ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3

S lt;J c w r

Onderlinge Levensverzekering

VAN

„EiGEN HULPquot;.

:: Goedgekeurd bij Koninklijke Besluiten van den 23 Juli 1878, No. 21, |} ♦| Mei 1880, No. 13, en 'SO November 1884, No. 12. ::

|: f *

• •

;;

j

11 11

VERSLAG

UITGEBRACHT IN DE

I li

11

1 1 li

i: ::

Algemeene Vergadering yan den 19 September 1885,

OVER HET TIJDVAK VAN

1 Juli 1879—31 DeceirLber 1884.

WETENSCHAPPELIJKE BALANS

cp het einde van dat tijdvak.

Men wordt beleefd verzocht dit verslag ter lezing aan te bieden aan ieder, die belang kan stellen in ons genootschap.

Exemplaren daarvan zijn verkrijgbaar bij de Directie, i

/*

3»

ocr page 4
ocr page 5

fa. /lt;9lt;9S- V /J

Onderliiig-e Levensverzekering-

VAN

„EIGEN HU LPquot;.

Goedgekeurd bij Koninklijke Besluiten van den 2o Juli 1878, No. 21, 27 Mei 1880, No. 13, en 20 November 1884, No. 12.

VERSLAG

UITGEBRACHT IN DE

Algemeene Vergadering van den 19 September 1885,

OVER HET TIJDVAK VAN

1 Juli 1879—31 December 1884.

WETENSCHAPPELIJKE BALANS

opgemaakt met inachtneming der waarden van de tegenwoordige en toekomstige baten en lasten op het einde van dat tijdvak.

ocr page 6
ocr page 7

Aan de Deelnemers in het Genootschap „De Onderlinge Levensverzekering van Eigen Hulpquot; en aan alle Leden vandeVer-eeniging Eigen Hulp.

Ter voldoening aan art. 67 van het reglement voor ons genootschap is in dit jaar voor het eerst opgemaakt eene uitvoerige wetenschappelijke balans, dat is eene balans, opgemaakt met inachtneming der waarden van de tegenwoordige en toekomstige baten en lasten op 31 December 1884.

Die balans moet door ons ingevolge art. 69 van dat reglement ter uwer kennis gebracht worden. Terwijl wij aan dat voorschrift gevolg geven, meenen wij deze gelegenheid te baat te mogen nemen om een terugblik te slaan op hetgeen er door en met ons genootschap gedurende zijn bestaan is verricht en voorgevallen. Het verslag daaromtrent wordt gevolgd door eene toelichting van de cijfers, die de balans uitmaken, voor zoover die ons toeschenen toelichting te behoeven.

§ 1. Reglement. Op de zomervergadering van 1877 van de vereeniging „Eigen Hulpquot; werd benoemd eene commissie voor de afdeeling Levensverzekering, Pensioen- en Weduwenfonds, bestaande uit de heeren Jhr. Mr. G. de Bosch Kemper, Dr. J. D. van der Waals en W. L. van Meurs. Deze ontwierpen een reglement voor de afdeeling, sedert bekend als „Onderlinge Levensverzekering van Eigen Hulpquot;. Dat reglement werd door het Hoofdbestuur der vereeniging in zijne vergadering van 25 Januari 1878 voorloopig en behoudens de vereischte Koninklijke goedkeuring vastgesteld en is opgenomen in het orgaan der vereeniging (Eerste Reeks, n0. 8, van den 3 Februari 1878). De tarieven waren toen nog in bewerking. De Koninklijke goedkeuring op reglement en tarieven volgde bij besluit van 23 Juli 1878, no. 21, waarna een en ander met een inleidend woord werd opgenomen in nos. 4 en 5 der Tweede Reeks van bedoeld orgaan (18 September 1878).

Het reglement onderging tweemaal eene wijziging. De eerste werd vastgesteld door de algemeene vergadering van 30 Augustus 1879, de tweede door die van 20 September 1884. Zij werden door den Koning goedgekeurd bij Zijne besluiten respectievelijk van 27 Mei 1880, n0. 13, en van 20 November 1884, n0. 12.

De eerste wijziging had voornamelijk ten doel de toetreding tot het genootschap te bevorderen, ten einde de zekerheid, die van het genootschap verwacht wordt, te vergrooten en de administratiekosten minder zwaar te doen drukken. Het middel lag voor de hand. Het bestond in het gelijk maken van de voordeelen der toetreding voor allen, onverschillig of men al dan niet lid was der vereeniging Eigen Hulp.

Het hoofddoel der tweede wijziging was rationeeler winstverdeeling en betere regeling van het zekerheidsfonds.

ocr page 8

4

Volgens het eerste reglement verviel aan dit fonds de helft van het voordeelig saldo of zooveel minder als noodig was om het fonds tot eene, van het bedrag der reserve afhankelijke som op le voeren, en werd het overschot van het voordeelig saldo toebedeeld voor 20/0 aan de Vereeniging Eigen Hulp, voor 3% aan directeuren, voor Vioo 0/o aan den houder van elk aandeel in het oprichtingskapitaal en voor het overige aan de deelnemers. Deze kregen dus minstens 45% van het voordeelig saldo, terwijl hoogstens 50% van dat saldo gestort werd in het zekerheidsfonds, dat aan het genootschap in het algemeen, maar niet individueel aan de deelnemers toebehooren zou.

Volgens het nieuwe reglement komt 5% van het voordeelig saldo aan bedoelde vereeniging, aandeelhouders en directeuren en de overige 95% aan de deelnemers, met dien verstande dat de helft in contanten wordt uitgekeerd en de wederhelft in aandeelen in het zekerheidsfonds. Dit blijft dus eigendom van de deelnemers, ieder voor zijn aandeel, dat afgelost kan worden, zoodra het fonds een door commissarissen te bepalen bedrag overtreft. De deelnemers ontvangen dus terstond 47'/o % en behouden een recht op de overige 471/2 % der winst.

Ook in de verdeeling tusschen de deelnemers onderling kwam wijziging. Deze hadden, onverschillig volgens welk tarief hunne verzekering gesloten was, oorspronkelijk een evenredig aandeel in het den gezamenlijken deelnemers toekomend bedrag. Volgens het nieuwe reglement wordt dit bedrag echter eerst gesplitst tusschen twee groepen van tarieven, naarmate iedere groep tot de winst heeft toegebracht, en het aandeel van ieder der beide groepen, verdeeld tusschen de deelnemers, tot die groep be-hoorende. De eene groep bestaat uit de tarieven F, I en K, waarbij de uitkeering uitsluitend afhangt van het in leven zijn van den verzekerde; alle overige tarieven behooren tot de andere groep. De verdeeling tusschen de deelnemers, die oorspronkelijk zou geschieden naar reden van de reserve, die uit de betaling gevolgd is, en volgens het tweede reglement naar reden van de betaalde premiën, geschiedt thans naar den maatstaf van hetgeen in het betrokken tijdvak door het genootschap ontvangen is in verband met de aangenomen sterftekansen, m. a. w. van dat deel der betaalde premiën, dat gestrekt heeft om in het afgeloopen tijdvak verzekerd te zijn.

