msÃmmSSiSamp;Ã.
Vv
quot;V i- ^h1 HHH
VAfS
IMPEIMATUE.
M. F. DE BEEE , Suji. Gen. et Dec.
ad hoc delegatus.
Datum Tilburgi, 19 Novembris 1891.
4- ft
-3-
â VOORIÃ.E3D E.
Deze nederige bladzijden behoeven bij den godvrnchtigen lezer geen andere inleiding of aanbeveling dan deze weinige woorden , die de H. Kerk met een aflaat verrijkt heeft: ,, Bemind zij overal het H. Hart van Jesns.quot; Wanneer znllen de gelukkige dagen eens aanbreken , dat die wensch geschreven staat aan het hoofd der staatswetten, op den titel der boeken, in den gevel der openbare gebonwen , in de wapperende banieren der legers en in
de paleizen der grooten ?...... Wat bij
de mensehen onmogelijk is, is mogelijk bij God , â en , zoo heeft Onze Heer gezegd , heerschen zal mijn Hart, ondanks allen tegenstand.quot;
Och , of ten minste die wenseh geschreven stond in de harten aller Christenen ! Daartoe het onze bijdragen door aan de geloovigen te doen zien, welke liefde Jesus' H. Hart in de Verlossing , in zijn H. Sacrament, in zijn H. lijden en in duizend andere weldaden betoond heeft, ziedaar geheel de reden van bestaan van dit werkje ; en deze reden zal ons verschooning doen vinden in het oog des vromen lezers; want wie zijn wij, om zulk een verheven taak met zoo zwakke krachten te beproeven ?
Wat het plan van het werkje betreft, dit is hoogst eenvoudig en ligt geheel en
al in den titel: â Liefde om Liefde reeds opgesloten. Wij moeten het H. Hart van Jeans beminnen ; doeh waarom ? Omdat Het ons het eerst bemind heeft en ons daarvan de bewijzen bij menigte gaf. Hoe moeten wij op onze beurt dat fl. Hart liefde betuigen? Door aanbidding, eerherstel en navolging. Ziedaar het geheele verloop. Op eenvoudige, duidelijke wijze - hebben wij getracht deze gedachte uiteen te zetten. In hoeverre wij daarin geslaagd zijn eu eenig vuur van wederliefde in de harten hebben mogen ontsteken , oordeele God en de vrome lezer.
VOOE DE VlEEDE UlTGAVE.
Bij het verschijnen dezer 4e uitgave, (voortvaar in Nederland iets buitengewoons), mogen wij niet nalaten een woord van oprechten dank te brengen aan de verschillende recensenten in onze Katholieke Dagbladen en Tijdschriften, die door ^ hunne welwillende aanbevelingen onzen nederigen arbeid een succes hebben bezorgd , dat niet anders strekken kan dan tot meerdere eer en verheerlijking van het Goddelijk Hart. Naar best vermogen hebben wij in deze uitgave getracht, de vlekjes en feilen weg te nemen, in gemelde tijdschriften zoo heuschelijk aangewezen.
amp;
LIEFDE OM LIEFDE,
of :
DE WELDADEN VAN JESÃS' 11. HART EN ONZE WEDERLIEFDE
Kort ÃTerziohl der (iescliiedcnis van de devotie tot Jesus' H. Hart.
s deze devotie nieuw in de H. Kerk? Hebben de Heiligen en godvruchtige personen van vroeger eeuwen haar gekend en beoefend ? Als men bedenkt, wat vooral het doel is van deze devotie, nl. zooals de uitspraken van Rome zeggen: .1 de oneindige liefde te eeren , waarmede « de Zoon Gods zich voor ons , menschen, 1' ter dood overleverde en zich zeiven aan
Stquot;
4^
» ons in 'tH. Sacrament ten spijze gaf1),quot; â dan kan men er niet aan twijfelen, of deze godsvrucht is zoo oud als het christendom zelf. Van den H. Joannes Evangelist af, die in het laatste Avondmaal dat H. Hart van liefde voelde kloppen, tot op onze dagen, zijn er altijd heilige en uitverkoren - zielen geweest, die deze liefde vereerden ; ook hebben Kerkvaders van de hoogste oudheid ons in hunne schriften gesproken over de liefde van Jesus' H Hart, zooals een H. Augustinus, een H. Bernardus, een H. Franciscns van Sales en anderen; terwijl heilige Maagden, als Mechtildis, Lutgardis, Gertrudis, ons de zoetheid dier liefde met de teederste woorden hebben beschreven. « Maar,quot; zoo zegt Pius IX z. g. in zijne bulle van zaligverklaring der . Zalige Margareta Maria, « de Stichter en « Voltrekker van ons geloof, Jesus Christus, i) had geen vuriger verlangen, dan de vlam » der liefde, die in zijn eigen Hart brandde, » ook in de harten der menschen te ont-» steken. Reeds in het Evangelie leeren
1) In positione causrc Instil, festi SS. Cordis a. 1697.
#â
wij dit; want, zegt Hij daar , Ik heb een vuur op de wereld gebracht en wat wil Ik anders, dan dat het ontstoken worde ? Om echter meer en meer dat vuur der liefde te ontsteken, wilde Hij in zijne Kerk den eeredienst van zijn H. Hart doen instellen en bevorderen. » En om d en heilzamen eeredienst in te -Y* richten en overal te verspreiden, gewaar-digde Zich Onze Heer zijne eerbiedwaardige dienares Margareta Maria Alacoque uit te kiezen.. .. Terwijl zij voor het Allerheiligste Sacrament in gebed verslonden was, werd haar door den Heer gezegd, dat het Hem alleraangenaamst zou zijn, zoo er een bijzondere eeredienst werd ingericht ter eere van zijn H. Hart, dat van liefde tot de menschen verteerd ^ % wordt. En aan haar droeg Hij de zorg hiervoor op.quot;
Dit had plaats op het einde der I7de â eeuw. Hevig was de tegenstand, dien deze godsvrucht in den beginne ondervond, zoowel van wege de godvruchtigen, welke daarin eene tot nu toe ongekende nieuwigheid meenden te zien, als ook van wege
de Jansenisten en ongeloovigen , die misschien inzagen, wat machtig middel deze devotie worden zou om geloof en liefde weder in de harten der Christenen te doen bloeien. De vromen waren natuurlijk spoedig tot andere gevoelens gebracht; maar de steeds aangroeiende haat der ongeloovigen leverde het bewijs, dat deze godsvrucht inderdaad het werk Gods was ; hun tegenstand diende slechts om de leer der Kerk aangaande dit punt duidelijker te doen omschrijven en overal te verspreiden.
En thans, op de dagen, die wij beleven, is deze godsvrucht beoefend over de ge-heele wereld ; uit alle oorden der aarde stijgen lofzangen op ter eere van het H. Hart van Jesus. Zoowel de lijnbeschaafde inwoner onzer groote steden, als de half wilde Indiaan van Amerika en Australië eeren en aanbidden dat Hart. Overal ter wereld verkondigen prachtige kerken met ranke torens aan de wereld de waarheid dezer voorspelling des Heeren : « Heerschen zal mijn Hart, ondanks allen tegenstand.quot; En wie zegt ons, waar die overwinning des H. Harten eindigen zal ? Ja, minne-
5?
i^,
lijke Jesus, wij vereenigen onze vurige verlangens met de uwe; moge de geheele wereld terugkeeren tot het geloof der vaderen , en alle volkeren en talen van Europa , Azië, Amerika, Afrika en Australië samenstemmen tot één machtig lollied, een lollied ter eere van uw Heilig en aan-hiddelijk Hart! -^
Talrijke boeken en boekjes werden geschreven om deze devotie , haren aard ,
haar voorwerp, hare voordeelen, hare beoefening duidelijk voor de geloovigen uiteen te zetten en zoo door meerdere kennis der godsvrucht, ook meerdere liefde te verspreiden. Het waren vooral de leden der doorluchtige Sociëteit van Jesus, die het machtige zwaard van hun geschreven en gesproken woord gebruikten, om aan deze devotie in alle standen der maatschappij eenen weg te banen en ze tegen aanvallen te verdedigen. Zij oogstten daarvoor den dank van alle weidenkenden en tevens de belooning, die de wereld niet kent of niet acht, nl. lijden en vervolging ; maar ook tegelijk den troost, het getal der vereerders en navolgers van het
Allerheiligste Hart ieder jaar te zien aangroeien. De eerste Vrijdag der maand, de Feestdag van het Allerh. Hart, de Eerherstellende Communie , de Eerewacht, het Apostolaat des Gebeds en nog andere oefeningen worden steeds meer verspreid.
Een machtige stoot voor deze heilzame devotie is voorzeker het besluit van Z. H. Leo XIII, van den SS5'01* Juni 1889, waarbij het feest van het H. Hart wordt verheven tot den hoogsten rang der Kerkelijke Feesten. Datzelfde besluit staat insgelijks aan de priesters toe, (behoudens zekere voorwaarden) in de kerken of kapellen, waar op den morgen van den eersten Vrijdag van iedere maand bijzondere godvruchtige oefeningen plaats hebben, daaraan toe te voegen de votiefmis van het. H. Hart. Heerlijk is de toekomst eener devotie, waaraan het hoogste kerkelijk gezag aldus zijn zegel hecht!
V
AFLATEN
VEEBOSDEN AAN DE
VIERING DER JUNIMAAND.
Z. H. Paus Pius IX bij Decreet van de H. Congregatie der Aflaten, 8 Mei 1873, vergunde aan alle geloovigen die in de Junimaand, hetzij in 't openbaar of in 't bijzonder ten minste met een rouwmoedig hart bijzondere gebeden of' godvruchtige akten van vereering ter eere van het Allerh. Hart van Jesus verrichten :
Een aflaat van 7 jaren eens per dag te verdienen.
Een vollen aflaat, op een dag naar verkiezing in gemelde maand , mits men , na waarlijk rouwmoedig te hebben gebiecht en gecommuniceerd, eene kerk of openbare bedeplaats bezoeke , en daar een tijdlang met godsvrucht bidde volgens de meening van Z. H.
Eerste Dag,
*r
Wat Tereeren wij, als wij het H. Hart -vereeren ?
an neer de pelgrim , die de overblijfselen dei- Serafijnsche H. Teresia vereeren wil, de aloude kerk van Alba de Tormez in Spanje binnentreedt en vraagt naar de relikwieën der Heilige, dan toont men hem eene kristallen vaas _ in den vorm van een menschelijk hart, en in die vaas het hart der maagdelijke Teresia, omringd van doornen. Hij ziet de wonde, welke een Seralijn met gloeienden schicht daarin maakte, en zoo het hem toegelaten wordt, drukt de pelgrim zijne lippen op het kristal, om zulk eene kostbare relikwie te vereeren'). â
1) Bouix. Vie de Ste. Térèse.
EERSTE DAG. 13
Een andur feit. â Wanneer schilders â¢ol' beeldhouwers den H. Augustinus, dien .grooten bekeerling en Kerkleeraar, willen voorstellen , beelden zij hem af, in zijne rechterhand zijn hart dragende, dat vlammen uitslaat. Waarom ? Heeft dan de il. Augustinus tijdens zijn leven ooit zijn hart in zijne hand gedragen ? Of heeft ooit op deze wereld zijn hart gebrand ? Neen, maar schilder- en beeldhouwkunst geven daardoor te kennen , dat de liefde des H. Augustinus bijzonder groot was, en om die liefde aanscliouwelijk voor te stellen, kenden zij geen beter zinnebeeld dan een hart, dat vlammen uitslaat.
In beide bovenstaande gevallen is er sprake van een hart , maar met een zeer groot onderscheid. Bij de H. ïeresia ziet â?» men haar eigen , natuurlijk, vleeschelijk hart, dat tijdens haar leven in haar boezem klopte en haar deed leven en handelen voor God. Bij den H. Augustinus echter ziet men niet een hart van vleesch, zenuwen en bloed, maar een zinnebeeldig hart, een hart, dat gesteld is in de plaats der liefde en ons aan de liefde doet den-
------------#
14 EERSTE DAG.
ken. De liefde toch is iets onzichtbaars en kan door geen beitel of penseel worden weergegeven.
Dit onderscheid nu heeft men ook bij de vereering van 't H. Hart niet uit het oog te verliezen. Beschouwt men dat H. Hart gelijk Het was tijdens het sterfelijk leven - des Heeren, toen Het klopte in de borst des Zaligmakers en in alles gelijk was aan het hart der overige menschen; beschouwt men her, gelijk Het nu nog , ofschoon verheerlijkt, klopt en leeft in den Hemel, en in het H. Sacrament, â zeer zeker, dan verdient dat Hart onze diepste vereering en aanbidding ; want Het is niet het Hart van een gewoon mensch, maar het Hart van een mensch, die tegelijk God ^, is, dus een inderdaad goddelijk Hart. En gelijk wij ons overgelukkig zouden geacht hebben, zoo het ons gegeven ware geweest, de aanbiddelijke voeten des Zaligmakers te kussen, zooals de HH. Vrouwen,âof zijn H. Aangezicht te mogen afdrogen, zooals Veronica , zoo ook mogen en moeten wij dat H. Hart vereeren en aanbidden in de borst des Zaligmakers, als een deel, en
EERSTE DAG. 15
wel het edelste deel van het lichaam des Heeren, waarvan de aanschouwing de Engelen voor eeuwig gelukkig doet zijn.
Maar nog iets meer vereeren wij in het H. Hart. De liefde namelijk ; de liefde waarmede de Zoon Gods ons bemind heeft tot den dood, ja, tot den dood des kruises; - de liefde, waarmede Hij zich aan ons gaf in zijn H. Sacrament; de liefde, waarmede Hij zich daar liever aan ontelbare belee-digingen wilde blootstellen tot aan het einde der eeuwen toe, dan ons het bewijs te onthouden , 't welk ons toonen moet, tot wat uiterste Hij ons bemint.
Maar kunnen wij ons die liefde des Heeren wel verbeelden ? De uilwerhselen dier liefde ondervinden wij ; maar hoedanig is die -liefde zelf? Och, wij stoffelijkemenschen, wij hebben in onze voorstellingen altijd ook iets stoffelijks, iets zichtbaars noodig, om , zooals de H. Kerk zingt, door het zichtbare tot het onzichtbare gebracht te worden'). Hoe ons dan de liefde des Hee-
1) Praefatio de Nativ.; üt dum visibiliter Deum cogDoscimus, per hunc iu invisibilium amo-rem rapiamur.
16 EERSTE DAG.
ren voorgesteldquot;? Gelijk de liefde des H. Augustinus : onder het zinnebeeld zijns Harten. Zien wij dat Hart, dan weten wij, dat de Heer ons bemind heeft: zien wij dat Hart, dan beschouwen wij als in éénen oogopslag geheel die lange rij van weldaden, waaruit zijn leven op aarde eenmaal bestond, en nog bestaat in het H, Sacrament; zien wij dat Hart, dan weten wij, waarom de Heer van koude wilde schreien in de kribbe van Bethlehem, waarom Hij zich vermoeide en uitputte bij zijne Evangeliereizen, waarom Hij zich bloot gaf aan den haat van Schriftgeleerden en Farizeërs, waarom Hij zich aan eene kolom liet geeselen, aan een kruis liet verheffen en doorsteken ; dat Hart zegt u dit alles zonder woorden : omdat Hij ons -menschen beminde.
En met welk eene liefde ! O , 't is eene liefde, die alle tijden en plaatsen en personen omvat en waarop wij de woorden der H. Schrift volkomen kunnen toepassen : zij is onmetelijk als de zee. En wie overziet de lengte, wie meet de breedte, wie peilt de diepte der zee ? Toen de H. Paulus de
EJifiSTE DAG. 17
liefde beschreef, die de Christenen van Corinthe moesten hebben, toen hij verkondigde: de liefde is geduldig, de liefde is zachtzinnig, de liefde is niet naijverig, zij praalt niet, zij is niet opgeblazen , zij is niet eerzuchtig, zij zoekt het hare niet, zij verbittert zich niet, zij rekent het kwade niet toe, zij verblijdt zich niet over du â ?' ongerechtigheid, maar verblijdt zich met de waarheid ; zij verdraagt alles , gelooft alles, hoopt alles, verduurt alles, â wiens liefde zweefde toen als een toonbeeld voor zijnen geest'? De liefde van Hem, van Wien 1'aulus ook zegde; weest mijne na- i volgers, gelijk ik het ben van Christus').
Welnu, die liefde, die vlam, dien gloed vcreeren wij, als wij het 11. Hart van .
, Jesus vereeren. o Waardig Voorwerp J5» onzer godsvrucht! Wat zullen wij be- j minnen, zoo wij dat Hart niet beminnen, dat ons aan zooveel liefde doet denken L! Als een zoon het portret vereert, dat hem aan zijn overleden vader herinnert,â als eene bruid den ring bewaart, die haar
1) 1 Cor. V.
'ft
-------------------
18 EERSTE DAG.
ccn ver verwijderden bruidegom in het. geheugen terugroept, â⢠als eene dochter de haarlokken ecncr diepbetreurde moeder op het hart draagt, â waarom zouden wij dan ü niet vcreeren, o Goddelijk Hart, dat voor ons meer zijt dan een kostbare ring, meer dan alle rijkdommen des Hemels en der aarde! Gij zijt een goddelijke Schat, het zinnebeeld , tie gedachtenis eener liefde, die niet grooter zijn kon ! Ontvang dan onze hulde en aanbidding , tegelijk met de hulde en aanbidding , die de Engelen en Heiligen U de geheele eeuwigheid door zullen brengen!
quot;Voorn em en s.
1° Dikwijls dooi' den dng herhalen : Bemind zij overal liet II. Hart van Jesns. (100 dagen Aflaat eens per dag, .'iS Sept. 1860.)
2°, Het H. Hart bedanken voor de liefde, die Het ons lietoond heeft cn nog voortdurend lictoont.
Squot; Een goed voornemen maken , om gedurende geheel deze maand de zonde, zooveel onze zwakheid toelaat, te vermijden.
------------
E12RSTE DAG. 1 ü
VOORBEELD. (1)
JJf'rsie verschijning van Jesits* Tl. Hart aan de gelukzalige Mar gar et a Maria AJacoque.
Dc gclulizalijre Margarcta Maria verhaalt zelve aldus : Eens lag ik voor het H. Sacrament neergeknield; ik gevoelde mij geheel doordrongen van de goddelijke tegenwoordigheid, en wel zoozeer, dat ik mij zelve en de plaats, waar ik was, geheel vergat; ik gaf mijn hart geheel over aan dc werking van Jesns' liefde. Onze Heer deed mij langen tijd rusten op zijne horst en ontdekte mij alstoen de wonderen van zijne liefde en dc onuitlegbare geheimen van zijn H. Hart, welke Hij voor mij lot dan toe verborgen had gehouden. Hij sprak : âMijn goddelijk Hart is zoozeer ver-â voerd van liefde voor de mensehen, dat het de â vlammen van zijne liefde niet meer kan inhou-â den en dezelve door uwe tusschenkomst wil ^ â verspreiden. Het heeft beiioefte, zich nan de â menscheu te openbaren , ten einde hen te ver-â rijken met zijne schatten , die Tk thans aan u bekend maak ; zij bevatten alle genaden van zaligheid , welke noodig zijn , om hen uit den afgrond van verderf te trekken. En u, die een afgrond zijt van onwaardigheid en onwetendheid, â heb Ik uitgekozen tot verwezenlijking van dit
1) Vie et Oeuvres de la B. Marp. Marie, vol. IT. pag. 379. (cfr. vol. I. 105. Publication du mouastère dc Paray-le-Monial.)
S)------S,--------^
20 EEBSTE DAG.
â gioote plan; maar alles zal doov -Mij gedaan â woideu.quot; Daarna vroeg Hij mij mijn kart. Ik smeekte Hem, het zelf te nemen. Hij deed zulks en plaatste het in zijn aanbiddelijk Hart, waarin Hij het mij liet zien als een klein stofje, hetwelk verteerd word in dat brandend fornuis. Hij nam het er nit als een vurige vlam in den vorm van een hart en stelde liet weder op do plaats, waaruit Hij het genomen had, terwijl Hij zoide: âZiedaar, mijne Welbeminde, een kostbaaronder-â pand van mijue liefde.... En tot teeken, dat â de groote gunst, die Ik u bewezen heb , niet â een spel is der verbeelding, en dat zij de âgrondslag is van al de gunsten, die Ik u nog â zal betoonen , zal n de smart, hoewel Ik de â wonde in uwe zijde gesloten heb, er altijd van â bijblijven.quot; En inderdaad , zoo gebeurde het.
i'
.GEBED voor ncn hedd ran 't II. Hart.
Ik N. X... om ü mijne erkentelijkheid te toonen en al mijne ongetrouwheden te herstellen, schenk ü mijn hart en wijd mij geheel aan I toe, o mijn beminnelijke Jesus; en met uwe hulp neem ik mij voor uiet meer te zondigen. (A II. 100 dag. eens per dag ; Pius VII. t) Juni 1807.)
Tweede Dag.
'H
Waarom vereereu wij lief If. Hart! (1')
»us weleer do Kgrpteuaur zijne velden overstroomd zag niet het vruchtbare water des Nijls, dan blikte hij dankbaar op naar de bronnen van dien stroom , die zooveel zegen over Egypte verspreidde, en die bronnen werden hem een voorwerp van afgodische vereering. Arme heidenen, zij klommen niet op tot de hoogste Bron van allen zegen, die God . is!
Daar is een andere vruchtbare stroom ,
# -V
1
Het kau onze meening niet zijn , hier op eenigerlei wijze cene vraag to beslissen, welke de geleerden verdeelt, nl. : Is het hart des meusehen (en dus ook Jesns' if. Hart) de zetelplaats , het werktuig der liefde, en i» het; hart het beginsel of niedebeginsel onzer handelingen? Van weerszijden wordt niet te versmaden geza^ aangehaald.
ÃWEEUE J)AG.
die niet slechts één land besproeit met tijdelijken zegen, maar geheel de wereld overstroomt met geestelijke gunsten, 't Is do stroom der weldaden van Jesus Christus. Zie, geheel de wereld geniet van dien zegen, die ons door het Verlossingswerk, door de 11. Kerk, door de 1111. Sacramenten, door de Allerheiligste Maagd Maria geworden is. Zullen ook wij niet dankbaar opzien tot de bron van al die gunsten?
Maar waar die bron te vinden? (Uiristen , zie op tot het 11. Ihni van .le.sus ; daar is de bron, waaraan al ilie weldaden als een breede stroom ontvloeiden, om geheel de wereld te overdekken. Met dat Hart heelt Jesus Christus de Zoon des eeuwigen Vaders, ons bemind; zijne liefde schonk ons al die gunsten, waarmede
Is cv tlus hier ot' in liet vervolg vim dit werkje sprake van de zetelplaats, het werktuig der liefde enz., inen versta dit dan zoo, dat het hart het eerst en liet meest den weerslag aller aandoeningen der ziel gevoelt, iets wat allen toegeven. Wij meenden deze verklaring aan den meer ontwikkelden lezer versehuldigd te zijn , hem voor het overige naar werken van wetensehappelijken aard verwijzende.
--^---
23
amp; 'T
l WEED li DAG.
iedere voetstap in zijn leven geteekeml Avas ; waar wij eene gave zien , waarin zijne liefde bijzonder uitschijnt, daar mogen wij zeggen: dit is eene gave zijns Harten.
In het hart des menschen, zegt de H. Franciscus van Sales'), zetelt de liefde als eene koningin; dat hart heeft vele bewegingen , maar do liefde bcheerscht die alle. Vandaar dan ook, dat, «zijn hart â schenkenquot; hetzelfde beteekent als; zijne liefde schenken, en als God zelf in dc 11. Schrift onze liefde vraagt, dan doet Hij het met deze woorden : « Mijn kind, geef Mij «uw hurl.quot; Inderdaad, wat baten ons alle giften en geschenken, zoo zij niet voortkomen uit het hart, d. i. uit oprechte liefde en toegenegenheid'? Wat baten ons vriendelijke woorden cn plichtplegingen, zoo wij niet weten, dat zij van harte gemeend zijn ? Welnu, wanneer .Icsus Chrislus ons geschenken geeft, die allo menschclijke gaven verre overtreffen, is het dan mogelijk, dat zijn Hart daar niet bij zou zijnquot;? Zijn Hart cn zijne liefde zijn één ; waar zijne liefde uitschijnt, daar is
1) Directions Spir. Chaumont torn. I.
4^
24s TWEEDE DAG.
zijn Hart het werktuig, het kanaal, de bron geweest.
Het H. Hart is, om eene aanschouwelijke vergelijking te gebruiken, gelijk aan de hewegende veer van een kunstig samengesteld uurwerk. Zulk eun uurwerk be-staat uit vele radertjes, die allo worden â in beweging gebracht en gehouden door -fgt; eene veer. Deze wordt op hare beurt in beweging gebracht en gehouden door liet menschelijk vernuft, dat haar doet werken. Zoo gaat de beweging van elk radertje uit van ééne oorzaak, die geene andere is dan het kleine maar machtige stuk je metaal, dat wij veer noemen. Zoo is het eveneens met het Allerh. Hart. Dat Hart is slechts een klein, maar edel deel van het H. Lichaam des Heercn ; in dat Hart nu woont de Goddelijke cn menschel ijke liefde van Jesus Christus. Gelijk het menschelijk vernuft als het ware de metalen veer bezielt en deze bare eigene werking mededeelt aan de tallooze radertjes , zoo deelt de Goddelijke en men-schelijke liefde des Heeren het eerst hare werkingen mede aan Jesus' 11. Hart. Dit
f.SjL ............. 'â -----ââ ' r _ ----
Ã] - fe
2»
w
TWEEDE DAG.
geraakt in beweging en deelt zijne eigene beweging mede aan de verdere deelen van zijn 11. Lichaam. Ja, dat II. Hart bewoog 's Heeren voeten, als zij zich voor ons heil voortspoedden over de bergen en vlakten van Judea; liet bewoog zijne heilige handen , als zij zich zegenend en genezend uitstrekten over zieken en kinderen ; liet bewoog zijne lippen, als zij de stroomen zijner vertroosting en onderrichting zoo mild deden vloeien.
Dat Hart was van 's Heeren Lichaam het eerste deel, hetwelk leefde, zooals reeds dj oude wijsgeeren van lederen menscli leerden1); het hart ook leeft in den menscli het langste, en liondt het hart op te kloppen, dan staat geheel de werking van het lichaam stil. Kort dus nadat de Engel aan Maria de Menschwording van Gods Zoon had aangekondigd, klopte reeds dat. 11. Hart, en toen aan't kruis de uiterste-deelen van 's Heeren Lichaam reeds koud en levenloos werden, toen klopte, ofschoon verzwakt, nog altijd zijn 11. Hart vol liefde
n.
1) Aristotelcs. de Genei', anim. 1. II. c. ü l'linius 1. IX. cap. 37.
% '
---------â
20 ÃU'liEDE DAG.
tot ons. Welnu, al die handelingen van Jesus, welke liggen tusschen die allereerste klopping in Maria's schoot, tot aan die luatste klopping aan het kruis, wij danken ze allen aan zijn H. Hart; dat Hart beminde ons, en alles wat Het verrichtte, of het lichaam deed verrichten, dat deed Het uit liefde tot ons.
Zouden wij dan dat 11. Hart niet vereeren en aanbidden als de zegenrijke Bron van zooveel goeds? Wij eeren de kribbe, waarop het goddelijk Kind te Uethehem neerlag; veel meer dus moeten wij dat Hart vereeren, waarop zijne liefde zetelde als op een troon. Wij eeren Maria, omdat uit haar is opgegaan de Zon van gerechtigheid ; omdat op haar stam de bloem van Jesse, Jesus Christus, is ontloken; omdat uit haar en door haar die stroomen van genade gevloeid zijn , die de wereld hebben gered ; omdat zij den zetel geweest is der Eeuwige Wijsheid. Veel meer reden hebben wij dan, om het H. Hart te vereeren , omdat daar de goddelijke en menschelijke liefde des Heeren zetelde.
Daar werkte zij, daar verwarmde en -------^---
amp;
tweede PAG ai
verlichtte zij als eene zon allen mensch , die in deze wereld komt; daar gloeit zij nog als eene vlam; daar is het brandpunt van dat vuur, hetwelk de gehecle wereld moet ontvonken van liefde tot God.
« Ontvang dan onze hulde, oonuitspre-ii kelijk Hart, o allerwaardigste zetelplaats .'der eeuwige, ongeschapen liefde')!quot;
Voornemens :
lü Aan de liefde onzes harten dikwijls nieuw voedsel geven door dit seliictgebed te herhalen : j, Zoet Hart van Jesus, maak dat ik U immer meer en meer beniinnc.quot; (300 dagen aflaat telkens. 20 Nov. 1870.)
2° Alles vermijden wat die liefde zou kunnen verflauwen of uitdooven.
VOORBEELD. (2)
Ticec.dc verschijninf/ van â ft'S/'.x' 11. Hart aan de Zalige May ar ei a Maria.
Dat H. Hart, zoo zegt de Gelukzalige zelve, werd mij vertoond als eene zou , schitterend van lieht; hare vurige stralen schoten recht op mijn hart neer. Dit voelde zich terstond ontgloeid
1) Exercitiuiu approbatum a Judiee Komano.
2) Op. eit. vol. II pag. 381 seq.
-$
9-------3---if.
28 TWEEDE DAG.
door ceu vuur zoo hevig, dat het mij voorkwam, als werd het lot aseh verteerd. Bijzonder in ditgt; oogeublikken onderrichtte mijn Goddelijke Meester mij in hetgeen Hij van mij wilde, en openuaarde Hij mij de geheimen van dat aanbiddelijk Hart. Eenmaal, onder andere, was het II. Sacrament uitgesteld; ik was geheel in mij zelve gekeerd ;
toen verscheen mij Jesus Christus, mijn zoete Meester, geheel schitterend van glorie; Hij droeg de vijf wondteekenen als vijf stralende zonnen ; van alle kanten sloegen de vlammen uit zijn U. Lichaam, maar vooral uit zijn aanbiddelijke borst» die aan een vuuroven geleek. Zijn boezem ontdekkende , toonde Hij mij zijn. geheel beminnend en beminnelijk Hart, dat de levende Bron was van al die vlammen. Toen openbaarde Hij mij , tot welk uiterste Hij zich had laten vervoeren in zijne, liefde tot de menschen ; toch ontving Hij van hen niets dan ondankbaarheid en miskenning , â en â dit is,quot; zegde Hij, ânog smartelijker dan al het-â geen Ik in mijn lijden heb onderstaan. Als zij â maar eenige wederliefde bewezen , dan zou Ik â al wat Ik voor hen gedaan heb , als niets ach-â ten, en , zoo mogelijk , zou Ik nog meer willen â doen ; doch tegenover mijne ijverige pogingen gt; â om huu goed te doen, betoonen zij niets dan â koelheid en terughouding ; maar gij ten minste, â doe mij het genoegen van zooveel gij kunt hun-â ne ondankbaarheid te herstellen/' En toen ik mijne onmacht betuigde , antwoordde Hij : â Zie-
£i--------% ---
gt;
amp;
29
TWEEDE DAG,
,, daal', waardoor gij kunt aanvullen , wat u out-â brceltt.quot; Tegelijkertijd opende zich zijn goddelijk Hart; en er schoot zulk eeue vurige vlam uit, dat ik dacht er door verteerd te worden. Ik had Hem , medelijden te hebben met mijne zwakheid. â Ik zal uwe klacht zijn,quot; sprak Hij, â vrees niet.. .Hij gaf haar nu onderscheidene 1 bevelen cn voorspelde haar vele smarten , maar â voegde er bij : j.Doe niets zonder de goedkeuring â dergenen , die u geleiden , opdat, wanneer liet â gezag der gehoorzaamheid met u is , de Satan â u niet kunne bedriegen; want hij heeft genu â vermogen op de gehoorzame zielen.quot;
GEBED.
o Goddelijk Hart van Jesus , o Bron van zooveel weldaden, stort in cos hart de vurigste wederliefde, opdat wij C hier en hiernamaals de dankbaarheid betoonen, waarop uwe weldaden r recht geven.
Heilig Hart mijns Vaders, bestier mij.
Heilig Hart mijns Konings , bezit mij.
Heilig Hart mijns Meesters , onderricht mij. Heilig Hart mijns Geleiders, wijs mij den weg. Heilig Hart mijns Geneesheers, genees mij. Heilig Hart mijns Keehters, vergeef mij.
Heilig Hart mijns Verlossers, red mij.
Heilig Hart van mijnen God, wees gansch aan mij, en ik gansch aan U.
Derde Dag.
quot;Wat voordeel geeft ons de vereering-van Jesus' IT. Hart
1amp;|pl
recht mogen wij ons de vraag tellen : welk voordeel brengt mij de devotie tot Jesus' II. Hart ? Voorzeker, dat liet II. Hart een goddelijk Hart is, aanbeden door de Engelen en Sera-lijnen , dat Het een zinnebeeld, de zelel-^ - plaals, en het iverkluij] is der Goddelijke ⢠liefde, moest meer dan genoeg zijn, om ons tot die vereering te brengen; maar hoe zijn wij menschen '? Wij zijn gewoon de waarde der zaken tc heoordeelen naar het voordeel, dat zij ons aanbrengen, en eene devotie, die slechts eer zou geven aan God, zonder ook aan ons, menschen, voordeelig te zijn, zij zou, helaas, slechts door
â3-----------
DKliaE DAG. 31
weinig uitverkoren zielen beoefend worden. Wij vergoten, dat ook ten opzichte van God zelf het woord des Heeren waar blijft; « 'tls beter te geven dan te ontvangen,quot; d. w. z. 'tis beter Gode lof tegeven, dan zijne weldaden te ontvangen. Nu wij mensclien eenmaal zoo zijn, is nu niet die devotie 'V de beste, welke aan God de grootste eer en aan ons het meeste geestelijk voordeel bezorgt ? Eene dier devotion is de godsvrucht tot het II. Hart van Jesus, ja zelfs, eene der voornaamste.
Konden wij het eens zien wat zegenrijke vruchten zij reeds in de zielen , die haar beoefenden , heeft voortgebracht; konden
die vruchten eens getoond worden aan allen, die nog aarzelen deze devotie aan te nemen , â dan zou weldra ieder Christen een vereerder zijn van liet H. Hart, gelijk thans ieder Katholiek een vereerder is van Maria.
Doch geven wij hier het woord aan iemand, die het goddelijk Hart in zijn luister a: nschomvde en door Jesus Christus zelf met de verspreiding dier devotie belast werd: « Ik weet nietquot;, zegt de zalige -------^---------
-32 DEBDK D.VG.
Margaret;i Maria Alacoc[ue, « of er ééne â¢n godsvrucht bestaat, die beter geschikt is. i) om in weinig tijds eene ziel tot de â¢ii hoogste heiligheid op te voeren en om » haar de ware vreugde te doen smaken, ii die aan den dienst van God verbonden » is. Ja, ik zeg het met nadruk: als - ii men wist, hoe aangenaam deze gods-â 11 vrucht aan Jesus Christus is, dan zou » er geen Christen zijn, die ze niet vol-ii ijverig beoefende. De aan God toegewijde » personen zullen er een onfeilbaar middel » in vinden , om hunne vurigheid te be-ii houden, te vermeerderen of terug te â i) bekomen. De personen, die in de wereld ii leven, zullen er al de genaden vinden , â » die zij in hunnen staat noodig hebben : ii den vrede in hunne huisgezinnen, hulp )i in hunne werken en den zegen des » Hemels in al hunne ondernemingen. In ii dat Hart zullen zij een toevlucht vinden ii gedurende hun leven, maar bovenal in ii het uur des doods. 0, wat is het zoet ii te sterven, wanneer men eene standvas-» tige godsvrucht gehad heelt tot het Hart â¢igt; van Hem, die ons oordeelen moet!quot;
r
#-------^
DERDE DAG. bo
Eeuwen reeds vóór deze dienares Gods had het de II. Petrus Daraianus gezegd: « In dat Hart vinden wij wapenen, om » ons te verdedigen , geneesmiddelen voor â¢Â» onze kwalen, machtige hulp tegen de ii bekoring, de zoetste vertroosting in onze » droefheid en de zuiverste vreugde in
dit dal van tranen. Zijt gij bedroefdquot;? ii Of kwelt u de gedachte aan uwe zonden '? ii Is uw hart bewogen door hevige driften'? ii 0, werp u in het Hart van Jesus; 't is ii een veilige schuilplaats, de toevlucht ii der ongelukkigen en de veiligheid van « alle Christenen !quot; â Wat kunnen wij nog meer verlangen ? En welke godsvrucht ter wereld zal ons meer kunnen geven ?
Het streven van iederen christen moet zijn: steeds meer en meer den aanbiddelijken Persoon van Jesus Christus te leeren beminnen en te vertrouwen op Diens goedheid. Maar zal er iets beter in staat zijn om die liefde en dat vertrouwen te vermeerderen , dan de godsvrucht tot dat van liefde brandend Hart? » Uit liefde
heeft Hij zijne zijde geopendquot;, zegt de »
--------
34 DEKDE DAG,
II. Bonaventura, «om u zijn Hart te geven1);quot; en Pius IX z. g. zegt van deze godsvrucht: « Wie zou zoo ijzerhard en i) versteend kunnen zijn, dat hij niet be-» wogen wordt om wederliefde te betuigen i) aan dat Hart, 't welk slechts doorsto-» ken en doorwond is, om aan onze ziel » eene zekere schuilplaats en toevlucht te ii verschaffen , waar zij zich voor de aan-» vallen en hinderlagen der vijanden bevei-)gt; ligen kan?quot;2)
Een groot, welsprekend Bisschop onzer dagen zegt: « Wilt gij sterkte in uwe moeilijkheden en strijden ? Gaat tot het Hart van Jesus ; Hij zal u sterkte geven. Hij heeft den kelk des lijdens gedronken, gedronken tot den bodem ; de ondervinding onzer smarten heeft Hem geleerd, ze te verzachten. Verlangt gij vertroosting en godsvrucht ? Gaat tot het Hart van Jesus. Welke vertroosting, meent ge, zult gij daar vinden ? 0 , ik kan het u niet met woorden beschrijven, maar neemt er zelf de proef van en gij zult het ondervinden ;
1) S. Bonav. Stini. amor. p. I. c. 1-
2) Pius TX. In Brevi Beatif. Ven. Mavg. Mar.
__ft__________
DEKDE DAG. 35
ot' als gij nog twijfelt, gelooft dan de Heiligen, gelooft hunne woorden vol geestdrift en verrukking, waarbij de taal der menschelijke geestdrift verstomt: « Neen,quot; zoo roept de H. Bonaventura o. a. uit, neen, ik wil niet van Jesus gescheiden worden ; want het is mij goed bij Hem te zijn ; en in Hem wil ik drie tenten bou- -wen : eene in zijne handen, eene in zijne voeten, maar de zoetste en altijddurende in zijne zijde. Daar zal ik tot zijn Hart spreken, en al wat ik verlang, zal ik verkrijgen, o Beminnenswaardige wonde mijns Verlossers! o Wonde, die de harten treft en ze doet overvloeien van liefde! o Zalige lans, die waardig waart, dien schat der goddelijke Wijsheid te openen en deze bron der genade, deze _ fontein, waaruit de levende wateren der eeuwige liefde voortkomen, te doen vloeien ! 0, was ik in de plaats der lans geweest, neen , ik zou niet meer uit de zijde des Heeren hebben willen uitgaan, maar ik zou gezegd hebben: hier is mijne rust voor eeuwig, hier wil ik wonen , want deze plaats heb ik uitge-
t---
DERDE DAG.
» kozen!quot; Zoekt gij een schild tegen de gerechtigheid Gods? Vlucht in het Hart van Jesus ; daar is plaats voor allen, voor zondaren cn rechtvaardigen. Verlangt gij een toevluchtsoord tegen de verschrikkingen des doods? Wel is het vreeselijk te vallen in de handen van den levenden God, maar zoet is het, den geest te geven in het Hart van Jesus ; o , dan is het waar , dat de dood maar een slaap is, en men is zeker in den Hemel te ontwaken ; want de gansche Hemel rust in het H. Hart van Jesus').
«o II. Hart van Jesus, o Bron der hoog-igt; ste liefde,quot; zoo roept de H. Franciscus van Sales uit, « wie kan U ooit genoeg-» zaam zegenen ? Wie U ooit genoegzame «liefde voor liefde geven ? Gij zijt de Bron » van alle genaden. Met de nagelen zijn » wij geschreven in Jesus' handen, maarniet » de lans in zijn Hart.quot;
De ondervinding komt deze uitspraken ten volle bevestigen. Waar men deze godsvrucht kent, daar plukt men er de gezegende vruchten van, en 't is dan ook niet zonder eene blijkbare voldoening des 1) Kardinaal Giraud. Serm. sur !e S. C.
36
harten, dat de groote Pius IX voorgehee de wereld getuigt; « Deze godsvrucht is « met groot voordeel voor de zielen in de «Kerk vermeerderd en verbreid1).quot; Aflaten en gunsten werden er in groote menigte aan verhonden; en de hardnekkige hestrij-ding, die zij ondervond van ongeloovigen en ketters, zegt, meer nog dan de grootste lofprijzingen, hoezeer de duivelen haar haten en hoe groot voordeel zij aan de zielen aanbrengt2).
quot;Vquot; oornemens.
1° Het H. Hart bidden om eene ware godsvrucht en vurige liefde.
2° Binnen den kring onzer omgeving de godsvrucht tot Jesus' H. Hart bevorderen en verspreiden.
3° Een beeld van het H. Hart versiereu of vereeren.
VOORBEELD. (3)
Derde verschijning.
Op den feestdag van St. Jan Evangelist, zoo
1) In Brevi beatific, beat. Marg. Mar.
2quot;) Zie de Beloften van Jesus' H. Hart na den vijfden dag.
3) Op. cit. vol. If. pa?. 324 seq. Lettre 120
DERDE DAG.
schrijft de zalige Margarela Maria, werd het Goddelijk Hart mij vertoond als op een troon van vuur en vlammen, van alle kanten stralen uitschietende, schitterender dan de zon, en doorschijnend als kristal. De wonde, die Het op het kruis ontving, was er duidelijk zichtbaar. Een kroon van doornen omringde dat H. Hart en een kruis stond er hoven op. De werktuigen van zijn ⢠lijden beteekenden, dat zijne onmetelijke liefde voor de menschen de oorzaak van al het lijden en van al de vernederingen was, die Hij voor ons heeft willen uitstaan; dat van het eerste oogenhlik zijner ^Menschw-ording af al die pijnigingen en versmadingen voor zijnen geest hadden gestaan , en dat in dit eerste oogenhlik, het kruis als 't ware in zijn Hart geplant werd; om ons zijne liefde te hetoonen, aanvaardde Hij van toen af al die vernederingen , die armoede, die smarten, welke zijne H. Menschheid gedurende geheel zijn levensloop moest lijden, en de versmadingen, waaraan ^ de liefde Hem tot aan het einde der eeuwen zou blootstellen in het Allerh. Sacrament des Altaars.â Vervolgens deed Hij mij verstaan, dat zijn vurig verlangen, om van de menschen volmaakteiijk bemind te worden, Hem had doen besluiten hun zijn Hart te openbaren , hun al de schatten te openen, die Het bevat, schatten van liefde, van barmhartigheid, van genade, van heiligmaking en zaligheid. Hij verzekerde mij, dat Hij er een bijzonder genoegen in stelde vereerd te worden
T ~
DERDE DAG.
onder de afbeelding van dit lichamelijk Hart; Hij wilde, dat deze afbeelding in 't openbaar werd ten toon gesteld, om , zoo zeide Hij , het ongevoelig hart der menschen daardoor te treffen. De Verlosser beloofde mij, in overvloed de gaven, waarmede Het vervuld is , over te zullen storten in het hart van hen , die Het verreien, en dat overal, waar dit beeld is uitgesteld de rijkste zegeningen zouden nederdalen. â Eindelijk zeide Hij mij , dat deze devotie een laatste poging was zijner liefde , waardoor Hij de Christenen in deze laatste eeuwen wilde begunstigen.....quot;
GEBED.
o Heer Jesus Christus, mijn gekruisigde Meester , Zoon der Allerh. Maagd Maria, open uw Hart, ontvang het mijne en verhoor mij in al datgene, wat ik van U vraag, indien dit het welbehagen is van uwen allerheiligsten quot;Wil. â o Hart van Jesus, in den Hemel aanbeden, op de aarde aangeroepen, in de hel gevreesd, heerseh over alle harten, heersch in alle eeuwen, heersch door de gratie, heersch voor altijd in de glorie. Amen.
39
t'
Vierde Dag.
Wat liefde liet H. Hart ons betoonde in het Verlossingswerk.
om' na de schepping der wereld, J 'i^S^zwierf op aarde een man rond, die in alles wat hij hooi de en zag de wraak van God meende te bespeuren; het ritselen \an een boomblad, het geloei van den wind, het gezicht zijner mede-menschen, alles deed hem vreezen. 'tWas Gain , de broedermoorder. â Gelijk Gaïti in alles de wraak Gods, zoo moeten wij. in alles de liefde Gods zien, niet alleen de liefde, waarmede God ons het aanzijn gaf en ons schiep , maar ook de liefde, waarmede Hij ons van den eeuwigen dood verloste , toen wij in de slavernij des duivels gevallen waren. O hoe ongelukkig was toen toch 's menschen toestand ! De
*r
.
VIERDE DAG.
zondige mensch was onbekwaan, om zich zeiven te redden; de vriendschap met God was verbroken, â dezelve herwinnen kon hij niet; slaaf des duivels was hij, âdie slavenketenen verbreken kon hij evenmin als zich zei ven vrijkoopen; de erfenis des Hemels was verloren, â die terugwinnen was hem onmogelijk ; de hel stond open , â een middel om ze te sluiten had hij niet; Gods vloek rustte op des menschen hoofd , â en de mensch was niet bij machte dien vloek weg te nemen, veel minder hem in zegen te veranderen, o Ongelukkige mensch , hoe zult gij zalig wordenEn heb Woord is vleesch geworden en Hel heeft onder ons gewoond'); Jesus beminde ons , en met zijn eigen bloed heeft Hij ons van onze zonden gezuiverd1) : ziedaar het ant- , woord. God werd mensch, Jesus Christus voldeed voor onze zonden ; wat wij niet konden , dat deed zijne almachtige liefde; de vriendschap Gods werd hersteld, de slavernij des duivels vernietigd, de erfenisdes Hemels teruggegeven, de hel gesloten
1) iTois I. 14.
2) Vel. Gal. II. 20.
41
. ,âfââ
â¢42 VIERDE DAG.
en de vloek, die op den mensch rustte, in zegen veranderd. Hoe deed Hij zulksquot;?... Hoor, daur zucht een Kind, in een kouden, open stal; eene arme maagd en een handwerksman zitten naast Hetzelve ; het Kind beeft, van koude, weent van droefheid, spreekt geen woord, strekt zijne machte-
looze handjes uit..... Dat Kind zal dit
alles bewerken en is er in zijn armen stal reeds mede bezig. De H. Kerk vraagt in hare lofzangen aan haren Goddelijken Bruidegom, die niemand anders is dan dit Kind : (( Hoe hebt Gij U vol goedheid laten bewegen, « om onze zonden op U te nemen, onschuldig » voor ons den dood te ondergaan, om ons » van den dood te verlossen ?quot; Als wij â diezelfde vraag aan het Kind in de kribbe gedaan hadden, dan had Het met zijn teedere handjes ons op zijne borst kunnen wijzen en ons zeggen : Met eene eeuwige liefde heh Ik u bemind; hier klopt een Hart, dat de menschen bemint, dat bereid is alles voor hen te doen; één druppel van mijn Bloed zou voldoende zijn, om geheel de wereld van alle zonden schoon te wasschen, één zucht mijner borst, één
*1----s
VIERDE DAG. 43
gebed mijner lippen waren meer dan toereikend : maar dit Hart wil meer dan verlossen , Het wil ook zijne liefde toonen; daarvoor lig Ik hier als een zwak en hulpeloos Kind; daarvoor heb Ik bij mijne intrede in de wereld tot den Vader gezegd: ii Slachtoffers en offeranden wildet Gij niet, ^ maar een lichaam hebt Gij Mij toebereid ; - ^ » brandoffers voor de zonden behaagden U « niet. Toen sprak Ik : zie Ik kom.. .. » om uwen wil te doen, o God')!quot; â Maar, o, wat kwam Hem die aanbieding, die liefde duur te staan ! Daarvoor wilde dat Kind steelsgewijze op de armen zijner beangstigde Moeder worden weggevoerd in ballingschap, om te ontkomen aan het zwaard van een afgunstigen koning. Door _ die liefde gedreven , wilde Hij , de Erf- j 5C genaam van Davids troon en schepter, werken aan de schaafbank van Jozef en in het zweet zijns aanschijns een karig stuk brood, zijn werkmansloon, verdienen!
Door die liefde aangezet, wilde Hij zich onttrekken aan de liefdevolle zorgen eener teedere Moeder, â wilde Hij, de Gebieder 1) I's. 39, 7 â 9; Helir. X. 5 â 7.
3--s------fe
_______
44 VIERDE DAG.
der wereld, leven van aalmoezen op zijne reizen , en , wat vogelen en andere dieren niet missen, dat wilde Hij nog derven : een vaste woonplaats, een steen om zijn vermoeid hoofd ter ruste neer te leggen! Ziet Hem Palestina's valleien en vlakten ^ doorkruisen, overal het zaad van 't God-- delijk woord strooiende; ziet Hem omringd van kreupelen en kranken, lastig gevallen door de aanhoudende verzoeken van duizenden ongelukkigen; ziet Hem in aanraking met Schriftgeleerden en Farizeërs, op wier gelaat nijd en afgunst te lezen staan ; ziet Hem zijne onwetende, onvolmaakte leerlingen onderwijzende, steeds-opnieuw beginnende, totdat zij het eindelijk ten halve begrepen hebben ; ziet Hem den quot;, zondaar en de zondares als verloren schaapjes opzoekende; ziet Hem omringd van tollenaars en zondaars, ziet Hem zvveeten en zwoegen onder eene brandende zon, en vraagt: wat zette Hem tot dat alles aan? Gelijk eertijds in de kribbe, zoo kon Hij, geheel zijn leven door, li wijzen op zijne borst; want daar klopte en brandde zijn Hart van liefde tot den mensch, dien Hij
~W
-^-----
VIERDE DAG. 45
â¢\vas komen verlossen; al die handelingen waren slechts bewegingen, veroorzaakt door de liefde zijns Harten !
't Was de liefde, die Hem voor onze zonden zóó overvloedig deed voldoen, dat de H. Kerk, vervoerd van vreugde, in hare gebeden uitroept: Gelukkige schuld van Adam, die ons zulk eenen Verlosser bezorgd heeft! als wilde zij zeggen : had Adam niet gezondigd, nooit zouden wij zooveel bewijzen van liefde ontvangen hebben ; wij zonden God hebben mogen eeren als onzen Schepper, maar niet als onzen liefdevollen Verlosser.
o Goddelijke Zaligmaker, heb dank voor al die liefdebewijzen, die U door uw Hart zijn ingegeven. 0, wat moet dat Hart van liefde gebrand hebben, om zooveel goeds te doen aan menschen, die, bij God vergeleken , nog minder zijn dan aardwormen 1 Voor God toch zijn alle volkeren, volgens de uitdrukking des Profeets, maar als een verloren druppel water, die aan den rand van een emmer hangt1). Ons kleed van genade was gescheurd door de zonde, en 1) Vgl. Isaias , 40 , 15.
------â
46 VIERDE DAG.
zie, het Goddelijke Hart herstelt niet alleen die schade, maar versiert dat kleed met al den glans, die zijne verdiensten aan eene ziel kunnen geven. Ons genadekleed was bezoedeld; het H. Hart wiesch het niet alleen in de eerste druppelen van zijn bloed, vergoten in de Besnijdenis; maar dat kleed werd nog versierd door de paarlen van 's Heeren zweet, die het in alle eeuwigheid zullen doen glinsteren met een licht, waarbij alle aardsche luister slechts duisternis zijn zal!
quot;Voornemens.
1° Bedank Jcsus voor de weldaad der Verlossing.
2° Bid daarom met bijzondere vurigheid driemaal daags liet Angelus of Be Engel des Heeren.
3° Herhaal met den mond en met het hart : j. Hart van Jesus , brandend van liefde tot ons , â ontvlam ons hart van liefde tot TJ.,,
VOORBEELD.
In het jaar 288 na Christus , stond te Rome voor de rechtbank van den landvoogd Chromatins een eerbiedwaardig grijsaard. Nog slechts weinige dagen geleden was hij gedoopt. Met geestdrift verdedigde hij de leer van Christus en de land-
VIERDE DAG. 4?
voogd luisterde naar zijne woorden. Eene waarheid kwam aan Chromatius nochtans onaannemelijk voor en wel: hoe de onsterfelijke God een sterfelijk lichaam had kunnen aannemen . uit liefde voor de menschen. Toen sprak Tranquillinus, â want dit was de naam des grijsaards , â terwijl het licht des H. Geestes hem bestraalde en welsprekend maakte: Veronderstel, o Landvoogd dat uw gouden ring, waarin een kostbare diamant gevat is, in een riool viel. Gij zendt uwe dienaren , om hem er uit te halen, maar al wat zij kunnen, is : zich zelven en hunne kleederen bezoedelen. Alsdan komt gij zelf; gij legt uwe prachtige klecderen af, gij bekleedt u met de kleederen van een slaaf, gij daalt neer in het donkere riool , gij zoekt, gij vermoeit u , maar eindelijk zijt gij zoo gelukkig uw kostbaren ring te vinden ; met vreugde stijgt gij op uit de duisternis; en de ring is u nu dierbaarder, naarmate het zoeken u meer moeite en kommer gekost heeft. â
Chromatius luisterde aandachtig. Tranquillinns ging voort: Ziedaar , wat Jesus Christus voor de menschen gedaan heeft. Het goud , waarvan ik sprak, is het lichaam der menschen ; de kostbare diamant zijne ziel. De mensch was gevallen in het slijk der zonde. God zond Engelen en Profeten^ Ach , zij vermochten niet, den mensch te redden l Toen kwam de tweede Persoon der H. Drievuldigheid , Jesus Christus; Hij legde den luister zijner Godheid voor een wijle af en nam de ge-
«
VIERDE DAG
y-
^aante aan van een slaaf; zoo heeft Hij in deze wereld gearbeid, gebeden, gezucht, om den mensch te redden; daarvoor stierf Hij aan een kruis, tot -Hij eindelijk zegevierend ten Hemel kon stijgen, waar de mensch Hem nu des te dierbaarder is, naarmate deze Hem meer arbeid en lijden gekost heeft!
GEBED.
o God, wiens Eengeboren Zoon in de zelfstandigheid van ons vleesch verschenen is, geef, quot;bidden wij TJ, dat wij waardig worden door Hem, dien wij uitwendig als geheel aan ons gelijk hebben leeren kennen, inwendig naar den geest -vernieuwd te worden. Die met U leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
%
Vijfde Dag.
Het II. Hart eu de Christelijke Geloofsleer.
;k 11. Antonius, Kluizenaar, ontving 'eens een brief, aan hem gericht door den Romeinschen keizer en de keizerlijke prinsen. Zijne leerlingen waren uitermate verheugd over de hooge eer, wel-ke de keizer aan hunnen meester bewees ; maar de H. Antonius zegde hun : « Gij noemt )gt; het eene eer, dat de keizer, die maar ii een sterfelijk mensch is, mij een brief » toezendt; verheugt u veeleer, dat God, i) de Meester der koningen, u van uit den « Hemel een brief gezonden heeft; n. 1. de » christelijke leering, waardoor wij kunnen »zalig worden.quot; Waaraan danken wij
-V
____^__
(
50 VIJFDE DAG.
dien brief? Aan de liefde, die Jesus' H. Hart ons toedroeg.
Wat was het menschelijk geslacht, toen onze Heer als een kind op aarde verscheen ? Och, de wereld was als eene uitgestrekte woonplaats voor blinden, niet naar het lichaam, maar naar den geest en het hart. Duisternis, dikke duisternis bedekte geheel de aarde. En als het Kin-deke Jesus van uit zijne kribbe, door de wanden van de grot heen, zijn alziend oog over de bergen, over de zeeën, over de koninkrijken der wereld liet gaan, wat zag Het dan ? Ach, dat bijna alle volkeren der aarde de kennis van den waren God verloren hadden ! Overal ter wereld verrezen afgodsbeelden van hout en steen, en tot deze zegde men: «Gij zij t mijn God, gij moet mij helpen in den oorlog en in den handel.quot; Ja, zelfs aan nog levende menschen bewees men goddelijke eer, en als was dit nog niet genoeg, ook aan rede-looze dieren bracht men offers en men brandde er wierook voor. Alles werd vereerd als God, behalve God zelf. o Duisternis, veel dikker dan die, welke eenmaal
â^----â^
VIJFDE T)AG. 51 |
de Egyptenaren boeide met onzichtbare j ketenen')!
En wat zag dat Kind in het hart der menschen ? Niets dan roof en ontucht. Het menschdom volgde den weg des vleesches, en zóóver was het gekomen, dat men meende een aan de goden welgevallig werk te doen met verfoeilijke zonden te bedrijven. Wouden en tempels weerklon- j ken meermalen van de smartkreten der ! menschelijke slachtoffers; en dat de koperen beelden, wier armen werden gloeiend ge- j maakt, onschuldige kinderen verslonden , ' is maar één voorbeeld van de duizenden : gruwelen die dagelijks over de wereld plaats grepen ! Hoe blind was niet een ge- ; slacht, dat tot zulke dingen in staat was ! â I
Onze Heer gevoelde zijn Hart door mede- ⢠; lijden bewogen worden met zooveel onge- i lukkigen, die hier op aarde leefden, zonder te weten, waarvoor zij geschapen waren, | en nog een ijselijker ongeluk in de eeuwigheid te gemoet gingen. Wat zal Hij doen ? Wat zal zijn liefdevol Hart Hem ingeven?....
Het Kind van Bethlehem groeide op
1) Vgl. Sap. XVII. 20.
--
|
y |
£ | |
|
V r « |
1 T 53 VIJFDE DAG. de mannelijke leeftijd was daar. Toen verliet Hij de zoete rust van Nazareth en het gezelschap van de teederste der moeders, om door woord en daad eene nieuwe leer te verkondigen. Hij doorkruiste Palestina, Hij leerde den inenschen hunne bestemming, Hij leerde hun opnieuw, * dat cr maar één God is, drievuldig in * Personen, hoe zij hunnen God moesten dienen en vereeren ; Hel grootste aller geboden is: Er is één God ... En gij zult den Heer uwen God beminnen uit geheel uw hart, uit geheel uwe ziel, uit geheel uw verstand en mei al uwe kracht. DU is het grootste en eerste gebod. Het tweede aan dit gelijk, is: Gij zult uwen naaste beminnen als u zeiven. Een grooter gebod dan deze is er - niet. (M. XH. Mt. XXH.) Hij leerde hun, welke weg ten Hemel geleidt, wat hen wacht, die deugdzaam leven en sterven, wat straffen bereid zijn voor hen, die hunne bestemming niet bereiken; en dat alles vermengde Hij met zóó hartroerende en duidelijke gelijkenissen: van een mostaardzaadje, van een zuurdeesem, van een huis op de rots gebouwd, van den armen |
*) * A |
|
ié |
* |
--£L_
VIJFDE DAG.
Lazarus en den rijken vrek, van de wijze en dwaze maagden, van een onvruchtba-ren vijgeboom; dat alles droeg Hij voor met zóóveel liefde en nadruk, dat men zich inderdaad vrijwillig een blinddoek voorde oogcn moest binden om het vollelicht vanzoo-veel waarheid niet te zien. Die leer prentte Hij met veel moeite en zorg zijnen leerlingen in; Hij gaf hun den last, ze over geheel de wereld, tot aan de uiterste grenzen der aarde te verkondigen, Hij beloofde hun zijn H. Geest, en aan hunne Opvolgers zijn eeuwigdurenden bijstand om die leer ongeschonden te kunnen bewaren ; Hij bevestigde haar met verbazende wonderen : dooden verrezen, zieken genazen, brooden werden vermenigvuldigd en stormen bedaard.
En nu ? Dank aan God , dank aan de liefde van Jesus' H. Hart, dat zich over de scharen ontfermde en medelijden met haar had! Nu weten wij, wie wij zijn , waarvoor wij bestemd zijn , hoe wij God moeten dienen; nu weten wij, dat het beter is , alles te verliezen dan schade te lijden aan onze ziel; nu weten wij, wat
wij te doen en te laten hebben om eeuwig -----------^
53
*1 T
--
VIJFDE DAG.
