516
GEBEDEN
EN
GEZANGEN.
* * *
Per,
Va* 168
IMPRIMATUR.
M. F. de Beer, Sup. Gen. et Dec.
ad hoc delegatus.
I
Datum Tilburgi, 2 Januarii 1890.
/fl //Æ 1
GEBEDEN EN GEZANGEN
TER EERE DER
Allerheiligste Maagd MARIA,
VOOR DE
Zutphensche Processie naar Kevelaar,
TEVENS GESCHIKT VOOR DE
MEIMAAND.
j
Liturgh jj
Aartsbi 2943 310 3 Volgnui.....-
J. J. WIJTENBURG â Zutphen.
1! E R 1 C H T.
Alle uitdrukkingen, in deze Gebeden en Gezangen voorkomende, moeten niet anders verstaan en uitgelegd worden, dan in den zin en ⦠naar de leer der H. Roomsch Katholieke Kerk, en volgens het besluit der H. Kerkvergadering van Trente, 25e zitting: Over de aanroeping der Heiligen.
Doel, voorrechten en goedkeuring van het Broederschap van O. L. Vrouw van Keveiaar, te Zutphen en Omstreken.
Deze vereeniging der geloovigen heeft ten doel, de verheerlijking van God te bevorderen, door de vereering der allerzaligste en onbevlekt ontvangen Maagd en Moeder Gods Maria, om door haar veel vermogende voorspraak bij haren Godde-lijken Zoon, Gods zegeningen en ontfermingen te verwerven.eze vereeniging der geloovigen heeft ten doel, de verheerlijking van God te bevorderen, door de vereering der allerzaligste en onbevlekt ontvangen Maagd en Moeder Gods Maria, om door haar veel vermogende voorspraak bij haren Godde-lijken Zoon, Gods zegeningen en ontfermingen te verwerven.
De leden van dit Broederschap trachten door gebeden, aalmoezen en andere goede werken dit doel te bereiken. Zij beijveren zich om de verhevene voorbeelden der H. Maagd na te volgen, elkander door een christelijken levenswandel te stichten en de voorschriften van het H. Evangelie te onderhouden.
Daartoe dient vooral de jaarlijksche bedevaart naar Kevelaar, welke men zooveel mogelijk zal trachten te bevorderen, of zelf bij te wonen.
Om lid van dit Broederschap te zijn, moet men:
6
1. Ingeschreven zijn door eenen geestelijke van een der kerken, waarin het Broederschap is opgericht.
2. Bidden de Litanie van O. L. Vrouw van Lorette, of een Rozenhoedje van 5 tientjes, op de volgende feestdagen der H. Moeder Gods: O. L. Vrouw Lichtmis, 2 Febr.; O. L. Vrouw Boodschap, 25 Maart; O. L. Vrouw Hemelvaart, 15 Aug.; O. L. Vrouw Geboorte, 8 Sept.; O. L. Vrouw Onbevlekte Ontvangenis, 8 Dec.; als ook op die dagen, waarop de processie trekt, en ééns in elke maand.
3. De vastgestelde contributie tot bestrijding der onkosten aan den broeder-meester ter hand stellen.
Door het onderhouden en nakomen dezer voorwaarden, die overigens niet op zonde verbinden, wordt men, in zijn leven en na zijn dood, deelachtig aan alle gebeden en goede werken, en aan al de H. Offeranden, die voor of van wege dit Broederschap geschieden.
Onze H. Vader Paus Pius IX heeft ook in de audientie van 9 Sept. 1855 goedgunstig aan dit Broederschap verleend de volgende aflaten:
1. Vollen aflaat, voor de leden die, waardig gebiecht en gecommuniceerd heb-
bende, de processie vergezellen en daarin bidden tot de intentie der H. Kerk. (*)
2. Vollen aflaat voor de leden, die op één der dagen, waarop de processie trekt, na waardig gebiecht en gecommuniceerd te hebben, in hunne eigene kerk zullen bidden terzelfde intentie.
3. Op dezelfde voorwaarden vollen aflaat op alle bovengenoemde feestdagen der H. Moeder Gods, en op één der dagen onder het octaaf van O. L. Vrouw Hemelvaart.
4. Honderd dagen aflaat voor elke H. Mis en predikatie, die de leden op de bedevaart godvruchtig bijwonen, en voor elk goed werk dat gezamenlijk verricht wordt.
5. Honderd dagen aflaat voor de leden, die de H. Mis bijwonen, welke in hunne kerk voor de leden, zoo levenden als overledenen, wordt opgedragen.
(quot;) Men zie de gebeden om den vollen aflaat te verdienen in dit boekjs.
No. 584. Gezien en goedgekeurd door Ons
Aartsbisschop van Urrecht.
J. ZW1JSEN.
Gedaan op den huize Gem\
den 2 Juni 1856.
8
HERINNERING aan de leden van het Broederschap.
Voor elk overleden lid zullen, na kennisgeving van het overlijden aan den broedermeester der plaats, drie H. Diensten gelezen worden in de gemeente van den overledene, terwijl er verder op de feestdagen der H. Maagd of onder de octaven, of dikwerf door het jaar, verscheidene H. Diensten gelezen worden voor de (zoowel levende als overledene) leden van dit Broederschap in 't algemeen.oor elk overleden lid zullen, na kennisgeving van het overlijden aan den broedermeester der plaats, drie H. Diensten gelezen worden in de gemeente van den overledene, terwijl er verder op de feestdagen der H. Maagd of onder de octaven, of dikwerf door het jaar, verscheidene H. Diensten gelezen worden voor de (zoowel levende als overledene) leden van dit Broederschap in 't algemeen.
Aan de pelgrims.
Daar de jaarlijksche bedevaart, behalve de vereering der allerheiligste Maagd Maria, nog bijzonder ten doel heeft, ons nu en dan eens uit het gewoel der wereld en van tijdelijke zaken los te rukken, en die weinige dagen meer uitsluitend aan onze eeuwige belangen, aan de zaligheid onzer zielen te wijden; onze zonden eens in de bitterheid des harten te overdenken, daarover te treuren en boete te doen, en sterker en heiliger voornemens te maken voor
9
de toekomst; of wel ook de eene of andere bijzondere gunst of voor ons zeiven of voor anderen van God, door de voorbede der allerheiligste Maagd, te verwerven ; zoo volgt hieruit van zelf, dat, willen wij dit doel bereiken, al onze gedragingen tijdens de bedevaart niets dan orde, ernst, ingetogenheid en godsvrucht moeten ademen.
Daarom worden de pelgrims verzocht, zich aan de broedermeesters, en aan hen, die met het opzicht belast zijn, te onderwerpen ; de orde in de rijen enz., nauwgezet te onderhouden; op reis, in de verblijfplaatsen, en vooral waar men overnacht, zich met de grootste ingetogenheid te gedragen, en zooveel mogelijk op de slaapkamers de stilzwijgendheid te bewaren.
De Processie zal vertrekken den eersten Maandag na het feest van 0. L. V.
Hemelvaart.
â â
-f
10
/AO RG EN GEB EP.
1. Breng uwen dank aan de Allerheiligste Drievuldigheid.
llerheiligste Drievuldigheid, U aan-
bid ik, U loof en prijs ik uit al
mijne krachten. Ik dank U, hemelsche Vader, dat Gij mij geschapen hebt; ik dank U, Zoon Gods, dat Gij mij met uw dierbaar bloed hebt verlost; ik dank U, Heilige Geest, dat Gij mij in den H. Doop gereinigd, en tot het alleenzaligmakend geloof geroepen hebt. O Heiligste Drievuldigheid, almachtige God, welke groote genade en goedheid betoont Gij mij telken dage! Gij hebt dezen nacht barmhartig mij bewaard, terwijl menige ziel, die niet zoo dikwerf, niet zoo zwaar als ik uwe goddelijke Majesteit beleedigde, voor uwe vierschaar geroepen, en naar uw rechtvaardig oordeel voor alle eeuwigheid verworpen werd. Hoe zal ik U, mijn hoogste Goed, genoegzaam dank zeggen ?
Gij, beminde Heiligen Gods, vooral gij Maria, heilige Moeder des Heeren, en gij mijn getrouwe Engelbewaarder en bijzon-
11
dere Beschermheiligen .... helpt mij God loven en danken, opdat door u aangevuld worde, wat aan mijne verschuldigde dankbaarheid ontbreekt. Laat ons te zamen prijzen den Vader, den Zoon en den H. Geest; laat ons Hen loven en hoog verheffen in alle eeuwigheid. Amen.
2. Offer u-zelven op aan den Hemelschen Vader.
Eeuwige Vader, de eerste zucht van liefde stijgt uit mijn hart tot U omhoog. Lichaam en ziel, al mijne zinnen en krachten , met al wat in mij is, offer ik U gewillig op, dewijl ik 't alles van LT heb ontvangen. Neem mij, uw schepsel, aan in vereeniging met uwen eengeboren Zoon Jesus Christus. O Vader, wanneer zal ik komen, om voor uw aangezicht te verschijnen? Niets begeer ik in den Hemel, niets op aarde buiten U, o God mijns harten en mijn deel, o God, in eeuwigheid.
3. Richt uwe werken naar Christus' leer en voorbeeld.
Allerbeminnelijkste jesus. Gij, die zijt het begin en het einde, de weg, de waar-
12
heid on hot leven; zie ik vorm een vast voornemen, om den weg uwer geboden te bewandelen, en alles te doen wat een vroom christen past, en vooral heden het godgevallig werk. ... te verrichten, en voorts alles te doen, te laten en te lijden om der wille van uwen goddelijken Naam. O Jesus, Gij mijne hoop, mijne liefde; ik wensch en begeer heden en altijd, zoo lang ik adem haal, en zoo lang mijn hart klopt, U te beminnen, te eeren en te prijzen. Gave God, dat ik alle schepselen, tot dat willen en werken mocht kunnen aansporen! Sterk, o Jesus, mijnen wil. Niets anders begeer ik, dan dat mijne woorden en werken in uwen Naam geschieden.
4. Maak een vast voornemen, om, met den bijstand des H. Geestes, de zonde te vermijden.
Heilige Geest, Gij troost en hulp mijner ziel! sta mij bij, opdat ik alle aanvechtingen kloekmoedig weerstand biede. Of zou ik dan wederom mijne ziel aan de liefderijke handen van mijnen God ontrukken, en den muil des helschen vijands ten prooi geven? Zou ik nogmaals willens en wetens, de zonde .... plegen ? Ach ,
13
maar al te dikwerf ben ik er in vervallen! Van heden af hoop ik standvastig mij te beteren. O, Heilige Geest, geef mij daartoe kracht en sterkte.
5. Verzoek de hulp van alle Heiligen Gods.
O gij , beminde uitverkorenen Gods, ondersteunt mij in mijn goed voornemen; vooral gij, o allerheiligste Maagd Maria, Moeder Gods en ook mijne teedere Moeder, te zamen met uwen Hemelschen bruidegom, den H. Joseph, en gij, mijn getrouwe Engelbewaarder, tegelijk met mijne bijzondere beschermheiligen N. N.. ., en vooral gij, wier gedachtenis heden gevierd wordt; reikt allen mij uwe hulprijke hand als ik zwak, vermaant mij, als ik onbedachtzaam ben, en leidt mij, als ik afdwaal op het rechte pad terug, opdat ik alles, wat ik mij heden heb voorgenomen, inderdaad volbrenge. Gij, mijn God en Heer, verleen mij bovenal en allermeest uwen bijstand, want op U, Heer, vestig ik mijne hoop, en ik zal in eeuwigheid niet beschaamd worden.
Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz. Ik geloof, enz.
14
O Heer, behage 't U, ons dezen dag voor alle zonden te bewaren. Ontferm U onzer, o Heer, ontferm U onzer. Uwe barmhartigheid kome over ons, dewijl wij op U gehoopt hebben. Op U, o Heer, heb ik mijne hoop gevestigd, laat mij in eeuwigheid niet beschaamd worden.
6. Bijzondere toewijding aan Jesns.
Beminnenswaardige Jesus, in uwe handen beveel ik mij heden en altijd, evenals Gij aan het kruishout uwe H. Moeder aan uwen leerling Joannes, en dezen aan uwe H. Moeder, maar vooral zoo als Gij zelf uw geest in handen van uwen hemelschen Vader hebt aanbevolen, en uwe H. Moeder zich aan U aanbeval. Aan uwen godde-lijken wil geef ik mij geheel en al over, voor U begeer ik te leven en te sterven. Geef o Jesus, diezelfde genade ook aan al mijne vrienden, aan al mijne vijanden,
vooral ook aan..... en zulks door uw
bitter lijden en sterven, door de voorbede uwer gezegende Moeder en van al uwe Heiligen. Amen.
Zegen.
Zegen mij, o dierbare Jesus, met den
15
Vader en den Heiligen Geest, en geleid mij ten eeuwigen leven. Amen.
Eenige Schietgebeden gedurende den dag.
Ik zal mijne rede richten tegen mij zeiven en spreken in de bitterheid mijner ziel, tot God zal ik zeggen: Ach, verwerp mij niet. Job. 10. 1.
Zie neder op mijnen ootmoed en op mijne ellende, en vergeef mij al mijne zonden. Ps. 24. 18.
Ontferm U mijner, o God, naar uwe groote barmhartigheid. Ps. 50. 1.
Ik wil opstaan, en tot mijnen Vader gaan, en hem zeggen; Vader, ik heb gezondigd tegen den Hemel en tegen U; ik ben niet meer waardig, uw zoon genoemd te worden. Ltic. 15. 18.
Jezus, Gij Zoon van David, ontferm U mijner. Lnc. 18. 88.
Onze Heer Jesus Christus heeft zich zeiven vernederd en is gehoorzaam geworden tot den dood, ja tot den dood des kruises. Ad. Plnlipp. 2. 2. En ik zou mij verhoovaardigen ?
Heer al mijn verlangen is naar U, en
16
mijne verzuchting is voor u niet verborgen. Ps. 37. 10.
Waarom zijt gij treurig, mijne ziel, en waarom verontrust gij mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven: Gij zijt mijn heil, en mijn God! J's. 41. 6.
Mijn hart is bereid, o God, mijn hart is bereid. Ps. 58. 8.
Vestig in mij uwe vreeze. want ik heb voor uw oordeel geschroomd. Ps. 118. 120.
Ik heb gezegd; ik wil behoedzaam zijn op mijn gedrag, opdat ik niet zondige met mijne tong. Ps. 38. 1.
Spreek, o Heer, want uw dienaar luistert. 1 Kon. 3. 10.
Heer, toon mij uwe wegen en leer mij uwe paden. J,s. 24. 4.
Zend mij uw licht en uwe waarheid. Ps. 42. 3.
Gij hebt mijne banden verbroken; ik zal U een offer van lof opdragen, en den Naam des Heeren aanroepen: mijn gelofte zal ik den Heer voldoen, ten aanschouwe van al het volk. Ps. 115. 6, 7.
Ik heb verkozen eerder een geringste te zijn in het huis van mijnen God, dan te wonen in de tenten der zondaren. Ps. 83. 11.
17
Mijn Heer en mijn God, U wil ik lof en dank zeggen, in eeuwigheid. Ps. 29. lo.
Loof den Heer, mijne ziel, en al wat in mij is, prijs zijn heiligen Naam. Ps. 102. 1.
Ik wil U belijden, o Heer, dewijl Gij mij verhoord hebt, en mijn heil geworden zijt. Ps. 117. 21.
Gelijk het hert verlangt naar de waterbron, zoo verlangt mijn ziel naar U, o God. Ps. 41. 1.
Fk verlang ontbonden te worden en met Christus te zijn. Ad. Plnlipp. 1. 23.
aVonpqebep.
1. Dankzegging.
Mijn liefdevolle, algoede God en Heer, mijn Schepper, mijn Verlosser, mijn Beschermer en Hoeder, U loof en prijs ik met al uwe heilige Engelen en uitverkorenen; U zeg ik, naar mijn best vermogen dank voor al de weldaden, welke Gij mij heden en geheel mijn leven lang naar ziel en lichaam bewezen hebt. Hoe zal ik ze U, o Heer, ooit vergelden?
18
Lichaam en ziel en alles, wat Gij mij geschonken hebt, offer ik U op in vereeniging met het lijden van Jezus Christus en zijne oneindige verdiensten. â Neem, eeuwige Vader, dat offer genadig aan. â O kon ik U dank, lof en eer toebrengen, gelijk uwe Engelen en geliefde vrienden in den hemel en op aarde. Zie, mijn hart is bereid, o God, mijn hart is bereid. Ps. 56. 8.
2. Bede om licht.
Kom, Heilige Geest, verlicht mijn hart met de stralen van uw eeuwig licht, opdat ik al mijne zonden en al het verzuim van dezen dag in rouwmoedigheid des geestes overdenke, voor U belijde en van ganscher harte moge betreuren, ten einde alzoo met U, mijn hoogste Goed, weder verzoend te worden. Uwe oogen hebben mijne onvolmaaktheid gezien en op al mijne voetstappen gelet. Hoe groot en hoe veelvuldig zij dan, o Heer, mijne misdaden en zonden ? Doe Gij mij weten, hoe ik gezondigd heb. Job. 18. 28.
3. Gewetensonderzoek.
(Ga alle uren van den afgeloopen dag na, ondersoek wat goed gij verzuimd, en
19
wat kivaad gij gedaan hebt met gedachten, ïvoorden en werken.)
4. Bede om vergeving.
Mijn God en Heer, hoe heb ik U vergolden al 't goede, hetwelk Gij mij bewezen hebt ? Ach, ik vindt niets dan zonde en ondankbaarheid. Wat heb ik gedaan? Hoe heb ik U, mijnen zoo liefderijken Vader, toch telkens kunnen vergrammen, en de veelvuldige, groote weldaden, mij door U betoond, kunnen vergeten ? Tegen U alleen heb ik gezondigd en kwaad voor uwe oogen gedaan. Ontferm U mijner, o God, naar uwe groote barmhartigheid! Ik ben afgedwaald als een verloren schaap; zoek Gij mijne arme ziel en breng haar weder tot de kudde uwer uitverkorenen. Ik belijd mijne boosheid; en alle zonden, welke ik heden en ooit gepleegd heb, zijn mij leed uit den grond van mijn hart, en alleen omdat ik U, o God, dien ik boven alles lief heb, er door vergramde. Ach, hadde ik nooit gezondigd! Vergeef het mij, o hemelsche Vader, door de zuchten, tranen en weeklachten, het bitter lijden en sterven van onzen Verlosser Jezus Christus. Op U, o Jesus, berust al mijne hoop; in
20
uw heilig Blood en oneindige verdiensten dompel ik al mijne zonden en misdaden; delg ze er in uit en vul alles aan, wat aan mijne genoegdoening ontbreekt, want Gij zijt de verzoening voor mijne zonden. 1 Joanu. 2. 2.
5. Vast voornemen om zich te beteren.
Zou ik dan nogmaals zondigen, uwe H. Wonden, o Jezus, wederom openrijten, en uw kostbaar, voor mij vergoten Bloed verachten? Ik moet mij schamen, o Heer, voor uw goddelijk aangezicht en mijne oogen ten hemel niet durven opheffen., O hoe dikwerf heb ik de hel verdiend! Dat ik den tijd der genade nog beleef, is, o Jezus, liet werk uwer genade, en van uwe oneindige goedheid. Wat zal ik dan nu voortaan doen ? Zal ik opnieuw de zonde van... bedrijven? Zal ik dan nu niet aanvangen met mij zeiven en mijne kwade gewoonten geweld aan te doen, en de gelegenheden tot zonden te vermijden ? Zoudt Gij dan, o Jezus, mij niet dierbaarder en meer lief zijn dan zulke schandelijke lusten der zinnen en alle ijdele, nietige vermaken dezer wereld? âIk heb het gezegd.
21
nu zij er een begin gemaakt: die verandering komt van de hand des Heeren.quot; O Jezus, schenk mij genade en sta mij bij.
Inroeping van alle heiligen Gods, tot bijstand en hulp.
Van nu af wil ik mijne vijanden, dat is, mijne booze begeerten, vervolgen en ik zal ze, met Gods genade ten onder brengen. Komt, o komt gij mij daarbij dan ook te hulp, gij uitverkoren burgers van 't hemelsch Jerusalem, gij onze broeders ; maar vooral U, o Moeder der Barmhartigheid, toevlucht der zondaren, U roep ik vooral te hulp, gij, die niemand verlaat, wiens hart in zijn nood U, o Heilige Maagd Maria, vurig om bijstand smeekt. Help dan ook mij, in vereeniging met mijnen getrouwen Engelbewaarder en van mijne dierbare Beschermheiligen .... Ver-werve uw aller gezamenlijke bede mij Gods overbloedige genade, opdat ik, daardoor gesterkt, alle zonden, maar vooral die, waartoe ik mij meest geneigd voel, vermijde en mij in alle godgevallige werken, doch meest in dezulke oefene, die mij het zwaarste vallen. âBekrachtig en bevestig het, o God, wat Gij in mij begonnen hebt.quot; Ps. 67. 29.
22
Gebed tot de Allerheiligste Drievuldigheid om een zalig uiteinde.
O eeuwige Vader, door uw oneindige goedheid en door het leven en sterven van uw eengeboren Zoon, Jezus Christus, onzen Heer, geef dat ik in uwe genade steeds leve, en eenmaal sterve moge. Amen.
O allerbeminnelijkste Jesus, door de liefde van uwen hemelschen Vader, waarmede Hij U van alle eeuwigheid bemind heeft, en door de laatste woorden, waarmede Gij, hangende aan het Kruis, uwen geest in de handen des Vaders hebt aanbevolen, bid ik U, neem ook mijnen geest aan bij het einde van mijn leven.
O Heilige Geest, ontsteek in mijn hart het vuur der volmaakste liefde, en versterk daarin mijnen geest, vooral op het oogen-blik, dat ik van de aarde scheiden zal.
O allerheiligste Drievuldigheid, één God, ontferm U mijner, nu en in de ure van mijnen dood. Amen.
Aanbeveling aan God, aan de H. Maagd en aan alle Heiligen.
In uwe gezegende handen, o Heer mijn God, in den schoot uwer barmhartigheid, o H. Maagd Maria, en in uwe hoede, gij
Engelen en uitverkoren Gods, beveel ik mijn lichaam en mijne ziel, nu en altijd. Amen.
Avondlied der Kerk.
Vóór nog de dag ten einde spoedt, Val ik U, Schepper-God, te voet. En bid ik uw barmhartigheid.
Dat zij me in hoede 't rustbed spreid'.
Wend gij der droomen onrust af, Verbreek des boozen heerschersstaf, En geef, dat, met een rein gemoed. Mij de ochtendzon weer blij begroet.
Dat smeek ik. Vader, voor uw troon. En met en door U ook den Zoon, In eenheid met den Heiligen Geest, Die leeft, en heerscht, en zijt geweest
Van eeuwigheid te zamen. Amen.
Behoed ons. Heer, als wij waken, bescherm ons in den slaap, opdat wij met Christus ontwaken, en in vrede rusten mogen.
Bewaar ons, o Heer, als den appel van het oog.
En beschut ons in de schaduw uwer vleugelen.
Heer, verhoor mijn gebed.
En mijne roepstem kome tot U.
24
Gebed.
Bezoek, o Heer deze woning, en weer alle hinderlagen des boozen vijands van haar af; laat uwe H. Engelen er hunnen intrek nemen, en ons in vrede bewaren; en dat uw zegen altijd op ons ruste, door onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die niet U in de eenheid van den H. Geest leeft en regeert van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
O mijn Engelbewaarder, aan wiens zorg ik door de opperste goedheid ben toevertrouwd moge ik aan uwe hand, in veiligheid beschermd, geleid en bestuurd worden.
In den naam van onzen Heer Jezus Christus, den Gekruiste, leg ik mij ter ruste; Hij zegene, regeere, beware en geleide mij ten eeuwigen leven. Amen.
KEISGEBEP.
Antiph. Op den weg van vrede.
De lofzang van Zac/iarias. l.UC. 1, 68 en volgg.