Ten einde een en ander b. v. voor de verzekeringen van uitkeering bij overlijden naar tarief A duidelijk te maken zij hier herinnerd, dat de omstandigheid, dat de verschuldigde jaarpremie jaar op jaar gelijk blijft niettegenstaande de sterftekansen met het toenemen van den leeftijd stijgen, ten gevolge heeft dat in de eerste jaren der verzekering meer, en daarentegen in de laatste jaren der verzekering minder wordt betaald dan noodig is om het genootschap in staat te stellen de overeengekomen uitkeeringen te doen. Bij het samenstellen der tarieven is uitgegaan van de onderstelling, dat dit te veel en het te weinig bij het kweeken eener rente van in den regel 4% 'sjaars tegen elkaar zouden opwegen. Wat nu in de eerste jaren der verzekering te veel betaald is, moet in kas blijven of gereserveerd worden, ook om goed te maken wat in latere jaren te weinig betaald zal worden, en dit deel heeft niets met de verkregen winst te maken; het andere deel wel, daar dit juist opgebruikt zou zijn als de sterfte verloopen was volgens de sterftetafel. Wat van dit deel niet gebruikt is om de uitkeeringen te doen of aan rente meer ontvangen is dan naar den maatstaf van 4 % te verwachten was is, voor zoover het niet noodig was om de kosten van beheer enz. te dekken, de winst.

§ 2. Commissarissen. Volgens de artt. 47 en 48 van het oorspronkelijk reglement waren er drie commissarissen, die voor de eerste maal door

ocr page 9

de algemeenc vergadering der leden van de vereeniging Eigen Hulp en vervolgens door de leden van de afdeeling benoemd zouden worden. Een hunner zou jaarlijks aftreden en niet dadelijk herkiesbaar wezen.

Volgens het tegenwoordig reglement kunnen hoogstens zeven commissarissen worden benoemd, waarvan er jaarlijks twee aftreden, die dadelijk herkiesbaar zijn. Drie der commissarissen moeten te 's-Gravenhage gevestigd zijn.

Commissarissen genieten geene belooning, ook niet uit de winst. Alleen kunnen zij, die buiten 's-Gravenhage wonen, voor elke vergadering van commissarissen, die zij bijwonen, hunne gemaakte kosten tot een maximum van vijftien gulden in rekening brengen.

Het aantal commissarissen bedraagt thans vijf. Zij zijn de heeren Jhr. Mr. G. de Bosch Kemper, Secretaris-Generaal van het Departement van Waterstaat, Handel en Nijverheid; W. C. Hojel, Kolonel der artillerie, Adjudant des Konings in buitengewonen dienst; H. J. Moll, Referendaris aan het Departement van Financiën; Jhr. H. O. Wichers, Directeur bij het entrepotdok te Amsterdam, Adjudant des Konings in buitengewonen dienst, en Mr. H. D. Levyssohn Norman, oud-lid van den Raad van Nederlandsch-Indië. De heeren Hojel en Wichers zijn respectievelijk te Helder en te Amsterdam, de overigen te 's-Gravenhage woonachtig.

§ 3. Adviseurs. De hoogleeraar A. J. van Pesch te Amsterdam, die de tarieven berekende en door het Hoofdbestuur van de vereeniging Eigen Hulp benoemd werd tot wiskundig adviseur, bleef in de eerste vijf jaren zijne diensten geheel belangeloos wijden aan het genootschap.

De heer Dr. D. Ij. van Wely, te 's-Gravenhage, als geneeskundig adviseur aangewezen, bleef mede sedert de oprichting van het genootschap onafgebroken als zoodanig werkzaam en verleende zijne diensten evenzeer zonder eenige vergoeding.

§ 4. Directeuren. Een der leden van de op blz. 3 genoemde commissie, de heer Jhr. Mr. G. de Bosch Kemper, verklaarde zich bij het in werking treden van het genootschap bereid, zich met de leiding der zaken te blijven belasten, welk aanbod werd aangenomen. Deze trad dus op als eenig directeur, genoot geen bezoldiging en werd door een gesalarieerd boekhouder bijgestaan. Toen hem het uitzicht op herplaatsing in den staatsdienst geopend werd, achtte hij het wenschelijk behalve dien boekhouder iemand naast zich te hebben, die hem mettertijd als directeur zou kunnen vervangen. Zijne keus viel op den eerst-ondergetee-kende, die hem sedert Januari 1880 ter zijde stond en die, nadat de heer De Bosch Kemper in Juni 1880 weder in eene Staatsbetrekking werd geplaatst, door commissarissen met 1 Juli 1880 formeel tot tweeden directeur benoemd werd.

Intusschen meende de heer De Bosch Kemper na zijne benoeming tot Secretaris-Generaal van het Departement van Waterstaat, Handel en Nijverheid niet langer als directeur werkzaam te moeten blijven. Hij legde daarom in de algemeene vergadering van 7 September 1883 zijné betrekking van directeur neder, doch werd, toen die vergadering krachtig bij hem aandrong, bereid bevonden nog eenigen tijd, doch in geen geval langer dan tot de eerstvolgende algemeene vergadering — die van 1884 — als eerste directeur te blijven fungeeren. In deze vergadering, den 20 September 1884 gehouden, trad hij dan ook definitief af en werd hij tot commissaris gekozen. Dientengevolge werd de eerst-ondergeteekende benoemd tot eersten directeur en de betrekking van tweeden directeur opgedragen aan den heer M. E. Chavannes, te Leiden, die met 1 December 1884 als zoodanig in functie trad. Persoonlijke

ocr page 10

6

omstandigheden verhinderden dezen echter zijne woonplaats naar 's-Gra-venhage over te brengen en het ongerief aan het dagelijks heen en wéér trekken verbonden was oorzaak, dat hij een anderen werkkring zocht en vond en daarom met 1 Mei jl. als directeur aftrad. In zijne plaats werd benoemd de tweede ondergeteekende, die vroeger als hoofdambtenaar in Nederlandsch-Indië werkzaam was.

§ 5. Agenten. De lijst van agenten en van de plaatsen, waar zij gevestigd zijn, volgt hierachter als bijlage I. Onderscheidenen hunner zijn steeds met de meeste belangstelling voor het genootschap werkzaam, maar aan sommigen heeft dit niet meer den krachtigen steun, dien het genootschap in den aanvang bij hen vond. Wij hopen dat de iiieuwe tarieven, die spoedig bekend gemaakt zullen worden, ons in staat zullen stellen om beter met andere maatschappijen te concurreeren, den arbeid onzer agenten met nog meer succes zullen kronen en tot vermeerdering van hun aantal en verdubbeling van hun ijver mogen leiden. Eene nieuwe en betere regeling hunner provisie wordt voorbereid.

