ocr page 1

Vak 151

WERKEN.

VERTAALD DOOR

Itfeorffnw 1utll[dmiiia l)i!rf|f|oh' GEDENKSCHRIFTEN.

VAN

GEBRs. E. amp; M. COHEN.

ARNHEM—NIJMEGEN.

- HjsV

111

ocr page 2

i I ■ *

T --

M

ocr page 3

JULIUS STINDE.

De Familie BucUiolz (VierSe deel).

Mevr. Wilhelmma Buchliolz' GredenkscMften.

ocr page 4

DE FAMILIE BÜCHIOLZ

(vierde deel)

DOOR

JULIUS ST1NDE.

VERTAALD DOOR

GERARD KELLER.

/

•v\

ARNHEM—MIJMEGEN,

G E B Rs. E. amp; M. COHEN.

ocr page 5

GEDENKSCHRIFTEN.

SCHETSEN DIT HET LEVEN TE BERLIJN

DOOR

JULIUS STINDE,

Vervolg op: Mevrouw WILHELMINA BUCHHOLZ

VERTAALD DOOR

OERARZ) KELLER.

ARNHEM—NIJMEGEN,

GEBRs. E. amp; M. COHEN.

Vak 151

///

ocr page 6
ocr page 7

EEN BRIEF IN ANTWOORD.

Zeer geachte Heer Uitgever.

Het doet mij zeer veel leed U een weigerend antwoord te moeten geven, maar ik heb mijne redenen en als Wil-helmina Buchholz hare redenen heeft, is er niets met haar te beginnen. Dat zullen al mijne vrienden en bloedverwanten kunnen getuigen, wanneer gij eene wetenschappelijke statistische enquête instelt, gelijk thans gebruikelijk is, zoodra van wege de belastingen of iets dergelijks betwijfeld wordt, dat er zoo weinig in de laatste jaren wordt verdiend. Zij zenden aan mijn man de eene circulaire na de andere, maar hij heeft zich vast voorgenomen, als ze hem daarmede aan boord komen om te weten hoeveel mazen er in een volwassen kous gaan, te antwoorden: telt het maar zelf na, heeren, een eenvoudig staatsburger gelooft gij toch niet.

Natuurlijk wordt het dan minstens eene zaak voor het kantongerecht, maar als men het den menschen lastig maakt, dan raakt ieder uit zijn humeur, ook de weldenkende.

Ik kalmeer hem dan als hij begint uit te varen en zeg: ;»Karei, je moet niet zoo onverstandig toegeven aan je

ocr page 8

6

drift, maar bedenken, dat al lang de wetenschap het hoogste woord heelt en die doet haar werk met verbazende nauwkeurigheid. Je kunt niet meer zeggen: het moet zus zijn of zoo; maar je moet nagaan, waarom en hoe en om welke reden. Vroeger, bijvoorbeeld, kochten wij groente en vleesch, maar nu heet het hiernaast bij J ietti, volgens het nieuwe kookboek, koolhydraat en plasmatisch ceilenweefsel met zoo en zooveel stikstof....quot;

))En daar bedank ik voor,quot; riep mijn Karei. »Zoo dikwijls zij hiernaast op de eerste étage koul koken, riekt bij ons liet geheele huis er naar. Ze moet het klaarmaken als vroeger; toen stonk het niet.quot;

))Dat ligt aan de keukenmeid, die in den tusschentijd het water van de kool weder op de heete asch stort. Ik heb het haar streng verboden, maar je weet. Karei, 't is gemakkelijk iets te verbieden, maar nog veel gemakkelijker is het, zich daaraan niet te storen.quot;

»Dan moet Philippine maar weg.quot;

«Karei,quot;quot; zeide ik met een vriendelijk lachje, «een dienstmeisje, dat maar half goed is, mag men tegenwoordig een parel in haar soort noemen. Wat over het algemeen in dit artikel omgezet wordt, is jammerlijk; ik krijg al een rilling over 't lijf als ik aan 't verhuurkantoor denk. Maar als ik er heen moet om mij een nieuwe te laten aansmeren, dan is .het of ik naar het hok van een hyena ga. En wat duwen die mooie getuigen je in je maag? Men is blij als men ze met rouw- en kostgeld kwijt kan raken. Den voorlaatsten keer was het een meisje met een allervoorkomendst uiterlijk, dat de mooiste getuigen overlei. Nu, zei ik, hier heb je de godspenning, dus heb ik je gehuurd. — Wat is er bij mevrouw te doen? vroeg ze. — Ik verlang goed werk, zei ik. — Het werk is mijn zaak, zei ze. — Ik geloof, dat ik me vergist heb, zei ik, de godspenning geldt niet. Daar geeft zij me dadelijk den godspenning terug, dien ik met een spottend lachje weer opsteek, terwijl ik zeg: het komt me

ocr page 9

7

voor, dat wij niet voor elkander zijn geschapen, maar dat is jouw zaak. Ik groet je.

»Karei, je hadt eens moeten hooren, wat die furiën toen voor beleedigende dingen aan elkaar vertelden, de bijna gehuurde en de andere meiden, die er bijstonden. Ik hoorde zoo iets van valsche muntster, kale madam en: ze is dol enz., maar daar ik al zoo goed als buiten de deur was, trok ik me de getuigen die Philippine met haar eigen tong gaf, maar niet aan.

Wij geven die meisjes allemaal maar dezen zelfden botanischen naam om te weten, wat wij bedoelen, wanneer wij over haar spreken, daar men er geen een houden kan, deels omdat haar leven uit veranderen bestaat, deels omdat zij eigenlijk allemaal eender heeten. Zoo was bij oom Frits eene Emma en de Schmidts hadden ook een Emma en toen oom Frits zijne Emma plotseling tegen eene Anna had verruild, wist geen sterveling of die Emma de oude Emma was, ofwel de nieuwe Anna of Schmidt's Emma bedoeld werd, wanneer er sprake van eene Emma was. En wie kan ze onthouden die allen, die al zijn heengegaan. Men zou er een adresboek op moeten nahouden.

Daarom noemt oom Frits de zijne maar altijd door Philippine en wij volgen item in zoover na, daar het een-voudig en veelbeteekenend is. I Iet is gemakkelijk te onthouden en vergissingen worden voorkomen. Dienstboden willen zij niet meer lieeten en »julfrouwquot; zoo als bakkers, slagers, kruideniers en groentevrouwen haar betitelen, daar komt bij mij niets van in en daar zul niets van inkomen, al werd de order daartoe met een extratrein naar Eerlijn gebracht.

Ik behoor nog tot het oude geslacht.

Dat wordt menigeen dikwijls kwalijk genomen; men moet modern zijn.

Tegenwoordig wordt heel veel weer nieuwerwetsch, wat overoud is, zoo als men zien kan aan de pofmouwen, die

ocr page 10

8

onze grootmoeders precies zoo droegen als thans iedereen. Eene vrouw kan koken zooals zij wil en wat haar man niet lust, maar met de mode moet zij medegaan; daarvoor moet zij de zorgende hand aan haar eigen kleeding leggen; daarom ziet men thans de pofmouwen bij groot en klein, bij hoog en laag, en hoe heeft men een twintig jaar geleden daarover gelachen, toen de kleeren ons eng om het lijf sloten en de mouwen volstrekt niet van haar tijd waren, als niet bij de minste beweging de naden kraakten!

Dus, wat is er oud en wat is er nieuw?

Als men zoo 't een en ander beleefd heeft en er over nadenkt, dan komt men tot de overtuiging, dat het leven niet veel meer is dan een stuk speelgoed dat draait, zoo als men op de kermis voor een schelling of vijf groot kon koopen. Als men een handvatje omdraaide, kwam er een schaapje uit den grond, dan nog een schaap, dan een hert, een hond, eeu gans, een vos en het eene dier na het andere verdween weer hals over kop in een ander hokje aan den overkant en dan kwam het weer te voorschijn in zijn zelfde gedaante; trappeldetrap naar boven. Op zijn langst was het den volgenden dag kapot met het muziekje er bij.

Eene massa komt terug, als de wereld zich draait, precies als het schaapje, het hert en de hond, en het wordt door de kinderen en ieder, die niets anders dan spiksplinternieuwe dingen heeft, inet bewondering aangestaard en toch was het er al vroeger, hoewel misschien niet zoo opgevijzeld als men nu doet. Maar een massa ook is weg en bi ij ft weg.

Er is zoo veel, dat wij moesten vergeten en dat kunnen wij niet.

Vergeten is verliezen. Wie de lente vergeet, kan die bloemen in den herfst zijns levens hebben? Ik bedoel de bloemen der herinnering. Er zijn zeker ook distels der herinnering; maar ook de ziel heeft hare handen. Die raakt zij niet aan, tenzij ze een heel hartie hand heeft. En zulke loopen er ook rond.

ocr page 11

9

Als ik zoo die gruwelen lees, die de couranten mij eiken dag bij de koffie opdisschen en wij gebruiken ze als ontbijt, omdat ze tegelijk met het ontbijt gebracht worden en dit gelijktijdige zoowat tot de natuurwetten behoort — dan denk ik meer dan eens: vele van die voorvallen, die naar orde en rang onder de gerechtszaken vermeld worden, zijn maar met een menschenhuid overtrokken gedachten, van dèn anderen kant ontmoet men zooveel treffends goed, dat men geneigd zou wezen een prijsvraag uit te schrijven, waarom dit wordt doodgezwegen, daar de dag, die met de overpeinzing van een navolgenswaardig feit begint, bepaald nuttiger en opwekkender werken moet dan die, waarbij men om een dubbelen moord met doode-lijken afloop zijn ontbijt rekt.

Wel volgt er vaak op een somberen morgen een heldere dag, maar wie een vroolijken dag wil hebben, moet dien zelf vroolijk maken. Die daartoe in staat is, is een heele Piet.

Den vorigen zomer waren wij op een Zondagmiddag op de Hazenhaide. Hoe die veranderd is, zou men een vreemdeling niet aan het verstand kunnen brengen, ook al nam men den handatlas van Oelhagen en Klasing te hulp, dien mijn schoonzoon zich heeft aangeschaft, omdat hij niets mooiers en uitlokkenders voor zijn geld kon vinden. Waar voorheen de menschen bier dronken, daar zijn nu straten en waar zij voor niemendal in het gras onder de dennenboo-men lagen, en hetgeen zij hadden meegebracht oppeuzelden, daar moeten zij nu entré betalen en met geweld iets verteren, om toegelaten te worden. Dat is zoogenaamd vrij natuurgenot met gedwongen bier.

De heide is in eene stad veranderd, de zandwegen zijn goed geplaveide straten met hemelhooge huizen en het monument van vader Jahn, den uitvinder der gymnastiek, zal ook wel op zij gezet worden om meer bouwgrond te krijgen, want als men in deze streek niet om plaats ver-

ocr page 12

10

legen was, zou men toch het Elisabeths kinderhospitaal niet midden tusschen de hiertuinen hebben gezet. Rechts ligt l iet Hasenhaider-tentoonstellmgspark met twee muziekkorpsen tegenover Happold met een muziektempel voor horenblazers en links wordt ook naar vermogen gedraai-

o O

orgeld. Oniniddelijk daarachter liggen de scliietbanen, zoodat daarachter geschoten en daarvoor getutterd wordt, wat bij de kb ine zieke wezentjes waarschijnlijk het herstel zeer z:il bevorderen. Het zou ook kunnen zijn, dat zij bij tijds aan de militaire dingen gewend werden, in de werkdagen aan het schieten en des Zondags aan de opgewekte parademarschen; ik begrijp alleen maar niet, waarom Virchow zijn zegen aan dit gesticiit géven kon, daar hij toch anders zoo goed ziet wat er voor ongezonds in den staat wordt tot stand gebracht en waar het aan lm pert.

Wij wandelden met den menschenstroom naar buiten, bewonderden de gebouwen, die als paddestoelen uit den grond rijzen, zagen hall' met verbazing, hall' met medelijden, wat de inenschen al probeeren om hun dagelijksch brood te verdienen, hoe ze vnur eten om brood te kunnen koopen en zich als paljassen aankleeden om er maar een beetje fatsoenlijk uit te zien. En de rutschbanen zijn ook weer gekomen, nadat men ze sinds jaren niet meer had, terwijl ze in onze jeugd tot de merkwaardige uitspanningen behoorden. En daarnaast heelt men de Russische schommels, alsof er geen gelegenheid genoeg was om duizelig te worden.

Diciit bij die nieuwe wereld was er een van bijzondere grootte in werking en de kinderen vroegen en zanikten zoolang, tot zij vergunning kregen om eenige malen om te wentelen. Het ligt zoo in der menschen aard, dat zij bijzonder veel genot hebben in hetgeen beweegt.

Terwijl de kleinen door de lucht slingerden, sloeg ik gade wat de menschen zooal deden, wat op mijne plaats binnen de houten omheining nog al beperkt was, daar de men-

ocr page 13

11

schen bij klompjes voor de teut samenpakten, om het dobbelspel zich schaarden, o( bekeken wat zij niet durfden aanraken en dan weer opdundeu, wanneer zij hun dorst naar kennis hadden gelescbt en datgene wat verder komen mocht niet waard achtten om er geld voor uit te geven. Dan gingen zij door de puurt naar den grooten weg of ergens elders heen, waar liet ook mooi was en er kwamen weer andere menschen, om eens te zien of hier het genot even zulke schaduwzijden had als dat, hetwelk zij zoo pas hadden gesmaakt.

Bij die poort beleefde ik iets merkwaardigs.

De poort was, zuoals met dergelijke poorten meer het geval is, uit twee vleugels van ijzeren staven samengesteld, waarvan de eene wagenwijd openstond. Van de andere had een kind bezit genomen, een wurmpje in een lange jurk, een armelijk katoenen jurkje, dat in de week en ook op Zondag-dienst deed en al heel dikwijls was gewasschen. Het droeg kousen met gaten en schoenen, die niet bij elkaar pasten. Het had niets op; zijn licht blonde haren waren als op zijn hoofd geplakt. Maar met zijne zacht blonde oogen blikte het lachend het leven te gemoet, want het had een heerlijk speelgoed, namelijk de poortdeur. Die schouf het heen en weer en het bad pleizier in zijne daad en in zijne kracht, want het duwde er met lust en inspanning tegen, hoewel liet niet veel ouder dan twee jaar kun zijn.:

Als nu de poortdeur door het kind wijd geopend was, dan gingen de menschen in twee breede stroomen er in en er uit. Rechts ging men er in, links er uit. Maar als de kleine de eene deur had toegeduwd, dan moesten de menschen zich met de helft van den doorgang tevreden stellen en in plaats van reclits en links te houden maakten zij telkens eene kleine pauze om dan beurtelings er in of er uit te gaan.

Toen dacht ik bij me zelf: «waarom zegt nu niet een uit de menigte tot de vrouw: «neem toch je kind daar

ocr page 14

12

van daan: liet belemmert het verkeer.quot; Want de moeder stond erbij; zij was even armoedig gekleed als de kleine, maar zij had geen lachende oogen, maar een moedeloozen, nijdigen blik; hare oogen hadden het weenen opgegeven, daar het toch niet hielp.

Niemand echter sprak dat woord.

Ik wilde de zaak eens aanzien. Ik gaf aan de kinderen een paar kreuzers, om mee te spelen, zoodat ik zonder de aandacht te trekken kon blijven staan.

De kleine schoof de deur open en schoof ze weder toe en de menschen schikten er zich naar en lieten zich welgevallen wat het kind deed.

Niemand zei een woord en allen pasten op, dat zij het kleine kind niet stoorden of te dicht bij kwamen. Dat deden zij of het van zelf sprak.

Ik maakte er mijn Karei op opmerkzaam.

«Zoo is het hart van het volk,quot; zeide hij, «het past aan een kind, als het zijn natuurlijke aandrift volgt. En wat ik hier zie geeft mij de overtuiging, dat het aan alle ophitsingen toch niet gelukken zal om den ouden goeden kern door giftige leerstelsels te bederven. Dat doet mij recht veel genoegen.

»Dat doet mij ook pleizier. Karei, want je bent in den laatsten tijd knorriger geweest dan je vroeger ooit liet merken, en als je, om welke reden dan ook, weer in je humeur wordt gebracht, dan is liet me of de pianostemmer de snaren van mijn gemoed weer eens heeft nagekeken. Ik wou het kind eerst een pleiziertje doen — liefst met een kleinigheid of met wat lekkers — maar als je het beter vindt, zal ik maar eens met de moeder spreken, want men kan niet weten of dat kind, dat nog geen broek draagt, of het een pop dan wel een stokpaardje zou moeten hebben.quot;

Mijn karei gaf mij gelijk en ik ging naar de bleeke vrouw.

ocr page 15

13

sis dat uw jongentje?quot;

De vrouw keek mij aan of zij mij niet begreep. Toen knikte zij bijna onmerkbaar toestemmend.

Het was dus een hij.

»Ik zou hem wat willen geven,quot; ging ik voort. «Wat zou hij wel het liefste hebben?quot;

De vrouw wierp een blik op mij, als of zij in mijn ziel wilde lezen en scheen nochtans zich minder met mijn ziel dan met mijn nieuw zomertoilet te bemoeien.

))Wat heb ik u gedaan?quot; vroeg zij in een vreemden tongval, »dat gij mij en mijn kind beleedigt; wij willen geen geschenken: als mijn jongen groot is, zal li ij zelf wel nemen waarop hij recht heeft.quot;

In plaats van te antwoorden, kocht ik aan een kraampje in de buurt een paar honigkoekjes en gaf die aan het kind. Het nam ze aan, beet er in en hield ze toen aan zijn moeder voor om er van te proeven.

»Vrouwtje,quot; zei ik, «waar woon je ? Er moet iets voor je jongen gedaan worden; daar zit een hart in. Het ga-it je niet best....quot;

sNeen,quot; viel zij mij op bitteren toon in de rede, «fluweel en zij draag ik niet.quot; En daarbij keek ze naar mijn japon, eene heel eenvoudige van Gerson, die ik tegen verminderden prijs had gekocht.

«Neen, maar grofheden laat ik me niet zeggen,quot; antwoordde ik haar kortaf. Ik had het goed met je jongen voor en ik wilde hem minstens een prettigen dag bezorgen. Maar jij bent zijn moeder en je moet het dus het best weten wat hem toekomt. Ik groet je.quot;

Met de moeder was ik nu klaar, maar nog niet met het jongentje; als ik mij eenmaal iets heb voorgenomen, dan zet ik het ook door, en daarom kocht ik een rood en blauw geverfd wagentje voor hem. Toen ik daarmee terugkwam, wat de moeder volstrekt niet gedacht had, en het aan den knaap gaf, die met groote ronde oogen met ver-

ocr page 16

14

wondering mij aankeek eer hij liet durfde aanraken en honden, toen was hare nijdigheid op eens geweken. Misschien was zij dan ook, terwijl ik weg was om het wagentje te koopen, tot betere gedachten gekomen, en verlegen stotterde zij:

))Ik meende het niet zoo, ik meende... met ons meent men het nooit goed . .. allen meenen ...quot;

. «Vrouwtje,quot; zei ik, «laat dat meenen nu maar rusten, daarmee krijgt de jongen niets aan of in zijn lijf, en dat lijkt mij allebei nog al noodig. Bovendien heb ik geen tijd meer. Dus waar woon je? Dan kunnen we over de zaak nader spreken.quot;

Daar zij begreep, dat ik de rest van mijn leven niet in dat gedrang van menschen kon doorbrengen, kwam zij met liet nummer van haar huis in de Skalitzer straat voor den dag en ik beloofde haar wat afgelegde kleertjes van mijn kleinkinderen te zenden, die het verstellen niet meer waard waren, maar die in den zuid-oostkant van Berlijn den indruk maken van een zondagspak Onder de Linden, vooral wanneer men op een derde achterplaats drie verdiepingen hoog woont en daar nog tot de onbemiddelden onder de armen behoort.

Hoe slecht zij het had, vernam ik later en ook het waarom en hoe, want meestal is menschelijke ellende het gevolg van bepaalde oorzaken, ofschoon menige ellende de menschen ook overkomt als eene verkoudheid: zonder dat men het er naar maakt, krijgt men het beet.

Mijn Karei was ook het wachten al lang moede en de kinderen moesten er zich in schikken. Wij gingen dus verder om den namiddag hier of daar rustig door te brengen, wat door de eindelooze vermeerdering van gelegenheden tegenwoordig veel meer hoofdbreken kost als anno zooveel vóór de uitvinding der wereldstad.

Zeer waarde uitgever, wat moet gij van mij denken?

Gij schrijft me een brief vol lof en stelt mij voor mijne

ocr page 17

gedenkschriften uit te geven. Gij legt een stapel brieven uit verschillende werelddeelen over, waarin gevraagd wordt of mevrouw Buchholz niet spoedig weer iets van zich zal laten hooren. Het wordt zoo zachtjes aan tijd.

Ik deed het ook gaarne om de menschen pleizier te doen maar... het gaat niet.

Ik heb er doodeenvoudig geen.

Gedenkschriften toch zijn beschrijvingen, tioe men aanzienlijke personen 1 leeft ontmoet, terwijl, als de geschiedenis erbij te pas komt en bloedverwanten in meer of minder ver verwijderden graad erin betrokken waren, steeds onder eede bevestigde papieren voorhanden moeten zijn. Maar ook zulke geschiedenissen zijn in onze familie niet gebruikelijk en als zij toch mochten voorkomen, schaamt men zich er over te spreken, daargelaten nog dat men zich op de boekenmarkt te grabbelen gooit.

Zeker, hue grooter eene familie is, tioe meer de leden ervan trouwen, hoe meer takken zich vormen, zooveel te meer redenen ontstaan er om de geschiedenis maar voorbij te gaan, en is zij tot een lawine gewassen, dan gebeurt er elk oogenblik iets, hetzij met de kinderen of de neven, of met de nichten; ja zelfs de ooms goneeren zich dikwijls niet. Ik ken eene familie, die zoo sterk vermenigvuldigd is, dat er altijd een ziek is of gestorven eu ze komt nooit uit haar droefheid of rouw; ze neemt dan ook het krip bij geheele stukken. En onlangs — zij waren bij uitzondering zonder tloers en gitten en verheugden zich al op de bruiloft van een neef en nicht, die reeds bij herhaling was uitgesteld, omdat men pas eene begrafenis gehad had of er spoedig eene zou krijgen, — stierf de naaste, geheel op zich zelve levende tante. Maar dat verwonderde niemand, die haar kende: zij legde het er altijd op toe om onaangenaam te zijn.

Wie hieraan twijfelt, behoeft maar eens een album van photografiën met eenige aandacht te beziel itigen, of met

ocr page 18

16

den vinger deze of gene aan te wijzen, en naar zijn levensgeschiedenis te vragen. Weliswaar wordt niet alles gezegd wat bij iemand opkomt, maar als men alles eens hoorde, zou er dan nog wel ééne familie zijn, die beweren kon, dat onder de leden louter engelen waren?

Daarom is het zeer wijs verordend, dat de photografie wel het uitwendige zeer getrouw weergeeft, maar het inwendige verborgen laat blijven. Alleen de Bergfeldteu maken daar geen geheim van. Mevrouw zegt aan iedereen, wien zij haar zoon laat kijken: dat is mijn Erail, die heeft zich doodgeschoten. Maar 't i.s zijn schuld niet, 'tis de schuld van die twee heksen. En dan slaat zij het blad op, waar Emils vrouw en schoonmoeder staan en beukt er met den vuist op, waardoor de portretten al heel wat minder duidelijk zijn geworden. Toch bevalt mij de openhartigheid van de Bergfeldteu beter dan wanneer ik zie hoe de Krause's het portret van hun Eduard naast dat van Columbus steken en zeggen, dat hij tegenwoordig op eene ontdekkingsreis is, die de schoonste resultaten zal opleveren, terwijl hij met al het Grieksch en Latijn, dat hij geleerd heeft, toch maar gewoon matroos is en God mag danken, dat er iemand geweest is, die vóór hem Amerika heeft ontdekt, want anders zou hij daar nooit gekomen zijn. Waar hij thans zit, weten zij relf niet, alleen, dat zijn schip naar Baltimore of daaromtrent bestemd was. Van jongs af had hij nooit lust in schrijven.

Hoe vele Emils en Eduards, Emilia's en Eduardinen niet te voorschijn zouden komen, als men het eens in rondvraag bracht en op straffe gehouden was er een antwoord naar waarheid op te geven. En als zij nog jong zijn, wie kan dan voorspelen, wat er nog van hen groeien zal ? Welk lied en welke beschrijving zal er eens bij hun portret in het album moeten gevoegd worden of komen die in de gedenkschriften?

Wie is verantwoordelijk voor 't geen de kinderen worden ?

ocr page 19

17

Men verlangt steeds, dat de volwassenen hun tot voorbeeld zullen strekken. Dat is heel gemakkelijk gezegd, maar een goed voorbeeld te geven, dat is nog al lastig. Als bijvoorbeeld mijnbeer Kleines vooruitslentert, wie bm hem dan volgen?

Wat mijnbeer Kleines in Amerika uitvoert, dat boort men maar bij geruchte. Sommigen zeggen, dat hij een dollars-fabriek heeft, anderen dat hij generaal is geworden. Oom Frits meent, dat hij zich toelegt op de teelt van groote rozijnen.

Ik beweer: in alle keukens is er gerij, waaraan een scherlje mankeert, zelfs in de voornaamste, en iedere familie beeft een lid, waar een steeivje aan los is; maar het een wordt niet op tafel gebracht en het andere niet op het tapijt.

Van deze soort gedenkschriften, waarde heer uitgever, heb ik niets: dan moet gij u tot iemand wenden, die dat beter verstaat dan ik en voor zijn taak berekend is. Mijn gezichteinder is te beperkt; dat reikt niet verder dan de Landsberger Strasse.

Maar als gij gedenkschriften bedoelt, zoo als men vroeger daaronder verstond, met nachtelijke schaakpartijen, prachtige zeeroovers, onderaardsche torens, vader- en moederlooze jongelingen, die later heel andere 'personen zijn, jonkvrouwen, die nog veel mooier er uitzien, wanneer zij op de gitaar spelen: zulke dingen heb ik ook niet in voorraad.

Indertijd was er te Konstantinopei wel gelegenheid geweest zoo iets te beleven; de geschikte plaats althans was er, maar toch bleven de gedenkschriften weg. Slechts eene enkele geschiedenis werd mij daar verteld en wel van een jeugdigen pleizierreiziger, die volstrekt een harem wilde bezoeken. Nu komt een vreemde man onder geen omstandigheden daarin, maar daar hij er altijd op nieuw van begon en er zich niet liet afbrengen, deden zij het ten zijnen gevalle, eenige Duitschers namelijk, die aan den

SiLNDb:, Geden kschriften. 2

ocr page 20

18

Gouden Horen al thuis waren. Zij hadden waarschijnlijk ingezien, dat waar men met redeneering niets op hen vermocht, de menschen voor feiten moesten geplaatst worden, die tegen de dikte van hun schedel opgewassen waren.

Toen hij aan hunne woorden maar volstrekt geen geloof wilde slaan en beweerde, dat hij vaak gelezen had, hoe menigeen hoogst belangrijke avonturen in een harem had beleefd, dat hij volstrekt niet bang was en dat liet gebeele Oosten niets te beteekenen had, wanneer men niet een enkele maal kennis had gemaakt met de od ilisken van een ouden krombeenigen pacha met vier paardenstaarten, toen zeiden zij, dat, als hij een plechtigen eed aflegde, stipt deed wat zij verlangden, zich zonder verzet aan hunne bevelen onderwierp en hen niet zou verraden — zij dan zijne begeerte bevredigen zouden en hem toegang tot een harem zouden verschaffen. Hij moest echter voorzichtig zijn, want de Bosporus was diep en de visschen, die hij aan de tafel van het hotel gegeten had, hadden hunne vetheid alleen te danken aan de lijken, die zij in zeeluid-den gevonden.

Des avonds kwam een draagstoel voor, want dit door menschen gedragen voertuig is de eenige op de echte bergpaden van Pera bruikbare droschki, en haalde liem af, nadat zijne oogen geblinddoekt waren. Waarheen men hem bracht, mocht hij niet weten, en waarom hij niet zien mocht, zoo verstandig was hij niet, dat hij daarover nadacht. Genoeg, dat, toen zij hem uit de apenkast lieten, hij zich op een plein bevond en een slaaf, die uit de «Fatinitzaquot; scheen weggeloopen, hem in een binnenkamer bracht, waar op een divan drie gesluierde schoonen zaten, die hem met de donkere oogen der Oosterscbe vrouwen aanstaarden.

De jonge man was natuurlijk buiten zich zeiven; hij was in een harem en de pacha was naar de bierkneip of ergens anders; althans hij was niet tegenwoordig.

Hij wendde zich tot de Zulima's en verzekerde, dat dit

ocr page 21

19

het gelukkigste oogenblik zijns levens was, nn hij de eer mocht hebben een bezoek te brengen aan de schoonsten der schoonen.

De schoonsten der schoonen knip'en met de oogen en wuifden met de waaiers, maar zeiden geen woord.

Hij zette toen deze soort van gesprek voort, waarbij hij een verliefde solo voordroeg, die door geen wederliefde werd beantwoord. Daar valt hem op eenmaal in, dat hij niet te Berlijn op theevisite is, maar in gezelschap van dames die het zoogenaamde Turksch spreken, waarvoor hij, die dit op het Fransche gymnasium niet «gehadquot; had. bepaald «passenquot; moest. Opmerkelijk was het echter, dat bij alle geschiedenissen die hij had gelezen, de onbekendheid met de taal nooit belet had, dat men elkander verstond. Men kwam en zag en kende de vreemde taal.

Sedert ik in het Oosten was, koester ik omtrent de waarheid van die historie eene reusachtige verdenking en toch is mij het wonderbaarlijke geval overkomen, dat men mij heeft gevraagd, of ik werkelijk de reis had gemaakt, die ik in »De familie Buchholz in het Oostenquot; heb beschreven. Hoe zou iemand aan zijn lessenaar kunnen reizen? En wat hebben menschen, die zulke vragen doen, weinig verstand van reizen! Nu, voor die heeft WilhelminaBuchholz hare pen dan ook niet in de inkt gedoopt.

Toen het jonge mensch nog niet wist met welke van de drie hij zou beginnen en wat hij tot haar zeggen zou, terwijl de odalisken met elkander keuvelden en ginnegapten en hem toelachten en vragen deden, waarop hij geen antwoord kon geven, werd er op eens op de deur gebonsd en hoorde hij een heidensch leven.

De meisjes gilden; eene viel in zwijm; de slaaf stormt binnen. Men hoort het kletteren van wapenen en het vallen van schoten. De jonge man wordt doodsbleek. Eene oude slavin komt van achter een gordijn te voorschijn.

„Vlucht, schoone Frank,quot; fluistert zij hem toe; „de pacha

ocr page 22

20

zal u vermoorden, als hij u ontdekt. Die drie worden morgen in een zak in den Bosporus geworpen. Kom mee door het achterpoortje.quot;

Zij sleurt hem met zich mede in het duister door een poortje en brengt hem in de open lucht. Maar daar waren ook van die lui, die schreeuwden en om zich heen sloegen. De slavin hield hem bij de hand vast en trok hem met zich mede over steenen en kuilen en eindelijk langs eene heg van cactussen, waarvan de stekels hem prikten en wondden. Toen was hij gered. De vrienden waren in de nabijheid en brachten hem in het hotel. Den volgenden dag reisde hij af. Wat een harem was, dat wist hij nu.

Dat, wat hij bij dit avontuur had bezocht, was intus-schen evenmin een harem als een eerzaam burgerhuis in Berlijn, waar men niet afkeerig is van een grapje. Eender Duitschers had de Armenische familie, bij wie hij op gemeu-beleerde kamers woonde, persoonlijk, door de moeder en twee dochters vertegenwoordigd, bewogen om deel te nemen aan de fopperij van den jongen man, die zoo begeerig was een harem te zien. En daar men in het Oosten al evenveel van eene aardigheid houdt als op de Germaansche breedtegraden, werd de scherts in alle volkomenheid uitgevoerd. Wat de oude slavin betreft, in het gewaad van deze stak de jonge man, die mij de geschiedenis verhaalde, toen wij bij Janni in de groote Perastraat een potje Löwenbrau dronken.

Dat is het eenige stuk gedenkschrift van avontuurlijken aard, en daar het hooren zeggen iets anders is dan met eigen oogen zien, neem ik de verantwoordelijkheid er voor niet op me. Voor „De Familie Buchholz in het Oostenquot; echter stel ik mij geheel en al verantwoordelijk; die is zoo waar en juist, dat men er zijne reis geheel naar kan inrichten, waarover dus knappe menschen, die nooit daar waren, natuurlijk een onjuist oordeel vellen.

Nu zullen u de redenen wel duidelijk zijn, waarom ik geen gedenkschriften schrijf.

ocr page 23

21

Ik sprak er ook met oom Frits over, en vertelde hem, dat u herinneringen uit vroeger dagen verlangde. Hij zei: «wat gaan ons die dingen uit vroeger tijd aan? Die bekommeren zich ook niet om ons.quot;

Dat is echter niet zijne ware meening. Ik weet heel goed, hoe hij in liet verleden leeft, als men de dagen, toen hij met al de aanzienlij leen des lands ten oorlog trok, het verleden wil noemen. Voor hem zijn die onvergetelijk. En als iemand daar iets van zegt, dan hindert hem dit en als hem iets hindert, dan wordt hij woedend. Hij houwt er wel niet zoo woest meer op in als voorheen, maar rustiger en dan slaat hij nog erger raak.

Is hij daarentegen in zijn nopjes, dan is hij er niet uit te slaan. Wat zou ik van hem kunnen vertellen! Zijn geluk vindt hij in het huisgezin en daarin voelen wij ons allen tevreden.

U verlangt nu mijne gedenkschriften.

Die zijn er niet als de kinderen nog in hun vlegeljaren zijn. Wie kan er pleizier in hebben te hooren wat die schapen doen en zeggen, zoo als iedereen ? Komt men daarmede bij vrienden aan, dan halen die hun neus op en zeggen; »de-onze zijn hun leeftijd veel meer vooruit, om van hun aanleg niet eens te spreken. Wat gaan ons de kinderen van andere menschen aan?

Ziet u, dat is zoowat het eerste half dozijn van mijne redenen, waarom ik aan uw geëerd verlangen niet kan voldoen, hoe mij dit ook spijt, want ik heb geschiedenissen liggen, alleen van mijne Philippines, meer dan men op een olifantshuid kan laden. Maar die laat ik maar rusten, want ik ken, goddank, mijn fatsoen.

ocr page 24

DIENSTBODEN NOOD,

En hoe ge ook aandringt... ik doe het toch niet; ik doe het bepaald zeker niet, mijnheer de uitgever.

Zeer zeker blijkt gij in zoover een sluwen en scherpen blik te bezitten door te vermoeden, dat er in een geheim laadje van mijn schrijflessenaar een pakje aanteekeningen ligt, want ik zeg met Goethe, wat men zwart op wit zet, dat bezit men: maar dat laat ik mijn huis niet uitkomen. Het viel mij namelijk jaren geleden in, dat het meest noo-dige wat nog ontbreekt, eene grammatica voor dienstmeisjes is, waaruit eene jonge vrouw of eene, die het vooruitzicht heeft aan de hoogere voedingsruif gebonden te worden, en wier naam misschien reeds in het kastje van den burgelijken stand prijkt, het een en ander over de dienstbaren lezen kan, even als de jongelui van het gymnasium zich op de hoogte kunnen stellen van den toestand der oude Grieken en Romeinen, waardoor zij later aan de universiteit vooruitkomen en hunne promotie in den staatsdienst kunnen bevorderen.

Ik dacht daarbij vooral aan mijn oogappel, aan oom Frits' Wilhelmina, die nog haar ganschen levensloop vol bochten voor zich heeft en niet het minste begrip koestert, hoe zwaar het valt grootmoeder te worden. Als ik zoo tot mij

ocr page 25

23

zelve inkeer en zeg: aan die schoone lieve engel zal niets gespaard worden van al hetgeen gij hebt moeten ondervinden, Wilhelmina, hoe gij n hebt afgebeuld, hoe moeielijk dit u vaak viel, hoe het er- op aankwam op het juiste oogenblik het juiste te doen, hoe het zoete des levens met theelepeltjes werd toegediend en het bittere daarentegen met emmers vol en altijd door de dienstmeisjes; als men zich dit voor de voeten werpt, dan is bet zoo duidelijk als liet snijden van brood, dat men behoefte gevoelt om zulk een boek te schrijven. Geen ervaring zal ik verzwijgen, zelfs die niet, waarvan ik zelve de schuld droeg, opdat mijn barteliefje in den strijd met de keukendraken al de streken van deze kent en er dadelijk achter is, als zij iets tegen haar volk in den zin hebben, ten einde dit te voorkomen, al beweren de mannen oolc, dat wij de kunst niet verstaan om dienstboden te behandelen. Zelfs mijn Karei is nu en dan van die meening en juist als ik geloof, dat ik hem van het tegendeel overtuigd heb, wil bet noodlot gewoonlijk, dat er iets met de heldin van den bezem gebeurt, en met een spottend lachje wijst hij daar dan op en prijst zijn eigen logiscii verstand. Zoo langzamerhand is het mij echter volkomen duidelijk geworden, wat de mannen onder logica verstaan; wanneer wij echter ons daarop beroepen, dan heet dit zucht om gelijk te hebben.

Laatst kwam oom Frits. Ik was in de kamer ernaast, nadat ik zoo pas met mijn man een klein verschil van meening had gehad — want wie werkelijk de logica op zijn hand heeft, trekt zich terug — en keek zijn goed na dat uit de wasch was gekomen, omdat ik de vrouw niet ben, die zich wreekt door een knoopje niet aan te zetten, en de twee maakten gebruik van mijne afwezigheid, want anders zouden zij zeer zeker geen gesprek gevoerd hebben, dat zelfs de familiegrenzen overschreed, welke, met bet oog op misbruik, jammer genoeg, zelfs in den beschaafden burgerstand gewoonlijk nog maar al te dun zijn getrokken.

ocr page 26

24

»Waar is uw oudje?quot; vroeg oom Frits.

In plaats van boos te worden over die kazernetaal, ging de heer Karei Buchholz in denzelfden trant voort en antwoordde: »zij eet haar gram op.quot;

«Waarover?quot; vroeg oom Frits.

«Je bent toch ook getrouwd, hoe kunt ge het dus nog vragen. Eerst had zij iiet met Philippine aan den stok, toen kreeg zij mij te pakken. Omdat ik niets met het standje te maken had, werd ik boos en toen werd zij boos, omdat ik boos was, dat zij boos op het meisje was geweest. Maar het ergste was, dat zij ten slotte logisch ging worden.quot;

«Och kom, wat zeg je!quot; riep oom Frits op een toon, waaruit ik eerst niet kon opmaken, ol' hij partij vatte voor de zuster of voor haar man. Waarom zou men zijn hersens met raadseltjes bezig houden, daar de mannen toch tegenover vrouwen het allen eens zijn. 't Is een groot geluk, dat zij ons niet missen kunnen. Hoe zou mijn Karei het maken, als ik niet voor zijn uiterlijk zorgde? Heb ik, om maar één voorbeeld te noemen, niet altijd zijne hemden, door ze niet buiten's huis in de wasch te geven, tegen chloorkalk beschermd? Maar heeft hij daar besef van?

Ik had wel gedruisch kunnen maken door een naaikistje op den grond te laten vallen of, door te hoesten, eene verkoudheid kunnen voorwenden, maar waarom zou ik die kunstjes verkoopen, daar mijn Karei toch weten moest, dat ik binnen het bereik van zijne stem was en als hij niet plotseling door blindheid was geslagen, moest hij toch zien, dat de deur zoo goed als wagenwijd openstond. Ten minste drie handbreedten.

»Zeer aardig,quot; zeide Frits.

))Het onweer trekt wel weer af,quot; zeide mijn Karei na een oogenblik stilte. »Ik geef u de verzekering, dat het niet aan mij lag.quot;

))Je behoeft je zelf de schuld niet te geven; die zwijgt heeft ongelijk.quot;

ocr page 27

25

Dat ik niet opstoof en tusschenbeide kwam was wei een bewijs van groote zelfbeheersching; ik had wel eens willen zien wat er gebeurd zou zijn, als ik een Krause was geweest.

Ik lachte in mij zelve, maar het was het zoogenaamde ijskoude lachen, dat in de romans altijd voorkomt, wanneer de zaken verkeerd loopen. Ik luid gezwegen, dus had ik ongelijk. En dat noemen de mannen logica!

Vooreerst zweeg ik volstrekt niet, maar was ik 1 .een-gegaan, om mijn Karei te sparen, omdat het verkeerd voor hem is, als hij zidi driftig maakt, en omdat, als hij eens aan zijn drift toegeeft, hij scherpe aardigheden zegt, die hij van oom Frits heeft overgenomen. Ik vroeg hem alleen maar om eene ernstige strafpredicatie tegen het meisje te houden, daar ik den woordenschat, die mij ten dienst staat, volkomen had uitgeput zonder een zweem van gevolg.

■ En wat antwoordde hij? Wilhelmina, als iedereen preken wilde, wat bleef er dan voor de dominé's over? Die eeuwige predicaties leiden tot niets; zij maken het meisje hoogstens onverschillig. Het overtollige maakt ze stomp.

Juist, omdat zij onverschillig is, moet zij attent worden gemaakt. Als je iemand iets tweemaal zegt en hij doet het niet, en driemaal en hij doet liet nog niet, volstrekt niet, en dan voor de vierde maal en hij verdraait liet, kan je dan zwijgen? Neen, dan pak je ze aan op de wijze, die de wet aangeeft en doe je dat niet, dan pakt zij jou aan en dan ben je er bij. Zie je, zoo versta ik dat overtollige en ik kan niet zeggen, dat het mij stomp maakt; integendeel, mijne zenuwen worden zoo gespannen, dat ik ze bepaald voel kriebelen.

»De mijne ook,quot; antwoordde hij; »zij steken mij bepaald.quot;

Toen hij dat gezegd had, ging ik heen: hier zouden alle verdere praatjes de zaak erger gemaakt hebben en dat wilde ik vermijden. Van zwijgen kon dus geen sprake zijn.

ocr page 28

2ö

En gelijk had ik.

Oom Frits wist van niets; die was er zelfs niet eens bij geweest. Maar dat is nu de oppervlakkigheid van onze dagen; men heeft den een of anderen mooien zin gehoord en verkoopt lt;he ais wijsheid, ot hij te pas komt of niet. Neen, mijn waarde heer broeder: niet hij, die zwijgt, heeft ongelijk, want men zwijgt heel dikwijls niet; ofschoon men het volste recht daartoe hééft, vindt toch zulk eene onthouding geen waardeering. Kan men het dan aan de dames kwalijk nemen, dat de eisch der erkenning van de rechten der vrouw steeds dringender wordt?

Zoo ik nu en dan mijn Karei verzoek eens zijn woord van gezag te doen liooren in huiselijke wederwaardigheden, dan moet daartoe toch wel noodzakelijkheid bestaan. Maar ook daarvan had oorn Frits geen flauw begrip, want anders had hij onmogelijk mijn Karei aangehitst door te zeggen.

«Weet je zwager, ze — ja verbeeld je die ze was ik — is een veel te scherpe opzichter voor zoo'n klein terrein. Vroeger, toen de familie nog bijeen was, en gij haar met steunpilaren vermeerderde, toen kon zij naar hartelust zich doen gelden, zonder dat er een uit de troep te veel kreeg. Thans echter, nu haar geheele machtsuitoefening slechts op eene enkele dienstbode is geconcentreerd, jou zelf tel ik niet mee, omdat ge aan standjes gewoon zijt — moet liet ongelukkige wezen het natuurlijk voor

allen bezuren.quot;

»Eu ons tegenwoordig meisje is zoo zacht en bescheiden,

zonder eenige pretensie ...quot;

Dat was mij te veel. Toch bedwong ik mij. Kalm en bezadigd trad ik, als de Medea in de komedie, in mijn rood en zwart gestreepte morgenjapon de kamer binnen en sprak slechts dit veelbeteekenende woord:

«Karei, je vergist je heelemaal.quot;

De uitwerking van die woorden was zoo als ik verwacht had. Mijn Karei wist niet hoe hij zich houden moest en oom

ocr page 29

27

Frits zette een gezicht waarop duidelijk te lezen stond, dat hij zoo gauw mogelijk wilde maken, dat hij wegkwam, maar ik zei: «Blijf, nu zult ge ook mij moetenaanhooren; mij kan het niet onverschillig zijn of men mij verkeerd of juist beoordeelt en van mijn Karei verlang ik, dat hij mij ter zijde zal staan, want Leentje is zulk een huichelachtig schepsel, als er nog geen door de voorzienigheid in het aanzijn werd geroepen. Je zegt, dat zij geen pretensie heeft. Karei, maar wat zeg je er dan nu van, dat zij pretendeert dat, als het op haar uitgangs-Zondag regent, ik haar in de week een avond moet geven als het goed weer is, om zich wat in de lucht te gaan opfrisschen. Als ik haar op gepaste wijze onder het oog breng, dat zij zkh dan maar tot Falb moet wenden, daar deze over de weersgesteldheid beschikt, vraagt zij wie dun het zieken-geld betaalt, als zij door gebrek aan koolzuur haar gezondheid verwoest. Het verwondert mij maar, dat zij niet verlangt, dat ik haar een rijtuig geef.quot;

«Zij ziet er ook bleek uit,quot; voerde mijn Karei tot hare verschooning aan.

«Omdat zij den ganschen pot met pruimen in 't zuur heeft opgesnoept. Ik hield die altijd voor compote om bij voorkomende gelegenheden te gebruiken, want zij waren door en door zuur, en konden het meest geharde keelgat trotseeren. Dat verdedigt nu mijn Karei. Geen wonder dat zij er uitziet als haar eigen scliim. En dit zult gij mij toch toestemmen. Frits, dat voor iemand, die zóó met het zure omspringt, het zoete, dat ingemaakt is, slechts een hapje kan zijn.quot;

»lk heb geen verstand van compotten,quot; zeide oom Frits, om op die manier aan zijne inmenging in de zaak een einde te maken. «Bovendien,quot; voegde hij er na een oogen-blik beraad bij, «zou ik er een pot met dubbel zooi-kauwende neushoorn bij zetten, dat is goed tegen zuur. Misschien wordt ze dan door haar snoepen gezond.quot;

ocr page 30

28

))Ik zou voor geen geld die snoepachtige deern natron koopen, als zij haar maag met mijn inmaak bedierf! Die verzekering tegen ongevallen zou wat al te ver gaan. Neen, ik laat ze bij mij binnen komen en jij, beste Karei, moet haar eens doen gevoelen hoe ontevreden ik over haar ben en dat zij veranderen moet, of, zoo niet, dat er ernstige maatregelen tegen haar genomen zullen worden. Je kunt er laten invloeien, dat we een diender zullen halen of iets anders, dat haar schrik aanjaagt, — bedenk wel dat als zij gelijk krijgt, zij mij dan de baas is, zoolang als wij haar hier in huis hebben. Ik heb haar briefje al opgemaakt; als zij koolzuur verlangt, stel ik den geheelen dampkring tot hare beschikking.quot;

Zonder den heeren der schepping tijd te laten tot zoogenaamde logische beschouwingen, drukte ik stevig op de electrische bel en trok oom Frits met mij mede in de kamer daarnaast, waarvan ik de deur zoover openzette, dat voldoende geluidsgolven er door konden.

Ik houd niet van luisteren, want het is zeer hinderlijk als dienstboden het sleutelgat tot telephoon gebruiken: thans echter, in dit geval, gold het uit een hinderlaag de persoon in hare eigen strikken te vangen; ook was ik zeer erg nieuwsgierig iioe mijn Karei zich daarbij gedragen zou: als aanklager, verdediger of president der rechtbank in persoon. Oom Frits had er een dolle pret in; hij zat zich bij voorbaat al te verkneukelen.

Het meisje kwam; wij loerden en hielden ons zoo stil of wij vastgespijkerd waren.

«Heeft mijnheer gebeld?quot; vroeg zij.

Mijn Karei bracht zijn keel in orde en zeide: «hum.quot;

Oom F rits wilde er van doorgaan, maar ik wenkte hem, dat hij zich dood stil zou houden.

Toen viel mij in, dat ik het ergste van Philippine nog niet aan mijn Karei verteld had, namelijk dit: daar wij toch, wegens het bestendig verschil omtrent den gasmeter

ocr page 31

29

daarbuiten, evengoed petroleum branden als in de andere vertrekken, zij, toen onlangs de keukenlamp walmde, — wat hare zaak is — mij zoo kalm mogelijk verweet, ))dat zal mijnheer wel gedaan hebben.quot; Waar blijft de mannelijke eerbied voor den heer des huizes, als de dienstbaren hen aansprakelijk stellen voor de keukenlamp, of mij zonden willen aanleunen, dat ik geen havanna van een stinkstok kon onderscheiden !quot;

Zulke gedachten doorkruisen photografisch de hersens, en ik had nog een massa andere dingen van dien aard kunnen bedenken, eer mijn Karei aan zijn vloeiend redenaarstalent lucht gaf.

Ik wilde hem al aansporen: »Karei, pak ze nu aan,quot; toen hij den draad van zijn betoog al gevonden had.

»Leentje,quot; begon mijn Karei, «of Helena — ik weet eigenlijk niet precies hoe je heet.quot;

»Magdelena,quot; zei zij zacht. En ik ben overtuigd, dat zij daarbij zulke onschuldig neergeslagen oogen zette als altijd, wanneer zij iets kapot had gesmeten en mij wilde wijs maken, dat zij het nooit anders dan in scherven gekend had. Als ik dan zeg: „het was heel,quot; dan zegt zij: «maar niet in mijn tijd.quot; Bewijzen heeft men niet en men moet het maar vernieuwen, daar mevrouw volgens de wet, altijd aan het kortste eind trekt.

Het viel mijn Karei vreeselijk zwaar.

»Alzoo Magdalena?quot; begon hij weder.

»Om u te dienen,quot; antwoordde zij smachtend.

«Een mooie naam,quot; zeide mijn Karei.

Oom Frits zette zich met zooveel kracht op de kanapé, dat wij in de kamer haar hoorden kraken, toen mijn Karei plotseling van toon veranderde en zeer deelnemend zeide: «Magdalena, is er dan niets aan te doen, dat gij anders wordt, zoodat mijne vrouw niet altijd je moet beknorren.quot;

«Ach,quot; antwoordde zij, «laat mijnheer zich daarover maar niet naar maken, ik trek het me ook niet aan.quot;

ocr page 32

30

Ik stond verplet, toen ik dit hoorde. Oom Frits daarentegen beet in het kussen en werkte met handen en voeten, alsof hij in de Spree lag en bang was om te verdrinken.

Mijn Karei deed dit antwoord volstrekt geen pleizier en op een strengen toon, die mij goed deed, sprak hij: »Je moest zulke opmerkingen maar voor jo houden. Mijn vrouw is inde hoogste mate ontevreden over je, en als je op die manier voortgaat, maak ik van de rechten gebruik, die de wet mij geeft.quot;

«Ik heb altijd mijn plicht gedaan waar ik was,quot; zeide zij zacht, sen overal heb ik de beste getuigenissen. Mevrouw heelt ze zelf gelezen.quot;

))Iedereen moet zijn plicht doen, dat is geen bijzondere verdienste. Maar hier betreft het pruimen in 'tzuur, een geheele pot vol pruimen in 't zuur. Waar zijn die gebleven ?quot;

))Er waren er al geen meer, toen ik kwam,quot; loog zij met zulk een onschuldig gezicht, dat ik zelf bijna een oogenblik twijfelde, of zij er werkelijk misschien niet allen konden geweest zijn. Maar dat was twee jaar vroeger.

»Volstrekt geene?quot; vroeg mijn Karei, met de slimheid van een politie-man.

»0 ja, maar die ...quot;

Toen begon zij te schreien. Ik spande .mijn trommelvlies; oom Frits richtte zich op, daar bij ons beiden dezelfde gedachte rees: wat zal er nu komen?

»Hoe was het dan met de pruimen gesteld?quot; vroeg mijn Karei, die natuurlijk even nieuwsgierig was naar het verdere als wij,

«Mevrouw was zoo vriendelijk,quot; bekende zij onder een stortvloed van tranen, «om er mij op een Zondag eenige te geven, maar ik kon er maar een door krijgen en zelfs niet heelemaal. En toen .. .quot;

«Huil nu niet zoo. En toen ? ...quot;

»Toen gaf ik ze 's avonds aan mijn vrijer... en na dien tijd... is hij niet meer teruggekomen ... hu ... hu ..

ocr page 33

31

Toen was het uit. Oom Frits brak ios en sloeg met zijn hakken een triller op den vloer, terwijl ik uit w oede over zulk eene verregaande verdorvenheid, niet wist wat te beginnen. Zou ik tegen haar uitvaren en haar in het gezicht zeggen welk een leugenbeest zij was om haar dan nog liet genut te ver scha Hen, dat ik mij had laten beetnemen en hare praatjes letter voor letter had geslikt? Of zou ik haar zeggen, dat men op den zolder was geweest en dat die moest aangeveegd worden ? Maar dat ging toch ook niet.

Oom Frits had door zijn onzinnig gelach onze tegenwoordigheid in de andere kamer verraden. Hij deugt zelfs niet als toeschouwer bij plechtige gelegenheden. Hij zou in staat zijn aan Maria Stuart een schitterend lachsucces te bezorgen.

De freule was heengegaan; mijn _Karei kwam bij ons terug.

«Over veertien dagen ben ik van haar bevrijd,quot; zeide ik, «zoo niet eerder. Zoo aanstonds geef ik haar haar boekje. Hoe mijn getuigen luiden, zal haar zeker wel wat verwonderen. Ik verzeker u, dat het klinken zal als een klok.quot;

«Overhaast je nn niet, Wilhelmina.quot;

«Ik schrijf het eerst in klad. Maar eerst heb ik met jou een appeltje te schillen. Als eene ingeving van boven kwam de gedachte bij mij op aan een onfeilharen val en ik zeg u, daar reken ik ook op. .Te hebt de zaak heel goed behandeld, Karei, maar dit zal je nu wel duidelijk zijn geworden; zij is je de baas. En jij Frits, je moest je schamen.quot;

Met die woorden verliet ik de lieeren der schepping, en zij konden nu met elkander verder over de logica redeneeren.

Tegenover Philippine deed ik, of er volstrekt niets gebeurd was. Dat verstokte meisje nam haar boekje aan zonder eenigen zweem van aandoening en ging aan haar werk, quot;t welk daarin bestond, dat zij den leegen pruimenpot moest uitstoo-men. Her den daaruit verdwenen inhoud sprak ik geen

ocr page 34

32

syllabe meer; ik weet wanneer de tijd gekomen is om iets te vergeven of ook wel niet.

Rustig onderwierp ik mij aan de openbaring, die ik van boven had gekregen. Jk geloof niet aan eene tnsschenkomst uit de geestenwereld, daar ik het Zondagsblad van de Vossische Zeitimg lees, maar dat er toch veel onverklaarbaars is, laat ik me niet uit het hoofd praten. Van waar kwam anders die gedachte, —die mij trof als de kogel uit een geweer,— aan den suikerpot met het glazen deksel, dien ik sinds ik hem van mijn oudtante kreeg in het buifet liet staan? Omdat ik aan het aanvegen van den zolder dacht en aan liet lachen in de andere kamer en aan allerlei andere zaken? Neen, omdat een hoogere macht mij den weg wilde wijzen, om bedrog en list te ontmaskeren. Want aan de suiker was ze mij ook geweest.

Ik nam den pot, poetste het metaal eigenhandig met doodekop af en nam hem in gebruik. Zoo dikwdjls kon ik het niet natellen of er ontbraken stukjes aan, wat mij des te liever was, omdat ik daaruit zag, hoe de Magdalena voortsloop op het pad der zonde. Een enkelen keer een stukje suiker, daar zou ik niets van zeggen, maar dagelijks meer, dat was dielstal.

»Karel,quot; zei ik den vierden dag, nu is de maat vol. Let eens op, hoe ik ze heb gevangen.quot;

))Neem mij niet kwalijk, ik heb'genoeg van dat drillen.quot;

»Maar ik niet. Pas op, gij zult er pleizier in hebben hoe slim je oudje is.quot;

Hij zag mij glimlachend aan, die goede Karei en ik vatte dit op als een bewijs van goedkeuring. Eenige uren later wist ik, dat het zijne oude liefde was, die hem medelijden met mij deed hebben, om mijne hoopvolle plannen niet te verijdelen.

Toen ik- namelijk thuis kwam van eene visite die, zooals ik aan het meisje gezegd had, misschien vrij lang zou duren, terwijl de suikerpot dood onschuldig op het buffet

ocr page 35

33

stond, ging ik onmiddellijk naar den pot, want die was de val, waaraan ik gedacht had.

In dezen zelfden suikerpot had ik vier vliegen opgesloten; als iemand het deksel oplichtte om er uit te kunnen stelen, dan vlogen de vier verraders er uit en het bewijs was onloochenbaar.

Zonder lorgnet zag ik dadelijk dat met geoefende hand er een greep in was gedaan, maar toen ik nauwkeuriger toezag, wandelden de vliegen er lustig in rond en maakten hergpartijtjes op de sneeuwwitte klompjes.

— Aha!quot; dacht ik, dat is conservatief volkje, die blijven zitten. De anderen zijn er al uit en weggevlogen. Toen ik ze echter natelde, zag ik er altijd meer. Vier had ik er ingedaan; nu waren er zes.

• Ik roep onmiddellijk Leentje.

»Je hebt suiker uit den pot genomen,quot; begon ik.

))Niet voor zooveel ik weet.quot;

))Jawel, de vliegen verraden je. Er zitten er twee meer in dan eerst. Hoe kan dat gebeuren?quot;

»De diertjes zullen jongen hebben gekregen.quot;

«Waarschijnlijk,quot; zei ik daarop. Maar hoe gaat het bij de vliegen ? Ik heb het «Leven der Dierenquot; van Brehms niet bij de hand en bij grooten angst gebeurt er soms veel. Ik was geslagen.

Kon ik dit aan mijn man vertellen?

Neen, of althans eerst veel later.

Zou men een leerboek voor dienstmeisjes-kunde kunnen schrijven ?

Neen.

Waarom niet ?

Omdat men van die soort nooit alles kan te weten komen.

3

Stixde, Gedenkschriften.

ocr page 36

EEN KLEIN HANDWERKJE.

Zich door ondergeschikten slecht te moeten laten behandelen en er niets tegen te kunnen zeggen, dat stuit ons tegen de borst.

En in dien toestand verkeerde ik na dit geval met Mag-dalena, waarbij mij de gal overliep, terwijl zij in de keuken niets anders zong dan:

»Siehst du wolil, da koramt se.

Grosse Soh ritte nimmt sequot;.

wat, zooals ik uit elke noot kon opmaken, op mij gemunt was.

Zou ik heengaan en eene aanklacht tegen haar inbrengen wegens haar zingen ? Wat zou er dan gebeuren, als de rechter niet muzikaal is en daar niets in zietHet einde van dat liedje ken ik; het zou zijn: mevrouw Buchholz moet in de muziek berusten.

Maar de familie, bij wie zij, vóór ze bij mij kwam, gediend heeft! Of is men gedwongen te zeggen: ))bij wie zij in conditie wasquot; om aan de rechten der ))j ulfrouwenquot; niet te kort te doen? Alleen om dat niet te moeten doen, zou ik lust hebben om lid te worden van het Duitsche Taalverbond en elk onnoodig vreemd woord af te zweren, dat men door een goed Duitsch woord vervangen kan. Maar wat zou er van een gesprek met beschaafde menschen te

ocr page 37

recht komen, als men zoo eenvoudig weg moest spreken, terwijl het toch slechts door vreemde woorden te gebruiken mogelijk is de uitdrukking weer te geven, die men bedoelt? Men moest zich wezenlijk schamen. En gestudeerde menschen herkent men tocli meestal daaraan, dat zij hunne redeneeringen met vreemde woorden doorspekken, die zij op het gymnasium hebben geleerd; daardoor verwerven zij zich eene soort van nimbus, dien gewone menschen niet krijgen, zooals ik bij mijn schoonzoon ondervind. Als die zijne stellingen met redeneeringen, verdedigt, waarin' uitdrukkingen voorkomen, die in dezelfde rangorde te lezen zijn in den conversations lexicon, dan wordt een verschil van meening opgelost in de helft van den tijd dien minder ontwikkelden daarvoor noodig hebben, daar geen van ons het zoo precies begrijpt en ieder voor zichzelf gelooft dat hij gelijk heeft en daarom toegeeft.

Met de familie echter, die Philippine door zulk een onaantastbaar getuigenis afscheepte, zoodat ik lichtgeloovig genoeg was om ze te huren, sprak ik maar simpel gewoon Duitsch van dat gehalte, dat men niet vergeet. Ergens moet een mensch toch recht krijgen. De Staat kan onmogelijk gedoogen, dat de onbeschaafdheid de beschaving zou vertrappen?

Ik kan wel zeggen, dat het mij leed doet, meer dan ik aan mijn Karei zou durven bekennen, dat ik hem en oom Frits aan die overwinning op zijn Fransch van het meisje liet deelnemen, vooral laatstgenoemde. Mijn Karei bemoeit er zich nu niet meer mede, maar spreekt ook nooit meer van iets dat voldoende zou zijn uitgemaakt. Oom Frits daarentegen heeft te veel verstand van een huisgezin; die grijpt wat hij gebruiken kan en niets vindt hij pleizieriger dan het mij na te houden, als ik mij somtijds vergallopeerd heb. Dat hij dit eerstdaags doen zal, is zoo zeker als de zon achter de Friedrichshain opgaat. Alleen «wanneerquot; hij dit doen zal hangt als het zwaard der gerechtigheid

ocr page 38

36

van Damocles aan den draad der onzekerheid boven mijn hoofd.

Zoo dacht ik, al was het niet in den poëtischen stijl, waartoe ik eerst onlangs ben gekomen, naar ik moet aannemen door de gewetenswroeging, die het noodlot bij mij deed ontstaan.

Mijne bezorgdheid was zoo groot niet, vergeleken met andere groote zorgen; er had erger kunnen gebeuren; als echter de eksteroogen pijn doen, wiens hart wordt dan niet vervuld met eene bijzondere genegenheid voor liet schoenmakersvak en daar ik nu volstrekt niet inzag, waarom juist ik bepaald voor zulk een leed was uitgekozen, verscheen de wereld mij in een zeer donker licht en het donkerste punt daarin was: hoe de vroegere verhouding tusschen meesteres en dienstboden geheel omgekeerd is. Van dit standpunt uitgaande, was mijne gedrukte stemming voor iedereen begrijpelijk, die eenmaal de harde hand der voorzienigheid heeft gevoeld. En wien overkwam dit soms niet? Maar er is geen put zoo diep, die niet weder toegemetseld kan worden; ook de meest volgeweende zakdoek droogt in den zonneschijn der vroolijkheid en alles wordt weder als vroeger en schoon.

De aardbol bestaat gelukkig uit verschillende lagen en niets werkt verheffender, dan wanneer men tot de hooger wordt opgeheven. Dit ondervond ik op zoo treffende wijze, toen er in mijne melancholieke stemming een brief kwam, die mij uitnoodigde om voor een scheurkalender, waaraan slechts de nieuwe klassieken medewerkten, eene bijdrage te geven, waarop men zeer veel prijs stelde en daarbij minder op het honorarium te letten dan op het bewustzijn, dat ik een goed doel bevorderde. Een model van den scheurkalender van het vorige jaar was daarbijgevoegd.

Heel precies weet ik niet meer hoe de uitnoodiging, die met een hectograaf geschreven was, luidde, want daar ik

ocr page 39

37

ze nog al veel in de familie liet kijken — niet uit lust om er mee te pronken, volstrekt niet, maar omdat men dit verschuldigd is aan zijne latere naneven en anderen — ging zij al spoedig tot onleesbaarheid over.

Mijn Karei zeide, toen hij ze gelezen had: »Wilhdmina, sedert wanneer berijdt gij den Pegasus?quot;

«Hoezoo?quot; vroeg ik.

))Wel in de circulaire wordt een gedicht van u verlangd.quot;

»Daar heb ik geheel overheengelezen. Maar Karei, ik heb al eene bijdrage beloofd. Begrijp je hoe ze iemand zoo vriendelijk...quot;

«Iemand ? Ik geloof verscheidene dozijnen.quot;

»Karel, je moet de litteratuur niet met je eigen vak vergelijken. En dan is toch de geheele zaak voor een goed doel. Daarom kan ik mij niet onttrekken. Bedenk dat voor-zulk een doel de adeliij kste dames in een bazar gaan staan en van twintig tot honderd mark nemen voor een roosje dat zij iemand iu zijn knoopsgat steken, en daarnaast staat er een van hét operetten-gezelschap, die hetzelfde doet. Neen, onttrekken kan ik mij niet, wanneer men iets kan doen voor een liefdadig doel; ik maak verzen, daarop kunt gij rekenen.quot;

«Zou je niet vooraf eens vragen of het volstrekt noodig is, dat zij rijmen, Daar heb je je nooit in geoefend.quot;

»Karel, als iedereen die rijmt, zich eerst lang moest oefenen, hoe zouden dan jonge mensclien liet kunnen stellen? Neen verzen maken is iets, dat aangeboren is. En dan, stel je voor, dat het een Romeinsche kalender voor het Duitsche volk is, waarvan de geheele en volkomen hetee-kenis eerst te voorschijn moet treden, wanneer de Italianen een Duitschen scheurkalender voor het Italiaansche volk uitgeven, waardoor de wederzijdsche betrekking versterkt wordt. Bovendien bestaat de kalender uit lange reepen papier, kleine handdoeken, zou men kunnen zeggen, van boven door twee looden klemmetjes bijeengehouden en

ocr page 40

38

bedrukt met spreuken van dichters. Ik wil mij niet op-dringen, maar bij het eerste morgenlicht te zamen met deze opgehangen te worden, kan men toch niet weigeren, al was het alleen maar ten gevalle van de nakomelingschap. Ik beschouw het als een plicht der voorvaderen, zich tegenover de nakomelingen met eere te gedragen.quot;

«Ik zie wel, dat je je niet laat raden.quot;

»Toch wel, ik ben voor eiken goeden raad dankbaar; dat was ik steeds en altijd, maar waarom zou ik mij iets laten ontraden, als ik daarvoor de reden niet zie?quot;

»Heb je al met anderen erover gesproken ?quot;

«Enkel en alleen nog maar met den dokter.quot;

»En wat zegt die daarvan?quot;

»Karei, je weet toch, dat ik mij altijd het best erbij bevind, wanneer ik het tegendeel doe van datgene, wat hij goedkeurt. Had hij gezegd: „Lustig er op los, schoon-moedertje,quot; dan verzeker ik u, Karei, dat ik geen pen in mijn vingers had genomen, maar daar hij na de eerste mededeeling de zaak al afkeurde, had ik van mijn kant er zooveel te meer zin in.quot;

))üp zijn verjaardag, Wilhelmina, kunt gij hem onder zoovele gedichten bedelven, als hij maar juist verdragen kan, en dan heb je nog het voordeel, dat zij in de familie blijven.quot;

»Voor hem, die de poezie voor papiervermorsen houdt, jaagt men de muzen niet op onkosten. Voorts heb ik tegen Mevrouw Krause een enkel woord losgelaten.quot;

))Dus heb je er toch met nog iemand over gesproken?quot;

«Gesproken eigenlijk niet, zoo maar een los woord, dat ik eerlang ook tot verbroedering met Italië het mijne zal bijdragen en zij is ook tegen het drievoudig verbond en scheldt op alles wat op Italië betrekking heeft, om mij een hekel te doen krijgen aan dat land, waar wij zulke heerlijke weken doorbrachten, die ons zoo lang stof tot bespreking gaven. Maar dat gaat heelemaal boven hare

ocr page 41

39

bevatting. Kan men den zonneschijn op den muur schilderen? Mevrouw Krause wel het allerminst. Zelfs als ze rondstrooit, dat in Italiaansche salade trichinen zijn, eet ik die zonder aarzelen. En haar juist wil ik eens laten zien, wat het beteekent de lier te hanteeren.quot;

«Tokkel er maar niet naast. Nu ben je er aan vast; mevrouw Krause zou je geen rust laten. Het zou beter geweest zijn, als je die niet tot je vertrouwde vriendin had gekozen.quot;

»Vertrouwde vriendin? Ik vertrouw ze geen sikkepit. Ja, Karei, hoe kon ik je duidelijk maken, toen je weggegaan waart.... wat eigenlijk de oorzaak van de heele historie is?quot;

Toen ik er rustig over nadacht, hegon liet mij zoo toe te schijnen, alsof Karei niet zoo geheel en al ongelijk had gehad, en hoe meer ik mij in mijne belofte verdiepte, zooveel te sterker besefte ik welk een afschuwelijk gevoel het is verzen te moeten maken en ik begreep ten volle waarom de dichters altijd zoo mager en ellendig worden afgebeeld en maar zelden een belioorlij ken leeftijd bereiken. Het zijn om zoo te zeggen twee gevoelens; het eene: wat zult gij dichten? het andere: hoe zult gij dichten? en daar kwam nog een derde bij, dat meer op den achtergrond stond: Je zult een mal figuur maken.quot;

Als ik eens Betti's hulp inriep? Die heeft toch bij Leuenfels geleerd. Maar zij was niet met ons in Italië; haar ontbreekt de inwendige aanschouwing.

Gelukkig zat ik er bij, toen Leuenfels haar in de beginselen van het sonnet inwijdde en op nieuw werd de waarheid bewezen van het woord, dat men alles gebruiken kan wat men eenmaal heeft geleerd, al was het ook nog zoo onbeduidend.

Ik ging dus dadelijk aan het zoeken van rijmwoorden, en toen ik er een drie dozijn bij elkander had, begon ik ze van gedachten te voorzien, juist zooals Betti en ik

ocr page 42

40

deden, toen wij meenden, dat ze door deze bezigheid liet gelulc haars levens kon verwerven, waarnaar zij zoo verlangend uitzag. Het geluk zag er echter heel anders uit: het had twee krachtige armen, waarmede het haar omstrengelde, en een rooden mond om te kussen. Of het geluk daarin bestaat, dat de roode mond haar kust of zij hem, wil ik ter zijde laten, een kus is zooveel als niets, dat twee met elkander deelen.