Gezegend zij de Heer, de God van Israël, want Hij heeft zijn volk bezocht en het verlost.
En Hij heeft ons een hoorn der zaligheid opgericht in het huis van zijnen dienaar Uavid.
Gelijk Hij gesproken heeft door den mond zijner heilige Profeten, die van den beginne der wereld af geweest zijn.
Dat Hij ons zoude verlossen van onze vijanden, en uit de handen van allen, die ons haten.
Om barmhartigheid te doen met onze vaderen, en te gedenken aan zijn heilig Verbond.
Gedachtig aan den eed, dien Hij onzen Vader Abraham gezworen heeft, dat Hij ons wilde geven.
Dat wij, nu uit de hand onzer vijanden verlost. Hem zonder vreeze dienen zouden.
In heiligheid en gerechtigheid voor zijn aanschijn, al de dagen onzes levens.
En gij, kind ! zult een Profeet des Al-lerhoogsten genoemd worden, want gij zult voor het aanschijn des Heeren uitgaan, om zijne wegen te bereiden.
En om zijn volk de kennis van het heil te geven ter vergiffenis hunner zonden,
Door de grondelooze barmhartigheid van onzen God, waarmede hij ons bezocht heeft, die opdaagde van uit den hooge.
Om te verlichten degenen, die in de
26
duisternissen zitten, en in de schaduw ^ des doods; om onzen voet te richten op den weg des vredes.
Eer zij den Vader, en den Zoon, en den H. Geest.
Gelijk het was in het begin en nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Antiph. Op den weg van vrede en voorspoed bestiere ons de almachtige en barmhartige Heer; en de engel Raphael vergezelle ons op den weg, opdat wij in vrede, voorspoed en vreugde ten onzent wederkeeren.
Heer ontferm U onzer. Christus, ontferm U onzer. Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz.
Maak uwe dienaren zalig.
Mijn God, die op U hopen.
Zend ons hulp, o Heer, van uit uw heiligdom.
En bescherm ons van uit Sion.
Wees ons, o Heer, een sterke burcht.
Voor het aangezicht des vijands.
Laat de vijand niets tegen ons vermogen,
En dat de zoon der boosheid zich niet verstoute ons te schaden.
Gezegend zij de Heer te allen tijde.
De God onzes heils geve ons eene voorspoedige reis.
27
Toon ons, o Heer, uwen weg,
En leer ons uwe paden kennen.
Mogen onze gangen bestierd worden.
Ter betrachting uwer gerechtigheid.
De kromme wegen zullen recht.
En de oneffene effen worden.
De Heer heeft zijne Engelen over u bevolen.
Dat zij u zouden bewaren op al uw wegen.
Heer, verhoor mijn gebed.
En mijne roepstem kome tot U.
LAAT ONS BIDDEN.
O God, die de kinderen Israels droogvoets midden door de wateren der zee heengevoerd, en de drie Wijzen door uwe ster den weg tot U hebt aangewezen; verleen ons, wij smeeken het U, eene voorspoedige reis en gunstig weder, opdat wij, door uwen Engel geleid, gelukkig de plaats, waarheen wij ons begeven, bereiken, en eens aan het einde van onze aardsche loopbaan, de kroon der overwinning mogen behalen.
O God, die uwen dienaar Abraham uit Ur, de woonplaats der Chaldeërs, uitgevoerd, en hem op alle paden zijner pelgrimschap, bewaard hebt; wij bidden U, wil ook ons, uwe dienaren genadig beschermen. Wees,
28
o Heer, bij het aanvaarden van den tocht onze hulp, op den weg onze troost, in de hitte van den dag onze schaduw, in regen en koude onze beschutting, in vermoeienis onze verkwikking, in alle wederwaardigheden ons schild, op 't glibberig pad onze staf; opdat wij, onder uw geleide, gelukkig het doel van onzen tocht bereiken, en na volbrachte reis, weder onverlet ten onzent wederkeeren.
Wij bidden U, o Heer, verhoor ons ootmoedig smeekgebed, en bestier onzen weg in den voorspoed uws heils, opdat wij in alle wisselvalligheden van onze reis en van ons leven altijd door uwe hulp beschermd worden.
Verleen ons, wij bidden het U, almachtige God, dat wij den weg des heils steeds bewandelen, en het voetspoor van uwen Voorlooper, den H. Joannes den Dooper, volgende, veilig en met zekerheid mogen komen tot Dengene, dien hij heeft aangekondigd, onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met U en den H. Geest leeft en regeert, God van eeuwigheid tot eeuwigheid.
Laat ons in vrede voortgaan.
In den naam des Heeren. Amen.
29
Gebeden bij de H. MIS.
Vóór de H. Mis.
od, hemelsche Vader, Gij die mij
naar uw beeld geschapen hebt;
God de Zoon, Gij, die om mij te verlossen de menschelijke natuur aangenomen, uw H. Bloed voor mij vergoten en den bitteren dood geleden hebt; God Heilige Geest, Gij, die mij in den H. Doop geheiligd en tot het ware geloof geleid hebt; o Gij, allerheiligste Drievuldigheid, geef mij uwe genade, dat ik dit H. Mis-offer aandachtig bijwone en het met den Priester aan uwe goddelijke Majesteit ten offer brenge:
1. Tot roem en eer van uwen H. Naam om te belijden, dat Gij de eenige God en Heer over ons menschen en alle schepselen zijt, wien alléén dit offer toekomt.
2. Tot gedachtenis, o Jezus, van uw bitter lijden en sterven, tot welk einde gij dit H. Offer hebt ingesteld.
3. Tot dankzegging voor alle mij be-wezene genaden en weldaden.
4. Tot voldoening voor al mijne zonden en misdaden.
30
5. Tot verwerving der goddelijke hulp en bijstand in al mijnen nood.
H. Voor mijne geliefde ouders, bloedverwanten en vrienden, voor mijne geestelijke en wereldlijke overheden en al mijne weldoeners, bepaaldelijk voor ....
7. Voor de zielen van allen in Christus afgestorvenen, bepaaldelijk voor ....
Neem, barmhartige God en Heer, dit offer genadig aan ; laat dit mijn voornemen U welgevallig zijn en verhoor mijn gebed, door onzen Heer Jezus Christus, uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid des Heiligen Geestes, God van alle eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
Bij de Belijdenis.
O Jezus, hoe groot is uwe goedheid en barmhartigheid jegens mij! Het is U niet genoeg geweest, voor mij mensch te worden, te lijden en te sterven; maar Gij hebt ook bij uw verscheiden uit deze wereld dit H. Offer ingesteld, waarin gij U zeiven aan uwen hemelsehen Vader voor mij opdraagt. Hoe zal ik, o allergoedertie-renste Jezus, die liefde genoegzaam erkennen en zoeken te vergelden ? Ach, in plaats van U te danken, houd ik niet op
31
niet U dagelijks te vergrammen. Daarom beschuldig ik mij zeiven en zeg; ik, arme zondaar, belijd voor God, den Almachtige, voor de allerheiligste Moeder Gods en altijd Maagd Maria, voor den H. Aartsengel Michael, voor den H. Johannes den Dooper, voor de HH. Apostelen Petrus en Faulus, voor alle Heiligen en voor u, mijne broeders, dat ik al te zeer gezondigd heb door gedachten, door woorden en door werken, met mijne schuld, mijne schuld mijne meeste schuld; dus bid ik de allerheiligste Moeder Gods en altijd Maagd Maria, den H. Aartsengel Michaël, den H. Johannes den Dooper, de HH. Apostelen Petrus en Paulus, alle Heiligen en u, mijne broeders, den Heer, onzen God, voor mij te smeeken.
Bij het Kyrie dei so 7/ zegge men met den priester:
Heer ontferm U onzer (drie/naai).
Christus ontferm U onzer (driemaal).
Heer ontferm U onzer (driemaal).
Bij het Gloria.
(wanneer het gebeden worat.)
Eer zij aan God in den allerhoogste, en vrede op aarde den menschen van goeden
wille. Wij loven L ; wij aanbidden U; wij verheerlij'ken U; wij danken U om uwe groote glorie. Heer God, hemelsche koning. Almachtige Vader ? Heer Jesus Christus, eengeboren Zoon des Vaders! Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer. Die wegneemt de zonden der wereld, verhoor onze gebeden. Die aan de rechterhand des Vaders gezeten zijt, ontferm U onzer. Want Gij zijt alleen de allerhoogste : Jesus Christus, met den H. Geest, in de heerlijkheid van God den Vader. Amen.
Bij de Collecte, den Epistel en het Graduaat.
Hoor, o hemelsche Vader, naar het gebed uwer H. Kerk, waarmeê zij uwe goddelijke majesteit in den Naam van onzen Heer Jesus Christus ootmoedig toespreekt, en uwe hulp en bijstand in allen nood voor hare geliefde kinderen nederig inroept. Wend uw vaderlijk aanschijn niet van ons af, maar zie met genadigen blik op ons neder, ten einde wij, van van alle ramp bevrijd, U welbehaaglijk leven, zalig sterven, en uw rijk en heerlijkheid verwerven moeren, door Christus onzen Heer. Amen.
' gt;-'J
( Verwek hier uit geheel Uiv hart de oefeningen van Geloof, Hoop en Liefde).
Bij het Evangelie.
Hart en ziel verheffen zich, o Christus Jesus, in uw H. Evangelie, tot U ; o Heilige Geest, zend uw licht van omhoog, opdat ik de blijde boodschap des hemelschen Vaders en zijn H. Woord door U, ojesus, zijnen eengeboren Zoon, verkondigd, wel versta, en er de genade van erkennen moge. Ontsteek mijnen wil, o Gij, eeuwig vuur, opdat ik het nieuwe gebod der liefde met lust en begeerte ontvange en volbrenge.
Voer ook mijn hart tot de volmaaktheid der evangelische vermaningen, ten einde ik met de kudde uwer uitverkoren schapen, die uwe herderlijke stem hooren, in dit leven zóó vereenigd worde, dat ik eenmaal ten jongste dage, met hen aan uwe rechterhand staande, de troostvolle woorden verneme: komt, gezegenden, mijns Vaders, en bezit het rijk, dat voor u bereid is van den beginne der wereld. Amen.
Bij de Geloofsbelijdenis.
Ik geloof in eénen God, den almachtigen Vader, Schepper van hemel en van aarde.
84
van alle zichtbare en onzichtbare dingen.
En in éénen Heer Jesus Christus, Gods eengeboren Zoon, en uit den Vader vóór alle eeuwen geboren . God van God, licht van licht, waarachtig God van den waar-achtigen God; voortgebracht en niet gemaakt ; van ééne zelfstandigheid met den Vader, door wien alles gemaakt is. Die om ons menschen en om onze zaligheid is nedergedaald van den hemel, lin is vleesch geworden door den H. Geest, uit de Maagd Maria, en is mensch geworden. Hij is ook gekruist voor ons onder Pontius Pilatus. Hij heeft geleden en is begraven, en Hij is ten derde dage van den dood, volgens de schriften, weder opgestaan; en Hij is opgeklommen ten hemel, zit aan de rechterhand des Vaders, en zal wederkomen, in heerlijkheid, om te oordeelen de levenden en de dooden; wiens rijk geen einde zal hebben.
Ik geloof in den Heiligen Geest, den Heer en levendmaker, die uit den Vader en den Zoon voortkomt; die met den Vader en den Zoon te zamen aangebeden en mede verheerlijkt wordt; die door de Profeten gesproken heeft.
En één Heilige, Katholieke en Apostolische Kerk. Ik belijd één doopsel ter
vergeving van de zonden. Kn ik verwacht de opstandingquot; der dooden, en het leven der toekomende eeuwen. Amen.
Bij de Offerande.
God, Heinelsche Vader, die deze allerheiligste offerande des Nieuwen Verbonds door Jesus Christus, uwen eengeboren Zoon, hebt ingesteld, die daarin zich zelf, door de handen uws Priesters, voor ons opdraagt, ik breng mij zeiven hiermede ten ofter aan uwe goddelijke Majesteit. Neem deze onbloedige offerande genadig aan; ik wijd U daarbij mijn lichaam en mijne ziel, ja, alles wat ik heb en bezit. Laat dit al te zamen vereenigd zijn met de onbloedige offerande, welke Jesus Christus eens aan het kruishout voor geheel het menschelijk geslacht, U, almachtige God, heeft opgedragen. Met Jesus en zijne eindelooze verdiensten begeer ik mij in al mijn doen en laten eeuwig te verbinden: in Hem en in zijn bitter lijden en sterven berust mijne hoop en mijn vertrouwen ; op Hem is mijn geloof gegrond en gevestigd; Hij is de bron mijner liefde en van mijn heil in eeuwigheid.
Ik breng U hiermede, hemelsche Vader, ook al mijn lijden en geluk, mijne ouders
en verwanten, mijne naasten en mijne beminde vrienden op aarde, ootmoedig ten offer. Laat mij en al de mij'nen U een welgevallig offer zijn, en neem ons allen op in uw rijk, waar wij U, en uwen Zoon, onzen Heer, met den heiligen Geest, altijd en eeuwig zullen loven en prijzen. Amen.
Bij de Praefatie.
Tot U, o God, verheffen wij onze harten en zeggen uwe goddelijke Majesteit dank. In waarheid, het is betamelijk en billijk, plichtmatig en heilzaam, dat wij U, heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige Godquot;, altijd en overal dankzeggen door Christus onzen Heer, door wien de Engelen en Aartsengelen uwe Majesteit loven, de Heerschappijen U aanbidden, de machten voor U sidderen, en de Hemelen met de krachten der Hemelen, gelijk ook de gelukzalige Serafijnen, U in eenparige vreugde verheerlijken. Vergun, bidden wij U, dat ook onze lofzangen met deze worden toegelaten, terwijl wij in ootmoed belijden: Heilig, heilig, heilig, is de Heer, de God der Heerkrachten; Hemel en aarde zijn vol van uwe Heerlijkheid. Hosanna in het allerhoogste! Gezegend Hij, die komt
37
in don naam des Heeren! Hosanna in het allerhoogste.
Bij het Memento of de gedachtenis der Levenden.
Barmhartige God en Heer, zie op mij en allen, die tot glorie van uwen grooten Naam bij deze heilige offerande tegenwoordig zijn, genadig neder; en opdat mijn gebed krachtiger zij, zou wil ik het vereenigen met de voorbede der allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria, de heilige Apostelen, Martelaars en Belijders, Maagden en van alle Heiligen. Laat, hemelsche Vader, deze offerande, waarin uw eengeboren Zoon zich op eene onbloedige wijze opdraagt, mijner ziel ten eeuwigen leven verstrekken. Ik bid U, o Heer, dat gij uwen dienaar onzen Paus. alle Bisschoppen, Herders en Zielzorgers, verlichten en besturen wilt, opdat zij, die hun aanbevolen zijn, door hunne leer en hun voorbeeld met uwe uitverkorenen mogen vereenigd worden.
Dat Gij de vorsten der aarde, de christen-mogendheden en prinsen, die de eer van uwen goddelijken Naam tegen alle boosaardig vergrijp beschermen en bevorderen, in hunne macht gelieft te versterken, en
in genade, vrede en eenigheid, welke de wereld niet geven kan, te bewaren.
Dat Gij mijne geliefde ouders, bloedverwanten, vrienden, weldoeners, en allen voor wie ik verschuldigd ben te bidden, tijdelijke en eeuwige welvaart wilt verleenen. Geef hun, o Heer, door uwe milde goedheid , wat zij begeeren, wanneer het met uwe eer niet strijdig, en hun zalig is.
Verder bid ik U, dat gij alle zondaren tot ware boetvaardigheid brengen, en allen, die in zware bekoring zijn, met uwe krachtige genade sterken, en voor den val behoeden wilt.
üat Gij alle in het geloof dwalenden, heidenen en joden, tot de kennis van 't ware geloof wilt roepen en brengen. Gedenk hemelsche Vader, dat uw eengeboren Zoon Jesus Christus ook voor deze allen den bitteren dood heeft geleden, en vooral om de zondaren in deze wereld gekomen is; leid ze allen tot de gemeenschap der geloovigen, opdat zij uwe vaderlijke genade en goedheid deelachtig worden en uw Naam te meer in eeuwigheid zij geprezen. Door denzelfden onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met U en den Heiligen Geest leeft en regeert, God, van eeuwigheid tot eeu wiirheid. A men.
39
Bij de opheffing van de H. Hostie.
Wees gegroet, mijn Verlosser en Zaligmaker, Jesus Christus, mijne hoop en toevlucht. Gij zijt het eeuwig woord des Vaders, Gij, mijn God en mijn al. O Jesus, Gij, die aan het heilig kruishout U zeiven aan uwen hemelschen Vader hebt opgedragen, geef mij deel aan uw H. lijden, aan uw waarachtig Lichaam en Bloed in dit H. Sacrament, nu en in de ure van mijnen dood. Amen.
Bij de opheffing van de H. Kelk.
Wees gegroet, waarachtig en levend bloed, dat uit de heilige wonden mijns Heeren Jesus Christus gevloeid en met zijn H. Lichaam in dit H. Sacrament vereenigd is. O dierbare schat van het kostbaarste en zuiverste bloed, wasch en reinig mij van al mijne zonden, genees en versterk mijne ziel ten eeuwigen leven. Amen.
Gebed na de Consecratie.
Allerbeminnelijkste Jesus, met een onwrikbaar geloof belijd, vereer en aanbid ik U onder de hier tegenwoordige gedaante van brood en wijn. Ik smeek ootmoedig, laat mij ten jongsten dage blijde uwe komst
40
begroeten, bij het aantal uwer uitverkorenen medegeteld worden en in de hoogste vreugde uwe liefelijke stem hooren: kom, gij, gezegende! â Ontferm U mijner, o Jesus en laat uw bitter lijden en sterven voor mij niet verloren zijn; laat uw kostbaar bloed voor mij niet te vergeefs vergoten wezen, maar laat het mij, gelijk al uwe uitverkorenen, tot eeuwige vreugde en zaligheid verstrekken. Amen.
De gedachtenis der Overledenen.
Gedenk ook, genaderijke Jesus, allen die in het ware geloof uit dit leven zijn verscheiden, vooral de zielen van .... Laat de kracht en uitwerking dezer allerheiligste offerande en de voorbidding uwer H. Kerk f
hun te hulp komen; geef hun deel aan uwe eindelooze verdiensten. Stort den milden zegen der genaden van uw heilig bloed overvloedig op hun neder. Neem ze op uit de tijdelijke strafplaats in de eeüwige rust en zaligheid, opdat zij met alle Heiligen (en na mijn verscheiden ook ik met hen) in uw rijk U loven en prijzen mogen, die met den Vader en den Heiligen Geest leeft en regeert, God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
41
Bij het Pater Noster.
Bid hier het Onze Vader en zeg daarna:
Verlos ons, bidden wij U, o Heer, van alle kwaad dat verleden, dat tegenwoordigquot;, dat nog aanstaande is, en verleen ons, dooide voorbede van de zalige en roemwaardige altoos Maagd en Moeder Gods Maria, van de heilige Apostelen Petrus en Paulus en Andreas en alle Heiligen, genadig vrede in onze dagen, opdat wij, door den bijstand uwer barmhartigheid geholpen, te allen tijde vrij mogen blijven van zonden en gerust zijn van alle kwellingen. Door denzelfden Jesus Christus onzen Heer, uwen Zoon, die met U en den H. Geest leeft en regeert van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
De vrede des Heeren zij en blijve altijd met ons. Amen.
Bij het Agnus Dei.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.
Lam Gods, dat de zonder der wereld wegneemt, geef ons den vrede.
4-2
Voorbereiding der Geestelijke Communie.
Zachtmoedigste en allerootmoedigste Jezus, daar Gij ons bij U roept met de woorden: komt allen tot Mij, die vermoeid en beladen zijt. Ik wil u verkwikken! zoo treed ik met een rouwmoedig hart, maar vol vertrouwen U nader, begeerig om zooveel mogelijk aan uw H. Lichaam en Bloed bij dit H. Offer en Sacrament deelachtig te worden, en dit brood der Engelen geestelijker wijze te kunnen genieten. Kom, o Jesus, kom binnen in mijn hart, verkwik en vervul het met uwen geest en uwe genade. O, Gij zoete vreugd mijns harten, o Gij, leven mijner ziel, schenk mij de vergiffenis van al mijne zonden en gebreken; neem alles van mij weg, wat mij van U afkeerig maakt. Dierbare Jezus, leid mij tot U en regeer over mij, bereid U eene aangename woning in mijn binnenste, zoodat Gij steeds blijven moogt in mij en ik in U, die leeft en regeert met den Vader en den Heiligen Geest van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
Heer, ik ben niet waardig dat gij ingaat onder mijn dak, maar spreek slechts
43
één woord en mijn ziel zal gezond worden, ( driemaal.)
Deuk hier, dat gij met den Priester communiceert, en zeg: Het Lichaam onzes Heeren Jezus Christus beware mijne ziel ten eeuwigen leven. Amen.
Dankzegging na de Geestelijke Communie.
Jesus, licht mijns harten, vreugde en blijdschap van mijne ziel, U zeg ik dank in eeuwigheid, U loof ik uit al mijn vermogen, dewijl Gij mij, uw onwaardig schepsel met uw H. Lichaam en Bloed geestelijker wijze hebt gespijzigd. O Gij, mijn Zaligmaker, mijn God en mijn al, neem door deze uwe onbegrensde liefde alles van mij weg, wat U mishagen kan; vernieuw mijnen geest in mijn binnenste, en vervul mijne ziel met uwe genade; ontsteek mijnen wil met het vuur uwer liefde, en maak dien geheel en al gelijkvormig en ondergeschikt aan den uwe, opdat ik voortaan zeggen moge: ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij.
Bij de laatste Collecten.
Hoe zal ik ü, o beminde Jezus, voor de groote weldaad danken, dat Gij mij
44
deelachtig hebt gemaakt aan dit allerheiligste Offer, waarbij ik de gedachtenis van uw bitter lijden en sterven vernieuwd heb ! O Jezus, alles wat in mij is, zal uwen H. Naam in eeuwigheid loven en prijzen. Ach, mocht ik steeds de kracht en werking van dit allerheiligste Sacrament ontwaren ! Verleen mij genadiglijk, o Jesus, dat ik aan het einde mijns levens, met dit en de andere H. Sacramenten voorzien en gesterkt, in het ware Geloof, in de troostvolle Hoop en in de volmaakte Liefde, deze wereld verlaten, en U, mijnen Heer, te zamen met den Vader en den Heiligen Geest, eeuwig loven, prijzen en dankzeggen moge. Amen.
Bij den Zegen.
Zegen, o God, mijne heilige voornemens, zegen ons allen door de hand van uwen dienaar, en dat de uitwerkselen van uwen zegen eeuwig op ons rusten.
In den Naam der Vaders, en des Zoons, en des H. Geestes. Amen.
Evangelie van den H. Johannes.
In den beginne was het Woord; en het Woord was bij God, en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God.
Alle dingen zijn er door gemaakt; en zonder dat is er niets gemaakt van hetgeen er gemaakt is. Daarin was het leven en het leven was het licht der menschen; en het licht scheen in de duisternissen, en de duisternissen hebben het niet opgenomen. Er was een mensch van Cïod gezonden, wiens naam was Joannes. Deze kwam tot getuigenis, om getuigenis van het licht te geven ; opdat allen door. hem gelooven zouden.
Hij zelf was het licht niet; maar om getuigenis van het licht te geven. Dit was het waarachtig licht, hetwelk alle menschen verlicht die in deze wereld komen. Hij was in de wereld en de wereld heeft hem niet gekend. Hij kwam onder de zijnen, doch de zijnen hebben Hem niet aangenomen ; maar allen die Hem aangenomen hebben, heeft H ij de macht gegeven, om kinderen Gods te worden: dengenen die in zijnen Naam gelooven, die niet uit den bloede, noch uit den wil des vleesches, noch uit den wil des mans, maar uit God geboren zijn. En het woord is vleesch geworden, en het heeft onder ons gewoond â en wij hebben zijne heerlijkheid gezien, eene heerlijkheid als van den eengeborene des Vaders, â vol genade en waarheid.
