ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3
ocr page 4
ocr page 5

JESUS ONZE LIEFDE.

ocr page 6
ocr page 7

I

ocr page 8
ocr page 9
ocr page 10

I

11

V

'I ■

ocr page 11

KAS^

JESUS ONZE LIEFDE.

IIEUW COMMUNIE -BOEKJE

GODMINNENDE ZIELEN,

H. J. DE JONG,

Deken en Pastoor te Delden.

Met k e r k e 1 ij k « goedkeuring

Twaalfde veel vermeerrtorde uitgave.

—-

n

ALMELO, J. T. ö O MM EB.

1899.

ocr page 12
ocr page 13

VOORBERICH T.

Neemt het geloof onder de Katholieken van Nederland met eiken dag op eene in 't oog loopeude wijze toe, krijgt het aanhoudend nieuwen gloed, nieuw leven, dat zich in de edelste offers, niet slechts van geld en goed, maar van bloed en leven zelfs voor de belangen der Kerk en van het Pausschap openbaart; ziet men oveial in ons vaderland de heerlijkste kerkgebouwen verrijzen en daarbinnen de indrukwekkendste geheimen van onzen heiligen Godsdienst vieren met eene plechtigheid en luister niet alleen maar ook met een eerbied en stichting, die weldoen aan het Katholieke hart, die luide getuigen van het geloof, waaruit zij ontspruiten ; zien wij overal inzonderheid het veelvuldig gebruik der H. Sacramenten, het geloof, de liefde en godsvrucht tot Jesus in het aanbiddelijk Alt aar-Sacrament, dat Geheim zijner liefde, het middenpunt van geheel onzen U. Godsdienst, met eiken dag nog toenemen, geen wonder dan, dat het vrome hart telkens nieuw voedsel, nieuwe opwekking vraagt voor die godsvrucht tot Jesus in dit aanbiddelijk Geheim. Dit nu: nieuw voedsel voor hen, die Jesus in het H. Altaar-Sacrament vurig wenschen lief te hebben, te eeren en te aanbidden, heeft de bewerker door dit Nieuw Communie-hoekje aan Neerlands vrome Katholieken willen aanbrengen. Ik zeg nieuw voedsel, omdat men de gebeden hierin voorkomende, behoudens misschien enkele uitzonderingen, tevergeefs in andere Nederlandsche Gebedenen Communie-boeken zal zoeken. Behalve uit de schriften van den H. Franciscus van Sales en andere geestelijke schrijvers, zijn deze gebeden voor het grootste gedeelte getrokken uit een Hoogduitsch werkje van G. Ott, dat in Imitschland in betrekkelijk korten tijd tot negen malen herdrukt werd en waarvan een Duitsch Recensent zegt: „Wij begroeten de verschijning van dit Communie-„boekje met vreugde; want het leert ons in den geest op „nuttige en heilige wijze met Jesus verkeeren en in 't „algemeen den Communiedag goed doorbrengen. De genheden en gevoelens komen uit het hart van een vroom

ocr page 14

VOORBERICHT.

VI

„priester en zullen daarom ook gemakkelijk weer den „weg tot het hart vindon.quot; — Moge dus ook dit boekje onder ons iets medewerken tot vermeerdering van hot geloof, de liefde en godsvrucht jegens Hem, die, eeuwig God, in dit aanbiddelijk Geheim van liefde de spijze onzer zielen zijn wil, dan mag ik mijn vurigsten wensch en hartelijkste beden vervuld zien.

VOOKBERICHT VOOR DE TIENDE UITGAVE.

Luidde de titel van de eerste uitgave: „Jesus onze Liefde,quot; Nieuw Communie-boekje enz., thans, nu reeds moer dan veertig duizend exemplaren daarvan verkocht zijn, is het een oude bekende geworden en mocht het woord memo wel wegvallen. Maar juist door die gretige ontvangst hebben de vrome lezers en lezeressen er den schrijver als toe verplicht, om toch iets nieuws te leveren, het te verbeteren, uit te breiden en van eenige nieuwe oefeningen te voorzien. Vooral de vereering en aanbidding van Jesus' Allerheiligst Hart zal het voorwerp dezer gebeden zijn. De bevordering van die devotie onzer dagen zal het den lezers zeker nog aangenamer maken. En hiermede ook mij zeiven aan de vrome lezers en lezeressen aanbevolen.

Goddelijk Hart van Jesus, iiiogeu wij U meer eu meer beminuen.

Deldkn, 1 Maart 1892.

ocr page 15

OVER DE WONDERVOLLE UITWERKSELEN

VAN HET

Aanbiddelijk Altaar-Sacrament.

Dc H. Communie of het werkelijk nuttigen van liet allerheiligste Lichaam en Bloed des Heeren brengt in eene wel voorbereide ziel de wondervolste uitwerkselen voort. — Met weinige woorden wil ik u, vrome ziel, me-dedeelen, wat de H. Kerkvaders en godvruchtige schrijvers daarover zeggen, opdat gij de oneindige liefde van uw goddelijken Verlosser en de genaden, die Hij bij 't naderen tot zijne H. Tafel u wil mededeelen, wel moogt erkennen.

Het eerste uitwerksel der H. Communie is, dat zij u het leven geeft. Jesus zegt dit zelf: TFie mijn vleesth eet en mijn bloed drinkt, heeft het eeuwig leven. Het brood, dat Ik h geven zal, is mijn vleesch voor het leven der wereld. Zooals de levende Vader Mij gezonden heeft en Ik door den Vader leef, zoo zal hij, die Mij eet, door Mij leven. (Joan. VI). Hij ontneemt ons het leven, dat wij van Adam hebben geërfd, het leven van hoogmoed, van eerzucht, van gehechtheid en liefde voor de geschapene dingen, van zelfzucht en booze lust, kortom het leven van alle hartstochten, die in 's menschen hart wonen, en deelt ons zijn leven mede, een leven van zachtmoedigheid, ootmoed, geduld, heilige liefde en zelfverloochening; kortom een leven van alle deugden en goede werken.

ocr page 16

8

In de Heiligen is dit wonderbaar uitwerksel der H. Communie duidelijk zichtbaar. Hun beeft Jesus door de H. Communie zijn heilig leven ingestort, de volheid zijner deugden medegedeeld, zoodat zij zijn levendig afbeeldsel geworden zijn.

Het tweede uitwerksel der H. Communie is, dat zij ons op de innigste wijze met Jesus vereenigt. Wie mijn vleesch eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem. (Joan VI). Deze Avondervolle vereeniging omvat lichaam en ziel. Het vleesch des Heeren wordt één met uw vleesch, zijn heilig bloed vermengt zich met uw bloed. Zijne ziel trekt de uwe aan zich; gij wordt één geest met Hem en komt in gemeenschap met de goddelijke natuur. (IlPetr. 1 : 4). Geene menschelijke tong is in staat, om deze vereeniging te schotsen. Zooals het voedsel, dat gy neemt, door uwe ziel bezield wordt, leven krijgt, evenzoo begint ook de geest van Christus u te bezielen, zoodra gij door de H. Communie zijn lidmaat wordt. Jesus wordt dan de ziel van uwe ziel, het leven van uw leven: Hij denkt, spreekt, bemint, handelt in u, zoodat gij zeggen kunt: Christus is de mijne, en ik ben de zijne, Christus leeft in my !

Het derde uitwerksel is, dat zij uwe ziel reinigt van dagelijksche zonden en voor doodzonde bewaart. Zij is, zegt de H. Kerkvergadering van Trente, een tegengift, waardoor wij van dagelijksche zonden gezuiverd en voor doodzonde bewaard worden, weshalve ook de H. Ambro-sius zegt: Ik moet dagelijks het bloed des Heeren ontvangen, opdat ik dagelijks vergiffenis krijge van mijne zonden; wijl ik dagelijks zondig, moet ik ook dagelijks het geneesmiddel tegen de zonde gebruiken.

Het vierde uitwerksel is, dat zij de booze neigingen en de drift der hartstochten in ons verzwakt en meer uitdooft. Jesus, de heiligheid zelve, duldt geene bezoedeling naast zich. Het vuur drijft alle vochtigheid uit het hout en zet het eindelijk zelf ook in vlammen, zoo ook drijft Jesus de booze neigingen uit ons bedorven vleesch. Hij verstompt den prikkel der zonde, die in ons is en bestrijdt en matigt het vuur onzer hartstochten en driften. „Zoo iemand van u,quot; zegt de H. Beruardus tot zijne Ordebroeders, „niet zoo erg meer wordt aangevallen door toorn, nijd, wellust en andere zonden, dan heeft hij dit aan 't vleesch en bloed van onzen Heer en Meester te danken.quot;

ocr page 17

9

Het vijfde uitwerksel is, dat zij de ziel versterkt en veredelt. Zij geeft u kracht, ijver en moed, om alles wat God behaagt te volbrengen. Daarom wordt ook hot allerheiligste Altaar-Sacrament het hrood der sterken, de tarwe der uitverkorenen genoemd. Alle vrome en heilige zielen schrijven de verhevene en heldhaftige deugden, die zij beoefenden en de H. Martelaren hunne heerlijke zegepraal over de woede der dwingelanden aan de H. Communie toe. De H. Communie veredelt ook de ziel, vermeerdert in u de heiligmakende genade. „Het goddelijk bloed,quot; zegt de H. Joannes Chrysostomus,quot;' geeft der ziele schoonheid en adel, en belet door zijne voedingskracht dat zij in afmatting vervalt. Dit bloed is haar heil, het heiligt en veredelt haar, het ontvlamt haar en maakt haar helderder, dan goud en vuur.quot;

Het zesde uitwerksel is, dat zij in uw lichaam de kiem legt der onsterflijkheid en er het onderpand eener heerlijke verrijzenis aan geeft. Zij, die deze spijs en dezen drank nuttigen,'' zegt de H. Augustinus, „worden onsterflijk en onbederflijk.quot; Jesus zelf getuigt dit, als Hij zegt: „ Wie mijn vleesch eet en mijn bloed drinkt, heeft het eeuwig leven. Ik zal hem opwekken ten jongsten dage. (Joan. VI). Zoo is dus waarlijk, volgens de uitspraak der H. Kerkvergadering van Trente, de H. Communie een onderpand onzer toekomstige heerlijkheid en eeuwige zaligheid. Ziedaar, vrome ziel, de voornaamste uitwerkselen, welke de H. Communie in een welvoorbereid hart teweegbrengt. Nader dus zoo dikwerf mogelijk — maar altijd met verlof van uw biechtvader, — tot Jezus in dit Geheim zijner liefde; want Jesus zelf wil het, de H. Kerk verlangt het, het heil uwer ziel vordert het ten dringendste; laat u dus door alle ijdele en dwaze voorwendselen van de U. Communie nimmer terughouden; maar nader immer met een brandend verlangen, met een levendig geloof, met eene kinderlijke liefde, immer met steeds grooter afkeer van de zonde en vaster voornemen om in de deugd, in de liefde van God toe te nemen; in een woord, nader steeds met de vereischte voorbereiding en wijl van die voorbereiding de meerdere of mindere vrucht der H. Communie afhangt, daarom hier nog een enkel woord over de voorbereiding tot de H. Communie.

i*

ocr page 18

10

VOORBEREIDING

TOT DE H. COMMUNIE.

In liet boek der Navolging van Christus spreekt de Heer tot zijnen dienaar: „O, ik ben de minnaar der zui-nverheid en de gever van alle heiligheid. Ik zoek een „rein hart, daar is de plaats mijner ruste... Wilt gij, „dat Ik tot u kome en bij u blijve, verwijder dan het

„oude zuurdeeg en reinig de woning uws harten.....

„want al wie bemint, bereidt voor zijn geliefden „vriend de beste en schoonste plaats, wijl men daaruit „de liefde van dengene, die zijnen vriend ontvangt, leert „kennen.quot;

Het hoofdvereischte der voorbereiding tot de H. Communie is een zuiver geweten. Op het oogenblik, waarop men het aanbiddelijk lichaam des Heeren ontvangt moet onze ziel zuiver zijn van doodzonde. Zelfs moet men trachten, zooveel in ons is, alle kleinere zonden. welke de ziel bezoedelen, uit te wisschen. Het zou een allersnoodst vergrijp en afschuwelijk verraad zijn jegens uw goddelgken Heiland, wanneer gij het zoudt durven wagen, het allerzuiverst lichaam des Heeren in eene met zware zonden besmeurde z el te ontvangen. Dan zoudt gij in uw hart een kruis oprichten, om er den Heiland opnieuw aan te klinken En vreeselijk zouden daarvan de gevolgen zijn. Gij waart dan aan 's Heeren oordeel vervallen. Door eene geheime toelating van God zou eene verschrikkelijke verlatenheid, eene doodelyke onverschilligheid voor al wat heilig is, voor uw eigen

ocr page 19

11

zieleheil uw lot wezen; uw hart zou meer en meer verbarden en uw einde aan de wanhoop en het verderf van Judas gelijk zijn; maar neen, godminnende ziel, aan zulk vergrüp zult gij u niet schuldig maken: dat ware al te afgrijselijk.

Echter bestaat er nog een andere reinheid des harten, waardoor men uit eerbied voor de heiligheid Gods zijne ziel van de geringste zonde reinigt, de gehechtheid aan de zonde in zich bestrijdt en de booze neigingen en hartstochten tracht te onderdrukken en in te toomen. Wij moeten het stof ook van de voeten wisschen, even als de Zaligmaker vóór het Avondmaal zijnen leerlingen deed. Het allerheiligste Sacrament toch is het brood der Engelen; daarom moet gij u beijveren met Engelen-reinheid ter H. Communie te naderen. Ik zeg: u beijveren, ernstig er u op toeleggen, om door Gods genade gesteund, uwe gewone fouten te verbeteren en naar hoogere volmaaktheid te streven, want op eene volmaakt waardige wijze de H. Communie te ontvangen, is voor den zwakken mensch onmogelijk.

Wilt gij dus, Godminnende ziel, die reinheid erlangen, maak u dan de laatste dagen vóór «ie H. Communie ten nutte en bereid u daarop vóór, zooals de H. Aloysius dit immer gedaan heeft. Wees in die dagen aandachtiger in het gebed, trouwer en ijveriger in de vervulling der plichten van uwen staat. Wees waakzamer en oplettender op u-zelve. Maak 's morgens bij uw morgengebed een bepaald voornemen, om uw hoofdgebrek te verbeteren, de zonde, waarin gij telkens hervalt, te vermijden en vernieuw dit voornemen op den dag. Denk meermalen aan den dag der H. Communie en zeg dan: o mijne ziel, uw Jesus noodigt u uit, weldra komt Hij tot u. Ach, Heer! ik beloof het ü, dat ik niet meer zoo dikwerf in mii'ne oude fouten zal hervallen. Hoe vurig wenschte ik in 't geheel niet meer te zondigen, maar, Heer, ik ben zoo zwak; lieve Jesus, help en versterk mij '

Komt nu de dag der H. Commume, beijver u dan, om zooveel mogelijk met de gewenschte voorbereiding, in de heiligste gemoedsstemming tot de tafel des Heeren te naderen. Tracht daarom gevoelens van het levendigste geloof, van den diepsten ootmoed en eerbied, van de vurigste liefde en het grootste vertrouwen en van een brandend verlangen naar dit hemelsch brood in u op te wekken.

ocr page 20

12

Wat Let geloof betreft, bedenk dat Jesus, de eeuwige waarheid, gezegd heeft, dat Hij zijn vleesch en bloed tot spijs en drank uwer ziel zou geven en dat zij zonder die spijze niet zou kunnen leven. Stel u levendig voor, Jesus vóór u te zien, terwijl Hij u zegt: Kom, o ziel, onder den last der kwelling neergedrukt, Ik zal u verkwikken ; of wel, stel u Jesus voor, alsof Hij zelf u zijn allerheiligst lichaam toereikte. Zeg met den Apostel Petrus: Heer, tot wien zullen wij gaan ? Gij hebt de woorden des eeuwigen 'evens; ik geloof alles, wat Gij ons geopenbaard hebt en uwe heilige Kerk ons leert.

Ootmoed en eerbied zult gij in u opwekken, door te overwegen dat Hij, die tot u komt, is de Heer, de Almachtige God. die alleen door zijn wil Hemel en aarde in het aanzijn riep, onderhoudt en bestiert en in 't niet kan doen terugzinken; dezelfde, voor wien de Engelen des Hemels uit eerbied hun aangezicht bedekken en op wiens wenk de zuilen des hemels sidderen en beven. Sla daarbij dan tevens de oogen op u-zelve, om uwe geringheid, uwe nietigheid, al uwe fouten en ellende te erkennen en nader zóó tot de H. Tafel des Heeren met de gevoelens van den tollenaar, d.'e 's Heeren altaar niet waagde te naderen, maar van verre staan bleef, op de borst sloeg en uitriep: God! wees mij, armen zondaar genadig ; of met de woorden van den verloren zoon: Vader! ik heb gezondigd tegen den Hemel en tegen u; of wel besproei met Magdalena Jesus' voeten met uwe tranen en roep met de H. Elisabeth uit* Vanwaar komt mij dat geluk, dat de moeder des Heeren, — de Heer zelf — tot mij komt ?

Om liefde en vertrouwen in u op te wekken, moet gij u de oneindige barmhartigheid en liefde des Heeren voor oogen stellen, die vooral in dit allerheiligst Sacrament uitschitteren. Want wie zou Hem niet liefhebben, die ons zoozeer heeft liefgehad ? Wie op Hem niet vertrouwen, die ons zooveel goedé bewees ? Welk herder voedt zijne schapen met zijn eigen vleesch? Ja, welke moeder geeft haar eigen bloed te drinken aan haar kind, om het te voeden en te versterken ? Dat de Zoon Gods, om den mensch te verlossen, de menschelijke natuur aannam, was een wondervol werk van liefde, maar grooter nog, wondervoller is zijne liefde in de H. Communie, waar Hij zelf spijs en drank wordt onzer ziel. En als alleen de aanra-

ocr page 21

13

king van zijn kleed de vrouw van quot;t Evangelie van eene zware ziekte genas, moet gij dan niet veel meer hopen en vertrouwen, dat Hij al uwe zielekwalen zal genezen, als Hij zelf bezit wil nemen van uw hart?

Eindelijk moet men tot de H. Communie naderen met een vurig verlangen. Overweeg, om dat verlangen in u op te wekken, van de eene zijde uw grooten nood, uwe ellende, uwe gebreken, de behoefte aan de goddelijke hulp, uwe zwakheid, onstandvastigheid, verblindheid en zondigheid, en van den anderen kant de wonderbare uitwerkselen van dit H. Sacrament, de groote liefde, waarmede Jesus bereid is u te zuiveren, te versterken, te verlichten en te genezen.

Die overweging zal ongetwijfeld een vurig verlangen in u opwekken om tot Jesus te naderen, zooals een dorstige naar de waterbron, een hongerige naar spijs, een zieke naar den geneesheer verlangt. En wanneer gij dat brandend verlangen, dien honger en dorst naar Jesus in u niet gewaar wordt, o verlang dan ten minste vurig, om het te hebben, en Jesus zal met uwen goeden wil tevreden zijn, zooals Hij aan de H. Mech-tildes leerde : Wanneer gü tot de If. Communie nadert, verlang dan tot mijne eer al de begeerte en liefde te hebben, waarvan het gloeiendste hart ooit naar mij is ontstoken geweest, en op deze wijze moogt gij tot Mij komen ; want Ik zal mijne oogen op die liefde slaan en haar aannemen, nadat gij verlangt, om ze ook zelve te bezitten. Daarom zou het eene goede voorbereiding zijn, vóór de H. Communie recht hartelijk te verzuchten : „O zoetste Jesus! met geheel mijne ziel verlang „en begeer ik met dien geestelijken honger, dat bran-„dend verlangen tot uwe H. Tafel te naderen, waar-„mede uwe Heiligen U steeds iiüderden en van die „heilige liefde te gloei.en, waarvan het hart uwer al-„lerheiligste Moeder en van uwe 11. Apostelen steeds „brandde.quot;

Ook zou het eene nuttige wijze van voorbereiding zijn vóór de H. Communie, wanneer gij, volgens den raad van den 11. Bonaventura, telkens eene plaats uit de levens-of lijdensgeschiedenis des Heeren overwoogt.

Immers, de 11. Communie is ook een gedenkteeken van 's Heeren bitter lijden. De 11. Chrysostomus zegt: quot;Wie te Communie gaat, zal, zoo dikwerf hij communiceert, zich voorstellen, als legde hij den mond op de kostbare

ocr page 22

14

wonde van Jesus' zijde, om daar zijn heilig bloed te drinken en zich deelachtig te maken aan alles, wat Jesus daarmede voor o.is verdiend heeft. Eindelijk raad ik u aan, om voor de H. Communie, u eenige oogenblikken met de overweging der volgende punten bezig te houden: 1°. Wie komt tot mij ? 2°. Tot wien komt Hij ? 3°. Waarom komt Hij ? welke aan elke Communie oefening voorafgaan, die gij niet slechts lezen, maar overwegen, ontwikkelen, en op uzelve zult toepassen; en die, a's gij God daarbij vurig om ware godsvrucht bidt, ongetwijfeld voor u van het grootste nut zijn zullen.

ocr page 23

OVEK WEGINGEN ES GEBEDEN.

TZR VOORBEREIDING

YOOR DE H, COMMUNIE.

T. OVERWEGING. *

VOORBERE1DINGSGBBED VOOR IEDERE OVERWEGING.

O goedertieren Jesus, die op aarde zijt gekomen, om alle mensclien te verlichten, open de oogen van mijne ziel en laat mij de oneindige liefde erkennen, waarmede Gij het allerheiligst Sacrament des Altaars hebt ingesteld; laat mij de onbegrijpelijke goedheid en gunst inzien, waarmede Gij tot ons hebt willen afdalen, om bij ons, arme menschen-kinderen, uw intrek te nemen, ons met uw allerzuiverst vleessh te spijzen en met uw allerheiligst bloed te drenken; maar laat mij ook mijne armoede, mijne nietswaardigheid en zondigheid inzien en erkennen, hoe rein en heilig mijne ziel moet wezen, om ü, den heiligen God, te ontvangen, opdat ik alle zorg bestede, om door eene waardige voorberei-

* Deze overwegingen kan men op den vooravond of ook 's morgens op den Communie-dag verrichten.

ocr page 24

16

ding ü welgevallig en de groote genade deelachtig te worden van mij met U te vereenigen, met ü, mijn goddelijken Heiland Jesus Christus, die met den Vader en den H. Geest leeft en heersoht in alle eeuwigheid Amen.

1.) Wie komt tot mij? Christus, de Zoon van den levenden God, de beminde Zoon, in wien de Hemelsehe Vader zijn welbehagen genomen heeft; Christus komt tot mij, het Woord, waardoor God alles gemaakt heeft, wat er gemaakt is. — Christus, de eenigge-borèn Zoon Gods, de afglans zijner heerlijkheid en zijn zelfstandig evenbeeld, die één van wezen met den Vader en den H. Geest, in alles aan hen gelijk is, — Christus, de Zoon Gods, wiens rijk geen einde heeft, wiens troon de Hemel, en wiens voetbank de aarde is en voor wien de gansche wereld is als een druppeltje aan den wateremmer, die gewaardigt zich tot mij te komen. — Christus, de Zoon Gods, voor wiens ontzaglijke Majesteit de Cherubs en Seraphs hun aangezicht in diepen eerbied bedekken, wien tallooze koren van Engelen dienen en lof-zingen; Christus, de eeuwige God, de Heer der Heerscharen komt tot mij en gewaardigt zich mij te komen bezoeken.

2.) Tot wien komt Hij? Tot mij, nietig

ocr page 25

17

sterveling, door zijne hand uit het stof der aarde gemaakt en gevormd. — Tot mij, arm menschenkind, dat naakt, hulpeloos, van alles ontbloot, met zonde bevlekt ter wereld kwam, dat van mij-zei ven niets heb en niets kan dan — zondigen! — Bij mij wil de Zoon des Allerhoogsten zijn intrek nemen, die een afgrond van ellende, misschien van boosheid ben!____ Tot mij wil de Zoon Gods, de afglans des eeuwigen Vaders komen, tot mij, die van alle kanten van de melaatschheid der zonde overdekt, bezoedeld ben van den moederschoot af aan! — O, onbeschrijfelijke vernedering van mijn God en Heer! De almachtige Schepper wil zijn arm schepsel, de Heer des hemels en der aarde een armen bedelaar bezoeken ! .. ..

3.) Waarom liomt Hij? Om dien armen bedelaar uit het stof op te heften en den behoeftige uit het slijk te beuren. (Ps. 112). Om mij, het armzaligst menschenkind, met de schatten zijner liefde te verrijken. Om mij, arm schepsel, van zijn goddelijk leven, van zijne volmaaktheid mede te deelen, opdat ik, o wonderbare, onuitsprekelijke genade, aan zijne goddelijke natuur zou deelachtig worden ! — Gods Zoon wordt de spijze mijner ziel; mijne ziel wordt door God met zijn vleesch en bloed gevoed! 0 verbazingwek-

ocr page 26

18

kende onbegrijpelijke gunst van mijn God en Heer! 0 ziel! wat geeft gij Hem voor zoo oneindige liefde en goedheid weder?...

Bede. 0 Zoon van den levenden God! hoe is 't mogelijk, dat Gij zoo diep wilt afdalen, om mij, verachtelijke aardworm, te bezoeken ? — Mag ik gelooven, dat uwe eeuwige Godheid, welke de Hemelen niet kunnen omvatten, mijn hart tot woonstede wil uitverkiezen? O ja, dat geloof ik, wijl Gij zelf het gezegd hebt, maar begrijpen kan ik het niet. ïe groot is de afstand tusschen U en mij; te diep lig ik in het slijk dei-zonde neêr, zoodat ik het zelfs niet wagen durf, mijne oogen tot uwe ontzaglijke Majesteit op te heffen !____ Maar Gij zijt God en

een God van eeuwige liefde! Die liefde, die geene palen kent, sterkt mijn geloof en wekt mijn vertrouwen op. O kom dan, lieve Jesus! en kom spoedig; mijne ziel verlangt, smacht naar uwe komst; zonder U verkwijnt zij, zonder U kan zij niet leven. O kom dan, lieve Jesus, en toef niet langer !

H. OVERWEGING

VOORBBREIDINGSGEBED (als bl. 15).

1.) Wie komt tot mij? Jesus, de Zoon Gods, die zich ook een Zoon Davids, een menschen-zoon noemt.... Jesus komt tot mij, die in

ocr page 27

19

den schoot der onbevlekte Moedermaagd de menschelijke natuur heeft aangenomen, om de menschen, door de zonde van God gescheiden, weêr met God te kunnen vereenigen, — diezelfde Jesus, dien de allerzaligste Maagd onder haar hart, in hare armen droeg,.... die aan Maria en Joseph tijdens zijn verborgen leven in alles gehoorzaamde,.... die drie en dertig jaren in armoede, ellende en verachting op aarde wandelde, om allen goed te doen, allen te redden, om op te zoeken en zalig te maken, wat verloren was. Jesus komt tot mij, die om mijnentwil de gedaante van een dienstknecht heeft aangenomen en gehoorzaam was aan zijn hemelschen Vader tot

aan den dood des kruises!____Diezelfde Jesus

komt met godheid en menschheid tot mij !

2.) Tot wien komt Hij? Tot mij, arm men-schenkind, die reeds bij mijne ontvangenis en bij mijne geboorte met de erfzonde besmet, een voorwerp was van gramschap en afschuw voor den driewerf heiligen God!.... Tot mij, die door het bloed van Jesus in de wateren des Doopsels gereinigd en tot kind van God gemaakt, echter dat kleed der onschuld weder bezoedeld en mij onwaardig gemaakt heb, om een kind van God te heeten en te

zijn!____Tot mij, een mensch, die den adel

der menschelijke natuur dikwerf zoo weinig

ocr page 28

20

geacht, mijn lichaam zoo vaak onteerd en aan zinnelijk genot heb overgegeven !... Tot mij, die dikwerf als een arme knecht mijne hartstochten gediend en mij tot slaaf vernederd heb van mijne lagere driften!____

3.) Waarom komt Hij? Om mijne mensch-heid door den adel zijner verheerlijkte menschheid te verheffen; om in mij te bewerken, wat Hij gezegd heeft: „zoo gij niet wordt als kinderen, zult gij het rijk der Hemelen niet ingaan!...om mij vromen kinderzin, kinderlijken eenvoud, kinderlijken ootmoed; kinderlijke zachtmoedigheid, reinheid en onschuld, kinderlijke liefde te lee-ren !.... Om in mij de lagere driften te onderdrukken, van mij de gezindheid van een dienstknecht weg te nemen, mij vrij te maken van de banden mijner booze neigingen en mij de vrijheid der kinderen Gods te schenken !. ... Om het kleed der onschuld mijner ziel te reinigen, dat ik door de zonde bezoedeld heb, en het schoon en heerlijk te maken in zijn heilig bloed!....

Bede. O, mijn Jesus! schoonste onder de menschenkinderen, reinste, heiligste Zoon der altijd onbevlekte, heilige Maagd Maria! Gij wilt tot mij komen, een mensch reeds in zonde ontvangen en die van de dagen mijner

ocr page 29

21

geboorte af onder het juk van booze neigingen en driften verzuchtte. Gij wilt tot mij komen, mijn hart wilt Gij tot uwe woonstede uitkiezen, mijn hart, dat door zooveel zonden bevlekt, U nog zoo weinig bemint! Is het mogelijk, dat uwe liefde zoo ver gaat? En toch hebt Gij gezegd : Zoo gij mijn vleesch niet zult eten en mijn bloed niet zult drinken, zult gij het leven niet in u hébben. Ja, ik wil leven, leven voor ü, leven volgens uw wil en voorbeeld. Zoo kom dan, o Jesus! neem bij mij uw intrek en deel mij uw hemelsch leven mede. Help mij, dat ik in ootmoed en zachtmoedigheid, in reinheid, barmhartigheid en gehoorzaamheid U na-volge en zoó uw hemelschen Vader behage en zalig worde. Amen.

III. OVERWEGING.

V03RBBREIDINGSGEBED (als bl. 15).

1.) Wie komt tot mij? Jesus, die in de hooge Hemelen heerscht, wien alle macht gegeven is in den Hemel en op aarde. Jesus de Koning, op wiens schoxideren de heerschappij rust en op wiens Meed staat geschreven: Koning der kosingen, Heer per heerschaken. Jesus, die gebied voert op aarde, aan wien de hemelsche Vader gezegd beeft: Verlang van mij, en ik zal U de Hei-

ocr page 30

22

denen tot erfdeel geven en tot uw eujendom de uiteinden der aarde. Jesus, in wiens naam alle knieën zich buigen in den hemel, op en onder de aarde; Jesus, die ook door zijne wrekende gerechtigheid in de hel heerscht, voor wiens Naam de hellegeesten beven; de Koning der koningen komt tot mij!....

2.) Tot ivien komt Hij? Tot mij, zijn arm schepsel, dat Hij uit stof heeft gevormd! — Tot mij, zijn armzaligen onderdaan, komt de Koning van Hemel en aarde! — Mijn Heer en Koning gewaardigt zich mij te komen bezoeken! Is 't mogelijk, dat een koning zich zoo diep vernedert, om bij een armen zieken bedelaar zijn intrek te nemen, wiens hut niets dan nood, armoede en ellende vertoont! En als die arme bedelaar nu dien koning niet geëerd, niet gehoorzaamd, maar integendeel zijne geboden onbeschaamd overtreden, zelfs veracht heeft, als hij tegen hem opgestaan, met zijne vijanden saamgespannen en hem meermalen zwaar en schamper beleedigd heeft, en die koning komt dan toch tot hem vol medelijden, vol liefde, vol erbarming en geeft hem, opdat hij in zijne ellende en nood niet omkome, niet goud of zilver, maar zijn eigen vleesch en bloed: is er dan wel eene grootere afdaling en vernedering,

ocr page 31

23

grootere liefde, genade en goedheid denkbaar? — En toch, zoo is 't; tot mij, dien ellendigen, behoeftigen, zondigen en ondankbaren bedelaar wil Jesus, mijn God en Heer, naderen; mij wil Hij met zijn allerheiligst vleesch en bloed spijzen, genezen en versterken ten eeuwigen leven !----

3.) Waarom komt Hij? Niet om dien ellendigen, ontrouwen en boozen knecht te straffen, niet om hem te binden en in den kerker te werpen, totdat hij den laatsten penning zijner schuld betaald heeft. Waar-1 mede toch zou die arme bedelaar al zijne j schuld kunnen afdoen ? Christus, mijn Heer en Koning, geeft mij zijn allerheiligst vleesch en kostbaarst bloed als offer voor mijne zonden, opdat ik daardoor de goddelijke gerechtigheid bevredige en mijne schuld bij God betale. — Christus komt tot mij, om mijne ziel uit de macht van Satan te bevrijden, haar als met een muur tegen zijne aanvallen te omgeven, om haar te versterken en over al hare booze neigingen te doen zegevieren. Christus komt, om mij uit te noodigen. Hem op den koninklijken weg des kruises te volgen, en voortaan de zonde af te sterven en alleen voor Hem te leven !... .

Bede. Ach! mijn Jesus, mijn Heer en

i

ocr page 32

24

Koning! hoe groot is toch uw liefde en genade, daar gij een armen, trouwloozen knecht, die zoo diep in het slijk der zonde verzonken ligt, wel wilt bezoeken! Met den H. Petrus moest ik uitroepen; „Ga weg van mij. Heer! want ik ben een zondig mensch.quot; Ik ben zooveel goedheid, liefde en erbarming niet waardig! — Ach, hoeveel wanorde heerscht er niet in mijne ziel, die nog ■ioo bezoedeld, zoo weinig los is van do wereld en de schepselen ! Hoe toch kunt Gij, allerschoonste en beminnelijkste Heer, welgevallen in haar hebben en haar met uwe zoete tegenwoordigheid verblijden? Maar neen, — mijn Jesus! uw eindelooze liefde versmaadt ook een armen en ellendigen bedelaar niet. Zonder U toch zou hij nooit vrij worden van de banden der zonde en hartstochten, die zijne ziel nog geboeid houden; zonder U zou hij nimmer zijne schuld kunnen betalen. 0, kom dan, goedertieren Heer en Koning! Wil mijne groote boosheid, waarmede ik u beleedigde, vergeten, om slechts te denken aan de groote behoefte, die ik heb, aan uwe goddelijke hulp. Kom, o Jesus! neem bezit van uw eigendom, heersch en regeer over mij, geleid en bestier mij, opdat ik den weg bewandele, waarop Gij mij zijt voorgegaan, den weg des kruises, die voert tot eeuwige vreugde. Amen.

ocr page 33

1

25

IV. OVERWEGING.

VOUUBEUEIDINGSGEBED (als bl. 15).

1.) Wie komt tot mij? Jesus, de hemelsche Leermeester, wiens woord geen mensclien-woord, maar het woord Gods is: die slechts waarheid leert en nimmer kan dwalen, wijl Hij de waarheid zelve is: — Jesus, de goddelijke Meester, die in alle goed onderricht, tot wien Petrus gesproken heeft: „ Gij licht de woorden des eeuwigen levens.' — Jesus, de Meester, die alleen mij den rechten weg aanwijst en mij geleidt; die mij niet slechts leert, wat ik doen moet om zalig te worden, maar die mij ook door zijn heilig voorbeeld voorgaat en mij liefdevol uitnoodigt, om Hem na te volgen; — Jesus, de goddelijke Meester, die elke deugd, welke Hij leert, eerst zelf beoefend heeft; die mij gebiedt barmhartig, zachtmoedig, gehoorzaam, kuisch en rein te zijn en het zelf geweest is. — Jesus komt tot, mij, die niets van mij verlangt, wat boven mijne krachten is, die mijne zwakheid kent, en mij gaarne kracht en genade wil geven om datgene, wat Hij mij gebiedt, te volbrengen!

2.) Tot uien komt Hij? Tot een onwetenden mensch, die niet kent, wat hem tot vrede strekt; tot een blinde, die zonder geleider den rechten weg nimmer vinden kan;

2

ocr page 34

26

tot mij komt die goddelijke Meester, zonder wiens genade ik niet eens in staat ben, om zelfs eene enkele goede gedachte te vormen; tot mij, die nog zoo traag ben, om naar zijne goddelijke leer te luisteren en die zoo spoedig weer vergeet, wat ik geboord beb; tot mij, die nog zoo gaarne aan de vleitaal der wereld, de stem der bartstocb-ten, de inblazingen van Satan gehoor geef, in plaats van acht te slaan op de leer des Hemels, die alleen waarheid is en zalig maakt! Tot mij komt de goddelijke Meester, wiens heilige woorden uit den mond des priesters zoo vaak aan mijne ooren en aan mijn hart klonken, zonder dat ik ze daarin opnam en vruchten liet dragen 1 — Tot mij komt die goddelijke Meester, wiens leer ik dikwerf zelfs veracht en aan de valsche grondbeginselen eener bedorven wereld heb achtergesteld!

3.) Waarom. Ix-omt Hij? — Om als een minnend vriend tot mijn hart te spreken; om mij te zeggen, boe verkeerd ik geleefd heb, om mij voor de bekoorlijke stem der verleiding te waarschuwen ; om mij de dwaalwegen te laten zien, waarop zij geraken, die naar zijne stem en die zijner dienaren niet luisteren! Om mij te zeggen, wat ik te doen bob, om volmaakt te worden en zijn Tremel-

ocr page 35

27

ider sehen Vader te behagen! — Om aan mijne

om zwakheid te hulp te komen en mij te bemoe-

vor- digen, om den weg te bewandelen, dien Hij

om mij heeft aangetoond en waarop Hij mij is

die voorgegaan. — Om mij de schoonheid en be-

lord minnelijkheid dier hemelsche deugden te too-

i de nen, die Hij geleerd en beoefend heeft en om

^ch- mij aan te sporen, Hem daarin na te volgen,

eef, — Om mij te bewegen, voortaan mijne oogen

des alleen te slaan op Hem: den oorsprong en

alig voltooier van mijn geloof, — opdat ik onder

ter, het getal van diegenen behoore, van wie Hij

des sprak: Zalig zijn zij, die het woord Gods

aan aanhooren en het onderhonden. (Luc. xi). irin

Tot Bede. O, Jesus, mijn Heer en Meester! leer Zoo dikwerf reeds hebt Gij tot mijn hart ge-che sproken en uw licht mij laten verlichten; heb maar, helaas! tot hiertoe nog zoo vruchte-■ loos! Hoe komt liet, dat Gij in weerwil daarvan U toch gewaardigt, tot mij te komen een en mijne ziel te bezoeken'? Gij vindt in mij om slechts onwetendheid, blindheid en duisternis ieb, en toch komt Gij tot mij, om mij te onderlei- richten en uwe wegen te leeren, die ten ve- Hemel voeren! Ik erken mijne blindheid, die waarmede ik tot hiertoe uw heilig woord liet niet behartigd en nageleefd heb, waarmede 3eri ik mijne ooren voor uwe hemelsche woorden iel- gesloten, en voor de bedriegelijke stem dor

ocr page 36

28

wereld en van het bedorven vleesch geopend lieb, en bid ü uit den grond mijns harten, gelieve mij mijne boosheid te vergeven. — Kom, o Jesus! mijn hart is bereid, om U te ontvangen ; spreek tot mij, Heer! uw dienaar (dienares) hoort. Zeg mij, wat ik doen moet, om het eeuwig leven te bezitten! Ik zal mijne ooren neigen naar uwe stem: zwijg niet, Heer! maar spreek, spreek luid tot mijne ziel; uw woord is waarheid, uw woord is leven! Ach, hoe ongelukkig zou ik zijn, als Gij uwe stem niet meer liet hooren! Wel had ik dit verdiend, maar ach! waarheen zou ik gaan, want Gij alleen hebt woorden des eeuwigen levens! Amen.

V. OVERWEGING.

VOORBEREIDINGSGBBED. (als bl. 15).

1.) Wie komt tot mij? — Jesus, de hemel-sche Geneesheer, die gezegd heeft, de gezonden hehhen den geneesheer niet noodig, maar wel de zieken. — Jesus, de barmhartige Samaritaan, die de olie zijner genade en den wijn zijner liefde uitstort in de wonden van hem, die in de handen van roovers gevallen is, om ze daardoor te genezen! — Jesus, de goddelijke Geneesheer, die onze krankheden en wonden kent en ze genezen wil en kan! — Jesus, die liefdevolle Geneesheer, die van ons niets verlangt, dan dat wij Hem onze

ocr page 37

29

wonden vertrouwvol openbaren en Hem ootmoedig bidden, dat Hij ze geneze; — Jesus. die zijn allerheiligst bloed tot red- en geneesmiddel gaf voor onze zonden en die door zijne wonden de wonden onzer zielen geneest: die Jesus, die door zijn almachtig woord alle soorten van ziekten genas en door de aanraking alleen van zijn kleed aan die ongelukkige vrouw de gezondheid wedergaf; deze alvermogende, liefdevolle Go-neesheer gewaardigt zich tot mij te komen!

2.) Tot ivien komt Hij? Tot mij, die helaas! zoo ziek, zoo zwak, zoo wankelmoedig en ellendig ben, wijl mijne ziel met de me-laatschheid der zonde geslagen is. Tot mij, die- door mijne eigenliefde, mijn eergevoel, mijne opgeblazenheid en lichtzinnigheid, door mijne onbestendigheid en wankelmoedigheid, mijne ziel zoo dikwerf vreeselijk verwond heb; tot mij komt die hemelscho geneesheer, wiens voorschriften ik veracht, wiens geneesmiddelen ik versmaad heb. — Tot mij, wiens ziel door zwakheid geslagen, neergedrukt ligt onder hare booze neigingen, die haar zoo machteloos maken om te doen, wat God van haar verlangt. — Tot mij, wiens ziel door de slechte voorbeelden der bedorven wereld aangestoken, reeds walgelijk was door de zonden. Tot mij komt Jesus,

ocr page 38

30

tut mij, armen, zieken, machteloozen bedelaar, die de grootheid mijner kwalen, de menigte mijner wonden, liet gevaarlijke van mijne krankheid nog niet eens ken!

3.) Waarom komt Hij? Hij komt tot mrj, die liefdevolle geneesheer, om aan mijne kranke ziel het allerbeste geneesmiddel, zijn allerheiligst vleesch en bloed toe te reiken! Hij kent al mijne gebreken, al mijne wonden. Hij kent mijne kwaal geheel en al en kan die genezen. Toen Hij eertijds zich het kruis liet op de schouderen leggen, toen heeft Hij al onze krankheden op zich genomen en daarvoor in zijn bloed het geneesmiddel bereid. — Hij komt met einde-looze liefde en hartelijk medelijden, om in zijn eigen bloed mijne ziel te zuiveren van de melaatschheid der zonde en haar nieuwe levenskracht in te storten, opdat zij niet bederve. — Hij komt in zijne goddelijke kracht, om mijne zwakheid weg te nemen, opdat, ik opsta en moedig voortaan den weg zijner goddelijke geboden bewandele. Hij komt, om mijne ziel te reinigen en met het kleed der heiligmakende genade te versieren. — Hij komt, om haar voor't bederf te bewaren en haar een verweermiddel te geven tegen al hare vijanden: ja, de goddelijke geneesheer, Jesus, mijn Verlosser, wil de

ocr page 39

31

ede- redding, de genezing, het beil mijner tirme

de ziel zijn ! —

van

Bede. O mijn Jesus! Gij hebt gezegd: „Ik hen uw heil! (Ps. 34), zie toch hoe zwak en

nij, ziek ik ben, verwond en met melaatschheid

jne overdekt! Wie kan mij genezen, mij gezond

lel, maken, wie my uit mijne zwakheid opbeuren

te en mij kracht geven, om den weg, die ten

jne leven leidt, te bewandelen; wie anders, dan

al Gij, mijn God! Gij zijt de geneesheer, die het

oh eenig afdoend middel weet en bezit om

;n, mijne ziel te genezen; Gij kent al hare ge-

ch breken en kunt ze verhelpen. Gij zijt het le-

fe- ven zelf; hoe zou hij dus kunnen sterven,

e- die ü ontvangt, die met uw levengevend

in vleesch en bloed gevoed wordt ? — O kom

m dan, lieve Jesus, mij bezoeken. Wel is waar,

^e ik ben dat geluk niet waardig, wijl ik zelf

st door mijne lichtzinnigheid en overmoed mij

:e verwond en mij, zonder op mijne zwakheid

i, te letten, aan het gevaar van zonde heb

g blootgesteld. Maar goedertieren Heiland, hoe

ij zal ik van al mijne kwalen verlost worden,

t tenzij Gij, in Uwe barmhartigheid, in uw medelijden, mij ter hulpe snelt ? 0 kom dan,

3 zoete Jesus! mijne ziel smacht van verlan-

i gen naar uwe komst; kom, o Jesus, haar

s genezen, haar reinigen, haar versterken, kom

! haar gezond en schoon, vlekkeloos en zuiver

I

ocr page 40

32

maken; opdat zij weder welbehagelijk worde voor de oogen uws Vaders, die in den Hemel is. Amen.

VI. OVERWEGING.

VOORBBREIDINGSGEBED (als bl. 15).

1.) Wie komt tot mij? Jesus, de Bruidegom der godminnende zielen, die door den Profeet heeft gesproken : vIk verloof Mij aan u voor eemvig, en verloof Mij aan u door gerechtigheid, door genade en erbarming. Ik verloof Mij aan u door trouw; en (jij zult erkennen, dat ik de Heer hen.quot; (Oseë, II, 19, 25). Jesus, die mij ten einde toe bemind heeft, en niet ophoudt mij lief te hebben. — Jesus, die op zoo bloedige wijze mijn Bruidegom geworden is, wijl Hij voor mij aan 't kruis stierf en al zijn bloed vergoot. — Jesus, die ter liefde van mij zijn heilig hart liet doorboren, opdat ik daarin een toevluchtsoord zou vinden. — Jesus komt tot mij; Hij, wiens hart geheel ontstoken is van liefde tot mij; Hij komt. en staat aan de deur van mijn hart en klopt en roept; „Doe open, mijne geliefde, mijne vriendin, mijne bruid.quot; Jesus, de schoonste der menschenkinderen, wiens vermaak het is met de kinderen der menschen te zijn, komt zelf tot mij! —

2.) Tot wien komt Hij? Hij komt tot mij, die het verbond van liefde en trouw, dat

ocr page 41

33

wor- Hij in het H. Doopsel met mij gesloten 1 den heeft, zoo dikwerf verbroken, zijne trouw zoo dikwerf geschonden heb; — tot mij, ontrouwe ziel, die geen woord gehouden, Hem nooit waarachtig bemind heb; — Hij komt tot mij, die mijn hart aan duizend ijdele dingen gehecht, mijne liefde aan vergankelijke schepselen geschonken, mijn vermaak in zondige genietingen gezocht heb! — Hij komt tot mij zoo liefdevol, nederig, vriendelijk en goedig, en wil mij bezoeken, die Hem dikwerf ontvlucht. Hem den rug gekeerd en met zijne vijanden geheuld heb! — Hij komt tot mij, die het bruiloftskleed gescheurd en bezoedeld heb; tot mij, die niets aan mij heb, wat Hem behagen en welgevallig zijn kan, die hem niets heb aan te bieden, dan een zwak bezoedeld harte!

3.) Waarom kond Hij? — Niet om mij te veroordeelen, om die trouwlooze ziel te bestraffen; niet, om mij zijne trouw op te zeggen, zijne belofte bij het H. Doopsel gedaan terug te nemen; neen, zijne onbegrensde liefde, zijn eindelooze barmhartigheid wil mij mijne ontrouw vergeven; zijne liefde is niet verkoeld; nog klopt zijn hart voor mij, nog heeft hij zich niet van mij verwijderd. Hij wil mijn koud hart opnieuw in liefde ontsteken en aan zich verbinden,

2*

ocr page 42

34

mijne ziel opnieuw bekleeden met het bruiloftskleed der liefde en met- de schatten zijner genade verrijken, haar met de stralen van zijn goddelijk licht verlichten, om haar hare armoede, hare ellenden en hare zonde-vlekken te doen erkennen, haar te doen zien, wat het is, Hem, de bron der reinste vreugde te verlaten, om de bedriegelijke hersenschimmen der wereld na te jagen. Jesus, mijn heilige Bruidegom komt. O mijne ziel! zijt gij bereid? is uwe lamp gevuld met de olie van goede werken? of ledig, als die der dwaze maagden, tot wie de Bruidegom sprak: „Ik ken u niet?'...

Bede. — Ach ja! mijn Jesus, beminnenswaardige Heiland, ook ik heb verdiend uit uw mond te hooren: „Ik ken u niet.quot; Ook ik heb harde verwijten, het strenge oordeel over mijn ontrouw verdiend. Hoe heb ik U toch kunnen vergeten, uwe zoo groote liefde met koudheid kunnen beantwoorden en U, het schoonste, aanbiddenswaardigste wezen, kunnen achterstellen achter de armzaligste schepselen? Voor uwe voeten in t stof neergeknield erken en belijd ik, o Jesus! mijne ontrouw, mijne liefdeloosheid, mijne ondankbaarheid, en bid U uit het diepste mijns harten, wil mij om uwe oneindige liefde nog vergiffenis schenken

ocr page 43

35

'rui- en niet weigeren, mij te bezoeken. 0 Jesus! tten /.onder U ga ik ten gronde, zonder U veralen smacht en verdort mijne ziel. Gij zijt haar laar leven, haar voedsel, haar steun en haar ide- staf, haar heil, hare vreugde, haar alles, ien, 0 kom dan, lieve Jesus! rijk mij uwe hand, gde trek mij tot U, want ü wil ik toebehooren, en- mij nooit meer van U afwenden, U breng ras, ik mijn hart ten offer; neem het aan en trek iel! het zoo sterk tot U, dat het in eeuwigheid net van U niet meer gescheiden worde. Amen.

al.s VII. OVERWEGING.

VOOUBEREIDINGSGEBED (als bl. 15.)

1.) Wie komt tot mij? Jesus, de man van

is- smarten, die weet wat lijden is, die al onze

lit zwakheden en gebreken op zich genomen,

'k den kelk van bitter lijden tot den laatsten

r- druppel geledigd heeft! — Jesus, de man

)b van smarten, die van den dag zijner geboorte

te af het kruis immer voor oogen had en geheel

n zijn aardsch leven geen enkel uur zonder

;e smarte was, die van zijne kindsheid af bit-

i- tere armoede en ellende, honger en dorst,

t koude en hitte verdragen heeft; . . . . de

3 Zoon Gods, die met al onze zonden en onge-

, rechtigheden beladen, eenen melaatsche ge-

fc leek, door de hand van God 'geslagen en

! vernederd. — Jesus, de man van smarten,

i die smaad en verachting tot zijn deel heeft

ocr page 44

36

verkozen, die zich als eer misdadiger ter dood liet veroordeelen, die liet kruis zelf op zijne schonderen nam, aan 't kruis zijn bloed vergoot en stierf; diezelfde Jesus wil mijne arme ziel komen bezoeken!

2.) Tot vien komt Hij? Helaas! tot eene weekelijke, zinnelijke ziel, die van geene boetvaardigheid, versterving en zelfverloochening wil hooren! Tot eene ziel, die voor kruis en lijden terugschrikt, die van geen vasten en waken, van geene kruisiging des vleesches, van geene versterving der zinnen weten wil; — die geene wederwaardigheden, geene kwelling of smart kan verdragen, die geene vernedering, geene achterstelling, geene verachting of smaad wil dulden, die bij de geringste tegensin-aak verbitterd wordt. — Tot een ziel, die het vleesch niet kastijden, goede dagen hebben en met Jesus uit den lijdensbeker niet drinken wil; die zich met rozen omkranst, terwijl de Heer met doornen gekroond is, op den breeden weg wandelt, terwijl haar Meester met het kruis op de schouderen den Calvarieberg bestijgt; die naar vreugde en genoegens haakt, terwijl haar Heiland aan 't kruis van dorst versmacht!

3.) Waarom komt Hij? Hij komt, om mij te bewegen, mijn roem en mijne eer slechts

ocr page 45

37

in zijn kruis te stellen; oin mij te toonen, hoe het der ware liefde eigen is, voor den geliefde te lijden! . .. om mij uit te noodi-gen, het kruis niet hem te dragen, om eens met hem verheerlijkt te worden! — Hij komt, om mij op te wekken, voor mijne zonden te boeten, en der wereld, die niets is dan ijdelheid en bedrog, af te sterven; om mijne zwakheid te ondersteunen, en mij lust en moed en kracht voor de versterving in te storten; om mij vriendelijk uit te noo-digen, zijne voetstappen te drukken en den weg des kruises, die alleen ten Hemel voert, te bewandelen! — Hij komt, om mij in den strijd tegen het vleesch bij te staan en de zegepraal gemakkelijk te maken; om mij aan te moedigen, het mij tot eene eer te rekenen, als ik miskend en veracht wordt; ja Hij komt mij aankondigen, dat ik nimmer zal deelen in zijne heerlijkheid, zoo ik op aarde niet geleden, verdragen en ten bloede toe gestreden heb.

Bede. — O goede Jesus, Koning met doornen gekroond, die eenmaal het kruis tot troon, een rietstok tot rijksstaf, een spotmantel tot koninklijk gewaad, smaad en verachting tot spijze, gal en azijn tot drank hadt, die niet zooveel hadt, dat Gij er uw hoofd op kondet neerleggen! Gij wilt tot mij ko-

ocr page 46

38

men, nietig en zwak mensch, die afschrik heb van kruis en lijden, die de zinnelijkheid toegegeven en mijne lusten zoo weinig verstorven heb, — tot mij, die baak naar zoetigheden en troost, maar den kelk van lijden verafschuw, — tot mij, armen zondaar, die gerechte straffen verdiend heb, en er toch niet voor boeten wil. Ach! thans zie ik het in, hoe verkeerd ik gehandeld, hoe weinig ik ü bemind heb. Volgaarne wil ik mijn leven verbeteren, en den weg bewandelen, waarop Gij mij zijt voorgegaan, en uwe lieve Meedelen alle Heiligen ü gevolgd zijn, — den koninklijken weg des kruises! . .. Ja, ik volg ü, o Jesus ! kom en sterk mij, geef mij moed en kracht, opdat ik het ook vermoge; want zoo groot is mijne zwakheid, dat ik zonder U mijn kruis niet dragen, der wereld niet afgestorven zijn kan. O, kom dan, lieve Jesus! versterk mijn goeden wil en stort mij een brandend verlangen in, om voor ü te lijden, voor U te strijden, voor en met U te sterven. Amen.

VIII. OVERWEGING.

VOORBEREIDINGSGEBED. (als bl. 15.)

1.) Wie komt tol mij? Jesus, bet voorbeeld aller deugden, de heiligheid en reinheid zelve, Jesus die gezegd heeft: „wie van u kan Mij van zonde overtuigen?' Leert van Mij, dat

ocr page 47

39

ik zachtmoedig en ootmoedig van harte ben,quot; — het geduldig Lam dat zwijgend ter slachtbank ging; Jesus, in wiens hart slechts liefde woont, die aan al zijne vijanden vergiffenis schonk en voor hen aan het kruis nog bad! . . . die gehoorzaam was tot aan den dood, ja, tot den dood des krui-ses! — Jesus, die aan allen weldeed en alle eer en lof verachtte en ontvluchtte! — Jesus, de barmhartige, wiens hart van medelijden bewogen was bij den aanblik van armen en zieken! — Jesus, de vredevorst, die den vrede bemint en gaarne vertoeft waar vrede woont! — Jesus, die in den hof van Olijven bad: „Vader, niet mijn, maar uw wil geschiede!quot; — die voor de zondaren stierf, wijl zijn hemelsohe Vader het zoo wilde!

2.) Tot ivien komt Hij? Tot een mensch, door God wel is waar naar zijn evenbeeld geschapen, maar die dat beeld in zich bezoedeld heeft! — Tot eene ziel, die zoo weinig goeds en schoons in zich ontdekken kan, die aan een hof gelijkt, waarin slechts onkruid en distelen groeien! — die zoo weinig gelijkvormigheid, zoo weinig gelijkenis heeft met haar goddelijk toonbeeld Jesus Christus, niet zuiver, niet zachtmoedig, niet ootmoedig van harte is, maar dikwerf vol

ocr page 48

40

hoogmoed en opgeblazenheid. — Tot eene ziel, die niet gehoorzaam, niet geduldig is, die voor elk lijden terugschrikt en bij elk kruisje, bij elke wederwaardigheid in moedeloosheid vervalt. — ïot eene ziel, die altijd liefde in den mond heeft en haar weinig beoefent, die weinig goed doet en traag is in werken van barmhartigheid! — Tot eene ziel, die allen haat en ngd en afgunst nog niet overwonnen heeft en haar eigen wil nog zoo dikwerf boven den wil van God stelt! — Ja, Jesus, dat toonbeeld van alle deugden, komt tot eene ziel, waarin zijn oog schier niets dan zonde ontdekken kan!

3.) Waarom komt Hij? Hij komt, om dat evenbeeld, dat ik in mij misvormd, bezoedeld had, te reinigen en te herstellen I — Hij komt, om de trekken van zijn heilig voorbeeld in mijn hart te drukken, om mij de schoonheid en glans der deugden, die Hij beoefend heeft, voor te stellen en mij uit te noodigen en op te wekken, om die na te volgen. Hij komt, om mij te zeggen, dat ik aan Hem gelijkvormig moet worden, zal de He-melsche Vader mij als zijn kind aannemen en mij het erfrecht met zijn eeniggeboren Zoon geven. — Jesus komt, om mij te versterken, opdat ik die schoone deugden ook moge beoefenen en er mijn hart mede versieren, opdat

ocr page 49

41

eene daarin gaarne verwijle; in één woord,

S1 1S: om mij aan hem gelijkvormig te maken! — i elk

'ede- Jlede ! — O Jesus! Gij wilt dan uw intrek dtijd ^

nemen in mijn arm, ellendig, onrein hart, f ^e' en toch weet Gij, dat in dit hart geen 8 ln bloempje eener schoone deugd bloeit, geene 3ene vrucht van eenig goed werk te vinden is. no8 Helaas! mijn hart is zoo woest en ledig; zoo ^1' gaarne zou ik het ü aanbieden; zoo gaarne jod zou ik uitroepen: ach! lieve Jesus, kom! alle kom en blijf bij mij ! maar mag ik het wagen, Mg XJ, de heiligheid zelve, bij mij tenoodigen?

— Maar, goede Jesus! hoe ellendig en arm ik ook ben aan deugden en goede werken, ^ toch wil ik niet moedeloos worden. De liefde, waarmede Gij bij arme zondaren uw intrek genomen, waarmede Gij arme zonda-orquot; ren ü hebt aangetrokken, doet mij kinderlijk vertrouwen, dat Gij ook mijn arm en ellendig ;,equot; hart niet zult versmaden. Ach ! wat ben, wat vermag ik zonder U ? Maar met de hulp uwer goddelijke genade ben ik bereid uw ln voorbeeld na te streven, de deugden, die Gij

e' ons geleerd hebt, te beoefenen. Kom dan,

311 lieve Jesus, en help mij, opdat ik dit voorne-

m men ook werkelijk in beoefening brenge, dat

CI' ik aan U gelijkvormig en zóó een waar kind

van uwen hemelschen Vader en eens deel-^ genoot worde van uw rijk van glorie. Amen.

a

ocr page 50

B J ECHTGrEBEDEN.

I

liet heilig Sacrament der Biecht, godminnende ziel, is een kostbaar genadegeschenk der oneindige liefde van Christus. — Jesus, de Zoon Gods, stierf aan 't kruis, om voor de zonden van alle menschen te hoeten; en zijn allerheiligst en kostbaar bloed stelde Hij als 't ware in de handen zijner priesters, opdat zij allen, die in ware vermorzeling des harten tot hen komen, hun de melaatschheid hunner zonden openbaren, dat is, die hunne zonden oprecht en rouwmoedig belijden, met dit allerheiligst bloed zouden afwasschen, reinigen en hunne ziel weer schoon en aangenaam maken voor Gods oogen. — Echter is 't niet genoeg, godminnende ziel, uwe zonden hartelijk te betreuren en oprecht te belijden, maar gij moet ook den ernstigen en vasten wil hebben, om het booze in u, vooral uw hoofdgebrek, uw zonde van gewoonte, met wortel en al uit te roeien en Jesus Christus waarlijk na te volgen. Juist aan dien goeden, vasten en ernstigen wil ontbreekt het dikwerf bij de biecht, en zoo komt het, dat men altijd weder in de oude zonden terugvalt. Maar ook de wil alleen is nog niet genoeg; gij moet ook inderdaad de handen aan het werk slaan, reeds vóór de biecht en nog meer na de biecht alle middelen gebruiken, om over uwe booze neigingen te zegevieren, zeer waakzaam zijn, ijverig bidden, u zelve versterven en Jesus, uw voorbeeld, geen enkel oogenblik uit het oog verliezen. Dan zal elke biecht u nuttig en heilzaam zijn, dan wordt gij met elke biecht reiner, schooner en meer welgevallig aan God, dan worden al uwe communiën ook rijker in vruchten en zult gij met Jesus altijd inniger vereenigd worden. —

[

ocr page 51

43

Toch kan het gebeuren, dat gij in weerwil van de zorgvuldigste en oprechtste biecht en het beste voornemen nog weer valt. Wordt daarom volstrekt niet moedeloos, ; maar vertrouw op Gods goedheid en barmhartigheid, verootmoedig u en verdubbel uwen ijver Dnor meermalen goed te biechten, wordt de genade Gods in u vermeerderd, ontvangt gij meer licht en kracht en zal het i u van lieverlede gelukken, om uwe fouten uit te roeien en altijd volmaakter te worden. Stel u, zoo dikwijls gij te biechten gaat, voor, alsof het de laatste biecht uws levens ware, en bereid u dus zoo goed mogelijk, maar zonder-angst of schroomvalligheid. Heb slechts een goeden wil, en Jesus zal met u tevreden zijn.

GEBED TOT DEN II. GEEST

OM ZIJNE ZONDEN WEL TE LBEREN KENNEN.

Goddelijke, heilige Geest! bron van licht, van alle kennis en waarheid: onmogelijk is het mij, zonder uwen bijstand, zonder uwe goddelijke verlichting alle vlekken, die mijne ziel bezoedelen, te erkennen, alle zonden, die mijn hart misvormen, in te zien en den grond, de wortelen op te sporen, waaruit het onkruid der zonde voortspruit; o, zend daarom een straal van uw he-melsch licht in het diepste mijns harten af, opdat ik alles erkenne, wat aan de oogen van mijnen Jesus, die bij mij zijn intrek wil nemen, mishaagt en wat «ijn hemelsche Vader verafschuwt! — O, laat mij alle zelfs mijne verborgenste gebreken, al mijne

ocr page 52

44

zondige gedachten, woorden en werken, elk verzuim mijner plichten, elke ergernis, die ik misschien gegeven heb, duidelijk inzien en erkennen. Laat niet toe, dat ik mijzelven bedriege, dat de eigenliefde mij verblinde of de hoogmoed mij misleide, zooals hij den Pharisee in den Tempel misleid heeft. Open mijne oogen, toon mij al mijne overtredingen en hare schuld; ontdek mij elke wonde, die ik mijner ziel geslagen heb en doe mij tevens de boosheid van elke zonde inzien, opdat ik ze verafschuwe en van harte betreure. — Allerheiligste Maagd Maria, Moeder van genade en kennis! bid voor mij den H. Geest, die u zoo bij uitstek gezegend heeft, dat Hij ook voor mij zijn licht late schijnen, opdat mij niets ontga bij het nauwkeurig onderzoek mijner zonden, die ik gaarne alle oprecht wil biechten, om daarvan gereinigd in het bloed van Christus, mijnen Heer en God weer welgevallig te worden. Amen.

ONDI'BZOEK DES GEWETENS.

Zonder twijfel verlangt gij. godminnende ziel, eene zeer oprechte en volledige belijdenis te doen uwer zonden. Onderzoek daarom zoo nauwkeurig mogelijk uw geweten, d. i. denk ernstig en bedaard na over uwe zonden, het getal en de omstandigheden, wijl de volledigheid en de geldigheid der biecht daarvan afhangen. Zeker zal de

ocr page 53

45

H. Geest u in deze gewichtige zaak verlichten, maar Hij wil ook, dat gij zelve het daarbij niet aan yver laat ontbreken. Wilt gij dus uw zieletoestand, de zonden, gebreken, fouten, nalatigheden en booze neigingen uwer ziel goed leeren kennen en tot op den wortel uwer zonden doordringen, onderzoek dan dagelijks, alvorens u ter ruste te begeven, uw geweten. Het dngelijksch onderzoek des gewetens hebben de Heiligen ijverig beoefend en dringend aanbevolen als het krachtigste middel, niet alleen om de zonden te leeren kennen, maar ook om zo uit te roeien. Dat dagelijksch gewetensonderzoek is of algemeen of hijzonder. Het algemeen gewetensonderzoek doet men dagelijks en bijzonder vóór de Biecht over alle fouten, die men door gedachten, woorden, werken en verzuim begaan heeft. Het hijzonder onderzoek, dat men daarmede verbindt, gaat meer over eene bepaalde zonde, vooral over die zonde, waarin men het meeste en gemakkelijkste vervalt, die daarom onze hoofdfout, ons hoofdgebrek genoemd wordt. Op die hoofdfout moet men bij het dagelijksch gewetensonderzoek bijzonder letten, dat gebrek vooral trachten te verbeteren en zich daarover in den biechtstoel bijzonder aanklagen.

Wanneer gij dus, godminnende ziel. uw geweten onderzoekt, stel u dun levendig voor den geest, alsof gij op uw sterfbed laagt voor het aanschijn van den alwetenden Rechter: onderzoek dan, wat gij verkeerd en zondig gedacht, gesproken en gedaan hebt, en vraag u zelve ook af, waarom, waai-, met wien, hoe dikwerf gij iets gezondigd hebt. Doorloop oplettend de tien geboden Gods, de vijf geboden der H. Kerk, de zeven hoofdzonden, de negen vreemde zonden en de plichten van uwen staat.

ocr page 54

46

GEWETENSONDERZOEK.

VOOR HEN, DIE DIKWERF BIECHTEN EN COMMUNICEEREN.

(naar lodewijk van GRKNaDA).

Velen van hen, die zich ernstig op de godsvrucht toeleggen en gewoon zijn dikwerf te biechten, worden meermalen door gewetensangsten gekweld, wijl het hun niet zelden gebeurt, dat zij, nu een nauwkeurig onderzoek des gewetens, nog niets weten te biechten. Daar zij nu van den eenen kant meenen en ook in gemoede zich verzekerd houden, dat zij niet geheel vrij zijn van zonden, en toch van den anderen kant geane zonden of overtredingen in hun geweten vinden, worden zij beangst en ontsteld en meenen, dat zij misschien nooit eene goede biecht doen.

Twee gronden kan men hiervoor aangeven : de eerste is, dat do mensch zich niet gemakkelijk leert kennen; want niet te vergeefs zegt de profeet: „Wie erkent zijne overtredingen ? Reinig mij, Heer, van mijne verborgene zonden.quot; Ps. 18. De tweede oorzaak is, dat de zonden der rechtvaardigen dikwerf niet zoozeer zonden met de daad als wel zonden van verzuim zijn, die men dikwerf zeer moeilijk kan leeren kennen. Eene waarlijk godminnende ziel, die ernstig naar de volmaaktheid, naar nauwere vereeniging met haar Jesus streeft, zal zich lichtelijk wachten, om vrijwillig en met bewustzijn eene booze daad te bedrijven ; maar daarentegen zal het haar meermalen overkomen, dat zij verzuimt hare plichten te vervullen; of een goed werk, eene deugd te oefenen. Juist deze zonden van verzuim ziet men niet zoo gemakkelijk in ; vandaar dat zulke personen bij het biechten dikwerf verward en beangst zijn, wyl zij niet weten, waarover zij zich te beschuldigen hebben. Voor dezen kan het volgend onderzoek dienen, waarin vooral zonden van verzuim vermeld worden.

Vóór alles zullen zij zich afvragen :

Heb

ik groc gewetei rouw o nemen godsvr H. Cou van oi verricl getracl gen? 1 om mi Ond God, S

Jh

godd liefd u ch

1.

