ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3
ocr page 4
ocr page 5

/t cbu.eL^\A^3 YXA^ ^è*~s

^ -11 USv^xJL^-.

Ytu, y^Jtesw^có OhJ-t^u-cii j

jiERKELIJK

yviis- EN j_^OFBOEKJE.

ocr page 6

Den Hoogeerwaarden Heer, Monseigneur M. J.^A. LANS,

Eere-Kanunnik van Carthazo^

o 7

Pastoor te Schiedam^ den IJveraar voor de Liturgie, den volijverigen Bezorger der Kerkmuziek in Nederland,

Als geri r{ 1 i (. il i l cf j.cci t en door Zijn Hoogeerwaarde ^'el-willend aanvaard.

ocr page 7

v ak

KE^KfjLIjK:

*2^

cWis- en Qofboehje,

} J

Bijeenverzameld

door

d. P.

R. C. Pr,

gt; fsj \/

. .. gt;. -csi^jq^eamp;e-t

V J isJ i l 1^1

P. Stokvis amp; Zn. 's Hertogenbosch, 1891.

ocr page 8

-«—cggt;—»--

91cet vctioj dcz êccjtctijhz Qvcz-

{\ C i C OCl 11 fl d' cÖ i 3C011V oil O l' 1H O H C' j

cjeSivi-fit en w-i-tgcgcocn.

—•:-o-oo-:——

M. Waterreus, Drukker amp; Uitgever, Roermond.

ocr page 9

otoco^iocnt^-wco*—•otoco^ocntf'-WM

CTQ CL ; f» pj SG.Cfq ; 3 00

P (Tgt;

■o

* O Ox-^- 10 O I

g-r

10 H M OJ H tO H CO H MD H UI OJ OJ to O ^-1

gt; 2- - - ^ S-

gt;

TJ y - *0

y ►Owquot; quot;* quot; quot;ö y quot;*

to M 00 04-

E 3

1 MD C\-f- to CO M tr

g'?- s';

n 3 o y o s o ^

§ w

«—. gt; lt;—1 SS C c

3 rt S

iz;-

u= - !z:= = u- - - Ö^:

fD O f6 O f5 O

O lt; O ■lt; O lt;

ocr page 10

Lijst der Feestito, zooals ze gewoonlijk geviertl worleii,

JANUARI.

1 Besnijdenis des Heeren.

2 Octaaf (i) van den H. Stephanus.

3 Octaaf van den H. Joannes.

4 Octaaf der HH. Onnoozele Kinderen.

5 Vigilie (2) van Driekoningen.

6 Driekoningen. Thelesphorus. Mart.

7 Octaaf van Driekoningen.

8 » » »

9 » » »

10 gt; » »

11 » » » Hyginus, Paus-Mart.

12 » » j

13 Octaafdag van Driekoningen.

14 Hilarius, Bisschop, Leeraar; Felix Mart.

15 Paulus, Kluizenaar; Maurus, Abt.

16 Marcellus, Paus-Mart.

17 Antonius, Abt.

1) Octaaf beteekent de acht dagen, gedurende welke een feest gevierd, of herdacht wordt; de achtste dag wordt ook octaaf genoemd.

2) Vigilie, dat is: voorbereidingsdag.

ocr page 11

iS St. Petrus Stoel te Rome; Prisca Mart.

19 Pharaildis Maagd. Canut, Koning-Mart;

Marius enz. Mart.

20 Fabianus en Sebastianus, Mart.

21 Agnes, Mart.

22 Vincentius en Anastasius, Mart.

23 Huwelijk der H. Maagd; Ildefonsus,

Bisschop.

24 Timotheus, Bisschop-Mart.

25 Bekeering van den H. Paulus.

26 Polycarpus, Bisschop-Mart.

27 Joannes Chrysostomus, Bisschop-Leeraar.

28 Julianus, Bisschop; Agnes, Mart.

29 Franciscus van Sales, Bisschop-Leeraar.

30 Martina, Maagd-Mart.

31 Petrus Nolascus, Belijder.

FEBRUARI.

1 Ignatius, Bisschop-Mart.

2 Buivering van Maria in den tempel.

(Lichtmis.)

3 Blasius, Bisschop-Mart. Madelinus Bel.

4 Andreas Corsinus, Bisschop.

5 Agatha, Maagd-Mart.

6 Gudula, Maagd; Dorothea, Mart. Aman-

dus. Bisschop.

Den tweeden Zondag na Driekoningen wordt .eevierd het feest van den H. Naam Jesus; Duisdap;na Zondag Septuagesima wordt herdacht het Gebed des Heeren in den Olijfhof.

ocr page 12

— 8 —

7 Romualdus, Abt.

8 Joannes de Matka, Belijder.

9 Cyrillus van Alexandrië, Biss.-Leeraar,

Apollonia, Mart.

10 Scholastica, Maagd.

11 De Zeven Stichters van de Orde der

dienaren van Maria.

12 Titus, Bisschop.

13 c6 Martelaren van Japan.

14 Valentinus, Mart; Vedastus, Biss.; Ger-

lacus, Belijder.

15 Fanstinus en Jovita, Mart.

16 Gregorius X. Paus.

17 Hyginus, Paus-Mart. Vlucht naar Egypte. iS Simeon, Bisschop-Mart.

19 Conradus, Belijder.

20 Eucherius, en Emilianus, Bisschop-Mart.

21 Ablebertus, Bisschop.

22 St. Petrus' Stoel te Antiochië.

23 Petrus Daminnus, Bisschop-Leeraar.

24 Mathias, Apostel en Evang.

25 Margaritha van Cortona, Boetelinge.

26 Porphyrius, Mart.

27 Julianus en Eurus, Mart.

28 Oswaldus, Bisschop.

29 (Schrikkeljaar.)

Dinsdag na den Zondag »Sexagesiinaquot; feestdag van het Lijden des Heeren.

Woensdag na Zondag «Quinquagesimaquot; Aschdag; Vrijdag daarna feest der Doornenkroon onzes Heeren.

ocr page 13

MAART.

1 Switbertus, LSisschop.

2 Simplicius, Paus.

3 Fredericus, Abt; Cuiiegundis, Keizerin.

4 Casimirus, Belijder; Lucius, Mart; Al-

bricus, Bisschop.

5 Joannes Jozef van het Kruis, Belijder.

6 Coleta, Maagd.

7 Thomas van Aquine, Belijder-Leeraar;

Perpetua en Felicitas, Mart.

S Joannes de Deo, Belijder.

9 Francisca, Weduwe; Catharina van Bologna.

10 Veertig Martelaren.

11 Leander, Bisschop.

12 Gregorius, Paus.

13 Euphrasia, Maagd.

14 Mathildis, Koningin.

15 Longinus, Soldaat.

16 Heribertus, Bisschop.

17 Gertrudis, Maagd.

18 Gabriel, Aartsengel.

19 Jozef, Bruidegom van Maria

20 Patritius, Bisschop; Wulfrannus, Biss.

21 Benedictus, Abt.

22 Cyrillus, Bisschop van Jerusalem, Kerk

leeraar.

Vrijdag na den eersten Zondag in den Vaste; feest der Lans en Nagelen.

Vrijdag na den iwxden Zondag: feest van den Zweetdoek des Heeren.

ocr page 14

- IO -

23 Theodosia, Maagd-Mart.

24 Simeon, Mart.

25 Boodschap des Engels aan Maria.

26 Ludgerus, Bisschop.

27 Rupertus, Bisschop.

28 Sixtus III, Paus.

29 Eustasius, Abt.

30 Ouirinus, Mart.

31 Balbina, Maagd; Cornelia, Maagd en

Mart.

APRIL.

1 Hugo, Bisschop.

2 Franciscus de Paula, Belijder.

3 Maria van Egypte, Boetelinge.

4 Isidorus, Bisschop-Leeraar.

5 Vincentius Ferrerius, Belijder.

6 Sixtus I, Paus.

7 Ccclestinus I, Paus; Hermanns Jozef, Bel.

8 Perpetuus, Bisschop.

9 Waltrudis, Weduwe.

Vrij dag na den derden Zondag feest der H.H. Vijf Wonden.

Vrij dag na den vierden Zondag; feest van het H. Bloed.

Vrirdag na PassicZondag feest der Zeven Smarten van Maria.

In de goede JVee/c wordt iederen dag de H. Mis gelezen, aan dien dag eigen. Palmenzondag—dinsdag, woensdag en vrijdag het Lijden gelezen.

ocr page 15

10 Acatius, Bisschop-Mart.

11 Leo L, Paus en Leeraar.

] 2 Julius I, Paus.

13 Hermenegildis, Koning-Mart.

14 Justinus, Mart; Tibumus, Valerianus en

Maximus, Mart.

15 Petrus gonzales, Belijder.

16 Benedictus Jozef Labre, Belijder.

17 Anicetus, Paus-Mart.

18 Usmari, Bisschop.

19 Leo IX, Paus.

20 Victor, Paus-Mart.

21 Anselmus, Bisschop-Leeraar.

22 Soter en Cajus, Paus en Mart.

23 Georgius, Martelaar.

24 Fidelis van Sigmaringen, Mart, Egber-

tus. Bisschop.

25 Marcus, Evangelist; Floribertus, Biss.

26 Cletus en Marcellinus, Mart. O. L. V.

van goeden raad.

27 Petrus Canisius.

28 Verheffing van het lichaam van den H.

Lambertus, Vitalis, Mart.

29 Petrus, Mart.

30 Catharina van Senen, Maagd.

Paaschdacr en gedurende de Paaschweek wordt dagelijks de H. Mis gelezen, aan iederen dag eigen. Zoo ook Beloken Paschen.

Den tweeden Zondag na Paschen, feest derli. Won-der-Hostie in Breda.

Den derden Zondag na Paschen wordt gevierd het Beschermfeest van den H. Jozef.

ocr page 16

MEI.

1 Philippus cn Jacobus, Apostelen; Mar-

culphus, Abt.

2 Athanasius, Bisschop-Leeraar.

3 Vinding van het H. Kruis; Alexander,

Eventius, Theodulus enjuvenalis Mart. Aufridus, Bisschop.

4 Monica, Weduwe.

5 Pius V., Paus.

6 Marteling van den H. Joannes in den

ziedenden olie.

7 Stanislaus, Bisschop Mart.

8 Verschijning van den Aartsengel Michael.

9 Gregorius van Nazianze, Biss.-Leeraar. ie Wiro, Bisschop; Gordianus en Epima-

chus, Mart.

11 Franciscus de Hieronymo, Belijder.

12 Nereus, Achilleus en Domitilla, Mart.

13 Servatius, Bisschop.

14 Antonius Bisschop-Leeraar; Bonifacius,

Mart.

15 Dymphna, Mart. Aufridus, Bisschop; Verheffing der Overblijfselen van den H. Bavo.

16 Joannes Nepomucenus, Mart.

17 Paschalis Baylon, Belijder.

Hemelvaart des Heeren op den 40sten dag na Pa-schen; acht dagen daarna de Octaafdag.

Maandag vóór Pinksteren feest van den H. Gerlacus, Belijder.

ocr page 17

18 Venantius, Mart.

19 Petrus Coelcstinus, Paus; Pudentiana,

Mart.

20 Bernardinus van Senen, Belijder.

21 Ubaldus, Bisschop; Felix a Cantalicio,

Belijder.

22 Paulus van het Kruis; Crispinus van

Viterbo, Belijder.

23 Desiderius, Bisschop-Mart.

24 H. Maagd, Hulp der Christenen.

25 Gregorius Vil, Paus; Urbanus, Paus-Mart.

26 Vinding en opheffing der Beenderen

van de HH. Wiro en Gezellen. Eleuthe-riiis, Paus-Mart.

27 Maria Magdalena de Pazzis. Maagd

Joannes, Paus-Mart.

28 Augustinus, Bisschop van Kantelberg.

29 Philippus Nerius. Belijder.

30 Ferdinand, Belijder; telix, Paus-Mart.

31 Angela de Merici, Maagd; Petronilla,

Mart.

10 dagen na Hemelvaart Pinksterfeest; daags te voren Vigilie, waarop het water wordt gewijd; gedurende de geheele weck de Mis aan dit feest eu iederen dag eigen. _ _ .

Den achtsten dag wordt het feest der H. Dneviu-digheid gevierd.

ocr page 18

— 14 —

JUNI.

1 Eleutherius, Paus-Mart.

2 Marcellinus, Petrus en Erasmus, Mart.

3 Clotilclis, koningin.

4 Franciscus Caracciolo, Belijder; Ouiri-

rinus, Mart.

5 Bonifacius, Bisschop Mart.

6 Norbertus, Bisschop.

7 Alle heilige Bisschoppen van Maastricht.

8 Bonifacius en Gezellen, Mart.

9 Primus en Felicianus, Mart.

10 Margaretha, Koningin van Schotland.

11 Barnabas, Apostel.

12 Odulphus, Belijder; Basilidis, Cyrini, Na-

boris. Mart; Cunera, Mart.

13 Antonius, Belijder.

14 Basilius, Bisschop-Leeraar.

15 Vitus, Modestus en Crescentia, Mart.

16 Joannes a. S. Facundo; Joannes Fran

ciscus Regis, Belijder.

17 Alena, Maagd-Mart.

18 Marcus en Marcellianus, Martelaars.

19 Juliana, Maagd; Gervasius en Protasius,

Mart.

20 Silverius, Paus-Mart.

21 Aloysius, Belijder; Engelmundus, Abt.

Donderdag na H. Drievuldigheid, feest der instelling van het allerheiligst Sacrament des Altaars; Op dien dag en den Octaafdag de eigen Mis.

Daags na den Octaafdag, feest van het H. Hart van Jesus.

ocr page 19

22 Paulinus, Bisschop.

23 Vigilie der Geb. van den H. Joannes.

24 Geb. van den H. Joannes, den Dooper.

25 Gulielmus, Abt; Adelbertus, Belijder.

26 Joannes en Paulus, Mart.

27 Crescens, Mart.

28 Leo II, Paus. Vigilie. (Vastendag.)

29 Petrus en Paulus, Apostelen.

30 Paulus, Apostel.

JULI.

1 Octaafdag der geb. van den H. Joannes.

2 Bezoek van Maria aan Elisabeth.

3 Rumoldus, Mart.

4 Overbrenging der Relikwiën van den H.

Martinus; Irenaeus, Bisschop-Mart.

5 Cyrillus en Methodius, Belijders.

6 Octaafdag der HH. Apostelen Petrus

en Paulus.

7 Feest der Zoete Lieve Vrouw te's Bosch.

8 Elisabeth, Weduwe; Landrada en Amel-

berga, Maagden.

9 19 Martelaren van Gorcum.

10 Zeven Broeders, Rufina en Secunda, , Mart.; Amelberga, Weduwe.

Den derdoi Zondag na Pinksteren: feest van het allerzuiverst Hart van Maria.

Eersten Zondag van Juli, feest van het allerkostbaarst Bloed onzes Heeren Jesus Christus.

ocr page 20

— i6 —

11 Michacl de Sanctis, Belijder; Pius, Paus-

Mart.

12 Joannes Gualbertus, Belijder; Nabor en

Felix, Mart.

13 Anacletus, Paus-Mart.

14 Bonaventura, Bisschop-Leeraar.

15 Zending der Apostelen.

16 O. L. Vrouw van den berg Karmel.

17 Alexis, Belijder; Fredegandus, Abt.

18 Camillus de Leilis Belijder; Fredericus,

Biss.-Mart.

19 Vincentius, Belijder.

20 Hieronymus Aemilianus, Belijder; Mar-

garitha, Maagd. j 7

21 Henricus, Keizer; Praxedes, Mart. Mo- • S

nulphus en Gondulphus, Bisschoppen.

22 Maria Magdalena, Boetvaardige Zondares.

23 Apollinaris, Mart. Liborius, Biss.

24 Vigilie van den H. Jacobus; H. Chris

tina Mart.; Raineldis, Mart.

25 Jacobus, Apostel; Christophorus, Mart.

26 Anna, Moeder der H. Maagd.

27 Pataleon, Mart., Bernulphus, Bisschop.

28 Plechelmus, Bisschop; Na~arius, Celsus

en Victor, Mart.

29 Martha, Maagd; Felix, Simplicius, Fau-

stiniusen Beatrix, Mart.

30 Abdon en Sennen, Mart.

31 Ignatius, Belijder.

Zon chim, Vz

ocr page 21

AUGUSTUS.

1 Petrus-Banden; Machabeeën, Mart.

2 Alphonsus M. de Liguorio, liisschop-

Leeraar.

3 Vinding van het lichaam des H. Ste-

phanus, eersten Martelaar.

4 Dominicus, Belijder.

5 O. L. Vrouw ter Sneeuw.

6 Gedaante-verandering des Hoeren op

Thabor; Xistus, Felicissimus en Aga-pitus, Mart.

7 Cajetanus Belijder; Donatus, Mart.

8 Cyriacus, Largus en Smaragcus, Mart.

Romanus, Mart.

9 Vigilie van den H. Laurentius; Joannes,

Zoon der Maagd.

)o Laurentius.

it Tiburtius en Susanna, Mart; Philumena, Mart.

12 Clara, Maagd; Wigbertus, Mart.

13 Hippolytusen Cassianus, Mart.; Joannes Berchmans, Belijder, O. L. V. Toevlucht der Zondaren.

114 Vigilie der opneming ten hemel van Maria Werenfridus, Bisschop. (Vigilie . Vastendag.)14 Vigilie der opneming ten hemel van Maria Werenfridus, Bisschop. (Vigilie . Vastendag.)

15 (1) Opneming ten hemel van Maria. ■. 16 Rochus, Belijder,

; 17 Octaafdag van den H. Laurentius.

' 1} Zondag onder het Octaaf, feest van den H. Joa-j chim, Vader der H. Maagd.

ocr page 22

— i8 —

18 Hyacinthus, Belijder; Agapitus, Mart. Jeroen, Mart.; Helena, Keizerin.

19 Ludovicus, Tolosani, Bisschop.

20 Bernardus, Abt Kerkleeraar.

21 Joanna Francisca de Chantal, Weduwe.

22 Octaafdag Jcr Hemelvaart van Maria;

Timotheus, Hyppolitus en Symphoria-nus, Mart.

23 Philippus Benitius, Belijder.

24 Bartholomeus, Apostel.

25 Lodewijk, Koning; Gregorius, Bisschop.

26 Zephyrinus, Paus-Mart.

27 Jozef Calasanctius, Belijder.

28 Augustinus, Bisschop-Lecraar; Hermes,

Mart.

29 Onthoofding van den H. Joannes den

Dooper.

30 Rosa van Lima, Maagd; Felix en Adauc-

tus, Mart.

31 Raymundus Nonnatus, Belijder.

SEPTEMBER.

1 Aegidius, Abt; Twaaf Broeders, Mart.;

Werenfridus, Belijder.

2 Stephanus, Koning van Hongarije.

Den vierden Zondag in Augustus wordt in 's Bosch en Utrecht het feest der Kerkwijding herdacht in Breda den loen Zondag na Pinksteren; in Roermond den 4en Zondag in November.

ocr page 23

— 19 —

3 Remaclus, Bisschop.

4 Rosalia, Maagd; Rosa van Viterbo, Maagd.

5 Laurentius Justinianus, Bisschop.

6 Antoninus, Mart.

. 7 Madelberta, Maagd.

8 Geboorte der H. Maagd; Adrianus. Mart.

9 Gorgonius, Mart. Petrus Claver, Belijder. 5 io Otgerus, Belijder; Theodardus, Mart.

11 Nicolaus Tolentinus, Belijder; Protus en Hyacinthus, Mart.

12 Guido, Belijder.

13 Philippus; Eugenia Maagd.

14 Kruisverheffing.

15 Octaafdag der Geboorte van Maria; Nicomedes, Mart.

16 Cornelis en Cyprianus, Mart. Kuphemia,

Lucia en Geminianus, Mart.

17 Lambertus, Bisschop-Martelaar.

18 Jozef a Cupertino, Belijder.

115 Januarius en Gezellen, Mart. 20 Eustachius en Gezellen, Mart. - 21 Matthaeus, Evanglist; Gerulphus, Mart.

22 Maria de Socos, Maagd; Mauritus en

Gezellen, Mart. Maternus, Biss.

23 Linus, Paus-Mart. Thecla, Mart.

Den eersten Zondag van September, feest der H. 5 Engelbewaarders.

Zondag onder het Octnaf van Maria's Geboorte feest ; van den H. Naam, Maria.

Derde Zondag in September feest der Zeven Smarten 1 van Maria.

ocr page 24

20

24 O. L. Vrouw, tot Vrijkooping der slaven.

25 Feest der Vijf Wonden van den H.

Franciscus (of den 17 dezer) Maternus, Misschop.

26 Thomas van Villanova, Bisschop (of den

22 dezer) Cyprianus en Justina, Mart.

27 Cosmas en Damianus, Mart.

28 Wenceslaus, Hertog-Mart.

29 Michaël, Aartsengel.

30 Hicronymus, Belijder-Leeraar.

OCTOBER.

1 Remigius, Bisschop; Bavo, Biss.

2 Engelbewaarders (Zie ie Zondag in Sep.)

3 Gerardus, Abt.

4 Franciscus van Assisië, Belijder.

5 Placidus en Gezellen, Mart.

6 Bruno, Belijder.

7 Marcus, Paus-Mart.; Sergius, Bacchus,

8 Birgitta, Weduwe.

9 Dionysius, Bisschop-Mart.; Rusticus en

Eleutherius,M art.

10 Franciscus de Borgia, Belijder.

11 Ludovicus Bertrandus, Belijder; Gum-

marus, Belijder.

12 Wilfridus, Bisschop.

13 Fduard, Koning.

ien Zondag in October:feest van den H. Rozenkrans.

ocr page 25

14 Calistus, Paus-Martelaar.

15 Theresia, Maagd.

16 Gallus, Abt.

17 Hedwigis, Weduwe; Zalige Margaretha

Maria Alacoque, Maagd,

18 Lucas, Evangelist.

19 Petrus van Alcantara, Belijder.

20 Joannes Cantius, Belijder; Maria de

Socos, Maagd.

21 Ursula en Gezellinnen, Mart, Hilarion,

Abt.

22 Marcus, Bisschop-Mart.

23 Feest van den Allerheiligsten Verlosser.

Severinus, Bisschop.

24 Raphael, Aartsengel.

25 Chrysantus en Darius, Mart. Crispinus . en Crispinianus, Mart.

26 Evaristus, Paus-Mart.

27 Vigilie. Florentius, Mart.

28 Simon en Judas Thaddeus, Apostelen.

29 Faro, Bisschop.

30 Alphonsus Rodriguez, Belijder.

31 Wolfgangus, Bis. Vigilie (Vastendag.)

2en Zondag in October wordt het Maagdelijk Moe-der schaf* der H. Maaffd herdacht.

3en Zondag in October, feest ter eere der Zuiverheid van Maria.

4en Zondag in Octeber: Feest der Heiligen, wier Overblijfselen in het Bisdom Breda bewaard worden.

ocr page 26

22

NOVEMBER.

1 Allerheiligen.

2 Herinnering aan de Geloovige zielen.

3 Hubertus, Bisschop.

4 Carolus, Bisschop.

5 Odrada, Maagd; Perpetuus, Bisschop.

6 Leonardus, Belijder.

7 Willibrordus, Bisschop.

8 Octaafdag van Allerheiligen; De vier

Gekroonde Martelaren.

9 Wijding der basiliek van den Allerhei

ligsten Verlosser; Theodorus, Mart. !o Andreas Avellinus, Belijder; Tryphon, Respicius en Nympha, Mart.

11 Martinus, Bisschop; Menna, Mart.

12 Martinus, Paus-Mart; Lebuinus, Belijder.

13 Didacus Bel. Stanislaus Kostka, Bel.

14 Josaphat, Bisschop-Mart. Albricus, Biss.

15 Gertrudis, Maagd; Machutus, Bisschop.

16 Cunibertus, Bisschop; Willehadus, Biss. 27 Gregorius, de Wonderdoener, Bisschop.

18 Wijding der basiliek van de HH. Petrus -en Paulus.

19 Elisabeth, Weduwe; Pontianus, Mart.

20 Felix van Valois, Belijder; Albertus,

Bisschop.

21 Opdracht van Maria in den tempel.

22 Caecilia, Martelares.

Den aen Zondog in November, Beschermfeest der H. Maagd.

ocr page 27

— 23 —

ï

23 Trudo, abt; Felicitas Mart.

24 Joannes van het Kruis; Chrysogonus,Mart.

25 Catharina, Martelares.

26 Clemens I, Paus-Mart. (ook 23 dezer) Petrus, Mart. Albertus, Mart. Amelber-ga, Maagd.

, 27 Oda, Maagd; Acharius, Bisschop, t 28 Sosthenes, leerling van den H. Paulus.

129 Vigilie, Saturninus, Martelaar, Radbodus. Bisschop.

130 Andreas, Apostel; Saturninus, Mart.

DECEMBER.

1 Eligius, Bisschop.

2 Bibiana, Martelares.

3 Franciscus Xaquot;erius, Belijder.

4 Barbara, Martelares Petrus Chrysologüs,

Bisschop.

, 5 Sabbas, Abt.

6 Nicolaas, Bisschop.

7 Ambrosius Bisschop-Leeraar.

8 Onbevlekte Ontvangenis van Maria.

9 Livinus, Mart.

10 Melchiades, Paus-Martelaar; Overbrenging van het H. Huisje van Nazareth.

Op de vier Zondagen voor Kerstmis, zijnde de Adquot; i-vent, wordt geen feest van een Heilige gevierd.

Woensdag na den dérden Zondag wordt de Gulden ' Mis gelezen.

ocr page 28

— 24 —

11 Damasus, Paus.

12 Justinus, Mart.

13 Lucia, Martelares.

14 Nicasius, Bisschop.

15 Octaafdag der Onbevlekte Ontvangenis.

16 Everardus, Belijder, Eusebius, Mart.

17 Begga, Weduwe.

18 Feest der Verwachting van O. L. V.

19 Fausta, Mart.

20 Vigilie; Philogonius, Bisschop.

21 Thomas, Apostel.

22 Hungerus, Bisschop.

23 Victoria, Maagd-Mart.

24 Vigilie (Vastendag.)

25 Geboorte van Christus.

26 Stephanus, eerste Martelaar.

27 Joannes, Evangelist.

28 Onnoozele Kinderen.

29 Thomas, Bisschop van Kantelberg.

30 Eugenius, Bisschop.

31 Silvester I, Paus.

k

ocr page 29

^Uoonvoord.

Het bijwonen der H. Mis en van het Lof, de godsvrucht tot het Allerheiligst Sacrament te bevorderen, opdat de ge-loovigen met gevoelens van grootere godsvrucht in de H. Mis en het Lof souden tegenwoordig zijn, en daaruit meerdere vruchten van hcmelsche gaven plukken ; (i) is mijn doel geweest bij het samenstellen van dit boekje. Daartoe dienen de uitleg en verklaringen van de plechtigheden, waarmede de H. Mis wordt opgedragen; de eigen woorden, waarmede de Kerk, i verzucht, bidt, smeekt, juicht, jubelt, treurt, naar de verscheidene groote gebeurtenissen en waarheden welke zij in den loop des jaars haren kinderen voorhoudt.

Tevens heb ik gemeend nuttig te zijn voor koorzangers, kosters en misdienaars, door ook het latijn op te nemen van dat-

(i) Provinciaal concilie tit V. Cap. 3.

ocr page 30

gene, wai door hen rnoetgebruikt worden opdat zij zouden kunnen lezen (i) en verstaan, wat zij te zingen of te antwoorden hebben :

De vertaling is nu eens letterlijk, dan vrij, naar male duidelijkheid en verstaanbaarheid vorderde; bovendien is nu en dan eenige nadere verklaring in andert letters toegevoegd. De Z.Eerw. Pater Stokvis veroorloofde wel, zijne schoont vertaling der Hymnen over te nemen.

Moge ik mijn doel bereiken: ■»nuttig te zijn tot meerdere eer van God,quot; en om de oefeningen van onzen H. Godsdienst meer te doen kennen, liefhebben en beoefenen.

11. d. F.

Feestdag van St. Fetrus en Faulus iSgx.

(i) Om latijn te lezen behoeven slechts twee regels te worden onderhouden: lo. woorden van twee lettergrepen hebben den nadruk op de eerste-a — IIo. in woorden van meer dan twee letter gr e- M pen, valt de nadruk op die lettergreep, waarop f; het teeken ' staat.

ocr page 31

MORGEHGcEBED. (i)

(Allernuttigst kan als morgengebed ebeden worden het »Veni Creator,quot; Kom Schepper, H. Geest, met het ge

Vóórkom, Heer (door uwe genade) al onze werken, en help ze ten uitvoer brengen, opdat al onze gebeden en werken met U beginnen, en alzoo begonnen, door U tot een goed einde gebracht worden. Door Christus, onzen Heer. Amen.

Gezegend zij de Heilige en ondeelbare Drieéénheid; loven wij Haar, omdat Zij ons barmhartig is geweest.

Allerheiligste Drievuldigheid, wij dan-

i] De Primen gevolgd.

6

ocr page 32

neige

ken U, dat Gij ons dezen nacht be- dacht waard, en goedgunstig behouden hebt wet: 1 alsmede voor alle andere weldaden, ons geschonken; geef, dat wij altijd eene waardige dankbaarheid betoonen.

Aan den onsterfelijken en onzicht-baren Koning, aan God alle eer en heerlijkheid in de eeuwen der eeuwen.

Amen.

Gewaardig, Heer, ons dezen dag vrij van zonden te bewaren.

Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer.

Uwe barmhartigheid. Heer, kome •

over ons, zooals wij van U verhopen. van :

Heer, verhoor mijn gebed. wege:

Ge en aE ten, ( naar te he opdal diene Uwe Da reld, der e

verm den, draaf van i

En mijn geroep kome tot U.

LAAT ONS BIDDEN.

Heer, Almachtige God, die ons het begin van dezen dag deedt bereiken, ; voor behoud ons heden door Uwe kracht. Hem opdat wij vandaag tot geene zonden

ocr page 33

29

r

neigen; maar al onze woorden, gedachten en werken gericht zijn om uwe wet te onderhouden.

Gelief, Heer God, Koning van hemel en aarde, heden onze lichamen en harten, onze zintuigen, woorden en daden naar Uwe wet en geboden te richten, te heiligen, te geleiden en te bestieren; opdat wij hier en in eeuwigheid verdienen gered en bevrijd te zijn door Uwe hulp.

Dat bidden wij U, Verlosser der wereld, die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Heer God, schepper en bestierder van alles, in Wien wij leven, ons bewegen en zijn, zonder Wien wij niets vermogen; al mijne gedachten, woorden, werken, en lijden van dezen dag draag ik op te Uwer eer en ter eere van onzen Heer Jesus Christus.

u

Heilige Maria en alle Heiligen, bidt voor ons den Heer, opdat wij door Hem geholpen en bewaard worden.

!

ocr page 34

Onder Uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, H. Moeder Gods; versmaad onze gebeden niet in onzen nood maar bevrijd ons altijd van alle gevaren; o glorierijke en gezegende Maagd, onze Vrouw, onze Middelares, onze Voorspreekster, verzoen ons met Uwen Zoon, vertoon ons aan Uwen Zoon, beveel ons aan Uwen Zoon.

Eén IVees gegroet, en het Schietgebed:

Heilige Maria, zonder zonde ontvangen, bid voor ons, die tot U onze toevlucht nemen.

De n Engel des Heer enquot;

(In den I'aaschtijd:) Verheug u.

Drie Wees gegroet ter eere der zuiverheid van Maria, en het

Gebed van Pater Zucchi.

O mijne meesteres, o mijne Moeder, ik draag mij geheel aan U op, en om U te bewijzen, dat ik U ben toegewijd.

ocr page 35

draag ik U heden op mijne oögen, mijne ooren, mijn mond, mijn hart, ja geheel mij zeiven. Dewijl ik alzoo, o mijne goede Moeder, de Uwe ben, bewaar en verdedig mij als Uw goed en Uw eigendom.

Oefeningen van Geloof, Hoop, Liefde, en Berouw.

De Heer zegene ons, bescherme ons tegen alle kwaad en geleide ons tot het eeuwig leven; en dat de zielen der ge-loovigen door Gods barmhartigheid in vrede rusten. Amen.

-«—cgs—o-

Morgenlofzang der Kerk,

Komt, vallen we onzen God te voet Nu 't licht der morgenzon ons groet, Hem smeekend, dat Hij ons van 't kwaad, Deez' dag bewaar bij ied're daad

ocr page 36

Zijn teugel leg' de tong in band,

Opdat het twistvuur niet ontbrand'; Zijn zorg omsluire zoo ons oog, Dat geen verleiding 't lokken moog.

Rein blijve 't binnenst van ons hart. Door eigen waanzin niet verward; En soberheid in drank en spijs Behale op 't worstlend vleesch den prijs.

Opdat, wanneer de dagtoorts flauwt, De nacht weer aan den hemel grauwt, Wij door de onthouding rein, dan blij. Hem loven in zijn heerschappij.

Lof zij den Vader op zijn troon. En aan den eengeboren Zoon,

En aan den Trooster, met hen één, En nu, en door alle eeuwen heen. Amen.

ocr page 37

— 33 —

Avondgebed., (i)

Almachtig God, U smeekt ons lied, Eer 't daglicht voor het duister vliedt, Dat Ge in uw goedheid ons ten wacht En schutse zijn moogt in den nacht.

Houd ons van droom en plagerij En bange nachtverschijnsels vrij;

Toom onzen vijand, en belet Wat zelfs het lichaam schade of smet'.

Geef dit, o Vader, mild en rijk.

Geef dit, o Eenge, Hem gelijk, Die beiden met den Trooster één, Regeert door eeuw en eeuwen heen

[Amen.

Litanie van O. L. V. van Loretto.

LAAT ONS BIDDEN.

Bezoek, Heer, deze woning en ver-

i] Naar de Completen.

ocr page 38

wijder er van alle hinderlagen des duivels. Moge Uwe H. Engelen hier wonen, opdat zij ons in vrede bewaren en mocht Uw zegen immer over ons blijven.

Behoed ons, Heer, terwijl wij waken, bewaar ons als wij slapen, opdat wij met Christus waken en rusten in vrede.

sOnder uwe beschermingquot; enz. (bl.30.)

Drie Wees gegroet ter eere der zuiverheid van Mariaquot; enz. (bl. 30.)

Een Onze Vader en Wees gegroet voor het Scapulier.

Een Onze Vader en Wees gegroet voor het Broederschap tot Voortplanting des Geloofs, met het schietgebed:

Heilige Franciscus Xaverius, bid voor ons.

Opdat wij der beloften van Christus waardig worden.

Een Wees gegroet voor de H. Kindsch-heid, en het gebedje;

H. Maagd Maria, bid voor ons en voor de arme ongeloovige kindertjes.

De oefeningen van Geloof, Hoop,

ocr page 39

Liefde, vooral Berouw, na het onderzoek van geweten.

Gewaardig, Heer, mij dezen nacht vrij van zonden te bewaren.

Ontferm U mijner. Heer, ontferm U mijner.

Uwe barmhartigheid dale over ons neder, zooals wij gehoopt hebben.

Moge de almachtige en barmhartige God, Vader, Zoon en H. Geest ons bewaren, en zegenen. Amen.

III.

Voorbereiding tot de H. Biecht. ^

Tot U, Heer Jesus, keer ik wederom terug, ik, die door te zondigen zoo dikwijls U verlaten heb. Tot wien zal ik gaan dan tot U? Indien Gij mij verstoot, wie zal mij dan nog in genade aannemen? Wel was ik vroeger vastbe-

ij Het Bona.

ocr page 40

— 36 —

sloten, Uwe geboden te onderhouden

en alle 'zonden, bijzonder....... niet

meer te bedrijven; maar ik ben helaas! onstandvastig geweest, onder de bekoringen bezweken en van U afgeweken. Ik heb gezondigd! wat zal ik doen? Tot wien, ongelukkige, zal ik mij wenden dan tot U, die ons heil, ons leven en onze verrijzenis zijt? Zie dan, Heer Jesus, op mij neder, gelijk Gij Petrus hebt aangezien, toen hij U verloochend had en heb ook met mij medelijden. Mocht ik ook U de droefheid van mijn hart betoonen door zoovele tranen als hij! Ik hoop, mijn Jesus, op Uwe barmhartigheid, die grooter is dan mijne ongerechtigheid. Gij kunt en zult meer mij vergeven dan ik misdreven heb. Verwerp mij dan niet van Uw aanschijn; zeg tot mijne ziel: Ik ben uwe redding.

Heilige Geest, verlicht mijn verstand, om goed te kennen de zonderr, waaraan ik mij heb schuldig gemaakt; en doe

1

ocr page 41

— 37 —

in mij de boosheid daarvan inzien, opdat

et i ik ze oprecht betreure en verfoeie.

s! J (Onderzoek van geweten.)

n. Oefening van Berouw.

n. [j Mocht ik nu, Heer, mijn God, met

Bn geheel mijn hart, met geheel mijne ziel

:er en met al mijne vermogens U boven

us alles beminnen! Mocht mijne liefde ge-

ad lijk zijn aan die der Serafijnen en ik

;n- daarin volharden! Gij weet. Heer, dat

ijn ik U bemin en verlang U meer en meer

als te beminnen; dat ik liever wil sterven

m- dan in deze.....of die..... zonden

)n- hervallen. O, hoezeer spijt het mij, U,

jer oneindige Majesteit en Goedheid, ooit

sb. beleedigd te hebben. Steunende op Uwe

jn; hulp, neem ik mij vast voor, U nooit

ng. meer, zelfs niet door de kleinste zonden

Qd) te vergrammen. Gij toch zijt alle liefde

ian eer en onderwerping waardig en ik wil

ioe Uwen heiligen Wil in alles stipt volbrengen.

ocr page 42

(Ook kan men bidden)

De gewone akte van Berouw.

De psalm «Misereres.

De gebeden tot den H. Geest.

De Kruisweg.

IV.

Dankzegging na de H. Biecht.

Hartelijk dank ik U, Heer, dat Gij de banden mijner zonden verbroken hebt, waarmede de duivel mij in zijne macht hield; en dat Gij mijne ziel, aan het verderf ontrukt, door Uw Bloed gezuiverd, in Uwe vriendschap hersteld hebt. Zie, o goedertieren Jesus, ik keer tot u terug om U te bedanken, dat Gij mijne ziel van de. melaatschheid der zonde hebt willen reinigen. Uw Naam, o Jesus, zij in eeuwigheid gezegend. Gij

ocr page 43

— 39 —

zijt waarlijk Jesus, dat is onze Redder, die niemand, hoe misdadig hij ook zij, van U afstoot, die alle oprecht boet-vaardigen in genade en onder Uwe kinderen aanneemt. Kom nu mijne zwakheid te hulp, opdat ik nooit de weldaad vergete, welke Gij mij bewezen hebt, en ik toch nooit in mijne vorige zonden hervalle, en wederom van U gescheiden worde. Houd mij met de armen Uwer liefde zoo aan U vast, dat ik met den Apostel kan zeggen: «Wie zal mij van Christus liefde scheiden?quot;

O zoete Verlosser, ik bemin U uit geheel mijn hart en met geheel mijne ziel, omdat Gij oneindig goed zijt. Geef mij de genade. Heer, om mijne goede voornemens ten uitvoer te brengen, mijn leven ernstig te beteren en tot mijn dood in Uwe liefde te volharden. Gij Gód, die mij dezen goeden wil gegeven hebt, geef mij ook het volbrengen. Amen.

ocr page 44

1

— 40 —

Y.

Voorbereiding tot de H. Communie. (i)

Tot de tafel van Uwen allerzoetsten maaltijd, Heer Jesus Cristus, nader ik, zondaar. Op eigen verdiensten kan ik niet bogen, maar vertrouwende op Uwe barmhartigheid en goedheid verstout ik mij, en durf ik naderen. Want mijn lichaam en hart zijn met vele misdaden besmeurd, mijne tong en geest slecht bewaard gebleven voor zonden.

Daarom, o goedertieren God, vlucht ik tot U, Bron van barmhartigheid; tot U haast ik mij te gtsan, om genezing; onder Uwe bescherming neem ik mijne toevlucht en ik verhoop in U een Zaligmaker te vinden, daar ik Uw oordeel als Rechter niet zou kunnen doorstaan.

Heer, ik toon U de wonden mijner ziel; ik maak mijne armoede aan goede

é

i] Naar Vendricks.

ocr page 45

werken U bekend. Ik weet hoevele, en hoe groot mijne zonden zijn, en daarom vrees ik voor U. Maar ik hoop op Uwe barmhartigheid, die eindeloos is. Zie dan, Heer Jesus Christus, God en Mensch, gekruist voor den mensch, zie Gij met medelijden op mij neder. Gij, die de bron van mededoogen nooit doet ophouden te vloeien, verhoor mij, die op U hoop, en ontferm U over mij, die vol ellenden en zonden ben. Gegroet, heilzame Offerande, die voor mij en alle menschen aan het kruis opgedragen zijt. Gegroet, edel en kostbaar Bloed, aan het Kruis uit de wonden van mijnen Heer Jesus Christus gevloeid en waarmede de zonden der geheele wereld af-gewasschen zijn. Gedenk, Heer, uw schepsel, dat Gij door Uw Bloed verlost hebt. Het is mij innig leed, gezondigd te hebben, en ik wil herstellen wat ik misdreven heb. Neem dan, goedertieren Vader, alle ongerechtigheden en zonden van mij weg, opdat ik met

ocr page 46

— 42 —

eene reine ziel en zuiver lichaam het Heilig der Heiligen moge smaken, en geef dat de nutting van Uw Lichaam en Bloed, dat ik onwaardige durf ontvangen, strekke tot vergeving mijner zonden, tot volmaakte uitdelging mijner misdaden; dat het alle onreine gedachten van mij verjage, goede gevoelens op nieuw in mij wekke, moed en kracht schenke tot U aangename werken, mijne ziel en mijn lichaam beveilige tegen alle aanvechtingen mijner vijanden, Amen.

Gebed van den H. Thomas.

Almachtige, eeuwige God, ik nader tot het geheim van Uwen eeniggeboren Zoon, onzen Heer Jesus Christus. Ik nader gelijk een zieke tot den geneesheer, een onreine tot de hron van barmhartigheid; gelijk een blinde tot het licht van eeuwige helderheid; een arme en behoeftige tot den Heer van hemel en

ocr page 47

aarde. Ik smeek Uwe onuitputtelijke vrijgevigheid, dat Gij mijne ziekte ge-lievet te genezen, mijne onreinheid te zuiveren, mijne blindheid te verlichten, mijne naaktheid te bedekken, mij in mijne armoede te verrijken opdat ik het Brood der Engelen, den Koning der Koningen, en den Heer der Heir-krachten ontvange met zoo grooten eerbied en nederigheid, met zoo levendige gevoelens van godsvrucht en berouw, met zoo groote reinheid en geloof, met zoo goed voornemen en goede meening, als aan het heil mijner ziel voordeelig is. Geef mij, smeek ik U, dat ik niet alleen het Lichaam en Bloed des Heeren ontvange, maar ook de zaak en de kracht van het Sacrament. Geef, o allerzacht-moedigste God, dat ik het Lichaam van Uwen Eeniggeboren Zoon, onzen Heer Jesus Christus zóó ontvange, dat ik deel uitmake van Zijn geheiranisvol Lichaam en als een lidmaat er van worde. O allerbeminneliikste Vader, doe mij Uwen

ocr page 48

geliefden Zoon, Dien ik nu onder de gedaanten van brood en wijn ga ontvangen, eens van aanschijn tot aanschijn aanschouwen. Amen.

Ik geloof in U, Heer Jesus Christus, omdat Gij de opperste waarheid zijt, die gezegd heeft: «Mijn vleesch is waarlijk spijs, en mijn bloed is waarlijk drank.quot; Ik hoop op U, o oneindige Barmhartigheid, omdat Gij, die zoo goed zijt jegens ons, beloofd hebt: »Indien iemand van dit brood eet, zal hij eeuwig leven.quot; Ik bemin U, o eeuwige Goedheid, boven alles met de liefde die door den H. Geest, ons geschonken, in onze harten is uitgestort.

Daarom heb ik uit ganscher harte berouw over alle zonden, en verfoei die, met het voornemen, nooit meer te zondigen. Een vermorseld en verootmoedigd hart zult Gij, o God, niet versmaden.

Heer, ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak komt, doch' spreek

ocr page 49

— 45 —

slechts één woord, en mijne ziel zal gezond worden.

VI.

Dankzegging na de H. Communie.

(In de eerste oogenhlikken na dc H. Coininunie beJwort men meer met het hart, dan met den mond te bidden.

De volgende verzuchtingen en schietgebeden geven eenigzins de gevoelens weer, welke den christen na de H. Communie moeten bezielen.)

Jesus! Geloofd zij Jesus Christus. Geloofd, aangebeden en gedankt zij ten allen tijde het allerheiligste en goddelijk Sacrament des Altaar. Mijn Jesus, barmhartigheid. Zoet Hart van Jesus, wees mijne toevlucht. Gij zijt Christus, de Zoon van den levenden God. Ik geloof in U, ik hoop op U, ik bemin

ocr page 50

U. Wat zal ik U wedergeven voor alles, wat Gij mij gegeven hebt.

Ziel van Christus, heilig mij.

Lichaam van Christus, maak mij zalig.

Bloed van Christus, maak mij dronken.

Water der zijde van Christus, wasch mij.

Lijden van Christus, versterk mij.

O goede Jesus, verhoor mij.

li Uwe wonden verberg mij.

Tegen den boozen vijand bescherm mij.

In het uur des doods roep mij.

En laat mij tot U komen, opdat ik U met Uwe Heiligen loven. Amen.

(Na deze en andere verzuchtingen die uit het hart moeten voortkomen, vraagt men Jesus hl voor zich zeiven, en voor anderen wat men naar ziel en lichaam het meest behoeft.)

ocr page 51

Dankgebed, volgens den H. Thomas.

Heer, almachtige Vader, eeuwige God, ik dank U innig, dat Gij mij, uwen on-waardigen en zondigen dienaar, niet om mijne verdiensten, maar alleen uit barmhartigheid hebt willen spijzen met het kostbaar Lichaam en Bloed van Uwen Zoon, onzen Heer Jesus Christus. Ik bid U, dat deze Communie niet strekke om mij schuld en daarmede straf te doen inloopen, maar mij al meer vergeving te doen verkrijgen. Mochten mijn geloof en goeden wil versterkt worden: mochten mijne ondeugden uitgeroeid worden: zinnelijkheid en wellust in mij ophouden; moge de H. Communie in mij doen toenemen liefde en geduid, ootmoed en gehoorzaamheid; moge zij zijn mijne krachtige verdediging tegen de aanvallen van alle zichtbare en onzichtbare vijanden; moge

ocr page 52

_ 48 -

door haar al mijne driften van geest en hart bedaren en ik U onverdeeld aanhangen en Gij mijn volmaakt geluk zijn. Nog smeek ik U, dat Gij mij,

zondig mensch, tot dien maaltijd wilt toelaten, waar Gij met Uwen Zoon en den H. Geest zijt het waarachtig licht,

waar Gij Uwe uitverkorenen volkomen verzadigt, hunne eeuwige vreugde en storelooze zaligheid uitmaakt.

Tot de H. Maagd.

Zie op mij neer, glorierijke Maagd Maria, nu ik welgevallig ben geworden in Uwe oogen. Spreek voor mij ten beste bij Uwen beminden Zoon, Die mij met Zijn Lichaam en Bloed gevoed heeft en bied Hem Uwe verdiensten aan, om mijne onvolmaaktheid goed te maken. Dank Hem voor mij, en verwerf mij, dat Hij in het H. Sacrament niet van mij wijke, voor dat Hij mijne , en ziel en lichaam gezegend hebbe.

ocr page 53

— 49 —

Tot den H. Jozef.,

Nu, dat ik het eenig en heilzaam geneesmiddel voor mijne ziel, Uw kostbaar Lichaam en Bloed, genuttigd heb, smeek ik U, Heer, dat ik door de voorspraak van den H. Jozef van alle kwaad bevrijd blijve, dagelijks voortgang make in de deugd en in eeuwigheid onder het getal Uwer heiligen geteld worde.

f Gebed dat men vóór een Kruisbeeld moet bidden om den daaraan verbonden vollen aflaat te verdienen.)

O goede en allerzoetste Jesus, zie, ik werp mij voor Uw aanschijn op de knieën en ik bid en smeek U met de grootste vurigheid des geestes, in mijn hart te willen prenten levendige gevoelens van Geloof, Hoop en Liefde en een waar berouw over mijne zonden en den krachtdadigsten wil die te herstellen, terwijl ik met groote gemoeds-

3

ocr page 54

_ So —

aandoening en droefheid Uwe vijf wonden bij mij zeiven overdenk en in den geest aanschouw; dit voor oogen hebbende, wat reeds de profeet David wegens U, o goede Jesus, zich in den mond legde: »Zij hebben Mijne handen en voeten doorboord, zij hebben al Mijne beenderen geteld.quot;

(Hierna bidde men ter intentie van de H. Kerk, b. v. 5 Onze Vaders.

Vóór en na de H. Communie komen zeer te pas de Lofzangen ter eere van het H. Sacrament, in de vierde af deeling ; alsook het te Deum, Magnificat enz,, volgens een ieders godsvrucht,)

VII.

Kruiswegoefening.

(Om de vele aflaten, aan deze oefe?iing verbonden te verdienen, is het noodig: j-o. dat men bij iedere statie een oogen-

ocr page 55

blik denkt aan —, en overdenkt wat Je sus voor ons geleden heeft.

2°. dat men, (behalve in den plech-tigen Kruisweg) zich bij iedere statie van zijne plaats beg eve;

j0. dat men, na den geheelen Kruisweg afgelegd te hebben, 6 Onze Vader, 6 Wees gegroet en 6 Glorie zij den Vader bidde.)

VOORBEREIDING.

O mijn Godl het is mij van harte leed dat ik U, mijn opperste goed, ooit vergramd heb. Tot Uwe meerdere eer en tot mijne zaligheid, offer ik U deze heilige oefeningen op, met inzicht van al de aflaten te verdienen, die er aan gehecht zijn, zoo voor mij als voor de zielen in het vagevuur, bijzonderlijk voor de zielen van N. N.

ocr page 56

I. STATIE.

JESUS WORDT TOT DEN DOOD DES KRUISES VERWEZÉN.

Wij aanbidden U, Christus, en loven U, omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.

O Jesus! mijne misdaden hebben het onrechtvaardige doodvonnis tegen U beroepen... Ik zou van droefheid over mijne zonde moeten sterven... Geet mij genade, opdat ik niet ophoude van dezelve te beweenen.

Onze Vader, wees gegroet. Onferm U onzer, Heer, ontferm ü onzer. O God! wees ons, zondaars, genadig.

II. STATIE.

JESUS NEEMT HET KRUIS OP ZIJNE SCHOUDERS.

Wij aanbidden U, enz.

O Jesus! die den zwaren boom des kruises op Uwe verscheurde schouderen

ocr page 57

gewaardigd hebt op te nemen; verleen mij genade, om met geduld de kruisen te dragen, welke Uwe Voorzienigheid mij overzendt.

Onze Vader, wees gegroet. Ontferm, enz.

III. STATIE.

DE EERSTE VAL VAN JESUS ONDER HET KRUIS.

Wij aanbidden U, enz.

O Jesus! die, beladen met den zwa-ren last mijner zonden, vermoeid onder U kruis ter aarde zijt neêrgevallen; ach laat niet toe, bid ik U, dat ik in dezelve nog hervalle.

Onse Vader, wees gegroet Ontferm, enz.

IV. STATIE.

JESUS ONTMOET ZIJNE MOEDER.

Wij aanbidden U, enz.

O allerbedruktste Moeder! verkrijg

ocr page 58

— 54 —

mij van Uwen lieven Zoon tranen van ware boetvaardigheid over mijne zonden, die de oorzaak zijn geweest van Zijn en Uw lijden... Sta mij bij in al de ellenden van dit leven... Verlaat mij niet in het uur des doods.

Onze Vader, wees gegroet. Ontferm, enz.

V. STATIE.

SIMON VAN CYRENEN HELPT JESUS HET KRUIS DRAGEN.

Wij aanbidden ü, enz.

O Jesus! geef mij sterkte om met liefde het kruis mijns lijdens op te nemen, en om met kloekmoedigheid U na te volgen... Ik zal mij gelukkig achten U in iets te gelijken, en Uwe smarten door de mijne te eeren.

Onze Vader, wees gegroet. Ontferm, enz.

ocr page 59

VI. STATIE.

VERONICA DROOGT HET AANGEZICHT VAN JESUS AF.

Wij aanbidden U, enz.

O Jesus! druk de gedachtenis van Uw smartelijk lijden zoo levendig in mijn hart, dat ik hetzelve gedurig over-wege, en aangemoedigd worde, om Uwe bloedige voetstappen na te volgen.

Onze Vader, wees gegroet. Ontferm, enz.

VIL STATIE.

DE TWEEDE VAL VAN JESUS ONDER HET KRUIS.

Wij aanbidden U, enz.

O Jesus! mijne hoovaardigheid heeft U onder den last des kruises nederge-worpen... Ach, leer mij zachtmoedig en ootmoedig van harte zijn... Ik wil alle verootmoedigingen en versmadingen geduldig lijden, opdat ik, U navolgende in Uwe vernederingen, met U deel

ocr page 60

- S6 -

moge hebben in d» glorie.

Onze Vader, wees gegroet. Ontferm, enz.

VIII. STATIE.

JESUS TROOST DE WEENENDE VROUWEN.

Wij aanbidden U, enz.

O Jesus! geef eene bron van tranen aan mijne oogen, opdat ik dag en nacht mijne zonden beweene... Ach! gewaar-dig zelf mij meer en meer van mijne ongerechtigheden te wasschen, en mij van mijne zonden te reinigen.

Onze Vader, wees gegroet. Ontferm, enz. IX. STATIE.

DERDE VAL VAN JESUS ONDER HET KRUIS.

Wij aanbidden U, enz.

O Jesus! reik mij eene helpende hand toe in het midden der gevaren, waaraan ik blootgesteld ben, opdat ik in de zonde niet valle... Verdedig mij

ocr page 61

tegen de vijanden mijner zaligheid, opdat ik onder het geweld hunner bekoringen niet bezwijke.

Onze Vader,wees gegroet. Ontferm, enz.

X. STATIE.

JESUS WORDT VAN ZIJNE KLEEDEREN ONTBLOOT EN MET EDIK EN GAL GELAAFD.

Wij aanbidden U, enz.

O Jesus! geef, dat ik al mijne booze gewoonten aflegge, mijn hart onthechte van al dat aardsch en vergankelijk is, mijn dartel vleesch kastijde, mijne zinnen versterve, en gaarne met U uit den bitteren kelk des lijdens drinke.

Onze Vader, wees gegroet. Ontferm, enz.

XI. STATIE.

JESUS WORDT AAN HET KRUIS GEHECHT.

Wij aanbidden U, enz.

O Jesus! hecht mij met U aan het

ocr page 62

- 58 -

kruis; ik wil met U, gelijk Gij en om U lijden, opdat ik, levende, lijdende en stervende in Uwe liefde, eeuwig met U en door U moge gelukkig zijn.

Onze Vader, wees gegroet. Ontferm, enz.

XII. STATIE.

JESUS STERFT AAN HET KRUIS.

Wij aanbidden U, enz.

O Jesus! door de bittere smarten, welke Gij voor mij aan het kruis geleden hebt, bijzonder toen Uwe ziel uit Uw gezegend lichaam is gescheiden, ontferm U over mijne ziel, als zij van deze wereld zal scheiden.

Onze Vader,wees gegroet, Ontferm^ enz.

XIII. STATIE.

JESUS WORDT VAN HET KRUIS AFGENOMEN EN IN DEN SCHOOT VAN ZIJNE MOEDER GELEGD.

Wij aanbidden U, enz.

O Maria! laat mij toe, dat ik tus-

ocr page 63

— 59 —

schen Uwe armen mijnen gekruisten Zaligmaker, Uwen lieven Zoon, aan-bidde en mijne tranen met de Uwe menge... Bewaar mij door Uwe machtige voorspraak van het ongeluk, van Uwen Jesus door mijne zonden wederom te kruisigen, en dus met een nieuw zwaard Uw moederlijk hart te doorsteken.

Onze Vader, wees gegroet, Ontferm, enz.

XIV. STATIE.

JESUS WORDT IN HET GRAF GELEGD.

Wij aanbidden U, enz.

Ik zal eens sterven en begraven worden gelijk Gij, o mijn Zaligmaker! gewaardig U, in mijn sterfuur, mij door Uwen kruisdood te vertroosten, en mijn lichaam, wanneer Gij het weder zult opwekken, met Uwe glorie te verheerlijken.

Onze Vader, wees gegroet, Ontferm, enz,

[In de plechtige Kruiswegoefeningen zingt het koor. de Stabat Mater. Het doelmatigst is wel, na het Voorbereidingsgebed twee stroofen te zingen; als ook tusschen de zevende en achtste statie: de overblijvende strofen na de veertiende.]

ocr page 64

I^WEEDE ^FDEELING.

—}*SX—

f)iilt; fi. gt;£I0

UIT HET

ROMEINSCH MISSAAL.

—0.;.00-0-;--—

Ter onderrichting en stichting eenige verklaringen.

1°. De Mis of het Sacrificie (slacht-offerande) der Mis is de vernieuwing van het slachtoffer, dat Christus van zich zeiven aan Zijnen Hemelschen Vader heeft opgedragen, toen Hij Zijn bloed stortte en stierf voor alle tnen-schen op den berg Calvarie.

't Is hetzelfde slachtoffer, Christus,

ocr page 65

— 6i —

die tevens Offeraar is; alleen de Wijze, waarop Christus zich in de H. Mis slachtoffert, is verschillend van die, waarop Hij zich geslachtofferd heeftop Calvarie: dadr op bloedige — hier op onbloedige wijze.

Christus nu wordt in de Mis waarlijk geslachtofferd; wel niet gelijk op het Kruis, want «Christus, ééns gestorven sterft niet meer,quot; maar Christus, de opperpriester. stelt door de bediening zijner priesters, die in zijnen naam offeren, zijn lichaam en zijn bloed onder de gedaante van brood en wijn tegenwoordig, als ontdaan van de verrichtingen zijner heilige menschheid en gebracht tot den toestand van spijs en drank.

2°. Dit grootste werk van godsdienstigheid heeft d^n naam van Mis ontvangen, waarschijnlijk naar de woorden, die op het einde het volk worden toegevoegd: Ite, Missa est; Gaat: deze goddelijke dienst is geëindigd.

ocr page 66

02

3°. Het Sacrificie der Mis is uit Zijnen aard eene handeling van goddelijke eer en aanbidding: het grootste werk van godsdienstigheid, waardoor wij onze plichten jegens God volbrengen:

Wij erkennen God als onzen oppersten Heer en Meester; — danken Hem voor alle weldaden; —smeeken nieuwe van Hem af; — voldoen voor onze zonden.

4°. Christus stelt zich zelf onder de gedaante van brood en wijn tegenwoordig:

Zóó is Hij dus de voornaamste Offeraar, en de priester is zijn dienaar in het offeren, doordat Christus zich tegenwoordig stelt bij middel der woorden van de H. Consecratie, die . de priester spreekt.

Met Christus en den priester wordt in oneigelijken zin de H. Mis ook opgedragen.

ocr page 67

— 63 —

a) door de geheele H. Kerk d. i. alle geloovigen.

h) door al degenen, die zich in den geest met Christus en den priester vervoegen; b. v. die, verhinderd zijnde, thuis zich onder de H. Mis met Christus en den p.iester vereenigen.

c) door hen, die de H. Mis bijwonen.

d) door hen, die werkelijk, of geestelijk onder de H. Mis Communiceeren.

e) door hen, die den priester in het opdragen der H. Mis bijstaan en helpen, zooals misdienaars, zangers, enz.

Deze, misdienaars en zangers, vertegenwoordigen het volk en antwoorden d. i. stemmen in met de gebeden des priesters, gelijk de priester bidt in naam der Kerk.

5°. Uit den aard van het Sacrificie volgt, dat men goddelijke eer geeft aan Hem, wien men het opdraagt. Het kan dus alleen aan God worden

ocr page 68

opgedragen, nooit aan Heiligen, maar wel ter eere van Heiligen.

6°. De Mis is verder de gedachtenis van het lijden en dood van Christus;

De plechtigheden, waarmede de Mis wordt opgedragen, herinneren ons daar aan.

