VIER
O V E N E N
islH
«i
si
'0=v£^c5!5ï(S%gt;
VOOR DE
'M Leden der Derde Orde
G \ )
Vfv1
H. FRANCISCUS VAN ASSISIÃ
met ccu aanbevelend voorbericht
«a»
j^ATER f?. ^C. M. ^.GHINA. fT '
â â __.â¢
' t b c.; - ^ciiicliilu gocbgi-hciub.
r:LöNV,wycifEirquot;
' :in,r^AT.M!% /
AMSTERDAM ~ G. BORG - 1800.
VfM
VOORWOORD.
DU keurig uitgevoerde werkje icordl uwe goth-vruc.ht aangeboden door een vurigen vereerder van den Serafijnschen Vader Franciscan en getrouw lid zijner Derde Orde.
liet is bestemd, om de vereering der Onbevlekte Ontvangenis, de devotie tot den 11. Frdhciscus van Assisië en zijne vorstelijke kinderen, Ludovicus en Elisabeth, in de harten der zonen en dochters van dien grooien Aartsvader meer en meer te verlevendigen.
Overoud is de lofwaardige gewoonte in de U. Kerk, de geloovigen door negendaagsche oefeningen tot eene waardige viering der feesten van Gods lieve Heiligen voor te bereiden. De overweging hunner heldhaftige deugden, de beschouwing der zeldzame voorrechten, uit den rijken schoot des Hemel» zoo mild hun toegedeeld, trekken als met zoet geweld de harten van het aardsche los, en sporen ons krachtdadig aan hunne voetstappen met groote getrouwheid te drukken.
De eerste en voornaamste vrucht toch dier vereering is de navolging van hun heiligen levenswandel. Daar wij echter, onze menschelijke zwakheid in aanmerking genomen, gemakkelijker bewonderen, dan navolgen, zoo behooren die vruchtbare overwegingen vergezeld te gaan van vurige en volhardende gebeden.
mmmmm
In de kracht des gebeds zijn de Vrienden Gods tot zulk eene groote heiligheid opgeklommen.
In de kracht des gebeds, ondersteund door hunne allescenuogende voorbede, zullen ook wij onze zwakheid overwinnen, en met moed den doornige!/ weg van hun verstorven leven bewandelen.
Gij, die de kinderen zijt der Heiligen en de vrucht van hun arbeid en tranen, neemt met groote godvruchtigheid dit hoekje ter hand. liet zal spreken, tot me verstand, en uw hart met eenvoudigheid van woorden; tot uw verstand om het te verlichten.; tot uw hart, om het te verwarmen.
Het zal n een. hemelschie spiegel zijn, waarin gij duidelijk zult zien, wat die Seraphijnen der goddelijke liejde, in navolging van Jesus en Zijne lieve Moeder, in da dagen hunner sterflijkheid deden, om het Koninkrijk des Hemels te winnen. In heilige verzuchtingen, en, gebeden zult gij u nederstorlen voor den troon der goddelijke genade; en met u en. voor u zullen zij bidden, de Onbevlekte in hare Ontvangenis, de Seraphijnsehe Vader Franciscus en de Schutsheiligen zijner Derde Orde, Ludovicus en Elisabeth. Gods Hart zal getroffen, /oorden, en uit de verheerlijkte Wonden der Verlossing zullen stroomen van hemelsche gunsten en zegeningen, de schitterende belooningen zijn uwer innige en waur-[jj achtige godsvrucht. Zoo zult gij waardig de feesten ' der Heiligen vieren, en ook eenmual de deelgenooten. hunner hemelsche vreugde zijn.
fr. F. X. M. Agiiina, Ord. SU. Francisci.
feestdag van. den H. Honaventura Amsterdam, 181)0,
,fj ® ï'E E jJ
om zich voor te bereiden tot het feest der
ONBEVLEKTE ONTVANGENIS.
(S'TTJT'g)
29 November, le dag.
'om, H. Geest, vervul de harten uwer elooviffen, en ontsteek in hen liet vuur
uwer liefde.
V. Zend Uwen Geest en zij zullen horschapen worden.
K. En g-jj zult het aanschijn der aarde vernieuwen.
T
'
Laat ons bidden.
God, die de harten der geloovigen door de ' verlichting van den H. Geest hebt onderwezen, geef dat wij in dienzelfden Geest de ware wijsheid erlangen en ons altijd over zijne vertroosting verheugen. Door Christus onzen Heer.
Amen.
J
VOORBEREIDEN!I GEIÃED VOOR ELKEN HAG.
Allerzuiverste Maagd, onbevlekt ontvangen, en van liet eerste oogenblik af'geheel schoon en zonder smet, glorievolle Maria, vol van genade. Koningin der Engelen en der menschen, ik vereer u nederig als de Moeder mijns Verlossers: Hij zelf, ofschoon God, heeft mij, door zijne achting, door zijn eerbied en door zijne onderwerping aan U, geleerd, welke eer en hulde ik ü moet brengen. Gewaardig U, bid ik U, aan te nemen al wat ik U gedurende deze Noveen zal toewijden goedgunstig te aanvaarden. Gij zijt de veilige schuilplaats der l.oetvaardige zondaars; ik heb dus reden om mijne toevlucht tot U te nemen. Gij zijt de Moeder van barmhartigheid;gij zult dus niet anders dan bewogen kunnen worden bij liet zien van mijne ellende. Gij zijt, na Jesus Christus al mijne hoop: waarom zou mijn teeder vertrouwen in U, U niet welgevallig zijn! Maak mij dus waardig uw kind genoemd Dl te worden, opdat ik met gerustheid kunne zeggen; Toon dat gij onze Moeder zijt.
Hierna het gebed, dat voor de 9 achtereenvolgendo ⢠dagen is aangegeven.
Zie mij hier aan uwe eerbiedwaardige voeten, o onbevlekte Maagd. Ik verheug mij van gan-scher harte met U, dat gij, van eeuwigheid af zijt gekozen tot Moeder van het eeuwige Woord, fr; en bewaard voor de erfzonde. Ik dank en zegen de allerheiligste Drieëenheid, die ü met zulke voorrechten in uwe Onbevlekte Ontvangenis heeft
8
verrijkt, en ik smeek ü nederig mij; lt;le genade te verwerven, om de treurige gevolgen te overwinnen, welke de erfzonde in mij heeft voortgebracht. Ach! geef dat ik daarover moge zegevieren, en nooit ophoude mijn God lief te hebben.
Vervolgens voor eiken dag;
Litanie der Onbevlekte Ontvangenis.
ö
quot; P 0
Heer, ontferm U onzer!
Jesus Christus, ontferm U onzer!
Heer, ontferm U onzer!
Jesus Christus, hoor ons!
Jesus Christus, verhoor ons!
God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer!
God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God, Heilige Geest, ontferm U onzer!
Heilige Drievuldigheid, een God, ontferm ü onzer!
Heilige Maria, Maagd zonder zonde ontvangen, bid voor ons!
Heilige onbevlekte Maagd,
Onbevlekte Dochter van God den Vader,
Onbevlekte Moeder van God den Zoon,
Onbevlekte Bruid van God den H. Geest,
Onbevlekte Maagd, zetel der H. Drievuldigheid,
Onbevlekte Maagd, beeld van Gods wijsheid,
Onbevlekte Maagd, die uit het koninklijke bloed van David gesproten zijt, bid voor ons! Die den kop van de helsche slang verpletterd hebt,
Die voor ons over de erfzonde hebt gezegepraald.
Dageraad van de zon der gerechtigheid. Levende ark die het dierbaar Lichaam
van onzen Zaligmaker bevat.
Weg, die ons tot Jesus leidt,
Koningin des Hemels en der aarde. Uitdeelster der genade,
Haven van het Hemelsch Jerusalem,
_ Bruid van den kuischen Josef, quot;gu Schitterende ster die de wereld verblijdt, S Onoverwinnelijk bolwerk van de strijdende S S Kerk, ^
o Roos in het midden der doornen, §
S Olijfboom der velden, . °
â Voorbeeld van alle volmaaktheid, o
Steun van ons Geloof, S
a Bron van Goddelijke Liefde, ^ Onwedersprekelyk teeken van voorbeschikking.
Regel van de volmaaktste gehoorzaamheid.
Anker onzer behoudenis,
Licht der Engelen,
Kroon der Aartsvaderen,
Roem der Profeten,
Koningin der Apostelen,
Sterkte der Martelaren,
Deugd der Belijders,
Zuiverheid der Maagden.
Vreugd van hen, die in U hopen,
10
â Onbevlekte Maiigd, Genezing der kranken, bid .' voor ons!
Onbevlekte Maagd, Voorspraak van alle zon-g daren, bid voor ons!
J Onbevlekte Maagd, Vrees der ketters, bid voor a ons!
â â Onbevlekte Maagd, Teedere Beschermster van : alle Broederschappen en Instellingen ter uwer : eer opgericht, bid voor ons!
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, '£ vergeef ons. Heer!
, Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons. Heer!
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm ü onzer. Heer!
1 Jesus Christus, hoor ons!
j'1 Jesus Christus, verhoor ons!
⢠O Maagd, onbevlekt in uwe Ontvangenis, bid voor ons!
0 Opdat wij waardig worden de beloften van r'i___
Christus.
GEBED.
Almachtige, eeuwige God, die aan Uwe Kerk toelaat, de Onbevlekte Ontvangenis van de Moeder uws Zoons te vieren; verleen, smeeken wij U, dat degenen, die hier op aarde godvruchtig de gedachtenis daarvan houden, eenmaal in den Hemel de eeuwige vreugde mogen genieten, waarmede Gij de uitverkorenen overlaadt. Door Jesus Christus, onzen Heer. Amen.
V. Gij zijt geheel schoon, Maria. R. Gij zijt geheel schoon, Maria. V. En de erfsmet is niet in U.
11
R. En de erfsmet is niet in U. f
V. Gij zijt de glorie van Jeruzalem.
Ti. Gij zijt de vreugde van Israel.
V. Gij zijt de eer van ons volk.
E. Gij zijt de voorspreekster der zondaars.
V. O Maria.
E. ü Maria.
V. Allervoorzichtigste Maagd.
E. Allergoedertierendste Moeder.
V. Bid voor ons.
V. In uwe ontvangenis, Heilige Maagd, zijt gij onbevlekt geweest.
E. Bid voor ons den Vader, wiens Zoon gij m gebaard hebt.
Laai ons bidden.
O God, die dooi' de Onbevlekte Ontvangenis der Heilige Maagd uwen Zoon eene Hem waardige woonstede hebt bereid, geef, bidden wij IJ, Gij die Maria van allo zonde bewaard hebt om de verdiensten van den dood Uws Zoons, dat wij, van alle zonden gezuiverd, door hare voorspraak tot ü mogen komen. Wij smeeken U dit door denzelfden Jesus Christus onzen Heer.
O God, Herder en Eegeerder van alle geloo-vigen, sla een genadig oog op uwen dienaar fy: N., dien Gij aan het hoofd Uwer Kerk hebt willen plaatsen. Geef hem, bidden wij U, dat hij door woord en voorbeeld degenen voorga over wie y Gij hem gesteld hebt, opdat hij met de hem
12
toevertrouwde kndde tot hot eeuwige leven moge geraken.
0 God, onze toevlucht en onze kracht, gij die de oorsprong onzer godsvrucht zijt, steun de vrome gebeden uwer Kerk; geef, dat hetgeen wij niet volharding vragen, wij ook werkdadig mogen volbrengen. Door Christus onzen Heer.
It. Amen.
Op de andere dagen al hut voorgaande, met uitzondering van het gebed dat dagelijks veranderd wordt, als volgt:
30 November, 2e dag.
Onbevlekte lelie van zuiverheid, o Maria, ik verheng mij met U, dat gij, van het eerste oogenblik uwer Ontvangenis af, overladen zijt geworden met genaden en begiftigd met het volle gebruik uwer rede. Ik dank en aanbid de Allerheiligste Drievuldigheid, die U met zulke verhevene gaven heeft verrijkt; ik ben beschaamd voor U, op het gezicht van mijne geestelijke armoede. Giij werdt geheel vervuld met de hemelsohe genaden: ach! deel ze aan mijne ziel mede en geef dat ik deel hebbe aan de schatten uwer Onbevlekte Ontvangenis.
/ December, 3e dag.
Geheimzinnige roos van zuiverheid, o Ma-i ria, ik verheug mij met U, dat gij roemrijk
13
I I
in uwe Onbevlekte Ontvangenis gezegevierd | hebt ovei' den helschen slang, dewijl Oij zonder de smet der erfzonde ontvangen z^t. Ik | dank en loof van ganscher harte de aller- ; heiligste Drievuldigheid, die U zulk een voorrecht verleende, en ik smeek U mij de genade te verkrijgen om al de hinderlagen des duivels te overwinnen en mijne ziel niet door de zonde te besmetten.
2 December, 4e dag.
Spiegel van zuiverheid, o Onbevlekte Maagd, ik verheug mij bovenmate als ik zie dat Gij van uwe Ontvangenis af met de verhevenste en volmaakste deugden en tevens met al de gaven van den H. Geest verrijkt zijt. Ik dank en loof de Allerheiligste Drievuldigheid die U met zulke voorrechten overlaadde. Ik smeek U, o medelijdende Moeder, mij de genade te verkrijgen om de deugd te beoefenen en mij ook â â waardig te maken de gaven en de gunsten van den H. Geest te ontvangen.
â ui
3 December 5e Dag.
Helder schijnende maan van zuiverheid, o p Maria, ik verheug mij met U dat het geheim ^ ;.! uwer Onbevlekte Ontvangenis het begin is ge-j weest van het heil des menschelijken geslachts â M en de blijdschap der gansehe wereld. Ik dank en zegen de Allerheiligste Drievuldigheid, die : jj ü aldus verheven en verheerlijkt heeft. Ik
li
I smeek U, mij de genade te verkrijgen om mijn voordeel te doen met uw lijden en den dood % van uwen Zoon Jesus, opdat zijn Bloed, aan het IJ kruis gestort, niet nutteloos voor mij zij, maar ik mijne zaligheid bewerke, en heilig leve.
4 December, 6e dag.
Schitterende ster van zuiverheid, o Maria, ik verheug mij met U, dat uwe Onbevlekte Ontvangenis zooveel vreugde heeft verschaft aan al de Engelen van het Paradijs. Ik bedank en zegen de allerheiligste Drievuldigheid, die U met zulk een schoon voorrecht heelt verrijkt. Ach! geef dat ik zelf eenmaal deelgenoot van die vreugde moge worden en ik, in gezelschap van de Engelen, U moge loven en zegenen gedurende de gansche eeuwigheid.
5 December, 7e dag.
Dageraad, bron van zuiverheid, o Maria on-bevlekt, ik verheug mij met U, en ik bewonder V hoe gij, op het oogenblik zelf van uwe Ontvangenis, bevestigd zijt geworden in de genade, i welke gij altijd bewaard hebt. Ik dank eu ver-;⢠hef de allerheiligste Drievuldigheid, die U alleen
0 met dit bijzonder voorrecht heeft versierd. Ach!
1 verkrijg voor mij, o heilige Maagd, de genade L: om de zonde oprecht te verfoeien, en steeds | meer dan ieder ander kwaad, en geef dat ik
liever sterve dan die ooit weder te bedrijven.
I
15
1 Ã:
6 December, 8e dag.
Zonne zonder vlok, o Maagd Maria, ik verheug mij met U, en ik weusch U geluk dat God U in uwe Ontvangenis met zooveel overvloed heeft begunstigd van genaden als nimmer de Engelen of de Heiligen te zamen, met al hunne verdiensten bezaten. Ik dank en bewonder de zeer groote vrijgevigheid der allerheiligste Drievuldigheid, die U met zulk een voorrecht verrijkt heeft. Ach! geef dat ik beantwoorde aan de genade Gods, en dat ik die nooit meer misbruike. Verander mijn hart, en geef dat mijne bekeering van dit oogenblik af dagteekene.
