ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3

WET

VAN DEN

4DEN APRIL 1892, N0. 55, TOT INSTELLING DER

ORDE VAN ORANJE-NASSAU.

GEWIJZIGD BIJ DE WETTEN

VAN 10 FEBRUARI 1910,

STAATSBLAD Nquot;. 56 EN VAN 21 MAART 1923, STAATSBLAD Nu. 105.

ocr page 4
ocr page 5

IN NAAM VAN HARE MAJESTEIT WILHELMINA, BIJ DE GRATIE GODS, KONINGIN DER NEDERLANDEN, PRINSES VAN ORANJE-NASSAU, ENZ., ENZ., ENZ.

WIJ EMMA, KONINGIN-WEDUWE, REGENTES VAN HET KONINKRIJK,

Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, saluut! doen te weten:

Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenschelijk is door het instellen van eene nieuwe Ridderorde de gelegenheid te vermeerderen tot het verleenen van vereerende onderscheidingen;

Gelet op artikel 66 der Grondwet;

Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel i.

Er wordt eene Orde ingesteld, strekkende tot vereerende onderscheiding van Onze onderdanen of vreemdelingen, die zich jegens Ons

3

ocr page 6

en den Staat of jegens de Maatschappij op bijzondere wijze hebben verdienstelijk gemaakt.

Artikel 2.

Deze Orde draagt den naam van „de Orde van Oranje-Nassauquot;.

Artikel 3.

Het Grootmeesterschap van deze Orde is onafscheidelijk aan de Kroon der Nederlanden verbonden.

Artikel 4.

Deze Orde bestaat uit vijf klassen en eene eeremedaille is daaraan verbonden.

Artikel 5.

Alle benoemingen in deze Orde geschieden bij Koninklijk besluit.

Artikel 6.

De Ridders der eerste klasse dezer Orde dragen den naam van Grootkruizen;

die van de tweede klasse dragen den naam van Groot-Officieren;

die van de derde klasse dragen den naam van Kommandeurs;

4

ocr page 7

die van de vierde klasse dragen den naam van Officieren, en

die van de vijfde klasse dragen enkel den naam van Ridders.

Artikel 7.

Het versiersel dezer Orde bestaat in een kruis met acht geparelde punten en een doorloopenden laurierkrans tusschen de armen en gedekt met eene Koninklijke Kroon, alles van goud voor de eerste vier klassen en van zilver voor de vijfde klasse; de armen van het kruis zijn wit geëmailleerd met blauw geëmailleerd hart; in het midden van het kruis bevindt zich een blauw geëmailleerd rond schild, omgeven door een wit geëmailleerden rand, beide met goud omlijst, aan de eene zijde op het ronde schild de Leeuw, zooals hij in het wapen van het Rijk voorkomt, en op den rand in gouden letters de woorden: „Je maintiendraiquot;, en aan de tegenzijde op het ronde schild eene met eene gouden Koninklijke Kroon gedekte gouden W en op den rand in gouden letters de woorden: „God zij met onsquot;.

Voor militairen worden, instede van den laurierkrans, aan het versiersel aangebracht twee

5

ocr page 8

zilveren zwaarden met gouden gevest, schuin gekruist achter het ronde schild. Het lint is oranje tusschen twee streepen van Nassausch blauw, de kleuren gescheiden door eene smalle witte streep.

Artikel 8.

Het teeken van onderscheiding is:

VOOR DE GROOTKRUIZEN ;

eene achthoekige zilveren ster, hebbende in het midden het ronde schild met rand, waarop de Leeuw en de woorden „Je maintiendraiquot; gevonden worden, te dragen op de linkerborst en het versiersel van de Orde aan een lint, honderd een millimeter breed, te dragen als sjerp van den rechterschouder naar de linkerheup.

Op de ster bestemd voor militairen worden buitendien onder het ronde schild twee schuin gekruiste zilveren zwaarden met gouden gevest aangebracht.

VOOR DE GROOT-OFFICIEREN:

eene vierhoekige zilveren ster, hebbende in het midden het ronde schild met rand, waarop de Leeuw en de woorden „Je maintiendraiquot;, gevonden worden, te dragen op de linkerborst 6

ocr page 9

en het versiersel van de Orde aan een lint, vijf en vijftig millimeter breed, te dragen om den hals. Op de ster bestemd voor militairen worden buitendien onder het ronde schild twee schuin gekruiste zilveren zwaarden met gouden gevest aangebracht.

