I
I
I
II '
â ;
I 1
1
-HS{ W. H. B. j§»^-
/
yS*
J
V.
GOD
VOL VAN WAARHEID,
Goedheid en Liefde
Eer en Aanbidding toegebracht.
GEBEDENBOEK VOOR
Ãtl)ci»tenen.
Nieuwe vermeerderde Uitgave. Twa al fde d ruk.
Wed H. BONTAMFS, Venlou 1896.
ST-- i;. â â - ** â «», -«* -*V %
: K DER
RiJKS'u'NiVERSiTEIT !
UTRECHT
BIB I
GOLL THOMAASSE
RIJKSUNIVERSITEIT TE UTRECHT
1942 3551
VOORBERICHT.
De hartelijke gebeden en overicegni' qen die Tiet Hoogduitsche wericje he-vat, waarvan ik mijnen Geloojsf/c-nooien eene vrije navolging aanhied, schenen mij, uithoofde van den daarin qéhezigden korten en uitdrukkelijken stijl, die veel aan de overweging overlaat, wel. waardig te zijn door Nederlandsch Roomsch Katholieken in hunne moedertaal gekend te ivor-den.
Overtollig zonde het zijn iets tot aanprijzing van dit Oéhederiboekje aan te voeren; het zal genoeg zijn, den
Voorbericht. godvruchtigen Lezer de denkwijze van den steller mede te deelen. â quot; Ocen Christen,quot; zegt hij in zijn voorbericht j ' zal in twijfel trekken, of quot; het qébed is een der gewichtigste quot; plichten van onzen Godsdienst.â Die // hidtj zal verhoord worden. â Wan-quot; neer de menschgeene toereikendever-quot; mogens hezit om uit zich zeiven te quot; hidden, bezige hij een Gebedenboek, / als een werktuig om zijne aandacht quot; op te wekken en te onderhouden.quot;
» Bij het bidden moet de geest den-'/ ken en het hart gevoelen wat de quot; mond zegt ; daarom moeten de gebe-quot; den kort, eenvoudig en met gevoel « voorgedragen worden.quot;
In hoever de steller, en hij die hem, doch somwijlen met enkele af-
Voorboriclit.
wijkingen gevolgd is, het ware doel hierin genaderd zijn, laten wij aan den godvrvchiigen lezer ter heoordee-Ung ; â echter vleien wij ons met een gunstig vooruitzicht, dat het werkje voor nadenkende Christenen tot heil en stichting zal kunnen verstrekken.
De Vertaler.
VOORBERICHT voor dezen nieuwen druk.
De veelvuldige aanvragen voor het werkje God vol van waarheid, goedheid en liefde, eer en aanbidding toegebracht, vroeger te Rotterdam hij Thompson uitgegeven, en waarvan het eigendom op mij was overgegaan, hébben mij doen hesluiten
Voorbericht.
daarvan eene nieuwe uitgave in het licht ie qevsn. â Ik hêbgetracht door de keuze vat eene andere Mis-oefening, en door bijvoeging va i verschillende Geheden en Litanie/1, dit hoekje, dat zich overigens zoo zeer onder scheidt door deszelfs hartelijke geleden en overwegingen, nog doelmatiger te maken; en zoo hied ik het mijnen 11. K land genoot en aan, mij met den vertaler der hoogduitsche uitgave ver-eenigende in den wensch, dat hetzelve tot heil en stichting moge verstrekken.
Wed. H. Bontamps.
Venloo, Mei 1370.
MORGEN-OVERDENKINGEN.
Verheffing tot God.
nACllergoedertierenste! de opgang 'JvA.' ^1,1' zon verkondigt mij uwe heerlijkheid, en de selioonheid van dezen morgenstond vermeldt mij uwe goedheid. â Gij waaktet over mij, toen ik oliep; ja, uwe zorg strekte zich uit over het geringste uwer Bohepselen. Tot II, o Schepper aller wezejs ! tot TJ verheft zich mijne eerste gedachte. U wil ik prijzen, TJ mijnen hartclijkea dank betuigen. Ik wil Uw Toorbeeld volgen. Ik wil mijne naasten beminnen, de cl-lendigen heiligen, en zoo ver het in mijn vermogen is de onderdrukten beschermen. Ik wil gehoorzaamheid
8 Morgen-overdenlvingen.
aan mijne overheden, zachtmoedig-lieid aan mijne onderhoorigen betoo-nen, en liefderijk zijn jegens allo menschen.
Dit, o Heer, zijn de oprechte gevoelens van mijn hart. Ik heb voorgenomen, voortaan naar uwe bevelen te handelen; alles war waar en goed is zal mij verheugen, daar Gij waarheid en goedheid zijt.
Heb ik uwe wegen verlaten en aan uwe bevelen mij niet onderworpen, vergeef mij, genaderijke Vader, mijne afdwalingen ; geleid mij op de paden der gerechtigheid, en maak mij een voorwerp uwer liefde en goedheid.
GEBED.
Almogende God ! in dezen morgenstond aanbid ik IJ met een vernederd hart. Zie met welgevallen op
Morgen-overdenkingen. 9
(ie hulde, die ik TJ met opgeheven, handen toebreng, daar ik TJ voor mijn behoud met hare en ziel danke. Zegen het verlangen, dat ik voede, om dezen dag te uwer eer en ten nutte van mijne medemcusehen door te brengen. Q-oedertierene Q-od ! Gij kent mijne behoeften: geef mij wat ik noodig heb. Verleen mij kracht om het goede te doen eu het kwade te vlieden. Schenk mij gematigdheid iu voorspoed, troost en geduld in tegenspoed, wijsheid en raad in het toekomende, vlijt in mijn beroep, rechtschapenheid in al mijne handelingen, en toon mij uwe goedheid eu barmhartigheid, wanneer ik mocht afdwalen. Amen.
10 Morgeu-overdeukiugeu.
Overweging.
van de Goddelijke amarheid en goedheid.
Alles wat men in de natuur waarneemt, roept eenstemmig, dat waarheid en goedheid de steunsels zijn van hemel en van aarde
lt;Jod is waarheid en goedheid. Do liefde en de kennis zijn het ware, do liefde en do uitoefening het goede.
Waarheid en goedheid moeten vereen igd zijn; waarheid is een voorwerp van kennis, en goedheid is een voorwerp van den wil; en wat is de kennis zonder den wil ?
Oij, o Grod, zijt waarheid! â Gij alleen zijt de eeuwige waarheid, en buiten U is er geone waarheid. Wan-neer ik naar waarheid zoek, moet ik trachten U gelijkvormig te wor-
Morgon-overdentiugen. I i
den. Gij hebt mij met verstand en wil begaafd. Het verstand om U te kennen, den wil om dat te willen wat ik ken.
Gij zijt, o God, vul goedheid; ik zie en gevoel er do werking van. Alles wenkt mij om TJ te aanbidden; alles verkondigt mij uwe groot-heid en goedheid. Mijne ziel, doordrongen van het gevoel uwer goed-lieid en weldadigheid, buigt zich voor uwen troon.
Licht der waarheid ! verlicht mij, ten einde ik de waarheid kenne; dat ik mij overtuige van uw almachtig aanzijn en van de oneindige goedheid, waarmede Gij ons, tot onze heiligmaking, de noodzakelijke middelen geopenbaard hebt.
Laat mij. Almachtige, uwe waarheid en goedheid erkennen. Geef mij uwe wijsheid, ton einde mijn
12 Morgen-overdenkingen.
verstand en mijn wil meer en meer uw goddelijk aanzijn gevoelen en ik de rampspoeden dezes levens standvastig verdragen moge.
Versterk mij door den invloed van uwen geest, dat ik de loopbaan des levens bemoedigd moge doorstreven. â Beschut mij door uwe albelioe-dende goedertierenheid, om het pad dat mij tot het doel mijner bestemming geleidt, rustig te betreden.
Alles wil ik, met een levendig geloof aan uwe Voorzienigheid, van uwe vaderlijke hand ontvangen; met volkomen vertrouwen onderwerp ik mij aan uwen wil.
Gij zijt mijn Heer en mijn God, uw wil geschiede !
Morgen-overdenkingen. 13
Overweging over de goddelijke Liefde en Barmhartigheid.
Bemint Ood hoven al en uwe naasten gelijk u zeiven, daarin bestaat het gebod des Heeren.
Zalig zijn de zachtmoedig en, want zij zullen het aardrijk bezitten.
Matth. V. v. 4.
Hij wordt zachtmoedig genoemd, die medelijdend en geduldig jegens zijne natuurgenooten is ; die niemand beleedigt, en bcleedigd zijnde, gaarne vergeeft; â die met gelatenheid de ellenden des levens draagt, en zich aan den wil des Heeren onderwerpt.
Zij zullen de aarde bezitten; dat is : zij zullen rustig en vreedzaam leven ; en do eeuwige aanschouwing van God zich waardig maken. â 2
14 Morgen-overdenk iugen.
Gij, o Heero, zijt liefde, en liefde was het doel der schepping en do bestemming der menschen.
Oneindige Liefde, die zoo liefderijk Toor de mensehen zijt! ontvlam mijn hart door het vuur uwer liefde. Leer ons beminnen gelijk Gij bemint; help ons, om U gelijkvormig te worden.
Zalig zijn de harmhartigen, Kant zij zullen Varmhartigheid verwerven. Matth. V. v. 7.
])e barmhartigheid is eene deugd, die niet alleen den nood des naasten met medelijden aanziet, maar zelf die gevoelt en traeht Ie lenigen.
In het midden onzer grootste ellenden, onder den last van dit kommervol leven, moeten wij onzo stemmen tot God verheffen. Hij ia de
Morgen-overdenkiiigon. 15
Vader der barmlmrliglieid, de God van allon troost. Barmhartigheid en vergeving zijn, o God, uwe eigen-schappen. â Vergeef mij, wanneer ik van TJ afgeweken ben, en neem mij weder in liefde aan.
Leer mij, o God, de grootheid uwer liefde en barmhartigheid kennen. â Leer ons allen, dat een rein hart de schoonste gaaf, en het berouw liet beste zoenoffer is. â Vergeef ons onze schulden, gelijk wij onzen schuldenaren vergeven. Geef dat wij liefderijk en barmhartig mogen zijn, gelijk Gij, onze Vader, liefderijk en barmhartig zijt. Amen.
Gebed.
Almachtige Heer en Vader! ik draag mij op dezen tegenwoordigen dag aan U op. O, mochten alle mijne gedachten, woorden en werken tot
=nr-:
10 Avond-oefening.
uwe hoogste eer verstrekken. Verlicht mij, smeek ik U, door de kracht van uwen heiligen Geest, opdat allo mijne handelingen naar het richtsnoer uwer voorschriften mogen geregeld ziju. Amen.
AVOND-OEFENING.
//â¬i ït'! blijf bij ons, want het wordt avond, Ijuc. XXIV. v. 29.
In don naam des Vaders, en des Zoons, en des heiligen Geestes ! Amen.
ó Mijn God, Gever van alle goed ! hoe zal ik U danken voor al het goede, dat Gij mij dezen dag bewezen hebt? â Hoe zul ik U mijnen dank kunnen betuigen voor do on-
ü
Avond-oefening. 17
verdiende goedheid, die ik van U genoten heb? Waar zijn woorden, die uwen lof en uwe heerlijkheid naar eisch kunnen verkondigen ?
ü zeg ik dank, goedertieren Vader ! Het was door uwe altijd wakende voorzienigheid, uwe goddelijke genade, uw geduld met mij, dat ik al het goede genoten heb, niet alleen dezen dag, maar oene reeks van jaren ; het is uwe bescherming, die zoo veel onheilen van mij afwendde. Welk eene goedheid !
Ik vraag thans aan mijn hart, of ik ook dezen dag naar uwe goddelijke voorschriften geleefd heb ?
Of ik tegen iemand onrechtvaardigheid uitgeoefend, tegen de liefde des naasten, met woorden of werken, gehandeld heb ?
Hoe heb ik de plichten van mijn beroep vervuld ? hoe mijnen tijd
18 Avond-oeftuiug.
aangewend ? wat lieb ik ter bevor-deving van Gods eer Terricht ? wat tot heil mijner ziel en voortgang op den weg tier deugd gedaan of nagelaten ?
Ik kan mij deze vragen naar waarheid of met eene vooringenomen eigenliefde beantwoorden; â Gij. mijn K-echter ! Gij kent het innigste van mijn hart. Zoo ik mijne overtredingen tracht te bedekken ; hoe zal ik verg ffenis van TI erlangen? Daarom, mijn God, wil ik XJ mijne zouden belijden. Ik lieb, o mijn Vader, tegen U en den hemel gezondigd ; dan, het berouwt mij, geef mij do genade mijnen ellendigen slaat meer en meer te gevoelen.
Vergeef mij, o God, de zonden, die ik dezen dog bedreven heb, en onttrek mij, in dezen nacht, uwe genade niet. Weer van mij en dc
Avond-oefening. 19
mijnen alle ongeluk, alle gevaren en verdchrikkinger.. Eehoed allen, die op IJ vertrouwen, en vergun ons eenen rustigen en verkwik kenden slaap. Wees de troost der ellendi-gen, de hulp der veriatenen en do sterkte der zwakken.
Wanneer deze voorbijgegane dag de laatste van mijn leven mocht zijn, en ik U voor het laatst mijn avondgebed mocht opdragen , o God ! ontferm U dan over mij ; o dat de dood dan niet verschrikkelijk voor mij zij ! Sluit Grij dan zacht mijne oogen ; noem Vader des levens en der goedertierenheid, mij in uwe bescherming.
Uw naam zij geprezen, van nu tot in de eeuwigheid ! â Vader, in uwe handen beveel ik mijnen geest! Amen.
Onze Vader, â Wees gegroet. â
20 Avond-oefening.
Oefening van Berouw,
Mijn God en Heer ! het doet mij leed dat ik dezen dag, wetende of onwetende, gezondigd en ü, beminnenswaardige goedheid, daardoor heleedigd heb.
Ik heb een afkeer van alle mijne zonden, het ia mijn ernstig voornemen, U, o God, nimmer weder te vergrammen, maar mijnen levenswandel naar uwe voorschriften in to richten. â Tot bevestiging van dit besluit, offer ik U de oneindige verdiensten van Jesus Christus.
Hemelsche Vader ! door de verdiensten van Jesus Christus, uwen Zoon, ontferm U over mij.
Oefening van Geloof.
6 God, Schepper en Beheerscher aller dingen, Belooner van het goede
Avond-oefen.ng. 21
on Straffer van het kwade, één God in drie personen : Vader, Zoon en heilige Geest! ik geloof in U. Ik geloof alles standvastig, wat mij de heilige, roomeeh - katholieke Kerk voorstelt; omdat Gij, die do einde-loo/.e waarheid zijt, die alle volmaaktheid in U bevat, dit geopenbaard hebt. â Onderhoud in mij, o God, door uwe genade dit geloof.
Oefening van Hoop.
Almaehtigo, goedertieren God ! ik hoop met een vol vertrouwen op uwe oneindige barmhartigheid. Gij zijt mijn helper in alle mijne behoeften, naar ziel en lichaam. Ik hoop vergeving mijner zondenen het eeuwige loven to ontvangen; omdat Gij, o God, mij zulks beloofd hebt.
22 Avond-o. feniug.
Oefening van Liefde.
Ik bemin TT, o mijn Grod eu Heer ! Tk bemin U nit geheel mijn hart, omdat Grij de allergrootste, de aller-beminnens waardigste goedheid zijt â Ik bemin U, uit geheel mijne ziel; uit al mijne krachten bemin ik ü; â om uwe liefde bemin ik alle men- 1 solien. en vergeef van ganseher harte i mijnen vijanden. In deze liefde wil ik leven en sterven.
Alle mijne gedachten, woorden en j werken, mijn leven, mijn lijden, mijn dood: en ook in het bijzonder deze nachtrast, vereenig ik thans en altijd met de goddelijke verdiensten van Jesus Christus, mijn Verlosser en Zaligmaker. Amen.
G E BEDE If
ONDER DE HEILIGE MIS.
Een zoen- dank- aanbiddin^s-en smeekoffer.
quot;Voorbereiding.
(p^^pimaehtige eeuwige God ! Eer-j^bicdig en vol ootmoed nader èM)ik tot uw heilig altaar, om liet offer van Jesus Christus, uwen Zoon, hetwelk op alle plaatsen van den opgang der zou tot haren ondergang, uw naam ter eere wordt opgedragen, met de meest mogelijke aandacht des harten bij te wonen. Het zij IJ een volledig zoon-
24 Gebeden onder
offer voor al onze zonden en nalatigheden, â een liefelijk dankoffer voor allo ontvangeue weldaden en genaden, â een heerlijk aanbiddingsoffer, zoo als het U, den levenden en waarachtigen God, toekomt, â en een krachtig smeek offer ter bekoming van al datgene, wat wij, arme menachen, naar lichaam en ziel noo3ig hebben.
Uwe goddelijke Majesteit worde door dit allerheiligste offer verheerlijkt; de zegevierende Kerk in den hemel hierdoor verrukt; de lijdende zielen in het vagevuur verkwikt, en de strijdende Kerk hier op aarde met alle zegeningen in geestelijke en stoffelijke goederen vervuld, â door denzelfden Jesus Christus, uwen Zoon, onzen Heer. Amen.
de H. Mis. 25
Zoenoffer.
Van het begin der H. Mis lot aan de Opoffering.
â Hebben wij gezondigd, dan bezitten wij een middelaar bij den Vader : Jesns Christus, de Rechtvaardige, en deze is de verzoening voor onze zonden ; maar niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der gansche wereld.quot; (I. Joan. n.
T - 2.)
ó Eeuwige en Rechtvaardige God ! als ik de heiligheid uwer wetten en de plichten, welke ik dien overeenkomstig te vervullen heb, met mij-neu levenswandel vergelijk, dan vind ik afwijkingen en zonden in menigte; trouwens, eiken dag doe ik veel wat ik vermijden, en verzuim ik veel wat ik doen moest.
Waarlijk, ik ben een zondaar en
2G Gebeden ouder
mis die gerechtigheid, welke ik voor U diende te hebben. Daarom klop ik rouwmoedig op mijne borst en beken voor U, den .Almachtige, en voor het gansche hemelkoor, dat ik dikwijls en veelvuldig gezondigd heb, in gedachten, woorden en werken, alsmede door een gedurig verzuim van het goede, hetwelk ik had kunnen en moeten doen. ITet is mijne pchuld, o God ! â mijne allergrootste schuld !
ó Rechtvaardige en heiligste God ! als Gij de zonden gedenken en met mij handelen wilt naar recht en gerechtigheid, hoe zal ik dan voor U bestaan ? Van de duizendmaal mag ik U niet één beantwoorden! Daarom smeek ik met David : quot; Heer! treed niet in het gerecht met mij, want voort! zal geen enkel sterfelijk wezen zonder zouden bcronden worden! quot;
de ir. Mis. 27
Yan den troon uwer gerechtigheid beroep ik mij reeds vooraf op den troon uwer onbegrensde barmhartigheid, en neem mijne toevlucht tot de opene wonden van Jesus Christus, mijnen eenigen middelaar en voorspreker. Hij is het Lam, dat wegneemt de zonden der gansche wereld. Hij is de onschuld, die onze schulden gedragen cn ze a{geboet heeft nan het schandhout des kruises. In zijn bloed bezitten wij den prijs onzer verzoening, cn in het heilig Sacrament van boetvaardigheid vloeit de onuitputtelijke genadebron, welke aan het kruis voor ons ontsprong. Tot deze bron wil ik mij dikwijls begeven, om mijne ziel in het blood des Lams af to wasachen. Daar wil ik mijne zonden belijden en mijne misdaden niet verhelen. quot; Want, indien wij onze zonden belijden,â
28 Gebeden ouder
zegt de heilige Schrift, â dau is G-od getrouw in zijno beloften, dat Hij ze ons vergeeft en ons van alle ongerechtigheid zuivert.quot; (I. Joan. 1. 9.)
Ontferm TJ dan mijner, o God! en laat mij genade vinden voor uw aanschijn. Ik draag U op en offer in deze heilige Mis Jesus Christus, den eenigen Rechtvaardige, die de verzoenin? is geworden voor onze zonden, en niet alleen voor de onze, maar voor de zonden der gansche wereld.
Hoe bovenmate gelukkig, gezegend en begenadigd zijn wij, o God, ontfermende Vader! dat wij dit verheven, heilig en goddelijk zoenoffer bezitten, en dagelijks op ontelbare altaren aan uwe eeuwige Majesteit kunnen opdragen. Hoe vele kwellingen, kwaad en straffen worden
de H. Mis. 20
ter wille van deze ollerande dagelijks van ons afgewend ; hoe veel bedorvenheid uitgeroeid, hoe vele zielen aan de hel ontrukt en ten lie mei terug gevoerd ! â Wee echter dien ongelukkigen tijd, als de goddeloosheid do overhand nemen, en liet rijk van den Antichrist zich met geweld zal uitbreiden ; dan zal de gruwel der verwoesting als een stormvloed losbreken , en de zondige wereld met reuzenschreden hare verschrikkelijke verdelging te gemoct gaan,
O gaat dus voort, gij vrome priesters des Heeren, gaat voort met dagelijks, ja onophoudelijk der be-leedigde Majesteit Gods dit heiligste zoenoffer op te dragen en daardoor het oordeel af te wenden, dat wij om onze dagelijksche en menigvuldige zonden verdienen.
Gebeden onder
Neem integendeel, o rechtvaardige maar barmhartige God ! neem dit U zoo welgevallig offjr in genade aan tot onze verzoening. Gedenk het kostbaar bloed nws Zoons, hetwelk tot vergeving der zonden vloeide, en niet gelijk het bloed van Abel om wraak, maar als het bloed des Verlossers, om vergiffenis en ontferming van onze altaren tot U in den hemel roept. Vergeef mij alzoo Vader ! vergeef mij en der ge-heele zondige menachheid. Sla uwen blik op het onbevlekte lam, hetwelk, zonder zijnen mond tot een klaagtoon te openen, zich voor ons naar de bloedige slachtbank liet voeren. Aanschouw Hem, die geen zonden beging, onze zonden op zich nam en er oneindige voldoening voor gaf.
Laat, o God! laat het offer en gebed van dezen onzen goddelijken
30
de H. Mis. 31
Middelaar, met de voorspraak van alle Heiligen, en bijzonderlijk van de altijd reine en onbevlekte maagd Maria, tot den troon uwer barmhartigheid opklimmen, en ons allen genade en barmhartigheid bewerken in dit leven en in den dood.
Zie, o God ! met dit heilige zoen-ofler, draag ik U te gelijk mijn rouwmoedig en vermorzeld harte, en met dit hart ook het vaste voornemen op, U nooit weder door eene vrijwillige zonde te beleedigen, maar voortaan in onwankelbare trouw den weg uwer geboden te bewandelen, en U van ganscher harte lief te hebben tot in den dood.
Heer ! wees mij en alle arme zondaars genadig. Amen.
Eq nu, christen ziel, zoo gij waarlijk verzoening van God wilt ver-
32 Gebedon onder
krijgen, dan moet gij zelve oolv verzoenend zijn, en ieder, die u belee-digd heeft, van harte verbeven. Geen vijandschap, afgunst, haat of afkecrigheid tegen iemand mag uw hart bevlekken, als gij aan de dierbare vruchten van dit offer wilt deel hebben. Want Jesus Christus, de eeuwige verzoening, zegt :
Als gij voor het altaar staat om uwe gaven te olTeren, en gij herinnert u dat uw broeder iets tegen u heeft, ga n dan eerst met hem verzoenen, en kom dan terug om uwe gaven te offeren.quot; ( Matth. V. 23.)
Bij de Opoffering.
U, Yader, zweer ik nieuwe trouwe En nieuwe vlijt in 't Christendom. Opdat ik offrend U behouwe.
En leev' ten eeuwig eigendom. Door uwen goeden geest geleid,
do II. Mis. 33
Zoek ik naar Iicil voor d'eeuwighoid. Met ieder wil ik vreedzaam leveu,
Eu waudelen op het liefdepad, Vau harte gaarne hem vergeven Dien ik ecus ten vijand had. Verzoening blijft mij waar genot ; Vergeef ook Gij mij, goede God ! Bestuur, o Jesus, heel mijn leven.
Maak mijn hart van zonden vrij; Dat het ganseh aan U gegeven. En naar uw hart gelijkend zij. Geef die genade. God, uw kind ; l'-n dat ik, stervend, eens ü vind!
II.
Dankoffer.
{ Van de Opoffering tot de Consecratie.)
Dankt altijd vcor alles God, den Vader, in den naam van onzen Heer Jesus Christus.quot; ( Ephes. V. 20,)
à Heer, mijn God ! grootste we!-
1 34 Gebeden onder
doener mijns levens ! diep getroll'eu over do vele bewijzen van barmhartigheid en liefde jegens mij, kniel ik voor ü neder en bied TJ, met , het olfer des altaars, tegelijk mijn || hartelijk dankgebed aan voor alle genaden en weldaden, waarmede Gij mij tot deze ure zoo mildelijk hebt begiftigd.
Gij hebt mij het aanzijn als mensch gegeven, en mij diensvolgens ver boven de meeste uwer andere schepselen verheven. Gij liet mij uit christelijke oudera geboren worden, en naamt mij, reeds bij mijn intrede in de wereld, in den schoot uwer heilige Kerk op. Ik heb dus aandeel aan alle genaden eu zegeningen van Christus' vei-lossingswerk, en geniet niet slechts het onschatbare geluk mij hier op aarde in uwe vaderlijke liefde en zorg te mogen verheugen,
de H. Mis. 35
maar heb bovenclien de vreugdevolle hoop, eenmaal in den hemel eeue zaligheid te verwerven, welke geen oog gezien, geen oor gehoord heeft, en die nooit in het hart eens sterfe-1 ij ken menschen ondervonden is.
O God ! hoe zal ik U behoorlijk voor deze eerste en voortreffelijkste aller genaden danken ? en hoe zal ik vergelden de andere ontelbare weldaden, waarmede uwe vrijgevige hand mij dagelijks, ja elk oogenblik mijns levens begiftigt ?
Elke ademtocht mijns levens, elke polsslag van mijn hart, elke opwek-kicg en beweging mijner ledematen is een geschenk van uwe liefde, en wel zoo belangrijk, dat mijn leven zoude ophouden te bestaan, zoodra Gij een enkel oogenblik ophieldt mijne levenskrachten te bewaren.
Van U, o Vader des lichts en milde
«===3I==rl==r!===|
36 Gebeden onder a
Gever van alle gaven, komt de spijze, die mij voedt, de drank, die mij verkwikt, do kleeding, die mij be-dekt, het dak, waaronder ik rustig kan wonen.
Gij zijt het, Algoede, die mijn verstand verlicht, mijn hart deugd-lievende gezindheid inboezemt, en tot beoefening van het goede mij het willen en volbrengen geeft.
Gij zijt het, die mijnen arbeid zegent, mijno goede ondernemingen bevordert, en mij steeds do middelen geeft en den weg bereidt tot een jj redelijk levensonderhoud.
Gij verheugt mijn leven door zoo menige vreugde, geeft troost in lijden, hulp in nood, bescherming tegen gevaren en vervolgingen van zichtbare en onzichtbare vijanden.
Ja, gelijk een Vader zich ontfermt over zijn kind, zoo ontfermt Gij U
L=3=
I vi
dc H. Mis.
over mij, o God ! en lekroout mijn leven met tallooze bewijzen van uwe milde goedheid.
Wilde ik alle genaden en weldaden optellen, die mij voortdurend van uwo Voorzienigheid toevloeien, â⢠waar, mijn Heer en mijn God, zoude ik aanvangen en waar een einde vindon ? Zij zijn even talloos, als de oogenblikken mijns levens, en vele, misschien cle voornaamste zijn mij zelfs nog verborgen.
Waarlijk, uwe goedheid en ontferming jegens mij is oneindig; ââ van oneindige waarde moot daarom ook het ofifer zijn, dat ik TJ hier tot dank wil opdragen. Het is Jesus Christus, uw geliefden Zoon, dio zich op dit altaar te Uwer verheerlijking opoffert. Het zijn zijne oneindige verdiensten, welke Hij U opdraagt, en waarmede Hij U over-
37
- - -I.-»
Gebeden oudev
vloediglijk vergeldt, wat Gij zoo rijkelijk aan ons, arme mensehen, uitdeelt.
Necra alzoo dit liefdevol dankoffer aan, o God ! aanvaard dezen uwen geliefden Zoon, met al de ontboezemingen van kinderlijke liefde en dankbaarheid, waarvan zijn allerheiligste hart gedurende zijn omwandeling op aarde voor TJ overvloeide. Boven alles echter gelieve deze heilige, eerwaardige en betee-kenisvollo akte van dankbetuiging te aanvaarden, welke Hij TJ opdroeg, toen Hij, bij het laatste avondmaal, op don vooravond van zijn lijden, dit heiligste Offer en Sacrament des Altaars instelde. Toen nam Hij brood in zijne heilige handen, verhief zijno oogen tot U, zijn Vader in den hemel,
dankte TJ,
zegende en brak het brood, en gaf het zijnen Leerlingen, zeggende :
38
do H. Mis. 39 !
-/ Neemt en eet, want dit is miju [
Lichaam ! quot;
Zaligen des hemels, gij allen, heilige koren der zalige geesten, daalt neder en omzweeft dit heilig geheim. Helpt ons do eeuwige liefde danken, die bij allo genaden en weldaden Zich-zelven nog aan ons ten beste geeft, jLooft den Heer, want hij is algoedig, en zijne barmhartigheid is zonder einde.
Onder de opheffing der H. Hostie,
LT, Heer, wil ik oen danklied zingen, U, wien het weldoen blijdschap is ; U loven met do stervelingen, U, Vader van behoudenis.
Hoe voel hebt Gij voor mij gedaan : Noem, God, mijn dankend offer aan.
Evenzoo nam mijn goddelijke Verlosser, bij het laatste avondmaal, ook
40 Gebeden onder
[i den kelk in zijne heilige handen, j| dankte wederom, zegende den kelk, en reikte hem aan zijne Leerlitgen, |1 zeggeude :
'/ Neemt en drinkt allen daaruit, want dit ia mijn Bloed, des nieuwen Verbonds, dat voor velen zal vergoten worden tot vergeving der zonden. Doet dit te mijner gedachtenis.quot;
Onder de Opheffing van den H. Kelk.
O heilig Bloed voor mij vergoten. Zegenbron, aan 't kruis ontvloten ! Hoe dank ik best uw almacht, Heer !
Gij hebt geheel uw dierbaar leven Voor mij ten offer eens gegeven ; â Neem 't mijne nu, uw naam ter eer; Uit reine liefde en dankbaarheid! q Zij 't U, Heer ! gansch U toegewijd. Jesus ! voor U leef ik.
de II. Mis. 41
Jcsus! voor U stort ik.
Jcsua ! uwe genade is groot, Ik blijf uvr kind tot in den dood.
Amen.
Aanbiddingsoffer.
( Van de opheffing tot aan de Communie.)
»TTcili^, hcilij?, heilig; is God, de Fleer der heerscharen, Hemel en narde zijn vol vnn zijne glorie en heerlijkheid.
(Ts. VI. 3.)
Almachtige God en Heer, wiens heerlijkheid de hemelen vervalt en wiens roem de aanle verkondigt : neergeknield aan den voet des altaars, waarop zich Jesus Christus, uw geliefde Zoon, te uwer aanbidding en verheerlijking opoffert, wenschte ik, arm schepsel, U waar- | diglijk te kunnen aanbidden en U die eer te kunnen bewijzen, welke
- it in 11 u»â L âu--
12 Gebeden onder
ik U, mijn Schepper, lieer en Gebieder, schuldig ben. Maar, o mijn God en lieer, hoe zal ik dat kunnen ? Ik erken mijne onmacht, en gevoel mij niet in staat, deze ver- : sehuldigdc dienst der aanbidding op- [ waardige wijze te verrichten.
Daarom neem ik nogmaals mijne toevlucht tot het oiler van Jesus Christus, waarin wij alles bezitten en alles vermogen, waarmede wij TJ be-hooren te dienen. Midderwijl Hij ons voldoenend zoen- en liefelijk dankoffer is, hebben wij ook in Hem het waardigste offer van aanbidding uwer goddelijke Majesteit. Want, door Hem aanbidden de engelen uwe Majesteit; door Hem loven U de cherubijnen; door Hem prijzen U dc seraphijnen; door Hem verheerlijken TJ alle koren der zalige geesten in den hemel. Door Hem
de H. Mis. 43
zijn ook hier op aarde de afgodische altaren des heidendoms vernietigd jl met al hun booze gruwelen; terwijl op hunne overblijfselen zich de liefelijke altaren des Christendoms ver- 1 heffen, waar Hij, de alleen wrare God, in geest en waarheid aanbeden wordt. Ja, door en in Jesus Christus zijn hemel en aarde ver-eenigd te uwer verheerlijking, o God ! en als in een-eenig koor ! dragen zij U hare aanbidding op, terwijl wij vol eerbied en vreugdege-voel uitroepen :
'/ Heilig, heilig, heilig zijt Gij, [1 God, Heer der Heerscharen! Hemel en aarde zijn vol van uwe glorie en heerlijkheid !
O almachtige, eeuwige God ! Zie dan met welbehagen neder op dit
Gebeden onder
T
44
altaar, op uwen Gezalfden, op Jesus Christus onzen Heer. Hij is immers uw welbeminde Zoon, in wien Gij uw eeuwig welbehagen hebt. Hij is liet volkomen evenbeeld van uw goddelijk wezen, de glans van uwe eeuwige heerlijkheid. Hij is het die zich te uwer verheerlijking tot het knechtschap vernederde; die, om uwe eer onder de volken weder te herstellen en ons den hemel te heropenen, do schande des kruiscs op zich nam, U het bloedig offer opdroeg, en nu nog dagelijks datzelfde offer, op onbloedige wijze, op de ontelbare altaren des ganschen aardbodems vernieuwt; hierdoor vervullende wat Gij, o God, door don mond der Profeten vooraf Het verkondigen, met de woorden :
» Van den opgang der zon tot ha-
du II. Mid. 15
reu ondergang, ia mijn naam groot onder de volken, en op alle plaatsen wordt mijn naam een rein offer opgedragen; want groot is mijn naam onder de volken.quot; (Mal. I. 11.)
Zoo stijge dan dit offer, o God, in de liefelijkheid zijner aangename geuren, tot den troon uwer heerlijkheid omhoog; het worde ü, op uw hemelsch hoogaltaar, voor het aanschijn uwer goddelijke Majesteit door uwe engelen aangeboden, opdat zijne liefelijkheid uw vaderhart ver-heuge, en wij allen, die aan deze offerande deelnemen, met uwe genade en alle hemelsche zegeningen vervuld mogen worden, â door denzelfden Christus, onzen lieer. Door, en met, en in Hem zij U, almachtige God en Vader, allo eer, aan-4
â lij Gebeclcn ouder
bidding eu Tei'lieorlijking, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
Alsnu bidde men aandachtig het Onze Vader en Wees gegroet, en daarna oefene men dj geestelijke Communie op de volgende wijze.
Geestelijke Communie.
Onwaardig ben ik, Heer,
IJ heden hier te ontvangen; Kn toeh, ik wensch die eer Mei innig zielaverlapgen.
Mijn ziel moog' U omarmen;
Betoon mij uw erbarmen. Woon in mijn zuchtend hart. Heel, God, mijn boezemsmart.
