n.
I, Wo Baptiai Parmilorai
I. Het H. Doopsel
II. De Kerkgang.
pen
Vnlr li UffV
164
)
11
r
I. (Mo Baptisii Pamlom
et
n. BeieMo fflin post partn,
OF
I. Het H. Doopsel
en
II. De Kerkgang.
ROÃRMOND. ââ J'S-I STOOMDRUK M. WATERREUS. 'Vâ
Liturgischs ^l^eniging
Aartsbisdem UTRECHT .a-Iz Voignummar B:b' ot-soK, ' / /
/*i
sy?
IMPRIMATUR.
aKutaemundac, 5 (St-wg-wati 1896.
^)r. cP. cfffannens.
Librorum Cemor.
Ilt;. amp;
en zal zich afvragen; welk is het doel van dit werkje ? 't Antwoord is zeer kort: de glorie van God en het heil van de menschen.
Is 't niet betreurenswaardig, dat er zoovelen gevonden worden onder de rijke-, burger- en armeklasse, die zich slechts tevreden stellen met 't hoog noodzakelijke wat betreft de kerk en hare plechtigheden ? Weinig bezoeken zij de preken en onderrichtingen en lezen liever losse wereldsche, dan stichtende kerkelectuur; van daar, dat ze zoo weinig begrip hebben van de kerkelijke plechtigheden met hare niet genoeg te waardeeren zinnebeeldige voorstellingen, en â helaas â nagenoeg onverschillig er voor schijnen. En toch, hoe schoon en klaar zijn al de zinnebeelden, die de H. Kerk gebruikt om de onzichtbare uitwerkingen der genade wel te doen begrijpen!
Moge deze vertaling met nevensgaanden, oorspron-kelijken latijnschen tekst iets bijdragen, om â al is het dan maar bij voorkomende gelegenheid â de schoonheid en verhevenheid der Kerkelijke plechtigheden en zinnebeelden meer en meer ingang te doen vinden en te doen waardeeren bij de lezers van dit boekje, dan zal het doel van deze vertaling volkomen zijn.
a. sn. §. d s.
Het H. Doopsel.
â
De Priester vraagt:
N. Quid petis ab Eccle- [ N. Wat vraagt gij van
sia Dei f | de Kerk Gods ?
'j De Peter antwoordt;
Fidem. | Het Geloof.
De Priester;
Fides, quid tibi praestatf j Wat geeft u het Geloof?
De Peter antwoordt:
Vitam aeternam. | Het eeuwig leven.quot;;
2- De Priester.
Si igitur vis ad vitam Wilt gij dan ingaan tot I ingredi, serva mandata; het leven, onderhoud de i diliges Dominum Deum geboden: gij zult den Heer
6
|
tuum ex toto corde tuo, et ex tota anima tua, et ex tota mente tua, et proxi-num tuum sicut te ipsum. 3. Vervolgens blaast hij lt; van het kind en zegt eenmaal: Exi ab eo (vel ab ea), immunde spiritus, et da locum Spiritui sancto Pa-raclito. 4. Daarna maakt hij met lt; voorhoofd en op de borst van 1 Accipe signum Crucis tam in fronte f, quam in corde f, sume fidem coe-lestium praeceptorum: et talis esto moribus, ut tem-plum Dei jam esse possis. Oremus. Preces nostras, quaesu-mus Domine, clementer exaudi: et hunc Electum tuum N. Crucis Dominiqae impressione signatum per-petua virtute custodi: ut magnitudinis gloriae tuae |
uwen God liefhebben uit gt; geheel uw hart, en uit geheel uwe ziel, en uit geheel uw verstand, en uwen naaste als u zeiven. emaal «acht in het aangezicht Ga weg van hem (of van haar), onzuivere geest, en geef plaats aan den heiligen Geest. m duim een kruisteeken op het ; kind, zeggende : Ontvang het kruisteeken zoowel op 't voorhoofd f, als op de borst f, aanvaard het geloof der hemelsche geboden: en wees zoodanig in zeden, dat gij een gt;. tempel Gods reeds kunt zijn. Laai ons bidden. Wij bidden U, Heer, verhoor genadiglijk onze gebeden, en bewaar dezen uwen Uitverkorene, met de indrukking van het Kruis des Heeren geteekend door gedurige kracht: opdat hij |