Het altaar kan ons doen denken aan den berg van Calvarie; het is boven den grond verheven en het Kruisbeeld moet daarop in het midden prijken.

De priester verbeeldt Christus.

Staande draagt de priester de H. Offerande op, om voor te stellen, dat hij is de middelaar tusschen Christus en den mensch; met opgeslagen of gevouwen handen biddend, om den eerbied en de vurigheid te kennen te geven, waarmede moet gebeden worden; zoo ook beduiden dit de buigingen van hoofd en lichaam, welke hij gedurende de H. Mis maakt.

ocr page 69

— 1S

Het meest wordt Christus afgebeeld in den priester door de kleederen, welke deze onder de H. Mis draagt, die de voornaamste lijdenswerktuigen ons voor den geest brengen:

De Amict: witte doek over de schouders, slechts even aan den hals zichtbaar.

Alb; lang wit kleed

Singel, om het lichaam gebonden.

Manipel, smalle gekleurde (i) strook

Den blinddoek.

Spotkleed, waarmede Jesus op bevel van Herodes bekleed werd.

Koorden waarmede Jesus aan de geeselkolom werd gebonden.

Touwen waarmede Jesus in den


Paars: droefheid.

Groen.

Zwart.

Boetvaardigheid. Dankbaarheid en hoop. Diepen rouw.


1

H. Geest.

ocr page 70

— 66 —

aan den linkerarm des priesters.

Stool, langere strook, gekleurd, die om den hals afhangt en over de borst wordt gekruist.

Kasuivel, gekleurd zijden kleed.

Op het Kasuivel aan den voorkant eene kolom;

aan den achterkant het Kruis.

hof de handen-werden gekneveld.

Koorden en ketenen, den Zaligma-maker om den hals geworpen, om Hem voort te sleuren.

Spotmantel, door de soldaten Jesus na de geeseling omgehangen.

Kolom der geeseling.

het Kruishout, door Jesus gedragen.


De pri:'sier bereidt zich voor tot, — en begint het H. Miss offer aan den voet des Altaars, gelijk Christus ook in den hof (aan den voet van den Olijfberg) het verlossingswerk heeft begonnen.)

i) De misdienaar schelt; in plechtige Missen wordt eerst het H. Sacrament bewierookt; dadelijk daarna geeft de priester, het wierooksvat terug.)

ocr page 71

— 6; —

P. In nómine Pa-tris et Filii et Spiritus Sancti.

Introibo ad altè.-re Dei.

M. Ad Deum, qui laetificat juven-tütem meam.

In den naam des Vaders, des Zoons, en des H. Geestes.

Ik zal opgaan tot het altaar Gods.

Tot God, die mijne jeugd verblijdt.


Psalm 42.

Een boetgebed, dat de priester met den misdienaar (het volk) wisselt, en waardoor hij zijn verlangen uitdrukt, lut H. Offer op te dragen, en daartoe bemoedigd wordt. Deze psalm wordt niet gebeden in de Missen voor Overledenen, en van Passiezondag tot Paschen.

esus iling |

gee-

:

out, Jra-

P. Judica me Deus, et discèrne causam meam de gente non sancta; ab hómine iniquo et dolóso èrue me.

Wees mijn rechter, o God, en beslis mijne zaak, tegen het onheilig volk; verlos mij van den boozen en bedriegelijken


ocr page 72

— 68 —

M. Quia tu es Deus, fortitudomea: quare me repulisti, et quare tristis in-cèdo, dum afBigit me inimicus?

P. Emitte lucem tuam, et veritatem tuam; ipsa me de-duxèrunt, et addu-xèrunt in montem sanctum tuum, et in tabernacula tua.

M. Et introibo ad altLre Dei, ad Deum, qui laetificat juventutem meam.

P. Confitébor tibi in cithara, Deus, Deus meus, quare tristis es knima mea, et quare contürbas

mensch.

Want gij. God, zijt mijne sterkte; waarom hebt gij mij verstoeten, waarom ga ik bedroefd, terwijl de vijandmij verdrukt.

Zend neer uw licht en uwe waarheid : deze hebben mij geleid en gebracht op uwen heiligen berg en in uwe woningen.

En ik zal opgaan tot het altaar Gods, tot God, die mijne jeugd verblijdt. (die van mijne jeugd af, de vreugde mijns levens is.)

Ik zal u loven op de harp, o God, mijn God; waarom, mijne zie], zijt gij bedroefd.

me!


ocr page 73

— 69 —

me!

M. Spera in Deo, quóniam adhuc confitèbor illi: Sa-lutèire vultus mei, et Deus meus.

op-Itaar , die vervan

P. Gloria Patri et Filio et Spiritui Sancto.

M. Sicut erat in principio, et nunc, et semper; et in saècula saecu-lörum. Amen.

P. Introlbo ad altare Dei.

M. Ad Deum, qui laetificat juven-fgt; de tütem meatn.

5 ^e' P. Adiutórium

-

jven jod, 'aar-ziel, )efd,

nostrum in nómine Dömini.

M. Qui fecit coe-lum et terrain.

P. Confiteor Deo omnipotènti, bèatse en waarom ontstelt gij mij? Betrouw op God want ik zal hem nog loven; Hij is het heil mijns aanschijns en mijn God.

. iüd, rkte; gij 3 ten, ; be-1 de rukt.

uw /aar-aben

ge-

iwen in in

Eere zij den Vader, den Zoon, en den H. Geest.

Gelijk het was in den beginne, en nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Ik zal opgaan tot het altaar Gods.

Tot God die mijne jeugd verblijdt.

Onze hulp zij in den naam des Heeren.

Die hemel en aarde gemaakt heeft.

Ik belijd voor den almachtigen


1

ocr page 74

70

Marire semper Vir-gini, beato Michaeli Archangelo, beato Joanni Baptislae, Sanctis Apóstolis Petro et Paulo, omnibus Sanctis et vo-bis, fraties; quia peccavi nimis cogi-tatióne, verbo et ópere, mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa.

pro

num

trum

M

omn et

tis t ad v

/■

nis zijn

om Ma gin Are Joa sar Pel óir tib pe. tat óp

Ideo precor bea-tam Mariam semper Virginem, bea-tum Michaelem Ar-changelum, beatum Joannem Baptistam, Sanctos Apóstolos Petrum et Paulum et omnes sanctos, et vos fratres, or ire

God, voer de Heilige Maria, altijd Alaagd, den H Aartsengel Michael, den H. Joannes den Dooper, de HH. Apostelen Petrus en Paulus en alle Heiligen en voor u, broeders, dat ik zeer gezondigd heb door gedachten, woorden en werken ; door mijne schuld,mijne schuld door mijne allergrootste schuld. Daarom bid ik de Heilige Maria, altijd Maagd, den H. Aartsengel Michael, den H. Joannes den Dooper de HH. Apostelen Petrus en Paulus en alle Heiligen, en u broeders tot


ocr page 75

— 7i —

den Heer onzen God voor mij te bidden.

De almachtige God ontferme zich over u, vergeve u uwe zonden en geleide u tot het eeuwig leven. Het zij zoo.

(Na deze rouwmoedige schuldbekentenis des priesters^ belijdt ook het volk zijne schuld:)

pro me ad Domi-num Deum nostrum.

M. Misereitur tui omnipotens Deus, et dimissis pecci-tis tuis, perdücat te ad vitam aetèrnam.

P. Amen.

Confiteor Deo omnipotènti, beatae Mariae semper Vir-gini,be2ito Michaèli Archangelo, beato Joknni Baptistae sanctis Apóstolis tuis Petro et Paulo, et ómnibus Sanctis et tibi, pater; quia pecciivi nimis cogi-tatióne, verbo et ópere: mea culpa,

Ik belijd voor den Almachtigen God, de Heilige Maria,altijd Maagd, den H. Aartsengel Michael, den H. Joannes den Doo-per, de HH. Apostelen Petrus en Paulus en alle Heiligen en u, Vader, dat ik zeer gezondigd heb door ge-


ocr page 76

- li

dachten, woorden en werken; door mijne schuld, door mijne schuld, door mijne allergrootste schuld. Daarom bid ik de Heilige Maria,altijd Maagd, den H. Aartsengel Michael, den H. Joannes den Doo-per, de HH. Apostelen Petrus en Paulus, en alle Heiligen, en U, Vader, tot den Heer, onzen God voor mij te bidden.

De almachtige God ontferm e zich over u, vergeve u uwe zonden, en geleide u tot het eeuwig leven. Het zij zoo.

(De priester ontslaat beiden, om rein en zuiver het Offer op te dragen.)

tnea culpa, mea maxima culpa. Ideo precor be^tam Ma-riam, semper Vir-ginem, beatum Mi-chaèlem Archange-lum, beatum Join-nem Baptistam, sanc tos Apostolos Petrum et Paulum, et omnes Sanctos, et te, pater, orire pro me ad Dóminum Deum nostrum.

li 11

P. Misereütur ves-tri omnipotens Deus; et dimissis pecditis vestris, per-dücat vos ad vitam aetèrnam.

M. Amen.

ocr page 77

73

P. Indulgèntiam, absolutiónem et re-missiónem pecca-tórum nostrorum, tribuat nobis omni-potens -et misèri-cors Döminus.

M. Amen.

Kwijtschelding, ontbinding en vergeving van onze zonden, schenke ons de almachtige en barmhartige Heer.

Het zij zoo.


Nog vernedert de priester zich voor God, om diens barmhartigheid te winnen; daarom buigt hij zich, zeggende:

P. Deus, tu con-vèrsns vivificabis nos.

M. Et plebs tua Isetabitur in te.

P. Ostènde nobis, Dótnine, misericor-diam tuam.

M. Et salutire tuum da nobis.

P. Dómine, exau-

God, wend u tot ons, en gij zult ons levend maken (door uwe genade.)

En uw volk zal zich in u verblijden. (Om de ont-vangene genade.)

Toon ons. Heer, uwe barmhartigheid.

En geef ons uw heil. (Christus in de H- Communie.)

Heer, verhoor


ocr page 78

74 —

di oratiónem meam.

M. Et clamor meusda te vèniat.

P. Dóminus vo-biscum, i)

M. Et cum spi-ritu tus.

P. Orèmus.

De priester, bij het opgaan naar het altaar, bidt voor zich zeiven en daarom stil:

•Neem van ons weg, bidden wij U, Heer, onze ongerechtigheden, opdat wij met zuivere harten mogen ingaan tot het heilige der Heiligen. Door Christus, onzen Heer. Amen.

Kust den altaarsteen, waarin zich de overblijfselen van HH. Martelaren bevinden; — herinnert daardoor aan den

i) Deze groet, zegev/ensch wordt dikwijls uitgebracht,

omdat 'sHeeren bijstand en gunst aan het volk steeds noodig is. Maar ook de priester behoeft die, van daar; »Et cum,quot; hetzelfde den priester door het volk toegewenscht.

verr* zegt.

w

dien: len 1 dat verg(

In lerhe het a wieri W bewij zake/ ver c tus 1 gebn Gt kolen

i) r

gereed over al aan d bewien rookt 1

mijn gebed. En mijn geroep kome tot U. De Heer zij met U.

En met uwen geest.

Laat ons bidden.

ocr page 79

- 75 —

verraderlijken kus van Judas; — en zegt:

Wij bidden U, Heer, door de verdiensten der Heiligen, wier overblijfselen hier rusten, en van alle Heiligen, dat Gij al mijne zonden gelievet te vergeven. Amen.

In plechtige Missen worden het Allerheiligste Sacrament of het Kruisbeeld, het altaar, het volk en de priester bewierookt. i)

Wierook branden is de hoogste eer bewijzen. Toch worden personen en zuketi bewierookt, omdat, en voor zoo ver deze dienaren, ledematen van Christus zijn, of tot den dienst van God gebruikt worden. ^ 1

Gelijk goede wierook, op gloeigiitk kolen gestrooid geheel, verbrandt,' in

i) De Misdienaar zorge wierooksvit en scheepje gereed te hebben, geeft het wierooksvat den priester over als deze er wierook in gedaan heeft, plaatst zich gt; aan den Epistelkant, neemt het wierookvat terug eu bewierookt den priester, nadat deze het. aftaar bewierookt heeft.

ocr page 80

— 76 —

dikke wolken opstijgt en een aangena-men geur verspreidt; — zoo ook stijgt het gebed van den Christen, die God vurig bemint, geheel en recht ten hemel, is Gode aangenaam en doet den geur van deugden en goede werken verspreiden.

De wierook wordt gezegend met deze woorden:

Gezegend moget ge zijn door hem, ter wiens eere ge zult verbranden.

£gt;e priester begeeft zich ter rechterzijde van het altaar en leest de Introi-tus dat is: begin der Mis.

De introïtus is een kort gezegde, uit de H. Schriftuur genomen, of wel door de Kerk gemaakt; wordt gevolgd door de eerste woorden van een psalm, besloten met Glorie zij den Vader enz, en daarna herhaald.

Introitus (Begin) van de Mis ter eere

van het Allerheiligste Sacrament.

ocr page 81

— 77 —

Cibavit eos ex è.dipe frumènti, et de petra, melle sa-turavit eos. (alleluja, alleluja.)

Ps. Exultate Deo, adjutóri nostro: jubilate Deo, Jacob.

Gloria Patri, et Filio, et Spiritui sancto.

Sicut eratin prin-cipio, et nunc et semper, et in saè-cula saeculórum.

Amen.

Hij heeft hen met het vette der tarwe gespijsd: en met honig uit de steenrots hen verzadigd. Psalm. Juicht voor God, onzen helper: jubelt voor den God van Jacob.

Glorie zij den Vader, den Zoon, en den H. Geest.

Gelijk het was in den beginne nu en altijd, en in de eeuwen der ecuwen.

Amen.


[Cibavit wordt herhaald.)

De priester keert terug i i het midden des Altaars als om Jesus Christus, in het tabernakel tegenwoordig, of wel aan het Kruis afgebeeld, om ontferming te smeeken. Driemaal wordt deze smeekbede herhaald ter eere der H. Drievuldigheid en negenmaal in navolging van de negen englenkoren.

oor be- A znz,

ocr page 82

- 78

P. Kyrie elèison.

M. Kyrie elèison.

P. Kyrie elèison.

M. Christe elèison.

P. Christe elèison.

M. Christe elèison.

P. Kyrie elèison.

M. Kyrie elèison.

P. Kyrie elèison.

Heer, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.


Gezang der Engelen: verheerlijking der menschwording van Christus en van het verlossingswerk. Deze vreugdezang wordt in dagen van boete (Vasten, Advent) en rouw (voor overledenen) achtergelaten.

Gloria in excèl-sis Deo; et in terra

Glorie aan God in het allerhoogste.


ocr page 83

79 —

pax hominibns bo-nae voluntatis.

Laudamus te.

Penedicimus te.

Ador^mns te.

Glorificamus te.

Gr^tias ègimus tibi, propter mag-nam gloriam tuam.

Dómine Deus, Rex coelèstis, Deus Pater omnipotens.

Dómine Fili Uni-genite, Jesu Christe.

Dómine Deus, Agnus Dei, Filius Patris.

Qui tollis pecca-ta mundi, miserére nobis.

Qui tollis pecca-ta mundi, süscipe deprecatiónem en vrede op aarde den menschen van goeden wil.

Wij loven U.

Wij zegenen U.

Wij aanbidden U.

Wij verheerlijken U.

Wij danken U, om Uwe groote heerlijkheid.

Heer God, Koning des Hemels, God, almachtige Vader j

Heer, Eengeboren Zoon, Jesus Christus.

Heer God, Lam Gods, Zoon des Vaders.

Die de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.

Die de zonden der wereld wegneemt, neem ons


ocr page 84

— 8o —

nostram.

Qui sedes ad dèxteram Patris, miserére nobis.

Quèniam tu solus sanctus.

Tu solus Dómi-nus.

Tu solus Altissi-mus.

Jesu Christe.

Cum Sancto Spi-ritu in gloria Dei Patris. Amen.

smeeken aan.

Die zit aan de rechterhand (hoogste eer bij den) des Vaders, ontferm U onzer. Want Gij alleen zijt Heilig. Gij alleen de Heer.

Gij alleen de allerhoogste,

Jesus Christus, met den H. Geest in de glorie van God den Vader. Amen.


De priester begroet het volk, begeeft zich ter rechterzijde des Altaars en bidt de Collecte7i (verzameling,) dat is het gebed, waarin hij de gebedetien, ivcn-schen van het volk, verzameld aan God opdraagt.

Bijna alle gebeden begint de Priester met Oremus dat is: Laai ons bidden; om zich zelf en het volk tot een aan

ocr page 85

— 8i —

dachtig, godvruchtig gebed op te wekken. Alle gebeden worden besloten met: door onzen Heer Je sus Christus, enz., om door diens verdiensten van God den Vader te verkrijgen, wat wij om onze onwaardigheid niet zouden vermogen.

Pr. Dominus vo-biscnm

M. Et cum spi-ritu tuo.

Pr. De Heer zij met u M. En met uwen geest.


LAAT ONS BIDDEN.

God, die onder dit wonderbare Sacrament ons de gedachtenis aan uw lijden hebt nagelaten; geef, bidden wij u, dat wij de heilige geheimen van uw Lichaam en Bloed zóó eeren, dat wij steeds de vrucht (uitwerking) uwer verlossing in ons mogen gevoelen. Die leeft en heerscht met God den Vader in de éénheid van den H. Geest, God, door alle eeuwen der eeuwen. M. Amen.

ocr page 86

— Sa

il/. Amen. Krachtvolle bede en instemming met hetgeen de priester vraagt en belooft in naam des volks.

Hierop volgt de epistel d. i. brief, als zijnde meestal een uittreksel uit de brieven der Apostelen. Ook wel wordt de epistel genomen uit de boeken van het Oud-Testament, in alle geval uit de H. Schrift, het woord, den brief van God tot de menschen. De epistel is eene onderwijzing aan de geloovigen, daarom wordt hij op Zon-en feestdagen in de moedertaal gelezen. De epistel uit het Oud-Testament genomen, bevat de voorspelling en voorafbeelding van het Evangelie, Jcsus' .eigene leer.

Les uit den eersten Brief van den H. Apostel Paulus aan de corinthiers.

Broeders, ik heb van den Heer ontvangen, hetgeen ik u ook heb overgeleverd, dat de Heer Jesus in den nacht.

ocr page 87

- 83 -

waarin Hij werd verraden, het brood nam, en dankende het brak, en zeide: neemt, en eet: dit is mijn lichaam, hetwelk voor ii zal worden overgeleverd: doet dit ter mijner gedachtenis! Desgelijks ook den Kelk, nadat Hij het avondmaal had gehouden, zeggend: Deze kelk is het Nieuw Verbond in mijn bloed: doet dit, zoodikwijls gij dien zult drinken, tot mijne gedachtenis! Want zoo dikwijls gij dit brood zult eten, en den kelk drinken, zult gij den dood des Heeren verkondigen, totdat Hij kome (oordeelen) Al wie derhalve onwaardig dit brood eten, en den kelk des Heeren drinken zal, zal schuldig zijn aan het Lichaam en Bloed des Heeren. Dat dan de mensch zich zeiven beproeve en aldus van dit brood ete, en van den kelk drinke! quot;Want die onwaardig eet en drinkt, eet en drinkt zich zeiven het oordeel, (verdoemenis) niet onderscheidende (geen onderscheid makend tusschen) het Lichaam des

i

ocr page 88

- 84 -

Heeren (en andere spijzen.) i)

Graduale of Trapgezang 2).

Aldus genoemd, omdat dit beurtelings met hei volk gezongen icerd terwijl de Diaken de trappen van het leesgestoelte heklom, om het Evangelie te zingen. Het Graduale bevat de hoofdgedachte van het Epistel of wel iets, dat nauw in verband staat met het feest of den tijd van het kerkelijk jaar, dat herdacht wordt. Het wordt gevolgd 3) door een of meer Alleluja's Dit woord is in onze taal moeijelijk uit te druk-

1) De misdienaar antwoordt: Deo Gratias. — God zij dank en plaatst zich naast den Priester, om het Misboek naar de overzijde te dragen,'dan wordt in plechtige Missen wierook in het wierookvat gedaan, waarmede de misdienaar zich naast het Evangelie plaatst en biedt het den priester aan als deze gezongen heeft: Sequentia, neemt het aanstonds terug, blijft onder het zingen van het Evangelie wierooken en bewierookt den priester daarna.

2) In den paaschtijd, d. i. van Paaschzaterdag tot daags voor H. Drievuldigheid wordt hel Graduale niet gezongen, doch twee alleluja's en twee verzen.

3) Behalve in den vastentijd,- en in de Mis voor overledenen.

ocr page 89

ken. Het is een juich- een jubelkreet. De laa'.sie a wordt op ecne langen no-tcngroep acingehouden, om de eeuwige, onuitsprekelijke vreugde der zalige in den hemel aan te duiden, waarnaar ook wij verlangen.

Vijfmaal in het jaar volgt op het al leluja de Sequential Vervolg, n. I. op het graduale en alleluja. In vrije soms ook zonder versmaat worden daarin de gevoelens van het feest, of den dag uitgedrukt. Zóó met Paschen, Pinksteren H Sacramentsdag, Feest der Zeven Smarten en de Mis voor Overledenen.

Graduale.

O culi omnium in te sperant, Dómine, et tu das illis es-cam in tempora opportüno.

Apeiis tu manum tuam, et imples omne Animal bene-dictióne.

Aller oogen hopen op u, Heer; en Gij geeft bun voedsel ten rechten tijde.

Gij opent uwe hand, en vervult ieder schepsel met zegening.


ocr page 90

— 86 —

Alleluja, alleluja.

Caro mea vere est cibus, et sanguis meus vere est potus; qui mandü-cat meam Carnem, et bibit meum Sèn-guinem, in me manet, et ego in eo

Alleluja, alleluja.

Mijn vleesch ' is waarlijk spijs, en mijn bloed is waarlijk drank; die mijn vleesch eet, en mijn bloed drinkt, Wijlt in mij, en ik in hem. Alleluja.


/« den Vastentijd, d, i. reeds van Zondag Septuagesima (14 dagen voor Vastenavond) af wordt alleluja enz. achter gelaten, en in plaats daarvan gezongen.

Ab ortu solis usque ad occüsum, magnum est nomen meum in gèntibus.

Et in omni loco sacrificatur et offèr-tur nómini meo oblè-tio munda: quia magnum est nomen

Van den opgang der Zon tot haren ondergang, van het Oosten tot het Westen is mijn naam groot onder de heidenen.

En op iedere plaats wordt geofferd. en aan mijnen Naam een zuiver offer opgedra-


ocr page 91

-St -

gen: want groot is mijn Naam onder de volkeren.

Komt, eet mijn brood, en drinkt den wijn, dien ik u gemengd (voor u bereid) heb.

In den Faaschtijd wordt al het vorige weggelaten en gezongen:

Alleluja, alleluja.

meum in géntibus.

Venite, comédite panem meum, et bibite vinum, quod miscui vobis.

Cognovèrunt dis-cipuli Dominumje-sum in fractióne panis.

Caro mea vere est cibus, et sanguis meus vere est potus; qui manducat meam carnem, et bibit meam sanguinetn, in me manet, et ego in eo.

De leerlingen kenden den Heer Jesus aan het breken des broods alleluja.

Mijn vleesch is waarlijk spijs, en mijn bloed is waarlijk drank: die mijn vleesch eet, en mijn bloed drinkt, blijft in mij, en ik in hem, alleluja.


De priester gaat naar het midden des altaars, buigt zich diep neder en bidt ter voorbereiding voor de verkondiging

ocr page 92

des Evangelies: * Almachtige God zuiver mijn hart en mijne lippen, Gij, die de lippen van den Profeet Isaias met een gloeiende kool gezuiverd hebt; wil mij door uwe goedgunstige barmhartig, heil zóó reinigen, dat ik uw heilig Evangelie waardig moge verkondigen. Door Christus onzen Heer. Amen.

Beer, gelief mij te zegenen! De Heer zij in mijn hart en op mijne lippen, opdat ik waardig en passend zijn Evangelie moge verkondigen:''

Inmiddels worde het Misboek overgedragen, waardoor de overgang van het Oude- naar het nieuwe Testament wordt te kennen gegeven; ook, dat het geloof aan de Joden ontnomen, aan de heidenen gegeven is. Daarom leest de priester het Evangelie met het gelaat naar het Noorden gekeerd. Na den vrede-groef. ■.■.De Heer zij met u,quot; »en met uwen geest,quot; zegt of zingt de priester: Initium of ook Sequentia d. i. Begin of Vervolg, alsof hij zeide: ik ga u het

ocr page 93

_ 89 -

Begin of Vervolg van hei Evangelie

verkondigen, waarop geantwoord wordt:

Gloria tibi, Dbmine,quot; dat is: sEer aan u, o God,quot; die ons de woorden des heils gegeven hebt. Dan teekenen allen zich het voorhoofd, mond en borst met het kruis, om te kennen te geven, dat zij zich over het kruis niet schamen, maar het met den mond belijden en in hun hart willen liefhebben, en ook bereid zijn, ie volbrengen, wat het Evangelie leert. Ook om te kennen te geven, dat zij hei Evangelie in den geest prenten, met den mond belijden, en met de daad naleven. Daarom ook om die bereidvaardigheid aan te duiden, blijven allen onder het lezen staan.

Op feestdagen wordt het Evangelie eerst bewierookt: dit beieekent, dat de wierook des gebeds moet voorafgaan zal de leer van Christus vruchten voortbrengen,

F. Domimis vo- De Heer zij met U. biscum.

ocr page 94

— go —

M. Et cum spi-ritu tuo.

P. Sequentia S. Evangelii secundum Joannem.

En met uwen geest.


Vervolg van het h. evangelie naar Joannes.

M. Gloria tibi, ; Lof zij U, o Heer, Dómine.

In dien tijd zeidejesus tot de scharen der Joden: Mijn vleesch is waarlijk spijs, en mijn bloed is waarlijk drank. Die mijn vleesch eet, en mijn bloed drinkt, blijft in Mij, en Ik in hem. Gelijk de levende Vader Mij gezonden heeft en Ik leef om den Vader: Zoo zal ook hij, die Mij eet om Mij leven. Dit is het brood, dat uit den hemel is neergedaald. Niet gelijk uwe vaderen het Manna gegeten hebben, en gestorven zijn. Wie dit brood eet, zal leven in eeuwigheid.

ocr page 95

M. Laus tibi, Christus, u zij lof. Christe.

Na de Evangelieverkondiging volgt op vele dagen des jaars i) het Credo; d. i. de plechtige belijdenis, dat men de punten des Geloofs, welkt in het Evangelie liggen opgesloten, vastelijk aanneemt.

Wel vólgens den inhoud, maar niet naar de letter, zijn het de Twaalf Artikelen, welke gebeden worden. Het is de geloofsbelijdenis in de Kerkvergadering van Constantinopel opgesteld.

Credo in unum Deum, Patrem om-nipotèntem, factó-rem cceli et terrae.

Visibilium omnium et invisibilium.

Ik geloof in één God, den almach-1 igen V ader, Schepper van hemel en aarde,

Van alle zichtbare en onzichtbare dingen.


i) N. 1. op Zon- en heiligdagen, op de feesten des Heeren, van O. L. Vrouw en Maria Magdalena, van de Apostelen en Kerkleeraars.

ocr page 96

— 92 —

Et in unum Dó-minum, Jesum Christum, Fi'lium Dei unigénitum.

Et ex Patre na-tum ante ómnia sdecula.

Deum dc Deo, lumen de li'imine, Deum verum de Deo vero;

Génitum, non factum, consubstanti-alem Patri per quern omnia facta sunt.

Qui propter nos hómines et propter nostram saliitem descéndit de ccelis.

En (ik geloof) in één fleer, Jesus Christus Gods eenig geboren Zoon,

Die uit den Vader vóór alle eeuwen geboren is:

God van God, Licht van Licht, waarachtig God van den waarach-tigen God; vo'ort-gebracht, niet gemaakt, medezelfstandig met den Vader; door Wien alles gemaakt is. Die om ons, men-schen, en om onze zaligheid is neergedaald van den hemel.


(Men knielt, uit eerbied voor het geheim der menschwording.)

Et incarnatus est de spi'ritu Sancto, ex Maria Vi'r-

En is vleesch geworden door den H. Geest, geboren


ocr page 97

93 —

gine: et liomo fac-

tus est,

Crucifixus étiam pro nobis; sub Pön-tio PilJito passus, et sepültus est.

Et resurrèxit tèr-tia die secundum scriptüras.

Et ascèndit in ccelum, sedet ad dèxteram Patris.

Et iterum ventii-rus est cum glória judic^ire vivos et mórtuos, cujus regni non erit finis.

Et in Spiritum Sanctum, Dóminum, et vivificantem, qui es Pr.tre, Filió-que procèdit.

uit de Maagd Maria, en is mensch geworden.

Hij is ook voor ons gekruist: heeft onder Pontius Pi-latus, geleden, en is begraven.

En Hij is den derden dag verrezen, volgens de H. Schrift; —

En Hij is ten hemel geklommen zit aan de rechterhand des Vaders.

En Hij zal wederkomen in heerlijkheid, om levenden en dooden te oor-deelen, aan wiens rijk geen einde zal zijn.

En (ik geloof) in den H. Geest, den Heer en levendmakende, die van den Vader en den


ocr page 98

— 94 —

Qui cum Patre et Filio simul ado-rè,tur, et conglorifi-cJttur, qui locütus est per prophètas.

Et unamsanctatn cathólicam et apos-tólicam Ecclèsiam.

Confiteor unum baptisma in remis-sionem peccatorum.

Et exspicto re-surrectiom nostuo-rum.

Et vitam venturi Saèculi. Amen.

Zoon voortkomt,

Die met den Vader en den Zoon te zamen aanbeden en mcdever-heerlijkt wordt; die door de profeten gesproken heeft.

En (ik geloof) ééne heilige, katholieke, (algemee-ne) apostolieke Kerk.

Ik belijd één Doopsel tot vergeving der zonden.

Ik verwacht (hoop op) de verrijzenis der dooden;

en het eeuwig leven.

Het zij zoo.


Met het Credo eindigt het eerste gedeelte der Mis, dat ook genoemd wordt »Mis der geloofsleerlingen'' omdat zij, die nog niet gedoopt 7varen, zich alsdan moeten verwijderen. Nu begint het

ocr page 99

95

eerste der drie voornaamste deelcn van de Mis: het Offertorium: de Offerande.

De Priester i:i het midden des altaars wedergekeerd, begroet de geloovigen.

P. Dominus Vo-biscum.

M. Et cum spi-ritu tuo.

De Heer zij met u.

En met uwen geest.


Wekt hen op tot bidden: »Oremus, laat ons biddenquot; en zegt een gedeelte van een psalm of eenig kort gezegde, betrekking hebbende op het feest, dat offertorium: offerande genoemd wordt, omdat vroeger tijdens het bidden en zingen van dezen geheelen psalm, de geloovigen brood en wijn offerden voor het Misoffer bestemd, i)

l) Naar dit gebruik der Kerk in vroegere eeuwen, bestaat nog op vele plaatsen de gewoonte, in de Mis voor Overledenen, en op sommige feestdagen (Paschen, Patroonsfeesten) kaarsen, geld, enz. te ofleren. Het ^Offertorium in de Mis voor Overledenen is nog lan-ÏJejw, overblijfsel van vroegere tijden.

\

ocr page 100

— 94 — .

Qui cum Patre et Filio simui ado-rè,tur, et conglorifi-cJttur, qui locutus est per prophètas.

Et unamsanctam cathèlicam et apos-tólicam Ecdèsiam.

Confiteor unum baptisma in remis-sionem peccatorum.

Et exspicto re-surrectiom nostuo-rum.

Et vitam venturi Saèculi. Amen.

Zoon voortkomt, Die met den Vader en den Zoon te zamen aanbeden en mcdever-heerlijkt wordt; die door de profeten gesproken heeft.

En (ik geloof) eene heilige, katholieke, (algemee-ne) apostolieke Kerk.

Ik belijd één Doopsel tot vergeving der zonden. Ik verwacht (hoop op) de verrijzenis der dooden;

en het eeuwig leven.

Het zij zoo.


Met het Credo eindigt het eerste gedeelte der Mis, dat ook genoemd wordt •nMis der geloofs leer ling en?' omdat zij, die nog niet gedoopt waren, zich alsdan moeten verwijderen. Nu begint het

ocr page 101

— 95 —

eerste der drie voornaamste deelen van de Mis: het Offertorium: de Offerande.

])c Priester i i het midden des altaars wedergekeerd, begroet de geloovigen.

P. Dominus Vo-biscum.

M. Et cum spi-ritu tuo.

De Heer zij met u.

En met uwen geest.


Wekt hen op tot bidden: »Oremus, laat ons biddenquot; en zegt een gedeelte van een psalm of eenig kort gezegde, betrekking hebbende op het feest, dat offertorium: offerande genoemd wordt, omdat vroeger tijdens het bidden en zingen van dezen geheelen psalm, de geloovigen brood en wijn offerden voor het Misoffer bestemd, i)

l) Naar dit gebruik der Kerk in vroegere eeuwen, bestaat nog op vele plaatsen de gewoonte, in de Mis voor Overledenen, en op sommige feestdagen (Paschen, Patroonsfeesten) kaarsen, geld, enz. te ofleren. Het . Cifiertorium in de Mis voor Overledenen is nog lan-v gejL overblijfsel van vroegere tijden.

ocr page 102

— 96 — Offertorium.

De priesters des Heeren dragen aan God wierook en brood op; en daarom moeten zij heilig zijn voor God, en zijnen naam niet bezoedelen. i)

(De priester ontdekt den kelk neemt het brood, slaat de oögen ten hemel en wijdt het met deze woorden aan God;

Sacerdótes Dó-mini incènsum et panes ófferunt Deo, et ideo Sancti erunt Deo suo: et non pólluent nomen ejus. (Alleluja.)

Heilige Vader, Almachtige eeuwige God, neem dit vlekkeloos offer aan, hetwelk ik, uw onwaardige dienaar, op-

i) Als de priester den kelk ontdekt, knielt de mis-dienaar in het midden des Altaars, g'aat naar de bestemde plaats^ neemt de beide ampullen niet wijn en water: den wijn in de rechter — het water in de linkerhand, reikt de ampul met wijn den priester aanj maar houdt het water hem voor, opdat hij hetzegene een weinig daarvan neme, en teruggeve. Dan neemt de misdienaar alleen de waterampul met bord, en giet een weinig uit over de handen des priesters, biedt hem het doekje om ze af te droogen, neemt dit terur en zet wederom alles op zijne plaats.

1

ocr page 103

draag aan U, mijn levenden en waar-achtigen God, voor mijne ontelbare zondèn en beleedigingen en nalatigheden en voor alle omstanders en voor alle geloovige Christenen, zoo levenden als overledenen, opdat het mij en hun strekke tot heil en eeuwig leven. Amen.

Met het brood teekent de priester een kruis over den linnendoek die op het altaar uitgespreid is en legt het daarop neder, i)

Dan giet hij wijn in den kelk en vermengt dien met een weinig water, ter gedachtenis aan het water en bloed, dat uit Jesus zijde vloeide, en om te kennen te geven de vereeniging van Christus met het volk. Het water wordt echter eerst gezegend met deze woorden:

O God, die de waardigheid van de

i) Deze doek, wordt Corporale genoemd, omdat het H. Lichaam van Christus daarop rusten moet. Hij verbeeldt de linnen doeken, waarin het Lichaam van Christus gewikkeld werd bij zijne begravenis.

5

ocr page 104

— 96 —

Offertorium.

De priesters des Heeren dragen aan God wierook en brood op; en daarom moeten zij heilig zijn voor God, en zijnen naam niet bezoedelen. i)

(De priester ontdekt den kelk neemt het brood, slaat de oögen ten hemel en wijdt het met deze woorden aan God:

Sacerdótes Dó-mini incènsum et panes offerunt Deo, et ideo Sancti enint Deo suo: et non pólluent nomen ejus. (Alleluja.)

Heilige Vader, Almachtige eeuwige God, neem dit vlekkeloos offer aan, hetwelk ik, uw onwaardige dienaar, op-

■■'

i) Als dc priester den kelk ontdekt, knielt de mis-dienaar in het midden des Altaars, iraat naar de bestemde plaats, neemt de beide ampullen met wijn en water; den wijn in de rechter — het water in de linkerhand, reikt de ampul met wijn den priester aanj maar houdt het water hem voor, opdat hij hetzegene een weinig daarvan neme, en teruggeve. Dan neemt de misdienaar alleen de waterampul met bord, en giet een weinig uit over de handen des priesters, biedt hem het doekje om ze af te droogen, neemt dit terur en zet wederom alles op zijne plaats. v

ocr page 105

— 1)1 —

draag aan U, mijn levenden en waar-achtigen God, voor mijne ontelbare zondèn en beleedigingen en nalatigheden en voor alle omstanders en voor alle geloovige Christenen, zoo levenden als overledenen, opdat het mij en hun strekke tot heil en eeuwig leven. Amen.

Met het brood teekent de priester een kruis over den linnendoek die op het altaar uitgespreid is en legt het daarop neder, i)

Dan giet hij wijn in den kelk en vermengt dien met een weinig water, ter gedachtenis aan het water en bloed, dat uit Jesus zijde vloeide, en om te kennen te geven de vereeniging van Christus met het volk. Het water wordt echter eerst gezegend met deze woorden:

0 God, die de waardigheid van de

L

i) Deze doek, wordt Corporale genoemd, omdat het H. Lichaam van Christus daarop rusten moet. Hij verbeeldt de linnen doeken, waarin het Lichaam van Christus gewikkeld werd bij zijne begravenis.

ocr page 106

menschelijke natuur op wonderbare wijze geschapen, en op nog wonderbaarder wijze hersteld hebt; geef ons, dat wij door het geheim van dit water en dezen wijn, deelachtig worden aan de Godheid van hem, die zich gewaar-digd heeft in onze menschheid te deelen, Jesus Christus, uw Zoon, onzen Heer, die met U leeft en heerscht in de eenheid met den H. Geest, God, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Opoffering van den wijn:

Wij offeren U, o Heer, den kelk des heils, en smeeken uwe barmhartigheid af, opdat hij voor het aanschijn van uwe goddelijke Majesteit, tot onze zaligheid, en die van de geheele wereld, in zoeten geur opstijge. Amen.

(De handen smeekend gevouwen, en het hoofd eerbiedig gebogen, vervolgt de priester:)

Mogen wij, o Heer, door U opgenomen

ocr page 107

— 99 —

worden in den geest van ootmoedigheid en met een berouwhebbend hart; en moge ons offer zóó voor uw aanschijn geschieden, dat het U behage, Heer Godl

Kom, Heiligmaker, almachtige, eeuwige God, en zegen dit offer, aan uwen heiligen Naam bereid.

In plechtige Missen worden de offer-andeen het altaar bewierookt. Den Wierook in het wierookvat zegenend, bidt de priester: i)

Door de voorspraak van den H. Aarts-, engel Michael, staande ter rechterzijde van het reukaltaar, en van alle zijne uitverkorenen, gelieve de Heer dezen wierook te zegenen, en in zoeten geur

De misdienaar zorge met wierookvat en scheepje boven op het altaar gereed te staan, als de priester het vorig gebed eindigt. Nadat de priester wierook op het vuur gestrooid heeft, geeft de misdienaar het wierookvat af, wacht aan den Epistelkant tot de priester hem het wierookvat terug geeft en bewierookt den priester.

ocr page 108

aan te nemen. Door Christus, onzen Heer. Amen.

Bij het bewierooken van brood en wijn :

Deze wierook, Heer, door u gezegend, stijge tot u op; en uwe barmhartigheid dale over ons neder.

Het altaar:

Mijn gebed, Heer, stijge als wierook voor uw aanschijn; de opheffing mijner handen (zij aangenaam) aan U als een avondoffer. Plaats, o Heer, eene wacht bij mijnen mond, en eene deur bij mijne lippen: opdat mijn hart niet genegen zij tot booze woorden ter verontschuldiging mijner zonden.

Het wierookvat overgevend:

De Heer ontsteke in ons het vuur zijner liefde en de vlam zijner eeuwige liefde. Amen.

De handenwassching moet den priester

ocr page 109

- IOI —

e7i het volk leer en.I dat het onbevlekte Offer met algeheele reinheid behoort opgedragen te worden. Inmiddels bidt de 'priester den 25en psalm:

Met de onschuldiger! zal ik mijne handen wasschen en mij rondom uw altaar begeven;

Opdat ik de stem van lof aanhoore, en al uwe wondewladen verkondige. Heer, den luister van uw huis heb ik liefgehad; en de woonplaats uwer heerlijkheid.

O God, doe mijne ziel niet verloren gaan met de goddeloozen, noch mijn leven met de mannen des bloeds.

Wier handen vol ongerechtigheden zijn, wier rechterhand vol geschenken is.

Doch in onschuld heb ik gewandeld: verlos mij, en ontferm u mijner;

Mijn voet bleef staan op den rechten weg (ik volhardde in het goed); in de vergaderingen (der geloovigen) zal ik U, o Heer, loven.

ocr page 110

— 102

Eer zij den Vader, den Zoon en den H. Geest.

Gelijk het was in den beginne, nu, en altijd: en in de eeuwen der eeuwen, Amen.

In het midden des altaars draagt de priester de offeranden op aan de H. Drievuldigheid^ ter gedachtenis van Jesus lijden, verrijzenis en hemelvaart; ook tot meerdere eer der Heiligen, wier voorspraak voor zich hij als bedingt in het gebed'.

O, H. Drievuldigheid, neem dit offer aan, hetwelk wij U opdragen ter herinnering aan het lijden, de verrijzenis en hemelvaart van Jesus Christus, onzen Heer: en ter eere van de H. Maria, altijd Maagd, en van den H. Joannes den Dooper, en van de H. Apostelen Petrus en Paulus en van deze en van alle Heiligen; opdat het hun tot eer zij, maar ons tot zaligheid: en zij, wier

ocr page 111

— io3 —

aandenken wij op aarde vieren, onze voorsprekers gelieven te zijn in den hemel. Door denzelfden Christus; onzen Heer. Amen.

Na de voorspraak der hemelingen ingeroepen ie hebben, wendt hij zich voor 7 laatst tot de menschen, opdat zij ook vuriger bidden zouden, naarmate het oogenblik van de voltrekking des offers nadert.

ORATE FRATRES.

Bidt, broeders, opdat mijne en uwe offerande welgevallig worde aan God, den almachtigen Vader.

M. Suscipiat Dó-minus Sacrificium de mknibus tuis, ad laudem et glóriam nóminis sui, ad utiütütem quoque nostram, totüisque Ecclèsiae Suae Sanc-tae.

De Heer neme het offer uit uwe handen aan tot lof en eer van zijnen Naam, alsook tot ons welzijn en dat van geheel zijne heilige Kerk.


ocr page 112

— io4 —

In stilte beantwoordt de priester dezen vromen we/tsch des volks: Amen: hetzij zoo', en vervolgt in stilte een gebed om aanneming van het bereide offer, dat dan ook uSecreta:quot; »Stil gebedquot; genoemd wordtV

STIL GEBED.

Verleen aan uwe Kerk, bidden wij U, Heer, de gaven van eenheid en vrede; die door de opgedragene offeranden zinnebeeldig worden beduid. Door onzen Heer Jesus, uwen Zoon, die met U leeft en heerscht.

Hier eindigt de Offerande. Het volgende in de inleiding (praefatie) tot den Canon (begin der Consecratie.) Hiertoe bereidt zich de priester en wekt het volk op, zich door een jubelend danklied op te voeren ten hemel, bij de koren der Engelen.

Het eerste: igt;Amcnquot; is het slot van het -hStil gebedquot; waarmede het volk zijne

ocr page 113

io5

instemming betuigt.

•F. Per ómnia saecula saeculórura.

M. Amen.

P. Dóminus vo-biscum.

M. Et cum spi-ritu tuo.

P. Sursumcorda.

M. Habèmus ad Dótninum.

P, Gr^tias agk-mus Domino Deo nostro.

M. Dignum et justum est.

Inderdaad, het is waardig en rechtvaardig, billijk en heilzaam, dat wij U altijd en overal dank betuigen; Heilige Heer, Almachtige Vader, eeuwige God. Omdat door het geheim van het vleesch-geworden Woord, de oogen van onzen geest een nieuw licht uwer heerlijkheid heeft beschenen: opdat wij. God op

Door alle eeuwen der eeuwen.

Het zij zoo.

De Heer zij met u.

En met uwen geest.

(Heft uwe) harten omhoog.

Wij hebben ze (opgeheven) tot den Heer.

Danken wij den Heer, onzen God.

Dat is waardig en rechtvaardig.

ocr page 114

— io6 —

zienlijke wijze kennende, door Hem tot liefde voor het onzichtbare vervoerd worden. En daarom is het, dat wij met de Engelen en Aartsengelen, met de Troonen en Heerkrachten, en met de geheele hemelsche schare, den lofzang uwer heerlijkheid zingen, en zonder einde zeggen: i)

Sanctus, Sanctus Sanctus, Dóminus Deus Sabaoth.

Pleni sunt cceli et terra gloria tua.

Hosanna in ex-cèlsis.

Benedictus, qui venit in nómine Dómini.

Hosanna in ex-celsis.

Heilig, heilig, heilig is de Heer, de God der Heerscharen.

Hemel en aarde zijn vervuld van uwe heerlijkheid.

Hosanna in den hooge.

Gezegend Hij, die komt in den naam des Heeren.

Hosanna, in den hooge!


i) Onder deze woorden schelt de misdienaar drie malen.

ocr page 115

— iö1] —

Canon

| ii. i. vaste en onveranderlijke regel, volgens welken het Misoffer inoet opgedragen worden. Het is een indrukwekkend gebed, dat in stilte wordt gebeden, om te beduiden de oplettendheid, vrij van alle verstrooiing, waarmede het Offer dient bijgewoojid, dat op het punt staat voltrokken te worden. Want de consecratie, is de vernieuwing van het Offer des Kruizes.

Oogen en handen ten hemel geheven, vanwaar hij den Verwachte der volken verwacht, bidt de priester-.

Ootmoedig vragen en smeeken wij U goedertierenste Vader, doorjesus Christus, uwen Zoon, onzen Heer, dat Gij welgevallig aanneemt en zegent deze gaven, deze geschenken, deze heilige, onbevlekte offers, vooral die wij U opdragen voor uwe heilige. Katholieke Kerk; opdat Gij haar over de geheele aarde in vrede - gelievet te bewaren, te

1 tot J oerd I

ocr page 116

löS —

behoeden, in eenheid te behouden, en te bestieren tegelijk met uwen dienaar, onzen Paus N. (Leo) en onzen Bissshop N. en alle rechtgeloovigen en belijders van het katholiek en apostoliek geloof.

Gedachtenis der levenden, waarin de priester hij zonder bidt voor hen, die zich in zijne gebeden hebben aanbevolen, en die in de Mis tegenwoordig zijn; bij de letter N drukt men de personen uit, voor wie men bijzonder wil bidden.

Gedenk, Heer, uwe dienaren en dienaressen N. en N, en alle omstanders wier geloof en godsvrucht u bekend zijn: voor wie wij u opdragen, of die zelve U opdragen dit offer van lof, voor zich zeiven en al de hunnen: voor de verlossing hunner zielen; tot hoop op zaligheid en behoud: en aan U, den eeuwigen, waarachtigen en levenden God hunne geloften volbrengen.

De priester vereenigt zich met de Hei-

ocr page 117

lig en in den hemel, bijzonder de Apostelen en Martelaren, omdat deze het Offer van hun leven voor Jesus gebracht hebben.

(Wij bidden u dan) in gemeenschap met — en de gedachtenis vierende vooreerst van de roemwaardige Maria, altijd Maagd, de Moeder van onzen God en Heer Jesus Christus: maar ook van de heilige Apostelen en Martelaren Petrus en Paulus, Andreas, Jacobus, Joannes, Thomas, Jacobus, Philippus, Bartholomaeus, Mathaeus, Simon en Thad-daeus: Linus, Cletus, Clemens, Xistus, Cornelis, Cyprianus, Laurentius, Chry-sogonus, Joannes en Paulus, Cosmas en Damianus: en van al uwe heiligen; geef door hunne verdiensten en gebeden, dat wij in alles door de hulp uwer bescherming beveiligd worden. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.

De handen over het Offer uitstrek-

ocr page 118

kend i) vervolgt de priester.

Dit offer dan van ons, uwe dieharen en van geheel uw gezin, bidden wij U, Heer, neem het in genade aan; beschik onze dagen in uwen vrede; en laat ons aan de eeuwige verdoemenis ontrukt en onder de schare uwer uitverkorenen geteld worden. Door Christus, onzen Heer. Amen.

Gewaardig U, deze Offerande, bidden wij U, o God, in alles gezegend, aangenomen, goedgekeurd, redelijk en wel-behagelijk te maken; opdat deze voor ons worde het Lichaam en Bloed van uwen allerliefsten Zoon, onzen Heer Jesus Christus.

De priester doet, wat Christus gedaan heeft in het laatste avondmaal. Hij neemt het brood, daarna den wijn, in

i) De misdienaar schelt, om de H. Consecratie aan te kondigen.

ocr page 119

— ill —

zijne handen, slaat zijne oogen ten hemel en dankt God, zegent ze, spreekt de nuorden der H Consecratie, en het brood en de wijn worden veranderd in het Lickaam en Bloed van Christus.

Volgen de woorden der h.

consecratie.

Onder de H. Consecratie kan men verzuchten de volgende gebeden.

Geloofd zij Jesus Christus; geloofd, aangebeden en gedankt zij ten allen tijde het allerheiligst en goddelijk Sacrament des Altaars. Gij zijt Christus, de Zoon van den levenden God.

Mijn God, ik offer u het kostbaar Bloed van Jesus Christus ter voldoening voor mijne zonden en voor de behoeften der H. Kerk.

Mijn Jesus, barmhartigheid. Jesus, ik geloof in u; ik hoop op u; ik bemin u;

ocr page 120

112 —

vermeerder mijn geloof, mijne hoop, mijne liefde, i)

Door de H. Consecratie is Christus geslachtofferd; en nu de hande i uitgestrekt, gelijkt Je sus op het kruis, zet de priester de H. Al is voort, bidt, opdat het Offer welgevallig zou zijn aan God den Vader, maakt herhaaldelijk het kruis-teeken over het H. Lichaam en Bloed des Heeren, om te herinneren aan de kracht van het Kruis en Christus lijden dat aan het Kruis voltrokken is.

Daarom (om uw gebod te vervullen) zijn wij, uwe dienaren en ook uw heilig volk het zalig lijden en de verrijzenis uit het graf en de heerlijke hemelvaart indachtig van denzelfden Christus, uwen Zoon, onzen Heer, en brengen aan uwe verhevene Majesteit van uwe

i] In de plechtige Mis voor Overledenen, doet de misdienaar zelf wierook in het vat en bewierookt bij de opheffing het H. Sacrament. In alle Missen belt hij driemaal onder de opheffing der H. Hostie en driemalen onder die van den kelk.

ocr page 121

— ii3 —

giften en gaven een zuiver offer, een heilig offer, een onbevlekt offer, het heilig Brood des eeuwigen levens, en den Kelk der altijddurende zaligheid.

En gewaardig u hierop (op dit offer) met genadig en gunstig oog neer te zien, en het goedgunstig aan te nemen, gelijk Gij u gewaardigd hebt de geschenken van uwen rechtvaardigen dienaar Abel goedgunstig aan te nemen, en het offer van onzen Aartsvader Abraham en de heilige offerande, het onbevlekt offer door uw hoogepriester Melchisedech aan u opgedragen.

Nog dringender bidt de priester, als hij zich diep 7ieerbuigt, de handen tot inniger gebed samenvouwt en smeekt:

Ootmoedig smeeken wij U, almachtige God, laat dit offer door de handen van uwen heiligen Engel, op uw verheven altaar voor het aanschijn Uwer goddelijke Majesteit gebracht worden, opdat

ocr page 122

— 114 —

wij, zoovelen als deelnemen aan dit altaar, en het hoogheilig Lichaam en Bloed uws Zoons zullen ontvangen, met alle hemelsche zegeningen en genaden vervuld worden. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.

Na dit gebed voor de levenden, strekt de priester de handen uit en vouwt ze samen tot een even vurig gebed voor de Overledenen, opdat ook zij deel zouden hebben aan Jesus' offer van zich zeiven.

Wees, Heer, gedachtig uwe dienaren en dienaressen, die ons met het teeken van geloof zijn voorgegaan en in den slaap des vredes rusten.

Vereenig u met dit gebed, zoo voor-deelig aan de zielen uwer bloedverwanten, vrienden, enz.

Wij smeeken u. Heer, geef aan deze en aan allen, die in Christus rusten de plaats van verkwikking, licht en vrede.

ocr page 123

— IIS -

Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.

Ook aan ons, zondaars, uwe dienaren, die op de menigte uwer (vele) ontfermingen hopen; wil ook ons eenig deel en gemeenschap geven met uwe heilige Apostelen en Martelaren: met Joannes, Stephanus, Mathias, Barnabas, Ignatius, Alexander, Marcellinus, Petrus, Felicitas, Perpetua, Agatha, Lucia, Agnes, Caecilia, Anastasia, en met alle uwe Heiligen. Wij bidden U, neem ons in hunne gemeenschap op, niet als waardeerder onzer verdiensten, maar als ver-. gevingschenker. Door Christus, onzen Heer.

Door wien (Christus) Gij, Heer, al deze goede gaven voor ons altijd schept, heiligt, levend maakt, zegent en aan ons verleent.

De priester neemt de H. Hostie, maakt daarmede drie kruizen boven den Kelk, om daarmede te be teekenen dat alle hei-

ocr page 124

— 116 —

liging, levendmaking en zegening vruchten zijn van Christus' kruis en lijden; maakt dan twee kruisen tusschen zich zeiven en den Kelk, en heft beiden tegelijk even omhoog.

Door Hem (Christus) en met Hem en in Hem is U, God, den Vader almachtig, in de eenheid van den H. Geest alle eer en glorie.

Pr. Per omnia Door alle eeu-saecula saeculorum. wen der eeuwen.

M. Amen. Het zij zoo.

De gebeden van den Canon heeft de priester in stilte gebeden, nu noodigt hij de geloovigen uit samen te bidden het gebed van — en voor allen, door Christus zeiven geleerd.

Laat ons bidden.

Door heilzame voorschriften vermaand,

i) Bij deze opheffing van de H. Hostie en den Kelk schelt de misdienaar even-

ocr page 125

— quot;7 —

en door goddelijke onderwijzing geleerd, durven wij zeggen: Onze Vader, die in de hemelen zijt; geheiligd zij uw naam; ons toekome uw rijk; uw wil geschiede op aarde als in den hemel; geef ons heden ons dagelijksch brood; vergeef ons onze schulden, gelijk wij vergeven onze schuldenaren; en leid ons niet in bekoring.

M. Sed libera nos a malo.

Maar verlos ons van den kwade.


Amen, zegt de priester op zuchten toon in vervolgt de voorbereiding tot de IJ. Communie, want bij het »Onze Vaderquot; is de Canon geeindigd.

Bevrijd ons, bidden wij u. Heer, van alle verleden, tegenwoordig en toekomstig kwaad; en door de voorbede van de heilige en roemvolle Moeder Gods, Maria, altijd Maagd, en uwe heilige Apostelen Petrus en Paulus en Andreas, en van alle Heiligen, geef genadiglijk

ocr page 126

— ii8 —

vrede in onze dagen; opdat wij door uwe barmhartigheid geholpen, altijd van alle zonden bevrijd blijven en gerust voor alle kwelling; door denzelfden Jesus Christus, onzen Heer, die met u leeft en heerscht in de eenheid van den H. Geest, God.

P. Per omnia SEecula sasculorum. M. Amen. P. Pax Domini sit semper vobis-cum.

M. Amen.

Door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

De vrede des Heeren zij altijd met u.

Het zij zoo.


Bij deze laatste woorden breekt de priester de H. Hostie, maakt met een gedeelte driemaal het kruisteeken over den Kelk en laat dat er in vallen. Dit breken geschiedt naar het voorbeeld van Christus in het laatste Avondmaal; de vermenging van een gedeelte der H. Hostie niet het H. Bloed beteekent de Verrijzenis van Christns, toen zijne ziel

ocr page 127

wederom met zijn Lichaam vereenigd werd. Bij die vermenging bid/ de priester:

Deze vermenging en ten offerwijding van het Lichaam en Bloed onzes Hee-ren Jesus Christus strekke ons bij het ontvangen ten eeuwigen leyen. Amen.

De naaste voorbereiding tot de H. Communie zijn het * Agnus Dei' en de daarop volgende gebeden'.

Agnus Dei, qui tollis peccata mun-di, miserére nobis.

Agnus Dei, qui tollis peccata mun-di, miserére nobis.

Agnus Dei, qui tollis peccata mun-di, dona nobis pacem.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef ons den vrede.


Vol eerbied buigt zich de priester nog dieper voor het H. Sacrament en bidt:

ocr page 128

— 120 —

Heer Jesus Christus, die tot uwe Apostelen gezegd hebt; ik laat u den vrede, ik geef u mijn vrede; zie niet neer op mijne zonden, maar op het geloof uwer Kerk, en gewaardig u haar volgens uwen wil in vrede en eenheid te bewaren, Gij die leeft en heerscht. God door alle eeuwen der eeuwen. Amen. i)

Heer Jesus Christus, Zoon van den levenden God, die naar den wil uws Vaders door de medewerking van den H. Geest de wereld door uwen dood hebt levend gemaakt; bevrijd mij door dit hoogheilig Lichaam en Bloed van al mijne ongerechtigheden en van alle kwaad; en doe mij altijd uwe geboden naleven, en duld niet dat ik ooit van U gescheiden worde, die met denzelfden God den Vader en den H. Geest leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.

i) Dit gebed wordt in de Mis voor Overledenen t) Tel niet gebeden.

ocr page 129

Heer jesus Christus, laat het ontvangen van uw Lichaam, dat ik, onwaardige, durf nuttigen, niet strekken tot mijn oordeel en verwerping; maar dat het door uwe barmhartigheid diene tot bescherming van ziel en lichaam en tot een heilmiddel: Gij, die leeft en heerscht met God den Vader in de eenheid van den H. Geest, God, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Het hemelsche Brood zal ik nemen, en den Naam des Heeren aanroepen.

Heer, ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak komt, doch spreek slechts één woord, en mijne ziel zal gezond worden.

Tot driemaal i) herhaalt de priester deze zijne betuiging van omcaardigheid; dan neemt hij de II. Hostie, maakt leeft Idaarmede het kruisteeken, terwijl hii zegt: wen.

Het Lichaam van onzen Heer Jesus

i) Telkenmale ook schelt de misdienaar.

i

ocr page 130

— 122 —

Christus beware mijne ziel ten eeuwigen leven. Amen.

Nuttigt dan de H. Hostie en blijft eenige oogenblikken in overdenking verzonken. Doch ook slechts eenige oogenblikken^ want de H. Mis mag niet onderbroken worden; en zijn eerste woord luidt', i)

Wat zal ik den Heer wedergeven voor alles, wat Hij mij geschonken heeft.

En den Kelk in de hand nemend, vervolgt hij:

Ik zal den Kelk des heils nemen, en den Naam des Heeren aanroepen. Lofprijzend zal ik den Heer aanroepen en van mijne vijanden verlost zijn.

i] De misdienaar staat op, knielt in het midden des altaars, neemt de wijn- en waterampullen en zet zich geknield neer op de bovenste trap van ter zijde des altaars. Als de priester hem den kelk toereikt, giet hij daarin wijn; daarna wijn en water en wel op de vingers des priesters. Daarna neemt hij den kelkdoek draagt die naar de zijde, waar het Misboek staat en brengt dit aan de overzijde' terug.

ocr page 131

— 123 —

Het Bloed van onzen Heer Jesus Christus beware mijne ziel ten eeuwigen leven.

Na de H. Communie volgen verschillende dankgebeden. Terwijl de priester den Kelk zuivert, bidt hij:

Laat ons, Heer, hetgeen wij met den mond genuttigd hebben, met een zuiver hart bewaren; en dat het ons van eene tijdelijke gave, een altijddurend geneesmiddel worde.

Vervolgens mogen uw Lichaam, Heer dat wij genuttigd, en uw Bloed, dat wij gedronken hebben, verblijven in mijn binnenste; en geef, dat geen vlek van zonden overblijve in mij, dien de reine en heilige Sacramenten verkwikt hebben. Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.