In U heb ik het leven,
In U des harten vreugd, 'k Wil U mij overgeven,
Voor tijd eu eeuwigheid;
de H. Mis.
Nieta zal mij van U scheiden,
Kom, Jeans, kom tot mij ! In vreugde en heilzaam lijden Ik steeds do uwe zij !
Wek een levendig verlangen in u, om de H. Communie te ontvangen, en zeg :
17
Het lichaam mijns Heeren Jesus Christus beware mijne ziel ten eeuwigen leven. Zijn bloed zuivere mij van alle zondenvlekken, en het vuur zijner heilige liefde vertere in mij alles wat boos en Gode onaangenaam is. Amen.
TV.
Smeekoffer.
â Voorwaar, voorwaar, ik zeg het u, â spreekt Jesus â als gij den Vader in mijnen naam om iets vraagt, dan zal Hij het u gevt«n. quot;
(Joan. XIV, 23.)
T
Gebeden ouder
ó God, Vader der outfermingeu en Gever van alle gaven ! neem in genade aan en verhoor naar uwe wijze goedertierenheid de wenschen en smeekiugen, welke ik, vertrouwende op de beloften uws Zoons, en op do alvermogende kracht van zijn heilig offer, U voor mij en voor de ganscho menschheid voordraag.
Ontferm U over allen, die Gij naar uw evenbeeld hebt geschapen, en voor wie uw Zoon zijn dierbaar bloed vergoten heeft. Heilig allen door de waarheid van uw heilig Evangelie, en help hen, U, en dien Gij gezonden hebt, Christus onzen Heer, erkennen. Verlicht de onge-loovigen, breng do dwalenden terecht ; bekeer de zondaren, en vermeerder en behoud de rechtvaardigen.
Zegen, o God, onze moeder de
48
do II. Mis.
49
heilige Kerk, on laat haar steeds zich moer uitbreiden over de gan-sche wereld, en als de eenige ware weg des hells erkend worden. Stort do volheid uwer genade uit over haar Opperhoofd, onzen beminden heiligen Vader, alsmede over allo Aartsbisschoppen, Bisschoppen, Prelaten en Bestuurders, en over geheel do Geestelijkheid. Versterk, bemoedig en spoor haar krachtig aan, dat zij de haar toevertrouwde kudde ge-lukkiglijk weiden, en voor haar, zoowel als voor zich zelve, rijke vruchten van zaligheid mogen voortbrengen : door hun vurig gebed, door het waardig opdragen des heiligen misoffers, door getrouwe uitdeeling der heilige Sacramenten, door zorgvuldige bewaring uwer heilige leer, door ijverige verkondiging van het goddelijk woord, door de menigte van
50 Gebeden onder
goede werken, en bovenal door het schitterend voorbeeld van eenen heiligen levenswandel.
Zegen, o God en Koning des hemels, de vorsten der aarde. Geef hun vaderlijke zorg voor hunne onderdanen, liefde voor den vrede, eerbied voor uwe heilige Kerk on gehoorzaamheid aan uwe heiligste geboden.
Sla uwe ontfermende blikken, o God, op den nood en de verdrukking van zoo vele bedroefde en ellendige Christenen. Verzorg de armen, vertroost de treurenden, red do bekommerden, bescherm hen, die vervolging lijden, verkwik de zieken, begenadig de stervenden, en schenk aan allen, die in uwe genade afgestorven zijn, de eeuwige gelukzalige rust.
Beteugel dan ook, o God, en be-
do n. Mis.
dwing de boosheid en bedorvenheid van onzen tijd. Sluit den mond der lasteraars en boosaardige bespotters van den godsdienst; laat hen overal de welverdiende verachting ontmoeten, en breng hen langs den weg der vernedering tot hot ware geloof terug. Aanschouw den ijver, de godsvrucht en de deugden der rechtvaardigen, die nog onder ons leven ; wend om den wille van hunne gebeden en goede werken de welverdiende straffen van ons af, en laat ons spoedig onder uwe bescherming wederom vreedzame en gelukkige dagen beleven.
Ontferm U eindelijk, o God, nog bijzonderlijk over ons, die hier in aandacht voor uw altaar nederknie-len. Geef dat wij, die dikwijls aan dit heilig offer deel nemen, ook heilig leven en eerbaar wandelen in deze
51
|j 52 Gebeden onder
booze wereld, niet in gulzigheid en brasocrij, in wellust en ontucht, niet in heidenEclie feesten, dans en spél, maar in christelijke ingetogenheid, matigheid, zedigheid en kuischheid, in den vrede en in de zuivere vreug- j de des heiligen O eest es.
ó God van zegening en genade ! Strek uwe zegenende hand over ons uit en geef ons uwen zegen. Zegen ons allen overvloedig in geestelijk opzicht, en voeg er alles wat wij van het stoffelijke noodig hebben, volgens de gunstige belofte uws Zoons, als eene milde toegift bij. Ik sluit nu al mijne hartewenschen, in het bijzonder die omtrent (hier zegt men die bijzondere wenschen) in de onuitputbare genadebron van dit allerheiligste offer, en verwacht vol kinderlijk vertrouwen, met den zegen des priesters, ook in alles uwe zegenende hulp.
do H. Mis. 53
Zegen.
De Keer onze God, ontferme zich over ons allen. Hij late zijn heilig aanschijn in zachtheid over ons lichten, en geve ons zijnen zegen.
Ons zegenede almachtige en barmhartige God f de Vader, f de Zoon, en f de heilige Geest. Amen.
De liefde van God, des hemel-schen Vaders , â de genade en vrede van onzen Heer en Heiland Jesus Christus, zij met mij en ons allen, nu en altijd, tot in eeuwigheid. Amen.
Na de Heilige Mis.
Qèbed om hescherming van Maria.
Ouder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, heilige Maagd en Moeder Gods Maria ! Versmaad onze smeekingen niet in onzen nood,
54 Geboden onder
maar verlos ons altijd van allo gevaren. O roemwaardigste en gezegende Maagd, onze moeder, onze middelaarster en voorspreekster. Verzoen ons met nwon Zoon, beveel ons aan uwen Zoon, vertoon ons aan nwen Zoon.
v. Bid voor ons, o heilige Moeder Gods !
B. Opdat wij der beloften van Christus mogen waardig worden.
Gebed.
Almachtige, eeuwige God, die door de allerheiligste maagd Maria het mensehelijk geslacht eeuwig heil bereid en aangeboden hebt : verleen genadiglijk, dat wij, die onze toevlucht tot haar nemen, in al onzen nood en wenschen de kracht harer moederlijke voorspraak mogen ondervinden, en genadiglijk hulp ver-
de H. Mis. 5ó
krijgen naar ziel en lichaam; door Jesus Christus, uwen Zoon, onzen Heer. Amen.
V. Bid yoor ons, heilige Moeder Gods'!
n. Opdat wij der beloften van Christus mogen waardig worden.
Gebed.
Wij bidden U, o Heer Jesus Christus ! laat de verdiensten van den Bruidegom uwer heiligste Moeder ons te hulp komen, opdat wij, door de kracht zijner voorspraak, datgene mogen ontvangen, dat wij uit eigene zwakheid niet vermogen te verkrijgen. Gij, die leeft en heerscht, met den Vader, in eenheid met den heiligen Geest, God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
50 Gebeden onder do H. Mis.
Tot den Bescherm-engel.
( Telkenmale als men dit bidt 100 dagen aflaat.)
ó Engel Gods, die mijn bewaarder zijt, en aan wien ik door Gods goedheid ben toevertrouwd : verlicht, leid, bescherm en bestuur mij. nu en altijd. Amen.
li
TOOEü ERE! DING
tot de heilige Biecht. Ij
---------
n
Vader! ik hth tegen den hemel en j tegen U gezondigd, Luc. XV. v. 21.
^ Heere ! door den last mijner iV/j zonden gedrukt, en verontrust door mijn geweten, kom ik tot U, en bid U met een oprecht lie-rouw om vergeving.
Zonder uwen bijstand, dien Gij mij in liet geloof aanbiedt, zoude ik, bij liet treurig bewustzijn mijner schuld en den onrustigen staat van mijn geweten, van allen troost beroofd zijn; dan bij U vindt mijne be-
; 5S öobcdeu
kueldo ziel ontfermiug en gonade. i Laat miju berouw, hoe onvolmaakt, door de kracht van uwe heilige verdiensten gezegend zijn.
Aanroeping van den Heiligen Geest.
Voor de zelf beproeving.
I 6 Geest der wijsheid ! verlicht I mijne ziel, ontvonk mijn hart en geef mij de genade, om, vrij van eigenliefde, mijn geweten te doorgronden. Doe mij kennen, hoe zwaar ik, met j gedachten, woorden en werken, ij tegen U, o Heere, tegen mijne naas-|J ten en tegen mij zeiven gezondigd heb. Ik smeek U, bij mijn gewetensonderzoek, mijn verstand en geheugen te verlichten. Verleen mij god-lj delijke Geest, hiertoe uwen bijstand en medewerking, ten einde ik mij van mijne menigvuldige overtredingen moge beachuldigen.
voor de Biecht:. 59
Aanleiding tot het gewetens-onderzoek.
Hoe verschillend de gevioedsgestelte-nissen der menschen oolc zijn mogen, om eene uitvoerige aanleiding tot het zelfonderzoek daar te stellen, zal het i volgende ivel tot eene leiddraad kun- â nen verstrekken.
Ieder menscli, die tot het heilig Sacrament der boetvaardigheid wil midereu, behoort het volgende in overweging te nemen.
I. Hoe heb ik mij jegens God, IL Koe jegens mijne naasten, en Ifï. iïoc omtrent mij zeiven gedragen ?
1. Hoe hel) ik mij jegens Ood gedragen ?
Heb ik mij de goddelijke tegen-
=ar=;
Gebeden
woordigheid altijd voor uogeu gesteld ?
Onderhield ik Gods geboden ? ââ Heb ik Hem met vertrouwen en aandacht gebeden, en Hem gedankt voor zijne aan mij betoonde welda
den ? Heb ik zijn voorbeeld gevolgd ?
II. Hoe is mijn gedrag omtrent mijne naasten geweest l
Heb ik haat of wraakzucht tegen hem gevoed ? Heb ik mij verheugd in zijne ongevallen ? Heb ik hem gehaat ? Heb ik ongegronde argwaan gekoesterd ? Heb ik niemand bedrogen, beleedigd, mishandeld of onderdrukt ? Heb ik niemand tot zonden verleid of gelegenheid tot zondigen gegeven ? Heb ik ergernis of aan iemand, een kwaad voorbeeld gegeven ? Heb ik de noodlijden-
ÃU
voor do Biecht. ül
den naar mijn vermogen ondersteund? Was ik jegens elk dienstvaardig ?
UT. Hoe was mijn gedrag jegens mij zelve/I ?
Hoe heb ik mijne beroepsbezig-hedcn waargenomen ? heb ik gehandeld naar de maat der gaven, die God mij verleend heeft? Iloe was mijn gedrag in voorspoed, en hoe in tegenspoed ? Ben ik gematigd, geduldig en der goddelijke beschikking onderworpen gewjest ? â Wat waren de onderwerpen mijner gedachten, woorden en werken ? Waren mijne bedoelingen eerlijk en betamelijk ? Ileb ik niets gedaan, waarover ik mij behoor te schamen ? Heb ik mijne beloften nagekomen ? Hoe heb ik mijne godsdienstplichten 5
02 Gebeden
betracht: Heb ik mijn gelooi on-besebroomd beleden, en door werken kenbaar gemaakt ? Ben ik thans bereid om ware boete te doen ?
Berouw.
O mijn God! het is mij leed, dat ik door de overtreding van uwe heilige geboden U beleedigd heb. Ik heb oen oprecht en hartelijk berouw over mijne zonden ; ik neem ernstig voor, mijn levenswandel te verbetereu en U, mijnen goedertieren Vader, niet meer te beleedigon. â Handel met mij, niet naar uwe gerechtigheid, maar naar uwe oneindige barmhartigheid. Amen.
j
Voornemen.-
Daar ik, o God, door uwe genade,
voor do Biecht. (i3
don ollondigon staat mijner ziel kon, nader ik, met schaamte en berouw overdekt, tot U; gelijk een trouwloos en ondankbaar kind tot zijnen genaderijken Vader. â Hemeleche Vader ! hoe heb ik, broos en zwak sterveling, de vermetelheid kunnen voeden om tegen U op te staan ? Ik heb tegen U, die de alwetende Rechter zijt, ongerechtigheid gepleegd. Mijnon besten Vader, mijnen grootsten weldoener, van wien ik alle goed ontvangen heb en alle heil verwachten kan, U, Alleraanbiddens-waardigste, die alle liefde waardig zijt, heb ik door het vrijwillig overtreden van uwe heilige bevelen be-Icedigd !
U, wien ik zoo dikwijls beloofd heb, getrouw te zullen blijven, heb ik miskend voor een voorbijgaand genot der wereld. Wat zal er ein-
04
delijk van mij worden, van mij, ellendige zondaar, indien ik niet tot U wederkeere ?
O hoe betreur ik mijne verblindheid ! Hoe grievend drukt mij do last der zonden, die ik tegen U bedreven heb !
Tk erken, mijn God, mijn Rechter en Vader ! dat ik strafschuldig ben. Met opgeheven handen en een vermorzeld hart, betrouwende op uwe vaderlijke goedheid, bid ik ü, vergeef mij mijne ongerechtigheden. Vergeef mij al het kwaad, dat ik bedreven heb, en het goede, waarin ik nalatig geweest ben. â Ik smeek dit, om het dierbaar bloed van Jesus, uwen welbeminden Zoon. Ontferm U over mij. Vergeef mij nogmaals mijne zonden.
Ik zal ernstig alle pogingen aanwenden tot verbetering van mijnen
voor de Biecht.
wandel. Ik wil mij zelveu overwinnen, mijne zondige neigingen onderdrukken, zorgvuldig alle gelegenheden tot zondigen ontvlieden en alle behoedmiddelen daartegen bezigen. IJ, o God, die mij overal ziet, die de innigste geheimen mijner gedachten kent, U wil ik altijd voor oogen houden, ten allen tijde wil ik mij uwe alomtegenwoordigheid voorstellen. Ondersteun mij, o God, in dit mijn voornemen ; dit bid ik U, door de verdiensten van Jesus Christus, uwen Zoon, onzen Heer.
Litanie van Koctvaardiglicid.
Heer, ontferm U mijner. Christus, ontferm U mijner.
Heer, ontferm U mijner.
Christus, hoor mij.
Christus, verhoor mij.
Litanie van
God, Vader in den hemel, ontfe
U mijner.
God Zoon, Verlosser der wereld. God, heilige Geest,
Heilige Drievuldigheid, één cenig God,
O God, die den dood des zondaars niet wilt, maar dat hij zich bekeere en leve,
O God, die niet wilt dat iemand verloren ga, maar dat ieder zich tot boetvaardigheid bekeere,
O God, die ons zoo liefderijk tot boete en bekeering uitnoodigt, O God, die onze boete en bekeering zoo geduldig wacht, O God, die U over onze boete
en bekeering verblijdt,
O God, die door onze boete en bekeering onze zonden niet nagaat,
(Ui
Boetvaardigheid. 67
O God, die door onze boete en bekeeriug onze zonden niet meer f/edenkt, ontferm U onzer. O God, die ons uwen eenigge- C
boren Zoon ten zoenoller voor ^
lt;â amp;
ouze zonden hebt gegeven, g Gütl van barmhartigheid, ^
God van goedheid,
0 O
God van onderzoek, g
God van geduld, ^
God van lankmoedigheid,
Dat ik gezondigd heb, berouwt mij
van harte, o God.
J)at ik zoo dikwijls gezondigd heb,
berouwt mij van harte, o God. Dat ik zoo moedwillig heb gezondigd,
berouwt mij van harte, o God, Dat ik zoo zwaar gezondigd heb,
berouwt mij van harte, o God. Dat ik zoo voorbedachtelijk heb gezondigd, berouwt mij van harte, o God.
^-â¢'-^»===3i=3===at====S=3C^^
OS Litauie vau
J)at ik uwo almacht eu gerechtigheid uiet gevreesd heb, bi rouwt mij ?an harte, o God.
Dat ik uwe barmhartigheid en liefde veracht heb, berouwt mij van harte, o God.
Dat ik uwe lankmoedigheid en uw geduld misbruikt heb, berouwt mij vau harte, o God.
Alleen uit liefde tot ü, berouwen mij mijne zonden, o God.
Omdat ik U daardoor vertoornd heb, berouwen mij mijne zonden, oGod.
Omdat ik IJ daardoor mishaagd heb, berouwen mij mijne zonden, o God.
Omdat ik de wonden en smarten uws goddelijken Zoons daardoor
te gelijker tijd vernieuwd heb, berouwen mij mijne zonden, o God.
Omdat ik uwen heiligen Geest daardoor bedroefd heb, berouwen mij mijne zonden, o God.
Boetvaardigheid. 09
Omdat ik U, mijn hoogste goed, boven alles hoogacht, berouwen mij mijne zonden, o God.
Omdat ik U, als het beminnenswaardigste goed, boven alles Helquot; heb, berouwen mij mijne zonden, o God.
Ik arme zondaar, ik bid U, verhoor mij.
Dat Gij mij wilt vergeven, ik bid U, verhoor mij.
Dat Gij mij wilt verschoonen, ik bid U, verhoor mij.
i Dat ik door uwe genade waardige vruchten van boetvaardigheid too-ne, den ouden men-ch a Hegge en den nieuwen mensch aandoe, die naar uw beeld in gerechtigheid en ware heiligheid geschapen is, ik bid U, verhoor mij.
Dat ik de goddeloosheid en alle aardsche lusten allegge, en recht-
- - - - «f
70 Litanie van
vaardig en godvreezend in deze wereld leve , ik bid U, verlioor mij.
Dat ik de zonde nimmermeer in mij late heeraehen, ik bid U, verhoor mij.
Dat ik mijn lichaam beteugele, en door heilige gestrengheid aan mijnen geest onderworpen make, ik bid U, verhoor mij.
Dat ik als zulk een, die Jesus Christus toebehoort, mijn vleesch met al deszelfs zonden en lusten doode en kruisige, ik bid U, verhoor mij. Dat ik noch de wereld, nocli hetgeen er in is, meer liefhebbe, ik bid U, verhoor mij.
Dat ik de menigte mijner zonden door de volkomenheid mijner liefde tot U bedekke, ik bid U, verhoor mij.
Dat ik met vreezen en beven onop-
Boetvaardigheid. 71
houdelijk aau mijn zielenheil ar-beide, ik bid U, verhoor mij. o Lam Gods, dat de zonden dei-wereld wegneemt, verschoon mij, o Heer.
o Lam Gods, dat de zouden der wereld wegneemt, verhoor mij, o Heer.
ó Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U mijner, o Heer.
Christus, hoor mij.
Christus, verhoor mij.
Dankzegging na de heilige Biecht.
ö Heer 1 daar ik nu met berouw mijne zonden beleden en mijne schuld bekend heb, vertrouw ik, door do macht, die Gij aan uwen dienaar, den priester, gegeven hebt, vergiffenis bekomen te hebben.
Ontvang, o God, mijnen innig-
72 Litanie van boetvaardigheid.
sten dank, die schoon niet gelijkstaande niet de groote weldaden, die Gij mij bewezen hebt, echter oprecht, uit den grond van mijn hart voortkomt. Doch hoe kunnen zwakke stervelingen ü naar waarde danken ? O, mocht Gij, liefderijke Heiland, hetgeen aan mijn berouw ontbreekt, door uwe oneindige verdiensten aanvullen. Sterk mijn geloof ou betrouwen ; laat mij vruchtbaar zijn in goede werken.
Men lean hier met veel nut de 1-1 (Joerweyingen over het Lijden en aierven van Jesuis lezen, die on-middellijk achter de Geleden voor de heilige Communie in dit werkje (jeplaatst zijn.
G E B E I) E i\
voor de H. Communie.
ITet brood, dat Ik u geven zal, is mijn j
vleesch voor het leven der wereli.
.....
Neemt en eet, dit is mijn lichaam, da! voor n zal overgeleverd worden. â Doet dit tot mijne gedachtenis.
Die mijn lrleescli eet en mijn Ti lord |
dr inlet, Hij ft in Mij en Ik in Item. Luc. VI. v. 52.
7 4 Geboden voor de
en afgematteu de ruat en verkwikking der ziel aanbiedt. lieden wil ik tot uw liefdemaaltijd naderen; bij U, o Ileere, zoek ik, vol van oen smartelijk gevoel over mijne menigvuldige overtredingen, genade, hulp ea vertroosting. Tot beil onzer zie- ff len, bij liet aandenken van uwen kruisdood, bebt Grij dit beilig Sacrament ingesteld; hier vind ik het geheim uwer liefde : onder de gedaanten van brood en wijn, uwe godheid en menachheid verborgen, daar G;j mij dit als een voedsel mijner ziel wilt mede^eeleu.
Ik olfjr mij geheel aan U op; ik wil in al mijne betrekkingen, geheel met IJ vereenigd zijn. Ja ik wil, in aUes wat öij over mij besloten hebt, mij aan nwen heiligen wil onderworpen. Ik verzaak nogmaals al do zonden, waarvan ik mij in het H.
r-r
H. Communie. 75
Sacrament der Jlieelit gezuiverd heb.
Liefderijke Zaligmaker ! verleen mij de genade, om U met eerbied te mogen ontvangen. Blijf bij mij, Heere ! de uwe wil ik zijn. â Dring in mijn hart, en Vervul het met vreugde over uwe tegenwoordigheid. Amen.
03fening van Geloof.
o Jesus! Verlosser der menschen ! Gij gewaardigt U tot mij te komen en mijne kranke ziel te genezen. Ik geloof vastelijk, dat Gij hier tegenwoordig zijt, onder de gedaanten van brood en wijn, en ik wil U, met ziel en lichaam, met godheid en menschheid ontvangen. â Dit geloof ik. omdat Gij-zelf het gezegd hebt, en uw goddelijk woord niet bedriegen kan. â Waarlijk, Gij zijt een verborgen God ; de God mijns heils.
n
(gt; Gebcflon voor de
Oefening van Hoop.
Gij komt tot mij, Goddelijke Verlosser ! Wat mag ik niet van ü hopen ? Ik nader U met een vast betrouwen, dat mij uwe macht en goedheid inboezemt. Ik hoop van U moed en kracht te erlangen om het goede te verrichten, het kwade te wederstaan, en aan de verbetering van de onvolmaaktheden mijner ziel werkzaam te zijn. Ik vestig mijn betrouwen op U, van wien ik alles kan hopen en verwachten.
Oefening van Liefde.
Ik bemin U, mijn Jesus, uit geheel mijn hart, uit geheel mijne ziel, uit al mijne krachten. Ik wil tot uwe heilige tafel naderen, om door mijne liefde en mijnen ijver voor uwe eer.
J 'ï
II. Communie. 77
I mijiio vereeniging met U te bewij-[ zen. Laat ook, o Heer, mijn verlan-5 gen door de onderhouding uwer voor-ji schriften, ü het sterkste bewijs hiervan geven, en dat dit voortdurend levendiger en werkzamer worde.
Oefening van Verlangen.
Kom dan, o dierbare Heiland, naar wien mijn hart verlangt! Kom dan, Lam Gods, versterk mijne ziel. die U met ijver te gemoet snelt. O Jesus! mijn heil, mijn troost, mijne hoop! kom tot mij, hoe onwaardig ik ook ben om LT te ontvangen; spreek slechts een woord, en mijne ziel zal 1 gezond zijn.
j Voor het ontvangen van het allerheiligste Sacrament.
I Gij, «lie liefderijk onder broodsgestalte i U verbergt vnor ons kortzichtig oog;
78 Gebeden voor de
Zie deemoedig hier mij neergebogen,
Met een hart, dat U behagen moog, Durf ik, zondaar, 't wagen U te naderen, U, wiens blik het gansch heelal vervult; Durf ik U, den heiligsten ontvangen,
J5ij 't besef van al mijn zondenschuld ;
Maar Gij hebt mij liefderijk genoodigd » Kom lot mij quot; zoo spraakt Ge, o Jesus!
» Kom,
gt;) Dat de volheid mijner heilgenade
» U versterke in 'i aardsche heiligdom ' Ml ij de klonk dat troostwoord mij in de ooien,
k Nader vrij uw zegenrijken disch, Waar mij 's Heilands vleesch en bloed zed spijzen,
Dat me een bron van zielevoedsel is.
Mij vervuld een zaligend verwachten;
Bange vree.s verdwijnt uit mijn gemoed ; 'k Zie uw armen, Vader mij geopend.
Daar uw liefde uw gunst mij kennen doet. Gij, o God, vervult mijn zielsbegeeren;
Door het geloof word ik met U vereend. 'Nimmer zal ik van uw liefde scheiden, Dip mij troost, en hulp, en vreugd verleent.
u. Communie.
Na de heilige Communie.
r
1 Heer ! welk eenon dank kau ik j tl voor uwe oneindige genade toe-Ij breugen ? Hoe arm ben ik ; en al wat ik heb, ontving ik van U; zelfs de dankbetuiging, die mijne ziel U tbana opdraagt, is uw werk ; niets dan een vernederd en van uwe weldaden door-1 drongen hart kan ik U aanbieden en Ij mijn geloof' geeft mij de troostelijke j verzekering, dat Gij dit hart niet vor-p smaden zult, naardien Gij zoo liefde-li rijk in hetzelve getreden zijt. Ge waardig U, Verlosser der menschen, mijn hart tot uwen heiligen tempel in te wijden. Verleen mij kracht tot al het goede, en sterkte tegen de aanvechtingen. Ik bid ü, o Ileere, ver-; hef en onderhond uwe heilige Kerk, beschut hare overlieden; verleen aan
I
70
SO Gebeden na do
eliristelijte Vorsten vrede en een-dracht. Zegen ook mijne vrienden; vergeld aan mijne weldoeners hunne liefderijke gezindheid jegens mij. Laat nimmer in mijn hart eenige haat of onverzoenlijkheid tegen mijne vijanden ontstaan; breng ulle on-wezenden tot de kennis der waarheid ; ontferm U over alle dwalen-den ; verhoor alle uoodlijdendcn, en laat de geloovige afgestorvenen uwe barmhartigheid en den eeuwigen vrede genieten. Amen.
Liefde.
» Aan uwe liefde /al ik l cunisj weten, » Of des Meesters voorbeeld u geleid; » I )iede waarheid mint. z;d 'k broederlieeten.
m Deelen met hem mijne heerlijkheid.quot; Zoo spreekt God, â lt;gt; mocht d;it woord vol leven
Weerklank vinden in het sterfelijk hart,
11. Communie. 81
Liefde ons naar het hcilijj.st tlocl doen streven,
leder lenigen zijns medebroeders smart;
En die liefde, merkt het op, gij allen
Wie de hand van 't christendom omsluit, Mint den vijand zelfs met welgevallen.
Zondert hem van vriend noch magen uit. /nik een liefde maakt, in t aardsche leven Haar betrachtend, ons Gods evenbeeld. Zulk een liefde kan ons blijdschap jjeven, Daar ze ons hier met naamloos heil bedeelt.
Als de zon, die licht en koestring tevens Op deze aard, natuur en schepsel geeft, I gt; Gods liefde, quot;t licht des waren levens,
Dat van d'eersten morgen ons omzweeft, r.ij het heerlijk, vroolijk ochtend-dagen,
Vliedt de nacht gelijk ecu schaduw heen : Zoo verspreidt Gods liefderijk welbehagen. Zegen om ons bij het voorwaarts treên.
Reiken wij, door liefdesgecst amvademd.
Dan elkander liefderijk de hand ;
Voerquot; die geest, die niets dan goedheid ademt,
82 na de H. Communie.
Ecnmanl ons in 't wnre Vaderland.
U, nan quot;i kruis voor ons allen gestorven, Die U minnen en als God en Heer,
Wie Uw dood hel leven heeft verworven, Minnen we als verlosten meer en meer.
Ferder lennven hier qehexigd worden : de qthedev op den heiligen Sacra-wenfsdaq, en de uiisleUinrj van hel heilig Sacrament des Altaars; die achteraan in dit hoekje gev mi den worden.
VEERTIEN OVERWEGINGEN
over het
Lijden en sterven van Jesus Christus.
Eerste Overweging.
Jesm hidt in den hof Qetlnemane.
(^^esus zelf beproefde in den hof van Gethsemane den bangsten doodstrijd ; en zouden wij de angstvallige uren onzes levens ontgaan kunnen ? Jesus bidt te midden zijner grootste benauwdheden, waarom zeggen wij : mijn hart is te bekneld, ik kan niet bidden,
84 Ovorwegingon over het
daar wij in deze treurige uren hot gebed hot meest behoeven. Jesus bad , en er daalde versterking van den hemel. Hij onderwierp zicli aan den wil zijns Vaders. Indien wij bidden en ons aan den wil des hemels overgeven, dan zal versterking ook ons ten deel vallen.
Schoon Jesus zich in dezen treu-rigen zielestrijd bevond, vergat Uij nochtans zijne Leerlingen niet; Hij troostte, vermaande en sterkte hen. â Laten wij in alle ongevallen des levens moed houden, en den plicht van liefde en gerechtigheid niet vergeten; integendeel, smeeken wij te meer de goedertierenheid en barmhartigheid des Heeren af, en Hii zal ons verhooren en versterken.
GEBED.
b God ! wanneer wij ons in de
lijden van Christus. 85
bange uren van lijden en tegenspoed bevinden, laten wij ons dan uwer barmhartigheid herinneren ; laat ons dan, o Jesus, uw driewerf herhaald gebod en uwe onderwerping aan don wil uws Vaders, in den hof van Gethsemane, indachtig zijn en gevoelen. Dat wij dan met gelatenheid lijden en bidden, gelijk Gij geleden en gebeden hebt, om door U in onze angstvalligheden troost te mogen erlangen. Amen.
Twesde Overweging.
Jesus door de krijgsknechten omf]even en door Judas verraden,
Jesas, ons voorbeeld! leer ons hoe wij ons jegens vijanden cn val-sche vrienden moeten gedragen. Hij ging grootmoedig zijn lijden te ge-moet, Wien zoekt gij? â vroeg hij hen â waarop hij onmiddellijk ant-
a=31==3l==ir==-r-rT-n-IT-IT I. I--
8(1 Orerwpgingen ovpr ho(
woordde : Ik ben Jesus van Kaza-reth.
Volgen wij Jesus na. en laat ons in het lijden, dnt wij niet, afweren kunnon, geduldig zijn. Dan Jcsus zorgde niet voor zijne eigene vrij-lieid, maar als een liefderijke Meester zorgde liij voor zijne vrienden en leerlingen.
Jesus verdraagt don geveinsden kus van zijnen verrader; Uij ziet hem medelijdend aan; ja, bij het volvoeren van zijne misdaad voert Hij hem minzaam toe : Mijn vriend! iraarfos zijt (jij gelcomen ? VerramU oij den Zoon des menschen met eeneit 7cu.i
Jesus beminde zijnen verrader. Welk een Voorbeeld voor ons, om ook onze vijanden en ralsehe vrienden lief te hebben ! â Ecu Christen zonder liefde is geen Christen.
lijden van Christus. 8/ f a E r. K T).
Heer Jcsas! Gij gingt uw lijdon te ij .1 gemoet; Gij zorgdet meer voor uwe U verschrikte Jongeren dan voor U jl jj zeiven; ook Gij bemindet uwen ver- jj rader! â O, laat mij gelaten in hot l lijdon zijn. L?erinij zoo grootmoedig jj j en liefderijk mijne vijanden en val- | h sche vrienden behandelen, gelijk Gij hen behandeld hebt.
Derde Overweging.
[j Je sus gevang en gen o m en.
Jesus leert ons kwaad met goed j te vergelden ; Hij leert ons de be- j j schikking van God niet tegen to j streven, maar volkomen in den wil f, \ des Albestuurders te berusten. { Jesus. vol zacbtmoedigbeid en liefde, beval zijnen leerling, bot v zwaard in de schede te stoken, ja
_______i
88 Overwogingen over het
I
heelde de wonden van den gek wet a-ten krijgsknecht; IFij toonde hem aan, den hoozen niet te wederstaal)
en kwaad metgoed te ver fielden.
oor !
zijn voorbeeld bevestigen. âHij verzuimde geene gelegenheid, om zijnen Leerlingen deze gewichtige waarheid door woorden en daden in tc prenten. Hij gaf zich aan den wil zijns Vaders geheel over, ten einde de voorzeggingen der heilige Schrif
ten zouden vervuld worden. Hierop
grondvestte Hij zijn geduld, toen Hij zeide : de wil mijns Vaders moet || nu aan mij volbracht worden. â Hierop moet de grondslag van ons geduld in lijden en tegenspoed {l rusten- Ik vervul den wil mijns Va-| ders, die in den hemel is. Dat in j| alles wat mij te heurt valt den wil (j mijns Vaders geschiede.
lijden van Oliristua. 80
Jesus liet zich geduldig binden en ah een lam weglijden. Zijne lijd-zaamlieid en ziju zwijgen moeten o]) ons hart indruk maten en ons tot leering verstrekken.
GEBED.
6 Jesus 1 doe mij meer en meer kennen, dat hier op de wereld niets buiten den wil uws Vaders geschiedt. Laat ik mij uw voorbeeld gestadig voor oogen stellen, en in alles wat de Voorzienigheid mij toevoegt, aan 1 mijn hart vragen : hoe zoude Jesus } gehandeld, hoe zoude hij zieh gedragen hebben ?
Vierde Overweging.
Jesus in het /tuis oan Calphai.
Jesus toont hier door zijn voorbeeld, wanneer wij oj) valscbo be-
90 Overwegingen over hot
schuldigingen zwijgen, en wanneer wij spreken moeten. Jesus zwijgt op de li cm aaugetijgde lasteringen; Hij verdedigt zich niet, omdat Hij besloten had te lijden. Hij die zich verdedigt, tracht hot lijden af te weren. Wij moeten dan zwijgen, wanneer wij door te spreken den laster meer stof zouden geven. Zivijrft, en wederstaat den hoozen niet. Jfij, die niet weet te zwijgen, weet ook niet te lijden.
Dan, Jesus spreekt, wanneer het de eer zijns Vaders, zijns ambts en do waarheid zijner zending geldt.
Ach, hoe dikwijls spreken wij, daar wij zwijgen, en zwijgen daar wij spreken moeten ! Soms vordert do oor van onzen naasten, dat wij behooren te zwijgen, veeltijds de liefde, dal wij spreken moeten.
3râi
lijden van Christus. 91
gei; !â¢: D.
Heerc Jesus! Gij liebt openlijk beleden, de Zoon van God te zijn, ofschoon Gij wist, dat deze oprechte bekentenis ü hot leven zoude kosten. Uit liefde tot uwen Vader en voor do waarheid olferdet Gij uw leven op.
Bemoedig en versterk mij tot verdediging dor waarheid. Verleen mij uwe goddelijke genade, om uw heilig Evangelie, met woorden en daden, voor de geheele wereld onbeschroomd te belijden, en niet alleen voor U te leven, maar ook voor U te sterven. Amen.
Vijfde Overweging.
Jesus door het volk hespot.
