jeugdige lichtzinnigheid, nooit ü j zou hij hem vergeven zijn eer in de weegschaal te hebben n j gesteld, en van dat oogenblik af zou zijn leven zonder n eenige vreugde wezen.

wZij zal toestemmen,quot; verzekerde mevrouw Falkenstein,

Iom hem moed in te spreken.om hem moed in te spreken.

Maar hoe gaarne hij haar ook geloofd zou hebben, hij bleef ditmaal twijfelen. Nooit had de jonge hofdame, hem het minste blijk gegeven dat zijne oplettendheden t haar aangenaam waren. Zij was tot zijne ouders gekomen

dat is zoo ; maar viel dit feit niet veeleer toe te schrijven aan hare genegenheid voor Adelheid en zijn vader, dan wel aan een zwak voor hem persoonlijk ?

Ten laatste rolde een rijtuig aan, dat voor de woning stilstond. Reeds wilde hij op de voordeur toesnellen, voor ditmaal wenschende de eerste te zijn om zijn vader te ontvangen; maar Adelheid had op den uitkijk gestaan, en was hem vóór geweest. Met hare gewone zachte teeder-heid hielp zij den grijsaard uitstijgen en voerde zij hem de huiskamer binnen.

„Welnu?quot; vroeg Otto ongeduldig ; „ziet gij dan niet, vader, dat ik van ongeduld sterf?quot;

6

ocr page 86

82

«Ook al ben ik blind, ik heb dat geraden,quot; anwoordde zijn vader, zich in een armstoel nederwerpende. «Welnu, mijn jongen, ik keer met goede tijding weder.quot;

„Met goede tijding?quot; riepen drie stemmen uit.

Adelheid alleen boog sprakeloos met hoofd.

„Ja,quot; hernam de grijsaard: „Werna heeft mij met de grootste vriendelijkheid ontvangen, en slechts eene voorwaarde op haar jawoord gesteld.quot;

«En die is?quot; vroeg Otto ademloos.

«Zij was door mijne vraag verrast,quot; zeide zij : «Gij kendet elkander nog niet genoeg. Zij twijfelde niet of uwe karakters zouden bij elkander voegen, maar zij wilde daaromtrent eerst zekerheid hebben. Om kort te gaan, zij stemt in de verloving toe, mits het huwelijk eerst over een jaar zal worden voltrokken.quot;

«Duivels!quot; bromde de jonge zeeofficier, terwijl hij driftig op den grond stampte.

„Hoe nu!quot; riep zijn vader uit: „Ik brengu Werna's toestemming en gij zijt nog niet tevreden; maar wat kunt gij dan meer verlangen ? Gij hebt u toch niet kunnen verbeelden, dat het jonge meisje morgen aan den dag reeds uwe vrouw zou zijn !quot;

«Neen, gij hebt gelijk,quot; mompelde Otto, zijn misnoegen bedwingende, en tot zichzelven zeggende, dat hij, eenmaal Werna's verloofde, haar wel zou kunnen overhalen de plechtigheid te verhaasten, terwijl zijne schuldeischers gemakkelijk tot geduld te stemmen zouden zijn, als zij vernamen welk een rijk huwelijk hij ging sluiten : „vergeef mij, ik heb haar zoo lief, dat ieder uitstel mij eene teleurstelling is.quot;

«Deze teleurstelling zal toch al heel wat verzacht worden door het vooruitzicht haar, na uwe reis, dagelijks te zullen zien,quot; sprak zijne moeder, met een van vreugde stralend gelaat: „De hoofdzaak was hare toestemming. Duizendmaal geluk dan ook, mijn jongen,»

«Ja, ik ook, ik wensch u van ganscher harte geluk,quot;

ocr page 87

83

zeide de generaal met trillende stem: „Oij hebt eene parel van zeldzame waarde gevonden, Otto.quot;

Marie was haar broeder reeds om den hals gesprongen. Adelheid bleef onbewegelijk staan en uitte geen woord; maar toen Otto's oogen haar blik ontmoetten, lag daarin eene uitdrukking, die hem, voor eenmaal uit het veld geslagen, den blik deed afwenden.

Hij was dan ook blij zich aan het familie-tooneel te ontrukken, om zoo spoedig mogelijk naar Vredenborg terug te gaan. Niemand verwonderde zich over zijn verlangen zijne bruid te zien.

Hunne eerste ontmoeting had echter eerst plaats op het oogenblik dat men aan tafel zou gaan. Wel had hij, aanstonds na zijn terugkomst op het slot, verzocht bij haar toegelaten te worden, doch zich moeten onderwerpen aan het antwoord harer kamenier dat de freule dien middag niemand meer ontving.

De tegenwoordigheid der vorstelijke familie belette hem haar een woord van dank toe te voegen, en hare gansche houding was zoo onverbiddelijk streng en koel, dat zij hem onwillekeurig schrik aanjoeg.

Maar eenmaal het maal begonnen zijnde, wachtte hem eene aangename verrassing.

Met heel de goedhartigheid welke hem eigen was, hief Oswald 11 zijn glas omhoog en sprak hij:

«Ik wensch te drinken op eene gelukkige gebeurtenis, mij zooeven door Hare Majesteit medegedeeld. Zij moest wellicht nog eenige uren geheim blijven, doch ik kan der verzoeking geen weerstand bieden reeds nu openlijk te verklaren, hoezeer de keuze der beide daarbij betrokken personen mij verheugt. Freule von Adlersfluch, gij kent de achting en vriendschap, welke ik uw overleden vader toedroeg; gij weet hoe de koningin niet alleen uwe goede diensten op prijs stelt, maar ook hoezeer zij aan u persoonlijk leerde hechten. Het zal u dus niet verbazen, indien ik zeg dat dit een vreugdedag voor

ocr page 88

84

ons beiden is. en dat ik de beste wenschen voor uwe toekomst uitspreek. Wat u betreft, luitenant von Falkenslein wij behoeven u geen geluk meer te wenschen; uwe keuze alleen waarborgt u reeds de meest volkomen levensvreugde, die men maar op zijn pad kan vinden; maar opdat wij niet het minste wolkje over dezen dag zien zweven, geven wij u als ons verlangen te kennen, dat wij daarom niet hopen van het bijzijn uwer vrouw verstoken te worden, maar dat zij voort zal gaan aan Hare Majesteit, ook na haar huwelijk, verbonden te blijven.quot;

Terwijl Otto zich haastte te antwoorden dat niets hem liever zou zijn, had prins Carl een blik vol verwondering op Werna geworpen, en gedurende eene seconde ontmoeten hunne oogen elkander. Het jonge meisje werd zoo bleek alsof zij het bewustzijn zou verliezen.

„Ik wensch u gelukquot; was alles wat hij tot haar zeide.

Aanstonds na tafel, nam de koning Falkenstein mede naar een hoek der zaal, in welke i.ien was binnengetreden, om hem te laten vertellen van de vreugde die zijn vader over de goede tijding gekoesterd moest hebben, en wilde het toeval dat de prins zich in Werna's onmiddellijke nabijheid bevond. Haastig keerde hij zich tot haar.

»Wilt gij nog niet wat ik u onlangs voorstelde ?quot; vroeg hij, haar doordringend aanziende. „Mijn tweede adjudant zal slechts al te gelukkig wezen uw bruidegom op onzen kruistocht te vervangen. Het behoeft u slechts een woord te kosten.quot;

De jonge holdame had het hoofd gebogen, maar antwoordde op vasten toon:

„Ik dank Uwe Hoogheid ; maar ik verzoek haar niets in hare besluiten te veranderen. Ik ben overtuigd dat... luitenant Falkenstein zelf dit niet zou wenschen.quot;

Carl van Ragnerland bukte zich snel naar haar toe en fluisterde :

„Gij zijt niet gelukkig, ik zie het; vergeef mij dieper

ocr page 89

85

te willlen doordringen in uw hart dan de anderen. Ik heb geen ander recht dan dat van een vriend, om u tesmeeken liever terug te treden, indien gij dezen stap slechts in een oogenblik van overijling hebt gedaan.quot;

«Ik heb er integendeel lange uren over nagedacht.quot;

«En gij betreurt hem niet?quot; vroeg hij met nadruk.

«Bedenk dat het hier uwe gansche toekomst geldt.quot;

«Neen ik betreur niets antwoordde zij fier, en hem ditmaal den somberen blik toewerpende dien hij zoo goed kende. «Ik sta alleen op de wereld, prins, en ik gevoel behoefte aan een familiekring, aan een steun voor het leven.quot;

«En gij meent dien hier gevonden te hebben ?quot; sprak hij ongeloovig.

«Ja, Monseigneur.quot;

«Dan heb ik niets meer te zeggen. Ik had trouwens ongelijk mij te verontrusten. Het hart eener vrouw verandert spoedig; ik had mij dat behooren te herinneren.quot;

Zij antwoordde niets meer. Hare oogen sloten zich eene seconde lang krampachtig. Het hart der vrouw heette veranderlijk. O 1 Dat dit waarheid mocht blijken voor het hare dat die onzettende pijn welke aan haar binnenste knaagde daaruit verdwijnen mocht.

Toen zij weder op zag, was de prins verdwenen en bevond Otto zich aan hare zijde.

«Werna,quot; sprak hij; «weet gij dat gij mij heel gelukkig hebt gemaakt ?quot;

«Ik weet slechts één ding,quot; antwoordde zij, op ge-smoorden toon; «het is dat de naam van Falkenstein mij altijd heilig zal wezen,quot; en haar blik was zoo troosteloos, zoo hooghartig, zoo koel tevens dat de jonge zeeofficier bij zichzelven zeide;

«Zij heeft mij niet lief; zij zal mij nooit beminnen. Waarom dan nam zij mij aan ? O ! ik wil haar geheim kennen !quot;

ocr page 90

86

HOOFDSTUK VI.

Na dien eersten avond daalde er een zonderling gevoel van verademing in Werna's binnenste nêer. Zij kende het leven te weinig om zich rekenschap te geven van de tegenstrijdigheden van een vrouwenhart. Zij kende zichzelve als trouw, als, fier, als onwrikbaar daar waar haar eergevoel op het spel stond. Van het oogenblik af dat zij een levenden hinderpaal tusschen den prins en zichzelve opgericht had, geloofde zij zich behouden, was zij overtuigd dat alle gevaar voor ontdekking van haar gevoel verdwenen was, en deze gerustheid stemde haar ook vriendelijker jegens Otto. Was het zijn schuld dat zij hem niet liefhebben kon; dat zij onder zijne tegenwoordigheid leed, en dat zijn lauwste handdruk als een brandmerk hare vingeren pijnigde ?

Op het diner, ten huize zijner ouders, had hij haar enkele woorden van liefde toegevoegd, die haar als eene spotternij toeschenen, zij wist zelve niet waarom ; en toen zijzelve dien avond weder naar Vredenborg vertrok, terwijl hij in de stad zou blijven overnachten, had hij haar bij het afscheid omhelsd. Zijne omarming was haar voorgekomen als die van een zeemonster dat een van zijne duizenden armen om zijn slachtoffer heenslaat, tot hij het verstikt; maar zij had hem laten begaan, inziende dat hij het recht had haar die liefkozing te brengen. Het zou later dragelijker zijn, poogde zij te denken; later als zij aan heel dit comediespel gewend was, en zij trachtte Adelheid en den generaal toe te lachen; de laatste die er zoo gelukkig uitzag; hare toekomstige zuster, omdat hare oogen nog de sporen vertoonden der tranen welke zij over haarzelve vergoten had.

„Ik heb nog nooit eene jong-verloofde gezien, die zoo stil was,quot; verklaarde Marie, na het vertrek der laatste gasten.

«Het ongewone van den toestand, kind,quot; zeide hare

ocr page 91

87

moeder vergoelijkend. «Later zal dat geheel anders zijn.quot;

«Dat is te hopen, sprak Otto, met knorrige uitdrukking eene sigaar opstekende. «De hemel verhoede dat ik het leven naast zulk een hark zou moeten doorbrengen.quot;

«Otto!quot; riep de grijsaard driftig uit. «Ik verzoek u zoo gij niet kiesch genoeg zijt over uwe bruid te zwijgen, u althans te herinneren dat ik in mijn bijzijn geen onheusche opmerkingen over haar zal dulden.quot;

«Mijn hemel, vader, ik wilde niets liever dan haar onverdeeld te kunnen bewonderen maar____quot;

«Zwijg, zeg ik u. Zoo gij haar uw woord terug wilt geven, behoeft gij slechts te spreken ; maar in elk geval moet zij u heilig zijn.quot;

Weinig vermoedde Adelheid, eenige uren daarna, dat zij zichzelve slechts dezelfde vraag stelde, welke haar broeder niet ophield innerlijk te herhalen :

«Wie is het dien zij liefheeft? Wie is het dien zij wil vergeten ?quot;

En terwijl de jonge hofdame meende dat niemand ooit haar duister geheim zou doorgronden, zwoer haar bruidegom een duren eed voortaan hare minste woorden en gebaren gade te slaan.

Prins Carl ook vroeg zich af wat Werna tot dien stap kon hebben overgehaald. Hoe kort was het nog niet geleden, dat zij hem verklaard had nimmer aan een huwelijk met Otto te zullen denken ! Waren alle vrouwen dan zulke wispelturige wezens dat zij heden datgene liefkregen wat zij gisteren versmaadden ? O ! hij had altijd hooren zeggen dat zij veranderlijk en onstandvastig waren, maar Werna met haar diepen ernst scheen hem zoo geheel verschillend van hare zusteren toe, dat hij hare handelwijze niet begreep, en telkens weder het raadselachtige van haar gedrag poogde op te lossen.

Hij eindigde met knorrig op zichzelf te worden over het feit dat hij zich met niets anders meer bezig hield, en nam zich voor zoo weinig mogelijk tot haar te spreken,

ocr page 92

88

en ook nog veel te Holmtord te vertoeven, zoolang hij niet aan boord zou zijn. Hij droeg er intusschen zorg voor zich bij die uitstapjes steeds van een anderen adjudant te doen vergezellen, opdat Falkenstein zich op Vredenborg zou knnnen bevinden.

Wat hem het meest verbaasde was de uitdrukking van onbeschrijfelijke droefgeestigheid, welke er van lieverlede in Werna's oogen kwam. Wel zweefde er telkens een trotsch glimlachje om haar lippen, wel sprak zij meer dan te voren en wendde zij alle moeite aan om gelukkig te schijnen, maar haar blik verried ondanks haarzelve dat zij ten prooi was aan allerlei stormachtige aandoeningen en, toen er eene week over hare vverloving verloopen was, kwam het den prins voor dat zij magerder was geworden en er iets lijdends over haar gansche wezen was gekomen.

«Zou zij hem dan waarlijk toch beminnen ?quot; vroeg hij zichzelf af, „en zoozeer tegen zijn vertrek opzien ?quot;

Hij wilde er haarzelve niet over spreken ; zij behield nog altijd zulk eene stroeve houding tegenover hem, dat hij gevoelde hoe zij verlangde dat er niet de minste toenadering tusschen hen plaats zou hebben; maar op zekeren dag sprak hij tot Otto:

„Gelooft gij niet dat het eene goede tijding voor uwe bruid zou zijn, indien gij op onze reis door een ander vervangen werd ?quot;

Falkenstein sloeg de oogen nêer voor den doordringenden blik van den prins, en antwoordde hoofdschuddend :

„Neen, Monseigneur; Uwe Hoogheid kent de vrouwen niet, als zij zich voorstelt dat liefde bij haar boven eerzucht gaat.quot;

„Eerzucht?quot; herhaalde Carl peinzend.

Hij herinnerde zich hoe Werna daar reeds te voren, maar zoo onrechtvaardig, van verdacht was geworden,

„Ja, prins, Frenle von Adlersfluch is zeer zeker aan

ocr page 93

89

mij gehecht. Niets ter wereld noodzaakte haar mijne vrouw te worden; maar zij hecht nog meer aan de onderscheidingen welke mij te beurt kunnen vallen, en deze kruistocht zal daar bijzonder rijk aan zijn.quot;

Gij zult eenige ordeteekenen opdoen, dat is waar. Gelooft gij echter dat zij deze boven uw gezelschap zou kunnen verkiezen ?quot;

«Wat zal ik Uwe Hoogheid zeggen ? Werna is niet alleen door en door vrouw, maar zij bezit daarbij het karakter van haar vader. In haar oog gaat eer boven alles, en zij berekent vooraf hoe hard de scheiding haar ook moge vallen ,zij slechts eenige maanden zal duren, terwijl zij zich nog vele achtereenvolgende jaren zal kunnen vertoonen aan den arm van een, man wiens borst met allerlei kruisen bedekt zal zijn.quot;

Deze woorden getuigden van zooveel bitterheid, dat de jonge vorst zijn adjudant verwonderd aanzag.

«Maakt gij haar daarvan een verwijt ?quot; vroeg hij.

«Ik heb er het recht niet toe,quot; luidde het moedeloos: «Vooraf had ik moeten begrijpen dat mijne bruid geen alledaagsche natuur bezat. Maar bij oogenblikken betreur ik het toch van ganscher harte dat zij haar hoogmoed boven mij stelt. Ik had zoo vurig gehoopt dat zij na onze verloving op haar besluit terug zou zijn gekomen ons huwelijk zoo heel lang uit testellen. Helaas! hoe dikwijls ik er ook op gezinspeeld heb, zij blijft daarvoor doof.quot;

«En gij schrijft ook dit aan eerzucht toe?quot;

«Zeer zeker. Monseigneur. Zij weet dat ik in dien tusschentijd promotie moet maken.quot;

Carl van Ragnerland liet den blik wijden over het landschap dat zich aan zijne voeten ontrolde. In die heerlijke omgeving sprak alles van liefde. De takken der eeuwenoude boomen strekten zich als tot eene omhelzing, naar elkander toe ; tusschen de bladeren verscholen, galmden de vogels hun hooglied uit; de vlin-

ocr page 94

90

ders fladderden om de boomen, de bijen begroeven zich in haar kelken, en Werna zou voortaan, te midden van deze natuur, door geen zachter gevoel gedrongen worden toe te geven aan de stem barer eigen teeder-heid ? Het was ondenkbaar, tenzij dat er geen hart in haar boezem klopte.

En toch kon hij geen medelijden met Otto gevoelen. Zoo de jonge zee-officier hem'tot dusverre onverschillig was geweest, in de laatste dagen deed zijn tegenwoordigheid hem onaangenaam aan. Hij zou er zich over verheugd hebben, indien het een of andere toeval hem van zijn bijzijn ontslagen had; maar hij wist zich geen verklaring voor dien afkeer te geven en was er boos om op zichzelven.

Intusschen naderde het uur van vertrek met rassche schreden en was eindelijk de vooravond aangebroken van den dag waarop de prins aan boord moest wezen.

Hij zou den volgenden morgen zeer vroegtijdig naar Holmford rijden, en het afscheid zou dientengevolge reeds dien avond genomen worden tusschen Werna en Otto; alleen de koning en de koningin zouden hun zoon nog in den ochtendstond omhelzen.

v Werna,quot; zeide de jonge adjudant, zoodra zij na tafel van hunne gewone bezigheden ontslagen waren; «wilt gij mij nog niet voor het laatst vergezellen op eene wandeling door het park?quot;

Zij knikte toestemmend; in hare oogen brandde een somber vuur. Ja, het zou voor het laatst zijn in langen tijd, en zij dankte er den Hemel voor, want zij gevoelde hoe de krachten haar begaven om nog langer dit comedie-spel vol te houden. O! hoe vurig had zij niet gehoopt dat er van lieverlede een zoeter band tusschen hen zou zijn ontstaan; dat zij ten minste geleerd zou hebben vriendschap voor hem te koesteren. Zij had zichzelve geweld aangedaan om de lichtzinnigheid van zijn verleden te vergeten, in hem slechts den zoon van den

ocr page 95

91

dierbaren blinde, en Adelheid's broeder te zien. Maar wat zij ook poogde, hoezeer hij haar met oplettendheden en bewijzen van genegenheid mocht overladen, hare ziel was niet voor hem verzacht. Bij oogenblikken zelts meende zij hem te haten.

Maar hij had recht op deze laatste uren van samenzijn, en zij zou hem dat recht niet betwisten. Had zijzelve zich niet voor altijd in ketenen gesloten?

Zij liepen eenigen tijd zwijgend naast elkander voort, alleen gevolgd door Carl's droomende blik.

„Wernaquot; sprak Otto ten laatste: „Ik ga morgen heen, en nog hebt gij mij niet gezegd of gij mij dikwijls zult schrijven. Begrijpt gij dan niet dat brieven den grootsten troost van den afwezige uitmaken?quot;

„Gij zult zooveel verstrooiing op uw tocht hebben,quot; gaf het jonge meisje ten antwoord.

«Niet zooveel of ik zal steeds hunkeren naar de post die mij bericht van u kan brengen. Beloof mij dat gij dikwijls schrijven zult.quot;

,Ja, ik zal schrijven,quot; klonk het op doffen toon.

Falkenstein klemde hare hand in de zijne.

«Heb dank tenminste voor dat woord fluisterde hij: »ik van mijn kant, zal u alles mededeelen wat ons overkomt; u de minste bijzonderheden van onze reis vertellen, en gij zult zien dat mijn brieven u niet zullen vervelen.

Onze kruistocht zal verre van eentonig zijn; in alle havens die wij aandoen, zullen feesten ter eere van onzen jongen vlootvoogd gegeven worden, en het zou mij niet verbazen of ik zal menigmaal getuige zijn van de moeite, welke men aan de verschillende hoven zal aanwenden om hem behagen te doen vinden in de eene of andere prinses.quot; ■ Werna was op eens oplettend geworden.

«De verschillende hoven?quot; herhaalde zij: «het hof bevindt zich toch niet in de havensteden?quot;

- «Neen, maar het is het verlangen des konings dat

ocr page 96

92

Zijne Hoogheid een bezoek zal brengen aan elk der vorsten wier land hij aandoet. Gij begrijpt dus van zelf welke feesten daarop zullen volgen. Zijt gij niet jaloersch, Werna?quot; voegde hij er schertsend bij.

Zij huiverde. Jaloersch ? O! ja zij was het plotseling geworden. Voor het eerst in haar leven voelde zij die zwarte slang aan haar hart knagen, zij herkende haar aan de pijn welke zij haar aandeed, aan het woord zelf dat door Otto uitgesproken was geworden. Ja, zij werd door ijverzucht verteerd; maar dat lijden gold niet haar bruidegom, doch het was een ander beeld dat haar die smart veroorzaakte; zij had een afgrond tusschen hem en haar kunnen delven, wat bekommerde hare gevleugelde ziel zich om hoogten of diepten ; als een adelaar zweefde zij over de steilste rotsen, de diepste kolken heen, om te ijlen tot hem die haar dierbaar was boven al het geschapene en dien zij te vergeefs had willen vergeten. En hij zou niet alleen van haar verwijderd wezen op die reis; neen, hij zou ook nog zijn leven voor eeuwig gaan verbinden aan dat van eene andere vrouw, die hem nimmer lief kon hebben gelijk zij dat deed; maar die een prinses van den bloede, en dus voor hem bestemd zou zijn! Zij had alleen willen wezen, om hare droefheid in een wilden kreet te uiten; en toch, had zij wel het recht die pijn te gevoelen? Was zij zelve niet de bruid van een ander? Moest zij zich integendeel niet verheugen over zijn geluk?

quot;Ja) R gij moet mij alles schrijven,quot; antwoordde zij koortsachtig: «alles, verstaat gij mij?quot; Tot zelfs het minste zal mij belang inboezemen.quot;

wO! ten laatste dan toch heb ik de kwetsbare plek gevonden!quot; riep Otto vroolijk uit: «Weetgij wel, liefste, dat ik mij bij oogenblikken ongerust begon te maken of gij geen hart bezat ? Maar wie jaloezie kent, bemint meer dan een ander; door de ijskorst heen is thans een zonnestraal gebroken, die mij zegt welke bloemen daar-

ocr page 97

93

onder verborgen liggen. Laat mij u in dit oogenblik smeeken uw eigen dorst naar geluk geen geweld aan te doen, maar mij te beloven mijne vrouw te zullen worden zoodra de reis afgeloopen is.quot;

«Gij vergist u,quot; antwoordde de jonge hofdame, die zichzelve weder meester geworden was: «ik ben niet jaloersch op u, en ik verheug mij alleen over uwe belofte mij van alles op de hoogte te zullen houden. Gij weet hoe nieuwsgierig wij vrouwen altijd zijn. Wat ons huwelijk betreft, kan ik niet op mijn besluit terugkomen. Gij zult u herinneren hoe dit de eenige voorwaarde was die ik bij onze verloving stelde.quot;

Otto wierp haar een somberen blik toe.

„Gij zijt wederom in een ijsbeeld veranderd,quot; mompelde hij: «Weet gij dat ik u soms verdenk een geheim in u om te dragen?quot;

Werna werd zeer bleek, maar zij behield hare zelf-beheersching.

«Een geheim?quot; herhaalde zij met een gedwongen glimlachje: «en welk zou dat dan wel zijn?quot;

«Ziedaar juist wat ik mij tevergeefs afvraag; maar zoo het bestaat dan zweer ik u dat ik het ontdekken zal.quot;

Werna von Adlersfluch wierp het schoone hoofd met trotsch gebaar achterover in den nek.

«Ga uw gang, mijnheer,quot; sprak zij ijskoud. «Ik heb niets te verbergen; maar indien uwe ridderlijkheid zooveel te wenschen overlaat, dat gij zoudt zoeken te weten te komen wat eene vrouw voor aller oogen zou willen bedekken, dan vrees ik dat onze naturen al zeer slecht bij elkander voegen.quot;

De jonge man gevoelde hoe onhandig hij was geweest en haastte zich te zeggen:

«Vergeef mij, Werna, ik had het recht niet aldus te spreken; maar het is uwe voortdurende ijzingwekkende koelheid die mij tot radeloosheid brengt. O! heb medelijden en beloof mij ten minste dat gij gedurende mijne

ocr page 98

94

afwezigheid uw hart zult onderzoeken, en geen weerstand zult bieden aan de zachtere gevoelens die u tot mij drijven?quot;

«Ik beloof mijzelve te onderzoeken,quot; herhaalde zij zacht; en misschien dat onze briefwisseling ons nader tot elkander voert. Laat ons thans terugkeeren; het wordt donker, en de avond is bijzonder kil.quot;

Falkenstein trachtte niet haar tot een langere wandeling over te halen. Hij zag slechts al te goed in dat hij toch niet tot zijn doel zou geraken; maar innerlijk besloot hij, vaster dan ooit, te weten te komen wat haar zoozeer van hem verwijderde.

Bijna zwijgend keerden ze naar het paleis terug. Toen zij het terras naderden, zagen zij prins Carl langzaam op en neer gaan; de koningin leunde op zijn arm, en zijn mannelijk gelaat was met een uitdrukking vol teeder-heid naar zijne moeder gebogen.

In zijne woede vergat Otto de rol, die hij sedert kort zoo goed gespeeld had, en zeide spottend tot Werna:

«Zou men niet zeggen dat het twee tortelduiven zijn die wij ginds aanschouwen ? En dat is de admiraal die morgen over een geheel eskader zal gebieden!quot;

Als ware zij door een adder gestoken, liet Werna zijn arm los.

„Sedert wanneer getuigt het tegen een man, als hij vol liefde voor zijne moeder is?quot; vroeg zij met sidderende stem.

«O! Ik maak er hem geen verwijt van; maar men heeft toch het recht iets anders te verwachten van een vorst en vooral van een zeeman. Prins Carl zal heel zijn leven lang het troetelkindje zijner ouders blijven, en dat ontzenuwd in tijden van gevaar. Onder een storm zal zijn eerste gedachte zeker voor de koningin zijn; wat wil men met dergelijke lieden beginnen ? Gelukkig dat wij nog andere zeelieden aan boord hebben, of wel wij liepen kans verloren te gaan. Het is trouwens ook eene

ocr page 99

95

dwaasheid aan zulke jonge vorsten een commando toe te vertrouwen, dat anderen slechts na een halve eeuw van ervaring verkrijgen.quot;

„Zijt gij op eens zoo bevreesd voor uw bestaan geworden?quot; klonk het spottend.

„Ik ontken dit niet. Gij zelf hebt mij immers het recht geschonken op eene gelukkige toekomst te hopen.quot;

„Zoo gij die hoop wilt blijven koesteren, laat dan onze vorsten met rust,quot; sprak Werna hooghartig: „Zij zijn mij heilig en even dierbaar als bloedverwanten geworden. Ik zou niet kunnen dulden dat men iets jegens hen miszeide.quot;

Hare stem had bij deze laatste woorden zoodanig gebeefd, dat Falkenstein haar een doordringenden blik toewierp.

„Gij schijnt vooral bijzonder op prins Carl gesteld te zijn?quot; mompelde hij driftig.

Een somber vermoeden der waarheid had zich plotseling van hem meester gemaakt. Hij herinnerde zich thans hoe vreemd hare houding was geweest, toen hij haar over de mogelijkheid van een huwelijk van den jongen vorst had gesproken. Het was niet meer dan eene veronderstelling nog, maar hij zag thans de uitdrukking van haar gelaat zoodanig veranderen, dat hij er in bevestigd werd, nog eer zij uitriep:

„Zwijg! zoo gij niet wilt dat ik aanstonds onze verloving verbreek 1«

Hij trad dicht op haar toe, en wrong hare handen in de zijne:

„Werna,quot; prevelde hij: „wees voorzichtig en drijf mij niet tot het uiterste. Gij zijt mijn geluk en ik zal het weten te verdedigen.quot;

„Wat bedoelt gij?quot; vroeg zij ijskoud.

„Dat ook ik jaloersch ben, en eindelijk zekerheid wil hebben. Begrijpt gij dan niet dat het raadsel van uwe houding tegenover mij, sedert veertien dagen mijne ziel

■

■

ocr page 100

96

martelt? Gij zijt er de vrouw niet naar om doelloos met een mannenhart te spelen. Zoo gij belooft hebt mijne vrouw te worden dan wordt gij daartoe gedreven, hetzij door liefde, hetzij door een andere mij onbekende oorzaak, die al zeer machtig moet zijn geweest; want in dat geval brengt gij er uw gansche toekomst aan ten offer, en hoe ik ook zoeken mag, ik vind daarvoor geen andere verklaring dan deze: dat gij uw eigen gemoed hebt willen dwingen van een machtiger gevoel af te zien, dat u verboden was.quot;

«Wat heeft die veronderstelling met Zijne Hoogheid te maken?quot; vroeg Werna met kleurlooze lippen.

«Gij moet mijne bedoeling reeds geraden hebben. Hoe ik ook rondblik, hij alleen in deze omgeving kan in staat geweest zijn u liefde in te boezemen.quot;

«Dus is het dat wat gij mij te zeggen hadt?quot; vroeg zij met ijzingwekkende bedaardheid.

Zij waren stil blijven staan en blikten elkander als twee onverzoenlijke vijanden in het gelaat.

«Neen, dat niet alleen,quot; sprak Otto op gesmoorden toon. «Ik wilde u waarschuwen, Werna, dat gij niet straffeloos een dergelijk spel met mij zult drijven. Ik ben ijverzuchtig, en ik zal van dit oogenblik af al de bewegingen van den prins bespieden. Thans verheug ik mij over het toeval dat mij gedurende maanden aan zijne zijde bindt. Zoodra ik door het minste teeken mocht bespeuren dat hij u schreef, een brief van u ontving, of u van verre een blijk van herinnering toezond, dan zou ik alles vergeten, alles verstaat gij mij?quot;

De uitdrukking van zijn gelaat was op dat oogenblik zoo onheilspellend, dat Werna er voor sidderde. Zij gevoelde instinctmatig dat hij geen loutere bedreiging uitsprak, maar tot alles in staat zou wezen, om zijn doel te bereiken en haar echtgenoot te worden. Zij werd aangegrepen door een onbeschrijfelijke vrees voor

ocr page 101

97

Carl's veiligheid, en besloot liever haar eigen trots ten offer te brengen dan zijn leven gevaar te doen loopen.

Zij blikte Otto strak in de oogen en zeide op waar-digen toon:

„Het oogenblik is gekomen om u in mijne ziel te laten lezen. Ja, ik heb den prins liefgehad; niet omdat hij van vorstelijken bloede was, maar omdat hij het ideaal vertegenwoordigde van wat ik ooit van mannelijke deugd en grootheid heb gedroomd. Die liefde was echter krankzinnigheid, ik heb haar willen dooden, en koos daartoe het eenige redmiddel. Ik mocht den man wien ik trouw beloofde geen gehechtheid toedragen, van het oogenblik af waarop ik hem mijn woord had verpand, was ieder ander dood voor mij; ziehier de eenige, en tevens de volle waarheid. Wat prins Carl betreft, hij vermoedt niet eens welk gevoel ik hem toedroeg; hijzelf heeft nooit aan mij gedacht en nimmer werd er een woord van teederheid tusschen ons gewisseld.quot;

Falkenstein had haar vol woede aangehoord, zonder de minste bewondering voor hare oprechtheid te gevoelen; zijn lage ziel kon niet eens verstaan welk eene overwinning het haar gekost moest hebben aldus haar hart en zijne diepe wonde voor hem open te leggen. Op spottenden toon voegde hij haar toe:

«Op mijn woord! Gij doet mij eene edele rol vervullen; en gij hebt u wel gewacht mij daarop voor te bereiden!quot;

De jonge hofdame maakte een gebaar van onuitsprekelijke minachting.

wNu gij haar kent, zijt gij vrij mij te verlaten, zoo gij zulks verlangt,quot; sprak zij hooghartig. „Maar ik geloof niet dat gij dit doen zult. O! zoo ik het masker heb afgeworpen, het viel mij niet moeielijk door het uwe heen te lezen.quot;

«Wees zoo goed u nader te verklaren.quot;

«Oprechtheid voor oprechtheid!quot; riep Werna uit. «Gij

ocr page 102

98

zult het niet wagen mij tegen te spreken dat geen van ons beiden door liefde tot den ander werd gevoerd. Zoo ik vrede zocht in deze vereeniging, gij hebt alleen mijn fortuin nagejaagd; het is mijn goud dat u verleidt telkens op bespoediging van ons huwelijk aan te

dringen.....«

„Wie heeft u dit kunnen zeggen?quot; mompelde Otto. „Alles, zoowel uw verleden, dat mij bekend is, als uwe gansche gekunstelde houding tegenover mij; doch ik maak er u geen verwijt van; ik heb noch meer van u verdiend noch meer gewenscht. Wij hebben beiden in deze verloving een reddingboei gevonden en staan dus gelijk. Laat ons thans naar binnen gaan.quot;

„Werna,quot; sprak de jonge man, op gedempten toon: „Wij staan op dit oogenblik als vijanden tegenover elkander, en ik ben er de man niet naar om met mij te laten spotten; maar er bestaat een middel om in vrede te scheiden, om alle slechte indrukken in mij uit te wisschen en mij onvoorwaardelijk in u te doen gelooven. Laat mij vertrekken met de zekerheid dat wij voor altijd verbonden zullen worden, zoodra ik van mijne reis wederkeer.quot;

Een woord trilde haar op de lippen, waarin heel hare verachting zich lucht gaf; maar zij herinnerde zich nog in tijds dat de ellendeling gedurende zes maanden dag op dag de schaduw van den prins zou wezen, en zij vergenoegde zich te antwoorden:

„Gij vraagt het onmogelijke. Ik zal u niet eerder trouwen, voordat ik ingezien heb dat ik u in alle vertrouwen mijn hand kan schenken.quot;

Er was iets in haar toon, dat hem verbood verder aan te dringen; ofschoon vol wrok onderwierp hij zich.

-

ocr page 103

99

HOOFDSTUK VIL

Men dronk dien avond thee in de zaal welke op het terras uitkwam, en een ieder deelde de gedrukte stemming der koningin, die zich moeilijk kon troosten over het vooruitzicht op de langdurige afwezigheid van haar zoon. Ook Werna was buitengewoon stil, en op een gegeven oogenblik zag Carl, die haar meer dan eens van terzijde gadegeslagen had, dat er een traan in hare oogen schitterde.

Weliswaar boog zij het hoofd aanstonds over een handwerk, dat de koningin haar verzocht had voor haar te voltooien, zoodat niemand anders iets van hare ontroering bemerkte, doch de jonge zeeman was zeker van hetgeen hij gezien had en vroeg zich peinzend af:

„Zou zij hem dan toch waarlijk zoo innig liefhebben, dat zij nu reeds haar droefheid over zijn vertrek niet meester is! Arm kind! Was zij maar niet te trotsch geweest om mij nog te vragen zijne plaatsing aan boord in te trekken! Maar kennen de vrouwen wel ooit haar eigen hart? En is het niet waarschijnlijk, dat met een karakter als het hare, dat zich zoo moeielijk gewonnen geeft, eerst de naderende scheiding haar getoond heeft hoe dierbaar hij haar was? Otto Faikenstein dierbaar aan iemand als zij! Luidt dat bijna niet als een spotternij? En toch redeneert het hart ooit? Vraag het zich wel af waarom het liefheeft.quot;

Hij bleef niettemin van medelijden voor haar vervuld, en wanneer de gelegenheid het meebracht voegde hij haar telkens eenige woorden toe, op een toon zoo vol zachtheid, dat zijn adjudant hem meer dan eens een uitvorschenden blik toewierp.

Tot ieders verademing ging men ten slotte uiteen, en Otto voelde zich bijna gerustgesteld, toen hij zag dat de prins zich vergenoegde Werna vaarwel te zeggen, op dezelfde vluchtige wijze waarmee hij afscheid nam van

ocr page 104

100

het verder gevolg. Mejonkvrouw von Adlersfluch was zichzelve weder volkomen meester. Haar gelaat verried geen oogenblik dat zij leed.

En toch had zij luid willen weeklagen van pijn. O! zeker, zij wist dat zij niet op grooter hartelijkheid kon aanspraak maken dan de anderen. Wat was zij in de oogen van den prins meer als een hoogst gewoon lid der hofhouding? Waartoe zou hij haar hand langer gedrukt hebben dan die der overigen ? Maar die ijskoude vingertoppen, die slechts even verwaardigd hadden zich naar haar uit te strekken, spraken van zooveel onverschilligheid, dat zij meer dan ooit gevoelde hoe vreemd zij bleef aan zijn gemoedsleven.

Nadat de leden van het vorstelijk gezin zich verwijderd hadden, nam zij haastig afscheid van haar verloofde, uit vrees, dat de andere hofdames en adjudanten hen alleen mochten laten, en zij wilde tot eiken prijs een nieuw gesprek onder vier oogen vermijden; een oogwenk daarna bevond zij zich op weg naar haar vertrekken, die zich in den rechtervleugel van het slot bevonden, terwijl het heerenpersoneel in den linkervleugel gehuisvest was.

Zij moest echter twee nauwe gangen doorloopen van het hoofdgebouw, aleer zij aan de trap kwam, die zij te beklimmen had om hare slaapkamer te bereiken en toen zij langs de bibliotheek kwam, was zij zeer verbaasd daaruit prins Carl te voorschijn te zien treden.

«Zijt ge zeker dat niemand u volgt?quot; vroeg hij.

«Volkomen zeker, monseigneur; de overige leden van het gevolg wilden nog een uurtje bijeenblijven en zijn dus naar ons gemeenschappelijk salon gegaan.quot;

«Dan is het wel. Wees zoo goed hier even binnen te komen; ik had u nog iets te zeggen vóór mijn vertrek.quot;

Zij gehoorzaamde hem stilzwijgend, terwijl eenegroote, onstuimige vreugde zich in haar hart verhief. Dus was dat koele afscheid slechts voor den vorm geweest, had het geen vaarwel gegolden?

ocr page 105

101

/as De jonge admiraal schoof haar een stoel toe, en zelf

ied plaats nemende, sprak hij op ontroerden toon:

„Ik heb daar straks uw geheim geraden, freule, ver-O! geef het mij.quot;

;on Zij werd doodsbleek en hare groote, van koorts

de gloeiende oogen vestigden zich met eene uitdrukking lid vol ontzetting op hem.

ger „Mijn geheim?quot; herhaalde zij nauw hoorbaar: «ik

ide heb geen geheim.quot;

ich „Ik drukte mij misschien verkeerd uit,quot; hernam Carl

er- met zachten glimlach: „maar gij hebt tot dusverre uwe md liefde voor Falkenstein zoo goed verborgen, dat het bijna eene ontdekking was te zien hoezeer zijn vertrek u be-erd droefde. Ik zag u beneden weenen, en ik moest mijzelven uit geweld aandoen, om niet aanstonds naast u te gaan een zitten en gerust te stellen. O! ik heb begrepen wat uw er in u omging. Gij zijdet tot uzelve dat ten tweeden enk male een u dierbaar leven zich verwijderen zou op die dienzelfden bodem die zoo noodlottig werd voor uw wijl vader. Maar laat mij u herinneren aan het feit dat ik ^as. aan boord van het admiraalschip vrij zal zijn te gebieden, van en dat ik, van dat oogenblik af, zorg zal dragen dat uw j te bruidegom nimmer in eenig gevaar zal verkeeren.quot; oen Werna slaakte een diepen zucht van verlichting. Qode

iasd zij dank! hij had zich vergist!

„Gij had niet zoo hooghartig moeten wezen,quot; ging hij zacht verwijtend voort; „gij wist dat niets mij ge-van makkelijker ware gevallen dan hem aan wal te laten, zijn Het had u slechts één woord gekost, terwijl het thans

daartoe te laat is.quot;

n te „Ik weet zulks,quot; mompelde zij, met eene poging om hare

ek.quot; zelfbeheersching te herwinnen: „maar deze reis zal niet iote, eeuwig duren, en elk onzer moet zijne loopbaan volgen.quot; was „Dat spreek ik niet tegen; bet is in alle opzichten

had beter voor hem aldus; slechts eenige maanden geduld en gij zult hem wederzien. Zeg mij echter, is er niets

ocr page 106

102

dat ik voor u doen kan ? De herinnering aan uwen vader maakt mij, ondanks alle misverstand dat ooit tusschen ons mocht heerschen, voor altijd tot uw vriend.quot;

Hij verwachtte dat zij hem iets met betrekking tot Otto zou vragen; maar in haar oogen schitterde een vuur, toen zij antwoordde:

«Uwe Hoogheid kan mij inderdaad bijstaan in mijne levenstaak, die door de gebeurtenissen van den laatsten tijd le veel op den achtergrond gedrongen werd. Gij zult over den «Lodbrogquot; bevel voeren prins, waarschijnlijk zullen er nog officieren onder uwe bevelen komen, die gelijktijdig met mijn vader op dat schip waren. O ! zoo gij hen wildet ondervragen, ik ben overtuigd dat zij spreken zouden.quot;

Carl van Ragnarland wierp haar een droefgeestigen blik toe en antwoordde hoofdschuddend:

«Ik wensch niets liever dan u dit te beioven; het zal niet aan mij liggen zoo het drama, waarbij mijn vader en ik een onzer trouwste kameraden verloren, in duisternis gehuld blijft, maar ik mag u met geen valsche hoop vleien. Ik ben overtuigd dat het gansche état-major zeide wat het wist omtrent de zaak.quot;

wDat wil ik gaarne aannemen; doch somtijds is een woord, een enkel voorval toereikend, om op het spoor te komen van een misdaad; en het kan zijn dat men onwillekeurig verzuimde juist die schijnbaar onbetee-kenende mededeeling te doen.quot;

«Qij kunt in elk geval op mij rekenen. Zoo ik iets, zij het dan ook maar het geringste, ontdekken mocht, zal ik mij veroorloven het u terstond mede te deelen. Mag ik hopen dat, zoo gij mij een gunst te vragen had!, tijdens mijn afwezigheid, gij u ook zonder aarzelen tot mij zoudt wenden ?quot;

«Uwe Hoogheid is waarlijk al te goed, en ik heb dit

zoo weinig verdiend____ stamelde het jonge meisje.

Carl nam hare hand in de zijne en antwoordde:

ocr page 107

103

wQij zijt inderdaad dikwijls hard voor mij geweest en hebt mij dikwijls doen vreezen dat wij onverzoenlijke vijanden zouden blijven; maar ikzelf had daartoe aanleiding gegeven door mijn onhandigheid. Nogmaals vergiffenis daarvoor; ik heb aan boord van mijn schip den omgang met vrouwen verleerd, en u uit onwetendheid alleen gekwetst: ik kende u toenmaals ook nog niet, en kon niet vermoeden welk een trotsche, onbuigzame geest in u huisde. Van het oogenblik af, waarop ik u mocht waardeeren gelijk gij waarlijk waart, heb ik niet enkel om uwen vader aan u gehecht.quot;

Eene plotselinge aandoening had zich bij deze laatste woorden van hem meester gemaakt en hij rees haastig overeind, als vreesde hij te veel te zeggen.

Vaarwel thans,quot; vervolgde hij snel: en wees gelukkig. Gij kunt het zijn, in weerwil van den afstand die zich tusschen u en uw bruidegom zal uitstrekken, want van morgen af kunt gij de dagen tellen, die er nog vóór zijn terugkeer moeten verloopen, en daarbij, gij zult elkander voortdurend schrijven, en daardoor nog onder de begoocheling verkeeren dat gij bij elkander zijt. Weet gij dat ik u beiden om dien zoeten troost zou kunnen benijden?quot;

Werna huiverde, en hare ontroering verkeerd uitleggende vervolgde hij:

„Vrees niets; de afwezigheid zal uwe banden slechts versterken. Gij vermoedt niet wat het is tusschen hemel en golven voort te zwalken met een dierbaar beeld voor oogen; de eenzaamheid, de woeste poëzie der natuur omgeven dat beeld met een dubbelen stralenkrans. Ik durf u niet vragen van tijd tot tijd ook eens met vriendschap aan mij te denken, al uwe gedachten zullen tot Falkenstein gaan; maar ik verzeker u dat uwe her-| innering menigmaal tot mij zal komen!quot;

Nog een oogenblik hield hij hare beide handen in de zijne gevat, met een greep zoo vast alsof hij ze niet

ocr page 108

104

weder los wilde laten, en daarop boog hij sprakeloos voor haar en liet haar gaan.

Toen hij alleen was gebleven, trad hij op het venster toe, wierp het open en liet den koelen avondwind zijn voorhoofd verfrisschen.

„Hei is goed dat ik heenga,quot; mompelde hij binnensmonds: „Zij oefent een heillooze betoovering op mij uit. Als zij bij mij is, kan ik de oogen niet meer van

haar afwenden, en zij____ zij draagt mij eene stille

vijandschap toe. Tegenover niemand is zij zoo onverbiddelijk stijf of ongenaakbaar. Zij kan mij onze eerste gesprekken niet vergeven. Waarom ook heb ik mij ooit daarmede bemoeid? Het ware geen wonder geweest, indien Eugenius van haar had gehouden; ik zou de eerste zijn geweest die het begreep, en een huwelijk tusschen hen, hoe onmogelijk dan ook in schijn, ware geen oneer voor ons huis geweest. Ik zou hen uil alle macht ter zijde hebben gestaan om hun geluk te helpen veroveren. Die Falkenstein is niet waard aldus gezegend te worden; maar zij heeft hem lief, en zal misschien eenmaal van hem maken wat zij droomt dat hij is.quot;

Met eene krampachtige beweging streek hij zich over de oogen, als zocht hij een pijnlijk beeld te verjagen, dat zich telkens weder aan hem opdrong. Langzaam zocht hij daarna zijne eigen vertrekken op.

Den volgenden morgen zeer vroeg, begeleidde de koningin hem tot aan het rijtuig, dat hem en zijn gevolg naar Holmford over moest brengen. Alles scheen nog te rusten op het slot en hij vermoedde weinig dat twee brandende oogen hem door een reet der gordijnen volgden en nastaarden, totdat er enkel nog een stofwolk overbleef ter plaatse waar de calèche was verdwenen.

«Wij zullen veel over de afwezigen spreken,quot; zeide de koningin, eenige uren later, tot Werna, wier gelaatstrekken een zoo groote droefheid verrieden; dat zal het beste middel wezen om ons over hun vertrek te troosten.quot;

ocr page 109

105

De jonge hofdame mompelde eenige woorden van hartstochtelijken dank. Zij gevoelde dat elk der woorden harer vorstelijke gebiedster vergif voor hare ziel zouden bevatten ; maar zij had den moed niet dien zoeten beker van de lippen te weren.

Er verliepen weken over het vertrek van het eskader. Carl van Ragnarland gevoelde zich zoo gelukkig aan boord, dat zelfs Vredenborg voor het oogenblik zijne betoovering voor hem verloor. Hij was zeeman in zijn hart en hield van den oceaan onder al zijn verschillende vormen. Officieren en bemanning hadden hem om het zeerste lief; en Otto zou zich wel gewacht hebben hen te doen vermoeden welk een haat hij den jongen commandant gezworen had. Ook tegenover hem gedroeg hij zich steeds met de onberispelijkste hoffelijkheid, maar er kwam geen post aan boord, er werd geen koerier verzonden, of hij wist aan wie 's prinsen brieven gericht waren, wie hem geschreven had.

Carl had intusschen zijne belofte aan Werna niet vergeten; maar gelijk hij wel voorzien had, niemand wist iets nieuws omtrent den dood van den schout bij nacht te vertellen, en hij wanhoopte er ooit iets naders van te vernemen, toen, op zekeren avond dat hij alleen het dek op en neer liep, een reeds bejaarde matroos hem naderde en geheel verlegen zeide:

wHet past mij niet den admiraal toe te spreken; maar toch zou ik hem gaarne een woordje zeggen.quot;

«Spreek gerust uit wat gij op het hart hebt,quot; luidde het antwoord, «ik ben hier aan boord om over het welzijn der gansche bemanning te waken, onverschillig hun rang.quot;

wDe prins is wel goed,quot; hernam de man iets moediger; „maar wat ik hem te zeggen heb, mag door niemand gehoord worden.quot;

„Kom dan mede naar mijne kajuit op dek.quot;

«Zullen wij niet gestoord worden?quot;

ocr page 110

106

„Neen; niemand komt aldaar ongenoodigd tot mij. Het is de eenige plek waar ik vrij wil zijn.quot;

De oude zeerob knikte goedkeurend, en volgde Carl op eerbiedigen afstand.

De prins sloot de deur der kajuit achter beiden, en zich neerwerpend op een stoel, herhaalde hij:

„Spreek gerust mijn vriend. Is er iets waarover gij u te beklagen hebt; dan beloof ik u gaarne de zaak te zullen onderzoeken en alles naar wensch te schikken.quot;

„Neen, admiraal, wij hebben het hier aan boord zoo goed als maar zijn kan; ik hoorde nog geen der matrozen klagen, en dat wil wat zeggen, want er zijn geduchte mopperaars onder ons zeebonken.quot;

„Maar wat voert u dan tot mij?quot;

„Niets anders als dit: terwijl Uwe Hoogheid van middag het dek op en neer wandelde met den commandant, hoorde ik Haar zeggen hoeveel het Haar waard zou zijn nog eenmaal licht verspreid te zien over het geheim van den dood van onzen schout-bij-nacht.quot;

Carl van Ragnarland zag hem opeens doordringend aan. Zou die man waarlijk iets weten? Hij moest het tot eiken prijs vernemen.

„Hoe is uw naam?quot; vroeg hij.

„Erik Olsen, admiraal.quot;

„Welnu dan, Olsen, gij hebt goed gehoord; het zou mij alles waard zijn het rechte van de zaak op het spoor te komen. Zoo gij werkelijk daaromtrent eenige aanwijzingen kunt geven, kunt gij er op rekenen eene schitterende belooning te zullen ontvangen.quot;

Maar de oude zeerob schudde het hoofd.

„Ik wil van geen belooning hooren, nu nog later, prins,quot; gaf hij ten antwoord. „De dochter van den schout-bij-nacht loofde destijds een som van tienduizend gulden uit, aan dengeen die haar den moordenaar aan zou wijzen. Ik alleen had dat kunnen doen, maar

ocr page 111

107

ik' bewaarde het stilzwijgen. Gij ziet wel dat het mij niet om geld te doen is.quot;

De jonge vorst verbleekte.

«Dus is het waar wat freule von Adlersfluch altijd slaande hield, en is haar vader met opzet gedood?quot; mompelde hij.

„Ja, hij werd het slachtoffer van den laaghartigsten sluipmoord dien men slechts kan bedenken, en toch leefde er geen beter mensch. Wij zouden allen door een vuur voor hem zijn gegaan, en wij ook verloren een vader in hem,quot; sprak de matroos op gedempten toon: «ik had gaarne in zijne plaats willen sterven.quot;

„Maar,quot; vroeg Carl meer en meer verwonderd, «hoe is het mogelijk dat gij dan niet gesproken hebt?quot;

„Ik zweeg omdat ik het mijn plicht achtte. Het kon daarenboven onzen armen commandant niet weder opwekken uit zijn graf, of ik den moordenaar al aan hel gerecht overleverde. Daarbij had niemand mij dien avond aan dek gezien, en werd ik niet ondervraagd.quot;

«Ondervraagd of niet, hadt gij zulk eene afschuwelijke daad moeten aangeven.quot;

„Het is mogelijk, admtraal; ikzelf was het daaromtrent langen tijd met mijzelven oneens; maar ziet gij, de schuldige had een vader, die eenmaal een onvergetelij-ken dienst bewees aan een mijner broeders, en ik wist dat hij de schande van zijn zoon niet overleven zou. Ik zeide dus bij mijzelven; ik zal wachten lot den dag waarop de grijsaaad sterft, en dan den schuldige aanklagen. Het was de eenige manier, waarop ik de schuld van dankbaarheid der mijnen kon aflossen.quot;

„Ik begin u te begrijpen. Maar is de vader van den moordenaar dan bezweken, dat gij thans het stilzwijgen verbreekt?quot;

„Dat niet, admiraal, en dal is juist wal mij grieft; maar weet de mensch ooit wanneer hij goed handelt of niet? Ik ben mijzelf reeds zoolang wij aan boord zijn,

ocr page 112

108

gaan afvragen of men wel het recht heeft een gevaarlijk dier in vrijheid te laten. Ik heb den onschuldigen grijsaard gespaard, maar zal ik daardoor niet oorzaak worden dat zijn ellendige zoon den een of anderen dag opnieuw een slachtoffer kiest, en daardoor op mijn beurt geen bloed op mijn geweten voelen kleven?quot;

«Ja, mijn vriend, het spijt mij voor u; maar ik acht eene dergelijke teergevoeligheid altijd schuldig,quot; sprak de prins op ernstigen toon, en terwijl zich een groot medelijden van hem meester maakte voor den anders trouwen dienaar, die slechts gehoor had gegeven aan de inblazingen zijns harten: „Gij zijt zeker aan het wankelen gebracht bij het opvangen mijner woorden, niei waar?quot;

«Zij gaven den doorslag aan mijn reeds half genomen besluit eindelijk en ten laatste te spreken. Ziet gij, admiraal, ik heb maar een dom verstand, en nooit kon ik de oorzaak uitvinden waarom men onzen commandant vermoord had. Sehijnbaar bestond daarvoor geen reden. En nu hoorde ik, kort geleden, zeggen dat er lieden waren die hunne evenmenschen doodden uit louter verlangen bloed te zien; die zelf niet weten waarom zij eerder dit slachtoffer dan een ander kiezen, maar enkel gehoor geven aan hun dorst iemand het leven te benemen, en ik heb sedert dat oogenblik rust noch duur meer gekend. Indien de moordenaar eens zulk een schepsel was, zou hij natuurlijk opnieuw beginnen, en hoe oprecht ik ook den schout bij nacht betreur, er zou ons nog erger ramp kunnen overkomen dan zijn dood.»

„Wat bedoelt gij?quot;

„Als men bijvoorbeeld een onzer prinsen trof.quot;

De jonge vlootvoogd zag hem vol verbazing aan. Was de arme oude wellicht niet krankzinnig? Welk gevaar konden hij en zijne broeders te duchten hebben? Nooit nog had het trouwe volk van Ragnarland naar het leven van den koning zelfs gestaan, en wat een moord uit

ocr page 113

109

louteren bloeddorst betreft, hij geloofde daar niet aan.

Maar reeds had de matroos zijn twijfel in de uitdrukking van zijn blik gelezen, en hernam hij:

„Het voorbeeld van den commandant leert ons dat de ellendeling liefst zoo hoog mogelijk treft, misschien wel uit wangunst tegenover degenen die oppermacht be-kieeden. En hier aan boord is er niemand die Uwe Hoogheid te boven gaat in rang.quot;

«Bevindt hij zich dan onder onze bemanning?quot; vroeg Carl haastig.

«Ja, hij is aan boord van den Lodbrog, maar niet onder de matrozen. Hij behoort tot het état-major.quot;

«Een officier, onmogelijk!quot; riep de jongeling uit.

«Ik zou het nooit geloofd hebben, als ik het niet met eigen oogen had aanschouwd. Maar ik zweer het den admiraal bij mijne ziel en zaligheid, dat ik de waarheid zeg, niets anders als de eenvoudige waarheid.quot;

«Maar wat hebt gij dan toch gezien?quot;

«Ik zal het den admiraal in twee woorden zeggen. Wij lagen voor anker in de haven. Het was op een donkeren avond, zóó donker dat men zonder de lichten op dek geen handbreed voor oogen zou hebben gezien. Ik had mijn pasgekochten zak tabak achter een kanon weggestopt en bij vergissing laten liggen, zoodat ik een, twee, drie naar boven klauterde om hem te halen. Bang zijnde daarvoor beknord te worden, droeg ik er zorg voor niet opgemerkt te worden door den officier van de wacht; ik stond daarom nog achter het kanon verscholen, af te wachten dat de commandant de brug over zou zijn, die ons met de kade verbond, toen ik een onzer luitenants achter hem aan zag komen. Ik herkende hem bij het licht der lantaarn, ofschoon hij in burger-kleeding was. Er lag niets vreemd in dat een officier zich naar de wal begaf, maar de man sloop daar zoo behoedzaam voort, en was zoo onverwacht uit de duisternis opgerezen, dat ik onwillekeurig toekeek. Opeens

:■

ocr page 114

110

zag ik hem den schout bij nacht, die, ik ben er zeker van, zijne nadering niet eens bespeurd had, en met lossen tred de brug overging, een hevigen ruk toebrengen naar de zijde waar de brug geen leuning had. Gelijk te voorzien was verloor hij het evenwicht en ofschoon hij zich nog aan de loopplank trachtte vast te klemmen verdween hij in de diepte.quot;

«En zijn moordenaar?quot; vroeg Carl ademloos.

„Hij spoedde zich terug en was in een oogenblik verdwenen. Ware hij langs mij gekomen, ik zou hem naar den keel gevlogen zijn. Maar ik zag hem niet meer en dacht slechts aan één ding: mij te voegen bij al degenen, die aanstonds het onmogelijke aanwendden om den drenkeling te redden, en terwijl wij vruchteloos daarmede bezig waren, want het slachtoffer was reeds onder den kiel geschoten, rees het beeld van den ouden generaal voor mijn geest op en besloot ik te zwijgen.quot;

„Van den generaal, zegt gij ? Maar wie was de moordenaar dan ?«

„Helaas! Uwe Hoogheid zal het mij misschien ten kwade duiden, want hij behoort zeker tot Uwe vrienden, anders zou hij niet door u gekozen zijn tot zulk een hoogen post, maai ik durf het voor God getuigen, het was niemand anders dan luitenant Falkenstein.quot;

De prins was overeind gesprongen; zijn gelaat was doodsbleek geworden en hij vroeg op gesmoorden toon:

„Zijt gij volkomen zeker van hetgeen gij zegt?quot;

„Zóó zeker, dat indien de admiraal hem op dit oogenblik in zijne kajuit wil ontbieden, ik het den ellendeling in het gezicht zal herhalen.quot;

„Het is wel! ik dank u voor uwe mededeeling,quot; klonk het met moeite. „Er blijft mij, helaas! geen twijfel over, en de zaak is zóó ernstig, dat ik haar in rijp beraad moet nemen, aleer ik er met iemand anders over spreek. Beloof mij tot zoolang het stilzwijgen te bewaren.quot;

„Ik zal handelen zooals Uwe Hoogheid mij gebiedt.quot;

ocr page 115

Ill

«Dan is het goed. Morgen zeg ik u mijn besluit.quot;

Erik Olsen verwijderde zich en de prins bleef alleen.

Hij liep met gejaagde schreden de kajuit op en neder.

Otto een moordenaar!quot; O! zeker, hij had daardoor geen ontgoocheling ondergaan. De jonge adjudant was hem in den laatsten tijd hoe langer zoo minder sympathiek geworden, en aan hem persoonlijk zou niets verloren zijn. Maar het was waar wat de matroos gezegd had:

de generaal zou nooit eene dergelijke oneer overleven,

en dan Werna? Wat moest er van haar worden, den dag waarop zij vernam dat haar verloofde de moordenaar haars vaders was?

Zij zou ook bezwijken onder hare droefheid. Zij zou op eenmaal hare liefde, die machtige heerscheres in het leven der vrouw, vernietigd zien, en haar eigen bestaan zou daarmede voor altijd geknakt worden, gelijk een teêre plant,

waaraan de bijl van den houthakker zou worden gelegd.

En toch mocht hij dat huwelijk plaats laten hebben?

Zou het niet hemeltergend wezen te vergunnen dat Werna's hand in die van den ellendeling zou rusten? |

Werd zijne misdaad niet nog afschuwelijker door het feit dat hij door geen enkele opwelling van wroeging weerhouden was geworden zijn bestaan aan dat der dochter van zijn slachtoffer te verbinden?

„Neen, neen, zij moesten gescheiden worden; maar op eene andere wijze. Werna mocht nimmer de schrikwekkende waarheid vernemen; zij moest dien eenigen troost behouden haar afgod niet gevallen te achten.

Op welke wijze dit echter te bereiken? Ook al zou men haar den jongen man afschilderen als een losbandig wezen, hare liefde zou zich machtig genoeg achten om hem daardoor op te heffen; zelfs al mocht de koningin haar smeeken hare verbintenis te breken, indien zij hem oprecht beminde, en waarom anders zou zij hem aangenomen hebben, zou iemand in staat zijn haar hart van hem te vervreemden.

ocr page 116

112*'

Het sloeg middernacht terwijl Carl van Ragnarland nog altijd met dit schijnbaar onoplosbaar vraagstuk bezig was. Werna's beeld zweefde hem daarbij voortdurend voor oogen.

HOOFDSTUK VIII.

Den volgenden morgen vroegtijdig liet hij den ouden matroos in zijne kajuit roepen.

„Ik heb lang over de zaak nagedacht Olsen,quot; zeide hij met krampachtig gebaar over het bewolkte voorhoofd strijkende; «maar ik ben tot de slotsom gekomen dat zoo gij verkeerd gehandeld hebt met niet aanstonds te spreken en u door uw hart laten meeslepen, het voor het oogenblik onmogelijk is uwe aanklacht in te dienen. Hier staat meer nog op het spel dan de belangen van den ongelukkigen generaal alleen. Zonder het te willen hebt gij eene groote ramp veroorzaakt.quot;

„Ik?quot; riep de grijze zeeman verschrikt uit.

„Ja. Door het stilzwijgen te bewaren, hebt gij den schuldige veroorloofd naar de hand te dingen eener vrouw, voor wie het bericht zijner daad een genadeslag zou zijn.quot;

„Groote God! Heeft de ellendeling het durven wagen de oogen op te slaan naar een rein wezen?quot;

„Erger nog dan dat. Zijne bruid is de dochter van den vermoorde,quot; klonk het somber.

Erik Olsen slaakte een gebrul van woede.

«En ik heb dat ongeluk op mijn geweten!quot; riep hij uit.

Stel u gerust. Gij hebt u niets te verwijten, want gij handeldet uit een edel gevoel. Niemand had ooit kunnen veronderstellen dat zelfs een misdadiger zoo diep gezonken kon zijn om eene dergelijke keus te doen. Freule von Adlersfluch is eene wees en rijk; dat zal hem over alles hebben doen heenstappen. Maar gij begrijpt hoe omzichtig wij thans te werk moeten gaan.quot;

ocr page 117

113

„Hij kan toch haar echtgenoot niet worden!quot; bromde de oude man.

«Neen, dat is onmogelijk. Liever nog zag ik haar onder mijn oogen sterven van droefheid over deze afschuwelijke ontdekking.quot;

«Dan zie ik er in het geheel geen uitweg meer op.quot;

„ Luister. De dochter van den schout-bij-nacht is, na diens dood, aanstonds door de koningin tot hofdame verkozen. Zoodra ik dus van onzen kruistocht wederkeer, zal ik in de gelegenheid wezen haar te zien en te spreken. Ik zal daarvan gebruik maken om haar te doen inzien dat dit huwelijk geen plaats kan hebben. Op welke wijze ik haar dit aan het verstand zal brengen, weet ik nog niet; maar ik heb zooveel tijd over om er aan te denken, dat ik niet twijfel of ik zal wel een geschikt middel vinden.quot;

«En ondertusschen blijft Uwe Hoogheid aan het gevaar blootgesteld in de nabijheid van dat monster te leven?quot; mompelde de matroos.

«Neen. Want ik zal nog heden een onderhoud met hem hebben en hem de keus laten tusschen twee zaken: of wel zich in streng arrest te begeven voor heel den overigen duur der reis; of wel aan de eerstvolgende haven van boord te gaan en voor goed de wijde wereld in te trekken; onder bedreiging dat, zoo hij ooit weder een voet in Ragnarland zet, ik hem aanstonds voor een krijgsraad roep, en ik twijfel niet of hij zal dit laatste kiezen.quot;

«Maar Uwe Hoogheid wil hem toch niet zeggen dat zij zijn geheim kent?quot; riep Olsen vol ontzetting uit: «Indien de admiraal hem aanstonds gevangen liet nemen zou dit geen bezwaar opleveren, hij was dan onschadelijk gemaakt; nu echter zal hij zijn als een roofdter dat overal een uitweg zoekt uit het hem gespreide net.quot;

«Om het even, vriend, het is alleen op die wijze dat wij de eer van den generaal en het leven zijner bruid

8

f_

ocr page 118

114

kunnen redden. Indien hij aanneemt van boord te gaan, zal ik het tegenover eenieder doen voorkomen als hadden wij hevige onaangenaamheden gehad, mijn adjudant en ik, en als hadde ik hem, op zijn verzoek om ontslag, verlof gegeven zich aan land te begeven, om daar de noodige stappen te doen om zijne demissie uit den zeedienst te nemenf Aldus zal hij niet eens van desertie beschuldigd worden, en kan niemand een vlek op zijn naam werpen.quot;

„Mij dunkt dat dit een wondervol plan is,quot;zeidede matroos, zich peinzend achter het oor krabbende: «Maar wat zullen wij met freule von Adlersfluch beginnen? Uwe Hoogheid vergeve mij, maar het lot van dat kind gaat mij ter harte. Ik was zoozeer aan haar vader gehecht, en ziet gij, de vrouwen komen zulke slagen moeilijk te boven, wat de wereld er ook over spotten moog.quot;

„Weet gij daar ook al van mee te praten, oude?quot; . vroeg de prins, onwillekeurig glimlachend over zijn ernst.

Erik Olsen knikte droefgeestig met het hoofd.

„Dat zou ik denken, admiraal,quot; mompelde hij: „niemand heeft dat bitterder ondervonden dan mijn vrouw en ik. Sedert wij dat leerden verstaan is er geen vreugde meer aan onzen haard geweest. Als ik van mijne zeereizen thuiskom, zeg ik „dag moeder, hoe gaat hel met de kinderen?quot; en antwoordt zij mij tusschen hare omhelzing door: „de jongens zijn gezond, vader,quot; maar wij durven elkander bij die woorden niet aanzien, want de eenige wier naam wij den moed missen bij ons wederzien uit te spreken, was eertijds ons beider trots, de lieveling ook der jongens. Wat was zij mooi, onze Cara, en hoe helder flikkerden de groote oogen in haar hoofd! Helaas, zij had haar hart weggeschonken aan een knappen, braven zeeman, den zoon van een mijner beste vrienden, een jongen die het reeds tot eersten stuurman gebracht had, en zij zouden tegen den zomer trouwen, toen hij

ocr page 119

115

voor het laatst van wal stak, en nooit terugkeerde. Bij een stortzee sloeg hij overboord en verdronk. God weet of ik het Cara voorzichtig mededeelde; zij uitte dan ook geen kreet, geen klacht kwam er over hare lippen; maar zij was plotseling krankzinnig geworden, en nu zit zij daar als een redeloos wezen dan ganschen dag sprakeloos voor zich uit te turen. Zij heeft een pop bemachtigd van een buurkind, en wiegt die onophoudelijk op haar schoot. Alle licht is uit haar oogen verdwenen, zij zelve is zoo goed als dood voor ons, zij herkent ons niet eens meer. En sinds dien dag is er geen. geluk meer in ons huis geweest. Ziet gij, admiraal, ais de vrouwen liefhebben, dan sterft heel de overige wereld voor haar, en als het voorwerp van die liefde haar daarop ontnomen wordt, dan blijft haar niets meer over. Dat kunnen zij niet dragen.quot;

,rIk wist niet dat gij zoo ongelukkig waart,quot; prevelde Carl, diep getroffen «is er niets dat ik voor uwe dochter doen kan?quot;

«Niets, Hoogheid, ik dank u. De grootste geneesheeren zeiden mij dat zij haar niet genezen kunnen. Wij zelf mogen nog alleen bidden dat onze Lieve Heer zich spoedig over haar ontferme. Niemand zal mij uit het hoofd praten dat als zij maar eenmaal Daarboven is en haar bruidegom wederziet, zij van louter geluk haar verstand terug zal vinden; en wij hebben ons kind te lief gehad om haar die vreugde te misgunnen, ook al zal niets ooit de moeder of mij vertroosten over die ledige plek in onze woning. Wel ik vraag den prins vergiffenis hem opgehouden te hebben met het verhaal van mijn leed. Een ieder gaat onder smarten gebukt zoowel grooten als nederigen, en ik wilde alleen maar zeggen dat eene vrouw zulke zaken niet te boven komt. Wees daarom voorzichtig met de dochter van mijn commandant.quot;

«Dat beloof ik u,quot; sprak de jonge vorst op ontroerden toon; «Ik zal haar sparen zooveel mij slechts mogelijk

ocr page 120

116

is. Alleen zal ik dat huwelijk verhinderen. En nu, Olsen reken ik op uw stilzwijgen tegenover eenieder. Zoudt gij naar luitenant Falkenstein willen gaan en hem verzoeken bij mij te komen?quot;

De oude zeerob scheen dit bevel niet verstaan te hebben. Hij bleef voor den prins staan en draaide verlegen zijn muts door de handen.