54
zalig te kunnen zijn in den Hemel, die voor ons bereid is.
Als in de zee, dicbt bij het land, een gevaarlijke plaats is, waar dikwijls schepen vergaan, dan richt men bij die plaats een vuurtoren op , dat is : een hoogen toren , op welks hoogste punt een groot licht brandt. Dit licht werpt dan zijne stralen over de oppervlakte des waters, en de schepelingen, die er op letten, kunnen nu weten, waar zij varen moeten om behouden, zonder ongelukken, de haven te bereiken. Heeft nu hij, die zulk een vuurtoren opricht, geen recht op de dankbaarheid van de schepelingen, die anders bijna zeker zouden vergaan zijn ? Wij allen zijn reizigers naar den Hemel. De wereld is eene woeste, donkere, gevaarlijke zee , vol klippen en rotsen. Duizenden, die vóór ons die zee bevoeren, zijn vergaan ; â maar met ons heeft het H. Hart medelijden gehad, voor ons heeft Het een vuurtoren opgericht, die zijn licht verspreidt over de geheele zee. Die vuurtoren met dat licht, 't is de christelijke leering, de leering, die Jesus ons verkondigd heeft.
---sr-----
VIJFDE DAG.
De U. Cyprianus vraagt ergens: waarom de christenen van zijnen tijd vergaderden niet des daags , maar des nachts ? Het is, zegt hij, omdat zij Christus erkennen als het ware licht, als de Zon , die geen ondergang kent, » want, zoo zegt de lieer, Ik » ben het Licht der wereld, en die Mij volgt, - «wandelt niet in de duisternissen.quot; In dat licht kunnen wij van verre de haven, d. i. den Hemel, zien; in dat licht zien wij de klippen en afgronden, d. i. de hel, die wij te vermijden hebben; dat licht geleidt en bemoedigt ons , en zonder dat licht gingen wij verloren gelijk duizenden en millioenen vóór ons. o Heer Jesus Christus, hieraan zien wij, dat uw Hart ons liefheeft. In die goddelijke leer hebt ^ _ Gij ons het bewijs gegeven , dat uw H. pt Hart een milde bron, een rijke schat is van liefde, waaruit Gij ons mededeelt, wat wij voor onze zielen noodig hebben. Wees eeuwig gelooid en geprezen I
Maar wij, wij zijn ook uit dankbaarheid verplicht, die leer aan te nemen , er ons in te doen onderrichten, ze te volgen, koste wat het kost. Wat zal het ons baten,
-V
ânâ
VIJFDE DAG.
dat het H. Hart stralen van licht uitschiet, als wij vrijwillig de oogen sluiten? En nu mogen al sommige voorschriften dier leer hard schijnen aan onze natuur, nog harder zal het zijn, gelijk Thomas a Kempis zegt , als wij naderhand tot straf onzer ondankl laarheid zouden moeten hooren: gaat weg van Mij , vervloekten, in het eeuwige vuur ! « Leeren wij dan ook ,quot; zegt .de H. Augustinus, « de rijkdommen n der wereld te verachten , de genoegens ii van den tegenwoordigen tijd niet te be-i) minnen, te verlangen naar't eeuwig Rijk, » niets boven Christus te stellen, maar in » alles aan zijne geboden te gehoorzamen, ii de armoede te beminnen , rijk te zijn «aan deugd. Trachten wij een schat van i) wijsheid te verkrijgen, geestelijke vreng- . i) den te zoeken , niemand te benijden ,. »maar alle menschen te beminnen, de ii vrienden in God , de vijanden om God , ii want dit en dit alleen is ware liefde.quot;
quot;Voornemens.
1° Het H. Hart bedanken voor de liefde, waarmede Het ons zijne leeringen schonk.
2g Met eerbied de onderrichtingen en predika-
56
__^______4?«
t Tquot;. â
VIJFDE DAG. 57
.H
tiën aauhoovcn; onderdanen of allen , op wie wij invloed hebben, in die leering onderwijzen of doen onderwijzen.
VOORBEELD. (1)
Tierde Verschijning aan. de Gelukz.
Maryareia Maria.
â Op een dag onder het octaaf van het Allerh. â Sacrament, zoo schrijft de Gelukzalige, liet de âHeer, terwijl ik voor het altaar lag neergeknield, âmij zijn Goddelijk Hart aanschouwen, en sprak; â Ziedaar het Hart, dat de menschen zoozéér be-â mind, heeft, dat Het niets spaarde en zich uit-â geput en verteerd heeft, om hun zijne liefde â te betoonen; en tot vergelding ontvang Ik van â het meereudeel niets dan ondankbaarheid door â hunne oneerbiedigheden en heiligschennissen , â en door de koelheid en onverschilligheid , die âze Mij betoonen in dit H. Sacrament van liefde. â Maar, wat Mij nog gevoeliger treft, is, dat har-â ten, die Mij zijn toegewijd. Mij aldus bejegenen. â Hierom vraag Ik u , dat de eerste Vrijdag na â het octaaf van 't Heilig Sacrament aan een bijzon-â der feest ter eere van mijn H. Hart zij toegewijd, â dat men dien dag de H. Communie ontvange â en aan Hetzelve eerherstel geve ter vergoeding â voor al de onwaardige bejegeningen, waardoor â Het beleedigd wordt in den tijd , dat het H-â Sacrament op de altaren is uitgesteld. Ik be-â loof u ook , dat mijn Hart zich zal verwijden,.
1) Gallifet. 2 p. Cap. I. art. 1. et seq.
%
5* â
58 VIJFDE DAG.
â om in overvloed de uitwerksels van zijne â Goddelijke liefde te doen gevoelen aan allen , â die aan Hetzelve die eer zullen bewijzen, en â zorg zullen dragen , dat die eer aan Hetzelve â bewezen wordt.quot;
Ziellier wat het H. Hart aan zijne vereerders -belooft:
1. Ik zal hun al de genaden schenken, welke -zij in hun staat behoeven.
2. Ik zal vrede brengen in hunne huisgezinnen.
3. Ik zal hen troosten in al hunne zwarigheden.
4. Ik zal hun eene veilige schuilplaats zijn in het leven en vooral in den dood.
5. Ik zal overvloedige zegeningen uitstorten over al hunne ondernemingen.
6. De zondaars zullen in mijn Hart vinden de bron en den eindeloozen oceaan der Barmhartigheid.
7. De lauwe zielen zullen vurig worden.
8. quot;De vurige zielen zullen spoedig tot eene hooge volmaaktheid geraken.
9. Ik zal zelfs de huizen zegenen, waar de beeltenis van mijn Heilig Hart zal uitgesteld en vereerd worden.
10. Den priesters zal Ik de gave verleenen, om de verstoktste harten te treffen.
11. De naam van diegenen, welke deze devotie â¢zullen uitbreiden, zal in mijn Hart geschreven en daar nooit nita:ewischt worden.
VIJFDE DAG.
59
GEBED.
o Allerheiligst Hart van Jesus , Gij zijt niet alleen een Bron van warmte voor het hart, maar ook van licht voor den geest. Verlicht ons verstand , opdat het onze schreden lichte, en verwarm ons hart door het vuur uwer liefde, opdat wij met blijdschap voortgaan op den weg uwer geboden en het einddoel bereiken ; de gelukzalige eeuwigheid. Amen.
Heer Jesus, Stichter en voltrekker van ons Geloof, heb medelijden met onze afgedwaalde Broeders in dit deel uwer erfenis , waar wij geboren zijn en leven. Verlicht hun verstand, tref hun hart, opdat zij de waarheid inzien en den moed hebben ze te volgen. Wij smeeken het U door de voorspraak van zoovele Heiligen , die dezen grond met hun zweet en bloed bevochtigden. Amen.
Zesde Dag.
Het H. Hart en zijne Voorbeelden.
at zou men zesgen van een ge-s^neesheer, die aan het ziekbed va» 'een lijder staande, hem een bitteren drank toebereidt, maar wetend, dat de zieke veel tegenzin zal hebben, om dien te gebruiken, zelf eerst den drank aan zijne eigene lippen brengt en zoo den lijder tot navolging aanspoort ? De toegenegenheid en liefde van dien geneesheer zou groot moeten zijn. Wat geen geneesheer ter wereld doen zal, dat heeft onze Heer Jesus Christus gedaan, zegt de H. Augustinus. (v Hij maakt u onmogelijk te zeggen : ik » kan het geneesmiddel (het lijden) niet » verdragen , dien bitteren drank niet drin-» ken ; want Hij heeft het eerst er van » gedronken , opdat de zieke mensch niet
-v
ZESDE DAG. 61
ii aarzelen zou').quot; Waarom? Omdat de liefde zijns Harten grooter is dan die van alle menschen. Hij kwam op de wereld, om als een liefdevolle Geneesheer alle kwalen te heelen, vooral den hoogmoed des menschen. Als God wist Hij, hoe diep die ^ hoogmoed in's menschen hart geworteld is; ^ i' Hij wist, nog veel beter dan wij het on- -P dervinden, hoe afkeerig van vernedering ieder menschenkind is, hoe de mensch alles doet, wat bij kan, om vernedering te ontkomen', en hoe hij er altijd en overal op uil is, zelfs zonder dat hij het bemerkt,
zich boven zijne medemeuschen te verheffen. Dien hoogmoed wilde onze Heer komen genezen. Sinds 4000 jaren had die ondeugd vrij wortel kunnen schieten en welig mogen tieren in 's menschen hart; oordeel daar- , uit, wat pijn het moest kosten, haar te laten uitrukken; wat tegenzin de mensch moest gevoelen, om dien bitteren drank der vernedering te drinken. Wat zal de Heer doen ? Zal Hij ons dreigen met zware straffen, zoo wij zijne voorschriften van ootmoedigheid niet opvolgen ? Of zal Hij ons
1) S. Aug. Serm. 68. de Temp. -------
___â 1
6.3 ZESDE DAG.
ontheffen van een juk, dal ons ondraaglijk schijnt'? Neen, geheel iets anders geeft Hem de liefde zijns Harten in. Ons dreigen zou de handelwijze zijn van een strengen wetgever, maar de liefde zijns Harten toont Hem den weg aan van den medelijdenden geneesheer: zij raadt Hem, zelf eerst den bitteren heildrank te drinken, om zoo ook ons den moed te geven dien kelk aan onze lippen te brengen. Hij heeft hem gedronken en gedronken tot op den bodem toe. En met welk gevolg ? Hij heeft aan de vernedering hare bitterheid niet ontnomen, want dat zou onze verdiensten verminderd hebben ; maar, sinds Hij ons het voorbeeld gegeven heeft, kunnen wij dien beker ook drinken; dat voorbeeld heeft den moed gestort ïn menige ziel, die eerst de vernedering en ootmoedigheid als onaannemelijk van zich afstiet. Wat deed Hem zoo handelen ? De liefde zijns Harten voor ons. Cte pil facere et docere. Eerst deed Hij en toen leerde Hij. Eerst vernederde Hij zich, gehoorzaam geworden tot den dood, ja, tot den dood des kruises; ook ons leerde Hij daardoor: verneder u onder de mach.
1
Ti gt; quot;quot;Tr1
ZESDK DAG. 63 I
_______ ____
tige hand Gods en neem het juk der ge- : hoomamheid blijmoedig op uwe schouders.
Van koning Alexander den Grooten leest j men, dat hij altijd de eerste was in den ! strijd ; moest eene vesting bestormd wor- | den, hij was het eerst op de ladders en j op de muren ; moesten er lange tochten worden afgelegd door woestijnen, hij ging voor, en klaagden zijne soldaten van honger of dorst, dan legde hij ook zich zeiven eene vrijwillige vasten op. Daardoor werd de moed zijner soldaten zóó groot, dat zij hem volgden tot aan de grenzen der aarde. Wat de eerzucht aan Alexander ingaf, dat gaf de liefde aan Jesus Christus in. Ook ons heeft Hij eene stad ter verovering aangewezen, eene stad gebouwd op eenen »â *â hoogen berg; kronkelende, gevaarvolle wegen geleiden daarheen; de voeten worden op die wegen gewond door distels en doornen; honger en dorst en allerlei vermoeienis moet er verdragen worden. Duivel, wereld en vleesch leggen ons hinderlagen.
Die stad is de Hemel. Wie zal die kronkelende, doornige paden durven bestijgen ? Wie zal voor dien strijd inoeds
â¢64
T
genoeg hebben ? Onze Heer Jesus Christus vond in de liefde zijns Harten liet middel om ons dien moed te geven. Als een koning stelt Hij zich aan het hoofd dei-zijnen. Hij toont hun de Stad Gods, den Hemel, en al de glorie en het geluk, die -daar genoten worden, en Hij roept ons toe: « Het rijk der Hemelen lijdt geweld en ⢠» de geweldigen alleen nemen het in,quot; en vol moed begint hij de steile hoogten te bestijgen met den wapenkreet: « Die zijn ii kruis niet opneemt en Mij niet volgt, is ii mijner niet waardig.quot; Wel pijnigen Hem de doornen van armoede en versterving; de ontbering , de vernedering, de natuurlijke zucht om te leven en 't lijden te ontvluchten, zij trachten Hem den weg te . versperren ; moeilijkheden van allerlei aard rijzen op ; zelfs verlokkingen van zijn vijand, den duivel, die Hem al de koninkrijken der aarde aanbiedt, met alle schatten en wellusten der wereld, â moedeloosheid , verdriet, verveling , walging , en onbeschrijfelijke zielesmarten, vrees en angst bestormen Hem; doch niet voor zich .zeiven alleen bestijgt Hij die hoogten; ook
t----^---
â--£
ZESDE DAG. Cj
voor ons; 't is zijn liefderijk Hart vooral te doen , om ons den moed te geven diezelfde paden te betreden, geen doornen van armoede en versterving, geen verlokkingen van den vijand, geen strijd, geen moeite te vreezen, om het rijk zijns Vaders te veroveren en eeuwig met Hem te kunnen heerschen. « Geheel het leven des -1* «Heeren was zulk een leerschool van deugd,quot; zegt de H, Augustinus. « De beminnaars i' der wereld jagen de rijkdommen na, â ii Hij wilde arm zijn ; zij verlangen geëerd 1' te worden en bevel te voeren â Hij ti ontvlachtte de koninklijke waardigheid ; » zij achten het een groot goed, kinderen te ii hebben, â Hij wilde maagd zijn; van ver-ii nederingen hebben zij in hunne trotschheid ii een onbeschrijfelijken afkeer, â Hij om-ii helsde alle slag van vernedering; zij ii houden de beleedigingen voor ondraag-ii lijk, â maar was er eene grootere ii beleediging mogelijk dan onschuldig ver-ii oordeeld te worden ? Zij vluchten de ii lichaamssmarten, â Hij liet zich geeselen ii en martelen ; zij vreezen te sterven, â ii Hij werd ter dood veroordeeld: zij
i
ZESDE DAG.
» hielden den kruisdood voor allerschan-i) delijkst, â- Hij liet zich kruisigen.quot;
Heb dank, o Goddelijk Hart, wij willen U volgen; o, trek ons op uwe paden, want ons hart is bevreesd; maar 't zou eene lafheid zijn U niet te volgen , waar Gij met zooveel liefde ons voorgaat.
Niet alleen om ons moed in te boezemen, heeft het H. Hart ons zijne voorbeelden gegeven; maar ook om ons den koristen en veiligsten weg te toonen, dien wij te volgen hebben. Daar leiden vele wegen tot God; sommige zijn veilig, andere gevaarvol ; daar zijn ook vele dwaalwegen , die in het begin tot God schijnen te voeren, maar eindelijk uitloopen op den . breeden weg des verderfs. Wat doet men hier op de wereld, wanneer ver-schillende wegen elkander kruisen ? Men plaatst er een houten of steenen weg-wijzer, die de plaats aangeeft, waarheen dc weg geleidt, en tevens, hoever men nog van het doel der reis verwijderd is. Zoo bespaart men aan de reizigers veel moeite en behoedt men hen voor 't gevaar van
verdoold te geraken. Zoo deed ook Onze
1*
ZESDE DAG.
Heer. Hij zag ons , stervelingen, op de wereld ronddolen. Wij zochten God, maar wisten niet langs welken weg het zekerst tot Hem en tot zijne glorie te komen. Het Goddelijk Hart had medelijden met ons, en zie, als een wegwijzer aan een kruisweg, zoo stelde Hij zijne voorbeelden : Volgt dezen weg, roepen zrj ons toe, en binnen zeer ' korten tijd zult gij mve bestemming bereikt hebben! Dien weg volgden alle Heiligen; de 11. Vincentius, onder anderen, vroeg zich steeds af; lloo zou Jesns Christus hier gehandeld hebben ? Dan deed hij ook zoo als Jesus zou gedaan hebben, en daardoor kwam hij tot die hooge volmaaktheid, welke wij in hem bewonderen.
Hoe zullen wij die voorbeelden kennen ? Ook daarvoor heeft de liefde van Jesus' -H. Hart gezorgd; want Hij heeft zijnen leerlingen en den Evangelisten ingegeven, die voorbeelden in bijzonderheden op te teekenen en te bewaren voor 't verste nageslacht in de vier HH. Evangeliën.
Zou het H. Hart van ons nu wel eene andere dankbaarheid verwachten, dan dat wij met moed en volharding die voorbeel-
67
« *
â¦
68 ZESDE BAG.
den navolgen, en ook den smallen weg opgaan, ten einde eens de poort des Hemels te kunnen binnentredenquot;?
quot;Voo rn om en s.
10 Ons zolven eene vevstei'vins opleggen.
2° De vernederingen en moeilijkheden die ons overkomen of door anderen worden aangedaan , gelaten verdragen, denkende : Die zijn kruis niet opneemt en Jesus niet volgt, is Zijner niet waardig.
3° Dikwijls door den dag herhalen : MijnJcsii3j zachtmoedig en ootmoedig van harte, maak miju hart gelijk aan het uwe. (AH. van 300 dagen eens per dag. Pius IX 35 Jan. 1808.)
VOORBEELD.
De H. Kerk zegt op den feestdag van St. Jan Evangelist: â Deze is de leerling, dien Jesus be-â minde , en die in 't Avondmaal op 's Heeren â boezem rustte.quot; Het H. Evangelie spreekt insgelijks. Wat deed Joannes op de borst des Heeren ? Hij voelde het H. Hart kloppen en gloeien van liefde , en , zegt de H. Kerk , de stroomen des Evangelies beeft hij uit de bron van 's Heeren borst zelf als gedronken.
Eens verscheen hij aan de H. Gertrudis. Deze vroeg hem, waarom hij, wiens hoofd op de borst des Heeren gerust had, tot onze onderrichting niet iets over de kloppingen van 't H. Hart ge-
ZESDE DAG. 6Ã
schreven had. De welbeminde Leeviug antwoordde : Mij was gelast de opkomende Kerk te onder, wijzen aangaande de leer van 't Ongeschapen. Woord, en de waarheid er van aan de volgende eeuwen over te maken : maar wat de zoete bewegingen van dat Hart betreft, God heeft zich voorbehouden die zoetheid aan de laatste tijden , als de wereld zal afgeleefd zijn , te openbaren , om door dat middel de liefde, die dan merkelijk zal bekoeld zijn , weder te doen ontvlammen.
Ofschoon Joannes er niet over schreef, gaf hij toch door zijne voorbeelden wel te kennen , wat liefde hij in dat Hart geput had ; zoo verhaalt b. v. de H. Hieronymus: Toen de H. Joannes reeds hoogbejaard te Ephese verbleef en, door zijne leerlingen geleid, nog maar nauwelijks meer ter kerke kon gaan eu geen lange redevoeringen meer kon houden, zegde hij bij iedere vergadering nooit iets anders dan: Mijne kindertjes, bemint elkander. Toen liet zijne leerlingen en broeders begon te vervelen, altijd hetzelfde te hooren, zeiden zij : Meester, waarom zegt gij altijd hetzelfde ? Hij antwoordde (en dit antwoord was Joannes waardig); Omdat zulks het bevel des Heereu is ; en, als dit maar geschiedt, is het genoeg.
GEBED.
Geef, bidden wij Ã, almachtige God, dat wij, die in het Allerh. Hart van uwen seliefden Zoon
ZESDE DAG.
70
onzen roem stellen en de voornaamste weldaden zijner liefde jegens ons herdenken , geef, dat wij, ons over het schenken dier weldaden en over hare vruchten mogen verheugen. Door denzelt-den Christus, onzen Heer. Amen.
.51.
Zevende Dag.
Het H. Hart ons loerende bidden.
ivït m.xden' zijn ongelukkigen, die ons ! medelijden ten volle verdienen ; als gij hen daar henen ziet gaan, al tastende en in een voortdurenden nacht gedompeld , dan wordt het u leed om het hart. Maar als zulk een blinde ook nog â de gave der spraak miste, als hij niet naar den weg kon vragen of zijn nood klagen aan ouders en vrienden , zou hij dan niet dubbel beklagenswaardig zijn ?
Zoo was het menschdom, toen Onze Heer op de wereld kwam. Blind was de mensch naar den geest, omdat hij God niet kende, en stom naar de ziel, omdat hij niet niet God wist te spreken , zijne behoeften niet wist te openbaren, geen hulp ging vragen, zijn nood niet wist te klagen aan zijnen
*1
__VL_
ZEVENDE DAG.
*
liefderijken Vader in den Hemel, o Droevige toestand !
Van de blindheid genas hem de Heer door zijne Goddelijke leering; ook met de geestelijke stomheid had zijn liefdevol Hart medelijden; Hij genas ze door den rnensch te leeren hidden.
De liefde is vindingrijk en daalt tot de minste bijzonderheden af; zij is niet tevreden voordat zij alles gedaan heeft, wat zij kan. Zoo ook de medelijdende liefde van Jcsus-' H. Hart. Gelijk eene moeder, wier klein kind begint te stamelen, aan dat kind met liefde en geduld de wijze van spreken leert, het. kind vóórspreekt, het verbetert en opmerkzaam maakt op gebreken, zoo deed ook Onze Heer. Hij leerde de mensehen ⢠spreken met God, maar Hij drukte hun op het hart, zoo zij hunne taal aan God behaaglijk willen maken, met nederigheid tot God te spreken. En als was zijne verzekering niet genoeg, drong Hij daar op aan in de gelijkenis van den Tollenaar en den Farizeër; opdat wij niet tevergeefs zouden bidden, openbaarde Hij ons, dat de Tollenaar, die nederig bad en op zijne borst
^----^----amp;
ZEVENDE DAG. 73
klopte, gerechtvaardigd naar huis ging. terwijl de Parizeer, die groot ging op zijne goede werken , schuldiger heenging, dun hij gekomen was.
Ook door te weinig vertrouwen of al te geringe volharding kon ons gebed soms y, zonder uitwerksel blijven. Daarop wijst ^ * ons de liefdevolle Verlosser, en als was ' Hij beducht, dat wij bij eene niet oogen-blikkelijke verhooring het gebed zouden-achterlaten , zegt Hij ons: bidt en houdt j niet op; slechts voor hem, die blijft kloppen , wordt opengedaan ; slechts hij, die blijft zoeken, zal vinden, wat hij zoekt. En Hij bevestigt die leer door tal van gelijkenissen , waarbij Hij zelfs niet vreest zich te vergelijken bij een onrechtvaardigen rechter, die zich ten laatste laat verraur-wen door het lastig aanhouden van een arme weduwe, Hij vergelijkt zich bij een vriend, die ook des nachts opstaat oni het aanhouden en kloppen van zijn vriend ; bij een vader, die zijne kinderen op hunne bede geen steen zal geven voor brood en geen schorpioen voor visch.
Omhaal van woorden zou ook in ons
â¢s.-----i------1
SC a
_________________-J£
74 ZEVENDE DAG.
gebed aan God kunnen mishagen ; gebruik geen omlmal van woorden, zegt ons aanstonds zijn medelijdend Hart, want de Vader in den Hemel kent beter uwe behoeften dan gij zelf; en als gij bidt, doe het dan niet met te veel vertoon, aan de hoeken der straten, of gelijk de huiehe-^. laars luide in den tempel; want behalve . ^ dat bet u verstrooien zou, de ijdelheid zou de vrucht van uw gebed verhinderen ;
maar als gij bidt, doe het dan in 't verborgen, in uwe binnenkamer, in uw hart,
waar Gods oog alleen u ziet.
Nog andere middelen gaf Hij aan, om zeker verhoord te worden : Bid, zegde Hij, bid in mijnen Naam en al wat gij dan den Vader vraagt, zal u gegeven worden. 5^ Vereenig u in uw gebed met anderen, % en Ik beloof u; waar twee of drie in mijnen Naam vergaderen, daar zal Ik in hun midden zijn.
Doch eene moeder doet haar kind, dat begint te stamelen, ook zelve voor, hoe het spreken moet. Ook daartoe wil de liefde des Heeren afdalen. De Apostelen vroegen Hem: «Heer, leer ons biddenquot;; als wilden
quot;*i amp;
⢠---^â-----4*
ZEVENDE DAG. 7 5
zij zeggen: hoe zullen wij zoo tot God spreken, dat al die eigenschappen in ons gebed worden aangetroffen, en God ons genadiglijk verhoort'? En zie, de Heer opent de lippen, om doortocht te geven aan de woorden, die uit zijn Goddelijk Hart ontsproten, en de luisterende Apos-telen vernamen dit verheven gebed: Onze Vader, die in de Hemelen zijl, enz.
Eeuwige dank aan de welwillende liefde van 't Goddelijk Hart! Nu hebben wij een gebed, dat den Vader behagen moei; m want het is niet ons gebed, maar 't gebed
van zijnen eenigen Zoon; 't is niet een smeekschrift, dat wij zeiven hebben opgesteld , maar een smeekschrift, dat Gods Zoon ons in handen gaf en dat door Hem y ^ zeiven is samengesteld ! _ ^
De H. Kerk herinnert ons in iedere H. Mis aan die weldaad, als zij het Onze Vader [Paler Xosler) met deze woorden inleidt: « Door heilrijke lessen opgewekt en door gt; « goddelijke onderrichting geleerd, wagen
» wij het te zeggen : Onze Vader.quot; 't Is alsof de H. Kerk zegt: H. Vader, onze
gebeden zijn niet waardig ü te worden -----------
70 ZEVENDE DAG.
aangeboden , maar uw Zoon , uw Eenige , heeft ons een brief in handen gegeven, door Hem zeiven opgesteld; en wij, die het niet wagen zouden, U zoo aan te spreken, wij doen het, omdat Hij ons in zijne medelijdende liefde geleerd heeft, hoe Gij in uw ongenaakbaar licht verlangt toegesproken te worden.
Niet alleen heeft Hij ons, geestelijk stommen, met God leeren spreken; ook zelf is Hij, vol medelijden voor ons opgetreden bij den Vader. Kon die woestijn , waar Hij 40 dagen vastte en bad, ons eens zeggen,' wat Hij daar voor ons vroeg ; konden die eenzame rotsen, die stille meren: van Palestina, de maan, die Hem zoo vaak met haar zilveren licht bescheen, ons eens verhalen, van welke vurige gebeden voor ons heil zij in 't nachtelijk uur getuigen waren!
Eens, â 't was kort voor zijn lijden, â stond Hij in 't midden der zijnen; Hij sloeg de oogen omhoog en bad : « \ader, » Ik vraag U ook voor hen, die in Mij ge-» looven zullen,____opdat zij allen één zijn,
i) gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in U... -------V-----
ZEVENDE DAG. t7
gt;i Vader, Ik begeer, dat waar Ik ben, ook igt; zij , die Gij Mij gegeven hebt, met Mij « zijn, opdat zij mijne heerlijkheid aan-» schouwen , die Gij Mij gegeven hebt... ; gt;gt; dat de liefde, waarmede Gij Mij hebt «liefgehad, in hen zij, en Ik in hen').quot; Zoo kan slechts een Hart bidden, vervuld van liefde voor den mensch !
Wat deed Jesus in den hof van Olijven en op het smartbed des kruises ? Ach ,
zijn eigen lijden vergetend, bad Hij voor ons. Zijn Hart was overstelpt van benauwdheid aan het kruis, zijn Lichaam bloedde uit duizend wonden ; toen verhief Hij onder vele tranen en met krachtig geroep zijne stemme en door de stilte en de duisternis, die op Golgotha heerschten, klonk het; « Vader, vergeef het hun, want Jtf » zij weten niet wat zij doen!quot; o Menseh, o wereld, dat gebed was uw behoud! Dat was eene bede van oneindige waarde; Gods toorn was opgewekt, maar dat gebed deed de schaal der barmhartigheid doorslaan ; het was het gebed van een mensch,
1) Jois. XVII. 30 20.
~ir
------â
78 ZEVENDE DAG.
die te gelijk Gods eengeboreii Zoon was , een goddelijk gebed !
Zoo leerde ons de Heer, aangezet door de liefde zijns Harten, die groote kunst van bidden ; zoo gaf Hij ons den sleutel des Hemels en der hemelsche schatten in . handen. Zullen wij dien sleutel ongebruikt - laten liggen? Dun hebben wij onze geeste-quot; lijke armoede slechts aan ons zeiven te wijten.
quot;Voornemoiis.
1° Niet zoozeer hel getal onzer gebeden verdubbelen , als wel de aandacht en vurigheid, waarmede wij ze doen.
2° Dikwijls door den dag ons hart tot God verheffen ; b. v. bij het slaan der klok, bij het binnentreden eener kamer.
3° Al ons werk doen met een zuiver inzicht, om er zoodoende een voortdurend gebed van te maken.
VOORBEELD.
â Heden zult gij met Mij zijn in 't Paradijs zoo sprak de liefdevolle stem des Heeren aan het kruis, tot den moordenaar aan zijne zijde. Deze was een man beladen met misdaden ; hij had een 1,'ven van gruwelen achter zich. Maar 't Goddelijk Hart had uiedelijden met hem en beloofde hem na zulk ecu leven op aarde, het eeuwig leven in
â *r~'-----it
ZEVENDE DAG. 79'
't Paradijs. âMaar, vraagt de H. Augustimis, â Petrus heeft de sleutels van het hemelscli rijk, â en zoolang de Heer niet voor allen gestorven â is, kan Petrus dat rijk niet openen. Hoe kwam â er dan de goede moordenaar ? O,quot; zoo antwoordt hij, â door de zijdewonde, die Longinus den Heere .toebracht. Komt allen daarinquot;, gaat de Kerkleeraar, tot zijne geloovigen van Hippo sprekend, voort, âkomt allen daarin, gij, die het â Paradijs liefhebt. Deze moordenaar toont ons â den weg, dien wij moeten inslaan. Hij leert â door zijn voorbeeld, dat niemand moet wanhopen. â Beijvert u , zegt de Heer, om in te gaan door â de enge poort. (*) Wat is er enger dan die â opening, die een soldaat in 's Heeren zijde â maakte ? En toch door die enge opening is â reeds bijna heel de wereld binnengegaan.quot;
Weldra ging door die opening ook de soldaat binnen , die ze maakte. Zijn naam was Longinus. ^ Door Pilatus gezonden, doorstak hij de zijde des Heeren. Maar de teekenen ziende, die 's Heeren quot;H dood vergezelden , hoe de zon verduisterde en de aarde beefde, geloofde hij in Jesus Christus en op zijne borst kloppende, riep hij uit; Waarlijk, deze is de Zoon Gods I Hij deed zich door de Apostelen onderwijzen in de leer des Gekruisten ea leidde voortaan een boetvaardig leven. â Toen hij den ouderdom van 88 jaren bereikt had, getuigde hij het openlijk voor de rechtbank van
(*) Luc. XIII. 24. ---â--^-----
X__
ZETENDE DAG.
den landvoogd Octavius, dat hij aan die zijdewonde des Heeren zijn geloof te danken had. â Hoe heet gij ?quot; sprak de landvoogd. â â Ik ben Christen, zegde Longinus; want ik moet eerst die genadegave vcrkondigeo.quot; â Hoe heet ge nog meer ? â Longinus. â Zijt gij vrij man of slaaf ? â Toen antwoordde Longinus: Vroeger was ik een slaaf der zonde; maar de genadige Heer Jesus Christus heeft mij door het mysterie van zijn H. Kruis en door het bloed en water zijuer zijde tweemaal vrijgemaakt: eerst door het water en den H. Geest, en nu, zoo ik volhard, door het vergieten van mijn eigen bloed.. .. Mijn Meester is een meester vol zachtheid, zuiverheid en liefde, nederig en goed, Hij voert naar 't eeuwige leven/'â Dat eeuwige leven werd hem spoedig gegeven door den dood, en nu aanbidt hij in eeuwigheid die gezegende hartewonde , waardoor hij zich zeiven en millioenen anderen eenen weg ter heerlijkheid baande. (*)
\ GEBED.
80
o Goddelijk Hart van Jesus , dat door woord en voorbeeld ons hebt leeren bidden, om over do gevaren der bekoringen te zegevieren, geef genadiglijk , dat wij altijd biddende mogen zijn en ⢠de overvloedige vruchten van 't gebed genieten. Die leeft en heerscht in eeuwigheid. Amen.
(*) Vgl. Acta Sanct. Bolland, torn. 8. pag. 37f
it
Achtste Dag.
Het H. Hart, Bron van Vrede.
1 ens, â 't was kort vóór zijn dood, â zfit onze Heer te midden zijner leerlingen , en op liefdevollen toon spmk Hij hun toe: Ik laat u mijnen vrede, Ik geel u mijnen vrede; niet gelijk de wereld dien geeft, geef Ik u dien*). Was dit nu de vervulling van den heerlijken wensch , dien de Engelen al jubelend aan het inensclidom hadden toegezongen, toen . de Heer als een kind te Bethlehem werd geboren ? Toen klonk door de onmetelijke ruimte der lucht: Glorie aan God in den hooge en vrede op aarde aan de menschen van goeden wil!
Kort na zijne verrijzenis stond de Heer wederom in het midden der zijnen.
1) Joan. XIV , 27.
(lt;
-----^------
ACHTSTE DAG.
vfingen, of de poorten der liel sluiten. Dat kon alleen de oneindige voldoening van Hem , die als Middelaar zou optreden tussehen God en de menschen, van Jesus Christus, God en mensch. Zijne voldoeningen bewerkten , wat geen ander mensch bewerken kon : zij herstelden den vrede tussehen God en de wereld.
Diens H. Hart had medelijden met ons. Pas dan ook begon Het te kloppen in de kribbe, of aanstonds liet het door de Engelen van 't Hemelsch hof aan de wereld verkondigen, dat weldra de vrede met God ging hersteld worden: Vrede op aarde den menschen van goeden wille!
84
De vrede werd volkomen hersteld, toen de Heer op het doodsbed des kruises den duivel verwon, en een laatste lanssteek in . het H. Hart bewezen had, dat dit goddelijk offer voltrokken en het menschdom dus vrij was van den vloek , die op hetzelve 4000 jaren rustte en de poorten des Paradijzes gesloten hield. Gelijk weleer de regenboog als een bode van vrede aan Noë verkondigde, dat God de aarde niet meer door water zou verdelgen, zoo be-
sr
â
ACHTSTE DAG.
zitten ook wij thans een teeken, dut de vrede met God is hersteld, 't Is liet Goddelijk Hart van Jesus, waar de gerechtigheid en de vrede elkander ontmoeten1) en waarvan de geopende wonde ons zegt; Zoozeer heb Ik u, o raensch, liefgehad, dat Ik , om aan de wereld den vrede te lt; *- geven, zelfs mijn Hart liet doorboren op het kruis. «Wantquot;, zegt de H. Cyprianus, «die ii geopende zijde is als een zegel op den «brief onzer kwijtschelding.quot; 0, welk een zoete geur van vrede gaat er uit van die H. Wonde ! « Onze Heerquot;, zegt de H. Ambrosius, «is gelijk aan dien boom der » woestijn, die, als zijne schors wordt ge-» kwetst, den liefelijksten geur uitwasemt, ii Zoo werd de zijde des Heeren gekwetst » aan het kruis, en zie, geheel de wereld ii wordt vervuld van een aangenamen geur, ii die opstijgt tot voor den troon van God,
ii en aan de wereld zegt, dat de vrede haar ii is weergegeven.quot;
Toen onze Heer op de wereld kwam , hoe stond het toen met den vrede der menschen onderling ? Daar was geen vrede, 1) Ps. 84. 77.
---
ACHTSTE DAG.
geen liefde meer op aarde. Het recht van den sterkste, dat was de hoogste wet; een menschenleven bezat geen waarde ; koningen en meesters vergoten het bloed hunner onderdanen bij stroomen; wraak, bloedige wraak was geoorloofd, ja eervol; naastenliefde, och, men had er geen begrip van! «0quot;, zegt de H. Gre-gorius de Groote, «wat wist de oude « mensch anders te doen, dan, als hij kon, » een andermans goed, (ook vrouwen en » kinderen) te stelen, of, kon hij zulks niet, i) ze dan te begeeren ?quot; Onze Heer verweet zulks aan de Farizeërs; uwe voorouders hebben u gezegd (en gij beoefent dat): uwen vriend zult gij beminnen, maar uwen vijand zult gij haten.quot; Wat een akelige toestand, wat treurige samenleving ! . ..
Zoo zou nog onze toestand zijn, zonder de medelijdende liefde van Jesus' H. Hart.
Wat gaf Het ons in de plaats'? De zoete leer des vredes, der liefde! « Mijne )i kinderen , zegde Hij, een nieuw gebod gt;gt; geef Ik u, dat gij elkander liefhebt en » vrede houdt onder elkander'). En als
1) Mr. IX, 49.
86
1
____
ACHTSTE DAG. 87
i) gij een huis zult binnentreden, zegt t) dan: vrede zij over dit huis en over al » zijne bewoners. De ouden hebben u ge-» zegd: uwen vijand zult gij haten, maar »Ik zeg u: doet wel aan die u haten, » bidt voor die u vervolgen en vergeldt het « kwade met goed; en alles wat gij aan den «minste der mijnen gedaan hebt, dat hebt » gij aan Mij gedaan. Hebt elkander lief, » alle goed aan elkander wenschende , en «doende, wat gij aan u zei ven doet en » wenscht!quot; Aan die leering en aan de voorbeelden door zijn H. Hart er bijgevoegd, danken wij het nu, dat de geheele wereld de vruchten plukt van den heerlijken boem der naastenliefde, die geworteld is in het H. Hart van Jesus, de eerste en rijkste bron van vrede en liefde op aarde.
Nog een andere vrede is er, dien wij aan de liefde van het H. Hart danken : 't is de vrede met ons zeiven , de gerustheid des harten. Die vrede gaat alle gevoel te boven, zegt de H. Paulus1), en de H. Geest getuigt, dat zulk eene gerustheid 1) Philip. IV, 7,
---
88 ACHTSIE DAG
een voortdurend vreugdeoiaal is'). De zonde brengt onrust en wroeging, zooals de H. Geest en de ondervinding getuigen : daar is voor den goddelooze geen vrede2).
Maar hebben wij dien vrede des harten door de zonde verloren , waar hem terug te vinden ? In de stroomen , die aan de geopende zijde des Heeren ontvlieten: in de Hll. Sacramenten en nergens anders. Zoo ontspruit alle vrede hier op aarde uit het 11. Hart. Het heeft ons door dien vrede een onschatbare weldaad aangebracht, waarvoor wij Hetzelve wel dankbaar mogen zijn , en waarvan wij in alle eeuwigheid de vruchten nog hopen te genieten in het rijk des eeuwigen i'redes, dat ons bereid is in den Hemel.
Voornemens.
1° Al het mogelijke doen, om den vrede met den evennaaste, met ons zeiven, met God te behouden of te herstellen.
2° Te dien einde onzen evennaaste alle liefde op de liefderijkste wijze betoonen ; de doodzonde vermijden, want âvoor de zondaars is er yeen vrede.33'
1) Prov. XV, 15.
2) Isaïas 48 , 22.
-TT
fr
^___
ACHTSTE DAG. 89
VOORBEELD.
Wij lezen in 't leven van den H. Franciscus van Assisië : Daar was eens een jeugdig ridder van hoogen huizo getreden in de Orde der Franciscanen, die pas ontlook. In de wereld had hij een leven geleid van weelde. Geen wonder dat hem de eenvoudige kloosterkost smakeloos en onverdraaglijk voorkwam. Hij besloot in de wereld terug te keeren. Op zekeren morgen verlaat hij zonder gerucht zijn celletje , gaat naar de kapel en stort een laatste gehed aan den voet van een kruisbeeld. Daar verschijnt hem eensklaps de Heer Jesus, vergezeld van zijne glorierijke Moeder Maria. â Mijn zoon , zegt de beminnelijke Verlosser, verzaakt gij dan aan uwen roep ?quot; âHeer, antwoordde de novice , dit leven is al te streng voor mij.quot; Zonder iets te zeggen , nam de Heer een stuk zwart brood , doopte het in de wonde der zijde en zegde : â Eet dit brood.quot; De novice deed het en vond bet brood nu overheerlijk. Het visioen verdween en de jongeling trad welgemoed zijne cel weer binnen. Telkens als hij nu in het vervolg door den duivel bekoord werd, beschouwde hij in den geest de liefderijke wonde van Jesus' H. Hart en aanstonds veranderden zijne kwellingen in vertroosting, en de vrede zijns harten was hersteld.
(De Chérancé, Vie de St. Franc. d'Ass. Chap. XIV).
ACHTSTE DAG.
90
*
â {*
GEBED.
o Goddelijk Hart van Jesus, o Bron van allen vrede , stort die hemelsche gaven in mijn zondig hart, dat door bekoringen en driften geslingerd wordt. Help mij dat hart in vrede te bewaren, â zoo het ooit. den vrede verliest, dieu zoo spoedig mogelijk te herstellen, â en in den Hemel den vrede te bekomen, die eeuwig zal duren. Amen.
â * %
li.
Negende Dag.
Het H. Hart en de H. Kerk.
dam sliep.... Toen naderde hem God, de Schepper van alle dingen. Hij nam eene ribbe van Adam en vormde daaruit Eva, die de moeder werd van alle levenden.
Onze Heer Jesus Christus sliep aan het kruis den slaap des doods. Zijn hoofd hing voorover, zijn oog was gesloten, zijne lippen loodkleurig, zijn lichaam koud. Toen naderde hem een soldaat, doorboorde zijne zijde, en bloed en water vloeiden er uit.
Wat zien de HH. Vaders hierin'? Zie, zegt de H. Augustinus, gelijk de ribbe genomen is uit Adams zijde en daarvan Eva werd gevormd, zoo werd hier uit 's Heeren zijde de Kerk gevormd, die zijne
__i------
K
-----fL.--Jjf.
92 KKGENDE DAG.
Bruid zou zijn zonder vlek of rimpel, en de Moeder zou worden aller levenden over de geheele aarde. « Dat de Bruidegom zich verheffe op zijne legerstede, zegt hij. Hi] bestijge de plaats zijner ruste, dat Hij inslape in den dood; laat zijne zijde ge-. opend worden om doortocht te geven aan ^ - de maagdelijke Kerk; zoo kwam ook Eva uit Adams zijde, toen hij sliep').
H. Kerk, o lieldevolle gave bij uitnemendheid , voortgekomen uit de zijde des Heeren, hoe zullen wij u prijzen, hoe aan 't Goddelijk Hart, uwe Bron, genoegzame dankbaarheid toonen ! Wel rijk aan liefde moet het Hart zijn, dat zulke gave weet te schenken!
Men deed eens aan Pius IX z. g. het . voorstel, de H. Kerk toe te wijden aan het H. Hart van Jesus. Z. H. wees dit voorstel van de hand, zeggende, dat wel de geheele wereld, maar niet de H. Kerk aan het H. Hart behoefde toegewijd te worden, wijl de Kerk reeds in eigendom aan Hetzelve toebehoort; zij was er immers uit voortgekomen. De straal
1) De Symbolo. Ad Catechumenos. Cap. VI.
--
KEGENDE DAG. 93
behoort aan de zon, waaruit hij voortkomt , de vrucht aan den boom; zoo behoort de Kerk aan 't H. Hart.
Neen, 't aardsche Paradijs is nog niet van de wereld verdwenen ; wel dat Paradijs , waar Adam en Eva leefden; maar door ^ de liefde van het H. Hart is op aarde een - andere lusttuin ingericht, waarvan de toe--gang voor allen openstaat; geen Cherubijn met vlammend zwaard verspert den ingang, zooals de H. Bonaventura zegt; Zie , geopend is de deur des Parad ijzes en dooide lans van den soldaat is 't vlammend zwaard verwijderd.quot;
Dat aardsche Paradijs is de H. Kerk. Heerlijke stroomen besproeien het met het Bloed, dat ons vrijkocht en om ge-nade roept tot den troon van God. Die strooinen zijn de HH. Sacramenten. En zie, besproeid door dat Bloed, brengt die lusttuin de heerlijkste vruchten voort. Hier groeien de leliën der maagden, die bij duizenden de Kerk versieren ; daar bloeien de palmen der ontelbare martelaren ; ginds ontluiken de rozen van liefde, die de belijders in hunne handen dragen; in één ---------
*j-------
9-1 XEGEDE DAG.
woord, alle deugden bloeien en groeien er en noodigen uit tot navolging. Daar is geen onderscheid van rijken en armen r van slaven en vrijen, van grooten en kleinen ; neen, allen genieten de vruchten van dien tuin en worden er van verzadigd. Wie hongert naar leering, wordt gespijzigd ^ - met het brood van het woord Gods, dat ' nooit ontbreekt en aan allen wordt uitgedeeld ; wie dorst naar genade en wijsheid , kan zich daar naar hartelust laven aan de wateren des heils.
Hoe zalig is het te leven in dat Paradijs , de H. Kerk! Wat is de wereld daarbuiten ? Eene woestijn, waar niets groeit en waar het koud is voor de ziel, die naar liefde haakt. Zie hen, die , buiten dat Paradijs ronddolen. 'tZijn of wel heidenen, die de behoeften huns harten aan liefde en medelijden zoeken te voldoen met troost en hulp te vragen aanbeelden van hout en steen, â of wel 'tzijn verblinden , die meenen te zien en toch niet zien, en al hun troost moeten zoeken in een vervalschten, verminkten bijbel; zij gelijken aan wolken, die gedreven worden
.jij
y]____________lx
is ^
NEGENDE DAG. U5
door allen wind , nu rechts, dan links, altijd in beweging, nooit in rust.
Maar in de ware Kerk, de Kerk van Jesus' H. Hart? Daar spreken Petrus en zijne opvolgers met onfeilbaar gezag; zij beslissen, en wij , wij zijn gerust, omdat wij weten , dat de H. Geest spreekt door - hunnen mond. -
Van de wieg tot aan het graf, ja tot aan gene zijde des grafs, spreidt die Kerk de vleugelen harer liefde uit over hare kinderen. Het kind reeds zegent zij ; zij onderwijst het; zij geleidt het aan de hand door het leven; zij sluit ons de oogen, als 't uur van sterven daar is, zij bidt, zij waakt, zij troost, zij beurt op, zij berispt en vermaant, zij straft ook met liefde; ^ - en heeft de dood ons doen overgaan tot een ander leven, dan nog zal zij voor ons bidden en doen bidden; zij beveelt nog, dat de aarde gezegend worde, waarin wij tot aan den laatsten dag sluimeren zullen, en als laatste bewijs harer teederheid plaatst zij het kruis op ons graf, om ons te beschermen tot aan den grooten oordeelsdag.
Maar die Kerk heeft vele vijanden ; zij ^ ^
90 KKGENDE DAG.
doen hun best, om dut Paradijs van de aarde te doen verdwijnen; zij zijn machtig en talrijk. En als zij slagen, wat blijft er dan van deze liefdegave van Jesus' H. Hart ? â Geen nood ! Ook hiervoor heeft Jesus' liefde gezorgd; de Kerk, die uit zijn Hart voortkwam , zal onvergankelijk â zijn. Neen, de weldaden, die ons van de H. Kerk toevloeien, (en door de H. Kerk van Jesus' Hart) zullen nooit ontbreken ! Zijn woord is ons ten waarborg: Ik ben met u tot aan het einde der tijden! Vreest niet, al zijn de vijanden der Kerk machtig ; sterker is de liefde van Jesus' Hart voor zijne getrouwe Bruid. Toen die Kerk nog maar een klein vonkje was, konden de hevigste vervolgingen het niet uitblus-schen, zegt de H. Joannes Chrysostomus'); hoe dan nu, nu dat vonkje is aangegroeid tot een vuur, dat de geheele wereld ontvlamd heeft? Een teeder plantje konden zij niet vertreden, veel minder zullen zij een lusthof kunnen vernietigen, die gansch de aarde overdekt. Wel misschien kunnen de herhaalde pogingen harer vijanden een
1) Sermo antequam in exilium iret. ------
âM
97
NEGENDE DAG.
hoekje van dien lusttuin verwoesten, misschien zelfs een groot gedeelte, maar toch, zoo zegt diezelfde Heilige'), al bestond de Kerk ook nog slechts uit één geloovige,
toch zou ze nog onoverwinnelijk en onvergankelijk zijn.
Die Kerk, die onvergankelijke, onfeilbare Kerk, die Moeder, die zoo bezorgd is voor het heil onzer zielen, zij kwam voort uit Jesus' H. Hart; en daarvoor kunnen wij dat H. Hart nooit genoegzamen dank daarvoor betuigen. Maar ook op onze lichamen vloeiden die weldaden neer! Vrouw, wat zoudt gij zijn, zoo niet Jesus' H. Hart voor u de H. Kerk gesticht had ? Eene slavin,
eene verstootelinge, eene uitgeworpene uit de maatschappij en de samenleving. â Man, wat zoudt gij zijn zonder die liefde ^ van Jesus' H. Hart ? Misschien waart gij dan in uwe jeugd weggeworpen voor de wilde dieren, gelijk zoovele duizenden kinderen in China en andere afgodische landen; en zoo dat uw lot niet geweest was, gij zoudt een heiden zijn, verzonken in al de ondeugden van wreedheid en
1) Ibid.
90 KKGENDE DAG.
doen hun best, om dut Paradijs van de aarde te doen verdwijnen; zij zijn machtig en talrijk. En als zij slagen, wat blijft er dan van deze liefdegave van Jesus' H. Hart ? â Geen nood ! Ook hiervoor heeft Jesus' liefde gezorgd; de Kerk, die uit zijn Hart voortkwam , zal onvergankelijk â zijn. Neen, de weldaden, die ons van de H. Kerk toevloeien, (en door de H. Kerk van Jesus' Hart) zullen nooit ontbreken ! Zijn woord is ons ten waarborg: Ik ben met u tot aan het einde der tijden! Vreest niet, al zijn de vijanden der Kerk machtig ; sterker is de liefde van Jesus' Hart voor zijne getrouwe Bruid. Toen die Kerk nog maar een klein vonkje was, konden de hevigste vervolgingen het niet uitblus-schen, zegt de H. Joannes Chrysostomus'); hoe dan nu, nu dat vonkje is aangegroeid tot een vuur, dat de geheele wereld ontvlamd heeft? Een teeder plantje konden zij niet vertreden, veel minder zullen zij een lusthof kunnen vernietigen, die gansch de aarde overdekt. Wel misschien kunnen de herhaalde pogingen harer vijanden een
1) Sermo antequam in exilium iret. ------
âM
97
NEGENDE DAG.
hoekje van dien lusttuin verwoesten, misschien zelfs een groot gedeelte, maar toch, zoo zegt diezelfde Heilige'), al bestond de Kerk ook nog slechts uit één geloovige,
toch zou ze nog onoverwinnelijk en onvergankelijk zijn.
Die Kerk, die onvergankelijke, onfeilbare Kerk, die Moeder, die zoo bezorgd is voor het heil onzer zielen, zij kwam voort uit Jesus' H. Hart; en daarvoor kunnen wij dat H. Hart nooit genoegzamen dank daarvoor betuigen. Maar ook op onze lichamen vloeiden die weldaden neer! Vrouw, wat zoudt gij zijn, zoo niet Jesus' H. Hart voor u de H. Kerk gesticht had ? Eene slavin,
eene verstootelinge, eene uitgeworpene uit de maatschappij en de samenleving. â Man, wat zoudt gij zijn zonder die liefde ^ van Jesus' H. Hart ? Misschien waart gij dan in uwe jeugd weggeworpen voor de wilde dieren, gelijk zoovele duizenden kinderen in China en andere afgodische landen; en zoo dat uw lot niet geweest was, gij zoudt een heiden zijn, verzonken in al de ondeugden van wreedheid en
1) Ibid.
â^â NEGENDE DAG.
â vermaken. Nu geef Tk u uw hart terug , dat â gij Mij zoo dikwijls hebt opgedragen en toege-â wijd; zie, 't is nu schooner, zuiverder, vuriger â dan ooit te voren.quot; â o God, schep ook in ons een nieuw en zuiver hart l
GEBED.
O aanbiddelijk Hart van Jesus, wij danken TT voor de liefde, die U ingaf de H. Kerk te stichten. Hervorm onze harten, opdat wij getrouwe kinderen zijn dier Kerk , welke à zoo nauw aan 't harte ligt, en tot welke Gij ons door eene goedheid, die wij niet verdienden, geroepen hebt. o Goddelijk Hart, bescherm de Kerk en haar zichtbaar Opperhoofd, deu Paus met alle Bisschoppen en Priesters. Amen.
100
-X
Het H. Hart en de HH. Sacramenten.
ruchtbare strooiucn doorsneden weleer het. aardsehe Paradijs in alle richtingen; zij onderhielden daalde frischheid der lente in al hare schoonheid. Die stroomen zijn voorafbeeldingen van de HH. Sacramenten, o Gaven van Jesus' H Hart! o Bewijzen zijner liefde! -iedere druppel van het kostbaar Bloed, dat gij bevat, getuigt het luide: zie , hoezeer Jesus' H. Hart den mensch beminde !
Daar was in ons leven een dag, dat wij, nog onbewust van alles, op de armen onzer dierbaren ter kerke werden gedragen. Gods oog wendde zich toen van ons af; want Hij zag zijn eigendom, geschapen
t'
TIENDE DAG
naar zijn beeld en gelijkenis, in de macht van Satan ; de duivel heerschte in onze ziel als op zijn troon. Doch daar vloeide door de hand des priesters het waterover ons hoofd : de duivel vluchtte, God daalde neder in onze ziel, de ketenen der erfzonde werden verbroken, de vlek van Adam uit-gewischt; Engelen omringden ons, en wij, die als kinderen van gramschap ter kerke waren gedragen, wij keerden als kinderen des vredes en der zegening huiswaarts. Wat heeft die verandering teweeggebracht? De liefde van Jesus'H. Hart. Toen dat Hart doorboord werd aan het kruis, vloeiden daaruit, bloed en water, ter afbeelding, zeggen de HH. Vaders, vm dat water, 't welk in het Doopsel over ons hoofd vloeit; maar ook ter afbeelding van dat blóed, 't welk tegelijkertijd onze zielen zuivert van alle vlek der erfzonde. Het H. Hart had deernis met onze arme zielen in slavernij, en zie, het H. Doopsel was het geneesmiddel, dat zijne liefde Hem ingaf.
Mét de heiligmakende genade daalde ook de nooit genoeg gewaardeerde schat van geloof, van hoop en van liefde in onze ziel.
102
gt;---------------r^-
TIENDE DAG. 103
Toen werd de kiem daarvan gelegd, in afwachting, dat zij zou opschieten en vruchten dragen.
Maar stormen zouden die kiem trachten te vernietigen, bekoringen zouden het ontluikend en opkomend geloof met ondergang bedreigen. Geen vreeze ! De liefde van Jesus' - H. Hart kende het middel, om zulks te voorkomen. Hij gaf ons het H. Vormsel, en hiermede de volheid des H. Geestes, die met zijne gaven nederdaalt en de ziel vooral sterkte geeft, om het geloof als een kostbaren schat tegen alle aanvallen te verdedigen. Daarom zegt de groote H. Thomas: « Uit het overvolle Hart van Christus vloeit » de olie aller genade tot behoud der ziel1).quot; En die olie voedt, verlicht en versterkt.
De H. Franciscus van Sales, debeminne- . X lijkste der latere Heiligen, zegt: «De commu-i) niebank en de biechtstoel zijn geschenken » van Jesus' H. Hart.quot; Zou het waar zijn? Maakt zich die beminnelijke Heilige hier niet aan eene godvruchtige overdrijving schuldig? Wat de H. Communie betreft,
daar zal niemand aan twijfelen; maar de
1) S. Thom. Aq. Opusc. de SS. Sacr. --^-----
104 TIENDE DAG.
Biecht? De Biecht een geschenk van Jesus' liefderijk Hart? De biechtstoel, die ons afschrikt, eene gave zijner liefde ? Onmogelijk !
Gij, die zoo spreekt, zijt gij een zondaar of een rechtvaardige ? Een van beiden. Zijt of waart gij zondaar, herinner u dan eens dat ongelukkig oogenblik, dat de duivel weer bezit genomen had van uwe ziel en de hel met al hare verschrikkingen al gapende voor u openstond. Angst en onrust en wroeging was in uw hart. Waar rust te vinden ? Gij zocht ze misschien in de vermaken der wereld. â Gij vondt ze niet. Toen kwam een hooge feestdag; â een godvruchtig menschelijk opzicht, tegelijk met uw berouw, dreef u naar den
biechtstoel, daar knieldet gij neer......
Wien vondt gij daar? Den plaatsbekleeder van Hem, die zegde: Komt allen tot Mij die belast en beladen zijt, en Ik zal u verkwikken ; â den vertegenwoordiger van Hem, die aan eene overspelige Samaritaan-sche vergiffenis schonk, â van Hem, die eene onteerde Magdalena ontving, â van Hem, die at en dronk met zondaars, die tot
TIENDE DAG. 105
eene zondige vrouw zoo liefdevol zegde: Ik zal u niet veroordeelen, ga en wil voortaan niet meer zondigen, â van Hem, die aan Petrus vergiffenis schonk en voor een stervenden moordenaar de poorten van het Paradijs opende, -â van Hem, die steeds sprak van medelijden jegens den zondaar, â van Hem, aan wiens Hart de zielroerende parabelen ontwelden van een verloren zoon, van een verloren schaapje, van een zoekgeraakt geldstuk. Diens plaats-bekleeder vondt gij in de stilte en in de duisternis van den biechtstoel.. . . Gij be-leedt uwe schuld, hij sprak u moed in ; gij vroegt vergeving; hij hief zijne hand op, en scheppend in de milde bron van Jesus' H. Hart, wiesch hij uwe ziel met Goddelijk Bloed; wat de heele wereld u . niet geven kon : rust en vrede, dat gaf u een enkel woord : Ik ontsla u van uwe zonden. Verlicht stond t gij op ; gij waart een ander mensch geworden, de hel was gesloten en God verzoend. Zeg ons, was voor u de Biecht geen weldaad, geen liefdebewijs van Jesus' H. Hart, waarin zij ontstond ? Wat zij voor u was, dat was
TIKNDE DAG.
zij voor millioenen anderen : een redplank na de schipbreuk.
Doch, gij waart of zijt misschien een rechtvaardige ; misschien behoort gij tot de gelukkigen, die nooit hunne onschuld verloren. God geve het! Maar ook dan was de biechtstoel voor u een geschenk van Jesus' H. Hart. Waar, na de H. Communie , vondt gij ooit zooveel sterkte in bekoringen , zooveel troost in het lijden, zooveel opwekking tot deugd? Ja, het Provinciaal Concilie van Utrecht aarzelt niet te zeggen , dat al het goede, wat in de H. Kerk gevonden wordt, in stand wordt gehouden door het H. Sacrament der Biecht. Vraag het aan duizenden Zaligen, die er hunne zaligheid aan danken; vraag het aan millioenen verdoemden, die het versmaadden ; het gejuich der eenen , en het gejammer, de spijt der anderen zullen u zeggen, wat weldaad Jesus' liefde u bewezen heeft met u het H. Sacrament der Biecht te schenken.
Wat te zeggen van het H. Oliesel? De uitgestrektheid van dat liefdebewijs .zullen wij eerst ten volle begrijpen als wij,
106
4
|
V-. | |||
|
' I * y , t |
TIENPE DAG. 107 klam van het doodzweet, door duizend angsten benauwd, op ons doodbed liggend, den laatsten snik en â o vreeze! â het oordeel Gods verwachten. Als dan de priester, â zelf eene weldaad van Jesus' H. Hart, â onze leden zalft, bij onze sponde biddend neerknielt, den balsem zijner vertroostende en bemoedigende woor- -den in onze ziel stort, o, dan zullen wij het aan den vrede, die in ons heerscht bemerken, dat Jesus' H. Hart ons beminde, toen Het ons dit H. Sacrament schonk. En het Huwelijk ? o God, wat zou de samenleving zijn zonder dit H. Sacrament'? Eene hel hier op aarde, gevolgd door eene hel hiernamaals. Wat zou er geworden van de opvoeding der kinderen ? Hoe zou het mogelijk zijn, zonder de genaden van , dit H. Sacrament, in liefde en vrede te leven ? Hoe zouden de duizende lasten en plichten, aan den huvvelijksstaat verbonden, kunnen gedragen worden ? En zoo de liefde van Jesus' H. Hart ons geen Priesterschap gegeven had, wie zou ons onze zonden vergeven, wie het Hoogheilig Offer der Mis opdragen, wie ons * |
igt; * 9 . | |
108 TIENDE DAG.
leeren, ons troosten, ons geleiden en bemoedigen ?