Jesus! door uw voorbeeld leert Gij ons bespotting, lastering on ver-
. .JC===3P==^===3£==3rz==^
92 Overwegingen OArer het
guizing , zachtmoedig te dulden, om den wil van onzen Vader te vervullen. â Jesus was het doel der bespotting van de he/Ie des volks, en hoe ook mishandeld, zweeg de â Heiland, om den wil zijns Vaders te volbrengen ! â Ook wij moeten zwijgen en verdragen.
GEBED.
Laat mij, o Hoer, door uw lijden ; en standvastigheid volkomen overtuigd zijn, dat ik uwe heerlijkheid i niet genieten kan, wanneer ik U niet gelijkvormig worde in uw lijden. Blijf Gij mijn geleider en voorbeeld j in het lijden, opdat ik mij eenmaal met U, in uwe heerlijkheid moge j verheusren. Amen.
lijden van Christus.
Zesde Overweging,
Jems door Petrus driemaal rer-JoocJiend.
Hier onderwijst ons Jesus, door zijn gedre^ omtrent Petrus, medelijdend en zachtmoedig te zijn jegens hen, op wie wij ons vertrouwen vestigen, wanneer zij ons in nood te leur stellen. â Jesus had dien avond hem nog gewaarschuwd en gezegd ; â waakt en bidt, opdat gij in geene bekoringen valt.
Ofschoon Petrus Jesus driemaal verloochend had, deed de zachtmoedige Heiland hem echter een bestraffend verwijt; slechts één oogwenk deed den Leerling aan het woord des Heeren gedenken. Even-zoo liefderijk moeten wij hen behandelen, die bij overijling of zwak-
93
91 Ovorwegingen over het
hcid ons door eon hard woord be-loedigcn; â eon goed wooril, ecu vriendelijke aanblik kan dikwijls het hart van oenen vijand overwinnen. Daaraan zal men de ware volgelingen van Jesus kennen,dat zij hunne vijanden vergeven, en beminnen die hen haten.
Petrus is tevens een leerzaam voorbeeld voor ons. Hij verloochende zijnen goddelijken Meester, voor wien hij betuigd had bereidvaardig te willen sterren. â Hoe moedig trok hij tegen de krijgslieden het zwaard, en thans is hij zwak en bloohartig. â Zoo wordt soms eene goede zaak met ijver aangevangen, maar moedeloos geëindigd. Petrus verloochende driemaal zijnen Heer ; do eene verloochening bereidde den weg voor de tweede, en de tweede maakte de derde lichter.
lijden van Christus. 9.')
De eerste zonde begaat men sidderende, de tweede met verwarring en de derde met ongevoeligheid.
Gebed.
Ileere Jesus ! hoewel door uwen Leerling verloochend, bleeft Gij hem echter hartelijk beminnen ; Gij betoondet medelijden met zijne zwakheid. â Verleen ons een nuêioo-gend hart jpgona allen, die ons be-leedigen en mishandelen, zoodat wij ons meer bedroe ren over hunne zonden, dan over de ons aangedane beleedigiugon. â Vestig ook, bidden wij U, een blik op ons, wanneer wij in zonden vallen. Sla dan eenen genaderijken blik op ons, opdat wij onze overtredingen met Petrus mogen beweenen.
9G Overwegingen over het
Zevende Overweging.
Jes as voor Vïlatus.
Onze Verlosser leert ons het stil- 7 zwijgen, wanneer wij te doen hebben met mensehen, die de duisternis bo- ; ven het licht waardeeren ; dan leert j Hij ons spreken, wanneer het de er-kentenis der waarheid geldt. Jesus werd beschuldigd, als een verstoorder der algemeene rust, die zich tegen des Keizers bevel aankantte; en | Hij verdedigt zich niet. Leer hieruit o mensch, wanneer gij u onder hen bevindt, die heb licht schuwen en de duisternis beminnen, te zwijgen, ten einde door uwe bescheid3ne verdediging, den laster geene nieuwe stof tot voortgang te geven ; wees dan gelaten en stil ; vestig op Hem uw vertrouwen, die de onschuld en waarheid altijd doet zegepralen.
lijden van Cliristus. 'Jï
Pilutiiu vorderde vim Jcsu» bekeii-tenis der waarheid, toen )iij hem vroeg : zijt gij de Koning der Joden ? En Jesue antwoordde hem vrijmoedig ; iA' hen het.
Spreekt, volgelingen van Jesns! spreekt, gelijk Hij, do waarheid, wanneer men die van U afvordert; vreest dan de onrechtvaardigen niet.
o E B E D.
O Jesus 1 Gij zweegt op de valaclic beschuldigingen; doeh gaaft voor den rechterstoel getuigonis der waarheid. Geel' ons de gaven van wijsheid en geduld, opdat wij ons, bij het spreken cn zwijgen, als uwe leerlingen, als kinderen van uwen heinelsclien V.ider mogen gedragen, en in alle voorvallen dezes levens, voor alle monschen, do eer van uwen
98 OverwegiDgeu over het
naam en de kracht vim uw voorbeeld in ons openbaren.
Achtste Overweging.
Jesus voor lier odes.
])oor liet volk bespot, versmaad en gehoond, werd Jesus van den eenen tot den anderen rechter geleid, en Hij antwoordde niet op alle valscho aantijgingen. ])e lijdende Heiland verdraagt, om den wil zijns Vaders, al deze verguizingen stilzwijgend.... zijn voorbeeld leert ons lijden en zwijgen.
O Jesus ! uw voorbeeld is kracht, uwe leer wijsheid, en uwe genade almacht.
ö E B E 1).
O mijn Jesus! ik bidU, verlichten versterk mij, om in lijden gelaten
lijden van Christus. 09
1 en stil te zijn, gelijk Gij waart. â Ik smeek U om mijne kracht van uw voorbeeld, de waarheid uwer leer, i en de almacht uwer genade meer en meer te doen gevoelen. Amen.
Negende Overweging.
Jcms door l'ilatus achter den moordenaar Harrabas qesield.
Hier toont ons Jesus het grootste voorbeeld van lijdzaamheid en van zijne grenzenlooze liefde jegens ondankbaren.
Zijn eigen volk, dat hij zoo hartelijk beminde, â en met zoo vele weldaden begunstigd had ; hetzelidc volk, dat hem, weinige dagen geleden, met gejuich binnen Jeruzalems muren ontving en. hem zegende, dat zelfde volk roept nu : laat niet Jems, maar Barrdbas los ! â Met een ge-
100 Ovorwegiugeu over liet
voelvol hart ziet de Heiland oj) liet misleide volk en den zwakken rechter neder, die boven den scliuld-loozeu Jesus een boosdoener, die ala een moordenaar bij de gelieele stad bekend stond, den voorrang geven. Ook bij deze afschuwelijke ondankbaarheid blijft Jesus zachtmoedig en geduldig.
Zoude deze voorbceldelooze liefde, deze hoogste graad van geduld, ons niet ter navolging aansporen ?
GEBED.
Zoon Gods ! hoe kan ik U als
mijnen Heer aanbidden en U niet
navolgen ! Laat uwe liefde, aau mij betoond, niet vruchteloos zijn ; bemoedig en versterk mij met uwe ge
nade, om allen hoon, smaad, verachting cn vernedering, zoo als het een Christen betaamt, te verdragen.
lijden van Christus. 101
Tiende Overweging.
Je sus gegeeseld en he spot.
De lijdende Jesus gedoogt de wreedaardigste geeseling en de smartelijkste bespotting, om onze schulden te voidoen, en zich aan den wil zijns Vaders te onderwerpen. â Hij drinkt den kelk zijns lijdens, om den wil zijns Vaders. Hij verdraagt daarom alle smarten, alle versmaadhe-den, alle mishandelingen met stille gelatenheid. â Om den wil zijns Vaders, die hem gezonden had, verduurde Hij de zwakheid van den rechter, de boosaardigheid der aanklagers, de blindheid des volks, den moedwil der krijgslieden, alles verdraagt Hij met standvastigheid.
Waarlijk, de Zoon Gods heeft geleden, wat nimmer eenig mensch op
102 Overwegingen over het
aarde geleden 1 leeft. â De Zoon Gods lijdt, gelijk wij behooren te lijden.
GEBED.
Uw lijden, o Jesus, leert mij lijden, uwe geduldigheid geeft mij een volmaakt voorbeeld van geduld. â Laat mij, wanneer mij lijden overkomt, door standvastigheid betoo-nen, dat ik in U, o Jesus, gelooi'en ü in mijne handelingen tracht te vólgen.
Elfde Overweging.
Jesus wordt door JPilatiis ter dood veroordeeld,
! Geheel uw lijden, o Jesus, is ons een voorbeeld ter navolging. Toen Gij U, als oen olier van den nijd des hoogepriesters, als een offer van Geheel uw lijden, o Jesus, is ons een voorbeeld ter navolging. Toen Gij U, als oen olier van den nijd des hoogepriesters, als een offer van
lijden van Cliristus. 103
de onwetendheid des volks en de zwakheid der rechters zaagt blootgesteld, hebt Grij geen enkel woord tot uwe verdediging gezegd. Het was in uwe macht om U te redden ; dan, Gij zweegt, daar Gij ü redden kondet.
Uw stilzwijgen, uw spreken, uw verdraagzaam lijden, alles doet ons kennen den inhoud van uwe gebeden in Grethsemane : Vader ! uw wil an niet mijn wil geschiede.
GE BED.
Uoerc Jcsus ! (laar ik, van uwe gevangenis tot uwe veroordeeling, iu stille aandacht uw smartelijk lijden, uwe standvastigheid, uwe onbeperkte liefde, uwe gehoorzaamheid en alles overtreffende lijdzaamheid overwogen heb, bid ik XJ, neem mij aan onder het getal uwer leerlingen :
104 Overwegingen over liet
doe mij in alle voorvallen van dit [ leven uw voorbeeld nastreven, en mijne volharding in het goede openbaren.
Twaalfde Overweging.
Jems ter strafplaats geleid.
Jesus, gehoorzaam zijnde tot den dood, gaat daar met het zware kruis beladen tusschen twee moordenaren, H geleid door krijgslieden, en verge-i zeld door eene gro^te menigte van jj het volk. Eenigo vrome vrouwen volgen hem weenende ; de liefderijke Zaligmaker ziet hare tranen en deelt in hare droefheid, met een gevoelig hart, dat meer om haar dan om zijn eigen lijden getrolten is. Hij zegt haar: Dochters van Jeruzalem ! r? weent niet over mij, maar over u en 1 nwe kinderen.
1
lijden van Christus. 105
Zoo geduldig en volhardend in het lijden, gaat de Heiland ter doo:l; vol van liefde jegens zijnen Vader, vol van liefde jegens zijn volk.
GEBED.
Ilcere Jesus ! uwe allesovertreflen-de lijdzaamheid is het eenige ware voorbeeld voor mij, in allo tegenspoeden dezrs levens. â Loer mij uw geduld kennen en uitoefenen. Verhoor mijn gebed, en eeuwig zal ik U daarvoor prijzen.
Dertiende Overweging.
Jesus aan het hricis.
Tot aan het kruis wilde Jesus ons leeren de smadelijkste beleedigingen te vergeven, onze vijanden te beminnen, alle lijden met onderwerping, uit de handen van onzen hemelsehen
lOG Overwegingen over het
Vador bereidvaardig te ontvangen.
Joans hangt daar, uitgestrekt, tus-sehen twee moordenaren, en nog vervolgt liern de wreedaardigste bespotting ; liet volk roept hem toe: anderen heeft Hij geholpen, en IIij lean zichzelven niet helpm ! Zoo Gij Gods Zoon zij f-, Icom ran hel Jcruls-! â Ook een der medegek'ruisten lasterde Hem ; zijt Gij de Christus, red U zeiven en ons.
Iloe was zijne beangstigde ziel te moede, toen Hij zeide : mijn God ! mijn God! waarom hebt Gij mij verlaten ? â
Hoe groot was zijne liefde, toen Hij tot zijnen Vader bad : Vader! vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.
Hoe onderworpen aan den wil zijns Vaders, toen Hij uitriep: Vader! in uwe handen beveel i/c mijnen geest.
lijdon van Christus 107
Welkccno gehoorzaamheid tot den dood toe !
Ilij sterft, omdat Ilij het gewild heeft, en roept met eene schelluidende stem : Het ia volbracht.
Jesus! Gij sterft, om ons hot leven te geven. â Uw dood is onze verlossing. â Nu is het volbracht, on wij zijn de uwen.
Q F. BED.
Jesus, mijn Verlosser! sterk mij door uwe krachtdadige genade, doe mij het lijden, dat Gij mij toezendt, met christelijk geduld dragen, en j ten einde toe in uwen wil volhar- j] den. â Ik smeek U, verlicht mij h door uwe alvermogende genade, om M uwe goddelijke leer meer en meer te verstaan ; geef mij sterkte om uw voorbeeld te volgen.
De zeven
ö Mijn dierbare Verlosser en Zaligmaker! sterk mij mot ile kracht des geloofs ; â Geleid en bestuur mijne schreden op liet pad des levens, ten einde ik na het volvoeren van mijue loopbaan, in de bange ure dos verscheidens, mijne ziel tot U moge vorheil'en en zeggen: Vader.' in uwe handen htoeel ik mijnen geest.
DE ZEVEN BOET-PSALMEN.
Psalm 6. Domine, ue in furore, etc.
jeere! straf mij niet in uwe verbolgenheid, en kastijd mij quot; niet in uwe gramschap. Ontferm U mijner. Heer! want
110
Boet-psalmen. i 11
ik beu krank, genees mij, Heer 1 | want al mijne beenderen zijn heel ontsteld.
Mijne ziel is zeer verschrikt, en i Gij, lieer, hoe lang ?
Keer O tot mij, Heer, en verlos | mijne ziel; maak mij zalig om uwe â barmhartigheid.
j Want er is in den dood niemaud j die uwer gedachtig is; en wie zal j in de hello U belijden ?
Ik heb gearbeid in mijne zueh-I tiugen; ik zal alle nachten mijn bed wusschen; met mijne tranen zal ik ' mijne rustplaats begieten.
Mijne oogen zijn van de verbolgenheid verslagen : ouder al mijne , vijanden ben ik verouderd.
Gaat van mij, allen die de boosheid bedrijft; want de Heer heeft de stem mijns weeuens gehoord. De Heer heeft mijn ootmoedig
De zeven
hoeft |
bidden verhoord; do Heer mijn gebed ontvangen.
Dat al mijne vijanden beschaamd en geweldig ontsteld worden : dat zij bekeerd worden en zeer haastig-lijk zieh schamen.
Eere zij den Vader, en deu Zoon, en den heiligen Oeest: gelijk het was in don beginne, nu, en altijd, en in do eeuwigheid. Amen.
Psalm 31. Bealï quorum, etc.
Zalig zijn zij , wier boosheden vergeven, en welker zonden bedekt zijn.
Zalig is de man, welken do Heer de zonde niet toegerekend hoeft, en iu wiens geest geen bedrog is.
Omdat ik gezwegen heb, zijn mijne beenderen verouderd, als ik riep den geheelen dag.
112
Boet-psalmen. 113
Want dag en nachl is uwe liand zwaar op mij : ik ben omgekeerd in mijne ellendigheid, terwijl ik met doornen doorstoken werd.
Mijne misdaden heb ik U te kennen gegeven, en mijne onrechtvaardigheid heb ik niet verborgen.
Ik heb gezegd : ik zal mijne onrechtvaardigheid den Heer belijden ; en Gij hebt de boosheid mijner zonden vergeven.
Hiervoor zal iedere Heilige tot U bidden ten bekwamen tijde.
Ja zelfs in den overvloed van vele wateren, zullen zij tot hem niet genaken.
Gij zijt mijne toevlucht in de benauwdheid die mij omvangen heeft; mijne verheuging, verlos mij van degenen die mij omsingeld hebben.
Tk zal u verstand geven en onderwijzen in den weg door welken gij
Do zo ven
gaan znlt; ik zal mijne oogen op n vestigen.
Wordt toch niet gelijk een paard of muilezel, die geen verstand bobben
Met bet gebit en met don toom bedwingt men de kinnebakken dergenen, die tot u niet komen.
Velen zijn de geeselon des zondaars, maar bij dio op den Heer boopt, zal barmbartigbeid ontvangen.
Verblijdt u in den Heer, en verheugt ii, gij rechtvaardigen : roemt in Hem, gij allen die oprecht van harte zijt.
Eere zij den Vader. enz.
Psalm 37. Domine r,e in, cfc.
lieer! straf mij niet in uwe verbolgenheid, en kastijd mij niet in uwe gramschap.
114
ri-i'----T -1'--v-3J
Boet-]i9almeii. 115
Want uwe pijlen zijn in mij; en Gij hebt op mij uwe handen verzwaard.
Kr is gocne gezondheid in mijn vleeseh, door het aanschouwen uwer gramschap; er is geen vrede in mijne beenderen, door het gezicht mijner zonden.
Want do boosheden zijn boven mijn hoofd gewassen ; gelijt eenen zwaren last zijn zij op mij zwaar geworden.
Mijne wonden zijn stinkerde en vuil geworden, ter oor zake mijner dwaasheid.
Ik ben ellendig geworden, en gekromd tot den einde toe; heel den dag ging ik bedroefd.
Want mijne lendenen zijn vervuld met bcdriegelijkheden, en er is geen gezondheid in mijn vleesch.
Ik ben gepijnigd en bovenmate
11 (3 De zeven
zeer vernederd; ik brieschte van hot zuchten mijns harten.
Heer ! voor U is al mijne begeerte, en mijn zuchten ia voor ü niet verborgen.
Mijn hart is zeer ontroerd, mijne kracht heeft mij begeven, en zelfs liet licht mijner oogen is met mij niet.
Mijne vrienden en mijne naasten zijn tegen mij aangekomen en opgestaan.
Die bij mij waren, stonden van verre, en zij deden geweld die mijne ziel zochten.
Die mijne ziel zochten, hebben ijdelheden gesproken, en hebben den geheelen dag bedrog bedacht.
Maar ik, als een doove, hoorde niet; en als een stomme, deed ik mijnen mond niet open.
Ik ben geworden als een menach
Boet-psalmen. 117
dio niet hoort, en die geen wederspraak in zijnen mond heeft.
Want ik heb op U, Heer, gehoopt : Gij zult mij verhooren. Heer, mijn Grod !
Want ik heb gezegd; mijne vijanden moeten zicli ten geenen tijde over mij verblijden , en als mijne voeten wankelden, hebben zij zich tegen mij hoogelijk beroemd.
Maar ik ben bereid tot de geese-len, en mijne smart is altijd voor mijn aangezicht.
Want ik zal mijne boosheid verkondigen, en denken over mijne zonden.
Maar mijne vijanden leven, en zijn machtig tegen mij ; zij zijn vermenigvuldigd die mij onrechtvaardig haten.
Zij die goed mot kwaad vergelden, spreken van mij achterklap; want ik volgde het goede.
Verlaat mij niet, lieer, mijn God! on ga niet weg van mij.
Denk op mijne hulp, Heer, God mijner zaligheid!
Kere zij den Vader, enz.
Psalm rgt;0. Miserere wei, efc.
Ontferm U mijner, o God, naar uwe grooto barmhartigheid.
Waseh mij nog meer van mijne ongerechtigheid, en zuiver mij van mijne zonden.
Want mijne boosheid beken ik, en mijne zonden zijn altijd voor mijne oogen.
Tegen U alleen heb ik gezondigd, en kwaad voor U gedaan, opdat Gij zoudt gerechtvaardigd worden in uwe woorden, en overwinnen als Gij geoordeeld wordt.
Want ziet. ik ben in boosheid
Boet-psalmen. 119
voortgebracht, on in zonden heeft mij mijne moeder ontvangen.
Gij hebt de waarheid bemind ; de j onzekere en verborgene dingen uwer | wijsheid hebt Gij mij geopenbaard, j
Gij zult mij besproeien met by- | zoigt;, en ik zal gezuiverd worden; Gij zult mij wasschen, en ik zal witter dan sneeuw worden.
Mijn gehoor zult Gij blijdschap en vreugde geven, en de verouderde beenderen zullen zich verheugen.
Keer uw aangezicht af van mijne j| zonden, en wiscli uit al mijne boosheden.
Schep in mij een zuiver hart, o )! God ! en vernieuw in mijn binnenste jj eenen oprechten geest.
Verwerp mij niet van uw aange- ü zicht, en neem uwen heiligen Geest niet van mij.
Geef mij weder de blijdschap uws
120 De zoven
lieils, en mot den vorstclijkcn geest versterk mij.
Ik zal de boozen uwe wegen lee-reu, en de goddeloozen zullen tot ü bekeerd worden.
Verlos mij van de bloedschulden, o God, God mijner zaligheid; en mijne tong zal uwe rechtvaardigheid verheffen.
Heep: Gij zult mijne lippen open doen; en mijn mond zal uwen lof verkondigen.
Want had Gij offeranden gewild, ik zou ze U gegeven hebben; maar de brandofferanden zullen U niet aangenaam zijn.
Een bedrukte geest is God een offer; een gebroken en verootmoedigd hart zult Gij, o God, niet versmaden.
lieer! doe goodcrtierenlijk aan Sion uwen goeden wil: en laat de
Boet-paalmen. 121
muren van Jeruzalem gebouwd worden.
Dan zult Gij ontvangen liet oller der rechtvaardigheid, olferanden en brandollers; dan zullen zij kalveren leggen op uwen altaar.
Psalm 101. Domme ex a udi, etc.
lieer! verhoor mijn gebed, en laat mijn gcro?p tot U komen.
Keer uw aangezicht van mij niet af; wanneer ik gekweld worde, neig uwe ooren tot mij.
Op welken dag ik U zal aanroepen, verhoor mij haastiglijk.
Want mijne dagen zijn vergaan als rook, en mijne beenderen zijn als een verdroogd hout verdord.
Ik ben geslagen als hooi, en mijn hart is dor geworden ; omdat ik vergeten heb mijn brood te eten.
Van de stem mijn zuchtens is
122 Dü zeven
mijn gebeente aan mijn vleeaeh gekleefd.
Ik ben gelijk geworden aan don pelikaan der woestijn ; ik beu gewor ⢠den als een nachtraaf in het huis.
Ik heb gewaakt, en ben geworden als een museh, alleen wonende op het dak.
])en geheelen dag beschimpten mij mijne vijanden ; en die mij prezen, zwoeren tegen mij.
Omdat ik assche ols brood at, en mijnen drank met tranen mengde.
Van liet aanschouwen uwer gramschap en uwer verbolgenheid : want opheffende hebt Gij mij nederge-stooten.
Mijne dogen zijn als een schaduw geweken, en ik ben dor geworden als hooi.
Maar Gij, lieer, blijft in eeuwig-
IJ
Eoet-psalmeii. 123
l heid, en uwe gedachtenis van ge-| slacht tot geslaclit.
Gij, Heer, opstaande, zult u over Sion ontfermen; want de tijd is gc-i komen.
j Want hare steenen hebben aan j uwe dienaars behaagd; en over hare
I aarde zullen zij zich ontfermen.
! De Heidenen zullen uwen naam i vreczen, Heer ! en al de koningen ; van het aardrijk uwer glorie.
Want de Heer heeft Sion opge-j| bouwd; en Hij zal in zijne heerlijkheid gezien worden.
Hij heeft naar het gebed der oot-moedigen gezien; en Hij heeft hun bidden niet versmaad.
n Dat men deze dingen schrijve voor
II een volgend geslacht; en liet volk dat geschapen zal worden zal don Heer loven.
Want Hij heeft nedergezien van
C=ai==iC=UI_^_II-1-3=3
I 24 Do zevon
zijne lioogc en heilige plaatse; do lieer heeft van den hemel op de aarde gezien.
Opdat Hij hooreii zoude het zuchten dor gevangenen s opdat Hij ontbinden zoude de kinderen van de gedooden.
Opdat zij in Sion den naam des j Heeron zouden verkondigen, en zijnen lof in Jenualem.
Ala de volkeren samen kwamen, en de koningen, om den Heer te dienen, heeft Hij hen op den weg zijner kracht geantwoord ; verkondigt mij de kortheid mijner dagen.
Xeem mij toch niet weg in de helft mijner dagen ; van geslacht tot geslacht zijn uwe jaren.
In don beginne hobl Gij, Heer. de aarde gegrondvest; cn do hemelen zijn do werken uwer handen. Zij zullen vergaan, maar Gij blijft
Boot-psalmen. 125
altijd: zij zullen allen gelijk een kleed verouderen.
Gelijk een dekkleed zult Gij zo veranderen, en zij zullen veranderd worden; maar Gij zijt dezelfde, en uwe jaren zullen niet vergaan.
De kinderen uwer dienaars zullen wouen, en hun zaad zal bevestigd worden in eeuwigheid.
Eero zij den Vader, enz.
Psalm 129. De profundis clamavi, ad, etc.
üit de diepte heb ik tot U geroepen : Heer! Heer ! verhoor mijne stem.
Laat uwe ooren luisteren naar de stem mijns smeek ens.
Is het dat Gij de boosheden gadeslaat, Heer; Heer! wie zal het verdragen ?
9
12(1 De zeven
quot;Want bij U is rerzoeuing ; en om nwe wet heb ik U verbeid, Heer.
Mijne ziel heeft in zijn woord verbeid: mijne ziel heeft op den Heer gehoopt.
Dat Israël van den morgenwake tot den nacht toe op den Heer liopo.
Want bij don Heer is barmhartigheid, en bij hem is overvloedige verlossing.
En Hij zal Israël verlossen van alle zijne boosheden.
Eere zij den Vader, enz.
Psalm 142. Domine e.vauiU, etc.
Heer ! verhoor mijn gebed ; neig uwe ooren tot mijn klagelijk bidden om uwe waarheid, verhoor mij om uwe rechtvaardigheid.
Ga met uwen dienaar niet in het recht, want voor uw aanschijn zal
Boot-psalmen. 127
geen levend mensch gerechtvaardigd worden.
Want de vijand heeft mijne ziel vervolgd,; hij heeftin de aarde mijn loven vernederd.
Hij heeft mij gesteld in donkere plaatsen, gelijk de dood en der wereld ; mijn g.^est is in mij heangst geweest: mijn hart is in mij ontsteld geworden.
Tk ben indachtig geweest der oude dagen: ik heb overdacht alle uwe werken; in de werken uwer handen oefende ik mijne gepeinzen.
Ik heb mijne handen tot U uitgestrekt ; mijne ziel is voor U als ] aarde zonder water.
Heer! verhoor mij haastiglijk; [j mijn geest is bezweken.
Keer uw aangezicht van mij niet af; of ik zal gelijk zijn dengenen die nederdalen in het graf.
128 Do zevon Boet-psalmen.
3)00 mij uwe barmhartigheid hoo-ren, want ik heb op U gehoopt.
Maak mij kennelijk den weg op welken ik moet wandelen ; want tot U heb ik mijne ziel opgeheven.
Verlos mij van de vijanden, Heer ! tot U heb ik mijne toevlucht genomen; loer mij uwen wil doen, want Gij zijt mijn God.
Uwe goede geest zal mij op den rechten weg leiden, om uwen naam , lieer, zult Gij mij levend maken in uwe gerechtigheid.
Gij zult mijne ziel van het verderf bevrijden, en door uwe barmhartigheid zult Gij mijne vijanden geheel vernielen.
En Gij zult vernielen allen die H mijne ziel verdrukken ; want ik ben j uw dienaar-
Eere zij den Vader, enz.
Anthh. Wil niet gedenken, Heer,
r
Litanie van alle Heiligen. 129
onze verzuimen, of die onzer ouders, en neem geene wraak over onze zouden.
Litanie van alle Heiligen.
Heer, ontferm TT onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm XJ onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons. God, hemelsche Vader, ontf. ü onz. God Zoon, Verlosser der wereld,
ontferm U onzer.
God, heilige Geest, ontf. U onzer. Heilige Hrievuldigheid, één God,
ontferm U onzer.
Heilige Maria, zonder vlek ontvangen, bid voor ons.
Heilige Moeder Gods, bid voor ons. Heilige Maagd der Maagden, bid voor ons.
130 Litanie van
IT. Michael, l»id voor ons. H. Gabriel,
II. Raphaël,
Alle heilige Eogelen en Aartsengelen,
Alle heilige Kooren der zalige
geesten,
H. Joannes do Dooper, H. Jozef,
Alle heilige Aartsvaders en Tro-
feten,
U. Petrus,
H. Paul us,
H. Andreas,
H. Jacobus,
H. Joannes,
H. Thomas,
H. Jacobus,
H. Philippus,
H. Bartholomeus,
H. Mattheus,
H. Simon,
allo Heiligen. 131
H. Thadeus,
H. Matthias,
H. Barnabas,
H. Lucas,
H. Marcus,
Alle heilige Apostelen en Evangelisten,
Alle heilige Leerlingen des Heeren, Alle heilige onschuldige Kinderen, II. Stephanus,
H. Laurentius, W
H. Vincentius,
H. Fabianus en Sebastian us, o
o
11. Joannes en Paul us,
H. Cosmas en Damianus, §
03
H. Gervatius en Protasius,
Alle heilige Martelaars, II. Silvester,
If. öregorius,
II. Ambrosius,
H. Angustinus,
H. Hieronimns,
Litanie van
H. Martinus, bid voor ons. H. Kicolaus,
Alle heilige igt;ie8clioppen en l»o-lijders,
Alle heilige Leeraren der Kerk, H. Antonius,
H. Eenedictus,
ïï. liernardus,
H. Dominicus,
H. Franciseus,
Alle heilige Priesters en Leviten, Alle heilige Monniken en Kluizenaars,
H. Maria Magdalena, H. Agatha,
H. Lucia.
H. Agnes,
IT. Cecilia,
H. Catharina,
H. Anastasia,
Alle heilige Maagden en Weduwen.
132
alle Heiligen. 133
Allo Gods lieve Heiligen, bidt voer ons.
Wees genadig, spaar ons Heer. Wees genadig, verhoor ons. Heer. Van alle kwaad, verlos ons, Heer. Van alle-zonden,
Van uwe gramschap,
Van eenen haastigen en onvoor-
zienen dood,
Van de listige lagen des duivels, g-Van gramschap, haat en allen ^ kwaden wil, g
Van den geest der onkuisch- quot;
heid, o1
Van bliksem en onweder, r*
Van den eeuwigen dood,
])oor het geheim uwer mensch-
wording,
Door uwe komst in het vlecsch, Door uwe geboorte,
Door uw doopsel en heilig vasten,
134 Litauio van
Door uw kruis en lijden, verlos ous, Heer.
Door uwen dood en uwe begrafenis, verlos ons Heer.
Door uwe heilige verrijzenis, verlos ons, Heer.
Door uwe wondervolle hemelvaart, verlos ons, Heer.
Door de komst van den heiligen Geest, den Vertrooster, verlos ons, Heer.
In den dag des oordeels, verlos ons. Heer.
Wij zondaars, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij ons wilt sparen, wij bidden U verhoor ons.
Dat Gij ons onze misdaden kwijtscheldt, wij bidd. ü, verhoor ons.
1
Dat Gij U gewaardiget ols tot eene waarachtige boetvaardigheid te geleiden, wij bidd. U, verhoor ons.
=3=n=z3ó
alle Heiligen. 135
Dat Gij U gewaardiget uwe heilige Kerk te besturen en te beschermen, wij bidden U, verhoor ons. ])atGrij U gewaard iget den Koom-schen Paus en de geheele Geestelijkheid in den heiligen godsdienst te bewaren,
Dat Gij ü gewaardiget de vijan- ^ den der heilige Kerk te ver- ^ liederen, £
Dat Gij U gewaardiget den chris- gquot; telijken Koningen en Vorsten 3 vrede en eendracht te geven, Dat Gij IJ gewaardiget aan alle ^ christelijke volkeren vrede en ^ eenheid te verleenen, o
Dat Gij U gewaardiget ons in 0 uwen heiligen dienst te verster- £ ken en te bewaren.
Dat Gij U gewaardiget onze harten tot hemelsche begeerten op te wekken.
Litanie van
Dat Gij ü gewaardiget, al onzo wel-doeners met de eeuwige goederen te vergelden, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij U gewaardiget onze zielen en de zielen onzer broeders, ^ vrienden en weldoeners, voor ^1 de eeuwige verdoemenis te be-hoeden,
Dat Gij XJ gewaardiget de vrneh- g ten der aarde te geven en te bewaren.
Dat Gij U gewaardiget allen ge- o
loovi^en overledenen de eeuwi- c 0 o
ge rust te geven, o
])at Gij U gewaardiget ons ge- o bed te verhooren, ?
Zoon Gods,
Lam Gods, dat wegneemt de zon
den der wereld, spaar ons. Heer. Lam Gods, dat wegneemt do zonden der wereld, verhoor ons. Heer.
alle Heiligen. 137
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader, enz.
Psalm LXIX.
o God! kom mij te hulpe; Heer! haast U oai mij te helpen.
3)at zij beschaamd en bevreesd worden, die mijne ziel zoeken.
]l)at zij terugwijken en zich schamen, die mij kwaad willen.
Hat zij aanstonds met schaamte terug-keeren , die mij zeggen : ha, ha!
Hat zij zich in IJ verheugen en verblijden, allen die U zoeken, en dat zij die uw heil beminnen al-
Litanie van
tijd zeg yen : de Heer zij li oogelij k geprezen.
Doch ik ben behoeftig en arm, help mij, o God !
Gij zijt mijn Helper en mijn Verlosser, Keer ! vertoef niet.
Glorie zij den Vader, enz.
v. Maak nwe dienaars zalig.
a. Mijn God ! d:c in U hopen.
v. Wees ons een sterke toren.
a. Tegen onz3n vijand.
v. Dat de vijand geene overhand on ons k rij ge.
a. En dat de zoon der boosheid zich niet verstoute ons te beschadigen.
v. Heer! doe ons niet naar onze zonden.
a. En vergold ons niet naar onze boosheden.
v. Laat ons bidden voor onzen Paus INT.
a. De Heer spare hem, behoude
138
⢠; â â ' â =, alle Heiligen. 139
hem iu het leven, geve hem voorspoed op aarde, en Jevere hem niet over aan den wil zijner vijanden.
v. Laat ons bidden voor onze weldoeners.
a. Heer! gewaardig U, allen die ons goed doen, om uwa naams wille ; met het eeuwige leven te ver-gildon.
v. Laat ons bidden voor de geloo-vigen die overleden zijn.
a. Heer! geef hun de eeuwige rust. en het eeuwige licht verlichte hen.
v. Dat zij in vrede rusten.
a. Amen.
v. Voor onze broeders die afwezig zijn.
a. Mijn God! maak zalig uwe dienaars, die in U hopen.
y. Zend hun hulp uit do heilige plaats.
Litanie van
A. En bescherm hen uit Sion. v. Heer! verhoor mijn gebed. a. En mijn geroep kome tot U.
Laat ons bidden.
ft God, wien liet altijd eigen is te sparen en genadig te zijn: ontvang ons gebod, opdat uwo goe-dortierene barmhartigheid ons, en al uwe dienaars, die door de banden der zonden gebonden zijn, genadig ontbinde.
Wij bidden U, Heer, verhoor onze ootmoedige gebeden, en spaar degenen, die hunne zonden belijden, opdat wij genadiglijk vergiffenis en vrede van U verwerven.
Toon ons genadig, o lieer! uwe onuitsprekelijke barmhartigheid, en verlos ons vau alle zonden, zoo wel
140
alle Heiligeu. 141
als van de straffen, die wij door dezelve verdiend hebben.