7
|
rudimenta servans, percus-todiam mondatorum tuo-rum ad regenerationis glo-riam pervenire mereatur. Per Christum Dominum nostrum. R. Amen. |
de leeringen van de grootheid uwer glorie bewarende, door het onderhouden uwer geboden tot de glorie der wedergeboorte ver-diene te geraken. Door Christus onzen Heer. A. Amen. |
S- Vervolgens legt hij de hand op het hoofd van het kind en zegt;
|
Oremus. Omnipotens, sempiterne Deus, Pater Domini nostri Jesu Christi, respicere dig-nare super hunc famulum tuum N. quem ad rudimenta fidei vocare dignatus es; omnem caecitatem cordis ab eo expelle: disrumpe omnes laqueos satanae, qui-bus fuerat colligatus: aperi ei, Domine, januam pieta-tis tuae, ut signo sapientiae tuae imbutus, omnium cu-piditatum foetoribus careat, et ad suavem odorem prae-ceptorum tuorum laetus tibi in Ecclesia tua deser-viat, et proficiat de die in diem. Per eumdem Chris- |
Laat ons bidden. Almachtige, eeuwige God, Vader van onzen Heer Jesus Christus, gewaardig u neer te zien op dezen uwen dienaar N. dien gij u ge-waardigd hebt tot de leerstukken des geloofs te roepen ; alle blindheid des harte verdrijf van hem : breek al de strikken des satans, waarmede hij gebonden was; open hem, Heer, de deur uwer goedertierenheid, opdat hij door het teeken uwer wijsheid onderwezen, van de onreinigheden aller begeer-j lijkheden bevrijd worde, en tot een zoeten geur uwer |
8
|
turn Dominum nostrum. R. Amen. |
geboden u blijmoedig diene in uwe Kerk; en van dag tot dag voortga. Door denzelfden Christus onzen Heer. |
A. Amen.
Vervolgens zegent 'de Priester het zout, dat, als het reeds gezegend is, weer tot hetzelfde gebruik kan dienen. Gewoonlijk is het zout reeds gezegend; wij laten hier de Hollandsche vertaling weg, en zetten alleen den Latijnschen tekst, die luidt:
âExorcizo te, creatura salis, in nomine Dei Patris omnipo-tentis f» et in caritate Domini nostri Jesus Christi et in virtute Spiritus sancti Exorcizo te per Ueum vivum fi per Deum verum f, per Deum sanctum f. per Denm f, qui te ad tutelam humani generis procreavit, et populo venienti ad credulitatem per servos suos consecrari praecepit, ut in nomine sanctae Trinitatis efficiaris salutare sacramentum ad effugandum inimicum. Proinde rogamus te, Domine Deus noster, ut hanc creaturam salis sanc-tificando sanctifices f. et benedicendo benedicas f» ut fiat omnibus accipientibus perfecta medicina, permanens in yisceribus eorum, in nomine ejusdem Domini nostri Jesu Christi, qui ven-turus est judicare vivos et mortuos, et saeculum per ignem.
R. Amen.quot;
7. Vervolgens Ifgt hij een beetje van 't gezegend zout in den mond van het kind, zeggende:
N. Accipe sal sapientiae: N. Ontvang het zout der propitiatio sit tibi in vitam wijsheid: het zij u tot ge-aeternam. nade voor het eeuwig leven.
R. Amen. A. Amen.
De Priester;
Pax tecum. R. Et cum [ De vrede zij met u. spiritu tuo. 1 A. En met uwen geest.