7 December, 9e dag.
Schitterend licht van heiligheid, en siiiegel van zuiverheid, onbevlekte Maagd Maria, o mijne Moeder, nauwelijks waart gij ontvangen of gij loofdet uwen Heer en bedankte Hem ?lt; voor het onbeschrijflijk groote voorrecht u ge- | â¢3 schonken. Geef dat mijn hart steeds van dank- | Ãj baarheid jegens Hem vervuld zij, en dat mijne tong Hem immer waardig love: dat het liefdevuur uws harten mijn arm hart doorgloeie, p en ik met eiken nieuwen dag, die zijne goedheid mij schenkt, mijnen God meer en meer beminne. Kom mijne ziel in het sterfuur vertroosten en ^ ; geleid haar in het Kijk der eeuwige Liefde, in het hemelsch Paradijs. Amen.
i J
ft
16
v-vc â¢./;
___ââ
!éM:-
1: V â¢'. ^
Sgf? :J;\quot; .â â â¢' t'r'
iJe^EE^
écz eete van c/en cheza^)/iyndc/ien *%?ac/ez
H. FRANCISCUS VAN ASSISIE.
gevolgd naar die, welke plechlig le Rome in de Kerk der Minderbroeders le Ara Coeli gehouden wordt.
e dagelijksche oefening begint met de volgende hymne:
|
Plande, turba paupercula Patre ditata paupere: Laudis propina pocula Sacro depressa ubere. Hic simplex, rectus, hu-milis, Pacis cultor amabilis Lumen in vase fictili Ardens, ineens in fragili. |
Juicht, gij leden der arme familie, die een rijken schat bezit in een armen Vader; reikt den beker des lofs uit een toegewijd hart. Franciscus was eenvoudig, rechtvaardig, nederig, een berainlijke voortplanter des vredes, een brandende fakkel in een leeman vat, een schitterend licht in een broos vat. |
17
|
Vili contectus tegmine, Sancto calescensFlamine, Inter Coeli charismata. Christi recepit stigmata. Carnem mimdumquecon-terens â Hostes malignos prote reus, Auream victor meruit Aureolam. dum docuit. Pauper, nudus egreditur; Coelum dives ingreditur; Spargit virtutum manera; Aegris profligat vulnera. Verorum pater paupe-rum, Nos pauperes flic spiritu: Consortes redde superum Ereptos ab interitu. Patri, Nato, Paraclito Decus, honor et gloria Sancti sint hujus merito Nobis eeterna gaudia. Amen. |
het kleed der Onder armoede, wordt zijn hart verteerd door de vlammen van den Heiligen Geest, en in een stroom van genade, ontvangt hij de wondteekenen van Christus. Het vleesch en de wereld met voeten tredende, de booze geesten verslaande, verdient hij door zijne daad en zijn woord een schitterenden stralenkrans. Arm en naakt sterft hij; en gaat rijk den hemel binnen. Hij vermenigvuldigt de wonderen en geneest de wonden der zieken. Vader der ware armen, maak ons arm van geest; doe ons deel hebben aan het geluk der Hemelburgers, na ons aan den dood te hebben ontrukt. Lof, eer en glorie zij den Vader, den Zoon, den Heiligen Geest, en dat de verdiensten van dien Heilige ons de eeuwige vreugde verwerven, Amen |
18
le Dag.
Iili NUDISlilGIlKlU VAN DEN 11. FUANC1SCUS.
Was de H. Franciscus, om zijne verdiensten, in de oogen der menschen hoog verheven, in zijn eigen oogen was hij des te nietiger. Hij hield zich zeiven voor den grootsten zondaar der wereld. Ten einde degenen, die zeer met hem waren ingenomen, tot andere gedachten te brengen, liet hij zijne gebreken hoog klinken, of gaf' bevel aan eenigen zijner gezellen om hem met verwijten en beleedigingen te overladen; hij hoorde ze met een vrolyk gelaat aan, en bedankte zijn broeder, dat hij hem de waarheid had gezegd. Hij trachtte de gaven Gods te verburgen, bij voorbeeld de wondteekenen en zijne veelvuldige verrukkingen. Bracht men hem lof, zijn antwoord luidde dat hij nog niet zeker was van zijne zaligheid, dat hij slechts blaam verdiende, dat men niet wist wat er van hem zon worden. Om die diepe nederigheid, bleef hij diaken, daar hij zich geen priester durfde laten wijden.
Hij stelde er zijn geluk in te gehoorzamen. Ofschoon stichter en hoofd van zijne Orde, vroeg hij een gardiaan aan wien hij zou kunnen gehoorzamen, en zeide dat hij even gaarne aan den jongsten als aan den oudsten ordebroeder zou gehoorzamen. De Kerk, die de deugden der heiligen het best kan beoordeelen, geeft .
19
;0 hem bij uitnemendheid den titel van nederige.
Hij heeft ook, ter belooning van zijne nederig-% heid, in den hemel eene der uitstekendste plaatsen verworven onder die welke de oproerige engelen verloren hebben, als straf voor hun 0 hoogmoed.
:0
GEBED.
ii
j) O mijn Verlosser! in uwe school vormde zich | de H. Franciscus tot de diepste nederigheid. ; Hy ging daarin met reuzenschreden vooruit; ai en ik, die beladen ben met zonden, kan den : hoogmoed mijns harten niet beteugelen. Helpe mg uwe genade, om mij zeiven, naar het be-
0 hoort, te beschamen; geef, o mijn God, dat ik mij, even als O. H. V. steeds gelijkvormig make aan uwe goddelijke voorbeelden, en mij altijd aan uw kruis hechte, opdat ik mij niet meer late bedriegen door den geest van hoogmoed.
' O, glorievolle H. Franciscus, dat uwe nederig- § heid mij ten voorbeeld strekke! dat ik mjj, | even als gij, gaarne onder ieders voeten zie vertreden, en nimmer vergete, dat mijn ware :: j goed bestaat, niet in de eer der wereld, maar in | het ondergaan van vernederingen, met vreugde, k ter liefde Gods.
⢠m
â¢ffi Vijfmaal het Oi/ze Vader, Ween gegroet; Eer :55 zij den Vader, enz., ter eere der H. vijf wonden , van den Serafijnschen Vader met de Litanie.
1 | : 20
I
Litanie van den U. Franeisens van Assisië.
Heer, ontferm U onzer!
Christus, ontferm U onzer!
Heer, ontferm U onzer!
Christus, hoor ons!
Christus, verhoor ons! â¢
God, Hemelsche Vader, die Franciscus tot Uwen dienaar hebt uitverkoren, ontferm U : onzer!
God Zoon, Verlosser der wereld, die Francis- l cus met de teekenen Uwer heilige vijf Wonden bezegeld hebt, ontferm U onzer! God Heilige Geest, die Franciscus met vele .
liefelijkheden gezalfd hebt, ontferm U onzer! Heilige Drievuldigheid, een God, die Francis- yj cus in Uwe heerlijkheid ontvangen hebt, ontferm U onzer!
H. Maria, bijzondere blijdschap en troost van |n
Franciscus, bid voor ons!
H. Moeder Gods, gestadige toevlucht van Franciscus, bid voor ons!
H. Maagd der Maagden, voorspraak der ge-
heele orde van Franciscus,
Seraphijnsche Vader Franciscus, S
Allerminzaamste Franciscus.
Allergoedertierendste Franciscus, o
H. Franciscus, Vader der armen, °
H. Franciscus, Banierdrager van Christus, o H. Franciscus, Ridder van den gekruisten Jesus,
21
SVSQSCSNg-
H. Franciscus, Oven dei- liefde, bid voor ons! Arke der heiligheid,
Versmader der wereld,
Spiegel van boetvaardigheid.
Overwinnaar der boosheden.
Navolger van Christus,
Voorbeeld der ootmoedigen,
Leidsman der dwalenden,
Steun der H. Kerk,
Meester der gehoorzaamheid.
Liefhebber des vredes.
Licht uws vaderlands.
Heraut des Allerhoogsten Konings,
Martelaar met begeerte,
Voorganger in zuiverheid, ^
Prediker der schepselen Gods, £
Bestormer der booze begeerten, lt;
Dienaar der melaatschen, §
Verwekker der dooden, o ...
Bijstand dergenen, die uwen voorspraak ver- g
zoeken, â 5
Die van uwe jeugd af zoo milddadig jegens de armen waart, dat gij u ontkleeddet en u niet hunne armoedige kleederen bedektet,
Die u van alles ontbloot hebt om met meerder betrouwen te kunnen zeggen:
Onze Vader, die in den Hemel zijt.
Die u zeiven het onwaardigste van alle
schepselen noemdet,
Die van Jesus zelf hebt mogen hooren:
gaat Franciscus, en herstel mijn huis dat vervalt,
Die uwe H. Orde gevestigd hebt op de 0
PR
gehoorzaamheid, ootmoedigheid en heilige armoede, bid voor ons!
H. Franciscus, die 3in de hevigste bekoringen te blusschen u in de felste koude in de sneeuw wenteldet.
Die u zeiven achttet de leerling van Jesus niet te zijn, tenzij gij uw vleesch kruistet. Die van het lijden van Jesus niet kondet spreken, zonder te zuchten en te weenen, -⢠Die de teekenen der Vijf Wonden van ^3 g Jesus in uw lichaam ontvangen, en zelfs £L' â¢2 bloed gestort hebt, lt;;
g Die het geluk gehad hebt het kindje Jesus o £ uit de handen van Maria in uwe armen ^ te ontvangen, van den middernacht tot g K den dageraad,
Die door de Engelen gediend en door hunne gezangen in verrukking gebracht zijt, Die uwen geest gevende, uitriep: Heex! leid mijne ziel uit de gevangenis, om Uwen naam te belijden.
Ware Seraphijn, brandende in Jesus liefde. Bid voor ons, H. Vader Franciscus.
Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
GEBED.
O God, die uwe H. Kerk, door de verdiensten van den H. Franciscus, met nieuwe kinderen Gods zeer vruchtbaar vermeerderd en uitgebreid hebt! Geef dat wij, door zijne navolging, de aardsche dingen versmaden, en ons in de mede-deeling der hemelsche gaven altoos verblijden mogen.
23
à Heer Jesus Christus, die, toen de wereld in de liefde verflauwde, de teekenen Uws lijdens in het lichaam van den H. Vader Franciscus hebt willen vernieuwen, om onze harten te ontvonken. Vergun ons genadig uit aanmerking zjiner verdiensten, en door zijne gebeden, dat ook wü waardige vruchten van boetvaardigheid mogen voortbrengen.
O God, Heilige Geest, door wiens beleid en besturing de lotgevallen onzes levens geregeld worden! Help uwe dienaars, opdat wij, die met blijdschap de gedachtenis houden van den verheerlijkten Vader Franciscus, door zijne gebeden, en uit aanmerking zijner verdiensten, de glorie uwer Goddelijke Majesteit eeuwig genieten mogen, door Jesus Christus onzen Heer, die met U en den Vader, waarachtig God leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
lle Dag.
DE ARMOEDE VAN DEN II. FRANCISCUS.
Men kan zeggen dat de evangelische armoede de lievelingsdeugd van den H. Franciscus was. Zijn vader drong er bij hem op aan, dat hij zijn vaderlijk erfgoed zou afstaan; hij deed afstand van alles, tot zelfs van zijn onderkleed en fn Ã1;
24
SSNSsS
van dat oogenblik, was do armoede zijn eonig deel; hjj vroeg die aan God met veel gebeden en tranen.
Te Eorao richtte hij zich tot de Prinsen der Apostelen om haar te verwerven; en, znlk een schoon gebed een gunstig oor leenende, gaven zij hem de verzekering dat God hom die gunst had toegestaan. Hij noemde de armoede zijne zuster, zijne moeder, zijne bruid, zijne koningin. Hij sprak altijd van de armoede met eene diepgevoelde teederheid; hij klaagde dat de men-schen haar zoozeer hadden verlaten. Hij maakte de armoede tot grondslag van zijne Orde, en zeide dat God hem had geleerd dat men dooide deur der armoede het kloosterleven moest ingaan. Hij droeg slechts één kleed, omgordde zich met een dik koord en ging blootsvoets. Indien iemand hem armer dan hij verscheen, deed hij zichzelf de heiligste verwijten en wekte zijn naijver op, om zich niet in liefde tot zijne dierbare armoede te doen overtreffen. , Kortom, nimmer begeerde iemand zoo vurig de rijkdommen, als hij verlangde, ter liefde Gods, arm te zijn.
GEBED.
O Jesus, wie zou niet getroffen moeten zijn bij de overweging van de armoede, welke (iij en uwe heilige Moeder verdraagdet ter liefde ! tot ons! Dit was juist een der voornaamste on-derwerpen van de beschouwingen en de tranen van O. H. V. Franciscus. Zoodra hij dan oak C: de uitstekendheid eener deugd ontdekt had, welke Gij op zoo schitterende wijze onderscheidt
ti'.
25 2 I
ir
0
i;5 en begunstigt, omhelsde hij haar met zooveel ; vurigheid, dat hij geen rust zonder haar vond. | ia Ach, Heer! geef dat ik mij, uit overweging van zulke billijke beweeggronden, ontdoe van alle â ongeregelde genegenheid voor de aardsche din-: gen, ten einde in waarheid mijn Serafijnschen Vader te kunnen nazeggen: Mijn God en mijn al.
Heilige Beschermer, verkrijg voor mij een . druppel dier zoetigheid welke gij in de armoede jS vondt; jgeef, dat ik haar niet meer beschouwe : ! met de oogen eener blinde wereld, maar met f die van uwen geest; en dat ik de groote aan-; trekkelijkheid moge gevoelen welke zij ontleent ; aan het zeer arme leven van Jesus en Maria, t : 1 Vijfmaal het Onze Vader, Weet gegroet-, Eer : zij den Fader enz. Zie bladz. 22.
1 __I
llle Dag.
:« DE BOETVAARDIGHEID VAN DEN H. FltANCISCUS.
Een der gelukzalige gezellen van den H. Franciscus zeide, dat, indien de heilige stichter een sterk gestel zou gehad hebben, zooals hij dit wenschte, niemand ter wereld hem in de boetepleging van een verstorven en boetvaardig leven zou geëvenaard hebben. Van den beginne zijner bekeering af, hield hij zooveel vastetijden
in het jaar, dat de eene den andere spoedig â volgde, zoodat hij schier voortdurend vastte, (jj Zijn uitgezochtst voedsel bestond in een weinig groenten met asch of koud water, en dit deed hij, volgens zijne verklaring, uit vrees van toe te geven aan de zinnelijke neigingen door aan de behoefte des lichaams te voldoen. Indien hij om ziekte gedwongen was vleesch te gebruiken, deed hij daarvoor, aanstonds na zijne genezing, boete, door nog gestrenger te leven. Hij noemde â ; zijn lichaam broeder ezel, omdat deze zijn last Ll droeg, goed geslagen werd, weinig en bijna | altijd slecht voedsel kreeg. Een boetekleed, de (j kastijding, het nachtwaken, tranen maakten zijne geneugten uit. Hij overwon de bekoring 0 door zich in de sneeuw, de doornen en het â i vuur te werpen. Hij vond onophoudelijk nieuwe 0 wijzen uit om zijn vleesch te kastijden, en had â : zijn lichaam zoo gewend te lijden, dat hij het (j geheel aan den geest onderwierp, zóódat, indien 0 de geest een of andere nieuwe oefening van ! deugd ondernam, het vleesch, wel verre van zich daartegen aan te kanten, zich daarmede 'l. vanzelf scheen te vereenigen.
GEBED.
O, zoete Verlosser! welk een onderscheid tusschen het gedrag van den H. Franciscus en het mijne. Hij leidde een zuiver leven en behandelde zich zelven met hardheid; terwijl ik, die zooveel zonden heb begaan, mij zelven het leven slechts aangenaam zoek te maken, en van boetedoening niets wil hooren. O, mijn God, dat
27
het voorbeeld van uw leven, dat om zoo te zeggen een voortdurend lijden was, mij uit dien gevaarlijken slaap doe ontwaken en aanmoedige om liever duizendmaal te sterven dan mijne zinnelijkheid te voldoen en U daardoor te be-leedigen!
Daartoe besluit ik, dewijl liet klaarblijkelijk tegenstrijdig is, dat een lidmaat van een met doornen gekroond hoofd zich in geneugten baadt.