ó God , die- door de zonden vertoornd en door de boetvaardigheid verzoend wordt : neem de gebeden uws volks, hetwelk zich voor uwe grootheid nederwerpt, genadig aan, en neem de geesels uwer verbolgenheid weg, die wij door ouze misdaden verdienen.
Almachtige, eeuwige God ! ontferm U over onzen Paus N., en bestuur hem door uwe goedertierenheid op den weg des eeuwigen levens, opdat hij door uwe gunst bcgeere hetgene U behaagt, en hetzelve met alle kracht volbrenge.
6 God, van wien de heilige begeerten. de goede voornemens, en alle rechtvaardige werken voortkomen ; geef aan uwe dienaars dien
10
c
1 112 Litanie van
vrede, dien do wereld niet geven kan; opdat onze harten, genegen zijnde tot het volbrengen nwer geboden, en wij van de vrees der vijanden ontslagen, door uwe bescherming in rust mogen leven.
n
Ontvonk, o lieer, onze nieren en ons hart door bet vuur van den heiligen Geest, opdat wij U met een zuiver lichaam dienen, en met een rein hart behagen mogen.
God, Schepper en Verlosser van 1 alle geloovigen ! schenk aan al uwe 1 dienaars en dienaressen vergiffenis van alle hunne zonden, opdat zij de i genadige kwijtschelding, daar zij altijd naar verlangd hebben, door onze ootmoedige gebeden mogen ver-| werven.
Wij bidden U, Heer, voorkom onze werken door den invloed uwer
I
alle Heiligen. 113
genade, en voltooi dezelve door uwo medewerking, opdat al onze gebeden en werken altijd met U beginnen, en begonnen zijnde, door U voltooid worden.
Almachtige, eeuwige God, dio - over levenden en dooden heersehfc, en U ontfermt over al degenen, die Gij weet dat door het geloof en de werken do uwen zullen zijn: wij bidden U ootmoedig, dat zij, voor welke wij onze gebeden uitstorten, ] hetzij zo nog in leven of reeds overleden zijn, door do voorspraak 1( van uwe Heiligen, en door uwe genade, vergiffenis van alle hunne H zonden verwerven. Door onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met U leeft en lieoreeht, in eenheid des heiligen Geestes, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Ill Litanie vau alle Heiligen.
v. De almachtige en barmhartige
Heer verhoor ons.
A. Amen.
v. Dat de geloovige zielen door Gods
barmhartigheid rusten in vrede. A. Amen.
LITANIEX EN GEBEDEN voor alle dagen der week.
LITANIE
f
T O T
de Allerheiligste Drievuldigheid.
j Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm IJ onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons. God, hemelsehe Vader, ontferm U onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm ü onzer.
140 Litanie tot de
God, heilige Geest, ontferm U onzer. Heilige Drievuldigheid, één God, Onbegrijpelijke Majesteit, Onbeperkte macht,
Oneindige wijsheid,
Grondelooze goedheid.
Eeuwige waarheid.
Die alléén God zijt,
In welke wij leven, bewogen jï worden en zijn, O
Wiens Majesteit de geheele y quot;ö aarde vervult, g
2 Aan welke alleen allo eer en ^ p heerlijkheid toekomt, 0'
o Die onsin onze ellende troost, g â Die alleen groote wonderen 5 doet.
Die waart, zijt en komen zult, Rechtvaardig en vreeselijk in
het oordeel,
Heerlijk en wonderlijk in Uw rijk,
allerh. Drievuldigheid. 147
Ongeboren Vader, ontferm U onzer. Einiggeboren Zoon, ontferm IJ onzer. Heilige Geest, van den Vader en den Zoon voortkomende, ontferm U onzer.
Heilige Drievuldigheid, cén God,
ontferm U onzer.
Wees verzoend, spaar ons. Heer. Wees verzoend, verhoor ons. Heer, Van alle kwaad, verlos ons. Heer. Van het overtreden uwer geboden. Van het veronachtzamen en mis-
CD
bruiken uwer genade, g-
Van het verzuimen der heilige ® zaken, g
Van den eeuwigen dood, ^
Door uwe almacht, g
Door uwe onbegrijpelijke wijs- ^ heid,
Door uwe oneindige goedheid.
Door uwe onuitsprekelijke barmhartigheid,
148 Litanie tot de
Door uwe groote laukmoodigheid,
verlos ons, Ueer.
Wij zoudaari, bidden U, verhoor ons. Dat wij U, den éenigeu en ])rie-vuldigenöod, altijd vrijmoedig belijden,
Dat wij U, één in Drievuldigheid, en Drievuldig iu éénheid ^ aanbidden, er-
Dat wij TT, den onbegrijpelijken God, eerbiedig gelooven, oot- E moedig dienen en boven alies 0 bomiunen, ,
Dat Gij ons voor vermetelheid, o fj hoogmoed en wereldliefde be- S-waren wilt, g
Dat Gij de dwalenden op den weg £
des levens wilt terug leiden, !
]gt;at Gij aan alle overledenen de
eeuwige rust schenken wilt.
Dat ons gebed door U verhoord worde,
I :!
allerh. Drievuldigheid. 149
Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, spaar ons, Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, ontferm U onzer. Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
3 Teer, ontferm onzer.
Christus, ontferm XJ onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader, enz.
Gebed.
Allerheiligste, aanbiddelijke Drie-eenheid 1 In het slof onzer nietigheid nedergeknield, aanbidden wij U met den diepsten ootmoed. Wij danken U, dat Gij ons, door uwe Kerk, het doorluchtig, en voor ons beperkt verstand, onbegrijpelijke geheim der drievuldigheid en éénheid
y-n---p--f--p-----TT-p--p-
150 Lofzang der Heiligen
van uw goddelijk wezen geopenbaard hebt. quot;Wij bidden TJ, bewaar ons voor de vermetelheid om, met onze gebrekkige rede, den Volmaakten en Oneindigen te willen bereiken. Geef ons een kinderlijk geloof aan al de verborgen Heden, welke G-ij genadig geopenbaard hebt; doe ons onwankelbaar bij deze belijdenis volharden, opdat wij, inden hemel, eeuwig aanschouwen en verheerlijken mogen, Hem, dien wij hier geloofd hebben, één Grodia drie Personen, de Yader, de Zoon, en. de heilige Geest. Amen.
Lofzang der Heiligen Ambrosius en Augustinus,
TE DEUM.
U, o God, loven wij; ü, o Heer,
prijzen wij.
TJ, eeuwige Tader, vereert de gansche aarde.
L.....
Ambrosias en Augustinus. 151
U loven alle Engelen, alle hemelen, alle machten,
U roepen de Chernbijuen en Serafijnen onophoudelijk toe:
Heilig, heilig, heilig is de Heer, do God der Heerscharen !
Hemel en aarde zijn vol van de heerlijkheid uws naams.
U looft het schitterend koor dei-Apostelen ;
U prijst dc lofwaardige schaar dor Profeten ;
U roemt het luisterrijk koor der
Martelaren.
TT erkent de heilige Kerk over de
geheele aarde :
U, Vader der oneindige heerlijkheid;
Ea uwen waren, eenigen, aanbid-
denswaardigen Zoon;
Alsmede den heiligen Geest, den Trooster.
152 Lofzang der Heiligen
Christus, Qij zijt de Koning der heerlijkheid.
Oij zijt de eeuwige Zoon des Vaders.
Gij liebt, toen Gij, om den inenseh te verlossen, de menschheid zoudt aaimemen, den schoot eeuerMaagd niet benoden IJ geacht.
Gij hebt den prikkel des doods overwonnen, cu den geloovigeu het hemelrijk' geopend.
Gij zit ter rechterhand Gods, in de heerlijkheid des Vaders.
Wij gelooven, dat Gij als rechter eens zult wederkeeren.
Daarom bidde i wij XJ : kom uwen dienaren to hulp, welke Gij met uw dierbaar bloed hebt verlost.
Laat hen allen in uwe eeuwige heerlijkheid ouder uwe Heiligen gesteld worden.
Heer! behoud uw volk, en zegen uw erfdeel.
l! A
Ambrosius en Aiigustinus. 153
Heersch over lien, en verhef ze tot in eeuwigheid.
Dagelijks loven wij ü,
En prijzen wij uwen naam in eeuwigheid. en in eeuwigheid dor eeuwigheden.
Wil ons, o Heer, heden van alle zonden bewaren.
Ontferm ü onzer, o lieer, ontferm
U onzer.
Laat ons, o lieer, uwe barmhartigheid ontwaren, gelijk wij op U vertrouwd bobben.
|j Op U. o lieer, heb ik vertrouwd; en in eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden.
De Gelooftbelijdenls van den heiligen Athanasius.
Wie zalig worden wil, behoude voor alle andere dingen het katholieke geloof.
154 De Gelüüfabelijdenia
Wie dit niet geheel en ongeschonden bewaart, zal ongetwijfeld voor eeuwig verloren gaan.
Het Katholiek geloof nu is dit: dat wij cénen God in de Drievuldigheid, en de Drievuldigheid in de Eenheid vereeren.
IS'och de personen vermengende, noch het wezen scheidende.
Want een andere is de persoon des Vaders, een andere is die des Zoons, een andere die des heiligen Gcestes.
Maar de Godheid des Vaders en des Zoons, en des heiligen Geestes is één ; hunne heerlijkheid is even groot, hunne majesteit even eeuwig.
Gelijk de vader is, zoo is de Zoon, en zoo is ook de heilige Geest.
Ongeschapen is do Vader, ongeschapen is do Zoon, ongeschapen is de heiligen Gerst.
Onmetelijk is de Vader, onmete-
lijk is de Zoon, onmetelijk is de heilige Geest.
Eeuwig is de Vader, eeuwig is do Zoon, eeuwig is do heilige Geest.
En toch zijn het niet drie eeuwigen, maar slechts één eeuwige.
Evenzoo ook niet drie ongescha-penen, noch drie onmetelijken, maar slechts één ongeechapenc, en één onmetelijke.
Evenzoo is almachtig de Vader, on almachtig de Zoon, en almachtig de heilige Geest.
En toch zijn het niet drie almach-tigen, maar slechts één almachtige.
En zoo is de Vader God, en de Zoon is God, en de heilige Geest is God.
En tcch zijn er niet drie Goden, maar er is slechts één God.
En zoo is de Vader Heer, en de Zoon is Heer, en de heilige Geest is Heer.
15G De Geloofsbelijdenis
En tcch zijn er niet drie Heeren, maar er is slechts één Heer.
Want, gelijk wij elke persoon op ziclizelve, als God en Heer, door de christelijke waarheid gedwongen worden te belijden, zoo wordt het ons door den katholieken godsdienst verboden, drie Goden of Heeren te noemen.
De Vader is door niemand go-maakt, geschapen of geteeld.
De Zoon is door den Vader alleen niet gemaakt of geschapen, maar geteeld.
De heilige Geest is door den Vader en den Zoon, niet gemaakt of geschapen, maar van hen uitgegaan.
Zoo doende is er maar één Vader, en zijn er niet drie Vaders; één Zoon, en niet drie Zoons; één heilige Geest, en niet drie heilige Geesten.
O!
van den H. Athanasius. 157
En in deze Drievuldigheid bestaat niets vroegers of laters, niets groo-ters of kloiners ; maar alle drie personen zijn even eeuwig en elkander volkomen gelijk.
Alzoo dat in alles, gelijk boven reeds gezegd is, de Ãénheid in do Drievuldigheid, en de Drievuldigheid in de Ãénheid te vereeren is.
Wie dus zalig worden wil, moet derhalve op zulke wijze over de heilige Drievuldigheid denken.
Het is tevens noodzakelijk tot ons eeuwig heil, dut wij onwankelbaar aau de menschwording onzes Hee-ren Jesus Christus gelooven.
Het rechte geloof is, dat wij gelooven en belijden dat onze Heer Jesus Christus, de Zoon Q-ods, God )l en mensch is.
God is Hij uit het wezen des Vaders, en vóór alle tijden geteeld ; en
11
158 De Geloofsbelijdenis
mensch is Hij uitliet wezen der Moeder, in dor tijd geboren.
Volmaakt God, volmaakt rneneeh, bestaande uit eene redelijke ziel en een menschelijk lichaam.
Den Vader naar de Godheid go-lijk, doch naar do menschheid minder dan do Vader.
En, ofschoon hij God en mensch is, zoo zijn het toch niet twee Christussen, maar slechts één Christus.
Kén enkele, niet door den overgang der godheid in het vleesch, maar door liet opnemen der menschheid in God.
Eén enkele, niet door de vermenging van het wezen, maar door do éénheid van den persoon.
Want, gelijk de redelijke ziel on het vleesch te zamen een mensch uitmaken, zoo is God en mensch éón Christus.
lt; J--^--'»1--TT-7r-T ~-^rr-rl
Tan den H. Athanasius. 15!)
Die voor ons behoud heeft geleden, ter helle is afgedaald, en ten derden dage wederom opgestaan is 'i uit de dooden.
i Die opgevaren is ten hemel, en aan de rechterhand zit van God, den almachtigen Vader; van waar hij zal ; komen oordeelen de levenden en | de dooden.
Bij wiens komst alle mcnschen met hunne lichamen moeten opstaan en rekenschap geven van hunne daden.
En die wM gedaan hebben, zullen het eeuwig leven, maar die hoosheid bedreven, het eeuwig vuur ingaan. |j Dit is het katholiek geloof, en wie liet niet trouw en vastelijk be-rj waart, hij kan niet zalig worden.
!j Eerc zij den Vader, en den Zoon, jl en den heiligen Geest; gelijk liet was in den beginne, en nu en altijd, en j in de eeuwen der eeuwen. Amen.
LITANIE
van den Heiligen Geest.
Voor (Jeu Maandag.
lieer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer. j
Heer, ontferm XJ onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm L | onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, q 1 God, heilige Geest. 5- 1
Heilige Drievuldigheid, éóa God, % | Heilige Geest, van den Vader en ^ j den Zoon onophoudelijk voort- lt;quot;1 komende, g |
Geest der eeuwige waarheid, S j Geest van wijsheid en raad,
âp--ïï-?.---TT---n |) IF ^ %
Litanie van den U. Geest. 101
)j Geest van sterkte en wetenschap,
j[ ontferm U onzer.
ij Geest der godsvrucht en vreeze
[J des Heeren, *
{ Geest der liefde, der blijdschap
| en des vredes,
Geest van geduld, goedheid en I genade.
Geest van lankmoedigheid en O ij goedertierenheid, g»
h Geest van geloof en zedigheid, [3 I Geest van onthouding en zuiver-jj heid, o
Geest van ootmoed en voorzich- g tigheid, ^
Geest van leven en zaligheid.
Geest der aannemin? tot kinderen Gods,
Heiligmaker en bestuurder der j katholieke kerk,
| God, die de harten en nieren doorgrondt.
102 Litanie van den
Uitdeeler dor hemelsche gaven ,
ferm U onzer.
Onderzoeker der gedachten en
bedoelingen dea harten, Veilige toevlucht in benauwdheid,
Liefelijkheid dergenen die U beginnen te dienen,
Kracht en kloekmoedigheid der-genen, die in deugden toenemen,
Kroon der volmaakten.
Geluk der Engelen,
Licht der Aartsvaders,
Ingeving der Profeten,
Tong en wetenschap der Apostelen,
Overwinning der Martelaren, Wijsheid der Belijders, Zuiverheid der Maagden, Innerlijke zalving van alle Hei-ligen,
Heiligen Geest. 103
Wees genadig, spaar ons, Heer. Wees genadig, verhoor ons. Heer. Van alle kwaad en van alle zonden,
verlos ons, Heer.
Van alle bekoring en bedrog
des duivels, lt;rj
Van dwaling en ongeloof, Van hoogmoed en eigenliefde, ' S Van toorn en kwaadsprekend- g heid,
Van lichtvaardig oordeel, W
Van liefdeloosheid, ^
In den dag des oordeels. Wij zondaars, bidden U, verhoor ons.
Dat Gij ons de liefde Gods en des naasten wilt inboezemen, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij ons wilt leeren onze vijanden te beminnen, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij ons, in al onze verrichtingen.
104 Litanie van den
wilt verlichten en raden, wij bidden TJ, verhoor ons.
Dat Gij ons waardig wilt maken, om allerlei tegenspoed te uwer liefde te verdragen, , Dat Gij onze harten wilt ontvlam- ^ |j men van eene standvastige en ^ ; on verzadig! ijke begeerte naar
de christelijke volmaaktheid, | Dat Gij ons in den vrede Gods, ^ . dien de wereld niet geven kan, 5^ bevestigen wilt, ^
Dat Gij ons bij de onwankelbare belijdenis der waarheid bewa- §
ren wilt, 2
\i .. . 0 Dat Gij de ongeloovigen, de dwa- ^
lenden en de zondaars verlichten en bekeeren wilt,
Dat Gij de godsvrucht der ge-
loovigen vermeerderen wilt. Dat uwe genade ons nimmer verlate.
-aiâx===nz==3£==r-j]:âarâarâamp;=£âz=3o Heiligen Gr eest. 165
Dat Gij ons do gave dor volharding vilt verleenen, wij bidden U, verhoor ons.
Opdat wij onder het getal der uit-verkoornen mogen aangenomen worden, wij bidden U, verh. ons.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm TJ onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader, enz.
GEBED.
Geest van goedheid en genade!
Met schaamte en berouw erken ik
10ü G-ebeden tot den
mijne wederepannigheid tegen uwe goddelijke inspraken, mijne ontrouw aan de goede Toorneraens, welke Gij mij verleendet. Hoogmoed, zinnelijkheid en eigenliefde bedwelmden mijn hart en maakten het onvatbaar voor uwe genade. Verlaat mij arme zondaar niet. Geest van barmhartigheid 1 ontneem mij de trotsche hooghartigheid en we-reldschgezindheid, en verleen mij een diep ootmoedig hart, eene oprechte boetvaardigheid, opdat Gij, die den hoovaardigen wederstaat, maar den nederigen genade geeft, ook mij mot uwe genade vervullen moogt en ik voortaan getrouw aan dezelve zijn moge. Amen.
Heiligen Geest. KJ 7
Godvruchtige aanroeping (les heiligen Geestes, ter verwerving zijner zeven gaven.
Kom, heilige Geest, en moog een vonk van 't gocUlelijk licht: de Zevengaaf ons in den boezem dalen. Kom, o Geest der Wijsheid ! leer mijn hart dat ik de onvergankelijke hemelgoederen boven de aardsche wete te schatten en te beminnen. Toon mij ook den weg, waar ik ze verwerven ea eeuwig bezitten moge.
Onze Yader, enz.
:
2,
Kom, heilige Geest, enz.
Kom, o Geest des Verstands ! verlicht mijn gemoed, opdat ik alle ge-
168 Gebeden tot den
lieimen des lieils versta en bevatte, en eenmaal liet eeuwige licht moge aanschouwen en tot volledige kennis zoo van Ã, als van den Vader en den Zoon gerake.
Onze Vader, enz.
3.
Kom, heilige Geest, enz.
Kom, o Geest van llaad ! sta mij bij in alle wederwaardigheden dezes wisselvalligen levens; richt mijn hart ten goede, doe het een afschuw hebben van het kwaad, en leid mij op het rechte pad uwer geboden tot het gewenschte doel des eeuwigen heils.
Onze Vader, enz.
4-
Kom, heilige Geest, enz.
Heiligen Geest. 169
1 Kom, o Geest van Sterkte ! geef mijn hart kracht, beschut het tegen alle dwaling, en steun het in allo wederwaardigheid ; verleen mij sterkte 1 tegen de verderfelijke aanvullen mij-| ner vijanden, opdat ik nooit over-7 wonnen, of van U, mijn hoogste i goed, gescheiden worde.
Onze Vader, enz.
Kom, heilige Geest, enz.
Kom, o Geest der Wetenschap ! onderwijs mij, dat ik het booze, vergankelijke en ijdele der goederen dezer wereld erkenne en verachte, er mij niet anders van bediene, dan alleen te uwer eere en tot mijn heil en het eeuwige loon ver boven alle schatten dezer aarde stelle.
Onze Vader, enz.
3t=
170 Gebeden tot den 5.
Kom, heilige Geest, kom.
Kom, o Geest der Godzaligheid I beweeg mijn hart tot eehte vroomheid en tot heilige liefde voor God, mijnen Heer, opdat ik U in godsvrucht zoeken, en in ware liefde i vinden moge.
Onze Vader, enz.
Kom, heilige Geest, enz.
kom, o Geest der freeze des Hee-ren ! doordring mij geheel van die- i pen eerbied voor U, mijn God en mijn Heer, opdat ik U steeds met â het oog mijner ziel aauschouwe, en alles zorgvuldig vermijde wat uwer 1 vlekkelooze Majesteit slechts in 't ) minste zou kunnen mishagen.
Onze Vader, enz.
heiligen Geest. 171
Kom, heilige Geest, vervul do harten uwer geloovigen.
En ontsteek in ons het vuur uwer liefde.
lieer! verhoor mijn gebed.
En mijne roepstem dringe tot ü door.
Gebed.
Wij hidden U, o Heer, stort genadig den heiligen Geest in onze harten uit, door wiens wijsheid wij zijn geschapen; en door wiens voorzienigheid wij bestuurd worden. Door onzen Heer Jesns Christus. Amen.
Do goddelijke hulp blijve ons steeds bij. Amen.
30
172 Litanie van den
L I T A N I E
VAN
den Zoeten Naam Jesus.
io
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Jesus, hoor ons.
Jesus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God, heilige Geest, ontferm U onzer.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.
Zoeten Xaam Jesus. 173
Jesus, zoon van den levenden God,
ontferm U onzer.
Jesus, glans des Vaders,
Jesus, luister van het eeuwige licht,
Jesus, koning der glorie,
Jesus, zon der gerechtigheid,
Jesus, zoon van do Maagd Maria, O Beminnelijke Jesus, s; Wonderlijke Jesus», ^ Jesus, sterke God, ^ Jesus. vader van het toekomstig 0 leven, S Jesus, verkondiger van Gods ~
raadsbesluiten,
Allermachtigste Jesus, Allerverduldigsto Jesus, Allergehoorzaamste Jesus,
Jesus, zachtmoedig en ootmoedig
van harte,
Jesus, beminnaar der zuiverheid,
12
17-1 Litaiiio vau den
Jesus, onze beminnaar, ontferm U onzer.
Jesus, God des vredes,
Jesus, bron des levens,
Jeans, voorbeeld van alle deugden,
Jesus, ijveraar voor de zielen, Jesus, onze God,
Jesus, onze toevlucht, O
Jesus, vader der armen,
Jesus, schat der geloovigen, g Jesus, goede herder, ^
Jesus, waarachtig licht,
Jesus, eeuwige wijsheid, g
Jesus, oneindige goedheid,
Jesus, onze weg en ons leven, Jesus, vreugd der Engelen,
Jesus, koning der Aartsvaders, Jesus, meester der Apostelen, Jesus, leeraar der Evangelisten, Jesus, sterkte der Martelaren, Jesus, licht der Belijders,
Zoeten Naam Jesus. 175
Jesus, zuiverheid de:* Miagion, ontferm TJ onzer.
Jesus, kroon van alle Heiligen, ontferm TJ onzer.
Wees genadig, spaar ons, Jesus. Wees genadig, verhoor ons, Jesus. Van alle kwaad, verlos ons, Jesus. Yan alle zonden,
Van uwen toorn.
Van de lagen des duivels.
Van den geest der onkuischheid, ^ Van den eeuwigen dood, ^
Van hot verwaarloozen uwer in- 2 gevingen, °
Door het geheim uwer heilige quot; menschwording, o
Door uwe geboorte, 5
Door uwe kindsheid.
Door uw allergoddelijkst leven.
Door uwen arbeid.
Door uwen doodstrijd en uw lijden.
Litanie van den
Door uw kruis en uwe verlatenhoicl,
verlos ons, Jesus.
Door uwe smarten, lt;1
Door uwen dood en uwe bcgra- ^ fenis, TB
Door uwe verrijzenis, g
Door uwe hemelvaart, ^
Door uwe vreugden, S
Door uwe glorie, ?
Lam Gcds , dat wegneemt de zonden
der wereld, spaar ons, Jesus. Lam-Gods, dat wegneemt do zonden
der wereld, verhoor ons, Jesus. Lam Gods, dat wegneemt do zonden
der wereld, ontferm U onzer. Jesus, hoor ons.
Jesus, verhoor ons.
Laat ons bidden-
ó Heere Jesus, die gezegd hebt : vraagt en gij zult ontvangen, zoekt en gij zult vinden, klopt en u zal
176
Zoeten Naam Jesus. 177
geopend worden : stort, wij bidden er U om, uwe allergoddelijkste liefde in ons gemoed, opdat wij U steeds, van ganseher harte, met woord en daad beminnen, en nooit ophouden U te loven.
Geef, o Heer, dat wij altijd uwen heiligen Is aam vreezen en beminnen; want Q-j verlaat dengene niet, dien Gij bevestigt in uwe liefde.
XXXIII Verzuchtingen en Beden tot Jesus, ter eere zijner XXXIII levensjaren.
Jesus, waarachtig Ood,
ó Jesus, waarachtig God van waarachtig God ! wees mij een beschermer en een oord van toevlucht; ach, wil mij redden. Ps. XXX, 3.
ó Jesus, Gij evenbeeld des Vaders! vernieuw den geest van mijn gemoed, opdat, even als ik het beeld
178 V erz lichtingen
van den aardschen mensch heb om- 1 gedragen, ik ook alzoo het beeld van den hemelschen mensch ver-toone. I Car. XVquot;. 49.
O Jesus, Gij eeuwige wijsheid! roei in mij alle ijdele wetenschap uit, want ik begeer niets te weten buiten U, mijn Jesus, den Gekruiste. I. Cor. II. 2.
Jesus, waarachtig mensch.
O Jesus! Gij vleesch geworden Woord, dat onder ons heeft gewoond : o maak mij uwe goddelijke natuur deelachtig. II. Petr. I. 4.
O Jesus, Gij Zoon des menschen die God als Gij zijt, U wel hebt willen vernederen tot het aannemen der gestalte onzer dienstbaarheid; o, laat de trots nimmer mijn gemoed beheerschen. Tob. IV. 4.
tot Jesus. 179
O Jesus, Gij Eerstgeborene onder vele broederen ! bereid mij, gelijk Gij het beloofd hebt, eene plaats in het rijk uws Vaders, opdat ook ik waar Gij zijt, mij bevinden moge. Joan. XTV. 3.
Jems, onze Verlosser.
O Jesus, mijn Verlosser ! ik bon uw eigendom, geheel en onverdeeld ; neem mij op, want Gij hebt mij met uw bloed, waarlijk tot duren prijs gekocht. I. Cor. VI. 20.
O Jesus, mijn Zaligmaker! behoud mij voor eeuwig ; want er is geen andere naam aan eenig sterveling op aarde gegeven, waarin wij zalig worden kunnen. Handel. IV. 12.
O Jesus, Gij bronwel mijns aan-wezens ! U looft mijne ziel; want Gij, Christus, zijt mijn leven ; in U te sterven is mijn gewin. Phil. I. 21.
160 Vovzuchtiugcn
Jesus, onzi Heer.
I ö Jesua, mijn Heer en mijn God 1 neem mij geheel in uw bezit; want i ik ben uw dienaar, uw knecht ben I ik, en de zoon uwer dienstmaagd, i Ps. CXV, lü.
I AT
o Jcsus, mijn Koning ! beveel over mij; ik bel ij de, dat uw juk waarlijk zacht, en uw last niet zwaar is. Malth. XT, 30.
o Jesus, mijn bescliernier en behouder ! onder uwe schaduw neem ik mijne toe-vlucht; plaats mij uan uwe rechterzijde, zoo mo^e vrij ieder mij bestrijden. Job. XVII. 3.
Jems, onze Jtruïderjom.
ó Jesus ! Gij zijt mij een bruidegom des bloeds; verloof U met mij in barmhartigheid en ontferming voor eeuwig. Osea 11, 19.
tot Jesus.
jj ó Jesus, mijne liefde! Gij allerschoonste onder de kinderen der menseben! wat bezit ik in den lie-ij mei, en wat vril ik op aarde bui-li ten U ? Vs. LX XII, 21. | 6 Jesus, mijn troost en mijne Trengde! leid mij binnen in nwe woonkamers, en ik wil in ü juichen en vroolijk zijn. Hoogl. I. 3.
Je sus, onze Herder.
(S Jcsus, Gij goede Herder, die uw leven -voor uwe schapen prijs ü gegeven hebt: om uws naams wille zult Q-ij mij hoeden en verplegen. ]| Te. XXX, 3.
ó «Tesus, Oij lovend brood, dat van den hemel is nedergedaald ! Gij alleen zijt het, die mijne be-[j geerte met goederen bevredigt. Ps.
; cri'
181
182 Verzuchtingen
6 Jesus, Gij springader des levens mijne ziel dorst raar U; maak dat ik met vreugde water scheppe uit de bron des heils. Isaïas, XT F, 3.
Jesus, onze Leer aar.
ó Jesus, Leeraar, ons van G-od gezonden : leer mij wat goed is, onderwijs mij in tucht en kennis, want ik heb uwe geboden geloofd. Ps. CXVIII, GÃ.
6 Jesus, mijn leeraar en meester, voer mij op het pad uwer geboden, want ik heb het gezocht. Ps. CXVIII, 35.
ó Jesus, Gij licht der wereld! laat uw licht en uwe waarheid uitstralen, en mij geleiden en heenvoeren naar uwen heiligen berg en tot uw heiligdom. Ps. XLTI, 5.
tot Jesua.
Jeaus, onze Middelaar.
o Jesus, onze voorspraak bij don Vador! wees Gij do vorzooning niet slochts voor mijne, maar voer al do zonden dor gehoelo wereld. T. Joan. II, 2.
ó Jeans, mijn middelaar ! verzoen mij met uwen Vader; want Gij alleen, Christus Jesus, zijt de middelaar tusschen God en de mon-schen. I. Timoth. IE, 5.
ó Jesus, mijne toevlucht! in uwe wondon verborg ik mij ; ik wil er in vrede slapen en rusten. Ps. VI, 9.
Jesus, onze Arts.
6 Jesua ! Gij arts mijns lichaams» en mijner ziel, die zelf onze smarten ondergaan hebt; ja, door uw bloed zijn wij genezen. Isaius LTII, 1.
183
L
184 Yerzuch tingen
6 Jesus, Gij ware Samaritaan ! giet olie en wijn in mijne wonden, en genees mijne ziel; want ik heb gezondigd togen U. Vs. XIj, 1.
6 Jesus, Gij onschuldig lam, dat voor mij ter dood is geleid : zuiver mijn harte; want Gij zijt het, die wegneemt de zonden der wereld. Joan. 1, 21).
Jesus, onze Jiechter.
o Jesus, Gij rechter, die zult verschijnen om te oordeelen de leven-; den en de dooclen : treed toch met | uwen dienaar niet iu 't gerecht. I's. CXLIT, 9.
ó Jesus, mijne gerechtigheid ! ant-'1 woord voor mij ; want ik kan niet !| één op duizend vragen beantwoorden. Job. XI, 3.
6 Jesus, Gij grondoorzaak mijner hope ! plaats mij ter rechterzijde on-
I
tot Jesus. 185 ;
dor uwo Echapcn, en ik zal voor i liet kwaad gerucht niet schroonien. j Ps. CXI, 7.
Jesus, onze Verheerlijlcer.
6 Jesus, Gij mijn erfschat en mijn deel in het land der levenden; geef mij mijne erfenis weder. Ps. XV, 5.
6 Jesus, Gij mijn overgroot loon! voer mij in de goederen des Heeren binnen, welke Gij hebt toebereid ; voor hen, die U beminnen. I. Cor. ' II, 2.
ó Jesus, mijn leven, mijne opstanding en mijn heil, ik begeer ontbonden te worden, en met U te zijn ; want wat toch heb ik op aarde, of in den hemel buiten U ?Ps. L X 11, 25.
L IT ANIE
van den
H. Anlonius van Padua,
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm IJ onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
ChristuH, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God, H. Geest, ontferm TJ onzer.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.
H. Maria, moeder en beschermster
Litauie van den II. Antonius, 187
vau den heiligen Antonius, bid voor ons.
H. ïVanciscus, vader en onderrichter van den H. Antonius, II. Atonius van 1'adua,
Zalige vrucht van Spanje,
Kieuw licht van Italië,
Beschermer en luister van Padua,
Apostel van quot;Frankrijk,
Xavolger van den H. Franciscus, Kostelijke parel der armoede,
Ti el ie van zuiverheid, IClaarschijnend licht van gehoorzaamheid.
Spiegel van boetvaardigheid.
Boos van verduldigheid.
Blakende van liefde,
Zuiver vat van heiligheid,
Pilaar der heilige Kerk, Verkondiger der genade.
Uitroeier der zonden.
td
188 Litanie van den
Vertreder der wereld, bid voor ons. Verheft or van Gods glorie, Ootmoedige verberger der wijsheid,
Leeraar der waarheid,
Uliiikende ster der Serafijusche
orde, j-j
Ark des vei bonds.
Bazuin van den Allerlioogste, g Verdediger des geloofs van het ^ 1] lioogwaardig Sacramcnt, o 1
Brandende naar de martelaars- ^
kroon, § ;
G-eesel der ketters,
Schrik der ongeloovigen.
Roede der dwingelanden.
Ijverige liefhebber van Gods huis,
IJveraar der zielen,
Wonderbare mirakeldoener.
Patróón in verlorene zaken,
Toevlucht der armen,
=30
H. Antonius van i'adua. 189
Gezondheid der zieken, bid Toor ons. Vertrooster der bedrukten,
Hof van deugden.
Kenner der harten.
Voorzegger Tan toekomende din- ^ gen, 5;
Verwekker der dooden, -1
# O
Schrik der duivels, J3
Navolger der Patriarchen en o Profeten, ?
Afbeeldsel der Apostelen, Uitstekende onder de Leeraren, Luister der Heiligen,
Getrouwe beschermer en voorspreker van die u aanroepen, Jesus, wees genadig, spaar ons. Heer Jesus, wees genadig, verhoor ons Heer !
Van alle kwaad, verlos ons, Heer' Van alle zonden, verlos ons, Hoer Van de macht en listen des duivels verlos ons. Heer !
13
190 Litanie van den
Van pest, hongersnood en oorlog,
verlos ons. Heer !
Van den eeuwigen dood,
Door de verdiensten van den
heiligen Antonina,
Door zijne brandende liefde. ^ Door zijnen grooten ijver tot be- 5 keering der zondaren, §*
Door zijne vurige begeerte tot o
het martelaarschap,
Door het standvastig onderhou- g den zijner beloften van gehoor- o zaamheid, armoede en zuiver- quot; heid.
Door zijnen onvertnoeideu arbeid, Door de zeldzame verscheidenheid en menigte zijner mirakelen,
In den dag des oordeels. Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij ons tot een waarachtig leed-
H. Antomus van Padua. 101
wezen over onze zonden wilt brengen, wij bidden TJ, verhoor ons 1 Dat Gij het vuur der goddelijke liefde in onze harten wilt ontsteken,
Dat G-ij ons deelachtig wilt maken__,
aan de verdiensten en voor- ^ spraak van den H. Antonius, --Dat Gij dit land onder de be- g scherming van den H. Anto- g nius wilt stellen en behouden, ^ Dat Gij aan degenen, die tot den quot; H. Aatonius hunne toevlucht lt;= nemen, gezondheid naar ziel oquot; en lichaam wilt verleenen, S Dat wij door do verdiensten en § voorspraak van den H. Auto- quot; n nius, in alle deugden mogen ü voortgaan,
Dat Gij allo dienaars van den heiligen Antonius in alios mot uwen zegen wilt voorkomen,
r
192 Litanie van den
Dat CHj TJ verwaardigt ons te ver-hooren, wij bidden U, verhoor ons 1 Jesus Christus, Zoon van den levenden God, wij bidden U, verhoor ons !