Genoeg, o H. Hart, genoeg ! Heb dank voor die vruchtbare strooraen van uw H. Bloed, die den tuin uwer H. Kerk besproeien , en overal nieuw leven, nieuwe groeikracht en nieuwe vruchten doen verschijnen!
quot;V oornemene.
1° Het H. Hart voor de instelling der H. Sacramenten bedanken.
2° Ze ontvangen met allen eerbied, waartoe wij in staat zijn , en, zoo mogelijk , aan anderen de groote weldaad er van doen inzien.
VOORBEELD.
Wat liefde het ontvangen der H. Sacramenten ^ in 't Hart der Heiligen teweegbracht, kan de H. Agnes ons leeren. De zoon des stadhouders van Rome dong naar de hand der edele en schoone maagd. Hij bood haar ten bruidschat goud, parelen , edele steenen en kostbare kleederen, en be loofde haar het gansche erfgoed van zijnen vader Maar Je Maagd verwierp alles en zeide : â Laat af van mij, gij spijze des doods; nooit kan il' de uwe worden, want ik ben reeds aan een andei verloofd 1quot; Teleurgesteld antwoordde de jongeling âGij zijt nog zoo jong, en gij zoudt reeds verloofd
_^____
TIENDE DAG. 109
zijn ? Dat geloof ik nooit. Eu al ware dit zoo, ben ik niel de zoon van den eerste na den keizer? Wie waagt het met mij naar dezelfde bruid te staan ? Wie durft zich met mij vergelijken in afkomst, schoonheid en rijkdom ?quot; Agues werd verstoord bij deze woorden en begon haren heiuel-schen Bruidegom en zijne voortreffelijkheid te prijzen. âSchoon , zeide zij , is mijn Bruidegom, veel schooner dan alle sterfelijke jongelinscen. Hij is als melk en bloed , aanvallig en heerlijk. Over zijne schoonheid staat de zonne verwonderd en de maan is verstomd. Mijn Beminde is waarlijk van hooge afkomst. Zijne Moeder is eene Maagd en zijn Vader kent geeue vrouw. Hoe machtig is mijn Bruidegom ; voor Hem sidderen de vorsten en de Engelen dienen Hem, de hemel is zijn troon en de aarde de voetbank zijner voeten. Als Hij de bergen aanraakt, dan rooken zij ; dreigt Hij de zee, dan leggen zich de schuimende golven te ruste; zijn adem geneest de zieken, zijn woord wekt de dooden op tot het Jeven. Spieek mij niet van rijkdom ; alleen mijn Beminde is rijk ; Hem behooren de kostbaarheden der aarde en de schatten der zee; van Hem is al het goud der bergen, de parelen der vloeden, en alle edelsteenen van den opgang der zon tot aan den ondergang. Alleen mijn Bruidegom bezit ware innige liefde, want niemand kan hartelijker en trouwer beminnen dan Hij. Alles gaf Hij voor zijne arme bruid.
Ter liefde van mij heeft Hij de vreugde des Hemels ---------
A-
110 TIENDE DAG.
opgeofferd en zelfs zijn leven aan den bittersten dood overgegeven. Zie, met een gouden ring heeft Hij zich aan mij verloofd. Hij tooit mij op met prachtige gewaden, welke kostbaarder zijn dan die, welke de dochters der koningen dragen. Ik heb reeds het prachtige bruidskleed van schitterende zijde ; Hij heeft mij omkleed met eenen breeden gordel van goud ; mijne ooren zijn behangen met onschatbare juweelen , mijn hals met parelen en mijne handen met sieraden en om mijn hoofd is een onverwelkbare bruidkrans gevlochten. Nog grootere schatten heeft Hij mij vertoond, en die alle zal Hij mij geven , zoo ik Hem getrouw blijf. Hoe zou ik zulk eenen Bruidegom kunnen verlaten, met wien ik voor eeuwig door trouwe liefde vereenig«l ben Zoo looide de H. Agnes vol geestdrift haren Bruidegom en toonde een hart te hebben vol liefde voor dat Hart, dat haar het eerst beminde.
(Hugues. Levens en daden van Gods Heiligen 21 Januari.)
GEBED.
o H. Hart des Heeren, o Bron, waaraan de HH. Sacramenten ontvloeid zijn, geef, dat wij de waaide dier weldaden beseffende, ons zei ven dikwijls laven en wasschcn aan die heilrijke stroomen , opdat wij , gewasschen door uw Bloed , o Goddelijk Lam, de eeuwige vreugden mogen ge- ;
nieten. Amen.
ââ
Elfde Dag.
Het H. Hart en het H. Misoffer.
ie kent niet de Navolging van ^Christus door Thomas a Kernpis ? ' Een schooner boek, de H. Schrift uitgezonderd, bestaat er niet. Het werd samengesteld nu bijna 400 jaar geleden , en het handschrift, door Thomas zelf geschreven, bestaat nog. Maar daarenboven zijn duizenden en millioenen afdrukken daarvan over de wereld verspreid in alle a'a landen, in steden en dorpen, in hutten en in paleizen. Als ik nu vrucht wil trekken uit de leering, die dat boek bevat, is het dan noodig, dat ik het handschrift, door Thomas zelf geschreven, aandachtig lees ? Gelukkig neen ; want dat is ver van hier; maar een afdruk is even goed ; die is in mijne nabijheid, de
____^ _
112 ELFDE DAG
leering is juist dezelfde, dezelfde vruchten kan ik er uit trekken en op hetzelfde oogenhlik kunnen duizenden en duizenden hetzelfde voordeel genieten.
Zoo is het ook met de weldaad welke Jesus' liefderijk Hart ons geschonken heeft in het H. Misoffer1). Ãéns stierf Hij voor ons aan het Kruis, toen duizend wonden zijn gezegend Lichaam bedekten en Hij zijnen geest aan zijnen Vader aanbeval. Toen werd de duivel overwonnen; het menschdom was verlost; de vloek in zegen veranderd; strooraen van genaden gingen van Calvarië over de wereld, en zalig zij, die gewasschen werden in het Bloed van het Lam, dat voor onze zonden geslachtofferd is van het begin der wereld af. Doch wij waren daarbij niet tegenwoordig, en zij , die na ons komen zullen , zijn er nog verder van verwijderd. Zullen wij nu niet deelachtig worden aan de vruchten van die oneindig heilige Slachtofferande van Calvarië? Zullen wij niet besproeid worden met het Bloed van het Lam, dat de zonden der wereld wegneemt?
1) Vgl. Alban Stolz. Die H. Elisabeth. 3. 88.
^--jT
^____
ELFDE DAG. 113
Dank zij aan Jesus' liefderijk Hart! Evenals nu iedereen kan plukken van den boom, dien de vrome Thomas a Kempis door zijn boekje geplant heeft, evenzoo kunnen ook wij nu genieten van de vruchten des Kruises; want zie, wat Jesus op bloedige wijze op Calvariê deed, dat vernieuwt Hij duizenden malen daags op onbloedige -wijze in de H. Mis. o Onwaardeerbare weldaad, o onschatbare gave, waartoe stelt gij ons in staat!
't Is voor ons , menschen , een strenge plicht God te aanbidden en te danken. Dien plicht gevoelt iedere mensch, in zijn eigen hart; zóó zelfs, dat de mensch, die den waren God niet kent, zich nederwerpt voor hout en steen en die aanbidt. Maar hoe dien plicht op waardige wijze te vervullen ? Uit ons zeiven zijn wij stof en asch, nietige schepselen en daarenboven vol zonden en gebreken. Al waren wij Engelen, al waren wij in verdiensten gelijk aan de allerh. Maagd Maria, dan nog zou onze aanbidding en dankzegging niet zijn, wat ze zijn moest; want geen schepsel kan den Oneindige vereeren, gelijk Hij
____^ _
112 ELFDE DAG
leering is juist dezelfde, dezelfde vruchten kan ik er uit trekken en op hetzelfde oogenhlik kunnen duizenden en duizenden hetzelfde voordeel genieten.
Zoo is het ook met de weldaad welke Jesus' liefderijk Hart ons geschonken heeft in het H. Misoffer1). Ãéns stierf Hij voor ons aan het Kruis, toen duizend wonden zijn gezegend Lichaam bedekten en Hij zijnen geest aan zijnen Vader aanbeval. Toen werd de duivel overwonnen; het menschdom was verlost; de vloek in zegen veranderd; strooraen van genaden gingen van Calvarië over de wereld, en zalig zij, die gewasschen werden in het Bloed van het Lam, dat voor onze zonden geslachtofferd is van het begin der wereld af. Doch wij waren daarbij niet tegenwoordig, en zij , die na ons komen zullen , zijn er nog verder van verwijderd. Zullen wij nu niet deelachtig worden aan de vruchten van die oneindig heilige Slachtofferande van Calvarië? Zullen wij niet besproeid worden met het Bloed van het Lam, dat de zonden der wereld wegneemt?
1) Vgl. Alban Stolz. Die H. Elisabeth. 3. 88.
^--jT
^____
ELFDE DAG. 113
Dank zij aan Jesus' liefderijk Hart! Evenals nu iedereen kan plukken van den boom, dien de vrome Thomas a Kempis door zijn boekje geplant heeft, evenzoo kunnen ook wij nu genieten van de vruchten des Kruises; want zie, wat Jesus op bloedige wijze op Calvariê deed, dat vernieuwt Hij duizenden malen daags op onbloedige -wijze in de H. Mis. o Onwaardeerbare weldaad, o onschatbare gave, waartoe stelt gij ons in staat!
't Is voor ons , menschen , een strenge plicht God te aanbidden en te danken. Dien plicht gevoelt iedere mensch, in zijn eigen hart; zóó zelfs, dat de mensch, die den waren God niet kent, zich nederwerpt voor hout en steen en die aanbidt. Maar hoe dien plicht op waardige wijze te vervullen ? Uit ons zeiven zijn wij stof en asch, nietige schepselen en daarenboven vol zonden en gebreken. Al waren wij Engelen, al waren wij in verdiensten gelijk aan de allerh. Maagd Maria, dan nog zou onze aanbidding en dankzegging niet zijn, wat ze zijn moest; want geen schepsel kan den Oneindige vereeren, gelijk Hij
----^---
116 ELIDE DAG.
« hoortv)en de II. Geest getuigt van Hem : » Om zijne eerbiedigheid jegens God, om zijne gehoorzame onderwerping aan den wil zijns Vaders, is Hij verhoord ge-w or den2).quot;
Daar, in het H. Misoffer, bidt nu Jesus' H. Hart voor ons, en ... . duizenden genaden stroomen als een weldoende regen op ons neer. Het bidt.... eu zelfs tijdelijke gunsten worden ons in overvloed geschonken. Het bidt.... en de duivelen worden verjaagd, de bekoringen verminderd of weggenomen , zieken herstellen , deugden bloeien op, de H. Kerk breidt zich uit, zondaars bekeeren zich , ergernissen worden weggenomen, zielen uit het vagevuur verlost; in één woord, alle gunsten en genaden naar ziel en lichaam worden ons gegeven, omdat Deze voor ons bidt, die zonder zonde is en waardig is bij God verhooring te vinden om zijne eerbiedigheid.
Is dan het H. Misoffer niet eene weldaad, die alleen kon voortkomen uit een Hart, dat van liefde overvloeit ? Moeten wij het
1) Jois XI. 42.
2) Hebr. V. 7.
'ïi! quot; *'â
_.[Y
117
____
ELFDE DAG.
dan ook niet als eene ondankbaarheid en als een onherstelbaar verlies betreuren, dat wij zoovele HH. Missen , die wij zoo gemakkelijk hadden kunnen bijwonen, verzuimden,? Ja, als wij wisten , dat er aan het uiteinde der aarde één priester was, die éénmaal slechts die H. Offerande kon opdragen, zou dan ons leven niet goed besteed zijn, zoo wij het geheel en al gebruikten, om naar die plaats te reizen, ten einde ten minste eenmaal in ons leven bij zulk een Hoogheilig Offer tegenwoordig te kunnen zijn ? En nu, nu wij zoovele priesters in onze nabijheid hebben, nu er dagelijks zoovele HH. Missen gelezen worden, nu is eene geringe moeite, eene vermeende tijdelijke schade, eene nietige ongesteldheid, ja een ijdel vermaak dikwerf genoeg, om ons de H. Mis te doen verzuimen !...
O, beseften wij het wel, wat weldaad het H. Hart van Jesus ons door dit H. Offer doet! De boosheid der wereld is groot, grooter wellicht dan ten tijde des zondvloeds ; zonder dat Offer zou misschien sinds lang de wereld vergaan zijn door het vuur; maar de H. Mis houdt den
--
118 ELFDE DAG.
straftenden arm Gods tegen, en 't is een algemeen gevoelen der Godgeleerden , dat het eerste werk van den Antichrist, bij het einde der tijden, zijn zal, dit H. Offer in de wereld te doen ophouden. Op dit Offer zouden Gods woorden bij Isaïas kuunen worden toegepast: Ik heb gezworen, zegt de Heer, dat Ik over de aarde niet meer vertoornd zal worden, want bergen en heuvelen zullen mijne Gerechtigheid (d. i. Jesus Christus) dragen.
quot;Voornemens.
1° Uit dankbaarheid voor de weldaad der H. Mis er een veelvuldig gebruik van maken.
2° De H. Mis zoo aandachtig en eerbiedig mogelijk bijwonen en ous vereenigen met het Offer van lof, dank, verzoening en smeeking, 'twelk het H. Hart opdraagt, overal waar een priester het altaar bestijgt, d. i. dagelijks op bijna 400,000 plaatsen.
VOORBEBL1).
P. Burke verhaalt in zijne preek over de Verborgen Heiligen van Ierland het volgende:
Ik bevond mij op de westkust des eilands, te midden van mijn volk, toen het den al machtigen God behaagde, zijne laatste en vreeselijkste beproe-
â
ELFDE DAG. 119
â ving over ons los te laten ; de Engel van hongersnood en sterfte sloeg de vleugelen uit en een donkere schaduw viel over het land.. .. o God, om â uwe barmhartigheid, laat mij nooit meer zulke
dingen zien vóór mijnen dood !.....
Op een paar mijlen afstands van Galway woonde eene vrouw, die eiken eersten Zondag van iedere maand tot de H. Tafel ging. Toen de hongersnood ^ kwam, was zij al op jaren. Hare oudere zonen ^ waren heengegaan, om werk te zoeken. Nu leefde zij alleen met haar jongste kind, een knaap van 14 jaar. De nood steeg zoo hoog , dat het kind om brood schreide en de moeder niets meer te geven had. Zij zag hem wegteren voor hare oogen , â .zij had niets , er was niets, en de jongen lei het hoofd tegen de borst zijner moeder en stierf. Zij was zoo uitgeput van honger, en de buren woonden zoo ver, dat zij niemand kon gaan roepen om haar kind te begraven. Twee dagen lag het lijk op den grond en zij er naast stervend van smarte, stervend van honger en dorst. Op den morgen van den derden dag, hoort zij de klok luiden voor de H. Mis; 'twas Zondag. Op handen en voeten kruipt zij uit hare hut, den weg op naar de kapel eene mijl verre. Driemalen bezweek zij onder den weg. Medelijdende voorbijgangers zetten haar met den rug tegen eene heg en gaven haar uit de beek te drinken. Zij stond op , en al viel ze telkens , zij kroop voort
en kwam eindelijk zoo dicht bij de kapel, dat zij ---^------
___*L__
120 ELFDE DAG.
door de geopende deur den priester kon zien aan 't altaar bij de opdracht der H. Geheimen. Toen sloeg zij hare oogen en handen ten hemel en riep uit: Eeuwigen lof aan den gezegenden Zoon der Maagd! Daarop zonk ze ineen en stierf. Toen het volk uit de Mis kwam , vonden zijn het lijk der vrouw, wier laatste poging geweest was , te kruipen naar het altaar, dat God de bee harer stervende lippen mocht verhooren. (W. v. Nieu- ⺠^ wenhoff. Vijf Levensschetsen, p. 250 en vlg.)
GEBED.
o Liefdevol Hart van Jesus , dat ons in 't H, Sacrificie der Mis in staat gesteld hebt aan God waardige hulde te brengen, geef, dat wij de uitgestrektheid dier weldaad beseffende, dagelijks overvloediger deelachtig worden aan de genaden, die Gij door dit middel aan 't menschdom wilt doen toekomen. Wij vragen het TJ door de voorspraak van Maria.
J^,
3*
Twaalfde Dag.
Hot H. Hart en de H. Commanie.
Lok heerlijk bloeide in liet aardsche Paradijs do Boom des Levens! Wijd zul hij zijne takken hebben uitgespreid, als wilde hij aan de geheele aarde zijne vrucht, die onsterfelijk maakte, toereiken. Zulk een boom des levens, maar veel edeler en gemakkelijker te bereiken , verheft zich ook in den lusthof der H. Kerk. 't Is de H. Communie, die eeuwig, onvergankelijk leven geeft aan de zielen, gelijk de eerste aan de lichamen. ^Wie zal naar waarde beschrijven, wat weldaad het H. Hart van Jesus ons met die gaven geschonken heeft? Hier, hier heeft zijne liefde de uiterste grens bereikt.
Daaraan dacht de H. Augustinus, toen
»
122 TWAALFDE DAG.
hij in liewondering uitriep: JesusChristus is almachtig, maar iets grooters geven kon Hij niet; Hij is oneindig wijs, maar iets beters kende Hij niet; Hij is oneindig rijk, maar grooter goed bezat Hij niet'). En de eerbiedwaardige Kerkvergadering van ïrente bevestigt die uitspraak met Goddelijk gezag, als zij zegt: « Wanneer » onze Zaligmaker uit deze wereld naar » zijnen Vader zou gaan, stelde Hij dit » H. Sacrament in, waarin Hij de schatten » zijner Goddelijke liefde nis uitqestort » heefl*).quot;
Wat heeft Jesus Christus ons dan gegeven, toen Hij stralend van liefde neerzat in het midden der zijnen en op plechtigen toon den Vader dankte, het brood zegende en zijnen Apostelen overgaf, zeggende: â¢Â» Neemt en eet ?
Ik geef u een nieuw gebod, Ik geef u mijnen vrede, had Hij kort te voren gezegd ; maar nu ? Nu geeft Hij aan hen en aan ons zich zeiven ! Zich zeiven geheel â en al, met zijne aanbiddelijke God-
1) S. Aug. tr. 84 in Joëm.
2) Cone. Trid. Sess. XITT. Cap. IT. âvelut effuc
V
J£...
VI
mi
â¢â¢r-
128
TWAALFDE DAG.
heid , met zijne allerheiligste Menschheid , met zijn maagdelijk Lichaam, met zijne goddelijke Ziel! « 0,quot; zegt de H. Joannes Chrysostomus , « hoevelen zijn er, die zeggen ; ik zou Jesus Christus willen zien ,
zijn gelaat aanschouwen, zijne kleederen aanraken , zijn schoeisel kussen ! Maar ... gij ziet Hem , gij raakt Hem aan, gij
nuttigt Hem..... Wat de Engelen al
bevend aanschouwen , ja , waarnaar zij niet durven opzien wegens den verblindenden lichtglans, die het uitstraalt, daarmede worden wij gevoed en vereenigd tot één lichaam en één vleesch. Waar is de herder, die zijne schapen voedt met zijn eigen bloed ? Wat, zeg ik : een herder ? Zelfs vele moeders geven hare kinderen aan anderen ter voeding ! Niet zoo onze Heer; want zijn eigen Bloed geeft Hij ons tot sterkenden drank Wie onzer heeft zijne naaste betrekkingen niet lief, een vader , eene moeder, een kind ? Bemint ze zooveel gij wilt, hecht u aan ben met alle mogelijke teeder-heid; maar altijd aan hunne zijde blijven, 1) Hom. 60 ad popul. Autioch.
__
TWAALFDE DAG.
meer dan eens uw leven geven voor hen, die gij lief hebt, dat kunt gij niet. Ze bij u inlijven, ze doen leven van uw leven, uwe kracht in hen doen overgaan, 't is eene onmogelijkheid, zelfs voor eene moeder ! Onmogelijk voor iedere andere liefde, niet voor de liefde van Jesus' H. Hart. Nader tot de H. Tafel, neem en eet, en onder de gedaante van brood komt het Lichaam en Bloed , de Ziel, de Godheid van Jesus Christus in u en leeft in u, zoodat gij zeggen kunt: niet ik leef, maar Christus leeft in mij').
In welke omstandigheden gaf Hij ons die liefdegave der H. Communie? Hij deed gelijk een stervende moeder, die met bevende hand aan hare kinderen een laatste gedachtenis uitreikt. Welke waarde wordt daaraan niet gehecht! 't Was de vooravond van zijn bittei'lijden, de laatste maaltijd, dien Hij nemen zou. Ook Judas was daar. Jesus doorschouwde diens hart tot op den bodem ; Hij zag daar de plannen van verraad ; Hij wist, dat die ziel
1) Gal. 11. 14. Vgl. P. Monsabn': Sermon sur le S. Cceur.
124
â^-----
TWAALFDE DAG. 125
een afgrond van bederf was, waarin Hij zou moeten neerdalen. Tocli gaf Hij zich zeiven tot spijs. â Petrus zal Hem dienzelfden nacht verloochenen; de andere ' Apostelen zullen als kaf voor den wind uiteenstuiven bij het minste gevaar; â Farizeérs en Schriftgeleerden waakten; '. koorden, lantaarnen, stokken en zwaarden werden in gereedheid gebracht, â Jesus zag dat met zijn alziend oog. Toch schonk Hij zich en met de meeste liefde ! '
Geheel de wereld zag Hij op dat oogen-blik verzonken in afgoderij en zedeloosheid ; in de toekomst voorzag Hij, dat Hij nog duizend en duizendmaleti zou moeten neerdalen in de harten van nieuwe Judassen, en dat Hij zou worden neer-y gelegd op tongen, die kort te voren nog _t God lasterden of door onzedige taal bezoedeld werden. Schrikte dat alles Hem niet af? Neen, neen. Hij gaf zich zei ven tot sterkte der zwakken, tot onderpand, ten borg onzer eeuwige glorie; en dat niet op ééne plaats der aarde of aan zijne Apostelen alleen , ook niet alleen aan den Paus,
zijn plaatsbekleeder, of slechts aan Heili-
TWAALFDE DAG.
gen; neen, overal waar zich een tabernakel zal bevinden en een priester , die het opent, daar geeft Hij zijn Lichaam tot spijs, zijn Bloed tot drank, ten bewijze , dat Hij ons bemint met onvergelijkelijke liefde.
Nog verder gaat Hij. Niet alleen noudigt Hij ons minzaam uit, om deel te nemen aan dien H. Maaltijd; maar zijne liefde dwhigl ons , Hij dreigt ons met eeuwige straffen , zoo wij zijn H. Lichaam en Bloed niet nuttigen, o God, was het dan niet genoeg, ons toe te staan ö te ontvangen, en moesten wij niet in vrede kunnen sterven, zoo wij U eens in ons leven ontvangen mochten ? Neen, want zijne liefde weet welke behoefte wij aan Hem hebben. Eens zelfs herhaalde Hij zesmaal het . /t gebod, die H. spijze te nuttigen : Indien gij hel Vleesch van den Zoon des Menschen niet eet, zult gij het leven in u niet hebben ').
Wat is de mensch, dat Gij hem gedachtig zijt'2), zoo bad David tot God. Wat
1) Jois VI. 54.
126
O
O-
2) Ps. VIII. 5.
â t*!
TWAALFDE DAG.
zou die groote koning gezegd hebben, als hij eens had kunnen zien, dat diezelfde God eenmaal naar de aarde zou afdalen en zich zeiven den mensch tot spijs geven ? Zoude hij zijne schoonste psalmen niet hebben doen klinken , om de liefde te verheerlijken, die zulke weldaden ingaf? Maar zou hij ook zijne vreeselijkste vervloekingen') niet hebben uitgesproken tegen de ondankbaren, â en och, hoe talrijk zijn ze ! â die weigeren hun Heer en God te ontvangen ; of indien zij Hem ontvangen, Hem meer beleedigeu dan eereu, eu zoo de liefde miskennen en verijdelen, waarmede Hij zich gewaardigd tot ons te komen ?
En waartoe komt Hij ? Om ons te jd troosten ; want, zoo zegt de H. Kerk ; Een hemelsch Brood hebt Gij hun gegeven, een Brood, dat alle genoegens in zich bevat; om ons te sterken in den strijd tegen, duivel, wereld en vleesch ; want het is het Brood der sterken en de Wijn, die maagden voortbrengt; om ons onsterfelijk te maken en eeuwige glorie te doen ge-1) Vgl. Ps. 48.
127
128 TWAALFDE DAG.
nieten, want: die Mij eet, zal om Mij leven , zegt Jesns zelf. En als na het algemeen Oordeel onze lichamen met onze zielen vereenigd zullen zijn en zij deelen in dezer onsterfelijkheid en glorie, waaraan zullen zij dan die onsterfelijkheid danken? Aan die goddelijke spijze, die onwaardeerbare weldaad, waarvan de H. Kerk zingt: o H. Gastmaal, waar Christus genuttigd, zijn lijden herdacht, de ziel met genade vervuld , en ons een onderpand der toekomstige glorie gegeven wordt!
quot;Voomemens.
1° Zoo dikwijls als het ons door den bestierder onzer ziel wordt toegelaten, naderen tot de H. Tafel.
2° Alle zorg besteden aan de voorbereiding en dankzegging.
3° Het H. Hart bedanken voor die onwaardeerbare gave van liefde.
VOORBEELD.
Be laatste Preek van Pater Bv.rke.
De beroemde lersche Dominicaan, P. T. Burke was aan het einde zijner dagen. Op een avond
__x____
TWAALFDE DAG. 129
*r
was hij zoo uitgeput, dat tot het laatste oogeu-blik toe, preeken onmogelijk scheen. Toen hij evenwel vernam, dat de kerk vol was en de meoschen hem verwachtten, overwon hij zijne zwakheid. Op den kansel gekomen, moest hij zich vasthouden aan den rand. Bijgekomen, stortte hij nu geheel zijne ziel uit in eene roerende opwekking tot geloof in en liefde voor 't H. Sacrament. â O,quot; zegde hij, â tot in het uur des doods komt Jesus in de H. Teerspijze om onze zielen tot zich te nemen; dan gaat het lichaam geheiligd ten grave, om er te blijven tot den laatsten dag, wanneer Jesus zelf komt om het op te wekken en te drukken aan zijn H. Hart.quot; Toen hield de redenaar op. Na eene pooze ging hij voort: â Zijn er hier tegenwoordig, die ons geloof niet deelen in dit aanbiddelijk geheim ? Is er één ten minste ? Welnu , laat mij hem slechts dit nog zeggen. Geef, bid ik u, acht op hetgeen wij lezen in het 14de hoofdstuk van den H. Mattheus ; De leerlingen waren midden op zee in een schip, door de golven geslingerd. In de duisternis van den nacht zagen zij een witte, lichtende gedaante wandelen op het water. Niet één van hen kon onderscheiden, dat het de Heer was, en zij waren vol vrees. Toen sprak Hij tot hen : Ik ben het, vreest niet. En de moedige, minnende Petrus riep uit; Heer, indien Gij het zijt, gebied mij tot ü te komen. En Jesus zeide: kom. En Petrus wierp zich uit het schip en wandelde op
9
130 TWAALFDE DAG.
de golven naar Jesus heen. â Nu, binnen weinige oogenblikken zult gij de lichten zien branden op het altaar; eene witte, lichtende gedaante , van stralen omringd, zal worden opgeheven, en al wie gelooft, zal aanbidden. En gij, al wat ik van u vraag , is , dat gij Petrus' woord nazegt: Heer, indien Gij het zijt, roep mij , en gebied mij tot U te komen. En als gij dan de zoete stem van Jesus in uw hart verneemt, die u zegt: Ik ben het, kom, â o, stel dan niet uit. Werp u met Petrus op de wateren en haast u neer te knielen aan den voet van uwen gezegenden Heer. Hij zal u boven houden, uwe schreden ondersteunen, de golven van twijfel en bekoring doen stollen onder uw voet ; en gij zult gelooven en zijne wezenlijke tegenwoordigheid aanbidden gelijk Petrus, en opgenomen worden bij zijne trouwe kudde op aarde en in zijne glorie in den Hemel.quot;
Eene Protestantsche Dame had dien avond enkel uit nieuwsgierigheid de godsdienstoefening bijgewoond. Wat zij meende te zien onder den zegen met het Allerheiligste, maakte zoo geweldigen indruk op haar , dat zij de kerk verliet met een vast en onwankelbaar geloof in de wezenlijke tegenwoordigheid. Aanstonds liet zij zich onderrichten en werd weldra opgenomen in de Katholieke kerk. (Vgl. W. v. Nieuweuhoff. Vijf levensschetsen.)
twaalfde dag.
GEBED.
der II. Kerk.
Geef. o God , dat wij vervuld worden met de eeuwige genieting uwer Godheid, waarvan het tegenwoordig ontvangen van uw kostbaar Lichaam en Bloed eene voorafbeelding is. Die leeft en heerseht in eeuwigheid. Amen.
Aan het heilig, goddelijk, aanbiddelijk Hart van Jesus, het heiligste, beminnelijkste, het eenigst aanbiddelijke aller harten, zij eer, lof, dank betoond in de gansche wereld , op de volmaaktste wijie, met de vurigste gevoelens, door alle schepselen, gedurende alle eenwen, in alle eeuwigheid. Amen.
131
Dertiende Dag.
Het H. Hart en de H. Teerspijze.
quot;
n NS stervensuur ! Wie huivert niet,
J^yK^als hij aan die beslissende stonde ^ denkt'? Wij mogen zondaars zijn of rechtvaardigen, dat uur is voor iederen mensch een uur van vrees en benauwdheid, 't Is van dit uur, dat David ons de beschrijving geeft, als hij zegt: « De pijnen des doods omringden mij; de stroomen quot; der zonde brachten mij in verwarring; de strikken des doods hebben mij omvat1).quot; Het verledene, het tegenwoordige, het toekomstige, alles, alles zal samenspannen, om ons te beangstigen ; de duivel zal zijne pogingen verdubbelen, om ons in zijne netten te verstrikken, wel wetende , dat 1) Ps. XVII. 6. Seqq.
DERTIENDE DAG.
wij voor eeuwig zijn eigendom , of het eigendom van God worden, o Heer, kom ons te hulp in dat verschrikkelijk oogen-blik; red ons, wij vergaan !
Wees gerust, christelijke ziel. Jesus' liefde waakt over u. Zijn medelijdend Hart weet, dat de nood, waarin gij u bevinden zult, groot is; gij zult Hem aanroepen ten dage uwer kwelling, en Hij zal tot u neerdalen, om in die duistere oogenblik-ken uw licht, in dien heeten strijd uw bijstand, in die smarten uwe verkwikking, in dien nood van ziel en lichaam uwe hulp te zijn.
(i Komt allen tot Mij, die belast en beladen zijt'),quot; zoo sprak Hij eertijds en spreekt Hij nog in 'tH. Sacrament. Maar, Heer, zoo mogen wij Hem vragen, hoe zal een stervende zieke tot U komen om verkwikking bij U te vinden ? o Liefde zijns Harten ! Hij zelf zal tot den zieke komen ; gedragen door de hand des priesters, verborgen onder diens kleed , treedt Hij de woning des zieken binnen, terwijl Hij door den mond des priesters zegt: « Vrede zij 1) Mt. XI. 28.
133
-^-
134 DERTIENDE DAG.
over dit huis en over allen, die het bewonen.quot; Nu mag dat huis een nederig hutje zijn of een armoedig zolderkamertje of een dompige kelder, toch nadert Hij tot de onzindelijke bedden der armen en vervult Hij het woord van den profeet David; Voor mijne oogen hebt Gij een maaltijd bereid tegen hen, die mij kwellen'). o Liefde ! o Nederigheid !
Waar zijn op aarde de koningen, die zich zoozeer vernederen zullen, dat zij tot een armen zieke gaan, als deze niet tot hen kan komen, om zijn nood te klagen '? Reeds veel is het, zoo zij ook aan hun minsten onderdiian goedgunstig gehoor verleenen in him paleis; maar tot hem gaan , hem bezoeken en troosten in zijne ziekte, dat is ongehoord ! Zoo handelt nochtans Jesus, gedreven door de liefde zijns Harten.
Spoedig is het aan den zieke te zien, dat de Heer niet tevergeefs genoemd wordt; « de God van alle vertroosting2).quot; Rust en verkwikking schenkt Hij aan de
1) Ps. XXir. 6.
2) 2 Cor. I. 3.
34 ^
DERTIENDE DAG. 135
ziel, Hij verzacht haar inwendig lijden, bemoedigt haar door een zoet vertrouwen op de goddelijke barmhartigheid en geeft haar kracht en genade, om in die laatste uren nog veel van het verledene goed te maken, en door gebed en geduld nog veel te verdienen voor de toekomst.
6 o Heilzame Offerande,quot; zoo zingt de H. Kerk , « Gij opent de deur des Hemels ; lt;1 zie, de vijanden dringen van alle kanten « op ons aan; geef ons kracht tegen hen; « kom ons te hulp').quot; In die laatste ure zal ons de waarheid dier woorden blijken on die bede niet onverhoord blijven. Ongelukkige ziel des menschen, zoo gij in dien laatsten stond alleen gelaten werdt! Hoe zoudt gij bestand zijn tegen den duivel met zijne duizenden listen en lagen? Ach, tijdens uwe gezonde dagen waart gij zoo zwak , dat gij bijna geen duivel noodig hadt, om u te bekoren, gij zondig-det reeds uit eigen zwakheid; hoe zult gij nu staande blijven? Leve Jesus en zijne
1) O Salutaris host ia ,
Quae coeli paudis ostium;
Bella premunt hostilia ,
Da robur, fer auxilium.
---*5c-----
136 DERTIENDE DAG.
liefde! Wat de ziel-uit zich zelve niet kan, dat zal zij kunnen door de kracht Gods; want Hij, die den duivel overwon op het kruis, Hij voor wien de ge-heele hel gedwongen de knie buigt, als zijn naam wordt uitgesproken, Hij komt tot de ziel, om haar steun en hare kracht te zijn. Nu mag de ziel gerustelijk den duivel tartend uitdagen en met David uitroepen : ii Al stonden er heirlegers tegen «mij op, mijn hart zal niet vreezen1), » omdat Gij, Heere, met mij zijt2)want, zoo zegt de H. Joannes Chrysostomus, « als Jesus Christus in ons is, dan gelij-» ken wij op vuurspuwende leeuwen, die » den duivel met schrik en ontzetting » vervullen3).quot;
H. Teerspijze of Reis spijze wordt deze liefdevolle gave van Jesus' H. Hart genoemd. Ja, dat is zij ! Zij sterkt ons op de reis van den tijd naar de eeuwigheid ; zij geeft ons kracht om den berg te bestijgen, waarop het hemelsch Jeruzalem gebouwd
1) Ps. XXVI. 24.
2) Ps. XXII.
3) Hom. 61 ad popul. Antioch.
---^
_______4£
OEKTIENDE DAG. 137
is. o Gelukkig uur, waarop ook ons vergund zal worden den God der hemelen van aanschijn tot aanschijn te aanschouwen ! o Blijde stond, waarop wij geroepen zullen worden tot de eeuwige Bruiloft van het Lam zonder vlek !
Maar zullen wij dat geluk ooit smaken ? Mijne ziel, nieuwe vreeze vervult u; want -gij denkt aan het oordeel, het schrikkelijk oordeel, dat u wacht. Gij zult gewogen worden, en zult gij niet te licht zijn ? o Schrikkelijke onzekerheid!
Bewonder hier de liefde van Jesus' H. Hart! Hij komt tot de ziel, om haar te sterken, te bemoedigen, te geleiden op den weg, dien zij moet aüeggen. Hij zegt haar als 't ware : « Wat vreest gij , » o ziel ? Zie, Ik, die u oordeelen moet, . » Ik kom tot u om u te troosten. Wat » hebt Gij te vreezen ? Ik , uw Hechter, » bemin u. Ik geef Mij aan u. Ik wil uwe »laatste spijze zijn. Wat zijt gij dan » kleinmoedig ?quot;
En zie, de ziel wordt bekleed met de verdiensten van Jesus Christus, Gods eenigen Zoon ; nu mag zij gerustelijk voor
-âS--
13S DERTIENDE DAG.
â den rechterstoel van God verschijnen; Jesus Christus zal hare verdediging op zich nemen en de Vader zal vergeven ter wille der verdiensten van zijnen eenigen Zoon; â¢lt;( wantzegt de H. Kerk, «in dit H. Gast-» maal wordt Christus genuttigd en aan » ons een onderpand, een waarborg ge-» geven der eeuwige glorie !quot;
Wat kunnen wij doen om zeker aan die weldaad van Jesus' H. Hart deelachtig te worden? Reeds gedurende dit leven dat allerminzaamst Hart vereeren en navolgen ; want Jesus heeft aan de zalige Marga-reta Maria beloofd, dat zij, die eene standvastige godsvrucht tot zijn H. Hart hebben betoond, deze wereld niet zullen verlaten, zonder eerst hunne HH. Sacramenten ont-vangen te hebben.
o Goddelijk Hart, van ganscher harte dank voor zooveel medelijdende liefde! â Sluit ons op in uwe H. Wonde ; daar zijn wij veilig als Noë in zijne ark; daar zullen wij den zondvloed ontkomen; want uw Hart is eene ark des behouds. Uwe liefde heeft daarin eene deur gemaakt; â¢door die deur, die de wonde is van «w
--â^--
DERTIENDE DAG. 139
Hart, hopen wij binnen te treden in de vreugde der Engelen en Heiligen , om U daar eeuwig voor uwe liefde te danken!
quot;V oorneinens
1° Het H. Hart bedanken voor zijne vindingrijke liefde , die ons tot 't laatste uur nog ver-}\L gezclt.
2° Het H. Hart bidden , dat wij niet sterven mogen zonder de H. Teerspijze ontvangen re, hebben.
3° Bid voor al degenen , die heden in doodstrijd zullen komen.
VOORBEELD.
In 't leven van den H. Francisciis van Sales wordt verhaald, dat onder al de bezigheden der H. Bediening er cene hijzonder dierbaar aan zijn hart was, nl. het brengen van de H. Communie aan zieken. Dewijl het in het land van Chablais niet geoorloofd was, het H. Sacrament openlijk te dragen, deed hij het in een zilveren doos, die hij uitsluitend daarvoor had laten vervaardigen; deze hing hij met een keten van 't zelfde metaal om zijn hals , wikkelde zich in zijnen mantel en begaf zich naar het huis van den zieke met een ernstig gelaat, eene ingetogen houding , zonder iemand te groeten, alleen bezig met zijn God en Zaligmaker, dien hij het geluk had te dragen. Dan vertoonde zich het vuur zijns harten op zijn
X te -?-------T-
140 DERTIENDE DAG.
gelaat, dat vlammend scheen als 't gelaat van een Cherubijn : âO mijn Verlosserquot;, zeide hij, â heersch in het midden uwer vijanden.quot; Dikwijls ook bracht hem de liefde deze woorden op de lippen : â Mijn Welbeminde is bij mij , Hij rust â aan mijn boezem. De mnsch vindt een toevlucht, â en de tortel een nest voor hare jongen ; o Ko-â ningin des Hemels, hoe komt het dan toch, dat â uw Goddelijke Zoon mijne borst tot rustplaats â verkozen heeft!quot; Het smartte hem bijzonder, verplicht te zijn, dit Sacrament van liefde voor de blikken der menschen te verbergen; maar om het gemis van openlijk eerbetoon eenigs-zins te vergoeden, had hij de geloovigen gewaarschuwd , dat, wanneer men hem diep ernstig , zonder iemand te groeten en gewikkeld in zijn mantel, over straat zag gaan, dat dit een teeken was, dat hij den God van majesteit droeg; zij moesten dan alles verlaten en hem van verre volgen, zonder iets aan de ketters te doen gissen. Zij deden het inderdaad, begaven zich in stilte naar het huis van den zieke en daar aan hunne godsvrucht den vrijen loop latende, boden zij Jesus Christus de vurigste eerbewijzingen aan.
(Hamen. Vie de St. Fr. de Sales.)
Op gelijke wijze wordt in bijna geheel Nederland het H. Sacrament naar de zieken gebracht. Als we dan weten of aan den priester kunnen bespeuren, dat hij Ons-Heer draagt, laat ons dan grooten eerbied betoonen, ophouden
5$.
y]_________Jt______________
DERTIENDE DAG. 141
met spreken, Jesus Christus eerbiedig groeten door het hoofd te ontblooten of te zeggen : Geloofd zij Jesus Christus!
GEBED.
o Goddelijk Hart van Jesus, Gij hebt ons in uwe liefde het Allerh. Sacrament gegeven, opdat wij daardoor gevoed zouden worden in dit leven en gesterkt in den dood ; o geef, dat wij door een veelvuldig gebruik van die hemelsche Spijze ons zeiven waardig maken ze in volmaakte gesteltenis te ontvangen in 't uur van onzen dood, en dat wij zoo, gevoed met uw kostbaar Vleesch en Bloed, gerustelijk het vreeselijk oordeel mogen afwachten. Amen.
Veertiende Dag.
Het H. Hart in 'tH. Sacrament onder ons verblijvende.
liEï gij in die stille en verlaten 'kerk dat eenvoudig Tabernakel? ' Een flikkerend lichtje brandt er. Stilte heerscht rondom. Geen sterveling knielt neer. Buiten woelt en beweegt zich alles. In de huizen der grooten gaat en komt men. ââ Bevindt zich dan wel iemand «f in die kerk ? . . ..
Ja, daar woont iemand, bij wien vergeleken , de rijkste en meest vereerde koning dezer aarde, slechts een geringe dienaar is. quot;t Is daar in dien tempel, die ons verlaten toeschijnt, niet eenzaam ; neen, als de oogen onzer ziel konden opengaan ) wij zouden daar eene ontelbare hofhouding van heraelsche geesten zien, die aanbiddend
---
VEERTIENDE DAG.
'X
quot;S-1
143
liggen neergeknield, zich het aangezicht met hunne vleugelen bedekken en onophoudelijk hun jubelend; Heilig, Heilig, Heilig, herhalen.
Wie is daar dan tegenwoordig? Jesus Christus, met Godheid en Menschheid, met ziel en lichaam, gelijk Hij verheerlijkt in ^ den Hemel is !
Jesus Christus onder ons tegenwoordigquot;? Jesus Christus dag en nacht bij ons onder zoo nederige gedaante ? En waarvoorquot;? o Vereerder van Jesus' H. Hart, waarom verwondert gij u ? Wat kan u nog bevreemden en wat moogt gij niet verwachten, nadat gij weet, dat de H. Geest omtrent Jesus Christus heeft doen neerschrijven: « Daar hij de zijnen beminde, heeft Hij » hen bemind tot het einde1)quot;; â en dat de H. Alphonsus en vele andere Heiligen zeggen, dat de Heer Jesus als dwaas geworden is van liefde tot ons ? Ja, wel groot moet zijne liefde zijn om zoo onder ons te willen verblijven! Hier hebben wij eene liefdegave zijns Harten bij uitnemendheid, en 't mag ons niet verwonderen, dat 1) Jois, XIII. 1.
1-44 VEERTIENDE DAG.
de miskenning dier gave zooveel droefheid aan 't H. Hart veroorzaakt, gelijk Het zelf getuigde.
Is Hij niet de Koning der eeuwige glorie, wiens licht de zalen des Hemels vervult ? Is de schoonheid van zijne H. Menschheid niet zoo groot, dat duizend millioenen Engelen en Heiligen daardoor voor eeuwig gelukkig zijn? Waarom is Hij hier dan onder zoo nederige gedaante ? o Mensch, uit liefde tot u. Zoudt gij, die een zondaar zijt, het wagen eene kerk binnen te treden, waar gij wist dat uw Hechter in vollen luister zetelde ? Hij, die zich in zijn sterfelijk leven ontdeed van zijne glorie en zich den kinderen en zondaars allerminzaamst betoonde, Hij wilde zich ook hier ontdoen van allen luister, om u niet af te schrikken en allen tot zijnen troon te zien naderen.
Maar is het mogelijk, dat die groote God daar voortdurend tegenwoordig is? Aanbidden en bewonderen wij ! Zoo groot is Jesus' liefde, dat Hij voor de grootste wonderen niet terugschrikt, om mogelijk te maken, dat Hij, de God van Hemel en
*
VEERTIENDE DAG.
aarde, onder ons kunne verblijven. Wat in geen menschelijk brein ooit zou zijn opgekomen , het kwam op in zijn liefderijk Hart. Zijne almacht vereenigd met zijne liefde bracht het wonder tot stand, dat wij met de H. Kerk gelooven en belijden, als wij zeggen : Geloofd en gedankt zij te allen tijde Jesus Christus in het H. Sacra-ment des Altaars.
Wel meent het oog daar brood te zien, maar 't is slechts schijn, geen werkelijkheid ; ieder deeltje, hoe gering ook, bevat geheel dat aanbiddelijk Lichaam; niet op ééne plaats is Hij tegenwoordig, maar waar een altaar zich verheft en een priester het bestijgt, op duizenden plaatsen te gelijk, daar is Jesus Christus, o Wonder boven alle wonder! o Mirakel grooter dan de verandering van water in wijn te Cana, grooter dan de opwekking van Lazarus of de vermenigvuldiging van brooden! Ja, zegt de H. Thomas, dit wonder is 't grootste mirakel des Heeren')!
Wat gaf aan 't Goddelijk Hart die wonderen van vernedering en almacht in ?
I) S. Thom. Aq. In opnsc. 57.
145
VEERTIENDE DAG.
Zijne liefde. Wel voorzag Het, dat de ondankbaarheid der menschen uit die wonderbare liefde aanleiding zou nemen, om Het op de grievendste wijze te beleedigen ; toch wil Het onder ons wonen, toch blijft Het de woorden herhalen: «'tls mijnge-» noegen met de kinderen der menschen » te zijn').quot; Wie telt de zonden, bedreven in zijne H. tegenwoordigheid ? Wie telt de gruwelen, begaan in de onmiddellijke nabijheid zijner tempels'? Als bergen zoo hoog verheffen zich die zonden ; maar de liefde van Jesus' H. Hart steeg hooger dan die hergen; Het voorzag dat alles en duizendmaal meer, en toch wil het onder ons blijven tot aan het einde der eeuwen !
Maar, Heer, zoo zouden wij mogen vragen , waartoe blijft Gij zoo liefdevol onder ons ? â Kort vóór zijn dood gaf Hij ons het antwoord. Hij zat neer te midden zijner bedroefde Apostelen. Hij had hun gesproken van zijn aanstaand lijden en heengaan tot den Vader. Toen klonk het bemoedigend van zijne goddelijke lippen: « Mijne kinderen, Ik zal u niet als weezen
146
1) Prov. VIII. 31.
-sr
--JÃÃ-----
VEKRTIENDE DAG. 147
i) achterlaten quot; Lijden en heengaan tot den Vader, dat moest gebeuren ; slechts op die voorwaarde zou Hij ons verlossen en zalig maken; maar zijne Apostelen verlaten, neen, dat zou niet gebeuren. Maar hoe dit heengaan en dit blijven overeen te brengen ? Voor ons zou dat een onoplos-- baar raadsel geweest zijn ; niet zoo voor 't liefdevol Hart van Jesus. Hij stelde het H. Sacrament des Altaars in en zoo bleef Hij met ons, gelijk Hij voorzegde: Ik tmI met u zijn tot aan het einde der eeuiren.
En nu, zoolang de II. Kerk zal staan, zoolang er in die Kerk nog één priester is, die de II. Mis zal opdragen , zóólang zal Hij met ons zijn en blijven, om gelijk een liefdevolle Vader voor zijne kinderen te zorgen. Hier werd Hij wederom alles voor allen, gelijk Hij zulks was, toen Hij al weldoende de velden en steden van Palestina doortrok, en allen met volle handen de vreugde , den vrede en de zaligheid konden putten uit de bronnen des Zaligmakers.
Zijn wij zondaren , â Hij is daar onze Middelaar , die voor ons leeft en bij den
n._____Jamp;
148 VEERTIENDE DAG.
Vader bidt met onuitsprekelijke verzuchtingen ; â- zijn wij zwak, Hij is daar onze kracht; â gaan wij gebukt onder den last van moeilijkheden en kruisen, Hij roept ons toe; « Komt allen tot Mij , 1 » die belast en beladen zijt.quot; Dat kon _ ook een ander medelijdend menschenvriend ^ zeggen; maar Jesus voegt er bij, wat God quot; alleets kan : « en Ik zal u verkwikken.quot;-â Worden wij bestreden door duivel, wereld en vleesch, Hij heeft de wereld en den duivel overwonnen. â Zijn wij krank, Hij is de liefderijkste Geneesheer, die met één woord èn lichaam èn ziel genezen kan. â
Zijn wij bedroefd. Hij is de Trooster, de beste der vrienden. Is onze geest verduisterd , Hij is het Licht, dat allen mensch ^- verlicht, die in deze wereld komt.âZijn .X wij beducht voor den dood, Hij is het Leven; â- verlangen wij naar den Hemel, Hij is de Weg daarheen. Ieder uur van den dag is Hij bereid ons aan te hoeren en te helpen. Als wij nu nog van armoede en geestelijke ellende verkwijnen, zijn wij dan niet gelijk aan een dorstige, die bij een frissche bron van dorst sterft ? Als
#----jr-Uf
VEERTIENDE DAG.
4
149
zulke liefde ons niet aanspoort tot dankbaarheid , wat zal dan in staat zijn ons
te bewegen ?
quot;Voornemens.
1° Nooit eene kerk voorbijgaan zonder het H. Sacrament te groeten met eene verzuchting des harten of door een kort bezoek.
2° Den grootst mogelijken eerbied voor dat H. Sacrament aan den dag leggen in de kerken. Stipt zijn, wat betreft het jaarlijksch of maande-lijksch biduur.
3° In moeilijkheden eerst aan Jesus in ?t H. Sacrament hulp vragen, vóór wij andere middelen gebruiken.
VOORBEELD. (1)
â't Is moeilijk uit te drukken,quot; zegt bet Romein-sche Brevier, âhoe groot en hoe vurig de godsvrucht was van den H. Paschalis Baylon voor dit hoogheilig Sacrament.quot; Inderdaad, niet alleen tijdens zijn leven , maar zelfs, door een voorrecht, dat bijna eenig is in de geschiedenis der Heiligen , ook na zijnen dood gaf hij daar de duidelijkste bewijzen van.
Vóór zijne intrede in de Franciscaner-orde , waarin hij als eenvoudig leekebroeder stierf, was hij herder. Zijne meesters maakten hem het
1) Bolland, tom. 17. pag. 92. s. 108.
-^--
150 VEEETIENDE O AG.
hooren der H. Mis zoo gemakkelijk mogelijk. Gretig maakte hij dan ook van de gelegenheid gebruik; toch speet het hem , dat hij, om niet aan zijn plicht te kort te blijven, soms spoedig moest terugkeeren ; soms ook kon hij de H. Mis in het geheel niet hooren ; maar dan lette hij zorgvuldig op het luiden der klok bij de Consecratie, en was daarbij dan met den geest tegenwoordig. Die godsvrucht wilde God beloonen. Dikwijls Terscheen hem in de wolken het Allerh. Sacrament, door Engelenhanden in een Monstrans gedragen. Als Paschalis dat zag, dan kon hij zich niet inhouden van vreugde; hij riep dan de andere herders, om getuige te zijn van dit schouwspel. â Daar, daar is het,quot; zegde hun Paschalis , en hij wees hun met den vinger de plaats aan den hemel. Zij zagen niets, maar durfden toch geenszins twijfelen aan hetgeen hij zegde.
Kloosterling geworden zijnde, werd hij aangesteld als portier. Had hij een oogenblik vrij, dan werd hij als met geweld naar het H. Tabernakel getrokken; duizendmalen spoedde hij er heen, en duizendmalen werd hij er door de gehoorzaamheid en de stem der bel afgeroepen. Uit die godsvracht kwam ook de eerbied voort, dien hij den priesters betoonde. 'tWas schoon te zien, hoe hij die aan de deur ontving. Op beide knieën knielend nam hij hunne rechterhand, kuste die hartelijk en bracht ze aan zijn gelaat, de oogen en den mond.
nr -
VEERTIENDE DAG. 151
Na ziju heilig afsterven werd hij in een open kist gelegd en de H. Mis in zijne tegenwoordigheid opgedragen. En zie, o wonder, bij de Consecratie opende hij tweemaal de oogen en sloot die weer, als wilde hij het H. Sacrament groeten, .gelijk hij in zijn leven zoo ijverig gedaan had.
GEBED
^ - der H. Kerk. - ^
o God, die ons in dit wondervol Sacrament de gedachtenis van uw Lijden hebt achtergelaten ,
geef, bidden wij U, dat wij de HH. Geheimen van uw Lichaam en Bloed zoo mogen vereeren, dat wij de vrucht uwer verlossing voortdurend in ons ondervinden. Die leeft en heerscht in de â¢eeuwen der eeuwen. Amen.
4
Vijftiende Dag.
Het H. Hart, zijne Verdiensten, zijn Lijden, zijn Bloed.
rAT was er noodig om ons uit de ^slavernij des duivels te verlossen? 'Als eens alle nakomelingen van Adam zich eene strenge boete hadden opgelegd , als zij zich allen eene levenswijze hadden voorgeschreven gelijk aan die van Joannes den Dooper in den woestijn, als zij die levenswijze eens hadden voortgezet, niet jaren, maar eeuwen door, â zou dat voldoende geweest zijn, om voor 's men-schen zonden te voldoen ? Neen, en al hadden millioenen menschen duizendmaal meer gedaan, 't zou niet opgewogen hebben tegen de schuld, die de mensch bij God had ; 't zou nog geen druppel geweest
VIJFTIENDE DAG. 153
zijn, geworpen in de onmetelijke zee. . . .
Maar als gij eens tegenwoordig waart geweest bij de besnijdenis van het Kindje Jesus in den stal van Bethlehem, dan zoudt gij dat kleine Kind hebben hooren weenen en de eerste druppelen van zijn Bloed hebben zien storten ; als gij nu eens één traantje, één druppeltje Bloeds had mogen - '** opvangen en gij hadt dan gevraagd : welke waarde voor de verlossing der wereld heeft deze traan en dit druppeltje Bloed, â¢â⢠dan zou men u hebben kunnen antwoorden : zij kunnen meer dan alle boete-werken van alle menschen; deze traan en deze bloeddruppel kunnen voor de zonden der wereld ten volle voldoen en aan den oneindig heiligen en rechtvaardigen God de overvloedigste voldoening geven.
Verwondert u dit ? Bedenk dan, dat alle menschen voor God slechts geringe schepselen, nietige wezens zijn. Gods oneindige eer was geschonden, en een schepsel kon die oneindige eer niet herstellen; dat kon alleen een persoon , die God was, en dat is Jesus, het Kindje in de kribbe; daarom heeft één traan uit zijn oog, één
___«___
^ r
154 VIJFTIENDE DAG.
druppel uit zijne aderen oneindige kracht1).
Maar verhalen ons de H. Evangeliën niet, dat Jesus niet enkel één traan, één druppel Bloed vergoten heeft, maar dat Hij stroomen van tranen en Bloed stortte, ja, nog op het kruis zijn laatsten druppel gaf, toen bloed en water op den lansstoot des soldaats volgden ? Waartoe dan die -mildheid ?
o Christene ziel, als gij bedenkt wat Jesus' H. Hart is, dan zal u die mildheid niet verwonderen, 't Is immers eene overvloeiende bron , eene zee , een onmetelijke oceaan der teederste liefde. Ãén traan, â¢Ã©Ã©n druppel Bloed, ja, zij waren genoeg, om u te verlossen en van allen vloek te ontheffen, maar niet genoeg voor het H. Hart van Jesus, om u zijne liefde te toonen. . Iedere traan van zijn oog, iedere zucht zijner borst, iedere druppel van zijn over-kostbaar Bloed, moest een getuige worden zijner liefde, die u onophoudelijk zou kunnen toeroepen : Met eene eeuwige liefde
1) Cnjns una stilla salvum facere totum mun-dum quit ab omni scelere. S. Thomas Aq. in Hymno : Adoro te.
X
-?---
VIJFTIENDE DAG. 155
heb Ik u bemind. Daarvoor leed Hij reeds in zijne wieg, die eene harde kribbe was ; daarvoor leed Hij in zijn lichaam door armoede en vermoeienis, maar onzeglijk veel meer in zijne ziel door de ondankbaarheid, tegenwerking en verachting der menschen. Was het noodig, dat Hij in den Hof van N- Olijven van droefheid overstelpt, door -angst neergedrukt, van walging verzadigd werd en den schrikkelijksten doodstrijd uitstond, dien ooit een mensch geleden heeft ? Was het noodig, dat Hij, de Rechtvaardige, verlaten werd door de zijnen , verraden door zijn leerling, overgeleverd aan zijne felste vijanden, veroordeeld tegen alle recht, met geesels verscheurd , met doornen gekroond , ge-y â sleept door de straten, gevloekt door het volk, geklonken aan bet kruis ?
Neen , 't was niet noodig, maar zijne liefde tot ons spoorde er Hem toe aan !
Als wij op den eersten Goeden-Vrijdag-avond door Jeruzalems straten gekomen waren, wat zouden wij gezien hebben 1 Een spoor van bloed op den grond; dat spoor
ging uit van den Olijfhof, het slingerde door --*----
156
---
VIJFTIENDE DAG.
de straten der stad tot aan het paleis van Annas, van daar naar Caïphas, van Caïphas steeds grooter wordende naar Pilatus' rechthuis ; daar zou een bloedplas u de plaats der wreede geeseling gewezen hebben ; van daar ging het voort, steeds voort, tot-dat het eindigde in breede stroomen op den - schandberg Calvarië! o Heer, waartoe -dit verlies van uw kostbaar Bloed ? Zijne liefde tot ons is er de schuld van.
«Te groot is die liefde, waarmede de » Beer ons bemint,quot; roept de H. Barnardus') uit. i De Vader spaarde den Zoon niet, » maar ook de Zoon spaarde zich zeiven i) niet om ons te verlossen 1 Ja waarlijk i) te groot is die liefde ; want alle grenzen » gaat zij te buiten. Wel zegt de Heer : » niemand heelt eene grootere liefde , dan i) die zijn leven geeft voor zijne vrienden, » maar Gij zelf, o Heer, Gij hadt eene » grootere; Gi) gaaft uw leven zelfs voor ii uwe vijanden ! Vijanden, ja, dat waren » wij, maar door uwen dood zijn wij met » den Vader verzoend ! Waar was, of is, « of zal ooit eene liefde aan deze gelijk
1) Sermo de Pass. fer. 4. Hebdom. Saaot. --^-
VrJFlIENDE DAG. 157
» zijn ? Bezwaarlijk sterft iemand voor o eenen fjerechte (Rom. V. 7.); maar Gij » leedt voor de ongerechten, stervend om » onze misdaden ; Gij zijt gekomen om ons, » zondaars, rechtvaardig te maken; dat niet » alleen, maar van slaven hebt gij ons » verheven tot broeders, van gevangenen » tot medeërfgenamen, van arme ballingen » tot groote koningen !quot;
Wel dierbaar moet Hem dan onze wederliefde zijn, om ze tot zulk eenen prijs te koopen ! Door dat Lijden en dat Bloed heeft Hij ons eenen schat bezorgd, die zoolang de wereld staan zal, nimmer uitgeput zal wezen, den oneindigen schat zijner verdiensten. Nu hebben wij, al zijn wij de geringsten der aarde, voortaan het recht, met volle handen te putten uit dien schat, en die verdiensten op ons toe te passen. Zijne onmetelijke verdiensten zijn nu waarlijk voortaan de onze; Hij zelf heeft ze niet noodig, maar ons, behoefti-gen , schonk Hij ze met vrijgevige liefde. Telkens als wij tegenwoordig zijn bij de H. Mis, het Allerheiligste bezoeken, een H. Sacrament ontvangen , een gebed stor-
---?---
158 VIJFTIENDE DAG.
ten, een gewijd voorwerp met eerbied gebruiken, een kruisje met wijwater maken, een aflaat verdienen, telkens wordt ons een deel dier onschatbare verdiensten geschonken. Honderden malen mag de H. Kerk zich op die verdiensten beroepen; al waren de . boosheden der wereld duizendmaal grooter dan zij nu /.ijn , die schat der verdien- 4 sten is groot genoeg , om ze uit te delgen ; en zoo wij eenmaal het geluk hebben, om aan de gapende afgronden der hel te ontsnappen en zegevierend de zalen des Hemels binnen te treden, waardoor zal het zijn ? Door de verdiensten van Jesus' Lijden, dat Hij uit liefde tot ons onderstond, en door de kracht van het Bloed, dat Hij tot den laatsten druppel voor ons vergoot!
quot;V oornemens.