O, doorluchtige Boeteling! gij hebt in uw laatste oogenblikken uw lichaam vergiftenis gevraagd voor de mishandelingen welke gij het hebt aangedaan: gedoog niet dat ik, door eene over-drevene fijngevoeligheid, mijn lichaam niet verstorven hebbende, in mijn stervensuur te vergeefs berouw gevoele dat ik voor dat lichaam te veel zorg heb gedragen.
Vijfmaal het Ouze Vader, Ween gegroet; Her zij den Vader enz. Zie bladz. 22.
t
IVe Dag.
MKT GKIlUI.D VAN HUM II. FUANCISCUS.
i fn
Bij de eerste verschijning van den gekruisigden Jesns, hoorde de H. Franciscus hem zeggen:
SSNSSSSraSvatJBQSOSSSSBSBSVSSeöSBQÃa: |
28 '
{.
1
10
Indien gij Mij wilt navolgen, verloochen u zeiven; neem uw kruis op en volg Mij. De H. Fraticiscus gehoorzaamde onverwijld, en omhelsde het kruis met een heldhaftig geduld. Hij was zeer dikwijls in de gelegenheid om het uit te oefenen, in het volmaakte leven dat hij omhelsd had. Zijne boetepleging had hem bleek en mager doen worden, en daarom meende men dat hij van zijn verstand beroofd was, en daarom werd hij bespot. Men jouwde hem uit, en deed hem beleedigingen aan; zelfs wierp men hem met steenen en slijk; maar hij deed alsof hij het niet bemerkte. Met denzelfden moed verduurde hij de kwade behandeling welke zijn vader, dieven, Sarrazenen en zelfs duivels hem deden ondergaan Hij werd gekweld door ziekten, hevige en tallooze pijnen. In zijne laatste levensjaren vooral, had hij zooveel te lijden, dat hij een geraamte geleek; men zag aan zijn lichaam | slechts vel over been; en onder opzicht van het lijden, zeide hij, liever den marteldood te verduren dan drie dagen van zijne ziekte.
Intusschen had hij die smarten lief als zoovele geschenken des hemels. Hij dronk den bitteren kelk zoo gaarne, dat zijne kloosterbroeders zich daarover niet genoeg konden ver- | wonderen, en in hem een nieuwen Job meenden te zien, wiens geest zich des te meer versterkte naarmate zijne levenskrachten hem meer verlieten.
GEBED.
O, mijn Verlosser! wanneer zal ik even veel
vreugde in de pijnen en smarten vinden als in
tie zoetigheden en de vertroostingen ? Om daartoe te geraken, zou ik mij alleen uw heilig lijden behoeven te herinneren. Dan zou ik in alle dingen uwen goddelijken wil aanbidden en beminnen. Maar dit is een der groote gaven van uwen Heiligen Geest: ik vraag u die in de diepste nederigheid mijns harten. Ik vertrouw dat gij mij die zult verleenen, o mijn God! en van dit oogenblik af dank ik U voor al de droefenissen welke het U zal behagen mij over te zenden. Helaas! indien gij er mij honderdmaal meer zoudt overzenden, zouden zij toeh nimmer geëvenredigd kunnen zijn aan mijne zonden; ik zal dus als een geluk beschouwen met u te lijden en mij te kunnen beroemen in uw kruis.
Dat uw geduld mij ondersteune, o glorierijke H. V. Franciscus! en dat het mij wel door-dringe van deze groote waarheid, welke gij ons zoo gaarne hebt geleerd, dat, namelijk de volmaakte vreugde en do ware glorie van degenen die God dienen juist hierin bestaat, dat zij gaarne, uit liefde tot Hem, lijden.
Vijfmaal het Onze Vader, IVees yeyroel; Eer zij den Vader enz. Zie bladz. 22.
3
fil
30
PjSVS^SBvS
P
Ve Dag.
ÃE LIEFDE VAN DEN 11. FRANCISCUS VOOll GOU.
De H. Franciscus was zoo ontvlamd door de liefde Gods, dat hij een Serafijn scheen te zijn; ; men gaf hem dan ook den naam van den Sera-fjnschen. In den bloei des levens vormde hij het verheven besluit om nimmer de aalmoes te weigeren, die men hem ter liefde Gods zou vragen, zeggende: dat wij nog de schuldenaars der armen waren, dewijl zij ons voor eene geringe aalmoes eene onwaardeerbare zaak gaven, namelijk de liefde Gods. Die liefde was het, welke hem, in tegenwoordigheid van den bisschop van Assisië, zich deed ontdoen van al wat hij bezat, en hem verder een geheel he-melsch leven deed leiden. Die liefde was het, welke hem driemaal onder de ongeloovigen bracht, met het doel om er tot Gods glorie zijn bloed te vergieten. Die liefde was het beginsel van al wat de H. Franciscus ondernam voor het zieleheil des evennaasten. Hij meende Gods vriend niet te kunnen zijn, zonder alles te doen wat in zijne macht was om de zielen zalig te maken, die door Jesus' bloed waren vrijgekocht. Bij het hooren alleen van Gods naam, brandde de H. Franciscus van een hemelsch vuur; van daar dikwijls zijne wonderbare verkwijning en geestvervoering. Hij herhaalde dikwerf in zijne | gebeden deze woorden: Mijn God en mijn al,
31
Eindelijk, zoo zegt ons de H. Franciscus van Sales, was de hitte van dat vuur de glorierijke oorzaak van den dood diens heiligen Patriarks.
GEBET).
: ?
O mijn God! terecht zeide de Serafljnsche leeraar, de H. Bonaventura, dat de H. Franciscus, gelijk aan een vuurkool, geheel verslonden werd door het vuur uwer liefde. Welke schande voor mij! De schepselen dienden den heiligen Ordestichter tot trappen om zich tot U te verheffen, en tot voedsel voor zijne goddelijke liefde; terwijl zij voor mij eene oorzaak zijn om elk oogen-blik in uwen dienst te verslappen en uwe majesteit gedurig te beleedigen! Vergiffenis, Heer; verleen mij een vonk van het heilig vuur dat uwen vromen dienaar verteerde, opdat mij, op zijn voorbeeld, niets zoozeer ter harte moge gaan dan u te behagen en mij geheel aan de glorie van uw heiligen naam toe te wijden.
O, Serafijn van liefde! gij die in zoo hooge mate in liefde tot God uitmuntte, dat door uw voorbeeld, al mijne neigingen in dien afgrond van goedheid mogen wegzinken, opdat ik mij over niets bekommere dan over hetgeen Hem kan beleedigen, en ik geen anderen troost vinde dan :f in arbeid en lijden om Zijne liefde.
Vijfmaal het Onze Vader, Wees gegroet; Glorie zij den Vader enz. Zie bladz. 22.
⢠B
Vle Dag.
DU l.llil'UlO VAN HEN 11. FIÃANCISCUS VOOIt UliN EVENNAASTE.
Indien men in het hart van den H. Francis- ; cns had kunnen doordringen, zon men daar oen B : bewonderenswaardig mengsel gevonden hebben
van zachtmoedigheid en liefde voor den even ffj: 1 naaste; in zijne jeugd ontdeed hij zich van zijne 3 kleederen om daarmede een armen soldaat te voorzien. Bij andere gelegenheden, tornde hij ze los of scheurde ze, om de stukken aan de ' 'â % behoeftigen te geven.
Een zijner aangenaamste bezigheden was het â 0 verzorgen der melaatschen, en hij had den hevigsten tegenzin moeten overwinnen om zich daaraan te wijden. Hij zag in de ellende van zijn evenmensch die welke Jesus voor ons leed. Ternauwernood bespeurde hij een arme, of zijne ingewanden werden door medelijden bewogen. Hij kon niet hooren morren tegen of kwaadspreken van zijn evennaaste en hij berispte gestreng degenen, die, al ware het slechts in geringe mate, aan de eer des evennaasten te kort deden. Maar het zieleheil was het voor- â naamste voorwerp zijner liefde. Hij zou de gan-sche wereld hebben willen bekeeren en zalig maken. Met dat doel, hield hij niet op te handelen en te weenen. Hij vergenoegde zich niet
r
33
niet zijne leerlingen daartoe in hot werk te stellen; hij arbeidde zelf aan het heil der zielen; met dat doel trok hij door provinciën en koning-| rijken; en de wijngaard des Heeren, met zijn ' zweet besproeid, bracht wonderbare vruchten voor den hemel voort, getuige daarvan, onder anderen, de wereldlijke Derde Orde van den Heiligen Pranciscus.
lil
GEBED.
O. mijn Jesus! ik breng U warmen dank : voor al het goed dat de wondervolle liofde van 'i den H. Pranciscus in de wereld gewrocht heeft. 0 Hoe weinig tracht ik die verhevene voorbeelden van christelijke liefde na te volgen! Hoe dikwerf doet mijne eigenliefde mij de plichten der naastenliefde uit het oog verliezen. Ach! Heer, ik heb een levendig berouw over mijne hardvochtigheid. Voortaan zal ik in ieder mijner broeders mijn eigen persoon zien; en daar de zonde het grootste ongeluk is dat gebeuren kan, vraag ik dat gij U gewaardigt, o mijn God! mij te bedroeven naar uw welbehagen; maar ik vraag U ook met aandrang, de genade om ze voor zulk een groot kwaad te behoeden ; want het is rechtmatig het heil dei-zielen boven alles te stellen, dewijl Gij daarvoor uw oneindig kostbaar leven hebt gegeven.
En gij, mijn heilige en meedoogende beschermer, verkrijg mij een hart gelijk het uwe, dat den evennaaste niet beschouwt met de vooroor-deelen der eigenliefde, maar volgens dien zoeten band der liefde, welke mij met hem ver-
34
eenigt door ile belijdenis van het christendom en door hot leven en de eer dos Verlossers.
Vijfmaal het Onze Vader, JFeex gegroet; Glorie . ^ zij den Vader enz. Zie bladz. 22.
Vlle Dag.
IHi llEVOTIÃ VAN DUN' li. KUANCiSCUS VOOli HE GEIIUIMENISSISN VAN JESUS.
- ȉ
r
De vurige liefde, welke den H. Franciscus de smaak van al de goederen der wereld deed verliezen, boezemde hem de verhevensto gevoelens in omtrent de goddelijke dingen. Hij bereidde zich tot de voornaamste feesten voor door lange vasten, welke hij niet alleen door onthouding van spijs en drank, maar ook door vurige meditatiën on andere degelijke oefeningen van godsvrucht heiligde. Hij had eene groote devotie in 's Heeren geboorte. Hij vierde die eenmaal op zulke teedere en gevoelvolle wijze, dat men daarover buitenmate getroffen was. Om zjjn dienaar te beloonen, verscheen de Verlosser hem onder de gedaante van een kind in de kribbe welke de H. Franciscus Hem had bereid. Deze heilige Patriark stortte bittere tranen over het lijden van Jesus Christus. Dat was zijn spiegel, zijn boek en het ge-
1
35
: [fj rji
wone onderwevp zijner gesprokken tevens; maar de gekruisigde Jesus, hem dan ook daarvoor willende beloonen, verscheen en sprak tot hom meermalen.
Men werd van devotie doordrongen, als men hem zag communiceeren, en de onuitsprekelijke zoetheden welke hij daarbij ondervond, deden hem langzamerhand tot geestvervoering komen. Hij hield zich dikwerf bezig met de grootheden en de deugden der heilige Moedermaagd: en wanneer hij daaraan, even als aan de Engelen en de Heiligen dacht, bediende hij zich van deze overdenkingen als van zoovele levendige en vurige gebeden om zijne liefde tot God te vermeerderen.
GEBED.
O, mijn Jesus! De H. Pranciscus trok uit de goddelijke geheimen, als ware mijnen des Hemels, ontzaglijke schatten van volmaaktheid; en ik meen veel te doen wanneer ik ze door de eene of andere uitwendige oefening eer, welke ik mot flauwheid verricht, terwijl mijn gemoed ontrust is door duizenderlei ijdele gedachten. Ach! Heer, doe over mij het verheven licht van uw goddelijk aanschijn opgaan, en leer mij zelf uwen heiligen wil. Ik aanbid en bemin à in uw leven en in uw dood, in uwe onbevlekte Moeder, in uwe Heiligen, maar gewaardig U mij zelf uwe wegen on mijne plichten te doen kennen, opdat de geest uwer wet de ziel mijner eeredienst zij, en ik een heilig leven vereenige met mijn offer van lof en dank.
En gij, 11. V'. Franciscus, volmaakt toonbeeld
36
0 s
g
van devotie; gij, die ter eere Gods eenige kei-ken deedt herstellen welke in puin violen, help mij om -weder een levende tempel te worden van den Allerhoogste, geheel vervuld met den geur eener oprechte devotie, en om den levenden tiod, niet slechts in woorden, maar van ganscher harte, maar met werken, maar door geheel mij zeiven te loven.
Vijfmaal hot Onze Vader, ll'eesgegroet; Glorie zij den Vader enz. Zie bladz. 22.
Vllle Dag.
UK IIKIIJGK WONDTKKKUNKN II. KliANCISCUS.
Het loven van den H. Franciscus had verscheidene punten van gelijkenis mot dat dos Verlossers; maar de indrukking der wonden van Jesns in het lichaam van zijn godvrnchti-gen dienaar, was als do voltooiing on hot zegel op die goddelijke golijkvormighoid. Twee jaren vóór zijn dood, in 1223, terwijl de H. Franciscus de vasten, waardoor hij zich voorbereidde voor het feest van den H. Michael, op den berg Alverno was gaan doorbrengen, verscheen de Heer hem onder de gedaante van een schitterenden gekruisigden Seraf; en na zijn hart door
37
liefde gewond te hebben op liet gezicht vim zijne schitterende schoonheid en door geheim- , Sj zinnige en onuitsprekelijk zoete woorden, wond- , | de hij het lichaam van zijn nederigen dienaar, en drukte hem in de handen, voeten en zijde een levend teeken dier wonden, welke hij aan het kruis voor het heil der wereld had ontvangen. Deze indrukking ging gepaard met eene buitengemeene smart en, door den wil des Al-machtigen, leefde de Patriark nog twee jaren, die kostelijke teekens onzer verlossing bij zich dragende. Zijne handen en zijne voeten waren in het midden met nagelen doorboord; de koppen dier nagelen, rood en zwart, vertoonden zich boven op de handen en de voeten; de punten, die iets langer waren en aan de andere zijden uitkwamen, waren omgedraaid en lagen op het vleesch waaruit zij staken. De wond aan de rechterzijde was rood en als met een lans doorstoken, en liet dikwijls bloed uitvloeien. De H. Franciscus was derhalve een gekruisigde onder de menschen geworden, en even als de groote Apostel, kon hij zeggen ; Ik leef; niet meer ik, maar Jesus Christuh leeft in mij.
Hebben wij niet hetzelfde voorrecht als onze Serafijnsche Vader om de heilige teekenen dei-Passie in ons lichaam te mogen dragen, wij hebben ten minste, even als hij, de verhevene roeping om meer bijzonder het leven van den armen, lijdenden en gekruisigden Jesus na te volgen; dien goddelijken Meester in vasten, nachtwaken, koude, naaktheid, berooving van al de zoetigheden des levens te dienen. Zoodoende zullen wij, naar de aanbeveling des
38
apostels, den dood en het kruis van Jesus Chris- ; J tns in onze lichamen dragen, Kemper mortijiea-.) tionem Je.itt m corpore nostra circumferenles.
GEBED.
0 mijn Verlosser! wie zal U waardig kunnen loven voor zulk een bewonderenswaardig werk. Niet alleen voor den H. Franciscus hebt Gij het gedaan, maar ook voor mij en voor al de geloovigen. Gij hebt gewild dat de wonden van uwen dienaar ons de uwen zouden herinneren, en daardoor opwekken om U de liefde weder te geven, welke wij ü verschuldigd zijn voor de onvergelijkelijke weldaad van uw smartvol lijden. Wees in alle eeuwigheid gezegend voor die vaderlijke bezorgdheid. Gewaardig U, o mijn God, door de verdiensten van den H. Franciscus het verlangen te versterken dat die wond-teekenen mij inboezemen, van aan de wereld en aan mij zeiven af te sterven, teneinde eenig en alleen voor u te leven, die, door uwen dood ons het ware leven hebt willen geven.