Een weinig verwonderd herhaalde Carl zijn verzoek.

«Het is maar admiraal,quot; stotterte Olsen: „dat ik wilde vragen of ik mee terug mocht keeren.quot;

«Zeer zeker niet, vriend,quot; luidde het antwoord: „Ik moet alles alleen met den schuldige afhandelen.quot;

«O! Uwe Hoogheid zal boos zijn dat ik blijf aanhouden. Maar zie eens, admiraal, die man zal tot alles in staat wezen, als hij zijn masker ziet afgerukt.quot;

«Ik vrees hem niel,w sprak de jongeling glimlachend: «Ziehier wat hem in bedwang zal houden,quot; en hij toonde den matroos een revolver, die op zijne schrijftafel voor hem lag: «Ga nu, hoe eer deze zaak uit de wereld is hoe beter. Ik kan eerst daarna bevel geven dal men naar land zal sturen.quot;

Er viel niet langer tegen te stribbelen, en Olsen verwijderde zich, maar hij mompelde bij zichzelven:

«Al moest ik er ook voor kromgesloten worden, voor het eerst van mijn leven zal ik ongehoorzaam zijn. Ik zal al den lijd dat het gesprek duurt voor de deur der kajuit op post staan, met mijn dolkmes gereed bij de minste worsteling toe te schieten.quot;

En een weinig gerustgesteld begaf hij zich naar Otto, die in de longroom zat te schertsen met eenige zijner tijdgenooten.

«Zijne hoogheid de prins laat den luitenant verzoeken zich bij hem te vervoegen,quot; zeide hij, zonder de oogen naar hem r op te slaan. Hij haatte en verachtte dien man zoodanig, dat hij vreesde dat zijn blik den moordenaar alles zou zeggen.

ocr page 121

117

Falkenstein rees aanstonds overeind en antwoordde:

«Het is wel; waar is de prins?quot;

„In zijn kajuit.quot;

Otto knikte zijne kameraden toe, en verwijderde zich, bijna op den voet gevolgd door den bode.

„Heidaar, Olsen,quot; riep een bootsman tot laatstgenoemde, toen zij weder op dek waren gekomen: «Het is goed dat ik je juist zie; je moet den mast in, er is iets in de war met het getouw.quot;

«Kan ik het zoo straks niet doen?quot; vroeg de grijsaard smeekend.

«Neen. Waarom? Heb je een ander bevel?quot;

Zelfs om zichzelf te redden, had de stoere zeeman geene onwaarheid kunnen spreken.

«Dat niet,quot; antwoordde hij: «maar ik heb nog voor dien tijd iets te doen.quot;

«Voor jezelven?quot;

«Jaquot;

«Dan één, twee, drie naar boven in het wand. Je weet wel dat er niet te spotten valt met een bevel.quot;

«Bootsman,quot; sprak de oude: «ik heb nog nooit geweigerd welke opdracht dan ook ten uitvoer te brengen; mijn strafregister is nog even blank als den dag waarop ik, nu veertig jaar geleden, bij de koninklijke marine in dienst trad; heb dus geduld, als ik voor eenmaal vraag hetzij vervangen te worden, hetzij slechts een half uur te mogen wachten.quot;

«Je weigert dus mijn order op te volgen?quot; riep de bootsman verwoed.

«Voor het oogenblik alleen. Ik ben het eerste halve uur niet vrij.quot;

«Wat heb je dan te doen dat zoo gewichtig is?quot;

«Ik kan het u niet zeggen. Maar bij mijn eer en mijn geweten, het is niets kwaads.quot;

«Best!quot; klonk het op norschen toon: «een ander zal in je plaats gaan; maar ik maak aanstonds rapport van je.quot;

ocr page 122

118

«Het zij zooals de bootsman verkiest,quot; antwoordde de oude, terwijl hij zich de zweetdruppelen van het voorhoofd wischte.

Het was hard, op zijne jaren voor het allereerst in arrest te gaan, en hij voorzag dat hij met geen mogelijkheid zijn straf kon ontduiken, maar op deze wijze zou hij ten minste nog eenige oogenblikken winnen en hij kon het niet over zich verkrijgen den zoon zijns gebieders onbeschermd aan zijn lot over te laten.

De bootsman verwijderde zich in een driftbui en een oogenblik later stond Oisen op post.

Inmiddels was de jonge adjudant bij den prins binnengetreden, en wilde hij juist vragen wat er van de orders zijner Hoogheid was; toen hij den strengen, ijskouden blik opving dien Carl op hem vestigde, en geheel uit het veld geslagen, zwijgend voor hem boog.

«Luitenant Falkenstein,quot; zeide Carl: «wees zoo goed tegenover mij plaats te nemen. Wij hebben over ernstige zaken te spreken.quot;

De schuldige gehoorzaamde werktuigelijk, en wachtte sprakeloos af.

«Ik heb u laten komen,quot; ging de prins voort, geen oogwenk den blik van hem afwendende: «omdat Zijne Majesteit de Koning uw vader de grootste vriendschap toedraagt, omdat ik zelf zooveel achting voor generaal Falkenstein koester, dat het mij als een persoonlijke wond zou zijn, indien zijn naam voor immer onteerd werd.quot;

«Ik begrijp Uwe Hoogheid niet,quot; sprak de adjudant, wien een huivering door de leden voer.

«Qij zult mij zoo aanstonds verstaan. Ik heb u alleen de reden willen zeggen, waarom ik alles wil aanwenden wat in mijne macht staat, om de schande welke gij zoo roekeloos op uw heldengeslacht geladen hebt, af te wenden en haar voor eenieder verborgen te houden. Het zal van uzelven afhangen of mij dit gelukken mag.quot;

Otto was lijkkleurig geworden, maar zijn zelfvertrouwen

ocr page 123

119

begaf hem slechts ten deele. Hij besloot zichzelf tot het eind toe te verdedigen.

«Thans versta ik u, monseigneur,quot; zeide hij, met eene poging om te glimlachen: «Mijne schuldeischers zullen het geduld verloren hebben, en mij bij Uwe Hoogheid hebben aangeklaagd, wel wetende dat ik daardoor in de grootste ongelegenheid zou geraken; maar ben ik wel onverschoonbaar. Is het leven niet daar om te bewijzen hoe licht men in zijne jeugd tot dwaasheden meêgesleepl wordt? Men gaat zijne krachten te boven, en dat is zeer zeker heel verkeerd; doch den een of anderen dag komt men tot stilstand, en brengt men langzamerhand weder zijne zaken in orde. Voor mij is dat uur, sedert eenigen tijd reeds, geslagen, en ik zonder het leeuwendeel mijner inkomsten af om mijne crediteuren van lieverlede te voldoen.quot;

«En gij rekent op een rijk huwelijk om hen geheel en al tevreden te stellen, niet waar?quot; sprak Carl vol bitterheid.

«Ik heb mejonkvrouw von Adlersfluch oprecht lief,quot; luidde het snel, terwijl de jonge zeeofficier een doordringenden blik op zijn chef wierp: «en ik zal haar zelve de keus laten of zij alles wil afbetalen of niet.quot;

«Haar antwoord kan niet twijfelachtig zijn. Zij is te trotsch om te willen dat haar echtgenoot iemand iets schuldig zou blijven. Maar hier is helaas! geen sprake van dergelijke grieven, de aanklacht die ik tegen u in te brengen heb, mijnheer, is van dien aard dat gij onmogelijk langer een rang bij de zeemacht van Ragnarland kunt blijven bekieeden.quot;

Otto was sidderend overeind gerezen; in zijne oogen glansde een somber vuur.

«Uwe Hoogheid zal mij wel nader willen verklaren wat zij bedoelt,quot; zeide hij tusschen de opeengeklemde tanden.

Carl ook was geheel buiten zichzelf. Het kostte hem

ocr page 124

120

zulk eene inspanning, lot iemand, dien hij tot daartoe als een man van eer had beschouwd, te zeggen: gij zijt een moordenaar, dat hij liever alleen tegenover een vijandelijk vuur had gestaan; maar hij poogde zich geweld aan te doen en zeide op bijna vasten toon:

„Ik begrijp niet, mijnheer, hoe gij den zedelijken moed hebt gehad nog dezen bodem te betreden.quot;

Falkenstein klemde zich aan de leuning van een stoel vast, die onder zijn gewicht kraakte, maar hij vroeg niettemin:

„En waarom zou ik op dit schip minder gaarne gediend hebben dan op een ander, monseigneur?quot;

„Omdat het over den Lodbrog was dat schout bij nacht von Adlersfluch het laatst bevel voerde.quot;

«Zijn dood was zeer zeker een groote ramp,quot; stamelde Otto, wiens gansche gelaat met angstzweet overdekt was.

„ Het was erger dan een ramp, het was eene afschuwelijke misdaad.quot;

„O! Ik weet, dat was altijd de lezing mijner bruid; maar vrouwen halen zich gaarne allerlei tragische voorstellingen in het hoofd.quot;

„Mejonkvrouw von Adlersfluch heeft slechts al te goed de waarheid geraden, en gijzelf weet het beter nog dan zij.

„Ik? Uwe Hoogheid vergist zich. Ik beweerde altijd het tegendeel.quot;

„Dat spreek ik niet tegen. Gij had er het grootste belang bij te doen gelooven aan een noodlottige maar hoogst natuurlijke gebeurtenis, en gij mocht dat in alle gerustheid doen; immers niemand verhief de stem tegen den moordenaar.quot;

„Ik ben overtuigd dat hij nooit anders dan in Werna's verbeelding heeft bestaan. Niemand heeft hem gezien.quot;

„Daaromtrent vergist gij u. Er was wel degelijk een getuige van het misdrijf. De man heeft lang geaarzeld of hij spreken moest of niet. Ten laatste deed hij het.quot;

ocr page 125

121

; «En mag ik weten wie de persoon is, die geioof-

t waardig genoeg mag heeten, om zijn verhaal ingang

i te doen vinden bij Uwe Hoogheid?quot;

i Het was akelig om het glinsteren van Otto's oogen

te zien in zijn loodkleurig gelaat.

i wik wensch hem u niet te noemen,quot; antwoordde de

prins ijskoud: »ik weet dat ik hem kan vertrouwen, dat i zij u voldoende. Luitenant von Falkenstein, gij bevindt

u voor een rechter, die niets liever verlangt dan zelfs voor eene daad als deze nog verzachtende omstandig-; heden te hooren aanvoeren. Het is mij eene afschuwe

lijke gedachte dat de zoon van uw vader, een officier j in Ragnarlandschen dienst, een man in wien de koning

vertrouwen genoeg stelde om hem aan den persoon van ■ een zijner kinderen te verbinden, zonder oorzaak tot

zulk een stap zou zijn overgegaan.quot;

«Dus beschuldigt Uwe Hoogheid mij van moord?quot; vroeg Falkenstein op gesmoorden toon.

;;Ik weet dat gij hem bedreven hebt.quot;

«O! volgens getuigenis van dien onbekende?quot; klonk het spottend.

„Zoo gij weigert de waarheid zijner verklaring te erkennen, zal ik de zaak in handen van een krijgsraad I geven.quot;

wEn waarom dat niet terstond gedaan?quot; vroeg Otto snel, in de hoop nog een uitweg te vinden.

„Ómdat ik het van u wil af laten hangen of uw vader en uwe verloofde den slag zal blijven bespaard u ont-eerd te weten. Luister goed, mijnheer, want uwe gansche toekomst staat op het spel. Ik wil niet, verstaat gij mij? ik wil niet veroorloven dat gij langer onder onze roemrijke vlag dient; maar ik heb diep medelijden met de uwen; zoo gij dus het masker voor mij af wilt werpen, bied ik u dezen laatsten uitweg aan: Gij zult voor heel de wereld heeten hevige onaangenaamheden met mij gehad te hebben, en daardoor niet alleen uwe betrek-

ocr page 126

122

king aan het hof, maar ook uw degen neer te willen leggen. Het zal niemand daarna verwonderen dat gij mij verlof gevraagd hebt aan de eerstvolgende haven van boord te gaan. Gij zult echter niet naar het vaderland wederkeeren, maar in den vreemde verder uw fortuin blijven zoeken. Den dag waarop gij in Ragnar-land gezien werd, zou ik u aanklagen. Op deze wijze alleen nog kan ik uw naam redden en zelfs toelaten dat gij uw eervol ontslag uit den zeedienst ontvangt.quot;

„En zoo ik weigerde mij op die wijze schuldig te verklaren in uw oogen?quot; vroeg Otto uitdagend.

„ Dan zou ik u nog heden uw degen doen ontnemen en u in streng arrest stellen. Waarschijnlijk zoudt gij in dat geval toch aan wal gezonden worden, onder bewaking van twee officieren die u naar Ragnarland over zouden brengen, om aldaar tegenover uwe rechters uwe daad te verantwoorden. Kies zelf wat u het best voorkomt.quot;

Een flauwe hoop dat hij vol verontwaardiging zou vragen hoe eer hoe liever zijne onschuld te doen staven, doortrilde op dat oogenblik de borst van den prins. Er volgde echter slechts een drukkend stilzwijgen, en na verloop van eenige oogenblikken vroeg Carl:

„Welnu ?quot;

„Uwe Hoogheid laat mij zoo goed als geen keuze over,quot; antwoordde Otto somber: aan de eene zijdede zwaarste verdenking voor altijd aan mijn naam verbonden, ook zelfs dan wanneer ik vrijgesproken werd bij gebrek aan bewijzen; aan den anderen kant de hoop nog eenmaal eene toekomst te kunnen bouwen op de puin-hoopen van het verleden. Het kan niet anders of ik moet mij in ballingschap begeven.quot;

„Gij zult dat niet doen zonder mij vooraf schuld te hebben beleden,quot; sprak de prins besltst: „Ik heb recht te weten waarom gij dat misdrijf bedreeft.quot;

„Uwe Hoogheid vergeet dat ik haar niet bekend heb de dader te zijn.....integendeel.quot;

ocr page 127

123

„Zoo gij onschuldig waart zoudt gij zelf een krijgsraad vragen. Uw antwoord was slechts al te welsprekend.quot;

Falkenstein wierp een zoekenden blik door het vertrek, als zocht hij een uitweg om zich onzichtbaar te maken.'Een oogwenk zelfs flikkerde er zulk een onheilspellende bliksemstraal in zijne oogen, greep zijne hand zoo krampachtig naar een voorwerp dat blijkbaar onder zijne jas verborgen zat, dat de prins niet anders meende of hij zou zich op hem werpen; maar plotseling veranderde zijn gelaat geheel en al van uitdrukking, was het klaarblijkelijk dat hij zich overwonnen gevoelde en mompelde hij:

«Welnu dan, zoo gij het van mij eischt. Monseigneur, zal ik spreken. Wil mij slechts ondervragen. Ik beloof u te zullen antwoorden naar waarheid.quot;

«Gij kunt het in alle gerustheid doen; indien gij mij alles toevertrouwt, zal ik er nimmer een woord van loslaten aan wie uwe rechters konden worden,quot; zeide Carl onwillekeurig medelijden met den diep gezonken ellendeling gevoelende: «Zeg mij dus: koesterdet gij een persoonlijke vete tegen den commandant! Hij was toch om het zeerst bemind.quot;

Falkenstein liet het hoofd op de borst zinken.

«Hij was goed voor allen die hem naderden,quot; mompelde hij: «er was een tijd waarop ik niet minder dan de overige officieren, van hem hield. Maar hij was zoo streng voor zichzelven, dat hij ook van ons eischte dat wij het leven van heiligen zouden leiden. De meesten onzer vergaven hem dat gaarne, omdat hij ons steeds in alles het voorbeeld gaf, en alles aanwendde om te voorkomen dat hij ons straffen moest. Voor mij persoonlijk had hij zich veel moeite getroost 'oin mij van mijn hartstocht voor het spel te genezen, en uren lang met mij gesproken over de noodlottige gevolgen welke dat zwak kon hebben. Toen niets hielp en ik er telkens weder toe verviel, veranderde hij van

ocr page 128

124

houding en werd zoo teruggetrokken en koel jegens mij als hij zich vaderlijk had betoond. Hij verbood niet alleen dat er nog een kaart of dobbelsteenen in de longroom aangeraakt werden, maar liet mij bij zich komen en sprak kortaf:

«Ik heb reeds veel te lang geduld met u gehad, mijnheér; gij zijt onverbeterlijk; maar weet één ding: dat ik niet langer toegevend zal zijn, ik wil niet langer van uwe voorliefde voor de groene tafel hooren. Zoo gij verkiest niettemin daarmede door te gaan, zal ik u dwingen den zeedienst te verlaten, want het is een onteerende hartstocht, die u vroeg of laat tot een misdadiger zou maken.quot;

Er viel niets anders op te antwoorden dan hem gerust te stellen met eene belofte. Een tiental dagen lang raakte ik inderdaad geen kaart aan; maar wij lagen voor anker in de haven; de stad was zoo nabij en er werd grof gespeeld. Op zekeren avond ging ik aan den wal en verloor twintigduizend gulden meer dan ik kon betalen. Ik weet niet welke waanzinnige gedachte mij op eens het brein doorkruiste; een goochelaar had mij als knaap een kunsje geleerd, dat mij wellicht kon redden. Uwe Hoogheid ziet dat ik haar niets verzwijg. Ik ben in Hare oogen toch een verloren man____«

Hij bleef een oogenblik stilhouden, als miste hij de kracht om voort te gaan.

Carl's donkere blik sloeg hem onafgebroken gade, het was als zag hij den afgrond, waarin de ongelukkige verzonken was, steeds dieper en dieper worden.

„Ik speelde valsch,quot; hernam Falkenstein met inspanning: „en mocht op die wijze al het verlorene terugwinnen; maar toen ik duizelend de club verliet, hoorde ik mijnen naam roepen, en bevond mij tegenover een man van rijpen leeftijd, die vroeger onder de bevelen mijns vader gediend had. Ik had hem reeds

ocr page 129

125

bij de speeltafel opgemerkt, waar hij mij bijna achteloos gadesloeg. Hij voegde mij uit de hoogte toe:

«Ik heb alles gezien; gij zijt een ellendeling; en ik wil niet dat gij langer de eer zult genieten Zijne Majesteit te dienen. Morgen zal ik u bij uw commandant aanklagen; zoo ik mij hedenavond stil hebt gehouden, dan was het alleen uit achting en vriendschap voor uw ongelukkigen vader.quot;

Ik trachtte eerst te ontkennen zoolang ik kon; maar hij had alles veel te duidelijk opgemerkt, en ik vreesde dat hij mij zou dwingen nogmaals naar de speelzaal terug te keeren, om mij met de kaarten in de handen te rechtvaardigen. Ik begon hem dus om genade te smeeken, hem latende inzien wat mijne toekomst zou zijn, indien ik ontslagen werd uit de marine.

«Ik zal met den schout-bij-nacht spreken,quot; was al wat hij mij antwoordde.

Het is mij later duidelijk geworden dat hij mij enkel den tijd heeft willen laten, mij dien nacht voor den kop te schieten. Waartoe diende anders zijne waarschuwing? Lang dacht ik er over na of dit werkelijk niet het eenige redmiddel zou wezen om aan de schande te ontkomen; doch de moed ontbrak mij daartoe. Liever nog het vreeselijkste bestaan dan zoo op eenmaal het groote onbekende te gemoet te gaan.quot;

«Ik begrijp niet wat dit alles met den dood van den commandant heeft te maken,quot; mompelde de prins.

«Gij zult het spoedig inzien, monseigneur. Het staat daarmede in het nauwste verband. Den volgenden morgen zag ik mijn folteraar aan boord komen; het onderhoud, dat hij met den schout-bij-nacht had, duurde geruimen tijd; toen hij eindelijk vertrok, werd ik in de kajuit geroepen. De heer von Adlersfluch liep met groote schreden het vertrek op en neêr en, voor mij stilhoudende, sprak hij kortaf:

«Ik weet thans eerst wie gij zijt, en zal mij niet ver-

ocr page 130

126

waardigen u met noodelooze vermaningen af te matten; wanneer men zoo diep gezonken is als gij, geloof ik aan geen beterschap meer; maar gij zult de marine verlaten, binnen de vier-en-twintig uur zult gij uw verzoek om ontslag hebben ingediend, of wel ik klaag u aan als een valsch speler die gij zijt. Zoo ik het niet aanstonds doe, dan is het nog alleen uit medelijden met uw blinden vader. Majoor Gielfjord, die mij verlaat, had ook slechts nog dat ééne op het oog.quot;

«Maar zal hij niet spreken?quot; vroeg ik klappertandend.

«Neen; hij gaf mij zijn eerewoord dat het van dit oogenblik af aan voor hem zou zijn, als ware hij nimmer getuige geweest van het gebeurde. Geen sterveling zal het ooit uit zijn mond vernemen.quot;

Heel dien dag was ik aan den grootsten tweestrijd ten prooi. Indien ik mij gewonnen gaf, dan verloor ik mijne betrekking, alle hoop op bevordering, en zou ik bovendien nog mijne gansche familie tegen mij hebben. Mijn vader zou mij nooit vergeven dat ik zonder aanleiding mijn degen door midden brak, en mij waarschijnlijk daarvoor straffen door mijne toelage in te houden. Het was de keuze tusschen armoede en schande. Beiden schenen mij even afgrijselijk toe.

Voor het eerst viel mij de duivelsche gedachte, dat ik aan al deze ellende had kunnen ontkomen, indien ik dien nacht den majoor slechts gevolgd ware en hem op eene eenzame plek der stad, op dat late uur ware aangevallen. Nadat dit denkbeeld evenwel tot mij was doorgedrongen liet het mij geen rust meer. ik zeide tot mijzelve hoe hij thans gebonden was tot stilzwijgen. Dergelijke lieden sterven liever dan hun eens gegeven woord te verbreken; maar het was de commandant die overbleef en die mijn lot in handen had. Zoo hij verdween, dan zou mijn geheim met hem begraven wezen....

Heel dien dag bleef ik aan de verleiding ten prooi; toen het avond geworden was hoorde ik zeggen dat

ocr page 131

127

hij zich aan wal begaf; het was zeer donker; de officier van de wacht had het druk met iets dat aan den voorsteven onklaar was geraakt; ik sloop den schout bij nacht achterna en meende dat niemand mij bespiedde. Alles werd nog eenmaal op het spel gezet; mislukte het of werd ik ontdekt, dan kon ik mij nog altijd in de golven werpen.

Ziedaar hoe het geschiedde, monseigneur, hijzelf heeft er mij toe gedwongen, al kon hij ook niet anders handelen. Ik vermocht dat evenmin. Wij zijn allen slechts een speelbal in handen van een onzichtbaar noodlot, dat er genoegen in schijnt te vinden enkele onzer tot ellendelingen te maken.quot;

Carl sidderde bij deze laatste woorden, en al zijn medelijden Was als bij tooverslag verdwenen.

«Gij vergist u, mijnheer,quot; zei hij ijskoud; winen begint met een ellendeling te worden, en daarna grijpt men naar de eerste de beste middelen om zijne reeds

lang verspeelde eer te redden____voor de oogen van

het publiek ten minste; en zoo dat niet anders dan door nieuwe misdaden gelukt, noemt men dat «het Noodlotquot; Wij zijn ons eigen noodlot, er bestaat geen ander.quot;

De schuldige bewaarde het stilzwijgen, en na een poos ging Carl van Ragnarland voort;

«Trouwens, ik zou niet weten waarin hier eene verontschuldiging voor u te vinden was. In stede van u te vernietigen, gelijk een ander in zijne plaats zou hebben gedaan, bood de man die nooit in zijn leven gefaald had, u eene uitkomst aan. Arm wellicht, maar niet ontêerd, zoudt gij de wijde wereld in zijn gegaan, en op nieuw het bestaan hebben kunnen aanvangen. Een man die slechts eenige geestkracht bezit, en met uwe ontwikkeling des geestes is toegerust, kan zich altijd een baan breken door de wereld. Doch zelfs aan dien moed heeft het u ontbroken; zóózeer ontbroken dat gij liever een moordenaar geworden zijt. Wat denkt gij dan nu te beginnen, nu de uwen niet minder vertoornd zullen zijn ?«

ocr page 132

128

Misdaad wordt niet straffeloos gepleegd. Zij verstompt het zesde zintuig: het fijn gevoel; en Otto von Falkenstein was niet meer in staat te peilen hoe diep hij zich in de oogen van zijn toehoorder verlaagde, toen hij ten antwoord gaf:

«Ik zal trachten mijn vader te bewegen mij onderstand te verschaffen, tot het oogenblik waarop mijn huwelijk door zal gaan.quot;

Maar deze volzin was nauwelijks uitgesproken of Carl van Ragnarland sprong overeind. Zijn gelaat gaf zulk eene verontwaardiging te kennen, dat zelfs de schaamte-looze ellendeling er van ontstelde, en met trillende stem riep de prins uit:

«Hoe! Gij durft zelfs thans nog denken aan een huwelijk, dat op zichzelf genomen al een misdrijf is? Gij die de laatste man op aarde zijt, die het had mogen wagen de oogen naar mejonkvrouw von Adlerfluch op te slaan, gij zoudt haar naar het altaar willen voeren, ook nu anderen u als een moordenaar kennen?quot;

«Werna zelve zal het immers niet weten,quot; stotterde Otto.

„Indien zij zelve het niet weet, ik verbied u de dochter van uw slachtoffer te trouwen!quot; riep de jonge vlootvoogd driftig.

„Dan spijt het mij Uwe Hoogheid ongehoorzaam te moeten zijn,quot; sprak Falkenstein met gehuichelden eerbied; «Ik heb Werna niet alleen lief, maar zij is tevens de eenige hoop die mij voor de toekomst overblijft.quot;

„En ik zeg u dat zij uw vrouw niet zal worden. Liever dan een zoo monsterlijk feit te laten plaats hebben, zou ik haar alles zeggen.quot;

«Dat zal Uwe Hoogheid niet doen,quot; sprak de adjudant langzaam en terwijl zijn blik doorborend op Carl rustte.

«Het zou mij diep grieven haar zulk een doodelijken slag toe te brengen; maar zoo gij haar niet uit eigen beweging de vrijheid wedergeeft, zal ik gedwongen

ocr page 133

129

zijn het te doen. Noch het geld noch de dochter van den doode zullen u ooit toebehooren.quot;

Er kwam eene boosaardige uitdrukking op Otto's gelaat.

„Waarom zegt Uwe Hoogheid niet liever gulweg dat zij zelf mijne bruid bemint?quot; vroeg hij.

Het gebronsd gelaat van den prins werd door een donkeren blos overtogen.

„Ik haar liefhebben? Ik?quot; herhaalde hij, op ge-jaagden toon.

„Ja, gij, Monseigneur. Sedert lang reeds heb ik het opgemerkt; maar hoever Uwe Hoogheid mij ook overtreft, ik was te zeker van het hart mijner verloofde om de vrees te koesteren dat zij mij vergeten zou.quot;

Indien hij zich een oogenblik had mogen verheugen over 's prinsen verwarring, die vreugde was slechts van korten duur. Carl had zich reeds hersteld en hij voegde hem toe, op onverbiddelijk trotschen toon:

„Gij vergist u, mijnheer, maar dat doet er ook weinig toe. Ik zal hieromtrent handelen gelijk ieder man van eer zou doen; en ik herhaal u nogmaals: gij zult verstandig wezen, hoop ik, en zelf van dat huwelijk afzien; zoo niet, dan komen de gevolgen over uw hoofd. Gij kunt thans gaan; ik wensch u niet weêr te zien voor uw vertrek, dat morgen zoo vroeg mogelijk plaats zal hebben.quot;

Gevoelende dat hier geen smeekbede zou helpen, boog Otto voor den prins en verwijderde zich, bij zichzelf mompelende:

„Wees voorzichtig, Carl van Ragnarland; gij hebt u een onverzoenlijk vijand gemaakt. O! zoo ik slechts wist wie mijn eerste aanklager was, gij zoudt geen van beiden den nacht meer beleven! Uwe geheimhouding daaromtrent heeft u voor het oogenblik gered, want de ellendeling die zich schuil heeft gehouden om mij te treffen, zou mij natuurlijk aanstonds van uw dood beschuldigd hebben. Ditmaal zijt gij meester over mijn

£

ocr page 134

130

lot; maar mijne beurt zal komen, en ook ik zal zonder genade zijn.quot;

Een oogenblik later liet de prins den eersten officier van den Lodbrug bij zich komen.

„Kolonel,quot; zeide hij, „het is mijn uitdrukkelijk verlangen dat wij morgen de naastbijliggende havenstad aandoen. Tusschen mijn adjudant von Falkenstein en mij zijn zulke hevige woorden voorgevallen, dat hij onmiddelijk zijn ontslag heeft ingediend. Ik wensch hem niet weêr te zien en hij zal aan land gaan, om verder te handelen gelijk hij verkiest.quot;

De kapitein ter zee liet niet de minste verwondering blijken, ofschoon hij van nieuwsgierigheid brandde, en antwoordde dat het zou zijn gelijk de prins gebood. Zij bespraken nog eenige noodige zaken, betreffende het eskader, waarna Carl vroeg:

„Is er anders niets nieuws aan boord?quot;

„Niets belangrijks, admiraal. Wij zijn alleen maar verplicht geweest een onzer matrozen in boeien te sluiten, wegens verzet tegen een bootsman. Het spijt mij evenzeer als het mij verbaast, want de man was tot dusverre een toonbeeld van ijver en nauwgezetheid.quot;

„Heeft de bootsman hem dan misschien beleedigd?quot;

„In het geheel niet. Hij gaf hem op rustigen toon bevel naar boven in den mast te gaan, en Olsen weigerde de orders op te volgen.quot;

«Olsen?quot; riep de jonge vorst uit: „Erik Olsen? Dat is niet mogelijk!quot;

„Dat was ook mijne eerste gedachte; maar het is helaas! de waarheid. Hij zelf erkent het. En vreemd genoeg, toen ik hem in arrest liet nemen, bevond hij zich voor de kajuit van Uwe Hoogheid, waar hij reeds minstens tien minuten moet gestaan hebben, alsof hij op post was. In zijne hand klemde hij een getrokken dolkmes. Ik heb mij al afgevraagd of de ongelukkige niet plotseling krankzinnig was geworden.quot;

ocr page 135

131

Ditmaal ging er een licht op voor den prins.

„Kolonel,quot; sprak hij snel: „ik moet u verzoeken de straf weder op te heffen; ik begrijp thans alles. Door een bijzonderen samenloop van omstandigheden wist Olsen dat ik een warm debat met mijn adjudant zou hebben, en de trouwe oude matroos smeekte mij daarom aan mijne zijde te mogen blijven. Hij vreesde voor eene opwelling van drift van de zijde van luitenant Falkenstein. Ik weigerde dit, maar hij zal niet gerust zijn geweest; zijn eerlijk doch bekrompen verstand zal zich allerlei schrikbeelden in het hoofd hebben gehaald, en hij heeft zeker de wacht willen houden.quot;

„Dat zou alles veranderen,quot; antwoordde de eerste officier verheugd: „ja, het kan niet anders. Erik Olsen, een voorbeeld voor geheel de bemanning, kon niet opeens zijn gansche verleden verloochenen. Ik begèef mij aanstonds tot hem. Eenieder zal even blij zijn over deze oplossing van het raadsel.quot;

„Dan vergezel ik u. De arme kerel heeft wel eene vergoeding verdiend, al was het ook alleen maar om zijne kieschheid niet eens getracht te hebben zich te verontschuldigen. Ik wilde dat alle officieren op hem geleken.quot;

De beide heeren verlieten de kajuit en daalden naar omlaag in het vooronder; in den donkersten, sombersten uithoek daarvan, hurkte een man neder, wiens handen en voeten kruiselings aan elkander vastgeklonken waren met behulp van zware ijzeren boeien.

Zijn hoofd hing hem diep op de borst. Deze vernedering, welke hij voor het eerst in zijn leven onderging, scheen te zwaar om gedragen te kunnen worden.

Vervuld van medelijden trad Carl haastig op hem toe, en zich tot hem voorover buigende, liet hij de hand op zijn schouder rusten.

„Olsen,quot; vroeg hij: „waarom hebt gij den bootsman niet gehoorzaamd?quot;

De grijsaard hief het hoofd langzaam op en vestigde

II

VvJ i lm

ï

: f-i'

1 If

;;;

, w.

ocr page 136

132

zijne bruine hondenoogen op den jongen admiraal.

«Ik heb hem niet geweigerd naar boven te gaan, Hoogheid,quot; antwoordde hij, bloedrood van schaamte dat de prins hem in zulk een toestand aan moest treifen: „maar enkel gevraagd of ik het een half uur uit mocht stellen.quot;

«Wat hadt gij in dien tusschentijd te doen?quot;

„Dat kan ik Uwe Hoogheid niet zeggen.quot;

„Dan zal ik het u vertellen. Gij wildet de wacht houden voor mijne kajuit.quot;

Er volgde geen antwoord.

„Zeg mij of het zoo is of niet.quot;

„Het is zoo, maar het was verkeerd, want Uwe Hoogheid had mij niets dergelijks opgedragen.quot;

„Gij hoort het, kolonel. Wat beslist gij?quot;

„Olsen zal den bootsman om verschooning vragen,quot; antwoordde de eerste officier: „en voor het overige schrap ik deze straf zelfs van zijn register. Heidaar mannen waar is iemand om hem los te maken?quot;

Maar niemand antwoordde op zijne roepstem. Dat gedeelte van het schip was geheel verlaten. De jonge matrozen hadden, zonder uitzondering, gevoeld dat zij geen getuige moesten zijn van de verootmoediging van dien brave.

Diep getroffen gaf Carl den kapitein ter zee een wenk niemand meer te roepen, en zelf naast den grijsaard neerknielende, in wiens oogen groote tranen van dankbaarheid en geluk opwelden, ontdeed hij hem van zijn boeien.

„Mijn leven is niet genoeg om u beiden te danken,quot; stotterde de oude: «Ik zal dezen dag nooit vergeten.quot;

HOOFDSTUK IX.

Het geheele état-major was om het zeerst verwonderd over de zoo plotseling opgerezen oneenigheid tusschen

ocr page 137

133

den prins en zijn adjudant. Men begreep er niets van dat Falkenstein zijn schitterende betrekking opgaf om hetgeen slechts eene beuzeling kon zijn, want eenieder kon enkel roemen over de onveranderlijke vriendelijkheid van den vlootvoogd. Otto daarentegen was niet bemind, ook al vergaf men hem gaarne de losbandigheid waardoor zijn jeugd zich gekenmerkt had, men kon zijn hoogmoed en eigendunk niet dulden, en de genadige toon dien hij sedert zijne benoeming aan het hof had aangenomen, had hem menigen onver-zoenlijken vijand berokkend.

Toch had men gaarne het rechte omtrent het geschil vernomen, maar niemand kwam iets te weten; de in ongenade gevallen officier hield zich bijna uitsluitend in zijne hut op, en toen hij aan het middageten aan de gezamenlijke tafel verscheen, gaf hij op de eerste vraag de beste die hem gedaan werd schouderophalend ten antwoord:

„Wat zal ik u zeggen, heeren? Vorsten zijn even wispelturig als schoone vrouwen. Wie hen heden behaagt, mag zich morgen niet meer op dat geluk beroemen. Ik heb het al lang zien aankomen dat ik den een of anderen dag eene beleediging zou hebben te verduren, en had mij stellig voorgenomen haar niet te verdragen. Hoezeer ik ook aan ons koningshuis gehecht ben, ik moet mijn eer hooger stellen dan welken prins ook ter wereld. Ik neem dan ook liever mijn ontslag uit den zeedienst.quot;

„Dwaasheid!quot; riep een zijner tijdgenooten: „al verlaat gij ook het hof, daarom is uwe loopbaan nog niet gebroken.quot;

Otto's stem daalde tot een fluisteren, toen hij hernam: «Voor mij staat er meer nog op het spel dan mijne carrière. Ik bedoel mijn geluk.quot;

Eenieder luisterde ingespannen toe, om zoo mogelijk zijne woorden op te vangen.

ocr page 138

134

«Werd uw geluk dan bedreigd?quot; vroeg de jonge luitenant ongeloovig.

«Het zou dat geweest zijn, als ik langer in dienst ware gebleven. Een prins blijft mensch en heeft een hart weg te schenken. Hij leerde mijne bruid van nabij kennen, doordien zij hofdame bij de koningin was, en ofschoon mejonkvrouw von Adlersfluch oprecht aan mij gehecht is, wil ik den ongelijken kamp niet wagen, en mij liever met haar in den vreemde vestigen.quot;

Deze opheldering, welke zulk een schijn van waarheid droeg, maakte de algemeene belangstelling meer en meer gaande, doch Falkenstein weigerde nadere bijzonderheden mede te deelen, en van dat oogenblik af maakte zich van de meesten der aanwezigen de overtuiging meester dat hun jonge admiraal verteerd werd door een dier hopelooze hartstochten, welke in zijn geslacht zoo noodlottig waren. Hij werd er hun nog slechis te liever om, en menigeen verwonderde er zich over dat Werna niet verreweg dezen kloeken mannelijken prins boven haar bruidegom verkoos.

Den volgenden dag bereikte men de stad, waar Otto aan wal zou gaan. Op verlangen van den vlootvoogd bleef het schip op de reede liggen, en zou zijn adjudant met een sloep naar den wal vertrekken.

Hij zelf stond aan dek, toen de jonge man doodsbleek maar schijnbaar bedaard, naar boven kwam om te vertrekken. Falkenstein kon dus niet anders doen dan hem naderen en afscheid van hem nemen. De overige officieren trokken zich uit kieschheid terug, zoodat zij alleen bleven.

«Onthoud wel wat wij overeengekomen zijn, mijnheer,quot; sprak de prins, hem vast in de oogen ziende: «Ik zal u alleen dan verder ongemoeid laten, zoo gij u daaraan houdt. Gij neemt uw ontslag, vestigt u in het buitenland en ziet van uw huwelijk af.quot;

«De toekomst zal voor mij antwoorden. Hoogheid,quot;

ocr page 139

135

mompelde de ellendeling: »Is er nog iets van uwe orders?quot;

i,Neen, niets. Wij scheiden hier voor altijd, ik wenschte enkel niet gedwongen te zijn geweest u met zooveel hardheid te behandelen. Gij zult Ragnarland niet wederzien, tracht ten minste uwe toekomst elders op te bouwen, opdat uw edele vader niet anders dan tevreden over u moge zijn. Het zal hem toch reeds zulk een grievend leed wezen u niet meer aan zijne zijde te hebben; gelukkig is de wereld groot, en biedt zij overal een werkkring aan den man van ontwikkeling die arbeiden wil. Het uur tot ernst is geslagen. Laat mij nooit te betreuren hebben dat ik al te medelijdend was met de uwen. Vaarwel thans, en poog goed te maken wat nog te herstellen is.quot;

Otto groette hem op militaire wijze, en trad op de valreep toe.

Een oogenblik later vernam men het gelijkmatig gedruisch der roeispanen. Falkenstein had voor altijd den oorlogsbodem verlaten. Het fregat bleef voor anker liggen om de boot met hare bemanning op te wachten, alvorens weder zee te kiezen, en geheel in gepeins verzonken staarde Carl den man na, wiens leven zoo schoon en zoo groot had kunnen zijn en die alles verspeeld had wat het bestaan hem met kwistige hand in den schoot had geworpen.

«Een stuk wrakhout, meer niet!quot; mompelde hij bij zichzelven: „zal het vervolg nog niet duizendvoud erger zijn dan het begin. En ware het wellicht niet barmhartiger geweest, tot zelfs voor de zijnen, hem te beletten verder kwaad te doen? Helaas! weet men ooit hoe te handelen, zoodra eenig menschelijk gevoel daarbij in het spel komt? En ik had den moed niet al die harten te breken.quot;

Hij keerde langzaam naar zijne hut terug en dacht wederom:

ocr page 140

136

„Hoe zal Werna den slag dragen, als hij afsland van haar doet? O! zij is te hooghartig om der menigte een blik in hare ziel te gunnen, en te toonen hoe diep zij verwond is; maar dergelijke naturen lijden meer nog dan anderen. Zal zij haar leed ooit weer te boven komen ? Waarom heb juist ik het moeten veroorzaken? Ik, die zooveel zou geven om haar gelukkig te zien!quot;

Hij poogde zich te verstrooien door aan zijne moeder te schrijven, maar telkens wederom rees haar beeld voor hem op.

„Dwaasheid,quot; prevelde hij, zenuwachtig metdehand over het voorhoofd strijkende: „het is onzin wat die booswicht gezegd heeft. Neen ik draag haar geen warmer gevoel toe dan vriendschap; het is niet meer dan natuurlijk dat de vereering die ik voor den vader koesterde op de dochter zou zijn overgegaan, en ik wensch niets liever dan haar in hare hopelooze omstandigheden als een broeder bij te staan. Ik wilde dat ik aan hare zijde was, om zoo mogelijk den slag een weinig te verzachten. Arm kind! wat zag zij er troosteloos uit den dag vóór ons vertrek; ik heb toen een oogwenk gevreesd dat zij mij dierbaarder was geworden dan wel zijn mocht; maar het was medelijden met hare droefheid, niet anders. Wat moet zij dien ellendeling bemind hebben om zulk eene uitdrukking van wanhoop in de oogen te toonen. Zij meende toen hem slechts na enkele maanden weder te zien, en nu____ Nooit zal zij hem weder aanschouwen. Zal zij die smart overleven?quot;

Op Vredenborg was alles sedert de afreis van den prins, bij hetzelfde gebleven. Werna alleen was meer dan ooit de voortdurende gezellin der koningin, die haar telkens over de afwezigen sprak, en haar zelfs het dagboek voorlas dat Carl haar uit elke haven toezond. Het was een gevaarlijk iets voor de jonge hofdame naar de zoete loftaal te hooren, welke de moeder herhaaldelijk aan haar lievelingszoon wijdde, des te gevaarlijker door-

ocr page 141

137

dat zij zich niet meende in acht te moeten nemen tegen het vergif, dat zij integendeel met de grootste graagte dronk.

Op zekeren dag echter ontving Hare Majesteit haar met eene bezorgde uitdrukking op haar gelaat en joeg zij Werna een waren schrik aan met de vraag;

«Hebt gij bericht ontvangen van uw verloofde?quot;

„Neen, mevrouw,quot; luidde het bevende antwoord: „Er is den Lodbrog toch niets overkomen?quot;

wQode zij dank niet; maar ik heb een brief van mijn zoon die mij oprecht leed doet.quot;

„iszijne Hoogheid dan ongesteld?quot; vroeg het jonge meisje met haperende stem.

„Gelukkig ook dat niet. Neen, mijn kind, er is iets voorgevallen dat u meer rechtstreeks betreft____quot;

„Mij?quot; luidde het op verontrusten toon.

„Ja, en ik kan u niet zeggen hoeveel verdriet het mij daarom juist doet; gij weet, Werna, hoe gaarne ik om uwentwil zou hebben gezien, dat luitenanivon Falkenstein een schitterende loopbaan zou hebben afgelegd. Eenmaal aan het hof verbonden zijnde, had hij daartoe alle gelegenheid ; maar mannen zijn niet als vrouwen, zij weten zich niet te bedwingen, daar waar hunne belangen het meebrengen. Carl schrijft mij zulke hevige onaangenaamheden met zijn adjudant te hebben gehad, dat deze verlof heeft gevraagd van boord te gaan.quot;

„Qroote Hemel!quot; mompelde de jonge hofdame wier fraai gelaat marmerwit geworden was. „En zegt Zijne Hoogheid ook of het waarlijk is geschied?quot;

„Ja. Falkenstein is aan land gegaan, en voornemens zijn ontslag uit den zeedienst aan te vragen.quot;

Er heerschte eene pijnlijke stilte tusschen de beide vrouwen. De koningin vreesde dat Werna den prins innerlijk van onmenschelijkheid zou beschuldigen, en Otto's bruid vroeg zich vol angst af hoe spoedig zij hem wellicht reeds voor zich zou zien.

ocr page 142

138

«Het doet mij ook innig leed voor Falkenslein's vader,quot; hernam Hare Majesteit, na verloop van eenige oogen-blikken. ,;Die arme generaal scheen geheel te herleven, zoo vaak hij over de toekomst van zijn zoon sprak. Ik vraag mij tevergeefs af wat er tusschen hen mag zijn voorgevallen. De prins roert de zaak slechts ternauwernood aan in zijn dagboek, en ik ben gewoon dat hij mij anders zoo geheel en al op de hoogte houdt van het minste wat er met hem gebeurt. Kunt gij niet vermoeden of er een vete tusschen hen bestond?quot;

Werna sidderde; ja, zij wist slechts al te goed welken wrok Otto tegen den prins voedde; zij vreesde thans te raden dat haar bruidegom zich daaromtrent een woord had laten ontvallen. Maar kon zij de waarheid aan hare gebiedster zeggen ? Zou deze haar niet eveneens van dwaze eerzucht verdenken? Mocht zij haar geheim aan anderen prijsgeven?

Zij trachtte hare ontroering te overmeesteren en antwoordde op onvasten toon:

„Hoe zou ik kunnen raden wat er voorgevallen is. Majesteit? Niemand schat Zijne Hoogheid meer dan ik, en ik ben vooraf verzekerd dat alle schuld aan Otto gelegen zal hebben; maar het is zeer treurig, vooral ook voor zijn vader.quot;

«Gij zult er althans dit bij winnen dat gij uw verloofde eerder wederziet, en uw huwelijk zal er zeker door verhaast worden.quot;

„O! mevrouw, wat ik Uwe Majesteit bidden mag, dring daar niet op aan. Ik voel mij zoo gelukkig op Vredenborg, dat de gedachte alleen, mij voor altijd van hier te verwijderen, mij reeds pijn doet.quot;

„O! wij scheiden zoo spoedig niet en zeker niet voor altijd,quot; sprak de koningin, haar teeder omhelzend. Zij had haar gaarne bedankt v.oor hare rechtvaardigheid in haar oordeel over Carl. »En later zult gij dikwijls bij ons blijven komen. Ik ken mijn zoon te goed,

ocr page 143

139

om niet te weten dat hetgeen waarschijnlijk in een uur van drift verbroddeld werd, na verloop van eenigen tijd weder door hem hersteld zal worden. Hijzelf zal de eerste wezen om Falkenstein de hand te reiken en van dat oogenblik af verhinderd niets Zijne Majesteit uw echtgenoot aan zijn persoon te verbinden.quot;

Werna dankte hare gebiedster vol ontroering, ook al deelde zij hare schoone verwachtingen niet. Zij die de toestand en Otto's karakter kende, zag slechts al te goed in dat hier het onherstelbare moest zijn geschied. Maar wat, groote God! wat kon er voorgevallen zijn ?

Reeds den volgenden dag ontving zij een schrijven van haar bruidegom; het was uit Parijs gedagteekend en luidde als volgt;

wOp het paleis zal men voorzeker reeds mijn ongenade vernomen hebben, Werna, en zich hebben gehaast u die mede te deelen. Vergeef mij zoo ik die berichten niet vóór ben geweest, en u door vreemden liet hooren wat uzelve van zoo nabij betrof. Ik had tijd noodig om weder tot bezinning te komen, om met mijzelven te overleggen wat ik zeggen zou.

Qij zult gemakkelijk raden wat de oorzaak der twist was. Buiten mijzelven door de onverdiende koelheid waarmede de prins mij bejegende, en die voor mij als een brandmerk werd in het oog mijner kameraden, verweet ik hem in een opwelling van toorn dat alleen naijver hem aldus deed handelen, en ofschoon hij met ongenaakbaren trots verklaarde u nooit eenig gevoel te hebben toegedragen, kon hij niet dulden hetgeen hij eene beleediging noemde en verjoeg mij als een hond van boord.

Ik heb den zedelijken moed gemist daarna weder mijn gewonen rang bij de marine in te nemen. De eenige wijze waarop ik protest kon aanteekenen tegen een dergelijken willekeur, was mijn ontslag in te dienen en ik deed dit. Morgen zal ik opgehouden hebben deel

ocr page 144

140

uit te maken van onze zeemacht, die mij nog het eenige beloofde wat de toekomst voor mij wegleggen kon.

Thans is mijne laatste hoop op u gevestigd, en doe ik daartoe een beroep op alles wat edel en goed in u is. Minder dan ooit heb ik u iets aan te bieden; maar ik weet dat dergelijke stoffelijke zaken geen waarde in uwe oogen hebben, en ik zweer u dat zoo gij mijne vrouw wordt, geheel mijn leven nog slechts ten doel zal hebben u voor uwe zelfverloochening te beloonen.

Werna, gij hebt mij niet lief, maar hoe grievend die wetenschap ook voor mij zij, ik zal trachten haar te dragen, door de hoop ten minste eenmaal uwe vriendschap te verdienen. Gij zult mij maken tot een ander, een beter mensch. En welk een troost zou uw besluit niet voor mijnen armen vader zijn. Denk aan den uwe en aan hetgeen hij gevoeld zou hebben, indien zijn eenige zoon zich op eenmaal in al zijne verwachtingen voor de toekomst bedrogen zou hebben gezien.

Wees mijn goede engel. Antwoord mij dat hetgeen gij den ongelukkige niet hebt willen vergunnen, gij het den balling toestaat; wordt binnen den kortst mogelijken tijd mijne vrouw.

Ik mag het u niet ontveinzen, gij zult mij naar den vreemde moeten volgen; voorloopig althans zou het verblijf in Ragnarland mij onduldbaar zijn, maar gijzelve zult het zonnige plekje uitkiezen waar wij aanvankelijk onze tent zullen opslaan.

01 Bij al wat u ooit dierbaar of heilig was, laat u bewegen ons huwelijk plaats Ie doen hebben vóór den terugkeer van het eskader. Het wederzien met den prins zou u noodlottig wezen; het gevoel, dat uw ongeluk is, met vernieuwde kracht doen ontvlammen.

En daarbij, Werna, ik ben overtuigd dat hij in mijne opwelling van drift ook zeer goed mijne jaloezie geraden heeft. Want men zet heel zijne toekomst niet op het spel voor eene beuzeling. Indien hij terugkeert, zal zijn

ocr page 145

141

blik in uw hart zoeken te lezen; en wie waarborgt u dat hij niet slechts al te duidelijk daarin uw geheim zal ontcijferen. Bespaar uzelve die vernedering.

Vergeef alles wat er tusschen ons beiden voorviel, op dien laatsten avond vóór mijn vertrek. De ijverzucht maakte mij waanzinnig. Thans is er enkel eene groote droefheid, een oneindig medelijden in mij over gebleven. Laat ons elkander als trouwe wapenbroeders helpen, op dat wreede slagveld dat men het Leven noemt, te overwinnen. Tot mijn laatsten snik toe, zal ik u zegenen vertrouwen in mij te hebben gesteld.

Otto von Falkenstein.quot;

Met een wanhopig gebaar liet het jonge meisje den brief op haar schoot vallen en verborg het gloeiende voorhoofd in de beide handen.

Wat moest zij doen ?

O! zijne sluwheid had de juiste snaren in haar gemoed doen trillen. Het denkbeeld dat Prins Carl iets van hare liefde voor hem kon vermoeden bracht haar verstand aan het wankelen. Zij kon of durfde hem daarna niet wederzien. Neen, wat het haar ook kosten mocht, wanneer hij wederkeerde, zou hij moeten erkennen zich vergist te hebben; inzien dat haar hart hem niet kon toebehooren. En daartoe was slechts één uitweg mogelijk: zij moest aan Otto's bede gehoor geven.

Maar zijne vrouw worden____ het was zulk een

ontzettend vooruitzicht, dat zij bij de gedachte alleen reeds ineenkromp van pijn. Hoe waardig schijnbaar zijn schrijven ook mocht wezen, zij gevoelde maar al te goed dat er nimmer eenige band tusschen hun beider natuur zou ontstaan, dat zijn karakter bestemd was haar altijd vreemd te blijven. Nooit zou hare haardstede door een flauwen lichtstraal van teederheid verhelderd worden; nooit zouden haar echtgenoot en zij elkander begrijpen. Ook al mocht hij alle dwaas-

la

■sli ■ lil®

sllia -

|Bf

i ■

I ]

1

ü!

1

1

f; ;'' ! il

m

ocr page 146

142

heden van zijn verleden voor altijd afzweren, zij erkende dat zij nooit zou leeren hem ook slechts zooveel als achting toe te dragen.

Haar bestaan zou dus vreugdeloos voorbijgaan, en dat bestaan kon nog eene halve eeuw voortduren!

En toch, hij had gelijk, zelfs dat was beter dan dat Carl van Ragnarland haar hopeloozen droom raadde, dan dat hij haar dwingen zou, wellicht te erkennen hoe dierbaar hij haar geworden was.

Na lang en smartelijk overpeinzen, rees zij overeind.

«Ik ben hedenmiddag vrij, mompelde zij; „ik zal naar Holmford gaan en den generaal bezoeken.quot;

Als in een droom doorleefde zij de uren welke nu volgden. De koningin liet haar bij zich roepen en sprak haar vol goedheid toe, wel ziende hoe bleek en afgetrokken zij was; maar hare antwoorden klonken bijna verward en hare stem scheen van verre te komen, als de tonen eener verwijderde treurmuziek, waarnaar zij zelve luisterde zonder haar te verstaan.

„Gij moet wat uit gaan rusten, mijn kind,quot; sprak de vorstin medelijdend: .,Ik ben overtuigd dat gij van nacht geen oog hebt gesloten.quot;

„Ik wilde Uwe Majesteit juist vergunning vragen heden de familie Falkenstein te gaan bezoeken.quot;

„Dat verlangen doet u alle eer aan, Werna; maar zoudt gij niet liever tot morgen wachten? Gij ziet er zoo vermoeid uitquot;

„Het zal mij integendeel goed doen, mevrouw. De generaal moet behoefte gevoelen aan een woordje van troost.quot;

„Ga dan, ik wil u niet weerhouden, en breng hem mijne groeten over. De koning zal zeker middel vinden hem spoedig te bewijzen dat het gebeurde geen verandering hoegenaamd heeft aangebracht in onze vriendschap voor hem.quot;

ocr page 147

143

HOOFDSTUK X.

Voor den blinden krijgsman was het bericht van Otto's ontslag eene verpletterende tijding geweest. Sedert zijne benoeming aan het hof en zijne daaropvolgende verloving, had de jongeling hem bestemd geschenen de glansrijkste loopbaan af te leggen. Hij zou eenmaal opklimmen tot vice-admiraal, gelijk hijzelf den hoogsten rang in het leger verworven had. Voor dien geoefenden veldheer was niets zoo schoon of zoo eervol als onder de vlag van Ragnarland te dienen. En op eenmaal verwoestte hij zijne gansche toekomst, brak hij zijn degen doormidden! Het was den grijsaard alsof hij een gansch gebouw, dat al zijne schatten bevatte, voor zijne voeten had zien neerstorten, alles verpletterende in zijn val. Hij gevoelde zich als versuft van smart.

Zijne echtgenoote daarentegen was zeer opgewonden en waagde een hevigen uitval tegen den prins:

„Hij had het recht niet Otto aldus te behandelen!quot; riep zij uit; „Hoe! om een twist, een oogenblik van drift, vernietigt hij zijn gansche loopbaan! De gedachte aan u alleen reeds, had voldoende moeten zijn om hem dit te verbieden. Het is schandelijk!quot;

De generaal hief, met trotsch gebaar het gebogen hoofd op en antwoordde:

„Gij vergist u. Wat schandelijk is, het is het gedrag van onzen zoon. Heeft men ooit het recht tegen zijne meerderen op te staan, met zijne vorsten te twisten ? Ook al handelen zij in onze oogen verkeerd, wij hebben tot eersten duren plicht daarover het stilzwijgen te bewaren, en ik die den prins van nabij ken, ik zou er voor durven instaan dat hij gelijk heeft gehad. Wat is Otto's verleden in vergelijking met het zijne? En bewijst hij niet wederom zijne grootheid van karakter, door zijn oproerigen adjudant zonder eenige disciplinaire straf van zich gezonden te hebben ? leder ander zou hem streng

ocr page 148

144

arrest hebben opgelegd. Hij heeft het eenige gedaan wat onvermijdelijk was, door hem van zijn post als adjudant te ontslaan.quot;

«Ja, maar op eene wijze die Otto verplichtte zijn ontslag uit den dienst te nemen.quot;

„Juist dat vergeef ik hem niet. Het was meer dan ooit het oogenbiik te toonen dat hij nog andere hoedanigheden bezat dan die van een oneerbiedig hoveling. Indien Otto thans de een of andere gewichtige opdracht had gevraagd, waarbij hij zijn moed en beleid aan den dag had kunnen leggen; zoo hij bijvoorbeeld verzocht had met eene expeditie naar den Noordpool belast te worden, ik ben overtuigd dat de koning hem dat om mijnentwil zou hebben toegestaan, en bij zijn terugkeer ware alles vergeten geweest.quot;

«Gij spreekt er gemakkelijk over. Ons kind is te hooghartig geweest om die hem opgelegde vernedering te dragen.quot;

«Men behoort allereerst te trotsch te zijn om de eenvoudigste wetten van tucht en vormen te overtreden, en heeft men het ongeluk gehad te vallen, om niet alle middelen aan te grijpen om zijne fout te herstellen. Ziedaar wat Otto niet gevoeld heeft.quot;

«En Werna, wat zal zij nu doen? quot;vroeg Marie spottend.

«Haar plicht is hem thans zonder uitstel te huwen,quot; verklaarde de moeder.

«Plicht, plicht?quot; herhaalde de generaal, terwijl hij droefgeestig het hoofd schudde. «Ik hoor u altijd over dat woord spreken, maar begrijpt gij het wel, van het oogenbiik waarop uwe lieveling in het spel is ? Waarom zou Werna plotseling nieuwe plichten hebben, enkel en alleen omdat haar bruidegom de zijne vergeten heeft?quot;

«Maar voelt ge dan niet,quot; klonk het op ongedul-digen toon, «dat nu hij niets meer ter wereld bezit, het oogenbiik geslagen is, waarop zij moet bewijzen of zij hem werkelijk liefheeft ? Als zij dat doet, zal zij ons zelf

ocr page 149

145

komen verkondigen dal zij het huwelijk zoo spoedig mogelijk door wil zetten.quot;

Zij had nauwelijks uitgesproken of de deur opende zich om doortocht te verleenen aan de jonge hofdame, die allereerst op den blinde toetrad om hem te begroeten. Toen zij Adelheid omhelsde, fluisterde deze haar toe:

„Neem uw offer terug.quot;

Zij kon haar geen antwoord geven zonder haar te verraden, en vroeg daarom rechtstreeks aan mevrouw von Falkenstein:

„Hebt gij bericht ontvangen van Otto?quot;

„Ja. Wij kregen hedenmorgen een brief; en gij?quot;

„Ik eveneens. Toch wist ik de tijding van zijn ontslag reeds gisteren, door de koningin die het van prins Carl had vernomen.quot;

„Het is een ramp,quot; mompelde de grijsaard; „maar wat zegt men er van aan het hof? Ik beken gulweg dat ik nauwelijks meer onder de oogen van Hunne Majesteiten zal durven verschijnen.quot;

De vrouw des huizes trok medelijdend de schouders op, terwijl mejonkvrouw von Adlersfluch zich haastte Ie antwoorden:

„Daaromtrent zoudt gij toch groot ongelijk hebben. De koning en de koningin, die zelf het best begrijpen hoeveel leed dit alles u moet doen, zenden u hunne groeten toe en hopen u binnenkort een dag op Vreden-borg te zien doorbrengen. Zoover strekt de vriendschap welke Zijne Majesteit u toedraagt zich uit, dat hij bereid is in de toekomst nog veel voor uw zoon te doen, mits deze een brief van verontschuldiging aan Zijne Hoogheid richt.quot;

„Dal zal Otto nooit doen,quot; verklaarde de jongste zuster.

Werna boog het hoofd. Zij ook was hiervan overtuigd.

„Ik zal er hem toe dwingen,quot; riep de grijsaard vol geestkracht uit. „En dat niet om het voordeel dat het hem op kan leveren, maar omdat hij het verschuldigd

10

ocr page 150

146

is als onderdaan van de Kroon, als iemand die de eer heeft gehad in dienst van Zijne Majesteit te zijn.quot;

«Heeft hij u ook geschreven dat hij voornemens is in den vreemde te blijven?quot;

„Ja; eene dwaasheid te meer. Hij had reeds op Vredenborg moeten zijn om den koning vergiffenis te vragen. Ol mijn kind, zoo gij eenigen invloed op hem bezit, doe hem dan inzien hoe treurig zijn gansche houding in deze is, laat hem op zijn besluit terugkomen. Zoolang hij in vrijwillige ballingschap blijft vertoeven, laadt hij immers dagelijks meer en meer den schijn op zich een onuitwischbare fout begaan te hebben en het slechts aan de edelmoedigheid van Zijne Hoogheid te danken dat hij nog zijn eervol ontslag verkreeg.quot;

„Hij zal niet naar mij willen hooren,quot; antwoordde het jonge meisje op somberen toon; „heel zijn brief zegt het mij.quot;

„Maar wat wil de ongelukkige dan?quot;

„Hij vraagt mij ons huwelijk onverwijld door te laten gaan.quot;

„Hij had beter gedaaan als een echt edelman te handelen en u uwe vrijheid weêr te geven. Ik zal hem dit schrijven.quot;

„Doe dat niet, mijnheer. Ik heb besloten aan zijn wensch gehoor te geven.quot;

In eene opwelling van vurige dankbaarheid, drukte Otto's moeder haar de handen.

„Dan is niets verloren!quot; riep de zelfzuchtige vrouw uit. „Gij zult hem, eenmaal getrouwd zijnde, wel weten over te halen hierheen terug te keeren, en als men slechts gelukkig is, wat heeft men dan nog noodig zich te bekommeren om vorsten en al hun grillen? Men heeft dan immers zijn eigen koninkrijk in huis!quot;

„Maar zoudt gij ten minste niet wachten tot gij wist wat er tusschen den prins en Otto is Voorgevallen?quot; vroeg Adelheid beangstigd.

ocr page 151

147

„Otto schrijft het mij onder de diepste geheimhouding. Hij alleen heeft ongelijk gehad, al mag hij dat zelf niet erkennen; maar ik weet ten minste dat het niets onteerends voor hem geldt. En hoe het ook zij, ik ben besloten hem te volgen.quot;

Adelheid antwoordde niet meer; haar strakke blik vestigde zich op de bloemen van het tapijt, als zocht zij daarin de oplossing te vinden van een pijnlijk raadsel.

„Hij zal toch hier moeten komen voor de trouwplechtigheid,quot; hernam Marie.

„Natuurlijk,quot; beaamde hare moeder. „En wij zullen daarvan gebruik maken om hem te bewegen zich voor goed te Holford te vestigen.quot;

Werna bleef haar het antwoord schuldig. Zij kon niet anders dan hopen dat men daarin niet slagen mocht. Zijzelve verlangde er naar verre, zoo ver mogelijk van Ragnarland te wezen, nimmermeer tegenover Carl gebracht te worden; nooit weder de stem op te vangen, die haar zoo lief was en waarnaar zij toch niet mocht luisteren. O! van het oogenblik af waarop hunne levens elkander vreemd moesten blijven, was het immers krankzinnig nog de oogen op te heffen naar zijn gelaat; andermaal de heillooze betoovering te ondergaan, welke hij over haar uitoefende.

Tot Falkenstein zou zij reeds nu in alle oprechtheid zeggen dat hij zich geen hersenschimmen voor den geest moest halen; dat hun wederzijdsch bestaan tot hun dood toe elkander vreemd zou blijven. Hij zou kunnen heenreizen en vertoeven waar hij wilde; zij zou hem geen rekenschap van zijne daden vragen, en zich hel minst rampzalig achten wanneer zij alleen was. Langzamerhand misschien zou het visioen dat haar thans steeds achtervolgde, voor haar verbleeken en eindigen met geheel en al op den achtergrond te geraken. Dan eerst zou zij weêr eenige rust weder-

i

li

lii

ill f;

11

i|;3 ill

ocr page 152

148

vinden, en somtijds medelijdend kunnen glimlachen over den gevaarvollen droom harer jeugd. Tot zoolang echter zou zij weten te lijden, zonder zwakheid, zij het dan ook zonder hoop.

De koningin schreef dienzelfden avond aan haar zoon:

„Meer nog dan de arme ouders beklaag ik Werna. Zij draagt de ongenade van haar bruidegom op hare eigenaardige, hooghartige wijze, zonder eene enkele klacht; zij dreef de kieschheid zelfs zoover dat zij aanstonds erkende overtuigd te zijn dat Falkenstein geheel en al in zijn ongelijk tegenover u was; maar hare oogen dragen eene uitdrukking van zoo groot lijden, dat wie haar kennen zich niet behoeven af te vragen hoe diep de slag haar getroffen heeft.

Toch aarzelt zij niet hierin alleen naar de stem van liefde en plicht te luisteren. Gij weet dat zij van den aanvang af bepaald had dat het huwelijk eerst over twee jaren plaats zou hebben; nu de jonge man ongelukkig is, verhaast zij dat oogenblik en zal zij reeds spoedig zijne vrouw zijn. Ik zal mejonkvrouw von Adlersfluch ten zeerste missen. Zij was mij van lieverlede als eene dochter geworden, en vooral sedert die ongelukkige verloving, was er iets over haar gekomen, iets onbeschrijfelijk beklagenswaardigs en lieftalligs tevens, waarvan ik vergeefs rekenschap poogde te geven; maar dat haar dubbel dierbaar in mijne oogen maakte.

Ik vrees somtijds dat haar bruidegom haar niet begrijpt, dat hij haar telkens pijn deed, en zij mij daarom voorkwam als een hulpeloos kind, dat vergeefs naar steun uitziet. Moge ik mij vergist hebben en zij gelukkig worden!«

„Neen, moeder, gij hebt slechts al te goed gezien,quot; mompelde prins Carl, toen hij tien dagen later dit schrijven ontving; „maar hare toekomst zal voor nog grooter ellende gespaard blijven. De schurk heeft het toch gewaagd haar tot die verbintenis aan te sporen; thans zal

ocr page 153

149

11

hij mij op zijn weg vinden, en ook al mocht het een kamp op leven en dood worden, hij zal haar niet naar het altaar voeren.quot;

Een dergelijk besluit was echter gemakkelijker te nemen dan ten uitvoer te brengen. Het tegenwoordige adres van den ellendeling was Carl onbekend; hij kon er den generaal niet naar vragen, zoo hij den edelen grijsaard niet doodelijk wilde verontrusten. Voor het oogenblik dus was hij buiten zijn bereik, en ook al had hij Werna de afschuwelijke waarheid willen mededeelen, hij kon dit niet schriftelijk doen; indien het geschieden moest, welnu dan wilde hij het haar ten minste zeggen; haar langzaam heel langzaam op de schipbreuk van al haar levensgeluk voorbereiden.

Een oogenblik dacht hij er aan de koningin alles toe te vertrouwen; maar hoe goed en teeder zijne moeder ook was, hij was niet zeker dat zij het stilzwijgen zou bewaren, en wist de kroonprins het eenmaal, en zijne gemalin door hem, dan zou het feit weldra aan gansch Holmford bekend zijn, de generaal van schaamte sterven en Werna nog zwaarder lijden worden opgelegd. Neen, het eenige wat hem te doen stond, was rechtstreeks aan het jonge meisje te schrijven, en ofschoon aarzelend, deed hij zulks.

«Vergeef mij dat ik u pijn moet doen,quot; schreef hij: «Ik begrijp zoo geheel en al de opwelling van teeder-heid die er u toe drijft juist nu uw verloofde schadeloos te stellen voor de ondervonden teleurstelling, en hem zoowel het vaderland als zijne gebroken loopbaan te willen vergoeden, dat ik mij schamen zou dat besluit niet te eerbiedigen, indien ik niet vervuld was van bezorgdheid voor uwe toekomst.

Indien het ongeluk niet wilde dat mijn plicht mij aan boord geketend hield, zou ik aanstonds naar Rag-, narland afreizen, om u persoonlijk te smeeken van een huwelijk af te zien dat niet anders dan noodlottig voor

|

liïf

| S si,

IDMH

hm a li

li

ocr page 154

150

u kan wezen. Geloof mij niet willekeurig wreed of in staal u te doen lijden om eene beuzeling alleen. Ik begrijp wat het u kosten moet uw afgod van zijn voetstuk neder te zien dalen; maar bij mijne eer als edelman zweer ik u: Otto von Falkenstein is uwer niet waardig.