COMMUNIE.

Zoo wordt eene antifoon, beurtzang

ocr page 132

—124 —

IT

genoemd die tijdens de JVutling gebeden of gezongen wordt. Deze bevat gevoelens van dankbaarheid evenals de gebeden, welke daarna gebeden worden, Postcommu-nie genaamd.

Quotièscumque manducabitis pa-nem hunc et cali-cem bibètis, mortem Domini annuntiabi-tis, donec vèniat; itaque quicütnque mandu cJtverit pa-nem, vel biberit cè,-licem Dömini in-digne, reus erit corporis, et sanguinis Dömini.

Zoo dikwijls gij dit brood zult eten, en den kelk drinken, zult gij den dood des Heeren verkondigen, totdat Hij kome (om te oordeelen) zoo dan, alwie onwaardig dit brood zal eten, of den kelk drinken, zal schnldigzijn aan het Lichaam en Bloed des Hee-


(POST COMMUNIO GEBED NA DE COMMUNIE.;

P. Dominus vo-biscum.

M. Et cum spi-ritu tuo.

De Heer zij metU. En met uwen geest.


ocr page 133

— 125 —

LAAT ONS BIDDEN.

Heer, wij bidden U, doe ons het eeuwig genot uwer Godheid smaken, dat het tijdelijk ontvangen van uw kostbaar Lichaam en Bloed voorafbeeldt.

Die leeft en heerscht met God den Vader in de eenheid van den 11. Geest, God, door alle eeuwen.

M. Amen. P. Dominus vo-biscum.

M. Et cum spi-ritu tuo.

P. Ite, Missa est.

AI. Deo gratias.

P. Benedicamus Domino, i)

M. Deo gratias.

Het zij zoo. De Heer zij metU.

En met uwen geest.

Gaat, de Mis is geeindigd.

Gode zij dank

of

Zegenen wij den Heer.

Gode zij dank.


Dit » God zij dankquot; is de uiting van etU. ;•] dankbaarheid voor Gods goedheid enge-

eest. .I) In Missen, waarin het «Gloria in excelsisquot;

niet wordt gebeden.

ocr page 134

— 120

itadegaven, waarmede ieder Christen hartelijk moet instemmen. Het volgende gebed is eene korte samenvatting van alles wat in de H. Mis herdacht, en waartoe de H. Mis is opgedragen, namelijk als een Eer- Dank- Zoen- en Smeekoffer.

Heilige Drievuldigheid, dat de hulde mijner dienstbaarheid U behage; en geef, dat het offer, dat ik onwaardige voor het aanschijn Uwer Goddelijke Majesteit heb opgedragen, U welgevallig zij; en dat het mij en allen, voor wie ik het heb opgedragen, door uwe barmhartigheid tot verzoening strekKe. Door Christus, onzen Heer. Amen.

De priester kust het Altaar: het tee-ken va7i welwillendheid en liefde van Je sus voor ons, om de rijkste zegeningen te kunnen mededeelen; strekt de handen uit tot het kruis, vanwaar zegen moet nederdalen, en zegt dan:

Zegene U de almachtige God, de

ocr page 135

127 —

Vader, de Zoon en de H. Geest.

M. Amen. : Het zij zoo.

Aan het einde van de H. Mis wordt het Evangelie van den H. Joannes gelezen. Het is de belijdenis der Godheid van Christus en Zijner mcnschwording; daarom knielt de priester bij de woorden: gt; En het woord is Vleesch gewordenquot;

F. Dominus vo-biscum.

M. Et cum spi-ritu tuo.

P. Initium Sancti

Joannem.

Al. Gloria tibi, Domine.

De Heer zij met u.

En met uwen geest.

Begin van het

Evangelii secundum H. Evangelie vol-

gens Joannes. Eer zij u, o Heer.


P. In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alles is door Hetzelve geinaak;; en zonder Hetzelve is niets gemaakt, wat gemaakt is; in Hetzelve was het leven, en het leven was het

ocr page 136

licht der menschen: en het licht schijnt in de duisternissen, en de duisternissen hebben het niet aangenomen. Er was een mensch, van God gezonden, wiens naam Joannes was. Deze kwam tot getuigenis, om getuigenis te geven van het licht, opdat allen door hem zouden gelooven. Hij was het licht niet, maar om getuigenis te geven van het licht. Het waarachtig licht was, dat iederen mensch verlicht, die in deze wereld komt. Hij was in de wereld, en de wereld, is door hem gemaakt, en de wereld heeft hem niet gekend. Hij kwam in zijn eigendom, en de zijnen hebben hem niet aangenomen. Maar aan zoo velen als hem aannamen, aan hen heeft hij macht gegeven, kinderen Gods te worden, aan hen, die in zijnen naam gelooven: die niet uit den bloede, noch uit den wil des vleesches, noch uit den wil eens mans, maar uit God geboren zijn. En het Woord is vleesch geworden, en het heeft onder ons gewoond,

ocr page 137

en wij hebben zijne heerlijkheid aanschouwd, eene heerlijkheid als des Eenig-geborenen van den Vader, vol genade en waarheid.

AI. Deo gratias. God zij dank.

Volgens voorschrift van Z. H. Paus Leo XIII moet na de gelezene Missen het volgende gebeden worden voor de behoeften vim Kerk en Paus.

Driemaal Wees gegroet.

Dan gezamelijk.

Wees gegroet, Koningin, Moeder van barmhartigheid.

Ons leven, onze zoetheid en onze hoop, wees gegroet.

Tot u roepen wij, bannelingen, kinderen van Eva.

Tot u smeeken wij, zuchtend en wee-nend in dit dal van tranen.

Daarom dan, onze Voorspreekster, sla op ons uwe zoo barmhartige oogen, en toon ons, na deze ballingschap, Jesus

ocr page 138

— 13° —

de gezegende vrucht uws lichaams; O goedertierene, o meedoogende, o zoete Maagd Maria.

Bid voor ons, H. Moeder Gods Opdat wij waardig worden der beloften van Christus.

LAAT ONS BIDDEN.

O God, onze toevlucht en onze kracht, zie genadig neer op het tot U roepende volk, en door de voorspraak der glorierijke en onbevlekte Maagd en Moeder Gods Maria, van den H. Jozef, Haren Bruidegom, van uwe HH. Apostelen Petrus en Paulus en alle 1 leiligen, verhoor barmhartig en goedgunstig de gebeden, welke wij storten voor de be-keering der zondaren, voor de vrijheid en verheffing onzer Moeder, de H. Kerk. Door Christus onzen Heer. Amen.

H. Aartsengel Michaël, verdedig ons in den strijd, wees onze bescherming tegen de boosheid en de lagen des dui-

ocr page 139

—131 —

veis. Wij smeeken nederig, dat God hem gebiede, en Gij, Aanvoerder van het hemelsch heir, drijf den satan, en de andere booze geesten, die ten ver-derve der zielen in de wereld omzwerven, door de goddelijke kracht in de hel terug. Amen.

In de maanden Maart en October wordt op vele plaatsen na de H. Mis het volgend Gebed tot den H. Jozef gebeden.

Tot U, H. Jozef, nemen wij in onze kwelling onzen toevlucht en, na den bijstand van uwe allerheiligste Brnid te hebben afgebeden, roepen wij ook uwe bescherming met vertrouwen in. Wij bidden U bij de liefde, die U met de onbevlekte Maagd en Moeder Gods vereenigd heeft, en smeeken U deemoedig bij de vaderlijke teerhartigheid, waarmede gij het Kind Jesus omhelsd hebt, goedgunstig neer te zien op het

r

ocr page 140

— 132 —

erfdeel, dat Jesus Christus door zijn bloed verworven heeft, en ons door uw vermogen en bijstand in al onze behoeften te ondersteunen.

Bescherm, o allerzorgvuldigste bewaarder der H. Familie, de uitverkoren kinderen van Jesus Christus; verwijder van ons, allerliefste Vader, iedere besmetting van dwaling en bederf; sta ons, allerkrachtdadigste behoeder, uit den hemel genadig bij in dezen strijd tegen de macht der duisternis, en gelijk gij weleer het Kind Jesus uit het grootste levensgevaar gered hebt, verdedig nu eveneens de H. Kerk Gods tegen de vijandige aanslagen en elk ander onheil; behoed ons allen door uwe voortdurende bescherming, opdat wij, naar uw voorbeeld en door uwe hulp, heilig mogen leven, zalig sterven en het eeuwig geluk des hemels verwerven. Amen.

In sommige Bisdommen wordt na elke Mis gebeden de Litanie van O. L. V. van Loretto.

ocr page 141

p. mï- OD^kkni-n.

(Zie de gewone gebeden, bl. 66.)

—•:-oock——

begin der h. mis.

Requiem aeter-nam dona eis Dó-mine, et lux perpè-tua Kiceat eis.

Te decethymnus Deus in Sion, et tibi reddètur votum in Jerusalem:

Exaudi orationem meam, ad te omnis caro vèniet.

Requiem, (wordt herhaald.)

Heer, geef haar de eeuwige rust en het eeuwig licht verschijne haar.

U, God, komt toe een lofzang in Sion, en aan U zal de gelofte in Jerusalem voldaan worden.

Verhoor mijn gebed en alle vleesch (alle zielen) zal tot U (in den hemel) komen.


ocr page 142

— m —

Kyrie elèison.

Christe elèison.

Kyrie elèison.

GEBED.

God, die vergeving schenkt en de zaligheid wilt van den mensch, wij smeeken uwe goedheid, dat Gij door de voorspraak van de Heilige Maria, altijd Maagd en van alle uwe Heiligen aan onze broeders, verwanten en weldoeners, die uit dit leven gescheiden zijn, wilt verleenen, dat zij tot de eeuwige zaligheid geraken. Door onzen Heer Jesus Christus, enz.

Heer, ontferm u onzer.

Christus, ontferm u onzer.

Heer, ontferm u onzer.

VOORLEZING UIT DEN BRIEF VAN DEN HEILIGEN APOSTEL PAULUS TOT DE THESSALONICENSERS.

Broeders, wij willen niet, dat gij on-

ocr page 143

kundig zijt omtrent de ontslapenen, opdat gij u niet bedroeft, gelijk ook de overigen, die geene hoop hebben. Want indien wij gelooven, dat Jesus gestorven en verrezen is, zal God aldus ook de ontslapenen door Jesus brengen met Hem. Want dit zeggen wij u in het woord des Heeren, dat wij, dia leven, die overblijvende zijn tot de komst des Heeren, geenszins zullen voorkomen de ontslapenen. Want de Heer zelf zal bij het bevel en bij de stem van den aartsengel, en bij de bazuin Gods nederdalen van den hemel, en de gestorvenen in Christus zullen eerst verrijzen. Daarna wij, die leven, die overblijvende zijn, zullen te zamen met hen opgevoerd worden in de wolken, Christus tegemoet, in de lucht, en aldus ten allen tijde met den Heer zijn. Zoo dan, troost elkander met deze woorden.

Deo gratias.

God zij dank.

ocr page 144

— i36 —

GRADUALE EN TRACTUS.

Rèquiem aetèr-nam dona eis, Dó mine: et lux per-pètua lüceat eis.

In memória ae-tèrna erit Justus; ab auditióne mala non timèbit.

Absolve, Dómine, animas ómnium fidèlium defunctó-rum ab omni vinculo delictórum.

Et grütia tua illis succurènte, mereè.ntur evadere judicium ultiónis.

V. Et lucis ae-tèrnae beatitüdine pèrfrui.

Heer, geef haar de eeuwige rust: en het eeuwig licht verschijne haar.

De rechtvaardige zal in eeuwig aandenken zijn; hij zal voor geen kwaad gerucht vreezen.

Ontsla, Heer, de zielen van alle overleden geloovi-gen van allen band van zonden. En met de hulp uwer genade, mochten zij verdienen aan uwe wraakoefening te ontkomen,

En de zaligheid van het eeuwig licht te genieten.


ocr page 145

— 137 —

i. Dies irae, dies ilia, solvet sseclam in favilla;

Teste David cum Sybilla.

2. Quantus tremor est futurns,

Quando judex est venturus,

Cuncta stride discussiirus!

3. Tuba minim spargens sonum

Per sepiilchra regiónum

Coget omnes ante Thronum.

4. Mors stupèbit et natüra.

Cum resurget cre-atüra,

Judicanti respon-siira.

aar

ast:

wig

jne

ige

an-

hij

en

:ht

de

lie

vi-

id

'P

. ~

e,

1

'e

te

d

g

Op den wraakdag, dag des Heeren,

Zal deze aarde in asch verkeeren,

Naar Sibylle en David leeren.

Wat een angst zal 't hart doen jagen, Als de Regter op zal dagen.

Om ten strengste te ondervragen.

Gods bazuinen zuilen schallen,

En voor zijnen zetel allen

Roepen uit de doodenhallen.

Dood en wereld zullen beven, Als het schepsel zal herleven,

Om God rekenschap te geven.

DIES IRAE.


ocr page 146

5- Liber scriptus proferètur,

In quo totum continètur,

Unde mundiis judicètur.

6. Judex ergo cum sedèbit,

Quidquid latet, apparèbit,

Nil inültum re-manèbit.

7. Quid sum miser tunc dictürus?

Quem (patrónum rogatürus ?

Cum vix Justus sit secürus ?

8. Rex treméndae majestótis,

Qui salvè,ndos salvas gratis,

Salve me fons pietitis.

't Boek zal wor-deti opgeslagen,

Waar zijn hand schreef alle dagen Wat de wereld aan zal klagen.

Voor dien Reg-ter, daar gezeten, Ligt dan open elks geweten.

Niets, wat schuld is, wordt vergeten.

Hoe zal 'k, arme, mij verweren?

Tot wiens voorspraak mij dan keeren,

Als zelfs heilgen 't nauw trotseeren? Ontzagwekkend Opperkoning, De uwen roept Ge uit gunst ter krooning.

Zalig mij in gunst-betooning


ocr page 147

139 —

I

9. Recordare Jesu pie,

Quod sum causa tuae viae,

Ne me perdas ilia die.

10. Quaerens me, sedisti lassus:

Redemisti crucem passus:

Tantus labor non sit cassus.

11. Juste judex ultiónis,

Donum fac re-missiónis.

Ante diem ratió-nis.

12. Ingemksco, tan-quam reus:

Culpa rubet vul-tus meus:

Supplicknli paree Deus.

Lieve Jesus, blijf beseffen,

Gij werdt mensch om mij te ontheffen.

Laat uw vloek mij dan niet treffen.

Moede door mij op te sporen.

Liet Ge U aan het kruis doorboren.

Ga zoo'n arbeid niet verloren.

Strenge Regter, Heer der wrake, Dat uw gunst mij schuldloos make,

Eer de schrikbre regtsdag nake.

Door mijn schulden neergebogen, Sta ik schaamrood voor uwe oogen. Zuchtend; H eer, heb mededoogen.


ocr page 148

— 140 —

,13- Qui Mariamp;m absolvisti,

Et latrónem ex-audisti,

Mihi quoque spem dedisti.

14. Pieces meae non sunt dignae,

Sad tu bonus fac bènigne,

Ne pcrènni cre-mer igne.

15. Inter oves locum praesta,

Et ab hoedis me sequèstra,

Statuens in parte dextra.

18. Confutamp;tis ma-ledictis,

P'lammis acribus addictis,

Voca me cum benedictis.

Magdalena hebt Ge ontheven,

Aan den moordenaar vergeven,

Mij ook doet Ge in hope leven.

Op mijn bee kan ik niet bouwen,

Maar om U durf ik vertrouwen.

Nooit in 't vuur te zullen rouwen.

Bij de schapen uwer weiden.

Van de bokken afgescheiden,

Doe mij regts Van U geleiden.

Na den doemvloek der verlorenen.

Dier ter folter-vlam verzworenen.

Roep mij met uw uitverkorenen.


ocr page 149

— 141 —

ig. Oro supplex et acclinis,

Cor contritum quasi cinis;

Gere curam mei finis.

20. Lacrymosa dies illa,

Qua resürget cx favilla,

Judicandus homo reus,

21. Huic ergo, paree Deus:

Pie JesUjDomine,

Dona eis rèquiem.

Amen.

Aan uw voeten blijf ik vragen, 't Hart vol rouw en gansch verslagen;

Veilig 't einde mijner dagen.

Dag van jamren e.i van vreezen. Als de mensch, uit de asch herrezen,

'1 Ecuwig vonnis op ln.ort lezen!

G^d wil dan genadig wezen!

Lieve Jesus hoor deez' bee:

Schenk aan allen eeuwae vree. Amen.


VERVOLG VAN HET H. EVANGELIE VOLGENS DEN H. JOANNES.

In dien tijd zeide Martha tot Jesus: Heer, indien Gij hier waart geweest, zou mijn broeder niet gestorven zijn. Maar ook nu weet ik, dat al hetgeen

ocr page 150

— 142 —

Gij van God vraagt, God u geven zal. Jesus zegt tot haar: Uw broeder zal verrijzen. Martha zegt Hem: Ik weet, dat hij in de verrijzenis op den laat-sten dag verrijzen zal. Jesus zeide haar: Ik ben de verrijzenis en het leven, die in Mij gelooft, zal leven, al ware hij gestorven; en ieder die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven. Gelooft gij dit ? Zij zeide tot Hem: Zeker Heer, ik geloofde, dat Gij de Christus zijt, de Zoon van den levenden God, die in deze wereld zijt gekomen. Gloria tibi Domine. Christus, U zij lof !

AAN DE OFFERANDE.

Dómine Jesu Ch riste, Rex glo-riee, libera animas omnium fidèlium defunctórum de poenis inferni, et de profündo lacu:

Heer Jesus Christus, Koning der glorie, bevrijd de zielen van alle overleden geloovi-gen van de straffen der hel en van den diepen


ocr page 151

— U3 —

Libera eas de ore leónis, ne absorbent eas tèrtarus, ne cadant in obs-cürum:

Sed signifer, sanc-tus Michael repraj-sèntet eas in lucem sanctam,

Quam olim A-bralice promisisti, et sèmini ejus.

V, Hóstias etpre-ces tibi, Dómine, offèrimus ; tu süsci-pe pro animabus illis, quarum bódie memóriam fócimus:

fac eas, Dómine, de morte transire ad vitam, kolk (des Vage-vuurs.)

Verlos haar uit den muil des leeuws (duivel), dat de hel haar niet inzwelge en zij in de (eeuwige) duisternis vallen,

maar de Heilige' aanvoerder (aartsengel) Michael voere haar tot het heilig licht,

Dat Gij eertijds aan Abraham en zijne nakomelingen beloofd hebt.

Offeranden en gebeden dragen wij U op, o Heer: neem Gij ze aan voor die zielen, wier gedachtenis wij heden houden, doe haar. Heer, van den dood tot het leven overgaan,


ocr page 152

— U4 —

f

Quam olim Abra-hae promisisti, et sèmini ejus.

Dat Gij eertijds aan Abraham en zijne nakomelingen hebt beloofd.


STIL GEBED.

God, wiens barmhartigheid zonder einde is, neem genadiglijk onze nederige gebeden aan en schenk door deze geheimen, tot onze zaligheid (ingesteld) de vergeving van alle zonden aan de zielen onzer broeders, verwanten en weldoeners, aan wie Gij de belijdenis van Uwen naam (het geloof) gegeven hebt. Door onzen Heer Jesus Christus, enz.

BIJ DE COMMUNIE.

Lux Eetèrna lü-ceat eis, Dómine : Cum sanctis tuis in Ktèrnum, quia pius es.

Rèquiem aetèrnam

Het eeuwige licht verschijne haar, o Heer, in eeuwigheid met uwe heiligen, want gij zijt zoo goedertieren. Heer, geef haar


ocr page 153

- 145 —

dona eis, Dómine: et lux perpètua lü-ceat eis. ■ Cum sanctis tuis . in tetèrnum: quia J pius es.

de eeuwige rust, en het eeuwig licht verschijne haar.

Met uwe heiligen in eeuwigheid, want gij zijt zoo goed.


NA DE COMMUNIE.

Wij bidden U, almachtige en barmhartige God, geei', dat de zielen van onze broeders, verwanten en weldoeners, voor wie wij dit offer van lof aan uwe Majesteit hebben opgedragen, door de kracht van dit Geheim gereinigd worden van alle zonden, en door uwe barmhartigheid de zaligheid van het ;! eeuwig licht verwerven. Door onzen Heer Jesus Christus enz.

Bij uitvaarten, als de priester bij de lijkbaar gekomen is, zingt het koor de

ocr page 154

—■ 146 —

LIBERA.

Verlos mij. Heer, van den eeuwigen dood op dien zoo te vreezen dag, als hemel en aarde zullen beroerd worden,

als Gij de wereld door het vuur zult komen oor-deelen.

Ik schrik en beef, als het onderzoek zal plaats hebben en de daarop volgende gramschap.

Libera me, Dó-mine, de morte aetèrna in die ilia tremènda:

Quando coeli movèndi sunt et terra:

Dum vèneris ju ditóre skeculum per ignem.

Ré dona et lu ceat

Libe.

K

Cl

K

P: El I cas Slt; a m A

E: \ anin mas

R pace D

ir. Tremens fac-tus sum ego, et timeo., dum discüs-sio vènerit, atque ventüra ira.

Quando coeli,

Dies ilia, dies irae, calamitatis et misèriae, dies magna et amkra valde.

■wordt herhaald.

li

i I

(Want) die dag zal een dag van gramschap zijn, van jammer en ellende; een groote maar zeer droevige dag.

Dum veneris, herhalen.

LLl.

ocr page 155

— 147 —

Requiem aetérnam j | dona eis, Domme: let lux perpètua lü-Iceat eis.

Heer, geef haar de eeuwige rust: en het eeuwig licht verschijne haar.


I Libera me, nog eens zingen tot-» Tremensquot;

Kyrie elèison.

Christe, eléison.

Kyrie elèison.

Pater noster etc

Et ne nos indü-! cas in tentaliónem.

Sed libera nos ; a malo.

A porta inferi.

Erue, Dómine, lanimam ejus (Animas eórum.)

Requièscat in pace. Amen.

Dómine, exüudi

Heer, ontferm u onzer.

Christus, ontferm u onzer.

Heer, ontferm u onzer.

Onze Vader, enz.

En leid ons niet in bekoring.

Maar verlos ons van den kwade.

Van de deur der hel.

Ontrek, Heer, zijne (hare) ziel (zielen als er meer) zijn.)

Hij (zij) ruste(n) in vrede. Amen.

Heer, verhoor


■

ocr page 156

148

orationem meam : Kt clamor meus ad te vèniat.

Döminus vobis-cum.

Et cum spiritu tuo.

mijn gebed.

En mijn geroep kome tot u.

De Heer zij met u.

En met uwen geest.


GEBED.

God, wien het eigen is, altijd barmhartig te zijn en te sparen: wij smee-ken u nederig voor de ziel van uwen dienaar (dienares) N. die gij heden van deze wereld hebt doen scheiden; dat gij haar niet overgevet in de macht des duivels, noch haar in eeuwigheid vergeet, maar haar door uwe heilige Engelen doet opnemen en naar het vaderland, den hemel, voeren; da1, zij de straffen der hel niet verdure, maar de eeuwige vreugden geniete, daar zij toch op u gehoopt, in u gelooid heeft. Door Christus onzen Heer. Amen.

ocr page 157

— 149 —

B.

Ah het lijk opgenomen wordt.

In paradisum de-diicant te Angeli; in tuo advèntu su-scipiant te M^irty-res: et perdücant te in civitatem sanc-tam Jerusalem.

Chorus Angeló-rum te suscipiat et cum T.azaro, (^non-dam paupere acfèr-nam habeas rè-quiem.

Mochten de Engelen u voeren naar het paradijs (den hemel), en de Martelaren u bij uwe komst ontvangen en u geleiden tot de heilige stad Jerusalem (den hemel.)

Het koor der Engelen ontvange u; en mocht ge met den armen Lazarus de eeuwige rust genieten.


(Bij het graf, lijkbaar.)

Ego sum: i. Benedictus Dómi-nus Deus Israel: * quia visitè-vit, et

C.

of in de kerk bij de

Ik ben: Gezegend de Heer, de God van Israèl, omdat Hij zijn


ocr page 158

- i5° -

fecit redemptiónem plebis suae,

2. Et erèxitcornu salutis nobis * in domo David piieri sui.

3. Sicut lociitusest per os sanctórum, * qui a saèculo sunt, prophetkrum ejus.

4. Salütem ex ini-micis nostris, * et de manu omnium qui odèrunt nos:

5. Ad facièndam misericórdiam cum pè-tribus nostris: * et memorari testa-mènti sui sancti.

: volk bezocht en ; verlossing bewerkt ; heeft.

En een hoorn der i redding (een mach-j tigen Redder) voor i ons opgericht in ; het huis van Israèl, ; zijnen dienaar.

Gelijk hij gespro-i ken heeft door den i mond zijner hei-; lige profeten, die van ouds (in vroegere eeuwen) ge-; weest zijn.

Redding van onze ; vijanden, en uit ; de macht van allen, ; die ons haten:

Om barmhartigheid te bewijzen jegens onze voorvaderen ; en zijn heilig Verbond indachtig te zijn (ge-i stand te doen.)


ocr page 159

— i5

6 Jusjurkndum, quod jarJivit ad Abraham patrem nostrum, * daturum se nobis.

7 Ut sine timóre, de manu inimicó-rum nostrórum li-berati: * serviamus illi.

8. In sanctitate et justitia coram ipso, omnibus diè-bus nostris.

9. Et tu, puer, pro phèta Altissimi vo-caberis: praeibes enim ante laciem Dömini, parare vi-as ejus.

10. Ad dandam scièntiam salütis plebi ejus; inremis-1 —

Den eed (na te komen) dien Hij gezworen heeft aan onzen Vader Abraham, dat Hij ons zoude geven, Dat wij, verlost uit de macht onzer vijanden, Hem zonder vrees dienen.

In heiligheid en gerechtigheid voor hem alle onze dagen.

En gij, o Kind, (Joannes de Doo-per) zult een profeet des Allerhoog-sten genoemd worden, want gij zult voor het aanschijn des Heeren uitgaan, om zijne wegen te bereiken.

Om aan zijn volk kennis te geven van zijn heil (ver-


ocr page 160

— 152 -

sionem peccatórum eórum.

ii. Per viscera inisericórdiie Dei nostri; in quibiis visitivit nos, óriens ex alto.

12. Illuminkre bis, qui in tènebris et in umbra mortis se-dent; ad dirigèndos pedes nostras in viam pacis.

13. Requiem ae-tèrnam dona eis, Dómine

Et lux perpètua lüceat eis.

Ego sum resurrè-ctio et vita, qui credit in me, eliam si mórtuus füerit, vivet: et omnis, qui lossing) ter vergeving der zonden.

Door de innigste barmhartigheid van onzen God; waarmede Hij ons bezocht heeft, dalen de uit den Hooge als de opgaande zon.

Om hen te verlichten, die in de duisternis en de schaduwedes doods gezeten zijn om onze schreden te richten op den weg des vredes.

Heer, geef haar' de eeuwige rust.

En het eeuwig licht verschijne haar.

Ik ben de verrijzenis en het leven, die in mij gelooft, zal leven, al ware hij ook


ocr page 161

—.153 —

vivitet credit in me, non rnoriètur in ae-tèrnum.

gestorven,en ieder, die leeft en in mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven.


De priester zegt: Kyrie enz.

Et ne nos in-ducas in tentatio-nem.

Pj,. Sed libera nos a malo.

'i'. A porta inferi 11. Knie, Dómine, ^nimam ejus.

Requièscat in

pace.

Pj:. Amen. V Domine, exaudi oratiónem meam.

^ Et clamor meus ad te vèniat.

i' Dóminus vobis-cum.

f Et cum spiritu tuo.

En leid ons niet in bekoring.

Maar verlos ons van den kwade.

Aan de deur der hel, ontruk. Heer, zijne (hare) ziel. Zij ruste in vrede.

Amen.

Heer, verhoor mijn gebed.

En mijn geroep kome tot U. De Heer zij met u.

En met uwen geest.


ocr page 162

Gebed.

Bewijs Heer, deze barmhartigheid aan uwen overleden dienaar N., dat zijne daden niet gestraft worden, daar hij toch van goeden wil was om uwe wet te volbrengen, en gelijk het ware geloof hem onder de geloovigen deed tellen, zoo voege uwe barmhartigheid hem bij de koren der Engelen. Door Christus onzen Heer. Amen.

ir Rèquiem aster-nam dona ei. Dó-mine.

^ Et lux perpètua liiceat ei.

^ Requiescat in pace.

^ Amen.

Anima ejus et inimte omnium fi-dèlium defunctó-rum per misericór-diam Dei requiès-

Heer, geef hem de eeuwige rust.

En het eeuwig licht verschijne hem.

Hij ruste in vrede.

Amen.

Mogen zijne ziel en de zielen van alle overleden geloovigen door Gods barmhartig-


ocr page 163

cant in pace. ^ Amen.

heid rusten in vrede.

Amen.


D.

Vóór eetu uitvaart-Mis, als het Ujk i t de Kerk gedragen wordt, zingt het koor :

SQBVENITE.

Subvenite sancti Dei, occürrite An-geli Dómini.

Suscipièntes ani-mam ejus.

Offerèntes earn in conspèctu Al-tissimi.

V Suscipiat te Christus, qui voca-vit te, et in sinum Abrahaj Angeli de-dücaht te.

-V Suscipièntes ani-mam ejus. Offerèn-

Komt ter hulp, Heiligen Gods, snelt toe. Engelen des Heeren,

ontvangt zijne ziel, (en)

en biedt haar aan voor het aanschijn des Allerhoogsten. Dat Christus, die u geroepen heeft, u aanneme, en de Engelen u voeren-iii Abrahams schootj Ontvangt zijne ziel en biedt haar


ocr page 164

tes earn in con-spèctu Altissimi.

^ Rèquiern Eetèr-nam dona ei, Dó-mine; et lux per-pètua lüceat ei.

Offerèntes earn in conspectu Altissimi.

j aan voor het aanschijn des Aller-hoogsten.

Heer, geef hem de eeuwige rust, en het eeuwig licht verschijne hem.

Biedt hem aan voor het aanschijn des Allerhoogsten.


E.

Van de begraafplaats naar de Kerk of van de lijkbaar naar de Sacristie terugkeerend, wordt gebeden:

DE PROFUNDIS.

Bede om vergeving, vertrouwen op Gods barmhartigheid.

1. De profündis clamavi ad te, Dó-mine:

Dómine, exaudi vocem meam.

2. Fiant aures tu£e

Uit de diepten heb ik tot u geroepen, Heer;

Heer, verhoor mijn gebed.

Mochten Uwe


ocr page 165

intendèntes, :::

in vocem depre-catiónis mete.

3. Si iniquitates observaveris, Dó-mine: *

Doinine, quis sustinèbit.

4. Quia apud te propitiatio est :i!

et propter legem tuam sustinui te, Domine.

5. Sustinuitanima mea in verbo ejus *

Sperèvit inima mea in Domino.

6. A custódia ma-tutina usque ad noctem * speret Israël in Domino.

7. Quia apud Dó-minum misericór-dia: * ooren neigen

naar mijn smeek-geroep.

Indien gij acht slaat op de ongerechtigheden

Heer, wie zal dan bestaan ?

Omdat bij u genade is

en om uwe wet heb ik op u, Heer, gehoopt.

Mijne ziel heeft op zijn woord vertrouwen gehad,

mijne ziel heeft op den Heer gehoopt.

Israël (het volk Gods) hope op den Heer van 's morgens vroeg tot 's nachts (den ge-heelen dag.)

Want bij den Heer is barmhartigheid :


ocr page 166

et copiósa apud en bij Hem over-eum redèmptio vloedige verlossing 8. Et ipse rèdimet ; En Hij zal zijn ïsrael * ; Israel (volk) uit al

ex ómnibus ini- zijne ongerechtig-quitatibus ejus. heden verlossen.

Requiem a;tèr- Heer, geef zijne nam dona ei, Dó- ziel de eeuwige mine. rust.

Et lux perpètua En het eeuwig lïiceat ei. licht verschijne

hem.

F.

Psalm Miserere.

Gebed voor de overledenen; rouwmoedige bede van een boetvaardig hart.

1. Miserére mei, Deus, secundum magnam misericor-diam toam.

2. Et secundum multitüdinem mi-seratiónum tuarum, dele iniijuititem

Ontferm U mijner, lieer, volgens uwe groote barmhartigheid.

En volgens de menigte uwer barmhartigheden (uwe overgroote barm-


ocr page 167

— i59 —

meam.

3. Ampluis lava me ab iniquilate mea, et a peccato meo munda me.

4. Qnóniam ini-quitatem meam ego cognósco; *

et peccktum me-um contra me est semper.

5. Tibi soli pec-cavi, et malum co-ram te feci. *

Ut justificèris in sermónibus tuis, et vincas cum judica-ris.

6. Ecce enim in iniquitè,tibus con-cèptus sum; *

et in peccJitis con cèpit me mater hartigheid) wisch mijne misdaad uit. Wasch mij meer en meer van mijne boosheid en zuiver mij van mijne zonde.

Want ik belijd mijne ongerechtigheid;

en mijne zonde staat mij altijd vóór.

Voor u alleen heb ik gezondigd en kwaad gedaaan, * zoodat gij waarachtig bevonden zijt in «we woorden en overwint, als er geoordeeld wordt (tusschen U en mij.)

Want zie, in ongerechtigheid ben ik ontvangen; en in zonden heeft mijne moeder mij


ocr page 168

— i6o —

mea.

7. Ecce enim ve-ritatem dilexisti; * incèrta et occulta sapièntke tuas manifestasti mihi.

9. Asperges me liyssópo et munda hor *

lavabis me, et super nivem deal-fa ^.bor.

10 Auditui meo dabis gaudiiim et Institiam;

et exultabunt ossa humiliata.

11. Avèrte faciem tuam a peccatis me is: *

et omnes iniqui-tates meas dele.

ontvangen..

Want zie, gij hebt de waarheid lief;

de onbekende en verborgen geheimen uwer wijsheid hebt gij mij geopenbaard. Besproei mij met hijsop, en ik zal gezuiverd worden: wasch mij, en ik zal witter worden dan sneeuw.

Laat mij vreugde en blijdschap hooien (dat mijne zonden vergeven zijn) en mijne vernederde beenderen zullen opspringen (ik zal aangevuurd worden om u te dienen)

Wend uw aangezicht van mijne zonden af; en wisch al mijne boosheden uit.


ocr page 169

— 161 —

12. Cor mundum crea in me, Dens

et spiritum rectum innova in vis-cèribus meis.

13. Ne projicias me a facie tna: ;i! et spiritum sanctum tunm ne aufcras a me.

14. Redde mihi laeiitiam snlntaris tui: * et spiritu principali confir-ma me.

15. Docèboiniquos vias tuas, * et im-pii ad te conver-tèntur.

16. Libera mede sanguinibus Deus. Deus saKitis meae: * et exultabit lingua mea justitiam tunm.

Schep, o God, een zuiver hart in mij:

en vernieuw een oprechten geest in mijn binnenste.

Verdrijf mij niet uit uw aangezicht en neem uwen heiligen geest van mij niet weg.

Geef mij weder do blijdschap uws hcils en versterk mij door den ge-willigen geest.

Ik zal den boozen uwe wegen leeren; en de goddeloo-zen zullen zich tot u bekeeren.

Verlos mij van bloedschuld, oGod, God mijns heils, (van wie ik deze vergeving verhoop.)

en mijne tong zal uwe rechtvaar-


ocr page 170

ly. Dómine, labia mea apèries: *

et os meum an-nuntiabit laudem tii am.

18. Quóniam si voluisses sacrifici-um, dedissem üti-que: :s

holocaustis non delectaberis.

19. Sacrificium Deo spiritus contri-bulatus: :i:

Cor contritumet liumili^tum, Deus, non despicies.

20 Benigne fac, Dómine, in bona volunUtte tuaSion:

digheid loven. Open, Heer, mijne lippen,

en mijn mond zal uwen lof verkondigen.

Want indien gij (tot uitboeting mijner zonden) een offer gewild had, zou ik dat zeker opgedragen hebben ;

brandoffers zullen u niet aangenaam zijn.

Een rouwmoedige geest is voor God een offer;

een vermorzeld en verootmoedigd hart zult Gij, o God, niet versmaden.

Doe wel, Heer, volgens Uwe goedgunstigheid aan Sion,

(Bewijs mij. Heer,


ocr page 171

— 163 —

ut aedificèntur mu-ri Jerusalem.

20. Tunc accep-tabis sacrificium jnstitiae, oblatiónes et holocausta: *

tune imponent super altè,re tuum vitulos.

Requiem aetèr-nam dona eis, üó-mine *

Et lux perpètua Kiceat eis.

deze gunbt, vergeving; ze zal ook uw volk ten goede komen.)

opdat de muren van Jerusalem opgebouwd worden.

Dan zult gij onze offers van rechtvaardigheid (onze rechtvaardige goede werken) danken brandoffers aannemen,

dan zullen zij kalveren op uw altaar leggen (eene u aangename offerande opdragen) Heer geef haar de eeuwige rust;

En het eeuwig licht verschiine haar.


ocr page 172

— 164 —

In iijd

Gloria Patri et Filio, etc.

m boete.

Eere zij den Vader en den Zoon, enz.


G.

Credo quod Redemptor.

Credo, quod Re-dèmptor mens vivit et in novissimo die de terra snrrectü-rus sum.

Et in caren mea videbo Deum Sal-vatórem meum.

Quem visürus sum ego ipse, et non ^tlius, et óculi mei co n spec tü ri sunt.

Ik geloof, dat mijn Verlosser leeft en dat ik op den laatsten dag uit de aarde zal verrijzen.

En in mijnvleesch zal ik God, mijnen Zaligmaker zien.

Ik zelf zal hem zien en geen ander, en mijne oogen zullen Hem aanschouwen.


ocr page 173

Lof- en Beurtzangen door het jaar.

I.

Ten tijde van den Advent.

CREATOR ALME SIDERUM.

Creator alme si-clerum,

Aetèrna lux cre-dèntium,

Jesu, Redémptor omnium,

Intènde votis sup-plicum.

Qui daèmonis ne fraüdibus

Periret orbis, im-petu . .

o Schepper van het firmament,

En eeuwig licht van wie U kent,

o Jesus, die ons hebt gered,

Aanhoor ons vurig smeekgebed.

Opdat door sa-tan's valschen haat De wereld niet verginge in 't


ocr page 174

Amóris actus, languid!

Mundi medèla factus es.

Commune qui mundi nefas,

Ut explores, ad crucem,

E Virginis sa-crario

Intècta prodis victima.

Cu jus potèstas glóriae,

Nomènque cum primum sonat,

Et cóelites et in-feri

Tremènte cur-v^ntur genu.

Te depreckmur ültimae

kwaad,

Zijt Gij, gespoord door liefdegloed,

Haar in den nood ter hulp gespoed.

Bewerker van des werelds zoen, Om aller schulden te voldoen,

Gaat gij uit d'on-gerepten schoot Als schuldloos offer tot den dood.

Gij, voor wiens hooge majesteit. Zoodra uw naam zijn klank verspreidt,

In eerbiedvolle siddering En heemling knielt en doeme-ling.

U smeeken wij met diep ontzag.


ocr page 175

—: 167 —

Magnum dièiju-

dicem,

Armis supèrnae gratiae

Defènde nos ab hóstibus.

Virtus, honor, laus, gloria

Deo Patri cum Filio,

Sancto simul Pa-raclito

In saeculórum saecula. Amen.

o Rechter van den jongsten dag. Bescherm ons door de hemel-k racht

Van uw gena voor 's vijands macht.

Macht, lof en roem, en eerbetoon

Zij aan den Vader en den Zoon, En aan den Trooster, met hen één. Door aller eeuwen eeuwen heen. Amen.


2.

ECCE VIRGO CONCIPIET.

Kcce Virgo con-cipiet,

et pariet filium:

et vockbitur nomen ejus Emmanuel.

Zie, de Maagd zal ontvangen en een Zoon baren :

en Zijn naam zal zijn Emmanuel (d.


ocr page 176

— i68 —

i. God met ons.)

Hódie sciètis, quia vèniet Dómi-nus

et salvabit nos;

et mane vidèbitis glóriam ejus.

Heden zult gij weten, dat de Heer komen en ons verlossen zal,

en morgen zult gij zijne heerlijkheid aanschouwen.


—Xrxt—

II.

KERSTMIS, i.

JESU REDEMPTOR.

Jesu Redèmptor omnium,

Quem lucis ante originem,

Parem patèrnse glorite.

o Jesus, heil van alle vleesch.

Dien, eer het licht ter dagkim rees.

De Vader zelf heeft voortgebracht.


ocr page 177

— 169 —

Pater suprèmus èdidit.

Tu, lumen et splendor Patris,

Tu spes perènnis omnium,

Intènde quas fun-dunt preces

Tui per orbem sèrvuli.

Memènto, rerum Cónditor,

Nostri quod olim corporis,

Sacrata ab alvo Virginis.

Nascèndo, formam sümpseris.

Testatur hoe prae-sens dies,

Currens per anni circulum,

Quöd solus e

Aan Hem gelijk in eer en macht.

Gij licht en glans van 's Vaders gloed, Gij, eeuwge hoop van 't bangst gemoed,

Aanhoor de bee, die overal Tot U stijgt uit dit tranendal.

Gedenk, o Schepper eindloos groot, Dat Ge, uit der Maged heilgen schoot j

Te voorschijn tredend, eens op aard Ons sterflijk hulsel hebt aanvaard;.

Ons tuigt dit plechtig feestgetij,

Ronchventlend met der dagen ri}, Dat Gij alleen uit


ocr page 178

— 170 —

sinu Patris

Mundi salus advè-neris.

Hunc astra, tellus, aèquora,

Hunc omne, quod coelo subest,

Salütis auctórem novae

Novo salutat can-tico.

, Et nos, bekta quos sacri.

Rigivit unda sanguinis,

- Natólis ob diem tui

Hymni tribütum sólvimus.

Jesu, tibi sit gloria,

i Qui natus es de virgine.

Cum Patre et 's Vaders schoot U aan deze aard ten Redder boodt.

Dien dag begroet in 't nieuwe lied. Voor 't nieuwe heil, dat hij ons •biedt,

En aarde en zee en starrenkring

En alles, wat bestaan ontving.

En wij, gewas-schen in den vloed Van uw, ons zaal-gend, heilig bloed, Wij zingen met verrukten geest

U lof om uw geboortefeest.

U, Jesus, zij de lof gewijd.

Die uit de maagd geboren zijt, U, met den Geest


ocr page 179

— i7i —

almo spiritu

In sempiterna saè cula. Amen.

en Vader één.

Door de altijddurende eeuwen heen. Amen.


2.

PUER NATUS EST.

Puer natus est nobis, et filius da-tus est nobis; cu-jus impèrium super hiimerum ejus: et vocabitur nomen ejas magni consilii Angelus.

Een kind is ons geboren, en een Zoon ons gegeven: wiens (teeken van) heerschappij op zijn schouder rust (het kruis); en zijn naam zal genoemd worden Engel (boodschapper, aanbrenger) van den grooten raad (van het besluit der H. Drievuldigheid, den mensch te verlossen.)


ocr page 180

— 172

Tecum principium.

Tecum principium in die virtütis tuae.

in splendoribus sanctorum:

ex iitero ante luciferum gènui te.

Dixit Dominus Dómino meo:

Sede a dextris meis

Donee ponam ini tnicos tuos, scabèl-lum pedum tuórum.

Bij U, (God, den Zoon), berust de opperheerschappij ten dage Uwer kracht in den glans des heiligdoms;

vóór den dageraad heb ik u uit den schoot voortgebracht.

De Heer, de Vader) tot mijnen (God den gezegd ;

Zit aan rechterhand,

totdat ik uwe vijanden make tot een voetbank uwer voeten (hen geheel aan u on-derwerpe.)

(God heeft Heer

Zoon)

mijne


ocr page 181

— 173 —

4-

DEUS FIRMARIT.

Deus firmavit or bem terrae,

qui non commo-vèbitur;

Parata sedes tua ex tune,

a saèculo tu es.

orbem terrse et plenitüdinem ejus tu fundksti;

justitia et judi-

, den : de ippij Jwer

des

age-uit iort-

iod eeft 'eer on) ;

ine

quot;ij-tot nk en )n-

God heeft den aardbol becht gemaakt;

hij zal niet wankelen;

Uw zetel (macht) is van dan af bevestigd,

Gij zijt van eeuwigheid.

TUI SUNT COELI.

Tui sunt coeli,

et tua est terra,

U behooren de hemelen

en ii behoort de aarde,

den aardbodem en al wat er op is, hebt Gij gegrondvest: Uw zetel steunt


ocr page 182

— i74 —

cium praparatio ; op rechtvaavdig-sedis tuae. heid en recht.

6.

VIDERUNT OMNES FINES.

Vidèrunt omncs i Tot aan de ui-fines terrse salutare terste grenzen der Dei nostri. aarde is het heil

(de Zaligmaker) van onzen God gezien (gekend.)

7-

GLORIA.

Gloria in excèl- i Eer aan God in sis Deo; et in terra den hooge en vre-pax hominibus bo- de op aarde den nae voluntatis. menschen van goe

den wil.

8.

QUEM VIDISTIS PASTORES.

Quern vidistis : Herders, wien pastores ? dicite, ■ hebt gij gezien ?

ocr page 183

— 175 —

annuntiate nobis.

Natum vidimus et clioros Angeló-rum collandJoites Dóminum.

zegt het. deelt het ons mede.

Den jonggebore nen hebben wij gezien, en Engelenscharen, die den Heer loofden.


LAETENTUR COELI.

Lsetèntur cceli et exultet terra,

ante faciem, Do-mini,

quóniam venit.

Dat de Hemel zich verblijde en de aarde opsprin-ge van vreugde voor het aanschijn des Heeren, want Hij (de Heer) is gekomen.


PARVÜLUS FILIUS.

Parvulus filius hodie natus est nobis; et vocèbitur Deus, Fortis.

Een klein kind is ons heden geboren, het zal God, de machtige, genoemd worden.


ocr page 184

HODIE.

Hodie Christus natus est; hodie saivator appkruit:

hódie in terra canunt Angeli

Isetantur Archangel i:

hódie exiiltant justi, dicèntes;

Gloria in excèl-Deo, alleluja.

Heden is Christus geboren; heden verscheen de Zaligmaker,

heden zingen Engelen op aarde (en) verblijden zich de Aartsengelen;

heden juichen de rechtvaardigen en zeggen:

Glorie aan God in den hooge, alleluja.


DIES SANCTIFICATUS.

Dies sanctificitus illüxit nobis:

Venite gentes, et adorate Pominum:

Quia hódie des-

Een geheiligde dag is voor ons opgegaan:

komt, volkeren, den Heer aanbidden:

Want heden is


ocr page 185

cèndit lux magna in terris:

Hsec dies, quam fecit Dóminus;

exultèmus et Ice tèmur in ea.

een groot licht op aarde verschenen.

op dezen dag, (dan) dien de Heer gemaakt heeft,

laten wij ons verheugen en verblijden.


III.

Driekoningen.

CRUDELIS HERODES.

Crudèlis Heródes, Deum.

Regem venire, quid times ?

Non èiipit mor-tMia,

Qui ragna dat coelèstia.

Wat ducht uw wreede dwing-landij,

H erodes, dat God Koning zij ?

Die tronen in den hemel biedt.

Ontneemt een aardschen scepter niet.


ocr page 186

— 178 —

Ibant Magi, quam viderant

Stellam sequèn-tes praeviam:

Lumen requirunt lümine;

Deum fatèntur miinere.

Lavacra puri giirgitis

Coelèstis Agnus è,ttigit;

Pecckta, quae non dètulit

Nos abluèndo süstulit.

Novum genus potèntiee,

Aquae rubèscunt hydriae,

Vinümque jussa fündere,

De ^Vijzen gin-gen op het spoor.

Geteekend door den sterregloor;

Zij zoeken bij dat licht het Licht En offren Gode, erkend in 't Wicht.

Het Offerlam des hemels trad In 't heldervlie-tend zuivringsbad.

En wiesch door onze zuivering

De zonden, die Hij nooit beging.

Een nieuwe daad van de almacht Gods:

De waterkruik draagt purpren blos:

't Natuurbeheer-schend wonderwoord


ocr page 187

— i79 —

Mutavit ünda ori ginem.

Jesu, tibi sit gloria,

Qui apparuisti gèntibus,

Cum Patre èt almo Spiritu,

In sempitèrna saècula. Amen.

Bracht wijn uit enkel water voort.

Lof zij u, Jesus, die op aard

U aan den heiden openbaart, U, met den Geest en Vader één,

Door de altijddu-durende eeuwen heen. Amen.


2.

OMNES DE SABA.

Omnes de Saba vènient,

aurum et thus deferèntes,

et laudem Domino annuntiantes. Surge, illuminJire

Jerusalem, quia glória Dómini super te orta est.

Uit Saba zullen allen komen,

goud en wierook brengen,

en den Heer lofprijzen.

Sta (dan) op en wordt verlicht

o Jerusalem, omdat de heerlijkheid des Heeren over U is opgegaan.


ocr page 188

— i8o —

3-

REGES THARSIS.

Reges Tharsis et insulae münera of-ferent:

Reges Arabum et Saba dona addü cent: et adorabunt eum omnes Reges terrae, omnes gen-tes sèrvient ei.

De koningen van Tharsis en der eilanden zullen geschenken opdragen,

De koningen van Arabië en Saba zullen giften brengen ; alle koningen der aarde zullen hem aanbidden, alle ! volken hem dienen.


4-

TRIBUS MIRACULIS,

Tribus miraculis ornatum diem sanctum cólimus: hodie Stella Magos duxit ad praesèpium; hodie vinum ex aqua factum est ad nüp-

Wij vieren een heiligen dag, door drie wonderen opgeluisterd: eene ster voerde heden de Wijzen tot de Krib; heden werd


ocr page 189

— i8i

tias; hodie in Jor-dine a Joknne Christus baptisè,ri voluit, ut salvaret nos.

bij de bruiloft (te Cana) water in wijn veranderd; heden wilde in den Jor daan Christus door Joannes gedoopt worden, om ons te verlossen.


IV.

Feest van denH. Maam Jesus.

(2e Zondag na Driekoningen.)

i.

jesu, dulcis memoria..

Jesu, dulcis me-mória.

Dans vera cordis gaudia;

Sed super mei et ómnia.

Ejus dulcis prae-sèntia.

Aan Jesus denken is wel zoet,

't Geeft ware vreugde aan 't blij gemoed.

Maar boven 't allerhoogste goed

Gaat, wat zijn bijzijn smaken doet.


ocr page 190

— 182 —

Nil canitur sua-vius,

Nil auditur ju-cundius,

Nil cogilatur dül-cius,

Quam Jesus, Dei Filius.

Jesu, spes poeni-tèntibus,

Quam pius es petèntibus.

Quam bonus te quaerèntibus.

Sed quid inve-nièntibus?

Nee lingua valet dicere

Nee littera expri-mere;

Expértus potest crèdere.

Zoo lieflijk ruiseht er geen akkoord. Zoo zoet een klank wordt nooit gehoord,

Geen denkbeeld brengt een vreugde voort.

Als Jesus 's Vaders eeuwig W oord.

o Jesus, hoop van hem, die boet,

Wat zijt Gij voor uw smeekling goed, Hoe mild, voor wie ii zoekend spoedt 1 Maar wat den minnende aan uw voet?

Geen blijde tonge meldt het luid,

Geen letter is er, die het duidt. De ervaring weet, maar drukt niet uit.


ocr page 191

Quid sit Jesum : Wat Jesus liefde diligere. in zich besluit.

Sis, Jesu, nostrum Wees Gij, o Jesus, gaudium, onze vreugd,

Qui es futürus Die 't eeuwig loon praemium; zult zijn der deugd;

Sit nostra in te In U zij onze gloria, roem alleen

Per cuncta sem- Door aller eeuwen per saècula. Amen. eeuwen heen.

Amen.

2.

IN NOMINE JESU.

In nómine Jesu omne genu flectatur

Ccelèstium, ter-rèstrium et infer-nórum:

et omnis lingua confiteatur, qia Dó-minus Jesus Chris-

Voor den naam Jesus moeten alle knieën gebogen worden,

van die den hemel, de aarde en de hel bewonen:

en aller tong moet belijden, dat de Heer Jesus Christus in de heerlijk


ocr page 192

— 184 —

tus in gloria est heid is bij God Dei Patris. den Vader.

LITANIE VAN D

Kyrie elèison.

Christe elèison.

Kyrie elèison.

Jesu, audi nos.

Jesu, exüudi nos.

Pater, de ccelis Deus, miserére nobis.

Fili, Redèmptor mundi Deus,

3

Spiritus Sancte ? Deus, 5'

Sancta Trini- 3 tas, unus Deus, °

1 cr

Jesu, splendor Patris,

3-

H. NAAM JESUS.

Heer, ontferm u onzer.

Christus, ontferm u onzer.

Heer, ontferm u onzer.

Jesus, hoor ons. Jesus, verhoor ons. God, hemelsche Vader, ontferm u onzer.

God Zoon, Verlosser der we- o reld. S

God, H. Geest, « 3

Heilige Drie-= vuldigheid, een § God, g

Jesus, luister ^ des Vaders,


ocr page 193

- i8s -

Jesu, candor lucis petèrnae,

Jesu, rex gló-riae,

Jesu, soljustitife,

Jesu, Fili Ma-riae,

Jesu amabilis,

g

Jesu admirkbilis, -■ ft —t

Jesu, Deusfortis, ^

3

Jesu, pater fu-türi saèculi, K'

Jesu, magni con-silii è,ngele,

Jesu potentis-sime,

Jesu patient is-sime,

Jesu obedien-tissime,

Jesu, mitis et hümilis corde,

Jesus, helderheid van het eeuwig licht,

Jesus, Koning der glorie,

Jesus, zon der rechtvaardigheid, Jesus, Zoon van de Maagd Maria,

Beminnelijke a Jesus, ê?

Bewonderens- 3 waardige Jesus, c Jesus, sterke 0 God, S

Jesus, Vader 3 van het toekomende leven. Jesus, engel van den grooten raad. Allermachtigste Jesus,

Allergeduldigste Jesus,

Allergehoor-zaamste Jesus, Jesus, zachtmoedig en oot-


ocr page 194

— i86 —

Jesu, amator castitktis,

Jesu, amator noster,

Jesu, Deus pacis,

Jesu, auctor vitae,

Jesu, exèmplar 3 virtütum, jij

Jesu, zelator ani ra-marum, quot;

Jesu, Deus nos- g ter, g;

Jesu, refügium •quot; nostrum,

Jesu, pater pau-perum,

Jesu, thesaurus fidèlium,

Jesu, bone pastor,

Jesu, lux vera Jesu, sapièntia moedig van harte,

Jesus, beminnaar der zuiver-verheid,

Jesus, onze beminnaar,

Jesus, God van vrede,

Jesus, Gever des levens,

Jesus, voorbeeld 2 van deugden, Jesus, ijveraar g der zielen,

Jesus, onze God; quot;

3

Jesus, onze toe- « vlucht,

Jesus, vader der armen,

Jesus, schat der geloovigen,

Jesus, goede herder,

Jesus, waarachtig licht,

Jesus eeuwige


ocr page 195

- i87 -

aetèrna,

Jesu, bönitas infinita,

Jesu, via et vita nostra,

Jesu, gaüdium Angclorum,

Jesu, Rex pa-triarcharum, 9 Jesu, magister „

Apostolórum, q-rc

Jesu, doctor g Evangelistürum, 5!

Jesu, fortitüdo • Martyrum,

Jesu, lumen Confessónim,

Jesu, püritas Virginum,

Jesu, corona Sanctorum omnium,

Propitius esto, paree nobis, Jesu.

Propitius esto, exaudi nos Jesu, Ab omni malo,

wijsheid,

Jesus, oneindige goedheid,

Jesus, onze weg en ons leven,

Jesus, vreugde der Engelen,

Jesus, koning § der aartsvaders, y Jesus, leer- 3 leer der apos- ^ telen, 0

Jesus, leeraar 3 der Evangelisten, 5 Jesus, sterkte' der Martelaren, Jesus, licht der Belijders,

Jesus, reinheid der Maagden, Jesus, kroon van alle Heiligen,

Wees genadig, spaar ons, Jesus.

Wees genadig, verhoor ons, Jesus. Van alle kwaad,


ocr page 196

libera ros, Jesu.

Ab omni pec-cato,

Ab ira tua, Ab insidiis clia-boli,

A spiritu forni-catiónis,

A morte per-pètua,

A neglèctu in-spiratiomim tua- 5; rum, q

Per mysterium p sanctae incarna- § tionis tuae, •quot;

Per nativitè-tem 'To tuam, c

Per infantiam tuam,

Per divinissi-mam vitam tuam, Per labóres tuos.

Per agoniam et passiónem tuam, Perciucem etde-relictiónem tuam

verlos ons, Jesus. Van alle zonde,

Van uwen toorn, Van de listen des duivels. Van den geest der ontucht.

Van den eeuwigen dood,

Van het ver-waarloozen uwer n inspraken, 5-Door het ge-m heim uwer heilig» § Menschwording, ™ Door uwe ge-'jr1 boorte, c

Door uwe kindschheid,

Door uw aller-goddelijkst leven, Door uwe werken.

Door uwen doodstrijd en lijden.

Door uw kruis en verlatenheid.


ocr page 197

— 189 —

Per languóres tuos,

Per mortem et 5: sepultiiram tuam, ^ Per resurrecti- p ónem tuam, o Per ascensió- quot; nem tuam, 'T?

Per giiudia tua, c

Per gloriam tuam,

Agnus Dei, qui tollis peccata mun-di, parce nobis, Jesu

Agnus Dei, qui tollis peccata mun-di, exaudi nos, Jesu.

Agnus Dei, qui tollis peccata mun-di, miserére nobis, Jesu.

Jesu, audi nos. Jesu, exaudi nos.

Door uwe kwijningen,

Door uwen dood en begravenis, „ Door uwe ver- §-rijzenis, quot;

Door uwe he- § meivaart, quot;

Door uwe vreug-'^ den, c

Door uwe beer-quot; lijklieid,

I,am Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons, Jesus.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Jesus.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm u onzer, Jesus. Jesus, hoor ons. Jes»;s, verhoor ons.


ocr page 198

— IQO —

GEBED.

Heer Jesus Christus, die gezegd hebt: Vraagt en gij zult verkrijgen; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal geopend worden; wij verzoeken, geef ons, die er om bidden, genegen te zijn tot uwe allergoddelijkste liefde; opdat wij u uit ganscher harte met woord en daad beminnen en nooit ophouden u te loven.

Doe ons, Heer, altijd uwen heiligen Naam vreezen en beminnen, omdat Gij nooit uwe leiding onttrekt aan hen, die gij in uwe liefde bevestigd hebt. Door onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met u leeft en heerscht in de eenheid van den H. Geest, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

-oOVOc

ocr page 199

Y.

Gedurende den Yasten. i.

AUDI, BENIGNE COMDITOR.

Audi, benigne Cónditor,

Nostras preces cum flètibus,

In hoe sacro je-jünio

Fusas quadrage-nirio.

Scrutator alme córdium,

Infirma tu sols virium:

Ad te revèrsis èx-hibe

Remissiónis gra-tiam.

Multum quidem peccavimus.

God, Schepper, neem genadig a?n Het smeekgebed, den boetetraan,

In dezen heilgen vastentijd Van veertig dagen, U gewijd.

Oneindig God die 't hart doorziet, En al zijn krankheid en zijn niet, Geef ons, die rouwend tot U gaan. Vergeving aller euveldaan.

De zonde is zwaar en menigvoud.


ocr page 200

— 192 —

Sed paree ' confi-tèntibus:

Ad nominis lau-dem tui

Confer medèlam l^nguidis.

Concède nostrum cónteri

Corpus p 'r absti-nèntiam:

Culpae ut relin-quant pabulum

Jejuna corda cri-minum.

Praesta, beata Trinitas,

Concède, simplex Unitas,

Ut fructuósa sint tuis

Jejuniórum mü-nera. Amen.

Maar spaar toch, wie op U betrouwt: En geef, uw heil-gen naam ter eer. Den kranken kracht en sterkte weer.

Geef dat ons vleesch in boete lijd'

De onthouding, die het vleesch kastijdt.

Opdat het zon-denvrij gemoed

Zoo derve, wat de zonde voedt.

Deez' gunst zij ons door U bereid, Die Eén zijt in Drievuldigheid.