1° Het H. Hart bedanken voor dien sehat van oneindige waarde, waarover Hij de Kerk als uitdeelster heeft aangesteld.
2° Dikwijls dat H. Bloed ter voldoening onzer zonden en van die der wereld aan den Hemelschen Vader opdragen.
3° Zooveel mogelijk de aflaten, door de H. Kerk verleend , vercfienen.
^9
â VIJFTIENDE DAG. 159
VOORBEELD.
De Vaders van de tweede Algemeene Kerkvergadering van Nicea hebben in de Acten van liet Concilie het volgende feit doen opteekenen, waarin de Heer zelfs door de levenlooze stof getuigenis aflegt van de liefde zijns Harten.
Te Beyruth, eene stad in Phenicië, hadden in de achtste eeuw de Joden eene beeltenis van onzen Heer Jesus Christus gevonden en in hunne synagoge ten toon gesteld; zij wilden aan. die beeltenis den haat koelen, dien zij den Persoon des Verlossers niet konden doen gevoelen. Zij schaarden zich rondom de beeltenis en begonnen een voor een al de martelingen te herhalen , die hunne voorvaderen onzen gezegenden Heer hadden doen ondergaan. Zij spuwden Hem in het aangezicht, zij sloegen Hem met vuisten, zij gaven Hem een rietstok in de hand en bogen al spottend de knie voor Hem. Alles liet zich de Heer, gelijk eertijds te Jeruzalem, welgevallen. Eindelijk grijpen de ongelukkigen eene lans en willen, gelijk vroeger Looginus, de borst des Zaligmakers doorboren. Maar toen openbaarde zich de macht en de Godheid van Hem, dien zij hoonden ; niet door vuur dat straalde uit zijne oogen om hen te verteren , niet door het openscheuren van den grond , niet door het instorten
van hunne synagoge; maar.....uit de plaats
waar de lans het beeld gejond had, vloeide
rijkelijk, evenals vroeger op Calvarië , bloed en ----------
100 VIJFTIENDE DAG.
water. Stom van verbazing zien het de Joden ; maar hun ongeloof geeft zich niet over. Zij nemen van het bloed en brengen het bij zieken, om zijne wonderkracht te beproeven, o Versteendheid van 't menschelijk hart 1 Kon cr dan uit het harde hout bloed en water vloeien? Waartoe dus een nieuw wonder verlangd ? Waar de hardnekkigheid der menschen overvloedig was, daar was ook de goedheid des Heeren overvloedig bovenmate. Hij bewerkte ook dit wonder. Zoovele zieken een druppel van dit wonderbloed op hunne tong ontvingen, zoovelen werden oogen-blikkelijk van al hunne krankheden bevrijd. En toen eindelijk openden de Joden de oogen 5 zij klopten op hunne borst en riepen: Waarlijk, de Gekruisigde was Gods Zoon.
(Mansi, Cone. Item S. Athanasius.)
GEBED der H. Kerk.
Almachtige, eeuwige God , die uwen Eengeboren Zoon tot Verlosser der wereld hebt aange-steld en door zijn Bloed hebt willen verzoend worden , verleen ons, bidden wij ü, den prijs onzer zaligheid zoo te vereeren en door deszelfs kracht op aarde tegen de rampen van dit leven zoo te worden beveiligd, dat wij ons in den Hemel voor eeuwig over deszelfs vrucht mogen verblijden. Door denzelfden Jesus Christus, onzen Heer, uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid van den H. Geest. God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
â¢Ãj--^
Zestiende Dag.
Het H. Hart en Maria. %
â vY^CcS/ /ir-x?
het waar is, dat aan een kind * die gedachtenis het dierbaarste is, welke het ontving uit de bevende hand van een stervende vader of moeder, hoe dierbaar moet ons dan niet het geschenk zijn, dat Onze Heer op het doodsbed des kruises nog schonk aan zijne beminde kinderen. Richt uwe blikken naar Galvarië. Daar ziet gij het Lam zonder vlek hangen aan het schandhout des kruises, bloedend uit duizend wonden, gekneusd en verpletterd, den dood nabij. Nog klopte zijn Hart; flauwer en flauwer werden de slagen. Maar zijne liefde? Neen, zij verflauwde niet! Zij dacht er nog over, ons
ii
___f___
*1
ZESTIENDE DAG.
een geschenk te geven, een aandenken van onvergelijkelijke waarde.
Maar wat zal Hij ons nog kunnen geven, nu Hij daar van alles ontbloot aan het kruis hangt ? Zich zei ven heeft Hij reeds gegeven bij 't laatste avondmaal, in't H. Sacrament. Zijne leer, zijne voorbeelden, zijn bloed en duizend andere weldaden strooide hij met kwistige hand over ons uit; wat blijft Hem nog over ? .. ..
Onder 't kruis met schreiende oogen Stond de Moeder diepbewogen,
Daar de Zoon te sterven hing')!
Zijne moeder, die onbevlekt ontvangen was, die als eene blanke lelie in deze wereld van bederf gebloeid had, zijne Moeder, die Hem gebaard, gevoed, verzorgd, verdedigd had, zijne Moeder, die lijden en vermoeienis met Hem deelde en nu nog in den dood Hem niet verlaten kon, die Moeder zou Hij ook ons tot moeder geven.
(i Ik zal u niet als weezen achterlaten zeide Hij voor weinige dagen tot zijne Apostelen. Hij zelf zou met hen blijven als Vader ; Maria als liefdevolle Moeder.
1) Stabat Mater dolorosa.
162
n v
--------
ZESTIENDE DAG. 163
Toen opende Hij de stervende lippen en sprak die woorden, welke voor het laatst ons nog zegden, hoezeer Hij ons beminde: « Vrouw, ziedaar uw zoon; zoon, ziedaar » uwe Moeder.quot;
Neen , H. Joannes, zij is niet alleen uwe moeder geworden door die woorden, en gij zijt niet alleen aan Maria tot kind gegeven . in dat plechtige oogenhlik ; ook onze moeder is zij en wij zijn ook hare kinderen ; want gij steldet op Calvarië ons voor, gij waart onze vertegenwoordiger, en wat zijne liefde aan u gaf, dat gaf zij ook ons, zoo getuigen de HH. Kerkvaders van alle tijden.
o Welk eene weldaad heeft ons het H. Hart door die gave bewezen ! Maria, onze Moeder! Hoe vele liefelijke gewaarwordingen gevoelt de ziel bij dat woord! Wat gaf Jesus ons in haar ? Een schat, waarop wij met de H. Kerk ten volle de woorden des H. Geestes mogen toepassen; Zij is een schat .... en zij die daarvan gebruik maken, zullen aan de vriendschap Gods deelachtig worden'), een schat waaruit wij met volle handen het heil kunnen 1) Sap. VII. 14.
164 ZESTIENDE DAG.
putten, een schat, waarvoor wij alles zouden moeten opofferen en verkoopen , om , zoo hij niet in ons bezit was, hem in ons bezit te krijgen1). Hij gaf ons in haar tot beschermster , niet alleen eene Heilige, verheven boven Engelen en Serafijnen en schitterend in den glans van nooit overtroffen deugd , niet enkel eene Vrouw, verheven tot de hoogste waardigheid na die van God; neen, Hij gaf ons in haar eene Moeder.
Wat kan in vergelijking komen met eene moeder, en zulk eene moeder ? Is er in eene moeder iets, dat niet aan haar kind behoort ? Zij voedt het aan haren boezem; hare armen dragen het, hare handen klee-den en streelen het, hare oogen worden nooit moede over hetzelve te waken, haar mond spreekt tot hetzelve de zoete woorden der liefde; hare lippen drukt zij op zijn voorhoofd en zij lachen haren lieveling tegen ; hare krachten besteedt zij geheel en al voor zijn welzijn, ja, zij zou zelf den dood willen sterven, om het leven te redden aan de vrucht van haren schoot! Alles wat eene moeder is voor haar kind, dat
1) Vgl. Matth. XIII, 44.
amp;
-^----
ZESTIENDE DAG. 165
is Maria voor ons. Wat zeg ik ? Eene aardsche moeder kan nooit haar kind beminnen gelijk Maria ons liefheeft!
Zij is onze schat, waar wij alles vinden, wat wij noodig hebben ; zij draagt ons in haar hart geschreven, haar oog waakt over ons, haar mond lacht ons toe en bidt onophoudelijk voor ons, hare handen strooien weldaden rondom haar; hulp in den nood, sterkte in zwakte, genezing in ziekte , troost in droefheid en opbeuring bij den val. Die schat staat open voor kleinen en grooten, voor rijken en armen, voor rechtvaardigen en zondaars. Gelijk eene fontein hare wateren niet kan inhouden , maar ze in breede stralen rondom zich verspreidt, zoo kan ook Maria de schatten van genaden , die in haar zijn, .1 niet bij zich houden; zij verlangt ze rondom zich te verspreiden ; en zoo wij ze niet vragen, dan roept zij ons dringend met de woorden der H. Schrift: « Zoo iemand » klein is in verdiensten en genaden , hij n kome tot mij1); komt, mijne welbemin-» den, eet van mijn brood en drinkt van 1) Prov. IX, 4.
-*L.-
166 ZESTIENDE DAG.
» den wijn, dien ik voor u bereid heb , i) verzadigt u van mijne vruchten. Aan » mij is de rijkdom , aan mij de weten-« schap, aan mij de glorie, aan mij alle «genoegens1)!quot; En die Moeder is ons door het Goddelijk Hart van Jesus geschonken !
Maar wat zou ons die teedere Moeder baten, als hare macht niet aan hare goedheid beantwoordde, als zij ons wel alle goed zou willen doen, maar het niet kon doen ?
Ook daarin heeft de liefde van Jesus' H. Hart voorzien. Hij heeft die goede Moeder machtig gemaakt boven alle andere Heiligen, ja volgens de overbekende uitdrukking van een Kerkleeraar, almachtig door haar gebed. En om ons daarvan te overtuigen heeft Jesus gedurende zijn leven wonderen gedaan op haar verzoek, zelfs eer nog de tijd van wonderen te doen voor Hem gekomen was Hij heeft haar gesteld tot middelares tusschen Hem en de menschen, tot voorspreekster van geheel het menschelijk geslacht; en als wij door onze zonden zijn toorn hebben gaande gemaakt en wij ons voor Hem niet durven
1) Ibid. IX. 5.
___^_______
ZESTIENDE DAG. 167
vertoonen , dan heeft Hij ons Maria aangewezen als eene veilige vrijstad, als eene toevlucht, als eene verdedigster, die al zijn toorn bedaren en genade voor ons verwerven kan. Wel mogen wij dan met den H. Thomas van Villanova zeggen: «Al » veranderden alle sterren des hemels in )gt; tongen en al konden alle zandkorrels op -» den oever der zee woorden voortbrengen, » 't zou niet voldoende zijn, om Maria, (die » weldaad van Jesus' liefde) naar waarde » te prijzen !quot;
Daaraan zien wij, dat Jesus' H. Hart ons beminde, daar Hij ons op het sterfbed zijns kruises met bevende en gebroken stem nog zulk een aandenken wist te geven, o Goddelijk Hart, wij hebben U begrepen: Gij verlangt van ons, dat wij dat geschenk in eere houden al de dagen onzes levens, totdat de dood onze oogen sluit en wij eerst voorgoed gaan inzien, wat weldaad Gij ons gedaan hebt, met ons zulk eene teedere en tegelijk machtige Moeder te geven ! o Maria, toon, dat gij onze Moeder zijt; wij zullen trachten ,ons uwe ware kinderen te betoonen.
__V.__
6
168 zestiende dag.
quot;V oornemens.
1° Maria begroeten als odzc Moeder en met bijzondere aandacht het â Wees gegroetquot; bidden.
2° Maria vragen, dat zij ons leere Jesus' H. Hart te beminnen en na te volgen, gelijk zij het bemind en nagevolgd heeft.
3° Haar vragen , dat zij ons opsluite in de wonde van dat H. Hart en ons aldus den Hemel scben Vader aanbiede.
VOORBEELD.
Een gouverneur van Avignon lag zwaar ziek in het jaar 1600, Tot dan toe was zijn leven weinig stichtend geweest. Op het punt van te sterven wendt hij zich tot de H. Maagd en belooft zijn 'leven te zullen beteren, zoo zij hem de gezondheid terugschenkt. Daar ziet hij op eens de H. Maagd, maar met vertoornd gelaat en hem berispend over zijne misslagen. Nu laat hij spoedig een priester roepen en begint te biechten, De ziekte verheft zich wederom plotseling en belet hem voort te gaan. Nogmaals ziet hij de H. Maagd, hem even ernstig en streng aanziende als den eersten keer. Nu is zij echter niet alleen. Voor haar en haar Goddelijken Zoon , die bij haar is, ligt een Heilige op de knieën ; 't is Ignatius, die toen nog slechts zalig verklaard was ; deze bad; maar Maria bedekte met hare hand de wonde van Jesus' zijde. Och , dacht de zieke al bevend, zoo
wordt dan de bron van barmhartigheid zelve, mij ------
ZESTIENDE DAG. 169
door de Moeder der barmhartigheid toegesloten ? Ignatius ging intusschen voort met bidden, stelde zich borg voor den ongelukkige en beloofde voor hem, dat hij voortaan een christelijker leven zou leiden. Eindelijk liet Maria zich verbidden. Zij wendde zich met zachteren blik tot den zieke en vroeg hem, welk leven hij in 't vervolg wilde leiden. Bevend en in tranen badend, beloofde hij alles te zullen doen, wat de H. Ignatius in zijnen naam beloofd had. Nu legde de Moeder Gods hare hand in de open zijde van haren Zoon, nam alsdan een weinig bloed uit het H. Hart van Jesus en besproeide daarmede den armen zieke. Op 't zelfde oogenblik hield de verschijning op. De zieke was volkomen genezen en , wat meer zegt, voorgoed bekeerd. (Bartoli, Vie de St. Ignace.)
GEBED.
o Allerh. Hart van Jesus, Gij hebt ons in uwe H. Moeder een uwer kostbaarste geschenken gegeven. Verleen ons de genade, in alles hare heilige voorbeelden en heilzame inspraken te volgen en zoo deelachtig te worden aan de vruchten harer voorspraak , die alles op U vermag, dewijl Gij haar de sleutels van de schatkamer uws Halten hebt in handen gesteld, o Heer , laat IJ te onzen voordeele verbidden door haar , die Gij op deze wereld als uwe Moeder hebt willen eeren. Amen.
Zeventiende Dag.
Het H. Hart en zijne Beloften.
mag de H. Kerk dikwijls her-jhalc.n ; « Bid voor ons, H. Moeder ' Gods, opdat wij waardig worden der beloften van Christus.quot; Ook die beloften zijn bewijzen der liefde van zijn Goddelijk Hart. 't Was voor dat Hart niet genoeg ons zijne liefdevolle leer en voorschriften gegeven te hebben; 't was niet genoeg, dat Het treurde bij het zien van des zondaars ongevoeligheid en over hem en Jeruzalem klaagde: « Hoe dikwijls heb Ik u willen i) vergaderen gelijk eene hen hare kui-» kens onder hare vleugelen verzameltquot;; 't was niet genoeg, dat Hij uit liefde strenge straften vaststelde, om als 'tware demen-schen tot het onderhouden zijner heilzame
ZEVENTIENDE DAG. 171
geboden te dwingen en onze zwakheid door de vrees te hulp te komen; â neen, gelijk eene liefdevolle moeder aan haar kind belooningen belooft, als het vlijtig leert en ijverig is in deugd en gebed, zoo wilde ook het liefderijke Hart van Jesus te werk gaan met ons. En wat heeft Het - ons beloofd, zoo wij aan de liefde zijns -Harten beantwoorden , en kinderen zijn, leerlingen volgens zijn Hart ?
Leert van Mij, dat Ik zachtmoedig en ootmoedig van Harte ben en .... pij zult niHl vinden voor uwe zielen'). Zalig zijt gij , o armen , want aan u is hel rijk der Hemelen'1). Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde bezitten. Zalig zij , die weenen ; want zij zullen vertroost worden. . Zalig de barmhartigen, harmharligheid zullen ook zij ondervinden. â Zalig de zuiveren van harte, want zij zullen God zien. Zalig de vreedzamen, â kinderen Gods zullen zij genoemd worden3). Doet wel, geeft ter leen , niets terugverwach-
1) Matth. XI. 29.
2) Luc. VI. 20.
3) Matth. V. 3 en vlgg.
-----^--
173 ZEVENTIENDE DAG.
tende, en uw loon zal groot zijn en gij, gij zuil kinderen zijn des Allerhoogslen. Geeft eti u zal gegeven worden; eene goede, en neergedrukte en geschudde en overloopende maat zal men in uwen schoot geven. Gij, die alles verlaten hebt, gij zult op tronen zitten en oordeelen de twaalf stammen Israëls. ^ - Gaat, verkoopt alles, en gij zult een onver- - ^ gankelijken schat in den Hemel bezitten*)!
Koninklijke beloften voorwaar, die het Goddelijk Hart vol liefde ons doet! Hierin verschilt het van alle vorsten en wetgevers dezer wereld. Als dezen eene wet afkondigen , dan bepalen zij straffen voor de overtreders, zij houden hunne volkeren slechts in bedwang door de vrees; maar waar ter wereld vindt men den wetgever of vorst, die aan zijne onderdanen belooft, hen schitterend te zullen beloonen, zoo zij zijne wetten onderhouden'? Daartoe is alleen de liefde van Jesus' H. Hart in staat; zijne wet is geene wet van vrees, maar eene koninklijke wet van liefde. « o Liefde van Jesus Christus ! roept de welsprekende H. Joannes Chrysostomus uit: « 't was den 1) Luc. XII. 33.
4â
-^----
ZEVENTIENDE DAG. 173
Heere niet genoeg den dood te ondergaan en dien te ondergaan aan het kruis, Hij wilde iu den persoon der armen nog arm worden, en vreemdeling zijn, zonder onderkomen en naakt; Hij wilde krank en in de gevangenis opgesloten zijn, om u zoo ten minste voor zich te winnen; en Hij belooft u: «Wat gij nu aan den minste -P n dar mijnen gedaan hebt, dat hebt gij i) Mij gedaan, en een glas koud water zal )gt; niet zonder loon blijven.... Ik vraag u » geen groote dingen, zegt Hij ; Ik bid u i) slechts om eene bete broods, om een wei-ii nig deksel tegen de koude en guurheid; » slechts een paar vriendelijke woorden ii van troost! Laat u dit nog ongeroerd , i) o, laat u dan treffen door de belooning » van 't eeuwig rijk, dat Ik u beloofd i) heb.... Al hebt gij Mij duizend en » duizend bewijzen van liefde te vergelden, « Ik verlang nochtans niets van u, alsof gij » het Mij schuldig zijt; maar Ik beloon u i) voor alles, alsof gij het Mij uit vrije » keuze gegeven hadt, en voor dingen » zonder waarde geef Ik u het eeuwige o leven. Ik zeg niet: maak aan mijne
-----------
174 ZEVENTIENDE BAG.
it armoede een einde, of help mij om rijk » te worden, maar Ik vraag u slechts een » weinig brood , een kleedingstuk , eene » verkwikking in mijnen honger. En als » Ik in de gevangenis zucht, verlang Ik » niet, dat gij mijne ketenen verbreekt en » Mij verlost, maar Ik vraag u slechts, ** - » dat gij Mij bezoekt; dat is Mij liefde-» bewijs genoeg en daarvoor schenk Ik u » den Hemel. Ik kon u ook zonder dat » alles de eeuwige kroon geven; maar Ik igt; wil ze u schuldig zijn, opdat gij ze met »grootere vreugde zoudt dragen. Ook » daarom ga Ik over de wereld rond en » vraag Ik aalmoezen en wacht Ik aan uwe » deur en steek ik bedelend mijne hand » uit; Ik kon mij zeiven spijzen, maar Ik » wil door u gespijsd worden; omdat Ik » u zoo innig liefheb, daarom kom Ik zoo » gaarne bij u ter tafel als bij een vriend » en Ik ben er trotsch op met u den maal-»tijd te mogen gebruiken. En als eenmaal » de geheele wereld rondom Mij verzameld )gt; is, dan verkondig Ik luide voor alle men-» schen , wat gij aan Mij gedaan hebt, en » Ik zal u voorstellen als mijn weldoener.quot;
$9
ZEVENTIENDE DAG. 175
» o Christenen , als ons iemand ondersteu-» ning en voedsel verschaft, dan schamen » wij er ons over en zoeken het zooveel » mogelijk geheim te houden; maar de » Zoon Gods, die ons zoo innig, innig »liefheeft, verkondigt eens , al zwijgen » wij er zelf van, met grooten lof, open-»lijk alles, wat wij voor Hem gedaan » hebben, en Hij schaamt zich niet aan alle » Engelen en menschen te zeggen, dat » ivij Hem gekleed hebben, toen Hij niets i) had om zich te dekken; dat wij Hem »gespijsd hebben, toen Hij geen brood » had om zijnen honger te stillen1).quot;
En welk loon belooft Hij ons in zijne liefde ? Bij de menschen is alle loon onzeker en zij, die zich bij hen het verdienstelijkste maakten, ontvangen dikwijls niets, of slechts ondank tot loon. Niet zoo bij onzen liefderijken Koning Jesus Christus. Hemel en aarde zullen voorbijgaan, maar mijne woorden zullen niet voorbijgaan, zoo gewaardigt Hij zich geruststellend te beloven ; vreest niet, uw loon zult gij niet missen. Dat loon zal groot, overgroot zijn
1) S. Joes Chrys. Hom. sup. Rom. VIII. 28â39 _
^-----------^---------
176 ZEVENTIENDE DAG.
'tzal geen einde nemen met het einde der eeuwen, het zal niet begrepen kunnen worden door een menschelijk verstand; want geen oor heeft gehoord, geen oog heeft gezien en in geen menschenverstand is het opgekomen, wat God bereid heeft voor wie Hem liefheeft.
^ â Verwondert u dit ? Maar bedenkt dan, -dat het Goddelijk Hart vol liefde u zegt: Ik zelf. Ik, de God van Hemel en aarde. Ik, de Schepper van al het goede en schoone der wereld, Ik zal uw overgroot loon zijn! Saiil meende reeds veel te beloven, toen hij aan David tot loon zijner dapperheid zijne dochter ten huwelijk beloofde. Maar meer belooft Onze Heer. Hij belooft ons zich zeiven met alles wat Hij is en wat Hij heeft, met al de schatten zijner eeuwige wijsheid, met al het licht zijner oneindige glorie, met al den luister zijner aanbiddelijke schoonheid!
De H. Kerk erkent met dankbaarheid, dat de Heer ons door die belofte eene weldaad zijner liefde getoond heeft, even groot als door de Menschwording en het â H. Sacrament des Altaars. «Ziet, zoo
ir
___X___
J
ZEVENTIENDE DAG. 177
juicht zij in hare lofiangen1), in de kribbe gaf Hij zich als medegezel aan ons , men-schen; in het laatste Avondmaal gaf Hij zich ten spijs, aan 't kruis ten zoenoffer, en in den Hemel, daar geeft Hij zich zeiven tot belooning.quot;
Wie zal dan het koninklijk Hart niet wederkeerig beminnen, dat zulke belooningen belooft, om onze liefde tot eiken prijs te koopen ? Wie zal kunnen weigeren de les van den Apostel Paulus op te volgen: « Dewijl wij dan deze belofte hebben, « allerliefsten, zoo laten wij ons zeiven « reinigen van alle besmetting des vleesches « en des geestes, onze heiligmaking vol-quot; tooiende in de vreeze Gods2) ?quot;
quot;V oornemens.
1° Altijd met bijzondere aandacht deze woorden uitspreken: Bid voor ons, H. Moedei' Gods, opdat wij waardig worden de beloft en van Christus.
2° Van onzen kant ons beijveren , om door het beminnen en navolgen van Jesus' H. Hart, ons die beloften waardig te maken.
1) In Hymno : Verbum Supernum : Se nascens dedit socium , convescens in edulium, se moriens in pretium, se regnans dat in prrcmium.
2) 2 Cor. VII, 1.
12
-------^------
178 ZEVENTIENDE DAG.
3° Lees hier nog eens aandachtig de beloften, welke Onze Heer deed aan de Gelukz. Mavgareta Maria. Zie bladz. 58.
VOORBEELD.
De H. Gertmdis was eene vurige vereerster van hot H. Hart van Jesus. De Heer zelf verklaarde van haar aan eene godvruchtige ziel, dat voor Hem het liefste en zoetste verblijf op aarde het H. Sacrament des Altaars was, en na dit, het hart zijner bruid Gertrudis en hurer zuster Mech-tildis.
Op zekeren dag hoorde Gertrudis een sermoon. De kloosterling, die het predikte , zegde onder andere: De liefde Gods is een gouden pijl, waarmede de mensch als eigendom verkrijgt al wat hij daarmede treft en doorboort. Bij deze woorden voelde zich de H. Gerdrudis geheel en al ontvlamd en riep uit: â o Eenige Bruidegom mijner ziel, Heer Jesus Christus, o, had ik dien ^ ~ pijl I Aanstonds doorboorde ik dan uw Hart, om - * het als eigendom voor eeuwig te mogen bezitten.quot; Als zij dit gezegd had, werd zij in den geest verrukt en zag haar goddelijken Zaligmaker. Hij had een gouden pijl in de hand, met de punt naar Gertrudis gericht en Hij legde haar: â Ziet gij den pijl, dien gij verlangt ? Ik bezit dezen pijl en u wil ik er mede treffen.quot; De Heer trof er haar inderdaad mede , en verkreeg Gertrudis tot zijn eigendom, want Hij zelf openbaarde,dat
ZEVENTIENDE DAG.
's lichaams ledematen niet zoo nauw met het hart verbonden waren, noch ook 's mensehen bewegingen met diens wil, â als de wil van Gertrudis verbonden en vereenigd was met zijn wil. ââ o Goddelijk Hart, doorboor ook mij met dien pijl der liefde.
GEBED.
n. o Beminnelijk Hart van Jesus, dat in den schat uwer liefde de schoonste beloften gevonden en aan ons geopenbaard hebt, wij bidden U door de voorspraak uwer gezegende Moeder , geef, dat wij zoo leven op deze wereld, dat wij waardig worden, om de heerlijke vervulling uwer beloften in den Hemel eeuwig te genieten. Amen.
179
Achttiende Dag.
Wat Terlangt liet H. Hart van ons
M dunkt u, godvruchtige vereerder van 't Heilig Hart, is het l)illijk en rechtvaardig, dat wij dankimar zijn jegens een Hart, waaruit zooveel weldaden voor ons ontsproten '? En mag al hetgeen de menschen van alle tijden en plaatsen uit dankbaarheid doen kunnen , mag dat in vergelijking komen met hetgeen wij ontvingen ? Leg al de verdiensten der menschen tegen deze liefdelie-wijzen van 't H. Hart in de weegschaal, en 't is alsof gij een zandkorrel legt tegenover een hemelhoogen berg. Zijn wij daardoor ontslagen van den plicht, om onze dankbaarheid te betuigen ? Verre vandaar. Al kunnen wij niet doen , wat dat H. Hart verdient. Het verlangt ten
--£--------
ACHTIIENDE DAG. 181
minste, dat wij doen , wat wij kunnen. Eene andere eer brengt aan God de hoogste Serafijn, eene andere het kleinste insect; maar alle schepselen moeten doen wat in hunne macht is , om den Schepper te verheerlijken ; zoo ook moeten wij het H. Hart die eer geven, welke in onze macht is, en die Het uitdrukkelijk van ons vraagt. -En wat verlangt het van ons ? Aanhid-(linfl, â Eerherstel, â Navolging.
I. AANBIDDING.
Gelukkige H. Joannes, die in het laatste Avondmaal mocht rusten op het H. Hart van Jesus! Gelukkige Engelen, die het H. Hart, thans schitterend van glorie en hemelschen luister, mogen aanschouwen ! Waar vinden wij dat Hart, hetwelk de H. Joannes voelde kloppen, en dat de Engelen aanbidden ? Niet alleen in de zaal van het laatste Avondmaal, niet alleen in de ongenaakbare vreugdezalen des Hemels ; maar bij ons, in onze onmiddellijke nabijheid; niet op ééne plaats, maar op zoovele plaatsen , als er tabernakels zijn , waar 't H. Sacrament bewaard wordt.
5$]-
183 ACHTTIENDE DAO.
Daar klopt ook thans nog dat Hart; daar zijn nog de Wikken van alle koren der Engelen aanbiddend gericht op dien schat, waarin de Godheid woont!
Waarvoor is het H. Hart daar tegenwoordig ? Is het om daar vergeten en alléén gelaten te worden ? Neen , Het is daar ' - tegenwoordig , om onze bezoeken en onze - ^ aanbiddingen te ontvangen en gunsten zonder tal over ons uit te storten. Daar zetelt Jesus als een liefdevolle Koning, die tot zelfs den minsten zijner onderdanen uitnoodigt en toeroept: Komt allen tot Mij.
Welk een verschil met de koningen dezer aarde ! Hovelingen, edelen en grooten hebben toegang tot hun persoon; maar wil een geringe ol arme burger tot hen doordringen, hoeveel offers, moeilijkheden, _' afwijzingen , vernederingen heeft hij zich dan te getroosten! Hoe lang heeft hij te wachten, hoe vele anderen zijn hem voor, hoe kort moet het onderhoud zijn, daar weer anderen met ongeduld wachten , â hoe veel vormen en plichtplegingen zijn er te onderhouden ! Alle vertrouwelijkheid is verboden, en hij moet zich verwijderen,
i*
i?]_____
ACHTTIENDE DAG. 183
misschien niet de gedachte van nooit meer dezelfde gunst te zullen genieten.
Niet zoo het Goddelijk en beminnelijk Hart van Jesus. Overal ter wereld heeft Hij zijn paleis; op ieder uur van den dag verleent Hij gehoor; geen andere plichtplegingen zijn voorgeschreven dan liefde en eerbied in zijne tegenwoordighed ; geen smeekschrift wijst Hij af; Hij ontvangt ze niet één voor één, maar zelfs duizenden tegelijk, en door Hem gehoord worden , is zooveel als door Hem verhoord worden.
Geen wonder. Is in dit H. Sacrament niet het Hart van Hem , die tijdens zijn sterfelijk leven al weldoende rondging, geen enkele bede of verzoek afwees, maar zielen en lichamen genas; ja, van wien ^. een groot Bisschop en uitstekend redenaar') . zegde: « als in een plaats van Palestina » geen zieken of gebrekkigen meer waren, »dan was dat een teeken, dat Jesus i) Christus daar was voorbijgegaan. quot; 't Is hetzelfde Hart van Hem, die medelijden en liefdevolle woorden bad voor de verachte Publikanen, voor de overspelige
1) Bossuet.
184 ACHTTIENDE DAG.
Samaritaansche , voor de onteerde Magda-lena, voor zijn verraderlijken leerling Judas, voor den stervenden moordenaar !
Maar geven wij aan dat H. Hart daar al de aanbidding, die Het van ons verwacht ? Als Het in de H. Mis onder ons neerdaalt, zijn wij er dan om Het te begroeten bij zijne komst ? Als Het op het Altaar is uitgesteld , gedurende het Lof, het Veertig-urengebed, zoekt ons Jesus Christus dan niet tevergeefs rondom zijn troon'? Als Hij in plechtige processiëa onder ons wordt rondgedragen, zijn wij dan tegenwoordig om eene eerewacht te vormen, die Hem begeleidt of ten minste begroet ? Maar al te dikwijls is het waar, dat de menschen, en ook wij misschien, j» aan dien grooten Koning van vrede en liefde zelfs die eer niet geven, welke zij aan huns gelijken bewijzen! Hij komt ons bezoeken, en men verwaardigt zich niet Hem met een tegenbezoek te vereeren, eene oplettendheid, die men aan menschen niet weigert! Honderden gaan zijn goddelijk paleis, de kerk, voorbij ; zij konden gemakkelijk even binnentreden; maar zij
W
*1_________
ACHTTIENDE DAG. 185
groeten zelfs niet en denken aan alles, behalve aan Hem, die uit liefde tot hen op het altaar verblijft, en dien zij toch zoozeer noodig hebben.
Is het u nooit overkomen, als gij de wonderen en weldaden des Heeren tijdens zijn sterfelijk leven laast of hoordet ver-5? _ kondigen en gij daarbij zaagt, hoe koud , 5» en onverschillig, hoe weinig belangstellend, ja, hoe vijandig de Joden bleven , â- is het u dan nooit overkomen, dat gij verontwaardigd werdt over zooveel ondankbaarheid? Uwe verontwaardiging was billijk ; maar zie wel toe, of gij ze ook niet tegen u zei ven moet keeren; of misschien ook op u deze woorden niet van toepassing zijn: Daar is er één in uw midden, dien y gij niet kent1). Hij kwam in zijn eigendom ^ en de zijnen hebben Hem niet ontvangen')!
Weet gij niet, hoe u te gedragen in de tegenwoordigheid van dit aanbiddelijk Hart? Wat doet een arme bij een rijke, een zieke bij een geneesheer, een onwetende bij een raadsman en leeraar, een
1) Jois I. 20.
2) Jois T. 11.
. lt;*____t______2_J
VJ____X__tt
T i igt; quot;
186 ACHTTIENDE DAG.
vervolgde bij een machtigen verdediger ? Wat is eenvoudiger ? Gij aanbidt dat Hart met de Engelen, die het Tabernakel omgeven ; gij offert u zeiven op aan Hem, die zich geheel en al voor u heeft geslachtofferd ; gij dankt Hem voor de liefde, ons bewezen , vooral in zijn H. Sacrament; gij ~ vereenigt u met de oneindig waardige ge- ⢠^ beden, die dat Goddelijk Hart onophoudelijk uit alle Tabernakelen der wereld tot den Hemelschen Vader opzendt; gij spreekt Hem in eenvoudige, ongekunstelde, kinderlijke taal over uwe ellenden van ziel en lichaam, over uwe geestelijke en tijdelijke behoeften, over uwe plannen en ondernemingen , over uwe plichten en moeilijkheden , over uwe strijden met de wereld, y. den duivel en uwe hartstochten. Mijn .?gt; God, hoe kan ooit de stof, om ons metU te onderhouden , ontbreken ?
Ei'ti nieuwe wereld scheppen met zon en maan en millioenen sterren, veel schooner dan die wij nu zien, zou aan Jesus Christus slechts één woord kosten; en wat is de wegneming onzer kruisjes, vergeleken bij het scheppen eener nieuwe wereld ?
t k
--Jâ-
ACHTTIENDE DAG. 187
Welaan dan, bezoeken, begroeten en aanbidden wij het H. Hart, zooveel en zoo dikwijls wij kunnen in het groot en nooit volprezen Sacrament onzer altaren !
'Voornemens.
1° Het H. Hart aanbidden van verre en nabij, in de kerk en daarbuiten. Geeue kerk voorbijgaan zonder, zoo mogelijk, even binoen te treden of althans met het hart Jesus Christus te groeten.
2° Bij 't 40 urengebed , bij de uitstelling van 't H. Sacrament, bij maandelijksche of jaarlijksche biduren nooit ontbreken, en in de kerk altijd den grootst mogelij keu eerbied betoonen.
VOORBEELD.
Wonderbaar was de godsvrucht der H. Rosa van Lima voor dit hoogheilig Sacrament. Geen H. Mis kon in de kerk der Predikheeren , tot wier Derde Orde zij behoorde , worden opgedragen , of zij was er bij tegenwoordig. Daar bleef zij dan dikwijls den geheelen voormiddag, onbeweeglijk als een beeld. De H. Hostie was haar middelpunt; daarheen richtte zij overal hare blikken; zoodat zij uren kon zitten zonder nauwelijks een enkele maal hare oogleden te bewegen, veel minder haar gezicht van 't altaar af te wenden. Bekenden en onbekenden gingen haar voorbij, liepen haar als 't ware in 't oog, zij zag ze niet; alleen wat op het altaar geschiedde , dat boeide
hare aandacht. Was het H. Sacrament voordurend uitgesteld , zooals met het 40-urengebed, dan week zij niet uit de kerk; zoo b!eef zij ook geheel de octaaf van Sacramentsdag voor het H. Tabernakel, zonder spijs of drank te nuttigen, tot groote verwondering van allen, die haar zagen. De vier laatste jaren van haar leven ging zij nog verder. In de Goede Week bleef zij dan ook dos nachts in de kerk , en van de plaats, waar zij met Witten Donderdag was neergeknield, stond zij niet op , voordat op Goeden Vrijdag die Goddelijke Schat in proccessie naar het Tabernakel terug gebracht werd. Honger, dorst, vermoeienis, alles vergat zij, en 24 uren bleef zij daar in de eerbie-digste houding , zonder ook een enkel oogenblik te gaan zitten of tegen denlmuur te leunen. Hoorde zij den naam van 't H. Sacrament noemen, dan boog zij vol eerbied het hoofd; hoorde zij de klok luiden bij de Consecratie , dan werd haar hart vervuld met eene vreugde , die zij kwalijk verbergen kon. Nooit kon zij verzadigd worden van het aanhooren van sermonen over dit mysterie, en had zij eenmaal eene preek daarover gehoord, dan kon zij deze nog jaren daarna met wonderlijke juistheid teruggeven. Geen werk was haar-aangenamer dan het vervaardigen van sieraden voor Haltaar, vooral in de Goede Week voor 't H. Graf. Corporalen, altaarklceden, kelkdoekjes vervaardigde zij met voorliefde^ Met levende bloemen was zij niet tevreden; zij ver-
--^------
achttiende dag. 189
vaardigde er uog andere van zijde in de meest verschillende kleuren. Kon zij zulks overdag uiet, dan deed zij het des nachts en zegde dan: 't Is voor den Bruidegom mijner ziel; wel mag ik iets voor Hem lijden ; want is er wel éene gehuwde vrouw voor welke het te veel is, dat zij den nacht moet besteden aan 't vervaardigen van sieraden of kleederen, om zoo haren man in staat te stellen, 's anderendaags fatsoenlijk te verschijnen? (1)
o Liefde der Heiligen ! o Koudheid onzer harten 1
GEBED.
Ziedaar, geliefde Jesus, hoever uwe bovenmatige liefde is gegaan. Om IJ geheel aan mij te schenken , hebt Gij mij van uw Vleesch en allerkostbaarst Bloed een goddelijken maaltijd aangerecht. Wat toch heelt IJ tot zulke vervoering van liefde gebracht ? Niets anders voorzeker dan uw liefdevol Hart. o Aanbiddelijk Hart van mijnen Jesus, brandend fornuis der goddelijke liefde, ontvang mijne ziel in uwe allerheiligste Wonde, opdat ik in die school van liefde den God leere wederbeminnen, die mij zoo wondervolle bewijzen zijner liefde schonk. Amen.
(100 dagen all. eens per dag Pius VII. 9 Febr. 1818.)
1) Boll. Act. Sanct. tom. 39. pag. 95a.
Negentiende Dag.
De Eerewacht.
ls een geëerbiedigde en beminde koning zich gewaardigt zijn paleis te verlaten om een bezoek te brengen aan eene stad van zijn rijk, wat ziet men dan Aanstonds sluiten zich de voornaamste ingezetenen der stad aaneen en vormen eene eerewacht, die den koning , ontvangt bij zijne komst, hem vergezelt op al zijne gangen, hem bewaakt en alle eer tracht te bewijzen.
En in de stad waar de koning zijn gewoon verblijf houdt? Daar bestaat eene blijvende eerewacht, die altijd den koning omgeeft en hem de hulde brengt van eerbied en getrouwheid.
Onder ons woont ook een Koning, grooter
NEGENTIENDE DAG.
en rijker dan Salomon, 't Is Jesus Christus in 't H. Sacrament. Hij is omgeven van eene eerewacht van ontelbare geesten, die Hem al knielend aanbidden, en 't nimmer eindigend « Heiligquot; toezingen.
Maar die eerewacht is onzichtbaar. Wat verlangt Hij nu van ons? Dat ook wij ons aaneensluiten tot eene eerewacht, die Hem nooit verlaat. Een aardschen koning of keizer zou men geen grootere belee-ging kunnen aandoen , dan hem alleen te laten, als had men hem niet noodig, als was het zijnen onderdanen te veel door hunne tegenwoordigheid te betuigen, dat zij hem eerbied en liefde toedragen.
191
Wat men een aardschen koning niet zal aandoen, helaas, voortdurend doet men het den Koning der koningen aan ! Men keert Hern den rug toe, men bewijst Hein geen eerbied, men laat Hem alleen ! Nu doet Hij een beroep op zijne getrouwste onderdanen , op hen , die door het vervullen hunner christelijke plichten Hem dagelijks de blijken hunner getrouwheid geven, en Hij zegt hun; « Wilt ook gij » heengaan ? De wereld keert Mij den rug
t J?
4*
*
n
192 NEGENTIENDE DAG.
» toe ; maar gij, mijne getrouwen , komt » gij tot Mij en geeft gij Mij de eer, die » de wereld Mij weigert; komt en houdt » de wacht rondom mijn troon, waarop Ik » uit liefde tot u in ieder tabernakel zetel.quot;
Verlangt het H. Hart dan, dat wij niet van zijn altaar wijken en hetzelve nooit verlaten ? Dit zou voor ons , menschen , onmogelijk zijn, en het H. Hart, dat ons zoovele plichten heeft opgelegd, zou het eerste zijn om eene hulde af te wijzen, die te kort zou doen aan de rechten, welke anderen op ons hebhen. Neen, Het verlangt, dat wij hetzelfde doen, wat aan de koninklijke hoven geschiedt. Daar lossen de hovelingen elkander van uur tot uur af, maar zoo, dat de geëerbiedigde per-Vquot; soon des konings nooit alleen is en nooit vragend behoeft rond te zien : waar zijn mijne getrouwen? Zoo kunnen ook wij ons aaneensluiten tot eene blijvende eere-wacht, waarvan de leden elkander voortdurend aflossen en waarvan er altijd een voldoend aantal op hun post zijn, om aan den oppersten Koning eene rechtmatige
hulde te bewijzen. -----^
I X| ^ X
â -7- âquot;gt;â --Iv
NEGKNTIENDE DAG. 193
Doch ook dit zou nog velen onmogelijk zijn. Dagelijks zijne werkzaamheden onderbreken, meermalen voor 't heilig Sacrament een biduur houden, daar dikwijls tegenwoordig zijn en zorgen, dat de Koning onzer harten nooit of nimmer alleen is, zou dat de eenvoudige werkman, de zorgvolle huis- i ^ ~ moeder, du met arbeid overladen huisvader, ja zelfs menige priester en kloosterling, die leeft voor 't heil des naasten, altijd kunnen ? 't Ware wenschelijk , en oprechte , innige toegenegenheid zou in dit opzicht veel vermogen ; maar toch voor velen zou het be-pi.ald onmogelijk zijn.
Welnu, luistert dun, getrouwe vereerders van Jesus' H. Hart. Voor eenige jaren werd er eene vrome broederschap opgericht, y^ die zich ten doel stelde, eene blijvende eerewaclit te vormen rondom het Allerh.
Hart van Jesus , brandend van liefde tot ons in 't II. Sacrament. En om het aan geloovigen van allerlei stand en rang mogelijk te maken , aan die eerewacht deel te nemen , werd als eenige voorwaarde vastgesteld : « De leden kiezen één uur van den dag als wachluur uit. In dat uur trachten
13
*]__£___
Tl
194 KEQENTIENDE DAG,
zij, zelfs zonder iets in hunne werkzaamheden te veranderen, nu en dan eens te denken aan Jesus Christus, onzen Heer, en dragen aan zijn doorwond Hart op bijzondere wijze al hunne gedachten , woorden, iverken en moeilijkheden op.quot; Wat is er gemakkelijker ?
â - Jesus Christus is geen koning dezer aarde: Koning ben Ik, zegt Hij, maar mijn rijk is niet van deze wereld'). Dat toont Hij allerduidelijkst door de eerewacht waar-, mede Hij wil omringd zijn.
De aardsche koningen verlangen daarvoor de personen van den hoogsten adel. Jesus Christus ziet slechts op den adel der ziel, en al zetelt die ziel in een lichaam, dat door den arbeid met stof en door de ar-y. moede met lompen bedekt is, toch roept Hij allen en zegt: Komt tot Mij allen, en aan zijne dienaren gelast Hij : « Gaat spoedig naar de wijken en straten der stad en brengt armen en zwakken en blinden en kreupelen hierheen2).quot; Dat is zijne eerewacht ; zij was het tijdens zijn sterfelijk
1) Vgl. Jois. XVIII. 37.
2) Vgl. Luc. XIV. 21.
_25_____
NEGENTIENDE DAG. 195
leven ; zij is het ook nu nog in 't H. Sacrament.
De koningen dezer aarde verlangen hunne wacht in hunne onmiddellijke nabijheid; och, hun oog reikt niet verder; de gevoelens des harten blijven hun onbekend, en een hoveling, die slechts in den geest en met den wil zijne opwachting zou maken, -zou den toorn van den vorst beloopen. Niet zoo is onze Koning Jesus Christus. Zijn alziend oog dringt door de lichamen, en zelt op den grootsten afstand en te midden onzer drukste bezigheden ziet Hij, waarmede onze harten bezig zijn.
Dat wachtuur nu kan voor den priester het uur zijn, waarop hij het altaar bestijgt, de HH. Sacramenten toedient, zijne getijden bidt of zijne zieken bezoekt; â voor huisvaders en huismoeders de tijd van hun dagelijksch werk ; â voor den onderwijzer het uur van zijn onderricht, â voorden landbouwer en werkman het uur van zijn zwaren arbeid, â voor den scholier de schooltijd, â voor den zieke het uur van lijden, â voor de ziekenverplegers de tijd van hun nachtwaken. Waarom niet?
196 NEGENTIENDE DAG.
Jesus Christus ziet op verren afstand, Hij ziet het hart. En wanneer dan op deze plaats voor den eenen het unr van zijn eerepost eindigt, dan begint weer elders voor een ander het vastgesteld wachtuur, zoodat het H. Hart nooit zonder aanbidders is, die aan Hetzelve de hulde hunner getrouwheid en liefde zonder tusschenpoozen brengen.
Deze eerewacht, â de vrucht der liefde welke de getrouwe zielen min Jesus' H. Hart toedragen , â is thans over de gansche wereld verspreid. « 't Is,quot; zooals een klein geschriftje hierover zegt, « geen eenvoudige » wacht meer, maar 't is een goed geregeld, » een in slagorde geschaard , ontzettend » leger. Zoowel de beschaafde Europeaan, » die zicli regelt naar zijn horloge, als de » bekeerde wilde in Canada, die zijn wacht-» uur bepaalt volgens den stand der zon , i) nemen er dienst in. . . . Allen herhalen » het luide door hunne daden en woorden ; » Komt, laat ons in eeuwigheid het Aller-» heiligste Hart van Jesus aanbidden. En » aan de spits van dat ontzaglijk leger » staat als veldheer, maar toch ook ais
---£------
KSGENTIKKUE DAG. 197
)i gewoon soldaat, de groote Paus Leo Xlll' » die ons (door talrijke aflaten) auninoe-» digend toi'roept en uitnoodigt: Ook ik ii ben lid der Eerewacht; maandelijks onl-» vang ik mijn maandbrief je .... ik houd » dagelijks Iruuw mijn wachluur').quot;
En wij, zullen wij aarzelen deel te nemen aan die vrome eerewacht ? Of zoo wij leden zijn, en misschien onze ijver verflauwd is , moeten wij dan , dat alles bedenkend, aan het H. Hart niet de hulde eener vernieuwde vurigheid en blijvende getrouwheid brengenquot;?
quot;Voornemens.
1° Trachten een ijverig lid te zijn van de Aartsbroederschap der Eerewacht. (Om inlichtingen wende men zich tot een der plaatsen , waar die broederschap is opgericht, of tot den hoofdzetel â Kapel in 't Zand , bij Roermond.quot;)
2° Bij de plechtigheden ter cere van 't H. Sacrament, zooals bij 't Veertig-nrengebed, op Witten-Donderdag, bij Processiën enz. altijd eerbiedig tegenwoordig zijn.
VOORBEELD.
Eenige jaren geleden ontving de stad Orleans in Frankrijk een nienw regiment soldaten in gar-
1) Woorden des H. Vaders. --^------
198 NEGENTIENDE DAG.
nizoen. Sedert dien tijd merkte de Pastoor dei-kathedraal met verwondering op, dat een zeker soldaat zich geregeld 's namiddags van één tot drie uur in de kerk bevond. Daar fctond hij dan twee uren lang, stil, onbeweeglijk, in eene militaire, maar tevens eerbiedige houding voor het traliehek van het hoogkoor. â De pastoor verlangde zeer de reden dezer buitengewone han-â delwijze te kennen. Op zekeren dag kwam een kapitein met zijne vrouw de kerk bezichtigen. In de sacristij verhaalde hem de pastoor, wat hij dagelijks zag, en voegde er bij : â Wacht hier nog even ; het zal zoo aanstonds één uur slaan , en dan komt hij altijd.quot; Het sloeg op de torenklok, en oogenblikkelijk was de soldaat op zijn post. Zoodra de kapitein hem zag, zeide hij tot den pastoor: â Wel, mijnheer pastoor, dien man ken ik van nabij; het is een uitmuntend soldaat, die al mijn vertrouwen met recht geniet, een der beste van mijne compagnie.quot; Daarop riep hij den soldaat bij zich en vroeg : â Maar, man, wat doet gij hier toch rquot; â Kapiteinquot; , was het antwoord , âik houd hier een paar uren de wacht voor het H. Sacrament. Schildwachten zijn er immers overal: te Parijs heeft er de President wel vier, twee staan er hier bij mijn Generaal , en één bij den Kolonel; bij den Stadsprefect ook al een schildwacht.... Als ik nu hier in de kerk kom, zeg ik bij mij zeiven : Is mijn Heer en God , die hier in het H. Sacrament rust, dan
NEGENTIENDE DAG.
niet duizendmaal meer, dan alle prefecten , kolonels, generaals, ja dan alle koningen en keizers der gansche wereld ? En met dat al heeft Hij toch geen enkel man, die de wacht bij Hem betrekt. Zie, kapitein, dat was niet zooals 't behoorde ; dat kon ik niet hebben. Nu ga ik , als ik vrijen tijd heb , hier voor Onzen Lieven Heer op post staan , en ik verzeker u , dat de uren mij niet te lang vallen: want ik bemin . God van ganscher harte.quot;
De soldaat groette vriendelijk, liet den pastoor en den kapitein vol bewondering achter en begaf zich naar zijne plaats in de kerk , totdat zijne wachturen verstreken waren.
GEBED.
o Allerh. Hart van Jesus, ik aanbid U van ganscher harte, niet alleen hier, maar in alle tabernakelen en in alle geconsacreerde Hostiën der pehcele wereld. Och, waarom kennen en aanbidden ü niet alle menschen ! Wat mij betreft, ik bedank en aanbid U voor al degenen , die U ' niet kennen of niet danken, en ik beloof U alles te doen , wat in mijn vermogen is, om uwe kennis en uwe liefde te verbreiden. Ontvang mijne hulde ; en kan ik niet lichamelijk bij uw H. Tabernakel tegenwoordig zijn , dan draag ik U toch mijne werkzaamheden, al mijne ademhalingen en al de kloppingen mijns harten op, als zoovelen akten van aanbidding en dankzegging 1
199
5^.
Twintigste Dag.
Wat verlangt Jesns' H. Hart van ons 2
II. eerherstel.
5^-
| n nu, gij inwoners van Jeruzalem, gt;» gij mannen van Juda, oordeelt nu »tusschen Mij en mijnen wijngaard! igt; Wat moest Ik meer gedaan hebben aan mijn » wijngaard, dat Ik daar niet aan gedaan i) heb ?quot; Och , de Heer verwachtte zoete druiven, maar niets dan bittere vruchten mocht Hij plukken'). â Wien komt deze klacht niet in den geest, als hij vele eeuwen later Jesus Christus aan eene Bruid zijns Harten hoort zeggen ; « Ziedaar het Hart, » dat de menschen zoozeer bemind heeft, igt; dat Het niets spaarde, ja, zich heeft i) uitgeput en verteerd, om hun zijne liefde » te toonen.quot; « Maar,quot; zoo voegt de Heer 1) Vg]. Is. V, 3. en vlg.
----X5----
TWINTIGSTE DAG.
er klagend bij : « tot vergelding ontvang » Ik van het meerendeel niets dan ondank-» baarheid , door hunne oneerbiedigheden n en heiligschennissen, door de koudheid » en verachting, die zij voor Mij hebben » in het Sacrament mijner liefde.quot;
Zijt gij ooit, godvruchtige lezer, tegen-woordig geweest bij de morgenplechtig-heden van Goeden Vrijdag ? Dan hebt gij ook gezien , hoe de priester het Crucifix nam, het onder eene diepe buiging de voeten kuste en ter vereering der bedienaren en der geloovigen openlijk in het priesterkoor neerlegde. Maar wellicht hebt gij niet de woorden begrepen , die de H. Kerk dan den priester in den mond legt. Hij spreekt in den naam van Christus: « Mijn volk , Ik voerde u uit Egypte, , )gt; maar gij hebt Mij, uwen Verlosser, een » kruis bereid. -â Ik geleidde u door de » woestijn , veertig jaren lang ; Ik spijsde » u met manna en bracht u in een goed i) land , en gij ? Een kruis hebt gij Mij «bereid. Ik plantte u als een uitverkoren » wijngaard, en gij, gij zijt Mij, o, zoo bitter » geworden; want mijn dorst hebt gij met
201
Twintigste Dag.
Wat verlangt Jesns' H. Hart van ons 2
II. eerherstel.
5^-
| n nu, gij inwoners van Jeruzalem, gt;» gij mannen van Juda, oordeelt nu »tusschen Mij en mijnen wijngaard! igt; Wat moest Ik meer gedaan hebben aan mijn » wijngaard, dat Ik daar niet aan gedaan i) heb ?quot; Och , de Heer verwachtte zoete druiven, maar niets dan bittere vruchten mocht Hij plukken'). â Wien komt deze klacht niet in den geest, als hij vele eeuwen later Jesus Christus aan eene Bruid zijns Harten hoort zeggen ; « Ziedaar het Hart, » dat de menschen zoozeer bemind heeft, igt; dat Het niets spaarde, ja, zich heeft i) uitgeput en verteerd, om hun zijne liefde » te toonen.quot; « Maar,quot; zoo voegt de Heer 1) Vg]. Is. V, 3. en vlg.
----X5----
TWINTIGSTE DAG.
er klagend bij : « tot vergelding ontvang » Ik van het meerendeel niets dan ondank-» baarheid , door hunne oneerbiedigheden n en heiligschennissen, door de koudheid » en verachting, die zij voor Mij hebben » in het Sacrament mijner liefde.quot;
Zijt gij ooit, godvruchtige lezer, tegen-woordig geweest bij de morgenplechtig-heden van Goeden Vrijdag ? Dan hebt gij ook gezien , hoe de priester het Crucifix nam, het onder eene diepe buiging de voeten kuste en ter vereering der bedienaren en der geloovigen openlijk in het priesterkoor neerlegde. Maar wellicht hebt gij niet de woorden begrepen , die de H. Kerk dan den priester in den mond legt. Hij spreekt in den naam van Christus: « Mijn volk , Ik voerde u uit Egypte, , )gt; maar gij hebt Mij, uwen Verlosser, een » kruis bereid. -â Ik geleidde u door de » woestijn , veertig jaren lang ; Ik spijsde » u met manna en bracht u in een goed i) land , en gij ? Een kruis hebt gij Mij «bereid. Ik plantte u als een uitverkoren » wijngaard, en gij, gij zijt Mij, o, zoo bitter » geworden; want mijn dorst hebt gij met
201
---^-
TWINTIGSTE DAG.
dag en nacht, om u te ontvangen, te hooren, te helpen, en gij ? Gij gaat mijnen tempel voorbij zonder Mij zelfs te groeten. Ach, de os kent zijnen meester en de ezel de kribbe zijns heeren ; maar gij, mijn â volk, gij kent Mij niet, gij begrijpt niets van mijne liefde1). Hier heb ik voor u een maaltijd aangerecht, heerlijk en wonderbaar , en gij, gij .weigert te komen. Met het Manna des Hemels spijs Ik u, en gij ? Met heiligschennis, met het verraad van Judas, vergeldt gij mijne liefde. Is dat dan het loon voor zooveel toegenegenheid ? Mijn volk, mijn dierbare wijnstok, o, wat zijn de druiven, die gij voortbrengt, bitter !
Ik gaf u mijne leer, als een licht te midden uwer duisternis, en gij , gij versmaadt die leer, gij zijt er onwetend in en gij doet geene moeite om er u in te laten onderrichten. Ik gaf u mijne H. Kerk als eene teedere moeder, en gij, gij verscheurt haren schoot, gij treedt hare wetten met voeten. Behalve mijn H. Liefdegeheim gaf Ik u zoovele andere HH. Sacramenten ; Ik gaf u de Biecht, en gij ontvlucht
1) Vgl. Is. I. 3. â-------
204
-^---
TWINTIGSTE DAG. 205
ze; Ik gaf u het H. Oliesel, en gij wacht â met het te ontvangen totdat het te laat is ; Ik gaf u den priester als vader, als trooster, als leeraar , als verzorger uwer ziel, en gij, gij eert hem niet en luistert niet naar zijne woorden ! Ik gaf u mijn Bloed en mijne verdiensten, en gij verspilt ze ; Ik gaf u mijne voorbeelden en gij volgt -' ze niet na ; Ik schonk u mijnen vrede, dien de wereld niet kent, en gij, gij wilt den valschen vrede en de genoegens der wereld, gij jaagt hare ijdele en gevaarlijke vermaken hartstochtelijk na; Ik gaf u mijne Moeder tot uwe Moeder, en gij vereert haar zoo flauw; Ik beloofde u mijn rijk en mijne eeuwige liefde , en gij ? Ach , gij stelt de vergankelijke goederen dezer wereld boven mijn eeuwig rijk, en gij , ^ weigert Mij te erkennen in den armen, die uw medelijden inroept! Waar heb Ik het verdiend, mijn volk, of waarin heb Ik u bedroefd ? Mijn volk , antwoord Mij !quot;
Wat zullen wij antwoorden ? Te meer daar het Goddelijk Hart daar nog zou kunnen bijvoegen: niet ketters en onge-loovigen alleen handelen zoo, maar «daar-
w
i-
*]__________________
r-j-------. (ê
206 TWINTIGSTE DAG.
mede ben ik gewond in het huis van hen, die Mij liefhadden*).quot; « Had mijn vijand Mij gehoond, Ik zou Mij voor hem verbergen ; maar gij, o mensch , gezind gelijk Ik....
mijn oerlrouweling, gij, die aangenaam met Mij spijsdel'1)..... Wat zullen wij antwoorden ? Och , of wij de woorden be-grepen, die dat H. Hart tot de Zalige * Margareta Maria sprak : « Zal erdannie-» mand zijn, die medelijden met Mij heeft, » niemand, die met Mij lijdt en deelneemt »in de droefheid, waartoe de zondaars » Mi] brengen ? Gij ten minste verschaf » Mij de vreugde, van de ondankbaarheid k der zondaars te herstellen.quot; En de Zalige, getroffen door dat woord, deed wat ze kon.
Maar zullen ons die klachten koud laten ? â üan moesten wij hardvochtiger zijn dan . ^ rotsen en steenen ; want deze scheurden bij den dood des Heeren ten teeken van rouw!
Maar hoe die eer, die gekrenkte eer van 't H. Hart te herstellen ? Ze volledig herstellen kunnen wij niet, maar dan ten minste met verdubbelden ijver het H. Sacra-
]) Zoch. XII.
2) Ps. 54 , 14.
. ft.___ _t________9 .