Dit strafwerk kon ik niet meer ontgaan, hoe dikwijls ik daartoe lust had, onder voorgeven dat ik te vermoeid was, liever mij overwerkt, dan door mevrouw Krause bepraat te worden. En zie, daar ging liet. 's Avonds las ik mijn Karei liet stuk voor:

De veder heb ik aangegrepen En schreef schroomvallig een'ge lijnen,

Tot lof van oranje's en van pijnen,

't Laurierblad ook daarbij begrepen.

Itaalje beeft mij aangegrepen.

Toen ik het zag met zijne pijnen,

En zijner schilders meesterlijnen Ofschoon ik veel niet heb begrepen.

Doch veel gebrekkigs is gezien en

De aarde blijft ook vol gebreken.

Zelfs kunnen niet der menschheid dienen

Pompeje's klassieke ruinen

Daar deur en vensters haar ontbreken.

WlLHELMINA BUCHHOLTZ.

Toen het uit was, duurde het eene vrij lange spanne tijds, eer hij zijne gedachten had verzameld.

«Nu Karei, wat zegt gij?quot; vroeg ik hem uit zijne mijmering wekkende.

))Ik meen ... me dunkt... is dat gedicht niet wat lang ?quot; vroeg hij.

ocr page 43

41

»Te lang? Korter kan het niet zijn. Ik heb ze van Goethe eens geteld, die heeft er van dezelfde lengte.quot;

»Missel den als je je naam wegliet. Een regel meer kan soms van veel belang zijn.quot;

»De naam moet er onder, om de mevrouw^Krause, zie je.quot;

«Dat je je nog altijd aan dat akelige mensch stooit begrijp ik niet. Bekommer je toch niet om haar praatjes.quot;

»Ze mag van mij vertellen wat zij wil, Karei, uit Kaar komt de nijdigheid nooit zuiver te voorschijn, en als men ze door de wringmachine haalt, heeft zij altijd een splht-tertje waarheid voor haar laster, en dan goeden nacht reputatie. Ik heb gezegd, dat ik een vers zon maken; doe ik het niet, dan maakt zij eene biografie van mij op, die ik met zwijgende ontevredenheid haar gang moeten laten gaan. Want waar is de grens van de beeldrijke versiering en waar begint de conventioneele leugen?quot;

Mijn Karei zuchtte.

))Je hebt nog niets over liet vers zelf gezegd. Ik geloof dat er veel waars in is en dit wordt tegenwoordig vooral verlangd.quot;

«Zendt ge je gedicht al spoedig in, of laat ge het eerst eens kijken aan menschen, die er meer verstand van hebben dan ik ?quot;

«Morgen laat ik het aan den dokter kijken.quot;

«Laat dit vooral niet na.quot;

Toen ik mijn schoonzoon het vers had voorgelezen, vroeg hij:

»Hebt u dat zelf gemaakt?quot;

«Wie anders?quot;

«Ik geloof het niet.quot;

Dat was mij voldoende. Het moest wel goed zijn, nu hij niet geloofde, dat het van mij kon wezen.

Met een lachje boven de partijschap verheven stak ik liet bij mij. «De hoofdzaak is, het lokale koloriet,quot; zeide ik bij mij zelve. «Daarvan wordt iu de kritiek veel

ocr page 44

42

werk gemaakt. Het was niet gemakkelijk, maar wanneer men zelf op de puinhopen van Pompeji heeft gezeten, brengt men daarin zijne locale bekendheid. Atje, beste schoonzoon.quot;

Des avonds zond ik het gedicht aan den heer Anton Breisner, den uitgever van den Romeinschen scheurkalender en eindigde mijn schrijven met deze woorden.

»Wees welwillend ten aanzien van mijne kleine bijdrage. Mocht zij uw bijval verwerven, zend mij dan, als ik u verzoeken mag, twee exemplaren, een voor mij en een voor eene vriendin, die ik daarmede gaarne een genoegen zou doen.quot;

ocr page 45

EMMY'S RAADSEL

Mijn dochter Emmi, de dokter's vrouw, zeide onlangs tegen mij;

«Let eens op wat ik u zeg, mama; binnen kort gebeurt er iets, wat u heelemaal niet verwacht hadt.quot;

«Wat dan, Emmetje?quot;

))Dat zult u wel zien.quot;

«Maar mij kan je het toch wel vertellen.quot;

))Neen, mama, het moet voor ieder een geheim blijven.quot;

»Voor je man ook?quot;

»Die moet het in de allereerste plaats weten!quot; riep ze lachend uit.

«Kind, je wilt toch niet zeggen . . .quot;

«Neen, neen, wat u denkt is het niet,quot; antwoordde ze, het hoofdje schuddend.

«Goddank! dan betreft't Frits of Frans; je wilt ze opliet gymnasium doen. 't Zou voor die twee bengels heel aardig zijn als ze een zusje kregen. Een broertje zou minder goed zijn, omdat het verschil in leeftijd te groot is. De twee oudsten zouden onafscheidelijk zijn, zooals ze van het begin af waren, en ze weten al veel meer dan die kleine dreumes, die natuurlijk altijd achter hen aan dribbelen zal en lichamelijk en geestelijk niet mee kan komen. Waren ze

ocr page 46

44

geen tweelingen, dan zou het iets heel anders zijn. De oudste • neemt dan den jongste, om zoo te zeggen, in bescherming en verheugd, zich met de ouders over den lang gewenschten speelkameraad. Je man heeft zeker nooit nagedacht over de groote verantwoordelijkheid, die hij zich op den hals heeft gehaald, door vader van een tweeling te worden. Zijn taak zou veel lichter zijn, indien 't eene kind na het andere gekomen was, een bonte rij, bij voorbeeld; dat behoort toch ook eigenlijk in een ordelievende familie. Nu, vertel op. Wat is dan je geheim?quot;

Emmy lachte over mijne welbespraaktheid. Ieder oogen-blik valt het een of ander met de kinderen voor, waaraan zij lang niet genoeg gewicht hechten, ja, ze vinden 't misschien nog grappig ook, vooral hij, ofschoon ik bekennen moet, dat als een van de tweelingen, een tequot; groote vooruitstrevende neiging met het hoofd toont, liij zich niet ontziet een ander lichaamsdeel het ongepaste daarvan te doen voelen. Enfin, of dat humaan is, moet hij met zijn eigen geweten uitmaken. Ik bemoei me, uit principe, nooit met de opvoeding.

«Emmy,quot; hernam ik, toen ze nog steeds bleef aarzelen het mysterie te ontsluieren; »zeg me nu maar gauw wat het is.quot;

»LT zult 't wel zien, waarschijnlijk nog voor dat de

maand om is.quot;

»Emmy, liet is heel verkeerd om eerst de nieuwsgierigheid bij een mensch wakker te maken en hem dan onbevredigd te laten vertrekken, want niets kwelt den geest meer dan gedachten, die men steeds weder met een vraag-teeken moet afbreken, en hem van zijn rust te berooven. Wanneer je begint met iets te vertellen en het einde verzwijgt, dan is het net zoo goed als of je den aan den ketting liggenden hond een bak met eten voorzet, waar hij niet bij kan. Als zoo iets toevallig gezien wordt door een lid van de dierenbescherming, dan kom je er zoo gemakkelijk niet af.quot;

ocr page 47

45

»Uwe vergelijking gaat heelemaal niet op, mama.quot;

»In ieder geval blijkt er uit, dat de dieren dikwijls beter beschermd worden dan hun meesters. Maar nu voor den dag met het groote woord.quot;

»Ik mag 't u wezenlijk niet zeggen, mama.quot;

»Is het iets onaangenaams?quot;

»0, neen. Ik wou u alleen maar een beetje nieuwsgierig maken om u de voorpret te laten genieten.quot;

«Kindlief, een ander maal raad ik je aan, je gebak eerst te laten gaar worden, voordat je liet prijst. Je kunt vooruit niet weten of het niet klef is. Dus je wilt het mij niet zeggen?quot;

»Frans zou heel boos zijn, mama . . .quot;

))Nu, als je dan toch niets wilt loslaten, wil ik niets weten. Frans zal wel iets gedaan hebben, dat niet in den haak is.quot;

»Mama, u doet Frans onrecht.quot;

))Ik hoop, vooral om jou, dat ik mij vergis. Maar niet steeds is datgene wat de mannen genoegen verschaft, voorde vrouwen zoo heel pleizierig. Wanneer, bij voorbeeld, de man velocipede rijdt, kan de vrouw thuis blijven en zich angstig afvragen of hij het linker dan wel het rechter been zal breken, of men zijn lijk in het lijken museum zal opnemen of niet. Dus je blijft er bij, dat je het mij niet zeggen wilt?quot;

))Ja, mama quot;

«Natuurlijk, jij bent altijd op zijn hand. Om mij geef je niets meer.quot;

«Hoe kunt u nu zoo iets zeggen, mama? IJ overdrijft.quot;

«Dat laat ik aan jou over. Ik bepaal mij steeds tot feiten en spreek nooit over dingen, die nog niet gebeurd zijn. Laat mij je er evenwel op wijzen, dat de maand er aan het einde heel anders uitziet, dan in het begin, en ik hoop dat je den laatsten niet bedolven wordt onder de puinhoopen van je luchtkasteel. 01' is het iets anders ?quot;

ocr page 48

40

Daar ze hardnekkig bleef zwijgen, nam ik afscheid met de verzekering, dat ik volstrekt niet nieuwsgierig was. En eigenlijk was ik dat ook niet. Ik wilde alleen maar weten wat ze me niet zeggen wou.

Vroeger was Emmy de mededeelzame en Betty de zwijgende. Ik bemerkte zeer goed den invloed van den man, die steeds egards voor mij heelt, soms zelfs hartelijk is, maar het komt helaas maar al te dikwijls voor, dat schoonzonen heel platonisch over hunne schoonmoeders denken. Ik bedoel daarmee nu niet, dat hij misschien tegen zijn vrouw gezegd heeft: «maak haar eens nieuwsgierig.quot; Neen, die veronderstelling werp ik ver van mij. Eens kom ik toch te weten wat het is en in hoeverre hij er achter heeft gezeten.

Voorloopig wil ik Emmy niet in de verzoeking brengen dingen te vertellen, die het dagücht niet kunnen verdragen, ofschoon ze weet, dat ik zwijgen kan als het speelwerk van de parochie kerk, wanneer het gerepareerd wordt, en ook hem wil ik geen gelegenheid geven de opmerking te maken, dat mijn opvoedingssysteem in strijd is met de tegenwoordige paedagogie. Voor de paedagogie heeft men een geleerden meester noodig, en hoe vele zijn knappe degelijke menschen geworden zonder dezen. Wij zijn niet volgens een systeem grootgebracht. Bovendien weten ouders, en vooral grootouders veel beter wat goed is voor de na-komelingetjes dan wildvreemden, zelfs wanneer die nog zoo historisch geëxamineerd zijn.

Waartoe dient dus die paedagogie?

De goede resultaten daarvan heb ik onlangs bijgewoond! Emmy en ik zaten samen te praten. De kinderen speelden in de kamer naast ons en wij letten niet op hen, omdat wij over mevrouw Bergfeldt spraken, die sinds eenigen tijd het linkerbeen aan een pilaar van het ledekant vastbindt, om zeker te zijn, dat ze 's morgens niet met het verkeerde been uit haar bed stapt, — want dan gebeurt er dien dag iets on-

ocr page 49

47

aangenaams, — en zich ook nog niet geneert dat te vertellen, en er bijvoegt, dat ondanks dezen voorzorgsmaatregel, haar heer op kamers 's morgens zelf zijn koffie zet en met zijn spiritustoestel gaten brandt in hare goede servetten, waardoor ze niets aan zijn ontbijt verdient, terwijl hij bovendien nog dreigt te zullen verhuizen, indien ze liet waagt een cent schadevergoeding op zijn rekening te zetten, en de schade is niet groot genoeg om de assurantiemaatschappij erover aan te spreken-—• toen de kleine Frans komt hinnen-huppelen en met een onschuldig gezicht aan zijn mama vertelt, dat hij grootmama bij het oorlogje spelen door midden heeft geschoten.

We gaan met hem in de andere kamer en zagen dat het ventje met pijl en boog gemikt had op mijn bijna levensgroot portret, waarvan het glas van boven tot onder gebarsten was.

))Ja, ja,quot; zeide ik, »de jongen neemt een voorbeeld aan zijn vader en gebruikt zijn grootmama als mikpunt. Frits zou dat nooit gedaan hebben. Die aardt dan ook meer naar de Bucholzen. Maar ik vind het in ieder geval heel oprecht van den kleinen man, dat hij uit zichzelf het komt vertellen en niet de schuld op een ander werpt, waardoor onrechtvaardige bestraffing en twist tusschen ouders en kinderen ontstaat.quot;

Emmy zeide:

«Wanneer jullie zulke ondeugende streken uithaalt, neem ik je speelgoed af. Op den grond mag je op je soldaten schieten,quot; maar niet op de portretten aan den muur, begrepen ?quot;

«Kom eens hier, Frans,quot; zei ik, omdat de kinderen over die bedreiging waarschijnlijk heel bedroefd zouden worden; ))daar heb je een stuk chocolade van me, omdat je zoo oprecht bent geweest. Je moet altijd dadelijk vertellen, wanneer je iets hebt kapot gemaakt, dan ben je een beste, brave jongen. Zoo, geef grootmama nu een zoen.quot;

ocr page 50

48

Dat deed hij. Wij begonnen over een andere dame te praten en de kinderen gingen weer spelen.

Nog niet lang zaten we, of Fritz kwam met uitgestrekte armpjes heel vroolijk aanloopen, roepende:

«Grootmama, ik ook chocolade!quot;

»Waarom, lieveling?quot; vroeg ik. «Ben je dan zoo heel zoet geweest ?quot;

«Grootpa ook kapot.quot;

»Wat heteekent dat?quot; vroeg Emmy.

Daar wij beiden niets goeds vermoedden, begaven we ons naar het andere vertrek en zagen dat het portret van mijn Karei, dat naast de sofa hing, op dezelfde wijze behandeld was als dat van grootma.

»Wie heeft dat gedaan?quot; vroeg Emmy streng. «Heb ik jullie niet verboden hoog te schieten? Geef mij dadelijk pijl en boog.quot;

Dit zeggende nam ze den Indianen hunne wapens af, waarover de kinderen in tranen uitbarstten.

Frans vooral was erg opgewonden.

«Grootma, chocolade,quot; brulde hij.

«En daarom heb je dus op grootpa geschoten?quot; vroeg mijne dochter.

Het arme kereltje knikte.

«Het kind kan het eigenlijk niet helpen,quot; kwam ik tus-schenbeide. «In de punt van de pijl zijn spijkers. Dus moest het glas wel kapot gaan. Hoe kunnen ze nu zulk dom speelgoed maken.quot;

«We willen niet onderzoeken bij wien de schuld ligt,quot; zeide Emmy. «Wat zal mijn man zeggen, als ik hem vertel hoe u de kinderen eigenlijk tot kwaaddoen aanzet. Ik vind het bovendien heel verkeerd, dat u altijd lekkernijen voor hen in den zak hebt. Daardoor worden de kinderen bedorven.quot;

«Maar Emmy, hoe kun-je nu zoo veel woorden vuil maken over zoo'u kleinigheid. Wanneer je de zaak goed

ocr page 51

49

beschouwt, hebben de kinderen bijgedragen tot vooruitgang der glasindustrie, en indien je man zich de kleine geldelijke opollering ter bevordering van den bloei der nijverheid niet getroosten wil, dan betaal ik ze.quot;

»U zult wel hooren hoe Frans over uwe schietprijzen denkt,quot; antwoordde Emtni. «Hebt u hun daarvoor dat speelgoed gegeven ?quot;

»Daar ik de schuldige ben, k:in ik me zoo duidelijk, alsof het daar aan den muur gedrukt stond, voorstellen, wat hij zeggen zal. Maar dit moet mij toch van liet hart: Waren de kinderen niet totaal verkeerd opgevoed, dan zouden ze meer eerbied hebben voor de portretten hunner voorvaderen en niet zulke Wilhelm Teil-streken uitvoeren. Wie weet of ze ons nog niet eens de oogen uitschieten, terwijl we, niets kwaads vermoedend bij jelui op visite zijn. En alleen door zijn overgroote strengheid brengt Frans de kinderen op verkeerde wegen en leggen daardoor mijne belooning verkeerd uit...quot;

»Neen, mama, u kunt de schuld toch niet van u afwerpen, wat u ook zegt. Frans zal u waarschijnlijk vriendelijk verzoeken — en niet voor de eerste maal — u niet met de opvoeding van de kinderen te bemoeien.quot;

En dat heeft hij gedaan ook. Hij heeft niet gebulderd, neen, hij gebruikte de vriendelijkste woorden. Maar dat was maar voor den vorm, want hij greep de gelegenheid aan, om mij een lange voordracht over paedagogie te houden. Ik wachtte geduldig op een uitdrukking ut' woord, dat ik zou kunnen tegenspreken, maar hij zorgde wel, zich dit niet te laten ontvallen.

Dat gebeurde nu geruimen tijd geleden, en van daag was Emmi zoo...

Thuisgekomen overlegde ik hoe ik aan Karl de bittere ervaring zou meedeelen, dat ze in het gezin van den dokter langzamerhand veel te zelfstandig werden.

Mijn man was in zijn kantoor. Ik nam een stoel en keek

Stinüe, Gedenkschriften. 4

ocr page 52

50

mar buiten, nuar den ouden kastanjeboom, die veel ouder is dan ik, en terwijl ik nadenk en vergelijkingen maak tusschen mijn jeugd en die van mijn kleinkinderen, zie ik den boom beladen met stekelige groene vruchten, en aan enkele takken een paar frissche bloesems, die zich in het zonlicht baden, als ware Mei weder in liet land.

Toen dacht ik: Zulke nakomelingen bloeien alleen voor de gemengde berichten van couranten, een ander nut hebben ze niet, ze worden door de sneeuw bedolven. Dus, Wilhelmine, waarom zou je je ideeën verkondigen, 't Zijn toch maar winterbloesems.

Daar kwam mijn Karei naar me toe:

»Nu, oudje, over wat zit je zoo te praktiseeren?quot;

»Over mijn ouderdom,quot; antwoordde ik.

«Bevalt het je niet, dat ik oudje zeg?quot;

»0 ja. Karei. Hoeveel namen heb je mij al gegeven! Eerst zeide je »11quot; en «juffrouwquot;, toen «jijquot; en «lievelingquot;, «schatquot; heb je mij genoemd, «mijn geluksterquot; en nog andere namen, alle zoo heerlijk en mooi, dat ik dezelfde heb moeten gebruiken, omdat ik geen mooiere kon bedenken. Langzamerhand zijn ze zeldzamer geworden, Karei, we maken het ons nu gemakkelijker, maar wanneer je me oudje noemt, dan zijn voor mij alle andere liefkozende namen daarin opgesloten, ze zijn bloesem en vrucht aan denzelfden boom. Niet voor de courantenlezer, maar alleen voor ons beiden. Zie eens naar dien ouden kindsch geworden boom. Hij bloeit nog in den herfst.quot;

Toen sloeg mijn Karei zijn arm om mij heen, kuste mij en zeide: «Mijn oudje.quot;

Het was mij op dat oogenblik onmogelijk hem met mijn kleine verdrietelijkheden lastig te vallen, en misschien had Emmi heusch een prettige verrassing voor ons. Waarom zou ik hem dan den mosterd laten proeven, terwijl de koe nog in de wei liep?

Ik was dus op wachtgeld gezet, als iemand, die den

ocr page 53

51

Vieelen avond geen goede kaart in de hand heeft gekregen en op een schlem met vier azen loert. En het ontbrak mij toch aan lust om mij de moeite te geven het raadsel op te lossen. Mijne hersens waren zooals dit reeds dikwijls gebeurd was, voor andere zaken noodig.

ocr page 54

BEROEPSPLICHTEN.

Hoe graag men ook vrede houdt, toch komen, wanneer men op dezelfde verdieping woont, verschillen van meening voor, die men niet verzwijgen kan en die door allebei kwalijk genomen worden.

Ik geef toe zooveel ik kan en van Betti moet ik zeggen, dat zij haar onvriendelijkheid, waardoor zij mij in den hangende-vlecht-jaren menig onaangenaam oogenhlik en zorg voor de toekomst verschaft heeft, bijna heelemaal heeft afgelegd, maar volmaakt ééns op verschillende punten worden wij het nooit, en omdat ik in den regel gelijk heb, is ze beleedigd, of houdt zich zoo.

Ze is zoo verstandig om bij mij raad te komen vragen, wanneer ze het een of ander, dat op de huishouding betrekking beeft, niet weet, b.v. of ze witte kool dadelijk stoven zal zooals sommigen doen, of eerst afkoken en dan langzaam vet er in doen, zooals ik het van mijne moeder geleerd heb, die bekend was om haar fijne keuken; of als ze iets van de wasch weten wil, of over de kinderen, dan komt ze ook bij me. Wanneer men goede vrienden is, kan men niet dicht genoeg bij elkaar wonen, maar als men ruzie heeft is iedere afstand nog te klein.

Zij vindt de oude gewoonte om mannen met wie men

ocr page 55

53

zaken doet, te eten te vragen, belachelijk. Betti meent dat zulke uitnoodigingen nergens toe dienen, maar ik weet bij ondervinding dat bij een fleschje goeden roeden wijn de zaken heel anders vlotten dan met een droge keel, en reeds menig zaakje, dat des morgens maar niet in orde wilde komen, werd aan tafel beklonken. Dan is het de plicht der huisvrouw om een smakelijk gerecht op tafel te brengen, terwijl de man in den kelder duikt, alleen maar om de zaak op gang te brengen.

Nu is Felix compagnon van mijn man, en Betti is zijne vrouw, en eigenlijk moesten dus de kosten van zulk een klanteneten gezamenlijk gedragen worden. En dat wil Betti niet.

»Betti,quot; zeide ik, »wie zijn deel in de winst wil hebben, • moet zich ook de opofferingen getroosten.quot;

»De winsten zullen niet groot zijn,quot; antwoordde ze. »Bij de laatste inzage der boeken, is het beetje hoop dat Felix nog koesterde, vervlogen.quot;

«De tijden zijn slecht. Je vader klaagt over de miserabele toestanden in Noord-Amerika, die hun invloed zelfs op onze fabriek uitoefenen, maar juist daarom mogen we niet verzuimen iets te doen, wat ons menig voordeel zou kunnen aanbrengen. Het is niet moeilijk, kind, om klanten te krijgen voor een artikel, dat men onder den kostenden prijs van de hand doet, maar een goede betaler wil met égards behandeld worden. Hem moet men niet alleen goede, degelijke waar verschaffen, maar bovendien als een vriend behandelen, en hoe wil je nu iemand toonen, dat hij je vriend is, zonder hem ten eten te vragen? Langs den drogen weg bereikt men niets.quot;

«Het is tegenwoordig veel meer in de mode, mama, zijne klanten in een lijne restauratie te onthalen. En daarbij is het veel gemakkelijker.quot;

»Ja, maar ontzettend duur. Bij Dressel moet men champagne schenken, zij het dan ook niet met vaten, in ieder

ocr page 56

geval toch tot na middernacht. Zegt papa thuis: ))De champagneglazen schijnen vergeten te zijn,quot; dan weet ik, dat op de bestelling een llesch champagne kan overschieten en vraag: »De diepe of de wijde glazen?quot; antwoordt hij-»De wijde,quot; dan komt de goede, maar goedkoope soort van Wachenhusen amp; Prutz op tafel, zegt hij: »De diepe,quot; dan breng ik die van Deutz amp; Geldermann. Op deze wijze sparen wij menig dubbeltje en onze gasten voelen zich toch zeer vereerd.quot;

«Daarvan hebben wij als kinderen nooit iets gemerkt.quot;

«Kinderen moeten ook niet alles weten, maar zeer afkeurenswaardig vind ik het, wanneer dochters, vooral volwassen dochters, zich als sfinxen gedragen.quot;

))Wa.' meent u daarmee, mama?quot;

»Niets, kind. Men zegt zoo wel eens meer iets, zonder «. juist een corpus delicti op het oog te hebben, maar dankt toch later den hemel, wanneer alles goed loopt.quot;

»Maar zeg me nu toch, mama...quot;

«Wat zal ik zeggen? Ik weet niets.quot;

«Jawel...quot;

«Heusch niet.quot;

«Kunt u daarop waarachtig zeggen ?quot;

«Maar Betti, hoe kun-je nu zoo nieuwsgierig zijn? Nieuwsgierigheid is en blijft een leelijke fout in iemands karakter, die, wanneer ze in gezelschap bemerkt wordt, iemand vele vijanden bezorgen kan. Dat kun-je bijvoorbeeld zien aan mevrouw Krause. Richt je steeds naar je moeder. Die heeft het langste einde van het leven nu achter den rug.quot;

Op dit oogenblik klonk liet schelletje der telefoon, waardoor het huis en de fabriek verbonden waren, en mijn Karei deelde mij mede, dat bij een gast zou meebrengen.

«Heel goed. Alluiden!quot; riep ik terug en tot Betti zeide ilc: «,1e zoudt me plezier doen als je van middag met je man bij ons kwam eten. Ik heb een nieuw recept van aardappelen met haring en je kunt dan meteen eens bij-

ocr page 57

öo

wonen hoe een klant moet behandeld worden. Karei en ik hebben allerlei wenken, die het ons gemakkelijk maken elkander te begrijpen, zonder dat wij direct met elkaar spreken.quot;

))Dat komt juist goed,quot; zeide Betti, «wantik heb vandaag kliekjesdag en Felix staat daarvan graag zijn deel af aan de kindermeid.quot;

»Denk je die nog lang te houden?quot;

«Karla is zoo aan haar gehecht. Ik moet zeggen, dat ik, wat mijne dienstboden betreft, mij niet te beklagen heb.quot;

»Dan ben je gelukkiger dan ik. Maar je keukenmeid gooit het koolwater op de gloeiende ascii, zoodat hetheele huis door den stank verpest wordt. En dat heb ik haar nu al een paar maal streng verboden.quot;

»Dat is liet juist. Zij laat zich door niemand anders wat zeggen dan door haar mevrouw, en die beu ik. Met driftige woorden krijgt u van haar heelemaal niets gedaan.quot;

»Ben ik ooit driftm?quot;

o

«Mama, u meent het ongetwijfeld altijd goed, maar...quot;

«Wat maar?quot;

))De 'meiden willen nu eenmaal niet dat men op ze neerziet, ze verlangen eeu beleefde behandeling en, eerlijk gezegd, ben ik tot de ontdekking gekomen, dat men met vriendelijkheid veel verder komt dan met die middel-eeu wse 1 ie streng]leid.quot;

»Ik zal me gewatteerde kniekousen laten maken en Philippine voortaan in de deemoedigste houding smeeken ons geschilde aardappelen voor te zetten, wanneer ik ze in de schil gekookt mij tegengegeten heb,quot; antwoordde ik spottend.

))De dienende geest, waaraan ik wat mij het liefst op aarde is, mijn kinderen, toevertrouw, moet ik met eenige onderscheiding behandelen, dan kan ik op mijn beurt eischen, dat zij haar plicht met nauwgezetheid en liefde vervult.quot;

ocr page 58

50

))Van de mijne verlang ik niets en zelfs dat is haar te veel. Maar waartoe dient dat gekibbel over verschil van meening? Iedere zelfstandige vrouw blijft toch bij de hare. Maar ik zeg je, dat als ik mijn oordeel uitspreek, dat niet alleen het mijne is, maar tevens het eenig juiste. Zeg aan je man, dat we precies om drie uur eten.quot;

»Vindt u eigenlijk aardappelen met haring niet een te burger pot ?quot;

»Voor dezen klant niet. Had papa getelefoneerd: We eten om vier uur,quot; dan zou ik meer omslag gemaakt hebben. Ieder kwartier later beteekent: een gerecht meer.quot;

))Nii, u en papa zijt slim,quot; riep ze lachend. «Kinderen zijn altijd blij, wanneer ze bemerken, dat ze verstandiger worden en tot de ontdekking komen van achtenswaardige eigenschappen in het karakter hunner ouders.quot;

»Een bijzonder voor deze gelegenheid passend toilet is wel niet noodig?quot; vroeg ze bij het naar huis gaan.

«Trek je parelgrijsje aan. Dat staat lijn en degelijk. Indien men door de week tamelijk zondagsch gekleed is, zien de klanten dat men zijne waren niet spotgoedkoop geeft. Een geringe kleinigheid heeft dikwijls grooter gevolgen dan men gedroomd heeft.quot;

Dat ik daar eene helaas! onaangename waarheid uitsprak, zou ik denzelfden dag nog ondervinden, en zelfs lang vóór middernacht. Dat zal ik niet licht vergeten.

Tegen drie uur verscheen Karei met onzen gast.

Mijn eerste gedachte was: Wat een lengte? Mijn tweede: Zit de overmaat in het boven- of in het onderstuk ?

«Meneer Niet,quot; stelde mijn man hem voor.

»Nu, die is goed,quot; dacht ik, maar voordat ik mij Betti's gezicht voorstellen kon, als ze hooren zou dat zulk een meer dan levensgroot stuk Niet heette, zeide de man met een stem van een jongen die den baard in de keel heeft;

»Niet, met een t.quot;

»IIoe meent u dat?quot; vroeg ik.

ocr page 59

57

»Mijn naam wordt met een t en niet met een d op het eind geschreven. Hij komt van nieten..

»Hebt n er al dikwijls een getrokken?quot; kon ik niet nalaten te vragen.

))Hij komt van nieten,quot; vervolgde hij zonder zich van zijn stuk te laten brengen, maar hij werd in het verhaal zijner naamsgeschiedenis gestoord door-de komst van Betti en Felix.

Felix had zijne bezigheden in de stad gehad, en de reu-zenniet was voor hem dus een even verrassende verschijning als voor Betti, die hem met onverholen verbazing van onder tot boven bekeek.

«Meneer Niet,quot; stelde mijn man voor.

»Met een t,quot; voegde deze er onmiddellijk bij, precies als straks.

«Lieve hemel, dat kan vroolijk worden,quot; dacht ik bij ihezelve, toen de lange man alweer begon:

«Mijn naam is Niet met een t en niet met een cl. Hij komt van nieten . .

«Hebben de nieten een bijzondere voorliefde bij u ?quot; vroeg Betti.

De lange zuchtte en die zucht klonk als het gesteun van •een locomotief in de verte.

«Aan die aardigheid ben ik al lang gewend,quot; zeide hij. «Iedereen komt er mee voor den dag. Neen, mijn naam is ...quot;

«Ik geloof dat de soep op tafel staat,quot; zeide Karei, do Nietengeschiedenis afbrekende. «Kom, gaat zitten.quot;

Hij nam onzen gast bij de hand, die aan een langen arm zat als de kogel aan den slinger van een pomp. Betti glimlachte tegen me, alsof ze zeggen wilde: «Dat kan een gezellig middagje worden.quot;

Toen wij ons aan tafel zetten, mijn Karei, de Niet, Betti, Felix en mijn persoon, zeide ik: «Gaat toch zitten, meneer Nietquot; waarop hij geen antwoord gaf, maar mij zoo weemoedig aanzag, dat ik hem voor een nog grooter sukkel

ocr page 60

58

hield, dan ik in het begin gedaan had. «Kom, geen complimenten,quot; hernam ik. «Doet u, als 't u blieft, of u thuis waart.quot;

« Dank u; ik zit reeds,quot; klonk het, als een flauwe herfstwind die door een zolderraam blaast.

))üat doet me plezier,quot; zeide ik om mijn onopmerkzaamheid goed te maken, want hij zat wezenlijk. Maar wie kon ook vermoeden dat hij zittend nog grooter zou worden ? Hij zat tussclien ons in als de eenige volwassen persoon aan een kindertafel, en maakte bij klaarlichten dag een akelig spookachtigen indruk door zijn magerheid, zijn bleeke wangen, diepliggende oogen, kort geschoren haren en zwarte op brillenranden gelijkende wenkbrauwen. Daarbij was zijn vest tot aan den hals toe dichtgeknoopt. Betti at broodkruimels, wat ze anders nooit doet. Zonder dezen maatregel zou ze zeker in lachen uitgebarsten zijn, en Philippine liet ons een eeuwigheid op de soep wachten.

Karei schonk ons in, om ons uit de verlegenheid te helpen, en zeide tegen Felix: «Meneer Niet heeft verscheiden uitvindingen, die hij ons aanbiedt. Vooral zijne machine voor het weven van handschoenen schijnt mij wel geschikt. Hebt u het model bij u?quot;

Mijnheer Niet maakte zich heel smal, dook met de eene hand in de diepte en bracht uit zijn zak een handschoen te voorschijn.

«Hemelsche goedheid!quot; riep ik uit.

Betti kon zich nu ook niet langer bedwingen en schaterde het uit.

»Dat is zeker een nieuw model van bavianenhand-schoen?quot; vroeg Felix.

«En wat wilt u daarmee aantoonen ?quot; vroeg ik om te verhinderen dat onze gast door nog meer dergelijke opmerkingen gekrenkt werd.

«Ja, zoo noemen ze die onmogelijke Engelsche handschoenen overal in Berlijn. U kent toch die gebreide foedralen...quot;

ocr page 61

59

«De zoogenaamde Kingwoods,quot; viel miju Karei ter opbel-derlng in de rede. «Vroeger hebben ze er goede zaken mee gemaakt.'

»Dit model is nog onmogelijker,quot; zei Felix.

»Dat ding ziet er uit alsof liet midden uit liet vel van een bijzonder bont luipaard gesneden was,quot; voegde ik erbij.

De lange glimlachte met een verschrikkelijk anatoiniscben glimlach, zoodat mij een rilling langs mijn rug ging, al.gt; had de dood mij toegegrinnikt en hij sprak: »J uist, dien indruk moet het patroon ook maken. Iedere teekeningvan dieren vel kan met mijn patent machine nagebootst worden. Ik ga bij mijn arbeid uit van de meening, dat liet oog in de allereerste plaats aangenaam aangedaan wil zijn. Iets dat er lekker uitziet, smaakt beter dan een gerecht dat zoo maar op een schaal of schotel geworpen is; hoe fijner geslepen glas des te beter wijn, de handschoen, die op een mollig dierenvel gelijkt, houdt beter warm ...quot;

»Zeker, zeker,quot; viel ik hem in de rede. »Ik ken stollen, die mij het zweet doen uitbreken, wanneer men anderen er in gekleed ziet. Karei, ik geloof dat deze tijgerklauwen kans hebben in de mode te komen.quot;

))'t Is mogelijk, dat het een artikel is dat gaat,quot; meende Felix. «Waren de tijden niet zoo slecht, dan zou ik een proef op groote schaal willen nemen. Maar 't zou leelijk zijn, als we met de waren bleven zitten. Verondersteld dat we die dingen laten maken met het beste vertrouwen op de toekomst; onverwacht breekt zoo n kleine belastingoorlog uit, en de eenige die met die handschoenen warm worden, zijn wij.quot;

»Ik heb weken lang des nachts niet geslapen om te kunnen peinzen, over de uitvoering van mijn idee,quot; hernam de boonenstaak. «.Mijne uitvinding zal en moet de wereld veroveren!quot;

Gelukkig werd de soep opgediend, een krachtig soepje met balletjes, die door den heer Niet overheerlijk werden

ocr page 62

GO

gevonden, wat ik graag gelooven wil, want nergens anders krijgt hij ze zoo. Bij de soep zag ik, dat hij door zijn lengte veel op ons vóór had: terwijl wij op de warme soep blazen moesten was iedere lepel vol, dien hij aan den mond bracht op den weg van zijn bord daarheen al afgekoeld. Zoo zorgt de natuur voor ieder schepsel en men leert er alweer uit, dat iets, dat ons in het begin nutteloos toescheen te zijn, wel degelijk nut heeft.

Na de soep vroeg Felix: «Hebt u nog meer patenten?quot;

«Ja, een machine, om de waren af te meten, waardoor men zich een verkooper spaart,quot; antwoordde de lange met een zucht.

«Zeer praktisch,quot; zeide ik. »En die wordt zeker kolossaal veel verkocht?quot;

»Ach neen. De machine kwam te duur, omdat ze dikwijls gerepareerd moest worden. Nu is het patent vervallen, en ik heb niet anders over dan de herinnering aan de kosten ervan. Mijn slapelooze nachten reken ik niet eens.quot;

»Die betaalt ook zeker niemand,quot; merkte Betti spottend up.

sliet uitvinden is een kostbaar iets,quot; hernam de heer Niet. »Ten eerste ruïneert men zijne gezondheid. Ik kan niet slapen, wanneer ik uitvind. De ideetin gunnen mij geen rust, ik vrees zelfs in het graf niet.quot;

«Probeert u tóch eens een patent-slaap-grog uit te vinden,quot; ried Betti aan.

De heer Niet bemerkte dat Betti hem voor den gek wilde houden en liet zijn blik langs een hellende lijn van boven naar beneden op haar neerglijden. Ik drukte Betti met de puut van mijn voet zacht op de wreef van den haren, om haar een wenk te geven, dat ze niet verder zou gaan, want, wanneer ze iemand niet kan uitstaan, is ze dikwijls erg vinnig. En de lange viel niet in haar smaak.

De aardappelen met haring daarentegen smaakten allen. Ik had ook nog saucijsjes. Daar het nieuwe recept veel

ocr page 63

61

specerijen voorschrijft, en ook liet zont niet vergeten is, brachten niet alleen de vaste spijzen, maar ook de vloeibare de menschen in een opgewekte stemming. De lange glimlachte mij uit de hoogte toe en ik zeide:

))Ik ben vast overtuigd, • dat u des nachts goed zult kunnen slapen, vanneer n Hink eet en drinkt.quot;

«Maar wanneer zal ik dan uitvinden?quot; vroeg hij. «Over dag moet ik mijne ideeën uitwerken. Maar het is zoo verschrikkelijk moeilijk de ministers te genaken.quot;

«Wat hebt u met ministers uit te staan?quot; vroeg Betti.

Mijnheer Niet bekeek Betti weder niet denzehden hellenden blik. Ik trapte haar weer op den voet, maar nu met meer kracht. Onze gast wendde zich van haar, glimlachend tot mij, als zocht hij bij mij hulp.

»Men kan toch ook iets uitvinden, waarvan het patent door den Staat gekocht wordt,quot; zeide ik; »zooals bijvoorbeeld het pantser van Dowe, of de van zelf vliegende luchtballon of de alluminium-kurassiers.quot;

«Ik zou gaarne den minister van financiën, Miquel, spreken,quot; zeide de lange half fluisterend.

»U hebt zeker een patent belastingschroef op het oog!quot; riep mijn Karei in een van zijn humoristische opwellingen, waarover wij allen hartelijk moesten lachen.

»Ach neen,quot; piepte de lange en betastte met zijn hand zijn bovenlijf, drukte of trok eindelijk aan een knoop — duidelijk kon ik in de gauwigheid niet onderscheiden wat hij deed — en rits ... daar sprongen alle knoopen van zijn jas open. Uit zijn vestzak haalde hij nu een papier; uit dat papier kwamen eenige geldstukken te voorschijn, die hij ons liet kijken met de woorden: «Mijn laatste uitvinding.quot;

«Patent valsch geld?quot; vroeg Betti.

Ik gaf haar weer een gevoeligen wenk onder tafel, omdat ik bemerkte dat hare grappen onzen gast niet bevielen. Hij verveelde mij even erg, maar hij was toch in ieder geval onze gast.

ocr page 64

02

Mijnheer Niet schraapte zijn keel en haalde diep adem.

«Iedere man,quot; begon hij, «iedere vrouw, ieder kind, iedere dienstbode, iedere huisknecht..

»\Vij zijn tevreden met een kleinigheid,quot; zeide ik den stroom stuitend. )AVe willen niet te veel vergen van uw kostbaren tijd.quot;

»0, ik heb geen haast,quot; antwoordde hij. «Kortom, het is iedereen reeds overkomen, dat hij bij vergissing een geldstuk ter waarde van vijftig pfennig uitgegeven heeft voor een van tien, ja zelfs een stuk van twintig mark voor een nikkelen munt zich heeft laten ontglippen.quot;

»Dat gebeurt nooit!quot; riep ik uit.

»0 ja,quot; antwoordde de Niet. »In de nachtelijke uren ..

))'s Nachts geeft men geen twintig mark uit, niet waar Karei?quot;

»Neen,quot; antwoordde mijn man en mijn schoonzoon als uit één mond.

»Ziet u wel? 's Nachts geeft niemand twintig markstukken uit.quot;

»0 ja, men doet het, maar men vertelt het niet, en wie ontkent maakt zich verdacht,quot; zeide de lange.

Nu werd Betti echt nijdig. Ik trapte haar op den voet, maar het hielp niet.

»U schijnt in dat opzicht treurige ondervinding opgedaan te hebben,quot; zeide ze vinnig.

»Heel treurige,quot; antwoordde hij, smaar ook aangename,quot; en keek mij daarbij weer glimlachend aan.

»Het meest komt zulk een vergissing voor, wanneer de betreffende persoon in eenigszins vroolijke stemming ver-keart,quot; hernam hij, »en bij het groenachtige gloeiliclit der kofliehuizen gelijkt het goud op zilver of nikkel. Dan vergist menigeen zich en ...quot;

«Ik geloof niet dat deze uitvinding van u voor ons van eenig belang is,quot; zeide Felix.

»Neen, in het geheel niet,quot; voegde Betti er bij. »We

ocr page 65

63

begrijpen eigenlijk volstrekt niet, waar u met uwe rede-neering heen wilt.quot;

Ik trapte met kracht op haar voet.

»Hi, hi, hi!quot; lachte de Niet.

Betti werd vuurrood.

»Wij wachten met ongeduld op uwe uitvinding,quot; zeide Karei. «Die bijzaken interesseeren ons niet.quot;

«Wanneer mijn uitvinding in practijk wordt gebracht, is zulk een vergissing volkomen onmogelijk. Hier ziet ude proefmunten. Hier is goud; het stuk dat tot nu toe een ' gekartelden rand had, is nu massief. Dit is zilver meteen Y in het midden geboord, en dit is nikkel met een gaatje. Zelfs in het donker en bij de onvoldoende verlichting in de trams is daardoor een verwisseling buitengesloten.quot;

«Behalve wanneer men uwe patent handschoenen aanheeft,quot; zeide Betti.

«Zelfs dan. Men behoeft liet geldstuk slechts tegen een Hauw licht te houden om de verschillende kenmerkende eigenschappen van goud, zilver en nikkel te onderscheiden.quot;

«Een patent krijgt u daarop zeker niet.quot; meende Felix, «want zulke geldstukken met gaten zijn al sinds duizend jaren bij de Chineezen en andere Aziatische volken in gebruik.quot;

«Wanneer ons gelukkig gesternte het wil, worden de oudste zaken gepatenteerd. Maar ik zou tevreden zijn, indien ik slechts een belooning van den staat kreeg.quot;

«Voor gaten geelt de minister van financiën niets, die is blij wanneer hij ze niet ziet,quot; zeide Karei. «Maar waarom doet u niet eens een practische uitvinding?quot;

«Een zeer practische uitvinding kan ik u onmiddellijk toonen: mijn van zelf openspringende knoopen.quot;

Hij wees ditzeggende op zijn tot aan de kin toegeknoopt licht vest, zag glimlachend neer op zijn publiek als een goochelaar, trok weer ergens en rits — vloog zijn vest open. Onder het lichte vest, droeg hij een don kei' met net

ocr page 66

64

zoo veel knoopen. Rits — waren ze open. Ook het overhemd was van voren bezet met knoopen als het buis van een jongen, die do lift bedient.

«Wij hebben het patent nu gezien,quot; riep ik. »Wees zoo goed ons de rest te sparen. Het is heel mooi, maar me dunkt dat men in gezelschap van dames te veel zou kunnen te zien krijgen.quot;

Ik stond doodsangsten uit, dat hij met zijn onzinnige goochelkunsten ons zijn naakte ruggegraat zou laten kijken. Dan zou Betti hem er van langs gegeven hebben.

Hij stak zijn hand onder tafel.

«Neen, neen,-' zeide ik streng. »Wij zijn overtuigd, geef u verder geen moeite.quot;

Betti prevelde zoo iets van «onbeschaamd,quot; waarschijnlijk was dat tegen mij, omdat ik haar op haar voet trapte. De lange liet zich echter niet van zijn stuk brengen. Hoe meer ik probeerde hem tegen te houden, des te vriendelijker lachte hij mij toe.

»'tls juist iets voor dames,quot; zeide hij; «Zij hebben van zulke zaken het meeste verstand en kunnen daardoor een beter oordeel vellen.quot;

Hij 1 taalde nu uit een van zijn zakken een stuk van een japonlijf te voorschijn en wilde er over beginnen te praten, maar Betti voorkwam hem.

«Dat is niets voor den middelstand.quot;

«Maar bedenk toch eens, hoeveel tijd er door uitgespaard wordt.quot;

»Tijd hebben we daarvoor goddank nog genoeg,quot; antwoordde ze.

Een lekker kalfsribbetje met sla en compote maakte een einde aan de voorstelling. De Buchholzen hadden maar weer eens getoond de kunst van menschen zien te verstaan. Het compote viel niet in den smaak.

»Wat is dat?quot; vroeg Karei. »Dat goed is afschuwelijk.quot;

))Zooals je weet zijn mijn pruimen in 't zuur bedorven

ocr page 67

65

en daarom heb ik de Amerikaansche gedroogde appeltjes, die erg geroemd worden., eens geprobeerd.quot;

«Ze smaken naar zink,quot; meende de Niet. «De Amerikanen dragen de vruchten op zinken hekken; het zuur der appels lost het metaal op, waardoor zich appelzuur-zink vormt, dat niet alleen onaangenaam smaakt, maar bovendien vergif is.quot;

»Hoe weet u dat?quot; vroeg Betti ongeloovig.

))Ik ben technicus. Reeds vele nachten heb ik gepeinsd hoe het mogelijk zou kunnen zijn zink om te zetten in

))Dit Amerikaansche vergif compote wil ik niet meer op tafel zien,quot; zeide Karei. «Ik ben u zeer dankbaar, meneer Niet, dat u ons opmerkzaam hebt gemaakt op het gevaarlijke van het gebruik ervan.quot;

Betti vond dat ook en was nu iets vriendelijker tegen den magere, die meer verstand dan vleesch op zijn ribben had.

»U bent zeker al dikwijls teleurgesteld?quot; vroeg ze.

»Ik peins weer op iets nieuws,quot; antwoordde hij. »We zullen eens zien wie het langer uithoudt, ik of het patentbureau.quot;

Nu kwam, zooals gewoonlijk, boter en kaas op tafel. De lange grabbelde weer in zijn zakken en vertoonde een soort van ge watteerden knijper, zooals die, maar eenvoudig van hout, gebruikt worden om de natte wasch op te hangen.

))Wat is dat voor een technologisch kunstvoorwerp ?quot; vroeg ik.

«Mijn zeven-en-veertigste uitvinding, waarvoor ik patent heb aangevraagd. Het is een klein apparaat, te gebruiken bij het eten van oude kaas, opdat men door de onaangename lucht niet gehinderd wordt.quot;

«Prachtig,quot; zeide ik. «Maar door mijn schoonzoon, den dokter, zal uwe uitvinding niet geapprecieerd worden, want hij eet Tbüringer kaas bij voorkeur met de neus.quot;

Daar dit instrument niemands bijzondere bewondering opwekte, stonden we op en begaven ons naar de huiskamer om de mokka te slurpen.

Stinde, Gedenkschriften. 5

ocr page 68

60

Na de koffie ging eerste Betti weg en toen Felix, die al lang begrepen had, dat mijn Karei meer dan genoeg had van den patentenjager en hem zich graag van den hals zou schuiven om een namiddagtoertje in het rijk der droo-men te ondernemen.

»lk wacht u op het kantoor,quot; loog Felix. «Er zijn een paar zeer gewichtige zaken in orde te brengen.quot;

«Goed, best, ik kom dadelijk,quot; loog Karei en Felix ging.

«Ja, ja,quot; zeide ik om iets te zeggen, daar de lange zwijgend op zijn stoel bleef zitten.

))U hebt zeker ook nog het een eu ander in de stad te doen ?quot; vroeg Karei aan onzen gast.

»Neen, voor vandaag ben ik klaar.quot;

»Ik meende vanmorgen toch van u begrepen te hebben...quot;

))Men brengt soms een wijziging in zijn plannen.quot; antwoordde hij en glimlachte tegen mij met de eene helft van zijn gezicht, terwijl hij met de andere helft Karei met koele minachting aanzag. Hij had mi j als het ware aan den hengel met zijn blikken, ik voelde hoe hij me overal met de oogen volgde en als ik me omkeerde, gluurde hij me aan.

En hoe zenuwachtiger ik werd, des te onweerstaanbaarder werd ik gedwongen te kijken of hij nog altijd op mij lette, en telkens zag ik, dat hij me steeds in het oog hield. Ik werd op het laatst wezenlijk bang.

Men heeft toch zoo dikwijls van menschen gehoord, die door het vele denken gek zijn geworden. Deze man sliep 's nachts niet, vond onophoudelijk uit. Daardoor moest bij zijn verstand wel verliezen.

«Karei,quot; zeide ik, »ga liever niet naar het kantoor. Je zoudt me heusch een groot pleizier doen, als je bij me thuis wildet blijven.quot;

«Waarom vrouw ?quot;

»Ja, ik weet zelf niet, wat ik heb, ik ben zoo... .quot; en ik hield me aan de tafel vast.

«Wat scheelt je? Zal ik een dokter laten halen?quot;

ocr page 69

67

»Neen, neen. 't zal wel overgaan, wanneer ik tot rust kom.quot;

Ik dacht dat de kerel nu wel het verstand zou hebben uin te begrijpen dat we hem niet langer gebruiken konden, maar jawel, hij blijft aan zijn stoel vastkleven, denkt niet aan heengaan.

«Zouden uwe klanten u niet missen?quot; vroeg Karei.

«Wanneer ik mij in een kring bevindt, waar ik begrepen word, dan ligt het alledaagsche jagen naar klanten in een dichten nevel achter mij,quot; antwoordde de Niet en boog zich als de schoorsteen van een stoomboot, die onder een brug door moet, naar mij over.

»Heel vriendelijk, maar toch moet ik u verzoeken, over die. handschoenenzaak over een paar dagen nog eens terug-te komen. Dus tot weerziens.quot;

Dat hielp. Hij verhief zich en schreed op mij toe. Ik wilde schreeuwen maar kon niet, want toen hij vlak voor mij stond, liet hij eerst de knoopen van zijn jas, daarna die van zijn vest openspringen, en haalde uit een binnenzak een koperen buisje, dat hij mij met zooveel bevalligheid als zijn molenwieken-armen toelieten, aanbood.

«Mijn nieuwste patent, een zuinigheids kandelaar. Boven in steekt men de kaars, hier onderaan voegen zich de veeren te zamen en omsluiten de kaars van iedere dikte en grootte. Het kleinste stompje wordt opgebrand, in iedere huishouding wordt daardoor ontzaglijk gespaard. Mag ik u dit exemplaar aanbieden als een bewijs van mijne oprechte, innige genegenheid? Ja, u neemt liet aan, ik weet zeker dat u het aanneemt. Ik versta den kleinsten wenk.quot;

Dit zeggende, keek hij van zijn hoogte neer op zijn groote voeten.

»Wat een paar vioolkisten!quot; moest ik onwillekeurig bij mezelve zeggen, bij den aanblik zijner verplaatsingsorganen.

Ik nam de zuinigheidskandelaar en reikte hem een paar vingers. Hij vatte echter de geheele hand en drukte die met zooveel teeder geweld, dat het bloed mij naar het

ocr page 70

(38

hoofd steeg, Voordat ik roepen kon: »Maar mijnheer, hoe durft u!quot; zuchtte hij hoorbaar piepend en vertrok. In drie stappen was hij bij de deur. Karei liep hem achtena om te voorkomen, dat hij zich nog eens omkeerde, en ik stond midden in de kamer met mijn patent-spaar-kandelaar en wist niet hoe ik het had.

»Is hij weg?quot; vroeg ik toen Karei terugkwam.

»Ja. Hoe is het met je duizeligheid, Wilhelmine ?quot;

»Die is ook weg,quot; antwoordde ik. «Karei als Castan dien man ziet, giet hij hem dadelijk af voor zijn gruwelkamer. Hoe kon je mij zoo iets aandoen?quot;

))Ik kon hem niet kwijtraken. Ik vroeg, om van hem af te komen, of hij niet wou gaan eten, en hij antwoordde: »Dank u, heel graag,quot; en bleef.

»Dat je 't niet helpen kon, begrijp ik, of ben je misschien bang geweest dat de aardappelen met haring je niet zouden smaken en dat je gast je helpen zou ze te doen verdwijnen? Want wat het eten betreft, ben-je egoist, Kareir Zie zoo, nu doe je een dutje en ik wip even naar Betti om haar eens duidelijk te maken welke verplichtingen men tegenover klanten heeft.quot;

))De aardappelen waren uitstekend,quot; zeide Karei.

«Slaap dan nu den slaap des rechtvaardigen, maar een beetje gauw, want het is al laat.quot;

»Ik moet naar liet kantoor. Die patentkerel heelt al mijn tijd in beslag genomen.quot;

))Loop hem achterna, zeide ik. Wanneer hij op de Werder-sche markt is, vind je zijn schaduw nog in de Koningstraat.quot;

Mijn goede Karei lachte en zeide: »We kruipen van avond vroeg in ons mandje en halen onze schade in.quot;

»Best, Karei. Wanneer men zijn werk gedaan en zijn plichten vervuld heelt, dan komt de geest wel tot rust. Een lekker bed en een goed geweten vormen het mooiste slaapkamer-ameublement, en die hebben wij goddank. Je zult eens zien, dat we als marmotten slapen.quot;

ocr page 71

69

Dat was mijn volle overtuiging. Maar wat beteekent een overtuiging nadat men zes of twaalf uur ouder geworden is.quot;

Toen ik bij Eetti kwam, vroeg ze spotachtig lachend;

))Is uw gast nu weg, of blijft hij ook soupeeren ?quot;

»Betti,quot; zeide ik zoo kalm mogelijk, «wat je nog niet verstaat, is de kunst van je te beheerschen. Jij kon vooruit niet weten of er nog geen belangrijke zaken met den langen zouden aangeknoopt worden.quot;

ygt;Aan den langen, meent u zeker.quot;

»Betti, ik heb Duitsch gesproken voordat jij geboren was, en heb dus je privaatlessen niet noodig. Jij kunt van mij daartegen nog veel leeren, in de eerste plaats hoe men zijn gasten moet behandelen, zelfs die, welke men niet op een regenachtigen Zondagmiddag bij zich wenscht te zien. En ik heb je wenk op wenk gegeven, om je te doen zwijgen.quot;

))Mij wenken gegeven?quot; vroeg Betti verwonderd.

«Ja, onophoudelijk.quot;

. ))Dan waren die wenken zoo fijn, dat ik er niets van bemerkt heb.quot;

))'t Verwondert me, dat je niet hardop sauwquot; geroepen hebt.quot;

))Was uwe pantomime dan zoo grappig?quot;

»Betti, houd me niet voor den gek. Heb je dan geen gevoel meer ? Ik heb tocli flink op je voet getrapt.quot;

))U hebt getrapt? Dat is heel wel mogelijk, maar niet op mijn voet.quot;

«Niet op jouw voet !quot; riep ik en er ging een licht voor me op.

«Neen.quot;

«Zon ik dan ... .quot;

))W: larschijnlijk. Zijn beenen waren zoo geweldig lang, dat ze in uwe onmiddellijke nabijheid moeten gelegen hebben.quot;

ocr page 72

70

))Betti, kind.... Dat is verschrikkelijk! Ik moet gaan zitten. Die ontdekking drukt op mij als lood. Eü hoe meer ik trapte, des te vriendelijker lachte hij tegen me.

))Ja, hij grinnikte als een idioot.quot;

))Wat moet hij van me gedacht hebben!quot;

))De menschen denken altijd het eerst liet slechtste,quot; zeide Betti lachend.

Ik voelde dat mijn gezicht gloeide als een pioenroos. De Niet had het slechtste gedacht. Betti wilde grappig zijn, maar de grap was voor mij de sleutel voor het gedrag en de opdringende vriendelijkheid van den patentgek. Wat een afschuwelijk misverstand! Ik laadde den schijn op me met hem te koketteeren — en daarvan was een verwisseling van ledematen schuld! Hoe durfde de kerel aannemen, dat het mijne bedoeling was hem op den voet te trappen in tegenwoordigheid van mijn man, van mijn getrouwde dochter en haar man!

))Ja!quot; riep ik uit. als dit de moraal is der tegenwoordige jeugd, dan moet de wereld ten gronde gaan, dan is niets meer heilig!quot;

»Waarom windt u zich zoo op, mama? Wat kan het u schelen wat die knoopenhannes van u denkt?quot;

«Wat hij denld is mij onverschillig. Maar niet wat hij verder vertelt. En eindelijk komt de geschiedenis, natuurlijk opgesmukt je vader ter oore.quot;

«Maar welke geschiedenis, mama?quot;

»Niets, niets. Je hebt gelijk, 't Is me onverschillig.quot;

Ik probeerde heel vroolijk te zijn en Betti daardoor te doen vergeten wat ik gezegd had, en om te zien of ik goed comedie speelde, keek ik in den tegenover mij hangenden spiegel, 't Ging nog al. Ik verbeeldde me bij den photograaf te zitten: «Vriendelijk kijken, als 't u blieft.quot; Nog een zetje, daar had ik den goeden glimlach te pakken. Ik had bij mijn studie gelegenheid op te merken, dat ik mijn beau jour had en met mijn iets rooder dan anders gekleurde

ocr page 73

71

wangen, niet behoefde onderdoen bij vele jongere dames, die niet zulk een gezond gestel mee ter wereld gebracht hebben, en dat beetje, dat ze bezitten, op partijen nog verkwisten. Wanneer ik mij goed conserveer, ja heel, heel goed, en zooveel mogelijk mijn gezicht in vriendelijken plooi houd, dan kan niemand zich in mijn leeftijd vergissen. Ik heb vreeselijk medelijden met den zwarten man met zijn openspringende knoopen en zijn slapeloosheid, al was het alleen maar omdat hij lederen dag zoo'n lang lichaam vol te stoppen heelt. Ja, zoodra hij over den drempel schoof met zijn vioolkisten voelde ik: die brengt ongeluk of is een ongeluk of iets dergelijks. Eu zoo was het ook.

Maar men moet aan zoo iets niet toegeven. Met een beetje goeden wil kan iedereen zich beheerschen, en dat deed ik. Na nog een vluchtigen blik in den spiegel stond ik op en zei tot Betti:

».Te ziet langs welke kronkelwegen zich het leven beweegt, mijn kind, hoe men menschen treft en zelf getroffen wordt, zooals het uitvalt. Onze ergste vijand is het misverstand en de laaghartige uitlegging onzer daden. Ik ben onschuldig, dat weet je vader ook. ...quot;

»Mama,quot; viel Betti mij in de rede, terwijl mijn geest naar lucht snakte, ))we hebben toch eigenlijk weinig gedronken. Schalen of kelken zijn niet op tafel gekomen.quot;

«Je hebt gelijk. Je ziet hoe suf ik van die visite geworden ben. Ik weet nauwelijks wat ik zeg. Ik wilde je er alleen maar op wijzen, Betti, dat je glad verkeerd doet met je te onttrekken aan de plichten, die de zaak je oplegt. Be eerstvolgende klant moet jullie gast zijn.quot;

»Ik denk er niet aan!quot; riep ze uit.

En dat is nu mijn dochter.

Daar ik niet meer spreken wilde over wat mij aanging en het niet wenschelijk vond iets te zeggen wat haar betrof, bekorte ik mijn bezoek, ofschoon over den heer met zijn patentknoopen nog allerlei te bepraten zou zijn geweest.

ocr page 74

72

bij voorbeeld of ik wezenlijk moest gelooven dat ik een jeugdigen indruk op hem gemaakt zou hebben. Maar waarom zou ik mij blootstellen aan onaangename antwoorden ? Kinderen, vooral dochters zijn dikwijls liefdeloos.

Toen Karei voor het avondeten thuis kwam, was ik uiterlijk kalm, maar innerlijk verkeerde ik in pijnlijke onrust.

Ik had den vreemden heer op den voet getrapt. Dat kon ik niet ontkennen. Hij had geglimlacht, ik ook, maar die glimlach was van beide zijden het gevolg van een misverstand. Aan tafel — ik kon geen stuk door mijn keel krijgen — vertelde ik Karei wat er in mijn ziel omging.

»Oult;lje,quot; zeide hij, »lief oudje, wind je toch niet zoo op.quot;

«Ben ik wezenlijk zoo oud?quot;

» Onzin.quot;

«Karei, je houdt niet meer van me. Ik ben je onverschillig geworden.quot;

Nu kwam al het gebeurde van dien dag mij weder voor den geest en zelfs de vloed van tranen, dien ik niet meer weerhouden kon, schonk mij geen verlichting. Telkens weer kwam de gedachte boven: die lange patent-man zal' 't overal vertellen en als bewijs zijn blauwe schenen laten kijken. Misschien heeft hij daar ook wel patentknoopen.

De avond ging treurig voorbij, alle pogingen om vroolijk te zijn, mislukten.

Toen de klok den tijd eindelijk ver genoeg gebracht had, stelde Karei voor naar bed te gaan, want we wisten eigenlijk niet wat we nogzouden doen.

Maar kon ik slapen ? Mijn engel van een man had me alles vergeven, Bitti wist het rechte van de zaak niet, maar ik zag verder; in Berlijn liep nu een man rond, die iets slechts van mij vertelde. Wanneer je niet weet dat je belasterd wordt, dan is liet zoo erg niet, maar wanneer men liet weet, — dat is afschuwelijk. Karei was moe. Ik had een gevoel alsof ik nooit slaap gekend had, niet wist wat het was. Ik wilde daarom een boek nemen.

ocr page 75

73

maar wanneer men iets te lezen wil hebben, is er nooit iets. Schiller en Goethe staan wel in onze kast, en Lessing ook, maar wie is daarvan gediend ? Al onze andere boeken kende ik. Hoe ik ook zocht, ik vond niets naar mijn smaak.

»Ga nu als je blieft naar bed, Wilhelmine,quot; zeide Kürel eindelijk. «Ik wou graag slapen.quot;

«Ja, Karei, dadelijk. Wacht nog een poosje. Lang blijf ik niet meer wakker; tot dat eindje kaars is opgebrand. Dan kan ik meteen eens zien of de uitvinding van dien, hoe heet hij ook weer, wat waard is. Toch verschrikkelijk, dat zoo'n man nooit slaapt. — Slaap je al, Karei?quot;

«Misschien, laat me met rust.quot;

«Zeker, Karei.quot;

Ik klemde de koperen veer van het patent in mijn porseleinen kandelaar, stak het eindje kaars daarin en kroop in bed, zonder iets beters dan de krant gevonden te hebben.

Ik moest, ofschoon ik las, voortdurend aan den lange denken. Hoe verschrikkelijk als men in geen enkel gewoon bed past, en daarbij steeds wakker ligt en uitvindt.

«Slaap je al, Karei?quot;

«Maar, Mine, hoe kun je me nu zoo plagen?quot;

Ik las verder.

«Voor mijn part kan hij vertellen wat hij wil,quot; zeide ik eindelijk tegen me zelf. «Ik ben er boven verheven. Wat is hij toch ontzettend lang. Verbeeld je, als hij nu eens binnenstapte!quot;

«Karei:quot; riep ik, «je snurkt?quot;

«Ik heb nog heelemaal niet geslapen. Blaas dat licht uit, Wilhelmine.quot;

Ik ben dadelijk klaar met het feuilleton.quot;

«Is dat dan zoo boeiend?quot;

«Neen, net als altijd. Ze krijgen elkaar en geen sterveling komt te weten hoe ongelukkig ze later geworden zijn.quot;

«Gooi toch dat prul in de papiermand.quot;

ocr page 76

74

't Kwartaal is nu eenmaal betaald.quot;

))Maar morgen heb je toch tijd genoeg om te lezen.quot;

))Jawel, maar nu is hét nacht. Ik zie dien man steeds voor mij, hij grijnst mij voortdurend aan. Je hadt hem niet bij me moeten brengen.quot;

«Morgen kun je die onzinnige praatjes voortzetten. Ik wil slapen. Ik heb geen middagdutje gedaan, gun mij ten minste nu mijn welverdiende rust.quot;

«Karei, waren die aardappelen met haring niet uitstekend ? Hoe kun je dan nu zoo onvriendelijk tegen me zijn. Ik doe alles wat ik kan om de plichten, door de zaak opgelegd, na te komen, ik moet mij menige opoffering getroosten, ik ga er onder gebukt, ik ....quot;

Op dit oogenblik geschiedde iets dat wij niet verwacht hadden. Of een spook de kamer was binnengekomen of dat het bij de uitvinding hoorde, zal wel ten eeuwigen dage een raadsel blijven, maar op eens vloog de patent-kaarsen-eindjeshouder met een hoorbaren knal met het brandende eindje kaars in de lucht.

«Karei! de kaars!quot; riep ik.

«Goddank, nu is ze uit,quot; zeide Karei lachend. «Dat is een heel praktisch ding.quot;

«Uit,quot; herhaalde ik, als had ik hem niet verstaan; «uit? Is het licht uit ?quot;

«Natuurlijk, 't Is hier immers stikdonker?quot;

«En dat is jou genoeg ? Weet je dan waar liet eindje kaars gebleven is ? Ik meen te hebben gezien, dat het regelrecht naar de kas gevlogen is, en daarop ligt toevallig allerhande brandbare waar.quot;

«Onzin. De kaars is, zoodra ze in de lucht vloog, uitgegaan.quot;

«Karei, je kunt toch niet een licht zien, dat uit is ? . Dat is onmogelijk. Zoolang je de kaars gezien hebt, brandde die nog. Als er nu maar geen brand ontstaat.quot;

«Als je eens wist, hoe moe ik ben.quot;

ocr page 77

75

))0p de kast ligt veel stof. Stof afnemen doen de tegenwoordige meiden niet. Ze kijken liever nit het raam. Ka-rel heb je nooit van stofontploffingen gelezen ?quot;

«Denk je dat ik alles geloof wat in de krant staat?quot;

»Tot dat je door schade en schande wijs wordt. Wanneer de boel ontploft, is het te laat. — Karei, ruik je niets ?quot;

We snoven beiden in de duisternis.

»De lucht wordt scherper.quot;

»Ik ruik niets.quot;

))Haal maar eens goed op. Ik ruik het duidelijk.quot;

»Nu ja, 't ruikt hier naar een uitgeblazen kaars.quot;

«Neen, naar heel iets anders. Naar wol. Ja, ja, naar gebrande of geschroeide wol. Karei, hier zengt iets. We moeten den brand blusschen.quot;

Karei begon nu ook ongerust te worden en meende eveneens een brandhicht te ruiken. Hij stak licht aan en stond op.

«Karei, trek eerst iets aan.quot;

))Waar is dan dat drommelsche ding heen gesprongen vroeg hij en lichtte in alle hoeken.

«Karei, wees toch voorzichtig, steek de gordijnen niet in brand.quot;

))Ik vraag je waar dat ding heen gesprongen is?quot; herhaalde hij.

»lk heb je toch al gezegd, dat het met een zwaai in de richting van de kleerkast gevlogen is. Maar als je licht aansteekt kun je natuurlijk den Hauwen schijn van het vuur niet zien.quot;

»Moet ik dan wachten tot de heele kamer in lichte laaie staat?quot;

»Hoe dikwijls moet ik je zeggen dat het di;:g op flè-kleer-kast ligt?quot;

»De duivel hale dien patent-gek,quot; bromde Karei.

))Ik geloof niet, dat de duivel daarvoor extra naar Ber-

ocr page 78

76

lijn zal komen,quot; antwoordde ik, omdat ik zulk een gods-lasterende taal in oogenblikken van gevaar, ongepast vond. Mijn man zette juist een stoel op de tafel om op de kast te kunnen kijken. Hoe licht kan hij vallen of op andere quot;wijze zwaar gestraft worden?

))Karel,quot; riep ik tegen de stellage op; hij had in zijn wit tricot ondergoed wel veel van een acrobaat, maar was er toch geen. «Klim niet op dat trapezium. Die halsbrekende toeren eindigen met het hospitaal. Neem liever de lampetkan en giet voorzichtig het water boven op de kast, totdat je sissen hoort. Dan is het vuur uit.quot;

Deze list beviel hem. Hij haalt de kan en begint te gieten, net als een antiek standbeeld, met omhoog geheven kruik, van onderen schilderachtig verlicht door een llikke-kerende kaars.

Plotseling een geweldig gekraak. Het antieke standbeeld verdwijnt en ik hoor ruischend water.

«Karei wat is er gebeurd? Ben je gevallen? Leef je nog?quot;

«Het oor is van de kan gebroken. Steek gauw licht aan, dat ik van de tafel kan komen.quot;

In een oogwenk ben ik uit mijn bed, en plas met mijn bloote voeten in het water, maar dat doet er minder toe.

«Karei, waar zijn de lucifers?quot;

«Op mijn nachttafeltje.quot;

«Houd je nog twee seconden vast, Karei; ik breng redding.quot;

Bevend, gedeeltelijk van angst, gedeeltelijk van de koude voeten, tast ik langs de ledikanten en probeer zoo Karei te bereiken. Daar trap ik op iets hards en scherps en geef een luiden gil.

«Wat is er?quot; roept mijn man.

«Karei, verroer je niet! Als je nog een stap doet, val je naar beneden. Ik heb op iets getrapt. Hier heb ik het al. Het is de patent-kandelaar.quot;

«Steek hem dan gauw aan!quot;

ocr page 79

77

))Maar hij is met zonder kaars.quot;

«Den uitvinder draai ik den hals om.quot;

»KareI, spreek niet zulke zondige taal. Je bent nog niet buiten gevaar.quot;

Bij het zwakke licht van een lucifer bereikte mijn Karei weer den beganen grond, die drijfnat was. Daar ging de lucifer uit.

»Maak toch licht, vrouw!quot; riep hij woedend, toen het weer duisternis geworden was en wij beiden in het water stonden. Ik stak een lucifer aan en hield dien bij zij n kaars. Maar ze wou niet branden, ze knetterde en ging uit.

»De duivel....quot; begon hij woest.