God •/,iel ijdël zin vuo Goc

2 uit 1 het, ges 0)11 all* voi

-

ocr page 55

47

Heb ik mij voor de biecht behoorlijk voorbereid ? Heb ik grooten ijver besteed in hot dagelijkseh onderzoek mijns gewetens ? Heb ik werkelijk getracht, een hartelijk berouw over mijne zonden te verwekken ? Was mijn voornemen vast en oprecht ? Ben ik met de meest mogelijke godsvrucht ter H. Communie gegaan ? Heb ik vóór de H. Communie de oefeningen van geloof, hoop en liefde, van ootmoed en verlangen met hartelijke godsvrucht verricht ? Heb ik sedert mijne laatste biecht werkelijk getracht mijne goede voornemens in beoefening te brengen ? Heb ik mijzei ve moeite gegeven, om mij te beteren, om mijn hoofdgebrek te bestrijden?

Onderzoek u vervolgens over uwe plichten: 1. jegens God, 2. jegens u zei ven, 3. jegens uwe naasten.

Jegens (rod zijn wij verplicht de drie goddelijke deugden van geloof, hoop en liefde met allen ijver te beoefenen. Vraag u dus:

1. In betrekking tot de liefde. Heb ik God van ganscher harte, uit geheel mijne ziel bemind, of misschien de schepselen, de ijdelheden der wereld, ijdele eer, mijn eigen zin meer bemind, hooger geschat en de voorkeur gegeven? Heb ik alles ter liefde Gods gedaan en verdragen ?

2. In hetreklang tot het geloof. Heb ik uit menschelijk opzicht mij in niets voor het geloof, voor de deugd en godsvrucht geschaamd? die, waar het te pas kwam, onverschrokken verdedigd? Heb ik mij in alles naar den geest der Kerk gericht, voor haar heil gebeden, en naar en uit

ocr page 56

48

het geloof ook geleefd? Heb ik mijn hart bij God gehad of bij andere ijdale, dikwerf gevaarlijke en zondige dingen ? Heb ik mijn hart dikwerf tot God verheven, vooral in gevaren en bekoringen en in vrome liefdezuchten en gebeden mij tot Hem gewend ?

3. In hetrchking tot de hoop. Heb ik in voorkomende kwellingen en angsten mijne toevlucht tot God genomen of mij aan kleinmoedigheid overgegeven? Heb ik in wederwaardigheden en lijden troost gezocht bij de menschen, in plaats van ze te zoeken bij God? Heb ik bij kwelling en vervolging mij niet al te zeer aan droefgeestigheid overgegeven? Heb ik wel berust in den heiligen wil Gods?

4. In betrekking tof de goede meening. Heb ik eiken arbeid, elk werk met eene zuivere meening, alleen ter liefde Gods gedaan ? Of heb ik mijne werken slechts uit gewoonte, of wijl het mij beviel, of om gezien en geprezen te worden, verricht? Of heb ik daarbij misschien alleen tijdelijk voordeel beoogd ?

Heb ik ook aan de inspraken der goddelijke genade gehoor gegeven, en die opgevolgd? Of misschien slechts mijn eigen wil gevolgd en de stem der eigenliefde ge-

ocr page 57

49

hoor gegeven ? Heb ik de goede werken, waartoe de H. Geest mij aandreef, misschien uit vadzigheid, traagheid en gemakzucht verzuimd? Heb ik de wenken en vermaningen mijns biechtvaders stiptelijk opgevolgd'? Heb ik zijn raad behartigd, of misschien zijn wil wederstreefd ? Was ik dankbaar voor de weldaden en genadegaven Gods? Heb ik daaruit aanleiding genomen, om God nog ijveriger en trouwer te dienen ?

Heb ik allen tegenspoed tevreden van Gods hand aangenomen en geduldig verdragen? Heb ik God voor die kruisjes bedankt? Heb ik mijne gebeden en overwegingen met eerbied en aandacht verricht ? Hoe heb ik mij bij morgen- en avondgebed, bij het H. Misofïei', bij de godsdienstoefeningen en 't aanhooren van Gods woord gedragen ; daarbij anderen gesticht ?

Jegens u zblven zijt gij verplicht uwe zintuigen, uwe zielskrachten en neigingen, naar den wil Gods te gebruiken en te regelen en uw vleesch onderworpen te maken aan den geest. Vraag u dus af;

Heb ik mijn lichaam met behoorlijke strengheid en boetvaardigheid behandeld? Heb ik mij zeiven in het eten en drinken, in het slapen en dergelijke zaken eenige

3

ocr page 58

50

afbreuk gedaan? Heb ik mijne oogen, mijne tong, mijne ooren wel beteugeld? Heb ik mijne verbeeldingskracht den \rijen loop gelaten ? Zweefde ik misschien met mijne gedachten in allerlei ijdele, gevaarlijke dingen rond? Heb ik wel oogenblikkelijk weerstand geboden aan mijne booze neigingen en begeerten? Of misschien de bewegingen van het vleesch toegegeven ? Heb ik mij in ootmoed en zachtmoedigheid, in gehoorzaamheid en stilzwijgen en in geduld geoefend? Was ik niet eigenzinnig, norsch, wederspannig, stijfhoofdig en twistziek? Was ik toegeeflijk, vredelievend, goedaardig en barmhartig? Was ik niet afgunstig, achterdochtig? Had ik geen geheim genoegen in het leed van een ander? — Was ik in het gebed niet koud en onverschillig; in den arbeid niet traag en slordig en nalatig? Heb ik alle bevelen mijner oversten gewillig en trouw volbracht? Was ik dienstvaardig ?

Jegens den naaste is de Christen verplicht, hem lief te hebben als zich zeiven. Vraag u dus af;

Heb ik mijn evenmensch, wie hij ook ware, van ganscher harte bemind? Was ik van hem niet afkeerig? Heb ik hem mis-schien ook haat of kwaden wil toegedra-

ocr page 59

51

gen ? Heb ik hem alle goed toegewenscht en gegund? Of hem misschien benijd? Heb ik hem in nood gaarne met liefde geholpen ? Heb ik deelgenomen in zijn lijden en kwellingen en medelijden met hem gehad? Heb ik zieken bezocht, getroost, verpleegd en verkwikt? Heb ik voor mijn evenmensch ook gebeden? Zijne misstappen en zonden betreurd en gebeden voor zijne bekeering? Heb ik aan de armen gaarne iets medegedeeld? Ging ik gaarne met de armen en geringen om ? Is mijne vriendschap oprecht, niet zinnelijk of zondig of baatzuchtig? Meen ik het van harte goed met alle men-schen ? Heb ik mijn evenmensch op zijne fouten oplettend gemaakt, of daarbij uit menschelijk opzicht gezwegen? Heb ik een goed voorbeeld of misschien ergernis gegeven? Heb ik mijn naaste tot het goede opgewekt ? Met hem geene ijdele, gevaarlijke gesprekken gevoerd? Heb ik zijne eer en goeden naam niet aangetast, maar verdedigd ! Heb ik zijne fouten en gebreken bekend gemaakt, ongunstig en liefdeloos over hem geoordeeld, en over zijne gebreken misschien gesproken? Heb ik alle plichten van mijnen staat getrouw vervuld?

Na het onderzoek des gewetens tracht men een levendig berouw in zich op te wekken: dit moet uit het hart voortkomen, uit de liefde tot God ontspringen en met haat en afkeer tegen de zonde verbonden zijn. Een waar

ocr page 60

52

berouw, eene ware vermorzeling des harten wegens de zouden is echter in de eerste plaats eene gave Gods, even als do liefde, waaruit het voortspruit; daarom moet gij, godminnende ziel, den goeden God ijverig en vurig smeeken, om do genade van een hartelijk en innig berouw.

GEBED OM EEN WAAR BEROUW.

Mijn God en Vader! zie, met zonden beladen werp ik mij voor uw goddelijk aanschijn op de knieën neder, om uwe einde-looze barmhartigheid in te roepen en uit den diepsten grond mijns harten om vergiffenis voor mijne fouten, gebreken en misdaden te smeeken. Maar zal uwe barmhartigheid tot mij nog afdalen, mag ik nog hopen op vergiffenis ? Ach! zoo dikwijls reeds heb ik uwe heilige geboden overtreden, zoo dikwerf reeds uwe liefde en goedheid misbruikt, zoo dikwerf reeds uw heiligen wil wederstreefd en veracht! — Met den grootsten ondank heb ik uwe goedheid vergolden. Nauwelijks had ik die troostvolle woorden gehoord: „ga heen, uwe zonden zijn u vergeven,quot; of ik dacht niet meer aan die liefdevolle barmhartigheid en heb andermaal gezondigd en uwe eeuwige goedheid beleedigd. Neen, zoo innig, zoo hartelijk heb ik mijne zonden en misdaden niet betreurd en verfoeid, als uwe gerechtigheid dit vorderde. Ik was niet doordrongen van leedgevoel en smart over mijne lichtzin-

ocr page 61

53

nigheid en boosheid, waarmede ik zonde op zonde stapelde; ik was niet vastelijk besloten voor immer met de zonde te breken en U alleen, mijn hoogste goed, van ganscher harte te beminnen. Helaas! ook nu is mijn hart nog koud en gevoelloos! Ik erken wel, dat ik gezondigd, dikwerf en veel gezondigd, dat ik U, de hoogste en beminnelijkste Majesteit, veracht, bedroefd, vertoornd heb; ik erken wel, dat ik verdiend heb van U verstoeten te worden; en toch is mijn hart nog niet verteederd, niet gevoelig getroffen, niet met smart en bitterheid en droefheid vervuld. Ach, beste der Vaderen! ontferm U dus mijner, heb medelijden met de ellende van uw zwak en ellendig kind, verteeder en vermorzel mijn ongevoelig hart, om het van innig leedgevoel, van waarachtig berouw over mijne zonden te doordringen. Verleen mij die smart, die droefheid des harten, die aan uwe goddelijke liefde ontspruit, welke Gij weleer aan Petrus, aan Magdalena, aan den ootmoedigen tollenaar in den Tempel verleend hebt. Van U toch, barmhartige Vader! komen alle goede gaven, en Gij weigert die aan niemand, die er ootmoedig, vertrouwvol om vraagt. O verteeder dus mijn hart, laat het van waarachtig berouw, van bittere droefheid over zijne

ocr page 62

54

misdaden wegsmelten, van haat en afschuw-tegen de zonde en van de teederste liefde jegens U ontstoken worden, opdat ik de vergiffenis, die Gij aan alle rouwmoedige zondaren beloofd hebt, door ware liefde-tranen waardig worde. Amen.

OEFENING VAN BEROUW.

DOOK OVERWEGING VAN 's HEEREN LIJDEN.

Ach, mijn Jesus, Koning der Koningen en Heer der heerscharen! als een misdadiger staat Gij geboeid voor een heidensch landvoogd en laat Gij ü vonnissen; Gij, de reinste en onschuldigste voor de schuldigen ! Ik moest uwe plaats innemen, ik geboeid voor de rechtbank staan, want ik heb gezondigd, ik heb uwe heilige geboden overtreden, ik was oproerig tegen uwe opperste Majesteit, ik heb den dood verdiend ! — Ach, mijn Jesus! hoever heeft uwe liefde voor mij ü vervoerd! Ik moest veroordeeld worden, en Gij naamt mijne schuld en mijn vonnis op U. Ontferm U mijner en vergeef mij al mijne misdaden. Uit het diepste mijner ziel grieft hèt mij, innig doet het mij leed, uw hemeischen Vader zoo dikwerf, zoo bitter bedroefd te hebben.

ocr page 63

Lieve Jesus! een zwaar kruis legt men U op de schouderen, en met dat kruis neemt Gij den ontzettend zwaren last der zonden van de gansche wereld, ook mijne zonden op ü. Met touwen gebonden, als een goddeloos boosdoener sleept men ü naar de strafplaats. Als een lam, dat men ter slachtbank voert, legt Gij dien smart-vollen weg af; Gij wankelt en siddert en valt eindelijk onder het kruishout plat ter aarde neder. Helaas! het zijn mijne zonden, mijne vele en zware overtredingen, die ü ten gronde werpen. En Gij valt, mijn Jesus! Gij lijdt die verschrikkelijke pijn, om mij van den val op te helfen; ach! vergiffenis en ontferming over mijne zoo dikwerf herhaalde zonden. Helaas! hoe dikwerf heb ik ze reeds gebiecht, hoe dikwerf ze reeds betreurd en telkens ben ik weder hervallen. Zóó groot was mijne onvergeeflijke lichtzinnigheid, zóó spoedig vei-gat ik de heiligste voornemens, de plechtigste beloften! Wat straffen zouden over mij reeds gekomen zijn, zoo Gij in uwe eindelooze barmhartigheid U over mij niet ontfermd hadt! Ach! vergeef mij dan mijne onbegrijpelijke lichtzinnigheid, versterk mij in den sti-ijd; met berouw en leedwezen werp ik mij voor uwe voeten neder en bid ü vurig, help mij om van den val op te staan, U na te vol-

ocr page 64

56

gen en mij nimmermeer van U te scheiden* Ach, mijn Jesus! hoe vreeselijk verscheurd-met stof en bloed bedekt zijt Gij op den Calvarieberg aangekomen! Zelfs de gedaante van een mensch hebt Gij verloren, en nog laten die beulsknechten ü niet met rust. Zij scheuren U de kleederen van het lichaam, rukken al uwe wonden weer open, werpen U op het kruis neder, om U daaraan te nagelen. Als een lam, zacht en zwijgend duldt Gij die marteling. Zelf strekt Gij uwe handen en voeten uit, om U voor mij te offeren. Ach! daar slaan zij die wreede nagels door uwe teedere handen en voeten. O, afgrijselijke foltering, ontzettend martelaarschap ! En toch klaagt Gij niet, neen Gij bidt en bidt voor mij, armen zondaar! Helaas, mijn Jesus! ik ongelukkige! ikzelf heb ü aan dat kruis gehecht. Mijne zonden waren de nagelen, die uwe heilige handen en voeten doorboorden. O, vergeef mij toch mijne verregaande boosheid. Met diepe droefheid betreur ik mijne zonden. Ach! om die teedere liefde, waarmede Gij de smarten der kruisiging voor mij verdragen hebt, vergeef mij mijne zonden, die ik beween, die ik verfoei en verafschuw en nimmermeer wil bedrijven.

Allerbeminnelijkste Jesus! ik zie ü pijnlijk uitgestrekt aan het kruis hangen. Wat

ocr page 65

57

bloeden uwe smartelijke wonden! Wat is uw aangezicht verbleekt, gebeel uw lichaam verscheurd, wat zijt Gij een man van smarten, verzonken in eene zee van lijden! En al die pijn en al dat lijden heb ik door mijne misdaden veroorzaakt.... Ach, vergeef mij, lieve Jesus! zooals Gij den goeden moordenaar vergeven hebt, zooals Gij de boetvaardige. Magdalena weêr in genade hebt aangenomen. O, ter liefde uwer bedroefde Moeder, die van lijden en smart doorboord onder uw kruis staat en die Gij zoo teeder lief hebt, delg al mijne misdaden uit, verzoen mij met uw hemel-schen Vader en geef mij de genade, dat ik mij weder zijn kind mag noemen, en zijn kind mag zijn en blijven in eeuwigheid. Amen.

OEFENING VAN BEROUW UIT WAKE LIEFDE.

O goedertieren en barmhartige Vader in den Hemel! hoe onuitspreeklijk groot is uwe liefde jegens mij, nietig schepsel! In weerwil van alle lichtzinnigheid, waarmede ik uwe goedheid en liefde heb uit het oog verloren; in weerwil van alle boosheid, waarmede ik uwe zoo nuttige en heilige geboden heb overtreden ; in

3*

ocr page 66

58

weerwil van alle verachting, waarmede ik uwe genaden verkwist heb, hebt Gij toch niet opgehouden mij lief te hebben en mij met alle soorten van weldaden te overladen ! Aan U, o Alwetende, is het bekend, hoe dikwerf ik U reeds beleedigde door mijne zonden, ontelbaar misschien als de zandkorrels aan den oever der zee. 0! hoe menigmaal heb ik U reeds beloofd, niet meer te zullen zondigen en uw heiligen wil nauwgezet te vervullen, en zie, na weinige dagen bedreef ik al weder de oude zonden. Hoe dikwerf heb ik in den biechtstoel mijne gebreken en zonden rouwmoedig beleden, met den vasten wil van ze niet meer te bedrijven; maar hoe kort duurde het, of onachtzaam en lichtzinnig vergat ik weder mijne voornemens en uwe barmhartigheid, waarmede Gij mij zoo liefdevol hadt vergeven. — De verloren zoon verliet zijn vader niet meer, de arme tollenaar bleef na zijne bekeering getrouw, de zondares Magdalena volhardde in uwe genade; maar ik, ik heb U weêr vergeten, mijn woord weêr gebroken, uw heiligen wil weêr versmaad en aan de verleiding der wereld en van mijne booze neigingen weêr gehoor gegeven! — Ach! wien zal ik van deze boosheid de schuld geven? Wien anders dan mij zeiven, mijne licht-

ocr page 67

59

zinnigheid, onachtzaamheid, lauwheid en hoogmoed! O, mijn God en Heer! treed met mij niet in 't gerecht: hoe zou ik dan voor U kunnen bestaan? Zie, met de grootste schaamte, met het diepste leedwezen over mijne ondankbaarheid en boosheid werp ik mij voor uwe voeten neder en belijde mijne schuld. Ja, uit het diepste mijner ziel betreur ik al mijne zonden, niet uit vrees voor uwe gerechte straffen, maar alleen uit liefde, zuivere liefde tot U, mijn God, die het hoogste, het opperste goed, die alleen alle liefde waardig zijt. Ach, lieve Vader! vergeef mij dan, ter liefde van Jesus, uwen Zoon, al mijne zonden en mijne ondankbaarheid, en schenk mij uw liefde en genade weder. Ik beloof U met mond en hart, U van nu af getrouw te dienen, zorgvuldig over mij zeiven en mijne zinnen te waken, elke gelegenheid, elke aanleiding tot zonde te vluchten, mijne booze neigingen te onderdrukken en de zonde als het grootste kwaad te verfoeien en te vermijden. — Geef mij slechts, lieve Vader, uwe genade, om dit te vermogen, sta mij bij in den strijd en voer en leid mij op uwe wegen. Ik ben zwak, hulpeloos en ellendig; zonder uwe alvermogende hulp zou ik weder vallen. Verlaat mij dus niet, steun en geleid mij met uwe machtige hand, opdat ik

ocr page 68

60

in uwe liefde en genade tot het einde toe volharde. Amen.

Wanneer gjj u naar den biechtstoel begeeft, stel u dan in den geest voor, alsof gij u met de boetvaardige Mag-daleiia voor Jesus voeten nederwierpt, om uwe zonden, even als zij, te beweenen en te belijden; of wel, alsof gij als een melaatsche voor Jesus stondt. Hem smeekende om u te reinigen, of wel, verbeeld u met den verloren zoon voor de voeten zijns vaders te knielen of met Mag-dalena den voet van het kruis te omvatten, opdat het bloed des Heilands op u nederdruppele, en verzucht dan gedurende die korte overweging:

O Jesus, Davids Zoon, ontferm u mijner!

Jesus! reinig mijne ziel van de me-laatschheid der zonde. O Jesus! laat slechts een enkel druppeltje van uw allerheiligst bloed neervallen op mijne ziel, en zij zal van alle zondesmet gezuiverd worden. Lieve Vader! ik heb gezondigd tegen den Hemel en tegen ü! ach, vergeef mij al mijne zonden! O Jesus! laat mij die troostvolle woorden hooren : „Ik wil, word gereinigd!' „Ga heen, uwe zonden zijn u vergeven !quot;

GEBEDEN NA DE BIECHT.

DANKZEGGING VOOR DE VERGIFFENIS DER ZONDEN.

O God en Heer! hoe goed zijt Gij, hoe groot is uwe barmhartigheid, hoe grenze-

ocr page 69

61

loos uwe liefde! Wegens de lichtzinnigheid, waarmede ik uwe heilige geboden overtrad, had ik verdiend van U verstooten te worden, en Gij neemt mij weder op als uw kind. Ik had verdiend in de banden der zonden, waarin ik mij vrijwillig verstrikt had, te blijven liggen, en vol goedheid en medelijden hebt Gij die banden verbroken. Ik had verdiend, als die trouwlooze knecht, wegens mijne overgroote schuld in den kerker geworpen te worden, en Gij scheldt mij die schuld kwijt. Ik heb mijne ziel bezoedeld, het kleed der heiligmakende genade besmeurd, en Gij wascht en reinigt haar in het bloed uws goddelijken Zoons. — O ! wat zijt Gij eindeloos goed, onbegrijpelijk barmhartig jegens de arme zondaren ! Wat wondervolle genade hebt Gij mij weder bewezen! Hoe kan, hoe zal ik U danken en loven voor zoo groote ontferming en medelijdende liefde! Met de woorden van den boetvaardigen David roep ik uit: loof, mijne ziel, den Heer, en alles wat in mij is, loof zijn heiligen Naam. Loof mijne ziel, den Heer, en vergeet al zijne weldaden niet, want Hij heeft al uwe zwakheden genezen, Hij heeft uw leven van den ondergang gered en u met genade en barmhartigheid gekroond. Hij heeft u niet behandeld naar uwe zonden en u niet vergolden naar

ocr page 70

62

uwe misdaden! Looft den Keer, al zijne Engelen, looft Hem, al zijne machten, looft hem al zijne werken; op alle plaatsen zijner heerschappij, loof, mijne ziel, den Heer! — Ja, ik wil niet ophonden ü te loven, o mijn God! nooit zal het gevoel van dankbaarheid verflauwen in mijne ziel voor alle genaden, welke Gij in het H. Sacrament der Biecht mij hebt bewezen.

O Maria, mijne allerliefste en gezegende Moeder ! zeg gij voor mij den goeden God dank voor zijne groote barmhartigheid, waarmede Hij mij weêr in liefde en genade heeft aangenomen. Mijn heilige Engelbewaarder, mijne heilige Patronen en alle Heiligen des Hemels, looft en prijst den Heer en zijne eindelooze liefde in alle eeuwigheid. Amen.

GEBBÜ VOOR HET VOLBRENGEN DEU BOETE.

Met onbegrijpelijke liefde hebt Gij, o lieve Jesus ! mijne ziel in uw allerheiligst bloed weêr afgewasschen en uwe oneindige verdiensten in de weegschaal dei-goddelijke gerechtigheid gelegd en de schuld en de eeuwige straf mij kwijtgescholden, die ik voor mijne zonden reeds lang heb verdiend. Ja, ik gevoel het in het binnenste mijner ziel, mijne zonden zijn mij verge-

ocr page 71

63

ven; ik mag mij wedei- een kind van God noemen. Maar ook weet ik, dat ik, zooveel ik vermag, boeten moet voor mijne misstappen, dat ik der goddelijke gerechtigheid voldoening moet geven voor mijne zonden ; want ik heb straffen verdiend voor mijne boosheid en ondankbaarheid. Maar hoe kan, hoe zal ik af boeten, wat ik misdreven heb ; wat zal ik doen, om eeniger-mate de schuld te betalen, die ik op mijne ziel heb geladen, om weêr goed te maken, wat ik der goddelijke liefde heb aangedaan ? Ach, lieve Jesus! ik ben zwak, ellendig en arm, ik kan niet volledig afboeten, wat ik misdaan heb. Gaarne wil ik de boete volbrengen, welke de priester in den naam der H. Kerk mij heeft opgelegd: maar ik heb veel grooter straffen verdiend.

Vergoed Gij dus, goedertieren Jesus i wat mijne zwakheid niet vermag. Gedoog, dat ik al de kostbare, oneindige verdiensten, die Gij door uw leven, lijden en sterven verworven hebt, en alle verdiensten van uwe allerheiligste Moeder en van alle Heiligen, al de boetwerken van alle heilige boetelingen, van Adam af tot nu toe, aan uw hemelschen Vader opoffere tot voldoening voor mijne zonden. In vereeniging met deze oneindige voldoening en met alle goede werken, die ooit in uwe Kerk

ocr page 72

64

verricht zijn, wil ik nu niet vernior/.eld harte mijne boete volbrengen en zooveel ik venniig niet nalaten, de zonden in mij te straffen. Neem, o Jesus ! dit verlangen mijns harten genadig aan, en verleen mij de genade, om immer in den geest van boetvaardigheid te leven tot aan mijnen dood. Amen.

Volbreng nu nauwkeurig en aandachtig de opgelegde boete en verzuim niet, zoo de priester u dagelijks eenige boete mocht hebben voorgeschreven, die getrouw te vervullen.

VERNIEUWING VAN HET GOEDE VOORNEMEN.

O, mijn Heer en mijn God ! zoo dikwerf reeds heb ik beloofd niet meer te zondigen, zoo dikwerf reeds het voornemen gemaakt, om liever te sterven, dan ü ooit weêr te beleedigen; zoo dikwerf reeds mij vastelijk voorgenomen, om mij tot de volgende biecht geheel zuiver te houden van elke vrijwillige zonde. Maar nog altijd heb ik mij door mijne kwade neigingen en de gelegenheden laten medeslepen en ben weder in de oude zonden hervallen. Toch wil ik nu, o mijn God! U weêr oprecht en vastelijk beloven, U met onwrikbare trouw te dienen, uwe liefde niet meer te vergeten en elke overtreding van uwe hei-

ocr page 73

65

lige geboden zorgvuldig te vermijden. In uwe heilige tegenwoordigheid maak ik het vaste besluit, om liever te sterven, dan met opzet eene enkele zonde te bedrijven. Ik wil elke aanleiding tot zonde, elke gelegenheid, die mij tot hiertoe tot zonde bracht, zorgvuldig vermijden, met allen ijver over mijne zinnen en neigingen waken en vurig bidden, om in de bekoring niet te bezwijken. — Maar, mijn God en Heer ! ik weet, hoe zwak en onstandvastig ik ben; daarom vrees ik, dat ik weêr vallen zal, zoo Gij, algoede God, ü over mij niet ontfermt en mij door uwe genade voor den val niet bewaart. Daarom bid ik U, teedere, liefdevolle Vader ! met al den gloed mijns harten, kom mij met uwe goddelijke genade te hulp en sta mij bij in het uur der bekoring. Bestraal mij met uw goddelijk licht, opdat ik de aanlokselen van satan erkenne; versterk mij, wanneer zwakheid en moedeloosheid mij overvallen, beur mij op, wanneer ik struikel; geef mij een levendigen haat en afkeer van elke zonde en ontsteek in mij het vuur uwer goddelijke liefde, opdat ik ijverig aan mijne verbetering arbeide en niet ophoude vóór dat ik met uwe genade de volledige zegepraal verworven heb.

O allerliefste, gezegende Moeder Maria ! ook tot u wendt zich uw arm en zwak

ocr page 74

66

kind en smeekt u vurig 01« uwe voorbede en hulp. Gij zijt immers mijne lieve Moeder en kunt toch niet toelaten, dat ik weêr het ongeluk zou hebben van in zonden te vallen en uw goddelijken Zoon op nieuw te kruisigen. O, verberg mij dus onder den mantel uwer moederlijke bescherming en bewaar mij voor het grootste kwaad, de zonde. Ik zal niet nalaten bij elke bekoring tot u mijne toevlucht te nemen, zoo als een kind bij elk gevaar zijne moeder te hulpe roept. Verleen mij dus uwe moederlijke bescherming en sta mij bij in den strijd. — 0, Heiligen Gods, gij vooral mijne Beschermheiligen en mijn Engelbewaarder ; bidt voor mij om de genade van trouw en volharding ten einde toe, opdat ik eenmaal in uw gezelschap wonen en met u in den Hemel, ver van alle zonde, Gods heerlijke Majesteit aanschouwen, loven en prijzen moge in alle eeuwigheid. Amen.

VERNIEUWING DER DOOPBELOFTEN.

Goddelijke Heiland, Jesus Christus ! de liefde, waarmede Gij mij, armen zondaar, weder in genade hebt aangenomen, geeft mij den moed, om het verbond weder te vernieuwen, hetwelk Gij met mij en ik met ü bij het H. Doopsel gesloten, maar

ocr page 75

67

dat ik helaas ! zoo dikwerf geschonden en verbroken heb. Gij hebt, o God, uwe belofte trouw vervuld. Gij hebt mij altijd bemind, mij geroepen, als ik mij van ü verwijderde, aan mijn hart geklopt, als ik het wilde sluiten voor uwe goddelijke genade, en mij nimmer verlaten. Maar hoe trouwloos heb ik ondankbare met ü gehandeld ! Ik ben overgeloopen naar uw vijand en tegen U in opstand gekomen; en toch hebt Gij U van mij niet afgekeerd en mij in den afgrond, dien de zonde voor mij opende, niet laten vallen. Nu zie ik mijne boosheid, mijne ondankbaarheid en mijne trouwloosheid in en erken ik de ellende, waarin ik verviel, toen ik mij van U verwijderde. En in deze erkenning ijl ik tot ü terug, tot ü, bij wien alleen ware vrede, ware rust en zaligheid te vinden is. — Vastelijk geloof ik alles, wat Gij geopenbaard hebt en uwe H. Kerk mij te gelooven voorstelt. Ik geloof, dat Gij, Zoon van den levenden God, in den tijd zijt mensch geworden en aan het kruis gestorven, om mij te verlossen en zalig te maken. Ik geloof eene heilige Katholieke Kerk, gemeenschap der Heiligen, vergilïe-nis der zonden, verrijzenis des vleesches en het eeuwig leven. Ik verzaak den duivel met al zijne werken en al zijne hoo-

ocr page 76

68

vaardij. Ik verzaak de wereld met al hare ijdelheid en vergankelijke lust,. Ik verzaak alles, wat zonde is en tot zonde voert. Ik oft'er U op en wijd aan U toe, o mijn God! mijn lichaam en ziel, vrijheid en wil, alles wat ik ben en wat ik heb. Ik zweer ü trouw tot aan den dood. Geef mij dus, lieve Jesus, kracht en sterkte, om mijne belofte te houden en in tijd en eeuwigheid van uwe liefde niet meer af te wijken. Amen.

ocr page 77

OEFENINGEN OP DEN DAG DER H. COMMUNIE.

VOORBEREIDING.

Indien men noodzakelijk bekennen moet, zegt de II. Kerkvergadering van Trente, dat er op aarde geen heiliger, geen goddelijker werk geschiedt dan het II. Misoffer, — en voor den leek dus, dan do H. Communie, waardoor hij op de innigste wijze aan dat H. Offer deel neemt, -dan volgt daaruit middagklaar, dat men al de zorg en al den ijver, waartoe men in staat is, moet aanwenden, om die handeling met de grootste zuiverheid des harten en met de volmaaktste zoowel in- als uitwendige godsvrucht, die maar mogelijk isT te verrichten. Genoeg ten bewijze, dat hier eene ernstige voorbereiding allernoodzakelijkst is, en geene voorbereiding is beter, dan die, waarvan Jesus zelf ons het voorbeeld gaf. Geheel het leven toch van omen goddelijken Zaligmaker was slechts eene on-afgebrokene voorbereiding voor zijn H. Offer. Daarmede hield zijn geest en zijn hart zich zonder ophouden bezig. Desiclerio desideravi hoe pascha manducare vohiscum, brandend heb ik verlangd dit paaschlam met u te eten. Geheel ons leven, onze gebeden, ons gewetensonderzoek, onze goede werken, vasten, aalmoezen, liefdediensten, alles moeten wy in betrekking brengen, alles doen dienen tot voorbereiding voor de H. Communie.

Reeds daags te voren moeten wij vol zijn van het geluk, dat ons den volgenden dag wacht: reeds daags te voren inslapen met die zoete gedachte: Morgen weer zal ik aanzitten aan de tafel van den groot en Koning 1) — 's morgens terstond bij ons ontwaken moeten wij elke gedachte, die vreemd is aan de H. Communie van ons verwijderen, om met den psalmist uit te roepen: O (Sod,

1) Cras etiam cum rege pransurus sum, Esth. 5. 12.

ocr page 78

70

mijn God! voor V waal: ik bij het eerste daglicht! 1); en vervolgens een vurig \ erlangen naar vereeniging met Jesus den geliefde onzes harten in ons opwekken. — De dag der II. Communie moet ons een feestdag onzer zielen zijn. Jesus, de hoogste Koning wil haar bezoeken, en met den rijkdom zijner liefde begunstigen. Wijden wij Hem daarom de eerste gevoelens van ons hart toe; roepen wy met den profeet uit: „Drt is de dag, dien de Heer gemaakt heeft*, de dag, waarop mijne ziel bruiloft viert met het Lam Gods-. — Kleeden wij ons in de grootste zedigheid, om cns vervolgens op de knieën neer te werpen, ons voorstellende, als lagen wij vóór het H. Tabernakel, om met ootmoed en liefde ons morgengebed te bidden.

MOEGENGEBED.

O mijn Heer en mijn God! mijn licht en mijn heil! met het eerste daglicht waak ik voor U! Naar U dorst mijne ziel; naar ü, o, eeuwige schoonheid en goedheid, verlangt mijn hart. Stijge, dierbare Verlosser ! van den vroegen morgen mijn gebed tot ü op. Lof, dank, zegen en verheerlijking zij U, zoete Jesus! toegebracht voor de groote liefde, waarmede Gij mij dezen nacht zoo goedgunstig bewaard en beschermd hebt. Thans is de zalige dag voor mij aangebroken, waarop mij de hoogste genade zal ten deel vallen, waarop mijn Koning en Heer, mijn Eedder en Verlosser bij mij zijn intrek nemen, waarop Hij mijne arme ziel met zijn allerheiligst

1) Deus, Deus mens, ad te de luce vigilo. Ps. 6, 2.

ocr page 79

71

vleesch en bloed spijzen wil ten eeuwigen leven. 0 zoetste Jesus! welk een gelukkigen, welk een zaligen dag laat Gij heden voor mij aanbreken; lioe kan ik ü voor deze gave genoegzaam danken, hoe U daarvoor loven en prijzen? Ach! hoe gaarne zou ik TJ, mijn Heer en mijn God, daarvoor eenig offer tot teeken mijner dankbaarheid en liefde aanbieden; maar wat heb ik, dat ik van U niet heb ontvangen? Zie, al wat ik ben en wat ik heb is het uwe. Mijn lichaam, mijn leven, mijne ziel is uw werk; iedere ademtocht komt van U, Gij hebt mij geschapen, Gij onderhoudt mij, Gij hebt mij voor den duren prijs van uw kostbaar bloed vrijgekocht; ik ben uw eigendom. Wat zal ik U dan aanbieden?

Maar Gij hebt mij een hart gegeven, dat U kan liefhebben; dat hart is eene gave van U; dat hart verlangt Gij van mij. Zie, dat wijd ik ü ten offer. Neem het aan tot uw voortdurend eigendom, en ontvlam het door het vuur uwer liefde, opdat het niets anders meer beminne dan U alleen, nergens anders meer vreugde en rust in zoeke dan in U alleen, en naar niets anders meer hake en verlange, dan naar U alleen. Elke klopping van dat hart, elke beweging en aandoening zij U gewijd. O, trek dit hart geheel tot U, maak het

ocr page 80

72

één met uw allerheiligst Hart en deel het al die genade mede, die het noodig heeft, om die deugden te beoefenen en die goede werken te verrichten, welke aan uw hemelschen Vader zoo welbehagelrjk zijn!

Dezen blijden en gelukkigen dag, waarop Gij in onuitsprekelijke goedheid tot mij, arm schepsel, wilt afdalen, om mij te bezoeken. dien zaligen dag wijd ik geheel aan uwe verheerlijking. Met mijn hart offer ik U al mijne gedachten, woorden en werken, al mijne gebeden en godsvruchtoefeningen; ik neem mij vastelijk voor, om elke neiging tot zonde te onderdrukken, aan elke bekoring tot kwaad te wederstaan, en ieder oogenblik van dezen dag door de herinnering aan ü, mijn Jesus! en aan uwe liefde te heiligen. —

Verleen mij slechts eene hartelijke, vurige godsvrucht bij al mijne gebeden en overwegingen ; bewaar mij voor elke verstrooiing en laat niet toe, dat ik ü door de geringste zonde bedroeve. Geef mij een levendig geloof aan U en uw heilig woord, een innig vertrouwen op uwen bijstand, eene teedere, innige, kinderlijke liefde. Ja, zoo Gij, goedertieren Jesus! mij deze genade verleent, dan hoop ik, dat de dag van heden de gelukkigste mijns levens en

ocr page 81

73

eenmaal mijne vreugde en mijn troost op mijn sterfbed zijn zal. Amen.

AANROEPING DER ALLERHEILIGSTE MAAGD MARIA.

Wees op den dag van heden gegroet, duizendmaal gegroet, o allerreinste Maagd en Moeder Gods Maria. Van u toch heeft Hij, die het heil mijner ziel is, het men-schelijk vleesch aangenomen en deze uw goddelijke, inniggeliefde Zoon wil met zijn allerheiligst vleesch en bloed heden mijne ziel spijzen ten eeuwigen leven. 0 wees duizendmaal geloofd en geprezen voor het woord, dat gij gesproken hebt, toen de Engel u de boodschap bracht, dat gij der. Zoon Gods van den H. Geest zoudt ontvangen. O mocht ik ook een zoo zuiver, rein en onbevlekt hart hebben als gij, om uw allerheiligsten Zoon daarin zoo waardig op te nemen, als gij er hem in ontvangen hebt. Helaas! ik voel mij zeiven zoo vol ellende en vlekken en niet waardig, om uw goddelijken Zoon in zijn H. Tabernakel te groeten, veel minder om zelf heden eene woning voor hem te worden. O allerheiligste Moeder! ik bid u uit het binnenste mijns harten, smeek voor mij bij uw goddelijken Zoon, dat Hij niet lette op mijne on-

4

ocr page 82

74

waardigheid, maar op zijne eigene grenzeloo-ze liefde, die Hem beweegt bij een arm men-schenkind zijn intrek te nemen. Deel mij, liefdevolle Moeder iets mede van de liefde van uw heilig hart, en bid voor mij dien geest van godsvrucht, van vermorzeling en ootmoed af, waarmede Gods lieve Heiligen tot de tafel uws goddelijken Zoons naderden, om hem in hunne harten te ontvangen. 0 allergezegendste Moeder! Neem mij dezen geheelen dag onder uwe bijzondere bescherming, opdat ik de groote en kostbare genade, die mij heden zal ten deel vallen, onverlet beware, uw goddelijken Zoon, mijn lieven Jesus door geene enkele zonde bedroeve, maar in liefde met Hem vereenigd blijve in eeuwigheid. Amen.

(JEHEI) TOT ONZEN BESCHERMHEILIGE EN ONZEN ENGELBEWAARDER.

O mijn heilige patroon (N.), die door dien goeden Vader in den Hemel mij tot een voorbeeld en bijzonderen Beschermer gegeven zijt; ik zal dan heden naderen tot dien hemelschen maaltijd, waaraan ook gij gedurende uw aardsche leven zoo dikwerf met innige liefde hebt aangezeten, waar ook gij de krachten geput hebt, om de wereld en de zonde te overwinnen en

ocr page 83

75

een Heilige des Hemels te worden. O smeek dan voor mij bij den troon Gods om de genade, dat ik met de vurigste liefde, met de innigste godsvrucht, met den diep-sten ootmoed en het hartelijkst vertrouwen tot de tafel des Heeren nadere en waardig Dengene ontvange, dien mijne ziel liefheeft. Bewaar mij, door uwe voorbede, voor alle verstrooiing en lauwheid bij de H. Communie en help mij, om dezen dag Gode zeer welbehagelijk door te brengen. — Mijn heilige Engelbewaarder! gij aanschouwt in den Hemel met de ontelbare schare van Hemelgeesten het aanschijn van Hem, die heden tot mij wil komen en zijne woonstede bij mij nemen. Smeek voor mij de genade af, dat ik zonder eenigen twijfel onwrikbaar geloove, wat gij in den Hemel het geluk hebt te zien en help mij, dat geene bekoring van den boozen vijand mij schade, dat mijne ziel zuiver en rein blijvo van alle zondesmetten, opdat Jesus er zijn welbehagen in vinde, wanneer Hij haar komt bezoeken en met zijn heilig vleesch en bloed komt spijzen ten eeuwigen leven. Amen.

LIBPDBVBllZUCHTITfGEN op weg- naar de kerk.

Geloofd, gezegend en verheerlijkt zij nu

T

ocr page 84

76

en altijd en in de eeuwen der eeuwen het allerheiligst Sacrament des Altaars!

O Jesus! hoe onuitsprekelijk groot is uwe liefde en hoe weinig bemin ik U nog!

O Jesus! zonder ü kan ik niet leven; ik ijl tot U, bron des levens, als een dorstige naar de waterbron.

Jesus, mijn Jesus ! ach, ik verlang ü van ganscher harte lief te hebben; o, ik verlang ü te beminnen met den liefdegloed der Engelen.

0, mijn God, mijn lieve Jesus! welk eene groote genade wilt Gij mij heden bewijzen, en hoe weinig ben ik die waard? Gij wilt mij heden komen bezoeken. Gij, de Heer van hemel en aarde; wie had het kunnen gelooven ?

Zie, ik ben niets; ik ben arm en ellendig ; maar toch kan ik ü beminnen, en beminnen wil ik U: ja, ik bemin U, ik bemin ü uit geheel mijne ziel; mijne ziel verlangt naar Ü.

Mijne ziel, het uur is daar, waarop uw Bruidegom komt, om zich met U te ver-oenigen. Sta op, ijl hem te gemoet op de vleugelen der liefde.

0 Jesus! mijn hart is zoo koud, ontvlam het door het vuur uwer goddelijke liefde.

0 Jesus! mijn hart is woest en ledig.

ocr page 85

77

het vervul en versier het met uwe hemelsche deuorden.

iwe 0 Jesus ! Gij roept ons toe: Komt tot

mij, die belast en beladen zijt; zie, ik kom, jn • om verkwikking en rust bij U te vinden, or. O mijne ziel, verheug u en jubel van

vreugde ; zie, uw koning komt tot u vol JJ zachtmoedigheid, vol liefde, rijk aan alle ik genaden, en Hij wil de uwe worden ; hoe

e- gelukkig, hoe zalig zult gij dan zijn !

Mijn geliefde Jesus ! mijn hart verlangt i]j één met U te worden. Buiten U is er geen

3. troost; Gij zijt de zoetste lafenis mijner ziel;

? hoe getroost en gelukkig zal ik zijn, als

j ik ü heb ontvangen ! Keeds nu omhels ik

t ü met de armen der liefde en druk ik U

aan mijn hart. Wees duizendmaal gegroet,!

O mijn H. Engelbewaarder ! gij gaat mij i j ter zijde en treedt niet mij binnen in het huis des Heeren; o help mij Jesus, dien gij aanschouwt, recht teeder liefhebben ; help mij, als ik bid, opdat ik de oneindige liefde mijns Verlossers, zijne goedheid, zijne erbarming, zijne vernedering en goedgunstigheid jegens mij in eerbiedige stilte, maar met gloeiende godsvrucht overwege, bewon-dere en prijze. Amen.

HIJ HET BINNENTREDEN DER KERK.

Ziedaar de woning van den Heer der

ocr page 86

78

heerscharen; hoe lieflijk, Heer ! is uwe wo- Gij 7 ning, waar Gij op een troon van liefde en lt; zetelt, waar Gij, lieve Jesus ! met godheid zond en menschheid, met vleesch en bloed we- beid zenlijk, waarlijk en zelfstandig tegenwoordig zijt.

O God ! wat zijt Gij goed, wat zijt Gij zoet! Gij wijst niemand van U af, zelfs te

den armen zondaar, zelfs mij niet.

Maar, mijn God! ben ik dan waardig ia^d voor U te verschijnen ? De heilige Engelen en

zweven knielend om uw H. Tabernakel en quot;eii

bedekken uit eerbied voor uwe Majesteit ren'

hun aangezicht, en ik, wat zal ik doen? rijk

Mij verootmoedigen, nederknielen, bewon- zü0

deren, aanbidden en beminnen. lief

Zie, ik sta hier als de arme tollenaar in den Tempel; ik durf mijne oogen tot U niet opheffen. Ach, ontferm U mijner en wees mij genadig. ! 01

Ach, mijn Heer en God ! in den diepsten li

ootmoed aanbid ik U ; ja, lieve' Jesus ! Gij u

zijt mijn Heer en mijn God, Gij zijt mij n

alles. n

Voor uw aanschijn, innig Geliefde, moe- j;

ten Hemel en aarde, en al hunne pracht 1

en heerlijkheid zwijgen ; want wat zij ook schoons en lieflijks bezitten, dat komt van U, en haalt niet bij de heerlijkheid van uwen Naam. Gij zijt de bron der schoonheid,

ocr page 87

79

Gij zijt de bron der'waarheid, der goedheid en der barmhartigheid. Gij wiens wijsheid zonder tal en wiens heerlijkheid en zaligheid zonder maat is!

GEBEDEN ONDER DE H. MISSE,

TER VOORBEREIDING VOOR DE H. COMMUNIE.

Stel u voor, godminnende ziel, alsof de goddelijke Heiland met zijn van liefde vlammend harte voor u stond en met u sprak. Smeek Hem vurig, om oplettend naar Hem te mogen luisteren, en verder om alle genaden, welke gij bij deze heilige handeling noodig hebt. Gedurende het H. Misoffer stroomt de bron der oneindige verdiensten van Jesus Christus, den Heiland der wereld, in rijken overvloed. Alles kunt gij door Jesus verkrijgen, zoo uw geloof maar levendig, uw vertrouwen groot, uwe liefde gloeiend, uw gebed ootmoedig en overgegeven is.

VOORBEREIDING.

Christus. Mijn zoon, (mijne dochter), groot, oneindig groot was en is nog altijd mijne liefde tot u. Voor de zaligheid van alle nienschen, ook voor u, heb ik den schoot mijns Vaders verlaten, ben ik op aarde neergedaald, ben ik mensch, een klein kind geworden. Om uwentwille heb ik van kindsbeen af in armoede geleefd, om uwentwille smaad en vervolging en eindelijk den bitteren dood des kruises geleden. (J wilde Ik redden uit de banden der zonde en des doods; u wilde Ik den Hemel ope-

ocr page 88

80

nen en den weg daarheen door leer en voorbeeld aanwijzen. Voor u heb Ik het werk der verlossing volbracht, maar nog niet voleind. Wat Ik eenmaal op aarde in leven en sterven verworven heb, mijne oneindige verdiensten zullen uw eigendom worden, door Mij zult gij vereenigd worden met den Vader in den Hemel. Aan 't kruis heb Ik mijn bloed voor u vergoten ; hier, in de H. Misse wordt het in uwe handen gesteld, opdat gij u zoudt wasschen en reinigen ; aan het kruis heb Ik door mijn dood het losgeld verdiend, waarmede gij uwe schuld kunt afdoen ; aan het kruis heb Ik u het recht, de aanspraak verworven, om een kind te worden van mijn hemelschen Vader; in de H. Misse wil Ik door middel der H. Communie mij met u vereenigen, opdat gij door Mij één wordet met mijn Vader, die in den Hemel is. Daarom daal ik dagelijks van den Hemel af op het H. Altaar, en noodig Ik u heden uit, om de oneindige schatten van genade, die Ik voor u verworven heb, in ontvangst te nemen. — Waar mede toch zult gij anders uwe schulden betalen, dan door Mij? Hoe zult gij vergiffenis erlangen, dan door Mij ? Hoe zult gij Hem genoegzaam loven, prijzen, aanbidden, dan door Mij ? Slechts door Mij komt gij tot den Vader, slechts door Mij kunt gij

ocr page 89

81

één met Hem worden. — O, erken dan toch de hooge gnnst, die u te beurt valt, van mijn allerheiligst Offer te mogen bijwonen en Mij door de H. Communie in uw hart te kunnen opnemen! Zie, het Altaar is de Calvarieberg, waar Ik op onbloedige wijze vernieuw, wat daar op bloedige wijze geschied is. Begeef u in den ; geest naar dien berg, plaats u daar met ■ mijne geliefde Moeder Maria onder het kruis en offer u zeiven met Mij aan mijn hemelschen Vader op. —

Be leerling. O mijn Jesus, mijn Heer en mijn God! hoe zou ik de grenzenlooze liefde niet erkennen, waarmede Gij mij, arm schepsel, wilt redden en heiligen! Vol medelijden en erbarming hebt Gij voor mij wel willen sterven, en nu vernieuwt Gij voor mijne oogen uw offerdood aan 't kruis en noodigt Gij mij met onuitsprekelijke goedheid uit, om dat offer bij te wonen en in de genaderijke vruchten daarvan te dee-len. Van ganscher harte zeg ik ü dank voor die groote genade. Geef mij slechts een levendig geloof en den geest van ware godsvrucht, van oprecht berouw en heilige liefde, opdat de rijke zegen, welke uit dit heilig Offer over de gansche wereld uitstroomt, ook mijne arme ziel tot heil vei--strekke. — Door dit heilig offer wil ik de

4*

ocr page 90

82

allerheiligste Drievuldigheid op de volmaaktste wijze aanbidden ; door ü den he-melschen Vader op waardige wijze dank zeggen voor alle gaven, die Hij in zijne goddelijke barmhartigheid aan de gansche wereld en aan mij in 't bijzonder bewezen heeft. Gij, o goddelijk Lam! wilt thans op het Altaar het slachtoffer zijn voor de schuld mijner zonden; duld dus, dat ik, arme zondaar, de verdiensten van uw ge-heimzinnigen otferdood aan de goddelijke gerechtigheid tot verzoening en uitdelging mijner groote schuld aanbiede. — Al mijn bidden en smeeken en roepen om genade en barmhartigheid is niet waard verhoord te worden, zoo Gij mijn voorspreker niet zijt bij den hemelschen Vader. O allerliefste Jesus! Gij kent het verlangen en de verzuchtingen mijns harten. Ik heb geene andere begeerte, dan zuiver te zijn van alle zondesmet, uwen hemelschen Vader te behagen, en eeuwig met Hem ver-eenigd te worden. O laat dan toe, goedertieren Jesus! dat ik alle wenscheu van mijn arm hart op het Altaar legge, om ze door uwe handen aan den hemelschen Vader op te dragen, oi^dat zij in genade worden aangenomen en verhooring vinden. Amen.

ocr page 91

83

f

rol- DE PK1BSTEB VEKSCHIJNT AAN HÉT ALTAAR.

he-

ank Christus. Ziet gij mijn plaatsbekleeder, ijne den priester in mijnen Naam liet Altaar che .i naderen met het kruis op zijn gewaad, om zen j het allerheiligste Offer te beginnen? Zóó ins I ben Ik eenmaal zuchtende onder den zwade ! ren last des kruises, beladen met de zondeik, | schuld der gansche wereld den Calvarie-ge- | berg opgestegen. Ook uwe zonden droeg ike Ik op het kruis, ook uwe misdaden drukten ng loodzwaar op mijne ziel. Ach! hoe smarte-ijn lijk was voor Mij die weg, hoe dikwert ben de ik onder den last des kruises en der zonde rd bezweken! De liefde alleen gaf Mij de et kracht, om van pijn en smart niet te ster-ir- ven, vóór dat men Mij aan het kruis klonk, ïn — O ziel, erken toch de grootheid mijner sb liefde en herinner u, wat uwe zonden mij in berokkend hebben. Ik heb niet opgehou-i- den u lief te hebben, mijn priester bidt in r- mijnen Naam voor u om vergiffenis, en die zult gij van mijn hemelschen Vader ver-n krijgen, zoo gij maar in ootmoed en leed-a wezen uwe schuld erkent en vermorzeld a i) van harte zijt.

b De leerling. Ach, goedertieren Jesus! hoe groot toch is uw medelijden met mij, armen zondaar! Gij naamt den last mijner zonden op ü en gingt voor mij ter dood,

ocr page 92

84

opdat ik niet zou verloren gaan, en stelt mij heden uw bitteren kruisweg voor oogen, opdat ik niet zou vergeten, wat uwe liefde voor mij gedaan heeft. 0 allerliefste Jesus! hoe bitter heb ik misdaan, toen ik zondigde en hoe groot was mijne boosheid, toen ik uwe liefde met zoo zwarte ondankbaarheid vergolden heb. 0 druk uw heilig kruis diep in mijn hart en laat mij ten minste iets voelen van de smart, die Gij voor mijne zonden gelnden hebt. Laat mij de misstappen en zonden, die ik van mijne kindsheid af bedreven heb, erkennen, de grootheid van mijne schuld begrijpen en geef mij tranen van het hartelijkste en volmaaktste berouw, opdat ik ze heel mijn leven lang beweene. Amen.

DE PRIESTER AAN DEN VOET DES ALTAARS.

Christus. Beschouw mijn dienaar, hoe hij zich diep ter aarde nederbuigt en rouwmoedig op de borst slaande openlijk zijne schuld belijdt. Zoo lag Ik, de waarachtige Hoogepriester in het hofje van Olijven plat ter aarde; angst en smart over uwe zonden persten Mij het bloedig zweet uit de aderen en in heldere druppels stroomde mijn bloed op den grond. — De handen wringend, in onuitsprekelijk hartzeer, bad

ocr page 93

85

Ik mijn hemelschen Vader, dat Hij den kelk, dien de menschen door den gruwel der zonde Mij lot den rand toe gevuld hadden, zou laten voorbijgaan; maar liet was de wil des Vaders, dat Ik dien bitteren kelk zou drinken, en Ik deed het uit liefde, ook ter liefde van u. — Erken dus, hoezeer Ik u beminde! — Men bond Mij met koorden, als een boosdoener sleepte men Mij voor het gerecht. Ik verdroeg dien smaad, opdat gij zoudt verlost worden. — Zóó groot was mijn medelijden met u! — En dat medelijden heb Ik nog; mijn Vader in den Hemel weet het; om den bitteren doodsangst dien Ik in het hofje heb doorgestaan, zal Hij u niet ver-stooten, wanneer gij uwe schuld bekent en Hem rouwmoedig te voeten valt.

De leerling. Vader in den Hemel! ik heb gezondigd tegen den Hemel en tegen ü; ik ben niet meer waardig uw kind te heeten. De angst en de doodssmarten van uw geliefden Zoon drukken zwaar op mijne ziel, want om mijne misdaden heeft Hij zich vrijwillig aangeboden, om den kelk des lijdens te drinken, dien uwe goddelijke gerechtigheid Hem heeft toegereikt. Ter wille van mijne arme ziel heeft Hij zich vernederd tot het stof en zich door verachtelijke touwen laten binden. O, zijne

ocr page 94

86

vernedering, zijne smart en zijn angst too-nen mij de geheele grootheid van mijne schuld. — Ach, lieve Vader! mocht mijn hart van droefheid over mijne zonden breken! Ach! om de pijnen en kwellingen van uw goddelijken Zoon, die Hij in het hofje heeft moeten verduren, smeek ik ü uit de diepte mijns harten, ontferm ü mijner, vergeef mij mijne schuld en verwerp mij niet voor uw aanschijn. Neen, nooit meer zal ik zondigen, neen, nooit meer 1 O Maria, gezegendste Moeder mijns Heeren! ach, bid voor mij om genade en barmhartigheid, dat ik vergiffenis mijner zonden verkrijge. Amen.

GEBEDEN DEK KERK, EPISTEL EN EVANGELIE.

Christus. Drie zaken zijn voor het ware zieleleven noodzakelijk, zonder welke de ziel verkwijnt en bederft: mijn woord, de genade, en mijn vleesch en bloed. — Mijn woord moet gij aanhooren, in uw hart opnemen en vruchten laten voortbrengen, en om de genade moet gij bidden. Mijn woord verkondigt u mijne H. Kerk; aan haar heb Ik het zuiver en onvervalscht toevertrouwd; hare stem is mijne stem; in iedere H. Misse wordt het in de Lessen en Evangeliën voorgedragen. Luister naar

ocr page 95

87

dat woord en volg het op en gij zult leven. — Macir gij moet ook bidden om genade. Uit u-zelven zijt gij te zwak, te ellendig, om dien weg te bewandelen, door mijn woord u afgebakend en waarop Ik u ben voorgegaan, zoo de genade u daarin niet ondersteunt en helpt en leidt en naar het gewensehte doel voert. Zie, alle dagen verzucht mijne H. Kerk door den mond des priesters om deze genade tot den hemel-schen Vader — Haar gebed in mijnen Naam dringt door tot voor den troon mijns Vaders en vindt altijd verhooring. Vereenig uwe gebeden en verzuchtingen met hare gebeden, en ook gij zult verhoord worden.

De leerling. Mijn Heer en Meester! Gij hebt de woorden des eeuwigen levens; gaarne wil ik ze hooren. O, spreek tot mijne ziel en zeg mij, wat ik doen moet, om het eeuwig leven te verwerven. Zoo dikwerf hebt Gij door den mond der H. Kerk tot mijn hart gesproken, maar helaas! hoe dikwerf heb ik naar die woorden niet geluisterd, ze in mijn hart niet opgenomen en er mijn leven niet naar ingericht. Ach! vergeef mij mijne lichtzinnigheid en zwijg niet. Heer! Want zoo Gij zweegt en tot mijn hart niet meer spraakt, dan was ik de ongelukkigste der menschen. O neen, zwijg niet, maar spreek; ik zal U hooren.

ocr page 96

88

Maar kom ook mijne zwakheid te hulp, wanneer ik uw heilig woord wil in beoefening brengen. Ik heb behoefte aan de goddelijke genade als aan het dagelijksch brood; mij zeiven kan ik niet helpen. Ik /.ou zoo gaarne ü navolgen, den weg bewandelen, waarop Gij mij zijt voorgegaan, maar ach! ik bezwijk, ik sterf op den weg, zoo Gij mij niet ondersteunt en bijstaat. Door den mond der H. Kerk roep ik met een kinderlijk hart tot ü, deel my uit uw goddelijk Hart die genade mede, welke ik noodig heb en die Gij zoo overvloedig voor alle mensehen hebt verdiend. Vooral smeek ik U, verleen mij de genade, dat ik ü nimmermeer door eenige zonde beleedige, nimmermeer van [J gescheiden worde, opdat ik eens moge ingaan in het rijk uws Vaders. Amen.

c e e d o.

Christus. Reeds op den eersten dag, dat gij het levenslicht aanschouwdet, heb Ik, u, mijn zoon (mijne dochter), zonder uwe verdiensten eene hooge, onschatbare genade bewezen. Op den dag van uw H. Doopsel heb ik u in mijne H. Kerk opgenomen en u het ware, katholieke geloof geschonken. Waardeert gij die genade van Katholiek

ocr page 97

89

tl]n te zijn, kind te zijn van die H. Kerk, die g^g' Ik tot mijne bruid heb uitverkoren, waar-aan Ik al de schatten mijner genade en verdiensten heb toevertrouwd, buiten welke geene zaligheid te vinden is! Gij wilt mijn allerheiligst vleesch en bloed ontvangen tot voedsel uwer ziele. Slechts in de H. Katholieke Kerk vindt gij deze spijze des Hemels, in haar alleen dit allerheiligst Sacrament; slechts hare priesters hebben de macht, om het brood en den wijn in mijn lichaam en bloed te veranderen. 0 hoevele duizenden, door den geest dei-leugen bedrogen, tasten buiten mijne Kerk in de duisternissen van ongeloof en dwaling rond. U heb ik in genade in mijne H. Kerk opgenomen, waar gij mijne leer, mijne Sacramenten, licht voor uw verstand, troost voor uw hart, redding voor uwe ziele vindt. En gij, zoudt gij niet dankbaar zijn voor die groote genade; dat heilig geloof, dat de Kerk u leert, met geheel uwe ziel niet aanhangen; dat licht op uw levensweg door den nacht van dwaling niet volgen; zoudt gij geheel uw leven volgens dat heilig geloof niet inrichten en zelfs bereid zijn, zoo noodig, er uw leven voor te geven ? —

Be leerling. Ja, mijn Jesus! ik erken deze genade als do grootste mijns levens.

ocr page 98

92

en daad u zeiven geheel aan den Heer uwen God overgeeft en toewijdt, o dan zal Hij zich zeker door u in vrijgevigheid en mildheid niet laten overwinnen, dan zal Hij u met schatten van genade verrijken en eens zelf uw overgroot loon zijn.

De leerling. 0 mijn Jesus! gaarne en met vreugde wil ik uw woord opvolgen, want diep voel ik er de waarheid van. Ik erken, dat ik verdiend had, als een slaohtoifer voor 't aanschijn der goddelijke Majesteit te sterven. Maar Gij, o God! verlangt mijn dood niet: Gij wilt slechts, dat ik de wereld en mijne booze neigingen afsterve en voor ü leve. Zie met de offergave des priesters wijd ik U toe en offer ik alle gevoelens en bewegingen, alle neigingen en wenschen en al de liefde mijns harten aan U op. Ik leg in de handen van uwen dienaar aan het altaar mijne vrijheid en mijn wil, alle krachten en vermogens mijner ziel, de zintuigen en ledematen mijns li-chaams, en breng ü dit alles ten offer met de heiligste belofte, dat ik ze alleen tot verheerlijking en welbehagen der goddelijke Majesteit zal gebruiken. — Gij, mijn Jesus, wilt heden üquot; zeiven voor mij ten offer brengen; en zou ik dan niet alles, wat ik heb en wat ik ben aan u opdragen? Gij wilt heden in de H. Communie U zeiven

ocr page 99

93

geheel aan mij geven ; en zou ik dan mij zeiven niet geheel aan ü toewijden ? Neen, geen enkelen dag zal ik verzuimen, dit mijn offer plechtig te vernieuwen. Eiken dag zal ik opnieuw de booze neigingen en driften mijns harten beteugelen en versterven, eiken dag mijn weerbarstigen wil met alle kracht naar uw goddelijk welbehagen richten, eiken dag door een nieuw offer van versterving mijner eigenliefde ü toewijden. Zegen, o God ! mijn voornemen en versterk mijn goeden wil door uwe krachtige genade. Lieve Moeder Maria ! gij die onder het kruis van uw goddelijken Zoon het grootste, reinste en heiligste offer, het leven van uw goddelijken lieveling aan den hemelschen Vader hebt opgedragen ; o, verwerf mij door uwe machtige voorbede, dat ook ik een volmaakt offer van liefde worde, opdat ik eens aan het einde mijner dagen zal kunnen zeggen : ik heb gedaan, wat ik beloofd heb ; mijn offer is volbracht. Amen.

p B iE F A T I lï.

Christus. Mijn zoon, (mijne dochter), hoort gij, hoe de priester aan het altaar roept:

SURSDM OOKDA, HEFT DK HARTEN OMHOOG !

hef dan ook uw hart omhoog naar den

ocr page 100

94

Hemel, die ook voor u bestemd is. Laat nu alle gedachten aan de aarde met al haar streven en drijven varen, om slechts te denken aan hetgeen hier plaats heeft, de lofprijzing en dank der heilige, zegevierende en strijdende Kerk. Hef uwe blikken ten hemel en beschouw daar die scharen van zalige geesten, die voor den troon van Gods ontzaglijke Majesteit eerbiedig nederknielen en het driewerf heilig, dat eeuwig in het hemelsch Jerusalem weerklinkt, in blijde akkoorden herhalen. — Met den lofzang der hemelsche geesten vereenigt de Kerk op aarde hare stem, terwijl de priester aan het altaar luide het driewerf heilig uitroept. O, stem dus ook in met dit blijde dank- en loflied des Hemels, tot gij het eens met de Engelen daar hoven eeuwig herhalen moogt. Vergeet niet, dat gij hier zijt, om de goddelijke Majesteit te verheerlijken; vergeet dit niet, vooral in deze oogenblikken, waarop Ik op het punt sta, op dit altaar af te dalen; om Mij voor de glorie mijns Vaders en ter verzoening voor u op te dragen. Toen Ik in het stalletje te Bethlehem als klein kind ter wereld kwam, zongen de Engelen des Hemels hun: Glorie zij God in den hoogen; toen ik op Palmzondag zegepralend Jerusalem binnentrok, om als offerlam voor

ocr page 101

95

het heil der wereld weldra mijn bloed te storten, toen zong het volk: Hosanna, en nu, nu Ik op het altaar wil nederdalen, om mijn offer voor hot heil der wereld, ook voor u, te vernieuwen, nu weerklinkt in den Hemel en op aarde het driewerf Heilig; en zoudt gij u dan met dat verheven dank- en lorlied tot verheerlijking van uwen God niet vereenigen?

De leerling. O mijn Heer en God! hoe zal ik, — een raensch met onreine lippen, — U waardia- prijzen, ü volkomen danken: prijzen uwe boven alles verhevene goddelijke Majesteit, danken uwe oneindige liefde en goedheid? Hoe kan ik in deze oogen-hlikken aan iets anders denken dan aan het verheven, heilig offer, dat Gij voor mij wilt opdragen en waarvan ik de vruchten zal gaan deelachtig worden. O, volgaarne wil ik met hart en mond instemmen in den lofzang der Engelen, in het. glorievol danklied der H. Kerk en met den Priester juichend uitroepen: Heilig, heilig, heilig is de Heer, de God der heerscharen; Hemel en aarde zijn vol van de Majesteit zijner glorie! Maar, mijn God! dit smeek ik ü met aandrang en liefde: laat niet toe dat ik ooit aan dat ondankbare volk gelijke, dat op Palmzondag uitriep: Hosanna den Zoon Davids, en na weinige dagen het: Kruisig Hem

ocr page 102

96

in blinde verwoedheid uitbraakte. O, laat niet toe, dat ik ü ooit opnieuw kruisige door mijne zonden. Neen, dat nooit meer, immer wil ik U loven, ü prijzen, U danken en verheerlijken, altijd en eeuwig ; voor U, voor uwe eer en glorie wil ik leven, wil ik sterven. Amen.

VOOK DE CONSECRATIE.

Christus. Bemerk mijn zoon, (mijne dochter), hoe mijn dienaar in feestelijke, eerbiedige stilte aan bet Altaar bidt. Hij staat daar door een heilig ontzag aangegrepen voor het aangezicht van den Drieeenigen God. Heilig, hoogheilig is 't, wat hij spreekt, wat hij verricht. Op geheimvolle wijze vernieuwt hij mijn lijden en dood. — Plaats u nu in den geest op Calvarie's kruin onder mijn kruis; dring met geloof en liefde in het groote geheim van het Offer, dat Ik weldra voor geheel het menschelijk geslacht, voor mijne H. Kerk en voor u ga opdragen. Weldra ga Ik afdalen op het Altaar, en in mijne almacht door mijn heilig woord het brood in mijn lichaam en den wijn in mijn bloed veranderen en mij zeiven voor uw heil aan den hemelsclien Vader als een offerlam opdragen. Nu nadert het oogenblik, waar-

ocr page 103

97

op gij door Mij alles kunt verkrijgen, waar gij om bidt. O, bid dan voor het heil uwer ziel, leg uwe wenschen en verlangens op het Altaar neêr, bid voor alle geloovigen, voor rechtvaardigen en zondaren, voor rijken en armen, voor lijdenden en bedroefden, voor levenden en overledenen. Ik zal uwe beden opvoeren voor den troon mijns Vaders.

Ve leerling. O mijn Heer en mijn God! Ontzag en vreeze grijpt mij aan, wanneer ik bedenk, welk een hoogheilig werk thans op het Altaar voltrokken wordt. Ja, zooals weleer in de eerste tijden der Kerk zou ik thans met de boetelingen daar buiten de deur der Kerk in rouw en boete, wee-nend en klagend moeten nederliggen. Neen, ik ben niet waard, dit allerheiligst offer bij te wonen. Maar Gij ziet niet op mijne onwaardigheid. Gij hebt medelijden met mijne ellende, en daarom staat Gij mij toe in uw huis te verwijlen, om aan het heiligste geheim uwer liefde deel te nemen. Ach, lieve Jesus! hoe gaarne zou ik in dit oogenblik met een levendig geloof, met een hartelijk vertrouwen, met den diepsten ootmoed, met waarachtig berouw, vurige godsvrucht en gloeiende liefde willen bidden en verzuchten! En toch is mijn hart nog koud. Ach, Heer! trek mijn hart tot

5

ocr page 104

98

ü, verruim het, maak het los van al het aardsche en geef mij de genada, dat ik, als uwe H. Engelen, ü met een vurigen gloed van godsvrucht begroete, aanbidde, love en prijze, wanneer Gij dit heilig geheim voltrekt. Neem ook het gebed genadig aan, dat ik door U tot den hemelschen Vader opzend ; verhef en verheerlijk uwe Kerk, breid haar uit over de gansche aarde en wil hare vijanden vernederen en bekeeren. Vervul de harten uwer geloovigen door het vuur uwer goddelijke liefde, sterk hen in het geloof, bevestig hen in de hoop en geef hun uwen vrede. Verlicht de onge-loovigen, breng de harten der afgedwaal-den tot U terug, en verteeder de verharde zondaren. Bestuur en geleid den Paus, de bisschoppen en priesters op den weg des heils, troost de ontroostbaren, help de armen en noodlijdenden, verkwik de arme zielen in het vagevuur met hemelsche vertroosting en bevrijd ze van hare pijnen. Geef ons allen deel aan uwe oneindige verdiensten, verzoen ons met den Vader en vereenig ons met Hem door U, mijn Jesusl die op aarde gekomen zijt, om te zoeken en zalig te maken wat verloren was, en die thans weder op dit Altaar afdaalt, om den Hemel met de aarde te verzoenen. Amen.

ocr page 105

99

NA DE CONSECRATIE.