46
Na de H. Mis.
Hemelsche Vader, neem van mij aan dit U verschuldigd dienstoffer, dat ik U door de bijwoning dezer H. Mis heb gebracht, en vergeef mij alle daarbij bedre-venene zonden, verstrooing en nalatigheid. Ik beveel mij uwer aan, nu en te allen tijde, terwijl ik mij in de hand uwer goddelijke barmhartigheid geheel en al overgeef. Laat uwe heilige wil steeds aan mij voltrokken worden, en moge ik eenmaal, na een zaligen dood, uw eeuwig Rijk en eindelooze heerlijkheid verwerven. Dit bid ik voor mij en al de mijnen, door de verdiensten van uwen eengeboren Zoon en door de voorspraak der zaligste Maagd Maria, zijn allerliefste Moeder. Amen.
â â *
47
Gebeden voor de H. Communie.
Gebed tot Maria om eene waardige Communie.
Liefdevolle Moeder Maria, tot u neem ik mijne toevlucht en smeek u, mijn hart tot eene waardige woonplaats voor uwen Goddelijken Zoon te willen bereiden. Alhoewel ik mijne zonden gebiecht heb en ze mij leed doen, gevoel ik mij echter geheel en al onwaardig den Koning van Hemel en aarde in mijn hart, dat nog zoo vol van bedorvene neigingen is, te ontvangen. O alle.iliefste Moeder, verrijk de armzalige woning mijns harten met uwe deugden; verrijk mijne ziel met uwe ootmoedigheid, zuiverheid, nederigheid en uw geduld; opdat mijn hart een heilig tabernakel worde voor mijnen Jesus. Ik hoop, genadevolle Moeder, dat gij mij deze gunst zult bewijzen, dewijl ik deze H. Communie ter uwer eer wil opofferen. Amen.iefdevolle Moeder Maria, tot u neem ik mijne toevlucht en smeek u, mijn hart tot eene waardige woonplaats voor uwen Goddelijken Zoon te willen bereiden. Alhoewel ik mijne zonden gebiecht heb en ze mij leed doen, gevoel ik mij echter geheel en al onwaardig den Koning van Hemel en aarde in mijn hart, dat nog zoo vol van bedorvene neigingen is, te ontvangen. O alle.iliefste Moeder, verrijk de armzalige woning mijns harten met uwe deugden; verrijk mijne ziel met uwe ootmoedigheid, zuiverheid, nederigheid en uw geduld; opdat mijn hart een heilig tabernakel worde voor mijnen Jesus. Ik hoop, genadevolle Moeder, dat gij mij deze gunst zult bewijzen, dewijl ik deze H. Communie ter uwer eer wil opofferen. Amen.
Allerkuischte Maagd Maria, ik bid u door de reiue onschuld, waarmede gij den Zoon Gods eene welbehaagelijke woonplaats in uwen maagdelijken schoot bereid hebt,
48
dat ik door uwe voorbede van alle zonde-vlekken gezuiverd worde. Amen.
O Maria, ik bid u om uwe diepe nederigheid, waardoor gij verdiend hebt boven alle Engelen en Heiligen verheven te worden, dat gij u gewaardigt mijn hoogmoedig hart met eene diepe nederigheid voor de allerhoogste Majesteit te vervullen, en mij door uwe voorbede krachten verwerve, om de deugd van ootmoedigheid voortaan standvastig te beoefenen. Amen.
O Maria, ik bid u door uwe brandende liefde, die u onafgebroken met God ver-eenigd heeft, dat, door uw voorspraak, ook mijn hart met een vlammende liefde tot Jesus vervuld en daardoor met Jezus ver-eeniVd worde. Amen.
49
V00RBERE1DINGSGEBED TOT DE H. COMMUNIE,
WAARBIJ DE VOORNAAMSTE CHRISTELIJKE DEUGDEN GEOEFEND WORDEN. ( Uit Mcrlo Horstius.)
Liefderijke Verlosser, Christus Jezus, ik aanbid U met geheel mijn hart, en zeg U dank uit het binnenste mijner ziel, U, die in uwe grenzelooze liefde, ons arme zondaren, door uw kostbaar Bloed van de eeuwige verdoemenis verlost hebt, en ter gedachtenis uwer liefde, en tot een onderpand der eeuwige heerlijkheid, in wonderbare macht, wijsheid en goedheid uw H. Vleesch en Bloed tot spijs en drank achterliet, en tot dit goddelijk geheim mij ellendigste aller zondaren, onder het getal uwer dienaren met onuitsprekelijke goedheid hebt geroepen.iefderijke Verlosser, Christus Jezus, ik aanbid U met geheel mijn hart, en zeg U dank uit het binnenste mijner ziel, U, die in uwe grenzelooze liefde, ons arme zondaren, door uw kostbaar Bloed van de eeuwige verdoemenis verlost hebt, en ter gedachtenis uwer liefde, en tot een onderpand der eeuwige heerlijkheid, in wonderbare macht, wijsheid en goedheid uw H. Vleesch en Bloed tot spijs en drank achterliet, en tot dit goddelijk geheim mij ellendigste aller zondaren, onder het getal uwer dienaren met onuitsprekelijke goedheid hebt geroepen.
Ach, ik ongelukkige, hoe weinig heb ik tot dusverre aan mijne hooge roeping beantwoord, hoe onvolmaakt bleef ik in de vervulling van mijnen plicht, en hoe vreese-lijk heb ik U, mijn God, door mijne zonden
50
beleedigd f Uoch ik heb er leed en berouw van, uit yeheel mijn hart, en dit louter ter liefde van U, terwijl ik mij vast voorneem, om voortaan U alleen te dienen, te behagen en aan te hangen.
En daarom begeer ik, bij het naderen ter H, Tafel, het allerheiligste offer van uw Lichaam en Bloed, eenmaal door U voor ons aan het kruisaltaar opgedragen, U met zuivere en oprechte bedoeling te brengen, tot lof en eer van uwe eeuwige majesteit; ter gedachtenis aan uwe allerheiligste Menschwording, aan uw leven, lijden en sterven; tot dankzegging voor al de genaden en weldaden, waarmee Gij geheel de schare uwer uitverkorenen, en ook mij, de onwaardigste, tot dusverre steeds begiftigdet en nog verder begunstigen wilt: tot verzoening voor mijne zonden ; tot heil der levenden, vooral van . ,
en troost en lafenis der overledenen.
O mocht ik dit groote werk uwer liefde volbrengen met al het gevoel van den gloei-enden ijver en het brandend verlangen, dat uwe reeds in den Hemel zegepralende, of nog op aarde strijdende vrienden bezielde !
Ik geloof met het hart en belijd met den mond, dat de eeuwige Vader, de
51
almachtige, de volmaakte, de in zich zeiven volzalige God in zijne oneindige barmhartigheid de wereld zoo lief heeft gehad, dat Hij U, zijnen eengeboren Zoon, ons ten Verlosser op aarde gezonden heeft.
Ik geloof ook, dat Gij, heer Jesus, den Vader in alles gelijk, krachtens uwe onbegrensde liefde uit den schoot uws hemel-schen Vaders, in den schoot der H. Maagd zijt nedergedaald, en om ons menschen, mensch geworden zijt.
Ik geloof verder, dat Gij, uit liefde tot ons, dit allerheiligste Sacrament bij 't laatste Avondmaal instellende, uw waarachtig Vleesch en Bloed, U zeiven, aan ons tot spijs gegeven hebt, en hier op het altaar met Godheid en menschheid tegenwoordig zijt; dat Gij, aan Uwen Vader gehoorzaam tot in den dood, op het altaar des Kruises U voor ons ten offer hebt gebracht.
Daarom dan hoop ik op U en kom ik vol vertrouwen tot U, o Heer, die, ons ten gevalle, zoo groote wonderen verricht en zoo vele smarten geleden hebt. Immers wat zoudt Gij mij weigeren, mij, die Gij zóó bemint, dat Gij U zeiven aan mij tot spijs geeft.
Ik bemin U, liefderijke Jezus, uit al de
52
kracht van hart en geest, en ik wil, met uwe genade, U blijven beminnen van nu af tot in eeuwigheid.
Maar hoe zal ik U vergelden, o Heer, voor deze onverdiende gave en voor alles, wat Gij mij geschonken hebt? Zie, ik verzaak mij zeiven, en buig, met lichaam en ziel, ja, met alles, wat ik heb, in 't stof voor uwen heiligen wil diep ter neder.
Wat toch bezit ik, dat mij niet gegeven is? Wat is de mensch, wanneer hij zich met zijnen Schepper vergelijkt? Wat kan een yietig wezen, een aardworm, een ellendige zondaar, een onnuttige dienstknecht, zijnen God, zijnen Schepper en Heer brengen ?
Ik belijd, dat ik arm en behoeftig ben, doch daarom stel ik mij ook onder de bescherming van uwe almachtige hand. Maar Gij, Heer Jezus, rijk aan verdiensten en vol ontferming, wees Gij zelf mijn alvermogende middelaar.
Kom met den schat uwer onuitputtelijke liefde mij te hulp in mijnen nood; wijs uwen eeuwigen Vader op de hooge en oneindige waarde van uw H. Bloed en van al uwe verdiensten, en kom daardoor te gemoet aan hetgeen er aan het volmaakte mijner voorbereiding tot deze
53
H. Communie ontbreekt, en moge alzoo daardoor het offer mijner onwaardige dienstbaarheid aangenaam wezen in de oogen van God.
Geef ook, liefdevolle Jezus, door uwe barmhartigheid en door de voorbidding der H. Maria, uw geliefde Moeder, en van alle Heiligen, dat ik dit ontzaglijk Geheim, deze wonderbare gave uwer liefde, steeds met een onderworpen geloof, diepen eerbied en dankbaarheid eere, en het nu en altijd ontvange met een zuiver en van liefde brandend hart. Geef, dat ik de plichten van mijnen stand, waartoe Gij mij in bijzondere genaden geroepen hebt, met liefde en kuischheid, gelaten, geduldig en, met één woord, als een waardig Christen trachte te vervullen, gelijk het uwen getrouwen dienaar betaamt; en opdat ik daardoor mijnen Heer welgevalliger en behaaglijker worde, zoo wil ik voortaan alles tot uwe meerdere eer, en luister uwer Kerk en tot eigen en andere zielenheil verrichten en volbrengen.
Nog smeek ik U eindelijk, dat Gij, dooide kracht van uw allerheiligst Lichaam en Bloed, mijn hart gelieft te zuiveren van alle zondige begeerten, die het verlangen naar dit allerheiligste Sacrament vermin-
54
deren en mij de vruchten er van ontroo-ven zouden; moge ik zoodoende met u verecnigd, zoo nauw, zoo innig mogelijk vereenigd worden ; mijn binnenste zij heilig, gelijk Gij zijt, o Heer, en mijn geest blijva één met U; dan zal ik in U en Gij in mij wonen, en niets mij van uwe liefde meer scheiden. Wat toch heb ik in den Hemel, en wat toch wil ik op aarde buiten U, o God mijns harten, mijn deel in eeuwigheid! Amen.
* *
*
GEBEDEN NA DE H. COMMUNIE.
Vrome ontboezeming voor Jesus.
Ik heb Hem gevonden, dien mijne ziel bemint, ik hecht mij aan Hem vast en verlaat Hem nimmer meer. U, mijn Jesus, omhels ik in t vol genot der vreugde van uwe liefde. U, den schat mijns harten, omarm ik, en ik bezit in U alles. Laat, ik smeek het U, mijne ziel de kracht uwer tegenwoordigheid ondervinden ; laat haar innig ontwaren, hoe lieftallig Gij zijt, o Heer; en moge zij, van uwe liefde vervuld.
oo
niets zoeken buiten U, niets beminnen dan om uwentwille. Gij zijt mijn Koning, gedenk mijner behoeften en ellende. Gij zijt mijn Rechter, vergeef mij mijne zonden, en ontferm U mijner. Gij zijt mijn Arts, genees al mijne zwakheden. Gij zijt de Bruidegom mijner ziel, vereenig U met mij in eeuwige liefde, Gij zijt mijn Leidsman en Beschermer, blijf mij bij, dan moge wie wil, mij bestrijden. Gij hebt U voor mij ten Zoenoffer gesteld, ik wil U het dankoffer brengen. Gij zijt mijn Verlosser, verlos dan mijne ziel uit de hand des doods, en red mij uit alle nooden. Gij zijt mijn God en mijn al, want wat heb ik in den Hemel, en wat wil ik op aarde buiten U, God mijns harten, en mijn deel, o God, in eeuwigheid !
Gebed van den H. Thomas van Aquine.
Ik zeg U dank, heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God, dat Gij mij, zondaar, uwen onwaardigen knecht, zonder mijne verdienste, alleen door uwe barmhartigheid, met het kostbaar Lichaam eii Bloed van uwen eengeboren Zoon, den Heer Jesus Christus, hebt willen spijzigen. Ik
56
bid U ootmoedig, laat deze H. Communie niet opnieuw voor mij eene oorzaak van straf maar een heilzaam middel tot vergeving zijn. Zij strekke mij tot versterking, des geloofs, tot een schild van goeden wille tot uitroeiing mijner gebreken, tot verdelging mijner kwade lusten en begeerten, tot vermeerdering van liefde en geduld, van ootmoed en gehoorzaamheid, tot eene beschutting en bescherming tegen al de hinderlagen en valstrikken mijner zichtbare en onzichtbare vijanden; tot volmaakte bedaring van alle geestelijke en vleesche-lijke bewegingen ; tot getrouwe verknochtheid aan U, den eenigen en waarachtigen God, en tot een afdoend eindmiddel voor de zaligheid mijner ziel. Ook bid ik U, dat Gij mij, zondaar, tot dien onuitspre-kelijken maaltijd daarboven wilt toelaten, waar Gij met uwen Zoon en den Heiligen Geest voor uwe Heiligen het ware licht, de algenoegzanie bevrediging, de eeuwige vreugde, het volmaakte heil en de hoogste zaligheid zijt. Door denzelfden Jezus Christus, onzen Heer. Amen.
Gebed van den H. Bonaventura.
Doorgloei, teederminnende Jezus, het binnenste van mijn gemoed met het vuur
57
der oprechtste, der heiligste en zaligste liefde, opdat mijne ziel verteere uit smacht-verlangen naar U, en, van bovenaardsche begeerte ontvlamd, in de voorhoven uws tempels wegsmelte door de zucht om ontbonden te worden, en met U te zijn in eeuwigheid. Geef, dat ik hongere naar U, die het Brood der Engelen, de ver-kwikkink der heilige zielen, ons boven-aardsch dagelijksch brood zijt, dat brood, allerliefelijkst van geur en van smaak; moge mijn hart zich verzadigen aan U, wien de Engelen vreugdevol aanschouwen, en worde mijn gemoed innigst met uw lieflijkheid vervuld. Laat mij dorsten naar U, de bronwel des levens, den oorsprong der wetenschap en der wijsheid, de springader des eeuwigen lichts, de stroom dei-vreugde en de overvloedige volheid van 's Heeren huis; moge ik steeds naar U haken en streven, U zoeken en vinden, U bereiken en mij in U verdiepen, van U spreken, en alle werken verrichten tot lof en eer van uwen H. Naam, in ootmoed en bescheidenheid, met opgeruimdheid en ijver, volhardende tot het einde. Wees Gij, en Gij alleen, steeds mijne hoop, mijn volle vertrouwen, mijn rijkdom, mijn vermaak, mijne vreugde, mijn genot.
58
mijn rust, mijne kalmte, mijn vrede, mijn lust, mijn welbehagen, mijne spijze, mijne verkwikking, mijn toevlucht, mijne hulp, mijne wijsheid, mijn erfdeel,- mijne bezitting en mijn schat, waarin ik met hart en ziel steeds geworteld en onwrikbaar bevestigd blijve. Amen.
Ander Gebed.
C) Heer Jesus Christus, ik smeek in diepen ootmoed, dat het Allerheiligste Sacrament van uw Lichaam en Bloed, hetwelk ik onwaardige heb ontvangen, mij door uwe onuitsprekelijke barmhartigheid moge strekken tot reiniging mijner zonden, tot steun mijner zwakheid, tot voorbehoedmiddel tegen de gevaren der wereld, tot verwerving van vergiffenis, tot bevestiging in uwe genade, tot artsenij des levens, tot gedachtenis aan uw bitter lijden, tot opwekking uit mijne lauwheid en tot teerspijze op mijnen pelgrimstocht door dit â leven. Geef, o God, dat het mij geleide op den weg der zaligheid, mij terugbrenge, wanneer ik op het dwaalpad mocht geraken, mij weder ontvange, wanneer ik in het goede spoor terugkeer, mij schrage, als ik wankel, mij oprichte als ik val, en mij, bij de volharding in het goede, uwe heer-
59
lijkheid binnenvoere. Almachtige, barmhartige God, laat door de aanbiddelijke tegenwoordigheid van uw dierbaar Vleesch en Bloed mijn hart zoo geheel en al hervormd worden, dat het buiten U geene zoetigheid smake, geene schoonheid be-minne, geene ongeoorloofde liefde najage, geene vertroosting verlange, geen vermaak ooit zoeke, naar geene eer dinge, en geen leed schrome. Gij die leeft en regeert van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
Teedere verzuchtingen tot Jesus.
Ziel van Christus, heilig mij.
Lichaam van Christus, maak mij zalig. Bloed van Christus, breng mij in verrukking. Water der zijde van Christus, wasch mij. Lijden van Christus, versterk mij. O goede Jesus, verhoor mij.
In uwe heilige wonden, verberg mij. En laat niet toe. dat ik ooit
van U gescheiden worde.
{Dit verzucht men driemaal met een vurige liefde?)
Voor den boozen vijand , bescherm mij. In het uur van mijnen dood, roep mij. En laat mij tot u komen.
Opdat ik U met alle Heiligen love In de eeuwen der eeuwen. Amen.
60
Schietgebed.
Geloofd, aangebeden en gedankt zij te allen tijde het allerheiligste Sacrament des Altaars. Amen.
(De Navolging van Christus, B. IV, H. IX.)
Heer, al wat in den hemel en op aarde is, is het uwe.
Ik verlang mij zeiven als een vrijwillig offer U op te dragen, en eeuwig de uwe te blijven.
Heer, in de eenvoudigheid des harten, offer ik U heden mij zeiven op, om voor altijd U alleen te dienen, U te gehoorzamen en een offer te zijn van eeuwig-durenden lof.
Neem mij aan met dit heilig offer van uw dierbaar Lichaam, hetwelk ik U heden opdraag in het bijzijn der Engelen, die onzichtbaar U omringen, opdat het mij en allen menschen tot heil verstrekke.
Heer, ik leg op uw zoenaltaar neder alle zonden en overtredingen, die ik voor U en voor uwe heilige Engelen heb begaan, van den dag af, dat ik voor het eerst heb kunnen zondigen, tot op dit uur toe; opdat gij ze allen in het vuur uwer liefde
61
moogt aansteken en verbranden, al de vlekken mijner zonden uitwisschen, mijn geweten van alle misdaad zuiveren, en mij in uwe genade, door mijne zonden verloren, herstellen, en mij alles volkomen moogt kwijtschelden.
Wat anders kan ik voor mijne zonden doen, dan ze nederig te belijden, te be-weenen, en gestadig uwe barmhartigheid in te roepen?
Ik bid U dan, verhoor mij genadig, daar ik voor U sta, o mijn God; al mijne zonden zijn mij leed, nimmer wil ik ze weder bedrijven; ik beween ze en zal ze beweenen zoolang ik leef; ik ben bereid boete te doen, en voldoening te geven zooveel ik kan.
Vergeef mij, o God, vergeef mij mijne zonden; om uwen heiligen Naam, red mijne ziel, die Gij met uw dierbaar Bloed hebt vrijgekocht.
Zie, ik beveel mij aan uwe barmhartigheid en geef mij over in uwe handen.
Handel met mij volgens uwe goedheid, en niet naar mijne zonden en ongerechtigheden.
Ook offer ik U op al het goede, dat in mij is, hoe weinig en onvolmaakt het ook zij, opdat Gij het moogt verbeteren en
62
heiligen, het met welgevallen annemen, U behaaglijk maken en gedurig tot het meer volmaakte brengen, opdat gij mij, tragen en onnutten knecht, tot een gelukkig en lofwaardig einde brengen moogt.
Ik offer U ook op al de vrome wenschen der godvruchtige zielen, de belangen van mijne ouders, vrienden, broeders en zusters, van allen, die mij dierbaar zijn, van degenen, die mij of anderen uit liefde voor U hebben welgedaan, en die van mij gebeden verzocht hebben, hetzij ze nog leven of reeds overleden zijn, opdat zij allen ondervinden de hulp uwer genade, de kracht uwer vertroosting, verlossing in gevaren, bevrijding van straf; opdat zij, van alle kwaad verlost, U blijmoedig den grootsten dank brengen.
Ook draag ik U de gebeden en zoenoffers op, bijzonder voor hen, die mij in eenig opzicht beleedigd, bedroefd, veracht of eenig nadeel of schade hebben toegebracht.
Gebed tot Maria: Onder uwe bescherming enz.
63
GEBEPEN
OM DEN VOLLEN AFLAAT TE VERDIENEN.
Voorbereidend Gebed.
Almachtige en eeuwige God, ik betrouw, dat mijne zonden mij in het Sacrament van boetvaardigheid zijn vergeven, wat de schuld en eeuwige verdoemenis betreft. Maar daar ik aan uwe rechtvaardigheid wellicht nog door tijdelijke straffen moet voldoen, neem ik mijne toevlucht tot den schat der overvloedige voldoeningen van onzen Heer Jesus Christus , de H. Maagd en de Heiligen.lmachtige en eeuwige God, ik betrouw, dat mijne zonden mij in het Sacrament van boetvaardigheid zijn vergeven, wat de schuld en eeuwige verdoemenis betreft. Maar daar ik aan uwe rechtvaardigheid wellicht nog door tijdelijke straffen moet voldoen, neem ik mijne toevlucht tot den schat der overvloedige voldoeningen van onzen Heer Jesus Christus , de H. Maagd en de Heiligen.
Uwe Kerk, die daarvan de uitdeelster is, veroorlooft mij heden uit die onuitputtelijke bron te genieten, om aan te vullen wat aan mijne werken ontbreekt. Laat mij deelen, o barmhartige God, in dien kostbaren aflaat, welken ik afsmeek. Ik verfoei op nieuw mijne zonden, en ik neem mij vast voor, met de hulp uwer genade, daarin niet meer te vervallen. Onze Vader; Wees gegroet.
64
Gebed tot God den Vader, voor de verheffing der H. Kerk.
Gedenk, o eeuwige Vader, uwe Kerk, welke Gij van den beginne hebt bezeten. Erken haar als de Bruid van Jezus Christus, uwen eenigen Zoon, die al zijn bloed voor haar heeft gestort. Wil, bid ik U, haar verheffen, met zulk een glans van heiligheid doen schitteren, en met zulk een overvloed van genade vervullen, dat zij in haar lijden en strijden steeds over-winne, en meer en meer haren Goddelij-ken Bruidegom gelijkvormig worde. Geef, dat al hare kinderen U door een levendig geloof kennen, U met een vast betrouwen aanroepen, en met volmaakte liefde beminnen. Onze Vader; Wees gegroet.
' O O
Gebed tot God den Zoon, voor de uitroeiing der ketterijen.
O Jesus, waarachtig licht, dat alle men-schen die in deze wereld komen, bestraalt, ik smeek U, de duisternis en scheuring te doen verdwijnen. Geef, dat allen het licht der waarheid volgen en zich haasten, om in den schoot der ware Kerk terug te keeren. O goede Herder, breng de
()5
verdwaalde schapen tot den schaapstal terug, opdat er maar ééne kudde en één Herder zij. Onze Vader; Wees gegroet.
Gebed tot God den Heiligen Geest, voor den vrede tusschen de Christen-Vorsten.