«Karei, 'tis toch maar een Kneippkuur,quot; zeide ik om hem tot kalmte te brengen. »Een Kneippkuur met halve begietingen en vochtige kuiten.quot;

«Steek je nu haast licht aan? Ik moet me heelemaal uitklee-den en droog ondergoed aantrekken, en dat is jouw schuld.quot;

»Ik? Maar niemand anders heeft natuurlijk een barst in het oor van die kan gebracht dan Philippine. Ze behandelt ons goede porselein zoo ruw, dat alles gebarsten is. Maak de meid een standje, maar mij niet.quot;

Ik slaagde erin de huiskamer te bereiken en kwam met een helder brandende lamp terug. Hemel, wat was mijn Karei nat! Van boven tot onderen begoten. Hij had het niet zoo erg koud, maar hij bromde geducht.

Met mijne hulp was hij gauw droog en weer in bed, en toen stapte ik er ook weer in.

))Zie je wel, dat mijn voorgevoel uitgekomen is ?quot; zeide ik. »Ik wist dat die man ongeluk in ons huis zou brengen, en dat is ook gebeurd. Als je in het donker op die tafel een misstap gedaan hadt, zou je gevallen zijn en je schedel verpletterd hebben. De kaars zou ook direct in de gordijnen hebben kunnen vliegen! Karei, waar is de kaars?... Op de kast lag ze niet. Zou ze hier of daar in een hoek ligaen smeulen?quot;

ocr page 80

78

»1)1 aas de lamp uit. Ik wil slapen. Wanneer we morgen in asch veranderd wakker worden, zullen we het wel merken.quot;

Op zijn bevel deed ik duisternis heersclien, met het vaste voornemen geen oog te sluiten, om bij het uitbreken der eerste vlammen dadelijk met blusschen te kunnen beginnen. Zoo lag ik op schildwacht en moest voortdurend aan den lange denken, die nu zeker ook met open oogen lag en uitvindingen bedacht, die zijne medemenschen in moeilijkheid zouden brengen.

«Karei,quot; zeide ik, daar ik het heelemaal niet meer uithouden kon. «Beu je vast overtuigd dat het licht uit is ?quot;

))Ja.quot;

«Geloof je niet, dat het nog ergens ligt te gloeien?quot;

»Neen.quot;

»Maar het zou toch kunnen zijn. Een vuur kan dagen lang smeulen.quot;

Hij antwoordde niet,

«Karei boe boog zijn we geassureerd ?quot;

Hij haalde diep adem.

«Karei, droom je zoo zwaar?quot;

Geen antwoord.

Dat was dus de dank voor alle zorg en moeite, voor den last en het ongemak die men dragen moet ter wille van de zaken van den man. Maar 't is immers een dwaasheid op dankbaarheid te rekenen, terwijl alles wat men doet eenvoudig beschouwd wordt als een staaltje van den plicht dien men zich met het echtelijk juk op de schouders heeft gelegd. Reken niet op erkentelijkheid, Wilhelrnine, je zult teleurgesteld worden. Lijd geduldig en verdraag alles, totdat ze je den houten slaaprok aantrekken en je een bed spreiden in de koele aarde, wanneer je ten minste niet eerst in Gotha verbrand bent.

Zoo lag ik te wachten op het uitbreken van de vlammen. Daar ze echter niet uitbraken en mijn Karei bijzonder nijdig snurkte, zag ik eigenlijk niet in, waarom ik ook niet mijn deel slaap zou nemen. En ik deed mijn oogen dicht en sliep.

ocr page 81

ZONDAGSRUST.

Ik had tegen Auguste Weigeit gezegd: «Wanneer je niets beters te doen hebt, kom dan Zondag 's een beetje bij me. We zien elkaar zoo zelden en een mensch wil toch nu en dan zijn hart wel eens uitstorten, 't Gaat daarbij net als bij den grooten schoonmaak: de stof moet van tijd tot tijd uit alle hoeken, opdat ze niet te vast gaat zitten. Je komt dan ook tegen 't avondeten, dan hebben wij meisjes den namiddag geheel en al voor ons.quot;

«Maken de kinderen het u dan niet te lastig ?quot; vroeg ze, met de gewoonte aan vrouwen eigen om een uitnoodiging aan te nemen en te doen alsof men ze afwijst. Ik voorkwam iedere verdere vertooning met de woorden:

»Maar ik ben toch grootmoeder, Auguste?quot;

Dat gaf den doorslag. Grootmoeders zijn alleen maar op de wereld om het haar kleinkinderen prettig te maken. Grootmoeder heeft steeds tijd om ze bij zich te hebben, om voor hun innerlijk en uiterlijk welzijn te zorgen, hun het verdriet op liet gelaat te lezen, en hun pleiziertjes aan te doen. Kinderhanden zijn licht gevuld, maar grootmoederhanden ook: men behoeft haar slechts een kleinkind te geven, dan houdt ze de gansche wereld omvat.

«Mijn moeder geeft niet veel om mijn beide kinderen,quot; zeide Auguste.

ocr page 82

80

«Ze is niet kalm genoeg om grootmoeder te zijn,quot; viel ik haar in de rede. «Tot alles behoort een zekere gave, en ik geloof dat zij niet genoeg haar geduld oefent.

Auguste zuchtte diep en keek bedroefd.

»Is er wat gebeurd?quot; vroeg ik.

Auguste zweeg en kleurde zich met een verlegenheidsblos.

»Aha,quot; dacht ik, die mevrouw Bergfeldt heeft weer wat op haar geweten.quot; Ik legde echter mijn gedachten aan den teugel, zooals mij in een roman, dien ik onlangs las, zoo goed beviel. Ik houd anders niet erg van romans, omdat men tegenwoordig nooit wTeet of men later met goed fatsoen kan bekennen hem gelezen te hebben, maar tusschen-beide vindt men toch wel eens een mooien gedachtenparel. Voordat Auguste een uitvlucht kon bedenken, zeide ik:

»Kom maar gauw. We hebben elkander veel te vertellen. Er gaat niets boven de gezelligheid onder vier oogen.quot;

Ze beloofde nu, wat mij heel aangenaam was, omdat ik toch het naadje van de kous van die scène met hare moeder wilde weten. Wanneer eenmaal een ongeluk gebeurd is, kan men er nog lang en breed over praten, maar met woorden zet men geen stukken in. En wat is verkwikkender dan een verstandig onderhoud, waarbij men beide ongestoord zijne meening zeggen kan. Hoe ik over verschillende dingen denk, dat heb ik mevrouw Bergfeldt duidelijk genoeg gezegd. Waarom vertoond ze zich anders zoo zelden ? Sedert een half jaar heeft ze de Landsbergstraat niet met hare hooge tegenwoordigheid vereerd.

Rekent een mensch op gezelligheid dan komt de regel van drieën meestal nooit uit, omdat men ze niet als de koffie door een zeef gieten kan. Die Zondag zal ik niet licht vergeten. Want ten eerste kwam Auguste juist toen onze meid haar uitgaansdag had, en dat zou anders niets te beteekenen hebben, maar dat schepsel maakt me het leven zoo zuur, als maar kan door hare ^vergeetachtigheid.

Dientengevolge brandde het vuur in de keukenkachel

ocr page 83

81

niet, had ze vergeten brood te halen en dus ook het gebak. Karei en ik hadden 's middags zooveel gegeten, dat we het tot 's avonds konden uithouden. We hadden alle schotels leeggemaakt, omdat het ons smaakte, en onze gedienstige fee alles door haar keelgat doet verdwijnen wat van binnen komt en later beweert dat het niets dan afgekloven kluiven waren met niets eraan. Maar Auguste en hare kinderen kon ik geen honger laten lijden.

))Auguste,quot; zeide ik, ))ik heb een goed stuk brood in huis en lekkere boter; voor de variatie smaakt zoo'n boterham bij de koffie wel, vooral op een buitenpartij. Als je 't goed vindt, zetten we de ramen open, laten liet eens Hink doorwaaien en verbeelden ons dan, dat we op den Pinksterberg bij Potsdam zitten.

))Neen, neen,quot; riep ze lachend. )gt;Dat zou ons bij deze koude slecht kunnen bekomen. Else hoest al een poosje.quot;

Ik keek het kind aan.

))Ze is een beetje uitgegroeid voor haar jaren,quot; zeide ik, maar dat komt wel terecht. Weet je wat, we roeren een eierdoortje door haar koffie en voor Frans ook. Er is niets gezonder dan eieren, want omdat er een schil om is, kunnen er geen bacillen in komen en bovendien hebben ze een erkend protoplasma.

))U weet ook alles, mevrouw Buchholz.quot;

»Och, als men een dokter in de familie heelt, dan druppelt er een massa wetenschap op je af.'t Is alleen maar de kunst al die druppels te verzamelen. — De kinderen krijgen dadelijk hun portie.quot;

Glimlachend ging ik, maar zonder glimlach kwam ik terug: nergens een ei te vinden! Ik wist dat ik er nog een paar gehad had, want 's morgens had ik ze met eigen oogen gezien, toen ik twee doiers in de bloemkool deed, want zonder eieren lust mijn Karei ze niet zoo graag, en de andere heb ik laten staan en nog gedacht, die kunnen we nog eens bewaren. En nu heeft de keukenmeid er aan gesmuld.

Stinüe. Gcdeakschriften. 6

ocr page 84

82

«Auguste,quot; zeide ik. »We moeten ons behelpen. Ik weet dat je er mij graag een paar zoudt willen halen, maar je dienstvaardigheid brengt ons in dit geval niets verder omdat ze vandaag nergens verkoopen. 't Is Zondag.

Auguste probeerde een vroolijk gezicht te zetten, maar 't lukte niet erg, en dat was ook wel begrijpelijk, want als men zich bescheiden op roomtaartjes heeft voorbereid, en men krijgt dan niets anders dan een boterham met niets en dan tot variatie nog een boterham met niets en eindelijk voor de bonne bouche nog een boterham met niets, bovendien krap room bij de koffie, die wel overvloedig voorhanden is en om den goeden wil te toonen, bijna extra-sterk — dan hokt het gesprek en de gezelligheid verdwijnt. Toen nu ook nog de jongen begon met: «Mama, waar is de koek ? U hebt toch gezegd, dat bij tante Buchholz altijd zulke lekkere koek is,quot; en de kleine Elsa met haar groote vragende oogen ook de beloofde heerlijkheden zocht en niet vond en mij aankeek alsof ik haar het grootste onrecht had aangedaan, had ik erg het land. Maar wat hielp het of ik het bleeke schaap op mijn schoot nam en zoende? Kinderen hebben nu eenmaal liever koekjes dan kussen. Later wordt dat anders, dat is waar.

Karei was gaan wandelen. Hij gaat 's Zondags meestal met onzen schoonzoon Schmidt wandelen en dan spreken ze over zaken. Dikwijls gaat Betti mee, en wanneer dan de jongelui naar 'teen of andere concert willen, gaat mijn man naar huis, en we soupeeren samen. Voor van avond had ik een beetje gesneden ham en worst. Dat was een heel goed idee van me geweest, maar de uitvoering was te klein uitgevallen, omdat ik toch niet gerekend had op Auguste en hare kinderen en ook niet op meneer Weigeit, die juist kwam, en van de Ackerstraat naar de Landsbergerstraat is een aardig eindje om honger te krijgen.

Omdat Karei den sleutel van den wijnkelder in zijn zak heeft en bij ons nooit sigaren laat slingeren, omdat de vrijers

ocr page 85

83

van de meid geimporteerde Havanna's niet naaT waarde ■weten te schatten, moest mijnheer Weigeit op een droogje zitten. Ik zou hem een boterham hebben kunnen aanbieden, maar er viel mij op dat ocgenblik zoo gauw geen aardigheid in om die er mee te beleggen, en ik had toch ook niets voor hem te drinken ? Tegenover alle anderen had het mij niet kunnen schelen, maar juist omdat het mijnheer Weigeit was, ergerde het mij. Hij is dadelijk beleedigd en let voortdurend op, of hem wel de noodige égards, bewezen .worden, die hem als ambtenaar toekomen. Zoodra hij maar in de verste verte vermoedt, dat men hem niet naar waarde schat, wordt hij venijnig. — zoo zou hij 't zelf noemen, anderen, die wat fijner voelen dan hij, zeggen dat hij onbeschoft wordt.

»U moet mij niet kwalijk nemen, dat ik u niets aanbied,quot; zeide ik, 't is mijn sdmld niet, maar die van de Zondagsrust.quot;

))Ik weet dat men het volk zijn rust niet gunt,quot; antwoordde hij. «Men zou de ambtenaren ook graag Zondags voor de kar spannen, zonder in het minst rekening te houden met hunne krachten, waarop toch eigenlijk de geheele staat steunt, en die dus even goed rust noodig hebben als de hersenen der heeren excellenties met hun groote inkomens voor wie het iederen dag Zondag is. Maar zij, die wezenlijk iets tot stand brengen, worden daarvoor niet beloond .... totdat er eens verandering komt. Reeds menige groote is van zijn voetstuk geworpen en zij die men de moeite niet waard geacht had naar ze om te kijken, worden gevreesd.quot;

Ik moest lachen. Mijnheer Weigeit gevreesd! Dat vond ik een allergrappigste gedachte, want wanneer iemand als Barraibal wil optreden en hij heeft zoo'n selterwatersgezicht, dan is de indruk juist omgekeerd.

«Wie het laatst lacht, lacht het best!quot; riep hij boos. Mijn vroolijkheid hinderde hem, temeer omdat hij honger had. Wat een zegen had nu een stuk koek of een enkele sigaar kunnen aanbrengen.

Daar werd gebeld. «Goddank, daar is Karei,quot; dacht ik.

ocr page 86

84

omdat men altijd denkt wat men het liefst zon zien gebeuren. Maar die hoeft toch niet te bellen? Die heeft toch een sleutel! 'tWas dan ook Karei niet, maar onze schoonzoon Wrenzchen met vrouw en kinderen, die een avond bij ons wilde doorbrengen.

»Dat is heerlijk!quot; riep ik uit, ))dat is allerliefst van jullie!quot; — Maar mijn vreugde brak plotseling af als een stuk lood. Ik had immers maar gesneden ham voor twee personen, en nu waren wij reeds met ons negenen. Als Karei nu nog kwam, was het decimaal vol.

))Als je blieft, geen omslag voor ons,quot; zeide de dokter. Een paar worstjes met roereieren ....quot;

«Roereieren?quot; vroeg ik.

»11 maakt die zoo heerlijk klaar, ik weet niet, zoo luchtig en toch zoo smakelijk ....quot;

»Ja, als ik eieren heb,quot; antwoordde ik, innerlijk woedend op de keukenmeid.

))We laten er gauw een paar halen.quot;

»'t Is Zondag,quot; zeide ik glimlachend. »De kruideniers oefenen zich in het verbruik van vrijen tijd.quot;

«Nu, dan zullen we ons moeten tevreden stellen met de worstjes alleen.quot;

»Die hebben ook Zondagsrust.quot;

»Mama maakt gekheid,quot; zeide mijne dochter Emmi. ))Je zult eens zien hoe ze ons straks verrast. Fritz en Franz krijgen gekookte melk, weet u mama. Als u hunergtrak-teeren wilt, doet u er een lepeltje chocolade door.

»De melk.....quot;

«Heeft zeker ook Zondagsrust,quot; lachte Emmi.

))Ia!quot; riep ik, maar zonder lachen. Er zijn omstandigheden, waarbij zelfs de lust tot spotten vergaat.

We gingen naar binnen. Algemeene begroeting. «Mijnheer Weigeit rookt,quot; zeide ik tegen den dokter, die — natuurlijk — helaas geen sigaren bij zich had, omdat hij onze Colorado's zoo uitstekend vindt, dat hij zijn eigen voorraad, dien hij

ocr page 87

85

thuis heeft, steeds vergeet en iederen keer, dat hij bij ons is, drie a vijf stuks mee neemt voor onderweg.

De heeren waren spoedig aan het praten over den poli-tieken horizon. Emmi en Auguste wisselden van gedachten over hare kinderen, die heel zoet waren, omdat ik altijd dadelijk een stapel prentenboeken vóór ze leg. In sommige families krijgen ze trompetten en trommels, maar dat zijn ouders zonder zenuwen.

Ik ging naar de provisiekamer en bekeekquot; de gesneden ham en worst eens. Zelfs wanneer ik de schijfjes nog zoo kunstig breed uit elkaar legde, werd de hoeveelheid niet meer. Een busje Oostzee-haring zwierf nog in een hoek en ik vond ook nog een bus sleep-asperges: voor wilden een smakelijke combinatie, maar voor beschaafden toch geen Zondagskost. Maar honger maakt wild, dacht ik in mijn vertwijfeling. Ergens moesten ook nog sardijnen in olie en sardellen zijn, maar waar? Ik begon te zoeken. Juist wilde ik met een stok onder de kast grabbelen, toen ik me bedacht, dat de sardijnen en -dellen wel langs denzelfden weg als de eieren zouden verdwenen zijn. Toch ging ik voor de zekerheid met den stok onder de kast door en ontdekte, zooals meestal bij zulke gelegenheden, allerhande dingen wat ik niet verwacht had. Busjes met sardijnen kwamen niet te voorschijn, maar wel lappen en vodden en papieren en brood- en kaaskorsten, en worstvellen eu andere muizenlekkernijen. En aan dat alles was al geknabbeld en gekauwd door de lieve kleine dieren, waarvan ik een verschikkelijken afkeer heb. Ik had aan de keukenmeid gezegd, dat ze dat oude muizengat achter de kast zou dichtstoppen met glasscherven en cement, waarvoor ze een grosschen mocht uitgeven, maar inplaats daarvan heeft ze waarschijnlijk een muizenteelt op groote schaal willen aanleggen om mij, als ze weg zou zijn, een doodelijken schrik op liet lijf te jagen. En die grosschen heeft ze brutaal weg op het boekje geschreven.

ocr page 88

86

Voordat ik over mijn ergernis heen was, werd er al weer gebeld.

»Er schijnt boven brand te zijn,quot; dacht ik. «Heel hard zon ik me daarover niet verwonderen want vandaag loopt alles in 't honderd.quot; — 't Was oom Fritz maar, met iemand dien ik niet kende.quot;

)gt;Mijn vriend Kaulinann,quot; stelde hij hem voor. »Ook een van de zangvereeniging.quot;

Ik boog, maar niet diep, want zangvrienden schat ik niet erg hoog.

«Mijn zuster Wilhehnine,quot; vervolgde bij, »onovertro(Ten in hare goedhartigheid en hare ziekenverpleging. Mijn zwager levert de alkohol daarvoor.quot;

«Tenor of bier-bas?quot; vroeg ik.

O

«Secretaris zonder stembanden,quot; antwoordde Fritz, «in het burgerlijk leven sigarenmensch.quot;

»U bent ons van harte welkom,quot; riep ik. «U hebt er zeker wel een paar bij u. Binnen zitten twee heeren, die naar tabak smachten, en Karei is niet thuis. Komt u als 't u blieft binnen.quot;

Mijnheer Kaulmann had wezenlijk zijn zakken vol proef-sigaren, en daar ik uitstekende lucifers verschaffen kon, begonnen ze dadelijk met bun gordijnen-rookerij te zeggen dat tabak den honger stilt. De dokters beweren dat, op grond, dat menschen die het rooken niet gewend zijn, zich gedragen of ze te veel gegeten en gedronken hebben. Ik was blij, dat de heeren voorloopig niet aan soupeeren dachten.

Maar de kinderen! Ik kon hun toch niet op koude sleep-asperges laten zuigen? Plotseling viel me ook in, dat de heeren altijd zeggen, dat het rooken de drinkorganen doet opdrogen. Water is wel een gezonde drank en de buizen van de waterleiding zijn vol, maar als men gasten heeft, wordt het toch alleen maar op speciaal persoonlijk verlangen voorgezet. Men kan het hoogstens nog als thee iemand

ocr page 89

87

aanbieden, maar de meeste heeren bedanken daarvoor, wanneer ze gezond zijn.

Eindelijk kwam Karei. Ik had als een haas in het veld met gespitste ooren naar ieder geluid geluisterd en liep gauw naar de gang.

«Karei, waar blijf je zoo lang?quot; zeide ik fluisterend.

»Hoe zoo, schat ? Ik had van middag zooveel gegeten, dat ik behoefte had aan een flinke wandeling, om den eetlust voor van avond op te wekken.quot;

»Karel, 'tis mij onverklaarbaar hoe iemand op't idee kan komen Zondags te gaan wandelen om eetlust te krijgen,quot; zeide ik verwijtend. »We zijn op dit oogenblik met ons twaalven in huis en ik heb niets anders dan voor twee personen gesneden ham en worst, een busje sardijnen, een busje sleep-asperges en een homp bruin brood, dat oom Fritz alleen wel op kan. En mijnheer Weigeit maakt op mij den indruk, of hij uitgehongerd is. En jij komt me nu nog vertellen dat je bent gaan wandelen om eetlust te krijgen. Ongeloofelijk!quot;

«Laat nog wat halen!quot;

«Karei, in welke eeuw verbeeld jij je te leven? Wat halen? Waar? Maar zoo gaat het! De mannen maken de wetten, en de vrouwen moeten er onder lijden. Waarom kiezen jullie voor den rijksdag geen lui, die wat meer verstand van huishoudelijke zaken hebben?quot;

Mijn man had ook honger en was daardoor kwalijk-ne-merig.

«Waarom zorg je niet op tijd 't een en ander in huis te hebben,quot; bromde hij. «Dan zat je nu niet in verlegenheid.quot;

«Ha, ha,quot; lachte ik bitter, want ik had reden om uit mijn humeur te zijn.

«Wanneer ik Zondags voor twaalf personen eten in mijn huis lieb, en de boel bederft me en ik zend het 's Maandags naar den rijksdag, waar ze die Zondagsrust uitgedacht hebben, en ik laat erbij zeggen, dat de heeren afgevaardig-

ocr page 90

88

den dat opeten mogen, dan wordt éénstemmig afwijzend beschikt.quot;

«Waarvoor heb je een ijskast?quot;

))Op Zon- en feestdagen is dat een pronkmeubel. Wanneer de ijskar te Iaat komt en je staat al te reikhalzen naar dat beetje bevroren Rümmelsburg, dan komt de politie, als de klok nog niet koud is, en maakt proces verbaal tegen jé op wegens schending der Zondagsrust. Maar ijs heb je niet. Een mooie boel!quot;

)).le schijnt bijzonder goed in je humeur te zijn.quot;

»Wat moet mijnheer Kaulinann van ons denken? Hij maakt ons vandaag voor de eerste maal een visite en moet beginnen met zijn sigaren uit te deelen en krijgt geen nat of droog. Ik zou wel eens in zijn hart willen lezen. Ik voor mij kan best tot morgen ochtend vasten, maar dat helpt ons niet. 01' men het beetje in elf of in twaalf porties verdeelt, genoeg is er in geen geval.... Maar kom. Karei, zorg jij ten minste dat ze wat te drinken krijgen. Ik zal de glazen klaar zetten, dan denken ze ten minste dat er nog wat komt.quot;

Karei haalde van dien heerlijken Johanniter, van Beckers en zonen en die scheen hun te smaken. Ik kwam ook weer in mijn humeur, maar kon toch die muizenfokkerij niet vergeten. Zoo'n Pfalzwijntje is afkomstig uit een vroolijk land; zonneschijn en een gezonde lucht zit in zoo'n llescli en bovendien wordt men al dadelijk veel kalmer, wanneer de man tlniis is, als men tijdens zijne afwezigheid in moeilijkheden is geweest.

Ik was onuitsprekelijk dankbaar, toen mijn Karei met een schertsende opmerking over de zondagsrust, al onze gasten uitnoodigde om met ons in een restauratie te gaan eten. Ze klonken nog eens en stemden toe en ik loofde in stilte de gulden artsenij voor het gemoed, die het druivensap bevat en die ook nu weer de menschen in het humeur had gebracht en zelfs mijnheer Weigeit zijn ambtenaars verwaand-

ocr page 91

89

lieid deed op zij zetten. Oom Fritz moest natuurlijk weer den boel bederven. Wat hoefde hij uit te roepen: »Ja, we rijden allemaal samen naar Dressel, 't couvert vijf mark, komkommersla met room, champagne als tafelwijn, tandenstokers als dessert; het Russische Handelsverdrag betaalt alles.quot;

Nauwelijks hacJ Auguste die onzinnige woorden gehoord, of ze stond op en beweerde naar huis te moeten.

»Auguste,quot; zeide ik, «zonder eten laat ik jullie niet naar de Ackerstrasse gaan. Dat zou wat moois zijn! Den volgenden keer schrijf je me vooruit een paar woordjes....

»Dat zou heel brutaal van me zijn,quot; viel ze me in de rede.

«Of ik schrijf je een briefje en dan zul-je het beter bij me hebben. Vroeger kon men Zondags gerust onverwachts ■/ijn vrienden opzoeken: men was altijd welkom, hoe meer er kwamen hoe beter, omdat men van alles kon laten halen. -Men kon zijn vrienden wat ordentelijks te eten geven en samen een vrooiijken avond doorbrengen. Tegenwoordig is men bang ongelegen te komen en honger te moeten lijden, zooals vandaag bij mij, en daardoor krijgt de oude Berlijnsche gezelligheid een geduchten stoot. Juist die gezelligheid maakte de Zondagen zoo prettig, men kwam zoo sans géne bij elkaar; liet familieleven en de vriendschapsband werden daardoor hechter. Zoodra men extra inviteert, moet het onthaal heel anders zijn, al wil men zijn gasten ook geen mestkuur doen ondergaan. Koud kalfsvleesch hoort al onder de eenvoudigste dingen; minder kun-je't niet doen als je niet in opspraak wilt komen. Vroeger ging liet huiselijker toe, maar die goede tijd komt nooit terug.quot;

»Kom, Wilhelmine, wees nu niet meer boos,quot; zeide oom Fritz.

'tZijn mooie wetten, die de menschen in de koffiehuizen en restauraties jagen,quot; ging ik opgewonden voort. «Vroeger gingen de mannen alleen dan naar de bierhuizen, als hun

ocr page 92

90

vrouwen liet hun thuis te lastig maakten. In de Koppen-strasse is een bierhuis met het opschrift: Hier worden bierdrinkers op Zondagswerk aangenomen.quot; Hoe zou je erover denken, als we eens daarheen gingen?quot;

))Ik houd me niet op in lokalen, waar men meer afschuw van zichzelf kriigt, hoe langer men er in blijft.quot;

«Hier vlak bij is een restauratie,quot; zeide mijn Karei, »en wat we daar krijgen is nu wel niet zoo lekker als wat mijn vrouw kookt. ...quot;

ȟat zet ik zequot; viel ik in de rede.

«Maar 'tkan er tocli mee door.quot;

«Margarine is ook boter,quot; merkte oom Frits op en wendde zich tot de kinderen; «Zie zoo, nu vooruit, hongerige ganzen, nu komt de groote voedering der wilde dieren.quot;

Mijnheer Weigeit nam dat kwalijk. Hoe kon men nu zoo iets tegen ambtenaarskinderen zeggen! En Emmi'keek ook heel vinnig. Het beviel haar niet, dat Weigelt's kinderen met de hare over één kam geschoren werden! Wat heb je aiin je voornaamheid als de naaste bloedverwanten je op die manier encanailleeren? Maar oom Frits is nu eenmaal zoo.

We waren gauw aangekleed.

«Heb je geld genoeg bij je?quot; vroeg ik aan Karei.

«Zoo heel duur zal de grap niet zijn.quot;

«Op zijn minst drie maal duurder dan thuis. Den eerstvolgende keer dat we belasting te betalen hebben, trek je de kosten van van avond af. Dat is niet meer dan billijk.quot;

We zeiden aan den portier waarheen we gingen, voor het geval dat er brand uitbrak of iets anders gebeurde, want de Zondag was nog niet voorbij.

In den regel zijn de kellners in een restauratie heel beleefd als zoo'n volledig dozijn binnenkomt, maar 't was er stampvol, en een tabaksdamp die je wel kon snijden, 't Was geen gemakkelijk baantje ons bij elkaar te zetten.

Na lang heen en weer dringen tusschen de tafeltjes, gelukte het ons met onzen zwerm neer te strijken in het

ocr page 93

91

nevenzaaltje, waar de menschenmassa iets dunner was omdat het daar van den eenen kant moorddadig tochtte en van den anderen kant een afschuwelijke lucht binnendrong. Telkens als iemand een deur open deed woei een carhol-en een stalgeur je toe en dat kan evenmin gezond zijn als zooveel andere afschuwelijke dingen, bijvoorbeeld de moderne muskuslucht, waarmee de menschen zich verpesten, zonder het te bemerken, omdat ze verstopte neuzen hebben.

»quot;\Yie kan dat musküsdier hier zijn,quot; wou ik al hardop vragen, toen ik het ontdekte en de woorden mij in den mond versteenden.

Het was onze eigen keukenmeid. Ze zat schuin tegenover ons aan een tafeltje met een man van ongeveer dubbelde sergeant-majoors afmeting en keek me aan alsof ze wou zeggen: Tegenover de Zondagsrust zijn we allen gelijk, dan is de restrauratie ons aller toevluchtsoord.quot;

Mijn natuurlijke aandrift was op te staan en weg te gaan. Met deze muizenfokster dezelfde karbol- en menschen-lucht in te ademen, — dat was te veel gevergd van mijn zenuwen. Maar de kellner had het bier al gebracht en de heeren bestelden de spijzen, dus moest ik mij in het noodlot schikken. Maar alle uren gaan voorbij, zelfs (ie langste, eindelijk moest het uur van naar huis gaan toch slaan.

We lieten komen wat er was. De een wilde iets van een dood kalf, de ander van een dood zwijn, Emmi frikassé van kip voor zich en de kinderen en de Weigelts volgden dit voorbeeld. Ik nam eenvoudig een portie ragout, waarin waarschijnlijk wel overblijfselen van een dood paard zwommen, zoodat liet dierenrijk tamelijk wel op onze tafel vertegenwoordigd was.

De kleine Weigelts dronken bier als groot:? menschen. Dat hoort zoo in den middenstand. De dokter zegt dat bier voor kinderen heel nadeelia; is.

«Breng me twee glazen melk voor de jongens,quot; zeide

ocr page 94

92

Emmi tegen den kellner. De kellner zei geen ja of neen, maar drong zich door de menschenmassa.

Langzamerhand werd ons het eten gebracht. Hoe het kwam, wisten we natuurlijk niet, maar het eene smaakte precies als het andere: naar karbol en tabak. Ik proefde eens van de fricassé. Mijn oordeel was: kreeftenbotermet oud • nierenvet.

Oom Fritz had een biefstuk zoo taai als een leeren lap. Toen hij hem half op had, schoof hij hem van zich ai en riep: 't Is op Zondag verboden te werken kellner, één maal Thüringer, maar weeke.

Meneer Kaulmann stelde zich tevreden met een broodje met ham.

«Zeg eens, Ivaulmannetje, wat mankeert je?quot; vroeg oom Fritz. »Je zet een gezicht zoo zuur als azijn.quot;

«Ik heb waarachtig geen reden om vroolijk te zijn, antwoordde Kaulman, op wien ik tot nu toe nog niet veel had kunnen letten. Hij behoort tot de menschen, waaraan men snel gewend raakt: middelmatige lengte, zoodat ze hem in een confectie-magazijn dadelijk kunnen aankleeden, aangename gezichtsuitdrukking, met een brutalen puntigen knevel, groote, bruine oogen, eu zwart haar, glad langs het hoofd dat volgens de schedelleer een teeken is van netheid en ordelievendheid. Eu dat komt uit ook, want hij is kassier van de zangvereeniging, en voor zulke baantjes gebruiken ze alleen maar ordelievende lui. Bovendien was hij een vriend van oom Fritz, en dat alleen zou genoeg reden zijn, om hem vriendschappelijk te behandelen, als ik hem niet dankbaar moest wezen voor de sigaren, die hij had uitgedeeld.

))Wel nu nog mooier!quot; riep oom Fritz. »Dat het vandaag Zondag is, is al reden genoeg om vroolijk te zijn. Proost, Kaulmannetj e.quot;

»Tot nu toe verdiende ik Zondags zooveel alsindeheele week samen, ik kon mijn huisbaas betalen, en de belasting

ocr page 95

93

en zoo, ik kwam goed vooruit. Maar dat is nu voorbij. Ik moet uit mijn huis, want de huur is me te hoog....quot;

))Ja, daarom heb ik eigenlijk mijn vriend Kaulmann meegebracht,quot; zeide oom Fritz. «Jullie hebt immers in de fabriek een 'paar opzichterskamers, die je op het oogenblik toch niet gebruikt; die zou je tegen een prijsje aan Kaulmann kunnen verhuren, totdat er betere tijden komen. Dan kan hij tenminste zijn boeltje onder brengen.quot;

»Heel't hij zijn eigen meubels?quot; vroeg ik.

»Ja, hij is ingericht voor twee en meer personen,quot; antwoordde oom Fritz.quot; »Kaulmannetje wou trouwen, een allerliefst deerntje, zeg ik je, Wilhelmine, maar hij is niet zoo lichtzinnig om zijn levensgezellin mee in den afgrond te trekken. Verbeeld je, alles was klaar; de trouwdag bepaald, en daar brengt hem die wet op de Zondagsrust een leelijke streep door de rekening.quot;

»Dat is schandelijk!quot; riep ik uit. «Zoo iets kan toch de wet onmogelijk willen. Dat is ....quot;

«Wilhelmine,quot; viel Karei mij in de rede. «We zijn hier in een publiek lokaal. Praat je niet voor de rechtbank.quot;

Mijn man kent mijn afkeer van alles wat op het recht betrekking heeft. Een referendaris jaagt mij al een rilling over mijn rug, ofschoon hij nog maar, om zoo te zeggen een leerling in de jurisprudentie is en lang wachten moet voordat hij in aanmerking komt. Mijn Karel's waarschuwing behoedde mij minstens voor vestingstraf, want ik was zoo nijdig, dat ik van alles zou gezegd hebben, en dat met recht. Of moesten we het misschien prettig vinden, dat we verplicht waren in den stank slecht eten te zitten eten. terwijl we het thuis veel beter en goedkooper konden hebben. En beteekende mijnheer Kaulmann's verstoord geluk heelemaal niets? Is hij niet de vriend van oom Fritz? En zijn meisje? Is het een pretje de kerkdeur voor je neus te zien dichtslaan, als je al op de bovenste tree van de stoep

ocr page 96

94

staat? Zulke dingen moeten toch je gal doen overloopen. Mat ir zoo'n rechter.....

Ik bedwong mijn woede en zeide:

«Komt u dezer dagen maar eens met mijn man praten, mijnheer Kaulmann. Als we het schikken kunnen, kfijgtu die kamers. Zie zoo, nu kunt n ook weer vroolijk zijn.quot;

))Neen, dat kan ik niet,quot; antwoordde mijnheer Kaulmann.

»lk moet aanzien, dat de restauratiehouder aan de lui hier sigaren verkoopt, zooveel als ze maar willen, terwijl ik dat op Zondag niet mag, ofschoon liet mijn broodwinning-is, en dat ergert mij.quot;

»Dat heb ik nog niet opgemerkt,quot; zeide ik en keek in de zaal rond om mij te overtuigen. Op eens zat ik als versteend.

))Wat scheelt je, Wilhelmine?quot; Waarom kijk je zoo ? Heb je een spook gezien?quot; vroeg mijn Karei.

»Eieren!quot; meer kon ik niet uitbrengen.

Was het mogelijk? Daar zat mijn keukenmeid met haar grenadier en haalde het eene ei na het andere uit haar handtaschje en hij pelde ze en slikte ze naar binnen zonder een spier van zijn gezicht te vertrekken.

Mijn eieren!

't Was een wonder, dat ik geen zenuwtoeval kreeg, maar ik beu blij, want dat zou een raren indruk op het publiek gemaakt hebben. Eén troost had ik: die groote kerel kon toch zijn genoegen niet aan mijn eieren eten.

Gelukkig begonnen achter in den tabaksnevel eenige lui lawaai te maken; ze lachten en joelden zooals men dat van het volk gewoon is.

))Mooie Zondagsrust,quot; zeide ik.

))Wat denk je wel?quot; zeide oom Fritz lachend, ))die lui betalen net zoo goed hun belasting als wij.quot;

Maar ik weet heel goed hoe hij dat meende. Ik ken hem. Hij was blij, dat hij zijn vrouw niet bij zich had.

De dokter was klaar met zijn ragout.

ocr page 97

95

«Lieve schoonmama,quot; begon hij. »De Zondagsrust is een noodzakelijkheid. Aan de arbeiders wordt daardoor gelegenheid gegeven zich naar lichaam en geest te ontspannen.quot;

))Ja, wij ontspannen ons hier verrukkelijk,quot; zeide ik spottend.

«De mensch heeft behoefte zich den last des levens nu en dan af te schudden en zich te vermaken.quot;

«Neem me niet kwalijk,quot; viel hem Kaulmann in de rede, «mijn werk beschouw ik niet als een lust. Ik houd niet van buitenpartijen, propvolle trams en bierhuizen. Dat is voor mij veel vermoeiender dan het bedienen van mijn klanten. Honderd maal liever sta ik achter mijn toonbank, omdat iedere grosschen die ik verdien een steentje is tot mijn geluk. Jiust op Zondagmiddag verkocht ik het meest. Waarom mag de restauratiehouder verkoopen, waarom gunnen ze hem ook geen Zondagsrust?quot;

»Dat gaat nu eenmaal niet anders,quot; antwoordde de dokter.

«Als ik dat vroeger geweten had, dan was ik restauratiehouder geworden,quot; zeide Kaulmann. »Dan kon ik het vet van de Zondagen afscheppen en trouwen. Hoe vreeselijk die nu voor mij zijn. kan ik u niet zeggen.quot;

»Maar u kunt naar de kerk gaan,quot; zeide ik om hem te troosten.

«Vroeger heb ik dat met pleizier gedaan,quot; antwoordde hij. «Maar wat zal ik daar nu uitvoeren? Te danken heb ik niet, want mijn zaak gaat achteruit, en bidden helpt niets, want wetten blijven wetten. Er staat geschreven: bid en werk, maar het werken is verboden, waarom zou ik dan bidden ? Ze krijgen mij met geen stok meer naar de kerk. Als ik trouw, zal het op het stadhuis zijn, en nergens anders.quot;

«Mijnheer Kaulmann,quot; zeide ik, «wanneer men ook door de vele wetten niet meer recht van onrecht kan onderscheiden, mag men niet tegen den lieven God morren. Wie weet wat er nog gebeurt en welke wending uw leven nog neemt. Kom nu eerst de kamers bij ons maar eens zien.quot;

ocr page 98

96

Hij zuchtte. Aan de tafel naast ons kochten jongelui van den kellner sigaren. Ik zuchtte ook; de soldaat tikte weer een ei.

De Weigelts waren heel stil. Het scheen Auguste te bezwaren, dat ze met de heele familie op onze beurs uit waren en hem was de bediening niet naar den zin.

Emmi had al verscheiden keeren melk besteld, maar niets gekregen. Eindelijk werd de dokter boos en vroeg barsch; »Kellner, waar blijft de melk?quot;

«Hier wordt alleen bier geschonken,quot; antwoordde de man onverschillig, alsof hij zeggen wilde: van kinderen krijgen we toch geen fooi.

Juist wou de dokter den kellner eens onder het oog brengen, boe hij zich te gedragen had, toen onze portier binnenstormde en naar ons toekwam met de boodschap of de dokter dadelijk in de Frobenstrasse wou komen. De bode wachtte buiten.

»Jij kunt de Zondagsrust ophemelen, zooveel als je wilt,quot; zeide oom Fritz. »Jij moet aan het werk. Maak je patient beter, en dan klaag ik hem aan wegens overtreding van de wet. Willen we eens wedden dat een handig advocaat hem de zaak doet verliezen?quot;

De dokter had geen tijd om te luisteren, en nu één van het gezelschap wegging, stonden we allemaal op. Karei ik en de Weigelts namen de tram, Emmi en de jongens werdeil in een vigelante gestopt. Oom Fritz en mijnheer Kaulmann bleven zitten.

))Wij moeten nog 1 iet zondige stof der aarde wegspoelen,quot; zeide hij. »Dat is de eenige arbeid, dien de Staat op Zondag veroorlooft.quot;

Ik was blij toen ik buiten was. De stank, het lawaai, de keukenmeid, de eieren, de vreeselijke ongezelligheid hadden als een centenaarslast op mij gedrukt. En bovendien was het een duur genot, terwijl ik over mevrouw Bergfeld niets had kunnen te weten komen.

ocr page 99

97

De Keukenmeid moest ik morgen onderhanden nemen. Maar men heeft geen greintje macht over zulke lui. Zeg je te veel, dan val je in handen van een advocaat

«Waarom ben je zoo stil, oudje? vroeg mijn Karei bezorgd. »Een prettige avond was het niet.quot;

»Karei, ilc filosofeer over de mogelijkheid om de oude huiselijke gezelligheid te redden voor den ondergang waarmee ze door de zondagsrust bedreigd wordt. Men zou van alles in huis moeten nemen, bussen ingemaakte groenten

' o o 5

scheepsbeschuit, gedroogde vruchten, gedroogde groenten, gedroogd vleesch en wat er verder te krijgen is, en dan schrijf ik een «koud keukenboek voor de Zondagsrust.quot; Op die manier zou er nog iets gered kunnen worden.

1

Stinde, Gedenkschriften.

ocr page 100

EEN UITSPRAAK.

Geleerde dichters hebben liet gemoed der vrouw vergeleken bij een wereldzee, en niet ten onrechte. Want zoo was l iet mij ook te moede, tenminste als een zee vóór den storm. Beschouwde ik de zaak tut op den bodem, dan had Philippine schuld, drong ik nog dieper door, dan stootte ik op de mevrouw, die over Philippine getuige gegeven had. Ik vond het noodig met deze dame een enkel woordje over oorkonden-vervalsching te spreken, ten eerste omdat door het geven van onware getuigen het vertrouwen der dames onderling geschokt wordt, en ten tweede omdat de mensch even goed lucht noodig heeft als een trompet, die toch ver beneden hem staat.

Daar zij het getuigschrift onderteekend had met «mevrouw professor Susanne Safratkaquot;, en als adres de Kleiststrasse had opgegeven, kon ze mij niet ontglippen. Het plan van mijn veldtocht had ik zoo duidelijk voor mijn oogen, als had een van den generalen staf het voor mij in orde gebracht; aanbellen, naar binnen gaan, voorstellen, vragen hoe het dienstmeisje zich gedragen had. Zegt ze ))goedquot;', dan antwoorden: ))Dat is niet waar.quot; Zegt ze «slechtquot;, dan haar antwoorden, dat in het getuigschrift niet te verontschuldigen leugens staan, vragen of zij schavergoeding betalen wil, of ze mijn zenuwen in orde wil laten brengen, of ze zich

ocr page 101

99

-verbeeldt dat verbroken familiebanden gelijmd kunnen -worden met syndetikon, en wat ik buitendien nog voor baar in mijn winkel heb. Die zou ik wel eens eventjes de ooren wasscben.

De kortste weg was met de ceintuurbaan van de Alexander-platz tot aan den Dierentuin, en dan de Kleiststrasse in den rug aanvallen. Ons uitgangspunt voor tochten binnen de stad is altijd de Alexanderplatz. Wanneer wij die maar eerst te pakken hebben, dan staat heel Berlijn voor ons open. Vroeger was er ook een poort, en waar nu bet groote hotel staat, stond voorheen de berberg de Stelzenkrug, waar een oude vrouw en een arme toekomstige dominé woonden, dien zij uit barmhartigheid voor niets kost en inwoning gaf, omdat zij toch wel wist, dat het op rekening schrijven haar niets zou helpen en zij nooit iets of ten minste maar een lieel klein beetje zou krijgen, wanneer hij aangesteld werd. Op een dag vond men de waardin met een strik om den hals, geworgd in bed en de gerechtsdienaren, zooals de politie vroeger heette, bonden den jongen man aan handen en voeten, omdat zij hem van den moord verdachten. In die dagen was een verdenking genoeg om iemand in de gevangenis te brengen en op de folterbank. Hadden ze hem maar eerst daarop, dan bekende hij en bekende hij niet, dan kwam de beul en hield hem brandende kaarsen onder de oksels totdat zijn huid verschroeide. Dan bekende zoo'n mensch zijn zwartste zonden. Maar de kaarsen moesten door den priester gewijd zijn, anders hadden ze niet zooveel pijnigingskracht.

De arme kerel ontkende eerst en vroeg hoe het mogelijk was, dat ze van hem, een dienaar des Heeren, gelooven konden dat hij zijn weldoenster op die wijze het goede aan hem gedaan, zou hebben vergolden, en bij riep den Heer en de hemelsche heirscharen als getuigen aan en bad weenend dat ze hem uit den nood zouden redden.

De rechters zeiden hem, dat hij een schelm was, die

ocr page 102

100

spijs en drank met duivelsloon betaald had. Zij drongen er op aan, dat hij zijn misdaad zon bekennen. En hij bad weer en zeide dat hij van niets wist.

Toen kleedden ze hem nit en legden hem op den ladder met spijkers, zoodat het bloed hem uit zijn lichaam hep alsof het zoo maar niets was, en ze martelden hem zoo, totdat hij eindelijk riep: ))Ja, ik heb het gedaan.quot;

»Dat wisten we al lang,quot; zeiden de rechters en veroordeelden hem om door vier paarden uit elkaar gescheurd te worden. Toen ze hem weer in zijn gevangenis geworpen hadden en hij op zijn ellendigen bos stroo lag, met zijn gemartelde ledematen en zijn bloedende wonden, met wondkoorts en razend van pijn, toen steunde hij: ))Gud, mijn God, waarom hebt gij mij verlaten? En hij bad: «Vergeef mij mijne zonden, de hand der menschen lag te zwaar op mij, vergeef mij en wees mij genadig.quot;'

Een engel kwam niet, maar de benl bekeek eens aandachtig het touw, waarmede de onde vrouw geworgd was. Wie hem op dat idee bracht, staat niet in de kroniek. ))Ei,quot; zeide de man, »die knoop is door iemand gelegd, die het handwerk verstaat; zulke knoopen kan alleen de beul leggen, die een armen zondaar naar de regelen der kunst ophangt. De student kan dat niet uit den bijbel geleerd hebben.quot;

Die woorden gingen van mond tot mond, van de lier-berg tot aan de poort, van de poort in de stegen, van de stegen in de straten. Die het hoorde, vertelde liet verder. En een die het hoorde sprak: ))Ik weet, dat een vreemde beulsknecht hier is geweest om werk te zoeken.quot; Ze kregen dien te pakken eu hij vertelde al gauw, zonder gemarteld te zijn, dat hij de waardin geworgd had om haar te bestelen.

Maar de student had toch ook bekend het gedaan te hebben.

Toen zag het volle met afschuw hoe het gerecht met

ocr page 103

101

zijn martelen een onschuldige tot een schuldige gemaakt had, maar het kon niet veranderen wat sinds eeuwen als recht en billijk beschouwd was. Het zag wel in wat verkeerd was en wenschte het ook wel te veranderen, maar bezat de kracht niet. Toen begaven eenige mannen zich naar Cocceji, den raadgever des konings, en Cocceji ging naar den koning en vertelde hem wat er gebeurd was, en de koning verbood van nu aan voor altijd het martelen in zijn rijk. Op zijn bevel moest de veroordeelde dadelijk in vrijheid gesteld en goed verpleegd worden. Deze sprak: »De lieer heeft mij een redder gezonden in den persoon van den koning, ik heb onschuldig geleden, maar ik ben Ood dankbaar dat mijn lijden der menschheid ten goede gekomen is eu dat hij mij, den geringste, tot zijn werktuig verkozen heeft. Wat Hij doet is teu allen tijde goed gedaan.quot;

Aan deze geschiedenis moet ik bijna iederen keerdenken, als ik over de Alexanderplatz ga, hoewel ik niet meer weet, waar ik haar gelezen heb. Maar waar is ze, want het marmeren borstbeeld van Cocceji staat in de gerechtszaal in de Lindenstrasse. En de duimschroeven zijn ook afgeschaft, evenals alle andere marteltuigen. Tegenwoordig doen ze alles af met woorden, met presidenten en advocaten om zoo te zeggen zonder eenigen druk, en als de beschaving zoo voortgaat, zullen ze eindelijk nog het aangeklaagd worden onder de rubriek «vermakenquot; opnemen en er een kleine belasting van heifen. Het paleis van justitie op de Alexanderplatz heeft al iets aanlokkelijks; op zoo een mooien tempel der misdadigers kan geen andere stad zich beroemen. Overal voelt men hier de beschavino-

O

en geniet van het onderscheid tusschen voorheen en thans, tusschen den tijd toen de foltertuigen nog in gebruik waren, en men heksen, ketters en bijgeloof had en den tegenwoordigen tijd met zijn verlichtheid.

De kaak is afgeschaft en de vrijheid van drukpers heeft

ocr page 104

102

haar toppunt bereikt, en men kan zelfs geen vrijkiuirtje voor de arme-zondaarskar meer koopen, want die wagensoort bestaat niet meer.

Wij nemen altijd derde klasse op de ceintuurbaan. Ik kan niet zeggen, dat ik het gelukkig trof, want de coupé waarin ik zat, en die toch al tamelijk vol was, werd bestormd door een troep jongelui, zoodat verscheidene daarvan moesten blijven staan en zich vlak voor mijn neus posteerden. Ik geef toe, dat ze de ceintuurbaan niet aangelegd hebben om de menschen van het mooie uitzicht te laten genieten, maar ik spoor, als ik te kiezen heb, liever door een tunnel dan dat ik op de achterzijde van een paar opgeschoten jongens moet kijken. Waag je het iets te zeggen, dan krijg je antwoorden, die je liever niet hoort; de lummels praatten met elkaar op een manier dat ik niet wist waarheen ik kijken zou.

Tot nu toe had ik nog nooit met zulk een troep gereisd en ik nam mij vast voor voortaan altijd tweede te nemen. Sommige menschen mogen er zicli niet over verwonderen dat men niet met hen wil omgaan. Niet hoogmoed en eigenwaan zijn daaraan schuld, maar ruwheid en ongemanierdheid van hun kant.

Deze ontmoeting met het onbeschaafde deel der bevolking, bracht mij niet in een beter humeur, en zelfs de mooie huizen in de Kleiststrasse pronkten tevergeefs. Wat voor nut hebben vergulde balkons en de prachtigste gevels wanneer reizigers die niemand kwaad doen en zich niet weren kunnen, gemeenheden moeten aanhooren? Eret onderscheid tusschen die paleizen en den ruwen volkstoomis te groot. En eerlijk gezegd waren de meeste huizen naar mijn smaak te overladen met moohgheden, ze waren me te suikerbakkerachtig. Een beetje ornament mag ik wel, maar te veel opsmuk heeft geen moralen achtergrond.

Wanneer men naar het nommer van een huis zoekt, wordt onwillekeurig de bouwstijl-kritiek opgewekt en het

ocr page 105

103

resultaat daarvan is: wat staat, staat, en je moet er vrede mee nemen.

Eindelijk vond ik het naambordje: S. Safratka, professor in de mathematische electriciteit.

«Dat z-d wel zoo'n maneschijn lichtfabrikant of telefoon-directeur zijn,quot; dacht ik; »of!iij reist met schaduwbeelden, want met het mathematische is niet veel te verdienen.quot; — Ik bereidde mij daarom voor op minstens vier verdiepingen trappen te klimmen.

Toen mij de portier zeide, dat de professor op de eerste verdieping, links woonde, schrikte ik natuurlijk een beetje, en toen ik de rood pluchen loopers, en de roodfluweelen trapleuningen en de gepolijste wanden, en de geschilderde raam met een tusschen vruchten en bloemen zwevende bode-godin zag, en overal franje en vergulde lijsten en glinsterende spijkers, toen kreeg ik een 'gevoel, dat het misschien beter was om te keeren, omdat in zulk een omgeving de toespraak, die ik mij bedacht had, niet paste. Hier moest meer in het genre Rococo gesproken worden en niet a la Alexanderplatz.

Terwijl ik langzaam naar boven klom, overlegde ik bij mez^lve. 't Was toch wel interessant zoo'n inrichting eens te zien. En ik moest toch ook ter wille van Philippine wat wagen. Ik was nu eenmaal zoover en voor doellooze tochtjes was mijn tijd toch te kostbaar.

Ik belde. Een soort van juffrouw deed open.

«Kan ik mevrouw eens spreken ?quot;' vroeg ik.

»Ik weet het niet,quot; antwoordde ze.

»Dus is mevrouw thuis?quot; vroeg ik.

»Wie kan ik bij mevrouw aandienen?quot;

))IIier is mijn kaartje en zeg erbij, dat ik om gewichtige redenen kom.quot;

De dienende fee verdween en ik had gelegenheid eens om me heen te kijken, 't Zag er op liet portaal heel wat eenvoudiger uit.

ocr page 106

104

))Aha,quot; dacht ik. «Toen ze zoover waren, was het geld op.quot;

Ik was heel nieuwgierig naar die mevrouw.

«Mevrouw vraagt of u maar binnen wilt komen.quot;

Mevrouw voor en' mevrouw na. Dat klonk heel chic. Het speet me, dat ik mijn zwart ripseti japon niet aan had, toen ik binnenkwam, want mijn grijze wollen, die ik met slecht weer voor de markt aantrek, waarvoor ze nog goed genoeg is en voor gewone professorsvrouwen gaat ze ook nog wel mee, maar in deze omgeving stak ze wat af. 't Leek hier wel een nijverheidstentoonstelling: gebeeldhouwde stoelen, alle verschillend, reusachtige vazen met kolossale bouquetten, kleeden en kleedjes op den grond, kleedjes aan de muren, kleedjes op de tafel, prachtig, tooveracbtig bont. Verder olieverfschilderijen en bronzen beelden. Je kon duidelijk zien, dat de lui geld hadden als water en met de mode meegingen.

Ik maakte een buiging en wou beginnen, maar mijn gewone welbespraaktheid was als vastgebakken. Het ameublement had me overweldigd.

De professorsvrouw kwam mij tegemoet en zeide met gedempte steni:

))U bent mevrouw Wilhelmina Buchholz, niet waar? Zeer aangenaam. Gaat u als 't u blieft zitten.-'

Ze bracht me naar de sofa van rood damast en ooster-sche goud-arabesken geborduurd, doodjammer om op te zitten, en ik moest aan de vlag op een aschschuit denken, dat wil zeggen, ik stelde de aschschuit voor. Ik durfde mijn japon haast niet aankijken. En thuis had ik een kast vol dure kleeren. Maar wie was de schuld? Niemand anders dan Lena, die in het begin, toen we het nog samen konden vinden, steeds van die kale lui gesproken had.

))Een zekere Magdalena heeft bij u gediend ....quot; begon ik.

))Ik heb haar uit mijn dienst moeten ontslaan,quot; viel ze mij in de rede, omdat ze meer fouten had dan ik verdragen kon.quot;

ocr page 107

105

«Juist daarom heb ik de vrijheid genomen n lastig te vallen,quot; zeide ik. sik heb het meisje gehuurd, omdat ze die goede getuigen had van u, maar ik moet eerlijk bekennen, dat ik erg teleurgesteld ben.quot;

»Ik lielj de goede zijden van liet meisje genoemd.quot; viel ze mij in de rede. ))De menscheniiefde verbood mij op hare fouten te wijzen. Bovendien ben ik overtuigd, d-.it ze die zal afleggen . . ..quot;

«Ik niet; de gebreken zitten veel te diep. Met geen stok krijgt men ze eruit. Dat is net als met de komkommers: als je een bittere treft, kim-je haar schillen en nog eens schillen, bitter blijft ze toch.quot;

«De mensch is echter ontvankelijk voor liefde. Men moet geduld hebben met hem die struikelt, hem toespreken, hem sterken in het goede. Men moet verdraagzaam zijn, zijn naasten leiden en leeren, hun den rechten weg wijzen.quot;

Ofschoon de dame, die naast mij zat in een crème zijden morgenjapon, waarop ik tot mijn vreugde en geruststelling een massa oude en nieuwe koffie-vlekken ontdekte, de vrouw van een professor was, kon ik toch niet. laten te zeggen :

larom hebt u dan Leentje niet gehouden en er geen toonbeeld van deugd van gemaakt. Ze heeft veel gebreken, waarvan u haar had kunnen genezen.quot;

Ze keek me vriendelijk aan.

»Mec détails kan ik mij niet bemoeien; mijn streven is op het groote geheel gericht- Ik moet ongestoord kunnen werken, en mag mij niet door nietigheden laten nlleiden. Zoo vat ik mijn taak op, en een bewijs dat het de juiste opvatting is, acht ik het feit, dat ik met aardsche goederen zoo ruim bedeeld ben, dat geen materiëele zorgen mijn geest in zijn vlucht belemmeren.

»Uw man verdient zeker goed geld ?quot; vroeg ik en keek de kamer rond.

ocr page 108

106

«Mijn man lieeft geen zin voor het praktische, maar heeft een geleerde geen recht op een rijke vrouw? Het geld maakt zijn taak lichter, hij kan al zijn aandacht op zijn doel richten, terwijl zij die met fmancieele zorgen te kampen hebben, eerst die moeten overwinnen, voordat ze zich met de oplossing van wetenschappelijke problemen kunnen bezig honden. Mijn man werd professor omdat hij buitengewoon geleerd is.quot;

»Dan wordt liet electrische licht zeker gauw goedkooper.quot;

«Mijn man werkt alleen theoretisch. De streng mathematische behandeling der electrische verschijnselen is zijn vak. Hij berekent de lengte der aethergolvingen en de beweging der atomen.quot;

«Bewegen die zich ?quot; vroeg ik ongeloovig.

»Ja, zoowel alleen, op zich zelf, als in massa,quot; antwoordde ze. Het heelal bestaat uit louter atomen, zonder atomen kan niets bestaan, geen vaste stof, geen [vloeibare, geen koude, geen warmte — zonder atomen — niets. En mijn man berekent den omvang.quot;

«Vreemd,quot; zeide ik. «Je zegt zoo wel eens atoom, maar je denkt er niets bij.quot;

»Dat is juist het ongeluk der menschheid, ze denkt niet. Zoodra we nadenken, dringen zich groote vragen aan ons op: de vragen des tijds. De atomen zijn niet te verloochenen, mijn man is door die atomen professor geworden, en zij zullen bijdragen tot de verhooging van zijn roem. Waaromtrent nog niemand zekerheid heeft, dat is het geestelijke principium, de ziel. Zelfs mijn man zegt: ignoramus. En mij zegt mijn gevoel, waar atomen, ondeelbare lichamen zijn, daar is ook geestelijke kracht voorhanden, dus is zij.quot;

»Best mogelijk,quot; stemde ik toe.

»We mogen haar niet wegcijferen; zonder haar wordt de maatschappij geheel en al materieel; alle schaamte zou verdwijnen, de vreeselijkste hartstochten worden bandeloos.

ocr page 109

107

het onderscheid van stand zou verdwijnen, het vuur dei haat zou aangeblazen worden, wie is nog zeker van zijn leven, wanneer teugelloos geweld overal heerscht ? Wat hebben wij al niet beleefd? Wie zegt ons wat nog komen kan?quot;

))De menschen worden met den dag ruwer,quot; zeide ik, maar ik geneerde me om haar van mijn ervaringen in dat opzicht zoo pas in den centuurbaan opgedaan, te spreken. jDe opvoeding is daaraan grootendeeis schuld.quot;

«Neen, de mensch heeft gebrek aan het ethische:quot; riep ze opgewonden uit en sprong op. «Wij allen, allen moeten helpen oin ieder, tot de armsten onder ons, van het ethische# te doen doordronoen worden. Dan zal verdraagzaamheid,

O O 7

menschenliefde, algemeene vrede op de wereld heersdien, ieder zal zijn lot dragen zonder morren. Hoe heerlijk zal dat zijn!quot;

Ze zag er in hare opgewondenheid erg lief uit, met haar heldere bruine oogen en welig kastanje bruin haar. Ze verheugde zich zoo in het vooruitzicht van die ten onderste boven gekeerde wereld, en het speet mij heusch, dat ik haar een koud bad moest geven.

))Er is te veel gepeupel,quot; zeide ik.

«Dat moet men verbeteren. Ook u, lieve mevrouw Buch-holz, kunt veel goeds doen, maar helaas.... ontbreekt in uwe boeken geheel en al het ethische.quot;

»Ik heb wel zoo liet een en ander daarover gehoord, maar ik ben er nog niet goed achter. Kunt u mij niet eens even met een paar woorden duidelijk maken, wat het is?quot;

«Neen, dat is onmogelijk! Om dat te begrijpen moet men zich met de borst op de studie ervan toeleggen, zich geheel eraan wijden. Het hoofddoel is de wereld een hoogere opvatting des levens, van het bestaan, te doen krijgen. Sluit u bij onze »Vereeniging ter uitbreiding der ethische grondbeginselenquot; aan. Wij bezoeken de voorlezingen samen, alle brochures, die op de zaak betrekking hebben, worden u toegezonden, de contributie is zoo onbeduidend in ver-

ocr page 110

108

gelijk met het verheven doel, acht mark voor het heele jaar, in vier kwartalen te betalen en twee mark intrede, en 50 pfennig voor het hemelsblauwe lint dat alle leden links aan het halsboordje dragen.

Ze ging naar haar schrijflessenaar, smeet allerhande brieven door elkaar en kwam met een kaart en een eind lint bij me terug.

«Ziezoo, nu zet u hier uw naam, legt er tien mark vijftig bij en dan bent u lid van de vereeniging. Of is tien mark vijftig te veel? We hebben ook buitengewone leden van drie mark per jaar, maar zonder lint. Dat raad ik u echter niet aan.

Bij deze woorden keek ze me van het hoofd tot de voe-aan als taxeerde ze mij naar mijn kleeding. Dat hinderde me. Gelukkig had ik een goed gevulde beurs bij me, en zeide, terwijl ik die open op de tafel legde:

»Geeft u mij maar van de duurste soort. Pingelen doet Buchholz niet.quot;

Toen ik mijn naam gezet en betaald had, was de pio-fessorsvrouw erg in haar nopjes.

«Op de achterzijde van de kaart zult u de datums aangegeven vinden, wanneer de lezingen gehouden worden. U moogt geen enkele overslaan. En laat mij u, voordat u gaat, nog eens op liet hart drukken, vlijtig medeleden te werven. Van ieder mark die u aanbrengt, krijgt u vijf en twintig pfenning.quot;

«Zoo'n vereeniging bevalt me,quot; antwoordde ik. «Daar is ten minste nog wat mee te verdienen. Ik wil wrel eens hooren wat ze mij bij die voorlezingen te vertellen hebben.quot;

»Hoe graag zou ik nog een uurtje met u praten. Ik moet evenwel naar een bestuursvergadering,quot; zeide de professorsvrouw. «Tot weerziens, lieve mevrouw Buchholz, tot weerziens; ontmoeten we elkaar niet vóór dien tijd, dan bij de eerste voorlezing. Adieu, lieve zuster, adieu!quot;

Voordat ik 't wist, stond ik op straat. De redevoering,

ocr page 111

109

die ik had willen houden, was er bij ingeschoten. Ik stond in de Kleiststrasse en was voor tien mark vijftig lid van een vereeniging geworden. En ik had zooveel te zeggen gehad. Maar juist de beste woorden vallen je in, wanneer de deur achter je dicht is.

Ik was heel nieuwsgierig naar die ethische geschiedenis. Maar als er in zoo'n lezing net zoo gebazeld wordt als door die professorsvrouw, dan zit ik liever een heelen dag-in den, draaimolen. Ik geloof, dat ik daarvan niet veel duizeliger zou worden.

ocr page 112

HET KIND DER HEIDE

Liep liet menschenleven op rails, dan zou liet niet moeilijk zijn op den juisten tijd zijn doel te bereiken. Maar de spoorwegen zijn betrekkelijk lang na de schepping der wereld aangelegd en daarom moet men, wanneer men vorrnit wil, met groote moeilijkheden kampen.

Die gedachte kreeg ik, toen ik om naar de Skalitzerstrasse te komen, in de verkeerde tram gestapt was en in de tegenovergestelde richting reed, waardoor tien pfennig, meer dan een kwartier tijd en een lofrede van mij op de baanbrekende uitvindingen verloren gingen. Want de tram is een baanbrekende uitvinding al mag ze niet overal door. Er zijn echter zooveel trams, dat zelfs de meest geoefende trampassagier zich, als hij haast heeft, vergissen kan. De fout van de groote steden is, dat zij van alles te veel hebben.

Emmi had me allerlei boven- en onderkleeren van Fritz en Franz gegeven, die het jongetje, dat ik met het ijzeren hek had zien spelen, zouden kunnen passen. Betti had er ook wat afleggertjes van haar oudste bijgedaan, zoodat ik een vrij aardig bundeltje had, en wie mij niet kende, zou mij voor een reizende aandeelhoudster in een winkel op den Miihlendarnm hebben kunnen houden. Maar de Mühlen-damm bestaat niet meer. De latere geslachten zullen niet begrijpen, waarom men van een niet meer moderne paletot

ocr page 113

Ill

vraagt: «Die komt wel kersverse!i van den Mühlendam?quot; Want de oude kleerenwinkels zijn verdwenen.

De Skalitzerstrasse bestaat eigenlijk meer ter wille van de huisbazen dan ter wille van de bewoners. Voor hun plezier kruipen ze zeker niet in die op elkaar gestapelde verdiepingen, die niet van elkaar te onderscheiden zijn. En dan die massa kinderen die daar krioelen. Ieder huis lijkt op een bijenkorf, waar ze in en uit gonzen, met en zonder schoeisel.

Ze speelden en joelden en liepen de musschen na, ze •renden dwars over de straat en vlak langs de tram. Als de koetsier uit alle macht belt, loopen ze juist voor de paarden over, dreigt hij met zijn zweep, dan lachen ze hein uit en slaan mag hij niet, want dat is mishandeling, en daarvoor kan hij in de kast komen.

Waar zullen die wurmen ook anders blijven dan op straat ? 't Is een wonder dat er niet meer door slagerskarren en bierwagens overreden worden, maar ze zijn zoo vlug als ongedierte.

De kinderen lieten mij met rust, waarschijnlijk omdat ze dachten dat ik met koopwaar langs de huizen ging, maar toen ik de poort wilde ingaan, en ze mij aangaapten, kreeg ik een raar gevoel. Heel alleen begaf ik mij onder wildvreemde menschen, en de man, die uit een kelder naast mij opdook, trok ook een gezicht alsof hij zeggen wou: wat komt dat vrouwmensch hier uitvoeren ? En ik moest naar de derde binnenplaats, heelemaal achteraan, door het tusschengebouw met een massa kleine gaten, van boven

O O 7

tot onderen. Dat waren de vensters, waar de armoe uitkeek — en een grootere opening, waardoor de armoe naar binnen komt en de mestkar en de lijkwagen. Andere koetsen rijden daar niet vóór, behalve wanneer er bruiloft is, want'dan moeten ze in een rijtuig zitten, en alle buren kijken uit de raampjes.

Ik vroeg aan een grooter meisje: «Weet je ook waar vrouw Naue woont?quot;

ocr page 114

112

»Nee,quot; antwoordde ze.

»Ze moet toch hier wonen, derde binnenplaats, vijfde verdieping, links.quot;

»0, ii zoekt vrouw Naue? Ja, die weet ik te wonen. Komt uwes maar mee. Ze noemen haar de arganiste. Der man is bij de werkstakers en de vrouw is toen bij de arge-nisten gegaan.quot;

Ik keerde niet om. Een kind praat zooveel onzin. Die vrouw was wel niet vriendelijk, maar niet slecht, dacht ik.

In het eerste huis was een stoommeubelmakerij. We hoorden het zagen van de planken. De deuren stonden open en liet zaagsel vloog over de binnenplaats. Den hee-len dag piept het hout, van vroeg tot Iaat, zoolang de stoommachine gaat, die zonder ophouden boef, boef, bpef doet, als blies ze boven uit de pijp telkens een stuk van den werktijd naar den hernel totdat van tijd tot tijd niets meer is overgebleven als de avond.

Rondom de tweede binnenplaats werd van alles gedaan, meestal grover werk, omdat liet daar donker is. Alles zager tamelijk zindelijk uit, maar de armoede hing als een vale kleur aan deuren en vensters, de goedkoope trappen waren zonder vex'i en snakten aan ahe hoeken naar repa- • ratie. En nergens een groen blaadje voor het oog, niets dan de kale binnenplaats en muren.

))U bent het trappen klimmen wel niet gewend,quot; zeide het kind, toen ik zoo ongeveer bij het achtste tiental mij aan de krakende leuning vasthield om adem te scheppen. Het trappen klimmen vond ik niet zoo erg als de bedorven lucht, die zich hier uit alle verdiepingen rendez-vous scheen gegeven te hebben.

))We moeten nog hooger,quot; zeide het meisje.

IJoe hooger we kwamen des te lichter werd het, want we naderden nu de dakvensters. Eindelijk waren we boven.

»Links, aan het einde van de gang,quot; zeide het meisje en wees in een zwarte ruimte. «De vijfde deur rechts.quot;

ocr page 115

113

))üank je wel, kleine.quot;

«Niet te danken!quot; antwoordde ze en sprong de trap af. Een allerliefst kind.

Ik tastte langs den muur totdat ik den vijfden deurknop in de hand had. Ik klopte. Niemand antwoordde. Ik klopte nog eens, nog eens harder. Daar hoorde ik binnen iets bewegen.

»Ik ben het!quot; riep ik. «Doe maar gerust open, vrouw Naue. Ik breng u wat.quot;

Na een poosje werd de grendel weggeschoven en de .deur voorzichtig geopend. Daar stond de vrouw van de Hasenl uiide.

»Bent u liet?quot; zeide ze verlegen, toen ze me zag. »Komt u als 't u blieft binnen.quot;

«Waar is de jongen?quot; vroeg ik. »0, daar is hij. Hoe heet hij?quot; — «Ferdinand.quot; — «Een mooie naam.quot; — «We hebben hem naar Lassalle genoemd.quot;

«Lieve vrouw Naue,quot; begon ik, omdat zij blijkbaar niet van plan was het gesprek voort te zetten. «Ik heb het een en ander voor je jongen meegebracht. Ik hoop dat het hem past, anders leggen we wel hier en daar een naadje en een oprijgtje in.

Ik maakte het pak open en legde alles op de tafel. De talel stond voor het eenige venster, daarvoor een stoel en nog een stoel tegen den muur. Het derde zitmeubel was een houten voetenbank, waarop nu een paar omgekeerde potten en pannen lagen droog te druipen. In een hoek stond een kacheltje dat tegelijk als kookfornuis diende en daarom van een paar ringen voorzien was. De ijzeren pijp liep langs den muur, waaraan eenige lappen behangsel in Harden hingen. Het plafond boven de kachel zag pikzwart, naar liet raam toe geelachtig grijs en als door een bezem gestreept. Tegen den eenen wand stond een houten ledekant, tegen den anderen een smal ijzeren dito, beide tamelijk netjes opgemaakt, maar in plaats van met witte lakens en Stinde, bpdeaksoliriften. 8

ocr page 116

114

slopen, met bonte, waaraan men niet zoo dadelijk ziet, hoeveel weken ze in gebruik zijn.