9
|
Oremus. Deus patrum nostrorum, Deus universae conditor veritatis, te supplices exo-ranuis, ut hunc fatnulum tuum N. respicere digneris propitius, et hoe primum pabulum salis gustantem, non diutius esurire permit-tas, quo minus cibo exple-atur coelesti, quatenus sit semper spiritu fervens, spe gaudens, tuo semper nomi-ni serviens. Perdue eum, Domine, quaesumus, ad novae regenerationis lava-crum, ut eum fidelibus tuis promissionum tuarum ae-terna praemia consequi me-reatur. Per Christum Do-minum nostrum. R. Amen. Exorcizo te, immunde spiritus, in nomine Patris f, et Filii f, et Spiritus sancti f, ut exeas, et recedas ab hoe famulo Dei N; Ipse enim tibi imperat, maledicte dam-nale, qui pedibus super |
Laat ons bidden. God onzer vadsre^God Schepper van alle waarheid, wij bidden u ootmoedig, dat gij u gewaardigt dezen uwen dienaar N. goedgunstig aan te zien, en dat gij niet toelatet, dat hij, dit eerste voedsel van zout proevende, langer hon-gere, maar met de hetnel-sche spijze vervuld worde, altijd vurig van geest zij, blijmoedig in hoop en altijd dienende uwen naam. Leid hem, Heer, bidden wij u, tot het bad der nieuwe wedergeboorte, opdat hij met uw geloovigen den eeuwigen prijs uwer beloften verdiene te bekomen. Door Christus onzen Heer. A. Amen. Ik bezweer u, onzuivere geest, in den naam des Vaders f, en des Zoons f, en des heiligen Geestes f, dat gij uitgaat en wijkt van dezen dienaar Gods N.; want Hij gebiedt u, ver- * |
10
|
mare ambulavit, et Petro mergenti dexteram porrexit. Ergo, maledicte diabole, rêcognoscesententiam tuam, et da honorem Deo vivo et vero, da honorem Jesu Christo Filio ejus, et Spiritui sancto, et recede ab hoc famulo Dei N., quia istum sibi Deus et Dominus noster Jesus Christus ad suatn sanctam gratiam, et benedictionem, fontemque Baptismatis vocare dignatus est. 8. Hier teekent hij het kind zeggende: Et hoe signum sanctae Crucis f, quod nos fronti ejus damus, tu maledicte diabole, numquam audeas violare. Per eumdem Christum Dominum nostrum. R. Amen. 9. AU nu legt hij de hand op |
vloekte, hij, die met zijne voeten op de zee heeft gewandeld, en Petrus, toen hij zonk, de rechter heeft toegereikt. Dus vervloekte duivel, herken uw vonnis, en geef eer aan den waren en levenden God, geef eer aan Jesus Christus zijnen Zoon, en den Heiligen Geest, en wijk van dezen dienaar Gods N., want God en onze Heer Jesus Christus heeft zich gewaardigd hem tot zijne heilige genade en tot zijnen zegen en tot de Doopvont te roepen. et den duim op het voorhoofd, En dit teeken van het heilig Kruis f, dat wij op zijn voorhoofd stellen, zult gij, vervloekte duivel, nooit durven te schenden. Door denzelfden Christus onzen Heer. A. Amen. 't hoofd van het kind, en zegt: |
II
|
Oremus. Aeternam, acjustissimam pietatem tuam deprecor, Domine sancte, Pater om-nipotens, aeterne Deus, auctor luminis et veritatis, super hunc famulum tuum N., ut digneris illum illuminare lumine intelligentiae tuae; munda eum, et sanctifica; da' ei scientiam veram, ut dignus gratia Baptismi tui effectus, teneat firmam spem, consilium rectum, doctri-nam sanctam. Per Christum Dominum nostrum. R. Amen. 10. Daarna legt de PriesU het kind, en leidt het de Kerk N. Ingredere in temp-lum Dei, ut habeas partem cum Christo in vitam aeternam. R. Amen. 11. Als zij de Kerk zijn terwijl hij naar de Vont gaat, Meter, met luide stem : Credo in Deum, Patrem |