Er zijn uren waarin men elkander grondiger leert kennen, dan anders in jaren het geval kan zijn. Zulk een uur heeft zich voorgedaan. Vertrouw uw leven niet toe aan dien man, die slechts in staat zou zijn hel te verwoesten.

Nog eens, schenk mij vergiffenis, en wil in deze regelen niet anders zien dan de grootste belangstelling, welke ik niet op zal houden voor de dochter van mijn waardigen leermeester te koesteren.

Carl van Ragnarland.quot;

Met onstuimig kloppend hart doorlas Werna deze regelen, die zij in de eerste opwelling van ontroering aan de lippen had gebracht. Had zij wel ooit op het geluk durven hopen een brief van hem te bezitten? En hij kon haar nog beklagen daarna!

Maar spoedig ging hare vreugde in smartelijke onzekerheid over. Indien hij haar aanspoorde hare verloving te verbreken, was het dan niet omdat hij alles geraden had en medelijden met haar gevoelde; haar nog intijds wilde waarschuwen tegen het offer dat zij om zijnentwil ging brengen? Wilde hij haar niet te kennen geven dat het vruchteloos was tegen zijn eigen hart te worstelen; dat zij hem zou blijven liefhebben in weerwil van alles?

Andermaal kwam haar hoogmoed, bij die gedachte, tegen hem in opstand. Wat was het voor zoo vreeselijks dat Otto verricht kon hebben? Hij had wellicht de andere officieren tot zwaar dobbelen overgehaald; maar had zij niet altijd geweten dat hij een speler was? Hij had zich naar alle waarschijnlijkheid, bij het aanhooren

ocr page 155

151

van een verwijl daarover onbeschaamd aangesteld; misschien haar naam met dien van den prins verbonden,

op een wijze die geen man van eer had kunnen dulden;

maar bracht haar dit de minste ontgoocheling? Had zij ooit eenige achting voor zijn karakter gevoeld? Neen,

neen, men kon haar van hem zeggen wat men wilde,

het zou haar niet onttooveren. Het eenige wat er op aankwam was den prins te doen gevoeleu dat hij zich vergiste, dat hijzelf niets in haar leven was; zij antwoordde hem dus, ofschoon met bevende hand:

Monseigneur!

Uwe Koninklijke Hoogheid is al te goed zich aan mijn lot gelegen te willen laten liggen, en ik zal haar daarvoor dankbaar blijven.

Hoe smartelijk het mij echter ook zij te vernemen dat Otto von Falkenstein zoodanig in de achting van Uwe Hoogheid gedaald is, zal het Haar niet verwonderen indien ik mijn eens gegeven woord gestand wensch te doen. Gehechtheid hangt niet af van het oordeel der wereld, zij kan misplaatst zijn, en in dat geval is het een ongeluk voor beiden: maar eens gegeven, laat zij ji|

zich niet weder hernemen. Meer dan ooit acht ik mij aan mijne belofte gebonden, en wat ook de toekomst mij brenge, ik zal er mij steeds over verheugen mijn plicht te hebben gedaan.quot;

Na het verzenden van dezen brief hervond zij een weinig gemoedsrust. Hoe vaster zij haar leven aan dat van Otto verbond, hoe meer ook haar angst week dat zij aan een uur van zwakheid mocht toegeven.

Hijzelf had haar in hartstochtelijke bewoordingen gedankt voor haar edelmoedig besluit en smeekte haar thans dat haar huwelijk reeds over zes weken mocht plaats hebben; hij zou slechts enkele dagen te voren

ocr page 156

152

naar Holmford overkomen, en haar daarna aanstonds met zich naar het Zuiden voeren. Hij wenschte tevens dat zij uit de woning zijns vaders trouwen zou, wat ook haar het best voorkwam, en zoo begon men alles voor de plechtigheid in gereedheid te brengen, terwijl Adelheid tot steeds dieper zwaarmoedigheid verviel, en zeiden of ooit binnenkwam, wanneer de bruid haars broeders den haren een bezoek bracht.

Tot Werna's ontsteltenis volgde er een tweede schrijven van den prins.

„Gij wilt geen gehoor geven aan mijne smeekbeden/' schreef hij: „Doe het dan ten minste aan deze woorden, die geen ijdele betuiging zijn.

Alvorens luitenant von Falkenstein dezen oorlogsbodem verliet, had ik een ernstig gesprek met hem, waarbij ik hem bezwoer u uwe vrijheid weder te geven, er aan toevoegende dat ik voor niets terug zou deinzen om het kind van uw vader te redden, zoo hij u toch in weerwil van alles met zich in den afgrond wilde sleuren. Ik durfde hopen dat hij naar mijne stem zou luisteren. Ook daarin heeft hij mijne verwachting bedrogen. Dwing mij niet tot het uiterste om uw behoud te verzekeren; zie nog van die rampzalige verbintenis af. Zij mag' niet voltrokken worden; verstaat gij mij: het mag niet!

Wil mij per ommegaande antwoorden opdat ik weten moge wat mij te doen staat. Indien gij mij Falkenstein's adres wilt opgeven, zal ik de zaak met hem afhandelen, en dat zal beter zijn.

Ik weet dat ik geen verschooning in uwe oogen kan vinden, ik die u ontrukken wil aan het dierbaarste wat gij op aarde bezit, aan uw schoonen geluksdroom, maar het ontwaken daaruit zou zoo afgrijselijk geweest zijn, dat ik er u niet aan bloot mag stellen.

Vaarwel; vloek mij zoo gij wilt, maar gehoorzaam aan mijne bede; zij is die van een uwer beste vrienden.quot;

ocr page 157

153

«O, mijn prins!quot; fluisterde Werna, met tranen in de oogen, toen zij in de eenzaamheid deze regelen verslonden had: «Wat zijt gij goed, en hoezeer spaart gij mijn gevoel, door voortdurend op mijne liefde voor Otto te zinspelen. Gij wilt mij aan mijne eigene zwakheid ontrukken; maar het is daartoe te laat. Mijn lot is beslist en moet zijn loop hebben. U Falkenstein's adres zenden, dat nooit! Hij mag niet eens vermoeden dat gij u op wilt werpen als een levende muur tus-schen hem en mij. Het zou toch niet baten, en den haat in zijn binnenste doen aangroeien tot eene vijandschap die u misschien noodlottig zou worden. Wees gelukkig, gij die mij voor ongeluk wildet bewaren!quot;

En zij schreef andermaal:

«Wel verre van mij te krenken, doet Uwe Koninklijke Hoogheid mijne dankbaarheid jegens Haar slechts toenemen. Ik verdien echter zooveel goedheid niet, want mijn onwankelbaar voornemen is Falkenstein naar het altaar te volgen. Ook al zou men mij trachten te bewijzen dat hij een nietswaardig leven had geleid, dat er op geen beterschap in zijn gedrag te hopen viel, ik zou niet ophouden den wensch te koesteren zijne vrouw te worden.

Ik verzoek Uwe Hoogheid dan ook mij de pijn te besparen Haar nogmaals met eene weigering te moeten antwoorden, en mij niettemin te willen gelooven

Van Uwe Koninklijke Hoogheid

De eerbiedige en gehoorzame dienares, Werna von Adlersfluch.quot;

Er verliepen drie weken, zonder dat de jonge hofdame iets meer van de prins vernam. Zij meende niet anders of hij had ingezien dat het vruchteloos zou zijn nog nader bij haar aan te dringen, en zich tevreden gesteld met het denkbeeld ten minste alles te hebben

ocr page 158

154

aangewend om haar voor een overijlden stap te behoeden.

Zij had trouwens weinig tijd tot overpeinzingen; de koningin wilde nog zooveel mogelijk van haar bijzijn genieten; haar vrijen tijd moest zij in de stad doorbrengen, hetzij bij Otto's ouders, hetzij in de winkels waar haar uitzet gereed werd gemaakt. Falkenstein zelf verwachtte zij in het eind der volgende week, en zijne komst joeg haar een schrik aan, waarover zij te vergeefs bij zichzelf poogde te glimlachen. Immers, het zou dan voor altijd zijn dat zij zijne tegenwoordigheid zou moeten dragen. Nooit zou zij weder vrij zijn gelijk voorheen! Hoe zoet kwam haar thans diezelfde verlatenheid voor, waarover zij vroeger zoo dikwijls getreurd had! O! nog eenmaal alleen op de wereld te zijn; het recht te hebben naar een eenzaam plekje op aarde te zwerven, waar zij zich verder in eene wildernis begraven mocht, om er alleen met de natuur en de vogelen des wouds te leven, tot het einde harer dagen toe! Maar dat zou gelijk staan met eene vlucht, de prins zou er de beteekenis van raden, en medelijdend glimlachen over de ongelukkige die hem zoozeer vergood had. Liever dan nog de slavenketenen aangesmeed, die haar dagelijks zwaarder te dragen vielen.

Op zekeren avond dat de koning en de koningin een feest bijwoonden, door den kroonprins gegeven ter eere van den Duitschen keizer die Ragnarland bezocht, keerde Werna bijzonder vroeg van Holmford terug. Zij was bij Otto's familie geweest, doch had zich te onwel gevoeld om aldaar te blijven eten. Op Vredenborg aangekomen, verkleedde zij zich haastig in een luchtig morgengewaad, en zeker zijnde dien dag geen dienst meer te moeten doen, zwierf zij het bosch in, hopende haar brandend voorhoofd door de avondlucht te laten afkoelen. Zij had zelfs geen hoed bij zich. Voor het laatst misschien in haar leven zou zij volkomen vrij zijn,

ocr page 159

155

en zij snakte er naar daarvan nog eens met volle teugen te genieten.

De schemering was reeds lang gevallen, toen zij besloot op hare schreden terug te keeren. Nooit had zij iets als kleinmoedigheid gekend, en toch, toen zij aan het eind eener laan eene hooge mannelijke gestalte hare richting zag uitkomen, overviel haar eene lichte siddering.

„Het is als schim,quot; mompelde zij, onwillekeurig staande blijvend. „Zou hem eenig ongeluk overkomen zijn ?quot;

Daarop lachte zij over hare eigene kinderachtigheid. Was het mogelijk zoo dwaas te zijn! De gedaante die op haar toetrad liep met veel te krachtigen tred voort om een geest te wezen. Het was waarschijnlijk een der lakeien, die zich naar de herberg aan het eind der vorstelijke bezitting begaf, en zij zou spoedig zijne gelaatstrekken herkennen.

Maar op eenmaal uitte zij een gesmoorden kreet. De verschijning bevond zich nog slechts op eenige schreden afstands van haar, en zij herkende hem thans werkelijk, maar het was geen bediende, haar eerste oogopslag had haar niet bedrogen.

„Gij hier, Monseigneur?quot; stamelde zij doodsbleek.

„Ja, ik,quot; gaf hij op droefgeestigen toon ten antwoord. „Gij hebt het zelf gewild. Ik had u immers gezegd dal ik alles zou trotseeren zoo gij niet naar mij wildet luisteren?quot;

„Maar uw eskader, prins?quot;

„Het ligt tot mijn terugkeer voor anker. Ik reisde nacht en dag door en vertrek weder morgen vroeg. Alleen op deze wijze mag ik hopen verontschuldiging bij mijn vader en bij den minister van marine te vinden.quot;

„En dat alles voor mij?quot; mompelde Werna in wier oogen groote tranen opwelden.

„Ja, en ik zegen het toeval dat mij u alleen doet aantreffen. Wilt gij mij aanhooren?quot;

:*v

■5

|| 41

li

11 ■ 'S ■;

jjiig

Éi fc

Si

li , yfï

ocr page 160

156

Zijn stem klonk zoo weemoedig dat zij slechls sprakeloos het hoofd kon buigen.

HOOFDSTUK IX.

Gedurende het eerste oogenblik van wederzien was de vreugde van het jonge meisje zoo groot geweest, dat zij op het punt had gestaan zich te verraden. Thans echter was zij zichzelve wederom geheel meester en besloot zij er zorg voor te dragen dat de prins van deze ontmoeting de zekerheid zou meenemen, dat zij hem nooit bemind had.

Zij stond daar tegen een zwaren boomstam geleund, en scheen nog slanker dan gewoonlijk naast den breeden woudreus; hare sierlijke gestalte was in wit gehuld; de avondbries had gespeeld met hare lokken, welke daardoor in bevallige wanorde schilderachtig haar gelaat omlijstten. In hare oogen lag eene vreemde, raadselachtige uitdrukking, die hen koortsachtig deed schitteren en hare schoonheid nog slechts verhoogde.

Carl sloeg haar een oogenblik stilzwijgend gade; hij had zich dagen achtereen, woord voor woord, voorgenomen wat hij haar zeggen zou, en thans wist hij zulks ternauwernood, gevoelde hij zich als vernietigd door haar bijzijn alleen, beefde hij bij het denkbeeld reeds dat zij hem na het gesprek zou haten.

Hij wischte zich het klamme voorhoofd af en begon op vasten toon:

„Ik vrees dat gij het mij nooit vergeven zult aldus

uw geluk te komen verwoesten____quot;

Tot eiken prijs de zwakheid haars harten willende verbergen, antwoordde zij met schijnbaar ijskoude stem: „Mijn wrok kan voor Uwe hoogheid niet veel be-teekenen. Ik verzoek haar dus ronduit te spreken.quot; «Dit huwelijk is onmogelijk.quot;

w

ocr page 161

157

„Uwe Hoogheid heeft mij dit reeds geschreven, en ik betreur het meer dan ik zeggen kan dat zij deze lange reis ondernam tot eene toch vruchtelooze poging. Ik heb mijn woord verpand en zal dat nooit terugnemen.quot;

„Ook niet zoo ik u zweer, bij al wat mij heilig is, dat Falkenstein een nietswaardig karakter bezit?quot;

„Ook dan niet, Monseigneur,quot; antwoordde Werna vastberaden. „Toen ik zijn aanzoek aannam, wist ik dat Otto geen heilige was, dat zijne jeugd bijzonder stormachtig was geweest. Ik ben bereid hem alles te vergeven wat zijn verleden bevat.quot;

„Gij hebt hem dus wel onmetelijk lief?quot;

Zij was niet in staat de onwaarheid uit te spreken, die hare lippen zou hebben verschroeid, maar boog stilzwijgend.

„ik vreesde het wel,quot; hernam de prins geheel ontmoedigd. „De hardnekkige wijze waarop gij geweigerd hebt aan mijne bede gehoor te geven, deed het mij reeds duchten, en toch voedde ik telkens opnieuw hoop; ik zeide tot mijzelven: het is niet mogelijk dat er geen waarschuwende stem in ons binnenste oprijst, die ons verwittigt daar waar wij ons ongeluk tegemoet snellen; het kan niet zijn dat de woudduif zich onweerstaanbaar aangetrokken zou gevoelen tot den gier; maar ik schijn mij vergist te hebben en ik smeek u, nog een laatste maal, medelijden te hebben met uwe toekomst. Ik durf u met gerust geweten toeroepen: zie in mij op het oogenblik uw vader; hem die u niet meer persoonlijk waarschuwen kan. Hij heeft mij opgedragen over u te waken, en u toe te roepen: zoo gij hem ooit hebt liefgehad, verbreek dan die heillooze ketenen.quot;

Ditmaal grepen zijne woorden Werna zoodanig aan, dat zij moeite had hem niet aanstonds toe te roepen:

„Ja het is voorbij met mijn weerstand; ik wil niet verder vragen, en mij blindelings onderwerpen. Welke ook de beweegreden uwer handelwijze zij, gij moet

ocr page 162

158

gelijk hebben, van het oogenblik af waarop niets u te veel is geweest om mij te overreden.quot;

Maar zou hij dan niet begrijpen wat zij hem zoo zorgvuldig verborgen had; wat altijd in haar hart begraven moest blijven ? Zij haaste zich dan ook te zeggen:

«Uwe Hoogheid treft de gevoeligste snaren mijner ziel; mag ik ten minste weten ifütf het is dat zij Falken-stein verwijt?quot;

«Vraag mij dat niet, ik bid er u om; laat u overtuigen zonder meer te willen weten.quot;

«Waarom huivert gij er voor terug, Monseigneur, gulweg den man aan te klagen wiens toekomst gij tracht te vernietigen?quot; vroeg zij bitter.

«Ik heb dat verwijt slechts ten deele verdiend, freule,quot; autwoordde Carl op een toon zoo vol zachtmoedigheid, dat er een groot berouw in haar oprees: «Wat behoefde ik dien man te sparen ? Voor mij bestaat hij zelfs niet meer. Neen, indien ik hem niet openlijk tegenover u betichtte, de hemel weet dat dit enkel geschiedde omdat ik vreesde voor de pijn welke de waarheid u toe zou brengen.quot;

«Bekommer u daarover niet. Ik ben gewoon aan lijden.quot;

«Niet aan een lijden zooals dit, waarbij zich afschuw en schaamtegevoel zal paren aan de smart uw afgod verbrijzeld ter aarde zien storten.quot;

«Spreek; ik verzoek er u nogmaals dringend om; zeg mij wat er tusschen u voorgevallen is.quot;

«Zet u eerst op gindsche bank neder. Gij zult misschien behoefte gevoelen aan een steun.quot;

«Neen; ik behoor tot de krachtigen op aarde.quot;

«Gij wilt zelfs aan mijne geringste beden geen gehoor geven, het zij zoo,quot; mompelde Carl op bedroefden toon; «van den aanvang af heb ik uw vriend willen wezen; gij hebt mij enkel als een vijand beschouwd, en ik twijfel niet of over eenige oogenblikken zult gij

ocr page 163

159

mij voor altijd verfoeien. Herinner u ten minste in latere jaren wat het mij gekost heeft het stilzwijgen te verbreken, en wees rechtvaardig genoeg om te erkennen dat gijzelve mij daartoe dwongt.quot;

Zij antwoordde niet. Haar blik zwierf verre van daar, door de steeds donkerder wordende laan. Zij hem haten ? Zij ? O! dat die ure mocht aanbreken en het nameloos wee in haar boezem stillen!

„Gij weet dat wij heeten onaangenaamheden te hebben gehad, niet waar?quot; ving Carl van Ragnarland met moeite aan.

Werna knikte toestemmend.

„Ikzelf,quot; vervolgde hij: „heb Falkenstein deze uitvlucht voorgesteld; nooit zou het in mij opgekomen zijn met een mijner adjudanten te twisten.quot;

De jonge hofdame zag schielijk op en vroeg met gedempte stem:

„Maar waarom dan eene dergelijke onwaarheid?quot;

„Enkel en alleen om u en den generaal te sparen. Er moest toch eene oorzaak zijn die tevens koji verklaren waarom hij zijn ontslag uit den zeedienst nam.quot;

„Is deze laatste daad dan niet vrijwillig geschied?quot;

«Neen; ik heb er hem toe gedwongen. Luitenant von Falkenstein was onwaardig langer den koning of het vaderland te dienen.quot;

„Maar waaraan heeft hij zich dan schuldig gemaakt?quot;

„Is deze opheldering nog niet voldoende?quot;

„Prins,quot; voegde Werna hem hooghartig toe: „die man is mijn verloofde. Hij heeft alles verloren wat waarde voor hem kon bezitten op aarde. Hem thans te verlaten zonder de volle waarheid te kennen ware eene laaghartigheid. Ik neem aan dat hij als officier tegen alle wetten van eer gezondigd heeft. Uwe Hoogheid zal niet zonder gronden zijn loopbaan verbroken hebben; maar eene vrouw kan veel vergeven, veel verontschuldigen ____quot;

ocr page 164

160

«Haar trouw zal, helaas! al ie zwaar gestraft worden. Ja, eene vrouw kan vergiffenis vinden voor veel, voor oneindig veel, wanneer zij liefheeft zooals gij; maar kan zij ook eene misdaad vergoelijken ?«

«Eene misdaad?quot; herhaalde het jonge meisje langzaam: «En heeft hij deze aan boord en in zoo korten tijd bedreven?quot;

«Ik zie dat gij mij niet gelooft. Een oogenblik heb ik er aan gedacht den ouden, braven matroos tot u te zenden, die getuige van het feit was, en na aanvankelijk uit eerbied voor Otto's vader gezwegen te hebben, mij alles beleed; maar hoe goed de man ook is, hij zou u de waarheid misschien te ruw hebben medegedeeld, en ziedaar waarom ik zelf op weg toog. O! laat het u thans genoeg zijn!quot;

„Neen,quot; sprak zij op doffen toon, «neen, ik moet alles vernemen.quot;

«Ik liet mijn adjudant bij mij komen, en nadat hij wel gedwongen was geweest mij alles te bekennen, gaf ik hem de keuze tusschen zijn ontslag, zijn eeuwigdurende ballingschap, het verbreken zijner verloving. Hij koos het eerste, maar heeft zijn boete slechts ten halve willen dragen, aangezien hij toch zijn huwelijk doorzet. Gij schijnt geweten te hebben dat hij een speler was; hebt gij nooit tot uzelve gezegd tot welke misdrijven die hartstocht voeren kan, als men daarbij verliest?quot;

„Ga voort,quot; prevelde zij met steeds zwakkere stem.

«Er is een ure gekomen, waarop hij zich verloren

zag en____de fortuin heeft gedwongen zich op zijne

hand te keeren.quot;

«Gij wilt zeggen dat hij valsch gespeeld heeft?quot; mompelde Werna, zwaar tegen den boomstam aanleunende.

„Ja,quot; hernam Carl, den blik van haar afwendende om hare droefheid niet te zien. «Wilt gij mij thans beloven uw woord te herroepen?quot;

ocr page 165

161

Er volgde niet aanstonds antwoord; dc afgrond dien zij voor hare voeten zag openen, werd al breeder en breeder voor haar verschrikten blik; maar wat baatte haar in die ure Otto's meerdere of mindere waardigheid ? Was het haar wel mogelijk hem dieper te verachten dan zij deed? Alles, ja alles, was beter dan zich te zien vernederen in de oogen, die zich van haar afgekeerd hadden, en waarin zij geen medelijden lezen wilde.

«Wij zullen onze schande in een onbekend oord der wereld gaan verbergen,quot; klonk het nauw hoorbaar. «Mijn fortuin zal hem in de toekomst tegen het plegen van dergelijke daden behoeden.quot;

«Dus zelfs nu nog niet?quot;

«Is er dan meer?quot;

«Ja, er is meer____Zijn chef had het gebeurde vernomen,quot; sprak de prins op gesmoorden toon. «Falken-stein's lot, zijn eerloosheid berustten in diens handen;

hij wist dat hij van niemand anders te vreezen had____

Op de ladder van misdaad daalt men duizelingwekkend snel af. Hij wilde tot eiken prijs zijn geheim bewaard zien; zijne schande verbergen. Begrijpt gij mij nu ? Hij deinsde voor geen moord terug.quot;

Werna slaakte een luiden kreet en greep zijne beide handen.

«Heeft hij u willen dooden?quot; riep zij, hare stormachtige gevoelens niet langer meester.

Doch Carl van Ragnarland was te diep ontroerd om zich rekenschap te geven van den toon van liefde die in hare woorden schuilde en hij hernam, terwijl hij hare vingeren in de zijne bleef vastklemmen:

«Helaas! neen, hij stond naar vrij wat edeler leven dan het mijne, en zijn opzet gelukte slechts al te wel. Het misdrijf is lang, veel te lang verholen gebleven. Het werd aan boord van dienzelfden Lodbrog gepleegd; begrijpt gij mij thans, mijn arm kind?quot;

ocr page 166

162

,/U begrijpen?quot; herhaalde zij verward: „Lang geleden? Aan boord van hetzelfde schip, en ik?____

Neen, neen, dat is niet mogelijk! Ik heb het wel altijd beweerd dat hij geen natuurlijken dood stierf; maar ik

heb mij vergist; het onderzoek heeft het uitgewezen____

Neen, neen, dat kan niet zijn.quot;

«Ikzelf heb steeds geloofd dat gij dwaaldet in uwe / vermoedens. Oij alleen, echter, hadt gelijk. Begrijpt gij thans dat ik liever alles op het spel zette dan u met den moordenaar uws vaders te laten huwen?quot;

Werna stortte met een doffen wanhoopskreet aan zijne voeten neder.

Hij nam haar op, gelijk een kind, en droeg haar naar de bank, waarop hij haar plaats had willen laten nemen.

Zij rustte daar alsof zij dood was, en toch voelde zijne hand haar hart nog zwak voortkloppen, en begon hij haar voorhoofd en polsen te wrijven. Het maanlicht daalde door de struiken neder en bescheen haar met een tooverglans, die hare schoonheid iets bovenaardsch verleende. Carl had den arm om hare schouders geslagen, opdat haar hoofd niet te hard op het hout zou rusten, en terwijl hij haar aldus gadesloeg, de ziel vervuld van een onuitsprekelijk medelijden, voelde hij den vloek van zijn geslacht op zich nederdalen, en erkende hij eindelijk dat hij haar liefhad met eene kracht die alles te boven ging; verstond hij ten laatste waarom hij tot zelfs aan zijn plicht had te kort gedaan, om naar haar toe te ijlen en haar te redden.

Eenige minuten later sloeg zij de oogen weder op. Niet aanstonds keerde zij tol het besef der volle waarheid terug. Alleen een bewustzijn van gevaar, van dreigend gevaar, vervulde haar geest; zij beefde voor 'sprinsen leven, en zij vergat al het overige om te stamelen:

„Zeg mij dat hij u geen kwaad zal doen; dat hij geen haar van uw hoofd zal krenken____«

ocr page 167

163

Die enkele woorden, waar hij verwacht had dal zij zich vol afschuw van hem zou keeren, vervulden hem van zulk eene zoete ontroering, dat hij hare handen kuste en zij een brandenden traan op hare vingers voelde dalen, terwijl hij fluisterde:

«O! Heb dank dat gij mij vergiffenis schenkt.quot;

„Gij antwoordt mij niet. Zeg mij dat gij geen gevaar loopt.quot;

«Welk ander gevaar zou mij kunnen bedreigen dan uwe verwijten te moeten dragen; dan u te zien lijden onder mijne misschien onvoorzichtige mededeeling?quot;

Zij herinnerde zich thans. Ja, het was alles als eene woestenij om haar heen; zij zag de schim haars vaders voor haar oprijzen, die haar scheen te verwijten dat zij haar lot aan dat van zijn beul had willen verbinden. En te midden van hare onbeschrijfelijke droefheid verhief zich eene onstuimige erkentelijkheid voor den man, die haar behouden had voor wat eene misdaad zou zijn geweest. Onmachtig meer een woord te uiten, barstte zij in tranen los.

Alles vergetende bij den aanblik harer smart, trok Carl haar dichter naar zich toe, en fluisterde vol teederheid:

»Het is eene ontzettende ure voor u, ik weet het maar al te goed. Vrees niet bij mij uit te weenen. Gij hebt het niet kunnen vermoeden aan wien gij uw hart weggaaft, dat hart waarvoor anderen eene wereld zouden geven; slechts na vele jaren kon uwe wond genezen. Zij die u liefhebben zullen dubbel aan u hechten om uwe smart, en haar op prijs weten te stellen, als beweende! gij een edelen doode.quot;

Maar opeens rukte zij zich uit zijne omhelzing los en sprong overeind.

«Vergeef mij, prins,quot; zeide zij op zwakken maar hooghartigen toon; ,,de slag kwam zoo onverwacht dat hij mij voor een oogenblik hulpeloos maakte als een kind.quot;

ocr page 168

164

Carl van Ragnarland trad een stap achteruit.

«Gij hebt gelijk,quot; mompelde hij; »ik vergat dat gij mij als een vijand moest beschouwen. Alaar stel u gerust, ik zal u enkel nog tot aan het uiteinde van dit bosch begeleiden, en daarna van u gaan, terwijl gij mij vóór mijn vertrek niet zult wederzien.quot;

Zijne stem klonk niet eens verwijtend. Hij nam het onvermijdelijke aan.

Maar Werna richtte zich nog eenmaal tot hem. Hare oogen schitterden van een somber vuur, toen zij vroeg:

„Wat zult gij verder met hem doen?quot;

»Wat gij beslissen zult. Falkenstein heeft zich niet aan mijne voorwaarden gehouden, ik behoef niet meer te vreezen dat het bericht van zijne misdaad u dooden zal. Gij zijt de dochter van zijn slachtoffer. Wilt gij dat ik hem aan het gerecht zal overleveren?quot;

«Neen, neen, het zou zijn vader vernietigen; en toch----quot;

„En toch?quot; herhaalde de jonge zeeman.

«Zijt gij wel zeker dat uw eigen leven geen gevaar zal loopen, zoodra hij raden zal wie ons huwelijk verbrak?quot;

„Denk daar niet over,quot; mompelde hij bitter; «mijn leven komt er zoo weinig op aan; het bezit alleen waarde voor mijne moeder; niet eens voor mijzelven.quot;

„Maar ik____ ik wil niet dat gij sterft,quot; riep zij

angstig uit.

De maan bescheen haar gelaat op dat oogenblik ten volle; andermaal had hare bezorgdheid voor zijn besfaan, alle andere gevoelens in haar tot zwijgen gebracht, en toen de prins haar aanblikte, droegen hare trekken eene uitdrukking van zoo groote liefde, dat hij bevend vroeg:

„Zijt gij dan nog zóó bevreesd dat hem eenig kwaad zou geschieden, zoo hij de hand aan mij mocht slaan?quot;

Werna had alle zelfbeheersching verloren; zij zag nog enkel den ellendeling die haar vader gedood had, gereed

ocr page 169

165

ook op Carl zijne woede te koelen, en hem uit den weg te ruimen, en zij riep opeens:

;En wat bekommer ik mij om hem, zoo hij u slechts spaart, zoo zijn arm u slechts niet kan bereiken.quot;

De prins sidderde andermaal en boog zich diep tot haar over, om haar vlak in het gelaat te zien.

„Werna,quot; fluisterde hij: „ik meende dat gij mij zoudt haten, maar dit is geen opwelling van afkeer. Ik heb meer geleden dan gij vermoeden kunt toen ik u dien onbarmhartigen slag moest toebrengen. Zeg mij op dit oogenblik ten minste dat gij mij vergiffenis schenkt, dat het waarheid is dat gij wenscht dat ik zal leven.quot;

„En als ik u dat zeg, welke waarde kan dat dan nog in uwe oogen hebben?quot;

„Zooveel waarde dat ik er omzichtig door zou kunnen worden. Wij zijn geheel alleen, alles is duister om ons, zelfs de vogelen zijn ingeslapen, en er komen uren voor in het bestaan van den mensch, waarop hij niet liegen kan, waarop hij er behoefte aan gevoelt zijn gansche

hart bloot te leggen____voor enkelen ten minste. Werna,

Ood weet dat ik nimmer iets aangewend zou hebben om u van uw bruidegom te scheiden, zoo ik niet dat ontzettend geheim vernomen had; ik zou alleen uw geluk verlangd hebben; maar Hij weet ook dat ik u liefkreeg zooals men slechts eenmaal op aarde bemint; ik behoef hierop geen antwoord; gij die zoo innig aan Falkenstein gehecht waart, kunt voor mij niets gevoelen; maar herhaal mij nog slechts dat gij wilt dat ik blijf leven, en ik zweer u dat ik alle voorzorgen zal nemen.quot;

Het jonge meisje was wederom op de bank neergezonken. In hare ziel verhief zich eene onmetelijke vreugde die zich in een jubelkreet had willen uiten; maar zelfs in dat oogenblik gevoelde zij dat zij voor elkander verloren waren, dat alles hen scheidde, en zij bewaarde het stilzwijgen.

Carl van Ragnarland had zich weder opgericht.

ocr page 170

166

«Laat ons daar niet meer over spreken,quot; zeide hij snei. «Ik heb mij vergist toen ik uw uitroep aan een weinigje vriendschap toeschreef. Het was slechts angst voor de gevolgen welke het voor Falkenstein kon hebben, indien hij een aanslag pleegde op het leven van een prins van den bloede.quot;

«Zult gij ten minste voorzichtig zijn?quot; mompelde zij.

«Waartoe? Laat ons daar niet op terugkomen.quot;

Maar haar zielsangst overtrof haar trots, en terwijl zij zich oprichtte en tegenover hem stond als een beeld der wanhoop, prevelde zij haastig:

«Gij hebt daar straks een waar woord gesproken, Monseigneur. Er moest iets liggen in dien misdadiger dat der dochter van zijn slachtoffer een onweerstaan-baren afkeer inboezemde; dat was ook het geval.quot;

«Maar gij hebt hem daarna liefgekregen, hem zoo hartstochtelijk bemind, dat gij liever alles verduren wildet, dan van hem te scheiden.quot;

«Ik heb er in toegestemd zijne vrouw te worden, omdat ik onbuigzaam trotsch was,quot; hernam Werna, de oogen, nederslaande, ofschoon hare houding even fier bleef: «Ik had een man liefgekregen, die verre boven mij in rang verheven was, en ik wilde een onover-komelijken slagboom heffen tusschen mijn gevoel en hem. Falkenstein raadde die liefde, en zoo ik hem in weerwil van alles tot echtgenoot wilde hebben, het was omdat hij mij schreef in zijn twist met Uwe Hoogheid mijne liefde voor dien ander verraden te hebben. Mijn huwelijk alleen kon dit tegenspreken.quot;

«Dus— mijn broeder Eugenius?quot; klonk het op doffen toon.

«Zoo hij het was, zou ik dan beven voor uwe veiligheid ?quot;

«Werna!quot; riep de jongeling uit, terwijl alles om hem duizelde: „Wilt gij mij niet misleiden?quot;

«Neen,quot; 'antwoordde zij schijnbaar kalm: «ik heb u

ocr page 171

167

lief. Ik bekende het mijzelve eerst later; maar mijn hart behoorde u van den aanvang af toe; vandaar dat elk uwer woorden mij als een zweepslag trof, en dat ik zoo dikwijls eene vijandige houding tegenover u aannam. Maar heden zelfs nu uwe bekentenis een hemel in mijn hart deed neerdalen, zie ik in dat wij door alles gescheiden blijven. Gij zijt de zoon des konings; ik ben slechts de dochter van een zijner trouwste dienaren; heel mijn teederheid kan mij dat niet doen vergeten.quot;

«Gij brengt mij eenvoudig tot wanhoop nadat gij mij een hemel hebt geopend,quot; mompelde Carl, langs wiens gebronsde kaken een traan nederdaalde: „en toch dank ik u het gelukkigste oogenblik mijns levens. Wilt gij mij vergunnen u de hand te kussen?quot;

„Waartoe?quot; sprak zij snel; „Wij hebben elkander alles gezegd wat twee stervelingen elkander hier beneden kunnen toevoegen. Laat al het overige ter zijde. Wij moeten huiswaarts keeren.quot;

Én met vasten tred ging zij hem voor.

Hij waagde het niet aan hare zijde voort te gaan. Herinnerde hij zich thans niet, met bitter zelfverwijt, het onderwerp van hun eerste gesprek? Welk eene bittere ironie scheen hem dat alles nu toe; hoezeer had het lot hem voor elk zijner woorden van toen getuchtigd! Zij trad daar voor hem uit, de vrouw wier hart hem zoozeer toebehoorde, dat zij om zijnentwil tot alles in staat was geweest, en toch had hij het recht verbeurd haar te voet te vallen en haar om een enkel woord van liefde te smeeken!

Zij ook, zij peinsde, en gevoelde al wat er in zijn binnenste moest omgaan. Haar hoogmoed was voldaan; zelfs in haar nederlaag was zij meesteres van den toestand gebleven, had zij dien held voor haar wil doen zwichten. En toch. wat had hij niet voor haar veil gehad ? Morgen zou hij wederom verre zijn, zich opnieuw aan de wisselkansen van de zee gaan blootstellen; voor

flli ii

li

fi

m

*ilM 111

m:

ii ^v- i fig

ip

ocr page 172

168

dat zij elkander wederzagen zou Otto's wraakzucht zich' wellicht op hem hebben gekoeld 1

En haar tred werd loomer; haar trots begon te zwichten. Zij schaamde zich thans over hare zelfzucht, zonder de kracht te bezitten zich in zijne armen te werpen. In het eind sprak Carl op zachten, eerbiedigen toon: «Vervolg thans alleen uw weg; wij gaan zoo aanstonds het park betreden en het is beter dat niemand ons samen zal zien. Zelfs de koning mag niet anders vermoeden dan dat ik voor eene zaak van geheel persoonlijken aard ben teruggekeerd; op die wijze behoeft uw gevoel van eigenwaarde niets te lijden. Vrees niets, ik zal u met den blik volgen totdat ge het paleis zijt binnengetreden. Vaarwel.quot;

«Vaarwel,quot; prevelde Werna, stilhoudende; «ik zal nimmer vergeten wat gij voor mij gedaan hebt. Als gij hier wederkeert, zal ik u vergeten hebben of voor altijd vertrokken zijn; maar ik zal mij steeds uwe goedheid herinneren.quot;

Carl antwoordde niet, eninditstilzwijgenlagietsdathaar zulk een onbeschrijfelijken angst aanjoeg, dat zij hernam: «Beloof mij dit ééne, dat gij voor uw eigen veiligheid zult waken.quot;

Er volgde slechts stilzwijgen en zij hief den blik tot hem op.

Nooit te voren had zij aanschouwd welke verwoestingen de smart op een mannelijk gelaat kon aanrichten; het trof haar daarom des te dieper zijne plotselinge verouderde trekken te zien, de sprakelooze droefheid te lezen welke zijne oogen uitdrukten, en alles vergetende behalve dit eene dat zij hem lief had, strekte zij de beide handen naar hem uit en fluisterde met gebroken stem:

«Blijf leven, ware het ook slechts voor mij, die onder uw dood zou bezwijken.quot;

De prins vatte hare handen in de zijne, en nog altijd sprakeloos, zag hij haar aan.

ocr page 173

169

Voor dien blik versmolt haar trots; indien hij haar iets gevraagd had, zij zou het hem onverbiddelijk geweigerd hebben; zijne nederige aanbidding ontwapende haar, en voor het eerst toegevende aan al de zwakheid harer vrouwelijke natuur, wierp zij zich in zijne armen.

Hij beloofde haar alles wat zij wilde, en ofschoon zij scheidden met het vaste besluit elkander op aarde niet weder te zien, voelde elk hunner bij dat afscheid een hemel in het hart.

Landen en zeeën zouden hen scheiden, maar hunne zielen zouden elkander toebehooren, en alle aistanden overschrijden, om in weerwil van alles bij elkaar te vertoeven.

De wereld mocht hen vaneen scheuren, zij hadden elkander woorden toegefluisterd die voortblij ven ruischen, heel een menschenleven lang.

HOOFDSTUK XII.

Werna sloot dien nacht geen oog; telkens opnieuw doorleefde zij het uur dat zij in Carl's bijzijn had doorgebracht en kwamen haar zijne minste woorden weder voor den geest. Zij gevoelde zich zoo onuitsprekelijk gelukkig in het bewustzijn dat hij haar liefhad; wat kwam het er al op aan of zij elkander weder op den drempel van dat paradijs moesten verlaten; zou haar niet altijd de herinnering bijblijven aan dien avond, waarop zij zich geheel alleen hadden bevonden te midden van de slapende natuur, alleen met hunne liefde?

Hij was voor altijd verbroken, de booze droom die haar aan Otto verbond; zij behoefde niet langer comedie te spelen, de prins had thans in hare ziel gelezen, en wel verre van haar te minachten om zijne zegepraal over haar hart, had hijzelf haar vol ootmoed zijne eigene teederheid bekend. O! weêr scheen het haar toe dat hij

ocr page 174

170

haar in zijne armen sloot, en haar woorden toefluisterde, zoo vol liefde dat zij zich enkel afvroeg of het wel mogelijk kon zijn dat zij haar golden.

Het eenige waar zij voor vreesde was dat hij zich eene ernstige berisping van den koning op den hals gehaald zou hebben, en dan de minister, hoe zou hij het opnemen dat een vlootvoogd aldus, zonder bevel daartoe te hebben ontvangen, voor verscheidene achtereenvolgende dagen zijn eskader alleen liet.

Hoe was het mogelijk dat zij niet aanstonds geraden had dat liefde alleen tot eene dergelijke zelfverloochening in staat kon zijn ? Hij die zoo weinig eigendunk bezat, had geen oogenblik vermoed dat zij aan hem kon hechten, maar haar willen redden, ten koste van alles, voor het lot dat haar bedreigde.

Maar op welke wijze zou zij het verbreken van haar verloving aan den generaal mededeelen: hoe zou zij Otto zelf begrijpelijk maken dat zij voor altijd van hem afzag, zonder hem te doen veronderstellen dat de prins op eenigerlei manier in haar besluit gemoeid was? Zij moest immers vóór alle dingen voorkomen dat zijn dierbaar leven in gevaar werd gebracht. Hij had haar wel beloofd op zijne hoede te zijn; maar wat vermocht hij in zijn zorgeloozen moed tegen een sluipmoordenaar, die hem den een of anderen dag in het verborgene zou pogen te treffen ?

Die angst liet haar geen oogenblik met rust, en zij eindigde met weder op te staan en zich op haar bidstoel neêr te werpen om den Hemel om licht en wijsheid te smeeken.

Eerst vrij laat in den morgen werd zij bij de koningin geroepen. Deze dwong haar aan hare zijde op een sofa plaats te nemen en voegde haar toe:

„Gij weet mijn kind, hoezeer ik de gewoonte aangenomen heb u alles te zeggen waf er in mijn leven omgaat. Het is mij zulk een troost voor een trouw hart

ocr page 175

171

mijne verborgenste aandoeningen bloot te leggen; ik geloof dat zij mij anders verstikken zouden, en er is gisteren zooveel, gebeurd.quot;

„Heeft het feest bij den kroonprins zich dan door zulke buitengewone voorvallen gekenmerkt, Majesteit ?quot; vroeg het jonge meisje, wier hart luide begon te kloppen.

„Neen,quot; hernam de vorstin; „het liep afgelijk de meeste dergelijke partijen, die eene verveling zijn voor hen, die ze geeft, zoowel als voor degenen, die ze bijwonen; maar het was iets geheel anders toen wij huiswaarts keerden. Gij raadt nooit wie ons op Vredenborg opwachtte.quot;

„Hoe zou ik dat kunnen vermoeden. Mevrouw?quot;

„Prins Carl in persoon.quot;

„Zijne Hoogheid voert immers nog bevel over het eskader?quot;

„Ja, en dat was juist wat den koning buiten zichzelven bracht, ook al mocht mijn zoon hem verklaren, dat eene dringende gebeurtenis van persoonlijken aard hem, voor eenige uren slechts, naar Ragnarland had teruggeroepen. Zijne Majesteit was zoo verontwaardigd, dat hij hem zijn commando wilde ontnemen; doch ik schaarde mij aan Carl's kijde, en bepleitte zijne zaak. Mijn hemel! ook al is men prins, men blijft immers mensch. Ik twijfel er niet aan, of hij heeft gedurende zijn laatste verblijf in het land de eene of andere verbintenis aangeknoopt; let wel op dat ik dit niet verontschuldig; maar op zijn leeftijd spreekt het hart zoo luide, dat het misschien heel zwaar valt er altijd het stilzwijgen aan op te leggen; welnu, veronderstelt eens, dat die vrouw zwaar ziek was geworden; dat hij haar in levensgevaar had geweten, dan had hij immers meer dan een gewoon sterveling moeten zijn om niet toe te snellen en haar nog een laatste maal weêr te zien. De koning wilde eerst van niets hooren, maar ik zag spoedig dat zijn toorn plaats maakte voor medelijden, en ik had ons kind nog geen kwartier lang verdedigd, of hij voegde mij toe:

ocr page 176

172

«Moeders verontschuldigen altijd alles, en de nederigste barer wordt welsprekend als zij zich opwerpt tot advokaat voor haar zoon; gij hebt mij overwonnen; zeg hem dat ik alles met den minister zal regelen, mits hij morgen bij het aanbreken van den dageraad weder vertrekt.quot; Carl wierp zich in zijne armen, en ik verzeker u dat Zijne Majesteit innerlijk zoo blijde was hem weder te zien, dat hij eerst tegen twee ure in den nacht te bewegen was, onzen reiziger nog een poosje rust te laten genieten. Van ochtend vroeg heb ikzelve hem gewekt en thans bevindt hij zich lang op weg. Gij weet niet hoe gaarne ik hem hier gehouden had; helaas! ik moet al blij zijn dat alles zoo goed afliep.quot;

In Werna's hart verhief zich eene onstuimige vreugde; hij zou dus niet boeten voor hetgeen hij zoo edelmoedig voor haar veil had gehad. O! hoezeer dankte zij hem in haar ziel, dat hij geen oogenblik zelfs had doen veronderstellen haar wedergezien te hebben. Haar geheim was dus veilig bewaard.

Nadat zij eenige onbeteekenende woorden geantwoord had, hernam de koningin:

„Maar dat is niet alles, Werna; toen ik vanmorgen onder zijn ontbijt, alleen met hem was, droeg de prins mij eene zeer kiesche zending op met betrekking tot u.quot;

„Tot mij. Mevrouw?quot; vroeg de jonge hofdamever-bleekend.

„Ja, mijn kind, en ik beken u gulweg, dat ik heel wat gaf indien Carl anderen daarmee had belast, maar in zijne kinderliefde verbeeldt hij zich natuurlijk, dat zijne moeder beter dan ieder ander de kunst moet verstaan teêre wonden aan te raken zonder ze doen bloeden.quot;

Het jonge meisje meende thans te begrijpen; in zijne bezorgdheid voor haar, had de prins haar het verbreken harer verloving gemakkelijk willen maken, door zelf de koningin te overreden haar te toonen, hoe onwaardig Falkenstein haar was.

ocr page 177

173

„Ik bid Uwe Majesteit mij niet te sparen,quot; was al wat zij zeide.

„En toch zal ik u pijn doen, lieve, maar het kan niet anders. Het gesprek kwam als van zelf op de onaangenaamheden welke de prins met zijn adjudant had; meen niet dat het wrok was wat hem aldus deed spreken; mijn zoon is niet in staat dergelijke lage gevoelens te koesteren; maar hij kon het denkbeeld niet dulden dat gij uw gansche toekomst zoudt verwoesten door uwe hand te schenken aan een man zonder eer, zonder geweten, aan een speler die u binnen korten tijd verarmen zou.O! laat mij u raden; ik heb getracht eene tweede moeder voor u te zijn; gij zijt mij dierbaar geworden als eene dochter, luister naar mij, die door geen bijoogmerken geleid kan worden. Het is hard voor u, mijn kind, heel hard, dat begrijp ik, juist thans nu uw levensdroom tot vervulling ging komen, hem voor altijd prijs te moeten geven; maar wat beteekent het lijden van één, van twee jaren in vergelijking van de einde-looze droefheid der ontgoocheling die u zou wachten, indien gij in weerwil van alles bij uwe keuze bleeft volharden? Het spel is een hartstocht waarvan men nooit geneest, en geen vrouw ter wereld kan ongelukkiger zijn dan de echtgenoote van een dobbelaar.quot;

«Maar, zelfs indien ik mijn huwelijk opgaf,quot; stotterde Werna, «hoe zou ik tegenover den generaal moeten handelen? Ik heb slechts liefde en goedheid van hem ondervonden.quot;

Verheugd over het terrein dat zij reeds scheen gewonnen te hebben; antwoordde de beminnenswaardige vorstin;

«Ik begrijp dat gij er tegen opziet den edelen grijsaard dien nieuwen slag toe te brengen; die vrees doet uw hart alle eer aan; maar daarom moogt gij er uw gansche bestaan niet aan ten offer brengen. Generaal Falkenstein kan nog tien, nog twintig jaar leven; gij.

H

j

Ijl

i

i:

§f r

Hll

ifvf

Hl

IP'i fltlil

li lil

ocr page 178

174

Werna, zijt pas aan het begin van uw loopbaan, en zult hem naar alle waarschijnlijkheid dertig of veertig jaar overleven; gij moogt dus om zijnentwil niet aarzelen den raad uwer trouwste vrienden op te volgen. Daarenboven, indien hij u ongelukkig moest zien door zijn zoon, zou dit immers het ergste leed wezen dat hem kon treffen, en het zou, helaas! niet uitblijven. Het zou de laatste illusies vernietigen welke hem nu misschien nog omtrent den onwaardige overblijven. Beloof mij liever dat gij verstandig zult zijn, dat gij u door mij zult laten raden. Zoo gij wilt, zal ik u een lang verlof toestaan, opdat gij elders afleiding voor uwe smart kunt zoeken.quot;

Werna kuste haar eerbiedig de hand.

„Laat mij liever bij u, Mevrouw,quot; fluisterde zij; nergens kan het mij beter zijn dan in de nabijheid van Uwe Majesteit.quot;

«Het zij zoo, liefste; mij ook zou het pijn doen, u, juist in deze voor u zoo sombere dagen, ver van mij verwijderd te weten. Gij wilt dus naar mij luisteren?quot;

„Ja, Majesteit. Alleen hoe zal ik met den generaal handelen ?quot;

„Ik raad u aan hem te schrijven. Indien gij tot hem gingt, en getuige waart van zijn teleurstelling, vrees ik maar al te zeer dat gij u opnieuwzoudt laten verteederen.quot;

„Het is mij toch onmogelijk hem te zeggen, wat ik omtrent zijn zoon gehoord heb?quot;

„Dat is ook niet noodig. Hij zal maar al te goed door de regelen heen lezen. Neen, zeg hem enkel dat gij, vooral in de laatste tijden, bespeurd hebt, hoe weinig uw karakter bij dat van uw verloofde voegde; dat gij verzekerd zijt geraakt ongelukkig met elkander te zullen zijn. Generaal Falkenstein is te veel edelman om daarna aan te dringen op het doorzetten eener verbintenis, die uzelve schrik aanjaagt.quot;

„Ik kan Uwe Majesteit niet genoegzaam danken voor

ocr page 179

175

haar raad, dien ik in alle opzichten zal nakomen.quot;

«Dan is het goed, mijn arm kind. O! denk niet dat ik ongevoelig ben voor hetgeen dit alles u kosten zal. Ik weet welk een strijd gij thans doorworstelt en wil alles aanwenden om hem voor u te verzachten; maar wat zult gij met dien jongen man zelf doen ?quot;

«Mag ik Uwe Majesteit vragen of de reis van Zijne Koninklijke Hoogheid naar Ragnarland bekend zal worden ?«

„Neen; de koning verlangt uitdrukkelijk dat daarover het siilzwijgen worde bewaard.quot;

Werna haalde diep adem; het was haar, als werd er een looden gewicht van haar ziel gewenteld.

„Dat verheugt mij,quot; hernam zij; want ik zou niet willen, dat de prins daardoor in moeilijkheden geraakte. Ottovan Falkenstein zou daarin een verband hebben gezocht met mijn besluit, en daar hij zeer wraakgierig is, misschien getracht hebben Zijne Hoogheid te benadeelen. Ik zal hem nog heden schrijven dat ik mijn woord terugneem.quot;

„Zonder reden daarvoor aan te geven?quot;

„Ik zal hem eveneens wijzen op ons verschil van karakter.quot;

„Dan is het goed. Maar zal hij niet blijven aandringen?quot;

„Zoo hij dat doet, zal ik blijven volhouden bij mijn besluit.quot;

„Qij zijt zeer moedig, mijn kind, en ik bewonder er u slechts des te meer om, want dergelijke overwinningen op zichzelven vorderen eene geestkracht, die men zelden op uwe jaren bezit. Wij vrouwen zijn zoo zwak als wij eenmaal liefhebben. Qa thans die moeilijke brieven schrijven; ik wil niet, dat gij aan het wankelen zoudt worden gebracht in uw besluit. Het zal u rust schenken als gij eenmaal die laatste taak hebt volbracht Keer daarna weder tot mij terug; gij moogt mij heden niet verlaten.quot;

En zij klemde met echt moederlijke teederheid het meisje aan het hart.

ocr page 180

176

„Zou zij het mij vergeven indien zij wist wat er in mijn binnenste omging?quot; fluisterde Werna bij zichzelve, toen zij zich eenige oogenblikken later weder in haar vertrek alleen bevond. „O! mijn edele gebiedster, wat zijt ge goed voor mij geweest, en hoezeer zegen ik u voor zooveel barmhartigheid. Nooit, neen nooit, behoeft gij ondank van mijne zijde te vreezen; nooit te duchten dat ik u in tweestrijd zal brengen omtrent de toekomst van uw zoon. Ik zal mijzelven geheel en al weten weg te cijferen, en den moed bezitten mij zelfs te doen vergeten door den man dien ik liefheb.quot;

Haar brief aan den generaal was slechts kort, maar een meesterstuk van fijn en diep gevoel. In eiken regel deed zij de gehechtheid en den eerbied uitkomen, welke zij den edelen grijsaard en zijn gezin toedroeg, en het leed dat zij zelve koesterde over haar besluit.

Het was Adelheid die hem aan haar vader voorlas. Zij bevonden zich alleen, en de heer von Falkenstein verborg onder het luisteren daarnaar, het gelaat in de handen, om de tranen te verbergen, welke hem naar de blinde oogen drongen.

Maar reeds knielde zijne dochter aan zijne zijde neèr en omstrengelde zij hem met de armen.

„Vader,quot; fluisterde zij, het schoone hoofd op zijn schouder latende rusten, „wees niet bedroefd. Vroeg of laat moest dit geschieden. Otto was haar niet waard, en gij zoudt het niet overleefd hebben, indien gij later getuige hadt moeten zijn van haaf verwoest levensgeluk.quot;

„Zij zou alleen nog in staat geweest zijn hem te redden,quot; mompelde de oude krijgsman.

Hebt gij ooit gezien dat een vrouw haar echtgenoot op hel rechte spoor terug wist te brengen, als die man een zelfzuchtige was? Dat zijn droomen welke slechts ouders en de vrouw zelve droomen, maar waarop het somberste ontwaken volgt.quot;

„Maar wat zal mijn rampzalige jongen dan aanvangen?quot;

ocr page 181

177

„Was het niet reeds beneden een man van eer zijne gansche loopbaan weg te werpen, om nog alleen zijne toekomst van zijne vrouw te laten afhangen? O! vader, nu eerst kan hij toonen of hij iets onthouden heeft van uwe lessen. Nu eerst begint voor hem de worsteling met het lot, welke hij niet gekend zou hebben indien hij eene rijke bruid gevonden had. Zij alleen kan hem opheffen.quot;

„Maar uwe moeder?quot;

„Zij zal zeer boos wezen op Werna; zeer teleurgesteld voor Otto; maar om dit te voorkomen kan men toch twee menschenlevens niet ongelukkig maken.quot;

„Ik geloof bijna dat gij u over de zaak verheugt, Adelheidquot; sprak de grijsaard met zacht verwijt.

„Dat niet, vader; ik ook, ik ben zelfzuchtig genoeg om Werna boven elke andere schoonzuster te verkiezen; maar ik ken Otto, en ik moet erkennen dat de zekerheid hoe diep ramzalig de arme wees met hem zou worden, mij sedert hare verloving, rust noch duur liet. Het scheen mij somtijds toe dat gij u schuldig maaktet tegenover de nagedachtenis haars vaders door, om uwentwille, zijn kind zooveel ellende tegemoet te laten gaan. Nu echter is die booze droom voorbij, en zie ik u alle verantwoordelijkheid daaromtrent ontnomen. O! vergeef mij vader, maar ik dank er Qod voor, om uwentwille vooral.quot;

De generaal liet de bevende hand over Adelheid's voorhoofd glijden.

„Gij minacht uw broeder dan wel zeer?quot; prevelde hij met verbleekte lippen.

„Ik wilde daartoe geen reden te hebben,quot; gaf het jonge meisje ontwijkend ten antwoord.

„Maar hoe komt het dan dat Otto's moeder integendeel zoozeer zijne partij kiest ?quot;

Adelheid klemde zich dichter aan hem vast, als wilde zij zich stellen tusschen hem en de verzoeking Werna op haar besluit te doen terugkeeren.

12

ocr page 182

178

«Vader,quot; fluisterde zij, „eene oudste zuster weet dikwijls meer dan hare ouders, vooral dan wanneer de afgedoolden zich bewust zijn dat zij liever sterven zou dan de geheimen, die zij op het spoor komt te verraden. Vraag mij niet verder, maar geloof mij, ik beoordeel Otto niet tc hard.quot;

„Dan vraag ik niet meer,quot; antwoordde de generaal met eene huiveriug; «ik vertrouw u daartoe te zeer; maar ik zou thans den stortvloed van verwijten uwer moeder niet kunnen dragen. Wil haar dus Werna's brief overbrengen, en haar zeggen, dat ik later met haar spreken zal.quot;

Ofschoon ook haar deze zending geenszins toelachtte, gehoorzaamde het jonge meisje aanstonds, en bracht zij hare moeder de boodschap over.

Mevrouw von Falkestein doorlas de regelen, en liet zich toen als verpletterd op eene sofa nedervallen. Ook Marie moest aanstonds alles weten.

«Welk een laaghartigheid!quot; riep de moeder uit; «welk eene ziellooze coquetterie! Drie weken voor zijn huwelijk alles af te breken! En die comediante is gisteren pas hier geweest, heeft nog over de plechtigheid gesproken, met het schijnheiligste gezicht van de wereld; ik had haar altijd moeten wantrouwen, van het oogenblik waarop Otto zoo dwaselijk alles wegwierp. Zij kon niet langer aan zijne zijde aan het hof schitteren, en heeft zeker een ander ontmoet die haar een meer glansrijke positie aanbood.quot;

«Ik hoop toch niet dat gij haar zult toestaan ons allen zoo maar voor den gek te houden, mama?quot; krijschtede jongste dochter. «Gij moet haar schrijven, om haar te zeggen hoe ongehoord hare handelwijze is, en dat zij wel degelijk hare belofte moet nakomen.quot;

«ja, zoo uw vader dat wilde doen, zou het eenig gewicht in hare oogen hebben; maar zal hij daarin toestemmen?quot;

«Neen, moeder,quot; klonk het beslist van Adelheid's lippen; «hij heeft mij reeds verklaard Werna's besluit te

ocr page 183

179

willen eerbiedigen, en ik smeek u hem niet noodeloos te kwellen door er verder bij hem op aan te dringen.quot;

«O! daaraan herken ik u weder,quot; bromde de vrouw des huizes. «Gij zijt van den aanvang af vijandig tegen Otto gestemd geweest, en verheugt u nu zeker in zijn nederlaag.quot;

«Ik vijandig tegen Otto gestemd ?quot; herhaalde Adelheid, terwijl er een traan in haar oogen opwelde. «Herinnert gij u nog mijne vreugde toen mij een broeder geschonken werd; mijn trots, toen hij opgroeide en als knaap zoo schrander bleek te zijn? Weet gij nog, moeder, hoe ik alle partijen prijsgaf, als hij met vacantie over was en gij vader in de wereld moest vergezellen ? Ik heb hem niet alleen liefgehad, maar ook de stoutste droomen omtrent zijn toekomst gevoed. Wat heeft hij gehouden van al de beloften zijner jeugd, waarmede heeft hij ons aller bewondering en teederheid beloond! O! tracht niet te doorgronden wat al offers ik hem gebracht heb, zoo vaak hij mij om hulp smeekte en mij zwoer daarna een nieuw leven te beginnen. Werna's besluit werpt onze laatste hoop voor hem in duigen;maar ik kan het niet betreuren; tusschen hare levenslange ellende en onze meerdere gerustheid kan voor mij geen vergelijking bestaan.quot;

Hare moedige verklaring had zulk een stortvloed van honende woorden tengevolge dat zij verder het stilzwijgen bewaarde en zoodra hare moeder uitgesproken had, naar haar vader terugkeerde.

Op den balling had Werna's brief een nog ver-pletterender uitwerking. Hij zag zijn laatste luchtkasteel in duigen vallen, op het oogenblik zelf dat hij zich zeker achtte zijn doel te hebben bereikt. Prins Carl had zich tegenover hem verbonden het stilzwijgen te bewaren; het was niet waarschijnlijk dat de koningin het waardig geacht zou hebben hem over de plannen van een barer hofdames te schrijven; in elk geval het koninkrijk der wereld behoorde aan de stoutmoedigen, en ook al mocht Hare Majesteit op Carl's verzoek het

P ■

11 I

rm

Fili

I

Hl ■

11

li Ij

IIh

i

in

tó

ii in si fel

ocr page 184

180

jonge meisje waarschuwen, zijzelve scheen al ie verlangend een onoverkotnelijken scheidsmuur tusschen zichzelve en den vorst op te richten, om te duchten te hebben dat zij van hem af zou zien.

En nu deed zij het toch; vernietigde zij met een enkele pennestreek al zijne vooruitzichten ! Maar dit besluit was niet uit haarzelve opgeweld. Zij was veel te hooghartig om van den eenen dag op den andere haar woord te verbreken, om vrijwillig den schijn van wispelturigheid op zich te iaden, en gedurende eenige achtereenvolgende dagen het voorwerp uit te maken van al de gesprekken der hofstad.

Indien zij hem, aanstonds na zijn ontslag, bedankt had, zouden velen haar beklaagd hebben; thans zou eenieder haar veroordeelen. Zij had dit vooraf moeten berekenen en moest er voor teruggebeefd zijn. Wie dan had haar tot zulk een stap overreed?

Wie anders als Carl van Ragnarland, die hem verboden had haar tot zijn vrouw te maken; die haar zeer zeker, bij het vernemen van haar op handen zijnde huwelijk geschreven, en wellicht alles medegedeeld had.

Slechts gehoor gevende aan de woede, die in hem kookte en bruiste, antwoordde hij haar terstond;

«Gij kunt in zooverre gerust zijn, ik zal u niet tegen wil en dank naar het altaar sleuren; maar ik weiger straffeloos de speelbal te zijn van uw eerzucht, die u thans doet droomen de gemalin van een prins van den bloede te worden. Van het begin onzer verloving af, ik zie het te laat in, hebt gij niets anders op het oog gehad dan zijn jaloezie op te wekken en hem daardoor nauwer aan u te verbinden.

Ik zal u echter niet vergunnen te slagen; gij hebt mijn geluk vernietigd, gelijk hijzelf het mijne loopbaan deed. Indien gij mijne vrouw waart geworden, zou ik hem wellicht om uwentwille vergiffenis hebben ge-

ocr page 185

181

schonken; thans zult gij beiden mij op uw pad vinden en zal ik onverzoenlijk zijn.

Ik weet dat ik u treffen moet in hem, en ik vraag niets liever, want niemand zal mij hieromtrent misleiden; er is een man geweest die u overtuigd heeft dat gij mij uwe hand niet kondet schenken, en die man is prins Carl, de dwaas die zich voorstelde dat ik gedwee zijn bevel zou opvolgen om van u af te zien.

Nog blijft u de keuze over maar dat ook voor het laatst; hebt gij hem lief genoeg om zijne veiligheid te verzekeren, trek dan uw besluit in en ik kom onmiddellijk over, ten einde ons huwelijk nog te bespoedigen. Zoo niet, weet dan wel dat ik niet zal rusten aleer ik

mij gewroken heb____ op hem, want dat zal tevens

voor u de vergelding zijn.

En wanneer gij dan bij zijn zielloos overschot zult slaan, verkondigt het dan vrij aan eenieder: de vorst dien gij beweent is gestorven, enkel en alleen omdat ik in mijn onbuigzamen trots, prinses van Ragnarland wilde worden.

Otto von Falkenstein.quot;

Een oogenblik na het lezen dezer bladzijden stond Werna op het punt te zwichten. Het was haar als zag zij den man dien zij lief had reeds bleek en levenloos voor zich liggen, als zag zij den moordenaar om zijn lijk heensluipen, met een helschen spotlach om de lippen.

Maar zij bedacht tevens hoe onwaardig zij zich 's prinsen liefde zou toonen, indien zij die onvergeeflijke zwakheid had; hoe onmogelijk het was hare hand te leggen in die welke haar vader gedood had, en vastberaden antwoordde zij;

«Uw brief kenschets uw gansche karakter; maar ik vrees niets. Zoo gij 's prinsen booze geest wilt zijn, ik hoop zijn goede engel te wezen. Prinses van Ragnarland zal ik nimmer worden, ik zou te hooghartig zijn om iemand

i

'ïiC •quot;h

III1B

li iii

H

I S ? .5

5 -3 ? • ■

li

jiij 'p :l

5 i ■:

m

■iiln

ocr page 186

182

boven mijn stand te huwen; maar tot mijn laalsten snik zal mijne ziel gehecht blijven aan het vorstenhuis, dat aanspraak heeft op mijne innigste dankbaarheid en vereering, en zoo gij het waagdet ooit de hand op te heffen tegen een zijner leden, zou ik mij tusschen hem en u werpen, en u voor heel de wereld aanklagen als een sluipmoordenaar.

Het is niet aan mij, maar aan u om te beven. Gij hebt op geen ontferming meer te hopen van

Werna von Adlersfluch.

HOOFDSTUK XIII.

Werna von Adlersfluch was sedert het verbreken harer verloving onherkenbaar veranderd. De koningin had ai het mogelijke aangewend om haar afleiding te geven, en haar bijna onafgebroken aan hare zijde gehouden, maar niets had mogen baten om haar te verstrooien van de eene gedachte, die voortdurend hare hersenen scheen te pijnigen.

«Ik had nooit verondersteld dat zij zoozeer aan halkenstein gehecht was,quot; zeide de vorstin tot haar gemaal.

Oswald II schudde het hoofd en antwoordde:

«Dat kan ook zoo erg niet zijn geweest, of wel zij zou niet van hem hebben afgezien.quot;

Maar koningin Anna was niet te overtuigen:

» Er zijn aan deze gansche geschiedenis zaken verbonden, die ons waarschijnlijk nimmer opgehelderd zullen worden,quot; vervolgde zij peinzend. „Somtijds verbeeld ik mij dat zelfs Car! ons niet het juiste omtrent zijne onaangenaamheden met den jongen m^n heeft gezegd, en voor zoover ik Werna ken, is zij er de vrouw niet naar den man aan wien zij eens hare liefde schonk, te laten varen, ook al mocht hij aan een onverbeterlijken harts-

ocr page 187

183

tocht, zooals het spel toegeven. Ik heb mij dikwijls verbeeld dat zij slechts ten halve aan hem hechtte, en van dat oogenblik af zou hare handelwijze hoogst verklaarbaar zijn; maar sedert zij de verbintenis afbrak is zij letterlijk een schim geworden; hare gelaatskleur is doorschijnend; hare handen zijn zoozeer vermagerd, dat hare vingers op die eener teringlijder gelijken, en in hare oogen is eene uitdrukking gekomen als die van waanzin.quot;

«Hebt gij niet eens beproefd haar vertrouwen te winnen ?quot;

«Herhaalde malen, doch het is voldoende slechts op het gebeurde te zinspelen om haar eene huivering door de leden te jagen. Arm kind! Zij heeft de roepstem van het verstand gevolgd en haar hart wil niet genezen.quot;

De wereld was vrij wat minder barmhartig in haar oordeel. De kroonprinses, die in vele opzichten de publieke opinie beheerschte, verklaarde aan wie het slechts hooren wilden, dat de freule von Adlersfluch eene schandelijke coquette was. De wijze waarop zij met den jongen adjudant gespeeld had was onvergeeflijk. Juist nu hij in ongenade was gevallen aan het hof, was het oogenblik daar geweest om eenieder te toonen dat zij hem trouw bleef. Het is een wonderbaar verschijnsel hoe lieden, die zich zelf nooit om zoo iets, als plicht bekommeren, met het grootste gemak wetten voor het geweten van anderen uitvaardigen.

Teneinde in ieders oogen tegen het «onverantwoordelijk gedragquot; der jonge hofdame op te komen, noodigde prinses Pauline den generaal en zijne familie uit op een groot diner, dat zij hoofdzakelijk tot dat doel gaf, en bij welke gelegenheid zij Otto's ouders met in het oog vallende vriendelijkheid bejegende.

Maar zelfs die onderscheiding was niet meer bij machte een glimlach op de edele trekken van den grijsaard terug te roepen. De slag had hem getroffen gelijk den ouden,

ocr page 188

184

trotschen eik die door het bliksemvuur wordt verwond. Hij bleef nog wel staande, doch men zag duidelijk dat zijn leven vernietigd was en dat hij den een of anderen dag ter neder zou storten, zonder een enkele klacht, maar tevens om zich nimmer weer op te heffen.

„Er is iets dat zij voor mij verborgen houden,quot; sprak hij op zekeren dag toen hij zich met Adelheid alleen bevond.

„Waarom dat, vader?quot; antwoordde het jonge meisje, dat ■ hem niet wilde bekennen hoezeer zij deze overtuiging deelde. «Heeft zelfs de koning u niet verklaard dat het hier alleen Otto's noodlottige verslaafdheid aan het spel gold? En is zulk eene ongeneeslijke kwaal niet voldoende om Werna's besluit te verklaren ?quot;

„Om het te rechtvaardigen, ja; maar niet om het op te helderen. Wij hebben hier niet met een alledaagsch karakter te doen. Zij was tot elke toewijding in staat en indien zij uw rampzaligen broeder bemind had, zou zij hem trouw zijn gebleven, vooral nu hij ongelukkig is. Neen, mijn kind, er is meer; er is iets dat hem eerloos maakt in hare oogen; en nacht en dag peins ik over dat raadsel voort. Het zal eindigen met mij te dooden.quot;

„Zeg dat niet, vader. Wilt gij mij dan verlaten? Zijt gij niet het liefste wat ik op aarde bezit? O! poog toch vrede te nemen met het onherstelbare; geloof hetgeen men u daaromtrent zeide; wij zijn immers buiten machte er iets aan te veranderen.quot;

„Indien ik zekerheid had, zou ik misschien kunnen genezen; thans niet. Er is geen gruwel dien ik mij niet voor oogen haal, en dan weder beschuldig ik mij als van een misdaad op dergelijke wijze aan mijn eenigen zoon te kunnen twijfelen.quot;

Adelheid zag hem een tijdlang zwijgend aan, en vroeg daarop:

«Zou het u rust geven indien ik mij naar Werna begaf?quot;

ocr page 189

185

„Toch niet om haar te vragen op haar besluit terug te komen ?quot;

„O! neen, dat nooit! Gij zult u herinneren hoezeer ik, van den aanvang af, tegen dit huwelijk gekant was; hoe weinig ik deze twee naturen voor elkander bestemd achtte. Zij zouden diep ongelukkig zijn geworden. Maar ik kan u niet aldus zien lijden en indien gij werkelijk meent dat de waarheid u vrede zou kunnen schenken, zal ik bij Werna aandringen dat zij mij alles zegt.quot;

De blinde streelde haar liefkoozend over de lokken.