De vrouw verroerde zich niet, en ik nam dus den jongen op mijn schoot en begon hern af te pellen: een dun rokje en een hemdje, meer had de stumper niet aan, de gaten in de kousen niet mee gerekend.

De kleeren, die ik had meegebracht, zaten hem als waren ze voor hem gemaakt, en de jongen zag er allerhelst uit in het marine blauwe met wit band afgezette pakje, de zwart en wit gestreepte kousen en de matrozen muts met lange linten. Aan het einde was voor Franz met zijde een roode T geborduurd om de muts te onderscheiden van die van Fritz, die een groene F had. Die van Franz was voor Ferdinandje als uitgezocht omdat zijn naam ook met een F begon en de roode kleur bovendien de politieke richting der familie aanduidde.

Vrouw Naue was verstomd. Ze keek haar jongen aan, alsof hij het niet meer was. Haar oogen schitterden, haar boezem hijgde, haar lippen openden zich als wilde ze vreugdekreten uitstooten, maar er kwam geen geluid.

De kleine liep naar haar toe met uitgestrekte armpjes. Ze nam hem op en kuste hem. Ze gaf hem der arme moeder schoonste gave: den kus der moederlijke liefde.

))Wat ik hier nog heb is voor later,quot; zeide ik en wees op de andere kleeren. «Bewaar het voor hem of maak het wat kleiner. Je zult eens zien wat een Hink kereltje het is, als hij een hroeicje aanheeft.quot;

Het beetje zonneschijn verdween van het gezicht der vrouw en ze zag er weer net zoo als in zorgen vastgevroren uit als tevoren.

«Dat broekje krijgt liij niet aan.quot; zei ze, «en het jasje ook niet. En dat andere ook niet. Trek het hem weer uit en neem alles weer mee.quot;

«Maar, vrouwtje.quot;

«Trek het hem weer uit. Ik kan het niet.quot;

ocr page 117

115

»Maar zie je dan niet hoe blij het kind ermee is?quot;

»Jawel. U liad liet hem niet moeten aantrekken.quot;

))Ik begrijp je niet.quot;

))Hij zal huilen, omdat hij die mooie dingen weer moet uittrekken.quot;

«Moet? Ik heb ze hem gegeven. Hij mag ze houden.quot;

«Dat mag hij niet.quot;

)AVie zou hem dat verbieden ?quot;

»ZiJn vader.quot;

»Zijn eigen vader? ^Ie dunkt, dat als die geen kleeren voor hem koopt, hij blij mag zijn, dat iemand zijn kind van top tot teen aankleedt, zoodat het er uitziet als een prins.quot;

De moeder keek het knaapje met teederheid aan.

«Hij ziet er uit om te stelen.... maar hij mag toch niet.quot;

«Zijn vader zal er niets tegen hebben, als hij hem zoo ziet.quot;

De vrouw zuchtte.

))'t Is mogelijk, maar Sieber wil het niet hebben. Neen, die wil het zeker niet hebben.quot;

))\Vie is Sieber?quot;

))Onze commensaal.quot;

«Waar slaapt die?quot;

))D:l:ir.quot;

))Waar?quot;

De vrouw wees met het hoofd naar den wand waar het ijzeren ledekant stond. Ik probeerde daar een deur te ontdekken, maar het gelukte mij niet iets anders te zien dan de portretten van Bebel, Liebknecht en Singer in lijstjes, met roode linten. Voor die prullen hadden ze dus geld en geen vijf pfening om wol te koopen om Ferdinand's kousjes te stoppen. Ik kreeg een griezelig voorgevoel, maar om zekerheid te hebben vroeg ik: «Daar naast ?quot;

»We hebben niet anders dan deze kamer.quot;

«Niet anders! — Geen keuken? — Geen hokje?quot;

ocr page 118

146

De vrouw schudde het hoofd.

))En je commensaal slaapt in dat bed?quot;

Ze knikte toestemmend.

»En jij en je man?quot;

Ze knikte naar het houten bed.

»En Ferdinand?quot;

))Op den grond.quot;

In een hoek naast het ledekant stond een overblijfsel van een ouden mand met een kussen erin en half bedekt met een verschoten zwart en paars geruiten omslagdoek. Met een beetje fantasie kon men dat alles te zamen voor een kinderslaapplaats houden.

«Maar dat gaat toch niet! Je moet een andere woning zoeken.quot;

«We betalen hier al een hooge huur. Zonder commensaal zouden we heelemaal niet weten hoe we rond zouden komen. We moeten een bed verhuren, anders gooit de huisbaas ons eruit.quot;

«Verdient je man dan niet zooveel dat je een slaapkamer voor jullie alleen kunt betalen? Schaam je je dan niet tegenover zoo'n vreemden man?quot;

»Ik heb iederen dag niet anders aan en uit te trekken dan deze lappen en eigenlijk moest ik me wel schamen over mijn armoedige plunje, maar er komen nu gauw betere tijden. Zoo kan het niet langer duren. Dan nemen we kamers aan de voorzij, en ik laat me kappen, en draag hemden met kanten en lint. Dan hoef ik me niet meer te schamen. Dat is de overgang. We moeten liet nog een poosje uithouden, 't Ergste is voorbij.quot;

»Ben je dan altijd zoo arm geweest? Heb je geen beter dagen gekend?quot;

»0 ja. Vóór de eerste werkstaking. Toen hadden we het tamelijk goed. We woonden in de Köpenenickerstrasse hadden kamer, alcoof, keuken met het uitzicht op een tuin. Toen lieten ze het werk in den steek en 't weekgeld

ocr page 119

117

kromp, totdat de kas eindelijk heelemaal leeg was. We moesten alles in den lommerd brengen waar we niet op zaten of lagen, en mijn Zondagsche japon is daar ook nog, wanneer de motten er een draad van heel gelaten hebben. Van dien tijd af zitten we aan den grond, en we zullen er wel niet bovenop komen.quot;

«Maar dat is toch wel mogelijk!quot;

»Neen. Zoodra ze weer goed aan het werk zijn, scheiden ze er mee uit.quot;

«Je moet je overtuigen dat het heel onverstandig van lien is.quot;

»We moeten werkstaking hebben, des te eerder wordt de heele boel ten onderste boven gegooid, zegt Sieber.quot;

))Hoe veel beter kon je het hebben als je man geregeld wilde werken. Hij zal nu toch wel gezien hebben dat het werkstaken hem niet verder brengt. Waarom doet hij dan telkens weer mee?quot;

»Hij moet. Sieber zit er achter. Wie niet meedoet en weer aan het werk gaat, ranselen ze af. Sieber ziet er niet tegen op iemand voor zijn leven lang kreupel te slaan. En daarvoor bedankt mijn man. Dan doet hij liever mee aan de werkstaking.quot;

«Maar dat is een tyran, die Sieber!quot; riep ik.

De vrouw lachte schamper.

«Neen, de burgers, dat zijn de tyrannen!quot; antwoordde ze. Die mesten zich vet met liet zweet van de proletariërs. Maar de strijd om het bestaan wordt heftiger, en eindelijk zullen wij overwinnen.quot;

Haar stem werd hoe langer hoe luider en haar oogen begonnen akelig te schitteren.

«Aan ons is de toekomst! Weg met de papen, weg met de kerken, weg met den staat, weg met de huisbazen. De onderdrukking van het individu moet ophouden. Wij willen ook eens regeeren, en dan hebben we zooveel geld, dat we liet niet allemaal kunnen kwijt raken! Zoo moet het komen!quot;

ocr page 120

118

Ik zweeg. Wat zou ik er op antwoorden ? De dingen, die ze zeide waren voor mij niet nieuw, ik had ze in de couranten gelezen. De vrouw had ze zeker in volksvergaderingen gehoord en ze onthouden, als het vloeipapier, waar alleen de vetste letters in afdrukken, 't Waren vlekken zonder beteekenis.

De kleine Ferdinand zag met zijn groote lichtblauwe oogen naar zijn moeder, als verstond hij wat ze zeide. Begrijpen deed hij het nu nog niet, maar hij zou het haar napraten als een gebed van den haat, niet als een gebed der liefde, dat ik mij nog van mijn moeder herinner. Arm kindjet De vrouw van haar dwalingen overtuigen, kon ik niet, de overhoopgooierij zat er bij haar al te vast in, en daar zij zich erg opgewonden had, vond ik het niet noodig haar door mijn woorden nog heftiger te maken. Wie petroleum in de kachel giet, vliegt zelf mee in brand. Om haar van de politiek af te brengen, vroeg ik:

»Waar is het wagentje van den kleinen jongen ? In politiek heeft hij toch zeker nog geen pleizier.quot;

»'t Wagentje? stotterde ze en werd verlegen. ))Dat heeft hij niet meer.quot;

»Wat, al kapot ? Dan moeten we hem een stuk steviger speelgoed bezorgen.quot;

«Neen, neen,quot; riep ze. ))Sieber wil het toch niet hebben. Sieber neemt het hem toch weer af en trapt het met zijn hiel kapot.quot;

»En dat laat je gebeuren?quot;

«Wij nemen niets aan van de burgers. We hebben geen aalmoezen noodig. Als het kind groot is, zal het zich zijn eigendom nemen, dat hem door de grooten gestolen is, dan heeft hij alles wat er is en wat hij maar wil. Die presenten van de rijken, die ze ons geven omdat ze bang zijn voor ons, kunnen ze houden. We willen alles.quot;

Ik was verontwaardigd. Ik kon me niet langer inhouden. Ik moest een duidelijk woordje spreken.

ocr page 121

119

))W:it je daar bazelt, is onzin,quot; zeide ik en stond op. Het kind was blij met zijn wagentje, dat ik hem uit goedhartigheid gaf, omdat hij niets had om mee te spelen als dat ijzeren hek en jij zegt, dat ik hem dat kocht omdat ik bang voor jullie ben ? Neen, vrouwtje, dan ken-je Euchholz slecht. Uit medelijden met het wurm, dat niets aan het lijf, en niets in zijn maag had, gaf ik het hein. Alle menschen gingen op zij om hem niet in zijn spel te storen. En onder al de menschen in Berlijn is er érn die het kind zijn eenigstuk speelgoed afneemt en hef vertrapt, en jij laat dat gebeuren? Jij, de moeder? Heeft het kind niet gehuild? Zeg? Zie je, je antwoordt niet. Je spreekt van: als hij groot is. Wie zegt je dat hij dan nog leeft, als jij het hein aan alles laat ontbreken, als je hem geen kleeren geeft en op den grond laat slapen en hem zijn speelgoed laat vertrappen? Wanneer het kind tot God geroepen wordt en klaagt: »lkhad op aard geen vreugde, mijn moeder heeft mij die ontnomen,quot; hoe zul-je je dan verantwoorden? Eu als hij ouder wordt, dan heb je er een wild dier van gemaakt. Wie weet of hij je uit dank daarvoor niet ver,vloeken zal.quot;

Ze luisterde niet meer. Ze was op haar knieën gevallen en had het kind naar zich toegetrokken om het met haar eigen lichaam te beschermen, en loerend keek ze om zich heen, als dreigde een gevaar.

«Als hij doodgaat, dan word ik krankzinnig. Dan moeten zij boeten, die schuld zijn aan de armoe! Boeten znllenze, boeten, boeten, boeten.quot;

De kleine huilde. De heftigheid van zijn moeder had hem doen schrikken. Ze sloeg haar armen om hem heen en liefkoosde hem en suste hem.

))Je klaagt me niet aan, mijn Ferdinandje, je moeder klaag-je niet aan, niet waar Ferdinandje,quot; fluisterde ze.

Plotseling hief ze luisterend het hoofd op.

«De meubelmakers zijn klaar,quot; zeide ze. «De machine staat stil. U doet beter met nu naar huis te gaan. Ze

ocr page 122

120

moeten u hier niet vinden. Op u ben ik niet boos. U meent het ook goed met Ferdinandje. Ik zal de kleeren verstoppen.quot;

»Zend hem toch uit je huis.quot;

))Dat gaat niet, want we hebben zijn geld noodig.quot;

»Waarvoor heb je dan een man?quot;

»Die wil niet voor verrader spelen.quot;

))'t Spijt me dat ik niets voor je doen kan, vrouwtje,'' zeide ik. »Voor den jongen had ik graag wat gedaan, maar je wilt niet.quot;

»We helpen ons zelf. Alle voor één en één voor allen.

«Wij komen ook nog aan de beurt.quot;

))Dag, Ferdinand.quot;

Hij gaf me een handje toen ik de mijne uitstak en keek me vragend aan met zijn blauwe oogen. Hij glimlachte toen ik hem toelachte. Wie weet of ik die oogen wel ooit zou weerzien, en als ik ze weerzag, wat ik er dan in lezen zou.

Bij de trap zei de vrouw zacht:

«Mevrouw moet maar niet terugkomen, 't Was heel goed van mevrouw, en Ferdinandje zal u niet vergeten, maar u hoort nu toch eenmaal tot de rijken.quot;

«Ik zal je niet weer in verlegenheid brengen,quot; antwoordde ik kortaf en daalde af in de vochtig muffe duisternis. Ik had een gevoel als was intusschen het aantal trappen dubbel zoo groot geworden, zoo verlangde ik naar buiten.

Beneden kwam ik een jongen man tegen voor wien de spelende kinderen uit den weg gingen. Hij keek me aan. Ik was bang voor hem. De hooge zijden pet, de roode das om zijn hals joegen mij geen schrik aan, en ook niet de vette haren die vlak langs de slapen gekleefd waren, maar de dunne lippen, de uitstekende jukbeenderen en de grijze oogen onder het smalle, gerimpelde voorhoofd, die vond ik griezelig.

Hij was nog jong, had nog geen knevel of baard, maar zag er toch afgeleefd uit. Ik voelde dat zoo'n kerel niet met zich praten laat, maar zijn vuisten dadelijk klaar heeften ook zijn mes.

ocr page 123

121

Toen ik naar adem hijgend op straat stond en mij de straat met menschen en wagens en trams als een paradijs voorkwam, liep liet meisje weer naar me toe en zeide vertrouwelijk :

))Dat was de arganist die bij Naue woont.quot;

»Dat was hij,quot; antwoordde ik zonder nadenken. Ik wist, dat hij het was, maar ik wist het onbewust.

Ik gaf het kind een kleinigheid. «Koop je wat daarvoor, kleine meid.quot;

»Dat geef ik aan moeder!quot; riep ze vroolijk. «Moeder zegt dat iedere quot;rosschen een beetie helpt om de huishuur te betalen.quot;

Op dit oogenblik kwamen de arbeiders uit de meubelfabriek en ik moest oppassen dat ik in de goede tram stapte.

ocr page 124

POTVERTEREN.

Ik was iu den zevenden hemel.

Mijn nieuw dienstmeisje was een juweel: beleefd, kalm, netjes, zoo dat ik tegen mijn Karei zei: »De tijd zweeft voor me voorbij als op engelen vleugelen.quot; En zoo zindelijk was ze, dat ik schertsend zeide: ))Ik zal me nog een blauwe bril moeten aanschaffen om in de keuken op te zetten, want alles blinkt zoo, dat de oogen je er pijn van doen.quot; En zoo bescheiden als dit had ik er in mijn leven nog geen gehad, ofschoon ik minstens al een dozijn ingewijd heb in de geheimenissen der huishoudkunst. Ik vroeg: «Boortje, je hebt toch geen vrijer? Visite in de keuken mag bij mij niet.quot; Daarop antwoordde zij: »Ik heb hem verboden te komen, omdat hij over mijn mevrouw wat te zeggen had.quot; — »Zoo, en wat zei hij dan wel?quot; vroeg ik. - »IIij zei, dat hij niet geloofde, dat mevrouw al grootmoeder is, want dan moest ze vóór haar geboorte al getrouwd zijn geweest. Zoo'n brutale manier van spreken, bevalt me niet; dan schaf ik hem liever af, en kan hij zien, dat hij een ander krijgt.quot;

))Dat is niet goed van je, Doortje. Je kunt in het leven niet zulke korte wetten maken. Je moet met de menschen even voorzichtig omgaan als met mijn porselein. Als de

ocr page 125

123

liefde eenmaal een barst heeft, kan ze niet gelijmd worden. En wie heeft graag een gekramd hart ?quot;

Doortje lachte. Ik vind Doortje een prettigen naam.

«Gekramd hart! Die is goed! Mevrouw kan zoo grappig iets zeggen. Als mevrouw meent dat liet beter is, zal ik hem maar niet den bons geven.quot;

«Neen, Doortje, doe dat niet, en wanneer liet een fatsoenlijke jongen is, kan hij je afhalen, als je je uitgaansdag hebt. 't Is voor een nette dienstbode niet plezierig alleen over straat te moeten. En als hij niet rookt, mag 'hij 's avonds ook wel een uurtje bij je komen — want dat zie je zeker zelve wel in, dat ik in de keuken dien tabaksdamp niet wil hebben, dat gaat niet.quot;

))Als hij dat waagde, zou ik hem wel gauw zijn tien geboden leeren,quot; zeide Doortje. »Ik vind het rooken van de mannen eigenlijk vies. De vrouwen moesten het veel strenger verbieden.quot;

))Oeh, Doortje, we zouden ze op stuk van zaken ze toch weer hun gang laten gaan. Wij hebben zelf toch ook onze kleine gebreken.quot;

«Daarvan heb ik nog niets gemerkt,quot; antwoordde ze en ging flink aan het werk.

Ik houd, over het algemeen, niet van praatjes met de dienstboden, maar als een toont wezenlijk iets meer beschaving te hebben dan het gros van die verinmrkantoor-rekruten, dan doet een vrouw zich niets te kort, wanneer ze eens van haar hoogte afdaalt en een paar nuttige wenken geeft.

Mijn vorige dienstbode was met stillen trom vertrokken. De professorsvrouw had haar een getuigschrift gegeven waarin alleen haar goede eigenschappen opgesomd waren, ik voelde mij verplicht de eerlijke waarheid te zeggen. Waarom staat er anders in den katechismus: «gij zult geen valsche getuigenis gevenquot;? Waartoe dient de godsdienst als we niet doen wat ons voorgeschreven wordt ?

ocr page 126

124

Mijn Karei was het ook opgevallen, dat ik sinds lang niet zoo gezellig en vroolijk geweest was als in den laatsten tijd. Ik had weer een kolossalen levenslust. De uitnoodiging van mevrouw Bergfeldt om, met nog een troepje dames, den avond bij Renz door te brengen, nam ik daarom dan ook graag aan. 't Was een potverteer-avondje van het kransje. De pot betaalde de helft van het kaartje en in de pauze een glas bier.

Ik dacht: er iets niet in den haak, want ik had haar eens voor al gezegd dat ik niet in haar kransje wou opgenomen worden. Ik had haar in een eeuwigheid niet gezien en was nieuwsgierig wat ze met haar vrijen tijd gedaan had. 't Was zoo duidelijk als de dag, dat ze iets in haar schild voerde. Dat had ik al aan Auguste's verlegenheid gemerkt, toen ik haar onlangs naar haar moeder vroeg. Ik zeg met de kunstkritikussen: de kwestie is alleen maar »Wat.quot;

Het «hoequot; is bijzaak — en in dit geval wist ik precies hoe dat zou uitvallen, want ik ken mijn mevrouw Bergfeldt.

Ze haalde me af. Ik was toch blij, toen ik haar weer zag. Je bent nu eenmaal oude kennissen, en vergeleken bij zekere andere menschen, die zich verbeelden, dat ze meer zijn, omdat ze zich nooit laten zien, zooals ze eigenlijk zijn, is ze zoo kwaad niet.

«Mevrouw Bergfeldt!quot; riep ik zoodra ze in het licht kwam. «Allerliefst van u, dat u me afhaalt, maar wat hebt u voor een hoed op!quot;

»Niet waar, netjes ? Nieuwste mode.quot;

»Een heele volière!quot;

«Alleen drie vogeltjes!quot;

»Die spelen daar wel verstoppertje?quot;

))U bent in de goede stemming! We zullen ons van avond amuseeren, mevrouw Buchholz!

«Vertel me eerst eens wie er al zoo meegaan?

«De meesten kent u: mevrouw Schuier, mevrouw Beck-mann, mevrouw Krausen, ..

ocr page 127

125

))Zoo, die ook?quot;

«Natuurlijk, als die zich eenmaal aan je vastgeklemd heeft, raak je haar nooit weer kwijt.quot;

»Ja, men moet, voordat je vrienden maakt, altijd vooruit bedenken, hoe raak ik ze met fatsoen weer kwijt.quot;

«Mevrouw Buchholz, daar zegt u een waar woord! Bij de kleinste kleinigheid wordt ze dadelijk woedend. Nog onlangs zei mevrouw Markwarte, ik win liever in 't geheel niet als we kaartspelen, dan dat mevrouw Krause een cei;t verliest. Ze maakt over tien pfennig al een lawaai, als de groote trom in een schietkraam.quot;

Ik zei niets. Als iemand zoo'n opvatting heeft, moet je er liever niet in roeren.

«Wat is die mevrouw Markwarte voor een dame ?quot; vroeg ik.

»Ze heeft een kleinigheid op de spaarbank. Haar eerste man had een glaswinkel, haar tweede handelde in zeep en kaarsen. Die twee heeft ze met elkaar vereenigd en nu leeft ze van hun erfenis. Wie weet of ze nog niet eens een derde neemt. Talent genoeg heeft ze.quot;

»Hoe meent u dat?quot;

»Ze is een kleine twee jaar jonger dan ik, en ik geloof dat ik, met dezen hoed op, er net zoo jong uitzie als zij. Ik zou wel eens willen probeeren wie van ons beiden op het stadhuis het ongeloovigst aangekeken wordt, zij of ik.quot;

«Maar Mevrouw Bergfeldt, u wilt toch niet..

»Ik vind, dat als.mevrouw Markwarte liet aandurft, ik mij niet van de lijst behoef te schrappen. Mevrouw Bntsdi zegt het ook.quot;

))Wie is dat, mevrouw Butsch?

»De schoonzuster van meneer Butsch.quot;

))Dus hij heet Butsch. En wat is hij ?quot;

))Hij heeft een bierlokaal. Een prachtige zaak, wanneer zij met verstand aan de gang gehouden wordt.quot;

»Mevrouw Bergfeldt, bedenk wel wat u doen wilt 1 Weet

ocr page 128

i26

ii zeker, Üat hij u goed beliandelen zal ? En zult u goed voor hem zijn? Uw man zaliger heeft u van verschillende zijde leeren kennen.quot;

«Ik ben een tijd lang brommig tegen hem geweest, toen vriendelijk en eindelijk heb ik hem zijn gang laten gaan. En waartoe heeft dat geleid? Hij is gestorven en beeft me laten zitten. En ik zet bet u rond te komen van kamers te verhuren. — Xeen, dan heb ik liever een man met vier minderjarige kinderen.quot;

))Dat ook al! Mevrouw Bergl'eldt, veertien zelfs brengen het geluk niet aan. I 'edeuk u nog tweemaal.quot;

»Ik heb lust om te hertrouwen. Die wordt met dat bedenken en nog eeijs bedenken grooter in plaats van kleiner.quot;

))En wat zegt Auguste er van ?quot;

»Die trekt den neus op. Maar kun je het je kinderen wel ooit naar den zin maken ? Zeg je »neenquot; als zij »jaquot; willen, dan is het niet goed, en wil je zelf ))jaquot; zeggen, dan zeggen zij «neen.quot;

»Ik ben toch heusch nieuwsmeriquot;'. ..quot;

O O

«AVe komen te laat, als we nu niet gaan. We kunnen er onderweg verder over praten.quot;

»Als je blieft geen jachtmakerij. De chic komt pas in het paardespel na de eerste nommers van het programma.

»Als ik voor de heele voorstelling betaald heb, dan wil ik ze ook van het begin tot bet eind zien. Ik houd niet van die grootbanzerij. Jk wil alles hebben wat me toekomt en laat niet voor mijn fatsoen de beste kluifjes onafgeklo-ven op mijn bord liggen.quot;

))Nu, vertel me nu eens verder.quot;

))Ja, en u moet nu zelf eens oordeelen. Toen we mijn man zaliger begroeven, zei de doodgraver tegen me: «mevrouw, ik feliciteer u, u hebt een van de mooiste hoekjes van het kerkhof.quot; Ik zei: «ik vind dat het bier een beetje tocht, en mijn man zaliger leed in den laatsten tijd erg aan rheumatiek.quot; «Die hier ligt, lijdt niet meer,quot; antwoordde

ocr page 129

127

hij en hij, als man van liet vak, moest dat weten. »Ik meen dat deze plaats voor u bijzonder mooi is,quot; vervolgt hij, «want hier moeten alle begrafenissen voorbij om naar het nieuw aangelegde gedeelte te komen, en wanneer u nu dikwijls uw man komt begieten, dm krijgt een gebukte weduwnaar u misschien in het oog en denkt: dat is een goede voor mij.quot; Ziet u, mevrouw P.uchholz, dat bedoel ik met de hand der Voorzienigheid. Ik heb mijn braven man nooit verwaarloosd. En meneer Hutsch li eelt me voor het eerst gezien, toen hij zijn vrouw begroef, een prachtige lijkstatie, verzeker ik u, een geel gepolijste kist met zilverbeslag, een massa kransen met prachtige breede linten. En later zag hij me daar nog dikwijls, omdat hij verscheidene van zijn bierhuisklanten heeft moeten helpen begraven.quot;

»En vindt u dat niet een teeken van de ongezonde atmosfeer waarin u zoudt moeten leven?quot;

))De Voorzienigheid heelt het nu eenmaal zoo beschikt. Ik zou nog eens voor de zekerheid naar vrouw Eiermeier gaan, maar iets anders dan wat de Voorzienigheid wil,

O 7 O 7

kan die mij ook niet vertellen.quot;

))Wie is die vrouw Eiermeier?quot;

»Ze zegt waar, maar ze wil het niet weten, uit angst voor de politie. De eieren moet men zelf meebrengen.quot;

))Ik dacht, dat zij ze legde,quot; zeide ik spottend.

»Willen we er samen eens naar toe, mevrouw Buchholz ? '

»Neen, komt u liever met mij mee naar de ethische vereeniging.quot;

»Wat is daar voor nieuws te hooren ?quot;

»Juist dat wat u ontbreekt, het hoogere begrip des levens.quot;

»Nu ja, als Butsch van de partij is, ga ik mee. Als het ons al te hoog wordt, klauteren we weer naar beneden.quot;

Ze stond dus al op zoo'n familiaren voet met hem, dat ze al van Butsch sprak. Een nieuwe hoed en kortweg Butsch ■—■ die zaak was beklonken.

Ik dacht: mijne woorden zijn parelen voor de zwijnen,

ocr page 130

128

en zweeg dus, maar nam mij voor zoo gauw mogelijk een visite te maken bij Auguste en haar te vragen of zij zich niet dol verheugde op het vooruitzicht een nieuwen papa te krijgen. Missel lien kan die een verstandig woordje in de zaak spreken.

We kwamen nog vroeg genoeg. De dames hadden ieder haar eigen kaartje en we trollen dus elkaar op de besproken plaatsen. Vier zaten op de eerste bank, en vier op de bank erachter, zoodat we ook van gedachten wisselen konden, over wat we te zien kregen. Wij vormden in de menschenzee, om zoo te zeggen, een praateiland. Mevrouw Krause had de plaatsen zoo geregeld, zichzelve had ze aan mijn rechterkant gezet, waarvoor ik haar nu niet juist dankbaar was. Aan mijn andere zijde zat mevrouw Berg-l'eldt en naast die mevrouw Bimsch. Op de tweede rij zaten mevrouw Schïder, mevrouw Beckmann, mevrouw Mark-warte eu juffrouw Pohlenz, die evenals mevrouw Butsch, voor liet eerst aan mij werden voorgesteld.

))lk denk, dat het een heerlijke avond zal worden,quot; zeide mevrouw Beckmann.

))Maar waar is mevrouw Stabl?quot; vroeg ik. «Voor haar is zeker de leege plaats naast mevrouw Butsch ?quot;

»Neen, mevrouw Stahl komt niet,quot; antwoordde mevrouw Beckmann. «Benz is te duur.quot;

«Wanneer de eigenaars van huizen zoo op een grosschen zien, wat moeten wij arme winkellui dan wel beginnen!quot; liep mevrouw Markwaarte.

»Houd ii zich maar stil!quot; voegde mevrouw Schi'iler haar toe. »U hebt niet te klagen! Zeep en kaarsen hebben de menschen altijd noodig: zeep bij dag en kaarsen als het donker is! Maar de lui van de vierde verdieping bij Stahl hebben de huur opgezegd, en tegenwoordig is het niet gemakkelijk nieuwe huurders te vinden!quot;

))'tLs hun eigen schuld. Ze zijn te krenterig,quot; zeide mevrouw Beckmann.

ocr page 131

129

»Ja en zij wil zoo echt als de eigenares van het huis behandeld worden,quot; riep mevrouw Schiller, »en ze denkt dat ze spektakel in den nacht niet hoeft te dulden.quot;

«Sommige menschen droomen zoo hard,quot; meende mevrouw Bergfeldt, want die woonde zelve op een vierde verdieping, waaraan ik heelemaal niet gedacht had.

«Wat is er ook weer gebeurd ?quot; vroeg mevrouw Kransen.

))Och, dat weet u toch wel?' antwoordde mevrouw Bergfeldt een beetje verlegen.

»Wat hebben we vreeselijk moeten lachen,quot; zeide juffrouw Pphlenz. «Vertelt u het toch nog eens.quot;

»lk ben lieusch nieuwsgierig,quot; zeide ik.

»IJ nieuwsgierig?quot; riep mevrouw Kransen. »En u beweert altijd dat u nieuwsgierigheid overlaat aan de onbe-schaafden ?quot;

«Zeker, lieve, en daarbij blijf ik. Maar hebt 11 al gemerkt, dat ik u naar uwe geheimen gevraagd heb?quot;

«Vreeselijk geestig,quot; zeide ze vinnig. «Ik gaf wat, als ik maar half zoo geestig was.quot;

«Och, verlang u daar niet zoo erg naar, antwoordde ik. «Er zijn ook komieken gestorven. Dus wat was het nu, mevrouw Bergfeldt ?quot;

«Eigenlijk niets, quot;t Is gekomen door den student, die het kleine kamertje had. Hij wou een reisje maken van verscheiden kilometers, naar den Cremontatri of zoo iets.quot;

«Naar den hoogen Tatra, meent u zeker,quot; zeide mevrouw Krause, die altijd met haar geleerdheid wil pronken.

«Naar den Tremontatri, dat zeg ik immers,quot; hervatte mevrouw Bergfeldt, die het weinig kan schelen of ze over zoo'n vreemd woord struikelt, «maar hij heeft van zijn ondelui niet anders mee gekregen dan zijn onschuldig geweten.....quot;

«Ja, verbeeldt u, zonder een groschen op de wereld gekomen,quot; wierp juffrouw Pohlenz er tusschen in; «toen hij op het gymnasium was, zat hij al aan den grond.quot;

Stinde, Gedenkschriften. gt;)

ocr page 132

130

«Eu toen hij bij mij woonde, stak hij er nog veel dieper in,quot; zeide mevrouw Bergfeldt.

)).T;i, maar, dat moet van mevrouw Bergfeldt gezegd worden,quot; hernam julTrouw Pohlenz weer, »toen hij heele-maal niets had en zij ook niet, heelt ze toch met hem gedeeld en later heeft hij geprobeerd wat te verdienen met les geven. Ik ken die geschiedenis.quot;

»Vertel verder,quot; zeide ik; »als ik van mijn medeinen-schen wat goeds hoor, ben ik vreeselijk nieuwsgierig.quot; Dat kon mevrouw Kransen in haar zak steken.

«Hij had een paar marken,quot; hernam mevrouw Bergfeld, «maar omdat hij daarvan liet reizen met den sneltrein eerste klasse niet kon betalen, oefende hij zich 's nachts in het slapen in de derde klasse, om zijn zitvlak en zijn ledematen te harden; hij is niet sterk....quot;

))Maar hij heeft een hart van goud,quot; voegde juUrouw Pohlenz erbij; ))ik ken de geschiedenis: hij had zich van stoelen een spoorweg-conpé gebouwd, waarin bijna zoo goed als geen plaats was om zich uit te strekken, en vreeselijk hard, en daarop sliep hij.quot;

«Natuurlijk verloor hij zijn evenwicht,quot; hervatte mevrouw Bergfeldt «en tuimelde midden in den nacht, zoowat tegen drie uur, met de heele stellage op den grond.quot;

«Neen, het was twee uur,quot; verbeterde j ulfrouw Pohlenz; «ik ken de geschiedenis. We hebben toch zoo vreeselijk moeten lachen.quot;

«Neen, neen, het was bij drieën,quot; hield mevrouw Bergfeldt vol. «Ik ben er toch zelf bij geweest.quot;

«Op een minuut vroeger of later komt het niet aan,quot; zeide ik. «'t Is immers geen astronomische zonsverduistering; daarbij komen breuken van seconden te pas.quot; Ik draaide me niet om, maar ik voelde hoe mevrouw Kransen zich ergerde, dat er nog anderen dan zij wetenschappelijk ontwikkeld waren.

«Neen, zoo was het niet,quot; sprak julTrouw Pohlenz haar

ocr page 133

131

weer tegen. »11 vertelt de geschiedenis heel anders, toen -we zoo vreeselijk moesten lachen en het was vóór tweeën, -en u bent toch wakker geworden van het gestommel en hebt gedacht dat er inbrekers bezig waren en dat een van de moordenaars u bij den voet vasthield, waardoor u alleen met het bovenlijf uit bed kon, want u hadt immers uw been vastgebonden aan het ledekant, en u hebt moord en brand geroepen, en mevrouw Stahl is daardoor wakker geworden, en stormde naar boven en bombardeerde op de deur, en u bent bevend als een riet naar boven gegaan en de student met het hart van goud heeft zijn deur opengedaan en beefde ook.... U hebt zelf gezegd dat het vóór tweeën was.quot;

»Ik heb gezegd: eer vóór dan na drieën,quot; hield mevrouw Bergfeldt vol.

))Neen, u praat nu heel anders.quot;

«Waarover kibbelen de dames eigenlijk?quot; vroeg ik.

»We hebben zoo vreeselijk moeten lachen,quot; herhaalde juffrouw Pohlenz.

)).Ta, vreeselijk,quot; stemde mevrouw Beckmann toe.

»We konden ons niet houden van het lachen,quot; zeide mevrouw Markwarte.

«Maar het was om twee uur, zooals u de eerste maal gezegd hebt, dat weet ik heel zeker,quot; zeide juffrouw Pohlenz.

„Nu ja, dat is heel goed mogelijk, zeide ik om er een einde aan te maken. «Ik kan niet zeggen, dat ik die geschiedenis zoo grappig vind.quot;

«Dan kunt u haar in een van uw volgende boeken te pas brengen,quot; merkte mevrouw Krause op en lachte tegen me met een gezicht zoo zoet als stroop met suiker.

«Dat zal niet gaan,quot; antwoordde ik kalm, «want ik schrijf niet meer. Onlangs werd mij wel weer dringend verzocht, dat ik mijn memoires zou uitgeven, maar ik heb geweigerd.quot;

ocr page 134

132

«Daarin hebt u groot gelijk,quot; zeide ze, zóó hard, dat de menschen voor en achter en naast ons het wel verstaan moesten. «Groot gelijk. Want een massa menschen zouden weer gelegenheid hebben u uit te lachen.quot;

))Och, dat gun ik ze van harte,quot; antwoordde ik en lachte in haar gezicht. »Wat kan men meer voor de menschen doen dan ze amuseeren?quot;

Intusschen was het stamp-publiek ongeduldig geworden,, plotseling werden de gaspitten hooger gedraaid en de muziek begon. Oom Fritz zegt, dat het in een paardenspel net zoo ruikt als liet klinkt. Ik kon dat niet precies beoordelen. Mevrouw Kransen bad mij gegeven, wat ze mij had toegedacht. Ik begreep nu waarom ze de plaatsen zoo geschikt had, waarom de pot verteerd moest worden, waarom ik gamp;ïnviteerd was. Eindelijk kon de heele zaak mij koud laten, want de menschen die mij kennen, zijn toch op mijn hand, maar mevrouw Markwarte, mevrouw Butsch en juffrouw Pohlenz. Wat moesten die wel van mij denken? En waarom was mevrouw Kransen zoo vinnig. Omdat zij door Erika aangetrouwde familie van ons is en wij haar liggen laten, waar ze hoort, namelijk links. Oom Fritz kan ze nu eenmaal niet uitstaan, minder omdat hij haar niet lijden mag dun wel Erika niet goed hebben kan, dat mevrouw Kransen haar nu en dan een visite maakt en dan zoo vreeselijk lief tegen haar is en zelfs haar wil kussen en haar lieve nicht noemt. Maar ze bukt zich evenmin als de blanke lelie. Zoodra mevrouw Kransen weg is, wascht ze haar handen alsof ze iets griezeligs had aangeraakt. Ze kan er niets aan doen, zegt ze.

Ik zag ze daar beneden me rijden zonder mij er voor te interesseeren. De heele voorstelling maakte op mij den indruk als keek ik door een omgekeerden binocle, 't Was me onmogelijk in mijn banden te klappen, wanneer een van de kunstenaars op liet punt was geweest zijn nek te breken, of een juffrouw zoo lang op haar paard had ge-

ocr page 135

133

sprongen, totdat ze er afviel. Voor mij was zelfs de hoogste kunst op het gespannen koord in den nok van het circus erg onbeduidend.

Dat er menschen zijn, die om mij lachen. — och daarover voelde ik mij niet beleedigd. Lieve hemel! Hoeveel lui lachen, zonder dat ze weten waarom? Maar dat die heks Kransen die paardenspel-potverteerpartij op touw had gezet om mij te ergeren, zonder dat ik haar gevoelig kon terecht zetten, en dat ik mij dit moest laten welgevallen, omdat men een eenmaal betaalde plaats niet graag in den .steek laat, deed me inwendig koken. De Indianen gaan niet boosaardiger te werk, wanneer ze hun gevangenen aan een paal binden en met brandende lucifers martelen. Zoo'n oude roodhuidin!

En haar mond stond geen oogenblik stil: ))Neen maar, dat is toch kolossaal! Hoe durven de menschen het! Wat een techniek. Ik ben voornamelijk om die Ekarische spelen gekomen, die in den tijd van de Grieken al wereldberoemd waren.

«Dat kopje buitelen is volstrekt niet antiek,quot; zeide ik tegen mevrouw Markwarte; «Ieder die Homerus gelezen heeft, zal dat met me eens zijn.quot;

«Mijn man leest Homerus in het oorspronkelijk,quot; zeide mevrouw Kransen hardop.

»Menig geleerde weet in het verleden in het donker den weg, terwijl zijn eigen vrouw verdwaalt in de Frie-drichstrasse,quot; zeide ik zonder mij te geneeren tegen mevrouw Markwarte. »Ik heb eens een echt Grieksch feest bijgewoond, dat de Berlijnsche kunstenaars voor den Per-gamontempel op het tentoonstellingsterrein hadden georganiseerd, de priesters in witte gewaden, gevolgd door honderden zangers, met rozenkransen in liet haar, gingen de overwinnaars tegemoet, de overwinnaars brachten den kostbaren oorlogsbuit mee, in het midden liep de gevangen koningsdochter geboeid, een prachtige vrouw en zoo

ocr page 136

134

echt trotse! i; om haar heen waren haar speelnooten geschaard en de weduwe van den Egyptenaar, door smart gebukt bij de mummie van haar man op een kameel, en een massa slaven en slavinnen. Daarna kwamen de heilige stieren met vergulde horens, en de priesteressen van Athene met het gouden beeld voorop, alle in dunne donkerroode mantels, en dan de fluitspelers en danseressen in matblauwr die liepen naast den zegewagen van koning Attalos, getrokken door vier melkwitte paarden; de koning was in goud en purper en een groenen lauwerkrans onder zijn kroon, vol waardigheid steunend op zijn zwaard, toegejuicht door de menigte, begroet met de hymnen van de priesterkoren. Ziet u, dat was eerst de moeite waard! £n voor den tempel zegt de priesteres tegen den koning: «Wat door het zwaard gewonnen is, kan ook door liet zwaard vernietigd worden, vereer daarom de goden der kunst, der wetenschap en der nijverheid, Athene, de beschermvrouw van den vrede!quot; En Attalos legt dan zijn kroon en zijn krans en zijn zwaard op het altaar, en zijn eerste daad is dat hij de gevangenen vrij laat, en dan juicht het lieele volk. Och, en dan moest u gezien hebben hoe de gevangenen werden los gemaakt en hoe ze de trappen opstormden om de handen van den koning te kussen en den zoom van zijn kleed, en toen vlogen de duiven als witte wolkjes op naar den hemel als boden van den vrede, en toen ze daar zoo boven de hooiden fladderden, kon niemand zich meer inhouden en riepen we allemaal: «Leve de koning!quot; Dat noem ik Grieksch en wezenlijk mooi, maar niet die spier-verrekerij daar vóór ons. Sinds ik dat gezien heb, ben ik moeilijk te bevredigen.quot;

«Die oude Grieken konden toch van alles,quot; meende mevrouw Schuier.

«Ja, maar men moet een open oog er voor hebben,quot; antwoordde ik.

Mevrouw Kransen beet op haar lippen en vertrok den

ocr page 137

135

mond, alsof ze wat zeggen zou, maar ze kwam er niet mee voor den dag, omdat een prachtig gedresseerd paard onze aandacht vorderde. In het paardenspel toont ieder zijn paarden-verstand, de een door er over te praten, de ander door naar iedere beweging van den volbloed te kijken.

Ik begon ook meer belangstelling te krijgen. De herinnering aan het Pergamonfeest had die wakker gemaakt. Er is zooveel schoons op de wereld, zoo veel goeds, zooveel heerlijks, waarom zouden we dan een genot zoeken inliet zich — ergeren ? Waarom den menschen, die niets anders .lusten, de ergernis te geven van liet brood krabben? Je moet niet alles willen hebben, Wilhelmine.

Na de kunsten van twintig trakhener hengsten, kwamen drie clowns, zooals zulke menschen heeten, met broeken, die men nergens anders ziet. Ze ranselden elkaar en wierpen elkaar in het zand, liepen op hun handen, en zeiden aardigheden waarover het heele circus brulde van het lachen. Dat is de echte kunstboter voor het volk. Wij lachten ook, omdat het tusschenbeide wezenlijk grappig was, en men wel lachen moest. Alleen mevrouw Krausen speelde de fijne dame en trok zelfs haar vode voor haar gezicht. Ik wou al zeggen: »de paarden worden hier niet schichtig, laat gerust uw gezicht zien,quot; maar dat vond ik wat al te erg.

Terwijl wij ons zoo amuseerden — mevrouw Schuier en mevrouw Beekman waren zelfs wel wat al te luidruchtig, en mevrouw Butsch drukte haar handen onder haar maag als was ze bang te zullen barsten van het lachen — kijkt een van de clowns naar ons, wijst met zijn vinger naar mij en roept: «Zoo waar als ik leef, mijne heeren, daar zit onze Buchholz.quot;

Het heele publiek keek natuurlijk naar onzen kant. Sommigen lachten. Van de galerij brulden ze: «In de manege met haar! Laat ze haar voile van haar gezicht doen!quot; Daaruit begreep ik, dat ze mevrouw Krausen voor mij

ocr page 138

136

aanzagen. En zij dacht het zeker ook, want ze schoof zenuwachtig op haar plaats heen en weer.

Ik keek met mijn binocle den brutalen kerel oplettend aan, dacht eerst: de wereldgeschiedenis kan zich vergissen, maar toen fluisterde ik tegen mevrouw Bergfeldt: »Ik wil in mijn heele leven geen gebraden kip meer eten, ofschoon ik er dol van houd, als die vriend niet mevrouw Krausen's Eduard is.quot;

«Wie, welke?quot;

«Die, daar.quot;

«Die ze daar net zou te pakken hebben gehad?quot;

«Ja, die met den hardsten schedel.quot;

«Mevrouw Buchholz, u zondt gelijk kunnen hebben. Er is in de physionomie een zekere gelijkenis.quot;

«Kijk toch eens naar mevrouw Kransen. Ze is niet op haar gemak.quot;

«Natuurlijk, 'tis haar jongen.quot;

De clowns hadden hem juist een paar oorvegen gegeven, dat het klapte, en daar ze alle drie over elkaar rolden, werden ze toegejuicht. Hoe gekker je je aanstelt, des te meer klappen ze voor je. Ik riep: Bravo, Eduard! Bis, bis!quot;

«Wie meent u met dat geroep van Eduard?quot; vroeg mevrouw Kransen.

«Den hansworst, die in zijn jeugd zoo streng behandeld werd en nu zijn schade inhaalt, den paljas, dien ze daar afranselen onder de oogen van het publiek, en die zoo op uw Eduard lijkt als het eene paaschei op het andere.quot;

))U hebt eene bijzonder levendige fantasie, lieve mevrouw Buchholz. Ik heb dat volstrekt niet opgemerkt.quot;

«Misschien hebt u op de tocht gezeten en hebt u daardoor een waas voor de oogen gekregen.quot;

«Mijn oogen zijn goddank heel goed. Bovendien oordeel ik nooit naar den eersten indruk. Daarvoor ben ik te voorzichtig. Lijdt u reeds lang aan zinsbegoochelingen ? U moet er wezenlijk eens een dokter over spreken. U hebt de

ocr page 139

137

middelen oio u de weelde te veroorloven van een gecapi-tuneerd salon in het maison de santé.quot;

«Neen!quot; riep ik lachend uit. »Zóó gek ben ik nog niet: Ik ben heel blij, als n zeker weet, dat het Eduard niet is, want liet moet voor de ouders pijnlijk zijn dat het hoofd van een jongen die Grieksch en Latijn geleerd heeft, nu dient om er op te slaan. Vindt u ook niet, mevrouw Bergfeldt?quot;

«Daar is hij!quot; riep ze en knikte naar den ingang.

))Wie?quot;

))Butsch!quot;

»Waar?quot;

«Kijk toch eens naar dat 'overhemd. 1 )e man is zoo keurig netjes op zijn lijf.quot;

Na eenige moeite ontdekte ik hem. Hij zag er uit als alle bierlocaal-eigenaars; groot, krachtig en tamelijk dikbuikig.

»Wat een houding!quot; fluisterde ze mij toe. Vleugelman bij de eerste garde. Wat moet hij in uniform een pracht-mensch geweest zijn, als hij in burgerkleeren al zoo mooi is.quot;

«Hij heeft zeker zijn begrafenispak aan?quot;' .vroeg ik.

«Wanneer hij uitgaat, trekt hij altijd zijn beste pak aan.quot;

'tWas pauze en wij kregen dus het ons beloofde glas bier. De kellner werd gewenkt en het gesprek begon.

Mevrouw Krausen vroeg of een van ons lust had de stallen eens te zien. Dat is eigenlijk het ware, meende ze. Niemand wilde mee en ze ging alleen in den stroom van paardenkenners. Meneer Butsch kwam naar ons toe.

«Zoo, dames,quot; begon hij, »is de heele koffieprié bij elkaar? Wel, wel, dat doet me plezier. Mijn naam is Butsch.

Hij nam van den kellner het bier aan, reikte ons ieder een glas en betaalde alles uit een bruin zijden beurs.

»Het werk van een blanke vrouwenhand,quot; zeide hij, waarop mevrouw Bergfeldt verlegen naar een anderen kant

ocr page 140

138

keek. Ze was al lang aan het haken geweest — dus reddeloos verloren.

Meneer Butsch beviel ons heel goed. Hij wist prettig te praten, en gaf ons een denkbeeld van de kolossale onkosten die zoo'n paardenspel dagelijks heeft, hoeveel de galerij alleen per avond opbrengt en wat aan drank verbruikt wordt. Dat was heel leerzaam. Meneer Butsch ruilde de voor hein bestemde plaats met die van zijn schoonzuster en zette zich naast mevrouw Bergfeldt. Jullrouw Pohlenz stootte mevrouw Reckmann aan en giebelde. Zulke oude jongejuffrouwen verbeelden zich toch altijd nog, dat ze iets boven ons voor hebben.

Het glas bier voor mevrouw Kransen stond op haar plaats. Ze was naar de paarden gaan kijken. Wie geloofde het?

De knechts Iwirkten de groote zandtaart weer netjes op en veranderden door middel van een grooten gomelastieken schotel het circus in een badkuip,-want de waterpantomime stond op liet programma.

«Waar blijlt mevrouw Kransen?quot; vroeg mevrouw Butsch, »als ze niet gauw komt, ziet ze het begin niet en haar bier wordt slap. Wil jij het niet liever uitdrinken, broer?quot;

»Dank je wel. Bier en vrouwen moet je frisch genieten.quot;

Juffrouw Pohlenz vond dat vreeselijk aardig gezegd, maar wij minder, omdat mevrouw Bergfeldt, al naait ze nog een colibri op haar hoed, haar jeugd toch nooit weer terugkrijgt. Bozebottels zijn geen rozeknoppen.

Eindelij k verscheen mevrouw Krausen, en men kon het haar aanzien, dat er iets gebeurd was, maar ze liet even weinig los als een verstopte automaat. Ze dronk haar bier in één slok uit als moest ze van binnen een vuur blusschen.

Nu begon de voorstelling. In de gomelastieken badkuip lagen een dikke Engelsehman en een paar stalknechts, toen plotseling bet water over een rotsbrug stroomde en in het circus plaste. Dat bruiste en schuimde van belang en de dikke Engelsehman en de stalknechts deden alsof ze gek

ocr page 141

139

waren. Er stroomde hoe langer hoe meer water en ze lieten er eenden in vliegen, die met de vleugels sloegen en kwaakten. Toen kwamen ook bootjes om den Engelschman uit het water te redden, maar die viel er telkens weer in en alle die in de boot zaten ook mee, heeren en dames. Hoe meer hij plaste, des te harder moesten wij lachen. Alleen mevrouw Kransen keek zuurder er zuurder, want door het onderduiken werd de verf van het gezicht van den dikken Engelschman gewasschen en herkende men duidelijk haar Eduard, vooral toen hij zijn vlasharige pruik verloor, die .alleen ronddreef. Hij was het.

»Uw Eduard speelt prachtig voor clown,quot; zeide ik. Ze kon liet nu niet meer loochenen.

»Renz was in verlegenheid,quot; zeide ze. «Een van zijn personeel had hem in den steek gelaten. Eduard is zoo'n veelzijdig talent: hij kan alles wat hij wil.quot;

«Alleen niet geregeld met zijn hoofd werken,quot; zeide ik.

))U bent wezenlijk nog te weinig op de hoogte van het streven der maatschappij,quot; antwoordde ze. «Eduard kan als kunstenaar het nog heel ver brengen, hij kan directeur worden. Ik wist in de tegenwoordige moeilijke tijden geen beter beroep voor hem te kiezen. Renz bezit millioenen.quot;

»Dat vertelde ons daar straks meneer Butsch ook. Dus moet het wel waar zijn,quot; antwoordde ik.

Mevrouw Kransen is zoo glad als een aal: als je denkt dat je haar beet hebt, is ze je ontglipt. Ik wijdde dus nu al mijn aandacht aan de badende dames, aan de Loreley en alle andere waterzwemmers. Tot slot en besluit kregen we een sterrenspuwende fontein te zien.

De heer Butsch noodigde ons uit nog een uurtje in zijn bierlokaal te komen. De andere dames namen dat aan, maar ik wees beleefd en vriendelijk zijn uitnoodiging af, ik had er meer dan genoeg van.

Toen ik in de tram zat, ging ik bij mezelf den avond nog eens na. Mevrouw Krausen had een kuil gegraven voor

ocr page 142

140

mij, maar was er zelf ingevallen. Haar hoogmoed moest een aardigen knak gekregen hebben. Haar Eduard vaste clown in een circus! Nemesis had haar een leelijke poets gebakken.

Zoodra ze mij weer inviteert op een van haar potver-teer-partijtjes, zeg ik net als meneer Butsch: «Dank je wel.quot;

ocr page 143

MUZIEK EN POLITIE.

Een van mijn gevleugelde gedachten is al sinds jaren geweest: «Wat de muziek tezamen brengt, moet de mensch scheiden.quot;

Dat quatre-mains spelen vind ik goed tot op zekeren leeftijd. Zijn de kinderen groot en toch nog onervaren, dan verbeelden ze zich dat het lieele leven een: »eene, tweeë, drieë, viere,quot; met lieve melodietjes is, en dat ze, als ze uit de maat zijn geraakt, met een vriendelijk lachje weer daar kunnen beginnen, waar ze aan het broddelen zijn gegaan. En irt.. . daar zijn ze geëngageerd. Als het later blijkt dat haar eten en zijn eten niet in denzelfden pot kunnen gekookt worden, dan gaan ze wat verder van elkaar zitten, hij gewoonlijk in het bierhuis, terwijl zij in haar huiselijk verdriet blijft, en geen componist krijgt ze weer aan de piano.

Of de jongeling wordt betooverd door haar gezang en moet en zal ze hebben, omdat hij zich voorstelt hoe heerlijk het moet zijn des avonds door de zoetste liederen uit haren mond de rimpels van zijn voorhoofd te doen verjagen. Wat doet ze als ze hem eenmaal heeft en hij verlangt een aria van haar ? Ze zegt dat ze moe is, en gaapt met een suikermondje om hem te toonen, dat het wezenlijk zoo is. Dat is dan een »Schlummerlied ohne Wortequot;, en

ocr page 144

142

al gauw kent hij het zoo goed van buiten, dat hij zijn overdreven wenschen in zijn hart smoort, llij moet toch bedenken hoe zij zich vroeger met die muziek heeft gemarteld, en niet van haar verlangen, dat ze daarmee nog zal voortgaan, daar men toch den eenmaal gevangen visch geen aas meer toewerpt. De piano dient in zulke gevallen alleen tot stof afnemen.

'tls moeilijk te beslissen of het voor jongelui, die het hart van jonge dames willen veroveren, raadzaam is muziek te leeren. Een vriend van oom Fritz kende een jong meisje, dat doodelijk was van citermuziek, maar voordat de jonge man genoeg erop gestudeerd had om haar wat voor te spelen, was ze met een ander geëngageerd. Een mondharmonika zou hem misschien betere diensten bewezen hebben, maar die is sinds mijn kinderjaren uit de mode.

Meneer Kaulmann en zijn meisje hebben elkaar op den muzikalen weg leeren kennen en liefgekregen, wanneer tenminste een concert van meneer Kaulmann's Zang-vereeniging geacht mag worden een muzikaal voortbrengsel te zijn. Want zoodra ze gezongen hebben, gaan ze eten en drinken alsof (ie anderen dag de hongersnood begint. Wanneer men dan eens een kijkje neemt in het zangconservatorium, waar ze geen spier vertrekken van louter aandacht en ook nog de oogen dichtdoen, opdat de tonen alleen in de ooren zullen komen, dan merkt men pas het onderscheid. Maar in het zangconservatorium raken ze ook niet zoo licht geëngageerd. De menschen worden pas los in zulke gezellige vereenigingen, en gezellig gaat het er toe, want anders zou oom Fritz er niet bij zijn.

We hadden meneer Kaulmann de twee ongebruikte kamers in de fabriek gegeven en hij mocht daar wonen, totdat hij een goedkoop en toch net huisje voor zich en zijn toekomstige vrouw gevonden zou hebben, of totdat de mensehen 's Zaterdags de sigaren zouden koopen, die ze Zondags wilden rooken, zooals de regeering zich voorgesteld had.

ocr page 145

443

Er stonden huizen genoeg leeg, maar de prijs was niet in overeenstemming met de middelen van de huurders. «Ik kan niet geven wat ze verlangen,quot; zeide Kaulmann, »ik verdien niet meer zooveel als vóór de Zondagsrust en ik heb geen lust mij bankroet te wonen.quot;

Maar de huisbaas kan ook de huur niet kleiner maken, want dan gaat hij bankroet. Wat is het resultaat? Overal bordjes met: »Huis te huur.quot; »Kamers te huur.quot;

Toen meneer Kaulmann goed en wel zijn draai gevonden had, vroeg hij of we er iets tegen hadden, dat hij een piano huurde.

We zeiden neen, omdat hij zoo'n goed mensch is en hij toch eigenlijk vreeselijk benadeeld wordt door de regeering: als hij een bierlokaal had, kon hij 's Zondags een aardigen duit verdienen.

Een paar dagen later kwam hij met zijn meisje. Ze was niet verblindend schoon, maar 't kon er mee door, naar den smaak van een man, die door de tegenwoordige schilderkunst nog niet op den verkeerden weg gebracht is; ze noemen nu jonge en oude monsters prachtig. Vroeger vond men alleen vervallen huizen schilderachtig, tegenwoordig de vervallen menschen. Ik hang zulke smakelooze dingen niet aan mijn muur.

't Is wezenlijk jammer, dat zoo'n flinke vrouw als het meisje van meneer Kaulmann is, niet trouwen kan. Ze is van plan pianolessen te geven, dat helpt ten minste wat in de huishouding, en dat getreuzel met de trouwerij dient nergens toe. Maar wat betaalt de middelstand voor pianolessen? Veertig of vijftig pfennig in het uur, zonder tramkaartje, wanneer de pianojuffrouw naar de Anklamerstrasse moet en van daar naar de Marienstrasse, drie hoog.

De menschen, die wat meer zijn en op tien pfennig niet behoeven te zien, verlangen een geëxamineerde pianoonderwijzeres om hun kinderen op de toetsen te dresseeren, een die al naam gemaakt heeft, natuurlijk alleen voor de

ocr page 146

144

bluf. Voor de bluf komen de gierigsten met hun geld over de bi ug. Julïrouw Antonia Webrhagen, toekomstige mevrouw Kaulmann, begreep dus dat ze in de allereerste plaats moest probeeren beroemd te worden, en daar men dat alleen bereiken kan door in het publiek op te treden, wilde ze een concert geven.

Mij beviel die resolute manier. »U kunt zooveel studeeren als u maar wilt,quot; zeide ik. «De weefmachines maken zooveel lawaai, dat een beetje meer of een beetje minder ons niet stoort.quot;

«Ik ben 11 heel dankbaar,quot; zeide ze. «Alfons zal uw vriendelijkheid niet licht vergeten. We hadden al zoo gelukkig kunnen zijn . . . . maar u zult eens hoeren hoe ik studeer, als ik mij eenmaal er voor zet. Drie groote stukken moet ik kennen en drie toegiften. Dat moet, moet, moetlquot;

»De hemel zegene uwe goede voornemens,quot; zeide ik, geroerd door zooveel vastheid van wil. Maar achteraf wou ik, dat ik den hemel er buiten gelaten had. Hij zegende te erg naderhand

Mijn man vond het ook goed.

«Heeft ze goede ellebogen?'' vroeg hij.

«Karei, men speelt piano met de vingertoppen.quot;

«Ik meen of ze armen heelt.quot;

«Dat denk ik wel. Oom Fritz zegt dat ze heele mooie concertarmen heeft.quot;

«Speelt ze gedecolleteerd ?quot;

«Karei!quot;

«Wilhelmine, met een paar mooie armen breng je het publiek veel meer in verukking dan met uren pianospelen. Maar dat is maar tusschen twee haakjes. Ik wou je eigenlijk vragen of je denkt, dat ze succes zal hebben. Er is plaats genoeg in de wereld, maar ieder wil op de eerste rij staan en daarvoor moet men zijn ellebogen gebruiken en als de man achter je je op de hielen trapt, moet je hem handig den hoed kunnen indeuken.quot;

«Karei, ben jij het, die zoo spreekt ? Waar ben je geweest ?quot;

ocr page 147

145

«In een vergadering van het comité voor de Ber-lijnsche tentoonstelling.quot;

«Daarheen ga je niet weer. Je komt er onkenbaar van daan.quot;

«Concurrentie bederft het karakter nog veel meer dan politiek.quot;

»En politieke concurrenten, Karei ?quot;

Hij zeide alleen: «God betere 't-' en zweeg, ik weet best wat hij denkt. Er zijn gedachten, die pijn doen wanneer ze aan de luclit worden blootgesteld. Ik zei dus alleen: • «Karei, je moet me straks je vest eens geven. In het rechterzakje is een gat. Zorg ik niet altijd voor je, zooveel ik kan ?quot;

«Zeker, schat. Maar hoe ter wereld weet je, dat er een gat is iu mijn vestzak ? Zoover ik mij herinner heb ik je daarvan niets gezegd.quot;

«Daarom zei ik juist....quot; stamelde ik.

Hij lachte: «Wat men zich jong gewent, doet men oud uit gewoonte.quot;

«Karei, je zoudt er mooi uitzien, als ik je goed niet nazag. En wie krijgt de schuld, wanneer de man slordig rondloopt ? De vrouw.quot;

«En wie krijgt de schuld, wanneer de vrouw te weelderig gekleed gaat? De man. En ze vragen dan niet of hij liet al dan niet doen kan.quot;

«Karei, dat vraag ik mezelve ook altijd, wanneer ik Frieda zie. Een pauw met twee. staarten haalt niet bij haar. Ze heelt niet gerust voordat ze een sealskin mantel had die twee hand langer was dan de mijne, en weet je wat die gekost heeft?quot; — Karei zuchtte. — «Karei ik houd er niet van later te vragen wat iets gekost heeft, dat men cadeau heeft gekregen.quot;

«Cadeau ?quot;

«Xn ja, langzamerhand ben je tot de ontdekking gekomen, dat ik zoo heel graag een echt-sealskin mantel had eu toon

Siispe, Gedénkschriften, 10

ocr page 148

146

ben je op eea dag mtgegaun en heb je er mij een gekocht.quot;

llij lachte. Ik lachte ook.

«Zoo, nu weet ik tenminste wat je onder cadeau krijgen verstaat. Nu, ik hoop dat je er nog lang plezier van zult hebben.quot;

«Dank je. Max kon er wel eens minder luchtig over denken. Ik meen Felix onlangs zoo iets te hebben hooren zeggen van te kostbare huishouding. Ik noem het eigenlijk geen huishouding, waar de vrouw den boel den boel laat en iederen avond uitgaat.quot;'

«Waarom blijven ze niet thuis?quot;

«Als ze thuis blijft, kan ze toch haar mooiigheden niet laten kijken ? Ze wil zich in haar opgedirkte japonnen in de restauraties vertoonen. Wat heeft ze er anders aan ? Karei, de menschelijke ijdelheid is ieder aangeboren, dat wil ik idet tegenspreken, en in menig opzicht heeft ze ook haar nnt; waarvan zouden anders de modewinkels leven ? Maar als iemand niet aan haar zieleheil denkt, behalve om zich zelf te vragen hoe zij er in haar doodkist wel zal uitzien, dan is de ijdelheid geen ijdelheid meer, maar dwaasheid. En daar gaat het met Frieda heen.quot;

»Dat zou me toch spijten.... ter wille van jou. Je hebt je toch veel moeite met haar gegeven.quot;

«Daaraan denk ik heelemaal niet. Ze was op den goeden weg, maar de schuld ligt ook voor een groot deel aan hem.quot;

))Maar hij is toch mans genoeg om zijn wil door te zetten ?quot;

»Karei, je beoordeelt alle mannen naar je zelf. .lij bent heel anders, je bent solide, daardoor heb je vasten grond onder je. Ik wil niet zeggen, dat Max insolide is, want tegenwoordig verrijzen iederen dag bierhuizen, zoodat men niet meer met zekerheid zeggen kan, waar de behoefte eindigt en de onmatigheid begint — maar Max kwam dikwijls Iaat t huis, zonder daarvoor een gegronde reden te kunnen opgeven, en als de man herhaaldelijk moet be-

ocr page 149

147

kennen, dat hij ongelijk heeft gehad, dan zit liij gauw onder de pantoffel. Max is een beste kerel, maar veel te toegeefelijk.quot;

»Zie je de zaak niet wat te donker in, o;idje ?quot;'

))Ik heb er met Felix over gesproken. Hij is een groot vriend van Max, en hij ziet nog donkerder dan ik. Frieda merkt dat en probeert nu lt;lie twee van elkaar te helpen. Weet je hoe ze dat aanlegt ? Ze zoekt ruzie met Betti, en als de vrouwen maar eerst elkaar den rug toedraaien, staan de mannen ook gauw op gespannen voet. Maar Betti zorgt, ter wille van Felix, dat ze met Frieda goede vrienden blijft.quot;

«Dat vind ik lief van haar. Als ze maar volhoudt.quot;

»Wees gerust. Betti heeft zooveel verdriet gehad, toen ze afstand deed van den man, aan wien ze met hart en ziel hing — en zie je, daarom heb ik zoo'n medelijden met Kaulmann en Antonia — en haar eenige troost in haar leed was een smartelijk zoete herinnering: de dag in Tegel met de beide vrienden. Ze moet wel houden van hem, die liet zoo goed meende met den vriend. En op een morgen ging voor haar op nieuw de zon cp, en voordat ze er aan dacht, werden zij en hij, Betti en Felix, beschenen door de gouden stralen der liefde. Karei, zoo iets vergeet een mensch zijn leven lang niet. Ik braadde de karbonaden en hij had een pak van jou aan, terwijl zijn kleeren bij het vuur droogden, 't Was om te schateren! Frieda kan lang tornen, voordat ze dien vriendschapsband loskrijgt. Betti en Felix spreken nooit over het verleden. Wat gebeurd is, voordat hij haar kende, is afgedaan en vergeten. Ze weet dat hij ook verdriet heeft gehad. Ze zijn nu gelukkig en ieder jaar maken ze een tochtje naar Tegel en wandelen daar arm in arm als een verliefd paartje en zeggen: »Hier was het.quot; — En ik voel met hen, want wat zijn wij samen gelukkig, Karei, vooral sinds ik die nieuwe meid heb.quot;

))Hm,quot; zeide mijn man.

))Ben jij misschien niet gelukkig?quot;

ocr page 150

148

»0 ja. Toen jij van het nieuwe dienstmeisje sprak, herinnerde ik mij, dat je van het vorige nog niet heelemaal af bent. Ik had die zaak buiten je om in orde willen brengen, om je verdriet te besparen...

«Karei, nog meer verdriet ? Heb ik mijn deel niet dubbel en dwars gehad? Maar wie krijgt al het ongeluk uit een huis, wanneer het er zich eenmaal in genesteld heeft. Spreek op, ik ben op iedere dynamiet-ontploffing voorbereid !quot;

»Dus: je hebt in haar dienstboek]e getuigen over haar gegeven . ..

))Ja, naar waarheid.quot;

«Daaraan twijfel ik niet. Ze is daarmee naar de politie

gegaan en heeft gevraagd of ze je niet op grond van je-----

streng oordeel kon aanklagen.quot;

»Neen, neen, dat kan ze niet, volgens Moabit.quot;

«De commissaris van politie heeft me doen weten, dat hij je aanraadt die al te harde uitdrukkingen terug te nemen.quot;

«Dat kan ik niet. Moet ik me laten welgevallen dat dat meisje mij nog in mijn gezicht uitlacht ? Dan liever voor den rechterstoel! Ik weet wel. dat ik niet levend uit de gerechtszaal kom, ten minste half dood, maar mijn woorden terugnemen, kan en mag ik niet. Want ik ben in mijn recht.quot;

«Zeker, zeker. Ze maken ook alleen aanmerking op den stijl en de woordenkeus, waarin je je meening hebt uitgedrukt.quot;

«Daaraan kan ik niets veranderen, iedere zin is gewikt en gewogen. Ik wil het meisje geen kwaad doen, maar-wat haar toekomt, moet ze hebben. Zeg aan meneer den commissaris van politie, dat ik nog heel zacht geoordeeld heb, omdat in de laatste dagen, die ze bij me was, zich zwakke sporen van beterschap vertoonden, en ik niet blind ben voor goeden wil. Zeg zelf. Karei: heeft ze ooit het minste werk uit eigen beweging gedaan, heeft ze ooit, zonder dat haar uitdrukkelijk gezegd was; «dit of dat doe-

ocr page 151

149

jequot; een hand uitgestoken, heeft ze ooit gedacht om eens een kamer een extra beurt te geven ? Neen, ze was lui, door en door lui. Ik kon 's morgens op de elektrische bel drukken om haar uit haar bed te krijgen, tot mijn arm lam en de schel kapot was, en op stuk van zaken moest ik toch zelf nog naar boven. Van zoo'n dienstbode zegt men niet dat ze vlijtig is. Vertel dat maar eens aan dien politieman. Ze had wat ze te doen had op een papiertje geschreven en legde dat waar ze Icon, onder mijn neus. Verbeeld je, daarop stond: 1. opstaan; 2. water halen; 3. vuur aanleggen; 4. kamer doen ; tot dertig toe, dat was, geloof ik, kachel poetsen. Dat zijn toch dingen, die van zelf spreken en die ze niet op een papiertje hoeft te schrijven. Maar ik zag daarin haar goeden wil en schrapte daarom den eenigen natuurgetrouwen naam, die liaar toekomt, «luilakquot;, weer uit.quot;

«Jawel, jawel,quot; zeide mijn man.

«Jawel, jawel, beteekent niets. Karei. Wat wil je daarmee zeggen ?quot;

«Zooals je zelf zegt: niets.quot;

«Karei, dikwijls komt liet meer op den toon dan op de woorden aan. De toon beviel me niet, dus wat bedoel je ?quot;

«Wilhelmine, de commissaris van politie slaat je voor aan Leentje een beter getuigschrift te geven.quot;

«Laat hij haar een half jaar in zijn dienst nemen, dan zullen we eens zien hoe hij over haar denkt.quot;

«Ik zou graag willen, dat je zelf met hem spreekt. Morgen kunnen we samen naar zijn bureau gaan. Kom, ■oudje, wees verstandig. Misschien overtuig je hem hoe groot gelijk je hebt.quot;

«Misschien? Ik zeg je: zeker. Ik zal hem dat eens heel duidelijk maken en je zult eens zien in welk een licht ik kom te staan.quot;

Ik kende den nieuwen commissaris van politie nog niet. In den laatsten tijd was er telkens verandering. Mi la's vader

ocr page 152

150

zei vroeger: voor commissarissen van politie en gezanten is het leven een voortdurend: «Hoe bevalt u nw buurman ?quot; Zoodra je denkt, dat je een stoel hebt, moet je al weer opstaan. Zijn vrouw keek uit de hoogte neer op alles wat niet ambtenaar was. Toen ze verhuisd waren en ik haar een visite maakte zeide ik zoo: «Nu woont u tegenover de LeMmmn's.quot; En ze antwoordde met het hoofd achterover: «De Lehmann's wonen tegenover ons.quot; Eu bij dat »onsquot;' drukte ze met haar tong tegen haar gehemelte. Wat ze daarmee zeggen wilde, begreep ik pas, toen het te laat was om haar van een antwoord te dienen. Gesteld dat de ambtenaren meer zijn dan gewone menschen, dan zijn hun vrouwen dat toch niet ? Maar waardoor willen die boven ons uitblinken ? Ten eerste door verwaandheid en ten tweede door hooge kleerenrekeningen.