O Goddelijke tfeest, Geest van liefde en vrede, die zoo vele volken in de eenheid des geloofs hebt vereenigd, stort de volheid uwer genade uit over de vorsten en hunne dienaren. Vervul hunne harten niet den geest van liefde, welke Gij op deze [aarde gebracht hebt. Geef, dat zij zich nooit door eenigen hartstocht laten vervoeren, dat zij nimmer iets ondernemen tegen uwe glorie en de eensgezindheid uwer Kerk ; maar integendeel al hunne krachten inspannen, om de volken, Welke gij hun hebt toevertrouwd, tot de vreugde des eeuwigen levens te geleiden. Onrje I 'ader; H ees gegroet.
Gebed tot de H. Drievuldigheid, voor de verbreiding van het Geloof.
Heilige Drieëenheid, Vader, Zoon en Heilige Geest, gedenk dat de zielen der onge-loovigen het werk uwer handen zijn, en
6fgt;
Gij hen naar uw beeld hebt geschapen. Dat uw rechtmatige toorn bevredigd worde door de gebeden der heilige zielen en der H. Kerk. Maak een einde aan hunne blindheid ; zend tot die barbaarsche volken echt Apostolische mannen, die al hunne pogingen aanwenden, om het geloof onder hen te verbreiden, en schenk hun eindelijk de genade van U te kennen, te aanbidden en te beminnen. Onze Vader; Wees gegroet.
' O O
Gebed voor onzen H. Vader den Paus.
O God, Herder en Bestuurder aller ge-loovigen, werp eenen blik van liefde op uwen Dienaar N . . . , dien Gij tot hoofd uwer H. Kerk hebt gesteld. Verleen hem de genade van, door woord en voorbeeld, de kudde, welke Gij hem hebt toevertrouwd, voor de deugd te vormen, opdat zij met hem tot het eeuwige leven mogen geraken, door onzen Heer Jesus Christus. Amen. Onze Vader: M'ees srerroet.
o o
Gebed voor de levende leden van het Broederschap.
Gedenk, o goedertierenste Maagd Maria hoe het nooit is gehoord, dat iemand, die tot u zijne toevlucht nam, uwen bijstand
67
verzocht, of uwe voorspraak inriep, door ii is verlaten. Bemoedigd door dit vertrouwen, snellen wij eenparig tot U, o Maagd der Maagden, en zuchtende onder het gewicht onzer zonden, werpen wij ons rouwmoedig voor uwe voeten neder. O Moeder van het eeuwige Woord ! versmaad onze vereenigde gebeden niet, maar neem die genadig aan, en gewaardig u die te verhooren. Buizende en duizende stemmen gaan er over de geheele aarde in zoo vele vereenigingen eenparig tot u op; o barmhartige Moeder, zult gij zulk een gebed verstooten? .... Verwerf ons dan, o toevlucht der zondaren ! bij uwen Goddelijken Zoon vergiffenis van al onze zonden, en de genade van in zijne heilige liefde te volharden ten einde toe. Bewaar ons in ons leven voor alle kwaad, en verkrijg ons den goddelijken zegen over al onze handelingen. Draag gij daarom, o lieve Moeder! al onze gedachten, woorden en werken, ons leven en onzen dood, als een offer op aan uwen goddelijken Zoon, tot glorie van zijnen naam, tot herstel van alle oneer Hem aangedaan, en tot zaligheid van onze en alle ongelukkige zielen. Met broederlijke gebeden komen wij tot uwen Zoon. die onze broeder geworden
en voor ons aller zaligheid aan het kruis gestorven is; met broederlijke gebeden komen wij tot u, die aan allen tot Moeder zijt gegeven, opdat ons gebed, in zoo krachtige vereeniging gestort aan uwen Godde-lijken Zoon des te behaaglijker moge wezen, en voor allen genade, vergiffenis en volharding verwerve. Laat dan niet toe, goede Moeder ! dat één onzer verloren ga, of door een haastigen dood worde verrast ; maar bid voor ons, dat wij in het stervensuur den zoeten troost der H. Sacramenten mogen ontvangen; o Jesus, Maria, Joseph, dan vooral, en nu reeds stellen wij onze zielen in uwe handen, want o! hoe beangst zullen wij wezen in dat allerbeslissendst oogenblik. Als dan de helsche vijand een laatste poging op onze ziel zal wagen, wanneer wij op het punt staan van voor Gods vreeselijken Rechterstoel te verschijnen, o Moeder! o lieve Moeder! verlaat ons dan niet, maar spreek voor ons, bid voor ons dat wij met de zoete namen van Jesus, Maria en Joseph op de lippen den laatsten adem geven, en onze ziel in de blijdschap des Hemels worde opgenomen, om met u en alle Ejigelen en Heiligen zijne barmhartigheid in eeuwigheid te zingen. Amen.
69
MariaI 'k zie uw Zoon aan 't bloedig
kruishout hangen,
U, zevenmaal gewond, aan
zijne voeten staan. Gij stond daar, om voor 't laatst
zijn zuchten op te vangen. Zie Moeder 1 naar uw Kind,
Hij ziet ii stervend aan.
»0 Vrouw, zie daar uw Zoon, o Zoon,
zie daar uw Moeder!» Zoo sprak Hij : en zijn oog daalt
zeegnend op ons neer. U, Moeder! gaf Hij ons, zich zeiven
ons tot liroeder. Helaas! wat geven wij voor zooveel
liefde weer ?
Toen, Moeder! hebt gij ons tot
kind'ren aangenomen, O, draag met ons Hem op, wat
't dankend harte biedt. Zie, duizenden tot u, bij duizendtallen
suoomen, Versmaad, o teedre Maagd, ons aller
bede niet.
Wil, Moeder, bij uw Zoon voor ons
genii verwerven, Ons troosten in den nood, ons sterken
in den strijd En in ons stervensuur: denk, hos ge
uw Kind zaagt sterven, Maria, toon ons dan, dat ge onze
Moeder zijt!
70
Gebed voor de overledene leden.
O Maria! Moeder van barmhartigheid, wij bidden ook met vereende harten voor onze afgestorvene leden, die nog in de plaats van zuivering worden opgehouden; want wij weten dat de band der liefde, die ons op de aarde verbond, door den dood niet is verbroken. Uit de diepte klagen zij tot ons: Ontfermt u onzer, ontfermt u onzer, ten minste gij, onze vrienden, want de hand des Heeren heeft ons getroffen. O Moeder! hunne en onze Moeder! sla een meedoogend oog op hun pijnlijk lijden; zij verlangen zoo vurig om uwen Goddelijken Zoon te aanschouwen; gedenk, hoe zij in hun leven uwe kinderen waren, en tot het einde hun levens u getrouwlijk hebben bemind en gediend. Zij hadden een zoo groot betrouwen op u; laat hunne hoop niet beschaamd worden, maar verwerf voor hen, dat zij spoedig uit hunnen kerker verlost, en door het eeuwig licht verblijd mogen worden; stel ten dien einde aan uwen goddelijken Zoon voor, al wat Hij op aarde uit liefde tot ons heeft geleden, zijn bloedig kruis, zijne wijdgeopende wonden. Ach! dale zijn kostbaar bloed, in overvloed voor allen gestort, op die dorstende zielen af:
71
dan, o lieve Moeder! zullen zij in hunne smarten verkwikt, van hunne schulden gezuiverd wezen; dan, o lieve Moeder! snellen zij de glorie des Hemels binnen, om met u en alle Heiligen, het Lam zonder vlekken te aanbidden en in eeuwigheid te loven. Amen.
O tecdrc Moedermaagd I klinkt tot u
in den hoogen, Der zielen roepstem niet om laafnis
in henr straf?
Heb, Moeder! zuchten zij, heb. Moeder,
mededoogen, En sla door uwe beê de kluisters van
ons af.
Zie, Moeder 1 hunne smart, â hoor Moeder'
hoe zij smeeken, Hoe blijde noemden ze u, hoe eerden
ze u op aard;
O, laat een straal van licht hun kerkernacht doorbreken.... Hebt gij, bij 't kruishout niet in
smarten hen gebaard?
Maria, zijn ze u niet tot kinderen
gegeven,
Toen 't zevenvoudig zwaard u 't moederhart doorsneed?
En, nu gij naast uw Zoon, ten zetel
zijt verheven, Neen, Moeder! .. . . 't kan niet zijn, dat
gij hen nu vergeet.
Hoor, Moeder, d:m de bee, vereend
u toegezongen, En voeg er de uwe bij; uw Zoon
versmaadt u niet;
Geëind is dan hun smart, hun boeien
zijn ontbonden, En juichend zingen zij het eeuwig
vreugdelied.
â â
*
Kinderlijk gebed van den H. Franciscus van Sales tot de allerheiligste Maagd Maria.
Ik yroet u, liefdevolle Maagd Maria, Moeder van God, en kies n voor mijne Moeder; ik bid u, gelief mij voor uwen zoon en dienaar (of dochter en dienares) aan te nemen. Ik begeer geene andere Moeder en meesteres dan u. Ik smeek u dus, mijne goede, en alvermogende Moeder, dat het u moge behagen indachtig te wezen, dat ik uw zoon (uw dochter) ben, dat gij zeer machtig, en dat ik een arm, nietig en zwak schepsel ben. Ik smeek u ook, barmhartige Moeder, mij te bestieren en te beschermen bij al mijne handelingen, want zie, ik ben een arme, behoeftige en hulpbehoevende, die uwen
é O
heiligen bijstand en voorspraak noodig heb. Welaan dan, allerheiligste Maagd, mijne lieve Moeder, ik bid u, maak mij deelachtig aan uwe goederen en aan uwe deugden, voornamelijk aan uw heiligen ootmoed, aan uwe uitmuntende zuiverheid en vurige liefdadigheid; maar verwerf en geef mij vooral de genade eener ware en rechtzinnige boetvaardigheid; (verder hier in te voegen zijn eemvige en tijdelijke belangen); zeg mij niet, liefderijke Maagd, dat gij het vermogen niet bezit , want uw Zoon , uw lieve Zoon, heeft u alle vermogen, zoowel in den hemel als op de aarde, gegeven; zeg ook niet, dat gij het niet verschuldigd zijt te doen, want gij zijt de algemeene Moeder van alle arme kinderen van Adam en bijzonderlijk de mijne. Aangezien dan, lieve Moeder, dat gij vermogend zijt, wat zoude u kunnen verschoonen, indien gij mij uwe bescherming niet verleendet? Zie dus, lieve Moeder! zie dus hoezeer gij verplicht zijt, mij te verleenen wat ik afsmeek, eu mijne verzuchtingen te verhooren; wees dan verheerlijkt onder de Hemelen, o lieve Moeder Gods, Maria! en schenk mij door uwe vermogende voorspraak al de goederen en al de genaden, die behaaglijk zijn aan de allerheiligste DuiKKKNHr.ll): den
74
Vader, Zoon en Heiligen Geest, het voorwerp van al mijne liefde, voor den tijd en voor de eeuwigheid. Amen.
Gebed tot het H. Hart van Maria. (*)
O Hart van Maria, Moeder van God en onze Moeder, minnelijkst Hart, voorwerp van het welbehagen der aanbiddelijke Drievuldigheid, waardig van de Engelen en menschen geëerd en bemind te worden ! Hart het meest gelijkvormig aan dat van Jesus, van wien gij het volmaakste afbeeldsel zijt! Hart vol goedheid en zoo medelijdend met onze ellende, ge waardig onze koude harten te verwarmen; bewerk, dat zij allen met het Hart van hunnen goddelijken Zaligmaker zich bezig houden, stort daarin de liefde uwer deugden, ontsteek ze door dat zalig vuur, waardoor het uwe onophoudelijk gebrand heeft. Waak over de H. Kerk, verdedig haar, wees hare toevlucht en bescherming tegen alle aanvallen harer vijanden. Wees onze weg
(') Pius VII heeft bij rescript van 18 Augustus 1S07 en 1 Febr. 1816, verleend 100 dagen aflaat eenmaal daags aan hen, die dit gebed godvruchtig bidden, toepasselijk aan de geloovige zielen.
75
om tot Jesus tc yaan, als de Bronader, waardoor wij al de genaden, die ter zaligheid noodig zijn, moeten ontvangen. Wees onze bijstand in onze noodwendigheden, onze steun in onze kwellingen, onze sterkte in de bekoringen, onze toevlucht in de vervolgingen, onze hulp in al de gevaren, maar bijzonder in den laatsten strijd onzes levens in het uur des doods, als de gansche hel, als ontketend, onze zielen zal trachten te rooven; dat vreeselijk oogenblik, waarvan onze eeuwigheid afhangt. Ach, laat ons dan, o medelijdende Maagd, de goedheid van uw moederlijk Hart en de kracht van uw vermogen op het Hart van Jesus gewaar worden, met ons in de bron van barmhartigheid eene heilige reddingsplaats te openen, opdat wij tot Hem mogen komen, en Hem met u in den Hemel zegenen, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Gekend, geloofd, bemind, geëerd en verheerlijkt zij altijd en overal het goddelijk Hart van Jesus en het onbevlekt Hart van Maria! Amen.
76
Zeven Meden tot de H. Maagd
voor eiken dag der week.
Deze gebeden zijn getrokken uit de werken van de H. ALPHONSUS DE LIGUOR1.
Paus Pius VII heeft, den 21 Juni 1S08 de volgende aflaten verleend aan allen, die-op eiken dag der week met een berouwvol hart een der volgende gebeden zullen verrichten en driemaal het Wees gegroet er bijvoegen, tot vergoeding van den smaad, die door de ongeloovigen, de ketters en slechte christenen, de H. Maagd wordt aangedaan.
1. Een aflaat van honderd dagen, eenmaal daags.
2. Ken vollen aflaat eenmaal in de maand op een dag naar goedvinden, aan allen, die gedurende eene maand die gebeden zullen verricht hebben, mits zij biechten, communiceeren en volgens de meening der H. Kerk bidden.
Deze aflaten kunnen ook aan de geloo-vige zielen worden toegevoegd.
77
GEB EP EN.
I. ZONDAG.
* Gebed om vergeving der zonden.
Zie, o Moeder Gods, hier voor uwe voeten geknield een ellendigen zondaar, die tot U zijne toevlucht neemt en op U zijn geheel vertrouwen stelt. Ik verdien zelfs niet een uwer blikken , maar ik weet dat uw hart, sedert gij uwen Zoon voor de zondaren zaagt sterven, vurig verlangt hen bij te staan. O Moeder van barmhartigheid! beschouw mijne ellende en wees mijner genadig. Ik hoor u door allen de toevlucht der zondaren, de hoop der onge-lukkigen en wanhopenden, den steun der veriatenen noemen: wees dan ook mijne toevlucht, mijne hoop en mijn steun: het is aan u om mij door uwe bemiddeling te redden. Help mij om de liefde van jesus Christus; reik uwe hulpvaardige hand aan een ongelukkige, die na zijn val zich uwer aanbeveelt, opdat gij hem zoudt opbeuren. Ik weet dat gij er vermaak in schept een zondaar te helpen, indien zulks mogelijk is, help mij dan nu, wijl het in uw ver-
78
mogen is. Ik heb door mijne zonden de goddelijke genade en tevens mijne ziel verloren; maar zie, heden werp ik mij in uwe armen; zeg mij wat ik doen moet om die goddelijke genade weder te vinden, en zonder verwijl zal ik 't volbrengen. Het is de Heer zelf, die mij tot u zendt, opdat gij mij zoudt bijstaan. Hij wil dat ik tot uwe barmhartigheid mijne toevlucht neme, opdat ik, in de groote zaak mijner zaligheid, niet alleen door de verdiensten van uwen Zoon, maar ook door uwe gebeden zou geholpen worden. Welaan ik neem mijne toevlucht tot u ; bid voor mij uwen goddelijken Zoon, en toon mij al het goede, dat gij hun bewijst, die op uw vertrouwen; ik durf hopen door u verhoord te worden. Amen.
Hierna bidde men driemaal een Weesgegroet, tot vergoeding van den smaad, die de H. Maagd wordt aangedaan.
II. MAANDAG.
* Gebed om volharding in 't goede.
Allerheiligste Maria, Koningin des Hemels ! weleer was ik een slaaf des duivels, maar nu kom ik mij voor altijd aan uwen
79
dienst toewijden. Ja, zoolangquot; ik leef, zal ik u vereeren en beminnen: neem mij tot uwen dienaar aan en verstoot mij niet zooals ik zou verdienen. O mijne moeder, ik heb op u al mijne hoop gevestigd! Ik dank den Heer, die mij, in zijne barmhartigheid, zulk een groot vertrouwen op u heeft ingestort. Het is waar, vroeger was ik ongelukkig in de zonden vervallen, maar ik hoop door de verdiensten van Jezus Christus en uwe gebeden daarvan reeds vergeving te hebben erlangd. Maar, mijne teedere Moeder, dit is niet voldoende!.... De gedachte pijnigt mij, dat ik op nieuw de heiligmakende genade zou kunnen verliezen. De gevaren duren, vooct mijn vijand sluimert nooit, en nieuwe bekoringen zullen mij bestormen. Ach bescherm mij daarom! ondersteun mij tegen de aanvallen der hel en gedoog niet, dat ik ooit weder zondige of uwen goddelijken Zoon op nieuw beleedige! Neen, laat ik mij nimmer blootstellen. God, den Hemel en mijne ziel te verliezen! Dit is de genade die ik u, o Maria, afsmeek: dit begeer ik en hoop ik door uwe voorspraak te verwerven. Amen.
Driemaal een Jl'ees gegroet, als voren, (zie blz. 78).
so
III. DINSDAG.
* Gebed ter verkrijging van een zaligen dood.
Allerheiligste Maagd Maria, Moeder van goedheid en barmhartigheid! wanneer ik mij de zonden voor den geest roep en aan 't oogenblik van mijn dood denk, dan bevangt mij eene inwendige huivering. Moeder vol van goedheid, al mijne hoop berust op de verdiensten van Jesus Christus en op uwe bemiddeling. O troost der bedroefden, verlaat mij niet in dat oogenblik ; houd niet op mij in die droefheid te troosten. Indien de wroeging, de onzekerheid der vergeving, het gevaar van in de zonden te vervallen en de strengheid van (ïods oordeel mij reeds nu zoo zeer beknelt, â hoe zal het dan in de laatste oogenblikken zijn! Verwerf mij genade vóórdat de dood nadert; verwerf mij een innig leedwezen over mijne zonden, een waarachtige verbetering en standvastige trouw aan God gedurende al de overige dagen mijns levens.... En wanneer ik mijne laatste stonden zal bereikt hebben, o Maria, mijne hoop, help mij in de wreede benauwdheden, waarin ik mij dan
81
zal bevinden; versterk mij, opdat ik niet tot wanhoop vervalle bij den aanblik mijner overtredingen, die de duivel mij steeds voor de oogen zal houden; doe mij u steeds aanroepen, ten einde ik onder het uitspreken van uwen heiligen Naam en dien van uwen goddelijken Zoon mijn laatsten adem uitblaze. Deze genade hebt gij door uwe machtige tusschenkomst aan een groot deel uwer getrouwe dienaren verleend; ook ik begeer het vurig en hoop haar door u te verwerven. Amen.
Driemaal een Wees gegroet, als boven.
IV. WOENSDAG.
Gebed om de hel te ontkomen.
Allerheiligste Maagd Maria, Moeder Gods, hoe dikwerf heb ik door mijne zonden de hel verdiend! Mogelijk zouden mijne eerste zonden reeds het eeuwig vonnis over mij gebracht hebben, zoo gij in in uwe goedheid het goddelijk oordeel niet van mij hadt afgewend. Vervolgens hebt gij de verstoktheid van mijn gemoed verwijderd; gij hebt mij op u doen vertrouwen : en ach 1 wie weet hoe dikwerf ik tot de zonde hervallen zou zijn, te
84
vroegere ondankbaarheid door oneindige lofzangen en dankbetuigingen herstellen. Ik dank den Heer, die mij zulk een groot vertrouwen op de verdiensten van 't Bloed des Verlossers en op uwe machtige voorspraak heeft ingeboezemd. Uwe waardige dienaren hebben al deze goederen verbeid, en geen hunner is ooit in zijne hoop bedrogen: ook ik zal het niet zijn. O Maria! bid uwen Zoon Jesus Christus door de verdiensten van zijn lijden, even als ik ook van mijne zijde zal bidden, dat hij zonder ophouden die hoop in mij vermeerdere. Amen.
Driemaal een I Vees gegroet, als boven.
VI. VRIJDAG.
Gebed om eene vurige liefde tot de
H. Maagd en tot haren Goddelijken Zoon Jesus te bekomen.
Maria, gij zijt de edelste, de verheven-ste, de zuiverste, de schoonste, de heiligste van alle schepselen! Ach, mochten alle menschen u kennen en beminnen, zoo als gij 't verdient! Maar ik troost mij met de gedachte, dat zoovele zaligen en heiligen in den Hemel, dat zoovele rechtvaardigen hier op aarde bij 't zien uwer goedheid en
85
schoonheid van liefde tot U blaken. Ik verheug mij vooral, dat God zelf U meer bemint dan alle Engelen en menschen te zamen. Ik, ongelukkige zondaar, bemin U, maar mijne liefde is veel te gering. Ik begeer U vurig en teeder te beminnen, en die liefde kunt gij mij verwerven; want U te beminnen is het voorteeken der zaligheid, en eene genade, welke God aan hen verleent, die Hij wil behouden. Van den anderen kant beken ik, mijne teederste Moeder, dat ik allergrootste verplichtingen heb jegens uwen goddelijken Zoon, en dat Hij eene onbegrensde, eindelooze liefde verdient. O gij, die niets anders begeert dan Hem bemind te zien, verwerf mij eene brandende liefde voor Hem! Alles kunt gij van God erlangen; deze is dan de genade, die ik U smeek voor mij te verwerven. Ik vraag van U geene goederen der aarde, geene eer, geene rijkdommen; ik smeek slechts, dat ik God moge beminnen, 't geen gij evenzeer tegeert. Kan het mogelijk zijn, dat gij een verlangen, 't geen U zoo aangenaam is, niet zoudt willen toegeven? Neen, zonder twijfel. Reeds ondervind ik, dat gij mij te hulp snelt, reeds bidt gij voor mij. Bid dan, bid, o Maria, en houd niet op met bidden, voor dat gij
86
mij den Hemel ziet ingaan, waar ik zeker zal zijn mijn God en U, mijne teedere Moeder, altijd te mogen bezitten en beminnen. Amen.
Driemaal een I Vfe's gegroet, als boven.
VII. ZATERDAG.
* Gebed om de bescherming der H. Maagd te verwerven.
Maria, allerheiligste Moeder Gods! wanneer ik de genade herdenk, die gij mij verworven hebt, en den ondank met welken ik haar vergold, dan zie ik in, dat de ondankbare uwe nieuwe weldaden onwaardig is; evenwel wil ik aan uwe barmhartigheid niet wanhopen. O machtige beschermster, heb medelijden met mij ! gij zijt de uitdeelster van alle genaden, die God ons toekent, en Hij heeft U zoo machtig, zoo rijk en zoo goed gemaakt, opdat gij ons zoudt bijstaan. Ik wil mij voor 't verderf behoeden, en daarom stel ik mijne ziel en eeuwige zaligheid in uwe handen. Ik wil tot het getal van uwe ijverigste dienaren behooren; verstoot mij daarom niet. Gij zocht immer de onge-lukkigen om hen te troosten, verlaat geen ellendigen zondaar, die tot u zijne toevlucht
87
neemt; gewaardig, U, in zijn voordeel te spreken. Uw goddelijke Zoon is steeds bereid, om te doen al wat gij verlangt. Neem mij onder uwe bescherming, en die alleen is mij voldoende; want wanneer gij mij beschermt, zal niets mij kunnen verschrikken; noch mijne zonden, omdat ik door U vergeving hoop te erlangen; noch de duivel, omdat gij machtiger zijt dan al de krachten der hel: en ik nader mijn eeuwigen Rechter, uwen Zoon Jesus Christus, met meer vei trouwen, omdat een enkel uwer gebeden voldoende zal zijn. Hem tot genade te stemmen. Bescherm mij dus, mijne Moeder, en verwerf mij de vergeving mijner zonden, liefde tot Jesus, de heilige volharding, een zaligen dood en eindelijk de vreugde des Hemels. Het is waar, dat ik die genade niet verdien, maar ik zal ze verwerven, wanneer gij er den Heer om verzoekt: gewaardig it dus bij Jesus mijne voorspraak te zijn. O Maria, mijne Koningin, al mijn vertrouwen berust op U; in de hoop op U vind ik mijne rust, begeer ik te leven en te sterven. Amen.