Jvquot; X
1
se
' «T
TWINTIGSTE DAG.
207
ment bezocht, de H. Communie ontvangen, de H. Mis bijgewoond, onze gebeden verricht , onze plichten vervuld, en dat goddelijk Hart, dat een glas koud water niet onbeloond laat, zal ons voor dien liefdedienst dankbaar blijven de geheele eeuwigheid door.
quot;Vquot; oornemene,
1° Aan 'tH. Hart dikwijls eerherstel aanbieden voor de ondankbaarheid der wereld; ons daarom wachten , die ondankbaarheid door onze eigene zanden te vergrooten.
2° Op den eersten Vrijdag der maand ofZondags daarna, tot eerherstel de H. Communie ontvangen.
VOORBEELD.
, Sedert twaalf jaar offerde de Gelukz. Margareta 1 - Maria aan haren Goddelijken Meester de Communie van den eersten Vrijdag op, toen de Eerw. Moeder Melin meende haar deze godvruchtige oefening te moeten verbieden. De Overste ondervond weldra , dat zij tegen de inzichten des Heeren handelde. Inderdaad, eene barer jongste Religieuzen die veel beloofde, zuster Rosalie Verchère , werd ziek en bevond zich na weinige dagen in levens, gevaar. Margareta Maria smeekte van Jeans Christus de genezing der kranke af. Zij kreeg
------
208 TWINTIGSTE DAG.
tot antwoord , dat, zoolang de Overste haar de â Communie van den eersten Vrijdag weigerde, de zieke voortdurend zou lijden ; zij moest hiervan de Eerw. Moeder verwittigen. Toen stond deze de gewenschte Communie toe, maar op voorwaarde, dat de Gelukzalige voor de genezing van Zuster Rosalie zou bidden. Zij deed het, en de zieke, die in hopeloozen toestand verkeerde, bevond zich aanstonds buiten gevaar.
Nochtans 'durfde Margareta Maria op den eersten Vrijdag niet voortgaan tot de H. Tafel te naderen, omdat zij de woorden harer Overste slechts als eene belofte onder voorwaarde had aangezien. Daarom ook bleef Zuster Rosalie veel lijden, zoodat de geneesheeren er niets van begrepen. Vijf of zes maanden was zij reeds in de ziekenkamer. De Gelukzalige smeekte Jesus' H. Hart, haar eene volkomen gezondheid te verleenen; maar Onze Heer verklaarde haar stellig, dat, indien zij wilde verhoord worden, zij hare Commu-nièn moest hernemen. Nu besloot zij er opnieuw â¢hare Overste over te spreken. Deze wachtte zich wel, nog langer Gods wil te wederstaan; zij gaf aan Margareta het gevraagde verlof en op hetzelfde oogenblik was Zuster Verchère genezen.
(Daniel. Vie de la B. Marg. Marie.)
GEBED.
Ik aanbid U met den diepsten eerbied, o mijn -Jesus, verborgen in het H. Sacrament; ik erken
---x5--
TWINTIGSTE DAG. 209
ü voor waarachtig God en waarachtig Mensch, en met deze akte van aanbidding stel ik mij voor, te voldoen voor de koelheid van zoovele Christenen , die, wanneer zij uwe HH. Tempels, en soms zelfs het H. Tabernakel voorbijgaan, ü niet eens groeten en zich door hunne onverschilligheid, gelijk de Joden in de woestijn, van 't Hemelsch Manna afkeerig toonen. Ik offer ü tot eerherstel voor eene zoo verregaande lauwheid , het allerkostbaarst Bloed , dat Gij vergoten hebt, en ik herhaal duizend en duizend malen : Geprezen en gedankt zij op ieder oogenblik het allerheiligste en allergoddelijkste Sacrament.
li
#---ir---
Een en twintigste Dag.
Wat rerlangt liet H. Hart Tan ons! III. NAVOLGING.
God, zoo bidt de H. Kerk op den 'â Octaafdag -van Driekoningen , « o » God , wiens eenige Zoon in ons « vleesch verscheen, geef, smeeken wij U » dat wij door Hem, dien wij uiterlijk op »gt; ons zien gelijken , inwendig mogen her-» vormd worden.quot; Hiermede drukt de H. Kerk , die Bruid van 't H. Hart, een verlangen uit, hetwelk zij in het Hart van haren Bruidegom gelezen heeft, nl. dat ons hart op het zijne moge gelijken. Inderdaad de eeredienst van 't H. Hart bestaat voornamelijk in de navolging van het H. Hart. In dit punt bedriegen zich vele godvruchtige zielen. Zij meenen de godsvrucht tot het
KEN KN TWINTIGSTE DAG.
H. Hart te bezitten , omdat zij een beeld van het H. Hart godvruchtig vereeren, â omdat zij op den eersten vrijdag der maand de H. Communie ontvangen, â omdat zij lid zijn van verschillende Broederschappen: o. a. van 't H. Uur, de Eerewacht, enz.â omdat zij gaarne sermonen hooren over het H. Hart, â¢â omdat zij gevoelig aangedaan zijn , wanneer zij denken aan de liefde, waarmede dat Hart zich heeft laten doorboren op het kruis.
Zeker, deze personen bezitten iets, maar niet alles van deze heilzame godsvrucht; zij hebben eene kiem, eene plant, een boom misschien, met bladeren en bloemen, â- de vrucht hebben zij nog niet; als zij bij dat alles onverstorven zijn, als zij lastig in den omgang, driftig en opvliegend blijven, als zij zich nog hoovaardig verheffen op vermeende of wezenlijke goede hoedanigheden, als zij gehecht blijven aan het aardsche en het juk der gehoorzaamheid bij elke gelegenheid trachten af te schudden, wat is dan hunne godsvrucht ? Een stroo-vuur , dat geen stand houdt; zij bepalen zich tot middelen en verwaarloozen het
311
1«?
M.____%---M.
212 EES EN TWINTIGSTE DAG.
doel. Hoort, wat de zachte en beminnlijke H. Franciscus van Sales tot dezulken zegt'); v De H. Paulus vermaant de geloovigen » van Philippi: Broeders, die gezindheid zij » in u, welke ook in Christus Jesus was. » Wat wil de groote heilige Paulus met » die woorden zeggen ? Wil hij , dat wij » voor onzen Verlosser die teedere en ge- . ^ » voelige liefde hebben , die Hij voor ons » gevoelde op het kruis ? Wil Hij dat wij ii van medelijden om zijtu; smarten tranen » storten ? Neen , onze Heer vraagt van » ons niet die teedere en gevoelige liefde , » die ons tranen doet storten en in ons « zoo vele verlangens zonder gevolgen doet » opkomen ! De hel is vol van deze ver-»langens , en ijdel zijn die teederheden, y » die wij wenschen te gevoelen , alsof ons ^ ii heil daarvan afhing. Men moet ze niet » verlangen of niet zoeken, want gewoonlijk » dienen ze slechts tot vermaak en zijn «alleen goed voor zwakke geesten. Maar » wilt gij weten, welke gezindheid van » Jesus Christus de H. Paulus is ons ver-
1) Directions Spir. de S. Fr. de S. par Chau-mont, torn. II. chap. XII.
5? *
EEN EX TWINTIGSTE DAG. 213
langt te zien ? De gezindheid , waar-i) door de Heer zich vernederd, zich ver-» nietigd , zich ontledigd heeft. Met ons « terug te brengen tot ons niet, met ons i) te ledigen van ons zeiven , dat is : van » al onze driften , neigingen , afgekeerd-»heden en al onzen tegenzin voor het )gt; goede, met ons zeiven en onze eigen-» liefde voortdurend te versterven , daar-» door moeten wij komen tot dien toestand, i) waarvan de H. Paulus zegt: ik leef niet D meer, maar Christus leeft in mij.quot;
Ja, zoo moet het zijn: Christus moet in ons leven; de deugden van zijn H. Hart moeten onze deugden worden. Wat be-teekent anders onze liefde ? Als wij in ons hart de zonden koesteren en de ondeugden als onkruid welig laten tieren, zal dan de Bruidegom van onze zielen met welgevallen in den tuin onzes harten rondwandelen ? Daar staat van Hem geschreven, dat Hij slechts weidt onder de leliën.
« Weest mijne navolgers, gelijk ik het »ben van Christus ,quot; zegt wederom de groote H. Paulus. En hoe was hij de navolger van Christus ? Dat zegt ons zij
214 EEN EN TWINTIGSTE DAG.
groote bewonderaar, de H. Joannes Chrv-sostomus: « Kon ik het hart van Paulus » eens zien, dat ruime hart, hetwelk steden, i) provinciën en koninkrijken omvatte; dat » -wonderbare hart, verheven als de hemel, » schitterender dan de zon, vuriger dan » vlammen, sterker dan diamant; voor-» waar, het hart van Paulus, was het hart ii van Christus zelf!quot;
Paulus had dus zijn hart gelijk gemaakt aan 't H. Hart van Jesus. De liefde, het medelijden, de ijver, de zachtmoedigheid, de nederigheid, de verachting van 't aard-sche, het geduld , al die deugden, welke als lichtende stralen het H. Hart van Jesus versieren, zij waren overgegaan in het hart van Paulus, en na dat alles zegt hij ons : » weest mijne navolgers, gelijk ik het ben » van Cristus.quot; Ons hartmoet dus gelijkvormig worden aan 't H. Hart van Jesus, en zoolang in ons nog ééne ondeugd wortelt , zoolang er ons nog ééne deugd ontbreekt, of er ten minste de werkdadige wil niet is, om die ondeugd uit te roeien en die deugd te verkrijgen, zoolang kunnen wij niet zeggen, dat de waarachtige, wezenlijke,
X]
______
EEN EK TWINTIGSTE DAG. 315
geheele godsvrucht tot het H. Hart in onze ziel is.
Ons hart is ons gegeven, zou men kunnen zeggen, als een ruwe, ongebeitelde marmersteen, zonder vorm of andere schoonheid, dan die welke er God zelf ingelegd heeft bij het H. Doopsel. Het kan een afbeeldsel van 't H. Hart worden, maar 't is er nog ver af. Wat hebben wij te doen ? Dien steen onophoudelijk te bewerken met den beitel der versterving, der vernedering , des gedulds. Voortdurend moeten wij ons oog gevestigd houden op het voorbeeld , dat ons gegeven is in 't H. Hart, â¢door slag op slag, stuk voor stuk moet alle ruwheid en oneffenheid verdwijnen , totdat eindelijk het heerlijke beeld van Jesus' H. Hart met al zijne deugden ook in ons hart zichtbaar wordt. En och, of wij dien arbeid voltooid mochten hebben op den dag, dat wij worden opgeroepen tot ons loon en tot de eeuwige onafscheidelijke vereeniging met het H. Hart van Jesus! Dit bedoelde de H. Paulus, toen hij uitriep; « Mijne kinderen , andermaal «lijd ik voor u de smarten der ba-
216 EEN EN TWINTIGSTE DAG.
«ring, tot Christus in u gevormd zij1)-quot;
En zou er voor ons iets eervoller kunnen zijn, dan te gelijken op Jesus Christus, den God der Hemelen ? «Gi) zult als « Goden zijn,quot; had eenmaal de slang gezegd tot onze eerste ouders, en zij waren dwaas genoeg het te gelooven. Gelijk zijn aan God, neen, die eer is voor een mensch te groot! Wat in het Oude Testament vermetelheid was, dat is in het Nieuwe Testament, onder de liefdewet van Jesus Christus, gebod. Hij werd aan ons gelijk, Hij daalde van de hooge Hemelen tot ons neer, en wij , wij mogen niet alleen, maar wij moeten tot Hem opklimmen. Hem trachten te gelijken in deugd en heiligheid. Welk eene eer, zegt de H. Cyprianus, aan God gelijk te zijn ! Wat geluk, als eene deugd te mogen bezitten, wat in God zelf geprezen wordt1). Tot die eer en dat geluk zijn wij geroepen door de liefdevolle verwaardiging van Hem, die tot ons in het Evangelie zegt: Zoo iemand zijn kruis niet opneemt en Mij niet volgt, deze is Mijner niet waardig!
1) Gal. IV. 19.
3) S. Cypr. lib. de bono patiëntie. --^----
*1----iL---^
EEN EN TWINTIGSTE DAG. 217
quot;V ooT-nemens.
1° Met kracht gaau arbeiden aan de gelijkvormigheid met Jesus door zachtmoedigheid, ootmoedigheid, verdraagzaamheid, versterving, enz.
2° Dikwijls herhalen: Mijn Jesus, zachtmoedig: en ootmoedig van harte, maak mijn hart gelijk aan het uwe. (100 dagen aflaat, eens per dag.)
VOORBEELD.
PARABEL.
{Aaar eene gedachte v. d. TI. Franciscus van Sales.) *
Eene moeder had een kind van enkele jaren ;
't was hare vreugde en zij de vreugde van het kind. Doch zie , daar nadert den tijd der jaar-lijksche aderlating, zooals die vroeger algemeen gebruikelijk was. Op vooraf bepaalden dag treedt de geneesheer binnen. Het kind heeft een appel ontvangen en vermaakt zich daarmede. De ge-y neesheer haalt zijne werktuigen te voorschijn en ^ begint zijne bewerking op de moeder. Het kind ziet toe zonder spreken. Daar vloeit eensklaps het bloed der moeder en de geneesheer haast zich het in een bekken op te vangen. Dat was te veel voor 't minnend kinderhart. Het bloed zijner moeder zien stroomen en daarbij ongeroerd blijven , dat was niet mogelijk; tranen vulden zijne te voren zoo glinsterende oogen en luide jammerkreten , als wilde men zijne moeder dooden,
weerklonken door het vertrek. â De geneesheer % ^ ^
218 EEN EN TWINTIGSTE DAG.
stuit eindelijk het bloed, verzorgt de wonde en vertrekt. Bleek en eenigszins verzwakt zit de moeder neder; de tranen in 't kinderoog beginnen te drogen. Toen vroeg de moeder aan 'tkind den appel, waarmede het speelde; maar, zijne pas betuigde liefde vergetende, weigerde het kind, en zoodoende deed het de moeder meer lijden door die weigering, dan de geneesheer door zijne heilzame wonde.
Dat kind, zegt de H. 1'ranciscus van Sales, zijn wij. Ook wij worden gevoelig getroffen, als wij Longinus zijne lans zien opheffen, zien toestooten, Jesus' Hart doorboren, en bloed en water uit dat minnend Hart zien vloeien. Maar als dat Hart een offertje van ons vraagt, een bedwingen van ons ongeduld, eeae vernedering, eene kleine versterving, een vurig gebed, waarmede wij Het zoudeu kunnen vertroosten, dan weigeren wij Het en bedroeven alzoo dat minzaam Hart, dat zooveel liefde, zooveel dankbaarheid van ons verwachten mocht.
GEBED.
o Bewonderenswaardig Hart van Jesus , Bron en Toonbeeld aller deugden, o Spiegel, waarin ik mijne eigene gebreken en onvolmaaktheden zoo duidelijk zie , zend een straal van uw licht en een vonk van uw vuur op mijn hart, opdat die vlam daar alle roest van zonden moge wegbranden.
Twee en twintigste Dag.
Het H. Hart van Jesns, ons Voorbeeld Tan Zachtmoediglieid.
ex schoon gezicht moet het geweest 'gfïXpzijn, den beminnel ijken Verlosser te zien neerzitten op de groene heuvelen van Palestina, omringd van zijne luisterende leerlingen, op hunne beurt omringd van eene talrijke schare, die in steeds . breeder kringen zich uitbreidde, en waarvan zelfs de verstafstaande nog een klank trachtte op te vangen van die hemelsche stem, die met onweerstaanbare zachtheid en toch met nadruk zoo schoone waarheden verkondigde. Weer zat Hij neder en schoone gelijkenissen ontrolden aan zijne lippen. Toen zond Hij twee en zeventig
der zijnen naar alle stad en plaats, waar _â
230 TWEE EN TWINTIOSTE DAG.
Hij zelf zou komen'). Geld of goed gaf Hij hun niet mede, maar leeringen zoo schoon en toch zoo eenvoudig, dat goddelijke wijsheid in ieder woord doorstraalde. Hij besloot ze met deze woorden : «Neemt » mijn juk op u, en leert van Mij, dat Ik « zachtmoedig en nederig van harte ben, en )gt; gij zult rust vinden voor uwe zielen ; want » mijn juk is zoet, en mijn last is licht.
Leert van Mij zachtmoedig zijn! Wat trok die scharen met zoo onweerstaanbare macht tot zijn landelijken leerstoel ? Wat trok de zondares Magdalena tot den Heer, met zooveel kracht, dat zij eene vurige minnares des kruises werd ? 'tWas, zegt de H. Augustinus, zijne zachtmoedigheid, die te lezen stond in den blik zijner oogen, in de woorden zijner lippen, in de gebaren zijner hand, in den nooit gestoorden glimlach van zijn mond. Voorwaar, gelijk de bijen om den honig, zoo verzamelen zich de menschen om de zachtmoedigen.
Wat is zachtmoedigheid ? 'tis die kalme gemoedsgesteldheid, waardoor wij zonder
Ã
1) Luc. X, 1 et seqq,
--^---
TWEE EN TWINTIGSTE DAG. 331
onrust al het onaangename verdragen, wat ons overkomt. Dat onaangename mag ons aangedaan worden door onwil of onwetendheid van anderen , of wel worden meegebracht door een samenloop van omstandigheden, waaraan de mensch niets veranderen kan, de zachtmoedige blijft kalm, gelijk - aan die rotsen in de zee, welke door golf en storm voortdurend worden gegeeseld, maar te midden van alle gewoel rustig daar staan, als gebeurde rondom niets.
Zoo was het Goddelijk Hart. Welk hart is ooit meer gefolterd door allerlei lijden, dat werd aangedaan door den onwil der eenen, door de onwetendheid der anderen ? Welk hart verkeerde ooit in pijnlijker omstandigheden ? Als maar de wil zijns Hemelschen Vaders geschiedde, dan kon de geheele wereld samenspannen, om Jesus te doen lijden, Hem te beleedigen, Hem het bitterste verdriet aan te doen, â zijn goddelijk Hart bleef kalm, zacht, zonder bitterheid , gelijk aan die parelschelpen in de zee, welke door het zeewater zijn omringd en geslingerd worden naar alle
kanten, maar nooit een enkel druppeltje --^----
222 TWEE EN TWINTIGSTE DAG.
van bitter zeewater in zich opnemen1). In de armoede te Bethlehem, in de ontberingen van de bange vlucht naar Egypte, bij het zure brood der ballingschap in dat land, aan de schaafbank van Jozef, te midden van ontelbare volksmenigten, omringd door Pharizeërs, gefolterd door beulen, verlaten op Calvarie, altijd was dat Hart even rustig en kalm, als toen Jesus te raidden van storm en onweder in Petrus' scheepje sluimerend neerlag.
God, welk een verschil met ons gedrag ! Wij zoeken ons zeiven, ons eigen geraak en voldoening, en wij wenden het oog af van den wil en de glorie Gods. Vandaar onrust, onverduldigheid , driftigheid , die in ons opkomen en waaraan wij toegeven, zoodra de omstandigheden aan ons gemak en onze eigene voldoening in den weg staan. En o, wat is er dan weinig noodig, om al onze voornemens van zachtmoedigheid in rook te doen opgaan! Verandering van weer, hitte of koude, regen of zonneschijn, teleurstelling in verwachtingen, ongesteldheid en ziekte, tegenval in den arbeid, 1) H. Franc. v. Sales.
*L
TWEE EN TWINTIGSTE DAG.
een misstap , een fout, een gebrek , een woord, een gebaar, och, hoe dikwijls doen zij in ons hart een storm ontstaan, dien wij bij alle pogingen niet kunnen bedwingen en waarvan aanstonds ons gelaat de teekenen draagt !
Hoe gedroeg zich het H. Hart ten op-- zichte van anderen ? Daar is geen klas van personen, met wie onze Heer meer omging, dan met het geringe volk. Armen omringden Hem, zieken lieten Hem geen rust; de meesten zijner Apostelen waren ruwe , ongeletterde, ja door en door onwetende mannen, goed van bedoeling , maar vol gebreken; Hij wijdde aan hen moeite en zorgen, om hen te onderrichten. Hij herhaalde hun zijne gezegden, kleedde ^ zijne leer in bevattelijke gelijkenissen , en wanneer Hij zich aldus vermoeid had, dan toonden zij door hun gedrag en hunne woorden , dat zij weinig of niets van zijne leer begrepen hadden. Ondank was zeer dikwijls zijn deel, smadelijke behandeling van Schriftgeleerden en Pharizeërs zijn dagelijksch brood ; de Samaritanen belee-digden Hem zoozeer, dat Joannes en Jacobus
223
1*
224 TWEE EN TWINTIGSTE DAG.
verontwaardigd het vuur uit den Hemel wilden doen neervallen op hunne stad ; de schijnheiligheid der Schriftgeleerden, de spotternijen der Sadduceën, de kaakslag bij Kaiphas, de pijnigingen der heulen , de veroordeeling door Pilatus , de lasteringen van den moordenaar aan 't kruis, waren allerbitterst, en het duizendste gedeelte zou voldoende geweest zijn, om de zachtmoedigheid van een Heilige aan 't wankelen te brengen. Maar 't H. Hart ? Kalm verschijnt het overal te midden dier stormen , rustig , zonder wrevel, zonder bitterheid, zacht en gedwee, gelijk een onschuldig lam te midden van grijpende wolven , die het van alle kanten omringen; als een schaap, dat ter slachtbank geleid wordt, zonder zelfs den mond te openen. Ja, zoo groot was die zachtmoedigheid, dat de H. Paulus de christenen van Corinthe bad en bezwoer « bij de zachtmoedigheid » en goedheid van Christus');quot; hij veronderstelde , dat zij van die zachtmoedigheid een onuitwischbaar beeld in hunne zielen droegen.
1) 2 Cor. X. 1.
__K___
TWEE EN TWINTIGSTE DAS. 225
Soms toch zien wij 's Heeren oog fonkelen ; zijne stem trilde, zijne handen hief Hij op en geesels deed Hij neerkomen op de koopers en verkoopers in den tempel. Waarvoor was het? Om ons te leeren, dat deze les van David zeer goed uitvoerbaar is: luordl gram. en zondigt niet') ; om ons te leeren, dat heilige verontwaardiging geheel iets anders is, dan drift en opvliegendheid.
Dat H. Hart was zacht, wanneer Jozef en Maria hunne lieftallige bevelen gaven;
geen wonder ; welk hart zou bij zulk een omgang niet zacht zijn ? Juist daarom heeft dat H. Hart ook zacht en kalm willen blijven, toen onrechtvaardige rechters en wreede beulen Hem barsch bevalen het kruis op zijne schouderen te nemen en zich er op uit te strekken, om ons te leeren niet alleen zachtmoedig te zijn ten opzichte van welwillende personen , maar ook ten opzichte van vijanden en vervolgers , en geen drift te laten blijken, al geeft men ons op barschen toon bevelen, die men misschien het recht niet heeft ons (1 Ps. IV. 5.
13
---^---quot;t
226 TWEE EN TWINTIGSTE DAG.
te geven, o Waarlijk goddelijke zachtmoedigheid !
Hoe gedraagt zich ons hart in den omgang met anderen ? Waar menschen zijn, daar zijn menschelijke gebreken te verdragen , daar valt altijd iets te lijden; maar hoe lijden wij het ? Hoe dikwijls toonen wij dan in den omgang, zelfs met onze vrienden, dat het zoo moeilijk is zich zeiven te bezitten en altijd gelaten en kalm te zijn, wat ons ook overkome. Och, of wij toch eens leerden van het Goddelijk Hart, dat het geene kunst of deugd is, om te gaan met personen zonder gebreken, maar dat het waarlijk deugdzaam en verdienstelijk is om te gaan met personen, die veel gebreken hebben, die ons doen lijden , en ons tegenwerken , dikwijls zonder dat zij het zelf bespeuren. Hoe gerust zouden wij dan ons leven slijten , volgens de woorden van 'tH. Hart zelf: Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde bezitten, en : leert van Mij zachtmoedig en ootmoedig te zijn, en gij zult rust vinden voor uwe zielen').
1) Mt. XI. 29.
*i-.
TWEE EN TWINTIGSTE DAG. 227
quot;Voornemens.
1° Alle ongeduld zorgvuldig bedwingen en kwaad met goed vergelden.
2° Alle hevigheid en onrust in handelen vermijden.
3° Dikwijls herhalen : Mijn Jesus, zachtmoedig en ootmoedig van Harte , maak mijn hart gelijk aan het uwe. (Afl. 300 dagen , eens per dag.)
VOORBEELD.
Niemand der latere Heiligen heeft het wellicht in de navolging der zachtmoedigheid des Heeren verder gebracht dan de beminnelijke H. Francis-cus van Sales; men behoeft zijne levensbeschrijving slechts open te slaan, om op iedere bladzijde de bewijzen er van te vinden.
Eens was hij te Geneve en had daar met den predikant Lafaye eene openbare twistrede over het geloof, welke drie uren duurde. Het dispuut liep over de eenheid der Kerk, over het H. Sacrament des Altaars en de H. Mis, ever de goede werken, het vagevuur, de vereering der Heiligen en nog andere leerstukken. De predikant werd op alle punten geslagen. In plaats van zich gewonnen te geven, barstte hij in hevigen toorn uit en begon een stortvloed van scheldwoorden tegen Franciscus uit te braken. Drogredenaar, toove
228
naar, valsche profeet, die door zijne gladde tong de volkeren verleidde, dat alles en nog meer moest Franciscus hooien. Deze bleef zoo kalm , alsof die uitbarsting van toorn hem niet in het minste aanging. Sommige Katholieken , die er tegenwoordig waren, schenen echter met deze handelwijze van Franciscus in 't geheel niet ingenomen en klaagden over zijne bedaardheid; zij zouden gewild hebben, dat hij den predikant ^ met gelijke munt betaald had en zich zoo in 't openbaar niet ongestraft had moeten laten be-leedigen. Maar Franciscus antwoordde hun ; âOn-â ze Heer heeft immers de ware leer altijd op eene â beminnelijke wijze verkondigd, en ik moet toch â de bewonderenswaardige en zeer voorzichtige â leerwijze mijns Meesters tot voorbeeld nemen. âHij toch is de opperste Wijsheid, die zich niet â bedriegen kan. Nooit heb ik mij van scherpe â antwoorden bediend, of ik heb er naderhand â spijt van gehad. Men wint de menschen veel â meer door liefde. dan door strengheid; wij â moeten niet slechts goed, maar zeer goed â zijn.quot; â Als dan ook de ketters hem op straat nariepen en hem beleedigende scheldnamen gaven, dan deed hij juist alsof hij het niet hoorde en antwoordde niet anders dan door minzaam zijn hoed af te nemen of hen, die hem beleedigden, zeer beleefd te groeten. (1)
1) Hamon , Vie de St. Fr. de S.
T
5?
\
H
229
TWEE EN TWINTIGSTE DAG.
GEBED
der II. Kerk.
*
o God , die door het geduld van uwen Eengeboren Zoon , den hoogmoed van den ouden vijand hebt vernederd , geef ons, smeeken wij , dat wij al hetgeen Hij voor ons verdroeg, waardiglijk mogen overwegen en zoo naar zijn voorbeeld al wat ons tegengaat met gelatenheid mogen verdragen. Door denzelfden Jesus Christus, uwen Zoon , onzen Heer, die met U leeft en heerscht in de eenheid van den H. Geest, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Drie en twintigste Dag.
Het H. Hart, ons Toonbeeld van Ootmoedigheid.
R is geene ondeugd op de wereld algemeen als de hoovaardigheid, zegt de H. Fi-ansiscus van Sales. Alle menschen heliben die overgeërfd van onze eerste ouders, die zich uit. hoovaar- j digheid, uit verlangen om aan God gelijk j te zijn, tot hunne eerste zonde lieten ver- J leiden. Daarom, zegt diezelfde Heilige, kwam Onze Heer op de wereld, om daar in plaats van den trotschen boom der hoovaardigheid een nederig plantje te zetten; dat plantje heet ootmoedigheid. Hij verzorgde het met teedere oplettend- j heid, om het wortel te doen schieten en welig te doen groeien; daarom gaf
*
DRIE EN TWINTIGSTE DAG. 231
zijn H. Hart ons de schoonste voorbeelden en lessen der allerdiepste ootmoedigheid. Leert van Mij dat Ik ... . ooimoedig van harte ben.
Ja waarlijk, de Heer mocht zich ten voorbeeld stellen van ootmoedigheid ; want gelijk Hij volgens zijne goddelijke natuur - verheven was boven alles, wat geschapen is, zoo heeft Hij zich volgens zijne men-schelijke natuur beneden alle schepsels vernederd door zijne ootmoedigheid. « Hij » heeft, zich vernederd zegt dc H. Pau-lus , « gehoorzaam geworden tot den dood, »ja tot den dood des kruises; daarom )gt; ook heeft God Hem verheven en Hein » een naam gegeven, die boven alle namen )gt; is, opdat in zijn naam alle knie gebogen . » worde van die in den Hemel, op de . » aarde en onder de aarde zijn1).quot;
Leert van Mij oomtoedig zijn. Hoort gij het ? zegt de 11. Augustinus; de Heer zegt niet: leert van mij een wereld vormen, en al wat er is, zichtbaar of onzichtbaar , uit niet voortbrengen , â of wonderen doen op de wereld, â of dooden
1) Philip. II. 9.
H
y
233 DRIE KN TWINTIGSTE DAG.
verwekken, maar : leert van Mij zachtmoedig en ootmoedig te zijn.
Waar leerde het H. Hart ons die ootmoedigheid ? Ga naar den stal van Bethlehem en vraag aan dat arme Kind, dat daar licht: o Zoon van God, waar is uw troon , uw paleis, uw tempel, uwe eerewacht ? Het zal u zeggen : De men-schen beroemen zich op hunne geboorte ⢠mijn roem is, door te gaan voor den zoon van een armen handwerksman. Mijn troon is eene kribbe; mijn paleis en mijn tempel een stal; mijne eerewacht een os en een ezel! Ga naar den werkwinkel van Jozef en vraag daar aan dien Jongeling met hemelsche gelaatstrekken: o Zoon van David, waar is uw koningsschepter ? En Hij zal u eene schaaf of een beitel toonen, zeggende ; de menschen beroemen zich op hunne rijkdommen, mijn roem is arm te zijn, zoo arm , dat ik weldra geen steen zal bezitten, om mijn hoofd daarop neer te leggen. â De mensch beroemt zich op zijn verstand; â Jesus verbergt zijne goddelijke wijsheid onder
het uiterlijke van een kind ; â de mensch -----
DKIE EN TWINTIGSTE DAG. 333
verlangt naar eer en aanzien , en Jesus ? Hij vlucht als men hem koning wil maken. â De mensch verlangt, dat de heele wereld zijne goede daden kenne, Jesus doet zijne wonderen liefst in stilte; â de mensch verlangt gediend te worden door anderen, Jesus zegt luide; Ik hen, niet gekomen, om gediend te worden, maar om te dienen^), en Hij bewees dan ook zijnen Apostelen den allernederigsten dienst der voetwassching. De menschen ontvluchten alle vernederingen ; zij willen de eersten zijn, de meest geprezenen, en Jesus ? Gelijk de menschen de eer najagen , zoo betrachtte zijn Hart de vernedering , Hij dorstte er naar, Hij zocht ze overal op, zij was zijne trouwe gezellin tot aan zijn laatsten snik; want tot op het kruis wilde Hij , de Rechtvaardigheid zelve, nog doorgaan voor een misdadiger en hangen tusschen twee boosdoeners, als was Hij de grootste van allen! « o Laat-» ste en hoogste der menschen , o Nede-â gt; rige en verhevene ! o Schande der men-»schen en glorie der Engelen! Voor-1) Marc. X. 45.
234 DIME EN TWINTIGSTE DAG.
» waar niemand is zoo verheven en nie-» mand zoo vernederd!quot; roept de H. Ber-nardus uit; en de H. Augustinus zegt; '
« Wanneer ik den naam van Christus » slechts noem, dan beveel ik reeds de » ootmoedigheid aan.quot; Hoe zouden wij dan bij zulke voorheelden , zijne lessen niet aannemen ?
« Die zich verheft, zal vernederd ivorden en die zich vernedert, zal verheven worden1)quot; zoo leerde Hij. En toen zijne leerlingen eens twistten om den voorrang, zeide Hij hun: vindien gij niet wordt als kleine kin-» deren , zult gij hel rijk der Hemelen niet ii ingaan'1).quot; Als kinderen moesten zij worden , zonder hoogmoed, zonder eigendunk, zonder vrees voor vernedering. En bij eene andere gelegenheid vermaande Hij hen dringend: « Dat degene, die de eerste ii wil zijn, de dienaar ivorde van allen*).quot;'
En wat anders zou zijn doel geweest zijn met de parabel van den Parizeer en den Tollenaar, dan aan zijne leerlingen en
1) Luc. SIV. 11.
2) 511. XVIII. 3.
3) Vgl. Mt. XX. 26.
DRIE EN TWINTIGSTE DAG. 335 j
aan ons aanschouwelijk voor te stellen, | dat wij nederig moeten zijn ten opzichte j van God en van den evennaaste ? Zie , l zoo scheen de Heer te zeggen, de Farizeër | verkreeg niets , omdat hij in zich zeiven [ behagen nam en zich beter achtte dan den tollenaar. Deze echter erkende voor ' God een zondaar te zijn , hij klopte op zijne borst, vernederde zich ea ging ge- ! rechtvaardigd heen. j
Ootmoedigheid is waarheid, zegt de H. ; Teresia. Dat wil zeggen ; de ootmoedige i behoeft niet blind te zijn voor de goede f eigenschappen , deugden en genaden , die ; hij bezit; neen, ook het Goddelijk Hart j erkende in zijne menschelijke natuur eigen- f schappen en voorrechten , die Hem de ach- | ting van Engelen en menschen waardig maakten; maar om ons in alles ten voorbeeld te zijn, zocht dat Goddelijke Hart die achting niet, en als men ze Hem weigerde , beklaagde Hij er zich niet over, maar verdroeg het in stilte ; van al wat Hij in zijne menschelijke natuur bezat, gaf Hij de glorie aan God, zijnen Vader.
En Hij deed dit tot onze onderrichting.
*
----^-
236 DRIE EN TWINTIGSTE DAG.
Vquot;
Zoo God ons gaven en genaden schenkt, die ons boven anderen doen uitschijnen, wat hebben wij dan te doen ? Die gaven en genaden bij de menschen te doen gelden ? Er de eer en achting voor te eischen, waarop zij ons recht schijnen ie geven ? Dat heeft het H. Hart ons anders geleerd - door woord en voorbeeld, ja zelfs door zijne bedreigingen ; want met eene zekerheid , die nooit falen kan, zegt Hij : Die zich verheft, zal vernederd worden. Zullen wij ons dan beklagen, als men ons de eer en achting niet geeft, waarop wij recht meenen te hebben ? Neen , zegt ons het H. Hart, neen ; want als gij alles zult gedaan hebben, wat gij moest doen, zegt dan nog: wij zijn onnutte dienstknechten , die _ enkel gedaan hebben, wat wij moesten' doen'). Wat gij ook doet, of wat gi] ook aan deugd bezit, 't zijn gaven van God , die ze even goed aan een ander had kunnen geven. Beroem u er niet op ; want heeft een beitel wel het recht zich te beroemen op het beeld, dat de meester door zijn toedoen
1) Luc. XVII. 10.
I
----^--
-^-----
DRIE EN TWINTIGSTE DAG. 237
gebeeldhouwd heeft; of heeft het penseel reden om groot te gaan op het schilderstuk dat de hand van den schilder vervaardigde ? En, zegt de H. Paulus, wat hebt gij, dat gij niet ontvangen hebt? En als gij het ontvangen hebt, waarom verheft gij er u dan op, alsof gij het niet ontvangen hebt')?
Wat vraagt dan het H. Hart van ons'? Dat wij de nederigheid liefhebben , niet echter de nederigheid, die enkel in woorden bestaat, maar in daden, in het beminnen der vernederingen en der berispingen; want zoolang men deze niet bemint en in dank van Gods hand aanneemt, is men niet waarlijk ootmoedig. En, zegt de H. Bernardus, velen zijn nederig in woorden, maar weinigen in het hart. Geef glorie aan God alleen, schrijf aan Hem het welslagen uwer pogingen toe; en erken het in alle oprechtheid, dat gij slechts stof en asch zijt, die geene eer en achting waardig zijt, maar enkel, gelijk de H. Paulus zegt, verdient behandeld te worden als het . uitvaagsel der wereld, dat vertreden en
1) I. Cor. IV. 7.
i O '
338 DKIE EN TWINTIGSTE DAG.
weggeworpen wordt, o Ootmoedig Hart ' van Jesus, genees door uwe nederigheid , f de hoovaardigheid onzer harten !
quot;V oom e mens.
}
1° Nooit zonder noodzakelijkheid van ons zei- [ ven spreken, 't zij goed of kwaad.
2° Zich in zijne eigene achting niet op iets ,jA verheffen; maar bij voorspoed alle glorie aan l God geven en bij tegenspoed alle vernedering kalm aanvaarden.
3° Vurig bidden om de deugd van ootmoedig- \ lieid.
VOORBEELD.
ij
Eens sprak de Gelukz. Margareta Maria van , zich zelve en gaf daarbij toe aan een gevoel van * eigenliefde. Toen zij alleen was, verscheen haar ; de Zaligmaker met een streng gelaat en berispte - haar ernstig: âWat hebt gij, stof en asch, waarover gij u kunt beroemen ? Gij hebt van u zelve slechts nietigheid en ellende; dit moogt gij niet uit het oog verliezen. Maar opdat gij door de grootheid mijner gaven u zelve niet zoudt misquot; kennen, zal ik u de gesteltenis uwer ziel laten zien.quot;
Toen zag zij in een tafereel al hare zonden, gebreken en onvolmaaktheden. Dit gezicht veroorzaakte haar een zoo levendigen afkeer van zich zelve, dat zij bijna in onmacht viel. Zij rie ,
!
»s» [it
___________
DRIE EN TWINTIGSTE DAG. 239
uit: â o Miju God , doe mij sterven of verberg mij dit gezicht; ik kan bij het zien er van niet leven.quot; Zij ging zich nu van hare fouten beschuldigen bij hare Overste en verzocht haar om eene penitentie. Hoe streng deze ook was , zij kwam aan Margareta uiterst zacht voor, in vergelijking met die, welke de Heer haar door dat gezicht had opgelegd. (Vie de la B. M. M. Alac.)
GEBED
der K. Kerk.
o God, die aan de hoogmoedigen weerstaat en uwe genade verleent aan de nederigen, geef ons de deugd eener ware ootmoedigheid; uw eenige Zoou heeft daarvan aan de geloovigen in zich zeiven een beeld getoond; geef ook, dat wij nooit door onzen hoogmoed uwen toorn gaande maken, maar veeleer door onze nederigheid de gaven uwer genade mogen verwerven. Door denzelfden Jesus Christus, uwen Zoon , onzen Heer die met U leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
J*
7ier en twintigste Dag.
X
Het H. Hart, ons yoorbeeld van mcde-
lijdende naastenliefde.
.k ben niet gekomen om gediend [te worden, maar om te dienen'),quot; zegde eens de Heer tot zijne Apos-
Hem te zwaar, te vernederend of te moeilijk zijn ; Hij zal zich geheel toewijden aan den dienst van zijnen medemensch; alle gelegenheden zal Hij zoeken en te baat nemen, om de meest mogelijke liefde op de liefderijkste wijze te betoonen. Wij, menschen, wij zien dikwijls op hetuiter-1) Mt. XX. 24. seq.
%
VIER EN TWINTIGSTE DAG. 241
lijke alleen; en wij nieenen voor het heil des naasten al veel gedaan te hebben, zoo wij de armen in hunnen Hchamelijken nood bijstaan; voor hunne zielen te zorgen, dat meent men meestal aan priesters en kloosterlingen te mogen overlaten. Maar tot bc;ide, tot ziel en lichaam, strekte zich de medelijdende liefde van Jesus' H. Hart uit, . en daarin was het ons aller voorbeeld, want, zoo zegde Hij ons allen: Bemint elkander, gelijk Ik u heb Hel gehad.
Welnu , hoe beminde het H. Hart van Jesus den naaste ? Zonder onderscheid van personen. Daar waren onder degenen aan wie Hij weldeed, armen en rijken , zondaars en rechtvaardigen, wijzen en onwijzen, vrienden en vijanden. Allen beschouwde Hij als kinderen van zijnen Hemelschen Vader, in wier zielen het beeld van God onuitwischbaar gedrukt wras. Hij zag door het lichaam heen, en of nu dat lichaam bedekt was met lompen of met rijke kleederen , â of iemands manieren hem deden kennen als van hooge geboorte of wel als behoorende tot de lagere volksklassen , zijne liefde was dezelfde.
10
---1L----
242 VIER EN TWINTIGSTE DAG.
En wij ? Welk groot deel onzer achting en liefde wordt ingenomen door stand, rijkdom en vertoon, terwijl de arme en geringe zoo dikwijls uit de hoogte wordt behandeld, als hij niet wordt veracht!
Op wie daalden de weldaden des Heeren in ruime mate neer ? Op menschen van allen stand ; maar bij voorkeur op dezulke, van welke Hij geen vergelding verwachten kon. Kreupelen, lammen, bezetenen en melaatschen waren dikwijls zijne omgeving. Waar leest men, dat Hij er ooit een enkelen heeft afgewezen ? Verbeeld u dien bemin-nelijken Verlosser , omringd van dat leger van zieken ; zie, hoe Hij voor allen een minzamen glimlach , een troostend woord over heeft; al zijne manieren kenmerken wel een hooger wezen en boezemen eerbied in ; . ^ maar niets strengs, niets afschrikkends in zijne wijze van doen ; aan niemand laat Hij zijne meerderheid gevoelen. Was het Hem ooit te veel, wat men Hem vroeg? Dat zouden ons de Apostelen kunnen zeggen , welke op dien merkwaardigen avond, toen de Heer vermoeid neerzat, de moeders met hare kinderen wilden beletten te naderen.
#-------------jjt
__^_____
«
VtER EN TWINTIGSTE DAG. 243
« Laat de kleinen tot Mij komenzoo gelastte de Heer en Hij vergat zijne vermoeienis om hunnentwil.
En wat kon Hij voor dat alles terug verwachten? Niets, of wel het gewone loon der wereld : ondank. Maar Hij wilde ons daardoor een voorbeeld geven van he-langelooze liefde. Och, of dat voorbeeld ons leerde, ook in de bewijzen van liefde, die wij den naasten geven, altijd belangeloos te zijn. Wellicht is op ons dikwijls dat woord des Heeren toepasselijk; ,1/s gij aan hen weldoet, die u weldoen , irat loon hebt gij dan? Dat doen ook de heidenen*).
Dikwijls, zeer dikwijls riep Jesus zijne wondermacht te hulp , om zijne liefde te toonen. Bij den ingang der stad Naïm ziet Hij eene weduwe, die weent over den ^ dood van baar eenigen zoon. Medelijden vervult Jesus' Hart, en zelfs zonder gevraagd te zijn schonk Hij aan den zoon het leven en aan de moeder de vreugde weder. Hij ziet de scharen, die Hem volgen ; zij hebben honger en zullen misschien bezwijken....
1) Mt. V. 47.
244 VIEtt EN TWINTIGSTE DAG.
Tot tweemaal toe doet Hij, vervuld van medelijden , de woestijn getuige zijn van eene wonderbare broodvermenigvuldiging. De opwekking van Lazarus, van Jaïrus dochtertje , en honderd andere wonderen, die de H. Schriftuur vermeld, deed Hij, om ons te toonen, dat Hij den evenmensch - beminde, en dat ook wij, in navolging van Hem, onzen evetanensch beminnen en dienen moeten.
Wat zouden wij zeggen van een koningszoon , die het paleis zijns vaders verliet en zich toewijdde aan den dienst van een doodarm huisgezin ? Wel groot moet de liefde van dien prins zijn voor die arme lieden. Welnu, dat heeft Jesus gedaan en met de meeste bereidvaardigheid. Zie , Nicodemus vraagt om in den nacht bij Hem te mogen komen ; en Jesus was ook des nachts bereid, om Nicodemus te onderrichten. De menigte drong Jesus om Hem te naderen, men liet Hem geen rust, zoodat zelfs zijne dierbare Moeder moeite had, om tot Hem door te dringen').
Wat de christelijke naastenliefde ook
1) Luc. XT. 27.
VIEK EN TWINTIGSTE DAG. 245
doe, wat wonderen zij ook uitwerke aan het ziekbed, in de verpeste lucht der gasthuizen , in den rook der slagvelden , altijd zal zij ver beneden die liefde blijven, welke Jesus' H. Hart den evennaaste bewezen heeft; omdat zijne liefde, zijn mede-lilden het voorbeeld is, waarnaar alle andere liefde zich regelt, en die wij wel bewonderen ⢠en prijzen, maar nooit ten volle evenaren kunnen, al waren wij een H. Vincentiusa Paulo of een St. Jan de Deo.
Maar wat te zeggen van zijne medelijdende liefde voor de zielen, voor de zondaars, niet alleen die toen leefden, maar voor allen, die in den loop der eeuwen dien ongelukkigen naam zouden dragen ?
Denken wij eens terug aan de dagen , dat de Heer nog op deze wereld van stad . tot stad ging en uit zijn Hart zoete woorden op zijne lippen kwamen. Als Hij wandelt over de heuvelen en vlakte van Judea, omringd van zondaars en tollenaars, hoe noemt Hij zich ? Een herder, die zoekt en roept en zich vermoeit, om het verloren schaapje weer te vinden ; een vader, die reikhalzend uitziet naar zijn schuldigen.
--
VIEK EN TWINTIGSTE DAG.
X
IT
246
maar terugkeerenden zoon ; â eene huismoeder, die het verloren geldstuk opzoekt, licht ontsteekt, hare woning uitveegt en zich verheugt, als zij het vindt. Ja zelfs, ââ o wonder der onuitputtelijkste teederheid ! â Hij vergelijkt zich bij eene teedere hen, die hare kuikens onder hare moederlijke vleugels wil verzamelen. Ja, het Goddelijk Hart beminde de zondige zielen. Het zocht ze op, Het riep ze, Het belegerde ze als 't ware, gelijk een veldheer eene stad, om ze in te nemen en te bezetten ; Hij at met hen, overlaadde ze met goedheid, bewoog hun hart, om hun te kunnen zeggen : uwe zonden worden u vergeven. Dat bewees Hij aan eene onteerde Magdalena, aan verachte tollenaars, aan schuldige vrouwen, aan den moordenaar op het kruis; daarvoor stortte Hij zijn zweet, vergoot Hij zijn Bloed, beklom het kruis en liet ten teeken zijner liefde, nog zijn Hart doorboren, opdat die zichtbare wonde ons ten eeuwigen dage zou leeren, wat onzichtbare liefde tot den mensch in dat hart besloten was.
Zullen wij dan den evennaaste niet naar ziel en lichaam beminnen en belangeloos
________^_______
gt;
VIE^ EN TWINTIGSTE DAG. 247
â¬n bereidvaardig en medelijdend hem alle liefdediensten bewijzen , die in onze macht zijn ?
quot;V ooniemons
1° Onze medemenschen, vooral diegenen jegens welke wij eenigen afkeer gevoelen , de grootst mogelijke liefde op de liefderijkste wijze betoonen.
2° In zonde met vertrouwen tot Jesus gaan , ' vergiffenis verhopen en beterschap beloven.
VOORBEELD.
Hoort, hoe een dichterlijk schrijver uit onzen tijd (1) de ontmoeting van Jesus en Maria Mag-dalena beschrijft.
Een andermaal is het eene slechte en bekende zondares, gekomen om Hem te hooien, niet met den wensch om zich te beteren , maar dewijl hare zuster Martha haar daartoe heeft aangespoord. Zij gaat door de straten in de praal en onbeschaamdheid harer schoonheid , met schitterende juweelen in het haar, schaamteloozc oogslagen rondom zich werpend, met de zonde in eiken blik en in elk gebaar. Zij is gekomen, om des Nazareners macht te trotseeren. Zij komt binnen het bereik van zijn invloed, hare oogen vestigen zich op Hem en het zoete geluid zijner woorden treft haar oor. O , welk eene verandering ondergaat
1) Dalgairns. Devotie tot het Hart v. Jesus, Hoofdst. III.
VIER EN TWINTIGSTE DAG.
248
zij ; hare oogen zijn strak op Hem gevestigd, hare kleur komt op en verdwijnt.. .. Verschrikt en bevreesd door die ongewone ontroering, snelt zij naar huis terug.. .. Maar eene onuitsprekelijke liefde had zich meester gemaakt van hare ziel, en zij moest die hemelsche gedaante wederzien. Zij wist dat Hij een maaltijd zou bijwonen ; hare tegenwoordigheid zou op allen een indruk maken als die van eene melaatsche , maar zij be- * kreunde zich daar niet om. Zij had haar zijden gewaad afgelegd en haar slechtste kleed aangetrokken ; zij nam de juweelen uit de haren en vertrad ze met den voet. Met loshangende haren en een albasten vaas met kostbaren balsem in hare handen , snelt zij door de straten naar het huis van den Farizeër. De gasten staren haar met verbazing aan, als zij in die verschijning met bleek gelaat en hangende haren , de â Mag-dalenaquot; herkennen. Maar zij ziet niemand dan Jesus. Aller oogen zijn met nog grooter verwondering op Dezen gevestigd , toen zij op hare knieën achter Hem neerviel, terwijl Hij volgens Romeinsch gebruik , op het rustbed nederligt. Allen denken, dat Hij zal terugdeinzen; maar zie , zij wordt stoutmoediger, hare lippen naderen zijne voeten. Nu zal Hij stellig opstaan en haar met verachting van zich afstooten ! Neen, Hij verdraagt de aanraking harer bezoedelde lippen , en het arme verdwaalde schepsel verbreekt haar vaas en stort den balsem op zijne voeten uit ^
VIER EN TWINTIGSTE DAG. 249
terwijl hare losbarstende tranen ze vrij besproeien en hare lange haarlokken ze afdrogen. Zoo had die Goddelijke Verlosser tot haar hart gesproken 1 Nu wendt Hij zijne oogen tot haar en temidden van de ademlooze stilte der omstanders , noodigt het lieftallig geluid zijner stem hen uit, die vrouw te aanschouwen, en verkondigt het luide, dat zij vergiffenis heeft verkregen, omdat zij Hem bemint.
GEBED.
o Allerh. Hart van Jesus, dat ons in uw sterfelijk leven de heerlijkste voorbeelden van naastenliefde gegeven hebt, maak dat wij onzen evennaaste beminnen gelijk ons zei ven om God, en dat niets in staat zij die liefde in ons hart te verminderen, opdat wij eeuwig gelukkig mogen zijn met hen , die eenzelfde zaligheid als wij verwachten. Amen.
*L
Vijf en twintigste Dag.
Het H. Hart ons roorbeeld in 't verachten der aardsche goederen.
..ax wien is het best de waarde 'eener zaak bekend ? Aan hem, die ze maakte. Wie zal dan het best de waarde der rijkdommen kennen ? Hij, die ze schiep, Onze Heer Jesus Christus , van wien geschreven staat, dat alles door Hem gemaakt is, en zonder Hem niets is gemaakt*). Hij gaf dus aan het goud zijne waarde , Hij gelastte aan den diamant te schitteren en aan den zijdeworm de zijde te spinnen.
Maar toen Hij mensch geworden was, waarop schatte Hij toen in zijn goddelijk Hart dat allesHij wilde er niets van voor zich.
maar gaf het met volle handen
1) Joes I. 3.
-------%----
VIJF EN TWINTIGSTE DAG. 351
aan zijne vijanden, de zondaars, die er zich over verheugen , alsof zij daarmede het geluk veroverd hebben. De vreugde werd Hem voonjesteld, zegt de H. Paul us, maar Hij, Hij onderstond het kruis') , het kruis op Calvarië niet alleen, maar geheel zijn leven het zware kruis der ontbering * en der armoede. 0, zijn Hart beminde ' die ontbering en die armoede! Hij wist, dat de mensch een natuurlijken afkeer daarvan heeft: de erfzonde brengt dien afkeer voort; daarom wilde zijn goddelijk Hart dien staat van armoede omhelzen en beminnen, om ons te leeren, hoe wij dien staat moeten beschouwen. Vragen wij het niet aan de wereld , wat is het, arm te zijn ; zij zal ons zeggen : « zalig zijn de « bezitters , zalig zijn zij, die het meeste » kunnen genieten, en geld en goed in » overvloed hebben ; ongelukkig is de arme, » die leeft te midden der ontberingen.quot;
H
Daartegenover stelt het Goddelijk Hart eene andere zaligspreking, lijnrecht in strijd met de grondregels der wereld: Zalig zijn de armen van geest. Overeen-1) Hebr. XII. 2.
quot;^r
---3_---g
252 VIJF KN TWINTIGSTE DAG.
komstig zijn altijd gevolgden regel deed Hij het voorbeeld aan de leering voorafgaan en begon Hij reeds zijn leven in een armen, verlaten stal, terwijl Hij eene kribbe voor legerstede, een hand vol stroo voor bed, schamele doekjes voor deksel had.
Daar in de kribbe vierde hij als 't ware quot; met de armoede eene geestelijke bruiloft; zij werd zijne bruid, die Hem overal vergezelde , waar Hij ook den voet zette; zij was bij Hem in Egypte; zij verliet Hem niet te Nazareth, zij volgde Hem door Galilea en Judea, zoodat Hij op zijne reizen in waarheid getuigen kon; de vossen hebben hunne holen en de vogelen des hemels kunne nesten, maar de Zoon des menschen heeft niets, (zelfs geen steen) om zijn hoofd daar-- op te laten rusten^.
Wie volgden Hem en maakten zijn dierbaarst gezelschap uit? Waren het rijken dezer aarde ? 't Waren twaalf arme, onwetende visschers.
Hij beminde zeer zeker zijne Moeder, maar meer nabij, gestadiger bij Hem was de Armoede; ja, toen die allerplechtigste 1) Luc. IX. 58.
VIJF EN TWINTIGSTE DAG.
ure aanbrak, die over het lot der wereld beslissen zou, en de Heer den top van Calvarië bereikt had, wat gebeurde toenquot;? Hij bezat nog ééne zaak, die Hem over-dierbaar zijn moest, omdat geliefde handen deze voor Hem gemaakt hadden, 't Was het kleed zonder naad, vervaardigd door Maria. Ook dat zal Hij alleggen, om ons te leeren , van alles, zelfs het dierbaarste wat wij hebben, onthecht te zijn, ten einde de eeuwige goederen te kunnen verkrijgen.
Het kruis werd opgericht. Maria stond aan den voet van hetzelve. Wie mocht bij Hem komen op dien koninklijken troon ? Was het zijne Moeder ? Neen , 't was de armoede. Zij was zijne bruid , zij mocht met Hem zegepralen; ontbloot van alles wilde Hij sterven; arm was Hij tot in den laatsten snik, ja nog na zijn dood; want niet in zijn eigen lijkkleed werd Hij gewikkeld, niet zijn eigen graf ontving Hem; in geleende doeken en in eens anders graf werd Hij neergelegd.
Zoo waren zijne voorbeelden. En zijne leering ? Zalig de armen van geest. Waar-
253
4^
254 VIJF EN TWINTIGSTE DAG.
om , o Heer ? Want hunner is het rijk der Hemelen')/ Zullen de armen dan gemakkelijker het rijk der Hemelen verkrijgen ? Hadden wij onzen Heer eens kunnen zien, toen op een zekeren dag een jongeling bij Hem geweest was, dien Hij voor de Evangelische armoede en de verachting der aard-sche goederen had willen winnen! Die jongeling was rijk, maar gehecht aan zijne goederen; hij ging treurig heen, toen de Heer hem voorstelde zijne goederen te verkoopen en den prijs aan de armen uit te deelen. Alsdan wendde zich Jesus met bedroefd hart tot zijne leerlingen, zeggende ; « 0, hoe moeilijk is het voor eenen )gt; rijke , om zalig te worden. Voorwaar , i) Ik zeg u, 't is voor een rijke moeilijk » om het rijk der Hemelen binnen te gaan.quot; Zijne leerlingen stonden verbaasd over die woorden. Maar Jesns hernam : «Nog-» maals zeg Ik u, mijne kinderen, wat » is het moeilijk voor hen, die op het » geld vertrouwen, den Hemel binnen te » gaan ! 't Is gemakkelijker voor eenen kameel door het oog eener naald te gaan, 1) Mt. V. 3.
[X.
_____^__
VIJF EN TWINTIGSTE DAG.
» dan voor eenen rijke om het Hemelrijk » te verwerven1).quot;
Maar, Heer, zouden wij hebben kunnen zeggen : Waarom is het zoo moeilijk om te midden der rijkdommen zalig te worden ? En de Heer kon ons antwoorden : 'tls zoo moeilijk met slijk om te gaan en er niet door besmeurd te worden ; 't is zoo moeilijk zijn hart niet aan den rijkdom te hechten; 'tis zoo moeilijk niet zinnelijk te zijn te midden der weelde ; en nochtans het rijk der Hemelen lijdt geweld en de geweldigen alleen nemen het in. Het rijk der Hemelen is gelijk aan eene stad op een hoogen, stellen berg gelegen. Die stad moet gij innemen, na den berg beklommen te hebben. En wie zal hem gemakkelijker beklimmen : hij, die gebukt gaat onder duizend zorgen voor aanzien : stand, landerijen en huizen, â of hij, die, ontdaan van alles, niets heeft wat hem drukt ? Ik ben u voorgegaan op dien berg, zonder rijkdommen, zonder goederen alleen belast met mijne dierbare armoede.
Zoo had de Heer ons kunnen antwoor-
1) Mt. XIX. 24; Mr. X. 25; XIII. 25.
255
fr
â
~'Itl VIJF EN TWINTIGSTE DAG.
den. En zie, duizenden Heiligen zijn den Heer op die baan gevolgd; zij verlieten koninkrijken en rijkdommen, en verkozen de armoede van Christus tot hun deel, om gemakkelijker, ontdaan van alles, dien berg van 't Hemelrijk te bestijgen en die stad in te nemen , welke alleen door . de geweldigen kan genomen worden.