Het speet me dat ze uit onze buurt gingen. Hij was ons in menig opzicht van dienst geweest. Door een beetje vriendschap voelen we het onderscheid in stand minder. Met den nieuwen hadden we geen punten van aanraking, maar goed is liet zeker niet, dat zij die de wetten moeten handhaven, de personen niet kennen, die de wetten zouden kunnen schenden. En mij had hij, bij zijn weten, nog nooit gezien. Als ze hem eens verteld hadden, dat ilc bij de grootmoeder van den duivel had leeren koken, en hij gelool't dat.... wat dan ? Ze vertellen en drukken en ge-looven zooveel.

Ik ging den volgenden morgen niet met een luchtig hart het huis uit.

»Karei,' zeide ik, «als de slagen van het noodlot bloedige litteekens nalieten, wat zou mij dan menig student benijden.quot;

«Je windt je weer noodeloos op, Wilhehnine.quot;

«Laten we liet dan noodlot «schrammenquot; noemen, of vindt je dat ook nog overdreven ? Of ben je het misschien niet met me eens dat het noodlot mij vervolgt ? Waarom moet nu ik juist weer zoo iets hebben ? Waarom niet mevrouw

ocr page 153

151

Bergfeldt of mevrouw Beckmann ? Die hebben zenuwen van ijzer. Mijn gezondheid wordt er voor goed door geknakt.quot;

»Wilhelmine, de heele geschiedenis is niet waard datje er op niest.quot;

))Nies jij maar eens ais je niet kunt. Je denkt veel te luchtig over de politie. Je zult nog beleven wat uit die nies-zaak wordt, wanneer ze in instanties gaan.quot;

Ik nam zulke kleine stapjes als ik kon, zonder in het oog te vallen. Een bureau van politie is voor mij een plaats waar ik dol graag van daan blijf.

Ik moet bekennen, dat de commissaris de vriendelijkheid en welwillendheid in persoon was. Hij was zoo beleefd, dat ik achterdochtig werd.

Nadat we een stoel hadden gekregen, viel hij maar dadelijk met de deur in het huis:

»Uw echtgenoot, zal u, op mijn verzoek, zeker al verteld hebben hoe ongelukkig het meisje, dat het laatst bij u diende, over het getuigschrift is, dat u haar hebt gegeven, en daar zij geheel alleen in Berlijn is zonder iemand van haar bloedverwanten, heeft zij zich tot ons gewend met het verzoek andere getuigen in haar dienstboekje te schrijven. Ongetwijfeld zult u daartoe geneigd zijn, wanneer u bedenkt, dat het meisje met zulke getuigen als de uwe niet licht weer een dienst zal krijgen. Zeker is uw oordeel volkomen gerechtvaardigd, maar dienstboden zijn nu eenmaal niet volmaakt .. . .quot;

«Meneer de commissaris, volmaaktheid zoek ik al lang niet meer, maar wat het meisje mij heeft doen uitstaan, hoe ze mij geplaagd heeft, daarvan hebt u geen Hauw idee. Ik heb evenwel do bepaald strafbare feilen niet eens genoemd, zooals b.v. die eieren-geschiedenis in de restauratie ....quot;

Karei kuchte.

»l]aar sergeant zat ze onder mijn eigen oogen op te eten, en ik moest van wege de zondagsrust....quot;

ocr page 154

152

«Neem me niet kwalijk mevrouw,quot; viel de commissaris mij in de rede met een pedant glimlachje, ))in zulke details moeten we liever niet treden, dunkt me. Ons gesprek is vertrouwelijk, maar toch zou ik mijn plicht verzaken, indien ik van dergelijke beschuldigingen, als waarop u daar in de verte duidde, geen proces verbaal opmaakte, en dat zou u, die zoo bekend zijt om nw goed hart, zeker niet wenschen. Ik vergat u nog te zeggen, dat het meisje in tranen baadde.quot;

))Ja, dat doet ze bij iedere gelegenheid. Huilen kon ze op commando, maar mij foppen ze daarmee' niet meer.quot;

»Maar u bent bereid andere getuigen te geven, en in haar boek te zetten, b.v. «verliet mijn dienst, omdat ze veranderen wilde,quot; of »wenschte een minder zvvaren dienst.quot;

«Dat laatste schrijf ik in geen geval.quot;

»Ze liad bij u toch veel te doen. En naar dit papier te oordeelen, hebt u veel, ik wil niet zeggen te veel, van haar krachten gevergd.quot;

Hij legde mij een stuk papier voor, dat ik dadelijk herkende. 't Was de lijst van werkzaamheden, die ze voor zich opgeschreven en die ze mij telkens voor mijn neus gelegd had.

»11 zult toegeven, dat deze lijst nog al heel wat bevat.quot;

»Ja,quot; zeide ik, nadat ik mijn longen gevuld had met adem voor een langen zin, «daarop staat een heele boel, maar ze heelt toch nog vergeten op te schrijven, dat ze ook slapen moest. Ze kon verlangen dat je voor die bezigheid extra betaald werd.quot;

«Ik ontken niet, dat mij enkele nummers wat gezocht voorkomen; maar vindt u niet, dat het dagelijks poetsen van de keukenkachel noodeloos werk is ?''

«Dagelijks! Eens in de week, zooals dat sinds de schepping der wereld de gewoonte is in ieder ordentelijk huishouden! Maar uit zichzelf heeft ze niet daarnaar getaald! lederen keer heb ik baar moeten zeggen »!.eentje, de kachel poetsen.quot; Wanneer ze mij wil aanklagen, laat ze dan haar

ocr page 155

153

gang gaan. Ik verander geen letter aan het getuigschrift!quot;

»Wilhelmine, je bent toch anders zoo goedhartig,quot; zeide Karei.

»Ja, maar niet als ze met leugens bij me aankomen.quot;

«Waarschijnlijk zult u gelijk krijgen, indien liet meisje de zaak voor het gerecht brengt; misschien wordt de klacht niet eens aangenomen....quot;

«Zie je. Karei, in Berlijn bestaat dus nog rechtvaardigheid!quot; riep ik uit.

«Het meisje bezit de middelen niet om een geregeld proces tegen u op touw te zetten,quot; vervolgde de commissaris.

«Waarom spaart ze niet ?....quot;

))Ze zal haar laatste spaarpenningen er aan opolTeren en wat dan ? In een groote stad zijn de gevaren groot voor een daklooze jonge vrouw, de honger ....quot;

«Maar ze mag gerust een anderen dienst aannemen!quot;

»Ze mag, zeker mevrouw, maar u hebt haar den weg daartoe afgesneden.quot;

))Ik ?quot;

»Ja, door het getuigschrift. Welke dame neemt een meisje als dienstbode aan, in wier boek duidelijk te lezen staat, dat ze onoprecht, slordig, niet stipt in plichtsbetracli-ting is. Had u geschreven: «oneerlijk,quot; dan zou ze u kunnen aanklagen, maar «niet stipt in plichtsbetrachting,quot; is even erg, kan hetzelfde beteekenen. Een oneerlijke dienstbode wordt nergens aangenomen, tenminste niet bij menschen bij wie ze deugdzaam blijven kan. En wat zal er nu van haar worden? Door haar getuigschrift is het haar onmogelijk haar brood te verdienen. Weet u, waarde mevrouw, wat meestal het einde is van zulke meisjes ? Wij weten het, wij, de politie. We moeten ruw, wreed zijn tegen zulke wezens, die als dienstbode in ieder geval geen mevrouwen meer hinderen. Daar staan de protokollen. Wilt u enkele van die treurspelen des levens lezen ?quot;

ocr page 156

154

Hij wees op een rek met dikke boeken. Het koude zweet brak me uit.

«Nu, ills ze zich wil voornemen beter haar best te doen,quot; zeide ik half fluisterend, »d:ui wil ik haar niet in het on-geiuk storten. Geei't u mij haar dienstboekje maar.quot;

Het oude getuigschrift werd vernietigd. Ik schreef een ander, dat de commissaris van politie liet stempelen.

))Ik dank u,quot; zeide hij. ))De juristen zijn van oordeel, dat men met zachtheid veel betere resultaten bereikt dan met groote strengheid. En dat is zoo. Ik hoop met u, dat het meisje haar best zn 1 doen haar fouten te verbeteren. Nogmaals, hartelijk dank, ook uit haar naam.quot;

Ik voelde me honderd pond lichter toen ik de buitenlucht weer inademde. De atmosfeer in de kamer van den commissaris van politie was nu wel niet juist bedorven, volstrekt niet, het ademhalen viel me er alleen moeilijk.

Op den hoek stond Leentje met een kameraad, eeu van dezelfde soort als zij, met net zoo'n brutaal gezicht.

»Dat is ze,quot; zei Leenije zoo hard tegen de andere, dat de telefoondraden ervan gonsden. «Neem haar maar eens goed op en blijf uit haar klauwen. Als je bij haar terecht komt, krijg je een voorproefje van de hel.''

Ik nam zulke groote stappen als ik maar kon, zonder de menschen op straat te doen denken, dat ik draafde. Ik was op het punt om te keeren en het nieuwe getuigschrift uit haar dienstboekje te scheuren.

»Karei,quot; zei ik, »ik wil dien beleefden commissaris van politie niet weer lastig vallen, maar hij kan er op rekenen dat hij haar later toch in zijn protokol krijgt, al kom4: ze met mijn onware getuigen weer in een goeden dienst. Maar ik ben blij, dat ik mijn handen in onschuld wasch.quot;

ocr page 157

EEN BLIJDE GEBEURTENIS.

Wij zijn er aan gewend, dat mijn schoonzoon in de medicijnen van zijn verjaardag niets wil weten, en zelfs Emmi hein niet er toe heelt kunnen brengen op dien dag iets buitengewoons te doen.

»Wat mij betreft, moogt u op uw kalender den datum zoo dik onderschrappen als u wilt,'' antwoordde hij opeen wenk, die eigenlijk geen wenk heeten mocht, zoo voorzichtig en onmerkbaar werd hij door mij gegeven, »in liet huishoudboek wil ik hem niet zien.quot;

))Wie spreekt er van dik ? Ik wil niet dat je er een braspartij van maakt, alleen een feestje.quot;

«Onzin. Een verjaardag is geen rede tot feestvieren.quot;

))Maar wat zullen de menschen van je zeggen ? '

»Dat kan me niet schelen. Iemand die zijn geld bewaart, noemt zich zelf spaarzaam, een ander noemt hem gierig. Gooit hij het over de balk, dan zegt hij van zich dat hij mild en vrijgevig is, een ander noemt hem een verkwister. Daarom vind ik, dat ieder maar doen en laten moet wat hij goedvindt.quot;

«Vrijheid, blijheid, maar de blijheid van den een kost den ander dikwijls tranen,quot; zeide ik zonder iets er mee te bedoelen. Men gebruikt wel eens meer zulke spreekwoorden, puur omdat ze je zoo uit den mond vallen.

ocr page 158

156

))Lieve schoonmama,quot; zeide hij, zich omkeérende, sik heb niet alleen voor mezelf, maar ook voor anderen te zorgen, en omdat u zooveel houdt van spreekwoorden, zal ik u er ook een zeggen: vette keuken — mager erfdeel.quot;

»Ik vind niets treuriger, dan wanneer rijke lui voor niets geld hebben.quot;

»lk behoef mij helaas! die woorden niet aan te trekken,quot; zeide hij. «Was ik rijk, dan liet ik u dadelijk in goud zetten.quot;

))En dan bracht je me naar de bank van leening en verloor zoo gauw als je kon het pandbriefje. Neen, zoo gemakkelijk kom je niet van me af.quot;

»lk heb nog nooit den wensch uitgesproken van u af te zijn,quot; antwoordde hij.

«Je luidt een veel slechtere schoonmoeder kunnen krijgen,quot; eindigde ik deze kleine schermutseling. We hebben dikwijls zulke onschuldige vechtpartijtjes, een schoonzoon moet nu en dan in het vuur, anders vergeet hij dat er appèl bestaat.

Mijn dochter Emmi heeft de teugels veel te veel laten glippen. Hij was te erg gewend aan zijn bandelooze jonggezellen vrijheid, voordat hij in onzen kring kwam, en daar hij van het begin af getoond heeft niets te willen weten van vrede stichtende nieuwe hoedjes, diamanten, of zelfs maar handschoenen, kibbelt ze liever in het geheel niet met hem. Zoo heeft iedere familie haar eigenaardigheden.

Eindelijk was de voorzienigheid zoo vriendelijk mij een kleine ontspanning te bezorgen. Waarschijnlijk had ze ingezien, dat mij een pretje toekwam.

Op een dag zit ik in mijn kamer en denk van den prins geen kwaad. Daar komt Doortje met een brief.

))Is de post er nu al?quot; vraag ik.

»Neen, de postbode heeft den brief niet gebracht,quot; antwoordde ze.

«Wie dan ?quot;

ocr page 159

157

«Iemand met een roode pet. Zoo'n dienstvemchter.quot;

«Is hij er nog ?quot;

«Neen, hij is dadelijk weggeloopen, hij was betaald en op antwoord hoefde hij niet te wachten.quot;

Ik herkende dadelijk Emmi's hand. Dus dood was ze niet. En toch klopte mijn hart van angst en las ik in vliegende haast:

«Lieve mama!

Kom dadelijk bij me. Franz heeft me een nieuwe japon ■ beloofd. Laten we die samen onmiddellijk gaan koopen. We kunnen dan direkt bij de naaister aanloopen.

Uw overgelukkige Sanitiitsn'ithin Emmi Wrenzchen.

P.S. Dit was mijn geheim. U begrijpt me zeker wel, dat ik zwijgen moest tot dat het officieel was.quot;

Een japon ! Was dat nu liet geheim ? Moest ze me daarvoor me extra een dienstverrichter sturen en me een doode-lijken schrik op den hals jagen ? Officieel ? Een officieele japon ? Wat beteekent dat

Ik las het briefje nog eens.

»0!quot; riep ik plotseling.

»Goede hemel, mevrouw! Heeft iemand een ongeluk £re-

o o

kregen ?quot; vroeg Doortje.

»Neen, neen, geef gauw mijne zwart ripsen japon! Ik moet naar mijn dochter, de sa-ni-tats-r;ithin!quot;

Doortje keek me aan, alsof ze dacht, dat ik gek geworden was.

«Ja, ja, Doortje, prent je mijn gezicht goed in je geheugen. Je ziet een Sanitatsratbins-moeder voor je.quot;

Ik kreeg zoo'n elastisch gevoel, dat ik, als Doortje niet in de kamer geweest was, zeker om de tafel zou zijn gaan dansen, maar ik moest me bedwingen en zeide, terwijl ik,

ocr page 160

158

als Maria Theresia met den wijsvinger op den grond wees, en de oogen met waardigheid neersloeg:

«Doortje, ga naar het kantoor van meneer, zeg hem, dat ik van plan ben de eer te hebben mijne dochter de sani-tiitsrathin een bezoek te brengen en vraag hem of hij, wanneer zijn bezigheden dat veroorlooven, mij wenscht te vergezellen. Maar loop wat je loopen kimt, Doortje.quot;

Toen ze weg was, danste ik toch om de tafel.

Mijn man had geen tijd en liet zeggen, dat hij na zou komen.

«Was hij niet erg blij, Doortje ?quot;

))0ch neen, mevrouw. Meneer scheen het al te weten.quot;

»Ja, natuurlijk! Mijn man wist er alles van en had mij geen woord gezegd. De mannen hangen als klitten aan elkaar, en daarom kan de vrouw zich nooit opheffen, als -ze niet net eender doet. Maar als je iets aan mevrouw Berg-feldt vertelt, weet den anderen dag de heele stad het.quot;

Tot mijn verwondering zag ik bij de Sanitatsraths-familie een flesch en veel glazen op tafel, een handvol sigaren lagen zoo maar voor het grijpen, zooals dat gewoonte is bij dergelijke gelegenheden.

Ik sloot Emmi ontroerd in mijn armen. Tegen hem zei ik:

«Schoonzoon, je staat nu op een zuil, op een hooge zuil, je bent in zekeren zin een gekroond menschelijk standbeeld op het Operaplein des levens. Ik wensch je van harte geluk, want naast je staat mijn dierbaar kind, mijn Emmi, en daarom deel ik in je vreugde.quot;

Hij was ook ontroerd. Hij heeft zijn innerlijke goede zijden, al geeft hij te weinig om den uiterlijken schijn. Toch kwam het mij voor, alsof hij als sanitatsrath den plicht had voelen ontwaken om den gevel van zijn dagelijkschen handel en wandel eens een groote schoonmaakbeurt te geven, want hij trakteerde niet alleen op sigaren en portwijn, maar vond den voorslag om ter eere van zijn benoeming een klein feest te geven, dadelijk goed. Wat heeft

ocr page 161

159

men anders aan zijn geluk? Als men het niet luchten kan, komt de mot er in.

Mijn voorstel om de fuit' in de groote zaal van hel En-gelsche huis te houden en alle bloedverwanten en vrienden te inviteeren, werd geketst, omdat hij alleen zooveel gasten wilde vragen als in zijn eigen huis konden ondergebracht worden.

«Behalve de kallsfrikandeau,quot; zeide ik met bijtenden spot.

»En wanneer één kallsfrikandeau niet genoeg is, komen er twee op tafel,'quot; antwoordde hij. «Die nemen niet veel plaats in.quot;

«Iedereen geeft zulke feesten buitenshuis,quot; waagde ik nog op te merken.

»F,n iedereen maakt schulden en gaat eindelijk over den kop,quot; zeide hij op den toon van alwetendheid en bazigheid, die alle doktoren zich aanwennen bij hun zwakke, willooze patienten.

«Maar zij kennen tenminste de poëtische zijde van liet leven,quot; zeide ik.

«Mooie poëzie! Daarvan blijf ik liever verschoond. Als Pegasus in mijn huis wanorde en vuil brengt, jaag ik hem de deur uit.quot;

«Wat bedoel je daarmee ?quot;

«Dat ik met rust gelaten wil worden.quot;

Aan dit gesprek kwam een einde door nieuwe bezoekers : Dr. Paber, die al lang sanitiitsrath is, en nog een paar heeren van het medische Donderdags-gezelschap, oude en jonge collega's. Zij zeiden toepasselijke mooie woorden, maar als een 100de draad schemerde door al die toespraken heen, dat het toch zoo jammer was, dat aan den titel geen jaargeld was verbonden.

«Neem mij niet kwalijk, mijne heeren,quot; viel ik in de rede, «ik vind dat een sanitiitsrath voor een visite meer kan rekenen dan een gewoon dokter. Op die manier heeft hij toch voordeel van zijn titel.quot;

ocr page 162

160

»Ik geloof, dat wij liet allen met u eens zijn, mevrouw,quot; antwoordde Dr. Paber, «maar het gaat toch niet, want de concurrentie is zoo ontzettend, dat veel meer doktoren dan men denkt nog niet zooveel inkomen hebben, dat ze er belasting van moeten betalen. Maar ze verbergen zoo goed mogelijk hoe zij gedwongen zijn te leven, hoe en waar zij de middelen, om in hun dagelijksch onderhoud en dat van vrouw en kinderen te voorzien, hoe zij de kolossale sommen die een vijfjarige dure studie gekost heeft, weer bij elkaar zoeken te krijgen. Niet ieder kan die jaren op de beurs van zijn vader leven of van het gelil dat zijn vrouw ten huwelijk heeft gebracht en waarmee zij zich den titel en stand van doktersvrouw gekocht heeft.quot;

»Ik begrijp niet, dat iemand voor zoo iets uiterlijks zich de kleinste uitgave getroost,quot; bracht ik hiertegen in. »Ik vind het een verkeerde richting in de maatschappij, dat niet meer waarde wordt gehecht aan de bekwaamheid van een man.quot;

»Wat zal ik u zeggen, mevrouw ? In den tegenwoordigen tijd vraagt men in de allereerste plaats: «wat kost het,quot; antwoordde Dr. Zehner, een bijzonder intelligente jonge vriend en collega van mijn schoonzoon. «Zoodra een baantje van gemeente- of busdokter vrij komt, dat erbarmelijk betaald wordt, stroomt het sollicitanten, eu ze maken buigmoen als

7 CO

knipmessen. Maar niet ieder verstaat de kunst nederig om gunsten te verzoeken, eu daarom zijn het lang niet altijd de knapsten die een baantje krijgen, en niet de doiasten die om hun dagelijksch brood vechten.quot;

))Ja, daarin zal vooreerst geen verandering komen,quot; zeide mijn schoonzoon, de sanitatsrath.

))En zoo'n busdokter heeft een hondenleven,quot; hervatte Dr. Zehner. »Den heelen'~dag kan hij heen en weer draven, trap op, trap af, 's nachts ook geen rust. geen rust op Zon- eu feestdagen, geen tijd om tot zichzelf te komen, om eens adem te scheppen, of om voo:quot; zich zelf zijn studie

ocr page 163

161

bij te houden, op de hoogte te blijven van zijn vak. En daarvoor een jammerlijk loon! Veertig pfennig voor een bezoek in zijn spreekuur!quot;

«Maar daarvan kan een dokter onmogelijk volgens zijn stand leven!quot; riep ik uit.

«Leven kan hij, wanneer hij zooveel patiënten heeft, dat lederen bezoeker niet meer dan twee of drie minuten van zijn spreekuur geven kan. Heeft hij dertig a veertig pa-tienten, dan verdient hij per dag twaalf ;i vijftien rnark.quot;

«I^n worden de patienten dan ook met voldoende nauwgezetheid behandeld?quot; kon ik niet nalaten te vragen.

»Alle waar naar zijn geld, mevrouw. De onomstootelijke leer van liet behoud der kracht, door den grooten Helm-holtz zoo dikwijls bewezen, is ook hier van toepassing, mevrouw.quot;

«Overal hetzelfde,quot; voegde ik er op geleerden toon bij. ))Een slechte betaler kan niet op goed werk rekenen. Een perfecte naaister.... Emmi we zouden immers samen nog een boodschap doen ?quot;

«Ja, mama. Maar wanneer nu maar weinig menschen iu het spreekuur komen, wat dan ?quot; vroeg Emmi.

))Dan loopt hij een paar keer meer bij zijn patienten. De massa moet het opbrengen.quot;

«Maar om te voorkomen, dat de dokter geen misbruik maakt van zijn vrijen tijd,quot; zeide een jongere collega, «worden in Neurenberg bij voorbeeld, hoogstens tien visites per man in het kwartaal betaald. Heeft men bij den eenen patient vijftien en bij den anderen tien visites in de drie maanden gemaakt, dan betaalt de Vereeniging of de bus toch maar twintig in bet geheel. Maar voor een dokter, die niets te doen heeft, is dat toch altijd heel aardig. Wanneer hier in Berlijn een dokter te veel recepten geschreven en noodeloos veel bezoeken gemaakt heeft, dan schrapt de «Klachten- en Contróle-commissiequot; eenvoudig het overdadige van de rekening.quot;

Stixj)j;, Gedeakscliriften. 11

ocr page 164

1(32

»Dat draagt niet bij om den stand van geneesheer in lioogèr aanzien te brengen,'' zeide sanitatsratli Paber.

»t Is beneden kritiek, dat een dokter zich door zoo'n commissie moet laten kritiseeren en zijn rekening controleeren als eèn winkelier, die geen goede waren geleverd heeft.quot;

«Maar wat kunnen we er tegen doen?quot; vroeg mijn schoonzoon.

»U aansluiten!quot; riep ik. «Een gebeele groep van be-schaafd?n moet toch liet goede kunnen bereiken, wanneer zij ernstig willen. Dat is mijn oordeel, en ik zou mij gelukkig achten, wanneer mijn wenk in goede aarde viel. — Emmi het is hoog tijd voor ons.quot;

Wij namen afscheid van de heeren die zich waarschijnlijk nog meer in hun vak verdiept hebben, en reden naar Rudolph Hertzog. We hepen de groote zaal door met, om zoo te zeggen: toe oogen; vooral links, bij den eersten hoek, keken we heelemaal niet op, omdat men daar in den regel meer ellemaat koopt, dan men eerst van plan was, doordat de bediende het stuk zoo smaakvol voor je plooit, dat je er een heele japon van neemt.

In de afdeeling voor zijde, vroegen we dadelijk naar de goedkoopste, omdat ze anders beginnen met je millioenairs-dingen voor te leggen. Ik zei:

«Mijn dochter, de sanitiitsrathin wil een degelijke japon, maar niet zoo vreeselijk zwaar. Hebt u iets in het grijs, dat vooral bij avond een goed effect maakt ? '

«Zekerquot;, antwoordde de jonge man en spreidde een oogverblindende stof voor ons uit. «Misschien bevalt mevrouw de sanitiitsrathin deze opengewerkte lavendel kleurige stof. Valt prachtig.quot;

Wat klonk dat: «mevrouw de sanitiitsrathin,quot; zoo voor het eerst in het publiek gezegd! Ik werd er koud van. Wat je daarbij voelt is niet te beschrijven, 't is zoo ongeveer alsof men je met een fluweelen handschoen over je rug streelt, terwijl je pralines eet.

ocr page 165

163

We bekeken nog alie grauwachtig grijs blauwige stofTen, die hij in zijn magazijn had, en nog eenige lichtgrijze, rose, lichtbruine en blauwe en namen toen wat we het allereerst gezien hadden en ons dadelijk zoo goed beviel. Meestal neemt inen het eerste, maar men wil toch de andere stukken ook zien. Mij hield de jonge man een zwart damast met zoo iets van atlas ranken er in gewerkt, voor, een nouveauté zooals ik in mijn leven nog niet gezien heb. Eenvoudig verrukkelijk.

»Wij zijn de eenige, aan wie de fabrikant deze stof levert,quot; zeidehij. «Prachtige zij. Altwee kommerzienrathinne hebben zich een japon daarvan laten maken. Ken avondtoilet ervan, met lange sleep zou ik u raden.quot;

))Neen, dank u, een ander maal. Voorloopig heb ik liet niet noodig.quot;

Voor zoo'n stof moet je kommerzienrathin zijn.

De jonge man wenkte een bediende in bruin livrei; — 'twas nommer 98 — die nam wat we gekozen hadden en droeg het ons na naar de kus. Maar eerst gingen we nog eens in de avondlicht-zaal, waar ook op dag gas wordt gebrand en alle wanden spiegels zijn, opdat men ook zal kunnen zien hoe de kleur er bij avond uitziet.

«Emmi,quot; zei ik, »je moet die japon dadelijk laten maken. De stof is meer dan mooi, meer dan mooi zeg ik je. Ik blijf bij jullie eten en dan gaan we straks naar de naaister.quot;

))Maar papa dan?'quot;

«Die moet vandaag maar tevreden zijn met de telefoon, waardoor ik hem smakelijk eten zal toeroepen. Ik laat hem stilletjes brommen en pruttelen, als hij daar lust in heeft. De mannen zullen toch nooit in der eeuwigheid van zulke dingen begrip krijgen. We moeten, wat dat betreft, onze ziel in lijdzaamheid bezitten. Maar heb jij wel aan de kinderen gedacht?quot;

))Hoe zoo?quot;

«Die moeten op een dag als vandaag ook wat hebben,

ocr page 166

164

vooral omdat ze zoo zoet zijn geweest. We loopeu even n een speelgoedwinkel. Ik weet wat hun hartje verlangt.quot;

Mijn schoonzoon vond de stof mooi, maar we waren te lang naar zijn zin weggebleven.

Beste sanitatsrath,quot; zei ik, «zoo gauw als doktoren hun buspatienten behandelen, kunnen wij geen japon kiezen.. Vraag maar aan de armste arbeidersvrouw of ze het katoen voor haar jak niet langer bekijkt en bevoelt als de veer-tigpfennigdokter haar man, die ziek is, maar niet weet wat hij heeft. Het drankje lean liij niet verruilen, als het niet helpt, evenmin als men een versneden stuk stof kan teruggeven.quot;

«Emmi had eraan moeten denken dat de jongens, zoodra ze alleen zijn, kattekwaad uitvoeren.quot;

»Franz natuurlijk.quot;

«Neen, Fritz.quot;

»Laten we zeggen allebei. Franz verzint het kwaad en de volgzame Fritz helpt hem bij de uitvoering.quot;

«Ook mogelijk. Hoe dikwijls heb ik de jongens verboden zich met dien roodharigen bengel van de buren te bemoeien. Ze zijn weer aan het vechten geweest. De leerling is de zoon van zijn baas te hulp gekomen.. ..quot;

»Dat is een schandaal! Onze jongens zoo toe te takelen! Je moet den vader aanklagen.quot;

»Ik heb de ruit al betaald, die Fritz uit wraak heeft ingegooid, lieve schoonmoeder, dus de zaak is in orde.quot;

»Die lieve engel! Hij heeft liet niet kunnen aanzien,dat ze zijn broertje mishandelden.quot;

«Neen, u moedigt hem aan in zijn neiging om alles-kapot te maken door hem chocolade te geven, als hij op de portretten in liet salon schiet, schoonmama. Ik verzoek u nogmaals ernstig u niet te bemoeien met de opvoeding mijner kinderen, ja, ik verbied het u.quot;

«Maar dat doe ik immers niet. Ik raak ze nooit aan.quot;

«Men kan letterlijk geen minuut uit liuis zijn of er ge-

ocr page 167

165

quot;beurt wat,quot; zeide Km mi ontstemd. «'Waarom heb je niet een beetje op ze gelet?quot;

»quot;\Vat kan die ruit vel gekost hebben?quot; vroeg ik. »Men mag bovendien een man niet te erg aanbidden, anders laat hij je heelemaal in den steek.quot;

))Ik vind, dat we aan tafel kunnen gaan,quot; zeide mijn schoonzoon kortaf.

We volgden zwijgend. Zoo zijn de mannen nu.

Toen de kinderen binnen kwamen, schrikten Emmi en ik beiden. Het gezicht van Franz was geducht gezwollen.

»Lieveling !quot; riep Emmi uit. »Wat is er met je gebeurd. Wat heb je gedaan?quot;

»Hij heeft een paar blauwe oogen,quot; zei Fritz.

»Dat is de buit uit het gevecht,quot; merkte mijn schoonzoon spottend op, in plaats van zijn eigen vleesch en bloed te beklagen.

».le ziet er vreeselijk uit,quot; zeide Emmi.

»Dat andere jonk nog veel erger,quot; zei Franz.

»Dat is iliuk,quot; zeide ik, maar ik had het eigenlijk liever alleen maar moeten denken, want meneer de bovenmeester kwam natuurlijk dadelijk met z:jn strafpredikatie:

))Neen, dat is niet Hink. Jullie zult gehoorzaam zijn aan je vader, die je verboden heeft je met dien buurjongen in te laten.quot;

»1 )e buurjongen zal wel begonnen zijn,quot; meende ik. »Ons soort begint meestal niet.quot;

))U zult misschien ook nog beweren, dat die ruit van zelf gebroken kan zijn,quot; spotte mijn schoonzoon.

))Üat is volstrekt niet zoo onmogelijk. Ik heb al heel wat Philippiuen in mijn huis gehad, van allerlei slag, maar als er een ruit gebroken was, beweerden ze allemaal dat het van zelf gebeurd moest zijn. Er zijn nog duizenden onopgehelderde natuurwetten.quot;

))Zoo komt mij het ook voor,quot; bromde hij. »,lammer dat aan de universiteit geen leerstoel meer open is.quot;

ocr page 168

160

Blijkbaar had hij geen afdoende antwoorden meer. 't Was dus noodeloos hem nog langer aan te hitsen.

Emmi maakte zich ongerust over Fritz. Van welke moeder bloedt niet liet hart, wanneer haar kind mishandeld is?

))Heb je ergens anders ook nog pijn?quot;' vroeg ze.

))Hier,quot; antwoordde Fritz en legde zijn hand voorzichtig op de plaats waar de beenen van achteren eindigen en keek met een schuinen blik naar zijn vader. — Wij wisten genoeg. Ja, waarom waren we niet vroeger thuis gekomen, inplaats van ons allerlei japon stollen te laten voorleggen, die we toch niet van plan waren te koopen. Dan zou onze lieveling niet zoo mishandeld zijn? En wie weet of Franz niet evenveel schuld had? Ik zeide niet anders dan: «Wreedaard,quot; maar zoo zacht, dat hij het niet hoorde.

We aten net als aan een station met zooveel minuten oponthoud; daar kennen de menschen elkaar niet, en de eeniga rede waarom ze daar naast elkaar zitten is de honger. De kinderen waren ook doodstil. Anders maken ze helsch lawaai, maar vandaag waren ze als opgezette dieren, maar ze aten toch met smaak.

)).Ja, ja,quot; zeide ik.

Emmi zweeg, en hij vond het ook niet noodig zijn geest in te spannen.

Hij was gauw klaar met eten en stond op, bewerende dat hij naar zijn spreekuur moest.

»Een prettige tuon heerscht hier in huis,quot; kon ik niet nalaten te zeggen. ))'t Lijkt wel dat wij, nu hij zoo'n man van gewicht geworden is, onze excuses moeten maken, dat we geboren zijn.quot;

«Mama, ik wou dat u zich toch kon afwennen Franz te ergeren.quot;

»Ik ?quot;

»'t Zijn toch zijn eigen kinderen.quot;

«Heb ik ooit daaraan getwijfeld? Maar wie heeft in dit geval schuld, Franz of Fritz? Wie weet of Franz niet het

ocr page 169

167

blauwe oog verdiend heeft en de vaderlijke kastijding, waaronder Fritz nu leidt? Bij zulk een gelijkenis is liet straffen gevaarlijk. Hij had er vroeger aan moeten denken, dat tweelingen niet in een huishouden van den tegenwoor-digen tijd passen.quot;

Zij lachte.

«Emmi, nog iets: zoodra men een trede hooger geklommen is op den maatschappelijken ladder, moet men zijn gedrag ook daarnaar inrichten. In jon plaats zon ik . ... weet je, wat meer zóó.quot;

Terwijl ik haar voordoe wat voor een houding ze rnoet aannemen, een halfeirkelige beweging met de hand maak, het hoofd aristocratisch achterover werp en de oogen zoo half sluit, vergeten de jongens hun verdriet en worden weer vroolijk.

«Jullie bent ondeugende kinderen,quot; zeide ik. ))En daar zit je ook weer met je vingers te eten. Je weet heel goed, dat dat niet mag. Doe dat vooral nooit meer, want jullie bent nu zonen van een sanitatsrath.quot;

Wat hadden ze een pret daarover! Nog meer plezier deed het hun wat grootmama had meegebracht, twee mooie proppenschieters en een doos soldaten. De hardvochtige moeder had hun de Indiaansche wapenen afgenomen en de goede grootmoeder bezorgde hun ander speelgoed. Nadat Emmi zich overtuigd had, dat met die wapens Troje niet verwoest kon worden, gingen we met de japonstof naaide bekleedingskunstenares. We moesten tamelijk lang wachten voordat we aan de beurt kwamen, en het maat-nemen en bespreken duurde ook een uurtje en meer. Om weer op krachten te komen, liepen we even bij een suikerbakker binnen, ofschoon het anders mijn gewoonte niet is, maar vandaag hadden we eigenlijk maar half genoeg gehad, dus was het ditmaal een middel tot zelfbehoud. Wa arom had hij ons zoo den eetlust bedorven?

Ik had het laatste hapje appeltaart met room nog niet

ocr page 170

108

naar binnen, toen ik plotseling de ingeving kreeg: nu gebeurt er iets onaangenaams. Je hebt zoo van die gevoelens, 't is net alsof je al eens beleefd hebt, wat je op dut moment beleeft, en je weet precies wat er komt, precies wat ze liet volgende oogenbiik tegen je zeggen zullen, of wat je zelf zeggen zult of zeggen moet, of je wilt of niet.

Erami zeide:

«Denkt n, dat ik veel plezier z il hebben van de nieuwe japon?quot;

Daarop moest ik antwoorden; »Wat beteekent een droppel in den oceaan ?quot; En daar had ik liet voorgevoel te pakken.

))Hoe meen je dat?quot;

«Kom, we moeten naar huis.quot;

«Ja, papa haalt me bij jullie af. Laten we gauw nog een kleinigheid voor de kinderen meenemen. Die hebben van middag ook niet genoeg gehad. Kom nu, kom.quot;

«Wat hebt u, mama?quot;

«Niets, quot;t is hier erg warm, geloof ik. Ren je klaar ?quot;

't Was me alsof ik met helderziendheid geslagen was geweest. Franz en Fritz hadden zich niet kunnen neerleggen bij den uitslag van liet gevecht van dien morgen, en de wapens weer opgenomen. Maar het was hun minder te doen hun vijand met den vuist te onderwerpen, dan wel zich te wreken door een bombardement, waartoe de nieuwe proppenschieters bijzonder goed geschikt waren. Van de wachtkamer van papa uit konden zij den vijand beschieten en dat deden ze; handig mikten ze vooral in een ton met pruimenmoes, die open naast zuurkool, Ame-rikaansch smout en andere eetabilien stond.

Emrni zag dit en niet spoorwegongeluk-gezwindheid waren de beide lieve jongens bij een arm genomen, hadden ze een portie voor hun broek gekregen en waren ze jammerlijk huilend uit de kamer gesleept. Ik haalde ruimer adem.

ocr page 171

109

Dat was dus het ongeluk, waarvan ik een voorgevoel had gehad — 't viel me erg mee.

Emmi legde de proppenschieters bij de geconfiskeerde artillerie. De soldaten mochten ze houden. Maar daarvoor bedanicteu nu de tweelingen ook. Tot straf moesten ze naar bed.

Mijn min kwam. Hij feliciteerde zonder groote opgetogenheid aan den dag te leggen.

))Ik begrijp je niet,quot; zei ik, toen Emmi uit de kamer was om voor het avondeten te zorgen, «'t Is toch voor een familie geen kleinigheid, zoo'n siinitiitsrath. Vandaag zag ik bij Hertzog een zijden damast, neen maar prachtig, verzeker ik je; ze hadden er al stof voor twee vrouwen van commercienrathen afgesneden. Zou ik me niet ook zoo'n japon koopen ? Kun je niet een beetje je best doen om dat ook te worden

))Neen, Willemientje. De sokken, die daarvoor noodig zijn, worden niet in mijn fabriek gemaakt.quot;

De sanitiitsrath moest nog praktizeeren. Toen hij binnenkwam zag ik dadelijk het verschrikkelijk onweer, dat zou losbreken en onmiddellijk begon het dan ook te donderen.

«Emmi! Emmi!quot;

Emmi kwam aangevlogen.

«Wie is er in de wachtkamer geweest ?quot;

))Ik ben van middag niet thuis geweest.quot;

))\Vie hebben ze erin gelaten ?quot;

«Hoe zoo, lieve man?quot;

))A ha,quot; dacht ik, «mijn voorgevoel heeft nog een staartje.quot;

«Waar zijn de pillen gebleven?quot;

«Welke pillen?quot;

«Die in het ronde doosje op liet hoektafeltje. Ik moet ze aan den uitvinder terugzenden, ze zenden ons iederen dag wat nieuws, maar de werking van deze pillen is toch wat al te kras.quot;

ocr page 172

170

»Hoe zoo?quot; vroeg ilc, schijnbaar kalm, ofschoon in mijn binnenste een afschuwelijk vermoeden oprees.

))'t Zijn rabarberpillen van drie verschillende soort. Nummer drie is voor paarden eu niet voor menschen.quot;

»Eii die zijn weg?quot;

«Niet waar, dat vindt u ook vreemd?quot;

»Och neen, de een lieeft krachtiger medicijn noodig dan de ander.quot;

))Maar daarmee is de verdwijning van de pillen nog niet opgehelderd.quot;

«Misschien heeft een patient, die zich in de wachtkamer verveelde, ze opgegeten.quot;

»Dan ligt hij op liet oogenblik al te stuiptrekken, of ze halen me straks. Allemachtig vervelend, dat ik van nacht eruit zal moeten.quot;

Ik wist waar de pillen waren. In de pruimenmoes. Wat moest ik doen ? Hem het zeggen? Hem zoo maar in zijn gezicht verwijten, dat hij zoo onvoorzichtig was geweest zijn pillen te laten slingeren in kamers, waar zijn kinderen met proppenschieters spelen ? Dan zou hij waarschijnlijk mij weer de schuld van alles geven. Emmi zei niets, dus vond ik het ook niet noodig den sluier voor hem op te lichten.

Ik hielp vlug de tafel afnemen.

«Emmi,quot; zei ik buiten de deur, «geef me eens gauw een pan of een kan of een schotel. Ik moet dat pruimenmoes koopen. Hii slaat de kinderen dood als hij er achter komt.quot;

«Nu ja, die hebben hun straf beet. Mij is het wel, als u de kastanjes uit het vuur wilt halen. Hoe eer die zaak gesust wordt, hoe beter; liet is de taak van de vrouw om haar man onnoodige ergernis te besparen.quot;

«Zeker, zeker, dat is haar plicht. Heb je een kan waar vier of vijf pond van dat moes in gaat ? Geef maar gauw hier.quot;

ocr page 173

171

Ik dus naar het kelderwinkeltje.

»Neen, geef me liever uit de ton, dat is frisscher,quot; zei ik.

»Met genoegen.quot;

Er ging vijf en een half pond in de kan. De winkelier bond haar zelf met een papier voor me dicht en was heel beleefd. Hij gaf zelfs den leerjongen mee om de kan tot aan de deur van den sanitiitsrath voor me te dragen, en dat was goed ook, want als ik het zelve had moeten doen, zou me alles uit de handen gevallen zijn, want toen ik de deur uitging, zegt de man met een buiging:

. «Mevrouw zal zeker tevreden zijn, ik heb alles uit het midden geschept.quot;

't Was me alsof ik een slag op mijn hoofd kreeg. Mijn armen vielen slap neer. Ik had nu het moes, waarvan niemand houdt, en de pillen, waarom liet mij te doen was geweest, lagen nog in het vat.

Toen we weer gezellig bij elkaar zaten, was ik niet in een stemming om gekheid te maken. De heeren rookten en bevochtigden het gesprek met een glaasje lichten Muss-bacher; ik zat er bij, zonder iets te zeggen en zonder te luisteren, zonder deelneming, net als het boekfiguur op het Goethe-monument, dat ook drukkende gedachten schijnt te hebben. Op dezen avond voelde ik voor het eerst wat-eigenlijk tragische schuld is. namelijk de vaste overtuiging dat men zijn medemenschen, zonder het te willen, onheil berokkend heeft, en niet weet wanneer en hoe en waar het zal losbreken. Ik had dien nacht verschrikkelijke droo-men en als ik wakker werd, drukten mij zware zorgen: wat zouden wTe met het pruhnenmoes doen, dat niemand lustte.

Een van de volgende dagen vroeg ik mijn schoonzoon, zoo heel onversehiliigjes naar den gezondheidstoestand in Berlijn. Hij noemde dien bevredigend. Maar wat is voor een dokter bevredigend ? Als er zieken zijn, of als er geen zieken zijn?

ocr page 174

172

))Heelemaal geen onrij])e vruchten epidemietje of iets dergelijks?quot; vroeg ik verder.

«Neen, ik lieb minder te doen dan anders in dezen tijd van het jaar. Dat moet aan het weer lio'gen.quot;

•' Oo

))De voorzienigheid heeft vele wegen en middelen ter genezing,quot; zeide ik. «Weinig menschen weten wat goed voor hen is, en krijgen dat toch langs omwegen thuis gestuurd.quot;

))U spreekt als een orakel, lieve schoonmoeder.quot;

»lloe ouder men wordt, des te duidelijker voelt men lt;lén invloed der hoogere machten.quot;

ocr page 175

ZORGEN.

Wie Kent zoo precies in een groote stad den Aveg, dat liij nooit naar de naambordjes op de hoeken van de straat hoeft te kijken? Er zijn gedeelten in Berlijn, waar de Berlijners nog nooit geweest zijn. Maar als je er toevallig toch verzeild raakt, dan begrijp je pas wat het (jroeien van een stud beteekent, en je bent blij, wanneer je weer bekende gezichten onder de huizen ziet. Al het onbekende i naakt angstig.

Zoo is het ook met de gebeurtenissen van den dag. .Men verbeeldt zich, als alles zoo zijn gewone gangetje gaat, dat dit ook eeuwig zoo blijven zal, en men ergert zich, maakt zich boos en vergeet het weer, zonder er grijze haren van te krijgen. Maar als het ernst wordt, dreigende ernst, dan zit men met zijn angst als in een vreemd land, en men weet niet, waar de ingang of waar de uitgang is, en 't is toch het zelfde leven.

't Was winter, net als ieder jaar: iieel anders dan de weer-kaartenleggers voorspeld hadden. We hadden volgens hen harde vorst moeten krijgen om te beginnen. Als men zes graad warmte en een eindelooze miezelregen voor helder koud weer houden wil, dan hadden de weerprofeten gelijk, maar zoo gek zijn alleen lui, als de professorsvrouw Lehmann, die eigenlijk meer met haar kachel dan

ocr page 176

174

met haar man getrouwd is en 's zomers naar badplaatsen moet om zich wat te laten oplappen om er weer zoo'n beetje als nieuw uit te zien.

De dokters zeiden, dat dit weer niet gezond was, maar wij merkten er niets van. Boortje was bijna door het prui-menmoes heen, en ik had haar ook een beetje geholpen, en we hadden niets bijzonders na het gebruik ervan, gemerkt. Ik begon al te vermoeden, dat het vervalschte pillen waren geweest, Doortje ging er met den dag beter uitzien, ze werd fnsscher van kleur, vlugger in haar bewegingen, wat altijd een teeken is van bloedzuivering. Ik liet mijn man niet van het moes eten, ofschoon dat misschien goed voor hem zou geweest zijn. Maar de voorzienigheid houdt het deksel van het panorama der toekomst gesloten en geen goud der aarde kan liet oplichten.

Zoo frisch als anders voelde zich mijn Karei in den laatsten tijd niet. Het eten smaakte hem; zijn glas bier niet minder, hij sliep benijdenswaardig, en ook na het eten deed zij haar dutje. Vroeg ik: «Karei, wil je nog een half kopje?quot; dan had hij al zijn eersten balk doorgezaagd. Maar opgewekt was hij niet.

Hij werd wel wat dik en onze huis-sanitatsraad schreef hem meer beweging voor. Daarom bewoog hij zich iederen dag en dat bekwam hem uitstekend, en hij zette zich aan tafel met een eetlust, zooals ik sinds maanden niet van hem gezien had. De dokter beweerde, dat hij wat minder eten moest, maar een kind weet, dat als een mensch niet krijgt wat hij noodig heeft, hij wegkwijnt.

Plotseling heette het, dat het bier hem kwaad deed. En nu schrijven doktoren bier tot versterking voor. Dat rijmt toch niet. Ik zei: «Karei, wat je goed smaakt, bekomt je ook# goed. Je kunt dat bij de dieren zien: wat niet goed voor hen is, laten ze staan. Dat is instinkt. En heb je wel eens afschuw gehad van een glas echt Münchener ?quot;

De doktoren hebben hun wetenschap toch ook alleen

ocr page 177

175

maar van de dieren, en daarom laten ze zich het opensnijden van levende honden en katten ook niet verbieden, al wordt er nog zoo tegen geschreven.

Oom Fritz beweert dat al die proeven op dieren niets te beteekenen hebben, en de menschen niet verder helpen; dat kan men in Berlijn in iedere straat opmerken.

Mijn schoonzoon, tegen wien liij dat zeide, antwoordde;

ȟat heb ik nog nooit opgemerkt.quot;

«Omdat je Berlijn niet kent. Aan hoeveel bronnen en fonteinen zie je niet staan; «Geen drinkwaterquot;, omdat liet water niet deugt. Maar de paarden drinken iederen dag van dat water, en zie je ooit nieuwe paarden voor de vigilantes? altijd dezelfde knollen. Ergo verdraagt het viervoetige dier wat voor den mensch schadelijk is, waaruit volgt, dat beide naturen totaal verschillend zijn en de wetenschap den mensch niet naar het dier beoordeelen kan. Gedraagt zich iemand als een dier, ja, dan is liet wat anders; dan kan men hem ook als zoodanig behandelen.quot;'

Daar men bij oom Frits nooit recht weet of hij gekheid maakt of het ernstig meent, ben ik niet zeker of hij gelijk heeft in zijn redeneering. En bovendien zijn zulke vigi-lantepaarden gewend aan de onmogelijkste dingen.

Juist omdat Karei zich nu en dan moe voelde, moest hij krachtig gevoed worden. Ik gaf hem, om te beginnen, 's avonds een glas cognac met ei, maar al gauw zijn we daarmee uitgescheden, omdat hij meende dat hij er kortademig van werd. Ik zei tegen mijn schoonzoon;

«Schrijf mijn man alsjeblieft een middeltje tegen die lastige kortademigheid voor; het meest wordt hij er door geplaagd, wanneer hij gauw de trap oploopt en Donderdagsmiddags, nadat hij varkensvleesch met erwtenpuree en zuurkool heeft gegeten.quot;

Maar mijn schoonzoon wilde geen droppels of poeders geven en hield vol, dat papa op dieet leven moest en een

ocr page 178

170

kuur moest doen. Medicijnen konden hein niet helpen, het gebrek aan adem was het gevolg van een te vet hart, en liet hart was te vet geworden door een te goed leven.

»Ik heb nog nooit gelezen, dat men met het hart ademt,quot; zei ik. «Daarvoor gebruikt ieder verstandig mensch zijn longen; dat weten tegenwoordig de schoolkinderen al. De wetenschap dringt goddank meer en meer tot de kern van het volk door.quot;

«Onzin,quot; bromde hij.

Mijn man had weinig lust in een kuur. Hij gaat niet graag uit zijn zaak. Felix reist en mijn man doet wat er thuis te doen is. Hij heeft dus geen tijd voor zulke bui-tensporiglieden. De sanitiitsrath schudde het hoofd en verbood hem bier te drinken en na het eten te slapen.

Misschien had hij gelijk, misschien ook niet. AVije zal bet uitmaken ? De medicijn heeft ook haar nukken.

We hadden, om niets onbeproefd te laten, onder de baud een waterdokter kunnen raadplegen, niet om mijn Karei door hem te laten behandelen, maar alleen om zijn oordeel eens te hooren, dan met een p;uir huismiddeltjes te probeeren de machine weer in orde te brengen, om het verder aan de goede moeder natuur over te laten.

Toen ik hierover een woordje losliet, werd Karei boos.

«Dat kunnen we tegenover onzen schoonzoon niet doen. Ik wil alleen dooi- bein behandeld worden. Ik bevind mij er best bij, dat ik geen bier drink en na tafel niet meer slaap.quot;

«Doktoren maken iets dadelijk veel erger dau het is. Jij een te vet hart! Je pantalons zijn in den laatsten tijd om bet middel wat nauwer dan vroeger, dat is waar, maar daar zit je hart toch niet?quot;

We lachten, en ik nam zijn goed humeur waar om hem aan te raden de sterrenmethode eens te probeeren, twee maal daags roode electriciteit en een maal gele of groene, en om de acht dagen anticrofuloso, omdat negen tienden

ocr page 179

-177

van de menschen aan slecht genezen scrofulositeit lijden, die er eerst uit moet.

«Dat heeft een Italiaansclie graaf uitgevonden, die van medicijnen toeten nog blazen wist, net als bij Columbus; geen van de geleerdste mannen van zijn eeuw wilde toegeven, dat Amerika kon ontdekt worden, en liij zeilde direct op New-York af. Wil je eens lezen wat de graaf geschreven I leeft ?quot;

»Lieve vrouw,quot; antwoordde Karei; «je meent het goed met mij, maar Columbus was geen kwakzalver, maar een helderdenkend, verstandig man. Zooveel weet ik wel dat er geen roode, gele of groene electriciteit bestaat, en scro-fuleus ben ik nooit geweest. Ik voel me niet meer zoo friscli ais vroeger, maar is dat zoo'n wonder .' Yereeet niet,

o ' o 7

dat ik geen jongeling meer ben in de kracht van mijn jaren. Maak je niet noodeloos ongerust over mij. Ik kan werken, het eten smaakt me, en al kramen de doktoren nog zooveel wijsheid uit, van avond ga ik uit en zal mijn hart eens ordentelijk aan een paar glazen bier ophalen.quot;

«Als je daarin lust hebt, ga dan gerust. Het natuurlijk instinkt zal je op den weg tot beterschap brengen. We kunnen wat later soupeeren. Hoe denk je over een stukje ganzenborst en aardappelsla .' — Ik heb ook nog het een en ander te doen: ik moet nog even naar Erika.quot;

«Ja, dat is waar ook! We hebben al gauw Kerstmis,quot; zeide mijn Karei beteekenisvol.

«Erika weet altijd iets nieuws, nu niet zulke verrassende dingen, waarvan men verbluft staat, neen, 't ligt altijd voor de hand; 'tis begrijpelijk, klaar als de dag, en wat ze doet, doet ze zonder dat het in 't oog valt, zoodat het alleen opgemerkt wordt door hen, die he: willen opmerken. Oom Fritz ontgaat niets, maar hij roept ook niet dadelijk hei en ho. Ze verstaan uitstekend de kunst samen te leven.

Hun huis is ook al anders ingericht dan dat van alle anderen, heelemaal niet naar de nieuwe stijl-methode.

Stik;)!:, Gedenkschriften. 12

ocr page 180

178

Langzamerhand hebben ze zich van alles aangeschaft, en dan maar een oud stuk weggedaan. Ik geloof dat een kind zich op die manier een kamer zou meubeleeren, de dingen zijn geen van allen hetzelfde en toch passen ze bij elkaar, mooie, heldere kleuren elegante vormen en toch bruikbaar.

Dikwijls zit ze met de kleine Wilhelmine op een van de mooie echte kleeden, waar ze zoo trotsch op is, soms met nog eeu canapeekussen onder zich, en kijkt prentjes met de kleine, of lielpt haar de poppen aankleeden of het kind ligt tegen haar aan en ze zeggen geen van beiden een woord. Dan is het verrukkelijk stil. Alleen het leven op straat stoort nu en dan den kalmen droom.

Als oom Fritz dan thuis komt, gaat hij ook op liet kleed zitten en dan spelen ze dat ze in een oase in de woestijn zijn. Papa is dan kameel en de kleine quot;Wilhelmine rijdt gillende van pret op zijn rug. Erika zet de waaierpalmen op een stoel en de karavaan is aangekomen. Dan moeten ze alle drie uitrusten: Erika leunt met haar hoofd opzijn schouder en liet kind ligt op lam schoot. Als dan de gas-lantarens buiten een flikkerend licht door de vensters werpen dan zeggen ze: De wachtvuren branden, nu durven de leeuwen niet bij ons komen. «Paatje, hoe brult de leeuw ?quot;• — En paatje brult.

Ik heb ook eens moeten meespelen ofschoon het op den grond hurken nu juist niet tot mijn grootste uitspanningen boort, en ik liever wat babbel dan in stilzwijgen zwelg, maar dien avond was ik toevallig niet op mijn praatstoel. Ik zag bij het onzekere licht in de oogen van mijn broer den vochtigen glans, dien ik van hem ken, toen de kleine Wilhelmine zeide : «Papa, de leeuw heeft nog niet gebruld,quot; en hij antwoordde: »De leeuw is weggeloopen uit angst voor tante Buchholz.quot;

Toen waren we weer menschen. Oorn Fritz is altijd vroolijk en opgeruimd. Waarom zou hij ook niet ? Voor ieder mensch

ocr page 181

179

is een portie vroolijkheid bestemd, en als hij die niet afhaalt mag hij zich niet beklagen over de zwartgalligheid van de wereld. God strooit eten voor de vogeltjes, maar ze moeten er zelf heenvliegen, en de mensch moet ook zelf zijn vreugde zoeken. Oom Fritz weet precies waar die te-vinden is, en neemt niet alleen zijn eigen portie, maar ook die, welke door anderen niet wordt gehaald en onder den voet getreden wordt.

Maar niemand praat mij nit het hoofd, dat oom Fritz niet meer de oude is.

Een geheim verdriet drukt hem. Of het het hem hindert dat iiij maar een dochtertje heeft, en de dokter twee zoons en Schmidt al drie, ja zelfs Weigeit al twee? Dat kan ik bijna niet gelooven. Afgunstig was hij nooit. En wat niet is, kan toch nog komen. Zijn zaak gaat goed en hij is voorzichtig. Onlangs wilde een reiziger voor een paar duizend mark op crediet van hem koopen, maar oom Fritz zei, dat hij bijgeloovig was en op Vrijdag geen zaken wilde doen. De man antwoordde: »lk dacht dat u een verstandig man waartquot;. «Juist omdat ik dat ben,quot; antwoordde oom Fritz, »wil ik de waar niet leveren.quot; — En de ander had daaruit bemerkt, dat hij vroeger op moest staan om Fritz beet te nemen, en ging weg.

Wat scheelt Fritz dus?

Aan huiselijk geluk ontbreekt het hem niet. Hij heeft zelfs eens tegen me gezegd in een bui van groote vertrouwelijkheid:

«Wilhelm, mijn vrouw heeft den hemel in haar hart en daarin de lieve God. Hij spreekt tot mij door haar.quot; En dadelijk daarop, toen ik zeide: «Je hebt ook verdriet genoeg gehad, voordat vader en moeder hun toestemming gaven, vooral grootmoeder heeft je lang gedwarsboomd, maar niets maakt de liefde zoo sterk als tegenstandquot; — antwoordde hij : )),Te hebt gelijk. Lastig is het, wanneer Romeo naar boven wil en de oude Capulet zit op het balkon en speelt skat.quot;

ocr page 182

180

Ik zocht niet verder naar de oorzaak van zijn verdriet; na-zulke wendingen van het gesprek kan men over niets Loogers met hem praten. Maar als Erika iets tegen hem zegt, luistert hij wel. Ze houdt van boeken, niet van alles wat los en vast is, maar van goede boeken. Slechte legt ze weg ea wascht dan haar handen. Vindt ze een mooie gedachte dan schrijft ze die op en spreekt er met haar man over. Fritz zeide: »Wilhelm, ik heb nooit geweten, wat voor schatten er in de boeken steken. Mijn vrouw houdt van muziek maar speelt zelf niet, en ik ben het volmaakt met haar eens; als die vele jonge meisjes, die maar een half en een kwart talent hebben, in plaats van noten, goede Duitsche boeken lazen, dan zouden ze veel wijzer worden, want het in je opnemen van mooie, ware gedachten, staat toch hooger, dan het treurige weergeven van onbestemde gevoelens in klanken. Erika leest mij dikwijls gedichten en brokstukken van boeken voor en sinds dien tijd heb ik een nieuw en groot genot leeren kennen. Wij hebben geen instrument noodig, alleen maar een boek en geheugen, de vingers kunnen zoo stijf zijn als ze willen.quot;

»En daarbij is Erika een voorbeeldelooze huishoudster, en de kleine Wilhelmine heeft een paar blozende ronde wangen, die van moederlijke zorgen getuigen. En jij, Fritz ?...

«Dank je, dankje, ik ben heel wel,quot; antwoordde hij lachend.

»Waar heeft ze toch die kunst geleerd, Fritz?quot;

))Ja, waarom bloeit de eene bloem zoo en de andere zus; ze werd heel streng opgevoed, maar ze zocht van alles de goede zijde. Eu ze hangt aan mij met hart en ziel en maakt me gelukkig. Geloof me. Wilhelm, in dat eeuwigeschoonmaken ligt het heil van de mensclien niet.quot;

»Maar poezie maakt toch ook niet gelukkig.quot;

»Je verbeeldt je zeker dat we niet anders doen dan naar den hemel kijken. Neen hooi', ze kan even goed een gans braden als jij.quot;

ocr page 183

181

«Fritz, ik geloof graag alles wat je me van je vrouw vertelt, maar dat betwijfel ik.quot;

»Ik heb bij jou al eens een allemachtig taaie gans gegeten, zusje; mijn eene voortand is er nog los van.quot;

))Dat lag aan de gans, die door Philippine gekocht was.quot;

))Erika koopt de ganzen altijd zelf.quot;

«Maar waar haalt ze den tijd vandaan om boeken te lezen?'

Uit dezelfde kast, waar anderen den tijd vinden om te babbelen of op de piano te tokkelen of te slapen, zich op te dirken, en weet ik wat al niet. Probeer het eens, schaf je Erika's lievelingsboek aan, »llet klaverblad van vieren,quot; en lees daarin )) \Vie sich Dein Leben wendet —Wie lang Dich's qnült, — Wie kurz Dir's lacht — Die Zeit war uie verschwendet, — In der Du jeinand froh gemacht.quot;

«Krijg je lederen dag zoo je spreuk?quot;

»Neen, ik breng haar van tijd tot tijd iets uit een bloemenwinkel mee en zij geeft mij daarvoor iets moois uit de boekenwereld. Zie je, Wilhelm, dat is de manier om opgeruimd te blijven.quot;

»Maar jij bent niet opgeruimd, ten minste niet zoo bijzonder.quot;

»lk ben vroolijker dan noodig is.quot;

«Roep eens: hoezee!quot;

«Hoezee roepen kan ik niet meer. Misschien later nog eens.quot;

»Fritz, zeg me wat je scheelt.quot;

»Kun je zwijgen?quot;

»Als het graf.quot;

»lk ook.quot;

«Houd anderen voor de gek, maar niet je zuster.quot;

Ik trof Erika alleen met de kleine Wilhelmine. Zij zat uan de naaimachine.

«Wat je daar maakt is voor Mientje toch te klein,quot; zeide ik.

«Ik maak het een en ander voor arme kinderen,quot; antwoordde ze.

ocr page 184

182

))Eti wat krijgt men voor dank?quot;

))Dank?quot; herhaalde ze en zag me met groote oogen aan.

))Ik lieb op dat punt erg treurige ondervinding,quot; hernam ik, denkende aan het kind van de anarchistenvrouw.

«Ik gaf en wist nooit waarom, maar Frieda Schanz heeft mij het duidelijk gemaakt.quot;

Ze gaf me het boek en ik las: «Wohl Dir, wenn Dube-denkst —- dein Glanz und Gliïck beschieden: — was Du Armuth schenkst, — das schenkst Du Deinem Frieden quot;

Ik dacht lang na. ))Ja, zoo is het,quot; zeide ik eindelijk. ))Geven maakt tevreden.quot;

))We ontvangen meer dan we geven,quot; sprak ze, en het is alleen ons egoisme die ons zoo zelfvergenoegd doet voelen, we geven ons daarvan geen rekenschap, maar toch is het zoo. We zijn nog ver van de reine barmhartigheid.quot;

Mij ging die redeneering nu wel een beetje ver, want 'tis een bekend feit, dat als de deugd heelemaal niet rekenen mag op een ziertje belooning, de aardigheid van goed te zijn er af, gaat. We spraken daarna over Kerstmis en hoe we dat feest vieren zouden. Ze raadde mij heel goed verschillende dingen af en aan. Alleen bleef het er bij, dat tweeden Kerstdag alle bij ons zouden zijn, net als ieder jaar.

Toen Fritz thuiskwam, werd liet voor mij hoog tijd om aan mijn plichten als huisvrouw te gaan denken. Wanneer ik met Erika praat en de kleine AVil heli nine bederf, vliegen de uren voorbij als op een velocipede, snel als de wind. Fritz bracht me een eindje weg.

»Fritz, weet je ook wat Erika graag zou hebben?quot;

))Een kus van mij.quot;

»Maak nu eens geen gekheid. Kun-je nooit een verstandig woord praten.quot;

»Ze zou dolgaarne een portret hebben van haar lievelingsdichteres,, maar hoe komen we daaraan!quot;

))\Veet je wat, ik vraag er om, eenvoudig op den man

ocr page 185

183

af. Ik wed dat ze er een geeft, eu ik maak er een lijstje van sneeuwklokjes om, die noemen ze in sommige streken zomerdeurtjes.quot;

«Krika zal er heel blij mee zijn. Mij knn-je zoo'n duizend meter cervelaatworst geven en de kleine verras je met je hartelijke toegenegenheid eu een paar pepernoten. Dau heb je eeu heele familie gelukkig gemaakt. Hoe gaat het Karei?quot;

«Dank je; frisch en gezond. Hij is vandaag weer eens ouderwetsch naar het bierhuis.quot;

«Hij wordt een beetje dik.quot;'

))Hoe dikker, hoe beter.quot;

Maar mijn Karei was niet frisch eu gezond, en ik vond hem thuis.

»Ik heb het koud,quot; zeide hij.

«Wil je eeu grogje?quot;

»Ik heb er al eeu gedronken, maar het smaakte me niet.quot;

»Laat mij er eens eeu voor je klaarmaken. In zulke cafés is de cognac in den regel slecht.quot;

«üe cognac was goed, maar ik niet. Ik heb pijn in armen en beeuen en ook hoofdpijn.quot;

«Karei, je zult toch niet ziek worden?quot;

»Waarschijnlijk wat kou gevat, 't Zal wel weer overgaan. Ik verlang naar mijn bed.quot;

»Wil je niet soupeeren?quot;

»Ik heb geen honger.quot;

Hij was ziek. Dat merkte ik toen ik hem in bed hielp, en hij dadelijk, toen hij erin lag zijn oogeu dicht deed, zoo zwaar alsof hij van plan was ze nooit weer open te doen. Ik zond oin den dokter.

«Neem een rijtuig. Doortje. Er is haast bij. Meneer is nog nooit zoo akelig geweest.quot;

In den laatsten tijd had mijn Karei wat gehoest, maar nu kwam de borst pas recht in beweging. Het was een verkoudheid met nog iets erbij. Wat was dat? Ik had

ocr page 186

•184

veel artikelen over geneeskunst in couranten en tijdschriften gelezen, maar niets toepasselijks op dit geval. Ik wist niet wat ik beginnen zou. Eindelijk kwam de dokter.

)AAat scheelt papa?' vroeg hij. «Waarschijnlijk zoo'u natte-voeten-verkoadheid, waarvan we hem wel quot;-uiw weer zullen genezen.quot;

Dat zeide hij, maar zijn gerustheid was maar uiterlijk. Zijn gezicht werd heel anders toen hij aan het bed stond van mijn zieken man. Hij voelde zijn pols, beklopte rug en borst, luisterde met een buis aan het hart en bleef even zitten zonder iets te zeggen.

))Inlluenz;i,quot; zeide hij eindelijk. «Flinke influenza.quot;

Hij schreef iets op en zei hoe de zieke behandeld moest worden. Hij was zoo kalm en zoo Vriendelijk, dat ik dadelijk geruster werd.

Hij zulke ernstige gevallen is toch een gestudeerd man een uitkomst. Hij weet precies wat er gedaan moet worden, terwijl wij allerlei huismiddeltjes hebben, maar geen enkel is afdoend. Hij beloofde den volgenden morgen vroeg te zullen terugkomen en drukte mij op het hart dadelijk om hem te zenden, zoodra mijn Karei zichtbaar zwakker werd of zijn hoest zich vast zette. Van de medicijn moest ik hem ieder uur een lepel geven, maar als hij insliep, mocht ik hem daarvoor niet wakker maken.

«Morgen nemen we een verpleegster. Van nacht zult u Avel bij hein willen waken. Verlies den moed maar niet. Ik heb wel ernstiger zieken weer gezond gemaakt.

Een verpleegster is voorloopig niet noodig. Ik zal hem wel alleen verzorgen.quot;

Ik waakte, gaf hem ieder uur medicijn en toch bleef zijn toestand dezellde. De uren kropen voorbij, hij was onrustig en ik kon niets doen. Tegen den morgen werd hij iets kalmer. Hij keek me aan en nam mijn hand. Ik legde de andere op zijn gloeiend voorhoofd. Zacht trok hij mij naar zich toe en zijn lippen zochten de mijne.

ocr page 187

185

Hij kuste mij. Ik voelde dat hij me wilde geruststellen, mij wilde toonen, dat hij het niets erg vond, maar zijn kus brak mij bijna het hart.

Maar ik schreide niet. Ik sprak hem opgewekt toe, streek zijn kussen nog eens glad, en toen hij was ingeslapen, bleef ik naast hem zitten en bad: (Teel' hem zijn gezondheid weer, lieve Heer, Gij hebt de geheele Eeuwigheid, ik smeek U sleehts om een paar jaren nog.quot;

Ea toen mijn Karei geregelder adem haalde, wist ik dat mijn gebed verhoord was.

Hadden we het niet aan de Voorzienigheid te danken, dat we zoo'n buitengewoon knap dokter in onze familie hadden gekregen?

ocr page 188

EEN STIL FEEST.

Hoewel de deuren van mijn liart nagenoeg openstonden, kwam de hoop toch niet verder dan den drempel. Soms deed ze wel alsof ze wilde binnenkomen, maar dan zag ze de zorg eu die deed haar terugschrikken. Toen de dokter zei: «De crisis is voorbij, liet verdere hangt alleen van de verpleging af,quot; toen pakte ik haar vast met allebeide mijne handen eu sloot haar binnen. Als liet op de verpleging aankwam, dan was mijn Karei gered, want daarop verstond ik mij.

Dat was den avond vóór Kerstmis en den volgenden morgen keek mijn Karei weer met levenslust om zich heen. Dat was mijn kerstgeschenk.

's Avonds ging ik een oogenblikje naar Betti om de kinderen hun cadeautje te brengen. Papa stond er op.

De kleinen juichten en de ouders waren vroolijk met hen. En ook ik voelde dat hun gejubel mij goed deed.

Betti had mij onvermoeid ter zijde gestaan en mij onschatbare diensten bewezen gedurende de bange dagen. Ze pakte alles zoo snel en goed aan, en toch zoo zacht, dat de zieke niets bemerkte van wat er om hem heen gebeurde. in de ziekekamer heerschte altijd volmaakte rust, en dat is de voornaamste medicijn, maar niet alle zieken krijgen die, en toch kost ze geen geld — alleen liefde.

ocr page 189

■187

Ook Emmi kwam dikwijls en Frieda en nog vele andere goede vrienden. Allen meenden het goed, maar ze wisten niet hoe te helpen, en bovendien hadden ze ook geen tijd. Erika kwam iederen dag. We hoorden haar nooit bellen. Doortje moest haar altijd zien aankomen. Als een spookverschijning zat ze plotseling naast me en gaf me een zwijgenden wenk, dat ik kon weggaan. Dan rustte ik wat uit of deed het een of ander in mijn huishouden. Zij was de eerste die zeide, dat er beterschap in het vooruitzicht was, de kleinste kleinigheden merkte ze op en duisterde ze mij toe. Toen voelde ik dat mijn moed terugkeerde.