«Ja, doe dat liefste,quot; sprak hij op gesmoorden loon: «en zorg er bovenal voor dat zij ons niet spare. Wmoet weten of mijn zoon een ellendeling is.quot;

«En indien dit zoo ware?quot; vroeg Adelheid verschrikt over de uitdrukking welke op het gelaat haars vaders was gekomen.

«Dan zou ik mij herinneren dat wij de laatsten van onzen naam zijn, en dat het geslacht Falkenstein alleen door Otto voortgezet kan worden. Uit een eerlooze worden schelmen geboren, en hijzelf heeft nog een halve eeuw voor zich om de overleveringen van ons huis in het slijk te treden. Den dag waarop ik zekerheid mocht verkrijgen omtrent hetgeen ik vrees, zou ik tot hem gaan en mijn eigen rechter wezen.quot;

Adelheid durfde niet antwoorden. Zij had zelve voorgesteld naar Werna te gaan en kon aan geen terugtreden meer denken, maar reeds besloot zij, dat indien de waarheid inderdaad onverbiddelijk voor Otto mocht blijken, hierin voor het eerst in haar leven comediete spelen, liever dan den grijsaard daarvan op de hoogte te stellen. Zij betreurde thans bijna haar inval, en toch snakte ook zijzelve naar de oplossing van dat sombere raadsel; hoopte zij nog dat hunne vermoedens ongegrond waren, en haar terugkeer van Vredenborg den dierbaren man weder tot kalmte en gelatenheid zou brengen.

Werna ontstelde niet weinig toen men haar het bezoek

ocr page 190

186

harer vriendin kwam aankondigen. Zij had in die droevige dagen meer dan eens naar Adelheid's bijzijn verlangd ; maar wat konden zij tot elkander zeggen, dat niet voor beiden eene pijn zou wezen? Zij begreep slechts al te goed dat Otto's zuster, hoe groot en hoe edel zij ook zijn mocht, haar voor ditmaal niet zou kunnen verstaan; wat zou zij haar zeggen om hare houding te verklaren?

Toch was het niet mogelijk zich te laten verontschuldigen, en met doodsbleek gelaat en trillende lippen begaf zij zich naar het vertrek waar het jonge meisje op haar wachtte. Op den drempel stond zij een oogenblik stil om adem te halen. Het was haar te moede alsof de noodige kracht tot dit onderhoud haar zou ontbreken.

Maar met één enkelen blik had Adelheid gezien welk een treffende verandering er in haar plaats gegrepen had, en snelde zij op Werna toe, om haar vol teederheid en medelijden tevens te omhelzen.

«Betreurt gij hem dan zóózeer?quot; vroeg zij, zoodra zij hare aandoening een weinig overwonnen had: „O! ik zeide het immers altijd: hij was u niet waard; vroeg of laat moest hij eindigen met uw hart te breken, en gij zijt niet minder te beklagen dan wij.quot;

wHeb dank voor die woorden,quot; bracht de jonge hofdame er met inspanning uit; «zij zijn rechtvaardig want ik ben heel ongelukkig.quot;

«Ik begreep dat van den aanvang af, en had u terstond willen schrijven: maar gij zult licht gevoelen welke bedenking mij daarvan terug hield. Ik vreesde dat gij ons zoudt verdenken de verbroken banden weder aan te willen knoopen, en gij moest volkomen vrij zijn.quot;

«Zeg mij tenminste hoe uw vader het maakt?quot; vroeg Werna angstig.

«Voor het oog is hij kalm; vrij wat kalmer zelfs dan mijne moeder; ik alleen weet hoe diep zijne ziel getroffen werd.quot;

ocr page 191

187

„O! dat ik hem deze droefheid had mogen besparen ! Ik zou niet geaarzeld hebben, onverschillig wat het mij ook had moeten kosten; maar het kon niet, het was onmogelijk!quot;

En weder flikkerde er in haar oogen die angstwekkende lichtstraal, die der koningin zulk eene bezorgdheid aanjoeg.

„Werna,quot; zeide Adelheid, nadat zij haar eene minuut lang zwijgend had gadegeslagen, „ik heb nimmer ge-wenscht u Otto's vrouw te zien worden; gij zoudt diep rampzalig met hem zijn geweest; ik verlang dus hoegenaamd geen verandering in uw besluit te brengen; maar ik doe een beroep op de liefde die gijzelve eenmaal uw vader hebt toegedragen, om u te smeeken den mijne te redden. Hetzij hij zich vergist of niet, hij is overtuigd dat men hem een deel der waarheid verbergt, dat Otto zich aan vrij wat zwaarder vergrijp heeft schuldig gemaakt dan aan spel alleen____quot;

«Welk eene dwaasheid !quot; antwoordde het jonge meisje met een poging om te glimlachen: „alsof die ongelukkige zwakheid niet voldoende ware om eene vrouw af te schrikken haar lot te verbinden aan dat van iemand die haar binnen enkele jaren zou verarmen!quot;

„Ik vraag niets liever dan mijn vader daarmede gerust te stellen,quot; hernam Adelheid, haar doordringend aanziende: „maar vergeef mij, Werna, uwe gansche houding in deze is zoo raadselachtig, dat ik zelve nog geen vrede met uwe verklaring kan nemen. Ook al had gij uit geen andere drijfveer gehandeld, gij waart volkomen in uw recht geweest, zie dus geen blaam in mijne woorden, maar heb medelijden en zweer mij dat er niets anders was!quot;

Werna huiverde, maar trachtte nog ontwijkend te antwoorden.

«Waartoe behoeft gij een eed? Of was de zaak niet ernstig genoeg aldus? Hij had mij zoo ernstig beloofd

ocr page 192

188

zich te zullen beleren, en nauwelijks is hij aan boord gekomen of hij begint opnieuw. Van dat oogenblik af waarborgde niets mij meer dat onze toekomst geen aaneenschakeling van ellende zou worden.quot;

«Dat alles is waar, doch ik bezweer u, denk aan mijn vader, neem zijne onzekerheid weg! hij verkwijnt onder al de vragen, die zich in zijn hersenen verdringen. Ik zal hem eerst dan gerust kunnen stellen, indien gij mij, bij al wat u lief is op aarde, verklaart dat hij zich vergist en dat er niets anders is.quot;

Werna rees overeind en trad op het venster toe, als wilde zij kracht putten uit de rust der heerlijke natuur, die zich voor hare blikken uitstrekte. Adelheid, die onbewegelijk was blijven zitten in den armstoel dien hare vriendin haar toegeschoven had, verloor haar niet uit het oog, een diepe rimpel doorploegde daarbij haar voorhoofd. Zij gevoelde het slechts al te goed, indien het jonge meisje weigerde aan haar bede gehoor te geven, dan was het waar, dat haar vader maar al te zeer gelijk had.

Eindelijk wendde mejonkvrouw von Adlersfluch zich naar haar om; haar gelaat was loodkleurig en met bevende stem vroeg zij:

.,Waarom kan de door mij opgegeven reden u niet voldoende zijn? Heb ik niet genoeg geleden, dat gij mij dwingen wilt u noodeloos te smarten?quot;

«Het is ter wille van mijn vader dat ik om de waarheid smeek.quot;

«Maar indien die waarheid hem zou dooden?quot;

«Daarover kan ik alleen oordeelen; maar in dat geval

zou ik____die voor een leugen gruw, niet aarzelen

onwaarheid te spreken.quot;

«Welnu dan, stel hem gerust; zeg hem, zweer hem desnoods, want het is waar, wat ik u gezegd heb, dat er niets anders bestond. Alles is beter dan de werkelijkheid.quot;

ocr page 193

189

«Ik zal hem gerust stellen,quot; sprak Adelheid met trillende lippen: „maar Otto is mijn kind niet: hoe wreed ook de slag moge zijn, ik zal hem te boven komen. Zeg mij alles; ook voor mij worden die vermoedens thans eene foltering. Martel mij nietnoodeloos.quot;

«Gij weet niet wat gij mij vraagt____quot; stamelde Werna.

«Zijt gij de eenige die met____het gebeurde bekend

zijt?quot;

«Neen; maar ter wille van uw vader en u zullen de weinigen die er in gemoeid worden het stilzwijgen bewaren.quot;

«Weet de koningin het?quot;

«Neen; evenmin als Zijne Majesteit.quot;

«Maar prins Carl wel, niet waar?quot;

«Ja; het was de eenige reden waarom hij van boord gezonden werd; waarom hij in zekeren zin uit Ragnar-land is verbannen. Indien hij gehoorzaamd had aan het bevel van Zijne Hoogheid om van zijn huwelijk met mij af te zien, zou zelfs ik het nooit vernomen hebben. Vraag niet meer, heb medelijden, met uzelve, met mij, met ons allen!quot;

«Ik heb te veel vernomen om niet tot op den bodem van dien afgrond te blikken,quot; sprak Otto's zuster somber doch beslist; «herinner u dat ik alleen onder de mijnen zijn karakter doorpeilde, niet blind bleef voor zijne ondeugden. Den een of anderen dag kan hij terugkeeren ; heeft hij dat niet willen doen voor zijn huwelijk? Op mij zal dan de verplichting rusten hem het hoofd te bieden, hem te beletten mijne ongelukkige ouders te plunderen. Daartoe moet ik weten wat men hem ten laste legt. Wat het ook zij, ik vraag u die bekentenis af als een dienst.quot;

«Beloof mij dan ten minste dat het ons nooit van elkander verwijderen zal____quot;

«Ons?quot; herhaalde Adelheid verbaasd. «Gelooft gij mij onrechtvaardig genoeg om u een vertrouwen te mis-

ocr page 194

190

duiden, dat ikzelve van u zoolang afgebedeld heb?quot;

«Neen, dat niet, lieve; maar gij zoudt u kunnen verbeelden dat het voorgevallene een eeuwigdurende wrok tusschen mij en uwe familie moest brengen. Herinner

u steeds dat dit het geval niet is____ dat welke ook

de aard moge zijn van het gevoel dat ik____ den

schuldige toedraag, ik voor uw vader den teedersten eerbied en voor uzelve de innigste vriendschap blijf koesteren.quot;

Adelheid greep de haar toegestoken hand en klemde deze onstuimig vast.

«Zeg mij alles,quot; herhaalde zij, «aan uw adeldom van ziel twijfelen zal ik nooit!quot;

Werna wendde den blik af; het was haar niet mogelijk den indruk te volgen dien hare woorden teweeg zouden brengen, en met kort afgebroken, toonlooze stem bracht zij uit:

«Otto schijnt altijd een speler te zijn geweest____«

«Dat wist ik____quot;

«Hij maakte zich daardoor aan eerlooze handelingen schuldig, die bekend werden gemaakt aan zijn chef. Deze had zijne gansche toekomst in handen, ofschoon hij hem, ter wille van uw vader zocht te sparen, moest hij zijne loopbaan wel breken.. Van dat oogenblik, af was Otto's commandant verloren; hij stond hem in den weg, en moest dus verdwijnen____quot;

«Groote God!quot; riep Adelheid, zich aan den schoorsteenmantel vastklemmende: «zou hij zich aan den prins hebben vergrepen?quot;

«Neen,quot; hernam Werna hoofdschuddend: «hetgeen ik u hier mededeel, viel reeds lang geleden voor; een ooggetuige heeft echter eerst nu de bekentenis daarvan afgelegd aan Zijne Hoogheid.quot;

«Maar zijn opzet werd dan toch verijdeld ?quot; stotterde het arme meisje.

«Otto diende destijds eveneens aan boord van den

ocr page 195

191

Lodbrog, en zijn chef was____mijn vader____quot; klonk

het dof.

«Uw vader?quot; gilde Adelheid. „Schout bij nacht von

Adlersfluch! En deze____ stierf op geheimzinnige

wijze____verdween op een avond zonder eenige oorzaak

in de diepte____zijn hals droeg de sporen van fijne

vingers____ O! mijn God, mijn God, sta ons bij!quot;

Werna antwoordde niet; wat zou zij hebben kunnen zeggen dat eene dergelijke smart verzachtte ? Maar zij sloeg de armen om hare vriendin heen, en trok haar zachtkens naar zich toe, om haar op haar schouder uit te laten weenen.

.,Een kwartier lang vernam men in het stille vertrek niets anders als het dof gekerm der doodelijk gewonde ziel. Adelheid, wier gemoed zoo fier en zoo verheven was, gevoelde heel de schande welke de daad haars broeders over hen allen bracht; nooit of nimmer mocht deze waarheid tot haar vader doordringen; ook al spaarden zijn lichaamskrachten hem, zijn verstand zou

het nooit overleven: en zij____zij kon niets herstellen,

niets goedmaken tegenover de wees; zij zou haar nooit op eenigerlei wijze kunnen beloonen voor de edele wijze waarop zij zich in dit alles gedragen had.

Langzaam wikkelde zij zich uit haar omhelzing los en kuste haar vol verteedering de hand.

«Ik zal nooit vergeten hoe barmhartig gij voor ons allen geweest zijt,quot; snikte zij: „Het hing slechts van u af uw vader te wreken, door zijn moordenaar aan het gerecht over te leveren; gij hadt daartoe kunnen gebruik maken van het oogenblik zijner overkomst, en in plaats daarvan, bespaart gij ons die ontzettendste aller smarten; zijt gij bereid een sluier over die afschuwelijke misdaad te werpen.quot;

«Ik zou u nóch uw vader kunnen onteeren, en gij hebt ook van den prins niets te vreezen; Zijne Hoogheid heeft mij alleen gewaarschuwd, toen niets mijn

ocr page 196

192

besluit Otto te huwen aan het wankelen bracht.quot;

«Die ellendeling!quot; prevelde Adelheid, wier fraai gelaat door een diepen blos van schaamte gekleurd werd: „Hoe heeft hij het ooit gewaagd naar uwe hand te dingen ?quot;

„Zijn geweten moet geheel en al tot zwijgen zijn gebracht.quot;

„Weet hij thans dat alles u bekend is?quot;

„Ja, hij zou anders van geen afbreken onzer verloving hebben willen hooren.quot;

„En wat heeft hij geantwoord? Poogde hij niet zijn misdrijf te ontkennen? Misschien heeft men zich vergist!quot; prevelde Adelheid, zich nog willende vastklemmen aan dezen laatsten stroohalm van hoop.

„Helaas! dat was niet mogelijk; hij had den prins alles moeten bekennen en kon dus geen onschuld meer voorwenden; hij heeft er zich dan ook toe bepaald mij met zijne wraakneming te dreigen.quot;

„Loopt uw leven dan gevaar?quot; riep het jonge meisje verschrikt uit: „O! maar dat kan, dat mag niet wezen, als moest ik zelf de persoon zijn die Otto's arm verlamde, ik zou daarvoor niet terugdeinzen. Hij zal geen haar van uw hoofd doen vallen.quot;

Maar Werna schudde langzaam het hoofd.

„Vrees niet voor mij,quot; sprak zij met een smartelijken glimlach : „Uw broeder haat mij thans, doch er is iemand dien hij nog oneindig meer verfoeit, den man aan wien hij de ontdekking zijner misdaad toeschrijft. Zijn verstompt geweten zegt hem geen oogenblik dat de prins eene dergelijke echtvereeniging niet toe mocht laten. Hij heeft in zijne handelwijze slechts eene vijandige daad van willekeur gezien en bij zichzelven gezworen hem daarvoor te doen boeten.quot;

„Mijn God ! Mijn God! zoo hij zich eens vergreep aan het leven van den zoon des konings! O! zeg mij dat ik de zaken overdrijf, dat iets dergelijks niet zijn kan.quot;

„Ik zou u willen geruststellen, maar ik kan het niet.

ocr page 197

193

Ik ben overtuigd dal Zijne Hoogheid wel degelijk in gevaar zal verkeeren, telkenmale als hij den voet aan wal zet. Meen niet dat ik te hard in mijn oordeel ben: de vriendschap die ik u toedraag heeft mij rechtvaardig gemaakt tegenover den man die mij ouderloos maakte; ik dacht veel na, sedert ik de noodlottige waarheid vernam ; het kwam mij zoo onverklaarbaar voor dat de zoon van uw vader, uw broeder, Adelheid, zóó diep gezonken kon zijn, maar van lieverlede is mij veelduidelijkgeworden. Otto heeft niet enkel de grootste, edelste voorbeelden van eer en deugd voor oogen gehad, zijn ongeluk heeft gewild dat hij, de eenige mannelijke afstammeling, van zijne wieg af op blinde wijze vergood is geworden. Zijne moeder zal waarschijnlijk al zijne gebreken als kind over het hoofd hebben gezien, om zijne fouten hebben gelachen. O! dat lachen om de eerste afwijkingen, men weet niet hoe gevaarlijk het is! Het doodt de kiemen van het onderscheid tusschen goed en kwaad. Hij zal van knaap af gemeend hebben dat hij een buitengewoon man was die zich niet behoefde te bekommeren over de wetten die het overige menschdom regeeren. Alles was hem geoorloofd; indien hij zich op aarde bevond, dan was het slechts om te genieten; wat kwam het er voor hem op aan, of hij daarmede al zijne familie verarmde, of hij zijne vrienden bij het kaartspel plunderde? En den dag waarop hij een levend struikelblok ontmoette ruimde hij dat uit zijn weg. Ware zijne misdaad op dat oogen-blik ontdekt geworden, misschien had de boete welke de maatschappij hem daarvoor oplegde hem nog tot inkeer kunnen brengen, hem geleerd dat men God en de menschen niet straffeloos hoont; maar het geluk bleef hem dienen, de achting die uw vader inboezemde aan allen die hem gekend hebben, strekte zich ook ditmaal als een schild uit boven zijn schuldig hoofd. De man die als kind ongestraft dieren had mogen tergen en dooden, zag in dat zelfs de moord op een

13

ocr page 198

194

mensch bedreven hem in geen moeielijkheden bracht. Het feit dat hij de dochter van zijn slachtoffer durfde vragen zijne vrouw te worden, bewijst dat alle gevoel in hem gestorven is, dat wroeging of zelfverwijt holle klanken voor hem zijn geworden. Thans nu hij geen uitweg meer ziet, nu hij arm geworden is, en zelfs niet meer bij zijne ouders leven kan, acht ik hem gevaarlijker dan ooit; ben ik overtuigd dat hij zich zal wreken, gelijk hij trouwens zelf zegt.quot;

«Maar zoo hij slechts even nadenkt, moet hij toch erkennen dat de prins genadig met hem gehandeld heeft?quot;

«Hij zal over niets anders nadenken dan over zijn verwoest leven, en Zijne Hoogheid als de oorzaak daarvan beschouwen. Hoe het ook zij, wij vermogen niet anders dan te bidden. God alleen kan over het leven van den jongen vlootvoogd waken, en mij de onvergankelijke smart besparen aanleiding tot zijn dood te hebben gegeven.quot;

Hare stem beefde zoodanig bij het uitspreken dezer woorden, dat Adelheid haar een onderzoekenden blik toewierp en zag hoe twee groote tranen langs Werna's ingezonken kaken daalden. Voor het eerst ging er, in heel deze angstwekkende duisternis, een licht voor haar op.

«Werna,quot; vroeg zij op nauw hoorbaren toon, «vergis ik mij, of heeft het geluk gewild dat gij mijn broeder nimmer liefhadt? Ik zeg «het gelukquot;, omdat gij daardoor zooveel minder zult hebben geleden onder zijne onwaardigheid.quot;

«Wat doet u iets dergelijks veronderstellen ?quot; mompelde de jonge hofdame verschrikt. «Heb ik hem niet integendeel de grootste bewijzen van gehechtheid gegeven, die eene vrouw slechts schenken kan, door hem trouw te blijven in weerwil van zijne fouten, ondanks de ongenade waarin hij gevallen was, door er in toe te stemmen hem naar den vreemde te vergezellen?quot;

ocr page 199

195

„Dat alles is waar; doch mijne vriendschap voor u verscherpte mijn blik, en van den aanvang af is het geweest als zocht gij slechts in die verbintenis een hinderpaal tegen een ander en vrij wat machtiger gevoel____quot;

Werna wierp het hoofd, met half wanhopig, half hooghartig gebaar, achterover en zeide:

«En indien dit zoo ware geweest, wie zou er mij een verwijt van kunnen maken?quot;

«Niet ik voorzeker. En zoo ik in uw geheimen wensch door te dringen, dan geschiedt dit niet uit nieuwsgierigheid, geloof mij liefste, maar om u voor nog grooter droefheid te beveiligen. Niemand zal ooit vernemen wat er in dit uur tusschen ons besproken werd, wees dus oprecht, en vooral laat geen valsche schaamte u weerhouden mij de volle waarheid te zeggen. Gij kunt u niets te verwijten hebben wat u in mijne oogen zou verkleinen.quot;

«Ik dank u voor dat vertrouwen,quot; fluisterde het jonge meisje, terwijl zij zich moedeloos op eene sofa liet nedervallen. „En toch verdien ik het niet; want ook al heb ik mijne nederlaag voor aller oogen verborgen, mijn hart is onvergeeflijk zwak geweest.quot;

„Dus heb ik goed geraden, en hadt gij een ander lief?quot;

Werna boog toestemmend het hoofd.

„Ik begrijp u; nooit kon ik het raadsel oplossen hoe eene ziel als de uwe door Otto geboeid kon zijn; maar zeg mij, weet hijzelf niets van dat gevoel af?quot;

«Hij raadde het nog vóór zijn vertrek,quot; sprak het jonge meisje op gesmoorden toon.

«En toch heeft hij u willen dwingen zijne vrouw te worden! O! er is geen zweem van eergevoel in hem overgebleven. Maar van dat oogenblik af weet hij ook hoe u beiden in één slag te treffen; en hij heeft u daarmede gedreigd, niet waar?quot;

li

tl li'

M

lili

IIP ili

gt; I

I; ■

5 V: li

lili

ocr page 200

196

«Ja, hij is overtuigd dat de dood van den prins mij het hart zou breken.quot;

«Luister, Werna, de slag dien de wetenschap zijner laaghartigheid mij toebracht, is zoo hevig geweest, dat alles nog om mij duizelt, en ik u in deze ure nog niet zou kunnen zeggen tot welke hulpmiddelen ik mijne toevlucht zal nemen; maar dit ééne zweer ik u, ik zal Otto's pogingen voor de toekomst verijdelen, ook al moest ik hem voortaan alom als zijn schaduw vergezellen, hem dien ik minacht en verfoei, ik zal hem beletten nieuwe gruwelen te plegen. Geen zijner vijanden behoeft hem meer te vreezen.quot;

Werna greep hare handen en drukte deze onstuimig, terwijl zij fluisterde:

»0! ik dank u; gij geeft mij het leven weder, want de marteling die mijne voortdurende angst mij deed doorstaan, was niet lang meer te dragen. Ik voelde dagelijks mijne krachten afnemen; wanneer ik des nachts, door uitputting overmeesterd, een oogenblik in slaap viel, ontwaakte ik telkens met een luiden kreet. In mijn droom zag ik hem prins Carl nasluipen en hem bespringen. Ik geloof dat zoo de slaap zich niet over mij ontfermd had, ik spoedig krankzinnig ware geworden.quot;

«Ik zal waken over het u dierbaar bestaan. Wees volkomen gerust. God gave dat ik het evenzeer omtrent u kon zijn! Maar die rampzalige liefde, wat zal zij u anders brengen als nog meer lijden, nog meer vertwijfeling?quot;

«Ik zal vergeten.quot;

«Gelooft gij dat zulks mogelijk is?quot;

«Zoo het een hersenschim blijkt, zal ik tenminste weten le leven alsof zijn beeld in mij was gestorven.quot;

«Zult gij den moed bezitten uw gevoel zelfs voor den jongen vorst te verbergen?quot;

Werna blikte haar met de fiere, trouwhartige oogen aan.

«Ik mag u niet misleiden,quot; sprak zij: «toen Zijne Hoogheid geen middel vond om mijn huwelijk tegen

ocr page 201

197

te gaan, is hij in stilte overgekomen om mij alles te zeggen, en gedurende dit beslissende onderhoud, heeft ons beider hart zich verraden, maar zagen wij tevens voor eeuwig van elkander af.quot;

„En zult gij daarmede over de liefde kunnen zegepralen? Durft gij hopen ook de zijne te overwinnen?quot;

«ja, want, zoo noodig, zal ik hem doen gelooven, dat ik onverschillig voor hem werd. Een man vergeeft dat niet licht en op die wijze zal zijn eigen wond genezen.quot;

„Gij bezit een waren heldenmoed.quot;

„Hebben wij vrouwen dien niet allen noodig! Zult gij zelve hem niet behoeven, wanneer gij zoo straks tot uw vader wederkeert, en hem, schijnbaar verluchtigd, gerust moet stellen, terwijl uwe ziel nog nooit zoo beangst is geweest?quot;

„Vaarwel, Werna, of neen, laat mij tot weerziens mogen zeggen. Nooit, dat gevoel ik, zullen wij elkander na heden, weder vreemd worden. Wat ons beiden ook nog in de toekomst wacht, wij zullen vriendinnen blijven, en steeds gereed staan elkaar de behulpzame hand te bieden.quot;

De jonge hofdame drukte haar zwijgend, maar diep getroffen, de hand, en fluisterde haar bij het heengaan nog toe:

„Spaar mij niet tegenover uw vader. Beschuldig mij, zoo het zijn moet, van wispelturigheid en desnoods van coquetterie; maar in Gods naam, laat hem nooit de waarheid vermoeden.quot;

Adelheid knikte haar droefgeestig toe. Zij ook erkende dat die drinkbeker geen alsem maar vergif voor den ouden krijgsman zou bevatten.

HOOFDSTUK XIV.

Te Cadix wachtte prins Carl een blijde verrassing; op een avond dat hij aan wal was geweest, werd hij

ocr page 202

198

bij zijn terugkeer aan de haven opgewacht door prins Diamantino, die juist te Madrid verblijf houdende, op het bericht der aankomst van het eskader in Spanje, aanstonds was toegesneld om zijn voormaligen tochtgenoot de hand te drukken.

«Dat treft uitstekend,quot; riep de jonge vlootvoogd: wik neem u mede naar boord, waar plaats in overvloed voor u is; en gij kunt deze prachtige kusten niet beter leeren kennen, dan door mij verder op mijne reis te vergezellen.quot;

»Ik neem uwe uitnoodiging voor heden aan,quot; antwoordde de zwarte prins: «maar zoodra gij het anker weder licht, nemen wij afscheid; het wordt hoog tijd voor mij naar Indië terug te keeren.quot;

«Gekheid!quot; lachte Carl: «uw vader schonk u een onbepaald verlof; gelukkig dat ik er bij was, om het u in het geheugen te kunnen roepen.quot;

«O! Ik ben vrij, volkomen vrij,quot; mompelde de ander: «maar de Europeesche lucht deugt niet voor mij.quot;

Begrijpende dat zijn vriend niet dan ongaarne ronduit spreken zou in bijzijn van den commandant en de bemanning der sloep, die hen naar de reede moest roeien, begon hijzelf hem te vertellen van zijn kruistocht en de verschillende plaatsen welke het eskader reeds had aangedaan. Hij beschouwde hem onderwijl aandachtig, en zag bij het heldere maanlicht, hoe Diamantino vervallen was, en welk eene zwaarmoedige uitdrukking er in zijn blik te lezen viel, die strak voor zich uit gevestigd bleef op den oostelijken hemel.

Niet zoodra bevonden zij zich dan ook alleen in de kajuit, waar allerlei ververschingen gereed stonden, of Carl reikte hem beide handen en sprak op den toon van het diepste medegevoel:

«Gij zijt niet gelukkig, vriend. Zeg mij wat er aan uw leven ontbreekt.quot;

De Oosterling wierp zich in een armstoel neder en

ocr page 203

199

bedekte zich het vermagerd gelaat met de handen. «Ik had nooit naar Ragnarland moeten komen,'-' stotterde hij.

«Hoe! Is het nog altijd die droom van een uur____?quot;

vroeg zijn vriend, diep ademhalende.

«Ja, ik kan haar niet vergeten, de raadselachtige verschijning, die mij zoo kort slechts heeft tegengestraald. Het heeft niet aan mij gelegen, zoo ik onder betoove-ring ben gebleven. Ik ben, zooals gij u zult herinneren, Ragnarland zoo spoedig mogelijk ontvlucht, hoezeer ik ook aan uw gezelschap hechtte. Van daar bezocht ik Engeland; ik bleef incognito om mij des te vrijer in de onzinnige vermaken der hoofdstad te kunnen dompelen. Londen heeft geen schuilhoeken voor mij gehad en daarop volgde Parijs. Ik poogde mij overal te bedwelmen: geen oogenblik ben ik er in geslaagd. Een groote kunstenares, in den vollen bloei van jeugd en schoonheid, merkte mij op. Een neger zou zeer goed gevoegd hebben in de rij harer aanbidders. Zij liet mij uitnoodigen tot haar te komen en zij werd zoodanig door eenieder bewonderd, dat ik voor het eerst durfde hopen van mijn noordschen droom te zullen

genezen. Ik ging tot haar, en_____ ik zag slechts het

blanketsel dat hare wangen bedekte; de donkere penseelstreken onder hare oogen; de verf op hare lokken. O! ik spreek niet tegen dat al die versierselen door een meesterhand waren aangebracht, dat het haar dagelijks uren moest kosten zich aldus te laten optooien; maar voor mij scheen het eene spotternij, een leugen, naast de heerlijke, ongekunstelde schoonheid, die mij steeds voor oogen zweefde, en ik schonk haar een met edelgesteenten bezetten waaier, om haar te doen vergeten dat ik haar na een half uur reeds weder en voor altijd verliet. Hebt gij sedert uw vertrek nog iets van freule von Adlersfluch vernomen?quot;

«Ik heb haar wedergezien,quot; antwoordde Carl bijna fluisterend.

ocr page 204

200

«Hoedat?quot; vroeg zijn vriend haastig: «is zij dan weder op reis?quot;

„Neen; maar ik moest voor dringende zaken naar Vredenborg; en ben heen en weer gereisd, slechts enkele uren bij mijn ouders stil blijvende.quot;

«Zij is dus wel?quot;

„Zeer wel, al heeft zij in den laatsten tijd ook heel wat droefheid gekend.quot;

„Zij? Is er dan soms een nieuw onderzoek omtrent den dood haars vaders ingesteld?quot;

„Dat niet. Wel hebben wij zekerheid gekregen dat de Schout bij nacht inderdaad vermoord werd.quot;

«En de schuldige?quot;

„Kan, helaas! niet gestraft worden. Hij heeft een vader die éénmaal den roem van ons leger is geweest, en wien de waarheid dooden zou.quot;

„Maar dan?quot;

„Werna is kort voor uw vertrek verloofd geraakt.quot;

Diamantino liet het hoofd op de borst zinken en prevelde:

„Het moest vroeg of laat komen. Ik heb het recht niet haar dat geluk te benijden.quot;

„O! Gij hebt haar niets te benijden, mijn waarde,quot; hernam Carl vol bitterheid: „Nooit voegden twee karakters slechter bij elkaar. Mejonkvrouw von Adlers-fluch is een der edelste naturen, die God ooit schiep, en de man dien zij naar het altaar zou hebben gevolgd, was een dier ellendelingen, zooals er, den hemel zij dank, slechts zelden geboren worden. Elk gevoel van eer of deugd was in hem uitgeroeid, of hij zou haar niet tot bruid gekozen hebben.quot;

„En____is die noodlottige verloving verbroken geworden ?quot;

«Ja, en aan u, die mijn beste vriend zijt, wil ik niet verbergen dat ik daartoe juist den Lodbrog verliet, terwijl mijn plicht mij streng gebood het eskader niet

ocr page 205

201

Ie verlaten. Het had mij veel kunnen kosten; maar er zijn uren in het leven, waarop tot zelfs de soldaat voor den mensch verdwijnt.quot;

„Ik begrijp u,« riep de Oostersche vorst uit, zijne hand met warmte drukkende: „en ik zou u voor die fout als voor eene persoonlijke weldaad kunnen danken.quot;

„Doe dat niet,quot; mompelde Carl langzaam en hoofdschuddend: „Er is niets wat ik minder verdien dan dat. Ofschoon ik vertrok met de volle overtuiging dat ik slechts gehoor gaf aan de stem van het geweten, zag ik toch spoedig in hoe zelfzuchtig wij tot zelfs in onze edelmoedigste opwellingen zijn.quot;

Diamantino liet de hand weder neervallen en zijn gastheer doordringend aanziende, vroeg hij eenvoudig:

„Gij dus ook?quot;

De jonge zeeman boog toestemmend het hoofd.

„Dan beklaag ik u dubbel; want ik ken u, en ik begrijp hoeveel het uwe ridderlijkheid moet gekost hebben, haar onder zulke omstandigheden te zeggen hoe onwaardig de man dien zij liefhad haar was.quot;

„Ik geloof niet ooit zwaarder taak ondernomen te hebben; maar gij moet alles weten; ik ontdekte dat Werna hem niet beminde.quot;

„En toch had zij hem aangenomen?quot; klonk het ongeloovig.

„ De omstandigheden dwongen haar daartoe, of althans zij meende dit.quot;

„Zij heeft hem toch prijsgegeven niet waar?quot;

„Ja. In zooverre ben ik ten minste geslaagd.quot;

„Blijft zij aan het hof?quot;

„ Waar zou zij anders heen gaan ? Zij staat zoo alleen op de wereld.quot;

„Carl,quot; hervatte de jongeling, nadat hij eene minuut lang het stilzwijgen had bewaard: „veroorlooft gij mij eene misschien onbescheiden vraag?quot;

„Ik heb voor u geen geheimen.quot;

ocr page 206

202

«Hebt gij haar uwe persoonlijke gevoelens bekend?quot;

«Op gevaar af van uw blaam te verdienen, moet ik u toestemmend antwoorden. Er zijn oogenblikken, waarop men al wat naar voorzichtigheid zweemt uit het oog verliest. Ik had het stilzwijgen moeten bewaren en heb het niet gedaan.quot;

«Dan zal zij u ook eenmaal liefkrijgen.quot;

Carl gaf geen antwoord.

«Gij gelooft mij niet,quot; hervatte de jonge man: «doch raadpleeg zelf uw wereldkennis. Indien zij dien ander bemind had, zou niets haar van die liefde hebben kunnen genezen; maar dat is het geval niet, en op het oogenblik zelf dat gij haar voor eene rampzalige toekomst behoedt, verneemt zij dat zij het hart heeft gewonnen dat het best in staat is hare ziel te verstaan. Gij kunt niet anders dan telkens weder voor haar geest verrijzen en haar weldra dierbaar worden.quot;

«En ook al mocht dat zoo zijn, vriend, dan immers zou dat slechts een ramp te meer wezen.quot;

«Eene ramp?quot; herhaalde de Oosterling.

«Gij vergeet dan den afstand die ons scheidt?quot;

«Er bestaat geen atstand voor wie liefhebben.quot;

«Maar Werna is hooghartig onder de hooghartigen.quot;

«Gij zoudt haar niets kunnen aanbieden wat beneden hare waardigheid stond.quot;

«Neen; maar daarom juist moeten wij voor altijd van elkander scheiden. Een huwelijk tusschen ons is onmogelijk.quot;

«Waarom ?quot;

Carl zag hem vol smartelijke verbazing aan.

«Ik zie wel dat gij u geen denkbeeld maakt van onze Europeesche toestanden,quot; zeide hij. «Wij prinsen van dit werelddeel vol vooroordeelen, zijn verplicht onzen liefsten wenschen het zwijgen op te leggen en slechts naar het verstand te luisteren. Ik zal gelukkig nog jaren lang ongehuwd kunnen blijven. De kroonprins is zelf

ocr page 207

203

zoo jong, dat ik mij niet over de voortzetting der dynastie behoefte bekommeren; maar hiermee houdt ook mijne vrijheid op. Nooit zouden mijne ouders hunne toestemming verleenen aan hetgeen in hunne oogen eene mésalliance zou zijn.quot;

«Eene mésalliance,quot; mompelde de jonge man; „ja zoo beschouwt men het bij ulieden, wanneer men eene vrouw aan zijne zijde verheft, die slechts een vorstelijke ziel in zich omdraagt; die slechts door ontwikkeling en schoonheid boven de menigte uitblinkt. Eene fraaie zienswijze voorwaar, doch welke ik nooit zal deelen. Indien gij zeker zijt van Werna's genegenheid, eerbiedig dan die wetten zoo gij wilt; ga na verloop van tijd tot het een of andere hof en neem daar tot bruid een dier luchthartige, onwetende jonge prinsesjes, die zich boven het gansche menschdom verheven achten, omdat zij eeuwen geleden den een of anderen overwinnaar onder hare voorouderen telden. Voer haar tot uw haard terug, om bevelen uit te deelen, er te heerschen over allen en alles, behalve over uw hart; maar gij zult u blijven herinneren, en ergens, ver van het vorstelijk slot, zal de vrouw voortleven, die voor u geschapen was sedert alle eeuwen, en die gij daarom nooit vergeten zult.quot;

„Gij geeft mij weinig hoop voor de toekomst,quot; sprak Carl met een gedwongen lachje.

„Er is er ook geen.quot;

„En gij zelf dan?quot;

„Ik voed er sinds lang niet meer; en toch is mijn lot dragelijker dan het uwe, omdat ik het lijdelijk kan ondergaan. Ik weet dat, wat ik ook zou beproeven, geen enkele gedachte van haar tot mij zou gaan. Was ik in uwe plaats____quot;

„Welnu, wat zoudt gij dan doen?quot;

„Mij allereerst vergewissen of haar hart voor mij sprak.quot;

„En indien gij daarvan overtuigd waart?quot;

i

i i

ocr page 208

204

„Is dit eene ijdele vraag? Doelt gij op eene mogelijke zaak, of op de werkelijkheid?quot;

„Werna heeft Otto von Falkenstein alleen aangenomen om haar gevoel voor mij te verloochenen en te dooden.quot;

»Arm kind! Zij wist dus niets van het menschelijk hart af! Zie, Carl, voor het eerst begrijp ik u niet. Zelfs in uwe plaats zou hare liefde voor mij het gansche aardrijk in een paradijs herscheppen. Hare liefde! Kan er iets zaligers worden gevonden ? En gij bezit dien parel van onschatbare waarde, en zoudt hem weder afstaan? Er zou een engel tot u zijn gekomen, en gij zoudt hem wenken naar andere streken te vluchten? Neen, gij zult zoo krankzinnig niet zijn. Qij zult de misdaad niet begaan, het hart dat u geschonken werd te breken. Al moest gij ook nacht en dag voor uwe ouders neergeknield blijven, tot zij u hunne toestemming verleenden, geen vernedering zou u daartoe te zwaar zijn.quot;

„Het zou vergeefs wezen!quot; sprak Carl moedeloos.

„Wat weet gij daarvan, gij die het niet eens beproefd hebt?quot; sprak Diamantino minachtend: „Of leefde er ooit iemand die waard was het geluk te bemachtigen, zoo hij niet om het te verwerven in den afgrond der beproevingen nederdaalde, gelijk de ridders van ouds zich nederwierpen in den toornigen vloed waaruit zij den bokaal der liefde omhoog voerden? Gij zult meer dan een ander moeten worstelen; maar de prijs zal u die inspanning vergoeden. O! hoe benijd ik u hare teederheid 1quot;

Carl was overeind gerezen en liep met driftige schreden de kajuit op en neer. Ten slotte hield hij tegenover zijn vriend stil en antwoordde:

„Gij kent de toestanden niet en spreekt er daarom zoo lichtvaardig over. Gesteld zelfs eens dat het onmogelijke plaats vond en mijne ouders zich dooi mij lieten verbidden, dan nog zou ik den hardnekkigsten tegenstand bij Werna zelve vinden. Nooit, neen nooit,

ocr page 209

205

zou zij te bewegen zijn de schoondochter des konings, de zuster der kroonprinses te worden.quot;

„Het zij zoo; gij moet haar beter kennen dan ik. Zeg mij echter, of haar verloofde maar aanstonds vrede heeft genomen met haar besluit.quot;

«Hij moest dat wel; de reden, die zij liet gelden tot het verbreken van haar woord, was zoo ernstig dat er niet op terug te komen viel. Hij zou het anders stellig gedaan hebben, want ofschoon zij hem volkomen onverschillig was, maakte haar vermogen zijne laatste hoop voor de toekomst uit. Er is geen bedreiging die hij mij bespaard heeft; hij weet slechts al te goed dat ik hem uit vriendschap voor zijn vader zal ontzien.quot;

„Alweder uit eerbied voor een ander,quot; mompelde de Oostersche prins nadenkend; „Qij hebt daar straks hetzelfde woord uitgesproken, Carl. Die man heeft toch die ééne misdaad niet op het geweten, niet waar?quot;

„Ja,quot; luidde hel somber; „maar herinner u steeds dat dit voor ieder geheim moet blijven. Generaal Falken-stein heeft herhaalde malen zijn leven voor het onze gewaagd; hij mag nooit vermoeden dat hetzelfde bloed dat hij vol toewijding voor ons huis vergoot, in de aderen stroomt van een moordenaar.quot;

„Gij zijt al zeer edelmoedig en brengt daardoor uw eigen veiligheid in gevaar; of sedert wanneer zoekt de getergde panter niet meer zich te wreken?quot;

„Ik vrees hem niet.quot;

„Dan hebt gij ongelijk, en ik zie ook hierin weder hoe weinig gij u een begrip maakt van hetgeen wij dagelijks in mijn geboorteland aanschouwen. Ik zou u dertig neen veertig voorbeelden kunnen opnoemen van lieden die hun haat koelden in het bloed van hun vijand. Qij glimlacht medelijdend en zult willen beweren dat ik dan ook uit een ander werelddeel kom. Geloof mij, overal, hetzij in Noord of Oost, Zuid of West, is en blijft de mensch dezelfde; gebruiken en beschaving

ocr page 210

206

mogen hem in een ander- omhulsel steken, hij is alom tot dezelfde daden in staat, met dit onderscheid dat hij bij u in het verborgene te werk gaat, terwijl hij bij ons nog eene zekere ridderlijkheid aan den dag legt in het plegen van zijne wandaden.quot;

„Het is mogelijk; maar ik kan mij niet bekommeren over dergelijke zaken. Ik heb mijn plicht volbracht, en men moet ook een weinig op den hemel vertrouwen.quot;

„Gelooft gij dat Werna's vader dat niet deed?quot;

„Integendeel; hij was zeer geloovig.quot;

«Welnu dan, gij ziet dat zelfs de vroomsten getroffen kunnen worden.quot;

Maar Carl was niet aan het wankelen te brengen. Hij geloofde in zijn goed gesternte, en was te heldhaftig om zich tegen een sluipmoordenaar te wapenen.

De zwarte prins zag dit ten slotte in, en sprak er niet meer over. Zij wisselden ook verder geen woord over Werna. Beiden gevoelden dat zij even diep in het hart getroffen waren, en eerbiedigden elkanders smart.

Maar reeds den volgenden dag schreef de Oosterling aan zijn vader, dat hij zijne reisplannen veranderde en voorloopig nog niet naar Indië zou wederkeeren. Het feit dat hij prins Carl weergevonden had verklaarde gemakkelijk dit uitstel, waarvan hij zijn vriend echter niet sprak. Zij namen integendeel afscheid van elkaar zoodra het eskader weer zee koos en Diamantino's onbewegelijk gelaat verried in het minst niet wat er daarbij in zijn binnenste omging.

Intusschen was Adelheid van Vredenborg teruggekeerd bij haar vader, en had zij, ten kostte van schier boven-menschelijke inspanning, den grijsaard gerustgesteld. Werna, had, volgens haar, te laat ingezien dat Otto's karakter niet bij het hare voegde en dat zij beiden ongelukkig zouden zijn.

De generaal dacht er niet aan de afwezige hard te vallen. Hij verheugde zich slechts over het ongegronde

ocr page 211

207

zijner angst; maar geheel anders was het met zijne vrouw, die van Adelheid's tocht vernomen had.

„Het was dwaasheid tot haar te gaan,quot; riep zij driftig uit. «Ik had het u wel vooraf kunnen zeggen dat hier aan niets anders viel te denken dan aan de meest heillooze coquetterie. Zij heeft het vermakelijk gevonden met een edel mannenhart te spelen, en toen hij in ongenade viel, bracht haar rol van schijnheilige mede, dat zij nog een poos lang bij hare geloften zou volharden. Een ieder bewonderde om het zeerst hare zelfverloochening, maar deze duurde niet lang.quot;

v Mama,quot; zeide Adelheid:«gij beoordeelt haar verkeerd. Werna heeft, van het oogenblik af dat zij Otto beter leerde kennen, ingezien dat zij nooit gelukkig met hem zijn zou. Ik geef toe dat zij van dat oogenblik af met hem had moeten breken; maar zij heeft gehoopt dat zij elkander later zouden leeren verstaan, en juist die dwaling maakte dat zij vroeg of laat scheiden moesten. Is het niet hoogst natuurlijk dat zij, op het punt staande voor altijd haar lot aan het zijne te verbinden, geaarzeld heeft?quot;

«Zij was te ver gegaan om zich nog terug te trekken; daarmede beleedigde zij niet alleen haar bruidegom, maar ook uw vader en mij, doodelijk, en ik begrijp niet hoe gij het waagt hare partij op te nemen.quot;

«Geen schepsel ter wereld zal mij Werna ongelijk doen geven,quot; verklaarde Adelheid met zachten ernst.

«Gij wordt even onverdragelijk als zij, en ik wilde dat gij voortaan uw intrek bij haar kondet nemen.quot;

«Dat zou niet gaan, mama; doch gelooft gij waarlijk dat Marie een tijdlang mijne plaats bij vader zou kunnen innemen ?quot;

«Ik hoop toch niet dat gij uzelve onmisbaar acht? Wees gerust, wij zullen u niet al te zeer missen, zoo gij ten minste reisplannen mocht hebben. Waarheen wildet gij u begeven, als ik vragen mag?quot;

ocr page 212

208

Die woorden waren op een toon van ijskoude spotternij geuit; maar het jonge meisje werd er niet door gekrenkt. Zij was sedert lang gewoon door moeder en zuster behandeld te worden als eene vijandin, die men wel verplicht is in huis te dulden. Zij antwoordde dan ook rustig:

«Naar Otto.quot;

Mevrouw von Falkenstein staarde haar in sprakelooze verbazing aan. Zij kon haar ooren niet gelooven.

,, Naar Otto ? quot; riep Marie uit. „ Wat wilt gij bij hem doen ?quot;

„Met hem spreken.»

Denkt gij soms dat hij naar uwe raadgevingen zal luisteren?quot;

«Het is mogelijk van niet; maar ik wil het beproeven. Zijne toekomst boezemt vader de grootste bezorgdheid in. Gijzelf zult moeten toegeven dat dit niet zonder reden is. Zoolang hij in dienst was, kwam hij reeds altijd geld te kort; wat zal het nu wezen, nu hij niets meer heeft dan hetgeen gij hem schenken wilt? Hij kan onzen naam toch niet onteeren, zelfs al zou dat geschieden in den vreemde.quot;

«Hebt gij hem dan eene betrekking aan te bieden?quot; vroeg de moeder ongeloovig.

«Ja,« luidde het beslist.

«En mag men weten welke die is?quot;

„Hij kan dienst nemen als soldaat in Franschen dienst en naar Afrika vertrekken, waar hij spoedig weder officier zal zijn: of naar Indië gaan als koloniaal; gij ziet mij aan alsof ik zijn doodvonnis teeken; ik wil integendeel slechts zijn geluk.quot;

«En gij hebt gelijk, mijn kind,quot; sprak de generaal, terwijl hij haar de hand toestak. «Qij hebt de eenige oplossing gevonden van het raadsel dat mij afmartelde: de vraag hoe er nog een flink mensch uit hem zou kunnen groeien. Otto heeft tot dusverre te veel geluk gekend, het leven te gemakkelijk gedragen. Slechts één middel

ocr page 213

209

tot behoud blijft hem over. zich door eigen inspanning en geestkracht een nieuwe loopbaan te vormen. Er zijn meer zulke schipbreukelingen als hij; maar de wereld vergeeft aan degenen die door schade en schande wijs geworden zijn. Indien hij den een of anderen dag naar Ragnarland wederkeert, met de épauletten versierd, die hij aan niets anders dan eigen verdiensten te danken kan hebben, dan zal onze koning de eerste wezen om trotsch op hem te zijn en het verleden als uitgewischt beschouwen.quot;

«Maar dat is niet mogelijkquot; riep mevrouw Falkenstein; „ons kind kan immers niet als gewoon soldaat gaan dienen! Waar denkt gij aan?quot;

«Aan dit: dat hij helaas eerst als soldaat zal moeten leeren hoe zich als officier te gedragen.quot;

«Dus stemt gij in mijne reis toe, vader?quot; vroeg Adelheid.

„Ik doe meer dan dat: ik smeek u haar te ondernemen. Maar wie zal u vergezellen?

«Niemand, vader, eene vrouw uit het Noorden heeft geen geleide noodig. Haar ernst is haar beste schild.quot;

Dienzelfden avond, toen zij zich alleen bevond, wierp Adelheid zich op de knieën neder en de gevouwen handen ten hemel heffende, smeekte zij op hartstochtelijken toon:

„O! mijn God! mijn God! Geef dat ik bijtijds moge komen!quot;

Otto had het laatst uit Parijs geschreven, en het was derhalve naar Frankrijk dat zij reeds den volgenden dag vertrok. Zij koesterde slechts eene flauwe hoop hem aldaar te ontmoeten, maar toch was het mogelijk dat het telegram hem, op haar verzoek door zijn vader toegezonden, om hem te melden dat er geld voor hem in aantocht was, hem tijdig genoeg zou hebben bereikt en in dat geval was zij zeker hem weer te vinden.

Hoe eindeloos lang schenen de uren haar niet toe,

14

ocr page 214

210

terwijl zij door trein en stoomschip verder gedragen werd. Bijna onafgebroken bad zij voort; smeekte zij God toch medelijden met de grijze haren haars vaders te hebben en te verhoeden dat haar broeder een nieuwe misdaad beging.

Ten laatste bereikte zij Frankrijks hoofdstad en liet zich, geheel en al uitgeput van vermoeienis en aandoening, naar het hotel Albert ie Grand brengen, waar zij naar luitenant von Falkenstein vroeg.

Zij had moeite een vreugdekreet te onderdrukken, toen men haar antwoordde:

„Mijnheer is uit, maar komt heden avond terug.quot;

Adelheid liet zich daarop eene kamer geven en sliep weldra in, wat haar gedurende heel hare lange reis niet mogelijk was geweest.

Toen zij ontwaakte, was zij weer in orde, en kalm en waardig schelde zij den bediende, om hem op te dragen haar te verwittigen zoodra Otto weder mocht keeren.

„Mijnheer staat op het punt weer uit te gaan,quot; luidde het antwoord; „hij kwam slechts even langs om te zien of er een brief was.quot;

„Verzoek hem dan hier te komen.quot;

„Wie moet ik zeggen dat er is?quot;

„Zijn oudste zuster.quot;

HOOFDSTUK XI.

Otto keek zeer verbaasd op, toen men hem het bericht overbracht van Adelheid's overkomst; indien hij er mogelijkheid toe gezien had, zou hij zich aan die ontmoeting hebben onttrokken; zijn oudste zuster had sedert lang opgehouden eenig zachter gevoel in zijn hart te doen trillen; zij had hem telkens bijgestaan om hem van de gevolgen zijner dwaasheid te redden; maar daardoor ook juist kende zij beter dan iemand anders zijne fouten, en dit was voldoende om zijn haat op te

ocr page 215

211

wekken. Maar was het niet denkbaar dat zij hem het geld overbracht dat hij van huis verwachtte? Dat zij enkel de gelegenheid te baat had willen nemen, om hem andermaal met hare raadgevingen te vervelen? Het ware, allerminst genomen, onvoorzichtig geweest haar te ontwijken. Zijne gansche familie zou daarin eene openlijke oorlogsverklaring zien en vooral zijn vader zou hem dat nooit vergeven.

Met langzamen tred begaf hij zich dus naar de hem aangewezen kamer en klopte aan.

De deur werd aanstonds geopend en hij bevond zich tegenover het jonge meisje, dat er zoo bleek en afgemat uitzag, dat zelfs hij er door getroffen werd.

»Zijt gij ziek ?quot; vroeg hij haar uitvorschend aanziende; »en is dit wellicht de reden waarom gij op reis zijt gegaan ?quot;

„Neen, ik ben niet ziek,quot; antwoordde Adelheid op schorren toon; «maar wij hebben over ernstiger zaken te spreken dan mijne gezondheid. Wees zoo goed hier, tegenover mij, plaats te nemen en naar mij te luisteren.quot;

«Het spijt mij u te moeten zeggen dat ik weinig tijd heb.quot;

«Voor ditmaal zult gij uwe drukke Mbezighedenquot; wel naar mij in willen richten,quot; sprak zij met ijskoude ironie. »lk twijfel trouwens niet of gij zult het onderwerp van ons gesprek belangrijk genoeg oordeelen om mij tot het einde toe aan te hooren.quot;

«Zeer goed,quot; mompelde Otto op zenuwachtigen toon; «maar ik moet u één ding verzoeken: kom niet terug op hetgeen achter mij ligt. Gedane zaken nemen geen keer, en het zou ons slechts noodeloos nog verder van elkander vervreemden, indien gij er over dacht mij met verwijten te overstelpen.quot;

«Wees gerust. Het geldt hier alleen de toekomst.quot;

«Dan ben ik één en al gehoor, want het wordt hoog lijd daaraan te denken. Ik bezit zoo goed als niets meer.quot;

«Óat vermoedde ik wel, en ik kom u dan ook een voorstel doen.quot;

ocr page 216

212

„Hebt gij geld medegebracht?quot;

„Ja, maar een kleine som; niet meer dan uw levensonderhoud voor een paar weken.quot;

„Vader is al heel gierig geworden.quot;

„De offers, welke hij voor u gebracht heeft, maken dat hij zuinig moet zijn.quot;

„Is dit een verwijt?quot;

„Neen; want gelijk gij zegt: het verleden laat zich niet uitwisschen, en de dagen zijn voorbij, waarop ik nog meende dat gij door goede woorden over te halen zoudt zijn tot levensernst; ik heb u eenvoudig verklaard waarom hij niet meer voor u kan doen.quot;

Otto wierp haar een somberen blik toe en mompelde:

„Het schijnt wel dat de gansche wereld zich tegen mij keert en mij den handschoen wil toewerpen; het zij zoo, ik neem hem op.quot;

„Ik keer mij zoo weinig tegen u, dat ik u kom voorstellen uwe toekomst te verzekeren.quot;

„Gij?quot; riep hij spottend. „O! uwe liefde voor mij is zoo groot, dat ik in dat geval niet behoef te vragen of ik droog brood zal eten!quot;

Adelheid bleef onverstoorbaar kalm, alleen kwam de uitdrukking van minachting, welke over hare edele trekken verspreid lag, nog sterker uit dan te voren, toen zij hernam:

„Verkiest gij mij aan te hooren of niet?quot;

„Natuurlijk wel. Ik heb het recht niet meer' heel moeielijk te zijn.quot;

„Welnu dan; in de laatste jaren gaan er vele jongelieden naar Los Angelos in Californië, om aldaar partij te trekken van de vruchtbaarheid van den grond. De beide zoons van barones de Roeder, die na den zelfmoord van hun vader, niet wisten wat te beginnen met de paar duizend guldens die hij hun naliet, aan hen wien hijzelf geleerd had niets in hun leven uit te voeren, zijn er een jaar geleden heengegaan en schrijven aan hunne moeder de

ocr page 217

213

opgetogenste brieven over de reeds verkregen uitkomsten, Zij houden zich verzekerd binnen tien jaar rijk te kunnen wederkeeren, en zouden wel aanstonds al hunne vrienden willen overhalen daar eveneens heen te komen.quot;

„Ja, ja, ik weet al wat gij bedoelt; een grond die alleen dan vruchten afwerpt als hij bearbeid wordt en geen mogelijkheid aldaar werkvolk te verkrijgen, zoodat men zelf den ganschen dag achter den ploeg mag staan en zijn waar ter markt brengen; maar ik dank u feestelijk voor een dergelijk baantje.quot;

„Meent gij soms dat het in mij op zou zijn gekomen u de edele geestkracht der broeders de Roeder toe te schrijven?quot; vroeg Adelheid hooghartig. „Hoe gaarne ik het ook wilde, ik kan het niet. ja, zij loopen achter den ploeg, zij die vroeger uitmuntten in het leiden van cotillons; zij spitten zelf den bodem om, zij die tot hiertoe slechts sierlijk paard wisten te rijden, maar zij herstellen daarmede op grootsche wijze hun nutteloos verleden; als zij wederkeeren met dat goud door eigen handen aan den grond ontrukt dan zal het zijn als krachtige, nobele mannen, die getoond hebben dat het leven hun ernst was, en zal hunne moeder terecht trotsch op hen mogen zijn. Maar ik herhaal u, zooveel eisch ik niet van u; neen, uwe plaats is zelfs daar nog in de sleden; men heeft er lieden noodig die zich belasten met het verwerken der druiven tot den Californischen wijn, die hoe langer zoo meer in trek komt. Te Los Angelos zelf kan men zonder moeite werklui verkrijgen; gij zoudt slechts het toezicht over alles houden, en daarmede ruime verdiensten kunnen maken.quot;

Otto zag haar medelijdend aan en zeide geringschattend :

„Hoe weinig weet gij vrouwen toch van zaken af. Alsof men daar slechts heen behoefde te gaan, zonder kapitaal of iets, |om terstond aan het hoofd van eene ernstige onderneming te worden geplaatst.quot;

ocr page 218

214

»Ik ben bij mevrouw de Röeder geweest en heb juist van haar vernomen, dat men een dergelijk persoon zocht. Terstond seinde ik dat gij om de voorkeur verzocht, en tevens om de juiste eischen te weten; men zal veertien dagen op uw besluit wachten.quot;

„En welk kapitaal eischt men?quot; vroeg de jonge man lachend.

»Er zijn veertig duizend franken noodig om de zaak te beginnen. Daarginds richt men alles gelukkig op eenvoudiger schaal in dan in Europa.quot;

„Prachtig! Maar is het mij ook vergund te vragen wie mij welwillend genoeg gezind is om mij eene dergelijke som te leenen?quot;

«Er is hier geen sprake van leenen. Ik zou u die verstrekken.quot;

.lt;Qij, Adelheid?quot; riep hij uit, niet anders meenende of zij had haar verstand verloren. „Gij vergeet dat gij zelf niets bezit.quot;

„Voor het oogenblik niet; maar mij wacht toch altijd een derde deel van de erfenis onzer ouders, en ik zal van vader verkrijgen dat hij mij daarop vooraf de noodige gelden afstaat. Ikzelve stel weinig eischen aan het leven, en zal later altijd genoeg hebben.quot;

„Op mijn woord!quot; bromde hij; „dat is mooi, heel mooi zelfs; het heeft slechts ééne keerzijde.quot;

„En dat is?quot;

„Dat het plan mij niet aanstaat en dat ik het voorstel afsla.quot;

Adelheid liet zich met een moedeloos gebaar achterover in haar leuningstoel vallen. Zij had zoo vurig gehoopt dat hij toe zou stemmen, het was haar alles waard geweest; zij had zelfs niet teruggedeinsd voor

het vooruitzicht harer eigene armoede, en nu____nu

weigerde hij dit laatste, dit eenige redmiddel!

„Ik herhaal u,quot; zeide zij met zwakke stem, „dat gij aldus een werkkring zoudt vinden overeenkomstig uw

ocr page 219

215

stand; dat gij u niet eens eene bijzondere inspanning zoudt behoeven te getroosten om spoedig rijk te zijn.quot;

„O! niets van dat alles schrikt mij af; integendeel, ik zou heel blij zijn binnen betrekkelijk korten tijd over veel geld te kunnen beschikken; maar het is uw brandend verlangen mij uit Europa te verwijderen, dat mij verdacht voorkomt.quot;

«En wat is natuurlijker dan dat eene zuster haar broeder helpt zijn verwoeste toekomst weer op te bouwen ?quot;

„Wij behoeven geen comedie te spelen voor elkander, Adelheid,quot; sprak hij op bitteren toon: „Sedert lang hebt gij mij niet lief genoeg meer om alles op te offeren tot mijn geluk. Neen, zoo gij niet aarzelt uw eigen erfdeel af te staan, dan bestaat daarvoor een andere reden.quot;

„En welke zou die zijn?quot;

„Gij zoekt mij tot eiken prijs naar een ander werelddeel te verwijderen.quot;

„En ook al ware dat het geval, zou daarin iets vreemds liggen? In Europa is voor u toch geen loopbaan meer weggelegd.quot;

„Ik zeg u nog eens, het is niet mijne loopbaan die u ter harte gaat.quot;

„Maar wat anders?quot;

„Gij wenscht mij voor een tijdlang onschadelijk te maken,quot; en hij zag haar doordringend aan.

Het jonge meisje stiet een gedwongen lachje uit en antwoordde:

„Gij schijnt zelf wel zeer donkere plannen te hebben, dat gij mij van vrees daarvoor verdenkt.quot;

„Laat ons niet met woorden spelen, maar liever de maskers afwerpen,quot; zeide hij op somberen toon: „ook in Europa kan men, met een zeker kapitaal, in de een of andere zaak komen. Ik maak mij sterk een dergelijke positie te vinden. Indien ik daarin slaagde, zoudt gij mij daartoe dan nog uw geld geven?quot;

ocr page 220

216

«Neen,quot; klonk het beslist.

«Gij ziet wel dat het er u alleen om te doen is mij zoo ver mogelijk te verwijderen. Maar ik wil Europa niet verlaten. Ik heb er zaken af te handelen, die ik daarginds zou moeten laten rusten. Over een jaar, misschien eerder, ben ik weêr vrij man, en zoo gij dan nog dezelfde edelmoedige plannen koestert, neem ik uwe hulp aan.quot;

»Nu of nooit.quot;

«Dan zal ik mij wel moeten onderwerpen aan het «nimmerquot;/' spotte hij.

«Is de taak, die gij hier te vervullen hebt, je dan zóó lief, dat gij bereid zijt er alles aan prijs te geven?quot;

Otto's oogen schitterden van een wilden gloed toen hij ten antwoord gaf:

„Gij weet hoe ik altijd naar geld gedorst heb. Het werd mijn ongeluk, en de ondervinding heeft mij niet genezen; meer dan ooit hunker ik naar rijkdom. Welnu, zoo gij mij op dit oogenblik een millioen had aan te bieden, maar dat op voorwaarde slechts, dat ik er nog heden mede naar Amerika zou moeten afreizen, zou ik weigeren.quot;

Adelheid huiverde. Haar bleef geen twijfel meer over, of zij moest thans zonder aarzelen optreden, en zij vroeg op gesmoorden toon:

«Gij wilt u wreken, niet waar?quot;

Hij boog stilzwijgend het hoofd.

„Ik heb dat geraden, en het is daarom dat ik hier ben.quot;

„Meent gij misschien mij van mijn voornemen te doen afzien?quot; vroeg hij spottend.

„Ja,quot; sprak zij vastberaden.

„Dan zoudt gij allereerst een tooverstaf moeten bezitten en ik zie dien niet in uwe hand.quot;

„Ik had gehoopt dat het geld dat ik u aanbood die tooverstaf zou wezen.quot;

«Gij ziet dat gij u vergist hebt.quot;

ocr page 221

217

»Ja, ik dwaalde; ik had van den aanvang af mijne toevlucht moeten nemen tot andere middelen.quot;

«Mag ik hoeren tot welke?quot;

«Tot uwe kinderliefde. O! Otto, het is onmogelijk dat alle gehechtheid voor onzen vader in u gestorven zou zijn. Hij heeft u zoo innig liefgehad; zulke gulden droomen over uwe toekomst gekoesterd. Schenk hem die eenige, die laatste vreugde nog eenmaal trotsch op u te mogen zijn.quot;

„Ik zou niets liever willen; misschien later____quot;

«Later zal vader er waarschijnlijk niet meer zijn, om daarvan getuige te wezen. Het leed der laatste maanden heeft hem sterk aangegrepen. Gij alleen kunt hem de geschokte krachten wedergeven. Otto, ik smeek u, heb eindelijk medelijden met hem en met ons allen.quot;

«Medelijden?quot; herhaalde hij bitter: «Heeft men dat met mij gehad?quot;

„Vader altijd.quot;

«Ik spreek niet van hem, maar van den ellendeling die al mijn vooruitzichten verwoestte.quot;

«Van den prins, niet waar?quot;

„Ja, van den man voor wien eenieder thans buigt, maar die niet lang meer van zijn zegepraal zal genieten !quot; riep hij op woesten toon.

„Otto,quot; klonk het ijskoud: «er is slechts ééne wijze waarop men zich op Zijne Hoogheid wreken kan; en naar dat middel zult gij niet grijpen!quot;

„Wie zal mij dat beletten?quot;

„Ik.quot;

„Gij?quot; lachte hij: „dan zoudt gij u allereerst tot zijne schaduw moeten maken, want den een of anderen dag zullen hij en ik tegenover elkander staan. Vóórdat hij sterft zal hij weten welke hand hem getroffen heeft.quot;

„Met andere woorden, gij aarzelt niet te bekennen dat gij voornemens zijt een moord te plegen?quot;

„Ik heb dat niet gezegd; maar ik zou hem daarmede slechts vergelden wat hij mij heeft gedaan.quot;

ocr page 222

218

„Meent gij dat hij u zonder reden noopte uw ontslag te nemen?quot;

„Ik had niets misdreven tegen hem persoonlijk; wie gaf hem het recht zich tusschen mij en mijn geluk te stellen.quot;

Hij wilde Werna's ongeluk voorkomen.

„Zeg liever dat hij haar voor zichzelf wenschte te behouden.quot;

„Dat is eene onwaarheid. Gij kent freule von Adlersfluch genoegzaam om te weten dat zij nooit in der eeuwigheid haar eer zal prijsgeven.quot;

„Waarom dan heeft hij zich als haar ridder opgeworpen?quot;

„Elk gevoel van plicht gebood hem dit. Gij zult mij toch niet dwingen u te herhalen waarom gij haar echtgenoot niet kondet worden?quot;

Otto von Falkenstein wierp haar een donkeren blik toe. Was het mogelijk dat zij alles wist? Hij wilde er zich van overtuigen en vroeg onbeschaamd:

„Waarom niet?quot;

„Ottolquot; riep Adelheid uit: „waarom noopt gij mij tot het uitspreken van zaken, die voor altijd een kloof tusschen ons zullen graven?quot;

„Ik moet weten tot hoever mijne vijanden zijn gegaan. Of zij mij tot zelfs bij de mijnen hebben aangeklaagd.quot;

„Niemand anders heeft de waarheid vernomen als ik alleen, en gij zult mij toch niet verdenken van het voornemen de zaak ruchtbaar te maken, zoolang____quot;

„Gij stelt dus reeds eene voorwaarde op uw stilzwijgen! Mag ik vernemen welke?quot;

„Ik zal nimmer spreken, zoolang____ik het leven

van den prins niet bedreigd acht.quot;

„Gij zoudt het dus wagen u tusschen hem en mij op te werpen?quot;

„Ik zou alles veil hebben, alles, verstaat gij mij? om u te verhinderen eene nieuwe misdaad te bedrijven.quot;

De jonge man begon met driftige schreden het ver-

ocr page 223

219

trek op en neer te loopen, en eensklaps voor haar stil blijvende staan, bromde hij:

«Qij denkt waarschijnlijk dat daardoor onze naam geschandvlekt zou worden; gij denkt aan de wanhoop van onzen vader, indien hij vernemen moest dat zijn zoon het leven benomen had aan een der vorsten van Ragnarland; maar stel u gerust, Adelheid, ik zal dat geen oogenblik uit het oog verliezen en zoo voorzichtig te werk gaan dat niemand ooit vermoeden zal aan wien de daad is toe te schrijven.quot;

Zij rilde. Nooit nog had hij haar grooter afschuw ingeboezemd, dan nu hij reeds kalm de gevolgen van 's prinsen dood besprak.

«Neen!quot; riep zij met kracht uit; „ook al moest ik de droefheid hebben vader voor mijne voeten te zien neerstorten, als een door het bliksemvuur getroffen eik, ik zou niet aarzelen zelf als uwe aanklaagster op te treden, indien gij tot zulk eene nieuwe laagheid in staat waart. Het zijn niet de belangen van ons huis of der onzen die bij mij hierin op den voorgrond staan ; maar wel de gedachte aan dat jonge, edele bestaan, dat gij wilt wegmaaien, aan de wanhoop zijner koninklijke ouders, die ons allen slechts met goedheden overstelpten. Qij zult dien man niet dooden, Otto, ik verbied het u.quot;

«En sedert wanneer hebt gij het recht mij wetten voor te schrijven?quot;

„Van het oogenblik af waarop gij uw geweten tot zwijgen bracht.quot;

„Gij zult mijn besluit niet aan het wankelen brengen.quot;

„Begrijp wei wat gij zegt. Ikzelf zal onverbiddelijk zijn.quot;

„Dat zal den prins niet redden.quot;

„Wij zullen zien.quot;

Het waren niet langer broeder en zuster die tegenover elkander stonden, maar twee onverbiddelijke hardnekkige vijanden, die elkaar in de vlammende oogen staarden.