Dat el;lt; der uwen blij geniet'

De vruchten, die de vasten biedt. Amen.


ocr page 201

— 193 —

2.

STABAT MATER.

Stabat Mater dolorosa

Juxta crucem la-crymosa,

Dum pendèbat Filius;

Cujus animam ge-mèntem,

Contristatam et dolèntem,

Pertransivit gla-dius.

f

O quam tristis et

afflicta Fuitilla benedicta

Mater Unigèniti!

Quae moerèbat et dolèbat

Schreiende, in een macht'loos lijden, Stond de Moedermaagd bezijden 't Kruishout, waar haar Zoon aan hing;

En door 't droef en zuchtend harte, Deelende in haar Jesus smarte.

Ging het zwaard der marteling.

O wat was ze in wee en rouwe,

De gebenedijde Vrouwe,

Moeder van Gods een'gen Zoon!

Wat ze schreide wat ze snikte,


9

ocr page 202

— 194 —

Pia Mater, dum vidèbat

Nati poenas in-clyti.

Quis est homo, qui non fleret, . Matrem Christi si vidèret

In tante sup-plicio ?

Quis non posset contristari,

Christi Matrem contemplari,

Dolèntem cum Filio?

Pro peccatis suae gentis

Vidit Jesum in tormèntis

Et flagèllis sub-ditum,

Vidit suum dul-cem Natum

Als zij op de doodstraf blikte Van haar Kind, zoo eind'loos schoon!

Wie is mensch, die onbewogen

Christus Moeder voor zijne oogen Zage in zulke foltering?

Wie kunne er niet mede rouwen, En die Moeder daar aanschouwen. Lijdend met haar Lieveling?

Voor de zonden van de zijnen

Zag zij Jesus vol van pijnen.

En Hem gees'len streng en straf;

Zag zij haren Liev'ling sterven


V'

ocr page 203

— i95 —

Morièndo deso-latum,

Dum emisit spi-ritum.

Eja Mater, fons am óris,

Me sentire vim dolóris

Fac, ut tecum liigeam,

Fac, ut ardeat cor meum

In amando Christum Deum,

Ut sibi compla-ceam.

Sancta Mater, istud agas,

Crucifixi fige pla-

gas

Cordimeo valide.

En Hem alles, alles derven,

Toen zijn mond den doodsnik gaf.

Moeder, Moeder, bron van liefde. Dat uw zwaard ook mij doorkliefde.

Dat ik treuren moge als gij!

Och, ontsteek mijn ziel en zinnen. Dat ook ik mijn God moog' minnen En Hem welgevallig zij.

Heiige Moeder, 'k bid u, hoor het, 't Lijden des Ge-kruisten boor het. Krachtig wondend, mij in 't hart.


ocr page 204

— 196 —

Tui Nati vulne-rati,

Tam dignati pro me pati,

Poenas mecum divide.

Fac me tecum pie flere,

Crucifixo condo-lère

Donec ego vixero.

Juxta crucem tecum stare,

Et me tibi sociare

In planctu desi-dero.

Virgo virginum praeclkra,

Mihi jam non sis amira,

Fac me tecum plangere.

Met uw Zoon, die om mijn zonden

Zich zoo gruwzaam liet verwonden,

Wil ik dealen in de smart.

Doe me in liefde met u klagen,

't Lijden des Ge-kruisten dragen Tot mijn stervens uur zal slaan.

O ik voel mijn ziel versmachten. Om te deelen in uw klachten, En met u bij 't kruis te staan.

Maagd der maagden hoog verheven Wil mijn bede niet weerstreven; Laat me met droevig zijn.


ocr page 205

— 197 —

Fac, ut portem Christi mortem,

Passionisfac con-sórtem,

Et plagas recolere.

Fac me plagis vulnerari,

Fac me cruce inebriari Et cruóre Filii

Flammis ne urar succènsus,

Per te, Virgo, sim

defènsus

In die judicii.

Christe, cum sit hinc exire.

Da per Matrem me venire

Laat me dragen Christus plagen. Deelgenoot zijn zijner slagen, Immer denken aan zijn pijn.

'k Zij met Hem aan 't kruis ge-geklonken,

Van de smart des kruises dronken En het zoenbloed van uw Zoon,

Wees, opdat geen hel me ooit dere.

Gij mijn voorspraak bij den Heere,

Zeet'lend op zijn Rechtertroon.

Christus, als ik zal verscheiden. Laat uw Moeder mij dan leiden


ocr page 206

— 198 —

Ad palmam vic-tóriae.

Qaando corpus moriètur,

Fac, ut animae donétur

Paradisi glória. Amen.

Tot den palm der zegepraal.

Als het lichaam weg zal sterven,

Doe mijn ziele dan verwerven, Dat zij van uw glorie straal'. Amen.


VI.

Lajdenstijd.

(Passie-zondag tot Fase hen.) 1.

VEXILLA REGIS.

Vexïlla Regis pro-deunt,

Fulget crucis my-stèrium,

Des Konings standaard treedt hervoort,

't Gebeimnisvolle Kruishout gloort,


ocr page 207

— 199 —

Qua vita mortem pèrtulit

Et morte vitam protulit.

Quae vulnerata lanceae,

Mucróne diro cri minum,

Ut nos lavaret sordibus,

Manavit unda et sanguine.

Implèta sunt quae cóncinit,

David fidèli carmine,

Dicèndo nationi bus:

Regnivit a ligno Deus.

Arbor decora et fiilgida,

Ornata Regis pür pura,

Waarop het leven ging ter dood, En door dien dood het leven bood.

De wreede spits der speer ontsluit In 's levens zijde een bron, waaruit Ter onzer reiniging een vloed

Van water neerstroomt en van bloed.

Wat David in 't geloovig lied

Gezongen heeft, is thans geschied, Als hij den volken profeteert:

God heeft van 't hout uit geregeerd.

o Schoone boom, die heerlijk straalt Van 's Konings purper, waar ge in


ocr page 208

— 200 —

Elècta digno sti-pite,

Tam sancta membra tangere.

Beata, cujus bra-chiis,

Prètium pepèndit saeculi,

Statèra facta corporis,

Tulitque praedam tartari.

O Crux, ave, spes unica,

i) Hoe passiónis tèmpore,

Piis adaüge gra-tiam.

Reisque dele cri-mina.

Te, fons salutis, Trinitas,

praalt,

o Uitverkorene, wiens stam

Mocht dragen 't heilig Offerlam.

Welzalige, aan wiens armen hing De losprijs onzer zaliging Als weegschaal, die het lichaam woog,

En aan de hel den roof onttoog.

o Kruis, onze een'ge hope, zijt

Gegroet in dezen lijdenstijd.

Stort meer genadé in 't vrome hart. En wasch hem, die bezoedeld werd

Drieëenig God, genadebron,


ocr page 209

— 30I —

Collaudet omnis jspiritus;

Quibus crucis vic-itóriam.

Largiris, adde Ipraèmium. Amen.

U love, wat ooit loven kon:

Geef hun, die Gij verwinnen doet Door 't Kruis, ten loon nog 's hemels goed. Amen.


11) Den j Mei, feest der Vinding van hei H. Kruis, wordt deze zelfde lofzang ge-I zongen met verandering van dit vers dat dan luidt:

Paschale, quae fers g?tudium.

Gegroet, die paaschvreugd ons bereidt.


Zoo ook den 14 September, feestdag der Verheffing van het H. Kruis. Dan wordt dit vers gezongen:

in hac glória.

triümphi i ter overwinning i ons geleidt.

ADORAMUS TE.

Adoramus Te, ; Wij aanbidden

ocr page 210

202

Christe et benedi-cimus tibi, quia per sanctam crucem tu-am, et passiónem tuam redemisti mun-dum.

U, Christus, en zegenen U, omdat Gij door uw heilig Kruis en Lijden de wereld verlost hebt.


crux fidelis.

Crux fidèlis inter omnes, arbor una nóbilis; nulla silva talem profert, fron-de, flore gèmine.

Dulce lignum, dulces clavos, dulce pondus süstinet.

Trouw Kruis, onder alle boomen de edelste, geen woud brengt dus-danigen voort, in blad,bloesem, knop aan U gelijk. O zoet hout, zoete nagelen, die een zoeten last dragen.


4-

Ecce quomodo moritur.

Ecce, quómodo moritur justus et nemo pèrcipit oord».

Zie, hoe de rechtvaardige sterft; en niemand gevoelt het in zijn hart.


ocr page 211

— 203 —

Viri justi tolliintur

et nemo considerat:

a facie iniquit^tis

sublamp;tus est Justus;

et erit in pace me-mória ejus.

In pace factus est locus ejus et in Sion habitk-tio ejus;

et erit in pace me-mória ejus.

Rechtvaardige mannen worden (door den dood) weggenomen, en niemand beschouwt het met aandacht:

voor het aanschijn (om wille) der zonde is

de rechtvaardige weggenomen (van de aarde:)

zij-a aandenken zal in vrede zijn.

Zijne plaats is in vrede;

en zijne woonplaats in Sion (den hemel.)

en Zijn aandenken zal in vrede zijn.


5-

Tenebrae factae sunt.

(I ; Tènebrae factae i Duisternis bedekte sunt, | de aarde,

ocr page 212

— 204 —

cum crucifixissent Jesum Judaei et circa horam no-nam exlamkvit Jesus voce magna:

Deus meus, ut quid me dereli-quisti ?

Et inclinè,to capita, emisitspiritum.

Exclamans Jesus voce magna, ait:

Pater, in manus tuas commèndo spiritum meum.

toen de Joden Jesus kruisigden: omtrent het negende uur riep Jesus met luider stemme:

Mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten ?

En het hoofd gebogen hebbend, gaf Hij den geest.

Luide riep Jesus uit:

Vader, in uwe handen beveel ik mijnen geest.


SUPER FLUMINA BABYLON1S.

Super flümina Babylónis,

illic sèdimus, et flèvimus; dum re-cordarèmur tui, Sion:

Aan Babylons stroomen,

daar waren wij gezeten en weenden, als wij aan U, o Sion, dachten:


ocr page 213

— 205 —

In salicibus in mèdio ejus suspèn-dimus órgana nostra.

aan de wilgen-bootnen, die er waren, hingen wij ons speeltuig op.


7-

IMPROPERIUM.

Impropèrium exs-pectkvit Cor meum et misèriam,

Et sustinui, qui simul mecum con-tristarètur, et non fuit

et qui consola-rètur, et non in-vèni;

Et dedèrunt in escam meam fel, et in siti potaverünt me acèto.

Smaad en ellende verwachtte mijn hart,

En ik hoopte, dat iemand met mij treuren zou, doch er was niemand,

of die tot troost zou zijn, maar vond hem niet. En zij hebben mij gal tot spijs en azijn tot drinken gegeven.


IN MONTE OLIVETI.

In monte Olivèti : Bij den Olijfberg

ocr page 214

— 2o6 -

orèvit ad Patrem:

Pater, si fièri po-test, trènseat a me calix iste:

Spiritus quidem promptus est, caro autem infirma:

Fiat voluntas tua.

bad Hij (Christus) tot Zijnen Vader: Vader, indien het kan, dat dan deze kelk (van lijden) van mij wegga. De geest is wel gewillig, doch het vleesch zwak. Uw wil geschiede.


O VOS OMNES.

O vos omnes, qui j transitis per viam, ; attèndite et vidète :; si est dolor similis, ; sicut dolor meus.

Attèndite univèrsi pópuli et vidète i dolórem meum.

io.

O gij allen, die langs den weg gaat, geeft acht, en ziet of er eene smart is gelijk aan de mijne.

Gij, alle volken belet en ziet mijne smart.


OMNES AMICI MEI.

Al mijne vrien-

Omnes amici mei

ocr page 215

207 —

dereliquèrunt me, et praevaluèrunt in sidiantes mihi;

tradidit me quem diligèbam

et tenibilibus ó-culis plaga crudèli percutièntes,

aceto pot^ibant me,

Inter iniquos pro-jecèrunt me,

et non pepercèrunt animae meae.

den hebben mij verlaten, en zij die mij belaagden, hebben de overhand gekregen;

hij, dien ik liefhad, heeft mij verraden.

en met wreedaar-digen lust hebben zij mij wreed mishandeld;

en met azijn gelaafd,

zij hebben mij gerekend onder de boezen,

en mijn leven niet gespaard.


ocr page 216

— 2O8 —

vn.

De drie laatste dagen der Goede Week.

Zie de gew. gebeden der H. Mis. bl. 67. I.

witte donderdag.

Herinneringsdag der instelling van het Allerheiligste Sacrament des Altaars.

introïtus.

Nos autem glo-riari oportet in cru-ce Domini nostri Jesu Christi:

in quo est salus, vita et resurrèctio nostra;

per quem salvkti et liberèti sumus.

Ps. Deus misere-amp;tur nostri, et be-nedicat nobis:

illüminet vultum suum super nos,

Begin der Mis.

Wij moeten roemen op het Kruis van onzen Heer Jezus Christus:

in v/ien ons leven, heil en opstanding zijn,

door wien wij gered en verlost zijn. God ontferme zich onzer en zagene ons;

hij beschijne ons met den glans van


ocr page 217

— 2og —

et misere^itur I zijn aangezicht en nostri, ; zij ons genadig.

Nos autem, wordt herhaald.

GEBED.

God, van wien èn Judas de straf voor zijne misdaad, èn de moordenaar de belooning zijner (schuld) bekentenis ontvangen heeft; verleen aan ons, als uitwerking uwer begenadiging, dat gelijk Jesus Christus, onze Heer in zijn lijden aan beiden verschillend loon naar werken heeft geschonken. Hij van ons de oude verdorvenheid wegneme, en de genade zijner verrijzenis ons schenke. Die met U leeft en heerscht in de eenheid van den H. Geest, God, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

VOORLEZING UIT DEN EERSTEN BRIEF VAN DEN H. APOSTEL PAULUS AAN DE GE-

LOOVIGEN VAN CORINTHE. XI HOOFDSTUK. 20—32 VFRS.

Broeders, als gij dan in eene plaats

ocr page 218

- 2 IO -

samenkomt, is het niet meer, des Hee-ren avonrimaal eten, want een ieder neemt te voren zijn eigen avondmaal om te eten, en de een lijdt honger en de ander is dronken Of hebt gij geene huizen, om te eten en te drinken? Of veracht gij de kerk Gods, en beschaamt gij hen, die niet hebben? Wat zal ik u zeggen? Prijs ik u? Hierin prijs ik u niet. Want ik heb van den Heer ontvangen, hetgeen ik u ook heb overgeleverd, dat de Heer Jesus in den nacht, waarin Hij verraden werd, het brood nam, en dankende het brak, en zeide: Neemt en eet: dit is mijn lichaam, dat voor u zal worden overgeleverd: doet dit tot mijne gedachtenis! Desgelijks nam Hij ook den kelk, nadat Hij het avondmaal had gehouden, zeggende: deze kelk is het Nieuw Verbond in mijn bloed: doet dit, zoo dikwijls gij dien zult drinken, tot mijne gedachtenis! Want zoo dikwijls gij dit brood zult eten, en den kelk drinken, zult gij

ocr page 219

— 211

den dood des Heeren verkondigen tot dat Hij komt. Alwie derhalve onwaardig dit brood eten, of den kelk des Heeren drinken zal, zal schuldig zijn aan het lichaam en het bloed des Heeren. Pat dan de menscli zich zeiven beproeve, en aldus van dit brood ete, en van den kelk drinke. Want die onwaardig eet en drinkt, eet en drinkt zijn eigen oordeel, niet onderscheidende het lichaam des Heeren. Daarom zijn er onder u vele zieken en zwakken, en zijn velen door den dood getroffen. Want indien wij ons zeiven beoordeelden, zouden wij niet geoordeeld worden. Maar geoordeeld wordende, worden wij door den Heer getuchtigd, opdat wij niet met de wereld veroordeeld worden.

Deo gratias! God zij dank!

GRADUALE.

Christus factus est pro nobis obè-

Christus is voor ons gehoorzaam


ocr page 220

diens usque ad mortem, mortem autem Crucis.

Propter quod et Deus exaltavit eum: et dedit illi nomen quod est super om-ne nomen.

geworden tot den dood, ja tot den dood des kruizes. Daarom heeft God Hem ook verheven, en Hem een naam gegeven boven allen naam.


VERVOLG VAN HET H. EVANGELIE VOLGENS DEN H. JOANNES. XIII HOOFDSTUK VI — 15.

Vóór den feestdag van Paschen, daar Jesus wist, dat zijn uur gekomen was, waarop Hij uit deze wereld zoude gaan tot den Vader; dewijl Hij de zijnen, die in de wereld waren, had liefgehad, zóó heeft Hij hen tot het einde liefgehad. En als het avondmaal gedaan was, toen alreeds de duivel aan Judas Iscarioth, den zoon van Simon, in het hart had gegeven dat hij Hem zoude verraden: wetend, dat de Vader alles in zijne hand had gegeven en dat Hij van God was uitgegaan, en tot God henenging, stond Hij op van het Avond-

ocr page 221

— 213 —

maal en legde zijne kleederen af, nam een linnen doek en omgordde zich. Daarna goot Hij water in het bekken, en begon de voeten der leerlingen te was-schen en af te drogen met den linnen doek, waarmede hij omgord was. Hij kwam dan tot Simon Petrus. En Petrus zeide tot Hem: Heer, wascht Gij mij de voeten? Jesus antwoordde en sprak tot hem: Wat ik doe, weet gij nu niet; maar gij zult het later weten. Petrus zeide tot Hem: Gij zult in eeuwigheid mij niet de voeten wasschen. Jesus antwoordde hem: Indien ik u niet wassche, zult gij geen deel met mij hebben. Simon Petrus zeide tot Hem: Heer, niet alleen mijne voeten, maar ook de handen en het hoofd. Jesus sprak tot Hem: Die gewasschen is, heeft slechts noodig, dat hij de voeten wassche, want hij is geheel rein. Ook gij zijt zuiver, maar niet allen. Want hij wist, wie Hem zoude verraden; daarom zeide Hij: gij zijt niet allen zuiver. Nadat Hij

ocr page 222

— 214 —

nu hunne voeten gcwasschen en zijne kleederen aangedaan liad, als Hij wederom aau (tafel) gezeten was, sprak Hij tot hen: Weet Gij, wat ik u gedaan heb? Gij noemt mij Meester en Heer: en gij zegt wèl, want ik ben het. Indien ik dan, uw Heer en Meester, uwe voeten gewasschen heb, moet gij ook elkanders voeten wasschen. Want een voorbeeld heb ik u gegeven, opdat gelijk ik u gedaan heb, gij ook zoo doen zoudet.

Laus tibi, Christe. U, Christus zij lof.

BIJ DE OFFERANDE.

Dèxtera Dómini fecit virtütem,

dèxtera Dómini exaltavit me:

non móriar, sed vivam

et nan abo opera Domini.

De rechterhand des Heeren heeft iets grootsch gedaan de rechterhand des Heeren heeft mij verheven;

Ik zal niet sterven, maar leven,

en de daden des Heeren verhalen.


ocr page 223

STIL GEBED.

Wij bidden u, heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God, dat Hij ons offer behagelijk make, die het op dezen dag aan zijne leerlingen uitreikte, en verklaarde dat dit tot zijne gedachtenis geschiedt; Jesus Christus, uw Zoon, onze Heer, die met u leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.

CANON.

In de » Gedachtenis der Heiligen' worden eenige woorden tusschengevoegd, betrekking hebbende op de instelling van het H. Misoffer op dezen dag:

(En dit doen wij) in gemeenschap en den allerheiligsten dag vierende, dat onze Heer Jesus Christus voor ons is overgeleverd; en ook de gedachtenis vierende van de glorierijke Maria, altijd Maagd, Moeder van denzelfden God en onzen Heer Jesus Christus: maar

ocr page 224

- 2l6 -

ook van mve gelukzalige Apostelen en Martelaren: Petrus en Paulus, Andreas, Jacobus, Joannes, Thomas, Jacobus, Philippus, Bartholomeus, Matthaeus, Simon et Thaddaeus, Linus, Cletus, Clemens, Xistus, Cornelius, Cyprianus, Laurentius, Chrysogonus, Joannes en Paulus, Cosmas en Damianus en van al uwe Heiligen: wil om hunne verdiensten en voorbeden verkenen, dat wij in alles door de hulp uwer bescherming beveiligd worden. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.

VÓÓR DE CONSECRATIE.

Neem dan, bidden wij u. Heer, dit offer der dienstbaarheid van ons, maar ook van uw gansch gezin met vergevingsgezindheid aan, hetwelk wij u opdragen ter wille van (of op) den dag, waarop onze Heer Jesus Christus de geheimen van Zijn lichaam en bloed aan zijne leerlingen te vieren heelt gegeven.

ocr page 225

— 217

en schik onze dagen in uwen vrede en laat ons aan de eeuwige verwerping ontrukt en onder de schare uwer uitverkorenen geteld worden. Door Christus, onzen Heer. Amen.

Zie bladz. 112 het overige als gewoonlijk.

COMMUNIO.

Dominus Jesus, postquam coenèvit cum discipulis suis lavit pedes córura, et ait illis;

Scitis, quid fèce-rim vobis,

ego Dominus et Magister ?

Exèmplum dedi vobis, ut et vos ita facialis.

COMMUNIE.

De Heer Jesus nadat Hij met zijne leerlingen Avondmaal had gehouden, wiesch hun de voeten en zeide tot hen:

Weet gij, wat ik u gedaan heb ?

ik, de Heer en Meester ?

Een voorbeeld heb ik U gegeven, opdat gij ook zóó doen zoudt.


10

ocr page 226

— 2l8 -

POSTCOMMQNIO. (NA DE COMMUNIE.)

• Heer, onze God, wij bidden u, dat wij door de spijze des levens versterkt, door de gave uwer onsterfelijkheid mogen verkrijgen, hetgeen wij tijdens ons sterfelijk leven verrichten. Door onzen Heer, Jesus Christus, uwen Zoon, die met u leeft en heerscht in eenheid met den H. Geest door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

N.B. Op dezen dag wordt aanstonds na de II. Mis het H. Sacrament in plechtige processie gebracht naar een daartoe versierd altaar. In deze processie wordt gezongeti de lofzang »Pangi linguaquot; Indien de processie langer duurt dan het zingen van de vier eerste stro-phenA worden deze herhaald; doch de tavee laatste ygt; Tantum ergoquot; en n Geni toriquot; worden niet gezongen vóór het H. Sacrament ter bestemder plaatse is , komen. Pange lingua, zie lofzangen ter eere van het H. Sacrament.

ocr page 227

— 219 ~~

Na de processie worden de altaren door de geestelijken ontbloot, ter herinnering, dat Christus van al zijne kleederen beroofd werd.

Des avonds van Witten Donderdag wordt het H. Sacrament in alle stilte in het tabernakel besloten.

II.

GOEDEN VRIJDAG.

De plechtigheden op dezen dag leggen het geheele Verlossingswerk voor oogen: zij zijn eene afbeelding van het geheele lijden en sterven des Verlossers.

De eerste voorspelling, welke gelezen wordt, is die van den profeet O see, die uitdrukt /0 de verwachting, welke het volk had op verlossing.

De priester(s) gaat vóór het altaar plat ter aarde liggen^ ter beduiding dat de geheele aarde gedrukt is onder de zonde.

Vervolgens wordt gelezen of gezongen :

ocr page 228

OSEE. HOOFDSTUK VI.

Dit spreekt de Heer; in hunne verdrukking zullen zij des morgens vroeg tot Mij opstaan (en zeggen): Komt, laat ons tot den Heer wederkeeren. Dewijl Hij zelf ons gevangen heeft gemaakt, zal Hij ons ook verlossen, ons heeft geslagen, zal hij ook genezing aanbrengen. Na twee dagen zal Hij ons levend maken, en ten derden dage ons opwekken, en wij zullen leven voor Zijn aangezicht. Wij zullen kennen en voortgaan den Heer te kennen; gelijk de dageraad is Zijn uitgang bereid, en Hij zal tot ons komen, gelijk een vroege en late regen over het land. Wat zal ik u doen, Ephraim? Wat zal ik u doen, Juda ? Uw mededoogen (jegens den naaste) is een morgennevel, en ge lijk een morgendauw, die heentrekt. Daarom heb ik (u) aanhoudend ver maand door de profeten; ik heb hen hard gestraft door de woorden van mij

ocr page 229

— 221

nen mond, opdat uw oordeel, als licht zou uitkomen, (opdat uwe veroordeeling en straf duidelijk sis het licht zouden blijken) want Ik wilde barmhartigheid en geene offerande; en kennis van God liever dan brandoffers.

TRACTUS.

GEBED EN LOFZANG VAN DEN PROFEET HABACUC. HOOFDSTUK 111.

De profeet kondigt de gehoor ie van Christus aan, en ziit zijne blijdschap over het ie verwachten heil.

X' Dómine. audivi auditum tuum et timui;

Considerivi opera tua, et expavi.

v In mèdio duo-rum animalium in-notescèris

Heer, ik heb uw woord (openbaring) vernomen, en was bevreesd;

ik heb uwe werken (der verlossing) aanschouwd en sidderde.

In het midden van twee dieren (in den stal van


ocr page 230

— 2 22 —

dum appropinqua-verint anni, cogno-scèris;

dum advènerit tempus, ostendèris

i! In eo, dum conturbata fuerit è.nima mea; inira, misericordiae me-mor eris.

Sl. Deus a Liba-no veniet, et san-ctus a monte um-bróso et condènso.

V. Opèruit coelos majèstas ejus:

et laudis ejus plena est terra

Bethlehem) zult Gij erkend worden;

als de jaren nabij zijn, zult Gij worden gekend,

als de tijd daar zal zijn, zult Gij vertoond worden.

Terwijl mijne ziel zal ontroerd zijn, onder uwen toorn, zult Gij uwer barmhartigheid indachtig zijn.

God zal van den Libanon komen en de Heilige van den schaduwrijken en dicht begroeiden berg.

Zijne majesteit heeft de hemelen bedekt, en de aarde is vol van zijn lof.


Dan zegt de priester Oremus, dat is: laat ons bidden; vervolgt'. Flectamus

ocr page 231

— 223 —

genua: buigen wij de knieën, waarop (gewoonlijk) het koor antwoordt:

Levate; richt u op.

GEBED.

God, van wien èn Judas de straf voor zijne misdaad, èn de moordenaar de lielooning zijner (schuld) bekentenis ontvangen heeft, verleen aan ons als uitwerksel uwer begenadiging, dat, gelijk Jesus Christus, onze Heer, in Zijn lijden aan beiden verschillend loon naar werken heeft geschonken. Hij van ons de oude verdorvenheid wegneme, en de genade zijner verrijzenis ons schenke. Die met u leeft en heescht in de eenheid van den H. Geest, God, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

De volgende voorlezing van het XIIe hoofdstuk vit het Boek des Uitgangs bevat het voorschrift omtrent het eten van het Paaschlam.

ocr page 232

— 224

Voorlcduiding van het Paaschlam, Christus:

In die dagen : De Heer sprak tot Mo-zes en Aaron in Egypte: Deze maand, voor u het begin der maanden, zal de eerste zijn van de maanden des jaars. Spreekt tot de geheele vergadering der kinderen Israels en zegt tot hen: Op den tienden dag van deze maand moet ieder voor zijne familie, huis voor huis een lam nemen. Indien echter het getal (van zijn huisgezin) te klein is om een lam op te kunnen eten, neme hij zijn buur er bij, die allernaast zijn huis is, tot zóóvele personen als genoeg zijn om een lam op te eten. Dit lam nu moet zijn zonder eenig gebrek, mannelijk en één jaar oud, gij zult op deze wijze ook mogen nemen een geit. En gij zult het bewaren tot den veertienden dag dezer maand als wanneer de geheele menigte der kinderen Israels het zal slachten tegen den avond. En

ocr page 233

— 225 —

zij zullen van zijn bloed nemen, en dat strijken aan beide deurstijlen en aan de bovendorpels van de huizen, waarin zij het zullen eten. En in denzelfden nacht zullen zij het vleesch eten, aan het vuur gebraden, en ongezuurde brooden met wilde latuw. Gij zult er niets van eten, ruw of in water gezoden, maar alleen aan het vuur gebraden, ook zijn kop, met pooten en ingewanden zult gij eten. Niets zal er overschieten tot 's morgens. Als er iets van overgebleven mocht zijn, zult gij het verbranden. Zóó nu zult gij het eten; Uwe lendenen zult gij omgorden, schoenen aan de voeten hebben, stokken in de hand houden, en met spoed (gehaast) eten; want het is Phase (dat is, voorbijgang) des Heeren.

tractus uit Psalm 139.

NB. De profeet bidt verlost te worden uit de strikken en verdrukking der boo zen, en voorspelt de goddelijke wraak over zijne vijanden.

ocr page 234

— 226 —

Eripe me Dómi-ne, ali hómine malo:

a viro iniquo libera me.

Qui cogitavè-runt rnalitias in corde;

tota die consti-tuèbant praelia.

^ Acuèrunt lin-guas suas sicut ser-pèntis;

venènum è,spidum sub labiis eórum.

iT Custódi me, Dó-mine, de manu pèc-catóris;

et ab hominibus iniquis èripe me.

Qui cogitavèrunt supplantère gressus meos;

abscondèrunt sn-

Ontruk mij, Heer, aan den boozen menscb:

Verlos mij van den man der ongerechtigheid.

Die in hun hart veel kwaads beraamden ; den ganschen dag op vijandelijkheden bedacht waren. Zij hebben hunne tongen gescherpt als van eene slang: adderenvergif is onder hunne lip pen.

Bewaar mij, lieer, uit de hand eens zondaars, en bevrijd mij van slechte men-schen.

Zij beraamden mij den voet te lichten,

die hoovaardigen


ocr page 235

— S27 —

pèrbi lèiqiieutn mihi.

Et funes ex-tendèrunt in laque-um pèdibus meis;

juxta iter scin-dalum posuèrunt mihi.

^ Dixi Domino: Deus meus es tu:

exaudi, Domine, vocem oratiönis meae.

i' Dómine, Dó-mine, virtus salütis meae:

obümbra caput meum in die belli

^ Ne tradas me a desidèrio meo peccatóri;

hebben mij heimelijk een strik gespannen.

En koorden hebben zij uitgespannen tot een strik voor mijne voeten;

langs den weg hebben zij voor mij een steen des aanstoots neergelegd.

Ik heb tot den Heer gezegd; Gij zijt mijn God;

verhoor, Heer, de stem van mijn smeeken.

Heer, Heer, kracht mijns heils:

overlommer (bescherm) mijn hoofd ten dage van strijd.

Lever mij niet, tegen mijn wil over aan een boosdoener :


ocr page 236

228

Cogitavènmt ad-versus me:

ne derelinquas me ne unquam ex-altèntur.

f Caput circüitus èorum:

labor labiórum ipsórum opèriet eos.

Verümtamen justi confitebüntur nó-mini tuo:

et habitabunt recti cum vultu tuo.

Zij hebben kwaad uitgedacht tegen mij:

verlaat mij niet, opdat zij zich mogelijk niet verheffen.

Alles wat zij beramen,

de kwelling, die hunne lippen noemen, zal op hen zeiven neerkomen.

Nochtans zullen de rechtvaardigen uwen naam loven: en de rechtzin-nigen zullen wonen in uw aanschijn.


HET LIJDEN VAN ONZEN HEER JESUS CHRISTUS VOLGENS JOANNES. HOOFDSTUK l8. Cll 19.

In dien tijd: Jesus ging met zijne leerlingen uit, over de beek Cedron,

ocr page 237

— 229 —

waar een hof was, waar Hij en zijne leerlingen ingingen. Maar Judas, die Hem verraadde, wist ook die plaats, want Jesus was daar dikwijls met zijne leerlingen samengekomen. Judas nu, de wacht en dienaars der overpriesters en pharizeen genomen hebbende, kwam derwaarts met lantaarnen en fakkels, en wapenen. Jesus nu, wetende wat Hem zou overkomen, trad voorwaarts en sprak tot hen: wien zoekt gij ? Zij antwoordden hem: Jesus, den Nazarener. Jesus sprak tot hen; Ik ben het.

En Judas, die Hem verraden had, stond ook bij hen. Als Hij dan tot hen zeide: Ik ben het; gingen zij achterwaarts en vielen ter aarde. Hij vroeg hun dan andermaal: Wien zoekt gij? En zij zeiden: Jesus den Nazarener. Jesus antwoordde: Ik heb u gezegd, dat ik het ben: indien gij mij dan zoekt, laat deze gaan 1 Opdat het woord vervuld werd, hetwelk Hij gesproken had: Van hen, die gij mij gegeven hebt,

ocr page 238

— 230 —

heb ik niemand verloren. Simon Petrus nu, een zwaard hebbende, trok het | uit, en sloeg den Knecht des hooge-priesters, en hieuw hem het rechteroor af. En de naam van den knecht was Malchus, Jesus sprak dan tot Petrus; Steek uw zwaard in de schede! Den Kelk, dien de Vader mij gegeven heeft, zal ik dien niet drinken ? De bende dan, en de hoofdman en de dienaren der Joden grepen Jesus, en bonden Hem. En zij leidden Hem eerst naar Annas; want hij was de schoonvader van Caï-phas, die in dat jaar hoogepriester was. Caïphas nu was degene, die aan de Joden den raad had gegeven: het is dienstig, dat één mensch sterve voor het volk. Simon Petrus nu en de andere leerling, volgden Jezus. En deze leerling was den hoogepriester bekend, en ging met Jesus binnen in het voorhof van den hoogepriester. En Petrus stond buiten aan de deur. De andere leerling dan, die den hoogepriester be-

ocr page 239

kend was, ging uit en sprak met de deurbewaardster en bracht Petrus binnen. Die dienstmaagd dan, de deurbewaardster, zeide tot Petrus; zijt gij ook van de leerlingen van dien mensch ? Hij zeide: ik ben het niet. Nu stonden de dienstknechten bij een kolenvuur, omdat het koud was en warmden zich: en Petrus was ook bij hen, staande en zich warmend. De hoogepriester dan ondervroeg Jesus over zijne leerlingen en over zijne leering. Jesus antwoordde hem: Ik heb openlijk tot de wereld gesproken: ik heb altijd in de Synagoge en in den tempel geleerd, waar alle Joden samenkomen: en in het verborgen heb ik niets gesproken. Wat ondervraagt gij mij? Ondervraag hen, die gehoord hebben, wat Ik tot hen gesproken heb: zie, zij weten, wat ik gezegd heb. En als Hij dit gezegd had, gaf een van de dienaren, die daar stond, aan Jesus een kaakslag, zeggend: antwoordt gij aldus den hoogepriester ? Jesus antwoordde

ocr page 240

— 232 —

hem; Indien ik kwalij!; gesproken heb, geef getuigenis van het kwaad; maar indien ik goed heb gesproken, waarom slaat gij mij ? En Annas zond Hem gebonden tot den hoogepriester Caiphas, Simon Petrus nu stond er, en warmde zich. Zij zeiden dan tot hem: Zijt gij ook niet van zijne leerlingen? Hij loochende het, en zeide: Ik ben het niet. Een van de dienstknechten des hooge-priesters, bloedverwant van dengene, wiens oor Petrus had afgehouwen, zeide tot hem: Heb ik u niet met Hem in den hof gezien? Petrus dan loochende het wederom; en terstond kraaide de de haan. Zij nu leidden Jesus van Caiphas naar het rechthuis. En het was vroeg in den morgen. En zij zeiven gingen niet in het rechthuis, opdat zij niet verontreinigd zouden worden, maar het pascha (paaschlam) mochten eten. Pilatus dan ging tot hen buiten, en zeide; Welke beschuldiging brengt gij in tegen dezen mensch ? Zij antwoord-

ocr page 241

— 233 —

den en zeiden tot henfi; Indien Hij geen misdadiger ware, zonden wij Hem riet aan u hebben overgeleverd. Pilatus nu zeide tot hen: Neemt gij Hem en oordeelt Hem naar uwe wet! De joden dan zeiden tot hem: Ons is het niet geoorloofd iemand ter dood brengen. Opdat het woord van Jesus vervuld werd, hetwelk Hij gesproken had, aanduidende, welken dood Hij zou sterven. Pilatus dan ging wederom in het rechthuis, en riep Jesus en zeide tot Hem; Zijt Gij de koning der Joden ? Jesus antwoordde; Zegt gij dit uit u zeiven of hebben anderen het aan u van mij gezegd? Pilatus antwoordde; Ben ik dan Jood? Uw volk en de overpriesters hebben u aan mij overgeleverd; wat hebt Gij gedaan? Jesus antwoordde; Mijn rijk is niet van deze wereld. Indien mijn rijk van deze wereld ware, zouden zeker mijne dienaren gestreden hebben, dat Ik den Joden niet werd overgeleverd. Nu echter is mijn rijk niet van hier.

ocr page 242

— 234 —

Pilatus zeide nu tot Hem: Zoo zijt Gij dan koning? Jesus antwoordde: Gij zegt het: ik ben koning. Daartoe ben Ik geboren en daartoe in de wereld gekomen, om van de waarheid getuigenis te geven. Een ieder, die uit de waarheid is, hoort mijne stem. Pilatus zeide tot Hem: Wat is waaiheid? En als hij dit gezegd had, ging hij andermaal buiten tot de Joden, en zeide tot hen: Ik vind geene schuld in Hem. Maar het is bij u gebruik, dat ik u op het paaschfeest een boosdoener loslate. Wilt gij nu, dat ik den koning der Joden loslate ? Maar zij riepen allen wederom, zeggende: Niet dezen, maar Barrabas. Barrabas nu was een moordenaar, loennam Pilatus dan Jesus en geeselde Hem. En de krijgsknechten vlochten eene kroon van doornen, en zetteden die op zijn hoofd, en wierpen Hem een purperen kleed om, en kwamen tot Hem, en zeiden: Weesgegroet Koning der Joden! En zij gaven Hem kaakslagen. Pilatus ging dan wederom

ocr page 243

— 235 —

buiten en zeide tot hen: Ziet ik breng Hem tot u buiten, opdat gij weten zoudt, dat ik geene schuld in Hem vind. Jesus dan kwam buiten, dragende de doornen kroon en het purperen kleed. En hij zeide tot hen; Ziet denmenschl Als Hem dan de overpriesters en de dienaars zagen, riepen zij en zeiden: Kruisig Hem, Kruisig Hem! Pilatus zeide tot hen: Neemt en kruisigt Hem, want ik vind geene schuld in Hem. Da Joden antwoordden hem: Wij hebben eene wet, en volgens de wet moet Hij sterven, omdat Hij zich zeiven Zoon Gods heeft gemaakt. Als Pilatus nu dit gezegde gehoord had, werd hij meer bevreesd. En hij ging wederom in het rechthuis en zeide tot Jesus: Van waar zijt gij? Maar Jesus gaf hem geen antwoord. Pilatus dan zeide tot Hem: spreekt Gij niet tot mij? Weet Gij niet, dat ik de macht heb, u te krnisigen, en de macht u los te laten ? Jesus antwoordde: Gij zoudt over Mij geene

ocr page 244

— 236 —

macht hebben, indien het 11 van boven niet gegeven ware. Da.irom heeft hij, die Mij aan u heeft overgeleverd^ groo-tere zonden bedreven. En van toen af zocht Pilatus Hem los te laten. Maar de Joden riepen en zeiden: Zoo gij Dezen loslaat, zijt gij de vriend des keizers niet, want ieder die zich koning maakt, weerspreekt den Keizer! Als nu Pilatus deze woorden gehoord had, bracht hij Je sus buiten, en zette zich op den rechterstoel, op de plaats, genaamd Lithostrotos, en in het He-breeuwsch: Gabbatha. 1) En het was de dag van de voorbereiding van het paaschfeest, ongeveer het zesde uur, en hij zeide tot de Joden: Ziet uw Koning! Maar zij riepen: Weg, weg met Hem! Kruisig Hem! Pilatus zeide tot hen: Zal ik uwen Koning kruisigen? De overpriesters antwoordden : Wij hebben geenen Koning dan den Keizer. Toen

1) Eene verhevene plaats, waarop eene plaveisel; daarop stond de rechterstoel van Pilatus.

ocr page 245

—r-37 —

gaf hij Hem dan aan hen over, om gekruisigd te worden. En zij namen Jesus en leidden Hem weg. En zijn kruis dragend, ging Hij uit naar de plaats, welke Calvariè heet, en in het He-breeuwsch: Golgotha i) aldaar kruisigden zij Hem, en met Hem twee anderen, aan elke zijde éénen, en Jesus in het midden. En Pilatus had ook een opschrift geschreven en boven het kruis geplaatst; daar stond geschreven; Jesus, ,de Nazarener, Koning der Joden. Dit opschrift nu lazen velen der Joden-, want de plaats, waar Jesus gekruisigd werd, was nabij de stad: en het was geschreven in het Hebreeuwsch, Grieksch en Latijn. De overpriesters der Joden zeiden dan tot Pilatus: schrijf niet; Koning-der Joden; maar dat Hij gezegd heeft; Ik ben Koning der Joden. Pilatus antwoordde; Wat ik geschreven heb, heb ik geschreven. De krijgsknechten nu.

i) Plaats voor de terechtstelling van misdadigers: galgenveld, kan men het noemen.

ocr page 246

— 238 —

als zij Hem gekruisigd hadden, namen zijne kleederen en maakten vier deelen, voor eiken krijgsknecht een deel, en den rok. De rok echter was zonder naad, van boven af geheel geweven. Zij zeiden dan tot eikanker: Laat ons dien niet scheuren, maar daarover het lot werpen, voor wien hij zal zijn. Opdat de Schrift vervuld werd, die zegt; zij hebben mijne kleederen onder zich verdeeld, en over mijn gewaad hebben zij het lot geworpen. En dit nu deden de krijgsknechten. Er stonden nu bij Jesus' kruis zijne Moeder en de zuster zijner Moeder, Maria van Cleophas en Maria Magdalena. Toen Jesus dan zijne Moeder en den leerling, dien Hij liefhad, zag staan, sprak Hij tot zijne Moeder: Vrouw, ziedaar uw Zoon! Daarna sprak Hij tot den leerling: Zie, uwe Moeder En van dat uur nam de leerling Haar tot zich. Daarna sprak Jesus, wetend, dat alles volbracht was, opdat de Schrift vervuld werd: Ik heb dorst. Er stond

Ir

ocr page 247

— 239 —

nu een vat vol azijn. Zij dan eene spons, met azijn gevuld, om een liysop-stengel gewonden hebbende, brachten die aan zijnen mond. Als Jesus dan den azijn genomen had, sprak Hij: het is volbracht 1 En Hij boog het hoofd, en gaf den geest. Nu knielt de priester en overdenkt eenige oogenblikken den dood des Verlossers. De Joden dan, omdat het de dag der voorbereiding was, opdat de lichamen niet aan het kruis zouden blijven op den Sabbat (want die Sabbat was een groote dag) verzochten Pilatus, dat hunne beenen gebroken en zij afgenomen zouden worden. De krijgsknechten kwamen dan en braken de beenen des eersten en van den tweeden, die met Jesus gekruisigd waren. Doch als zij bij Jesus gekomen waren, ziende, dat Hij al reeds gestor-ven was, braken zij zijne beenen niet: maar een van de soldaten doorstak zijne zijde met eene speer, en terstond kwam er water en bloed uit. En hij,

ocr page 248

— 24° —

die het gezien heeft, heeft daarvan getuigenis gegeven en zijn getuigenis is waarachtig: en hij weet, dat hij de waarheid zegt, opdat ook gij moogt gelooven. Want dit is geschied, opdat de Schrift vervuld werd: Gij zult geen been van hem breken. En wederom zegt een andere Schrift; Zij zullen zien, wien zij doorstoken hebben.

Het volgende wordt op den Evangelie-toon gezongen, nadat de priester gebeden heeft het gebed: «Zuiver mijn hartquot; bi. 88.

En daarna verzocht Jozef van Ari-mathea (daar hij een leerling van Jesus was, maar in het geheim., uit vrees voor de Joden,) Pilatus, dat hij het lichaam van Jesus mocht afnemen. En Pilatus liet het toe. Hij kwam dan, en nam het lichaam van Jesus af. En Nicodemus kwam ook, die 't eerst bij nacht tot Jesus gekomen was en bracht een meng

sel vai ponde van Jf rijen i de Joi En ei kruisi een i ietnai voorl graf

ocr page 249

241 —

sel van mirre en aloë, omtrent honderd ponden. Zij namen dan het lichaam van Jesus, en wonden het met specerijen in linnen doeken, gelijk het bij de Joden gewoonte was te begraven. En er was in de plaats waar Hij gekruisigd was, een hof, en in den hof een nieuw graf, in hetwelk nog nooit iemand gelegd was. Dadr nu, om den voorbereidingsdag der Joden, dewijl het graf nabij was, legden zij Jesus.

In naam der Kerk stort thans de friester innige gebeden voor alle staten en behoeften.

Flectamus genua: buigen wij de knieën, Levate: Staat op, zegt de priester voor ieder gebed; maar als hij voor de Joden gaat bidden, laat hij deze uitnoo-diging achter, om het te verfoeien, dat de Joden weleer uit spot Jesus voor zijn neergeknield.

li

ocr page 250

242

Bidden wij, ons allergeliefsten, voor de H. Kerk Gods: dat onze God en Heer haar in vrede en eendracht over heel de aarde heen gelieve te bewaren; vorsten en machten aan haar onderwerpe, en ons geve, dat wij in een gerust en ongestoord leven, God, den almachti gen Vader, mogen verheerlijken.

LAAT ONS BIDDEN.

Voor de Kerk.

Almachtige, eeuwige God, die in Christus uwe heerlijkheid aan alle volken hebt geopenbaard; bewaar de werken uwer barmhartigheid; opdat uwe over geheel de aarde verspreide Kerk, met standvastig geloof volharde in de belijdenis van uwen Naam. Door denzelfden Heer, Jesus Christus, uwen Zoon, die met u leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

ocr page 251

— 243 —

Voor den Paus.

Laat ons bidden ook voor onzen allerheiligsten Vader Leo, dat onze God en Heer, die hem tot Opperherder heeft gekozen, hem ook gezond en ongedeerd voor zijne H. Kerk beware, om te kunnen besturen het heilige volk Gods.

Almachtige, eeuwige God, die alles met wijsheid vaststelt; zie genadig op onze beden neer, en bewaar in uwe goedertierenheid den voor ons gekozen Opperpriester, opdat het christenvolk, door U zeiven bestuurd, onder zoo grooten opperherder in verdiensten van geloof toeneme. Door onzen Heer Jesus Christus enz. Amen.

Voor de geestelijkheid.

Laat ons bidden ook voor alle Bisschoppen, Priesters, Diakens, Subdiakens, Acolyten (Lichtdragers) Exorcisten (Duivelbezweerders) Lectoren (Lezers) Osti-arii (Deurbewaarders), Belijders, Maag-

[

ocr page 252

— 244 —

den, Weduwen, en voor geheel het heilige volk Gods.

Almachtige, eeuwige God, door wiens geest het geheel lichaam der Kerk bestuurd wordt en geheiligd; verhoor ons, die voor alle orden smeeken, opdat Gij van allen in hunne waardigheid, door de hulp uwer genade, getrouw moget gediend worden. Door onzen Heer Jesus Christus enz. Amen.

Voor de nieuwgedoopien. i)

Laat ons bidden ook voor onze doopleerlingen: dat onze God en Heer hun de ooren des harten en de deur van barmhartigheid opene; opdat zij door het bad der wedergeboorte de vergeving aller zonden ontvangen en bevonden worden te zijn in Jesus Christus, onzen Heer.

Almachtige, eeuwige God, die uwe

i) Vroeger werd gebeden voor den Roomschen Keizer; doch dewijl er geen Roomsch Keizer is, wordt dit gebed achtergelaten.

ocr page 253

— 245 —

Kerk de vruchtbaarheid geeft, om gestadig nieuw kroost voort te brengen; vermeerder in onze doopleerlingen geloof en wetenschap, opdat zij, in het bad des doopsels herboren, tot het getal uwer aangenomen kinderen behooren. Door onzen Heer Jesus Christus, enz. Amen.

Voor alle behoeften der menschheid.

Zeer geliefden, bidden wij God, den almachtigen Vader, dat Hij de wereld van alle dwalingen zuivere; ziekten weg-neme; hongersnood afwere, de gevangenissen opene, de boeien slake, aan de reizenden terugkomst, aan de zieken gezondheid, aan de zeevarenden de haven des behouds genadig verleene.

Almachtige, eeuwige God, troost der bedroefden, steun der noodlijdenden, laat de gebeden van hen die tegen alle soort van kwelling uwe hulp inroepen, tot u komen; opdat allen zich verblijden,

ocr page 254

— 246 —

dat uwe barmhartigheid hen in hunne behoeften heeft bijgestaan. Door onzen Heer Jesus Christus, enz. Amen.

Voor de ketters en scheurmakers.

Laten wij bidden ook voor de ketters en scheurmakers: dat onze God en Heer hen trekke uit alle dwalingen, en tot de H. Moeder, de Katholieke en Apostolieke Kerk gelieve terug te roepen Almachtige, eeuwige God, die allen behoudt en niet wilt, dat iemand \ loren ga, zie op de zielen neder, die door list des duivels bedrogen zijn, opdat zij alle boosheid van ketterij afleggen en met berouw over hunne dwaling; tot de eenheid uwer waarheid terugkee-ren. Door onzen Heer Jesus Christus enz. Amen.

Voor de Joden.

Laten wij ook bidden voor de trou welooze Joden; dat onze God en Heer

ocr page 255

— 247 —

den blinddoek wegneme van hunne harten; opdat ook zij den Heer Jesus Christus erkennen.

Almachtige eeuwige God, die ook de trouwelooze Joden niet van uwe barmhartigheid uitsluit; verboor onze gebeden, die wij voor dat verblinde volk storten, opdat zij het licht uwer waarheid, dat Christus is erkennend, aan hunne duisternis onttrokken worden. Door denzelfden Jesus Christus enz. Amen.

Voor de heidenen.

Laat ons ook bidden voor de heidenen, dat de almachtige God de ongerechtigheid van hunne harten wegneme; opdat zij hunne afgoden verlaten en zich bekeeren tot den levenden en waren God, en zijnen eenigen Zoon, Jesus Christus, onzen Heer.

Almachtige eeuwige God, die den dood der zondaren niet zoekt, maar altijd hun leven, onjtvang genadig ons

ocr page 256

— 248 —

gebed en verlos hen van den dienst der afgoden en neem hen in uwe H. Kerk op tot lof en verheerlijking van uwen naam. Door onzen Heer Jesus Christus enz, Amen.

De priester ontdoet zich van het ka-suifel en begint het Krms te ontsluieren. Het is de treffende aanwijzing van het werktuig onzer verlossing, het Kruis, waaraan het heil der wereld heeft gehangen; en de verheerlijking daarvan. Tot driemaal toont de priester het kruis aan het volk, zingend:

Ecce lignum cru-cis, in quo Salus mmidi pepèndit.

Ziet het hout des Kruises, waaraan het heil der wereld gehangen heeft.


En alle geloovigen knielen eerbiedig neer, als gezongen wordt:

Venite, adorémus | Komt, laten wij het aanbidden.

ocr page 257

— 249 —

Deze driemaal herhaalde vereering is een herstel van eer aan den gckruisien Godmensch voor de driemaal herhaalde beschimping, welke de Joden bij Caiphas Pilatus en aan het Kruis Jesus hebben aangedaan. Daarom ook, na zich uit eerbied van zijn schoeisel ontdaan te hebben, knielt de priester driemaal voor het kruis, eer hij de H. Wonden i) kust. Daarna volgen andere7i den priester in de vereering der TI. Wonden. Inmiddels zingt het koor de Improperia, verwijten, welke de Zaligmaker van het Kruis richt tot Zijne Kruisig er s en tot allen, voor wie Hij gekruist is en die zijne liefde niet erkennen.

IMPROPERIA.

Pèpule meus quid feci tibi? aut in quo contristAvi te? re-sponde mihi.

VERWIJTEN.

Mijn volk, wat heb ik u gedaan, of waardoor u bedroefd? antwoord mij.


ij Uit eerbied alleen de voeten.

ocr page 258

250 —

Quia edüxi te de terra Aegypti;

parasti crucem Salvatóri tuo.

Omdat ik u uit Egypte geleid heb;

hebt gij een kruis aan Uwen Zaligmaker bereid.


Het koor (volk) iveet op deze verwijten filet te antwoorden, dan met een geroep om ontferming: 1)

Agios, o Theos!

Sanctus Deus.

Agios ischyros.

Sanctus fortis.

Agios athünatos, elèyson imas.

Sanctus immorta-lis, miserére nobis.

Quia ediixi te per desèrtum quadra-ginta annis:

De Heilige God!

De Heilige God! De Heilige,Sterke! De Heilige, Sterke!

Heilige, Onsterfelijke, ontferm u onzer.

Heilige, Onsterfelijke, ontferm u onzer.

Omdat Ik u uitgevoerd heb, door de woestijn heen gedurende veertig jaren,


1) Het eerste koor stelt voor de Oostersche kerk, die het grieksch; het tweede de Westersche kerk, die het latijn gebruikt als taal hunner kerk/

ocr page 259

— 251 —

et manna cibavif en u met manna gespijsd heb,

en u gevoerd heb in een zoo goed land,

te,

et introdüxi te in terram satis bonam,

parasti crucem salvatóri tuo.

hebt gij voor u-wen Zaligmaker het Kruis bereid.

De koren antwoorden elkander in het grieksch en latijn.

AGIOS O THEOS,

Quid ultra dèbui fócere tibi, et non feci?

Ego quidem plan-tkvi te vineam me-am speciosissimam:

et tu facta es mihi nimis amüra: acèto namque si-tim meam potksti.

et Ikncea perfo-

SANCTUS DEUS.

Wat heb ik meer voor u moeten doen dat ik niet gedaan heb ?

Ik heb u namelijk geplant, als mijn allerkostbaar-sten wijngaard:

en gij zijt mij al te bitter gewor den, want azijn hebt gij mij in mijnen dorst gegeven: en met eene lans


ocr page 260

— 252 —

rksti latus Salvató-ri tuo.

if Ego propter te flagellavi Aegyptum cum primogènitis suis.

et tu me flagella-tum tradidisti.

Pèpule meus etc. tot\ Quia eduxi.

hebt gij de zijde van Uwen Zaligmaker doorstoken.

Om uwentwille heb ik Egypte in zijne eerstgeboren nen gekastijd;

en gij hebt mij ter geeseling overgeleverd.

Mijn volk enz. tot: omdat ik u gevoerd heb, enz.


achter ieder f ie herhalen

$ Ego eduxi te de Aegypto, de-roèrso Pharaóne in mare rubrum:

et tu me tradidisti principibus sacerdótum.

Hf Ego ante te apèrui mare: et tu

Ik heb U gevoerd uit Egypte, en Pha-rao doen omkomen in de roode

zee;

ew, gij hebt mij aan de oversten der priesters overgeleverd.

Ik heb de zee voor u geopend:


ocr page 261

— 253 —

aperuisti IJincea la-tus meutn.

^ Ego ante te praeivi in colümna nubis;

et tu me duxisti ad praetórium Pi-Ikti.

f Ego te pavi manna per desèr-tum;

et tu me caeci-disti è,lapis et fla-gèllis.

V Ego te potavi aqua salütis de petra:

et tu me potasti felle et acèto.

ij Ego propter te Chananaeórum reges percüssi:

en gij hebt met eéne lans mijne zijde geopend.

Ik ben u in eene wolkkolom voor uitgegaan:

en gij hebt mij geleid tot het gerechtshuis van Pi-latus.

Ik heb u in de woestijn met manna gespijsd:

en gij hebt mij geslagen met kaakslagen en geesel-riemen.

Ik heb u gedrenkt met verkwikkend water uit de steenrots:

en gij hebt mij gal en azijn te drinken gegeven.

Om uwentwille heb ik de koningen van Kanaan verslagen :


ocr page 262

— 254 —

et tu percussisti aründine caput meum.

i' Ego dedi tibi sceptrum regMe:

et tu dedisti ck-piti meo spineam corónam.

f Ego te exaltivi magna virtüte:

et tu tne suspen-disti in patibulo crucis.

en gij hebt mij op het hoofd met een rietstok geslagen.

Ik heb u een koningsscepter gegeven :

en gij hebt opquot; mijn hoofd eene doornenkroon gezet.

Ik heb u met groote kracht verheven :

en gij hebt mij geslagen aan het schandhout des kruis.


agios o theos enz. sanctus deus enz. i) 5-

JVa de vereering van het Kruis, wordt dit door den priester eerbiedig opgeno-

. 1 Volgt een lofzang op het H, Kruis, doch dewijl het getal vereerders van het Kruis gewoonlijk klein is, zullen deze voldoende zgn.

ocr page 263

—'255 —

men en op het altaar geplaatst.

Op dezen dag wil de H. Kerk, dat de geloovigen alle aandacht gevestigd houden op het bloedig Offer, dat heden op Calvaric werd voltrokken. Daarom wordt heden niet het onbloedig Offer der H. Mis opgedragen, waardoor de H. Kerk opnieuw verkondigt, dat het bloedig Sacrificie des Kruizes en het onbloedig Sacrificie der Mis hetzelfde Offer zijn. In plechtige processie i) wordt het H. Sacrament uit het H. Graf naar het hoofdaltaar teruggevoerd; en onder eenige gebeden door den priester ge?iut-tigd. Het is dus slechts eene Communie niet eene offerande.

Onder deze processie wordt gezongen: VEXILLA REGIS (blz. 198.)

Aati het altaar gekomen, legt de pries-

1] Vóórop het ontdekte Kruis, tusschen twee dienaars met brandende waskaarsen, dan de zangers, vervolgens de flambouwendragers en eindelijk de priester met het H. Sacrament onder een troonhemel. De. flambouwen worden eerst aangestoken bij het het H. Graf en gedoofd na de Communie.

ocr page 264

-•«S6 —

ter de H. Hostie eerbiedig op den linnen doek, giet wijn en water in den kelk en bewierookt het, zeggende:

Deze wierook, door u gezegend, stijge op tot u, o Heer; en uwe barmhartigheid dale over ons.

Vervolgens het altaar bewierookend:

Dat mijn gebed. Heer, opstijge, gelijk een reukoffer voor uw aangezicht en de opheffing mijner handen als een avondoffer. Stel, o Heer, een wacht aan mijnen mond, en eene deur rondom mijne lippen, opdat mijn hart zich niet tot woorden van boosheid neige, om verontschuldiging voor mijne zonden te zoeken.

Het wierooksvat teruggevend, bidt hij:

De Heer ontsteke in ons het vuur zijner liefde en de vlam van zijn eeuwig welbehagen. Amen.

Na de handenwassching, zegt hij in

ocr page 265

— 257 —

het midden des altaars:

Mochten wij, Heer, in den geest van ootmoed en met een berouwhebbend hart door u worden aangenomen, en heden ons offer voor u zóó geschieden, dat het u. Heer God, behage.

Als gewoonlijk, wendt depriester zich tot het volk, zeggende: »Orate, fratres.quot;

Bidt, broeders, opdat mijn en uw offer behagelijk worde aan God, den almachtigen Vader. Het volk antivoordt: De Heer neme dit offer uit uwe handen aan, tot lof en verheerlijking van zijn naam, en ook tot welzijn van ons en van geheel zijne H. Kerk. Amen.

Al het overige uit de gewone Mis weglatend, bidt hij aanstonds het *Onze Vaderquot;, Pater noster.

Laat ons bidden. Door heilzame geboden aangemaand, en door goddelijke

ocr page 266

— 258 —

leering onderwezen, durven wij zeggen: Onze Vader, die in de Hemelen zijt! Geheiligd zij uw Naam! Ons toekome uw rijk! Uw wil geschiede op de aarde als in den Hemel! Geef ons heden ons dagelijksch brood! En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren! En leid ons niet in bekoring! Maar verlos ons van den kwade. Amen.

Wij bidden u, o Heer, verlos ons van alle verleden, tegenwoordig en aanstaand kwaad; en door de voorspraak van de heilige en roemwaardige Moeder Gods, altijd Maagd, Maria; van uwe heilige Apostelen Petrus en Paulus, en Andreas, en alle Heiligen; geef genadiglijk vrede in onze dagen; opdat wij, door den bijstand uwer barmhartigheid geholpen, ten alle tijden mogen zuiver zijn van zonde en van alle kwaad bevrijd. Door denzelfden Jesus Christus, uwen Zoon, onzen Heer, die met u leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes, God

ocr page 267

— 259 —

door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Alsnu neemt de priester de H. Hostie in de rechterhand en houdt die boven het hoofd ter aanbidding opgeheven; breekt de H, Hostie en nuttigt Ze, na slechts dit één gebed vóór de H. Comnmnie gebeden te hebben.