Eens zeide mijn Karei in zijn ijlende koorts dat de wind een verkoelend bloemblaadje op zijn gloeiend voorhoofd had neergelegd. Dat was Erika's hand geweest.

En op een dag, de angstigste, ergste dag van allemaal, toen zelfs de dokter bijna niet meer durfde hopen, zei ze: ))De liefde sterft niet, eeuwig leeft de ziel die liefheeft.quot; En ik dacht: «Ja, eenmaal zien mijn Karei en ik elkander weer.quot;

Hier op aarde hebben wij elkander gevonden, ook hiernamaals zal dat gebeuren en dan zullen we nooit weer behoeven te scheiden. Die troost schonk mij kracht, nu mocht gebeuren wat wilde, ik voelde me in staat den zwaarsten slag te dragen. Frits had gelijk: in gedachten ligt bezielende kracht.

Met pianospelen had zij mij niet zoo kunnen troosten. Indien de nachtegaal in woorden kon zingen, wat zouden we dan met de dichters doen ? Maar hij heeft alleen tonen.

Ik had dit Kerstfeest niet voor cadeautjes kunnen zorgen. Geld had ik niet willen geven. Frits zegt ook; «Uit harde daalders kan men geen ladder naar den hemel bouwen,quot; maar die gedachte is van haar en niet van hem, en natuurlijk had zij zich veel poëtischer uitgedrukt.

Betti en Erika hadden de inkoopen voor mij gedaan, maar dat is nog niet hetzelfde, al voelen de kleinkinderen

ocr page 190

188

er niets van. Als men zelf kiest, is het nog heel iets anders. Ik had den jongens een brandspuit met pomp willen geven, maar Eimni kocht haar niet en maakte zelfs nog de vinnige opmerking, of ik niet liever een paar torpedo's wilde geven, dan konden ze liet huis in eens verwoesten. Ik alleen was schuld dat de vader de jongens dikwijls straffen moest, want ik gaf ze slecht speelgoed waarmee ze kwaad konden doen.

«Einmi,' zeide ik, «jongens zijn jongens. Hoe meer kat-tekwaad ze uitvoeren, des te beter worden ze. Wat voor een deugniet was mijn broer Fritz, terwijl Weigeit in zijn jeugd een engel moet geweest zijn. Was je man tamboer geweest, dan zou ik bang zijn, dat hij de jongens te hardhandig zou kunnen behandelen, maar een dokter heeft een zachte hand eu weet welke deelen hij ontzien moet. En worden het geen flinke jongens? Zie je ze niet met den dag groeien? Vooral Fritz. Die aardt naar de Buchholzen.quot;

«Mama, de een is al net als de ander.quot;

«Ja, dat komt van dat lastige tweeling-opvoedingssysteem: de een mag vooral niet voorgetrokken worden boven den ander. En toch houd ik vol, dat Eritz de beste hersens heeft.quot;

Voor Erika was ik gelukkig het gewenschte portret machtig geworden. Ik vond een degelijk punt van aan-Knooping met haar in het feit dat Frieda Schanz ook een gedicht voor den Romeinsche handdoek kalender had gemaakt had, en ik zette haar als collega het pistool op de boi'st. Ik liet een lijst van mozaik veldbloemen om het portret maken. Dat is het mooiste en het eenvoudigste en het liefelijkste.

Mijn Karei en ik werden rijkelijk bedacht. We hadden de deur op een kier gezet opdat het drukke gebel mijn Karei niet zou storen en Doortje zat op een stoel in de gang om alles aan te nemen.

Meneer Kaulmann kwam in eigen persoon. Hij bracht een kistje sigaren, «vol, licht en aromatisch,quot; zeide hij.

ocr page 191

189

»Ik wou, dat hij al zoover was dat I ii; rooken mocht,'' zei ik.

«Zoodra liij trek krijgt, geef hem dan een van dit soortje, dan zult u mij bijzonder veel plezier doei:,quot; antwoordde Kaulmann.

't Is toch een goede ziel, die Kaulmann.

Betti gaf mij een groot mooi boek met een massa platen, het «Hamburger Kerstboekquot;, uitgegeven iu bet jaar dat de oude Hanzestad zoo geteisterd werd door den Aziatischeu dood. De titel «Kerstboekquot; was goed gekozen, want de .zuivere opbrengst zou dienen om de weezeu een gelukkigen feestdag te bezorgen, en het doel was bereikt want re haalden er ruim zevenduizend mark mee op. Betti hoorde dat van Ottu Meizner, den uitgever. Ze mocht hem dat gerust vragen, want ze had zelve een bijdrage gegeven, natuurlijk onder een anderen naam, — iets wat ze in de schrijverswereld bijzonder graag doen, vooral hooge personages, die zich verwaardigen :n de zwarte drukinkt af te dalen. Betti wilde weten hoe ik het vond, maar ik antwoordde haar dat geschenken altijd goed en welkom zijn, behalve laarzen die niet passen.

Ik moest weer naar mijn Karei. Hij wilde wat eten. Een licht kippensoepje smaakte hem verrukkelijk. Betti zond karpers met veel rog. Dat brengt geluk, liet ze erbij zeggen. Nog meer geluk! De kinderen denken toch aan alles.

Toen mijn Karei sliep, nam ik het boek. We waren alleen, geen woord spraken we, en toch was het een heerlijk feest voor me, een stil feest, een feest der genezing.

Dat waren mijne gedachten. Ik las:

De eigenzinniije pepernoot.

Er was eens een pepernoot, die meer wilde wezen dan de andere pepernoten, waarmede ze in den oven op de wereld gekomen was, een heele ijzeren plaat vol, twintig rijen en op iedere rij lagen er tien. De bakker wist precies hoeveel er waren, hij wist ook hoeveel honig en sui-

ocr page 192

190

ker, meel en kruiderijen hij genomen had, en wat hij verdienen zou, als hij ze alle verkocht. Zoo'n knappe bakker was dat.

Hij schoof de plaat in den oven met den linkerhoek vooruit. «Zoo is liet goed,quot; dacht de pepernoot die op het puntje lag. «Ik ben de eerste.quot; En de hitte van den oven bakte deze gedachte zoo vast in haar, dat ze haar niet meer kon kwijtraken.

Het was heel warm in den oven, maar ze voelden hoe haar dat van binnen en van buiten goed deed. Van binnen werden ze lekker gaar en van buiten bruin en glanzend en rond — kortom, men herkende ze nauwelijks, toen de bakker ze er uithaalde.

))Die zullen smaken.quot;

»\Vat zou dat zijn?quot; dachten de pepernoten en ze verheugden zich erop, dat ze smaken zouden. Alleen de pepernoot in den linkerhoek bromde: alk wil niet smaken, dat laat ik aan de anderen over. Ik ben de eerste.quot;

«Zei je wat?quot; zei de pepernoot onder haar. De pepernoot op den hoek antwoordde niet. De andere pepernoot lag immers een rij lager en de afstand tusscheu haar beiden was dus te groot, om zich met haar te kunnen inlaten.

Na een poosje nam de bakker de pepernoten van de plaat en legde ze in een blinkenden trommel. Allen sprongen vlug van de plaat, behalve die eene van den hoek; die was koppig en wilde niet. De bakker bekeek haar; je hebt op den hoek wat meer hitte gekregen dan de anderen, maar te veel toch niet, je kunt er nog mee door.quot; Hij nam een mes en maakte haar los van de plaat, zonder de minste moeite hoe ze zich ook vastklemde. ))Een paar kruimels heeft ze er toch bij ingeschoten,quot; zei de [bakker; ))Ik zal die op den koop toe moeten geven.quot; Toen wierp hij haar bij de anderen in den trommel en'klapte het deksel dicht.

In den trommel was het stikdonker, maar de pepernoten

ocr page 193

191

babbelden heel gezellig met elkaar en waren tevreden. Ze wisten immers niet beter of het hoorde zoo?

))Hè, wat duurt het lang voordat we smaken. Ik word vreeselijk ongeduldig,quot; zeide een. En allen riepen: «Wij ook,quot; behalve die eene van den hoek.

«Waarom roep je niet mee?quot; vroegen ze.

«Omdat ik me niet met jullie op één lijn wil stellen.quot;

«Je bent toch niets meer dan wij.quot;

«Wat een domme redeneering! Ten eerste werd ik het eerst in den oven geschoven, ten tweede heb ik daardoor wat meer hitte gekregen ...quot;

»Ja, ja, je bent bijna verbrand!quot; riep een moedige pepernoot, die zich geen zand in de oogen liet strooien door zulke voorrechten.

«En bovendien word ik op den koop toe gegeven, en jullie niet.quot;'

Toen zweeg ook de moedige pepernoot. De anderen waren al lang zoo stil als muizen. Zóó ver zou zeker quot;'een

O O

van haar het brengen.

Na eenigen tijd werd de trommel open gedaan. De bakker liet de pepernoten op de weegschaal rollen.

«Niet te krap wegen,quot; zeide een vrouw. »De noten zijn voor den Kerstboom en we hebben vier kinderen.

«Ik heb al ruim gewogen,quot; antwoordde de bakker, «maar ik wil je die eene toch nog op den koop toegeven,quot; en hij legde de pepernoot van den linkerhoek er nog bij.

«Och, die is half verbrand en afgebrokkeld!quot;

«Die hangt u boven in den boom, dan ziet niemand haar, en ze smaakt net zoo lekker als de anderen.quot;

«Hebben jullie het gehoord ?quot; vroeg de pepernoot, toen de bakker ze in een zak schudde. «Ik word heel hoog boven in den boom gehangen. Jullie bent maar ordinair volk, niet eens verbrand of afgebrokkeld. Bah.quot;

De pepernoten zwegen, geen barer waagde het een woord tegen te spreken. Ze hadden geen andere opvoeding gehad

ocr page 194

192

dan in den oven en hadden op den linkerhoek gelegen. Dat feit kon door niemand bestreden worden. M;iar ze hoopten nog steeds dat ze smaken zouden; ze rekenden daarop, de bakker had het gezegd en die had haar immers gemaald; ?

De vrouw, die de pepernoten gekocht had, nam op een avond een lange naald met witte draad en reeg de pepernoten stuk voor stuk daaraan. De man van deze vrouw nam de uiteinden van al die draden en samen hingen de pepernoten aan den boom.

«Die zullen den kinderen smaken,quot; zeiden ze.

«Eindelijk!quot; dachten de pepernoten.

»Waar blijven de kinderen zoo lang?quot;

De kinderen lagen in hun bedjes en sliepen.

»Morgen is het Kerstmis,quot; hadden ze gezegd toen ze naar bed gebracht werden. «Nog één nachtje slapen en dan ...!quot;

En dat ééne nachtje slapen ze nu.

Terwijl zij sliepen, naderde de heilige dag uit het verre oosten. Hem vooruit vlogen engelen met sneeuwwitte vleugels, voor wie de booze nachtdieren en geesten zich verschuilen. Daarop volgden kleine engelen met brandende kaarsen in de handjes, die zij op de Kerstboomen wilden zetten en toen kwamen de engelen, gedost in morgenrood en lelieglans, die zongen met heerlijke mooie stemmen: «Vrede zij op aarde!quot; En toen kwam eindelijk de heilige dag; hij was zoo schitterend, dat allen de oogen sloten en zich diep voor hein bogen. Hij daalde neer in de harten der menschen en maakte ze zalig.

Toen de kaarsen van de Kerstboom waren aangestoken en de versieringen iu hun licht daarvan glinsterder. en llikkérden, riepen de ouders de kinderen binnen. Jubelend sprongen ze de kamer in. Toen ze den kerstboom zagen met zijn vele kaarsen en al de cadeautjes die er onder lagen uitgestald, bleven ze plotseling staan en sperden

ocr page 195

103

hunne oogen wijd open. De ouders sloten ze aan hun hart en ze waren innio; aelukkig.

o o o

De pepernoten hingen heel stil aan hare witte draden, liet klatergoud beefde van innerlijke ontroering; de pepernoten hadden alleen oogen voor de kinderen. Hnu moesten zij dus smaken.

»0,quot; zeide een pepernoot, «als ik aan dat kleine krullekopje, dat daar zijn nieuwe pop kust, smaak, dan ben ik overgelukkig!quot; — ))Eii als ik eens uitgekozen werd door dien aardigen jongen, die op zijn stokpaard dooi' de kamer rijdt! Hij heelt zulke mooie witte tandjes.quot;

Een dennentakje knetterde in de vlam van een de:* kaarsen. Dat beteekende: «Willen jullie wel eens stil zijn.quot; De pepernoten schrikten en zwegen. Ze keken of ook de pepernoot van de linkerzijde de berisping gehoord had. Ze konden haar echter niet vinden; waarschijnlijk omdat ze zoo hoog hing.

Maar niet alleen de pepernoten ontdekten haar niet, ook door de kinderen werd ze niet opgemerkt. Toen de vader aan de moeder had gevraagd: «Wat doen we met die afgebrokkelde?quot; had de moeder geantwoord: «De bakker zei: boven in den boom.quot; De pepernoot wilde in liet bovenste topje hangen en [iet zich van zijn tak glijden, waaraan de vader haar gehangen had. Ze gleed tusschen de dichte twijgen en hield zich daar vast. «Ziezoo, hier hen ik verstopt, niemand ziet me, en ik heb het beter dan de anderen. Ik wil niet smaken zooals zij.quot; En zoo gebeurde het ook.

De boom werd later in den avond van zijn lekkernijen beroofd. De kinderen waren tevreden en vroolijk, de ouders ook, en de bakker was het al geweest. Het meeste plezier hadden de pepernoten, want zij waren bestemd om op Kerstmis goed te smaken en zij deden haar plicht. En dat bewustzijn vervulde haar met zooveel trots als er in een pepernoot gaat, en dat is meer dan men denkt. Zoo ein-

Stikde, Gedenkschriften. ][3

ocr page 196

494

digden zij tevreden haar kort bestaan en de kinderen zeiden: «Wat smaakten ze heerlijk!quot;

Toen de boom geplunderd was, werd hij in een hoek op de binnenplaats geworpen. De sneeuw had medelijden met hem. Ze zeide: «Nu je geen goud en zilverpapier meer aan je hebt hangen, wil ik je tenminste warm toedekken.quot; En ze liet groote, reine, zachte vlokken op den boom neerdalen en weldra was ook de pepernoot, die de kinderen niet gevonden hadden, er onder begraven. Dat was nu haar lot.

Het duurde niet lang, of het begon te dooien en de sneeuw viel in natte droppels op de pepernoot. Dat beviel haar volstrekt niet, want ze was in de warmte opgevoed en moest droog gehouden worden. Ze werd heel pappig, verloor haar fatsoen en werd zoo zwaar, dat de witte draad haar niet langer houden kon en ze naar beneden viel. De musschen kwamen en pikten aan haar, maar riepen elkaar toe: «bah, wat smaakt dat akelig! Een graankorrel van een mesthoop lust ik duizend maal liever.quot;

De pepernoot werd heel bedroefd en ze had bitter berouw, dat ze altijd zoo eigenzinnig en zoo trotsch geweest was. Alle andere pepernoten hadden een dankbaar woord gekregen; op haar scholden de musschen.

Gelukkig zweefden nog een paar Kerstengelen aan den hemel om te onderzoeken of een menschenkind den heiligen dag niet verslapen had. Ze persten een regenwolk uit en de regen nam de pepernoot weg van de aarde. Toen was ook zij tevreden.

ocr page 197

GROOTE THEEVISITE.

De dagen werden merkbaar langer, de genezing van mijn Karei hield gelijken tred daarmede, ja ze haalde zell's liet zoogenaamde betere jaargetijde in, want de kon kwam nog een paar maal terug, hield Ie lente tegen en deed den prijs der steenkolen stijgen.

Op welke manier zou ik mijn schoonzoon liet best mijn dankbaarheid voor zijn goede zorgen toonen? Door geld? Dat brengt hij toch dadelijk op de spaarbank. Door toepasselijke woorden? Hij kan een gezicht zetten, alsof hij iets heel mooi vindt, maar daarmee fopt hij mij niet. Hij zou araag eene eleetrisch verliclitingsmacliine met een

~ O

maag-verrekijker hebben om de ziektekiemen in den in-wendigen mensch te bekijken, zooals Betti zegt, maar uit dankbaarheid geeft men tocli niet iets om te gebruiken.

Ik vroeg Karei wat hij er van zou denken als we hem eens de marmeren zittende figuur van den stervenden teringlijder, die op de laatste tentoonstelling zooveel bekijks had, thuis zonden, maar Karei vond dat kunstprodukt zelfs voor een geharden verpleger in een hospitaal te natuurgetrouw en hij kwam tot de conclusie: «Het allerbeste is, dat hij ons zijn rekening stuurt.quot;

«Neen, je bent nog niet heelemaal genezen, je hebt al je krachten nog niet terug. Als hij zich wil laten betalen

ocr page 198

190

op bus-dokters manier, dan zou je dat een aardig sommetje kunnen kosten. Je hadt je dan wat meer moeten haasten om beter te worden. Hij lieeit halve nachten bij je bed gezeten en nog beluisterd en beklopt hij je telkens van alle kanten, en voelt je pols en telt de slagen een voor een. 't Ontbreekt er nog maar aan, dat hij glazen ruitjes in je maakt om je van binnen te bekijken. . . Weetje, ik geloot zeker, dat we hem het meeste plezier zouden doen met zoo'n verlichtingsmachine, en hij zou je daarmee nog eens heel nauwkeurig kunnen onderzoeken, want zoo heelemaal pluis is het nog niet met je. Maar dan geen extra-honorarium.quot;

«Vraag eens bij een van zijn collega's wat dat voor een ding is.quot;

»Ja, en wat het kost. Vandaag nog zal ik' er werk van maken. Hij zelf schaft zich zoo iets niet aan. Hij is wel erg voor den vooruitgang, maar ze moeten van zijn beurs afblijven.quot;

Dadelijk na tafel ging ik er op uit. Voor de gezelligheid eet ik met mijn man mee van de zachte kostjes, die de dokter hem voorschrijft, en we besproeien ze met een glas Maurodapline, den heerlijken wijn, die door de Duitsche maatschappij Achaja in Patras gebouwd wordt. Dat is een wijntje dat nieuw leven in het bloed brengt. De Sanitats-rath schrijft hem altijd voor, inplaats van den zoogenaam-den Tokajer en andere zoete Hongaarsche wijnen, waarmee zoo erg geknoeid wordt. Van Malaga en Madera wil hij niets weten, 't Eenige wat ik tegen den Maurodapline hebr is, dat men hem van Friedr. Ott, in Würzburg moet laten komen, omdat men hem in Berlijn niet krijgen kan. Maar als een zaak uit natura geen schaduwzijde heeft, dat maakt de mensch kunstmatige. Daarmee is Adam al begonnen en de wereld is niet verstandiger geworden.

Dr. Zehner is een jonge heelmeester, die de laatste nieuwigheden op het gebied der wetenschap nog kersversch

ocr page 199

197

in zijn geheugen heeft, en hij reed met mij naar den winkel Tan een mechanicus.

Goedkoop zal de machine niet zijn, maar hoeveel zieken zullen het heil ervan ondervinden. Ik zei tegen den mechanicus dat ik hem nog een boodschap zou sturen, maar dat ik eerst met mijn man over den prijs moest spreken. Vond hij het niet te duur, dan moest de kast met toehe-hooren den zes en twintigsten Januari 's morgens vroeg, hij den sanitütsrath aan huis bezorgd warden. De mechanicus beloofde dat alles prompt in orde zou zijn, en daar men op het woord van een degelijk Berlijnsch koopman vertrouwen kan, gingen we tevreden en voldaan heen en reden we samen naar oom Fritz.

Ik had mijn schoonzoon namelijk een poëtischen dubbelen feestdag toegedacht en zijn vrouw en oom Fritz waren in het complot. Ze moesten de hoofdleiding op zich nemen, omdat ik niet genoeg tijd had door Kareis influenza (waarom moest hij die nu ook krijgen?) Oom Fritz en dr. Zeimer vormden het hoofd-cominlté. Herhaaldelijk belegden zij vergaderingen, waarop helaas niets anders gedaan werd dan skat spelen, waarbij zij, ofschoon bij de heerschende werkeloosheid genoeg mannen te krijgen ziju, als derden man een jong, onschuldig meisje gebruikten en haar op het pad der ondeugd voerden door haar in te wijden in de verderfelijke geheimen van het kaartspel. Dat jonge meisje was Erika's jongste zuster Henni, die in Berlijn was komen logeeren om de grootsteedsche schaaf over zich te laten gaan. Haar geboortestad krijgt een aardbeving wanneer zij terugkomt met de ideeën van oom Frits.

«Frits,quot; zei ik; «hoe kun je nu dat kind willens en wetens ongelukkig maken ? Je weet toch dat ze bij haar thuis niet eens visitekaartjes in de hand nemen, dus nog veel minder gestempelde Straalsunder kaarten.quot;

))Henni heeft aanleg voor het skatspel, ze leert het veel gemakkelijker dan jij en zal het er ook verder in brengen.

ocr page 200

198

Verbeeld je, een nullo-ouverte vindt ze al niets erg meer.quot;

»Maar dat is niet de rechte manier om haar een goede huisvrouw te doen worden. Heeft ze evenveel talent voor de fijne keuken?quot;

«Kolossaal zeg ik je! Je moet haar een broodje met kaviaar zien eten.quot;

«Je neemt heel wat op je verantwoording. Frits. Dat arme kind.quot;

»Och, Wilhelmine, ze is jong en levenslustig, en voor het eerst van haar leven in Berlijn. Gun haar dat beetje plezier. Jij hebt geen bezem om de wolken weg te vegen als zich die aan haren hemel samenpakken.quot;

«Hm. En hoe ver zijn jullie gevorderd met de toebereidselen voor het feest van den dokter?quot;

«Ten eerste hebben we besloten tot een gala voorstelling in het opera gebouw. Me dunkt, daarboven gaat niets.quot;

»Goed, goed, maar niet te overdreven. Daar houdt hij niet van.quot;

»Is dat overdreven; een beetje muziek en zang, een paar tableaux vivants ...quot;

«Uitstekend.quot;

))We hebben een jongen schilder opgedoken van de allermodernste richting. Hij wil ze voor ons ontwerpen..quot;

«Waar heb je dien gevonden?quot;

»Waar warm eten op tafel komt, treit men ook altijd menschen aan, die het hunne kunnen bijdragen tot zedelijke opheffing der maatschappij.quot;

«Dat zijn je echte relief-gasten. De hoofdzaak is dat de avond niet wordt: dames-baden links — heeren-baden rechts.quot;

«Je meent, niet de heeren apart en de dames apart, dan gemeenschappelijke voedering, vervolgens nogmaals scheiding der beide geslachten, en eindelijk algemeen dank-je-wel zeggen, fooien geven, rijtuig zoeken en gebrom en gepruttel van: waartoe dienen zulke dolzinnige feesten.quot;

ocr page 201

199

»Frits, je hebt zoo'n helder verstand, maar je drukt je dikwijls op een allergebrekkigste manier uit.quot;

»Familiegebreken zijn helaas onverbeterlijk,quot; antwoordde hij onbeschaamd.

«Goeden dag,quot; zei ik.

Precies tien dagen voor den verjaardag van den nieuwen sanitatsrath, kwamen de invitatiekaarten voor »eeu kopje theequot;. Voor een eere-diploma was de kaart te klein, om in den spiegel te steken weer te groot, maar ze was bij Otto, Unter den Linden, gedrukt, en dat is de chicste gelegenheid.

»Als het al zoo begint,quot; zei ik, »wat zal dan het einde zijn? Ik vrees dat oom Frits tot slot en besluit nog vuurpijlen uit den schoorsteen zal laten opstijgen. Het idee van een poëtischen feestdag is afkomstig van mij, maar wat komt er terecht; van een mooi idee in verkeerde handen ?quot;

Die thee-visite zat me dwars in mijn maag, maar ik kon toch niet bedanken. Karei meende dat zulke zwelgpartijen voor hem nog te vermoeiend waren en hij verstandiger deed vroeg naar bed te gaan, maar ik had hem plechtig moeten beloven van de partij te zijn.

Terwijl ik met een zuur gezicht de courant zit te lezen •— 't was juist liet koffleuurtje — komt oom Frits binnenstormen.

»Heb je het al gelezen?quot; riep hij.

»Neen. Wat?quot;

»Jij leest natuurlijk eerst de huwelijks-advertentie's en ile geboorten, en de gewichtigste berichten sla je over. Bismarck komt in Berlijn! We zullen hem weer in onze stad zien ! Hij komt, zoo waar ik hier voor je sta!quot;

»Frits, ik kan het haast niet gelooven. Zou het wel waar zijn ?quot;

»Ja, 'tis waar! Jullie houdt nog wel je winterslaap? 't Wordt tijd dat je wakker wordt. Waar is je aangetrouwde sluimerhelft ?quot;

ocr page 202

200

«Karei is daar even naar zijn kantoor gegaan.quot;

«Laat hem dan met rust. Je Jamt liet hem straks vertellen. De keizer heeft vorst Bismarck dooi' zijn adjudant een llesch ouden lekkeren Rijnwijn uit zijn kelder laten brengen. En hem een invitatie gezonden ook. En den zes en twintigsten komt Bismarck. Ik heb altijd de stille hoop gehad, dat liet gebeuren zou. Ze waren vroeger toch goede vrienden, ze staan samen op één photogratie, in Friede-richsruh, — en beiden hebben ze een Duitsch gemoed.quot;

Ik ias. Frits had gelijk, 't Stond net zoo in de courant. Ik telefoneerde dadelijk aan mijn Karei en we besloten den zes en twintigsten Januari ons een plaats Unter die Linden te zoeken om vorst Bismarck te zien.

»En al de kinderen moeten mee, al bevriest hun neus—-des te beter zullen ze zich dien dap: hun leven lans her-

O O

inneren,quot; zeide oom Fritz.

De tijd vloog. In een oogwenk hadden we den zes en twintigsten. Op liet juiste moment waren we tusschen de Friedrichstrasse en den Brandenburger Thor. De straten waren versierd, de menschen hadden gedaan wat ze konden in den korten tijd. Overal vlaggen en guhianden en dennengroen en winterbloemen. Op het slot de keizerstandaard, op de daken dei- kazernen waren vlaggen gebeschen, alleen de toren van liet Raadhuis was kaal, als een groote nachttafel in liet salon. Voor den eereburger van Berlijn had die geen welkomstgroet.

Nu, dat was van geen groot belang. De burgers van Berlijn stonden van Frederik den' Grooten tot aan het Lehrtes station als een muur, uit alle ramen hingen vrouwen en kinderen en op de daken was het zwart van de menschen. En allen wachtten op den grooten man om Iieni te begroeten en toe te juichen.

Het asphalt was vrij. Van tijd tot tijd probeerden agenten van politie te paard, of het nog wel hield, en iedereen keek naar den Brandenburger Thor. Gesproken werd er

ocr page 203

201

niet veel. Ieder wist. precies wat zijn buurman claclit, ieder voelde.

Plotseling was liet alsof in de verte gezongen werd. 't Geluid kwam nader en nader en zwol aan tot een bruisend gejuich. De eerewacht reed door den Brandenburger Thor. Onmiddellijk volgde het rijtuig met den oud-kanselier. Igt;e mannen groetten allen met hun hoeden en bleven blootshoofds, de vrouwen maakten uit liaar zakdoek een wuivende vredesvlag. We haakten er naar zijn gezicht te zien, maar 't woei tamelijk hard en we ontzegden ons liever het genot dan hem aan een verkoudheid te wagen.

We begeleidden hem in gedachte tot aan liet slot, waar keizer en kanselier elkander de hand reikten en elkander in de oogen keken als voorheen. En menig mannelijk gemoed was diep ontroerd en vele oogen stonden vol tranen, —-vreugdetranen.

Oom Frits zei geen woord. Hij droeg de kleine Wilhel-mine op zijn arm, om haar toch vooral alles goed te laten zien. Toen liet rijtuig met Bismarck erin, voorbij was, drukte hij haar innig aan zijn hart en kuste haar. Hij zeide ook wat tegen haar, maar zoo zacht, dat anderen het niet verstonden. Ik wilde hem niet vragen wat hij gezegd had. Dikwijls heb ik liever in 't geheel geen antwoord van hem, dan een dat zoo echt a la oom Frits is.

Waarom gingen we nu niet naar huis ? — Waarom liep

hij heen en weer en wij achter hem aan ?--Aan anderen

dacht iiij niet.---Xiet aan zijn vrouw en niet aan

zijn logé.----Niet eens aan mijn Karei.--—--

En aan mij natuurlijk in de verste verte niet.

«Ziezoo,quot; zei ik, »wij — (en dat wij driemaal onderstreept) wij gaan nu naar een restauratie en eten een kleinigheid, anders komen we van avond als uitgehongerde leeuwen op de theevisite bij den sanitiitsrath. En jij bent Hauw niet waar. Karei ?quot;

«Jullie kunt aan eten denken ?quot; vroeg Fritz.

ocr page 204

202

»Jij misschien niet ?quot;

»Of ik! Kom, vrouw, kom, schoonzusje, naar de restauratie, waar men de grootste porties voor zijn geld krijgt. De familie Buchholz wil wat te peuzelen hebben en wat babbelen.quot;

Deze ongepaste opmerking maakte me zoo boos, dat ik besloot mijn mond alleen maar te openen om te eten en oom Frits langen tijd links te laten liggen. Mijn Karei scheen ook iets te hebben dat hem hinderde, misschien was hij moe. Het duurde heel lang voordat we wat kregen, omdat er zooveel menschen waren, en daar ik de Stomme van Portici speelde, namen de heeren een courant, terwijl wij uit het raam keken naar de voorbijgangers en op- en aanmerkingen maakten over hetgeen ze aanhadden. Erika's zuster was een en al verbazing over de menschenmassa. Wij, Berlijners, waren daaraan gewend en spraken over het theeavondje bij den Sanitiitsrath en ik zei dat ik van plan was er wat vroeger heen te gaan om een handje te helpen.

Buiten begon het plotseling woeliger te worden. Er kwam gedrang. Vele bleven staan. En daar klonk op eens een kreet, uit den mond van niemand, maar dat ieder hoorde: »De keizer ! De keizer!quot;

Een, twee. drie betaald en wij naar buiten. Daar kwam de keizer al aangereden. Wat zat hij prachtig te paard, zijn oogen schitterden en hij glimlachte vriendelijk. Ja, hij was blij en tevreden, en alle die hem zagen waren het ook en riepen: Leve de keizer. Het hardst riep oom Frits en hij wuifde met zijn hoed. «Hoezee, hoezee, hoezee!quot;

Mijn nijdigheid was verdwenen.

))Je kunt dus weer hoezee roepen,quot; zei ik, en vroeg met een blik, dien hij alleen verstond: «Was het dat ?quot;

»Ja, uit volle borst,quot; antwoordde hij met een stralend gezicht. ))Ik dacht eigenlijk, dat Bismarck bij hem zou zijn, maar de oude man is nog zwak. Ik wou niet naar huis,

ocr page 205

203

maar ik wist dat ik hem vandaag nog zien zou, ik moest hem zien.quot;

«Wien, Frits ?quot;

))Mijn keizer! Nu beu ik tevreden.quot;

Ik ook, maar Karei moet naar huis en wij moeten straks naar de sanitatsrath op theevisite.quot;

»Op theevisite?quot; zei hij lachend. «Vandaag duikt hij in zijn wijnkelder, daar kun je op rekenen.quot;

»Frits. Emmi rekent er op, dat het van avond heel kalm toegaat.quot;

»Dan had ze ooms en tantes van was uit het panopticum te visite moeten vragen. Let op wat ik je zeg: 't wordt een gezellige boel: ik ben vreeselijk in mijn schik.quot;

»Tot straks. Frits.quot;

Bij Emmi was alles klaar voor de ontvangst der gasten, toen ik in mijn nieuwe gebloemde verscheen. De gehuurde knecht nam de deur-honneurs waar (hij was zoo netjes dat men hem voor den lieer des huizes zou hebben kunnen houden. Dat de tafeldienaars net zoo'n zwarten rok en witte das dragen als de gasten is een van de onzinnige inrichtingen in de maatschappij; eigenlijk moesten de dienstmeisjes, ter wille van de consequentie, bij feestelijke gelegenheden, ook in sleepjaponnen bedienen. De oorzaak van de dwaasheid moet gezocht worden in het feit, dat de publieke opinie, waarnaar zich alles richt, zoo dikwijls niet recht van verkeerd onderscheiden kan.

Op de tafel in de gang lag het meer en meer gebruikelijke plaatscommando, kleine kaartjes met het bevel: meneer die en die wordt verzocht mevrouw of tnejulTrouw die en die aan tafel te geleiden. De sanitatsrath Dr. Paber bijvoorbeeld moest in dit geval mij onder zijne hoede nemen.

Mijn dochter zag er in haaiquot; nieuwe lavendelkleurige japon uit om te stelen, frisch en bloeiend als een bruidje. Ze was opgewonden, wat ik heel begrijpelijk vond, want

ocr page 206

204

hoe licht kan iets verkeerd loopen eu wie krijgt dan naderhand de schuld ? Niet de hotelier, die men aangenomen heeft om het feest te regelen, want waarom heeft men juist dien gekozen, heet het. Neen, de vrouw des huizes. En die moest vertrouwen op vreemde menschen, op den kok, op den gehuurden knecht, op den schilder die voor de tableaux vivants zou zorgen, en op oom Frits, den president van het feest-commitó. Lieve hemel, 'tis om van te rillen als men er aan denkt.

»Wat is dat?quot; vroeg ik. «Jullie heht toch al zoo weinig-plaats en dan zet je me daar nog een ezel met een schilderij er op neer, waar de menschen allemaal over vallen moeten ?quot;

))Mama, wees als 't u blieft stil. Alleen op voorwaarde dat we een van zijn schilderijen hier zouden neerzetten, wilde meneer Oxenstirna ons aan de tableaux helpen, 't Is een vreemdeling, met een schitterende toekomst, en dadelijk oi) zijn toonen getrapt.-'

»Wat is het eigenlijk voor een schilderij? Wat moet ze voorstellen? Ik zie niets.quot;

»Ze stelt het leegpompen van een riool bij nacht en lantaarnlicht voor, in de Potsdamerstrasse.quot;

»Zet liet ding weg, Emmi; 't bederft hier den heelen feestelijken indruk: alles is mooi, behalve deze geschilderde rioolgeschieden i s.quot;

»Neen, 't moet daar blijven. Misschien koopen we toch zelf liet stuk uit erkentelijkheid voor de moeite, die de schilder zich bij het groepeeren der tableaux gegeven heeft.quot;

))Hij zal wel met wat minder ook.tevreden zijn. Weet je wat, we zetten het onderst-boven en zeggen dat het de Vesuvius in werking is. Lava is fatsoenlijker dan riool-vuil. Bedenk toch dat de menschen gekheid zullen maken over die schilderij.quot;

Snel keerden we haar om, en de voorstelling geleek nu inderdaad op een vulkanische uitbarsting in de duisternis.

ocr page 207

205

))De ware kunst kan men van verschillende kanten bekijken,quot; zei ik.

De eerste gasten verschenen. Mijn schoonzoon had een nieuwen zwarten rok aan, en hij zag er zoo graafaehtig uit, dat ik onwillekeurig moest denken: er ontbreekt nog maar een lintje aan. Of hij wat meer aan den uiterhjken schijn zou hechten, wanneer hij zoon dingetje in zijn knoopsgat mocht dragen?quot;

Langzamerhand werd het angstig vol. We hadden op verscheiden bedankjes gerekend, maar allen hadden aangenomen.

»Emrni,quot; zei ik, «laat ze zoo gauw mogelijk aan tafel gaan. Dan wordt de Berlijnsche kamer vrij en krijgen we wat meer lucht.quot;

))Dat gaat niet. Er wordt eerst muziek gemaakt. Na het eten wil niemand zingen. Na de muziek komen de tableaux vivants, dan weer piano, om intusschen het tooneel te kunnen laten afbreken. En dan het souper.quot;

»Dus een nachtelijk feest.quot;

))U hebt het zelve zoo gewild, mama. U bent begonnen met van een poëtisch feest te spreken.quot;

»Nu ja, ik meende daarmee een paar groene guirlanden, vroeg aan tafel, een Hink souper en dan nog een paar liedjes en wat aardigheden — dat is mijn opvatting van poëzie.quot;

«Zulke ordinaire partijen geef ik niet, mama,quot; antwoordde Emmi snibbig.

En dan moet men onder dat alles nog vriendelijk blijven en antwoorden als ze je vragen: »hoe maakt u het?quot; best, uitstekend. Dat is een marteling, maar men moet zijn fatsoen houden. Van de thee werd veel gebruik gemaakt, en ook het gebak scheen te smaken. Kaulmann, dien ze gevraagd hadden omdat zijn meisje piano speelde, zei, dat hij al vier kopjes gedronken had en vroeg of het nog lang zou duren.

ocr page 208

20G

))Ze zullen nu wel gauw beginnen, hoop ik,quot; antwoordde ik.

«Antonia zag zoo bleek. Ik heb haar een paar koekjes in de hand gestopt, omdat ik bang was dat ze flauw werd.quot;

Ik snelde naar de spreekkamer, waar de tableaux vivants figuren zich verkleedden.

«Waarom wordt er zoo getreuzeld ?quot; riep ik. «De gasten worden ongeduldig.quot;

))Wie bent u ?quot; vroeg een jonge man met een zeehonden kapsel, puntigen knevel, wit vest, hooge boordjes en witte manchetten.

»Waar is de schilder?quot;

»Mijn naam is Uxenstirna.quot;

Ik had mij hem voorgesteld met golvende lokken, een Ihiweeleri buis en slappen vilten hoed, en nu zag ik een patent-lat.

«Heel aangenaam,quot; antwoordde ik. «Maar 't is wezenlijk hoog tijd,quot;

»We zijn dadelijk klaar; wilt u zoo goed zijn de dames te laten roepen en de heeren in de tooneelkamer te verzoeken. Zoodra de jongen klaar is, beginnen we.quot;

Om mijn schoonzoon een bijzonder genoegen te ver-schaifen, zouden Franz en Fritz samen Zanzibar en Helgoland voorstellen. Hij was eens op Helgoland geweest en had daar zoo goedkoop kreeft gegeten. Sinds dien tijd dweepte hij met Helgoland. Franz stak al in zijn Zanzi-baarsch pak en de schilder was juist bezig Frits, die een wilde voorstelde, zwart te maken.

«Hij is niet realistisch genoeg,quot; zei de schilder. «Hij moet meer natuurgetrouw zijn.quot;

«Neem me niet kwalijk,quot; zeide ik, «maar we zijn niet in Oost-Afrika.quot;

«Maar borst en armen moeten ten minste bloot zijn.quot;

En voordat ik hem kon tegenhouden, had hij Frits het zwarte tricot uitgetrokken en bekladde hij den jongen met

ocr page 209

207

allerlei roode, bruine, zwarte en blauwe kleuren, wat de bengel natuurlijk allergrappigst vond.

»Ziezoo,quot; zei de schilder. «De tint is goed.quot;

«Maar hoe krijgen we de verf er weer af?quot; vroeg ik.

«Ja, dat weet ik niet,quot; antwoordde hij. «De hoofdzaak is de tint. De tint is uitstekend, vooral dat blauwachtig bruin.quot;

En daarbij keek hij met half toegeknepen oogen naar zijn kunstproduct, alsof hij Rafael Rnbens in eigen persoon was.

Binnen was er een aan het barritonnen, ik weet niet wie, en wat voor een lied hij vermoordde, weet ik ook niet, want toen ik in de keuken kwam oin een oogje te houden op het eten, was de kok hard aan het schelden en riep, dat, als het nog langer duurde, hij niet meer voor de qualiteit van het eten instond. Dan hadden ze het een paar uur later moeten bestellen. Hij deed heel gewichtig en had een witte schort voor. liet dienstmeisje zei dat er binnen twee llesschen rhum bij de thee waren uitgedronken. Ze vond dat de gehuurde knecht zoo raar deed en zoo op zijn beenen wakkelde.

Er waren in het geheel veertig personen bij elkaar, erg dicht bij elkaar, als haringen in een ton.

Eenige heeren verzochten een dame, die ik niet kende, een lied te zingen. Zij wilde niet, en om langer tijd vertreuzelen te voorkomen, nam ik haar eenvoudig bij een arm en bracht haar naar de piano, ofschoon ze al door maar riep:

«Ik kan wezenlijk van avond niet zingen, heusch niet!quot;

Nu, ze zong toch. De gasten keken elkaar aan, 't was waar wat ze gezegd had: ze kon wezenlijk niet zingen. Maar ze had een lief gezichtje. Volgens mijn oordeel deugt haar stem hoogstens om het vuur aan te blazen. En om haar te hooren schreeuwen, moesten we honger lijden!

Ma ar nu kwamen eindelijk de tableaux vivants of levende

ocr page 210

208

beelden. De deur naar de Berlijnsche kamer was eruit genomen, en een in een gouden lijst gevat gordijn er voor in de plaats opgehangen. Daar achter was het tooneeltje opgeslagen en daarachter stonden dicht naast elkaar de gedekte tafeltjes.

De dames werden voor de lijst gezet, de heeren stonden achter haar in liet gelid. Niemand kon een vin verroeren. Een paar spraken over zweetbaden, maar medischen heeren kon men zulke uitdrukkingen niet zoo kwalijk nemen, en de meesten waren dat. Ik kende ze niet allen.

De kamer werd donker gemaakt. Het gordijn ging op. Het eerste tableau stelde voor Keizer Roodbaard in de Kyll hauser. 't Was oom Frits met een langen baard en in een wijden tabberd. Heel mooi. Applaus. Pauze.

En wat voor een pauze! Ik zat als op gloeiendespring-veeren en was ieder oogenbük op het punt om naar den schilder te gaan en hem eens duidelijk te zeggen hoe ik over zijn manier van den boel te beredderen daclit, toen het gordijn voor de tweede maal werd opgehaald : een dame in Japanseh costumn. Heel mooi. Applaus. Pauze.

Deze pauze was nog meer pauze dan de vorige. Er werden eenige opmerkingen gemaakt, waarover allen lachten.

Derde levend beeld: afscheid. Dr. Zelmer en Erika's zuster, hij ais Wallenstein, zij in witte zijde. Een algemeen : »ah!quot; en dadelijk daarop applaus. Ze zag er dan ook allerliefst uit. Ze was een meisje met de bekoorlijkheden eener vrouw eu had blijkbaar niet het minste idee ervan hoe mooi ze was. Dit tableau moest driemaal vertoond worden. Stormachtig applaus. Pauze.

Nu werd het publiek onrustig.

«Beste dokter,quot; riep er een, «je beeldengalerei is verrukkelijk, maar quot;t duurt te lang.quot;

«Morgen komen we de rest kijken!quot; riep een ander.

«Maar 't is al morgen,quot; zeide een derde. Algemeen gelach. Men kon den schilder achter de schermen hooren

ocr page 211

200

razen en schelden op een publiek dat geen greintje begrip van kunst had. Mij bedankte ervoor de overige tableaux te vertoonen. Daar ging liet gordijn weer op: ^Zanzibar en Helgoland.quot; — Allerliefst! Alleraardigst, riepen de dames. Och, de kinderen moeten binnenkomen! En een,twee, drie namen ze eerst Frans uit de lijst en toen Frits. »Pas toch op!quot; riep ik verschrikt. «De zwarte verfis nog nat!quot;

Algemeen gegil. Het gas werd opgedraaid, maar 't was al te laat. Een van de dames had alleen haar handsclioeneu zwart gemaakt. Een andere oüdere kusgrage jull'ronv had een zwart gezicht en een zwarte streep over haar japonlijf gekregen en Ermni's nieuwe lavendelkleurige was zoo ingezeept, dat ze er minstens twee nieuwe banen in zou moeten laten zetten. Nu had je het gejammer en gedoe en gezeur moeten hooren en de drukte moeten zien! Mijn schoonzoon haalde geest van salmiak, Emmi lappen en doeken, en het vlekken-uitmaken begon. Een nieuw soort van gezelschapsspel, dat is zeker. Antonia liet ondertus-schen de beloofde piano-nummers hooren, maar er werd bijna niet naar haar geluisterd, waarover Kaulmann latei-zijn ergernis lucht gaf.

Ik trok Fritz mee op een armlengte afstand en bracht hem naar de slaapkamer. Maar wasschen hielp niet. Hij had te veel negerverf op zijn vel. lu het bad moest hij. Ik liet de badkuip halen, water erin gieten, ondanks het tegenstribbelen van Philippine, die beweerde geen tijd te hebben, en toen Fritz erin, hem ingezeept en geboend. Er was niemand anders om het te doen; grootma was nog juist goed genoeg voor zulke karweitjes, ze kon het geduldige lam uit Afrika weer naar Europa terug halen.

Toen ik dacht, dat hij er weer menschel ijk uitzag, nam ik hem er uit, maar jawel, je zoudt hem met geen tang aangepakt hebben: het zwarte vet dreef op het water en kleefde zich aan hem vast, zoodra ik hem er uittilde. Hij ■ geleek sprekend op een luipaard,

Siinue, Gedénkschriften. 14

ocr page 212

210

Ik liet schoon water in de tobbe brengen, Philippine woedend, Frits op nieuw ingezeept. Ik schepte met een kopje het bovendrijvende vet af, als den room van de melk, liet Frits met het hoofd even onderduiken, waarbij hij schreeuwde als een mager varkentje, en toen verrees hij uit den vloed, rein als Arnor. Dat wil zeggen, van dichtbij bekeken had hij hier en daar nog veel van een mulat. Hij was nog niet heelemaal aangekleed, toen Emmi kwam binnenstormen, roepende: «Mama, waar blijft u toch Ze zitten allen al aan tafel!quot;

»lk moest het schaap wasschen,quot; antwoordde ik kalm. »Maar Eimni, weet je wel, dat je nieuwe japon er vreeselijk uitziet ?quot;

«Mi j staat het huilen nader dan het lachen, mama. Door dien geest van salmiak is het nog veel erger geworden.quot;

»Dat was een dure grap, die tableaux geschiedenis,quot; zeide ik. «Morgen zal het blijken of het kind alleen uitwendig te lijden heeft gehad. Frits heeft geen schuld, maar die verf kladder. Een mooie kunst! Den boel volsmeren, dat kunnen ze, maar 't weer schoonmaken, dat laten ze aan anderen over.quot;

«Nu ja, kom nu maar mee, mama.quot;

Het souper verliep net als alle dergelijke eetpartijen, in het begin waren de gasten stil, want ze waren uitgehongerd; later kwam er meer leven, eindelijk toosten en uitgelatenheid. Oom Frits maakte zich erg verdienstelijk, zoodat zelfs de door Zanzibar geschoorsteenvegerde dames en haar mannen zich in het noodlot schikten en dachten: morgen zullen we 't bedorven boeltje wel eens nader bekijken, van avond laten we violen zorgen.

Het is een oud, praktisch middel, om het slechte humeur te verdrinken in goeden wijn, en dat deden ze allen. Oom Frits was niet de eenige, die toosten sloeg, maar hij gaf het voorbeeld. Eerst hield hij een rede op den keizer, wiens verjaardag onlangs gevierd was, later nog een op de dames.

ocr page 213

211

De andere heeren sloegen nu toosten op den nieuwen sanitatsrath, wiens verjaardag gisteren geweest was, op zijn vrouw, op de kinderen, op mijn Karei en ook op mij, op de levende beelden, op hen die gezongen en piano gespeeld hadden, en bij iedere gelegenheid moesten we uitdrinken. En dat moet ik tot de eer van mijn schoonzoon zeggen, hij was niet karig met zijn wijn. Oom Frits had den sleutel van den kelder, en daardoor werd veel voor mij opgehelderd.

Eén van het gezelschap bleef in een slecht humeur; dat was de vreemde schilder. Waarschijnlijk omdat ik een woordje verstaanbaar Duitsch met hem gesproken had. Ik trok me zijn boos gezicht niet bijzonder aan, meer ergerde mij dat ik later den decorateur met zijn knechts een flesch duren Rijnwijn zag uitdrinken. Dat de gehuurde knecht telkens naast inplaats van in de glazen schonk, liet me ook vrij koud, want het tafellaken was toch al gedrenkt door den rooden wijn.

Ze zongen en werden hoe langer hoe vroolijker, zooals het ook behoort, en toen het souper was afgeloopen en ze elkander »wel bekome het uquot; toewenschten, waren de meesten liefst blijven zitten. Maar ik ben niet voor dat aan tafel plakken. Na het eten wordt het pas echt gezellig. Als de menschen, die piano spelen en zingen, wisten hoe veel aandachtiger na als vóór tafel naar hen geluisterd wordt, dan zouden ze niet zoo vreeselijk klassiek zijn. De zuigelingen in de wieg lachen toch ook alleen wanneer ze hun buikje vol hebben.

En wat een komische voordrachten werden er nu gehouden! Jammer dat de tijd zoo gauw voorbijging en het uur van scheiden aanbrak.

De schilder was al lang verdwenen. Toen hij zijne omgekeerde schilderij zag, die door een scheel kijkenden jongen man hoog geroemd werd om de ware, natuurlijke opvatting, die erin lag, nam hij zijn slappen hoed en ging

ocr page 214

212

weg. In de gang heeft hij gescholden op de Duitsche on-beschaafdheid en vergeten een fooi te geven.

«Jawel, die meneer droeg een prachtig gestreken overhemd, maar het strijkgeld is zeker niet betaald,quot; zei Philippine. ))Ik heb hem bij het uitlaten lekker van achteren met kaarsvet bedropen.quot;

Ik beknorde haar natuurlijk, maar niet erg. Die riool-schilderij behoefde mijn dochter nu niet te beliuuden. Diit tenminste hadden we er door geprofiteerd.

De elektrische machine werd ook bewonderd. Ze stond, groen gemaakt, in liet salon. Mijn schoonzoon legde aan de heeren en dames uit hoe ze werkte, en Kaulmann moest op een stoel gaan zitten, zijn mond zoover mogelijk open sperren en, terwijl zijn keel verlicht werd ))Aquot; zeggen. ))Aquot; kraakte Kaulmann.

))Nu O.quot;

»0,quot; klonk het minder duidelijk.

«Nu U.quot;

Dat ))Uquot; kwam er rochelend uit en met zijn zakdoek voor den mond liep hij zoo hard hij kon de kamer uit. Later maakte hij zijn excuses; hij had het kriebelen in zijn keel niet langer kunnen uithouden.

Maar Philippine had je moeten hooren! 't Was dan ook geen prettig werkje den boel schoon te moeten maken. Waarom had de man meer gegeten dan hij verdragen kon ? De doktoren zeiden dat, te oordeelen naar Kauhnann's stembanden, hij een helderen tenor van den eersten rang moest hebben.

»Als dat zoo was, dan zou ik me niet meer om die Zondagsrust bekommeren,quot; zeide hij; «ik zong ul leen Zondags en liet mij schreeuwend duur betalen. Maar de heeren vergissen zich helaas.quot;

Wat heb je nu aan zoo'n machine, wanneer je er toch niet mee achter de waarheid komt ? — Het was laat toen de gasten naar huis gingen. Ik nam den arm van oom Frits en zei:

ocr page 215

213

))Zeg, je past niet erg goed op liet jonge meisje, dat aan je zorgen toevertrouwd is: ik heb duidelijk gezien, dat dokter Zehner Henni gezoend heeft. quot;Wat zeg je daarvan ?quot;

))Wel moge het ze bekomen,quot; antwoordde hij lachend.

Ik zweeg. Met hem kon men van avond geen verstandig woord praten. Overigens eindigde de theevisite naar wensch, en allen schenen bij liet afscheid nemen heel dankbaar. Als mijn schoonzoon en zijn vrouw weer eens zoo'n partijtje geven, zal ik ze aanraden geen modern kunstenaar in den arm te nemen, want die weet nog niet met verf om te gaan.

ocr page 216

OVER HET ETHISCHE.

Mij werd terecht verweten, dat ik nog niets gedaan had voor de verbreiding der ethische begrippen, maar de raad van mevrouw Safratka om mijn man met de thermometer onder den arm in bed te laten liggen en zusters te gaan werven voor de vereeniging, was me wat al te ethisch. Eindelijk kwam ze op hooge beenen aanzetten. Mijn Karei ging nu en dan al een luchtje scheppen, werkte wat op het kantoor, ik had dus geen uitvluchten meer en moest met haar mee.

»Eerst wil ik u overtuigen en dan moet u in uw eigen kring voor de goede zaak werken. Het is dringend noodig, dat we meer leden krijgen. Den burger middelstand moeten we hebben, en juist dien kunt u voor de zaak winnen. U moet niet uit het oog verliezen, dat u voor ieder nieuw lid van tien mark een provisie krijgt van twee mark vijf en zestig. Op die manier kunt u een aardig zakgeld verdienen.quot;

»Ik kan goddank zooveel zakgeld krijgen, als ik wil,quot; antwoordde ik. Waarvoor zag ze me aan ? «Bovendien kan ik u al twee personen opgeven, die lid willen worden: mevrouw Bergfeldt en meneer Butsch; juffrouw Pohlenz wist het nog niet zeker.quot;

))Nu, dat is prachtig! U vindt immers goed dat we de

ocr page 217

215

provisie samen deelen? Ze behoeven niet allen te weten, dat ze voor het aanbrengen van leden procenten eischen knnnen; we laten die aan ons uitbetalen.quot;

»Neen,quot; antwoordde ik. »Ik ben niet van plan om mevrouw Bergfeldt die kleinigheid afhandig te maken. Ze heeft het niet breed en kan iederen mark goed gebruiken. Voor Judasgeld bedank ik.quot;

De professorsvrouw lachte allervriendelijkst. Ze had liet zeker niet zoo gemeend.

»Judasgeld? Judas heeft nooit bestaan. De ethiek bewijst dat zulke verhalen niets dan sprookjes zijn. U moet onze vergaderingen bijwonen, dan zult u :il gauw ontdekken, dat alles wat ons tot nu toe geleerd werd, op geheel onware gronden rust. De kerK zegt, dat men gelooven moet; dat is verkeerd. Gezindheid moet het zijn. Gelooven maakt orthodox, gezindheid maakt verdraagzaam. Roe heerlijk zal het op aarde zijn, wanneer algemeene verdraagzaamheid heerscht.quot;

»Dat ben ik met u eens, ma'ar ik verlang ook dat anderen tegenover mij verdraagzaam zijn en eerlijk en openhartig en men mij geen slechte dienstbode op den hals schuift.quot;

«Och, u houdt nog te veel aan kleinigheden vast, en die komen van zelf in orde als de hoofdzaak in het rechte spoor loopt.quot;

»En de hoofdzaak is ?quot;

»In de allereerste plaats moeten we ons losmaken van de banden der kerk.quot;

))Wat hebben die met getuigschriften van dienstboden te maken?quot;

»Och, die dienstboden — eerst dat wat in de onmiddellijke nabijheid ligt moet worden hervormd, dan geleidelijk het andere.quot;

«Me dunkt dat die dienstboden quaestie erg voor de hand ligt: iederen dag ergernis.quot;

))Kunt u ontkennen, dat de kerk zich overleefd heeft ?quot;

ocr page 218

21(5

))Er worden toch telkens nieuwe gebouwd en de oude gerepareerd.quot;

))Weg niet de kerken, daarvoor in plaats kome een groote dom, die alles omvat: school, schouwburg, poëzie, kunst, wetenschap, en dat alles is gemeen goed der menschen op ethische grondslagen.quot;

))AVaar blijl't dan de godsdienst ?quot;

))Ja, ja, de godsdienst, de godsdienst!quot; riep ze opgewonden. »L)e godsdienst is daar waar menseh en menschen zicli vereenigen. Het Christendom verdwijnt; in plaats daarvan komt de humaniteit!quot;

«Hoe gaat dat in zijn werk?quot;

))Ja, dat kan men niet in drie woorden zeggen.quot;

»Waarom niet ?quot;

))Dat is nn juist de ethiek. Alle.s zal u duidelijker worden, wanneer u trouw de lezingen bijwoont.quot;

»Me dunkt, dat dit geen zaakje is dat door vrouwen in orde kan gebracht worden.quot;

»,Tuist door vrouwen. Wij, vrouwen hebben meer volharding dan de mannen, we kunnen veel meer doorzetten, omdat een man nooit onbeleefd mag worden tegen ons, en wanneer we ze ethisch gemaakt hebben, dan ontzien ze ons nog veel meer, dan is de vrouwen-quaestie opgelost.quot;

«Ik vrees dat het heel anders gaan zal. Nu laten de mannen de vrouwen nog eerst instappen of vóór gaan; hebben mannen en vrouwen gelijke rechten, dan stapt de sterkste eerst in en dringt de zwakkere vrouw heelemaal terug.quot;

«Juist daarom moeten de ethische grondbeginselen meer verspreid worden. Waarom zouden wij ons nog langer door de mannen laten verdrukken?quot;

«Mijn lieve mevrouw,quot; zeide ik, »tot nu toe hebben wij de mannen nog aardig onder de pantoITel; wij hebben ze tamelijk in onze macht, minder door geweld dan door de gaven der vrouw. De schoonheid heeft nog steeds over-

ocr page 219

217

■wonnen, maar zelfs een leelijke krijgt een rnan, wanneer ze lief is.quot;

«Maar een man te veroveren is toch niet het ideaal der vrouw!quot;

«Vroeger bestond het mooiste levensdoel, dat men zich denken kon. in het gehikkia: maken van een man, in den

O O

tegenwoordigen tijd willen de vrouwen mannenwerk doen, en ze hebben in veel opzichten niet de krachten ervoor. Misschien krijgen ze die nog, wanneer ze in de mijnen gaan werken, soldaat en matroos worden, en door de mannen de kinderen ter wereld worden gebracht.... maar ik twijfel er hard aan, of alle knappe mannen uit den rijksdag samen een wet kunnen maken, die de natuurwetten omverwerpt. Ziet u, dat is mijn ethiek.quot;

De professorsvrouw lachte zoo hartelijk alsof ik haaide beste aardigheid uit de Fliegende Biiitter had verteld.

« Voor u is het licht der ethiek nog niet opgegaan,quot; zei ze. «Anders zoudt u niet zoo spreken. Hebt u het blauwe lint bij u? Van avond wordt een lezing gehouden over de «Ethika in liet hoekje van den huiselijken haard.quot; Die gaat uw begrip niet te boven.quot;

«Andere lezingen ook niet, hoop ik,quot; zeide ik scherp. Wat dacht die vrouw van mij ?

«U bevindt zich nog in het voorportaal van den tempel, lieve mevrouw Buchholz,quot; hernam ze. «Maar 't zal niet lang meer duren of u bent in ons midden, vuur en vlam voor de zaak.quot;

Toen we in de zaal kwamen, waar de voorlezing gehouden werd, was de ethiek al in vollen gang. Dames en heeren zaten aan gedekte tafels en luisterden naar een man, die er uitzag als een ontslagen geestelijke uit een gekkenhuis en met een gedempte basstem sprak.

Ik keek het gezelschap eerst eens op mijn gemak rond, omdat ik toch wel weten wilde in wat voor soort publiek ik mij bevond. Ik kwam tot de conclusie: hoofdzakelijk

ocr page 220

218

oudere ongetrouwde jaargangen, beschaafd. De heeren geleken op goed gekleede arme lui. Levenslust zat er, meende ik, niet meer in. De meesten droegen het blauwe lint.

Toen de spreker even ophield om van zijn glas water te drinken, slopen we gauw naar voren, ofschoon ik voor mij graag bij de deur zou zijn gebleven voor het geval, dat ik me ongemerkt had willen verwijderen. Mevrouw Safratka groette naar verschillende kanten, maar ik had een gevoel alsof ze me gingen verraden en verkoopen, als Jozef in den leeuwenkuil.

Nadat we een stoel hadden gevonden — de spreker keek me grimmig aan en de dames loerden als katten — vroeg ik: «Kan ik hier een ethisch-glas bier krijgen?quot;

))Maar, mevrouw, waar denkt u aan!quot; antwoordde Safratka met afgrijzen.

»lk dacht dat er wel iets gedronken zou kunnen worden, omdat toch de tafeltjes gedekt zijn.quot;

«Dat is een symbool. Wit is de kleur der reinheid.quot; ))Das droge bowl en een tandenstoker,quot; wilde ik zeggen, maar de spreker verlamde mijn tong met zijn blik, schraapte zijn keel en begon:

«De gedachte, die ik zooeven heb uitgesproken, moet ieder uwer machtig hebben aangegrepen. Gij allen zult die voor u zelve naar eigen opvatting en gevoel uitwerken.quot; ))Als ik zelve denken moet, dan . . .quot; lluisterde ik. ))St, st,quot; klonk het van verschillende kanten.

»De liefde voor het ware, het goede, het edele, het grootsche, liet reine moet in de vroegste jeugd gekweekt worden, onophoudelijk, met volharding. Men mag het kind, al is het nog zoo klein, niet met den zwarten man dreigen ; wanneer het den doezelaar in den mond steekt, moet men het er op wijzen, dat daarin arsenicum is, dat invloed heeft op het mesenterium; men moet het onder het oog brengen, dat het wel met de pop spelen, maar haar niet kussen mag, omdat er bacillen aan het speelgoed kunnen

ocr page 221

219

kleven, die onze lievelingen een vroegtijdig graf bereiden. En zoo zou ik n duizenden voorbeelden kunnen noemen; gij zelve kunt ze bedenken. Hebben wij eerst deze zaden in de zieltjes onzer kinderen gezaaid, dan kunnen wij bet overige aan den tijd overlaten. Wij willen hier spreken over het ontwerp, niet over het opbouwen van den groeten, alle menschen in zich vereenigenden tempel, welke opwekken moet tot liet goede, eenig ware, die vorm moet geven aan de gedachte, welke het streven van den nieuwen tijd steunen. Alleen de sophisten verwijten ons, dat wij niet met daden toonen wat wij kunnen, maar het woord is de daad, de gedachte is de daad . .

«Houdt u dat dikwijls uit?quot;,vroeg ik.

»St! St! siste men.

»Die kan me veel vertellen,quot; dacht ik. «Wanneer hij er toch nooit duidelijk voor uitkomt, wat hij wil, en de tijd het voornaamste moet doen, dan heb ik zijn preeken niet noodig.quot;

Ik luisterde niet meer, en toen hij verkondigde: «Wanneer alle aanhangers der ethiek hunne overtuiging onder het volk uitspreken, ieder tracht het zijne te doen ter bekeering van zijn buurman, wanneer de beschaving toeneemt en de menschbeid zich opheft — dan moet deze wereld een paradijs wordenquot; — toen wilde ik de ruwe jongens, die het mij onlangs zoo lastig maakten, speciaal bij hem aanbevelen, maar men mocht geen geluid geven.

Ook over den duivel had hij wat te zeggen. Hij noemde dat onbeschaamd papenbedrog. Veel meer heb ik niet opgepikt, want ik sliep met hortjes en stootjes. Toen hij besloot met de woorden: «De ethiek zal weldra niet meer vragen, maar de rechten eischen, die haar toekomenquot; en de vergadering in de handen klapte en bravo riep, dacht ik aan Ferdinandje en aan zijn moeder. Die zeiden ook dat ze eischen zouden. Alle willen ze eischen en hebben en niemand wil wat geven, behalve groote woorden.

ocr page 222

2l2ü

«Diepzinnig, niet waar ?quot; zeide Safratka.

))Ja, vreeselijk diep,quot; antwoordde ik. «Onze kelder is daarbij vergeleken een kind. Maar ik zon nu graag willen weten wat ethiek is.quot;

»Dat zal n pas mettertijd duidelijk worden, als u trouw op onze vergaderingen komt.quot;

«Maar wat beteekent ethiek ?quot;

«Zoo ongeveer lietzelfde als philosophische moraal, maar tocli heel iets anders. We hebben er geen ander woord voor, — ethiek, dat zijn onze grondbeginselen alle bij elkaar.quot;

))Ik zon zeggen ; korte gebeden en lange worst is beter, maar bij u is liet omgekeerd.quot;

»Zorgt u maar veel leden te werven. U znlt er nog wel achter komen.quot;

Ik kan veel verdragen, maar niet zulk gedraai om de waarheid. Het oude afschaffen is mij goed, maar dan wil ik er wat beters voor in de plaats hebben, en dat noemen ze je niet. Als ik mevrouw Bergfeldt een kleinigheid kan laten verdienen, is het mij goed, al begrijpt ze nog minder van de ethiek dan ik, waarvoor ik bang ben. Maar met Safratka deelen we niet. Ze heeft zich met haar geld een man met een doctorstitel gekocht en kan dus ook wel haar handschoenen betalen.

Mijn Karei moest veel in de lucht en we gingen bijna iederen dag samen wandelen, naar Friedrichshain, naar Humboldtshain zelfs, en in den Thiergarten, waar men met den locaaltrein zoo gemakkelijk komt. Maar die locaal-baanstations hebben een schaduwzijde: men heeft er namenlij k wel lifts voor de bagage maar niet voor de passagiers. Voor hen, die geen trappen mogen klimmen, zooals kortademige oude menschen en halve zieken, is niet gezorgd. Ze kunnen zich door dienstlui laten dragen, maar dat is niet je ware. Wat door hotelhouders als iets noodzakelijks wordt beschouwd, mag eigenlijk aan de stations niet ontbreken. Zoo is er zelfs in Berlijn nog veel, dat verbeterd kan worden.

ocr page 223

221

We konden maar langzaam naai- boven, en mijn Karei werd in het gedrang dikwijls duizelig, een bewijs, dat hij nog niet zoo heelemaal in orde was. Eens had hij echt plezier. Twee kleine bengels van zoo ongeveer negen en tien jaar kwamen met een brandende sigaar in den mond en een kinderkaartje in de hand aanzetten, belachelijk om te zien, maar toch ook weer treurig, omdat er uit blijkt dat niemand zich om hun opvoeding bekommert. Mijn Karei wilde zich al boos maken, toen de conducteur die de kaartjes kwam knippen, zeide:

«Wat, jullie wilt op een kinderkaartje reizen en je rookt als groote kerels ? Dat gaat niet. Er uit en een heel kaartje gehaald, versta je! Denk je soms ook gauw te gaan trouwen ?quot;

Wat lachten we, toen ze druipstaartend verdwenen!

))Zie je. Karei,quot; zei ik, «zoo ongeveer stel ik mij de ethiek voor; geef den man een fooitje, al was het alleen maar omdat hij je zoo heeft doen lachen.quot;

Mevrouw Bergfeldt kwam dikwijls bij me. De trouwplannen lagen haar toch zwaarder in de maag dan ze bekennen wilde en ze sloot zich meer bij me aan dan anders. In den nood heeft de mensch behoefte aan gezelschap. Ze liet zich echter haar trouwllistigheid niet uit het hoofd praten.

«Dat kamers verhuren is zoo'n onzekere verdienste,quot; zei ze.

«Maar u hebt toch den jongen man met zijn hart van goud nog.quot;

«Een mooi heer!quot; barstte ze uit. «Nu hij wat van een heimelijken oom geërfd heeft, zegt hij me de huur op en neemt kamers bij Pohlenz. Maar die krijgt nog wat van me te hooren, daar kan ze op rekenen!quot;

«Ik weet iets, waarmee u wat verdienen kunt,quot; zeide ik en legde haar de ethische kwestie uit. «U moet trachten volmaakt te worden en altijd nadenken.quot;

ocr page 224

222

«Daar heb ik niets tegen, als ik er een kleinigheid mee verdien,quot; antwoordde ze. 't Zijn moeilijke tijden.quot;

Nu kwam mij wat ik over de ethiek gelezen had, te pas ; ik kon haar zoo wat inwijden om te voorkomen, dat ze een al te gek figuur sloeg bij het aanwerven van leden.

))Hebt u nooit iets gedaan, waarover u later berouw hadt ?quot; vroeg ik.

«Hoe zoo

ïtlebt ii nooit wat van uw buurman gezegd?''

«Altijd pas nadat we voor de eerste maal woorden hadden gehad, want dan kun-je pas zien wat voor soort van lui het zijn.''

«Hebt u nooit bij het kaartspelen zoo'n klein beetje valsch gedaan ?quot;

«Nu, over zulke dingen heeft men toch later geen berouw ?quot;

»Maar dat moest u wel hebben. Gelooft u aan den duivel ? Dien hebben ze afgeschaftquot;

))lk heb nooit zoo heel vast aan hem geloofd, want hij krijgt altijd op zijn kop in de poppen-comedie.quot;

«Waaraan gelooft u dan ?quot;

«Alleen aan de lijkverbranding.quot;

«Dat is niet voldoende. Ik zal u eens het een en ander over onze vereeniging te lezen geven. De hoofdzaak is de verd raagzaai nhei d.quot;

«Mij goed.quot;

«En dan komt het hiernamaals. U moet denken over de vele martelaren en wat zij geleden hebben en aan de eeuwigheid.quot;

«Ja, aan de martelaars geloof ik. Maar het wil er alleen nooit bij me in, dat de menschen zooveel konden uithouden quot;

«IJ staat nog in het voorportaal van den tempel, mevrouw Bergfeldt.. Lees u eerst maar eens de brochures en woon vooral trouw de vergaderingen bij. En doe vooral

ocr page 225

223

niet als de sopliisteii. Daaraan hebben de ethikers een zusje dood.quot;

«Ik ook. Ik heb er een in mijn voorkamer, en hij moet me de huur van de vorige maand nog betalen. Dat is een sophist in merg en been.quot;

»rioe zoo ?quot;

»llij ligt den heelen dag op de sofa en voert niets uit. Dat zijn de ergsten. Als ik met Butsch getrouwd ben, heb ik ten minste niet die eeuwige harrewarrerij met die ge-meubeleerde kamer-hu.quot;

Ze bleef 's middags bij ons eten. Eigenlijk is het haar schuld niet, dat ze de trap van beschaving nog niet bereikt heeft, die tegenwoordig verlangd wordt. Ze heeft veel van haar schoonzoon te lijden, die zich als ambtenaar verbeeldt meer te zijn dan anderen, 't Mensch is te beklagen. Ik hoop van harte dat ze zich niet in Butsch vergist.