En gij, gelukzalige Vader, vermeerder dooide verhevene liefdevlammen uws harten, de vreugde welke uwe heilige wonden mij veroorzaken, opdat ik, ze met een diepen eerbied kussende, duidelijk en klaar de geheimvolle taal be-grijpe in welke zij als zoovele hemelsche monden mij toeroepen: Ueh meen God UeJ\ die uit overmaat van goedheid, zich fjewaardigd heeft vour u te lijden en te stenen.
Vijfmaal het Onze Pader, Weesgegroet; Glorie zij Jen- Vader enz. Zie bladz. 22.
3y
IXe Dag.
DE GliLUKKIGE DOOb VAN DEN ii. FHANCISCÃS. a\
De dood van den H. Franciscus was een der treffendste tooneelen, welke de wereld ooit heeft aanschouwd. De Heilige bereidde zich daartoe voor door oefeningen van de verhevenste godsvrucht. In zijn laatste levensuur, herinnerde hij zich hoe de Verlosser zonder kleederen aan het kruis hing, en hij strekte zich ook op den blooten grond uit om hem na te volgen. De overste bood hem een kleed aan, zeggende dat hij het hem, bü wijze van aalmoes, als aan een 0) arme leende, en Franciscus, tevreden dat hij tot zijn laatste oogenblik getrouw was geweest aan zijne dierbare armoede, bedankte God daarvoor. Hij liet zich de Passie volgens den heiligen Joannes voorlezen; hij bad daarna den 141 en psalm, die den doodstrijd eener ziel zoo goed uitdrukt en bij het laatste vers: Heer, verlos mijne ziel uit hare r/evangenis, opdat ik meen naam lofprijze; de rechtvaardigen wachleti mij, opdat Gij mij de belooning zoudl geren welke (rij mij hebt voorbereid, blies hij zacht den luat-sten adem uit. Men zag deze kostbare ziel recht naar de eeuwige glorie opstijgen, als eene schoone ster die zich ten hemel verheft; zijn lichaam bleef niet langer mager en bleek, maar ongedeerd en bewonderenswaardig wit. De zwarte kleur der heilige nagelen deed de wonden dei-voeten en der handen uitkomen, die der zijde,
40
rond en rood, scheen eeno frische en schitterende roos; de omstanders waren daarover getroffen en tot schreiens toe bewogen.
GEBED.
O, mijn Jesus! hoe kostbaar is de dood uwer Heiligen! ïoen de H. Pranciscus den zijnen zag naderen, bracht hij U levendigen dank, en in de overmaat zijner vreugde wilde hij dat zijne kloosterlingen met hem uwen lof zouden zingen. Ik dank U daarvoor van ganseher harte en, ter wille zijner glorievolle wonden, smeek ik U mij een geheel nieuw leven te doen leiden, opdat ik alleen uwe eer op het oog hebbe als mijn eenig doel in deze wereld, en gij mijn leven en mijn dood zult gelieven te heiligen en ik. door beide, het geluk moge hebben U in alle eeuwigheid te verheerlijken.
Heilige Beschermer, ziedaar de zaligende gedachten welke uw zoete overgang van dit tranendal naar het hemelsch vaderland in mij opwekt. O! hoe gelukkig eindigt degene, die den weg bewandelt, door U ingeslagen! Hoe gelukkig zou ik zijn dien te bewandelen en daarop te sterven! Wel verre dat ik den dood zou vreezen, zou ik dien beschouwen als mijn weldoener en mijn vriend; want hy zal mij bevrijden van het gevaar van God te be-leedigen, en mij het geluk verzekeren van Hem eeuwig te beminnen.
Ik hoop dit van zijne genade en van uwe voorspraak. Amen.
Vijfmaal het Onze Fader, Wees gegroet; Glorie zij den Vader enz. Zie bladz. 22,
iJQ^EE^
ter eexe -vaii. d-eu. Heilig-en.
LUDOVICUS
HeschermheUiye Oer Derde Orde.
Ie Dag.
Iin tllSVOTIIS TOT DUN H. LUDOVICUS.
e devotie tot den heiligen Ludovicus moet den leden der Derde Orde wel dierbaar zijn; tusschen hen en dien , vromen koning bestaan zeer bijzondere betrekkingen. De wereld en de zaken moede, die hem beletten zich uitsluitend aan God toe te wijden, besloot Ludovicus de teugels van den Staat aan zijn zoon overtegeven, om zich te begeven in de Orde van den heiligen Franciscns van Assisië of van den heiligen Dominicus; want hij droeg haar r: beide een zeer bijzondere genegenheid toe, en zeide dat indien hij zijn lichaam kon deelen, hij 1 een gedeelte aan de kinderen van den H. Prancis-cus en een ander aan die van den H. Dominicus zou geven. Maar de koningin, zijne gemalin, verzette
42
zich ten stelligste tegen dit voornemen; zij herinnerde hem de verbintenissen bij zijne zalving aangegaan, hield hem voor dat een koning even goed den hemel kon verdienen als een kloosterling, en dat hij, het oppergezag in han-) den hebbende, zich daarvan moest bedienen tot : het zieleheil van de anderen nog meer dan het [ij zijne. Ludovicus begreep de degelijkheid van fl hare redenering, en een midden zoekende tus-schen de wereld en het kloosterleven, omhelsde hij de Derde Orde van den H. Pranciscus, stelde er zijn roem op om het kleed der Orde te dragen en de oefeningen te doen. Wie zou zijne getrouwheid niet bewonderen aan het dagelijksch breviergebed. Als gevangene in de Massoura, houdt hij slechts een knecht over om hem te dienen, terwijl twee geestelijken hem ter zijde staan, om hem te helpen den vromen plicht te vervullen. Welk geluk voor ons! welke ffj glorie dat wij zulk een doorluchtigen koning, zulk oen heiligen man tot beschermheilige hebben en onder onze broeders tellen! Laten wij van hem leeren onzen heiligen staat te eeren, de plichten welke hij ons oplegt met getrouwheid te vervullen, ons onophoudelijk herinnerende, dat het niet genoeg is tot eene Orde te behoo-ren om zijne zaligheid te bewerken, maar dat men den Hegel der Orde ook moet naleven en zijn geest bezitten.
GEBED.
Gewaardig (J, o groote Heilige, van den troon waarop uwe deugden u geplaatst hebben, op ons uwe blikken te doen vallen. Als kinderen van den
43
H. Franciscus, zijn wij uwe broeders. Met vertrouwen verheffen wij onze gedachten en onze harten tot u, overtuigd dat gij in ons leden zult zien van dat groots gezin, waartoe gij het geluk hadt te behooren. Ja, gij zult ons beminnen als de oudste zoon eener familie zijne broeders en zusters liefheeft; gij zult ons een goedgunstig gehoor verleenen, gij zult onze gebeden aan God opdragen. Met de uwe vereenigd, zullen zij Hem aangenaam zijn, en overvloedige zegeningen over ons doen nederdalen. Ondersteund door Zijne machtige hand, zullen wij met snelle schreden den heiligen loopbaan vervolgen, dien wij zijn ingetreden, en geen onzer zal de eindpaal niet bereiken, die de Serafijnsche H. Franciscus, onze glorierijke Vader en de uwe ons in den Hemel heeft aangewezen. Amen.
LITANIE VAN DEN H. LUDOVICUS.
Heer, ontferm ü onzer!
Christus, ontferm U onzer!
Heer, ontferm u onzer!
Christus, hoor ons!
Christus, verhoor ons!
God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer! God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer!
God, Heilige Geest, ontferm U onzer!
44
; W k:
Heilige Drievuldigheid, één God ontferm U onzer!
Heilige Maria, bid voor ons!
Heilige Moeder Gods,
Koningin van Hemel en aarde.
Machtige Patrones der drie Orden door Fran-
ciscus gesticht,
H. Pranciscus, Vader van den H. Ludovicus, H. Ludovicus, groote Koning van Frankrijk, H. Ludovicus, wiens onschuldige jeugd door
eene H. Moeder beschermd werd, H. Ludovicus, wiens vorstelijke deugden uw
Koninkrijk versierden,
H. Ludovicus, Vader der armen.
Vertrooster der bedroefden.
Beschermer der verdrukten, ta
Toevlucht der weduwen en weezen, £
IJveraar voor het Huis des Hoeren, lt;1 Allergetrouwste Zoon der H. Kerk, §
Navolger der deugden van den Serafijn- ^ schen Vader Pranciscus, g
g Beminnaar des Vredes, â
.S Verachter van de ijdelheden dezer we-o reld.
Toonbeeld van boetvaardigheid, |-' Allerverhevenst in ootmoedigheid, ^ Bewonderingswaardig om uw levendig geloof in het allerh. Sacrament,
Brandende van liefde tot den lijdenden Je sus. Verdediger van het H. Graf des Heeren, Getrouwe Strijder van Christus,
Die Pranciscus' kleed hooger schatte dan
uw vorstelijk purper,
Beschermheilige der Derde Orde,
45
H. Ludovicus, voorbeeld van geduld in het lijden, bid voor ons!
Vol kinderlijk betrouwen op do hulp der
H. Moeder Gods,
Die met blijdschap van deze wereld gescheiden zijt,
E§~ Om uwe volharding gekroond met eeuwige tö â¢S glorie, ^
o Zoo hoog gezeteld in het Koninkrijk des o à Hemels. °
Lam Gods, dat v\ egneemt de zonden der o 135 wereld, spaar ons Heer! S
Lam Gods dat wegneemt de zonden der
wereld, verhoor ons Heer!
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.
Onze Vader wees gegroet.
V. Bid voor ons, H. Ludovicus!
A. Opdat wij waardig mogen worden de beloften van Christus!
V. Heer verhoor mijn gebed!
A. En laat mijn smeeken tot u kome!
Laai ons bidden.
O God, die Uwen Belijder, den H. Ludovicus, van het aardsche Koninkrijk tot de glorie van het Hemelrijk hebt overgevoerd; wij smeeken II door zijne verdiensten en voorspraak, maak ons deelgenoten van den Koning der koningen, Jesus Christus, Uwen Zoon, die mot U leeft en d heerscht in do eenheid des H. Geestes, in de I eeuwen der eeuwen. Amen.
46
Dag.
DE GEEST IIRS GELOOFS VAN DUN JIKIMGEN fj LUIIOVICUS.
Het geloof, zeggen de Kerkvaders, moet niet ïi alleen tot regel dienen van ons gelooven, maar : ook van onze handelingen. Hij gelooft waarlijk, :
die in beoefening brengt wat hij gelooft, zegt de , heilige Gregorins. Gij zegt: ik geloof, roept de a heilige Augustinus uit, maar doe wat gij zegt: want dat is het geloof. Zoo nu was het geloof van den H. Ludovicus; zijn gedrag was steeds ; in harmonie met zijn geloof. Hij geloofde dat Æ God de opperste grootheid is, en als hij bad, 0
was zijn uiterlijk zoo zedig, zijn eerbied zoo ij diep, dat verscheidene Saracenen die hem met 'f 3 deze heilige oefening bezig zagen, aanstonds christen werden. Hij was zoozeer overtuigd van - de waarachtige tegenwoordigheid dat hij wei-; gerde in de H. Kapel te Parijs eene geconsacreerde Hostie te gaan zien, waarin Jesus ,â zich als een schoon kind vertoonde : »Ik behoef ; niet te zien om te gelooven, zeide hij aan de- ,, genen die hem dit wonder verhaalden.quot; Welk -(il een ijver had hij dan ook voor de kerken waar : : öj Jesus Christus rust, en welk een eerbied als | hij tot de heilige Communie naderde! Hij ge- -ij{ loofde dat Jesus, in de goddelijke Eucharistie tegenwoordig, onze geleden hoort en verhoort, jjj on in de dreigende gevaren, haastte hij zich
f O
47
om tot Hem te gaan. Het schip waarop hij zich met zijn geheele gezin bevond is op liet punt van een hoogen storm te vergaan; terwijl alles om hem in hevige onrust verkeert, neemt hij alleen zijn toevlucht tot Jesus in het allerheiligste Sacrament des Altaars en roept tot Hem: Heer, rei ons, wij verf/aan. Hij geloofde dat de priesters de plaats heldeeden van God en de uitdeelers zijn der heilige geheimen, en hij was vol eerbied voor hen. Op zekeren dag was hij in gesprek met zijn biechtvader, een venster gaat open, deze wil het sluiten. Neen, zegt de Heilige, gij zijt de vader, ik hen de zoon, ik moet opstaan. Hij geloofde dat zij die onrechtvaardig verkregen goed bezitten, het rijk der hemelen niet zullen binnengaan; daarom liet hij, wanneer hij een gewest doortrok, onkreukbaar rechtvaardige mensehen achter, om de schade te vergoeden welke zulk een talrijke hofhouding, op haren doortocht, zou hebben kunnen veroorzaken; als hij een verren tocht ging ondernemen, deed hij afkondigen, dat hij gereed was om al de klachten te voldoen, welke men terecht tegen hem kon doen hooren. Hij geloofde dat wie zijn leven in den tijd zal willen redden, wanneer God het hem vraagt, het in de eeuwigheid zal verliezen; daarom kon het verschiet van een afgrijselijk lijden, het gevaar van een dreigenden dood hem nooit overhalen om aan zijn geweten te weerstaan. Zijn levendig geloof deed hem ook twee kruistochten ondernemen, en zich aan zooveel gevaren bloot stellen om de Katholieke Kerk te verdedigen. Gelijkt ons geloof op dat van den H, Patroon!
48
â Is het de regel van onze geclachten, onze woorden, onze werken ? Beoordeelen wij wat rondom -ons geschiedt alleen naar de regelen des ge-J loofs? Schatten wij de waarde van elk ding alleen bij het licht, dat het geloof ons daaromtrent geeft? Volgen wij niet de valsche ⢠meeningen der wereld, achten wij niet wat zij acht, verachten wij niet wat zij veracht, zonder ï te denken aan het oordeel dat God daarover ' uitspreekt, en aan hetgeen hot geloof ons daar-â ' over leert? Vergelijken wij ons hier met den % H. Ludovicus en schamen wij ons zijn voorbeeld zoo weinig na te volgen.
1 ï GEBED.
i i
Het geloof, o groote Heilige, was altijd le-vend en vurig in u, het was als een flambouw welks licht al uwe schreden richtte, al uwe gangen verlichtte ; het regelde uw gedrag in al zijne bijzonderheden: gij bracht het in beoefening zoowel in het ongeluk als in voorspoed, tot zelfs onder het zwaard der ongeloovigen, p uwe vijanden. In het aanschijn van den dood, [ii wist gij van geen wankelen; en ik ben gevallen 0 voor een verwijt, eene spotternij! O! ik wil mij voortaan getrouw betoonen aan al de voor-schriften des geloofs: moge het in mij altijd [ standvastig en werkdadig zijn, opdat ieder aan p mijn gedrag een leerling van Jesus Christus en ; een kind van den Heiligen Pranciscus herkenne. {5 Dit voornemen leg ik voor uwe. voeten neder; gewaardig u het aan God aan te bieden, opdat 0
49 3
Hij die zegene en mij de gelukkige vervulling daarvan schenke. Amen.
Litanie bladz. 44.
llle Dag.
Tllï ACHTING VAN DEN II. LUDOVICUS VOOR ZIJNE
WAARDIGHEID VAN ClIlilSTEN.
;® '
Verlicht door het geloof leerde Ludovicus de hoedanigheid van christen en den eerbied dien men haar verschuldigd is, kennen. Hij begreep dat de titel van kind Gods, de schoonste zijner titels was: daarom teekende hij ook liever Lo-dewijk van Poissy, dan Lodewijk van Frankrijk, aldus getuigende dat het stadje waarin hij het heilig Doopsel had ontvangen, in zijne oogen de voorkeur verdiende boven het edele koningrijk, aan welks hoofd de Voorzienigheid hem geplaatst had. Maar vooral door de beoefening van alle deugden wilde hij zijne bovennatuurlijke roeping en den rang waartoe de toepassing der verdiensten van Jesus Christus hem verheven had, eeren. Zijn leven was dan ook altijd zuiver en heilig; met de meeste oplettendheid kon men in hem de geringste fout niet ontdekken, en hij wist zijn eerste onschuld tot
i 50
zijn laatsten ademtocht te bewaren. Zooveel indruk hadden de woorden zijner moeder op hem gemaakt toen zij hem zeide: Mijn zoon, ik heb n zeer lief; maar moogt gjj sterven eerder dan dat ik u bezoedeld zou moeten zien met eene enkele doodzonde.