Christus. Nu ziet gij Mij met de oogen des geloofs op dit Altaar. Hoe diep heb Ik mij vernederd ter liefde van u. Den glans mijner goddelijke Majesteit heb Ik afgelegd; onder de nederige gedaanten van brood en wijn ben Ik waarlijk, wezenlijk en zelfstandig tegenwoordig op dit heilig Altaar, üw lichamelijk oog ziet Mij niet en kan Mij niet zien, maar het geloof erkent Mij en de liefde voelt mijne tegenwoordigheid. Voor u heb ik Mij zeiven als vernietigd, voor u heb Ik Mij ten offer gebracht; erken dus de grootheid mijner liefde. Opdat gij zult leven, vernieuw Ik op geheimzinnige wijze mijnen dood; opdat aan u genade en barmhartigheid, vergiffenis en verzoening ten deel vallen, leg Ik al mijne verdiensten aan de voeten mijns Vaders neder. Opdat gij u met Mij zoudt kunnen vereenigen, veranderde Ik brood en wijn in mijn vleesch en bloed tot spijs uwer ziele; erken das de grootheid mijner liefde. — Ja, ik wil Mij over u ontfermen, uwe zaak bepleiten bij mijn Hemelschen Vader. Ik leg al mijne verdiensten in uwe handen, ter voldoening voor hetgeen gij schuldig zijt. Door Mij kunt gij alles voor het heil uwer ziel ver-

ocr page 106

100

werven. Heb slechts geloof en vertrouwen, en in uw nood zal voorzien worden. Zelfs heb Ik u de beste wijze van bidden geleerd; wanneer gij in mijnen Naam en met mijne woorden bidt, hoe zou mijn Vader u dan niet verhooren?

T)e leerling. O hoe onuitsprekelijk groot, o Heer! is uwe vernedering en goedheid, hoe grenzeloos uwe liefde jegens ons, arme zondaren! Terecht staan Hemel en aarde verbaasd over de wonderen van liefde, die Gij dagelijks in uwe H. Kerk verricht. Thans zijt Gij op dit altaar tegenwoordig; dit geloof ik zoo vast en zeker, als wanneer ik met den Apostel Thomas ü met mijne oogen zien en met mijne handen mocht aanraken. Geheel doordrongen van dit geloof breng ik U, o Godmensch Jesus Christus! mijne eerbiedigste hulde; ik aanbid U, ik loof en zegen ü, met alle Engelen en Heiligen. Van harte dank ik ü voor de oneindige liefde, die ü weêr in de handen des priesters heeft doen nederdalen, om ons oifer en onze zielespijze te zijn. Ik vereenig thans mijn gebed met dat der H. Kerk en bid U, dat Gij een gunstig voorspreker voor mij bij uw hemelschen Vader gelievet te zijn. Door U toch kan ik alles verkrijgen; met (J heeft de hemel-sche Vader mij alles geschonken. Maar

ocr page 107

101

vóór idles bid ik U, gelieve mij genadig de vergiffenis van al mijne zonden en de genade te verwerven van een zuiver leven te leiden in gerechtigheid en heiligheid. Deel mij uit uw van liefde vlammend Hart slechts eenige vonken mede van die oneindige liefde, waarvan uw allerheiligst Hart geheel ontstoken is. — Gij weet, Heer, dat ik met brandend verlangen naar het genot van uw allerheiligst lichaam en bloed haak. Ik kniel hier neder, als een arme hongerige bedelaar en verzucht naar ü, het brood des levens. Ach! hoe zou het ü mishagen, zoo ik zonder liefde tot U kwam en U ontving! Geef mij dus liefde, groote liefde, vurige liefde; laat mij één worden in liefde met U, Gij zijt de geliefde mijner ziel, hare vreugde, haar leven, haar vrede, hare rust, haar troost, hare verkwikking, hare zaligheid! — O ! hoezeer verheug ik mij reeds op het oogenblik, waarop ik tot uwe heilige Tafel ial mogen naderen, en met U het liefdemaal zal mogen houden, waar ik ü bezitten, geheel mijn hart voor U uitstorten en met U als een vriend tot zijn vriend zal mogen spreken. — Neem reeds vooruit, lieve Jesus ! mijn hart ten offer aan, ruk het geheel los van alle banden, die het nog aan de wereld geboeid houden; ik wil U alleen liefhebben, U

ocr page 108

102

alleen dienen, de uwe zijn in tijd en eeuwigheid. Amen.

AGNUS DEI EN COMMUNIE.

Christus. Als een zachtmoedig lam, dat men ter slachtbank voert, heb ik Mij zwijgend op het kruis laten uitstrekken en met nagelen daaraan laten vastklinken, ben Ik geduldig daaraan gestorven. Dat deed Ik ook om uwe zonden, die Ik op mij had genomen en die Ik door mijn bloed van uwe ziel wilde afwasschen. — Hoort gij mijn dienaar aan het Altaar niet roepen : Ecce Agnus Dei! ziedaar het Lam Gods! Ziet gij niet, hoe hij rouwmoedig op de borst slaat ? Ja ! Ik wil Mij over u ontfermen en al uwe zonden wegnemen, wanneer gij ze ootmoedig belijdt en betreurt. — Zie, Ik ben bereid u den kus des vredes te geven en u tot bewijs daarvan met mijn vleesch en bloed te spijzigen. Ik heb het gezegd; dat het mijn vermaak is, met de kinderen der mensehen te zijn. Ik wil ook bij u, met u en in u zijn. Uwe ziel wil Ik tot mijne woning nemen ; zorg dus, dat zi' bereid zij, gereinigd en met deugden versierd, wanneer Ik, uw Koning en Heer, met de volheid mijner genaden tot u kom. Neem Mij in ootmoed des harten op, want een

ocr page 109

103

ootmoedig hart versmaad Ik niet. Zijt gij ook ellendig en arm, ziek en zwak, vrees daarom niet; want juist daarom wil ik tot u komen, om in uwe armoede te voorzien, om u te genezen en te versterken. Erken slechts, dat gij zonder Mij niets doen kunt, dat mijn arm u moet staande houden, mijne hand u geleiden, mijn licht u verlichten en mijn vleeseh en bloed u voeden moet ten eeuwigen leven. Is die vrouw van het Evangelie door het aanraken van mijn kleed reeds gezond geworden, wat zal dan uwe ziel niet ten deel vallen, wanneer Ik haar kom bezoeken en hare spijs zal worden! Bedenk dit wel en bereid u voor op mijne komst.

De leerling. O mijn Jesus ! waar vind ik woorden genoeg, om te zeggen, wat mijn hart thans gevoelt! Wanneer ik my voorstel, dat Gij als een offerlam op hét kruis ligt, de handen uitgestrekt, om genade en erbarming ten Hemel roepend, o dan grijpt mij de bitterste smart aan over mijne zonden, want zij waren het, die U zoo bitter hebben doen lijden. — En wanneer ik U op het Altaar zie in de. handen des priesters, onder de gedaante van brood verborgen, en U daar op geheimzinnige wijze zie vernieuwen, wat Gij eenmaal aan het kruis volbracht heb, dan zou ik met luider

ocr page 110

104

stemme willen uitroepen : mijn Jesus ! Gij zijt gelieel liefde! Maar wat zal ik dan zeggen, wanneer ik bedenk, dat uwe liefde nog veel verder gaat, dat Gij zelf het voedsel en de lafenis mijner ziele wilt wezen en mijn hart tot uwe woning wilt maken? Ja, dat is waarlijk een overmaat van liefde; zóó kan een God, zoo kunt slechts Gij, mijn Jesus, beminnen, zóó ver kan slechts uwe liefde gaan ! — En wat zal ik U voor al die liefde wedergeven ? Ach, ik heb niets, dan een arm hart, en dat behoort U reeds, dat heb ik U reeds toegewijd. Wat heb ik nog meer? Niets, dan het verlangen om mij zóó nauw, zóó innig met U te vereenigen, dat ik met den Apostel kan uitroepen: Ik leef niet meer, maar Christus leeft in mij ! — Maar wie ben ik, dat ik zoo hooge genade durf verlangen ? Gij zijt de hoogste Heer, de ontzaglijke Majesteit, mijn Schepper en Verlosser en ik ben een arm schepsel, stof en asch ! Gij zijt de Koning der koningen, de Heer der heerscharen, en ik uw dienstknecht (uwe dienstmaagd) ! Gij zijt de Allerheiligste en Allerreinste, en ik een arme zondaar! Gij zijt de goedheid, de liefde zelve, en ik een ondankbaar mensch, die uwe goedheid zoo dikwerf misbruikt, uwe liefde zoo vaak versmaad heb! O! hoe durf ik het

ocr page 111

105

dan wagen tot U te naderen? — Maar Gij zelf, mijn Jesus, noemt U het Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, en Gij hebt immers ook gezegd, dat Gij niet voor de rechtvaardigen, maar voor de zondaren op aarde zijt gekomen. O, keer U dan van mij niet af, mijn Jesus, wanneer ik aan uwe uitnoodiging voldoe en toetrede tot uwe heilige Tafel. Eeeds lang verlangt mijne ziel naar die spijze des Hemels, die alle zoetigheid in zich bevat. Ik kan het oogenblik schier niet afwachten, waarop ik U, mijn Jesus, wezenlijk in mijn hart zal ontvangen. O ! uw priester geniet reeds uw allerheiligst lichaam, uw allerheiligst bloed. O kom intusschen reeds geestelijker-wijze in mijne ziel, reinig en heilig haar, opdat ik waardig zij, U weldra werkelijk met vleesch en bloed, met godheid en menschheid te ontvangen, mij met ü te vereenigen en in deze vereeniging te leven en te sterven. Amen.

ZEGEN EN LAATSTE EVANGELIE.

Christus. Mijn onbloedig offer heb Tk volbracht, weer heb ik ü een bewijs mijner liefde gegeven. De verheerlijking van den Drieëenigen God, uw heil, de redding uwer onsterfelijke ziel en hare vereeni-

5*

ocr page 112

106

ging met Mij en met mijn hemelschen Vader is het doel van alle werken, die Ik verricht. Groote genaden werden u reeds aangeboden, nog grootere zullen u ten deel vallen. Ik wil aan het verlangen uws harten voldoen; Ik wil komen en zelf u bezoeken en den maaltijd met u houden. Maar vergeet nooit, wie Ik ben en wie gij zijt. Niet zonder beteekenis leest mijn dienaar aan het heilig Altaar het Evangelie van mijn Apostel Joannes. Ik ben het Woord Gods, God zelf, het Woord des Vaders, dat in den beginne van eeuwigheid bij Hem was. Door Mij is alles gemaakt, wat er gemaakt is; ook gij zijt het werk mijner handen. Ik ben het ware licht, en ben gekomen om alle menschen te verlichten. Ik ben het leven; niemand kan waarlijk leven, tenzij door Mij en in Mij. Allen, die Mij in liefde aannemen, geef ik de macht, om kinderen Gods te worden. Ook u wil Ik tot kind mijns Vaders verheffen, wanneer gij Mij met een geheel toegewijd, ootmoedig, rein hart aanneemt. Wees getrouw aan de belofte, die gij gedurende het heilig Offer gedaan hebt, en Ik zal volbrengen, wat Ik beloofd heb. De zegen, dien de priester in mijnen Naam uitspreekt, kome met zijn gansche volheid over u, hij heilige en wijde uwe

ocr page 113

107

ziel en uw lichaam, en make u waardig om mijne woonstede te zijn ; want ik herhaal het: Ik moet tot u komen en u bezoeken, want zonder Mij kunt gij niet leven, zonder Mij zult gij niet glorievol verrijzen, zonder Mij zult gij niet ingaan in het rijk mijns Vaders, die in den Hemel is.

De leerling. Mijn God en mijn alles! duizendmaal zij U dank gebracht voor de hooge genade, dat Gij mij uw heilig Offer hebt laten bijwonen en voor de onschatbare genadegaven, die daarbij aan mijne ziel ten deel werden. Gij wordt niet moede, mij met velerhande gaven te overladen, mij uwe oneindige liefde te toonen en ik ? . . . ach! ik maak mij die gaven zoo weinig ten nutte en erken zoo weinig uwe grenze-looze liefde. Ach! wanneer zal ik toch eens beginnen, U van ganscher harte lief te hebben en met onwrikbare trouw te dienen, U eeuwig nieuwe schoonheid en bronwel van alle barmhartigheid en genade ! Zie, van daag, nu ik op het punt sta tot uwe heilige Tafel te naderen; van daag, nu Gij mij veroorlooft mijne ziel met uw allerheiligst vleesch en bloed te spijzigen; van daag, nu ik ü in mijn hart wil ontvangen, ü het brood der Engelen, ü de vreugde en lust der uitverkorenen, ü den Zoon van den levenden God; van daag,

ocr page 114

108

nu Gij, de Koning der koningen, in grenzelooze goedheid, ü vernedert, om mij, armen zondaar, te komen bezoeken; van daag, maak ik het heiligste en vaste voornemen, doe ik ü de plechtigste belofte, om mij geheel aan uwen dienst toe te wijden en mij voor eeuwig in liefde en trouw geheel en al aan ü over te geven. O, let niet op mijne onwaardigheid, op de vele gebreken, die aan mijne ziel kleven; let niet op mijne armoede en mijn volslagen gemis aan deugden en goede werken maar denk aan uw bloed, dat Gij voor mij vergoten, waarmede Gij mij verlost en vrijge kocht hebt. Kom ter wille van dat heilig bloed mijne ziel bezoeken en haar het leven der genade mededeelen. Hier aan den voet van Uw Altaar, waar Gij in het heilig Tabernakel rust, betuig en verzeker ik ü nog eens, dat al mijne zonden mij leed doen uit geheel mijne ziel; dat ik ze allen verfoei en verafschuw en voor niets ter wereld ooit uwe heilige geboden meer wil overtreden. Zegen, o God! deze mijne plechtige belofte, en help mij door uwe genade, dat ik daaraan getrouw blijve tot aan mijnen dood. Amen.

ocr page 115

GEBEDEN

op hevel van Paus Leo XIII in alle kerken der wereld na de gélezene H Mis geknield te hidden.

De Priester zegge driemaal met het volk: „ Wees gegroet* enz.; daarna :

Wees gegroet, o Koningin, Moeder van barmhartigheid ;

Ons leven, onze zoetheid en onze hoop, wees gegroet.

Tot U roepen wij, ballingen, kinderen van Eva.

Tot U smeeken wij, zuchtend en weenend in dit dal van tranen.

Daarom dan, onze Voorspreekster, ach sla op ons Uwe zoo barmhartige oogen.

En toon ons, na deze ballingschap, Jesus de gezegende vrucht uws lichaams.

O Goedertierene, o meêdoogende, o zoete maagd Maria.

V. Bid voor ons, H. Moeder Gods,

R. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

ocr page 116

110

LAAT ONS BIDDEN.

O God, onze toevlucht en onze kracht, zie genadig neder op het volk dat tot U smeekt ; en verhoor barmhartig en goedgunstig, — door de voorspraak der glorierijke en onbevlekte Maagd en Moeder Gods Maria, van denH. Joseph haren Bruidegom, Uwe H.H. Apostelen Petrus en Pau-lus en alle Heiligen — de gebeden die wij storten voor de bekeering der zondaren, voor de vrijheid en de verheffing onzer Moeder de H. Kerk. Door Christus onzen Heer. Amen.

H. Aartsengel Michaël, verdedig ons in den strijd; wees onze Bescherming tegen de boosheid en de listen des duivels. God gehiede hem, smeeken wij ootmoedig; en Gij, Vorst der hemelsche legermacht, drijf Satan en de andere booze geesten, die tot verderf der zielen over de wereld rondgaan, door de goddelijke kracht in de Hel terug. Amen.

Onze allerheiligste Vader Paus Leo XIII verleent aan allen, die deze gebeden, op bovengemelde wijze verrichten, eencn aflaat van drie honderd dagen.

ocr page 117

DE H. COMMUNIE.

De H. Francisca Romana, die van liefde gloeiende bruid van den goddelijken Heiland, had eens, zoo verhaalt ons hare levensgeschiedenis, na de H. Communie het volgende hemelsche gezicht. Zij zag de H. Engelen een kostbaar altaar bereiden, waarop Jesus Christus in Engelengedaante nederdaalde. Uit alle wonden, die de liefde en de gehoorzaamheid Hem geslagen had, stroomde eene kostbare vloeistof. De H. Petrus, in priesterlijk gewaad gehuld, deelde van deze vloeistof onder de aanwezigen uit. Ook Francisca kreeg er van mede. — Daarop hoorde zij Jesus Christus tot haar spreken: „Ik ben het vuur, dat ontsteekt, maar zonder de harten, die mij beminnen, te verbranden. Ik daal af van mijn troon, om mij met de ziel, die mij liefheeft, te vereenigen; maar zij moet rein zijn, want mijne godheid kan in een onrein oord niet

wonen..... Ik zoek. Ik verhef, Ik spijs en versterk de

zielen in de H. Communie. De vereischten van ware en reine liefde zijn: de ootmoed, het vertrouwen en de gehoorzaamheid.quot; — Op H. Sacramentsdag knielde Francisca in geestvervoering aan den voet van den troon dei-allerheiligste Drievuldigheid neder. De troon rustte op eene reine vuurvlam, en daarvoor stond eene rijke tafel, waarop zich brood en wijn bevond. Zij zag, dat beide in het lichaam en het bloed des Heeren veranderd werden, maar het geheim kon zij niet 'begrijpen. Rondom de tafel, bevonden zich ontelbare scharen van Engelen, die zich geestelijkerwijze aan die goddelijke spijze verzadigden. Maria, de Koningin des Hemels, zag Francisca vol liefde aan en sprak: „Francisca, neem deel aan den maaltijd, waarop mijn Zoon zich onder de gedaante van spijs en drank aan het menschelijk geslacht mededeelt, om het in alle volheid te verzadigen. Voor deze verhevene gave verlangt mijn Zoon slechts — liefde; bewaar Hem eene schoone en reine ziel, wees sterk en ootmoedig, bescheiden en vast in het geloof.... Verneder u voor God met berouw, met geloof, hoop en liefde.quot;

Zie, godminnende ziel, wat deze Heilige in den geest zag en hoorde, dat gaat u ook aan. Brood en wijn is in

ocr page 118

112

Let lichaam en bloed van Jesus Christus, uw goddelykeu Heiland, veranderd. Het hemelsche gastmaal is bereid. Ook u noodigt Maria, de Koningin des Hemels, tot die kostbare Tafel uit, opdat gij in ulle volheid verzadigd wordet. Maar zuiver, zegt Jesus, moet uw hart zijn; oprechten ootmoed, een vast geloof, onwrikbaar vertrouwen, vurige liefde vordert Hij van u; dan zal Hij uwe ziel verheffen, spijzen en versterken met het brood des Hemels, dat alle zoetigheid in zich bevat. O, verwek dan nu in u de goddelijke deugden van geloof, hoop en liefde, een hartelijk en innig berouw; verneder u zoo diep mogelijk voor God, en nader dan tot de H. Tafel met een kinderlijk vertrouwen en een brandend verlangen, en gij zult die gave des Hemels tot uw eeuwig heil ontvangen.

KORTE OEFENINGEN EN SCHIETGEBEDEN.

VOOR DE H. COMMUNIE.

Oefening van geloof. — 0 Jesus, mijn God en Heer! Ik geloof zonder eenigen twijfel al wat Gij ons geopenbaard hebt en door uwe H. Kerk ons te gelooven voorstelt; inzonderheid geloof ik, dat Gij in het allerheiligste Sacrament des Altaars waarlijk, wezenlijk en zelfstandig tegenwoordig zijt tot eene geestelijke spijs onzer ziel, dat Gij in uwe onbegrijpelijke, allesovertreffende liefde hier een gedenktee-ken van al uwe wonderen hebt opgericht, U zeiven tot spijs gevende aan diegenen, die U vreezen. (Ps. 110 : 4). Dit geloof ik vas-telijk, o God ! want uw woord is onbedrie-gelijk, uw woord is waarheid. In dit heilig geloof wil ik leven en sterven.

ocr page 119

113

Oefening van hoop. — O liefdevolle Verlosser ! uwe barmhartigheid is zonder grenzen, uwe waarachtigheid is onveranderlijk en eenig, uwe belofte onverbrekelijk, Gij wilt mij zalig maken, en daarom wilt Gij heden tot mij komen, uwe woonstede oprichten in mijne ziel, om haar te zuiveren, te heiligen en voor een eeuwig zalig leven te bekwamen. Ik nader dus, lieve Jesus ! met het kinderlijkst vertrouwen in uwe goddelijke barmhartigheid, in uwe onbegrijpe lijke goedheid. Wasch mij meer en meer van alle zonden, zuiver mijn hart, vervul het met uwe goddelijke genade, opdat het minder onwaardig worde, U, o God van Majesteit en liefde in zich op te nemen.

Oefening van liefde. — 0 God van liefde, dierbare Heiland Jesus Christus ! Gij hebt alles, zelfs uw laatsten druppel bloed voor mij gegeven ; van daag wilt Gij U zeiven tot voedsel mijner ziel aan mij wegschenken. Hoe zal ik ooit uwe onbegrijpelijke liefde kunnen vergelden ? Ach ! mocht ik U toch beminnen, zooals Gij het verdient, zooals Gij het verlangt! Mocht ik U toch liefhebben met den liefdegloed, waarmede uwe glorierijke Moeder, al uwe Engelen en Heiligen U beminnen ! Ja, lieve Jesus ! Ik bemin ü, ik bemin U uit geheel mijne ziel; maar ik bemin U nog te weinig; vuriger wensch

ocr page 120

114

ik ü lief te hebben. Ontsteek in mijn hart het vuur uwer goddelijke liefde, want in uwe liefde wil ik leven en sterven.

Oefening van herouiv. — Ach, mijn God, en Heer! Hoe smart het mij op dit oogen-blik, hoe bitter doet het mij leed, dat ik uwe liefde zoo dikwerf veracht, uwe goedheid zoo dikwerf beleedigd en bedroefd heb ! O, kon ik met mijn bloed de zondesmetten atwasschen van mijne ziel, kon ik met mijne tranen de laatste sporen mijner zonden uitwisschen ! Ja, ik verzaak en verfoei ze van ganscher harte uit liefde tot U, en vernieuw hier plechtig mijne belofte, dat ik voortaan U alleen dienen en uw heiligen wil altijd en overal volbrengen wil.

Oefening van ootmoed. — Wie ben ik, o God ! dat ik tot ü durf naderen, ik arme, ellendige, nietige zondaar, tot U, bron van heiligheid en reinheid, ontzaglijke Majesteit ! Neen, ik ben niet waardig, U in mijn hart te ontvangen. Maar gij kent mijne armoede en mijne ellende, en toch noodigt Gij mij uit. 0 ! spreek dan slechts één woord, en mijne ziel zal gezond worden.

Oefening van aanbidding. — 0 Jesus, Koning van onsterflijke glorie ! Tn vereeniging met alle Engelen en Zaligen in den Hemel, met alle vrome en godminnende zielen op aarde aanbid ik U in het geheim uwer

ocr page 121

115

liefde, in liet allerheiligste Sacrament des Altaars. Eer en lof en dank, zegen en aanbidding zij U in alle eeuwigheid! Ik aanbid U als mijn Heer en God, mijn Schepper en Verlosser, mijn hoogste goed. In alles onderwerp ik mij steeds aan uw heiligen wil.

Oefening van opoffering. — 0 goddelijke Heiland! Gij hebt het grootste, het volmaaktste, maar ook het smartelijkste offer voor mij gebracht: zie, thans breng ik mij zeiven, al wat ik heb, en wat ik ben, volledig aan ü ten offer. Iedere druppel van mijn bloed, elke klopping van mijn hart, elk oogenblik van mijn leven zij aan ü gewijd. Ik ben de uwe voor tijd en eeuwigheid.

Oefening van verlangen. — 0, kom dan, o Jesus! kom en bezoek mijne ziel. O, die ziel, zij verlangt, zij smacht naar ü, zij kan zonder U niet leven. Toef niet langer, o God, neem bezit van mijn hart; het zal aan ü slechts toebehooren. Waar zal dat harte troost en rust en sterkte en zaligheid vinden buiten U ? O, kom dan, mijn Jesus! maak mij één met U. Gij zijt mijn leven. Gij het licht en de vreugde mijner ziel. Gij zijt mijn God en mijn alles. O, kom dan en toef niet langer. Amen.

ocr page 122

116

L I E F D E-V £ K Z U O H T I N G B N T O T J E S ü S.

ALS DE PRIESTER HET TABERNAKEL OPENT.

0, oneindig schoone, oneindig goede, oneindig heilige God! allerhoogste goed, eenigste goed, waarachtige goed mijner ziel! Ik aanbid U; geloofd en gezegend zijt Gij in alle eeuwigheid!

0 mijn Jesus! zend nu een liefdestraal van uw van liefde gloeiend Hart in mijn hart en ontsteek en ontvlam het, opdat ik niets anders meer beminne dan ü alleen.

0 mijn God, levensvolle vreugde eener reine ziele! zie mij aan met de oogen uwer barmhartigheid en verwond mijn hart niet de pijlen uwer heilige en goddelijke liefde. 0 liefde! gij brandt zonder ooit uit te gaan; ach! ontsteek ook mij, God van liefde !

0, kostbare vreugde mijner ziel, onder de gedaante van brood verborgen; leven van mijne ziel, leven aller zielen, leven van het leven; Gij, volheid en onuitputtelijke bron eener hemelsche en onvergankelijke gelukzaligheid! o kom, kom tot mij en sla voor immer uwe woning in mij op. 0 eeuwige schoonheid! vleeschelijke oogen zien ü niet, maar de oogen des geestes en een zuiver hart. 0, wanneer toch zal de dag aanbreken, waarop ik TJ van aan-

ocr page 123

117

schijn tot aansuhrjii aauschouwen en uwe grenzelooze liefde volkomen begrijpen zal? Gij, o Jesus! zijt het licht van mijnen geest, de spijze van mijn hart, de steun mijns levens! Hoe zou ik ü niet liefhebben, U, mijn leven, U, de bronwel van alle goedheid, van alle vreugde en zaligheid! Beziel en ontvlam mij, o Godl opdat ik U opzoeke en vinde, opdat ik met al den gloed mijner liefde ü omhelze. Ik ken geene andere zaligheid, o God, dan U toe te behooren.

O Maria! onbevlekte Maagd en allerreinste en zaligste Moeder! Uw Jesus, uw Zoon wil tot mij komen en in mijn hart zijn intrek nemen. 0, stem Hem gunstig voor mij, opdat Hij mijne armzaligheid niet versmade, maar bid Hem, dat Hij mijne arme ziel reinige, heilige en volmake.

VERZUCHTINGEN ONDER 'T HEENGAAN NAAR DE TAFEL DES HEEREN.

0 Jesus! is 't mogelijk, dat ik, stof en asch, nadere tot U, den Koning van on-sterHijke glorie? Maar Gij roept, Gij noo-digt mij uit: Komt tot mij, die heiast en buladen zijt. Zie, ik kom, gedrukt onder het juk mijner booze neigingen, zuchtende onder den last mijner zonden.

ocr page 124

118

0 Jesus! wees mij een Jesus, Eedder en Zaligmaker; neem mij geuadig aan. Keer U niet af van een ellendigen bedelaar, van een armen dienstknecht, (van eene arme dienstmaagd.)

O Heilige Engelen, inzonderheid gij, mijn Engelbewaarder, alle Zaligen des Hemels! helpt mij door uwe gebeden, staat mij ter zijde en begeleidt mij naar de Tafel des Heeren.

O, Heer! ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak komt; maar spreek slechts één woord en mijne ziel zal gezond worden.

HEILIGE GEÏOELENS EN OEFENINGEN.

NA DE H. COMMUNIE.

Zijt gij zoo gelukkig, godminnende ziel, het allerheiligst lichaam des Heeren ontvangen te hebben, begeef u dan in godvruchtigen ernst naar uwe plaats, werp u daar op de knieën en sluit oogen en ooren en al uwe zintuigen. — Weg van hier alle gedachten aan het aardsche! Sluit u in den geest met uw zoo minnenswaardigen, liefdevollen Jesus in de kamer van uw hart op, om zijne zalige, vreugdevolle tegenwoordigheid te genieten. Stel u voor, alsof uw hart zijn troon is, werp u daar aan zijne voeten, diak ze aan uw hart, en kus ze met de hartelijkste tee-derheid, als de H. Magdalena. O, de tyd, waarop Jesus in uw hart is, is de kostbaarste, de rijkste aan genade van geheel uw leven; zorg dus, dien tijd wel te besteden. Spreek met Jesus als een kind tot zijn vader, als een vriend tot zijn vriend. Aanbid Hem, bewonder zijne almacht, zijne goedheid, zijne liefde: loof en prijs en dank Hem, en vraag Hem dan alles, wat gij noodig hebt voor

ocr page 125

119

ü, voor de uwen, voor de Kerk, voor rechtvaardigen en zondaren, voor levenden en overledenen.

Oefening van geloof. — Zoo heb ik dan U, mijn Jesus! dien mijne ziel liefheeft, in mijn hart. Ja, ik wist het wel, mijn God, dat Gij werkelijk met lichaam en ziel in dit goddelijk Sacrament tegenwoordig waart. De vreugde, de zalige blijdschap, die mijne ziel doortintelt, geeft mij de stellige zekerheid, dat Gij in uwe goddelijke goedheid uw intrek in mij genomen hebt. Ja, Heer! ik geloof, dat Gij met lichaam en ziel in mijn hart zijt, dat uw lichaam, het schoonste van die der menschenkinderen, dat uwe heilige ziel en uwe aanbiddenswaar-dige godheid in deze oogenblikken in mij wonen en op de innigste wijze met mij vereenigd zijn.

Oefening van bewondering. — O goddelijke Heiland en Meester! Wie zou het hebben durven denken, wie het hebben kunnen gelooven, dat Gij tot mij zoudt komen, zoo Gij, God van eeuwige waarheid, het niet ten stelligste hadt verzekerd ? Hoe is 't mogelijk, dat Gij, allerhoogste Koning van glorie, mijn schepper en Verlosser, het geringste uwer schepselen met een bezoek wilt vereeren en in uwe ontzaglijke oneindige Majesteit tot mij, nietig, zondig aardworm wilt afdalen ? In den diep-

ocr page 126

120

sten ootmoed aanbidden U Cherubs en Seraphs en verhullen, verbaasd van uwe ontzagwekkende heerlijkheid, hunne aangezichten, en Gij komt tot mij ? Hoe is 't mogelijk, hoogste, onbegrijpelijke Majesteit, dat Gij in mij woont, dat ik TJ in mijn arm hart aanschouw ! Gij hebt het grootst mogelijke wonder van liefde gewerkt, — een gedenkteeken van al uwe wonderdaden opgericht, — om in mijn hart te komen wonen. Ja, God van liefde, zoo is het. — Eene heilige siddering grijpt mij aan. — (101) TN MIJ ! !

O God! wie ben ik en wie zijt Gij ? Liefde, eeuwige liefde ! ik kan ü slechts bewonderen en aanbidden.

Oefening van aanbidding. — O! had ik nu de stem aller Heiligen en Engelen, om ü, allerhoogste Majesteit, waardig te kunnen loven en prijzen ! In vereeniging met de geheele zegevierende, strijdende en lijdende Kerk aanbid ik U ; ik geloof U, ik prijs U, ik verheerlijk ü. Gij alleen zijt heilig. Gij alleen zijt groot. Gij alleen zijt de Heer. Alleluja! — Alle schepselen der aarde noodig ik uit, dat zij met mij, IJ, almachtig God, loven en verheerlijken, die alle aanbidding, alle eer en lof waardig zijt. O Maria, Koningin des Hemels ! ik bid u, gelieve met geheel uw

ocr page 127

121

hemelscli hof mijn goddelijken Jesus, dien gij gebaard liebt, te loven en te prijzen. Liefdevolle Heiland! neem mijne diepste hulde en aanbidding genadig aan. Ik zal niet ophouden, ü met grooten eerbied en diepen ootmoed te vereeren en te zegenen.

Oefenimj van dankzegging. —• O mijn goede, mijn oneindig liefdevolle Heer en Meester! hoe zal ik ü naar waarde danken voor de onschatbare genade, die Gij mij bewezen hebt? Neem voor mij, o God, alle dankgebeden genadig aan, die van het begin dei-wereld tot op dit oogenblik tot uw troon zijn opgezonden ; alle dankgebeden der Heiligen en Engelen; alle dankzeggingen, die aan U, o God! bij alle H. Misoffers, bij al de H. Communiën zijn opgedragen. Neem geheel mijn wezen, al mijne handelingen, al mijn lijden en kwellingen als een dankoffer aan. Nooit zal ik ophouden uwe goedheid te danken, ja, geheel mijn leven zal een voortdurend dankgebed zijn.

Bede. — O mijn God en Heer, die gezegd hebt: op den tijd der genade zal ik u verhoor en, en op den dag des Jieils zal Ik u Jwlpenquot; (Isaï: 49); nu is 't voor mij de dag des heils, nu is 't de tijd van genade voor mijne ziel. Met den rijkdom uwer goddelijke genadeschatten zijt Gij thans bij mij, zijt Gij thans bereid,

6

ocr page 128

122

om al mijne verzucbtingen, al mijne beden te verhoeren. Zelf hebt Gij gezegd; Bidt en gij zult verkrijgen. En hoeveel, o God! heb ik U niet te vragen? Vóór alles bid ik ü, met al den aandrang mijner ziel, wil mij al de zonden, waarmede ik u van mijne jeugd at beleedigde, genadig vergeven, mij reinigen van elke zondesmet en mijne ziel bewaren in het vlekkelooze kleed der heiligmakende genade. Met het kinderlijkst vertrouwen smeek ik ü, trek mijn hart met al zijne neigingen zoo sterk tot U, bind het zoo vast aan U, dat het nooit meer het geringste verlangen koestere naar iets, wat ü mishagelijk is. Mocht ik de zonden zóó haten en verafschuwen, als Gij, o heilige God! ze zelf haat en verafschuwt! Geef mij verder, dit bid ik TJ uit den diepsten grond mijns harten, een waarlijk innige, bestendige liefde tot U. Zelf immers hebt Gij gezegd; Ik ben gekomen om het vuur op aarde te brengen, en ivat wil Ik anders, dan dat het ontbrande? Ontsteek dan, ontvlam mijn koud hart door het vuur uwer einde-looze liefde. Doof daarin alle aardsche liefde en elke andere liefde, die met de uwe in strijd is, uit, en wees Gij, o God! voor eeuwig het eenig voorwerp van mijne liefde en teederheid. O Jesus, rijkste bron der zuivere, heilige liefde, schenk mij toch

ocr page 129

uwe goddelijke liefde. 0, zoo de liefde tot ü mijn hart geheel vervulde, hoe gelukkig, hoe zalig zou ik dan niet zijn! Dan zou ik U niet meer kunneu beleedigen. Want dat alleen vrees ik, o mijn God! dat ik TJ nog ooit wêer zou kunnen bedroeven. Daarom bid ik U, lieve Jesus, geef mij de genade van volharding. Zelf zegt Gij: zonder Mij kunt gij niets doen. Hoe zou ik dan uit mij zeiven in de liefde tot U volharden, hoe alle bekoringen kunnen wederstaan, die mijne arme ziel opnieuw zullen bedreigen ? Gij kent mijne zwakheid en mijne onstandvastigheid, maar Gij kent ook mijn goeden wil. Steun mij dus. lieve Jesus! sterke, heilige, almachtige God! houd mij met uwen machtigen arm vast, opdat ik niet valle; geleid en bestier mij. Gij helder eeuwig stralend licht, opdat ik niet afdwale; bescherm mij, Gij leeuw van Juda, opdat de vijanden mij niet overwinnen, en help mij, opdat ik de eeuwige trouw, die ik ü thans opnieuw zweer, ongeschonden beware, dat ik U trouw blijve tot in den dood.

Nog eene bede heb ik, lieve Jesus! op het harte. Gij hebt gezegd, dat het een kenteeken is, dat wij uwe leerlingen zijn, als wij onze naasten hartelijk liefhebben. O, leer mij beminnen, zooals Gij 't ons bevolen hebt, zooals Gij zelf hebt liefgehad.

ocr page 130

124

Allen naderen wij tot dezelfde heilige Tafel, allen nuttigen wij van de hemelsche spijze, a1len noemen wij ü onzen God en Vader; de band van liefde omsluit ons allen. Geef mij dus een hart, dat allen waarachtig liefheeft, zooals Gij hebt liefgehad; neem alle afgekeerdlieid, alle vijandige gezindheid jegens mijn evenmensch uit mijn hart weg en stort daarin die barmhartige, werkdadige liefde, waarvan uw heilig Hart vervuld was. Volgaarne wil ik al 't onaangename van de hand mijner medemenschen aannemen en elke beleediging, mij aangedaan, vergeven en vergeten. 0! laat uw heerlijk voorbeeld mij altijd voor oogen zweven, en zoodra toorn of misnoegen in mijn hart opwelt, laat dan uwe bede aan 't kruis in mijne ooien klinken: Vader! vergeef het hun, want zij weten niet, wat zij doen. Verder bid ik ü uit den grond mijns harten, gelieve allen, die mij ooit welgedaan hebben, met uw rijksten zegen te vergelden. Zegen mijne ouders en bloedverwanten, zegen de Kerk, haar dierbaar Opperhoofd den Paus; zegen mijn biechtvader en alle priesters; bewaar hen, die in onschuld wandelen; versterk de braven en bekeer de arme zondaren. Troost de zieken, help de weduwen en weezen en allen, die zich in mijne gebeden hebben

ocr page 131

125

aanbevolen en voor wie ik beloofd heb of verplicht ben te bidden, en verkwik, vertroost en verlos de arme zielen in het vagevuur. Help alle menschen in hunnen nood, en leid hunne harten tot U, de bron van allen vrede en zaligheid. Amen.

OEFENING VAN ONDERWERPING EN OPOFFERING.

Neen, lieve Jesus! niet genoeg was 't voor uwe liefde, dat Gij U, voor ons, arme zondaren, als een lam ter slachtbank liet voeren en uw dierbaar leven prijs gaaft, om ons van den eeuwigen dood te redden ; uwe onbegrijpelijke liefde ging nog verder. Tot het einde toe, zooals Gij zelf zegt, heht Gij ons liefgehad, daar Gij ons U zeiven, uw allerheiligst vleesch en bloed tot spijs en drank hebt nagelaten. Heden hebt Gij mij alles gegeven ; uwe liefde, uw leven, uwe oneindige verdiensten, alles wat Gij hebt en wat Gij zijt. Gij woont thans in mijn hart; ik bezit U geheel en al. O oneindige liefde, o overmaat van liefde, o grenzenlooze goedheid en genade! — En wat zal, wat kan ik U geven voor zooveel liefde ? Ach! nu eerst erken en gevoel ik de gansche grootte van mijne armoede en van mijn niets. Ach! wat kan een arme bedelaar U geven ? Maar Gij, goedertieren

ocr page 132

126

Heer, troost mij met de woorden: mijn zoon, (mijne dochter,) geef mij üw hart. Mijn hart alleen verlangt Gij; met mijn hart zijt Gij tevreden. Zie, met vreugde offer ik het U op, wijd ik het ü geheel toe; o neem het genadig aan, aanvaard het als uw eigendom en handel er mede naar uw welbehagen. Ik offer het U op met al zijne gevoelens en neigingen, met al zijne liefde. O hecht het aan ü, of liever sluit het in uw goddelijk hart op en laat het ü nooit meer ontnemen. 0 ! mocht toch mijn hart zoo innig, zoo onafscheidelijk met het uwe vereenigd zijn en blijven, dat het zich nimmermeer van ü kon verwijderen! Zie o Jesus ! ik leg mijn hart tot een volkomen brandoffer voor uwe voeten, verander het geheel en al, en bewerk, dat het slechts van liefde tot U brande. Maar niet alleen mijn hart wijd ik U toe, maar ook mijne ziel met al hare vermogens, mijn verstand, mijn geheugen, mijn vrijen wil, mijn lichaam met al zijne ledematen; ik wil geheel ü toebehooren, geheel de uwe zijn, voor ü slechts leven en sterven. O ! kon ik als de H. Martelaren voor ü mijn bloed vergieten, dan ging ik gaarne voor ü in den dood. Maar wijl ik dit niet kan, wil ik een martelaar van liefde worden. Ik wil mij zeiven en der wereld afsterven, mij

ocr page 133

127

alle genoegens en vreugde der wereld ontzeggen, aan mijne zinnen en neigingen niets toestaan, wat mij van ü zou kunnen aftrekken. Ik wil al mijne hartstochten voortaan bestrijden en slechts ü, mijn Jesus, met liefde volgen op den weg des kruises met. uwe allerheiligste Moeder en al uwe lieve Heiligen. Zegen, o Heer! mijn offer, zegen mijne goede voornemens, en help mij, dat ook ik eens op rhijn sterfbed getroost moge uitroepen : het is volbracht i

toewijding aam dk goddelijke liefde.

Liefde, die in mij de beelt'nis

Uwer godheid hebt gedrukt; Liefde, die mij zoo goedgunstig Aan de zonde hebt ontrukt; Liefde, steeds blijf 'k U gewijd. Zonder paal of perk van tgd.

Liefde, die als mensch geboren

Ons gelijk scheent op deze aard ; Liefde, die mij hebt verkoren. Eer ik 't leven had aanvaard ; Liefde, steeds blijf 'k U gewijd. Zonder paal of perk van tijd.

ocr page 134

128

Liefde, die hebt willen strijden Tegen Satans bellemacht,

Liefde, die door strijd mij 't leven, Zaligheid hebt aangebracht;

Liefde, steeds blijf 'k ü gewijd, Zonder paal of perk van tijd.

Liefde, die mij altoos liefhebt, Rusteloos voor mijn ziele strijdt,

Liefde, die door dood en lijden Van het kwaad mij hebt bevrijd; Liefde, steeds blijf 'k ü gewijd. Zonder paal of perk van tijd.

Liefde, die mij hebt gebonden Aan uw juk, dien vreugdetroon ;

Liefde, die mijn nietig harte Hebt verkoren tot uw woon ; Liefde, steeds liijf 'k U gewijd. Zonder paal of perk van tijd.

Liefde, die U zelv' tot spijze Wegschenkt op mijn pelgrimsbaan;

Liefde, die aan 't eind der reize Me opvoert, waar uw Eng'len staan Liefde, steeds blijf 'k U gewijd. Zonder paal of perk van tijd.

Liefde, die mij eens onsterflijk Poet verrijzen uit het graf;

ocr page 135

129

Liefde, liefde, doe mij erven 't Rijk, dat U de Vader gaf;

Liefde, steeds blijf 'k ü gewijd, Zonder paal of perk van tijd.

Toewijding aan Maria.

O Maria, onbevlekte Maagd en gezegende Moeder mijns Heeren! Zie ik heb Hem, dien gij van den H. Geest ontvangen, dien gij onder uw hart gedragen, dien gij gebaard, gekoesterd, aan uw hart gedrukt en gevoed hebt, thans in mijn binnenste ontvangen. Hij is mijn gast, de spijze, het leven, de vreugde en zaligheid mijner ziel. üit u, zuiverste der maagden, heeft Hij vleesch en bloed aangenomen, opdat Hij mij zou kunnen verlossen en de spijze worden mijner ziel. En zou ik u dan niet danken voor uwe toestemming in het geheim der menschwording van mijn godde-lijken Heiland, en zou ik u niet loven als de Moeder mijns Heeren, die mij heden zoo bij uitstek begunstigd en met zijne zoete tegenwoordigheid vertroost en vereerd heeft? 0 allerliefste Moeder van mijnen Jesus en ook mijne Moeder! verheug u met mij over het onmetelijk geluk, dat mij heden ten deel viel, en help mij met geheel uw heroelsch hof uwen en mijnen

6*

ocr page 136

130

Jesus loven en prijzen, die mij zoo groote barmhartigheid heeft bewezen: O allerzoetste Moeder! gij kent het verlangen mijns harten, om mij geheel en al aan den dienst van uw goddelijken Zoon tos te wijden. Opnieuw heb ik hem onschendbare trouw gezworen, en ik wil voor hem leven en sterven. Maar ach! ik ben zwak en ellendig, arm en onvermogend; zonder hulp, zonder krachtigen bijstand zal ik mijne belofte niet kunnen gestand doen. Daarom kom ik met kinderlijk vertrouwen tot u, en bid u met aandrang en liefde, mij onder uwe moederlijke bescherming te nemen en mijne lieve moeder te willen zijn en blijven. O, vergun mij naast het lieve kindje Jesus een plaatsje aan uw liefderijk moederhart, en sta mij toe, dat ik mijne eenige, mijne onsterflijKe ziel in uwe handen stelle en mijn arm hart aan u over-geve. O, hoe goed ben ik bewaard, wanneer ik in uwe armen rust; hoe veilig wandel ik voorwaarts onder uwe bescherming! O, toon dan, dat gij mijne Moeder zijt; ik wil uw kind zijn en blijven, u beminnen en dienen mijn leven lang. Werp een liefderijken blik op mij als ik wankel, houd mij vast, als ik vallen mocht, geleid en bestier mij, als ik mocht afwijken, bescherm mij, ;ils de bekoorder nadert, en versterk mij in

ocr page 137

131

alle gevaren mijner ziel. Gij hebt uw god-delijken Zoon tot aan zijn dood aan 't kruis niet verlaten, verlaat ook mij, uw kind, niet tot aan mijnen dood, opdat ik de genade verwerve eenmaal u met uvv lieven Zoon Jesus in den hemel te aanschouwen, te loven en te prijzen in eeuwigheid. Amen.

BEDE TOT JBSUS.

Ter uitroeiing van het hoofdgebrek.

Ook gij, godminnende ziel, hebt zonder twgfel het een of ander gebrek, waarin gij in weerwil van uwe goede voornemens, zoo dikwerf terugvalt; eene hoofdfout, een hoofdgebrek, waarvan gij zoo gaarne zoudt willen bevrijd zijn. Leg die fout in oprechtheid des harten aan uwen goddelijken Heiland bloot, toon Hem de geheime wonde uwer ziel, en Jesus zal u genezen, wanneer gij Hem vol vertrouwen smeekt.

0 mijri Jesus ! goddelijke Geneesheer, die alle ook de zwaarste wonden kunt genezen ; zie, de ziel, welke Gij liefhebt, is ziek, zij ligt daar overdekt met wonden, die haar afmatten en onbekwaam maken, om zich geheel met ü te vereenigen. Gij kent de fouten, waarin ik zoo dikwerf verval ; gij kent die ongeregelde neigingen, waaraan ik zoo dikwerf toegeef. O, hoe dikwerf heb ik ze reeds betreurd, hoe vaak mij reeds voorgenomen ze voortaan te zullen vermijden, en nog altijd bega ik ze opnieuw. Ach ! wat ben ik toch zwak ; hoe groot is

ocr page 138

132

het verderf, dat in mij heerscht; hoe zwaar is de strijd! Ik ben arm en ellendig, o Heer, help mij! Ja, mijn Heer en mijn God, help mij, opdat ik overwinne. Uit den diepsten grond mijns harten wensch ik zuiver van elke zondevlek voor uw aangezicht te wandelen; hartelijk verlang ik elke fout te vermijden, die aan uw zuiver oog mishaagt; maar ik vermag dat niet, zoo Gij mij niet krachtig bijstaat. O Jesus, Almachtige God ! Gij zijt thans in mijn hart. Ik laat U van mij niet weggaan, vóórdat Gij mij zegent en mij de genade geeft, om mijn hoofdgebrek {noem het hier h. v. mijne liefdeloosheid, afgunst, eigenliefde) te overwinnen. Met uwe genade kan ik alles; zonder U vermag ik niets. Ik zal niet ophouden over mijn hart en zijne neigingen te waken, mijne zintuigen, inzonderheid mijne oogen en mijne tong te beteugelen : ik zal alles, wat mij aanleiding tot zonde geven kan, ontvluchten; maar Gij, lieve Jesus, verlaat mij niet, sta mij bij in den strijd en help mij tot uwe glorie de zege behalen. Amen.

BEDE TOT JESUS OM VERGIFFENIS.

voor de fouten bij de heilige Communie begaan.

O mijn liefdevolle Jesus! Gij hebt groote dingen aan mij gedaan, heilig God! ja,

ocr page 139

133

een wonder van liei'de hebt gij aan mij voltrokken door uw genadevol bezoek. Heden is mijner ziele het grootste heil wedervaren. Gij, de Koning der koningen, hebt U heden gewaardigd tot haar af te dalen en haar met uwe zoete tegenwoordigheid te verblijden ! O hoe onbegrijpelijk groot is uwe liefde ! Maar hoe heb ik ü deze liefde vergolden ? Welke ontvangst heb ik U in mijn hart bereid ? Helaas ! met groote droefheid en diepen ootmoed moest ik mijzelven zoo menige nalatigheid verwijten, waaraan ik mij bij uw genadevol bezoek schuldig maakte. Zoo lauw en koud was mijn hart, zoo gering mijne godsvrucht, zoo verstrooid mijn geest. Ik had U met de vurigste hartelijkheid moeten omhelzen en in de overweging van uwe onuitsprekelijke goedgunstigheid jegens mij geheel verzonken moeten zijn en ik was daarentegen zoo onverschillig en mijn hart ontstak niet in helle liefdevlammen en bleef ongeroerd en koud. Ach, Jesus! lieve Jesus ! beschouw mijne ongevoeligheid en mijn ondank niet met .de oogen uwer gerechtigheid, maar heb veeleer medelijden met mijne zwakheid. Vergeef mij genadig de fouten, die ik bij het nuttigen van uw allerheiligst lichaam begaan heb, en herstel en maak door uwe liefdevolle erbarming

ocr page 140

134

en door uwe oneindige verdiensten wéér goed, wat ik heb misdreven. Vergeef mij den smaad U aangedaan, door U in een hart, dat nog zoo vol was van gebreken, te ontvangen en verleen mij de genade, dat ik in de toekomst met betere voorbereiding en vuriger godsvrucht nadere tot Uwe heilige tafel, om mij met U te vereenigen, die met den Vader en den heiligen Geest geloofd en geprezen zij in alle eeuwigheid. Amen.

MISGEBEDEN NA DE H. COMMUNIE.

VOORBEREIDINGS-GEBBD.

Almachtige, eeuwige God ! in diepen ootmoed werp ik mij voor uwe goddelijke Majesteit neder, om U met den verschul-digden eerbied te aanbidden en het onbloedig Offer bij te wonen, dat uw eeniggeboren Zoon eenmaal op eene bloedige wijze op den Calvarieberg ten heile der gansche menschheid en ook voor mij aan uwe strenge en heilige gerechtigheid heeft opgedragen.

O goede Vader in den Hemel! Zoozeer hebt Gij de wereld bemind, dat Gij uw eeniggeboren Zoon voor ons, zondaren, hebt overgeleverd, en uw veelgeliefde, goddelijke Zoon heeft ons, arme menschenkin-

ocr page 141

135

deren, zoo lief gehad, dat Hij vrijwillig onze schuld op zich nam, den troon zijner heerlijkheid verliet en zich met onze men-schelijke natuur bekleedde, om voor ons het bitterste lijden en den smartelijksten dood te ondergaan en onze schuld uit te delgen. O goedertieren God en Vader! Wat kan ik ü voor zoo groote liefde en genade wedergeven? Welken dank zal ik U brengen? Zie, dat groote werk van eindelooze liefde, dat in dit H. Offer tot uwe eer en tot voortdurend aandenken aan Jesus Christus, uw Zoon en onzen Verlosser, vernieuwd wordt, dat offer ik U als een waardig dankoffer op voor alle mij verleende genaden en weldaden, inzonderheid voor de allergrootste genade, dat ik heden het allerheiligst vleesch en bloed van uw goddelijken Zoon, die mij zoo liefdevol is komen bezoeken, heb mogen ontvangen. Neem dit dankoffer uit de handen van uw eeniggeboren Zoon, in wien Gij uw welbehagen hebt, goedgunstig aan, en verleen mij de genade, dat ik zijn allerheiligst Offer tot heil mijner ziel met de hartelijkste en vurigste godsvrucht moge bijwonen. Amen.

VAN HKT BEGIN TOT AAN DE OFFERANDE.

Ach, barmhartige Vader! het bewustzijn

ocr page 142

136

mijner schuld en den Last mijner ellenden drukt zwaar op mijne ziel; nauwelijks durf ik het wagen van verre de oogen naar uw heiligdom op te heffen; daarom sla ik met den tollenaar rouwmoedig op de borst en roep met hem uit; Heer God, wees mij armen zondaar genadig! Jesus, uw goddelijke Zoon, offert zich voor mij op. Hij, het Offer en de Hoogepriester zelf bidt voor mij, zooals Hij eenmaal aan 't kruis voor zijne moordenaars en voor alle zondaren gebeden heeft. Laat U daarom, hemelsche Vader, verzoenen en oordeel mij niet volgens mijne werken; geef mij den geest van boetvaardigheid, en delg ter wille van uw naam en van dit heilig Offer al mijne misdaden uit. Verheerlijk aan mij uwe ein-delooze barmhartigheid, en laat het ü, wijl ik volstrekt geene verdienste heb, wegens uwe grenzelooze goedheid welbehagelijk zijn, dat ik ü de verdiensten van uw geliefden Zoon Jesus, die voor mij aan 't kruis zijn bloed vergoot, voor mij opdraag.

Goddelijke Heiland Jesus Christus! onze Middelaar bij den Hemelschen Vader, onze leermeester, onze geneesheer en herder: Gij hebt gezegd: Ik hen gekomen om te zoeken rvat verloren teas, om die vermorzeld van harte zijn te genezen. Ja, uwe goedheid is nog altijd dezelfde, als toen Gij op aarde

ocr page 143

137

rondwandeldet. Goddelijke Geneesheer! genees mijne zieke ziel; genees haar van hare doofheid, opdat zij uw woord moge hooren en begrijpen; genees hare blindheid opdat zij erkenne, wat haar tot vrede strekt. 0 goede Herder Jesus Christus! onvermoeid hebt Gij mij nageloopen, mij bezocht en met uw eigen bloed gevoed, ach! ik bid ü, laat mij immer uw getrouw schaapje blijven ; laat mij nimmer aan uwe handen ontrukken en een roof worden mijner vijanden. Weid mij met uwe genade, voer en geleid mij met uw herderstaf, spijs en voed mij met uw hemelsch brood. 0 eeuwig, trouwe Herder mijner ziel! hoeveel heeft het U gekost, om mij van het eeuwig verderf te redden, en wat doet Gij nog altijd, om mij niet verloren te laten gaan ? Innig bedank ik U voor alle genade en liefde, die Gij mij bewezen hebt.

O Jesus, eeuwig licht der waarheid I hoe helder licht Gij mij voor door uw woord en voorbeeld! Ach, had ik U, het ware licht, immer gevolgd! 0, vergeef mij mijne lichtzinnigheid, waarmede ik de duisternis der wereld meer bemind heb dan het licht, dat van U uitgaat en in de H. Kerk altijd schijnt. Geef, dat ik voortaan dat heilig licht immer getrouw volge.

0 Jesus, goede Heer en Meestei-, Heer

ocr page 144

138

vol liefde en erbarming, rijke en machtige Heer! zie, uw arme knecht (uwe arme dienstmaagd) ligt vol eerbied voor uwe voeten neder en stemt blijde in met het lof- en danklied, dat de Engelen en Heiligen in den Hemel eu de strijdende Kerk op aarde aanheffen en voortdurend in den Hemel en op aarde laten weergalmen. Ja, U zij eer en dank en lof en aanbidding en kracht en macht en heerlijkheid in alle eeuwigheid! 0, mochten toch alle menschen U als hun Koning en Heer erkennen, huldigen en vereeren! Ja Jesus, Gij zijt mijn Heer; ik reken het mij tot de hoogste eer en gunst en tot het grootste geluk uw dienstknecht (uwe dienstmaagd) te zijn. U wil ik dienen, altijd, U alleen, ü offer ik mijn wil, mijne vrijheid, alles wat ik ben en wat ik heb. 0, wees eeuwig geloofd en geprezen, dat Gij mij tot uw dienst hebt willen roepen; want een heer zoo goed, zoo liefderijk, zoo barmhartig als Gij, lieve Jesus, is nergens te vinden. Waar is een heer, die voor zijn trouw-loozen knecht den verachtelijksten en smar-telijksten dood sterft; waar is een heer, die zijn knecht met zijn eigen vleesch en bloed spijst, zooals Gij, mijn Jesus, mijn Heer en mijn God! — O, duizendmaal dank voor zooveel genade, en voor zooveel

ocr page 145

139

liefde en goedheid, waarvan ik niets verdiend had!

0 mijn Jesus ! laat mij toch nooit uw dienst vaarwel zeggen; laat toch nooit toe, dat ik de trouw verhreke, die ik U in het H. Doopsel beloofd heb. Onder uw kruisvaan, waarbij ik gezworen heb, wil ik strijden tot den dood, en door U hoop ik ook te zegevieren en de kroon te ontvangen, die Gij aan uwe trouwe dienaren beloofd hebt. Amen.

VAN DB OFFERANDE TOT AAN HET SANOTÜS.

Heer, almachtige God! zie met een genadig oog van uw verheven troon op dit zuiver Offer neêr, dat de priester U thans opdraagt. Met deze offergave van brood en wijn vereenig ik alles wat ik ben, wat ik heb, vooral mijn hart. In ootmoed en berouw leg ik het op het Altaar neder. Helaas, het is niets waardig, met zonden bevlekt; Gij kunt er geen waar welbehagen in vinden. Daarom wil ik het in den kelk des heils indompelen, opdat het gereinigd worde door de kracht der goddelijke liefdebron van het bloed mijns Vei-lossers, dat tot vergiffenis der zonde is vergoten.

O Jesus! wat is het offer van mij zeiven, wat is bet leven, wat zijn de gaven aller

ocr page 146

140

menschen tegen het Offer, dat Gij aan het kruis volbracht hebt, en nog dagelijks op het Altaar vernieuwt! Gij zijt God en mensch te gelijk; uw Offer is van oneindige waarde, het zuiverste en heiligste en rijkste aan genade. O wat zou ik, wat zou de gansche wereld zijn zonder dat Offer ? Daarom dank, o God, eeuwige dank, dat Gij ü voor ons aan het kruis zoo liefdevol hebt opgeofferd en dit Offer van liefde tot aan het einde der dagen in de H. Mis voortzet. Ik mag dus nu hopen, dat uw hemelsche Vader om uwentwille ook het offer van mijn hart niet versmaadt; ik mag nu hopen, dat mijn zuchten en smeeken om genade en barmhartigheid, om vergiffenis en verzoening niet tevergeefs zijn zal. Dat alles klimt door U tot den Vader op; Gij zijt mijn alvermogende voorspreker bij zijnen troon; Gij toont Hem de heilige wonden, die Gij voor ons heil hebt ontvangen, en uw hemelsche Vader laat daarop dat troostvolle woord hooren: vergiffenis!

O Jesus! welk een troost ligt in dit geloof aan uw middelaarschap opgesloten ! Ach ! zoo ik U niet had, zoo Gij mijn Jesus niet waart, hoe ellendig en vol jammer zou ik dan niet zijn! Ja waarlijk, met U heeft de hemelsche Vaderons alles geschonken : genade op genade, en door U, door

ocr page 147

141

uwe handen neemt Hij ook alles, zelfs bet kleinste ofl'er met welgevallen aan. Maar lieve Jesus! help mij dan ook, dat mijn leven voortdurend een leven van opoffering zij, dat ik elk uur van mijn leven in het geloof aan U en in de liefde tot U, als een offer aan den hemelschen Vader opdrage, dat ik niet moede worde, mijne verkeerde neigingen, mijne gehechtheid aan de wereld, de uitspattingen mijner zinnen en de begeerlijkheid van mijn hart te versterven en afbreuk te doen. Help mij, dat ik mijn vleesch met zijne booze lusten kruisige, dat er geen dag voorbijga, waarop ik niet zeggen kan : ik heb mijn God en Heer een otter gebracht. — Dezen mijn oprechten wil, om mij volkomen aan uw hemelschen Vader ten offer te brengen, leg ik thans op het H. Altaar in de handen des priesters neder, die hier uwe plaats bekleedt, en ik smeek ü zoo vurig en hartelijk mogelijk, dat Gij uw hemelschen Vader gelievet te bewegen, om mijn goeden wil in genade aan te nemen. Amen.

VAN IIET SANCTTJS TOT AAN DE CONSECRATIE.

Almachtige, eeuwige, barmhartige God ! ik ellendig en nietig schepsel werp mij zwijgend voor uwe voeten neder; ik aanbid

ocr page 148

142

U in diepen eerbied met de menigte uwer H. Engelen, en breng uw oneindige Majesteit de hulde mijns harten en mijn innig-sten dank voor alle genaden, die Gij mij van mijne kindsheid af, maar bijzonder heden in de H. Communie hebt bewezen. Met uwe H. Kerk roep ik luide : ja, het is billijk en heilzaam U dank te zeggen voor alles, wat gij in eindelooze goedheid mij geschonken hebt. Helaas ! ik kan geene woorden vinden, om ü naar waarde te danken, en had ik ook duizend tongen, dan nog zou ik U, heilige, almachtige, eeuwige God! niet genoeg kunnen loven en prijzen. Maar hoe arm mijne taal ook is, toch wil ik instemmen met den lofzang der H. Engelen en uit den diepsten grond mijns harten roepen :

Geprezen zijt Gij Heer, God, onze Vader ! U zij lof en glorie in eeuwigheid !

En geprezen de naam uwer heerlijkheid die heilig is en waaraan lof toekomt in eeuwigheid!

Geprezen zijt Gij in den heiligen tempel uwer Majesteit! ü komt lof en glorie toe in eeuwigheid !

Geprezen zijt Gij op den heiligen troon van uw rijk ! ü komt lof en glorie toe in eeuwigheid !

Geprezen zijt Gij in de burcht des He-

ocr page 149

143

mels! ü komt lof en glorie toe in eeuwigheid !

Dat al uwe Engelen en Heiligen U prijzen! dat zij ü loven en verheerlijken in eeuwigheid !

Dat de Hemel, de aarde, de zee en alles wat er in is, U prijze en U love en ver-heerlijke in eeuwigheid!

Heilig, Heilig, Heilig is de Heer, God der Heerscharen; Hemel en aarde zijn vol van zijne heerlijkheid!

O ziel, verheug u en jubel; zie, Gods heerlijkheid openbaart zich. De Hemelen openen zich en de Gezegende, die komt in den naam des Heeren, daalt op het Altaar neder. Hij daalt neder van zijn troon, de Eeniggeborene des Vaders, vol van genade en waarheid, om het ofier van liefde voor u te voltrekken. Hosanna den Koning der koningen, den Koning van heerlijkheid; Hosanna het Lam, dat van den beginne geslacht werd voor de zonden der wereld. Lof en dank en eer en glorie voor zijne liefde in alle eeuwigheid!

ONDER DE H. CONSECRATIE.

O mijn Jesus! hoe groot is uwe liefde en goedheid ! Welk verstand kan haar begrijpen, welk hart haar gevoelen ? Gij, de

ocr page 150

144

eeuwig heilige, almachtige God, Gij verandert het brood in uw allerheiligst lichaam en den wijn in uw allerheiligst bloed; Gij legt al uwe goddelijke schoonheid en heerlijkheid af en offert U voor mij onder de gedaante van brood en wijn op. 0 liefde, onbegrijpelijke liefde van mijnen God, wat zijt gij onuitsprekelijk groot!

O Jesus, waarachtig God en mensch, die aan het kruis zijt opgeheven; ik geloof in U, ik aanbid U als mijn God en Heiland, waarachtig tegenwoordig in het allerheiligste Sacrament des Altaars!

0 Jesus! voor ü leef ik, voor ü sterf ik; in dood en leven ben ik de uwe.

O allerheiligst bloed mijns Verlossers, dat eenmaal van den stam des kruises voor alle zondaren gestroomd hebt: o, ik aanbid U en smeek ü met vermorzeld harte, wasch en reinig mijne ziel van alle zonden!

O Jesus! voor U leef ik; o Jesus! voor U sterf ik; o Jesus! in dood en leven ben ik de uwe!

NA DE CONSECRATIE TOT AAN DE COMMUNIE.

0 Geliefde mijns harten, Jesus, goddelijke Bruidegom mijner ziel! Gij zijt dus wezenlijk, waarlijk en zelfstandig tegenwoordig op dit H. altaar onder de gedaan-

ocr page 151

145

ten van brood en wijn. Met de oogen des geloofs zie ik U op onbloedige wijze liet gelieinivolle offer voltrekken ; ik zie U als Offerlam op het Altaar en hoor U ten Hemel roepen om genade, vergiffenis on verzoening. Het bloed van den rechtvaardigen Abel riep om wraak ten Hemel; maar uw allerheiligst bloed roept om erbarming tot den Hemelschen Vader. 0, hoe oneindig groot toch is uwe liefde! — Maarlieve Jesus! Gij zijt niet alleen een verzoeningsoffer, maar ook een dankoffer op dit Altaar. 0 troostvolle waarheid ! Ach ! hoe zou ik toch uw hemelschen Vader op eene waardige wijze kunnen dankzeggen voor al de ontelbare genadegaven, die Hij van het eerste oogenblik mijns levens tot op dit uur mij bewezen heeft? Zijne oneindige goedheid heeft mij steeds omgeven, mij op de handen gedragen en mij geen oogenblik verlaten. Maar de allergrootste genade, het rijkste geschenk zijner goddelijke almacht en liefde heeft Hij mij in TJ, mijn Jesus! zeiven geschonken. Hij heeft U op aarde gezonden, heeft TJ mensch laten worden en U, zijn teêrgeliefden Zoon, aan den smartelijksten dood overgegeven, en dat alles deed Hij voor mij! Maar zijne liefde ging nog verder. Hij wilde mijne ziel met Hem vereenigen ; zij zou één met

7

ocr page 152

140

Hem worden, zooals Gij met Hem één zijt. En om dit wondervolle geheim te voltrekken, wilde Hg, dat uw allerheiligst vleesch en bloed de spijze mijner ziel zou worden. O oneindige goedheid, o genade boven alle genaden! — Heden, lieve Jesus! hebt Gij uw intrek bij mij genomen; heden heeft uw hemelsche Vader U geheel aan mij geschonken ; heden heeft Hij mij met uw allerheiligst vleesch en bloed gespijzigd. O, hoe troostvol is het nu voor mij, dat ik uw hemelschen Vader door U, o Jesus! het volmaaktste dankoffer kan opdragen, dat de dank van mijn onwaardig hart door U tot den troon mijns Vaders kan opstijgen!

O! zie dan, goedertieren Vader, genadig neder op het Offer van uw eeniggeboren Zoon, en gewaardig U, ia vereeniging met de dankzeggingen, die Hij ü op dit Altaar opdraagt, mijn geringen en onwaardigen dank goedgunstig aan te nemen. Ik gevoel, dat ik alles, wat ik ben en wat ik heb, aan ü ben verschuldigd; dat wanneer ik ook duizend levens had, ik ze aan U zou moeten ten offer brengen. Maar ik weet, dat het leven van uw eeniggeboren Zoon alleen een volmaakt toereikend offer is, om uwe goddelijke gerechtigheid te bevredigen, en dat Gij ter wille van dit heilig Offer uws goddehjken Zoons ook mijn

ocr page 153

147

goeden wil niet versmaadt. O! geef mij dan, hemelsche Vader, om Jesus uw Zoons wille, de genade van U altijd boven alles te beminnen, alles uit liefde voor U te doen en te lijden en in deze liefde te leven en te sterven. Amen.

VAN DE COMMUNIE TOT AAN HET EINDE DER H. MIS.