Laat ons bidden. Uwe eeuwige, en rechtvaardigste goedertierenheid bid ik, heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God, oorsprong van het licht en der waarheid, over dezen uwen dienaar N., opdat gij u gewaardigt hem te verlichten met het licht van uw verstand; reinig en heilig hem; geef hem de ware wetenschap, opdat hij waardig tot de genade van het Doopsel, eene vaste hoop, een rechten raad, de heilige leering behoude. Door Christus onzen Heer. A. Amen. het uiteinde van de Stool over i, zeggende: N. Ga binnen in den tempel van God, opdat gij deel moogt hebben met Christus in 't eeuwig leven. A. Amen. binnen gel reden, zegt de Priester ï zanien met den Peter en de Ik geloof in God, den |
12
|
omnipotem creatorum coeli, et terrae. Et in Jesum Christum, Filium ejus unicum, Dominum nostrum, qui con-ceptus est de Spiritu sancto, natus ex Maria Virgine, passus sub Pontio Pilato, crucifixus, mortuus, et se-pultus; descendit ad inferos, tertia die resurrexit a mor-tuis; ascendit ad coelos, sedet ad dexteram Dei Pa-tris omnipotentis: inde ven-turus e;;t judicare vivos, et mortuos. Credo in Spiritum sanctum; sanctam Ecclesiam Catholicam; Sanctorum communionem; remissionem peccatorum; carnis resur-reclionem; vitam aeternam. Amen. Pater noster, qui es in coelis, sanctificetur nomen tuum : adveniat regnum tuum; fiat voluntas tua, si-cut in coelo, et in terra. Panem nostrum quoiidia- |
Vader almachtig. Schepper van hemel en aarde. En in Jezus Christus, zijnen eenigen Zoon, onzen Heer, die ontvangen is van den heiligen Geest, geboren uit de maagd Maria, die geleden heeft onder Ponlius Pilatus, is gekruist, gestorven en begraven; die nedergedaald is ter helle, ten derde dage verrezen van de dooden : die'opgeklom-men is ten hemel, zit aan de rechterhand Gods des Vaders almachtig; vandaar zal Hij komen oordeelen de levenden, en de dooden. Ik geloof in den heiligen Geest; eene heilige katholieke Kerk; gemeenschap der Heiligen; vergiffenis der zonden; verrijzenis des vleesches, het eeuwig leven. Amen. Onze Vader, die in de hemelen zijt, geheiligd zij uw naam. Onstoekomeuw rijk. Uw wil geschiede op de aarde als in den hemel. Geef ons heden ons dage- |
|
num da nobis hodie: et dimitte nobis debita nostra, sicut et nos dimittimus de-bitoribus nostris ; et ne nos inducas intentationem: sed libera nos a malo. Amen. 12. En vervolgens, alvorens Exorcismus. Exorcizo te, omnis spiritus immunde, in nomine Dei Patris omnipotentis f, et in nomine Jesu Christi Filii ejus, Domini et Judi-cis nostri f, et in virtute Spiritus sancti f, ut disce-das ab hoe plasmate Dei N., quod Dominus noster ad templum sanctum suum vocare dignatus est, ut fiat templum Dei vivi, et Spiritus sanctus labitet in eo. Per eumdem Christum Do-minum nostrum, qui ventu-nis esl judicarc vivos et mortuos, et saeculmn per ignem. R. Amen. |
lijksch brood. En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren. En leid ons niet in bekoring, maar verlos ons van den kwade. Amen. ij de Doopvont nadert, zegt bij: Bezweering. Ik bezweer u, alle onzuivere geest, in den naam van God den Vader almachtig f, en in den naam van Jezus Christus zijnen Zoon, onzen Heer en Rechter f, in de kracht van den heiligen Geest f, dat gij van dit schepsel Gods N. vertrekt, hetwelk onze Heer zich gewaardigd heeft tot zijnen heiligen tempel te roepen, opdat het een tempel worde van den levenden God, en de heilige Geest in hem woone. Dooiden zelfden onzen Heer, die de levenden en dooden zal komen oordeelen, en de wereld door het vuur. A. Amen. |
14
13. Daarna neemt de Priester met den Yinger eigen speeg-sel, en raakt de ooren en de neusvleugels van het kind, terwijl hij nu het rechter en linker oor aanraakt, zegt hij;
dat is, wordt
Ephpheta, geopend:
Ephpheta, quod est, Ada-perire;
Vervolgens raakt hij de neusvleugels aan, zeggende:
|
In odorem suavitatis. Tu autem effugare diabole; ap-propinquabit er.imjudicium Dei. |
Tot een geur van zoetigheid. Gij echter vlucht duivel ; want het oordeel Gods nadert. |