,quot;5

1 i

ff

ill

ili

I I ■

Ill

PI 1 til

, . i-l| I -v.

ocr page 224

220

„Wal zijt gij van plan te doen?quot; vroeg Otto op gesmoorden toon.

„Gij alleen zult daarover beslissen. Zweer mij dat gij van alle wraakplannen afziet, om mijn voorstel aan te nemen, en gij gaat niet alleen een verzekerde toekomst tegemoet, maar niemand zal ooit uw geheim vernemen. Niet ik alleen zal het stilzwijgen bewaren, ook Zijne Hoogheid, ook Werna zullen dat doen, en gij kunt daar ginds in het nieuwe werelddeel een leven beginnen dat u tot eer zal strekken. Zoo niet____quot; ,

„Welnu?quot;

„Dan klaag ik u aan als den moordenaar van schout bij nacht von Adlersfluch.quot;

Hij maakte een beweging alsof hij op haar wilde toespringen; maar hij bedwong zich schielijk en sprak op gedempten toon:

„Dat zult gij niet doen, want het zou vader's dood zijn.quot;

„Dat had gij moeten bedenken toen gij de daad pleegdet.quot;

„En was ik dan bij mijne zinnen?quot; riep de schuldige uit; „Had die man mij niet tot het uiterste gedreven? maar gij, gij zijt koelbloedig, gij kunt oordeelen over het gewicht uwer handelingen; gij kunt niet vergeten wat die slag voor vader zou zijn.quot;

„Niet ik, maar gij zult hem hebben gedood; want gij hadt slechts te kiezen.quot;

„En vreest gij dan geen oogenblik voor uw eigen leven, gij die mij durft tarten het eenige te volbrengen wat mij nog rust kan schenken?quot;

„Neen, ik vrees u niet. Ik wist tegenover wien ik mij zou bevinden en heb mijn maatregelen genomen. Tracht ook mij uit uw weg te ruimen, gelijk u zoo gemakkelijk valt en de prins is behouden, want men zal Otto von Falkenstein nog heden gevangen nemen.quot;

Hij uitte een vreeselijken vloek. Daarna bewaarde hij

ocr page 225

221

een oogenblik het stilzwijgen en eindigde met te vragen:

«En indien ik uw voorstel aannam, wanneer zou ik dan op weg moeten gaan ?«

„Over veertien dagen. Ik zou zeggen nog heden, maar het geld moet eerst nog worden losgemaakt.quot;

„Het is goed,quot; bromde hij: „gij laat mij geen anderen uitweg over. Gij kunt gerust zijn en heden weder vertrekken.quot;

„Daaromtrent vergist gij u. Ik zal bij u blijven tot uwe afreis.quot;

„En het noodige kapitaal dan?quot;

„Ik zal er vader over schrijven. Ik behoef hem daarover niet te spreken. Voor ditmaal zal onze moeder ook op mijne hand zijn.quot;

„Gij wilt dus zooveel als mijn cipier worden?quot; sprak hij bitter.

„Ik wil u tot het laatst toe verhinderen een gruweldaad te plegen.quot;

„Het zij zoo, al kan ons wederzijdsch gezelschap ons slechts een onnoodige kwelling zijn.quot;

„Dus zweert gij mij van uwe wraakplannen af te zien ?quot;

„Gij dwingt mij er wel toe. Maar onthoudt dit ééne, Adelheid, ditmaal hebt gij de partij gewonnen, waag het echter niet u nogmaals tusschen mij en het lot te plaatsen.quot;

«Daarginds zult gij een beter mensch worden, Otto. Gij zult er niet langer met geldzorgen te worstelen hebben en een ernstige werkkring zal u veredelen.quot;

„Spaar mij, bid ik u, alle verdere preeken. De zaak is thans afgehandeld, en gij zult mij wel veroorloven een paar uren vrijaf te nemen, om tot rust te komen eer wij elkander weder ontmoeten; het is geheel onnoodig hierover nieuwe tooneelen te hebben.quot;

„Zeer wel; over twee uren verwacht ik u bij mij in de eetzaal van het hotel.quot;

Zij scheidden zonder verder een woord te wisselen. Ook Adelheid gevoelde er behoefte aan alleen te zijn

ocr page 226

222

Het gesprek met haar broeder had haar doodelijk uitgeput, en haar dieper blik dan ooit doen slaan in zijn nietswaardig karakter. Te vergeefs trachtte zij den brief aan haar vader te beginnen, hare denkbeelden waren verward; hare hand beefde zoodanig dat zij niet leesbaar kon schrijven, en zij eindigde met zich op haar legerstede neer te werpen om aldaar eenige kalmte te zoeken.quot;

Twee uur later bevond zij zich ter bepaalde plaatse. Er waren reeds verscheidene gasten bijeen; maar van Otto viel nog niets te bespeuren. Doch hij had nimmer de gewoonte gehad stipt op tijd te wezen en zij bleef geduldig wachten totdat er een nieuw half uur ver-loopen was, zonder dat hij zich vertoonde.

Thans werd zij voor het eerst ongerust; indien hij zich eens, in zijne vertwijfeling, van het leven had beroofd ?

Maar neen, het lag niet in zijn karakter zelf te boeten voor de gevolgen zijner daden, en zij maakte zich noodeloos ongerust.

En toch, hij kon, door al die verschillende aandoeningen overmeesterd, ziek zijn geworden. In elk geval moest zij zich van de waarheid overtuigen.

Zij begaf zich naar zijne kamer en klopte daar aan. Geen antwoord! Nog eenmaal tikte zij aan de deur, en toen ook ditmaal alles stil bleef, draaide zij den knop om en trad binnen. Het vertrek was ledig.

„Wij zullen elkander misgeloopen hebben, quot;prevelde zij.

Maar bijna op hetzelfde oogenblik werd zij doodsbleek. Hoe zij ook om zich rondblikte, nergens was een spoor te ontdekken van eenig kleedingstuk. Zij trad haastig op de kast toe; niets! zij opende de latafel, ook daarin lagen slechts eenige oude couranten.

Driftig rukte zij aan de schel en vroeg aan den toesnellenden bediende:

«Weet gij ook waar de heer von Falkenstein zich bevindt?quot;

ocr page 227

223

„Mijnheer is afgereisd,quot; klonk het antwoord, terwijl de man haar verbaasd aanzag.

«Afgereisd? Om hoe laat?quot;

«Een uur of anderhalf geleden. Ik heb hem moeten helpen zijn goed bijeen te pakken.quot;

«En zeide hij niet waarheen hij ging?quot;

«Neen, mevrouw. Mijnheer vertelde mij alleen een brief te hebben ontvangen, die hem in allerijl wegriep.quot;

„Weet gij niet waarheen zijn rijtuig hem brengen moest ? quot;

«Toevallig ja, want ik hielp den koffer naar beneden dragen. Hij gaf den koetsier bevel naar de Gare de Lyon te rijden.quot;

„Ik dank u, dan weet ik genoeg.quot;

En dat wist zij inderdaad, de ongelukkige, die met starren blik en wankelende schreden naar hare eigen kamer terugkeerde. Nog eenmaal had hij haar bedrogen, haar slechts gerustgesteld en schijnbaar haar voorstel aangenomen, om alle vrijheid te hebben aan haar toezicht te ontkomen. Anderhalf uur was hij haar voor; hij had den sneltrein moeten nemen naar het Zuiden; hij was zijn slachtoffer nagereisd. Wat zou het haarzelve al baten of zij hem naspoorde? Hij was te sluw om zijn maatregelen niet genomen te hebben om haar met zijn verblijf onbekend te laten. Een speler zooals hij kon altoos wel middelen vinden een tijdlang voort te leven zonder geldelijken steun van huis te ontvangen, en in dien tusschentijd kon hij zijn misdrijf plegen.

Hem thans aan te klagen, zou niet helpen. Men wist immers niet waar hem te zoeken. Hij moest tot zelfs de mogelijkheid voorzien hebben dat hij bij aankomst van den trein in hechtenis kon worden genomen, en ook dat hebben ontdoken. Wat moest zij aanvangen ? Waarheen haar schreden te richten?

Was er dan niemand in de nabijheid van den prins, dien zij verwittigen kon ? Zij zocht tevergeefs naar den naam van een enkel man op wiens toewijding zij zou

ocr page 228

224

kunnen rekenen; en ten laatste besloot zij rechtstreeks aan den jongen vorst zelf te schrijven, en te beginnen met hem nog denzelfden dag een telegrafisch bericht toe te zenden.

«Indien ik het onderteeken,quot; dacht zij in hare radeloosheid: «zal hij begrijpen wat ik bedoel.quot;

En zij seinde de volgende woorden:

«Uwe Hoogheid zij op hare hoede. Haar bedreigt een bijna onmiddellijk gevaar. Indien zij daaraan wenscht te ontkomen, is het noodzakelijk dat zij nooit des avonds of zonder verscheidene metgezellen van boord ga.quot;

Carl van Ragnarland zat in zijne kajuit, toen men hem het telegram overhandigde. Hij doorliep den inhoud en reikte het papier daarop glimlachend aan Diamantino over.

«Zie eens of men zich om mijn leven bekommert,quot; sprak hij lachend: «men zou waarlijk zeggen dat ieder uwe sombere voorgevoelens deelt.quot;

De Oosterling zat nog altijd op het geschrift te turen.

«Ik beschouw de zaak inderdaad als zeer ernstig,quot; zeide hij «freule von Falkenstein heeft maar al te goed geweten welk een aanklacht zij daarmede inbrengt tegen haar broeder. Men doet iets dergelijks niet op losse gronden, en ik smeek u, Carl, luister naar ons, en speel niet roekeloos met uw leven.quot;

«Ik kan mij niet als een bloodaard aanstellen.

«Neen; maar niemand behoeft te weten waarom het geschiedt, als gij voortaan niet anders dan met eenige officieren te gelijk van boord gaat. Niets is natuurlijker zelfs; gij telt slechts vrienden onder hen en behoeft toch geen al te groote toenadering van hunne zijde te duchten.quot;

«Dat weet ik, maar vergeef mij u dit verzoek te weigeren. Ik kan niet lafhartig zijn tegenover mijzelven. Wanneer de ellendeling mij aan wil vallen, dan zij het zoo, maar wij zullen dan eens zien aan wien van ons beiden het zijn moet voor den ander te beven.quot;

ocr page 229

225

HOOFDSTUK XVI.

Het eskader had zijn eigenlijke zending volbracht; de nieuwsbladen bevatten enkel lof over de schepen van Ragnarland en de jonge vlootvoogd werd algemeen geroemd om zijn aangenaam uiterlijk zoowel als om de groote bekwaamheden welke hij bij de manoeuvres aan den dag had gelegd. Half Europa had de parels zijner zeemacht daarheen gezonden om Engeland te toonen dat het niet als alleenheerscher behoefde op te treden; maar Ragnarland had boven allen uitgeblonken.

«Wij hebben dit alleen aan Carl te danken,quot; sprak de koning vol trots, nadat hij op zekeren avond deze meening uit de Fransche bladen had voorgelezen.

«En zult gij hem tot belooning spoedig laten weder-keeren?quot; vroeg de koningin met stralende oogen.

De koning begon hartelijk te lachen:

«O! gij vrouwen!quot; riep hij uit. „Zoodra degenen die gij liefhebt het een of ander goeds verrichten, eischt gij voor hen het loon dat uzelven het gelukkigst zou maken. Ik ben overtuigd dat onze beste jongen vrij wat liever nog een jaar op zee zou rondzwalken.quot;

De moeder van den prins boog zwijgend het hoofd. Zij mengde zich nooit in de besluiten van haar gemaal, en toch zou het haar zoo goed zijn geweest hare kinderen altijd bij zich te houden. Een jaar scheidens kwam haar als eene eeuwigheid voor, en haar gelaat zeide zoo welsprekend hare teleurstelling, dat de koning getroffen hare hand greep en hervatte:

«Stel u gerust, Anna, de omstandigheden verhinderen dit en zullen uw liefste wenschen vervullen.quot;

Zij zag hem vragend aan, terwijl Werna, die een eindweegs verder zat, eene huivering door de leden voelde varen, en aan 's konings lippen hing.

«Ja, er is op den Viking, den grootsten bodem van het eskader na het admiraalschip, eene epidemie van

15

ocr page 230

226

scheurbuik uitgebarsten, en ik wil onze manschappen niet blootsteilen aan den kans daar allen door aangetast te worden, zoodat ik morgen reeds het stuk zal teekenen dat de schepen onmiddellijk naar het vaderland terugroept. Eenmaal hier wordt het scheepsvolk voorloopig naar huis gezonden, om onze vaartuigen eens terdege te laten ontsmetten.quot;

«Zoodat ik hem spoedig hier mag verwachten ?quot; vroeg de koningin ademloos.

«Ik bereken dat hij over tien dagen bij ons terug-zal zijn.quot;

Zij slaakte een kreet van vreugde en voegde er aanstonds bij, als om zich te verontschuldigen:

«Het is zelfzuchtig mij daarover zoozeer te verheugen, dat erken ik, vooral nu zijn terugkeer te danken is aan de ziekte van zoovele anderen; maar gij moet het mij vergeven, onze kinderen hebben mogen opgroeien tot mannen, zoolang zij niet bij mij zijn is het mij altijd te moede als bedreigde hun een gevaar, en dat Carl vooral, die steeds aan de wisselkansen der zee onderworpen is.quot;

En terwijl de koning voortging haar zachtkens met hare overdreven moederliefde te plagen, zat Werna daar bleek en zwijgend, met de witte handen in den schoot gevouwen en de oogen gericht op den grond, als wilde zij in de sierlijke arabesken van het tapijt de donkere draden harer toekomst ontwarren.

Hij zou wederkeeren. Hij dien zij nog altijd zoo hartstochtelijk beminde, en alle voorzichtigheid gebood haar voorloopig aan het hof te blijven. Haar geheim was aan Otto bekend, het liep derhalve gevaar ook anderen ter oore te komen, en zij zou dit vermoeden bevestigen indien zij haar ontslag vroeg, juist op het oogenblik dat zij den prins zou wederzien. Was het daarbij niet meer dan waarschijnlijk dat hij, na hun laatste onderhoud, zou trachten haar verblijfplaats op te

1

f 41 i ■■

ocr page 231

227

sporen en tot haar door te dringen ? Neen, hier alleen was zij veilig, indien zij ten minste den moed bezat hem door houding en woord te doen gelooven dat het gevoel, door haar in een onzalig uur beleden slechts eene vluchtige opwelling was geweest en reeds voor hem gestorven was, om nooit weder te herleven?

Zij gevoelde dat zij die kracht zou hebben, en toch hoe vreeselijk zou het haar niet wezen, als zij hem daaronder lijden zag! Hem dien zij zoo gaarne gelukkig had gemaakt!

Thans hoorde zij den koning weder, als in een droom zeggen:

„Gij schrijft Carl zeker nog morgen, niet waar?quot;

gt;,Ja,quot; antwoordde de koningin: «Ik moet hem aanstonds vertellen hoe verheugd wij allen over diegoede tijdingzijn.quot; «Dat dacht ik wel. Nu, ik zelf heb daartoe geen tijd, morgen wacht mij juist bijzonder veel werk: Gij zult u dus wel met een opdracht willen belasten ?quot;

«O! zeker. Hebt gij hem iets bijzonders te zeggen?quot;

«Ik wilde dat gij hem, namens mij, prins Diamantino liet uitnoodigen Carl hierheen te vergezellen en voor onbepaalden tijd onze gast te blijven.quot;

«Zeer gaarne. Het zal hem genoegen doen, want sedert zij elkaar weer hebben gevonden, zijn beiden wederom onafscheidelijk. Ik dank u op dien goeden inval te zijn gekomen, het zal Carl verhinderen naar zee terug te verlangen.quot;

«O! het is meer dan eene bloote vriendelijkheid. Wij zijn aan dien jongeling veel dank verschuldigd, en ik wilde van de gelegenheid gebruik maken om hem de een of andere blij vende onderscheiding te beurt te doen vallen.quot;

«Niets zal mij aangenamer zijn; maar gij spreekt van dank?quot; klonk het vragend.

«Het is waar, ik heb mij versproken. Carl had mij uitdrukkelijk verzocht de zaak niet te verspreiden.quot;

«Voor zijne moeder behoeft gij toch geen geheimen

ocr page 232

228

te hebben, en onze vrienden zijn ons te zeer verknocht, om niet vooraf op hun stilzwijgendheid te kunnen rekenen. Is er dan iets bijzonders aan boord voorgevallen?quot;

«Geen woord daarvan aan Carl; het zou hem hinderen. Ziehier wat er gebeurd is, want ik wil niet dat gij u om een los daarheen geworpen woord muizennissen in het hoofd zoudt halen. Trek u daarbij de zaak niet aan; ik verzeker u dat onze zoon geen oogenblikheeftopgehouden gezond en wel te zijn; maar ons eskader had zoozeer de aandacht getrokken, dat het niet anders kon, of het moest een doorn in het oog der andere zeelieden zijn ; kort en goed, op zekeren avond dat Carl van wal terugkeerde werdhij aangevallen dooreen half dronken matroos, een Engelschman zoo het schijnt, die hem onverhoeds een dolksteek wilde toebrengen. Maar de zwarte prins die op eenige schreden afstands volgde, wierp zich metzulk een behendigheid op hem, dat hij den kerel ontwapende.quot;

„Gode zij dank!quot; riep de koningin op sidderenden toon uit: „Hij heeft den moordenaar toch aan het gerecht overgeleverd, niet waar?quot;

«Neen, dat is het juist waarover die goede jongen ontroostbaar moet zijn. Er ontstond eene korte worsteling en, nog voordat Carl zijn vriend te hulp had kunnen komen, was de dader ontvlucht.quot;

Werna had moeite gehad geen kreet van wanhoop te slaken. O! zij kende den misdadiger slechts al te goed, en van het oogenblik af waarop de koning gesproken had, was tot zelf de gedachte aan den armen, rampzaligen generaal bij haar verdween, voor den brandenden wensch dat Otto voor altijd onschadelijk mocht zijn gemaakt; en thans was hij ontkomen! De prins had blijkbaar geweigerd hem aan te klagen, of wel hij zou zijn naam niet aan den koning verzwegen hebben; en de ellendeling zou opnieuw beginnen, andermaal naar dat edele leven te staan, terwijl Diamantino niet langer aan zijne zijde zou wezen!

ocr page 233

229

O! hoezeer zegende zij den. oosterling! Indien hij zich daar bevonden had, zou zij voor hem neêrgeknield zijn om hem te danken. Aan hem alleen was zij het verschuldigd thans niet ten prooi te zijn aan de wildste smart die ooit haar leven had kunnen verbitteren; bleef zij gespaard voor de wroeging dat Carl om harentwille gestorven was. Maar reeds hernam de koningin:

„Ik zal geen woorden kunnen vinden om Diamantino mijne erkentelijkheid te betuigen; en niets zal mij te veel zijn om zijn verblijf alhier zoo aangenaam mogelijk Ie maken; maar aan Carl vergeef ik het niet licht dat hij geen verder gevolg aan de zaak geeft.quot;

wHij heeft daaromtrent toch zeer wijs gehandeld.quot; i,Hoe kunt gij zoo iets zeggen!quot; riep de moeder hartstochtelijk uit: „Verdient een dergelijke misdaad dan verschooning?quot;

„En zal men bij een volgende gelegenheid niet opnieuw beginnen, als men ziet straffeloos zulke aanslagen te kunnen wagen?quot;

„Nu overdrijft gij het gebeurde toch, want Carl heeft geen persoonlijke vijanden; wat hier is voorgevallen was slechts aan de ijverzucht van een oogenblik te danken.quot; „De dader had zijn straf niet mogen ontgaan.quot; „Dat zou men, oppervlakkig beschouwd, ook zeggen; maar vooreerst waren er minstens vijf of zes Engelsche schepen; de schuldige zou wel gewacht hebben zichzelf aan te geven en hoe kon men onder al die manschappen juist dien eene ontdekken?quot;

„De zwarte prins had hem toch gezien.quot;

„ja, maar bij duisternis. Hoe moeilijk zou het hem niet gevallen zijn hem te herkennen! Carl heeft mij zijne beweegredenen omtrent zijn stilzwijgen niet medegedeeld, maar ik heb ze zeer goed begrepen. Zij waren van te groot belang om door mijn zoon over het hoofd le worden gezien.quot;

„Wat bedoelt gij ?quot;

ocr page 234

230

„De kerel was een Engelsch matroos, dat was al wat zij hadden opgemerkt. Carl is algemeen bemind bij zijne onderhoorigen; indien nu de zaak bekend was geworden, lijdt het geen twijfel of zijne manschappen zouden hun admiraal hebben willen wreken en eene geduchte afstraffing op de Engelschen hebben gehouden. Hoe gaarne Carl zelf dat ook ware tegengegaan, hij zou machteloos hebben gestaan tegenoverde verontwaardiging zijner minderen, en stel u eens voor welke betreurenswaardige tooneelen daarvan het gevolg zouden zijn geweest. Het had ons een oorlog kunnen kosten, en zou zeer zeker den goeden indruk hebben weggenomen alom door onze vloot teweeg gebracht.quot;

Maar de koningin was niet te overtuigen. Het gekwetste moederhart bleef om vergelding vragen.

Nog dienzelfden avond schreef Werna aan Adelheid het enkele woordje wkom!quot; en den volgenden morgen trad Otto's zuster bij haar binnen. Zij had Werna niet bezocht sedert haar terugkeer; wat had zij haar kunnen zeggen dat haar niet van nog grooter en nuttelooze onrust had vervuld ? Daarbij was zij zoo geheel en al verslagen, gevoelde zij zich zoo machteloos tegenover het noodlot dat de haren vervolgde, dat zij geen moed meer gevoelde tot welken stap dan ook. Zij omgaf haar vader nog altijd van de teederste zorgen, maar dat was ook alles wat zij vermocht; somwijlen was het haar alsof zij sterven zou, en ware het niet om den ongelukkigen grijsaard geweest, zij zou den dood als eene uitkomst hebben begroet.

Werna werd aanstonds door het lijdende uiterlijk harer vriendin getroffen, en terwijl zij haar omhelsde, riep zij uit:

„Gij zijt ziek, Adelheid? Heeft dan niemand bij u thuis dat opgemerkt?quot;

Het jonge meisje schudde met een weemoedig glimlachje het hoofd en antwoordde:

ocr page 235

231

«Mijn vader ziet niet meer, en de andere huisgenooten bekommeren zich weinig om de vraag of ik ongesteld ben of niet. Trouwens, het heeft ook niets te beduiden. Wat binnenkoortsen, die langzaam over zullen gaan.quot;

«Neen, het is vrij wat ernstiger dan dat, en gij moet mij beloven nog heden den dokter te raadplegen.quot;

«Wat wil hij mij voorschrijven, als het kwaad elders schuilt? Het kranke lichaam laat zich genezen; voor de smarten der ziel is geen kruid gewassen, en de mijne zal niet weder herstellen van haar pijn.quot;

„Qij bedoelt dat het uw broeder is, die u nog altijd doet lijden?quot;

Adelheid boog sprakeloos het hoofd.

„Hebt gij tijding van hem gehad?quot;

„Neen, wij weten voor het oogenblik niet waar hij zich bevindt.quot;

„Maar dan----? O! vergeef mij, het is geen nieuwsgierigheid die mij aanspoort u dit te vragen; maar gij zijt zoodanig veranderd, dat er wel het een of ander moet zijn voorgevallen om u aldus ter neer te slaan.quot;

„Ik heb hem weèrgezien.quot;

„Gij?quot;

„Ja, ik had rust noch duur alvorens hem gesproken

te hebben. Ik wilde waken voor een nieuwe____ramp;

en ik ging tot hem om hem een betrekking in een ander werelddeel aan te bieden, waar hij fortuin had kunnen maken, en zeker al zijne wraakplannen zou hebben vergeten. Ik was bereid er mijn eigen erfdeel aan op te offeren, en zeide hem dat alles.quot;

„En hij weigerde?quot;

„Dat durfde hij niet; want ik liet hem slechts de keuze tusschen dit redmiddel en de gevangenis. Om den prins te beveiligen, zou ik niet geaarzeld hebben hem aan te klagen, om het even welke gevolgen dat ook voor ons zou hebben gehad.quot;

„Gij zijt te goed voor deze wereld, Adelheid, en ik

ocr page 236

232

kan u niet zeggen hoezeer ik u bewonder,quot; riep Werna uit, terwijl zij hare beide handen drukte; „maar hij is niet vertrokken, is het wel?quot;

„Neen; hij beloofde dat hij mij gehoorzamen zou, en reeds verheugde ik mij daarover als over eene uitkomst na al onze angsten, toen hij dienzelfden dag spoorloos verdween. Hij had niet geaarzeld mij met een nieuwen leugen gerust te stellen. Helaas! Werna, ik ben machteloos tegenover het gevaar dat ik zoozeer vertrouwd had te kunnen bezweren, en het is juist die gedachte welke voortdurend aan mijn leven knaagt en zal eindigen met mij te dooden.quot;

Haar vermagerd gelaat was zoo bleek, hare fraaie, droefgeestige oogen waren door zulke donkere kringen omgeven, dat Werna het diepste medelijden in zich op voelde rijzen en tot haar zeide:

„Wees althans voorloopig gerust. Otto zal het niet licht wagen naar Ragnarland te komen, en de prins is teruggeroepen met het eskader. Hij zal spoedig hier zijn, en van nabij zal het zooveel gemakkelijker vallen de wacht te houden.quot;

Over Adelheid's trekken verspreidde zich een zwakke vreugdeblos.

«Zegt gij dat niet om mij kalmte te geven?quot; vroeg zij angstig.

«Neen, waarlijk niet; de koning zelf heeft het gisteren gezegd, en van avond reeds zullen de nieuwsbladen het bericht vermelden.quot;

„O! Ik dank daarvoor den hemel, want gij hebt gelijk, Otto zal er tweemaal over denken aleer hij zich hier of te Holmford vertoont. Was het daarom dat gij mij hierheen liet komen?quot;

«Niet juist daarom. Ik wenschte ook u eens weder te zien, en gij weet, ik kom thans niet gaarne bij u; de uwen kunnen mijne handelwijze niet begrijpen, en er daarom ook geen verontschuldiging voor vinden.quot;

ocr page 237

233

«God verhoede hen ooit te vernemen wat u aandreef tot die daad! iMaar gij verbergt mij iets, Werna.quot;

„Wat zou ik u verbergen?quot;

„Ik weet het niet; maar alles zegt het mij,quot; sprak het jonge meisje, terwijl zij hare vriendin doordringend aanzag; „indien gij mij eenvoudig hadt willen zien, zoudt gij mij gevraagd hebben bij u te komen, wanneer de gelegenheid zich daartoe eens voordeed; het enkele woordje dat gij mij toezondt zeide meer dan dat.quot;

„Welnu ja,quot; antwoordde Werna: „ik had u iets te melden, maar ik bid u, denk daar niet meer over. Uwe geschokte zenuwen moeten eerst tot rust komen; later, als gij weder geheel en al de oude zijt, zullen wij nader samen spreken. De hoofdzaak is deze, dat de prins weder in zee steekt en voor het oogenblik dus geen gevaar hoegenaamd loopt.quot;

„Weder de oude worden?quot; herhaalde Adelheid hoofdschuddend: „Gelooft gij waarlijk dat dit mogelijk zou zijn? Ik ben overtuigd van neen. De schande die ons huis is binnengeslopen vervolgt mij nacht en dag als een giftige adder en zal eindigen met mij te dooden. De meeste vrouwen worden als tot het huwelijk geboren; zij beginnen zich reeds op twaalf- of dertienjarigen leeftijd los te maken van hare huisgenooten, om te droomen van andere liefde; zonder dat zij het zich bewust zijn, groeien zij op met de teederheid voor het nieuwe gezin dat zij in de toekomst stichten zullen. Zoo is Marie, zoo zijn er zoovelen; maar er zijn er ook enkelen, voor wie niets gaat boven de huisgoden van haar ouderlijken haard, die niet dan met angst denken aan de mogelijkheid ooit van hen te moeten scheiden. Zoo was het mij immer, en gij begrijpt hierna hoezeer ik aan mijne naaste bloedverwanten verkleefd was. De band tusschen mijne moeder en mij werd het eerst verbroken, mijne oogen

ocr page 238

openden zich van lieverlede voor veel, dat mij telkens bittere teleurstelling bracht. Ook voor mijne zuster kon ik, helaas! niet verblind blijven; maar mijn vader was alles wat ik mij aan adeldom van ziel, aan grootheid van karakter had kunnen voorstellen, en na elke andere onttoovering sloot ik mij des te hechter bij hem aan. Ik deelde zijne verwachtingen, zijne denkbeelden, zijne hoop, en de jonge broeder van wien hij zooveel droomde, scheen ook mij toe al zijne deugden te moeten overerven. Zijne eerste zwakheden bestreed ik met heel de liefde eener moeder; ik was zoo zeker dat hij eindigen zou een groot man te worden. Gij weet niet welk een schipbreuk het voor mij was één voor één al mijne illusies omtrent hem te zien wegslaan. Ik meende hem enkel nog te minachten en toch bleef hij mij steeds dierbaar; toch hoopte ik nog altijd op een dag die hem zou doen ontwaken uit zijne afdwalingen. Ook die laatste stroohalm is gebroken; meer dan dat, ik heb hem zien zinken tot de laagste diepten van den afgrond; hij is een misdadiger geworden, en in plaats van wroeging is hij slechts vervuld van den wensch nog lager te dalen. Reeds dat lijden ware genoeg, maar ik zou het nog kunnen dragen, ware het niet de ontzetting waarvan mij de zekerheid vervult dat hij den een of anderen dag toch zijn opzet zal volvoeren, en in hechtenis zal worden genomen, wat de dood mijns vaders zal zijn.quot;

„Vrees niets, Adelheid,quot; fluisterde Werna vol medelijden: „Geen onzer die hem zal aanklagen.quot;

„Neen, ik weet hoe edel gij en de prins ook daarin weder handelt, maar hij zelf zal zich vroeg of laat verraden.quot;

„Wees gefust,quot; klonk het niet zonder bitterheid: „hij neemt slechts al te goed zijne voorzorgen.quot;

„Wat bedoelt gij? Ik heb recht de gansche waarheid te vernemen.quot;

ocr page 239

235

«Vreest gij waarlijk niet dat het uwe krachten te boven zal gaan?quot;

„Onzekerheid kwelt mij vrij wat meer dan iets anders zou kunnen doen. Ik schep daardoor schrikbeelden, die wellicht overdreven zijn.quot;

vWelnu dan; ik heb alle reden te gelooven dat uw broeder in de nabijheid van Zijne Hoogheid is geweest.quot;

„Hoedat? Spreek! Ziet gij niet wat uwe woorden voor mij zijn?quot;

„Er is in Egypte een aanslag op het leven van den prins gepleegd.quot;

„Qroote Hemel! Ik heb daarvan niets gehoord, en toch volgde ik voet voor voet, in de dagbladen, de minste bewegingen van het eskader.quot;

„Dit zij genoeg om u te bewijzen hoe weinig ondoordacht Otto te werk gaat.quot;

„Ik begrijp u ditmaal niet.quot;

„Hij koos daartoe de eenige vermomming die verbood ruchtbaarheid aan de zaak te geven. Hij nam de kleeding aan van een Engelsch matroos. Indien het gebeurde bekend ware geworden, zouden de zeelieden van Ragnarland met de Engelschen slaags zijn geraakt. Prins Carl heeft het voorval dan ook alleen onder stipte geheimhouding aan zijn vader geschreven, en ik geloof niet eens dat hij dit gedaan zou hebben, indien hij daarmede niet gehoopt had eene onderscheiding te verkrijgen voor zijn vriend, vorst Diamantino, die hem redde.quot;

„Beiden moeten den schuldige toch herkend hebben?quot;

«Zij nemen den schijn aan van niet; maar ik ben van het tegendeel overtuigd.quot;

En zij deelde haar alles mede wat zij van den mislukten aanslag wist.

„Mijn Qod! mijn God!quot; kermde Adelheid; „wat moeten wij aanvangen? Indien de prins bezweken

i

ll

P

lil F

II li

1

1

11

§ ii

ï

ill

ocr page 240

236

ware, zou ik mij medeplichtig hebben gevoeld aan zijn dood.quot;

„Maar dat geheel ten onrechte; gij hebt immers alles verricht wat in uw vermogen lag om zulk een ramp te voorkomen. Neen, Adelheid, gij hebt u van niets te beschuldigen; eene zuster levert haar broeder niet over; dat strijdt tegen alle wetten der natuur. Laat het verder over aan de vrienden van den prins om over zijn leven te waken, en hopen wij dat de tijd Otto tot nadenken zal brengen; dat zijne verijdelde poging hem zal doen inzien dat zijne wraakzucht krankzinnigheid is.quot;

En ofschoon zijzelve niet durfde gelooven wat zij zeide, trachtte zij hare vriendin volkomen gerust te stellen, en hare gedachten op andere, blijder punten te vestigen. Adelheid hoorde haar vol verteedering aan, maar alle hoop was in haar gestorven.

Het bericht van den terugkeer der vloot verspreidde zich spoedig in Holmford en de kroonprinses vond er gelegenheid in nieuwe feesten op touw te zetten. De toebereidselenen daartoe waren Werna eenepijniging;ook al zou het eene groote onvoorzichtigheid van Otto wezen zich in Ragnarland te vertoonen, indien hij daartoe overging, zou hij den prins niet op het stille Vredenborg treffen maar wel in het gewoel der residentie, en zij voorzag dat de koningin zich zooveel mogelijk zou onthouden van de partijen harer schoondochter en dat zijzelve er dus ook geen deel aan zou kunnen nemen. En toch zoolang zij slechts aan zijne zijde was, meende zij dat het gevaar bezworen zou zijn. Hoe gewillig zou zij haar bestaan niet in ruil voor het zijne geven 1 Hoe scherp zou zij niet toekijken of hem niets bedreigde!

Twaalf dagen na Adelheid's bezoek liep het eskader reeds binnen. De zwarte prins bevond zich aan boord van het admiraalschip en vergezelde Carl rechtstreeks naar het koninklijk lustslot.

ocr page 241

237

Oscar II omhelsde hem als een zoon en hem daarop tot de koningin geleidende, zeide hij:

„Ik heb Hare Majesteit het genoegen willen laten u een bewijs onzer dankbare vriendschap te overhandigen.quot;

Verrast zag Diamantino op; hij ontving het grootkruis der Ragnar-Orde.

Overgelukkig met de welverdiende belooning die zijn vriend ten deel viel, en tot in het diepst der ziel bewogen, trad Carl met uitgestrekte hand op Werna toe, en zeide:

„Ik ben blij weder in het vaderland te zijn en te mogen hopen alle vrienden terug te vinden gelijk ik ze verliet.quot;

Een ijskoud glimlachje, dat haar zelve eene onbeschrijfelijke pijn kostte, zweefde om de lippen van het jonge meisje, toen zij ten antwoord gaf:

„Dat is wat veel gevergd van het leven. Monseigneur; men ziet elkander, hoe kort ook eene scheiding zij geweest, nooit weder geheel en al als dezelfden wêer. Er zijn in die tusschenruimte nieuwe indrukken gekomen, men is verstandiger geworden; men heeft andere

belangen____quot;

Carl zag haar doordringend aan. O! indien zijn eerlijke blik slechts gewoon ware geweest in het vrouwenhart te lezen, hij zou zich niet hebben laten misleiden door die uiterlijke koelheid; thans echter trof zij hem als een dolksteek; verdween opeens zijne vreugde haar te hebben wedergevonden.

„Het spijt mij dat wij daaromtrent van elkander verschillen,quot; sprak hij langzaam; „als men tusschen'Iucht en water voortdobbert, behouden de beelden van hen die men achterliet al hunne oude betoovering; maar ik vergat dat het leven op vasten bodem verschillend is, en telkens afleiding schenkt.quot;

Hij wendde zich daarop van haar af, om met de heeren van het gevolg te spreken.

ocr page 242

238

Met somberen blik staarde zij hem na. O! Hoe gelukkig had zij zich niet gevoeld, dien morgen bij het ontwaken! De zekerheid hem wêer te zien had haar den geheelen morgen vervuld van eene boven-menschelijke vreugde; zij had er naar gehunkerd wederom zijne oogen op haar te voelen rusten, de muziek zijner stem op te vangen; en toch, moest zij hard voor hem zijn, hem van den aanvang af elke hoop benemen; hem liever doen gelooven dat zij hem voor een ander vergeten had, dan hem aan het gevaar bloot te stellen, dat zijn oom ten grave had gesleept.

Ook prins Diamanlino naderde haar, en ziende dat een ieder zich om Carl heen verdrong en niemand op hem lette, zeide hij halfluid:

„Ik heb u niet kunnen vergeven, freule; maar gij behoeft niet te vreezen dat ik u vervolgen zal met eene liefde die ik als hopeloos beschouw. Indien ik dan ook niet aangespoord ware geworden door eene ernstige beweegreden, ware ik niet naar uw land wedergekeerd.quot;

„Wees overtuigd dat ik u de eerbiedigste, de grootste vriendschap toedraag,quot; antwoordde zij op diep ontroerden toon, want aan haar eigen hart gevoelde zij wat hij op dat oogenblik moest lijden; „en sedert veertien dagen is dat gevoel bijna tot vereering geklommen.quot;

„Hoe! Gij weet dus?quot;

„Ik weet dat gij enkel ter wille van uw vriend hier zijt, om hem zoo noodig te beschermen.quot;

„Wie heeft u dat gezegd?quot;

„Niemand, en ik ben ook overtuigd dat geen sterveling daarvan iets vermoedt!quot;

„Geen woord daarover aan Carl, bid ik u,quot; sprak hij nog zachter. „Indien hij op dat denkbeeld kwam, zou hij mij zoeken te verwijderen, want hij is moedig tot in het roekelooze toe, en het is noodzakelijk dat ik voor-loopig nog aan zijne zijde blijve.quot;

„Gij kunt zonder omwegen tot mij spreken, Mon-

ocr page 243

239

seigneur; zeg mij of gij het leven van den prins zelfs hier bedreigd acht.quot;

De Oosterling zag haar ernstig aan en antwoordde:

„Ik kan mij bedriegen natuurlijk; maar zijn vijand is tot alles in staat, en ik geloof niet dat hij rust zal kennen, aleer hij zich op u beiden gewroken heeft.quot;

«Hij was het dus die den aanslag pleegde? vroeg Werna dof.

«Ja, wij hebben hem beiden herkend.quot;

«En daarna?quot;

«Daarna vernamen wij niets meer van hem. Hij wist zich trouwens verraden en heeft er wel zorg voor gedragen zich schuil te houden. Van Carl's zijde begreep hij maar al te goed niets te vreezen te hebben; doch met mij was het iets anders, en ik verzeker u dat zoo ik hem nog op mijn pad ontmoet had, al de smeekbeden van den prins buiten staat zouden zijn geweest mij te verhinderen hem aan te grijpen en aan zijn rechtmatig vonnis over te leveren.quot;

„Ja, hoezeer ik ook zijne ongelukkige familie beklaag, het is een ramp dat hij u ontkomen moest.quot;

«Ik heb de zwakheid gehad op dat oogenblik naar Zijne Hoogheid te luisteren.quot;

„Hoe! Is hij u dan niet onder de worsteling ontkomen ?quot;

De Oosterling glimlachte minachtend.

„Gij meent misschien dat ik niet tegen Falkenstein opgewassen zou zijn,quot; sprak hij: «Ik schijn tengerder en ben veel kleiner; maar gij kent de lenigheid niet van onze volkeren; gij weet niet hoe wij onze vijanden als een slang weten te omkronkelen, totdat zij zich als verstikt gevoelen en geen hand meer kunnen verroeren.

Ik had opzettelijk de gewoonte aangenomen, altijd een paar schreden achter Carl te loopen. In den aanvang had hij zich daarover boos gemaakt, doch hij is goedhartig en hij eindigde met mij stil mijn gang te

ocr page 244

240

laten gaan, om, zooals hij lachend zeide, het genot te schenken tegen windmolens te vechten. In de duisternis moet dit aan den ellendeling ontgaan zijn; hij heeft gemeend dat wij vlak naast elkander liepen, en gehoopt dat ik mij allereerst zou beijverd hebben mijn gekwetsten vriend bij te staan. In dien tusschentijd kon hij ontkomen ; maar hij had buiten den waard gerekend; zoodra ik hem zag toesluipen, met den reeds opgeheven dolk in handen, sprong ik gelijk een panter op hem toe; hij was als vernietigd van dat oogenblik af.quot;

«Maar toen?quot;

»Ik was gereed hem aan de politie over te leveren. Carl had slechts om hulp behoeven te roepen, terwijl ik hem in bedwang hield; maar hij beval mij op een toon dien ik nog niet van hem kende, den moordenaar los te laten.quot;

»En gij hebt gehoorzaamd?quot; mompelde Werna bitter.

„Ik kon er niet toe besluiten, en smeekte den prins zich te herinneren welk een schelm wij voor ons hadden.quot;

«Het leven van dien man behoort mij alleen; en ik eisch dat hij op vrije voeten zal blijven,quot; zeide hij. „Daarop wrong hij hem het moordtuig uit de handen en zeide hem dat hij kon gaan; maar ik liet dit niet zoo gemakkelijk toe en scheurde zijn wambuis open, waaruit ik papieren rukte, in de hoop alleen het bewijs zijner identiteit te vinden. Ik had mij niet bedrogen, en ik draag het zekerste wapen bij mij zijner schuld. Zoodra hij het waagt zich weder in Ragnarland te ver-toonen, zal ik onverbiddelijk zijn, ook al mocht Carl het mij nooit vergeven.quot;

„Gij hebt volkomen gelijk,quot; sprak Werna met kracht: „tegenover dergelijke belangen moet al het overige zwichten.quot;

„Hebt gij begrepen wadden prins voornamelijk weerhoudt hem te treffen ? vroeg Diamantino bijna fluisterend.

„Zijne ouders.quot;

ocr page 245

241

„Neen. De gedachte aan hunne wanhoop doet zich zeker bij hem. gelden; maar men stelt zich niet willekeurig aan gevaar bloot, als men aan het leven gehecht is zooals zijne Hoogheid. Hij is voor eene nieuwe laag-harttgheid van den schurk bevreesd; zoo Falkenstein gevangen werd genomen, zou hij toch nog wraak weten te nemen door den naam te bezwalken der vrouw die Carl bemint.quot;

Werna huiverde. Het was dus voor haar, voor haar alleen, dat hij zich blootstelde aan het moordtuig van zijn vijand? In hare vertwijfeling vergat zij alles en fluisterde zij hartstochtelijk tot den Oosterling:

„O! zoo gij eenige overredingskracht op hem bezit, Iaat hem dan afzien van dat ridderlijk bezwaar. Overtuig hem dan toch vóór alle dingen van de waarheid dat niemand meer dan zij naar zijne veiligheid dorst; dat zij deze zou willen koopen tot eiken prijs; dat het gemompel der wereld haar niet kan verbrijzelen zooals het bewustzijn dat hij onophoudelijk in gevaar verkeert. Zij is hoogmoedig, ja, maar wat beteekent zelfs haar trots, naast den angst die haar nu voortdurend vervolgt? O! beloof mij, Monseigneur, dat gij hem aan het verstand zult brengen, hoe het slechts een daad van barmhartigheid zou wezen tegenover haar, daaraan een eind te maken.quot;

„Ik zal hem uwe woorden overbrengen,quot; antwoordde de zwarte prins diep ontroerd: „Laat mij er u voor danken als voor een persoonlijke weldaad. Gij weet niet hoe gelukkig het mij maakt u zoo geheel en al het ideaal te zien verwezenlijken, dat ik mij van de vrouw heb gemaakt. Ik peil heel de diepte van het offer dat gij daarmede bereid zijt te brengen; meer dan anderen zoudt gij onder verdenking lijden. Maar hoop niet dat hijzelf dit aan zal nemen. Ik ken hem, liever zou hij sterven.quot;

„Beproef alles, o! alles, om hem te overreden.quot;

16

ocr page 246

242

„Intusschen kunt gij gerust zijn; ik blijf voorloopig aan zijne zijde.quot;

«Dat is mij een groote troost. Maar gij zult er niet altijd zijn.quot;

„Ik zal niet vertrekken, alvorens iemand gevonden te hebben, op wien ik volkomen kan vertrouwen, en wien ik mijne taak zal overdragen.quot;

Zij wilde antwoorden, doch de koningin wendde zich tot haar en zeide:

„Prins Diamantino schijnt u al zeer te boeien met zijne reisverhalen; maar hij zal deze, zoo ik hoop, dezen avond voor ons allen hervatten. Ik heb thans mijn lief geleidstertje noodig, om mij naar mijne vertrekken te vergezellen. Zelfs vreugde kan ik tegenwoordig moeielijk verdragen. Kom, mijn kind!quot;

„Zij heeft mij vergeten,quot; mompelde Carl, terwijl hij beide vrouwen somber nastaarde, „waarom ben ik dan teruggekeerd ?quot;

HOOFDSTUK XVII.

Op zekeren avond zat de generaal met zijne familie te huis. Men bevond zich in den winter; de stormwind huilde op onheilspellende wijze door den schoorsteen. De grijsaard leunde in een gemakkelijken stoel bij den haard, waarin de groote houtblokken den vuurdood stierven, onder dat zachtklagend gefluister, waarnaar gelukkigen niet moede worden te luisteren; maar hij hoorde noch de vlagen van het noodweer, noch het geknetter der vlammen. Zijne gedachten zwierven ver van daar tot den zoon van wien hij sedert zoolang niets meer had vernomen. Was hij wellicht gestorven, dat hij geen levensteeken meer gaf, hij die toch niet meer in zijn onderhoud kon voorzien?

Ook de overige huisgenooten waren stil. Mevrouw

ocr page 247

243

von Falkenstein en hare jongste dochter waren boos dat er dien avond geen partij werd gegeven, waar zij deel aan hadden kunnen nemen, en Adelheid, die nog steeds als sneeuw voor de zon wegkwijnde onder den last van haar ontzettend geheim, vond zelfs geen kracht meer haar vader nog een woord van opbeuring toe te voegen.

Omstreeks half tien werd er gescheld. Marie zag verrast hare moeder aan:

„Zou er nog bezoek kunnen komen?quot; vroeg zij op blijden toon.

„Dat geloof ik niet,quot; luidde het antwoord: «het is reeds zoo laat.quot;

„ik hoop dat gij u vergist. In lang heb ik zulk een eentonigen avond niet doorleefd.quot;

Bijna op hetzelfde oogenblik werd de deur van het vertrek geopend en vertoonde zich op den drempel een man, wiens zware overjas geheel met sneeuw bedekt was.

„Otto!quot; riep de moeder uit, terwijl zij op hem toesnelde.

Ook Marie volgde haar voorbeeld. Adelheid kromp ineen en scheen aan hare plaats vastgenageld te wezen ; wat den grijsaard betreft, hij vroeg bevend:

„Otto? Zijt gij wel zeker van hetgeen gij zegt? Is Otto daar?quot;

„Ja, ik ben hier, vader,quot; luidde het, terwijl hij de omhelzingen der beide vrouwen beantwoordde en vermeed een blik op zijne oudste zuster te werpen; „Het was mijn voornemen u zoo weinig mogelijk last meer aan te doen, en voortaan geheel van eigen verdiensten te leven; maar alles is mij tegen geloopen; ik ben zwaar ziek geweest, en ik heb het verlangen niet kunnen weerstaan, nogmaals eenige dagen in uw midden te vertoeven.quot;

Hij was thans op den generaal toegetreden, die zijne beide handen omvatte:

„Gij blijft hier niet voor enkele dagen, maar voor altijd,quot; sprak hij met tranen in de stem: „Uwe plaats

ocr page 248

244

is hier, en er is maar één ding dat ik je niet vergeef, het is ons zoolang zonder tijding van je te hebben gelaten.quot;

wIk wilde u niet schrijven alvorens eene vaste betrekking te hebben verkregen, en hoopte nog altijd op een goeden uitslag.quot;

„Het is juist in donkere dagen dat men bij elkander behoort te zijn; maar ik ben zoo gelukkig over uwe komst dat ik je niets wil verwijten.quot;

Ondertusschen beijverde de moeder zich den reiziger zijne overjas en dikke handschoenen af te nemen, en werd Marie weggezonden om warmen wijn klaar te maken en de noodige bevelen te geven voor een goed souper. In de algemeene vreugde ging het onopgemerkt voorbij dat Adelheid en Otto elkander niet begroetten.

«Ik ben blij dat ik hier geen vreemden aantref,quot; zeide laatstgenoemde, terwijl hij zich tegenover zijn vader, bij het vuur uitstrekte: „het was mijn eerste vraag toen Karei mij de voordeur opende. Indien er iemand ware geweest, zou ik eerst morgen hier gekomen zijn.quot;

„Gij zijt toch niet menschenschuwgeworden?quot; vroeg de vrouw des huizes.

„In den vreemde niet moeder; hier zou het mij heel onaangenaam zijn bekende gezichten te aanschouwen; ik verzoek u allen dan ook vriendelijk mijne tegenwoordigheid voor een ieder geheim te houden.quot;

„Maar, mijn arme jongen, gij trekt je de zaken veel te sterk aan. Zoo menigeen vóór jou is in ongenade vervallen en jij zult de laatste niet zijn.quot;

„Dat weet ik, helaas! maar al te goed,quot; gaf hij op bitteren toon ten antwoord: „Zoodra men eenmaal de twijfelachtige eer heeft aan het hof geplaatst te worden, houdt men op vrij man te zijn en is men nog slechts een speelbal, die al naar de grillen en nukken van het oogenblik dat meebrengen, weggeschopt kan worden.quot;

ocr page 249

245

«Prins Carl mag gehoor hebben gegeven aan vijandige inlichtingen,quot; sprak de generaal ernstig: «ik ben overtuigd dat hij gemeend heeft eerlijk te handelen, en ik mag niet toestaan dat gij oneerbiedig over hem zoudt spreken.quot;

«Trekt gij ook soms partij voor Werna?quot; vroeg de jongeling spottend.

«Zij ook heeft niet zonder grond kunnen handelen.quot;

«O! het oude liedje; met mij alleen hebt gij geen medelijden!quot;

«Ik heb dat zoozeer, dat ik aanstonds mijne nog overige levensdagen zou geven om je gelukkig te zien; en luister eens, Otto, ik ben gereed je dat te bewijzen. De koning is mij genegen en zou zeker gelukkig zijn mijne bede te verhooren, indien ik hem verzocht om je bijvoorbeeld een rentmeestersambt te geven____quot;

«Laat dte gedachte varen, bid ik u, vader,quot; viel Otto hem ontstuimig in de rede; «ik ben te diep door den prins gekrenkt om nog eenige genade van ons vorstenhuis te willen aannemen; neen, zoo gij mij veroorlooft hier vooreerst te blijven, zal ik zelf van hieruit rondzien naar eene betrekking.quot;

Hij was letterlijk uitgehongerd, en gebruikte van al hetgeen men hem slechts voorzette. Van lieverlede kwam hij doordoor in betere stemming, en de generaal was zoo verheugd dat er een prettige toon begon te heerschen, totdat Otto plotseling vroeg:

«Waarom zit Adelheid niet met ons mede aan?quot;

«Laat haar in haar armstoel blijven, als zij dat verlangt,quot; antwoordde de moeder: «Zij is den ganschen winter ongesteld geweest.quot;

«Eene gevatte koude, zeker?quot;

«Neen, de dokter weet niet wat het is. Hij zou willen dat zij zich verstrooide; maar gij weet, daar valt met haar niet aan te denken.quot;

«Dus nog onverstandig zooals altijd?quot; lachte Otto.

ocr page 250

246

.,Ik wilde dat ik haar slechts zien kon,quot; mompelde de generaal: „Zulke langdurige ongesteldheden deugen niets, en ik zou mij persoonlijk willen overtuigen ...

„Maak u niet ongerust, vader,quot; fluisterde Adelheid, het vermoeide hoofd op ^ijn schouder latende rusten: «ik zal weder herstellen, later, dezen zomer____«

Doch in hare stem trilde iets als een snik en de grijsaard trok haar dichter naar zich toe en smeekte;

„Doe ten minste wat de geneesheer u zegt, mijn kind, neem eenige afleiding; weiger mij dit niet. Gij gaat reeds sedert maanden nooit anders meer uit dan met mij, en ik kan immers geen opvroolijkend gezelschap voor je wezen.quot;

„Het is goed, vader,quot; sprak zij, eensklaps vastberaden:

„Ik zal beginnen met morgen eenige bezoeken af te leggen.quot;

Mevrouw von Falkenstein toonde zich over dit plan voldaan; maar Otto wierp zijne zuster een snellen, door-borenden blik toe, die door haar volkomen rustig werd opgevangen. Ondanks hare lichaamszwakte leefde de geest nog altijd even krachtig en onversaagd in haar voort.

Nadat men nog een paar uren lang had voortgepraat, ging men ter ruste. Adelheid vergezelde als gewoonlijk haar vader, om te zien of het hem aan niets ontbrak voor den nacht, en nadat zij hem vaarwel had gezegd, maakte zij zich gereed haar eigen kamer te betreden, toen zij op den drempel daarvan stil bleef staan en onwillekeurig naar een steun zocht voor hare bevende handen.

Tegen den schoorsteenmantel van haar vertrek aangeleund, stond haar broeder.

„Wat wilt gij van mij?quot; vroeg zij ijskoud, zoodra zij de deur achter zich gesloten had. „Ik dacht dat tusschen ons beiden alles afgehandeld was wat twee stervelingen elkander nog te zeggen kunnen hebben.quot;

ocr page 251

247

«Dan vergist gij u,quot; antwoordde Otto onbeschaamd; „maar stel je gerust, ik zal je niet lang ophouden.quot;

«Wat hebt gij te vragen?quot;

«Dit ééne slechts: waarheen begeeft gij u morgen? Ik weet dat gij geen onwaarheid spreken kunt.quot;

«Neen, leugens en valsche eeden laat ikoveraananderen. Maar ik ben u geen rekenschap van mijne daden schuldig.quot;

Hij trad dreigend op haar toe en mompelde:

„Wees voorzichtig, Adelheid, mijn geduld is ten einde. Ik wil, ik eisch zelfs, dat gij mij uit den weg zult gaan. Gij behoeft u niet te bekommeren over hetgeen mij hierheen voert, en ik verlang dat gij tegenover een ieder over mijne tegenwoordigheid zult zwijgen.quot;

Zij staarde hem.somber aan.

„Is het je dan nog niet genoeg ons op een afstand te martelen; moet je tot zelfs onder onze oogen je plannen komen volvoeren?quot; vroeg zij.

„Gij zijt krankzinnig,quot; bromde Otto; „en droomt van niets anders meer dan van misdaden.quot;

„Het voorval in Egypte heeft mij dat geleerd,quot; luidde het hooghartig.

„Die bloodaards hebben dus gesproken?quot; riep Falkenstein uit. „O! ik wist wel wat ik van die gansche comedie moest denken, toen prins Carl mij zoo grootmoedig in vrijheid liet!quot;

„Hij heeft nog eene laatste maal medelijden met uw vader gehad, en zooals altijd beloont gij hem daar al heel slecht voor.quot;

«Ik herhaal u dat mijne zaken u niet aangaan. Het eenige wat ik verlang is dat gij over mijne komst zult zwijgen.quot;

„En uwe medeplichtige worden, door u rustig het kwaad te laten bedrijven dat gij op het oog hebt, niet waar? Welnu, ik zweer u dat dit niet zal geschieden; morgen zullen de vrienden van den prins omtrent uw verblijf verwittigd zijn.quot;

ocr page 252

248

„Is dat je laatste woord?quot;

„Mijn allerlaatste. Ik zou er nog slechts dit ééne aan kunnen toevoegen; wees op uwe hoede. Ik zal uwe minste stappen nagaan, en zoo ik mocht inzien dat eenig gevaar iemand dergenen die gij haat bedreigde, zou ik je zonder genade aanklagen.quot;

„Een ieder zou je krankzinnig gelooven!quot; spotte hij.

„Behalve prins Carl en zijn vriend, die de bewijzen uwer schuld in handen hebben; behalve de getuige van den moord op den schout bij nacht gepleegd.quot;

„Qij zoudt een ieder daarmede een zeer slechten dienst bewijzen,quot; antwoordde Otto kalm. „Onzen ouders zoudt gij vooreerst een doodelijken slag toebrengen, en wat den prins betreft, gij zijt niet onnoozel genoeg om te veronderstellen dat hij alleen maar ter liefde van vader zwijgt. Daarvoor bestaat eene in zijne oogen vrij wat gewichtiger reden: hij weet dat zoo ik in hechtenis word genomen, ik ook spreken zal, dat dit de ondergang van Werna's naam zou wezen, van Werna die hij bemint.quot;

Vol verontwaardiging zag het jonge meisje hem met vlammende blikken aan.

„En gij durit mij laten gelooven dat gij dat doen zoudt ? Na den vader gedood te hebben, zoudt gij zijne wees zoeken te berooven van haar eenigsten troost, hare onbevlekte naam 1 O! mijn God! Welk een monster zijt ge!«

„Zeg liever dat Werna zich onvergeeflijk tegenover mij gedragen heeft, door mij eensklaps alle uitzichten op de toekomst te ontnemen.quot;

„Zij heeft dit alleen gedaan, den dag waarop zij wist wiens bloed aan uwe handen kleefde.quot;

„Ja, toen Zijne Hoogheid goed had gevonden haar de mededeeling te doen. O! sedert dien, haat ik beiden. Gelukkig kan ik hen door elkander treffen, en mij tevens wreken op dien neger, die hen om het zeerst vergoodt.quot;

„Ik herhaal je nog eens dat zij morgen reeds verwittigd zullen zijn van je komst.quot;

ocr page 253

249

«Adelheid, wees verstandig____quot;

«Ik ben het door uwen arm te verlammen.quot;

»Het is wei,quot; sprak hij, haar een verpletterenden blik toewerpende. „Maar zegen den hemel dat ditquot; dak u beveiligt, of wel____quot;

„O! Ik weet wat het kost uwe geheimen te kennen. Dat en dat alleen is de kwaal die mij ten grave sleept. Of gij mij eigenhandig neervelt of wel op deze wijze, het is om het even, mijn bloed zal er zeker niet minder om over uw hoofd komen.quot;

Hij verliet haar met een gesmoorde verwensching en trad, als een getergde leeuw, het logeervertrek op en neder.

Wat moest hij beginnen ? Het leed voor hem geen twijfel of Adelheid zou woord houden. Reeds den volgenden middag zou zij met Werna spreken en was deze eenmaal op hare hoede, dan was alles verloren. Diamantino zou Carl geen oogenblik verlaten en reeds eenmaal had hij de macht van diens sterken vuist gevoeld. Was er dien avond slechts een feest bij den kroonprins geweest, hij zou niet geaarzeld hebben zich aanstonds op weg te begeven, en gebruik hebben gemaakt van de gelegenheid dat de gasten zich verwijderden; maar zijne moeder had hem juist verteld dat er niets te doen zou zijn voor de daarop volgende week. Neen, zoo hij handelen wilde, moest hij het den volgenden ochtend doen, dan of nooit.

Wat Adelheid betreft, haar broeder had haar nauwelijks verlaten, of zij voelde al hare geestdrift verdwijnen; het was haar als greep haar een onbeschrijfelijke ver-dooving aan, die haar een looden mantel om de schouders hing en haar geest verduisterde.

„Ik zal morgen nooit kunnen gaan,quot; mompelde zij: „en alles zal verloren zijn, alles, alles!quot;

In haar vertwijfeling zocht zij te vergeefs naar een uitweg. Zij beproefde te schrijven, maar hare vingers

ocr page 254

250

waren verstijfd. Nog een laatste hoop rees voor haar op. Indien zij haar vader verzocht naar Werna te gaan en haar alleen te zeggen dat Otto zich te Holmford

bevond----De grijsaard zou haar niet begrijpen, maar

aan haar bede gehoor geven, en alles zou nog gered zijn. Ja, dat was wat haar te doen stond.

Waggelend richtte zij hare schreden naar de kamer van den generaal. Deze was reeds te bed, maar nog wakker, want hij vroeg aanstonds;

„Wie is daar?quot;

«Ik, vader, ik,quot; stamelde zij, zich aan zijn ledikant

vastgrijpende: „en ik kwam u smeeken____een groot

ongeluk te voorkomen.quot;

„Adelheid,quot; riep de blinde verschrikt uit: „wat is er?quot;

„Wat er is____? Gij moet waarschuwen, waarschuwen,

verstaat gij vader.... O! mijn God!quot;

Haar tong weigerde haar allen dienst. Zij trachtte nog eenige klanken uit te brengen, maar het was slechts als een pijnlijk gereutel dat hare lippen ontsnapte, en een oogenblik later stortte zij bewusteloos ter aarde.

Wanhopig rukte de vader aan het schellekoord. Mevrouw von Falkenstein kwam toeschieten, en een half uur- later reeds kwam de dokter. Hij onderzocht de zieke zorgvuldig en sprak toen hoofdschuddend:

„Wij kunnen haar niet bijbrengen; „zij zal waarschijnlijk verscheidene dagen in dezen toestand blijven liggen. Het is een zware hersenontsteking. Het kan haar behoud zijn, maar het kan even goed____«

„Verder, dokter?quot; vroeg de generaal: „Ik wil op het ergste voorbereid zijn.quot;

„Wij zullen trachten haar te redden,quot; sprak de man der wetenschap somber.

Nog eenmaal was het lot Otto gunstig. Adelheid had niet gesproken.

Intusschen was de verhouding tusschen Carl en Werna er niet op verbeterd; de jonge hofdame ont-

ocr page 255

251

week, den prins zoo hardnekkig, dat hij er niet meer aan twijfelen kon of zij wilde hem verbieden zich ook zelfs maar te herinneren dat er ooit een zoeter band hunne harten had vereenigd, en alleen de Oosterling bezat nog de macht hem eenigen troost te schenken. Hij had hem Werna's woorden overgebracht, waarin hare liefde zich, ondanks haarzelve, zoo duidelijk uitsprak, en in uren van neerslachtigheid liet de jonge man zich deze herhalen; maar nauwelijks trad hij weder in haar bijzijn of haar koele blik herinnerde hem aan den afstand die hen scheidde, en verbood hem de gelegenheid te zoeken het woord tot haar te richten.

«Het is dwaasheid!quot; sprak hij op zekeren avond tot zijn vriend: „Ik moet haar vergeten, gelijk zij zelve onverschillig voor mij is geworden, en toch, het gaat mijne krachten te boven.quot;

Zijn metgezel trad op hem toe en liet de hand op zijn schouder rusten.

«Gij hebt ongelijk,quot; zeide hij op diep ontroerden toon. «Gij beschuldigt haar van wispelturigheid, terwijl ik voor mij overtuigd ben dat zij volgens plicht en geweten handelt. Alles gebied haar uw beeld uit haar hart te rukken. Wat wilde er van dat rampzalige gevoel tusschen u beiden worden?quot;

«Ik weet het niet,quot; mompelde Carl, het hoofd op de handen latende zinken; «maar zoo zij mij slechts trouw was gebleven, zou ik alles voor haar over hebben gehad!quot;

»Gij had daarom uw plichten niet uit het oog kunnen verliezen.quot;

»Mijn plichten?quot; herhaalde de prins dof.

«Tegenover haarzelve zoudt gij die niet vergeten hebben, dat weet ik,quot; klonk het opnieuw; «maar denk aan uwe ouders, denk aan het land.quot;

«Mijne ouders kunnen toch niet van mij eischen dat ik geen hart zal bezitten.quot;

ocr page 256

252

„Neen, maar wel dat gij dat hart tot zwijgen zult brengen. In Ragnarland regeeren de vrouwen niet; uw broeder de kroonprins heeft slechts eene dochter; gij zijt dus rechtstreeks geroepen hem eenmaal op te volgen, en het volk heeft u lief. Zelfs voor Werna zoudt gij dus geen afstand mogen doen van uwe positie.quot;

«O! Zoo ik dan dat offer had moeten brengen, zij had het mij tenminste kunnen verlichten door een weinig teederheid; wij zouden elkander gesteund en vertroost hebben----quot;

„Zoolang tot beiden den moed zou hebben ontbroken afstand van elkaar te doen,quot; sprak de jonge prins met eeh zwakken glimlach. „Of meent gij dat ikzelf de betoovering niet ken die van haar uitgaat?quot;

„Is zij u dan nog altijd even dierbaar?quot;

„Meer dan ooit. Ik kan dus oordeelen over hetgeen gij lijden moet en toch benijd ik u.quot;

„Omdat ik een uur lang door haar bemind werd?quot; vroeg Carl bitter.

„Omdat ik overtuigd ben dat haar hart u nog altijd toebehoort.quot;

Maar de jonge man liet zich niet overreden, hij geloofde dat medelijden alleen zijn vriend aanspoorde hem deze meening op te dringen.

Den volgenden dag zou men schaatsenrijden op den vijver van het slot. Er waren overal tentjes opgeslagen op het ijs, en de muziek der garde speelde voor de talrijke genoodigden. Op uitdrukkelijk verzoek der koningin, die zelve in een gesloten rijtuig langs het meer reed, zou Werna deel nemen aan de algemeene vreugde. Niemand die deze sierlijke kunst van het Noorden beter verstond dan zij, en zij had reeds met verscheidene heeren op en neêr gereden, toen Carl haar op zijne beurt naderde en verzocht haar het meer rond te mogen voeren.

Haar cavalier trad terstond achteruit om hem den voorrang te laten; er was geen middel zijn verzoek af

ocr page 257

253

te slaan, en reeds wilden beiden zich op weg begeven, toen Diamantino haastig op hen toetrad.

„Welk gewichtig nieuws brengt gij ons?quot; riep Carl, verstoord over zijne komst, juist nu, op het oogenblik dat hij zich voor het eerst met Werna alleen zou bevinden.

»Qeen zeer vroolijke tijding,quot; antwoordde de Oosterling rustig; «freule Adelheid von Falkenstein ligt zwaar ziek, men koestert slechts weinig hoop meer op haar behoud.quot;

«Adelheid!quot; riep Werna op smartelijken toon. «O! dat Uwe Hoogheid mij dan vergeve, maar ik kan aan geen feest deelnemen, nu ik dal weet.quot;

i;Zooals gij verkiest, freule,quot; sprak de jongeling diep gekrenkt: „ik zal u mijn gezelschap niet opdringen.quot;

En met een buiging wilde hij zich verwijderen.

Diamantino hield hem echter terug.

«Nog één woord,quot; riep hij snel. „Gij hebt er beiden belang bij het te weten. Ik vernam het daarginds van den hofarts. Otto is terug.quot;

Werna werd doodsbleek en klemde zich aan zijn arm vast, terwijl Carl haar uitvorschend gadesloeg.

«Zijt gij wel zeker van hetgeen gij zegt?quot; hijgde zij.

«De lijfarts des konings heeft hem zelf gezien.quot;

„Hij zal overgekomen zijn voor de ziekte zijner zuster; dat is hoogst natuurlijk,quot; zeide Carl bedaard.

«Dat was ook mijne eerste gedachte, maar ik had ongelijk. De dokter vertelde mij dat hij 's nachts geroepen werd door Otto zelf. Dien middag had hij het jonge meisje nog bezocht, maar haar niet zieker dan anders gevonden.quot;

«Het is zijn terugkeer die deze verandering teweeg heeft gebracht, dat lijdt geen twijfel,quot; mompelde Werna, en zich daarop plotseling tot den prins keerende sprak zij met een flauwen glimlach:

«Oij zult mij wel zeer wispelturig vinden, vrees ik. Monseigneur; maar ik kan, alles wel beschouwd, toch niets aan de ziekte mijner arme vriendin veranderen.

ocr page 258

254

en haar zelfs niet bezoeken, mag ik dus nog uw geleide aannemen ?quot;

Met een straal van vreugde in de ernstige oogen, reikte hij haar de hand, en beiden begaven zich op weg.