Driemaal een IVtvs gegroet, als boven.
88
Zeven gebeden tot de II. Maagd,
om door hare voorspraak een zaligen dood te erlangen.
Allerheiligste Maagd Maria, allerteederste Moeder! bid voor mij bij uwen lieven Zoon Jesus, dat Hij mij in 't uur des doods dien oogwenk gewaardige, waarmede Hij Petrus in 't huis van Caïphas, en den goeden moordenaar aan 't kruis heeft aangezien, en dat Hij mij een duidelijk besef van mijne overtredingen, vereenigd met een waar berouw, verleene.
Wees gegroet, enz.
Allerheiligste Maagd Maria, allerteederste Moeder! bid voor mij uwen lieven Zoon Jesus, dat Hij mij voor mijn sterven de H. Sacramenten met de noodige godsvrucht en in 't volle bezit mijner verstandelijke vermogens late ontvangen, en dat die H. Sacramenten, mij zuiverend en versterkend, mij tegen elke aanvechting van den boozen vijand beschermen.
Wees gegroet, enz.
Allerheiligste Maagd Maria, allerteederste Moeder! bid voor mij uwen lieven Zoon
89
Jesus, dat Hij mij in 't uur des doods aan de verdiensten van zijn lijden en dood deelachtig make, en met een druppel van zijn goddelijk Bloed mijne zondenvlekken
reinige......Ach, had ik mijn God,
dien ik bovenal nog oneindig meer wensch te beminnen, nooit vergramd!
IVees gegroet, enz.
Allerheiligste Maagd Maria, allerteeder-ste Moeder! bid voor mij uwen lieven Zoon Jesus, dat Hij mij, op het ziekbed uitgestrekt, een volkomen geduld in ziekte of pijnen, eene grenzelooze onderwerping aan zijn goddelijken wil tot den dood toe en een smachtend verlangen naar het eeuwig leven verleene, ten einde ik met Paulus moge uitroepen: âIk wensch ontbonden en met Christus vereenigd te worden.quot;
H ees gegroet, enz.
Allerheiligste Maagd Maria, allerteeder-ste Moeder! bid voor mij uwen lieven Zoon Jesus, dat Hij mij genadig onder het getal van diegenen opneme, die Hij van eeuwigheid tot erfgenamen van zijn rijk bestemde, waar zij Hem eindeloos loven en verheerlijken.
Wees gegroet, enz.
90
- Allerheiligste Maagd Maria, allerteeder-ste Moeder! bid voor mij uwen lieven Zoon Jesus, dat Hij mij door uwe voorbede een genadige Rechter zij, opdat ik een straffend oordeel ontgaan, en mijn God in den Hemel, met u en alle Heiligen, eeuwig genieten moge.
IVees geroet, enz.
Allerheiligste Maagd Maria, allerteederste Moeder ! gedenk, dat uw lieven Zoon Jesus, stervende aan 't kruis, mij, in den persoon van Johannes, u als zoon heeft aanbevolen. Daarom smeek ik u door de liefde, het lijden en den dood van uwen Zoon, dat gij mij tot een kind wilt aannemen. Bewaar en ondersteun mij vooral in den laatsten levensstond. Gewaardig u alsdan, goeder-tierene Moeder, mij met dien oogwenk aan te zien, waarmede gij aan den voet van t kruis naar uwen stervenden Jesus hebt gestaard. Uw genadevol en lieflijk gelaat verschijne mij in die treffende oogen-blikken en de schoonheid van uw wezen verblijde mijnen geest, wanneer hij de snoode wereld verlaat. Wees mijne beschermster, wees mijne voorspraak bij God! ontvang mij onder het getal van hen, die door uwen moederlijken bijstand
91
de eeuwige zaligheid erlangd hebben . . .. Zie, voor U buig ik mijne knieën neder en smeek U vol ootmoed, dat Gij om mijnent wille voor den troon van Jezus ook uw gezegende knie wilt buigen: daar toch zal uwe bede nimmer versmaad worden ; van daar toch hoop ik, door uwe voorspraak, genade in het uur des doods en de eeuwige zaligheid te verwerven. I Vees gegroet, enz.
Gebed om zich de H. Maagd tot beschermster te kiezen.
Allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria, ofschoon ik geheel onwaardig ben, mij onder het getal uwer dienaren te plaatsen, zoo vertrouw ik op uwe onbeperkte goedheid. Ik nader dan tot U met een brandend verlangen om U te dienen, terwijl ik heden in tegenwoordigheid van uwen kuischen bruidegom den H. Joseph, van mijn Engelbewaarder en van alle Heiligen, U tot mijne Moeder, beschermster en meesteres verkies. Ik maak het vaste voornemen U voor geheel mijn leven te loven, te dienen, na te volgen en door woorden en daden anderen tot uwen hei-
c)3
e./«W
ligen dienst op te wekken. O mocht ik kunnen bewerken, dat ieder U vereerde, zooals gij het verdient! Heden smeek ik U ootmoedig, goedertieren Maagd, door het H. Bloed, 't welk uw goddelijke Zoon Jesus Christus, onze Heer, ook voor mijne zonden aan het kruis vergoten heeft, dat gij mij onder de schare uwer kinderen wilt opnemen en mij bij God de genade verwerven, die ik behoef, om al mijne gedachten, woorden en werken naar zijn heiligen wil in te richten, om naar de veredeling en volmaking mijns harten te streven. Leer mij God en U meer beminnen, en, ontdaan van de gehechtheid aan al het aardsche, mijn eenig uitzicht op den Hemel vestigen, opdat eenmaal mijn hoogst verlangen vervuld en ik welbehaaglijk voor 't oog van God en voor het uwe moge worden. Geleid mij aan de hand op den weg, dien ik moet bewandelen; laat mij geen enkel oogenblik alleen, maar ondersteun mij nu en in het uur van mijnen dood. Amen.
Toewijding aan de H. Maagd.
O mijne Moeder, beschermster en meesteres, allerheiligste Maagd Maria! ik geef
93
mij onbepaald aan uwe bijzondere bescherming over ; ik draag mij zeiven, mijne ziel en mijn lichaam, al wat mijn hart bemint, al wat ik bezit, geheel aan u op. Wees mijne sterkte in den strijd des levens, mijn troost in droefheid, mijn balsem in pijn. Schenk mijner ziele eene heilige vreugde, wanneer God mij zegen en barmhartigheid doet gevoelen; eene onbeperkte gelatenheid te midden van ongeluk en tegenspoed. Verwijder van mij de lauwheid in het geloof, in 't vervullen mijner godsdienstplichten; verwarm mijn hart, wanneer het koud is voor God, voor deugd en plichtbetrachting en stort in mij een onverdeeld vertrouwen op de Goddelijke genade, bijstand en barmhartigheid. Zie, mijn geluk en mijne ellende, mijn leven en mijn dood wijd ik U toe, opdat door uwe alles vermogende voorbede en door uwe verdiensten, mijn smeeken verhoord worde, en opdat mijne werken mogen strekken, ter verheerlijking Gods, tot verheffing van uwen H. Naam, tot heil en stichting mijner naasten en ter bevordering van mijne eigene zaligheid. Amen.
â â
94
GEBEPEN
OP DE
voornaamste feesten van MARIA.
MARIA-L1CHTMIS.
(2 Febr.)
âZij brachten Jesus naar Jerusalem om Hem den Heer op te dragen .... en om volgens voorschrift van 's Heeren Wet te offeren twee tortelduiven of twee jonge duiven.quot; Lite. 11 22â24. Het Feest dei-Zuivering van Maria of Maria-Lichtmis herinnert er aan, hoe Maria zich ons ten voorbeeld nederig aan de wet der zuivering onderwierp, ofschoon Zij daartoe om hare vlekkelooze reinheid en om de wonderbare werking des H. Geestes niet gehouden was.
Op dezen dag worden er kaarsen geofferd en gewijd, die gedurende het jaar bij de godsdienst-oefeningen worden gebruikt. Zij worden vervaardigd uit witte was en verbeelden het maagdelijk rein en zuiver Lichaam des Heeren, terwijl hare vlam het ware Licht voorstelt, dat in de wereld
95
is gekomen om alle volken te verlichten. Daarom worden ze ontstoken, in processie rondgedragen, en onder de H. Mis bij het Evangelie en van de Opheffing tot aan de H. Communie door de geloovigen in de hand gehouden.
Gebed.
H. Maria, Moeder Gods, Gij offert uwen Zoon in den Tempel op en brengt volgens het voorschrift der Wet het offer der armen! Hoe heerlijk schittert uw ootmoed en uwe gehoorzaamheid bij de vervulling eener wet, die enkel de zondige nakomelingen van Eva verplichtte. Ter herinnering aan deze hooge gebeurtenis, bieden wij onszelven door uwe handen aan den goddelijken Zaligmaker als offer aan. Verwerf ons, Maria, dat wij in reinheid van ziel en in den glans der goede werken voor Hem wandelen, en voortdurend in ootmoed en gehoorzaamheid den goddelijken Bruidegom tegemoet treden, ten einde de heerlijkheid van zijn hemelsch Rijk te erlangen. Laat ons ook steeds uwe gehoorzame kinderen zijn en blijf Gij immer onze voorspreekster bij Gods troon. Amen.
MARI A-BOODSCHAP.
(25 Maart.)
Dit feest herinnert ons aan het onuitsprekelijk Geheim van ons heil, â de Menschwording- van Gods Zoon, â en stelt ons tevens de hooge waardigheid van Maria voor, die heden door hare nederige onderwerping en door de kracht des H. Geestes Moeder werd van den Eengeboren Zoon des Vaders en daardoor Moeder der geheele menschheid. Bid dezen dag met zeer veel godsvrucht bij het kleppen van âDe Engel des Heerenquot; en maak daarbij het voornemen, dit voortaan nimmer te verzuimen.
Gebed.
Wees gegroet, H. Maagd Maria, die door God in zijne grenzelooze liefde tot Moeder van zijn eengeboren Zoon, onzen Verlosser Jesus Christus, werd uitverkoren. Gij zijt de Vrouw, uit welke God, de Koning van hemel en aarde, tot verlossing van den mensch het Vleesch wilde aannemen. Gij zijt de genadige Middelares, die God met den mensch, den hemel met de aarde ver-eenigd hebt. Door U is ons het Leven geworden; Gij zijt de Poort der goddelijke
97
genade en de zekere haven op deze wereldzee. Wij smeeken U, allergoedertierenste Moeder des Zaligmakers, verwerf ons vergiffenis onzer zonden en de genade, dat wij uwen Zoon, onzen Heer en Verlosser, en U, Moeder der barmhartigheid, van gan-scher harte mogen liefhebben en vereeren. Amen.
MARIA'S TEN HEMEL OPNEMING.
(15 Aug.)
«Wie is Zij, die daar uit de woestijn opstijgt ?»
Volgens de aloude overlevering der Kerk werden de Apostelen door den Geest Gods uit de verste hoeken der aarde om het sterfbed van Maria vergaderd. Thomas, de Apostel van het verre Indië, kwam drie dagen nadat de Moeder des Heeren was begraven. Hij wenschte Maria nog eenmaal te zien en liet den steen van het graf wegnemen. Maar hoe ontstelden de Leerlingen, toen zij het graf ledig vonden en de verkwikkendste geur hun tegen kwam. Tot zoover de Overlevering. â⢠Welk een voorrecht voor Maria en welk eene troostende waarheid voor hare Kinderen ! Zij werd met lichaam en ziel ten
98
hemel opgenomen, door geheel hethemelsch Hof met vreugde ontvangen en boven alle quot;Engelen en Heiligen gekroond. Daar troont Zij als Koningin van Hemel en aarde; daar is Zij de Voorspreekster bij haren goddeiijken Zoon voor hare kinderen, die nog in ballingschap toeven en vertrouwend op hare macht, hare bescherming en voorspraak inroepen.
Gkbed.
O Maria Koningin van hemel en aarde, hoe zoet is ons de gedachtenis aan uwe glorierijke Hemelvaart. Zij herinnert ons aan de hooge zaligheid, die U door uwen Zoon werd bereid en die alle Engelen en menschen met vreugde vervult. Wij smee-ken U bij deze uwe glorie, wees en blijf voor ons eene milde en genadige Koningin. Sta ons bij en zie niet op de menigte onzer zonden. Bedenk, dat uw en onze Schepper uit U zijn menschelijk Lichaam heeft aangenomen, niet om ons zondaren te verwerpen, maar om ook ons zalig te maken. Draag zorg, dat wij toch niet verloren gaan, maar uwen Zoon trouw dienen en eens daar mogen komen, waar Gij ter eeuwige zaligheid werd opgenomen. Amen.
99
MARIA'S GEBOORTE.
(8 Sept.)
Heden viert de H. Kerk den Geboortedag van Haar, door wie wij allen herboren zijn. âUwe geboorte, H. Maagd â zoo ' zingt zij in hare blijde gezangen â heeft vreugde aan de geheele wereld gebracht; want uit U is de Zon der gerechtigheid opgegaan, Christus onze God; die, den vloek wegnemende, den zegen heeft gegeven, en den dood beschamende, ons het eeuwig leven heeft geschonken.quot; â Is het wonder, dat de Kerk heden aldus jubelt? Immers zij verplaatst zich in den duisteren nacht der wereld vóór de komst van Christus. Daar ziet zij den Dageraad
â Maria â gloren, die de Zon der gerechtigheid â Christus, den beloofden Messias â voorafgaat. Zij ziet te midden der duisternissen van deze woeste wereldzee de zeester rijzen en het schip â Maria
â genaken, dat ons Christus â het Brood des Levens â brengt. Zij ziet Haar komen, de Maagd, aan het hoofd van heldenscharen om op te rukken tegen Satan en zijn bent. Hoe kan de H. Kerk bij dit blijde gezicht anders dan den hoog-sten jubeltoon aanheffen? En zouden wij
100
ons met onze Moeder niet verheugen over de Geboorte van Haar â het Meesterstuk van alle eeuwen â uit wie ons het Heil, Christus onze God en Zaligmaker, is geboren ?
's Zondags onder het Octaaf van Maria 's Geboorte wordt het feest gevierd van Maria's Naam, en op den derden Zondag van September het feest der Zeven Smarten.
Gkbed.
Heilig Kind, kostbaar Geschenk des hemels, Moeder van het Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, Toevlucht en Voorspreekster der zondaren, bid voor ons. Gij zijt het verhevenste van alle schepselen : door U heeft de zondige mensch-heid hoop op redding gekregen; Gij zijt de Maagd, vol van genade, bestemd om aan de wereld den Verlosser te geven. Bid voor ons, opdat wij als nieuwe schepselen van liefde tot God ontvlamd worden. Kom ons te hulp, wij hebben uwe voorspraak noodig. Gij vermoogt zooveel bij Hem, die U zoo groot, zoo machtig, zoo goedertieren heeft gemaakt. Ik vertrouw vastelijk op de macht uwer voorbede; Uw goddelijke Zoon zal uw gebed niet versmaden. Hem zij lof in eeuwigheid. Amen.
101
MARIA'S ONBEVLEKTE ONTVANGENIS.
(8 Dec.)
Op dit Feest viert de H. Kerk het hooge voorrecht, dat God alleen aan Maria heeft geschonken : hare Onbevlekte Ontvangenis. God heeft niet gewild, dat de Moeder van zijn Zoon ooit onder de macht van Satan zou zuchten. De H. Kerk leert uitdrukkelijk, dat Maria nooit een kind van gramschap is geweest, maar dat Zij, van het eerste oogenblik harer ontvangenis af, rein en onbevlekt en met de heiligma-kende genade toegerust, steeds een voorwerp van Gods welbehagen is geweest en gebleven.
Gehed.
H. Maria, onze Koningin, wij verheugen ons met U, dat God U met zoo schitterende deugden heeft versierd en in 't bijzonder, dat Hij U van Uwe Ontvangenis af met vlekkelooze zuiverheid heeft toegerust. Wij zeggen God daarvoor dank en belijden met vreugde deze waarheid. Mocht toch de gansche wereld U kennen en prijzen als het morgenrood, dat altijd van hemelschen luister straalde. Gij zijt
102
de uitverkorene Arke des heils, die voor algemeenen ondergang bewaart. Gij zijt de blanke Lelie, die onder de doornen groeit en bloeit. Alle kinderen van Adam zijn met zonde besmet en in Gods vijandschap geboren; Gij alleen zijt geheel rein, zonder zonde, heilig ontvangen en geboren ; Gij hebt als Maagd Jesus Christus van den H. Geest ontvangen en zijt Maagd gebleven. Gedoog dan, dat wij U prijzen, allerreinste Maagd Maria, en zie met de oogen uwer barmhartigheid op ons neder: bescherm onze onschuld, opdat wij rein en schuldeloos leven en eens zalig sterven. Amen.
los
LIT ANIE
DER
ALLERHEILIGSTE MAAGD MARIA.
Kyrie, eleïson. Christe, eleïson. Christe, audi nos. Christe, exaudi nos.
Een aflaat van 300 dagen, toepasselijk aan du geloovige zielen, telkens wanneer men onderstaande Litanie bidt. (Pius VII, 30 Sept. 1817.)
Heer, ontferm U onzer. Christus, ontferm U
onzer.
Heer, ontferm U onzer. Christus, hoor ons. Christus, verhoor ons.
Maria! Maria! Wij bidden U, Ach help ons nu en in onsen dood, 0 allerzuiverste Maagd Maria.
God hemelschen Vader,
ontferm U onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God Heilige Geest, ontferm U onzer.
Maria, enz. (als boven).
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U
Pater de coelis. Deus,
Fiii Redemptor, mun-di Deus,
Spiritus Sancte Deus, Miserere nobis.
Sancta Trinitas, unus Deus,
|
Miserére nobis. Sancta Maria, Sancta Dei genitrix, Sancta Virgo Virgi- nutn, Ora pro nobis. Mater Christi, Mater divinae gratiae, Mater purissima, Ora pro nobis. Mater castissima. Mater invioiata. Mater intemerata, Ora pro nobis. Mater amabilis, Mater admirabilis. Mater boni consilii, Ora pro nobis. |
onzer. Maria, ena. H. Maria, bid voor ons. H. Moeder Gods, bid voor ons. H. Maagd der Maagden, bid voor ons. Maria, enz. Moeder van Christus, bid voor ons. Moeder der goddelijke genade, bid voor ons. Allerzuiverste Moeder, - bid voor ons. Maria, enz. Allerkuischte Moeder, bid voor ons. Ongeschondene Moeder, bid voor ons. Onbevlekte Moeder, bid voor ons. Maria, enz. Beminnelijke Moeder, bid voor ons. Wondervolle Moeder, bid voor ons. Moeder van goeden raad, bid voor ons. Maria, enz. |
105
|
Mater Creatoris, Mater Salvatoris, Virgo prudent issima, Ora pro nobis. Virgo veneranda, Virgo praedicanda, Virgo potens, Ora pro nobis. Virgo clemens, Virgo fidelis. Speculum justitiae, Ora pro nobis. Sedes sapientiae. Causa nostrae laetiae, Vas spirituale, Ora pro nobis. Vas honorabile, |
Moeder des Scheppers, bid voor ons. Moeder des Zaligmakers, bid voor ons. Allervoorzichtigste Maagd, bid voor ons. Maria, ens. Eerwaardige Maagd, bid voor ons. Lofwaardige Maagd, bid voor ons. Machtige Maagd, bid voor ons. Maria, enz. Goedertierene Maagd, bid voor ons. Getrouwe Maagd, bid voor ons. Spiegel der rechtvaardigheid, bid voor ons. Maria, enz. Zetel der wijsheid, bid voor ons. Oorzaak onzer blijdschap, bid voor ons. Geestelijk vat, bid voor ons. Maria, enz. Eerwaardig vat, bid |
106
|
Vas insigne devotionis, Rosa mystica, Ora pro nobis. Turn's Davidica, Turris eburnea, Domus aurea, Ora pro nobis. Foederis area, Janna eoeli, Stella matutina, Ora pro nobis. Salus infirmorum, Refugium peccatorum, Consolatrix afflictorum, Ora pro nobis. Auxilium Christiano-voor ons. |
Uitmuntend vat van godvruchtigheid, bid voor ons. Geheimzinnige roos, bid voor ons. Maria, ens. Toren van David, bid voor ons. Ivoren toren, bid voor ons. Gulden huis, bid voor ons. Maria, enz. Arke des Verbonds, bid voor ons. Deur des Hemels, bid voor ons. Morgenster, bid voor ons, Maria, enz. Heil der Zieken, bid voor ons. Toevlucht der zondaren, bid voor ons. Troosteres der bedrukten, bid voor ons, Maria, enz. Hulp der Christenen. |
107
|
rum, Regina Angelorum, Regina Patriarcharum, Ora pro nobis. Regina Prophetarum, Regina Apostolorum, Regina Martyrum, Ora pro nobis. Regina Confessorum, Regina Virginum, Regina Sanctorum omnium, Ora pro nobis. Regina sine labe ori-ginali concepta, Regina Sacratissimi Rosarii, Ora pro nobis. Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, par-bid voor ons. |
Koningin der Engelen, bid voor ons. Koningin der Aartsvaders, bid voor ons. Maria, ens. Koningin der Profeten, bid voor ons. Koningin der Apostelen, bid voor ons. Koningin der Martelaren, bid voor ons. Maria, enz. Koningin der Belijders, bid voor ons. Koningin der Maagden, bid voor ons. Koningin van alle Heiligen, bid voor ons. Maria, enz. Koningin zonder erf-smet ontvangen, bid voor ons. Koningin van den Allerheiligsten Rozenkrans, bid voor ons. Maria, enz. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der |
108
|
ce nobis, Domine. Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, ex-audi nos, Domine. Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, miserere nobis. Christe, audi nos. Christe, exaudi nos. Kyrie, eleïson. Christe, eleïson. Kyrie, eleïson. Pater no ster, etc. V. Et ne nos indu-cas in tentationem. R. Sed libera nos a malo. Sub tuum praesidi-um confugimus sancta Dei genitrix, nostras deprecationes ne depi-cias in necessitatibus nostris, sed a periculis cunctis libera nos semper, Virgo gloriosa et benedicta. Dominanos-wereld, spaar ons, Heer. |
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld , verhoor ons Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld , ontfermt U onzer. Christus, hoor ons. Christus, verhoor ons. Heer, ontf. U onzer. Christus, ontf. U onzer. Heer, ontf. U onzer. Onze Vader, enz. V. En leid ons niet in bekoring. R. Maar verlos ons van den kwade. Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, heilige Moeder Gods, versmaad onze gebeden niet in onzen nood, maar verlos ons altijd van alle gevaren, o roemvolle en gezegende Maagd. |
109
|
tra, Mediatrix nostra, Advocata nostra! tuo Filio nos reconcilia, tuo Filio nos commen-da, tuo Filio nos re-praesenta. v. Ora pro nobis sancta Dei genitrix. r. Ut digni effici-amur promissionibus Christi. Oremus. Gratiam tuam, quae-sumus , Domine, nien-tibus nostris infunde, ut qui, angelo nunti-ante, Christi Filii tui incarnationem cogno-vimus, per passionem ejus et crucem ad re-surrectionis gloriam perducamur. Per eum-den Christum Domi-num nostrum. Amen. |
Onze Vrouwe, onze middelares, onze voorspraak, verzoen ons met uwen Zoon, beveel ons aan uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon. v. Bid voor ons, o heilige Moeder Gods. r. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus. Gebed. Wij bidden U, Heer, stort uwe genade in onze harten, opdat wij, die door de boodschap des Engels de Mensch-wording van Christus uwen Zoon gekend hebben, door zijn lijden en kruis tot de heerlijkheid der verrijzenis mogen geraken. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen. |
â â *
110
PE KRUISWEG.