O goedertieren, liefderijke Jesus! Vol van genade en goedheid hebt Gij bezit genomen van het hart des priesters en hem gespijsd ten eeuwigen leven. Ook aan mij hebt Gij heden diezelfde hooge genade bewezen, ook mij hebt Gij heden willen bezoeken. Ik kan niet ophouden U voor die liefdevolle zelfvernedering te danken, U daarvoor te loven en te prijzen. Ik weet niet, hoe ik het gevoel der innigste dankbaarheid, dat mijn hart thans bezielt, zal uitdrukken, hoe ik U mijn oprechten dank zal bewijzen. Maar toch, mijn Jesus dit weet ik, dat ik ü geen aangenamer dank kan betoonen, dan dooiden wil uws hemelschen Vaders in alles te volbrengen, U getrouw te dienen en uw heilig voorbeeld na te volgen. En dat wil ik doen, lieve Jesus, daartoe ben ik gaarne bereid. Van nu af wil ik uwe heilige voetstappen drukken, al die heerlijke deugden, die Gij op aarde beoefend hebt, wil ik naar

ocr page 154

148

mijne zwakke krachten ook in beoefening' brengen. Ik wil in ootmoed wandelen voor uw aanschijn ; ik wil zachtmoedig en vredelievend zijn jegens alle menschen ; elk leed, elke wederwaardigheid geduldig verdragen, alle menschen zonder uitzondering liefhebben en barmhartigheid bewijzen, waar ik slechts kan. Gij, lieve Jesus, zult mij voorlichten ; welaan, ik volg U. — Bij al mijne gedachten, woorden en werken wil ik mij zeiven afvragen : zou mijn Jesus dit denken, zou Hij zóó spreken, zou Hij zóó handelen ? Uwe heilige inspraken wil ik dus bereidvaardig opvolgen en zóó uw heiligen wil volbrengen. — Maar Gij, mijn Jesus, kent mijne zwakheid, mijne onstandvastigheid en mijne lichtzinnigheid. O kom mij dus niet uwe krachtige genade te hulp. Zegen mijne goede voornemens, die ik bij de H. Communie reeds gemaakt heb en Ihans nog plechtig vernieuw, en help mij, om ze tot uwe eer en mijne zaligheid nauwgezet te volbrengen. Amen.

NAMIDDAG-OEFENINGEN.

OP DE OOMMUNIEDAGES.

Gy moet u, godminnende ziel, niet tevreden stellen met terstond na de II. Communie uw goddelijken Heiland behoorlijk dank gebracht en de verschuldigde aanbidding en verheerlijking bewezen tf» hebben; maar de

ocr page 155

149

liefde moet. u ook dringen, om nog na den middag uw lieven Jesus in het Allerheiligste Sacrament te gaan bezoeken on Hem uwe liefde, hulde en vereering te brengen. O, de Heiligen Gods verwijlden zoo gaarne vóór hot H. Tabernakel; hoevelen van hen brachten daar niet gansche nachten door, om hun hart in do vurigste liefdebetuigingen voor Jesus uit te storten! Dringend wekt de H. Alphonsus de Liguorio daartoe op, als hij zegt: „Weet, dat de tyd, dien gij in godsvruchtoefeningen „vóór het H. Sacrament doorbrengt, nooit beter kan „besteed worden en u in het stervensuur, ja, de gansche „eeuwigheid door, hot meeste zal veitrousten.'' — Verzuim dus niet deze devotie, die God zoo aangenaam is, ijverig te behartigen : bezoek uw Jesus in zijn 11. Tabernakel en smaak en zie, hoe zoet de Heer is! — Kunt Gij naar de kerk niet gaan, vereenig u dan te huis in den geest met alle Heiligen en vrome zielen, trek u in eene stille plaats een weinig terug en houd u met het gezicht naar do kerk gekeerd, eenige oogenblikken in aanbidding van uwen lieven Verlosser, in bewondering en liefde, in gebed en overweging bezig. Verricht deze oefening van aanbidding ook meermalen daags op andere dagen van de week, door vrome liefdeverzuchtingen en schietgebe-deu, of ook dos nachts, zoo gij ontwaakt, en verbind daarmede immer eene geestelijke communie.

De geestelijke Communie bestaat, volgens de leer van den H. Thomas van Aquinen, in een brandend verlangen, om Jesus in het allerheiligst Sacrament des Altaars te ontvangen en in eene liefdevolle vereeniging met Hem, alsof men Hem werkelijk had ontvangen. — Deze god-viuchtige oefening der geestelijke Communie wordt door alle leeraars van het geestelijk leven en door de H. Kerkvergadering van Trente bijzonder aanbevolen. Zij deelt ons schier gelijksoortige genade mede als de werkelijke Communie en is een zeer goed middel, om ons daartoe voor te bereiden. Vandaar dat heilige zielen haar altijd vlijtig beoefend en er vele en groote genaden door verworven hebben. De H. Catharina van Siena — zoo lozen wij in hare levensbeschrijving — kon eens wegens ziekte niet communiceeren, maar door brandend verlangen vervoerd, woonde zij hot H. Misoffer van haren biechtvader Raymundus bij, zonder dat deze zulks wist. Toen deze nu communiceerde, bemerkte hij, dat eene kleine partikel der H. Hostie verdween. Tevergeefs zocht hij daarnaar en werd daarover zeer ontsteld. In een gesprek nu, dat

ocr page 156

150

hij kort hierop met de H. Gatharina voerde, bekende deze hem, dat Christus haar verlangen naar de H. Communie bevredigd en zelf haar de heilige partikel had toe-gereikt. — Leer hieruit, godvruchtige ziel, hoe welgevallig aan Jesus het verlangen is naar de H. Communie. Volg dus den raad van den H. Alphonsus, die wil, dat men bij ieder bezoek aan het allerheiligst Sacrament, alsook bij iedere II. Misse, en ten minste eenmaal daags gees-tol ijker wijze zal communiceeren. De H. Teresia zegt: „de geestelijke communie is zeer voordeelig; verzuim die niet, want daaruit leert de Heer kennen, hoezeer gg Hem lief hebt.quot;

GEBEDEN EN UITSTORTINGEN DES HARTEN.

TOÏ JESUS IN HET ALLERHEILIGSTE SACRAMENT.

Eeuwig geloofd, gedankt en geprezen zij Jesus in het allerheiligste Sacrament des Altaars !

EERSTE UITSTORTING DES HARTEN VOOR JESUS.

Dat alle vleesch zwijge voor het aanschijn des Heeren, want Hij is opgestaan van z^jne heilige woonstede.

Zach. II : 12.

Voor ü, almachtige God! in het stof neergebogen en van den diepsten eerbied doordrongen, aanbid ik ü en ik smeek ü, H. Geest Gods, mijn hart te willen reinigen en heiligen, en mij de gaven van godsvrucht, van liefde en vreexe te verleenen.

ocr page 157

151

Wees geprezen, Vader van onzen Heer Jesus Christus, dat Gij mij dezen dag hebt laten heieven, waarop in uw goddelijk liefdemaal aan mijne arme ziel zoo groote dingen zijn te beurt gevallen. O bevrijd mij in deze oogenblikken van godsvrucht van alle aardsche gehechtheden, opdat mijn geest ongehinderd naar ü opzweve; gebied aan al mijne gedachten en aan mijne verbeelding rust en stilte, opdat ik in veree-niging met alle zalige Geesten u met ingetogen hart love en verheerlijke. Wees geprezen, liefderijke Verlosser Jesus Christus, in het allerheiligste Sacrament des Altaars! Zegen mij bij den aanvang van mijn gebed en laat de uitstorting van mijn hart, dat U bemint en U boven alles wenscht lief te hebben, ü welgevallig zijn. — O, Gij troost en laatste einde van mijn pelgrimstocht op aarde, die zoo vol is van kwellingen en lijden; ach, mijn hart verlangt naar U, zonder ü is de wereld eene woestenij. Verre verwijderd van mijn waarachtig vaderland, wandel ik rond in een oord van ballingschap voor elke ziel die U, o Heer, liefheeft. Zonder ü, o Jesus! levend brood des Hemels, moet ik versmachten op den weg, die voert naar het vaderland, waar Gij in eeuwigen luister en heerlijkheid trpont, — O, lioezeer dorst

ocr page 158

152

mijne ziel naar U, o God! ach, wanneer tocli zal zij eens voor eeuwig met ü ver-eenigd zijn? — 0 Jesus, Koning des Hemels! zie, ik klop vol vertrouwen aan de deur van uw liefdevol Hart, dat van medelijden en erbarming overvloeit. Gij hebt ons immers beloofd, dat al wie klopt zal worden opengedaan. Gij beinindet mij immers reeds vóór ik geboren was. Gij riept mij in het leven en hebt mij tot hiertoe aan uwe genaderijke vaderhand geleid. Als een barmhartig Herder daaldet gij af van den Hemel, om mij, het verloren schaapje, op te zoeken en op goede weide te voeren. En de spijze, die Gij mij schenkt is uw allerheiligst vleesch: de drank, waarmede Gij mij laaft, is uw allerheiligst bloed. En opdat ik altijd van deze hemelspijze eten en van dezen hemeldrank zou kunnen drinken, verwijlt Gij dag en nacht in het H. Tabernakel en noodigt Gij mij uit, om tot U te komen en het liefdemaal met U te houden. — O liefde van mijnen God, wees eeuwig geprezen! Met de H. Engelen, die U hier in het H. Sacrament onzichtbaar omzweven en wier eeuwige vreugde Gij zijt, breng ik U, God van eeuwige ontferming, mijne diepste hulde en vereering. O; geef tranen aan mijne oogen, om, als zoovele vvome zielen, van beroriw en liefde,

ocr page 159

153

van aandoening en heilige vreugde over uwe heilige tegenwoordigheid te wecnen. Geef mij, als aan haai-, vleugelen der reinste godsvrucht en der vurigste liefde, om al het aardsche te vergeten en naar U, de eeuwige, eenige liefde op te zweven.

Ach, mijn Jesus! mijne ziel is voor ü als eene dorre aarde, die door geen water besproeid wordt. Ik zucht onder den last mijner menigvuldige gebreken, die mijn zwakken wil niet laten werken volgens uw heiligen wil. Tallooze gedachten, ongeregelde neigingen en driften wellen uit den grond mijns harten op en verdooven en verwarren mijne ziel, zoodat zij uwe stem niet kan hooren. O mijn Verlosser! sta op van uw H. Tabernakel en kom uw arm schepsel te hulp. Spreek slechts één woord en er zal stilte heerschen, mijn vleesch en mijne lusten zullen zwijgen, en de kwalen die mij omgeven, zullen verdwijnen. 0, zuiver de oogen mijns harten, opdat zij zien en smaken, hoe zoet en aangenaam gij zijt, mijn God en Heiland! want daarom verwijlt Gij, mijn God en mijn Al, in dit H. Sacrament, om het verlangen en zuchten der zielen, die tot ü, haar goddelijken Heiland, hare toevlucht nemen,quot; te verhooren, om ze te troosten,

op te beuren, te versterken en te genezen,

7*

ocr page 160

154

om ze mei een heilig verlangen naar hare waarachtige bestemming, — de vereeni-ging met U en met uwen Vader en den H. Geest in den Hemel, te vervullen en ze met uw licht voor te lichten, opdat zij den weg mogen vinden door het duistere tranendal dezes levens naar het licht uwer heerlijkheid en uwer zalige aanschouwing in het hemelsch vaderland.

Zie, liefste Jesus! in diepen ootmoed en hartelijke liefde kniel ik voor U neder en bid U, neem mijne hulde en mijne zuchten genadig op in uw heilig en goddelijk Hart, en laat mij zonder een woord van troost van U niet weggaan. O levendige afglans en zelfstandig evenbeeld des eeuwigen Vaders! verlicht de oogen van mijnen geest, opdat ik U moge kennen, U liefhebben en U naar waarde moge danken. O eeuwige liefdegloed van mijnen Jesus! tref en verwond mijn hart, verteer daarin alle aardsche liefde, en maak, dat alles wat van deze wereld is, mij walge. Naar U alleen verlang ik, o Jesus, naar ü, den allerschoonsten, den beminnelijksten Heer, de zoetste vreugde van vrome en goede harten; U begeer ik, naar ü verzucht ik, tot dat ik eenmaal onafscheidelijk met U vereenigd worde en blijve in eeuwige liefde. Amen.

ocr page 161

155

TWEEDE UITSTORTING DES HAKTEN VOOR JESUS.

Zie, Ik ben met u alle dagen tut aan de voleinding der wereld.

Matth. 28 : 20.

Met eerbiedvolle verbazing zie ik aanbiddend tot U op, allerheiligst Sacrament, de kroon van Gods grootste wonderdaden. Verbazingwekkende wonderen heeft uwe almacht. o ( !od! weleer uitgewerkt, om uw goddelijk wezen aan de menschen te openbaren. Maar door een nog veel grooter wonder verbergt Gij hier onder den sluier van de diepste geheimnis uwe godheid en menschheid, om de verdiensten van ons geloot' te vermeerderen, om ons alle vrees voor uwe ontzaglijke grootheid te ontnemen en onze harten met heilige liefde en kinderlijk vertrouwen te vervullen. Wie toch zou tot U, o Heer! durven naderen, wanneer Gij op dit H. Altaar in de volheid uwer goddelijke Majesteit, in al den glans uwer heerlijkheid zichtbaar waart? Wie zou dan uwe aanschouwing kunnen verdragen? Wie zou van vrees voor uwe oneindige glorie niet vergaan ? Wie zou het durven wagen met kinderlijk ver trouwen tot U te komen? Daarom hebt Gij, onze zwakheid kennende, de schitterende Majesteit uwer godheid afgelegd en verblijft Gij onder ons in hot H Taber-

ocr page 162

156

nakel onder de geringe gedaante van brood, opdat geene enkele ziel voor ü vreeze, maar allen, groot en klein, arm en rijk, niet kinderlijk vertrouwen tot ü zouden komen, om U hun nood te klagen, hunne liefde te betuigen en hunne hulde en aanbidding te bewijzen.

O liefdevolle Verlosser 1 op hoe velei-lei wijze openbaart zich uwe liefde, en hoe kan men deze oneindige liefde overwegen, zonder buiten zich zeiven te geraken van verbazing en bewondering en van de warmste wederliefde jegens ü ontstoken te worden? Wat zoekt Gij dan toch, mijn God! in dit tranendal, waar de ondankbare men-schen ü bij uwe geboorte een ellendigen stal en eene krib met stroo tot verblijf aanboden, waar Gij veracht, vervolgd, beschimpt, geboeid, gegeeseld en gekruist werdt en tusschen twee moordenaars aan een schandhout hangende den laatsten adem moest uitblazen? Hoe kunt Gij, nu Gij eenmaal in uwe heerlijkheid zijt ingegaan, nog onder zondaren verblijven, die U dag en nacht beleedigen ? Hoe kunt Gij onder verblinden verwijlen, die uwe weldaden niet willen erkennen, en die geen verlangen hebben, om de wonderen uwer liefde te zien; onder dooven, die hunne ooren sluiten voor uwe stem en

ocr page 163

157

uw heilig woord verachten ; onder trage en laffe knechten, die U meer bedroeven en beieedigen, dan zij ü dienen ? Gij kent onzen ondank, onze liefdeloosheid, onze verhardheid en boosheid, onze zonden zonder tal, onze armoede en gebrekkelijk-heid, en toch verblijft Gij nacht en dag onder ons; en juist onze ellende, onze zwakheid en zondigheid dringt uwe liefde, om ten einde toe bij ons te blijven, opdat toch hier of daar eene enkele ziel zich tot U bekeere, en door hare liefde en hare tranen U eenige vergoeding geve voor zooveel hoon en smaad, die U door de zondaren, welke uwe liefde ontkennen en lasteren, zoo kwistig wordt aangedaan. O goddelijke, alles overtreffende liefde, wat kan met TJ ooit in vergelijking komen !

O nadert dan, gij alle door het bloed van Jesus zoo duur gekochte zielen, en overweegt de onuitputtelijke liefde van uwen God. Hoort, hoe Hij, de oneindig goede, de barmhartige, de almachtige vol teederheid en liefde u toeroept: „Komt allen tot Mij, die belast en beladen zijt en Ik zal u verkwikken.' Hoort, hoe de goddelijke wijsheid spreekt: „Komt en eet van het levengevend brood, dat Ik u bereid en drinkt van den wijn, dien Ik u gemengd heb.' Ziet, hoe de eeuwige liefde dringt

ocr page 164

158

en roept en het eeuwige leven belooft aan allen, die aan haren goddelijken maaltijd aanzitten ! 0 hoe diep doordrong die lieftallige stem de harten uwer Heiligen, o mijn God! Zooals een dorstig hert naar de frissrhe waterbron, zoo ijlden zij naar uw heilig gastmaal. — Maar wat beklaag ik nog anderen, terwijl ik zelf zoo traag en onverschillig, zoo koud ben jegens uwe liefde, o mijn Jesus ! terwijl ik zelf nu en dan aarzel of ik uwe stem wel zal gehoorzamen ? — Gij roept zoo luide, o Heer! Gij klopt aan mijn hart en noodigt mij uit, om TJ te zoeken en genade op genade uit uwe hand te ontvangen, en ik aarzel nog te komen. Een uur is mij in uwe lieflijke tegenwoordigheid reeds te lang, en op dit oogenblik is mijne liefde reeds uitgeput, mijne godsvrucht al vervlogen. Ach, hoe armzalig is toch het menschen-hart!

O mijn Heer en mijn God ! ontferm U mijner en kom mijnen nood te hulp. Verander mijne zwakheid in sterkte, mijne lauwheid in heiligen ijver, mijne onverschilligheid in vurige liefde. O tref mijn hart door de pijlen uwer liefde, zooals gij eenmaal het hart van uwe heilige dienares Teresia getroffen hebt, opdat het voor ü slechts gloeie, naar U alleen verzuchte en

ocr page 165

159

ik in levendige, vurige, godsvrucht, mij aan U volkomen loewijde en overgeve. Amen.

UEUDE UITSTORTING DES HAKTEN VOOR JESUS.

Zie, mijn geliefde staat achter deu wand. Hij ziet door de venstors en schouwt door de traliën.

Hoogl. II : 9.

Wondervol, o mijn Jesus! zijn de wegen van barmhartigheid, waarop Gij zoo rijk aan zegeningen tot onze harten wilt doordringen, die tot U trekken, aan U verbinden en ze met de gaven uwer liefde verrijken en tot het hoogste geluk wilt opvoeren, Bij den troon uws hemelschen ■ Vaders zijt Gij de machtigste voorspreker en middelaar voor ons ; maar daar in den Hemel zijt Gij voor uwe liefde te ver van ons verwijderd, die hier op aarde in jammer en nood en in allerlei ellende ronddwalen. Daarom daalt Gij in oneindige liefde eiken dag, ja op elk uur van den dag en den nacht op onze altaren af, om ons nabij te zijn en om het oft'er van verzoening, van aanbidding, het dank- en smeekoffer voor ons te wezen. Maar ook deze grenzenlooze zelfvernedering is voor uwe liefde niet genoeg. Gij wilt voortdurend, elk oogenblik bij ons zijn, midden onder

ocr page 166

160

ons wonen, als een vader onder zijne kinderen, als een vriend onder zijn vrienden. Gij wilt, dat wij ü geheel zullen bezitten, met godheid en menschheid, met ziel en lichaam, met al uwe verdiensten, met den ganschen rijkdom uwer liefde, met al de schatten uwer genade, in het allerheiligst Sacrament des Altaars. Als een gevangene in de banden der liefde gekluisterd, verwijlt Gij in het H. Tabernakel. Terwijl de Bruid van het Hooglied, uwe H. Kerk, tl daar ziet, roept zij in verbazing uit: „zie, mijn geliefde staat achter den wand. Hij ziet door de vensters en schouwt door de traliën.quot; Wat anders is deze wand, waarachter Gij schuilt, lieve Jesus ! dan het H. Tabernakel, het moge dan van hout, of van goud of zilver zijn, en wat is dat venster, wat zijn die traliën, waardoor Gij ziet, dan de gedaante des broods, waaronder Gij uwe godheid en menschheid verbergt en op ons nederziet ? Uwe oogen slaan nauwkeurig gade of ik U liefheb, met hoeveel trouw ik U zoek en voor U wandel. Gij ziet tot in den diepsten grond mijns harten en kent al mijne neigingen. Maar ik zie U niet, uwe lieflijke schoonheid is voor mijne oogen verborgen, de gedaante des broods houdt haar voor mijne oogen omsluierd. Maar ofschoon ik ü ook met mijne lichamelijke

ocr page 167

161

oogen niet zie, leert mij toch het geloof, dat Gij daar in het Tabernakel rust; ik gevoel uwe tegenwoordigheid. Gij zijt daar zoo rustig; heilige stilte heerscht in de plaats uwer woning; Gij schijnt daar als dood te zijn, mijn Jesus! Gij beweegt en verroert U niet, en toch zijt Gij het leven en stroomt alle leven van U uit, en zonder U leeft er niets en beweegt zich niets. In U leven wij, bewegen wij ons en zijn wij.

Midden onder de kinderen der menschen verblijvende, hoort Gij onze gesprekken, zijt Gij getuige van onzen wandel, van onzen arbeid, onze zorgen en kommernis, van ons lijden en onze kwellingen, van onzen strijd en onze bekoringen. Gij ziet, hoe dezen met innige godsvrucht bidden en genen U lasteren; hoo sommigen alles ter uwer eer doen en anderen U geheel vergeten ; hoe de eenen U danken voor elke genade en de anderen met onverschilligheid uwe gaven gebruiken en dikwerf zelfs misbruiken, om U te beleedigen. Gij ziet, hoe sommigen in de kerk komen en tot uwe heilige Tafel naderen met eene heilige vurigheid en geestdrift, anderen met lauwheid en een zekeren weerzin, en weêr anderen met, een bezoedeld geweten en met zonden en schulden beladen. En Gij, o wondervolle God, woont in heilige rust

ocr page 168

162

en stilte in het Tcibernakel en geeft door ^

geen enkel teeken noch uw welbehagen £

in de liefde van dezen, noch uw mishagen c

in den ondank van genen te kennen. quot; i

Niets vermag den vrede en de stilte van 1

uw Heiligdom te storen. De liefde, alléén i

de liefde houdt ü gevangen, de liefde is 1

het, die ü, levengevend leven, als dood 1

maakt, tot een slachtoffer voor ons, arme 1 zondaren.

0 wondervolle God, o eeuwige wijsheid !

luide roept uw stilzwijgen, uwe onbewe- i

gelijke rust mijne ziel toe, dat zij van U moet leeren sterven. Ja, sterven moet ik aan de wereld; als een doode moet ik worden, onverschillig voor de vreugden,

voor de vergankelijke goederen der aarde,

voor alle eer en lof, afkeuring en verwijt van de kinderen der wereld. Hoe meer ik U in de H. Communie ontvange, des te meer zal dat heilig afsterven, die verstorvenheid toenemen. — Slechts voor U moet ik leven, zooals Gij slechts voor mij leeft in het Tabernakel, om het leven mijner ziel te zijn. Mijne oogen moeten gesloten zijn voor alle pracht en aanlokselen der wereld ; quot; ik moet doof worden voor de verleidelijke stem der zinnelijkheid en wellust; stom voor nuttelooze, liefdelooze en zedelooze taal, voor vleitaal en leugen ; onbewegelijk

ocr page 169

163

voor alle zinnelijke aantrekkelijkheid en alle ijdelheid; sterven moet ik voor de zonde, der zonde afsterven en dood zijn voor alles, wat tot zonde voert, en voor ü alleen slechts leven, U dienen, ü liefhebhen, mij aan U geheel overgeven met al de kracht mijner ziel, aan U, den zoetsten Meester, den allerschoonsten God, het allerhoogste goed, — de bronwel aller zaligheid!

Dit leert mij uw verborgen leven in dit H. Sacrament. Ik zie ü daar den diepsten ootmoed, de grootste zachtmoedigheid, het onoverwinnelijkst geduld, de stiptste gehoorzaamheid, de liefderijkste barmhartigheid, de gloeiendste liefde beoefenen, zonder nochtans een enkel woord te spreken. Maar uw zwijgen spreekt luider dan de helklinkendste leerrede. — O eeuwig woord des Vaders! geef mij kracht, om te volbrengen, wat uw zwijgen mij toeroept; geef mij kracht, om te doen, wat uw voorbeeld mij leert. quot;Want helaas! nog leeft in mij de zondige mensch; nog verheft hij zich tegen den geest en stoort hij door voort-durenden strijd mijn inwendigen vrede. Versterk mij daarom, o Brood des levens; verlicht mij, bronwel van alle licht; ontsteek en ontvlam mij, schitterend vuur der liefde, en geleid mij, hemelsche wegwijzer, opdat ik een hemelsch leven leide en door mjj

ocr page 170

164

1

meermalen met Ü in het H. Sacrament te ^

vereenigen, eindelijk een nieuwe mensch o:

worde, die naar uw welgevallen geschapen n

is. Amen. If

,!■

GEESTELIJKE COMMUNIE I

O

Mijn Jesus, Zoon van den levenden God! g ik geloot' vast en zonder eenigen twijfel,

dat Gij hier in het allerheiligste Sacrament i

waarlijk, wezenlijk en zelfstandig tegen- i

woordig zijt. Dit leert mij de H. Kerk lt;

volgens uw goddelijk onbedriegelijk woord, 1

waaraan ik met verstand en hart vasthoud, lt;

terwijl ik in en voor dit heilig geloof immer wil leven en sterven. O mijn goddelijke Heiland, eenige hoop mijner ziel! op uwe barmhartigheid, goedheid en liefde stel ik al mijn vertrouwen en hoop vastelijk van U al die genaden te verkrijgen, welke ik noodig heb, om heilig te leven en zalig te sterven. Mijn God en mijn Alles in dit heilig geheim van liefde! ik bemin ü, maar ik bemin U niet genoeg, ik wensch U veel meer, veel hartelijker en vuriger lief te hebben, ja, U eindeloos, eeuwig te bemin- « nen. Gij o God! zult het eenig voorwerp mijner liefde en van mijn verlangen zijn.

Uit liefde tot ü betreur ik al mijne zonden, waardoor ik ü ooit bedroefd heb-

ocr page 171

165

Zij zijn mij leed, hartelijk leed, o mijn God! omdat zij ü, mijn grootsten weldoener, mijn besten Vader, mijn lioogste goed be-leedigden. Ik wenschte ze met mijne tranen, ja, met mijn bloed te kunnen uitwissehen. Liever sterven wil ik, goede Jesus! dan TJ ooit weêr met eene enkele zonde vergrammen.

Mijne ziel, o Jesus! hongert en dorst naar ü. O, kom dan, neem bij mij uw intrek, kom en neem bezit van mijn hart; o kom dan en spijs mijne arme ziel met het brood des levens en drenk haar met den wijn, die maagden kweekt, die bron van levende wateren, die vloeit ten eeuwigen leven. Kom, o Jesus, kom geestelij-kerwijze in mijn hart, kom met uwe liefde, met uwe goddelijke genade en blijf bij mij, trek mij tot U, maak mij één met U. — Zonder U, o Jesus! kan mijne ziel niet leven. — O kom dan en beziel mij ; kom en red mij van den dood; kom en maak mij zalig.

Vraag hier uw lieven Jesus alles, wat uw hart verlangt, wat gij voor u zei ven of anderen, naar ziel of lichaam noodig hebt, en vraag dit met het hartelijkst en kinder-lijkst vertrouwen.

ocr page 172

166

ANDERE NAMIDDAG-OEFENINGEN

OP DEN COMMUNIEDAG.

ONDERRICHT OVER HET BEZOEK VAN HET H.

ALT A AR- S ACR AME N T.

Op den dag der H. Communie zal men ook zoo mogelijk des namiddags de Kerk bezoeken, om daar nog eens Jesus, in het H. Sacrament zijne dankbaarheid, eerbied en liefde te betuigen. — Aanbid Hem, offer Hem nog eens uw hart, vernieuw de gemaakte voornemens en beloften, en bid Hem om hulp en genade. Het dikwerf bezoeken van het allerheiligste Sacrament kan nooit genoeg worden aanbevolen. De H. Alphonsus, Bisschop van St. Agatha en stichter van de Congregatie des allerheiligsten Verlossers zegt hierover; „Houd voor zeker, dat de tijd, „dien gij besteedt, om het Allerheiligste Sacrament te „bezoeken, u het grootste voordeel in leven en sterven, „maar ook in de gansche eeuwigheid onuitsprekelijken „troost zal aanbrengen. Aan die dikwerf herhaalde bedoeken van het aanbiddelijk Sacrament des Altaars moet „ik het dank weten, dat ik mij nu buiten lt;le gevaren der „wereld bevind, waarin ik tot mijn ongeluk tot in het n2Gste jaar geleefd heb.quot;

GEBED VAN DEN H. ALPHONSUS

BIJ IEDER BEZOEK VAN HET ALLERHEILIGST SACRAMENT.

Mijn Heer en Jesus Christus, die uit liefde tot den mensch hier in dit H. Sacrament dag en nacht tegenwoordig zijt en vol liefde en goedheid ons afwacht en roept en allen aanneemt, die komen, om U te bezoeken : ik geloof, dat Gij waarachtig in bet H. Sacrament des Altaars tegenwoor-

ocr page 173

167

dig zijt. Ik aanbid U uit den diepsten afgrond mijner nietigheid en zeg U dank voor zooveel genade mij bewezen, in het bijzonder daarvoor, dat Gij U zeiven in dit H. Geheim aan mij geschonken, mij uwe allerheiligste Moeder tot Voorspreekster gegeven en mij geroepen hebt, om U in deze Kerk te komen bezoeken. Met een drievoudig doel kom ik nu uw liefdevol Hart begroeten ; vooreerst, om U te bedanken voor die groote gave ; ten tweede, om U eenige vergoeding te geven voor zooveel oneer, U door ongeloovigen, afge-dwaalden en slechte Katholieken aangedaan en ten derde verlang ik door mijn bezoek ü op al die plaatsen op aarde te aanbidden, waar Gij weinig aanbeden wordt of schier geheel verlaten zijt. Mijn Jesus, ik bemin ü uit geheel mijn hart; het berouwt mij, dat ik tot hiertoe uwe einde-looze goedheid zoo dikwerf bedroefd heb. Met uwe genade neem ik mij vastelijk voor U voortaan niet meer te beleedigen: ik wijd mij geheel aan ü toe, en geef mij zeiven, armzalig mensch, met mijn gan-schen wil, met al mijne neigingen en begeerten. met alles, wat ik heb en wat ik ben, geheel aan ü over. Handel van nu af aan met mij en al het mijne naar uw goddelijk welbehagen ; niets zoek ik, niets

ocr page 174

168

begeer ik, dan uwe heilige liefde, de volharding ten einde toe en de volkomen vervulling van uw goddelijken wil. U beveel ik ook de geloovige zielen in het vagevuur, vooral die, welke eene bijzondere devotie hadden tot dit allerheiligst Sacrament en tot uwe onbevlekte Moeder. Ook bid ik ü voor alle arme zondaren, opdat Gij U over hen moogt ontfermen. Eindelijk vereenig ik, liefdevolle Heiland, al mijne begeerten en verlangens met de verzuchtingen van uw liefdevol Hart en zoo ver-eenigd offer ik ze aan uw Hemelschen Vader op en bid Hem in uw heiligen Naam, dat Hij die, U ter liefde, moge aannemen en verhooren. Amen.

AANBIDDING VAN HET GODDELIJK HART VAN JESUS EN OPOFFERING.

Ik aanbid TJ, goddelijk Hart van Jesus, onuitputtelijke bron van barmhartigheid en genade, hoogste wonder der almacht, goedheid en wijsheid Gods, troon van liefde en alleen waardig offer, in staat om de goddelijke gerechtigheid te verzoenen! In den diepsten eerbied mijns harten kniel ik voor ü neder, ik erken uwe verbeven-ste waardigheid, die de aanbidding aller hemelsche geesten verdient en ik vereenig

ocr page 175

169

mij met hen, om ü te prijzen en ü uit geheel mijne ziel te verheerlijken. O allerheiligst Hart mijns Verlossers, dat met het eeuwig Woord wezenlijk en onafscheidbaar vereenigd, al zijne eeuwige en onuitsprekelijke volmaaktheden in ü bevat en daardoor zelf de liefde en eeuwige vreugde der allerheiligste Drieëenheid zijt! Tot U verzucht ik, aan U offer ik mij op, aan uwe eer en verheerlijking wijd ik alles wat ik heb en wat ik ben nu en immer toe. Geef mij, o allerzoetst Hart, dat ik U op eene waardige wijze mag liefhebben en neem mij in uwe eindelooze barmhartigheid aan tot een levendig brandoffer, dat in vlammen van zalige liefde voor ü moge gloeien in tijd en eeuwigheid. Amen.

BEDE TOT HET ALLEIUIEILIGST HART VAN JESUS.

O allerheiligst, allermildst en liefderijkst Hart van mijn dierbaren Jesus, mijn God en Heer, trek, bid ik ü ootmoedig, al mijne gedachten en neigingen, alle krachten van mijne ziel en van mijn lichaam, alles wat ik ben en vermag, geheel aan U, de bronwel van alle goedheid en liefde, tot uwe eer en uw goddelijk welbehagen. 0 barmhartigste Heer Jesus Christus, ik beveel mij aan uw goddelijk Hart en geef mij geheel en voor altijd aan U over.

ocr page 176

170

Neem, o mijn God, mijn boos en ondankbaar hart van mij weg en geef mij een hart naar uw goddelijk Hart en naar uw volkomen en eeuwig welbehagen.

Heer, mijn God, mijn Heiland en Verlosser, delg al mijne zonden uit en alles wat U in mij mishaagt en stort uit uw allerheiligst Hart mij alles in, wat aan uwe heiligheid welgevallig is. Neem geheel en al bezit van mij en trek mij tot uwe goddelijke liefde en uw heilig welbehagen. Geef mij, dat mijn hart met uw Hart, mijn wil met uwen wil zoo vereenigd zijn, dat ik nooit iets anders wil noch kan willen, dan hetgeen Gij wilt en wat U behaagt. Laat mij ü liefhebben, zoetste Jesus, mijn God! uit geheel mijn harte, boven alles, nu en in eeuwigheid. Amen.

(Van den zaligen Landspekg.)

LIEFDEBOND MET HET GODDELIJK HART VAN JESUS EN HET ZUIVERSTE HART VAN MARIA.

0 goddelijke Heiland, allerliefste Jesus, Gij hebt mijn hart geschapen om te beminnen en wilt zelf het eenige voorwerp mijner liefde zijn; en Gij hebt mij eene Moeder gegeven, die geen ander verlangen koestert, dan dat ik U beminne, boven alles beminne; daarom zegt zij: „ik ben

ocr page 177

171

de Moeder der scboone liefde.quot; Zonder liefde mag en kan ik niet leven; bemin ik iets anders buiten IJ, dan leef ik niet; want de liefde is het leven der ziel. Helaas ! hoe koud, hoe droog en ongevoelig is nog mijn hart, wanneer het er op aan komt U lief te hebben, en toch het wil U beminnen, want buiten ü vindt het geen rust, geen vrede, geen vreugde. Ja, mocht mijn hart ü liefhebben, liefhebben meer dan de Cherubs en Seraphs, liefhebben meer dan Maria, uwe Moeder zelve; mocht mijn hart gansch wegsmelten in het uwe, opdat ik TJ zou beminnen met diezelfde liefde, waarmede Gij U zelf bemint. Maar ach ! hoe kan ik daartoe komen, wie wijst mij den weg, om tot die liefde te geraken ? Wie maakt, dat mijn hart geheel met het uwe, o Geliefde mijner ziel, vereenigd worde ? — Gelieve gij, o Maria, Moeder der sehoone liefde, gelieve gij dit te bewerken ; door u hoop ik tot de bron dei-liefde te geraken, waaruit gij die overmaat uwer liefde geput hebt. Maar ik hoor u zeggen: o hart, tot die hooge genade is voorbereiding noodig; want genade is 't, mijn Zoon te mogen beminnen, en door Hem bemind te worden. Wie ooit uit eene bron wil drinken, die moet zich ne-derbuigen. Neig u dus tot ootmoed, tot

ocr page 178

172

nederigheid en verachting van u zeiven; wie drinken wil uit de bron der liefde, die moet een rein en ledig vat zijn, rein en ledig niet alleen van iedere zonde, maar ook van iedere neiging tot zonde; wie drinken wil uit deze liefdebron, die moet een brandenden dorst hebben en smachten naar dezen drank. Zijt gij zóó bereid, kom dan tot mij en ik zal uw hart nemen en het ontsteken aan het vuur mijner liefde, het met het mijne vereenigen, en alzoo vereenigd en verbonden, zullen wij samen Jesus liefhebben en moogt gij zeker hopen met bet liefdevolste Hart van Jesus, mijnen Zoon, verbonden en vereenigd te worden. Zoo spreekt gij tot mij, o Moeder der liefde. Zie, ik hoor en volg uwe stem, ik wil doen, wat gij mij gezegd hebt. Ik wil mijne nietigheid erkennen en dag en nacht mijne ellende beweenen; ik wil verlangen en dorsten naar de reinste bron der liefde, opdat het smachten mijns harten verzadigd worde. Trek, o liefdevolle Moeder, trek mijn hart af van alle schepselen, trek mij tot Jesus ; neem mijn hart, verbind het vast met het uwe, laat het niet meer los en wijd het aan uw godde-lijken Zoon toe ; bid Hem, dat Hij den gloed zijner overstroomende liefde uitstorte in mijn koud hart en alles ver teer e, wat

ocr page 179

173

daarin niet rein is, en het verandere in het zijne, opdat ik met den Apostel moge uitroepen : ik leef niet meer, maar Christus leeft in mij. 0 Jesus, Bruidegom mijner ziel, hoor mijn zuchten, bevredig mijn verlangen! Zonder U kan ik niet leven, zonder U sterf ik, ben ik dood. 0, neem dan mijn hart, dat ik aan uwe Moeder heb weggeschonken, neem het weg, verander het geheel en al, verbind het aan het uwe, opdat wij één zijn, één voor tijd en eeuwigheid. Amen.

TOEWIJDING AAN IIEÏ H. HART VAN JESUS.

I

Wie dit gebed voor een beeld van Jesus' II. Hart met waar berouw bidt, verdient telkens 100 dagen atlaat.

0 beminnenswaardigste Jesus! ik geef U uit dankbaarheid en ter vergoeding voor mijne menigvuldige ongetrouwheden mijn hart en wyd mij geheel en al voor immer aan uwen dienst toe; met uwe genade neem ik mij ook ernstig voor, U niet meer te beleedigen. Amen.

Litanie van het H. Hart van Jesus.

LITANIE VAN HET ALLERHEILIGSTE SACRAMENT.

Heer, ontferm U onzer.

Chrisius. ontferm ü onzer.

ocr page 180

174

Heer, ontferm ü onzer.

Christus hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld. God, Heilige Geest,

Heilige Drievuldigheid, één God,

Levend brood, uit den Hemel nedergedaald.

Verborgen God, onder zichtbare gedaanten schuilende.

Tarwe der uitverkorenen,

Wijn, die maagden kweekt.

Voortreffelijk brood en wellust der koningen.

Gedurig offer,

Heine spijsofferande.

Onbevlekt Lam,

Allerreinste Tafel,

Engelenspijze,

Verborgen Manna,

Gedenkteeken van Gods wonderen. Bovennatuurlijk brood,

Vleeschgeworden Woord, onder ons wonende.

Heilig offer.

Kelk der zegening.

Troostvolle verborgenheid van ons geloof. Hoogwaardig en uitmuntend Sacrament, Allerheiligste Offerande,

ocr page 181

175

Zoenoffer voor levenden en dooden, Hemelseh behoedmiddel tegen de zonde, Wonder van Gods wonderen,

Allerheiligste gedachtenis van het lijden

des Heeren,

Geschenk, dat alle volheid te boven gaat, Voortreffelijk gedenkteeken der goddelijke liefde,

Overvloeiende bron van Gods milddadigheid.

Doorluchtig en hoogheilig geheim, Krachtige spijs ter onsterfelijkheid, O

Levendmakend, aanbiddelijk Sacrament, S; Brood, dat door de almacht des Woords 3

zijt vleesch geworden,

Onbloedig offer des nieuwen Verbonds, Spijs en gastheer, §

Allerzoetste maaltijd, waarbij de Enge- g

len tegenwoordig zijn en dienen,

Teeken van genade.

Band van liefde,

Hoogepriester, die zelf het Otter zijt. Geestelijke zoetheid en verkwikking dei-

heilige zielen,

Teerspijze dergenen, die in den Heer sterven.

Onderpand der toekomstige glorie,

Wees genadig, spaar ons. Heer.

Wees genadig, verhoor ons, Heer. Van het onwaardig nuttigen uws li-

ocr page 182

176

chaams en bloeds, verlos ons, Heer. Van de begeerlijkheid des vleesclies, Van de begeerlijkheid der oogen,

Van de hoovaardij des levens,

Van alle gelegenheid tot zonde, ^

Door de groote begeerte, die Gij luidt, om dit Pascha met uwe leerlingen te ST eten, 01

üoor den diepen ootmoed, waarmede § Gij de voeten uwer leerlingen gewas- quot; sehen hebt,

Door de onuitsprekelijke liefde, waar- ® mede Gij dit hoogheilig Sacrament hebt ingesteld,

Door uw dierbaar bloed, dat Gij voor

ons op het altaar hebt nagelaten.

Door de vijf wonden, die Gij voor ons in uw allerheiligst lichaam hebt ontvangen,

Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ^ ons.

Dat het U behage, het geloof, den eer- £ bied en de godsvrucht jegens dit won- êquot; derbaar Sacrament in ons te onder- JÜ houden en te vermeerderen.

Dat het ü behage, ons door eene op- a rechte belijdenis onzer zonden tot het 5-dikwijls nuttigen dezer geestelijke g spijze voor te bereiden, 0

Dat Gij ons van alle ketterij, ongeloo- S

ocr page 183

177

vigheid en verblindheid des harten lt; wilt bevrijden, ^

Dat het U behage, de onschatbare he-inelsche vruchten van dit allerheiligst ^ Sacrament in ons overvloedig uit te ^ storten,

Dat het ü behage, ons in het uur des ® doods met deze hemelspijze voor de gquot; reis naar de eeuwigheid te verster- o ken, o

Zoon Gods, i»

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, spaar ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-

wereld, verhoor ons, Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-

wereld, ontferm U onzer.

Heer, ontferm ü onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm ü onzer.

V. Heer! verhoor mijn gebed.

R, En mijn geroep kome tot U.

LAAT ONS BIDDEN.

o God, die ons in dit wonderbaar Sacrament de gedachtenis van uw lijden hebt nagelaten: geef, bidden wij ü, dat wij de heilige geheimenissen van uw lichaam en bloed zoo godvruchtig vereeren, dat wij

8*

ocr page 184

178

de heilzame vruchten uwer verlossing onophoudelijk in ons mogen ontwaren. Gij, die met God den Vader in de eenheid des H. Geestes leeft en heerscht, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

O, Jesus! het nuttigen van uw allerheiligst lichaam en bloed is een voorsmaak der eeuwige, allerzaligste vereeniging met U in den Hemel; geef mij dus, dat ook ik door een herhaald en heilig gebruik van deze goddelijke spijze eenmaal tot die blijde en zoete vereeniging gerake en U, dien ik thans, onder de gedaante van brood schuilende, in het Tabernakel aanschouw, eenmaal van aanschijn tot aanschijn in den schoenen Hemel aanschouwen, bezitten en genieten moge. Amen.

GEBED TOT DE ALLERHEILIGSTE EN ONBEVLEKTE MOEDERMAAGD, IN BETREKKING TOT HET ALLERHEILIGSTE SACRAMENT.

Wees gegroet, glorierijke Maagd en Moeder des Allerhoogsten, die van eeuwigheid zijt uitverkoren, om onzen Heer Jesus Christus, het brood der Engelen en der menschen, het Offerlam voor de zaligheid der wereld, den Koning des Hemels en der aarde en overwinnaar van dood en hel in uwen schoot te ontvangen en te baren.

ocr page 185

179

Wie kiin u, uitverkorene Maagd en maagdelijke Moeder des Heeren, waardig loveii en prijzen? Groote dingen heeft God aan ii gedaan. Hij heeft u onbevlekt bewaard voor alle erfsmet, opdat gij eene waardige Moeder zoudt worden van zijn eeniggeboren Zoon, dien ik hier met alle Engelen onder de gedaante van brood aanbid. Met heiligen eerbied en liefde vereer ik u, machtige Koningin des Hemels, die eenmaal als eene nederige dienstmaagd des Heeren, zijne teederste kindsheid verzorgdet en als de reinste Maagd en gelukkigste Moeder in ootmoed, armoede en vurige liefde Hem diendet. Geheel uw leven was een zuiver hemelsch loflied, een geurige wierook voor den Heer, die de volheid zijner genade in uw hart uitstortte. Den grootsten schat van zijn vaderlijk hart heeft Hij u toevertrouwd. O help mij dus, lieve Moeder, dat ook mijn leven voor het aanschijn uws goddelijken Zoons een welriekende wierook en mijn hart Hem altoos eene waardige woning zij, wanneer Hij in het allerheiligst Sacrament mij komt bezoeken.

0 Maria! hulp der Christenen, trouwe voorspraak uwer geloovige kinderen, die uw Zoon met zijn kostbaar bloed heeft vrijgekocht, troostvolle toevlucht der rouwmoedige zondaren! Zie neêr op mijne diepe

ocr page 186

180

armoede en verkrijg voor mij bij uwen Zoon de gave der liefde, die uw hart, dat geheel aan God was toegewijd, vervulde en al uwe handelingen bezielde; vraag voor mij, dat ook ik, evenals gij, door volmaakte gehoorzaamheid den wil Gods moge volbrengen en eens de kroon des eeuwigen levens verwerve. O Moeder van mijnen Jesus! gij aanschouwt met uwe zuivere oogen het lieflijkst aanschijn van uw godde-lijken Zoon; gij zijt in eeuwigheid met Hem vereenigd en bezit en geniet Hem in de zaligste liefde. Ik zie Hem nog slechts schuilende onder de gedaante van brood in het H. Tabernakel, en mag Hem slechts nu en dan in mijn hart ontvangen en zijne goddelijke tegenwoordigheid genieten; o help mij dan, lieve Moeder, door uwe machtigste voorbede, dat ook mij eenmaal liet hoogste geluk, de grootste genade te beurt valle, van uw glorierijken Zoon met u in den Hemel te aanschouwen en voor eeuwig met Hem vereenigd te worden. Amen.

VOLMAAKTE TOEWIJDING AAN GOD in maagdelijke zuiverheid.

'k Wijd U, God, mijn hart en zinnen;

Hoor, ach, hoor mijn kinderbeên;

Voor den tijd en eeuwigheên

ocr page 187

181

God, mijn God ! wil ?k ü beminnen, U beminnen, U alleen.

'k Wil U dienen al mijn dagen,

Heer ! wat wilt Gij, dat ik doe V Is het mooglijk ! staat Gij 't toe ? God, mijn God ! 'k wil U behagen : Leer mij, Heere, leer mij, hoe?

God, mijn God ! ik wil U loven.

Altijd loven, altijd aan,

Van mijn sombre levensbaan Stijg' voor ü mijn geest naar boven, Blijv' voor U mijn harte slaan.

God, mijn God! 'k wil voor ü lijden Smarten lijden zwaar en fel;

Zoo 't uw wil is, is 't mij wel. God, mijn God ! !k wil moedig strijden Tegen wereld, vleesch en hel.

Lieve God ! 'k wil alles derven, Om steeds maagd en rein te zijn ; Zend mij armoê, smaad of pijn.

Laat mij leven, laat mij sterven.

Maar bewaar mij maagdelijn.

'k Wil mijn Jesus, U behooren, TJ behooren, niet aan mij ;

Tot ik van het aardsche vrij Staan zal in Uw Hemelkoren.

Amen ! amen ! dat 't zoo zij !

ocr page 188

182

GEBEDEN TOT HET ALLERHEILIGSTE

ALTAAR-SACRAMENT EN HET GODDELIJK HART VAN JESÜS.

waaraan aflaten verbonden zgn.

OOTMOEDIG SMEEKGEBED VÓÓR HET H.

SACRAMENT.

Met den diepsten eerbied, dien het geloof mij inboezemt, o mijn God en Heiland Jesus Christus, waarlijk God en waarlijk mensch, aanbid ik ü en ik bemin ü van ganscher harte hier in het hoogwaardigste Sacrament des Altaars, om eenigermate te herstellen al die oneerbiedigheden, ontee-ring en ontheiliging, waaraan ik mij tot mijn ongeluk ooit heb schuldig gemaakt, of die ik nog op dit oogenblik mocht begaan of in de toekomst — wat Gij, o mijn God, verhoede, — mocht kunnen begaan. Ik aanbid u dus, o mijn God! wel is waar, niet zooals Gij dit waardig zijt of ik dit zou moeten- doen, maar ten minste zooveel ik vermag; en ik wenschte het met die volmaaktheid te kunnen, waartoe alle met rede begaafde schepselen slechts in staat zijn. Intusschen wil ik ü aanbidden, nu en altijd, niet slechts voor die Katholieken, die U niet aanbidden en beminnen, maar ook tot vergoeding en ter bekeering van alle dwa-

ocr page 189

183

lenden, afvalligen, Godslasteraars, Mahome-danen. Joden en Heidenen. Ach ja, mijn Jesus! mogen allen U kennen, aanbidden en elk oogenblik in het allerheiligste Sacrament met dankbaarheid beminnen, loven en prijzen. Amen.

Paus Pius VII verleende den 21 Jan. 1815 een aflaat van 200 dagen, die ook aan de geloovige zielen in het vagevuur kan worden toegevoegd, aan elk, die met berouw over zijne zonden, bovenstaand ootmoedig smeekgebed vóór het allerheiligste Sacrament zou bidden.

GEBED TOT HET ALLERHEILIGSTE SACRAMENT EN HET H. HART VAN JESÜS.

Zie o mijn beminnelijke Jesus, hoe velde overmaat uwer liefde voor mij gegaan is. Om U geheel aan mij te schenken, hebt Gij mij uit uw heilig vleesch en bloed eene goddelijke tafel bereid. Wat heeft U toch tot zulk een overmaat van liefde voor mij kunnen vervoeren ? Zeker niets anders dan uw liefdevol, goddelijk Hart. O aanbiddenswaardig Hart van mijnen Jesus, gloeiende oven der goddelijke liefde! neem mijne ziel in uwe heilige wonde op, opdat ik in die school van liefde leere, dien God lief te hebben en te beminnen, die mij zoo bewonderenswaardige bewijzen zijner liefde gegeven heeft. Amen.

Paus Pius VI verleende den 7 Nov. 1787 een aflaat van 100 dagen, die ook aan de geloovige zielen in het vagevuur kan worden toegevoegd, aan elk, die bovenstaand gebed godvruchtig zou bidden.

ocr page 190

184

OPDRACHT VAN HET KOSTBAAR BLOED VAN JESUS OM GODS ZEGEN.

Eeuwige Vader! wij offeren ü het allerkostbaarst bloed van onzen Heer Jesus Christus op, dat Hij met zooveel liefde zoo smartelijk lijdende uit de wonde zijner rechterhand vergoten heeft, en door de kracht en de verdiensten van dit kostbaar bloed smeeken wij ootmoedigst uwe goddelijke Majesteit, ons uw heiligen vaderzegen te willen verleenen, opdat wij daardoor tegen onze vijanden beschermd en van alle kwalen mogen bevrijd worden.

Dat de zegen van den almachtigen God des Vaders f des Zoons f en des Heiligen Geestes f over ons afdale en altijd bij ons blijve. Amen.

Paus Leo XII verleende den 25 Oct. 1825 voor altijd een aflaat van 100 dagen aan alle geloovigen, die bovenstaand gebed tot den eeuwigen Vader ter verkrijging van zijn hemelschen zegen met bijvoeging van één Ome Vader en één Wees yegroet met Glorie zij den Vader, enz. tot de Allerheiligste Drievuldigheid, godvruchtig zouden bidden tot dankzegging voor alle ontvangene weldaden. Aan hen, die dit gebed eene maand lang dagelijks verrichten, verleent hij een vollen aflaat op een dag naar verkiezing, na gebiecht en gecommuniceerd en volgens de meening des H. Vaders gebeden te hebben, welke aflaten ook aan de geloovige zielen kunnen worden toegevoegd.

VERZUCHTINGEN TOT JESUS IN HET II. SACRAMENT.

Ik aanbid U, mijn Heiland Jesus Christus,

ocr page 191

185

Die het ware brood des levens zijt.

O Hart van mijn Jesus en van Maria.

O zegen de smart, het berouw mijner ziel.

Ik schenk ü mijn hart, o Jesus Christus!

ü, die. Heilig God, mijn Heiland zijt.

Moge de Heiland Jesus Christus in het grootste geheim zijner liefde door allen erkend en gedankt en zonder einde aanbeden worden. Amen.

Paus Leo XII verleent lüü dagen aflaat, die ouk aan de geloovige zielen kan worden toegevoegd, aan allen die bovenstaande verzuchtingen met een rouwmoedig hart uitspreken.

OPDRACHT AAN HET H. HART VAN JESUS.

O mijn beminnenswaardige Jesus ! ik N. N. schenk U mijn hart, om U mijne dankbaarheid te toonen en mijn ontrouw te herstellen; ik wijd mij geheel aan ü toe, en neem mij voor met uwe hulp niet meer te zondigen.

Paus Pius VII verleent aan alle geloovigen, die bovenstaand gebed dagelijks voor een beeld van het H. Hart van Jesus bidden, een collen aflaat eens in de maand, als zij waardig biechten en communiceeren, en een aflaat van 100 dagen, zoo dikwerf zij het godvruchtig bidden.

SCHIETGEBED.

O allerzoetst Hart van Jesus ! geef, dat ik U altijd meer en meer beminne.

Onze Vader. Wees gegroet. Ik (jeloof in God den Vader.

ocr page 192

186

Aan elk, die dit schietgebed dagelijks bidt, heeft Z. IT. Pius VII vergund:

lo. vollen aflaat op den eersten Vrijdag van de maand, of den daaropvolgenden Zondag, op de gewone voorwaarden.

2o. Vollen aflaat op het feest van het II. Hart, of den daaropvolgenden Zondag.

3o. Zeven jaren en zeven quadragenen op de vier Zondagen, die het feest van het II. Hart voorafgaan.

4o. Zestig dagen voor elk goed werk, ter vereering van het 11. Hart verricht.

5o. Vollen allaat in het uur des doods, mits men rouwmoedig althans met het hart den zoeten Naam van Jesus aanroepe.

GEBED VOOR HET ALLERHEILIGSTE SACRAMENT.

Zie neder, o Heer van uit uw heiligdom, aanschouw van de hoogte uwer hemelsche woning deze aanbiddelijke offerande, die U onze Hoogepriester, Uw heilige Zoon Jesus, voor de zonden zijner broeders opdraagt, en laat ü daardoor bevredigen ondanks onze menigvuldige boosheid. Zie, de smeek-stem van het bloed van Jesus onzen broeder roept van het kruis tot ü. Verhoor dan, o Heer! Laat o Heer, U verbidden; aanhoor en geef; om uwentwil o mijn God! stel niet uit; want uw naam is aangeroepen over deze stad en over uw volk, en handel met ons naar uwe barmhartigheid. Amen.

Pius VI heeft vollen aflaat verleend aan do geloovigen, die na waardig gebiecht en gecommuniceerd te hebben, op den eersten Donderdag van elke maand, dit gebed op de knieën zullen bidden vóór het allerheiligste Sacrament. — Verder onder dezelfde voorwaarden zeven jaren en

ocr page 193

187

zeven quadragenen op al de andere Donderdagen. — Eindelijk 100 dagen op al de andere dagen van het jaar. Deze aflaten kunnen ook aan de zielen in het vagevuur worden toegevoegd. (17 Oct. 1796.)

TEEDERE VERZUCHTINGEN TOT JESÜS.

Ziel van Christus, heilig mij.

Lichaam van Christus, maak mij zalig. Bloed van Christus, maak mij dronken. Water der zijde van Christus, wasch mij. Lijden van Christus, versterk mij.

In uwe heilige wonden, verberg mij.

Laat niet toe, dat ik van U gescheiden worde.

{Dit verzucht men driemaal met eene vurige liefde.)

Tegen den boozen vijand bescherm mij. In het uur van den dood roep mij. En laat mij tot ü komen,

Opdat ik met uwe Heiligen U love In de eeuwen der eeuwen. Amen.

ocr page 194

TWEEDE COMMUNIE-OEFENING.

Onder aanroeping van het H. Hart van Jesus.

OEFENING VAN GELOOF.

In de onmetelijke liefde van uw goddelijk Hart, zrjt Gij, lieve Jesus! zoo diep tot mij afgedaald, dat ik de grootheid uwer goddelijke Majesteit bijna vergeten zou. Hoe is het mogelijk, dat Gij onder de gedaante van brood en wijn tot ons wilt komen ! Immers toen Gij als een arme dienstknecht op aarde rondwandeldet, werdt Gij in weerwil van den glans uwer wonderen door de meesten veracht en bespot. En nu, in het allerheiligst Sacrament vernedert Gij U nog dieper, dan bij uwe menschwording! Ach, Heer, zal onze oneerbiedigheid dan nog toenemen, naarmate Gij in uwe einde-looze ontferming meer tot ons afdaalt ? Helaas! hoe dikwerf vergeet ik, wat ik aan uwe goddelijke Majesteit verschuldigd ben en nader ik tot U met eene koude onverschilligheid? Ik klop, wel is waar, op mijne borst en zeg met den Hoofdman; Heer, ik hen niet waardig; maar ik gevoel mijne

ocr page 195

189

onwaardigheid niot en heb een gering besef van de groote gunst, die Gij mij bewijst.

Goede Jesus! verlevendig mijn geloof, toon mij uwe ontzaglijke Majesteit, opdat ik met den Apostel Thomas uitroepe; Mijn Heer en mijn God! Dan zal ik mijn hoofd voor U buigen en nog dieper mijn geest; ik zal uit de diepte mijns harten erkennen, dat ik niet waardig ben om tot TJ te spreken, veel minder om U te ontvangen.

Ik geloof, lieve Jesus, dat Gij hier in het allerheiligste Sacrament tegenwoordig zijt; ofschoon mijne oogen U niet aanschouwen, aanbid ik U in de volste overtuiging van mijn geloof. Ik verheug mij, dat ik aan uwe oneindige Majesteit dit offer van mijn geloof kan aanbieden; vervul aan mij het woord, dat Gij eens gesproken hebt: Zalig zij, die niet gezien en toch geloofd hebben.

OEFENING VAN NEDERJGHEII).

Ik belijd van ganscher harte, dat ik onwaardig ben IJ te ontvangen, omdat Gij mijn Schepper zijt en ik een nietig onwaardig schepsel, meer nog, een ondankbare zondaar ben. Ja, ondankbaar, meer dan anderen, die ü niet beminnen, wijl zij U niet kennen; maar ik kende het volle

ocr page 196

190

licht der waarheid; ik kende de liefde van uw goddelijk Hart; ik ontving uwe kostbaarste gaven, en toch ik beminde (J niet, ik dankte ü niet voor zooveel liefde, voor zoovele weldaden; ik naderde tot uwe H. Tafel met eene schaamtelooze onverschilligheid, waaraan ik geen naam weet te geven. Nog dezen morgen sprak mijn Engelbewaarder: verheug u, mgn kind, want ik verkondig u eene blijde tijding: heden zult gij den Verlosser ontvangen, die Christus de Heer is. En mijn hart bleef nog koud, nog onverschillig, nog hield ik mij met aardsche beuzelingen bezig, en ijlde ik niet vol vreugde naar. uw Heiligdom. 0 allerzoetst Hart van Jesus! neem uwe ontferming van mij niet weg; blijf in barmhartigheid nederzien op uw zwak en krank schepsel en beur mij op uit het slijkquot; mijner ellende.

OEFENTKG VAN VERTROUWEN.

Vanwaar komt het, lieve Jesus! dat mijn hart zich verruimt, wanneer ik U de afzichtelijkheid mijner zielewonden bloot leg? Omdat Gij, barmhartige Samaritaan, daarin den olie en wijn uwer ontfermingen giet. 0, hoe zoet is het, zijne schuld te belijden aan uw goddelijk Hart! Ik zal mij verheugen in den Heer en mij verblijden in God,

ocr page 197

191

mijn Jesus, want zijne barmhartigheid kent geene grenzen. Hij wil al onze wonden genezen, al onze misstappen vergeven. Ja, hoe goed, hoe ontfermend zijt Gij voor mij, daar Gij niet een Engel zendt, maar zelf komt om mij te versterken, te heiligen, te volmaken door uw heilig vleesch en bloed.

Toen de grijze Simeon U op zijne armen droeg, riep hij in heilige vervoering uit: Laat nu. Heer, uw dienaar in vrede gaan, mijne oogen hebben uw heil aanschouwd. Wat zou die vrome grijsaard wel gezegd hebben, als hij die gunst had ontvangen, die Gij mij dezen morgen bereidt ? O, laat mijn hart zich dan verruimen, mijne ziel branden van verlangen, dorsten naar uwe komst. Kom, lieve Jesus, vereenig U met mij, opdat ik in eeuwigheid de ontferming prijze van uw goddelijk Hart.

OEFENING VAN LIEFDE.

Gij toont mij, lieve Jesus, uw minnend Hart en vraagt: bemint gij mij? Heer! als ik de onmetelijke liefde van uw goddelijk Hart beschouw, durf ik ü niet antwoorden, want mijne liefde is nog zoo gering, zoo koud. Maar toch, ik verlang ü te beminnen ; ik bid U door den liefdegloed van uw goddelijk Hart, ontsteek in mij het vuur uwer goddelijke liefde. Geef, goede

ocr page 198

192

Jesus, dat ik voortaan in U alleen mij verheuge, dat ik in niets anders roeme, dan in de glorie, de majesteit, de volmaaktheid en ontferming van mijnen God. Dat niets mijne ziel meer boeie, niets mij smake buiten U. Dat ik niets begeere, dan U te behagen, met blijdschap al mijne lotgevallen in uwe handen stelle en nauwgezet mijne plichten vervulle. Dat ik geen ander verlangen koestere, dan in uwe liefde te arbeiden en te lijden, te leven en te sterven. O, Jesus ! Grij zijt de God mijns harten, mijne liefde in eeuwigheid !

OEFENING VAN BEUOUW.

Tn ootmoed voor U neergeknield belijd ik, lieve Jesus, andermaal mijne zonden en misstappen. Wel hoop ik door de liefde van uw goddelijk Hart er reeds in het H. Sacrament der Biecht de vergiffenis van bekomen te hebben. Maar nu ik IJ, God van heiligheid zal gaan ontvangen, moet ik opnieuw mijne zonden betreuren, die tallooze fouten en gebreken, waardoor ik uw liefdevol Hart zoo vaak, zoo bitter bedroefd heb. Ja, ik verfoei mijne boosheid en smeek ü, wasch mij meer en meer van mijne ongerechtigheden en zuiver mij van mijne zonden. Ach! konde ik tot TJ naderen in dat kleed der onschuld, dat Gij

ocr page 199

193

mij in het H. Doopsel geselionken hebt. Helaas! ik kan het bedrevene niet ongedaan maken ; maar Gij, Heer, kunt mij volkomen zuiveren; neem alles weg, wat in mij aan uw goddelijk Hart mishaagt; door uwe genade gesterkt zal ik een geheel ander leven gaan leiden. Ik ken mij zeiven nog niet, maar zeg mij, lieve Jesus, waarin ik te kort schiet; mijn hart is be reid, om voortaan alles te doen, wat U behaagt. Neen, niet meer zondigen, geen zonde meer, lieve Jesus ! neen, geen zonde meer!

OEFENING VAN VEULANGEN.

Kom, dan, dierbare Verlosser, kom. Welbeminde mijner ziel, kom, neem bezit van mijn hart. Ontsteek dat hart door het vuur uwer goddelijke liefde. Mijn hart verlangt naar U, het brandt van verlangen naar uwe komst; met U vereenigd, door den gloed van uw goddelijk Hart ontstoken, zal het voortaan voor U slechts kloppen, niets wenschen, niets verlangen, niets beminnen op aarde buiten U. 0, kom dan, lieve Jesus, kom dan en toef niet langer. Amen.

Als de Priester de H. Hostie toont, zeggende, zie het Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, vestig dan de oogen uwer ziel op het goddelijk Hart, betuig nogmaals uwe onwaardigheid, en ga dan tot Jesus met een onbeperkt vertrouwen en een brandend verlangen.

9

ocr page 200

194

..

GEBEDEN NA DE H. COMMUNIE. ^

----, licli

Ide rijk

wiiu zm jiv zeggen iüt, u, Jieve .Jesus, a zoo

die thans in mijn binnenste woont? Hoe alti

zal ik, arm schepsel, ü mijne hulde bieden ? hoi:

Allerzaligste Maagd Maria, alle Engelen voc

en Heiligen ! ziet wat groote dingen de leei

Heer aan mij heeft gedaan ; vereenigt IJ stn

met mij, om de ontferming van mijn Jesus dat

te prijzen en zijne oneindige Majesteit te ik

verheerlijken. U

O Jesus ! Gij zijt mijn God ; met blijd- ricl

schap erken ik uwe heerschappij over al kin het geschapene, mijne algeheele afhankelijkheid. Met innige onderwerping zal ik steeds naar uw woord luisteren en mij verheugen, dat ik mijn verstand aan uwe

uitspraak mag onderwerpen ; spreek, Heer, Jef

uw dienaar luistert naar elk woord, dat mi:

van uwe goddelijke lippen vloeit. Ik erken nie

al de macht, die Gij over mij hebt, en ik ha:

zal uw gezag eerbiedigen, zoo dikwijls de gei

H. Kerk, die in uwen naam onderwijst en bel

bestuurt, tot mij zal spreken. gei

Op ü stel ik al mijn vertrouwen. Laat nk

de wereld op al hare ijdelheden roemen, na

ocr page 201

195

ik zal mij verblijden in U en in de ontferming van uw goddelijk Hart. Gij /Ajt het liclit mijner ziel, de sterkte mijns harten, de troost in mijn lijden; met U ben ik rijker dan de vorsten der aarde.

ü bemin ik boven al; mocht ik steeds zoo innig met ü vereenigd zijn, aan ü altijd kunnen denken, met U zonder ophouden kunnen spreken, altijd met U en voor ü alleen kunnen bezig zijn! Maar ik leef te midden van aardsche zorgen en verstrooiende bezigheden. Geef toch, dat ik daarom ü niet uit het oog verlieze, dat ik zoo dikwijls mogelijk aan U denke, tot ü verzuchte, dat ik steeds mijn arbeid verrichte ter liefde van ü en ter verheerlijking van uw goddelijk Harte.

OEFENING VAN DANKBAARHEID.

In dit plechtige oogenblik gevoel ik, lieve Jesus, op eene geheel bijzondere wijze mijne volslagene onmacht. Ik zoek of ik niets kan vinden, om ü met een dankbaar hart aan te bieden; maar ik zoek te vergeefs. Alles wat ik ben, alles wat ik heb, behoort reeds lang aan U. Gij hebt mij geschapen, en hebt dus mijne toestemming niet noodig, om over mij en het mijne naar welgevallen te kunnen beschikken;

ocr page 202

196

Gij hebt mij daarenboven vrijgekocht; ik behoor ü dus geheel en al toe. En welk nut is er ook voor U in mijn dienst en in mijne dankbare liefde gelegen? Ik kan uwe glorie niet vermeerderen; noch uw geluk vergrooten; Gij zijt mijn God en hebt mijne gave niet noodig.

Maar ook hier ondervind ik weder de goedheid van uw goddelijk Hart. Ofschoon Gij geen behoefte aan mij hebt, wilt Gij mij toch de verdiensten en de vreugde dei-dankbaarheid schenken. Waar ik niets kan vinden, geeft Gij mij uwe goederen, opdat ik ze teruggeve met een dankbaar hart. Ofschoon Gij mij niet noodig hebt, vraagt Gij toch, alsof Gij mij noodig hadt, en zegt: mijn kind, geef Mij uw hart.

Lieve Jesus! gaarne en met vreugde schenk ik het U, het is mijn vurigste wensch, dat het alleen voor U moge kloppen en dat het ü nooit ontrouw worde. Gij kent al de zwakheid en onbestendigheid van dit hart, bevestig het in uwe liefde, herinner mij dagelijks aan de ontferming van uw goddelijk Hart over mij, opdat ik nooit ophoude uit al de krachten mijner ziel ü te danken en uwe onuitputtelijke liefde met wederliefde te vergelden.

O Maria, lieve Moeder! Engelen en Heiligen des Hemels! vereenigt U met mij.

ocr page 203

197

om den Heer te danken, want zijne liefde kent geene grenzen, zijn barmhartigheid is zonder maat.

HERNIEUWING DEK GOEDE VOORNEMENS.