Hoe komt het toch dat ons leven zoo weinig heeft van het leven van den H. Ludovicus? Hoe komt het, dat het door zooveel fouten ontsierd wordt ? Dit is het gevolg daarvan, dat wij onze waardigheid niet kennen, dat wij onze gedachten en onze gevoelens hier laten rondkruipen in plaats van ze opgeheven te houden naar den Hemel, waar onze Vader woont.
Herinneren wij ons dus dikwerf onze hoedanigheid van kinderen Gods. Eichten wij bij het begin van den dag en van onze handelingen den blik tot Hem en zeggen wij Hem: Mijn God, gij zijt mijn vader, gedoog niet dat uw kind ooit iets doe wat U zou kunnen onteeren.
GEBED.
Groote Heilige, die, vol achting voor de genade van uw doopsel, die van uw wieg tot uw graf hebt weten te bewaren, leer ons die kostbare gave hoogachten, welke ons aan de macht des duivels onttrok en ons in het bevoorrecht veld der Heilige Kerk plaatste, waar wij den dauw ontvangen die vruchten van deugd voortbrengt. Wij werden toen met het kleed des Hemels bekleed, vóórdat wij de ellenden dei-aarde konden; maar wij hebben dien hemel-schen tooi door de zonde verloren.
Ach! indien wij op dit oogenblik het ongeluk
hadden van daarvan beroofd te zijn, verzoen ons met God, en indien wij het geluk hebben van tot zijne vrienden te behooren, gewaardig ii ons de volharding te verkrijgen. Mogen wij voortaan de hooge waarde van den staat van genade gevoelen en duizendwerf liever sterven dan toe te stemmen in het verlies van het kostbaarst goed, de waardigste aller schatten.
Litanie, bladz. 44.
IVe Dag.
AFGRIJZEN VAN DEN H. LUDOVICUS VOOI! HE GODSLASTEUING EN HET VLOEKEN.
De H. Ludovicus, innig overtuigd van Gods grootheid en de verplichting die op ons rust om Hem te eerbiedigen, kon zijn heiligen naam niet zonder afgrijzen hooren lasteren. Hij deed dan een edict afkondigen waarbij gelast werd om degenen, die zich aan deze misdaad schuldig maakten, op de lippen te brandmerken, en 'i die straf liet hij toepassen op een der voor- jj naamste inwoners van Parijs, dien hij in het ; openbaar had hooren godslasteren. Het volk i deed beleedigende taal tegen den vorst hoo- ' _ ren; maar deze verbood eenig onderzoek daar-; omtrent in te stellen, zeggende: »zij hebben l
52
slechts tegen mij gesproken. Gave God dat | ik door zeiven de straf te ondergaan, bij mijne J : wet bedreigd, de godslastering uit mijn rijk | kon verbannen.quot; Toen hij eenigen tijd daarna hoorde dat het volk hem toe juichte ter ge-g legenheid van zekere weldaden» waarmede hij p het had overladen, sprak hij: «De belooning a die ik van God zal ontvangen voor de verweu-schingen welke ik mij op den hals heb gehaald door de straften op de godslasteraars toegepast, zal veel grooter zijn. Intusschen, uit eerbied voor en onderwerping aan de vertoogen welke de Paus hem deed over de gestrengheid zijner wet, stemde hij er in toe om die te verzachten, ofschoon zijn afgrijzen van de godslastering daarom niet minder groot was.
Laten wij hier eens nadenken over ons eigen verleden. Hebben wij nooit gezondigd uit gemis aan eerbied jegens Gods heiligen naam? Kennen wij ons daaraan schuldig, dan moeten wij ons vernederen voor zijne opperste majesteit ; Hem nederig vergiftenis vragen voor onze fouten en onze lippen zuiveren door vurige gebeden. Wij moeten het vloeken uit onze fa- K miliën en onze gezinnen bannen, en als wij hooren vloeken, de smart die wij daarvan gevoelen aan God opdragen; wij moeten Hem bidden dat Hij de schuldigen verlichte en hun . de genade schenke van het berouw en de boetvaardigheid.
GEBED.
Groote Heilige, wiens lippen zoo dikwerf f deze schoone woorden spraken: «Gezegend zij S
0
53
de naam des Heerun,quot;' gij begeerdet dat die heilige naam overal gekend en geprezen wierd, gij gebruiktot al uw gezag om Hem in uw koningrijk te doen eeren en eerbiedigen. Bedroefd over de godslasteringen van uwe onderdanen, zuchttek gij daarover voor God en boodt Hem, om ze te boeten, in het geheim boetedoening aan. Boezem ons iets in van het afgrijzen dat u vervulde. Ach! geef dat wij voortaan don naam des Heeren niet dan met diepen eerbied uitspreken; dat Hij dikwijls op onze lippen zweve om gezegend, nooit, nooit om gevloekt te worden. Amen.
Litanie, bladz. 44.
if ia
Ve Dag.
GETROUWHEID VAN DEN II. LUDOVICUS AAN HET GEliED.
De H. Ludovicus achtte een enkelen graad van de genade die de heiligen vormt hooger dan het genie dat de geleerden maakt, dan de dapperheden de glorie die de helden en de groote mannen maken. Daarom ook was het gebed waardoor men dien verkrijgt steeds op
zijne lippen. »Heer,quot; riep hij uit, »de last dien
' '
5-1
SNSSS
Gij mij oplegt is voel grooter dan mijne zwakheid kan dragen; ik heb niijne ziel tot u verheven, en in tl mijn vertrouwen gesteld.quot; Moet er een huwelijk worden aangegaan, even als de jonge Tobias heiligt hij het door het gebed. Als hij zich in een afschuwelijk kerkerhol bevindt, vraagt hij zijn gebedenboek. Hij bidt in zijn' paleis en op het slagveld. Op den dag hoeft hij zijne soldaten aangevoerd, en de gevaren met hen gedeeld; en des nachts, als zij in rust zijn, staat hij in stilte van zijn legerstede op en gaat bidden. Zulk een ijvei' in het gebed brengt gemor aan het hof teweeg; maar hoe schoon luidt «Ludovicus' antwoord!quot; De menschen zijn zonderling zegt hij; men neemt mij mijne lange gebeden zeer kwalijk en men zou niets er tegen in te brengen hebben, indien ik den tijd, daarin doorgebracht, besteedde met hazardspelen, met het jagen van wilde beesten of vogels.quot;
Bidden wij gaarne? Maakt deze bezigheid onze geneugten uit? Smaken wij dit woord van den apostel: «Men moet altijd en zonder ophouden biddenquot;. Kon de H. Paulus, zegt de H. Joannes Chrysostomus, ons een heilzamer raad geven, dewijl wij tegen een vijand die ons nooit met rust laat, altijd een middel bij do hand moeten hebben ? Maar in welken zin moeten wij die woorden opnemen? Deze grooto Korkleeraar zegt het ons. Het loven eens christens kan een voortdurend gebed zijn. De christen bidt door zijn arbeid, wanneer hij dien aan God opdraagt; door zijn lijden, als hij hot met onderwerping verdraagt; door zijne bekoringen
oo
als hij haar weerstand biedt; door zijne verstrooi- . ingen, als hij die afwijst; want de droefheid
welke men gevoelt van niet te kunnen bidden, 15 i
is een uitstekend gebed. e\
GEBED.
Groote Heilige, wiens ingetogenheid zoo diep en wiyns gebed bijna aanhoudend was, zelfs te midden der grootste bedrijvigheid, gij hebt C: begrepen dat onzo heiligmaking de gewichtigste zaak van allen voor ons is; dat de ondernemingen, welke ons bezighouden, nooit beter 'j} slagen dan wanneer zij God zijn toegewijd en geheiligd door het gebed. Verkrijg voor ons dat wi] wel de noodzakelijkheid begrijpen waarin wij verkeeren om de goddelijke hulp onophoudelijk door onze verzuchtingen en tranen in te j roepen; vraag voor ons den geest des gebeds. Wij, de dienaars van een God, die altijd zoo goed is van niemand af te wijzen, en zoo rijk j dat Hij aan allen geven kan, zullen voortaan met bijzondere oplettendheid Hem zijne genade vragen, in onze twijfelingen, ons verdriet, onze f beproevingen en onze bekoringen tot Hem onze toevlucht nemen, en wij hopen dat Hij, na ons op deze aarde geholpen en ondersteund te hebben, ons in den hemel zal kronen. Amen.
.
$ Litanie, bladz. 44.
I 1 f -- l
i ' l i J
Vle Dag.
LIEVÃTIU TOT DEN II. LUIIOVICUS VOOR HET LIJDEN DES VEKLOSSERS.
Men kan de devotie van den H. Ludovicus jegens het lijden van Jesus Christus gemakkelijk beoordeelen naar zijn diepen eerbied voor de heilige voorwerpen en de dagen die hem daaraan herinnerden. Hij wilde dat zijne kinderen op Vrijdag zich in hunne uitspanningen matigden. Hij zelf vastte dien dag, en op de Vrijdagen in den Advent en de Vasten at hij geen vruchten en geen viseh. Toen hij vernam dat de Dominikanen, die hem de doornekroon kwamen overhandigen. Parijs naderden, ging hij hen tot vijf mijlen boven Sens, met zijne geheele hofhouding en eene talrijke priesterschaar te gemoet. Bij het zien van die heilige kroon, stortte hij zoo overvloedig tranen, dat iedereen daardoor getroffen was; daarna droeg hij dat kostbaar voorwerp langen tijd, barrevoets gaande en door zijne houding en zijne zedigheid, den diepsten eerbied aan den dag leggende. Wie zou kunnen zeggen wat er in zijn hart omging als hij op goeden Vrijdag het heilige kruis ging aanbidden! Eerst wierp hij zich op beide knieën neder en bad met vurigheid, vervolgens trad hij vooruit, knielde eene tweede en eene derde maal; eindelijk met het voorhoofd in het stof gebogen, kuste hij dit
teeken onzer verlossing met eene treffende godsvrucht, en ging niet neergeslagen blikken naar zijne plaats. Toen hij zegevierend Damiette binnentrok, ging het Kruis hem vooraf; hij vergezelde het met ongedekten hoofd en blootsvoets, zoodat hij veel minder op een zegevierend vorst, dan op een openbaren boeteling geleek. Zulk een diepe eerbied leerde zijne hovelingen dat het kruis nog meer is dan de troon, en dat de koningen der aarde niets zijn bij den Koning des hemels. Laat het gezicht van het kruis, dat zulke levendige gewaarwordingen in de ziel van dien grooten vorst opwekte, ons hart niet koud en ongevoelig? Hebben wij den gekruisigden Jesus lief? Beweenen wij dikwijls aan den voet des kruises onze afdwalingen en misslagen. Doen het lijden en de vernederingen van dien goddelijken Verlosser ons zuchten over onzen hoogmoed en onze zinnelijkheid? Brengt zulk een roerend schouwspel ons tot eenig offer voor een God, die zooveel gedaan heeft om ons zalig te maken? Helaas! neen; en het kruis treft bijna altijd onze blikken zonder iets te zeggen tot onze harten.
GEBED.
Gij kondet, o groote Heilige! uwe oogen niet op het kruis vestigen zonder daarin met bloedige letters deze woorden van den beminden leerling te lezen; »God heeft de wereld zoozeer liefgehad, dat Hij zijn eenigen Zoon ter dood heeft overgeleverd.quot; En deze andere woorden, van den Apostel: )gt;Hij heeft zichzelven voor ons geleverd.quot; Dan kwamen eene menigte he-
inelsche genegenheden in uw hart oij, en zoete tranen vloeiden uit uwe oogen. Hoe is het mogelijk, dat wij, die toch evenals gij, gelooven aan de liefde van den Zoon en den Vader, hen zoo weinig beminnen ? Ach! onze ongevoeligheid maakt ons nu beschaamd; wij betreuren die uit geheel ons hart. Groote Heilige, bid voor ons, bied de liefde welke wij thans gevoelen aan God tot herstel voor ons vroeger ondankbaar gedrag. Ja, wij beminnen en zullen steeds beminnen een God, die om ons te verlossen, gegeeseld, bespot, gekruisigd is; Zeg Hem dat dit geen voorbijgaande, maar eene eeuwige liefde zijn zal. Amen.
Litanie, bladz. 44.
Vlle Dag.
DEVOTIE WELKE DE 11. LÃUOVICÃS JEGENS HE ALLEKHE1LIGSTE MAAGD KOESTERDE.
De devotie jegens de H. Maagd werd altoos beschouwd als een teeken van voorbeschikking; moet het ons verwonderen indien wij haar in den H. Ludovicus aantreffen. Op de Vigiliedagen voor de feesten der H. Moeder Gods vastte hij op water en brood; eiken Zaterdag bracht hij drie arme grijsaards in een geheim vertrek;
lijj liet zo neJerzitten, knielde voor lieu neder, wicseh hun de voeten, droogde ze af en kuste ze: hij diende hun vervolgens zelf aan tafelen gaf ieder hunner vier stukken geld. Dat was eene gewone en geregelde oefening; was hij daarin belet dan moest zijn biechtvader haar in zijne plaats doen,
Hebben wij, gelijk de H. Ludovicus, eene groote godsvrucht jegens de H. Maagd ? Herin neren wij ons gaarne dat de stervende Jesus ons Maria tot Moeder gaf, en dat evenals die goddelijke Verlosser onze Middelaar bij zijn Vader is, uit rechtvaardigheid en verlossing, zij bij Hem onze Middelares is door genade en voorspraak ? Wenden wij ons met vertrouwen tot haar? Hebben wij, om haar te vereeren, volhardende ? en regelmatige oefeningen, in de overtuiging dat Maria nooit onbeloond laat wat men ter haren dienst verricht.
GEBED.
Groote Heilige, Jesus is mijn voorspreker bij God zijn Vader, Maria bij haren goddelijken Zoon; zoudt gij kunnen weigeren zelf mijn voorspreker bij Maria te wezen? Mocht ik die goede en teederlievende Moeder kunnen beminnen gelijk gij haar bemindet! Gij zondt vurige gebeden tot haar op, gij vierdet hare feesten met godsvrucht, en ik doe zoo weinig om haar te eeren. O! ik wil heden een harer getrouwste dienaars worden: gewaardig u mijne voorspraak bij haar te zijn; draag mij aan die gezegende Maagd op: smeek haar de hand te reiken aan een armen zondaar. Zij heeft voor zooveel an-
60
:0
dure gebeden, die z-.ilig zijn geworden, och, dat Zij ook voor mij bidde, opdat ik mijne zaligheid bewerke gelijk gij, eu ik het geluk hebbe met Haar en met u het zoo zoet gezelschap van haren goddel ij keu Zoon te genieten. Amen.
Litanie, bladz. 44.
Vllle Dao'.
ONUERWElïl'lNG VAN DEN II. LUDOVICUS IN HET ONGELUK.