VOORBEREIDEND GEBED.
Goddelijke Verlosser Jesus Christus, ik heb gezondigd, en Gij hangt aan het Kruis; de schuldige is vrij, de Onschuldige gebonden; de Heilige lijdt, de booswicht leeft in vrede. Lieve Jesus, ik heb het kwaad gedaan, dat men aan U wreekt, mijne zonden hebben U aan het Kruis geslagen.
O God, het is mij van ganscher harte leed, dat ik U, mijn opperste Goed, ooit heb beleedigd. Ik offer U deze oefening van den Kruisweg op in vereeniging met de verdiensten van Jesus Christus, van de H. Maagd Maria en van alle Heiligen. Ik bid U, barmhartige God, alle aflaten, gunsten en genaden, aan de oefening van den Kruisweg verbonden, te willen toevoegen zoo aan mij als aan de zielen in het vagevuur en voornamelijk aan N. A7.
De gezangen (Stab at Mater, enz.) vindt men direct na de Kruisweg-gebeden.
Ill
Ie STATIE.
Jesus wordt ter dood veroordeeld.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U;
Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
O Jesus ! mijne zonden hebben het doodvonnis tegen U beroepen. Ik zou van droefheid over mijne misdaden moeten sterven . . . Laat ze mij gedurig beweenen.
Onze Vader, Wees gegroet.
Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer.
God, wees ons zondaars genadig.
lie STATIE.
Jesus neemt het kruis op zijne schouders.
Wij aanbidden, enz.
O Jesus, die den zwaren boom des krui-ses op uwe verscheurde schouders hebt willen nemen, laat mij geduldig al de kruisen dragen, welke uwe Voorzienigheid mij overzendt.
Onze Vader, enz.
Ille STATIE.
De eerste val van Jesus.
Wij aanbidden, enz.
O Jesus! die, beladen met den zwaren
112
last mijner zonden, vermoeid, ter aarde zijt gevallen, ach! laat niet toe, bid ik U, dat ik nog in zonde valle.
Onze Vader, enz.
IVe STATIE.
Jcshs ontmoet zijne Moeder.
Wij aanbidden, enz.
O bedroefde Moeder, verkrijg mij van uwen Zoon een waar berouw over mijne zonden, die de oorzaak zijn geweest van zijn en uw lijden. Sta mij bij in dit leven, en verlaat mij niet in het uur van mijnen dood.
Onze Vader, enz.
Ve STATIE.
Simon van Cyrenen helpt Jexus zijn kruis dragen.
Wij aanbidden, enz.
O Jesus! geef mij sterkte om met liefde het kruis mijns lijdens op te nemen. Ik zou mij gelukkig achten U in iets te gelijken en uwe smarten door de mijne te eeren.
Onze Vader, enz.
113
VIc STATIE.
Veronica droogt Jesus' aangezicht af.
Wij aanbidden, enz.
O Jesus! druk de gedachtenis van uw lijden zoo diep in mijn hart, dat ik het gedurig overwege cn aangemoedigd worde om uwe bloedige voetstappen te volgen.
Onze Vader, enz.
Vile STATIE.
Tweede val van Jesus.
Wij aanbidden, enz.
(3 Jesus! mijn hoogmoed heeft U onder het kruis doen vallen.... Leer mij ootmoedig zijn.... Ik wil alle versmadingen lijden, opdat ik, U volgende in uwe vernedering, deel moge hebben in uwe glorie.
Onze Vader, enz.
VUIe STATIE.
Jesus troost de zueenende vrouvjen.
Wij aanbidden, enz.
O Jesus! geef eenen vloed van tranen aan mijne oogen, opdat ik nacht en dag mijne zonden beweene, en gewaardig U mij meer en meer te reinigen van mijne zonden.
Onze Vader, enz.
114
IXe STATIE.
Derde val van Jesus.
Wij aanbidden, enz.
O Jesus! help mij in de gevaren, waaraan ik blootgesteld ben, opdat ik niet meer in zonde valle. Verdedig mij tegen den vijand, en bescherm mij in 't uur des doods.
Onze Vader, enz.
Xe STATIE.
Jesus van zijne kleederen ontbloot.
Wij aanbidden, enz.
O Jesus! geef dat ik mijne booze gewoonten aflegge, mijn hart onthechte aan alle ijdelheid, mijne zinnen versterve, en gaarne met U uit den bitteren kelk des lijdens drinke.
Onze Vader, enz.
Xle STATIE.
Jesus aan het kruis genageld.
Wij aanbidden, enz.
O Jesus! hecht mij met U aan het kruis; ik wil met U, gelijk Gij en om U lijden, opdat ik, lijdende en stervende in
115
uwe liefde, eeuwig met U en door U moge gelukkig zijn.
Onze Vader, enz.
Xlle STATIE.
Jesus sterft aan het kruis.
Wij aanbidden, enz.
O Jesus 1 bij de fittere smarten, welke Gij voor mij aan het kruis geleden hebt, vooral toen uwe ziel uit uw lichaam is gescheiden, ontferm U mijner ziel, als zij deze wereld zal verlaten.
Onze Vader, enz.
XHIe STATIE.
Jesus wordt van V kruis genomen.
Wij aanbidden, enz.
O Maria! laat mij tusschen uwe armen mijn gekruisten Zaligmaker aanbidden. Bevrijd mij, door uwe machtige voorspraak van het ongeluk, uwen Jezus door mijne zonden weder te kruisigen.
Onze Vader, enz.
XIVe STATIE.
Jesus in het graf gelegd.
Wij aanbidden, enz.
116
Eens zal ik sterven en begraven worden. Ach! Jezus! vertroost mij in mijn sterfuur door uwen kruisdood, en verheerlijk mijn lichaam, als gij het weder zult opwekken.
Onze Vader, enz.
Gkbkj).
God, die door het kostbaar Bloed van uw eengeboren Zoon, de banier van het levendmakend Kruis hebt willen heiligen; verleen, bidden wij U, dat zij, die zich in den roem van datzelfde Kruis verblijden, zich ook overal in uwe bescherming mogen verheugen. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.
Zesmaal O use Vader en Wees gegroet en eenmaal Ecre zij den Vader, enz.
|
1. Stabat Mater dolorosa * Juxta crucem lacrimósa, * Dum pen-débat Fi'lius. |
Met de tranen in haar oogen * Stond de Moeder, diep bewogen, * Bij het Kruis, daar Jesus hing. Hem aanschouwend in zijn smarte, * Voelde Zij, hoe Haar door 't Harte 1 't Felle zwaard der droefheid ging. |
1
et dolétem, * Pertran-sivit gladius.
117
Ach, hoe treurig, hoe vol rouwe * Was die zegenrijke Vrouwe, * Moeder van Gods een'gen Zoon!
Ach, hoe kreet Zij en hoe leed Zij, * Met wat moederangsten streed Zij, * Om die nagels en die kroon.
Wie kan zonder medelijden * 's Heeren Moeder zóó zien strijden * Met haar naamloos zielewee.
Wie voelt niet zijn hart verscheuren, * Die dat teederst Hart ziet treuren, * Lijdend met haar Liev'ling mee.
Zij zag Jesus, door de zonden * Van zijn ⢠eigen volk met wonden, * Wreed gegeeseld, laag bespot.
Zij zag 't leven van â haar leven * Zonder
3. O quam tristis et afflicta * Fuit illa be-nedicta * Mater Uni-géniti!
4. Quae moerébat et dolébat, * Pia Mater, dum vidébat * Nati poenas inclyti.
5. Quis est homo, qui non fleret, ^ Matrem Christi si vidéret * In tanto supplicio?
6. Quis non posset contristari * Christi Matrem contemplari * Doléntem cum Filio?
7. Pro peccatis suae gentis * Vidit Jesum in tonnéntis * lit fla-géllis sübditum.
8. Vidit suum dul-cem Natum, * Morién-
118
|
do desolatum, * Dum emi'sit spi'ritum. 9. Eja Mater, fons anion's, * Me sentfre vim dolóris, * Fac, ut tecum lügeam. 10. Fac, ut ardeat cor meum * In aman-do Christum Deum, * Ut sibi complaceam. 11. Sancta Mater, istud agas, * Cruxifixi fige plagas * Cordi meo valide. 12. Tui.Nati vulne-rati, * Tam dignati pro me pati * Poenas mecum divide. 13. Fac, me tecum pie flere, * Cruciofixo condolere 'quot;;i Donee ego vixero. |
troost den geest hergeven * In de handen van zijn God. Teedre Moeder, bron van liefde, * Och, of ook mijn hart doorgriefde, * Wat uw harte heeft gewond. Doe mij van uw liefde blaken, * Christus minnen, 't al verzaken * Wat zijn heiige liefde schond. Heilige Moeder, hoor mijn smeeken, * Druk van ied're wond het teeken * Onuitwisch-baar in mijn hart. Liet uw Zoon, om mijne zonden * Zich uit liefde zoo verwondenâ * Dan moog 'k deelen in zijn smart! Doe mij bitter met U weenen, * Met Zijn lijden mij vereenen * Tot den laatsten ademtocht. |
119
|
14. Juxta crucem tecum stare * Et mi ti-bi sociare * In plan-ctu desidero. 15. Virgo virginum prjcclara * Mihi jam non sis amara: * Fac me tecum plangere. 16. Fac, ut portem Christi mortem, * Fa.s-siónis fac consórtem, * Et plagas recólere. 17. Fac me plagis vulnerari, * Fac me cruce inebriari * Et cruóre Fi'lii. 18. Flammis ne urar succénsus, * Per te, Virgo, sim defénsus s In die judicii. 19. Christe, cum sit |
Bij het kruis met U vertoeven, * Innig mij met U bedroevenâ- * Och, of 'k dat verwerven mocht! Maagd der maagden, nooit volprezen * Wil mij niet ongunstig wezen, * Laat mij klagen aan uw zij! Laat mij Christus' doodsstrijd strijden, * Medelijden met zijn lijden, ^ 't Diep gevoelen zóó als Gij. Laat , beproefdste van de vrouwen, * Mij met liefdevuur beschouwen * 't Ki;uis en Zoenbloed van uw Zoon. 't Hellevuur zal 'k dan niet vreezen, * En mijn voorspraak zult Gij wezen, * Als Hij rechtspreekt op zijn troon. Heer, moge in mijn |
120
|
hinc exire, * Da per Matrem me venire * Ad palman victoriae. 20. Quando corpus moriétur, * Fac ut animae donetur * Pa-radi'si gloria. Amen. |
laatste strijden * Uwe Moeder mij verblijden * Met den overwin-ningsprijs. Doe, als 't lichaam dan zal sterven, * Mijne ziel de glorie erven * Van het he-melsch Paradijs. Amen. |
121
J. J. WUTENBURQ,
N1EUWSTAD â ZUTPHEN.
Telefoon 11.
^nr*
Voorhanden eene uitgebreide collectie
KERK- en GEBEDENBOEKEN, Beelden, Kruizen en Wijwaterbakjes, Scapuliers en Geheimen, Rozenkranzen, Rozenkransdoppen en Etui's. BIDPRENTJES in ruim 160 Nrs.
ROUWDRUKWERK.
Verder een ruime sorteering in KANTOOR-, SCHOOL-, SCHRIJF-, SCH1LDER-en TEEKENBEHOEFTEN.
â Fotografie-artikelen. â LEDERWAREN. Fantaisie-artikelen, Pakpapieren.
DRUKWERK.
* *
-I»*
GEZANGEN
TER EERE DER
Allerheiligste Maagd Maria.
123
No. 1.
O Moeder Gods.
1.
O Moeder Gods!
O reinste Maagd!
Naar 't voorbeeld onzer vadrenr Vertrouwen wij,
Nooit vruchteloos, U smeekende te nadren. (bis.)
2.
Wij bidden U, O Koningin!
Wend minzaam toch uwe oogen, Van 't glorielicht,
Waarin gij troont,
Op ons, in 't stof gebogen, (bis.)
3.
Wij zuchten in Dit tranendal, Van noodgevaar omgeven. En moeten vaak In druk en smart En bange zorgen leven, (bis).
Maar gij, o troost, Ã hulp in nood.
124
Wil onzer u erbarmen,
En berg ons, voor 't Gevaar beschut,
In uwe Moeder armen, (bis.)
5.
Ue duivel zoekt Ons ten verderf.
Zijn strikken uit te zetten;
Maar gij, o kom.
Wil met uw voet Zijn helschen kop verpletten, (bis.)
6.
Ue wereld tracht Door schijngeluk Ons aan de deugd te onttrekken; Maar geef, dat wij Nooit onze ziel Door 't aardsche slijk bevlekken, (bis.)
7.
Het vleesch is zwak En steeds geneigd Om schijnvreugd na te jagen;
Maar bid, dat wij Als 't hoogst geluk God zoeken te behagen, (bis.)
125
8.
Maria, bid,
Bid uwen Zoon Dat wij, hoezeer omgeven
Van zonde en kwaad Toch immer rein Voor Godes aanschijn leven, (bis.)
9.
O bid, dat wij Aan 's levens eind In Jesus' liefde sterven.
En na den dood,
Met u vereend.
Het rijk des Hemels erven, (bis.)
No. 2.
Aan Maria, onbevlekt ontvangen.
1.
Voor U klinken onze zangen, Moeder zonder zonde ontvangen! Maagd van Adams erfsmet vrij, O Maria, enkel gij! (bis.)
128
2.
Onbevlekte ! zij geprezen;
Lelie door God uitgelezen,
Blinkend boven de Englenrij, O Maria, enkel gij! (bis.)
3.
Maagd, bestemd een God te baren, Jesus' Kerk kwam 't ons verklaren. Dat gij waart van de erfschuld vrij, O Maria, enkel gij!
4.
Nu verkonden 't lofgezangen: Vlek'loos is een Maagd ontvangen! En ook wij, wij juichen blij :
Lieve Moeder, dat zijt gij!
5.
Bid, o bid in 't zalig Eden Voor uw kindren hier beneden; Worde ons hart zoo rein als gij, Moeder, Moeder, sta ons bij! (bis.)
No. 3.
Wees gegroet.
1.
Wees gegroet op kindertoon. Wees gegroet Maria, Moeder
127
Van Gods eengeboren Zoon,
Onzen Heiland en Behoeder,
U, die onze Moeder zijt. (bis). U, zij ook mijn lied gewijd â
2.
Vol van gratie noemde u God, Vol van gunsten en genaden;
O waar' dit ook hier mijn lot Op de smalle levenspaden!
Moeder Gods, o bid voor mij, (bis.) Dat ik die steeds waardig zij. â
God is met u, welk eene eer! Wie zal u dan tegenstreven?
O mocht ik ook God den Heer, Als gij, recht ter eere leven!
Bid Maria, bid voor mij, (bis.) Dat Gods eer mijn streven zij. â
4.
Heerlijk blonk reeds in uw jeugd Uw volstandig Gods vertrouwen;
God beloone uw stille deugd Zeeg'nend boven alle vrouwen. Bid Maria! bid voor mij. (bis.) Dat ook ik gezegend zij. â
128
5.
Ook uw goddelijke Zoon,
Onze Heer, zij mij ten zegen;
Stroom' zijn liefde en gunstbetoon. Op uw smeekgebed mij tegen.
Moeder Gods, o bid voor mij, (bis.) Dat uw Zoon mijn Heiland zij. â
6.
Lieve Moeder, o mijn vreugd. Bid voor mij, o bid voor allen.
Die door godsdienst, reine deugd. Streven naar uw welgevallen;
Bid voor ons in allen nood, (bis.) En in 't uur van onzen dood. â
No. 4.
Lofzang ter eere van het heilig en onbevlekt Hart van Maria.
Wijzk: IVees gegroet op kindertoon.
I.
Laat nu de aarde op blijden toon 't Duizendstemmig feestlied zingen.
Reeds weerklinkt om 's Heeren troon 't Lofgezang der hemelingen,
't Ruisch, der Moeder van den Heer, (bis.) En haar heilig Hart ter eer! â
129
Spiegel, gij, van Godes macht. Die voor d'erfsmet u beveiligd,
U uit heel het aardsch geslacht Zich ten woontent heeft geheiligd. Heiligdom van Gods gena! (bis.) Tempel zonder wederga ! â
Vlek'loos Hart! wie zal uw lof, Wie uw zaligheid bezingen?
De Eng'len van het hemelsch hof Spreken in hun hooge kringen.
Neen, zij spreken nimmer uit, (bis.) Wat dit heilig hart omsluit. â
Voor het machtig zonnelicht Wijkt de stille sterrenluister.
Maar de zon haalt 't aangezicht En haar stralen weg in 't duister
Voor de glorie van de Maagd, (bis.) Die aan 't Hart van God behaagt. â
Reiner dan ooit sneeuwvlok viel. Waardig hier haar God te aanschouwen.
Was de hemelreine ziel Der gezegendste aller vrouwen;
Op die schoonheid, zag de Heer (bis.) Van zijn hoogen zetel neer. â
II.
Toen nu 't Woord in uwen schoot.
130
Moedermaagd! was neergekomen.
En bereid ten offerdood,
Knechtsmstalt had aangenomen,
O quot;af hebt ge een liefdeg oed (bp.) In uw Moederhart gevoed!
Hoe toch was uw hart verheugd,
Fn in liefdevuur verslonden.
J Want gij droegt der heem len vreugd, Maar, o Moeder! eens ook wondden Al de schichten van de smart (bis.) Uw beminnend Moederhait.
U doorgriefde wond bij wond noor lt;reheel uw lijdend leven;
Mam toen ge oU hrnisho* stondt, En uw Zoon den geest/.aagt gâ¢
En een speer zijn zij doorstak (b .) Ach 1 wie meldt hoe 't Hart u brak? â
Uit dat lichaam, zoo verscheurd.
Vloeit een bloedstroom voor haai neder,
Wie, wie is er die met treurt Met een Moederhart, zoo teeder?
Maatloos als de onmeetbare zee (bis.) Is Maria's boezemwee.
Ach! droog hare tranen af Rijs, o Koning van het leven.
Rijs weer op uit t duister gia ,
131
En van glorielicht omgeven,
Trooste uw aangezicht de smart (bis.) Van 't gebroken Moederhart. â
III
Wees Maria! wees getroost,
Lang zal 't lijdensuur niet wezen;
Eer de derde morgen bloost.
Ziet ge uw Zoon uit 't graf verrezen,
Vrij van smart en vrij van smaad, (bis.) In 't ontsterflijk lichtgewaad. â
Daar, daar ziet zij reeds haar God, Haar beminden Zoon genaken,
En een nameloos genot Voelt zij nu haar hart doorblaken, Tot Hij, in triomf gekeerd, (bis.) Aan des Vaders zij' regeert. â
Rustloos zucht haar minnend Hart, Nu ze op aard nog moet verwijlen;
O, zij wil van liefdesmart Opwaarts naar heur Jesus ijlen.
Die in 's Vaders heerlijkheid (bis.) Reeds haar zetel toebereidt. â
Als het maagd'lijk was voor 't vuur. Voelde zij haar Hart verteren,
Zij versmacht naar 't zalig uur Dat de stem haar roep' des Heeren.
132
Jesus komt haar te gemoet (bis.) En zij sterft van liefdegloed. â
Heilig Harte! vrij van smet,
Troost voor wie op u vertrouwen,
Hoor ons kinderlijk gebed, O gezegendste aller vrouwen,
Vraag nu, vraag aan 't god'lijk Lam, (bis). Dat zijn liefde ons hart ontvlamm'. â
No. 5.
Maria Leve!
1.
Maria leev' ! wat glans en luister menglen
Zich in dat hart van alle vlekken vrij! Maria leef' 1 de Koningin der Englen, De Moedermaagd aan 't hoofd der
[maagdenrij. Maria leve met God, haar kind! (bis.) Leve Maria! die ons als moeder mint.
2.
Maria leev' ! kom laat ons voor haar knielen. Ze is dochter Gods, Gods Moeder, Godes
[bruid,
Maria leev' ! ze is 't heilverbond der zielen. Door hare hand stort God zijn gunsten uit. Maria leve, enz.
133
Maria leev' ! zou ik haar ooit verlaten ?
'k Was liever dood en lag in t duister graf; Wat, zonder haar, zou mij het leven baten? Neen, God, breek eer den draad mijns levens Maria leve, enz. [af.
Maria leev'! laat me in haar liefde leven. Met haar vereend, vrees ik noch dood, noch
[Pijn;
De laatste zucht, die op mijn lip zal zweven. Zal liefdezucht voor u, Maria, zijn.
Maria leve, enz.
No. 6.
Maria-lied.
1.
Ziet gij daar de wolken zweven
En de zon in vollen glans,
Hooger, hooger nog verheven,
Schitt'ren aan den Hemeltrans? Nog veel hooger, ver daarenboven,
Zetelt op haar liefdetroon,
In het hoogst der hemelhoven, (bis.) Jesus' Moeder naast haar zoon. â
2.
0 wat luister! o wat stralen!
O wat hart verblijdend licht
184
Stroomt door 's Hemels wijde zalen
Van haar Maagdlijk aangezicht! 's Vaders eeuwig alvermogen
Stort zijn heilvloed op haar uit. 's Heilands glans bezielt haar oogen, (bis.) 's Geestes gloed ontvlamt zijn Bruid â
3.
Maagdenrijen, Eng'len-scharen,
Cherubs, Serafs, zonder tal,
Menglen stem en citersnaren
Met het blijdst bazuingeschal.
Allen jublen. God ter eere.
Om Maria's heil verheugd.
En de Moeder van den Heere, (bis.) Is de tweede Hemelvreugd. â
4.
Nedrig kind in Salems Tempel,
Arme Maagd in Nazareth!
Vrouw, verschopt van Beth'lems drempel,
Moeder, onder 't kruis verplet!
Liefste Moeder, in uw leven
Zoo gemarteld, zoo gehoond.
En zoo roemrijk thans verheven, (bis.) En zoo glorierijk gekroond! â
5.
Moeder, ach! door al uw smarten.
135
En door al uw hcerlijkheên,
Zie de wenschen onzer harten,
Hoor, verhoor onz' kinderbeên: Moederlief, wij gaan verloren,
Stelt gij Satans macht geen perk; Moeder, Moeder, leen uwe ooren, (bis.) Red ons, en bescherm de Kerk. â
No. 7.
Lofzang en opdracht aan de Heilige Maagd.
1.
O Maagd, o schoonheid nooit volprezen! O Kunstgewrocht van 't Opperwezen, Wat luister schittert om uw troon ! De Seraf, aan zich zelv' onttogen,
Jucht, voor uw grootheid neergebogen: O Koningin, wat zijt gij schoon! (bis.)
2.
Al mist, Maria! 't aardsche duister
Het schouwspel van uwen grootschen luister,
Ons koestert toch uw liefdegloed. De Hemel roemt uw heerlijkheden, Wij juichen jublend hier beneden:
O Moedermaagd! wat zijt gij goed! (bis.)
136
3.
Voorwaar, wij hebben 't ondervonden, O! dat wij 't toch vermelden konden, Wat balsem ge ons in 't harte giet; Uw mildheid kent voor ons geen palen. Geen kleur kan uwe teêrheid malen; Neen, beter Moeder is er niet! (bis.)
4.
Dank, dank voor zooveel liefdedaden.
Voor zooveel duizenden genaden,
Ontvloeid aan uwe Moederhand, Ontvang voor al die zegeningen, O Moeder, van uw lievelingen
Hun hart tot eeuwig onderpand, (bis.)
5.
O Moeder, altoos even teeder,
O zie met welgevallen neder
Op 't offer van uw dierbaar kroost! Schrijf in uw hart ons aller namen.
Neem in uw hart ons hart te zamen ; Dan, Moederlief, zijn wij getroost! (bis.)
6.
Dan mogen vrij de winden tieren. De bliksems door het luchtruim gieren. En monsters woelen in de zee:
137
Vergeefs hun razen, hunne woede, Wij zeilen onder uwe hoede
Beveiligd, naar de hemelreê! (bis.)