§ 6. Omvang der werkzaamheden. Terwijl wij ten aanzien van dit onderwerp verwijzen naar de verslagen in vorige algemeene vergaderingen uitgebracht en opgenomen in het orgaan van de Vereeniging Eigen Hulp van 1 Juli 1880, 16 Juli 1881, 1 Augustus 1882, 15 September 1883 en 26 September 1884, alsmede naar de periodiek in dat orgaan medegedeelde gegevens, meenen wij wel te doen in een drietal staten (bijlagen II, III en IV) aan te toonen het aantal contracten en het bedrag der verzekerde sommen volgens a. de in elk jaar gesloten verzekeringen, h. de in elk jaar vervallen verzekeringen en c. den toestand op 31 December 1884. De in die staten voorkomende cijfers mogen ten bewijze strekken van gestadigen vooruitgang. Er bestonden op ultimo December:

1879 667

1880 1276

1881 1900

1882 2176

1883 2317

1884 2472

o g

-4-3 gt; ö

03 fi

ƒ 237740.— 580889.—

- 880635.—

- 1156205,—

- 1406115.—

- 1696732.— f 6250.—

c. a

CS

a c a a a

- 11422.22

- 17310.—

- 23950.—

- 29947.—

- 38842.15


liet aantal en het gemiddeld bedrag der kapitaalverzekeringen — die volgens weektarief, waarover hieronder nader, buiten aanmerking gelaten — en der renteverzekeringen bedroeg aan het einde van het jaar:

Ka pitaalsverzekeringen.

Renteverzekeringen .

Aantal

Gemiddeld

Aantal

Gemiddeld

contracten.

per contract.

contracten.

per contract.

1879

630

ƒ 377.-

37

ƒ 169.—

1880

921

604,-

56

204.—

1881

1250

665.—

82

211.—

1882

1468

753.—

109

220.—

1883

1597

849.-

122

245,—

1884

1746

944,—

155

251.—

ocr page 11

Er is dus eene geleidelijke vermeerdering niet alleen van het aantal contracten, maar ook van het gemiddeld volgens elk contract verzekerd kapitaal of rentebedrag. De vermeerdering van die gemiddelde bedragen is eehter niet van dien aard, dat twijfel behoeft te rijzen, dat het genootschap niet nog steeds benut wordt door hen, voor wie het voornamelijk bestemd is; de middenklasse, die van niet te ruime inkomsten moet bestaan.

Jn 1880 is een aanvang gemaakt met het sluiten van verzekeringen van kapitaal (uitkeering bij overlijden), waarbij de premie wekelijks betaald zou worden. Het aantal dier contracten en het bedrag van het daarbij verzekerd kapitaal bedroegen op 31 December

1880

299

en ƒ 24.350,—

1881

568

- 49.050,—

1882

599

- 51.050,—

1883

598

- 50.250,—

1884

571

- 48.000,—

In dezen tak van onze werkzaamheden was dus al spoedig stilstand en daarop zelfs achteruitgang waar te nemen. Wij hebben daarom en ook omdat sedert de oprichting van ons genootschap eene vereeniging tot stand gekomen is, die zich voorstelt met een uitsluitend philan-tropisch doel op dit terrein werkzaam te zijn, besloten in deze richting geene verdere moeite te doen.

Uit de bijlagen II, III en IV blijkt verder dat de tarieven F nog verder zijn gesplitst dan in onze tarievenboekjes is omschreven. Wij rangschikken onder tarief F Ha de verzekeringen, waarbij, evenals bij die volgens tarief F II, liet kapitaal uitgekeerd wordt na het bereiken van een vooraf bepaalden leeftijd van den verzekerde en de premiebetaling ophoudt bij den dood van den verzorger en, evenals bij de verzekeringen volgens tarief F Ia, bij het overlijden van den verzekerde vóór het bereiken van den bepaalden leeftijd teruggaaf plaats vindt van de betaalde premiën, behalve van die over het eerste premiejaar. Ook bij andere verzekeringen is soms afgeweken van de voorwaarden, die aan onze tarieven ten grondslag liggen, doch niet in die mate, dat zij niet beschouwd konden worden als tot eene onzer gewone contracten-vormen te behooren.

Onder de verzekeringen zijn er voorts waardoor wij een buitengewoon risico, als bedoeld in art. 6 van het reglement, aanvaarden.

§ 7. Uitkeeringen. Deze zijn omschreven in bijlage V. Zij zijn daar onderscheiden in drie rubrieken:

1°. uitkeeringen volgens contract, waardoor dit afliep ;

2°. uitkeeringen volgens contract, zonder dat dit daardoor afliep ; en

3°. uitkeeringen bij verbreking van contract.

Ter toelichting van de verschillen tusschen deze bijlage en bijlage III zij op het volgende de aandacht gevestigd.

Verzekeringen tot uitkeering na overlijden (tarief A) op het leven van kinderen beneden 6 jaar worden gesloten onder beding, dat bij overlijden beneden 8 jaar op den leeftijd van 3 jaar V, en op dien van 4 of 5 jaar 'A van het verzekerd kapitaal wordt uitgekeerd. Vandaar het verschil tusschen het verzekerd kapitaal en het uitgekeerd bedrag bij de onder groep a genoemde 10 contracten volgens het gewoon tarief A en 47 contracten volgens het weektarief A.

Veertien verzekeringen volgens tarief D zijn geëindigd door het overleven van het bepaalde tijdsverloop door de verzekerden Evenveel verzekeringen volgens tarief F I eindigden door het overlijden van de verzekerden vóór het bereiken van den vooraf bepaalden leeftijd.

ocr page 12

8

Het verschil tusschen het verzekerd kapitaal en de uitkeering bij de onder groep a genoemde 9 contracten volgens tarief F la is een gevolg van het overlijden der verzekerden vóór het bereiken van den vooraf bepaalden leeftijd, in welk geval slechts de betaalde premiën (behalve die over het eerste premiejaar) worden teruggegeven.

De in die groep genoemde contracten volgens de tarieven F II, G en I eindigden door het overlijden van de bevoordeelden.

De verzekeringen in groep b van bijlage III genoemd, worden gedeeltelijk teruggevonden in groep c van bijlage V. De in deze bijlage niet vermelde eindigden hetzij door het sluiten van een nieuw contract, waarbij — wat betreft de kapitaalsverze keringen volgens het weektarief — tot het gewoon tarief werd overgegaan of — ten aanzien der andere verzekeringen — een deel van de reserve van het vervallen contract werd aangewend tot betaling van eene premie in eens voor het nieuwe, — hetzij door het staken van de voldoening der premie.

§ 8. Herverzekeringen. Ingevolge art. 7 van het reglement is bepaald, dat verzekeringen op één hoofd van een kapitaal van meer dan f5000.—, of, wanneer de verzekerde geacht moet worden aan meer dan gewoon levensgevaar te zijn blootgesteld, van meer dan f 3000.—, of van eene rente van meer dan f500.— voor dat meerdere zouden worden herverzekerd bij de Hollandsche Societeit van Levensverzekering, onder directie van de heeren .Thr. Mr. C. Hartsen Jzn. en Mr. J. P. Portielje te Amsterdam.

Uit bijlage VI blijkt wat is herverzekerd en welke uitkeeringen dientengevolge aan het genootschap plaats vonden. Ter aanvulling van die bijlage kan nog worden medegedeeld, dat de herverzekeringen betrefïen:

Aantal Gon-

Volgens

: Krachtens welke is verzekerd.

Waarvan is herverzekerd.

tbacten.

tarief

Kapitaal.

Rente.

Kapitaal.

Rente.