« Zalig zij zoo spreekt hun de H. Barnardus toe, « gelukkig zij , die van alles » ontlast zijn en met vluggen tred, zonder » belemmering, den Heer volgen !quot; « 0 zegt diezelfde Heilige, « dat een heiden » naar rijkdom verlangt, verwondert mij zoozeer niet: hij leeft zonder God ; â of dat een Jood verlangt rijk te zijn, geen wonder: bij heeft van God slechts aardsche beloften ontvangen; â maar hoe een Christen nog kan begeeren, om uit den staat der armoede te geraken , nadat Jesus Christus door woord en voorbeeld gezegd heeft: « Zalig zijn de armen, dat gaat mijn verstand te boven. Jesus toch was arm in de kribbe, armer in zijn leven, allerarmst bij zijn dood.quot; Hoe is ons hart gesteld ten opzichte
a
*L________be
'â *, * i) VIJF EK TWINTIGSTE DAG. 257
der rijkdommen van deze wereld ? De Heer verbiedt ons niet, eene behoorlijke zorg te hebben voor huisgezin en toekomst; neen, Hij heeft daar zelfs een plicht van gemaakt ; maar Hij waarschuwt ons tegen al te groote bekommering en gehechtheid ^ aan bet aardsche. Die gehechtheid doet ^- naar rijkdom verlangen als men arm is;
en is men rijk, dan wil men steeds rijker worden en vreest men te verliezen wat men heeft. « o Mensch ,quot; zegt Hij, « wat » baat het u toch, dat gij de heele wereld ii wint, als gij uwe ziel verliest!quot; Het rijk Gods, de zaligheid, de eeuwige goederen, die moeten wij zoeken en najagen ; daarvoor zijn wij geschapen, en de rijkdommen zijn slechts een beletsel, om tot die V: _ eeuwige goederen te komen, X
Wat verlangen wij er dan naar ? Waarom ze dan gezocht met een ijver,
eene betere zaak waardig ? Och , of wij zooveel voor onze ziel gedaan hadden! In één geval slechts kunnen zij ons helpen om den Hemel te veroveren; 't is als wij die les van Jesus' H. Hart opvolgen :
« Maakt u vrienden van den Mammon
i;
é---
|
vi |
y |
* |
|
-M- |
358 vijf en twintigste dag. | |
|
» der ongerechtigheid ; deel uwe schatten » uit aan de armen en gij zult een schat » in den Hemel hebben, waar dieven hem « niet stelen kunnen en de mot hem niet » verteren zal; een glas koud water , in » mijnen naam gegeven, zal zijn loon niet i) missen.quot; o H. Hart, leer ons uwe les-- sen begrijpen en help ons UW3 voorbeel- -den op het pad der armoede volgen ! quot;Voornemens. 1° Tevreden zijn met h^tgene God ons geeft, hoe weinig het ook zij. 2° Onzen evennaaste helpen zooveel wij kunnen. 3° Bidden om den geest van onthechting aan 't aardsche. â Zalig zijn de armen van geest. VOORBEELD. | ||
|
Eens stond de H. Franciscus van Assisië voor â den Paus Innocentius TIL Hij droeg aan Z. H. de -volgende parabel voor: Heilige Vader, er was eene allerschoonste , doch arme dochter, die in eene woestijn woonde. Een groot koning be* merkte haar. Hare schoonheid trof zoodanig zijn oog en zijn hart, dat hij ze tot zijne bruid nam. Eenige jaren verbleef hij met haar en uit die verbintenis werden talrijke kinderen geboren. Dezen hadden al de trekken van den vader en al de schoonheid der moeder. Toen keerde de groote | ||
|
1 '' * |
VfJF EN TWINTIGSTE DAG.
koniug terug naar zijn paleis. De moeder nu kweekte hare kinderen met alle zorg op. En als zij opgegroeid waren, sprak zij : â Mijne kinderen, gij zijt de zonen van een groot koning; gaat uaar zijn hof en hij zal u ontvangen met al het aanzien, dat uwe geboorte vereischt.quot; De kinderen verlieten dan de woestijn en kwamen naar het hof des konings. De koning zag, hoe schoon en edel hunne gelaatstrekken waren en hij vroeg hun ; â Wiens zonen zijt gij ?quot; â Wij zijn,quot; antwoordden zij , â de zonen dier arme vrouw , die verlaten in de woestijn woont.quot; En terstond omhelsde hen de koning met teederheid, zeggende Vreest niets, gij zijt mijne zonen; indien mijne bedienden van de spijzeu mijner tafel eten , hoeveel te meer zal ik zorg dragen voor u, die mijne kinderen zijt.quot;
Die koning, Heilige Vader, is onze HeerJesus Christus. Die beminnelijke, schoone maagd is de Armoede. Van alle menschen verlateu en veracht, woonde zij hie; op aarde als in eene woestijn. De Koning der koningen , uit het hoogste der Hemelen op deze wereld nederdalende werd zoozeer door liefde voor haar bezield , dat Hij ze tot bruid en echtgenoote nam in de kribbe. Zijne kinderen in de woestijn dezer aarde waren talrijk : de apostelen, de kluizenaars , de monniken en eindelijk in onze ongelukkige tijden uw nederige dienaar en zijne leerlingen. En Hij zelf heeft mij de verzekering gegeven van in ons bestaan te zullen
259
260 VIJF EK TWINTIGSTE DAG.
voorzien , gelijk Hij het gedaan beeft voor onze oudere broeders ; Hij heeft mij gezegd ; indien Ik huurlingen en dienaren spijzig, ja zelfs aan de vijanden van mijnen Naam hun voedsel niet weiger, hoeveel te meer zal Ik dan zorgen voor mijne zonen en mijne erfgenamen. En komen zij eens in zijn eeuwig Paleis , den Hemel, dan zal Hij hen op tronen plaatsen en hen, ter liefde hunner moeder, met eere eu glorie bekleeden.
(De Chérance , St. Fr, d'Ass. chap. V.) GEBED.
o Allerh. Hart van Jesus , dat hier op aarde uw behagen naamt in armoede en ontbering en daarvan de schoonste lessen en voorbeelden hebt nagelaten , geef ons de genade , dat wij naar uw voorbeeld, niet alleen de armen en ongelukkigen, maar ook de armoede en ontberingen zelve beminnen , waaneer wij deze ondervinden, of ten minste ons hart niet hechten aan de vergankelijke goederen dezer wereld; maak ons rijk in verdiensten en in eeuwige goederen, die alleen onze achting verdienen. Amen.
Zes en twintigste Dag.
Hot biddend Hart van Jesus.
1 ene ontierekenbare weldiiad was het, ?dat de Heer ons leerde bidden tot God; 't was een onwaardeerbare gave, dat Hij ons zijne leering verkondigde ; en wie zal zeggen , wat gunst Hij ons doet met ons zijne leer voortdurend in de Kerk te doen prediken ? Daar zijn christenen , wien het vreemd voorkomt, dat de Heer Jesns slechts drie jaren besteedde aan het strooien van het zaad zijns woords, aan de onderrichting zijner leerlingen , aan het doen zijner wonderen. Waarom , zoo denken zij, niet eerder dat leven van ijver begonnen, en waarom niet eer aan de wereld die schatten van hemel-sche wijsheid medegedeeld, die in zijn
'it
_*__
362 ZES EN TWINTGSTE DAG.
Goddelijk Hart waren opgesloten ? Was dan , zoo vragen zij , dat leven , 't welk Hij in de stilte van Nazereths woning leidde, was dat dan niet voor 't heil dei-wereld verloren ? Kunnen die 00 jaren , in vergetelheid doorgebracht, wel in vergelijking komen met de 3 jaren van zijn openlijk optreden
Neen , die stille jaren waren voor het heil der wereld niet verloren; en even krachtig, ofschoon niet zoo openlijk, werkte Jesus aan onze zaligheid te Bethlehem, in Egypte, te Nazareth, als naderhand in 't zweet zijns aanschijns op de vlakten en heuvelen van Galilea en in de straten van 't ondankbare Jeruzalem.
Wat schonk ons dan het H. Hart in dien tijd, behalve de voorbeelden van verheven deugd, die Het ons gaf? Het bad. Des morgens, des middags, des avonds, in 't midden van den nacht steeg van dat H. Hart, als van een reukaltaar, de geu-rigste wierook des gebeds ten Hemel; en zoo legde Het in de stilte van Nazareth den grondslag van dat leven van wonderen en leering, dat met des Heeren 30ste
___H____
ZEI; EN TWINTIGSTE DAG. 263
jaar beginnen moest; de grondslag toch is voor een gebouw van evenveel belang, als muren en dak. Daar bad Het reeds voor de toekomstige Apostelen, daar bad Het voor het Joodsche volk, opdat de blinddoek mocht wegvallen van hunne oogen, voor ^ de toekomstige Kerk met al hare Pausen - en Bisschoppen en priesters en geloovi-gen tot aan het einde der tijden ; daar bad Het voor al die duizenden belangen, die Het heeft in de zielen, voor de glorie zijns Vaders, voor de uitbreiding van zijn toekomstig rijk. Daar bad Het, in gezelschap van twee allerzuiverste zielen, Maria en Jozef; en van die nederige woning te Nazareth ging eene kracht uit over de aarde, waarvan niemand eenig vermoeden, of ken-^. nis had, dan God alleen, maar die veel _ V grooter was dan de macht, die op datzelfde tijdstip uitging van het paleis der oppermachtige keizers van Home.
Toen Jesus' openbaar leven begonnen was, hield dat leven van gebed niet op , maar ondersteunde de bediening des woords, welke nu meer op den voorgrond trad. Hoe dikwijls trok de Heer zich terug in de
Jfj
-----
264 ZES K.N' TWINTIGSTE DAG.
eenzaamheid, om een vrijen loop te geven aan de gevoelens zijns Harten , waarvan iedere zucht, iedere verheffing tot God een oneindige waarde had voor 't heil dei-wereld.
Jesus was gewoon eerst te doen en dan te leeren; wanneer Hij ons dus zegt: men moet altijd bidden en nooit ophouden'), dan moeten wij besluiten, dat Jesus' H. Hart altijd biddende was, zelfs te midden dei-drukste bezigheden ; de scharen mochten Hem dringen, de Apostelen door hunne onwetendheid Hem steeds nieuwen arbeid verschaffen, altijd was er tusschen zijn menschelijk Hart en zijne Goddelijke Natuur een voortdurend, nooit onderbroken verkeer van aanbiddingen, dankzeggingen en ^. smeekingen; en om zulks aan alle toeko- . ^ mende eeuwen te bewijzen, liet Hij in de H. Evangeliën opteekenen, dat Hij bad bi) iedere gelegenheid, zoowel bij de opwekking van Lazarus, als bij het afscheid van zijne leerlingen, zoowel in den hof van Olijven , als op Calvarië.
Waarom bad het Goddelijk Hart aldus 1) Luc. XVIII. 1.
-*r-
*}_____*_ bf
' t fc nP
ZES EN TWINTIGSTE CAO. 30»
gedurende zooveel jarenquot;? Niet alleen om ons te leeren ootmoedig en verborgen te zijn en in alles het oogenblik der Voorzienigheid af te wachten , maar ook om ons te leeren het gebed ten grondslag te leggen aan alle werken van ijver, die wij zehen of anderen verrichten.
- Wat deed het H. Hart, terwijl de 72 leerlingen zich over Galilea verspreidden en de boodschap des heils in alle vlek en stad verkondigden ? Het bad en deed van verre voor de vruchtbaarheid van hun arbeid meer , dan hunne vermoeienis en hun zweet deden.
Wat doet het Goddelijk Hart nog voortdurend in 't H. Sacrament ? Daar leeft Jesus Christus in de stilte en de duisternis 5?. van het tabernakel; ijzeren deuren sluiten â f Hem naar den schijn van de buitenwereld af; maar door die afsluitingen heen stijgt een voortdurend gebed tot den Hemelschen Vader; dat gebed vraagt vergiffenis, zeer zeker , voor de nimmer eindigende zonden der wereld ; maar ook smeekt het om hulp en genade voor den priester, die in de stilte van den biechtstoel tot de boetvaar-
*1 k
ZES EN TWINTIGSTE DAG.
digc ziel spreekt; en zie, diens fluisterend woord ontvangt de kracht om steenen harten te verbrijzelen. Het bidt voor den verkondiger der waarheid, die op den predikstoel zich vermoeit of den kleinen de christelijke leering uitlegt, en diens woorden vinden weerklank tot in de bin-quot; nenste schuilhoeken der ziel; Het bidt voor den priester, die zich over het smartbed van den zieke heenbuigt en dezen gevoelens van gelatenheid en opoffering in het hart stort; Het bidt voor den missionaris, die aan het verre, verre strand van Oost ot' West aan ruwe heidenen het licht der waarheid aanbrengt, en bij menigten vragen zij het H. Doopsel; in één woord, wat het H. Hart deed tijdens zijn verborgen leven van Nazareth, dat doet Het ook nu nog in bet verborgen leven van het tabernakel: Het bidt en werkt voor het heil der wereld meer dan de menschen het vermoeden, en de laatste dag zal ons toonen, welke vruchten van zaligheid dat gebed door alle eeuwen heeft uitgewerkt.
Is nooit in ons de begeerte opgekomen, om evenals de ijverige priesters, de moedige
ZES ÃN TWINTIGSTE DAG. 107
missionarissen, de martelaren in verre streken, ook zooveel te doen voor de zaligheid der zielen en voor de glorie van 'tGoddelijk Hart? Maar misschien maken stand , familie , geslacht, plichten of onverbreekbare verbintenissen ons zulks onmogelijk. Hoe dan mede te werken aan dat apostolaat van zoovele moedige zielen ? Door onze aalmoezen in geld ? Gelukkig zij, die aan God dat bewijs van liefde geven kunnen en zoodoende als 't ware plaatsvervangers stellen in den dienst van den oppersten Koning. Maar ook dat kan niet iedereen.
God dank, daar is nog een ander middel, liet Apostolaat van het woord of van de daad is niet mogelijk aan iedereen, maar wel het Apostolaat des üebeds. O, wij kunnen ons vereenigen met het oneindig waardig, nimmer onderbroken gebed van Jesus' H. Hart, dat Het stortte te Nazareth, te Jeruzalem, op Galvarië, en nog voortdurend stort in 't H. Sacrament. Wij kunnen aan den Heinelschen Vader ons lijden, onze werken, onze gebeden opdragen in vereeniging met de H. inzichten v
*1__X___
'gt; Tc''
168 7.KS EK TWINTIGSTE 1)AG.
waarmede dat H. Hart voortdurend bad en nog bidt, waarmede het leed en werkte en nog voortdurend arbeidt voor 'theil der wereld.
En welk gevolg zal deze vereeniging hebben ? Bedenken wij het wel; wij zullen ware apostelen zijn, niet door het woord of door de daad, maar door het gebed, -Iedere voetstap, iedere hartslag, iedere ademtocht, ieder werk, iedere smart, die anders misschien zonder waarde zijn zouden, worden daardoor als vergoddelijkt; onnuttig stof wordt veranderd in 't zuiverste goud ;
op de volmaaktste wijze zullen wij het gebod des Heeren volbracht hebben : men moet altijd bidden ; â en, dat de zondaars zich bekeeren, de heidenen in den schoot der ^, Kerk worden opgenomen, dat de Paus in . ?C 'tbestuur der H. Kerk verlicht wordt, dat het woord der Bisschoppen en priesters vrucht draagt, 't zal ons werk zijn, 't zal ons tot verdienste worden toegerekend , omdat wij ons vereenigd hebben met het biddend Hart van Jesus; en, zegt de H. Franciscus van Sales, gelijk een druppel water geen kracht heeft op zich zelf, maar
____lt;____is .
309
---
ZES EN TWINTIGSTE DAG.
geworpen in een vat krachtiger) wijn, deelt in al de eigenschappen van dien wijn, zoo ook zijn onze gebeden en goede werken zonder waarde, op zich zelf beschouwd; maar geworpen in dien oneindig kostbaren vloed , die aan Jesus' H. Hart ontstroomt, deelen zij in de kracht daarvan en werken mede tot het grootste aller werken : de zaligmaking der zielen.
quot;V oornemens.
1° Trachten wij ijverige leden te zijn van de Vereeniging , die zich noemt: het Apostolaat des Geheds.
2° Dikwijls door deD dag de opdracht vernieuwen van al onze werken ; ze verrichten in vereeniging met de inzichten van 'tH. Hart.
y-
quot;^Cs
VOORBEELD.
Het leven van den H. Franciscus Xaverius is een voortdurend Apostolaat geweest. Millioenen heidenen heeft hij binnengevoerd in den schaapstal van Christus. Hoe brandde zijn hart van verlangen naar de zaligheid der zielen 1 Werelddeelen doorreisde hij, zeeën stak hij over, bergen beklom hij, overal predikte hij Christus en Dien gekruisigd. Indië
*1________[K
270 ZES EN TWINTIGSTE DAG.
zag hem, Japan vernam zijne stem ; hij stierf in het gezicht van China.... Alexander de Groote weende, toen hij eens aan den oever der zee stond en de zee bem belette nog verder zijne veroveringen uit te strekken : de wereld was te klein voor zijne heerschzucht. Zoo was de wereld te klein voor den zielenijver van Franciscus Xaverias. Pas baalde hij een oogst binnen, of hij sloeg weer ^ - vurige blikken naar andere velden voor zijnen - ' ijver. â Ziedaar het Apostelschap der daad. â Eenige jaren later leefde er in Spanje ecne eenvoudige religieuze , verborgen achter de traliën van het klooster van Alba de Tormez. Zij bad, zij weende , zij otterde zich op voor de zaligheid der zielen ; maar zij verliet nooit hare eenzaamheid, dan om noodzakelijke reizen te doen van het eene klooster naar het andere. Het was de H. Teresia van Jesus. Zoo ging haar leven voorbij. Maar na haren dood werd aan eene heilige ziel geopenbaard, dat de H. Teresia door ^ ^ haar gebed evenveel zielen voor God gewonnen ' ^ had als de H. Franciscus Xaverius door zijne prediking en zijne wonderen. Ziedaar het Apostolaat des gebeds.
GEBED.
Beminnelijke Heer Jesus, uw Hart is een altaar, vanwaar een voortdurend gebed ten Hemel opstijgt ; wij vereenigen van ganscher harte onze
271
ZES EN TWINTIGSTE DAG.
onvolmaakte gebeden met uw allerheiligst gebed ; zij zijn niet waardig den Vader in den Hemel te worden aangeboden , maar geef Gij bun door die vereeniging kracht en waarde, en maak ook van ons hart zulk een altaar, waarop zonder tusschenpoozeu de wierook des gebeds ten Hemel stijgt. Amen.
JL.
Zeven en twintigste Dag,
Het H. Hart haat de zonde.
jOen Jesus het kruis werd aan-Igeboden, waarom omhelsde Hij het toen met liefde, terwijl Hij den bitteren drank, die Hem op Galvariëwerd gegeven, weigerde ? Zouden wij hierin niet eene geheimzinnige beteekenis mogen zoeken ? Het kruis beteekende de straf der zonde van de wereld; en ja, die straf nam Jesus blijmoedig op zich : Zie het Lam Gods, dat de zonden der wereld ivegneemt') ; daarvoor was Hij gekomen, daarvoor had Hij zich vrijwillig den Vader aangeboden. Maar die bittere drank beteekende de zonde zelve, en daarom wilde de Heer er niet van drinken; Hij wilde ons zeggen: gelijk die 1) Jois I. 29.
_______
ZEVEN EN TWINTIGSTE DAO. 273
drank bitter en walgelijk is voor mijn mond, zoo is de zonde bitter voor miin Hart.
Waarom is de zonde zoo bitter voor dat goddelijk Hart? Is het, omdat de zonde oorzaak was van al zijn lijden ? Zekerlijk, dit vervulde zijn Hart met bitterheid ; maar de liefde zijns Harten voor ons was zoo groot, dat Hij volgaarne nog meer zou geleden hebben, als zijn Vader het geëischt had; ja, Hij verklaarde zelf aan de Zalige Margareta Maria, dat Hij bereid zou zijn om alles, en duizendmaal meer, nog eens te lijden , om zoo onze liefde te winnen. Dit lijden dus was niet de eenige oorzaak van die bitterheid. Neen, 'twas, omdat Hij wist, wat kwaad de zonde is. Hij zag al de zonden, die er ooit gebeurd zijn van Adams zonde af, en nog gebeuren zullen, totdat de laatste zondaar der wereld bij zijne laatste zonde door het oordeel zal verrast worden. Zijne Goddelijke Natuur deelde aan zijne H. Menschheid verlichtingen aangaande de zonde mede, waardoor zijn Hart ineenkromp van smart. Geen
wonder; als reeds een H. Stanislaus in
18
274 ZEVEN EN TWINTIGSTE DAG.
onmacht viel op 't hooren alleen van een onbetamelijk woord, als de H. Teresia huiverde van schrik, als zij dacht aan de verschijning eener ziel in doodzonde , die zij gezien had; hoe moet dan Jesus'H. Hart te dien opzichte gesteld zijn geweest, daar Hij er al de oneindige boosheid van inzag, en de zonde tegen zijne eigene goddelijke Natuur als een moordwapen gericht was!
Wat zag Hij in de zonde? Eene verachting van God, een kaakslag toegebracht aan de Goddelijke Majesteit. Iedere zonde herhaalt, wat de knecht des Hoogepriesters ten aanschouwe van den ganschen Raad Hem deed lijden. Hij zag de zonde als een opstand van den mensch tegen God, van den mensch, het eenige schepsel, dat aan zijn Schepper de eer en onderdanigheid weigert, die Hem toekomen. Hij zag de zonde als een zwaard opgeheven tegen God, den Oneindige, en dat door een nietiger! mensch , welke door dienzelfden God met weldaden overladen, met verstand en vrijen wil begaafd is, maar juist dat verstand en dien wil tracht te gebruiken,
ZEVEN EN TWINTIGSTE DAG. 275
om God, den Onsterfelijke, te dooden. Ja , te dooden ; de zondaar doet van zijnen kant genoeg om aan Godsmoord schuldig te zijn; hij kan God met zijne zonde niet bereiken of schaden ; maar is een zoon niet schuldig, als hij zijn arm opheft tegen zijnen vader, of hij dezen treft of niet ?
- Meer nog. God gewaardigde zich eene sterfelijke natuur aan te nemen. De tweede Persoon der H. Drieëenheid nam een lichaam gelijk aan het onze ; Hij spreidde weldaden hij elk zijner schreden, Hij bood zich aan den Vader aan tot zoenoffer der wereld. En wat deed de zondige mensch ? Moeten wij het vragen, terwijl de Heer na nameloos lijden, na verguizing, bespotting en laster eindelijk den Calvarieberg bereikt heeft, waar een kruis de armen naar zijn slachtoffer uitstak ? Is het wonder, dat de Heer dien beker met gal en azijn van. zich afwees en er niet van drinken wilde ? 0, zijn Hart gevoelde al de bitterheid der zonde, die zulke gruwelen kon uitwerken. Slechts eens in den loop ailer eeuwen was God sterfelijk en binnen het bereik der menschen , en zie, in dien tijd hebben zij
_____X____fx
quot;quot; lt; quot;
376 ZEVEN EN TWINTIGSTE DAG.
Hem door hunne zonden gedood, gedood aan het kruis !....
Maar ook uit liefde tot ons haat Jesus'
Hart de zonde. Hij kwam op aarde, om 't beeld van God in vollen luister te herstellen in onze zielen ; â de zonde rukt dat beeld daar wederom uit en werpt ^ - het in het slijk. Hij kwam om ons den Hemel te ontsluiten en ons het recht te geven op het eeuwig rijk; â wij sluiten ons dien Hemel met zooveel grendels, als wij doodzonden bedrijven. Hij kwam om aan onze zielen een schat van verdiensten te bezorgen en ons aan zijne eigene verdiensten deelachtig te maken;
doch als een dief vlucht de zonde met die verdiensten weg, ons arm en van alles ontbloot achterlatend , ons zelfs de macht _ ^ niet latend, om nieuwe verdiensten te verkrijgen. Hij kwam om ons vrij te maken van de slavernij des duivels; â de zonde legt wederom de slavenketenen aan onze polsen en de duivel geleidt ons waar hij wil; want de zondige ziel is zijn eigendom: » Altvie zondigt, is de
K *
__^_______{*
ZEVEN EN TWINTrGSTE DAG. 277
slaaf der zonde1)!quot; Hij kwam, om voor ons de hel te sluiten , en zie , de zonde opent ze weer voor onze voeten; reeds ziet Hij in zijne alwetendheid, wat. droevig lot den zondaren in de toekomst beschoren is; reeds hoort Hij de vlammen der hel onder hen knetteren ; de duivelen ziet Hij gereed staan om hen op te vangen bij hun â val in de vlammen , gelijk de leeuwen de benijders van Daniël opvingen; reeds hoort Hij het tandengeknars der verdoemden. Hij weet het, wat wanhopige kreten zij zullen slaken, als Hij in den laatsten dag in volle majesteit, en glorie op de wolken des hemels verschijnen zal, hoe zij dan zullen roepen : bergen, valt op ons, en heuvelen bedekt ons, want wij kunnen den glans van dat aanschijn niet verdragen; o, . Hij weet dat alles, en zijn werk en ons geluk door de zonde ziende verwoesten , zucht Hij medelijdend op den kruisweg: « Weent niet over Mij, maar over u zeiven » en over uwe kinderen ; want indien men » zoo handelt met het groene hout, wat zal
1
Jois VIII. 34.
278 ZEVEN EN TWINTIGSTE DAG.
er dan van het dorre geworden')!quot; Veilig mogen wij dan zeggen : zoo groot de liefde zijner H. Menschheid was voor zijne goddelijke Natuur, zoo groot de liefde was, die Hij ons menschen toedroeg en nog toedraagt, zoo groot is ook zijn haat voor de zonde; zij moge in ons door de driften verblind oog klein zijn of groot, de haat van Jesus' H. Hart voor dezelve is oneindig , omdat zij God beleedigt en ons ongelukkig maakt voor tijd en eeuwigheid.
» Wie zal Mij van zonde overtuigen'1)?quot; vroeg de Heer in zijn sterfelijk leven en met recht mocht Hij zoo spreken. Mogen wij het Hem nazeggen ? Misschien niet wat het verleden betreft. En voor het tegenwoordige ? 0, de menschelijke zwakheid is zoo groot! En voor de toekomst ? o Goddelijk Hart, deze is nog ongeschonden ; ik heb ze nog in mijne macht; hoor dan mijn voornemen: Heer, Gij haat de zonde, ook ik wil ze haten; neen, Heer, geene zonden meer, in eeuwigheid geene zonden meer; maar sterk mij door uwe Goddelijke kracht!
1) Luc. XXIII. 31.
2) Jois VIII. é6.
ZEVEN EN TWINTIGSTE DAG. 279
quot;Voornemens.
1° De zonden , die wij bedreven, in de bitterheid onzes harten betreuren.
2° Ons best doen , om onze hoofddrift, â die bron van zoovele zonden , â te bestrijden.
3° Bidden voor de bekeering der ongelukkige zondaars.
VOORBEELD.
Wat de liefde in 't hart der Heiligen kan uitwerken , vinden wij verhaald in 't leven der H. Clara de Montefalco , door Paus Leo XIII heilig verklaard.
Na haren dood onderzocht men haar hart. Het eerste wat men daarin vond, was een volmaakt afgewerkt kruisbeeld. â Mirakel, mirakel 1quot; was de eerste uitroep , die aan alle aanwezigen ontsnapte. De Vicaris Generaal des Bisschops, deze wonderbare zaak vernomen hebbende, begaf zich naar het klooster, waar Clara gestorven was, en, voorbarigheid vreezende, ging hij tot eene quot; ernstige onderzoeking over.
Nu vond hij behalve het kruisbeeld ook de geeselroede, de kolom, de doornenkroon, drie nagelen, de lans en den rietstok met de spons er op, en zoo duidelijk, dat, toen hij de punt der lans tegen zijn vinger drukte , hij eene scherpte gevoelde als van een ijzeren spits. Eik der genoemde voorwerpen was van vleesch en zenuwen gevormd, doch onderling verschillend van hardheid en kleur.
280
Alles zat op zulk eene wijze met fijne vezelen aan de wanden van het hart vast, dat het stuk voor stuk kon losgemaakt worden en afzonderlijk beschouwd. Het lichaam van het kruisbeeld, zoo groot als de duim eener kleine hand , was loodkleurig , doch aan de zijdewonde rood getint. De lendenen waren bedekt met een weefsel, dat naar linnen geleek.
Dit hart van Olara de Montefalco wordt nog altijd ongeschonden zonder bederf bewaard, gelijk het was voor 500 jaren. Ieder jaar vertoont men te Montefalco deze wonderen van Gods almogende liefde. Dan neemt de priester het hart der maagd in de handen, opent het eu haalt er kruisbeeld en geeselroe uit te voorschijn; en ondanks deze herhaalde behandeling blijven hart en lijdens-teekenen onverlet in denzelfdcn staat.
(Vgl. P. W. v. Nieuwenhoff. Vijf Levensschetsen.) GEBED.
o Goddelijk Hart van Jesus, dat de zonde haat, als het grootste kwaad; o, doe ons deelen in dien afkeer , opdat wij , door uwe genade geholpen , in de toekomst de zonde vluchten als eene slang ; en door gestadige boetvaardigheid trachten uit te boeten, wat wij in het verledene misdaan hebben. Amen.
Acht en twintigste Dag.
Het H. Hart ons voorbeeld van Boetvaardigheid.
SEN heelt gezegd , dat de devotie
n OO'
?tot het Goddelijk Hart het geneesmiddel bevat voor al de kwalen van onzen tijd. Daar is in onzen tijd ééne kwaal, waartegen Paus en Bisschoppen met alle kracht hunne stem verhieven , namelijk de zucht naar zingenot en verinaak .. en de daaruitvolgende veronachtzaming der christelijke deugd van boetvaardigheid. Stel aan de wereld voor, een nieuwen vreugdedag in te voeren, luiden bijval zult gij inoogsten ; spreek echter van boetvaardigheid en versterving, en men zal de woorden herhalen der ongeloovige Joden : «Die taal is hard, en wie kan ze aanhooren'?quot;
_____H_____
s
283 ACHT EN TWINTIGSTE DAG.
Welke zijn de gevoelens van Jesus' H. Hart hieromtrent? Dit kan met één woord gezegd worden ; het H. Hart van Jesus is een boetvaardig Hart en als zoodanig is Het door zijne lessen en voorbeelden het geneesmiddel voor die heerschende kwaal van onzen tijd.
Zijne boetvaardigheid begon reeds in de kribbe te Bethlehem; niet voor eigene zonden had Hij te voldoen; « want zegt de H. Paulus, « Hi] is geen Hooge-
priester.....die, eer dat Hij aan God
voor het volk offert, eerst voor zijne eigene zonden voldoen moet')neen, Hij was de Heiligheid zelve; maar onze schulden heeft Hij op zich genomen en om onze zonden heeft Hij geleden. In die kribbe te Bethlehem leed Hij vrijwillig koude, ontbering en de grievendste vernedering, en bereidvaardig onderwierp Hij zich later aan al de voorschriften der Mozaïsche wet; denken wij slechts aan de pijnlijke besnijdenis en de telken jare herhaalde bedevaart naar Jeruzalem. Wat zal
1) Hebr. V. ygl. 1 â 3.
______^__
1
ACHT KN TWINTIGSTE DAG. 383
Hij gedaan hebben in het huis van Nazareth? In 't zweet zijns aanschijns verdiende Hij er met Jozef zijn brood. Die zweetdrop-pelen droeg Hij op aan den Vader tot boeting der zonden, en de Engelen maakten er paarlen van, om de hemelzalen te versieren. â De tijd van zijn openbaar leven brak aan. Hij verliet Nazareth , zijne H. - ^ Moeder, zijne bloedverwanten. Welken weg slaat Hij in ? Den weg, die ter woestijn geleidt. Ziet Hem , die alles weet, hoe Hij die ongekende bergpaden volgt, die Hem voeren naar de plaats, die Hij zich in den geest heeft uitgekozen. Daar verbleef Hij veertig dagen en veertig nachten, geen voedsel of verkwikking aan zijn lichaam gunnende, geen woord met eenig sterveling wisselend ; alleen sprekende met , God, zijnen Vader, over het heil en de verlossing van ons, menschen. Wat moet het een wonderbaar schouwspel geweest zijn voor de Engelen des Hemels, daar hun God te zien neerliggen ter aarde, biddend en zuchtend; wat zullen zij elkander gezegd hebben : « o wonderbare boetvaardigheid ! o gelukkige mensch, voor
*1_______â¦lt;___
284 ACHT EN TWINTIGSTE DAS.
wiens zonden Gods Zoon voldoening geeft! o Gelukkige schuld , die zulk eenen Verlosser verdiende !quot; Na die 40 dagen begon een leven van vermoeienis, van reizen en prediken, waarbij Hij zoo dikwijls den nacht doorbracht onder den blooten hemel en Hij, volgens zijn eigen woord, niets - bezat om zijn hoofd daarop te laten rus- -' ten. In zijn Hart droeg Hij al die vermoeienis op aan zijnen Vader, Hij legde al dat ziel- en lichaamslijden op het altaar zijns Harten neer, waar heteeneofferande werd van zoeten geur, die aan God zijnen Vader behaagde.
Toen brak het uur zijns lijdens aan. 0, wat heeft het H. Hart van Jesus toen vrijwillig voor ons veel geleden! In den 5^. Hof van Olijven werd Het geperst door . % droefheid, gelijk eene druif in de wijnpers. Toen zag Het alle zonden, die er ooit bedreven zijn : de zonde van Adam, den broedermoord van Caïn, de vleeschelijke zonden van diens nageslacht, de misdaad van Cham, het herhaalde afvallen en morren der Israëlieten, het overspel van David, alles, alles wat tot dien tijd misdreven was.
____Ji___
ACHT EN TWINTIGSTE DAG. 285
Hij zag alles, wat in dat uur gebeurde ; de plannen der Joodsche Oversten, het verraad van Judas, de zedeloosheid en afgoderij van bijna alle bewoners der aarde. Zijn blik doorschouwde de toekomst: du zonden en ketterijen van alle eeuwen, ook onze zonden lagen als een boek voor Hem open. Van don anderen kant zag Hij al het lijden, dat Hem wachtte; Hij zag de boeien, die Hem knellen zouden, de gecsels, die zijn vleesch moesten verscheuren , de doornen , die zijn hoofd doorsteken , het kruis, dat Hem dragen, de lans en de nagelen , die Hem doorboren zouden , en daarbij de wreede ondankbaarheid van duizenden , voor wie zijn Bloed verspild, zijn lijden nutteloos zou wezen. Dat alles werd Hem voorgesteld door zijne Goddelijke Alwetendheid, 't Was als een kelk, die vóór Hem werd geplaatst, om hem te ledigen. Was het wonder, dat Hij huiverde ? Zal Hij den kelk aannemen of weigeren ? Zoo Hij hem weigert, wat zal er dan geworden van 't zondige menschen-geslacht ? Zoo Hij hem aanneemt en drinkt, dan zijn wij gered en vrijgekocht en rijk
286 ACHT EN TWINTIGSTE DAG,
begiftigd; want, al zijn de zonden der wereld ontelbaar en onmeteliik boos, talrijker en grooter zijn dan Jesus' verdiensten ; dan heeft Hij onze schulden geboet en uitgedelgd door zijne boetvaardigheid van eindelooze waarde!
Vader , zoo verzucht zijn beklemd Hart, Vader, indien het mogelijk is , laat dan dien kelk van Mij heengaan! Maar denkend aan de zonden, die Hij moet uitboeten ten koste van zich zeiven, voegt Hij er aanstonds bij : « Doch niet mijn wil geschiede , maar de uwe !quot; Welnu , de wil des Vaders was, dat Hij den kelk zou drinken en ledigen tot op den bodem. Het boetvaardig Hart des Heeren is dan ook bereid ; Het stemt toe , overstroomd te worden door die onmetelijke zee der allerfelste smarten, die eindigen zouden op het kruis met zijn laatsten snik en met de doorboring zijner zijde. 0 gelukkige boetvaardigheid , die ons den Hemel heeft ontsloten ! o Zalige boete, waarmee voor ons zulk eene verhevene plaats in 't eeuwig Koninkrijk gekocht is ! â
Maar 't H. Hart zet dat leven van boet-
§4
__^____
lt; âââ
ACHT EN TWINTIGSTE DAG. 287
vaardigheid nog immer voort. Waar ? In 't H. Sacrament des Altaars. Daar, â o, vergeten wij het niet! â daar draagt Het zich voortdurend aan den Vader op ; daar, in dien nederigen, verlaten toestand, boet het nog de zonden der wereld in 't Offer der Mis, en de wereld zou misschien sinds lang door Gods toorn vergaan zijn , zoo niet die oneindig heilige boete van Jesus' Hart, dagelijks op zoovele plaatsen den Hemelschen Vader werd aangeboden !
Maar, hoe is het met die deugd van boetvaardigheid in ons hart gesteld ? Jesus boette voor de zonde van anderen, terwijl Hij zelf onschuldig was. En wij ? De zonden, die wij bedreven, zijn misschien talrijker dan de haren van ons hoofd ; van schaamte moesten wij ons aangezicht bedekken; en waar is onze boetvaardigheid ? 0, de vermaken, die wij najagen, zullen onze schuld voor God niet verminderen, wel vermeerderen misschien ! En wie zal met meer gerustheid kunnen sterven ; hij die volop de wereld genoten heeft, of hij , die de boetvaardigheid van Jesus' H. Hart heeft nagevolgd ? Och , of wij
288 ACAT EN TWINTIGSTE DAG.
ten minste uit boetvaardigheid het lijden aannamen, dat God ons overzendt!
quot;Vquot; oornemene.
1° De vastea- en onthoudingsdagen der H. Kerk stipt onderhouden ; zoo wij dit niet kannen, zulks door eene vrijwillige versterving trachten te vergoeden.
2° Alle kwellingen en moeilijkheden des levens met gelatenheid dragen, denkende, dat wij ze verdiend hebben om onze zonden , dat het rijk der Hemelen geweld lijdt en dat alleen de ge weldigen het innemen.
VOORBEELD.
In het leven van een onzer vaderlandsche Heiligen , de H. Maagd Lntgardis, lezen wij het volgende in de Acta Sanctorum der Bollandisten (1): De liefde der wereld had eenigermate bezit genomen van Lutgardis' gemoed en menig rijk Jongeling dong naar hare hand. Eens, terwijl Lntgardis bezig was met een gesprek, dat wereldsche liefde tot onderwerp had, verscheen haar de Heer in de gedaante, waarin Hij eenmaal op aarde rondwandelde. Hij toonde haar de wonde zijner zijde ; versch bloed stroomde er uit; tegelijk zegde haar de Heer : â Zoek niet langer de nietige eer dezer â wereld ; zie hier , wat gij beminnen moet. Ik â beloof u, dat gij hier de allerzuiverste genoegens
1) Tom. XXIV. In vita S. Lntg. a Thom. Cantipr.
ACHT EN TWINTIGSTE DAG.
â zult vinden.quot; Lntgardis verschrok; een licht ging voor haren geest op ; zij zag al de duisternis, waarin zij tv)t nu toe gedompeld was geweest. Als eene duif in de spleten der rots, zoo vloog zij met den geest in die hartewonde des Heeren ; zij kon er hare blikken niet van afwenden; en toen weldra een wereldschgezind persoon hare liefde kwam afbedelen, sprak zij als een andere H. Agnes : â Ga weg van mij, spijze des doods, voedsel der ongerechtigheid, ga weg, want een ander heeft al mijne liefde geroofd !quot;
Eens was Lutgardis ongesteld ('t was ten tijde, dat zij reeds den sluier der bruiden van Jesus Christus in 't klooster van St. Truiden had aangenomen). Zij meende het bed te moeten houden. Maar weldra vernam zij eene stem, die haar toeriep : â Sta op , gij moet boetvaardigheid doen â voor de zondaren, die in 't slijk hunner zonden â blijven liggen.quot; Verschrikt stond zij op. Reeds hadden de andere zusters de Metten aangeheven, toen zij aan de kerkdeur kwam. Daar verscheen haar eensklaps de Heer, bloedend aan het kruis hangend. Hij maakte een arm van het kruis los, en bracht Lutgardis' mond daarmede aan de wonde der zijde. Eu zooveel zoetheid putte zij daar, dat zij geheel haar leven daardoor sterker en ijveriger in den dienst des Heeren bleef. Zij getuigde zelf dat nog lang daarna het speeksel van haar mond de zoetheid des honigs verre overtrof. Zoo werd het woord vervuld, dat geschreven staat: Mijne bruid,
289
19
*
_gt;â¦____
ACHT EN TWINTIGSTE DAG,
290
uwe lippen zijn als afdruipende honigraat, en honig en melk zijn onder uwe tong. (1)
GEBED.
o Boetvaardig Hart van mijn gekruisigden Heer, Gij waart onschuldig en Gij zocht het lijden; ik ben schuldig en ik vlucht het. Neem die tegenstrijdigheid van gevoelens weg, die er bestaat tusschen uw Hart en het mijne. Geef mij de kracht om alle lijden uit boetvaardigheid te dragen , en, ia navolging van U, niet van het kruis af te komen , voordat de dood mij de oogen gesloten heeft. Die leeft en heerscht in eeuwigheid. Amen.
1) Cant. IV. 11.
Negen en twintigste Dag.
Esus was in de wereld gekomen om al onze ellenden op zich te
Het stervend Hart van Jcstis.
nemen en ze te verzachten. Maar is er één ellende grooter, ééne vrucht der zonde bitterder dan de. dood ? De dood ! 0 , wat al kommer is daarmee verbonden ! Scheiden van alles wat ons dierbaar is, gefolterd worden door ziekten en lijden, neergeworpen zijn op een smartbed, in den bloei des levens misschien, strijd tusschen ziel en lichaam ! De ziel wil zich losmaken van hare banden en opvliegen naar een andere wereld; het lichaam wil haar niet loslaten, o Droevige toestand! HetH. Hart had die smarten voorzien, en zijne liefde beijverde zich om ze te verzachten. Zelf
292 NEGEN EN TWINTIGSTE DAG.
wilde Het al de benauwdheden des doods onderstaan, om ons de genade van een troostvol sterven te verdienen.
Ga naar Calvarië. Wat ziet gij daar ? Gij ziet het Lam, dat de zonden der wereld wegneemt, aan het kruis. « Gij hoort den » smaad der scheldwoorden, gij ziet zijn «aanschijn overdekt met walgelijke uitwerp-» selen ; ach, nog kort geleden gaf Hij met » zijn speeksel aan een blinde het gezicht! » Hij is met doornen gekroond, die de ii martelaren met eeuwige bloemen versiert, i) Met gal is Hij gespijsd, die pas een hemel-ii spijze had ingesteld, en met azijn is Hij it gelaaid, die ons een zoo heilrijken beker ii had toegediend. De onschuldige, de ii rechtvaardige , ja de onschuld en recht-ii vaardigheid zelve, is onder de boos-i) doeners gerekend ; Hij, die oordeelen zal, »is zelf geoordeeld en 't Woord van God ii is zwijgend ter slachtbank geleid. Bij « dit kruis zijn de sterren beschaamd, de igt; elementen geschokt; de aarde beeft, de ii nacht maakt een einde aan den dag; » de zon houdt hare stralen in, om geen «getuige te moeten zijn van zulk eene
NEGEN £N TWINTIGSTE DAG. 293
⢠misdaad; Hij echter spreekt niet, Hij » dreigt niet en vertoont niets van zijne » majesteit.quot; Zoo beschrijft de H. Cvpria-nus den dood des Heeren. Was die dood noodzakelijk ? Had de Heer hem niet kunnen ontkomen ?
Ik neem mijn leven en Ik leg het veder-om «Æ'), had Hij vroeger gezegd. Zoo was het. Hij zelf had de macht den band tusschen ziel en lichaam te breken of te behouden en nauwer toe te halen, te leven of te sterven, en de dood kon niet tot Hem naderen, tenzij met zijn eigen toelatingen bevel. Welnu, dat bevel, die toelating gaf Hij , uit liefde tot ons; niet alleen opdat zijn offer volmaakt zou zijn en bezegeld door den dood; maar ook om voor ons de scheiding van ziel en lichaam draag- . lijker te maken. De liefde zijns Harten gaf Hem daarbij in, een dood te ondergaan, vergezeld van zulke omstandigheden, dat nooit een sterven pijnlijker geweest is of ooit zijn zal.
Wat maakte dat sterven zoo pijnlijk en
1) Jois X. 17.
294 NEGEN EN TWINTIGSTE DAG.
waarom leed zijn Hart in die ure zoo vree-selijk ? Zie, zijne overdierbare Moeder stond bij Hem; aan haar hing gansch zijne ziel. Wie zal voortaan voor haar zorgen ? Joannes zal zeker zijn best doen; maar wat zullen zijne zorgen beteekenen in vergelijking met de liefde, die Maria tot nu ondervond? Die scheiding viel Hem pijnlijk, doch Hij onderwierp zich aan den wil des Vaders. Wat wilde Hij er mede verdienen? Dat het u, ochristen menscb, eenmaal mogelijk zijn zou aan God het offer van uwe dierbaren te brengen. Eenmaal zult gij neerliggen op een bed van smarten; de dood zal zich bij u neerzetten; dan zullen kinderen, echtgenoot, vrienden, broeders en zusters u omringen. Van hen te scheiden zal u zwaar vallen, omdat zoo teedere banden u aan elkander verbinden. Als gij dan zelf den moed zult hebben hen te troosten en zelf uw offer met gelatenheid brengt, aan wien zult gij het danken ? Aan 't stervend Hart van Jesus, dat voor u die genade verdiende.
Wat moet de mensch nog meer verlaten ? Zijn geld en goed, die misschien zulk een
*]____^4____be
lt;* » It; *
NEGEN EN TWINTIGSTE DAG. 295
ruime plaats van zijn hart innemen. Jesus bezit ze niet; maar toch heeft Hij iets van 't pijnlijke dier scheiding willen gevoelen , om ons, menschen, het verlaten van huis, van akker, van werkplaats, van wat ook, te vergemakkelijken. Alvorens het kruis te bestijgen, ja, bezat Hij nog iets, dat - Hera overdierbaar was, het kleed zonder - â naad, door Maria vervaardigd. Hij scheidde er van, en, dat het aan zijne wonden was vastgekleefd, o, 't was een beeld van de gehechtheid zijns Harten aan die dierbare gedachtenis; Hij liet het nochtans gewillig over aan de beulen, die er het lot om wierpen. â- Als gij op uw sterfbed al het ijdele van 't aardsche inziet en de scheiding van die goederen u niet zoo smartelijk zal ^. voorkomen , als zij u nu toeschijnt, wie . heelt het voor u verdiend '? Het stervend Hart van uwen medelijdenden Verlosser, die eeuwen vooruit uwe moeilijkheden kende en er in voorzag.
Jesus op het kruis was verlaten van de menschen, en de tegenwoordigheid van de weinige getrouwen onder zijn kruis, diende
slechts, om Hem de afwezigheid van de , * * '
X) ' * Pt
vi____x___fx
296 NEGKK EN TWINTIGSTE DAG.
anderen levendiger te herinneren. En wat konden die weinige getrouwen nog doen ? Wat men aan de grootste boosdoeners niet zou geweigerd hebben, een verkwikkenden drank , weigerde men aan Jesus; gal en azijn kwamen zijne smarten vermeerderen. De doornen staken Hem, zijne wonden ~ brandden en pijnigden Hem, zijne handen -en voeten trokken krampachtig samen, verlatenheid overviel Hem, zijn sterfbed was het kruis, het harde krui«. Waartoe die lichaams- en die zielesmarten, o Heer ? 't Was om ons de genade te verdienen, de smarten onzer laatste ziekte met gelatenheid en onderwerping te kunnen dragen. Als gij een priester bij uw sterfbed zult zien staan, die u troost en bemoedigt,
y. uwe zonden vergeeft en de heerlijke ge- . ^ beden der Kerk aan uwe zijde ten Hemel zendt, als bloedverwanten en vrienden u verplegen en duizend zorgen aan u besteden, gij zult het te danken hebben aan de liefde van Jesus' Hart, dat voor u, in uwe plaats, aan 't kruis zooveel leed en verlaten was door de menschen. Door die genade gesterkt, zult gij geduldig blijven temidden
si gt;gt;' (x
NEGEN EK TWINTIGSTE DAG. 397
uwer smarten, en het den Heere met. onderwerping kunnen nazeggen : Vader, in uwe banden beveel ik mijnen geest.
Ook door God wasJesus verlaten. Wat moet het pijnlijk indrukwekkend geweest zijn, door de stilte en de duisternis van Calvarië de stem, het klagend geroep van dien stervenden Godmensch , te hooren : Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? o Pijnlijke toestand, veel wreeder dan de dood zelf! Walgen vrees en verveling overviel Hem, veel vreeselijker dan in den Hof van Olijven. Maar waartoe leed Hij het ? Omdat Hij voorzag, dat wij in ons laatste uur bestormd zullen worden door allerlei bekoringen ; de duivel, wetende, dat er eene ziel op het spel staat, zal zijne pogingen verdubbelen, en wea ons in die vreeselijke oogenblikken ! Doch geen vrees; Jesus heeft in zijne liefde alle genaden verdiend, die wij dan zullen noodig hebben. Hij zal ons niet verlaten, Hij zal tot ons komen, en gesterkt door zijne genade, gevoed met zijn Lichaam, gedrenkt met zijn Bloed, zullen wij de gansche hel in bedwang houden ; want door zijn dood
----gt;t__
è
208 NïGEN EN TWINTIGSTE DAG.
heeft Hij den duivel en zijn aanhang overwonnen !
Dan zullen ook wij kunnen zeggen, wat Hij zelf eenmaal zeide van zijnen Vader; Hij heeft Mij niet alleen gelaten, omdat Ik altijd doe, tvat Hem behaaglijk is'), y Mijne ziel, doe dan altijd, wat den Heere behaaglijk is, en dan zal dat Hart met zijne wonde voor u de deur zijn, waardoor gij de eeuwige glorie binnengaat.
quot;V oornemens.
1° Bedank Jesus voor de liefde, waarmede Hij ouzen dood heeft willen verzachten.
2° Bid voor al degenen, die op sterven liggen, en beveel hen aan 't stervende Hart van Jesus.
3° Zoo mogelijk, altijd des namiddags te drie uur, drie Onze Vaders en Wees gegroeten voor de stervenden bidden.
VOORBEELD.
(Naar eene gedachte v.d. II. Joannes Chrysostomus) (Vgl. Matt. XIÃL 45.)
In de verre streken van het zengende Oosten woonde eens een koopman , die handel dreef in
1) Jois VIII. 29.
NEGEN EN TWINTIGSTE Dè.G. 299
kostbare paailen. Lange reizen, vermoeiende tochten ondernam hij, en verheugd keerde hij huiswaarts , zoo hij eene parel gevonden had , waarmede hij hoopte later eene keizerskroon te kunnen versieren. Weer was hij op reis, toen hij in een vreemde stad vernam , dat daar eene parel gevonden was zoo groot, zoo schitterend schoon, dat in zijn hart de vurigste begeerte ontstond ze te bezitten. Groote schatten nam hij met zich gt; en ging naar de plaats, die men hem aanwees als 't huis van den bezitter dier parel. Daar aangekomen, verneemt hij tot zijne groote teleurstelling, dat zij daags te voren verkocht is , voor een geringen prijs, eene nietigheid, aan eenen gierigaard der stad. Vermoeid van de reis zijnde, zond hij herhaaldelijk zijne dienaren naar den gierigaard, om over den koop der parel te onderhandelen ; hij deed zich intusschen door den vorigen bezitter het kleinood beschrijven en alles wat hij hoorde,vermeerderde zijne begeerte om die parel te bezitten.â Zijne dienaren keerden onverrichter zake terug; de gierigaard wilde de parel niet afstaan. Toen ging de koopman zelf tot hem, bood hem de eene kostbaarheid na de andere, putte de meegebrachte schatten uit, totdat hij eindelijk niets meer overhield dan één allerkostbaarst kleinood , 't welk hem zoo dierbaar was , dat hij er niet dan in den uitersten nood van zou willen scheiden. Maar de gierigaard gaf de parel niet. Toch wilde de koopman ze bezitten. Toen besloot hij ook nog
é
*
.300 NEGEN EN TWINTIGSTE DAG.
dit laatste kleinood at' to staan: het kostte liem moeite en harteleed ; maar ruimschoots werd hem dit vergoed, toen eindelijk de gierigaard zich liet bewegen , hem de parel overgaf, die hij nu met zich voerde naar zijn land en aan al zijue vrienden en bekenden vol blijdschap vertoonde.
Die parel is onze ziel, zegt de H. Joannes Chrys. O. H. Jesus is die koopman , die haar bezitten wilde. Hij verliet zijn land, den Hemel, en kwam in den vreemde, op aarde. Daar vond Hij die parel, welke Hij zocht, maar zij was verkocht aan den duivel. Reeds had hij vele zijner dienaren gezonden, om ze te koopen, zij bekwamen ze niet; toen ging Hij zelf met den duivel een strijd aan om onze ziel. Hij bood voor dezelve den oneindig kostbaren prijs van zijn Bloed. Eerst gaf Hij een deel in zijne Besnijdenis, een ander deel in den Hof van Olijven , een deel onder de geesels van Pilatus , een deel onder de doornen van zijn hoofd, een deel door de wonden dei-nagelen in handen en voeten. Nog slechts één deel hield hij over ; 't was weinig, maar allerkostbaarst. Toen beschouwde Hij de schoonheid onzer ziel; Hij wilde ze koopen tot eiken prijs en zijn laatste kleinood er voor geven; toen .... nam de soldaat zijne lans, doorstak het Hart des Heeren en bloed en water vloeiden daaruit. De laatste druppel was vergoten en onze ziel opnieuw het eigendom van Hem, die haar tot eiken prijs wilde bezitten.
*1
____
301
NEGEN EN TWINTIGSTE DAG.
GEBED.
o Stervend Hart mijns Verlossers , om deu wreeden doodstrijd, dien Gij onderstondt in den Hof van Olijven en op uw smartelijk doodsbed des kruises, heb medelijden met alle stervenden, maar inzonderheid met mij ; opdat ik , als mijn uur gekomen is, onthecht van het aardsche, met een gezuiverd geweten . en vol hoop op uwe barmhartigheid , den overgang van den tijd naar de eeuwigheid moge maken. Amen.
ontferm U over de
Stervend Hart van Jesus , stervenden I
Dertigste Dag.
Het Beeld van 'tH. Hart.
koning David Jeruzalem voor
^zijn oproerigen zoon Absalom ontruimde , liet hij in het, koninklijk paleis geen bezetting van soldaten achter, maar onverdedigd gaf hij het aan Absalom over. Waarom deed hij zulks ? vraagt de H. Joannes Chrysostomus. Opdat, zoo zegt die H. Leeraar, Absalom aanstonds dat paleis zou binnentreden en door de vele bewijzen van de liefde zijns vaders zou getroffen worden. Daar toch was Absalom geboren en opgevoed, daar zag hij de tallooze geschenken, die Davids liefde hem bij iedere gelegenheid gegeven had , alsook de personen, aan welke zijne
Kj________
DERTIGSTE DAG. 303
opvoeding vroeger was toevertrouwd. â Gelijk David, zoo deed ook eenigszins Onze Heer met zijn aanbiddelijk Hart. Dat Hart is een paleis, vervuld met koninklijken luister. Wijd heeft Hij de deur van dat paleis opengesteld, toen Hij aan het kruis toeliet, dat een soldaat
^. zijne zijde doorboorde ; Hij verwacht, dat - -wij dat paleis zullen binnentreden en getroffen zullen worden door de duizenden bewijzen van liefde, die wij daar aanschouwen. De Kerkvaders van alle eeuwen hebiien het ons gezegd: daarmede bedoelde de Heer, ons eene toevlucht, eene schuilplaats te openen, waarin wij zouden kunnen vluchten, gelijk Noë in de zijde der Ark en gelijk eene vervolgde duif in de spleten der steenrots. Was de stem dier eerbiedwaardige Kerkvaders niet voldoende, om ons van'die waarheid te overtuigen ? Of was men misschien die stem vergeten ? Zooveel is zeker, dat onze beminnelijke Verlosser in het midden der 17de eeuw noodig oordeelde op die waarheid nogmaals te wijzen, aan zijne
beminde Bruid, de Zalige Margareta
. ^ _ gt;
X quot; â ~=ÃCquot;
304 DERTIGSTE DAG.
Maria Alacoque, zijn Goddelijk Hart vertoonde , de rijkste zegeningen beloofde, aan die Het vereeren zouden, en zelfs zijnen zegen verbond aan iedere plaats, waar het Beeld zijns Harten zou zijn ten toon gesteld.
Is het H. Hart zelf eene Ark van Noë, waar allen aan den zondvloed der wereld kunnen ontsnappen, â ook het beeld van het II. Hart gelijkt aan eene andere ark, waarvan de H. Schrift zoo herhaaldelijk spreekt. Wat deed zoo rijken zegen neerdalen over het huis van Obededom, den Leviet ? Was het niet de Ark des Verbonds ? Maar wat was die Ark des Verbonds anders dan eene afbeelding, een schaduw van hetgeen ons later in de Nieuwe Wet gegeven zou worden, wanneer de tweede Persoon der H. Drievuldigheid de menschelijke natuur zou aangenomen hebben'? Dat zegt ons de H Kerk zelf in hare lofzangen: « De » Ark des Verhonds hield de Wet der oude » dienstbaarheid in ; maar Gij, o Godde-» lijk Hart, Gij besluit de Nieuwe Wet k der genade, der liefde en barmhartig-
_^__
J
DEBTIGSTE DAG.
» heid I).quot; Maar als die Ark des Verbonds reeds zooveel zegen aanbracht in het huis van den Leviet, wat zegen mogen wij dan niet verwachten van het beeld van 't H. Hart?
Doch waartoe deze redeneering? Hebben wij niet de belofte aan Marg. Maria Alacoque gedaan , welke luidt: Ik zal de plaatsen zegenen, waar mijn beeld in eere wordt gehouden2) ? Bedenken wij, dat dit niet de woorden zijn van een gewoon sterveling, maar van Hem , die naar waarheid getuigen kan : « Hemel en aarde zullen voor-» bijgaan , maar mijne woorden nooit.quot; Liet Hij ons zeggen, dat na eenige jaren de wereld zou vergaan, gelijk Hij het van Jeruzalem voorspelde, â wij zouden het onvoorwaardelijk gelooven, omdat wij weten, dat Hij de Heer is, die zijne bedreigingen kan uitvoeren en met krach-tigen arm de wereldgebeurtenissen regelt; waarom zullen wij Hem dan ook niet ten
1) Cor Area legem continens, etc.
2) Men stelle nochtans het gezag van zulk eene bijzondere openbaring niet op gelijke lijn met de openbaring bv. aan de HH. Evangelisten gedaan.
L'O
_ » ___________
805
306
____
DEETIGSTE DAG.
volle geloof schenken, wanneer Hij ons belooft: Die plaats zal Ik zegenen , waar mijn beeld in eere is ? Moet het ons niet verwonderen, dat ons oog niet op alle plaatsen dat beminnelijk beeld ontmoet? Kinderen der wereld , gij , die zoo voorzichtig zijt in uwen handel, hoe komt het, dat gij hier blind zijt en een raiddel verwaarloost, dat u met onfeilbare zekerheid den zegen des Heeren bezorgen kan ? Weet gij niet, dat volgens een ander woord van God zelf, niet uwe pogingen, maar alleen de zegen des Heeren u kan rijk maken?
Doch, zoo mogen wij vragen, waardoor oefent het beeld van 'tH. Hart zulk een weldadigen invloed romdom zich uit ? Onze Heer Jesus Christus verlangt den eeredienst van zijn Hart uitgebreid te zien , en Hij wil, dat niet alleen enkele bevoorrechte personen, in kloosters verscholen, maar alle, alle Christenen die godsvrucht beoefenen. In zijne alwetendheid wist de Heer, dat de zinlijke mensch door niets sterker wordt getrokken, dan door datgene wat de oogen zien. Aanzien toch doet gedenken, en een ander spreekwoord voegt daarbij : uit
W
DERTIGSTE DAG. 307
het oog, uit het hart. Welnu , de Heer verlangde, dat wij voortdurend dat beeld zijns Harten zouden voor oogen hebben, otn zoo altijd herinnerd te worden aan de onwaardeerbare weldaden, die zijne liefde aan allen bewezen heeft, of, zooals de H. Kerk zegt, door het zichtbare tot het onzichtbare gebracht te worden.
Wij zien dit duidelijk aan de wijze, waarop Hij aan de zalige Margareta Maria zijn H. Hart vertoonde: de Heer nam Het niet uit zijne borst, maar toonde Het in zijnen boezem, brandend, omringd van doornen, en dragend een kruis te midden der vlammen. Dit alles had zijne beteekenis.
Dat de Heer Het niet uit zijnen boezem nam , beteekent, dat wij dat Hart niet moeten afscheiden van zijn H. Persoon; maar dat alles, wat zijne H. Menschheid verrichtte, werd ingegeven door zijn Hart, de bron van al zijne weldaden en liefde-bewijzen '). â 't Was omringd van doornen en droeg een kruis, om ons te doen
1) Daarom ook heeft eene gemakkelijkere voorstelling, nl. een enkel Hart, omringd van vlammen enz., te Rome de goedkenring niet mogen verwer-
------
308 DERTIGSTE DAG.
denken aan al het lijden, waarmede geheel zijn leven uit liefde tot ons geteekend was. â Het brandde en schoot stralen uit, om de vurige liefde te kennen te geven , waardoor Het voor ons verteerd werd en nog altijd verteerd wordt.
Als wij nu dat H. Hart zien, voortdurend eene afbeelding daarvan onder onze oogen hebben, daarbij letten op al die omstandigheden en onze blikken vestigen op die opene wonde, welke de liefde daarin maakt, zullen wij dan niet getroffen worden ? En als wij dan nog daarbij denken, dat onze zonden oorzaak waren van al zijn lijden, en die gapende wonde daarin gemaakte hebben , zullen wij dan de zonde niet verzaken, ons leven beteren, liefde voor liefde geven, en ons zoo in staat stellen de zegeningen des Hemels in ruime mate te erlangen?
Och , of het Beeld van 't H. Hart in ons die uitwerkselen mocht teweegbrengen ! Ook wij zouden dan deelen in de zege-
ven ; wel daarentegen eene voorstelling van den persoon des Zaligmakers, die in zijne borst een vlammend Hart vertoont.
-*r
--=*----
DERTIGSTE BAG. 309
ningen, die Het beloofd heeft en wij zouden de blijde ondervinding opdoen, welke reeds duizenden en duizenden vóór ons hebben opgedaan, dat nl. de Heer getrouw is in zijne beloften en eerder Hemel en aarde zullen voorbijgaan, dan dat een jota of stip van zijne woorden onvervuld blijft.
quot;V oornem ene.