I
| 0: De voorspoed, zegt een wijze, stelt de on- é\ deugden, de tegenspoed de deugden in haar volle licht. Het gaat, zegt een ander, met den ijl brave, die gebukt is onder het ongeluk, even j
als mot de welriekende voorwerpen; hoe meer . : ze gestampt, tot stof verbrijzeld worden, hoe zoeter en overvloediger de geur is, die ze verspreiden. De groote deugd van den H. Ludo-vicus verspreidt in den tegenspoed een nog schitterender glans dan in het geluk. Hen kondigt hem eens een groot verlies aan «Noch dit verlies, o mijn God,quot; roept hij uit, «noch dat van mijne kroon, zouden mij kunnen doen te kort komen aan de getrouwheid, welke ik U verschuldigd ben.quot; Toen hij in de boeien
geslagen werJ, wivi het eerste woorJ dat hij sprak: «Gij alleen, mijn God, zijt een groote Meester genoeg om te verdienen gediend te worden, zelfs dan wanneer gij uwe dienaars onder rampen doet gebukt gaan.quot; De Sarra-zenen willen, om zich een overeenkomst te verzekeren, een eed van hem eischen, dien hij in geweten niet afleggen kan. Zij treden zijne tent binnen met de zwaarden in de handen, die nog rookten van het bloed van hun vorst, dien zij vermoord hadden. «Handelt met mij naar uw believen,quot; antwoordt met kalmte de vrome monarch; »raaar ik sterf veel liever als christen, dan dat ik leef in vijandschap met God, zijne verhevene Moeder en Zijne Heiligen.quot; Hij ziet zijn leger door eene besmettelijke ziekte wegsmelten; hij verliest niets van zijne onderwerping en van zijne standvastigheid; hij bezoekt de zieken, troost hen en bewijst hun de geringste en walgelijkste diensten. Hij verneemt den dood zijner moeder, en indien hij zijne tranen niet kan weerhouden, heeft hij toch moed genoeg om uit te roepen: «Heer, ik dank U dat gij eene moeder, die zoozeer mijne genegenheid waardig is, zoo lang hebt in het leven gehouden; het was een geschenk van uwe goedheid, gij neemt het terug; heb ik recht om mij te beklagen! Uw wil geschiede en uw Naam zij gezegend!quot; Wat zal men denken van zulk een heldenmoed? Geeft ons hart, als wij het ondervragen, ons de roemvolle getuigenis, dat het in het ongeluk zooveel edelmoedigheid en onderwerping zou bezitten? Wij gehoorzamen God in de lichte dingen; maar als
de wiit pijnlijke offers vordert, is het uit met onze getrouwheid. Wij overtreden de heiligste voorschriften; wij verzuimen onze plichten, onze godsdienstoefeningen. Ach, indien wij wezenlijk christenen willen zijn, moeten wij vleesch en bloed in toom houden, de moeilijkheden overwinnen, en ons altijd en overal edelmoedige en trouwe leerlingen van Jesus Christus betoonen.
GEBED.
O groote Heilige! God heeft u door tal van wederwaardigheden geleid; maar hoe grooter zij geweest zijn, hoe meer geluk en glorie zij u verdiend hebben. Uit den hemel roept gij ons nu toe: Indien het lijden moeielijk is in den tijd, hoe kostbaar is het voor de eeuwigheid! het leven gaat snel voorbij, maar de Hemel blijft; het leven is een oogenblik, de Hemel is altijd. Ach! in onze vervelingen en onze smarten, zullen wij ons niet tot moedeloosheid en gemor laten leiden, maar met u uitroepen : «Mijn God, uw wil geschiede, uw Naam zij gezegend! Mijn God, gij verdient gediend te worden, zelfs dan wanneer gij uwen dienaar onder rampen doet gebukt gaan.quot; Dit zijn de gevoelens, deze de woorden waardoor wij aan onze droefheid lucht zullen geven. Ja, wij willen voortaan het lijden met geestvervoering aannemen en het, door de levendigheid van ons geloof, in een schat van genade en hoop veranderen. Amen.
Litanie, bladz. 44.
\% k IXe Dag.
;; I
GELUKZALIGE DOOD VAN DEN 11. LÃDOVICUS.
'
| ---------
; n]
De dood heeft niets verschrikkelijks voor don rechtvaardige; hij is het begin van zijn gelnk, de dageraad van don schoonen dag dor eeuwigheid. Toen de H. Ludovicus dan ook gevoelde - dat zijne kwaal onherstelbaar was. werd hij niet ontroerd en verloor geen oogenblik. Nadat hij de treffendste onderrichtingen aan zijne kinderen had gegeven, nadat hij hun had op het hart gedrukt, God te vreezen, de zonde te y ontvlieden, armen wél te doen, eerbied te hebben voor den godsdienst en zijne bedienaren, geduldig en onderworpen te zijn in het onge-iuk, ile heilige Sacramenten veelvuldig te gebruiken, omhelst hij hen teederlijk voor de laatste maal, en verzoekt dat men hem alleen d' late met zijn biechtvader.
Gedurende zijne ziekte heeft hij de godsdienstoefeningen bijgewoond, maar in deze laatste oogenblikken, laat hij zijn aalmoezeniers bij zijn bed komen en bidt met hen. Hij wendt zijne blikken niet af van een kruisbeeld, dat men voor zijne oogen heeft gesteld; dikwijls laat hij het bij zich brengen en kust het vol liefde. Hij communiceert verscheidene malen gedurende zijne ziekte, en wanneer hij gevoelt dat zijne krachten hem begeven, vraagt hij om zijnen Zaligmaker. Ternauwernood kan hij zijn
üi
0 fâ V, verzwakt hooftl opheffen; intusschen, als hij
zijn God ziet, doet hij eene laatste inspanning â y en knielt neder om Hem te ontvangen. «Gelooft
'S: g'ij,quot; vraagt hem zijn biechtvader, «dat dit het |
waarachtig Lichaam van Jesus Christus is ?quot; â g
»Ja,quot; antwoordde de heilige Koning; «ik zou het :
niet beter gelooven, indien ik het met mijne ;â oogen zag, zooals de Apostelen deden op Hemelvaartsdag.quot; In zijn hevig lijden riep hij uit: «Geef,
Heer, dat wij den voorspoed verachten, en het ;
lijden en het ongeluk niet vreezen.quot; Somtijds ;
; riep hij Gods hulp voor zijn volk, en zeide: Heer, '
9 bewaar uw volk, maak uw volk zalig. Hij richtte -r
| zich tot den H. Dionysius, vroeg zijne voorspraak ij]
: bij God in, zijne bescherming voor Frankrijk. ®
S Toen hij den dood gevoelde naderen, beval .
hij, dat men hem een harenkleed aantrekken en | ; hem met asch bestrooien zou. Daarna roept hij
â¢Si uit: «Heer, ik zal uw huis binnengaan, ik zal ïï
\ U in uwen heiligen tempel aanbidden,quot; en hij | | blaast den laatsten adem uit.
S! Hoe zoet is het aldus te sterven! Hoe zou
men dien dood beschouwende, niet verlan- ⢠gen zóó het leven te verlaten! Laat ons dan \ toch voor goed beseffen dat de dood is zooals
. het leven was; dat men den dood der Heiligen g
niet kan sterven, tenzij men geleefd hebbe o
, zooals zij. Laten wij wel begrijpen, dat de ge- k
dachten en de genegenheden, welke ons ge-
, durende het leven zullen hebben bezig gehouden, ï
; ons ook op het sterfbed zullen bijblijven. De |
g} H. Ludovicus bidt in zijn stervensuur, hij bemint ;
God alleen, hij denkt er nog aan zich te ver- p
i sterven, boete te plegen: dat het gebed, de jj|
t i
liefde tot God, du boetvaardigheid onze bezigheid gedurende ons geheele leven uitmaken, en die deugden zullen op ons sterfbed onze geneugten, onze troost zijn.
GEBED.
Gedoog, o grootc Heilige, dat wij, in de gedachten, uwe zuivere en heilige ziel in den hemel volgen, dat wij daar de schitterende glorie beschouwen, waarmede God u gekroond heeft. Voor een voorbijgaanden arbeid, eene eeuwige belooning, voor het lijden van een oogenblik, een ontzaggelijk gewicht van glorie! Het welbehagen van de aanbiddelijke Drieeenheid is u voor altijd verzekerd, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest zullen u onophoudelijk overstroomen met vrede, glorie en geluk.
Gelukkig zijt gij in de haven aangeland! Werp uwe blikken op de arme ballingen; zoudt gij, die uwe broeders en zusters op aarde zóó liefhadt, hen, nu gij in den Hemel zijt, verlaten ! Wees onze voorspreker, en trek ons tot u in laatste oogenblikken onzes levens. Amen.
Litanie, bladz. 44.
ter eeie -vaTi d.e Heilige
ELISABETH.
Beschermheilige van de Derde Orde. le Dag.
GOVUUCilTIGE NEIGINGEN IN HARE KINDSCIllllilI).
eods in de wieg, gaf Elisabeth tcekenen van tic verhevene heiligheid welke zij zou bereiken en van do heldhaftige deugden, die zij zou beoefenen. De heilige namen van Jesus en Maria waren de eerste, die zij stamelde. Zij schonk eene bewonderenswaardige aandacht aan de eerste onderrichtingen in het geloof, en bad toen reeds met liefde talrijke gebeden, welke zij tot gedurende den nacht voortzette. In hare prilste jeugd schenen al hare gedachten, al hare aandoeningen zich te hebben zaamgevat in het eenig verlangen om God te dienen en alzoo den Hemel te verdienen. Een vroom instinct dreef haar dikwerf naar den voet des altaars,
,, /.ij (jï handj
1 geknield, en de oogen ten hemel opheffend, hield zij zich, met groote ingetogenheid, mot de overweging en het gebed onledig. Eeeds op vijf-% jarigen leeftijd kon men haar met moeite het ; gebed doen eindigen. De gedachte aan God verliet haar zelfs onder hare kinderspelen niet, J en al wat zij won schonk zij aan arme meisjes, | onder voorwaarde dat deze eenige malen het Onze Vader zouden bidden. Somtijds wist zij haar te bewegen het spel te staken, om zich zelve het offer op te leggen van het genoegen dat zij daarin kon vinden.
Somtijds ook lokte zij hare speelgenooten naar den kant der kerk, en kon zij daar niet binnen gaan, dan kuste zij ten minste godvruchtig % hare muren. Om zich op te wekken God te '' beminnen en de ijdelheid der schepselen beter te gevoelen, bracht zij hare vriendinnen naar het kerkhof, en haar de doodsbeenderen latende zien, wekte zij haar op om voor de zielen in r het vagevuur te bidden. De grenzelooze liefde jquot; voor den evennaaste die zich later met haar â *' loven zelf zou vereenzelvigen, ontvlamde reeds jj haar jeugdig hart; de barmhartigheid was wer-â ' kelijk met haar geboren, en zij gaf al het geld | en al het voedsel, dat zij zich kon verschaffen öj aan de arme menschen. Hare godsvrucht groeide J met de jaren aan, en het behaagde God hare 4 ziel met de grootste zijner gaven te versieren. | Welk een geur van deugd verspreidt de eerste J! ontsluiting van dit hart dat steeds aan God
8
08
on daar, voor een groot, geopend boek, ofschoon zij het nog niet kon lezen, vouwde zij hare ' es zamen en met ontbloote knieën neder-
getrouw zou blijven, en hoe zoet is het voor !f
cle ziel om die gestrenge en verhevene deugden, v
welke de gedachte aan Jesus Christus inboezemt, 'i:
versierd te zien met al de ongekunstelde beval- p
ligheid van de kinderjaren. Maar behoeven wij ï
dien geur alleen te genieten en ons daarover te ï verheugen? Doet deze beschouwing van de H.
Elisabeth, toen zij nog kind was. in ons do 'i-troostrijke herinnering van eene vrome kindsch-
heid, of de wroegingen van kindsche jaren die |
reeds vol ellende waren in ons ontstaan ? Had- i den wij niet, evenals Elisabeth in den H. Doop
den kostbaren schat der onschuld ontvangen ; wa- l?
ren wij niet herboren in Jesus Christus; waren wij %
niet de broeders en de erfgenamen van Jesus f
Christus, de tempels van den H. Geest ? Hebben f
wij al die genaden bewaard; hebben zij in onze |
eerste jaren vrome neigingen tot God ingeprent? S
hebben wij wellicht niet te zuchten over de 5]
misslagen onzer jonge jaren, gelijk over de -
fouten van de latere jaren onzes levens? Ach! â¢
indien dit zoo is, dan moeten wij ons vernede- | ren, en, om den Heer schadeloos te stellen voor
die ongelukkig al te vroege ongetrouwheden, jj
moeten wij ons beijveren, om in de zielen der [5 kinderen de onschuld des Doopsels te bewaren, en de neigingen der christelijke godsvrucht in hen te doen ontstaan.
GEBED.
O heilige Elisabeth, ik bewonder uwe deugd- 0
zame kinderjaren, uwe volgzaamheid aan de in- |
gevingen der genade: waarom heb ik mijne tfj
'i eerste kindsehheid niet even heilii; als sjij door- ir
i quot; 3
63
gebracht? Ik smeek u dringend, verkrijg mij de genade om de ongelukkige neigingen te overwinnen, die mijne kinderjaren zoo schuldig hebben gemaakt; indien ik niet, evenals gij, het geluk heb gehad om het juk des Heeren reeds van mijne eerste levensjaren af te dragen, verwerf mij ten minste het geluk om het nu tot mijn laatsten ademtocht te dragen. Amen.
Litanie van de H. Elisabeth.
Heer, ontferm U onzer!
Christus, ontferm ü onzer!
Heer, ontferm U onzer!
Christus, hoor ons!
Christus, verhoor ons!
üod, Hemelsche Vader, ontferm U onzer ! God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer!
God, heilige Geest, ontferm U onzer!
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer!
Heilige Elisabeth, bid voor ons!
Moeder van alle arme en behoeftige men- td schen, ^
Voedster der onnoozele en verlaten kinderen, o Verpleegster der zieken, °
Troosteres der bedroefden, g
Helpster der kranken, ^
Toevlucht der weduwen en weezen, bid voor Ons, Volmaakt voorbeeld van barmhartigheid. Uitverkoren bruid van Christus,
Maagd, tot voorbeeld van reinheid.
Gehuwde vrouw, tot voorbeeld van wel- td gemanierdheid, ^
Weduwe, tot onderwijs in de christelijke g onderwerping, Ã
Voorbeeld van volmaaktheid in drie ver- o schillende staten, S_
Welriekende balsem van godsvrucht,
Geurig brandoffer van liefde tot God,
Door uwe diepe ootmoedigheid, help ons, heilige Moeder Elisabeth!
Door uwe vrijwillige gehoorzaamheid.
Door uwen geest van armoede,
Door uwe maagdelijke, huwelijksche en wequot; â
duwlijke zuiverheid,
Door uwe standvastige verduldigheid.
Door uwe strenge lijfskastijding, g
Door uwe volkomene versterving, '''
Door uwe edele zelfverloochening, 53
Door uwe minnelijke goedertierenheid, ' Door uwe uitmuntende barmhartigheid, cT Door uwe onbegrensde liefdadigheid, ^
Door uwe hartelijke liefde jegens uwe even- S naasten, H
Door uwe vurige gebeden en uwe Gods vrucht, iT Door uwe brandende liefde tot God, ^
Door uwe volmaakte onderwerping aan Zij- §;
nen allerheiligsten wil, â
Door uwe Driedubbele kroon,
Die reeds als kind uwen God gekend, bemind en gediend hebt, Elisabeth!
'^E
' T)ie de H, Maagd en Moeder Gods, met den ; H. Joannes Evangelist, tot beschermheili-| gen en tot bijstand van uw leven liobt
gekozen. Help ons, H. Moeder Elisabeth! | Die, toen gij uit uw paleis verdreven en van i£ J: uwe kinderen beroofd werdt, in lijdzaam- gt;
heid hebt uitgemunt, W
l Die om Christus alle. ijdelheid der wereld ^ | % hebt versmaad, 0 ®
g Die om Christus uw goed aan de armen hebt § uitgedeeld, quot;
Die om Christus tot oppassing der zieken â en onderhoud der armen gasthuizen hebt g gebouwd, S
Die door uwe hulpvaardigheid vele anderen
ren daartoe hebt opgewekt, _
Die de armen en zieken zelve hebt gediend, tfi Die niet zijt geschrikt voor de vuiligheid ~ van hunne wonden, requot;
Die om Christus veracht en bespot zijt ge- cr weest.
Die menige nachten in het gebed en in
tranen smeltende hebt doorgebracht,
Dat gij alle vergaderingen, die u vieren, wilt gunstig wezen: wij bidden u, hoor ons, H. Elisabeth!
Dat alle rijken door uwe voorspraak milddadig mogen wezen, wij bidden u, hoor ons, H. Elisabeth !