7.
Daar zal geen vrees ons hart meer klemmen Daar zingen wij met blijder stemmen.
Geschaard om uwen zegentroon.
Uw naam tot lof en God ter eere:
Maria, Moeder van den Heere,
Wat zijt gij goed! Wat zijt gij schoon ! (bis.)
No. 8.
Maria, Onbevlekt Ontvangen.
1.
Lieve Moeder van den Heer!
Laat ons om uw zetel dringen.
Laat uw kindren, u ter eer, 't Zielsverrukkend feestlied zingen,
't Moet weerklinken luid en blij; (bis.) Moeder, onbevlekt zijt Gij! gt;
2.
't Heeft reeds 't wijde wereldrond En herscheppend overklonken
't Woord door Fius' mond verkond; En uw kindren, vreugdedronken,
Jublen op uw feestgetij: (bis.) Moeder, onbevlekt zijt Gij! »
3.
Neen, dat loflied zwijgt niet meer: Tot aan 's werelds verste palen
Zullen, met het hemelsch heer, Al uw kindren 't luid herhalen, 't Woord van 't zalig Jubeltij: (b Moeder, onbevlekt zijt Gij!
4.
En we voegen dank en beê Aan de blijde feestgezangen;
Wie, wie dankt niet met ons meê Voor al 't heil door u ontvangen In het zalig Jubeltij. (bis.)
Moeder, onbevlekt zijt Gij! »
5.
Zonnezuivere Moedermaagd !
Om de glorie u gegeven,
Hoor ook wat ons hart u vraagt; Dat we, na een schuldloos leven. Eeuwig jublen aan uw zij: (bis.) Moeder, onbevlekt zijt Gij! »
139
No. 9.
De Meimaand.
1.
Juicht nu, blijde Sions koren,
Laat uw jubelzangen hooren Door het ruim der hemelwoon ! Meimaand stijgt ten bloementroon; Om de heil'ge Maagd te tooien.
Wil ze blad en bloem ontplooien,
Gansch natuur vereert de Maagd, Die het kleed der onschuld draagt, (bis.)
2.
Gulden Zonne! doe uwe stralen Van 't azuur des Hemels dalen; Bloemengeur, doorzweef den hof, Tot Maria's eer en lof,
't Heilig kind, â heur roem en eere. Nu haar Zoon nog, â eens haar Heere,
Drukt zij aan 't vroom gemoed.....
Moeder Gods, o wees gegroet, (bis.)
3.
Voorbeeld van de Moederliefde,
Zelfs nog toen zijn kruis u griefde. Op u staren wij met vreugd.
Leidsvrouw op het pad der deugd.
uo
Ja, uw vlek'loos heilig leven Is ten gids aan ons gegeven,
't Zij in vrede of hangen strijd,
U zij steeds ons hart gewijd, (bis.)
4.
Laat ons met een zoet verrukken 't Schoonst gebloemt der Meimaand plukken, En u, met verheugden geest,
De offers biên van 't lentefeest.
Zie, wij nad'ren, om te toonen,
Hoe we u, 's Heilands Moeder, kronen, Gij, die de uitverkoor'ne waart.
En den Redder schonkt aan de aard'. )bis.)
No. 10.
Maria saive.
1.
Maria Koningin,
Ons aller zielsvriendin
Maria salve !
Die troost en vreugd bereidt, O hoop, barmhartigheid, Maria salve !
2.
Wij zuchten zonder tal In 't droevig tranendal:
141
Maria salve! Wij roepen t eiken stond, Tot u met hart en mond: Maria salve !
3.
Ip alle leed en smart, In rouw en druk van 't hart
Maria salve 1 In leven en in dood,
En in den laatsten nood : Maria salve !
4.
Kom, heel het hemelsch hof. Zingt mede tot haar lof:
Maria salve!
En ook het Eng'lenkoor, Zing' rust'loos immer door: Maria salve!
5.
O menschen, zingt te gaar. Tot eer en lof van haar:
Maria salve!
En dat uw tong herhaal' Tot honderdduizend maal: Maria salve!
142
No. 11.
Wees gegroet, Maria.
1.
Wees gegroet, o reine Maagd!
Wees gegroet, Maria!
Hoop en troost van 't hart dat klaagt,
Hoop en troost, Maria! âO! Maria, vol genade.
Help, dat ons geen vijand schade. Wees gegroet, Maria!quot;
2.
Voor ii wijkt de glans der maan.
Koningin der eere!
Moet de zon zelve achterstaan.
En het starrenheere.
âMoeder Gods, zoo hoog verheven, 't Hart verlangt u na te streven.
Wees gegroet, Maria !quot;
3.
Bron der hoogste minlijkheid !
Wie zou u niet minnen ?
U, die ons steeds heil bereidt.
Troost en vreugd van binnen. quot;O gij, Koningin, daarboven Door geen tong genoeg te loven,
Wees gegroet, Maria !
143
4.
Onverdeeld en 't allen tijd,
Steun en hoop, Maria 1 Zijn wij innig u gewijd,
Onze hulp, Maria.
âBid, dat God ons na dit leven Moog' den schoonen Hemel geven; Wees gegroet, Maria!quot;
No. 12.
Salve Regina.
1.
Eenigen. Gegroet o Hemels Koningin,
Allen. O Maria !
Eenigen. Der menschen hulp en zielsvriendin Allen. O Maria!
( Wees blij, o Englenrij,
Eenigen. ( En 't Heil'genkoor daarbij,
( Looft haar in het feestgetij; Allen. Salve-salve-salve. Regina!
2.
O Moeder der barmhartigheid,
O Maria!
Des levens vreugde en zoetigheid, O Maria!
Wees blij, enz.
144
Wij kind'rcn Eva's smeeken luid, O Maria!
En zien naar u om voorspraak uit, O Maria!
Wees blij, enz.
4.
Zie, wat al tranen zonder tal, O Maria!
Steeds vloeien in dit jammerdal, O Maria !
Wees blij, enz.
5.
Zie, Moeder, hier uw kind'ren staan, O Maria!
En neem hun beden gunstig aan, O Maria!
Wees blij, enz.
6.
Zie vol erbarmen op ons neer, O Maria !
Van uit de hooge hemelsfeer, O Maria !
Wees blij, enz.
145
n é .
En toon ons eens, door deugd bereid, O Maria !
Uw Zoon, den Heer der heerlijkheid, O Maria !
Wees blij, enz.
8.
En als ge ons voor Gods vierschaar ziet,
O Maria 1 Ach, Moeder ! dan verlaat ons niet, O Maria !
Wees blij, enz.
Eenigen:
Allen. Eenigen. Allen.
No 13.
Maria, onze hulp in allen nood.
1.
Moedermaagd, wij groeten
O Maria, teer!
Vallen u te voeten.
Moeder van den Heer. O Maria, help toch al, Wat hier zucht in 't tranendal!
2.
Wil door uw erbarmen.
Moeder van den Heer!
146
Liefd'rijk ons beschermen, Zie toch op ons neer. O Maria, enz.
3.
Trek ons ongeschonden,
Moeder van den Heer!
Uit het slijk der zonden. Zie toch op ons neer, O Maria, enz.
4.
Wil van lijfsgevaren.
Moeder van den Heer!
Liefd'rijk ons bewaren,
Zie toch op ons neer.
O Maria, enz.
5.
Vruchten schenke ons de aarde. Moeder van den Heer,
Op uw beê vol waarde! Zie toch op ons neer.
O Maria, enz.
6.
Kwelt de nood ons 't leven. Moeder van den Heer!
Wil dan spijs ons geven. Zie toch op ons neer.
147
O Maria, enz.
7.
En in oorlogstijden. Moeder van den Heer!
Wil dan voor ons strijden. Zie toch op ons neer.
O Maria, enz.
, 8.
En als wij eens sterven. Moeder van den Heer!
Ons gena verwerven: Zie dan op ons neer.
O Maria, enz.
9.
Als de ziel gaat scheiden. Moeder van den Heer!
Wil haar dan geleiden, Zie dan op ons neer!
O Maria, enz.
10.
En na 't aardsche lijden. Moeder van den Heer!
Eeuwig ons verblijden. Zie dus op ons neer.
O Maria, enz.
148
No. 14.
Loflied op O. L. Vrouw van den Rozenkrans.
1.
Eenigen. Wij groeten u, o reine Maagd! Allen. Maria, bid voor ons.
Eenigen. Gij, die den Schepper hebt behaagd, Allen. Maria, bid voor ons.
( O heilige Maria!
Allen. ^ ö heilige Maria!
( Lieve Moeder van gena, ( Bid voor ons, Maria.
Wijl in u is gedaald Gods zoon,
Maria, bid voor ons!
Van zijn verheven hemeltroon, Maria, bid voor ons!
O heilige Maria, enz.
3.
Te zien uw nicht Elisabeth,
Maria, bid voor ons!
Werd door geen bergen U belet, Maria, bid voor ons!
O heilige Maria, enz.
149
4.
Tot zaligheid van heel deze aard', Maria, bid voor ons!
Hebt gij ons Godes Zoon gebaard, Maria, bid voor ons!
O heilige Maria, enz.
5.
Toen droegt gij, ja, van vreugd ten top Maria bid voor ons!
Dien zoon in 's Heeren tempel op, Maria, bid voor ons!
O heilige Maria, enz.
6.
Toen, droeve Moeder vol van smart, Maria, bid voor ons!
Doorstak een grievend zwaard uw hart Maria, bid voor ons!
O heilige Maria, enz.
7.
Ook uit het hofje kwam uw leed, Maria, bid voor ons!
Wij daar uw Zoon heeft bloed gezweet Maria, bid voor ons!
O heilige Maria, enz.
150
8.
Maar wat gevoel, wat zielesmart,
Maria, bid voor ons!
Toen Jesus zelfs gebonden werd,
Maria, bid voor ons!
O heilige Maria, enz.
9.
Hoe fel stak u de doornenkroon,
Maria, bid voor ons!
Die 't hoofd verscheurde van uw Zoon. Maria, bid voor ons!
O heilige Maria, enz.
10.
En wat doorvlijmde 't uwe ziel,
Maria, bid voor ons,
Toen Jesus met den kruisbalk viel. Maria, bid voor ons!
O heilige Maria, enz.
11.
Maar wie beschrijft uw zielenood,
Maria, bid voor ons !
Toen Jesus stierf den wreeden dood, Maria, bid voor ons !
O heilige Maria, enz.
151
12.
En toch die droefheid, reine Maagd,
Maria, bid voor ons !
Waarmede ons harte treurig klaagt, Maria, bid Voor ons!
O heilige Maria, enz.
13.
Heeft groote blijdschap aangebracht,
Maria, bid voor ons !
Voor heel het menschelijk geslacht; Maria, bid voor ons!
O heilige Maria, enz.
14.
Toen Jesus opstond van den dood,
Maria, bid voor ons!
En heel het aardrijk redding bood; Maria, bid voor ons!
O heilige Maria, enz.
ló.
En wijl Hij zijn hemelvaart,
Maria, bid Voor ons!
Voor ons ook daar een plaats bewaart. Maria! bid voor ons !
O heilige Maria, enz.
152
16.
Hij zond zijn Heilgen Geest ook neêr,
Maria, bid voor ons!
Opdat Die alle waarheid leer';
Maria, bid voor ons!
O heilige Maria, enz.
17.
Terwijl Hij zich nog steeds ontfermt,
Maria, bid voor ons!
En ons als Middelaar beschermt; Maria, bid voor ons!
O heilige Maria, enz.
18.
O Maagd! wat zijt gij rijk gekroond,
Maria, bid voor ons!
Door Hem, die alle deugd beloont; Maria, bid voor ons!
O heilige Maria, enz.
19.
Nu Hij u boven de Eng'lenrij,
Maria, bid voor ons!
Doet zegevieren aan zijn zij'.
Maria, bid voor ons!
O heilige Maria, enz.
153
No. 15.
Loflied op Maria's Hemelvaart.
1.
Eenigeu. Maria, Moeder van Gods Zoon,
Allen. Ave Maria!
Eenigeu. Die opklom tot voor 'sVaders troon.
Allen. Ave Maria!
Eenigen. Maria, Moeder van Gods Zoon,
herhalen. Die opklom tot voor 'sVaders troon.
Allen. Ave, Ave, Ave, Maria!
2.
Zie, God zelf zond zijn Eng'len af.
Haar op te voeren uit het graf.
3.
Hoe schitt'rend blonk die Eng'lenstoet, Die haar met hemelvreugde groet!
4.
Van heerlijkheid en glans omstraald. Werd zij ten Hemel ingehaald.
5.
Daar kwam geheel het hemelsch hof, Vol jubelzangen tot haar lof,
(i.
En Jesus zelf haar te gemoet,
Die haar als Koningin begroet.
154
7.
Met pracht en luister haar omkleedt, Zoo als geen tong te melden weet.
8.
Ja, als een roos van 't zuiverst rood. Zoo was haar schoonheid wondergroot.
9.
Haar reine ziel doorstraalde 't al. Als oogverrukkend klaar kristal.
10.
En twaalf sterren, als een kroon. Versierden 't maagd'lijk hoofd zoo schoon.
11.
Terwijl de zon haar gansch omstraalt. Met gulden luister om haar praalt.
12.
De maan aan hare voeten blinkt, Met zilverkleurig licht omringd.
13.
Zoo heerlijk is zij thans bekroond,
Door God, die alle deugd beloont.
14.
Zoo zetelt zij in eeuwigheid. Als Koningin der Heerlijkheid.
155
15.
Want op een hoog verheven troon,
Zit zij naast Jesus, haren Zoon,
16.
Dien zij als Moeder heeft gebaard, Met heiligheid en deugd gepaard,
17.
En al die haar oprecht bemint.
Weet dat hij daar een Moeder vindt.
18.
Die al haar kind'ren in den nood.
Steeds heil en hulp en redding bood.
19.
Die onophoud'lijk voor ons spreekt. Tot Jesus om erbarming smeekt,
20.
O! roept dan steeds haar voorspraak in. En volgt in deugd uw Koningin.
21.
Leeft naar haar voorbeeld braaf en goed. Gerecht in voor- en tegenspoed.
22
Dan is ook u een kroon bereid,
Bij haar, de Maagd vol heerlijkheid.
156
23
Dan leeft gij eeuwig onbevreesd, Bij Vader, Zoon en Heil'gen Geest.
No. 16.
Afscheidslied.
1.
Wees nog eens, o Kruis gegroet, Zielverwekkend liefdeteeken!
Dat, besproeid met god'lijk bloed. Nog voor ons gena blijft smeeken.
Troostend zijt ge ons voorgegaan, (bis.) Wees gegroet, o zegevaan ! â
2.
Wees aan 't eind van onzen tocht. Wees gegroet, geliefde vanen !
'k Heb zoo vaak het beeld gezocht. Dat er wegdook in uw banen,
't Vriend'lijk beeld dat ons behaagt (bis.) Van de reine Moedermaagd â
3.
Wees van Zutphens pelgrimsschaar. Eer zij uittreedt uit haar rangen,
Voor uw plechtig feestaltaar.
Wees met nog vereende zangen.
157
Die de liefde stijgen doet, (bis.)
Wees, o Moedermaagd, gegroet. â
4.
O, die zoete bedevaart,
O, die zangen en dat smeeken.
Dat ons ophief boven de aardquot; 't Smart ons dat we 't onderbreken.
Hier reeds de optocht zich ontbindt, (bis.)
En ik straks de wereld vind. â
5.
Ziet ge. Pelgrims! 't kruis niet meer. Dat u wenkte vóór uw rijen:
Onder 't kruis toch van den Heer Blijven we al ons leven strijen;
U te beêvaart, u te huis (bis.)
Volgen wij, o dierbaar Kruis! â
6.
Zien we, o teed're Moedermaagd! In uw gouden feestbanieren.
Nu het uur der scheiding daagt.
Niet uw naam of beeld meer zwieren:
U wijdt Zutpheiis huisgezin, (bis.)
U een eeuw'ge kindermin. â
7.
Wordt niet bij den schittergloor, Van ontelb're vlammentongen,
158
Niet met duizendstemmig koor,
Moeder Gods! u lof gezongen:
Afstand scheidt de harten niet, (bis.) Die gij voor u branden ziet.
8.
Toeven 's werelds zorgen weer,
Dreige weer 't geweld der zonden;
Gij, o Moeder van den Heer!
Is de beêvaart ook ontbonden.
Waar de pelgrimschare zij.
Gij toch blijft uw kïnd'ren bij.
9.
Broeders! neen, 't ontga ons niet. Pelgrims zijn we heel ons leven ;
Hij, die 's Hemels rust u biedt.
Heeft als vreemd'ling hier verbleven: Goddelijk Pelgrim! gij, (bis.)
Blijf ons, aardsche pelgrim, bij. â
No. 17.
Lied ter eere van O. L. V. van het H. Hart.
1.
Hoor ons, o God! Hoor Vader! onze beden! Terneergeknield met harten vol van rouw:
159
Barmhartig God! verstoot ons niet op heden! Wij zweeren U van nu af eeuwig trouw. O Lieve Vrouwe Van 't Heilig Hart!
Op U 'rust ons vertrouwen, (bis.) In voorspoed en in smart. â
2.
Naast U, o Heer gaan wij tot onze Moeder,
Door U geplaatst op glorievollen troon. Met macht bedeeld door U, o Albehoeder! Draagt zij èn staf èn koninginne-kroon. Refr. O Lieve Vrouwe, enz.
3.
O Rijksvorstin! als legerscharen machtig, Die elk verwint, die tegen u genaakt; Nooit was een held, een vorst, als Gij, zoo
[krachtig.
Die met uw voet den draak onmachtig maakt.
4.
Denk aan die macht in deez' benarde tijden.
Waarin de vorst der duisternis regeert; Denk aan den strijd, aan het verscheurend
[lijden.
Waarin de Kerk, de Bruid uws Zoons
[verkeert.
160
o.
O Moedermaagd! kunt gij het nog gedoogcn, Kunt Gij 't nog zien, dat lijden zoo geducht? Draal langer niet! aanhoor ons in den hoogen, Hoor onze beê, der kinderen harte-zucht.
6.
Onstuimig zijn de hooggezweepte golven,
En dreigen ons met een gewissen dood. O Ster der zee! reeds in 't graf bedolven. Zien wij met troost uw licht in onzen nood.
7.
Spreek slechts, o Vrouw! Beveel aan Jesus
[Harte,
U is het recht, Gij hebt het voortgebracht. Zeg aan uw Kind; Gedoog niet meer de smarte. Red uwe kerk, verdelg der duiv'len macht.
8.
Doch Moederlief! o Koningin verheven!
Denk ook aan mij, die U als Moeder mint, 'k Ben ook uw kind, door Jesus U gegeven. Hoor nog zijn stem: o Vrouw, ziedaar
[uw kind.
9.
En zoudt Gij dan de stem van 't kind
[versmaden.
161
Dat tot U bidt, aan U het harte biedt? Neem aan dat hart, dat toonen zal door daden. Dat het in U zijn lieve Moeder ziet.
10.
Wees welkom dan ! wil in ons midden leven !
Aanvaard den troon, neem uwen zetel in! Wij wenschen U een goeden troon te geven. Maar geven toch d'onwrikb're hartemin.
11.
Maak van deez' plaats een kweekschool voor
[hierboven.
En laat niet toe, dat iemand hier verga! Laat ons met U het hart van Jesus loven, In 't eeuwig blij, en 't zoet Alleluja.
No. 18.
Maria onze hulp in den strijd.
1.
O Koningin vol heerlijkheid,
Maria!
Tot hulp der Christenen bereid, Maria!
Zie ik ben uw onderdaan.
Sterke Maagd, voer Gij ons aan; O help ons strijden
162
Op alle tijden,
In allen nood,
Tot aan den dood.
Maria!
2.
O Maae:d en aller Maagden Kroon, Maria!
Uw God en Schepper werd uw Zoon, Maria!
Bid Uw Kind op Uwen arm.
Dat het onzer zich erbarm;
O help ons strijden Op alle tijden,
In allen nood.
Tot aan den dood,
Maria 1
3.
O lief, o heilig Moederhart,
Maria 1
Gij leedt voor ons zoo bitt're smart,
Maria 1 Laat die matelooze pijn Niet voor ons verloren zijn;
O help ons strijden Op alle tijden,
In allen nood.
163
Tot aan den dood,
Maria!
4.
O Morgenster na duisfren nacht, Maria!
Verlicht ons met Uw held're pracht, Maria!
Als wij zinken in den vloed,
Ster der Zee, geef nieuwen moed; O help ons strijden Op alle tijden,
In allen nood,
Tot in den dood.
Maria!
3.
O leliereine Hemelpoort,
Maria!
Ontsluit voor ons het Hemeloord, Maria!
Geef barmhartig ons gehoor.
Laat ons tot Uw Jesus door,
O help ons strijden Te allen tijden,
In allen nood.
Tot in den dood,
Maria!
164
No. 19,
Loflied op den Rozenkrans.
1.
U, Rozenkrans, bemin ik
Reeds van mijn vroegste jeugd Ik zal U nooit verlaten, In droefheid of in vreugd; Tot het oogenblik Van mijn laatsten snik. Bij dag, bij nacht blijft Gij, O Rozenkrans, mij bij.
2.
O Rozenkrans, ik eer U,
Verheven hemelsch pand, Dat we aan Maria danken. Aan hare Moederhand;
Moeder van den Heer;
U zij dank en eer.
Voor 't groote liefdeblijk, Aan hemelgunsten rijk.
O Rozenkrans, hoe lieflijk,
Hoe wonderschoon zijt Gij! Hoe geurig zijn Uw rozen. Wat deugden melden zij;
165
O, hoe wonderzoet Klinkt uw wees gegroet; Hoe dikwijls ook gehoord,
Steeds klinkt het zoet, dat woord.
4.
O krans met uw geheimen Der liefde van mijn God,
U wil ik vaak beschouwen, Verzonken in genot;
Leer mij Onzen Heer Minnen meer en meer,
En prent diep in mijn hart Uw glorie, vreugde en smart.
5.
Eens, als ik lig te sterven.
Zal ik met klamme hand,
U met Uw Kruisje omvatten, O heerlijk Hemelpand;
Ook Gij zult mijn lijk.
Dierbaar liefdeblijk.
Dat mij mijn moeder gaf. Nog volgen in het graf.
6.
Maria, ééne bede,
O, weiger mij die niet:
Gij gaaft me een krans op aarde.
166
Die nimmer mij verliet;
Schenk mij nog een krans, Schitterend vol glans:
Schenk mij dat liefdeblijk Eens in het Hemelrijk.
No. 20.
Bij een beeld van het H. Hart van Jesus.
1.
O hoe liefderijk en teeder,
Ziet dat beeld van 't Heilig Hart Van mijn Jesus, op mij neder,
In dien blik, wat liefde en smart!
Zacht schijnt wel die mond te klagen:
Ach, mijn liefde wordt miskend:
Liefde wil het smeekend vragen.
Door de hand naar 't Hart gewend.
2.
Ziet, hoe gloriestralen glanzen.
Om het hart, in gouden gloed;
Wreede doornen het omkransen.
Rood gekleurd in 't God'lijk bloed;
Ziet dat reddend kruishout, boven Op het vlammend hart geplant,
In de vlam, door niets te dooven. Van zijn feilen liefdebrand.
167
3.
Uit die breede wond ter zijde Druipt de laatste druppel bloed;
O dat aller hart zich wijde Aan Uw hart, o Jesus zoet!
Ach, mij dunkt, ik hoor U spreken: Zie mijn Hart, dat zoo bemint,
En toch, hoe ik ook moge smeeken. Veel te weinig, liefde wint.
4.
God'lijk Hart, vol liefde en smarte, Ik begrijp wat gij begeert.
Ik zal ijv'ren dat Uw Harte,
Word' gekend, bemind, geëerd;
Harten ga ik voor U winnen,
Ijv'ren voor Uw liefde en eer;
Mochten allen U beminnen, U vereeren meer en meer.
No. 21.
H. Hart van Jesus, toonbeeld van deugden.
1.