14. Daarna vraagt hij den gedoopt wordende met name, zeggende:
N. Abrenuntias satanae?
N. Verzaakt gij den duivel ?
De Peter antwoordt:
|
Abrenuntio. Et omnibus operibus ejus ? R. Abrenuntio. Et omnibus pompis ejus ? R. Abrenuntio. |
Ik verzaak. En al zijne werken? A. Ik verzaak. En al zijne ijdelheden? A. Ik verzaak. |
15. Vervolgens doopt de Priester den duim in den olie der katechumenen, en zalft het kind op de borst, en tusschen de schouders bij wijze van een kruis, zeggende:
|
Ego te linio f oleo sa-lutis in Christo Jesu Domino nostro, ut habeas vitam aeternam. R. Amen. |
Ik zalf 11 f met den olie der zaligheid in Christus Jezus onzen Heer, opdat gij het eeuwig leven moogt hebben. A. Amen. |
15
16. Hier legt hij de violette stool af, en neemt een andere van witte kleur.
17. Inmiddels, droogt hij den duim en de gezalfde plaatsen met watten af, of met iets dergelijks. En vraagt met den uitge-drukten naam den gedoopt wordende, terwijl de Peter antwoordt:
N. Credis in Deum Pa-trem omnipotentem, Cre-atorem coeli et terrae ?
R. Credo.
Credis in Jesum Christum, Filium ejus unicum, Dominum nostrum, natum, et passum ?
R. Credo.
Credis et in Spiritum sanctum, sanctam Eccle-siam Catholicam, sanctorum communionem,remissionem peccatorum, carnis resurrec-tionem, et vitam aeternam ?
R. Credo.
N. Gelooft gij in God, den almachtigen Vader, Schepper van hemel en aarde f
A. Ik geloof.
Gelooft gij in Jezus Christus, zijn eenigen Zoon, onzen Heer, die geboren is, en geleden heeft? A. Ik geloof.
Gelooft gij ook in den Heiligen Geest, de heilige katholieke Kerk, de gemeenschap der Heiligen, de vergiffenis der zonden, de verrijzenis des vleesches, en het eeuwig leven ( A. Ik geloof.
18. Daarna de naam van den gedoopt wordende uitgedrukt zijnde, zegt de Priester;
N. Vis baptizari f N. Wilt gij gedoopt wor-
i den ?
Volo.
De Peter antwoordt:
I Ik wil.
19. Dan, terwijl de Peter, of Meter, of beiden (indien beiden
i6
worden toegelaten) het kind vasthouden, neemt de Priester uit een bakje of kruikje het doopwater, en daarvan stort hij driemaal over het hoofd van het kii.d Lij wijze van een kruis, en terwijl hij tegelijkertijd de woorden uitspreekt, een keer slechts duidelijk, en oplettend, zeggende:
|
N. Ego te baptizo in nomine Patris -j-, (fundat primo), et HIÃ (funrlat se-cundo), et Spiritus f sancti, (fundat tertio'. |
N. Ik doop u in, den naam des Vaders f (oiet een keei), en desZoons quot;ï1 (^.tweeden keei). en des heiligen f Geestes *) (g. derden keei). |
20. Vervolgens doopt hij den duim in 't Heilig Chrisma, en zalft het kind op de kruin bij wijze van een kruis, zeggende:
De almachtige God, Vaquot; der van onzen Heer Jezus Christus, die u uit het water en den heiligen Geest herboren heeft, en die vergiffenis van al uwe zonden heeft verleend, (hur zalft hij) zalft u met het chrisma der der zaligheid f door denzelfden Christus Jezus onzen Heer tot het eeuwige leven. A. Amen.
De Priester;
I De vrede zij mer u. j A. En met uwen geest.
Deus omnipotens. Pater Domini nostri Jesu Christi, qui te regeneravit ex aqua et Spiritu sancto, quique dedit tibi remissionem omnium peccatorum, (hicinungil) ipse te liniat Chrismate sa-lutis f in eodem Christo Jesu Domino nostro in vi-tam aeternam.
R. Amen.
Pax tibi. spiritu tuo.