Laat de nuttiging van uw Lichaam, Heer Jesus Christus, dat ik onwaardige mij verstout te ontvangen, niet strekken tot mijn oordeel en verdoemenis; maar door uwe goedertierenheid strekke het tot bescherming van ziel en lichaam en ter bekoming van genezing. Die met God den Vader leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes, God door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Ik zal het hemelsch Brood nemen, en den naam des Heeren aanroepen.

Driemaal zegt hij, telkens op de borst kloppend:

ocr page 268

200

Heer, ik ben niet waardig, dat gij onder mijn dak komt; maar spreek slechts één woord en mijne ziel zal gezond worden.

Vervolgens: Het Lichaam van onzen Heer Jesus Christus beware mijne ziel ten eeuwigen leven. Amen.

Na de Nuttiging bidt de priester:

Geef, Heer, dat hetgeen we met den mond genomen hebben, met een rein geweten ontvangen, en dat het van eene tijdelijke gave ons een eeuwig geneesmiddel geworde.

Hierop verlaat de priester het altaar, ontdoet zich in de sacristij van kasuifel, stool en manipel, neemt een paarsche stool en ontkleedt het altaar, gelijk op Witten Donderdag.

ocr page 269

— aói —

III.

PAASCHZATERDAG.

I-

I. Om de plechtigheden van dezen dag te begrijpen^ moet men twee zaken in het oog houden.

i0 Eertijds werd op dezen morgen de H. Mis niet opgedragen, doch eerst in den nacht van Zaterdag op Zondag,(ter gedachtenis aan de Verrijzenis van Christus. Deze nachtelijke Dienst wordt nu den Zaterdagmorgen volbracht, doch de oefeningen zijn dezelfde gebleven,

2° Op dezen dag (nacht) werden de Doopleerlingen tot het H. Doopsel voorbereid, en hun dit H. Sacrament toegediend.

II. De plechtigheden van dezen dag zijn, en beteekenen :

i0 De zegening van het nieuwe vuur. a) Te voren worden alle lichten uitge-

ocr page 270

203

doofd; afbeelding van de duisternis, waarin de aarde verzonken lag vóór de Verlossing; aanduiding ook, dat thans met 's Jlecren Verrijzenis de mede Wet ophield.

b) Dit vuur wordt geslagen uit een steen; zinnebeeldige aanduiding van Christus, het licht der wereld, die in een steen en graf begraven, met schitterende heerlijkheid daaruit verrees.

c) Jiuiten de Kerk wordt het vuur geslagen, gelijk ook het graf van Christus was buiten Jerusalem.

d) De drietakkige kaars welke het eerst aan-het nieuw vuur ontstoken wordt, stelt de JI. Drievuldigheid voor, die wegens de verlossing het eerst geloofd en geprezen wordt.

e) Tegelijk met het vuur worden gewijd 5 wierookkorrels, in was gestoken. Zij herinneren ons aan de specerijen, waarmede het lichaam van Je sus gebalsemd werd, en tevens aan Zijne vijf heilige wonden.

ocr page 271

~ 263 —

3.

Gebeden der zegening van het vuur.

De Heer zij met U. 1^. En met uwen geest.

Laat ons bidden; God, die door u-wen Zoon, die de hoeksteen is, het vuur uwer heerlijkheid hebt medegedeeld aan de geloovigen; heilig | dit nieuwe vuur dat uit een keisteen voortgebracht, tot ons gebruik zal dienen; en vergun ons door deze paaschfeesten zoozeer tot he-melsche verlangens ontstoken te worden, dat wij met zuivere harten tot de feesten der eeuwige heerlijkheid mogen geraken. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.

LAAT ONS BIDDEN.

Heer God, almachtige Vader, onvergankelijk Licht, die de Schepper zijt van alle licht; zegen f dit licht, dat door U, die de geheele wereld verlicht hebt,

ocr page 272

— 264 —

geheiligd en gezegend is; opdat wij door dat licht ontvlamd en door het vuur uwer heerlijkheid verlicht worden', en gelijk Gij Mozes, als hij uit Egypte toog, verlicht hebt, zóó verlicht ook onze harten en zinnen, opdat wij verdienen tot het eeuwig licht en leven te komen. Door Christus, onzen Heer. Amen.

Laat ons bidden.

Heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God; gewaardig u ons bij te staan, die dit vuur zegenen in Uwen Naam en in dien van uwen eeniggeboren Zoon, God, en onzen Heer Jesus Christus en van den H. Geest; en bescherm ous tegen de vurige pijlen des vijands en bestraal ons met hemelsche genade. Die leeft en heerscht met denzelfden, uwen Eeniggeboren Zoon en den H. Geest, God door alle eeuwen der eeawen. Amen.

ocr page 273

— 265

Zegening der wierookkorrds.

Mogè, bidden wij ü, almaditigé God, eene milde uitstorting van uwen zegen f komen over dezen wierook; ontsteek dien 0 onzichtbare Herschepper, tot luister van dezen nacht; opdat niet alleen het Offer, dat dezen nacht opgedragen is, strale van het door u onzichtbaar toegevoerd licht; maar rnoge overal, waar iets van het geheimenis dezer wijding worde gebracht, des duivels list worden uitgedreven en de kracht uwer majesteit hulp verleenen. Door Christus onzen Heer. Amen.

Zoodra het vuur en di wierook gezegend zijn, toont zich de vréugde der Kerk in alle verdere plechtighëdènDe priester 'verruilt 'de paarsc/fe 'sfotir voW '' een witte (of: de Diaken kleedt zich 'in •

ocr page 274

206

witte dabnatiek) keert in de kerk terug, steekt achter, in het midden der kerk en vóór het altaar achtereenvolgens de drie kaarsen van den drietak aan: geknield en telkens met verheffing van stem zingend: Lumen Christi: Het Licht van Christus: waarop het koor antwoordt: Deo gr alias:quot; God zij dank: (den Vader, den Zoon, den H. Geest, voor het volbrachte Verlossingswerk.)

jgt;o Wijding der Paaschkaars.

De Paaschkaars, voor zij ontstoken is, he teekent Christus, gestorven in het graf; ontstoken, den Verrezen Verlosser, die stralend van heerlijkheid uit het graf opstond. Daarom ook wordt deze kaars versierd en met bijzondere plechtigheid gewijd.

Op verheven toon zingt de priester (Diaken) den Lof van Hem, Dien de paaschkaars verbeeldt; steekt daarin de vijf wierookkorrels, ter herinnering aan

ocr page 275

— 267 —

de vijf Wonden des Verrezenen, en aan de specerijen waarmede het lichaam van Jesus gebalsemd werd; draagt haar in schoone bewoordingen aan den Hemelschen Vader op, en ontsteekt haar aan het drie-takkig licht. Dan worden alle lichten in de kerk ontstoken, om te beduiden, dat gt; Christus het ware Licht is dat alle menschen verlicht, die in deze wereld komen.quot; Vervolgens herneemt depriester (Diaken) den lof der paaschkaars en bidt op denzelfden feestelijken toon voor den Paus en Bisschop.

EXULTET.

Nu verheuge zich het Engelenkoor der hemelen! Met vreugde worden gevierd de geheimenissen Gods! En schalie de bazuin des heils voor de overwinning van een zoo grooten Koning! ( Jok verblijde zich de aarde, met zoo grooten glans bestraald; en door den luister des eeuwigen Konings beschenen, ge-

ocr page 276

— 268 —

voele zij zich ontheven aan de overal verspreide duisternis. Verheuge zich ook onze Moeder, de H. Kerk, met den glans van zoo groot licht getooid en deze tempel weergalme van de luide jubelzangen der volken! Daarom allerliefste broeders, die hier tegenwoordig zijt bij dit wonder-heldere licht, roept, bid ik u, met mij de barmhartigheid in van den Almachtigen God, opdat Hij, die zich gewaardigd heeft mij onverdiend onder de Levieten op te nemen, mij de klaarheid van zijn licht instorte en den lof dezer kaars doe voleinden. Door onzen Heer Jesus Christus, zijnen Zoon, die met Hem leeft en heerscht in de eenheid van den H. Geest, door alle eeuwen der eeuwen: 1^. Amen. Sf. De Heer zij met u. P^. En met u-wen geest. if. Hef de harten omhoog. 1^. Wij hebben ze tot den Heer opgeheven. f. Danken wij den Heer, onzen God. Dat is billijk en rechtvaardig. Inderdaad, het is billijk en rechtvaar-

ocr page 277

— 269 —

dig, den onzichtbaren God, den almach-tigen Vader, en zijnen eeniggeboren Zoon, onzen Heer Jesus Christus met alle innigheid van hart en ziel en overluide te loven. Hem, die voor ons aan den eeuwigen Vader de schuld van Adam voldaan heeft; en den ouden schuldbrief door zijn dierbaar bloed heeft uitge-wischt. Want dit zijn de Paaschfeesten, waarop dat waarachtig Lam geslacht wordt, met welks bloed de deuren der geloovigen worden geheiligd. Dit is de nacht, waarin gij eertijds onze vaders, de kinderen Israëls uit Egypte gevoerd en droogvoets de Roode zee hebt doen doorgaan. Dit is dan ook de nacht, die de duisternis der zonden door de lichtkolom heeft verdreven. Dit is de nacht, die al de in Christus geloovenden over de heele aarde heen aan het bederf der wereld en de duisternis der zonden heeft onttrokken, aan de genade weergeeft, plaatst onder het getal der heiligen. Dit is de nacht, waarin Christus de

ocr page 278

. banden des doods heeft verbroken en als overwinnaar uit de dooden is opgestaan. Niets toch baatte het ons geboren te zijn, zoo het ons niet gegeven ware verlost te worden. O wondere verwaardiging uwer goedheid jegens ons! O onwaardeerbare liefde: om den slaaf vrij te koopen, hebt Gij uwen Zoon overgeleverd! O zeker noodwendige zonde van Adam, welke door den dood van Christus vernietigd is! O gelukkige schuld, die verdiend hebt zoodanigen en zoo verheven Verlosser te hebben! O waarlijk zalige nacht, die alleen waardig waart tijd en uur te kennen, waarop Christus van de dooden verrezen is! Dit is de nacht, waarvan geschreven staat: En de nacht zal helder zijn als de dag! En de nacht is mijne verlichting in de vreugde! Het heil dus, in dezen nacht uitgewerkt, drijft misdaden voort, wascht schulden af: en geeft de onschuld aan de gevallenen weer en blijmoedigheid aan de bedrukten, verbant haat, kweekt

ocr page 279

— 271 —

eendracht en brengt de machtigen ten onder.

De vijf gewijde wierookkorreis worden nu in de paaschkaars gestoken,

In dezen genadevollen nacht, neem Heilige Vader, het avondoffer van dezen wierook aan, dat U de H. Kerk bij de plechtige opdracht dezer kaars, door de nijverheid der bijen vervaardigd, door de handen barer dienaren aanbiedt. Maar nu kennen wij den lof dezer (vuur) kolom; die het glinsterend vuur ter eere Gods ontsteekt.

De paaschkaars wordt aangestoken.

(Het vuur) Dat, ofschoon in deelen gedeeld, toch door licht mede te deelen niet vermindert. Want het (vuur) wordt gevoed door het smeltende was, dat de moederlijke bij tot bestanddeel van dezen kostbaren fakkel heeft voortgebracht.

ocr page 280

— 272 —

De godslamp wordt aangestoken.

O waarlijk zalige nacht, die de Egyp-tenaren heeft uitgeplunderd, de Hebreeuwen heeft verrijkt! Nacht, waarin het hemelsche met het aardsche, het goddelijke met het menschelijke vereenigd wordt. Wij bidden dus u, o Heer, dat deze kaars, ter eere van Uwen Naam gewijd om de duisternis van dezen nacht te verdrijven, onophoudelijk voortdure en haar licht in zoeten geur aangenomen, met het daglicht ineensmelte. De morgenster vinde haar branden. Die morgenster, bedoel ik, die nooit ondergaat. Die namelijk, welke opgestaan uit de dooden helder over het mensche-lijk geslacht heeft geschenen (Christus.) Wij smeeken dan U, Heer: dat Gij ons, uwe dienaren, al de geestelijken, en het allergodsdienstigst volk, tegelijk met den allerheiligsten Vader N. N. (Paus Leo XIII) en onzen Bisschop N. N. vrede wilt geven in onze dagen en

ocr page 281

— 273 —

ons in de paaschfeesten voortdurend beschermen, besturen, behoeden en bewaren. Door denzelfden Jesus Christus, uwen Zoon, onzen Heer, die met U leeft en heerscht in de eenheid van den H. Geest, God door alle eeuwen der eeuwen. R. Amen.

Na de wijding der Faaschkaars begon men eertijds de doopleerlingen voor te bereiden tot het H. Doopsel. Omdat die voorbereiding lang duurde, werd inmiddels en tevens tot hun onderricht voorgelezen uit de H. Schrift, Deze zelfde lezingen uit de H. Schrift zijn behouden. Zij zijn eene voorspellende voorstelling van de Verlossing door Christus ; en eene zinnebeeldige voorstelling van het christelijk leven der gedoopten. Twaalf in getal, herinneren ze aan de iwaalj artikelen des geloofs, waarmede ze eene wondere overeenkomst hebben.

ocr page 282

— 274 —

I.

De schepping.

Art. I. Ik geloof in God, den Vader

almachtig, schepper van hemel en aarde.

Eerste voorspelling uit het Boek der schepping I en II hoofdstuk.

In den beginne heeft God hemel en aarde geschapen. De aarde was nu woest en ledig, en er was duisternis over den afgrond; en de Geest Gods zweefde over de wateren. En God zeide; dat het licht worde. Enketwerd licht. En God zag dat het licht goed was: en Hij scheidde het licht van de duisternis. En Hij noemde het licht: dag, en de duisternis; nacht. En het werd avond en morgen; èèn dag. Ook zeide God; Dat er een uitspansel zij tusschen de wateren: en dat het de wateren van elkander scheide. En God

ocr page 283

— 275 —

maakte het uitspansel en scheidde de wateren, die onder het uitspansel waren van deze, die boven het uitspansel waren. En het geschiedde zoo. En God noemde het uitspansel: hemel. En het werd avond en morgen: de tweede dag. Dan zeide God: Dat de wateren, die onder den hemel zijn, zich in eene plaats verzamelen: en dat het drooge zichtbaar worde. En het geschiedde aldus. En God noemde het drooge: aarde, en de gezamenlijke wateren (noemde Hij:) zeeën. En God zag dat het goed was. Toen zeide Hij: dat de aarde groen en zaaddragerd gewas voortbrenge: en fruitboomen, die vruchten dragen naar hunnen aard, die hun eigen zaad in zich hebben op aarde. En het geschiedde zoo. De aarde bracht dan groen gewas voort, hetwelk zaad gaf volgens zijnen aard, en vruchtdragend geboomte, dat elk zijn zaad had naar zijnen aard. En God zag, dat het goed was. En het werd avond en morgen: de derde dag.

ocr page 284

— 276 —

Ook zeide God; dat er lichten komen in het uitspansel des hemels, die den dag van den nacht scheiden, en tot tee-kens zijn der tijden, dagen en jaren; opdat zij schijnen aan het uitspansel des hemels, en de aarde verlichten. En het geschiedde zoo. God maakte dan twee groote lichten, het grooter licht om over den dag, het kleiner om over den nacht te staan, en de sterren: En Hij stelde ze in het uitspansel des hemels, opdat zij lichten zouden over de aarde. En dat zij over den dag en den nacht zouden staan, en het licht en de duisternis onderscheiden. En God zag, dat het goed was. En het werd avond en morgen: de vierde dag. Voorts zeide God: dat de wateren levend zwemmend gedierte voortbrengen en gevogelte over de aarde onder het uitspansel des hemels. En God schiep de groote zee-visschen en allerlei levend en wemelend gedierte, dat de wateren voortbrachten volgens iederen aard: alsook al het ge-

ocr page 285

— 277 —

vogelte, elk volgens zijne soort. En God zag, dat het goed was. En Hij zegende ze, zeggende: Groeit en vermenigvuldigt u, en vervult de wateren der zee; en dat de vogelen vermenigvuldigen over de aarde. En het werd avond en morgen: de vijfde dag. Ook zeide God: Dat de aarde levende wezens naar hunnen aard voortbrenge: vee en kruipend gedierte en dieren des velds, elk volgens zijne soort. En het geschiedde zoo. En God maakte de dieren der aarde volgens hunnen aard, alsook het vee en al het kruipend gedierte der aarde, elk volgens zijne soort. En God zag, dat het goed was. Toen zeide Hij: Laat ons den mensch maken naar ons beeld en onze gelijkenis: en dat hij heerschappij voere over de visschen der zee, over de vogelen des hemels en over het vee en over de geheele aarde en over al het kruipend gedierte, dat zich op aarde beweegt. En God schiep den mensch naar zijn beeld; naar het

ocr page 286

— 278 —

beeld van God heeft Hij hem geschapen: man en vrouw heeft Htj ze geschapen. En God zegende hen, en zeide: Groeit en vermenigvuldigt u, vervult de aarde en onderwerpt haar en gebiedt over de visschen der zee en over de vogelen des hemels en over alle dieren, die zich op aarde bewegen. En God zeide: ziet, ik geef u alle zaadgevend gewas, dat op aarde is: en alle boomen die in zich hun eigen zaad hebben, ieder naar zijn aard, om u tot spijs te dienen. Alsook aan alle dieren der aarde, aan al de vogels des hemels en aan al wat zich beweegt op aarde en een levende ziel heeft, opdat zij te eten hebben. En het geschiedde zoo. God zag dan alle de dingen, die Hij gemaakt had: en zij waren zeer goed. En het werd avond en morgen: de zesde dag, De hemelen dan en de aarde en het geheele sieraad er van zijn voltooid. En God had zijn werk, dat Hij gemaakt had, den zevenden dag voltrok-

ocr page 287

— 279 —

ken en Hij rustte den zevenden dag, van al het werk, dat Hij gemaakt had.

laat ons bidden.

Flectamus genua. Levate.

Buigen wij de knieën. Richt u op.

God, die den mensch op wonderbare wijze geschapen en op meer wonderbare wijze verlost hebt, geef ons, bidden wij, dat wij de aanlokselen tot zonde weerstaan door de inspraak der rede te volgen, opdat wij verdienen, tot de eeuwige vreugde te geraken. Door onzen Heer Jesus Christus enz. Amen.

II.

De zondvloed.

Art. II. En in Jesus Christus zijnen eenigem Zoon, onzen Heer.

Tweede voorspelling uit het boek der schepping. Hoofdstuk V. VI. VII. VIII.

Als Noë nu vijf honderd jaren oud

ocr page 288

— 28O -

was, gewon hij Sem, Cham en Japhet. Als nu de menschen begonnen te vermenigvuldigen op aarde en zij dochters gewonnen hadden: zagen de zonen Gods de dochters der menschen, dat zij schoon waren, en namen uit die allen zich huisvrouwen die zij uitkozen. En God zeide: Mijn geest zal niet eeuwig met den mensch blijven, omdat hij vleesch is: en zijne dagen zullen zijn honderd en twintig jaren. En er waren in die dagen reuzen op aarde. Want nadat de zonen Gods tot de dochters der menschen genaderd waren en deze gebaard hadden, waren deze de machtigen, van ouds befaamde mannen. God dan ziende, dat der menschen boosheid groot was op aarde en al de gedachte huns harten altijd op het kwaad gericht; zoo berouwde het Hem, dat Hij den mensch op aarde gemaakt had. En het smartte Hem in het binnenste des harten, en Hij sprak; Ik zal den mensch, dien ik geschapen heb van het aanschijn der

ocr page 289

- 28i -

aarde verdelgen; van den mensch tot de dieren; van de kruipende dieren tot de vogelen des hemels, want het berouwt mij, ze gemaakt te hebben. Doch Noë vond genade bij God. Dit zijn de geslachten van Noë; Noë was een rechtvaardig en volmaakt man onder zijne nakomelingen en wandelde met God. En hij gewon drie zonen: Sem, Cham Japhet. Maar de aarde was bedorven voor Gods aanschijn en vervuld van boosheid, En als God zag, dat de aarde bedorven was (want alle vleesch had zijnen weg op aarde bedorven) zeide Hij tot Noë: Het einde van alle vleesch is bij mij besloten; dewijl de aarde vervuld is van boosheid voor hun aanschijn : Ik zal hen met de aarde verdelgen. Maak u eene ark van geschaafd hout: gij zult verblijfplaatsen in de ark maken en ze van binnen en buiten met pek bestrijken. En zóó zult gij ze maken; De lengte der ark zal zijn driehonderd elleboogsmaten; de breedte

ocr page 290

— 282

vijftig en de hoogte dertig elleboogs-maten. Gij zult een venster in de ark maken en hare hoogte op eene elleboogs-maat voltrekken. De deur der ark zult gij ter zijde maken: beneden eet- en bovenverblijven zult gij er in maken. Zie, ik zal watervloeden over de aarde neerstorten, om alle vleesch, dat levensgeest in zich heeft, te dooden onder den hemel. Al wat op aarde is, zal vergaan. Maar met u zal ik mijn verbond aangaan 5 en gij zult in de ark gaan, gij en uwe zonen, uwe vrouw en de vrouwen uwer zonen met u. Ook van alle dieren van alle soort zult gij één paar in de ark brengen, opdat zij met u in het leven blijven: een van het mannelijk en een van het vrouwelijk geslacht. Van de vogelen naar hun soort, en van het vee naar zijn soort en van alle kruipend gedierte volgens zijn soort, zullen er twee van ieder met u ingaan, opdat zij in het leven blijven Gij zult dus ook met u nemen van alle voedsel.

ocr page 291

— 283 —

dat eetbaar is en het bij u verzamelen, en het zal zoowel voor u, a!s voor hen tot voedsel zijn. Noë deed dan alles, wat God hem geboden had. Zeshonderd jaren was hij oud, als de watervloeden de aarde overstroomden. Daar braken alle bronnen van den grooten afgrond, en de sluizen des hemels werden geopend. En het regende op aarde gedurende- veertig dagen en nachten. Op dienzelfden dag ging Noë, en Sem en Cham en Japheth, zijne zonen: zijne vrouw en de drie vrouwen zijner zonen met hem in de ark: zij en alle dieren naar hunnen aard, al het vee volgens zijne soort, en al wat zich op aarde beweegt naar zijnen aard en al de vogelen naar hunnen aard. De ark dreef dan op de wateren. En de wateren kregen zeer de overhand op aarde, zoodat alle hooge bergen overal onder den hemel bedekt werden, vijftien elle-boogsmaten stond het water boven de bergen, die het overstroomd had. En

ocr page 292

— 284 —

alle vleesch, dat op aarde leefde, is verdelgd: van alle vogelen, dieren, vee, van alle kruipend gedierte, dat op aarde kruipt. Doch Noè bleef alleen over en die met hem in de ark waren. En het water bleef op aarde staan honderd en vijftig dagen Doch God, Noë en alle dieren en alle vee, die met hem in de ark waren, indachtig, deed een wind waaijen over de aarde, waardoor de wateren verminderden. En de bronnen van den afgrond en de sluizen des hemels werden tegengehouden. De wateren dan vloeiden heen en weer van de ?arde weg: en zij begonnen na honderd vijftig dagen te verminderen. Na verloop dan van veertig dagen, opende Noë het door hem gemaakte venster van de ark, en liet een raaf uit, die | uitging en niet terugkeerde totdat de wateren op de aarde waren opgedroogd. Na dezen zond hij eene duif uit, om te zien of de wateren nu op de aarde weg waren. Toen deze geene plaats

voi kelt; wa de ha.' Hij anc kwi der ren ren hij uit, Toe Gas zon u. 1 lei krui leid grot Noè vroi hem

ocr page 293

— 2gS —

vond, waarop haar voet kon rusten, keerde zij tot hem terug in de ark; want de wateren stonden over geheel de aarde. Hij stak zijne hand uit en haar grijpende nam hij haar in de ark. Hij wachtte weder zeven dagen en liet andermaal eene duif uit de ark. Deze kwam 's avond tot hem en droeg in den bek een olijftak met groene bladeren. Noë begreep daaruit dat de wateren verdwenen waren. Echter wachtte hij nog zeven dagen en liet eere duif uit, die niet meer tot hem terugkwam. Toen sprak God tot Noë, zeggend: Gaat uit de ark gij, en uwe vrouw, uwe zonen en de vrouwen uwer zonen met u. Alle dieren, die bij u zijn van allerlei soort, zoo vogelen als vee en alle kruipend gedierte, die kruipen op aarde, leidt ze met u ait en betreedt de aarde: groeit en vermenigvuldigt u op haar. Noë ging dan uit en zijne zonen, zijne vrouw en de vrouwen zijner zonen met hem. Alsook alle levend gedierte vier-

ocr page 294

— 286 —

voetig en kruipend, dat zich op aarde beweegt volgens zijn soort, ging uit de ark. En Noë bouwde den Heer een altaar, nam van al het rein vee en gevogelte en droeg op het altaar brandoffers op. En de Heer heeft den aan-genamen geur geroken, (het was Hem aangenaam.)

LAAT ONS BIDDEN.

f. Buigen wij de knieën, if. Richt u op.

God onveranderlijke kracht en eeuwig licht, zie genadig neêr op het wonder gcheimnis uwer geheele Kerk en voltrek zonder tegenkanting het werk van 's men-schen heil uit kracht uwer eeuwige beschikking, en dat de geheele wereld zie en ondervinde, dat het neergeworpene opgericht, het verouderde vernieuwd worden dat alles door Hem geheeld wordt, door wien het zijn oorsprong heeft genomen; Onzen Heer Jesus Chris-uwen Zoon, enz. Amen.

ocr page 295

— 287 —

III.

Het offer van Abraham.

Art. Ill Die ontvangen is van den H. Geest, geboren uit de Maagd Maria.

Derde voorspelling uit het Boek der Schepping. Hoofdstuk XXII.

In die dagen: God beproefde Abraham en zeide tot hem: Abraham, Abraham. Hij antwoordde: hier ben ik. Hij zeide hem; Neem uw eeniggeboren Zoon, dien gij liefhebt, Isaac en ga naar het land des gezichts; en daar zult gij hem tot een brandoffer opdragen op één der bergen, dien ik u zal wijzen. Abraham stond dan 's nachts op, maakte zijn ezel gereed, nam met zich twee jongelingen en zijnen zoon, Isaac. En als hij hout gehouwen had tot een brandoffer, ging hij naar de plaats, dien God hem geboden had. Den derden dag, de oogen opslaand,

ocr page 296

— 288 —

zag hij de plaats van verre: hij zeide tot de knechten: wacht hier met den ezel: ik en mijn zoon zullen tot ginds gaan, en na aanbeden te hebben, tot u terugkeeren. Hij nam ook het hout tot het brandoffer, en legde dat op zijnen zoon Isaac; doch het vuur en het zwaard droeg hij zelf in zijne handen. En als zij beiden voortgingen, zeide Isaac tot zijnen vader: Mijn vader. Hij antwoordde: Wat wilt gij, mijn zoon? Zie zeide hij, hier is vuur en hout; waar is het slachtdier tot het brandoffer? Maar Abraham zeide: God zal zich in het slachtdier tot een brandoffer voorzien, mijn zoon. Zij gingen samen voort, en kwamen tot de plaats, die God hem getoond had, alwaar hij een altaar bouwde en het hout er op ordende: en nadat hij Isaac zijnen Zoon gebonden had, legde hij hem op het altaa ■ boven op den houtstapel. En hij strekte zijne hand uit, nam het mes, om zijnen zoon te slachtofferen. En zie, een Engel des

ocr page 297

— 289 —

Heeren riep van den hemel, zeggend;. Abraham, Abraham. Hij antwoordde: hier ben ik. En hij zeide tot hem: steek uwe hand naar den knaap niet uit; en doe hem niets: nu zie ik, dat gij God vreest, en uwen eeniggeboren Zoon om mij niet gespaard hebt. Abraham hief zijne oogen op en hij zag achter zijnen rug een lam, dat met zijne hoornen in de struiken verward was; dit nam hij en droeg het tot een brandoffer op in plaats van zijnen zoon. En hij noemde die plaats: De Heer ziet. Daarom zegt men nog heden: op den berg zal de Heer zien. En de Engel des Heeren riep andermaal van den hemel tot Abraham zeggend: Bij mij zeiven heb ik gezworen, zegt de Heer, dewijl gij deze daad gedaan hebt en om Mij uwen eeniggeboren Zoon niet gespaard hebt, zal ik u zegenen en uw kroost vermenigvuldigen als de sterren des hemels, en als het zand dat aan den oever der zee is; uw kroost zal de poorten zijner

13

ocr page 298

29°

vijanden bezitten en in uw kroost zullen gezegend worden alle volkeren der aarde, omdat gij op mijne stem gehoorzaamd hebt. En Abraham keerde terug tot zijne knechten, en zij gingen samen naar Bersabee en hij woonde daar.

LATEN WIJ BIDDEN.

Buigen we de knieën. V. Richt

u. op.

God, opperste Vader der geloovigen, die over geheel de aarde de kinderen uwer beloften vermenigvuldigt door de genade van aanneming (tot kinderen Gods) over hen uit te storten; — en die door het paaschgeheimenis. Abraham, uwen dienaar, volgens uwen eed tot Vader van alle volken maakt; geef aan uw volk, dat het waardig tot de genade uwer roeping inga (aan zijne roeping tot het geloof beantwoorde.)

Door onzen Heer Jesus Christus, enz. Amen.

ocr page 299

— 291 —

IV.

Doortocht door de Hoode Zee.

Art. IV. Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruist, gestorven en begraven.

Vierde Voorspelling uit het Boek der Uitgangen XIV'' en X Ve hoofdstuk.

In die dagen: Het geschiedde in de morgenwake, en ziet, de Heer zag door de vuur- en wolkkolom op de legerplaats der Egyptenaren en versloeg hun leger. Hij verdelgde de raderen der wagens en zij vielen in de diepte. De Egyptenaren zeiden dan: Laten wij vluchten voor de Israëlieten, want de Heer strijdt voor hen tegen ons. En God zeide tot Mozes: Strek uwe hand uit over de zee, dat de wateren op de Egyptenaren, over hunne wagens en ruiters terugkeeren. Als nu Mozes zijne hand over de zee had uitgestrekt, is

ocr page 300

— 292

zij bij den vroegsten morgenstond tot hare vorige plaats teruggekeerd: en den vluchtenden Egyptenaren kwamen de wateren tegen en de Heer bedolf hen in het midden der golven. De wateren keerden weder en overdekten de wagens, en de ruiters van Pharao's gebeele leger, die hem volgend de zee waren ingegaan: er bleef geen enkele over. Maar de Kinderen Israels zijn midden door de drooge zee getrokken, en de wateren waren hun als een muur ter rechter- en ter linkerzijde, en de Heer heeft op dien dag Israël verlost uit de hand der Egyptenaren. En zij zagen de Egyptenaren dood op het strand der zee en de machtige hand, welke de Heer tegen hen gebruikt had; en het volk vreesde den Heer, en zij geloofden in den Heer en aan Mozes, zijn dienaar. Toen zong Mozes en de kinderen Israels aan den Heer dit lied, en zeiden :

ocr page 301

2 93 —

Cantèmus Domino : glorióse enitn honorificatus est:

Equum et ascen-sorem projècit in mare;

Adjütor, et pro-tèctor factus est mihi in salütem.

f. Hie Deus meus et honorificabo eum:

Deus patris mei et exaltabo eum:

V. Dóminus cón-terens bella: Dóminus nomen est illi.

Zingen wij den Heer toe: want Hij heeft zich roemrijk veiheven: Het paard en den berijder heeft Hij in zee geworpen.

Hij is een helper en beschermer geworden mij tot heil.

Hij is mijn God, en ik zal Hem eer geven,

De God mijns vaders en ik zal Hem verheffen: De Heer, die oorlogen beëindigt: zijn naam is; Heer.


LATEN WIJ BIDDEN.

Buigen wij de knieën. I^. Richt u op.

God, wiens oude wonderdaden wij ook in onzen tijd zien schitteren; daar Gij door het water der wedergeboorte tot heil der volken uitwerkt, hetgeen Gij aan een volk door de kracht uwer rech-

ocr page 302

— 294 —

terhand hebt gedaan, hen bevrijdend van de vervolging der Egyptenaren; geef, dat de geheele wereld worde kinderen van Abraham en gerake tot de waardigheid van Israel's volk. Door onzen Heer Jesus Christus. Amen.

V.

Geluk van het toekomstige Godsrijk.

Art. V. Die is nedergedaald ter

helle, ten derden dage verrezen van de dooden.

Vijfde voorspelling uit het Boek Isaias LIV' en LVe hoofdstuk, i)

Dit is het erfdeel van de dienaren des Heeren; en hunne rechtvaardiging is uit Mij, spreekt de Heer. Gij allen, die dorst hebt, komt tot de wateren; en gij die geen geld hebt, spoedt u.

i) De geestelijke weldaden worden den Joden op zinnelijke wijze voorgehouden.

ocr page 303

— ■295 —

koopt en eet; komt, koopt zonder geld en zonder ruiling wijn en melk. Waarom weegt gij geld af voor hetgeen geen brood is, en (geeft gij) uwen arbeid voor iets waarmede gij u niet kunt verzadigen? Luistert, gij, die naar Mij hoort en eet hetgeen goed is, en uwe ziel zal zich over hare gezetheid verheugen. Neigt uw oor, en komt tot Mij : hoort, en uwe ziel zal leven, en ik zal een eeuwig verbond met u aangaan, de getrouwe ontfermingen van David. Ziet, Ik heb Hem (den Verlosser) aan de volken gegeven tot Getuige, Vorst en Gebieder. Ziet, gij zult een volk roepen, dat ge niet kendet; en de volken, die u niet kenden, zullen tot u loopen, ter wille van den Heer, uwen God en den Heiligen van Israël, omdat hij u verheerlijkt heeft. Zoekt den Heer, nu Hij te vinden is; roept Hein aan, nu Hij nabij is. De goddelooze verlate zijn weg en de booze zijne gedachten en bekeere zich tot den Heer; dan zal

ocr page 304

— 296 —

Hij zich over hem ontfermen, want Hij is mild in te vergeven. Want mijne gedachten zijn niet (zooals) uwe gedachten, en uwe wegen niet (gelijk) mijne wegen, zegt de Heer. Want zooveel als de hemelen boven de aarde verheven zijn; zooveel zijn mijne wegen boven de uwe verheven en mijne gedachten boven de uwe. En gelijk de regen en sneeuw neerdalen van den hemel en er niet wederkeeren, maar de aarde drenken en verzadigen en vruchtbaar maken en den zaaijer zaad geven en brood om te eten; zóó zal mijn woord zijn, dat uit mijnen mond zal komen; het zal niet ledig tot mij wederkeeren, maar het zal uitwerken, wat Ik wil, en voorspoedig zijn in hetgeen, waartoe Ik het zend, zegt de almachtige Heer.

LAAT ONS BIDDEN.

ir Buigen wij de knieën. 1^, Richt u op.

Almachtige, eeuwige God vermenigvuldig ter eere van uwen Naam, het-

I

ocr page 305

— 29? —

geen Gij beloofd hebt aan het geloof der Vaderen; en vermeerder door heilige aanneming (tot kinderen Gods) de kinderen der belofte, opdat uwe Kerk vervuld zie, aan welke vervulling de heiligen vroeger niet hebben getwijfeld. Door onzen Heer Jesus Christus enz. Amen.

VI.

De ware wijsheid bij God in den hemel.

Art. VI. Die is opgeklommen ten

hemel, zit aan de rechterhand van

God, den Vader almachtig.

Zesde voorspelling uit het Boek Ba-ruch. III' hoofdstuk.

Hoor, Israël, de geboden des levens; vang ze in uwe ooren op, om de wijsheid te leeren. Waarom, Israël, is het, dat gij in een land van vijanden zijt? Gij zijt oud geworden in een vreemd

ocr page 306

— 298 —

land; ontreinigd onder de dooden, gerekend onder hen, die in het graf dalen. Gij hebt de bron der wijsheid verlaten. Want als gij den weg Gods bewandeld hadt, zoudt ge zeker in voort-durenden vrede gewoond hebben, Leer, waar (de) wijsheid is, waar (de) kracht, waar (het) verstand; opdat gij tevens wetet, waar langdurigheid van leven is en onderhoud; waar licht voor de oogen is en vrede. Wie heeft hare plaats gevonden? en wie is in hare schatkamer binnengetreden? Waar zijn de vorsten der volken en zij, die de wilde dieren welke op aarde zijn, weten te temmen? die spelen met de vogelen des hemels, die zilver en goud bijeenzamelen, waarop de menschen hun vertrouwen stellen en aan wier gewin geen einde is? die het zilver bewerken en met zoo groote zorgvuldigheid, dat men hun werk niet kan doorgronden? Zij zijn uitgeroeid en ten grave gedaald, en anderen hebben hunne plaatsen ingenomen. Jon-

I

ocr page 307

— 2 99 —

geren zagen het licht en woonden op aarde: maar den weg der wijsheid kenden zij niet; noch hebben zij hare paden geweten: ook hunne kinderen namen haar niet aan; verre was zij van hen: zij werd niet gehoord in het land Ka-naan, noch gezien in Theman. Ook de zonen van Agar, die aardsche wijsheid zoeken, kooplieden van Merrha en Theman, en fabeldichters en de navorschers van kennis en wetenschap: zij kenden den weg der wijsheid niet, en de paden kwamen hun zelfs niet in de gedachte. O Israel 1 hoe groot is het huis van God, en hoe ruim de plaats zijner bezitting! Zij is groot en heeft geen einde: verheven en onmetelijk. Dadr waren die beruchte reuzen, die er in den beginne geweest zijn, groot van gestalte en ervaren in den oorlog. Deze heeft de Heer niet uitgekozen; en zij hebben den weg der wijsheid niet gevonden; daarom dan ook zijn zij omgekomen. En omdat zij de wijsheid niet bezaten.

ocr page 308

— 3óo —

(daarom) zijn zij om hunne dwaasheid omgekomen. Wie klom op ten hemel en ontving haar, en voerde haar uit de wolken mede? Wie stak de zee over en vond haar en bracht haar mede tegen uitgelezen goud? Niemand kan hare wegen meten, of hare paden navorschen: maar Hij, die alles weet, kent haar en vond haar door zijn verstand; Hij, die in den eeuwigen tijd, de aarde bereidde en haar met vee en viervoetige dieren vervulde: Hij, die het licht uitzendt, en het gaat; die het roept en het gehoorzaamt Hem bevend. De sterren gaven echter licht op hare wachtposten en waren verblijd: zij zijn geroepen en zeiden : hier zijn wij, en flikkerden Hem blijmoedig tegen, die haar gemaakt had. Deze is onze God en geen andere zal 1 tegen Hem geschat worden. Deze heelt eiken weg der wijsheid gevonden en haar gegeven aan Jacob, zijn dienaar en aan Israel, zijn welbeminde. Daarna is Hij (de persoonlijke wijsheid,

ocr page 309

— iöt —

Gods Zoon) op aarde gezien en heeft met de menschen omgegaan.

laat ons bidden1.

i/. Buigen wij de knieën. ÏÏ. Richt u op. God, die door de roeping der volken uwe Kerk voortdurend uitbreidt; geef genadiglijk uwe voortdurende bescherming over hen, die Gij door het water des Doopsels afwascht. Door onzen Heer Jesus Christus enz. Amen.

VII.

Bevrijding der Joden uit de Babylonische gevangenschap,

VIIe Art; Van daar zal Hij komen

oordeelen de levenden en dooden.

Zevende Voorspelling uit het Boek Ezechiel XXX VIf' hoofdstuk.

In die dagen: de hand des Heeren was over mij en Hij voerde mij mede

ocr page 310

— 302

in den geest des Heeren: en liet mij neder midden op een veld, dat vol doodsbeenderen was; en Hij leidde mij er rondom heen; en er waren er zeer vele (doodsbeenderen) op de oppervlakte van dat veld, en erg uitgedroogd. En Hij zeide tot mij: Menschenkind, denkt gij dat die beenderen zullen leven. En ik zeide; Heer God, Gij weet het. En Hij sprak tot mij; profeteer over deze beenderen; en gij zult hun zeggen; Dorre beenderen, hoort het woord des Heeren. Dit zegt God, de Heer, tot deze beenderen; ziet Ik zal geest in u storten, en gij zult leven. En Ik zal zenuwen over u brengen en vleesch over u doen groeien en u met vel overtrekken; en Ik zal u geest geven en gij zult leven en weten, dat Ik de Heer ben. En ik profeteerde, zooals Hij mij bevolen had; maar als ik profeteerde, is een gedruisch ontstaan en ziet er kwam beweging en de beenderen kwamen bij elkander, elk tot zijn gewricht. En ik zag, en ziet;

ocr page 311

— 303 —

er kwamen zenuwen en vleesch op en vel er over heen, maar geest hadden zij niet. En Hij zeide tot mij; profeteer over den geest; profeteer, menschen-kind, en zeg tot den geest: Dit zegt God, de Heer; kom, geest, van de vier windstreken; blaas over deze gedooden opdat zij herleven. En ik profeteerde, gelijk Hij bevolen had: en de geest is er in gegaan en zij leefden en rezen op hunne voeten overeind, uitmakende een zeer groot leger. En hij sprak tot mij: menschenkind, al deze beenderen, zij (beteekenen) het huis van Israel: zij zeggen: onze beenderen zijn verdord en onze hoop is weg, en wij zijn afgesneden. Daarom profeteer, en zeg hun: Dit zegt God, de Heer: Ziet, Ik zal uwe graven openen en u uit uwe graven doen verrijzen, mijn volk, en u binnenvoeren in het land van Israel. En gij zult weten, dat Ik de Heer ben, als ik uwe graven zal openen en u uit uwe graven zal doen verrijzen, mijn volk,

ocr page 312

— 304 —

en mijn geest u zal gegeven hebben en gij zult leven. Ik u zal doen rusten op uwen eigen grond: zegt de almachtige Heer.

laat ons bidden.

Buigen wij de knieën. Hf. Richt u op. God, die ons door de boeken van beide Testamenten onderricht over de viering van de paaschgeheimenis, geef, dat wij uwe barmhartigheid beseffen; opdat, door het ontvangen der tegenwoordige gaven, onze verwachting op de toekomende worde versterkt. Door onzen Heer Jesus Christus enz. Amen.

VIII.

Heiligmaking.

Art. VIII. Ik geloof in den h. geest.

Achtste voorspelling uit het Boek Isaias IV' Hoofdstuk.

Op dien dag zullen zeven vrouwen

ocr page 313

— 305 —

eenen man aangrijpen en zeggen: Ons eigen brood zullen wij eten en ons klee-den met onze eigen kleederen: laat slechts uw naam door ons- gedragen worden; neem onzen smaad weg. üp dien dag zal de spruit des Heeren (Christus) in grootheid en heerlijkheid zijn en de vrucht der aarde (Christus) de verheffing en blijdschap zijn dergenen, voor de geredden in Israel. En dit zal geschieden; Ieder, die achtergelaten is in Sion, en overgebleven in Jerusalem, zal heilig genoemd worden, ieder, die opgeschreven is onder de levenden in Jerusalem: als de Heer de onreinheden der dochters van Sion za! afgewasschen hebben, en de bloedschuld van Jerusalem uit haar midden gewischt in den geest van oordeel en van vuur. En de Heer zal over elke plaats van den berg Sion, en waar Hij aangeroepen is, eene wolk scheppen voor den dag, en een rook en glans van een vlammend vuur voor den nacht: over

ocr page 314

— 30,6 —

alle heerlijkheid zal bescherming zijn. En er zal eene tent zijn, tot beschutting tegen de hitte des daags, en tot beveiliging en schuilplaats tegen storm en regen.

T R ACTUS.

Vinea facta est dilècto in cornu, in loco überi.

v. Et macèriam circümdedit, et cir-cumfódit:

et plantavit vi-neam Sorec,

et aedificè-vit tur-rim in mèdio ejus.

V. Et torcular fodit in ea:

Vinea enini Dó-mini Sè,baoth, domus Israel est.

Mijn welbeminde had een wijngaard op een heuvel, op eene vette plaats. En hij omheinde dien met eene haag, en spitte hem om

en plantte een wijngaard van Sorec, en midden er op bouwde hij een toren.

En daarin delfde hij een kelder voorde wijnpers:

Want de wijngaard van den Heer der Heerscharen is het huis van Israël.


ocr page 315

— 307 —

laat ons bidden.

f. Buigen wij de knieën. Richt u op.

God, die door den mond van heilige profeten geleerd hebt aan al de kinderen uwer Kerk, dat Gij op elke plaats waar Gij heerscht, zaaijer zijt van goed zaad en kweeker van uitgelezen ranken; schenk uwen volken, die bij u ook den naam dragen van wijngaarden en zaaivelden, dat de ruwheid van doornen en distelen hun worde afgesneden en zij vruchtbaar zijn in goede vruchten. Door onzen Heer Jesus Christus enz. Amen.

IX.

Het Paaschlam.

Art. IX De Heilige Katholieke Kerk, Gemeenschap der Heiligen.

Negende Voorzegging uit het Boek der uitgangen XII' Hoofdstuk.

In die dagen; de Heer sprak tot

ocr page 316

— 3o8 —

Mozes en Aaron in Egypte; Deze maand, voor u het begin der maanden, za] de eerste zijn van de maanden des jaars. Spreekt tot de geheele vergadering der kinderen Israels en zegt tot hen: Op den tienden dezer maand zal ieder voor zijne familie, huis voor huis, een lam nemen. Indien echter het getal (van zijn huisgezin) te klein is om een lam op te kunnen eten, neme hij zijn buur er bij, die allernaast zijn huis is, tot zooveel personen als genoeg zijn, om een lam op te eten. Dit lam nu moet zijn zonder eenig gebrek, mannelijk en één jaar oud. Gij zult op deze wijze ook mogen nemen een geit. En gij zult het bewaren tot den veertienden dag dezer maand, als wanneer de geheele menigte der kinderen Israels het zal slachten tegen den avond. En zij zullen bloed er van nemen en dat strijken aan beide deurstijlen en aan de bovendorpels van de huizen, waarin zij het zullen eten, aan het vuur ge-

ocr page 317

— 309 —

braden met ongezuurde brooden en wilde latuw. Gij zult er niets van eten ruw of in water gezoden, maar alleen aan het vuur gebraden: den kop met de pooten en het ingewand zult gij eten. Er zal niets overblijven tot 's morgens: blijft er iets over, düt zult ge in het vuur verbranden. Zóó nu zult gij het eten: Uwe lendenen zult gij omgorden, schoenen aan de voeten hebben, stokken in de handen houden en gij zult het in haast eten: want het is Phase (dat is doorgang) des Heeren.

LAAT ONS BIDDEN.

Hf Buigen wij de knieën. 1^, Richt u op.

Almachtige, eeuwige. God, die wonderbaar zijt in het doen van al uwe werken, laat de door U verlosten beseffen, dat hetgeen gij in den beginne gedaan hebt, de schepping der wereld, geen uitmuntender werk is geweest, dan dat in de volheid der eeuwen, ons

ocr page 318

Paaschlam, Christus, is geslachtofferd. Die met u leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen Amen.

X.

De boetvaardigheid.

Xe Art. Vergeving der zonden.

Tiende voorspelling uit het Boek Jonas. III' Hoofdstuk.

In die dagen; Gekomen is het woord . des Heeren tot den profeet Jonas voor den tweeden keer, zeggend: Sta op en ga naar de groote stad Ninive, en predik in haar de groote prediking, die ik tot u spreek. En Jonas stond op en ging naar Ninive, volgens het woord des Heeren. En Ninive was eene groote stad, drie dagreizen groot. En Jonas begon de stad in te gaan, eéne dagreis ver: en hij riep en zeide: Nog veertig dagen en Ninive zal verwoest worden. En Ninive 's mannen geloofden in God:

ocr page 319

— 3quot; —

en zij predikten den vasten en van den geringste tot den grootsten hebbe zij zich in zakken gekleed. En dit woord drong door tot den koning van Ni-nive en hij stond op van zijn troon, wierp zijn gswaad van zich, kleedde zich in zak, en zat in assche neder. En hij riep, en hij kondigde aan met eigen mond en die zijner rijksgrooten, zeggend. De menschen en het vee, noch ossen, noch kudden zullen iets nuttigen, noch weiden of water drinken. Menschen en vee zullen zich met zakken bedekken en roepen tot den Heer uit alle macht, en een ieder keere terug van zijnen boozen weg en van de boosheid, welke in zijne hand is. Wie weet, of God niet omkeert en vergeeft, en terugkeert van zijnen toorn en wij (al)dus niet omkomen. En God zag hunne werken dat zij van hunnen slechten weg zijn teruggekeerd; en de Heer, onze God heeft zich over zijn volk ontfermd.

ocr page 320

— 3I2 —

laat ons bidden.

Sf. Buigen wij de knieën. T^. Richt u op.

God, die de verschillende volken in de belijdenis van uwen Naam vereenigd hebt, geef ons dat wij èn willen èn kunnen hetgeen Gij gebiedt opdat uw volk, tot de eeuwige zaligheid geroepen, één zij in geloof des harten en in werken van godsvrucht. Door onzen Heer Jesus Christus, enz. Amen.

XI.

Algemeene vergelding.

Art. XI Vergeving der zgndïn.

Voorspelling uit het Boek Deuterono-mium XXXP Hoofdstuk.

In die dagen schreef Mozes een gezang, en leerde het den kinderen Israels. En de Heer beval aan Josue, den zoon van Nun, en zeide: Wees sterk, en heb moed: gij zult de kinderen van Israël

ocr page 321

— —

inleiden in het land, dat ik beloofd heb, en ik zal met u zijn. Als nu Mo-zes de voorschriften dezer wet in een boek geschreven en het voleind had, beval Hij den Levieten, die de ark des Heeren droegen, zeggend: Neemt dit boek, en legt het ter zijde der ark des Verbonds van den Heer uwen God, opdat het daar zij ten getuige tegen U. Want ik ken uwe wederspannigheid en uwe zeer groote hardnekkigheid. Terwijl ik nog leef en met u omga, hebt gij u altijd weerspannig gedragen tegen den Heer: hoeveel te meer, als ik gestorven zal zijn? Brengt al de oudsten uwer stammen en de leeraars voor mij en ik zal, ten aanhoore van hen dit spreken, en hemel en aarde tegen hen inroepen. Want ik weet, dat gij na mijnen dood verkeerd zult handelen en spoedig zult afwijken van den weg, dien ik u voorgeschreven heb: en ten laatste zullen u rampen overkomen als gij kwaad gedaan zult hebben voor het

14

ocr page 322

— 314 —

aanschijn des Heeren, zóó dat gij Hem tergt door de werken uwer handen. Alsdan sprak Mozes ten aanhoore van de geheele vergadering der kinderen van Israël de woorden van dit gezang ten einde toe uit;

TRACTUS.

Atténde coelum, et loquar:

et è.udiat terra verba ex ore meo.

i!. Exspectètur si-cut plüvia elöqui-utn meum:

et descèndant si-cut ros verba mea.

f. Sicut imber super gramen, et sicut nix super foe-num, quia nomen, Domini invoc^bo.

Hemelen, luistert, en ik zal spreken: en de aarde hoore de woorden mijns monds:

Als de regen worde mijne taal opgevangen en gelijk de daauw, zóó dalen mijne woorden neder.

Gelijk de regen op het gras, en gelijk de sneeuw op het hooi, want den naam des Heeren zal ik aan


roepen.

ocr page 323

- 3IS -

f. Date magni-tudinem Deo nos-tro: Deus, vera opera ejus et omnes viae ejus, judicia.

Deus fidèlis, in quo non iniquitas,

justus et sanctus Dóminus.

Maakt groot onzen God: hij is God, zijne werken zijn waarachtig en al zijne wegen rechtvaardig.

God is getrouw, in Hem is geene ongerechtigheid,

rechtvaardig en heilig is de Heer.


LAAT ONS BIDD1N.

ir. Buigen wij de knieën, f. Richt u op.

God, verheffing der nederigen en kracht der rechtzinnigen, die door Mozes, uwen dienaar, uw volk door het zingen van dit heilig gezang zóó hebt willen onderrichten, dat die herhaaldelijk afgekondigde wet, ook ons richtsnoer worden zou, verwek uwe macht over alle gerechtvaardigde volken; geef blijmoedigheid en matig hunne vrees, opdat, na aller zonden door uwe vergeving weggenomen, te hebben, die afkondiging,

ocr page 324

— 3*6 —

als bedreiging van straf gedaan, tot zaligheid strakke. Door onzen Heer Jesus enz. Amen.

XII.

De drie jongelingen.

Art. XII. En het eeuwig leven.

Twaalfde Voorspelling uit het Boek Daniel IIP Hoofdstuk.

In die dagen maakte koning Nabu-chodonosor een gouden standbeeld, zestig ellen hoog en zes ellen breed en plaatste het op het veld Dura, in de provincie Babyion. Alsdan zónd koning Nabuchodonosor om bijeen te roepen de stadhouders, overheidspersonen, rechters, veldheeren, en schatmeesters, oversten en alle vorsten der gewesten, opdat zij zouden samenkomen ter inwijding van het standbeeld, dat koning Nabuchodonosor had opgericht. Toen

ocr page 325

— 3*7 —

zijn bijeengekomen de stadhouders, overheidspersonen en rechters, de veldheeren en schatmeesters en de rijksgrooten, die in overheid gesteld waren en al de vorsten der gewesten, om de inwijding bij te wonen van het standbeeld, dat koning Nabuchodonosor had opgericht. Zij nu stonden voor het standbeeld, dat koning Nabuchodonosor had geplaatst: en een heraut riep luide: Het wordt u aangezegd, volken, stammen en talen: Op het uur dat gij zult hooren het geluid der trompet en der fluit en citer, der schalmei en der harp en der symphonic en van alle soort van muziekinstrumenten, valt dan neder, en aanbidt het gouden standbeeld, dat koning Nabuchodonosor heeft opgericht. Indien iemand niet neervalt en aanbidt zal hij op hetzelfde uur in een oven van gloeiend vuur geworpen worden. Hierna nu, als alle volken het geluid der trompet, fluit en citer, der schalmei en harp en der symphonic en van alle soort

ocr page 326

- 318 -

muziekinstrumenten hoorden, vielen alle volken, stammen en talen neder en aanbaden het gouden standbeeld, dat koning Nabuchodonosor had opgericht. En terstond, op denzelfden tijd naderden Chaldeeuwsche mannen, die de joden aanklaagden en tot koning Nabuchodonosor zeiden: Leve de Koning in eeuwigheid. Gij, Koning, hebt bevolen, dat ieder die het geluid zou hooren van trompet, fluit en citer, van schalmei, harp, symphonie en alle soort muziekinstrumenten, zich zou nederwerpen en het gouden standbeeld aanbidden; zoo echter iemand niet nedervalt, en aanbidt, dat hij in een oven van gloeiend vuur zou geworpen worden. Nu zijn er joodsche mannen, die gij over de werken van het gewest Babyion hebt aangesteld, Sidrach, Misach en Abde-nago; deze mannen hebben uw bevel versmaad, o Koning: zij eeren uwe goden niet en aanbidden het gouden standbeeld niet, dat gij hebt opgericht. Toen

ocr page 327

— 3i9 —

beval Nabuchodonosor, in toorn en gramschap ontstoken, dat Sidrach, Misach en Abdenago voor hem zouden gebracht worden; en aanstonds werden zij in de tegenwoordigheid des Iconings gebracht. En koning Nabuchodonosor sprak en zeide: Is het waar. Sidrach, Misach en Abdenago, dat gij mijne goden niet eert, en (ook) het gouden standbeeld niet aanbidt, dat ik heb opgericht? Indien gij nu daartoe bereid zijt, op wat uur gij het geluid zult hooren der trompet, fluit en citer, der schalmei en harp en symphonie en van wat muziekinstrumenten ook, valt dan neder, en aanbidt het standbeeld, dat ik gemaakt heb: indien gij het niet aanbidt, zult gij terzelfder uur in een oven van gloeiend vuur geworpen worden, en welke God is er, die u uit mijne hand zal redden? Sidrach, Misach en Abdenago antwoordden en zeiden: wij behoeven hierover geen antwoord te geven. Want zie, onze God, dien wij eeren,

ocr page 328

— 320 —

kan ons aan den oven van gloeiend vuur onttrekken en ons verlossen uit uwe hand, o koning. Wil hij dit niet, weet toch, o koning, dat wij uwe goden niet eeren, noch het gouden standbeeld aanbidden, dat gij hebt opgericht. Toen werd Nabuchodonosor woedend, en de aanblik van zijn gelaat veranderde over Sidrach, Misach en Abdenago, en hij beval dat de oven zevenmaal heeter zou gestookt worden dan gewoonlijk. En aan de krachtigste mannen van zijn leger gebood hij, om Sidrach, Misach en Abdenago de voeten te binden en in den oven van gloeiend vuur te werpen. En aanstonds werden die mannen gebonden, en met hunne broeken en mutsen en schoeisel en kleederen midden in den oven van gloeiend vuur geworpen; want het bevel des konings was dringend: en de oven (was) bovenmate heet. Doch die mannen, die Sidrach, Misach en Abdenago er in geworpen hadden, doodde de vuurvlam. Maar

ocr page 329

— 321 —

deze drie mannen, Sidrach, Misach en Abdenago vielen geboeid, midden in den oven van gloeiend vuur. En zij wandelden midden in de vlam, God lovende en den Heer verheerlijkende.

Nu wordt niet gezegd: buigen wij de knieën, omdat de drie jongelingen de knieën niet wilden buigen voor de afgoden.

LAAT ONS BIDDEN:

Almachtige, eeuwige God, eenige hoop der wereld, die door de prediking uwer Profeten de geheimen der tegenwoordige tijden hebt verklaard; vermeerder goedgunstig de verlangens van uw volk omdat in niemand uwer geloovigen eenige vermeerdering van deugd ontstaat, dan door uwe ingeving. Door onzen Heer Jesus Christus enz.

6.

Wijding der Doopvont

Zie bladz. 261. 20.

ocr page 330

— 322 —

Na het onderzoek en de onderrichting der Doopleerlingen, werd overgegaan tot de wijding van het water^ dat weldra over hunne hoofden zou vloeien. De priester begeeft zich ter plaatse van de Doopvont; behalve het kruis tusschen twee kaarsen, wordt ook de brandende paaschkaars vooruitgedragen, om te beduiden dat Christus, het ware Licht tot hen komen en hel licht des Geloofs hun schenken zal.

Het verlangen der Doopleerlingen tiaar het Doopsel wordt door het koor vertolkt in den

TR ACTUS.

Sicut cervus de-siderat ad fontes aquèrum; ita desi-derat knima mea ad te, Deus.

$■. Sitivit ünima mea ad Deum vi-vum:

Quando vèniam et apparèbo ante

Gelijk het hert verlangt naar waterbronnen ; zóó verlangt mijne ziel naar u, o God.

Mijne ziel is dorstig geworden naar den levenden God;

wanneer zal ik komen en verschij-


ocr page 331

— 3*3 —

faciem Dei?

Fuèrunt mihi lè-crymae meae panes die ac nocte, dum dicitur mihi quótidie: ubi es Deus tuus ?

nen voor het aanschijn Gods?

Mijne tranenwaren mij bij dag en bij nacht tot brood, dewijl mij iederen dag gezegd wordt waar is uw God ?


Vóór de wijding.

y. De Heer zij met u. V. En met «wen geest.

LAAT ONS BIDDEN'.

Almachtige, eeuwige God, zie goedgunstig neer pp de godsvrucht van uw volk, dat herboren zal worden en, gelijk het hert, vurig verlangt naar de bron van uwe wateren; en geef genadiglijk, dat hun dorst naar het geloof door het geheim des Doopsels ziel en lichaam moge heiligen. Door onzen Heer enz. 1^. Amen.

ocr page 332

— 324 —

Wijding des waters.

f. De Heer zij met u. 1^. En met uwen geest.

LAAT ONS BIDDEN.

Almachtige, eeuwige God, wees met de geheimen uwer groote goedertierenheid, wees met uwe Sacramenten; en zend den geest van aanneming (den H. Geest) neder, om de nieuwe volken te herscheppen, die u de doopvont zal schenken; opdat wat door onze nietig-heid moet bediend worden, door de uitwerking uwer kracht voltrokken worde. Door onzen Heer Jesus Christus, die met u leeft en heerscht in de eenheid van denzelfden H. Geest, God.