Lam Grods, dat wegneemt de zonden
der wereld, spaar ons. Heer. Lam Gods, dat wegneemt do zonden
der wereld, verhoor ons. Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, ontferm tl onzer. Christus, hoor ons i Christus, verhoor ons !
Heer, ontferm TJ onzer!
Onze Vader, enz.
Laat ons bidden.
O Heer Jesus Christus, die op den goeden vrijdag, omtrent het zesde uur.
..............................â |
op het altaar uws allerheilig- ,
II. Antonius van Padua. 193
sten krtriaes hebt willen verheven worden, en omtrent liet negende uur uwen geest hebt gegeven in de han-ll den van uwen hemelschen Vader, wij bidden U, door uwe verdiensten, en door de voorspraak van den heiligen Antonius, wiens ziel ook op eenen vrijdag afscheid heeft genomen van deze wereld, en wiens lichaam ten derden dage begraven is geworden, dat wij de vruchten uwer verlossing, onze zaligmaking, door de voorspraak van denzelfden beschermer, in ons gedurig mogen gewaar worden : die met den Vader en den heiligen Geest leeft en heerscht, in alle eeuwen. Amen.
O zachtmoedige en goedertierenste Jesus, die uwen belijder, den heiligen Antonius, door menigvuldige wonderen de wereld door vermaard maakt, verleen ons genadig, dat wij.
194 Lit. van den H. Autonius.
hetgeen wij met Tci'trüuwea door zijne verdiensten verzoeken, door zijne voorspraak mogen bekomen; die ; leeft en heerseht, met God den Vader, in de eenheid dea heiligen Gees-tes, in allo eeuwen der eeuwen. Amen.
l
v-vgt;v
L I T A N I E VAN DE HEILIGE ENGELEN.
Voor den Woensdag,
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm à onzer.
Heer, ontferm U onzer Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons. God, hemelsehe Vader, ontferm TJ onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld,
ontferm U onzer.
God, heilige Geest, ontf. U onzer. Heilige Drievuldigheid, één God,
ontferm U onzer.
Heilige Maria, zonder vlek ontvangen, bid voor ons.
Heilige Moedor Gods, bid voor ons.
'I.itmiio van de
Heilige Maagd der Maagden, bill
voor ons.
H. Michaël, Prina Tan hethemel-
sche heer,
!)h' in den hemel eenen grooten strijd tegen den draak uitgestaan hebt,
Die den draak met zijne afgevallene Engelen uit den hemel gestooten hebt, ö
II. Gabriel, die aan Daniël god- ^ delijkc gezichten geopenbaard o hebt, °
Die aan Zacliarias de geboorte § en bediening zijns Zoons Jo- quot; amies, voorzegd hebt,
Die van God tot Maria, in Nazareth gezonden zijt, om do menschwording des Woords aan le kondigen,
H. Raphael, een der zeven Geesten, die voor den Heer staan.
1%
heilige Engelen. 197
Die nla reisgezel den jongen ïobias op zijnen weg zoo getrouwelijk geleid liebt, bid voor ons.
Die Tan Sara den duiyel verdreven hebt,
Die den ouden ïobias het gezicht
hebt wedergegeven,
Ueilige Engelen,
Die om Gods hoogen en ver- td heven troon staat, ^
Die Qode gedurig heilig, heilig, ^ heilig toezingt, quot;
Gij, die de duisternissen van g onze harteu weert, en dezelven quot; verlicht,
Jgt;ie de goddelijke dingen den
incnschon aankondigt.
Die van God bevel ontvangen hebt, om over de menschen te waken, en hen te bewaren. Die altijd ziet het aanschijn des Vaders, dio in do hemelen is,
198 Litanie van do
Die u verheugt over eenen zondaar, die boetvaardigheid doet, bid voor ons.
Gij, dienstbare Geesten, die afgezonden wordt ten dienste der-genen die de erfenis der zaligheid zullen bekomen,
Die het volk van Sodoma met
blindheid geslagen hebt, g
Die Loth met de zijnen uit So- ^ doma, uit het midden der god- o deloozen geleid hebt, ^
Die langs den ladder van Jacob §
scheent op en af te klimmen.
Die, de huizen der Israëlieten voorbijgaande, al de eerstgeborenen der Egyptenaren verslagen hebt.
Die liet volk van Israël uit Egypte, door de roode zee en de woestijn, in het beloofde land geleid hebt,
=3z=^l==^c==znz===3r==^-J-3=3C
heilige Engelen. 14J9
].)ie aau Mozes Gods wet beschikt hebt, bid voor ous.
1 Die Josef gerust gesteld en vermaand hebt, om Maria zijne vrouw tot zich te nemen, Die den Heidenen de geboorte van Christus verkondigd hebt, Die, in de gedaante van Gods Zoon U verheugende, gezongen hebt : Eere zij God in don W allerhoogste, en op aarde vrede ^ den menschen van goeden o wille,
Die Josef gewaarschuwd hebt, § ! dat hij, met het kind Jesus * en zijne Moeder naar Egypte zoude vluchten,
Die Christus in de woestijn gediend hebt,
Die Lazarus in den schoot van
Abraham gedragen hebt, Die Christus versterkt hebt, toon
200 Litanie vau de
hij in zijnen doodstrijd was, voor ons.
Die met een sneeuwwit kleed, aan het graf van Christus zittende, zijne verrijzenis aan de vrouwen verkondigd hebt, Die u den Apostelen vertoond hebt, toen Christus ten hemel opvoer,
Die Christus, als hij ten oordeel komen zal, met het kruis zult voorgaan.
Die op het einde der eeuwen de uitverkoornen bijeen vergaderen zult.
Die de boozen uit liet midden der rechtvaardigen zult afzonderen, Die den Heer de gebeden van die
hem bidden opdraagt.
Die de stervenden bijstaat. Die door Gods kracht wonderen werkt.
heilige Engelen. 201
Die over koninkrijken en landschappen gesteld zijt, bid voor ons. Die de heerlegers der vijanden td dikwijls verstrooid hebt, ^
Die Gods dienaren meermalen g uit kerkers en andere gevaren ° verlost hebt, §
Dip de Martelaars in hunne fol- '
teringen vertroost hebt.
Alle heilige orden der gelukzalige Geesten,
Van alle gevaren, verlos ons. Heer,
door uwe heilige Engelen.
Van de listen des duivels, verlos ons Heer, door uwe heilige Engelen, Van alle ketterij en scheuring, verlos ons Heer, door uwe heilige Engelen.
Van pest, oorlog en hongersnood, verlos ons Heer, door uwe heilige Engelen,
Van eenen haastigen en onverwach-
202 Litanie van do
ten dood, verlos ons Heer, door uwe heilige Engelen. Wij zondaars, wij bidden U, hoor ons.
Door uwe heilige Engelen, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij ons wilt sparen.
Dat Gij ons wilt genadig zijn, Dit Gij onze zonden wilt verge- ^ ven, £
Dat Gij uwe Kerk wilt bestieren ^ en bewaren, p
Dat Gij aan alle Christen Vors-ten vrede en eendracht gelieft ^ te verleenen, ^
Dat Gij de vruchten der aarde c wilt geven en bewaren, 0
Dat Gij aan alle overledene ge- p loovigen de eeuwige rust gelieft te geven.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Heer.
H. Engelen. 203
Lam Gorls, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Heer.
Lam (rods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm IJ onzer.
Hoer, ontferm TJ onzer.
Onze Vader, enz.
T. En le'd ons niet in beltorlng.
A. Maar verlos ons van den kwade.
T. Looft den Heer, gij alle zijne Engelen.
A. Die machtig van krachten zijt, zijn bevel doende, om do stem zijner woorden te hooren.
V. Looft den Heer, alle zijne heerscharen.
A. En zijne dienaars, die zijnen wil doen.
V. Hij heeft zijne Engelen geboden.
A. Dat zij u bewaren zouden op alle uwe wegen.
v. De Engel des Heeren zal zich
-II--n:
204 Gebeden tot de
stellen, roadoin degenen die hem vreezen.
v. En hij zal ze verlosjon. v. In het aanschouwen der Engelen zal ik U, mijnen God, lofzingen. A. Ik zal U aanbidden in uwen heiligen tempel, en ik zal uwen naam belijden. Heer.
V, Heer ! verhoor mijn gebed. A. En mijn geroep kome tot U.
Gebed.
O God, die met eene wonderlijke orde de dienst der Engelen en der menschen schikt : verleen genadiglijk, dat ons leven op de aarde beschermd worde door degenen, die altijd, om U te dienen, voor U staan in den hemel; door Jesus Christus, onzen Heer.
Gebed tot den H. Engel-bewaarder, O gij allergetrouwste, mij door
heilige Engelen. 205
God ten beschermer gegeven leidsman, mijn helper, mijn gids en mijn steun, die nimmer van mijne zijde wijkt : welken dank zal ik u betuigen voor uwe trouw en liefde en voor de talloos mij bewezen weldaden ? Wanneer ik slaap, dan waakt gij over mij ; in mijne treurigheid, beurt gij mij op; in mijne zwakte, versterkt gij mij; wanneer ik gevaar loop, zoo redt gij mij ; van zonde houdt gij mij terug ; tot het goede zet gij mij aan ; ben ik gevallen, zoo vermaant gij mij tot boete, en verzoent mij weder met God. Lang reecis ware ik ten verderve gekomen, zoo gij den goddelijken toorn niet van mij hadt afgewend. Ik bid U, o wil mij toch nimmer verlaten ; troost ' mij in 's levens wederwaardigheden; ;i matig en beteugel mij bij het genot van den voorspoed; beschut mij in i . â ^ H
200 Gebedeu tot do
ij gevaren ; oncleratenn mij iu do bekoring, opdat ik er niet in bo-; zwijke. Mijne zuchten en beden, al i mijne goede werken breng ik door u voor het aanschijn Gods ; o, maak dat ik in staat van genade uit dit leven scheide en de eeuwige zaligheid verwerve. A UK1 li.
Ontboezemingen
van den H. Carolus Eorromeus, tot den heiligen Engelbewaarder, ter verwerving van eenen zaligen dood.
1. In den naam der allerheiligste Drievuldigheid ; des Vaders, en des Zoons, en des heiligen Geestes. Tk, j armzalige ellendige zondaar, verklaar voor u, mijnen dierbaren, mij door God toegesehikten Schuts-' engel, dat ik in het eenig geloof' verlang te sterven, hetwelk de heilige, roomsche en apostolische Kerk
V
heilige Engelen. 207
aankleeft en belijdt, waarin alle Hei- li ligen des Nieuwen Verbonds zijn afgestorven, en waarbuiten geene zaligheid bestaat.
2. Ook verklaar ik, o Engel Gods, dat ik onder uwe heilige hoede en beseherming uit dit leven verlang te scheiden, met de onwrikbare hoop i op de verwerving der goddelijke barmhartigheid, ongeacht de menig- ' ï te en de grootheid mijner zonden ; r naardien ik vastelijk geloof, dat 1 een enkele druppel van het over-kostbaar Eloed mijns Heeren Jesus j7 Christus genoegzaam is, om niet slechts mijne, maar al de zonden der geheele wereld uit te wisschen. j
3. Evenzeer verklaar ik, o heilige ï] Engel, dat ik uit den grond mijns 1 harten begeer, aan de verdiensten van Jesus Christus, en aan zijne liefde en ontferming deelachtig te
208 Gebeden tot de
worden, welken hij zelfs den groot-aten zondaar niet ontzegt, wanneer deze slechta een waar berouw en leedwezen met echte boetvaardigheid vereenigt. O, dat ik toch mijnen God, dien ik boven alles bemin en steeds meer en meer wensch te beminnen, nooit belee-digd hadde! Ik heb er innig berouw over, on van ganscher harte vergeef ik allen, die mij ooit belee-digden; en, ten einde al mijne schuld uit te delgen, zoo doe ik ze in het liefdevol hart mijns Zaligmakers, Jesus Christus, ter alge-heolo vernietiging overgaan.
4. Voorts verklaar ik, mijn Schutsengel, God te smeeken, dat zijne oneindigs liefde mij onder do scharen van hen moge opnemen, welke hij van eeuwigheid tot uitverkorenen en erfgenamen der hemelsche
heilige Engelen. 209
glorie bestemd heeft; uit smachtend verlangen naar den hemel, hen ik bereid, niet slechts alle lijden dezes jammer vollen levens gelaten en moedig te dragen, maar ook alle smarten des vagevuurs tot den jongsten dag toe onderworpen door te staan, wanneer ik slechts eenmaal door de oneindige barmhartigheid Gods de eeuwige zaligheid mag verwerven.
5. Eindelijk verklaar ik ook nog voor u, mijn trouwe Beschermengel, dat ik u tot uitvoerder van mijnen laatsten wil begeere en instelle. Drieërlei genade bid ik u, van G od voor mij te verwerven : vooreerst, dat ik dit leven niet eindige, alvorens met al de heilige Sacramen-ji ten der Kerk naar behooren voorzien te wezen ; â ten tweede, dat ik van de veelvuldige smartelijke verzuchtingen, welke Jesus Christus,
210 Gebeden tot de
hangende aan het kruis, slaakte, slechts ééne enkele deelachtig moge worden; opdat in mijn stervensuur de bittere droefheid ran mijn gemoed daardoor gelenigd moge worden, cn do allerteedcrstc Moeder des Heeren mij begenadigo met een enkelen dier blikken, waarmee zij, de Vrouw van smarte, onder het kruishout staande, naar het aanschijn haars beminden Zoons, in zijnen doodstrijd, nog opzag ; en mij zoo eene plaats bereid worde onder het getal van hen, die door hare moederlijke voorspraak en bescherming, ten dage des oordeels, de eeuwige zaligheid zullen verwerven ; â ton derde, eindelijk, bid ik u, dat gij, mijn trouwe Engel bewaarder, mij vooral in dat oogenblik zult willen bijstaan, wanneer mijne ziel van het lichaam scheiden gaat, en
H. Engelen. 211
dat gij mij verzoenend tot den Rechter heen moogt voeren, wiens vaderlijk hart aan het kruis voor de zaligheid der zondaren in zoo vurige liefde blaakte. Laat mijne ziel, o minnelijkste Engel-bewaarder, u op het teederst aanbevolen zijn, en geef gij haar, van de banden des stofs bevrijd, terug in de handen haars Scheppers en Verlossers, teneinde zij Hem, met u en allo Heiligen, in do vreugde des hemels erkennen, volkomen beminnen, en algeheel in eeuwigheid genieten moge. Amen.
Oâ^gt;-0
LITANIE
VAN
DEN HEILIGEN JOZEF. I
Heer, ontferm TJ onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm ü onzer.
Jesus, hoor ons.
Jesus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm TJ onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld,
ontferm U onzer.
God, heilige Geest, ontferm TJ onzer. Heilige Hrievuldiglieid, één God,
ontferm U onzer.
H. Maria, bid voor ons.
Litanie van deu H. Josef. 21
H. Moeder Gods, bid voor ons. H. Maagd der maagden, H. Jozef,
Beschermer van Jesus, Bruidegom van Maria,
Man naar Gods hart.
Trouwe en wijze dienaar. Bewaarder der zuiverheid van
Maria,
Medehulp van Maria,
Leidsman en troost van Maria, Die, om Maria, met liijzondere
genaden begunstigd zijt. Allerzuiverste in reinheid. Allernederigste in ootmoed. Allervurigste in liefde, Allerverhevenste in beschouwing, Die door den H. Gc.-st zeiven
rechtvaardig zijt verklaar.1. Die in de goddelijke verborgenheden boven alle anderen verlicht zijt geweest.
214 Litanie van
Die door den engel in het geheim der menschwording onderwezen zijt, bid voor ons.
Die met Maria, uwe bruid, naar
Bethlehem zijt gereisd.
Die, in de herberg geene plaats vindende, in eenen stal zijt gaan vernachten,
Die waardig geacht zijt bij Chris- g tus te wezen, toon Hij geboren ^ en in eene krib gelegd werd, c Die, toen Christus besneden werd, n zijnen naam Jesus genoemd c !â hebt,
Die met Maria het kind Jesus in
den tempel hebt opgeofferd, Die, op het woord van den Engel met Jesus en zijne Moeder li naar Egypte zijt gevlucht. Die, na den dood van Herodes, met Jesus en zijne Moeder naar het land van Israël
den H. Jozef. 215
zijt wedergekeerd, bid voor ons. Die het kind Jesus, dat te Jerusalem gebleven was, met Maria, zijne Moeder, vol droef- ^ beid gezocht hebt, ^
Die Hom na drie dagen met blijd- ^ schap gevonden hebt, zittende o in 't midden der wetgeleerden, o Aan wie de Heer der heeren op de p
aarde onderdanig is geweest. Wiens lof in het Evangelie vermeld wordt.
Onze voorspreker,hoor ons, H. Jozef, fj Onze beschermer, verhoor ons, H. Jozef.
In al onzen nood, heipons, H. Jozef. In al onze benauwdheden, help ons, ' ' H. Jozef.
In het uur onzes doods, help ons,
H. Jozef.
Door uwe allerzuiverste trouw, help ons, H. Jozef.
216 Litanie van
Door uwe Taderlijke zorg en teeder-heid, help ons, H. Jozef.
Door al uwen arbeid en zweet, help ona, H. Jozef.
Door al uwe deugden, help ons, 11. jf Jozef.
Door al uwe verdiensten, help ons. H. Jozef.
Door uw eeuwig geluk, hein ons, H. Jozef.
Wij, die u a!s beschermer aanroepen, wij bidden u, verhoor ons.
Dat gij Jesus de vergiilenis onzer ri i' zonden wilt vragen, ^
H Dat gij ons steeds aan Jesus en 5;
Maria gelieft te bevelen,
I Dat gij voor alle maagden en on- E gehuwden (ie gaven van zuiver- 'lt; heid wilt verwerven, 5.
Dat gij voor de gehuwden eene § onbevlekte trouw en heilige 2 ernnraehi wilt verkrijgen, 5
den H. Jozef. 217
Uat gij voor alle vergaderingen eeue volmaakte liefde ou overeenstemming wilt verwerven, wij bidden n, verhoor ons.
Dat gij de vaders der huisgezinnen in het christelijk opvoeden hunner kinderen wilt behulp-zaara zijn, t~:'
Dat gij alle oversten in het be- 2^ stuur der hun toevertrouwden g' wilt behulpzaam zijn,
Dat gij allo vergaderingen, die u bijzonder zijn toegedaan, wilt lt; begunstigen, 3-
D.it gij allen, die op uwe hulp o vertrouwen, altijd en overal 0 wilt beschermen, §
Dat gij alle geloovige zielen door
uwe voorbede wilt helpen, Beschermer van Jesus,
Bruidegom van Maria,
H. Jozef,
( 218 Litanie van
:
Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, spaar ons, Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, ontferm U onzer. Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm IJ onzer.
Heer, ontferm TJ onzer.
Onze Vader, enz.
Laat ons bidden.
Wij bidden U, o Heer, dat wij door de verdiensten van den Bruidegom uwer allerheiligste Moeder geholpen mogen worden, opdat wij door zijne voorspraak verkrijgen, hetgeen wij door ons zeiven niet kunnen bekomen. Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen.
den H. Jozef. 219
' I
Gebed om den H. Jozef tot patroon te n verkiezen en zich onder zijne bescherming te stellen.
Groote Heilige ! ik verkies u heden voor al den tijd mijns leveus, u ; tot eenen bijzonderen patroon, mees- j ij ter, leidsman en bestierder van mijne |j
I ziel en mijn lichaam, van mijne ge- j v dachten, woorden en werken, van r ü mijne begeerten en genegenheden, i.
II van mijne eer en goederen, van mijn i ] leven en mijnen dood, en ik neem | jj vastelijk voor, u nooit meer te ver- f
laten, maar uwen heiligen Naam te t || verheften; en uwe eer, zooveel moge- ij j] lijk, te bevorderen. Ik bid u vurig, i dat gij mij als uwen eeuwigen die-H naar wilt ontvangen. Help mij in al |i mijne werken, en verlaat mij niet in het uur des doods.
Gebuden tot
GEBED TÃT DEN H. JOZEF,
Opgesteld door Z. 1£. Paus Leo X[II, in zijne Jlncijcliek tan 15 Aug. 1889.
Tot U, gelukzalige Jozef, nomen wij onze tosvlucht in onzen nood, en na de hulp uwer allerheiligste Bruid te hebben ingeroepen, smeeken wij met vertrouwen ook uwe beacher-ming af. Door dio liefde welke u aan de onbevlekte Maagd en Hoeder Gods verbonden heeft, en door die minne, waarmede gij het kind Jesua zoo vaderlijk verzorgd hebt, bidden wij u ootmoedig, dat gij op het erfdeel 'twelk Jesus Christus door zijn bloed verworven heeft, goedgunstig nederziet, en onze noodwendigheden met uwe macht en uwen bijstand te hulpe komt.
ücseherm, o allerzorgzaamste Bewaarder der goddelijke Familie, het
220
den H. Jozef. 221
uitgelezen kroost van Jesua-Christus, verwijder van ons, liefderijkste Vader, alle besmetting van dwaalleer en zedobederf; sta ons genadig van uit den hemel bij in dezen strijd met
Ide macht der duisternissen, gij, onzo allersterkste Behoeder ; en gelijk gij eertijds het Kind Jesus uit het grootste levensgevaar gered hebt, zoo verdedig thans Gods heilige Kerk tegen de vijandelijke hinderlagen en allen rampspoed: bescherm een ieder onzer met uwen voortdurenden bijstand, opiatwij naar uw voorbeelden doorde macht der duisternissen, gij, onzo allersterkste Behoeder ; en gelijk gij eertijds het Kind Jesus uit het grootste levensgevaar gered hebt, zoo verdedig thans Gods heilige Kerk tegen de vijandelijke hinderlagen en allen rampspoed: bescherm een ieder onzer met uwen voortdurenden bijstand, opiatwij naar uw voorbeelden door
!uwe hulp gesteund, heilig leven, godvruchtig afsterven, en de eeuwigdurende gelukzaligheid in den hemel verwerven mogen. Amen.uwe hulp gesteund, heilig leven, godvruchtig afsterven, en de eeuwigdurende gelukzaligheid in den hemel verwerven mogen. Amen.
Concordat cum originali f Fr. A. H. BOERMANS, Bisschop van Roer ma ml. llunemundtc, 4 Sept. 1889.
15
222 Litanie van het
LITANIE |
VAN HET ALLERH. SACRAMENT.
I
--r
Voor den DoxcUrdan.
Hoer, onlferm IT onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
JTemelache Vader, waarachtig God.
ontferm U onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld,
ontferm U onzer.
Heilige Geest, waarachtig God, ontferm XJ onzer.
Heilige Drievuldigheid, één God,
ontferm XJ onzer.
Levend brood, dat uit don hemel gedaald zijt, ontferm U onzer.
allerh. Sacrament. 223
Eeuwig woord Gods, menach geworden, en onder ons wonende, ontferm U onzer.
Verborgen God en Zaligmaker, bedekt onder zichtbare gedaanten. Tarwe der uitverkoornen.
Wijn, die maagden voortbrengt.
Voedzaam brood en vermaak der O i ⢠P
koningen, zt,
Schild der sterkte tegen alle be- g
koringen, tl
. . lt;quot;1 Geestelijk hulpmiddel voor alle ^
zonden en krankheden, p
Onuitputbare schat van genade, ^ Altijddurendo offerande.
Zuivere opdracht.
Lam zonder vlekken.
Allerzuiverste maaltijd.
Spijs der Engelen,
Verborgen hcmelsch brood. Gedachtenis van Gods wonderheden,
224 Litanie van het
Boveimatuurlijk brood, ontferm
onzer.
Heilig slachtoffer,
Kelk des heils.
Geheim des geloofs, Hoogwaardig en nitmuntend Sacrament,
Allerheiligste o/Terande, Zoenoffer voor levenden en doo-den.
Wonder van Gods wonderen. Allerheiligste gedachtenis van het
lijden des Heeren,
Geschenk, dat alle volheid te
boven gaat.
Voortreffelijk gedenktceken dor
goddelijke liefde.
Overvloeiende bron van Gods
milddadigheid,
Overheiligen wonderlijk geheim, Krachtige spijs der onsterfelijkheid.
allcrli. Sacrament. 225
Aanbiddelijk en levendmakend Sacrament, ontferm U onzer. Brood, dat door de almogendheid des woords zijt vleesch geworden.
Onbloedige offerande,
Allerzoetste maaltijd, waarbij de Engelen tegenwoordig zijn en O dienen, ^
Teeken van genade, ?
.Band van liefde,
Opperpriester, die zelf de offer-ando zijt, S
rs
Geestelijke zoetheid, die in ha-ren eigen oorsprong gesmaakt wordt.
Verkwikking der heilige zielen. Teerspijs dergenen, die in den
Heer sterven.
Pand der toekomende zaligheid, Wees genadig, spaar ons, Heer. Wees genadig, verhoor ons. Heer.
31;
220 Litanie van liet
Van het onwaardig nuttigen uws Lichaains cn Bloeds, verlos onn, lieer.
Van de begeerlijklieden des vlee-sches,
Van do begeerlijkheid der oogen, Van de hoovaardij des levens, Van alle ketterij, ongeloovigheid
eu verblindheid des harten, H. Aran alle oneerbiedigheid en mis- S bruik ten opzichte van dit hei- g lig Saerament,
Van alle zwakheden en zonden, M die do vruchten van dit heilig ^ Sacrament verminderen en beletten,
Van alle gelegenheden tot zonden, Door de groote begeerte die Gij gehad hebt, ora dit PaascHlam met uwe Leerlingen te eten. Door de diepa ootmoedigheid, waarmede Gij de voeten der
allerli, Saeramcnt. 227
Leerlingen gewasachen hobt, om lieu tot dezen maaltijd te bereiden, verlos ons, Heer.
])xgt;rdo onmeetbare liefde, waarmede Gij dit heilig Sacrament hebt ingesteld, ^
Djor do onuitsprekelijke goed- re lieid, waarmede Gij ons tot het oquot; nuttigen van uw heilig Lichaam 0 eu Bloed opwekt, S
Door uw dierbaar bloed, dat Gij ^ oas op het altaar hebt nagelaten, g Door de rijf wouden, die Gij in ⢠uw allerheiligste lichaam voor oas ontvangen hebt. Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons.
Dat het U believo, het geloof, do eerbiedigheid en de begeerte tot dit wonderlijk Sacrament in ons te vermeerdereu en te bewaren, wij bidden U, verhoor ons.
228 Litanie van het
Dat het U believe, ons door eene ware belijdenis onzer zonden tot het dikwijls nuttigen dezer geestelijke spijze te bereiden, wij bidden U, verhoor ons.
])at het U believe, de hemelsche vruchten van dit Sacrament in ^ ons mildelijk uit te storten, Dat wij door het nuttigen van ^ uw heilig Lichaam en Bloed ^ mogen blijven in TJ, en Gij in p ons, 5^
Dat wij alle boosheid en wereld- ^ scbe genegenheden verlaten, en ^ altijd in matigheid, rechtvaar- o digheid en godvruchtigheid 0 mogen leven, S
Dat het U believe, ons in de ure des doods met deze hemelsche teerspijs te versterken en te beschermer],
Zoon van God,
allerh. Sacrament. 229
Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, spaar ons, lieer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons. Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm IJ onzer. Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader, enz.
v. En leid ons niet in bekoring. A. Maar verlos ons van den kwade. Amen.
v. Heer', verhoor mijn gebed. a. En laat mijn geroep tot U komen.
GEBED.
o God, die ons onder dit wonderlijk Sacrament de gedachtenis uws lijdens hebt nagelaten : wij bidden U, geef dat wij de heilige geheimen van nw Lichaam en Eloed zoo eerbiedig eeren, dat wij de vrucht uwer verlossing gedurig in ons ge-
23U Geboden tot Jesus
waar worden, TJ, die met den Vader en den lieiligen Geest, leeft en heerscht, zij eer in allo eeuwigheid. Amen.
/ 'room gelei, waarvan de H. I-jnatins zich dilovijlt bediende.
Do ziel van Christus heilige mij. Het lichaam vau Ctiristus Torlosso mij.
Het bloed van Christus dreuke mij. Uet water van do zijde van Christus wassche mij.
Het lijden van Christus sterke mij. O liefderijke Jesus, verhoor mij. In uwe heilige wonden, verberg mij. Wil nimmermeer scheiden van mij. Tegen den boezen vijand, bescherm mij.
In mijn sterfuur, zoo roep mij. Din laat mij komen tot U,
En mot uwe Ileiligsn love ik U, In allo eeuwigheid. Amen.
in lie( II. Sacriuieut.
Godvruchtige uitbreiding van dit gebed.
])e ziel van Christus met alle ga-Tcn en genaden des heiligen Geestes verheerlijkt, heilige mij door eeu levendig Geloof, een vaste IToop en eeue volmaakte Liefde, die noch door aardsehe weder «ral rdigheden, noch door den dood zelfs kan worden te niet gedaan. O ziele, die tot het wezen van Christus steeds behoort, o wees door genaderijke ver-eeniging toch ook tevens mijner, en heilig mij met hemelsche gedachten en begeerten. Wees de ziel, hot leven mijner ziel, want zonder u is alle leven dooi.
Het lichaam va t Christus, niet slechts in den bitteren dood, maar ook ter heilvolle spijze mijner ziel, tot artsenij dor onsterfelijkheid cn tot
231
232 Gebeden tot Jesus
altijddurende offerande en spijs gegeven, ver losse mij. O gij, goddelijk hoofd, met alle schatten der wijsheid Gods vervuld, regeere mij. 0 gij tee-dere oogen, die zoo dikwerf tranen om mij hebt vergoten, aanschouwt mij. O gij, tong des Verlossers, waarop het woord des eeuwigen levens rust, leer mij. Gij, machtige handen door wier aanraking kranken genezen, blinden ziende, dooden ten leven opgewekt zijn geworden, neemt allo zwakte en krankte mijns li-chaams en mijner ziel weg; geneest mij van mijne blindheid, en geeft mij de genade terug. O gij, schoone voeten, die geheel de wereld verlossing bracht, en gij,vaderlijke knieën, waaraan voor gansch het menschdom vergiffenis te verwerven is, o moge ik ze met de boetvaardige Magdalena omvatten en kussen, en de verlos-
in hot Ef. Sacrament. 233 sing mijner zonden bij u vinden! O allerbeminnelijkste boezem, heilige zetel der Godheid, altaar der liefde ! o sluit, klem u vast aan mijne borst, en innig aan mijn hart, ontvlam het in uwe liefde, dan zal Christus mijn leven en het sterven mijn gewin zijn.
Ifet bloed van Christus, enkel te mijner liefde vergoten, drerike mij, ten einde mijne ziel niet dorste naar de bron der vergankelijke lusten en vreugde dezer wereld, maar opdat ik liefde met liefde vergalde, en eerder mijn bloed vergiete, dan u met éóae enkele zonde te belee-digen.
liet water der zijde van Christus, uit de open lans wond wegge vloten, wassche mij. Meer en meer worde ik er door gereinigd, ja geheel gezuiverd van mijne zonden, opdat ik zóó langs uwe heilige zijde den
234 Gebeden tot Jesus
doortocht vinde naar uw heilig hart, en er voor eeuwig rusten moge.
Het lijden van Christus, dat krach- i tig en moedvol lijden, dat al onze f zonden gedragen heeft, slerlce mij II
in alle wederwaardigheden des le- i
1
vens, en geve mij kracht, om smaad, w verachting en hoon voor mijnen li Heer Jesus Christus kloek en welgemoed te verdragen.
O liefderijke Jesus, bron en oor-sprong van allo goed, verhoor mij, |l ofschoon ik een groot zondaar ben ; ; want uwe onbeperkte goedheid verhoort toch do miedadigen ook.
In uive iconden, liet toevluchtsoord j van ellend'
: --31:
A-1--li p J'-E=J1-J
in hot H. Sacramcnt. 235
voilig wonen en uwe ontferming; o liefderijkste Jesus, prijzen in ecu- ( wigheid.
Ach, moje ijc nimmermeer, door hot veelvuldige en zware mijner misdaden, van If scheiden. Hierom bid ik U, door uwo allerheiligste wonden,door uw orcrkostbaarBlood, door uw allerbitterst lijdon en amp;tcr-von. Want van U geecheiden, zal ik het weldra moeten hooren : God heefthom verlaten ; vervolgt en grijpt hem, want er is niemand die hem redden kan. En zoo dan smeek ik andermaal tot ü, mijn Josus, o laat mij van U in eeuwigheid niet ge-scheidon worden.
Bescherm mij teqen den haozen vlj-and, die als een brullende leeuw omzwerft, en zoekt wion hij verslinden zal; dan toch kan mijn vijand
23G Gebeden tot Jesus .
zich niet beroemen, mij overweldigd te hebben.
In mijn slerjiiur, als alle sohep-! selen mij verlaten zullen, wanneer ik sidderend uit deze onbestendige wereld tot het huis dor eeuwigheid binnenga, zoo roep mij, als een uwer verloren schapen, dat zoo dikwerf uwe stem geen gehoor heeft verleend. Ja, roep mij, ofschoon ik den naam niet verdien van tot uwe kudde te belmoren ; uwe schapen volgen immers uwe stem. En toch, roep mij, niet om den wille mijner verdiensten, maar naar uwe goedheid; immers, wat belang zoudt Gij hebben bij mijn bloed, wanneer ik in 't verderf werd nedergestort ?
lïa laat mij komen tot U, mijn hoogste goed, voor welks bezit ik geschapen ben. Laat mij tot U komen, want Gij alleen zijt mij ge-
in het H. Sacrament. 237
noegzaam. Wat toch hob ik in den hemel, en wat toch zoek ik op aarde buiten U, o God van mijn hart en mijn deel, o God in eeuwigheid.
Dat ilc} mijn God, mijn Verlosser, uwe Heilig en, ofschoon hun gezelschap onwaardig, maar toch door uwe goedheid er bij toególa-ten ; Lr love in alle eeuwigheid. Amen,
Ach, wanneer zal ik komen, o Jesus, en verschijnen voor uw aan- ⢠gezicht ?
Heer ! verhoor mijn gebed.
En mijne roepstem dringe tot U door.
GEBED.
ó God ! Gij die voor uwe trouwe dienaren onzichtbare goederen bereid hebt; stort uwe liefde tot ons in 't hart, opdat wij U in alles en boven alles liefhebben, en uwer be-
238 Litanie van liet
lofteu, die allo begeerte verre te boven gaan, deelachtig worden mogen. 3)jor onzen Heer J es us Christus ; uwen Zoon, die met IJ en den heiligen Geest leeft en regeert, Gxl in eeuwigheid. Amen.
LITANIE
van het Lijden des Zaligmakers.
Voor den Vrijdag,
lieer, ontferm U onzer.
Cfiristus, ontferm U onrer.
lieer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons. God, hemelsehe Vader, ontferm U onzer.
ac--
lijdt'u dos Zuligmakors. 230
God Zoon, Verlosser der wereld,
ontferm U onzer.