O Harte, bron van Heiligheid, Gij, toonbeeld ons gegeven.
Ik wil in 't licht, dat Gij verspreidt.
168
U trachten na te streven.
Sta mij met Uwe genade bij,
O bronwel van genaden,
Opdat ik steeds Uw volg'ling zij.
Op al mijn levenspaden,
2.
O God van alle Majesteit,
Hoe diep hebt ge U vernederd;
Wie wordt door Uw zachtmoedigheid, En goedheid niet verteederd?
Vrijwillige armoede is het deel.
Op aard door U verkoren;
Maak me arm van geest, mij moge veel. Of weinig toebehooren.
3.
O Hart, Gij waart bij dag, bij nacht, In stil gebed verslonden;
Geef dat ik in gebed steeds tracht Met U te zijn verbonden.
Gij leert mij lijden met geduld.
Mijn kruis met U vereenen,
Gij leert mij om mijn zondenschuld In stille droefheid weenen.
4.
O Hart, verteerd van liefdegloed. Dat steeds van ijver brandde
169
Voor de eer des Vaders en Uw bioed,
Uit liefde als offerande Vergoot voor onze zondenschuld,
U wil ik na gaan streven,
Dan heb ik elk gebod vervuld.
En ga ik in tot 't leven.
No. 22.
H. Hart van Jesus, toevlucht der zondaren.
1.
Hart van Jesus, wij misdreven,
Tegen U, zoo menig keer;
Ach! wil onze schuld vergeven.
Schenk ons Uwe liefde weer.
2.
Neen, Gij zult ons niet verstoeten, Voor ons hebt Gij al Uw bloed, Door de lans gewond, vergoten,
Liefd'rijk Hart, dat geeft ons moed.
3.
Jesus, toen Gij waart verrezen. Glorievol uit 't somber graf,
Bleef de Hart'wond, nooit volprezen, Open; sloot Ge Uw Hart niet af.
170
4.
Waarom bleef de wond wel open, Die de lans in 't Hart U sloeg?
Opdat wij vertrouwend hopen, 't Open Hart zegt ons genoeg.
5.
In dat Hart is plaats voor allen, In dat Hart oneindig goed.
Ach, hoe diep wij zijn gevallen, Jesus' Harte geve ons moed.
6.
Jesus is de goede Vader,
Hij omhelst 't verloren kind;
Treden wij dan allen nader
Tot het Hart, dat eind'loos mint.
7.
Hij vergeeft, wat wij misdreven. Als 't berouw zijn tranen schreit;
Hij wil ons zijn Harte geven Aan den feestdisch, ons bereid.
8.
Komt dan, snellen we allen henen. Naar dat Hart , zoo eind'loos goed,
Om aan Jesus' Hart te weenen;
Daar te schreien is zoo zoet.
171
No. 23.
Hulde aan Maria.
1.
Wonderschoon prachtige, Wondergroot machtige,
Lieflijk volzalige hemelsche Vrouw!
Wie 'k mij als teeder kind,
Liefdevol toeyerbind,
Ja, mij met ziel en met lichaam betrouw! Goed, bloed en leven Wil ik u geven:
Alles, ja al wat ik ben van af nu,
Geef ik met vreugde Maria aan u.
2.
Sterren omglanzen u.
Zonnen omkransen u.
Troostende ster in de nachtelijke vaart! Voor de betreurende Menschdom besmeurende Zondesmet heeft u Gods Almacht bewaard. Zalige Moeder,
Jesus, onz' Broeder,
Heiland en Redder van Adams geslacht. Hebt gij uit Sion op aarde gebracht.
3.
Hemelsche Koningin,
172
's Eeuwigen Voedsterin.
Wonderbaar Moeder en Maagd te gelijk! Sterke der strijdenden,
Zalving der lijdenden,
Levende bron, in vertroostingen rijk! U, o getrouwe,
Machtige Vrouwe.
Schouwen wij hopend en rouwmoedig aan Moeder, och! voer ons op zekere baan!
4.
Gij zijt en heil en troost.
Voor 't u steeds minnend kroost, Vorstin des hemels en Moeder van God! Spiegel der Zuiverheid,
Bijstand der Christenheid,
Ark des verbonds, geleidster tót God! Werp op mij neder.
Moeder zoo teeder,
Moeder! ja werp toch uw oogen op mij! Leer mij in ootmoed zoo wandelen als gij
5.
In lijden geoefende,
Kent gij bedroevende Rampen en pijnen en innige smart. Niemand verlaat gij ooit;
Kind'ren verstoot gij nooit.
173
Niemand veracht ooit uw moederlijk hart. Troost ons in 't lijden,
Sterk ons in 't scheiden,
Bid voor ons uwen God'lijken Zoon. Als Hij ons roept voor zijn' eeuwigen troon.
No. 24. Avondgroet tot Maria.
i.
Maria's beeld, te midden
Van vroolijk schitt'rend licht.
Noodt ons te komen bidden. Bij 't altaar, haar gesticht.
Komt, laat ons tot haar ijlen. Een kleine poos daar wijlen, Maria, Maria,
Moeder, zegen ons.
2.
Wij vallen aan uw voeten. Neem ons genadig aan;
Ontvang onz' laatste groeten Voordat wij huiswaarts gaan.
Dan gaan we blij te moede. Vertrouwend op uw hoede, Maria, (dis) enz.
174
3.
Wijjwijden u onz' harten,
Voor 't goede, dat ge ons doet, In blijdschap en in smarten,
In voor- en tegenspoed.
Steeds willen we u vereeren. En uwen roem vermeeren.
Maria, (bis) enz.
4.
O stort, met moederhanden,
Uw zegen op ons neer.
Verbreek des zondaars banden
En breng tot God hem weer. Dan J ziet ge ons morgen weder, O Moeder, goed en teeder! Maria, (bis) enz.
No. 25.
Wat zal ik gaan beginnen.
1.
Wat zal ik gaan beginnen,
Maria, Moeder zoet!
Mijn hart en ziel en zinnen
Doorblaakt één liefdegloed. Gij zijt het, die 'k bemin,
Maria, Koningin.
175
2.
Gij zijt mijn vreugde, o Moeder, Mijn troost, mijn toeverlaat;
Is niet uw Zoon mijn Broeder, Die nooit uw beê versmaadt?
Refr.: Gij zijn het, enz.
3.
Ach, had ik zooveel monden. Als sterren 't firmament.
Ik zou uw lof verkonden Alom en zonder end.
Refr.: Gij zijt het, enz.
4.
Ja, had ik zooveel zielen. Als water, lucht en land
Van 's Heeren scheps'len krielen Ik schonk ze U eenerhand.
Refr.: Gij zijt het, enz.
5.
Hoe moet ik mij beklagen.
Daar ik, onwaardig mensch,
U zóó niet kan behagen,
Als ik het vurig wensch.
Refr.: Gij zijt het, enz.
176
6.
Maar k zal mij alle dagen,
O Moeder, U ter eer. Als waardig kind gedragen,
Trouw dienend onzen Heer. Refr.: Gij zijt het, enz.
No. 26.
U minnen , Maria.
1.
U minnen Maria, in droefnis en vreugd' Het is voor mijn ziele haar zoetste geneugt' Ik weet, dat Gij immer, o vleklooze Maagd' Voor ons bij uw Jesus verkrijgt, wat Gij vraagt.
2.
Aanvaard dan mijn liefde, gezegende Vrouw, Gij, veilige hoede, waarop ik vertrouw. Uw kind wil ik wezen, mijn Moeder zijt Gij: O blijf in dit leven beschermend mij bij!
3.
Gevaren omringen uw kind, waar het gaat: Behoed het, ook tegen den prikkel van 't kwaad, Deel mild mij van 's Heeren genadekracht mee. Doe juichen mijn harte van hemelsche vreê.
177
4.
Betoon U mijn Moeder in zorgen en nood; In lijden en strijden, in 't uur van mijn dood ; En schenk na dit leven mij 't zalig genot Van Jesus te aanschouwen, uw Zoon en mijn
[God!
No. 27.
O Koningin, vol Majesteit.
(Maria, de Hulp der Christenen.)
1.
O Koningin, vol majesteit Maria!
Gij, trouwe hulp der Christenheid, Maria! Zie ons om uw legervaan.
Sterke Vrouwe, voer ons aan:
Refr. O leer ons lijden en help ons strijden In allen nood tot in den dood, Maria!
2.
O goed, o heilig Moederhart,
Gij leedt voor ons zoo bittre smart;
Laat die droeve folterpijn Niet voor ons verloren zijn!
Refr. O leer ons e)iz.
3.
O Ster der zee in de onweersnacht Verblijd ons door uw stralenpracht;
178
Geef uw kindren nieuwen moed, Als de storm hen vreezen doet. Refr. O leer ons enz.
4.
Uw voet heeft satans kop verplet Uw zege ons uit den dood gered; Zie de vijand valt weer aan, Kom opnieuw zijn trots verslaan. Jïefr. O leer ons enz.
5.
O glorierijke Koningin, Gij, onverwinbre Krijgsheldin,
Voer ons naar de zegekroon In het rijk van uwen Zoon.
Refr. O leer ons enz.
No. 28.
Schep behagen.
(Omnie die.)
1.
Schep behagen, alle dagen.
In den lof der lieve Vrouw,
Zing haar daden, haar genaden,
Vier haar feesten vroom en trouw. Hef dan de oogen naar den hoogen;
179
Vol be wondring om haar eer,
Zie en roem Haar, prijs en noem Haar Maagd en Moeder van den Heer.
2.
Wil haar eeren om te weren Schuld en straf der euveldaan!
Blijf Haar bidden om te midden Aller stormen pal te staan.
Toen Ze baarde, Schonk Ze aan de aarde Schatten zonder wederga:
Aan ons duister, licht en luister. Van Gods gunst en heilgena,
3.
Luid verkonde, iedere stonde 't Zegepralen van die Maagd;
Roem de Moeder van den Hpeder, Die Gods vloek heeft weggevaagd.
Aan het vrome Hart ontstroome Steeds de lof dier Koningin;
Nimmer moede, zing al 't goede Van die milde Rijksvorstin.
4.
Ieder wijde, voor zich blijde Haar dan liefde en lofgezang:
Eerbied, bede, past ons mede Ieder onzer levenslang.
180
Moog Zij geven, dat wij leven
Naar de lessen van haar Zoon, En bij 't sterven, ons verwerven. Dat wij juichen voor Zijn troon.
No. 29.
Vreugde der Kinderen van Maria onder Hare bescherming.
l.
Kinderen van Maria,
Zwaait de zegevaan;
Zingt het alleluja
Nooit kunt gij vergaan!
2.
Uit haar open handen
Vloeit een zegenstroom!
Maar op zielsvljanden
Slingren zij den schroom. Kindren van Maria, enz.
3.
Leger in slagorde,
Vol ontzaglijkheid,
O! verplet de horde.
Die ten afgrond leidt.
Kindren van Maria, enz.
181
4.
Voorbodin der zonne,
Schoone dageraad,
Die 'k mijn harte gonne Met een blij gelaat.
Kindren van Maria, enz.
5.
Licht der duisternissen.
Liefelijke maan;
Kan men 't voetpad missen, 't Oog op u geslaên?
Kindren van Maria, enz.
6.
Mild in zegenstralen,
Zonne der natuur.
Moeder kom ons halen In ons stervensuur
Kindren van Maria, enz.
No. 30.
Loflied ter eere van het H.
Sacrament.
1.
Knielt, Christenschaar, voor 't zoenaltaar, Uw God rust daar!
182
Knielt biddend neer En brengt uw Heer lof, dank en eer. Refr. Wees gezegend, levend Manna
Christus Jesus!
Wees, Jesus zoet, van ons gegroet, O Jesus zoet!
2.
Ziet, Jesus zoet ons hoogste Goed,
Met Vleesch en Bloed,
Wil onder schijn van brood en wijn
Hier met ons zijn.
Refr. Wees gezegend enz.
3.
In iedren nood, en bij den dood
Sterkt ons dit brood;
En heelt ons hart, hoe 't ook door smart.
Gebroken werd.
Refr. Wees gezegend enz.
4.
U, God en Heer, zij immermeer,
Lof, dank en eer!
Wees, Sacrament, geloofd, erkend
Tot 's werelds end!
Refr. Wees gezegend enz.
183
No. 31.
Engelen, daalt met spel en snaren.
1.
Engelen, daalt met spel en snaren,
Offert wierook, rozenblaên,
Heft met alle Christenscharen, God ter eer uw lofzang aan.
Laat het van uw harpen ruischen, Laat het door uw koren bruischen : âSteeds bemind, geloofd, erkend Zij 't hoogheilig Sacrament.quot;
2.
Leer ons Jesus' liefde prijzen.
Liefdedronken Serafijn,
Laat uw stoutste tonen rijzen.
Hoog omblonken Cherubijn!
Laat ons duizend, duizend malen Dankend, juichend saam herhalen: Steeds bemind, enz.
3.
Och, dat alle menschentongen,
Als in heilgen liefdebond. Met ons 't zalig loflied zongen.
Nu en immer, eiken stond! Mochten allen duizend malen
184
Dankend, juichend saam herhalen Steeds bemind, enz.
No. 32.
Veni, Creator Spiritus.
1.
Veni, Creator Spiritus, Mentes tuórum visita, Imple supérna gratia,
Ouas tu creasti pectora.
2.
Qui diceris Faraclitus, Altissimi donum Dei,
Fons vivus, ignis, caritas, Et spiritalis ünctio,
3.
Tu septifórmis münere, Digitus patérnae déxterae, Tu rite promi'ssum Fatris, Sermóne ditans güttura.
4.
Accénde lumen sénsibus: Infünde amórem córdibus: Infi'rma nostri corporis Virtute firmans pérpeti.
185
o.
Hostem repéllas longius, Facémque dones prótinus: Ductóre sic te praevio Vitémus omne noxium.
6.
Per te sciamus da Patrem, Noscamus atque Fi'lium, Teque utriusque Spiritum, Credamus omni témpore.
Deo Patri sit gloria,
Ejüs-que soli Filio,
Cum Spiritu Paraclito,
Nunc et per omne saeculum.
7. *)
Deo Patri sit gloria,
Et Filio, qui a mórtuis Surréxit, ac Paraclito, In sfeculórum saecula. Amen.
*) In den Paaschtijd wordt deze zevende strofe gezongen.
V. Emitte Spiritum tuum et creabuntur. R. Et renovabis faciem terrae.
186
Oremus.
Deus, qui corda fidélium Sancti Spiritus illustratione docui'sti: da nobis in eódetn Spiritu recta sapere et de ejus semper consolatióne gaudére. Per Christum Dómi-num nostrum.
r. Amen.
No. 33.
Adoro te devote.
1.
Adoro Te devote, latens Déitas, Qua; sub his figuris vere latitas;
Tibi se cor meum totum sübjicit;
Quia Te contémplans totum déficit.
2.
Visus, tactus, gustus in Te fallitur; Sed auditu solo tuto créditur;
Credo quidquid dixit Dei Filius; Nil hoc verbo veritatis vérius.
3.
In cruce latébat sola Déitas.
At hic latet simul et humanitas: Ambo tarnen credens atque cónfitens, Peto quod petivit latro póenitens.
187
4.
Plagas sicut Thomas non intüeor, Deum tarnen meum Te confiteor: Fac me Tibi semper magis crédere, In Te spem habére, Te diligere.
5.
O memoriale mortis Dómini,
Panis, vivus vitam prrestans hómini; Prjesta mere menti de Te vivere,
Et te illi semper dulce sapere.
6.
Pie Pelicane, Jesu Dómine, Me immündum munda tuo sanguine; Cujus una stilla salvum facere Totum mundum quit ab omni scélere.
7.
Jesu, quem velatum nunc aspicio, Oro fiat illud quod tam sitio;
Ut te revelata cerneus facie Visu sim beatus tune glórife. Amen.
No. 34.
Ave, verum corpus.
Ave, verum Corpus, natum Ex Maria a Virgine;
i
188
Vere passum, immolatum In cruce pro hómine; Cujus latus perforatum Vero fluxit sanguine.
Esto nobis praigustatum Mortis in examine. O clemens, o pie,
O dulcis Jesu, Fili Mariael
No. 35.
Tantum ergo.
1.
Tantum ergo Sacraméntum Venerémur cérnui; Et antiquum documéntum Novo cedat ritui:
Prsestet fides suppleméntum Sénsuum deféctui.
2.
Genitóri Genitóque Laus et jubilatio;
Salus, honor, virtus quoque Sit et benedictio:
Procedénti ab utroque Compar sit laudatio. Amen.
189
v. Panem de coelo prsestitisti eis, r. Omne delectaméntum in se habéntem.
Oremus.
Deus, qui nobis sub Sacraménto mirabili Passiónis tuge memoriam reliquisti, tribue quaesumus, ita nos Corporis et Sanguinis tui sacra mystéria venerari, ut Redemptiónis tuse fructum in nobis jügiter sentiamus. Qui vivis et regnas in saecula sseculórum. Amen.
No. 36.
Magnificat.
Magnificat anima mea Dominum. Et exsultavit spiritus meus, in Deo
[salu tiiri meo. Quia respéxit humilitatem ancillse suae: [ecce enim ex hoc beatam me dicent [omnes generatiónes.
Quia fecit mihi magna, qui potens est: [et sanctum nomen ejus. Et misericórdia ejus a progénie in progenies
[timéntibus eum. Eecit poténtiam in brachio suo; dispérsit [supérbos mente cordis sui.
190
Depósuit poténtes de sede, et exal tavit
[hümiles.
Esuriéntes im plévit bonis: et divites
[di misit inanes. Suscépit Israël püerum suum, recordatus
[miseri córdiae suse. Sicut locütus est ad patres nostros,
[Abraham et sémini ejus in saecula. Gloria Patri, et Fflio, et Spiritui sancto. Sicut erat in princi'pio et nunc et semper, [et in saecula sgeculórum. Amen.
INHOUD.
Bladz.
Doel, voorrechten en goedkeuring van het Broederschap ...... 5
Herinnering aan de leden van het Broederschap ........ 8
Herinnering aan de Pelgrims .... 8
GEBEDEN.
Morgengebeden. . . . . .10
Schietgebeden gedurende den dag . . -15 Avondgebeden . . . . . . -17 Reisgebed ........ 24
Gebeden bij de H. Mis.....29
Gebeden vóór de H. Communie. (Gebed tot
Maria om een waardige Communie) . . 47 Andere gebeden vóór de H. Communie (uit
Merlo Horstius)......49
Gebeden na de H. Commune. (Vrome ontboezeming voor Jesus) ..... 54 Gebed van den H. Thomas van Aquine . 55 Gebed van den H. Bonaventura . . -56
Ander gebed.......58
Teedere verzuchtingen tot Jesus . . -59 Schietgebeden en gebeden uit de Navolging van Christus ....... 60
Gebeden om den vollen Aflaat te verdienen . 63 Gebed voor de levende leden van het Broederschap ....... 66
Gebed voor de overledene leden van het Broederschap ....... 70
Kinderlijk gebed van den H. Franciscus van
Sales tot de Allerheiligste Maagd Maria . 72 *Gebed tot het H. Hart van Maria . . 74
INHOUD.
Bladz.
Zeven gebeden tot de H. Maagd voor eiken dag der week, uit de werken van den H.
Liguori...... . . 76
'Zondag. Gebed om vergeving der zonden . 77 quot;Maandag. Gebed om volharding in 't goede 78 'Dinsdag. Gebed ter verkrijging van een zaligen dood .......80
quot;Woensdag. Gebed om de hel te ontkomen . 81 quot;Donderdag. Gebed om den Hemel te verwerven ........ 83
quot;Vrijdag. Gebed om een vurige liefde tot Maria en haren Goddelijken Zoon Jesus te bekomen ....... 84
quot;Zaterdag. Gebed om de bescherming der
H. Maagd te verwerven . . . .86 Zeven gebeden tot de H. Maagd, om door hare voorspraak een zaligen dood te erlangen ........ 88
Gebed om zich de H. Maagd tot beschermster te kiezen ....... 91
Toewijding aan de H. Maagd . . . .92 Gebeden op de voornaamste feesten van Maria 94 Litanie der Allerheiligste Maagd Maria . . 103 De Kruisweg . . . . . . .110 Stabat Mater . . . . . . .116
GEZANGEN.
1. âO Moeder Godsquot; . . . . .123
O Moeder Gods.
2. .,Aan Maria, Onbevlekt ontvangenquot; . 125
Voor U klinken onze zangen.
3. âWees gegroetquot; . . . . .126
Wees gegroet op kindertoon.
Aan de Gebeden, met een ⢠geteekend, zijn aflaten.
INHOUD.
Bladz.
4. âLofzang ter eere van het Heilig en On
bevlekt Hart van Mariaquot;. . . .128 Laat nu de aarde op blijden toon.
5. âMaria leve'quot; ...... 132
Maria leev'! wat glans en luister menglen.
6. âMaria-liedquot; . . . . . ⢠'33
Ziet gij daar die wolken zweven.
7. âLofzang en Opdracht aan de H. Maagdquot; 135 O Maagd, o schoonheid nooit volprezen.
8. âMaria, Onbevlektquot; Ontvangenquot; . -137
Lieve Moeder van den Heer.
9. âDe Meimaandquot; . . . . -139
Juicht nu blijde Sions koren.
10. âMaria Salve 1quot;. ..... 140
Maria, Koningin!
11. âWees gegroet, Maria!quot; .... 142
Wees gegroet, o reine Maagd.
12. âSalve Regina!quot; . . . . -143
Gegroet, o Hemels Koningin.
13. âMaria onze Hulp in allen noodquot; . . 14S
Moedermaagd, wij groeten.
14. âLoflied op O. L. Vrouw van den Rozenkrans. ....... 148
Wij groeten u, o reine Maagd.
15. âLoflied op Maria's Hemelvaartquot; . -153
Maria, Moeder van Gods Zoon.
16. âAfscbeidsliedquot; . . . . . .156
Wees nog eens, o kruis, gegroet.
17. âLied ter eere van O. L. V. van het Heilig Hartquot;......158
Hoor ons, o God! Hoor, Vader! onze beden!
18. âMaria onze hulp in den strijdquot; . . 161
O Koningin vol heerlijkheid.
INHOUD.
Bladz.
19. âLoflied op den Rozenkransquot; . . . 164
U, Rozenkrans, bemin ik.
20. âBij een beeld van het H. Hart van Jesusquot; '66
O hoe liefderijk en teeder.
21. âH. Hart van Tesus. toonbeeld van deugdenquot; ...... . â¢, ' * 167
O Harte, bron van heiligheid.
22. âH. Hart van Jesus toevlucht der zondarenquot; ....... 169
Hart van Jesus, wij misdreven.
23. âHulde aan Mariaquot;.....171
Wonderschoon prachtige.
24. âAvondgroet tot Mariaquot; . . . .173
Maria's beeld, te midden.
25. âWat zal ik gaan beginnenquot; . . .174
Wat zal ik gaan beginnen.
26. âU minnen, Mariaquot; . . . . .176
U minnen Maria, in droefnis en vreugd'
27. âO Koningin, vol Majesteitquot; . . .177
O Koningin, vol Majesteit, Maria.
28. âSchep behagenquot;.....178
Schep behagen, alle dagen.
29. âVreugde der Kinderen van Maria onder Hare beschermingquot; . . . . .180
Kinderen van Maria.
30. âLoflied ter eere van het H. Sacramentquot; 181
Knielt, Christenschaar, voor 't zoenaltaar.
31. âEngelen, daalt met spel en snarenquot;, . 183 Engelen, daalt met spel en snaren.
âVeni, Creator Spiritusquot; . . .184
Veni, Creator spiritus.
âAdoro te devotequot; . . . . .186 Adoro Te Devote, latens Déitas.
32. 33-
INHOUD.
Bladz.
34. âAve, verum corpusquot; . ⢠. .187
Ave, verum corpus, natum.
35. âTantum ergoquot;......188
Tantum ergo Sacraméntum.
36. âMagnificatquot;......189
Magnificat anima mea Dominum.
â â *