Op den. toon der praefatie vervolgt de priester:

f Per omnia sae- j Door alle eeuwen cula saeculorum. j der eeuwen,

Amen. . Amen.

ocr page 333

— 325 —

^ Dominus vo-biscum.

Et cum spiritu

tuo.

ir Sursum corda.

IV Habèmus ad Dominum.

ir Gratias agamus Domino Deo nos-tro.

Dignum et jus-tum est.

De Heer zij met u

En met uwen geest.

Heft de harten omhoog.

Wij hebben ze opgeheven tot den Heer.

Danken wij den Heer, onzen God.

Het is waardig en rechtvaardig.


Waarlijk het is waardig en rechtvaardig, billijk en heilzaam, dat wij u altijd en overal danken, heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God. Die met onzichtbare macht op wonderbare wijze de kracht uwer Sacramenten uitwerkt; en hoezeer wij ook onwaardig zijn, zoo groote geheimen te voltrekken, laat Gij echter uwe genadegaven niet na, ja neigt zelfs goedertieren uwe ooren tot onze gebeden. Gij, God, wiens

ocr page 334

— 326 —

geest bij de wording der Iwereld over de wateren zweefde; opdat toen reeds de natuur des waters hciligmakende kracht zou ontvangen; Gij, God, die de misdaden der schuldige wereld door de wateren afgewasschen hebt en zoo door de uitstorting van den zondvloed eene afbeelding der wedergeboorte hebt gegeven; opdat het geheim van één en dezelfde grondstof een einde zou maken aan de ondeugden, en een begin zou zijn van deugden. Zie, Heer, op uwe Kerk neder, en vermeerder in haar uwe herborenen'; Gij, die uwe stad verblijdt, door de kracht uwer toevloeiende genade en de doopvont openstelt, ter vernieuwing der volken over de geheele aarde heen, opdat zij door den wil uwer Majesteit de genade van uwen Eeniggeboren Zoon aannemen door den H. Geest.

De priester verdeelt het water Kruisgewijs, om aan te duiden, dat het water

ocr page 335

— 327 —

zijne kracht om de ziel te reinigen, ontleent aan de verdiensten van hel H. Kruis.

Dat Hij dit water, dat tot wedergeboorte der menschen bereid is, vruchtbaar make door de geheime bijvoeging zijner genade, opdat een hemelsch geslacht, door ontvangene heiligheid tot een nieuw schepsel berboren, uit den vlekkeloozen schoot der vont trede; en de genade als eene moeder allen, hoe ook verschillend in kunne, naar het lichaam, of door jaren in leeftijd, tot hetzelfde kindschap (Gods) voortbrenge. Verre van hier wijke dan. Heer, op uw bevel, alle onzuivere geest; verre zij de geheele boosheid van duivelsche listen. Niet de minste inmenging van tegenstrijdige kracht hebbe hier plaats: belagende zweve zij er niet omheen: niet dringe zij er heimelijk in: bederve het niet door besmetting.

De priester raakt het water met de

ocr page 336

—- 328 —

hand aan, om allen kwaden invloed des duivels uil te drijven.

Uat dit heilig en onschuldig schepsel vrij zij van allen aanval des bestrijders (des duivels), en gezuiverd door verwijdering (er van) van alle boosheid. Dat het eene levende bron zij, een water tot wedergeboorte, een reinigende vloed; opdat allen, die in dit heilaanbrengend bad zullen worden afgewasschen, door de werking van den H. Geest de genade van volkomen reiniging mogen verkrijgen.

Ter eere der H. Drievuldigheid 7naakt de priester drie kruizen over het water, als hij zingt:

Daarom zegen ik u, schepsel des waters, door den levenden f God, door den waren f God, door den heiligen f God; door God die u in het beginne op een woord van het drooge scheidde; Wiens geest over u zweefde.

ocr page 337

— 329 —

De priester verspreidt het water naar de vier hoeken der aarde, ter beduiding, dat Christus wil, dal alle volken aan de genade van zijnen dood en verrijzenis door het Doopsel deelachtig worden.

Die U (bet water) uit de bron van het paradijs heeft doen ontspringen, en u bevolen heeft de gebeele aarde in vier stroomen te besproeien. Die u, toen gij in de woestijn bitter waart, door ingebrachte zoetheid, drinkbaar maakte, en u voor het volk, dat dorst had, uit eene steenrots voortbracht. Ik zegen f u ook door Jesus Christus, zijnen eenig-geboren Zoon, onzen Heer, die u te Cana in Galilaea op wondere wijze door zijne almacht in wijn veranderde. Die met zijne voeten op u heeft gewandeld en door Joannes in den Jor-daan in u is gedoopt. Die u tegelijk met bloed uit zijne zijde deed vloeien; en zijnen leerlingen beval, de geloovi-gen in u te doopen, zeggende; Gaat,

ocr page 338

— 330 —

onderwijst alle volken, en doopt hen in den naam des Vaders, en des Zoons en des H. Geestes.

Op leestoon vervolgt de priester.

Gij, almachtige God, sta ons, die deze geboden onderhouden, goedertieren bij; adem Gij goedgunstig toe.

De priester ademt driemaal over het water, om de werking van den H. Geest voor ie stellen.

Zegen Gij dit onvermengd water met uwen mond, opdat het, behalve natuurlijke reiniging, die het kan hebben om de lichamen te zuiveren, ook kracht hebbe om de zielen te reinigen.

Driemalen steekt de priester de paasc/i-kaars even, dieper en geheel in het water en blaast dan in dezen vorm over het water ~L. Genoegzaam wordt de betee-kenis aangegeven in de woorden welke de priester zingt;

ocr page 339

Dat de kracht des H. Geestes neder-dale in de volheid dezer vont.

En Hij schenke aan de geheele zelfstandigheid van dit water de vruchtbare kracht ter wedergeboorte (in het Doopsel.)

Mochten de vlekken van alle zonden hier worden uitgewischt; mocht onze natuur, naar uw beeld geschapen en in hare oorspronkelijke eer hersteld, van alle oude smetten worden gereinigd, opdat ieder, die tot dit Sacrament der wedergeboorte nadert, tot eene nieuwe en waarlijk onschuldige kindschheid worde herboren.

Hei slot wordt gelezen.

Door onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die zal komen om levenden en dooden en de wereld door het vuur te oordeelen. Amen.

Met het nu gewijde water wordt eerst het volk besproeid. Herinnert u, Chris-

ocr page 340

— 33' —

fen, op dit oogenblik aan hei H. Doopsel, dat ook gij eens ontvangen hebt: dank er God voor, en zie of gij uwe »nieuwe en waarlijk onschuldige kindsch -he id' bewaard hebt.

Een gedeelte van het gewijde water wordt in de Doopvont gedaan en hierin de H. 11. Oliën gemengd, welke op Witten Donderdag door den Bisschop zijn gewijd. Deze inmenging van H. O Hén geschiedt om de genade, de kracht en de zalving van den H. Geest aan te duiden, die in het Doopsel gegeven worden.

Eerst doet de priester een weinig H. Olie in water, zeggende:

Dat deze vont geheiligd, en door de Olie des heils vruchtbaar worde voor hen, die er uit zullen herboren worden tot het eeuwig leven. ï^. Amen.

Dan een weinig chrisma, onder het spreken dezer woorden :

De instorting van liet chrisma van

ocr page 341

— 333

onzen Heer Jesus Christus en van den .H. Geest den Vertrooster, geschiede in den naam der H. Drievuldigheid.

Amen.

Nog giet hij dan beide in het water en zegt:

Moge de vermenging van het chrisma der heiligmaking en van de Olie der Zalving en van het water des Doopsels eveneens geschieden in den naam f des Vaders, en des f Zoons en des | H. Geest. 1^. Amen.

7-

Litanie van alle Heiligen, i)

Na de water — en vontwijding keert de priester terug naar het altaar en

i) Deze is de verkorte Litanie, welke echter dubbel moet gezongen worden op dezen dag en daags vóór Pinksteren. Op de andere dagen, waarop de Litanie van alle Heiligen is voorgeschreven: op St. Marcus en de Kruisdagen, moet er bijgevoegd, wat in deze cursief is gedrukt: «n dan behoeft ze maar gezon

gen te worden.

ocr page 342

— 334 -

werpt zich daar plat ter aarde neder, otn God te danken voor zijne weldaden. Inmiddels wordt de Litanie van alle Heiligen gezongen. De beteekenis is, dat de Heiligen hier op aarde (de pas-ge-doopten) de Heiligen in den hemel begroeten; maar tevens door een herhaald »Bidt voor onsquot; hunne veelvermogende voorspraak inroepen, om de zuiverheid des Doopsels te bewaren in den strijd tegen de bekoringen.

Kyrie, elèison.

Christe, elèison.

Kyrie, elèison.

Christe, audi nos.

Christe, exaudi nos

Pater de coelis Deus, miserére nobis.

Fili, Redèmptor mundi Deus, mise-

Heer, ontferm u onzer.

Christus, ontferm u onzer

Heer, ontferm u onzer.

Christus, hoor ons Christus, verhoor ons

God, Hemelsche Vader, ontferm u onzer.

God de zoon. Verlosser der we-

ocr page 343

— 335 —

rère nobis.

Spiritus Sancte, Deus, misefère nobis.

Sancta Trinitas, unus Deus, miserére nobis.

Sancta Maria, Sancta Dei Gè-nitrix,

Sancta Virgo Virginum Sancte Micbaèl, Sancte Gabriël Sancte Raphael, 9 Om nes Sancti ^ Angeli et Archè.n- g geli, orate 3

Omnes Sancti g. beatórum spiri- K' tum órdines, orate Sancte Joannes Baptista,

Sancte Joseph, Omnes Sancti Patriarchae et Prophètae, orate

reld, ontferm u onzer.

God, Heilige Geest ontferm u onzer.

H. Drievuldigheid één God, ontferm u onzer.

Heilige Maria, H.Moeder Gods,

H. Maagd der Maagden, H. Michaèl, H. Gabriël, H. Raphaèl, ET! Alle H. Engelen ^ en Aartsengelen, o

O -l

Alle H. Koren der o zalige Geesten, y

H. Joannes de Dooper,

H. Jozef,

Alle H. Aartsvaders en Profeten,


ocr page 344

— 336 —

Sancte Petre, Sancte Paule, Sancte Andrèa, Sancte Jac'obe, Sancte Joannes Sancte Thoma, Sancte Jacbbe, Sancte Philippe, Sancte Bartholo-

maee,

Sancte Matthaee, Sancte Simon, Sancte Thaddhee, Sancte Matthia, Sancte Barnaba, Sancte Luca, Sancte Marce, Omnes Sancti ApóstolietEvan-gelistae, orate Omnes Sancti Di-scipuli Dómini, orate Omnes Sancti In-noclntes orate, Sancte Stèphane, Sancte Laurènti, Sancte Vincènti.

H. Petrus, H. Paulus, H. Andreas, H. Jacobus, H. Joannes. H. Thomas, H. Jacobus, H. Philippus, H. Bartholomeus,

H. Mattheus. H. Simon, H. Thaddeus, H. Matthias, H. Barnabas, H. Lucas, H. Marcus,

Alle HH. Apostelen en Evangelisten,

Alle HH. Leerlingendes Heeren

Alle HH. Onnoo-zele Kinderen, H. Stephanus, H. Laurentius, H. Vincentius,


ocr page 345

— 337 —

Sane ft Fahihne et Sebastihne, orate Sancti Joannes et Faule, orate Sancti Cosma et Damiane, orate

Saneti Gervasi et Protasi, orate Omnes Sancti

MArtyres, oramp;te Sancte Sylvèster, S Sanctc Gregóri, p Sancte Ambrhsi, ^ Sancte Augustine

Sancte Hiero- o nyme, ^ S'

Sancte Mar tine, Sancte Nicolhe, Omnes Sancti Pontifices et Confessores,

orèite Omnes Sancti

Doctores, orate Sancte Antóni, Sancte Benedicte Sancte. Bern arde, Sancte Dominice

HH. Fabianus en Sebastianus, HH. Joannes en Paulus, HH. Cosmas en Damianus, HH. Gervasius en Protasius, Alle HH. Martelaren, H. Sylvester, H. Gregorius, H. Ambrosius, H. Augustinus, H. Hieronymus

H. Martinus, H. Nicolaas, Alle HH. Bisschoppen Belijders,

en

Alle HH. Kerkleeraren, H. Antonius, H. Benedictus, H. BernardHS, H. Dominicus,


IS

ocr page 346

— 338 —

Sancte Francisce Omnes Sancti Sacerdótes et Levitae, orate Omnes Sancti Mónachi et Eremitae, orate Sancta Maria Magdalèna, Sancta Lucia, Sancta Agnes, Sancta Caecilia, Sancta Agatha.

Sancta Catha-rina,

Sancta Anastisia Omnes Sanctae Virgines et Vi-duae, orüte Omnes Sanctae et Sancti Dei, Propitius esto, par-

nobis, Dómine. Proptitius esto, exaudi nos, Dó-mine.

Ab omni malo, libera nos, Do-

EI. Franciscus, Alle HH. Priesters en Levieten,

Alle HH. Monniken en Kluizenaars, \ H. Maria Mag- ^ dalena,

H. Lucia, H. Agnes, H. Caecilia, H. Agatha, H. Catharina,

H. Anastasia,

Alle HH. Maagden en Weduwen,

Alle Heiligen

Gods,

Wees ons genadig, Spaar ons Heer. Wees ons genadig Verhoor ons, Heer.

Van alle kwaad, Verlos ons, Heer.

mi Ab o Ai A impr

A boli-A et o, lunt

A call

A tem^ / rat,

y

et L

A : t

Pei

c

Pei


ocr page 347

— 339 —

mine.

Ab omni peccamp;to Algt; ira tua, A subit'anea et improvlsa morte.

Ab insidiis dia-boli.

Ab ira et odio et omni mala vo-luniate,

A spiritu forni- p catibnis, o

A f ulgure et O tempestate, g

A flagello ter- 3

,, re

raemotus,

A peste, fame,

et bello,

A morte perpè-tua,

Per mystèrium Sanctae Incar-natiónis tuae, Per Advèntum

Van alle zonden, Van uwen toorn, Van een haastigen en onvoor-zienen dood. Van de lagen

des duivels. Van gramschap, haat en alle kwade gezind- ^ heid, g-

Van den geest der onzuiver- § heid. Van bliksem en ffi onweer, n

Van den geesel quot;

der aardbeving. Van pest, hongersnood en oorlog,

Van den eeuwigen dood.

Door het geheim uwer H. Mensch-

woording,

Door uwe komst.


ocr page 348

— 34° —

tuum, Per Nativititem

tuam, Per Baptlsmum et sanctum jejü-nium tuum, gi Per Crucem et 3 Passiónemtuam, p Per mortem et § sepultüram -tquot; tuam, Ö

Per sanctam Re- g surrectiónem B' tuam ^

Per admirkbilem ascensiónem tuam, Per advèntum Spiritus sancti Paraclyti,

In die Judlcii,

Peccatóres, Te rogamus, audi nos

Ut nobis parcas,

Door uwe Geboorte,

Door uw Doopsel en H. Vasten,

Door uw Kruis

en Lijden,

Door uwen Dood en Begravenis,

Door uwe H.| Verrijzenis,

Door uwe won- r derbare Hemelvaart,

Door de komst van den H. Geest, den Vertrooster,

Op den oordeelsdag. Wij, zondaars. Wij bidden U, ver hoor ons. Dat Gij ons sparet.

Ut Seas,

Ut poenit perdu


ocr page 349

— 34i —

Ut nobis indulges,

Ui ad ver am poenitentiam nos perdücere digne-ris,

Ut Ecclèsiam tuam sanctam règere, et con- „ servkre dignèris ^ Ut Domnum a- jO postólicum, et gquot; omnes ecclesi- £ asticos órdi- -tn nes, in sancta g religióne con- amp; servare dignè- 3 ris. m

Ut inmicos sanc-tae Ecclèsiae humilic'ire dignèris,

Ut règibus, et principibus christianis pa-cem, et veram concord iam do-

Dat Gij ons vergeving wilt schenken,

Dat Gij ons tot ware boetvaardigheid wilt voeren,

Dat Gij uwe H. Kerk willet be- ^ sturen en be-quot;quot;quot;' waren, ^

Dat Gij U ge-o-waardiget den 3 Apostolieken d Stoel en alle^ Kerkelijke or- ^ den in den H. godsdienst te S bewaren, o

Dat Gij de vij- S anden der H. Kerk gelievet te vernederen, Dat Gij aan christen koningen en vorsten vrede, en ware eendracht ge-


ocr page 350

— 342 —

nire dignèris, Ut cuncto populo Christiana pacem, et unita-tem largiri dignèris,

Ut nosmetipsos in tuo sancto servitio con-fortère et con- ^ servare dignè- quot; ris, o

Ut mentes nas- Cp-tras ad coelistia | desideria erigas,

1

Ut omnibus be-nefactóribus nostris sempi-tèrna bona retribuas, Ut animas nostras, fratrum,pro-pinquorum et be-nefac forum nos-trbrum, ab aeter-na damnatione eri-lievet te geven, Dat Gij aan al het christen volk vrede en eenheid gewaardi-get te geven. Dat Gij u ge-waardiget ons ^ zeiven in uwen1-^ heiligen dienst H! te versterken §; en te bewaren, § Dat Gij onze ^ gemoederen totquot; hemelsche ver- n langens opvoe- gquot; ret, o

Dat Gij al onze 0 weldoeners met g eeuwige goederen vergeldet.

Dat Gij onze zielen en die onzer broeders, verwanten en weldoeners voor de eeuwi-


I

ocr page 351

343 —

pias,

Ut fructus terrae dare, et con-servare dignè-ris.

Ut omnibus fi-dèlibus defunc-tis rèquiem £B-tèrnam donare dignèris, Ut nos exaudire dignèris,

I'i/i Dei,

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, paree nobis. Dó-mine.

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, exaudi nos, Dómine.

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, miserére nobis.

o

OQ

3

c

ge verwerping wilt behoeden. Dat Gij devruch- ^ ten der aarden gewaardiget te ff geven en te be- g; houden g

Dat Gij aan alle _ overledene ge--vigen de eeuwi- ^ ge rust gelievet 3-te geven, § Dat Gij U ge- ^ waardiget ons a te verhooren, ' Zoon van God, Lam Gods, dat de. zonden der wereld wegneemt, spaar ons. Heer.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm u onzer.

IHI

1 'ijji

!:i ii


ocr page 352

— 344 —

Christe, audi nos.

Christe, exaudi nos.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.


8.

DE H. MIS.

Bij de woorden: Peccatores. Wij, zon daars, — staat de priester op, om zich met het feestelijk J'aaschgewaad te be-kleeden, en dc H. Mis te beginnen; d. i. het ware Paaschlam zal op eene onbloedige wijze worden geslachtofferd.

Omdat het volk reeds zoolang in de Kerk was geweest (bl. 261. I. i0 en 20) werd en wordt nog heden geen Introitus (Begin der Mis) gelezen of gezongen, maar aanstonds de Kyrie aangeheven.

Ook wordt in deze Mts het Credo achtergelaten, omdat de Doopleerlingen

1) Zie het ontbrekende voor St. Marcus en de Kruisdagen, alsook psalm 69, de verzen, responsoria en gebeden bl. 362.

ocr page 353

— 345 —

vóór het Doopsel, dus even te voren, humie geloofsbelijdenis luide hadden opgezegd: ook het offertorium (offerande), omdat de geloovigen op dezen dag geen brood of wijn offerden.

Het gewone der Mis zie bl. 67, Het aan dezen dag eigene zijn :

Dominus vobiscum. Et cum spiritu tuo.

De Heer zij met U. En met uwen geest.


HET GEBED.

O God, die dezen allerheiligsten nacht door den luister van 's Heeren Verrijzenis verlicht, bewaar in de nieuwe kinderen van uw gezin den geest van aanneming, welken Gij geschonken hebt, opdat zij, naar ziel en lichaam vernieuwd, U in zuiverheid dienen. Door denzelfden Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid van denzelfden H. Geest, God, door alle eenwen der eeuwen.

Amen.

ocr page 354

— 346 —

Vermaning aan de nieuw-ge doopten.

les uit den brief van den h. apostel paulus aan de colossensers.

Broeders, indien gij met Christus verrezen zijt, zoekt hetgeen daarboven is, waar Christus is, zittend aan de rechterhand van God; betracht hetgeen omhoog, niet hetgeen op aarde is. Want gij zijt gestorven, en uw leven is verborgen met Christus in God. Als Christus, die uw leven is, zal verschenen zijn, dan zult ook gij met Hem in heerlijkheid verschijnen, fy. Deo Gratias.

Alleluja, alleluja, Confitèmini Dó-mino quóniam bonus ; quóniam in saèculum miseri-córdia ejus.

Alleluja.

Looft den Heer, want Hij is goed;

want zijne barmhartigheid is tot in eeuwigheid.


Tractus.

Laudite Dómi-num omnes gentes:

Looft den Heer, gij alle natiën?


ocr page 355

347 —

et collaudate eum omnes pèpuli.

Quoniam confir-mè,ta est super nos misericórdia ejus: et vèritas D6-mini manet in ae-tèrnum.

looft Hem mede gij, alle volkeren.

Want bevestigd is over ons zijne barmhartigheid en de waarheid des Heeren blijft in eeuwigheid.


Evangelie volgens den H. Mattheus.

Op den laten avond nu van den sabbat bij het aanbreken van den eersten dag der week, kwam Maria Mag-dalena en de andere Maria het graf zien. En ziet, er ontstond eene groote aardbeving. Want een Engel des Heeren daalde neder, en naderde en wentelde den steen af en zat er op. Zijn aanblik was als een bliksem, en zijn gewaad als sneeuw. Uit vrees voor hem schrikten de wachters en werden als dooden. Maar de Engel antwoordend, zeide tot de vrouwen: Vreest niet, want ik weet, dat gij Jesus zoekt, die gekruist is: Hij is niet hier: want Hij is

ocr page 356

— 348

verrezen, zooals Hij gezegd heeft. Komt, en ziet de plaats, waar de Heer gelegd was. Gaat dan spoedig en zegt tot zijne leerlingen, dat Hij verrezen is, en ziet; Hij gaat u voor naar Galilea, daar zult gij Hem zien. Ziet, ik heb het u vooraf gezegd.

Laus tibi Christe. Lof u, o Christus.

STIL GEBED.

Neem aan, bidden wij u, o Heer, de gebeden van uw volk met de opgedragen offeranden; opdat hetgeen door de Paaschgeheimen is begonnen, door uw toedoen ons ook tot een eeuwig geneesmiddel strekke. Door onzen Heer J. Chr. enz.

Het Agnus Dei, waarin ten derden maal de vrede wordt afgebeden, wordt heden niet gebeden, omdat immers de dag Vai

ocr page 357

— 349 —

nog niet verschenen is, waarop Christus aan de Apostelen en leerlingen den vrede had gegeven.

Aanstonds na de\Nuttiging worden de Vespers (Avondgebeden) gezongen.

Alleluja, alleluja, Laudate Dómi-nutn omnes gentes; laudate Eum omnes pöpuli.

Quöniam confir-mkta est super nos misericórdia ejus; et vèritas Dómini manet in aetèrnum.

Glória Patri et Filio et Spiritui Sancto; sicut erat in principio, et nunc et semper, et in saecula saeculórum. Amen.

alleluja.

Looft den Heer, gij alle natiën; looft Hem gij alle volken.

Want zijne barmhartigheid is over ons bevestigd en 's Heeren waarheid blijft in eeuwigheid.

Eer zij den Vader, den Zoon en den H. Geest. Gelijk het was in het begin, en nu, en altijd: en in de eeuwen der eeuwen Amen.


De priester begint de eerste woorden van de antifoon voor het magnificat:

ocr page 358

35°

Vespere Sabbati;

autem

Op den laten avond nu van den Sabbat:


Het Koor

quae lucèscit in prima Sè-bbati, ve-nit Maria Magdale-na, et altera Maria vidère sepülchrum, alleluja.

vervolgt:

bij het aanbreken van den eersten dag der week, kwamen Maria Magdalena en de andere Maria het graf bezien, alleluja.


Magnificat.

Het Koor herhaalt daarna de geheele antifoon: Vespere,

il. Dominus vo-biscum.

1^. Et cum spiritu tuo.

De Heer zij met U.

En met uwen geest.


LAAT ONS BIDDEN.

Stort, Heer, in ons den Geest uwer liefde, om ons, die Gij door uwe Paasch-

ocr page 359

— 3S1 —

Sacramenten verzadigd hebt, in uwe goedertierenheid eendrachtig te maken. Door onzen Heer Jesus Christus enz. Amen.

VIII.

i.

VICTIMAE PASCHALI.

Victimae paschali laudes immolent Christiani.

Agnus redèmit oves; Christus in-nocens Patri recon-cilikvit peccatóres.

Mors et vita duèl-lo conflixère mi-rindo:

Offert, christenen, aan het Paasch-offer uwe lofprijzingen.

Het Lam heeft de schapen vrijgekocht: Christus de onschuldige, heeft de zondaars met zijnen Vadei verzoend.

Dood en leven hebben een wonderen tweestrijd gestreden:


ocr page 360

— 352

dux vitae mór-tuus, regnat vivus.

Die nobis, Maria: quid vidisti in via?

Sepulchrutn Chris-ti vivèntis; et gló-riam vidi resurgèn-tis:

Angèlicos testes, sudèrium et vestes.

Surrèxit Christus, spes mea;

Praecèdet vos in Galilaèam.

Scimus, Christum surrexisse a mór-tuis vere:

tu nobis Victor Rex, miserére, Amen alleluja.

de gever des levens gestorven, heerscht levend. Zeg ons, Maria, wat gij hebt gezien op den weg? (naar het graf.) Ik zag het graf van den levenden Christus, en de heerlijkheid van den Verrijzende.

Engelen tot getuigen, den zweetdoek en de kleederen.

Christus, mijne hoop, is verrezen: Hij zal u vooruitgaan naar Ga-lilaea.

Wij weten, dat Christus waarachtig van de doo-den is verrezen: Gij, koning, overwinnaar, ontferm u onzer. Amen.


ocr page 361

— 353 — 2.

HAEC DIES.

Haec dies, quam fecit Dominus; exul-tèmus et laetèmur in ea.

Confitèmini Domino, quóniam bonus, quóniam in saèculum miseri-córdia ejus.

Deze (is) de dag dien de Heer gemaakt heeft; laten wij er ons op verheugen en verblijden.

Looft den Heer want Hij is goed en tot in eeuwigheid duurt zijne barmhartigheid.


TERRA TREMUIT.

Terra trèmuit et quièvit, dum resur-geret in judicio Deus, alleluja.

De aarde beefde en werd stil, toen God ten oordeel opstond, alleluja.


ANGELUS DOMINI.

Angelus Domini Een Engel des

ocr page 362

— 354 —

descèndit de coelo et dixit mulièribus; quem quaèritis ? surrèxit sicut dixit.

; Heeren daalde van i den hemel, en zeide : tot de vrouwen: wien zoekt gij ? Hij ; is verrezen, zooals j Hij gezegd heeft.

5-


MARIA MAGDALENA.

Maria Magdalèna et altera Maria ibant diluculo ad monumèntum.

Jesus quem quaèritis non est bic; surrèxit sicut locu-tus est, praecèdet vos in Galilaèam;

ibi Enm vidèbi-tis, alleluja, alleluja.

Maria Magdalèna en de andere Maria gingen bij het aanbreken van den dag 's morgens naar het graf. Jesus, dien gij zoekt, is niet hier: Hij is verrezen, gelijk Hij gezegd heeft. Hij zal u vooruitgaan naar Galilaea,

dlar zult gij Hem zien, alleluja, alleluja.


ocr page 363

- 355 —

6.

SURREXIT PASTOR.

Surrèxit Pastor bonus, qui animam suam pro óvibus suis pósuit, et pro grege suo mori dig-natus est alleluja, alleluja.

De goede Herder is verrezen, die zijn leven voor zijne schapen heeft gegeven, en zich gewaardigd heeft voor zijne kudde te sterven, alleluja, alleluja.


7-

LOFZANG OP DE ZONDAGEN NA PASCHEN.

AD REGIAS AGNI DAPES.

Ad règias Agni dapes

Stolis amicti can-didis

Post trè,nsitum maris Rubri.

Christo canamus Principi.

Komt, zingen we aan 's Lams feestbanket

In witte kleed'ren zonder smet.

Na d' overtocht der Roode zee.

Aan Christus lof, den Vorst der vrêe.


ocr page 364

— 356 —

Divina cujus cha-ritas

Sacrum propinat sanguinem,

Almique membra corporis

Amor sacèrdos immolat,

Sparsum cruórem póstibus

Vastator horret Angelus:

Fugitque divisum mare:

Mergüntur hostes flüctibus.

Jam Pascha nostrum Christus est, PascMlis idem Victima,

Et pura puris mèntibus

De goddelijke liefde doet

Hem schenken zijn aanbiddelijk bloed,

Die liefde draagt met eigen hand

Gods lichaam op op ten offerand.

De wrekende Engel deinst voor 't bloed

En 't huis door zulk een merk behoed ;

De zee vlucht weg en scheurt in twee;

Maar sleept den vijand met zich mee.

Ons Paschen is nu Christus, Hij

Ons Paaschlam tevens en daarbij Den reinen 't ongezuurde brood


ocr page 365

— 357 —

Sinceritktis azyma.

o Vera coeli Vic-tima,

Subjèctacui sunt tartara

Solüta mortis vin-cula,

Recèpta vitae praemia.

Victor suMctis inferis

Trophaea Christus èxplicat,

Coelóque apèrto, sübditum

Regem tenebrè,-rum trahit.

Ut sis perènne mèntibus

Pascha Jesu gau-dium,

A morte dira cri-minum

Dat alle onreinheid van zich stoot.

o Dit is 't hemelsch Zoenlam wel, Dat buigen doet den trots der hel, De kluisters van den dood ontbindt. En 't loon des levens ons herwint.

Nu rijst, na 't zegerijk verslaan Des afgronds, Christus zegevaan;

De Ontsluiter van de hemelpoort

Sleept satan in zijn boeijen voort.

o Gij, die 't nieuwe leven boodt.

Hoed ons toch voor den zonde-dood,

Opdat Gij eeuwig, Jesus zoet,


ocr page 366

- 358 -

De Paaschvreugd zijn moogt van 't gemoed.

Lof zij den Vader en den Zoon, Die is verrezen uit de doön,

En aan den Trooster, met hen één, Door de altijddurende eeuwen heen. Amen.

IX.

Op de Kruisdagen en St. Mar-cusdag.

(25 APRIL.)

Na de Mis wordt de Litanie van Alle Heiligen geheel gezongen, bl. 334. en daaraan toegevoegd'.

Christus, hoor ons. Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm u

onzer.

Christus, ontferm u onzer.

Vitae renatós libera.

Deo Patri sit glória

Et Filio, qui a moituis

Surrèxit, ac Pa-rkclito

In sempitèrna specula. Amen.

Christe, audi nos, Christe, examp;.udi nos,

Kyrie, elèison.

Christe, elèison.

ocr page 367

— 359 —

Kyrie, elèison. Heer, ontferm u

onzer.

Pater noster. Onze Vader (stil

te bidden.) Et ne nos indücas En leid ons niet in tentatiónem, in bekoring(en), Sed libera nos a Maar verlos ons malo. van den kwade.

psalm 69.

Deus in adjutórium meum intènde; i

Dómine, ad adjuv^n dum me festina.

Confundkntur et re-vereèntur, qui quaerunt ammam meam

Avertè.ntur retrór-sum, et erubès-cant, qui volunt mihi mala.

Avertantur statim erubescèntes, qui ; dicunt mihi: Euge euge.

O God, kom mij

te hulp:

Heer, haast u, mij

te helpen. Dat zij beschaamd en tot schande worden, die mijne ziel zoeken (te bederven) Dat zij terugwijken en zich schamen, die mij kwaad willen.

Dat zij schielijk beschaamd terug deinzen, die tot mij zeggen: ha,


ocr page 368

360 —

Exültent et laetén-tur in te omnes, qui quaerunt te, et dicant semper: magnificètur Dó-minus, qui dili-gunt salutare tuum.

Ego vero egènus et pauper sum: Deus kdjuva me.

Adjütor meus et liberator meus es tu;

Dómine, ne morèris

Gloria Patri, et Fi-lio, et Spiritui sancto; sicuterat in principio, et nunc et semper: et in saècula sae-culórum. Amen.

f. Salvos fac ser-juist goed! (dat ge lijdt.)

Dat allen, die u zoeken, zich in u verheugen en verblijden; en mogen allen, die uw heil zoeken, altijd zeggen: de Heer zij groote-lijks geprezen.

Doch ik ben behoeftig en arm; God, kom Gij mij te hulp.

Gij zijt mijn helper en Verlosser:

Heer, toef niet.

Eer zij den Vader en den Zoon en den H. Geest; gelijk het was in den beginne, en nu, en altijd, en in de eeuwen

der eeuwen. Amen.

Maak uwe die-


ocr page 369

— 361 —

vos tuos.

R.. Peus meus, spe-rantes in te. ^ Esto nobis, Dómine, turris for-titüdinis,

IV A facie inimici.

V Nihil proficiat inimicus in nobis,

Et filius ini-quitatis non appó-nat nocère nobis.

if Dómine, non secundum peccata nostra facias nobis, 11 Neque secundum iniquities nostras retribuas nobis.

f Orèmus pro Pontifice nostro Leone:

Dóminus con-sèrvet eum, et vi-vificet eum et be-atum faciat eum in terra, et non

;dat

3 U

in en en die ven, : de ote-m. be-trm; Gij

Iper

t.

ider i en est; was nne, tijd, wen nen, die

naars zalig,

Mijn God, die op u hopen.

Wees ons, Heer, een sterke toren,

tegen den vijand. Laat de vij and niets op ons vermogen.

En geen zoon der boosheid wage het ons te schaden.

Heer, behandel ons niet volgens onze zonden, En vergeld ons niet volgens onze ongerechtigheden.

Laten wij bidden voor onzer Opperherder Leo:

De Heer beware hem, behoude hem in het leven, make hem gelukkig op aarde en levere


16

ocr page 370

— 362 —

tradat eum in ani-mam inimicórum ejus.

yj Orèmus pro benefactóribus nos-tris:

Retribüere dig-nare, Dómine, óm-nibus nobis bona facièntibus propter nomen tuum vitam aetèrnam. Amen.

f Orèmus pro fidèlibus defünctis.

Pv Rèquiem aetèrnam dona eis, Dè-mine: et lux. per-pètua lüceat eis.

yj Requièscant in pace.

Amen.

f Pro fratribus nostris absèntibus.

Salvos fac servos tuos, Deus me-us, speramp;ntes in te.

hem niet over aan den wil zijner vij anden.

Bidden wij voor onze weldoeners:

Gelief, Heer, al len die ons om uwen naam (uwentwille) weldoen, mei het eeuwig leven te vergelden Amen,

Bidden we vooi de overleden ge-loovigen.

Heer, geef hun de eeuwige rust eti het eeuwig licht verschijne hun.

Mogen zij in vrede rusten.

Het zij zoo.

Voor onze broeders, die afwezig zijn.

Mijn God, maal uwe dienaren zalig die hunne hoop op


ocr page 371

— 363 —

if. Mitte eis, Dó-mine, auxilium de sancto.

Et de Sion tuère eos.

Dómine, exau-di oratiónem meam.

Pj.. Et clamor meus ad te vèniat.

f. Dóminus vo-biscum.

1^. Et cum spiri-tu tuo.

U vestigen.

Heer, zend hun hulp uit uw heiligdom (den hemel.)

En bescherm hen van uit Sion (den hemel.)

Heer, verhoor mijn gebed

En mijn geroep kome tot U.

De Heer zij met u.

en met uwen geest.


LAAT ONS BIDDEN.

God wien het eigen is, altijd barmhartig te zijn, en te sparen; neem onze smeekbede aan, opdat wij en al uwe dienaren, die de band der zonden gebonden houdt, door de ontferming uwer goedheid genadiglijk ontslagen worden.

Verhoor, bidden wij u. Heer. de gebeden van die tot u smeeken, en spaar

ocr page 372

— 364 —

hen, die hunne zonden belijden, opdat Gij ons gelijkelijk vergeving en vrede goedgunstig schenket.

Toon ons, Heer, goedgunstig uwe onuitsprekelijke barmhartigheid, opdat Gij ons tegelijk van alle zonden ontslaat en van de straffen, die wij er door verdiend hebben.

God, die door de zonden beleedigd en door boetvaardigheid verzoend wordt, zie genadig neer op de gebeden van uw smeekend volk, en wend de geesels van uwen toorn af, die wij door onze zonden verdienen.

Almachtige, eeuwige God, ontferm u over onzen opperherder N. N. (Leo), en leid hem volgens uwe goedertierenheid op den weg der eeuwige zaligheid : geef hem, dat hij datgene wensche, wat u behagelijk is, en dat ook uit geheel zijn vermogen volbrenge.

God, van Wien alle heilige verlangens, goede voornemens, rechtvaardige werken komen; geef uwen dienaren dien

ocr page 373

— 365 —

vrede, dien de wereld niet geven kan, opdat onze harten genegen zijn uwe geboden te volbrengen, en wij van vrees voor onze vijanden ontslagen, tijden beleven, die onder uwe bescherming rustig zijn.

Ontsteek, Heer, het vuur van den H. Geest in onze nieren en harten, opdat wij u met een kuisch lichaam dienen, en met een zuiver hart behagen.

God, Schepper en Verlosser aller ge-loovigen, schenk ?an de zielen uwer dienaren en dienaressen vergeving van alle zonden, opdat zij door deze godvruchtige beden de kwijtschelding erlangen, welke zij altijd verhoopt hebben.

Voorkom, Heer, (door uwe genade) al onze werken en help ze ten uitvoer brengen; opdat al onze gebeden en werken altijd met u beginnen, en alzoo begonnen, door u tot een goed einde gebracht worden.

Almachtige, eeuwige God, die Heer van levenden en dooden en barm-

ocr page 374

— 366 —

hartig zijt voor allen, die Gij weet dat door hun geloof en werken de uwen zullen zijn, nederig verzoeken wij U, dat allen, voor wie wij onze gebeden storten, èn zij, die nog in leven zijn èn zij die reeds gestorven zijn, door de voorspraak van al uwe Heiligen, vergeving van al hunne misslagen verkrijgen door de goedertierenheid uwer liefde. Door onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid van den H. Geest, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

il. Dóminus vo-biscum.

1^. Et cum spiri-tu tuo.

if. Exaudiat nos omnipotens et misè-ricors Dóminus. 1^. Amen. Et fidèlium ani-mae per misericór-diam Dei requiès-cant in pace.

De Heer zij met u En met uwen geest.

De almachtige en barmhartige God verhoore ons.

Het zij zoo.

En dat de zielen der geloovigen door Gods barmhartigheid in vrede rus-


ocr page 375

— 367

ten. Amen.

X.

Van Hemelvaart tot Pinksteren-

1.

SALUTIS HUMANAE SATOR.

Amen.

Salütis humènae Sator,

Jesu, voluptas cór-dium,

Orbis redèmpti Cónditor,

Et casta lux amamp;n-tium.

Qua victus es cle-

mèntia

Ut nostra ferres crimina?

Hersteller, Jesus, van ons lot

En onzer zielen hoogst genot,

Verlosser, Schepper, reine gloed Van 't harte, dat Gij vlammen doet.

Wat milde goedheid dreef U aan. Dat Gij, met onze schuld belaan,


ocr page 376

-

- 368 -

Mortem subirès ■ innocens,

A morte nos ut tolleres?

Onschuldig U ten offer boodt, Om ons te redden van den dood?

ë P

Perrumpis infèr-num chaos:

Vinctis catènas dètrahis;

Victor triümpho nóbili

Ad dèxteram Pa-tris sedes.

Gij dringt door d'onderaardschen nacht,

Verbreekt de boei van wie er smacht, En na die zege zetelt Gij

Verwinnend aan uws Vaders zij.

Te cogat indul-gèntia,

Ut damna nostra skrcias,

Tuique vultus compotes Dites beato lümine.

Daar dwinge uw liefde U onze scha Te boeten door uw heilgena,

Opdat uw godlijk aangezicht

Ons zalige in het hemellicht.

E

q

h

c d P

Tiv dux ad astra 1 ij et sèmita,

Sis meta nostris cördibus;

Wees Gij het einddoel van ons hart, Die gids en baan ten hemel werdt;

SI

si

a

ocr page 377

— 369 —

Sis lacrymkrum gaudium,

Sis dulce vitae pr^iemium. Amen.

Wees onze vreugde in alle ellend, En 't zoete loon aan 's levens end. Amen.


2.

0 REX GLORIAE.

O Rex glóriae, Dómine virtütum, qui triumphètor hèdie super omnes coelos ascendisti, ne derelinquas nos èr-phanos;

Sed mitte promis-sum Patris in nos, spiritum verititis, alleluja.

O Koning der heerlijkheid, Heer der machten; Gij, Die als Verwinnaar boven alle hemelen zijt opgeklommen, verlaat ons niet, weezen, (als wij nu zijn); maar zend in ons den Beloofde des Vaders, den Geest van waarheid, alleluja.


ocr page 378

— 370 —

3-

VIRI GALILAEI.

Viri Galilaèi, quid ; Mannen van Ga-admiramini, aspici- ; lilaea, waarom staat èntes in coelum? : gij verwonderd alleluja. naar den hemel te

zien? alleluja.

Quemadmodum ; Gelijk gij Hem vidistis eum ascen- ; hebt zien ten he-dentem in coelvim, : mei varen, zóó zal ita vèniet, alleluja. ; Hij komen, (ten : oordeel) alleluja.

4-

ascendit deus.

Ascèndit Deus in jubilatióne, et Dó-minus in voce tubae.

Dóminus in Sina, in sancto, ascèndens in altum, captivam duxit captivitatem. alleluja.

God is onder gejuich opgevaren en de Heer op den klank der trompet.

De Heer was op Sina, den heiligen berg; opklimmend (ten hemel) voerde Hij de gevangenen (uit het Voorgeborchte) weg, (met zich ten hemel.) alleluja.


ocr page 379

5-

VtGILIE VAN PINKSTEREN.

Vroeger werd het H. Doopsel toegediend alleen daags voor Paschen en daags voor Pinksteren, en daarna ook op dezen dag de vont gewijd.

De plechtigheden zijn dezelfde als die op Paaschzaterdag bij 't wij den des waters bl. 261, gebruikt worden, met dit verschil dat slechts zes Voorspellingen gelezen worden^ die alle min of meer betrekking hebben op het Doopsel; ook de gebeden zijn aan dezen dag eigen.

Om den langen duur wordt ook nu de !gt; Introitusquot; Begin der Mis, weggelaten.

A.

EERSTE VOORSPELLING.

In die dagen; God beproefde Abraham bl. 287.

ocr page 380

— 372 —

LAAT ONS BIDDEN.

God, die in de daad (opoffering zijns Zoons) van uwen dienaar Abraham een voorbeeld van gehoorzaamheid aan de menschen gegeven hebt, geef ons, de bedorvenheid van onzen wil te buigen, en uwe rechtmatige geboden in alles stipt te volbrengen. Door onzen Heer Jesus Christus enz.

TWEEDE VOORSPELLING.

In die dagen: het geschiedde in de morgenwake bl. 291.

Na deze wordt gezongen: Cantemus Domino, bl. 293.

GEBED.

God, die de wonderen in de eerste tijden gebeurd, door het licht van het nieuw verbond hebt uitgelegd, zoodat de Roode Zee het afbeeldsel is van de heilige vont, en het volk, uit de ver-

ocr page 381

- 373 —

drukking van Egypte verlost, het christen volk aanduidde, geef, dat alle volken, na de gunst (verlossing) van het Joodsche volk verkregen te hebben ,door de verdiensten des geloofs ook herboren worden door de mededeeling van den H. Geest. Door onzen Heer Jesus Christus, enz.

derde voorspelling.

In die dagen schreef Mozes een gezang. bl. 312.

Hierna worde gezongen; Attende coelum. bi. 314.

Gebed.

God, roem der geloovigen en leven der rechtvaardigen, die ook ons door uwen dienaar Mozes door het zingen van een heilig lied hebt doen onderwijzen, werk uwe barmhartigheid aan alle volken uit, door hun tevredenheid te schenken en de vrees van hen weg

ocr page 382

— 374 —

te nemen, opdat hetgeen als onze straf is uitgesproken, in een eeuwig heilmiddel verandere. Door onzen Heer Jesus Christus, enz.

Vierde Voorspelling.

Op dien dag zullen zeven vrouwen bl. 304.

Waarna; Tractus: Vinea bl. 306.

Gebed.

Almachtige, eeuwige God, die u door uwen eenigen Zoon getoond hebt als den stichter uwer Kerk, eiken wijngaardrank goed verzorgend, die in dezen zelfden uwen Christus, den waren wijnstok, vruchten draagt, opdat hij meer vruchten zou voortbrengen; geef, dat geene doornen van zonden de overhand krijgen over uwe geloovigen, die Gij door de bron des doopsels als een wijngaard uit Egypte gevoerd hebt, opdat zij, gesterkt door de heiliging van uwen Geest, met eenige vrucht verrijkt wor-

ocr page 383

— 375 —

den. Door denzelfden Jesus Christus enz.

Vijfde Voorspelling.

Hoor, Israël, de geboden des levens, bl. 297.

Gebed.

God, die ons door den mond der profeten geboden hebt, het tijdelijke te verlaten, en tot het eeuwige te spoeden; geef uwen dienaren, dat wij door ingeving van den hemel mogen volbrengen hetgeen wij als uw gebod kennen. Door onzen Heer enz.

Zesde Voorspelling.

In die dagen: de hand des Heeren, bl. 301.

Gebed.

Heer, God der krachten, die hetver-vallene opricht en het opgerichte staande

ocr page 384

— 376 —

houdt; geef, dat meer volken door de heiliging van uwen naam vernieuwd worden, opdat allen, die door het heilig doopsel gewasschen worden, altijd door uwe ingeving geleid worden. Door onzen Heer Jesus Christus, enz.

A/s de priester naar de vont gaat: Sicut Cervus, bl. 322.

GEBED VÓÓR DE WIJDING.

Geef, bidden wij u, almachtige God, dat wij, die de plechtigheid der gave van den H. Geest vieren, door hemel-sche verlangens ontstoken naar de bron des levens mogen dorsten. Door onzen Heer Jesus Christus enz.

Na de vontwijding Litanie van alle Heiligen bl. 333. De Kyrie wordt plechtig gezongen; vervolgens het * Gloria in excels isquot; aangeheven en vervolgd.

ocr page 385

— 377 —

GEBED.

Geef, smeeken wij u, almachtige God, dat de klister van uwen glans over ons schittere; en het licht van uw licht door de verlichting des H. Geestes de harten van hen versterke, die door uwe genade herboren zijn. Door onzen Heer Jesus Christus, enz.

VOORLEZING UIT DE HANDELINGEN DER APOSTELEN.

In die dagen: het geschiedde, dat toen Apollo te Corinthe was, Paulus na de bovenlanden afgereisd te hebben, te Ephese kwam en daar eenige leerlingen vond. Hij zeide tot hen; Hebt gij, die geloovigen geworden zijt, den H. Geest al ontvangen ? Maar zij zeiden tot hem : Maar wij hebben nooit gehoord, dat (er) een H. Geest is. En hij zeide hun: In wien zijt gij dan gedoopt? Zij zeiden: In het doopsel van Joannes. Paulus zeide dan: Joannes heeft met het

ocr page 386

— 378 —

doopsel van boetvaardigheid het volk gedoopt zeggende, dat zij zouden gelooven in hem, die na hem komen zou, namelijk in Jesus. Dit gehoord hebbende, zijn zij gedoopt in den naam van den Heer Jesus. En toen Paulus hun de handen had opgelegd, kwam de H. Geest over hen, en zij spraken talen en profeteerden. Alle mannen nu waren omtrent twaalf (in getal.) En hij ging in de Sy-nagoog, en sprak daar kloekmoedig gedurende drie maanden, redetwistend en leerend over het rijk Gods.

Alleluja (slechts ééns) en Confitemini. Alleluja wordt niet herhaald, maar aanstonds gezongen Laudate Dominum bl. 346.

VERVOLG VAN HET H. EVANGELIE VOLGENS DEN H. JOANNES.

In dien tijd; Jesus zeide tot zijne leerlingen: indien gij mij bemint, on-

ocr page 387

— 379 —

derhoudt mijne geboden. En ik zal den Vader vragen, en een anderen Trooster zal hij u geven, opdat hij met u blijve in eeuwigheid, de Geest der waarheid dien de wereld niet kan ontvangen, omdat zij hem niet ziet, noch. hem kent. Gij echter zult hem kennen, omdat hij bij u zal blijven, en in u zal zijn. Ik zal u niet als weezen achterlaten: ik zal tot u komen. Nog een weinig en de wereld ziet mij al niet meer. Gij echter ziet mij, omdat ik leef, en gij zult leven. Op dien dag zult gij kennen, dat ik in mijnen Vader ben, en gij in mij, en ik in u. Die mijne geboden heeft, en ze onderhoudt: hij is het, die mij bemint. Die nu mij bemint, zal door mijn Vader bemind worden; en ik zal hem beminnen en mijzelven aan hem openbaren.

Aan de Offerande.

Emitte spiritum : Zend uwen geest.

ocr page 388

— 380 —

tuum, et creabün-tur, et renovabis fè,-ciem terrae: sit gloria Dómini in saècula. Alleluja.

en zij zullen geschapen worden, en gij zult het aanschijn der aarde vernieuwen: blijve de heerlijkheid des Heeren' in eeuwigheid. Alleluja.


Stil gebed.

Heilig, bidden wij u, o Heer, de opgedragen offers: en reinig onze harten door de verlichting van den H. Geest. Door onzen Heer Jesus Christus, enz.

Communie.

Ultimo festivita-tis die dicèbat Jesus: Qui in me credit, flümina de ventre ejus fluent aquae vivae: hoc autem dixit de Spiritu, quern acceptüri erant, credèntes in eum, alleluja, alle-

Op den laatsten dag van het feest zeide Jesus: Die in mij gelooft,uit diens binnenste zullen stroomen van levend water vloei-jen: dit nu sprak hij van den Geest welken zij zouden


ocr page 389

- 38I -

ontvangen, die in hem gelooven, alleluja, alleluja.

Na de Communie.

De instorting van H. Geest, Heer, zuivere onze harten en make ze vruchtbaar door de inwendige besproeiing van zijn dauw. Door onzen Heer Jesus Christus, enz.

——mjock—

XI.

Pinksteren.

lüja.

i.

veni creator.

Veni, Creitor Spiritus,

Mentes tuórum visita,

Kom, Schepper, kom, o heilige Geest,

Hernieuw voor de uwen 't Pink-


ocr page 390

— 382 —

Imple supèrna grktia,

Quae tu creasti pèctora.

Qui diceris Pa-rüclitus,

Altissimi donum Dei.

Fons vivus, ignis, chiritas,

Et spiritklis ünctio.

Tu septifórmis münere,

Digitus Patèrnae dèxterae,

Tu rite promis-sum Patris,

Sermóne ditans güttura.

Accènde lumen sènsibus,

Infunde amórem córdibus, sterfeest,

Vervul met uw genadenvloed

De harten, die Gij kloppen doet.

Gij, die de Trooster wordt genoemd. En 's Allerhoog-sten gaaf geroemd. Gij, levensbron, en vuur, en gloed, En liefde, en zalving van 't gemoed.

Gods zevengave in 't ééne pand,

Gij, vinger van des Vaders hand, Beloofde als 's Vaders hoogste goed.

Die spreken leert en spreken doet.

Ontsteek uw licht voor hart en zin. Stort uwe liefde ons allen in;


ocr page 391

— 383 —

Infirma nostri corporis,

Virtüte firmans pèrpeti.

Hostem repèllas lóngius,

Pacèmque dones prótinus,

üuctore sic Te praèvio,

Vitèmus omne nóxium.

Per Te scikmus da Patrem,

Noscè,mus atque Filium,

Teque utriüsque Spiritum,

Cred^mus omni tèmpore.

Deo Patri sit gloria,

Et Filio, qui a mortuis

En sterk door uwe kracht altoos Het veege lichaam, krank en broos.

Verjaag den vijand verre heen.

En schenk ons zoeten vree meteen Geef dat wij, aan uw leiding trouw. Zoo mijden, al wat schaden zou.

Leer in uw licht, zoo als het hoort, Den Vader kennen en het Woord; In U, die Geest van beiden zijt.

Doe ons gelooven te allen tijd.

Lof zij den Vader en den Zoon, Die is verrezen uit de doön,


ocr page 392

— 384 —

Surrèxit, ac Pa-r^clito,

In saeculorum skecula. Amen.

En aan den Troo-ter, met hen één, Door de altijddurende eeuwen heen. Amen


VENI SANCTE SPIRITUS.

Veni Sancte Spiritus,

Et emitte coèlitus

Lucis tuae radium

Veni Pater pè.u-perum,

Veni dator müne-rum,

Veni lumen cor-dium

Consolktor optime,

Dulcis hospes animae,

Kom, o heilige Geest, daal weer; Zend uit 's hemels hooge sfeer Van uw licht de stralen neer.

Kom, o Vader mild en zoet. Kom, o drager van Gods goed. Kom, o licht van ons gemoed.

Allerzoetste troost op aard.

Gast der ziel, haar alles waard.


ocr page 393

385 -

'li lï

Dulce refrigèri-um

In labóre rèquies,

In aestu tempè-ries,

In fletu solatium.

O Lux beatissi-ma,

Reple cordis in-tima,

Tuórum fidèlium.

Sine tuo mimine,

Nihil est in hó-mine,

Nihil est inno-xium.

Lava quod est sórdidum

Riga quod est ^ridum,

Streeler, nooit geëvenaard.

Gij, bij 't werk verademing,

In de hitte om-lommering,

In de droefheid leniging.

Allerzaligst licht en gloed,

Schitter allen in 't gemoed,

Die Ge in U ge-looven doet.

Zonder uw gena-betoon

Is er niets in 's menschen zoon. Niets wat zuiver is en schoon.

Reinig, wat er werd besmeurd;

Drenk, wat dorrend kwijnt en

m

'ft!

iÉ

m L


17

ocr page 394

— 386 -

Sana, quod est siucium.

Flecte quod est rigidum,

Fove quod est frigidum,

Rege quod est dèvium.

Da tuis fidèlibus,

In te confidènti-bus,

Sacrum septeni-rium

Da virtütis mèri-tum

Da salütis èxitum

Da perènne gku-dium.

treurt;

Heel de wond, die 't hart verscheurt.

Buig, wat stijf is, met uw hand;

Gloei, wat koud is, door uw brand;

Leid, wat doolt, naar 't vaderland.

Geef, wie volgen naar uw leer

En op U vertrouwen, Heer,

't Heilig zevental ook weer.

Geef 't verdiende loon der deugd;

Geef bij 't sterven zaalge vreugd;

Geef het eeuwig heilgeneugt. Amen.


ocr page 395

— 3amp;7 —

3-

VENI SANCTE SPIRITUS.

Veni, Sancte Spi- ;Kom, Heilige Geest, ritus,

reple tuórum cor : Vervul de harten da fidèlium: uwer geloovigen

et tui amoris in en ontsteek in eis ignem accènde. hen het vuur uwer liefde.

Emitte spiritum Zend uwen Geest tuum, et creabiin- en zij zullen ge-tur; schapen worden.

En gij zult het Et renovabis fa- aanschijn der aarde ciem terrae. ; vernieuwen.

4-

CONFIRMA HOC.

Confirma hoe Deus, quod opera-tus es in nobis:

a templo tuo, quod est in Jerusalem, ti-bi ófferent reges

O God, bevestig dit, wat gij in ons hebt uitgewerkt:

in uwen tempel, te Jerusalem, dtór zullen koningen u


ocr page 396

- 388 -

münera. ; geschenken bren-

i gens'

Factus est repente.

Factus est repén-te de coelo sonus tamquam advenièn-tis spiritus vehemèn tis, ubi erant se-dèntes;

et replèti sunt Omnes spiritu sanc-to loquèntes magnolia Dei.

Plotseling ontstond van den hemel een geluid, als van een opkomenden hevigen wind, daar waar zij (de Apostelen) gezeten waren:

en allen werden vervuld van den H. Geest, en verkondigden de groote werken Gods.


1

Fili

ocr page 397

— 389 —

XII.

H. Drievuldigheid.

1.

JAM SOL RECEDIT.

Jam sol recèdit igneus;

Tu lux perènnis Unitas,

Nostris, beè,ta Trinitas,

Infunde amórem córdibus.

Te mane laudum carmine,

Te deprecamur vèspere,

Dignèris, ut Te siipplices

Laudèmus inter cóelites.

De vlammende avondzonne zinkt: Drieëenheid,licht, dat eeuwig blinkt In drie Personen, stort uw gloed En licht ons allen in 't gemoed.

Ons lied klonk 's morgens U ter eer En smeekt in d'a-vondstond U weer;

O God, geef dan deez' bee gehoor: U love ons lied in 's hemels koor.


Patri simülque Zij met den Va-Filio, der en den Zoon,

ocr page 398

— 39°

Tibique, sancte ; Den heilgen Geest

Spiritus, alle eerbetoon;

Sicut fuit, sit Hun zij, als vroe-

jügiter ger, te allen tijd

Saeclum per omme Onafgebroken lof

gloria. Amen. gewijd. Amen.

Benedictus es, Gezegend zijt Gij, Domine qui intuèris o Heer, die in de abyssos, et sedes afgronden schouwt, super Chèrubim. en boven Cherubijnen troont.

Benedictus es, Dó- Gezegend zijt Gij mine, in firmamènto Heer, in het uit-coeli, et laudabilis spansel des hemels in saècula. en lofwaardig m

eeuwigheid.

3-

TE DEUM LAUDAMUS.

Te Deum lauda- U, o God, loven mus,te Dóminum wij;

confitèmur. U, 0 Heer, belij

den wij.

2. Te, aetérnum Pa- U, eeuwige Vader

I.

ocr page 399

— 391 —

trem, omnis terra veneratur,

3. Tibi omnes An-geli, Tibi coeli et univèrsae pote-states;

4. Tibi Chèrubim et Sèraphim in-cessabili voce proclamant:

5. Sanctus, sanctus, sanctus, Dóminus Deus sabaoth.

6. Pleni sunt coeli et terra majesti-tis glóriae tuae.

7. Te gloriósus Apo-stolorum chorus,

. Te prophetarum laudabilis numerus,

9. Te niamp;rtyrum candidatus lau-dat exèrcitus

10. Te per orbem terrarum Sancta confitètur Ecclesia.

vereert de geheele aarde.

U roepen alle Engelen, de hemelen en alle machten;

Cherubijnen en Seraphijnen onophoudelijk toe:

Heilig, heilig, heilig de Heer, God der heerscharen.

Hemel en aarde zijn vol van de majesteit uwer heerlijkheid.

U loven de roemrijke schaar Apostelen, het lofwaardig tal profeten,

het schitterend heir martelaren.

U belijdt de Heilige Kerk over heel de aarde.


ocr page 400

— 392 —

11. Patrem immèn-sae majestatis,

12. Venerèndum tuum verum et Unicum Filium,

13. Sanctum quo-que Paraclitum Spiritum.

14. Tu, rex glóriae Christe.

Tu Patris sempi-tèmus es Filius.

15. Tu ad liberan-dum, susceptürus hominem, non horruisti Virginis uterum.

16. Tu devicto mortis acüleo, ape-ruisti credèntibus regna coelórum.

U, den Vader van onmetelijke majesteit,

Uwen aanbidde-lijken, waarachti-gen en eenigen Zoon.

En den Heiligen Geest den Trooster.

Gij zijt, Christus, de Koning der glorie.

Gij zijt de eeuwige Zoon des Vaders.

Gij zijt voor den schoot der Maagd niet teruggeschrikt toen Gij ter verlossing de mensch-heid zoudt aannemen.

Gij hebt den dood overwonnen, en aan de geloovigen het rijk der hemelen geopend.


ocr page 401

— 393 —

17. Tu ad dèxte-ram Dei sedes in glèria Patris.

18. Judex crèderis esse venturus.

19. t) Te ergo quaè-sumus, fümulis tuissübveni, quos pretièso sanguine redemisti.