God, heilige Geest,
lleilige Drievuldigheid, één Goi, Jesus, die nadat Gij den lofiang gezegd hadt, xiitgegaan zijt naar den Olijfberg om te bidden, Jesus, die door do lovende verbeelding van uw lijden be- O nauwd, begonnen hebt ver- à baasd en zeer beangst te wor- | den,
Jesus, die tot den dood toe be- o droef.1 zijnde, den Vader badt g dat hij den kelk zoude weg- 3 nemen, nochtans zoo, dat Gij niet wenschtet dat uw wil, maar die des Vaders geschieden zoude,
Josus, die ia uwen doodstrijd water en bloed zweetende, door een' engel versterkt zijt.
Jesus, die door Judas verkocht
verraden zijt, ontferm U onzer Jesus, die in den liof der Olijven voor ons in uw gebed, ter aarde gevallen zijt,
Jcsus, die in uwe benauwdheid water cn bloed gezweet hebt, Jesus, die van uwe vijanden gevangen en gebonden ziit,
Jesus, die van uwe leerlingen
verlaten zijt,
Jesus, die voor den rechterstoel van Annas en Gavphas gebracht zijt,
Jesus, die een' kaakslag op uwe gezegende wang hebt ontvangen.
Jesus, die door valschc getuigen
beschuldigd zijt,
Jesus, wiens oogen gebonden zijnde, in hot aangezicht met vuisten geslagen en bespogen zijt.
lijden des Zaligmakers. 241
Jesus, die door Petrus driemaal verloochend zijfc, ontferm IJ onzer. Jesus, die als een misdadiger gebonden naar Pilatus geleid zijt, Jesus, die naar Herodes en Tan hem als een' dwaas teruggezonden. zijt,
Jesus, die naast Barrahas gesteld,
en ter dood verwezen zijt, O Jesus, die om onze zonden on- ct, menschelijk gegeeseld, door- | priemd en doorwond zijt.
Jesus, die met doornen gekroond ^
quot;Ut. _ 1
Jesus, die ten spot met purper
bekleed zijt,
Jesus, die met een riet op uwe
doornenkroon geslagen zijt,
Jesus, die voor liet volk gebracht
en ter dood geëischt zijt,
â Teans, die Terwezen zijt om den dood des kruises te ondergaan,
242 Litanie van het
Jesup, die met uw kruis beladen, naar de plants des gerrchts gebracht zijt, ontferm U onzer. Jesus, die op den Calvarieberg van uwe kleed eren ontbloot zijt, Jcsus, die aan bet kruis verheven en genageld zijt,
Josus, geheel doorwond voor
onze boosheden, O
Jesus, die uwen Vader voor uwe S;
v ij ar den gebeden hebt, g
Jcsus, die gelasterd en bespot ^ Zijt,
Josus, cie den boelenden moor- g decaar uw rijk beloofd hebt, [3 Jesus, die Joannes aan uwe Moeder tot eenen zoon gegeven hebt,
Jrsus, die uwe verlatenheid be-
Sklaagd hebt,klaagd hebt,
Jesus, die met gal en edik gc-laufd zijt.
CT D T âr--01=3
lijdea des Zaligmaker?. 243
Jesus, die gezegd hebt, dat de voorzeggingen uws lijdens volbracht waren, ontferm IJ onzer.
Jesus, die uwen geest in do handen uwa Vaders bevolen hebt, Jesus, die uit gehoorzaamheid met nedergebogeu hoofde ge- O storven zijt, g,
Jesus, wiens geregende zijdo met g cene lans doorstoken is, ^
Jesus die van het kruis geno- ^ men en in een nienw graf ge- g leg! zijt, 3
Jesus, Rechter der mcnschen, die hun de vruchten, die zij van uwen dood en lijden ge-jj trokken hebben, afvragen zult,
Wees ons genad'g, hoor ons. Heer. Wees ons genadig, verhoor ons. Heer.
Van alle kwaad en zonden, verlos ons, Heer.
Litanie yan het
Van de eeuwige verdoemeuis, verlos ons, Heer.
Door do pijnen uwa lichoams en de droefheid uwer ziel, verlos ons, Heer.
Door uwen dorst, uwe tranen en naattheid, verlos ons. Heer.
Door uw dierbaar bloed, uw kruis en bitteren dood, verl. ons, Heer.
In den algemeenen dag des oordeels, verlos ons. Heer.
Wij zondaars, bidden U, verhoor ous.
Dat Gij onze zonden door eene waarachtige boetvaardigheid vergeven wilt, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij uwe heilige Kerk beschermen en vermeerderen wilt, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij ons de navolging uwer ootmoedigheid en liefde verleenen wilt, wij bidden TJ, verhoor ons.
Dat Gij ons van alle kwade gedach-
244
lijden des Zaligmakers. 245
ten, aanvechtingen des duivels, en eenen ongelukkigen dood bevrijden wilt, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij ons aan do wereld en ons zei ven leert versterven, wij bidden U, verhoor ons.
Dat wij mogen worden waarachtige minnaars van uw kruis, wij bidden ü, verhoor ons.
Dat wij in het goede volharden, en do hemelsche kroon verdienen mogen, wij bidden U, verh. ons.
Dat Crij U gewaardigt ons te verhoo-ren, wij bidden U, verhoor ons.
Lam Grods, dat wegneemt do zonden der wereld, spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons.. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt do zonden der wereld, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
246 Gebeden tot den
Christus, verhoor ons.
Onze Var7er, enz.
V. Heer! verhoor mijn gebed. R. En mijn geroep kome tot ü.
Gebed»
Heer Jcsus ! die Tan den echoot nws Vaders nit den liemel op do aarde gekomen zijt, en voor do verzoening onzer zonden en boosheden uw dierbaar bloed vergoten hebt : wij bidden U ootmoediglijk, dat wij in den dag des oordeels onder het gt tal der gelukzaligen mogen wezon U en uit uwen mond deze woorden hooren : komt, gezegenden mijns Va-dt rs ! he zit het koninkrijk des hemels, hetwelk u vein htt begin der wereld I hereid is.
6 God, die den standaard van het levendmakend kruis met liet bloed van uwen eenigen Zoon hebt
lijdenden Verlosser. 2i7
willen heilig maken : vergun tocb, dat degenen, die in de eer van dit kruis zich verblijden, ook door uwe bescherming overal verblijd mogen wezen ; docr denzelfden lieer Je.-us jj Christus, uwen Zo. n, die met U | leeft en hecrscht, in eenigheid met G-od den heiligen Geest, in de eeuwigheid der eeuwigheden. Amen.
Vijf verzuchtingen tot do vijf heilige Wonden.
ó Mogen Christus' wonden Eens, als ik word ontbonden, Mijn troost zijn in den dood.
)
h Moog, in den stervensnood, Dat vijftal heilige wonden Mij zuiveren van mijn zonden.
Uw handen, zijde en voeten, Wil ik met eerb:ed groeten, Nog bij den laatsten snik.
218 Tot dc vijf heilige Wonden.
In 't scheidensoogenblik Zal 't bloed, door U vergoten, Mijn zielekracht vergrooten ;
En in uw heilige wonden Verdwijnen dan mijn zonden, Zoodat ik, straks ontbonden. Voor een wig mij verblij In 's hemels cnglenrij.
=1E=:
LITANIE
tot het allerheiligste Hart van Jesus.
Voor den Zate rdag.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Oocl hemelsche Vader, ontferm U onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld,
ontferm U onzer.
God, heiligo Geest, ontferm U onzer.
Ileilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.
250 Litauie van hot
Hart van «J csus, Zoou van den eeuwigen Vader, oatferm U onzer. Hart van Jesus, Zoon van de Maagd Maria,
Hart van Jjsus, waardige woon-
pl iats van den H. Geest,
Hart van Jesus, schatkamer van do allerli. Drievuldigheid,
Hart van Jesus, roem en vreugd O 7 0 p
der Engelen, S,
Hart van Jesus, oneindig in g
majesteit,
Hart van Jjsus, voorwerp van H
alle liefde, ê
rs
Allerootmoedigste Uurt van Je- 5 sus,
Allerzuiverste Hart van Jcsus, Hart van Jesus, vol van zegen
en geuaclo,
Hart van Jesus, wellust van he
mei en aarde,
Hart var; Jesus, liclit van gelieel
allerli. Hart van Jesus. 251
de wereld, ontferm U onzer. Uart van Jesus, onoverwinbare
sterkte tegen on^e vijanden,
Uart van Jesus, bron van alle
rechtvaardigheid,
Hart van Jesus, oorsprong van alle goedheid en barmhartigheid,
Hart van Jesus, vol medelijden O
en teederheid, ^
Hart van Jesus, woonplaats van g
alle deugden.
Hart van Jesus, allen lof en ^
o
allo eer waardig, g
Hart van Jesus, aau hetwelk S
allo aanbidding toeltomt,
Hart vau Jesus, oneindige afgrond van alle hemolsclie given,
Uart van Jesus, zaligheid der-
genen, die op U hopen,
liart van Jesus, fontein der
252 Litanie vaa het
wateren die tcu eeuwigen leven
ontspringen, ontferm U onzer.
Hart Tan Jeaus, verzoeuiDg voor
onze zouden,
Hart Tan Jesus, troost van allo |
bedrukte liarten.
Hart van Jesus, hoop dergenen,
die in XJ sterven, (1
Hart van Jesus, ons leven en O
B
onze verrijzenis, n; i
Hart van Jesus, toevlucht van g alle zondaren,
⢠⢠j \ /
Hart van Jesus, met bitterheid '
o
voor ons vervuld, g
Hart van Jesus, met smaad voor
ons overladen.
Hart van Jesus, om onze boosheden doorwond.
Hart van Jesus, om onze zaligheid aan het kruis gestorven.
Hart van Jesus, met eene lans doorstoken.
allerh. Hart van Josus. 253
Hart van Jesus, levende, heilige en God behagende offerande, ont- j ferm U onzer.
Hart van Jesus, altaar, waarop de Heiligen geofferd worden, ontferm U onzer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, spaar ons, Jesus. Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, verhoor ons, Jesus. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer, ij Jesus.
v. O Koning der heerlijkheid, Gij
zult nooit versmaden.
E. Ken boetvaardig en vernederd hart.
Laat ons bidden.
Heer Jesus Christus, die aan uwe Heilige Kerk de onuitsprekelijke rijkdommen van uw Goddelijk Hart 17
254 Opdracht aan het allerh.
hebt willen kenbaar maken, geef, dat wij waardig worden aan de liefde van dit allerheiligste Hart te beant
woorden, en den smaad, dien de ondankbaarheid der menschen het aan- i doet, door waardige eerbewijzing mogen vergoeden. ])it vragen wij ü, die leeft en heerscht met God don Vader en den heiligen Geest, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Opdracht aan het allerheiligste Hart van Jesus.
Aanbiddelijk Hart van mijnen be-minnelijken Jesus ! zetel aller deugden, onuitputbare bron van genaden, wie heeft u kunnen overhalen om u voor mij tot den dood over te leveren, ofschoon gij voorzaagt, dat mijn hart voor u slechts hardvochtigheid en onverschilligheid zou over hebben ? Dit onbegrijpelijk be-
Hart van Jesus. 255
wijs uwer teedore liefde tot mij, zelfs toen ik u niet beminde, laat mij hopeft, dat gij do blijken zult aanvaarden, waarmede ik u in het ver- ' volg wil toonen, dat ik u bemin. Aanvaard dus, o aanbiddelijke Zaligmaker! mijn vurig verlangen om fj mij geheel en gansch aan de eer en ü glorie van uw heilig Hart toe te wijden. -Aanvaard de gift, die ik u doe, van al wat ik ben. Ik geef u [â mij zeiven, mijn leven, mijne gedach- ) ten, mijne werken, mijn lijden, l^e- | schik over mij naar uw believen, y Ontvang bijzonderlijk het'offer van ' mijn hart en van al mijne genegen- j heden, die ik in alles en altijd wil T gelijkvormig maken met de uwe. r Zuiver, o Goddelijke Jesus! en verslind mijne offerande door de heilige vlammen uwer liefde.
Nu ben ik dan gansch aan u, o
256 Opdracht aan het allerh.
mijn God; nu behoor ik dan voor altijd gansch en geheel aan uw Hart toe. God van majesteit, wat zijn uwe barmhartigheden groot voor eene ondankbare en misdadige ziel. Ei! wat ben ik, opdat liet u believe het offer aan te nemen van mijn hart, dat om zijne ongetrouwheden zoo weinig verdient u opgedragen te worden! Welaan dan! dewijl gij mijne offerande niet verstoot, voortaan zal mijn hart u alleen toebehooren. De schepselen zullen er geen deel meer aan hebben; en welke aanspraak zouden zij er op maken? Gij ' zijt mijn beminnelijke Jesus, mijn Vader, mijn Vriend, mijn Meester, mijn God en mijn Al; ik moet dus en ik wil niet meer leven dan voor u. Vj God mijns harten, ontvang dit offer, door het laagste der schepselen aan uw groot en Goddelijk Hart op-
Hart van Jesus. 257
gedragen, om mijne vorige ondankbaarheid en onrechtvaardigheid te herstellen, waardoor ik mij aan uwe minzame liefde onttrokken heb. Wanneer ik u mijn kart geef, geef ik ii zeer weinig, dat weet ik : maar ik geef u toch al, wat ik geven kan, en al, wat gij van mij verlangt.
Leer mij dan nu, mijn Goddelijke Meester! mij zeiven geheel en al vergeten, opdat ik aan u alleen den-ke; en daar ik in het vervolgallos voor u zal doen, maak dat al mijne werken u waardig wezen. Leer mij vooral de middelen kennen om tot uwe zuivere liefde te geraken, of liever geef mij die zuivere, teedere, vurige liefde tot u. Geef mij die diepe ootmoedigheid en die onveranderlijke liefde, zonder dewelke men u niet behagen kan; en beschik over mij, naar uwen heiligen wil.
-a:âxânrââarâilân: je âac
258 Litanie van de
voor den tijd en voor de eeuwig-lieid. Amen.
LITANIE VAX DE ALLERH. MAAGD EN MOEDERGODS
Vo or den Zaterdag.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm ü onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontf. U onz. God Zoon, Verlosser der wereld,
ontferm U onzer.
God, H. Geest, ontferm U onzer. Heilige Drievuldigheid, één God,
ontferm ü onzer.
Heilige Maria, bid voor ons.
: allerli. Maagd Maria. 259
Heilige Moeder Gods, bid voor ous. Heilige Maagd der maagden, Moeder vau Christus,
Moeder der goddelijke genade, Allerreinste moeder.
Allerzuiverste moeder, Ongeschondene moeder.
Onbevlekte moeder,
Zeer minnelijke moeder, W
Zeer wonderlijke moeder.
Moeder des Scheppers, o
Moeder des Zaligmakers, Allervoorzichtigste maagd, §
Eerwaardige maagd,
, Lofwaardige maagd,
Machtige maagd,
Goedertierene maagd,
Getrouwe maagd.
Spiegel der rechtvaardigheid.
Zetel der wijsheid.
Oorzaak onzer blijdschap.
Geestelijk vat.
OE
Ij 260 Litauie tot do
ij Verheven vat, bid voor ons.
Eerwaardig vat,
I, Uitmuntend vat van godsvrucht, ü Verborgene roos,
i Toren van David,
j Toren van ivoor,
j Huis van goud,
[| Arko des verbonds.
Peur des hemels,
? Morgenster, W
Behoudenis der kranten, ^
1 Toevlucht der zondaren, Toevlucht der zondaren, c
O
Troosteres der bedrukten, ^
Hulp der Christenen, §
Koningin dor Engelen,
Koningin der Patriarchen, Koningin der Profeten,
Koningin der Apostelen,
Koningin der Martelaren,
Koningin der Belijders,
Koningin der Maagden,
Koningin van alle Heiligen,
allerh. Maagd Maria. 201
Koningin onbevlekt ontvangen, bid
voor ons.
Koningin van den allerh. Rozenkrans, bid voor ous.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, spaar ons. Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, verboor ous. Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, ontferm U onzer. Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Onze Vader, enz.
v. En leid ons niet in bekoring. A. Maar verlos ons van het kwade, v. Heer, verhoor mijn gebed. A. En laat mijn geroep tot U komen.
G E B E D E N.
ó God van onuitsprekelijke genade, die TJ niet alleen gewaardigd hebt een mensch, maar ook een Zoon des
Gebeden tot de
menscheu te worden, en die eeue Vrouw tot uwe Moeder verkoren hebt op de aarde, daar Gij God tot uwen Vader hadt in den hemel: wij bidden U, vergun ons, dat wij hare nagedachtenis eerbiedig mogen houden, haar als uwe Moeder eereu, en aan hare uitmuntende waardigheid in ootmoed onderdanig zijn; die U van den heiligen Geest ontvangen heeft, die IJ als maagd gebaard heeft, en aan wien Gij zelve onderdanig waart : onzen Heer Jesus Christus ; die met den Vader en den heiligen Geest leeft en heerscht, als God in alle eeuwigheid. Amen.
Allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria, die van den hemelschen Vader tot de allerhoogste heerlijkheid boven al zijne Heiligen verheven zijt, zoo dat gij, naast God, de allermachtigste zijt in den hemel en
202
H
allerh. Maagd Maria. 203
op de aarde : wij bidden u, o Moeder, dat gij door de macht, die u van God gegeven is, ons wilt behulpzaam zijn, nu en bijzonder in het uur des doods : wil alsdan onze zwakheid versterken, en alle booze geesten van ons verdrijven, op-lat zij ons in geene opzichten krenken of beschadigen. Dit bidden wij u, door Jesus Christus, uwen lieven Zoon, onzen Heer. Amen.
Allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria, die van uwen goddelij-ken Zoon zonderling begaafd zijt met hemelsche wetenschap, en versierd met eene overvloedige heerlijkheid, door welke gij, klaarder dan iemand der Heiligen, aanschouwt de aller-hftiligste Drievuldigheid: wij bidden u ootmoedig, o heilige Moeder, door deze uwe uitmuntende wijsheid en goddelijke heerlijkheid, dat gij ons wilt bijstaan in het uur des doods, en
!
2(54 Gebeden tot de
in ons vermeerderen en bewaren bet licht van een levendig geloof, opdat ons alsdan geene duisternissen van ouwetendbeid of dwaling ontstellen. Dit bidden wij u, door Jesus Christus, uwen lieven Zoon, onzen lieer. Am.
Allerheiligste Maagd en Moeder Gods Mnria, in wien de H. Geest, die met den Vader en den Zoon één on waarachtig God is, overvloedig heeft gestort de zoetigheid zijner heilige liefde, door welke gij van God i alzoo bemind en begaafd zijt, dat er | naast God niemand gevonden wordt, i die barmhartiger, zachtmoediger of minrelijkcr is dan gij : wij bidden u, allergoedertierenste Moeder, dat gij, naar uwe barmhartigheid, ons wilt helpen in de ure des doods, en ons eene zoodanige zoetigheid der liefde van God verwerven wilt, die alle bitterheid des doods wegneemt, en den-
_u.__H_,1-â £-1--1--Jl--1-X-ü-jquot;!
allerh. Maagd Maria. 2G5
zeiven ons aangenaam maakt. â Dit bidden wij u, door Jesus Christus uwen lieven Zoon, onzen Heer. Am.
Eenige Gebeden tot de allerheiligste Maagd Maria.
Qehed van den H. A ugustinus.
ó Zalige maagd Maria ! wie vermag er u naar waarde voor te loven en te danken, dat gij, door de beaming van den groet des Engels, L de verloren wereld ter hulpe zijt gekomen? Welke lofspraak zal het armzalig menachdom u kunnen toebrengen, u, door wier bemiddeling het alleen de toenadering ter verzoening met God erlangde ? Neem alzoo onze dankbetuiging aan, al is zij ook nog zoo gebrekkig en uwer verdienste onwaardig. Hebt gij onze gebeden aangenomen, o vervferf ons dan, door uwe voorspraak, de ver-
ü
i
2GG Gebeden tot de
giifonis en kwijtschelding onzer schuld. Draag onze bede over in liet heiligdom der ontferming, en -j breng ons van daar het heilmiddel dor verzoening weder. Door n mogen wij verwerden, wat wij door u, vol vertrouwen, afsmeeken, en ons worde gegeven, wat wij door u van God verbidden. Aanvaard, wat wij op-dragen; schenk ons wat wij u af- i smeeken; spaar ons voor wat wij vreezen ; want gij zijt de onwrikbare hoop der zondaren; door u wachten wij op de vergiffenis onzer misdrij-, ven; op u, o allerheiligste Maagd, rust het oog des uitziens naar de eeuwige belooning. Heilige Maria ! sta den ellendige bij, help den moe-deloo^e, troost den schreiende, bid voor het volk, steun het priesterschap, bescherm de Godverloofde vrouwen ; laat allen uwe hulp weder-
allerh. Maagd Maria. 267
varen, allen die uwe heilige nagedachtenis vieren. Wees den smee- j kenden tot eene krachtige hulp in j l hun gebed, en verwerf allen de ge-wenschte verhooring. Neem steeds ter harte de voorbidding voor liet j volk bij God, gij, G-ezegende, die in ' uwen schoot hebt mogen dragen den Verlosser der wereld, Hem, die leeft en regeert, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
Gebed van den H Bernardus.
Door u werd ons de toenadering tot uwen Zoon verleend, o gij gezegende genadevindster, die het Leven hebt gebaard en die de Moeder des heils zijt, opdat Hij, die . door u ons is toegekomen, ook door u, ons opneme. Gij, onbevlekte Maagd, verzoen bij Hem de schuld onzer verdorvenheid, en uwe Qode
268 Gebeden tot do
gevallige deemoed verwerve de ver-: giffenis onzer ijdelheid en hoovaardij. | ])o volheid uwer liefde bedekke de menigte onzer zonden, en uwe glo-rievolle vruchtbaarheid schenke ons de vruchtbaarheid der verdienste. O gij, onze middelares, onze meesteres, onze voorspraak! beveel ons uwen Zoon, verzoen ons met uwen Zoon, en stel ons voor aan uwen Zoon. Verkrijg voor ons, o gezegende, door de genade die u ten deele viel, door de barmhartigheid, die uit u geboren is geworden, dat Hij, wien het behaagde, door uwe bemiddeling, aan onze aardsche zwakte en onze ellende deel te nemen, door uwe voorbede ons deelachtig gelieve te maken aan zijne eindelooze glorie en heerlijkheid, die boven alles is geprezen in eeuwigheid. Amen.
allorh. Maagd Maria. 2(39 Een ander Gebed.
Gedenk, o hooggezegende Maagd en Moeder Gods, dat nog niemand wie ook, die tot u zijne toevlucht genomen, u aangeroepen, of uwe voorspraak verzocht heeft, door u ooit is verlaten geworden. Door dit levendig vertrouwen bezield, o Maagd der maagden, heilige Maria, Moeder van den Heore Jesus Christus, neem ik mijne toevlucht tot u, ik nader, ik snel tot u, en, arme zondaar als ik ben, sta ik daar zuchtend en sidderend voor uw heilig oog. O gij, Meettor esse der wereld, gij die het eeuwig Woord ten leven hebt gebaard : o wil mijn bede, mijne toespraak niet versmaden, maar haar genadig aannemen, en mij, beklagenswaardige, die van uit dit tranendal tot u daar schrei, barmhartig verhoeren. Sta 18
27U Geb. tol lie allerli. Mattgd.
mij bij, ik smeek liet u, sla mij bij in allen nood, nu en altijd, maar vooral in do ure van mijnen dood, gij teedero, minnelijke, liefdevolle Maagd : gij allerheiligete Moeder Goda Maria. Amen.
DE H. ROZENKRANS.
In den naam des Vaders, enz. Ik gelooi'in God den Vader, enz.
Kere zij den Vader, enz.
Ouzo Vader, enz.
Ik groot u. Dochter van öod don t
Vader, Wees geyroet, enz.
Ik groet u. Moeder van God den 11
Zoon, Wees gegroet, enz.
Ik groet u. Bruid van God den heiligen Geest, Wees gegroet, enz.
De vijf blijde deheimen,
I. De boodschap des Engels. 1]
De namen van Jesus en Maria moeten zijn gezetjend. van nu af tot in clc eeuwigheid. Onze Vader, enz.
272 ])e H. Rozonkrans.
1. l)e heilige Drievuldigheid heeft toegestemd in de raenschwonliug van Christus, wees gegroet, enz.
2. Maria ia tot moeder van Christus verkoren,
3. De Engel Gabriöl bracht Maria de blijde boodschap,
â J. Maria was in de eenzaamheid
in haar gebed,
5. ])e Eugel zeide : wees ge- | groet, vol vau genade, de Heer is met u, quot;S
(i. Maria was verbaasd, als zij
den engel lioorde, ^
7. De engel zeide : Maria, wil p niet vreezen, want gij zult ontvangen van den heiligen Geest, S. Maria zeide : zie de dienstmaagd des Heeren, mij geschiede naar uw woord,
9. Maria is van den H. Geest overschaduwd geworden,
Dp H. Rozenkrans. 273
10. En het Woord is vleesch geworden, en het heeft onder ons gewoond, wees gegroet, enz,
T.ere zij den Vader, enz.
II. Het bezoek van Maria aan hare nicht Elisabeth.
De namen van Jesus en Maria moeten zijn gezegend, enz. Onze Vader, enz.
1. Maria ging uit ootmoedigheid hare nieht Klisabeth bezoeken, wees gegroet, enz.
2. Maria bestierd door den heiligen Geest, ^
3. Maria, met alle haast op- S staande, gmg over het ge-bergte, 'g
â 1. Maria werd met veel liefde § door hare nicht Klisabeth ont- ^ vangen, S
274 De H. Bozenkraus.
5. Joannes is gezuiverd en fan blijdschap opgfsprongen iu zijns moeders lichaam, wees gegr, enz,
(i. Elisabeth zeide : gezegend is de vrucht uws lichaams,
7. Maria heeft uitgeroepen : mij- s! ne ziel maakt groot den Heer, S
8. Elisabeth zeide : wat geluk ^ geschiedt mij, dat de Moeder 'S. des Heeren tot mij komt,
9. Het huis van Zacharias is ^ door de komst van Jesus en j* Maria gezegend,
10. Maria heeft hare nicht drie maanden met veel liefde ge-die ad,
Kere zij den Vader, enz.
III. De geboorte van Christus.
De namen van Jesus en JlTarici moeien zijn gezegend, enz. Onze Vader, enz.
Do H. Rozenkrans. 275
1. Maria heeft gebaard en zij is maagd gebleven, wees gegroet, enz.
2. Maria beeft Jesus in eenen stal gebaard cn in doeken gewonden,
3. Maria hoeft Jesns met liefde en verwondering aanschouwd,
4. Maria heeft Jesus omhelsd en aan haar hart gedrukt, ^
5. Maria heeft Jesus mot hare S r
Cc j
heilige borsten gevoed, -lt;5 '
G. Maria heeft Jesus in eeno ^
krib gelegd, ^
7. Jesus lag op hooi en stroo | tusschen 03 en ezel, ^
8. De engelen hebben gezongen : i| Eere zij aan Q-od in den hoogste, en op do aarde vrede aan
de menschen van goeden wille, Do herders hebben het Kind komen bezoeken,
10. De drie koningen hebben het
276 De H. Rozenkrans.
Kind komen aanbidden, en hunne giften geofferd, weesgegroet, enz.
Eere zij den Vader, euz.
IV. De opdracht van Christus in den Tempel.
De namen van Jesus en Maria moeien zijn gezegend, enz. Onze Vader, enz.
1. Maria ging om haar heilig Kind te offeren, wees gegroet, enz.
2. Jesus en Maria onderwierpen zich aan de wet van Mozes,
3. Maria ging door moeielijkc wegenquot; naar Jeruzalem, g
4. Maria heeft Jesus op hare ar- ^
i r .ft men gedragen, ^
5. Maria vervolgde al biddende ^ haren weg, ^
0. Maria heeft Jesus in den tem- p pel geofferd,
De H. Rozenkrans. 277
7. Maria heeft aan de wet voldaan met do offergift der arme men-pclien, wees gegroet, enz.
8. Anna. de profetesse, loofde _ God voor de verlossing van ^ Israël, §
9. De oude Simeon heeft Jesus ^ omhelsd en op zijne armen ^
benomen, ^ 1
.T^ i i
10. Simeon zei de : Heer, laat ^ uwen dienaar gaan in vrede n naar uw woord,
Eere zij den Vader, enz.
V. De vinding van het verloren j| Kind Jesus.
De namen van Jesus en Maria moeten zijn gezegend, Onze Vader, enz. 1
1. Maria heeft haar lief Kind verloren, ivees gegroet, enz.
278 De H. Rozenkrans.
2. Maria heeft haren schat gemist, mees gegroet, enz.
3. Maria heeft Hem met veel droefheid gezocht,
4. Maria heeft Jesus langs alle wegen en straten gaan zoeken,
5. Maria heeft Jesns na drie da- S gen gevonden,
ü. Maria vond Jesns in den ^ tempel, quot;S
7. Jesns, twaalf jaren ond. on-derwees de leeraren, ^
8. Maria zeide : Zoon, waarom R hebt GHj ons bedroefd ?
9. Jesns is met hen medegegaan en was hun onderdanig,
10. Maria bewaarde al die woorden in haar hart, die Jesns tot haar sprak,
| Here zij den Vader, enz.
j)e H. Rozenkrans. 279
Laat ons bidden.
O Maria,allergoedortierenste Moeder! verkrijg mijn ha-t droefheid en mijne oogen tranen van berouw, om le beweenen dat ik Jesus door de zonden zoo dikwijls heb verloren : vergun mij hem wederom te vinden en altijd te behouden.
De vijf droevige Geheimen.
I. De benauwdheid van Christus in Gethsemane.
Ds namen van Jesus en Maria moeten zijn qezecjend, van nu af tof in eeuwigheid. Onze Vader, enz.
1. Jeans ging naar den hof van Olijven, wees gegroet, enz.
2. Jesus viel plat ter aarde neder, wees gegroet, enz,
3. Jesus volhardde in liet gebed, wees gegroet, enz.
qi-^âTT - aâliâ-Uâv-ïlâ-TL-=^r
280 De H. Rozenkrans.
4. Jesus was bedroefd tot den dood j toe, wees gegroet, enz.
5. Jesus zweette water en bloed,
0. Jesus stelde zijnen wil in den
wil van zijnen liemelsohen Vader, sj 1
7. Jesus vermaande zijne Leer- a lingen om te waken en te bid-den, quot;2
8. Jesus werd van zijnen Apos- ^ tel door eenen kus geleverd, ^
9. Jesus werd van zijn bemind p volk gevangen,
10. Jesus werd vreeselijk gebonden en gesleurd van den eenen rechter tot den anderen.
Zoo lief heeft God den mensch gehad, dat Hij zijnen eenigen Zoon niet gespaard heeft, maar Hem geleverd heeft ter dood, ja tot den dood des kruises.
=nr;
De if. Ruzenkrans. 281
II. De geeseling van Christus.
De namen van Jeaus en Maria moeten zijn gezegend, enz. Onze Vader, enz.
de
ge-
1. Jesus werd van de loden aan Heidenen overgeleverd, ivees groet, enz.
2. Jesus werd bij Pilatus valsch beschuldigd,
3. Jesus werd van zijn volk achter Barrabas gesteld,
4. Jesus, alhoewel onschuldig verklaard, werd geleverd om gegeeseld te worden,
5. Jesus kleederen werden uitgerukt,
0. Jesus stond daar naakt en bloot,
7. Jesus aan eene kolom gebonden,
282 l)e H. liozeukrans.
S. Jesus werd wreedelijk gegeeseld, wees gegroet, enz.
9. Jesus' bloed vloeide langa de aarde, wees gegroet, enz.
10. Jesus gewond om onze zonden, wees gegroet, enz.
Zoo lief heeft God, enz.
III. De krooning van Christus.
De namen van Jesus en Maria moeten zijn gezegend, enz. Onze Vader, enz.
1. De soldaten hebben Jesus eene doornen kroon bereid, wees gegroet, enz.
2. Zij hebben de doornen kroon ^ op Jesus hoofd gedrukt, ^
3. Jesus hoofd langs alle kanten ^ doorwond, ^
â¢1. Jesus hoofd druipende van het bloed,
J)e H. IvozeiibiauB.
5. Jcsus met eenen purperen mantel bespot, wees gegroet, enz.
6. Zij hebben Jesuseeu riet voor sehepter in de hand gegeveu,
7. Zij hebben met het riet op ^ het gekroond hoofd Tan Jesu» S geslagen, ^5
8. Zij hebben in Jeans gezegend quot;S aangezicht gespogen, ^
9. Jesus is met smaadheden overladen, S
10. Pilatus heeft Jesus aan het volk vertoond, zeggende: aanzie den menseh,
Zoo lief heeft God, enz.
IV. De kruisdraging van Christus.
De namen van Jeins en Maria moeien zijn gezegend, enz. Onze Vader, enz.
1. Jesus werd veroordeeld om go-
2S3
284 l)o H. Rozeukraus.
kruist to worden, wees gegroet, enz.
2. Jesus heeft zijn kruis met liefde omhelsd,
3. Jesus heeft zijn kruis op zijne doorwonde schouders gedragen,
4. Jesus werd tusschen twee sj moordenaars opgeleid, |
5. Jesus bezweek onder het kruis om onze zonden, ^
(). Jesus, beladen met zijn kruis, ^ ontmoette zijne bedroefde Moe- ^ der, P
7. Jesus werd beweend door de godvruchtige vrouwen van Jeruzalem,
8. Jesus zeido hun : handelt men zoo met het groene hout, wat zal het dorre geschieden ?
9. Niemand wilde Jesus zijn kruis helpen dragen,
10. Jesus klom voor ons op den berg van Kalvariën,
De H. Rozenkrans. 285
Zoo lief heeft God den raensch gehad, enz,
V. De kruisiging van Christus.
Dp vamen van Jesua en Maria, moeien zijn qezeyend, enz. Onze Vader, enz.
1. Jesua werd wreedelijk op het kruis uitgerekt, iveea gegroet, enz.
2. Jesua handen en voeten door-nageld,
3. Jesus werd aan het kruis op- ^ gericht, en zijne wonden vloei- ^ den van liet bloed, ^
4. Jesus bad voor zijne vijanden, ^ Jesus beloofde den moorde- ^ naar het paradijs, ^
(». Jesus beval den H. Joannes ^ aan zijne Moeder,
7. Jesus, dorst hebbende, is met gal en edik gelaafd,
8. Jesus heeft uitgeroepen : mijn
19
n
i
286 De H. Rozcakrans.
God! mijn God waarom hebt Gij mij verlaten ? wees gecjroet, enz.
9. Jesus zeide : liet is volbracht, wees qegroet, enz.
10. Jesus heeft zijnen geest gegeven, en zijn hart voor ons laten openen, wees gegroet, enz.
Zoo lief heeft God, enz.
Laat ons bidden.
ó Jesus ! ik bid XI door al uwe smarten en bitteren dood, door uwe doornagelde handen, doorboorde voeten, doorstokene zijde, en al uwe gezegende wonden : ontferm TJ mijner, en druk uw heilig lijden zoo in mijn hart, dat mij niets anders be-hage dan Gij mijn Jesus, die vooi mij gekruist zijt. Amen.