We gingen na het eten naar het Victoria park, zooals Kreuzberg heet, nadat ze den grooten zandhoop hebben omgetooverd, in een berglandschap dat zich gerust kan laten kijken. En al is de Kreuzberg ook geen Montblanc, er bestaat toch geen tweede berg op de wereld van waar men Berlijn overzien kan, van waar men zoo'n prachtig gezicht heeft op de zee van huizen, koepeldaken, torens, gasfabrieken, slot- en rijksdag gebouw, dat schittert als goud, wanneer de zon schijnt.

De plantsoenen zijn prachtig. Men heeft er een wolven-hol, groote grasvelden, stijgende en dalende paden, kronkelende en rechte weggetjes, vijvers, murmelende beken en een grooten waterval. Twee millioen, achtmaal honderd veertig duizend en nog een paar mark heeft dat park verslonden. Het stuk grond alleen moest met twee millioen betaald worden. Maar zoo gaat het dikwijls: juist daar waar de stad een straat aanleggen of een markt hebben wil, liggen toevallig de duurste stukken grond. Maar zij die van het park genieten, voelen dat niet, en zeker wel

ocr page 226

224

liet allerminst de dienstmeisjes. Die voelen meer voor liet Tempelhofer exercitieveld dut er naast ligt.

De waterval, die in den zomer zijn achtuur-werkdag 1 leeft, kost jaarlijks twee en dertig duizend mark, omdat die kolossale watermassa weer opgepompt moet worden. Waar op de wereld vindt men een stad die zooveel over heeft voor haar burgers? En gaat natuur niet boven kunst ?

We kwamen juist op liet oogenblik dat de waterval zijn namiddagtaak begon. Het water stortte van boven naar beneden, over de rotsen, onder de brug door, in breede en smalle stroomen, schuimend en bruisend. Mevrouw Bergfeldt werd er heelemaal beduisd van.

»Net als bij Kinz,quot; zei ze.

Hoeveel ethiek zou ze moeten slikken voordat ze haar in den vorm kunnen kneden ?

ocr page 227

NAAR HARTZBURG,

Ofschoon we nog lang niet alles in den omtrek hadden afgewandeld en het voorname seizoen eigenlijk nog niet was aangebroken, gaf ik toe aan mijn Karel's verlangen om eens echte bergen te gaan zien. De Harz is dichtbij, van Berlijn kan men er gemakkelijk met den vinger heen-wijzen.

Ik maakte maar weinig en korte afscheidsvisites. De meeste vrienden vonden het heel verstandig, dat mijn man voor zijn gezondheid er eens uit ging, want beter was hij nog niet. Mevrouw Bergfeldt zeide:

))U houdt de teugels te strak. Butsch zegt, dat zelfs een vigelante paard mi en dan behoefte heeft om op hol te gaan.quot;

»Uw toekomstige man verkeert zeker hoofdzakelijk onder paardenbestuurders?quot; vroeg ik koeltjes. ))Mijn man heeft alleen verandering van lucht noodig.quot;

«Maar daarvoor hoeft hij toch niet uit Berlijn ? Hier verandert de lucht driemaal op eln dag en soms nog meer.quot;

Ik kon een glimlachje niet onderdrukken, ofschoon ik medelijden met haar had, omdat zij zoo weinig gevoel voor het hoogere toonde. Heel geduldig antwoordde ik dus: »Juist omdat de afwisselende temperatuur in Berlijn mijn man kwaad doet, gaan wij weg.quot;

Sti.niie, Gedénkschri/ten. 15

ocr page 228

226

«Waarom doet hij niet net als de broer van Butscli; als die 's winters eens uitgaat, dan is het altijd naar de cumedie, want daar is liet lekker warm, en vat hij geen kou. Dat koude bier en de tabaksdamp in de herbergen kan hij niet meer verdragen.quot;

))U maakt het goed, niet waar?quot; vroeg ik omdat ik geen lust had op die vergelijking met den broer van Butsch te antwoorden.

«üank u; in den laatsten tijd maar zoo, zoo, — la, la. Ik moet me zou dikwijls boos maken op mijn keukemeid, ze wil meer loon dan ik geven kan, en daardoor hebben we telkens de heftigste ruzie.quot;

Daar ik onlangs in een damescourant gelezen had, dat het spreken over dienstboden van gebrek aan geest en beschaving getuigde, nam ik afscheid. Ik ben met mijn dienstbode heel tevreden.

quot;s Avonds kwam de dokter nog eens en gaf nog ellenlange voorschriften. Den anderen morgen vertrokken we van het Potsdammer station.

»Ziezoo,quot; zei ik tegen mijn Karei, ))nu mogen we een paar weken lui zijn zonder ons te geneeren. In zekeren zin is het onze plicht.quot;

«Treurig genoeg, dat men tijd en geld verkwisten moet voor het oplappen van zijn gezondheid.quot;

»Je bent nu op een leeftijd, dat men begint aan zijn gezondheid te denken, maar jij bromt er altijd bij. Kom, zie eens naar het mooie landschap, Karei. Potsdam is en blijft een juweeltje.quot;

Tegen deze waarheid kon hij niets inbrengen. Toen later de streek vlakker en eenzamer werd, zei hij:

«Hier in de buurt studeeren zeker de moderne schilders.quot;

«Waarschijnlijk. Als ze nog natuurlijker willen zijn, dan moeten ze het doek heelemaal ongeverfd laten.quot;

Langzamerheid werd het mooier en Karei kwam weer in zijn humeur.

ocr page 229

»Ik ben blij, dat ik mijn stam-tafeltje eens een tijd lang uit den weg kan blijven. Scbmolicke maakt mij mijn halve llesch Mosel nog zuurder dan liij al is.quot;

«Je scheldt altijd op Scbmolicke, maar wat hij zegt, vertel je me nooit, dus kan ik over hem niet oordeelen.quot;

«Wat liij vertelt, kan men niet herhalen.quot;

»Om die reden al alleen moesten zulke stam-taf eitjes streng verboden zijn.quot;

»Ik weet wel wat je denkt, maar je vergist je.quot;

«Zoo? Vertel me dan wat hij zegt.quot;

»Neen.quot;

«Zie je nu wel, dat ik gelijk heb?quot;

».Te vergist je, zeg ik je.quot;

»Je hoeft me alleen maar een kleine aanduiding te geven.quot;

»Dat kan ik niet.quot;

»Aan zoo'n stam-tafel wordt heel wat gepraat, wat beter cezweaen was.quot;

O O

«Maar hoe kan ik je nu een geschiedenis vertellen, waardoor geen draad loopt?quot;

Er stegen menschen in onze coupé, ongetwijfeld deftige lui, die ook naar Harzburg wilden, en die — zooals later bleek — al meer dan eens daar gebadplaatst hadden.

»Is Harzburg wezenlijk zoo mooi als ze beweren?quot; vroeg ik.

»Mevrouw is zeker wel in Berchtesgaden geweest?quot;

«Dicht bij,quot; antwoordde ik, omdat Karei mij door zijn dom gegrinnik in de war bracht.

«Harzburg herinnert door hare ligging aan deze om haar schoonheid wereldberoemde stad,quot; hernam onze medereiziger: «Harzburg is liefelijker en romantischer.quot;

»Wij zijn dol op den Harz,quot; zeide de dame, »dat moet ik zeggen. Zijn karakter is net als van de Noord-Duitschers: hoe meer men het leert kennen, des te beter bevalt hij, hij pronkt niet zoo dadelijk met zijn goede eigenschappen en toont alleen zijn rijkdommen aan den zoekende. Maar

ocr page 230

228

hoe weinigen schatten de parel van Noord-Duitschland naar waarde! Is liet ons ook niet zoo gegaan?quot; vroeg ze aan haar man.

»Wij zijn door een Amerikaan op den Harz opmerkzaam gemaakt; we hadden nooit veel notitie ervan genomen, waarschijnlijk omdat hij zoo dichtbij is, misschien ook, omdat de Dnitschers bij voorkeur meer ophef maken van alles wat vreemd is en zwijgen over de schoonheden van hun eigen land, 't zij uit bescheidenheid of uit gebrek aan trots. Wij zijn het eens met den Amerikaan, die zeide dat men in den Harz meer afwisseling heeft in een betrekkelijk enge ruimte, dan in eenige andere bergstreek. Hij beweerde dat men nergens de in het woelige leven van de nieuwe wereld geradbraakte zenuwen zoo goed weer in orde brengt dan daar, en hij moet het weten, want hij heeft al driemaal de groote reis gemaakt en op de bergen en in de dalen van den Harz gevonden wat hij zocht: genezing van ziel en lichaam.quot;

Dat waren prettige vooruitzichten voor ons. De streek kwam ons nu veel zonniger voor en iedere boom en struik die wij voorbijstoven bekeek ik met meer belangstelling, naarmate wij dichter bij het doel van onze reis kwamen. We zagen in de verte den Broeken liggen en de bergen werden hoe langer hoe hooger.

Het station was net als alle andere stations. De huisknecht van BJuliushallquot;, waar wij pension genomen hadden^ ving ons op; met eenige adieu's en tot weerziens en «zeer aangenaam'squot; namen we afscheid van onze reisgenooten en stegen in de hotel-omnibus.

. De kastanjelaan, waar wij doorreden, was mooi. Rechts en links huizen en winkels, hotels en villa's. Bijzonder elegante villa's waren het, vooral één, die midden in een groot park lag, trof ons bijzonder. Ze spiegelde zich in een vijver en de verande was met blauwe bloemen begroeid. De eigenaar en zijn vrouw wandelden op het breede kiezelpad en een groote hond liep achter hen.

ocr page 231

229

»Karel,quot; zei ik, »d:iar wonen deftige lui.quot;

Het hotel jJuliushallquot; dateerde misschien niet uit den tijd der kruistochten, maar zeker uit den tijd dat de inrichting nog aan de eischen van den meest verwenden Harzhurger voldeed. De ligging beviel ons, omdat de Sool-haden onmiddellijk eraan grenzen, en bovendien zich in den tuin de Krodobron bevindt, waarvan wij veel heil verwachtten.

»Ze werkt wat krachtiger dan die in Kissingen,quot; had onze schoonzoon gezegd; sen bovendien is bij het drinken van dat water niet zoo'n streng dieet noodig, omdat het veel zouten bevat, die de spijsvertering bevorderen en geen schadelijken invloed op liet hart uitoefenen, daar geen overoroote mate van koolzuur aanwezig is.quot;

O

Ik had die woorden een paar maal bij mezelve herhaald om ze niet te vergeten, voordat ik ze aan mijn Karei had overgebracht.

«Wanneer men er over nadenkt, moet men toch eigenlijk in de war raken: eerst mest men zijn man vet en dan moet men hem weer op middelmatige dikte brengen.quot;

»Niet overdrijven,quot; zeide de dokter. ))Voor de controle drinkt u dat water ook, schoonmama. U kunt het ook gebruiken.quot;

Onze kamer lag eenigszins afgezonderd en zag uit op een met klimop begroeide plaats. Het eten was goed. We waren tevreden. Des namiddags wandelden we naar de Eiken, geen twee minuten van ons hotel. Daar staan zulke tentjes met prullen, veel tafels en veel stoelen onder prachtige eiken, en ook een muziektent, waarin het Kurorkest 's morgens en 's middags oudste en nieuwste muziek speelt. De ouverturen van Felsenm'ühle, Tannhauser en de Russische Cavallerie stonden dikwijls op liet programma.

Tusschen de eiken allerliefste vijvertjes en liet heldere bergwater huppelt en danst in watervallen van den eenen in den anderen. In den grooten vijver is een fontein, die,

ocr page 232

230

wanneer de muziek speelt, op «pianoquot; gedraaid wordt. Op deze wijze toont de kunst hare overmacht op de natuur.

Van de Eiken begaven we ons naar liet Kurhuis, dat er

O 7

tegenover ligt, van daar klauterden we naar het Harzbur-ger hof en zagen aan het terras van het hotel de bergen en het dal daartusschen voor ons liggen. We waren geheel onder den indruk van dit grootse) ie schouwspel. Het was prachtig.

»Waarom zucht je, Karei?quot;

))Ik zou zoo graag daar, in de mooie natuur vóór ons ronddolen, in dat prachtige bosch, over die heerlijke bergen, naar die hooge toppen, waar de zon zoo helder schijnt, maar ik voel dat ik niet kan en hier moet blijven. Dat alles is voor mij te ver en te hoog. Wilheimine, waar iamp; mijn jeugd? Ik hen een oude, ziekelijke man.quot;

«Volgens midden-Europeeschen tijd ben je in de kracht van je leven. Men is zoo oud als men zich voordoet; laat den moed niet zinken, mijn Karei. Morgen begin je met water drinken. Onze reisgenooten hebben gelijk, liet is hier meer dan mooi.quot;

Den volgenden morgen stonden wij vóór zevenen voor de grot en lieten ons door de bron-philippine het eerste glas Krodo geven, dat we langzaam bij het zachtjes op en neer wandelen in den Knrtuin uitdronken.

»Hoe smaakt het je?quot; vroeg ik.

«Net als 't smaken moet: naar vischwater.quot;

«Hoezoo?quot;

«Zie je dan niet dat het uit de keel van een visch borrelt, die aan de voeten van den ouden watergod ligt?quot;

«Er is hier veel, dat een gewoon mensch niet begrijpt. Straks koopen we bij Woldach een gids, en dan komen we er wel achter. Ik vind onbekendheid met de merkwaardigheden van de stad, waarin men eenigen tijd zich ophoudt, onverantwoordelijk.quot;

We kwamen pas 's middags tot het boekenkoopen, want

ocr page 233

231

niet alleen neemt het drinken veel tijd ia beslag, maar ook het gaan met de bron in je, het letten op de werking ervan, het tweede ontbijt, het kuieren voor de gezondheid enzoovoort. Maar wij gewenden ons niet de bekende Berlijnsche snelheid aan het nieuwe leven.

Lano-zamerhand leerden we de namen van de merk-

o

waardigheden in den omtrek van Harzburg uit elkaar houden. De mooie berg, aan welks voet de Jiüiushaller Soole en de Krodobron ontspringen, is de Burgberg, en de zuil er boven op heet Bismarckzuil. Die zuil werd als een symbool der Dultsche eenheid daar geplant. Onder het borstbeeld van Bismarck, dat er op is gezet, staat: «Naar Canossa gaan we nietquot;. Toen ik mijn Karei dat voorlas, zeide hij :

«Wanneer we niet naar Canossa gaan, dan zijn er nog genoeg andere mooie plekjes. De Duitscher vindt nog wel gelegenheid om zijn excuses te maken, dat hij geloofde aan de grootheid van het rijk.quot;

))Karlt;'l, je moet nog heel wat water uit de bron drinken. Je bent uit je humeur.quot;'

De eerste dagen maakten we nog geen groote wandelingen. Zoodra het hart begon polka te dansen of het ademen moeilijk werd, wisten we, dat we te veel gedaan hadden. De Philosophenweg, terug langs de vijvers en bronnen in het koele dal, of de Sennenhi'itte en het boschpad naar den Burgberg waren passende wandelingetjes voor ons. Ook gingen we diicwijls naar de Heinrichsbron. Ik dacht dat het een uitoedrooside bron was, zoo divide-

O O

lijk zag ik ieder kiezelsteentje op den bodem, maar een kleine kever raakte de oppervlakte van liet kristal heldere water aan, waardoor er rimpeltjes te voorschijn kwamen.

»Zulk water moésten we in Berlijn hebben,quot; zei ik; ))ze boeiden niet minder dan tien pfennig per liter ervoor te vragen. Wat zouden we gezond worden! En hier stroomt de hygiëne maar zoo weg in de wildernis.quot;

ocr page 234

232

quot;We kwamen een ree met haar jong tegen, dat zeker aan de bron wou gaan drinken. In de takken van de Ijou-men sjilpten de vogels. Het bosch riekte heerlijk. Waar de zou op de dennen scheen, was de lucht doordrongen van de heilzame naaldenodeur. Dat moet de zenuwen wel goed doen.

Onze tochtjes werden hoe langer hoe kilometeriger. De Krodobron en de geregelde gezonde beweging hielpen elkaar om mijn man zijn krachten terug te geven, en toch was het pas het voorspel.

De Eiken zagen ons nog zelden, maar de heuvels en dalen te meer. Door het bosch naar den Silberhorn en terug door de groene Salzwiesen — dat is het heerlijkste middag-tijdverdrijf, dat ik ken. Aan banken is nergens gebrek en tijd hadden we zelf in overvloed meegebracht. De zwakste worm kan, als hij niet te veel te dragen heeft, zich in de natuur bewegen.

Langzamerhand konden we ook steiler wegen gaan; we oefenden ons met kleine beetjes in het klimmen, terwijl anderen de hoogste bergen beklauterden. »Wacht maar, de Buchholzen zullen je ook nog toonen wat ze kunnen,quot; dacht ik, als er aan tafel gesproken werd over de toeren die men gemaakt had, en waarbij de een den ander steeds in stilte van overdrijving verdacht. Ik vind, dat het jokken alleen geoorloofd is, wanneer het verhaal er interessant door wordt.

Den veertienden dag van ons verblijf in Harzburg — ik zal hem nooit in mijn leven vergeten — wandelden we 's morgens eerst naar de Sennhütte, van daar klommen we verder en verder. Het was zulk verrukkelijk weer, het boschpad was zoo uitlokkend en wij voelden ons zoo licht en gezond. We babbelden zoo gezellig, dat we niet op de richting letten en als zorgelooze kinderen verder en verder trippelden.

«Het bosch is zoo dicht, dat je niets van de omliggende geographic ziet; waar zijn we eigenlijk?quot; zeide ik.

ocr page 235

233

«Ergens,quot; antwoordde mijn Karei lachend.

«Natuurlijk verdwaald,quot; zei ik. «We moeten wat aanstappen.quot;

«Haastige spoed is zelden goed. Dat harde loopen helpt toch niets meer, wanneer men eenmaal op den verkeerden weg is? Als je verloren raakt, zet ik een advertentie in liet Harzburger Weekblad: «De eerlijke vinder kan op een goede belooning rekenen.quot;

«'t Doet me plezier, dat je blijkbaar zooveel beter bent, je denkvermogen schijnt me krachtiger geworden te zijn. Als je door de kuur maar niet al te slim wordtquot;, antwoordde ik.

Vergeefelijk, want menschelijk is de begeerte om te weten waarheen ons een onbekende weg brengt, en daarom zei ik;

«Ik ben toch nieuwsgierig waar we uitkomen.quot; *

«Dat kan ik je precies zeggen,quot; antwoordde mijn Karei. «We zijn boven op den Burgbërg.quot;

«Onzin.quot;

«Kijk maar op dien wegwijzer, 't Staat er met groote letters op te lezen. In tien minuten zijn we boven.quot;

«Klopt je hart niet verschrikkelijk, Karei?quot;

«Volstrekt niet.quot;

«Maar je bent buiten adem, je borst is beklemd.quot;

«Ook al niet. Ik ben heel lekker.quot;

«Maar je hebt toch gejammerd, dat je nooit op den top zoudt komen!quot;

«Ja, ik ben zeil' heel verbaasd.quot;

«Karei, die Krodobron is toch zoo'n slecht middel niet. Een mensch mag niet al te vast gelooven aan de macht van zulke heidensche goden, maar ze hadden toch van veel dingen verstand. Als ze Krodo hier in de buurt hebben aangebeden, voordat ze den Brunswijkschen godsdienst kregen, dan hebben ze dat zeker gedaan, omdat hij veel menschen van hun kwalen genezen heeft. Mijn middel is

ocr page 236

234

veel dunner geworden, en ik heb de gesp van je pantalon van achter tamelijk stijf dichtgehaald. Dat zijn toch zichtbare goede teekens. Ik hoop, dat we bij Moldach zijn portret kunnen krijgen.quot; n

»Yraao- liever een portret van de heerlijke lucht hier. antwoordde Karei. «Zij maakt de borst ruimer en doet het bloed sneller stroomen. Kom, oudje, dien hoek nog

om eu dan zijn we boven.quot;

We stonden nu bij de Bismarckzuil en zagen Harz uirg aan onze voeten liggen, en in de verte dorpen en steden, bosschen en velden. De wind ruischte door de kronen der hoornen, onder ons, boven ons dreven lichte wolkjes als

witte vredevogels.

Karei sloeg zijn arm om mij heen.

«Wat is liet leven toch schoon,quot; zei hij.

Ik zag niets meer van de heerlijkheid vóór ons, mijn blik werd verduisterd. Ik was innig gelukkig. Ik had mijn

Karei terug. .....

Met eerbied bekeken we de Bismarckzuil. Wij zijn nog opgevoed naar het oude systeem: buigt u voor de ware grooten van ziel. Voor die nieuwe leer van gebreken zoeken, gebreken vinden, beter weten en zelfbewondering zijn wij 'te oud. We laten die aan de jongeren over.

We besloten in het hotel Burgberg te eten, wat ons niet berouwde, want de tafel en de wijn waren uitstekend, zoodat we elkander telkens waarschuwen moesten : »denk aan Krodo.quot; Die veroorlooft veel, maar niet te veel. 't Is zoo duidelijk als de dag, dat het verkeerd is het vet, dat men 's morgens uit de organen wegspoelt en door beweging verhindert zich weer vast te zetten, door overmatig eten

terug doet komen.

Wij schreven briefkaarten met photograpliien van Harz-burg aan onzen schoonzoon om hem te vertellen hoe uitstekend de kuur ons bekwam, aan Erika en aan Betti, en daarna wandelden we nog wat rond op het gebied van

ocr page 237

23Ö

den Burgberg, bekeken de diepe »Kaiserbrunnenquot;, die voor achthonderd jaar gegraven werd zooals de man, die het huisje gepacht heeft, ons verzekerde. Ik ben altijd verbaasd over de kennis van zulk soort menschen. Ze weten je heel precies en met zekerheid feiten te vertellen, waarover geleerden eindeloos kibbelen.

Naar liet zuiden toe ligt de Harz. Berg aan berg, en boven allei steekt er érn uit. Dat is de Broeken.

«Dus dat is hij,quot; zei ik. »Ik had hem mij slanker voorgesteld. Maar ik vind hem toch heel interessant.quot;

«Hoezoo?quot;

«Omdat it nu de inrichting zie, waar mevrouw Kransen gaat dansen.quot;

«Ik hoop, dat we er ook nog eens zullen komen.quot;

«Ik niet. Als oom Frits vraagt of ik op den Brocksherg was en ik moet ja zeggen, dan heb ik het land.quot;

«Wees toch niet zoo kinderachtig.quot;

«Iets moet er toch van waar zijn, als mevrouw Kransen kon, vloog ze er heen.quot;

Van dezen dag af bestegen we de eene hoogte na de andere. Over den Ettersberg klommen we naar het Mol-kenhaus, waar de kippen zoo tam zijn, dat ze zich familiaar op je bord zouden zetten, als ze zich al niet tot de keel toe volgestopt hadden. Ook op de Rabenklippen kwamen we, en op den Katteniise. met het uitzicht over bergen en velden tot Wernigerode, Halberstadt enzoovoorts. En op den Biirenstein! Ik zou bijna vergeten het Riefenbaclistlial, den Eckerskrug en den Elfenstein te noemen. Overal waren we en overal vonden we het even heerlijk. Zelfs gingen we te voet naar de Kiistenklippen. Ik heb de opera «Die Walkiirequot; gezien, waarin Brunhilde in slaap getooverd wordt. Dat is op de Kastenklippen gebeurd. Ik verwachtte ieder oogenblik de krijgs-jonkvrouwen en Wodan en het vuur, maar ik moest me met de fantasie tevreden stellen. Als we zoo in de stille dennebosschen dwaalden, tusschen

ocr page 238

236

de groote steenblokken door, had ik er dikwijls een eed op durven doen, dat achter zoo'n blok een aardmannetje verscholen lag, dat verdween zoodra wij naderbij kwamen, liet bosch was voor ons een opengeslagen sprookjesboek en wij wandelden daarin. Ik zal aan de kinderen op hun verjaardag een sprookjesboek geven, om daaruit de sprookjes-taal te leeren, zoodat ze later, als ze groot geworden zijn, en weer graag kind zouden wezen in de groene boschen, de stemmen der natuur verstaan en er op kunnen antwoorden.

Mijn Kt irel kon nu stijgen zoo hoog als hij wilde. In de hooge lucht, vertelde ons een knappe dokter, vermeerderen zich de roode bloedlichaampjes binnen een half uur kolossaal, en juist die roode bloedlichaampjes nemen de zuurstof op, brengen nieuw leven tot in de kleinste hoekjes van het lichaam. Vandaar dan ook dat gevoel van lichtheid, van veerkracht en levenslust.

In het dal wordt de hoeveelheid roode bloedlichaampjes weer minder, maar alleen de oude verbruikte verdwijnen. Zorgt men met behulp van wat Krodo voor geregelde doorspoeling, dan bevrijdt men zich van de schadelijke overblijfselen. De eerstvolgende bergtocht doet weer nieuwe bloedlichaampjes ontstaan, en op die manier heeft men ten laatste niets dan goed bloed in zijn aderen. Dat heb ik tenminste uit de lange redeneering van den dokter begrepen. Of andere het nog beter weten, is mij onbekend, maar een feit is het, dat wij ons beiden heel wel voelden en een menigte andere patienten ook met den dag gezonder werden. Uit alle landen komen de menschen naar den Harz en worden er gezond en sterk.

We dachten voorloopig nog niet aan Berlijn. We moesten nog koolzure Soolbaden nemen, omdat juist in Harzburg zoo'n krachtig werkende bron ontspringt. Bovendien wilden we nog meer van den Harz zien dat wat we te voet of per rijtuig op een namiddagje bereiken konden.

Als het heel erg warm was, wandelden we maar zoo

ocr page 239

237

lang als de hitte ons niet hinderde, en begon de hemel te transpireeren, dan zochten we een koel plekje en een paar skat-spelende heeren, die genoeg te vinden waren, want langzamerhand werd Harzburg een voorstad van Berlijn, Hamburg en Hannover om van Bruaswijk nog niet eens te spreken. We wipten één keer eens over. De stad beviel me best. Het nieuwe gedeelte is Hink aangelegd en het oude is nog beter, en er omheen is veel water en zijn veel parken. De oude huizen en het beeldhouw- en schilderwerk zijn zoo gezellig en prettig als de uiide tijd zelf, waarvan we niet anders dan joligs hooren vertellen. De architecten bouwen niet op dezelfde wijze verder, omdat de menschen tegenwoordig behoefte hebben aan meer ruimte, maar ze fantazeeren niet zoo ia cement als bij ons, en boven den gemeenteschool-stijl van de Berlijnsche architecten, die ontstaan moet zijn uit een kruising van gevangenis-en kazernestijl, zijn ze verheven. Ze laten dien over aan de hoofdstad. Mijn Karei stelt belang in de bouwkunst en als we de straten links en rechts bekijken, ben ik het met zijn oordeel eens. quot;We vonden van den Dom allebei precies hetzelfde: een juweel van Duitschland.

«Kijk daar toch eens,quot; zei ik. »Is het niet op en top Lohengrin? Vóór ons Else's kasteel met de trappen, waar zingende hofdames als achter een lijkkist naar beneden komen en rechts de kerk, waarin ze getrouwd worden.quot;

))Jij ziet overal opera's in,quot; antwoordde mijn Karei.

»Vindt je het zoo af te keuren, dat men in de werkelijkheid terug zoekt, wat ons in de kunst genot gaf?quot;

»Afkeuren, afkeuren, dat nu juist niet, maar men doet het nu eenmaal niet.quot;

»Dat vind ik nu weer af te keuren. Een mensch is toch geen zoutzak die ligt, waar hij ligt, maar een echo.quot;

«Wilhelmine, wees zoo goed en doe wat minder geleerd. In Brunswijk wonen veel groote geleerden. Als die je eens bij toeval hoorden ?quot;

ocr page 240

238

«Wezenlijk groote geleerden, zijn goede menschen. Daarvoor ben ik niet bang, maar menschen, die alles weten, vind ik verschrikkelijk.quot;

«Ken jij zulke lui?quot;

»Niet persoonlijk, maar door kritiken.quot;

Toen wij den volgenden morgen onder de Eiken —waar het heel vol was, omdat de school vacanties begonnen waren — de «Abendsternquot; genoten, kwam een heer naar ons toe en begroette mijn Karei met de brutale woorden:

»Zoo, bent n daar ook? Altijd nog knikkende knieën? Aardig plaatsje hier, he?quot;

«Meneer Schmolickequot;, stelde mijn man voor.

Dat was dus Schmolicke, zoo'n oude gek, om door een ringetje te halen, met lange manchetten, dunne beenen, een stroohoed, den grijzen knevel in groote punten naar boven gedraaid, bijna tot in zijn oogen. De kerel verbeeldt zich eruit te zien als een dertigjarig jeune homme. Als mijn Karei zich zoo'n 11 anellen zoraerpak liet maken, maakte hij een even jeugdigen indruk, maar hij heeft een te goeden smaak.

Schmolicke zette zich bij ons, alsof ik minstens zijn nicht was en riep mijn man toe:

«Nu, Buchholz, oude jongen, je zit toch niet op een droogje ?quot;

«De dokter heeft mijn man op beperkt rantsoen gezet, wat vloeistof betreft,quot; zeide ik met bijtende beleefdheid en ik dacht zachtjes: «Beste jongen, je weet nog niet wat je aan de vrouw van Buchholz hebt.quot;

«Anders is hij toch niet bang voor een glas bier. Mag ik je een glas aanbieden, Buchholz?quot;

«Niet hij, wien het bier slecht bekomt is schuld, als hij er ziek van wordt, maar hij, die hem tot drinken verleidde. Bovendien hebben wij al besteld.quot;

De kellner bracht voor mijn Karei een glas melk en een cognacje en voor mij Juliushaller Sauerbnmnen.

ocr page 241

239

»Wat!quot; riep Schmolicke. «BucUUolz drinkt melivje van de bonte koe? Dat moet ik aan de vrienden schrijven! Die lachen zich slap.quot;

«Jammer dat ze liet niet kunnen bijwonen,quot; zei ik.

Toen de kellner een glas spatenbrau bracht aan Schmolicke, kwamen juist ook onze reisgenooten aan, erge nette lui, waarmee we omgingen, zooals dat in badplaatsen de gewoonte is: je gaat niet elkaar nit zonder elkaar verplichtingen op te leggen. We moesten Schmolicke wel aan hen voorstellen, hoe onaangenaam het ons ook was er achter aan te moeten zeggen: »uit Berlijn,quot; want zulke exemplaren doen vreemdelingen geen bijzonder groot denkbeeld krijgen van de stad van vernuft bij uitnemendheid.

«Gisteren zijn we eens weer naar de Radau waterval geweest,quot; begon de dame.

»De Radau is een bergstroompje, dat door het heeledal loopt,quot; lichtte Karei Schmolicke in.

«Wat weet jij toch alles, Karei,quot; antwoordde hij. ))\Veet je ook waarom de hond altijd driemaal niest?quot;

))Wat voor een hond?quot; vroeg ik.

«Onverschillig welk ras,quot; antwoordde lii.j.

»Er was eens iemand die een hond bad, die een nachtmuts droeg.quot;

»De hond?quot;

«Neen, de man. Hij had een wond aan zijn poot.quot;'

«De man ?quot;

«Neen, zijn hond.quot;

«Op een nacht wordt hij wakker.quot;

«En blaft?quot;

«Waarvoor houdt men er een hond op na, als men zelf op stuk van zaken blaffen moet ? Neen, de man werd wakker.quot;

Mijn Karei begon al onrustig op zijn stoel heen en weer te draaien en zei:

«Nu ja, enzoovoorts, enzoovoorts. Ik geloof niet, dat de dames en heeren het verhaal heel belangrijk zullen vinden.quot;

ocr page 242

240

»0 jawel,quot; zei de dame; »ilv houd bijzonder veel van honden. Ik hoor altijd graag voorbeelden van hun verstand en trouw. Hoe is de geschiedenis verder?quot;

))De geschiedenis is niet verder, dat is juist de grap.quot;

En hij lachte zoo, dat hij bijna van zijn stoel viel. De menschen aan de andere tafeltjes keken verwonderd naar ons. En ik schaamde mij.quot;

«Maar u hebt ons nog niet verteld, waarom de hond driemaal niest,quot; hernam de voorname heer.

Schinolicke zweeg en maakte knipoogjes.

«Misschien ligt de oorzaak daarvan in zijn lijne reuk.quot;

Schinolicke grinnikte.

Ik had een angstig voorgevoel dat er iets onaangenaams zou gebeuren en ik wilde het antwoord voorkomen, toen de heer vroeg:

»Of moeten we hier aan een geval van erfelijkheid denken?quot;

sHij niest nooit drie maal!quot; brulde Schmolicke. «Iedereen vliegt er altijd in, wanneer ik die aardigheid vertel.quot;

En hij lachte zoo onbeschaafd hard, dat ik er rood van werd. De heer en dame stonden op, bogen koel en gingen heen.

«Die menschen kijken ons niet meer aan,quot; dacht ik en in zulke veronderstellingen bedrieg ik mij nooit. Ik toonde Schmolicke, dat ik even koel kon afscheid nemen als de dame en we lieten hem toen alleen met het tafeltje.

Karei had zich zoo geërgerd, dat hij geen woord sprak en mij volgde waarheen ik wilde. Ik ging naar de Quellen-grotte in het Kurpark.

»Karei,quot; zei ik plechtig; »nu ken ik het genre van Schmolicke's verhalen en ik hoop er nooit weer een te hooren. Hoe durft bij onder de heerlijke. Eiken, in deze verrukkelijke natuur en in tegenwoordigheid van beschaafde menschen zulk een discours voeren? Heb je meer zulke kennissen? Ik vind het nu niets meer dan natuurlijk dat je ziek bent geworden, als je zoo'n omgang hebt gehad.

ocr page 243

Schinolicke werkt als vergif. Wat moeten de menschen denken van hem, van ons, van Berlijn? Karei, je staat hier voor Krodo. Hij heeft je geholpen, zweer me bi j Krodo, dat je nooit meer naar die stamtafel zult gaan...

))Wilhelmina, dat gaat niet. De mensch van de negentiende eeuw heeft behoefte aan kroeglucht.quot;

))Dat spreek ik niet tegen, maar hij heeft behoefte aan goede, onbedorven kroeglucht. Zulke Schmolicke's verpesten de atmosfeer. Van vandaag af ondernemen we groote wandeltochten en laten Schmolicke onder de eiken.quot;

))Ocli, die zal zijn gezelschap wel vinden.quot;

«Blijkbaar is hij je nagereisd,quot; hernam ik. «En kun jij over je hart verkrijgen hem zoo koel te behandelen ? Is dat die beroemde vriendschap tusschen mannen van eenzelfde stamtafel ?quot;

«Kom, Wilhelmine, vergeet die geschiedenis nu maar.quot;

16

Siikde, Gedénkschriften.

ocr page 244

HARZDAGEN.

liet koude dal met toebehouren was uudierentuinachtig vol mensclien, het seizoen en de rozen waren in vollen bloei, groot en klein genoot van de natuur. Waar de dennen zoo slank, struiken en hoornen zoo krachtig ontwikkeld, de rozen zoo frisch en welriekend zijn, daar rnoet ook de menscli gezond worden, liet koude dal draagt inet recht zijn naam. Is de dag heel warm geweest, dan stijgt, na zonsondergang, uit het koude dal, de koele berglucht in liet stadje Harzburg en naar de legersteden van hen, die hier genezing zijn komen zoeken. De nachtrust is daardoor dubbel verkwikkend, vooral als men denkt aan de huizen van Berlijn, die te middernacht nog de warmte van den dag uitstralen.

Pi Tusschenbeide reden we naar Ilsenburg en zaten in den tuin van het welbekende hotel «zu den rothen Forellenquot; en genoten van die mooie bloemen en de keurige groenten-bedden, voerden de visschen in den vijver, waarop men met zwanen om het hardst roeien kan, bezochten het Ilsethal, waar 's avonds nog altijd de elfen en feeën in den - ruischenden waterval spelen, zooals de dichters zeggen en waarvan ook ik overtuigd ben, want als ze zich ophouden waar het mooi is, dan moeten ze ongetwijfeld bij den llsenstein zijn.

ocr page 245

243

In de tegenovergestelde richting ligt het Okertlial. De weg daarheen voert door een stuk hel, want de ijzersmelterijen verspreiden een ond ragelij ken zwavelstank, men stikt er half van den rook en van den damp en de vlammen flakkeren hoog in de lucht, alsof het zoo maar niets is.

«Zie je en ruik je dat?quot; zei ik. «Net zoo is het bij den duivel, alleen nog wat erger.quot;

))Onzin, de duivel kookt ook al lang met gas.quot;

«Een ding verzoek ik je vriendelijk. Karei: neem als je blieft geen voorbeeld aan Schmolicke. Dat zou ik verschrikkelijk vinden.quot;

Onze koetsier heette Wellner. We reden graag met hem, omdat hij de heele streek kende en met de bezienswaardigheden op jij en jou stond. Hij vertelde dat een jonge spar even zooveel waard was als een volwassen beuk, want de houtdief kreeg dezelfde straf, als hij er een stal. We vroegen hem wat dat voor molens waren, die door den Oker in beweging gebracht werden.

«Dat zijn slijpmolens,quot; antwoordde hij; «ze zagen het hout, waaruit papier gemaakt wordt.quot;

«Zoo, zoo,quot; zei ik; «die leveren dus aan Spielhagen het papier, want hij heeft den houterigsten stijl van alle schrijvers uit het heele land.quot;

«Heb jij bet recht daarover te~oordeelen ?quot; vroeg Karei.

«Hij zegt toch ook van mijn werk wat hij denkt, dan hoef ik, dunkt me, over het zijne ook niet te zwijgen. Als je zijn verhalen hardop leest, moet je na een kwartier naar den stotterdokter. Zijn laatste boeken bevielen mij nog het best.quot;

«Zie je, je oordeelt altijd voorbarig.quot;

«Ik heb ze namelijk niet gelezen.quot;

Men kan ook van de Kastenklippe en de Feigenbaums-klippe in het Okertlial komen en van daar naar Romker-halle en den Waterval. Dat gaat tamelijk stil naar beneden. Karei wilde absoluut, maar ik niet.

ocr page 246

2M

«Opklimmen kan ik wel, maar naar beneden kost me te veel moeite.quot;

«Ik geloof dat mevrouw Bergféldt beter te voet is dan jij ?quot;

Eén blik van mij was genoeg. Hij keek den anderen kant uit.

We liepen een poos zwijgende naast elkaar.

»Karei,quot; zei ik eindelijk om de onweersachtige stemming te verbreken. «Niets bedriegt meer dan witte kousen; in de moderne zwarte kan zich ieder met baar meten. Bovendien gaat ze je niets aan; binnenkort trouwt ze en haar Butscb beeft een paar krachtige armen. Als ik jon was, zuil ik nooit ongewatteerd in zijn nabijheid komen.quot;

«AVees maar niet bang. AA'ie met mij begint, bijt in bet zand.quot;

»Zeg, 'tis beter dat je geen Krodo meer drinkt. Je wordt te overmoedig.quot;

De levenslust was ontwaakt uit de arbeidsmoeheid, vrij van de neerdrukkende stadszwaarte en bacillenverlamming, de tooverkracht van den Harz had hem gewekt; 'twas wel het sprookje van den prins en de sclioone slaapster in het bosch, dat volgens de nieuwe lezing beteekenen moet dat te veel spinnen, naaien en breien ongezond en de achturige werkdag noodzakelijk is. Dat noemen ze met verstand uitleggen van volkssprookjes.quot;

Intusschen was er ook een comedietroep gekomen. In de Kursaal traden allerlei grootheden op; er werden kinderfeesten gegeven voor de kleinen en voor de ouders. Militaire concerten losten het Kur-orchest af, en reunions en bals gaven aan allen, die sool- en dennennaalden baden noodig luidden, de beste gelegenheid om de teruggekregen lenigheid en veerkracht van hun dansbeenen op de proef te stellen. Het glanspunt waren de wedrennen. Toen eörst werd het in Hartzburg levendig. AVe deden aan alles mee, jammer dat Karei geen licht wedrénpak had. Je zag sommigen rondluopen als tweebeenig vanille-ijs. In de hertoge-

ocr page 247

245

lijke stoeterij te Harzburg werden alleen paarden gefokt, die prijzen winnen. Op de markt worden venlens van een jaar betaald met twintigduizend mark. We bewonderden die prachtige dieren en zagen ook bij Woldag portretten van de beroemdste renners, die gemaakt waren naar de olieverfschilderijen van prof. Sterling, die ook Ie vijf zinnen geschilderd heeft, voorgesteld door vijf hondentvpen.

Dit eene hoekje van den Harz bood zooveel afwisseling, dat ons weinig tijd voor het andere deel overbleef, toen onze kuurtijd was afgeloopen, maar een stnk wilden we toch nog zien en de rest voor het volgende jaar laten. We reden dus in een mooi, gemakkelijk rijtuig over den Plessenburg naar de sSteinerne Rennequot;. Als de weg steil werd, stegen we voor het plezier van de paarden uit en liepen door het bosch. Hier en daar bloeide vingerhoed, soms een enkel plantje alleen en dan moest je aan een vuurroode waskaars denken, maar dikwijls ook in dichte massa's bij elkaar, gelijk een in de zon uitgespreid purpei kleed van den berghonig.

We konden bijna niet scheiden van het bruisende water van de Steinerne Renne; het schuimde tusschen de rotsen door en stortte zich groen-schemerend in de diepte, stroomde weder een eind rustig verder en kreeg dan weer ruzie met de steenen; zoo ging dat onafgebroken voort. Wij wandelden met het water mee, maar een massa menschen kwamen aan weerszijden naar boven klauteren, jonge heertjes met in het wit gekleede dames vooral veel, omdat het Zondag was. 't Was een prettig gezicht, al die mooi aangekleede menschen in liet bosch, langzaam rechts en links naar boven stijgend, sommige paartjes stonden stil om de waterschoonheid te bewonderen, anderen hadden haast om de restauratie te bereiken, waar zulk lekker schuimend bier te krijgen is en de muziek vroolijke deuntjes speelt! De zonnestralen huppelden op het water, op de lichte japonnetjes, op de bonte linten en opgeruimde gezichten met frissche wangen

ocr page 248

24')

en schitterende oogen. Dat was zoo heerlijk zondagsch l

«Karei,quot; zei ik, »de Harz bezit alle goede eigenschappen, 't Is maar de quaestie ze te ontdekken.quot;

Wernigerode met zijn onderwetsch raadhuis, waar, zooals meestal bij zulke gebouwen het geval is, een drinkgelegenheid den dorstigen lafenis brengt, en zijn slot, vanwaar men een uitzicht heelt, dat liet hart ruimer doet worden, lag in Zondagsrust. Alleen de in Harz-souvenirs handelende kraampjes waren open.

))Zie,quot; zei ik tot mijn Karei, «daar ligt «Voor gewone menschen' van Johannes Trojan voor liet raam. Dat heb je toch al lang willen koopen.quot;

We gingen naar binnen en vroegen om het boek.

»'t Spijt me wel,quot; zei de man. «Boeken mag ik Zondags niet verkoopen.quot;

»Ook geen bijbei, geen gezangboekquot;.

»Ik zou met een groote boete gestraft worden. Alleen Harz-souvenirs mag ik verkoopen. Wilt u dit klimaapje met een miniatuur-fotografie van den Rathskeller als souvenir meenemen?quot;

»Up liet oogenblik niet, dank u. Maar wanneer ik nu in het boek schrijf: «Ter herinnering aan Weringerodequot;, dan is het toch een Uarz-souvenir ?quot;

Hij gaf me een pen en ik schreef op de eerste bladzijde: «Aan mijn lieven Karei, ter herinnering aan Weringerode in de eeuw van het gezonde menschenverstand,quot; betaalde den verlangden prijs en ging heen met het trotsche bewustzijn aan den rand van den misdaadsafgrond het pad der deugd niet te hebben verlaten.

«Wat zeg je daarvan?quot; vroeg ik aan mijn man.

«O Heer, wat is Uw diergaarde groot. Of meen je iets anders?quot;

lu den namiddag kwamen we in Blankenburg aan. Hoe mooi en romantisch en netjes lagen de kerk en het slot boven op den hoogen berg. -Met zonsondergang waren we

ocr page 249

247

op den Ziegenkopf, vanwaar we een heerlijk uitzicht hadden op de stad en op de Broeken en de Hexentanzplatz. De restauratiehouder daar boven heeft den top van den Ziegenkopf gekocht, maar daar rondomheen plant de fiscus denneboomen, en wanneer die na jaren groot zijn geworden dan is het uit met het uitzicht, en Blankenburg heeft een aantrekkingspunt minder totdat de hoornen omgehakt worden.

))En wat doet de stad dan?quot; vroegen we. «Moet Baedeker dan het mooie uitzicht uitschrappen Moeten de vreemdelingen zoolang met Zwitserland tevreden zijn? Want de fiscus heeft in plaats van een hart een groote inktvlek. Hij heeft nergens gevoel voor.

»De Harzclub heeft de zaak al in handen genomen,quot; heette het. »Ze bouwen een toren, die boven de dennen uitsteekt en dan is het uitzicht niet heelemaal verloren.

»De Harzclub? Wat is dat voor een club?quot;

»Een vereeniging van menschen niet alleen uitdenHarz, maar ook van vrienden van den Harz, die in andere steden wonen.' De Vereeniging heeft zich ten doel gesteld de schoonheden van liet gebergte op den voorgrond te doen treden, het reizen in den Harz voor de vreemdelingen gemakkelijker te maken, goede wandelwegen aan te leggen, kortom, van den Harz een natuurtuin te maken, zooals men er in de heele wijde wereld geen tweeden vindt. Overal maakt ze de wegen elfen, legt nieuwe aan, meer dan zesduizend wegwijsbordjes heeft ze laten ophangen, en tweeduizend banken laten zetten.quot;

«Veel banken zijn hier, dat is waar,quot; zei mijn Karei, «maar men heeft meestal hooge hoornen voor zijn neus, zoodat men van het uitzicht niets geniet. Waarom heeft men daar de hoornen niet gekapt ?quot;

Het eenige antwoord was: «fiscus.quot;

«Me dunkt, dat er in den Harz hout genoeg is en dat een beetje kappen niet zou hinderen.quot;

ocr page 250

248

«Fiscus.quot;

«Uitzichten zijn toch veel waard, meer dan die paar boomstammen. Want de vreemdelingen komen toch gedeeltelijk om de uitzichten. Weet dat de Fiscus niet ?quot;

De menschen haalden de schouders op.

Zoodra het begon te schemeren, werden in Blankenburg op eens de electrische lantarens aangestoken. Dat maakte een aardigen indruk, en toen we den berg afdaalden, 11 i k-kerden tusschen liet groen op den weg de glimwormpjes. Dat was ook aardig. We namen er een in de hand, zetten l iet op het horlogeglas en konden bij het licht ervan precies zien Iioe laat het was. Zoo maakt ieder zich licht op zijn manier. Met en zonder fiscus.

In den tuin van het »Weise Rossquot; en Blankenburg, waar we het heel goed hadden, staat een merkwaardige boom, een eik namelijk, die in het jaar 1871 dooi1 de Franscheu geplant is, toen ze hun prettigen gevangenistijd in Duitsch-land doorbrachten. Den Franschen beviel het in Blankenburg zoo goed, dat ze die groene herinnering ten teeken van d mkbaarheid achterlieten.

Mijn Karei zei, dat de Franschen op zichzelf genomen nog zoo kwaad niet zijn, hun couranten deugen alleen niet; die hitsen het publiek op en gebruiken in hun opgeblazenheid, waaraan alle meer of minder lijden, groote woorden.

))We kunnen toch blij zijn, dat het bij ons heel anders is,quot; zei ik. Wij zijn bescheiden. «Kunnen ze van ons zeggen, dat avc in Afrika voorbarig opgetreden zijn? Hoe rustig slaap jij in bij de hoofdartikels, en de extra-tijdingen, waarmee ze in de straten opstootjes veroorzaken, zijn meestal uit den duim gezogen. Dat arme, arme Frankrijk. Maar waarom hitsen toch die couranten zoo, waarom wekken ze haat en verachting en partijgeest op?quot;

»Oni geld te verdienen, Mientje, alles draait om het geld.quot;

«Jammer, dat ik geen Fransch ken, anders zou ik dien

ocr page 251

249

rnenschen hunne verkeerdheden eens onder het oog brengen, en dan konden ze er op rekenen eeuwig vrede te hebben.quot;

«Juist; weg met de wapens en een rok aangetrokken. Leve Moltke!quot;'

«Karei, wat meen je daarmee ?quot;

«Dat we naar liet station moeten.quot;

In Harzburg hadden ze ons al verteld van de interessante Harz-Zahnradbahn tusschen Blankenburg en Tanne, waarvoor liet plan ontworpen werd door een Zwitserschen abt, maar uitgevoerd door den geheunen baurath Schneider, ofschoon geen mensch geloofde, dat zoo iets zou opnemen, en de vakmannen voorspelden dat er niets van terecht zon komen. Als het patent zooveel voordeel opleverde, als ze beweerden, dan zonden de Engelschen zich er al lang van meester gemaakt hebben. Maar omdat die er niets van wilden weten, kon'de uitvinding onmogelijk dengen. Er hoort moed toe, om iets te beginnen als van den aanvang af een zaak zoo afgetakeld wordt, en niet alleen moed, maar ook wilskracht en overtuiging. Nu is de lijn klaar en gaat zoo goed als iets.

Bij ons in de uitzicht-coupé zat een heer, die op de hoogte was. Deze wagens zijn volgens het systeem van de rheumatiekwagens van de Berlijnsche paardentram gebouwd, de banken over de breedte, aan beide zijden open, zoodat het uitzicht in de heerlijke natuur alleen dan verborgen is, wanneer de gordijntjes voor den regen moeten dichtgeschoven worden.

Zoolang de locomotief op elfen bodem is, trekt ze net als alle andere locomotieven, maar zoodra de weg begint te stijgen, liggen drie tandradrails tusschen de twee gewone rails en de machine werkt nu met dubbele kracht, en ze zucht en steunt daarbij geducht; geen wonder, want 't is geen kleinigheid een heelen trein den berg op te sleepen. Zoodra het minder steil wordt, houdt ook de drie dubbele tandradbaan op en rijdt men gewoon, net als op

ocr page 252

250

andere lijnen. Het voordeel van zoo'n tandradbaan ligt hierin, dat de rails niet kurketrekkers gewijs om den berg behoeven gelegd te worden en minder tunnels noodig zijn. Daardoor wordt de weg korter, de aanleg goedkooper, omdat toch rechtuit klauteren, al gaat het ook langzamer, eerder het einddoel doet bereiken, dan gauw rijden langs een grooten omweg. De hoofdzaak bij deze baan is dat iedere tand op het juiste moment zich vasthaakt in de getande rail en dat gaat zoo doodeenvoudig, alsof twee verstandige, kalme menschen elkaar de hand geven.

Toen de baan boven alle verwachting aan het doel beantwoordde, zeiden ze allemaal dat ze dat wel vooruit geweten hadden. Maar Albert Schneider en de enkele menschen, die op hem vertrouwd hadden, waren eigenlijk de eenige geweest. Langzamerhand kwamen Engelschen, Italianen en Zwitschers de tandradbaan bestudeeren. Het gevolg daarvan is, dat in Engeland en in andere landen, ja zelfs in Indië ze de Harzer tandradbaan hebben nagemaakt.

Wij hoorden dit met genoegen, terwijl wij in de onver-valschte morgenlucht geheschen werden en de Harz zich weer van een heel anderen kant aan onze blikken vertoonde. De Duitsche ondernemingsgeest en kundigheid maakt Blankenburg voor de bezoekers nog aantrekkelijker.

Terwijl wij naar vele kanten uitkeken en met zekere erkentelijke tevredenheid van de natuur aannamen, wat zij bood, deed een van de medereizigers niet anders dan schelden en brommen. Als de locomotief toch al bijna achterwaarts kopje over buitelt, kan ze toch niet galopeeren? Hij praatte van slakkengang en vóórhistorische vervoermiddelen. Waarom stapte hij dan niet liever uit en liep? Als de machine omgespannen werd, omdat zs bergop duwen en bergaf remmen moet, opdat zulke brompotten als hij niet in den afgrond gegooid worden, dan riep hij: ))Wat is dat nu weer voor een getreuzel ? Moeten we hier soms van nacht blijven?quot;

ocr page 253

251

En daarbij wist liij net zuo goed als wij uit zijn spoorboekje, wanneer de trein boven aankomt, geen minuut vroeger of later. Zulke reisgenooten zijn vervelend en kan men het den conducteurs kwalijk nemen als ze kortaf worden, wanneer ze onophoudelijk met domme vragen worden lastig gevallen? Gedragen ze zich wezenlijk ongepast, dan dadelijk het klachtenboek gevraagd, wanneer het. — hetgeen zelden liet geval is, — vóór het vertrek van den trein te vinden is.

«Karei,quot; zei ik, «die man heeft stellig een leverkwaal; Als hij wist, dat er een Krodobron bestaat, wat zou hij gauw ervan gaan drinken.quot;

»Dat geloof ik niet. Hij scheldt en bromt veel liever. En het zijn de ergste narren die hun kap met bewustzijn dragen.quot;

Uoogerop, waar de grond kaler werd, waar weinig groeide, waar ze naar ijzererts graven, begon het gebrom weer.

«Dat is nu die beroemde Harznatuur. Een mooie boel! Nergens een bloem te zien.quot;

«Mag ik u een raad geven ?quot; vroeg ik en voordat hij ja of neen kon zeggen, vervolgde ik: »1] moet lid worden van de Harzclub en dan voorstellen dat voor uw plei/Jer aan weerszijden van de baan anjers gezaaid worden, dan hebt u rust en wij ook.quot;

Me dunkt, dat ik hem daar eens netjes op zijn plaats had gezet.

Maar voor goed was hem de mond niet gestopt. De bel aan de locomotief beviel hem niet, ofschoon ze, zooals men ons vertelde-, een uitvinding was, die ze daar toevallig door het bestudeeren van de wind- en luchtdruk-verhouding hadden gedaan, en dus daarom alleen reeds onze bewondering verdient. Waarom was de man niet liever in Blankenburg in de groote inrichting voor zenuwlijders gebleven, die juist daar gebouwd is omdat die lucht zoo versterkend op de zenuwen werkt? Wat zijn er tegenwoordig toch

ocr page 254

252

een massa zenuwzwakken! Wanneer vroeger de mensch met zorgen en verdriet te kampen had, riep hij de hulp in van den lieven God en de strijd maakte hem sterker. Tegenwoordig werpt hij eenvoudig zijn geweer neer en zichzelf in de armen van den zenuwdokter.

We hielden halt in Rübeland. Daar heeft men de Rau-mans -— en de Biels — en de nieuwste en meest geliefkoosde Hermannshöhle. Ook in ))höhlenquot; heeft men nieuwigheden.

Met nog ruim vijfliondenj nieuwsgierige mannetjes en vrouwtjes, die ook eens wilden zien hoe de aarde er van binnen uitzag, werden wij door een gids, die een leeren huis aanhad en een groene kap op het hoofd, in het hol gebracht. Maar koud!

In hun ur-toestand zijn holen voor het groote publiek ongenietbaar en eigenlijk alleen bestemd voor bergwerkers en steenen-geleerden, maar met aangelegde gangen en trappen en electrische verlichting maken ze ook op leeken een eigenaardigen indruk. De gids wees ons het druipsteen, dat den vorm had van preekstoelen, varkens, hoofden, maar meestal geleek op lang uitgegroeide pieterseliewortels. Wie een stuk steen afbreekt, moet vijftig mark boete betalen, en dat, zei de gids, is een te dure aardigheid, voor vijftig mark kan men iets beters krijgen. In de grot heeft men veel berenschedels gevonden, maar er liggen nog duizenden beenderen verkalkt door elkaar.

))Het is niet waarschijnlijk,quot; zei de gids, «dat de beren in de grot geleefd hebben, maar ieder dier zoekt zich, wanneer het zijn einde voelt naderen, een verborgen hoekje uit om te sterven, en de beren hebben zich vermoedelijk in deze grot een laatste rustplaats gezocht. Daarom noemt men dezen hoek het Berenkerkhof.quot;

De man wist nog meer, veel meer te vertellen, dan een gewoon plezierreiziger zonder zich te overladen in zich op nemen kan.

ocr page 255

253

Mijn Karei vond het prettig te weten, dat uit de Ri'ibe-landerstreek en daarachter de kalk gehaald wordt, die ze tegenwoordig in Berlijn veel gebruiken bij het huizen bouwen. Vroeger kwam de bouwkalk voor Berlijn hoofdzakelijk uit Silezie, maar sinds de tandradbaan het transport zooveel goedkooper heeft doen worden, hebben ze de klandisie aan den Harz gegeven. Zoo brengt een nieuwe inrichting soms een verandering in een zaak, waar men die heelernaal niet verwacht had.

We aten uitstekend aan het station van Rübeland. Den brombeer waren we kwijt geraakt, en 't was of het denne-groen nu lekkerder rook en de zonnestralen meer schitterden. Mijn Karei vond dat bier een glas schuimwijn bij paste en ik ook. Bij het eerste glas herdachten we het hoekje aarde, waarop we gezond waren geworden, den Harz, bij liet tweede de llarzclub, die zooveel gedaan heeft om het den reizigers in deze streek gemakkelijk te maken.

»Men ziet hier alweer dat veel groote dingen ongemerkt en in de verborgenheid tot stand kunnen worden gebracht,quot; zei mijn Karei, voordat we klonken, »en dat is mogelijk, wanneer velen het met elkaar eens zijn en zich niet door kleingeestigen partijhaat laten weerhouden het goede te doen. Hier hebben allen gewild, dat de Harz in ieder opzicht verbeterd werd, en zij hebben hun doel bereikt.

Gave God dat in het groote vaderland allen die het woord voeren,- er naar streefden liet voorbeeld van deze mannen te volgen, dan werd uit de politieke wildernis een heerlijke tuin geschapen, een groot onoverwinnelijk, onaantastbaar Duitschland! Lang leven de vaders van de Harzclub H. C. Hüch en geheimrath Albert Schneider.quot;

We klonken, en met geestdrift!

De volgende glazen ledigden we op het welzijn van lieve, vriendelijke menschen, die wij het geluk hadden te ontmoeten. Wij dachten met oprechte dankbaarheid aan hen.

ocr page 256

254

Toen haalde de trein ons af en na een paar dagen waren we weer in Harzbnrg. Ik laat het aan oom Frits over te raden of ik op de Broeken ben geweest.

We moesten naar huis. Onze vaeantie was om. Ik had graag Goslar, de keizerstad, nog eens gezien, met den echten keizerstoel, dien ze in 1809 aan een blikslager, Mavers, voor zeven en twintig thalers verkocht hebben, om hem te versmelten. Toevallig kwam de vroegere troon in handen van kenners, die hem aan prins Karei voor drie duizend mark verkochten. Nu staat hij op zijn oude plaats in de zaal van liet gerestaureerde keizerpaleis, waarvan de wanden beschilderd worden door professor Wisli-cenus.

»Kun je je voorstellen,quot; vroeg ik aan Karei, ))hoe het met Duitschland gesteld was, toen het zijn keizerstroon aan een blikslager verkocht, omdat niemand er waarde aan hechtte en hij in het bezit was van menschen, die zijn metaal- noch zijn kunstwaarde kenden, en het allerminst schenen te denken aan liet gebruik, dat er van gemaakt was. Wat was er geworden van het eens zoo grootsche Duitsche rijk? Vergeten, met voeten getreden. Toen is er een gekomen, die de stukken weer te zamen heeft gebracht, met bloed en met staal en dat was een groot en edel man, wien God den keizerskroon op het hoofd zette, Wilhelm de Eerste van Hohenzollern. Nu zal ook het rijk voortaan één geheel blijven. De adelaar der Hohenzollern heeft krachtige klauwen.quot;

We hadden den laatsten middag bestemd om een afscheidsbezoek te brengen aan den Burgberg. Toen ik naar den bloemist ging, en meteen Harzbnrg nog eens door-kuierde, hoorde ik uit een villa harpmuziek, waarnaar ik reeds vroeger geluisterd had. Waarom maken ze een mensch liet afscheid-nemen zoo moeilijk?

»Waarvoor heb je die rozen gekocht?quot; vroeg mijn Karei, toen ik hem afhaalde.

ocr page 257

255

))lk vond ze zoo mooi,quot; antwoordde ik.

»Ja, ik heb ook nooit mooiere gezien,quot; zei liii.

Wij klommen naar boven, niet langs den gemakkelijken weg, maar over den stelleren kleinen Tinrgberg. We konden na klimmen als in vrijheid gedresseerde gemzen. En boven sloten we de liefelijke omgeving zorgvuldig in ons hart en in ons geheugen.

Daar, waar het ooquot; ong-ehinderd om zich heen weiden

quot; O O

kan, op den top van den Burgberg, strooide ik de rozen langs de helling. Mijn Karei keek me verwonderd aan. Ik zeide:

«Dominéé Tvme, die zulke mooie novelle's inhetllarzer dialect schrijft, heeft mij eens verteld dat een student uit Göttingen zicli op den Durgberg verloofd heeft, en ciat moet op dit plekje geweest zijn, denk ik, want van hier kon hij ver in liet Duitsche vaderland zien, dat liij groot gemaakt heeft. De student was Otto von Bismarck. Deze rozen strooi ik ter eere van zijne Jobanna, die liem met zooveel liefde en trouw ter zijde heeft gestaan.

))Het is heel gemakkelijk iemand een huwelijksreisje aan te raden, maar met wie?quot; — Dat was altijd liet antwoord van oom Frits, wanneer men hem duidelijk wilde maken, hoe verkeerd bet van hem was, dat hij zoo alleen bleef, en dat het echtelijk leven zooveel gelukkiger was dan dat van een ouden jongenheer. Tegen mijn man zeide bij zelfs eens: «Karei, schrijf me toch al die heerlijkheden eens op verzegeld papier, netjes, soort bij soort, opdat ik mij kan overtuigen.quot;

Alsof de echtelijke gelukzaligheden geweven waar zijn die men sorteert! Ik antwoordde: ȟf je nu spot of niet, de zaak blijft dezelfde. Wat hebben de menschen al een

ocr page 258

250

boel woorden vuil gemaakt over de Zegezuil en ze staat er nog altijd, dus jij zult ook met een paar van je grappen den sinds duizenden van jaren geheiligden echt niet van zijn voetstuk gooien...quot;

oAVilhelmina, Wilhelmina, haal eerst diep adem, anders hap je straks naar lucht,quot; zeide hij.

Natuurlijk zweeg ik toen en dacht: «Nemesis zal jou nog wel eens te pakken krijgen, mannetje,quot; maar het lot had liem een groot gebrek beschoren, ot' beter gezegd, iiij verschafte liet zichzelf. Oom Frits is altijd aan het systeem sllelp u zelfquot; geweest.

Mannen hebben in dat opzicht veel boven ons voor, en ik voor mij geloof niet dat liet anders worden zal, al worden de gymnasia voor meisjes ingevoerd. Al weten ze ook hoe echtgenoot, huishouding, wasch, ingemaakte komkommers en zoo in het Latijn heeten, dan ziju ze nog niets verder; de damesverkiezing blijft tot de balzaal beperkt. In het ernstige leven, waar raadhuis en dominéé een rol spelen, moeten de meisjes met neergeslagen oogen op de jongelingen wachten. Een verstandige en voorzichtige moeder kan weliswaar veel helpen, en vele mannen moet het geluk inderdaad onder den neus gebracht worden, maar men moet niet alleen daarbij met heel veel overleg te werk gaan, maar zelfs in het verborgene en zonder apparaat arbeiden, niet als een agent van politie, die de heele familie erbij haalt. En als dan haar wenschen vervuld worden, zal ze toch wel weten, wie ze dankbaarheid schuldig is, wanneer die verlangd wordt. Maar als het dergelijke fijnere gevoelens betreft, stuurt men geen rekeningen, tenminste niet onder beschaafde menschen.

Men verbeeldt zich soms dat er aan de mooie dairen

O

van Aranjuez nooit een einde zal komen, dat men het laatste verdriet eindelijk achter den rug heeft, maar jawel, juist op het moment als men zich daarover wil gaan verheugen, dan gebeurt er iets. Oom Frits kwam ons

ocr page 259

257

vragen of -we Zaterdag een rijtoer naar Saatwinkel wilden meemaken; 't zou vreeselijk gezellig worden, beweerde hij.

»Fritszei ik, A't hangt heelemaal van het gezelschap af, of zulk een uitstapje gezellig wordt. De dag is lang. Zijn er bij, die meenen, dat men bij elkaar is orn als marmeren standbeelden op hun plaats te blijven zitten, dan bederven ze evengoed liet pleizier van de anderen, als zij, wier innerlijke mechaniek pas in beweging wordt gebracht, door een bepaalde hoeveelheid alkohol, ze herinneren aan de automaten; bovenin werpt men een geldstuk en onderuit komt het pakje chocolade; ze gieten zich stei'ken ilrank door het keelgat en er komen lange woorden uit, om zoo te zeggen: de ongecultiveerde natuurmensch vertoont zich, en liet vroolijk begonnen feest krijgt op het laatst iets van een dolhuis.quot;

«Wilhelmine,quot; zeide hij en trok een van zijn ernstige gezichten, waardoor ieder die hem niet kent zich iaat bang maken, «je studeert zeker philosophie ?quot;

))Menschenkennis en meiisclieiioudervimling,quot; antwoordde ik kalm, omdat ik eerst eens moest onderzoeken waar liij heen wilde.

«Ik geloof, dat het niet goed voor je is, dat je altijd met je neus in de boeken zit, al zijn Schopenhauer's werken nog zoo goedkoop.quot;

« Wat wil je met die opmerking over Schopenhauer zeggen ?quot; vroeg ilc beleedigd.quot; ))Je weet best, dat ik haast geen bier drink.quot;

»Ik dacht niet aan een woordspeling op «Schopenquot;; ik meende er alleen mede, dat je de dingen te diepzinnig opneemt. Kom, ga met ons mee naar buiten, de frissche lucht zal je goed doen. Je moet de kikkers hooren kwaken, en de nachtegalen uit het beekje zien drinken, en hun voorbeeld volgen.quot;

»Frits, daarvoor ben ik te oud en te erg op mijn gemak gesteld.quot;

Stinde, Gedenkschriften. 17

ocr page 260

258

))OclI kom, zoo stijf ben je nog niet.quot;

»De vroolijkbei| en uitgelatenheid past beter aan de jeugd.quot;

«Jij bebt nog veel tijd voordat ze je in je buisje zonder trappen leggen. Geniet dus liet leven nog maar.quot;

»Frits, in allen ernst, geloof je beuscb, dat zoo'n rijpartij een genot is ?quot;

))Wie liet niet gelooft, kan ook nog zalig worden,quot; antwoordde liij, en nu op eens ernstig wordende, vervolgde bij: »Maar ik wil openhartig tegen je zijn....quot;

))Diis dat was je tot nu toe niet? Dat valt me tegen van je. En je behoeft bij mij met je plannen nu niet meer aan te komen.quot;

)AVees toch niet zoo dwaas, Willielmine. Precies om twee uur, midden-Europeescbe tijd, rijden we aan den ISran-denburger Thor af.quot;

»Bij deze hitte!quot;

»Bij deze hitte doe je een heerlijk middagslaapje in liet rijtuig; als het niet warm is, kom je er niet toe. \\ e rijden langs het Kanaal, door de Jungfernhaide naarSaat-winkel; daar drinken we eerst koffie....'quot;

«Wie -— wij. Frits ?quot;

»In de allereerste plaats jij, mijn schat, dan je teerbeminde Karei....quot;

«.luist, dat is bij.quot;

»Je beide schoonzonen met bun vrouwen ....quot;

))Betti kan niet, en baar man zal niet zoo egoïst zijn baar alleen te laten.quot;

«Mijn vrouw kan ook niet, maar ze beeft me vrij afgegeven. Ze beeft zelfs een buissleutel van alluminium laten maken, omdat die minder zwaar is dan een gewone.quot;

))Ik blijf ook thuis.quot;

«Wat voor verontschuldiging heb je ?quot;

Terwijl ik naar een eenigszins geloofwaardige uitvlucht zocht, begon hij hard te lachen.

«Blijf gerust thuis, Willielmine!quot; riep hij lachende, «blijf

ocr page 261

259

gerust thuis. Maar mijn zwager moet mee en zoo dikwijls op jouw gezondheid en up die van je lieele familie drinken, tot hij zich verbeeldt, pas geëngageerd te zijn. Sinds hij uit Harzburg terug is, is hij allemachtig zwaar op de hand geworden.quot;

».lij ontziet niets en niemand!quot; riep ik boos uit. »Jij zoudt in staat zijn . ...quot;

))Zeker, zeker, tot alles wat je maar wilt.quot;

)AVie gaat er nog meer mee ?quot;

))De Sanitiitsrath.quot;

«Dat is wat anders. Als mijn schoonzoon, de sanitiitsrath, tijd heeft, wie zou dan knunen zeggen geen tijd te hebben. Gaan de kinderen ook mee ?quot;

»Je hebt zelve eens beweerd dat kinderen en geëngageerde paren den mooisten rijtoer bederven.quot;

»Ja, de kinderen van andere menschen. Maar die van mijn schoonzoon . .. .quot;

»Zijn even groote bengels.quot;

«Kinderen zijn kinderen, vooral Frits is zoo'n echte natuurlij Ice jongen, maar die brengt het nog ver in de wereld. Ën welke trouwlustigen ?quot;

»Mda, de dochter van den commissaris van politie ; sinds vele jaren heeft zij al een gevoel, alsof ze negen en twintig is.quot;

»Zoo; heb je op haar een oogje?quot;

«Geraden. Zie je, toen hij nog in dienst was, hebben ze zoogenaamde betere dagen gekend.quot;

«Zijn vrouw slierde in mosgroen peluche over straat en Mila werd naar een kostschool in Zwitserland gezonden om het echt Fransche accent te krijgen, maar om het huishouden te doen, is ze te zenuwachtig, en daarom laten ze haar zitten. Dat heb ik al lang gemerkt. Ik heb mijn oogen niet alleen om te slapen.quot;

«Juist om haar aan een man te helpen, neem ik haar mee. Ze heeft een kansje.quot;

ocr page 262

))Wat is hij en wat heeft liij ?''

))Ook later een kansje.quot;

))Met zoo'n gewaagde speculatie wil ik niets te doen hebben.quot;

«Dat is ook niet noodig. Je zult je er heelemaal buiten houden. Jij hebt je Karei. Het jonge mensch heeft een voorloopige betrekking bij het gerechtshof. Later wordt hij waarschijnlijk vast aangesteld.quot;

))\Vat komt er van de familie terecht, wanneer hij sterft en zij met de kinderen blijft zitten ?quot; vroeg ik, want ik herinnerde mij plotseling, dat er aan zulke baantjes geen pensioen is verbonden.