31

A

ƒ 222.300

_

ƒ 117.000

4

B

28.000

—

12.500

2

c

10.000

—

4.000

2

D

14.000

—

7.000

49

E

302.980

—

165.765

13

G

ƒ 7609.15

2.000

J 3943.66

10

H

—

2850.—

5.000

1450,—

111 (1)

| ƒ 577.280

ƒ 9959.15

ƒ 313.265

ƒ 5393.66

en dat, — zooals trouwens reeds uit deze opgave blijkt —, niet steeds hetzelfde risico is herverzekerd wat het genootschap beloopt.

§ 9. Oprichtingskapitaal. Dit kapitaal, dat volgens art. 72 van liet reglement bestaat uit 500 aandeelen elk van f 100.—, bedraagt dus nominaal f 50.000.—.

(1) Eén contract van verzekering is tweemaal, telkens voor een gedeelte herverzekerd ; vier andere contracten (volgens tarief H) zijn te zamen herverzekerd voor óéne uitkeering van kapitaal na overlijden van den verzorger. De 111 contracten gaven dus aanleiding tot 10U herverzekeringen (zie hijlagc VI).

ocr page 13

9

Daarvan is gestort op;

1 September 1879, 10 % op elk aandeel 90% „ ~

f 5000

2 aandeelen -

5

5 „

20 1 1 2 1 2

180 450 450 1800 90 90 180 90 180 270

24 April 1880,

1 October „

1 September 1881, 28

1 November „

!) 3)

8 April 1882, 1 Juli 1 October

of te zamen (waaronder voor 42 volgefour-neerde aandeelen)..........f 87 80.—

§ 10. Jaarlijksche baten en lasten. Deze blijken uit het volgende overzicht;

__66

__66

steeds

_ri het art dus

Rte her-■rzekerd 111 con-

BATEN.

1879.

1880.

1881.

1882.

f883.

1884

Totaal.

Premiën.....

f23197 44

1

f34203,23

f43755 59

f51344 81

I

f75291 485

I

f114172 24°

f 342264

80

Polis- en zegelgelden.

—

—

24 68

188 59

307 36

330 075

45 o

72

1302

42quot;

Interest .....

398 055

1716

87

3197 695

4855 51

6953i85

10747 97

27869

45

Uitkeeringen wegens herverzekering . .

17

—

7034 04quot;

2810 47'

9861

52

Stortingen op aandeelen in het oprichtingskapitaal . . .

5180

_

900

—

2160 —

540

_

_

8780

—.

Totaal . .

f29075 495

f36844

78

f49296 875

f57064 68

1

f89608195s

f128187

41

f 390078

19quot;

LASTEN.

1879.

1880.

1881.

1882.

1883.

1884.

Totaal.

Uitkeeringen . . .

f 275

795

f 240

60quot;

f 3217 155

f 2219

95

f10837

U5

f 7191

32°

f 28981

973

Premiën wegens herverzekering . . .

369

59

2836

20r'

6886j063

8181

515

18200

87

16108 91

47583

15s

Geldbelegging . . .

26787

50

29727

14

33327 56

41625

49

53830

54

102374!16

287672

39

Oprichtingskosten . .

257

59

—

—

— i —

602

765

—

—

—

—

860

85'■

Administratiekosten .

454

87

1476

78''

2261 54

2060

19

2086

71quot;

2392

72

10732

82

Provisiën aan Agenten-

441

56

2003

84

2263 43

2311

05

2183

82

2768

105

11971

80r'

Honorarium aan Ge-neeshoeren . . .

273

—

224

65

258 20

202

-

281

50

488

-

1727

35

Totaal . .

f28850 «O5

f36509

22^1'48213 95

f57202

96

f82420

59

f131323

22

f 884529

85

ocr page 14

10

Ter toelichting of aanvulling van dit overzicht zij het volgende gemeld;

Omtrent de premiën wordt in bijlage VII aangetoond hoeveel in elk jaar wegens elk tarief is ontvangen en hoeveel in elk jaar is betaald aan premiën in eens en aan termijn-premiën. Ook de in deze bijlage omschreven bedragen wijzen op eene gestadige toeneming.

Ten aanzien van de polis- en zegelgelden valt op te merken, dat in den aanvang ongezegelde polissen uitgegeven en geen polisgelden in rekening gebracht zijn. Later bleek dat de polissen ook van onderlinge verzekering gezegeld moeten zijn en is dus tot het vorderen van zegelgelden overgegaan. De heffing van polisgelden dagteekent van de invoering van het weektarief (October 1880) en werd met het einde van November d.a.v. toegepast op het gewoon tarief; zij strekt om hen, die toetraden nadat het genootschap gevestigd was, een entréegeld te doen betalen voor de zekerheid, die zij verkrijgen door hetgeen de eerst-toegetredenen tot stand brachten.

Voor den interest wordt verwezen naar hetgeen hier achter omtrent de geldbelegging wordt medegedeeld. Over de uitkeeringen wegens herverzekering en over de stortingen op aandeelen in het oprichtingskapitaal werd hiervoor reeds gesproken.

Dit is mede het geval ten aanzien van de uitkeeringen. Omtrent de geldbelegging wordt hierachter een uitvoerig overzicht geleverd.

De oprichtingskosten zijn de uitgaven verbonden aan het doen drukken der eerste reglementen, tarieven, circulaires, quitantiën en instruc-tiën voor agenten, aan het expediëeren daarvan en aan de eerste aanschaffing van boeken en kantoorbenoodigdheden. De vereeniging Eigen Hulp heeft een deel dier kosten uit eigen middelen bestreden, maar toen in 1882 de levensvatbaarheid van het genootschap voldoende gebleken was, heeft dit aan de vereeniging terugbetaald, wat deze had voorgeschoten.

De administratiekosten zijn zeer gering geweest, dank zij de omstandigheid dat de heer De Bosch Kemper gedurende bijna het geheele tijdvak waarover de rekening loopt, niet alleen zonder eenige bezoldiging werkzaam was, maar zelfs een lokaal zijner woning als kantoor afstond en dit zonder vergoeding verlichtte, verwarmde en deed schoonhouden. Nu er twee bezoldigde directeuren zijn opgetreden en het genootschap in een daarvoor gehuurd benedenhuis kantoor houdt, zullen de uitgaven met ongeveer ƒ 2000 's jaars stijgen.

De provisie aan agenten stijgt met de ontvangsten wegens premiën en het honorarium van geneeskundigen met het aantal verzekeringen, waaraan een geneeskundig onderzoek moet voorafgaan. Het bedrag, voor dat honorarium uitgetrokken, is het verschil tusschen wat werkelijk betaald is en wat de Hollandsche Societeit in geval van herverzekering terugbetaalde.

§ 11. Geldbelegging. De ontvangen premiën en de stortingen op do aandeelen in het oprichtingskapitaal zijn in effecten of in hypotheken belegd of in prolongatie gegeven. Van tijd tot tijd is een klein bedrag in de Spaarbank van het departement 's-Gravenhage van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen ingelegd. Een klein deel is voorts gebruikt tot beleening van polissen van het genootschap eh verder is eenige rente gekweekt met de bedragen, die door middel van de Rijkspostspaarbank overgemaakt zijn, en ook door achterstand in de betaling van premiën, renten en koopsommen voor lijfrenten.