Dat alle armen door uwen bijstand verduldig mogen wezen, wij bidden u, hoor ons, H. Elisabeth!
Dat allen, die in eenen hoogen staat zijn, naar uw voorbeeld, ootmoedig mogen we-
Ji
72
zen, wij bidden u, hoor ons, H. Elisabeth! Dat gij aan alle zieken tot eene christelijke verduldigheid wilt behulpzaam wezen, wij bidden u, hoor ons, H. Elisabeth!
Dat gij, door uwe voorspraak, aan allen, die de zieken dienen, uw geloof, uwe verduldigheid en uwe liefde wilt verleen en, wij bidden u, hoor ons, H. Elisabeth!
Onze patrones en voorsprekeres, wij bidden u,
hoor ons, H. Elisabeth!
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Heer!
Lam Uods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Heer!
Lam Gods, dat wegneemt dc zonden der wereld, ontferm U onzer!
Christus, hoor ons!
Christus, verhoor ons!
Heer, ontferm U onzer!
Onze Vader, enz.
V. Bid voor ons, H. Moeder Elisabeth! A. Opdat wij waardig mogen worden dc beloften van Christus!
V. Heer, verhoor mijn gebod!
A. En laat mijn smeeken tot U komen.
Laat ons bidden.
Ontfermend God! verlicht dc harten uwer geloovigen, en maak, dat wij door de vurige gebeden van dc heilige Elisabeth den voorspoed der wereld mogen versmaden, om hierdoor altijd den hemelsohcn troost te genieten. Door onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon,
II i*
die met U en den H. Geest leeft en regeert in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
i t
â â-
? r
lle Dag.
HARE I.IEFDE VOOR DE ZUIVERJIEID.
0:
De jeugdige ziel van Elisabeth bezat de zuiverheid der lelie: geen bedervende adem ver-flensde immer hare schoonheid; en toch groeide die zoo zuivere lelie op en werd bewaard, ver van de beschutting welke het ouderlijk dak of de eenzaamheid van het klooster haar gewoonlijk geven. Nog kind zijnde en als wees, werd Elisabeth in eene omgeving geplaatst, waarin alles weekelijkheid en wellust ademde; zij groeide op te midden der geneugten van het hof van Thuringen, waarvan zij bestemd was de koningin te worden en waar zij opgevoed werd als bruid van den jeugdigen erfgenaam der kroon. Hoevele klippen voor eene ziel, die minder geneigd ware tot de deugd en niet zoo bekoord door de verrukkelijke schoonheden der zuiverheid. Maar Elisabeth omringt zich van al de middelen die eene zoo teedere deugd bewaren ; bij het bijkans aanhoudend gebed, voegt zij de zedigheid in de kleeding; zij plaatst haar sluier zóó, dat die zooveel mogelijk haar be-
koovlijk aanschijn bedekt; zij was altijd afkeerig van de schitterende sieraden, en haalde zich daardoor zelfs zeer onaangename vervolgingen op den hals; bij het gebed en de zedigheid voegde zij de versterving, het nachtwaken en het boetekleed, teneinde haar lichaam te bedwingen en het aan de wet des geestes te onderwerpen. Altijd vreezende voor hare zwakheid, gaf zij zich twee veelvermogende beschermers, de Onbevlekte Maagd, die zij als voorspreekster en toonbeeld koos, en den heiligen Joannes den Evangelist. Zij stelde de zuiverheid haars harten gaarne onder de beschutting van den moederlijken en onbevlekten mantel van Maria, en indien zij een bijzonder vertrouwen had op den leerling, dien Jesus liefhad, dan was het uithoofde van de maagdelijke zuiverheid, waarvan hij het toonbeeld was. Zij had vurig gewenscht hare maagdelijkheid gedurende haar gansche leven te bewaren en geen anderen bruidegom te hebben als Jesus-Christus, maaide wil harer bloedverwanten, die, in hare oogen, de wil Gods was, beschikte daarover anders. Toen de Voorzienigheid haar haren echtgenoot had ontrukt en haar diepbedroefde weduwe gelaten op den leeftijd van twintig jaren, weigerde zij volstandig eene nieuwe en schitterender echt-vereeniging, uit liefde tot die deugd der zuiverheid, door middel van welke zij voortaan, zeide zij, de schulden harer ziel wilde voldoen.
De H. Elisabeth beschouwde haar lichaam als den tempel van Gods Geest en in dien tempel had zij geen enkel afgodsbeeld geplaatst; «jj hei-greep dat die tempel, in den staat waafili God
hem door het heilig Doopsel en door de andere Sacramenten gesteld had, niet zonder heiligschennis kon geschonden worden. Aan wie zullen wij de bewaking van dien tempel, dien wij in ons binnenste dragen toevertrouwen? Aan de kuischheid, die, volgens het schoone woord van Tertullianus, daarvan de bewaakster en de priesteres is. Zij moet haar gezuiverd houden, haar wapenen en verdedigen, door de matigheid inwendig, door de zedigheid uitwendig! zij moet onafgebroken op het altaar, dat is in het hart, het heilig vuur van de liefde Gods onderhouden en er den wierook des gebeds branden. Maar, o tempel! o hart des menschen! hoeveel ontheiliging zie ik in u! Keeren wij in ons zeiven, zuchten wij over de afdwalingen die de afschuwelijkheden der verwoesting in die heilige plaats gebracht hebben, en wijden wij voortaan ons door de boetvaardigheid gezuiverd hart, aan üod toe.
GEBED.
H. Elisabeth, gij wier hart zoo zuiver en wier ziel zoo kuisch was, en die zooveel gewaakt, zooveel gebeden en zooveel boete gedaan hebt, om de zuiverheid en de kuischheid in eene be-dorvene en bedervende wereld te bewaren, verkrijg voor ons de genade, om die zuiverheid des harten als een der grootste genaden van Gods geest te beschouwen, en de kracht om, is het noodig, van alles afstand te doen, ten einde die kostbare deugd te bewaren. Dat onze harten niet slechts een godgewjjde tempel, maar eene heilige
en lovontlig offeiunde in zijne tegenwoordigheid mogen zijn.
Litanie, bladz. 70.
Ille Dag.
IIAliE DiajGIIION IN DEN EC1ITSTAAT,
De H. Elisabeth had geen anderen band niet het leven dezer wereld behouden, dan hare liefde voor haren gemaal; maar hot geloof had die liefde doen geboren worden, en zij heeft zich gevoed met de getrouwheid aan de plichten, welke het geloof den christenen leert en oplegt. Zij wist en vergat nimmer dat haar echtgenoot haar hoofd was, zooals Jesus Christus het hoofd der Kerk is; maar zij wist bovenal en vergat niet minder dat God haar al en haar laatste einde was. Uit die gedachten, welke diep in hare ziel waren ingedrukt, vloeide van den eenen kant de eerbied voort, die hare vurige genegenheid matigde, die gehoorzaamheid aan welke de genegenheid als het ware vleugels gaf, en die onveranderlijke genegenheid, die steeds bedacht was op hetgeen haren echtgenoot kon kwetsen of ongeduldig maken. Die gedachte dat de Voorzienigheid haar in dien levensstaat had geplaatst, om haar door een nog christelijker leven en door
den invloed van het voorbeeld Hem (e doen eeren en dienen, boezemde haar, sedert haar huwelijk, een grooter vertrouwen in, en vermeerderde in haar de werken van godsvrucht,barmhartigheid en boetvaardigheid. Vandaar die diepe nederigheid, welke haar er toebracht om met de kenteekenen barer hooge waardigheid niet in de heilige plaats te verschijnen; dewijl zij zich niet kon gewennen aan het denkbeeld om haar voorhoofd met een gouden kroon te sieren in tegenwoordigheid van den met doornen gekroonen Jesus-Christus; vandaar de bezorgdheid om dikwijls als eene eenvoudige vrouw uit de heffe des volks plaats te nemen onder de menigte der geloovigen, zonder eenige onderscheiding als hare grootere ingetogenheid. Zoo deed het gevoel van de getrouwheid en de genegenheid jegens God en haren gemaal haar ook, gedurende het herhaald langdurig afzijn van haar echtgenoot, haar vorstelijk gewaad afleggen, en het kleed der armen aannemen, en zijn terugkeer verbeiden in het gebed, het gestrengste nachtwaken en de verstervingen. Zij vergat niet dat zij hare kinderen uit Gods hand had ontvangen, en zij voedde zo voor den hemel op. Wanneer zij, bij haar kerkgang, naar de H. Mis ging, droeg zij haar kind in de armen, om het Gode toe te wijden.
Welk een schoon toonbeeld plaatst de H. Elisabeth voor de oogen der christen vrouwen! Indien de echt een heilige staat is uit zichzelf, hoezeer is het niet te vreezen, dat de zwakheid van eene kunne die zoo licht noodlottige indrukken ontvangt, in dien staat de bron vinde van duizenderlei overtredingen, dan vooral wanneer
â 3
1;
men meent de ijilellieid te kunnen inwilligen, die het lichaam tooit, en te kunnen toegeven aan zekere inschikkelijkheid, welke door het heilig Evangelie veroordeeld wordt! Hoe grooter de gevaren in dien staat zijn, hoe krachtiger de deugden moeten wezen, die een noodzakelijk tegenwicht stellen aan eischen welke het huwelijk schijnt te wettigen. De christen echtgenooten zouden niets te vreezen hebben, indien op het voorbeeld van de H. Elisabeth, de liefde tot God bij hen de bovenhand had op elke andere genegenheid, en indien de nederigheid en de verachting van de ijdelheden der wereld de regel waren van hun wandel.
GEBED.
.1
l
H. Elisabeth, word de machtige beschermster van al de christen zielen die, gelijk gij, in de banden des huwelijks zijn verbonden: dat de glans uwer deugden voor haar een licht zij, dat hunne schreden verlicht, eene aanmoediging die haar aanspoort om u na te volgen; dat zij zich onder uwe bescherming heiligen, en dat zij, gelijk gij, in dien staat het middel mogen vinden om met meer kracht te arbeiden aan de glorie Gods en aan de heiliging der echtelieden en der kinderen. Amen.
Litanie, bladz. 70.
IVe Dag.
I1AUE LIEFDE TOT GOD.
Vroegtijdig had de H. Elisabeth het groote gebod van de wet begrepen en beoefend. De liefde tot God, de vrucht der heiligmakende genade, openbaarde zich reeds in hare eerste jeugd, in die vroegtijdige godsvrucht, welke haar, bij voorkeur bracht tot die werken, welke daarvan als het voedsel zijn. Zij kon haar God nog niet goed kennen, en reeds wist zij Hem te beminnen. Naarmate haar leven tot de meisjesjaren naderde, werd hare liefde tot God ook krachtiger en nam zij een bepaalder karakter aan; die liefde boezemde baar de verachting in voor de geschapen dingen, het geduld in de beproevingen, het verlangen om alles te zuiveren wat er aardsch in haar hart woonde, en al bare handelingen te heiligen tot glorie van-God.
Zij wist dat die liefde hare werkelijkheid vindt in do vervulling der wet: ook trachtte zij voortdurend getrouw te blijven aan de voorschriften, welke zij bevat; en het veelvuldig gebruik dei-heilige Sacramenten was het voornaamste middel dat zij bezigde, om haren moed te steunen te midden der bekoringen, die haar konden verzwakken. Op het geluid der klok die de godsdienstoefening aankondigde, snelde zij naar de kerk, en daar deed zij in vurige gebeden, geheime vertrouwelijke mededeelingen aan God, die haar hart geheel bezat. Hare liefde voor den
. vernederden en gekruisigden Jesus spoorde haar aan, om in zichzelf haren goddelijken Zaligmaker quot; zoo volmaakt mogelijk na te volgen : in Zijne tegenwoordigheid, en gedurende het heilig Mis-m otter, ontdeed zij zich gaarne van alle sieraden, welke zij gemakkelijk kon afleggen en weder f; aandoen, en vooral van hare kroon. Het gezicht 'â ! alleen van het kruisbeeld deed haar somtijds [0 in bezwijming vallen, en veroorzaakte haar smar-:l ten, die haar oorsprong hadden in hare groote liefde voor Jesus-Christus. Gedurende de Goede jS Week en alle vrijdagen des jaars, vermeerderde hare liefde; zij deed een armenkleed aan, wiesch de voeten van bedelaars, deelde de overvloedig-W ste aalmoezen uit, en gaf zich aan gestreng 1 vasten over, stortte tranen en sloeg elk betoon C] van eerbied en eer af, dat men haar zou hebben kunnen brengen.
Gevoelen wij ons nu ook door die goddelijke r liefdevlammen ontbranden, bij het gezicht van die goddelijke liefde, welke in het hart van de | heilige Elisabeth een brand ontstak, wiens af-5 schijnsel en invloed zich overal deden gevoelen en vooral aan al degenen die haar naderden? | Heeft de liefde tot de wereld en tot ons zeiven jj dien goddelijken brandoven in onze harten niet 3 verminderd en bijna uitgedoofd ? Beoordeelen ; wij dit naar onze werken, onze bekommering / en onze verlangens; wij zullen dan wellicht be- | vinden dat ons hart daar is, waar het zich een â â schat heeft verzameld, en is God, Jesus-Christus, lquot; de Hemel die schat ? Laten wij dit ernstig over- 3 â wegen in tegenwoordigheid van de Heilige Elisabeth.
81
GEBED.
O mijne heilige Beschermster, leen mij uw hart, of wel iloe al uwe liefdevlammen tot mijn hart doordringen, opdat mijne liefde tot God eenige gelijkenis mot de uwe moge hebben. Dat uwe liefde, o mijn God, voortaan mijn hart doe ontvlammen en verteeren; dat die bedriegelijke liefde tot de ijdelheid, de zonde, de wereld, en mij zelve voor altijd verdwijnen, en ik U voortaan uit geheel mijn hart, uit geheel mijne ziel, uit al mijne krachten beminne, U, die alleen alle liefde waardig zijt. Amen.
Litanie, bladz. 70.
Ve Dag.
IIAUE OPNEMING IN DK l/liUUE OllIlJi.
De roep van do deugden des H. Fmnciscus en van de wonderbare uitwerkselen zijner heiligheid op de volken was tot Elisabeth doorgedrongen. Toon zij die hoorde verhalen, werd Elisabeth door een gevoel van geheel kinderlijke genegenheid tot den heiligen Aartsvader getrokken. Van zijn kant wekte het buitengewone leven van deze vorstin, waaromtrent Eran-ciscus onderricht werd, bij hem bewondering en
voorliefde jegens haar op. De hemel scheen deze beide zielen, die elkander op aarde nimmer zagen, voorbestemd te hebben, om elkander reeds op deze wereld door de gevoelens eener hemelsche liefde te beminnen. Zoodra had Elisabeth niet vernomen, dat de Derde Orde was gesticht, of zij haastte zich daarin te gaan, en Pranciscus zond haar, tot onderpand van zijne kostbare verovering, zijn mantel, gelijk Elias weleer deed aan zijn leerling Eliseus, en zij hing dien telkenmale om wanneer zij de eene of andere bijzondere genade wenschte te verkrijgen. Men kan niet zeggen met welke getrouwheid Elisabeth den Regel naleefde: van dat oogenblik af trachtte zij al de deugden van den religieusen staat te midden van de gevaren der wereld te oefenen. Na den dood van haren gemaal, wel verre van in ijver te verslappen, voegde zij bij hare eerste verbintenissen, een nieuwen graad van volmaaktheid, door eene plechtige professie van de drie geloften Armoede, Kuischheid en Gehoorzaamheid, waarna zij al hare goederen aan de armen uitdeelde, en het uitwendig kleed der Derde Orde aannam. Zoo groot was de achting en de liefde welke Elisabeth aan onzen Kegel toedroeg. Zij vond daarin, inderdaad, een heil-zamen vrees, machtig genoeg om de begeerlijkheden te onderdrukken, en de ziel in eene heilige vrijheid te stellen. Laten wij, op haar voorbeeld, dien zoo schoonen Kegel liefhebben: wij zullen het aan hem danken als wij bevrijd worden van de dwingelandij van de vijanden onzer zaligheid, en snelle vorderingen zullen maken in het werk onzer heiliging.