R. Et cum
1
N.B. In tijd van nood, wanneer een ieder mag en moet doo-pen, moet één en dezelfde persoon de woorden uitspreken: âIk doop u in den Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestesquot; en tegelijkertijd het water doen vloeien op het hoofd van den doopeling.
|
21. Dan droogt hij zijn duim en de gezalfde plaats, en legt helderen doek in plaats van eer Accipe vestem candi-dam, quam immaculatam perferas ante tribunal Do-mini nostri Jesu Christi, ut habeas vitam aeternam. R. Amen. 22. Daarna geeft hij hem, of terwijl hij zegt: Accipe lampadem arden-tem, et irreprehensibilis custodi Baptismum tuum; serva Dei mandata, ut cum Dominus venerit ad nup-tias, possis occurrere ei una cum omnibus Sanctis in aula coelesti, habeasque vitam aeternam, et vivas in saecula saeculorum. R. Amen. 23. Ten slo N. Vade in pace, et Dominus sit tecum. R. Amen. |
at met watten of iets dergelijks, op het hoofd van het kind een wit kleed, terwijl hij zegt: Ontvang het wit kleed, datonbevlektgij moogt brengen voor de rechtbank van onzen Heer Jezus Christus, opdat gij het eeuwig leven hebt. A. Amen. den Peter, eene brandende kaars. Ontvang de brandende lamp, en bewaar uw Doopsel onberispelijk: onderhoud Gods geboden, opdat gij, wanneer de Heer ter bruiloft zal komen, hem kunt te gemoet gaan, gezamenlijk met alle Heiligen in het hemelsche hof, en het eeuwig leven hebt, en leeft in de eeuwen der eeuwen, A. Amen. tte zegt hij: N. Ga in vrede, en de Heer zij met u. A. Amen. |
II.
De Kerkgang. TfK
Als de herstelde moeder met twee raast haar knielende vrouwen, of met haar kind, geknield, in eerbiedige houding, den priester afwacht, treedt deze haar tegemoet en geeft zelf haar een brandende waskaars, ter herinnering aan 't feest van O. L. Vr. Lichtmis, waarop in de processie eveneens brandende waskaarsen gedragen worden.
Vervolgens besproeit de priester haar met wijwater bij wijze van een kruis, nl. in 't midden, rechts en links.
Alsnu zegt hij:
|
Hf. Adjutorium nostrum in nomine Domius. Tl. Qui fecit coelum et terram. Ant. Haec accipiet. |
if. Onze hulp is in den naam des Heeren: P);. Die hemel en aarde gemaakt heeft. Ant. Deze zal (den zegen van den Heer) ontvangen: |
*9
Psalm 2J.
|
Domini est terra, et plenitude ejus::: orbis terrarum, et universi, qui habitant in eo. Quia ipse super maria fundavit eum; * et super flumina praeparavit eum. Quis ascendet in mon-tem Domini? * aut quis stabit in loco sancto ejus. Innocens manibus et mun-do corde, * qui non acce-pit in vano aniraam suam, nec juravit in dolo proximo suo. Hie accipiet benedictio-nem a Domino ; * et mi-sericordiam a Deo salutari suo. Haec est generatio quae-rentium eum, quaeren-tium faciem Dei Jacob. Attollite portas principes vestras, et elevamini portae aeternales: * et introibit |
Aan den Heer behoort de aarde en hare volheid, de wereld en alles wat op de wereld woont: Want Hij heeft haar op de wateren gegrondvest, en haar boven de stroomen opgebouwd. Wie zal opgaan tot den berg des Heeren (Sion), of wie zal staan in zijne heilige plaats ? Die onschuldig is in zijne handelingen, en zuiver van hart; die zijne ziel niet tot ij delheid verheft, en zijnen nkaste niet met bedrog bezweert. Hij zal den zegen van den Heer ontvangen en barmhartigheid van God, zijnen redder. Dit is het geslacht van die Hem zoeken, die zoeken het gelaat van den God van Jacob. Vorsten, opent uwe poorten, ontsluit u, eeuwige deuren, en de koning der |
20
|
Rex gloriae. Quis est iste Rex gloriae ? * Dominus fortis et potens : Dominus potens in praelio. Attollite portas principes vestras, et elevamini portae aeternales: * et introibit Rex gloriae. Quis est iste Rex gloriae? * Dominus virtutum ipse est Rex gloriae. Gloria Patri et Filio et Spiritui sancto. Sicuterat in principio et nunc et semper et in sae-cula saeculorum. Amen. Antiph. Haec accipiet benedictionem a Domino, et misericordiam a Deo sa-lutari suo: quia haec est generatio quaerentium Do-minum. |