De H. Rozenkrans. 287
De vijf Glorierijke Geheimen,
I. De verrijzenis van Christus.
De namen van Je sus en Maria moeten zijn gezegend, van nu af lot in eeuiüigheid. Onze Vader, enz.
1. Jesus is den derden dag roemrijk verrezen, wees gegroet, enz,
2. Jcsus heeft dood en hel orer-wonnen, ^
3. Jesus heeft de oud vaders ge- ^ troost en verlost,
4 Jesus verblijdde zijne heilige ^ Moeder, a
5. Jesas, als een hovenier, ver-scheen aan Maria Magdalena, ^
ü. Jesus vertoonde zich aan Petrus,
7. De leerlingen van Emails zeiden : waren onze harten niet van liefde brandende als Hij tot ons sprak.
288 De H. Rozenkrans.
8. Jesna stond in liet midden van zijne Leerlingen en wenschte hen allen den vrede, mees gegroet, enz.
9. Jesns toonde zijne glorierijke wonden aan den H. Thomas, wees gegroetj enz.
10. Thomas riep uit: o mijn Heer en mijn God ! loees gegroet, enz.
Geloofd en gedankt zij ten allen tijde het allerheiligste en goddelijk Sacrament.
11. De hemelvaart van Christus.
De namen van Je sus en Maria moeten zijn gezegend, enz. Onze Vader, enz.
1. Jesus voer roemrijk ten hemel, wees gegroet, enz,
2. Jesus klom op door zijne eigene macht, wees gegroet, enz.
3. Jesus scheidde van zijne lieve vrienden, loees gegroet, enz.
=-ji-li-Eâ^=ar-â
De H. Kozenkraus. 289
'1. Jeans beloofde met hun te blijven tot het einde der wereld, wees gegroet, enz.
5. Jesns beloofde liuu den heiligen Geest,
0. De Leerlingen hebben Jesns aanschouwd, en Hij heeft hen allen gezegend,
7. «Tesus heeft voor ons den he- ^
Clt;3
mei geopend,
8. Jesns zit aan de rechterhand ^ van zijnen hemelschen Vader, ^
9. Jesns toonde zijne heilige wonden voor ons aan zijnen ^ hemelschen Vader,
10. Jesus is onze middelaar in den hemel,
Geloofd en gedankt, enz.
III. De zending van den H. Geest.
De namen van Jesus en Maria moe-
290 De II. Rozenkrans.
ten zijn gezegend, enz. Onze Vader, enz.
1. Jesus heeft den heiligen G-eest gezonden, wees gegroet, enz.
2. Jesus heeft den Trooster gezonden,
3. Jesus heeft het vuur op de wereld gezonden,
t. De heilige Geest heeft de harten met liefde ontstoten, ^
co
5. Do heilige Geest heeft de ^ verstanden verlicht,
6. De heilige Geest heeft de har- ^ ten versterkt, ^
7. De heilige Geest heeft ver- n echeidene talen doen spreken,
S. De heilige Geest heeft zijne
gaven uitgedeeld, 0. Kom, heilige Geest, bezoek de harten van uwe geloovi-
gen»
10. Kom heilige Geest, ontsteek
Do H. Rozenlsrans. 201
liet vuur uwer liefde, wees gegroet, enz.
Geloofd en gedankt, enz.
IV. De hemelvaart van Maria.
De namen van Je sus en Maria moeten zijn gezegend, enz. Onze Vader, enz.
1. Maria is opgenomen ten hemel, wees gegroet, enz,
2. De hemelsche Vader ontving zijne beminde Dochter,
3. Jesus omhelsde zijne lieve Moeder, $
Oo
4. De heilige Geest verwelkomde zijne lieve Druid, ^
5. De Serafijnen groeten Maria, ^
6. De Engelen dienen Maria, ^
7. Heel de hemel is verblijd door * Maria,
8. Maria zit de naaste bij Jesus,
9. Maria is onze moeder en mid-
292 3)e H. Rozenkrans.
delares in den hemel, wees ye-groet, enz.
10, Maria ia onze voorspreekster bij haren lieven Zoon, wets gegroet, enz.
Geloofd en gedankt, enz.
V. De kroning van Maria.
De namen van Jesus en Maria moeien zijn gezegend, enz Onze Vader, enz.
1. Maria is met glorie gekroond in den hemel, wees gegroet, enz.
2. Maria gekroond om hare se- ^ rafijnsche liefde,
3. Maria gekroond om hare en- ^ gelachtige zuiverheid, ^
4. Maria gekroond om haregroo- ^ te ootmoedigheid,
5. Maria gekroond om hare vol- j* maakte gehoorzaamheid,
])e H. Kozeukrnus. 2lt;.)3
ti. Maria gekroond om hare grooto voorzichtigheid, wees gegroet, enz,
7. Maria gekroond om hare groote verduldigheid, wees gegroet, enz.
8. Maria gekroond om hare ijverige dankbaarheid, wees gegroet, enz.
9. Maria gekroond om hare volharding in alle deugden, wees gegroet, enz.
10. Maria boven alle Engelen en Heiligen in den hemel gekroond, gelijk de Moeder van God toekomt, ivees gegroet, enz.
Geloofd en gedankt, enz.
Ik offer u, allerzuiverste Maagd, allerroemwaardigste Moeder Gods Maria, in de vereeniging van al uwe deugden, verdiensten en volmaaktheden ; deze geestelijke kroon van gebeden en groetenissen: gewaardig u dezelve te ontvangen, met al de lofzangen die op de aarde en in den
-a--aân:-â.v âar-âa:â
294 Be H. Rozenkrans.
liemel gedaan worden, en verkrijg mij en al dogene, voor welke ik gehouden ben te bidden, ran uwen lieven Zoon gerade om wel te leven en zalig te sterven. Amen.
Een Onze Vader, tot dankbaarheid dat God ons de genade geschonken heeft van den Rozenkrans te bidden. Onze Vadtr, enz.
Een Wees gegroet, opdat Maria ons verstand opdrage aan den hemelsehen Vader, en wij in eeuwigheid zijne barmhartigheid mogen gedenken. Wees gegroet, enz.
Een Wees gegroet, opdat Maria ons verstand opoffere aan haren Zoon, en wij gedurig zijn leven en bitter lijdon indachtig mogen wezen. Wees gegroet, enz.
Een Wees gegroet, opdat Maria onzen wil toeëigene aan den heiligen Geest, en dat Hij gedurig in ons van
De IF. Rozenkrans. 295
liefde mag branden. Tf^ees gerjr. enz, liet Geloof zullen wij bidden, opdat ons gebed aan God raag aangenaam zijn, dat het moge strekken tot zijne meerdere eer en glorie, tot welstand Tan de heilige Kerk, tot bekeeringdcr zondaren en afgevallene Christenen, en welstand der gemeenten. Uc qeloof in God, enz.
De almogendheid des Vaders beware ons.
De wijsheid iles Zoons onderwijze ons.
De liefde des heiligen Greestes ontsteke in ons.
In den naam des Vaders, enz.
DE H. KRUISWEG.
Voor iedere Statie bidt men :
v. Wij aanhkldcn U, ü Jeans, en loven II.
a. Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
Na iedere Statie bidt men ;
v. ó Jesus! voor ons aan het kruis
gestorven.
a. Ontferm II onzer.
I. STATIE.
Je sus wordt ter dood veroordeeld.
o Jesus! ik bid U, door dit onrechtvaardig oordeel, hetwelk ik door mijne zonden zoo menigmaal heb onderschreven : bevrijd mij van het
Do LI. Kruisweg. 297
eeuwige doodvonnis, dat ik zoo dikwijls verdiend heb.
Onze Vader, Wees gegroet.
11. STATIE.
Jesus neemt het Jcruis op zijne schouderen.
ö Jesus 1 ik bid U, door de liefde waarmede Gij liet kruis opnaamt, dat ik door mijne zonden zoo zeer verzwaard heb : doe mij de boosheid der \j zonden kennen, en geef dat ik het kwaad, dat ik bedreven heb, mijn leven lang beweene.
Onze Vader, Wees gegroet.
m. STATIE.
Jesns valt ten eersten male onder het Jcruis.
De zware last mijner zonden deed U, o Jesus, onder uw kruis bezwij-
298 De H. Kruisweg.
ken. Ik beween en verfoei mijne zonden; vergeef mij, o Heer, en versterk mij door uwe genade, opdat ik nooit meer in dezelve hervalle.
Onze Vader, Wees gegroet,
IV. STATIE.
Je sus ontmoet zijne smartvolle Moeder.
ö Allerdroevigste Jesus ! smartvolle Moeder Maria ! tot beden toe ben ik steeds een voorwerp van nieuwe droefheid voor ü geweest, doch van nu af zal ik U beminnen. Door uwen bijstand ondersteund, zal ik ü dienen, en getrouw tot den dood toe in uwen dienst volharden.
Onze Vader, Wees gegroet.
\
I
De IT Kruisweg.
V. STATIE.
Simon wm Gifrene helpt Jems hel lends dragen.
Welk g.iluk voor Simon, U het kruis te helpen dragen, o Jesus ! Hoe gelukkig zoude ik ook zijn, wanneer ik van nu af door geduld en liefde mij beijverde dagelijks het kruis te dragen, dat Gij mij hebt opgelegd. O Heer, geef mij daartoe uwe genade.
Onze Vader, Wees gegroet.
VI. STATIE.
Je^us drulct zijn aanschijn in den doelc van Veronica.
ö Josus ! Gij hebt U gewaardigd uw heilig aangezicht in den doek van Veronica te drukken : ik bid U, druk het aandenken uws heili-
299
300 De H. Kruisweg.
gen lijdens en stervens onuitwisoli-haar in mijne ziel.
Onze Vader, Wees gegroet.
Vil. ST ATI R.
Jews valt ten tweeden male onder het Icricis.
ó Jesus! Gij valt ten tweeden H male onder uw kruis, omdat ik zoo jj dikwijls in mijne zelfde zonden terug ;7 val. Help mij, opdat ik alle midde-jj len aanwende, die mij voor hervallen bewaren kunnen.
Onze Vader, Wees gegroet.
VIII. STATIE.
Jesus troost de vrouwen van Jeruzalem,
A Jesus ! Gij hebt de vrouwen getroost, die uw lijden beweenden : i verleen ook mijne ziel den troost
De IT. Kruisweg. 301
uwer barmhartigheid op welko ik betrouw, en aan welke ik hoop deelachtig te worden.
Onze Valer, Wees gegroet.
IX. STATIE.
Jesus valt ten derden male onder het lends.
ó Jcsus ! zoo zeer zijt Gij door uw lijden afgemat, dat Gij ten derden male onder uw kruis bezwijkt. O mocht ik niet meer in mijne oude zonden teriigvTallen. O Jesus! ja liever sterven, dan nogmaals te zondigen.
Onze Vader, Wees gegroet.
X. STATIE.
Je sa â wordt van zijne Icleedtren beroofd, en met azijn en gal gelaafd.
ó Jcsus! Gij wordt van uwe kleederen beroofd, cn met azijn en gal
.302 De H. Kruisweg.
gelaafd ; zuiver mijn hart vau alle begeerte naar tijdelijke goederen, en geef dat ik verfoeie, alles wat voor de wereld is of tot zonde voert.
Onze Vader, TTees cjegroet,
1
XT. STATIE.
1 Jesus tuordt aan het Tends genajeld.
Door de vreeselijke smarten die Gij leedt, o Jesus, toen men uwe handen en voeten met nagelen wree-delijk doorboorde, bid ik IJ, geef dat ik mijn vleesch altijd door eene christelijke versterving kruisige. Onze Trader, Wees gegroet.
XTT. STATIE.
Jet ns sterft aan het Jcruis,
ó Jesus, die na den smartvollen ] doodstrijd van drie uren den geest hebt gegeven : laat mij veeleer ster-
De H. Kruisweg. 303
ven, dan in do minste zonde te vallen. Laat mij enkel leven om U te beminnen en te dienen.
Onze Vader, Wees gegroet,
XIII. STATIE.
Maria ontvangt den gestorven Je,sus in hare armen.
ó Smartvolle Moeder ! welk een zwaard van droefheid doorboorde uw hart. toen gij uwen Jesus, mishandeld en ontzield, in uwe armen ontvangen hebt. O Maria! verwerf mij de genade, mijne zonden als de oorzaak van Jesus doo^ en van uwe smart te beweenen, boetvaardig te leven en heilig in uwe armen te sterven.
Onze Vader, TVees gegroet.
- -ryeâ3C=3C. T âic===jc==rn.âx --rritâ3
301 Do H. Kruisweg.
XIV. STATIE.
Jesus wordt in het graf gelegd.
Alles, o Jesus, wil ik afsterven; voor U alleen zal ik leven. Zoo lang ik op aarde zal leven, zal ik in U en met U leven, om eens eeuwig met ü in den hemel te leven, en do vruchten uws lijdens en stervens te genieten.
Onze Vader, Wees gegroet.
Gebeden.
in bijzondere voorvallen des levens.
o-^ggâo
Op den Geboortedag.
.Wt was, o God, uwe goedheid, â¢jfTf die mij het aanzijn gaf, en mij op de wereld plaatste. U dank ik, mijn Schepper ! en bid TJ, mij op den weg mijns levens te geleiden, mij in uwe liefde to sterken, mijne ziel, wanneer kommer en ellende haar drukken zullen, te troosten en op te beuren. O Heer ! Gij hebt mij geschapen om U gelijkvormig te worden.â Ik dank U voor
30G Gebeden in
de reeds ontvangene weldaden ; en is liet uw welbehagen dat ik langer leve, geef mij dan een bereidwillig liart, om uwen goddelijken wil te li volbrengen, en U nimmer te ver-Ij laten. â Wanneer ik, met voorweten of onwetende, van den goeden weg mochte afwijken en ü verlaten, o vergeef mij dan, Vader der barmhartigheid! vergeef mij mijne overtredingen; en geleid mij wederom op het veilig pad der deugd.
Gebed in tegenspoed.
O Heer ! de rampspoeden en droefheden dreigen mij neder te drukken : echter aanbid ik uwe al wij ze beschikking, daar Gij mij het beste toevoegt, en het aandenken, dat Gij mijn aljoede en liefderijke Vader zijt, mij versterkt. Geduldig en met onderwerping aan uwen goddelijken
bijzoudoro voorvallen. 307
wil, wil ik do rampspoeden des levens uit uwe handen ontvangen.
Tot U, o Vader der barmhartigheid, verheft zich mijn hart; ik bid U om genade en vergitfenis mijner zonden. Heer, Gij zijt rechtvaardig, en recht zijn allo uwe oordeelen: uwe wegen zijn barmhartigheid, gerechtigheid en waarheid; haast U om mij te helpen.
Gebed bij zware ongevallen.
Mijn Heer en mijn G-od! in de benauwdheid mijns harten smeek ik om uwen bijstand, vertrouwende op uwe belofte, daar Gij mij zegt : klopt, en u zal geopend worden. Ik kom tot U, mijn Vader ! Gij zult mijn smeeken verhooren. Gij kent mijn hart, Gij weet dat ik bereidvaardig ben alle lotgevallen dezes levens to verduren, daar ik op uwe
Gebeden in
goedheid mijn Tertrouwen stel, en ik weet dat, wanneer het tot mijn heil verstrekt. Gij mij redden zult. Geef mij krachten om dere ouge-vnllen standvastig te verdragen. â Vader! uw wil geschiede. Amen.
Gebed om tijdelijken en eeuwigen zegen.
Wanneer ik al de werken uwer handen, die mij omringen, beschouw en uwe wijze orde in dezelve ontwaar, zoo ontwaakt in mij do gedachte dat dit alles op uwen wenk is voortgekomen, en door uwen machtigen zegen onderhouden wordt.
Uwe goedheid en barmhartigheid roep ik aan. Laat mij, die door TJ het aanschijn bekomen heb, dien Gij met uw dierbaar bloed gekccht en verlost hebt, ook uwen zogen erlangen. Bestraal mijn hart met het
303
bijzondere voorvallen. 309
licht uwer waarheid ; leer mij ü kennen en vereeren,, en ontferm U over mij.
Dat alles U love, hulde en eer hewijze, en zich verblijde over uwe goedheid en liefde.
Zegen ons, beste der Vaderen! dat uwen zegen op ons blijve, tot dat wij voor U verschijnen en ons in uwe heerlijkheid mogen verheugen. Amen.
Gebed om zegen over ons beroep.
ó Mijn Schfpper, die mij een stoffelijk lichaam en eenen onstof-felijken geest gegeven hebt! â Het lichaam hecht zich aan de aarde, maar de ziel verheft zich tot U, o Heer! Ik ken dus mijne roeping; â U gelijkvormig te worden is mijne bestemming. Geleid mij met uwe
310 Gebeden in
liefdorijko hand op deze wereld, om liet goede te verrichten en anderen te dienen. Leer mij allo mijne plichten kennen, en bestuur mijnen wil, om dezelve getrouw te vervullen. â Verleen mij uwe wijsheid, en werk in mij, wat U welbehagelijk is. Amen.
Gebed in den ongehuwden staat.
ft Groote God! verleen mij de genade om de plichten van mijnen staat te kennen en die getrouw te vervullen; bewaar mijn hart, opiat ik mij door valsche eer/.ucht niet laat verblinden ; maar doe mij zien en beminnen wat waarlijk groot en edel is, en aan uwe goddelijke oogen kan behagen. Laat mij nimmer van het pad der deugd afwijken, en mocht ik afdwalen, kom mij dan te hulp en wees mijnen beschermer.
bijzondere voorvallen. 311 !
Gebed in den huwelijken staat.
:
Mijn God, die do harten der men-selien bestuurt ! heersch ook in onze harten, opdat er heilige eendracht en liefde in wone. Ts het uw wil, ODS door rampen en tegenspoeden te beproeven, laat ons dan op uwen bijstand betrouwen ; sterk ons, o God! sterk onze harten, opdat wij, noch degenen, die Gij aan onze zorg bevolen hebt, nimmer eenig schepsel beleedigen of in het ongeluk storten. â Verleen ons, uwe toegevendheid met behoorlijke gestrengheid in het huisbestuur te vereenigen. Vergun ons, door een ijverig gemoed en onderlinge getrouwe liefde, do dagen van ons leven to veraangenamen. Behoed ons van alle afwijkingen, en vorm onze ziel zoo,
oE=3g= TT JE .E:â-2:-3^=-x--^-zr-==r2amp;
312 Gebeden in
dat, wanneer ziekte of ouderdom ons ten deel vallen, wij altijd een rein en liefdekweekend hart mogen behouden. â Leer ons onze kinderen in uwe vreeze opvoeden, en stort uwen zegen over do dagen van ons levou.
Gebed op reis.
God ! Gij kent de gedachten mijns harten, zelfs voor dezelve in mij opkomen. Tndien mijn voornemen U welbehagelijk is, zegen het dan, bid ik U, met eene goede uitkomst, doe mijne zaken zoo gelukken, dat zij U geheiligd en voor mij nuttig zijn ; bewaar mijne ziel en mijn lichaam ; beschut, bij mijne afwezigheid, mijn huisgezin voor alle ongelukken; laat mij rustig in mijn voornemen slagen, en mochten mijne bedoelingen gee-ne gunstige uitwerking bekomen.
bijzondere voorvallen. 313
schenk mij clan geduld en gelatenheid in uwe alwijze beschikking ; doe mij dan met eerbied uwe wijsheid vereeren en danken. â Aan U, o Heer, beveel ik mij geheel, zoo als het uwen goddelijken wil zal behagen. Amen.
Gebed bij een onweder.
Mijn God! ofschoon ik het geratel van den donder hoor, en de vurige bliksemstralen zie, is mijn hart niet verontrust, daar ik weet dat Gij liefde en go?dlieid zijt, en ik, onder uwe bescherming, niets te vreezen heb. â Groot is uwe macht, ook in het midden uwer bestraffingen bewijst Gij ons uwe genade ! Ik stel mij in uwe lianden, uw wil geschiede ! â Wees mij genadig ; laat mij U, bij donder en storm, als mijnen goeden Vader
j 314 Gebeden in
A aanbidden : Gij zijt altijd goedheid en liefde !
Algemeen gebed voor het Christendom.
ïïemelsche Vader! almachtige en eeuwige God ! Zie met uwe oogen van barmhartigheid op onzen nood en ellende neder. Ontferm U over alle menschen. Wond van ons af alle zoo tegenwoordige als aanstaande gevaren en drukkende tijden. â Yerlicht on sterk in het goede, alle geesfelijke en wereldsche Overheden en Bestuurders, ten einde zij alles, wat uwe goddelijke eer en het algemeen heil van het Christendom bevorderen kan, mogen vervullen. Geef ons eenheid in het geloof, ware boetvaardigheid, verbetering in zeden, en verleen ons uwe goddelijke liefde.
Wij bidden U ook, goedertieren
bijzondere voorvallen. 315
Vader, voor onze vrienden en vijanden, voor gezonden en kranken, voor bedroefden, verdrukten en el-lendigen, voor levenden en afgestorvenen ; laat hen. Heer, uwe barm-liartigheid gewaar worden. â Wij olferen U, tot verheerlijking van uwen grooten naam, onze gedachten, woorden en werken, ons leven en ona sterven.
Laat ons uwe genade alzoo indachtig worden ; dat wij U in de eeuwige vreugde mogen aanbidden en prijzen.
Verleen ons dit, hemelsche Vader! door Jesus Christus uwen Zoon, onzen Heer, die met U leeft en heerscht, in eeuwigheid. Amen.
Gebed voor den Vorst.
O God ! zegen en bescherm onzen Vorst, de overheden en bestuurders des rijks; verlicht hen door een
31ü Gebeden in
atraal van uwe goddelijke wijsheid, om over ons wel te regeeren. Blijf aan hunne zijde, opdat zij van do wogen der gerechtigheid niet mogen afwijken. Laat barmhartigheid en waarheid om den troon waken; dat goedheid en liefde zijne steunsela mogen zijn. ââ Doe, o God, de regeering van onzen Vorst duurzaam, vredelievend en gelukkig zijn. Laat zijne raadslieden altijd inzien en i gevoelen, dat zij niet slechts men-schelijke maar Goddelijke rechten handhaven; doe de vorst zoo regee- t reu, gelijk Gij, Vader, die in den hemel zijt, regeert.
Overweging over des monschen sterfelijkheid.
Wie zoude den dood vrcezeu, die ons in de armen van onzen Vader terug brengt ?
B
bij zonder o voorvallen. 317
Zoud de sterveling, die zoo lang hij leeft den dood 13 ge moet ziet, wiens a-tndenken hem gestadig voor lie oogen -;vreeft, op een oogenblik a . r .i Mi '.elven knurien vr-rraat worden ? â Het komt slechts uan op de gedaante, in welke hij zich aan ons vertoont; het is ook niet de manier van sterven, die den dood verschrikkelijk maakt, maar do toestand, waarin hij oiid aantreft.
JS'eem het uitwendig hulsel van den dood weg, en er is geen dood in de schepping; het sterven is slechts cene zachten ondergang der zon van ons leven; de dood verdrijft allo onze angst, smart en lijden; hij ontbindt do aardsche kluisters en stelt ons in vrijheid.
Dan, se hoon mijn lichaam in het stof zal slapen, zal ik ecliter niet ophouden te zijn, maar overgaan
-71
318 Gebeden in
tot eene betere wereld. Zjude ik dan den dood vr.'ezen, die mij aan de vervolging der mensclien en do ongerechtigheden der wereld onttrekt, die mij veilig in den schoot mijns Vaders doet rusten ?
Goedertieren God! ik kom tot U dien ik aanbid; Gij znlt voor mij zorgen, daar Gij een liefderijk en barmhartig God zijt.
Als Rechter vordert Gij van mijnen wiindel eene gestrenge rekenschap, dan, Gij zijt even zoo barmhartig als rechtvaardig; mijn rouwmoedig en vernederd hart zult Gij niet versmaden. Ik beken mijne ongerechtigheden, vergeef mij die, liefderijke Vader!
Bereidwillig wil ik sterven, wanneer en zoo Gij het wilt; uwe liefde en barmhartigheid zullen bij hot naderen van den dood mijne smar-
bijzondere voorvallen. 319
ten lenigen, en mijne ziel vertroos-ten.
Vorm thans mijn hart, om de waarheid te vereeren en hulde aan i de deugd te bewijzen.
Tot U, onbevatbare eeuwige Liefde ! voor wian het mensehelijk vernuft bezwijkt, zucht mijn hart. Geleid mij meer en meer tot U, o TJron van alle licht! tot dat mijne heil-begeerige ziel, don kerker des li-chaams verlatende, tot U mag naderen, laat dan mijne ziel voor uwen rechterétoel genade vinden.
Hechter der wereld! sterk de zielen der rechtvaardigen, zij die uwen wil, dien Gij hun door Jesus geopenbaard hebt, vereeren. Vereenig hen wier oorsprong Gij zijt, met U. Zie ook op de tranen der boetvaardige zondaars, die U om genade smeeken,
-irâ 71- -p r tt-it- -it ir-.
Gebeden in
Gebed in ziakte.
Vader der menschea, goedertie-rene God! zie genadiglijk op uw lijdend achcpsel neder, herstel mijne zwakheid.
Gij weet wat mij nuttig en schadelijk is; hergeef mij mijne gezondheid, 'wanneer het uw welbehagen is en tot nut voor mij en mijne na-tuurgenooten verstrekt. Z'?gon do hulpmiddelen, die ik tot mijne lier-stelling aanwende, genees mijne smarten.
Is het echter uw wil dat ik lijde. Uw wil geschiede! Gij zijt mijn beste V ader !
Ik smeek U, mijn Vader! doe ook deze ziekte tot mijn heil verstrekken ; geef mij krachten en geduld, opdat ik standvastig lijde, en door ongeduld en morren tegen uwe be-
320
bijzondere voorvallen. 321
schikking, U, mijn God, niet ver-grarame.
Doe mij aanhoudend het schuldeloos lijden van uwen geliefden Zoon, mijnen Verlosser, herdenken; dat hij mijn vertrooster zij in mijne benauwd 1) eden.
Ik weet, mijn Vader ! Gij zult mij niet meer opleggen dan ik vragen kan.
Indien Gij mij van deze aarde wilt afrukken, en deze ziekte mij tot het graf zal leiden, onderwerp ik mij aan uwen goddelijken wil, en bereide mij tot den dood, daar ik vertrouw, dat Gij mij ten leven en tot zaligheid zult overbrengen ; door de verdiensten van mijnen üeiland Jesus Christus. Amen.
Dankgebed en gevolgde harslelling.
Gij hebt mijn kinderlijk gebed
322 Gebeden in
verhoord, goedertierene Vader! ik dank U voor uwe genade.
Mijne krachten voel ik hersteld, ik adem weder eene gezonde lucht, en ik verheug mij wederom, den schoonen hemel en de aarde te mogen aanschouwen.
Ik ken nu volkomen den schat der gezondheid, en wil mijne pogingen aanwenden om altijd dit geschenk uwer goedheid te waardeeren. â Ik gt; wil mij vlijtiger aan uwen dienst toewijden, de bedroefden en lijdenden ji vertroosten, de noodlijdenden en w bchoeftigen bijstaan, en het gebod j] der liefde jegens mijne naasten betrachten. â Verleen mij, o God, daartoe uwe krachtdadige genade, om de verdiensten van Jesus Christus onzen Heer. Amen.
bijzondere voorvallen. 323
Gebed voor afgestorvenen.
ó God ! ontferm U over alle zielen, die in uwe liefde uit deze wereld gescheiden zijn, en niet ten eene-male aan uwe goddelijke rechtvaardigheid voldaan hebben. Zij zuchten tot U, en ik offer U voor hen mijne gebeden. Koor mijn smeeken voor hen die hunne ontslaging verbeiden ; zij zijn uwe kinderen. â Gedenk hunne overtredingen niet, maar zie op hen, die het werk uwer handen zijn. Geleid hen tot uw eeuwig schijnend licht, in uwe hei-| lige woning, opdat zij ü daar eindeloos met mij mogen aanbidden en loven. Amen.
li I 'X A N T ]â¢:
voor de geloovige zielen.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm TJ onzer.
Christus, hoor ons.
Chrietns, verhoor ons,
God, ! emelseho Vader ontferm IT orer de geloo^ige zielen.
God Zoon, Venoiser der wereld, ontferm TJ over de geloovige zielen.
God, heilige Geest, ontferm quot;ü over de geloovige zielen.
Heilige Hrievnldigheici, één God, ontferm TJ over de geloovige zielen.
Lit. voor de goloovige Zielen, .325
Heilige Maria, bid voor de geloo-
vige zielen.
B. Moeder Gnds,
H. Maagd dor maagden. H. Miehaël,
Allo heilige Engelen en Aartsengelen, ^ Alle heilige Kooren der zalige ^ Geesten, o 11. Joannes de dooper, ^ H. Jozef, ffi Alio if. Patriarchen en Profeten, ao IT. Petrus, f H. Paulüs, S. IT. Joannes. ^ Alle lieilige Aprstelen en Kvan- 5] geiisten, p H. Sleplianus,
JT. Laurentins,
Alle H. Martelaren,
If, Gregorius,
H. Ambrosiug.
320 Litanie voor do
H. Augustinus, bid voor de geloo-
vige zielen.
H. Hieronimus, W
Alle H. Bisschoppen en Belijders, ^ Alle H. Kerkleeraars, o
⢠T ⢠^
Alle H. Priesters en Levieten, ^ Alle H. Monniken en Klnize- ®
TO
naars, o,
H. Maria Magdalena, o
H. Catharina, to'
H. Barbara, ®
Alle H. Maagden en Weduwen, 2L Alle Gods lieve Heiligen, §
Wees genadig, spaar ze. Heer. Wees genadig, verhoor ons. Heer. Van alle kwaad, verlos haar, Heer. Van uwe gramechap, verlos haar, Heer.
Van do strengheid uws oordeels,
verlos haar, Heer.
Van de macht der duivelen, verlos haar. Heer.
Greloovige Zielen. 32
Vau den knagenden worro des
wetens, verlos haar, Heer, Van de cindclooze droefheid, Van het gruwzaam vuur,
Van de ijsbare koude,
Van de verschrikkelijke duister-| nis,
Van het schromelijk weenen en klagen,
Door uwe wonderbare monsch-wording,
Door uwe geboorte, S*
; Door uwen allerzoetsten naam, Door uw doopsel en vasten.
Door uwe diepe verootmoedi- * ging'
Door uwe overgroote gehoorzaamheid,
Door uwe kuischheid,
Door uwe uiterste armoede,
Door uwe minnelijke zachtmoedigheid,
328 Litanie voor de
Door uwe oneindige liefde, verlos
haar, lieer.
Uoor uwe bouauwdhedea en
kwellingen.
Door uw bloedig zweet,
Docr uwe boeien en banden,
Door uwe wreede geeseling, ^ Door uwe doornen krooning,. 2-Door uwe kruisdraging, _
Door uwen bitteren dood, S
Door uwe allerheiligste wonden,
Door uw kruis en smartelijk lij- £ den, i
Door uwe .Tcrrijzenia,
Door uwe wondervolle hemelvaart,
Door de komst van den heiligen
Geest, den Vertrooster,
In den dag des oordeels, quot;Wij zondaren, wij bidden U, vei
hoor ons.
Die aan Magdalena vergiffenis vei
Goloovigo Zielen. 329
leend en den moordenaar verhoord hebt, wij bidden U, verhoor ons-Die uit genade zalig maakt,
Die de sleutels van den dood en
der hel hebt,
Dat Gij de zielen van onze ouders, vrienden en weldoe- ^ ners uit de schrikbare vlam- ^ men verlossen wilt.
Dat Gij alle overleden geloovigen ^ van de eeuwige pijnen wilt be- p vrijden.
Dat Gij TJ over de zielen van lt; hen, die geen bijzondere voor- quot;1. bede op deze wereld hebben, § wilt ontfermen.
Dat Gij hen allen sparen en S hun kwijtschelding der straffen schenken wiit.
Dat Gij hun verlangen wilt vervullen.
Dat Gij hen in de gemeensehap
330 Litanie voor de
der uitverkoornen wilt opnemen, wij bidden U, verhoor ons.
Koning der ontzaggelijke heerlijkheid, wij bidden U, verhoor ons.
Zoon Gods, wij bidden U, verh. ons.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef hun de rust.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef hun de rust.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef hun de eeuwige rust.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
lieer, ontferm TJ onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Onze Yader, enz.
Van de poorten der hel.
Verlos, o Heer, hunne zielen.
Heer, verhoor mijn gebed.
En mijne roepstem dringe tot U door.
Geloovige Zielen. 331
Gebed.
Wij bidden U, o Heer, betoon de zielen uwer dienaren en dienaressen voortdurend uwe barmhartigheid, j opdat het hun tot eeuwig heil ver-r strekke, dat zij op TJ gehoopt en L in ü geloofd hebben. Door onzen lieer Jesus Chri8tii8, uwen Zoon, die met U leeft en regeert, Ood van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen. lieer! geef hun de eeuwige rust. En het eeuwige licht verlichte hen. Pat zij rusten in vrede.
Amen.
ZEVEN GEBEDEN
voor de cjeloovirje zltlen, door het hitter lijden en sterven van onzen Ifeer Jesus Christus.
1. 6 Jesus, ons leven en onze op-
332 Grebeden voor de
btancliug! Gij, die scheidende uit deze wereld uw vleesch en blo.: i ons tot spijae en drank achtergelaten hebt : o, door deze uwe einde-looze liefde bid ik U ootmocV dat Gij üquot; wilt o'ntfermen over ? lie geloovige zielen; vooral over (ii.' van.... Geleid ze tot de bronwel de.i levens, en laat ze weldra aan uwen diach in uw eeuwig rijk verkwikt en verzadigd worden. Luc. XIf, 30.
Onze Vader, eaz.
2. ó Jesus, onze hoede en ons heil 1 Gij die om onzentwille zt'o grooten angst hebt doorgezwoeg'i, dat à liet zweet werd ontperst in bloeddruppels, die de aarde besproeiden : o, door dit uw kostbaar bloed, bid ik U ootmoedig, dut Gij TJ wilt ontfermen over alle geloovige zielen, vooral over die van.... Eevrijd ze van allen angst, wiseh haar de tra-
Geloovige zielen. 333
nen uit het oog, en geleid zo in uw paradijs. Openb. VTI, 17.
Onze Yader, enz.
3. o Jesus, onze Verlosser en Zaligmaker, Gij die de kluisters onzer zonden op U genomen hebt: o, door deze uwe wreede boeien smeek ik ü, dat Gij U wilt ontfermen over alle geloovige zielen, vooral over die van,... Slaak al hare zonde-banden, waarmee de menachelijke zwakheid ze in dit leven hield ingesloten, opdat zij vroolijk mogen uitroepen : Gij hebt mijne boeien verbroken ; XJ wil ik loven en uwen heiligen naam prijzen in eeuwigheid. Ps. CXV, 17.
Onze Vader, enz.
4. o Jesus. gij vreugde onzes harten ! Gij, die U het gelaat, waarin de engelen zich verblijden, hebt [ laten blinddoeken, bespuwen en '
22
331 Gebeden voor de
met vuisten slaan, o, door deze uwe onbegrijpelijke verduldigheid smeek ik TJ, dut Gij U wilt ontfermen over alle geloovige zielen, vooral over
die van..... Laat ze tot de glorie van
uw licht naderen, en vervul ze door uwe aanschouwing met eeuwige vreugde. Ps. XV. II.