VOOR DE KOMMANDEURS;

het versiersel van de Orde aan een lint, vijf en vijftig millimeter breed, te dragen om den hals.

VOOR DE OFFICIEREN:

een kleiner versiersel van de Orde aan een lint, zeven en dertig millimeter breed, te dragen aan het linkerknoopsgat, en op het lint eene rozet.

VOOR DE RIDDERS:

een versiersel van de Orde van dezelfde grootte als dat voor de officieren, maar met kroon, geparelde punten, omlijsting van de armen van het kruis en laurierkrans van zilver, aan een lint, zeven en dertig millimeter breed, te dragen aan het linkerknoopsgat.

Artikel 9.

De eeremedaille, welke in brons, zilver en goud kan verleend worden, is rond, gedekt met eene Koninklijke Kroon, van hetzelfde metaal als de

7

ocr page 10

medaille, en vertoont aan de eene zijde het orde-kruis, versierd, naar gelang van omstandigheden, met den laurierkrans of de gekruiste zwaarden; aan de tegenzijde eene W, met het randschrift „God zij met onsquot;; zij wordt gedragen aan het ordelint zeven en twintig millimeter breed, aan het linkerknoopsgat. Het lint mag evenwel niet zonder de medaille gedragen worden.

Artikel 10.

Tot goedmaking der Onkosten der Orde wordt jaarlijks eene som op de Staatsbegrooting gebracht.

Artikel ii.

Het lidmaatschap en versiersel dezer Orde kan niet worden verloren, dan tengevolge van eene onherroepelijke veroordeeling tot gevangenisstraf van drie jaren of tot zwaardere straf.

Artikel 12.

De Kanselier van de Orde van den Nederland-schen Leeuw is tevens Kanselier dezer Orde.

Artikel 13.

Wij behouden ons voor de bepalingen vast te stellen, welke Wij ter uitvoering van deze wet wenschelijk mochten achten.

8

ocr page 11

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 'sGravenhage, den 4den April 1892.

EMMA.

DE MINISTER VAN BUITENLANDSCHE ZAKEN.

VAN TIENHOVEN.

DE MINISTER VAN JUSTITIE,

SMIDT.

DE MINISTER VAN BINNENLANDSCHE ZAKEN,

TAK VAN POORTVLIET.

DE MINISTER VAN FINANCIËN,

PIERSON.

Uitgegeven den zes en twintigsten April 1892.

DE MINISTER VAN JUSTITIE,

SMIDT.

KONINKLIJK

9

ocr page 12

KONINKLIJK BESLUIT VAN 12 APRIL 1923, N0. 12.

De versierselen worden op Rijkskosten verstrekt, ingeval de benoemde een vreemdeling is, of in het geval van toekenning van een medaille. Van Rijkswege verstrekte versierselen worden bij bevordering tot hoogeren rang of overlijden aan den Kanselier der Nederlandsche Orden teruggezonden.

D'après les statuts de l'Ordre d'Orange-Nassau, les insignes doivent être restitués, soit a la mort du titulaire, soit en cas de promotion a un grade supérieur.

Lorsque le décès ou la promotion a lieu a l'étranger, les insignes pourront être transmis a une des Légations des Pays-Bas.

According to the statutes of the Order of Orange-Nassau, the insignia thereof must be returned in the event of the death of a member or of his promotion to a higher class of the Order.

In the case of the death or promotion of a member of the Order residing in a foreign 10

ocr page 13

country the insignia can be transmitted to one of the Netherland Legations.

Den statuten des Ordens von Oranien-Nassau gemass, miissen die Insignien, beim Ableben eines Ordensinhabers, oder im Falle dem Be-treffenden ein höherer Grad verliehen wird, zurückerstattet werden.

Die Zurücksendung der Ordenszeichen kann im Auslande durch Vermittlung einer Nieder-landischen Gesandtschaft stattfinden.

ii

ocr page 14
ocr page 15
ocr page 16