Schaamte overdekt mij, als ik er aan denk, hoe dikwerf ik reeds mijne goede voornemens hernieuwd heb, en ze, helaas, even dikwerf weêr heb verbroken. Nochtans vertrouwende op de goedheid van uw goddelijk Hart waag ik het opnieuw, om mijne voornemens aan uwe voeten neêr te leggen. Heer! mocht Gij vooruit zien, dat ik U ooit grootelijks zou vergrammen, neem mij liever uit deze wereld weg. Is het voor mij noodig, dat tegenspoeden, lijden, armoede, ziekte en verlatenheid mij treffen, laat ze, Heer, over mij komen, zend ze mij toe in uwe oneindige barmhartigheid ; maar laat nooit toe, dat ik van ü gescheiden worde.

Ik stel mij geheel in uwe handen ; alles wat mij overkomt zal ik beschouwen als een geschenk uwer ontfermende liefde. Door uwe genade geholpen, zal ik met ijver waken en bidden. Dikwijls hebt Gij mij gewezen op mijne gebreken ; ik zal ze bestrijden. Inzonderheid neem ik mij vas-telijk voor, lieve Jesus, om mijn hoofdge-

ocr page 204

198

brek te bestrijden, om deze bepaalde zonde.... niet meer te bedrijven. lederen morgen zal ik dit voornemen hernieuwen en iederen avond zal ik onderzoeken of ik daaraan ben getrouw gebleven.

Zegen, lieve Jesus, door de goedheid van uw allerheiligst Hart, deze heilige voornemens, versterk ze door uwe goddelijke genade, geef dat ik daaraan getrouw blijve alle dagen, tot aan het einde van mijn leven.

SMEEKGEBED.

Maar de liefde vordert, dat ik ook bidde voor anderen. Wie zou dat kunnen vergeten in deze kostbare oogenblikken ? Zegen daarom, lieve Jesus, mijne dierbare ouders, zegen hen voor al het goede mij bewezen, beloon hen met de eeuwige zaligheid; zegen mijne broeders en zusters, mijne naast-bestaanden, vrienden en weldoeners ; zegen allen, die zich in mijne gebeden hebben aanbevolen, allen, aan wie ik beloofd heb en voor wie ik verplicht ben te bidden.

Bewaar de onschuldigen, bevestig en versterk de rechtvaardigen, bekeer de on-geloovigen, dwalenden en zondaren.

Ontferm U over de zielen in het vagevuur, inzonderheid smeek ik U voor de meest verlatene en voor N. N.

ocr page 205

1

199

Zegen onzen H. Vader den Paus, ondersteun hem in den zwaren strijd, dien hij in onze dagen van ongeloof tegen de vijanden der H. Kerk te voeren heeft, en voer hem met de hem toevertrouwde kudde tot de eeuwige zaligheid. Zegen den Opper-herder van dit bisdom en alle zielenherders, opdat zij met ijver arbeiden aan de zaligheid der zielen. Zegen, lieve Jesus, de gansche heilige Kerk, neem de dwalingen, ergernissen en scheuringen weg, verbreid de H. Kerk meer en meer over de gansche aarde, en verhaast door de liefde van uw goddelijk Hart het oogenblik, waarop zij overal hare vijanden zal zegevieren, bloeien en rijke vruchten dragen in alle deelen der aarde.

Bid vervolgens de Litanie van het allerheiligst Hari van Jesus en de gebeden om den aflaat te verdienen.

tide sren iven ? ik

iran ne-ge-jve en.

de

fe-

311

•s, n, 6-t-n n b

1

ocr page 206

DERDE COMMUNIE-OEFENING.

Als men de H. Misse niet kan bijwonen.

OVERWEGINGEN EN GEBEDEN VÓÓR DE H.

COMMUNIE.

EERSTE OVERWEGING EN GEBED. — Wie

zijt Gij, mijn Heiland Jesus Christus, dien ik heden in de H. Communie zal mogen ontvangen? O mijn God! Gij zijt de eeuwige, de eeniggeboren Zoon des Vaders, de afglans zijner heerlijkheid en zijn zelfstandig evenbeeld. Gij zijt almachtig, eeuwig, heilig, oneindig goed en rechtvaardig, als de Vader. Ofschoon Hemel en aarde ü niet bevatten kunnen, was het nochtans voor uwe liefde niet genoeg onze men-schelijke natuur aan te nemen, om het werk onzer verlossing te kunnen volbrengen ; maar Gij wildet U zeiven nog veel dieper vernederen, door middel van dit allerheiligst Sacrament in ons hart uw intrek nemen en daar uwe woonstede oprichten. Het was niet genoeg voor uwe liefde, drie en dertig jaren op de aarde te blijven, om voor ons te lijden en te sterven, maar Gij wildet nog den troon uwer genade zichtbaar op onze Altaren opslaan,

ocr page 207

201

om voortdurend onder ons te wonen, opdat wij ten allen tijde daarheen onze toevlucht nemen, daar hulp en troost, raad en bijstand zouden vinden ....

O eeuwig Woord des Vaders! Wat heeft ü bewogen, om uwe oneindige glorie te verlaten, om onder de nederige gedaante van brood op onze altaren af te dalen ? Wat heeft U, Koning van glorie, die hoog boven alle Hemelen in oneindige Majesteit zetelt, wat heeft ü bewogen, om ook op aarde op een zoo nederigen troon in het Tabernakel uwe woonstede te vestigen ? Wat drijft U aan, mij nietige aardworm te bezoeken en de spgze mijner ziel te willen zijn? O, uwe liefde, uwe oneindige liefde heeft ü tot die diepe zelfvernedering gebracht. Zoo diep wilt Gij U vernederen, om mij tot U te kunnen opheffen. Door zóó groote liefde wilt Gij mij bewogen, om ü mijne wederliefde te toonen. O, mocht ik U kunnen beminnen, zooals Gij mij bemint! Mocht ik ü kunnen eeren en verheerlijken, zooals Gij hét verdient! Mocht ik U zoo waardig kunnen ontvangen, als uwe oneindige heiligheid en grootheid zulks zou vorderen ! Maar helaas ! hoe bezoedeld, hoe ellendig, ja, afschuwelijk is nog mijn hart, waarin Gij uw intrek wilt nemen! Ach! goedertieren, genaderijke Ver-

9*

ocr page 208

202

losser! wil zelf mijn arm hart waardig voorbereiden, opdat het ü welbehagelijk worde. Zie, ik betreur mijne zonden, zij zijn mij van ganscher harte leed, ik wensch ze met de vurigste liefdetranen uit te wis-schen en U nimmermeer te bedroeven. O, mijn hart verlangt naar ü. Tot U moet ik naderen, U moet ik ontvangen, zoo ik waarachtig leven en hulp vinden wil in mijnen nood. O, gewaardig U dan, liefste Jesus ! door een enkel woord mijne ziel te zuiveren en mijn hart te bereiden volgens uw goddelijk welbehagen. Amen.

TWEEDE OVERWEGING EN GEBED. — O mjjn

Jesus! minnaar en vriend der zuivere zielen, hebt gij negen maanden lang onder het hart van Maria gerust en hare ziel met de heerlijkste genadegaven versierd, .... hebt Gij bij de komst uwer moeder in het huis van Zacharias, den H. Joannes den Dooper geheiligd en moeder en kind met den H. Geest vervuld, zult Gij dan, daar uwe macht en goedheid nog altijd dezelfde is, bij uwe komst in mijn hart, ook mijne ziel niet met de grootste genadegaven verrijken ? En toen Gij later als hulpeloos kindje in de kribbe laagt en door herders en wijzen aanbeden werdt, hoe rijk hebt Gij toen dien dienst van godsvrucht beloond.

ocr page 209

203

en zult Gij dan ook mij, zoo ik ü met een levendig geloof in dit H. Sacrament aanbid, uwe rijke gaven niet sclienken ? In uw openbaar leven hebt Gij weldoende Judea's velden doorwandeld en in steden en dorpen aan allen welgedaan, de zieken genezen en dooden zelfs ten leven opgewekt, en zoudt Gij mij dan in mijne diepe ellende laten versmachten, mijne ziel niet genezen, niet opwekken tot het leven dei-liefde en genade? Zijt Gij, om mij te verlossen, gevangen genomen, gebonden, ge-geeseld, met doornen gekroond, bespot en aan het kruis genageld; hebt Gij aan het kruis voor uwe vijanden gebeden, den moordenaar vergiffenis geschonken en hem met ongehoorde goedgunstigheid het Paradijs beloofd; zult Gij dan, wanneer Gij mij komt bezoeken, ook mij mijne zonden niet vergeven, ook mij niet met gunsten overladen en aan de verdiensten van uw lijden en sterven deelachtig maken ? En hier in dit H. Sacrament zijt Gij nog altijd dezelfde, die Gij op aarde waart, dezelfde, die aan het kruis de hel overwonnen hebt, die glorievol van den dood opstondt, ten hemel voert en daar aan de rechterhand des Vaders troont, van waar Gij eens zult wederkomen, om levenden en dooden te oor-deelen. Dezelfde bediening als Hoogepries-

ocr page 210

204

ter aau het kruis, als verzoener van onze zonden, als middelaar bij den hemelschen Vader, als rechter over de gansche wereld blijft ü ook in het allerheiligste Sacrament bij. En Gij verlangt van ons, lieve Jesus! dat wij met hetzelfde geloof eu met hetzelfde vertrouwen tot ü zullen naderen, als wanneer wij U met onze eigene oogen zagen, ü, o verborgen God, onder de gedaante van brood schuilende ! . . .

Ja, mijn Jesus! ik geloof, dat Gij in het allerheiligste Sacrament des Altaars waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt. Neen, niets ter wereld zal mij ooit in dit heilig geloof doen wankelen, terwijl ik kinderlijk vertrouw van U al die genade te verkrijgen, welke ik bij zoo heilige handeling dringend noodig heb. Ik aanbid, ik loof en prijs ü als mijn Heer en God, en val in den geest met de H. Magdalena voor uwe voeten neder, om ü ontferming en vergiffenis voor al mijne zonden af te smee-ken. Met die zieke vrouw raak ik den boord van uw kleed aan, opdat Gij mijne ziel moogt genezen; met den H. Thomas leg ik mijne hand in uwe heilige wonden, opdat Gij mijn verstand moogt verlichten, mijn geloof versterken, mijne liefde ontvlammen, opdat ik uit het diepste mijns

ocr page 211

205

harten ü kunne toeroepen: mijn heer en mijn god ! Amen.

derde overweging isn gebed. — Met hoe-veel liefde en verlangen zijt Gij, mijn Jesus ! niet opgetrokken naar de zaal van het laatste Avondmaal te Jerusalem, om daar het paaschlam met uwe leerlingen te eten en vervolgens het allerheiligste Sacrament des Altaars in te stellen! Hoe ernstig, plechtig en liefdevol zeidet Gij toen aan uwe Apostelen: vurig heb Ik verlangd, dit paaschlam met u te eten, voor dat Ik lijde. O! met datzelfde verlangen, met diezelfde liefde, wilt Gij nog heden dien goddelijken maaltijd met mij houden, zelf nog het paaschlam zijn, waarvan ik mag eten. — Maar hoe groot was niet uw ootmoed, o mijn Jesus! toen Gij, alvorens dit geheim van liefde in te stellen, in onbegrijpelijke zelfvernedering voor uwe Apostelen nederknieldet, om hun de voeten te wasschen, hen te reinigen en te zuiveren. Die zuiverheid des harten, die reinheid dei-ziele vordert Gij ook van ons, lieve Jesus! om aan dien goddelijken disch te mogen aanzitten; maar ook ons wilt Gij reinigen, onze zielen van alle zondesmetten afwas-schen, wanneer wij maar in ootmoed en met waarachtig berouw ü om vergiifenis

ocr page 212

206

bidden van onze zonden, en ze van gan-scher harte betreuren.

Eindelijk naderde dan dit heilig oogen-blik. Met heiligen en plechtigen ernst naamt Gij het brood in uwe heilige en eerbiedwaardige handen, en uw hemelschen Vader dankende zaagt Gij op ten Hemel, en nadat Gij het gezegend en gebroken hadt, gaaft Gij het aan uwe leerlingen, zeggende : Neemt en eet, dit is mijn lichaam. Insgelijks naamt Gij den kelk, en dank zeggende zegendet Gij hem en gaaft hem over aan uwe leerlingen zeggende: Neemt en drinkt allen daaruit, want dit is mijn hloed. Evenzoo lieve Jesus! wilt gij heden onder de gedaante van brood waarlijk tot mij komen, indringen in mijne ziel en daar met mij het heilig liefdemaal vieren. Geef toch, goede God, dat ik met den diepsten ootmoed, met een brandend verlangen, met vurige liefde tot U nadere. Hoe is 't toch mogelijk, mijn God, dat Gij verlangen kunt eene zoo innige vereeniging aan te gaan met eene ziel zoo arm, zoo ellendig als de-mijne. Weet Gij dan niet, alwetend God! dat ik zoo vol ben van onreinheden en zonden'? En toch hebt Gij mij geleerd, hoe zuiver en rein ik wezen moet, om ü te ontvangen, toen Gij zelf de voeten uwer leerlingen gewasschen hebt! Ach! ik sid-

ocr page 213

207

der en beef, om tot U te naderen, als ik aan uwe ontzaglijke Majesteit en aan mijne ellende en zonde denk. Maar juist de liefde, waarmede Gij uwen leerlingen de voeten gewasschen hebt, wekt in mij het vertrouwen op, dat Gij ook mijne ziel van al hare zondevlekken zult zuiveren, heiligen en versieren. Met waarachtige vermorzeling des harten werp ik mij voor uwe voeten neder, en bid ü. Heer, ook tot mij die troostvolle woorden te willen spreken : Ik wil, word gereinigd; ja Heer, spreek slechts één woord en mijne ziel zal gezond worden.

Maar wanneer Gij, mijn Jesus, vurig verlangt dit goddelijk Liefdemaal met mij te houden, met welk innig en vurig verlangen, met welke brandende begeerte moet dan mijne ziel niet vervuld zijn, om zich met U te vereenigen! Als een dorstige naar de frissche waterbron, als een hongerige naar eene welvoorziene tafel, zoo moet ik haken naar U, mijn Heer en mijn God ! Zie, met dat heilig, dat brandend verlangen van zoovele vrome en rechtvaardige zielen -wenschte ook ik heden tot uwe H. Tafel te naderen, verlangt thans mijne ziel naar U, o mijn God, de bron der levende wateren. — Met de hartelijkste liefde gaaft Gij u zeiven in het H. Avondmaal uwen leerlingen tot spijs ; met de hartelijkste

ocr page 214

208

liefde wilt Gij ü ook heden op de innigste wijze met mij vereenigen, het geestelijk voedsel worden mijner ziel. Ach, mijn Jesus ! hoe kan mijn hart dan nog zoo koud, zoo onverschillig, zoo gevoelloos zijn voor uwe onbegrijpelijke liefde ? Ach mijn Jesus! ontsteek Gij dan mijn hart door het vuur uwer goddelijke liefde, en geef, dat ik met dat liefdevuur, waarmede zoovele Heiligen ü in de H. Communie hebben ontvangen, ook heden tot ü moge naderen. O ! kom dan, lieve Jesus ! en toef niet langer, kom neem bezit van mijn hart; 't behoort aan ü, het zal voor ü slechts kloppen ; kom en vereenig U met mij op de innigste wijze : kom, mijn hoogste Goed, mijn God en mijn Al! Amen.

VERZUüm rSGEN VÓÓR DK H. COMMUNIE.

Van den H. Franciscus van Sales.

O mijn Jesus! mijne liefde, mijne ware en volmaakte liefde! wat onbegrijpelijke goedheid, dat Gij tot mij ellendige wilt komen ! O ! kom dan, ja, kom, verlangen mijns harten, mijne ziel verzucht naar U. — Ik draag ü, mijn God, deze H. Communie op, om te voldoen aan uw verlangen, om tot mij te komen en mij met ü te vereenigen, met ü, mijn God en mijn

ocr page 215

209

Al. — O wonder ! om mijnentwille wil een God uit den Hemel dalen en zijne Majesteit onder den nietigen sluier van brood en wijn verbergen. Hoe waar is 't, dat Gij, mijn Jesus ! de uwen bemind, ja, tot het einde toe bemind hebt door de instelling van dit goddelijk Sacrament!

O mijn God! Gij zijt de goedheid, de liefde zelve: hoe is 't dus mogelijk, dat ik iets anders zou kunnen beminnen dan ü ? Ach, Heer ! trek mij meer en meer tot U, verberg mij in het diepste uws harten. Aan uwe liefde, aan uwe goedheid geef ik de voorkeur boven alles, wat er in de wereld is. Gij zijt het eenig voorwerp mijner liefde en van al mijne verlangens. Ik wil alles verlaten, om U te beminnen. Geef mij uwe genade, om dit ten uitvoer te brengen, want zonder U kan ik niets. Ach, mijn Geliefde! daar Gij wilt, dat ik ü nimmermeer verlieze, bewaar mij dan voor U en trek mij door uwe genade sterk tot ü. Ik ben niets, ik kan niets, uit mij-zelven ben ik tot niets in staat; maar laat mij intusscben niet ondankbaar zijn voor zoovele genaden, die Gij mij reeds hebt gelieven te bewijzen. Ik bied mij aan, om ter liefde van ü geheel beroofd te zijn van alle soort van gevoelige vertroostingen, en alle kwellingen te lijden, welke het ü

ocr page 216

210

mocht behagen mij over te zenden. Ik ben en zal geheel de uwe zijn, en ik brand van verlangen, om niet slechts uwe gaven, maar ook ü zeiven af te smeeken. Ik verlang U te ontvangen, om mij meer met ü te vereenigen.

O eeuwige Vader! ik draag ü het lijden van uwen Zoon op tot mijne zaligheid en die der gansche wereld. Zie niet op mijne zonden, maar op de liefde van uw beminden Zoon jegens ons, waardoor Hij zich in dit H. Sacrament heeft tegenwoordig gesteld. Om deze liefde bid ik ü, o mijn God, meielijden met mij te hebben. Ik ben overtuigd, lieve Jesus, dat ik alleronwaardigst ben, om tot ü te naderen en ü te ontvangen, zoowel wegens de menigte mijner zonde:.! als wegens de onreinheid mijns harten ; daarom roep ik tot U: ach. Heer! ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak komt. En had ik ook al de liefde der Serafijnen, nog zou ik onwaardig zijn, om U te ontvangen ; daarom herhaal ik het: Heer! ik ben niet waardig. Maar kom juist daarom, God van liefde, beminnelijke God, en bewerk in mijn hart datgene, wat Gij van mij verlangt! Ik ben een ellendige; maar uwe goedheid slaat geen acht op mijne ellende. Kom in mijne ziel en reinig, heilig en versier haar met

ocr page 217

211

deugden, neem bezit v:ui mijn hart en ontruk daaruit alles, wat U mishaagt; neem bezit van mijn lichaam en bewaar het voor U, en laat my nimmer van uwe liefde meer scheiden.

O verslindend vuur! verbrand en verteer alles in mij, wat uwer goddelijke tegenwoordigheid onwaardig is en wat een beletsel zou kunnen zijn voor uwe liefde en genade.

0 Moeder van mijn Verlosser ! heb medelijden met mij, armen zondaar ; bid voor mij, opdat ik met eene volmaakte liefde uwen Zoon ontvange, en één hart, ééne ziel worde naar zijn hart. Amen.

DANKZEGGING EN BEDE.

Na de H. Communie.

Zoo mag ik dan eindelijk mijn Jesus, den Geliefde mijner ziel, mijn God en mijn Heer, aan mijn hart drukken! Zoo zijt Gij dan in mij, liefdevolle Verlosser! en woont Gij werkelijk in mijn hart!.... Van waar komt mij die genade, dat mijn God en mijn Heiland mij bezoekt! 0 mogen de Engelen en Aartsengelen, de Cherubs

ocr page 218

212

en Serafs ü met mij en voor mij aanbidden, loven en prijzen en danken, dat Gij ü gewaardigd hebt bij een zondaar uw intrek te nemen en zijn gast te worden ! ja, mogen alle Machten des Hemels ü prijzen en hun lofgezang aanheffen ; Heilig, heilig, heilig is de Heer, God der heerscharen ! Met David wil ik uitroepen : Loof den Heer, mijne ziel, en al wat in mij is, loof zijn heiligen Naam! — 0 Maria, machtige Koningin des Hemels ! help mij met de reien der maagden uwen en mijnen Jesus loven en danken. — 0, gij, heilige Aartsvaders en Profeten, roemwaardige Apostelen en Martelaren! looft den Heer, die zich gewaardigd heeft mij arm schepsel te bezoeken. 0! hoe gelukkig ben ik thans ; de allergrootste genade is mij heden te beurt gevallen. Gij, mijn Jesus, de Koning van onsterflijke glorie woont thans in mijn hart. O Hemelen, staat verbaasd! Hij, die de hoogste van allen is, heeft zich met den geringste van allen vereenigd, de Schepper zijn arm schepsel bezocht! — Ach, mijn Heer en mijn God ! hoe gaarne zou ik U nu alle mogelijke eer bewijzen ! maar ik ben zoo arm en ellendig. Welke hulde zal ik U aanbieden, wat zal ik u geven ? Gij hebt alles; Hemel en aarde is het uwe;

ocr page 219

213

de Engelen dienen U, de elementen gehoorzamen U en verkondigen de heerlijkheid van uwen Naam. Ik heb niets dan woorden, om U mijne dankbaarheid en liefde, mijne aanbidding, hulde en vereering te bewijzen; niets dan een arm hart, om dit geheel aan uwe liefde, aan uwen dienst toe te wijden. O neem dat hart, bind en keten het geheel aan U vast, opdat het nooit meer van ü, het hoogste goed, verwijderd worde; neem het aan als een offer van dank voor alle genaden, die Gij mij bewezen hebt, en laat nimmer toe, dat er ooit eene andere liefde in wone, dan de liefde tot ü, mijn besten en zoeten Heer en Meester.

O, laat ik ü toch beminnen, beminnen met geheel mijne ziel, beminnen boven alles! Uwe liefde is het leven der ziel; zonder liefde blijf ik in den dood. Maar die liefde, die ware, heilige liefde komt slechts van ü, die de bron van alle liefde zijt. —

O, geef mij dus liefde, goede Jesus! verwond mijn hart met de pijlen uwer liefde, zooals Gij het hart uwer heilige dienares Teresia verwond hebt. Laat het verslindend vuur van uw van liefde vlammend Hart mijn hart ontsteken en het geheel in liefdegloed verteeren. Ja, lieve Jesus! ik bemin U, U alleen, in deze liefde wil ik leven

ocr page 220

214

en sterven. — Maar nog andere genaden heb ik noodig voor mijne arrne ziel. Gij zijt immers thans bij mij met al de schatten uwer genade, om mij in alles te verrijken. Gij kent mijne armoede, mijne behoefte, mijnen nood. Gij weet, hoe zwak ik ben, hoe vele goede voornemens ik reeds gemaakt, hoe vele plechtige beloften ik U dikwerf gedaan en helaas! zoo spoedig weêr verbroken heb. Meermalen was eene kleine bekoring, eene nietige aanleiding genoeg, om mij weêr ontrouw te maken.

O, almachtige God! geef mij dus kracht en sterkte om te overwinnen; help mij, om mijne oogen en mijne tong te beteugelen; sta mij brj, om toch niets toe te stemmen, wat ü mishaagt. Geef mij een goeden wil en kracht om dien te volbrengen.

O, mocht ik U altijd bij mij hebben, lieve Jesus! wat zou mijne ziel dan nog kunnen schaden? O blijf dus bij mij en verlaat mij niet. Help mij, om geen enkelen dag te verzuimen, uw heerlijk voorbeeld na te streven. Leer mij zachtmoedig en ootmoedig van harte zijn. Sta mij bij, om in alles te gehoorzamen, om de engelachtige deugd van zuiverheid nooit in 't geringste te kwetsen. Stort in mijn hart eene werkdadige liefde tot den even-mensch en bestier al mijne gedachten,

ocr page 221

215

woorden en werken zoodanig, dat zij slechts tot uwe eer en tot mijne zaligheid verstrekken. Amen.

LIEFDEZUCHTEN NA DE H. COMMUNIE van den H. Franciscus van Sales.

0 overmaat van liefde! Allerheiligste Hostie! ik aanbid U in mijn binnenste. Mijn Jesus ! één hart is te weinig, om U te beminnen, ééne tong niet voldoende, om uwe goedheid te loven. Wat ben ik, o mijn Verlosser ! U niet verschuldigd, dat Gij mij, arm schepsel, hebt willen bezoeken ? Tot dankbaarheid voor eene zoo groote weldaad offer ik mij geheel aan ü op.

Neen, ik leef voortaan niet voor mij zeiven ; Jesus alleen zal in mij leven. Hij is de mijne, ik ben de zijne in eeuwigheid. — O liefde, liefde, neen, geene zonden meer! Nimmer zal ik de goedheid en barmhartigheid van Jesus, mijn Verlosser en mijn gast, vergeten. Ja, mijn God ! ik geloof zonder eenigen twijfel, dat Gij met ziel en lichaam in mijn binnenste zijt. Met godheid en menschheid zijt Gij op dit oogenblik in mij en met mij op 't innigste vereenigd.

Mijn zoete Zaligmaker ! met een vertee-derd hart zeg ik ü dank voor deze groote

ocr page 222

216

weldaad. Wees daarvoor duizendmaal gezegend ; geef, mijn God, dat ik U dankbaar zij zooveel Gij het verdiend ; ten minste zooveel ik vermag. Mogen uwe allerheiligste Moeder en alle Engelen en Heiligen des Hemels ü voor mij danken, loven en prijzen ! Al den lof en dank, welke U ooit door alle schepselen bewezen zijn of nog bewezen zullen worden, draag ik ü voor mij op.

O mijn God ! Gij komt om ü met mij te vereenigen, om de verdiensten van uw lijden overvloedig op mij toe te passen en mij te heiligen. Bewerk dus in mij al hetgeen waarom gij komt! Alwijze, almachtige God! laat de vrucht van uwe komst voor mij niet verloren zijn. Vereenig ü met mij en mij met ü door eene onafscheidelijke vereeniging en eene volmaakte liefde, en maak, dat ik een geheel goddelijk leven leide.

0 mijn Jesus ! Gij weet, wat mij ontbreekt ; Gij kent mijne zwakheid; Gij weet, dat ik zonder ü tot niets in staat ben. Heb dan medelijden met mij; geef mij nederigheid, zuiverheid des harten, liefde en overeenstemming met uw heiligen wil, sterkte tegen de kwade gewoonte, vergiffenis mijner zonden en de genade om er niet meer te bedrijven ; geef mij eene vol-

ocr page 223

217

ledige verachting van alle goederen dezer wereld, opdat ik niets anders beminne dan U. Geef mij geduld, om uit liefde tot U alles te lijden, wat mij zal overkomen. Ik hoop alles van uwe goddelijke goedheid en liefde. 0 allerheiligste Maagd, mijne lieve Moeder! bid uwen Zoon, om de liefde, die Hij u toedraagt, dat Hij mij datgene geve, waarom ik Hem vraag.

O mijn God, mijn eenig goed! ik verheug nïij over uwe oneindige volmaaktheden, meer dan dat ze de mijne waren; en ik verheug mij, dat niets ter wereld ze U kan ontnemen of verminderen. Kom dan op dit gelukkig uur, lieve Jesus, die altijd volmaakt en oneindig zijt; mijne liefde en mijn God, kom, om mij geheel de uwe te maken.

O God mijner ziel, die boven alle schepselen verdient bemind te worden; ik verklaar, dat Gij het eenig voorwerp van mijne verlangens, van al mijne neigingen zijt, dat ik aan U de voorkeur geef boven alle goederen dezer wereld en boven mij zei ven. Tk wil ü getrouw zijn en nimmermeer van U gescheiden worden.

Ik verlaat mij geheel op U, ik berust geheel in uw goddelijk welbehagen, door met allen eerbied en liefde al wat Gij over mij zult willen besluiten volgaarne te omhelzen. En ik bid U, dat alles vervuld worde, wat

10

ocr page 224

218

Gij in tijd en eeuwigheid over mij beschikt hebt; maar ik hoop eenmaal uw goddelijk aanschijn en uwe oneindige schoonheid te aanschouwen. O God! trek mij tot U, opdat ik U beminne, opdat ik brande van liefde tot U, welke liefde ik wensch, dat mij geheel moge verteeren. Verberg mij geheel in U, opdat de schepselen mij voortaan niet meer vinden kunnen.

O eeuwige Vader! vervul uit liefde tot uwen Zoon mijn geheugen met heilige gedachten, die het noodzaken, om steeds aan ü en aan uwen Zoon te denken. Maak, dat ik altijd wete en doe, wat Gij van mij verlangt. En Gij, Heilige Geest! vervul mijn wil met heilige begeerten en neigingen, en laat die vruchten van genade en liefde voortbrengen.

Mijn God en mijr. Al! ik wil niets meer zoeken buiten U, omdat ik alles in U kan vinden. 0, beminnelijkste Vader! maak dat ik de grootste zorg hebbe voor uwe heilige dienst, zooals Gij die hebt voor mijne volmaaktheid. Ik wenschte, dat al mijne gedachten zich daarheen richtten, om verschillende wijzen uit te denken, om U te behagen, en mij zeiven voor zonde te bewaren, opdat ik ü toch nooit meer bedroeve.

O vleesch geworden Woord! maak, dat ik ü beminne en niets anders beminne dan U. Verwijder van mij alle gelegenheden, die

ocr page 225

219

mij van uwe liefde zouden kunnen scheiden. Neem mijn hart geheel in bezit, dat Gij door uw bloed hebt vrijgekocht; zie neer op mijne behoeften, verlicht en ontvlam mij en maak mij geheel bereid, om in alles uw heiligen wil te volbrengen.

Almachtige Jesus! neem alles van mij weg, wat in mij een beletsel zou kunnen zijn, om uwe almacht en goedheid in mij te doen werken. Ik wijd U geheel mijne vrijheid toe. Heb medelijden met mij wegens het misbruik, dat ik er van gemaakt heb, en genees mij van alle onzuiverheden en ongetrouwheden, en vervul mij weder met uwe genade en wijsheid. Ik verlaat mij geheel op U, o mijn Jesus! ik wil geheel de uwe zijn; ik wil met ijver arbeiden ter uwer verheerlijking en met geduld alle kwellingen lijden; geef dat ik mij alleen bezig houde met datgene, wat ü tot genoegen kan verstrekken.

Mijn God! geef dat ik ü zien moge door een levendig geloof, om U te leeren kennen en beminnen; dat ik uw wil zie en erkenne, om dien ten uitvoer te brengen; dat ik mij zeiven zie, om te erkennen, hoe mismaakt ik ben, om een afschuw van mij zeiven te krijgen en mij diep te vernederen, en dat ik eindelijk in de eeuwigheid uw heerlijk aanschijn moge aanschouwen, — Heer, ik heb, als de verloren zoon, mijn goed ver-

ocr page 226

220

kwist, maar uwe barmhartigheid heb ik gelukkig niet kunnen verspillen. Vergiffenis dus en genade, o mijn God! en geef, dat ik voortaan uw wil tot eenig richtsnoer van mijn leven neme, en niet mijne zinnen of het menschelijk opzicht. Schrijf in mijn hart de wet uwer liefde, opdat ik daarvan nimmermeer afwijke.

Neen, Heer ! geef mij nooit over aan de macht mijner vijanden, aan de kracht mijner ondeugden ; vergeet niet, dat ik het werk uwer handen ben ; laat niet toe, dat ik de prooi der duivelen worde. Ik ben een zondaar, ja, maar ik ben door uw goddelijk bloed vrijgekocht. Eeuwige Vader! beschouw het lijden van uwen Zoon, wiens verdiensten voor mij om genade en barmhartigheid roepen.

Die verdiensten offer ik ü op, en uit kracht daarvan bid ik U, onthecht mij aan al het aardsche, ontsteek in mij het vuur uwer goddelijke liefde, geef dat ik leve en sterve in volledige overgeving aan uw goddelijken wil met een levendig geloof, eene vaste hoop en eene volmaakte liefdé.

O mijn Jesus! geef, door de eeuwige liefde, die Gij mij steeds hebt toegedragen, dat ik U voortdurend en hartelijk beminne al den tijd, die mij op aarde nog te leven overblijft, opdat ik Ü eens eeuwig kunne

ocr page 227

221

beminnen in den Hemel. O God van liefde! maak dat ik alleen voor ü leve. Wanneer zal ik toch eens geheel aan U toebehooren, zooals Gij geheel de mijne zijt ? Wanneer zal ik mij zeiven eens geheel afsterven, om geheel voor uwe liefde te leven ? Ik kan mij niet geheel aan U geven, zooals ik het zou moeten doen ; neem mij daarom zelf, o mijn God, en maak dat ik geheel de uwe zij.

Mijn God ! ik wil het gezicht niet gebruiken, dan om ü en uwe heerlijke werken te aanschouwen en te bewonderen ; mijne tong niet, dan om van U te spreken, U te loven en te prijzen; mijn hart niet, dan om ü te beminnen ; mijn lichaam niet, dan om het ü ten offer op te dragen; mijn leven niet, dan om het U toe te wijden. O God van liefde! geef mij uwe liefde. Oneindige almacht! kom mijne zwakheid te hulp. Eeuwige wijsheid! verlicht de duisternis van mijnen geest. Onmetelijke goedheid, vergeef mij mijne boosheid. O altijd oude, en immer nieuwe schoonheid! te laat heb ik IJ gekend, te laat heb ik U bemind. Doe nu met mij wat ü behaagt, ik wil niets anders dan wat Gij wilt.

O heilige Maagd en teedere Moeder ! ik verheug mij met u, dat gij genade gevonden hebt bij God, dat gij het hart van uwen God gewonnen hebt; o, vereenig mij geheel mef

I

ocr page 228

222

tiwen Zoon, bid Hem voor mij en matik, dat Hij mij de genade geve, om datgene te volbrengen, wat Hij mij zal gelieven in te geven. Leer mij die deugden beoefenen, welke gij op aarde zoo heerlijk beoefend hebt; onthecht mij door uwe krachtige voorbede aan alles buiten G-od, opdat ik met al de krachten mijner ziel Hem aanhange, Hem diene. Hem liefhebbe in tijd en eeuwigheid. Amen.

TOEWIJDING AAN MARIA.

O allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria, mijne lieve Moeder en groote Koningin ! Zie hier voor uw troon een ondankbaar kind, dat gij altijd hebt liefgehad, ofschoon ik het niet verdiende, daar ik uw lieven Zoon menigmaal door vele en zware zonden beleedigd heb. Maar gij hebt voor mij gebeden, omdat gij mij bemindet; gij hebt mij in den staat van zonde niet laten sterven, maar bij uw lieven Zoon genade, barmhartigheid en vergiffenis voor mij verworven. Ach, Moeder ! zie dan met een oog van medelijden op uw arm en zwak kind neder. Tk kan u niets geven uwer waardig, maar al wat ik geven kan, dat schenk ik u van daag ; geheel mij zeiven, met al mijne vermogens en krachten, met al mijne neigingen en verlangens. Ik offer u mijn lichaam, door de H. Communie geheiligd, om

ocr page 229

223

.

u in kinderlijke liefde en trouw te dienen. Tk offer u mijne oogen, opdat zij niets dan u en uw goddelijken Zoon aanschouwen. Ik I offer u mijne ooren, opdat zij immer naar 1 Jesus' woorden luisteren. Ik offer u mijne tong, om steeds uw zoeten naam en dien van Jesus met liefde uit te spreken. Ik offer u mijne handen, opdat zij voortaan slechts werken van deugd en liefde verrichten. Ik oIter u mijne voeten, opdat zij immer den weg der gerechtigheid bewandelen. Ik offer u mijne ziel, mijne wenschen en verlangens, geheel mijzelven tot uwe heilige dienst; ik beloof u eeuwige liefde en trouw. En om deze mijne plechtige belofte te vervullen, geef ik umijn hart en smeek u het in het Hart van Jesus te verbergen en mij uwen zegen te schenken. Ik stel mij vandaag geheel onder uwe moederlijke bescherming. Onder die heilige hoede wil ik leven en sterven, en stervende wil ik nog uw zoeten naam, met dien van uw goddelijken Zoon en van uw heiligen Bruidegom ver-eenigd in kinderlijke liefde aanroepen: Leve Jesus! leve Maria! leve Joseph! •— Jesus! f Maria! Joseph! ik geef u mijn hart en mijne ziel, in tijd en eeuwigheid. Amen.

ocr page 230

VIERDE COMMUNIE-OEFENING.

OP DB FEESTEN DEK H. MAAGD MARIA.

GEBEDEN VÓÓR DE H. COMMUNIE.

1. Op hel feest van Maria's onbevlekte ontvangenis.

O mijne glorierijke Koningin en gezegende Moeder! hoezeer verheugt het mij, heden met de lofzangen der gansche Kerk te mogen instemmen, die aan het verheven geheim uwer onbevlekte ontvangenis gewijd zijn. Met de gansche H. Kerk geloof en belijd ik, dat gij van het eerste oogen-blik uwer ontvangeris, voor alle erfsmet gevrijwaard, geheel rein en zuiver, zonder de geringste zondesmet geweest zijt; dat de erfzonde uwe reinste ziel nooit in 't geringste bezoedeld heeft en gij aan de schuld van den zondigen Adam nooit het minste deel gehad, nooit een enkel oogen-blik onder Satans macht verzucht hebt. O verhevene Maagd en Koningin! hoe is het toch mogelijk, dat iemand, die u als de heiligste Moeder des Verlossers erkent, denken kan, dat de vlek der erfzonde ooit een enkel oogenblik aan uwe reine ziel

ocr page 231

225

zou hebben kunnen kleven'? Neen, uwe waardigheid als Moeder Gods laat die gedachte niet toe. — Jesus, de Zoon Gods, die uit u zijne menschelijke natuur aannemen, die van uw vleesch en uw bloed zijn vleesch en zijn bloed ontvangen zou, kon en mocht niet dulden, dat aan u ooit de geringste smet van zonde of schuld gekleefd had. Reiner, heiliger, onschuldiger, vlekke-loozer dan de Engelen voor den troon Gods moest gij, zijne hoog gezegende Moeder, wezen. In niet te malen schoonheid, in onuitsprekelijke zuiverheid, in stralenden glans der hoogste onschuld staat gij heden voor mijne oogen, o allerzaligste, allerreinste Maagd! en ik kan de vreugde niet uitdrukken, die thans mijn hart gevoelt, eene zoo geheel schoone, onbevlekte, smette-looze Moeder en Meesteres in den Hemel te bezitten en mij haar kind te mogen noemen. Maar hoezeer het mij ook verheugt, dat gij zoo rein en vlekkeloos zijt van den geringsten adem der zonde, wordt nochtans deze vreugde in mij gestoord dooide gedachte, dat ik, uw kind, van die vlek-kelooze reinheid zooverre verwijderd ben, dat ik op u, mijne allerzuiverste Moeder, zoo weinig gelijk. Toen uw goddelijke Zoon mensch werd en in uw schoot, onder uw hart rustte en van u zijn vleesch en bloed

10*

ocr page 232

226

aannam, toen vond Hij jjeene schaduw van zonde in u, toen vond Hij alles zoo schoon, zoo geregeld, zoo rein en schuldeloos, dat Hij van vreugde uitriep: (jij zijt geheel schoon, mijne vriendin, en er is geene vlek in n. Maar ach! hoe ziet het er met mij uit? Mij zal heden de onuitsprekelijke gunst en genade te beurt vallen, uw goddelijken Zoon in de H. Communie te ontvangen. Hij wil bij mij zijn intrek nemen en mij spijzen met zijn allerheiligst vleeseh en bloed. De Allerheiligste, voor wien de Engelen niet zonder vlekken zijn, wil mij heden bezoeken, en ik, helaas! nog zoo onrein, zoo vol smetten en gebreken, zoo beladamp;n met schuld, nog zoo bezoedeld ! . . . . O onbevlekte, reinste Moeder ! mag ik het wagen tot de H. ïafel van uw goddelijken Zoon te naderen? Om u te vereeren, liefdevolle Moeder, wenschte ik heden de H. Communie te ontvangen, om zoo goed mij slechts mogelijk is, het feest uwer onbevlekte Ontvangenis te vieren. O, wanneer ik zoo zuiver, zoo vlekkeloos was als gij, dan zou ik met vreugde, zonder vreeze tot de H. Tafel naderen ; maar nu . . . wat zal ik doen? Ik weet, wat ik doen zal; ik neem tot u, liefste en zuiverste Moeder, mijne toevlucht en bid u met al den gloed mijns harten, mijne voorspreekster te willen zijn

ocr page 233

227

bij uwen goddelijken Zoon. Van daag, nu Hij aan u de groote genade der onbevlekte ontvangenis bewezen heeft, nu Hij u door zijne oneindige verdiensten voor de erfsmet heeft gevrijwaard, van daag weigert Jesus, uw lieve Zoon, u geene enkele bede. Niets smart mij meer. dan dat ik ooit zoo ongelukkig geweest ben, dien goeden Jesus door mijne zonden te bedroeven; o smeek Hem dus, dat Hij mijne ziel van alle zondevlekken reinige, dat Hij alles uit mijne ziel wegneme, wat Hem mishaagt en mijn hart tot eene Hem waardige woonstede bereide. Het kost Hem immers slechts één woord, en mijne ziel zal gezuiverd worden. Eén druppeltje van zijn kostbaar bloed is voldoende om aller zondesmetten af te wasschen. — Maar uw goddelijke Zoon verlangt niet slechts een zuiver hart, maar ook een hart, dat Hem innig lief heeft en met schoone deugden versierd is. 0 Maria, Moeder der schoone liefde ! deel mij, door uwe machtige voorbede, van die liefde mede, waarvan uw heilig hart immer geheel ontstoken is. Ik verlang toch uw lieven Jesus boven alles te beminnen : o kom dus mijn verlangen te hulp en sta mij bij, om met de vurigste hartelijkheid tot de tafel des Heeren te naderen en met de teederste liefde zijn

ocr page 234

228

allerheiligst vleesch en bloed te nuttigen. Verkrijg voor mij die hemelsche deugden, welke mijne ziel bij de komst van haren goddelijken bruidegom moeten versieren; bid, dat ik aan alle vruchten eener waardige H. Communie deelachtig worde en daaruit kracht en sterkte putte, orn heilig te leven en zalig te sterven. Amen.

2. Op het feest van Maria-zuiverinj.

O allerheiligste Maagd en gezegende Moeder mijns Heeren ! ik zie u heden met de bereidwilligste gehoorzaamheid den tempel te Jerusalem binnentreden en daar de wet der zuivering in diepen ootmoed vervullen. Gij waart geheel zuiver en onschuldig, geheel onbevlekt onder allen van uw geslacht, en toch vertoondet gij u in den tempel voor den priester, om eene wet, die u niet kon verplichten, te volbrengen en u voor zuiver te laten verklaren. Alleen ootmoed en gehoorzaamheid kon u hiertoe aandrijven. Ach, mijne liefdevolle Moeder! mocht ik zoo onschuldig, zoo zuiver, maar ook zoo ootmoedig, zoo gehoorzaam zijn als gij ! Ik ben heden in den Tempel des Heeren verschenen, om uw goddelijken Zoon niet alleen te aanbidden en te vereeren, maar ook, om aan dien goddelijken maaltijd, dien

ocr page 235

229

Hij voor allen, welke naar Hem verlangen, bereid heeft, deel te nemen en mijne ziel met zijn vleescb en bloed te spijzen. Uw lieve Zoon zelf noodigt mij daartoe uit; maar ik weet, dat Hij slechts met de kleinen, met die waarlijk ootmoedig van harte zijn, gemeenschap wil hebben. Hij zelf zegt: zoo iemand klein is, dat hij tot Mij home. Maar hoezeer ontbreekt mij nog die schoone deugd van ootmoed, van kinderlijke eenvoudigheid en zelfvernedering. Nog altijd heerschen in mij hoogmoed en trotsch-heid, eerzucht, eigenliefde en eigenzinnigheid. Ik moest mij zei ven verachten, en veracht anderen; ik moest mij zeiven ver-oordeelen, en veroordeel anderen; ik moest mij zeiven ver achter anderen stellen, en wil voor anderen worden voorgetrokken. Ach, liefste Moeder en leermeesteresse dei-nederigheid ! leer mij toch die schoone deugd, welke aan uw goddelijken Zoon zoo welbehagelijk is. Toen op den dag van heden de grijze Simeon het goddelijk Kind uit uwe handen ontving, riep hij in geestverrukking uit, dat dit Kind een licht zou zijn tot verlichting der Heidenen. Zelf noemt zich Jesus het licht der wereld, dat alle menschen verlicht. O bid dan, goedertieren Maagd, dat Jesus mij verlichte, mij de oogen opene en mij mijne

ocr page 236

230

ellende, mijne zondigheid, mijne onreinheid duidelijk moge leeren inzien. Ja, bid Hein, dat Hij een straal van zijn hemelsch licht moge afzenden in mijn hart, opdat ik de fouten, gebreken en vlekken inzie, die mij nog aankleven; dat ik daardoor mij zeiven diep leere vernederen en verachten, en in het gevoel mijner armoede en ellende tot Hem nadere, die de bron van alle genade is. Gij, o vlekkelooze Maagd, hadt geene reiniging noodig, maar ik zooveel te meer. O bid dus, lieve Moeder, uw god-delijken Zoon, dat Hij ook, als weleer tot den melaatsche, tot mijne ziele zegge: Ik wil, word gereinigd! dan zal ook mijne ziel gezuiverd worden; want uwe bede slaat Hij niet af, u hoort en verhoort Hij immer, li, goedertieren Maagd en Moeder Maria! Amen.

3. Op het feest van Mar ia-boodschap.

O zalige dag, waarop de hemelsche Vader u, o glorierijke Maagd! tot Moeder van zijn eeniggeboren Zoon verheven heeft; waarop de H. Geest het onbegrijpelijke geheim der menschwording van Gods Zoon in u heeft voltrokken; waarop Jesus, de Zoon van den levenden God, in u het menschelijk vleesdi heeft aangenomen! —

ocr page 237

231

Welke hemelsche vreugde, welke onuitsprekelijke zaligheid moet uw hart, o wondervolle Moeder ! op die oogenblikken niet doorstroomd hebben, toen datgene geschiedde, wat u door den Aartsengel Gabriël werd aangekondigd, en gij van den H. Geest uw goddelijken Zoon hebt ontvangen. — Hoe groot was toch uw verlangen naar de komst des Verlossershoe vurig hebt gij Hem van den Hemel afgebeden, opdat Hij bet arme menschengeslacht uit de banden der zonde en des verderfs zou komen bevrijden! In uw diepen ootmoed dacht gij er niet aan, dat gij zelve die uitverkorene maagd zoudt wezen, uit wie de afgebeden Heiland moest geboren worden. En zie, de Heer heeft neergezien op u, nederige dienstmaagd des Heeren; zijn heilige En gel brengt u de groet des Allerhoogsten en kondigt u aan, dat gij die uitverkorene, die hooggezegende maagd zijt. Maar gij ontstelt, gij acht u zelve die hooge genade niet waardig. Eerst nadat de Engel U gerust gesteld en u verzekerd heeft, dat het geheim der menschwording van Gods Zoon zonder kwetsing uwer maagdelijkheid in u zal voltrokken worden, durft gij uw mond tot toestemming openen; mij ge-schiede naar uw woord! — U Maria, hooggezegende Moeder! hoe zal ik uwen die-

ocr page 238

232

pen ootmoed, uwe maagdelijke zedigheid en bescheidenheid, maar ook de hooge genade, die God u heeft bewezen, de hooge waardigheid, waartoe Hij u verheven heeft, naar waarde loven, prijzen en verheerlijken ? De Engel noemt u vol van genade; gij hebt genade gevonden hij God, zegt hij, en die genade vindt gij nog altijd bij Hem. O laat dan toe, dat ik uwe genadevolle voorbede voor mij afsmeeke. Zie, goede Moeder, ik wensch heden uw god-delijken Zoon, die uit u het vleesch heeft aangenomen, in mijn hart te ontvangen en mijne arme ziel met zijn allerheiligst vleesch en bloed te spijzigen. Zonder die spijze des Hemels kan mijne ziel niet leven. Maar ik ben, helaas, die onuitsprekelijke genade niet waardig. Zoo gij u niet waardig achttet, de Moeder te worden van den Zoon Gods, hoe zal ik dan waardig zijn, den Allerhoogste in mijn hart te ontvangen ? Met siddering en vreeze nader ik tot de H. Tafel des Heeren. Maar gij, lieve Moeder, hebt genade gevonden bij God. Verwerf mij dus door uwe machtige voorbede, dat God mij rei-nige, zuivere en heilige, opdat ik Hem in het Geheim zijner liefde niet geheel onwaardig ontvange. Deel mij iets mede van die schoone deugden, die gij in al

ocr page 239

233

hare volheid bezeten hebt, om daarmede mijne arme ziel te versieren. Deel mij iets mede van uw levendig geloof, uw kinderlijk en vast vertrouwen, uwe brandende liefde en uw vurig verlangen naar den Heiland der wereld; iets van uwen diepen ootmoed, uwe eerbiedige vreeze en innige godsvrucht, opdat uw goddelijke Zoon om uwentwille mij niet versmade, maar tot mij kome, mij met zijne overvloedige genade verrijke en mijne ziel met zijn allerheiligst vleesch en bloed spijze ten eeuwigen leven. Amen.

4. Op het feest van de ten Hemel opneming van Maria.

0 roemwaardige Maagd en verhevene Koningin! hoezeer moet gij u niet verheugd hebben, toen het oogenblik naderde, waarop gij voor eeuwig met uw teergeliefden Zoon zoudt vereenigd worden, om in eeuwige liefde de onuitsprekelijke zaligheid des Hemels met Hem te deelen. Hoe heerlijk, hoe zoet en lieflijk was uw dood, hoe glorievol en schitterend uw zegepralende intocht in den Hemel! 0 wie is in staat de heerlijkheid te beschrijven, waarmede de allerheiligste Drieëenheid u gekroond heeft, toen gij daar plaats naamt op dien

ocr page 240

234

troon van glorie, dien uw goddelijke Zoon voor n bereid had, en de Engelen en Heiligen u als hunne Koningin huldigden? O, duld, dat ik heden mede instemme in den jubel der geheele H. Kerk en u mijne hulde en vereering aanbiede. Wees geloofd, geprezen en verheerlijkt, hoogverhevene Vrouwe en Koninginne des Hemels, mijne Meesteresse en Moeder! Ik ben uw dienstknecht, (uwe dienstmaagd). Ik reken het mij tot eene groote eer, tot een groot geluk, u te mogen dienen; mij uw dienstknecht, (uwe dienstmaagd) te mogen noemen. Maar zie, ik ben arm, behoeftig en ellendig, genaderijke Vrouwe! Vandaag vooral, op het feest uwer plechtige opneming ten Hemel, voel ik dubbel mijne armoede en ellende. Zie, mij zal heden de onbegrijpelijke hooge genade te beurt vallen, uw goddelijken Zoon in de H. Communie te ontvangen; ik zal mij met Hem, met wien gij heden voor eeuwig vereenigd werdt, in het Geheim zijner liefde mogen vereenigen; maar mijne machtige Koningin en lieve Moeder! hoezeer ben ik die hooge genade nog onwaardig; hoe durf ik het wagen, den Allerhoogsten Koning van Hemel en aarde in mijn ellendig, gebrekkig en onrein hart te ontvangen? Ach! ik vertrouw op uwe machtige voorbede; uw

ocr page 241

235

proddelijke Zoon verhoort heden zonder twijfel al uwe beden. Daarom bid ik u met een heiligen aandrang, o Koningin des Hemels, gelieve uw allerliefsten Zoon voor mij te bidden, dat Hij om uwentwille mijn hart zuivere, heilige en door het vuur zijner goddelijke liefde ontsteke, en daaruit alles wegneme, wat Hem nog mishaagt. Tot uwe eer, allerschoonste en machtige Vrouwe, wensch ik heden deze H. Communie met de heiligste gesteltenis te ontvangen. O bereid dus mijne ziel, versier haar met die deugden, die u zoo welgevallig maakten aan God ; bewaar mij voor alle verstrooiing en lauwheid en help mij, dat ik met een brandend verlangen, met eene vurige liefde en met diepen ootmoed nadere tot de H. Tafel des Heeren en mij op de innigste wijze vereenige met Hem, bij wien gij thans voor eeuwig troont in den Hemel. Amen,

5. Op het feest vmi Maria's geboorte.

O allerheiligste en verhevene Maagd! uwe heilige geboorte heeft der gansche wereld den zoetsten troost, de grootste vreugde aangebracht. Want evenals het morgenrood de komst der zon, den helderen dag aankondigt, zoo beeft uwe geboorte aan de in de duisternis van zonde

ocr page 242

236

en ongeloof liggende menschheid de naderende komst van de Zon der gerechtigheid, den Verlosser der wereld aangekondigd. Bij uwe heilige geboorte, o allerzoetste Maagd! hebben de Engelen des Hemels gejuicht, die in u reeds bij voorbaat hunne glorievolle Koningin begroetten. Naar uwe geboorte hebben de mensehen vurig verlangd, want zij zouden in u eene lieve Moeder en machtige Voorspreekster bezitten. Bij uwe geboorte heeft de hel gesidderd, want door u zou hare macht verbroken, door uw goddelijken Zoon zou satan verwonnen en de wereld aan zijne slavernij ontrukt worden. Met recht noemt u daarom de H. Kerk: oorzaak onzer hlijd-schap; want nu kan ieder, die op u vertrouwt, die tot u zijne toevlucht neemt, en volhardend uwe voorbede inroept, troost in lijden, bescherming in gevaar, redding in nood, verlossing uit de zondebanden, en de eeuwige vreugde des Hemels verwerven. Daarom, lieve Moeder, gevoel ik mij heden ook zoo verheugd en gelukkig en meen ik mijne vreugde en dankbaarheid aan God voor uwe genaderijke geboorte niet beter te kunnen toonen, dan door mij in de H. Communie op de innigste wijze met uw goddelijken Zoon te vereenigen. Maar, liefderijke Moeder, ik voel

ocr page 243

237

mij zeiven die hooge genade zoo geheel onwaardig; mijne ziel verlangt wel naar die spijze des Hemels, ja, uw lieve Jesus noodigt mij zelf uit; maar hoe zal ik, nog altijd zoo vol van gebreken en fouten, voor zijn goddelijk aanschijn durven naderen ? hoe zal ik, die in mij zeiven niets dan onreinheid vind, den Allerheiligste in mijn hart durven ontvangen? Ach, lieve Moeder! kom mij te hulp, help mij in mijnen nood en mijne ellende en bid uw goddelijken Zoon, dat Hij barmhartig neerzie op mijne onwaardigheid, en diegenen, die het meest belast en beladen zijn, gelieve te verkwikken, te troosten, te bemoedigen en te versterken. Slechts in vertrouwen op uwe machtige voorspraak zal ik dus tot de H. Tafel des Heeren naderen. Sta mij dan bij en verkrijg voor mij, dat ik met vurige liefde en innige godsvrucht dit aanbiddelijk Sacrament ont-vange en deelachtig worde aan alle genaden, welke Jesus, uw geliefde Zoon, aan diegenen beloofd heeft, die met vertrouwen en liefde tot hem naderen en zich door de H. Communie met Hem vereenigen. Amen.

Na een van deze gebeden verwekte men de volgende oefeningen van geloof, ootmoed, berouw, liefde en verlangen.

geloof. 0, ziedaar dan dien goddelijken Verlosser, die voor mij nog altijd brandt

ocr page 244

238

van hetzelfde liefdevuur, waarvan Hij eenmaal op liet kruis ontstoken was; voor mij daalde Hij van den Hemel op aarde af; voor mij verbergt Hij zich nog altijd onder de uitwendige teekenen van het H. Sacrament. Hij heeft op dit oogenblik, waarop ik mij voorbereid, om Hem in mijn hart te ontvangen, zijne goddelijke blikken op mij gevestigd, en slaat nauwkeurig gade, wat ik bemin, wat ik verlang, welk offer ik Hem zal aanbieden. O mijne ziel! bereid u dus, om dien grooten, edelmoedige/i God waardig te ontvangen, en zeg Hem met gevoelens van het levendigst geloof: o mijn Welbeminde! van daag nog, binnen weinige oogenblikken wilt Gij tot mij komen! O verborgen God, door zoovele menschen zoo schandelijk miskend, ik geloof, dat Gij hier wezenlijk tegenwoordig zijt, ik aanbid U als mijn Heer en mijn God, en voor de verdediging van deze waarheid zou ik al mijn bloed willen vergieten. Vermeerder mijn geloof, dierbare Verlosser, en geef dat ik tot mijn laatsten snik daarin volharde.

ootmoed. — O mijn God! ik zal naderen tot uwe H. Tafel. Is het mogelijk, dat Gij opperste Majesteit, de heiligheid zelve, wel wilt binnen gaan in eene zoo ondankbare ziel ? Ter oorzake van mijne onwaardigheid, moest ik, o Jesus! mij veeleer

ocr page 245

239

van U verwijderen; maar tot wien zal ik gaan, zoo ik mij van U, die mijn leven zijt, verwijder, en wat zal dan mijn lot in de toekomst zijn? Neen, neen! ik wil, ik mag mij van U niet verwijderen; integendeel, in weerwil van mijne onwaardigheid wil ik mij des te nauwer aan U aansluiten, wijl Gij er roem in stelt, om mij uit mijne geringheid en nietigheid op te heffen en alles wat aan mij ontbreekt, aan te vullen. Ik kom dan tot U, o mijn Jesus! geheel beschaamd en vernederd over mijne gebreken, maar vol van vertrouwen op uwe oneindige barmhartigheid. Ik weet en ik beken, dat ik de onuitsprekelijke genade, die Gij mij bereidt, niet verdien: maar Gij zult, hoop ik, medelijden hebben met eene ziel, die hare ellende kent en er over zucht.

berouw. — 0 mijn God! wat smart het mij, wat doet het mij innig leed, dat ik ü niet altijd bemind, dat ik U daarenboven door mijne zonden zoo dikwerf zelfs vergramd heb I Zou ik zonder bitterheid des harten mij zoovele ondankbaarheden kunnen herinneren? 0 neen. Heer! en daarom, wijl ze mij heden levend voor den geest staan en ik ze uit geheel mijn hart verfoei, daarom zou ik duizend levens willen geven, om ze uit te wisschen en te herstellen. Daar Gij toch het Lam Gods zijt, dal, de zouden der

ocr page 246

240

wereld wegneemt, o delg dus al de mijnen uit en maak dat ik ze verfoei en betreur, tot mijnen laatsten levenssnik. Engelen des Hemels, die onzichtbaar dit Altaar omgeeft en die weet, welke gevoelens van berouw en liefde diegenen bezielen moeten, die bet H. Tabernakel naderen; verwerft voor mij de genade, waarmede weleer de profeet Isaïas begunstigd werd: reinigt en zuivert door eene vurige kool mijne lippen, die weldra Dengene, dien gij slechts bevende aanschouwt, moeten aanraken, en maakt, dat ik ook gloeien moge van een vuur zoo levendig en brandend als datgene, waarvan gij immer ontstoken zijt.

liefde. — O mijn beminnelijke Verlosser! wat kondet Gij meer doen, om door mij bemind te worden? Was het niet genoeg, dat Gij mij, in weerwil van mijne onverschilligheid en ondankbaarheid, voortdurend met uwe genadegaven begunstigdet! Moet Gij de overmaat uwer liefde nog zoo ver drijven, dat Gij mij heden aan uw hemelsch gastmaal toelaat, om mij met uw goddelijk vleesch en bloed te voeden? O onmetelijke, onbegrijpelijke liefde! Ja, ik zou de ondankbaarste der schepselen zijn, en al uw toorn verdienen, zoo ik ü na zoovele en zoo treffende bewijzen uwer goedheid niet beminde. Ja, Heer! ik bemin ü, ik

ocr page 247

241

berain U uit geheel mijn hart, ik bemin U boven alles, ik wil U voortaan beminnen tot aan mijnen dood ; niets dunkt mij, zal mij voortaan van uwe liefde kunnen scheiden, want zonder U te beminnen zou ik thans niet meer kunnen leven.

verlangen. — 0, het gelukkig oogen-blik, waarop Gij mij tot uwe H. Tafel roept, is gekomen, God mijner ziel en mijn grootste weldoener! Kom dan, goede Meester, aanbiddelijke Zaligmaker! Kom in mijne ziel, die naar U haakt en verlangt, als een dorstig hert naar de frissche waterbron. Kom, o mijn Jesus ! en stel mijn geluk niet langer uit. Ik zou U met al dat liefdevuur willen ontvangen, dat de heiligste en vurigste zielen aan den voet uwer Altaren verteert; maar zoo ik al die gevoelens, die U zoo aangenaam zijn, niet heb. Gij weet ten minste, hoe gaarne ik ze zou willen hebben. 0 mijn God ! laten mijne onvolmaaktheden U dan niet weerhouden ; ik verlang naar ü, ik ben ongeduldig om U te ontvangen, ik haak naar uwe komst! o kom toch, Jesus ! lieve Jesus ! kom toch en toef niet langer. Amen.

11

ocr page 248

GEBEDEN NA DE H. COMMUNIE.

O Jesus, eeniggeboren Zoon des Aller-hoogsten, Koning der Koningen ! hoe hebt Gij TJ toch 7,00 diep kunnen vernederen, oin bij een arm schepsel als ik ben, uw intrek te nemen en mijn Gast en spijze tevens ' te worden. Groot was het wonder uwer liefde, toen Gij van den Hemel nederdaal-det en in het heiligste en zuiverste hart uwer gezegende moeder van haar vleesch en bloed uw allerheiligst lichaam gevormd hebt. Toen hebt gij in Maria de onbevlekte Maagd, de schoonste en reinste ziel, het vlekkelooste met alle deugden versierde hart gevonden. Met gloeiende liefde, met heilige geestvervoering, met onbeschrijflij-ken ootmoed en eerbied heeft Maria ü 023gen0men en zich geheel aan U toegewijd; — maar nu komt Gij in de H. Communie tot mij met godheid en menschheid, met-ziel en lichaam ; en wat vindt Gij in mij, o hemelsche Gast, en Koning van glorie ? Ach! niets dan eene arme van deugden ontbloote ziel, een hart tot het kwade geneigd, lauw en koud, zonder liefde, onrein en nog te gehecht aan de wereld. Helaas !

ocr page 249

243

Gij vindt daarin niets, wat U zou kunnen behagen. — En toch weigert Gij niet, dit hart te bezoeken, die arme ziel door uwe zoete tegenwoordigheid gelukkig te maken en haar uwe genade mede te deelen. — In diepen ootmoed, lieve Jesus, werp ik mij voor ü neder; ik aanbid U, ik loof en prijs U met alle Engelen en Heiligen. O! zoo gaarne zou ik U het een of ander geschenk ten teeken mijner innigste liefde en van mijn diepsten eerbied aanbieden; maar Gij weet, goede Jesus! dat ik niets heb, wat ü niet reeds toebehoort. 0 laat dan uwe allerheiligste Moeder, die ook mijne goede Moeder is, voor mij goed maken, wat ik niet vermag. Ik offer ü al hare liefde op, die zij ü toedroeg, toen Gij onder haar hart of op hare armen rusttet en zij ü als klein kind voedde en verpleegde. Ik offer U alle aanbidding en dankzegging van haar liefderijk hart op, hare zorgen en bekommeringen om uwentwege, hare trouw, waarmede zij U diende, hare goede werken, die zij in overvloed beoefende, haar lijden, dat zij onder uw kruis doorstond, hare overgeving aan uw heiligen wil en de liefde, waarmede zij U thans eeuwig in den Hemel geniet. Ik offer ü al hare verdiensten op, die zij zich hier op aarde verworven heeft, en al hare beden, al hare tranen, al haar

ocr page 250

244

vurig verzuchten voor het heil der men-schen en ook voor mij, armen zondaar.

O goedertieren Jesus, die thans in mijn arm hart verblijft en geneigd zijt, om mijne smeekingen te verhooren en mij uwe genade mede te deelen; zie, ik bid U niet om aardsch goed, niet om rijkdom of eer, niet om gezondheid of een lang leven, neen, maar hartelijk smeek ik ü, geef mij eene zoo gloeiende liefde, als die, welke Maria's hart verteerde; geef mij de genade, dat ik zoo ootmoedig, zoo zachtmoedig, zoo geduldig, zoo gehoorzaam, zoo rein en vlekkeloos voor U wandele als zij: geef mij dat ik, als zij, in onverbreekbare trouw U aanhange, en verleen mij zulk een ijver voor uwe eer en voor alles wat ü behaagt, als het hart uwer gezegende Moeder immer jegens ü koesterde. Trek mijn hart, lieve Jesus! tot ü, stort mij een vurig verlangen in naar de hemelsche goederen en help mij, opdat ik, evenals Maria, de ijdelheid der wereld inzie en verachte. — Maar bijzonder bid ik U, lieve Jesus! geef mij een onverwinlijken afschuw van elke zonde; versterk mij, om mijne booze neigingen te overwinnen; help mij, om in de bekoringen niet te bezwijken en sta mij bij, om die schoone deugden te beoefenen, die in uwe heilige Moeder uit-

ocr page 251

245

schitterden. — Ach ! mijn Jesus, U wil ik toebehooren, U alleen, geheel en al, o verlaat mij dan niet, vóór dat Gij het offer mijns harten aangenomen en gezegend en mijne smeekingen verhoord hebt.

O lieve Moeder Maria! wegens mijne herhaalde ontrouw vrees ik nog altijd, dat mijne beden niet zullen verhoord worden ; maar gij vindt altijd verhooring ; onmogelijk kan uw geliefde Zoon u eene bede weigeren. O, bid Hem dan, beste Moeder, voor uw kind, om de genaden, die ik zooeven reeds gevraagd heb en om alles, wat gij weet, dat tot mijn heil en tot eer van uwen goddelijken Zoon verstrekt. Mijn nood is u bekend, vol vertrouwen leg ik al mijne verlangens in uwe handen, terwijl ik vastelijk hoop alles door u te zullen verkrijgen. Amen.

ANDERE OEFENINGEN NA DB H. COMMUNIE.

dankzegging. — Ik heb dan eindelijk het geluk, o God mijner ziel, U in mijn binnenste te bezitten ! Wat zal ik U, lieve Jesus! voor eene zoo onschatbare gunst wedergeven ? Helaas! wat kan ik, zwak en onvermogend schepsel, voor U doen, dan U zegenen, ü bedanken, uwe goedheden verkondigen en uwe barmhartigheden lof/.ingen ? Zegen dus, o mijne ziel, den

ocr page 252

246

Heer, en dat alles, wat in mij is, zijn heiligen Naam prijze! Zegent Hem, zalige Geesten des Hemels, dat bet gansche heelal vveergalme van zijn lof; ja, liever sterf ik, dan ooit eene zoo groote weldaad te vergeten !

LiBrDB. — Hoe zou het mogelijk zijn, dat ik een God zoo vol goedheid niet beminde, die mij eene zoo teedere, vurige en edelmoedige liefde komt bewijzen ? Ja, God van goedheid. God van barmhartigheid ! ik bemin ü, ik bemin U uit geheel mijn hart, uit al de krachten mijner ziel, uit al het vermogen van geheel mijn wezen. Ach! waarom heb ik geen duizend en nogmaals duizend harten brandende van het volmaaktste liefdevuur, om ü volgens al de uitgestrektheid mijner begeerten te kunnen beminnen !

OVERGEVING EN TOEWIJDING. - O mijn

teedere Vader ! Gij hebt u geheel aan mij gegeven; ik geef mij ook geheel aan ü ; ik wijd ü mijn lichaam, mijne ziel, al mijne krachten en vermogens, mijn leven, mijne gedachten, mijne begeerten, alles wat ik heb en wat ik ben geheel en al toe, om het uitsluitend voor uwe glorie te gebruiken. Beschik daarover volgens uw goddelijk welbehagen; Gij zijt er volstrekt Heer en Meester van; ik stel mij geheel

ocr page 253

247

in uwe handen, ik geef mij geheel aan U over. Bewerk in mij wat Gij goedvindt! breng in mij uwe heilige raadsbesluiten ten uitvoer, en volg in alles met mij uw aanbiddelijken wil.