1° Eene afbeelding van 't H. Hart hebben, zoo mogelyk in ieder vertrek, en aan dezelve de eereplaats geven.
2° Bij het zien van die beeltenis altijd den Heer daoken voor de liefdebewijzen zijns Harten, onze goede voornemens van wederliefde hernieuwen en een vurig schietgebed daarbij voegen.
VOORBEELD.
De eerste Beeltenis van Jesus* H. Hart.
Den Vrijdag na 't octaaf van 'l H. Sacrament in het jaar 1685, verstoutte zich de zalige Mar-gareta Maria voor 't eerst, eene kleine afbeelding van 't H. Hart op te hangen aan 't altaar van 't Noviciaat, waarin zij meesteres was. Deze afbeelding was met eene pen getcekend , maar hofi nederig ook deze beeltenis was, de novicen vereerden ze met vurigheid. Het volgende jaar had de vereering van de afbeelding van Jesus' H. Har^.
310 DERTIGSTE DAG.
een stap verder gedaan, 't Was den 21 Juni 1686, weer Vrijdag na 't octaaf van H. Sacramentsdag. Deze dag was in de eeuwige raadsbesluiten aangewezen om in de Kerk de grootc dag der openlijke aanbidding van Jesus' Hart te zijn. Des morgens zagen de Zusters der Visitatie te Paray-le-Monial in hare kapel, midden in het koor, een klein rustaltaar, waarop de beeltenis van 'tH. Hart â te midden van bloemen en kaarsen was uitgesteld. Een briefje , door de zalige Margareta Maria onderteekend , was aan 'taltaartje gehecht en noo-digde alle Zusters uit , neer te knielen voor die beeltenis en zich toe te wijden aan het aanbiddelijk Hart des Heeren. Allen gaven aan die uit-noodiging gehoor, en er was in heel het klooster maar eéne stem en maar één hart, om het H. Hart van Jesus te aanbidden en te loven. Met geestdrift werd er besloten een groote en schoone schilderij van 't H. Hart te doen vervaardigen en tevens eene kapel te doen bouwen, waar men - die schilderij zou ophangen en vereeren.
De zegeningen, door den Heer beloofd voor alle plaatsen, waar het beeld zijns Harten vereerd wordt, bleven ook voor dit klooster niet uit. Het ontving in ruime mate de grootste zegening, die een klooster ontvangen kan, nl. goeden geest en ijver voor de volmaaktheid , die zich openbaarden door het bloeien der verhevenste religieuze deugden (1).
1) Z. H. Pius VI. bij Rescript van 2 Jan. 1799,
DERTIGSTE DAG
verleende een aflaat van 7 jaar en 7 quadragenen aan alle geloovigen, die rouwmoedig en met godsvrucht de beeltenis van het allerh. Hart van Jesus , ter publieke vereering uitgesteld , in welke kerk, bedeplaats of op welk altaar ook , bezoeken en eenigen tijd bidden volgens de meening van Z. H.
GEBED.
o Goddelijk Hart van Jesus , ik offer ü door 't Onbevlekt Hart van Maria al mijne gebeden , mijne werken eu mijn lijden van dezén dag op in vereeniging met de heilige inzichten, waarmede Gij U voortdurend slachtoffert op 't altaar. Ik oft'er ze U bijzonder op voor al de noodwendigheden mijner eigene ziel en der zielen , die mij dierbaar zijn, opdat wij hier in liefde vereenigd, begiftigd met uwe zegeningen mogen leven en eeuwig in de glorie samen mogen verbonden zijn. Amen.
311
LEMMG
VOOK DEN
FEESTDAG VAN 'TH. HART VAN JESUS').
5 aar ligt over de werken Gods 'dikwijls een sluier, dien het geen mensch gegeven is op te lichten. Treffend om haren eenvoud is daarom de waarschuwing van Thomas ii Kempis: « Wacht u wel voor eene nieuwsgierige en » nuttelooze navorsching van het allerdiep-» ste Geheim des Altaars ;.. . want die de » Majesteit wil navorschen, wordt door » den glans verblind. . . . Velen hebben de » godsvrucht verloren, door het zoeken » naar hoogere dingen.quot; Maar van een anderen kant klinkt zijne verzekering geruststellend , waar hij zegt: « Een god-» vruchtig en nederig opzoeken der waar-1) Vgl. Maandrozen 1883.
FEESTDAG VAN HET H. HAKT VAN JESUS. 313
ii heid is geoorloofd, maar men zij bereid » zich daarin door anderen te laten onder-» wijzen1).quot; Als daarenboven dat zoeken naar de waarheid ons geloof bevestigt, onze hoop versterkt en onze liefde verlevendigt, dan is het niet alleen geoorloofd, maar tevens nuttig en heilzaam.
Beminde Lezer, gij weet, dat de feestdag , dien de H. Kerk heden viert, door Jesus Christus zeiven is uitgekozen. Eertijds bestond dit feest niet, maar de zalige Margareta Maria heeft in eene openbaring bevel ontvangen, te zorgen, dat het in de H. Kerk werd ingevoerd, o Kracht der genade Gods, die aldus het zwakke (eene nederige , onbekende kloosterzuster , verborgen achter hare tralies en onder haren sluier,) uitkoos, om de grootste dingen , tot stand te brengen 1
Doch nu rijst de vraag; Waarom koos Onze Heer juist dezen dag uit voor den feestdag van zijn H. Hart? Hier staat het menschelijk verstand stil en nederig moeten wij het erkennen: wij weten het niet. Toch zij het ons geoorloofd te trachten 1) Imit. Chr. lib. IV. cap. 18.
LEMMG
VOOK DEN
FEESTDAG VAN 'TH. HART VAN JESUS').
5 aar ligt over de werken Gods 'dikwijls een sluier, dien het geen mensch gegeven is op te lichten. Treffend om haren eenvoud is daarom de waarschuwing van Thomas ii Kempis: « Wacht u wel voor eene nieuwsgierige en » nuttelooze navorsching van het allerdiep-» ste Geheim des Altaars ;.. . want die de » Majesteit wil navorschen, wordt door » den glans verblind. . . . Velen hebben de » godsvrucht verloren, door het zoeken » naar hoogere dingen.quot; Maar van een anderen kant klinkt zijne verzekering geruststellend , waar hij zegt: « Een god-» vruchtig en nederig opzoeken der waar-1) Vgl. Maandrozen 1883.
FEESTDAG VAN HET H. HAKT VAN JESUS. 313
ii heid is geoorloofd, maar men zij bereid » zich daarin door anderen te laten onder-» wijzen1).quot; Als daarenboven dat zoeken naar de waarheid ons geloof bevestigt, onze hoop versterkt en onze liefde verlevendigt, dan is het niet alleen geoorloofd, maar tevens nuttig en heilzaam.
Beminde Lezer, gij weet, dat de feestdag , dien de H. Kerk heden viert, door Jesus Christus zeiven is uitgekozen. Eertijds bestond dit feest niet, maar de zalige Margareta Maria heeft in eene openbaring bevel ontvangen, te zorgen, dat het in de H. Kerk werd ingevoerd, o Kracht der genade Gods, die aldus het zwakke (eene nederige , onbekende kloosterzuster , verborgen achter hare tralies en onder haren sluier,) uitkoos, om de grootste dingen , tot stand te brengen 1
Doch nu rijst de vraag; Waarom koos Onze Heer juist dezen dag uit voor den feestdag van zijn H. Hart? Hier staat het menschelijk verstand stil en nederig moeten wij het erkennen: wij weten het niet. Toch zij het ons geoorloofd te trachten 1) Imit. Chr. lib. IV. cap. 18.
316 FEESTDAG VAN HET
het slot van een gebed, alles wat in dat gebed vervat en gevraagd is, met één woord nog eens herhaalt en samenvat, zoo vat dit feest alle andere nog eens samen en herinnert ons in eens alle feesten Onzes Heeren.
Dit feest valt op een Vrijdag. Ook hierin zij het ons geoorloofd de liefde van â¢' Jesus' H. Hart aan te toonen. De Vrijdag ! O, welke tegelijk zoete en bittere herinneringen zijn voor het H. Hart aan dien dag verbonden! De eerste oogenblikken van den Vrijdag waren getuigen van dien pijnliiken doodsangst in den hof van Olijven, waar dat Hart geprangd en geperst werd, gelijk, zooals de Profeet zegt, eene druif in de wijnpers. De Vrijdag, dien wij naderhand den « Goedenquot; genoemd hebben, . zag Jesus geboeid, rondgesleurd van straat tot straat, van rechter tot rechter ; gegee-seld, met doornen gekroond , gehoond , verwenscht, gekruisigd tusschen moordenaren en eindelijk, â o liefde des Heeren ! â onder 't schokken en scheuren der aarde, bij 't verduisteren der zon en het opstaan der dooden, den laatsten snik
*
^___
i
H. HART VAN JESUS. 317
geven. Droevige herinnering voor 't H. Hart van Jesus! Maar ook de Vrijdag hoorde, hoe Jesus zijne allerbeminnelijkste Moeder tot moeder aller Christenen aanstelde , en hoe uit den mond van Hem, die onze verlossing op zich genomen had, de troostende woorden weerklonken: « Het is volbracht!quot; De Vrijdag zag de zijde des Heeren openen, toen de Heer, de tweede Adam, den slaap des doods aan 't kruis sliep en uit zijne geopende zijde de H. Kerk, de nieuwe Eva, d. i. moeder aller levenden, voortkwam. Zoete herinnering ! . Zou ter oorzake dier herinneringen de Heer niet juist den Vrijdag hebben uitgekozen voor den feestdag van zijn H. Hart? Wat belet ons zulks te geloo-ven ? Zou dit ook de reden niet zijn, waarom Hij zoo groote gunsten beloofde aan allen, die den eersten Vrijdag van elke maand ter eere van zijn Goddelijk Hart vieren en dan de H. Communie ontvangen ?
Maar nog eene andere omstandigheid is aan dit feest verbonden. Het valt aan 't einde der feestenrij, op een Vrijdag)
318 FEESTDAG TAN HET
maar, let wel, op den Vrijdag, die onmiddellijk volgt op het octaaf van Sacramentsdag. Ook dat heeft zijne reden. Schijnt daardoor Onze Heer niet te willen zeggen, dat de devotie tot het H. Sacrament en tot zijn H. Hart onafscheidelijk zijn van elkander, en dat het doel van dien feestdag en van die godsvrucht is, ons op te ' wekken tot grooter liefde en godsvrucht voor dat verheven geheim ? Des morgens nog bidt de Priester zijne Getijden ter eere van 't H. Sacrament, gewoonlijk des avonds reeds ter eere van 't H. Hart. Ja, onafscheidelijk zijn die devotiën! Kan toch het Hart gescheiden worden van het Lichaam ? Is het hart niet het middelpunt , het edelste deel van 't menschelijk lichaam ? Welnu, des Heeren H. Lichaam . vereeren wij vooral op Sacramentsdag en onder het octaaf; want de H. Kerk noemt dit feest: het feest van het Lichaam des Heeren. En wat eeren wij op dezen dag ? Het edelste deel van dat Lichaam, dat al onze vereering en aanbidding waardig is, het middelpunt van al zijne bewegingen , de bron waaruit al de handelingen
iti__Jlt;___
H. HAKT TAN JESUS. 319
der eeuwig geprezene H. Menschheid des Heeren voortkwamen. Dat zegt ons de Goddelijke Zaligmaker zelf. De godsvrucht tot zijn H. Hart moet de menschen brengen tot de godsvrucht jegens het H. Sacrament, gelijk de knop brengt tot de bloem.
Waar verscheen Onze Heer aan deZali-^ - ge Margareta? Was het niet boven een -altaar, waar het Allerheiligste Sacrament was uitgesteld, als wilde Hij zeggen:
mijn Hart en dit H. Sacrament zijn één ? Wat vroeg Hij aan de zalige dienares zijns Harten ? Dat men Hem eerherstel zou geven voor den smaad aan zijn H.
Hart in 't Sacrament van liefde aangedaan! Wat verlangde Hij voor eerherstel? Dat men de H. Communie ontvangen zou op yâ den feestdag, dien Hij wenschte ingesteld . te zien, alsook op den eersten Vrijdag van iedere maand, en Hij beloofde de onwaardeerbare genade der eindvolharding aan allen, die Hem negen achtereenvolgende maanden dat bewijs van liefde zouden geven!
Neen , zij begrijpen deze devotie niet, die het H. Hart en het H. Sacrament schei-
^ 'vt
320 FEESTDAG VAN HET
den; die eene beeltenis van 't H. Hart vereeren en daardoor niet worden opgewekt , om dat H. Hart persoonlijk in het aanbiddelijk Sacrament des Altaars te vereeren en te aanbidden. Zij gebruiken een middel en verwaarloozen het doel!
Heeft nu inderdaad Onze Heer deze bedoelingen gehad, toen Hij dezen dag voor het feest van zijn H. Hart uitkoos ? Gods raadsbesluiten zijn ondoorgrondelijk ! En niet alleen de toekomst, maar ook veel van het verledene en tegenwoordige is voor ons oog verborgen. Dit is zeker: Heeft Onze Heer Jesus Christus bij de keuze van dezen dag bovengemelde bedoelingen gehad, dan moeten wij er Hem voor danken en beantwoorden aan zijne inzichten, erken-5\. telijk dus heden de weldaden der Verlossing herdenken, en steeds toenemen in liefde en vereering van het heilig, ondoorgrondelijk Geheim onzer Altaren, aan hetwelk eer en glorie in eeuwigheid. H. Hart, geef ons die genade en heersch door de liefde in de harten aller men-schen!
H. HAET VAN JESUS. 321
V oornemene.
1° Dezen dag doorbrengen in een blijde stemming, en dikwijls het H. Hart bedanken voor de weldaden , waaraan deze feestdag ons herinnert.
2° Niet verzuimen de namiddag-oefeningen van dezen dag bij te wonen, en, zoo het H. Sacrament is uitgesteld, Onzen Heer ten minste eenigen tijd gezelschap houden in de kerk.
3° Anderen aansporen, om ook dezen dag godvruchtig door te brengen.
VOORBEELD.
'tWas in hot jaar 1765. Een novice in het klooster der Jezuïeten te Rome, met name -V. L. Celestini, leed sedert 8 maanden aan eene ziekte, die niet de minste hoop op herstel overliet. Sinds 10 dagen was het hem onmogelijk een druppel water door te halen. Sprakeloos en oogenschijn-lijk zonder bewustzijn lag de zieke op zijn smart-bed ; alleen de ademhaling verried nog het leven. Eensklaps komt er een frissche blos op zijne wangen. âIk beu genezen 1quot; roept hij eene met heldere stem, âde H. Aloysius heeft mij genezen Iquot; De religieuzen , die er tegenwoordig waren, vroegen aan den novice, wat er dan gebeurd was. Nu verhaalde hij hun, dat de H. Aloysius van Gonzaga hem verschenen was eu hem gevraagd had : âWat wilt gij de gezondheid of den dood ?quot;â âDen wil Godsquot; antwoordde de novice. â Daarop zegde de H. Aloysius : âDewijl gij gedurende uwe
ïl
322 FEESTDAG VAN HET H. HART VAN JESUS.
ziekte geen ander verlangen gekoesterd hebt, dan de H. Teerspijze te ontvangen, en dat gij n voor 't overige aan Gods H. Wil hebt overgegeven, schenkt de Heer u door mijne voorspraak het leven, opdat gij u op de volmaaktheid zondt toeleggen en tot uwen dood toe de godsvrvucht tot Jesus' H. Hart zoudt verspreiden; want deze godsvrucht is den Hemel zeer aangenaam.
De herstelde novice was altijd deze aanbeveling . indachtig en spande al zijne krachten in, om gedurende zijne overige dagen, de liefde van Jesus' H. Hart te verkondigen.
GEBED.
Heer Jesus, die door eene nieuwe weldaad U gewaardigd hebt aan uwe Kerk de onuitsprekelijke rijkdommen van uw Goddelijk Hart te openen, geef, dat wij aan de liefde van dit allerh. Hart mogen beantwoorden en de versmadingen aan Hetzelve door de ondankbaarheid der menschen toegebracht met waardige dienstbewijzen vergoeden. Dit vragen wij U, die leeft en heerscht met den Vader en den H. Geest, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
GEBEDEN ONDER DE H. MIS,
Wanneer gij n naar de H. Mis begeeft, verbeeld u, dat gij den berg van Calvarië bestijgt, om met de H. Maagd Maria, met Joannes en ; Magdalena onder het kruis te staan.
o Allerheiligste Drievuldigheid, geef mij de genade, dat ik het H. Misoffer eerbiedig en aandachtig bijwone. Ik wil het in vereeniging met den Priester aan uwe goddelijke Majesteit opdragen :
1° Tot verheerlijking van uwen H. Naam ;
2° Tot vergiffenis mijner zonden en tot quot; voldoening der straffen, die ik voor dezelve â verdiend heb;
30_ Tot dankzegging voor alle weldaden, die ik van ü ontvangen heb ;
4° Tot verkrijging van meerdere genade, hulp en sterkte, om de bekoringen te
overwinnen, voornamelijk , deze.....om
de heilige deugd van zuiverheid onbevlekt te bewaren en in de heiligmakende genade tot mijnen dood toe te volharden.
Neem, o barmhartige God, dit offer
'quot;â cX
324 GKBEDEN ONDER
genadig aan en verhoor mijn gebed, door Jeans Christus uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes, God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
Confiteor.
(Schuldbelijdenis.)
Aan den voet van het altaar betuigt de priester zijne onwaardigheid om het H. Offer op le dragen. Met den misdienaar doet hij daar een vurig gebed, legt eene openbare belijdenis zijner zonden af en klopt tot teeken van berouw driemaal op zijne borst.
Het is niet noodig . o mijn God, dat ik mijne zonden voor U belijd , om ze U te doen kennen; Gij kent ze veel beter, dan ik ze ooit kennen zal; Gij leest ze in mijn hart. Doch om mij zeiven te vernederen, belijd ik dezelve in tegenwoordigheid van Hemel en aarde. Ik beken, dat ik U zwaar beleedigd heb door gedachten, woorden en werken, en uwe verontwaardiging verdiend heb door mijne schuld , door mijne schuld, door mijne allergrootste schuld.
O Maria, die de Toevlucht der zondaren zijt, mijn H. Engelbewaarder , mijne HH. Patronen . bidt voor mij en verwerft mij de vergeving mijner zonden.
Introïtus.
(ïngangsgehed.)
De priester beklimt het altaar, kust hetzelve
DE H. MIS. 325
tot teekeii van eerbied voor Jesus Christus, die daarop weldra als Offer zal nederdalen, en ter eere der heilige dienaren en vrienden Gods, wier relikwieën in het altaar bewaard worden. Dan bidt hij het Ingangsgebed of Introïtus.
De Heer zal zich. ontfermen, overeenkomstig de menigte zijner barmhartigheden; want niet niterharte heeft Hij de kinderen der menschen vernederd en verworpen. De Heer is goed voor die op Hem hopen en voor de ziel, die Hem zoekt. Alleluja, Alleluja!
Ps. De barmhartigheden des Heeren zal ik in eeuwigheid bezingen van geslacht tot geslacht. Glorie zij den Vader, enz.
Klyrie Eleison.
Heer, ontferm TJ onzer. (driemaal.) Christus, ontferm U onzer. â
Heer, ontferm TJ onzer. â
Q-loria.
Het Gloria is de lofzang der Engelen, een vreugdezang. Daarom wordt het achtergelaten, als de priester ten teeken van rouw of boetvaardigheid een zwart of paars kasuifel draagt.
Glorie zij aan God in den hooge, en vrede op aarde aan de menschen van goeden wil! wij loven TJ ; wij prijzen ü ; wij aanbidden TJ; wij verheerlijken TJ; wij danken TJ, om uwe groote glorie , Heer God , hemelsche Koning, God, Almachtige Vader; Heer
it
_____
â¦
326 GEBEDEN ONDEK
Jesus Christus, Eeniggeboren Zoon des Vaders. Die wegneemt de zonden der wereld , ontferm U onzer. Die wegneemt de zonden der wereld, neem onze smeeking aan. Die aan de rechterhand des Vaders gezeten zijt, ontferm IJ onzer. Want Gij zijt alleen do Heilige , Gij alleen de Heer, Gij alleen de Allerhoogste: Jesus Christus, met den H. Geest, in de glorie van God den Vader. Amen.
(Ia gezongen missen kan meu van liet Kyrie tot het Gloria gevoeglijk bidden :
De Litanie van het H. Hart.)
Gebed.
Als de priester zich tot de aanwezige geloovigen keert, zegt hij : Dominus vobiscum (ie Heer zij met u). Zij antwoorden door den misdienaar: Et cum spiritu ivo (cn met uwen geest) d. i. zoo-ais de Heer met ons moge wezen , zoo zij Hij ook met u.
LAAT ONS BIDDEN.
Almachtige God, geef, smeeken wij U , dat wij, die in het Allerheiligste Hart van uwen beminden Zoon onzen roem stellen en daardoor de voornaamste weldaden zijner liefde jegens ons herdenken, geef, dat wij gaarne die weldaden mogen gebruiken en er de vruchten van genieten. Door denzelfden Jesus Christus Onzen Heer, die met U leeft en heerscht in alle eeuwen. Amen.
337
_
DE H. MIS.
Epistel.
Lees hier aandachtig de volgende zinsneden uit den Profeet Isaïas; bedenk daavbij , dat de H. Geest die waarheden heeft ingegeven en dat zij geschreven zijn tot uwe onderrichting.
âIk loof U, o Heer, omdat, toen gij op â mij vertoornd waart, uw toorn zich heeft â afgewend en Gij mij vertroost hebt. Zie-â daar God, mijn Heiland. Ik zal ver-â trouwen en niet vreezen; want mijn Sterkte â en mijn lof is de Heer, en Hij is mij tot â heil geworden. Gij zult water scheppen â in vreugde uit de bronnen des Zalig-â makers ! En gij zult op dien dag zoggen : â looft den Heer en roept zijnen Naam aan. âGedenkt, dat zijn Naam hoog verheven â is! Zingt den Heer, want heerlijke dingen âheeft Hij gedaan! Verkondigt dit over â de gansche aarde. Verheugt u en juicht, â gij bewoners van Si on , want groot is in â uw midden de Heilige van Israël.quot;
Hoe goed zijt Gij, o God! Gij zorgt niet alleen voor ons lichaam, maar ook voor onze ziel. Gij maakt ons uwen wil bekend en toont ons den weg naar den Hemel. Ik dank U voor uwe heilzame onderwijzingen , en maak het voornemen, mijn leven zoo in te richten, gelijk Gij verlangt. Help mij door uwe genade. Geef, dat ik alles beminne, wat Gij gebiedt, en alles hate, wat Gij verbiedt.
Mijn Jesus, zachtmoedig en ootmoedig
___*=_____
c
328 GEBEDEN ONDEE
van harte, maak mijn hart gelijk aan het uwe.
Evangelie.
Het Evangelie wordt staande aangehoord ten teelieu van eerbied voor het woord Gods , in 't Evangelie vervat. Men teekent zich met het ¥, kruis op voorhoofd, mond en borst ; daardoor vragen wij aan God , dat wij zijn H. Woord met het verstand begrijpen , met den mond belijden en met het hart beminnen mogen.
Lees en overweeg de volgende woorden uit het Evangelie van den H. Joannes:
â In dien tijde vroegen de Joden aan â PilatUB (want het was voorbereidingsdag), â opdat de lichamen niet aan het kruis â zouden blijven hangen op den Sabbath â (want deze was een groote Sabbathdag), â dat hunne beenen verbrijzeld en zij af-â genomen zouden worden. De soldaten â kwamen dan en verbrijzelden wel de bee-ânen van den eersten en den tweeden, die â met Hem gekruisigd waren; doch toen â zij tot Jeans waren gekomen en zagen, â dat Hij reeds gestorven was, verbrijzelden â zij zijne beenen niet, maar een der sol-â daten opende met zijne lans zijne zijd©; â en terstond vloeide er bloed en water â uit. En hij , die het gezien heeft, heeft â er getuigenis van gegeven ; en zijne ge-â tuigenis is waarachtig.quot;
%
DE H. MIS.
Credo.
Dit wordt gebeden of gezongen op alle Zondagen, op de Feestdagen van Onzen Heer en de Allerh. Maagd, alsmede op de Feestdagen der Apostelen en der Kerkleeraars.
Ik geloof in éénen God, den almachtigen Vader, Schepper van Hemel en aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen. â En in éénen Heer Jesus Christus, Gods , Eengeboren Zoon, en uit den Vader vóór alle eenwen geboren, God van God, licht van licht, waarachtig God van waarach tigen God; voortgebracht, niet gemaakt van ééne zelfstandigheid met den Vader door wien alles gemaakt is. Die om ons menschen, en om onze zaligheid is neder gedaald van den Hemel. Ãn is Vleesch geworden door den H. Geest, uit de Maagd Maria en is Mensch geworden. Hij is ook gekruist voor ons onder Pontins Pilatus, Hij heeft geleden en is begraven; en Hij is ten derden dage, volgens de Schriften, verrezen; en Hij is opgeklommen ten He- * mei; zit aan de rechterhand des Vaders; vandaar zal Hij wederkomen in glorie, om te oordeelen de levenden en dooden; wiens rijk geen einde zal hebben.
Ik geloof in den H. Geest, den Heere en levendmakende, die uit den Vader en den Zoon voortkomt; die met den Vader en den Zoon te zamen aangebeden en mede verheerlijkt wordt; die door de Profeten gesproken heeft.
_____
330 GEBEDEN ONDEE
En eene Heilige, Katholieke en Apos-tolieke Kerk. Ik belijd één doopsel ter vergeving van de zonden. En ik verwacht de verrijzenis der dooden en het leven der toekomende wereld. Amen.
In eene gezongen H. Mis kan men na het Credo een of meer der Gebeden bidden , welke hierachter volgen.
Offerande van Brood en quot;Wijn.
Hier begint het eerste van de drie voorname deelen der H. Mis.
Weldra, o Hemelsche Vader, zal het brood en de wijn, die de priester U aan. het altaar opdraagt, door de woorden der Consecratie veranderd worden in het Lichaam en Bloed van Jesns. Deze, uw welbeminde Zoon , zal zich opnieuw aan TT opofferen, om ons aan de verdiensten van zijnen kruisdood deelachtig te maken. In - vereeniging met zijn H. Hart draag ik U ook mij zeiven op en wijd U mijn lichaam met al zijne zintuigen, mijne ziel met al hare krachten. Ik neem mij voor, vandaag al mijne werken tot uwe eer te verrichten en alles uit liefde tot U te lijden, wat mij heden lastig of moeilijk zal overkomen. Ik zal ook mijn best doen, om mijne ziel zuiver van zonden te bewaren, vooral van de zonde .... waarin ik reeds te dikwijls gevallen ben. o H. Hart, ze-
DE H. MIS.
gen dit voornemen, opdat ik daaraan getrouw blijve.
quot;Vingerwassching.
Wasch mij, o God, meer en meer van mijne ongerechtigheden en reinig mij van mijne zonden ; maak mijne ziel zoo zniver en schoon als zij onmiddellijk na haar Doopsel was.
Orate ITratres.
(Bidt, mijne Broeders.)
De Heer ontvange deze offerande nit de handen des Priesters tot lof en eere van zijnen naam, tot voordeel van ons en van zijne geheele H. Kerk.
^Prefatie.
Dit is een loflied, welks naam voorrede of voorbereiding beteekent, omdat het de Consecratie voorafgaat. Aan bet einde van de prefatie bidt de priester het loflied der Engelen , dat in het Latijn begint met het woord ; Sanctus , dat is heilig, alsmede het gezang der schare, die Jesns bij zijn intocht in Jeruzalem begroette: Benedictus en Hosanna.
Het gelnkkig oogenblik nadert, waarop de Koning der Engelen en der mensohen op het altaar gaat verschijnen. Vervnlmij, o Heer, met nwen Geest; dat mijn hart, onthecht van de aarde, alleen op TJ zijne
331
_____â¢Â«_
332 gebeden onder
gedachten vestige. Welke verplichting heb ik niet, om IJ te allen tijde en op alle plaatsen te danken en te loven!
Niets is billijker , niets is voordeeliger , dan dat wij ons met het H. Hart van Jesns Christus vereenigen, omTJ onophoudelijk te aanbidden. Het is door Hem, dat alle gelukzalige Geesten uwe Majesteit loven; het is door Hem, dat alle krachten der Hemelen, bevangen door eene eerbiedige vrees, zich vereenigen , om TJ te verheerlijken.
Gedoog , Heer, dat wij onze zwakke lofzangen met die der hemelsche Geesten vereenigen en dat wij te zamen juichend en met verwondering uitroepen :
Heilig, heilig, heilig is de Heer, de God der Heerscharen! Hemel en aarde zijn vol van uwe heerlijkheid. Hosanna in den hooge! Gezegend Hij , die komt in den naam des Heeren! Hosanna in den hooge.
Canon. (â¦)
fGedachtenis der Levenden.)
Van nu af tot het âPater nosterquot; doet de Priester alle gebeden in stilte. Dit stille bidden heeft iets geheimvols en is daarom zeer geschikt om den heiligen eerbied, waarmede de geloovigen de H. Offerande moeten bijwonen, te verhoogen.
DE H. MIS. 333
Ik smeek U , o goedertierenste Vader , door Jesus Christus , uwen Zoon, onzen. Heer, de offerande gunstig aan te nemen en te zegenen, welke ik ü opdraag voor de H. Katholieke .Kerk, opdat het ü believe haar te bewaren, te beschermen en te besturen, met onzen H. Vader den Paus, onzen Bisschop en allen, die het ware geloof belijden.
. Gedenk , Heer , uwe dienaars en dienaressen , bijzonder mijne ouders, bloedverwanten, vrienden, weldoeners en allen voor wie ik verplicht ben te bidden. Maak hen gelukkig op aarde en geef hun eenmaal deel aan het eeuwig geluk des Hemels. Ik bid U ook voor den Priester, die het H. Sacrificie opdraagt, voor allen, die hier tegenwoordig zijn, alsmede voor de bekee-ring der zondaars, ketters en ongeloovigen. En opdat mijne gebeden U welgevalliger mogen zijn, vereenig ik ze met die der Allerh. Maagd, der HH. Apostelen Petrus en Paulus en van alle Heiligen.
Consecratie.
De Consecratie is het gewichtigste en heiligste deel van de H. Mis. Verdubbel dus uwe aandacht en godsvrucht. Leg uw kerkboek neder, buig met den diepsten eerbied uw hoofd, denk , dat de Hemel opengaat en Jesus Christus in persoon op het altaar verschijnt. Zeg:
*
---liâ
334 GEBEDEN ONDEK
Bij de opheffing der H. Hostie.
Geloofd en gedankt zij te allen tijde het allerheiligste en goddelijke Sacrament.
(100 dagen aflaat onder iedere H. Mis bij de opheffing eens te verdienen. 7 Dec. 1819.)
J esus, ik geloof in TJ, omdat Gij de eenwige Waarheid zijt. Jesus, ik hoop - op TJ, omdat Gij de eenwige Barmhartigheid zijt. Jeans, ik bemin TJ bovenal, omdat Gij boven alles beminnelijk zijt. o Jesus, vermeerder mijn geloof, mijne hoop en mijne liefde.
Bij de opheffing van den Kelk.
Eeuwige Vader, ik offer TJ het allerkostbaarst Bloed van Jesns Christus tot voldoening mijner zonden en voor de noodwendigheden der H. Kerk.
(100 dagen aflaat, telkens. 22 Sept. 1817.)
Na de Consecratie.
(Gedachtenis der Overledenen.)
Nu is Jesus Christus wezenlijk op het altaar en offert zich aan zijnen Hemelschen Vader op . om ons aan de verdiensten van zijn Kruisdood deelachtig ts maken.
Zie, o Vader, nit den hoogen Hemel op het altaar neder, waar het H. Hart van Jesus, uw teerbeminden Zoon, zich
â k~-
X___i?f
gt; uP
DE H. MIS. 335'
aan U opdraagt voor de zonden zijner broeders â en wees mij om zijnentwil genadig. Gedenk, o goede Vader, de smarten , die dat Hart voor mij heeft verdragen, de algeheele verlatenheid, waarin Het aan het kruis zich bevond, het Bloed, dat Het tot den laatsten druppel vergoten, den schandelijken dood, dien Het voor mij onderstaan heeft. Wees mij dus genadig ; vergeef mij het kwaad, dat ik tegen U . begaan heb; heilig mijne ziel en stort uwen overvloedigen zegen over mij uit. Door denzelfden J. C. onzen Heer. Amen.
Ik bid U ook voor de geloovige zielen in het Vagevuur, vooral voor N. N., voor degenen, die in mijne gebeden zijn aanbevolen en voor wie ik het meest verplicht ben te bidden. Genadige God, heb medelijden met haar; verlos haar uit de pijnen, opdat zij in den Hemel met de Engelen en Heiligen eeuwig uwen lof zingen. Amen.
Tater noster.
Almachtige, eeuwige God! Gij hebt ons door uwen Zoon geleerd, hoe wij moeten bidden; vol vertrouwen op zijne verdiensten durven wij zeggen: Onze Fader , enz.
o Heer, verlos ons, bidden wij U , van alle kwaad, dat verleden , dat tegenwoordig , dat nog aanstaande is: en verleen ons door de voorspraak van de zalige en
_________
336 GEBEDEN ONDER
roemwaardige Moeder Gods Maria, altijd Maagd, van de HH. Apostelen Petrus en Panlus en Andreas en alle Heiligen, genadig vrede in onze dagen , opdat wij door den bijstand uwer barmhartigheid geholpen, te allen tijde vrij moge blijven van zonden en van alles wat onzen vrede zon storen'. Door denzelfden Jeans Christus, onzen Heer, uwen Zoon, die met U leeft ^ â en heerscht van eeuwigheid tot eeuwigheid. , H
.A-grms Dei.
Bij het einde van het voorgaande gebed breekt de priester de H. Hostie en laat een deeltje daarvan in den kelk Tallen. Vereenig u in gebed met hem en zeg, driemaal rouwmoedig op uwe borst kloppende;
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm TJ onzer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm TJ onzer. quot;, Lam Gods, dat wegneemt de zonden _ H der wereld, geef ons den vrede.
Comtrmnio
Daarna neemt de priester de H. Hostie en zegt vol nederigheid en betrouwen, zooals de hoofdman van het Evangelie , driemaal : lieer, ik ben niet waardig, enz. Dan nuttigt hij het Lichaam des Heeren en vervolgens ook het H. Bloed. Als gij niet werkelijk communiceert, zult gij op de volgende wijze eene geestelijke communie doen,
xj jt fSt
|
y1 |
* | |
|
â |
DE H. MIS. 337 | |
|
y V: f f* |
Heer Jesns Christus, Zoon van den levenden God, ik durf tot de H. Tafel niet naderen, om uw H. Lichaam en dierbaar Bloed te nuttigen. Ik bid evenwel uw goddelijk Hart, mij aan de uitwerkselen der H. Communie deelachtig te maken; verlos mij, door de kracht dezer hemelsche spijs , van al mijne boosheden en van alle kwaad; geef, dat ik altijd getrouw blijve â aan uwe geboden, en laat niet toe, dat , ik ooit van U gescheiden worde. Goddelijk Hart, hoe gaarne zou ik nu zoo zuiver van zonde zijn, dat ik U in de H. Communie mocht ontvangen, om innig met TJ vereenigd te worden. Mijn hart verlangt vurig naar ü; maar ik ben niet waardig , dat Gij onder mijn dak komt, doch spreek slechts één woord en mijne ziel zal gezond worden. Heer, ik ben niet waardig, enz. Heer , ik ben niet waardig, enz. o H. Maaltijd, in welke Christus genuttigd , de gedachtenis van zijn lijden ge-quot; houden, de ziel met genade vervuld en ' ons het onderpand der toekomende glorie gegeven wordt. Ziel van Christus , heilig mij. Lichaam van Christus , maak mij zalig. Bloed van Christus , verzadig mij. Water van Christus' zijde, reinig mij. Lijden van Christus , versterk mij. o Goede Jesns, verhoor mij. 22 » |
X t) |
|
X |
* |
* |
GEBEDEN ONDER
Laat niet toe, dat ik van TJ gescheiden worde.
Tegen den boozen vijand verdedig mij.
In het unr van mijnen dood roep mij.
Doe mij dan tot TJ komen,
Opdat ik met uwe Heiligen IT love,
In de eeuwen der eeuwen. Amen.
(300 dagen aflaat telkens. 9 Jan. 1854.)
Na de H. Oommianie.
o Heer Jesus Christus, Gij zijt waarlijk de goede Herder en bemint ons, uwe schapen, op de innigste wijze. Gij hebt uw leven voor ons gegeven en blijft voortdurend voor ons welzijn bezorgd: Gij voedt ons met uw eigen vleesch en laaft ons met uw eigen bloed in de H. Communie. Wij danken U voor uwe groote liefde en smeeken U, dat Gij ons altijd, vooral in het uur van onzen dood, tegen den helschen wolf, den duivel, willet beschermen. Sta ons bij, opdat wij TJ, onzen goeden Herder , als getrouwe scha- ⢠pen volgen op den weg der deugd, om eens tot het eeuwig leven te mogen geraken. Amen.
Zegen..
Verbeeld u, dat God u zegent door de hand van zijnen dienaar, den Priester; kniel daa eerbiedig, maak godvruchtig het teeken des H. Kraises en zeg: Mij zegene de almachtige God, de Vader en de Zoon en de H. Geest. Amen.
338
DE H. MIS.
Ja, zegen mij, o goede God; zegen mijn lichaam met al zijne zintuigen, mijne ziel met al hare vermogens; zegen vooral mijnen wil, opdat ik U bovenal beminne en uwe geboden getrouw onderhoude. Amen.
St Jans Evangelie.
In den beginne was het Woord en het Woord was bij God, en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alle dingen zijn er door gemaakt; en zonder Dat is er niets gemaakt van hetgeen er gemaakt is. Daarin was het leven, en het leven was het licht der menschen ; en het licht schijnt in de duisternissen en de duisternissen hebben het niet begrepen. Er was een mensch van God gezonden, wiens naam was Joannes. Deze kwam tot getuigenis, om getuigenis van het licht te geven , opdat allen door hem gelooven zouden.
Hij zelf was het licht niet , maar om getuigenis van het licht te geven. Dit was het waarachtig licht, hetwelk allen mensch verlicht, die in deze wereld komt. Hij was in de wereld en de wereld is door Hem gemaakt, en de wereld heeft Hem niet gekend. Hij kwam in zijn eigendom , doch de zijnen hebben Hem niet aangenomen; maar allen, die Hem aangenomen hebben, heeft Hij macht gegeven, om kinderan Gods te worden ; degenen ,
339
*
340 GEBEDEN ONDER
die in zijnen Naam gelooven, die niet nit den bloede, noch uit den -wil des vleesches, noch. nit den wil des mans, maar nit God geboren zijn. En het Woerd is vleesch geworden en Het heeft onder ons gewoond. En wij hebben zijne glorie gezien, eene glorie als des Eengeborenen van den Vader, vol genade en waarheid.
Gobeden na de stille H. Mis , voorgeschreven. door Z. H. ]?aus Leo XIII.
Driemaal het âWees Gegroetquot; enz.
Wees gegroet, o Koningin, Moeder van barmhartigheid ; ons leven, onze zoetheid en onze hoop, wees gegroet.
Tot ü roepen wij, ballingen , kinderen van Eva.
Tot TJ smeeken wij, zuchtend en wee-nend in dit dal van tranen.
Daarom dan, onze voorspreekster, sla op ons nwe zoo barmhartige oogen.
En toon ons, na deze ballingsohap, Jesus, de gezegende vracht uws lichaams.
O goedei'tierene, o meedoogende, o zoete Maagd , Maria.
y. Bid voor ons, H. Moeder Gods ,
R;. Opdat wij de beloften van Christus
waardig worden.
LAAT ONS BIDDEN.
O God, onze toevlucht en onze kracht, zie genadig neder op het tot TJ roepende volk;
M I
DE H. MIS.
en door de voorspraak der glorierijke en onbevlekte Maagd en Moeder Gods Maria, van den H. Jozef, haren Bruidegom, van uwe HH. Apostelen Petrus en Paulus en alle Heiligen, verhoor barmhartig en goedgunstig de gebeden, welke wij storten voor de bekeering der zondaren, voor de vrijheid en de verheffing onzer Moeder de H. Kerk. Door Christus, onzen Heer. Amen.
Heilige Aartsengel Michaël, verdedig ons in den strijd, wees onze bescherming tegen de boosheid en de lagen des duivels. Wij smeeken nederig, dat God hem gebiede: en gij , aanvoerder van het hetnelsche heir, drijf den Satan en de andere booze geesten , die ten verderve der zielen in de wereld rondzwerven, door de goddelijke kracht in de hel terug. Amen.
341
â¢4^
Oefeningen Toor de H. Communie.
1. Geloof: O mijn Jesus, ik geloof vast, al wat Gij geopenbaard hebt; vooral geloof ik, dat Gij wezenlijk tegenwoordig zijt in het H. Sacrament des Altaars, omdat Gij het zelf gezegd hebt. â
2. Aanbidding : O mijn Jesns , in ver-eeniging met alle Engelen en Heiligen , aanbid ik U in het allerheiligste Sacrament , waarin Gij uit liefde voor mij zijt verborgen ; ik aanbid TJ als mijn Heer en mijn God, als mijn Schepper en mijn Zaligmaker. â
3. Bebouw : O mijn Jesns , ik betrenr uit geheel mijn hart al mijne zonden, omdat ik daardoor U, mijn goeden God, dien ik boven alles bemin, bedroefd en belee-digd heb. â
4. Ootmoedigheid : Mijn Heer en mijn God, hoe durf ik na zoovele beleedigingen nog tot U naderen ! Neen, ik ben niet waardig, U in mijn hart te ontvangen; maar spreek slechts één woord en mijne ziel zal gezond worden. â
K
COMMUNIEOEFENINGEN. £43
5. Hoop ; O Liefdevolle Jesns, uwe goedheid en barmhartigheid is oneindig groot. Gij komt tot mij en wilt in mijn hart wonen. Ik vertrouw dan ook vast, dat Gij mij zult heiligen en mijn hart met uwe genade vervullen. â
6. Liefde : O mijn Jesus, Gij hebt mij bemind tot den kruisdood toe; en uit liefde voor mij wilt Gij nu ook het voedsel mijner ziel worden. Ontvlam mijn hart in wederliefde. Ik bemin U, lieve Jesus, uit geheel mijn hart, ik bemin ü meer dan mij zei ven, ja uit liefde tot U wil ik leven en sterven. â
7. Verlangen : Kom, lieve Jesus, kom, en neem bezit van mijn hart. Het zal geheel aan U toebehooren. â Kom in mijn arm hart en vervul mijne wenschen, kom, en heilig mijne ziel; kom , zoete Jesus, kom !....
Vóór dat de Priester de H. Communie geeft, toont hij aan de communicanten de H. Hostie . en zegt hij driemaal; Domme non sum dignus; klop dan driemaal op de borst, en zeg uit het volste besef uwer onwaardigheid ook driemaal: Heer, ik ben niet waardig , dat Gij in mijn hart komt; maar spreek slechts één woord en mijne ziel zal gezond worden.
Blijf daarna aanhoudend , langzaam en vurig verzachten: o Jesus, ik geloof in V; â o Jesus, ik hoop op U; â o Jesus , ik bemin IJ.
Bij het knielen voor de Communiebank zegt men : Geloofd zij Jesus Christus in het H. Sacrament des Altaars.
Kj_______N
344 COMMUNIEOEFENINGEN.
Als de Priester u de H. Hostie geeft, zeg dan niet met den mond, maar met het hart: Het Lichaam van Onzen lieer Jesus Christus beware mijne ziel ten eeuwigen leven. Herhaal dit in stilte eenige malen na de H. Communie.
Oefeningen na de H. Communie.
Aanbidding : O mijn lieve Jesus, ik aanbid U in mijn hart als mijn God, mijn Verlosser en Zaligmaker. â
Nederigheid : Van waar komt mij het geluk , dat Gij, mijn Jesus, U gewaardigt, in mijn arm hart te komen rusten! â
Dankzegging : Mijn Jesus , hoe zal ik TJ genoeg kunnen danken ! o Maria, mijno lieve Moeder, mijn H. Engelbewaarder en mijn H. Patroon , aanbidt, looft, prijst en dankt Jesus met mij. â
Opoffering : Gij hebt, o goede Jesus , TJ geheel aan mij geschonken , ik geef mij ook geheel aan IJ; ik offer U op mijne quot; ziel en mijn lichaam, mijne gedachten en begeerten, mijne woorden en al mijne werken. â
Liefde : Ik bemin ü, lieve Jesus, mijn God en mijn al! Ontvlam mijn kond hart door het vuur uwer liefde en laat niet toe, dat ik door de zonde ooit van TJ gescheiden worde. â
Veagen : Lieve Jesus, Gij zult mij nu
niets weigeren. Geef mij al de genaden , # 5^ -[^
COMMUNIEOEFENINGEN.
die ik noodig heb, om de zonden te vermijden en de dengd te beoefenen. Bewaar mij vooral voor de zonden van....
Bid verder voor uwe Ouders, voor Z. H. den Paus, voor de H. Kerk, voor de bekeering der zondaars, ketters en ongeloovigen, voor de zielen des Va-gevuurs, voor uwe weldoeners en voor allen, in wie gij eenig belang stelt. â
345
GEBEDEN ONDER HET LOF.
.A-kto van Geloof en Dankzegging.
Geloofd en gedankt zij elk oogenblik het allerheiligste en allergoddelijkste Sacrament.
Heer Jesus Christus, waarachtig God en Mensch, ik geloof, dat Gij Mer onder de gedaante van brood waarlijk tegenwoordig zijt, met ziel en lichaam, en ik aanbid TJ nederig als mijnen Heer en mijnen God. O , mocht ik U aanschouwen , beminnen, loven en verheerlijken, gelijk zoovele duizenden Engelen U met de grootste vreugde aanschouwen, beminnen en loven in den Hemel! Hoeveel toch ben ik TJ hiervoor verschuldigd, dat Gij ter liefde van mij uit den Hemel gedaald zijt, dat Gij U op het kruis voor mij hebt opgeofferd en nog voortdurend in het H. Sacrament voor mij tegenwoordig blijft tot eeuwig aandenken
I*
____^____
lt;
GEBEDEN ONDEK HET LOP. 347
uwer liefde! Wat zou ik ondankbaar en ongelukkig zijn, als ik deze liefde niet met wederliefde vergold!
Eereboete aan Jesus Christus in het H. Sacrament.
O Jesus, mijn God en Zaligmaker, ik aanbid ü met den diepston eerbied, dien het geloof mij ingeeft, en ik bemin ü uit geheel mijn hart, U, die in het hoogwaardig Sacrament des Altaars verborgen zijt. Ik verlang vurig al de oneerbiedigheden , onteeringen of heiligschennissen te herstellen, waaraan ik mij ooit mocht hebben schuldig gemaakt.
Ik aanbid TJ dan, mijn God, wel niet zooals Gij het verdient en ik het doen moest, maar dan toch zooveel ik in mijne zwakheid kan. O , hoe gaarne zou ik U aanbidden met al de volmaaktheid, waartoe alle redelijke schepselen te zamen in staat zijn !
Ik heb de meening van U nu en altijd te aanbidden, niet alleen voor die katholieken, welke TJ hunne aanbidding en liefde weigeren, maar ook voor al de ketters, schearmakers en ongeloovigen. Mochten zij zich toch bekeeren, mochten ook zij TJ aanbidden ! Ach , ja, mijn Jesus , wees door alle menschen elk oogenblik aanbeden , bemind en bedankt in het heilig en goddelijk Sacrament des Altaars. Amen.
348
Gebed tot Jesu.Fi' IT. Hart.
o Goddelijk Hart, zie genadig van uw heilig altaar op mij , ellendigen zondaar, neder. Met een bedroefd hart, maar met groot vertrouwen bid ik U, vergeef mij mijne zonden; zij zijn mij van harte leed, ik haat en verfoei ze uit liefde tot U en wil ze nooit meer bedrijven. Maak mij , . naar uw voorbeeld, zachtmoedig en ootmoedig van harte, gehoorzaam , kuisch, getrouw aan mijne plichten, geduldig in lijden en in alles onderworpen aan uwen heiligen wil. Geef mij de volharding in uwe liefde tot het einde mijns levens toe.
Betrouwende op de goedheid uws Harten, o mijn Zaligmaker, bid ik U ook voor allen, voor wie ik verplicht ben te bidden. Zegen onzen Heiligen Vader, den Paus, de bisschoppen en priesters; vervul hen met eenen vurigen ijver voor uwe eer en voor de zaligheid der zielen. Ik bid TJ in het bijzonder voor mijnen zielbestuurder en * voor hen, die mij in den godsdienst onder-wijzen of onderwezen hebben. Gelief hen daarvoor te beloonen, en hunnen arbeid te zegenen, opdat zij ons en vele anderen tot de eeuwige zaligheid mogen brengen.
Ik beveel ü, o minnelijk Hart, mijne ouders, aan wie ik zooveel verschuldigd ben. Geef hun al wat zij voor ziel en lichaam noodig hebben voor dit en het eeuwige leven. Dit vraag ik TJ ook voor mijne broeders , zusters en andere bloedverwanten.
ONDER HET LOF. 349
Ik bid U ook voor mijne vijanden , indien ik er heb; voor allen die mij ooit beleedigd hebben, en voor hen aan wie ik ergernis heb gegeven; ik bid U voor allen die voor mij bidden.
Ach , Heer ! mochten toch alle zondaren zich tot U bekeeren! Geef hun daartoe uwe genade ; ontferm U over hen.
En om niemand in mijn gebed te vergeten , beveel ik TJ ook alle zieken, die IJ in het H. Sacrament niet kunnen bezoeken. Geef hun sterkte, om hunne smarten uit liefde tot U geduldig te lijden en daardoor den Hemel te verdienen. Ik bid U voornamelijk voor hen, die in gevaar zijn van sterven. Sta hen bij in dat ge-â wichtig oogenblik, opdat zij in uwe liefde uit deze wereld scheiden.
Eindelijk beveel ik U de zielen der overledenen , die nog in het vagevuur zijn,
vooral de ziel van..... Vervul haar vurig
verlangen van zich met U te gaan vereenigen in den Hemel.
Al deze genaden voor mij zeiven en voor anderen hoop ik van uwe goedheid te bekomen. Amen.
___
350 GEBET
ANTIPHOM DER H. MAAGD,
Die gezongen worden onder het Lof. Van Zaterdag vóór den eersten Zondag nan den Advent tot Kerstmis.
.A-lma Eedemptoris Mater.
Verheven Moeder, nit wier schoot Ons aller Zaligmaker sproot; Gij, Hemelpoort, die openstaat, Gij, Zeester, die ons niet verlaat.
Breng 't vallend volk, dat op wil staan. Breng gij het uwen bijstand aan; Die, waar natuur verbaasd op staart, Uw heilgen Schepper hebt gebaard,
Gij , Maagd, zoo vóór als na dien stond, Neem 't âAvequot; uit des Engels mond, En zie, o Moeder van den Heer, Ontfermend op ons , zondaars , neer , y. De Engel des Heeren heeft Maria geboodschapt.
En zij heeft ontvangen van den H.
Geest.
LAAT ONS BIDDEN.
Wij bidden U, Heer, stort uwe genade in onze harten, opdat wij , die door de boodschap des Engels de Menschwording van Christus, uwen Zoon, gekend hebben , door zijn lijden en kruis tot dg
ONDEK HET LOF. 351
heerlijkheid der verrijzenis gebracht worden. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
Van Kerstavond tot O. L. V. Lichtmis, dezelfde Antiphoon , maar Vers en Gebed als volgt:
V- Na het baren zijt Gij onbevlekte Maagd gebleven.
R-. Moeder Gods, bid voor ons.
LAAT ONS BIDDEN.
o God, die door de vruchtbare maagdelijkheid der H. Maria de gaven der eeuwige zaligheid aan het menschelijk geslacht verleend hebt, laat ons, bidden wij TJ, de voorspraak van haar gevoelen, door wie wij verdiend hebben, de bron des levens, Onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon , te ontvangen. Amen.
fan O. L. V. Lichtmis , tot Woensdag in de Ooede Week.
Asve Eegina Coeloruin.
Gegroet, o Hemelkoningin ,
Gegroet, der Engelen Vorstin;
Heil U, o Spruit, o Zaalge Schoot, Waaruit der wereld 't Licht ontsproot.
quot;Wees, glorierijke Maagd, verblijd. Die onder alle 'tschoonste zijt;
Gegroet, o Gij, zoo vol van eer, En bid voor ons bij God den Heer.
gt;C
i
GEBEDEN
ir. Gedoog, dat ik TJ love, H. Maagd, li-. Geef mij sterkte tegen uwe vijanden.
LAAT ONS BIDDEN.
Barmhartige God, wil onze zwakheid ondersteunen , opdat wij , die de gedachtenis der H. Moeder Gods vieren, door den bijstand van hare voorspraak uit onze v zonden mogen opstaan. Door denzelfden 'y Christus, onzen Heer. Amen.
Van Paasch-Zaterdag tot Zaterdag na Pinksteren.
Eegina Coeli.
Verblijd U, 's Hemels Koningin ! Alleluja. Want dien gij droegt vol moedermin. Alleluja.
Stond naar zijn woord, weer op uit 't graf! Alleluja.
Bid God genade voor ons af. Alleluja. ir. De fleer verrees; o wees verblijd. Alleluja.
. IJr. Maria, die zijn Moeder zijt! Allel. .
LAAT ONS BIDDEN.
o God, die U gewaardigd hebt, door de verrijzenis van uwen Zoon, onzen Heer Jesus Christus, de wereld te verblijden; verleen, smeeken wij IJ, dat wij door zijne Moeder, de Maagd Maria, de vreugde van het eeuwige leven mogen verkrijgen. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
^ J
352
H___
»
ONDER HET LOF. 353
Fan Zaterdag vóór 11. Driemcldigheids-Zondag tot Zaterdag vóór den Advent.
Salve Eegina.
Wees gegroet, o Koninginne,
Moeder van Barmhartigheid,
Wees gegroet, gij die ons leven, Zoetigheid en hope zijt.
Tot U roepen wij al klagend ; â Wij, 't verbannen Evakroost,
Smeeken , nit dit dal van tranen Zuchtend , weenend , ü om troost.
O welaan dan , Midd'laresse ,
Sla uw oog op onzen nood ;
En toon ons na 't ballingsleven Jesus, vrucht van uwen schoot.
Moeder. zoo vol mededoogen, Wie men nooit vergeefs iets vraagt, Moeder, schat van heilgenaden , o Maria , zoete Maagd!
y. Bid voor ons , H. Moeder Gods. IJ:. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
LAAT ONS BIDDEN.
Almachtige, eeuwige God, die door de medewerking van den H. Geest, het lichaam en de ziel der roemwaardige Maagd en Moeder Gods Maria, tot eene waardige
23
*
354 GEBEDEN
â woonplaats van nwen Zoon bereid hebt, geef, dat wij, die ons in hare gedachtenis verblijden , door hare genadige voorspraak van alle aanstaande kwaad en van den eenwigen dood bevrijd worden. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
Magnificat.
Mijne ziel verheft den Heer:
En mijn geest juicht in üod, mijn Zaligmaker !
Omdat Hij nederzag op de geringheid van zijne dienstmaagd; want , zie, van nu af zullen alle geslachten mij zalig noemen.
Dewijl Hij groote dingen aan mij gedaan heeft, de Machtige, en Heilig is zijn naam;
En zijne barmhartigheid in van geslachte tot geslachte voor degenen, die Hem vreezen.
Kracht heeft hij geoefend door zijn arm : hoogmoedigen in de gedachten huns harten heeft hij verstrooid ;
Machtigen heeft Hij afgezet van den troon , en geringen heeft Hij verheven;
Nooddrufligen heeft Hij met goederen overladen, en rijken heeft Hij ledig weggezonden !
Hij is Israël: zijnen dienstknecht, te hulp gekomen, en Hij is indachtig geweest zijner barmhartigheid,
Gelijk Hij gesproken had tot onze vaderen, met Abraham en zijn zaad in eeuwigheid.
ONDEB HKT LOF. 255
Glorie zij den Vader en den Zoon, en den H. Geest.
Gelijk het waH in het begin , en nu, en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Tantum Ergo.
Knielen wij voor 't glorierijke Sacrament vol eerbied neer.
De oude Godsvereering wijke
Voor den dienst der nieuwe Leer.
En, hoe 'tzintuig ook bezwijke. Ons geloof groei' meer en meer.
Aan den Vader , hooggeprezen, Aan zijn Eengeboren Zoon
Macht en zeegning uitgelezen ,
Glorie, heil en eerbetoon !
Voor den Geest, van 'tzelfde Wezen, Eijze een loflied even schoon ! Amen.
.X
ALLERHEILldSTE HART VAN JESÃS.
Litanie van liet H. Hart van «Tesns.
Heer , ontferm ü onzer.
Christus, ontferm TJ onzer.
Heer , ontferm U onzer.
Christus , hoor ons Christus , verhoor ons.
God hemelsehe Vader, ontferm U onzer. God Zoon , Verlosser der wereld , ontferm
U onzer.
God H. Geest, ontferm ü onzer. H. Drievuldigheid, één God , ontferm U onzer.
Hart van Jesus, Zoon van den eeuwigen
Vader, ontferm ü onzer.
Hart van Jesus, Zoon van de Maagd
Maria , ontferm IJ onzer.
Hart van Jesus, eigene en waardige woonplaats van den H. Geest, ontferm ü onzer.
VEKSCHILIjENDE GEBEDEN. 357
Hart van Jesus, schatliamer van dn allerheiligste Drievuldigheid, ontferm Uonzer. Hart van Jesus , glorie en vreugd der Engelen .
Hart van Jesus, oneindig in Majesteit, Hart van Jesns, voorwerp van alle liefde,
Allerootmoedigst Hart van Jesus , Allerzuiverst Hart van Jesus , Allerminnelijkst Hart van Jesus ,
Hart van Jesus , vol van zegen en go-naden ,
Hart van Jesus, wellust van Hemel en
aarde, §
Hart van Jesus, licht van geheel de S;
aarde, |
Hart van Jesus, onverwinnelijke sterkte ^ tegen onze vijanden , C)
Hart van Jesus, hron van alle recht- o vaardigheid, n
Hart van Jesns, oorsprong van alle S
goedheid en barmhartigheid ,
Hart van Jesus , vol medelijden en tee-derheid ,
Hart van Jesus , woonstede aller deugden ,
Hart van Jesns, alien lof en eev waar-
diSgt;
Hart van Jesus, wien alle aanbidding toekomt,
Hart van Jesus , onpeilbare afgrond
van alle liemelsche gaven ,
Hart van Jesus , zaligheid dergenen die in TJ hopen ,
VERSCHILLENDE GEBEDEN.
Hart van Jesns, fontein der springende wateren tot het eeuwig leven, ontferm ü onzer. Hart van Jesns, verzoening onzer zonden ,
Hart van Jesus, troost van alle bedrukte harten ,
Hart van Jesus, hoop dergenen die in
U sterven ,
Hart van Jesus, ons leven en verrijzenis ,
Hart van Jesus, toevlucht der zondaren, g Hart van Jesus, met bitterheid voor Si
ons vervuld,
Hart van Jesns, met versmaadheden
voor ons verzaad,
Hart van Jesus, om onze boosheden
doorwond,
Hart van Jesus, om onze zaligheid ge-
storven aan het kruis,
Hart van Jesus, met eene lans doorstoken ,
Hart van Jesns, levende, heilige en
God behagende offerande,
Hart van Jesus , altaar op welk al de
Heiligen opgeofferd worden ,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, spaar ons, Jesus.
Lam Gods , dat wegneemt de zonden der
wereld , verhoor ons , Jesus.
Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld . ontferm TJ onzer, Jesus.
O Koning der glorie, Gij zult nooit versmaden
R-. Een boetvaardig en vernederd hart.
358
4
E3
d
o ö
J*
I
359
*
TEKSCHILLENDE GEBEDEN.
GEBED.
O aanbiddelijk Hart van mijnen Jesus! gloeiende brandoven der goddelijke liefde, ontvang, bid ik ü, mijne ziel in uwe allerheiligste wonde, opdat ik in deze school van liefde moge leeren beantwoorden aan de liefde van U , mijn God , die mij zooveel wonderbare bewijzen van uwe
liefde gegeven hebt. Amen.
Geileden.
Het Woord is vleesch geworden en Het heeft onder ons gewoond.