Alleen in enkele gevallen zijn effecten verkocht, hetzij om betere belegging te verkrijgen, hetzij omdat er betalingen te doen waren tot

ocr page 15

11

grooter bedrag dan van het voorhanden kasgeld. In den regel is echter in het laatste geval eene heleening gesloten, wat mede geschiedde indien het wenschelijk geacht werd te voldoen aan eene aanvrage om gelden te leenen onder hypothecair verband en de gevraagde som voor het oogenblik niet beschikbaar was. ïegen het beleenen bestaat geen bezwaar, omdat de spoedige aflossing door de te verwachten ontvangsten wegens premien verzekerd is, en het beveelt zich aan, omdat de ontvangen premiën door die aflossing onmiddellijk rentegevend worden gemaakt.

Op der.'. 31 December 1884 was het genootschap in het bezit van de volgende effecten:

~ . c

Nominale

Koers op

Waarde op

Koers

Bedrag

2 £

OMSCHRIJVING.

c =

31 Dec.

Mj

waarvoor

2 O

~ u

waarde.

31 Dec. 1884.

C3 O) CS P-

quot;5

j

1884.

aankoop.

aangekocht.

Italië Inschrijvingen . .

5

f 10000.—

92:y4

f 9275.—

917,.

f 9187.50

Obl. 's-Gravenhage.

V

1000.—

104V„

1046.25

1047,,

1046.25

„ Vrijenban . . . .

i'U

6000.—

100

6000.—

100

6000.—

Pandbr. Amst. Hyp. Bank

r)

9000. -

loi 7„

9123.75

1007,

9067.50

Obl. Gemeente-Crediet .

12000.—

102

12240.—

1017, 1017,.

12210.-3048.75

Pandbr. Nat. Hyp. Bank

8000.—

101'/,,

8090.-

102'/, 1027.,

103

3075.— ; 027.50 1030.—

„ Kott. „

n

10000.—

101

10100 —

IOIVB

10162.50

Obl. afd. Zekerheidsstel

•

ling vati Eigen Hulp .

n

16000.--

100

16000.—

100

16000.—

Obl. Expl. Staatsspoorw.

5

10000.—

105'/,

10550.—

1057,.

10587.50

„ Zuid-Ital. „

3

5000.—

57'/,

2862.50

56

2800.—

„ Groot Kuas. Sp.M».

4K

5000.—

95'/,

4762.50

95'Ac

4753.13

„ Mosk. Jar. „

5

10800.—

loi'A

10935.—

O O

6067.50 4905 —

Te zamen

1102800.—

f100985.—

'

f 100968.13

Bovendien waren uitgeleend de volgende bedragen onder verband van:

landerijen tegen eene jaarrente van 41/.; %.....ƒ 87200.—

huizen tegen eene jaarrente van 43/4 0/0 ......- 32300 —

„ 5 „ ......- 69250,-

efFecten „ „ „ 41/., „ ......- 700.—

„ 5 ' ........- 20000-

polissen van het genootschap tegen eene jaarrente van 5 0/0 - 1576.7/

makende met de waarde van voormelde effecten ad . . - 100985.—

een totaal van................ƒ 312011.77

waartegen bij de Ned. Bank tegen 30/0 's jaars is opgenomen - 24000.—

zoodat werkelijk rentegevend belegd was een bedrag van ƒ 288011.77

ocr page 16

12

Ten aanzien van de geldbelegging en het kweeken van rente in het tijdvak waartoe dit verslag betrekking heeft, is nog het volgende te melden.

a. Uitgezette of afgeloste gelden.

Aflossing van opgenomen gelden.

Jaar.

Totaal.

effecten.

Kffecten.

(aankoop). Hypo-

Komin. Betaald theken. waarde. bedrag.

Gelden geleend onder verband van Öpaar-

polissen.

bank.

1879

1880 1881 1882 1883 188-1

Totaal

28000.— 40000.— 8000.— 4000.— 28000.— 81300.—

15000.— 57600.— 44000.— 54800.— 56750.—

10000.-18000.-32000.-17000.-33200,-

f189300.— f184270.— f228150.— f99250.— f 1686.77 f2137.02 f110200.— f625693.79

f 28188.75 40747.50 8103.75 4000.— 26270.— 76960.—

f 2150.— —

12000.— flOOO — 45500.— 28.77 39600.—j 658.—

f 1228.42 751.64 f 100.95 54.24 1.77

f 29417.17 68649.14 83804.70 93054.24 143600.54 207168.—

b. Terugontvangen of opgenomen gelden.

1879

f 2000.—

f 1993.75

_

_ _

f 635.92

—

f 2629.67

1880

25000.—

25432.50

—

f 2150.— —

1339.50 f

10000.—

38922,—

1881

16000,—

16377.50

—

— —

99.64:

34000.—

50477.14

1882

6000.—

6028.75

f 17400,—

12000.— —

—

16000.—

51428.75

1883

23000,—

21270.—

21000,—

25500.— —

—

22000.—

89770.—

1884

14500,—

12521,88

1000.—

38900.— fllO.—

61.96

52200.—

104793.84

Totaal f 86500.— f 83624.38 f 39400.— f78550.— f110.- f2137.02 f134200.— f338021.40

Gelden geleend onder verband van

effecten. 1 polissen.

I

Verschil tusschen de totalen van a en b.

liezit-

ting f 102800.— f 100645.62 f 188750.— f20700.— f 1576.77 Schuld — — — — —

f 287672.39

Effecten (verkoop of uitloting).

Opgenomen bij de Ned. Bank.

Hypotheken.

Spaarbank.

Jaak.

Totaal.

Komin. waarde.

Opbrengst.

— f 311672.39 f24000.— j 24000.—

ocr page 17

Dientengevolge werd rente gekweekt wegens:

1879.

1880.

1881.

1882.

1883.

1884.

Totaal.

belegging in eft'eoten. .

f 393.64s

f 1876.22

f 1708.62

f 1533.62

f 1772.50

f 3102.96

f 10387.56''

hypotheken.....

—

71.25

2041.25

3878.92s

4534.48

6913.80

17439.70s

gelden geleend op effecten.

—

3.96

—

64.50

1025.20

1193.66

2287.32

beleening op polissen . .

—

—

—

20.83s

51.44

76.37s

148.65

belegging in despaarbank

4.41

3.64

—

1.76

1.77

1.53

13.11

Totaal

f398.05'

f 1955.07

f3749.87

f5499.64

f7385.39

f 11288.32'

f 30276.35

en was rente verschul

digd wegens opgenomen

gelden bij de Ned. Bank

_

f 25.—

f 309.10

f 327.28

f 117.50

f 218.46s

f 997.34quot;'

zoodat de werkelijk ge

maakte rente bedraagt

f 398.05''

f 1930.07

f3440.77

f5172.36

f7267.89

f 11069.86

f 29279.00 '

Bovendien werd rente

ontvangen wegens:

te late betaling van

premie of rente ....

—.12'

5.27

13.49

12.94

31.82'

tijdelijke belegging van

gelden in de Rijkspost

spaarbank ......