Bede. — 0 mijn goddelijke Verlosser! wat kunt Gij mij weigeren, na U zeiven geheel aan mij te hebben weggeschonken? Zeker niets van alles, wat tot uwe glorie en mijne zaligheid kan bijdragen. Met een grenzenloos vertrouwen smeek ik U dus om de genade van U lief te hebben en in uwe liefde te volharden ten einde toe. Maar wijl ik in deze zoo gelukkige en troostvolle oogenblikken niemand wil vergeten, vraag ik U ook met het grootste vertrouwen de bekeering der ongelukkige zondaren, en in het bijzonder alle tijdelijke en geestelijke weldaden voor mijne ouders, bloedverwanten en vrienden, de volharding voor de rechtvaardigen, de verlossing der zielen in het Vagevuur en de verheffing van onze Moeder, de H. Kerk. Al deze genaden vraag ik U door- de kracht van het kostbaar bloed, dat Gij voor alle menschen vergoten hebt, en waarmede Gij heden mijne ziel hebt willen voeden. Ik vraag het U door al uwe verdiensten en die van uwe heilige Moeder en van alle Heiligen, door de liefde, welke Gij uw hemel-schen Vader toedraagt en die Gij ook voor

ocr page 254

248

mij koestert. Ja, ik hoop zelfs, dat Gij mij nog meer zult geven, dan ik U vraag, wijl ik weet, dat Gij oneindig goed zijt en dat Gij al onze behoeften veel beter kent, dan ik ze zelf kan kennen. Daarom vertrouw ik, lieve Jesus! van uwe goedheid en barm hartigheid, dat Gij ons waarachtig gelukkig zult maken voor tijd en eeuwigheid. Amen.

LIEFDEVERZUOHTINGEN NA DB H. COMMUNIE.

Van den H. Franciscus van Sales.

0 mijn Jesus! daar Gij nu tot mij zijt gekomen, Gij, die het waarachtige leven zijt, geef nu ook, dat ik der wereld afsterve, om alleen voor ü te leven. Verteer, o mijn Verlosser, door de vlammen uwer liefde, alles wat U in mij nog mishaagt, en geef mij een vurig verlangen, om U in alles te behagen.

Geef mij eene ware nederigheid; leer mij de verachting en versmading van mij zeiven beminnen, en neem van mij elke zucht weg, om iets te willen schijnen. Geef mij den geest van versterving, opdat ik mij alles ontzegge, wat tot uwe eer niet kan strekken en alles gaarne aanneme, wat aan de eigenliefde en de zinnen misvalt.

Geef mij eene volmaakte overgeving aan uw heiligen wil, door de pijnen en zwakhe-

ocr page 255

249

den, het verlies van goederen of bloedverwanten, mistroostigheden, vervolging en alles gelaten en tevreden aan te nemen, wat mij uit uwe handen zal overkomen. Ik offer mij zeiven geheel en al aan U op, opdat Gij naar uw welbehagen over mij moogt beschikken. Verleen mij de genade, om dat volledig offer van mij zeiven altijd te vernieuwen, vooral op het oogenblik van mijnen dood; geef, dat ik ü alsdan mijn leven met al mijne neigingen opoffere, in vereeniging met het offer van uw leven, dat Gij voor mij den hemelschen Vader hebt opgedragen. 0 mijn Jesus! verlicht mij, opdat ik uwe goedheid leere kennen en de verplichting, die ik heb, om ü lief te hebben, vooral wegens de onbegrijpelijke liefde, die Gij mij bewezen hebt, door voor mij te sterven en ü zeiven in het allerheiligst Sacrament tot spijze mijner ziel achter te laten.

O verlicht ook, bid ik U, die groote menigte van ongeloovigen, die U niet kennen, van afgedwaalden, die buiten de H. Kerk, en van zondaren, die van uwe genade beroofd voortleven. Ook beveel ik u al de zielen in het Vagevuur, voornunielij k N. N. Verlicht de pijnen, die zij lijden en verkort den tijd harer ballingschap, waarin zij verstoken zijn van uwe

11*

ocr page 256

250

volzalige aanschouwing. Doe dit, lieve Jesus, door uwe verdiensten en die der allerheiligste Maagd Maria, en van alle andere Heiligen.

O mijn God! ontsteek mij geheel van uwe heilige liefde, opdat ik niet anders zoeke, dan ü te behagen, en verwijder uit mijn hart alles, wat U niet aangenaam is. Geef dat ik altijd met een oprecht hart moge zeggen: mijn God! mijn God! ik wil U alleen en niets meer. O Jesus I geef mij eene groote liefde voor uw heilig lijden; opdat uwe smarten en uw dood mij zonder ophouden voor oogen zweven, om de liefde tot ü in mijn hart te ontsteken en mij tot dankbaarheid voor zooveel liefde op te wekken. Geef mij daarenboven eene groote liefde voor het allerheiligste Sacrament des Altaars, waarin Gij uwe groote liefde jegens ons ten toon spreidt. Gelieve mij verder eene teedere godsvrucht jegens uwe allerheiligste Moeder in te storten; geef mij de genade, dat ik haar altijd beminne en diene, altijd mijne toevlucht neme tot hare machtige voorspraak en ook anderen aan-spore haar te vereeren en te beminnen. Geef aan mij en allen steeds een groot vertrouwen in de verdiensten van uw lijden en in de voorbede van uwe lieve Moeder.

Eindelijk smeek ik U, dat Gij mij een

ocr page 257

251

zaligen dood gelievet te veiieenen, dat ik ü dan met eene groote liefde in de H. Teerspijze moge ontvangen, opdat ik in uwe armen gekneld, brandende van heilig liefdevuur en met een groot verlangen, om ü te zien, uit dit leven scheide, om uwe voeten te omhelzen, wanneer ik het eerst het geluk zal hebben van U te aanschouwen. O mijn Koning ! kom en heersch Gij alleen in mijne ziel; neem geheel bezit van haar, opdat zij niets anders diene en gehoorzame dan uwe liefde.

O Lam Gods, dat op het kruis geslacht zijt; vergeet niet, dat ik eene dier zielen ben, die Gij met zooveel kommer en zoo hevige smarten hebt vrijgekocht. Gij hebt ü geheel aan mij gegeven ; geef, dat ik ü nimmer verlies, dat ik geheel aan ü zij en geen ander verlangen hebbe, dan ü te behagen. Ik bemin U, oneindig goed, om U genoegen te geven ; ik bemin ü, omdat Gij het verdient. Mijne grootste straf is te zien, dat ik zoo langen tijd in de wereld geweest ben, zonder U te beminnen.

O mijn lieve Verlosser! maak mij aan de smarten deelachtig, die Gij om mijne zonden in het hofje van Gethsemane geleden hebt. Ach, mijn Jesus ! ware ik dan maar vroeger gestorven, of hadde ik ü ten minste nooit beleedigd! O liefde van Jesus!

ocr page 258

252

Gij zijt mijne liefde en mijne hoop, mijn vertrouwen. Ik wil veel liever mijn leven, j;i duizend levens verliezen, dan uwe genade.

Mijn God ! was ik gestorven, toen ik in zonde leefde, dan zou ik U niet meer kunnen beminnen. Ik bedank U, dat Gij mij nog tijd geeft en mij roept om U lief te hebben. En nu ik kan, wil ik U ook beminnen uit geheel mijne ziel. Daarom hebt Gij zoolang geduld met mij gehad, opdat ik ü nog zou beminnen. Ja, mijn God, ik wil ü beminnen. Ach ! om het bloed, dat Gij voor mij vergoten hebt, bid ik U, duld niet, dat ik U nog ooit weêr verrade. Op U, o Heer! heb ik gehoopt en in eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden. Wat wereld! Wat rijkdommen! Wat goederen! Wat eer! Neen, God, God alleen wil ik. Mijn God! Gij alleen zijt mij genoeg; Gij, die het oneindige goed zijt.

O mijn Jesus ! bind mij geheel aan uwe liefde en trek al mijne neigingen tot U, opdat ik niets anders dan ü beminne. Maak dat ik geheel aan U toebehoore voor dat ik sterf.

Ach, mijn God ! Zoolang ik leef, ben ik in gevaar van U te verliezen. Ach ! wanneer zal het oogenblik aanbreken, waarop ik tot U zal kunnen zeggen : mijn Jesus! ik kan ü niet meer verliezen.

su: lliti lie \e' au

m ei vlt;

u

z d

b e r

£

(

(

ocr page 259

253

O eeuwige Vader! om de liefde van Jesus bid ik U, verstoot mij niet, neem mij aan, opdat ik U liefhebbe, geef mij uwe liefde. Ik wil U veel beminnen in dit leven, om U ook veel te beminnen in het andere.

O oneindig goed! ik bemin ü, maar leer mij bet groote goed, dat ik bemin, kennen, en geef mij zulk _een liefde als Grj van mij vordert. Maak dat ik alles overwinne, om U genoegen te geven.

O Maria! gij die zoo vurig verlangt uw Zoon bemind te zien, zie hier de gunst, die ik van u vraag: maak, dat ik Hem beminne, zoo lang mij nog leven overblijft en ik verlang niets meer. O Koningin, mijne Moeder, ik hoop op u, gij verkrijgt alles, wat gij van God vraagt, gij bidt voor allen, die u genegen zijn; bid Hem dan ook voor mij, nu en in het uur van mijnen dood. Amen.

GEBED IGÏ DB ONBEVLEKTE MAAGD MARIA NA DE H. COMMUNIE.

O mijne goedertierene Moeder Maria! uw goddelijke Zoon heeft zich heden zoo oneindig goedgunstig vernederd en mij met zijne zoete tegenwoordigheid bezocht. Hij, de Hemelsche Gast, is tot mij gekomen, om mij zeer vele en groote genaden mede

ocr page 260

254

te deelen. Ik heb Hem ook om vele en velerhande genaden gebeden; maar, ofschoon Hij zelf gezegd heeft: die bidt, zal verkrijgen, vrees ik nochtans wegens mijne onwaardigheid geene verhooring te ZAïllen vinden, want ik ben een arme zondaar, ik heb reeds zooveel kwaad gedaan, mijn hart en mijne tong meermalen bezoedeld. Maar gij zijt mijne Moeder, u kan Hij niets weigeren. Gij verlangt zoo vurig naar ons geluk en hebt innig medelijden met onze ellende. Daarom wend ik mij vertrouwvol tot u en smeek u, gelieve uw allerliefsten Zoon voor mij te bidden, dat Hij mij voor alles eene innige, vurige liefde tot Hem in het hart storte. Gij heet de moeder der schoone liefde. Wil die schoone, zuivere, heilige liefde voor mij afsmeeken. Gij heet de moeder der vreeze Die heilige vrees voor de zonde, voor elke beleediging het hoogste Goed aangedaan, o, vraag die voor mij van uw lieven Jesus. Men noemt u ook machtige Maagd. Smeek dus voor mij kracht en sterkte af, om in de bekoringen niet te bezwijken en over al mijne verkeerde neigingen te zegevieren. Ook spiegel der gerechtigheid heet men u. Alle deugden van uw goddelijken Zoon spiegelden zich in u met den heldersten glans af. Smeek dus voor mij de genade af, dat ik die schoone deugden van uwen Jesus, vooral

ocr page 261

255

zijn ootmoed, zachtmoedigheid gehoorzaamheid, geduld en medelijdende liefde jegens alle menschen met ijver navolge. O lieve Moeder ! gij weet, hoezeer ik verlang Hem te dienen en te beminnen. Help mij dus, om Hem getrouw te blijven tot aan mijn dood, opdat ik mij eens in die zaligheid, welke gij thans reeds bij Hem geniet, eeuwig moge verheugen. Amen.

GEBED TOT HET HART VAN MARIA.

O Hart van Maria, Moeder van God en onze Moeder, minnelijkst Hart, voorwerp van het welbehagen der aanbiddelijke Drieeenheid, waardig van de Engelen en menschen geëerd en bemind te worden ! Hart het meest gelijkvormig aan dat van Jesus, waarvan gij het volmaaktste afbeeldsel zijt i

Hart vol goedheid en zoo medelijdend met onze ellenden: gewaardig u onze koude harten te verwarmen; bewerk, dat zij alleen met het Hart van hun goddelijken Zaligmaker zich bezighouden: stort daarin de liefde uwer deugden, ontsteek ze door dat zalig vuur, waardoor het uwe onophoudelijk gebrand heeft. Waak over de H. Kerk, verdedig haar, wees hare toevlucht en bescherming tegen alle aanvallen harer vijanden. Wees onze weg, om tot Jesus te gaan,

ocr page 262

256

als de bronader, waardoor wij al de genaden, die ter zaligheid noodig zijn, moeten ontvangen. Wees onze bijstand in onze noodwendigheden, onze steun in onze kwellingen, onze sterkte in de bekoringen, onze toevlucht in de vervolgingen, onze hulp in al de gevaren, maar bijzonder in den laat-sten strijd onzes levens, het uur des doods, als de gansche hel, als ontketend, onze zielen zal trachten te rooven, dat vreese-lijk oogenblik, waarvan onze eeuwigheid afhangt! Ach! laat ons dan, o medelijdende Maagd, de goedheid van uw moederlijk hart en de kracht van uw vermogen op het Hart van Jesus gewaar worden, met ons in de bron van barmhartigheid eene heilige reddingsplaats te openen, opdat wij tot Hem mogen komen en Hem met u in den Hemel zegenen in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Gekend, geloofd, bemind, geëerd en verheerlijkt zij altijd en overal het goddelijk Hart van Jesus en het onbevlekt Hart van Maria. Amen.

Pi us VII heeft bij rescript van 18 Aug. 1807 en 1 Febr. 1816 verleend 100 dagen aflaat eenmaal daags aan hen, die dit gebed godvruchtig zullen bidden; toepasselyk aan de geloovige zielen in het Vagevuur.

ocr page 263

VIJFDE COMMUNIE-OEFENING

UM F.ENE BIJZONHEEE GUNST VAK GOD TE VERKRIJGKN.

GEBEDEN VOOR DE H. COMMUNIE.

O milddadige Heer en Verlosser Jesus Christus! Gij noodigt alle ellendigen, alle door kruis en lijden, door kwelling en bekoringen bezochten zoo liefdevol uit, om tot U te komen, dat ik uwe liefde en goedheid werkelijk zou beleedigen, zoo ik aan uwe zoo liefdevolle uitnoodiging geen gehoor gaf. — En al riept Gij mij ook niet, zou ik immers toch tot Ü moeten komen; want er is ons geen andere naam gegeven, waarin wij kunnen zalig worden dan de uwe; er is immers in den Hemel en op aarde niemand, die ons beter helpen kan, dan Gij, goddelijke Helper in allen nood, dan Gij, Verlosser uit alle gevaar en kwelling! — (iij zijt de allerbeste vriend, de zoetste vertrooster, de zekerste geneesheer, Gij zijt bet licht voor de blinden, de sterkte voor de zwakken, het heil voor de zieken, de weg voor de afgedwaalden, het brood des levens, de deur des Hemels, de rijkste gast, de reisspijze voor den afgemat-ten wandelaar, het onderpand der verrij-

ocr page 264

258

zenis, het erfdeel der uitverkorenen, de bron aller genaden. Met den H. Petrus moet ik uitroepen: Heer! tot ivien zal ik gaan, Gij hebt de woorden des eeuwigen levens. Slechts één woord uit uw allerheiligsten mond en ik ben geholpen. Wel ben ik niet waardig, om tot ü te naderen, want Gij zijt de Allerheiligste, de Koning van glorie, de Eechter van levenden en doo-den, en ik ben een arm zondig menschen-kind, stof en aseh, behoeftig en ellendig, naar ziel en lichaam vol gebreken; maar uwe oneindige liefde, waarmede Gij het allerheiligste Sacrament voor de arme, zwakke en ellendige menschenkinderen hebt ingesteld, geeft mij moed, om tot uwe heilige Tafel te naderen en U in de H. Communie te ontvangen.

Ik geloof, dat Gij in het allerheiligste Sacrament waarachtig tegenwoordig zrjt; ik geloof, dat Gij mijn God, mijn Heiland en Verlosser, het licht en het leven mijner ziel zijt.

Ik hoop van uwe almacht en oneindige goedheid al die genaden, die mijne ziel noodig heeft, om het rijk der Hemelen te verwerven; ik hoop door U ook zekere hulp in mijnen nood te erlangen en die bepaalde gunst, waarvoor ik deze H. Communie bijzonder opdraag, van ü te ver-

ocr page 265

259

krijgen; want Gij hebt gezegd; Die bidt, zal verkrijgen, en Gij zijt getrouw in uwe belofte.

Ik bemin U, o mijn beminnenswaardige God en Heer! Ik bemin ü uit geheel mijne ziel boven alles, omdat Gij in U zeiven het hoogste, oneindig volmaakte goed zijt. 0, kon ik U toch liefhebben met den liefdegloed uwer allerheiligste Moeder en van alle Engelen en Heiligen! 0, laat toch mijn verlangen, om U van ganscher harte, boven alles lief te hebben, ü vvelbehage-lijk zijn!

Mijne ziel verlangt, dorst naar U, zoetste Jesus, als een hert naar de waterbron. Gij hebt gezegd: Open uwen mond, en ik zal dien vervullen. 0, bevredig dus mijn vurig verlangen, kom toch en neem geheel mijn hart in bezit.

Maar ach! hoe durf ik het wagen, U. den allerschoonsten en besten gast, in mijn ellendig en gebrekkig hart te ontvangen; hoe durft een arm aardwornipje het wagen zijn Schepper en Heer uit te noodigen, om tot hem te komen? Maar Gij hebt U immers gewaardigd de arme bedelaars tot uw gastmaal te roepen ; ja zelfs gedrongen, om te komen en aan uw goddelijk liefdemaal deel te nemen. Ik nader dus met vertrouwen op uw woord. Neen, Gij zult

ocr page 266

260

dus ook mij, terwijl ik vrijwillig met vurig verlangen tot ü kom, niet afwijzen, maar mij van de volheid uwer genaden, die Gij den armen van geest beloofd hebt, rijkelijk mededeelen. Amen.

ANDERE OEFENINGEN VÓÓR DE H. COMMUNIE.

Oefening van Geloof.

Ik geloof, o mijn God, dat Gij wezenlijk en zelfstandig tegenwoordig zijt onder de Sacramenteele gedaanten. Ik aanbid U, o verborgen God, uit geheel mijn hart. Mijne zintuigen en mijne rede begrijpen dit aanbiddelijk geheim niet; maar 't is genoeg, dat Gij, o eeuwige waarheid, gesproken hebt. Mijn verstand onderwerpt zich geheel en al aan uw waarachtig woord.

Aan het kruis verborgt Gij alleen uwe godheid; hier verbergt Gij ons ook uwe menschheid; ik geloof ze beide tegenwoordig in dit H. Sacrament; geef mij de genade, dat ik ze eenmaal in den Hemel aanschouwe.

Ik vraag ü niet, als de H. Thomas, om uwe wonden te zien en aan te raken. Ik geloof, ook zonder te zien, dat Gij Jesus Christus, waarlijk God en waarlijk mensch zijt. Wanneer, o mijn Verlosser! zal ik U ontvangen? Wanneer zal ik U in mijn hart

ocr page 267

261

bezitten; wanneer uwe zoete tegenwoordigheid genieten ?

Het oogenblik nadert, o mijn God! ik verlang er naar en ik vrees. Ik verlang, want met ü komen alle genaden over diegenen, die U beminnen; ik vrees, want die ü onwaardig durven ontvangen, eten en drinken hunne veroordeeling. Wie zijn wij, o almachtige God ! dat Gij U gewaar-digt in ons te komen wonen ? De Hemel en de Hemelen der Hemelen kunnen U niet omvatten en toch komt Gij tot ons.

Wees dus eeuwig geprezen over uwe eindelooze goedheid ; bereid ü in mijn hart eene ü aangename woonstede : zuiver mijn hart door een levendig geloof, eene vurige liefde en een oprecht berouw. Ja, Heer! ik geloof. Kom mijne ongeloovigheid te hulp, versterk mij, zoo ik mocht wankelen, en help mij, om volgens mijn geloof te leven. Kom, Heer Jesus! kom, mijn hart verlangt naar ü ; kom en overlaad mij met uwe weldaden.

Oefeniug van Hoop.

Mijn God en Heer ! Op ü zal ik hopen; en ik zal niet beschaamd worden. Eens zal ik U zien, U bezitten in den Hemel; met de zaligste vreugde zult Gij mij ver-

ocr page 268

262

vullen door 't zien van uw goddelijk aanschijn ; in ü zal ik alle goed zien en genieten in eeuwigheid. Dit is mijne hoop, mijn troost en mijn leven.

0 God ! welk onderpand hebt Gij mij gegeven, om mij van uwe goedheid en van mijn eeuwig geluk te verzekeren? Uw woord, uwe belofte, uwe waarheid. Maar hier is nog een ander onderpand : uw lichaam en bloed, o. Heer Jesus Christus ! hoe zou ik er aan kunnen twijfelen, dierbare Verlosser, of Gij FJ in den Hemel aan mij wilt geven, daar ik ü reeds op de aarde bezit? O mijne ziel! zegen den Heer, en dat al, wat in mij is, zijn heiligen Naam love. Gij behoort aan mij, lieve Jesus! want Gij geeft ü geheel en al in dit H. Sacrament, uw lichaam, uw bloed, uwe heilige ziel, uwe eeuwige godheid, geheel uw aanbid-delijken persoon ; Gij geeft mij alles, alles is het mijne.

Maar Heer! zoo ik U in dit ballingsoord verborgen bezit, in den Hemel zal ik ü ongesluierd bezitten. Kom dan. Heer Jesus ! kom. Vervul mij geheel en al. Laat mij reeds bij voorbaat de zoetigheden van dat hemelsch gastmaal smaken, waar Gij het eeuwig voedsel der menschen en der Engelen zijn zult.

Wat hebben wij hier op aarde toch te

ocr page 269

263

hopen ? Alles gaat voorbij; alles verdwijnt, niets blijft; onze dagen zijn als eene scbaduw op aarde, onze ijdele vermaken snellen henen en onze glorie vervliegt in een enkel oogenblik. O mijne ziel! kom dan met Jesus eene betere hoop smaken. Ja, Heer! eens zal ik met U leven en heerschen; mijne ziel zal gelukkig zijn, want zij zal uw licht aanschouwen; mijn lichaam zal verheerlijkt en vol leven wezen, want uw lichaam dat ik zal ontvangen, zal zijne kracht op mij uitoefenen. Die U eet, sterft niet eeuwig; maar Gij zult hem opwekken ten jongsten dage. En wanneer eenmaal de dood nadert, zult Gij zelf, lieve Jesus! mijne zoete reisspijze zijn; dan zal ik te midden der doodsschaduwen zeiven niet vreezen, wijl Gij met mij zijn zult. Mijn vleesch zal in vrede rusten, het bederf zal mij niet terughouden, Gij zult mij den weg des Hemels wijzen, mijj door uw heerlijk aanschijn met vreugde vervullen, en ik zal eeuwig overladen zijn van he-melsche geneugten.

OefeniiiR van Liefde.

Kom, Heer Jesus! kom, de langverwachte der volkeren, het licht der wereld, de vreugde des eeuwigen Vaders en het voorwerp van zijn goddelijk welbehagen.

ocr page 270

264

Gij wilt, dat wij bij het vieren uwer heilige geheimen aan U zullen denken. Ja, mijn God! wie zou aan U niet denken, wie zou uwe weldaden en de onmetelijke liefde, die Gij ons toedraagt, kunnen vergeten? Neen, nooit zal ik het vergeten, dat Gij ter liefde van ons den schoot uws vaders verlaten en het menschelijk vleesch hebt aangenomen; dat Gij ter liefde van ons U zeiven aan het kruis hebt opgeofferd en in het aanbiddelijk Sacrament ü nog geheel aan ons geeft: en die wegschenking van ü zeiven is een zeker onderpand, dat Gij U ook in de eeuwige glorie aan ons zult geven, om ons in alle eeuwigheid gelukkig te maken. O mijn God! al die kostbare bewijzen uwer liefde zullen nooit uit mijn geheugen gewischt worden; ik zal ze mij steeds herinneren en mijne ziel zal bij het herdenken van zooveel goedheid vertee-derd en van wederliefde ontstoken worden.

Ja, ik bemin ü, lieve Jesus! die mijne sterkte, mijne hoop, mijn hoogste goed en mijn leven, mijn steun en mijne kroon zijt. Welzalig zij, die in uwe woning verblijven; zij zullen U prijzen in de eeuwen der eeuwen. Gij vergeeft mij al mijne zonden; Gij geneest al mijne kwalen; Gij bevrijdt mij van den dood: Gij kroont mij door uwe eeuwige barmhartigheid, en zult mij eindelijk op

ocr page 271

265

den dag der opstanding vernieuwen en eene eeuwige jeugd hergeven. Mijne ziel ! zegen den Heer en vergeet nimmer zijne einde-looze barmhartigheid.

Ach, mijn God! Waarom heb ik al den ijver, al het liefdevuur niet, waarvan alle Engelen en zalige zielen voor ü ontstoken zijn ? Ja, wanneer ook alle levende en onbezielde wezens in liefde veranderden, zoudt Gij nog niet zooveel bemind worden als Gij goed en beminnelijk zijt.

Ach, mijn God ! zou ik U nog ooit weêr kunnen beleedigen, U nog ooit weêr kunnen bedroeven na deze H. Communie ? Neen, dan liever sterven, mijn Jesus ! dan liever sterven!

Ach, mijn God! zou ik zoo bedorven van smaak zijn, dat ik, na U gesmaakt te hebben, nog smaak en genoegen vond in andere zaken ? O mijn Jesus ! geef mij dan de genade, dat ik, na de zoetigheden van deze hemelsche spijze geproefd te hebben, door geene andere zoetheid ooit weêr bedrogen worde. O, kom dan en trek mij tot U ; laat ik U beminnen, o mijn God ! en dat allen, die mij dierbaar zijn, U beminnen ; dat de geheele wereld ü liefhebbe en dat ik ü geheel en al toebehoore en liever sterve, dan ü ooit te mishagen.

31-

a;

n,

ke ir-n, vs

3h

m

rd gt;g

n-d, m id ie lit al

'Ü e-n. ie m t. i; n.

12

ocr page 272

266

GEBEDEN ONMIDDELLIJK VÓÓR DE II. COMMUNIE.

Heer! ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak komt; maar spreek slechts één woord en mijne ziel zal gezond worden.

Kom, Heer Jesus, kom.

Heer, ik ben niet waardig! Kom, Heer Jesus, kom ; ik ben niet waardig, want ik ben slechts een zondaar, een nietige aardworm ; maar kom, Heer Jesus, kom; want Gij zijt gekomen, om de zondaren op te zoeken en zalig te maken. Gij zijt de eenige steun mijner zwakheid, het eenige geneesmiddel voor mijne kwalen; Gij zijt het brood en het voedsel, dat mijne uitgeputte krachten herstelt; Gij zijt mijn leven en mijne hoop; Gij zijt eindelijk mijn eenig, mijn hoogste goed in dit leven en in het andere.

O Heer, ik ben niet waardig! Kom, Heer Jesus, kom. Wie ben ik. Heer! Wie zijt Gij ? Wat, mijn God en Heer ! Gij wilt tot mij komen ? O kom. Heer Jesus, kom.

O Heer! zou ik nog ooit zoo ongelukkig, zoo ondankbaar zijn, van U nog weêr te beleedigen ? liever dood dan, mijn God 1 liever dood.

O lieve Jesus! Gij zijt dan eindelijk de mijne, Gij schenkt U geheel aan mij, O Jesus! ik geef mij geheel aan U.

ocr page 273

267

Ik wil geheel en onverdeeld de uwe zijn. (Bossuet.)

GEBEDEN NA DE H. COMMUNIE.

Zie, mijne ziel! de Heer en bestierder van alles, uw God en Koning is met al den rijkdom zijner genadeschatten tot u gekomen. Gezegend, ja duizendmaal gezegend zij Hij, die komt in den naam des Heeren, die reeds in mijn harte woont. O, wees gegroet, wees gezegend, Gij, zou van gerechtigheid en genade, schoonste, beste en heiligste gast!

Laat het vuur uwer liefde mij ontsteken, het licht uwer genade mij verlichten, de stralen uwer liefde mij verwarmen en in mij alles, wat U mishaagt, verteren. Vanwaar komt mij toch de genade, dat niet de Moeder des Heeren, maar de Heer zelf, mijn Schepper, mijn Verlosser en mijn God tot mij komt! De Hemelen der Hemelen kunnen U niet omvatten, veel minder het huis mijner ziel en van mijn lichaam. — Zoo hebt Gij dan o Heer! uw woord gehouden, en mij, belaste en beladene, mij armen bedelaar aan uwe heilige Tafel laten aanzitten. Ja, zoo diep hebt Gij U vernederd, dat Gij zelf tot mij gekomen en in het diepste mijns harten zijt afgedaald, om mij met uw allerheiligst vleesch en bloed te spijzen! Gij

ocr page 274

268

bebt mijne armoede, mijnen nood, mijn be-boeftigen en gebrekkelijken toestand niet versmaad en hebt in de armzalige but mijns barten uw intrek genomen. O wees dan duizendmaal gegroet; heb dank, duizendmaal dank voor uwe zoo diepe vernedering en overgroote goedgunstigheid! Nu kan ik met uwen heiligen dienaar Franciscus in waarheid uitroepen; o mijn god en mijn alles ! Gij bebt U in mijne macht gegeven, milddadige Jesus! ik bezit U in mijn hart, ik kan en zal ü niet loslaten, vóór dat Gij mijne beden verboord hebt. Gij hebt toch gezegd, dat Gij de armen altijd verboort. Thans is het kostbare oogenblik aangebroken, waarop ik met U mag spreken, mijn zuchten en verlangen voor U mag blootleggen. — Gij kent mijne behoeften, Gij weet. Heer! wat mij ontbreekt, Gij kent mijnen nood, nog vóór ik dien openbaar. 0 Helper in allen nood, o Vader van troost, o beste Vriend, Jesus ! help mij en verboor mijne dringende bede. {Noem hier de (jurist, wélke gij vooral verlangt), ü toch is alle macht gegeven in den Hemel en op aarde; Gij kunt mij helpen, voor U is alles mogelijk ! — Maar toch, goede Jesus ! niet mijn, maar uw wil geschiede! Moet ik den kelk des lijdens drinken, mijn kruis nog langer dragen, uw wil geschiede ! Gij weet bet beste; wat mij

ocr page 275

269

tot. vrede, tot heil verstrekt. Slechts ééne zaak vraag ik ü, en deze zult Gij mij niet weigeren, red toch mijne arme ziel. — Deze bede kunt Gij niet afslaan, want uw bloed, uw kruis, uw dood en oneindige verdiensten zijn mij tot borg, dat Gij mij zult verhooren. Het moge mij dan gaan, zoo het wil, als Gij mijne ziel maar niet laat verloren gaan. Leid mij dus. Heer! opdat zij niet verloren ga, op den rechten weg, die Gij zelf zijt; ondersteun mij, versterk mij, drijf mij aan en breng mij tot het gewenschte einde. — 0, laat mijne ziel nooit meer door eene enkele zonde gewond of bezoedeld worden; trek en bind en hecht mijn hart gebeel aan U vast; maak mij los van al het aardsche en richt mijn verlangen naar den Hemel, waar Gij in luister en zaligheid troont en den armen wandelaar, die het ware doel bereikt heeft, met eeuwige vreugde en zaligheid vervult. Amen.

DANKZEGGING NA DE H. COMMUNIE.

Wie zal mij een hart geven, om uwe eindelooze barmhartigheid te gevoelen, en een mond, om haar naar waarde te loven en te prijzen? O heilig Geheim, waar de liefde zich verbergt, om zuiverder gezocht te worden! O wonderbaar Geheim der liefde van mijn God! Wat heb ik toch gedaan.

ocr page 276

270

oin ü te verdienen? Brood der Engelen! Gij geeft U aan hen, die de grootste zondaren waren; wat zal ik doen, om mij geheel aan U te geven? Alles ontbreekt mij, om zooveel genade dankbaar te erkennen. Ik belijd mijne onmacht om mijne onwaardigheid ; mij ontbreken de gevoelens voor een zoo beminnelijk geheim. Maar, o liefde! Gij hebt er behagen in, om in ons slijk te schitteren; laat dan tiwe wonderen in dit bedorven hart uitblinken; bemin ü zelve in mij en dompel uw schepsel, om het te vernieuwen, in de liefdevlammen des H. Geestes! O God, o liefde! ik verneder mij voor TJ, ik dank ü, ik bemin U.

GEVOELENS VAN LIEFDE.

O God mijns harten! O God, mijn erfdeel in eeuwigheid! Wie kan U kennen, zonder U lief te hebben, U, die in schoonheid, in deugd, in grootheid, in macht, in goedheid, in milddadigheid, in heerlijkheid^ in alle soorten van volmaaktheden en wat mij van meer nabij aangaat, in liefde voor mij alles overtreft, wat de geschapene geesten kunnen begrijpen? De eerbied en de ongelijkheid tusschen U en mij moesten, naar het schijnt, mij terughouden; maar Gij veroorlooft mij, wat zeg ik. Gij

ocr page 277

271

beveelt mij, ü te beminnen. O God! ik ken mij /.elven, ik bezit mij zeiven niet meer,

0 heilige liefde! kom mij ten spoedigste genezen; kom de wond, die Gij mij geslagen hebt. nog dieper en levendiger maken; ontruk mij aan alle schepselen, zij hinderen mij en zijn mij lastig; Gij alleen zijt mij voldoende en ik wil niets meer dan U.

Wat! de dwaze minnaars der wereld zouden hunne dwaze hartstochten tot de uiterste gevoeligheid drijven, en men zou ü maar tot een zekere hoogte, met zekere lauwheid beminnen! Neen, neen, mijn God! de liefde der wereld mag het van de liefde tot God niet winnen.

Toon dus, wat Gij vermoogt op een hart, dat aan IJ geheel toebehoort; de toegang is voor U geopend; de weg daarheen is U bekend; Gij weet, wat de genade in staat is daarin op te wekken en uit te werken. Gij wacht slechts op mijne toestemming, op de toetreding van mijn vrijen wil. Een en ander geef ik U duizend en duizendmaal. Neem alles, handel als God; ontvlam mij, verteer mij, zwak en onmachtig schepsel als ik ben, ik kan U niets geven dan mijne liefde. Vermeerder die, Heer! en maak die Uwer meer waardig.

ocr page 278

272

O, ware ik toch in staat, om groote dingen voor U te doen! O, kon ik toch veel voor ü opofferen! Maar alles, wat ik kan, is niets. Naar U verzuchten, kwijnen van verlangen naar U, U beminnen en sterven, om U meer te beminnen, dat is alles wat ik voortaan wil, dat is mijn eenigst verlangen.

GEBED VAN EENE ZIEL, DIE ZICH ZONDEK VOORBEHOUD AAN GOD WENSCHT TOE TE WIJDEN.

Mijn God! ik wil mij aan ü toewijden; geef mij daartoe den moed, versterk mijn zwakken wil, die naar U toeneigt; ik reik U de hand toe: wil die aannemen. Zoo ik geene kracht genoeg heb, om mij aan U weg te schenken, trek mij dan tot U door de zoetigheden uwer genade; sleep mij dan mede aan de banden uwer liefde. Heer! aan wien zal ik toch toebehooren, zoo ik de uwe niet ben? Wat harde slavernij, aan zich zeiven en aan zijne hartstochten te zijn prijs gegeven! 0 ware vrijheid der kinderen Gods, men kent u niet. Gelukkig degene, die ontdekt heeft, waar zij te vinden is, en die haar niet meer zoekt, waar zij niet is!

Duizendwerf gelukkig hij, die in alles van God afhangt, om voortaan van Hem alleen afhankelijk te zijn.

ocr page 279

273

Maar hoe komt het dun, dat men nog bevreesd is, om zijne ketenen te verbreken ? Zijn dan de vluchtige ijdelheden meer waard, dan uwe eeuwige waarheid, dan Gij zelf? Kan men nog vreezen, zich aan U over te geven ? O monsterachtige dwaasheid ! men zou dan bevi-eesd zijn om gelukkig te worden; men zou vreezen Egypte te verlaten, om het beloofde land in te gaan ; morren in de woestijn en walging hebben van het Manna bij de gedachte aan de vleeschpotten van Egypte!

En eigenlijk ben ik het niet, die mij aan U geef, maar Gij, o mijne liefde. Gij geeft ü geheel aan mij ; ik aarzel dan ook niet langer ü mijn hart te schenken. Welk geluk, aan U toe te behooren en niets meer te hooren en te zeggen, wat ijdel en nietig is, om naar ü slechts te luisteren ! O oneindige wijsheid! Zult Gij mij niet over betere zaken spreken, dan die ijdele men-schen ? Gij, o mijn God ! zult ü met mij onderhouden ; Gij zult mij onderrichten, mij de ijdelheid en het bedrog doen vluchten-, mij voeden met ü zeiven en in mij alle ijdele nieuwsgierigheid tegenhouden. Heer ! wanneer ik uw juk beschouw, dan schijnt het mij zelf te zoet toe, al moet ik ü dan ook alle dagen van mijn leven uw kruis nadragen. Behoef ik geen bit-

12*

ocr page 280

274

terder kelk van lijden tot den bodem toe te ledigen? Is dat al de boete, die ik voor mijne zouden verdiend heb ? O liefde ! Gij doet niets dan beminnen, Gij slaat niet. Gij spaart mijne zwakheid. Zal ik na dat alles nog aarzelen, om tot U te naderen ? Zouden de kruisen mij kunnen afschrikken ? Alleen die, welke de wereld oplegt, moeten ons schrik aanjagen; hoe dwaas is 't niet, die niet te vreezen!

0 eindelooze ellende, die slechts door uwe barmhartigheid kan overtroffen worden. Hoe minder licht en moed ik had, des te meer was ik uw medelijden waardig. O God ! ik heb mij uwer onwaardig gemaakt; maar ik kan een wonder uwer genade worden. Geef mij alles, wat mij ontbreekt, en alles, wat in mij is, zal uwe gaven verheffen en uw heiligen Naam loven en prijzen. Amen.

ocr page 281

ZESDE COMMUNIE-OEFENING.

OEFENING VOOR DE H. COMMUNIE.

Gubcil om ceuc waardige voorbereiding.

VAN DEN H. ANSELMUS.

Mijn God, aan wiens goddelijk liefdemaal ik heden zal aanzitten, ontferm U over mijne ellende, verwerp mij niet om mijne stoutheid, waarmede ik het waag, U den Almachtigen en ontzaglijken God, zonder genoegzaam berouw en boetvaardigheid te loven en te aanbidden. Wanneer de Engelen des Hemels voor U sidderen, hoe zal ik, zondaar, U dan naderen, zonder van schrik te ontstellen en tranen van berouw te weenen ? Maar ach, mijn God ! dit kan ik niet. Wat ben ik toch ellendig en armzalig, dat mijne ziel nog niet eens bewogen wordt, als zij voor God staat en tot Hem zal naderen; wat ben ik toch ellendig, dat mijn hart nog zoo koud, mijn oog nog zoo droog blijft, terwijl ik mij met mijn God ga vereenigen, het schepsel

ocr page 282

276

met, den Schepper, het stof raet de eeuwige almacht.

Zie, Heer! ik stel mij hier voor uw goddelijk aanschijn en wil mijne geheimste gedachten over mij-zelven voor U niet verbergen. Gij zijt rijk in erbarming en goedertieren en milddadig; schenk mij uwe genadegaven, opdat ik daarmede uitgerust, U oprecht diene. Vervul mij met uwe vreeze en verblijd mijn hart in uwen Naam. Geef mij, o gever van alle goed! reinheid des harten en opgeruimdheid des gemoeds, opdat ik met waardigen lof en in volmaakte liefde U ontvangen en ondervinden moge, hoe zoet Gij zijt, o Heer! Geef mij de zoetheid der hoop, opdat ik mij in U verblijde ; Iaat mij al mijn vertrouwen stellen op ü, opdat ik in dit tranendal bij ü hulp vinde. Schenk mij een kuisch hart, opdat ik de zaligheid der zuiveren verwerve en eens in uwe hemelsche woning ü eeuwig love. Amen.

GELOOF, HOOP EN LIEFDE.

VAN DEN H. AUGUSTINUS.

Heer Jesus Christus! ik bid U! door het vergieten van uw kostbaar bloed, waardoor wij verlost zijn, schenk mij een hartelijk berouw en tranen van boetvaardigheid, in-

ocr page 283

277

zonderheid wanneer ik U mijne gebeden opdraag, wanneer ik uw lof zing of verkondig, wanneer ik de heilige Geheimen, schitterende bewijzen uwer liefde, bijwoon, en wanneer ik uw Altaar nader met een vurig verlangen, om dit goddelijk Geheim van liefde met allen eerbied en godsvrucht te ontvangen, dat Gij, onze Heer, ter herinnering aan uw lijden er. steiwen, tot ons heil en ter verbetering onzer dagelijksche zwakheden hebt ingesteld. Laat mijne ziel zich sterken door uwe tegenwoordigheid in dit H. Sacrament; laat zij uwe aanwezigheid gevoelen en zich in ü verheugen. 0 Jesus! eeuwig onveranderlijk licht, vuur, dat immer brandt; licht, dat altijd schijnt; brood des levens, dat ons voedt en in zich nimmer afneemt, dat dagelijks genoten en nimmer verteerd wordt; verlicht, ontsteek, ontvlam en heilig mij; verlos mij van het kwaad, vervul mij met uwe genade, opdat ik thans tot heil mijner ziel uw allerheiligst lichaam geniete, en door dit genot voor U leve, tot ü kome en eeuwig in ü raste. Amen.

Mijn Jesus! ik geloof en beleid met den mond, dat de Eeuwige Vader, die in zich zeiven hoogst zalig, machtig, volmaakt is en aan niemand behoefte heeft, ons nochtans volgens zijne eindelooze barmhartigheid zoozeer beminde, dat hij U, zijn eenig-

ocr page 284

278

geboren Zoon, ons tot Verlosser gaf; ik geloof ook, dat Gij-zelf in alles aan den Vader gelijk, door onbegrensde liefde van deri schoot uws Vaders in den schoot der Allerheiligste Maagd zijt neergedaald en mensch geworden; dat Gij uit liefde tot ons dit heilig Sacrament in het laatste Avondmaal ingesteld, en daarin uw waarachtig vleesch en bloed ons tot spijs hebt nagelaten, en dat Gij eindelijk, aan uw hemelschen Vader gehoorzaam tot den dood, ü zeiven aan 't kruis voor ons hebt geofferd.

Daarom, o Heer! stel ik op U al mijne hoop en kom ik met het grootste vertrouwen tot U, die om mijnentwil zoo groot een wonder hebt willen verrichten, en zoo bitter hebt willen lijden. En zoudt Gij mij wel iets kunnen weigeren, nu Gij ü zeiven uit liefde voor mij hebt weggeschonken?

Ik bemin U ook, zoete Jesus! met de geilede liefde mijns harten, en wil ü ook immer en eeuwig met uwe genade liefhebben. Wac zal ik ü echter geven, o Heer! voor alles, wat Gij mij gegeven hebt? Zie, ik geef mij-zelven met lichaam en ziel aan de leiding van uw heiligen wil over; en hebt Gij eenmaal mijn hart in bezit genomen, o heersch daarin dan als de eenige heer en meester; beschouw mij als uwen dienaar, en laat niet toe, dat ik andere

ocr page 285

279

Goden nevens U stelle: want U-alleen wil ik dienen; voor U-alleen leven en sterven. Amen.

OPDRACHT.

VAN DEN H. FKANCISCUS VAN SALES.

Mijn Heer en mijn God, één in wezen, drievuldig in personen! Ik breng U eeuwigen dank voor de instelling van het aanbiddelijk Altaarsacrament, voor het lijden en sterven, voor de glorievolle Verrijzenis van onzen Heer en Verlosser Jesus Christus, voor het volbrachte Verlossingswerk, voor onze bevrijding uit de slavernij van Satan, en voor de veilige en zekere hoop van ons hersteld heil. Evenzoo, eeuwige Vader, zeg ik U dank voor de onuitsprekelijke vreugde, waarmede Hij, gedurende veertig dagen door zijne herhaalde verschijningen, zijne allerheiligste Moeder, zijne Apostelen en leerlingen, de H. Maria Magdalena en anderen vervulde. Dit alles draag ik U op, om de genade te verkrijgen eener waardige heilige Communie; ik loof en prijs U in eeuwigheid en bid U, door het geheim der heilige verrijzenis, mij te helpen om den ouden mensch met al zijne kwade begeerlijkheden af te sterven en tot een nieuw, vroom en heilig leven te verrijzen.

ocr page 286

280

Met dezelfde meening dank ik U voor de wonderbare Hemelvaart van onzen godde-lijken Heiland; voor de eer en de glorie, waarmede Gij Hem aan uwe rechterzijde geplaatst hebt; voor de hoogste macht, die Gij Hem verleend hebt, om alle schepselen in den Hemel, op en onder de aarde te oordeelen, en eindelijk voor de zending van den H. Geest over de Apostelen. Voor dit alles dank en prijs ik ü in alle eeuwigheid en bid ik ü om de genade, om aan al het aardsche te verzaken en met geheel mijn hart naar het eeuwige te streven, opdat ik eene waardige woning worde van den H. Geest en zijne gaven tot mijn eeuwig heil steeds aanwende. Amen.

VERLANGEN NAAR J E S U S.

Is'AAR DEN H. AUGUSTIKUS.

Jesus, mijn Verlosser! Gij, die mijn hart doorschouwt, laat ook ik ü leeren kennen; toon ü aan mij, mijn Vertrooster, opdat ik U, het licht mijner oogen, zie. Kom vreagde mijner ziel, verkwikking mijns harten, dat ik U beminne, Gij, leven van mijnen geest! Verschijn toch aan mij, mijn grootste genoegen, mijn zoetste troost, mijn leven, mijn God en mijn Heer! Laat mij U vinden, Gij, verlangen mijns harten, en

ocr page 287

281

mij aan U vastberaden, Gij, leven mijner ziel! ü omhels ik, mijn hemelsche Bruidegom en mijn alles; ü wil ik in mijn hart bezitten. Gij, zalig leven, hoogste vreugde mijner ziel! ü wil ik liefhebben, o Heer ! wees mijne kracht, mijne sterkte, mijne toevlucht en mijn Verlosser, mijn helper, een sterke toren en de zoetste hoop in eiken nood. Mijn hoogste goed, zonder 't welk niets goed is ; open mijn oor voor uw woord, dat scherper is dan een zwaard, opdat ik uwe stem hoore; verlicht mijn oog, opdat het zich niet naar de wereld en het aardsche keere. 0 eeuwig licht! verhelder mijn blik, opdat ik U-alleen zien moge ; geef mij dien geestelijken reuk, dat ik alleen naar den geur uwer zalvingen hake, en dien smaak, waardoor ik proeve en erkenne, hoe zoet gij zijt, o Heer! voor diegenen, die U liefhebben. Geef mij een hart, dat voor U klopt, eene ziel, die IJ bemint, een zin, die Ü vereert, een verstand, dat ü erkent, een wil, die naar U verlangt. O leven, dat mij doet leven, zonder 't welk ik sterf, waar toeft gij ? Waar vind ik U, dat ik voor mij-zelven sterve, om slechts voor ü te leven? 0 kom, vervul mijn hart en mijne ziel; ik bemin U en zal ü eeuwig beminnen! Trek mij tot ü, mijne vreugde, mijn hart springt

ocr page 288

282

op, als ik aan U denk. Voed en versterk mij als de spijs mijner ziel, geleid mij als mijn leidsman, wees mijn licht, mijne vreugde, mijne verzadiging, kom in mijne ziel, dat ik in U ruste, U erkenne en be-minne. Verdrijf de duisternissen van mijnen geest, opdat ik mijzelven vergete en U liefhebbe, mij-zelven verlate en slechts in U mij zalig voele.

Heer, God des Hemels en der aarde, Koning der eeuwigheid ! neig uw oor naar mijne smeekingen en vergeel mij, wat ik als mensch door zwakheid misdreven heb. Verhoor, o Heer, dat hart, dat rouwmoedig U aanroept, zie niet op mijne zonden, maar op de smart mijner ziel. Verlos mij van mijne booze werken en vergeld mij niet naar mijne daden. Ik werp mij voor uwe goddelijke milddadigheid neder; erbarm U over mij, zuchtende onder den last mijner boosheid ; bevrijd mij van hare banden en genees mijne verborgene wonden, die U alleen bekend zijn, aan U, die traag zijt in het straffen, maar gereed tot erbarming. Reik mij uwe weldadige hand en trek mij uit het slijk der zonden. Gij, die het ongeluk der menschen niet wilt en niemand verwerpt, die tot U zijne toevlucht neemt. Verhoor, o Heer! mijn smeeken tot ü, verlicht mij door uwe komst in mijn hart,

ocr page 289

283

verander mijne angsten in vreugden, verscheur het kleed mijner droefheid, stort uw geluk en uwe zaligheid in mij uit, opdat ik, met U vereend, alles bezitte, en ü met den Vader en den heiligen Geest eeuwig love en prijze. Amen.

GEBED

TOT 1)1! ALLERHEILIGSTE MAAGD, OM DEN IIEBR WAAKDIG TB ONTVANGEN.

Van deu H. Ildephousus.

Ik werp mij voor uwe voeten neder, o allerzaligste Maagd en Moeder Gods Maria ! gij, die zoo voortreffelijk hebt medegewerkt met de menschwording van Jesus, opdat gij mij de vergiffenis mijner zonden, de bevrijding van al mijne boosheden en een vast vertrouwen op uwe macht verwervet. Leer mij, hoe zoet uw goddelijke Zoon is en bewaar in mij het onwrikbaar geloof aan Hem. Verkrijg voor mij, dat ik aan Hem en aan u steeds onderworpen zij, dat ik Hem en n steeds getrouw diene; Hem als mijn Schepper, u als zijne Moeder ; Hem als mijn God, u als de Moeder Gods; Hem als mijn Verlosser, u als zijne medewerkster der verlossing, wijl zijne menschelijke natuur uit

ocr page 290

284

n genomen is. Ik smeek n dus, heilige Maagd, help mij nu, om uw goddelijken Zoon met dien geest te ontvangen, waarmede ook gij waardig waart Hem te ontvangen. Verwerf mij de genade, dat mijne ziel Hem met dien geest opneme, waarmede uw allerzuiverste schoot Hem ontving, en dat, zooals gij Jesns erkend, ontvangen en gebaard hebt, ik ook Hem in liefde erkennen, in dit Sacrament Hem waardig ontvangen en in eeuwige trouw immer met Hem vereenigd blijven moge. Amen.

NA DE H. COMMUNIE.

GEKED OM DE ZALIGE UITWERKSELEN DEK IJ.

COMMUNIE TE ERLANGEN.

Van den H. Thomns van Aquhicn.

Lof en eer en dank zij U, heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God! dat Gij mij armen zondaar, uw onwaardigen dienaar, zonder eenige verdiensten van mijnen kant, alleen door de overmaat uwer barmhartigheid, met liet kostbaar Lichaam en Bloed van uwen Zoon, onzen Heer, Jesus Christus, hebt willen voeden.

ocr page 291

285

Ik bid IT, laat deze heilige Communie mij geene oorzaak van straf, maar een heilzaam middel ter vergiffenis zijn. Laat zij mij strekken tot een wapen des geloofs, tot een schild van goeden wil; tot uitroeiing mijner gebreken, tot onderdrukking mijner kwade lusten en begeerten, tot vermeerdering van liefde en geduld, van ootmoed en gehoorzaamheid en van alle deugden, tot eene sterke bescherming tegen alle hinderlagen mijner zichtbare en onzichtbare vijanden, tot volmaakte rust van al mijne vleeschelijke en lichamelijke bewegingen, tot onwrikbare trouw aan U, den eenen en waren God, en tot een gelukkig en zalig uiteinde mijns levens. Verder smeek ik ü, dat Gij mij, zondaar, eenmaal daarboven tot dien onuitspreke-lijken maaltijd gelievet toe te laten, waar Gij, met uw Zoon en den H. Geest, voor uwe Heiligen het ware licht, de volledige bevrediging, de eeuwige vreugde, het voltooide geluk en de volmaakte zaligheid zijt. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.

OPDRACHT VAN JESUS' VERDIENSTEN AAN DEN HEMELSCHEN VADER.

Va» lt;leii 11. Augustinus.

Almachtige God en Vader! zie, nu heb

ocr page 292

286

ik uw geliefden Zoon ontvangen; Hem draag ik ü als het dierbaarste en kostbaarste offer op. Niets behoud ik mij zeiven voor, wat ik aan uwe eeuwige Majesteit niet opdraag; niets heb ik daar nog bij te voegen, want Hij is mijn Al. Neem uw goddelijken Zoon als mijn Voorspreker bij U aan ; Hem stel ik als Middelaar tus-schen U en mij : ik neem Hem tot voorspraak, door wien ik hoop op de vergiffenis mijner zonden en herinner U daarom aan zijn allersmartelijkst lijden, dat Hij voor mij heeft doorgestaan. Ik geloof, dat uw goddelijke Zoon onze menschelijke natuur heeft aangenomen, waarin Hij voor geene slagen en boeien, hoon en bespotting, kruis en nagelen is teruggedeinsd. Deze menschelijke natuur, waarin Hij als kind weende, in windselen lag, in arbeid zweette, zich door vasten verstierf, door waken boete deed, op reis zich vermoeide, door geeselslagen ontvleeschd werd, aan 't kruis stierf en heerlijk weêr verrees, — die menschelijke natuur heeft Hij in de vreugde des Hemels binnengevoerd en aan de rechterhand uwer heerlijkheid ten troon verheven. Zie dus. Heer! welk een Zoon Gij voortgebracht en welk een dienstknecht Gij verlost hebt. Sla uwe oogen op den Schepper en veracht het schepsel niet.

ocr page 293

287

Omhels den Herder en zie het schaapjen genadig aan, dat Hij op zi)ne schouderen draagt. Zie, mijn Heer en mijn God, de goede Herder brengt U terug, wat Gij Hem hebt toevertrouwd. Door U werd Hij gezonden, om mij te verlossen; nu geeft Hij mij gereinigd aan U terug: Hij brengt tot den schaapstal weder, wat de roovers daarvan ontvreemd hadden. Door Hem kom ik tot U terug, nadat ik door de zonde van ü was weggevlucht, en heb ik al straffen verdiend, zoo hoop ik door Hem op genade en vergiffenis. Van mij zeiven, o Vader, kon ik CJ wel beleedigen, maar mij met U niet verzoenen; daarom is uw lieve Zoon mijn helper geworden en heeft Hij mijne natuur aangenomen, om mijne zwakheid te genezen. Wat dus bij mij de oorzaak is, dat ik U beleedigde, is voor Hem reden, om mij met U te verzoenen. Moet Gij mij al verwerpen wegens mijne zonden, wees mij dan genadig wegens de liefde uvvs Zoons. Zie neêr op den Zoon en geef den knecht vergiffenis ; zoo dikwerf die wonden uvvs Zoons blinken, verdwijnen ook mijne misstappen ; zoo dikwerf het bloed van zijn hart stroomt, worden mijne zonden uitgewischt. Daar mijn vleesch U tot toorn opwekt, laat zijn vleesch ü om erbarming smeeken, opdat, wijl mijn vleesch

ocr page 294

288

mij bracht tot schuld, zijn vleesch mij hrenge tot genade. Veel heb ik door mijne boosheid verdiend, maar nog veel meer wordt door de liefde mijns Verlossers vergeven. 0, vergeef mij dus om uws Zoons wille; ik verberg mijne koudheid in zijne liefde, mijne trouweloosheid in zijne trouw ; mijne drift in zijne zachtmoedigheid, Verbeter door zijn ootmoed mijne trotschheid, door zijne goedheid mijne hardvochtigheid, door zijn vrede mijne onrust, door zijne zachtheid en vredelievendheid mijne afge-keerdheid en haat. 0, laai mij mijnen Verlosser gelijkvormig worden. Hem liefhebben, zooals Hij mij liefheeft, en van nu af immer zijn leerling zijn en blijven. Amen.

GEBED OM EENE BRANDENDE LIEFDE TOT JESUS.

Van (leu H. Boiiavcutura.

Doorgloei, o allerzoetste Heer Jesus, het binnenste mijner ziel met het vuur uwer teederste en heilzaamste toegenegenheid en met eene ware, oprechte en krachtdadig heilige liefde tot IJ, opdat mijne ziel alleen uit smachtverlangen naar U als verteere en van bovennatuurlijke begeerten ontvlamd, in uwe voorhoven als weg-kvvijne van verlangen om ontbonden te

ocr page 295

289

worden en met U te zijn. Geef, dat mijne ziel slechts hongere naar U, die het brood der Engelen, de verkwikking der heilige zielen, ons dagelijksch geestelijk brood zijt, dat alle zoetheid van geur en smaak en alle lieflijkheid in zich bevat; dat mijn hart steeds naar U hake en U, wien de Engelen zoo vurig wenschen te aanschouwen, geniete, en mijn binnenste door uw zoeten geur vervuld worde; laat mijne ziel steeds dorsten naar ü, de bron des levens, de bron van wijsheid en wetenschap, de bron van 't eeuwig licht, den stroom van het hemelsch genot, den overvloed van het huis Gods ; laat zij naar ü steeds verlangen, U zoeken, U vinden, naar ü streven, tot TJ komen, aan U denken, van U spreken en alles verrichten tot lof en glorie van uwen Naam, met ootmoed en bescheidenheid, met liefde en behagen, met opgeruimdheid en ijver, met volharding ten einde toe, en wees Gij en Gij-alleen altijd mijne hoop, mijn heil en mijn vertrouwen, mijn rijkdom, mijn genot, mijn vermaak, mijne vreugde, mijne kalmte en rust, mijn vrede, mijne zoetheid, mijn behagen, mijne spijze, mijne verkwikking, mijne toevlucht, mijne hulp, mijne wijsheid, mijn erfdeel, mijne bezitting en mijn schat, waarin mijn hart en mijne ziel immer vast

13

ocr page 296

290

en onwrikbaar geworteld en bevestigd blijven. Amen.

UITSTORTING DER VURIGSTE LIEFDE VOOR BEN GEKRÜISTEN GODMENSOH.

Vau den 11. Franciscus Xarerius.

O God ! ik min U teeder ;

Dit niet zoozeer, opdat Gij mij zoudt zaligen, Of niet, omdat Gij hen, die U niet minnen In 't eeuwig liel-vuur straft;

Maar Gij, mijn Jesus, hebt aan 't kruis Mij heel en al omvat;

Gij hebt de nagels en de lans En allen smaad en schande En peilloos leed en zweet en angst. Den dood zelfs aangenomen,

En dat om mij, en voor mij, armen zondaar. Waarom dan zou ik U niet minnen, O allerliefste Jesus, uit heel mijn hart en

[zinnen ?

Juist niet, opdat Gij me eens ten Hemel

[op doet varen, Of niet, opdat Ge mij voor 't hellevuur

[zult sparen Of niet op hoop van eenig loon ;

Maar zóó Gij-zelf mij hebt bemind,

Zóó min ik U en wil ik U steeds minnen: Alléén wijl Gij mijn Koning zijt,

En wijl Gij God — mij alles — zijt.

ocr page 297

291

GEBED TOT DE ALLERHEILIGSTE MAAGD.

Van den zaligen Petrus Canisius.

Allerheiligste en verhevene Maagd Maria, die, na den Schepper en Heer van alles, dien ik zoo even mocht nuttigen, in uw maagdelijken schoot ontvangen en gebaard te hebben, uwe dankbaarheid in de heerlijkste geestvervoering hebt uitgestort, en die daarna nog zuiverder in de oogen der menschen, nog heiliger en bebagelijker zijt geworden aan God; o, bewerk toch, dat ik, door de kracht van Hem, die zich aan mij geschonken beeft, mij-zelven geheel mijn leven lang van alle vlek van doodzonde beware, en dat ik, wel verre van mij ondankbaar te toonen jegens een zoo milddadig Verlosser, mij voortaan hierop alleen toelegge, om Hem in alles mijne onwrikbare trouw te bewijzen. Amen.

ocr page 298

ZEVENDE COMMUNIE-OEFENING.

VOOR DE H. COMMUNIE.

Overweging over de H. Commuuie.

O mensch, arme aardworm, gg zult met het allerhoogste goed, met God, den Heer van Hemel en aarde ver-eenigd, één met Hem worden; dat verlangt de allerzoetste Jesus, uit zuivere liefde voor uwe ziel, waarvoor Hij aan het Kruis den laatsten druppel van zjjn bloed heeft vergoten. Ik wil in u en gij zult in Mij zijn, zoo spreekt Jesus, en opdat gij één met Mij zult worden, geef ik u eene bij uitstek kostbare spijze, mijn allerheiligst vleesch en bloed; ik ga binnen in uwe ziel en deel u mede al mijne verdiensten en genaden en maak u rijk, rijker dan de Engelen en schoon als de zalige geesten. O kleinmoedig mensch, gy, die arm aan deugden zijt, haast u toch, om uit die heilige spijze, uit dien kostbaren schat alles te putten, wat ge noodig hebt; dan zult gij nergens gebrek aan lijden. Al vindt gij ook niets van werken van deugd in u zeiven, heb slechts een goeden wil tot God en gij zult overvloedig meer ontvangen, dan gij denken of verlangen kunt. Daarom, gezegend, geloofd en geprezen moet Gij zijn, o Heer Jesus Christus, voor uwe onmetelijke liefde en barmhartigheid, die Gy ons door uw bitter lyden in dit H. Sacrament zoo overvloedig bewezen hebt. Daarvoor moeten alle schepselen U loven en eeren in eeuwigheid.

Oefening van geloof. Wie geeft mij, o zoetste Jesus! de genade, dat ik onder de nederige gedaante van brood uw heilig aanschijn mag zien, wat te aanschouwen

ocr page 299

293

de hemelwellust der Engelen uitmaakt ? Wie geeft mij de genade, dat zich openen voor mijne oogen de vijf vruchtbare bronnen uwer heilige wonden, die ik door het geloof in uw Lichaam aanschouw, bronnen van levend water tot afwassching mijner zondige ziel. Ik geloof met onwrikbare vastheid, dat Gij in het H. Sacrament van uw lichaam en bloed waarachtig als mijn God en Heer tegenwoordig zijt. Ik geloof, dat in dit H. Sacrament werkelijk tegenwoordig is uw glorierijk lichaam, schitterender dan de zon, met die reinheid, schoonheid en Majesteit, waarmede het prijkt in den Hemel. Ik geloof, dat in dit H. Sacrament tegenwoordig is uw allerheiligst bloed, voor ons heil vergoten, dat daar uwe heilige ziel, uwe godheid en menschheid is verborgen. Dit vast geloof leeft in mijn hart, dit vast geloof wil ik steeds met den mond belijden, voor dit heilig geloof wil ik leven en sterven. Amen.

Oefening van hoop. Op ü, allerzoetste Jesus, stel ik al mijne hoop en vertrouwen, wijl Gij mijn heil zijt, mijne sterkte en mijne toevlucht. Gij, de bron van alle goed. Hoe zou ik het durven wagen, TJ in dit H. Sacrament te ontvangen, zoo Gij, die mij door uw bloed hebt vrijge-

ocr page 300

294

kocht, mij het vertrouwen daartoe niet hadt ingestort? Vol van dit vertrouwen kom ik dus tot ü, als een zwak schaapje tot den goeden Herder, als een zieke tot den liefde vollen Geneesheer, als een, die den dood verdiend heeft, tot zijn machtigen Voorspreker. Ontferm U mijner, o mijn Jesus, en red mij. Gij, die niemand verlaat, die op ü hoopt en vertrouwt. Amen.

Oefening van liefde. Wat moet uw hart, liefderijkste Jesus, van hellen liefdegloed gebrand hebben, toen Gij, alvorens voor ons te gaan sterven aan het Kruis, ons een maaltijd bereid hebt, die alle zoetheid in zich bevat. Groot en wondervol was het werk uwer liefde, toen Gij U gewaar-digd hebt, onze natuur aan te nemen ; maar nog wondervoller is dit Geheim van liefde, waarin Gij ons uw lichaam tot spijs, uw bloed tot drank achterliet, en ons uwe godheid mededeelt. Ik bemin U daarom van ganscher harte, eenige troost in onze ellende, eenige hoop onzer wankele ziel, eenigst hoogste en zoetste Goed! Ik bemin U met alle krachten mijner ziel! 0 kon ik U ieder oogenblik van mijn leven steeds vuriger liefhebben! Dat is mijn brandend verlangen; alle verzuchtingen mijns harten zijn daarheen gericht. Gij trekt alle krachten mijner ziel tot U ; Gij

ocr page 301

295

wilt mijne hongerende ziel spijzen en drenken. Hoe zou ik U dan niet beminnen! O brandend vuur der liefde van Jesus' harte, ontsteek mijn hart, opdat het ook brande van liefde tot ü. Ik bemin U, mijn Jesus, U alleen wil ik liefhebben in tijd en eeuwigheid. Amen.

Oefening van verlangen. Mijn ziel verlangt naar die spijze des Hemels, die alleen haren honger kan bevredigen. Zoudt Gij, o zoete Jesus, aan mijne ziel die spijze, uw heilig vleesch en bloed weigeren, dan zou zij zeker wegkwijnen en versmachten. Hongerend en dorstend kom ik dus tot ü, Jesus, Zoon van Maria, ontferm U mijner en geef mij dat Brood des Hemels, opdat mijne zwakke ziel sterk worde. Mocht ik heel dat brandend verlangen, al die geestdrift mijner liefdevolle Moeder Maria en van alle lieve Heiligen hebben bij het ontvangen van uw heilig vleesch en bloed ! Mocht mijn hart toch immer hongeren naar dit Brood der Engelen en van zijne zoetheid vervuld worden ! Mijne ziel zal nergens troost vinden, als zij ü, o Jesus, mijn eenigste Goed, niet ontvangt, dat ik met het brandendst verlangen in mijn binnenste begeer op te nemen. Wees Gij alléén dus, lieve Jesus, mijne vreugde, mijne rust, mijne verkwikking, mijn schat, die mijne

ocr page 302

296

ziel kan bevredigen. Wat anders verlang ik toch, mijn Jesus! dan ü alleen, mijn Verlosser en Heiland. Amen.

Oefening van ootmoed en berouw. Onbegrijpelijke, almachtige God! Wie zijt Gij, — en wie ben ik ? — Hoe kunt Gij ü ge-waardigen, tot mij te komen, bij mij uw intrek te nemen, en met mij aan te zitten aan dat goddelijk Liefdemaal ? Hoe groot is uwe vernedering, — hoe groot mijne ondankbaarheid, mijne ellende! Gij, de Koning der Koningen, de Heer der heerscharen, die de aarde aanziet en zij siddert; Gij, de bron aller heiligheid, voor wien de Engelen zelfs niet zonder vlekken zijn; Gij, de Zon der eeuwige helderheid, die een ontoegankelijk licht bewoont; — ik daarentegen een onrein schepsel, vol van alle ellende, ten prooi aan de hartstochten en booze neigingen, aan alle ijdelheid overgegeven, een vat van smaad, een kind van gramschap en duisternis. Hoe kan zich het licht vereenigen met mijne duisternis ? Hoe waag ik, aardworm, het, om tot ü te naderen ? Door mijne zonden, lieve Jesus, heb ik mij verre van U verwijderd. Mijne arme ziel heeft het verbond van liefde en trouw, in het H. Doopsel met U aangegaan, verbroken, en ü, haren Schepper en Verlosser dikwerf veracht. Maar

ocr page 303

297

uwe liefde kent geene grenzen; nwe liefde dringt ü, om mij vergiffenis te schenken en mijne onreinheid weg te nemen. Ofschoon ik stof en asch ben, een arme zondaar, zoo waag ik het toch, tot ü te spreken. Zie mij uwen dienstknecht (uwe dienstmaagd), genadig aan, en neem mij op. Tk erken mijne misstappen; ik verfoei en betreur ze, van ganscher harte zijn zij mij leed. Ik erken, dat ik zonder ü niets ben, dat zonder ü geen heil, geen leven bestaat. 0 verwerp mij dus niet, o Heer! wijl gij zelf gezegd hebt: „een vermorzeld en verootmoedigd hart zult Gij, o God, niet versmaden.quot; Amen.

ONDER HET HEENGAAN NAAR DB COMMUNIEBANK.

O Maria, bid voor mij! lieve Jesus, ik bemin ü, — ontferm U mijner! Kom tot mij, lieve Jesus, wees mijn gast, mijne spijze, mijn geneesheer, mijn weldoener, mijn alles. Amen.

NA DE HEILIGE COMMUNIE.