Een wig Woord, uit liefde voor ons mensch geworden, nederig aan uwe voeten nedergeworpen, aanbidden wij U met den diepsten eerbied onzer ziel, en om onze ondankbaarheid jegens eene zoo groote weldaad te herstellen, vereenigen wij ons met het hart van allen , die ü beminnen , en offeren wij U onzen nederigsten en - teedersten dank. Getroffen door die over- -maat van ootmoed, goedheid en teeder-heid, die wij in uw goddelijk Hart erkennen, smeeken wij uwe genade af, om deze ü zoo dierbare deugden te mogen navolgen.
Onze Vader, Wees gegroet en Glorie, enz.
Hij is uok voor ons gekruist, heeft geleden onder Pontius Pilatus en is begraven.
Jesus, onze beminnelijke Verlosser, ne-
y__
i
360 VERSCHILLENDE GEDEDEN.
derig aan uwe voeten neergeworpen , aanbidden wij U met den diepsten eerbied onzer ziel; en om ü een oprecht blijk te geven van de smart, die wij gevoelen over onze ongevoeligheid voor alle versmadingen en smarten , die uw liefdevol Hart TJ voor onze zaligheid deed verduren in uw smartelijk Lijden en in uwen Dood, vereenigen wij ons met het hart van allen, die T] beminnen , om ü uit geheel onze ziel dank te brengen. Wij bewonderen de ein-delooze lijdzaamheid en edelmoedigheid van uw goddelijk Ilart , en wij smeeken U, het onze te vervullen met den geest van christelijke versterving , waardoor wij het lijden met moed omhelzen en onzen grootsten troost en al onze glorie stellen in uw Kruis.
Onze Vader, Wees gegroet. Glorie zij den Vader, enz.
Gij hebt hun een brood uit den hemel gegeven , dat alle verkwikking iti zich bevat.
Jesus , vol oneindige liefde tot ons, nederig aan uwe voeten neergeworpen , aanbidden wij U met den diepsten eerbied onzer ziel, en om U eenigszins schadeloos te stellen voor de versmadingen , die uw goddelijk Hart dagelijks ontvangt in het allerh. Altaarsacrament, vereenigen wij ons met liet hart van allen, die ü beminnen en tl den hartelijksten dank brengen. Wij beminnen in uw goddelijk Hart dat
gt;sl______it_____
VERSCHrLLEXDK GKBEDEN. 361
onbegrijpelijk liefdevuur jegens nwen he-melselicn Vader, en smeoken U, onze harten te ontsteken van eene brandende liefde jegens U en onze naasten.
0»se Vader , Wees gegroet, Glorie zij den Vader, enz.
Ten slotte, o allerbeminnelijkste Jesus, smeeken â n-ij U , bij de teederlieid van uw v goddelijk Hart, de zondaren te willen be-* - keeren , de bedroefden te vertroosten , de - ^ stervenden bij te staan , en lafenis te schenken aan de geloovige zielen in het Yagevxiur Verbind onze harten met den band van waren vrede en liefde , behoed ons voor een onvoorzienen dood , en geef dat wij heilig en in vrede sterven. Amen.
y. Hart van Jesus, brandend van liefde tot ons.
llr. Ontvlam ons hart van liefde tot U.
LAAT OKS BIDDEN.
v Geef, bidden wij U, almachtige God, - dat wij, die in het allerheiligste Hart van nwen geliefden Zoon onzen roem stellen ; en de voornaamste weldaden zijner liefde jegens ons herdenken, ons over het bewijzen dier weldaden en over hare vruchten mogen verblijden. Door denzelfden Uhristns, onzen Heer. Amen.
O goddelijk Hart van Jesus! ik aanbid U met alle krachten mijner ziel ; ik wijd ze U voor immer toe, tegelijk met mijne gedachten, woorden en werken en met
xj Ik'
*]________
362 VEESCHILLENDE GEBEDEN.
geheel mij zeiven. Ik neem mij voor , TJ akten van aanbidding, van liefde en verheerlijking te brengen, voor zoover het mogelijk is, gelijk aan die , welke Gij brengt aan uwen hemelsohen Vader. Wees, smeek ik U, de hersteller mijner misslagen, de beschermer van mijn leven, mijn toevluchtsoord en schuilplaats in het uur van mijnen dood. Verleen mij, door de zuchten en bitterheden, waarin Gij, gedurende ge- -heel den loop van uw sterfelijk leven om mijnentwil gedompeld waart, een waar berouw over mijne zonden, de verachting der wereldsche zaken, eene vurige begeerte naar de eeuwige glorie, het vertrouwen op uwe oneindige verdiensten , de eindvolhar-ding in uwe genade.
O Hart van Jesus, geheel liefde, ik draag u deze nederige gebeden op voor mij zeiven , en voor allen, die zich in den geest met mij vereenigen om U te aanbidden ; gewaardig U wegens uwe einde-__ loozo goedheid ze te aanvaarden en te _ ?{ verhooren, vooral voor dengeno onder ons, die het eerst dit sterfelijk leven zal afleggen. Allerzoetst Hart van mijn Zaligmaker, stort over hem te midden van zijnen doodstrijd uwe inwendige vertroostingen uit, neem hem op in uwe H. Wonde, reinig hem van elke smet in dat fornuis van liefde, om hem zoo de glorie toe te staan, waar hij bij U de voorspreker worde van allen, die nog in dit oord van ballingschap achterblijven.
xj [it
VERSOHILLENDE GEBEDEN. 363
Allerheiligst Hart van mijn beminnelij-ken Jeans , ik neem mij voor deze akten van aanbidding en deze gebeden voor mij, ellendigen zondaar, en voor allen die in de aanbidding van U vereenigd zijn, te vernieuwen en U op te dragen gedurende alle oogenblikken, dat ik adem haal, tot op het oogenblik van mijnen dood. Ik beveel U aan, o mijn Jesus, de H. Kerk, uwe beminde Bruid en onze ware Moeder, de rechtvaardige zielen, alle arme zondaars , de bedroefden, de stervenden en eindelijk alle mensclien ; laat toch niet toe, dat het voor hen vergoten Bloed hun onvruchtbaar worde. Gewaardig U eindelijk ze toe te passen tot lafenis der zielen in het Vagevuur, in het bijzonder van die, welke tijdens haar leven de heilige godsvrucht beoefenden van ü te aanbidden.
Allerbeminnelijkst Hart van Maria, dat onder de harten van alle schepselen het reinste zijt, het meest van liefde ontstoken tot dat van Jesus, en tegelijkertijd het meest medelijdend jegens ons, arme zondaren, verkrijg ons van het Hart van Jesns, onzen Verlosser, ae genade, die wij van U vragen. Moeder van Barmhartigheid, eene enkele verzuchting, eene enkele beweging van uw brandend Hart naar dat van Jesus, uwen goddeijlken Zoon, kan ons ten volle vertroosten. Sta ons dan die genade toe, en het goddelijk Hart van Jesus, door die kinderlijke liefde, welke Het ü toedroeg en U altijd zal
(vt
364 VERSCHILLENDE GEBEDEN.
blijven toedragen , zal gewis niet nalaten ons te verhooren. Amen.
Paus Pius VII, bij Rescript van 12 Februari 1808 , verleende :
Een Aflaat, van 300 dagen e^ns per dag aan alle geloovi-ren , die met rouwmoedig hart en met godsvrucht genoemde Gebeden bidden met nog 3 maal Onze Vader, Wees gegroet en Glorie zij den Vader.
Een vollen aflaat, e«'ns in de maand aan hen , die ze op bovenvermelde wijze eene maand lang hebbed gebeden . op een dag naar verkiezing, waarop men, na waarlijk rouwmoedig te hebben gebiecht en gecommuniceerd, bidt voor de behoeften der H. Kerk.
Deze aflaten, de volle en gedeeltelijke, werden door Z. H. Paus Pius IX voor altijd bevestigd bij de audiëntie van 18 Juni 1876.
ter eere van het A.llerh. Hart van Jquot;esus.
I. Mijn liefdevolle Jesns, wanneer ik uw Hart vol goedheid beschouw , en Het vol liefde en teederheid zie voor de zondaren, voel ik het mijne vervuld met vreugde en vertrouwen, van gunstig door U te worden ontvangen. Ach ! hoevele zonden heb ik bedreven! Maar thans, op het voorbeeld van Petrus en van de boetvaardige Magdalen a , beween en verfoei ik ze, omdat ik daardoor TJ, mijn hoogste Goed, beleedigd heb. Ja, schenk mij de vergiffenis ervan ; en o, moge ik eer sterven ,
_^___
VERSCHILLENDE GEBEDEN. 3G5
ik smeek bet U bij uw liefdevol Hart, dan U tc beleedigen, en moge ik ten minste eenig en alleen leven, om U wederliefde te bewijzen.
Men bidt 1 Onze Vader en 5 Glorie zij den Vader, ter eere van het goddelijk Hart, en zec/ye daarna:
Zoet Hart van mijn Jesns , maak dat ik U altijd beminne.
II. Ik aanbid , mijn Jesus , ir.v allerne- . derigst Hart, en bedank ü , dat Gij Het mij tot voorbeeld hebt gegeven, niet enkel met de krachtigste aansporingen om het na te volgen, maar dat Gij mij ook ten koste uwer zoo diepe vernederingen den weg daartoe aanwijst en gemakkelijk maakt. Dwaze en ondankbare die ik was ! Ach , hoever ben ik afgeweken! Vergeef mij. Geen hoogmoed meer, maar met een nederig hart wil ik U te midden van uwe vernederingen volgen , en zoo vrede en zaligheid vinden. Geef mij de kracht daartoe, en ik zal in eeuwigheid uw Hart zegenen.
1 Onze Fader en 5 Glorie zij den Vader. Zoet Hart, enz.
III. Ik bewonder, o mijn Jesus, uw allergeduldigst Hart, en ik bedank U voor zooveel bewonderenswaardige voorbeelden van onoverwinnelijk geduld, ons door ü nagelaten. Ik betreur het, dat zij zonder vrucht tegen mij het verwijt inbrengen mijner dwaze lichtgeraaktheid, die den geringsten last niet weet te verdragen. Ach.! mijn dierbare Jesus , stort in mijn
quot;fe
*
y)___*____be
'ir ⦠11)'
366 VERSCHILLENDE GEBEDEN.
hart eene vurige en duurzame liefde tot kwellingen , kruisen , versterving en boetvaardigheid , opdat ik , door U te volgen op den Calvarieberg, met TJ kome tot de glorie en de vreugde des Hemels.
1 O/ize Vader, en 5 Glorie zij den Vader.
Zoet Hart enz.
IV. Bij het besrhonwen van uw aller-zachtmoedigst Hart, dierbare Jesus , heb quot;-ik een afschrik van het mijne, zoo geheel -i verschillend van het uwe. Al te dikwijls is een lichte schijn, een teeken, een tegenstrijdig woord genoeg, om mij te verontrusten en tot bittere klachten te brengen. Ach! vergeef mij mijne opvliegendheid, en geef mij de genade, voor het vervolg in eiken tegenspoed uwe onverstoorbare zachtmoedigheid na te volgen, en aldus een voortdnrenden heiligen vrede te smaken.
1 Onze Vader, en 5 Glorie zij den Vader.
Zoet Hart enz.
Y. Dat men lof zinge, o Jesus, aan uw X ^ allermoedigst Hart, overwinnaar van dood _ ^ en hel, dat al onze lofprijzingen over-waardig is. Meer dan ooit sta ik beschaamd, wanneer ik de kleinmoedigheid van het mijne zie, dat, vol van menschelijk opzicht,
voor het minste woord bevreesd is. Maar dit zal anders worden. Ik smeek U om zoo groeten moed en kracht, dat ik hier op aarde met U strijde en overwinne, en hierna vol vrengde met ü zegeviere in den Hemel.
1 Onze Vader, en 5 Glorie zij den Vader.
Zoet Hart enz.
^ ^
367
quot;Wenden wij ons tot Maria, wijden wij ons steeds inniger aan haar toe, en zeggen wij vol vertronwen op haar moederhart:
Door de verhevene voorrechten van uw allerzoetst Hart, o groote Moeder Gods en mijne Moeder, Maria, verkrijg mij eene vurige en standvastige godsvrucht tot het EL Hart van uwen Zoon Jesus, opdat ik, met mijne gedachten en gevoelens daarin opgesloten, alle mijne plichten vervulle. en altijd, met opgeruimdheid des harten, maar bijzonder op dezen dag mijnen Jesus diene.
j. Hart van Jesus, brandend van liefde tot ons,
IJ;. Ontvlam ons hart van liefde tot U !
LAAT ONS BIDDEN.
Wij bidden U, o God, dat de H. Geest ons ontvlamme door het vuur, hetwelk onze Heer Jesus Christus uit het binnenste zijns Harten over de aarde heeft uitgezonden, en dat Hij krachtig ontstoken wenscht te zien. Die met U leeft en heerscht in de eenheid van denzelfden H. Geest, God door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
GEBED.
0 goedertierenste Jesus, Gij alleen zijt onze zaligheid, ons leven en onze verrijzenis. Wij smeeken U dan, verlaat ons niet in onze benauwdheden en kwellingen.
308 VERSCHILLENDE GEBEDEN.
maar doov den doodstrijd vau tisv aller-heilisst Hart, door de smarten uwer onbevlekte Moeder, kom uwe dienaren te hulp, die Gij door uw kostbaar bloed hebt vrijgekoeht.
Bij Decreet van do H. Congre»alio der Allateu van 0 October 1870 verleent Zijne Heiligheid Pius IX :
Ffu aflaat van 1Ã0 dagen eenmaal per dag te verdienen door alle geloovigen , die ten minste met een rouwmoedig tart en godvruchtig voornoemd gebed verrichten.
Gebed, van toewijcliiig aan het Heil a Hart van Jesus,
Alleraanbiddenswaardigst Hart van mijn liefclerijksten Jesus, zetel aller deugden , onuitputtelijke bron aller genaden, wat was er in mij , dat I] bewegen kon, om uit overgroote liefde tot mij te sten-en ? Mijn hart, met duizenden zonden bevlekt, heeft voor U niets dan koudheid en onverschilligheid. O Jesus, deze ondubbelzinnige -bewijzen uwer liefde op een tijd, dat ik U niet beminde, doen mij hopen , dat Gij de kleine bewijzen mijner liefde, welke ik TJ thans aanbied, niet zult versmaden. Neem derhalve, o liefdevolle Verlosser, het verlangen mijner ziel, om mij geheel aan de eer en verheerlijking van uw allerheiligst Hart toe te wijden, genadig aan. Neem goedgunstig het offer aan, dat ik U met alles, wat ik heb en ben, opdraag.
VELSCHILLENDE GEBEDEN.
Aanvaard geheel mijn wezen, mijn leven, mijne handelingen, mijne moeilijkheden en al mijn lijden! Niets anders wil ik in 't vervolg zijn, dan een aan uwe glorie toegewijd brandoffer. O, zend vuur van den hemel, en ontsteek dat brandofier nu, opdat het eindelijk door de vlammen van uw Hart geheel verteerd worde! U, o mijn Heer en mijn God, offer ik mijn hart met al - zijne bewegingen en gevoelens; gedurende geheel mijn leven zullen ze met uw allerheiligst Hart gelijkvormig blijven. TJ alzoo, o Heer, behoor ik geheel, geheel aan uw allerheiligst Hart.
Hoe groot is uwe barmhartigheid jegens mij ! Oneindige majesteit van God, wat ben ik , dat Gij U gewaardigt, het offer mijns harten goedgunstig aan te nemen P Van nu af zal dit hart ü geheel toe-behooren, en de schepselen zullen er geen deel aan hebben; zij zijn dit niet waardig.
Wees Gij, o liefste Jesus, mijn Vader, mijn Vriend, mijn Leeraar, mijn Al! Slechts voor U wil ik leven! O liefdevolle Verlosser der mensohen, neem het offer genadig aan, dat de ondankbaarste van alle men-schen aan uw allerheiligst Hart opdraagt, om het onrecht te herstellen , dat hij tot op dit uur door koudheid en onverschilligheid Hetzelve heeft aangedaan.
Wat ik geef, is voorzeker weinig; maar 'tis alles, wat ik heb, en al hetgeen uw Hart, o Jesus, verlangt en begeert. En
369
*
^ j
_y____
lt;
370 TEttSCHILLENDE GEBEDEN.
dan, o Heer, geef ik U mijn hart voor eeuwig en ik wil het nimmermeer terng-nemen.
Leer mij alzoo , liefdevolle Heiland, dat ik mij zeiven geheel vergete, wijl dit de eenigste weg tot uw allerzoetst Hart is. Daar ik in 't vervolg, van nu af, alles slechts voor U doen wil, zoo geef dan ook, o Jesus , dat al mijn doen uwer waardig zij ! Onderricht mij , opdat ik tot eene volkomene zuiverheid uwer liefde gerake. Doch schenk mij vooral deze uwe liefde, en wel recht gloeiend en grootmoedig! Schenk mij die diepe ootmoedigheid , zonder welke men aan ü niet behagen kan! Vervul eindelijk uw heiligen wil volkomen aan mij, zoowel hier in dit leven, als daar boven in de eeuwigheid.
quot;Vernieuwing der Geloften voor Eeligieiizen.
Mijn Goddelijke Verlosser, met de meest mogelijke innigheid en liefde wijd ik mij toe en offer ik mij op aan uw allerheiligst Hart! Krachtens mijne geloften ben ik reeds, wel is waar, aan uw kruis genageld, maar desniettemin wil ik ze wederom voor Hemel en aarde vernieuwen, ten einde uw Hart dank te zeggen voor de overgroote genade, dat Gij mij tot een zoo heiligen staat geroepen hebt. Tot uwe eer beken ik openlijk, dat uw juk geenszins hard of drukkend is, dat de banden, waar-
4*
VERSCHILLENDE GEBEBEN. 371
door Gij mij met U vereenigdet, mijn geluk uitmaken, en dat ik slechts dit ééne verlang, ze immer vaster om mij toe te halen. Derhalve druk ik het kruis, dat Gij mij met mijn' heiligen roep hebt opgelegd, met teedere liefde en vreugde aan mijn hart; want het is al mijne blijdschap,
mijn roem en mijn vreugde tot in den dood. o God, help mij, dat ik mij nimmer ergens anders op beroeme dan op het kruis van Jesus, mijn' goddelijken Bruidegom, door wien de wereld aan mij en ik der wereld gekruisigd ben ! Mijn rijkdom zij de heilige armoede! Mijn troost het lijden van Jesus! Mijne liefde zijn allerheiligst Hart!
Neen , beminnelijke Verlosser, niets vermag mij van U te scheiden, niets is in staat mij tot zich te lokken, tenzij Gij alleen. Rustig en onbevreesd bewandel ik het pad der volmaaktheid, dewijl Gij mijne schreden leidt en mijne zwakheid ondersteunt. Ik hoop op U, o Jesus, dat Gij uwe beschermende hand, welke mij reeds met zoovele genaden gezegend heeft,
over mij zult uitstrekken , en mij de da-gelijksche hulp, welke ik zoozeer behoef,
niet zult onttrekken, opdat ik aan alle bekoringen krachtig wederstaan, en al mijne vijanden overwinnen moge. Om deze hulp, o ontfermingrijke Heer en Heiland, bid en smeek ik TJ bij uw Bloed, bij al uwe â Wonden , bij uw allerheiligst Hart! Laat mij een levend bewijs van de macht uwer liefde jegens al uwe vijanden zijn 1 Amen.
v* quot;te
372 VEESCHIfjLENDE GEBKDEN.
Akte van Eerebooto
aan het Allerh. Hart van Jesus.
O aanbiddelijk Hart van mijnen God en Zaligmaker, doordrongen van eene diepe droefheid, bij het zien van de oneer en den smaad, die U in het Allerheiligste Sacrament uwer liefde zijn aangedaan en waarvan Gij nog dagelijks het voorwerp zijt, werpen wij ons voor U neder , om IT . * daarvoor eene eerherstelling aan te bieden. Ach! waarom kunnen wij , door deze onze hulde van eerbied en liefde, uwe be-leedigde eer niet herstellen ! Gedenk toch, o Jesus, uwe barmhartigheden, en verleen ons de vergiffenis, die wij U vragen voor zoovele ongeloovigen eu goddeloozen,
voor zoovele ketters, voor zoovele lafhartige Christenen, die U onteeren, inzonderheid voor ons zeiven , die U zoo dikwijls beleedigd hebben. Vergeet onze ondankbaarheid en wees gedachtig, dat uw Goddelijk Hart, onze zonden te voren afboeten-de, daarvoor tot den dood toe bedroefd, ja zelfs na uwen dood met eene lans doorstoken is geweest. Laat niet toe, dat uwe smarten en uw bloed vruchteloos voor ons zonden zijn. Schep in ons een nieuw en zuiver hart; geef ons een hart volgens het uwe: een nederig en rouwmoedig hart; een hart vol afschuw voor de zonde, vervuld met kinderlijken eerbied en ontstoken door het heilige vuur uwer liefde. â Wij
van onzen kant beloven U, o Jesus, dat wij
--------
___^___
»
V KR SC HILL EN DE GEBEDEN. 373
ons voortaan willen bevlijtigen, om door onze zedigheid en eerbied in nwe tegenwoordigheid, door onzen ijver en vurigheid om ü in uw H. Sacrament te komen aanbidden en ontvangen , zooveel het ons mogelijk is , de oneerbiedigheden, de ont-eeringen en heiligschennissen te herstellen, die wij in de bitterheid onzer harten betreuren. Zegen, o Jesus, deze onze voornemens, opdat wij daaraan tot het unr van onzen dood getrouw blijven , tot meerdere eer en verheerlijking van uw Goddelijk Hart, dat in het Allerheiligste Sacrament des Altaars van liefde tot ons brandt.
Gelaafd, aangebeden en gedankt zij te allen tijde Jesus Christus in het Allerheiligste Sacrament. â Amen.
Gebed, dat de H. Q-ortrudis gowoon was dagelijlis te verrich ten , ter eere van Jesus' H. Hart.
Ik groet U, o allerheiligst Hart van Jesus, Hart van mijn Verlosser , levende en onuitputtelijke bron der vreugde en des eeuwigen levens, oneindige schatkamer der Godheid, brandend fornuis der goddelijke liefde! Gij zijt mijne toevlucht, mijne rustplaats , mijn al! Hart vol van liefde , ontvlam mijn hart van den heiligen gloed, die U verteert! Stort al die genaden in mijn hart, welke in U, als in hare
VI___5L__tot
quot; on j * 11 '
ö/4 VERSCHILLENDE GEBEDEN.
bron, ontgprmgen ! Laat mijne ziel bestendig met de uwe vereenigd, en mijn wil in alles aan den uwen gelijkvormig zijn. Dit ééne slechts verlang ik : dat uw heilige wil het eenige richtsnoer en het eenige doel van al mijne gedachten, van al mijne wenschen, van al mijne handelingen zij ! En dit hoop ik vastelijk van ü. Amen.
Drie gebeden , quot;welke de Heer aan de H. Q-ertrudis, als Hem bijzonder welgevallig, leerde.
I. DANKZEG GIN G.
Liefdevol Hart van mijn Jesus, mochten alle Engelen en menschen U loven, U danken en prijzen voor de liefde, waarmede Gij ons, in weerwil onzer onwaardigheid, geschapen hebt en dagelijks onderhoudt ; voor de liefde, waarmede Gij ons met uw kostbaar Bloed hebt vrijgekocht, met uw goddelijk quot;Vleesch en Bloed in 't heilig Sacrament voedt, en tevens besten-' * dig onder ons verblijft; voor de liefde, quot; waarmede Gij ons zooveel genade hebt geschonken , en nog immer bereid zijt te schenken ; voor die liefde eindelijk, waarmede Gij ons, in weerwil onzer ondankbaarheid, lankmoedig verdraagt. Ja, mijn Verlosser, voor al die liefde dank ik U, en draag U de goddelijke gevoelens uws Harten, alsmede de heerlijkheid op, waarin Gij U door alle eeuwen der eeuwen verheugt.
W h1 'ü
VERSCHILLENDE GEBEDEN. 375
II. VEEFOEIING DEB ZONDEN.
Hart van mijn Jesus, hetwelk dagelijks voor al uwe liefde, van ons zooveel ondankbaarheid ondervinden en dulden moet, ik verfoei en verwerp hier in uwe tegenwoordigheid alle ondankbaarheid der men-schen, doi-h geheel bijzonder die, waaraan ik mij zelf schuldig heb gemaakt. Vol schrik wend ik mijne oogen af van al de oneerbiedigheden en beleedigingen, welke U door de menschen en door mij werden aangedaan. Ik verfoei de duizenden hindernissen, welke wij, rampzalige schepselen, uwer genade in den weg stelden, waardoor wij uwe hand tevens sloten, en de gunsten, welke Gij uitdeelen wildet, aan ons zei ven onttrokken. Ach, ontferm U onzer! Bevrijd ons van onze ondankbaarheid, en trek onze harten tot U.
III. BEDE.
Hart van Jesus, rijk in ontferming ! Stort uwe barmhartigheden ruimschoots over ons uit, en laat ze bewerken, dat een ieder van ons in zijne armzaligheid aan uwe goedheid en genade beantwoorde. Want wat baat ons al uwe goedheid en liefde, wanneer wij er ons niet van bedienen, zoo als het in het plan awer goddelijke Voorzienigheid ligt P Voltrek derhalve , wat Gij door uwe liefde en ontferming tot ons heil en te uwer verheerlijking begonnen hebt. Amen.
376 VERSCHILLENDE GEBEDEN.
Zeg aan het slot tan het bezoek voor 't Allerheiligste met de H. Oertrudis;
O Jesus, mijn hart verblijft aan uwe voeten! Uwe liefderijke zorgvuldigheid zal het als in eene gevangenis vol vreugde opsluiten; de beminnenswaardigheid uws Harten zij de zoete keten, welke het aan het uwe onafscheidelijk zal vastbinden. Noch de wereld, noch de hel zal mij van uwe voeten scheiden; dit hoop ik van uwe . genade. De macht uwer zoete liefde zal het vasthechten, opdat het zich in eeuwigheid nimmer van U zou kunnen verwijderen. Am.
Gebed, uit de Q-eschriften van JPater De la Colombiére.
O aanbiddenswaardigst en allerzoetst Hart van mijn zeer liefdevollen Jesus, Hart, bestendig van liefde tot de menschen ontvlamd , immer geopend om allerlei genaden en zegeningen over ons uit te storten ; Hart, steeds meewarig met ons lijden, en van verlangen doordrongen om ons aan uwe schatten deelachtig te maken, U zeiven geheel aan ons te geven; Hart, steeds bereid om ons op te nemen , ons toevluchtsoord , onze woning, ons paradijs op deze wereld te zijn; voor dit alles ontvangt Gij van de menschen niets dan hardheid, vergetelheid en verachting. Gij bemint, en men geeft u geene liefde voor liefde, men kent deze liefde niet eens, men wil de onderpanden uwer liefde niet, men wil
%
_____y________
VEKSCHILl.ENDE GEBEDEN. 377
uwe teedere en geheime woorden , waardoor Gij tot onze harten spreekt, niet hooren.
Om die vele versmadingen, die groote ondankbaarheid eenigermate te herstellen, en mij , zooveel mogelijk , aan het gevaar te onttrekken van in een dergelijk ongeluk te storten , offer ik U , o Jesus, mijn hart op, en wijd TJ al zijne neigingen. Van ^ - dit oogenblik af â dat beloof ik U, â -verlang ik van harte, mij zei ven en alles, wat maar in de verste verte mij betrett, te vergeten, opdat alzoo alle hinderpalen worden weggenomen, welke den toegang tot uw Hart zouden knnnen bemoeilijken. Gij hebt U gewaardigd, mij uw Bart te openen , en ik heb een levendig verlangen er in te gaan, om daar, met uwe getrouwste dienaren, geheel doordrongen en ontvlamd van uwe liefde, te leven en te sterven.
Leer mij, o allerheiligst Hart van Jesus, dat ik mij zei ven vergete; want dat is de y _ eenige weg, die tot TJ voert. O, dat ik _ toch in mij niets meer toeliet, dat U zou kunnen mishagen'. Leer mij dan datgene verrichten, wat ik doen moet, om de zuiverheid des harten te bekomen, naar welke Gij mij een zoo groot verlangen inboezem-det. Ik heb den vasten wil, TJ te behagen, doch tevens geene macht om daartoe te geraken , indien uw licht en uwe genaden mij niet geheel bijzonder te hulp komen.
Jij' W (J5
878 VERSCHILLENDE GEBEDEN.
.A_nder gehed der II. Gertrudis.
O Jesus, stel mij onder de liefderijke bescherming uws Harten! Dompel mij in deze oneindige zee uwer liefde, sluit mij op in dit fornuis uwer liefde, en verteer mij geheel en al in deze hemelsche vlammen. Daar zij het mij vergund, o mijn Verlosser, den prijs te leeren kennen van - het bloed, dat Gij te mijner vrijkooping vergoten hebt; daar zij het mij vergund, de zoete stem uwer liefde te hooren.
O Liefde! Gij zijt de bron des levendigen waters, waarnaar ik zoozeer dorst. Zie, mijn hart nadert tot U met een liefdegloed en een vurig verlangen, waardoor het gepijnigd wordt. Open mij den heilzamen ingang tot uw Hart! Ziehier mijn hart! Aanvaard het! Voortaan wil ik het niet meer behouden.
O Jesus, mijne zoete hoop, laat uw Hart, dat reeds uit liefde tot mij gewond is, en aanhoudend voor alle zondaars openstaat, het eerste toevluchtsoord voor mijne ziel wezen bij hare scheiding van het lichaam, en verdelg in dezen afgrond uwer einde-looze liefde voor eeuwig al mijne zonden. Amen.
---e
VERSCHILLENDE GEBEDEN. 379
NOVEEN VOOR DEN EERSTEN VRIJDAG' DER MAAND.
Oefeningen en Qobeden voor iederen dag der noveen.
Woensdag. Eerste dag. Ooerweginy. Het voorwerp der devotie tot het H. Hart is het aanbiddelijk Hart van Jesns en de onmetelijke liefde, waarvan het brandt voor ons. Zij heeft ten doel, Hem liefde voor liefde te geven, Hem te bedanken voor zijne weldaden , en de beleedigingen te vergoeden, die Hem nog altijd worden aangedaan. Die devotie werd in de laatste tijden veropenbaard , om in de harten der Christenen het geloof, dat wankelde, te versterken , en de liefde , die verflanwde, op te wekken. O Hart van Jesns, moge ons vaderland zich geheel aan U toewijden, dan zal er het H. Geloof en uwe liefde toenemen en bloeien.
GEBED
voor de afbeelding van het H. Sart.
*-
Ziedaar, geliefde Jesns, hoe ver de overvloed van uwe liefde gegaan is! Om U gansuh aan mij te geven, hebt Gij mij eenen goddelijken maaltijd van uw vleesch en bloed bereid. Wie heeft U ooit tot zulke verrukking van liefde kunnen brengen P Ach! het is zeker uw liefderijk Hart! O Hart van mijnen Jesus! vlammend vuur der
gt;»
380 VERSCHULENDE GEBEDEN.
goddelijke liefde, ontvang mijne ziel in uwe heilige wonde, opdat ik in die school van liefde eenen God leere beminnen, welke mij zoo wonderlijke bewijzen van zijne liefde heeft gegeven.
Dat het Hart van Jeans overal bemind zij !
(100 dagen aflaat, vergund door Pius IX.)
Onze Vader. â Wees gegroet. â Eere zij den Vader.
O Maria, leer ons het Hart van Jesus beminnen !
Dondebdag. Tweede dag. Overweging. De devotie tot het H. Hart moet niet het uitsluitend voorrecht zijn van enkele heilige zielen. Onze Verlosser heeft gewild, dat ze overal verkondigd en verspreid zou worden. Zijn niet alle menschen het voorwerp zijner liefde; zijn niet allen afgewas-schen in zijn H. Bloed en met zijne weldaden begunstigd; hebben niet allen zijn aanbiddelijk Hart gewond door hunne zonden ? Het is dus ook de plicht van allen, aan het Hart van Jesus den tol van liefde, dankbaarheid en herstelling te betalen. O Jesus, riep de H. Liguori uit, leer aan de menschen het goddelijk recht kennen, dat Gij hebt op hunne liefde. Gebeden. â Onze Vader, enz. blz. 379.
O Maria, leer ons het H. Hart vau Jesus kennen en navolgen.
Vbijdag. Berde dag. Ooerweging. Om
VERSCHILLENDE GEBEDEN. 381
den hcogen prijs wel te besefien , waarop de devotie tot het H. Hart in de katholieke Kerk gesteld wordt, is liet genoeg te overdenken, dat onze Zaligmaker zelf gevraagd heeft, ze in te stellen en overal te verbreiden ; dat Hij de voornaamste oefeningen zelfheeft aangegeven, en dat Hij aan allen, die zich aan die devotie toewijden, de troostrijkste beloften gedaan heeft, als zijn : eensgezindheid in de familie, ijver in den dienst van God, troost in lijden, voorspoed bij de ondernemingen, en eene zaligende gerustheid in het tmr des doods. Gebeden. Onze Vader, enz. blz. 379.
O Maria, leer ons ijveren voor de vereering van Jesus' H. Hart.
Zateeüao. Vierde dag. Overweging. Jesus Christus wordt niet genoeg gekend; zijne liefde wordt niet genoeg begrepen. Men weet, ja, dat Hij God is ; dat Hij voor ons is gestorven; dat Hij tegenwoordig is in het H. Sacrament des Altaars ; maar mes kent Hem niet op die wijze, gelijk een kind zijn veelgeliefden vader, gelijk een vriend zijn boezemvriend kent; men kent Hem niet, om het in een woord te zeggen , met die kennis des harten, waaruit het innig verkeer en het vertrouwen voortspruit. De devotie nu tot het H. Hart zal ons Jesus op die wijze leeren kennen en beminnen, met voor ons oog te ontsluieren de geheimen zijner barmhartigheid, de zoete werkingen zijner liefde, en de moederlijke zorgen zijner
__gt;L____M.
*quot;7r ~ *
382 VERSCHILLENDE GEBEDEN.
Voorzienigheid. Gebeden. Onze Vader, enz. blz. 379.
O Maria, Terwerf ons een groot vertrouwen op het H. Hart van Jesns!
Zondag. Vijfde dag. Overweging. Het H. Hart van Jesus is voor ons gevormd geworden; voor ons heeft het geklopt,
voor ons gebeden en geleden. Dat Hart y heeft de zalvende leering van het H Evan- % quot; gelie ingeeeven en de H. Sacramenten ingesteld. Uit de geheimenisvolle wonde van dat Hart is de H. Kerk voortgekomen, gelijk de H. Vaders het leeren ; dit Hart steunt en leidt en beschermt en troost haar van nit zijn H. Tabernakel; dit Hart is het, dat de gevoelens instort van heldhaftige toewijding , dat alle smarten heiligt en alle deugden kweekt; dit Hart schenkt ons ver-giifenis in het Sacrament van Boetvaardigheid en doet ons in ons binnenste de stem der genade hooren; dit Hart eindelijk gaf ons Maria tot Moeder en liet ons het H. v ^, Altaarsacrament na tot eene spijze onzer - ^ ziel en onzen troost in de ballingschap. Gebeden. Onze Vader, enz, blz. 379.
O Maria, mocht ik het H. Hart van Jesus beminnen, gelijk uw Hart Het heeft liefgehad !
Maandag. Zesde Dag. Ooerweging. De Zaligmaker noodigt u uit, in het allerheiligste Sacrament de wonderbare werkingen van zijn goddelijk Hart na te gaan en te vereeren. Eustende in het Tabernakel
1*
|
y |
% | |
|
verschillende gebeden 383 |
O | |
|
verheerlijkt dat Hart zijnen hemelschen Vader.... Het moedigt de rechtvaardigen aan .... noodigt de zondaars uit.... en vervult allen met zalving en troost... Als dienaar van dat goddelijk Hart moet gij aan de werking van dat Hart beantwoorden. En hoe ? Door de liefde. Dit is het wat het goddelijk Hart van n vraagt. â Ik ben het vuur (der liefde) op aarde - komen brengen zegt Jesns, âen wat wil -ik anders dan dat het ontstoken worde.quot; Gebeden. Onze Vader, enz. bladz. 379. O Maria, vertoon ons de beminnelijkheid van Jesns' Hart! | ||
|
f (? |
Dinsdag. Zevende dag. Overweging. Het Hart van Jesns is eene bron, die alle deugden en genaden bevat. In het smartelijk lijden op Calvarië is die bron geopend voor de vereerders van het goddelijk Hart. Alwie dat Hart bemint en vereert, kan daar putten volgens zijn verlangen en noodwendigheden. Zijt gij hoovaardig of ijdel F Dit Hart is het toonbeeld en de zetel der nederigheid en verleent die dengd aan hen, die ze vragen.... Zijt gij oploopend of grammoedig P Dit Hart leert en geeft de zachtmoedigheid.... Zijt gij koud of dor en zonder godsvrucht ? Dit Hart is de bron der goddelijke liefde en teederste godsvrucht.... Hebt gij andere behoeften P Leg die bloot aan het goddelijk Hart... Gebeden. Onze Vader, enz. blz. 379. O Maria, gij kent onze zwakheid en nood. | |
|
W - - - |
x__
384 VERSCHILLEN DE GEBEDEN.
Beveel ons aan het Hart van nwen godde-lijken Zoon!
Woensdag. Achtste Dag. 0 ver weging. Zaligmaker zelf heeft kenbaar gemaakt, dat Hij verlangde zijne eindelooze liefde vereerd te zien onder de voorstelling van zijn Hart, geopend door de wonde en omgeven door de kenteekenen zijns lijdens. Hij heeft beloofd, dat overal, waar die afbeelding gevonden wordt, zijn hemelsche zegen overvloedig zou neerstroomen. â En wat ook anders kan het Hart van Jesus doen , waar het ook is , dan liefhebben , zegenen on troosten F â Die afbeelding van het H. Hart is eene eenvoudige, maar dringende en aanhoudende prediking, ons aansporende tot liefde en vertrouwen jegens een God, die ons zoozeer heeft bemind. Twee eeuwen zijn er verloopen, sinds Jesns dat verlangen te kennen gaf, en hoeveel kerken, hoeveel huizen zijn er nog, waarin de afbeelding van het H. Hart niet wordt gevonden ! Hoe vele zieken, hoe vele armen en bedrukten mogen nog hunne blikken niet vestigen op dat groote toonbeeld van onderwerping, op de afbeelding van dien goddelijken Vertrooster! Gebeden. Onze Vader, enz. bladz. 379.
O Maria, geef ons eene plaats bij U in het H. Hart van Jesus!
Donderdag. Negende Dag. Overweginy. De H. Augnstinus vergelijkt het Hart van Jesns bij de ark van Noe, waar allen, die
%
-------
VEESCHILLENDE GEBEDEN. 385
er binnentreden, uit den zondvloed gered worden. Aan dat geopend Hart, zegt de H. Cyprian us, ontwelt de bron, die springt ten eeuwigen leven. Het Hart van Jesus, zegt de H. Bernardus , is het fornuis der hevig brandende liefde, die geheel de wereld in vlam moet zetten. De H. Petrus Dami-anus noemt dit Hart de schatplaats van wijsheid en kennis, de H. Franuiscus van Sales noemt Het de bron van alle genaden, en de H. Bonaventura de schatkamer van alle goed. De H. Franoisuns van Assisië, de H. Clara, do H. Aloysius van Gonzaga riepen dat Hart zonder ophouden aan als het brandpunt der goddelijke liefde. Dit Hart eindelijk werd aan de H. Mechtildis
gegeven als eene plaats van toevlucht in et leven, en een onderpand van den zoetsten troost in het uur des doods.egeven als eene plaats van toevlucht in et leven, en een onderpand van den zoetsten troost in het uur des doods. Gebeden. Onze Vader, enz. blz. 379.
O Maria, wij bieden U het Hart van Jesus aan! Wij kunnen U niets aange-5^. namers aanbieden dan het Hart van uwen
foddelijken Zoon , gelijk Gij zelve het aan e H. Gertrudis verklaard hebt. Neem het dan aan, o teedere Moeder, te gelijk met de harten van al uwe kinderen, wier leuze immer zijn zal:oddelijken Zoon , gelijk Gij zelve het aan e H. Gertrudis verklaard hebt. Neem het dan aan, o teedere Moeder, te gelijk met de harten van al uwe kinderen, wier leuze immer zijn zal:
GEHEEL AAK HEÃ HAET VAN JESUS DOGE HET HAET VAN MAEIA!
25
----
886 TERSCIIILLENDE GEBEDEN.
GEBED
van eerherstel op den eersten quot;Vrijdag der maand.
Goddelijke Verlosser! Gewaardig U met barmhartige oogen neer te zien op de kinderen van nw H. Hart, die, vereenigd in dezelfde gevoelens van geloof, van eerherstel en van liefde, aan uwe voeten hunne onge-trouwheden en die der arme zondaars, hunne broeders, komen beweenen.
Konden wij door de eenparige en plechtige beloften, welken wij zullen doen, uw goddelijk Hart treffen en barmhartigheid bekomen voor ons, voor de ongelukkige en schuldige wereld en voor allen, die het geluk niet hebben U te beminnen !
In het vervolg, ja, wij beloven het: De vergetelheid en de ondankbaarheid der
menschen, willen wij vergoeden. Uwe verlatenheid in het Tabernakel, g De misdaden der zondaars , £
Den haat der goddeloozen , 3
De godslasteringen, welke men tegen ^
U uitbraakt,
De onteeringen, uwer Godheid aange- g daan, ^
De heiligschennissen , waardoor uw Sa- g crament van liefde wordt onteerd, g' De ontstichting en oneerbiedigheden in P uwe tegenwoordigheid begaan ,
______^___Jx
verschillende gebeden. 387
Het verraad, waarvan Gij het aanbiddelijk
slachtofiër zijt, willen wij vergoeden. De koudheid van de meeste nwer kinderen ,
De verontwaardiging, welke men toont
over uwe minzame uitnoodiging, ^ De ongetrouwheden van hen, die zich £ uwe kinderen noemen , §
Het misbruik uwer genaden , ^
Onze eigene ongetrouwheden, «2;
De onbegrijpelijke verharding onzer har- lt; ten, jg
Ons vertragen om TJ te beminnen, o i Onze lafheid in uwen dienst, Q-
De bittere droefheid , welke het ver- a
derf der zielen U veroorzaakt,
TJw lang wachten aan de deur onzer zielen ,
De bittere afwijzingen , waarmede men U laaft,
Uwe liefdezuchten zullen ons bewegen. De liefdetranen, die Gij voor ons hebt ge-'/] stort, willen wij opvangen.
Aan de ballingschap, die uwe liefde moet onderstaan, willen wij een einde maken. De marteldood, welken uwe liefde heeft geleden, zal onze liefde doen herleven. Gebed.
Goddelijke Zaligmaker , Jesus, die aan uw Hart deze smartelijke klacht hebt laten i ontvallen: Ik heb gezocht, die Mij zouden troosten, maar heb die niet gevonden, gewaar-dig U onze zwakke hulde van troost aan te
X
----K
388 veEscuillende gebeden.
nemen, en ons door den machtigen bijstand uwer genade zoo te ondersteunen, dat wij in het vervolg meer en meer datgene vluchten , wat ü zou kunnen mishagen, en in alles, overal en te allen tijde toonen, uwe getrouwe en toegewijde kinderen te zijn. quot;Wij bidden U om deze genade door ü zei ven , die God zijnde met den Vader en den H. Geest, leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen. .r»
Opdracht aan liet H. Hart van Jesue.
Goddelijk Hart van Jesus, mijne liefde, mijn troost, mijne vreugde, de schat mijner ziel, aan U offer ik mijne gedachten, woor-ken, werken, verzuchtingen, geheel mij zeiven op. Waar kan ik mij beter verbergen dan in U, het veilig schuiloord der ziel; wie kan mij meer verheugen dan Gij, de blijdschap der Engelen P Ofschoon ik niet waardig ben naar TJ op te zien en mijne , verzuchtingen tot TJ te verheffen , kom ik met ootmoed en vertrouwen tot U, daar J Gij naar mijn arm en ondankbaar hart dorst. Neem dan mijn hart op in uw Hart, dien gloeienden oven, waar het vuur der liefde immer brandt; sta mij bij in alle gevaren, help mij ieder oogenblik mijns levens, doch vooral in het uur van mijn dood, opdat mijne ziel, na dit leven, op de wieken der liefde gedragen, naar IJ opvliege en zich eeuwig in TJ verheuge. Amen.
__^___It
» 1
VERSCHILLENDE GEBEDEN. 389
quot;Verzuchting tot Jesus op den feestdag vün het H. Hart.
Allerliefste Jesus, als ik met mijn geest de Hemelen doordring, dan wordt mijn hart met blijdschap vervuld. De koren der Engelen, die als eene eerewacht rondom nw troon zijn geschaard, de Heiligen, versierd met gouden kronen, in witte kleederen gedost, met de palmtakken der overwinning in de handen , bezingen , met den diepsten eerbied voor U nedergekuield, uw Goddelijk Hart, de bron hunner vreugde, met de schoonste lofliederen. O, lieve Jesus , wanneer zal ik komen en voor uw aanschijn verschijnen? Wanneer zal ik uw goddelijk Hart, die zee van hemelsche genoegens , mogen prijzen en loven in het eeuwig bloeiend paradijs ? Maar, dierbare Verlosser, al verlang ik hevig IJ voor altijd te bezitten, toch word ik in overvloed getroost, daar hetzelfde Hart, dat « de hemelingen verblijdt, in het H. Sacra-ment tegenwoordig is. Op dezen luisterrijken dag heeft de Kerk , uwe vlekkelooze Eruid , zich in feestdos getooid; de reine zielen , uwe lievelingen, jubelen en zingen met de Zaligen in den Hemel een loflied ter eere van uw goddelijk Hart. Goddelijk Hart van mijn Jesus, mijn Koning en Bruidegom, ook ik wil medejubelen , ook ik wil U loven. Stort nw milden zegen over de aarde uit en ontvlam de harten der menschen , opdat zij U mogen liefheb-
390 TEESCHILLENDE GEBEDEN.
ben en prijzen. Ontvlam ook mijn hart, opdat ik, door liefde verteerd, voor ü leve, voor U lijde, voor U starve en eenmaal onder het getal der Zaligen, mij in de stroomen der eindelooze gelukzaliglieid moge dompelen. Amen.
Morgengroet tot het 1 ï. II:irt van J esns.
Ik aanbid , loof en groet ü, allerzoetst Hart van Jesus Christus, waaruit als uit eene honigvloeiende bron van genaden alle goed en zaligheid gevloeid is en nog vloeit. Uit al de krachten mijns harten bedank ik U, dat Gij mij dezen nacht bewaard en den Vader voor mij geloofd en gedankt hebt. En nu, mijne heilige liefde, draag ik U mijn ellendig en onwaardig hart als een morgen-ofier op, en met de meest mogelijke godsvrucht beveel ik het uw allerzoetst Hart aan en verberg ik het daarin; terwijl ik TJ dringend smeek, dat Gij U zult gewaar-digen uwe goddelijke genade er in uit te storten en het met uwe heilige liefde te ontsteken. Amen.
-A.anlgt;eveUng , des avonds , aan het H. Hart.
Allerzoetst Hart van Jesus, dezen nacht beveel ik U mijn hart en mijn lichaam aan, opdat zij in TJ eene zalige rust vinden. En daar ik in den slaap God niet loven
*
VERSCHILLEN HE GEBEDEN.
kan, gewaardig U dan, dit voor mij te doen ; zoodat Gij de H. Drievuldigheid zoovele malen zult prijzen, als mijn hart zal geklopt hebben ; gewaardig à , alle ademhalingen, door U opgenomen, Haar als levende liefdevonken op te dragen. Amen.
Gebeden tot het H. Uiu-t, by het bezoek van het H. Sacrament en ondev het Lof.
Allerdierbaarst Hart van Jesns, dat op het Kruis met eene lans doorboord en in den Hemel in het kleed der heerlijkheid gedost zijt, ik geloof vastelijk, dat Gij hier in het H. Sacrament tegenwoordig zijt, evenals in den Hemel, waar Gij door de Engelen en door de Zaligen geprezen wordt. Met schaamte bedekt over mijne zonden, werp ik mij met den diepsten eerbied in uwe heilige tegenwoordigheid neder. Hoe durf ik het wagen in uwe tegenwoor-heid te verschijnen , daar de Engelen zelfs sidderen en hunne aangezichten met hunne vleugelen bedekken ! I)aar gij mij zoo dringend hebt uitgenoodigd, om bij U te komen en U mijn hart te schenken, nader ik met blijdschap en met kinderlijk vertrouwen tot U. Ik wil TJ loven, ü bedanken, voor de tallooze weldaden, mij bewezen, en U overvloedige zegeningen voor mij en voor anderen afsmeeken.
Ontvang dan goedgunstig mijne gebeden
391
392 VKHSCHILLENDE GEBEDEN.
en hoor de verzuchting, uit de diepte mijns harten gesproten; Meer en meer zij geloofd en aangebeden het Hart nan Jesus in het Allerheiligste Sacrament. Amen.
N. B. Stort hierna uw hart voor Jesus' Hart uit, loof Het, bedank Het, smeek Het met vertrouwen alles af, wat gij voor u zeiven en voor anderen verlangt.
Gebed van IPater De la Colombière om eene volmaakte vereeniging met het Hart van .J esus te verkrijgen.
Heer, wat zult Gij doen om de versteendheid onzer harten te overwinnen ? Ik zie slechts één hulpmiddel tegen zulk een groot kwaad ; Gij moet, o God , ons een ander hart geven: een teeder hart, een gevoelig hart, een hart noch van marmer, noch van brons, een hart dat geheel aan het uwe gelijk is ; Gij moet ons uw Hart zelt geven. Kom, beminnenswaardig Hart van Jesus, kom U te midden mijner borst plaatsen en ontsteek daar eene liefde, die, is het mogelijk , aan de verplichtingen beantwoordt, die op mij rusten , om God te beminnen. Bemin Jesus in mij, zooveel als Gij mij in Hem bemind hebt ; maak dat ik slechts in Hem, voor Hem leve, opdat ik eeuwig met Hem leve in den Hemel. Amen.
VERSCHILLENDE GEBEDEN. 39S
Gebed van den ït. Alphonevis tot het goddelyk: Hart.
Allerliefst Hart van mijn Jesus, die de bron van alle Sacramenten en vooral de bron van dit Sacrament van liefde zijt. Ik verlang1 U heden zooveel eer te bewijzen, als Gij zelf in dit H. Sacrament in onze kerken aan uw hemelschen Vader X geeft. Ik weet dat gij op dit altaar dezelfde liefde tot mij hebt, die Gij mij bewezen hebt, toen Gij n op het Kruis in znlke bittere smarten voor mij hebt geslachtofferd. O goddelijk Hart, verlicht allen die U niet kennen. Verlos om uwe verdiensten of ten minste troost in het vagevuur de lijdende zielen, die reeds uwe eeuwige bruiden zijn. Vereenigd met allen, die U in den Hemel en op de aarde beminnen , aanbid ik U, dank ik U , bemin ik U. Allerreinst Hart, zuiver mijn hart van alle gehechtheid aan aardsche zaken en geef mij uwe liefde. Bezit, o allerzoetst Hart, geheel mijn hart, zoodat ik van nu af zeggen kan : wie zal mij van de liefde Gods, die in Christus Jesus is, afscheiden ? Schrijf, o allerheiligst Hart, in mijn hart alle smarten, welke Gij zoovele jaren uit liefde tot mij hebt willen verduren, opdat ik, daaraan deukende, het lijden dezer wereld verlangen of ten minste geduldig verdrage. O Hart van Jesus, wees alleen Meester van mijn hart. Amen.
*
394 VERSCHILLENDE GEBEDEN.
Een ander gebed van den II. -A_l-phonsus tot het II. I liti't.
O beminnelijk Hart van mijn Jesus, Gij verdient alle harten uwer schepselen te bezitten; o Hart, dat gedurig vol van de zuiverste vlammen van liefde zijt, o verterend vuur, verteer mij geheel en geef mij een nieuw leven vol van liefde en genade. Vereenig mij zoozeer met U, dat ik mij nimmer van IJ kunne verwijderen. Hart van Jesus, open schuilplaats der zielen , neem mij aan; Hart, dat op het Kruis zoozeer bedroefd waart om de zonden der wereld, geef mij eene ware droefheid over mijne zonden.
Ik weet, dat Gij in dit H. Sacrament met dezelfde liefde bezield zijt, welke Gij op den Calvarieberg gevoeldet, en dat Gij daarom verlangt U geheel met ons te vereenigen. Door uwe verdiensten, allerliefste Jesus, verwond mij , bind mij aan TJ, vereenig mij geheel met uw Hart. Ik neem mij heden voor, met den bijstand uwer genade, U, zoozeer als ik maar kan, te behagen ; alle mcnschelijk opzicht met voeten te treden, mijne neigingen, mijne verlangens en gemakken te verzaken, die mij beletten kunnen U volmaakt te behagen. Amen.
I*
VERSCHILLENDE GEBEDEN.
Gebed vjin den, H. Bemardiis.
O Jesus, die boven allen in schoonheid uitmnnt, wasch mij meer en meer van mijne ongerechtigheid en zuiver mij van mijne zonde, opdat ik door U gezuiverd, tot U , den allerzniverete, moge naderen en alle dagen mijns levens in uw Hart verblijven. Daarom is uwe zijde doorboord, opdat wij er zonden kunnen binnentreden. Daarom is uw Hart gewond , opdat wij, vrij van alle aardsehe beslommeringen, daarin kunnen wonen.
Het is gewond, opdal. wij door de zichtbare wonde de onzichtbare zouden beschouwen. Wie zou dat gewonde Hart niet beminnen, wie zou zulk beminnend Hart niet wederbeminnen en een zoo kaisch Hart niet omhelzen ?
Gebed van den H. üo na von turn tot het II. Hart van Jquot;esiis.
Allerzoetst en allergoedertierenst Hart van Jesus, doordring mijne ziel en mijne zinnen met de heilige vlammen uwer liefde, opdat ik in eene zalige en heilige bedwelming niets anders begeere dan U, en enkel naar het oogenblik verzuchte , waarop het mij gegeven zal zijn U te bezitten. Maak, o Jesus, dat ik naar D hongere , die het Brood der Engelen en ons dagelijksch Brood zijt: naar U , die aan de heilige zielen de heerlijkste en verrukkendste zoetheden
395 I
1*
n.
X.
-----â¢{â--
396 VEESCHILLEXDE GEBEDEN.
schenkt. De Engelen, zalig in uw aanschijn, kunnen niet moede worden U te aanschouwen. Mogen mijn hart en mijne zinnen gestadig vervoerd worden door de on verzadel ij ke begeerte om ü te zien en U te beminnen ; moge een brandende dorst mij drijven naar U , bron van leven en wijsheid , brandpunt van eeuwig licht, stroom van het reinste genot. Moge ik U zoeken en vinden , tot U gaan en U trefl'en, aan U denken , van U spreken , alles doen tot lof en glorie van uw naam , met liefde en ootmoed, met vreugde en volharding. Wees, goddelijk Hart, mijn hoop en mijn vertrouwen , mijn lust en mijn vermaak, mijne hulp en toevlucht, mijne wijsheid en mijn raad, mijn schat en mijn erfdeel, en dat mijn geest en mijn hart voor immer en onherroepelijk in ü gevestigd mogen zijn. Amen.
G-ebed.
Wees altijd en voor eeuwig gedankt en gezegend, mijn dierbare Jesus, verborgen in het H. Sacrament; Liefde, alle hemel-sche en aardsche liefde overwaardig, die U door overmaat van liefde voor mij , ondankbaren zondaar, bekleed hebt met onze menschelijke natuur, bij de smartelijke geeseling uw allerkostbaarst Bloed hebt vergoten en voor ons aller zaligheid zijt gestorven op het smadelijk Kruis. Door een levendig geloof voorgelicht, smeek ik
it
*
VEftSCHILLENDE GEBEDEN.
TJ thana met al den aandrang mijner ziel, met al den gloed van mijn hart, allernederigst , door de oneindige verdiensten van uw smartelijk lijden, mij kracht en moed te schenken , om alle booze driften, die mijn hart beheerachen, ten onder tü brengen, om U te zegenen in mijne bitterste kwellingen , om U te verheerlijken door de volmaakte vervulling van alle mijne plichten, om elke zonde met den grootsten afschuw te haten en mij zeiven eindelijk zalig te maken.
Z. H. Paus Pius IX vergunde bij eigenhandig Rescript, 1 Januari 1866:
Een aflaat van 100 dagen aan alle geloovigen, die ten minste met rouwmoedig hart en godvruchtig, vermeld Gebed tot Jesus in het Ailerh. Sacrameut bidden.
Qebed ter eere van de Gelukzalige ÃVCargareta Maria -A-lacoque.
Heer Jesns, die aan de Gelukz. Marga-reta Maria geopenbaard hebt, welke onbegrijpelijk groote schatten uw Hart bevat, maak dat wij, door hare verdiensten en haar voorbeeld , U in alles en boven alles beminnen, opdat wij daardoor waardig mogen zijn, om voor altijd eene plaats in uw Hart te hebben. Amen.
397
INHOUD.
BLADZ.
Voorrede..........m
Kort Overzicht der Geschiedenis van de devotie tot Jesus' H. Hart. ... v â Aflaten verbonden aan de viering der
Junimaand.........xi
Eerste Düquot;: â Wat vereeren wij, als
wij het H. Hart vereeren? ... 12 Tweede Dhk. â Waarom vereeren wij â !
het H. Hart?.......21
Derde Dao;. â Wat voordeel geeft ons
de vereering van Jesus' H. Hart? . 30 Vierde Dag. â Wat liefde het H. Hart
ons betoonde in het verlossingswerk. 40 | i Vijfde Ãatr. â Het H. Hart en de
Christelijke Geloofsleer. .... 49 i- Zesde Dao;. â Hel H. Hart en zijne
voorbeelden.........60
Zevende Dag. â Het H. Hart 07is lee-
rende bidden........71
Achtste Dag. â Het H. Hart, bron
van vrede..... ... 81
Negende Dag. â Het H. Hart en de
H. Kerk..........91
Tiende Dag. â Het H. Hart en de HH. Sacramenten.......101
ï?'
_____X_________
INHOUD. 399
BLAD/.
Elfde Dag. â Het H. Hart en het H.
Misoffer..........IH
Twaalfde, Dag. â Het H. Hart en de
H. Communie........121
Dertiende Dag. â Hen H. Hart en de
H. Teerspijze........132
Veertiende Dag. â Het H. Hart in 'l quot;â H Sacrament onder ons verblijvende. 142 Yijitiende Dag. â Het H. Hart, zijne
Verdiensten, zijn Lijden, zijn Bloed. 152 Zestiende Dag. â Het H. Hart en
Maria. . . .......161
Zeventiende Dag. â Het H. Hart en
zijne beloften.........170
Achttiende Dag. â Wat verlangt het
H. Hart van ons? I. Aanbidding. . 180 Negentiende Dag. â De Eerewacht. . 190 Twintigste Dag. â Wat verlangt Jesus'
H. Hart van ons ? II. Eerherstel. . 200 Een en twintigste Dag. â Wat verlangt het H. Hart van ons ? III. Navolging..........210
Twee en twintigste Dag. â Het H.
Hart van Jesus, ons voorbeeld van
zachtmoedigheid.......219
Drie en twintigste Dag. â Het H. Hart, ons toonbeeld van ootmoedigheid...........230
Vier en twintigste Dag. â Het H.
'ü
400
BLADZ.
Hart, ons voorbeeld van medelijdende
naastenliefde........240
Vijf en twintigste Dag. â Het H. Hart, ons voorbeeld in 't verachten der
aardsche goederen.......250
Zes en twintigste Dag. â Het biddend
Hart van Jesus.......261
Zeven en twintigste Dag. â Hel H.
Hart haat de zonde......272
Acht en twintigste Dag. â Het H.
Hart, ons voorbeeld van boetvaardigheid...........281
Negen en twintigste Dag. â Het stavend Hart van Jesus.....291
Dertigste Dag. â Het beeld van 't
H. Hart..........302
Lezing voor den feestdag van 't H. Hart
van Jesus.........312
Gebeden onder de H. Mis.....323
Oefeningen vóór en na de H. Communie. 342
Gebeden onder het Lof......346
Verschillende gebeden ter eere van het
Allerheiligste Hart van Jesus . . 356 Noveen ter eere van het H. Hart voor dm eersten Vrijdag der maand. . 379
1
â
â
lt;1