„Zij weet hem bedreigd; daarom wil zij aan zijne zijde blijven,quot; prevelde Diamantino binnensmonds, terwijl hij het schoone paar nastaarde: „en hij durft nog twijfelen of zij hem wel liefheeft. O! maar ik ook zal waken. Ik wil niet dat een van beiden kwaad geschiedde.quot;

Intusschen was het tweetal spoedig uit het gezicht verdwenen, en sprak Carl op bewogen toon:

wHoezeer dank ik u op uw besluit van daareven te zijn teruggekomen. Hebt gij geraden wat er op dat oogenblik in mijn binnenste omging, dat gij medelijden met mij hebt gehad?quot;

«Helaas! neen. Monseigneur,quot; gaf zij ten antwoord, zonderde oogen naar hem te durven opslaan; „mijne gedachten waren geheel vervuld van hetgeen de prins mij daar juist had medegedeeld.quot;

„Ik begrijp dat,quot; luidde het niet zonder bitterheid. „Vriendschap is een groot, een heilig gevoel, maar daarnaast verheffen zich toch ook nog andere stemmen

van het hart; zoo is het mij althans____ en zoo was

het ook eenmaal met u.quot;

„Laat ons niet over het verleden spreken, bid ik u. Heeft niet alles sedert uw terugkeer u gezegd dat het voor mij was gestorven?quot;

„Zeg liever dat gij dood zijt voor mij. O! Weina, en ik die nog enkel droomde van ons wederzien!quot;

„Moest niet alles mij tegen dat noodlottig gevoel waarschuwen?quot; vroeg zij verwijtend. „De goedheid der koningin; mijn eigen hoogmoed; mijn eergevoel, mijn plicht, en tot zelfs de belangstelling die ik niet ophouden zal Uwe Hoogheid toe te dragen?quot;

„Wij zouden aan niets van dat alles te kort hebben gedaan, door te erkennen dat wij elkander nimmer konden

ocr page 259

255

toebehooren, maar dat vergeten ons even onmogelijk was.quot;

„En waartoe zou die liefde geleid hebben, zoo niet tot nog grooter smart ? O! Monseigneur, thans kunnen wij terugzien op één enkel uur van zwakheid, maar het is voorbij en zoo kortstondig geweest, dat wij ons spoedig zullen afvragen of het werkelijk ooit tot ons kwam. Maar indien onze zielen elkander wedergevonden hadden, gelijk op dien eenen herfstavond, en wij waren dag aan dag aan elkanders zijde gebleven, dan zouden die schakels van lieverlede zoo dicht gesnoerd zijn, dat niets ter wereld ze weder had kunnen verbreken. Geloof mij, voor eenmaal was ik wijzer dan gij, door mijn hart het stilzwijgen op te leggen.quot;

wis liefde ooit verstandig? Neen, Werna, en soms twijfel ik er aan of gij mij wel ooit hebt bemind.quot;

Zij sidderde van pijn, en vond geen kracht hem te antwoorden. Indien zij het gedaan had, zou zij hem getoond hebben welk een vreeselijk geweld zij zichzelve moest aandoen om onverschillig te schijnen, daar waar zij hem nooit zoozeer had liefgehad.

«Gij hebt mij dus geheel en al vergeten?quot; mompelde hij vol smart.

„Neen; ik draag Uwe Hoogheid nog eene groote vriendschap toe.quot;

„Roei dan ook deze uit!quot; riep hij, ruw wordende van pijn; «want ik wil haar niet. Zij zou mij slechts een aalmoes schijnen, naast den schat dien ik verloor.quot;

Zwijgend vervolgden zij thans hun weg. In de verte weerklonken de tonen eener Strauss-wals; zij waren alleen, buiten het gewoel der gasten, een roode winterzon bescheen hef in sneeuw gehulde landschap; hunne handen rustten nog altijd in elkander, en in Werna's gemoed verhief zich het lied der zielen, het Hooglied der eeuwen, dat haar bedwelmde en de overige wereld deed vergeten. Zij was onbeschrijfelijk gelukkig; immers tot zelfs zijn onstuimig verwijt had haar beter dan de zoetste

ocr page 260

256

woorden van leederheid gezegd, hoezeer zijn harl haar nog toebehoorde, haar alleen, in weerwil van alles!

HOOFDSTUK XVIII.

In hel huis van den generaal heerschte eene algemeene verslagenheid; lot zelfs de dienstboden hadden Adelheid lief om hare vriendelijke zachtmoedigheid, en vroegen slechts het een en ander te doen dat haar eenige verlichting zou kunnen schenken; moeder en zuster van de zieke gevoelden, voor het eerst na vele jaren, hoe dierbaar het arme meisje haar toch gebleven was, en slopen angstig door het huis rond, om toch niets te hooren van de rauwe kreten welke telkens haar mond ontsnapten, alsof zij worstelde tegen een onzichlbaren geest, en wat den grijsaard betreft, hij zat daar onbewegelijk aan de legerstede van zijn kind; steeds de van licht beroofde oogen naar haar gewend houdende.

Hij uitte daarbij geen woord; alleen dan wanneer de geneesheeren kwamen, scheen hij uit een bangen droom te ontwaken en vroeg hij hen onveranderlijk:

«Zeg mij de waarheid. Ik wil de gansche waarheid weten.quot;

En steeds opnieuw luidde het antwoord:

„De toestand is hoogst zorgelijk.quot;

Zelfs Otto scheen geheel en al onder den druk te verkeeren; hij kwam dagelijks in de ziekenkamer, en staarde zijne zuster dan zoo lang en zoo somber aan, dat het voor niemand twijfel leed, of hij trachtte vol smart op haar verwrongen gelaat te ontcijferen welke kansen van behoud er nog overbleven. En toch vertoefde hij daar ongaarne; de aanblik zijns vaders joeg hem schrik aan; er lag iets op die strakke gelaatstrekken, in die sprakelooze vertwijfeling, dat zelfs hem ontzag inboezemde. Hetgeen er in de ziel van den ongelukkigen man

ocr page 261

257

omging, was inderdaad niet minder dan een marteling. Uit heel de schipbreuk van zijn leven, had hij Adelheid alleen overgehouden. Hij had, als het ware, a/fc vreugden hier beneden hem zien toelachen om hem slechts te ontvlieden: zijn loopbaan was schitterend geweest, en juist toen zij haar toppunt bereikte, toen hij als chef eener brigade, als adjudant in buitengewonen dienst des konings was aangesteld, werd hij voor altijd van het gezicht beroofd en genoodzaakt zijn degen te verbrijzelen. Hij had liefgehad met al de kracht zijner groote, mannelijke ziel, en de vrouw die hare hand in de zijne had gelegd was niet in staat geweest hem te begrijpen, had geen geluk over zijn leven verspreid. Zijn liefste wensch was vervuld geworden, hem werd een zoon geboren, een stamhouder, een erfgenaam der grootste overleveringen van zijn geslacht, en dat afgebeden kind was opgegroeid tot een losbol, tot een licht-zinnigen jongeling, aan wien hij nog alleen kon hechten omdat hij zijn vader bleef. Adelheid alleen had al zijne droomen verwezenlijkt, hare verheven natuur had de zijne verstaan; zij was hem tot troost, tot steun geweest

in al zijne ellenden----Zou zij hem thans ontvallen,

gelijk al zijne vreugden ter ruste waren gegaan?

Op zekeren avond werd er wederom een consult gehouden tusschen de drie eerste doktoren der stad. Nadat dit afgeloopen was, bleef alleen de lijfarts des konings nog eenige oogenblikken napraten bij Otto, die hem de woonkamer had binnengevoerd.

«Wat denken de heeren er heden van?quot; vroeg het jonge mensch.

«Mijn waarde vriend,quot; klonk het antwoord: „de toestand blijft onveranderlijk dezelfde.quot;

„Is dit een goed of een kwaad teeken?quot;

De dokter schudde het hoofd.

«Ik zou u allerlei antwoorden kunnen geven om u gerust te stellen,quot; zeide hij; «maar ik ben van oordeel dat mannen altijd de waarheid moeten kunnen dragen.

17

ocr page 262

258

Neen, de hevigste crisis ware te verkiezen boven dezen staat van wezenloosheid. Herinner u hoe zwak de patiënte reeds was voordat de ziekte zich openbaarde; de krankheid zelve put haar laatste krachten uit, en zoo er niet spoedig een ommekeer komt, is zij reddeloos verloren.quot;

„Is er dan niets dat men tot haar behoud zou kunnen aanwenden?quot;

«Wij zouden het beproefd hebben, indien dit mogelijk ware geweest, maar helaas!quot;

Op datzelfde oogenblik werd er gescheld en bracht men een prachtige mand met winterbloemen binnen.

„Voor freule Adelheid van freule von Adlersfluch,quot; zeide de knecht, die haar op tafel plaatste.

„Van freule von Adlersfluch ?quot; herhaalde Otto: „Weet zij dan reeds van de ziekte af?quot;

„Ja, zij liet tevens naar den toestand vragen.quot;

„Ik begrijp wel dat zij het vernomen heeft,quot; sprak de dokter: „Er was van daag een groot ijsfeest op Vredenborg en ik sprak den zwarten prins, wien ik vertelde van de plotselinge ziekte uwer zuster.quot;

„Dus zijt gijzelf ten hove geweest?quot;

„Het kon niet anders; mijne betrekking gebiedt mij wel dergelijke uitnoodigingen aan te nemen. Zij komen echter slecht van pas, want met deze koude heb ik veel grooter aantal patiënten dan ooit, en ik verwensch dan ook al die feesten, die elkander voortdurend opvolgen. Het is in lang zoo druk niet geweest aan het hof.quot;

„Ik hoop voor u dat zij voorloopig op zullen houden.quot;

«Een ijdele hoop, mijn waarde. De kroonprins geeft over twee dagen wederom een groot diner, waaraan alleen onze vorsten en de hofdignitarissen zullen deelnemen, en dat gevolgd zal worden door een soirée-dansante. Dien geheelen avond zal ik wederom in touw zijn.quot;

„Wanneer heeft zulks plaats? Overmorgen?quot;

„Ja, en ik weet reeds vooraf dat Hare Hoogheid mij den morgen daarop zal laten ontbieden omdat zij half

ocr page 263

259

stervende zal zijn. Het is onverklaarbaar hoe die teringlijders er als koortsachtig toe gedreven worden de weinige jaren levens die zij voor zich hebben nog zooveel mogelijk te verkorten; maar ik verlaat u, en keer morgen terug. Mocht uwe zuster tot bewustzijn komen, zorg er dan vóór alle dingen voor dat haar elke aandoening bespaard blijve. Eene nietigheid zou haar kunnen dooden.quot;

wIk zal er zorg voor dragen, vaarwel dokter.quot;

. Hij liet den lijfarts uit en keerde toen naar zijne eigene kamer terug.

„Overmorgen!quot; prevelde hij: „en er bestaat mogelijkheid dat Adelheid uit hare verdoovingzou ontwaken! Wie waarborgt mij dat zij niet spreken zal ? Zoolang zij over hare gewone geestkracht beschikte is zij er, in de eerste plaats op bedacht geweest onzen vader te sparen; maar als zij opnieuw tot het leven terugkeert, zal zij doodelijk uitgeput zijn, den wensch koesteren ontslagen te worden van het schrikbeeld dat haar volgt. Zij zal zich tot iemand wenden, die op zijne beurt weder tot Werna kan geraken, en de aangewezen persoon daartoe is de lijfarts; maar zoo zij dien onverbeterlijken babbelaar tot haar vertrouweling kiest, ben ik verloren. Ik moet dus handelen voor dien tijd; zonder uitstel handelen.quot; En hij wierp zich in een armstoel en tuurde peinzend in de vlammen.

„Waarom kan ik die donkere plannen niet opgeven ?quot; mompelde hij weder: „mij niet tevreden stellen met de een of andere betrekking, die mij rustig den dag doet afwachten, waarop ik in hel bezit van mijn erfdeel zal komen? Ik ga mijn leven, mijn naam en geheel mijn toekomst op het spel zetten en waartoe? Is die dorst naar wraak niet een waanzin? Kan ik prins Carl niet laten voortleven en vergeten dat hij mijn geluk in den weg trad? O! ik zou het misschien nog vermogen indien hij zich niet aan hare zijde bevond; maar te denken dat die liefde, welke zij mij heeft onthouden, tot hem gaat; dat zij beiden gelukkig -zijn, terwijl zij mij van

ocr page 264

260

alles beroofden, het is te veel, ik kan het niet dragen;« Wederom zweeg hij een tijdlang en vervolgde toen somber:

„Heb ik haar dan lief gekregen, dat die gedachte mij zoo pijnigt, mij rust noch duur laat? Haar, die ik evenzeer haat als hem ? Die ik in hem wil straffen ? Ik zou immers een dwaas wezen, indien dit mogelijk kon zijn. En toch, waarom vervolgt haar beeld mij bij dag en bij nacht, waarom sidder ik van pijn als ik mij voorstel hoe haar oogen zich vol teederheid tot hem op zullen heffen; hoe die lippen, die zoo ijskoud, zoo smadelijk gekruld bleven als ik ze aanraakte, de zijne zullen zoeken tot een langen, brandenden kus ? O! die man hij heeft mij alles ontstolen, alles, alles! Ik kon haar niet huwen zeide hij. Wie verhinderde mij dat, zoo hij niet tusschen ons gerezen ware? De dooden staan niet weder uit hun graf op, om ons stervelingen aan te klagen, en ikzelf zou vergeten hebben

____door mijn geluk. Wat behoefde hij de taak van een

rechter te vervullen? Maar hij ook, hij beminde haar en wilde mij voor eeuwig van haar scheiden. Dat was het eenlg geheim van zijn plotselinge inmenging, van zijn ijver. 01 ik haat hem, hij moet boeten 1 En zij zal hem beweenen haar leven lang!quot;

Mevrouw von Falkenstein trad op dat oogenblik binnen.

«Zij gij vermoeid, van avond?quot; vroeg zij.

«Neen, mama, waarom?quot;

«Dan zou ik gaarne hebben dat gij met mij bij Adelheid bleeft opzitten.quot;

«Gaarne; maar is zij minder wel?quot;

«Ik weet het niet. De geneesheeren zagen niets bijzonders aan haar, maar het is mij alsof er in het laatste uur eenige verandering ontstaan is, als wendde zij nu en dan een flauwe poging aan om de oogen op te slaan, en ik zou u gaarne bij mij hebben, om bij het minste gevaar naar dokter of apotheker te kunnen snellen. Dienstboden zijn altijd zooveel langzamer.quot;

ocr page 265

261

„Zit vader nog bij haar?quot;

«Ja; ik han hem, helaas! niet bewegen naar bed te gaan. Hij zegt dat hij haar niet verlaten wil, voor dat alle vrees is geweken, en op die wijze zal hij zelf nog ziek worden.quot;

Otto antwoordde niet en volgde haar. Hij zelf zag niet de geringste afwisseling in den toestand, maar hel was hem niet onwelkom dien nacht op te blijven; hij zou toch onmogelijk hebben kunnen slapen, en gedurende die lange, zwijgende uren kon hij zijne duistere plannen beramen en al het vóór en tegen daarvan overwegen.

Op Vredenborg had men zich afgevraagd of de koningin wel het diner bij den kroonprins zou bijwonen. Haar oudste zoon had zoozeer daarop aangedrongen, dat zij niet aanstonds de uitnoodiging had willen afslaan en daarenboven stelde zij er zich een genoegen van voor eens persoonlijk getuige te zullen wezen van de wijze waarop men Carl s terugkomst zou vieren. Maar alles hing van hare gezondheid af, en Werna volgde met spanning eiken lijdenden trek op het gelaat harer gebiedster. Indien deze niet ging, zou zijzelve genoopt zijn op Vredenborg te blijven; de kroonprinses was haar te weinig genegen om haar eene persoonlijke uitnoodiging te zenden, en toch gevoelde zij dat zij rust nog duur zou kennen indien zij tehuis bleef, terwijl zij het leven van den geliefden man meer dan ooit bedreigd wist.

«Wat moet ik aanvangen?quot; vroeg zij aan prins Diamantino: «Van ochtend tot avond word ik door de somberste voorgevoelens vervolgd.quot;

De jonge man, die haar trouwste vriend was geworden, en haar beloofd had nooit over hare woorden tot Carl te spreken, trachtte haar gerust te stellen.

«Ik zal er immers wezen,quot; zeide hij.

«Dat is niet hetzelfde,quot; mompelde Werna.

«Gelooft gij dan dat ik niet over zijn leven zou waken?quot;

«Dat niet. Ik weet dat de gedachte aan zijne veiligheid

ocr page 266

262

u geen oogenblik zelfs verlaten zal; maar gij kunt niet anders dan opgemerkt hebben hoezeer Hare Koninklijke Hoogheid op uwe hulde gesteld is.quot;

«Mij is zij volkomen onverschillig.quot;

«Dat verandert niets aan de zaak. Integendeel, zij zal er des te meer op gesteld zijn uwe opmerkzaamheid te trekken. Wie waarborgt mij dat zij u, op het oogenblik dat gij u gaat verwijderen, niet op zal houden, zoodat prins Carl alleen vertrekt.quot;

i,Het is mogelijk. Maar waarom zou Falkenstein juist dat oogenblik kiezen?quot;

«Het is het eenige waarop hij hem treffen kan. Indien het paleis van den kroonprins een porte-cochère had zou er geen vrees bestaan, maar zijne gemalin heeft het in ouden stijl laten bouwen, zoodat men voor de deur in en uit moet stijgen.quot;

«Werna,quot; sprak de Oosterling op ernstigen toon; «gij hebt het in handen een dergelijk ongeluk te voorkomen.quot;

«Ik?quot; vroeg zij ongeloovig.

«Ja, gij, en ik zelf ook; maar ik heb u beloofd hierin nooit buiten uw weten te handelen. Gij kunt nog heden, zoo ge slechts één woord spreekt, dien ellendeling in hechtenis laten nemen.quot;

Maar het jonge meisje schudde het hoofd.

«Denkt gij niet datdie verleidingooktot mij isgekomen?quot; vroeg zij somber: «Dan was alle vrees voorbij, en ook al moest hij mijn naam door het slijk halen, de wetenschap dat prins Carl voortaan veilig was, zou mij alles waard zijn. Maar op dit oogenblik zou het eene laagheid wezen.quot;

«Gij doelt op Adelheid's ziekte?quot;

«Ja, ik kan, terwijl die rampzalige grijsaard aan het sterfbed van zijne geliefkoosde dochter zit, niet onder zijne oogen zijn eenigen zoon door de politie laten weghalen. Dat is onmogelijk, gij gevoelt dat zelf toch wel.quot;

«Tot het einde toe zal dien schurk dan alles mee-loopen?quot; mompelde hij mistroostig.

ocr page 267

263

,/Neen, neen,quot; riep Werna: „zoo ik slechts dat feest mag bijwonen, zal hij althans nog ditmaal niet slagen.quot;

„Maar de koningin? Hoe zullen wij verkrijgen dat zij er heen zal gaan?quot;

„Wij zijn machteloos voor die vraag. Alles zal afhangen van hare gezondheid op dat oogenblik.quot;

„Gelooft gij waarlijk dat zij lust zou gevoelen de partij bij te wonen?quot;

„Daarvan ben ik zeker.quot;

„En zij vertrouwt geheel en al op u?quot;

„Geheel en al; maar waarom vraagt ge mij dat, monseigneur?quot;

„Omdat ik in dat geval hoop begin te koesteren.quot;

„O, zeg spoedig wat u daartoe aanleiding geeft.quot;

„Ziehier; wij Oosterlingen nemen maar zelden onze toevlucht tot een arts; in onze streken zijn wij zoo weinig zeker of zij niet de eene of andere partij zouden willen dienen door zich voor goed van ons te ontslaan. Wij kennen daarom zelf de macht der kruiden, en reizen nooit zonder een kleine apotheek. Ik heb een middel bij mij dat bijzonder opwekkend is gedurende vierentwintig uren; men behoeft het slechts te nemen, om geen pijn hoegenaamd meer te gevoelen en als van nieuwe krachten voorzien te zijn. Wilt gij beproeven het Hare Majesteit aan te raden?quot;

„O! zeer zeker; ik zal het onmiddellijk doen!quot; riep zij verheugd uit: „en ik twijfel niet of zij zal het vol blijdschap beproeven.quot;

„In zooverre zijn wij dan gered; maar er blijft eene andere vraag over.quot;

„Welke?quot;

„Mag ik aldus medewerken om u aan een groot gevaar bloot te stellen ? Indien uwe vrees bewaarheid wordt Werna, wat zult ge dan vermogen tegen den man die den prins naar het leven zal staan ? Ik heb persoonlijk zijne kracht gemeten; gij kunt niet met hem worstelen.quot;

ocr page 268

264

«Neen, maar ik zal hem aanstonds laten grijpen, en desnoods zijn arm afweren.quot;

«Wie zegt u dat hij zich niet op u werpen zal?quot;

«Hij weet mij zekerder te treffen door den prins tot zijn slachtoffer te kiezen, en voor mij zelve koester ik geen vrees.quot;

Diamantino zag in dat zijne woorden zónder uitwerking op haar zouden blijven en beproefde niet langer tegen te streven, maar hij nam zich voor persoonlijk zijne maatregelen te nemen; den morgen zelf van het feest, reed hij naar Holmford en begaf hij zich tot een der aldaar in garnizoen liggende officieren, die steeds zeer vriendschappelijk door Carl behandeld was geworden. Hijzelf had hem slechts twee- of driemaal ontmoet, en luitenant Köningstjern keek verwonderd op toen hij hem zag binnentreden.

Maar het donkerkleurig gelaat bleef ondoordringbaar, toen de Oosterling zeide:

«Vergeef mij mijn bezoek, graaf, en niet minder dat ik daartoe zulk een vroegtijdig uur heb gekozen.quot;

De heer des huizes haastte zich hem een stoel aan te bieden en antwoordde:

«Uwe Keizerlijke Hoogheid komt zeker uit naam van prins Carl?quot;

«Neen, en hij mag zelfs niet weten dat ik bij u ben geweest; hij zou mij dit niet vergeven.quot;

«Maar dan?quot;

«Toch hebt ge in zooverre goed geraden, mijnheer, dat ik in zijn belang ben gekomen. Gij zijt zijn vriend, niet waar?quot;

«Er zou niets te zwaar voor mij zijn, indien ik Zijne Hoogheid met iets van nut kon wezen.quot;

«Welnu, het is op den vriend dat ik een beroep kom doen. Ik heb alle reden te vreezen dat den prins een ernstig gevaar bedreigt —quot;

«Groote hemel! En men kan dat niet tegengaan?quot;

ocr page 269

265

„Helaas! neen; Carl's grootmoedigheid weigert hardnekkig de politie in deze zaak te betrekken. Ofschoon ik om uwe hulp kom vragen, acht ik mij zelfs niet gerechtigd u den naam van zijn vijand te noemen.quot;

«Ik zal uw stilzwijgen eerbiedigen, Monseigneur, zoo gij mij tenminste het middel aanwijst om het gevaar af te wenden.quot;

Op het gelaat van den jongen officier viel zulk eene ongekunstelde ontroering te lezen, dat de Oosterling hem de hand reikte en voortging:

«Er zal hedenavond een feest worden gegeven bij den kroonprins.quot;

„Dat weet ik. Na het diner moet ikzelf de receptie bijwonen.quot;

„Welnu, ik vrees dat men van deze partij gebruik zal maken om een aanslag te wagen.quot;

„Ten paleize zelf?quot;

«Neen, bij de komst, of nog waarschijnlijker bij het vertrek der vorstelijke familie. Ik zeide u reeds dat de prins geen ruchtbaarheid hoegenaamd aan de zaak wil geven. Daarom ben ik aan handen en voeten gebonden, en zal ik zelfs geen lakeien op post zetten, terwijl ik persoonlijk niet zeker ben of ik de zaal tegelijk met Zijne Hoogheid zal kunnen verlaten. Maar gij hebt misschien onder uwe manschappen lieden op wie gij volkomen rekenen kunt.quot;

«O! zeker.quot;

«Zij behoeven niet te weten wat er gaande is; gij kunt hen zeggen wat gij verlangt. Indien zij zich daar slechts bevinden, schijnbaar als eenvoudige toeschouwers en goed acht geven op de minste verdachte houding onder de menigte, dan is alles gered. Ik heb hier een kleine som bij mij, die gij later wel onder hen zult willen verdeelen.quot;

«Alles zal geschieden gelijk gij gezegd hebt,quot; verzekerde Königstjern: „en als ik zelf maar eenigszins

ocr page 270

266

weg kan komen, vóór den afloop van het feest, zal ik zelf op post staan.quot;

«Dan dank ik u en vertrek ik weder met vrij wat luchtiger gemoed.quot;

„Het is aan mij, u te danken. Monseigneur, dat gij aan mij hebt willen denken.quot;

Diamantino haastte zich dit geruststellend bericht aan Werna te gaan overbrengen en dien middag vertrok geheel het hof naar Holm ford, terwijl de jonge dame er bekoorlijker uitzag dan ooit in haar rijk en toch zoo eenvoudig toilet van witte kanten. Zij was bleeker dan gewoonlijk, maar haar oogen schitterden van zulk een koortsachtigen gloed, dat zij twee zwarte diamanten schenen in wit fluweelen foudraal gevat.

Het middagmaal liep zeer goed ten einde; de koningin gevoelde niet de minste afmatting en vertelde eenieder welk een wonderarts de zwarte prins was. Haar schoondochter wilde zich ook aanstonds onder zijn behandeling stellen, en scheen hem reeds dienzelfden avond tot haar lijfdokter aan te stellen; althans zij legde telkens beslag op hem en toen het hof het teeken van heengaan gaf, hield zij hem aan hare zijde terug met de woorden:

«Uw rijtuig kan zeer goed nog wat wachten. Het feest zal er slechts te vroolijker om worden, als wij ontslagen zijn van die al te stijve etiquette waaraan mijn schoonmoeder zoo gehecht is.

Diamantino wierp een hopeloozen blik op Werna, die hem aanstonds begreep, doch met een moedigen glimlach antwoordde.

Tot aan het voorhuis begeleidde men de vorstelijke personen. Voor de buitendeur stonden de lakeien geschaard, met zware, brandende candelabres belast.

De koning en zijn gemalin stapten in het eerste rijtuig, dat tot bijna tropische temperatuur verwarmd was, om te voorkomen dat Hare Majesteit kou mocht vatten; daarop volgde de calèche waarin de grootmeesteres met

ocr page 271

267

prins Carl, Werna en 's Konings hofmaarschalk plaats moesten nemen.

De oogen van het jonge meisje zwierven angstig over de menigte ; zij zag de soldaten daar tusschen verspreid staan en juist wilde de prins haar de hand rijken om bij het instijgen behulpzaam te zijn, toen haar blik een bedelaar ontdekte, die zonder eenige moeite te doen om naar voren te dringen, op een kleine verhevenheid stond en een pistool op hem aanlegde.

«Prins!» riep zij uit, en in het volgende oogenblik weerklonk er een schot. Maar zoo hij haar niet tijdig genoeg begrepen had om te wijken, zij had zich voor hem geworpen, en wankelde thans, waar hij haar met zijn arm ondersteunde.

De soldaten, die er niet op gerekend hadden dat men zich achter hen zou plaatsen, waren reeds toegeschoten en ofschoon de dader aanstonds op de vlucht was gegaan, hadden zij hem weldra achterhaald en sleepten hem naar het tooneel der misdaad terug. Er heerschte aldaar een algemeene verwarring; een der kamerheeren van dienst was naar de feestzaal teruggesneld, om het bericht van de misdaad aan den kroonprins over te brengen, en allen snelden naar het voorhuis.

»Zijt gij gekwetst?quot; vroeg Carl die over al zijne leden beefde, aan Werna.

«Het heeft niets te beduiden,quot; antwoordde zij met flauwe stem: «maar zijt gij wel zeker dat hij u niets meer kan doen?quot;

«Hij is gegrepen. God ontferme zich over de zijnen; maar Werna, Werna, waarom hebt gij dat gedaan?quot;

Zijne stem klonk zoo wanhopig en zijn blik rustte met zooveel liefde op haar, dat zij glimlachte en fluisterde:

«Beklaag mij niet; alles is zoo goed gelijk het is, zoo heel goed.quot;

«Is freule von Adlersfluch gewond?quot; riep thans de

ocr page 272

268

kroonprins uit, terwijl hij zich een weg door de omstanders baande: «Hoe is dat mogelijk!quot;

„Zij alleen zag het wapen op Zijne Hoogheid gericht,quot; antwoordde de grootmeesteres: „en zij wierp zich vóór hem 1quot;

„Dan moeten wij haar aanstonds naar binnen dragen.quot;

„O! monseigneur,quot; smeekte Werna: „Laat mij naar Vredenborg terugkeeren. Daar ben ik thuis.quot;

En hare hand klemde zich bij die bede zoo krampachtig om Carl's vingers, dat deze zich haastte te zeggen :

„Inderdaad, Waldemar, ik geloof dat het beter zal zijn; de rust en de buitenlucht zullen haar goeddoen; daarenboven zal moeder er op gesteld wezen haar persoonlijk te verzorgen.quot;

„Alles goed en wel; maar zij moet hier allereerst verbonden worden; de rijtuigen kunnen wachten. Help mij de freule naar binnen dragen. De lijfarts is er nog.quot;

Een soort gebrul dat niets menschelijks had, steeg uit de menigte op en deed den kroonprins omzien.

„De dader!quot; mompelde hij, en hij voegde er op krachtigen toon bij: „Brengook hem naar binnen in het paleis, mannen. Ik wil hem zien en u voor uw flink optreden beloonen. Hel ware een ramp geweest zoo hij ontsnapt was.quot;

Maar Werna had hare krachten overschat; terwijl zij, door de beide vorsten ondersteund, eenige passen voorwaarts deed, duizelde alles voor hare oogen, en verloor zij het bewustzijn. De twee broeders hadden haar aanstonds gegrepen en droegen haar het eerste het beste vertrek binnen.

Op hetzelfde oogenblik kwam de kroonprinses aan-loopen, vergezeld van Diamantino, die met een blik vol vertwijfeling neerstaarde op de ranke, doodsbleeke vrouw, die daar als levenloos op eene canapé uitgestrekt werd.

„Is zij dood?quot; stotterde hij.

»

ocr page 273

269

„Neen, den hemel zij dank,quot; antwoordde Waldemar: «Zij is slechts bewusteloos.quot;

„O! Dat hoorde er natuurlijk bij!quot; spotte zijne gemalin: „prins Carl is ongedeerd, maar Werna vond het belangwekkend flauw te vallen.quot;

Met woedend gelaat keerde de kroonprins zich naar haar toe en zeide met bedwongen stem:

«Zoo onze broeder nog leeft, dan hebben wij dit aan freule von Adlersfluch te danken, mevrouw. Zij heeft den voor hem bestemden kogel opgevangen, en ik verzoek u dringend iedereen van hier te zenden en aan haar de noodige zorgen te verleenen. Indien de dokter het veroorlooft zal de gekwetste daarna naar Vredenborg worden vervoerd.quot;

De jonge vrouw beet zich vol spijt op de lippen, en zeide met een gedwongen lach:

„Een ware roman! Komaan, mijne heeren, gij zult mij wel in de feestzaal willen opwachten. Ik twijfel niet of mijne taak als pleegzuster zal spoedig volbracht zijn.quot;

Haar bevel werd terstond opgevolgd, maar niet zoodra had de lijfarts den witten bonten mantel der gewonde opengeslagen, of zij trad huiverend een pas achteruit: «Bloed!quot; prevelde zij, aschgrauw wordende: „Ikkan dat niet zien.quot;

Gelukkig was de grootmeesteres moediger dan zij, en hielp zij, bijgestaan door een der hofdames van de prinses, den dokter in alles. Men moest het bloed wegwasschen en daarna de wond onderzoeken, om zich eenigszins rekenschap te kunnen geven van den toestand. De kogel was een weinig beneden den rechterschouder binnengedrongen.

«ik moet trachten hem er uit te halen,quot; zeide de geneesheer, zijn onafscheidelijke tasch met instrumenten te voorschijn halende: «Alleen als dat mij gelukt, kan ik voor haar leven instaan. Het is beter haar voor dien tijd niet tot bewustzijn terug te roepen.quot;

ocr page 274

270

Terwijl hij daarmede bezig was, hadden de jonge vorsten zich begeven naar de zaal waar de soldaten nog altijd den moordenaar in bedwang hielden.

«Laat mij den kerel zien,quot; sprak de kroonprins: „Het is zeker de een of andere anarchist, wien het slechts te doen was om een der leden van het koningshuis uit den weg te ruimen. Hij zal zijn straf niet ontgaan.quot;

Carl en Diamantino bewaarden een somber stilzwijgen. Hunne gedachten verwijlden slechts bij Werna.

De man had zich voortreffelijk vermomd. Zijne haren kwamen verward uit de bonten muts te voorschijn; hij droeg een meesterlijk nagebootsten baard, en zijne gestalte verdween geheel en al onder een lange, versleten overjas, die veel te wijd was voor zijne ledematen, en overal gaten en vlekken vertoonde.

Niemand had hem dan ook nog herkend.

„Neemt hem die muts af,quot; gebood Waldemar. „Ik wil den vijand in het gelaat zien.quot;

Op datzelfde oogenblik trof hem de haatdragende blik van den gevangene en trad hij onwillekeurig een pas achteruit.

„Neen, ik vergis mij, dat is niet mogelijk,quot; mompelde hij.

En zijne aandoening overmeesterende, naderde hij den schuldige en vroeg hij hem driftig:

„Hoe is je naam?quot;

Er volgde geen antwoord.

Hij beschouwde hem opmerkzaam en sprak toen:

„ Die man draagt een valschen baard, rukt hem dien af.quot;

Men voldeed aan zijn verlangen en er ging een luide kreet van verbazing op.

„ Otto von Falkenstein!quot; riep de kroonprins verslagen uit.

„Ik wist het, Waldemar,quot; mompelde Carl thans haastig: „en ik kon hem niet langer sparen, maar laat ons tenminste medelijden hebben met zijn ongelukkigen vader. Bedenk dat zijne zuster stervende is.quot;

„Zij was heden juist buiten gevaar,quot; sprak Waldemar

ocr page 275

271

somber; „de dokter zeide het mij van avond; maar dit zal haar dooden. Ik vermag niets tegen den loop van het recht. Hijzelf zal de moordenaar der zijnen wezen.quot;

HOOFDSTUK XIX.

Adelheid had inderdaad, ofschoon doodelijk uitgeput, de crisis mogen doorstaan, maar haar toestand ver-eischte nog de grootste zorgen, en hare moeder zat bij haar op, terwijl Marie zich voortaan zou belasten met de verpleging overdag. De generaal had zijn post nog niet willen verlaten, zoolang er vrees voor instorten kon bestaan, en al wat zijne vrouw van hem had kunnen verkrijgen, was dat hij zich tenminste op eene rustbank voor het ziekbed uit zou strekken, om daar nu en dan in eene korte sluimering te vervallen.

Het was reeds half een dien nacht, toen er zachtkens aan de voordeur gescheld werd.

«Zeker Otto, die den huissleutel vergeten heeft,quot; mompelde de vrouw des huizes oprijzende.

„Dat zou weer onvergeeflijk lichtzinnig van hem zijn,quot; mompelde de grijsaard zacht. „Weet hij dan niet, hoeveel rust Adelheid behoeft?quot;

„Nu, wees niet boos op hem,quot; fluisterde zijne echt-genoote: „op zijn leeftijd is het geen doodzonde aan andere zaken te denken.quot;

En zij sloop onhoorbaar het vertrek uit en naar het voorhuis, waar altijd licht brandde, zoolang men des nachts de hulp van geneesheer of apotheker noodig kon hebben. Behoedzaam opende zij de voordeur, en was uiterst verbaasd den lijfarts voor zich te zien, die niet eens den tijd had genomen zijne feestkleederen tegen anderen te verwisselen.

„Gij hier, dokter?quot; zeide zij verontrust; „vindt gij Adelheid dan minder wel van avond?quot;

ocr page 276

272

„Dat niet, mevrouw maar laat ons binnengaan in het spreekvertrek, bid ik u; ik heb u helaas! op ernstige zaken voor te bereiden.quot;

„Er is toch niets aan Otto overkomen ?quot; vroeg zij bevend.

„Hij is even gezond als wij,quot; klonk het kortaf.

»Qoddank! Gij weet niet welk een schrik gij mij hebt aangejaagd. Kom hierbinnen, ik zal het gaslicht opsteken.quot;

En zij schoof hem een leuningstoel toe en haastte zich licht te maken. Ofschoon hij zijn pels aan had gehouden, rilde haar bezoeker als van koude. Hij was een goedhartig man, en de gedachte welk een rouw zijne woorden in deze woning gingen verspreiden, deed hem pijn.

„Mevrouw,quot; sprak hij eindelijk. „Ik vervul hier een treurigen plicht; maar ik heb het mij altijd tot een eer gerekend door den generaal en u als een vriend van den huize beschouwd te worden, en ik wilde niet dat gij het bericht door vreemden zoudt vernemen.quot;

„Welk bericht, dokter? Otto is wel, zegt gij mij; wat kan er dan anders wezen? Onze bankier misschien?quot;

„Is de meest vertrouwbare man ter wereld. Neen, mevrouw, het betreft wel degelijk uw zoon.quot;

„Heeft hij wederom gespeeld ?quot; riep zij verschrikt. „Wat het ook kosten moge, wij zullen alles dekken. Hij heeft zoovele teleurstellingen gehad den laatsten tijd, die arme jongen, dat, hoe verkeerd het ook zou zijn, er toch ver-schoonende omstandigheden voor hem zouden bestaan.quot;

„Ook dat niet. Hebt gij nooit opgemerkt welk een onverzoenlijken haat hij tegen prins Carl koesterde?quot;

„Zijne Hoogheid had het er zelf naar gemaakt!quot; riep zij hartstochtelijk uit.

„Dat zal de rechtbank waarschijnlijk uitmaken,quot; luidde het somber.

«De rechtbank?quot; mompelde de arme vrouw ontzet: «is Otto dan in hechtenis genomen?quot;

De dokter knikte toestemmend.

„O! mijn God! Dan heeft hij zijne verontwaardiging

ocr page 277

273

niet langer kunnen bedwingen! Hij is een best kind, maar opbruisend van aard; hij zal Monseigneur gezien hebben, en zijn drift niet meester zijn geweest. Maar ook al heeft hij hem beleedigd, is dat een reden om hem gevangen te nemen? Was hij niet reeds ongelukkig genoeg?quot;

„Indien hij den prins slechts beleedigd had, twijfel ik niet of deze zou hem vrij hebben gelaten. Hier echter was geen genade mogelijk. Hij waagde dezen avond een aanslag op het leven van Zijne Hoogheid.quot;

Otto's moeder kromp ineen, alsof haar zoon haarzelve getroffen had, en gedurende eenige oogenblikken sprak geen van beiden; daarop hijgde zij;

»Het is vreeselijk, dat erken ik; maar zij hebben hem ook tot het uiterste gedreven. De prins ontnam hem alles: zijne loopbaan, zijne bruid. Men kan een mensch wel tot waanzin drijven, en al verontschuldig ik zijn daad niet; ik begrijp haar. Is zijn opzet gelukt?quot;

„Zijne Hoogheid is gespaard gebleven, doordien een andere persoon zich voor hem opofferde.quot;

«En werd deze gekwetst?quot;

„Helaas! ja, en gevaarlijker zelfs dan ik eerst vermoedde.quot;

„Wie is het?quot;

„Freule von Adlersfluch.quot;

„O!quot; riep de moeder, wie de vertwijfeling alle bezinning deed verliezen: „Haar zal ik niet beklagen; zij heeft haar lot verdiend!quot;

Eene uitdrukking van diepe verontwaardiging gleed over het gelaat van den geneesheer.

„Gij zijt onrechtvaardig mevrouw,quot; sprak hij op gedempten toon: „en zoo gij u morgenochtend een dergelijk woord tegenover de justitie liet ontvallen, die hier zonder twijfel huiszoeking zal komen doen, zoudt gij Otto's zaak slechts verzwaren. Er zijn mij hedenavond verscheidene zaken bekend geworden waarvan ik zelfs niet droomde. Gij weet niet welke dankbaarheid

18

ocr page 278

274

gij en de uwen integendeel aan Werna verschuldigd zijt. Sedert lang had zij u allen diep rampzalig kunnen maken. Het was haar plicht dit te doen, en indien zij er den moed toe had gevoeld, zou zij deze ramp voorkomen hebben; maar zij had de kracht niet u allen in het ongeluk te storten.quot;

„O ! het medelijden van die coquette konden wij zeer goed ontberen.quot;

„Neen, mevrouw, dat kunt gij niet zeggen, want gij weet niet om welke reden zij hare verloving verbroken heeft.quot;

„Dat valt niet moeilijk uit te maken.quot;

„Ik wilde dat ik u in die dwaling kon laten, maar het is beter dat gij alles op eens weet; gij zoudt hei anders toch binnen enkele dagen vernemen. Het zal u tevens zeggen dat ook de prins met de uiterste zachtmoedigheid te werk ging.quot;

„Ik zal dat nooit gelooven. Hij vernietigde Otto's carrière, en zond hem als een bedelaar de wereld in.quot;

„Hij had erger kunnen en moeten doen; hij had hem naar de galeien kunnen sturen. Aan boord van den Lodbrog toch kwam het uit wie de moordenaar van Werna's vader was geweest.quot;

„Welnu, wat had dat met mijn zoon te maken?quot;

„Luitenant Falkenstein alleen had op dat oogenblik belang bij den dood van zijn commandant.quot;

„Zoodat____zoodat men hem beschuldigt— maar

dat is verschrikkelijk, dokter, zij hadden den val van mijn ongelukkig kind gezworen.quot;

„ Helaas! mevrouw, de misdaad was bewezen; er waren getuigen die zich bereid hielden op te treden tegen den schuldige. De prins heeft, ter wille van den generaal, verkozen hem nog een laatsten kans te schenken een nieuw leven in den vreemde te beginnen.quot;

„Maar Werna dan? Zij wist van dat alles niets!quot; mompelde de arme vrouw als vernietigd.

ocr page 279

275

„Zijne Hoogheid kon haar toch den moordenaar haars vaders niet laten huwen! Hij heeft uw zoon vooraf gewaarschuwd, dat hij alleen dan spreken zou, wanneer hij niet uit eigen beweging van haar afzag. Otto beging de onvoorzichtigheid zich daaraan niet te storen, en de prins heeft haar wel alles moeten mededeelen.quot;

«O! die ongelukkige, die ongelukkige!quot; snikte de moeder; „had hij slechts vertrouwen in mij gehad! Hoe zullen wij het ooit aan zijn vader zeggen?quot;

„Wilt gij dat ik mij met die taak zal belasten ?quot; vroeg de dokter ontroerd.

„Ja, ik smeek u, doe dat. Zeg hem, o! zeg hem vooral dat hij niet te hard zij in zijn oordeel over ons kind. Otto was nooit zooals anderen, ziet gij, men kan hem niet vonnissen gelijk men dat ieder ander zou doen. Hij is opvliegend. Zijn chef zal hard tegen hem geweest zijn. Mijn God! mijn God! wat zullen zij met hem doen? Zij zullen toch de wreedheid niet hebben hem lang gevangen te houden? Ik bid u, stel mij gerust, verzeker mij dat zij het niet doen zullen. Het zou onmenschelijk zijn!quot;

„Ik ben overtuigd van één ding: de koning zal alles aanwenden om den slag voor zijn ongelukkigen vader te verzachten; maar zelfs zijne macht is beperkt, en zoodra de wet spreekt...quot;

„Ik zal alles, alles doen om gratie te verkrijgen. Ga thans naar mijn echtgenoot, of neen, gij kunt dit alles niet in het bijzijn mijner dochter zeggen; zij hield wel niet van haar broeder, maar...quot;

„Freule Adelheid wist alles.quot;

„Arm kind! dan verklaar ik mij hare houding; zij was zijne moeder niet, zij kon geen vergiffenis vinden zooals ik. Wacht hier dokter, ik zal mijn echtgenoot bij u brengen; maar handel omzichtig, hij ook had den jongen zoo lief; hij was zoo trotsch op hem.quot;

„Ik beloof u dat ik zoo zacht mogelijk te werk zal #

ocr page 280

276

gaan; maar het is en blijft smartelijk, zeer smartelijk, en zoo ik iets vermag om uw aller lijden te verzachten, beschik dan vrij over mij. Beschouw mij meer dan ooit als uw vriend.quot;

Zij drukte onstuimig zijne beide naar haar uitgestrekte handen, en prevelde door hare tranen heen:

»Ik dank u, gij bewijst ons reeds heden een onver-getelijken dienst. Later zult gij wellicht veel vermogen voor ons kind. Ik kan thans nog niet nadenken over hetgeen er voor hem gedaan moet worden; maar mijne gedachten zullen wederkeeren, en dan, ja zeer zeker, zal ik een beroep op uwe barmhartigheid doen.quot;

Zij strompelde naar boven en trachtte hare stem als gewoonlijk te doen klinken, toen zij den grijsaard zeide:

„Falkenstein, de dokter is beneden en zou je gaarne even spreken.quot;

«Over Adelheid?quot; vroeg hij angstig.

«Neen, neen, niet over haar. Kom mede, ik zal u tot hem geleiden.quot;

«Een vreemd uur toch voor een bezoek!quot; prevelde de generaal verontrust.

«Hij komt van het hoffeest af, en heeft zeker niet op den tijd gelet.

«In elk geval is hij welkom. Laat mij op uw arm steunen, Agnès.quot;

Eene minuut later traden beiden bij den lijfarts binnen, en zoodra zij haar echtgenoot in een armstoel gezeten zag, zeide de ongelukkige vrouw, met een veelbeteekenenden blik op den ouden man:

«Indien gij behoefte mocht gevoelen iets te gebruiken, dokter, hier in de kast staat alles wat u noodig heeft. Cognac, wijn en wat gij maar verlangen kunt. Ik ga naar mijne dochter terug. Het is beter dat zij niet alleen blijve.quot;

Maar alvorens haar post aan het ziekbed weder in

ocr page 281

277

te gaan nemen, begaf zij zich naar haar eigen kamer, en stortte daar heel hare wilde smart uit in wanhoopskreten, die haar gemoed eenige verluchting schonken. Naast hare persoonlijke ellende verrees telkens voor haar geest de vraag hoe Otto's vader deze ontzettende mededeeling zou opnemen? Ieder oogenblik luisterde zij angstig toe of er geen geschel weerklonk, dat haar zou verkondigen dat de slag hem neergeveld had; maar de diepste stilte bleef in huis voortheerschen; een akelige doodsche stilte, als die wanneer men een lijk heeft weggedragen naar zijne laatste rustplaats.

O! het was ook een doode dien men uit hare woning weggevoerd had; alle geluk, alle hoop was daar voor eeuwig gestorven. Nooit, nooit weder zou de zoon des huizes dien drempel betreden; hij was verloren voor haar!

En toch beschuldigde haar hart hem niet; bleef zij enkel onverbiddelijk voor degenen aan wie zij zijn ongeluk bleef toeschrijven; haatte zij tot zelfs de nagedachtenis van Werna's vader. Hij moest zich wel wreed tegenover haar jongen hebben betoond, dat deze alles vergeten had om zich op hem te wreken. Zij was onrechtvaardig, gelijk vrouwen dat altijd in uren van vertwijfeling zijn.

Ten laatste hief zij zich overeind, om zich naar de kamer harer dochter te sleepen. Was het niet mogelijk dat de zieke hare hulp behoefde, en zij, zij nog alleen zou misschien den vader kunnen troosten.

Adelheid sliep, en wederom luisterde zij vol spanning toe, of zij niets zou vernemen. Maar nog altijd geen enkel levensteeken van hetgeen er daar beneden voorviel!

Ten slotte werd die onzekerheid haar te martelend. Zij begaf zich naar Marie en verzocht haar op te staan om hare plaats bij haar zuster in te nemen.

„Gij weent, mama!quot; riep het jonge meisje uit, zoodra

ocr page 282

278

zij bezig was hare ochtendjapon aan te trekken; „wat is er gebeurd?quot;

«Niets, kind, niets. Een nieuwe dwaasheid van uw broeder. Ik zal je dat morgen vertellen, het is daartoe altijd vroeg genoeg. Ga thans naar Adelheid; en verlaat haar niet voordat ik terugkeer.quot;

Marie was te zeer aan kleine twisten tusschen moeder en zoon gewend om zich daar uitermate over te verontrusten. Zij veronderstelde dat hij zeer laat thuis gekomen was, en dat mevrouw von Falkenstein, na hem daar een verwijt van te hebben gemaakt, thans weder vrede met hem wilde sluiten. Rustig gaf zij dus gehoor aan het tot haar gerichte verzoek, slechts een weinig ontstemd in haar nachtrust gestoord te zijn geworden.

Intusschen was mevrouw von Falkenstein naar beneden gegaan; maar voor de deur van de spreekkamer gekomen, hield zij stil. Het was haar alsof zij nooit den moed zou hebben den knop om te draaien om haar te openen. Geen enkel gerucht van stemmen drong tot haar door; de beide mannen moesten al zeer zacht spreken. En wankelend leunde zij tegen een der stijlen. Wat zou zij vernemen als zij binnentrad? Zou de generaal Otto niet vloeken? O! zij wist het vooraf, hij zou geen verontschuldiging voor hem vinden; hij zou geen verwijt uitbrengen tegen de slachtoffers van 's jongelings daden. Voor hem bestond er geen middelweg; alles wat van de wetten der eer afweek was in

zijne oogen steeds een misdrijf geweest____ hij zou

geen ontferming kennen voor den zoon, die schande over zijn huis had gebracht!

Daar vernam zij plotseling iets als een geschuifel van stoelen; dat lichte gedruisch was voldoende om de ver-dooving te verbannen die zich van hare ledematen had meester gemaakt en haar weder eenige geestkracht te schenken.

ocr page 283

279

Zachtkens opende zij de deur en sloot deze even snel weder achter zich. Daarop blikte zij naar den generaal.

Hij stond daar recht overeind, in zijne volle lengte, met het edele hoofd trotsch achterover geworpen, en zeide op kort afgebroken toon:

«Gij zult dat voor mij verkrijgen, niet waar, dokter?quot;

«Ik hoop het, generaal. Indien de koning daaromtrent iets vermag.quot;

„Zijn wil zal hier als een bevel gelden.quot;

«Gij vergeet dat zijne macht beperkt is. Ik vrees dat uw wensch eerst over een dag of tien verhoord zal kunnen worden; dat er tot zoolang niemand bij uw zoon wordt toegelaten, als de rechter van instructie en wellicht zijne advocaten____quot;

«Beproef het tenminste____ik moet den schuldige

spreken.quot;

«Gij verstoot hem dan niet?quot; riep mevrouw von Falkenstein uit, terwijl zij zijne hand greep. «O! heb dank! heb dank!quot;

Eene rilling doorliep de leden van den grijsaard. Hij had haar nadering niet bespeurd, en maakte thans zijne hand zachtkens uit hare vingers los, om haar op haar hoofd te laten rusten, terwijl hij zeide:

«Arme vrouw! Ook voor u is het een zware slag geweest. Hij was uw lieveling!quot;

«En hij is dat nog!quot; riep zij hartstochtelijk uit. «Een ieder mag zich tegen hem keeren; ik, zijne moeder, zal dat nooit doen. O! ik bid u, zeg ook mij dat gij hem vergeeft. Het zal mij alles zooveel lichter maken, en hem zulk een troost zijn.quot;

«Hem vergiffenis schenken?quot; bromde de oude krijgsman; «ik zal dat nooit doen. Kom daar nimmer op terug, Agnès. Hij is voor mij gestorven.quot;

«Maar gij ook had hem lief, hij bleef ondanks al zijne zwakheden uw oogappel.quot;

ocr page 284

280

«Hij was slechts een dief, die mij de liefde ontstal waarop hij geen recht had.quot;

„Falkenstein!« riep zij smeekend uit.

«Stil, noem mij niet weder bij dien naam; hij is voor altijd door dien ellendeling bezoedeld. Neen, ik heb geen zoon meer. Ik heb nog slechts u beiden, en mijn Adelheid, haar die ik niet wilde gelooven, toen zij trachtte mij te verhinderen eene laaghartigheid te begaan.quot;

«Eene laaghartigheid?quot;

„En wat was het dan anders, toen ik mijn overwicht gebruikte om Werna's toestemming tot dat onzalige huwelijk te verkrijgen?quot;

„Gij dacht het geluk van uw kind te verzekeren.quot;

«Ja, door haar hand te leggen in die welke haar edelen vader het leven benam!quot; riep de generaal op angstwekkenden toon. «Ziet gij, ik zou wellicht nog een oogenblik van medegevoel voor hem kennen; de zwakheid hebben hem te beklagen; maar dat hij eerloos genoeg was om juist die vrouw te kiezen, de eenige voor wie hij als een misdadiger in het stof had moeten kruipen, dat is hetgeen zwaarder tegen hem getuigt dan al het overige; het levert mij het bewijs dat hij niet eenmaal voor wroeging vatbaar is.quot;

«O! Ik had het reeds gevreesd dat gij hem aan zoudt klagen!quot;

«Niet ik doe dat; zijn eigen leven is zijn onverbidde-lijkste rechter.quot;

«En toch wilt ge hem weerzien? Is het dan om hem nog dieper te verootmoedigen?quot;

„Ik wil hem nog eene laatste maal op aarde terugzien, om hem te zeggen wat hij ons gedaan heeft.quot;

«Laat voor een oogenblik dat wreede onderwerp rusten, vrienden,quot; sprak de lijfarts: «gij zult elkander uw leed helpen dragen, en wilt dat ook doen, daarvan ben ik overtuigd; maar wat ik u bidden mag, heb zelfbeheer-sching genoeg om u goed te houden tegenover uwe

ocr page 285

281

dochter; één enkel onvoorzichtig woord en zij is verloren. Bedenkt dat al is zij voor het oogenblik behouden, haar leven nog altijd aan een zijden draad hangt.quot;

„De ellendeling heeft zelfs niet bedacht dat het haar dooden kon!quot; prevelde de grijsaard.

«Wij zullen ons weten te bedwingen, dokter, ik beloof, het u.«

„Dan is het goed. Ik kom morgenochtend weder. Bereid u voor op een vroegtijdig bezoek der justitie, en vrees niets, men zal al den eerbied in het oog houden dien men u verschuldigd is.quot;

In de oogen van Otto's moeder flikkerde een lichtstraal. Zij had nog slechts één denkbeeld voor oogen: zelve de instructie vóór te zijn, en alle brieven of papieren, die ook maar eenigermate tegen haar zoon konden getuigen te doen verdwijnen.

Maar het was alsof de generaal haar doel geraden had, althans nauwelijks had de geneesheer hen verlaten, of hij wendde zich tot haar en zeide:

«Breng mij naar Otto's kamer.quot;

«Waarom ?quot; stotterde zij.

«Gij zult het zien.quot;

Zij durfde hem niet wederstreven, en geleidde hem zwijgend daarheen.

Voor de deur gekomen, opende de oude held deze, tastte naar den sleutel, stak hem toen van buiten in het slot, draaide hem tweemaal om en liet hem daarna in den zak glijden.quot;

«Wat hebt gij gedaan,quot; kermde de arme vrouw.

«Ik heb willen zorg dragen dat ikde justitie morgen zonder blozen tegemoet kan treden,quot; klonk het antwoord: «Ik weet niet wat deze kamer bevat, maar wat het ook zij, haar inhoud behoort van dit oogenblik af het gerecht toe.quot;

«O! gij zijt onmenschelijk,quot; snikte zij.

«Neen, doch het is aan mij te waken dat hier geen

ocr page 286

282

schuldige zwakheid begaan worde,quot; sprak hij op weemoedigen toon: „Otto's zaak kan daarmede toch niet gered worden; het is bewezen dat hij reeds eenmaal een poging tot moord op den prins deed; hij zal dus terecht staan voor drie misdaden, ons blijft geen hoop over, en geen andere troost dan de wetenschap onzen plicht te hebben volbracht.quot;

Nadat men er in geslaagd was den kogel uit de wond te verwijderen, was de gekwetste tot het bewustzijn teruggebracht.

„Mag ik naar Vredenburg terugkeeren ?quot; was het eerste wat zij den dokter vroeg.

„Ja, mijn kind,quot; antwoordde deze, die ten prooi was aan eene diepe ontroering; „maar de grootmeesteres moet mij beloven dat gij heel verstandig zult zijn. Het rijtuig dat u overbrengen zal heeft goede veeren, gij zult dus niet al te zeer van schokken te lijden hebben; eenmaal echter daar, moet gij onmiddelijk te bed worden gebracht en moogt gij u niet meer verroeren totdat ik u daartoe vergunning geef.quot;

Hij nam daarop de grootmeesteres terzijde en deelde haar mede hoe zij met Werna handelen moest.

„Onder alle andere omstandigheden zou ik het vervoer ten strengste verboden hebben,quot; sprak hij; „maar wij weten allen hoe weinig men op het hart der kroonprinses kan rekenen; en de wijze waarop zij zich straks over freule von Adlersfluch uitliet, toont maar al te duidelijk aan dat zij vijandig jegens haar gestemd is. Het arme meisje heeft voor alle dingen behoefte aan liefderijke zorgen. Het gebeurde kan niet anders dan haar diep geschokt hebben en dat zal zich laten gelden, vooral indien er, gelijk ik vrees, wondkoortsen bij komen. Daarginds zal het haar aan niets ontbreken.quot;

Hijzelf droeg haar het rijtuig binnen, en Carl die toegeschoten was om hem te helpen, vroeg op bezorgden toon:

ocr page 287

283

«Zoudt gij niet liever méégaan, dokier?quot;

„Neen,quot; gaf hij op ernstigen loon ten antwoord; „voor het oogenblik kan mevrouw mij vervangen; ik zal over eenige uren volgen. Er blijft mij een even moeielijken als duren plicht te vervullen. Ik ga de famillie van den moordenaar op haar ongeluk voorbereiden; maar alvorens dat te doen wilde ik Uwe Hoogheid nog gaarne eenige vragen stellen, indien Zij tenminste evenals ik van oordeel is dat, nu de slag toch eenmaal toegebracht moet worden, het barmhartiger is hem ineens in al zijn omvang te doen kennen, dan den rampzaligen ouders telkens eene nieuwe verzwarende omstandigheid te laten vernemen.quot;

„Ik geef u daaromtrent volkomen gelijk en ben geheel tot uwe beschikking,quot; zeide Carl; «alleen zou ik wenschen op Vredenborg terug te zijn voor de aankomst der gekwetste, om zorg te dragen dat men haar voorzichtig overdrage.quot;

„Gij behoeft daarvoor niet te vreezen, Monseigneur; ik zal u niet lang ophouden, en het rijtuig dat freule Werna overbrengt gaat stapvoets, het uwe zal hei dus spoedig ingehaald hebben.quot;

Op het koninklijk lustslot wist men ondertusschen nog niets van het voorgevallene, en de koning had zijne gemalin vriendelijk geplaagd, omdat zij zich ongerust maakte over het uitblijven der overige rijtuigen, en hardnekkig had geweigerd zich te bed te begeven.

„Gij zijt waarlijk kinderachtig, Anna,quot; verklaarde hij. «Onze koetsiers zijn zoo zeker van hunne paarden dat er nog nooit het minste ongeluk is geschied. Daarenboven zijn er twee rijtuigen; gij kunt toch niet veronderstellen, dat aan beide gelijktijdig iets overkomen zou zijn, tenzij gij meent dat onze rustige streek plotseling bevolkt is geraakt met eene bende struikroovers.quot;

De Koningin schudde echter het hoofd en antwoordde;

„Ik weet dat ik u kleingeestig moet toeschijnen. Oscar; maar bedenk zelf hoe zonderling het is dat wij hier zonder

ocr page 288

284

gevolg aankomen; herinner u hoe stipt de grootmeesteres elk voorschrift der etiquette volgt, en zij zou op eenmaal in gebreke blijven ? Ik kan het niet gelooven. Er moet iets voorgevallen zijn.quot;

«Misschien is zij zelve plotseling onwel geworden; al de overigen zijn zoo jong dat daarvoor geen vrees bestaat.quot;

Doch naarmate de tijd verliep en men nog altijd geen gevolg zag komen, begon ook de koning zich gejaagd te toonen.

«Ik hoop toch niet dat hier weder eene misplaatste aardigheid van Pauline in het spel is,quot; zeide hij wrevelig: »Zoo ja, dan zal zij toch ditmaal de waarheid van mij hooren. Ik verlang niet dat men den spot met ons drijft.quot;

Er verliep een uur van spanning, en nog altijd was er niemand teruggekeerd. Driftig gaf Zijne Majesteit thans last dat er een paar stalknechts te paard naar de stad zouden worden gezonden, om te vernemen wat er gaande was. Eerst daarna scheen de koningin een weinig tot bedaren te komen.

Andermaal verstreek een kwartier, en eindelijk vernam men het gedruisch van wielen. Oscar II snelde zelf het voorhuis in en de aankomenden te gemoet.

Carl verscheen het eerst, gevolgd door zijn vriend.

„Vader,quot; sprak hij haastig: »wij moeten zorgdragen dat de koningin niet schrikke. Ik ben ongedeerd, zooals gij ziet, maar freule von Adlersfluch wordt zwaar gewond hierheen overgebracht.quot;

«Wat is haar dan overkomen?quot; riep Zijne Majesteit ontsteld uit; «Uwe moeder en ik begrepen reeds niets van uw aller wegblijven.quot;

«Wij wilden haar niet verlaten, zoolang wij niet zeker waren omtrent haar toestand. De grootmeesteres volgt stapvoets met haar en heeft haar met de grootste goedheid bijgestaan. Zij verdient dat dan ook ten volle, want zij heeft zich opgeofferd om mij te redden. Op het

ocr page 289

285

oogenblik dat wij in het rijtuig zouden stijgen, pleegde Otto von Falkenstein een aanslag op mijn leven.quot;

Er weerklonk een luide smartkreet. De koningin was zelve naar de vestibule gekomen en had zijne laatste woorden opgevangen.

Carl omhelsde haar vol teederheid en stelde haar gerust:

«Vrees niets, moeder,quot; zeide hij, «gij ziet, ik bekwam niet het minste letsel, en de schuldige is aanstonds gegrepen, zoodat hij geen kwaad meer kan doen; uwe arme hofdame is echter zwaar getroffen. Wij waren allen het hoofd kwijt, anders had ik aanstonds bericht gezonden.quot;

«Ik begrijp dat, Carl; maar Werna, hoe zal ik haar ooit kunnen loonen voor hetgeen zij gedaan heeft?quot;

«Zij is al te onvoorzichtig geweest,quot; mompelde Carl verdrietig: «ik ben een man en had immers zooveel meer weerstand kunnen bieden dan zij.quot;

«Indien zij zich niet voor u geworpen had, waart gij in het hart getroffen,quot; sprak de Oosterling: «verwijt haar dus hare zelfverloochening niet.quot;

Zonder uitstel liet de koningin bevel geven dat men alles voor Werna's komst in gereedheid moest brengen in eene kamer, grenzende aan haar eigen slaapvertrek, en terwijl zijzelve er over waakte dat hare orders ten uitvoer werden gebracht, deelde Carl zijn vader in breede trekken alles mede wat deze nieuwe misdaad was voorafgegaan.

«Die rampzalige generaal,quot; mompelde de koning: «hij zal het nooit overleven. Het is afgrijselijk voor hem.quot;

«Ik deed wat ik kon om hem te sparen, vader. Otto zelf maakte zulks onmogelijk.quot;

«O! ik beschuldig u niet, Carl. Integendeel, zoo ik u een verwijt heb te maken, dan is het dat gij al te lankmoedig zijt geweest. Dergelijke schelmen verstaan geen edelmoedigheid.quot;

ocr page 290

286

„Daar is het rijluig!quot; riep de zwarte prins uit.

„Laat ons gaan, mijne kinderen,quot; sprak de koning ontroerd: „Ik heb hel Werria te danken dat mijn zoon nog leeft; niemand als ik zal haar deze woning binnendragen.quot;

HOOFDSTUK XX.

Het jonge meisje had voor eene schilderij van Ophelia kunnen dienen in hare sneeuwwitte kleeding, maar voor eene Ophelia met een ruiker van roode rozen op de borst, want in weerwil van 's dokters voorzorgsmaatregelen, had haar bloed het verband doorweekt, en zij was schooner dan ooit, met dat doodsbleeke gelaat, die zacht schitterende oogen en den schoonen mond, waarom een glimlach vol geluk zweefde.

Oscar II had eerbiedig haar voorhoofd gekust en haar woorden van innigen dank toegefluisterd, terwijl hij haar in zijne krachtige armen opnam en naar de bijzondere vertrekken zijner gemalin overdroeg. Hij was daarbij langs Carl getreden en diens blik had met eene uitdrukking vol teeder verwijt op Werna gerust. Zij beantwoordde die sprakelooze aanklacht met slechts nog zonniger glimlach en daarop was zij aan zijne oogen onttrokken geworden.

Op hetzelfde oogenblik kwam de koningin op de gewonde toeloopen.

„Werna, mijn arm kind, wat hebt gij gedaan?quot; riep zij uit; „ik moet u zegenen, en toch kan ik het nauwelijks, nu ik u in zulk een toestand zie.quot;

„Er viel niet te aarzelen. Majesteit, één seconde weifelens en de prins ware dood geweest.quot;

„Ik zal u verzorgen alsof gij mijne dochter waart, liefste; gij verlaat mij niet weder, voordat gij geheel en al hersteld zijt. Hebt gij veel pijn?quot;

„O! het is heel dragelijk, en mevrouw is zoo goed voor

ocr page 291

287

mij geweest,quot; antwoordde zij op zachten toon, de linkerhand naar de grootmeesteres uitstrekkende.

Deze zag haar met betraanden blik aan.

«Wie niet goed voor u was, moest geen hart hebben,quot; prevelde zij, den koning helpende haar op eene sofa uit te strekken.

«Hoe komt het dat de dokter niet reeds is gekomen ?« vroeg Oscar II met gerimpeld voorhoofd. «Gewoonlijk toch is hij zoo onverschillig niet.quot;

«Hij zal hier over een paar uren zijn, Majesteit, en heeft mij in alle opzichten omtrent de behandeling ingelicht. Hij wilde zich allereerst belasten met de zware taak de waarheid aan generaal von Falkenstein te gaan melden.quot;

«Ikzelf smeekte er hem om,quot; fluisterde Werna, vreezende dat de koning boos op hem was.«Het ware zoo wreed voor de ouders geweest het van onverschilligen te vernemen, en dat terwijl hunne dochter nog tusschen leven en dood zweeft.quot;

«Gij hebt gelijk gehad en gij zijt een engel daaraan te hebben gedacht,quot; sprak de koning met verstikte stem «Ik laat u thans aan de zorgen Harer Majesteit over. Ik weet vooraf wat zij voor u zullen zijn. Tot spoedig, hoop ik, mijn kind, wij hebben voortaan een ondelgbare schuld aan u, en de dag waarop gij u weder in ons midden zult kunnen voegen, zal een ware feestdag wezen. T racht ons weldrageen ongerustheid meer in te boezemen.quot;

Geen koningskind werd ooit verpleegd, gelijk Werna. Wat zij ook bidden mocht, de koningin vergat alle persoonlijke zwakte om haar voortdurend overdag terzijde te blijven. Hare moederlijke vriendin, de grootmeesteres, paste haar des nachts op en ook de andere hofdames beijverden zich haar om het zeerst haar lijden te verzachten. Zij had nog een zware kamp te doorstaan om de wondkoortsen te boven te komen, en gedurende die dagen van gevaar, zwierven Carl en zijn vriend, als twee sombere, voortgezweepte geesten, door

ocr page 292

288

de bosschen van Vredenborg rond, zonder rust of duur te kunnen vinden; maar op een morgen ontwaakte zij tot nieuw leven, en zag zij zich omringd van al de heerlijke bloemen, welke koning Oscar haar dagelijks liet brengen.

«Hoe gaat het den generaal ?quot; was haar eerste vraag.

„Hij schijnt wonderbaar kalm te zijn,quot; antwoordde de Koningin, die naast haar zat: «men had nooit durven hopen dat hij zijn ongeluk aldus zou dragen. Zijne vrouw is voor het uiterlijk veel wanhopiger.quot;

«Vreemd!quot; mompelde Werna peinzend: en____Uwe

Majesteit vergeve mij haar aldus te ondervragen: «maar Adelheid ?quot;

«Zij is volkomen genezen,quot; sprak de vorstin, de oogen afwendende.

«Gode zij dank! Ik maakte mij zoo bezorgd over haar; Ik had zelfs nooit durven hopen dat zij zoo spoedig weder hersteld zou zijn.quot;

«Zware ziekten nemen somtijds spoedig een keer. De generaal heeft al herhaalde malen laten vragen om de , vergunning zijn zoon te mogen zien, maar dit moest hem tot nog toe geweigerd worden, omdat de instructie der zaak nog niet afgeloopen was. Zijne Majesteit heeft mij echter gezegd dat dit bezoek dezer dagen zou plaats hebben. Laat mij ook niet vergeten u te zeggen, dat de ongelukkige man dagelijks berichten omtrent uw toestand liet inwinnen.quot;

Dienzelfden avond vroeg Werna aan de grootmeesteres:

«Kan men reeds voorzien welk vonnis den schuldige zal treffen?quot;

« De doodstraf, zonder eenigen twijfel,quot; klonk het beslist: «maar men zegt reeds dat de moeder besloten heeft een knieval voor Zijne Majesteit te doen, en ik twijfel dan ook niet of dit vonnis zal veranderd worden in levenslangen dwangarbeid.quot;

«Weet men niet hoe hijzelf zich daaronder houdt?quot;

ocr page 293

289

«Erbarmelijk, naar ik hoor. Het schijnt dat hij zich geen oogenblik heeft voorgesteld dat hij gegrepen zou worden. O! gij zijt allen veel te toegevend voor dien booswicht geweest, daardoor heeft hij gemeend dat hij zich tot het eind toe straffeloos aan alles zou kunnen schuldig maken. Sedert hij gevangen werd genomen, vervalt hij nu eens tot vlagen van razernij, waarin hij belooft zich te zullen wreken, alsof hij nog het slachtoffer ware; dan weder heeft hij buien van zoo groote neerslachtigheid, dat men hem als een kind kan hoo-ren weenen. Zijn geheele houding verraadt wel den bloodaard die slechts in het verborgen weet te treffen. 01 mijn kind, aan welk een gevaar zijt gij ontsnapt, den dag waarop uwe verloving verbroken werd!quot;

Werna sloot de oogen. Zij ook dacht aan die ure terug.