7.78

22.27

16.37

46.42

Te zamen

f 398.055

f 1930.07

f 3440.89 s

f5185.41

f7303.65

f 11099.17

f 29357.25

Terwijl daarentegen

rente werd uitgekeerd aan

de aandeelhouders in het

oprichtingskapitaal. . .

f 213.20

f 243.20

f 329.90

f 350.30

f 351.20

f 1487.80

De zuivere bate wegens

rente bedraagt dus. . .

f398.055

f 1716.87

f3197.691

f4855.51

f6953.35

f 10747.97

f 27869.45

De op 31 December 1884 voorhanden effecten ter

waarde van.................ƒ 100.985,—

en die welke vroeger verkocht of uitgeloot werden ter

waarde van.................- 83.624,38

of te zamen........ƒ 184.609,38

zijn aangekocht voor eene som van........- 184.270,—

zoodat te dezer zake eene winst is gemaakt van .... ƒ 339,38

§ 12. Rekening over het geheele tijdvak. De bijlage VIII geeft de rekening van baten en lasten over het tijdvak van 1 Juli 1879—31 December 1884. De bedragen, die er in voorkomen, stemmen uit den aard der zaak overeen met die van de verzameling der jaarlijksche baten en lasten op blz. 9. In deze rekening komen echter twee posten voor, die in bedoelde verzameling niet zijn terug te vinden (de kosten van de wetenschappelijke balans en het saldo), waaromtrent het volgende wordt medegedeeld.

ocr page 18

14

De kosten der wetenschappelijke balans zijn de uitgaven voor het opmaken dier balans en voor het verzamelen der daartoe benoodigde gegevens.

Het saldo is hetgeen op 31 December 1884 aan geld in kas was, vermeerderd met wat toen vorderbaar was en met de waarde van het toen aanwezige meubilair en materieel en verminderd met hetgeen toen verschuldigd maar nog niet uitbetaald was.

§ 13. Na dit verslag, welks uitvoerigheid verontschuldigd moge worden door ons streven om de deelnemers volledig in te lichten omtrent hun genootschap, nog een woord over de wetenschappelijke balans.

De bezittingen van het genootschap zijn op de balans gebracht voor de waarde, die zij op 31 December 1884 hadden. Wat de effecten betreft wordt daaromtrent verwezen naar hetgeen onder de rubriek geldbelegging is medegedeeld. Het meubilair en materieel is eerst zoo onlangs aangeschaft, dat nagenoeg de volle koopsom als waarde is beschouwd; het voornemen bestaat om daarop voortaan jaarlijks minstens 100/0 af te schrijven. De vorderingen van het genootschap wegens hypotheken enz. zijn mede voor de volle waarde opgebracht, omdat er geen enkele aanleiding bestaat om anders te handelen.

De diverse debiteuren zijn de volgende:

De Hollandsche Societeit van Levensverzekeringen, voor eene uit-keering, die sedert 8 December 1884 verschuldigd was, maar ingevolge

contract eerst 8 Maart 1885 betaald moest worden. ... ƒ 2000.— de interestrekening voor rente, die op 31 December 1884 gekweekt was, maar eerst later ontvangen werd .... - 2751.43

te zamen..... . ƒ 4751.43

De diverse crediteuren zijn:

de Hollandsche Societeit voornoemd voor premie wegens bedoelde

uitkeering verschuldigd..............ƒ 98.321

verschillende geneesheeren wegens vorderbaar honorarium - 552.50

de Nederlandsche Bank wegens beleeningen......- 24000.—

den bewerker van de wetenschappelijke balans en de verzamelaars der daartoe noodige gegevens.......- 849.40

te zamen........ƒ 25500.22fl

De reserve is geheel berekend met netto-premiën (1). Voor de Tarieven A, B, C, D, E, G en H, waarbij uitkeering na overlijden plaatsgrijpt, is de sterftetafel gebruikt, die volgt uit de sterfte in de 20 groote steden van ons land, zooals deze van 1870—1880 waargenomen is. Voor Tarief F Ia (uitkeering bij leven met teruggave der betaalde premiën bij vroeger overlijden) is alles gereserveerd, wat van de nog loopende verzekeringen ontvangen is, met de rente. Voor de andere Tarieven F en voor de Tarieven I en K zijn de vroeger gekozen sterfte-tafels behouden, nl. die van het geheele rijk over de jaren 1860/70 voor F, die van Karsseboom (met 30/0 rente) voor T en eene combinatie van beide voor K.

Behalve de zoo berekende reserve is ook nog het deel der premiën, dat reeds in 1884 ontvangen is voor het tot 1885 behoorend deel van het premiejaar en voorts alles wat voor extra risico (2) ontvangen is, in kas gehouden.

1

genomen, maar wordt nu ook de geheele ontvangst wegens dat extra risico gereserveerd.

ocr page 19

15

Men vindt in het volgende staatje de reserve voor elk Tarief afzonderlijk opgegeven en in onderdeelen gesplitst.

Betaling voor het tot 1885

Eigenlijke reserve voor het geval.

Reserve voor extra

TARIEF.

behoorend deel van het

dat de deelnemer

risico Cart. 6 Reglement).

Totaal.

nog in

(verzorger)

premiejaar.

leven is.

overleden is

A

(mannen) . . .

f 2581.68s

f 46998.43quot;

_

f402.12'

f 49982.24=

A

(vrouwen) . . ,

61.78'

705.43

—

—

767.21 =

A

(w eektarief) . .

12.48

1589,81 =

—

—

1602.29 =

B

(mannen) . . .

476.43

3221.04

—

—

3697.47

B

(vrouwen) . . .

14.21

219.05

—

—

233.26

C.....

107.ISquot;'

801.08quot;

—

5.—

913.25

D.....

200.051

493.63

—

11.25

704.93=

R

(mannen)

5661.49

78197.96'

—

499.62

84359.07=

E

(vrouwen) . . .

93.81

2132.15''

—

—

2225.96=

FT...

764.48

26659.62s

—

—

27424.10=

F lo. . . .

(1)

26138.25

—

—

26138.25

F II . .

827.99

11034.44'■

f 52.27

—

11914.70=

F 11« . . .

315.78

378.70

—

—

694.48

G . . . .

1517.43

13042.90

25246.73=

—

39807.06=

H.....

413.83

—

5503.40

—

5917.2.3

I.....

—

25240.86

—

—

25240.86

K.....

353.34'

4196.20

—

—

4549.54 =

Totalen . .

f 13401.965

f241049.58r'

f 30802.40'

f917.995

1

f286171.95(2)

De reserve voor de contracten van herverzekering is te splitsen als volgt:

a. betaling voor het tot 1885 behoorend deel van de jaarpremie ƒ 2104.94

b. eigenlijke reserve voor de contracten met de verzekerden gesloten volgens :

Tarief A (mannen) .... ƒ 5835.98 „ B ( 554.075

C .... - 208.0G

D .... - 174.78

E ( „ 17995.88s

„ G .... - 1500.54

„ H .... - 229.60

--- 26498.92

Te zamen . . ƒ 28003.86 De winst bedraagt volgens de balans ƒ 26,362.625.