20. Aetèrna faccum Sanctis tuis in glória numerèri.

21. Salvum fac pó-pulum tuum Dó-mine, et benedic haereditèiti tuae.

22. Et rege eos, et extólle illos usque in aetèrnum.

Per singulós dies benedicimus Te.

23. Et laudè,mus no-

Gij zijt gezeten aan de rechterhand Gods, in de glorie des Vaders.

Wij gelooven, dat Gij als Rechter zult komen.

Wij bidden u dan, kom uwe dienaren te hulp, die Gij door uw kostbaar bloed verlost hebt.

Mochten zij in eeuwigheid geteld worden onder uwe Heiligen.

Maak uw volk zalig, o Heer, en zegen uw erfdeel.

En heersch over hen, en verhef hen tot in eeuwigheid.

lederen dag loven wij U.

En wij prijzen


1) Dit behoort langzaam en geknield gezongen te worden.

ocr page 402

— 354 —

men tuum in saè-culum, et in saè-culum saèculi.

24. DignJire, Dó mine, die isto, sine peccato nos cus-todire,

25. Miserére nostri, Dómine, miserére nostri.

26. Fiat misericór-dia tua, Dómine, super nos; quern admodum spera-rimus in te.

27. In te, Dómine, sperèvi, non con-

fundar in aetérnum.

y,r. Benedicamus Patrem et Filium cum Sancto Spiritu.

Laudèmus,.et superexaltémus eum in saècula.

y. Benedictus es, Dómine, in firma-uwen naam in eeuwigheid der eeuwigheden.

Gelief, Heer, ons dezen dag vrij van zonde te bewaren.

Ontferm u onzer. Heer, ontferm u onzer.

Kome, Heer, uwe barmhartigheid over ons, zooals wij op u gehoopt hebben.

Op U, Heer, heb ik mijn vertrouwen gesteld; in eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden.

Zegenen wij den Vader en den Zoon en den H. Geest.

Loven en verheffen wij Hem in eeuwigheid.

Gezegend zijt Gij o Heer, in het uit-


ocr page 403

— 395 —

mènto coeli.

Et laudabilis, et gloriósus et su-perexaltatus in saè-cula.

Hf. Dótnine, exè,u-di oratiónem tneam.

1^. Et clamor meus ad te vèniat.

Hf. Dótninus vo-biscum.

1^. Et cum spi-ritu tuo.

spansel des hemels. En lofwaardig, en glorierijk en hoogverheven (zijt Gij) in eeuwigheid. Heer, verhoor mijn gebed.

En mijn geroep kome tot u. De Heer zij metu.

En met uwen geest.


Laat ons bidden.

God, wiens barmhartigheid eindeloos en wiens schat van goedheid onuitputtelijk is, wij danken uwe goedertieren majesteit voor de ontvangen weldaden en smeeken uwe goedheid, dat gij hen, wie Gij op hunne bede het gevraagde gaaft, niet verlaat, maar hen bereidt tot de toekomende belooning. Door

onzen Heer Jesus Christus, enz.

—•—

ocr page 404

— 396 —

XIII.

H. Sacraments-dag, Feest van het H. Hart.

i.

LAUDA SION.

i. Lauda, Sion,

Salvatorem, Lauda Diicem et

Pastórem, In hymnis et can-ticis;

Loof, o Sion, uw Behoeder,

Loof uw Herder, loof uw Voeder,

In gezang en jubellied :


2. Quantum potes. Loof zooveel als

tantum aude: gij kunt loven ;

Quia major omni Toch streeft Hij

laude, uw lof te boven;

Nee laudare suf- Hem volprijzen

ficis. kunt ge niet.

3. Laudis thema

speciklis,

Panis vivusetvitalis

Hódie propónitur.

't Brood, dat leeft en ons doet leven, Is aan ons tot stof gegeven Voor dien lofzang


ocr page 405

op deez' dag;

4. Quem in sacrae mensa coenae,

Turbae fratrum duo-dènae

Datum non ambi-gitur.

5. Sit laus plena, sit sonóra,

Sit jucünda, sit de-córa

Mentis jubilktio.

6. Dies enim solèm-

nis agitur, In qua mensae prima recolitur, Hujus institiitio.

7. In hac mensa

novi Regis, Novum Pascha novae legis.

Phase vetus tèrmi-'t Brood,dat Christus' volgelingen Aan het heilig maal ontvingen,

Dat voor 't laatst hen zamen zag.

Vol dan klinke, luidop druische,

Zaalgend streele, lieflijk ruische

't Loflied van het juublend hart;

Plechtig vieren wij toch heden Den gedenkdag van 't verleden. Toen deez' disch verordend werd.

Bij dien disch heeft Onze Heere', Zelf het Paasch-lam zijner ieere, 't Oude Paschen


ocr page 406

— 398 —

nat.

8. Vetustktem no-vitas,

Umbram fugat vè-ritas,

Noctem lux elimi-nat.

9. Quod in coena Christus gessit,

Faciéndum hoc ex-prèssit

In sui memoriam

10. Docti sacris in-stitütis,

Panem, vinum in salütis

Consecramus hó-stiam.

11. Dogma datur Christiinis,

Quod in carnem transit panis,

i uitgeleid;

't Nieuwe doet het : oude wijken, Waarheid 't schaduwbeeld bezwijken,

't Licht verbant de donkerheid.

Wat Hij deed bij 't avondmalen, Deed Hij ons na ; Hem herhalen.

Ter gedachtnis ; aan zijn dood;

Naar de macht, ; die Hij verpandde, ; Heilgen wij ter ; offerande

Onzer redding, ; wijn en brood.

Als geloofspunt ; doet hij leeren.

Dat het brood in ; 't Vleesch des Hee-


ocr page 407

— 399 —

Et vinum in San-guinem.

12. Quod non capis, quod non vides,

Animósa firmat fides

Praeter rerum órdi-nem.

13. Sub divèrsis specièbus,

Signis tantum, et non rebus,

Latent res eximiae.

14. Caro cibus, sanguis potus:

Manet tarnen Christus totus, Sub utrkque spècie.

r5. A sumènte non concisus, ren,

Wijn veranderd wordt in 't Bloed;

Falen brein en zintuig beiden, 't Vast geloof blijft onderscheiden,

Wat Gods won-derwerking doet.

Onder schijnsel weggeweken,

Die geen wezen zijn, maar teeken, Wordt het kostbaarste afgebeeld;

't Bloed is drank en 't Vleesch is spijze.

Maar in elk dier dubble wijze Blijft de Christus ongedeeld.

Wie Hem eet, laat Hem volkomen


ocr page 408

— 400 —

Non confractus, non

divisus;

Integer accipitur.

16. Sumit unus, su-munt mille:

Quantum isti, tantum ille; Nee sumptus con-sümitur.

17. Sumunt boni, sumunt mali;

Sorte tamen inae-

qukli,

Vitae, vel intèritus.

18. Mors est malis, vita bonis:

Vide paris sumptió-mis,

Quam sit dispar èxitus.

19. Fracto demum sacramènto,

Gansch, zooals Hij werd genomen Ongekneusd en ongedeerd;

Eet er één, of eten velen,

Allen mogen 't zelfde deelen,

Nooit verminderd nooit verteerd.

Braven, boozen eten beiden,

Maar hun lot is zeer verscheiden

't Leven eten ze of den dood;

't Is de dood voor Satans slaven. Maar het leven voor Gods braven; Zoo verschillend werkt dat Brood.

Ziet ge 't breken, wil niet beven.


ocr page 409

4°!

Ne vacilles, sed memènto,

Tantum esse sub fragmènto,

Quantum toto tè-gitur.

20. Nulla rei fit scissüra:

Signi tantum fit fractüra:

Qua nee status, nee statüra

Signiti minüitur.

21. Ecce panis an-gelórum,

Factus cibus via-tórum:

Vere panis filiórum,

Non mittèndus ca-nibus.

22. In figüris prae-signatur,

Maar gedenk steeds dat er even Veel in 't deelt-jen is gebleven

Als door 't gan-sche otnsluijerd wordt;

't Wezen zelf kan niemand breken;

Scheiding, die ge scbiedt in 't teeken, Laat Hem zeiven onbezweken,

In zijn grootte niet verkort.

Zie, het Brood der Englenkringen Werd de spijs der bannelingen:

Brood voorwaar van lievelingen Mag nooit spijs van bonden zijn.

Door der beelden schaduw brekend,


ocr page 410

— 402

Cum Isaac immo-

latur;

Agnus paschae de-

putamp;tur;

Datur manna pa-tribus.

23. Done pastor,

panis vere, Jesu,nostri miserére:

Tu nos pasce, nos

tuère Tu nos bona fac

vidère In terra vivèntium.

24 Tu, qui cuncta

seis et vales: Qui nos pascis hie

mortales:

Tuos ibi commen-

sales,

Cohaerèdes et sodales. Fac sanctorum ci-vium.

Reeds door Isaac's offer spreken.

Is 't in 't paasch-lam voorbeteekend En in 't manna der woestijn.

Goede Herder, Brood van't leven, Jesus, wil deez' gunst ons geven:

Voed ons, sterk ons bij het streven. Om ten hemel op te zweven.

Waar het land des levens is;

Heer en Meester aller dingen.

Die ons voedt, ons stervelingen. Maak dat wij U ginds omringen,

Mede-ervers feestelingen.

Met al de uwen, aan den disch.


ocr page 411

— 403 —

Amen. Alleluja. Amen.

Andere gezangen voor dezen feestdag. Zie Ve af deeling »Onder het Lof^

2.

H. HART.

Auctor beate saèculi

Christe, Redèmp-| tor ómnium,

Lumen Patris de | lürnine,

Deüsque verus de Deo.

Amor coègit te tuus

Mortcile corpus sümere,

Ut novus Adam rèdderes,

Quod vetus ille abstülerat.

O Christus, Schep per van den tijd. Gij, die ons aller Heiland zijt,

Gij 'sVadeis licht en stralend beeld, Waarachtig God, uit God geteeld.

Uw liefde, die geen weerstand duldt,

Dwong u om, met 't vleesch omhuld, Als nieuwere Adam al het leed Te boeten, dat ons de eerste deed.


ocr page 412

— 404 —

Ille amor, almus artifex

Terrae, marisque et siderum,

Errata patrum miserans,

Et nostra rum-pens vincula.

Non corde discè-dat tuo,

Vis illa amóris in-clyti:

Hoe fonte gentes haüriant,

Remissiónis grü-tiam.

Percüssum ad hoe est laneea,

Passümque ad hoe est vülnera,

Ut nos lavaret sordibus,

Unda fluènte et sèiiguine.

Decus Parènti et

Die liefde, godlijlc groot en teer,

Schiep aarde en zee en starrenheer, En brak, door Adam's val geroerd, De zware boei ons aangesnoerd.

o Dat zij uit uw Hart nooit wijk' Die liefde, in liefdewonden rijk:

Daar putte, wie gevallen is.

Daar, in die bron, vergiffenis.

't Gaf daarom aan de lans zich bloot, En liet zich wonden door haar stoot, Om ons te was-schen in zijn vloed, Eén stroom van water en var. bloed.

Zij aan den Va-


ocr page 413

— 405

Filio,

Sanctóque sit Spiritui,

Quibus potèstas, gloria.

Regnumque in om-ne est saèculum. Amen.

li

i

1

der en den Zoon En aan den Geest alle eerbetoon; Aan wie is macht en majesteit En heerschappij in eeuwigheid. Amen.


IMPR0PER1UM EXSPECTAVIT bladz. 205.

4-

DISCITE A ME.

Discite a me, quia mitis sum, et humi-lis corde:

et inveniètis requiem animabus vestris.

Leert van mij, dat ik zachtmoedig en ootmoedig van harte ben:

en gij zult rust vinden voor uwe zielen.


ocr page 414

— 406 —

XIV.

Op de Zondagen na Pinksteren.

LUCIS CREATOR.

Lucis Creator óp-time,

Lucem dièrum prófevens,

Primórdiis lucis novae,

Mundi parans o-riginem.

Qui mane junc-tum vèsperi,

Diem vociri praè-cipis,

Illè-bitur tetrum chaos,

Audi preces cum fletibus.

Liefdadig Schepper van het licht, Die dag aan dag zijn stralen richt;

Wiens macht toen de eerste lichtglans blonk,

Begin aan deze wereld schonk.

Gij, die als dag begroeten doet,

Wat d'uchtend bindt aan d'avond-gloed:

Weer daalt de zwarte chaos neer;

Hoor dan ons schreijend smee-ken. Heer.


Ne mens grava- Opdat niet onze

ocr page 415

— 407 —

ta crimine

Vitae sit exul munere,

:;ht, dag

:ht; oen lans

leze

Dum nil perènne cógitat, ep- I Sesèque culpis illigat.

Caelèste pulset ostium,

Vitóle tollat praè-mium:

Vitèmus omne dag nóxium,

Purgèmus omne ;end pèssimum.

jnd-

Praesta, Pater de piissime,

leer; Patrique compar ons ünice,

nee- I Cum Spiritu Parad ito,

Regnans perom-Dnze ne saèculum. Amen.

ziel van de aard

Vertrek' met zondenschuld bezwaard,

Terwijl zij de eeuwigheid vergeet En zwaarder kluisters voor zich smeedt:

Maar blij zich melde aan 's hemels poort

Voor 't levensloon, dat haar behoort; Laat ons vermijden al wat schaadt, Ons zuivrend van 't bedreven kwaad.

Geef dit, o Vader, mild en rijk,

Geef dit, o Eenge, Hem gelijk. Die beiden met den Trooster één, Regeert door eeuw en eeuwen heen.


ocr page 416

quot;ïjrijr :»s'ïi(rïgt;s' ïgt;s- quot;a r ^jr ï ff s squot; 'a c^jr'sc' quot;s Ï «■^

yiERDE ^FDEELING.

—ovooo*;—

prangen np ÖE p^9föa§L}n

DER

H. iMiiagtl

EN

Bij^oi)tlei'e lïeiUgei).

I.

Ter eere der H. Maagd.

i.

AVE MARIA. WEES GEGROET.

Ave Maria, gra- Wees gegroet,Ma-I tia plena; Dominus ria vol van gratie;!

ocr page 417

— 409 —

tecum; benedicta tu in mulièribus: et benedictus fructus ventris tui, Jesus.

Sancta Maria, Mater Dei.

Ora pro nobis, peccatóribus, nunc et in hora mortis nostrae. Amen.

de Heer is met U; gezegend zijt Gij boven alle vrouwen, en gezegend is de vrucht uws licbaams, Jesus.

Heilige Maria, Moeder Gods;

Bid voor ons zondaars, nu en in het uur van onzen dood. Amen.


's Avonds voor den eersten Zondag van den Advent tot Lichtmis.

ALMA RKDEIU'TURIS.

Alma Redemptó-ris Mater.

Quae pèrvia coeii porta manes;

Et Stella maris;

Succüre cadènti, sürgere qui curat, pópulo.

Tu, quae genuis- ;

Verheven Moeder des Verlossers, altijd opene poort des hemels, en ster der zee; Kom het vallend volk ter hulp, dat uit zijne boosheid op wil staan. Gij, die tot ver-18


ocr page 418

— 41° —

ti, natüra mirante, tuum Sanctum Ge-nitórem. Virgo prius ac postèrius; Ga-brièlis ab ore su-mens illud ave, peccatórum miserére.

wondering der natuur uwen Schepper gebaard hebt, en altijd Maagd zijt gebleven. Gij, die uit Gabriels mond dezen groet hooren mocht, heb medelijden met de zondaars.


Vóór Kerstmis.

Angelus Dó-mini nuntiavit Ma-riae.

1^. Et concépit de Spiritu Sancto.

De Engel des Hee-ren heeft aan Maria geboodschapt. En zij heeft ontvangen van den H. Geest.


GEBED.

Stort, Heer, uwe genade in onze harten; opdat wij, die door de boodschap des Engels de menschwording van Christus, uwen Zoon, gekend hebben, door zijn kruis en lijden tot de heerlijkheid der verrijzenis mogen gebracht worden.

ocr page 419

— 4ii —

Door dezelfden Christus, onzen Heer. Amen.

Na Kerstmis.

i'. Post partum, Virgo, inviolata permansisti.

Ij,. Dei gènitrix, intercède pro nobis.

Na uwe baring, o Maagd, zijt Gij onbevlekt gebleven.

Moeder Gods, bid voor ons.


GKBED.

O God, die die door de vruchtbare maagdelijkheid van Maria de gaven der eeuwige zaligheid aan de menschen hebt geschonken, geef, bidden wij, dat wij hare voorspraak mogen ondervinden, door wie wij verdiend hebben den Gever des levens te ontvangen, Jesus Christus, uwen Zoon. Amen.

3-

Van Lichtmisdag tot Witten Donderdag.

ocr page 420

AVE REGINA.

Ave, Regina coe-; lèrum; Ave, Dómi-na Angelórum;

Salve Radix; salve porta, ex qua mundo lux est orta.

Gaude, Virgo glo-riósa, super omnes speciósa.

Vale, o valde decora, et pro nobis Christum exóra.

yi. Dignare me laudare te, Virgo sacrata.

Da mihi vir-tütem contra hostes tuos.

Wees gegroet, Hemelkoningin; wees gegroet Opper vorstin der Engelen.

Gegroet gij, Wortel en poort, waaruit het licht voor de wereld is gesproten.

Verblijd u roemwaardige, en boven allen in schoonheid verhevene Maagd.

Wees gegroet, schoonste der Maagden, en bid Christus voor ons.

Gewaardig, dat ik u love, o H. Maagd.

Geef mij sterkte tegen uwe vijanden.


GEBED.

Barmhartige God, wil onze zwakheid

ocr page 421

— 413 —

ondersteunen, opdat wij, die de gedachtenis der H. Moeder Gods vieren, door de hulp van hare voorspraak uit onze zonden mogen opstaan. Door den-zelfden Christus, onzen Heer. Amen.

Van Paaschzaterdag tot daags voor H. Drievuldigheid.

REGINA CO EU.

Regina coeli, lae-tare, alleluja.

Quia quern me-ruisti portare, alleluja.

Resurrèxit, sicut dixit, alleluja.

Ora pro nobis Deum, alleluja.

il. Gaude et lae-tare. Virgo Maria, alleluja.

Verheug U, Koningin des hemels, alleluja.

Omdat Hij, Dien gij waardig geweest zijt te dragen, alleluja.

Is verrezen, gelijk Hij gezegd heeft, alleluja.

Bid God voor ons, alleluja.

Verheug en verblijd u, o Maagd Maria, alleluja.


ocr page 422

— 414 —

ty. Quia surrèxit Dè-minus vere, alleluja.

Want de Heer is waarlijk verrezen, alleluja.


GEBED.

God, die u gewaardigd hebt de wereld te verblijden door de verrijzenis van uwen Zoon, onzen Heer Jezus Christus ; geef, bidden wij, dat wij door zijne Moeder, de Maagd Maria, de vreugde van het eeuwig leven mogen bekomen. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.

Van daags vóór H. Drievuldigheid tot daags vóór den Advent.

SALVE REGINA.

Salve Regina, Mater misericórdiae;

Vita, dulcèdo, et spes nostra, salve.

Wees gegroet, Koningin, Moeder van

barmhartigheid; ons leven, onze zoetheid,onze hoop.


ocr page 423

— 4i5 —

Ad te clamamus, éxules, filii Evae.

Ad te suspiri-mus, gemèntes et flentes in hac la-crymarum valle.

Eja ergo, advo-cata nostra, illos tuos misericordes óculos ad nos con-vèrte.

Et Jesum, bene-dictum fructum ventris tui nobis post hoe exsilium ostèn-de.

O clemens,

O pia,

O dulcis Virgo, Maria.

Ora pro nobis, sancta Dei Gènitrix.

Py. Ut digni ef-ficiè,mur promissió-nibus Christi.

wees gegroet.

Tot u roepen wij ballingen, kinderen van Eva.

Tot u smeeken wij, zuchtend en weenend in dit dal van tranen. Daarom dan, onze voorspreekster, sla op ons uw zoo barmhartige oogen.

En toon ons, na deze ballingschap Jesus, de gezegende vrucht uws lichaams. O goedertierene, Ü meedoogende, O Zoete Maagd Maria.

Bid voor ons, o H. Moeder Gods.

Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.


ocr page 424

4i6 —

GEBED.

Almachtige, eeuwige God, die door de medewerking van den H, Geest, het lichaam en de ziel der roemwaardige Maagd en Moeder Gods Maria tot eene waardige woonplaats van uwen Zoon bereid hebt, geef, dat wij, die ons in het aandenken aan Haar verblijden, door hare genadige voorspraak van alle dreigend kwaad en van den eeuwigen dood bevrijd worden. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.

6.

ANGELUS DOMINI.

Angelus Domini nuntiavit Mariae

Et concèpit de Spiritu Sancto.

Ecce ancilla Do-mini

De Engel des Heeren heeft aan Maria geboodschapt.

En zij heeft ontvangen van den H. Geest.

Zie de dienstmaagd des Hee-


ocr page 425

— 4i7 —

Fiat mihi secundum verbum tuum.

Et Verbum caro factum est,

Et habitavit in nobis

ty. Ora pro nobis, Sancta Dei Gènitrix

I^.. Ut digni effi-ciamur promissiöni-bus Christ!.

ren.

Mij geschiede naar uw woord.

En het Woord is vleesch geworden, En het heeft onder ons gewoond. Bid voor ons. Heilige Moeder Gods.

Opdat wij waardig worden der beloften van Christus.


LAAT ONS BIDDEn.

Wij bidden u. Heer, stort uwe genade in onze harten, opdat wij, die door de boodschap des Engels de mensch-wording van Christus, uwen Zoon, gekend hebben, door zijn lijden en kruis tot de heerlijkheid der verrijzenis geraken. Door Christus onzen Heer. Amen.

MAGNIFICAT.

i. Magnificat ani- Mijne ziel verheft

ocr page 426

— 4i8 —

ma meaDóminum.' den Heer.

2. Et exuMvit spi- En gejubeld heeft ritus meus * in mijn geest * in Deo salutamp;ri meo. God, mijn Zaligmaker.

3. Quia respèxit hu- Omdat Hij neer-militatem ancillae zag op de gering-suae ecce enim heid zijner dienst-ex hoe beatam maagd ;S

me dicent om- Want ziet, van nes generatiónes. nu af zullen alle geslachten mij zalig noemen.

4. Quia fecit mihi Omdat Hij groote magna, qui po- dingen aan mij ge-tens est * daan heeft, Hij die

machtig is *

et sanctum nomen en heilig is zijn ejus. naam.

5. Et misericórdia En zijne barmhar-ejus a progèniein tigheid is van ge-progènies * slacht tot geslacht *

timèntibus eum. over hen, die Hem vreezen.

6. Fecit potèntiam Hij heeft kracht in brachio suo; * uitgewerkt door

zijnen arm: *

dispèrsit superbos verstrooid heeft

ocr page 427

— 4i9 —

mente cordis sni.

7. Depósuit potèn-tes de sede; *

et exaltavit hümi les

8. Esurièntes itnplu-vit bonis, *

et divites dimisit inènes.

g. Suscèpit Israel, püerum suum;*

recordatus mise-ricórdiae suae.

10. Sicut locutus est ad patres nos-tros; *

Abraham et sèmini ejus in saècula.

11. Gloria Patri et Filio *

et Spiritui Sancto. Sicut erat in prin-

Hij de hoovaardi-gen in de gedachten huns harten.

Machtigen heeft Hij van den troon gezet, *

en nederigen verheven.

Hongerigen heeft Hij met goederen vervuld *

en rijken ledig weggezonden.

Israël, zijnen dienaar, heeft Hij aangenomen :i!

Zijner barmhartigheid indachtig.

Gelijk Hij tot onze Vaderen gesproken heeft ,*

tot Abraham en zijnenakomelingen in eeuwigheid.

Eere zij den Vader en den Zoon * en den H. Geest. Gelijk het was in


ocr page 428

420 —

cipiö, et nunc et het begin, en nu,

semper; en altijd

et in saècula sae- en in de eeuwen

culorum. Amen. der eeuwen. Amen.

8.

LITANIE VAN ONZE LIEVE VROUW.

Kyrie elèison

Christe elèison

Kyrie elèison

Christe, audi nos Christe, exaüdi nos

Pater, de coelis Deus, miserére nobis

Fili, Redèmptor mundi Deus, miserére nobis.

Spiritus Sancte, Deus, miserére nobis Sancta Trinitas, u-

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus verhoor ons.

God, Vader in den hemel, ontferm U onzer.

God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer

God, H. Geest, ontferm U onzer

Heilige Drievuldig-


ocr page 429

nus Deus, mise- ^ rère nobis.

Sancta Maria, ora

pro nobis Sancta Dei Gè-

nitrix Sancta Virgo Vir-

ginum.

Mater Christi,

Mater divinaegra-tiae.

Mater purissima, C p

Mater castissima, ^ o

Mater inviolata, § Mater intemerata, quot; Mater amkbilis. Mater admirabilis Mater Creatoris, Mater Salvatóris,

heid, één God, ontferm U onzer Heilige Maria, bid

voor ons. H.Moeder Gods,

H. Maagd der

Maagden, Moeder van

Christus,

Moeder der goddelijke genade. Allerreinste S Moeder, ^ Allerzuiverste o Moeder, ° Ongeschondene o Moeder, y Onbevlekte Moeder, Beminnelijke

Moeder, Wonderbare

Moeder,

Moeder des Scheppers, Moeder des Zaligmakers,


ocr page 430

— 422 —

Virgo prudentls-

sima,

Virgo veneranda,

Virgo praedican-da,

Virgo potens,

Virgo clemens,

Virgo fidèlis

Spèculum justi-O

tiae, ^

■ö •-f

Sedes sapièntiae, 0

3 O

Causa nostrje lae- 5quot;.

titiae, ■

Vas spirituale, Vas honorabile, Vas insigne devo-

tiónis,

Rosa mystica,

Turris üavfdica, Turris ebürnea, Domus aürea, Foèderis area,

Allervoorzichtigste Maagd, Eerwaardige

Maagd, Lofwaardige Maagd, Machtige Maagd, Goedertieren

Maagd, Getrouwe Maagd,

Spiegel van S rechtvaardig- ^ heid, o

Zetel der wijs- ° heid, o

Oorzaak onzer « blijdschap. Geestelijk vat. Eerwaardig vat, Schoon vat van

godsvrucht. Geheimzinnige

roos,

Toren van David, Ivoren toren. Gulden Huis, Ark des Ver-


ocr page 431

— 423 —

Janua coeli,

Stella matutina, Salus infirmórum,

Refügium pecca-

tórum, Consolatrix afllic-

tórum,

Auxilium christi-

anórum,

Regina Angeló- O rum, ^

Regina Patriar-quot;®

ch^rum,

Regina Propheta- § rum, 2!

Regina Apostoló-quot;

rum,

Regina Martyrum

Regina Confes-

sórum,

Regina Virginum,

Regina Sanctorum omnium, Regina sine labe

bonds.

Deur des hemels, Morgenster, Behoud der zieken.

Toevlucht der

zondaren, Troosteres der

droeven,

Hulp der Christenen,

Koningin der Engelen,

Koningin der

Aartsvaders, Koningin der Profeten,

Koningin der

Apostelen, Koningin der

Matelaren, ; Koningin der Belijders, Koningin der

Maagden, Koningin van alle

Heiligen, Koningin zonder


ocr page 432

- 424 —

concèpta, q Regina sacratis- 3 simi Rosarii, -g

3

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi: Paree nobis, Dó-mine.

Agnus Dei, qui tollis pecckta mundi: Exaudi nos, Dó-mine.

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi: Miserére nobis

Christe, audi nos. Christe, exaudi nos.

vlek ontvangen, W Koningin van g den allerheilig- g sten Rozen- o krans, S

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons. Heer.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt. Verhoor ons, Heer.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt. Ontferm U onzer. Christus, hoor ons. Christus, verhoor ons.


9-

AVE .MARIS STELLA.

Ave maris Stella, Dei Mater alma.

Wees gegroet, o Zeestar,

, Moeder van den ' Heere,


ocr page 433

— 425 —

Atque semper Virgo,

Felix coeli porta.

Sumens illud Ave,

Gabrièlis ore,

Fundanos in pace,

Mutans Evae no-men.

Solve vincla reis,

Profer lumen cae-cis,

Mala nostra pelle. Bona cuncta posce.

Monstra te esse Matrem,

Sumat per te pre-ces,

Immer reine Maagd,

Hemelpoort vol eere.

De Engel deelde U 't Ave Van den hemel, mede.

Maak dat omgekeerde,

Eva ons ten vrede.

Slaak de boei der schulden:

Schaf weer licht den blinden; Doe ons, vrij van 't kwade.

Al wat goed is vinden.

Toon ü immer Moeder,

Moog door u ons hooren.


ocr page 434

Qui pro nobis natus,

Tulit esse tuus.

Virgo si-gularis, Inter omnesmitis,

Nos culpis solütos i

Mites fac et castos.

Vitam praesta puram,

Iter para tutum,

Utvidèntesjesum

Semper collaetè-mur.

Sit laus Deo Patri,

Summo Christo decus,

Spiritui Sancto

Hij, die ons ter redding.

Uit u werd geboren.

Ongelijkbre Maged Boven al aanminnig Maak ons vrij van zonden,

Zuiver en zachtzinnig.

Leer ons vlekloos leven.

Veilig onze gangen,

Om met u bij

Jesus

De eeuwige vreugd te erlangen.

Lof zij aan den Vader,

Christus ook, den Heere,

En den heiligen Trooster,


ocr page 435

— 427 —

Tribus honor u- Den Drieëne ééne nus. Amen. eere. Amen.

io.

O GLORIOSA VIRGINUM.

O gloriósa Vir-ginum,

Sublimis inter sidera,

Qui te creavit, parvulum

Lactènte nutris ubere.

Quod Eva tris-tis ibstulit,

Tu reddis almo gèrmine:

Intrent ut astra flèbiles,

Coeli reclüdis cardines.

o Aller maagden roem en eer, Verheven boven 't starrenheer, Hem, die u schiep, der heemier. Vorst, Voedt Gij, als zuigeling, aan uw borst.

Het heil, dat Eva deed vergaan. Biedt ge in uw eedlen spruit weer aan;

Voor ons, die weenden in het stof,

Ontsluit uw hand het hemelhof.


ocr page 436

42$

Tu Regis aid jknua,

Et aula lucis ful-gida,

Vitam datam per Virginem,

Gentes redèmp-tae plaüdite.

Jesu, tibi sit gloria, Qui natus es de Virgine,

Gum Patrê et al-mo Spiritu, In sempitèrna specula. Amen.

Gij zijt des groeten Konings poort, Zijn hof van stralend licht door-gloord:

Verlosten, juicht: want uit de Maagd Is u weer 't leven opgedaagd.

U, Jesus, zij de lof gewijd,

Die uit de Maagd geboren zijt,

U, met den Geest en Vader één,

Door de altijddurende eeuwen heen. Amen.


i r.

TOTA PULCHRA.

Tota pulchra es, Maria.

Et macula origi-nèilis non est in te.

Geheel schoon zijt Gij, o Maria.

En de erfsmet is niet in u.


ocr page 437

— 429 —

Tu gloria Jerusalem,

Tu laetlti a Israel,

Tu honorificèntia pópuli nostri,

Tu advocètta pec-catèrum.

O Maria,

Virgo prudentis-sima,

Virgo clementis-sima,

Ora pro nobis, Intercède pro nobis ad Domituim Jesum Christum.

groo-loort stra door

Gij (zijt) de roem van Jerusalem.

De vreugd van Israel,

De eer van ons volk,

Voorspreekster der zondaars.

O Maria, Allervoorzichtigste Maagd,

Goedertierenste Maagd,

Bid voor ons. Wees onze voorspraak bij onzen Heer Jesus Christus.


SUB TUUM PRAESIDIUM.

Sub tuum prae-sidium confügimus, sancta Dei Gèni-trix;

nostras depreca-tiónes ne despicias

Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, H. Moeder Gods, versmaad onze beden niet in onze


ocr page 438

— 43° —

in necessitatibus nostris;

Sed a periculis cunctis libera nos semper, Virgo glo-riósa et benedicta.

Dómina nostra, Mediatrix nostra, Advocata nostra, tuo Filio nos reconcilia, tuo Filio nos com-mènda; tuo Filio nos repraesènta.

noodwendigheden:

maar, o roemwaardige en gezegende Maagd, verlos ons altijd van alle gevaren.

O onze Meesteres, onze Middelaarster, onze Voorspreekster, verzoen ons met uwen Zoon, beveel ons aan uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon.


13-

S. MARIA, SUCCURRE.

Saricta Maria, succürre miseris;

juva pusillanimes, rèfove flèbiles, era pro pópulo, intèr veni pro clero,

H. Maria, kom de ongelukkigen te hulp;

help de kleinmoe-digen, bemoedig de zwakken, bid voor het volk, spreek voor de


ocr page 439

— 431 —

intercède pro de-vóto femineo sexu:

sèntiant omnes tuum juvamen, qui cünque cèlebrant tuam sanctam com-memoratiónem.

geestelijken,

wees de voorspraak der godvruchtige vrouwen mochten allen, die uw heilig aandenken vieren, uwe hulp ondervinden.


II.

Ter eere van den H. Jozef.

(19 MAART.)

I.

TE JOSEPH CELEBRENT.

Te Joseph cèle-brent èigmina coèli-tum,

Te cuneti rèso-nent Christiadum chori,

U, Joseph, moet het heir der Hemelingen roemen, U prijzen 't ju-blend koor van wie zich Christnen noemen,


ocr page 440

— 432 —

Qui clarus mè-ritis junctus es in-clytae

Casto foèdere Virgini.

Almo cum tümi-dam gèrmine con-jugetn,

Admirans, dübio tüngeris anxius,

Afflatu süperi Fliminis Angelus,

Concèptum püe-rum docet.

Tu natum Domi-num stringis ad dexteras

Aegypti prèfu-gum, tu sèqueris plagas;

Amissum Sóly-

U, die in deugden rijk, door 't zuiverst echtverbond

De moedermaagd ter zijde stond.

Als 't zichtbaar teeken van het goddelijk bevruchten U met verbazing slaat, en 't weiflend hart doet zuchten. Meldt U Gods Engel, dat die wondere ontvangenis

Het werk des heil-gen Geestes is.

Den pasgeboren Heer sluit gij in de open armen.

Gij blijft Hem, als Hij vlucht, in 't verre Egypt beschermen, In Salem zoekt

mis q venis. Mis flètibu

Pos liquos consec Pali rites g

Tu ris pai

Mir ior.

Nol Frias, ibus, Da

is sic

Ut los ti


ocr page 441

433 —

mis quaeris, et in-Ivenis,

Miscens g^udia flètibus

Post mortem rè-liquos mors pia cónsecrat,

Palmkmque emè-ritos glória süscipit;

eug-r 't

agd

3aar *od-iiten zing lend iten, lods die nge-

heil-1

Tu vivens, süpe-ris par, friieris Deo,

bei

eren n de

[em, t, in ; be-

oekt

Mira sorte Iior.

Nobis, Summa rias, paree precin-ibus.

Da Joseph mèri-is sidera scimdere:

Ut tandem liceat los tibi pèrpetim ge droef 't verloren godlijk Kind,

En juicht als gij Het wedervindt.

Een zalig sterven slechts wijdt an-dren aan de glorie, En voert hen met den palm ter eeuwige victorie.

Maar gij, den Hemeling gelijk, door 't zaligst lot.

Geniet op aarde reeds uw God.

Wil, o drieëenige God, genadig ons verhooren.

Voer ons, om Joseph's deugd, in 't rijk der Englen-koren.

Opdat we er eenmaal 't lied der blijde dankbaarheid


I9

ocr page 442

— 432 —

Qui clarus mè-ritis junctus es in-clytae

Casto foèdere Virgini.

Altno cum tümi-dam gèrmine cón-jugem,

Admirans, dübio tkngeris anxius,

Afflatu süperi Flkminis Angelus,

Concèptum püe-rum docet.

Tu natum Dömi-num stringis ad dexteras

Aegypti prófu-gum, tu sèqueris plagas;

Amissum Sóly-

U, die in deugden rijk, door 't zuiverst echtverbond

De moedermaagd ter zijde stond.

Als 't zichtbaar teeken van het goddelijk bevruchten U met verbazing slaat, en 't weiflend hart doet zuchten. Meldt U Gods Engel, dat die wondere ontvangenis

Het werk des heil-gen Geestes is.

Den pasgeboren Heer sluit gij in de open armen.

Gij blijft Hem, als Hij vlucht, in 't verre Egypt beschermen, In Salem zoekt


ocr page 443

— 433

mis quaeris, et in-venis,

Miscens gè,udia flètibus

Post mortem rè-liquos mors pia cónsecrat,

Palrnkmque emè-ritos gloria süscipit;

Tu vivens, supe-ris par, früeris Deo,

Mira sorte bea-tior.

Nobis, Summa Trias, paree precè,n-tibus,

Da Joseph mèri-tis sidera scandere:

Ut tandem liceat nos tibi pèrpetim ge droef 't verloren godlij k Kind,

En juicht als gij Het wedervindt.

Een zalig sterven slechts wijdt an-dren aan de glorie, En voert hen met den palm ter eeuwige victorie,

Maar gij, den Hemeling gelijk, door 't zaligst lot. Geniet op aarde reeds uw God.

Wil, o drieëenige God, genadig ons verhooren.

Voer ons, om Joseph's deugd, in 't rijk der Englen-koren,

Opdat we er eenmaal 't lied der blijde dankbaarheid


19

ocr page 444

— 434 —

Gratum prómere c^nticum. Amen.

Doen rijzen voor uw Majesteit. Amen.


Domine, praevenisti eum.

Dómine, praevenisti eum in bene-dictiónibus dulcè-dinis.

Posuisti in cèpite ejus corènam de lèpide pretióso;

Vitam pètiit a te; et tribuisti ei longi tüdinem dièrum in saèculum saèculi.

Heer, Gij hebt Hem voorkomen met zoete zegeningen.

Gij zettet op zijn hoofd eene kroon van kostbaar gesteente ;

Om het leven heeft hij u gebeden; en Gij hebt zijne dagen verlengd voor eeuwig en altijd.


Missus est.

Missus est Ange- ! De Engel Gabriel lus Gübriel a Dèo | is door God ge-

ocr page 445

— 435 —

ad Virginem des-ponsatam viro, cui nomen erat Joseph, de domo David, et nomen Virginis Maria.

zonden tot eene Maagd, die verloofd was aan een man, met name Jozef, uit het huis (geslacht) van David, en de naam der Maagd is Maria.


Angelus Domini.

Angelus Dómini apparuit Joseph, di-cens; Joseph, fili David, noli timère accipere Mariam cónjugem tuam: quod enim in ea na-tum est, de Spiritu Sancto est: pariet autem Filium, et vocabis nomen ejus Jesum.

Een engel des Heeren verscheen aan Jozef en zeide; Jozef, zoon van David, vrees niet Maria tot uwe echt-genoote te nemen: want hetgeen in haar geboren is, is uit den H. Geest; zij nu zal een Zoon baren en gij zult zijn naam Jesus noemen.


ocr page 446

— 436 —

CONSTITUIT EUM.

Constituit eum dominum domus suae;

et principem om-nis possessionis suae.

Hij (God) stelde hem dan tot heer van zijn huis;

tot overste van al zijne bezitting.


III.

Ter eere der HH. Petrus en Paulus.

(29 JUNI.)

I.

DECORA LUX.

Decora lux aeter-nitótis. auream

üietn beatis irri-

Een feestlijk schit-terlicht, aan de eeuwigheid ontvloeid,

Heeft met zijn


ocr page 447

— 437 —

gavit ignibus,

Apostolórum quae corónat principes,

Reisque in astra liberam pan dit viam.

Mundi Magister, atque coeli Janitor,

Romae parentes, arbitrique gèntium,1

Per ensis ille, bic per Crucis victor necem,

Vitae sensatum laurekti póssident.

O Roma felix, quae duórum prin-cipum.

zaalgen glans den gulden dag om-gloeid,

Die aan de Prinsen der Apostlen 't glorieloon En aan de zondaars biedt den toegang tot hun woon.

Der volken Lee-raar en de Sleutelknecht van God, Zij, Rome's Vaders, en Beslissers over 't lot Der volken, zijn den weg ter glorie opgesneld,

Door zwaard of kruisdoodstraf verwinnaars van 't geweld.

Gelukkig Rome, door den eedlen martelstrijd


ocr page 448

— 438 —

Et consecrata glo-riöso sanguine:

Horum cruóre purpurata, cèteras

Excèllis orbis u-na pulchritüdines.

Sit Trinitati sem-pitèrna gloria,

Honor, potèstas, atque jubilètio,

In unitate, quae gubèrnat omnia,

Per univèrsa sae-culórum saècuJa. Amen.

Dier beide Prinsen Gods tot heilige stee gewijd, Gepurperd door dat Bloed streeft gij in glans en gloor Alleen al 't schoon der aard door hoo-ger schoonheid voor.

Drieëenig God, U zij voortdurend eerbetoon En oppermacht en hulde in 't juichend lied geboón;

U, die in wezen één, den loop der wereld leidt.

Al de eeuwenreeksen door der eindlooze eeuwigheid. Amen.


ocr page 449

439 —

BEATE PASTOR.

Beate Pastor Petra, clemens accipe

Voces precantum criminiimquevincula

Verbo resolve, cui potèstas tradita

Aperire terris coelum, Jipertum cliludere.

Sit Trinitè,ti sem-pitèrna gloria,

Honor, potèstas atque jubilatio,

In imitate, quae gubèrnat omnia.

Per univèrsa ae-o Zalig Herdervorst, neem onze smeekbee aan, Wil van de boei der zonde ons door uw woord ontslaan, Gij, die de macht ontvingt om 's hemels zaalge poort Voor de aard te ontsluiten, of te sluiten waar 't behoort.

Drieëenig God, U zij voortdurend eerbetoon En hulde en oppermacht in 't zeegnend lied gehoon,

U, die in wezen één, den loop der wereld leidt Al de eeuwen-


ocr page 450

— 440 —

ternitJitis saecnla.

Egrègrie Doctor Paule, mores instrue

Et nostra tecum pèctora in coelum trahe:

Velata dum meridiem cernat fides,

Et solis instar, sola regnet Ch^ritas.

Sit Trinitkti sem-pitèrna gloria,

Honor, potèstas, atque jubilatio.

In unit^te, quae gubèrnat órania, reeksen door der eindlooze eeuwigheid.

Uitmuntend Lee-raar, vorm ons leven naar uw leer, o Paulus, trek ons hart met u naar hooger sfeer, Tot voor 't om-floersd Geloof de heldre middag straal'.

En liefde alleen regeere in vollen zonnepraal.

Drieëenig God, u zij voortdurend eerbetoon En hulde en oppermacht in 't zeegnend lied ge-boon,

U, die in wezen één, den loop der wereld leidt


ocr page 451

— 441 —

Per univèrsa aeter-nitatis saècula.

Al de eeuwenreeksen door der eind-looze eeuwigheid. Amen.


QUODCUNQUE IN ORBE.

Quodcünque in or-be nèxibus revinxe-ris,

Erit revinctnm, Petre, in area side-rum :

Et cjuod resólvit hic potèstas tradita,

Erit solütum coeli in alto vèrtice:

In fine mundi ju-dicabis saèculum.

Patri perènne sit per aevum gloria, o Petrus, wat op aard uwe uitspraak binden moog'.

Het blijft gebonden voorliet rechtshof van omhoog;

En wat ge ontbinden zult door de u betrouwde macht

Wordt voor Gods hemeltroon ontbonden door die kracht: Voor uwe rechtbank zal — eens staan het gansche heelal.

Door de eeuwen heen zij aan den


ocr page 452

— 442 —

Tibique laudes concinamns inclytas,

Aetèrne Nate; sit supèrne spiritus,

Honor tibi, decüs-que jügiter

Laudètur omne Trinitas per saècu-lum. Amen.

Vader lof geboón; Lof klinke in onzen zang, die U, o 's Vaders Zoon, In 't licht der glorie prijst; lof zij ten allen tijd Aan God den heilgen Geest, den T rooster, toegewij d: Drieéene Majesteit, — U love de eeuwigheid. Amen.


4-

Tu es Petrus.

Tu es Petrus, et super hanc petram aedificabo Ecclè-siam meam: et por-tae inferi non prse-valèbunt advèrsus earn.

Gij zijt Petrus, en op deze steenrots zal ik mijne Kerk bouwen, en de poorten (macht) der hel zullen haar niet overweldigen.


e.

Tu es Pastor.

Tu es Pastor . Gij zijt de her-

ocr page 453

—'443

óvium, princeps A-postolorum, tibi tra-ditae sunt claves regni coelórum.

der der schapen, Vorst der Apostelen; u zijn de sleutelen van het hemelrijk gegeven.


quodcumque l1gaver1s.

Quodcumque liga veris super ter-ram, erit ligatum et in. ccelis: et quodcumque sólve-ris super terram, erit solütum et in coelis.

Hetgeen gij gebonden hebt op aarde, zal ook gebonden zijn in den hemel: en hetgeen gij ontbonden hebt op aarde, zal ook ontbonden zijn in den hemel.


Quem dicunt homines.

Quem dicunt homines esse Filium hóminis? dixit Jesus discipulis suis.

Wien zeggen de menschen, dat de Zoon des menschen is? zeide Jesus tot Zijne leer-


ocr page 454

— 444 —

Respóndens Petrus, dixit: Tu es Christus, FiliusDei vivi.

Et ego dico tibi, quia tu es Petrus, et super hanc petram aedificabo Ec-clèsiam meam.

Beatus es Simon, Bar Jona, quia caro et sanguis non re-velivit tibi, sed Pater meus, qui est in ccelis.

lingen.

Petrus antwoord-, de en zeide; Gij zijt Christus, de Zoon van den levenden God.

En ik zeg U; Gij zijt Petrus en op deze steenrots zal ik mijne Kerk bouwen.

Zalig gij, Simon, Zoon van Jonas, want vleesch en bloed heeft u dit niet geopenbaard, maar mijn Vader, die in den hemel is.


Gebed voor den Paus.

Orèmus pro Pon-tifice nostro N. N. (Leóne.)

Dóminus consèr-vet eum, et vivifi-

Laat ons bidden voor onzen Opperherder N. N. (Leo.)

De Heer beware hem, behoude hem


ocr page 455

— 445 —

eet eum, et beatum faeiat eum in terra, et non tradat eum in animam inimicó-rum ejus.

in 't leven, make hem gelukkig op aarde, en geve hem niet over aan den wil zijner vijanden.


—lt;*2^)00=5»?* •«

IV.

Feestdag van het H. Bloed.

le ZONDAG IN JULI.

Festivis rèsonent cómpita vócibus,

Cives laetitiam fróntibus èxplicent,

Taedis flammife-ris órdine pródeant

Instructi püeri et senes.

Quern dura móri-ens Christus in ar-

Laat veld en wegen van het feestgejoel weerklinken, En om het stralend hoofd den gloed der vreugde blinken.

Laat ouden, jongen gaan ten optocht, in den glans Van fakkellicht en vlammenkrans.

o 't Past wel beter, dat wij min-


ocr page 456

- 446 —

bore

Fudit multiplici viilnere samp;nguinem,

Nos facti mèmo-res dum colimus, decet

Saltem fündere lacrymas.

Humè.no gèneri pernicies gravis

Adkmi vèteriscri-mine contigit:

Adami intègritas et pietas novi

Vitam rèddidit omnibus.

stens tranen plengen,

Als dit herinrings-feest ons voor den geest komt brengen,

Hoe Christus aan het kruis, in d' al-lerwreedsten dood, Uit wonde aan wond zijn bloed vergoot.

Heeft de oudere Adam, door de zonde, snood bedreven.

Aan 't mensche-lijk geslacht den slag des doods gegeven ; Des tweeden Adams liefde en onschuld zonder smet

Heeft allen uit dien dood gered.


ocr page 457

— 447 —

Clamórem vali- : dum summus ab aèthere,

Languèntis Gèniti si Pater aüdiit,

Placari pètius san- i guine dèbnit

Et nobis vèniam dare.

Hoc quicünque stolam sanguine proluit,

Abstèrgit macu-las, et róseum decus,

Quo fiat similis prötinus Angelis,

Et regi placeat, capit.

A recto instabilis trimite póstmodum,

Toen toch den Vader in het hoog der hemelkoren

De luide stervenskreet zijns Eengen klonk in de ooren. Toen moest Hij in dat bloed niets dan verzoening zien,

En om dat bloed vergeving biên.

o Wie er in dat bloed het zondig kleed komt was-schen,

Ontleent een purperkleur aan deze purperplassen,

Waardoor hij de Engelen gelijkt in glans en gloed.

En 's Konings oog behagen moet.

Dat niemand dan voortaan van 't


ocr page 458

— 448 —

Se nullus rètrahat, meta sed ultima,

Tangatur: tribuet nóbile praèmium,

Qui cursum Deus üdjuvat.

Nobis propitius sit, Gènitor potens,

Ut quos unigenae sanguine Filii

Emisti, et plkcido Flimine rècreas,

Coeli ad cülmina transferas. Amen.

rechte spoor meer dwale

Door wankelmoedigheid; maar ieder d' eindpaal hale, Waar 't heerelijk-ste loon ons bij dien God verbeidt, Wiens hand ons in den wedloop leidt.

Almachtig Vader, wil genadig ons verhooren,

Opdat Gij, wie Ge door het bloed uws Eengeboren Gekocht hebt, en steeds blijft versterken door uw Geest,

Ter viering leidt van 't hemelfeest. Amen.


ocr page 459

— 449 —

V.

Feest der HH. Engelbewaarders.

Ie ZONDAG VAN SEPTEMBER.

Custodes homi-num psftllimus Angelos,

Naturae fragili quos Pater addidit

Coelèstis comités, insidiantibus

Ne succümberet hóstibus.

U, Englen, onze schutse, u prijst ons lofgeschal,

U, wien Gods vaderzorg den broo-zen mensch beval Als leidsliên op den tocht, opdat hij immer vrij

Van 't sluw geweld zijns vijands zij.


Nam quod corruè- Want dat eens de rit próditor Angelus, engel viel in ontrouw aan zijn Heer, Concèssis mèrito En zich verstoo-pulsus honóribus tenzag van's hemels vreugde en eer Ardens invidia, Ontstak zijn fel-pèllere nititur len spijt, en daar-

ocr page 460

— 45° —

Quos coelo Deus ^dvocat.

Hue custos igitur pèrvigil advola,

Avèrtens patria de tibi crèdita

Tam morbos ani-mi, quam requiès-cere

Quidquid non si-vit nicolas.

Sanctae sit Triadi laus pia jügiter,

Cujus perpètuo nümine machina

Triplex haec rè-gitur, cujus inómnia

Regnat gloria sae-cula. Amen.

om weert hij ze af Wien God zijn recht ten hemel gaf.

Snel Gij dan waakzaam toe, die onze wachter zijt,

Keer van het land dat aan uw zorgen werd gewijd,

De kwalen af der ziel, en alles, in één woord,

Wat er de rust der burgers stoort.

Aan U zij immer eer, drieëne Majesteit,

Die hemel, aarde en hel door uwe almogendheid In stand houdt en bestiert, aan U, wier glans en gloor Moet stralen eeuw en eeuwen door. Amen.


ocr page 461

- 451 —

VI.

Bozenkrans-Zondag.

le ZONDAG IN OCTOBER.

Coelèstis aulae Nuntius,

Arcüna pandens Nüminis,

Plena m salütat grktia

Dei Parèntem Virginem.

Een hemelbode daalt op aard,

Die 't goddelijk Geheim verklaart, En groet de zaal-ge Moedermaagd, Die, vol genade, aan God behaagt.


2.

Virgo propinquam sanguine

Matrem Joannis visitat

Qui clausus alvo gèstiens

Adèsse Christum nüntiat

De heilige Maagd bezoekt haar Nicht, Volbracht aan Haar dien teeren plicht;

Joannes meldt vóór zijn geboort' De komst van 't Menschgeworden Woord.


ocr page 462

— 4S2 —

Verbum, quod ante saècüla

E mente Patris pródiit,

E Matris alvo Virginis

Mortalis Infans nkscitur.

4-

Templo puèllus ! sistitur

Legique paret : Lègifer

Hic se Redèmptor; paüpere

Prètio redèmptus immolat.

De Vader bracht van eeuwen voort Het ongeschapen goddlijk Woord; Terwijl Haar kuischheid werd bewaard,

Heeft ons een Maagd het Kind gebaard.

Die de aarde paal en perken zet, Wordt zelf gehoorzaam aan de Wet, Maria offert Hem den Heer, En koopt voor schaamlen prijs Hem weer.


5-

Quem jam dolè- De droeve Moebat pèrditum der zoekt, en vindt

ocr page 463

- 453 -

Ten derden dag verheugd Haar Kind,

Dat bij de leeraars achter bleef,

Voor wie Hij 'sHeeren Wet omschreef.

6.

Jesu, tibi sit gló- O Jesus, U zij ria lof gewijd,

Qui natus es de Die uit een Maagd Virgine, geboren zijt.

Cum Patre et al- U, met den Geest mo Spiritu en Vader één

In sempitèrna Door aller eeuwen saècula. Amen. eeuwen heen. Amen.

—-JWSK—

VIL

Allerheiligen.

Mox laeta Mater invenit

Ignóta docds mèntibus

Edisserèntem Fi-lium.

I NOVEMBER.

Placare, Christe, ; Wees d'uwen gun-

ocr page 464

— 454 —

sèrvulis, stig o Gods Zoon, Quibus Patris cle- Voor wie, bij uw

mèntiam genadetroon,

Tuae ad tribiina] De Moedermaged

gratiae biddend pleit

Patróna Virgo Om's Vaders goe-

póstulat. dertierenheid.

Et vos beata per novem

Distincta gyros ügmina,

Antiqua cum prae-sèntibus,

Futüra damna pèllite.

Apöstoli cum vb.-tibus

Apud sevèrum Jüdicem,

Veris reorum flè-tibus

Expóscite indul-gèntiam.

En gij, die leeft in zaalger sfeer,

o Negen koren van den Heer, Keert af van ons al 't vroeger leed. En wat nog drukt of tegentreedt.

Apostlenschaar, Prophetenkoor, Spreekt bij Gods rechterstoel ons voor.

Verkrijgt voor hen barmhartigheid. Wier rouw de zonde oprecht be-schreidt.


ocr page 465

— 455 —

Vos purpurati Mkrtyres,

Vos candidati praèmio

Confessionis, èxu-les

Vocate nos in pktriam.

Chorèa casta Vir-ginum,

Et quos erèmus incolas

Transmisit astris, coèlitum

Locate nos in sèdibus.

Aufèrte gentem pèrfidam

Credèntium de finibus,

Ut unus omnes unicum

Ovile nos Pastor regat.

In purper pralend Martlaarsheir Belijders, stralend van Gods eer, Roept ons, nog ballingen op aard. Ter vaderstede hemelvaart.

o Kuische Maag-dendrom, en gij,

Die wildernis en woestenij

Ten sterrentrans heeft opgeleid.

Voert ons in 't rijk der zaligheid.

Duldt op der Christnen grondgebied

Het ongeloof der boozen niet,

Opdat één Herder naar zijn wei Als ééne kudde ons allen lei.


ocr page 466

— 4S6 —

Deo Patri sit gloria,

Natóque Patris ünico,

Sancto simul Pa-raclito,

In sempitérna saècula. Amen.

Lof zij den Vader op zijn troon, En 's Vaders eengeboren Zoon En aan den Trooster, met hen èèn, Door de altijddurende eeuwen heen. Amen.


Zie de Lofzangen en Antifonen voor meer Martelaren bl. 402.

—o—lt;quot;2=OQO==2Jgt;o—■gt;-

VII.

Ter eere der H. Caecilia.

22 November.

cant antibus organis.

Cantkntibus ór-ganis Caecilia Domino decantabat, dicens: Fiat Cor meum itnmacula-

Als het orgel speelde, zong Caecilia in haar hart tot den Heer: Blij-ve mijn hart on-


ocr page 467

4S7

tum, ut fündar.

non con-

besmet opdat ik niet beschaamd worde (in mijn vertrouwen.)

Zie bl. 472.

VUL

Algemeene Lofzangen en Antifonen der Heiligen.

1.

Ter eere van apostelen.

A.

Exultet orbis.

Exlütet orbis gaudiis:

Coekim resültet laudibus:

Apostolórum gló-riatn

De wereld juiche in blijden lof,

Meejublend met het hemelhof;

Want aarde en sterren zingen blij


20

ocr page 468

— 458 —

Tellus, et astra cöncinunt.

Vos saeculorum judices,

Et vera mundi lümina,

Votis precktnur córdium;

Audite voces sup-plicum.

Qui templa coeli clauditis

Serasque verbo sèlvitis,

Nos a reatu nóxios

Solvi jubète, quaèsumus.

Praecèpta, quorum prótinus

Languor, salüs-que sèntiunt,

San^te mentes Iknguidas

De glorie van de Apostlenrij.

Gij, Rechter over elk geslacht En lichten in den

wereldnacht, Aanhoort het smee-ken aan uw voet, Dat opgaat uit het vol gemoed.

Gij, die de zaalge hemelpoort

Ontsluit, en dicht sluit door uw woord o Spreekt ons toch, dit bidden wij, Van alle schuld der zonde vrij.

o Gij, wien krankheid en herstel

Gehoorzaamt bij het eerst bevel,

Doet alle krankte van ons gaan,


ocr page 469

459 —

Augète nos virtü-tibus;

Ut cum redibit Arbiter

In fine Christus saèculi,

Nos sempitèrni gè,udii

Concèdat esse cömpotes.

Patri, simülque Filio,

Tibique sancte Spiritus,

Sicut fuit, sit ju-gitcr,

Saeclum per om-ne gloria. Amen.

En voert óns he-melkrachten aan.

Opdat, als Christus keeren zal Ter rechtspraak over 'tgansch heelal Hij ons in 't rijk der zaligheid Als zijn genooten binnenleid'.

Zij aan den Vader, aan den Zoon, En aan den Geest alle eerbetoon;

Gelijk het was, zoo zij altijd

Hun door alle eeuwen lof gewijd. Amen.


B.

BEATI ESTIS.

Bekti estis, cum i Zalig zijt gij, als maledixerint vobis ; men u zal schel-

ocr page 470

— 460 —

. homines, et perse-cüti vos füerint, et dixerint omne malum advèrsum vos, mentièntes propter me:

Gaudète et exul-tè.te, quóniam mer-ces vestra copiósa est in coelis.

den en vervolgen, en u lasterende, alle kwaad van u zal spreken, om mijnentwil:

Verblijd u, en juicht: want uw loon is groot in den hemel.


C.

In den Paaschtijd. TRISTES ERANT APOSTOLI.

Tristes erant A-póstoli

De Christi acèr-bo fünere,

Quem morte cru-delissima

Servi necarant impii.

Sermöne verax Angelus

Nog treurt de droeve Apostlen kring

Om Christus wree-de marteling,

Dien een godtergend rnoordgespuis Had doodgefol-terd aan het kruis.

En reeds klonk voor dc vrouwen


ocr page 471

— 461 —

Mulièribus prae-dixerat:

Mox ore Christus gè,udium

Gregi feret fidè-lium.

Ad anxios Apo-stolos

. Currunt statim dum nüntiae

Illae micantis óbvia

Christi tenent vestigia.

Galilaèae ad alta móntium

Se cónferunt A-póstoli,

Jesüque, voti compotes,

AImo beintur lümine.

schaar

Uit Englenmond de blijde maar: »Zijn dierbre kudde zal de Heer

»Dra troosten door zijn weder» keer.quot;

Reeds snellen zij om 't blijde woord Te brengen, naar de Apostlen voort, Als zij den Heer in glorie zien. En spraakloos zinken aan zijn kniên.

Naar Galilea's bergen spoedt De Apostlenschaar met blij gemoed;

Daar vindt hun wensch bevrediging

In 't zien van Christus schittering.


ocr page 472

— 462 —

Ut sis perènne mèntibus

Paschile, Jesu, gèiudium,

A morte dira cri-minum

Vitae renatos libera.

Deo Patri sit glória,

Et Filio, qui a mèrtuis

Surrèxit, ac Pa-raclito,

In sempitèrna saècula. Amen.

o Gij, die 't nieuwe leven boodt Hoed ons toch voor den zonde-dood,

Opdat Gij eeuwig, Jesus zoet. De Paaschvreugd zijn moogt van 't gemoed.