Onze Vader, enz.
5. o Jesus, kroon van onzen roem. Gij die, om onzen hoog- en overmoed, verduldig met geeselslagen geteisterd en met doornen smaadvol gekroond wildet worden: o, door deze grenzelooze verootmoediging smeek ik U, dat Gij U wilt ontfermen over alle geloovige zielen, vooral over die van.... Bewillig er in, dat zij weldra de kroon der eeuwige heerlijkheid verwerven, gelijk Gij ook ons kronet in ontferming en barmhartigheid. Ps. CII. 4.
geloovige zielou. 335
Ouzo Vader, enz.
ü. ó Jesus, onze voorspraak eu rechter! Gij die door het onrechtvaardigste vonnis tot den bittersten dood veroordeeld wildet worden, om ons van de straffen der eeuwigever- , doemenis te verlossen : o, door deze p uwe grondelooze barmhartigheid : smeek ik U, dat Gij U wilt ontfermen over alle geloovige zielen, vooral over die van... Laat ze weldra dat troostwoord vernemen ; uwe zonde is u vergeven. Is. XL. 2.
Onze Vader, enz.
7. ó Jesus, ons hoogste en eenige â goed! Gij die den last des kruises, het gewicht onzer misdaden op U genomen hebt en onze zonden in uw lichaam aan het folterhout wildet dragen : o, door deze uwe onwaardeerbare weldaad bid ik U ootmoedig, dat Gij U wilt ontfermen over
336 Gebeden voor de gel. zieleu.
alle geloovige zielen, vooral over dio van... ])at zich weldra de poorten der eeuwige heerlijkheid voor haar
ontsluiten, en mogen zij spoedig de vreugdevolle mare vernemen : komt, gij gezegenden mijns Vaders, bezit het rijk, dat u is toebereid van do gronding der wereld. Matth. XXV, 34. Onze Vader, enz.
GEB ET) EN van onderscheiden inhoud.
Aanbidding der H. Driecenheid.
Eer, aanbidding on dank zij God den Vader, die door zijne almacht mij uit niet geschapen heeft. â God den Zoon, die mij door zijn bloed vrijgekocht eu door het licht zijner goddelijke leer verlicht heeft. â God den heiligen Geest, die mij in den doop geheiligd heeft en nog altijd door den invloed zijner genade de heiligmaking in mij werkt.
Met den diepsten eerbied, o allerheiligste Drieënheid, aanbid en dank ik U, dat Gij mij dit onbevatbaar geheim geopenbaard hebt.
Ik geloof in U, en bid TJ, mijn geloof te versterken, tot dat ik een*
338 Gebeden van
maal waardig bevonden worde deze verborgenheid klaar te begrijpen. â Verleen mij kracht om de eer en de verheerlijking van uwen aanbidd?-lijken naam standvastig, voor de geheele wereld te belijden. Amen.
Aanbidding der Goddelijke voorzienigheid.
6 God! alle geluk en ongeluk dat mij te beurt valt, erken ik eene verordening van U te zijn; ik onderwerp mij aan uwen wil, aanbiddende uwe goddelijke Voorzienigheid. Uwe goddelijke almacht beschut mij, uwe wijsheid bestuurt mij, uwe barmhartigheid bewaart mij. â Tot U, o he-melsche Vader, neem ik mijne toevlucht. Gij zorgt voor mij.
ó, Stort in mijn hart eene kinderlijke gezindheid jegens U, opdat ik in voorspoed mij niet zeer ver-hefle en op mijne eigene krachten
onderscheiden inhoud. 339
steuue, en bij treurige lotgevallen niet ontmoedigd worde en tegen uwe beschikking morre. â
Laat mij aanhoudend mijne hoop op U vestigen, ten einde ik uwe goddelijke Voorzienigheid in uwe j| eeuwige heerlijkheid moge loven en ü aanbidden.
' Aanbidding van den H. Naam Jesus.
lïer zij den naam des IIeer en, van 1 nu tof in eeuwigheid.
Mijne ziel, loof den lieer, en allen I nat in mij ia prijze zijnen naam. J God, verhoor mijn gebed.
Laat mijn geroep tot V komen. o Vader ! Gij hebt den verheerlijk-: ten naam uws Zoons, onzen Heere p Jesus Christus, liefelijk en aange-j naam gemaakt; verleen ons daardoor dat allen die dezen heiligen H naam vereeren, de verhevenheid l
3pâL-rcârâ3Eâar rj. . it- râitânâ-râ 340 Gebeden van
uwer waarde gevoelen, en in de toekomst de eeuwige vreugde en zaligheid mogen genieten. Amen.
Vereering van de H. Maagd Maria.
Allerverhevenste Koningin des hemels en der aarde, die niemand, welke ooit met vertrouwen uwe hulp afgebeden heeft, uwe bescherming onttrokken hebt: in uwe machtige hoede beveel ik mij. â Ik bid u, o Moeder der grondelooze barmhartigheid, mijne voorspreekster bij uwen geliefden Zoon te zijn. Geleid, o minnelijke Moeder, mijne handelingen; troost mij in alle gevaren dezes levens; ondersteun mij ten allen tijde, en bijzonder in de ure mijns doods. â Ik berust in de zekere hoop, dat, wanneer gij mij op mijnen weg bestuurt, ik nimmer zal afdwalen. In dit vertrouwen beveel
onderscheiden inhoud. . 341
ik mij in uwe moederlijke beschut-li ting, tegen de vijanden mijner ziel. 'i Heilige Moeder ! hoe zoude ik aan j uwen Zoon Jesus Christus kunnen | denken, en Hem als mijnen Heiland j aanbidden, zonder aan u mijne hul-i de en hoogachting te betoonen. Ja, | als Moeder van mijnen Verlosser en j ook mijne moeder en voorspreekster 7 vereer ik u.
Gij zijt de gezegenste onder alle de vrouwen; u heeft God uitverko-j ren op aarde, om Moeder van zijnen B Zoon te zijn; daarom zullen alle fj 11 geslachten u zalig noemen ; daarom |i j noemen wij u de Koningin der en- [ i gelen en der uitverkoornen: daar- ; j om herhalen wij dagelijks met den ( engel Gabriel : Wees gegroet, gij vol van genade.
Met zielsverheffing gedenken wij de groote dingen, die de Heere aan
342 . Gebeden van
u gedaan heeft, â de voortreffelijke eigeneehappen, waarmede Hij u boven alle stervelingen begenadigd heeft.
O hoe rein en schuldeloos waren uwe zedon ! Hoe vroom, godvree-zend, weldadig, nederig en geduldig n was uw wandel voor de oogen van uwen Schepper ! â Leer mij, aller- )l heiligste Maagd en Moeder, niet alleen uwe deugden bewonderen, maar uw voorbeeld navolgen ; ik wil mijne pogingen aanwenden om te denken, te spreken en te handelen, zoo als gij gedacht, gesproken en gehandeld hebt, en dan weet ik, i; dat ik uwen Zoou waardig vereere, en uwe krachtdadige voorbidding zal erlangen.
Heilige Maria, Moeder Gods ! bid voor mij, dat ik, uw voorbeeld na- v strevende, zalig mag sterven. Amen.
onderscheiden inhoud.- 343
Vereoring van den H. Jozef.
Gx-oote Heilige, getrouwe dienaar des Hoeren, die waardig geweest zijt met Jesus en Maria to leven, ja aan wien God du zorg over het heilig gezin, als voedstervader van zijnen Zoon, eu ala bruidegom der heilige Maagd en moeder heeft aanbevolen ; gij die naar de getuigenis van den heiligen Geest een rechtvaardig man zijt: tot u neem ik mijne toevlucht; u beveel ik mijne ziel en lichaam ; uw voorbeeld zal het richtsnoer mijner zeden zijn; gelijk gij zal ik trachten God te dienen : verwerf mij, door uwe voorbidding, do volharding in het goede en eenen zaligen dood. Amen.
Veroering «an den heiligen Engel-bewaarder.
Heilige Kngel. aan wiei: God be-
L
344 Q-ebedeu van
volen heeft uiij iu dit tijdelijke en govaarrol leven te geleiden; mij in allen nood bij te staan, in wederwaardigheden te troosten, voor gevaren te bevrijden en dreigende onheilen af' te weren : ik bid u mij zoo te geleiden op de loopbaan dezes levens, dat ik door de goddelijke genade, eenmaal waardig bevonden worde het heilrijk dool mijner bestemming te bereiken ; ca wanneer ik tot het einde van mijne beperkte dagreis gekomen ben, sterk mij dan in het uur mijns verscheidens en stel mijne ziel in de handen van mijn' Verlosser en Zaligmaker, die mij u aanbevolen heeft.
Veriiering van den H. Naam-Patroon.
Heilige K. die mij bij den heiligen doop tot beschermer gegeven zijt : ik bid u, om mijne voorspraak
onderscheiden inhoud. 315
bij God onzen Vader te zijn, ten einde Hij mij de dierbare genade ver ⢠leene, om in geloof, in boetvaardigheid en in alle uwe voortreffelijke deugden, uw heilspoor na te volgen ; opdat ik eenmaal, door de goddelijke barmhartigheid, met u den eindeloozen lofzang voor zijnen troon moge aanheffen. Amen.
Gebod tot don H. Joannes Nepomucenus
Heilige voorspreker bij Grod! bid voor mij, dat God al wat mij naar ziel en lichaam hinderen kan van mij afwere : door de verdiensten van Jesus Christus onzen Heer. Amen.
Gebed tot alle Heiligen.
Gij, uitverkorene vrienden van God, die door Hem onze ellenden kent : weest obs zwakke stervelingen gedachtig; smeekt voor ons,
310 Gebeden van euz.
die nog op de ontroerde zee des tijdelijken leveüs omzwerven; toont ons uwen bijstand, door uwe voorbidding voor den troon des Aller-hoogsten, opdat wij, door uwe gebeden gesterkt, met u in de zegevierende gemeente mogen vereenigd worden, en gelukkig in de hove des heils, waar een voortdurende vrede en eeuwig ongestoorde rust heerscht, mogen aanlanden.
30
gebeden, onder het Lof.
Adoro te, etc.
Ik buig mij aanbiddend voor U neder, verborgen God, die hier de stralen uwer heerlijkheid onder een stoffelijk schijnsel bedekt. Mijne ziel ] erkent XX, ook in deze duisterheid, en met diepe vernedering bied ik IJ mijnen eerbied en mijne hulde aan.
Het gezicht, het gevoel en de smaak zijn hier bedrogen, het gehoor alleen verstaat de woorden des geloofs, die niet bedriegen kunnen. Ik geloof al wat de Zoon Gods gezegd heeft, en niets is zoo waar, als het woord der waarheid zelf.
Aan het kruis was uwe Godheid alleen verborgen : hier bedekt Gij Godheid en menschheid ; echter er-
348 Gebeden onder
ken ik het eene en het andere. â U aanbid ik hier, en bid U, hetgene de boetvaardige moordenaar U afgebeden heeft.
Ik zie met Thomas uwe wonden niet, echter erken ik TT hier voor mijnen Heer en mijnen God. â Verlevendig meer en meer in mij het geloof; doe mij standvastig op U hopen en niets dan U beminnen.
o Brood, dat in ons de gedachtenis van uwen dood vernieuwt; levenwekkend brood, dat het leven aan den mensch schenkt: geef ons de genade om niet dan voor U te â leven, en aanhoudend in U onzen troost en onze vreugde te vinden.
o Bron van zuiverheid. Heer Jesus, die gekomen zijt om ons zalig te maken ; reinig ons door uw bloed, waarvan een druppel genoeg is om alle zonden der wereld af te wasschen.
het Lof. 349
o Jesus, dien ik thans onder bedek-selen aanschouw: vervul, bid ik IT, mijne vurige begeerten ; laat mij D eenmaal onbedekt zien cn mij verblijden in het gezicht uwer heerlijkheid.
HYMNE: Verhum supermtm.
Het eeuwig Woord, uit den schoot van God op aarde gedaald, en heer-schende aan de rechterhand zijns Vaders, volvoert bij het einde van zijn sterfelijk leven zijn heilig werk.
Op het tijdstip dat Hij door zijnen ondankbaren leerling aan zijne vijanden zoude overgeleverd worden, heeft Hij alvorens Zich-zelf, als den oorsprong van hot leven, aan zijne : Apostelen gegeven.
Hij gaf hnn zijn lichaam en bloed, onder de twee gedaanten van brood en wijn, om den geheelen mensch 23
350 Gebeden onder
te voeden, en te voorzien in alle zijne behoeften.
Bij zijne geboorte werd Hij onze broeder, en in het laatste avondmaal het voedsel des mensehen; stervende is Hij ons rantsoen, en heerschende in den hemel onze belooning.
Heilrijk Slachtoffer, dat ons do poorten van het ee ig heiligdom opent! wij zijn alom dujr machtige vijanden omgeven : verleen ons de krachten om die te overwinnen, onderstenn ons door uwen bijstand.
Eer en dank zij U, o goede Herder, die ons spijst met uw eigen vleesch !
Ook TJ worde onze aanbidding toegebracht, o Vader en den heiligen Geest, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
het Lof. 351
Hymne : Sacris sülomuis.
Dat eeno heilige verrukking do ' harten der gcloovigeu verhefTe! dat liet geloof eenen blijden lofzang ont- i boezerae! dat de oude meusch wijke 1 dat alles, hart, stem eu geest, ja,
alle werken vernieuwd worden !
Wij heiligen dezen dag tot aandenken van Jesus' Avondmaal, daar Hij aan de zijnen, onder de gedaanten van brood en wijn, zijn lichaam en bloed gaf, â hetwelk voorbeduid | ; was door de duistere sehaduwbeel- | den der eerste wet.
jN'a het eten van het Paaechlam | voedde Jesus, het ware verhevene Ijam, zijne geliefde kinderen met zijn heilig Lichaam. Hij gaf zicli geheel aan elk eu aan allen ; Hij zelf offerde zich door Zich zelven. Aan de zwakken geeft Hij he-
352 Gebeden onder
melsch voedael en wijn, die het verdriet des harten verdrijft. â Drinkt allen, zegt iZy, dit bloed; de prijs der zondaren is heilzaam voor den {i mensch en verschrikkelijk voor den helschen vijand.
Zoo is dat door de engelen ge-eerbiedigd en door Jesus Christus geheiligd slachtoffer, aan den Priester bevolen om op te offeren, die het goddelijk vleesch en bloed aan zijne medestervelingen geeft, en doet hetgene Jesus in het laatste Avondmaal gedaan heeft.
Den mensch wordt het brood der engelen toegedeeld : het ware brood, dat de schaduwen verdrijft, en de voleinding der wet is. â O aanbiddelijk wonderwerk ! de slaaf eet zijnen Koning; dien hij aanbidt, is voor hem een voedsel.
Eenige Drieëenheid, die de en-
het Lof.
1
353
gelen vereeren! Ook wij, wij dragen TJ onze zwakke hulde op. Geleid ons door uwe genade tot het eindeloos geluk, in uwe verheerlijkte woning. Amen.
Ave Verum.
Tk aanbid tl, o heilig Lichaam, geboren uit de heilige Maagd Maria.
Het lichaam, dat aan het kruis geleden heeft, en opgeofferd is voor Ij der menschen zaligheid.
TJit wiens zijde, met eene speer door-\i stoken, water en bloed gevloeid is.
Verleen ons de genade, in de ure van onzen dood U als eene teerspijs te mogen ontvangen.
ó Allerbeminnelijkste Jesus ! H ó Allergoedertierenste Jesus! j 6 Jesus, Zoon van Maria, ontferm w U over ons !
354 Gebedon onder
Lauda Sion Salvatorcm.
Loof, o Sion, uw behoeder. â Loof uw leidsman en uw herder. â r Loof hem met verhevene loJ'gezan-gen !
Wend alle uwe pogingen aan, om zijne heerlijkheid te verbreiden ; dan nimmer kunt gij Hem die boven allen lof verheven is, naar waarde prijzen.
Dat thans het voorwerp uwer hulde zij, het wonderbare brood, dat ons het leven aanbrengt.
Wij weten dat dit hetzelfde brood is, hetwelk Jesus, in het laatste avondmaal, aan zijne leerlingen gegeven heeft.
Dat wij het met de allerhoogste hulde vereeren en aanbidden! â Vereenigen wij onze lofzangen met eene heilige verrukking van vreugde.
Nu wij de gedachtenis vieren der
het Lof.
instelling van dezen goddelijken maaltijd, waarin God zelve ons voedsel is.
Het is deze maaltijd, waarop Jesus, de Koning van een nieuw volk, door het Pasehen van het Nieuw Verbond, het oude Paaschfeest doet vervangen.
Deze nieuwe offerande vernietigt alle de ouden; de waarheid volgt op het afbeeldsel; het licht verdrijft de duisternis.
Hetgene Jesus in het laatste Avondmaal gedaan heeft; heeft Hij ons bevolen te doen te zijner gedachtenis.
Onderwezen door Jesus Christus zelfs, zegenen wij het brood en den Wijn, die het slachtoffer onzer zaligheid worden.
Het is een leerstelsel der Christenen, dat het brood in het lichaam en den wijn in het bloed van Jesus Christus veranderen.
355
356 Gebeden onder
Dit geheim, ofschoon tegen de orde der natuur aandruisehende, en onze zinnen en verstand te boven gaande, wordt ons door het levende geloof verzekerd.
Onder de schijnselen van brood en wijn, dat geen brood of wijn r meer is, doet het geloof ons het wezenlijk lichaam en bloed van Jesus Christus gewaar worden.
Het bevat het lichaam van Jesus Christus, dat ons tot spijs verstrekt; â het is zijn bloed, dat ons drenkt; niettemin is Jesus Christus geheel onder iedere gedaante.
Dat men deze gedaante breke of verdeele, nochtans wordt Jesus Christus niet verdeeld : die Hem ontvangt, ontvangt Hem geheel.
Of Hem duizenden of één ontvangen , â één ontvangt zoo veel
het Lof. 357
als duizend ; allen voeden zich, zon-1 dor Hem te verminderen.
De goeden en de boozen ontvangen Hem, doch met een groot verschil, daar Hij het leven voor den eenen en de dood voor den anderen is.
Hij is het leven voor de goeden, en de dood voor do kwaden. A\7elk verschil in uitwerking, daar de Communie schijnbaar dezelfde is !
Zoo men de Hostie breekt (dat ji uw geloof niet wankele,) men verbreekt Jesus' lichaam niet. Hij is geheel onder de deelen, zoowel als onder de geheele Hostie.
De gedaante brekende, verbreekt men Jesus' lichaam niet; Hij ondergaat geen lijden of verandering.
Ecce panis Angelorum.
Zie, het Brood der engelen is het voedsel der menschen geworden ; â
358 Gebeden ouder
dat men het ware brood der kinderen niet werpe voor de honden !
De opolfering van liaak, het geslachte Paaschlam, het Mauua, dat den Joden in de woestijn gegeven werd, zijn zinnebeelden geweest van dit aanbiddelijk Altaargeheim.
Goede Herder! Jesus, waarlijk brood ! ontferm U over ons. Wees ons voedsel en onze steun; geef ons de ware goederen in het land der levenden.
Gij, onperkbare wijsheid en macht! Gij, Heer, die ons met uw eigen vleesch voedt : laat ons in het aanstaande leven aan uwe tafel aanzitten. Vorm ons tot deelgenooten uwer heerlijkheid, en burgers van het hemelsch Vaderland. Amen.
HYMNE : 1'ange lingua.
Zing, mijne tong ! zing het ge-
het Lof.
heim van liet aanbiddelijk Lichaam van Jesus Christus, en het dierbare Bloed, hetwelk de Koning van het Heelal, tot een losprijs der wereld vergoten heeft, na geboren te zijn uit den schoot eener Maagd, wier gelukkige vruchtbaarheid het verloren heil aan de wereld hergeven heeft.
Van den Allerhoogste afgezonden, en voor ons uit eene vlekke-looze Maagd geboren, verscheen Hij op de aarde, om het zaad van het goddelijk woord te verspreiden, en besloot zijn levensloop met een wonderwerk zijner liefde waardig.
In zijn laatste Avondmaal, met zijne Leerlingen, die Hij tot den rang zijner broederen verheven had, nadat Hij aan de Paaschwet voldaan had, gaf Hij met eigene handen Zich zeiven aan hen tot eene spijs.
359 \1
360 Geboden onder
Het vleesch geworden Woord verandert, door zijn woord, het brood in zijn goddelijk vleesch, en de wijn in zijn bloed. Ofschoon de zinnen dit wonderwerk niet kunnen bevatten, het geloof alleen is genoeg om dit aan het leerzaam hart te verzekeren.
Aanbidden wij, met diepen eerbied, een zoo hoogwaardig Sacra-: ment, daar dit nieuwe geheim de )( oude plechtigheden vervangt. â Hier moeten de zwakke zinnen door : het geloof versterkt worden.
Heerlijkheid, eer en zegen, met macht en dankbaarheid, zij God den Vader toegebracht, en zijnen eengeboren Zoon, en God den heiligen Geest, die uit hen beiden voortkomt. Amen.
het Lof. 361
DA PACEM DOMINE.
Geef ons vrede, o Heer, in de dagen van ons leven, aangezien er geen ander beschermer is, die voor ons strijden kan dan Gij, die onze God zijt.
v. Dat de vrede, o Jeruzalem, heer-
sche in uwe streken.
K. En de overvloed in uwe torens.
O God, die de gever van alle hei- ] lige begeerten van alle rechtmatige ! voornemens en goede daden zijt : geef aan uwe dienaars dien vrede, welken de wereld niet geven kan ; opdat wij met allen ijver uwe geboden mogen onderhouden, en, de vrees der vijanden van ons verwijderd zijnde, onder uwe bescherming eene heilzame rust mogen genieten gedurende ons leven : door
3G2 De Vespor-psalmen.
Jesus Christus, onzen Heer, die met U en den heiligen Geest leeft en ' heerscht, van eeuwigheid tot eeuwigheid, Amen.
-«-
D« Vcspors van (Iiüi Zondag
en van
EENIGE FEESTDAGEN.
De Zondagsche Psalmen.
V. O God ! kom mij te hulpe. R. Heere ! haast tl om mij te helpen. V. Eere zij den. Yader, enz.
Van Septuagesima tot Paschen zegt men in placets van Alleluja :
Lof zij XJ, o Heere, Koning der eeuwige glorie.
jr.-ai: jt jr T-1â2:â31âar-a-2:
De Vesper-psalmon. 3G3 Psalm 109.
De Heer heeft tot mijnen Heer
gezegd : zit aan mijne rechterhand. ;
Tot dat ik uwe vijanden tot eene j| bank uwer voeten stelle.
De Heer zal uit Sion den staf !
uwer macht doen komen : heerscht ) in het midden uwer vijanden.
| Bij U is het vorstendom ten dage f i uwer kracht, in den grooten glans
des heiligdoms ; voor den dageraad |
heb ik U uit den schoot geteeld. |
De Heer heeft gezworen, en liet j
zal Hem niet berouwen : Gij zijt j
priester in eeuwigheid, volgens do j wijze van Melchisedech.
De Heer is aan uwe rechterhand; j
Hij heeft in den dag zijner gram- j : schap de koningen vernield.
Hij zal recht doen onder de volken; |
Hij zal de verwoestingen vermenigvul- )
364 De Vesper-psalmen,
digen : Hij zal ze verdelgen, die hoofden zijn vau een vreemd land.
Hij zal op den weg uit de beke drinken, daarom zal hij het hoofd opheffen. Eere zij den Vader, enz.
Psalm 110.
Heere ! ik zal TJ loven met geheel mijn hart: in den raad der rechtvaardigen en in de vergaderingen.
Be werken des Heeren zijn groot; zij zijn uitgelezen volgens alle zijne hehagens.
Zijn werk is lof en heerlijkheid, en zijne rechtvaardigheid duurt in alle eeuwigheid.
Hij heeft een gedenkteeken zijner wonderheden gesteld; Hij, de genadige en barmhartige Heer; Hij heeft eene spijs gegeven dengenen die Hem vreezen.
Hij zal in eeuwigheid aan zijn
De Vesper-psalmen. 365
verbond gedenken : Hij zal do kracht zijner werken aan zijn volk bekend maken.
Om hun het erfdeel der heidenen te geven : de werken zijner handen zijn waarheid en gerechtigheid.
Alle zijne bevelen zijn getrouw, bevestigd voor altijd en in der eeuwigheid : zij zijn gemaakt in waarheid en rechtvaardigheid.
Hij hééft verlossing aan zijn volk gezonden : Hij heeft zijn verbond in eeuwigheid geboden.
Heilig en ontzaglijk is zijn naam : de vrees des Hoeren is hot beginsel dor wijsheid.
Het verstand is goed aan allen die er naar doen : zijn lof blijft in alle eeuwigheid.
Eere zij don Vader, enz.
24
Still Do Vesper-psalmen.
Psalm III.
Gelukkig is de man, die den Heere vreest: die grooten lust heeft in zijne geboden.
Zijn zaad zal machtig zijn op de aarde ; het geslacht der oprechten zal gezegend worden.
In zijn huis zal luister en rijkdom zijn: en zijne rechtvaardigheid duurt in alle eeuwigheid,
Het licht gaat den oprechten in de duisternis op : de genadige, barmhartige en rechtvaardige.
Voorspoedig is de mensch, die barmhartigheid doet en uitleent: die zijne zaken met oordeel beschikt; want hij zal in eeuwigheid niet wankelen.
i)e rechtvaardige zal in eeuwige gedachtenis zijn : hij zal voor geen kwaad gerucht vreezen.
De Vesper-pealmeu. 3ü7
Zijn hart is vast betrouwende op 1 den Heer ; zijn hart is versterkt: ,, hij zal niet ontroerd worden, tot ] dat hij nederziet op zijne vijanden.
Hij strooit uit, en geeft den ar-\ men ; zijne rechtvaardigheid duurt j in alle eeuwigheid; zijn hoorn zal ' met luister verheven worden.
Do kwaaddoener zal het zien en zich vertoornen; hij zal op zijne tanden knarsen en weenen: de begeerte der goddeloozen zal vergaan.
Eere zij den Vader, enz.
H
Psalm 112.
Looft den Heere, gij zijne diena-j reu; looft den naam des Heeren. , De naam des Heeren zij gezegend:
1 van nu af tot in der eeuwigheid.
o
I Van den opgang der zon tot den ondergang, is de naam des Heeren lofwaardig.
368 De Vespcr-psalmeu.
De lieer is verheven boven alle volkeren : en boven de hemelen is ; zijne heerlijkheid.
n Wie is gelijk den Heere onzen
I God, die ia het hooge woont, en op het nederige in den hemel en op de aarde zijne oogen slaat ?
Die de armen uit het stof op-i wekt, en de behoeftigen uit den ] drek opricht.
fj Om hen te zetten bij de vorsten : y bij de vorsten des volks.
n .
II Die de onvruchtbare doet wonen fj met een huisgezin : en haar eene n blijde moeder van kinderen maakt.
Eere zij den Vader, enz.
Psalm 113.
j
u Als Israël uit Egypte trok, het â liuis van Jacob, uit een volk vau eene vreemde taal.
Toen werd het joodsche volk Hem
De Vesper-psalmen. 369
toegelieiligd ; Israel werd zijue heerschappij.
Do zee zag het eu vluehtte; de Jordaan keerde terug.
De hergeu sprongen op als ram-vnlt;*n en de heuvelen als lammeren ; der schapen.
Wat was u, o zee, dat gij vlucht-tet ? en wat was het dat gij, Jordaan, terugkeerdet ?
Dat gij, borgen, opsprongt als rammen ; en gij, heuvelen, als lammeren der schapen ?
Voor het aanschijn des Heeren daverde de aarde : voor het aanschijn van den God van Jacob.
Die den harden steen veranderde in overvloedige wateren, en de steenrots in waterbronnen.
Juet ons, o Heere, niet ons, maar uwen naam zij eer.
Om uwer barmhartigheid en waar-
370 De Vesper-psalmen.
heids wille ; opdat de heidenen nooit zeggen: waar is hun God ?
Onze God toch is in den hemel; Hij doet al hetgene wat hem belieft.
De afgoden der volkeren zijn zilver en goud; werken van der menschen â handen.
Zij hebben eenen mond, doch p spreken niet: zij hebben oogen, li maar zien niet.
Zij hebben ooren, maar hooren niet: zij hebben neuzen, maar ruiken niet.
Zij hebben handen, toch tasten niet; zij hebben voeten, maar wandelen niet; zij maken geen geroep met hunne keel.
Dat, die ze maken, hun gelijk || worden; en allen die er op betrouwen, jj
Het huis van Israël hoopt op den j\ Heer; Hij is hun helper en hun j] beschermer.
De Yesper-paalmen. 371
Het huis van Ailron hoopt op den Heer; Hij is hun helper en hun beschermer.
Degenen, die den Heer vreezen, hopen op den Heer ; Hij is hun helper en beschermer.
De Heer is onzer gedachtig geweest en heeft ons gezegend.
Hij heeft gezegend het huis van Israël ; Hij heeft gezegend het huis van Ailron.
Allen die den Heer vreezen heeft Hij gezegend, zoo kleinen als groo-] ten.
De Heer zegene u lieden meer en meer ; u en uwe kinderen.
Weest gezegend van den Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft.
De bovenste hemel is voor den Heer: maar de aarde heeft Hij aan de kinderen der menschen gegeven. De dooden zullen TJ niet loven,
372 De Vesper-psalmen.
Heer, noch iemand dergenen die in het graf dalen.
Maar wij die leven, loven den Heer, van nu af tot in der eeuw igheid.
Eere zij den Vader, enz.
Lofzang van Maria, Luc. I.
Mijne ziel verheft den Heer.
Eu mijn geest heeft zich verheugd in God, mijnen Zaligmaker.
Omdat Hij de nederigheid zijner dienstmaagd heeft aangezien ; want ziet, van nu af zullen alle geslaeli ten mij zalig noemen.
Omdat Hij, die machtig is, mij groote dingen gedaan heeft, en zijn naam is heilig.
En zijne barmhartigheid is van geslacht tot geslacht, over hen die Hem vreezen.
Hij heeft macht door zijnen arm
De Vesper-psalmen. 373
gedaan; Hij heeft, degenen die hoo-Taardig in de gedachten van hun hart zijn verstrooid.
Hij heeft de machtigen van den stoel afgezet, en de nederigen heeft Hij verheven.
Hij heeft de hongerigen met goederen vervuld, en de rijken heeft Hij ij del weggezonden.
Hij heeft Israël, zijnen dienaar opgenomen, indachtig zijnde zijner barmhartigheid.
Grelijk Hij tot onze voorvaders gesproken heeft: tot Abraham en zijn j nageslacht in eenwigh eid.
Eere zij den Vader, enz.
A
Imprimi potest.
Datum Ruremunda; hac 10 Martii 1S40.
(Sign.) J. A. PAREDIS
Ep. llir. et Adm. Aplicus Limb, jj
1
BLADWIJZER.
j Voorbericht.......Blaoz,
Morgen-overdenkingen......
Overweging over de goddelijke waarheid en goedheid .... . . Overweging over de goddelijke liefde
en barmhartigheid.......
Avond-oefening.........
Gebeden onder de heilige Mis . . . Voorbereiding tot de heilige Biecht . Aanroeping van den heiligen Geest . ij Aanleiding tot hel onderzoek vnn het
f: geweten...........
j| Litanie van boetvaardigheid .... Dankzegging na de H. Biecht. . . .
Voor de heilige Communie.....
Oefening van Geloof.......
Oefening van Hoop.......
Oefening van Liefde.......
Oefening van verlangen......
Vóór het ontvangen van het allerheiligste Sacrament........
r Na de heilige Commnnie.....
ol .it â ü 31-il-It JC-inâ-g_JTrrrUt__
Bladwijzer.
Liefde............80
Veertien overwegingen overhel lijden
en sterven van Jesus Christus. . . S3
De zeven lioet-psalmen......110
Litanie van alle Heiligen . . . . 129
Litaniën en Gebeden voor alle dagon der week.
Litanie tot de allerheiligste Drievuldigheid ............145
Lofzang der Heiligen Ambrosius en
Augustinus. Te Denm......150
De geloofsbelijdenis van den heiligen
Athanasius..........153
Litanie van den heiligen Geest . . . 160 Godvruchtige aanroeping des heiligen Geestes tot verwerving zijner zeven
gaven............167
Litanie van den zoeten Naam Jesns . 172 XXXIII Verzuchtingen en beden tot Jesus, ter eere zijner drie en dertig
levensjaren..........177
Litanie van den 11. Antonius van Padua.............186
Litanie van. de heilige Engelen . . . 195 Gebed tot den H. Engelbewaarder . 204
Bladwijzer.
Ontboezeming van den l I.Carolu.sBor-romens tol den heiligen Engel-bewaarder, tot verwerving van oenen
zaligen dood.......
Litanie van den H. Jozef . . . i Gebed om den H. Jozef tot Patroon te
verkiezen........
Gebed tot den 11. Jozef, opgesteld door Z. H. Paus Leo XIII, in zijne Ency
! click van 15 Aug. 1889 . . . Litanie van het allerh. Sacrament ( Vroom gebed, waarvan de H. Ignatius zich veelmaals bediende .... Godvruchtige uitbreiding van dit ge click van 15 Aug. 1889 . . . Litanie van het allerh. Sacrament ( Vroom gebed, waarvan de H. Ignatius zich veelmaals bediende .... Godvruchtige uitbreiding van dit ge
bed............
Litanie van het lijden des Zaligma
kers..........
Vijf verzuchtingen tot de vijf heilige
wonden .........
Litanie van het M.Hart van Jesu-Opdracht aan Jesus' Heilig Hart Litanie van de allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria.......
-47
249
254
Bladwijzer,
Eenige Gebeden tot de allerheiligste Maagd Maria.
Gebed van den H. Augustinus . . . 265 Gebed van den H. llernardus .... 267
Een ander gebed........269
De H. Rozenkrans........271
De H. Kruisweg-.........296
Gebeden in bijzondere voorvallen des levens.
Gebed op den geboortedag .... 305
Gebed in tegenspoed.......306
Gebed bij zware ongevallen .... 307 Gebed om tijdelijken en eeuwigen zegen.............308
Gebed om zegen over ons beroep . . 309 Gebed in den ongehuwden staat. . . 310 Gebed in den huwelijken staat . . .311
Gebed op reis.........312 j
Gebed bij een on weder......313
Algemeen gebed voor het Christendom. 314
Gebed voor den vorst.......315
Overweging over des menschen sterfelijkheid ........... S1*)
iO
Bladwijzer.
Gebed in ziekte........
Dankgebed na gevolgde herstelling Gebed voor afgestorvenen .... Litanie voor de geloovige zielen Zeven gebeden voor de geloovige zie len, door het bitter lijden en sterven van onzen Heer Jesus Christus . .
321
323
324
Gebeden van onderscheiden inhoud.
Aanroeping der heilige Drieeenheid , 3 Aanbidding der goddelijke Voorzienig
heid...........
Aanbidding van den H. Naam Jesus. Vereering der heilige Maagd Maria Vereering van den H. Jozef . . Vereering van denH. Engel-bewaarder Vereering van den H. Naam-patroon Gebed tot den H. Joannes Nepomuce
339
340 343
343
344
345 345 347
Gebed tot alle Heiligen .... Gebeden onder het l.of . , . . De Vespers van den Zondag en eenige Feestdagen..........
363
/S'O