Werp u, zoodra gy Jesus ontvangen hebt, op uwe knieën neder, aanbid Hem in uw hart, loof en prijs en dank Hem, leg Hem al uwe ellende, uwe behoeften, uwe bekoringen, uw lijden en kwellingen bloot. Vraag Hem met kinderlgk vertrouwen al wat gij noodig hebt. Daarna kunt gij de volgende gebeden verrichten.

13*

ocr page 304

298

BENIGE INNIGE ÜITSTOUTINGEN DES HARTEN NA DE H. COMMUNIE.

O, allerliefste Heer Jesus, ik bid [J met een ootmoedig hart, wijl ik zelf zoo arm en ontbloot ben van alle goede werken, gelieve Gij zelf mijne zondige ziel in uw dierbaar bloed af te wasschen en van alle zonden te reinigen ; versier baar met uwen ootmoed, uwe reinheid en mildheid en alle andere deugden en verdiensten van uw heilig leven; verbeter hare onvolmaaktheden, en stort haar die vurige liefde in, die ü van den Hemel in dit tranendal heeft afgetrokken; wil mijn hart en mijne ziel met al hare krachten zoo geweldig tot U trekken, doordringen en ontsteken, dat ik los worde van alle schepselen en met U vereenigd blijve in eeuwigheid. Amen.

BEGROETING VAN JESUS.

Wees welkom, o machtige, liefdevolle almacht des Vaders! Wees welkom, o eeuwige wijsheid des Zoons! Wees welkom, o alleredelste in- en uitstroomende liefde des heiligen Geestes! Wees welkom, allerverhevenste, hoogheilige Drievuldigheid! Wees welkom, o eeuwige, genade-

ocr page 305

299

volle goedheid Gods! Wees welkom, zoete barmhartigheid! Wees welkom, allerliefste Heer, met al de volheid van uwen rijkdom ! Wees welkom, allerzoetst, allerbeminnelijkst Hart, waaruit deze kostbare spijze mij is toegevloeid! Wees welkom, o edele Zoon Gods! Wees welkom, levend brood, spijs mijner ziel! Wees welkom, o Heer Jesus Christus, Zoon van de allerzaligste Maagd Maria! Wees welkom, mijn Schepper, die mij onderhoudt, bewaart en voedt, mijn Verlosser en Vader!

Opoffering. 0 hemelsche Vader! ik offer U nu uwen lieven eenigen Zoon op met dezelfde liefde, waarmede Gij hem aan ons hebt gegeven, met alle verdiensten van zijn leven, lijden en sterven, met die uitstorting zijner liefde, waarmede Hij al zijne werken verricht heeft; verder met het lijden en de verdiensten van zijne lieve Moeder en van al zijne uitverkorene vrienden in den Hemel en op aarde, tot uwe allerhoogste eer en glorie, en als een olier van dank voor de trouw en de liefde, die Gij mij bewezen hebt; ook tot herstelling voor al de oneer en ontrouw, waaraan ik mij tegen uwe goddelijke Majesteit heb schuldig gemaakt, voor alle schulden jegens uwe goddelijke gerechtigheid, en voor de zonden en misdaden van alle menschen.

ocr page 306

300

levenden en overledenen, inzonderheid van diegenen, voor wie ik het meest verplicht ben te bidden. Ook bid ik U, dat gij uwe vaderlijke genade en gunstbewijzen moogt uitstorten over alle schepselen en over elk, wien Gij weet, dat die hot meest noodig heeft, tot uwe hoogste eer en glorie. Amen.

Dankzegging. . Ik dank U, en loof en prijs ü, onbegrijpelijke Godheid! dat Gij U gewaardigd hebt in mijne arme ziel te komen, en ik bid U door üwe grenzelooze barmhartigheid, mildheid en zoetheid, vergeef mij, dat ik uwe goddelijke genade zoo dikwerf misbruikt, U zoo vaak in een weinig voorbereid hart ontvangen en zoo dikwerf door mijne zware zonden vergramd heb.

Tot de 11. Moeder Gods. Ik bid ü, o zoete Moeder Gods, dat gij, met al het vuur der goddelijke liefde, dat steeds in u brandt, de allerhoogste, heiligste Drievuldigheid zonder ophouden voor mij hartelijk wilt prijzen en duizendmalen bedanken voor het groote werk der verlossing, waarbij Gods eenige Zoon zich zoo diep vernederd heeft, dat Hij onze menschelijke natuur aannam en dat Hij nu, in overmaat van liefde tot zulk een ellendigen, armen aardworm heeft willen komen en mijne

ocr page 307

301

zieke en zwakke ziel met zijn heilig vleesch en bloed lieeft willen spijzen en met de krachten en vruchten zijner Godheid versterken. En ik bid u, zoete Moeder Gods! smeek voor mij mijn Heer en God, dat Hij nu door dit goddelijk Sacrament mijn hart en mijne ziel zuiver en vlekkeloos gelieve te bewaren, zijne woonstede in mij vestigen en ten allen tijde in mij blijven moge, opdat ik in de kracht dezer geestelijke spijze en in de beoefening aller deugden steeds moge leven tot zijn hoogste eer en volgens zijn allerheiligsten wil. Amen.

ocr page 308

ACHTSTE COMMUNIE-OEFENING.

ter ecre vau het Allerheiligste Hart van Maria.

Te Parijs in de Kerk van O. L. Vrouw der Overwinningen bestaat de Broederschap van het allerheiligst Hart van Maria ter bekeering der zondaren. Door die broederschap en door de gebeden en H. Communiën daar opgedragen, zijn reeds vele der grootste zondaren bekeerd, Hoe heilzaam zal het dus zijn, als de kinderen van Maria ter eere van haar allerheiligst Hart dikwerf eene H. Communie opdragen voor de arme zondaren, inzonderheid ook voor de hek-eering onzer afgedwaalde broeders in Nederland.

GEBED TOT HET ALLERHEILIGST HART VAN MARIA OM EENE WAARDIGE COMMUNIE.

0, allerliefderijkst Hart mijner gezegende Moeder! tot U roep ik en smeek U, dat gij mijn hart tot een waardige woning voor uwen goddelijken Zoon bereiden wilt. Al heb ik mijne zonden reeds betreurd en oprecht beleden, toch voel ik mij geheel en al onwaardig, om den Koning van Hemel en aarde in mijn hart te ontvangen, waar nog zoovele booze neigingen huisvesten, nog zoovele zonden uit onwetendheid of onkunde, zoovele fouten en gebreken verborgen liggen, en geene deugd is

ocr page 309

303

te vinden. O allerbeminnelijkste Maagd, versier de armzalige hut van mijn hart met de schoonste bloemen uwer deugden, met uwen ootmoed, reinheid, zachtmoedigheid en geduld, opdat Jesus als in eene bruiloftszaal gaarne in mijn hart zijn intrek neme. Ik hoop, o genadevolle Moeder! dat gij mij deze genade des te liever zult bewezen, wijl ik u ter eere deze Heilige Communie wil opofferen, opdat gij u de arme zondaren aantrekken, ze tot inkeer en bekeering brengen en niet eer rusten moogt, voordat al die booze en verblinde harten door de waarheid verlicht en ge-troffen worden en uwen Jesus erkennen, huldigen en liefhebben, die alleen alle liefde waardig is. Amen.

DRIE GEBEDEN TOT DE II. MOEDER GODS VOOR DE H. COMMUNIE.

O, allerheiligste Maagd Maria! Ik bid u door uwe reinste onschuld, waarmede gij aan den Zoon Gods eene welgevallige woning in uw maagdelijk lichaam bereid hebt, dat ik door uwe voorbede van alle vlekken der zonde mag gereinigd worden. Amen.

O, allerootmoedigste Maagd Maria! Ik bid u door uw diepsten ootmoed, waardoor

ocr page 310

304

gij verdiend hebt boven alle Engelen en Heiligen verheven te worden, dat gij door uwe voorbede mijn trotsch hart verootmoedigen en mij met diepen ootmoed jegens de allerhoogste Majesteit vervullen moogt. Amen.

O allerliefderijkste Maagd Maria! Ik bid u door de onschatbare liefde, die u onafscheidbaar met God heeft vereenigd, dat mijn hart door uwe voorbede met het vuur der brandendste liefde tot Jesus vervuld en daardoor met Hem vereenigd mag worden. Amen.

Verwek na deze gebeden de oefening der goddelijke deugden van geloof, hoop en liefde, en tevens 'een hartelijk berouw over uwe zonden. Zie bl. 112—115.

SMEEKGEBED TOT DEN ZOON GODS.

0 allerliefderijkste en zoetste Jesus, kom en vervul mijn hart met de vurigste begeerten en de zuiverste gedachten; verdrijf daaruit alles wat mishagelijk is aan uwe goddelijke oogen, opdat ik op de innigste wijze met ü moge spreken als eene bruid tot haren bruidegom. Ik verlang U dus. liefste Bruidegom mijner ziel, met de vurigste begeerten bij mij uit te noodigen. Ik erken, o goede God, dat ik veel te gering ben, om U in mijne woning te ont-

ocr page 311

305

vangen; maar wil toch neerzien op mijn grooten nood en op het vurig verlangen van uw schepsel, dat U alléén wil beminnen, Gij zijt mijn bruidegom en alles wat ik heb buiten U is mij ellendige armoede. Trek daarom, liefste Jesus, al mijne begeerten van de schepselen af, en tot U, opdat Gij niet lang behoevet te wachten, tot ik ü te gemoet snelle en bij mij inlate.

O zoetste Jesus, verhoor mijn verlangen en kom. Ach! hoe lang zal ik uwe tegenwoordigheid nog derven; hoe lang nog zuchten en smachten naar uwe komst? O denk niet aan uwe goddelijke grootheid en kom mijne geringheid, mijn nood te hulp. O goddelijke Geneesheer, help mij; want zonder ü ben ik vol lijden en kwellingen. Ach, versmaad mij, arme aardworm, niet. Kom mij te hulp, om mij arm, verblind schaapje te verlichten. Al ben ik het onwaardig, ontferm U mijner door uwe groote barmhartigheid en geef mij den vrede des harten en de zaligheld mijner ziel. Amen.

NA DE H. COMMUNIE.

Begroeting van Jesus. O zoetste Jesus, mijn God en mijn alles! Vanwaar komt mij dat geluk, dat Gij, lieve Jesus, tot mij

ocr page 312

306

wilt komen? Waaraan denkt Gij, dat Gij mijn ellendig en armzalig hart wilt bezoeken? Wees duizendmaal gegroet, geprezen en verheerlijkt, dat Gij ü gewaardigt hebt, mij, armen zondaar, met uw vleesch en bloed te spijzen! In diepen ootmoed aanbid ik ü als mijn Heer en mijn God, en omhels U met hartelijke liefde. Lof en dank, eer en heerlijkheid zij U, Koning mijns harten! Nu zijt Gij de mijne, en ik ben de uwe. Nu kan ik van al mijnen nood verlost worden. Neen, ik laat u niet los, lieve Jesus, vóórdat Gij mij gezegend hebt; ik laat U niet los, vóórdat gij mij hebt gereinigd; ik laat U niet los, vóórdat Gij mijn hart geheel veranderd hebt, opdat het ü alleen beminne en U alleen toebe-hoore in eeuwigheid. Amen.

Dankzegging. In vereeniging met den lof der allerzaligste Maagd, uwe en mijne Moeder, in vereeniging met alle lofzangen der hemelsche Geesten loof en zegen ik U, liefderijkste Heer en Heiland Jesus Christus, en ik dank U voor die onuitsprekelijke liefde, die U heeft aangedreven, om tot mij te komen en mijne arme hongerige ziel te spijzen. Gezegend zij uwe afdalende mildheid, waarmede Gij ü ge-waardigd hebt, in de nederige woning mijns harten uw intrek te nemen. Waarlijk,

ocr page 313

307

het stalletje en de kribbe van Bethlehem, waarin Gij geboren werdt, waren nog schooner dan mijn armzalig hart. Hoe zal ik uwe onbegrijpelijke vernedering vergelden, welk offer zal ik ü brengen, daar ik nog armer ben dan de herders, die U in den stal van Bethlehem aanbaden ? Al had ik ook de taal van alle Engelen en Heiligen, toch zou ik ü niet naar waarde kunnen danken en lofprijzen. O wees dan tevreden met mijn vurig verlangen, om U te danken en te loven, zooals Gij het verdient, en schenk mij de genade, om U eens zonder ophouden met alle scharen der zalige Geesten te mogen verheerlijken in eeuwigheid. Amen.

OPOFFEUING DER H. COMMUNIE AAN HET ALLERHEILIGST EN ONBEVLEKT HART VAN MARIA TOT BEKKERING DER ZONDAREN.

O allerliefderijkste Maagd, welk eene vreugde, welk eene onuitsprekelijke zoetheid, welk eene onbegrijpelijke zaligheid moet uw zuiverst en heiligst hart overstroomd en vervuld hebben, toen de H. Geest over u afdaalde en gij den eenig-geboren Zoon des Vaders, den Verlosser der wereld, Jesus Christus, in uw moederlijken schoot mocht ontvangen! Welk

ocr page 314

308

eene vreugde en verrukking moet gij gevoeld hebben, toen ge negen maanden lang het Kind Jesus onder uw hart gedragen en eindelijk in Bethlehems stal gebaard hebt. En wie kan de zalige zielevreugde begrijpen, die gij ondervondt, toen gij dit beminnelijk Kind Jesus op uwe armen mocht dragen en met uwe zuivere melk mocht voeden. Zie, diezelfde Jesus, dien gij van den H. Geest ontvangen, dien gij gebaard, gedragen en gevoed hebt, is nu ook in mijn hart, dienzelfden Jesus heb ik in de H. Communie ontvangen. Groot, onbegrijpelijk is deze gave Gods. Maar, lieve Moeder, om u te doen zien, hoezeer ik u bemin, en hoezeer het heil mijner ziel en dat van alle medemenschen mij ter harte gaat, offer ik u op en wijde ik deze H. Communie toe, en breng u dus uw lieven Jesus zeiven ten offer. Met Jesus offer ik u ook mij zeiven en alle zondaren en afgedwaalden, opdat gij ons moogt aannemen en ons de grootste genade, de genade eener oprechte bekeering door uwe machtige voorbede moogt verwerven. Aan uw heilig en onbevlekt hart offer ik den lieven Jesus op, die wil, dat alle zondaren zich bekeeren en eeuwig leven. Gij vermoogt alles bij Hem ; nooit weigert Hij u eene bede ; nauwlijks hoort Hij uwe stem,

ocr page 315

309

of Hij heeft u reeds verhoord. Bid dus, Maria, toevlucht aller zondaren, bid, dat de zondaren en alle afgedwaalden zich bekeeren. Gij kent hunne ellende, hunne onverschilligheid, hunne verblindheid, verlicht en redt ze, of ze gaan verloren. Trek de barmhartige oogen van uw goddelijken Zoon op u, opdat Hij ter liefde van u zich over hen ontferme en hen bewege tot oprechten terugkeer in den schoot der ware moederkerk. Ja, dat hoop ik van u, lieve Moeder, wijl het ook uw vurigst verlangen is, dat alle menschen uw lieven Zoon Jesus aanbidden en beminnen en in deze liefde eeuwig zalig worden. Amen.

VERZUCHTINGEN EN GEBEDEN.

0 Vader, o Zoon, o heilige Geest, o allerheiligste Drievuldigheid, o Jesus, o Maria!

O gezegende engelen en alle Heiligen des Hemels, verkrijgt voor mij de genade, die ik door het kostbaarst bloed van Jesus Christus afsmeek:

1. om steeds den wil Gods te volbrengen. 2. om immer met God vereenigd te zijn. 3. om aan niets anders dan aan God te denken. 4. om God alleen te beminnen. 5. om alles uit liefde tot God te doen.

ocr page 316

310

6. om alleen de eere Gods te zoeken.

7. om alleen ter liefde Gods mij op de volmaaktheid toe te leggen. 8. om mijne nietigheid nauwkeurig in te zien. 9. om steeds meer den wil van God te erkennen.

Ik bid U, o allerheiligste Maagd Maria, offer genadiglijk aan den Hemelschen Vader op het kostbaarst bloed van Jesus Christus voor het heil mijner ziel, voorde zielen in het vagevuur, voor de behoeften der Kerk, voor de bekeering der ongeloovigen en zondaren en voor de gan-sche wereld.

Bid daarna driemaal: Eere zij den Vader, enz. ter eere van het dierbaar bloed van Jesus Christus, eenmaal: Wees gegroet ter eere der Moeder van Smarten en ééns : geef haar de eeuwige rust, enz.

Al wie dit gebed in staat van genade verricht, krijgt 300 dagen aflaat, die ook aan de geloovige zielen kan worden toegevoegd.

TEK EERE DER ZEVEN SMARTEN VAN MARIA. Zevenmaal „Wees gegroetquot; met het volgende gebedje.

Heil'ge Moeder! wil mij hooren, Met de wouden mij doorboren.

Die Hij aan het Kruishout leed ; Ach! dat ik de pijn gevoelde,

Die uw lieven Zoon doorwoelde,

Toen hij stervend voor mij streed.

(Met rouwmoedig hart gebeden 300 dagen aflaat eenmaal daags.)

ocr page 317

NEGENDE COMMUNIE-OEFENING.

JESUS, MIJN VADER.

1. Mij bemint mij. 2. Hij is oueliiiliu beminnoiis-waardig. 3. Wordt liy door nifl bemind?

GEMOEDSAANDOENINGEN.

Mijn Vader! o zoete naam! wie voelt niet met een zalig genoegen dien zoeten naam op zijne lippen komen? — Wat herinnert hij mij al niet? Zeg ik: mijn God, dan voel ik mij van ontzag en eerbied vervuld. Zeg ik: mijn Schepper, dan dunkt mij, dat die oneindige Almacht, die mij uit het niet getrokken heeft, mij ook om mijne zonden zou kunnen verpletteren en vernietigen. Maar zeg ik: mijn Vader, hoor ik dien God, dien Schepper tot mij zeggen: mijn kind! Ach Vader! wat heb ik dan nog te vreezen? Dan werp ik mij aan zijne voeten neder, niet met siddering en vreeze, maar met een kinderlijk vertrouwen. O liefdevolle Vader! heb medelijden met mijne ellende ... Ik ben een kind, helaas! zoo schuldig, zoo onstandvastig, zoo ontrouw;

ocr page 318

312

maar een vader vergeeft... Ik vraag dus vóór alles, dat Gij mij mijne ondankbaarheid wilt vergeven, mijne ontrouw vergeten, Ach ! waarom kan ik ze niet door mijn bloed uitwisschen ! . . . Gij doordringt mijn hart... Is het oprecht? Ik moet bekennen, dat ik er zelf aan twijfel. Inderdaad, hoe-vele beloften zonder daden, hoeveel koudheid, onverschilligheid, hoeveel ontrouw aan mijne ernstig gemaakte voornemens! Nochtans werp ik mij vol vertrouwen in uwe vaderlijke armen. Zou een zoo goede vader mij afwijzen, mij verstooten? Neen, dat kan ik niet gelooven. Zie mij dus aan met een liefdevol vaderoog; laat mij in uwe blikken lezen, dat Gij mij vergiffenis schenkt. . . Geef aan mijne ziel de vreugde des geestes weder, die alléén van U komt en het aandeel is van uwe welbeminde kinderen. Maar zoo Gij voor mij zulk een goede Vader zijt, waarom ben ik niet een kind Uwer waardig? ... Een kind bemint... Hoe bemin ik ü?... Een kind gehoorzaamt . . . Hoe gehoorzaam ik U ? .. . Een kind hoopt en verwacht alles van zijn vader . . . Wat hoop, wat verwacht ik van U, , o mijn God? Heeft een kind wel angst voor zijn vader? Ben ik een kind vol liefde, vol vertrouwen op ü, mijn God en Vader?

Ach! zoo ik ten minste te midden der

ocr page 319

313

verstrooidheden, waarmede ik mijne werken verricht, nn en dan uwe blikken mocht ontmoeten, wat zou mij dat een troost en verkwikking zijn bij mijn arbeid! Hoe komt het, dat ik mij zoo vaak van ü verwijderd gevoel? Ach! laat dit toch geen gevolg zijn van uw weerzin, van uwe ongenade. Heb medelijden met een schuldig kind, welks hart is vermorzeld . .. Toon mij, dat Gij nog mijn Vader zijn wilt; kom uwe woning in mij vestigen. Kom door de H. Communie in mijn hart.

O, mocht ik den heilzamen invloed uwer goddelijke tegenwoordigheid gevoelen; mocht ik weten of' ik genade bij U gevonden heb; mocht mijne Communie waarachtig tot uwe eer, tot mijn geluk verstrekken! Ach ! waarom is het mij niet gegeven in de H. Communie de zoetheid uwer bekoorlijkheden te smaken? Wat zijn niet de gevoelens van liefde, waarvan de godvruchtige zielen, die U ontvangen, als verteerd worden! Wat gaat er om tusschen ü en haar, o mijn God! . . . O mijn Jesus! Hoe ver ben ik daarvan nog verwijderd ? Is dit eene beproeving ? . . . Ik aanbid uwe goddelijke inzichten. Is het eene straf? Ach, ik onderwerp mij daaraan; want ik verdien nog meer arestraft te worden. Door welke tranen zal ik TJ kunnen bewe-

14

ocr page 320

314

gen ? . . . O, ik beroep mij op uw vaderhart.

Neen, mijn God! Gij wijst mij niet af; Gij zult mijn hart binnengaan, om mij den vredekus te geven. Ik koester dit zoete vertrouwen . . . Maria, toevlucht der zondaren! toon, dat gij mijne Moeder zijt. Ik offer aan mijn God al uwe verdiensten, en uw allerheiligst Hart tot voldoening voor mijne zonden op.

OPDRACHT DER H. COMMUNIE.

Doe telkeus als gij tot de H. Communie nadert de volgende opdracht.

Heere Jesus! Ik draag ü deze H. Communie op met het oogmerk om uwe liefde te behagen. Ik offer mij alzoo met U ver-eenigd aan uw hemelschen vader op, vol verlangen om Hem te eeren, zooals Hij door ü vereerd wordt. Zoo zullen wij, ons slachtofferende, aan God in ons een dankoffer, een zoenoffer, een offer van kinderlijke verkleefdheid . . . aanbieden.

Ik offer U deze H. Communie op in vereeniging met die der Heiligen, die ü in dit H. Geheim het meest bemind hebben, vooral met die der allerheiligste Maagd Maria. Ik offer ü hunne gesteltenis, hunne liefde en godsvrucht op, om mijne ellende en

ocr page 321

315

•t. armoede te vergoeden. Ik verlang deze H.

,f; Communie te verrichten, oin al de genaden,

an die Gij daaraan verbonden hebt, te ont-

te vangen.

n- Geef, o God, dat zij niet alleen voor mij,

Ik maar ook voor geheel de H. Kerk nuttig zij;

en voor onzen H. Vader den Paus, voor onze

or Bisschoppen en priesters, voor al mijne

Oversten, zoo geestelijke als wereldlijke. Moge zij ook den zegen aftrekken over alle leden mijner familie, over al diegenen, die aan mijne zorgen zijn toevertrouwd, en aan irt wie ik beloofd heb, of voor wie ik verplicht

ben te bidden. Mogen ook de arme zielen in het vagevuur daardoor geholpen worden, m- terwijl ik U bid, om den aflaat, dien ik

'de wensch te verdienen, aan haar te willen

er- toevoegen. Geef, o mijn God, dat dit heden

rol de vrucht van deze H. Communie zij . . .

Hij

)n§ Bepaal hier de deugd, die gij wenscht te beoefenen, de

, ondeugd, die gy verlangt te vermijden, de bijzondere gunst,

IKquot; die gü door deze Communie wenscht te verkrijgen.

er-

VÓÓR DE H. COMMUNIE.

iu

U Mijn God, mijn Vader! . . . Gelukkig

eb- oogenblik, dat mij met Hem zal vereeni-

gd gen ! Zoete Naam, die mij met vertrouwen

me bezielt! Mijn God komt in mijn hart en

en Hij noemt zich mijn Vader ! O Jesus, op-

i

ocr page 322

316

perste Goed! wat is er meer noodig, om mijn hart te treffen ? Ik gevoel dat het ruimer wordt, blijder klopt bij dien zoeten naam van Vader! Ja, ik geloof, o mijn God, dat Gij, als een teedere Vader, ü met mij wilt vereenigen ... Gij noodigt mij uit. Gij roept en dringt mij om tot U te naderen... Ik ga dan tot de H. Tafel, beschaamd over mijne ellende, maar tevens vol genegenheid voor uwe oneindige liefde... O teerhartige en liefdevolle Vader ! het oogenblik is daar, om mij als uw kind te behandelen ... En wijl Gij in mijn hart wilt binnengaan, versier het volgens uw goddelijk welbehagen, stort er de diepste nederigheid in uit en vereenig met het levendigst berouw het kinderlijkst vertrouwen en de vurigste liefde. 0, beminnenswaardige Vader! kom laat mij U omhelzen, nadat ik mij aan uwe voeten heb geworpen, om vergiffenis van al mijne zonden te verkrijgen. Kom die schandelijke vlekken door uw kostbaar bloed uitwisschen. Dat goddelijk bloed geeft mij immers tevens de verzekering, dat Gij mij opnieuw als uw kind wilt aanzien. Wat zou mij dan nog kunnen afschrikken, nu ik ü mijn Vader mag noemen ? 0 heilige vereeniging, die door de H. Communie in mij bewerkt wordt. Nog weinige oogenblikken en geheel

ocr page 323

317

de Hemel zal in mijne ziel zijn . . . Naar ü verzucht ik, ik verlang naar U, mijn opperste Goed! 0 zalig oogenblik, mijn hart opent zich voor den gloed der liefde. Wat reden heb ik niet, om mij te verheugen ! Welk geluk kan aan het mijne nabij komen! Deze dag moet geheel aan de liefde zijn toegewijd... Ik zal den vrede in het harte hebben, omdat mijn vader daarin woont... Wat behoef ik nog te vreezen? . . . wat kwaad zou mij nog kunnen treffen? Wat zal mij lastig vallen in de levende tegenwoordigheid van den tee-derste der Vaders? Ach! toef niet, o mijn Heer en mijn God! Gij zjjt geheel mijn troost in dit tranendal. O kom, mijn God! mijn Vader, lieve Jesus, kom.

Mijn God! ik geloof.. . versterk mij . . .

Ik hoop ... vertroost mij . ..

Ik bemin U... vermeerder mijne liefde ...

Ik verzucht naar ü... bevredig mijn verlangen ...

Ik vrees en gevoel schaamte . . . ondersteun en versterk mij . . .

Ik betreur mijne zonden . . . heb medelijden met mij en vergeef mij. . .

Ik ben koud . . . verwarm mij . . .

Ik neem tot U mijne toevlucht. . . neem mij aan in liefde en genade .. .

ocr page 324

318

Mijn God! hier ben ik, kom binnen in bez(

mijn hart. afsc

staa

H. Moeder Gods, mijn H. Engelbewaar- kon

der, mijne H. Patronen, alle Heiligen des ver] Hemels! vergezelt mij, om mijn God te I

gemoet te gaan; aanbidt Hem, prijst en teg(

looft en zegent Hem voor mij. O God! ik gen

offer U hunne deugden en hunne liefde, als

om mijne onwaardigheid en mijne ellende zoo

te vergoeden . . . Kom dan, mijne liefde, dit

kom, o mijn God ! kom . en toef niet langer. te 1

Ik

NA DE H. COMMUNIE. daa

daa

Lieve Jesus, mijn God en Vader! ik be- Aar

zit U dan in mijn binnenste, Gij zijt geheel mij

de mijne... Ik aanbid ü, ik omhels ü, O

ik bemin U van ganscher harte. Lieve uits

Vader! bewerk in mij datgene, waartoe waa Gij gekomen zijt. Ontvlam mijn hart, ver- C

teer het door uw goddelijk liefdevuur, wil blijl

het geheel en al reinigen en zuiveren... zij

O liefde, mijn God, mijn Vader! waarlijk de

't is te veel... Ik druk U aan mijn hart eeu

Neen, nooit zal ik U meer loslaten. molt;

Gij, mijn God, dien ik aanbid, dien ik toe

bemin... Gij woont in mijn hart! Dat al Mai

wat in mij is zich voor ü vernedere en len,

vernietige! Niets heeft ü belet mij te voo

ocr page 325

319

in bezoeken, ach! dat dan ook nu niets U afschrikke ... Gij wist, o Heer, in welken staat uw kind zich bevond ... Gij zijt ge-,ar- komen. . . Welnu, zie mij thans als een des verloren zoon aan uwe voeten.

te Ik heb gezondigd togen den Hemel en

en tegen ü, ik ben niet waardig uw kind ik genoemd te worden . .. behandel mij slechts 'de, als den geringste uwer dienstknechten; ide zoo ik maar aan uw Hart mag rusten, zal 'de, dit mijne hoogste verwachting nog verre ;er, te boven gaan.

Maar neen, mijn God, gij hebt meer gedaan, Gij hebt mij eene tafel bereid en U daar geheel en al aan mij geschonken ... be- Aan deze tafel kwam ik aanzitten, ik heb eel mij met uw vleesch en bloed gevoed . . . ü, O geheim van liefde! Nu mag ik met de 3ve uitstorting der teederste genegenheid in toe waarheid zeggen:

er- O mijn Vader, die in mijn hart zijt, ver-

wil blijf er immer .. . Uw aanbiddelijke Naam zij er gezegend, geheiligd, geëerd door al lijk de krachten mijner ziel, heden en in alle irt eeuwigheid. . . Heersch in mijn hart en moge ik weldra het hemelsch Rijk, waar-ik toe Gij al uwe kinderen roept, binnengaan, al Maar zoo gij mijn geluk nog wilt uitstelen len, uw heilige wil geschiede, o mijn God! te voor alles en in alles wil ik mij daaraan

ocr page 326

320

-

onderwerpen . . . Waarom kan ik niet alle menschen bewegen, om uw heiligen wil te volbrengen en U in alles te zoeken; want wie voor alles uw rijk en uw wil zoekt, hem zal al het overige worden toegegeven . .. Gij, die de vogelen des Hemels spijst, die de leliën der velden kleedt, Gij zult voorzeker, o mijn God, uwe kinderen niet vergeten. Gij bemint ons voortdurend, niettegenstaande wij ü met ondankbaarheid beloonen. Gij schenkt ons vergiffenis, zoo wij ook van harte vergeven. Ja van harte, o Heer, vergeef ik aan allen, die mij door woorden of daden beleedigd hebben . .. Wees hun barmhartig, o mijn God, en mij zeiven genadig, door voortaan alle zonden en bekoringen van mij af te weren ; ziedaar het eenige kwaad, waarvan ik U smeek mij te willen bevrijden, heden en alle dagen mijns levens.

I Zegen, o Heer, al diegenen, die mij

dierbaar zijn en stort uwe genade over hen uit, over mijne familie, mijne vrienden, mijne weldoeners en al diegenen, die zich in mijne gebeden hebben aanbevolen. Ik bid ü, sta onzen H. Vader den Paus, onzen Bisschop, onzen Herder in alle omstandigheden door uwe krachtige hulp ter zijde. Geleid al diegenen, die Gij met gezag bekleed hebt, op den weg der recht-

ocr page 327

321

lie vaardigheid, opdat zij hunne macht, slechts

te tot uwe meerdere eer gebruiken. Help de

nt armen, de gevangenen, de bedrukten, de

ft, reizenden, de zieken en stervenden; geef

■e- de volharding aan de rechtvaardigen, de

sis bekeering aan de zondaars, de ongeloovigen

jtij en dwalenden, en zegen de pogingen van

en hen, die aan hunne bekeering arbeiden,

id, Heb ook medelijden met de arme zielen

ir- in het vagevuur, vooral met degenen, aan

is, wie ik de grootste verplichting heb of met

an wie ik het nauwste ben verbonden. Ook

lie degenen, die het vurigst verlangen U te

ib- zien, en die het meest verlaten zijn, wor-

xl, den ü ten zeerste aanbevolen. Troost haar,

lie mijn God, en geef ze de eeuwige rust, en

/8- dat het eeuwig licht haar verlichte. Amen. an

len ZEGEN NA DE H. COMMUNIE.

mij Gij gaat mij dan weêr verlaten, o mijne rer liefde! . . . Nauwelijks ben ik in uw bezit. ,. 3n- Waar zijn ze gebleven, die kostbare oogendie blikken? Wat zal ik U nog meer zeggen? en. Nog één woord .. . nog één verlangen .. . us, i nog ééne liefdezucht... Tot wanneer, o, m- mijn God, tot wanneer?... Ach! waarom ter kan ik ü niet wederhouden . . . U zeggen, ge- U herhalen mijne smart, mijne liefde . . . ht- O mijn God! uw wil geschiede heden en

14*

ocr page 328

322

immer . . . laat ik mij altijd naar dien heiligen wil regelen. Dat uwe genade al mijne werken heilige, opdat ze steeds tot uwe meerdere glorie, alleen uit liefde tot U verricht worden. Zegen ze allen . . . o mijn oneindig Goed, verlaat mij dus niet. . . waarom kan ik U niet immer in m n hart bewaren .. . maar daar dit niet kan, verlaat mij niet, vóórdat Gij mij gezegend hebt.. . Zegen mij en bewaar mij voor alle ontrouw. Zegen mij, opdat ik U niets weigere van hetgeen Gij van mij verlangt... Zegen mij, opdat ik mijne heilige voornemens standvastig nakome . . . Zegen mij, opdat ik al diegenen, die met mij omgaan, moge stichten en tot U brengen . . . Roep mij dikwerf gedurende dezen dag in het heiligdom van nrjn hart terug . . . W ant ik ben uw tempel, o verborgen God! Maak, dat ik steeds in uwe tegenwoordigheid wan-dele, naar uwe stem luistere, uwe raadgevin-ge volge . . . Het doet mij leed, dat ik ü nog zoo weinig bemin; maar het troost mij, dat ik U geheel en al bezit, om U zeiven aan den Hemelschen Vader te kunnen opofferen en daardoor te vergoeden al wat aan mij ontbreekt. Gij hebt uit liefde voor mij zooveel gedaan, dat ik mij geheel aan ü geve voor den tijd en voor de eeuwigheid. Amen.

ocr page 329

TIENDE COMMUNIE-OEFENING.

JESUS, 31 IJ N BRUIDEGOM.

1. Hg wil voor mij leveu. 3. niet mjj le^eu.

3. in mij leven.

GEMOEDSAANDOENINGEN.

O Jesus, mijn God ! ü, maar ook U alleen heeft mijn hart uitverkoren . .. (reen ander mag het ooit bezitten. . . Gij zijt onder duizend uitgekozen. O zalige ver-eeniging! o liefde! o Jesus! mijn Bruidegom, wat zoetigheden vervullen geheel mijne ziel, welke teederheid, welke verrukkelijke blikken, wat verrukking in mijn hart! O Jesus! hoe zorgvuldig bewaart Gij de geheimen der heilige liefde, met U al-zoo in het heilig tabernakel op te sluiten ! Elk uur van den dag, elke stonde van den nacht zelfs zijt Gij daar te vinden ... Hoe vertrouwelijk mag ik hier met U verkee-ren; hoe zoet is hier uwe tegenwoordigheid, wanneer hart aan hart mag rusten, het eene in het andere opgesloten ... O mijn Bruidegom, ik behoor CT geheel en al . .. wees Gij ook geheel de mijne . . .

ocr page 330

324

De vereeniging, om oprecht te zijn, moet wederkeerig en onafgebroken wezen. Moge de onze zoo zijn ! . . . Wat ontbreekt ü, o vurige Minnaar onzer zielen ? Ach! mag ik het zeggen ! . . . Gij toondet U niet aan de oogen mijns lichaams maar aan die mijner ziel, . . Moge het mij heden gege • ven zijn in de H. Communie de tegenwoordigheid van mijn Bruidegom te gevoelen ... Hem aan mijn hart te drukken... ü toch, mijn God, bemint men altijd te weinig ... Er is geene grens aan de liefde van den oneindig beminnelijken en oneindig beminnenswaardigen Bruidegom . . . Nooit te groote teederheid , . . Nooit te veel blijken van liefde ... Ik verlang ook niets, dan mij met U, hemelsche Bruidegom, te vereenigen. Maar mag ik het wagen ? ben ik van uwe liefde verzekerd? Ja . . . maar ben ik genoeg overtuigd, dat ik U lief heb, dat ik ü behaag ? . . . Droevige onzekerheid door den dood eerst te beslissen. O, mijn Bruidegom ! ziedaar mijne eenige kwelling. Zal ik bij het verlaten van dit ballingsoord ter bruiloft binnengaan ? Zal ik ü dan zien, ü bezitten, U genieten ? . .. Ach, hoe gaarne zou ik mijn leven in tranen en boetvaardigheid willen doorbrengen, om dit verwezenlijkt te zien !.. . Zoo het noodig is, Heer, snijd, kerf, brand, verbrijzel, verne-

ocr page 331

325

'

it der, beproef, handel naar uw welbehagen,

[e | spaar mij niet... zoo ik ü in eeuwigheid

o maar mag bezitten. Hier beneden omgeven

'g mij duisternissen en angsten . . . Maar, hoe

in verzacht de H. Communie deze pijnen

ie niet! 0 Jesus, zoete Bruidegom ! hoe spoe-

e- dig vergeet men bij U het bittere des le-

n- vens, vooral indien Gij uwe stem laat

e- hooren . . . één woord slechts is voldoende.

Dit woord nochtans wordt dikwijls met te ongeduld afgewacht. Men is verstrooid ge-cle weest. erger nog, vaak heeft men den he-ig melschen Bruidegom bedroefd. Ziedaar, )it lieve Jesus, hoe het dikwijls met mij geen steld is . . . Ja, ik beken het, dikwijls ben iiij ik, helaas! schuldig, en den naam, dien in. | Gij mij geven wilt, onwaardig. Hoe menig-we maal misschien waart Gij op liet punt om eg mij te verstoeten! . . . Maar; daar Gij mij ie- bewaart in het leven, mij toelaat heden en tot U te naderen, is dit bewijs genoeg, dat le- Gij tot hiertoe barmhartig jegens mij wilt 5a! zijn . . . Doch, zult Gij in de toekomst better zelfde geduld nog hebben, o mijn God? en. Ach! zoo ik U nog ooit wéér ontrouw •ne werd!... Ja, liever zou ik op dit oogen-ar- blik willen sterven. Hoe! Zou ik zulk een er- beminnelijken, goeden, oneindigen, alle lief-is, de waardigen Bruidegom nog ooit weêr ne- 1 durven bedroeven?. . . Duld het niet, o

ocr page 332

326

mijn God! Wees immer mijn Bruidegom; dat alles in mij zich bevlijtige, om U te behagen; dat al mijne handelingen naar U alleen gericht zijn . . . Wees Gij mijne eeni-ge liefde op aarde.

Maria, Moeder van Jesus, en mijne Moeder ! leer mij aan uw goddelijken Bruidegom behagen, bid voor mij en verwerf mij de genade van liever te sterven, dan Hem nog ooit weêr ontrouw te worden. Amen.

Opdracht der H. Communie, 1)1. 314.

VÓÓR DE H. COMMUNIE.

O God van liefde! Heden komt Gij als Bruidegom in mijn hart. Welke teeder-heid! Waarom kan ik in mijne ziel geen liefdevuur ontsteken! Hoe, een God noemt zich, en met recht, den Bruidegom mijner ziel. Ja, ik geloof, lieve Jesus, dat Gij geheel en al tegenwoordig zijt onder de gedaante van brood en wijn. Bruidegom mijns harten, wat heb ik van zulk eene vereeniging niet te wachten! Gij, mijne vreugde en mijne hoop, mijn eenig geluk, mijn hart is geheel voor U . . . Neem bezit van uw eigendom ... Gij zult er Heer en Meester van zijn, want ondanks mijne onwaardigheid wilt Gij er de Bruidegom

ocr page 333

327

van wezen ... De overgroote liefde, die Gij mij in dit wonderbaar Sacrament bewijst, schijnt mij te zeggen, dat Gij mijne onwaardigheid vergeet. . . maar ben ik daarom wel minder onwaardig, minder ellendig V.. . Een God van liefde... ziedaar de reden, waarom Hij geene palen stelt aan onze vereeniging... O liefde! waartoe zult Gij nog overgaan?

O Jesns! uwe liefde, uwe teederheid is te groot... Wat zal ik voor U doen?. . . wat U aanbieden?... wat U zeggen?... Ik ben niet in staat te beseften al wat Gij voor mij doet, vooral in dit aanbiddelijk Sacrament, den korten inhoud van al uwe wonderwerken. Gij bemint mij met eene goddelijke en oneindige liefde ... en ik weet Uwe liefde niet door waarachtige wederliefde te beantwoorden. Wegens mijne ongevoeligheid zou ik uit eerbied uwe tegenwoordigheid willen ontvluchten; maar mag ik mij aan uwe beminnelijke uitnoodi-gingen onttrekken? O neen, uwe liefde roept mij, om met vertrouwen tot U te naderen... Ik kom dan tot U, o mijn God, die mijn Bruidegom wilt worden . . . Gij zijt mijne liefde ... O kostbaar oogen-blik, waarin ik hoop Hem te bezitten, laat ü niet langer wachten... O mijn oneindig Goed .. . mijn Heer en mijn God!

ocr page 334

328

Gij zijt waarlijk mijn Bruidegom: maak dat ik geheel liefde zij . . .

Mijn God, ik geloof, enz., bl. ^17.

NA DE II. COMMUNIE.

O mijn hemelsche Bruidegom! waarom brand ik niet van liefde voor U! Hoe, Gij zijt in mijn hart... Ik bezit U geheel en al . . . Mijn zoete Jesus, dien ik boven alles bemin. . . Gij zijt nu in mijn hart!... Gij mijn waarachtig goed. . . mijne eeuwige liefde!... O zalige genoegens der H. Communie, wat zijt gij weinig bekend! . . . Kortstondige oogenblikken, waarom blijft gij niet langer voortduren! Hoe spoedig zal ik mij moeten losscheuren aan uwe omhelzingen en mij mengen met het slijk der aarde?... Ach, mijn God! Gij vraagt mij een offer, en zou ik het U kunnen weigeren? Zal ik ooit genoeg voor ü kunnen doen, o mijn Goddelijke Meester, die zooveel voor mij gedaan hebt? Hoe zou mijn hart aan uwe liefde kunnen wederstaan ? Maar hoe kan ik het wonder, dat in mij plaats heeft, aanschouwen, zonder van liefde te verkwijnen ! . . .

O Jesus! ik aanbid ü uit den grond mijns harten ... Gij zijt de God van he-

ocr page 335

329

mei en aarde, en Gij neemt mijne ziel tot uwe bruid . . . eene ziel zonder deugden . . . zonder verdiensten .. . zonder bekoorlijkheden. — Waarom? Omdat Gij, o mijn God, slechts liefde zijt... Gij bemint mij enkel, om mij te beminnen ... Gij let niet op mijne zonden, noch op mijne ellende, noch op mijne onwetendheid, noch op mijne verachtelijkheid ... Gij bemint mij, en ziedaar, wat U beweegt, om mijne ziel binnen te gaan . . . Werp nu dan ook op mij een blik van medelijden. Zie wat ellenden mij ter neerdrukken, wat zonden mij beschamen! 0 almachtige Bruidegom ! verlaat mij heden niet alvorens mij de uitwerkselen uwer beminnelijke almacht te doen gevoelen ... Ik vraag U noch rijkdommen, noch eerbetuigingen, noch genoegens; integendeel, ik zou mij gelukkig achten, zoo ik, o mijn Jesus, de armoede, de vernedering en de smarten, die Gij ter liefde van mij gedurende uw sterfelijk leven hebt geleden, zou kunnen navolgen .. . O, hoe gaarne zou ik U willen gelijken! Nochtans deze gunst zou ik ü niet durven vragen; zij behoort slechts aan de uitverkorene zielen; en wie weet of Gij mijne vermetelheid niet zoudt bestraffen .. . Maar, wat zeg ik? het is uw uitdrukkelijke wil, dat wij aan U gelijkvormig worden. 0

ocr page 336

330

tnaak, dat ik uit liefde tot U wegkwijne . . . Gij zijt mijn welbeminde Bruidegom . . . Gij zijt mijne eenige vreugde . . . mijn eenige rijkdom, mijn waarachtig geluk ... Met U bezit ik alles... Van U verhoop ik alles .. . Ach! waarom heb ik niet al de harten der Heiligen, om U te beminnen? Maar Gij vraagt mij slechts één hart, en wel het hart, waarin Gij U thans bevindt ... O, ik schenk het ü . . . ik draag het U op .. . ik wijd het IJ toe . . . beschik er over, woon en heersch daarin in alle eeuwigheid.

Zegen, o Heer, enz., blz. 320.

ocr page 337

ELFDE COMMUNIE-OEFENING.

JESUS, MIJNE VREUGDE.

I. Jesus, de ware vreugde. 3. Mijne waarachtigre vreugde. 3. Mjjne eeuwige vreugde.

GEMOEDSAANDOENINGEN.

O Jesus, vreugde der Engelen ! hoe zoudt Gij niet de mijne wezen? Uwe schoonheid verheugt al de Heiligen ... Gij overstelpt hunne harten van vreugde... O, wanneer zal ik daarin deelen ? Maar wanneer zal ik die vreugde verdienen? Over wien heb ik te klagen, zoo niet over mijzelven ? . . . Wanneer mijn hart met droefheid vervuld is, wanneer een vloed van bitterheid mijne ziel schijnt te overstelpen, ach, ik weet het, dan moet ik het alleen aan mijne ondankbaarheid toeschrijven. Wat vreugde kan ik genieten, na 0quot;, mijne vreugde, door mijne zonden te hebben beleedigd ? ... Heer! maak een einde aan mijne misstappen : dit zijn mijn eenige, mijne ware smarten .. . Vergeef mij mijne ontelbare zonden en ongetrouwheden en bewaar mij

ocr page 338

332

voor 't ongeluk van ü opnieuw te belee-digen. Al het overige zal mij niet bedroeven ; ik zal mij gelukkig achten dooide wereld vergeten, veracht, verlaten te worden. Gij alleen kunt mijne ziel niet vreugde vervullen; Gij alleen mijne tranen afdrogen, want in weerwil van mij zeiven zullen zij mijne oogen ontschieten . . . Een enkel woord aan uwe lippen ontschoten zal mij een onuitsprekelijk genoegen veroorzaken .. . Neen, ik verlang geen we-reldsch vermaak, geene voldoening mijner zinnen en lusten. . . Verre van mij, o mijn God! al wat mij tot lichtzinnigheid en verstrooidheid zou kunnen voeren. . . Moge ik mijn naaste overal stichten door hem de deugd in al haar beminnelijkheid voor te stellen... Geef mij, o Heer, de vreugde uwer kinderen, die U in alles zoeken te behagen, door uw heiligen wil immer te volbrengen. Geef, dat ik mij verheuge, wanneer ik zoo gelukkig ben ü in iets te gelijken, o Jesus, in uwe armoede, ... in uwe vernederingen, ... in uw Ijjden, ... in uwe verguizingen,... in de vergetelheid, waarin Gij geleefd hebt, o mijn Zaligmaker, en waarin Gij U nog bevindt in dit Sacrament van liefde . . . Ik verzaak aan alle andere vreugde en offer ü al mijne genoegens op ... Ik ver-

ocr page 339

zaak aan elke geoorloofde voldoening; ik wil geen ander geluk, geen andere vreugde dan U alleen, o mijn God! Mij aan uwe voeten te bevinden, ... ü te aanbidden in het H. Tabernakel, waar Gij dag en nacht ter liefde van mij verblijft. . . . U lof te zingen,... uwen zegen over mij en alle menschen af te smeeken, . . . uwe woorden aan te hooren, wanneer ik dooide H. Communie ü in mijn hart bezit, .. . dat zij mijne eenige vreugde, mijn eenig vermaak gedurende mijn kortstondig, aardsch leven! . . . En wanneer het zoo lang verbeide oogenblik, waarop ik LT voor eeuwig zal bezitten en beminnen, voor mij zal aanbreken . . . wanneer mijn laatste uur hier beneden zal geslagen zijn, wees dan, lieve Jesus, mijne vreugde . . . Iiitus-schen spaar mij niet, ... zoo het noodig is, ontneem mij alle troost, maar verlaat mij niet, o mijn God, en geef mij de kracht, om te lijden op eene wijze, die Uwer waardig en voor mij heilzaam is.

Maria, mijne goede Moeder, gij die nooit eene andere vreugde hebt gehad dan uwen Jesus: bid voor mij, opdat Hij alleen mijne vreugde zij. Aan Jesus en Maria toe te behooren, dat zij immer mijne grootste, mijne eenige vreugde! Amen.

Opdracht der H. Communie, blz. .314.

ocr page 340

334

VÓÓR DB II. COMMUNIE.

Jesus, mijne vreugde! O liefhebbende Jesus! Onder welke benaming komt Gij heden in mijn hart? ... Is dat hart bereid U in deze hoedanigheid, zoo rijk aan bekoorlijkheden te ontvangen ? .. , O hemel-sche vreugde vol van zoetigheid! de wereld kent ü niet... O mijne vreugde, o Jesus! wie zal mij een hart ruim genoeg, wie mij eene onbegrensde liefde geven ? . . . altijd aan Jesus toebehooren . . . immer ter zijner beschikking zijn ... O mijne vreugde! reeds maakt Gij U bereid om mijn hart binnen te gaan .. . welke gevoelens moeten mij thans bezielen, welke verzuchtingen moet mijn hart thans slaken ? . . . Ach ! zij moeten zacht geweldig zijn zonder uitstorting naar buiten. Maar hoe zal ik ze in de enge ruimte van mijn boezem houden opgesloten, o mijn God?...

Hij, die het geluk der Engelen en dei-Heiligen uitmaakt in mijn hart! O vreugde, o zaligheid, hoe dit te begrijpen? Of liever, hoe te leven, zonder zich verteerd te gevoelen? O mijne vreugde, o mijn Jesus! Gij komt, ... nog eenige oogenblikken . .. Ja, ik geloof... Gij zult mij de vreugde uvvs geestes schenken, die mij met berouw, liefde en dankbaarheid zal vervullen . . .

ocr page 341

335

Daar is Hij . . . Hij nadert tot zijn onwaardig en toch zoo bevoorrecht, zoo bemind schepsel. Ik geloof het, o Heer; ik geloof, dat gij het zijt... Ja, ik hoor Hem . .. Hij roept mij... Welke liefde! Zie, hier ben ik, o mijn God! ik gevoel, hoezeer ik U noodig heb. Kom mijne verlangens voldoen . .. Kom, Gij alleen kunt mij gelukkig maken ... Ik wil geen ander . .. Maar zijt Gij mijne vreugde, dan moet ik ook de uwe zijn, dan moet ik zorgen, U nooit in iets te mishagen ... O Jesus! zou ik ü na zooveel liefde nog iets kunnen weigeren? Neen, mijn God, kom mijne getrouwheid en mijn geluk verzekeren, . . . o Jesus, o mijne vreugde! kom . . . ziedaar mijne ziel .. .

Mijn God, ik geloof, enz., blz. 317.

NA DE H. COMMUNIE.

Mijn God! Gij zijt mijne vreugde; hoe zou 't anders kunnen zijn? Zijt Gij niet alles, wijl Gij mijn God zijt? O. ik bezit U, ik omhels ü . .. In waarheid mag ik zeggen, dat Gij mijne eenige liefde zijt en ik ü boven alles de voorkeur geef. Gij zijt mijn eenig geluk; zonder U wil ik geen ander genieten ... O mijn God, mijne

ocr page 342

336

vreugde! Gij daalt af tot mij! . .. 0 oneindige Majesteit! ik aanbid LT, voor U zink ik in mijne nietigheid terug. . . Wees gezegend, geprezen door al wat leeft! .. . Mijne stem heffe een nieuwen lofzang aan in dit oogenblik van vreugde en reine wellust !.. . De God van hemel en aarde is in mijn hart! o zalige stonde, gelukkig oogenblik ! .. . o Jesus, mijne liefde !

0 God, dien ik met liefde aanbid; wees immer mijne vreugde; ik geloof, dat Gij thans in mijn hart zijt... Ik hoop, dat Gij over mij de gaven van uwen Geest zult uitstorten, die een geest is van liefde, vreugde, vrede, geduld, goedertierenheid, goedheid, lankmoedigheid, zachtheid, getrouwheid, zedigheid, onthouding en zuiverheid.

Bewerk in mij, o Heer! deze heilzame vruchten; geef, dat ik medewerke met uwe genade, om ze in mijne ziel te doen werken.

Wanneer ik mij weêr aan mijne bezigheden overgeef, maak dan, o mijne vreugde, dat ik niet meer toegankelijk zij voor eenige andere vreugde of voor verstrooidheid. O mijn Jesus! waarom kan ik mij niet ten minste van tijd tot tijd, tot U wenden, o mijne liefde, mijne vreugde, mijn heil! Moge ik mij don geheelen dag

!

1

ocr page 343

337

) on- herinneren, dat ik mijn God in mijn hart draag... Waar zou mijne dankbaarheid blijven, zoo ik vergat ü meermalen te aanbidden, U ten minste een enkel woord te zeggen, U te verzekeren, dat Gij mijne liefde, het eenig voorwerp mijner liefde zijt. Jesus is vol liefde en goedheid jegens mij... O, mijn God! wees gezegend om uwe overgroote teederheid . . . Gij zegt mij, dat het uw vermaak is, bij ons te verblijven. O, bet is ook mijn geluk bij TJ te zijn ... O, mijn opperste goed ! welke gevoelens moet zulk een overmaat van liefde in mijne ziel niet opwekken? Wat vervoering moet mij niet bezielen? Mijn God! waarom verkwijn ik nietquot; van liefde en dankbaarheid? Neen, dat wilt Gij niet. Maar verlangt Gij dus, dat ik leve en niet sterve, dan wil ik leven uit dankbaarheid en liefde. Ik zal alles als uit uwe hand voortkomende aannemen, dus in vrede en met vreugde. Alles beschikt Gij tot welzijn van diegenen, die U liefhebben; ik moet mij dus ook over alles verheugen.

Wat kan ik nog verlangen, o Heer, na de eer, die Gij mij heden hebt aangedaan? Ja, nog iets, mijn Jesus! blijf mijne vreugde in alle eeuwigheid, zooals Gij het op dit oogenblik zijt, . . . mijne eeuwige vreugde, wanneer ik voor uw aanschijn mij zal

V 1

ocr page 344

338

verhevigen, zonder vrees van ü ooit, weêr te verliezen. Maar in dien tussehentijd verlaat mij niet, want ik ben zwak en bevreesd. Ach! ik bid U, verlaat mij geen oogenblik, want zonder U zou ik vergaan . . . Wees alles voor mij, o Jesus, in dit leven en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Zegen, o Heer, enz., bl. 320.

ocr page 345

TWAALFDE COMMUNIE-OEFENING.

JESUS, M IJ N VRIEND.

1. Jesus, eeu ware vriend. 3. eeu getrouwe vriend. 3. eeu standvastige vriend.

GEMOEDSAANDOENINGEN.

Welke titels zult Gij nog aannemen, o Jesus. om onze harten te winnen? O liefde! Gij verlangt niet alleen, dat wij uwe kinderen, maar ook uwe vrienden genoemd worden. Maar vrienden, o Heer, moeten elkander gelijken... en welke gelijkenis heb ik met U, o mijn God? Gij zijt de heiligheid zelve, en ik . . . raag ik zeggen, dat ik waarlijk aan mijne heiligwording arbeid?... Nochtans in weerwil van dit verschil zijt Gij nog altijd vol liefde. Men zou zeggen, o mijn God, dat niets in mij U afschrikt: ja het schijnt zelfs, dat Gij mijne vriendschap meer en meer zoekt, wijl Gij ü opnieuw met mij, arm ellendig schepsel, wilt vereenigen. Een bewijs, dat Gij niet alleen in naam, maar in waarheid de vriend mijner ziel zijt... l?ij de geringste

ocr page 346

340

smart, die mij kwelt, hoort Gij mijne klachten, lenigt Gij mijne droefheid, deelt Gij mijne pijnen . . . Hoe verblind zou ik zijn, zoo ik tot U niet bet eerst mijne toevlucht nam, o teedere vriend mijns harten! Gij beijvert U meer, om mij te helpen, dan ik, om uwe hulp in te roepen ... O, hoe zoet is 't niet, zulk een vriend te bezitten, een vriend wonende onder hetzelfde dak, een vriend altijd toegankelijk, en wat alle verbeelding te boven gaat, een vriend, die in de ziel van zijn vriend wil binnengaan!... een vriend, die leeft in zijn vriend, die slechts één hart met hem uitmaakt... o liefde, o zaligheid! Waar zal men zulk eene vereeniging vinden; waar woorden vinden, om het innige dier vereeniging uit te drukken? Hart aan hart saamgesmol-ten als was . . . o Jesus, mijn eenige vriend ! zou ik bij zulk eene overmaat van liefde IJ niet boven alles beminnen? Geef dit, o mijn God, mijn opperste goed! En Gij, die in weerwil van mijne ontrouw altijd getrouw blijft, wanneer zal mijne trouw aan de uwe gelijken? O mijne liefde, hecht mijn hart aan het uwe door zulke sterke ketenen, dat niets ter wereld in staat zij om die te verbreken ... Wees immer mijn eenige vriend ... Laat immer het H. Tabernakel en de H. Communie de plaatsen onzer

ocr page 347

341

bijeenkomst zijn. Laat ik ü daar immer blootleggen al wat er in mijn hart omgaat; mijn verdriet, mijne ellende, mijne bekommernissen, mijne verlangens, mijne voornemens .... mijn eenig verlangen, om U te beminnen zonder vrees van U ooit weêr te verliezen. 0 mijn Jesus! waarom blijf ik hieromtrent nog altijd in het onzekere?... Wanneer zal ik kunnen zeggen: mijn God, Gij behoort geheel en al aan mij, en ik behoor ook geheel en al aan ü, voortaan zal ik u niet meer beleedigen ... Ik bezit ü, nooit wil ik meer van U scheiden . . . o mijn hoogste goed! Heb medelijden met mij en laat nimmer toe, dat zooveel liefde voor uw arm schepsel ooit verloren ga. Waartoe zou al uwe teederheid mij dienen, indien ik ü niet gedurende alle eeuwigheid liefde voor liefde kon wedergeven? O mijn God, verwijder dus van mij alles, wat die liefde, die ik U verschuldigd ben, en ü in eeuwigheid verlang te bewijzen, zou kunnen verhinderen. Liefdevolle vriend! spreek tot mijn hart; zeg, wat Gij van mij begeert; laat mij uwe ingevingen nauwkeurig opvolgen ; laat mij steeds getrouw blijven aan mijne goede voornemens; laat mij altijd, overal, in alles aan U aangenaam zijn.

0 Maria, trouwe Maagd! bid voor mij, opdat ik, na Jesus hier op aarde bemind

ocr page 348

342

te hebben, eens waardig worde Hem te zien, te beminnen in alle eeuwigheid. Amen.

Opdracht der H. Communie, blz. 314.

VÓÓR DE H. COMMUNIE.

De ziel. Wien zal ik heden in mijn hart ontvangen ?

Christus. Mij-zelven: ik ben immers de vriend uws harten.

De ziel. Hoe, groote God, Gij wilt mijn vriend zijn. Gij de Almachtige, de Scheji-jjer van hemel en aarde, de Koning der koningen? . . .

Christus. Vergeet voor een oogenblik deze grootheid, welke ik voor ü verborgen houd, om slechts te denken aan de liefde, waarmede ik in uw hart wil binnen gaan.

De ziel. Maar Heer, zoo Gij als Koning tot mij kwaamt, was dan uwe vernedering al niet diep genoeg?... maar als vriend... Wat is er in mij, dat eenige overeenkomst heeft met U ? Welke zijn uwe gevoelens? . .. Welke de mijne?

Christus, 't Is genoeg, dat gij mijne uitverkorene zijt.

De ziel. Ik... o mijn God! ik ben die liefde niet waardig . . .

Christus. En zoo gi) die waardig waart, zou dat mijne glorie verhoogen ?

ocr page 349

343

De ziel. O God van liefde! Wat kan ik bij zulke blijken van teederbeid antwoorden'? Hoe grooter schaamte en berouw mijn hart vervult, des te grooter is de liefde, waarmede Gij mij bejegent... Ik gevoel mij dat gastmaal der Engelen go-heel en al onwaardig.

Christus. Beantwoord aan mijne liefde, beminde ziel, open uw hart tot vreugde en vertrouwen, kom u met mij vereenigen .. .

De zul. Vergeef mij dan, o Heer, vooraf al mijne zonden, die ik van harte betreur.

Christus. Ik heb al uwe zonden op mij genomen . . .

De ziel. En zoovele driften. . . zoovele kwade neigingen, die aanhoudend in mijn hart opwellen . . . zijn dit geene redenen gewichtig genoeg, o Heer, om mij van de heilige Tafel verwijderd te houden ? .. .

Christus. Ja, misschien zoudt Gij u van mij verwijderen, zoo Ik Mij in mijne glorie en Majesteit vertoonde; maar Ik noodig u uit als vriend ... Wat hebt gij van een vriend te vreezen ?

De ziel. Heer! Gij hebt mijn hart gewonnen. Ik wedersta niet langer aan zooveel liefde . . .

Christus. Kom mij dan als een teederen vriend onthalen; ik tel de oogenblikken,

ocr page 350

344

die mij van u scheiden, om in uw hart binnen te gaan.

De ziel. O God! wijl uwe liefde zoo groot is, waag ik het uwe liefdevolle uitnoodiging aan te nemen. .. Kom, Gij die de liefde zelve zijt, kom mij met liefde vervullen, opdat ik op mijne beurt alleen liefde worde.

Christus. Deze moeten uwe gevoelens zijn. . . Nader thans tot uw vriend ... Ik ben het...

Mijn God! ik geloof, enz., blz. 317.

NA DE H. COMMUNIE.

lgt;e ziel. O God van liefde! ik werp mij aan uwe voeten... ik aanbid U . . . ik prijs U . . . ik dank U voor de uitstekende eer, welke Gij r.iij komt bewijzen.

Christus. Als vriend ben ik gekomen, ziedaar het uur der liefde.

De ziel. Hoe! mijn Heer en God .. . Aan mij is 't, dat Gij zooveel teederheid bewijst . . .

Christus. Ja, aan u, en Ik ben gekomen, om geheel uw hart te bezitten.

De ziel. Hoe gelukkig voel ik mij, o mijn God ! Niet alleen verstoot Gij mij niet, maar Gij vraagt zelfs mijn hart.

Christus. Wat heb ik voor u kunnen

ocr page 351

345

doen, dut ik niet gedaan heb?... Op mijne beurt vraagt Ik slechts uw hart.

De ziel. Ach! (lij hebt te veel gedaan voor ellendige en ondankbare schepselen, en voor zooveel goedheid vraagt Gij slechts een nietig hart. ..

Christus.. Ik stel er mij mede tevreden, en nochtans hoevele zielen, die het mij weigeren!

De ziel. O die verblinden! Gij toch alleen, o Heer, kunt ze gelukkig maken.

Christus. Met recht zegt gij : die verblinden. Maar juist daarom verdienen zij nog verontschuldiging. Wat Mij echter bijzonder leed doet, is, dat er zielen gevonden worden, door het licht der waarheid verlicht, met genaden overladen, zoo dikwerf door mijn vleesch en bloed gespijsd, wier hart verdeeld is onder duizend nietigheden, die zij zich schamen te bekennen . . .

De ziel. O mijn Jesus! verwijder zulk onheil van mij ... Ik geef U geheel mijn hart, ik bied het ü aan, ik wijd het geheel aan ü toe, om het voor U te slachtofferen . . . Vestig er uwe woning in, en verlaat het nooit weèr.

Christus. Ik ben de getrouvvste vriend der harten, die Mij geheel zijn toegewijd ...

De ziel. Ach! ben ik wel geheel en ul

15*

ocr page 352

340

aan U gehecht? Rekent Gij mij ouder het getal dier uitverkorene zielen ?

Christus. Uw hart moet hierop antwoorden . . . Het is Mij toegewijd, zoo het niet verdeeld is.

De ziel. Verre van mij, o mijn God! een hart, dat reeds zoo klein is, nog te willen verdeelen ... Ik acht mij te gelukkig, dat Gij het wilt aannemen. Hoe zal ik uwe overgroote liefde genoegzaam erkennen? Waarom heb ik niet duizend harten, om U te beminnen, duizend monden, om U te loven ? . . . Ik wil ü geheel toebehoo-ren . . . handel met mij naar uw welbehagen . . . zoo ik U maar nooit meer be-droeve, o God!

Christus. Ik zal uwe sterkte zijn ... Ik zal bij u blijven . .. blijf gij ook bij Mij . . . Gij weet, 't is mijn vermaak met de kinderen der menschen te zijn.

De ziel. O God! wat. geef ik ü voor zooveel liefde weder? Helaas! waarom kan ik niet dag en nacht de onverschilligheid be-weenen, waarmede wij ü behandelen ? Gij zijt geheel liefde, wij daarentegen koudheid ... Gij slechts goedheid, wij ondankbaarheid . . . Ach! zóó kan ik niet langer leven, door ü aanhoudend met genaden overladen, en ü toch telkens weêr ontrouw worden. Waarlijk, ik verdiende wegens

ocr page 353

347

mijne ondiinkbaarbeid niet langer te leven ; hoe menig ander verdient veel meer dan ik de plaats in te nemen, die ik zoo nutteloos bekleed! Maar zoo Gij wilt, dat ik leve, verzeker dan mijne getrouwheid . . . laat mij U vurig beminnen... U nooit meer beleedigen . . . Bewaak mijn hart zoo zorgvuldig, dat het ü nooit meer ontrouw worde, liefdevolle Meester! Hoe! Dit hart, waarin Gij uwe woonplaats vestigt, dat Gij zoo dikwerf uitgenoodigd, zoo edelmoedig bemind en met genaden overladen hebt, . . . mocht dit hart éér vernietigd worden, vóór dat het U nog ooit weèr zou verlaten, of uwe liefde en weldaden ver geten ! . . . Ik behoor IJ toe, goede God, ik laen de uwe, tot aan den dood wil ik niet anders trachten dan ü in alles te behagen ... O, dan zullen mijne aardsche banden verbroken worden, maar de band, die mij aan IT hecht, o Heer, zal nog nauwer worden toegehaald, en het toppunt van mijn geluk zal wezen, Dengene te zien, te bezitten, te genieten, die mij zoo teeder bemind heeft... In dit zoete vertrouwen rust en leef ik.

Zogen, o Heer 1 enz., blz. 320.

ocr page 354

DERTIENDE COMMUNIE-OEFENING.

■J K S U S, M IJ N B K O E D E It.

1. Jesus is mijn lirucder duur natuur. 2. duur aaunemiug. 3. dour uyerceiikoinst.

GEMOEDSAANDOENINGEN.