1

zou de kosten daarvan aanzienlijk verhoogen zonder geëvenredigd nut.

ocr page 20

Ifi

Op de balans is als bate niets gebracht, dan wat werkelijk aan waarde aanwezig was. Wij achtten het niet wenschelijk ten deze het voorbeeld te volgen van andere instellingen, die als bate opbrengen het gedeelte van het oprichtings- of aandeelen-kapitaal, dat nog niet is gestort (daarentegen komt dan het geheele bedrag van dat kapitaal als last aan do creditzijde) of eeii gedeelte van de oprichtingskosten of een gedeelte van do te verwachten ontvangst wegens premie-verhooging. Het opbrengen ■ van hetgeen op het oprichtingskapitaal nog vorderbaar is als bate en van het geheele bedrag van dat kapitaal als last, zou natuurlijk tot dezelfde uitkomst geleid hebben, maar enkel gestrekt hebben om de totaalcijfers te verhoogen en kwam ons daarom onnoodig voor. De aard der oprichtingskosten verplichtte, naar het ons voorkwam, het ter zake uitgegeven bedrag reeds bij deze eerste balans in zijn geheel af te schrijven. En wat betreft het gedeelte van de te verwachten ontvangst wegens premie (ter tegemoetkoming in de aanbrengprovisie en de kosten van het geneeskundig onderzoek, die het genootschap betaalde bij het aangaan der verzekering, maar door de verzekerden slechts geleidelijk te gelijk met de netto-premie en de vergoeding voor administratiekosten als bruto-premie worden terugbetaald), wij zijn met onzen wiskundigen adviseur van oordeel, dat het geen aanbeveling verdient te dezer zake eenige bate op de balans te brengen; het bedrag zou gering wezen, de winst dus slechts weinig verhoogen en de gelegenheid openen om ons te verdenken van de balans te hebben willen flatteeren. Wij hielden ons daarom bij voorkeur aan wat het genootschap op 31 December werkelijk bezat.

g 14. De winst- en verliesrekening (bijlage IX) komt natuurlijk tot hetzelfde resultaat als de balans en bevat één nieuwen post (de winst op effecten), waaromtrent verwezen wordt naar de rubriek geldbelegging.

Omtrent de verdeeling van het voordeelig saldo zij opgemerkt, dat, hoewel deze eerst zal kunnen geschieden nadat de deelnemers, aan wie ingevolge art. 88 van het reglement de keus is gelaten of zij winstver-deeling verlangen overeenkomstig dit reglement, dan wel overeenkomstig wat van kracht was tijdens de verzekering door hen gesloten werd, zich daaromtrent verklaard hebben, zoowel volgens de vroegere reglementen als volgens het bestaande aan de vereeniging Eigen Hulp. de aandeelhouders in het oprichtingskapitaal en de directie valt uit te keeren 5 0/0 van het voordeelig saldo of.....ƒ 1318.13

waarvan aan de vereeniging Eigen Hulp 1/5 of......ƒ 263.62quot;

aan de aandeelhouders ^iooo of ƒ 1.32 voor elk aandeel of. . - G60.— aan de directie het overschot of...........- 394.50''

Volgens het laatst vastgesteld reglement wordt het aandeel der directie intusschen verminderd, omdat geen van beide de directeuren gedurende het volle tijdvak als directeur werkzaam was. De heer Van Goens was 5 jaar, de heer Chavannes 1 maand als zoodanig in functie bij het afsluiten der balans; zij genieten dus van het aandeel van ƒ 394.505 te zamen ƒ 182.31 en er schiet dus ƒ 212.195 van dat aandeel over, welk overschot in het zekerheidsfonds moet worden gestort.

De overige 95 % van het voordeelig saldo ten bedrage van ƒ 25.044.491/2 zou, indien alle deelnemers de winstverdeeling volgens het nieuwe reglement verkozen hadden, voor de helft in geld en voor de wederhelft in aandeelen in het zekerheidsfonds aan de deelnemers uitgekeerd worden. Eenigen hunner hebben zich echter verklaard voor verdeeling naar de vroegere reglementen, zoodat de uitkeering in geld iets kleiner, do op

ocr page 21

17

het hoofd zekerheidsfonds te boeken som daarentegen iets grooter zal zijn dan de helft van voormeld bedrag.

Het zekerheidsfonds komt dus na deze eerste balans minstens op do

helft van dat bedrag of.............ƒ 12.522.24•,

vermeerderd met het bedrag van..........- 212.195

dat van het aandeel der directie in de winst in dat fonds

gestort wordt, en bedraagt dus minstens.......ƒ 12.734.44

Er kunnen dus minstens 127 aandeelen (de nommers 374—500) in het oprichtingskapitaal worden afgelost.

§ 15. Voor hen, die een beknopt overzicht verlangen om de winst te vergelijken met hetgeen in de verloopen jaren is omgegaan, diene het

volgende:

Aan premiën is ontvangen...........ƒ 342.264.80

„ rente is geboekt.............- 27.869.45

te zamen ... ƒ 370.134.25

Tot het dekken van de loopende risico's moet worden afgezonderd.................- 286.171.95

verschil ... ƒ 83.962.30

Dit verschil is in het afgeloopen tijdvak ontvangen om de risico's te dekken en te Aroorzien in de kosten van exploitatie. Het representeert het totaal van hetgeen al de verzekerden betaalden om gedurende dat tijdvak verzekerd te zijn. Daarvan wordt teruggegeven of in het zekerheidsfonds gestort ƒ 25.256.69 of ruim 300/0. Wat daarvan aan elk contract ten goede komt, zal nader blijken.

Die uitkomst mag schitterend genoemd worden. Wij meenen hier overigens niet in eene beoordeeling te mogen treden, maar ons te moeten bepalen tot de mededeeling van de opmerkingen ter zake van den wiskundigen adviseur.

Diens in de vergadering van heden mondeling uitgebracht verslag vindt als bijlage X hierachter eene plaats.

's-Gravexhage. den 19 September 1885.

De Directie der Onderlinge Levensverzekering ■van „Eigen Hulp

VAN GOENS.

SCHU1JLEN BURG.

ocr page 22

18

c; Ö

o cc

ca to »0 ic gt;o

CM

co

io

co co

»c o

et oo

th có

l~— o

t—l

'to co

CO lt;gt;1

clt;1

CO 00

CD g

CD O CD

Q

Ph

c3

o o

'dj

co

ö CD Tl

CU

O

co £3

w w

-o

gt;—lt;

Ph Ph

w

O CO

W H

W amp;

ci cC

r£3

lO GO

co

o

c gt;

H p kgt; ^ r—h

o o

^ s

9

O

O «4-1

Ph

h-j

s I

I i

o

b-

zó l —

ci ö

O O

I--

o

(M

O »o

i-o GO ct

O O

cq

co

c2 gt;

co GO

o

bc

c3 gt;

O o

qj

is

O ^

tS)

3

co

c3 gt;

bc

quot;Ph o o

K

O Oh

c o

rü ö

o o

5 = ffl -2

w S

q to

bd .:

ti c3

o rfl

I s

fi «

I co

I. ^

t-h c'i

OD tO ZO

r- 1- rM

tc sh

O ^ S ^

(D r* 'O ^

c-l quot;m (m o

Ö O

co

c

(M Cl

O

(X»

o

~J}

ïO

QJ

d ci

Si

quot;Ó

y-K

quot;O

^2:

pa

z/i

S

lt;lt;5

rv^

K

/—^

O

P ^-

s5

H-i

,quot;0

X

•|s

50

Ci

C;

Ö

rH

?gt;

O

g

•is

O

OH

f-ü

Q

tsi

02

5-

t-H

T—1

P;

c3

bD

«0

Ö

•rH

agt;

c3

bD

0

0 fgt;

K ë

0h ^

^ -o

^ io

GO ^ CO

o

ocr page 23

19

Bijlage I.