Ol Hoe gelukkig was zij niet voor Carl te hebben mogen lijden; te bedenken, honderdmaal op één dag, dat zij het leven had gered, dat leven dat haar met het uur dierbaarder werd. Zij trachtte slechts in het heden te leven, niet aan de toekomst te denken, want zoodra zij daarbij stilstond verrees voor haar angstigen blik opnieuw de vraag hoe voortaan hunne verhouding zou zijn. Bij oogenblikken dacht zij ook vol ontzetting aan Otto's proces. Heel de bevolking van Ragnarland, die Carl op de handen droeg, zou natuurlijk eischen dat er zooveel licht als slechts mogelijk was Over de zaak verspreid zou worden; de gerechtszaal zou eivol wezen tijdens het verhoor, en de misdadiger zou in zijne wraakgierigheid'niel nalaten ditmaal zijne pijlen tot haar te keeren, haar naam te bezwalken.

Het oordeel der menigte trof haar weinig, zij was te hooghartig om zich over het gefluister van vreemden te bekommeren; maar datzelfde gefluister zou doordringen tot het hof, en aldaar zou men zich hare zelfopoffering voor den prins herinneren en zich wellicht afvragen wat waarheid was.

19

ocr page 294

290

Doch weg met die schrikbeelden. Alleen in het heden wilde zij leven!

Het was werkelijk een schoone dag, toen zij voor het eerst weder in den hofkring verscheen; zij gevoelde zich nog wel doodelijk zwak, maar dat ontwaken tot nieuw leven bevatte eene onbeschrijfelijke zaligheid in zich. Daarbij had zelfs de natuur haar willen vieren, sneeuw en ijs waren spoorloos verdwenen en een eerste lentezon verspreidde haar stralen over het vorstelijk lustslot. Zij vond de zaal welke zij betrad geheel groen gemaakt en met bloemen versierd; de koning kwam op haar toe en overhandigde haar een kostbaar sieraad; zij was binnengekomen leunende op de arm der koningin, en zoowel de prinsen als de leden der hofhouding verdrongen zich om haar heen, teneinde haar geluk te wenschen met haar herstel.

Na afloop van het déjeuner zeide Hare Majesteit glimlachend:

„En thans is mijne taak als ziekenverpleegster af-geloopen; gij hebt nu nog slechts voorzichtigheid in acht te nemen, mijn kind, en spoedig zult gij weder de oude zijn.' Maar om daartoe te geraken moet gij uwe krachten door de lucht laten versterken. Het weder begint reeds zeer zoel te worden; dagelijks moet gij wat rondstappen in mijn poneywagen; ik twijfel niet of de prinsen zullen u heden daarin rondgeleiden.quot;

Diamantino en Carl haastten zich te verzekeren dat niets hun aangenamer kon zijn, en ook al had Werna het gewild, zij zou zich niet aan dezen voor haar hart zoo gevaarlijken tocht hebben kunnen onttrekken.

Een oogenblik later kwam het mandenrijtuigje voor en greep de jonge zeeman het paard bij den teugel, terwijl de Oosterling naast de herstellende bleef loopen.

Zoodra zij buiten het gehoor der hovelingen waren, sprak hij:

«Vergeef mij dat ik de plaats inneem die een ander

ocr page 295

291

toekomt. Het was beter aldus, om alle vermoedens te ontwijken; later, als wij in de bosschen zijn, zullen wij van rol verwisselen. Car! en ik.quot;

«Gelooft gij dan niet dat het mij ook heel lief is met u te spreken?quot;

En zij zag hem daarbij met zulk een zachten blik vol verwijt aan, dat hij zich haastte te antwoorden:

«Ik weet dat gij de goedheid zelve zijt; trouwensik zal niet lang meer het geluk van uwe nabijheid smaken.quot;

«Gaat gij dan heen ?quot;

«Ja. Mijn vader herinnert er mij aan dat het tijd is langzamerhand den terugtocht aan te nemen.quot;

«Het zal eene groote leegte wezen voor prins Carl en wij allen zullen u missen.quot;

«Ik dank u voor die hartelijke woorden, maar ik kan hier niet eeuwig blijven; reeds heb ik mijn verblijf zeer lang gerekt, en hoeveel het mij ook kosten zal mij van hier los te scheuren, welk een reuzendeel van mijn hart ik er ook achterlaat, ik kan niet langer misbruik maken van de gastvrijheid des konings. Reeds zou ik vertrokken zijn, indien____quot;

«Welnu ?quot;

«Indien niet twee zaken mij hier ondanks mijzelven teruggehouden hadden.quot;

«En mag men weten welke die zijn?quot;

«Voor u, Werna, heb ik geene geheimen. O! vergeef mij u bij dien zoeten naam te noemen; het woord «freulequot; klinkt zoo koud, en wanneer ik aan u denk noem ik u steeds Werna, al weet ik ook dat ik nooit anders dan uw vriend zal wezen. Waarom ik niet vertrekken kon ? Is dat wel zoo moeilijk te raden ? Zoolang gij ziek waart, zou ik immers nergens anders rust of duur gevonden hebben? Hier kon ik ieder oogenblik van den dag vernemen hoe hel u ging, wat wij te hopen of te vreezen hadden, en dat was mij eene onschatbare troost in die donkere dagen, wier wanhoop gij nooit zult doorpeilen.quot;

ocr page 296

292

«Ik kan u niet genoeg danken voor zooveel toegenegenheid,quot; sprak het jonge meisje ontroerd.

«Denk er niet aan mij daarvoor erkentelijk te wezen; ik kan nu eenmaal niet anders dan u liefhebben, en zoo ik mij over één ding verwonder, dan is het dat niet alle mannen voor u nederknielen. Hoezeer verdient gij niet bemind te worden! Welk een moed hebt gij niet aan den dag gelegd op dien noodlottigen avond! O, ik heb er u honderdmaal om willen verwenschen, in die dagen toen wij voor het behoud van uw leven beefden, en toch moest ik er u slechts te liever om krijgen. Carl is wel gelukkig!quot;

«Zeg dat niet,quot; fluisterde zij, opdat de prins haar niet mocht verstaan; «tegenover u wil ik geen comedie spelen; ik heb hem lief, ja; ik heb zelfs de vreugde gesmaakt mijn leven voor het zijne in de waagschaal te mogen leggen, maar waarop moet dat gevoel eindigen zoo het niet op ellende is? Meer dan ooit is het mijn plicht hem aan mijne onverschilligheid te doen gelooven, want nu hij zich ook dankbaar jegens mij gevoelt, zal hij zich waarschijnlijk voorstellen zedelijk verplicht te zijn mij elke droefheid te besparen, en daarom bereid wezen een dolzinnigen stap bij den koning te doen. Hij moet integendeel de overtuiging hebben dat mijne liefde voor hem niet meer is geweest dan een dier dwaallichtjes, die heden opflikkeren en morgen reeds verdwenen zijn.quot;

;/Ik ben natuurlijk jgeen meester over uwe handelwijze, maar bedenk wel hoeveel hij aldus zal lijden.quot;

«Gelooft gij dat het minder zal zijn dan ik? En toch is het voor zijn toekomstig geluk alleen.quot;

«Zijn geluk ?quot; herhaalde de jonge man bitter: „gelooft gij dan werkelijk dat men u ooit zou vergeten na u eenmaal te hebben bemind?quot;

«Ik hoop het,quot; antwoordde zij eenvoudig: „want mijn hart mag niet toebehooren aan een der beide mannen die mij het oprechtst hebben liefgehad. Maar zeg mij.

ocr page 297

293

welke was de tweede reden die u langer weerhield ?quot;

«Nog steeds bezorgdheid voor u, Werna. jlk wilde daar zijn voor het geval dat gij beschuldigd mocht worden van bedoelingen, die geen zoo goed weet als ik dat u vreemd zijn gebleven. De slang is wel in een kooi opgesloten; maar de kooi is van ijzeren netwerk en zij kan er haar venijn nog doorheen spuwen.quot;

„Gij ook vreest dus voor Otto's verhoor?quot;

„De ellendeling is tot alles in staat, en ik ben overtuigd, zoo zeker als ik leef, dat al zijn gedachten zich bepalen tot de vraag hoe hij zich nog een laatste maal, maar dan ook voor altijd, wreken zal. Ik kan dit niet voorkomen, helaas! maar ik zal tenminste mogen getuigen hoe lasterlijk zijne beweringen zijn, en daartoe blijf ik.quot;

„Ik dank u,quot; zeide Werna, zijne hand drukkende: „Ik had niet minder van u moeten leeren verwachten. Komt de zaak reeds spoedig voor?quot;

„Over acht dagen. Het is een ramp dat alles zoo spoedig in zijn werk gaat; men heeft het moeten doen, om het volk te bevredigen, maar ik had gehoopt dat gij tenminste weder volkomen op krachten zoudt zijn gekomen, aleer gij onder de aantijgingen van dien booswicht zoudt lijden.quot;

„Stel u gerust, mijn vriend, ik heb mij niets te verwijten en zal weten te dragen wat tot mij komt.quot;

„Om het even, ik gaf aanstonds mijn rechten op de kroon om u dat alles te besparen. Maar thans zijn wij uit het gezicht en zal ik Carl's plaats innemen.quot;

Deze liet het zich geen tweemaal zeggen. Het was voor het eerst sedert het feest bij den kroonprins dat hij haar zou spreken, zonder zich in acht te moeten nemen voor nieuwsgierige blikken of ooren, en hij naderde haar met een glimlach vol teederheid, terwijl hij haar toefluisterde:

„Mijn lieveling, wat heb ik om u geleden.quot;

ocr page 298

294

En hij wilde den arm om haar heen slaan, want Diamantino had het paard aan een boom vastgebonden, en was zelf een eindweegs teruggeloopen, om op den uitkijk te staan of zich nergens wandelaars vertoonden; maar Werna hield zich als meende zij slechts dat de prins haar eene hand toestak en na deze te hebben gedrukt, liet zij haar weder los, terwijl zij op vriendelijke, doch schijnbaar onverschillige toon zeide:

«Ik ook heb een oogenblik voor Uwe Hoogheid gebeefd; maarthans is alle gevaar voor goed bezworen.quot;

«Wilt gij mij doen verstaan dat tevens alle geluk voorbij is?quot; vroeg Carl snel.

«Dat wat gij onder geluk verstaat. Monseigneur, is reeds lang niet meer; de omstandigheden geboden mij het uit mijn hart te rukken.quot;

«Gij misleid zoowel mij als uzelve, Werna,quot; riep de jonge man uit; «Er zijn uren in het leven waarop men zich toont gelijk men is, waarop het dichte masker van het gelaat valt. Uwe oogen hebben mij alles gezegd den avond waarop gij gekwetst waart.quot;

Zij rilde; ja zij herinnerde zich thans hoe zij in de vreugde hem behouden te welen haar pijnlijke rol vergeten had; hoe haar blik de zoete taal van het hart had gesproken; maar zij moest dit aanstonds herstellen eu hem aanziende met eene uitdrukking van groote vastberadenheid, hernam zij:

«De aandoening van dat uur was mij te machtig; ik had een oogwenk lang voor uw behoud gebeefd, en die angst riep heel het verledene weder voor mij op; ik gevoelde nog enkel de vreugde mijn leven in ruil voor het uwe te hebben mogen geven; maar sedert is alles weder tot rust gekomen, en allereerst dat dwaze hart.quot;

«O! zeg niet dat gij mij vergeten hebt, Werna; hoe wilt gij dat het bestaan daarna nog waarde voor mij zal hebben?quot;

«Zoo gijzelf mij nog eenige genegenheid toedraagt.

ocr page 299

295

vergeet mij dan, en Iaat er van lieverlede een sluier over mijn beeld nederdalen. Ik was niet beter, Monseigneur, dan de meeste vrouwen, wier krachtigste gevoelens in een enkelen dag voorbij gaan. Wat u betreft, gij zult den koning en het vaderland dienen; uw leven kan daardoor nooit volkomen vreugdeloos zijn, en van lieverlede zal de herinnering aan dien éénen zomeravond voor u verdwijnen, gelijk een tooversprookje dat men niet over wenscht te lezen.quot;

«Moet dit dan uw eerste woord zijn, na al de weken vrees die ik om u doorworsteld heb?quot; vroeg hij hartstochtelijk.

„Zoudt gij willen, prins, dat ik een gevoel voorwendde dat mij niet langer bezielt?quot;

«Neen, ik wil dat niet,quot; riep hij toornig, en wreed wordende door de pijn die hem martelde. «Ik zal uwe teederheid dan ook niet langer afbedelen. Ga voort mij dagelijks te verschijnen in al den toovergloed uwer schoonheid; heersch tot zelfs onder mijne oogen over andere mannenharten; ik zal mij niet beklagen over uwe coquetterie; maar zeg niet dat gij mij ooit hebt liefgehad ; liefde verandert niet gelijk een blad aan den boom; zij verbrijzelt de harten niet gelijk gij het mijne doet. Gij hebt slechts met mij gespeeld; er enkel behagen in gevonden te zien tot hoever uwe heerschappij zich over mij zou uitstrekken, en gij zijt daarin volkomen geslaagd; ik wensch u geluk met uw talent van____quot;

Maar op dat oogenblik ontsnapte er een doffe kreet aan zijne lippen. In zijne smart had hij vergeten hoe zwak zij nog was en hoe zorgvuldig men haar elke hevige aandoening moest besparen. Nu hij zich dat herinnerde was het te laat. Hij zag haar doodsbleek worden en meende niet anders of zij zou het bewustzijn verliezen.

In een oogwenk had hij haar in zijne armen gegrepen. Zij snakte naar adem, en hij gevoelde hoe ijskoud zij was hoezeer zij over al hare leden beefde. Vol zelfver-

ocr page 300

296

wijt droeg hij haar naar eene nabijstaande bank en daar naast haar nederknielende, vroeg hij haar in hartstochtelijke bewoordingen om vergiffenis.

Na eenige minuten sloeg zij de oogen weder op en boog zij het hoofd voorover, tot het op zijn schouder rustte.

„Gij hebt gelijk,quot; mompelde zij; «men kan zijn hart geen geweld aandoen, en ik ben te zwak om tegen het mijne te worstelen____quot;

„Dus hebt gij mij nog altijd lief?quot; jubelde hij, haar vol geluk aanblikkende.

Zij glimlachte weemoedig.

„Ik had het u willen verbergen, maar daartoe had ik sterker moeten zijn: ik kon uwe verwijten niet dragen. O! Carl, en toch moeten wij beiden vergeten; wat wil er van ons worden zoo wij dat niet doen? Is reeds dit onderhoud, dat wij toch geen van beiden zochten, niet een misdrijf tegen uwe ouders, die ons beiden vertrouwen?quot;

«En hebben wij dan die liefde gezocht?quot; vroeg hij geruststellend: „Is zij integendeel niet tot mij gekomen, zonder dat ik er iets van vermoedde, en hebt gij niet het zwaarste, het pijnlijkste offer willen brengen om haar te dooden ? Neen, geloof mij, hel helpt niet of wij er ons al tegen verzetten; zij is machtiger dan wij.quot;

„Zij is onmogelijk.quot;

„Laat ons daar heden niet aan denken. Wie zal zeggen, welke uitkomst de hemel ons zendt, het lot kan zoo wreed niet wezen ons te scheiden, sedert het ons zoo innig verbond. Wij doorleefden beiden zulke wreede lijden, dat wij dit ééne uur van geluk wel verdiend hebben.quot;

Machteloos langer tegen te streven, luisterde zij met droefgeestig genot naar al de liefdewoorden welke hij haar toe te fluisteren had. Het zou voor het laatst zijn, dit nam zij zich stellig voor, maar zij had den moed niet ze langer het zwijgen op te leggen. Nog eenmaal wilde

ocr page 301

297

zij gelukkig zijn en al het overige voor zich zien verdwijnen.

Dienzelfden avond was de koning zeer verrast het bezoek te ontvangen van den rechter van instructie, die met Falkenstein's zaak belast was. Hij had Zijne Majesteit dringend laten verzoeken voor enkele oogenblikken bij hem toegelaten te worden.

«Het zou mij niet verwonderen indien de schuldige zelfmoord had gepleegd,quot; zeide Oscar 11 tot zijne gemalin, terwijl hij oprees om naar zijn studeervertrek te gaan: wik heb van den aanvang af niet anders verwacht.quot;

De koningin schudde het hoofd.

«Nog vóór het vonnis?quot; vroeg zij: „Neen ik kan het niet gelooven; de beklaagde komt mij veeleer voor als iemand die zich tot het laatst toe vast zal klemmen aan eiken stroohalm van hoop en voor niets zoozeer bevreesd als den dood.quot;

„Ik zal u alles mededeelen, zoodra de rechter vertrokken is, tot straks dus.quot;

En hij trad met haastigen tred op de kamer toe waar zijn bezoeker hem wachtte.

„Ga zitten, mijn vriend,quot; zeide hij, met die groote welwillendheid welke hem eigen was: „Gij hebt ons zeker nieuws te brengen?quot;

„Helaas! ja, Sire, en ik hoop dat Uwe Majesteit mij zal vergeven haar ronduit te durven spreken over eene zaak die mij in groote verwarring brengt.quot;

„Ik verzoek u mij zonder omwegen alles te zeggen. Toen ik uwe komst vernam, meende ik een oogenblik dat Falkenstein zichzelven van het leven beroofd had.quot;

«Daarvoor bestaat geen gevaar, Sire. Ook al lieten wij een wapen onder zijn bereik, hij zou er niet aan denken zich daarmede te onttrekken aan de schande die hem wacht. In dien man is alle eergevoel gestorven. Hij is nog slechts een gevaarlijk dier, meer niet.quot;

«Hoe is het mogelijk als men den zoon van zulk een vader is!quot;

ocr page 302

29S

«Alles is mogelijk, na de zwakke opvoeding die hij ontving. O! Ik ontken niet dat het kwaad reeds in hem zelf geschuild heeft; maar men had het behooren te onderdrukken en met wortel en al uit te roeien. Ik beklaag den generaal van ganscher harte, en toch oogst hij slechts de vruchten, van hetgeen hij zelf geplant heeft. Geen knaap werd ooit meer in den grond bedorven. Als kind reeds had hij zijn eigen paard, voerde hij in huis den hoogsten toon, stond men hem toe den spot te drijven met mannen van beteekenis. Alles wat hij slechts verlangde werd hem toegestaan. Ik herinner mij nog hoe ik eens zijn vader moest spreken en, binnentredende. Otto in een chambercloak vond, hij was toen veertien jaar oud, en zat gezond en wel, het hoogste woord te voeren bij zijne familie, terwijl al de andere huigenooten behoorlijk gekleed waren. Hij is een ondragelijk individu geworden; het was te voorzien.quot;

„Heeft zich iets nieuws voorgedaan in de instructie?quot;

„Iets nieuws is het woord niet, Sire, want ik heb lang geaarzeld of ik er Uwe Majesteit niet over spreken moest. De beschuldigde is en blijft slechts vervuld van wraakzuchtige plannen; wal ik ook beproefde om hem die uit het hoofd te praten, alles mislukte.quot;

De koning glimlachte.

„Mij dunkt toch dat die plannen niet veel vrees meer overlaten, van het oogenblik af dat zijne handeu geketend zijn ?«

„Zijne tong is dat, ongelukkiglijk, niet, en hij zal nog met haar trachten te dooden.quot;

„Wat dat betreft, ook al mocht hij een ieder van wreedheid en onrechtvaardigheid beschuldigen, het publiek zal weten wat het daarvan te denken heeft.quot;

„Daarvoor vrees ik dan ook niet, Sire; maar hij zal verder gaan. Bedenk dat zijne woede voornamelijk tegen prins Carl en freule von Adlersfluch gekeerd is.quot;

„ja; maar wat beteekent dat?quot;

„Hij beweert allereerst, en zegt dit voor de rechtbank

II

I ii

ocr page 303

299

te zullen bewijzen, dat Zijne Koninklijke Hoogheid, tijdens zijn kruistocht met het eskader, het admiraalschip zonder verlof heeft verlaten, om naar Ragnarland te komen.quot;

«Dat is zoo,quot; sprak Oscar II, die een weinig verbleekte; „maar zijn verblijf in het vaderland duurde slechts enkele uren, en zoowel de minister van marine als ik, wij hebben die jongelingsstreek door de vingers gezien.quot;

„Wat erger is: hij verzekert dat de prins alleen naar Ragnarland kwam om de verloving van het jonge meisje te verbreken.quot;

vlk geloof dat niet; maar gesteld zelfs dat deze aantijging waarheid bevatte, zijne daad zou er slechts des te verschoonbaarder om zijn. Niemand die niet begrijpen zal dat mijn zoon, dien de eenige was wien alles bekend was, dat huwelijk geen plaats mocht laten vinden.quot;

„Ja, indien Monseigneur belangeloos gehandeld had; maar ziedaar wat de ellendeling betwist.quot;

„Ik begrijp u niet.quot;

„Hij is voornemens luide te verkondigen, dat prins Carl hem alleen daarom zijne bruid ontstal, omdat hij zelf haar beminde.quot;

„Dwaasheid!quot; riep de koning uit.

„Hij gaat verder en verzekert dat er sedert lang eene liefdesbetrekking tusschen de beide jongelieden bestaat.quot;

„Hij is eenvoudig een lasteraar. Werna is het edelste karakter dat men zich voor kan stellen, en mijn zoon zou nooit aan iets dergelijks denken.quot;

„Ik ben daarvan overtuigd, Sire; maar dat zal niet wegnemen dat het volk, dat van romans houdt, er geloof aan zal slaan, te meer omdat eenieder weet hoe de jonge hofdame bereid is geweest haar leven prijs te geven om den prins te redden. Zijne Hoogheid zal daarmede niets van zijn prestige verliezen, integendeel, maar freule von Adlersfluch zal haar goeden naam onherroepelijk verloren zien, en het is dit wat ik Uwe Majesteit onder het oog wilde brengen.quot;

ocr page 304

300

«Inderdaad, ik had daarover zoo aanstonds niet nagedacht,quot; mompelde de koning, wiens voorhoofd zich rimpelde: „Dat arme kind is een wees; zij heeft reeds herhaaldelijk de grootste droefheid gekend, en mag hieraan niet blootgesteld worden. Hoe zullen wij dat verhinderen ?quot;

,flk heb mij zulks sedert dagen afgevraagd, en vind geen uitkomst. Wij kunnen de zaak onmogelijk met gesloten deuren behandelen.quot;

«En is de ellendeling zelf niet tot zwijgen te brengen ?quot;

«Zelfs niet met hoop op vermindering van straf.quot;

«Is zijn vader reeds bij hem toegelaten?quot;

«Nog niet. Dat bezoek moet morgen plaats vinden.quot;

«Dan blijft mij ééne enkele, al zij het ook flauwe hoop, over. Het kan niet anders of, hoe verstokt hij ook zij, Otto moet zich diep ontroerd gevoelen bij den aanblik van den grijsaard tegen wien hij zoozeer misdeed. Indien hij van die aandoening gebruik maakte, om van den man gedaan te krijgen dat hij van dit heillooze plan zou afzien?quot;

«Ik vrees dat het ons slechts een flauwen kans zal opleveren, maar het is er toch een, en van het oogen-blik af dat Uwe Majesteit het noodig oordeelt, zal ik mij nog hedenavond naar den generaal begeven en met hem de zaak bespreken.quot;

«Doe dat. Ik twijfel niet aan zijne hulpvaardigheid. Zeg hem namens mij dat mijne vriendschap voor hem geen verandering heeft ondergaan, en dat ik mij tegenover zijn zoon genadig zal betoonen in zooverre dat in mijne macht ligt. Men heeft mij verteld dat mevrouw von Falkenstein een knieval voor mij zou doen; ik wensch der arme vrouw deze vernedering te sparen en laat haar daarom vooraf weten dat ik niet vergeten zal dat hier het kind van mijn ouden krijgsmakker gevonnisd wordt.quot;

ocr page 305

301

„Ik zal uwe woorden overbrengen, Sire. Is er anders niets van de orders van Uwe Majesteit?quot;

„Niets, ik dank u, maar wijs den ongeiukkigen vader vooral op het onherstelbaar verlies hetwelk Otto's woorden aan Werna von Adlersfluch zouden berokkenen. Hij zal gevoelen dat zijn zoon zich reeds meer dan genoeg jegens haar te verwijten heeft.quot;

Maar ook na het vertrek van zijn bezoeker bleef de koning bezorgd. Het was slechts een zeer zwak redmiddel dat hij had weten te vinden, en hij zag niet in op welke wijze hij het jonge meisje aldus te hulp zou kunnen komen. Het kon niet waar zijn wat Otto haar ten laste legde; zij was veel te fier om Carl's hart aan zich te willen ketenen, terwijl alles hen scheiden moest; veel te edel om op eene dergelijke wijze misbruik te willen maken van de gehechtheid en het vertrouwen zijner gemalin. Maar hoe hij dit ook bij zichzelven mocht herhalen, de twijfel was zijne ziel binnengeslopen en voor het eerst zag hij in dat het gevaarlijk was geweest een zoo schoone zoo betooverende hofdame aan te stellen, daar waar nog ongehuwde prinsen waren.

Hij bleef dien avond bij de koningin, nadat zij hun gevolg in vrijheid hadden laten gaan, en hare hand grijpende, vroeg hij op ernstigen toon:

„Anna, gelooft gij dat Carl en Werna elkander beminnen ?quot;

Zij zag hem een oogwenk verschrikt aan, en begon toen hartelijk te lachen.

„Wel neen. Oscar!quot; riep zij uit; „Hoe komt gij op zulk eene vreemde gedachte?quot;

Hij herhaalde haar de woorden van den rechter.

Eene smartelijke uitdrukking had zich over het gelaat der lieve vrouw verspreid, en zij zeide haastig:

„Zulk een ramp moet tot eiken prijs vermeden worden; Werna mag het slachtoffer niet zijn van hare verknochtheid aan ons.quot;

ocr page 306

302

«Ik heb gedaan wat ik kon. Indien u een ander denkbeeld invalt laat ik het aanstonds ten uitvoer brengen. Gij gelooft dus, evenals ik, dat het enkel laster van dien booswicht is; dat hij naar het eerste het beste middel grijpt om zijne slachtoffers een laatste maal te treffen?quot;

„O! zeker; maar ik zal daarom toch met Carl spreken. Het is beter dat ook hij weet wat Werna bedreigt: het zal hem voor het vervolg voorzichtig maken ook al heeft hij zich in deze omstandigheid niets te verwijten.quot;

t;Ik reken op u, liefste, en ben daarom gerust.quot;

En zich over haar heenbuigende drukte hij een kus op haar voorhoofd en verwijderde zich.

De koningin alleen gebleven naderde het vuur. Haar strakke blik bleef op de vlammen rusten.

„Neen, het is niet waar,quot; fluisterde zij den houtsblokken toe; „het kan niet zijn. Carl is verstandig en goed; Werna heeft zich aan mij gehecht alsof ik haar moeder ware, hen te verdenken zou eene misdaad wezen... Het jonge meisje staat daartoe trouwens veel te hoog..

En wederom zweeg zij eenige oogenblikken en vervolgde toen;

„Alles heeft lief hierbeneden. Ikzelve die thans vijf-en-veertig jaren tel, ik zou bij oogenblikken mijn kroon willen geven om van 'skonings lippen nog eenmaal slechts dezelfde woorden op te vangen, die hij mij toevoegde in de dagen mijner jeugd. Zoo dat het geheim is dat ik, tot zelfs voor hem, zorgvuldig bewaar, hoe zou ik dan onverbiddellijk kunnen zijn voor twee jonge wezens die elkander, zonder er zich wellicht zelf rekenschap van te geven, leerden beminnen ? Gehoorzamen zij daarmede niet aan de algemeene wet der natuur, die wil dat tot zelfs de takken tot elkander neigen? Ik alleen zou in dat geval onvoorzichtig zijn geweest; mijn medelijden met het ouderlooze kind, mijn vreugde eindelijk eene dochter gevonden te hebben, maakten mij blind voor het gevaar. Maar ik ben dwaas mij iets dergelijks voor

ocr page 307

303

te stellen; neen, zij zijn elkander onverschillig; Carl zal mij morgen geruststellen en mij hartelijk uitlachen. Werna zoude elk ander onzer gered hebben, indien zij hem in gevaar had gezien. Zij heeft den trouwen aard van den St. Bernardshond; wij hebben haar goed gedaan, het komt haar slechts natuurlijk voor ons daarvoor te beloonen, zij het ook ten koste van al haar bloed.quot;

Volkomen gerust trad zij van het vuur af, gereed naar hare eigene vertrekken te gaan, toen haar oog viel op een levensgroot portret van Oscar 11.

Peinzend bleef zij daarvoor staan. In de vlammen stierven de houtsblokken den vuurdood, gelijk ook haar beeld tot asch was vergaan voor het hart dat haar nog altijd dierbaar was boven alles.

«Ik heb ten minste zijne vriendschap behouden,quot; sprak zij ten laatste met een edelen glimlach: «en dat is meer dan de meeste vrouwen kunnen zeggen!quot;

HOOFDSTUK XXI.

Generaal von Falkenstein had den rechter van instructie zwijgend aangehoord. Toen deze uitgesproken had, keerde de blinde het bloedeloos gelaat naar hem toe en vroeg: «Zult gij Zijne Majesteit nog zien?quot;

«Zoo gij mij iets bijzonders voor den Koning mede te deelen hebt, zal ik morgen naar Vredenborg gaan. Maar zoudt gijzelf u daarmede niet belasten ? Sire draagt u zulk een groote vriendschap toe, dat het hem eene groote vreugde zou zijn u bij zich te zien.quot;

Maar de generaal sidderde en antwoordde haastig: «Onder omstandigheden als deze zou ik een dergelijke ontmoeting niet kunnen dragen. Zeg aan den Koning hoe dankbaar ik ben voor de woorden van troost mij in mijn ongeluk toegezonden; hoe vurtg ik wenschte dat ik mijn leven voor zijn welzijn en dat van het gansche

ocr page 308

304

vorstenhuis mocht prijs geven; hoe ontzettend mij het bewustzijn is dat een zoon van mij de hand kon opheffen tegen de zijnen, maar laat hem tenminste van dit ééne verzekerd zijn, dat hetgeen hij dacht niet zal geschieden, dat Otto von Falkenstein niet nog deze laatste misdaad zal plegen: in het openbaar de stem te verheffen tegen een wees en een onzer prinsen.quot;

«Hoe?quot; Jiep de rechter vol blijdschap uit; „Ik mag Zijne Majesteit dus volkomen gerust stellen? Gij zijt zeker van uw overwicht op uw zoon?'

„Bij mijn krijgsmanseer, de schuldige zal zwijgen.quot;

„Dan blijft mij nog slechts over u van ganscher harte te danken, generaal; de koning zal u hiervoor altijd erkentelijk blijven als voor een persoonlijken dienst, en ik reken het mij als een eer u de hand te hebben mogen drukken.quot;

„Bedank mij daarom niet, mijn vriend. Gij werd enkel toegelaten, omdat ik begreep dat gij mij over die rampzalige zaak moest spreken. Behalve den dokter, die mij het eerst het bericht overbracht, heb ik niemand willen ontvangen. Ik kan geen eerlijke oogen meer op mij voelen rusten; ik ben niet meer dan een doode.quot;

„Daaromtrent hebt gij ongelijk. Heel de stad is vervuld van sympathie voor u.quot;

„Men heeft mij dit wel willen bewijzen. Heel den dag door regent het bezoeken, tot van lieden toe, die mij vroeger niet zagen. De kroonprins is er in persoo,n geweest; en ik ben daar dankbaar voor, want het maakt de grootste troost uit mijner ongelukkkige vrouw; maar ik liet mij tot zelfs bij Zijne Koninklijke Hoogheid verontschuldigen; ik kan niemand meer te woord staan; ik ben een vernietigd man.quot;

En het viel niet moeilijk te zien dat hij gelijk had; hij was nog slechts een schim van voorheen; zijne wangen waren ingezonken; de blinde oogen brandden van een verteerend vuur en telkens doorliep eene siddering

ocr page 309

305

zijne gansche gestalte, hoorde men zelfs zijne tanden klapperen.

«Het zal hem binnen enkele maanden gedood hebben,quot; mompelde de rechtsgeleerde onder het huiswaarts keeren.

Het bezoek aan de gevangenis was op den volgenden morgen bepaald.

De grijsaard, die sedert het gebeurde geen zijner decoraties meer droeg, had zich juist dien dag met de uiterste zorg laten kleeden. Hij had zijn kamerdienaar gelast al zijne eereteekenen op zijn lange zwarte jas te spelden, en toen hij beneden kwam, eenige oogenblikken voor den tijd waarop het rijtuig hem zou afhalen, ging zijne vrouw hem verschrikt te gemoet.

»Qij wilt hem verwijten dat hij uw voorbeeld niet volgde,quot; prevelde zij angstig.

„Ik zal hem herinneren wie ik eenmaal was en tot wien hij mij gemaakt heett,quot; klonk het hooghartig.

«O! Val hem niet te hard,quot; smeekte de moeder; „bedenk wat hij reeds heeft geleden.quot;

«Het is niets in vergelijking van hetgeen ikzelf doorstond, en ik was onschuldig.quot;

„Herinner u dan wat hij nog lijden zal.quot;

«Dat zal enkel rechtvaardig wezen.quot;

De ongelukkige wierp zich aan zijne voeten en smeekte om mededoogen voor haar kind.

„Vernietig hem nog niet meer; gij zijt zijn vader; laat de maatschappij zich wreken, maar wij, zijn ouders, mogen nog slechts woorden van troost voor hem vinden.quot;

Langs de ingezonken wangen van den grijsaard rolde een traan, en zijn brandende handen grepen haar ijskoude vingers, terwijl hij vol zachtheid sprak;

„Arme^ arme ziel! Gij vrouwen zult nooit anders oordeelen dan met het hart. Wat beteekent voor u de eer zoodra gij liefhebt en gij ziet het u dierbare leven in gevaar? Dat alleen komt er voor u op aan. Welnu,

20

ocr page 310

306

ik zal uw zoon zeggen dat zijne moeder hem vergiffenis schenkt. Is u dat tenminste een troost?quot;

„Kan zijn vader mijn voorbeeld niet volgen?quot;

„Nooit!quot;

Er volgde slechts een doffe snik en eerst na een wijle kon zij voortgaan:

„Hebt gij geld bij u om hem te geven? Bedenk van hoeveel nut hem dat in de gevangenis kan zijn; hij kan er beter eten voor koopen, er tabak voor aanschaffen, en allerlei kleine versnaperingen; de cipiers zullen hem daardoor vriendelijker behandelen. Ik heb

hier een rolletje goud____ zoo gij hem dat wildet

overhandigen____quot;

„Ik dank u, maar het is onnoodig. Ik heb alles bij mij wat hij behoeft.quot;

„O!quot; riep zij vol dankbaarheid uit. „Ziet gij wel dat gij zoo hardvochiig niet zijt als gij toch wel zoudt willen laten voorkomen! God zegene u daarvoor; ik kan het u slechts met trouwe zorgen loonen.quot;

De generaal wendde schielijk het hoofd af en trok zijne handen, die zij met kussen bedekte, terug, alsof een adder hem gebeten had. Hij snakte naar adem.

„Waar is Marie?quot; vroeg hij met inspanning.

„Zij is gaan wandelen met de kamenier. De laatste gebeurtenissen hebben ook de gezondheid van het arme kind zwaar geschokt.quot;

„Dat spijt mij; ik had haar gaarne goeden dag gezegd; gij zult dat doen voor mij.quot;

„Zeker, en wij zullen u vol verlangen opwachten. O! dat ik hem slechts mocht bezoeken; maar gij hebt de eerste willen zijn.quot;

„Dat moest.quot;

Op dat oogenblik kondigde de knecht aan dat het rijtuig voor was. De generaal omhelsde zijne vrouw, alsof hij haar na een langdurige scheiding wederzag, en liet zich toen zwijgend naar zijne coupé geleiden.

ocr page 311

307

Een kwartier later hield het rijtuig voor de gevangenis stil. De directeur stond zelf op den uitkijk; hij had den grijsaard de vernedering willen besparen door minderen vergezeld te worden, en bood hem thans zijn arm aan. Zelfs in dit oogenblik trof deze kiesche oplettendheid den ongelukkige diep, en toen zij voor de deur der cel stilhielden, drukte hij de hand van zijn geleider en zeide met gesmoorde stem:

„Ik dank u, mijnheer. Moge de hemel u zegenen, en u vooral gelukkig doen zijn in uw kinderen.quot;

„Qij hebt slechts op de deur te kloppen, wanneer gij u wederom verwijderen wilt,quot; sprak de directeur, wiens oogen vochtig waren geworden; „eerst over twee uren wordt het eten rondgebracht, gij kunt dus blijven zoolang gij slechts wilt.quot;

En de zware deur werd voor hem ontsloten.

In een hoek der enge ruimte zat Otto op zijn legerstede neêr. Hij had een uur te voren vernomen welk bezoek hem te wachten stond, en te vergeefs gevraagd om hem dat wederzien te besparen. Indien het zijne moeder ware geweest, zou hij haar vol vreugde ontvangen hebben; hij gevoelde vooraf dat zij hem slechts als het slachtoffer der omstandigheden zou beschouwen; maar zijn vader!

Ook nu de grijsaard binnentrad, had hij nauwelijks den moed naar hem op te kijken. Hij wist dat die uitgedoofde oogen hem niet konden zien, en toch begreep hij wat hunne uitdrukking hem te zeggen zou hebben.

Met vasten tred ging de generaal af op den lichtstraal die door het hooge venster binnendrong. Otto wilde uit gewoonte op hem toesnellen om zijne schreden te geleiden, maar zijn vader weerde hem af.

„Ik heb uw steun niet noodig,quot; zeide hij hooghartig.

De gevangene kromp ineen.

„Hebt gij mij niets van mama te zeggen?quot; prevelde hij.

„Ja,quot; antwoordde de oude krijgsman, zich neder latende

ocr page 312

308

vallen opeen stoel, dien hij onderzijn bereikhad gevonden; „zij laat u weten dat zij u vergiffenis schenkt.'1

»lk had zoozeer gehoopt haar te zien. En de zusters?quot;

«Marie was uit toen ik mij hierheen begaf.quot;

,;En Adelheid blijft onverzoenlijk evenals gij,quot; sprak Otto vol bitterheid. »lk behoef dat niet eens te vragen. Zij kent geen medelijden!quot;

«Zwijg!quot; riep de generaal op vreeselijken toon; «uwe zuster was een heilige, en ook haar hebt gij gedood!quot;

«Adelheid?quot; stamelde de gevangene; «Adelheid dood ?quot;

«Gij wist dat eene nietigheid voldoende was om haar het leven te kosten,quot; bromde de grijsaard; «en niettemin volbracht gij uw laaghartigheid, op het oogen-blik zelf dat haar leven gered scheen. Wij poogden haar alles te verbergen; maar het gehoor van zieken is gescherpt, zij wist trouwens wat zij te duchten had, en toen zij de waarheid vernam, ontfermde de hemel zich over haar. Zij gaf in mijne armen den geest, na mij alles toevertrouwd te hebben wat zij door u had geleden.quot;

«Welk een ramp!quot; klonk het op verslagen toon.

«Eene ramp ook voor u, dat is waar, al waart gij ook haar beul; want Adelheid alleen bezat macht over mijn hart, en zij zou misschien geëindigd zijn met mij medelijden voor u af te dwingen. Nu is dat onmogelijk; alle zachtere gevoelens zijn dood in mij; gijzelf hebt ze in mij uitgeroeid.quot;

O! vader!quot; riep de jongeling, terwijl er eene toornige uitdrukking over zijne bleeke trekken kwam. «Gij behandelt mij al te hard en zijt onrechtvaardig. Kunt gij dan niet bedenken dat men niet uit eigen vrije verkiezing een moordenaar wordt; dat het de menscheri zijn die iemand zoover brengen ? Het is mijn ongeluk .geweest dat ik mij steeds tegenover bronzen karakters als het uwe geplaatst zag, die geen afdwaling der jeugd verstonden; wat wilde mijn zwakke natuur daar tegenover

ocr page 313

309

doen, zoo het niet was zich ie verdedigen met de wapenen die haar ten dienste stonden?quot;

„Gij wilt spreken van den schout bij nacht von Adlersfluch, niet waar?quot; klonk het ijskoud.

„Ja, hij was de eerste aanleiding tot mijn ongeluk.quot;

„Omdat hij het u niet vergaf een valsch speler te zijn, mijnheer!quot; riep de grijsaard met donderende stem. „En gij noemt dat eene jeugdige afdwaling. Qij, een Falkenstein, een valsch speler! Maar durft gij dat nog vergoêlijken, zonder te vreezen dat mijn vuist u neêr zal vellen? Wij bronzen karakters, wij zijn ook jong geweest; Adlersfluch en ik, wij hielden van de wereld en wij hadden niet eens te beschikken over hetgeen ik u jaarlijks toekende; maar zoo wij ons vermaakten en niemand ons in vroolijkheid overtrof, wij hadden steeds onze eer, steeds onzen naam voor oogen; wij zouden het ons niet vergeven hebben zoo een onzer chefs een enkel verwijt tot ons te richten had gehad. En het lag niet alleen aan onzen tijd; heden ten dage zijn er nog duizenden die denzelfden gedragslijn volgen. Maar gij, met uwe verwijfde zeden, gij bekommerdet u niet eens om uw degen; wat kwam 't er op aan of de hand die daarop rustte al bezoeldeld was, zoo gij slechts geld hadt om nieuwe dwaasheden te beginnen; zoo eenieder die van uwe eerloosheid afwist slechts uit den weg werd geruimd of zwijgen wilde.quot;

„Vader!quot; mompelde de jongeling; gij spreekt zonder te weten. Mijn commandant was onmenschelijk hard voor mij, hij verwijderde mij uit de marine.quot;

„En sedert wanneer hebben misdadigers het recht den koning te dienen?quot;

„Hij dreef mij tot hel uiterste!quot;

„En toen werd de valsche speler een moordenaar. En die man, wat zeg ik, die ellendeling durft zich beklagen dat men hem onzacht behandelde.quot;

„Gij overstelpt mij met uw toorn, zonder te bedenken

ocr page 314

310

dat ik daarna berouw gevoelde over mifn daad en in verscheidene jaren geen reden tot klagen gaf.quot;

«Gij meent dat gij uwe zuster plunderdet, omdat zij een engel was, en vreesde dat ik van uwe levenswijze zou hooren! Maar dat ook zijn jeugdige afdwalingen en niet meer, voigens u tenminste! Laat ons liever spreken over uw berouw. Het was zoo oprecht zoo hartverscheurend, dat gij de hand der rijke erfgename van uw slachtoffer zocht te verwerven, en gij hebt toegelaten dat ik, ik Ulrich von Falkenstein, ik de vriend haars vaders, tot haar ging en haar bad uw vrouw te worden. Gij hebt niet vermoed dat de hemel eerder op u neer zou storten om u te verpletteren, dan te gedoogen dat het edele kind met u vereenigd werd!quot;

„Ik had haar lief,quot; prevelde Otto verontschuldigend.

„ Haarof baargeld, om het even, wij zullen niet over woorden twisten, Maar wat had prins Carl u gedaan ? Hij schonk u een eerepost, die waardiger mannen met blijdschap zou hebben vervuld, gij werd door hem vol goedheid behandeld.quot;

«Hij klaagde mij bij Werna aan; hij zond mij ais een balling, met vernietigde loopbaan de wereld in,quot; viel de jonge man hem driftig in ae rede.

«Den dag waarop hij vernam dat gij een moordenaar waart, kon hij u noch uw post, noch uw bruid, noch uw degen laten behouden; het ware zijn plicht geweest u aan het gerecht over te leveren; maar hij spaarde u, om mijnentwille; gij hebt er u dankbaar voor betoond.quot;

«Ik herhaal u hij ontnam mij alles.quot;

Adelheid kwam tot u, om u eene nieuwe toekomst te openen.quot;

«O! In verre landen, waar het leven een marteling is.quot;

«Het was vrij wat meer dan gij verdiendet, en gij hebt het haar enkel vergolden door ook mijn arm kind te dooden.quot;

«Haar bloed kome over het hoofd mijner vijanden!«

ocr page 315

311

„Gij zijt krankzinnig. Qeen uwerzoogenaamde vijanden die haar niet met liefde en eerbied omringde. Maar wij naderen tot uw laatste misdrijf: de koning was voor mij meer dan een vriend, hij is mij als een broeder geweest ik vereerde hem en zijn huis en was hem mijne zoetste vreugden verschuldigd. Welnu, dien man moest gij treffen in zijne teerste gevoelens, in zijne vaderliefde. Gij wildet hem den zoon ontnemen die hem bovenal dierbaar was.quot;

»Ik heb niet aan Zijne Majesteit gedacht, maar enkel aan den prins en aan Werna.quot;

„En gij betreurt het wellicht nog niet goed geraakt te hebben?quot; klonk het dreigend.

„O! ik had juist gemikt; maar zij redde hem, en zij zal daarvoor boeten.quot;

Zij is zelve nauwelijks hersteld. Wat zult gij nog tegen haar ondernemen ?quot; vroeg de generaal, die zekerheid wilde hebben.

„Ik wil voor heel het land uitroepen, dat zij ernaar streeft een vorstenkroon te bemachtigen.quot;

«Gij gelooft daarvan geen woord. Werna's karakter is u te goed bekend.quot;

Eene diepe blos overdekte Otto's wangen.

„Zij beminnen elkander; dat is mij genoeg,quot; mompelde hij.

„Gij haat dan ook haar wel zeer? Wat heeft dat kind u gedaan?quot;

„Zij heeft den prins lief.quot;

„Wie zegt u dat?quot;

„Alles.quot;

„En al ware dat zoo, welk recht hebt gij daartegen op te komen.quot;

„Zij was eenmaal mijne bruid. En ik heb haar niet kunnen vergeten. Gij gelooft mij niet; welnu, vader, er zijn oogenblikken waarop ik zelf mij afvraag, wat het is dat ik haar toedraag: liefde of haat; maar ik wil haar niet ongestoord in zijne nabijheid laten voortleven.quot;

ocr page 316

312

«Wat zult gij dan doen?quot;

„Ik zeide het u reeds. Zij zullen mij, bij het verhoor, den mond niet snoeren.quot;

«En ?quot;

«Ik zal het publiek een blik gunnen in het leven van ons hof.quot;

«Dat wil zeggen nieuwe schande op uw hootd en het mijne stapelen.quot;

«Men laat mij geen keus over.quot;

«Welnu, dat zult gij niet doen.quot;

«Wie zal mij daarvan terughouden?quot;

«Ik.quot;

«Beste vader,quot; sprak Otto spottend: «het spijt mij voor u, maar hierin zijt gij onmachtig.quot;

«Gelooft gij?quot;

«ik begrijp niet dat gij er nog aan twijfelt. Ik ben zoo goed als een schipbreukeling, die ten gronde ging, dankzij het samenspannen van twee vijanden; hij weet zich reddeloos verloren, maar heeft hun levensgeheim in handen, een geheim dat, zoo het bekend wordt, hen op hunne beurt zal doen lijden en vruchteloos naar uitkomst zoeken. Gelooft gij dat die man, hun slachtoffer, zal zwijgen ? Dat ware bovenmenschelijk! Neen, hij zal dat geheim in zijn stervenskreet uitgalmen en toevertrouwen aan de vleugelen van den wind, opdat deze het naar het strand voere. Zoo ook zal ik doen; ik hoop op geen genade meer; dat zou waanzin wezen; maar ik wensch mij te wreken en daarvan zal geen sterveling mij weerhouden.quot;

«Bedenk wel wat gij doet,quot; sprak de generaal op somberen toon: «gij gaat den naam bezwalken eener vrouw, en nooit heb ik straffeloos toegelaten dat wie dan ook zulks deed; die vrouw is het kind van mijn besten vriend; in zijne plaats heb ik tot plicht over haar te waken als een vader...«

«Dat alles spijt mij voor u, doch ik kan mijne plannen niet wijzigen om uwe persoonlijke begrippen van rid-

ocr page 317

313

derlijkheid. Diezelfde vrouw heeft niet alleen mijn leven verwoest; zij durfde zich werpen tusschen mijn wraak en mij; zij heeft mijn beul lief, zij die mij trouw beloofde; ik wil niet dat zij nog langer elkander zullen toebehooren, ik eisch dat zij even rampzalig worde als ik en te vergeefs om uitkomst rond zal zien.quot;

De grijsaard rees langzaam overeind.

„Otto,quot; sprak hij, met geheel veranderde stem: „Ik wil u nog slechts dit eene zeggen; het diepst gezonken leven kan zich nog opheffen door de een of andere goede daad. Laat dat heiliooze voornemen varen. Zoo gij niet kunt vergeten, vergeef dan tenminste, en ik schenk u vergiffenis. Ik zal u het benoodigde verstrekken om alle denkbare verzachting in uw gevangenschap te vinden; gij zult uwe moeder en zuster weêrzien; ik zal aanstonds na de uitspraak van uw vonnis een beroep doen op 's konings barmhartigheid en om mijnentwil zal hij uw straf verkorten----quot;

«Vraag rnij iets anders, vader. Dit is te veel.quot;

„Wilt gij eenige uren tijd tot bedenking hebben?quot;

„Het zou onnoodig zijn. Ik wil die beiden in het stof dwingen.quot;

Dichter, steeds dichter, trad de generaal op hem toe; de jonge man, die het niet waagde de oogen naar hem op te slaan, zag niet welk eene schrikwekkende uitdrukking zijn gelaat verkregen had.

„Otto,quot; klonk het op somberen toon: „denk aan uwe moeder; zijzelve smeekt u door mij van uw oogmerk af te zien.quot;

De gevangene stiet een ruwen spotlach uit. • „Dan vergist gij u toch vader; mama is niet minder haatdragend dan ik.quot;

„Dus weigert gij?quot;

„Zonder eenigen twijfel.quot;

„Dan moge God zich over uwe ziel en de mijne ontfermen.quot;

ocr page 318

314

En zijne in den borstzak verborgen hand, trok pijlsnel een revolver te voorschijn, en nog voordat Otto, in zijne ontsteltenis, eene beweging had kunnen maken, was het schot afgegaan en stortte de schuldige levenloos voor 's grijsaards voelen.

De oud-soldaat mocht blind zijn geworden, toch had hij even goed geraakt als in de dagen zijner jeugd, toen hij zijn koning op het slagveld volgde.

Hij haalde diep adem en wischie zich het koude zweet van het voorhoofd. Daarna, op het oogenblik zelf dat de deur werd opengeworpen, en de directeur vergezeld van wachters, die op het vernemen van het pistoolschot waren toegesneld, binnentrad, keerde hij het wapen tegen zichzelf en gaf andermaal vuur.

Een der cipiers schoot nog haastig genoeg toe om hem in zijne armen op te vangen, en de directeur, die zich over hem heenboog, riep uit:

«Groote God! generaal, wat hebt gij gedaan?quot;

„Mijn plicht tegenover Zijne Majesteit,quot; fluisterde de stervende. «Dat men den koning mijne laatste groeten overbrenge en hem zegge dat ik mij den eed van trouw herinnerde dien ik hem had gezworen. Men deele het der moeder voorzichtig mede. Mij zal zij vloeken; vrouwen begrijpen zulke zaken niet; want hij, hij was haar lieveling, gelijk hij ook eens mijn oogappel was.quot;

Eene hevige benauwdheid maakte zich van hem meester, daarna doortrilde een diepe zucht zijn gestalte en strekte hij zich uit.

Hij had opgehouden hier beneden te lijden.

In allerijl liet de directeur der gevangenis zich naar den hofarts brengen, en deelde hem het gebeurde mede, met verzoek die tijding aan de weduwe over te brengen. Hijzelf begaf zich naar Vredenborg en verzocht bij Zijne Majesteit toegelaten te worden.

«Sire,quot; zeide hij, zoodra Oscar II hem ontving; «ik

ocr page 319

315

kom Uwe Majesteit de laatste woorden overbrengen van een trouw dienaar.quot;

«Gij ? Zou een mijner vrienden in de gevangenis gestorven zijn?quot; riep de koning ongeloovig uit. „Dat is immers niet mogelijk!quot;

„Van generaal von Falkenstein.quot;

„Ik had het moeten raden,quot; prevelde de vorst, terwijl hij het hoofd op de hand liet neerzinken. „De ongelukkige moest heden zijn ellendigen zoon bezoeken; hij is bezweken aan overmate van smart.quot;

„Helaas! neen, Sire; de generaal heeft zelf een einde aan zijn leven gemaakt.quot;

„Falkenstein een zelfmoordenaar? Dat kan niet!quot; riep de koning uit. „Hij was een held, en helden sterven niet aldus.quot;

„Hij heeft mij stervende verzocht Uwe Majesteit nog een laatste maal te groeten en haar te zeggen dat hij zich den eed van trouw herinnerde aan den koning gezworen. Indien hij niet overleden ware, zou ik tot droevigen plicht hebben gehad hem gevangen te houden, al had hij de aarde ook van een geduchten schelm verlost.quot;

„Wat bedoelt gij?quot;

„Hij heeft zijn revolver allereerst tegen zijn zoon gekeerd.quot;

„Otto von Falkenstein dood?quot; riep Oscar 11 uit, terwijl zijn bezorgde gelaatstrekken zich ontspanden.

„Ja, Sire, en ik had eene dergelijke ontknooping geen oogenblik voorzien, anders had ik vader en zoon niet alleen gelaten; zij bleven zeker een half uur in gesprek, en toen eerst vernamen wij het losbranden van een pistool.quot;

„Ik begrijp thans alles,quot; klonk het op gesmoorden toon: „en ik zal mijn trouwen vriend niet vergeten. Het eenigste wat ik nog voor hem doen kan, is op eigen kosten zijn begrafenis te doen plaats hebben; er

ocr page 320

316

zal niets gespaard worden om hem eer aan te doen. Is de weduwe al met haar dubbel verlies bekend?quot; „De lijfarts zou haar het bericht overbrengen.quot; Onder dankbetuiging voor zijne goede zorgen werd de directeur weggezonden. Toen hij vertrokken was, wierp de vorst zich in een leuningstoel neder, en terwijl er een traan langs zijne kaken neerdaalde, prevelde hij: „Hij heeft mijn zoon en Werna willen redden, ten koste van alles. Mijn arme, arme vriend. Deze prijs was te hoog!quot;

Op hetzelfde uur ontving mevrouw von Falkenstein het bezoek van den dokter. Zij verwonderde zich niet over zijne komst. Sedert het ongeluk dat hen getroffen had, kwam hij telkens aan, meer als vriend dan als geneesheer, ten einde hun te vragen of hij niets voor hen vermocht te doen.

Hij drukte haar zwijgend de hand en zeide, na een oogenblik aarzelens:

»lk schijn geroepen te zijn u steeds de droevigste gebeurtenissen te moeten meededen mevrouw.quot;

„Mijn echtgenoot?quot; mompelde de ongelukkige: „ik had het moeten voorzien; dat bezoek was te veel voor zijne krachten, niet waar? O! waarom weigerde hij mij mee te laten gaan ? Ik zou alles gedragen hebben door de vreugde mijn kind weèr te vinden! Is hij door een beroerte getroffen?quot;

„De generaal is ziek____heel ernstig ziek____quot;

„Zeg liever in eens het ergste. Hij is overleden, niet waar?quot;

De geneesheer boog sprakeloos het hoofd.

„O! die ongelukkige! die ongelukkige!quot; snikte zij verslagen: „Hij moet er een voorgevoel van hebben gehad want toen hij vertrok, nam hij afscheid als gold het voor het leven. En welk een ontzettende straf voor mijn armen zoon! Hij heeft den schok ten minste kunnen doorstaan? Ik weet wel, op zijn leeftijd biedt men weerstand aan

ocr page 321

317

zoovele zaken, en Otto is niet alleen jong, maar ook

gezond en krachtig, maar toch____ het moet hem

diep getroffen hebben. Waarom bewaart gij het stilzwijgen, waarom stelt gij mij niet aanstonds gerust? Wat is er met Otto?quot;

«Ook hij is ongesteld, mevrouw.quot;

In een oogwenk was zij overeind. Als een gekwetste tijgerin sprong zij op hem toe.quot;

„Ongesteld?quot; herhaalde zij. „Dat beteekent in uw mond „doodquot;, niet waar? O! maar, dan heeft zijn vader hem vermoord en daarna zichzelf het leven benomen. Zeg dat het niet zoo is; zweer het mij.quot;

Wederom dezelfde akelige stilte.

„O! die ellendeling, die onmenschelijkebeul!quot; gilde de rampzallige vrouw. „Voor hem bestond slechts dat groote, holle woord: eer, en daaraan heeft hij zijn zoon opgeofferd. Maar hij had er het recht niet toe; Otto was mijn kind, hij hoorde mij alleen toe en ik had hem vergiffenis geschonken.quot;

Een hevig zenuwtoeval greep haar aan, en gedurende verscheidene achtereenvolgende uren wanhoopte men aan haar behoud.

Toen zij tot het leven wederkeerde, was het als eene stokoude vrouw, in wie alle goedheid, alle ontferming was gestorven.

HOOFDSTUK XXII.

Koningin Anna was van al het gebeurde door haar gemaal op de hoogte gebracht en ook haar schonk het bericht van Otto's dood eene groote verademing. Er viel thans voor geen onthullingen meer te vreezen; het treurspel was afgesponnen. Carl had zijn bittersten vijand verloren.

Maar wat was er waar van de beweringen van den gevangene. Zij twijfelde geen oogenblik aan Werna's

ocr page 322

318

onschuld, doch was het niet mogelijk dat een zoeter gevoel de harten der beide jonge lieden vereenigde; dat zijzelve blind was geweest voor hetgeen er onder haar oogen voorviel?

In dat geval, was het mogelijk nog niet te laat om alles te redden; maar zij moest onverwijld optreden; eiken dag zou het gevaar toenemen; er moest'aanstonds gehandeld worden, wilde haar zoon niet blootgesteld wezen aan het lot van dien anderen prins van Ragnarland, wiens lijden haar zoo levendig voor oogen stond.

In den loop van denzelfden middag liet zij de jonge hofdame bij zich komen. Deze zag hierin niets ongewoons; meestal ontbood de koningin haar op dat uur, om haar te verzoeken het een of ander voor te lezen, en na voor Hare Majesteit gebogen te hebben, trad Werna werktuigelijk op het boekenrek toe, waar het pas begonnen deel haar wachtte.

„Neen, ik dank u,quot; sprak de koningin op zachten toon: »wij zullen heden niet lezen. Kom hier dicht bij mij zitten, Werna, en zeg mij of gij reeds gehoord hebt van het nieuwe ongeluk dat de familie Falkenstein heeft getroffen ?quot;

«Ja, Majesteit,quot; antwoordde het jonge meisje, wier oogen zich met tranen vulden: «Het was een hopelooze daad van den generaal; maar zijne vertwijfeling moet hem half waanzinnig hebben gemaakt, en ik betreur hem als een vader.quot;

«De ongelukkige gaf niet enkel aan zijne wanhoop toe.quot;

«Ik begrijp niet wat Uwe Majesteit bedoelt.quot;

«De koning heeft berichten ontvangen, die hem alle recht geven te gelooven dat de generaal nog tot het laatst toe voor zulk een uiterst middel terugdeinsde. Hij ging er niet toe over, dan nadat hij er in zekeren zin toe genoodzaakt was geworden.quot;

«Door Otto zelf?quot;

ocr page 323

319

„Ja. Hij wilde van hem verkrijgen dat hij zwijgen zou,quot; en de vorstin zag haar uitvorschend aan.

„Zwijgen?quot; herhaalde het jonge meisje een weinig verbleekend: „Wist hij dan dat hij spreken zou?quot;

«De schuldige had dit in zijn overmoed vooraf aan den rechter van instructie verklaard, en het was zijn vader ter oore gekomen. De grijsaard heeft hem deze nienwe laaghartigheid willen beletten.quot;

„Het is vreeselijk!quot; mompelde Werna, het gelaat met de handen bedekkende.

«Otto von Falkenstein is, ondanks zichzelven, tot een eeuwigdurend stilzwijgen gedoemd,quot; hernam de lieve vrouw; «maar het is ons bekend vrat hij gedurende de terechtzitting aan het publiek had willen onthullen. Kunt gij vermoeden wat het was mijn kind?quot;

Elke bloeddruppel scheen uit Werna's gelaat geweken, en zij boog het hoofd terwijl zij antwoordde:

«Ja, mevrouw, ik weet waartoe hij in staat zou zijn geweest.quot;

De koningin boog zich dichter tot haar over en greep hare hand.

„Kunt gij mij niet voor eenmaal als uwe moeder beschouwen, lieve? Eene moeder, die vol toegevendheid zou aanhooren wat gij haar toe te vertrouwen hadt?quot;

Werna hief de fraaie, trouwe oogen naar haar gebiedster op en antwoordde:

„Ik heb Uwe Majesteit niets toe te vertrouwen. Zij kent mijn verleden; mijne toekomst verbergt geen hoop.quot;

«En bevat de dag van heden geen droefheid, mijn kind?quot;

«Wellicht, Majesteit. Doch indien dat zijn mocht, zal ik die smart weten te overwinnen.quot;

„O! ik twijfel niet aan uw moed, Werna; ik heb u gadegeslagen in de donkerste oogenblikken en geen zwakheid in u gevonden. Maar er is een gevoel van het menschelijk hart dat de dappersten onzer overwint,

ocr page 324

320

zoo men het niet tijdig met wortel en al uitroeit. Vergeef het mij zoo ik u pijn moet doen, misschien om u daartegen te beveiligen; is het waar dat gij prins Carl liefhebt?quot;

Werna werd, zoo mogelijk, nog bleeker, maar aarzelde niet te antwoorden:

«Hetis waar, Majesteit; doch wat ik u bidden mag, mevrouw, verdenk mij geen oogenblik van misplaatste eerzucht. Ik zou reeds van hier zijn gegaan, zoo ik niet voorzien had dat mijn verdwijnen, juist toen Otto zich gereed maakte mij te belasteren, slechts voet zou hebben gegeven aan het door hem verspreide gerucht. Alleen in de nabijheid Uwer Majesteit achtte ik mij veilig. Thans echter nu het gevaar bezworen is, zal ik heengaan, om het even waar, en slechts de herinnering medenemen aan uwe moederlijke goedheid, die ik niet ophield waardig te zijn.quot;

Een pijnlijke zucht ontsnapte aan de lippen der vorstin. Tot daartoe had zij, ondanks alles, gehoopt dat men zich zou hebben vergist.

„En mijn zoon?quot; vroeg zij angstig: «heeft ook hij u lief?quot;

«Ja, Mevrouw; doch Zijne Koninklijke Hoogheid is evenals ik doordrongen van het onbestaanbare dier gehechtheid en zal niets nalaten om haar te vergeten.quot;

«Vergeten? Gelooft gij nog aan die mogelijkheid?

Dan zijt gij jonger dan ik dacht.quot;

«Wanneer vergeten een plicht wordt, streeft men niets anders meer na. O! Uwe Majesteit stelle zich niet voor dat wij die liefde hebben voelen aankomen; in dat geval zoude het mogelijk zijn geweest haar te onderdrukken zoodra zij geboren werd. Neen, terwijl ik den prins meende te haten, terwijl ik zijn bijzijn als dat van een vijand ontweek, was het slechts die opwellende teederheid welke mij vervulde met hare geheimzinnige macht. Den dag waarop ik dat ontdekte, besloot ik een onoverkome-

ocr page 325

321

lijken scheidsmuur op te werpen tusschen hem en mij, nam ik het huwelijksaanzoek aan van Otto von Falkenstein, die mij weliswaar een instinctmatigen afkeer inboezemde, maar de eenige was die op dat oogenblik naar mijne hand dong. Ik heb in alle oprechtheid getracht mij aan hem te hechten, en ofschoon zijn karakter mij spoedig verbood hem lief te hebben, zou het volbrengen mijner plichten mij geleerd hebben den prins te vergeten. Helaas! het heeft niet aldus mogen zijn. Monseigneur, die nauwelijks vertrokken, reeds vernam wie de moordenaar mijns vaders was geweest, schreef mij, zonder mij deze ontdekking mede te deelen, om mij te smeeken van dat huwelijk af te zien; ik die mijn hart duchtte, wilde van geen verbreken weten, ik vreesde ook dat Otto zich op hem wreken zou; en ten einde raad, kwam hij zelf over, en hadden wij een onderhoud, waarbij het ook hem duidelijk werd dat hij mij liefhad. Doch nog dienzelfden avond besloten wij beiden tegen ons gevoel te strijden; niets viel er sedert tusschen ons voor, tot op den dag dat ik mijn leven voor het zijne mocht in gevaar stellen; deze daad was. op zichzelve genomen, reeds eene bekentenis dat, hoe onverschillig ik mij ook had mogen voordoen, het oude gevoel in mij bleef voortleven; toch poogde ik, eenmaal hersteld, mijn comedie-spel vol te houden, maar ik was lichamelijk nog te zwak om mijne zware rol voort te zetten en nog eenmaal, een laatste maal, namen wij afscheid van elkander voor het leven. Wij wisten welk gevaar ons van de zijde van den gevangene dreigde en wij hebben af willen wachten wat er zou geschieden. Thans echter nu de hemel ons genadig is geweest, kan niets ons weerhouden ons sterk te toonen, en durf ik uwe Majesteit om mijn ontslag vragen.quot;

De Koningin had haar tot het eind toe aangehoord, zonder iets van hare gevoelens te laten blijken. Thans hief zij het gebogen hoofd weder op en vroeg:

«En mijn zoon? Zal hij u laten gaan?quot;

21

ocr page 326

322

„Zonder eenigen twijfel, mevrouw.quot;

„Zonder te trachten u weder te vinden?quot;

„De prins zal daartoe geen enkele poging aanwenden. De ernst van mijn besluit is hem daartoe te goed bekend.quot;

„En gij, Werna, waarheen zijt gij van plan u te begeven?quot;

„Ik heb er in den laatsten tijd veel over nagedacht, Majesteit, en ik ben lot het besluit gekomen dat het ergens ver buiten de wereld moest zijn ; de omgang met menschen zou mij smartelijk vallen; eenzaamheid is zooveel zoeter dan het bijzijn van onverschilligen; daarenboven heeft mijne ziel er behoefte aan weder tot rust te komen. Zij heeft sedert een enkel jaar zoovele schokken doorstaan.quot;

„Wilt gij dan naar het buitenland gaan?quot;

„Neen, Mevrouw, tenzij dit u verkieselijk mocht voorkomen. Ik heb mij herinnerd dat mijn vader eene groote voorliefde koesterde voor een klein groen eiland op onze kust, ver heel ver van hier, waar hij een huisje had laten bouwen, om er des zomers eenige weken door te brengen met mij. Ik zal mij aldaar gaan begraven, vlak bij dien onmetelijken oceean die hem zoo dierbaar was en waarvan hij mij zulke wondervolle verhalen deed. Mijne kamenier, die mij reeds als kindermeid diende, zal mij daarheen vergezellen, en wellicht dat de stormen in mijn binnenste tot bedaren zullen komen; bij het oorlogsgeluid der orkanen van de natuur.quot;

„Maar mijn zoon.... zal hij weten waarheen gi] u

begeeft?quot;

Werna wierp het hoofd achterover met een halt wanhopige, half zegevierende uitdrukking:

„Neen, Mevrouw,quot; antwoordde zij hooghartig „indien ik een zoo van de wereld vergeten plek gekozen heb, dan is het ook in hooge mate omdat Zijne Hoogheid mij nooit aldaar zou zoeken.quot;

De Koningin zag haar met een door tranen benevelden blik aan en stak haar de armen toe.

ocr page 327

323

Werna wierp zich daarin, en terwijl Hare Majesteit haar aan heur hart liet uitweenen, fluisterde zij:

„Het is gelijk ik wel voorzien had, mijn kind; gij hebt u niets te verwijten en ik kan u slechts beklagen. Alle schuld ligt aan mij ik had niet kortzichtig genoeg mogen wezen om te vergeten dat uwe schoonheid eene onweerstaanbare betoovering moest uitoefenen op iemand als Carl, wiens blik ook steeds tot het hooge, het edele getrokken wordt. Wat geschied is moest gebeuren, dat het geen ernstiger omvang heeft genomen heb ik alleen aan u te danken. O! spreek mij niet tegen; mijn zoon is een man en zou nooit de kracht hebben gehad uit eigen beweging te zegevieren. O! liefste, ik meende dat ik tot hiertoe reeds veel van u hield; maar van dit oogenblik af zijt gij mij dubbel dierbaar. Ik weet thans wat gij waard zijt en mijn hart bloedt bij de gedachte wat mijn zoon zal moeten verliezen. Ware ik zelve meesteres over zijn lot, gij zoudt heden nog zijne bruid wezen. Niemand ware dat zoozeer waardig als gij; doch de zoon eens konings behoort zijn vaderland toe; hij moet bereid staan ten allen tijde over dat rijk te kunnen regeeren; Carl vooral, die zijn broeder zou kunnen opvolgen, en mijne macht reikt niet ver genoeg om de wetten van Ragnarland te veranderen, die willen dat de erfprinsen eene vorstin van den bloede zullen huwen.quot;

«De goedheid uwer Majesteit maakt mij deze smartelijke ure onbegrijpelijk licht,quot; antwoordde Werna, zich weder opheffende: «en sterkt mij meer dan ooit in het besef van mijn plicht. Wanneer veroorlooft u mij te vertrekken?quot;

«Wanneer gijzelve wenscht, mijn kind; mij dunkt dat er geen onmiddellijke haast bij is.quot;

«Zou freule Liliënstern mij niet voorloopig kunnen vervangen ?quot;

«Zeer goed; maar gij wilt ons toch niet verlaten, voordat er een ander in uwe plaats aangesteld is?quot;

«Indien Uwe Majesteit dat vergunt, zou ik liefst

ocr page 328

324

vertrekken aleer er nog van het plan mij voor goed te vervangen sprake zij. De prins zal zoodoende niets vermoeden.quot;

«Wilt gij dan heengaan zonder hem vaarwel te zeggen ?quot;

„Het is wijzer, mevrouw. In dergelijke uren wordt men zoo licht week gestemd, tracht het hart ons te overmeesteren, ik durf niet verzekeren dat ik sterker zou zijn dan anderen. Mijn overhaast vertrek, zonder afscheid, zal den prins daarentegen verbitteren. Mannen verstaan zoo weinig van de vrouwelijke ziel. Zijne Hoogheid zal gelooven dat mijne genegenheid voor hem vergeten was, en dat ik mij gelukkig rekende op die wijze een eind te maken aan onzen kortstondigen liefdesdroom. Hij zal het mij niet vergeven, en aldus het eerst genezen zijn.quot;

«O! Werna, wat gij mij daar voorstelt is vol zelfverloochening. Hoe weinigen zouden de kracht hebben aldus te handelen!quot;

„Uwe Majesteit vergunt mij dus reeds morgenochtend vroeg te vertrekken?quot;

„Gij zijt vrij te handelen al naar uzelf het best voorkomt. Maar wat zullen wij zeggen om uw overhaaste afreis te verklaren?quot;

„Eene verre achternicht van mij, gravin de Wetstein in Pruissen, is zeer ziek; men weet niet in hoeverre ik haar vroeger kende. In den afscheidsbrief, dien ik voor de grootmeesteres en de andere dames van het hof achter zal laten, zal ik zeggen dat ik onverwijld bij haar geroepen ben. Zij lijdt aan kanker, haar ziekte kan dus geruimen tijd duren, te lang voor Uwe Majesteit om mijne plaats open te houden.quot;

„ja, dat zal het beste zijn. Vergeet echter niet dat ikzelve ten allen tijde uw verblijf moet kennen.quot;

„Indien Uwe Majesteit het veroorlooft, zal ik Haar somtijds nog eens schrijven. Die bezigheid zal de zoetste vreugde van mijne eenzaamheid uitmaken.quot;

ocr page 329

325

Een uur later trad de koningin bij den koning binnen. Hij was alleen, en zij liep op hem toe en liet de hand op zijn schouder rusten:

„Oscar,quot; zeide zij: „ik heb met Werna gesproken.quot;

Hij zag verrast op.