0 Jcsus ! ja, Gij zijt mijn Broeder; uw hemelsche Vader is mijn Vader . .. Gij zelf hebt het gezegd. Van ü, beminde Leermeester, heb ik geleerd te zeggen: Onze Vader, die in de Hemelen zijt. Ik ben dus de broeder van Jesus Christus... Kan uwe vernedering, o mijn God, nog verder gaan? Waarlijk, lieve Jesus, te groot is uwe liefde. Overvloedig bewijst Gij mij, dat Gij in mijn hart geen vrees, vooral die slafelijke en ontmoedigende vrees niet verlangt, welke mij te zeer beangstigt voor de toekomst. O, Gij die slechts liefde zijt, en mij in 't bijzonder zooveel blijken uwer liefde geeft, zult Gij mij in mijn laatste uur verwerpen ? Zou uw hart alsdan voor mij gesloten zijn? Zal ik in U slechts een schrik-verwekkenden God moeten zien, wiens

ocr page 355

349

majesteit en rechtvaardigheid den grootsten angst inboezemen, nadat Gij als het ware uwe liefde hebt uitgeput en zulke zoete namen van vader, bruidegom, vriend en broeder hebt aangenomen! 0 mijn Jesus, die dit alles voor mij zijt: wek mijn vertrouwen op .. . Gij hebt voor mij geleefd en altijd de grootste barmhartigheid voor rouwmoedige zondaren getoond . . . Gij hebt ü aan mij gelijk gemaakt. . . U met hetzelfde vleesch bekleed, opdat ik in U een broeder zou zien; en om mij dit nog duidelijker te maken, hebt Gij de gedaante van een kind aangenomen. . . Gij liet U door Maria in de armen nemen, op den schoot zetten van haar, die Gij tot uwe moeder hebt uitverkoren. O kleine Jesus! Gij zijt het kind van Maria, maar ik immers ook . . . Teedere Moeder! kom uw goddelijk kind in mijn hart plaatsen . . . Kom, geef mij mijn kleinen broeder. Ik wil aan Hem gelijken. Ik wil beminnen, wat Hij bemind heeft... Ik wil zoeken, wat Hij gezocht heeft. Ik wil altijd met Hem ver-eenigd zijn, slechts één met Hem uitmaken ... O heilige Communie, waar mijn opperste Goed zich op eene zoo liefdevolle wijze aan mij geeft: o Jesus, o mijn Broeder! weldra, ja, weldra komt Gij mijne ziel vervullen . . . Ach ! stel niet uit. . .

ocr page 356

spreek tot mijn hart. Laut uit het li. Tabernakel deze zoete taal aan mijne ziel liooren: (mijn broeder) mijne zuster. O Jesus, vreugde der zielen! Gij deelt alles met mij ... uw Vader, uwe Moeder, uw erfdeel, uwe verdiensten . . . Neen, nooit zal het mistrouwen ingang vinden in mijn hart. Maar, Heer, van uwe zijde vrees ik niets, maar wel van de mijne. Ach, zou ik ooit zoo ongelukkig kunnen zijn, U nogmaals met ondankbaarheid te behandelen, ach, laat mij dan liever op dit oogenblik sterven ... 0 Jesus ! al wat gij nu reeds voor mij zijt, is mij nog niet genoeg. . . Wees eeuwig voor mij, wat Gij immer

gedurende uw sterfelijk leven geweest zijt____

Mijn arme ziel zij uwe zuster, Maria zij immer mijne moeder, gelijk zij de uwe geweest is op de aarde en de uwe blijft in den Hemel

Moeder van Jesus! wees immer mijne moeder, en moge ik door een gedrag, dat u eu uw goddelijken Zoon waardig is, immer uw kind genoemd worden.

Opdrjurbt der H. Communie, bi. ;il4.

VÓÓR DE IT. COMMUNIE.

O mijne ziel! verban alle vrees; uw Jesus komt heden als een teedere broeder in u wonen , , ,

ocr page 357

O Maria, beminde Moeder van Jesus en mijne moeder! ik werp mij aan uwe voeten en smeek ïi mij te willen voorbereiden, om Jesus in mijn liart. te ontvangen. O mijne goede Moeder! hoe zal ik mijn broeder onthalen! Gij, die Hem zoo zeer bemint, leer mij Hem beminnen. 0 mijn God! Ik geloof, dat ik U zeiven zal ontvangen. U, o Jesus, die door de mensche-lijke natuur aan te nemen, aan ons hebt willen gelijk worden... ü, o Jesus, die meer dan drie en dertig jaren onder ons hebt gewoond; om bij ons te blijven, het wondervolste der geheimen hebt uitgevonden: God zijn! mensch geworden . . . God zijn, en de spijs worden onzer zielen . , . 't is onbegrijpelijk: toch geloof ik het, o Heer, op uw woord: ik aanbid U, ik dank U, en hoe onwaardig ik ook zij, durf ik er bijvoegen: ik bemin ü, want Gij wilt door mij bemind worden. Nu zal ik in mijn hart uwe heilige menschheid ontvangen: wat zeg ik? Uwe Godheid, geheel U zei ven, o mijn God! . . . Maar wie ben ik, om zulk een gast te ontvangen? Ik gevoel mijne onwaardigheid zoo zeer, dat ik er over beschaamd ben . . . Nochtans, wanneer ik overweeg, dat Gij mijn broeder zijt, dan herleeft mijn vertrouwen, dan gevoel ik mij verlicht en ik begrijp,

ocr page 358

dat Gij van mij de innigste, de hartelijkste liefde verlangt. . . Een God wordt mijn broeder! en ik zou niet kinderlijk vertrouwen, Hem niet uit geheel mijne ziel beminnen? . . . Vervuld met de levendigste gevoelens van liefde en vertrouwen roep ik uit: lieve Jesus! Gij in mijne ziel. Gij zijt geheel mijne liefde en geheel mijn verlangen! Zoo ik met U maar in tijd en eeuwigheid vereenigd ben, is al het overige mij onverschillig .. . Mijn God bezitten . . . Met Hem leven als met een teederen broeder . . . wat geluk, wat zaligheid! Kom, mijn God en mijn broeder, kom en help mij op de glibberige paden des levens. Kom mij zeggen, wat Gij voor mij zijt.. . wat ik voor IJ wezen moet. . . Kom mijne ziel omhelzen, zoodat zij uit de innigste en teederste vereeniging met U niet meer worde losgerukt; kom, wij zullen voortaan elkanders gedachten, gevoelens en verlangens deelen ... O mijne ziel, nader tot Jesus; Hij is uw broeder, gij zijt zijne zuster.

Mijn God! ik geloof, enz., blz. 317.

NA DE H. COMMUNIE.

Lieve Jesus! als een broeder zijt Gij in mijn hart gekomen, welke vernedering!

ocr page 359

353

Wat doet gij al niet, o, mijn God! om tot den mensch af te dalen? Een afgrond houdt U waarlijk van mij gescheiden, o Heer, maar awe liefde roept uwe almacht te hulp, om dien afgrond te vullen ... en terwijl zij alleen luisteit naar uwe oneindige teederheid, dringt zij door de uitgestrekte Hemelen, om in mijn hart te komen wonen . . . Ja, in mijn hart, een hart helaas ! dat ü zoo ondankbaar is geweest... Neen, nooit zal ik uwe goedheid vergeten, en hoe meer liefde Gij mij bewijst, des te dieper smart het mij, U te hebben belee-digd .. . Maar, ziedaar voor mijne ziel het oogenblik van liefde,. . . het uur der innigste mededeelingen . . . Jesus en mijne ziel. . . Broeder en zuster . . . hart aan hart.

0 Jesus! wees eeuwig gezegend voor dezo overmaat van goedheid ... Ik aanbid ü als mijn God ... Ik zegen U als mijn weldoener en bemin U tevens als mijn broeder . . . ja als mijn teerbeminden broeder ... Ach! maak, dat mijne ziel uwe waardige zuster zij ... Gij hebt reeds zooveel voor haar gedaan !. . .

0 mijn beminde Verlosser! alles, wat Gij bezit, wilt Gij met mij deelen . . . Zelfs uw Vader en uwe Moeder hebt Gij mij geschonken... er blijft slechts over, mij uwe gaven waardig te maken en ze te

ocr page 360

bewaren ... Ik smeek U, maak mij oplettend en gehoorzaam aan uwe ingevingen . . . nederig en overgegeven aan alle beschikkingen uwer goddelijke Voorzienigheid. Gij bemint mij ... Gij bewaakt mij. . . Niets overkomt mij zonder uw goddelijken wil of toelating... 0, hoe gelukkig voel ik mij onder uw geleide, dat louter goedheid en liefde is. Laat uwe heerschappij over mij geen einde nemen . . . Wees immer mijn Jesus . . . mijn eenige schat. . . mijne eenige liefde ... Gij kent mijne innigste gedachten, mijne geheimste verlangens . .. Voor wien zal ik mijn hart ontsluiten, zoo niet voor U, o welbeminde mijner ziel. . . voor ü, wien ik liefheb. . . voor U, die met mij vereenigd zijt. .. voor U, die in mijn hart woont . . . Ja, ik bezit ü . . . blijf immer bij mij . . . Laat ons voortaan onafscheidelijk met elkander vereenigd zijn en laat weldra voor mij den dag aanbreken, waarop ik U zonder sluier mag aanschouwen .. . O mijn Jesus! zal die dag zich nog lang laten wachten? 0 God! U te bezitten in de H. Communie, o 't is veel, onbegrijpelijk veel . . . maar U te bezitten in den Hemel, mij in uwe goddelijke aanschouwing te verlustigen, o God! wanneer? wanneer?... Ik onderwerp mij aan uwe goddelijke besluiten ... Ik leef

ocr page 361

te midden van gevaren,... neem mij weg, bid ik ü, uit deze wereld, vóór dat ik bezwijke . . . Mijne zwakheid is U bekend,... heb medelijden met mij, geleid en ondersteun mij... want Gij zijt mijne toevlucht; mijn Jesus, van U moet mij hulpe komen... Neen, laat bet nooit gezegd kunnen worden, dat ik te vergeefs op U heb gehoopt... neen, neen, uw woord is onfeilbaar, dat is mijn troost; wie op U hoopt, zal in eeuwigheid niet beschaamd worden, Gij zyt immers mijn beminde broeder; alles verwacht ik van U, .. . vol liefde, vol goedheid zijt Gij jegens mij . . . ik vrees dus niets; alles, alles hoop ik van ü, mijn God!

Zegen, o Heer! enz., bladz. 320.

ocr page 362

GEBED

TBlï VEUNIEUW1NG VAN ONZE GOEDE VOORNEMENS.

De teedere liefde, waarmede Gij mij immer hebt bejegend, o mijn God. de ontelbare genaden, welke Gij zoo ruimschoots over mij hebt uitgestort; de teederheid, waarmede Gij mij tot uwe heilige dienst hebt geroepen, de goedheid, welke ik van ü zoo onverdiend ondervonden heb, de lankmoedigheid, waarmede Gij mij verdragen, de edelmoedigheid, waarmede Gij mij zoo vaak vergiffenis geschonken hebt; dat alles boezemt mij, ik weet niet welke schaamte, maar ook tevens welk vertrouwen in . .. Wat kan mij weerhouden tot ü weder te keeren, o Heer! wijl Gij bereid zijt, mij met het grootste geduld, de meeste liefde in uwe vriendschap op te nemen ? Immers is mijne boosheid groot, uwe barmhartigheid is toch oneindig grooter.

Ach! mijn God! ik heb gezondigd . . . ja, ik beken het uit den grond mijns harten, ik heb gezondigd . . . tegen den Hemel en tegen U,. .. tegen U, die mij van alle eeuwigheid bemind hebt. tegen Ü, die mij

ocr page 363

357

met zooveel teederheid behandeld, tegen U, die mij zoovele liefdeblijken gegeven hebt... Ik heb gezondigd ondunks mijne beloften, mijne zoo dikwerf vernieuwde voornemens ... Was 't noodig mij zooveel genade te schenken, om die toch telkens te misbruiken?... moest Gij mij zoovele goede voornemens inboezemen, om die toch zoo slecht te volbrengen ? . . . moet ik U zoo dikwerf de verzekering mijner liefde herinneren, om toch zoo ondankbaar te blijven . . . Ach, ik belijd mijne schuld .. . mijn hart is vermorzeld en ontsteld. . . nu dunkt mij, dat mijn berouw toch oprecht is. En heeft de profeet niet gezegd, dat Gij een vermorzeld en een vernederd hart niet zult verstooten? . . . Zoudt Gij mij dan ver-stooten, o mijn God! Neen, wel ben ik ontrouw, ondankbaar, maar toch, ik wanhoop niet,... ik ben een afgrond van ellende, maar Gij .. . van barmhartigheid. Daarom smeek ik U nogmaals om vergiffenis en schenk mij tevens de genade, om U in de toekomst nooit meer te beleedi-geu ... Ik hernieuw aan uwe voeten, o Heer, de heilige voornemens, die Gij U gewaardigd hebt mij te willen ingeven . . . (Hier herhaalt men zijne voornemens, vooral die, welke men tot hiertoe niet volbracht heeft, om zich oprecht te verbeteren.) Ik

ocr page 364

erken, o Heer. dat ik zonder IJ die voornemens niet kon maken, . . . dat ik ze ook zonder uwe hulp niet kan volbrengen. Gij weet, dat ik niets ben dan onstandvastigheid, zwakheid en ellende... ik heb dit, helaas, maar al te dikwerf ondervonden. Maar zal ik daarom wanhopen ?.. . Gij weet immers. Heer uit welk slijk ik gevormd ben . . . Heb medelijden met mij, en door deze eindelooze barmhartigheid, welke ik eeuwig hoop te loven en te prijzen, maak mij getrouw aan al mijne goede voornemens, aan al de plichten van mijn staat... O Jesus! o Maria! in uw harten wil ik die getrouwheid putten en door do barmhartige liefde dier heilige harten hoop ik te volharden tot den dood toe. H. Engelbewaarder, die zoo getrouw zijt aan God, zoo getrouw ook jegens mij, verwerf mij de genade, om aan Hem en aan u ook immer getrouw te blijven. Amen.

GBI1ED TOT DEN EEUWIGEN VADEIl NA DE H. COMMUNIE.

Eeuwige Vader! werp uwe blikken op uw welbeminden Zoon, het voorwerp van uw welbehagen. Voor mij draagt Hij U zijn bloed, zijn leven, zijn hart ten offer op . . . Beschouw dat Hart, dat u zoo zeer bemind, dat zooveel geleden heelt. . . Op-

ocr page 365

359

nieuw biedt Hij liet U aan, offert Hij het U op als een zoenoffer voor de zonden der menschen, vooral voor de mijne . .. Ontvang dit Hart, U zoo waardig, o eeuwige Vader! maar neem ook mij aan, omdat ik zoo innig met Hem verbonden ben. Mijn bart is bet zijne . . . Zijn bart is bet mijne. .. Terwijl Gij bet eene aanneemt, krijgt Gij het andere van zelf. . . Nooit zult Gij bet Hivrt van Jesus afstooten; maar daarom ook het mijne niet. Ik heb, wel is waar, geen recht op uwe barmhartigheid, o mijn God, maar Jesus, mijn Verlosser, beeft mijn bart wel willen aannemen. Hij heeft er zijn heiligdom, zijn Tabernakel in gevestigd; Hij heeft ü voor mij om vergiffenis gevraagd; Hij heeft U zijne tranen, zijne zuchten, zijne werken en verdiensten toegewijd; heb daarom medelijden met zoovele ongelukkigen, die ü niet beminnen, terwijl Gij nochtans alle liefde en lof waardig zijt. Wees bemind door al wat leeft; wees geloofd en gezegend, wees verheerlijkt op de aarde en in den Hemel, in den tijd en in alle eeuwig-beid. Amen.

GEBED TOT DEN H. ENGELBEWAAUDEll, NA DE H. COMMUNIE.

O mijn beminde Engel, die mij immer

ocr page 366

360

ter zijde staat; wat zult gij u gelukkig gevoelen, nu ik uw God en mijn God in mijn hart bezit! Gij aanschouwt Hem, gij aanbidt Hem dan voor mij, en uwe vurigheid vergoedt dan mijne koelheid.

Ik zeg er u dank voor, evenals voor al de zorgen, die gij voor mij steeds koestert. Wanneer ik bid, vereenigt gij u met mij; wanner ik werk, draagt gij mijn werk aan God op; wanneer ik slaap, waakt gij over mij ... O mijn Engelbewaarder! ga voort met uwe liefdevolle hulp te verlee-nen, bewaak mijn lichaam en mijne ziel; verwijder van mij, al wat mij tot nadeel zou kunnen strekken. Verlicht mij door uwe ingevingen tegen de valstrikken van Satan . . . Sta mij bij in twijfel door uw goeden raad, help mij in mijne werken, ondersteun mij in mijne vermoeienissen, stel mij gerust in vrees, troost mij in smarten, help mij in de ure des doods, en wanneer ik den laatsten snik zal gegeven hebben, moge ik u dan zien, o mijn Engelbewaarder, en op uwe vleugelen gedragen worden tot voor den troon des Aller-hoogsten in den schoonen Hemel, waar ik hoop met u den Heer te danken en te prijzen in de eeuwen der eeuwen. Amen.

ocr page 367

361

VOOKTiEREIDTNG TOT DEN DOOD.

Niets is in staat een dieperen indruk op 's menschen hart te maken, dan de gedachte aan den dood .. . Maar helaas, die indruk is vaak zoo kort van duur. De vijand onzer ziel tracht dien zoo spoedig mogelijk weg te nemen. Hoe toch zou eene ziel, die een weinig geloof bezit, in zonde kunnen voortleven, zoo zij dikwerf' aan den dood dacht? Zou zij dan de plichten van haren staat verwaarloozen'? Moet de gedachte aan den dood ons niet met verachting doen neerzien op de vermaken dezer wereld, en ons onthechten aan de goederen der aarde? Ja; deze gedachte zal ons tot eene heilzame onverschilligheid voor al het aardsche stemmen, ons met den H. Aloysius doen uitroepen ; Quid hoc ad aeternitatern ? Wat baat dit of dat mij voor de eeuwigheid?

De gedachte aan den dood moet ons da-gelijksch voedsel zijn. Zoo vaak wij tot God zeggen : ons toekome uw rijk, moesten wij eene akte van verlangen doen naar den dood, die ons het rijk des Hemels moet binnen leiden. Alvorens ons ter ruste te begeven, moesten we steeds aan onzen dood denken, waarvan de slaap het sprekende afbeeldsel is, en ons afvragen: zoo deze nacht voor mij de laatste is, ben ik

16

ocr page 368

362

dan bereid met een gerust hart voor mijn Schepper te verschijnen?... Wij moeten nooit inslapen zonder een oprecht berouw te hebben verwekt met het vaste voornemen van beterschap.

Wat den dood verschrikkelijk maakt, dat is de onzekerheid van het oogenblik, waarop hij ons zal verrassen. Zal ik in staat van genade zijn?... in goede stemming?... voorzien van de H. Sacramenten?... of zal de dood mij onverwachts overvallen, op straat, aan tafel, in spel of vermaak ?... te midden onzer bloedverwanten en vrienden, gesteund door de gebeden der Kerk?... of te midden van bekoringen, van grievende smarten, beroofd van alle kennis ? .. . Ziedaar zoovele vragen, ernstige, verschrikkelijke vragen, die als even zoovele raadselen voor mij onopgelost blijven. Deze onzekerheid verplicht mij om alle mogelijke voorzorgen te nemen, om niet onverhoeds te worden overvallen. Gelukkig de knecht, wien zijn meester wakend vindt! En wat is die waakzaamheid anders, dan eene herhaalde ernstige overweging van den dood?

De dood is de straf der zonde, moet dus smartelijk zijn; als eene welverdiende boete moeten wij dien dus in den geest van boetvaardigheid aannemen. Ja, mijn God ! van dit oogenblik af, neem ik den dood bereid-

ocr page 369

303

willig uit uwfi lianrl aan als oonc straf, die ik duizendmaal verdiend heb . . . Maar met één keer stelt Gij U tevreden, wees daarvoor gezegend, o God, mits ik sterve den dood der rechtvaardigen .. .

Wonder is 't, dat de dood zoo belangrijk, zoo gewichtig is, en toch zoo weinig overwogen wordt. Men leert alles, men oefent zich in alles, behalve in een zaligen dood te sterven; men denkt er niet ernstig over na. O mijn God! ik verbeeld mij, daar uitgestrekt te liggen op mijn sterfbed, bedrukt, uitgeput van krachten, vól van smarten, omgeven van treurende vrienden, terwijl de wereld mij gaat ontzinken en de eeuwigheid voor mij begint. Wat zal dan mijne spijt, wat mijn verlangen zijn? Van alle eigenliefde ontdaan, zal ik dan mij zeiven leeren kennen, uwe weldaden, o God! begrijpen, mijne verplichtingen inzien en eindelijk erkennen, wat ik gedaan heb en wat ik had moeten doen . . . Waarom zie ik dit thans niet in? Verlicht mij, o mijn God! opdat ik mij betere, en datgene aflegge, wat ik op mijn sterfbed zou moeten betreuren. Laat ik U zóó beminnen, 'dat ik verlang te sterven, om buiten gevaar te zijn van U nog ooit weêr te bedroeven, om voor eeuwig met U vereenigd te zijn.

Wat is de dood voor den waren Chris-

ocr page 370

364

ten ? De slajr van 't, zwaard, die het slacht-ofter eindelijk uit zijn lijden verlost. Wat Ls de dood? De verlossing van den gevangene uit zijn kerker van lijden, rampen en ellende . . . Wat is de dood? Het weerzien van den balling van zijn dierbaar vaderland, het weêrkeeren van een kind tot zijn vader, de ineenstorting van een- uit slijk gevormd lichaam, de blijde ontmoeting van hen, die men in zijn leven heeft bemind, het begin der zuivere liefde tot God. .. 0 dood, wat zijt gij dan wensehelijk! Waarom verlangen wij niet naar u met alle krachten onzer ziel? Waarom sterven wij niet van spijt, dat wij dit aardsche nog met het hemelsche leven niet kunnen verwisselen? Zoo wij nog vreezen, nog beven en angst gevoelen voor den dood. dan is de natuur is ons nog te levendig, het geloof nog te zwak, het vertrouwen op God nog te gering Verstorvene zielen, die haar vleesch met zijne begeerlijkheden hebben gekruisigd, verschrikken niet bij de gedachte aan wormen en bederf, die haar deel zullen worden. Zij, die de gevaren der wereld kennen, verlangen naar den dood, om uit die gevaren verlost te worden, om God niet meer te kunnen belee-digen. Zij, die God voor hun erfdeel ge-kozen hebben, verheugen zich bij de gedachte

ocr page 371

365

aan den dood, omdat deze voor hen het begin is der volmaakte liefde . .. Zoo gij dus den dood nog vreest, onderzoek dan hier of nvve vrees voortkomt uit uwe gehechtheid aan de gemakken van dit leven of uit uwe liefde voor een lichaam, dat gij in alles zocht te koesteren en te streelen. Zie toe, of uw hart nog verkleefd is aan de schatten der aarde, misschien aan nietigheden ., . Zijt gij wel bereid, oifers te brengen aan God ? . .. Laife ziel! gij voedt de beulen, die u zullen pijnigen bij uwen dood, die van nu af uwe levensdagen reeds verbitteren en vergiftigen. Bid; het gebed alleen kan u de oogen openen; God alleen kan uw hart bewegen en u den moed schenken, om al de ijdelheden van dit leven te verachten.

Men zegt doorgaans: zoo het leven is, zoo is de dood. De dood is de echo des levens. De rechtvaardige bekroont door een goeden dood het heilig leven, dat hij leidde. Ziedaar hoogst gewichtige lessen, die moeten onderrichten, terwijl het nog tijd is. Een dag zal aanbreken, waarop ik rekenschap moet afleggen; die rekenschap vreezen alle zielen. Mijn God! zeggen zij: wat zal er dan van ons geworden? Wilt gij het weten? Vraag dan u zeiven: zoo ik op dit oogenblik, op de plaats, waar ik mij bevind.

ocr page 372

36G

uit het leven moest scheiden, wat zou ik ilen goddelijken Rechter antwoorden, als Hij mij vroeg, hoe ik mijne kindsheid, mijne jeugd, mijne jongelingsjaren had doorgebracht?... Elke leeftijd bracht andere plichten mede, maar ook de genade, om die te vervullen: welk voordeel hebt gij daaruit getrokken? Zonder twijfel zoudt gij antwoorden: ik heb mijne misstappen beleden, ik heb ze betreurd en het verlangen gekoesterd, om ze te verbeteren; ik heb mijn vertrouwen gesteld op de kracht van uw goddelijk bloed voor mij vergoten, en uw bedienaar heeft mij gerust gesteld. Goed, maar zoo Jesus dit oordeel voortzette en u vroeg: hoe is 't op dit oogenblik met uwe geestelijke oefeningen gesteld? hoe en in welken geest kwijt gij er u van?... Welke zijn uwe gevoelens jegens uw naaste?. . . Zondert gij niemand van uw liefde uit? . . . Strekken al uwe werken, geheel uw gedrag tot stichting van uw evenmensch ? . . .

Wat uwe oversten betreft, laat gij hen vrij, om u hunne bevelen en verlangens op te leggen, zonder uwe gesteltenis te moeten raadplegen ? Zijn gehoorzaamheid en eerbied de twee armen, die gij steeds tot hen houdt uitgestrekt?

En uwe ondergeschikten, bejegent gij

ocr page 373

367

die steeds zoo, als gij dit voor n -/.elven zoudt verlangen? Kwijt gij u van uwe plichten jegens hen met al den ijver en zorg, waartoe gij in staat zijt?

En wat u zeiven betreft, ontzegt gij n niet alleen elke nadeelige, maar ook nu en dan eene onschadelijke voldoening? Neemt gij de werkzaamheden, de kruisen, de vermoeienissen van eiken dag in den geest van boetvaardigheid aan? Welk is uwe meening, uw doel bij al uwe werken? welk gebruik maakt gij van uw tijd, van uwe goederen, van uwe talenten, van de goddelijke inspraken?.. .

Welke is de gesteltenis van uwe ziel omtrent de nederigheid? Zijt gij bereid u minder dan elk ander te achten bij de herinnering aan uwe ellende en zonde, bij de onzekerheid uwer toekomst? Neemt gij de vernederingen, die zich voordoen, bereidwillig aan? Dankt gij er God voor, In plaats van te klagen, te morren, u te verdrieten en te ontmoedigen?... Waar koestert uw hart de meeste liefde voor? Waaraan is uwe ziel het meest verkleefd? Bezit gij niets onnoo-digs, niets overvloedigs? Is er iemand uwer omgeving, die eene te groote plaats in uw hart inneemt? ... Kunt gij in waarheid zeggen ; dat alles mij verlate, alles voor mij ster-ve; ik verlies niets en kan niets verliezen, omdat mijn hart aan God alleen gehecht is?...

ocr page 374

368

Welke vruchten trekt gij uit de H. Sacramenten? Zijt gij bij de biecht meer bezorgd, om in uwe ziel een oprecht berouw en een vast voornemen van beterschap op te wekken, dan u aan haarkloverij bij het onderzoek on de belijdenis over te geven? Nadert gij waarlijk in den geest des geloofs, stelt gij den mensch ter zijde, om alleen te denken aan God, voor wien gij schuldig zijt en van wien gij vergiffenis moet erlangen?

Zoekt gij in de H. Communie de vertroostingen van God, of den God van alle vertroosting? Neemt gij van de heilige Tafel eene bijzondere vrucht mede voor uw persoonlijk gedrag? Is uw hart ledig genoeg, om er de genade in hare volheid in te bewaren ? Is uw leven eene ziel waardig, die dikwerf haren God in de H. Communie ontvangt? Verspreidt gij overal den goeden geur der deugden van Jesus' goddelijk Hart, waarmede uw hart zich zoo menigmaal vereenigt?

Hoe denkt gij over uwen Schepper? Tracht gij dagelijks in de kennis en liefde van God te vorderen! Dit zijn de twee voeten, die ons met vertrouwen den dood te gemoet voeren.

Zijt gij dan wel onderwezen over uwe plichten, oordeel dan u zeiven en gij zult niet veroordeeld worden; veroordeel uw

ocr page 375

369

evenmensdi niet, zoo gij zelt' niet wilt veroordeeld worden. Hieruit moet gij besluiten, hoe gewichtig het voor u is, de oogen altijd op u zeiven gevestigd te houden en u zeiven niets te vergeven, opdat God u alles vergeve, en aan anderen alles te vergeven, opdat gij zelf barmhartigheid verwervet. . . Bedenk, dat God geen twee malen dezelfde zonde zal wreken. Voldoe dus reeds hier op aarde al het geen gij aan de goddelijke rechtvaardigheid verschuldigd zijt, en herinner u dan dat troostend woord van een grooten heilige; hoop wéinig, en gij zult weinig verkrijgen; hoop veel, en veel zal u geworden; hoop alles, en alles zal u ten deel vallen.

Geene kunst kan zonder oefening geleerd worden. Wilt gij dan de kunst leeren, om goed te sterven, oefen er it dan in, zoo vaak het uwe bezigheden toelaten; laat ten minste geene maand voorbijgaan, zonder uw gedrag te onderzoeken, uwe zaken in orde te brengen, opdat de dood u niet onverwachts overvalle. Begeef u daartoe in volstrekte eenzaamheid, ga dan uw levenswandel nauwkeurig na, en onderzoek of gij uwe besluiten en goede voornemens getrouw volbracht heb; stel u ten slotte voor, dat ge op uw sterfbed ligt uitgestrekt, en lees dan langzaam, aandachtig

IQ*

I

ocr page 376

370

en eerbiedig de schoone gebeden der Kerk voor de stervenden.

AANNEMING VAN DEN DOOD.

O God, die mij geschapen hebt! werp van uit den hoogen Hemel een barmhar-tigen blik op mij. In de onzekerheid omtrent mijn stervensuur, waarin ik verkeer, wil ik thans zoo volmaakt mogelijk de oefeningen doen, die ik in dat gewichtig oogenblik zoo gaarne zou wenschen te verrichten. Ik aanbid, o mijn God, uwe besluiten aangaande den tijd en de wijze van mijn sterven. Van dit oogenblik af neem ik den dood aan, zooals Gij dien voor mij hebt bestemd, terwijl ik mij in alles schik naar uw allerheiligsten wil en uw goddelijk welbehagen. Ik stel in uwe handen mijne ziel, mijn lichaam, mijne gezondheid en mijn leven; mijne ziel met verstand, geheugen en vrijen wil, waarmede Gij haar hebt uitgerust; mijn lichaam met mijne zintuigen, die mij als zoovele werktuigen dienen om het goede te doen; mijne gezondheid, waarbij ik mij nu reeds bereidvaardig onderwerp aan alle ziekten, lijden en smarten, die Gij zult goedvinden mij over te zenden; mijn leven met al wat liet zoet en aangenaams bezit. Ik offer U geheel mijn wezen op, o God eu Heer!

ocr page 377

371

|c Gij hebt het mij geschonken; het, is dus

billijk, dat ik het ü geheel wedergeve, opdat Gij er volgens uw heiligen wil in vrijheid over moogt beschikken, •p Ik neem den dood aan tot straf voor

L-. mijne ontelbare zonden en ongetronwhe-

den, en ik vereenig dien met den dood )• van Jesus Christus, mijn Verlosser, die

le mijne zonden op zich genomen en door

io- zijn lijden heeft afgeboet. O kostbaar bloed

te van mijn zoeten Jesus, ü offer ik op aan

den eeuwigen Vader tot uitdelging van ze alle zonden en misstappen mijns levens.

af Ik neem den dood aan tot voldoening

3n voor het misbruik, dat ik van het leven

in gemaakt heb, tot voldoening voor de na-

en latigheid en de onverschilligheid in het

ve vervullen van mijne plichten jegens Ü. o

ne mij'i God! Ik neem al het schrikwekkende

,0); van het graf aan ; de wormen, de verrot-

n-_ ting, om de uitspattingen mijns levens en

[m het slechte gebruik, dat ik van mijne le-

5le dematen en van mijne geestvermogens ge-

n • maakt heb, uit te boeten.

.(js Ik neem den dood aan, in vereeniging

met den dood van den H. Joseph, die tot en overmaat van geluk in de armen van Je-

Tafc sus en Maria mocht sterven.

U O Jesus! o Maria! o Joseph! laat ik in

iL, | uw heilig gezelschap in vrede sterven.

ocr page 378

372

Begeleidt mij met mijn heiligen Engelbewaarder ?oor den troon van den Opperrechter, opdat zijn vonnis mij genadig zij. Ik stel in U al mijn vertrouwen. Ach! verlaat mij niet in dat gewichtig oogenblik. Laat het, nooit kunnen gezegd worden, dat

ik te vergeefs op U gehoopt hebt!......

Ik neem den dood aan, niet alleen om mij naar uw heiligen wil te schikken, o mijn God! niet alleen om mijne zonden af to boeten, maar ook, omdat de dood alleen mij het geluk kan aanbrengen van U te zien en ü onvoorwaardelijk zonder einde te beminnen. Zoo de dood mij met U ver-eonigt, o mijn opperste Goed! moet hij dan niet het eenigst voorwerp wezen van al mijne verlangens? Kan dat uur voor mij te vroeg aanbreken? Geef, o God van goedheid, dat ik, terwijl ik dit tranendal verlaat, het gelukkige vaderland moge binnengaan, waarvoor Gij ons hebt geschapen. En moet ik dan ook door het zuiverings-vuur gelouterd worden, uw heilige wil geschiede, o Heer! Daar immers blijft men U beminnen, o mijn opperste Goed, daar loopt men geen gevaar meer van uwe opperste Majesteit nog te beleedigen. Zoo hoop ik, dat de dood voor mij eene winst zal wezen . . . Amen.

ocr page 379

378

EENIGE MINUTEN

bij het allerheiligste Sacrament doorgebracht.

Mijn kind, om mij te behagen is het niet nuodig veel te weten, het is genoeg mij veel te beminnen.

Spreek eenvoudig mot mij, zooals gij met uw besten vriend zoudt spreken

Hebt gij niemand aan te bevelen ? Noem mij uwe ouders, uwe broeders, uwe zusters, uwe vrienden ; voeg achter ieder van die namen, wat gij verlangt, dat ik voor

die personen doen zal____Vraag veel, zeer veel; ik houd

van edelmoedige harten : van harten, die zich zeiven vergeten, om voor anderen te vragen. Spreek mij over do armen, die gij zoudt willen ondersteunen, - over de zieken, wier lijden u getroffen heeft, — over de zondaars, wier bekeering gij wensoht, — over de personen, die met u in onmin zijn, en wier genegenheid gij gaarne terug zoudet bekomen. Bid vurig voor die allen. Herinner mij, dat ik beloofd heb elk gebed, dat uit het hart opstijgt, te zullen verhoeren, en zeker bidt het hart, als men gebeden stort voor hen, die men bemint en door wie men bemind wordt.

Hebt gij mij geene genaden te vragen voor u zeiven ? Schrijf, als ge wilt al de behoeften uwer ziel op, maak or eene groote lyst van en kom mij die voorlezen met vertrouwen, met liefde.

Zeg mij eenvoudig, hoe zinnelyk gij nog zijt. hoe dikwerf ge u nog schuldig maakt aan hoogmoed, lichtgeraaktheid, hebzucht, lafhartigheid en traagheid, aan onvoorzichtigheid in woorden en werken en vraag mij om te hull) te komen, om de pogingen te ondersteunen, die gij ter uwer verbetering aanwendt.

Arm kind, bloos niet; er zijn in den hemel een aantal uitverkorenen, die uwe gebreken hadden : zij hebben tot mij hunne toevlucht genomen en langzamerhand hebben zij zich verbeterd.

Vraag mij ook gerust tijdelijke zaken ; — gaven voor liet lichaam, voor den geest; gezondheid, een goed geheugen, liet welslagen uwer ondernemingen.... Ik kan alles geven on ik geef altijd, wanneer datgene, wat men mij vraagt, strekken kan om de zielen heiliger le maken.

ocr page 380

374

Wat wilt gij, dat ik u vandaag zal geven, mijn kind? — Wist gij eens, hoezeer ik verlang u wel te doen 1 Vormt ge geene plannen ? Vertel ray, wat ge bij u zeiven overlegt, in al zijne bijzonderheden.... waarmede houden zich uwe gedachten bezig? Wat wenscht ge? Zoudt ge gaarne eenig genoegen verschaffer, aan een broeder, aan eene zuster, aan een vriend of vriendin, aan diegenen, onder wie gy staat? Wat wilt ge voor hen doen?

Zijt ge er ook niet op bedacht, om iets te doen uit ijver voor mijne eer, voor den luister der godsdienst ? Wilt ge niet een weinig het zieleheil bevorderen van uwe vrienden, van diegenen, die gij bemint en die mij wellicht vergeten ?

Zeg mij, in wie gij belang stelt, welke beweegreden u

aandrijft, welke middelen gij wilt gebruiken----Vertel

mij, waarin gij niet geslaagd zijt, en ik zal er u de oorzaak van aanwijzen. Wiens medewerking wilt gij inroepen ?

Ik ben de meester aller harten, en ik voer ze zachtjes daarheen, waar ik ze hebben wil.... ik zal u de medehelpers geven, die u noodig zijn: wees gerust, verlaat u op mij.

Hebt gij geene moeielijkheden ? O, rayn kind, vertel mij die moeielijkheden in haar geheelen omvang; — wie heeft u leed veroorzaakt ? wie u gehinderd ? wie heeft u minachting getoond ?

Zeg mij alles, en voeg er ten slotte bij, dat gij vergeeft, dat gij vergeven zult.... en dan zal ik u zesenen.

Vreest gij iets onaangenaams? Zijt gij ook bezield met eene ongegronde vrees, met eene vrees, die wel onredelijk is, maar die toch de ziel kan kwellen ? Vertrouw ten volle op mijne Voorzienigheid. Ik ben bij u, ik zie alles en zal u niet verlaten.

Zijn er om u heen harten, die u niet meer zoo genegen schijnen als vroeger, die u door hunne onverschilligheid bedroeven, zonder dat gij u bewust zijt daartoe aanleiding te hebben gegeven, bid voor hen, en ik zal ze beter stemmen jegens u, als u dit ter zaligheid voordeelig is.

Is er niets, waarover gij u verheugt ? Waarom laat gij mij niet deelen in uw geluk ? Vertel mij alles, wat u sedert gisteren vertroosting, blijdschap, vreugde verschaft heeft. Was het een onverwacht bezoek, dat u goed deed — eene vrees, die eensklaps verdween, — een blijk van welwillendheid, dat ge ontvingt, — eene beproeving, waarin gij sterker waart, dan ge verondersteld hadt.

Dat alles had ik voor u beschikt; waarom zoudt go er u niet dankbaar voor toonen, waarom niet nog eens hartelijk herhalen: ik dank U, mijn Oud !

ocr page 381

375

De dankbaarheid verkrijgt nieuwe gunsten; oen weldoener heeft gaarne, dat men hom zijne weldaden herinnert ....

Hebt gij mij niets tc beloven ? Ik doorgrond, gij weet het, de geheimen des harten, men kan de menschen bedriegen, doch God niet, wees dus oprecht.

II.'bt gij besloten, u niet meer aan die gelegenheid tot zondigen bloot te stellen? — u te ontdoen van dat voorwerp, wat u tot zonde brengt — dat boek niet meer te lezen, hetwelk op uwe verbeelding een verkeerden indruk maakt, die vriendschap te verbreken, die u den vrede der ziel ontrooft, dat gezelschap te vermijden, wat voor u zoo nadeelig is ?

Zult gij u voortaan aanstonds minzaam, voorkomend gedragen jegens degenen, die ugehinderd mochten hebben ?

Dan is het goed..... ga nu, ga uw dagelijksch werk

hervatten, bemin de stilzwijgendheid, wees zedig, ondergeschikt. liefderijk, tevreden met de beschikkingen mijner Voorzienigheid: bemin van ganscher harte de H. Maagd, mijne Moeder; beveel u dagelijks aan den II. Joseph. Én kom dan morden tot mij met een hart nog meer vervuld van ijver en liefde.

Morgen zal ik u ook nieuwe genaden, nieuwe gunsten schenken.

ocr page 382

376

LITANIE

VAN

HET li. HART VAN JESÜS.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God, Heilige Geest, ontferm ü onzer. H. Drievuldigheid één God, ontferm U onzer.

Hart van Jesus, niet het woord Gods zelfstandig vereenigd, ontferm U onzer. Heiligdom der Godheid,

Tempel der Drieëenheid,

g Afgrond van wijsheid, §

g Oceaan van goedheid,

^ Troon van barmhartigheid, g

§ Nooit uitgeputte schat,

^ Wiens overvloed ons allen verrijkt, 0 Onze vrede en onze verzoening, ' g ^ Toonbeeld van alle deugden, 25

Oneindig beminnend en oneindig be-

ni innens waardig.

Springader dos eeuwigen levens.

ocr page 383

377

Waarin de Vader zijn behagen schept, Verzoeningsaltaar voor onze zonden, Voor ons met bitterheid gelaafd, In Getliseraane tot stervens toe benauwd.

Met verguizingen verzadigd,

Van liefde gewond.

Dat al uw bloed aan het kruis vergoot, O 3 Verbrijzeld om onze snoodheden, ^ Dat nog dagelijks in het geheim uwer § c liefde door de ondankbaarheid der p g zondaren getroffen wordt, O

^ Toevlucht der zondaren, o

a Sterkte der zwakken, g

l-H ^

|Ii Troost der bedrukten,

Volharding der rechtvaardigen.

Heilbron van die op ü vertrouwen. Plechtanker voor die in U sterven. Troostvolle bescherming voor uwe

vereerders.

Zaligheid van alle Heiligen,

Onze hulp in overstelpenden nood, Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, spaar ons, Jesus.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-

wereld, verhoor ons, Jesus.

Lam Gods, dat, wegneemt de zonden dei-

wereld, ontferm IJ onzer, Jesus.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

ocr page 384

378

Hart van Jesus, brandende van liefde voor ons,

Ontvlam in ons hart eene brandende liefde voor U.

LAAT ONS HTDDEN.

Almachtige God! wij bidden U, verleen ons, dat wij, die in het allerheiligste Hart uws geliefden Zoons al onzen roem stellen en daaraan de voornaamste weldaden van zijne liefde dank weten, ook in de werking en vruchten daarvan ons mogen verblijden. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.

TOEWLIDING AAN HET n. HAKT VAN JESUS.

O aanbiddelijk Hart van mijn Jesus! het teederste, het beminnelijkste en edelmoedigste van alle harten; doordrongen van dankbaarheid bij de overdenking uwer weldaden, kom ik mij geheel en voor altijd aan U toewijden. Ik wil al mijne krachten inspannen, om uwe vereering uit te breiden en om, zoo zulks mogelijk is, alle harten voor U te winnen. O Jesus! ontvang heden mijn hart of liever, neem Gij het zelf, verander het,- zuiver het, om bet Uwer meer en meer waardig to doen worden,

ocr page 385

379

en maak mijn hart gelijk aan bet uwe, ootmoedig, zachtzinnig, geduldig, vol van heilige, van edelmoedige liefde. Verberg mijn hart met al de harten, die U beminnen, in het uwe, en laat nimmer toe, dut ik het terugneme. Ja, ik wil liever sterven, dan ooit uw aanbiddelijk Hart bedroeven. Hart van Jesus! het verlangen mijns harten is, U altijd te beminnen, U altijd te eeren, U altijd te dienen, ü altijd toe te behooren in het leven en in den dood en in alle eeuwigheid. Amen.

O Hart van Jesus, naamloos zoet.

Voor mij een ware liefdegloed.

Geef dat mijn hart ook gloeio als Gij, Voor ü als vuur van liefde zij !

ACTE VAN EEIUIERSTEI.LlNTi,

Goddelijke Jesus, Verlosser van alle men-schen ! ziehier eemge ondankbaren ootmoedig voor U neergeknield, doordrongen van de bitterste droefheid bij het herdenken der vreeselijke beleedigingen, welke U aangedaan zijn en nog dagelijks aangedaan worden. Gedoog, dat wij, door de oprechtheid onzer hulde, al die ondankbaarheid, waaraan wij ons schuldig erkennen, zooveel mogelijk vergoeden. — Hart van Je-

ocr page 386

380

sus, liet heiligste, liet teederste, het he-niinnelijkste aller harten, wat hebt Gij niet gedaan, om van ons bemind te worden ? Voor ons, o goddelijke Verlosser! hebt Gij ü van den glans uwer goddelijke Majesteit ontdaan; voor ons zijt Gij mensch, zijt Gij een klein kind geworden; voor ons hebt Gij alles verlaten, alles ten offer gebracht ; voor ons hebt Gij U met geesels laten verscheuren, met doornen laten kroo-nen ; voor ons hebt Gij ü laten nagelen aan het kruis, om daar, te midden van de onbegrijpelijkste smarten, ons ter zaligheid den laatsten druppel van uw bloed te vergieten. En dit was nog weinig voor uwe liefde. Door een krachtige poging uwer almacht, en door eene onbegrijpelijke uitvinding uwer goedheid hebt Gij een middel gevonden om, ofschoon tot uwen Vader teruggekeerd, tot de voleinding der eeuwen in ons midden te wonen, om ons in deze woestijn des levens tot troost, tot beschutting, tot lichtbaak, tot voedsel te verstrekken. Mijn God ! kon uwe almacht meer voor ons doen, dan Gij gedaan hebt? — En wij, wat hebben wij gedaan, om aan zooveel liefde te beantwoorden'? Engelen des Hemels! staat verbaasd... en gij, Machten des Hemels! siddert van verontwaardiging. In plaats van liefde met we-

ocr page 387

381

derliefdo te vergelden, houden wij niet op, Hem te vergrammen. Jegens elk ander weldoener willen wij dankbaar zijn, doch wanneer het ü geldt, o aanbiddelijke Heiland, dan is het, alsof men het zich tot eer rekent, om ondankbaar te wezen, om de grootste weldaden met den grootsten ondank te vergelden. — Vergiffenis dan, o Jesus, vergiffenis! Vergiffenis, o vrijmachtig Heer der wereld! Vergiffenis vooral de beleedigingen uwer opperste Majesteit aangedaan! Vergiffenis, o onsterfelijke Koning! voor al de verguizingen, waaraan zoovele goddelooze wereldslaven zich jegens ü schuldig maken. Vergiffenis voor de vermetelen, die ü zelfs aan den voet van uw heiligen troon durven trotseeren. Vergiffenis, o God van heiligheid! vergiffenis voor zoovele heiligschennissen, voor zoovele onwaardige Communiën. Vergiffenis, o goedertieren Herder, die niets kent dan beminnen en lijden. 0, vergiffenis ook voor ons, vergiffenis voor de bitterheid, waarmede wij ook uw heilig Hart laven; vergiffenis voor onze onverschilligheid jegens U, voor onze koele en lauwe Communiën, voor onze oneerbiedigheid in de kerk, voor het verzuim der H. Missen; vergiffenis voor ons zinnelijk, onverstorven en we-reldsch leven.

ocr page 388

382

Getrouwe zielen, die over de ongetronw-hedeu van Israiil zucht, vereenigt u met mij; komt, werpen wij ons neder voor den troon der oneindige barmhartigheid, verzuchten wij samen over de wonden aan het heilig en liefdevol Hart van Jesus toegebracht ; betreuren wij het, dat wij een zoo teeder en beminnelijk Hart hebben bedroefd.

O Jesus, Lam Gods! dat de zonden dei-wereld wegneemt, vergeet al onze ondankbaarheid, al onze misdaden, al onze snoodheid. O, laat nog eens uw heilig bloed ten gunste van ons spreken, het zal luider roepen dan al onze boosheden.

Mocht de rechtvaardigheid van uw he-melschen Vader voldoening vorderen; wij, die hier voor uwe voeten liggen, zijn bereid die te geven. O, konden wij met onze harten de harten van alle menschen vereenigen en in het bijzonder al de harten van de bewoners van dit huis, van deze plaats, van dit rijk, om die allen op het altaar der liefde ten offer te brengen.

Liefderijke Jesus! het gelukke ons hierdoor de straffen, die wij zoozeer verdiend hebben, van ons af te wenden, en verzoend met uwen Vader, eenmaal waardig geacht te worden, om met ü in den Hemel gelukkig te leven. Amen.

ocr page 389

GEBED.

Zie, o goede en allerzoetste Jesus! ik werp mij voor uw aangezicht op mijne knieën neder en bid en smeek U met al den gloed mijner ziel, dat Gij levendige gevoelens van geloof hoop en liefde, een waar berouw over mijne zonden en een vasten wil, om ze te verbeteren, in mijn hart wilt drukken, terwijl ik met groote aandoening en smart uwe vijf wonden bij mij zeiven overdenk en in den geest beschouw, voor oogen hebbende, wat reeds de profeet David, van U, o goede Jesus in den mond nam: Zij hebben mijne handen en mijne voeten doorboord, zij hebben al mijne beenderen geteld. (Ps. XXT, 17-18.)

ocr page 390

384

GEBED MET VOLLEN1 AFLAAT.

Al wie, tui gebiecht en gecommuniceerd te hebben het vorenstaande gebed godvruchtig voor eenig beeld van den gekruiste leest en daarenboven eenigen tijd naar de meening van Z. H. den Paus bidt, verdient een vollen aflaat, welke ook aan de zielen in het vagevuur kan worden toegevoegd. (Door Paus Pius IX bekrachtigd, 31 Juli 1858.)

ocr page 391

AFLAAT-GEBEDEN.

VOORBEREIDEND GEBED.

Almachtige, eeuwige God! ik betrouw, dat mijne zonden mij in het Sacrament van boetvaardigheid zijn vergeven, wat de schuld en de eeuwige straffen betreft. Maar daar ik aan uwe rechtvaardigheid wellicht nog door tijdelijke straffen voldoening moet geven, neem ik mijne toevlucht tot den schat der overvloedige voldoeningen van onzen Heer Jesus Christus, de H. Maagd en de Heiligen. Uwe kerk, die daarvan de uitdeelster is, veroorlooft mij heden uit die onuitputtelijke bron te genieten, om aan te vullen, wat aan mijne werken ontbreekt. Laat mij deelen, o barmhartige God, in dien kostbaren aflaat, welken ik afsmeek. Ik verfoei opnieuw mijne zonden, en ik neem mij vast voor, met de hulp uwer genade, daarin niet meer te hervallen.

GEBED TOT GOD DEN VADER.

VOOR DE VERHEFFING DER H. KERK.

Gedenk, o eeuwige Vader, uwe Kerk, welke gij van den beginne hebt bezeten.

17

ocr page 392

386

Verheerlijk haar als de bruid van Jesus Christus, uw eenigen Zoon, die al zijn bloed voor haar gestort heeft. Wil, bid ik U, haar verheffen, met zulk een glans van heiligheid doen schitteren en met zulk een overvloed van genade vervullen, dat zij in haar strijden en lijden steeds overwinne en meer en meer' haren goddelijken Bruidegom gelijkvormig worde. Geef, dat al hare kinderen U door een levendig geloof kennen, ü met een vast betrouwen aanroepen en met altijd toenémende liefde beminnen.

Ome Vader; Wees gegroet; Glorie zij den Vader.

GEBED ÏOÏ GOD DEN ZOON.

VOOll DK ÜITEOEIING Tgt;ER KETTERIJEN.

O Jesus, waarachtig licht, dat allen mensch, die in de wereld komt, verlicht: ik smeek U de duisternis, de dwaling en do scheuring te doen verdwijnen. Geef, dat allen het licht der waarheid volgen en zich haasten, in den schoot der Kerk terug te keeren. O Goede Herder, breng de verdwaalde schapen tot den schaapstal terug, opdat er maar ééne kudde en één Herder zij.

Onze Vader; Wees gegroet; Gloriezijden Vader.

ocr page 393

387

oeued tot god den n. geest.

VOOR DKN VREDE TUSSCIIEN DE CHKISTEN VORSTEN.

0 goddelijke Geest, Geest van liefde en vrede, die zoovele volken in de eenheid des geloofs hebt vereenigd: stort de volheid uwer genade uit over de vorsten en hunne dienaren. Vervul hunne harten met dien geest van liefde, welke Gij op deze aarde gebracht hebt. Geef, dat zij zich nooit door eenigen hartstocht laten vervoeren, dat zij nimmer iets ondernemen tegen uwe glorie en de eensgezindheid uwer kerk, maar zich integendeel beijveren, om de volken, die Gij hun hebt toevertrouwd, naar de vreugde des eeuwigen levens te geleiden.

Onze Vader; Wees gegroet; Glorie zij (Jen Vader.

gebed tot de h. drievuldigheid.

VOOR DE VEKÜREIDING DES GELOOFS.

H. Drievuldigheid, Vader, Zoon en H. Geest! gedenk, dat de zielen der ongeloo-vigen het werk uwer handen zijn en Gij ze naar uw beeld hebt geschapen. Dat uwe rechtvaardige toorn bevredigd worde door de gebeden der godvruchtige zielen

ocr page 394

388

on der H. Kerk. Maak een einde aan hunne blindheid, zend tot de heidensche volken apostolische mannen, die zich in uwe liefde beijveren, om het geloof onder hen te verbreiden, ü te doen aanbidden en beminnen.

Onze Vader; Wees gegroet; Glorie zij den Vader.

OEBEI) VOOR ONZEN H. VADER DEN PAUS.

O God, Herder en Bestuurder van alle geloovigen! Zie op uwen dienaar N, dien Gij tot Herder uwer Kerk hebt willen aanstellen, genadig neder; geef hem, bidden wij U, dengenen over wie Hij gesteld is, door woord en voorbeeld tot heil te verstrekken, opdat Hij samen met de hem toevertrouwde kudde tot het eeuwig leven moge geraken. Door onzen Heer, Jesus Christus, uwen Zoon.

Onze Vader; Wees gegroet; Glorie zij den Vader.

ocr page 395

389

GEBED TE ROME IN GEBRUIK.

TOT INT1.NTIE VAN Z. II. 1»EX PAUS,

OM DEN VOLLEN AFLAAT TE VEUIHKNEN.

O Jcsus, mijn Heer en inijTi God ! doordrongen Vim het levondigst berouw over mijne zonden, draag ik U deze zwakke en ootmoedige gebeden op voor uwe eer en verheerlijking en voor het welzijn der Kerk. Heilig dit gebed, geef dat het door uwe genade eenige waarde erlange.

Ik verlang mij in algeheele overeenstemming te brengen niet de inzichten van Zijne Heiligheid 'den Paus, die dezen aflaat voor 'het heil der geloovigen heeft toegestaan. Op uwe oneindige goedheid mij beroepende, durf ik U smeeken, dat Gij de ketterijen van de aarde gelieft weg te nemen, een duurzamen vrede en ware eendracht tusscben de Christen vorsten te onderhouden, opdat èn vorst en volk U dienen in zuiverheid des harten, in onderlinge liefde en heilige eensgezindheid.

Vervul Z. H. den Paus met uwen geest, wend van hem alle lagen en listen af, bewaar hem lange jaren.

Gewaardig U, minnelijke Heiland, dooide verdiensten der allerheiligste Maagd

ocr page 396

390

Maria en van alle Heiligen des Hemels, mij deel te geven in den schat, waarmede Gij uwe Kerk verrijkt hebt, door voor haar uw dierbaar bloed te vergieten; verleen mij heden de vrucht van dezen heiligen aflaat.

Geef, o mijn God, dat de straffen, die ik voor mijne zonden verdiend heb en in dit of in het andere leven moet boeten, mij door uwe eindelooze barmhartigheid worden kwijtgescholden. Ik maak een vast voornemen, om van dit oogenblik af, met de hulp uwer genade, een boetvaardig en verstorven leven te leiden. Ik neem het besluit, om, zooveel in mijn vermogen ligt, aan uwe rechtvaardigheid te voldoen, de zonde met afschrik te vermijden en boven alles als de grootste aller rampen te verafschuwen, daar zij een God beleedigt, die oneindig beminnelijk is en dien ik nu ook hartelijk lief heb en immer boven alles zal beminnen. Amen.

ocr page 397

AVONDGEBED OP DEN COM51UNIEDAG.

Vergeet toch niet alvorens u ter rast te begeven den lieven Jesus voor al het goede, maar hijzonder voor de genade, u in de II. Communie verleend, hartelijk te bedanken. Onderzoek ook uw geweten over de fouten van dezen dag en doe zulks verder dagelijks. Verwek een oprecht en hartelijk berouw over uwe zonden ; beveel uwe ziel en uw lichaam in het allerheiligste Hart van Jesus aan; stel u onder de bescherming der allerheiligste Maagd Maria en bid ook nog in uw bed, totdat gij inslaapt.

Werp u dus 's avonds op de knieën neder, verplaats ü in den geest voor het H. Tabernakel, waar Jesus woont en doe het volgende gebed:

Mijn God en Heer, zoetste Jesus! de dag zoo rijk aan genade spoedt ten einde, de feestdag mijner ziel is voorbij, de nacht breekt aan. Hoe zal ik U op liet einde van dezen dag, waarop Gij mij met de grootste genaden hebt overladen, naar waarde danken? Hoe zou ik ooit kunnen vergeten de oneindige liefde, waarmede Gij mij tot uwe H. Tafel genoodigd, de buitengewone . barmhartigheid, waarmede Gij mij bezocht, de onuitsprekelijke goedheid, waarmede Gij mijne ziel met het brood des levens gespijsd hebt? Ik val U to voeten, o Jesus! en zeg U in den diep-sten ootmoed den hartelijksten dank voor uwe onbegrijpelijke vernedering, uwe goed-

ocr page 398

392

beid en genade. Wat ik U heden beloofd beb, wil ik met onschendbare trouw volbrengen. Al mijne goede voornemens vernieuw ik nog eens en ik bid U, verleen mij ook de genade, om ze te volbrengen, [k beloof U nog eens, dat ik den ouden, zondigen mensch wil afleggen, om den nieuwen mensch naar uw voorbeeld aan te trekken. Zegen dit mijn voornemen door uwe goddelijke genadekracht. Ik otter U mijn hart op; zoo dikwerf het dezen nacht zal kloppen, zal iedere klopping eene acte van liefde, van dank en verheerlijking zijn jegens ü, o allerhoogste Majesteit!

Vergeef mij, barmhartige God en Heer, de zonden, gebreken en nalatigheden, waar--aan ik mij heb schuldig gemaakt. Helaas! geen dag gaat er voorbij, zonder dat ik in eene of andere zaak overtrede. Ik beken U in diepen ootmoed mijne zwakheid en ellende en ik gevoel, o God, dat ik zonder ü, zonder den bijstand uwer genade, onmogelijk mij zeiven overwinnen en geheel aan de zonde ontrukken kan. Ach! wanneer zal toch eens de dag aanbreken, waarop ik ü met volkomene trouw zal dienen? Lieve God en Heer? met het innigst en levendigst berouw betreur ik al mijne zonden, die ik ooit heb bedreven, inzondórheid alles, wat ik heden weer door

ocr page 399

393

gedachten, woorden en werken misdaan heb en ik bid U, wil het mij om de oneindige verdiensten van Jesus Christus goedgunstig vergeven. O, bewaar mij dezen nacht voor alles, wat U kan mishagen, en laat mij onder uwe bescherming veilig rusten tot den dag van morgen, of zoo deze nacht de laatste mijns levens mocht zijn, o laat mijne arme ziel dan een genadig oordeel bij U vinden en verwerp mij niet van uw goddelijk aanschijn. Laat mij ingaan in de eeuwige rust uwer Heiligen, en met hen bij U een ongestoorde zaligheid genieten in alle eeuwigheid. Amen.

DANK EN BEDE ÏOT MARIA.

Tk kan mij niet ter ruste begeven, o gezegende Moeder des Heeren, zonder ook u voor alle weldaden en genadegaven te bedanken, die ik door uwe tussohenkomst ontvangen heb. O hoeveel heb ik aan uwe machtige voorbede te danken, hoe dikwerf hebt gij mij in strijd en bekoring bijgestaan en voor den val bewaard, en mij heden tot de Tafel des Heeren geleid, om mij op de innigste wijze met uw lieven Jesus te vereenigen. Heb dank dan, liefste Moeder, hartelijk dank! Neem mij ook dezen nacht onder uwe moederlijke bescherming,

17*

ocr page 400

394

en bid voor mij uw teergeliefden Zoon, dat Hij mij in zijne liefde gelieve te bewaren ten einde toe. Amen.

Dat de zalige Maagd Maria met haar zoetste kindje mij gelieve te zegenen. Amen.

GEBED TOT DEN H. .IOSEPII.

O beminnelijke, heilige Joseph, Voedstervader van onzen Heer Jesus Christus en kuische Bruidegom der onbevlekte Maagd Maria! Gij hebt van God de bijzondere genade verworven, van de geloovigen in hun stervensuur bij te staan; wil ook mij, wanneer mijn laatste uur slaat, te hulp komen en bid voor mij, dat ik ook, evenals gij, in de armen van Jesus en Maria moge sterven. Amen.

Jesus, Maria, Joseph! ik geef U mijn hart en mijne ziel.

Jesus, Maria, Joseph! staat mij bij in den doodstrijd.

Jesus, Maria, Joseph! laat mij met C in vrede sterven. Amen.

Al wie deze drie schietgebeden godvruchtig bidt, verdient 100 dagen aflaat.

GEBED TOT DEN H. ENGELBEWAARDER.

0 Engel Gods, die mijn bewaarder zijt,

ocr page 401

•395

aans vvions zorg ik door de opperste goedheid ben toevertrouwd ; ge waardig LI mij dezen nacht te verlichten, te bewaren, te beschermen en te bestieren. Amen.

Pins VII (15 Mel 1820) verleent 100 dagen aflaat, tel-kens, en een vollen aflaat onder de gewone voorwaarden, als men dit gebed tot den H. Engelbewaarder eene maand lang dagelijks godvruchtig bidt. Die dit gebed dikwerf verricht heeft, verkrijgt een vollen aflaat in het sterfuur, thes indulg.

GODVRUCHTIGE VERZUCHTINGEN.

Bij het slapen gaan.

O Jesus ! Gij hadt in deze wereld niets, waarop Gij uw gezegend hoofd kondet ne-derleggen, en ik arme zondaar mag in een goed bed rusten. — O Jesus! laat den tijd van den slaap voor mij niet verloren gaan; ik offer U daarom elk oogenblik van den nacht op. O Jesus ! laat mij bij TJ op het kruis, laat mij bij U in het H. Tabernakel rusten. O Jesus en Maria! ik verberg mij in uwe heilige Harten, dan slaap ik veilig, rein en kuisch.

Het kruis f Christus zij mijn schild tegen alle zichtbare en onzichtbare vijanden.

GELOOFD EN GEZEGEND ZIJ IN ALLE EEUWIGHEID HET ALLERHEILIGSTE SACRAMENT DES ALTAARS. AMEN.

EINDE,

ocr page 402

INHOUD.

Biz.

Voorbericht............................1

Over de wondervolle uitwerkselen van

het aanbiddelijk Altaarsacrament ... 7 Over do voorbereiding tot deH. Communie. 10 Acht overwegingen en gebeden ter voorbereiding voor de H. Communie ... 15

Bieohtoebeden........................42

Gewetensonderzoek voor hen, die dikwerf

biechten en communiceeren..........46

Gebed om een waar berouw............52

Oefening van berouw door overweging

van 's Heeren lijden..................54

Oefening van berouw uit ware liefde . . 57

Gebeden na de biecht..................60

Vernieuwing der doopbeloften..........66

Oefeningen op den dag der h. communie ............................69

Morgengebed..........................70

Gebeden onder de H. Misse ter voorbereiding voor de H. Communie .... 79 Korte oefeningen vóór de H. Communie . 112 Heilige gevoelens en oefeningen na de H.

Communie.............118

Toewijding aan de goddelijke liefde. . . 127

Toewijding aan Maria.........129

ocr page 403

INHOUD.

Bede tot Jesus, tot uitroeiing van het

hoofdgebrek...........

Bede tot Josus, om vergiffenis voor de fouten bij de H. Communie begaan . Misgbbeden na de H. Communie .... Namiddag-oekenikgen op de Comnuinie-

dagen ..............

Gebeden cn uitstortingen des harten tot Jesus in het allerheiligste Sacrament

en geestelijke Communie......

Andekb namiddag-oefeningen op den

Communiedag..........

Litanie van het allerheiligste Sacrament. Gebed tot de allerheiligste en onbevlekte Moedermaagd in betrekking tot het Allerheiligste Altaarsacrament . . . Volmaakte toewijding aan God in maagdelijke zuiverheid .........

Gebeden tot het allerheiligste Altaarsacrament en het goddelijk hart van Jesus, waaraan aflaten verbonden zijn . . . Tweede communie-oefening, onder aanroeping van het H. Hart van Jesus .

Gebeden na de H. Communie.....

Hernieuwing der goede voornemens. . . Derde communie-oefening, als men de

H. Misse niet kan bijwonen.....

Verzuchtingen vóór de H. Communie, van den H. Franciscus van Sales . . . . Dankzegging en bede na de H. Communie ..............

Liefdezuchten na de H. Communie, van den H. Franciscus van Sales . . . . Toewijding aan Maria........

ocr page 404

INHOUD.

Biz.

Vierde communie-oefening, op de fees-

ton dev H. Maagd Maria......224

Op het feest van Maria's onbevlekte ontvangenis ............. 224 *

Op het feest van Maria-zuivering. . . . 228 Op het feest van Maria-boodsehap . . . 230 Op het feest der ten Hemel opneming

van Maria............233

Op het feest van Maria's geboorte . . . 235 Oefeningen van geloof, ootmoed, berouw,

liefde en verlangen vóór de H. Communie .............237

Gebeden na de h. communie op genoemde feesten..........242

Oefeningen van dankzegging, liefde, overgeving en toewijding en bede na de

H. Communie...........245

Liefdeverzuehtingen na de H. Communie,

van den H. Franeiscus van Sales . . 248 Gebed tot de onbevlekte Maagd Maria,

na de H. Communie........253

Gebed tot het H. Hart van Maria . . . 255 Vijfde communie-oefening, om eene bijzondere gunst van God te verkrijgen . 257 Oefeningen van geloof, hoop en liefde

vóór de H. Communie.......260

Gebeden na de H. Communie.....267

Dankzegging na de H. Communie . . . 269

Gevoelens van liefde.........270

Gebed van eene ziel, die zich zonder voor- ''

behoud aan God wenscht toe te wijden. 272 A

Zesde Communie-oefening. Gebed om eene waardige voorbereiding. Van den H. Ansehmis...........275

ocr page 405

inhoud.

lilz.

Geloof, Hoop en Liefde. Van den II.

Augustinus............276

Opdracht. Van den H. i'ranciscus van

Sales...............279

Verlangen naar Jesns. Naar den H. Augustinus .............280

Gebed tot de allerheiligste Maagd, om den Heer waardig te ontvangen. Van

den H. Ildephonsns . .......283

Na de h. communie. Gebed om de zalige uitwerkselen der H. Communie te erlangen.YandenH.ïhomasvan Aqninen 284 Opdracht van Jesus' verdiensten aan den hemelschen Vader. Van den H. Augustinus .............285

Gebed om eene brandende liefde tot Jesus. Van den H. Bonaventura . . . 288 Uitstorting der vurigste liefde voor den gekruisten Godmensch. Van den H.

Franciscus Xaverius........290

Gebed tot de allerheiligste Maagd. Van

den zaligen Petrus Canisius .... 291 Zevende communie-oefening Vóór de H Communie. Overweging over de H.

Communie............292

Onder het heengaan naar de Communiebank ...............297

Na de H. Communie. Kenige innige uitstortingen des harten.......297

Begroeting van Jesns.........297

Achtste Communie-oefening, ter eere van hot allerheiligst Hart van Maria, Gebed tot het allerheiligst Hart van Maria om eene waardige Communie . 302

ocr page 406

INHOUD.

Blz.

Drie gebeden tot de H. Moeder Gods

vóór de H. Communie . ......

Smeekgebed tot den Zoon (iods .... --504

Na de H. Communie......... • A[)''

Opoffering der H. Communie aan het allerheiligst en onbevlekt Hart van

Maria tot bekeering der zondaren . -M'

Verzuchtingen en geboden...... • •iuJ

Ter eere der zeven smarten van Ma- ^ ...............

Negende communie-oefening. ./(•■•!quot;» mijn

Vader. Gemoedsaandoeningen . . . oil

Opdracht der H. Communie......ol4

Vóór de H. Communie.........

Na de H. Communie. . ._.......

Zegen na de H. Communie.......

Tiende commukie-oefening. Jcsus, mijn

Bruidegom. Gemoedsaandoeningen. . Mi

Vóór de H. Communie.........^

Na de H. Communie........• 0-JÖ

Elfde communie-oefening. Jeaua, mijne

Vreugde. Gemoedsaandoeningen. . . .«1

Vóór de H. Communie.........^

Na de H. Communie........ ■ •

Twaalfde communie-oefening. _ Jesti*,

wijn Vriend. Gemoedsaandoeningen . AóJ

Vóór de H. Communie.........^

Na de H. Communie........ • • d

Dertiende communie-oefening. Jesus,

mijn Broeder. Gemoedsaandoeningen . d4b

Vóór de H. Communie.........^

Na de H. Communie..........

Gebed ter vernieuwing van onze goede

voornemens............ ''

quot;7

ocr page 407

INHOUD,

Biz.

Gebed tot den eeuwigen Vader, na de 11.

Communie............858

Gebed tot den H. Engelbewaarder, na de

H. Communie...........359

Voorbereiding tot den dood......361

Aanneming van den dood.......370

Eenige minuten hij het allerheiligste Sa

crament doorgebracht.......373

Litanie van het H. Hart van Jesus . . . 376

Toewijding aan het H. Hart van Jesus . 378

Acte van eerherstelling........379

Gebod met vollen aflaat........383

Aflaatgebeden.............385

Gebed te Kome in gebruik tot intentie van Z. H. den I'aus, om den vollen

aflaat te verdienen........389

Avondgebed op den Communiedag . . . 391

gt;

5

1

4

5

9 2 4

[S )0 gt;2

36

ocr page 408

IMPRIMATUR.

Groningae, 3 Maji 1895,

Dk. IGN. VAN OS, Libr. Cen

ocr page 409
ocr page 410
ocr page 411
ocr page 412
ocr page 413
ocr page 414