heerlijkheid zal binnen gaan. Wie is de Koning der heerlijkheid ? De sterke en machtige Heer, de Heer, die machtig is in den strijd. Vorsten, opent uwe poorten, ontsluit u, eeuwige deuren, en de Roning der heerlijkheid zal binnen gaa n. Wie is de Koning der heerlijkheid? De Heer der heerscharen, Hij zelf is de Koning der heerlijkheid. Eere zijn den Vader, den Zoon en den Heiligen Geest. Gelijk het was in den beginne, en nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen. Antigh. Deze zal dén zegen van den Heer ontvangen, en barmhartigheid van God, haren redder; omdat zij behoort tot het geslacht dergenen, die den Heer zoeken. |
Hierop geeft de priester aan de moeder het linker uiteinde van de stool in hare rechterhand, en terwijl hij haar de Kerk inleidt tot vlak voor het altaar, (niet op de trede van het altaar), van
21
|
't H. Sacrament, van O. L. Vroi zegt hij: Ingredere in templum Dei, adora Filium beatae Mariae virginis, qui tibi foe-cunditatem tribuit prolis. De moeder knielt voor het alt de ontvangen weldaden; en de \ Kyrie eleison. Christi eleison. Kyrie eleison. Pater noster (secreto). Aan het einde van het âOnze ir. Et ne nos indncas in tentationem. Sed libera nos a malo. f. Salvam fac ancillam tuam Domine. 1^. Deus meus sperantem in te. V. Milte ei Domine auxi-lium de sancto. 1^. Et de Sion tuere earn. if. Nihil proficiat inimi-cus in ea. !(,. Et filius iniquitatis non apponat nocere ei. |
, of voor het dichtst bijzijnde, Ga binnen in den tempel van God, aanbid den Zoon van de H. Maagd Maria, die u de vruchtbaarheid gegeven heeft. aar en bidt, God dankende voor )riester zegt: Heer, ontferm u onzer! Christus, ontferm u onzerl Heer, ontferm u onzer! Onze Vader enz. (stil). Vaderquot; zegt hij: En leid ons niet in bekoring: ty. Maar verlos ons van den kwade. W. Heer maak uwe dienstmaagd zalig; 1^. Mijn God, die op u hoopt. y. Zend haar. Heer, hulp uit de heilige plaats; PJi. En bescherm haar van uit Sion. y. Dat de vijand geen voordeel hebbe aan haar; fy. En dat de zoon der boosheid haar niet moge |
22
|
y. Domine exandi oratio-nem meam. I|j. Et clamor meus ad te veniat. Dominus vobiscum. Et cutn spiritu tuo. Oremus. Omnipotens sempiterne Deus, qui per beatae Mariae Virginis partum fidelium parientium dolores in gau-dium vertisti: respice pro-pitius super hanc fatnulam tuam, ad templum sanctum tuum pro gratiarum actione laetam accedentem, et prae-sta; ut post hanc vitam, ejusdem beatae Mariae mentis, et intercessione, ad aeternae beatitudinis gaudia cum prole sua pervenire mereatur. Per Christum Do-minum nostrum Amen. |
schaden. f. Heer, verhoor mijn gebed. fy. En mijn geroep kome tot u. V. De Heer zij met u: 1^. En met uwen geest. Laat ons hidden. Almaclitige,eeuwige God, die door het baren van de H. Maagd Maria de barens-smarten van uwe geloovi-gen in vreugde hebt veranderd : zie genadig neer op deze uwe dienstmaagd, die ter dankzegging vreugdevol naar uwen heiligen tempel komt; en maak, dat zij door de verdiensten en de voorspraak van de H. Maagd waardig moge zijn, om na dit leven met haar kind de vreugde der eeuwige zaligheid in te gaan. Door Christus onzen Heer. A. Amen. |
23
Als de priester bovengemelde oratie gesproken heeft, beproeit hij haar nogmaals met wijwater, zeggende ;
|
Pax et benedictio Dei omnipotentis, Patris f et Filii, et Spiritu sancti, de-scendat super te, etmaneat semper. Amen. |
De vrede en de zegen van den almachtigen God, den Vader, den Zoon en den H. Geest dale op u neder en blijve op u rusten, Amen. |
L. J. Chr.
-
;