„Welnu?quot; vroeg hij.

„Zij wachtte slechts den uitslag van Falkenstein's proces af, om uil eigen beweging te vertrekken.quot;

«Dus is het dan toch waar?quot; riep de koning driftig uit. „Zij heeft vergeten wat zij ons verschuldigd was?quot;

„Zij heeft niets of niemand vergeten, als alleen zich-zelve,quot; gaf zijne gemalin rustig ten antwoord. „Carl heeft haar lief gekregen, is dit wel onverklaarbaar? Geen vrouw kan iets meer betooverends voor een man hebben. Zijzelve heeft dat gevoel beantwoord; ik zal de laatste wezen er mij over te verwonderen dat men onzen zoon bemint; doch beiden zien in dat hunne genegenheid niet voort mag duren, en het jonge meisje heeft den moed zich los te scheuren van alles wat haar dierbaar is en ons reeds morgen met het aanbreken van den dag te verlaten.quot;

„Dan reeds?quot; mompelde de koning.

„Het moet. Zij heeft gelijk;quot; en zij deelde hem het onderhoud mede dat zij met Werna had gehad.

Tot het eind toe hoorde hij haar zwijgend aan, en ten laatste zeide hij:

„Gij hebt gelijk, dat kind heeft recht op de warmste bewondering. Verzeker haar toch van mijne onveranderlijke gevoelens ten haren opzichte. Dunkt het u niet overbodig dat ik nu nog met Carl zou spreken?quot;

„Het zou niet alleen nutteloos, maar tevens gevaarlijk zijn. Indien zij vertrekt zonder dat wij hem ondervraagd hebben, zal hij meenen dat zij uit eigen beweging heengaat, en dat haar geheim ons onbekend bleef; is dit het geval niet, dan zal hij er een weemoedig genoegen in vinden u telkens over zijne liefde te spreken; voortdurend

ocr page 330

326

neêrte komen op zijn leed, en zijne wond zal aldus blijven voortbloeden. Eene smart te verzwijgen is zoo bitter dat het die droefheid als een gloeiend ijzer uitbrandt.quot;

«Ja, gij hebt gelijk. Ik zal mij in alle opzichten houden aan uw raad.quot;

Niemand bemerkte dien avond iets ongewoons in Werna's houding. De algemeene stemming was somber. Men kwam telkens op het treurspel van dien morgen terug en eenieder hadt daaromtrent een ander oordeel; maar de jonge hofdame scheen dat alles als in een droom aan te hooren; zij droeg een droevigen doch zeer schoonen glimlach op de lippen en hield zich onafgebroken in de onmiddellijke nabijheid der koningin.

»Adelheid's dood moet u veel leed hebben veroorzaakt ?quot; zeide Carl, terwijl hij een oogenblik naast haar kwam zitten.

„Ik vernam die tijding eerst heden morgen/' klonk het antwoord, waarbij de stem der jonge hofdame merkbaar trilde. „Hare Majesteit had de goedheid gehad mij haar tot dusverre te verzwijgen; maar gelijktijdig met het bericht der ramp werd zij mij bekend, ik zal mij moeielijk troosten over het gemis mijner edele, lieve vriendin; maar betreuren durf ik haar niet. Haar leven was zoo verheven, zoo schoon, en wat had de toekomst haar nog anders kunnen brengen dan ellende.quot;

,, De generaal zou nooit deze hopelooze daad volbracht hebben, indien zij nog aan zijne zijde ware geweest,quot; meende de grootmeesteres.

«Is het waar wat men vertelt dat mevrouw von Falkenstein weigert zijn stoffelijk overschot in hare woning toe te laten?quot; vroeg de koning.

«Helaas! ja, Sire,quot; sprak de adjudant van dienst. «Men zou geweld hebben moeten gebruiken om dat gedaan te krijgen.quot;

«Het is ongehoord. Ik had geweigerd het te gelooven.quot;

«De weduwe ziet heel het verleden over het hoofd.

ocr page 331

327

en vergeet al wat Otto heeft misdaan, om in den vader nog slechts den moordenaar van haar zoon te zien. Men vreesde dat, zoo men het waagde haar wil tegen le gaan, zij zich op het lijk zou hebben geworpen.quot;

«Rust het nog altijd in de gevangenis?quot; vroeg de koning met eene huivering.

«Neen, Majesteit, Staadsraad von Dortling, een vriend van den generaal, heeft verzocht om de eer het tot de leraardebestelling bij zich aan huis te mogen hebben. Daarheen is het hedenmiddag overgebracht.quot;

«En de andere doode?quot;

«Zal heden nacht in alle stilte begraven worden; waarschijnlijk wordt hij langs den tuinkant weggevoerd, want het volk is verwoed; de generaal deed veel goed onder de armen en was zeer bemind, evenals zijne oudste dochter. De menigte was reeds bijzonder opgewonden over den aanslag op Zijne Koninklijke Hoogheid gepleegd; thans echter kent de verbittering paal noch perken meer. Men hoort luid over straat schreeuwen dat de vorstenmoordenaar Falkenstein ook zijne zuster en zijn vader heeft gedood.quot;

«Het is inderdaad het somberste drama, dat ik mij herinner ooit gehoord te hebben, en ik verlies er mijn besten vriend bij. Wie had iets dergelijks voorspeld, toen, betrekkelijk nog zoo kort geleden, het jonge mensch voor het eerst in ons midden aanzat en zoo fier scheen op zijn pas verworven post.quot;

«In korten tijd kan zooveel veranderen,quot; mompelde Werna.

«Toch niet alles, niet waar?quot; vroeg de prins haar nauw hoorbaar; er zijn dingen die niet voorbijgaan.quot;

«Alles wat aardsch is kan een einde nemen. Monseigneur,quot; antwoordde zij ernstig: «Ik begrijp meer en meer de kluizenaars die zich van alles losmaken omdat niets blijvend is.quot;

Hij zag haar, smartelijk getroffen, aan,

ocr page 332

328

„Hermietcn zijn niet gelukkig,quot; vervolgde hij op denzelfden toon, terwijl hun gesprek alleen opgevangen werd door de koningin, die oogenschijnlijk naar een verhaal der grootmeesteres luisterde. „Zij hebben de wereld enkel verlaten, omdat elke vreugde reeds voor hen gestorven was.quot;

„Wie zegt u dat, prins? Hebben wij ooit hun bestaan doorleefd? Hun eigen geheimen verraden zij niet. Ik geloof integendeel dat menigeen hunner het woelige leven daarbuiten voor eenzaamheid ontweek, in de dagen toen de aarde nog meer dan eene belofte voor hem scheen weg te leggen. Maar zij wisten dat hunne schoonste rozen sterfelijk waren en zij vreesden haar verwelken te aanschouwen; in hunne kluis wachtte hun geen blijdschap maar ook geen ontgoocheling.quot;

«Gij zijt zeer somber gestemd heden avond,quot; sprak Carl verwijtend.

«Ik heb heden genoeg vernomen om mij bedroefd te gevoelen.quot;

«Treurt gij misschien nog om Otto?quot; vroeg hij met eene plotselinge opwelling van ijverzucht.

«Monseigneur,* zeide zij ijskoud: «Eene dergelijke vraag is uwer onwaardig. Al de hier aanwezigen hebben mij gekend als Falkenstein's bruid, maar hetgeen zij sedert vernamen heeft hun zoodanig bewezen dat onze naturen niet bij elkander voegden, dat geen hunner de onkieschheid heeft gehad te aarzelen in mijn bijzijn zijn meening uit te spreken. Zij hebben vergeten, gelijk ik vergeten heb, en ik dank hen daarvoor.quot;

«Vergeten schijnt u zeer gemakkelijk te vallen,quot; zeide hij, verbitterd door het stil verwijt dezer woorden.

«Alleen daar, waar degenen die mijn pad kruisten mij elke herinnering onmogelijk maakten. Indien ik mijn voormaligen bruidegom vergeet, dan geloof ik dat dit tegenover hem slechts barmhartigheid is. Aan hem terug te denken zou mij noodzaken hem te verachten.quot;

ocr page 333

329

Hel gesprek werd hier afgebroken, en toen zij een uur later van elkander gingen, was er niets in Werna's groet of blik dat Carl haar innerlijken zielestrijd verried, en toch wist zij dat zij hem voor het allerlaatst aanschouwde, dat zij evenals de hermiet van wien zij gesproken had, uit de volle gloriezon van geluk en liefde, in de schaduw trad om deze niet weder te verlaten ; dat zij van heel de verblindende wereld niets anders meênam als de herinnering aan hare lente-rozen, die langzamerhand in zijn hart zouden verwelken, om niet te herbloeien dan voor eene andere als zij.

Zij volgde de koningin, die haar verzocht had haar naar hare vertrekken te vergezellen, en hare slanke gestalte verhief zich zoo fier, zoo loodrecht, dat het was alsof zij hare smart wilde uitdagen haar ter neder te buigen.

Toen zij voor den koning boog en voorbij wilde treden, stak deze, gehoor gevende aan eene plotselinge opwelling van innig medelijden, haar de hand toe en drukte haar zacht de doorschijnende vingers. Tegenover deze onverwachte goedheid had zij moeite hare geestkracht niet te verliezen, maar bijna aanstonds was zij zichzelve weder meester, en schreed zij verder.

„Mijn arm, arm kind!quot; fluisterde koningin Anna, zoodra zij zich alleen met haar bevond; „wat hebt gij hedenavond moeten leiden! O! ik heb de woorden gehoord die gij met Carl wisseldet en u bewonderd geen enkel oogenblik van zwakte te hebben gekend, terwijl mijn hart zelf in opstand tegen hem kwam. Hoe kon hij zoo hard wezen ?«

«De prins lijdt onder dezen toestand, en dan wordt men licht onrechtvaardig. Ik maak mij trouwens geen illusie, gedurende de eerste dagen van mijne afwezigheid zal hij mij beschuldigen van al wat laag is, maar van lieverlede zal zijne droefheid verminderen en zult gij hem weder gelukkig zien.quot;

»Qod geve dat gij gelijk moogt hebben,quot; sprak de

ocr page 334

330

vorstin; «de prinsen van Ragnarland vergeten anders niet licht.quot;

„Uwe Majesteit zinspeelt op haarongelukkigen zwager; doch deze was een kunstenaar, en droeg daardoor een vrouwelijke, overgevoelige ziel in zich om, bezat het hart van een meistreel. Zijn natuur zelve veroordeelde hem van liefde te sterven, indien die teederheid gedwarsboomd werd. Prins Carl daarentegen is een zeeman, heeft het gestaalde karakter van hen wien het van de eerste jeugd af lief is geweest met de vertoornde elementen te kampen. Hij zal eveneens strijden met zijn gevoel en het overwinnen gelijk hij over den oceaan zegepraalt.quot;

„En gij alleen zult dan ongelukkig zijn?quot;

„Ik zal trachten geluk om mij heen te verspreiden, Majesteit, dat zal mijne levensvreugde wezen.quot;

Nog lang bleven beide vrouwen dien avond met elkander praten, en Werna, die reeds alles tot de afreis bepaald had met hare kamenier, moest beloven den volgenden morgen vroegtijdig nog even aan het bed der vorstin te komen om afscheid van haar te nemen.

Het jonge meisje vermocht dien nacht den slaap niet te vatten; telkens herinnerde zij zich zijne laatste woorden. Was het dan aldus dat zij van elkander moesten gaan, om elkander nooit weder op aarde te ontmoeten ? Was dit het vaarwel geweest, dat hij haar meegaf op den onafzien-baren, troosteloozen weg, dien zij alleen zou vervolgen ?

Hij was wreed geweest en toch, hoe lief had zij hem niet, wat zou zij niet gegeven hebben opdat hem tenminste elke smart bespaard ware gebleven; hoe vurig bad zij niet dat hij haar spoedig, o! heel spoedig vergeten mocht!

Reeds ten vijf ure in den morgen was zij gereed tot de afreis, en het had nog geen half zes geslagen toen zij bij de koningin binnentrad.

Deze nam hare hand en er een kostbare ring aan stekende, fluisterde zij haar toe;

ocr page 335

331

„Van een dankbare moeder, die niets liever verlangd zou hebben dan u hare dochter te noemen. Vaarwel, Werna, vaarwel, mijn kind.quot;

En zij klemde haar in de armen, terwijl het jonge meisje, sprakeloos van aandoening, tevergeefs naar woorden zocht om haar te danken.

Een kwartier later bevond zij zich reeds ver vandaar. Nog een laatste maal boog zij het bleek gelaat uit het rijtuig. Vredenborg werd door de zilveren morgennevelen aan haar oog onttrokken.

HOOFDSTUK XXII.

Het was half tien en de beide prinsen waren juist met hun ontbijt gereed, toen de adjudant van dienst binnentrad.

«Is er nieuws?quot; vroeg Carl als naar gewoonte, na den jongen man goeden morgen te hebben gewenscht.

„Otto von Falkenstein is werkelijk gedurende den afgeloopen nacht begraven. Het volk, dat thans opeens niet meer wil gelooven dat hij dood is, omdat men alleen het lijk van den vader zag vervoeren, heeft de vensters ingeslagen en de zware deuren beschadigd. Maar het heeft nog wat meer moeite gekost de moeder te verhinderen bij hem toegelaten te worden. De arme vrouw wilde haar zoon nog volstrekt eene laatste maal zien.quot;

„Waarom heeft men niet toegegeven aan dien iicht-verklaarbaren wensch der ongelukkige?quot;

„Omdat zijn aanblik afzichtelijk was. Het schot heeft hem zoo het schijnt in het linker oog getroffen, en het gansche hoofd was onherkenbaar.quot;

„En de generaal?quot;

„Hij zal, op uitdrukkelijk bevel van Zijne Majesteit, met alle denkbare eerbewijzen ter aarde worden besteld.

ocr page 336

332

Eenieder beschouwt zijne daad als voortspruitende uit droefheidswaanzin. Zijn kelk was dan ook inderdaad volgemeten, en de blijken van deelneming gaan alle beschrijving te boven. Hij zal in het familiegraf worden bijgezet naast zijne oudste dochter, die hij nog slechts zoo kort geleden naar het kerkhof droeg; mij, dnnkt ik zie hem daar nog staan bij de geopende groeve, zoo bleek dat het u angst aanjoeg; en geen andere woorden vindende dan: „vaarwel, mijn kind, mijn edele vertroosteres, gij deedt wel met in te slapen; zelfs uw vader wenscht u niet terug!quot; Hij stortte geen traan, en ging daarop weder, op den arm van zijn schoonbroeder geleund, met vasten tred naar het rijtuig toe. Niemand durfde hem te naderen om hem een woord van medelijden toe te voegen; wij gevoelden allen dat iedere volzin hier eene ontwijding zou zijn van zulk eene smart.quot;

„Ik zal hem grafwaarts volgen,quot; sprak Carl ontroerd: en is er verder niets?quot;

„Niets, Monseigneur, als alleen dat er eene kleine verandering in het hofpersoneel plaats zal hebben.quot;

Diamantino was op eens opmerkzaam geworden.

„Welke?quot; vroeg hij snel.

„Freule Liliënstern is op Vredenborg ontboden.quot;

„Hoedat?quot;

„Om freule von Adlersfluch tijdelijk te vervangen.quot;

„Is deze dan weder ziek?quot; vroeg de Oosterling, terwijl Carl den adjudant vol sprakelooze verbazing aanstaarde.

„Neen, maar zij heeft zich onverwijld moeten begeven naar een harer bloedverwanten die zeer lijdende is.quot;

„Zij kan toch niet vertrokken zijn.quot;

„Ja, Monseigneur, zij reisde om half zes af. Het schijnt dat de avondpost haar den brief heeft gebracht, die haar daartoe uitnoodigde en dat Hare Majesteit haar aanstonds voor onbepaalden tijd verlof heeft gegeven.quot;

„Zij vergezelde inderdaad mijne moeder naar hare

ocr page 337

333

vertrekken,quot; sprak Carl haastig: „Weet gij ook wie die bloedverwante is?quot;

„Gravin de Wettstein. Freule von Adlersfluch begaf zich rechtstreeks naar Potsdam.quot;

Diamantino wist het gesprek op een ander onderwerp te brengen; maar nauwelijks waren zij weder alleen, of Carl begon met groote schreden het vertrek op en neer te loopen en riep uit:

„Zij heeft mij ontvlucht! Die ziekte is een voorwendsel; zij heeft mij voor altijd verlaten!quot;

Nog eenige malen liep hij het vertrek op en neer en bleef toen voor den zwarten prins staan.

„Waarom antwoordt gij mij niet?quot; vroeg hij driftig.

„Omdat ik uwe overtuiging deel,quot; klonk het langzaam.

„En gij kunt mij dit zoo kalm zeggen? Ziet gij dan niet dat ik radeloos ben van smart?quot;

„Carl,quot; antwoordde de jonge man, terwijl hij de hand op den schouder van zijn vriend liet rusten: „wees een man. Ik ook, ik heb ter wille van die vrouw, uren doorworsteld van de waanzinnigste smart; maar niemand, zelfs zij niet, heeft van mij gezien wat ik leed. Gij zijt verreweg gelukkiger dan ik; ook al moest gij haar nooit wederzien, zoudt gij u steeds mogen herinneren dat gij eenmaal en van ganscher ziele door haar bemind werdt. Voor het overige is die liefde onmogelijk. Zij moest eindigen gelijk thans.quot;

„Meent gij dus waarlijk dat zij niet weder zal keeren ?quot;

„Gijzelf gelooft het niet.quot;

„En zij had den moed te vertrekken zonder een enkel woord van vaarwel!quot; luidde het bitter: „Is dat liefde?quot;

„ja, het is de teederheid die te groot is om niet te weten dat de kracht haar zou begeven bij het afscheid.quot;

„O! maar ik zal haar volgen.quot;

„Waarheen!quot; klonk het medelijdend.

„Naar Pruissen.quot;

„Gelooft gij dan waarlijk dat zij zich daarheen begeeft ?quot;

ocr page 338

334

„Zoudt gij het tegendeel meenen?quot;

«Zeer zeker. Werna is gevlucht; zij heeft andermaal het onoverkomelijke willen stellen tusschen haar eigen hart en u. Indien zij katholiek ware geweest zou zij waarschijnlijk gehandeld hebben zooals Louise de la Vallière en zich in een klooster hebben teruggetrokken...quot;

„Waaruit ik haar, even goed als Lodewijk XIV zou hebben ontvoerd,quot; viel Carl hem onstuimig in de rede.

Diamantino glimlachte droevig en hernam:

„Dat is het juist wat zij vreesde. Gij zoudt haar opgespoord hebben, indien zij het gewaagd had haar juiste verblijfplaats op te geven, en waartoe zou dan nog haar offer hebben gediend ? Neen, Werna is moedig en zij kan niet anders dan een moedig besluit genomen hebben. Wedervinden zult gij haar niet,quot;

De jonge zeeman liet zich op een stoel neervallen; hij gevoelde zich als vernietigd en sprak op somberen toon:

«Zij heeft mij nimmer bemind, of wel zij zou nooit de kracht hebben gevonden tot een dergelijken stap.quot;

„O! dwaas die gij zijt!quot; rtep de Oosterling met bittere spotternij uit: „Wilt gij dan, tegen beter weten in, ondankbaar zijn en Uzelf pijnigen ? Of is haar verdwijnen niet de hartstochtelijkste bekentenis harer liefde 1 Indien zij zich krachtig genoeg had gevoeld hare teederheid te beheerschen, zou zij gebleven zijn. Thans vlucht zij als de gekwetste ree de een of andere wildernis binnen, om daar, tot zelfs voor uwe oogen, de diepte harer wond te verbergen. Zij zal daarvan niet genezen, maar althans het bewustzijn in zich omdragen haar plicht tot het eind toe te hebben volbracht. Het is gemakkelijk de hand uit te strekken naar de zoete levensvreugde, wanneer deze tot ons komt, maar datzelfde geluk als Cleopatra's parel op te lossen in zijn beker alsem, omdat dat geluk ons verboden is, daartoe zijn slechts enkele zielen in staat.quot;

ocr page 339

335

„Het zal haar weinig baten.quot;

„Waarom, Carl?quot;

Omdat ik mij geen rust zal gunnen voor ik haar verblijf uitgevonden heb.quot;

„Dat zult gij niet doen,quot; luidde het op vasten toon.

„Wie zou mij dat verhinderen?quot; riep de jongeling uit, geheel buiten zichzelven van smart.

„Gij zult het niet doen, omdat het eene laaghartigheid zou zijn,quot; hernam de zwarte prins met kracht: „Gij bemint haar, dat zij zoo; maar wat heeft uwe liefde haar aan te bieden? Gijzelf erkent dat een huwelijk tusschen u beiden onmogelijk is, en de man die Werna von Adlersfluch niet tot zijne bruid kan nemen, heeft het recht niet haar langer van zijne genegenheid te spreken.quot;

„Onze liefde had kunnen blijven wat zij was: het louter geluk aan elkanders zijde te leven!quot;

„Dan kent gij het menschelijk hart al zeer weinig; het zou zich op den duur daar niet mede tevreden hebben gesteld. Gij vermocht haar alleen te spreken, haar hier en daar te ontmoeten; zij zou niet meer vrij zijn geweest alleen door het park te zwerven, zonder de vrees dat gij haar daar zoudt opzoeken, en slechts de geringste dergelijke onvoorzichtigheid ware voldoende geweest hare reputatie voor altijd te vernietigen. Wat hadt gij haar in ruil weer te geven voor haar naam, voor de achting der wereld, voor het vertrouwen uwer moeder?quot;

„Gij hebt gelijk,quot; mompelde Carl, langzaam tot bezinning gerakende: „maar haar verliezen is zeer hard.quot;

„Dat weet ik uit eigen ondervinding; doch het ware harder nog haar leven te verwoesten:quot; „

„Vriend,quot; sprak de prins eensklaps: «wilt gij mij den grootsten dienst bewijzen, dien iemand voor mij over zou kunnen hebben?quot;

„Gij weet dat gij slechts over mijne vriendschap te beschikken hebt.quot;

ocr page 340

336

„Na haar vertrek zal Vredenborg alle aantrekkelijkheid voor u verloren hebben?quot;

„Ik ben er niet meer noodig, dat is zeker.quot;

«En het is u onverschillig waarheen gij verderzwer-ven zult?quot;

«Volkomen om het even. Ik heb geen oogen meer voor de schoone natuur of voor de schoonheid dergroote steden. Die hopelooze liefde doodde den levenslust in mij.quot;

«Welnu, volbreng gij dan wat alles mij verbiedt te doen. Spoor haar op, het zal u niet moeilijk vallen, want ik ben overtuigd dat zij geen valsch adres zal opgegeven hebben aan de Koningin, en mijne moeder stelt het grootste vertrouwen in u. Ik zal u niets vragen, maar gij zult tot Werna gaan en u overtuigen of zij daarginds, zoo niet gelukkig dan toch tevreden is. Schrijf mij dat en ik zal althans eenige kalmte wedervinden.quot;

«Uw wensch zal vervuld worden; ik beloof u dat ik haar wedervinden zal; maar vraag mij nooit naar den naam harer woonplaats, ik zou u dien niet zeggen.quot;

«Gij zijt hardvochtig.quot;

«Neen, ik wensch alleen te redden wat nog uit de schipbreuk van haar leven te behouden valt.quot;

«Zij scheiden daarop. Carl vergezelde zijn vader naar Holmford, waar zij het tweede ontbijt bij den kroonprins gebruikten en Pauline hem voortdurend op de pijnbank bracht door hare liefdelooze opmerkingen over de jonge hofdame, die zij zoozeer verfoeide.

„Zij alleen is de schuld van het gansche drama der Falkensteins,quot; verklaarde zij: «de ongelukkige moeder heeft het zelve aan een onzer adjudanten gezegd. Werna's coquetterie bracht Otto tot vertwijfeling.quot;

«Was het ook behaagzucht die hem den Schout bij Nacht deed vermoorden?quot; vroeg de koning ernstig; «Neen, Pauline, Werna was niet coquet, maar zij kon den man niet huwen die haar vader gedood had.quot;

ocr page 341

337

Verward over deze zoo juiste uitspraak, ging de kroonprinses voort op nog scherper wijze tegen het arme meisje uit te vallen, en Oscar 11, die maar al te goed begreep hoezeer Carl daaronder moest lijden en welk eene inspanning het hem kostte zich niet te verraden door haar met verpletterende woorden terecht te wijzen nam spoedig afscheid om naar Vredenburg terug te keeren.

Eerst aan tafel zagen moeder en zoon elkander weêr. De Koningin sloeg hem nauwlettend gade, maar behalve de zenuwachtige trek die zijn mond verwrong, was er niets in zijn uiterlijk dat de stormachtige gevoelens verried welke daarbinnen kampten. Hij had ingezien dat het slechts van zijne houding afhing Werna tegen elk vermoeden te verdedigen.

En intusschen vroeg Koningin Anna zich telkens af of zijne geestkracht voldoende zou blijken aan die tee-derheid op den langen duur het zwijgen op te leggen; of hij niet lijden zou, tot alle moed in hem weg zou sterven en hij zich overwonnen zou verklaren door het gevoel dat zijne geheele ziel had ingenomen.

Zij durfde hemzelf niet ondervragen; hoe gaarne zij hem ook in hare armen had laten uitweenen, kende zij het menschelijk hart te goed, om niet te welen dat eene droefheid waarover men spreekt niet gemakkelijk geheeld wordt. Wel verre van te vergeten of zijne smart door den tijd te voelen verzachten, zou Carl dagelijks ' tot haar zijn gekomen, om haar immer en opnieuw toe te fluisteren dat Werna zijn leven uitmaakte en dat hij zich niet troosten kon over haar verlies. Hij zou haar vertellen van haar bekoorlijkheid, van hare groote hoedanigheden, van het geluk dat zijn deel had kunnen worden, indien hij slechts geen vorstenzoon ware geweest, en aldus zou de bloedende wonde voortdurend open gehouden worden, was er van 'geen genezing sprake voor hem.

22

ocr page 342

338

Neen, zij moest blijven zwijgen tegenover hem, hoe goed het haar ook geweest ware de vertrouweling van haar ongelukkig kind te wezen, en bijna even bedroefd als hij, stond zij van tafel op, toen Diamantino haar naderde.

«Zou het te veel van Uwe Majesteit gevergd zijn, indien ik haar verzocht mij eenige oogenblikken te woord te willen staan?quot; sprak hij.

„Neen, zeker niet, prins,quot; haastte de Koningin zich te zeggen, want reeds hoopte zij dat het onderhoud over Carl zou loopen, en zij trok zich in de laatste der in elkander loopende zalen met hem terug, terwijl zij haar gevolg uitnoodigde weder op het thee-uur te verschijnen.

«Ik moet uwe Majesteit verschooning vragen voor de door mij genomen vrijheid,quot; hernam de Oosterling zoodra zij zich alleen bevonden en hij tegenover haar gezeten was: «Maar het golden hier Carl's belangen. Ik twijfel niet of gij zijt met alles bekend. Mevrouw.quot;

«Dat ben ik, ook al heb ik het wijzer geacht niet met mijn armen zoon over de zaak te spreken. Gij zijt zijn vertrouwde, niet waar?quot;

«De omstandigheden hebben gewild dat ik in bijna al de voorgevallen gebeurtenissen betrokken werd.quot;

«En hoe draagt Carl den slag van heden?quot; vroeg zij snel.

«Hij is ten prooi aan de diepste wanhoop, en ik alleen weet hoeveel het hem kost zich goed te houden tegenover anderen.quot;

«Toch was het noodig dat zij heenging. Werna was de eerste om dat in te zien.quot;

«Ja, het is beter aldus. Hoezeer ik ook aan Carl gehecht ben, hoe gaarne ik hem gelukkig wilde zien, haar vertrek wentelt mij een zwaren steen van het hart. Te vergeefs vroeg ik mij, sedert haar ziekte af waarop dit alles moest eindigen. Mejonkvrouw von Adlersfluch stond te hoog om ooit eenig verwijt te verdienen, maar

ocr page 343

339

de menigte vraagt daarnaar niet, en is blij eene jonge, schoone, rijke vrouw te kunnen vernederen. Ik zou Uwe Majesteit niet kunnen zeggen hoezeer ik voor haar gebeefd heb, toen Otto von Falkenstein nog voor de rechtbank moest verschijnen.quot;

wGelooft gij dat mijn zoon zich ooit zal troosten over haar verlies ?quot; klonk het bezorgd.

„Ik weet het niet, Mevrouw; het is zoo moeielijk Werna te vergeten, als men haar eenmaal lief gekregen heeft.quot;

«Sprak hij er niet van haar te volgen?quot;

«Hij wilde het eerst volstrekt, maar ik bracht hem weldra tot rede, en hij heeft mij beloofd zich in het onvermijdelijke te zullen schikken, op ééne voorwaarde.quot;

«En die is?quot; vroeg de koningin verheugd.

«Dat ik mij met eigen oogen zou gaan overtuigen of Werna eenigszins gelukkig is in hare schuilplaats, of het haar aldaar aan niets ontbreekt, en haar leven tenminste nog eenige vreugde overhoudt.quot;

«Zijt gij wel zeker dat hij haar zoodoende niet op het spoor wil komen?quot;

«Ik heb mij daartoe slechts verbonden met de uitdrukkelijke bepaling dat ik hem nooit haar verblijf zou opgeven.quot;

«Dan is het goed, mijn vriend; want hij mag hare schuilplaats niet kennen. Werna heeft zich in dit alles op zoo edele wijze gedragen, dat het eene onvergeeflijke misdaad zou zijn hare toch reeds zoo moeielijke taak te verzwaren. Zij ook moet in de eenzaamheid vergetelheid zoeken; hoe eer deze tot l^aar komt, hoe barmhartiger het voor haar zal wezen. Maar van het oogenblik dat gij mij wilt bijstaan om Carl's lijden te verzachten, kan ik niet anders dan u de behulpzame hand bieden.quot;

En zonder aarzelen gaf zij hem het adres van het jonge meisje op.

«Toch zou ik u aanraden er niet aanstonds heen te

ocr page 344

340

gaan,quot; zeide zij ten slotte. „Niet alleen zal zij enkele dagen behoeven, aleer zij geheel en al tehuis zal zijn, want de woning bleef geruimen tijd onbewoond, maar hare geschokte zenuwen hebben ook tijd noodig om op rust te komen. Daarenboven zou men er licht toe komen uw overhaast vertrek met het hare overeen te brengen.quot;

«Uwe Majesteit heeft volkomen gelijk. Wanneer acht zij het oogenblik voor mijn bezoek het geschiktst?quot;

»;Zoo laat mogelijk; doch ik wil rekening houden met het ongeduld dat mijn zoon moet verteren. Laat ons dus bepalen dat gij er over veertien dagen heengaat. Ik zal er Werna niet op voorbereiden. Het is beter dat gij alles aantreft gelijk zij voortaan haar leven zal inrichten.quot;

«Ik zal handelen gelijk gij zegt, Mevrouw, en Carl terstond daarna schrijven.quot;

«Beloof mij dat gij ook mij alle bijzonderheden omtrent Werna zult mededeelen, prins. Dat kind heeft een groot deel van mijn hart medegenomen, en zoo ik treur over mijn zoon, ook hare droefheid gaat mij onbeschrijfelijk ter harte.quot;

Het was een lange, moeielijke reis, die het jonge meisje af te leggen had, alvorens de eenzame woning te bereiken, die haar vader zoo dierbaar was geweest. Slechts gedeeltelijk kon zij haar reis per spoortrein vervolgen, voor het overige geschiedde dit per rijtuig, over heuvelachtige, slecht onderhouden paden, en het scheen haar toe alsof haar tocht nimmer een eind zou nemen. Vroeger was dit alles haar zoo geheel anders voorgekomen; dan ging zij de vreugde van eenige genotvolle zomermaanden in gezelschap van den altijd opgeruimden zeeofficier te gemoet; thans scheen het haar toe alsof elke meter gronds haar verder losscheurde van de zoete herinneringen die zij achterliet en het geluk dat nooit tot haar zou wederkeeren.

ocr page 345

341

Ten laatste bereikte zij het eilandje; er woonden aldaar niet meer dan een vijftigtal visschersgezinnen, terwijl de bewaking van het huis toevertrouwd was aan een ouden zeeman, die vroeger als matroos onder haar vader gediend had.

Zij had er niet aan gedacht hem van hare komst te verwittigen; de lijd had haar daartoe ontbroken en ook de lust. Wat beteekende het nog voor haar hoe het ballingsoord er voor haar mocht uitzien? Zij hechtte aan niets meer wat de toekomst haar nog kon brengen, en zij was dus uitermate verrast reeds van verre te zien hoe keurig onderhouden de kleine villa in de zon schitterde en haar tegenlachte.

Zij schelde aan, alleen vergezeld van hare kamenier. Beide vrouwen waren te voet gekomen van de kleine landingsplaats af, waar de bootsman, die haar over had gezet, zich gereed maakte hare koffers af te laden.

Een zware veerkrachtige tred deed zich hooren, evenals een luid geblaf.

«Dagdalquot; mompelde de jonge hofdame, over wier gelaat een uitdrukking van verteedering kwam: „zou het dier mij nog herkennen ? Het is zoo lang geleden dat ik hier niet wederkwam.quot;

Een hevig geblaf aan de voordeur scheen deze vraag te moeten beantwoorden. De hond was den huisbewaarder vooruitgesneld en kon het hem niet vergeven dat hij niet sneller te werk ging.

„Stil, Dagda!quot; riep thans een zware mannenstem: „je gaat te keer alsof onze meester zelf voor de deur stond; maar hij zal niet wederkeeren, nooit, en als je zoo op vreemden gesteld bent, zal ik je dood moeten schieten.quot;

„Dagda heeft gelijk,quot; sprak het jonge meisje, op het oogenblik zelf dat de deur geopend werd en de hond zich, onder het slaken van een luid gehuil op haar wierp: „Ik ben geen vreemde.quot;

« Qroote gerechtigheid nog toe!quot; riep de grijsaard uit „het

ocr page 346

342

is, zoo waar ik leef freule Werna van den commandant!quot;

„Ja, Maarten, ik ben eindelijk teruggekomen,quot; mompelde Werna, diep getroffen den kop van den grooten berghond streelende.

«Het is haast te veel geluk om waar te zijn,quot; bromde de zeerob, met de mouw van zijn wambuis langs de oogen strijkende. „En komt gij hier waarlijk voor een heelen dag?quot;

„Niet alleen voor een dag, Maarten, maar voor langen tijd. Wij zullen dan ook beginnen met het huis eens van top tot teen op te knappen.quot;

De oude man zag haar met een blik vol trots aan.

„O! wat dat betreft, kan de freule gerust rond komen kijken; zolder en kelders zijn gelijk den dag waarop de schout bij nacht ons voor het laatst verliet. Ik had altijd een flauwe hoop dat gij nog eens weder zoudt keeren, om dit plekje gronds terug te zien, en dan de commandant had mij bij het weggaan, zooals altijd, gezegd: „Maarten, je zult alles goed onderhouden.quot; Ziet gij, freule, hij heeft op mij gerekend en gij zult zien dat ik het niet vergeten heb.quot;

„Inderdaad, alles blonk haar tegen, alsof zij sedert veertien dagen hare komst had aangekondigd. De kamenier was opgetogen van bewondering over den onvermoeiden ijver van den trouwen dienaar; wat Werna betreft, zij was te diep ontroerd tot het vinden van woorden; zij drukte den matroos zwijgend de hand, om hem voor zijne toewijding te danken.

Dagda volgde haar als hare schaduw, en hoe ongelukkig zij zich ook mocht gevoelen, het deed haar goed overal herinneringen aan hel verleden wêer te zien, en zich aanstonds weder „te huis'' te weten, ook al mocht dat te huis voortaan eenzaam zijn, al was de klankrijke stem verstomd, die haar hier voorheen met zooveel liefde toegesproken had.

Zij had niets aan de oude woning te veranderen, en

ocr page 347

343

kon er haar intrek nemen, alsof zij haar slechts den dag te voren verlaten had.

Het gerucht van hare aankomst had zich als een loopend vuurtje over het eilandje verspreid, en toen zij tegen den middag uitging om eenige geliefkoosde plekjes op te zoeken, werd zij aangesproken door de halve bevolking. Een ieder was veranderd; de kinderen waren groot geworden, de ouders waren vergrijsd, maar toch herkende zij allen en vond zij de oude gehechtheid weder, die al deze brave lieden aan haar vader hadden toegedragen.

Zij zag hoe arm de meesten schenen, en verweet zich in al die jaren niets voor hen verricht te hebben; velen waren gestorven voor wie zij niets meer vermocht te doen; maar jegens de overblijvenden zou zij zich liefdadig betoonen; waren zij niet het groote, maar eenige gezin dat zij ooit zou bezitten?

De aanblik van den onmetelijken oceaan deed haar goed. Zoowel haar vader als Carl hadden haar hunne liefde gewijd; en hij was thans zoo kalm, dat hij haar scheen te voorspellen hoe ook eenmaal de zware stormen, welke thans in haar binnenste woedden, tot bedaren zouden komen; hoe er een dag zou aanbreken, waarop zij zou kunnen zeggen dat alles wel met haar was, gelijk de hemel het over haar beschikt had.

Gedurende de eerstvolgende dagen hield zij zich onafgebroken bezig met het lenigen der ellende om haar heen, en bracht deze werkzaamheid haar een grooten troost; maar toen zij de belangen der verschillende vis-schers-familiën geregeld had, toen het leven zijn gewonen loop hervatte en zij volstaan kon met dagelijks een of hoogstens twee bezoeken aan de armen af te leggen, liet de leegte van haar bestaan zich in heel haar omvang gevoelen. Wat zou zij doen om deze aan te vullen ?

De schout bij nacht had in dit zomerverblijf een fraaie bibliotheek verzameld; zij koos er een der boeken uit, die zij steeds het vurigst verlangd had te lezen; maar

ocr page 348

344

hare gedachten wilden zich niet bij het geschrevene bepalen. Zij las en herlas dezelfde bladzijden, zonder er de beteekenis van te verstaan. Het eenige wat haar afleiding schonk was aan de koningin te schrijven; haar al hare indrukken mede te deelen en nog durfde zij haar niet spreken van hetgeen haar het meest ter harte ging: hare liefde.

„Ik weet het niet,quot; zeide Maarten, op zekeren avond, tot de kamenier: „maar haar uiterlijk staat mij volstrekt niet aan.quot;

„Hoe kan je het zeggen!quot; riep de trouwe ziel verontwaardigd uit: „Zij is even mooi als de engelen Gods.quot;

„Dat spreek ik niet tegen; op het eiland vindt een ieder haar even schoon; maar zij ziet er uit alsof zij verdriet had.quot;

„Zij heeft dan ook heel wat geleden,quot; verzekerde de kamenier; „Het leven daar aan het hof deugde niet voor haar. Zij leerde er een slecht mensch kennen en zou met hem getrouwd zijn, als zijne schurkenstreken niet aan het licht waren gekomen.quot;

„En geloof je dat zij nog om hem voorttreurt, Dina?quot;

„Hij is dood; zijn eigen vader heeft dat onmensch neêrgeschoten; maar dat neemt niet weg dat, als men iemand eenmaal heeft liefgehad ...,quot;

„Ja, ja,quot; bromde de zeeman: „het is hard; maar hier zal zij weêr geheel en al bijkomen. Ik zelf heb vrouw en kinderen verloren, en dacht dat ik er mij nooit over troosten zou, toen de commandant mij hier plaatste; en al heb ik ze ook nooit vergeten; ik leerde het leven toch weder liefhebben. Gij zult zien, zoo zal het ook met onze freule gaan.quot;

Zijne voorspelling was echter nog ver van bewaarheid te worden, toen Werna, op een morgen, als gewoonlijk alleen van Dagda vergezeld, over de klippen zwierf en nu en dan stilhield, om de blikken te laten varen

ocr page 349

345

langs den onmetelijken horizont die zich voor hare oogen ontrolde.

Plotseling sidderde zij; eene welbekende stem had haar naam uitgesproken.

Keerde het verleden dan tot zelfs in deze eenzaamheid tot haar weder?

Zij wendde zich langzaam om en riep den hond terug, die zich op den vreemdeling wilde werpen.

De zwarte prins stond voor haar, en stak haar beide handen toe.

Zij liet er met een gebaar van eindelooze afmatting de hare in vallen en mompelde:

«Gij hebt dus mijn verblijf uitgevonden? Ik had zoozeer gehoopt dat het een ieder onbekend zou blijven.quot;

«De Koningin gaf mij uw adres op, Werna, sprak hij op zachten toon: «vergeef mij gekomen te zijn; maar wij allen die u liefhadden wilden zekerheid hebben dat gij u niet al te verlaten, niet al te ongelukkig gevoeldet.quot;

«Hare Majesteit en gij zijt wel goed. Hoe gaat hel op Vredenborg?quot;

«Een ieder is er gezond.quot;

«En____Zijne Hoogheid?quot; klonk het haperend.

«Carl spreekt zelfs met mij nauwelijks meer over zijne droefheid. Hij tracht zich te verstrooien door lange wandelritten, door roeitochten op het meer, doch voor eenieder die hem kent lijdt het geen twijfel of hij slaagt er niet in te vergeten.quot;

«Het zal komen,quot; antwoordde Werna langzaam, en terwijl hare hand zich naar een verre klip uitstrekte: «Gedurende een der laatste zomers die mijn vader en ik hier doorbrachten, woedde hier een storm, zoo hevig als zelfs hij zich niet herinnerde er nog een te hebben bijgewoond. Een vaartuig werd aan splinters gestooten op gindsche rotspunt, en toen de orkaan bedaard was bleef nog slechts de voorsteven tegen de

ocr page 350

346

klip aanleunen: hij scheen daar vastgenageld, of het water al kwam of ging, of er nieuwe stormen opzetten, hij bleef daarin vastgeklonken. De strandvonders verkochten hem als wrakhout, maar mijn vader vond de plek die hij gekozen had zoo schilderachtig, dat hij er op bood om hem aldaar te laten zitten. Welnu, ziet gij hoe groen hij geworden is, aan alle zijden bloeit hij, er schieten tot zelfs roode bloemen uit op; indien gij het niet geweten hadt zoudt gij daarin geen wrak herkend hebben. Zoo ook gaat het met het hart van den man; al wat heden aan splinters werd geslagen, zal eenmaal herleven en gelukkig zijn.quot;

,/En de vrouw?quot; vroeg de zwarte prins.

«Voor haar is er slechts één enkele bloeitijd,quot; sprak Werna zachtkens: „beklaag haar echter niet; zij zou geen tweede lente willen.quot;

HOOFDSTUK. XXIII.

Diamantino bleef tot den avond bij haar en vertrok ioen weder, na afscheid te hebben genomen voor het leven:

«Ik kan niets meer voor u verrichten,quot; zeide hij; „en ik keer dus naar mijn vaderland terug. Qij waart de eenige zeilsteen die mij aan Europa ketende; zelfs toen ik wist dat gij nooit mijne teederheid deelen zoudt, rekende ik mij nog gelukkig voor u werkzaam te kunnen zijn, en zooveel mogelijk over u te waken; thans is echter tot zelfs die taak afgeloopen, zonder dat ik er in geslaagd ben u ook maar eenige vreugde te verschaffen, en ga ik mij in mijne woeste stalen begraven.quot;

Zult gij nog eerst naar Vredenborg teruggaan?quot;

«Ja, ik heb der koningin moeten beloven haar alles omtrent u mede te deelen. Zij kan u evenmin vergeten als wij.quot;

ocr page 351

347

«Zeg haar dan hoezeer mijn hart steeds aan haar gehecht blijft; hoe dikwijls op een dag ik hare goedheid zegen.quot;

«Ik beloof u dat. En voor Carl? Hebt gij mij geen enkel woordje voor hem toe te vertrouwen?quot;

„Neen, mijn vriend, wij moeten voortaan dood voor elkander zijn.quot;

«Luister, Werna, gij hebt u heden beklaagd over het eenige wat, naar gij zeidet, uw afzondering zoo pijnlijk maakte; de onmogelijkheid ooit aan eenig levend wezen toe te vertrouwen wat uw hart doorworstelt. Gij weet dat gij blindelings op mij rekenen kunt, dat ik alles zou doen om eene droefheid uit uw leven weg te nemen. Welnu, schrijf mij voortaan datgene wat gij aan geen sterveling toe kunt fluisteren, en ik ben overtuigd dat het u eene verademing zal zijn.quot;

«Maar u, zal het u niet martelen te lezen over de liefde die ik een ander toedraag? vroeg zij bewogen.

«Neen, want zoo die pijn zich ooit in mij mocht ver-beffen, zal ik mij troosten met de gedachte dat mijne gehechtheid niet misplaatst werd, en dat, zoo het geluk mij had willen dienen, ikzelf aldus bemind had kunnen zijn.quot;

«Gij hadt het verdiend,quot; prevelde zij met tranen in de oogen; «hoe het ook zij, gij zult de innigste vriendschap ontvangen waartoe mijn hart ooit in staat was. 01 spreek mij niet tegen, gij zegt dat gij mij geen vreugde hebt kunnen schenken; hoezeer vergist gij u niet! Gij zijt een der edelste figuren die ik op mijn pad heb ontmoet; zoo vaak ik aan u, aan de koningin, aan Adelheid denk, kom ik er toe, in al mijne ellende God te danken dat hij mij geboren liet worden om te zien waartoe het menschelijk hart in staat is. Gij hebt mij goed gedaan, en zult dat nog doen, lang reeds nadat wij voor altijd zijn gescheiden.quot;

«Ik dank u,quot; antwoordde de Oosterling op gesmoorden

ocr page 352

348

toon: „het is het zoetste loon dat ik van u kon ontvangen. Vaarwel en vergeet uwe belofte niet. Schrijf mij, zoo vaak gij moedeloos zijt.quot;

Zijn vertrek liet Werna eene onpeilbare leegte achter; het was haar te moede als den schipbreukeling die na op zijn verlaten rots, den zoelen zuidewind ingeademd te hebben, die hem de geuren van zijn vaderland overbracht, op eens weder van dat weemoedig genot beroofd zou wezen.

Op Vredenborg werd zijn terugkeer vol vreugde door de koningin begroet. Hij moest haar lot in de minste bijzonderheden alles omtrent Werna's huis en levenswijze vertellen, ook Carl hoorde op zijne beurt zijn verhaal aan, maar toen hij hem de woorden overbracht door haar over het verlaten wrakhout gesproken, hief hij het verwrongen gelaat naar zijn vriend op, en vroeg:

«En gij, gelooft gij ook dat ik vergeten zal?quot;

„Ik hoop dat van lieverlede haar tooverbeeld voor u op den achtergrond zal treden, als een uwer liefste herinneringen.

„Welnu, dan kent gij mij nog niet,quot; klonk het driftig: «Zoo gij wist hoezeer ik u de vreugde benijd heb tot haar te kunnen gaan, zoudt gij iets dergelijks niet zeggen. Zij is nu veertien dagen vertrokken, groote God! en mij schijnen die dagen eindelooze jaren toe. Ik heb van alles beproefd om haar ook maar een uurlang te vergeten, en geen enkele maal ts het mij gelukt.quot;

Waarom vraagt gij niet wederom in activiteit geplaatst te worden? De zee zou u goed doen.quot;

«Het schijnt dat zijzelve er aldus over gedacht heeft, en de kust tot verblijfoord koos,quot; sprak de jonge admiraal hem doordringend aanziende.

«Wie zeide u dat?quot; vroeg zijn vriend verschrikt.

«Gij zelf hebt het verraden met uw verhaal. Er vergaan geen schepen op de rivieren. Heb medelijden en zeg mij waar zij vertoeft.quot;

ocr page 353

349

„Verg dat niet van mij. Ik zou het vertrouwen schenden dat de koningin in mij heeft gesteld.quot;

„Wilt gij haar dan ten minste een brief van mij doen toekomen?quot;

„Neen, Carl, hoezeer het mij ook grieft u een der-gelijken dienst te moeten weigeren, ik mag er mij niet mede belasten. Werna zelve heeft aanspraak op die volslagen rust, welke haar zeer zeker pijnlijk moet zijn, maar haar alleen genezing kan aanbrengen.quot;

„Gij zijt al zeer streng!quot; riep de prins bitter: „het was ook te veel van mij gevraagd u tot onzen liefdebode te kiezen.quot;

Diamantino antwoordde niet; maar zijne gelaatstrekken namen zulk een uitdrukking van smart aan, dat Carl aanstonds berouw kreeg en hervatte:

«Vergeef mij mijne woorden; gij hebt ze zoo weinig verdiend, gij die mij zoo trouw ter zijde stondt, zonder u om eigen droefheid te bekommeren. Maar gij maakt u geen begrip van hetgeen er in mij omgaat. Te weten dat zij mij liefheeft en dat men haar voor mij verborgen houdt, terwijl mijne gedachten nacht en dag van haar vervuld zijn, en ik geen ander geluk van aarde of hemel zou vragen dan haar tot mijne vrouw te nemen, het is zulk eene ondragelijke foltering, dat ik er bij oogen-blikken waanzinnig onder dreig te worden.quot;

De zwarte prins kondigde thans zijn op handen zijnd vertrek aan, en na een reeks van afscheidsfeesten ter zijner eer, vertrok hij, terwijl Carl hem uitgeleide zou doen tot aan de havenstad, vanwaar hij koers naar zijn vaderland zou zetten.

Werna had nog een afscheidsbrief van hem ontvangen, en volgde hem met hare weemoedige gedachten, zich eenzamer en verlatener dan ooit gevoelende, nu hij voor goed het rijk verlaten had, en zonder eenige vreugde huiswaarts keerde.

Dien avond was zij langer dan gewoonlijk opgebleven.

ocr page 354

350

Er had een hevig onweêr gewoed en daarna was de wind met ongewone kracht komen opzetten. Hij beukte op hare vensters en deed de muren der woning op hunne grondvesten beven. Zij peinsde over den afwezige, en de gevaren welke hem op zee bedreigden, zoo dicht nog in de nabijheid der verraderlijke kust. Hare dienstboden had zij naar bed gezonden, maar zij kon geen rust vinden, en zat daar met ineengewrongen handen voor zich uit te staren op het tapijt, terwijl de lachende bloemen die zich aan hare voeten ontrolden, haar als eene spotternij toeschenen op haar doornig pad.

Eensklaps stak Dagda de ooren op en liet het dier een ruw geblaf hooren.

„Stil!quot; zeide zij, den hond liefkoozende: «het is slechte de storm. Niemand kan hier op dit uur komen.quot;

Maar het trouwe beest liet zich niet tot bedaren brengen; hij sprong overeind en liep onder onheilspellend gebrom naar het venster.

Op hetzelfde oogenblik werd er zachtkens daartegen geklopt.

„Het is waar, ik had vergeten dat de oude visschers-vrouw zoo ziek was, en dat ik gezegd heb dat zij mij gerust konden wekken indien zij iets behoefde. Het weêr zal haar benauwdheid hebben doen toenemen.quot;

En zij rees overeind om op de voordeur toe te treden, vooraf zorg dragende Dagda in de kamer op te sluiten.

Maar nauwelijks had zij den grendel weggeschoven, of zij deinsde vol ontzetting achteruit.

„Gij hier? Gij?quot; riep zij op gesmoorden toon.

«Had ik dan alleen het recht verbeurd tot u te komen, Werna?quot; klonk het op zachten, hartstochtelijken toon.

«Hoe wist gij mijn verblijf te ontdekken?quot;

«Diamantino schreef u, dat wisl ik, en ik rende te paard den koerier achterna, onder voorwendsel nog het adres van een mijner brieven bij te schrijven; op die wijze vernam ik waar gij u voor mij verborgen hieldt.

ocr page 355

351

Heden bracht ik hem weg, niemand zal zich dus over mijne afwezigheid verwonderen; en ik moest u weerzien, ik moest het, wilde ik niet krankzinnig worden. Gij zult toch niet weigeren mij aan te hooren?quot;

„Neen, Monseigneur,quot; sprak zij op ernstigen toon: „Kom binnen, wij hebben inderdaad elkander veel te zeggen.quot;

En terwijl zij den woedenden hond tot bedaren bracht, liet zij hem het vertrek binnen.

Carl had zijn mantel afgeworpen en stond thans voor haar, het vermagerd gelaat met een uitdrukking van onuitsprekelijke liefde naar haar overgebogen:

En gij hebt kunnen weggaan zonder een enkel woord van vaarwel!quot; zeide hij vol zacht verwijt.

„Het was mijn plicht. Hoogheid, ik moest u voor altijd ontvluchten, en ik had gehoopt dat gij mijn besluit eerbiedigen zoudt.quot;

„Daartoe had ik u minder lief moeten hebben. Vergeef mij u ongehoorzaam te zijn geweest.quot;

„Ik heb u niets te vergeven, prins; maar wel geloof ik iets van u te mogen eischen.quot;

„Spreek slechts. Beschikt gij niet over heel mijn leven?quot;

„Zoo dat waar is, dan zult gij deze woning verlaten, om er niet weder in terug te keeren. Wij mogen elkander op aarde niet wederzien. Gij, Monseigneur, hebt ouders, hebt vrienden om aan te hechten; gij bezit uw degen; uw loopbaan die u tot elke grootheid kan voeren; mij blijft op aarde nog slechts één enkele rijkdom over; mijn onberispelijke naam. Eene vrouw die dezen schat verloren zag gaan, is armer dan de rampzaligste bedelares, die zonder dak moet rondzwerven. En gij dreigt hem mij te ontrooven.quot;

„Ik, Werna, ik die voor u zou willenv nederknielen, om elk uwer voetstappen te kussen!quot; riep de jongeling uit.

ocr page 356

352

«Ja. Of meent gij dat een prins van den bloede vrij is zich te bewegen gelijk andere stervelingen ? De bevolking bestaat hier uit visschers, die voor het meeren-deel op de vloot hebben gediend ; men heeft u moeten overzetten om hierheen te komen. Het bezoek van een vreemde aan dit vergeten eiland is op zichzelf genomen reeds eene gebeurtenis; men zal uw vertrek bespieden. Een enkel dier mannen behoeft u slechts te herkennen en morgen zal men fluisteren dat prins Carl van Ragnarland in den nacht tot mij gekomen is____«

„Verwijt gij mij dan mijne liefde?quot;

«Neen,quot; antwoordde zij zacht; «maar zij is zelfzuchtig en offert mij op aan hare eigene wenschen.quot;

«Zoudt gij aldus spreken, zoo gij mij boven alles verkoost? O! Werna, wij leven slechts eenmaal, en dit bestaan is zeer kort. Laat ons niet roekeloos spelen met de enkele vreugden die het ons in den schoot werpt. Gij overdrijft uwe vrees; niemand zag mij komen, niemand zal mijn heengaan bespeuren; wij hebben een viertal uren voor ons om al het overige te vergeten. Laat ons gelukkig zijn?quot;

«En daarna?quot; vroeg zij somber.

«Daarna!quot; herhaalde hij, met stralende oogen, want hij meende veld te winnen; «daarna zal ik terugkeeren zoo dikwijls als slechts mogelijk is, in nachten als deze. Niemand zal van onze liefde weten; de zomer breekt aan, en wij zullen daar, hand in hand, over de rotsen zwerven, als alles op het eiland slaapt en slechts de sterren en de zee getuigen van onze blijdschap zijn. Gij zult mij schrijven, Werna, om mij den tijd onzer scheiding korter te doen schijnen, en in onze brieven zullen wij de al te schaarsche uren van samenzijn herleven.quot;

«En daarna?quot; vroeg zij andermaal.

«Wat bedoelt gij?quot; klonk het verschrikt.

«Ik zal het u zeggen,quot; sprak het jonge meisje, met vreeselijken ernst. „Daarna zal eenieder met verachting

ocr page 357

353

den naam van Werna von Adlersfluch fluisteren; daarna zal de schim mijns vaders voor mij oprijzen en mij vragen wat ik met zijne vlekkelooze eer heb gedaan. Daarna zal de laagstgezonken vrouw uit het rijk, de meest gewetenlooze losbol glimlachend de schouders over mij kunnen ophalen; daarna zal de ouderdom komen met zijn verlatenheid voor mij, met zijn levensernst voor u, en zult gijzelf nog slechts medelijdend neêrzien op de onvoorzichtige die alles voor u prijsgaf.quot;

quot;Dat nooit, Werna; gij weet hoe lief gij mij zijt.quot;

«Niet lief genoeg om mij elke vernedering te besparen.quot;

wik kan niet van u scheiden voor altijd; het gaat mijne krachten te boven.quot;

En hij wilde haar in zijne armen sluiten; maar zij weerde hem zachtkens af.

„Toon mij uwe liefde, door nog in dit oogenblik heen te gaan, Monseigneur. De zee is ruw; maar gij zijt veilig met den bootsman dezer kust en gij zult een duren plicht volbrengen.quot;

„Neen, Werna, gij kunt mij aldus niet wegzenden. Gtj moogt niet voor mij verloren gaan. Ik weet thans eerst hoe onontbeerlijk gij mij zijt geworden en ook al moest ik u ongehoorzaam zijn, u verlaten zal ik niet.quot;

„Welnu dan, gij kunt blijven, Monseigneur,quot; sprak zij ijskoud: „maar morgen, met het aanbreken van den dag, zal ik mij van de klippen werpen, want mij minachten zal geen sterveling.quot;

Hij zag haar vol ontzetting aan en las in hare oogen zulk een koele vastberadenheid, dat hij huiverde en ten antwoord gaf:

„Ik heb het recht niet u tot vertwijfeling te brengen; maar kunt gij dan geen medelijden met mij hebben ?quot;

„Ik kan u dat niet beter bewijzen dan door u te beletten eene laagheid te begaan. Monseigneur. Ik ken u, en ik weet dat gij het uzelven niet zoudt vergeven mijn leven

23

ocr page 358

354

nog rampzaliger te hebben gemaakt dan het reeds was. Qij hebt slechts gehoor gegeven aan de overmate uwer droefheid, maar ook ik ben ongelukkig, ook ik heb u lief. Laat mij tenminste dezen laatsten troost u te mogen bewonderen.quot;

De jonge zeeman was overwonnen.

„Vaarwel dan,quot; mompelde hij; „en schenk mij vergiffenis; ik zeide u reeds dat de smart mij waanzinnig maakte. U te verliezen, Werna, terwijl alles ons voor elkander scheen te bestemmen, gaat mijne krachten te boven; maar gij wilt het, ik zal u gehoorzamen. Hebt gij mij geen enkel troostwoord mede te geven voor den langen pelgrimsweg dien ik zonder u zal afleggen?quot;

Tot eenig antwoord wierp zij zich in zijne armen.

Lang hielden zij elkander aldus omvat, en daarop wikkelde zij zich los en fluisterde:

«Ga nu, het is tijd.quot;

Hij durfde haar wil niet weerstreven en verdween in den nacht.

Eenige dagen later gaf de kroonprinses een diner aan eenige heeren van het hof. Na tafel bleef zij met enkelen hunner napraten zooals zij tot gewoonte had aangenomen. Men kon haar dan geen grooter genoegen doen dan haar de nieuwste schandalen der residentie mede te deelen.

«Ik ook heb groot nieuws,quot; zeide zij met een spotlachje.

«Waarlijk?quot; klonk het uit alle monden tegelijk.

„Ja. Herinnert gij u Werna, de meest preutsche der hofdames?quot;

«Wie zou haar vergeten. Zij is immers in Duitsch-land ?quot;

«Zoo heet hel voor alle oningewijden. Maar zij bewoont inderdaad een echt tooverpaleisje op een onzer kleinste eilanden.quot;

ocr page 359

355

Niet mogelijk! Heeft zij zich daar vrijwillig begraven ?«

„O! van begraven is geen sprake. Integendeel zij heeft er haar lustslot van gemaakt, waar zij in alle vrijheid haar hooggeplaatste aanbidders ontvangt.quot;

«Zij ? Maar zij was een marmerbeeld.quot;

«Wacht u hierbeneden voor de Qalathéas!quot; klonk het lachend.

«En mag men niet weten wien zij met hare gunsten begiftigd?quot;

«Waarom niet? Een hunner doet echter haar keus weinig eer aan; ik denk dan ook dat zij hem enkel in genade heeft aangenomen omdat hij een keizerszoon was. Ik meen den zwarten prins.quot;

Een schaterlach begroette deze mededeeling.

„Hij is dan zeker op de vlucht gegaan, om niet in de verleiding te komen haar zijn toekomstige kroon aan te bieden?quot;

«Neen, heeren, hij is eenvoudig afgereisd uit jaloezie.quot;

«Uil jaloezie?quot;

„Ja, ik heb het aanvankelijk niet willen gelooven, ofschoon mevrouw von Falkenstein het verklaarde aan wie het maar hooren wilde; doch Werna's eerzucht strekte zich sedert lang verder uit. Zij wilde een onzer prinsen van den bloede betooveren, en zij is geslaagd.

«Ik bid Uwe Hoogheid het niet bij eene halve mededeeling te laten,quot; smeekte een der oudste kamerheeren.

Pauline keek rond, om zich te overtuigen of haar gemaal niet binnen was getreden en sprak toen snel;

„Ik kan u verzekeren dat prins Carl niet wijzer is geweest dan de anderen, en verleden week onder anderen des nachts tot haar is gegaan.quot;

Zwijgend had de lijfarts deze woorden aangehoord, en toen hij den volgenden morgen ten paleize verscheen, had hij een langdurig onderhoud met de koningin, die zich vervolgens naar Oscar II begaf en hem het gebeurde mededeelde.

ocr page 360

356

Wat is uwe meening omtrent dit alles?quot; vroeg Zijne Majesteit, die haar met gefronsde wenkbrauwen had aangehoord.

„Diamantino begaf zich met mijn medeweten en volkomen goedkeuring daarheen,quot; luidde het antwoord. „Wat Carl betreft, Pauline moet, zooals altijd, in hare liefdelooze mededeelingen overdreven hebben. Hij is slechts eenmaal, lang genoeg tot een dergelijk bezoek, van hier verwijderd geweest, toen hij zijn vriend uitgeleide deed; maar toch vrees ik, dat er eenige waarheid in het verhaal ligt.quot;

„Zoodat Werna schuldig zou zijn?quot;

„Neen, Oscar, dat nooit; maar onze zoon kan de onvoorzichtigheid hebben begaan haar te bezoeken.quot;

„Ik wil dat aanstonds weten. Het zou onvergeeflijk van hem wezen.quot;

En op een electrische schel drukkende, droeg hij den toesnellenden adjudant op Zijne Hoogheid den prins te verzoeken tot hem te komen.

Eenige oogenblikken later trad de jonge zeeman binnen.

„Carl,quot; zeide de koning, zonder hem een stoel aan te wijzen: „Uw schoonzuster heeft het goedgevonden gisterenavond hare gasten te onthalen op een vertelsel ten koste van freule von Adlersfluch.quot;

De jonge man verbleekte zoozeer, dat zijne moeder hem zelf een zetel toeschoof.

„Wat kan Pauline op haar aan te merken vinden?quot; mompelde hij verschrikt.

„Dit ééne, dat gij haar kort geleden des nachts zoudt hebben bezocht.quot;

Carl boog het hoofd. Eerst nu gevoelde hij het volle gewicht zijner handelwijze en hoezeer Werna gelijk had gehad.

„Het is waar,quot; sprak hij op gesmoorden toon; „ik erken thans hoe schuldig het van mij was; maar ik

ocr page 361

357

kon onze scheiding niet dragen, en ik kwam des avonds zeer laat bij haar aan, juist in de hoop dat niemand mij zien zou.quot;

«En zij?quot; vroeg de koning streng.

„Zij verjoeg mij zonder medelijden, gelijk ik verdiende. Reeds een half uur later bevond ik mij op den terugweg.

«O! Ik wist het wel dat zij mijn vertrouwen waardig was!quot; jubelde de koningin.

«En hebt gij elkander sedert geschreven?quot; voer Oscar II voort.

«Ik alleen deed dat, en zij zond mij mijn brief ongeopend, onder enveloppe terug. Hier is hij. Zij kent geen ontferming.quot;

«Dan heeft zij gelijk; want gij, Carl, gij hebt vergeten wat een prins van Ragnarland aan de trouwe dienaren zijns vaders verschuldigd is. Hoe! Schout bij nacht von Adlersfluch heeft zonder aarzelen, in tal van gevechten, zijn bloed voor ons vergoten, en gij beloont er zijne nagedachtenis voor door zijn naam te schandvlekken en zijne dochter het eenige te ontrooven wat haar overblijft ? Gij, een vorst van den bloede, dwingt een weerloos kind dat geen andere zwakheid beging dan u lief te krijgen, u uit hare woning te verjagen? Wat hebt gij haar te schenken om^haar het onrecht te vergoeden dat gij haar hebt gedaan?quot;

Carl boog het hoofd, onmachtigeene verontschuldiging te vinden.

«Gij die zoo zwaar tegen haar misdreven hebt, gij weet het niei?quot; hernam de koning driftig. «Welnu, dan zal ik het u zeggen, en het zal tevens Pauline's kastijding wezen: van heden af ontneem ik u den admiraals-titel, en zijt gij bij de marine gelijk in rang met al uwe tijdgenooten; gij zult te bewijzen hebben of gij in latere jaren waard zijt ons als vlag-officier te dienen; thans hebt gij het tegendeel getoond.quot;

ocr page 362

358

«Oscar!quot; riep de koningin uit, van oordeel zijnde dat hij te ver ging.

Maar haar gemaal liet zich niet door hare bede weerhouden en ging nog strenger voort:

«Gij houdt op prins van Ragnarland te wezen. De eenige naam dien gij nog moogt voeren, zal die van ons geslacht wezen. Uw broeder Eugenius daarentegen neemt uwe rechten op den troon over.quot;

«Ik zal mij aan uw wil onderwerpen, vader, ik heb het verdiend,quot; klonk het dof.

«Wat gij niet verdiend hebt, is wat thans volgen gaat. Ik ben het zoowel aan Werna, als aan de nagedachtenis haars vaders verschuldigd. Morgen zullen twee mijner oudste dienaren naar hare woonplaats vertrekken, om haar uit mijn naam te vragen of zij onze schoondochter wil worden.quot;

Met een kreet van wilde vreugde wierp Carl zich aan de voeten des konings, maar deze weerde hem af, om de handen aan zijne gemalin toe te steken.

«Zijt gij nu tevreden over mij?quot; vroeg hij met voch-tigen blik.

En ook zij knielde naast hem neder, om hem te danken haar heimelijken wensch geraden en vervuld te hebben.

Slechts twee maanden later was de kleine villa op het eiland getuige van de terugkeer der jonggehuwden. Laat bleven zij dien avond op, en toen alles in den omtrek sliep, zwierven zij den kant der rotsen uit, waar enkel de sterren en de zee getuigen waren van de woorden vol geluk die zij elkander toefluisterden.

EINDE.

ocr page 363
ocr page 364
ocr page 365
ocr page 366