»Voorloopig heeft ze nog geen kinderen en gebrek zal ze niet lijden, wanneer de oom borg spreekt, jaarlijks een duitje afstaat en hun laat erven als hij sterft.quot;

»Wat is dat voor een oom ?quot;

))Een vroegere heereboer in Schöneberg met een aardig stukje land.quot;

))Zoo, zoo. Nu ben ik tenminste wat beter op de hoogte van het complot. De oom moet in een feestelijke stemming gebracht worden, zijn toestemming geven, met zijn geld voor den dag komen, enzoovoort; Neen, neen, hoor, jullie hebt tevergeefs op mijn hulp gerekend.quot;

ïAVil helm ine, je hebt niets anders te doen, dan als pronkstuk te dienen. Heb je lust een praatje met den oom te maken — en wie heeft beter slag van met zulke luidjes om te gaan dan jij ? — dan is het goed; heb je geen lust, dan kijk je niet naar hem om. Ze hebben al him hoop op jou gebouwd 'Wilhelmine. Nu, adieu. Zaterdag om twee uur. Thuis blijven kan je niet, want je man heeft al ja gezegd.quot;

En weg was hij.

Ik overlegde de zaak nog een heelen tijd. Gelijk had Frits. De commissaris van politie zat iu liet nauw en dat is geen kleinigheid voor een man van meer dan middelbaren leef-

ocr page 263

261

tijd. zij spreekt niet over de zaak. Ze zegt: mijn man had genoeg van dat gebonden leven. Ik heb haar al eens willen antwoorden: »Dan bent u zeker nit pure zucht naar vrijheid van de derde naar de vierde verdieping verhuisd,quot; maar ik heb mijn mond gehouden, om haar niet te kwetsen. De waarheid doet het meeste pijn, wanneer men een oogen-blik te voren gelogen heeft.

In den grond van mijn hart had ik wel lust in een buitenpartij. Mijn Karei en ik zijn echte buitenmenschen.

Om twee uur stonden we bij den Brandenburger Thor. Anderhalve jan pleizier was al vol. In liet leege rijtuig waren de eereplaatsen voor ons gereserveerd.

„Frits,quot; zei ik, «waar heb je al die menschen vandaan gehaald ?quot;

«Alles familie en goede kennissen.quot;

«Heeft hij zooveel neven en nichten?quot;

«Ongeveer een half dozijn.quot;

«Weet je wel, dat veel varkens de spoeling dun maken? In hoeveel stukken moet die oom bij zijn dood gedeeld worden? Waar is hij?quot;

„Daar.quot;

«Met dat rare gezicht? Die ziet er uit als een communist.

«Dat was liij ook, en zijn boer, de vader van den jongen man is het nog. Hij trouwde de weduwe in Schöneberg, ook een Piefke van geboorte, en nu is hij weduwnaar; de meesten zijn uit Schöneberg en omstreken. Sommigen hebben geld en sommigen niet. Ziezoo, nu weet je er alles van.quot;

«Meer dan te veel.quot;

Ik wilde nog een paar opmerkingen maken, want in Schöneberg hebben veel heereboeren geld verdiend door de melk van hun koeien erg te verdunnen. Zulke kapitalen moesten eigenlijk door Miquel in de schatkist van den Staat gedaan worden, dan kon hij de wolwaren zaken wat minder zwaar belasten. Terwijl ik zoo dacht, kwam Mila

ocr page 264

262

met haar ouders aan, en ik kon dus niets meer zeggen.

Ze was zoraersch aangekleed, een japonnetje, dat gewassclien kon worden, een hoed van het vorige jaar (waarschijnlijk kon er geen nieuwe op overschieten), bleeke wangen, met een blosje onder de oogen, netjes bijgewerkt. Mila zei dat het haar pleizier deed mij te zien en de mama ook.

»Ik heb in langen tijd geen prettigen dag gehad,quot; zei ze tegen mij. „Ik verlang naar wat frissche lucht en groene hoornen, 't Is daarboven, onder het dak, om te stikken.quot;

De vader was vriendelijk en beleefd. De kleur van zijn neus beviel me alleen niet. Hij is agent voor een firma in mous-seerende wijnen. Wij koopen uit vriendschap nu en dan van hem, maar we hebben er nog geen van allen een rooden neus van gekregen. We drinken dat goed weliswaar alleen bij buitengewone gelegenheden, bij voorbeeld bij doopfeesten.

We stapten in; natuurlijk eerst algemeene voorstelling. Het hoofddeel vormde de familie Pief ke met haar aanhang ; *

de op zichzelf staande eenheden waren de oom, broer Piefke, luisterend naar den naam van Leopold, de jonge Piefke,. de toekomstige gelukkige bezitter van Mila, indien tenminste het zaakje lukt. Ferdinand heet hij, een poëtische dichternaam. Verder juffrouw Malwine Pief ke, Ella Pief ke, Theodora Piefke, Egon Piefke enzoovoorts, allemaal Piefkes.

De meeste jan pleiziers zijn in oud Egyptischen stijl gebouwd: eerst de kootsiershok, dan een gaping, gevolgd door een tweede soort van bok voor twee personen, daarachter de eigenlijke koets, waarin de jeugd meestal zit, en dan het sjees-vormige deel, voor de oude lui. Ik kwam naast den bewusten oom te zitten, die Emanuel heet.

Mijn broer Frits zat achter mij en had, in plaats van zichzelf een jong mensch naast ons gezet, dat zich toelegde op de moment-dilettanten-fotografeerkunst met het doel met der tijd modern artist te worden. Stein is zijn naam. Hij heeft de middelen om niet te verhongeren maar niet genoeg om Mila gelukkig te maken.

ocr page 265

2G3

We reden weg, deu breedeu straatweg langs, totdat we Plötzensee te zien krijgen. !Meneer Stein was een vreemdeling in Berlijn. Kon ik nu, zonder den vroegeren coni-missaris van politie, die levennicier der gevangenissen was geweest, in het gesprek te mengen zeggen:

))üat door hooge muren omgeven paleis, dat u voor zich ziet is de moreele vuilnisbak van Berlijn; dien zou ik, in uw geval, maar dadelijk fotografeeren.quot;

Neen, dat mocht ik niet zeggen, omdat bij den ex-commissaris van politie treurige herin neringen zouden worden opgewekt. Ik vroeg dus:

))Hoe bevalt n deze streek?quot;

»Ik heb mijn mond al aardig vol,quot; antwoordde hij, »maar naar mijn smaak is zij niet.quot;

«Nog een beetje geduld,quot; antwoordde oom Fritz. ))\Ve komen nu dadelijk aan het Kanaai; daar stuift het heeie-maal niet.quot;

Karei was in druk gesprek met den ex-commissaris, Mila zei telkens maar eên woord tegelijk, Ferdinand keek haar maar voortdurend aan in de hoop dat zij een liefdesbrokje zou laten vallen.

We waren zonder ongelukken de Plötzensee, de gevangenis en het soldaten badhuis voorbij gereden en de Jüngfern-heide strekte hare groene armen uit om de jan pleziers aan het hart te drukken, waarvan de achterste in een stofwolk gehuld was. Op eens wendt oom Piefke zich tot mij met de woorden ;

«Zeg toch. eens een aardigheid, mevrouw liuchholz. Ze vertellen dat u zoo grappig is.quot;

Men heeft bliksemstralen, die liet gevolg zijn van verkeerde verhoudingen in de atmosfeer, en die noodzakelijk zijn om het evenwicht weer in orde te brengen, maar er zijn ook bliksemstralen, die door menschen met gering denkvermogen worden losgelaten en zulke slaan nnttelooze wonden. Zoo'n bliksemstraal nu trof mij uit den mond van

ocr page 266

264

den Schünebergsclien oom. Was liij nu een geboren Scliöne-berger geweest, dan zou ik gedacht hebben; een boer blijft een boer, maar hij stamt uit een stadscbe familie en zijn broer is ambtenaar. Dat was mij met electrische snelheid door het boofd gegaan en ik wilde hem juist een antwoord geven, toen ik de hand van de vrouw van den ex-commissaris op mijn arm voelde beven. Op hetzelfde oogenblik riep oom Frits, die zijn oogen overal heeft, als er onweer aan de lucht is:

»Kent ii het nieuwste liedje al:

))Xeen, neen!quot; riepen allen.

«Luistert dan maar eens. Het eerste couplet is roerend. Jullie moet je dus een troepje zangers voorstellen die met zooveel gevoel als ze maar uit hun luchtpijpen te voorschijn kunnen halen, zingen. Het heet dat er onder de toehoorders Berlijners zijn, en zoodra het couplet uit is, roepen die vroolijk: »üat moet ze ook.quot; Dus ik verzoek u, dat ook te doen, dames en heeren.quot;

Oom Frits zong nu in den juisten toon het lied, waarvan de melodie sterk herinnerde aan de «Wals van den Waanzinnigequot;, die een tijdlang in de mode was en door alle dochters op de piano gehamerd werd.

»Zijt ver^fnocgd, mijn lievo vriudeu,

«Zet de zorgen toch op zij,

»De zon gaat morgen in liet oosten «Tooli weer op voor u en mij.quot;

»En dat moet ze ook, en dat moet ze ook!' riepen we in koor.

Nu kwam het tweede couplet, — woordelijk hetzelfde als het eerste. We oefenden ons onvermoeid verder en binnen een kwartier maakte onze jan pleizier op iederen voorbijganger den indruk van een transport gekken. We zongen nu allen het gevoelvolle couplet eii riepen ten slotte met kracht en overtuiging, «Dat moet ze ook, dat moet ze ook.quot;

ocr page 267

205

Eu wanneer men er over nadenkt, dan mod ze het ook. Zoo kwamen we in Saatwinkel aan.

Saatwinkel, dicht bij liet Tegeler Meer en wezenlijk heel mooi, liefelijk. En zoo'n natuur wordt pas edit genotvol door hetgeen de bezoekers zelf meebrengen. W e dronken koflie in de restauratie, we waren van plan in het groene gras te soupeeren. na eerst een wandelingetje gemaakt te hebben.

De jeugd speelde jeu-de-grace en nog andere spelletjes waarbij werd geloopen en gepakt moet worden. Voor de ondelui is rust beter. Ze hebben al genoeg te doen met het verjagen van de muggen. Ik wou dan ook tegen de jongelui zeggen, dat ze oom Emannel moesten laten zitten waar hij zat: hij moest en hij zou mee blindemannetje spelen, en om hem te straiten voor zijn beleediging van daar straks, moedigde ik dat aan. De neef en Mila waren er ook hij en ik dacht dat gehuppel in de warmte is voor oom en neef heel goed.

Leopold en vrouw waren zichtbaar verbaasd dat oom meespeelde: boeren zijn zoo verschrikkelijk koppig en vooral Schöneberger boeren. Het geld maakt koppig. En een plei zier dat ze hadden! Zij hoopten net als de familie van den ex-commissaris van politie. Ze hadden niets anders dan hun Ferdinand, maar dat was geen kleinigheid. Oom Frits beweerde Ferdinand was een te zuinig klaargemaakte pudding. De luidjes hadden nooit beter gekend. En kinderen, vooral zoons, lusten wat.

Ze waren dol op hun jongen: hij was verliefd en zij met hem. Ik ben overtuigd, dat wanneer een léelijke gebochelde, vergroeide juifrouw zijn hart gestolen had, de ouders haar ook een engel gevonden zouden hebben, omdat de zoon op haar verliefd was. Een Mila was van goede familie en volstrekt geen monster. Hun zoon was in hun oogen een God.

En kon ik het hun kwalijk nemen ? Ben ik eigenlijk niet net zoo blind wat mijn kleinkinderen betreft? Igt;en ik ook

ocr page 268

266

niet te toegevend vooi'hun fouten ? Maar zij hebben immers mijn bloed in de aderen en ik kan niet anders dan van hen houden. Ik kan niet anders.

Ik zat met de vrouw van den commissaris van politie toe te kijken en te babbelen. Zij wilde blijkbaar niet zeggen wat ze dacht en ik ook niet, en we wisten beide wat het was, dat we telkens weer voorzichtig op onze tong terugdrongen zoodra het er uit wilde.

/ij luid zoo naar de groene natuur verlangd, naar een prettigen dag in den zonneschijn .... en nu wenschte ze zich honderd mijlen ver van het frissche gras en de schaduwrijke hoornen. Die beele familie Pief ke paste toch eigenlijk niet bij haar! Had zij hare Mila daarvoor zoo'n goede, iijne opvoeding gegeven? En meende Mila het wel wezenlijk ernstig met Ferdinand? Beschouwde ze hem niet als een laatsten stroohalm ? Werd ze niet dooi' den nood in zijn armen gedrongen ? Want hij zag er toch heel anders uit dan de held der droomen van een jong meisje. Ik tenminste heb in mijn jeugd nooit gedroomd van een man als Ferdinand Piefke. Neen, er was veel te weinig fantasie aan hem.

Men kan met een vreeselijk klein beetje rond komen, als dat beetje maar genoeg is. De meesten hebben geen idee wat een mensch ontberen kan, wanneer de liefde den last helpt dragen. Zou de jonge Piefke alles alleen kunnen torschen Want Mila kan hem niet bijstaan, als ze hem niet liefheeft. Dat is een onmogelijkheid.

't Kon ook zijn, dat Mila haar liefde in een varborgen hoekje van haar hart had gesloten. Maar dat is zoo goed alsof een diamanten ring door iemand op een schio iii de Spree is verloren ; men kan niet zeggen dat de ring weg is, want men weet dat hij op den bodem van de rivier ligt, maar niemand leent je er een groscheu op.

Zoo dacht ik.

Van tijd tot tijd zei ik:

ocr page 269

»A\;it treffen we liet toch goed met het weer.quot;

))Ja, 't is pmclitig weer,quot; antwoordde de vrouw van den ex-commissaris.

»Er ziju alleen wat veel muggen hier.quot;

»Vindt u ?quot;

«Bent u nog niet gestoken ?quot;

»lk heb het niet gemerkt.quot;

Eu daarbij had het goede mensch twee groote witte blazen van muggensteken in haar bals. Haar gedachten moesten dus van dien aard zijn, dat ze geen gevoel had voor kleine smarten. Dat zijn ü:l heel prettige gedachten, die iemand in een soort van hemelsche verdooving brengen ot zulke treurige, dat liet licharnelijk gevoel er door verstompt wordt.

Ik volgde de richting van haar blikken Ze rustten op den gebünddoekten oom Emanuel, die in den kring stond en zoo ernstig meespeelde als hing zijn leven ervan af.

Mijn Karei en de ex-commissaris waren een eind gaan wandelen en kwamen nu weer terug. Wat zij met elkaar besproken hadden, kon men bijna op hun gezicht lezen, want .Mila's vader zag er veel minder bedrukt uit, en wie mijn Karei kent, zou hebben begrepen, dat liij een deel van liet pad der toekomst effener luid gemaakt. Hoeveel meter kon ik niet precies raden. .Mijn Karei is in zaken veel slimmer natuurlijk dan de ex-commissaris. Waar zou die zijn doorzicht van daan hebben ? Mair niemand is te oud om te leeren. En door goeden raad aan te nemen, toont men verstand te hebben. Maar de meesten verbeelden zich net als de «Einjabrigenquot; dat ze volleerd zijn. Dan is natuurlijk alle moeite tevergeefs.

Zoo werd het langzamerhand tijd voor het souper. De heeren hadden een mooi plekje ontdekt en bielpen de dames de meegebrachte lekkernijen uit het rijtuig daarheen brengen; tafellakens, borden, vorken en lepels, en levensmiddelen. Ieder was verplicht zijn deel bij te dragen.

ocr page 270

268

De jongere heeren hadden bijna alle busjes gemarineerde haring meegebracht. Die zijn goedkoop en zoo gemakkelijk in den zak te steken, en alle lusten ze graag, zooals ieder denkt, die niet denkt dat een ander hetzelfde zou kunnen denken. De Piel'ke's zijn, voor zoover ik ze bij dat feest heb leeren kennen, geen lekkerbekken: dus deed het er voor hen minder toe. of liet menu wat eentoniquot; was. De beschaafde

O

mensch heeft behoefte aan afwisseling van spijzen.

Intusschen fotografeerde de heer Stein alles wat los en vast was, den eenen groep voor, den anderen na. Klik ! En klaar was Kees! Ik verbood hem mijn persoon tot zijn mikpunt te nemen, omdat de fotografeerkunst wel vooruit is gegaan iu snelheid, maar den mensch nog niet mooier

O O 7 O

maakt dan iiij is.

Zoo'n fotografeer-toestel is veel erger dan het mensche-lijk geweten. Heeft men eens iets verkeerds gedaan, dan ergert men zich daarover eerst, omdat men nu eenmaal een geweten heeft; na een poos laat men het geweten brommen totdat het er zelf genoeg van krijgt en weer inslaapt. Zoo'n fotografeer-toestel evenwel maakt'een portret van wat men doet en hoe men doet en hoe men er uitziet, en later wordt dat aan iedereen vertoond en de boos-aardigen lachen erom. Daarom vooral ben ik zoo tegen dat liefhebberen.

Al heel gauw werden ze allemaal vroolijk. Enkelen hadden van te voren reeds genoeg gedronken om een goudvisschen-vijver voor de haringen aanteleggen. Anderen dronken bij het eten wat meer, omdat zij beweerden dat visch zwemmen moet, een aardigheid waarover de Piefkes lachten dat ze schaterden.

We hadden een groot vat bier, dat de heeren dadelijk in den grond gegraven hadden om het koel te doen blijven, 't Was een idee van oom Frits geweest, dat vat bier. Sel-terswater lescht ook wel den dorst, maar het smaakt zoo naar de elastieke ringetjes van de sluiting.

ocr page 271

269

Oom Emanuel likte zich de lippen af. Hij nam zijn glas en zei tegen oom Frits:

«Buurman, mag ik je eens zien ?quot;

«Dank u,quot; antwoordde oom Frits.

Maar waarom grinnikte hij, toen ik dronk, terwijl hij riep: »God zegen den greep.quot; — Als iemand dorst heelt en hij krijgt een lekker glas bier, mag hij toch wel drinken ?

Olquot; men zich in het kamp naast liet onze, waar de ex-commissaris, mijn Karei, de saidtiitsrath en anderen zich schilderachtig gegroepeerd hadden ook amuseerde, weet il« niet, want aan onze tafel verging je hooren en zien door het lawaai, sinds de Xordhauser was opengetrokken. Oom Piefke zat voor de luchtigheid niet alleen in zijn hemdsmouwen, neen hij zette zelfs de llesch aan zijn rnond. ofschoon er glazen genoeg waren. En Mal wine Piefke klonk met de heeren, als wist ze niet dat de dames na lederen slok alkohol een vies gezicht moeten trekken, wanneer ze ten minste toonen willen een goede opvoeding genoten te hebben. Of de Piefke's daarop aanspraak kunnen maken .' Ik twijfel er aan.

Ik was blij, dat de vrouw van den commissaris het niet zag, ofschoon haar alleen hare fotografie behoeft getoond te worden, wanneer ze een aanval van trots mocht krijgen.

Bij picknicks heeft men gauw genoeg, want als je zoo alles tegelijk onder neus en oogen krijgt, lust je heelemaal niets meer. Ik geloof dat mij al een dozijn keeren de gemarineerde haring gepresenteerd was, maar de naast oom Piefke zittende schoonzuster gaf ze mij toch telkens weer, totdat ik eindelijk zeide:

«Dank u. Ik eet zulke haringen alleen wanneer de dokter ze me voorschrijlt. Maar ik zou graag wat van de taart willen hebben.quot;

Ik wist niet of ik mijn ooren kon gelooven, toen de oom mij met een vriendelijk lachje de zoetigheid aanbood niet de woorden:

ocr page 272

270

»Een goed varken eet alles — bedien u.quot;

Ik wou opstuiven, maar wurgde de woorden terug en vroeg kalm :

))U hebt zeker veel verstand van veeteelt, mijnheer Piefke.quot;

))Dat zou ik meenen!quot;

«En woont u nu zoo heel alleen?quot;

))Ja, moederziel alleen.quot;

«Zoudt u niet graag altijd in zulk vroolijk gezelschap verkeeren ?quot;

»lk zou je danken ! Den anderen dag barstende hoofdpijn.quot;

»1 hebt behoefte aan prettig huiselijk verkeer, een ge-zelligen haard.quot;

«Daar hebt u gelijk in. Ja, wanneer ik u nog krijgen kon, moeder Buchholz, dan nam ik u dadelijk. Maar ik ben nu een te oude knorrepot geworden. Mijn vrouw zaliger ....quot;

«Laat als 't u blieft de dooden rusten. Ze houden er niet van gestoord te worden. Mag de naam Piefke verloren gaan ? Was het niet een Piefke, die met zijn muziek Dlippel heeft helpen innemen?quot;

»Dat is geen familie van me.quot;

))'t Is toch dezelfde naam. En uw neef Ferdinand is zoo'n uitstekend mensch ... .quot;

«Fernandje, meent u ?quot;

«Juist.quot;

»Fernand is een sukkel.quot;

))U vergist u, dunkt me.quot;

»Komt de slungel dan vooruit in de wereld ?quot;

»Hij heeft geen houvast en geen vrouw, die hem wat aanspoort. Dat is alleen uw schuld.quot;

»Mijn schuld? Waarom?quot;

»Zeker uw schuld.quot;

Nu kwam oom Frits erbij en bracht den oom een bierglas vol mousseerenden wijn !

Toen werd hij vroolijk; daarna kwam hij in geroerde

ocr page 273

271

stemming en hnilde, omdat liij niet zeker wist ofliijgamv zou sterven. En toen zei hij snikkend dat de eenige zoon van zijn broer niet met leege handen zon achterblijven. De kinderen van zijn zuster en de andere Piefkes luidden genoeg.

Xn werd de verloving beklonken. Hip, liip, hoera! Leve Mila en Ferdinand!

De oom moest duidelijk herhalen wat hij beloofd had.

Dat beviel echter aan de andere Piefkes niet, die sterk aan aardsehe goederen hangen en nu bang waren dat ze te kort zouden gedaan worden. En ze rekenden uit wat ze krijgen zouden, terwijl de oom nog levend, maar wel een beetje dronken, in hun midden was.

Het lawaai, de ontevreden uitroepen en het krakeel ontnuchterden hem eenigszins, en toen een van de Piefkes tegen hem zeide, dat hij een echte Potsdammer was en dat ze hem 'n de luren gelegd hadden, werd hij woedend en riep:

»En nu doe ik het juist! Xn krijgt Ferdinand alles en jullie kunt toekijken.quot;

Daar had-je nu de poppen aan het dansen! En de door mij zou gevreesde onpleizierige stemming was in vollen gang. Van beschaving geen spoor meer.

De ex-commissaris van politie wilde stilte gebieden, maar hij had geen uniform, geen degen, geen epauletten, eu niemand luisterde naar hem. Weg met de gewapende macht! De Piefke's lachten hem eenvoudig uit.

De vrouw van den ex-commissaris beefde van zenuwachtigheid. Ik nam haar onder den arm en bracht haar een eindje verder. In de schaduw der boomen schreide en snikte ze: »'t Is mijn eigen schuld! Deze vernedering had ons bespaard kunnen blijven, indien ik niet zoo hoog op had gewild. Mijn arme man! Mijn ongelukkig kind!quot;

»Kom, kom, alles zal nog wel in orde komen,quot; troostte ik, als dergelijke woorden tenminste troost mogen heeten.

ocr page 274

272

Maar wat moet men anders zeggen, wanneer men zelf niet overtuigd is?quot;

«Nooit, nooit, komt het weer in orde!quot; riep ze. »0, mevrouw Buchholz, ik heb de waarde van het geld niet he-grepen. Ik heb schulden gemaakt, om te kunnen pralen, eu het gevolg is geweest, dat ze mijn man uit zijn betrekking hebben ontslagen. En nu moeten we ons, terwille van liet geld, zoo laten vernederen. Voor Mila is dit huwelijk een uitkomst. Zij lieel't niet geleerd haar eigen brood te verdienen.quot;

»Maar het jonge mensch heeft haar toch ook liet.

«Gelooft u ?quot;

))Zeker en stellig.quot;

»I)at is mijn eenige troost. Ze zal hem ook lief krijgen, mettertijd. Ze heeft wel de eerste jeugd achter den rug, maar haar goed hart heeft ze behouden.quot;

))En dat is meer waard dan het mooiste uitzet. — Maar kom, ik gelooi', dat de anderen zich klaar maken om naar huis te gaan.quot;

Dat was ook zoo. Met papieren lantarens werd de tocht over de heide ondernomen. De Piefke's voorop, toen het jonge paar en achteraan weer Piefke's. De lieer Stein maakte van de groep een fotographie met magnesium licht.

En eindelijk reden we in den zoilen Juli nacht naar huis. De meesten waren moe, gedeeltelijk van de lucht, gedeeltelijk van het bier, en gedeeltelijk van het kibbelen. Oom Emanuel snorkte. Nu en dan hokte hij, maar dadelijk daarop zaagde hij met frisschen moed verder, t Hielp niets of ze hem aanstootten en porden. Als hij zijn beloften maar niet verslaapt, dacht ik.

Een paar dagen latei kwam oom Fritz met de fotografie.

»Mooi is anders,quot; zei ik.

))Heelemaal nieuwe richting,quot; meende hij. ))Die fakkeloptocht, bij voorbeeld.quot;

»Ja, als je dien goed bekijkt, denk je dat dehéeleapen-

ocr page 275

273

kolonie van Darwin zaliger losgebroken is,quot; antwoordde ik. «Geen enkele van de personen is te herkennen.quot;

«Dat is juist het kunstige. Maar wat zeg je van deze zoogenaamde ))afgelmsterdequot;-photografie ?quot;

»0, ja, «laar geeft Mila haar uitverkorene een zoen! Fritz, dat moet je aan haar moeder laten kijken. Als bet meisje maar een heel klein beetje van hem beidt, zal ze wel gelukkig worden. Wat zal dat een rust voor de moeder zijn.quot;

Eu toch kon ik een zeker gevoel van angst niet onderdrukken, terwijl ik dacht aan de vreugde van de vrouw van den ex-commissaris: hertrouwt de oude oom namelijk, wat zal er dan van hem worden ?

18

Stinde, GeclénkscJiri/tent

ocr page 276

TROUWEN,

Erika's zuster logeerde weer bij mijn broer, en welke plannen im gesmeed werden, zag ik al heel gauw. De jonge dokter Zehner en Henni hadden het hart aan elkander verloren —■ zooals men dat vroeger in romans uitdrukte. Dat liij liet zijne aan haar verloren had, was heel natuurlijk. Ze was niet op een meisjes-gyrünasinm geweest, deed ook niet aan de esthetica, maar ze bezat gaven der natuur: een lief gezichtje, mooi haar, een prachtigeu hals, een buigzaam figuurtje —- kortom, ze zag er uit dat men nu en dan lust zou hebben in haar te bijten.

Ik had niet gedacht, dat dokter Zehner zoo handig zou zijn om zicli dat kleinood zoo gauw toe te eigenen. Ik verbeeldde mij, dat hij vreeselijk precies was, nooit te vroeg of te laat aan tafel kwam; wat zij voor bekoorlijks aan hem vindt, begrijp ik minder goed, maar wien is het ooit duidelijk, waarom een vrouw lief heeft ? In heel veel gevallen weet de vrouw zelve het niet. De mooie neemt dikwijls een monster, de geestige eeu grenzenloos domme, de smachtende, sentimenteele een grenadier, en menige groote, statige heeft een man, die er uitziet als een uitgehongerde spin. Oud neemt jong, en jong neemt oud; ik voel er alles voor, wanneer ik zoo lees van blozende bruiden — ze worden rood van schaamte over het andere

ocr page 277

275

voorwerp der pleclitSheid, nu ze liet bij helder dagliclit aansdioiiwen. Maar ik wil niemand zijne illusies benemen. Dit alleen weet ik, dat zoo een als mijn Karei met een lantaren te zoeken is.

Henni behoeft zich over haar kens geen verwijt te maken, ofschoon ze misschien beter gedaan had de kat eerst nog eens nit den boom te kijken. Waarom heelt ze niet eerst raad gevraagd hij een vrouw van ondervinding ? -Maar juist die groene dingen, die koken, noch wasschen, noch bakken kunnen, worden het gemakkelijkst verliefd. Maar verliefd zijn en het niemand laten merken — die kunst verstaan ze ook alweer niet. llenni ook niet, al gaf ze zich ook veel moeite. Erika glimlachte als die twee in haar tegenwoordigheid meneer en jaifrouw speelden en verschrikkelijk stijf deden.

Oom Frits had natuurlijk allerlei dwaze invallen, maar hij hield ze voor zich; waarom zou hij anders telkens zoo onzinnig en zonder aanleiding in lachen zijn uitgebarsten.

Henni en dokter Zehner verbeeldden zich, dat ik van niets wist en niets begreep, terwijl ik toch duidelijk gezien had, dat ze elkaar zoenden. Ik amuseerde me dus kostelijk met hun aanstellerij. Op die manier hadden we allemaal pret en waren dus voortdurend in een zonnig humeur, zoodra we samen uitgingen. Frits en zijn vrouw en ik lachten over de onbeduidendste dingen. We konden het nu eenmaal niet laten. Kn mijn Karei, die goede ziel, lachte mee van den weeromstuit. Maakten we een uitstapje, dan troffen we, heel toevallig, altijd den dokter aan.

»Wat is Berlijn toch kleinquot;, zeiden we dan zoo ernstig mogelijk. «Overal ontmoet je elkaar.quot;

)).Ta, erg klein. En dan praten de menschen over agroote steden!quot;

»Zeg, Henni, ken je het onderscheid tusschen een piano en een naaimachine?quot; vroeg oom Frits.

»Neen.quot;

ocr page 278

276

»Nu, dan mag je wel oppassen, dat ze je geen naaimachine in de handen stoppen, als je een piano wilt koopen.quot;

En wij proestten het met ons vieren uit, terwijl die twee heel kalm bleven en blijkbaar niet begrepen, hoe wij over zulke üauwiteiten konden lachen. En dan lachten we weer om hun onnoozele gezichten.

We gingen goedkoop naar de comedie. Frits leende aan de verschillende schouwburgen lampen, rookstellen, pendules en zulke dingen, die voor de inrichting van kamers op het tooneel noodig zijn (en waarvan de waarde van een stuk meer en meer afhankelijk wordt) en daarvoor gaf men hem dan, ook als het drama ondanks de geleende fraaiigheden toch niet bijzonder in den smaak wilde vallen, een heel pak plaatskaartjes. Hoe minder mooi het stuk was, des te meer vrijkaartjes kreeg hij, opdat de zaal gevuld zou zijn, want waar duiven zitten, daar vliegen ook andere duiven heen.

Ook bij »Spokenquot; moesten wij als lokvogels dienst doen, maar daar krijgen zi j mij niet meer naar toe. In dat stuk komt een vrouw voor, die, ter herinnering aan haar gestorven man, een kamerheer, een asyl laat bouwen, maar omdat hij aan den drank en eigenlijk een gemeene kerel was, verwijt ze zichzelf, dat zij door die instelling zich zelve en de meuschen belogen heeft, en den geestelijke neemt ze het kwalijk, dat hij niet met haar weggeloopen is, toen ze het huis van haar man verlaten en aan de pastorie aangeklopt had. Een mooie echtgenoote! Haar zoon Oswald is schilder. Hij komt terug uit Parijs en vindt zijn noordsch vaderland te grauw. Hij drinkt daarom champagne met de dochter van den meubelmaker Engstrand. De moeder weet dat het meisje, als ik me niet vergis, een onechte dochter van den gestorven kamerheer is en ze zegt: )gt;ocli, het leven is zoo kort en mijn zoon wil zich amuseeren, dat heeft hij van zijn vader. Zulke geërfde neigingen zijn

ocr page 279

277

spoken. Een mooie moeder! Dan vliegt het assyl inbrand, Oswald helpt blusschen, de groote inspanning geeft hem den knak, hij wordt op het tooneel gek — ook al een erfenisje van zijn vader — en verlangt van zijn moederde zon. Ze geeft hem, omdat ze de zoogenaamde groote lantaarn moeilijk naar beneden halen kan, de mor finepoeders, die hij verzameld heeft, omdat de dokter hem gezegd heeft, dat hij aan hersenverpapping moet sterven, — ook al een erfenisje van zijn vader.quot; Ik was blij toen het uit was.

Het stuk was een ware pijniging voor ons geweest, en waarom? Om het publiek er op te wijzen, dat kinderen nooit te voorzichtig in de keus hunner ouders kunnen zijn? Wat voor een lummel zon Oswald wel geworden zijn, wanneer die dominé zijn vader was ? vroeg oom Fritz, maar hij kreeg geen antwoord van ons, omdat we liever niet langer aan het stuk dachten. Dan is Wilhelm Teil toch heel anders! Daarover hebben we dikwijls tot na middernacht geredeneerd. En de Jonkvrouw van Orleans met Lindner! Dat is eerst wat goeds! Eu wat voelt men zich daarna pleizierig.

Erika was heel stil. Zij maakte op mij den indruk, als of iemand haar pijn gedaan had en zij niet alleen met haar ziel maar ook lichamelijk leed. Oom Fritz nam haar stevig onder den arm en bracht haar voorzichtig maar gauw naar buiten. Wij volgden.

Mijn man vroeg:

sis het werkelijk waar, dokter Zehner, dat hersenverpapping op die manier van vader op zoon gaat?quot;

»Neen,quot; antwoordde hij, ))het stuk is uit een medecinisclt oogpunt beschouwd onwaar, en bovendien als drama vind ik het miserabel. Gesteld eens dat Oswald's vader een trouw en eerlijk houtvester was geweest, die onvermoeid jacht had gemaakt op de wilddieven, en op een van zijn nachtelijke ronden een longontsteking had opgedaan, die in tering was overgegaan, waaraan hij ten laatste gestorven was;

ocr page 280

278

Oswald erft den aanleg tot een borstziekte van hem, wordt landschapschilder, zit dikwijls buiten, vat kou, die overgaat in een longontsteking, doordat hij een brand helpt blus-schen — en sterft op het tooneel daaraan. Daar heb je dan hetzelfde stnk, niet een kleine verandering in den aard der ziekte, maar het on-dramatische, het kleingeestige van het motief, liet weinig artistieke komt even duidelijk aan het licht, zelfs voor hen, die zich laten verblinden door handige detail-beschrijving en alleen voor het tooneel geschreven karakters, die voor de grootste helft in een idioten-gesticht thuis hooren.quot;

»Zie zoo, dat is afgemaakt!quot; riep oom Frits. »Geen draad ervan is heel gebleven.quot;

»i)e dokter heeft groot gelijk,quot; zei ik. »U kunnen ze zoo licht geen knollen voor citroenen verkoopen, mijnheer Zeh-ner,quot; zei ik.

))[,' is heel beleefd, mevrouw.quot;

«Maar mij kunt n ook geen molentjes voor maken,quot; lluis-terde ik hem toe en stootte hem veelbeteekend in de zij. Ik had erg met hem op. Een man moet een eigen oordeel hebben en niet altijd de groote kudde volgen.

Oom Frits bracht ons naar een onlangs geopende in nieuw-oudduitschen baroc-renaissance stijl ingerichte restauratie, niet omdat de gaskronen door hem geleverd waren, maar omdat ieder daar naar hartewensch bediend kon worden. Erika kreeg lauw warm water en zeep om zich de handen te wasschen. Ze zei dat ze daaraan dringende behoefte had om, na dat stuk, weer op haar verhaal te komen. We zaten toen gezellig bij elkaar en spraken van iets anders, ))U hebt indertijd met mij samen dat electrische toestel voor mijn schoonzoon gekocht,' zei ik tegen dokter Zehner. „U moet mij nog eens met iets helpen.quot;

))Met genoegen,quot; antwoordde hij.

))Zooals ii weet, woont meneer Kaulmann in ons huis en komt zijn Antonie op zijn piano studeeren.quot;

ocr page 281

279

»IIm, Vim,quot; kuchte mijn man.

«Betaalt hij soms zijn huiii' niet, Karei Kn zij is van plan, binnen kort haar concert te geven.quot;

»Dat wordt, dunkt me, tijd,quot; zei Karei.

» Waarom ?quot;

»Dat gestudeer moet uit zijn. De werklui kunnen liet bijna niet meer uithouden.quot;

»Maar het geraas van de machines overstemt toch zeker wel dat van de piano.quot;

«Dan kunnen ze het om een andere reden niet uitnouden.quot;

«Zij wil er wat bij verdienen, omdat zijn zaken niet zoo goed meer gaan als vroeger. Dat vind ik heel mooi, heel idealisch.quot;

«Veel te idealisch.quot;

»Ni ets kan te idealisch zijn.quot;

«Zeker wel. Waarom wil ze absoluut nu dat concert geven ? Het publiek is het volmaakt onverschillig of het haar hoort als jull'rouw Wehrliageu ot als mevrouw Kaïdmann.quot;

»Maar ze willen immers pas trouwen als ze door dat concert de noodige lessen heeft gekregen.quot;

»Dat zou veel te idealisch zijn.quot;

„Karei, ik geloof dat Antonie Werhagen het ver zal brengen. Ik sta voor haar in.quot;

»Ik niet voor Kaulmann.quot;

«Morgen verhuist hij.quot;

»Dat moet Ui beslissen, .lij bent dat zaakje begonnen, je moet nu ook maar zien hoe je haar tot een goed einde brengt. Hoe eer dat concert achter den rug is, hoe beter.quot;

Ik had een gevoel alsof een heele wals op mijn borst lag. Wie had dat van Kaulmannetje gedacht! Maar ik had vooruit kunnen vermoeden dat muziek de zinnen in de war brengt. Waarvan moeten de menscheli leven als dat concert niet de gewenschte gevolgen heeft! Ik kan toch niet een heele troep Kaulmannetjes grootbrengen!

ocr page 282

280

«Dokter Zehner, u weet dus wat van n verlangd wordt,quot; begon ik.

«Neen .... eigenlijk nog niet,quot; stotterde hij.

»U moet zorgen dat de noodige kaartjes voor dat concert verkoclit worden.quot;

«Zoo . . . o . . .quot; zei liij en staarde om zich lieen.

«Wenscht u soms de zon?quot; vroeg ik lachend. »Wat scheelt u?quot;

Een paar heeren kijken op een brutale wijze hierheen.

))In een restauratie mag men kijken waarheen men wil,quot; zei oom Frits.

))Maiir niet op een brutale manier,quot; antwoordde dokter Zehner.

))Och, bekommer u toch niet om die kereltjes. Die hebben altijd zoo'n brutaal gezicht.quot;

))lk geef niemand liet recht deze jonge dame te be-leedigen.quot;

))Dat gaat mij in de allereerste plaats aan,quot; zeide oom Frits kalm. «Ik ben haar zwager, ze is mijn gast, en ik hoop dat u zoo verstandig zult wezen mijn schoonzuster niet door studentikoze lichtgeraaktheid in het publiek te compromiteeren.quot;

Henni stond op het punt van te gaan huilen.

»Kom, we moeten naar huis,quot; zei ik. «We hebben door dat stuk onze maag en ons humeur bedorven.quot;

Ik vroeg onderweg aan Frits:

«Wat irom komt liet tusschen die twee nu maar niet tot _ een engagement ? 1 lij is zoo jaloersch, dat hij in iederen heer een medeminnaar ziet.quot;

»Haar familie wil geen toestemming geven, 't Zelfde spulletje als indertijd bij mij.quot;

»Op die wijze dwingen ze de jonge lieden tot leugen en bedrog.quot;

»Op stuk van zaken zeggen ze toch ja, maar eerst moeten ze hun macht toonen.quot;

ocr page 283

281

))Ik vind het meer dan kleinsteedsch om in den tijd, ■waarin wij tegenwoordig leven, zoolang met de toestemming te aarzelen, Frits.quot;

»Erika vindt liet zoo erg niet. Ze zegt: overhaasten is niet goed in zulke gevallen. Alles komt terecht.quot;

ȟan ben ik gerust.quot;

Mijn man had gelijk: het concert moest hoe eer hoe beter plaats hebben. Antonia had meer dan genoeg toonladders afgespeeld. Ze kende alle stukken van buiten, alleen de Concert wals van Rubinstein vlotte niet altijd. Als ze alle moeilijkheden uit dat stuk zoo goed als achter den rug heeft, en midden op de piano een lichte melodie gespeeld heeft, moet ze plotseling met de linkerhand als een krankzinnige in de hoogte slaan, en in het alleruiterste hoekje rechts van de piano met den top van haar vinger een zwarten toets aanraken en onmiddellijk daarop, ook weer met de linkerhand, in den linkschen hoek van de piano, zoo hard en zoo gauw als ze kan, trillen. Alles ging van een leien dakje — behalve het aanraken van dien hoogen zwarten toets. Zoodra ze maar een beetje zenuwachtig was, sloeg ze er naast.

))Moet die er dan absoluut bij ?quot; vroeg ik.

«Jaquot;, antwoordde ze huilend. «Als ik dien toets idet zuiver aansla, is al mijn studeeren tevergeefs geweest.quot;

«Kies dan een ander stuk.quot;

«Daarvoor is het te laat; ik kan het niet meer instu-deeren.quot;

En het concert kon ook niet meer uitgesteld worden. Onmogelijk.

Ze speelde mij den wals voor en trof der; toets prachtig, precies op zijn kop.

»Ziet u nu wel, dat het gaat!quot; riep ik uit.

«Neen, antwoordde ze bedroefd. «Het was de toets, die er naast ligt. En hoe meer ik mijn best doe, des te zekerder grijp ik er naast. Ik heb die maat al drie dagen geblind-

ocr page 284

282

doekt gestudeerd, maar van de tien keer, sla ik hoogstens driemaal goed aan.quot;

Ze speelde dat gedeelte nog eens, en ditmaal ging het goed.

»Ja, nu was het goed,quot; jammerde ze, »maar als ik tegenover al die menschen zit, natuurlijk niet.quot;

))Maak u vooral niet zenuwachtig. Dat is heel verkeerd. U moet zorgen dat uw gezondheid er niet onder lijdt.quot;

))Er worden haast geen kaartjes verkocht, de kosten worden steeds grooter, de zaal en de rest kost enorm veel. De zangeres moet dertig mark hebben, afgehaald worden met een rijtuig, een bouquet van vijf mark en dan nog sou-peeren. De violist krijgt de helft, geen bouquet, maar veel meer aan bier. 't Is nog een jonge man. Als we niet meer plaatsen verkoopen, blijft er voor ons niets over niet alleen, maar gaat alles wat we met groote moeite gespaard hebben, er ook aan.quot;

Ik had wezenlijk medelijden met haar. Ze toont toch dat ze vooruit wil. Een vrouw is zwak van wil, wanneer ze zich op de tonen der muziek wiegelt eu haar hetheele leven een schommelwals toeschijnt, 't Is heel natuurlijk, dat ze daardoor te veel aan het ideale gaat gelooven. Maar Kaulmann heeft glad verkeerd gehandeld. Hem kan ik niet schoonpraten. Hij had moeten wachten tot ze getrouwd waren, in plaats van nu dat concert hals over kop door te zetten, waardoor ze heelemaal van streek raakt.

Ik werd net zoo zenuwachtig als zij: pakt ze den goeden of den verkeerden, vroeg ik mij van den morgen tot den avond af, en die gedachte stoorde mij als een vlieg bij een middagdutje.

Ik ging naar Sapatka met kaartjes eu vertelde haar van de omstandigheden der jonge lui.

»Waren ze leden van onze vereeniging,quot; antwoordde ze, ))dan zou ik een aantal kaartjes nemen, maar nu dit niet het geval is, kunnen wij niet helpen; we moeten onze gelden besteden om menschen bij te staan, die het meer waard

ocr page 285

283

zijn. Daar het u echter waarschijnlijk aangenaam is, dat personen van naam zicli onder de toehoorders bevinden, hebben ik en mijn man missel den tijd om er heen te gaan, indien n ons twee vrij kaartjes wilt geven. Maar op de voorste rij, als quot;t n blieft,quot; voegde zij er lachend bij.

Ik moest me vreeselijk op de lippen bijten om niet in verontwaardiging los te barsten.

In de zangvereening van Kanlmann werden de kaartjes gemakkelijker verkocht. De vereeniging deed moeite voor de goede zaak en verzamelde een aardig sommetje. Dat deed me plezier.

Ook mevrouw Bergfeldt beloofde eenige goedkoopere kaartjes aan den man te zullen brengen. De lieer Butsch had veel goede kennissen, die voor zulke liefdadigheidsconcerten na hun vierde glas wat over hadden. Ze verlangen geen kostbare bruiloft. Ze trouwen op het stadhuis en een broodje na. Ik raadde haar aan in de kerk te trouwen; al was het alleen maar om Butsch weer eens een goede preek te doen liooren, maar ze vond dat niet noodig en zei dat zij den echtelijken staat beschouwde als een betrekking van huishoudster, die men haar niet meer kon opzeggen. Ze werd zoo in de wielen gereden dooiden man van Auguste, die zich bij iedere gelegenheid op de allerongenaamste wijze er over uit liet.

))Eu wat is hij ? Wat zou hij zijn zonder mijn dochter ? Butsch is tienmaal meer dan hij. Butsch beeft gediend en hem hebben ze om zijn kippenborst niet aangenomen,quot;

Ik gaf vier kaartjes cadeau aan de vrouw van den ex-commissaris. De zaal moest toch gevuld worden. Mila is nu mevrouw Piefke. ik heb maar liever niet sevraagd

O O

of ze gelukkig was. Het vrouwtje zag er zoo behuild uit. Ze bedankte heel hartelijk voor de vriendelijke uitnoodiging. omdat ze nergens heen ging. Met gesprek bleef telkens steken. De korte visite, die ik bij haar maakte, had in mijn gevoel een eeuwigheid geduurd.

ocr page 286

284

Auguste Weigeit zond de kaartjes terug, omdat de kleine zoo hangerig was. Ik verzocht den sanitatsrath er eens aan te loopen, omdat ik weet dat Auguste bang is een doktersrekening te maken, en mijn schoonzoon behandelt haar voor niets. Hij heeft wel goede eigenschappen, maar ze komen zoo weinig aan liet licht.

De dag van het concert naderde. Antonia studeerde totdat ze er uitzag als een schim, en Kaulmann, die alles bestelde en bedisselde, werd nu en dan zoo geducht door mij doorgehaald, dat hij het haast niet waagde ondermijn oogen te komen, zich opsloot in zijn kamer en even spookachtig weid als zijn Antonia. Later moet hij zijn hart lucht gegeven en gezegd hebben, dat ik wel goed was, maar mijn goedheid pakte het gestel erg aan. Ik neem hem dat niet kwalijk, want hij heelt veel tegenspoed gehad.

Met heel veel moeite hadden we de halve zaal uitverkocht en de andere helft van de kaartjes cadeau gegeven. Mat ir nu was nog de vraag of de critiek zou mee- of tegenwerken. Daar konden we vooruit niets van zeggen; zelfs was het onzeker of er in de couranten w?el iets, slecht of goed, over het concert zou komen, want verscheiden bladen hadden al te kennen gegeven, dat van de achthonderd aangekondigde concerten alleen de voornaamste konden besproken worden, een muziek-criticus was ook maar een mensch. Waarom neemt hij dan zoo'n betrekking aan, als hij ze niet naar hehooren vervullen kan ?

We maakten ons over dit punt ernstig ongerust: als er niet over geschreven werd, viel de heele boel in duigen.

Intusschen trouwde de weduwe Bergfeldt. Auguste kwam bitter bedroefd bij mij, omdat haar man haar verboden had naar de bruiloft te gaan ; Butsch en zijn soort stonden te ver beneden hen : zijn carrière zou eronder lijden als hij op goeden voet bleef met zulke lui; hij had geen lust bij promotie te worden gepasseerd.

«Je hebt je zelve een aardig koopje geleverd, door met dien man te trouwen,quot; zei ik.

ocr page 287

285

»Ach, mevrouw Buchholz, we hebben ons nu zoo keurig ingericht, blauwe portières en een kleed op den vloer van het salon, en pelnche stoelen. Hij is toch ambtenaar, en staat hij daardoor niet boven veel anderen ? Er moet op den duur meer voor de ambtenaren gedaan worden. De staat steunt toch eigelijk op hen. En wanneer de staat niets doet, zal hij heel spoedig zien hoe verkeerd hij gehandeld heeft. Maar dan is het te laat.quot;

»Auguste, wees niet de echo van je man. Laat hem alleen zoo gek van hoogmoed zijn. Ga jij gerust naar die omiloft. Je bent de dochter van je moeder.quot;

»Neen, neen!quot; riep ze. «Bij den ondertrouw heeft een van de getuigen van den heer Butsch in plaats van zijn papieren een onbetaalde wijnrekening overgelegd. In zulk gezelschap kan ik niet verkeeren, niet alleen ter wille van mijn man, maar ik zelve hoor daar niet. Ik ben nu tocii eenmaal de vrouw van een ambtenaar. Wat zouden de vrouwen van mijn man's collega's wel zeggen?quot;

»Blijf dan thuis, Auguste.quot;

Karei en ik gingen feliciteeren. Het zag er heel netjes en zindelijk uit bij den heër Butsch. De kinderen hingen aan mevrouw Butsch, voorheen weduwe van den heer Bergfeldt en de man zeide:

»Kathinka, schenk eens in.quot;

We klonken en wenschten hun veel heil en zegen. Ze bedankten ons voor ons cadeau, maar nog eens in het bijzonder voor onze visite.

«Uwe hartelijkheid stellen we te meer op prijs,quot; zei de weduwe Bergfeldt, «omdat mijn kinderen mij niet meer willen kennen. Ik heb nu andere kinderen, die mij zullen liefhebben.quot;

Eindelijk brak de concertavond aan. Antonia rilde als een koortsachtig espenblad, of iets dergelijks beverigs, en hij liep heen en weer zonder te weten waarvoor of waarom. In de artistenkamer, naast de concertzaal wachtten we op het aedrana:.

ocr page 288

280

We wisten welke plaatsen voor de verslaggevers gereserveerd waren en keken uit of ze ingenomen werden. Op de eerste twee zetten zich twee dames.

))Ze hebben hun kaartjes aan een pair naaistertjes cadeau gegeven,quot; zei Kaulmann teleurgesteld.

De zaal vulde zich tamelijk gauw, maar de plaatsen waar liet op aankwam, bleven leeg. Antonia behoorde dus niet tot de «belangrijkenquot;. En ze iiad toch wel een woord verdiend voor haar vele stndeeren. Kaulmann stond liet huilen nader dan het lachen. Ik kookte inwendig.

Op de plaatsen van man en vrouw Safratka zaten een paar, die er volstrekt niet behoorden. Kaulmann gaat er naar toe en zegt hen, dat die stoelen besproken zijn.

»We hebben de kaartjes voor een mark van mevrouw Safratka overgenomen,quot; antwoordde de eene man meteen brutaal gezicht. »Dus kan niemand ons eraf jagen.quot;

))Neem me dan niet kwalijk,quot; zei Kaulmann beleefd.

Die professor's vrouw had dus haar vrij-plaatsen van drie mark voor één mark het stuk verkocht. Je moet toch maar slim zijn. Ik begrijp niet hoe ze het durft.

We gingen nu ook de zaal in. Ik zat naast de nieuwe mevrouw ISutscli, met opzet, om goed te maken wat de Weigelts aan haar misdeden.

«Pakt ze den juisten toets ?quot; vroeg ze mij 11 uisterend, want ik had haar mijn angst meegedeeld.

»Ik hoop het.quot;

«Laten we allebei den duim in de hand drukken, dat helpt misschien,quot; meende ze.

Antonia verscheen en beklom met het bouquet in de bevende handen de tribune. De zangvereeniging klapte met oorverdoovend geweld en veel anderen volgden het voorbeeld. Ze maakte een buiging en speelde een klassiek stuk, dat even geapplaudisseerd werd. Toen kwam de eerste toegift: ook iets voor kenners. Nu volgde een nummer van den violist met accompagnement. Toen weer Antonia; toen

ocr page 289

287

de zangeres, en zoo liet eene laagje op liet andere, net als bij een taart. Eindelijk, bovenop, het stuk met den zwarten toets.

Tot nu toe hadden de menschen tamelijk -eel geklapt, bij alle nummers. Alen kon niet zeggen wie den meesten bijval ingeoogst had.

))Nu komt het,quot; iluisterde ik.

»U moet mij nw duimen geven en ik u de mijne,quot; Iluisterde mevrouw Butsch terug. »Dat liolpt, niet waar Eutsch ?quot;

«Dat zou ik meenen,quot; antwoordde hij.

üe goede man klapte den lieelen avond, dat zijn handen er wel pijn van gedaan zouden hebben, als ze niet zoo vereelt waren geweest.

Anton ia begon. Velen schenen de moeilijke passages uit dit stuk te kennen, want ze waren zoo stil als muizen. Ik zat te sidderen, kreeg kippevel. Meer en meer naderde de zwarte toets.... ze friemelde de melodie midden op de piano en toen ....

Op eens hoorde ik een gil naast mij.

«Au, au T' riep mevrouw Butsch—Bergfeldt.

Ik had in mijn angst haar duimen te vast geknepen.

Het publiek applaudisseerde dat het een aard had.

«Heeft ze 'm geraakt?quot; vroeg mevrouw Butsch nog met een pijnlijk gezicht.

»Ik geloof het wel. Ik heb niets gehoord.quot;

«Goddank,quot; zuchtte ze. »Ik ben blij dat ze klaar is.quot;

Zooveel sympathie is toch wat waard.

Antonia speelde haar laatste toegift. Het publiek ging naar huis en de martelaarsavond was ten einde.

Of ze den juisten toets getroilen heeft, kon ze me niet vertellen. Ze wist het zelve niet, en geen sterveling zal er wel ooit achter komen. Eén courant maakte melding van het concert, het werd niet bijzonder goed en niet bijzonder slecht beoordeeld. Van dien toon in den rechtschen hoek werd alleen gezegd, dat men hem niet had gehoord daar

ocr page 290

288

in de zaal geruisch was gemaakt. En daarvoor had zij zich bijna in het graf gestudeerd ! En mijn overspannen zenuwen!

Kaulmann en Antonia gingen kort daarop naar het stadhuis. In de kerk wilden zij zich niet laten trouwen van wege de Zondagsrust; die alleen was schuld dat hij niet vroeger zijne Antonia bij zich had kunnen nemen. Ze hopen allebei dat het concert hun voordeel zal aanbrengen, zoo al niet dadelijk, dan toch later. Ze wonen heel eenvoudig maar netjes, 't Is een ware zegen dat Krodo en de Harz mij zoo gezond gemaakt hebben; zonder die zou ik zeker door dat concert ziek zijn geworden. Vergeleken bij kunst, is paardewerk een kleinigheid.

ocr page 291

ONS ALLER FEEST.

Den tweeden Kersdag heb ik altijd de heele familie bij mij. De verschillende Philippinen gaan dan nit om haar teleurstelling over wat ze cadeau gekregen hebben in den dans te vergeten, en de meneer en mevrouw moéten maar zien dat ze wat te eten krijgen in een restauratie. Miji; Doortje houd ik thuis. Ze mag eens op een anderen dag uitgaan. Ze krijgt toch ook de looien, en daar haar vrijer lust heeft om te trouwen, kan ze zoo'n extra-duitje goed gebruiken. Hij komt van tijd tot tijd inde keuken en overdrijft het niet met rooken. Ik geef hem soms een sigaar van mijn man en daarvoor doet hij er allerlei kleinigheden voor ons. Doortje stelt het op hoogen prijs dat hij in de keuken mag komen.

Mijn schoonzoon, de sanitatsrath, komt ook. Emmi is weer op de been en ze heeft een goede baker bij het kleintje, dat natuurlijk, zooals ik voorspeld had, weer een jongen is geworden.

»Beste schoonzoon,quot; zei ik tegen den vader, «het had een meisje moeten zijn, of liever weer een tweeling, want je zult zien, dat het kleintjen door de twee grooten getyranniseerd wordt. Je schijnt dat van te voren niet voldoende overlegd te hebben, en eerlijk gezegd vind ik dat onveraritwooi■(lelij k.quot;

Stisde , Gedcnkschriflen. 19

ocr page 292

290

»lk ben liet volmaakt met u eens,quot; antwoordde liij. »11 verspilt uw reel itmatigen toorn aan een onwaardige, lieve schoonmama. Me dunkt dat de ooievaar meer aanspraak er op heeft.quot;

»Aan dat onsclmldige dier beb ik wezenlijk niet gedacht,quot; antwoordde ik. «Nu, misschien maakt hij het de volgende maal weer goed en brengt wat beters.quot;

»Dat willen we hopen, al was het alleen maar om uwe tevredenheid te verwerven,quot; antwoordde de dokter met een spottend glimlachje.

))lioe heet de jongen?quot;

»Otto.quot;

))lloe dwaas! Gesteld eens, dat bij oom Frits een kleine Otto komt, dan heb je weer hetzelfde: twee van denzelfden naam; eeuwigdurende verwarring. Noem hem toch Wilhelm. Me dunkt, dat je mij ook wel eens een pleiziertje kunt doen.quot;

))Ik wil niets liever dan dat, wanneer mijn vrouw het goedvindt.quot;

«Ik bescliouw het als mijn Kerstgeschenk van jelui. Iets goedkoopers zul-je in lieel Berlijn niet vinden.quot;

Frits en Frans logeerden een paar weken bij ons, omdat ik dat beter vond, en mijn schoonzoon moest dat eindelijk toegeven. Ze waren nu wel heel blij met liet nieuwe broertje, maar ze hadden toch gel loopt, dat ze er dadelijk mee zouden kunnen spelen. Ze maakten zooveel leven in huis, dat mijn schoonzoon eindelijk dreigde: «Jelui krijgt op Kerstmis niets. Dat lieb je aan grootma te danken.quot;

Ik vond de bedreiging heel goed, maar die laatste woorden had hij er wel kunnen allaten, want waarom moest ik nu weer de zondebok zijn?

Dansten en sprongen ze bij mij in huis eens wat woest — ik ken kinderen, die honderdmaal woeliger en ongezeggelijker zijn — dan waren ze dadelijk zoo stil als muizen, zoodra ik over Kerstmis begon en hun voorsloeg een verlanglijst te maken. Waarom heb ik er slag van ze zoet te houden?

ocr page 293

Ze huilden dat ze niet aan den Kerstman mochten schrijven.

))Wij zijn zoo vreeselijk stout geweest, dat we niets krijgen,quot; snikte Frans.

«Krijgt papa wèl wat?quot; vroeg Frits.

«Natuurlijk, want hij eet altijd zijn bord leeg,quot; ... antwoordde ik.

«Niet, wanneer het aangebrand is,quot; antwoordde het verstandige kind.

«Hij huilt nooit.quot; hernam ik.

«Krijgt broertje wat ?quot;

«Zeker.quot;

«Maar die huilt den heelen dag.quot;

«Hm.quot;

«Grootma, brengt de Kerstman aan papa, wat u voor hem wenscht?quot;

«Dat geloof ik wel.quot;

«Krijgt papa een paard met een echten staart?quot; vroeg Frits, «en een trommel en een heelen zak vol noten ?quot;

Ik pakte Frits om hot middel en kuste hem.

«Jij bent met Spreewater gedoopt!quot; riep ik.

Frans nam ik in mijn anderen arm en zoende hem ook. Ik had een doos met kegels voor hem voor Kerstmis, maar ik gaf ze hem nu, ik kon het niet laten. Die jongens zijn engelen, engelen zeg ik.

We wisten nog niet of Max en Frieda ons ook de eer zouden aandoen. Ik hoopte het. Men is licht geneigd met bitterheid over menschen te denken, die men veronachtzaamt. Bij zulke feesten wordt dikwerf weer vrede gesloten. Eu Felix is maar half in zijn humeur uls Max er niet bij is.

De Weigelt's mogen niet bedanken. Augusta heeft allei-ding noodig. Bovendien moet haar man in de gelegenlieid gesteld worden in te zien wat voor een goede inanüutsch is. Bij ons moeten ze elkaar ontmoeten. De vroegere weduwe

ocr page 294

Bergfeldt past merkwaardig goed in haar nieuwe omgeving.

De kleine Else van Augusta was ziek. Eerst probeerden ze huismiddeltjes, die niet hielpen. Toen was er opeens levensgevaar. Butsch haalt een twee drie mijn schoonzoon, het kind wordt in een vigelante gepakt en naar de kliniek gebracht, waar ze het in de luchtpijpen snijden en het er weer bovenop halen. En de 1 Uitschei i deden alles wat ze konden, in oogenblikken van gevaar leert men zijn vrienden kennen.

Omdat liet kind kwaadaardige baccilen bij zich had gehad, kwamen de stads-ontsmettingsmannen en pakten alles mee. Het kind was, op voorstel van mijn schoonzoon, ia de mooiste kamer gelegd •— en nu werden bedje, peluche meubels, blauwe portières, kleed, alles meegenomen, liet behangsel van de wanden gescheurd, de vloer afgebrand met een bijtend vocht, zoodat alle schadelijke ongedierten of dood ging of uit de ramen vlogen. Augusta zei, dat het haar verwonderde, dat ze den angst over het kind en het verdriet over de verwoesting in haar huis overleefd had. Toen de mooie meubels, die ze zich met zooveel moeite hadden aangeschaft, werden teruggebracht, wist ze niet of ze nog kon schreien. Alles zag er verschrikkelijk uit. De stoelen waren in een stoomketel gedaan, totdat het water met stralen er langs liep.

«De dingen waren onherkenbaar,quot; zeide ze. «Weigeit was woedend en liep naar de stads-ontsmettings-inrichting om schadevergoeding te eischen. Maar niets gekregen!

Ik vroeg aan mijn schoonzoon of er geen middelen waren om die bacillen te verdrijven zonder de meubels te ruineeren. Hij antwoordde dat Schering's formalin heel goed ontsmette, en daar het een soort van gas is, beschadigt het de dingen niet, maar stoom is nu eenmaal voorgeschreven. — Ik zuchtte toen maar eens.

Als die uitstoomerij Weigelt's hoogmoed een graadje heeft doen dalen, dan heeft ze toch ook iets nuttigs uit-

ocr page 295

203

gericht. Toen men hem wilde troosten met te zeggen dat men zich voor de Wetenschap buigen moet, zelfs wanneer zij ons in sommige opzichten in het dagelijksch leven erg in den weg zit, ging hij zoo te keer, liet hij zich zulke heleedigende uitdrukkingen over de wetgevende lichamen ontvallen, dat liij, als we nog in de middeleeuwen leefden, zeker levenslang gekregen zou hehben. Tegenwoordig is men wat minder streng. Wie hoog staat in de maatschappij kan het weinig schelen wat zulke schreeuwers van hem zeggen.

Ik was den heelen dag op straat, boodschappen doende. Er was dan ook heel wat te koopen: stokpaarden en trommels voor Frits en Frans, een aardigheidje voor Wilhel-mine, voor lletti's eu voor Weigelt's en voor Frieda's kindereu, eu de inkoopen voor den tweeden Kerstdag.

Erika had liet plan ontworpen eu ik eu Doortjes vrijer, die behanger en stoffeerder is, voerden het uit: de Ber-lijnsche kamer werd door teuten van halve manshoogte van goedkoope stof in verscheiden poppenkamers omge-tooverd; ze waren zóó groot, dat de kinderen er in spelen konden en om zoo te zeggen hun eigen poppen waren. Wij grooten konden over de wanden heen kijken. Ik maakte een huiskamer, een salon, een keuken, een winkel, een kazerne, en in het midden een straat, aan het einde waar-wan de kerstboom stond. De verschillende afdeelingen waren ingericht zooals het behoorde. In de keuken was alles wat men zich maar bedenken kon, een kachel, eu een echt porselein servies. Ik ging zelf op het bankje zitten en zou dolgraag eeu uurtje ermee gespeeld hebben, als ik mij niet geschaamd had. Maar waarom zou ik daarvoor eigenlijk blozen? Is ons heele leven op stuk van zaken geen spel? En een wezen dat weet wat voor groote kinderen wij zijn, ziet van boven op ons neer en lacht ons niet uit, omdat Hij ons liefheeft met al onze zwakheden. En wij spelen, totdat liet laatste kaarsje van den kerscboomis opgebrand, en dan wordt ons gezegd: komt, kinderen, 'tis uw tijd: ge moet ter ruste.

ocr page 296

'294

Ik had de kleintjes 's middags laten komen en de grooten pas tegen den avond, omdat de kinderen dan goed en wel rustig aan liet spelen zonden zijn, wanneer wij bij elkaar zaten. Maar de ouders begonnen dadelijk mee te doen, totdat ik ze bijna met geweld aan tafel moest halen. Oom Frits leerde de jongens exerceeren, Betti hielp in de keuken, Felix in den winkel, maar omdat hij iedereen, die wat kwam koopen, rozijnen toe gaf, en de lade daardoor al gauw bijna leeg was, joegen ze hem eruit en namen in zijn plaats Frans Weigelt.

Toen ze parade speelden, moesten ook de meisjes mee in het gelid staan en er werd getrommeld en getoeterd dat je hooren en zien verging. En toen werden de soldaten te visite gevraagd in het salon, waar de kleine Wilhelrnine allerliefst voor gastvrouw speelde. Toen speelden ze trouwpartij. Frans Weigelt was de bruigom en Wilhelrnine liet bruidje.

Ze kwamen bij ons en we moesten op hun gezondheid drinken. Juist toen oom Frits riep: «Lang leve het jonge paar!quot; traden dokter Zehner en Henni binnen. Ze kwamen uit Lingen als verloofde menschen. Dat was een gejuich en gejubel! En Butscli en zijn vrouw verschenen ook, en Weigelt was heel vriendelijk tegen hen. Max en Frieda hadden een briefje geschreven, dat ze onmogelijk konden komen.

Terwijl Doortje en haar behanger de tafel dekten, gingen wij zoo lang bij de kinderen, waar ik aan groot en klein een paar cadeautjes wilde uitdeelen.

De kaarsen op den boom waren aangestoken, en nu kwam de verrassing, die Erika in het geheim met de kinderen had klaargemaakt. Onder den boom stonden Frits en Frans, in het midden de kleine Wilhelrnine; de jongens als herders, in grauwe zakkengoed, met een staf in de hand, Wilhelrnine in het wit en met twee vleugeltjes aan de schouders en een kransje op het hoofd als engel. En toen zongen ze het Kerstlied. We waren heel stil. Vooral oom Frits.

ocr page 297

Nog hadden ze het niet heelemaal uitgezongen, toen Dourtje mij in het oor kwam iluisteren, dat een heel arme vrouw aan de deur stond.

«Met een jongetje?quot; vroeg ik.

«Ta.quot;

En ik naar buiten.

«Zoo, vrouw Naue, ben je daar en Ferdinandje ook. Dat is goed; dat doet me pleizier.quot;

De vrouw snikte. Ze zag er vreeselijk armoedig uit. Ik begreep dadelijk, dat er iets gebeurd was.

«Waarom ben je al niet veel vroeger eens aangekomen ?quot; vroeg ik.

«Doortje, geef de vrouw eens gauw een warmen kop bouillon en een boterham en den jongen ook.quot;

«Ik wist niet waar u woonde of hoe u heette,quot; antwoordde ze. «Maar toon ze mij in de kliniek brachten, vroeg me een lieer hoe Ferdinandje aan den hoed kwam, dien hij op had, dat was een hoed van zijn Frits, zei hij. En toen heb ik liet hem verteld. En ik vroeg of hij die dame kende, en zoo ben ik hier gekomen.quot;

«Ben je ziek geweest ?quot; vroeg ik.

«Ik ben nog ziek, maar liet gaat nu al een beetje beter. Sieber had me geschopt omdat Ferdinandje zoo netjes was; ik sloeg met een smak tegen den grond.quot;

«Vrouw, vrouw, wat een geluk dat je in de kliniek toevallig onder behandeling van mijn schoonzoon bent gekomen en dat Ferdinand die roode F op zijn muts had en de dokter die herkende. Je wou wel niets meer van me weten, maar nu denk je er, hoop ik, anders over. Kijk eens, hoe het den jongen smaakt. Kom, je zult met ons Kerstmis vieren. Dat je juist van avond bij me bent gekomen, beschouw ik als een goed teeken. Ken je het verhaal van dien jongen geestelijke. Niet? Xu, dat vertelikje later wel eens. Mijn Karei zal wel werk voor je vinden, dat niet te zwaar is. Of moet je terug naar je man?quot;

ocr page 298

296 ■

Zij schudde het hoofd, eu een onbesclirijfelijk treuiige uitdrukking kwam op haar gezicht.

»A1 ons geluk is weg,quot; antwoordde ze, «alles voor de goede zaak. Ze zeggen: de vrouw is vrij, en ik mag gaan waarheen ik wil. Niemand houdt me vast.quot;

Ze zuchtte diep, als van verluchting, en toen begon ze

weer te huilen.

Karei kwam om mij te zoeken. Ik vertelde hem in de gauwigheid de heele geschiedeins. De vrouw bleef in huis. We kunnen niet iedereen helpen, maar wat we doen kunnen

mogen we niet laten.

Vrouw Naue voelde zich veel beter. Mijn Karei had binnen de zaak verteld. Mijn schoonzoon herinnerde zich de vrouw, die hij toevallig gezien had, toen hij eu Cutsch de kleine Klse Weigeit in de kliniek gebracht luidden. Hij haalde haar en deu jongen binnen.

Voor verwende, gewone menschen was die inrichting van de Berlijnsche kamer maar zoo-zoo, la-ia, maar Ferdinandje was stom van verbazing. Hij begreep niet waar hij was, eu keek glazig om zich heen. He kinderen praatten tegen hein en gixven hem van hun lekkers.

Toen hij een beetje bekomen was, keel- hij nog aldoor naar de gevleugelde Wilhelmine. Haar ^ greep hij heele-maal niets van. Ze voelde dat wel, en terwijl Doortje de pasteitjes binnenbracht, die wij bij de bouillon wilden eten, en toen den roastbeef — nam het kleine ding Fnts en Frans bij de hand, ging met hen weer op haar plaats onder den boom staan en ze zongen onder den stralenden boom.

Wij kenden het lied nu, maar voor Ferdinand was het nieuw. Hij klemde zich vast aan zijn moeder en luisterde met ingehouden adem. Toen zij zijn roode wangetjes zagen zijn schitterende oogen, kwam er ook op baar bleek gezicht wat meer kleur en ik verbeeldde mij dat ze bij zichzelve meezong.

EIND £.

ocr page 299
ocr page 300