Lof zij den Vader en den Zoon, Die is verrezen uit de doon. En aan den Trooster, met hen één, Door de altijddurende eeuwen heen. Amen.


2.

Ter eere van meer Martelaren. A.

SANCTORUM MERIT1S.

Sanctórum mèri- j Komt feestgenoo-

ocr page 473

— 463 —

tis inclyta gaudia

Pangamus, socii, gestiique fórtia

Gliscens fert animus prómere can-tibus

Victórum genus optimum.

Hi sunt, quos fatue mundus ab-hörruit;

Hunc fructu vacuum, flóribus ari-dum

Contempsère tui nóminis è,sseclae,

Jesu, Rex bone coèlitum.

Hi pro te fürias atque minas truces

Calcèrunt homi-ten, heft der Heil-gen feestzang aan, Hun vreugd en deugd ten lof eh kloeke heldendaan. Het opgetogen hart wil zingen 't zeegrijk heir Der helden, aller helden eer.

Zij zijn 't, wie al te dwaas de wereld van zich stiet; Die wereld, die nooit vrucht maar dorren bloesem biedt.

Zij werd versmaad door hen, die volgden op uw pad, o Jesus, Vorst der hemelstad.

Zij traden voor uw naam de woede en grimme taal Der menschen met


ocr page 474

— 464 —

nam; saevAque vèr-bera:

His cessit lacerans fbrtitcr imgula,

Nec carpsit penetralia.

Caediintur gladiis more bidèntium:

Non murmur rè-sonat, non quae-rimónia;

Sed corde impavi-do mens bene cóns-cia

Consèrvat patièn-tiam.

Quae vox, quae poterit lingua re-tèxere,

Quae tu Marty-ribus münera praè-den voet en geesel-riem en staal;

De kromhaak zwicht voor hen; al woedt hij door hun leên, Hij breekt door 's harten slot niet heen.

Als lamren vallen zij door 't moord-zwaard op den grond Geen morrend woord weerklinkt, geen klacht sterft in hun mond; Maar 't onverschrokken hart, zijn heiige zaak bewust. Draagt alles lijdzaam en gerust.

Wat taal of stemme maalt den prijs der heerlijkheid.

Die Gij in milde gunst uw Marte-


ocr page 475

— 465 —

paras ?

Rubri nam flui.do : sanguine fiilgidis

Cingunt tempora laüreis.

Te summa O Dèi-tas, unaque posci-mus;

Ut culpas abigas, noxia sübtrahas,

Des pacem famu-lis; ut tibi glóriam

Annórum in sèri-em canant. Amen.

B.

JUSTORUM

Justórum ^inimae in manu Dei sunt, et non tanget illos :

laars bereidt?

Nog stroomt het purprend bloed, als reeds de zegekrans

Hun slapen siert met eeuwgen glans.

U smeeken wij, o God, die één in wezen zijt. Dat Ge onze schuld vergeeft, en ons van kwaad bevrijdt;

Geef aan uw dienaars vrede, opdat zij in één koor Ü loven eeuw aan eeuwen door. Amen.

ANIMAE.

De zielen der rechtvaardigen zijn in Gods hand; en


ocr page 476

— 466 —

tormèntum mortis.

Visi sunt óculis insipièntium mori: illi autem sunt in pace.

de smart des doods zal haar niet treffen.

In de oogen der dwazen schijnen zij te sterven; maar zij zijn in vrede.


Ter eere van een enkelen Martelaar.

Deus, tuórum mi-litum

Sors, et corona, praèmium,

Laudes canèntes Martyris

Absolve nexu cri-minis

Hic nempe mun-di gaudia,

Et blanda frau-dum pabula, o God, die voor uw krijgren 't loön En erfdeel zijt en gloriekroon,

Verbreek de boei, die ons omknelt, Nu 't lied den lof uws Martlaars meldt.

Hij, wel bewust, dat's wereld vreugd Slechts loos bedrog, slechts schijn-


ocr page 477

— 467 —

Imbuta felle dè-putans,

Pervènit ad coe-lèstia.

Poenas cucürrit fórtiter,

Et sustulit viri-liter,

Fundènsque pro te sanguinem,

Aetérna dona póssidet.

Ob hoe precatu süpplici

Te póscimus piis-sime:

In hoe triümpho Mkrtyris

Dimitte noxam sèrvulis.

Laus, et perèn-nis gloria

Patri sit, atque geneugt

Van alsem druipend, voor hem had,

Is opgegaan ter hemelstad.

Met moed trad hij het strijdperk in Verduurde 't wee met kloeken zin,

En, voor U plengende al zijn bloed, Verwierf hij zieh het hemelgoed.

Daarom stijge onze bedetoon Ootmoedig smee-kend tot uw troon: Spreek op uws Martlaars feestgetij Uw dienaars van hun schulden vrij.

Dat lof en onver-gangbare eer Aan aller scheps-


ocr page 478

— 46S —

Filio,

Sancto simul Pa-raclito

In sempitèrna saè-cula. Amen.

len Opperheer, Den Vader, Zoon en Geest, altijd

Door eeuw aan eeuwen zij gewijd. Amen.


B.

GLORIA ET HONORE.

Gloria et honóre coronasti eum. Do-mine ; et constituisti eum super opera manuum tuarum.

Heer, met roem en eer hebt Gij hem gekroond, en hem gesteld over de werken uwer handen.


4-

Ter eere van een Belijder. A.

ISTE CONFESSOR.

Iste confèssor Dó-mini, colèntes

Hij, dien de wolken als Belijder van den Heere


ocr page 479

— 469 —

Quern pie lau-dant pópuli per or-bem ;

Vereeren over de aard vol liefde en vroom ontzach,


Op den sterfdag des Heiligen.

Hac die laetus meruit beatas

Scandere sedes.

Verdiende blij ten troon in 's hemels hooge sfeere :i: Te stijgen op deez' dag.


anders:

Hac die laetus Verdiende in 't mèruit suprèmos zalig loon der hooge hetnelsfeere Laudis honóres. Te juichen op deez' dag.

Qui pius, pru-dens, hümilis, pu-dicus.

Sóbriam duxit sine labe vitam,

Donec humanos animkvit aurae

V oorzichtig, vroom en kuisch, voor God in ootmoed levend,

Heeft hij de vlek^ loosheid bewrard in strenge tucht,

Totdat aan't sterflijk lijf de ziel ten


ocr page 480

— 4?o —

Spiritus artus.

Cujus ob praes-tans mèritum, fre-quènter aegra quae passim jacuère men-bra,

Viribus morbi dómitis, salüti

Restituüntur.

Noster hinc illi chórus obsequèntem

Cóncinit laudem, celebrèsque palmas;

Ut püs ejus prèci bus juvèmur

Omne per aevum.

hemel zwevend Met d'adem is ontvlucht.

Zijn uitgelezen deugd, in haar verdienste krachtig, Heeft dikwerf hier en ginds den kran-ken heil gebracht. En al 't geweld der ziekte, in zul-ken strijd onmachtig,

Doen zwichten voor haar kracht.

Daarom weerklinkt zijn naam in blijde zegezangen.

En zingen wij zijn lof in 't hem ver-eerend koor,

Opdat wij door zijn beê gereede hulp erlangen

Den loop der tijden door.


ocr page 481

— 471 —

Sit salus illi, de- Dat alle heil en cus, atque virtus roem en kracht de Godheid huldig', Qui super coeli Die van den he-sólio corüscans, meltroon in volle heerlij kheên Totiüs mundi sè- Het wereldrond riem gubèrnat ; bestuurt, dien groo-; ten God, drievuldig, Trinus et unus. En in zijn wezen Amen. : één. Amen.

B.

Yoor een Belijder-Leeraar.

O DOCTOR OPTIME.

O Doctor optime, Ecclèsiae sanctae lumen, beate N. Di-vinae legis amator, deprecare pro nobis Filium Dei.

O uitstekend Leeraar, Licht der H. Kerk, Heilige N, ijveraar voor Gods wet, smeek voor ons den Zoon Gods.


ocr page 482

— 472 —

C.

Voor een Belijder-Bisschop.

ECCE SACERDOS.

Ecce sacèrdos Ziedaar de Op-magnus, qui in perpriester, die in dièbus suis plkcuit zijn leven Godeaan-

Deo et inventus est Justus; et in tèm-pore iracündiae factus est reconci-liatio.

genaam was, en rechtvaardig bevonden ; en ten tijde van gramschap is hij tot verzoening geweest.

D.

Yoor een Belijder.

DOMINE, PRAEVENISTi EUM BL. 434.

5-

Ter eere van eene Maagd.

A.

JESU CORONA VIRGINUM.

Jesu, coróna Vir- o Jesus, aller

ocr page 483

— 473 —

ginum,

Quem Mater ilia cóncipit,

Quae sola Virgo : parturit,

Haec vota cle-mens accipe.

Qui pergis inter lilia,

Septus chorèis virginum,

Sponsus decórus gloria,

Sponsisque reddens praemia.

Quocunque ten-dis, Virgines.

Sequüntur, atque laüdibus

Post te canèntes cürsitant,

Hymnosque dul-

Maagden kroon, Van de eenge Moeder de eigen Zoon,

Die Maagd bleef toen zij Moeder werd.

Aanhoor desmeek-beê van ons hart.

Gij wandelt tus-schen lelie's door, Omgeven van uw Maagden koor,

o Bruidegom met eer gekroond.

Die uwe Bruiden eeuwig loont.

Waarheen Gij gaat, daar volgt de stoet

Der Maagden, en haar blijde voet Houdt trouw uw spoor, terwijl haar lied

Den zoetsten lof


ocr page 484

— 474 —

ces pèrsonant.

Te deprecamur supplices,

Nostris ut addas sènsibus,

Nescire prorsus omnia

Corruptiónis vül-nera.

Virtus, honor, laus, gloria

Deo Patri cum Filio

Sancto simul Pa-raclito,

In saeculórum saècula. Amen.

der liefde biedt.

o Jesus needrig smeeken wij Sta onze zwakke zinnen bij,

Opdat uw kracht van't zondig vleesch Voor altoos alle wond geneez'.

Kracht, lof en roem en eerbetoon Zij aan den Vader. aan den Zoon, En aan den Trooster, met hen één, Door aller eeuwen eeuwen heen. Amen.


£.

VENI SPONSA CHRISTI.

Veni, sponsa Christe, èccipe co-rónam, quam tibi Dóminus praepa-ravit in aetèrnum.

Kom, bruid van Christus, ontvang de kroon, die de Heer u in eeuwigheid bereid heeft.


ocr page 485

— 475 —

Ter eere van eene H. Weduwe.

FORTEM VIRILI PECTORE.

Fortem virili pèc-tore

Laudèmus omnes, fèminam,

Quae sanctitktis glória

Ubique fulget in-clyta.

Haec sancto a-móre saucia,

Dum mundi a-mórem nóxium

Horrèscit,ad coe-lèstia

Iter perègit ar-duum.

Carnem domans jejüniis

Dulcique men-

Komt, zingen wij de sterke vrouw,

Vol mannenmoed en eedle trouw,

Wier glorievolle heiligheid

Alom denschoon-sten luister spreidt.

Door heiige liefde in 't hart geraakt, Aan aardsche min die schuldig maakt. Verzakend, heeft zij 't steile pad

Bewandeld naar de hemelstad.

Haar vleesch be-heerschend door de wet Van vaste en


ocr page 486

— 476 —

tem pabulo

Oratiónis nutriens,

Coeli potiturgaü-diis.

Rex Christe, virtus fórtium,

Qui magna solus èfficis,

Hujus precatu, quaèsumus,

Audi benignus süpplices.

Deo Patri sit gloria

Ejüsque soli Filio,

Cum Spiritu Pa-rüclito,

Nunc et per omne saèculum. Amen.

boete; in zoet gebed

Den geest versterkend met Gods spijs.

Won zij de vreugd van 't Paradijs.

o Christus aller sterken kracht, Die eenig roemt in eigen macht, Om hare voorspraak bidden wij, Dat uw genade ons gunstig zij.

Zij God den Vader lof geboön,

En aan zijn eengeboren Zoon, Lof aan den Trooster, met hen één, En nu, en door alle eeuwen heen. Amen.


ocr page 487

—' ,477 —

B.

DIFFUSA EST.

Diffusa est gratia Bevalligheid is in labiis tuis; prop- over mve lippen tèrea benedixit te gestort; daarom Deus in aetèrnum. heeft God u in eeuwigheid gezegend.

7-

Feest der Kerkwijding.

A.

COF.LESÏ'S URRS.

Coelcstis urbs Jerusalem,

Bekta pacis visio,

Quae celsa de vivèntibus

Saxis ad astra tólleris,

Sponsaèque ritu cingeris

Jerusalem, o hemelstee,

o Blij gezicht der zaalge vree,

Uit levend steen gebouwd, en hoog Oprijzend naar den starrenboog,

En als de koningsbruid rondom


ocr page 488

— 478 —

Mille angelorum millibus.

O sorte mipta próspera,

Dotata Patris gloria,

Respèrsa Sponsi gratia

Regina formo-sissima,

Christo jugata Principi,

corusca

Coeli Civitas.

Hic margaritis èmicant,

Patèntque cunc-tis óstia:

Virtüte namque praevia

Mortilis illuc dü-citur,

Omstuwd van 's Heeren Englen-drom.

Wat zalige echt werd u bereid, Verrijkt met s Vaders heerlijkheid Versierd met 's Bruigoms heilgena, Vorstinne zonder wederga,

Gehuwd aan Christus, 's Konings Zoon;

oHemelstad, Gods gloriewoon 1

Uw poorten, stralend van het licht Der paarlen, zijn voor niemand dicht: Want daarheen licht het leidend spoor

Der deugd den armen stervling voor,


ocr page 489

— 479 —

Amóre Christi pèrcitus

Tormènta quis-quis süstinet.

Scalpri salubris, ictibus

Et tunsióne plii-rima,

Fabri polita mal-leo

Hanc saxa mo-lem cónstruunt,

Aptisque juncta nèxibus

Locantur in fa-stigio.

Decus Parènti dèbitum

Sit usquequaque Altissimo

Natöque Patris ünico,

Et inclyto Para-clito,

Cui laus, potè-stas, glória

an 's iglen-

Die om de liefde die hij wijdt

Aan Christus, onderworpen lijdt

Ues Makers eigen meesterhand

Bewerkt der stee-nen ruwen kant,

En kapt en beitelt dag aan dag Ze vormend naar zijn hamerslag,

En past en sluit ze vast in een; Zoo rijst de bouw van levend steen.

Zij aan den Vader, d'Opperheer,

Van allerwege lof en eer.

En aan den Zoon, die uit Hem sproot, En aan den Geest, niet minder groot, Zij macht en roem en majesteit


ocr page 490

— 480 —

Aèterna sit per specula. Amen.

Door de altijddurende eeuwigheid. Amen.


B.

TERRIBILIS.

Terribilis est locus iste; hie domus Dei estjr et porta coeli: et vocibitur aula Dei.

Ps. 83 Quam di-lècta tabernacula tua, Dómine virtü-tum!

Concupiscit et déficit è,nima mea in itria Domini.

OnUachwekkend is deze plaats: zij is het huis van God en de deur des hemels, zij zal genoemd worden hof van God.

Heer der heerkrachten, hoe liefelijk zijn uwe woon-tenten!

Mijne ziel haakt en bezwijkt van verlangen naar de voorhoven des Heeren.


ocr page 491

GEZANGEN

TER EERE VAN HET--

JWln-jnWph ^arpam^nf-.

Pange gloriósi

Corporis mystè-rium,

Sanguinisque pre-tiösi,

Quetn in mundi prètium

Zing, mijn tong, 't geheim des Hee-ren.

Maak het godlijk Lichaam groot,

En het bloed, niet te waardeeren.

Dat de Spruit van d'eedlen schoot,

21

PANGE LINGUA.

lingua,


ocr page 492

482 —

Fructus ventris generósi

Rex effüdit gèn-tium.

Nobis datus, nobis natus

Ex intücta Vir-ginc,

Et in mundo con-versatus,

Sparso Verbi sè-mine,

Sui moras inco-latus

Miro clausit ór-dine

Insuprèmaenocte coenae

Recümbens cum fratribus,

ObservJita lege plene

Cibis in legdlibus,

Cibum turbae duodènae

Hij, de Vorst der hemelsferen,

Voor het heil der aard vergoot.

Ons geboren, ons gegeven.

Zoon der reine Hemelbruid,

Strooit Hij in zijn sterflijk leven,

't Zaad van 't god-lijk leerwoord uit. Tot in 't end een hoog verheven

Werking zijne om-wandling sluit.

Aan den laatsten disch gezeten

Met den vollen broedrenkring, Biedt Hij, na het Paaschlam-eten

Volgens wettige ordening,

Hun, die zijne broedren heeten,


ocr page 493

— 483 —

Se dat suis ma-nibus.

Verbum caro, panem verum,

Verbo carnem èfificit:

Fitque sanguis Christi merum,

Etsi sensus déficit:

Ad firmè,ndum cor sincèrum

Sola fides süfficit

Tantum ergo sa-cramèntum

Venerèmur cèr-nui:

Et antiquum do-cumèntum

Novo cedat ritui;

Praestet fides supplemèntum

Zelf zich zelv' ter nuttiging.

't Woord in 't vleesch doet brood verkeeren Door het woord in 't Vleesch, en wijn

In aanbiddlijk Bloed des Heeren: Fale ook 't zintuig bij den schijn,

Voor het harte, dat wil leeren,

Zal 't geloof voldoende zijn.

Knielt dan voor het glorierijke Sak ramen t aanbiddend neer; Voor deez' Gods-vereering wijke

De eeredienst der oude leer; En, waar 't zintuig ook bezwijke,


ocr page 494

— 484 —

Sènsuum etui.

Genitori, Genitö-que

Laus et jubilatio,

Salus, honor, virtus quoque

Sit et benedictio,

Procedènti ab utróque

Compar sit laudatio. A men.

Lof den Vader in den hoogen,

Lof zijn eengeboren Zoon;

Hun, zij eer en alvermogen,

Hun ons zeegnend lied geboön;

En den Geest, aan 'shemelsbogen Eén met hen, alle eerbetoon. Amen.

defè- i Steune 't vast ge-: loof ons weer.


2.

ADORO TE.

Adóro te devóte latens Deitas,

Quae sub his figü-ris vere lêititas:

Tibi se cor me-um totum sübjicit.

o Verborgen Godheid, U aanbidt mijn hart.

U, die in deez' schijnsels over-sluijeni werd;

'k Geef mij gansch gevangen voor uw Majesteit,


ocr page 495

— 485 —

Quia te contèm-plans, totum déficit.

Visus, gustus, tactus in té fallitur,

Sed auditu solo tuto crèditur:

Credo quidquid dixit Dei Filius,

Nil hoc verbo veritiitis vèrius.

In cruce latèbat sela Dèitas,

At hic latet simul et humanitas:

Ambo tarnen cre-dens, atque cónfi-tens,

Peto quod petivit

Zinkend, bij 't aanschouwen, in mijn machtloosheid.

Oogen, smaak en voelen falen in deez' stond,

Maar 't geloovig hoeren biedt ons vasten grond.

Ik geloof de leere, van Gods Zoon gehoord;

Niets is zoo onfeilbaar als het Waarheidswoord.

Aan het kruis verborg zich 't Godzijn slechts alleen;

Maar bier is het mensch-zijn schuilende meteen.

Toch geloof ik beiden, en belijd ze meê

Met den goeden


ocr page 496

— 486 —

latro poènitens.

Plagas, sicut Thomas non intueor;

Deum tarnen me-um te confiteor:

Fac me tibi semper magis crèdere:

In te spem habere, te diligere.

O memoriJtle mortis Dómini,

Panis vivusvitam praestans hómini;

Praesta meae menti de te vivere,

Et te illi semper dulce sapere.

moorder in een zelfde beë.

Ik aanschouw, als Thomas, uwe wonden niet.

Maar Gij zijt mijn God toch, dien ik hulde bied,

Leer me in U ge-looven, in U hopen, Heer,

En U vurig minnen, immer, immer meer.

o Gedachnistee-ken van des Hee-ren dood!

Levend, en den stervling levendmakend Brood,

Geef mijn arme ziele, dat zij door U leev'.

En meer hongrend immer naar U henen streev'.


ocr page 497

— 487 —

Pie Pelicane, Je-su, Domine,

Me immündum munda tuo sanguine;

Cujus una stilla salvum fiicere

Totum mundum quit ab omni scè-lere.

Jesu, quern vela-tum nunc aspicio,

Oro fiat illud quod tam sitio;

Ut te revelata cernens facie

Visu sim beatus tuae gloriae. Amen.

Pelikaan vol liefde, Jesus naamloos goed,

Wasch mij van mijn smetten in uw godlijk bloed;

Eén, een enkle druppel kan het wijd heelal

Zuiveren van zonden, eindloos in getal.

Jesus, dien mijne oog hier verscholen zien,

Laat mijn smachtend harte 't hooge heil geschiên,

Dat ik zonder sluijer 't godlijk aangezicht

Zien moge, eeuwig zalig in uw glorielicht. Amen.


ocr page 498

- 488 —

SACRIS SOLEMNIIS.

Sacris solèmniis juncta sint gaudia,

Et ex praecordiis sonent praecónia:

Recèdant vètera, nova sint ómnia:

Corda, voces, et ópera

Noctis recólitur coena novissima,

Qua Christus crèditur agnum et

Dedisse frJitribus, juxta legitima

De toon der vreugde zwijge op 't plechtig hoogtij niet,

Maar 't volle loflied druisch', dat aan de borst ontvliet;

Wat oud is wij-ke; nieuw zij alles, wat ge biedt,

En hart en werk en jubellied.

Wij vieren 't Avondmaal, het laatste vóór den dood,

Toen Christus 't Paaschlam en het

ongedeesemd brood,

Aan zijne broe-dren gaf, gelijk de wet gebood


ocr page 499

— 489 ~

Priscis indülta patribus.

Post agnum ty-picum explètis epulis

Corpus Domini-cum datum disci-pulis

Sic totum omnibus, quod totum singulis,

Ejus fatèmur minibus.

Dedit fragilibus corporis fèrculum,

Dedit et tristibus sanguinis póculum,

Dicens: accipite, quod trado vascu-lum,

Omnes ex eo bibite.

Aan 't nakroost, dat uit Isrel sproot.

Na 't zinnebeeldig lam en de voleindiging Des maaltijds sprak de Heer de blijde zegening,

En gaf zich zelf ten spijs, geheel aan gansch den kring.

Gelijk Hem elk geheel ontving.

Zijn lichaam werd de spijs der zwakken aan den disch. Zijn bloed de drank der troost in hunne droefenis, »Neemt,quot; sprakt Hij, »neemt den kelk, die u geboden is;

Hij zij u aller lafenis.


ocr page 500

— 49° —

Sic sacrificium istud instituit,

Cujus officium committi vóluit

Solis presbyteris, quibus sic cèngruit,

Ut sumant et dent caèteris.

Panis angèlicus fit panis hominum:

Dat panis coèli-cus figuris tèrminum:

O res mirèbilis! mandücat Dóminum

Pauper servus, et hümilis.

Te, Trina Dèi-tas,unique póscimus

Zoo is de instelling van die offerand geschied,

Wier opdracht Hij alleen den priester overliet,

Wien 't dus behoort, dat hij de spijze zelf geniet. En daarna ze ook aan andren bied'.

Het brood der Engelen is den mensch tot spijs bereid,

En door dit He-melbrood de beeldspraak uitgeleid.

o Wonder 1 de arme — slaaf en louter nietigheid, — Ontvangt als spijs Gods majesteit.

Drieëenig God en Heer, wij smeeken voor uw troon,


ocr page 501

— 491 —

Sic nos tu visita, sicut te cólimus:

Per tuas sèmitas due nos quo tèn-dimus,

Ad lucem, quam inhabitas. Amen.

Dat uwe milde gunst onze ijvrige ■ eerdienst kroon';

Voer ons langs i uwe baan tot het ; begeerde loon, In 't licht van uwe hemelwoon. Amen.


4-

VERBUM SUPERNUM.

Verbum supèr-num pródiens,

Nee Patris lin-quens dèxteram,

Ad opus suurn èxiens,

Venit ad vitae vèsperam.

In mortem a dis-cipulo

Suis tradèndus aèmulis,

Prius in vitae fèr-

Het Woord, gedaald van 't hooge zwerk,

En blijvend toch aan 's Vaders zij. Was, ter voltrekking van zijn werk, Des levens avondstond nabij.

Maar eer de leerling Hem ten dood Aan zijn benijders leevren ging,

Heeft Hij zich


ocr page 502

— 49* —

culo

Se tódidit disci pulis,

Quibus sub bina spècie

Carnem dedit et sanguinem;

Ut düplicis sub-stantiae

Totum cibaret hominem

Se nascens

de

dit sócium.

Convèscens

in

edülium.

Se móriens

in

prètium.

Se regnans

dat

in praèmium.

zelf als 's levens brood

Gegeven aan d'Apostlenkring.

Hij schonk hun onder dubblen schijn,

Van wijn en brood, zijn vleesch en bloed,

Opdat naar 't geest- en stoflijk zijn

De mensch volkomen wierd gevoed.

Als mensch werd Hij natuurgenoot. Als gast en gastheer 't levend brood, Ons losgeld in zijn kostbren dood. Ons loon in 't rijk, dat Hij ontsloot.


ocr page 503

— 493 —

O Salutaris hos-tia!

Quae coeli pan-dis ostium:

Bella premunt hostilia.

Da robur, fer au-xilium.

Uni trinoque Domino

Sit sempitèrna gloria:

Qui vitam sine tèrmino

Nobis donet in patria. Amen.

5-

AETERNE REX

Aetèrne Rex al-tissime,

Redèmptor et fidèliura,

Cui morsperèmp-ta dètulit

o Allerheilrijkste ofFerand,

Die 's hemels poorten opensluit;

De vijand dringt van allen kant;

Geef sterkte en hulp, die d' aandrang stuit.

Aan U, drieëene Majesteit,

Zij altijddurende eer en lof,

Wier goedheid ons in eeuwigheid Doe leven in het hemelhof. Amen.

ALTISSIME.

o Eeuwig Koning van 't heelal. Die de uwen op-hieft uit den val. En wien het vellen van den dood


ocr page 504

— 494 —

Summae triüm-phum glóriae.

Ascèndis orbes siderum,

Quo te vocJibat coèlitus

Collata, non hu-mt\nitiis,

Rerum potèstas omnium:

Ut trina rerum machina,

Coelèstium, ter-rèstrium,

Et inferórum cón-dita

Flectat genu jam sübdita.

Tremunt vidèn-tes Angeli

Versam vicem mortdlium:

Peccat caro, mun-dat caro

Den zegetocht der glorie bood.

Gij streeft het sterrenheer voorbij Waar de onbeperkte heerschappij, Door God, niet door den mensch gehoon,

U henen riep ten ten hoogsten troon.

Opdat 't drievoudig zamenstel

Van hemel, wereldrond en hel,

Dat op uw wenk rees uit het niet,

U knielende, onderwerping bied'.

Ontzetting grijpt de heemlen aan.

Als zij de wisling gadeslaan:

Het vleesch misdoet: 't vleesch


ocr page 505

— 495 —

Regnat Deus, Dei caro.

Sis ipse nostrum gèiidium,

Manens olympo .praèmium,

Mundi regis qui fabricam,

Mund;ina vincens gJiudia.

Hinc te precan-tes quaesumus,

Ignósce culpis omnibus,

Et corda sursum sübleva

Ad te supèrna gratia.

Ut cum repènte coèperis

Clarère nube Jü-reinigt weer.

En God in 't vleesch regeert als als Heer.

Wees Gij nu onze troost en vreugd, Gij eeuwig He-melloon der deugd; Gij, die door de aarde U dienen ziet Geeft hooger vreugd dan de aarde biedt.

Tot U stijgt thans ons smeekgebed: Wisch af toch alle zondesmet,

En hef de harten van deze aard Door uwe genade hemelwaart.

Opdat, als Ge eensklaps in het licht Der wolken voort-


ocr page 506

- 496 —

dicis, treedt ten gericht,

Poenas repèllas Uw goedheid ons

dèbitas, van straf verschoon',

Reddas corónas En sier' met de

pèrditas. eerst verloren k roon.

Jesu, tibi sit gloria,

Qui Victor in coe-lum redis,

Cum Patre et al-mo ^piritu,

In sempitèrna saècula. Amen.

U, Jesus, U zij eer en lof,

Die zeegrijk keeü in 't hemelhof, U, met den Geest en Vader één, Door de altijddurende eeuwen heen. Amen.


6.

Andere Lofzangen ten gebruike onder het Lof of de Processie:

lauda sion, bl. 369

SALUTIS HUMANAE SATOR, bl. 367. JESU, DULCIS MEMORIA, bl. l8l.

7-

AVE VERUM.

Ave, verum cor- Wees gegroet,waar-

ocr page 507

— 497 —

pus, natum ex Ma-: aclitig Lichaam ge-ria Virgine; boren uit de Maagd

Maria;

Vare passum, im- Dat waarlijk ge-mol^tum in Cruce leden heeft en op pro hótnine. het Kruis voorden

mensch is geslachtofferd.

Cujus latus per- Uit wiens door-forktum, vero flu- boorde zijde waar-xit sanguine. lijk bloed is ge

vloeid.

Esto nobis prae- Wees ons een gustatum mortis in voorsmaak in den examine. doodstrijd.

O clemens, O goedertieren,

O pie, O algoede,

O dulcis Jesu, O zoete Jesus, Fili Mariae. Zoon van Maria.

8.

O QUAM SUAVIS.

O quam suavis ; O, hoe liefelijk

est, Dómine, spiri- Heer, is uwe ge-

tus tuus, qui ut • negenheid, die om

dulcèdinem uiam uwe liefde tot uwe in fllios demonstra- : kinderen te toonen

ocr page 508

— 498 —

res, pane suavissi-mo de coelo prae-stito, esurièntes re-ples bonis, fastidi-ósos divites dimit-tens inanes.

eene allerzoetste spijs van den hemel hebt gegeven, waarmede gij de hongerigen verzadigt, terwijl ge aanmatigende rijken onvoldaan wegzendt.


O SACRUM.

O Sacrum vivium, in

con-quo

Christus sümitur, re-cèlitur memória passiónisejus; mens implètur gratia, et futürae glóriae nobis pignus datur.

\

O Heilige Maaltijd, waarop Christus genuttigd, de herinnering aan zijn lijden gevierd, de ziel met genade vervuld, en ons een onderpand der toekomstige glorie gegeven wordt.


10.

HOMO QUIDAM.

Homo quidam Zeker man rechtte

ocr page 509

— 499 —

fecit coen-am mag-nam; et misit ser-vum suum hora coenae dicère invi-tcitis, ut venirent. Quia parata sunt omnia.

Venite, comèdite panem meum, et bibite vinum, quod miscui vobis.

Gloria Patri et Filio, et Spiritui Sancto.

Quia parata sunt omnia.

een groot gastmaal aan, en op het uur van den maaltijd zond hij zijnen knecht, om aan de genoodigden te zeggen, dat zij zouden komen, (want) alles is gereed.

Komt, eet mijn brood, drinkt mijn wijn, dien ik u gemengd (bereid) heb.

Eer den Vader, en den Zoon en den H. Geest.

Want alles is gereed.


11.

EGO SUM PANIS.

Ego sum pp nis vitae: patres vestri manducavèrunt manna in desèrto,

Ik ben het brood des levens: uwe vaders hebben in de woestijn het


ocr page 510

— 5oo —

et mórtui sunt:

Hie est panis, de coelo descèndens, ut si quis ex ipso mandücet, non mo-riatur.

Ego sum panis vivus, qui de coelo descèndi, si quis manducaverit ex hoc pane, vivet in aeternum.

manna gegeten en zijn gestorven.

Dit is het brood van den hemel gedaald, opdat hij, die van dit brood eet, niet sterve.

Ik ben het levend brood, dat uit den hemel is neergedaald, indien iemand van dit brood zal gegeten hebben, zal hij in eeuwigheid leven.


12.

COENANTIBUS ILLIS.

Coenantibus illis, accèpit Jesus pa-nem, et benedixit, ac fregit, deditqne discipulis suis, et ait: Accipite, et Comèdite, hoc est corpus meum.

Als zij het avondmaal gebruikten, nam Jezus brood, zegende, en brak het en gaf het aan zijne leerlingen, zeggende: neemt en eet, dit is mijn lichaam.


ocr page 511

— 501 -

Venite ad me omnes, qui laborü-tis et onerïti estis, et ego reficiam vos, dicit Dóminus.

Panis, quem ego dabo, caro mea est pro mundi vita.

Accipite,et comè-dite, hoc est corpus meum, quod pro vobis tradétur; Hoe fè,cite in meam commemoratiónem.

Qui mandücat meam camem, et bibit meum sè,n-guinem, in me ma-net, et ego in illo.

m en i.

)rood el ge-hij, irood ^e. vend t den erge-ie-dit ;eten ij in :ven

13-

Komt tot mij allen, die belast en beladen zijt, en Ik zal u verkwikken, zegt de Heer.

Het brood, dat ik u zal geven, is mijn vleesch voor het leven der wereld.

Neemt, en eet, dit is mijn lichaam, dat voor u zal gegeven worden: Doet dit ter mijner gedachtenis.

Die mijn vleesch eet en mijn bloed drinkt, blijft in mij, en ik in hem.

VENITE AD ME OMNES.


ocr page 512

— 502 —

14.

OCÜLI OMNIUM.

Oculi ómniumin te sperant, Domine,

et tu das iliis escam in tempore opportuno.

Aperis tu manum tiiam, et impies omne inimal be-nedictióne.

Aller oogen zijn vertrouwvol op u gevestigd, Heer.

en Gij ge i ft hun spijs ten rechten tijde.

Gij opent uwe hand, en vervult alle levend wezen met zegeningen.


JS-

QUOTIESCUNQUE.

Quotiescünque manducabitis pa-nem hunc, et cali-cem bibètis, mortem Domini annun-tiè,bitis, donec vè-niat :

itaque quicunque manducüverit pa-

Zoo dikwijls gij dit brood zult eten, en dezen kelk drinken, zult gij den dood des Heeren verkondigen, totdat Mij komt (op den laatsten dag) ;

Al wie derhalve onwaardig dit


ocr page 513

— 503 —

nem, vel biberit calicem Domini in-digne, reus erit corporis et sanguinis Domini.

brood zal eten, of dezen kelk drinken, zal schuldig zijn aan het Lichaam en Bloed des Hee-


tantum ergo. Zie bladz. 483.

pamis angelicus. Zie bladz. 490. o SALUTARIS HOSTtA. Zie bladz. 403.

dve t

ocr page 514

11 il U J. J U i 11111 U11 i l U1

5 C 5 W e 5 « C 5 C. 5 C 5 C 5 C 55 (• 5 C 5 C 5^ 5^ !)quot;(i 5^5^

quot;a r ty 54quot; ^ lt;quot; s f nr -ilt;r quot;s «quot;ijr ïf -JÏquot; quot;s f quot;if quot;ar -J r

^ESDE ^FDEELING.

ASPERGES JIE.

Door het jaar. Rouwmoedig gebed ter voorbereiding tot de H. Mis,

Aspèrges me, Dó-mine, hysopo et mundabor; lavabis me, et super nivem dealbkbor.

Ps. Miserére mei. Deus, secundum magnam misericór-diam tuam.

Gloria Patri etc.

Besproei mij. Heer, met hysop, en ik zal gezuiverd worden; wasch mij en ik zal witter worden dan sneeuw. Ontferm u mijner. Heer, volgens uwe groote barmhartigheid.

Glorie zij den Vader, enz.


ocr page 515

— 505 —

2.

VIDI AQUAM.

Van Paschen tot Pinksteren.

Vidi aquam egre-dièntem de templo a latere dextro, alleluja: et omnes, ad quos pervènit aqua ista, salvi fac-ti sunt, et dicent, alleluja, alleluja.

Ps. Confitèmini Dómino, quóniam bonus:

quóniam in sae-culum misericórdia ejus.

v. Ostènde nobis, Dómine, misericór-diam luam, (alleluja) Et salutire tuuni da nobis, (alleluja)

Ik zag water vloeien uit den tempel, aan de rechterzijde, alleluja; en allen, tot wie dit water kwam i) zijn gered en zullen uitroepen, alleluja alleluja.

Looft den Heer, want Hij is goed:

want zijne barmhartigheid duurt tot in eeuwigheid. Toon ons. Heer, uwe barmhartigheid. (alleluja.)

En schenk ons uw heil (alleluja.)


») Denk aan het Doopwater, dat daags voor Paschen gewijd is.

23

ocr page 516

— 5o6 —

y. Dómine exaü-, di oratiónem meam.

Et clamor me-us ad te vèniat.

Dóminus' vo-biscum.

1^. Et cutri Spi-ritu tuo.

Heer, verhoor mijn gebed.

En mijn geroep kome tot u. De Heer zij met u.

Én met uWen geest.

nos I

in vèr

3

etc

1

'

■ GEBED.

''•Heilige H«er, almachtige, Vader, èenwige, God, vefhoor ons, en gelief uwquot; heiligen Engel van den hemel té zenden, om ajlen, d^e, in ijdeze, woonplaats zijn, te bewaren, op te beuren, te beschermén, te bezoeken en te verdedigen.1 Door Christus onzeri Heer. Amen.

3-

bis riti

vo ke U U

GEBED VOOR

DE KONINGIN,

Ar

's Zondags na

de Hoogmis.

if „ Dómine, sal-vum fac Regem

L

Heer, behoud onzen Koning (Ko-

ocr page 517

- 507 -

nostrum.

Et exaüdinos in die qua invoca-vèriraus te.

ir Dómine, exaüdi etc.

I^, Et clamor etc.

^ Döminus vo-biscum.

Et cum spi-ritu tus.

ningin.)

En verhoor ons ten dage, dat wij u hebben aangeroepen.

Heer, verhoor enz.

En mijn geroep enz.

De Heer zij met u.

En met uwen geest.


GEBED.

Open uwe barmhartige ooren, Heer, voor de beden van hen die u smee-ken, en opdat Gij gevet hetgeen men U vraagt, doe hen ook vragen, hetgeen U behaagt. Door Christus, onzen Heer. Amen.

4'

CANTATE DOMINO.

Cantate Dómino ; Zingt den Heer

ocr page 518

:,5o8

canticum novum, cantate ' DÖmino . omnis terra:

Cantate Domino, et benedicite no-mini ejus, annun-.tiamp;te de die in diem salutüre ejus.

Annuntiite inter-gentés glóriam ejus, . in omnibus pópu-lis mirabilia ejus.

een nieuw lied, zingt den Heer geheel de aarde.

Zingt den Heer, en looft zijn naam, verkondigt van dag tot dag zijn heil.

.Verkondigt onder de volken zijne heerlijkheid, onder alle natiën zijne wonderdaden.


laudate DOMdsfUivi.' bladz. 349.

gt;v; arö' -.K ■:

Kitlfi LAUD'AJB PrKRt.lt;;i J '

_ •'gt;«■ .JVsfiSiT. ■ '-.3

Looft God, die. hoc . ver/ieve/j* quot;pp., 07ize

nkiiglieid wil neerzien.

1. Laudate püeri.; I.ooft, kinderen, Dóminum; lau- irden t Heer; looft date nomen Dó- deiïnaam des Hee-miniv i ..; ; ren. T •

6.

ocr page 519

— 509 -

2. Sit nomen Dó-mini benedictum: ex hoc nunc, et usque in saècu-liim.

3. A solis ortu usque ad öccksum, laudkbiie nomen Öömini

4. Excèlsus supèr omnes gentes Do-miiius, et super coelos gloria ejus.

5. Qurs, sicut Dó-rhihus Deus noster, qui in altis'hkbitat, et humilia rèspicit' in coelo et in terra?

6. Suscitans a' terra inopemi et de stèrcore èrigens pauperem:

De naam des Hee-ren zij gezegend, van nu af tot in! in eeuwigheid.

Van den opgang der zon (liet Oosten) tot den ondergang (het Westen) is de naam des Heeren lofwaardig.

Boven alle volkeren veiheven is de Heer, en zijne heerlijkheid boven de hemelen.

Wie is gelijk aan den Heer, onzen God, die in den' hooge woont, en op het geringe nêer ziet zoowel in den hemel als op aarde?

Die den behoef-tigen opbeurt van den grond, en den armen uit het vuil


ocr page 520

— Sgt;o -

7. Ut cóllocet eum cum principi-bus, cum principi-bus pópuli sui.

8. Qui habitkre facit stèrilem in domo, matrem fili-örum lactkntem.

Glória Patri, et Filio et Spiritui Sancto.

Sicut erat in prin-cipio et nunc et semper, et in saè-cula saeculórutn. Amen.

opricht:

Om hem te plaatsen onder de voor-naamsten, onder de vorsten van zijn volk. Die haar, die geen kinderen heeft, in een huisgezin doet wonen, als de blijde moeder van kinderen.

Eer zij den Vader en den Zoon en den H. Geest. Gelijk het was in het begin, en nu en altijd; en in de eeuwen der eeuwen. Amen.


DEUS NOSTER, REFUGIUM.

Vertrouwen op God, die alle pogingen der vijanden verijdelt.

i. Deus noster refügium et virtus:

Onze God is een toevlucht en sterk-


ocr page 521

— 511 —

adjütor in tribula-tiónibus, quae in-venérunt nos nimis.

Proptèrea non timèbimus, dum turbkbitur terra: et transferèntur monies in cor maris.

3. Sonuèrunt et turbatae sunt aquae eórum: Conturbati sunt montes in for titiidine ejus.

4. Fluminis impetus laetificat ci-vitatem Dei: sanc-tifickvit tabernacu-lum suum Altissi-mus.

5. Deus in mèdio ejus, non commo-vèbitur: adjuvübit te; een helper in de verdrukkingen, die boven mate ons bezocht hebben.

Daarom zullen wij niet vreezen, (al) worde de aarde verzet, ja, zelfs de bergen in 't midden der zee gestort.

Hare wateren loeiden en werden hevig bewogen: door hare kracht schudden de bergen.

Het geweld des strooms brengt vreugde in de stad Gods: de Allerhoogste heeft zijne woonstede geheiligd.

God is in haar midden: zij zal niet wankelen God zal


ocr page 522

S12 —

earn Deus mane di-lüculo.

6. Conturbktae sunt gentes, et incli-nata sunt regna: dedit vocem suam, mota est terrk.

7. Dóminus vir-tiitum vobiscum: suscèptor noster Deus Jacob.

8. Venite et vi-dète ópera Dómini, quae posuit prodi-gia super terram.

Auferens bella usque ad finem ter rae.

9. Arcum cènte-ret, et confringet ar-ma, et scuta com-haar helpen vroeg in den dageraad; (zal groote zorg voor haar hebben.) De heidenen waren in opschudding en hunne rijken wankelden. Hij heeft zijne stem doen hooren en de aarde: beefde.

De Heer der heerscharen is met ons; de God van Jacob is onze beschermer.

Komt en aanschouwt de werken des Heeren, de wonderdaden, die Hij op aarde gewrocht heeft.

De oorlogen doet hij ophouden tot aan de uiteinde1 der aarde. Den boog zal Hij breken, en de wapenen verbrijzelen


ocr page 523

buret igne.

to. Vacate, et quot;vidète (-juoniam ego süm Ueus: exalta-bor in gèntibus et exaltJibor in terra.

ii. Dóminus vir-tütum nobiscum; suscèptor noster Deus Jacob.

Glóri Patri, etc.

en de schilden in het vuur verbranden.

Staat stil en ziet (erkent) dat ik God ben; ik zal verheven worden onder de volken en op (heel de) aarde.

De Heer der heerscharen is met ons; de God van Jacob is onze helper.

Eer zij den Vader enz.

8.


ELEGIT EUM.

Elègiteum Dóminus sacerdótem si-bi ad sacrificJmdum ei hóstiam laudis:

Immola Deo sa-crificium laudis, et redde Altissimo vota tua.

De Heer heeft hem tot zijn priester gekozen, om Hem het offer van lof op te dragen.

Draag aan God het Offer van lof op, en voldoe aan den Allerhoogste,


ocr page 524

— Si4 —

:wat ge beloofd hebt. 9-

Bij de intrede van een Bisschop in de Kerk.

ECCE SACERDOS.

Ecce sacèrdos magnus, qui in diè-bus suis plkcuit Deo:

Ideo jurejurando fecit eum Dèminus crèscere in plebem suam (alleluja.)

Benedictiónem omnium gèntium dedit illi et testa-mèntum suum con-firmamp;vit super caput ejus.

Ideo etc. (wordt Gloria Patri, et Filio et Spiritui sancto.

Ideo etc. (wordt

Zie de opperpriester, die in zijn leven aan God aangenaam was.

Daarom heeft de Heer gezworen, hem onder zijn volk te verheffen, (alleluja.)

Hij heeft hem gegeven, dat alle volken in hem gezegend zouden zijn en zijn verbond met hem bevestigd.

herhaald,)

Eer zij den Vader, den Zoon en den H. Geest. herhaald.)


ocr page 525

Mond vai liet Kerkelijk Mis- amp; Lofïoekje.

——

EERSTE AFDEELING.

blz.

1 Morgengebed . . 27

2 Avondgebed • • • 33

3 Gebeden voor de Biecht . 35

4 Gebeden na de Biecht . 38

5 Voorbereiding tot de H. Communie 40

6 Dankzegging na de H. Communie 45

7 Kruiswegoefening . . 50

TWEEDE AFDEELING.

1 Gewone gebeden der H. Mis, vol

gens het Romeinsch Missaal 60

2 Gebeden onder de Mis voor over

ledenen . . . 133

3 Bij uitvaarten . . 145 tL Libera me . . 146 b In paradisum . . 149 c Ego Sum en de Psalm Benedictus,

met de daarbij behoorende

gebeden . . 149

d Subvenite . . . 155

e Psalm: De profundis . 156

f Psalm; Miserere . . 158

g Credo quod Redemptor . 164

ocr page 526

— 5l6 —

DERDE AFDEELING.

Lof- en Benrtzanpn door liet ]aar.

I. Ten tijde van den Advent.

1 Creator alme siderum

2 Ecce Virgo concipiet

II. Kerstmis.

1 Jesu, Redemptor omnium

2 Puer natus est

3 Tecum principium

4 Deus firmavit

5 Tui sunt coeli

6 Viderunt omnes fines

7 Gloria in excelsis

8 Quem vidisti

9 Laetentur coeli

10 Parvulus filius

11 Hodie Christus

12 Dies sanctificatus

III. Driekoningen.

1 Crudelis Herodes

2 Omnes de Saba

3 Reges Tharsis

4 Tribus miraculis

blz.

165

157

16S

171

172

173

173

174 174

174

175

175

176

176

177

179

180

183

IV. Feest van den H. Naam Jesus. (Tweede Zondag na Driekoningen.) Jesu, dulcis memoria . 181

183

184

In nomina Jesu Litanie van den H. Naam

ocr page 527

- Si? —

V. hi den Vastentijd.

1 Audi, benigne Conditor

2 Stabat Mater

VI. Lijdenstijd.

1 Vexilla Regis

2 Adoramus te

3 Crux fidelis

4 Ecce quomodo moritur

5 Tenebrae factae sunt

6 Super fluraina

7 Iraproperium exspectavit

8 In monte Oliveti

9 O vos omnes

10 Omnes amici mei VII. De drie laatste dagen der Goede Week.

A. Witten Donderdag.

1 De Mis, uit het Missaal . 208

2 De processie , . 218

B. Goede Vrijdag.

1 De plechtigheden . . 219

2 Het lijden volgen den H. Joannes 228

3 De gebeden der Kerk . 242

4 Vereering van het H. Kruis 248

5 De processie en Nuttiging derH.Hostie 255

C. Paasch-Zaterdag.

1 Verklaring der plechtigheden 261

2 Wijding van het vuur . 261

3 Zegening der Wierookkorrels 265

4 Wijding der paaschkaars 266

5 De twaalf Voorspellingen 273

blz.

191 193

198

201

202

202

203

204

205

205

206 206

ocr page 528

— SI^ —

6 Wijding van het water

7 Litanie van alle Heiligen

8 De H. Mis uit het Missaal

VIII. Paschen.

1 Victimae paschali

2 Haec dies

3 Terra tremuit

4 Angelus Domini

5 . Maria Magdalena

6 Surrexit Pastor

7 Ad regias Agni

biz. 322 333 344

351 353 353

353

354

355 355

IX. Van Hemelvaart lot Pinksteren. i De Kruisdagen; gebeden behoo-rende bij de groote Litanie

van alle Heiligen

358

2

Salutis humanae Sator

367

3.

O Rex gloriae ^

369

4

Viri Galilaei

37P

5

Ascendit Deus

370

6

Vigilie van Pinksteren;

371

a De-zes voorspellingen

371

b De H. Mis uit het Missaal

376

X. Pinksteren.

1

Veni Creator

38I

2

Veni Sancte Spiritus

384 ■

3

Veni Sancte Spiritus, Antifoon

587

4

Confirma hoe

387

5

Factus est repente

388

XI. H. Drievuldigheid.

J

Jam sol resedit . .

389

ocr page 529

- —

biz.

2 Benedictus es . . 390

3 Te Deum laudamus . . 390 XII. H. Sacramentsdag. Feest van het

H. Hart.

1 Lauda Sion . . . 396

2 Auctor beate saeculi . . 405

XIII. Zondagen na Pinksteren.

Lucis Creator optime . . 406 VIERDE AFDEELING.

Gezangen ter eere der H. Maagd en bijzondere Heiligen.

I. Ter ecre der H. Maagd.

1 Ave Maria . . . 408

2 Alma Redemptoris . . 409

3 Ave Regina . . . 412

4 Regina coeli . . . 413

5 Salve Regina . . . 414

6 Angelus Domini . . 4'6

7 Magnificat . . . 417

8 Litanie van O. L. V. van Loreto 420

9 Ave maris Stella . . 424

10 O gloriosa Virginum . 427

11 Tota pulchra . . 428

12 Sub tuum praesidium . 429

13 Sancta Maria, succurre . 430

II. Ter eere van den H. Jozef.

1 Te Joseph celebrent . . 431

2 Domine praevenisti eum . 434

ocr page 530

— 52° —

blz.

3

Missus est Angelus - . ^

434

4

Angelus Domini apparuit

435

5'

Constituit eum . ■

436

III.

Ter eere der HH. Petrus en

Panlns.

i

Decora lux

436

2

Beate Pastor

439

3

Ouodcumcjue in orbe

44'

4

Tu es Petnis . ,

442

5

Tu es Pastor ovium

443

6

Quodcumque ligaveris

443

7

Óiiem cücunt homines

443

8

Oremus.pro Pontifice •quot; .

444

IV. Fgggtefag van het H. Bloed. Festivis compitis . . . 445

V. Feest der HH. Engelbewaarders. Custodes hominum . . 449

VI. Rozenkrans Zondag.

Coelestis aulae Nuntius . 451

VII. Allerheiligen.

PÏacare, Christe, servulis . 453

VIII. Ter eere der H. Cecilia. Cantantibus organis . . 456

IX. Algetneene Lof- en Beurtzangen ter eere der Heiligen.

1. Ter eere van Apostelen.

a Exultet orbis gaudiis . 457

b Beati estis . . . 459 c Tristes erant . . 460

ocr page 531

2. Ter eere van meer Martelaren.

a Sanctorum mentis . . 462-

b Justorum ahitnae . . 465

3. Ter eerc. van een Martelaar,

a Deus tuorum militum . 466

b Gloria et honore . . 468

4. Ter eere van een Belijder.

a Iste confessor . . 468,

b O Doctor optime . . 471

c Ecce Sacerdos . . 472

5. Ter eere van eene Maagd.

a Jesu, corona Virginum . 472

b Veni, Sponsa, Christi . 474

6. Ter eere van eene H. Weduwe,

a Fortem virili peetore . 475

b Diffusa est . . ' 477

7. Feest der Kerkwijding,

a Coelestis urbs Jerusalem . 477

b Terribilis est . . 480

VIJFDE AFDEELING.

Gezangen ter eere Tan iet AllerMigste Sacrament des Altaars.

Pange lingua . . . 481

Adore te . . .484

Sacris Solemniis . . 488

Verbum supernum . . 491

Aeterne Rex altissime . 493

ocr page 532

— 522 —

6 Andere Lofzangen verwezen

7 Ave verum Corpus

8 O quam suavis

9 O Sacrum Convivium

10 Homo quidam

11 Ego sum panis

12 Coenantibus illis

13 Venite ad me omnes

14 Oculi omnium

15 Quotiescunque

ZESDE AFDEELING.

1 Asperges me

2 Vidi aquam

3 Gebed voor de Koningin

4 Cantate Domino

5 Psalm: Laudate Dominum

6 Psalm: Laudate pueri

7 Psalm; Deus nostrum, refugium

8 Elegit eum Dominus

9 Bij de intrede van een Bisschop

Ecce sacerdos

ocr page 533

Alphabetische Inhoud

VAN HET

cKczftctijk 9T^ij- en £o^6oe^je.

—XMX»-—

A.

blz.

Adoro te ... 484

Adoramus te . . . 201

Ad regias Agni dapes . . 355

Advent (ten tijde van den) . 165

Aeterne Rex altissime . . 493

Afdeelingen, eerste . . 27

» tweede . , 60

» derde . . 165

» vierde . . 408

» vijfde . . 481

» zesde . . 504

Allerheiligen . . . 453

Alma Redemptoris . . 409

Angelus Domini . . . 353

Angelus Domini nuntiavit . 410

Angelus Domini Joseph . . 435

Apostelen (ter eere van) . 457

Ascendit Deus . . . 370

Asperges me . . . 504

Audi benigne conditor . . 191

Ave Maria . . . 408

Ave Regina coelorum . . 412

Ave Maris stella . , 424

ocr page 534

— 524 —

Ave verutn corpus, ,

Avondgebed

B.

Beate Pastor Beati estis

Belijder (ter eere van een) Benedictus (psalm)

Benedictus es Bietht (Gebeden vóór de)

Biecht (Gebeden na de)'

Bisschop (bij de intrede Vran een Bloed (Feest van het ff.)'quot;

c. x':

Caecilia (H.) , .

Cantate Domino,

Cantatibus organjs Coenantibus illis Cpelestis aulae Nuntius Qoelestis urbis Communie (Voorbereiding tot de H Communie (Dankzegging na de H.) Confirma hoe . . .

Constituit eum . . . '

Creator alme sideruna i: ■ •

Credo quod Redemptór Crudelis Herodes , .

Crux fidelis Custodes hominum

quot; ';l 436

•6l/ 156-

D.

Decora lux De profundis (psalm)

blz.

496

33

•'439 459 468

390 390 . 35 ' 38 514quot; 445

456 507 456

500 451 477 ) 40.

^t45'

: 387

■:-43Ö'

165

164

177 202 449

ocr page 535

Deus firmavit . . . 173

Deus noster, refugiüm (psalm) . 510

Deus tuorum militum . . 466

Dies sanctificatus . . 176

Diffusa eétquot; . . 477

Discite a me . . . 405

Domine, praevenisti eum . 434

Driekoningen . . . 177

Drievuldigheid (H.) . . 389

202 472 167

499 149

5'3 449 457

E.

iEcce quomodo moritur

Ecce sacerdos .

'■■;Kcce Virgo concipiet 'Ego sum panis . . , Ego sum resurrectio . ,

Elegit eum...sacerdotem Engelbewaarders (Feest der HH.)

Exultet orbis . . .

F.

itéi:

ï'actus est repente ! • • 388

P'estivis compitis . . 445

Fortem virili pectore . . 475

G.

Gebeden onder de H. Mis . 60

Gebeden na de H. Mis . . 129 'Gebeden onder de H. Mis v. overledereen 133

Gloria in Excelsis . t 174

Gloria et honore . , 468

Goede Vrijdag . . 219

Goede Weck . ... 208

ocr page 536

— S20 —

H.

Haec dies

Hart (Feest van het H.)

Heiligen (ter eere van bijzondere Hemelvaart Hodie Christus natus Homo quidam

I-

Improperium

In monte Oliveti ,

In nomine Jesu In paradisum Iste confessor

J-

Jaar (Gezangen door het) Jam sol resedit Jesu, corona virginum Jesu, dulcis memoria Jesu, Redemptor omnium Jesus (Feest van den H. Naam) Jozef (ter eere van den H.) Justorum animae

K.

Kerkwijding (Feest der)

Kerstmis

Koningin (Gebed voor de) Kruisdagen Kruiswegoefening

L-

Laetentur coeli

blz.

353

396 408

367

176 498

205 205 183 179 468

408

389

472 181 168 181 431 465

477 168 506 358 5°

«75

ocr page 537

S27 —

Lauda Sion Laudate Dominum Laudate pueri Libera me

Litanie van den H. Naam Litanie van alle Heiligen Litanie van O. L. Vr. van Loretto Lijdenstijd

Lijden (Het) volgens den H. Joannes Lucis Creator optime M.

Maagd (Gezangen ter -eere der H.) 408

Maagd (ter eere van eene) . 472

Magnificat . . . 417

Maria Magdalena . * 354

Martelaar (ter eere van een) . 466

Martelaren (ter eere van meer) 462

Miserere (psalm) . . . 158

Mis-gebeden ... 60

IVfisgebeden voor Overledenen . 133

Missus est . . . 434

Morgengebed ' . . . 27

O

Oculi omnium . . ' . 502

O Doctor optime . . 471

O gloriosa Virginam . . 427

Omnes amici mei. . . 206

Ömnes de Saba . . 179

o quam suavi; . . 497

Oremus pro pontifice . . 444

O Rex gloriae . . 369

bh. 396 349 508 m6 184

333 420 198 228 406

ocr page 538

- 528 —

O Sacrum convivium Overledenen (Mis voor de)

O vos omnes

P.

Paaschkaars Paaschzaterdag Pange lingua Parvulus filius Paschen

Petrus en Paulus (Feest van) Pinksteren

Pinksteren (Zondagen na).

Placare, Christe

Plechtigheden (op Goeden Vrijdag) Plechtigheden (Verklaring der) . Processie (op Wittendonderdag) Processie (op Goeden Vrijdag)

Puer natus est

Q.

Quem dicunt honimes Quem vidistis Ouodcunque in orbe Ouodcunque ligaveris Quotiescunque

R.

blz. 498 133 206

Rt 266 261 481 '75 35« 436 38« 406

453 219 261 218 218 171

443 174 441 443 502

180 413 451

3^gt;

Reges Tharsis Regina Coeli Rozenkrans-Zondagj

S.

Sacramentsdag (H.)

ocr page 539

529

blz.

Sacramenl. (Gezangen ter eere van het) 481 Sacris solemniis Salutis humanae Salve Regina iancta Maria, succurre Sanctorum meritis Stabat Mater Subvenite

Sub tuum praesklium Super flumina Surrexit pastor

T.

Tecum principium Te Deum laudamus Te, Joseph, celebrent Tenebrae factae sunt Terra tremuit Terribilis est Tota pulchra Tu es pastor ovium Tu es Petrus Tui sunt coeli Tribus miraculis Tristes erant

145

191

381 387

U.

Uitvaarten

V,

Vastentijd (Gedurende den) quot;eni Creator

eni, Sancte Spiritus (Lofzang)

488

367

414

43° 462

•93 155 429 204 355

173 39° 431 203

353 480 428

443 442

173 180 460

ocr page 540

— 53° —

Veni, Sancte Spiritus Veni, Sponsa Christi Venite ad me oinnes Verbum Supernum Vereering van het H. Kruis Vexilla Regis Victimae paschali Viderunt omnes fines Vidi aquam Vigilie van Pinksteren Viri Galilaei Voorspellingen (Twaalf) Voorspellingen (Zes)

Vrijdag (Goede)

W.

Weduwe (ter eere van eene Wierook (wijding van den) Wijding van het vuur Wijding van het water Witten Donderdag

ocr page 541

TE VERBETEREN.

Bladz. 35 H,l Bona moet zijn Uit Bona.

» d6 I Uwe worde » » In uwe.

» 88 Aegt » » xfegt.

» 104 in de inleiding, is de inleiding.

« 142 Gloria tibi Domine La us tibi

Christe.

» 151 bereiden moet zijn bereid/en.

» 164. Et in carej/ » » Et in caxne.

d 250 De Heilige God enz. Heilige

God enz.

» 252 achter Salvatori tuo: ten derden male, antwoorden de koren: agios enz bladz. 250.

ocr page 542
ocr page 543
ocr page 544
ocr page 545
ocr page 546