GEBED.
i
O H. Elisabeth, toonbeelil van getrouwheid in hot naleven van onzen Regel, verwerf ons de geni- le hem, naar uw voorbeeld lief te hebben, en al /,i]ne wijsheid en voorbeelden te waarderen. Maar dewijl wij alleen zijne weldaden zullen deelachtig worden, indien wij hem in beoefening brengen, vraag aan God, dat hij onzen wil met eene nieuwe vurigheid ontvlamme, om de verbintenissen van den Regel te houden, opdat wij aldus het eeuwige leven mogen verdienen dat onze serafijnsche Vader beloofd hoeft aan degenen, die hem getrouw zullen hebben nageleefd. Amen.
Litanie, bladz. 70.
Vle Dag.
NEDERIGHEID VAN DE II. EUSAI3ETU.
Toen de H. Elisabeth de dochter van den H. Pranciscus was geworden, bekleedde zij zich met den geest welke dien aardschen Serafijn bezielde, en verborg zij, onder het arme kleed der Tertiarissen, de deugden welke het vordert. De nederigheid neemt de eerste plaats in haar hart in, en Elisabeth bemint die met een geheel bijzondere genegenheid. Zij omringde zich gaarne
i rri met de kinderen van arme vrouwen, en vertroostte zich, in het gezelschap der nederigen on der kleinen, overal de beleedigingen en do verachting welke die handelwijze haar op den hals haalde. Zij beroemde zich niot op haren rang, hare geboorte, hare rijkdommen en hare schoonheid. Gelijk Esther zuchtte zij over de noodzakelijkheid, waarin zij zich somwijlen bevond, om zich met pracht en praal te vertoonen; aan don voet der heilige altaren werden de edelgesteenten haar een ondragelijken last; zij beschouwde die als eene bespotting van de vernederingen van haren hemelschen Bruidegom, en zij stelde zich dan schadeloos door de ruwe pij en het harekleed, die door het goud en de pracht der kleederen bedekt werden. De procession volgde zij blootsvoets en met een zedig uiterlijk. Nadat zij in de Derde Orde getreden was, en vooral na den dood van haren ongeluk-kigen echtgenoot, gaf zij den vrijen teugel aan hare liefde voor de nederigheid; uit haar paleis, met hare kinderen verjaagd, door allen verstoo-ton, gedwongen om haar brood te bedelen, zegent zij God om die vernederingen, en smeekt do Franciscaner monnikken, die zij in hare Staten gevestigd had om een Te Deum te zingen, ten oinde Hem te danken voor de versmadingen. Si welke Hij haar deed overkomen. Op zekeren dag door de onbeschoftheid eener bedelares, die zij in de dagen harer grootheid had ondersteund, in eene beek geworpen, staat zij op, en ziende dat zij met slijk bedekt is, roept Elisabeth uit: »Dat is voor het goud en de diamanten welke ik eertijds droeg.quot; De drie laatste jaren haars
IJl'
86
levens waren cene vooi'tiluvcmle vrijwillige ver-nodering; in al hare rechten hersteld, deed zij daarvan weldra afstand om in de afzondering van dat nederige en onbekende leven te blijven, te midden waarvan zij zich niet zooveel volmaaktheid aan de oefeningen der nederigheid overgaf, dat zij een nog smadelijker leven zon f
hebben geleden, indien zij het gekend had, ten einde, zeide zij, Jesus Christus van meer nabij na te volgen. Ook haar hield de wereld voor krankzinnig: ja, zij was waarlijk door dwaasheid aangetast, maar het was de dwaasheid des krui-ses, de wezenlijke wijsheid Gods.
Elisabeth wist dat Jesus Christus gezegd heeft:
Leert van mij dat ik zachtmoedig en nederig van harte ben, en gij zult rust voor uwe zielen vinden: zij wist dat Hij zijne genade aan de ne-derigen heeft beloofd; van daar de heilige hartstochtelijkheid waarmede zij de vernederingen beminde. Wij hebben diezelfde woorden gehoord;
even als zij, zijn wij bekleed met het heilig kleed der boetvaardigheid, doch brengen deze woorden en dat kleed in ons dezelfde uitwerking voort ?
Gaat onze liefde tot de nederigheid zoover, dat wij ons zeiven vergeten en verachten? Vinden de eigenliefde, eene ijdele welgevalligheid niet in eenige schuilhoek onzer harten eene woonplaats, die tot nog toe gesloten bleef voor de indrukken der nederigheid? Ach! indien wij gaarne de macht der H. Elisabeth inroepen,
smeeken wij haar ons den moed te verwerven om, even als zij, als ware kinderen van den H. Pranciscus te leven in de liefde tot de verachting en de verloochening van ons zeiven.
GEBED.
H. Elisabeth, gij die zoo nederig wuart in voorspoed en in tegenspoed, verkrijg voor mij dat ik de noodzakelijkheid van die deugd goed besefte, dat ik ile ijdelheid, het verlangen om f mij te verheften, moedig bestrijde. Ik verdien
zoozeer vernederd te worden uit hoofde mijner ongerechtigheden! verkrijg voor mij dat ik mij zeiven gaarne in alle dingen ter liefde Gods vernedere. Geef, o mijne heilige Beschermster, dat ik steeds op mijne lippen en in mijn hart hebbe dit gebed en deze bekentenis van den tollenaar: ontferm u mijner, o mijn God, dewijl ik een zondig mensch ben. Amen.
Litanie, bladz. 70.
Vlle Dag.
11AUE ONTIlliCHÃlNG EN UAIlli LIICFllE VOOU ])li ARMEN.
Het hoofdkarakter van Elisabeths godsvrucht was hare onthechting aan de goederen dezer wereld. Deze heldhaftige deugd heeft haar door alle eeuwen heen, in vereei ing geplaatst naast den H. Franciscus van Assisië en haar den eere-naani verworven van Beschermheilige der armen. Eijk zijnde, wilde zij zelve arm worden om de
armen bij to stiian in hunne ellende; tlat was ile gedachte die haar dagelijks en elk oogenblik bij bleef. Aan de armen wijdde zij al het overtollige dat zij zich zeiven ontzegde, ofschoon de gewoonten van hare kunne en haar stand nie-debrachten dat zij het genoot. Zij schonk luiers voor de jongeborenen en lijkkleeden voor de arme dooden. Zij gaf zoo edelmoedig, dat wanneer haar voorraad aldra was uitgeput, zij herhaaldelijk hare eigen kleeding aanwendde om de ongelukkigen te helpen. Maar die gaven waren niet genoeg om hare liefde voor de armen te voldoen: zij wijdde haar leven aan die persoonlijke dagelijksche, geduldige en onbekende zorgen, welke in Gods oog de kostbaarste aalmoes zijn, omdat men dan meer dan zijn 'J} geld, zich zeiven geeft. Bij haar paleis was een gasthuis, waarin zij de pelgrims opnam, de zieken verzorgde en de weezen onderhield. Op zekeren dag kuste zij het hoofd van eene walgelijke zieke, die niemand durfde naderen, zij sneed r haar het hoofdhaar af en wiesch haar hoofd, Sj alsof het haar eigen kind was geweest. Niet $ S tevreden met haar goed en haar persoon te geven, lij had zij de armen zóó lief, dat men haar dikwijls zag leven gelijk deze, zich met hunne grove S spijzen voedende, zich met haar gewaad klee- rr dende, en om zoo te zeggen de leerschool der ü: armoede doorloopende. Hoe arm was die vrouw :: in haar rijkdom, en hoe rijk in hare armoede, | roept de H. Franciscus van Sales uit! Zij dreef hare liefde tot de armoede zoover, dat zij, even als de H. Franciscus van Assisië, al hare goederen wilde afstaan, en het noodige levenson-
ÃS
derhoud van deur tot deur bedeion; zij deed do kloederen der H. Armoede aan, toon zij in de Derde Orde word opgenomen, en dewijl men haar belette om in de orde van de H. Clara te gaan, wilde zij in do wereld nog armer loven dan men in die heilige kloosters deed. Doch God wilde haar in de wereld laten om aan de volken dien gloriovollen standaard dor armoede te toonen, die door de dochter der koningen werd omhoog geheven, aan allen zeggende: zalig zijn de armen, want het ryk der hemelen behoort hun.
Dat is de ware geest dor Derde Orde. Beschouwen wij met de H. Elisabeth de goederen der aarde als vuilnis? brengen wij die Gode ten offer door het uitdoolon van aalmoezen, door het bezoeken en verzorgen van de armen, en door het verlangen om in deze wereld het sobere en harde leven te doelen dat de armen leiden.
GEBED.
O gelukzalige Elizabeth, gij die de armen en de armoede zoozeer hebt liefgehad met bet oog oj) Josus Christus, die arm is geworden om onzentwil, en die zich onder het nederige gewaad der armen vertoonde; gij die, onder de indrukken van dit gevoel dos geloofs, zoo arm en zoo verlaten zijt geworden, verkrijg voor ons do genade om ons van de bekommering der rijkdommen te bevrijden, om onze harten daaraan te onthechten, om de goederen dezer wereld te gebruiken, alsof wij ze niet bezaten; om als armen aan aardsche genegenheden te leven en te sterven, teneinde de belooning te
verworven, welke is beloofd aan allen, die alles zullen verlaten hebben om Jesus Christus te
volifon. Amen.
n
Litanie, bladz. 70.
Vllle Dag.
HAAR GEDULD.
Elisabeth, die haar geduld had doen uitblinken in het gemor te verdragen, dat cene dwaze wereld tegen hare godsvrucht deed hooren, toonde zich nog geduldiger te midden der wederwaardigheden. Toen zij door den dood van haar echtgenoot van allen steun beroofd was, ontnamen hare schoonbroeders, het oor leenende aan lafhartige inblazingen, haar hot beheer over hare goederen, zooals men doet aan iemand, die dit niet richtig voert, en zij verjaagden haar uit haar paleis. Alleen gelaten, in de grootste behoefte, zag men haar het hobbelige rotspad afdalen, dat naar de stad Eisenach voerde, terwijl zij haar jongeboren kind in de armen droeg. Te midden harer onderdanen gekomen, wier moeder zij geweest was, ondervond zij van hen niets dan kwade behandeling en ondank.
Door allen verstoeten, had zij geen ander toevluchtsoord dan een stal voor haar en vooi;
hare kinderen. Aan de jammeren en ellende van zulk eene wreedaardige verlatenheid overgegeven, was zij op het punt van onder hare smart te bezwijken, toen zij plotseling, tegen middernacht, de klok van het Franciscaner-klooster, dat zij gesticht had, voor het getijdengebed, hoorde luiden. Als door eene plotselinge ingeving gedreven, gaat zij derwaarts en smeekt de broeders den lofzang Th Demn te zingen, om God te bedanken voor de wederwaardigheden, welke Hij gelieft haar toe te zenden. Van dat oogenblik af houden haar tranen op te vlieten, en die heilige vreugde, welke het gevolg is van de volkomene vervulling van den goddelijken wil, heerschte sedert in hare ziel. Zoo toonde de H. Elisabeth in de beproevingen haar geduld en hare onderwerping, zoo was zij de getrouwe navolgster van den H. Pranciscus, die liet volmaakt geluk deed bestaan in de verachting en het verlaten van al de schepselen.
Hebben wij nu ook dien geest van onzen Vader? Zijn wij, zoo al niet blijde, dan tenminste, onderworpen in de wederwaardigheden? Weten wij de tegenspraak en de minste kwetsing der eigenliefde te verdragen? Vragen wij, door de voorspraak van de H. Elisabeth dien geest van zachtmoedigheid en nederigheid, zonder welken wij geen ware leerlingen kunnen zijn van een God, die zich zonder klagen heeft laten beleedigen en ter dood voeren.
GEBED.
O heilige Elisabeth! die in de beproevingen zulk eene heldhaftige zachtmoedigheid en on-
werping hebt doen uitschitteren, help ons in het voornemen dat wij vormen om voortaan de verachting en de onrechtvaardigheden der menschen zonder gemor en zonder geest van wraak te verduren. Verkrijg ons oolc, door uwe voorspraak, dat wij de waarde en het nut van het lijden leeren begrijpen, opdat wij, de kruisen welke Jesus ons zal overzenden, met een geduldig hart dragende, door deze verdienen tot de eeuwige gelukzaligheid te geraken. Amen.
Litanie, bladz. 70.
IXe Dag.
iia au 1)001).
Elisabeth bekroonde door ecii heiligen en stichtenden dood een leven vervuld van deugden. Op zekeren nacht, toen zij bezig was met te bidden, verscheen Jesus haar en sprak tot haar met een zeer lieflijke stem: »kom elisabetii, mi.i.Mi welbeminde, kom in het tabeunakel dat ik u van alle eeuwigheid heb bereidquot;. Elisabeth vernam daardoor dat zij ging sterven, en toen het dag was geworden, verwijderde zij al do personen die bij haar waren, met uitzondering van haren biechtvader, eenige religieusen en een arm kind, dat zij verzorgde. »Ik wil,quot; sprak zij, «alleen blijven met God ; over mijn
uiteinde en mijn alniaelitigen Rechter mediteren.quot; Zij biechtte met groote gevoelens van berouw, ontving de heilige Teerspijs en begon daarna godvruchtige onderwerpen te bespreken met eene kennis en eene welsprekendheid die al de omstanders ontroerden; terwijl zij sprak werd haar gelaat zoo schitterend verlicht, dat mon haar ternauwernood kon aanzien. Tegen middernacht, gevoelende dat het leven haar ontvlood, zeide zij: »Dit is het uur waarin de H. Maagd den Verlosser baarde; dit is het uur waarin Jesus Christus van de dooden opstond, waarin Hij de gekerkerde zielen bevrijdde. Hij zal ook mijne ziel uit deze ellendige wereld bevrijden. O Maria!quot; voegde zij daarbij, «kom mij te hulp, het oogenblik naakt, waarop God zijne vrienden ter Bruiloft roept, waarop do Bruidegom zijne bruid komt halen.quot; Deze woorden uitsprekende, neigde zij het hoofd, als om in een zachten slaap weg te zinken, en gaf den laatsten adem. Zoo was de dood van do H. Elisabeth. Zoo is het verscheiden van de zielen, die om zoo te zeggen vóór hun stervensuur reeds dood zijn. De dood is voor haar geene wreede scheiding meer; zij is eene on verbreekbare vereeniging met het goddelijk Voorwerp van hare liefde en haar geluk. Boepen wij onze H. Beschermster in, opdat wij haar in haar loven navolgende, ook op hare voorspraak, naar hot voorbeeld, dat zij ons gaf, deze wereld mogen verlaten.
GEBED.
O onze dierbare Beschermster, H. Elisabeth,
â 3
die zoo begunstigd zijt geweest, dat gij in het gezelschap en in de omhelzing van Jesus hebt mogen sterven; kom ons bijstaan op onzen tocht naaide eeuwigheid; verdrijf op dat oogenblik onze vreos en doe onze harten zwellen door een grenzeloos vertrouwen in de goddelijke goedheid. Verkrijg ook voor ons dat wij de H. Sacramenten der Kerk mogen ontvangen, en ontvang, bij onzen laatsten snik, onze ziel en geleid die zelve voor den Opperrechter. Wij zullen aldus verdienen door Hem goedgunstig to worden aangenomen en in zijn Paradijs binnen te treden, om Hem met u te loven en te beminnen in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Litanie, bladz. 70.
I N H OUD.
Bladz.
Voorwoord................5
Novene ter eere van H. Maria Onb. Ontv. (feestdag 8 December).............7
Litanie ter eere van H. Maria Onb. Ontv. ... 9 Novene ter eere van den Seraphijnschen Vader
H. Franciscus van Assisië (feestdag 4 Oct.) . . 17 Litanie ter eere van den Seraphijnschen Vader
H. Franciscus van Assisië.........21
Novene ter eere van den H. Ludovicus (feestdag
25 Augustus)..............42
Litanie ter eere van den H. Ludovicus.....44
Novene ter eere van de H. Elisabeth (feestdag
19 November)..............67
Litanie ter eere van de H. Elisabeth.....70
'i â SNJr-JVS'O--i\E3V- V