Lijst van plaatsen, waar — en van personen, door wie het genootschap buiten 's-Gravenhage vertegenwoordigd wordt.

T. Greidamis. II. L. Verschoor. A. J. Du ij fles. .1. G. Perk van Litli A. .T. van Peski. T). Scliaap Jr.

C. Kramer. N. F. Snel. .1. Kerkhoff. S. B. Kopuit. M.Teixeira deMattos.

F. D. N. van EIten. H. Russcher.

W. A. Kalkmann. J. F. H. Brouwers. H. W. Knoest. J. Stork.

J. C. Jager. R. Kuen.

A. Carlier.

D. B. Wisselink. J. Tanja.

E. A. Themann. J. C. de Waard.

i M. S. van Dunné.

G. Kleijse.

G. G. Govers. J. W. Hofman.

H. J. van Rijkom. A. Roozeboom. W. Lagro.

H. de Haas. A. W. Vermaak. T. Mooij.

HOOFDAGENTEN;

AGENTEN;

Hellevoetslnis . Hengeloo. . 's-HertogenboscIi

Leeuwarden Leiden Maastricht Naarden . Noordwijk Nijmegen ()ldenzaal (hidenbosch Posterholt Ravestein Roermond Rosendaal Rotterdam De Rijp . Sappemeer Schoonhoven Terneuzen Tessel. . Ursem Utrecht .

Veenendaal.

Velden . Voerendaal Voorburg Waalwijk Zutfen. .

» . Zwolle

I. L. Pisuisse. A. M. D. Egler. H. C. Heesbeen. L. G. P. Max. W. P. Zeilmaker. A. J. Binnendijk. J, H. Driessen.

A. H. van Schieveen. T. Tulleken.

C. G. Jager.

B. J. ter Bals. S. Beeke.

W. L. Hengeveld. J. C. W. Quack. H. M. L. Bingen.

D. F. Heijdeman.

P. A. van Waasdijk. J. Bakker.

J. Schuur.

Mr. S. Gratama Hz. J. Noest.

[ G. J. O. D. Dikkers, j M. Kooger. Dr. A. Rutgers.

i Mev. de Wed. M. G. E. Wenckebach—Cor-nelissen.

Jhr. E. T. E. Baron van

Asbeck. F. C. H. Haeyen. J. Dautzenberg. H. W. van der Kas. j J. M. Burgerhoudt. J. van Dam. i H. M. van Maaren. 1 B. Kok.


ocr page 24

20

Bijlage II.

Opgave van het aantal en het gezamenlijk bedrag der gesloten contracten. __________|

F ..............quot;quot; ! quot;!

1879. 1880. 1881. 1882. 1883. 1884. Totaal.

J Ah IK F.

Aantal.

Bedrag.

Aantal.

Bedrag.

1 d ■ai

Bedrag.

Aantal.

Bedrag.

Aantal.

fcc es

-3

CD

ca

Aantal.

i

Bedrag.

quot;3

s

SS -tj

Bedrag.

A fniannpti) .

TT

If 60f)00

45

f 59700

59

f 66800

52

f 73300

41

f 81847

56

f

132770

330

f 475317),,

A (vrouwen).

9

1550

19

2300

25

3450

23

2250

24

5200

24

2433

124

17183

A(weektarief)

—

—

336

26925

596

52850

173

15400

120

9800

60

5550

1285

110525

B (mannen) .

10- 3 TOO

i

3

1100

5

11200

6

18200

2

2200

6

19200

32

55600

R (vrouwen).

—

—

—

—

1

1000

-

—

1

200

—

—

2

1200

C . . .

—

—

2

600

5

7500

3

3700

2

6500

3

8000

15

26300

D . . .

13

1470

10

6450

21

17100

7

1000

15

30T00

6

4150

72

60870

E (mannen) .

12T

100135

10T

160650

87

118751

87

155930

62

131060

68

148635

588

815161

E (vrouwen).

T

6300

6

1600

25

10550

12

4500

6

5908 K

—

—

56

28858);

F I . .

2TT

349T5

28

50800

10

6100

17

13250

7

13600

6

1800

345

120525 j

F In. .

68

19150

73

35184

75

34725

54

22675

16

7744

24

14662

310

134090

F II . .

4T

10760

11

8300

55

22720

21

10900

11

7800

10

10950

155

71480 ;

F II(T (1)

—

—

3

800

1

100

—

—

5

2700

2

2400

11

6000

Kapitaal verz.

635

f238940

6431f354359

965 if 352846

455

f321105

312

f305260

265

f

350550

3275

f1923060

Cr . . .

14

f3250.—

7 f3250.—

14 f3960.—

12

f3950.—

10

f4600.—

14

f

6709.15

71

f25719.15

II. . .

20

2500,—

11

1900.—

9

1500.—

14

2500 —

4

900.—

13

2000.—

71

11300.—

I . . .

2

200.—

1

22.22

3

427.78

3

165.—

3

952.—

7

1096.—

19

2863,-

IC . . .

1

300.—

1

200.-

—

2

425.—

3

700.—

3

500.—

10

2125.-

Renteverz. .

3T

f6250.—

20

f5372.22

26 f5887.78 i

31

7040.—

20

f7152.—-

37

f 10305.15

171

f 42007.1.i

1

Zie de omachrijving van den aard van dit tarief op blz. T.

ocr page 25

21

Bijlage III.

Opgave van het aantal en het gezamenlijk bedrag der vervallen contracten.

A (mannen) . .

—

—

—

—

3

f 1700 3

f 300

2

f 1500

2

f 1100

10

f 4600

A (vrouwen) . .

—

—

—

—

1

50

1

100

1

100

—

—

3

250

A (weektarief)

—

—

1

f 50

17

1500

9

800

13

1050

7

600

47

4000

B (mannen) . .

1

f 200

—

—

1

200

—

—

—

—

—

—

2

400

D......

—

—

2

120

3

350

5

650

4

5350

2

600

16

7070

E (mannen) . .

2

500

1

2000

1

1000

4

3500'

F 1.....

—

—

—

—

—

—

6

550

2

1500

11

1100

19

3150

F Ia . . . .

1

100

1

300

1

100

—

—

2

1600

4

1100

9

3200

F II.....

—

—

—

—

1

1000

1

100

—

—

6

1750

8

2850

Kapitaal verzeker.

2

f 300

4

f 470

27

f 4900

27

f 3000

25

f13100

33

f 7250118

f 29020

G......

—

1

f 200

_

—

—

—

2

f 700

1

f 600

4

f 1500

1......

—

5

455

1

10

6

465

Renteverzekering.

_

—

1

f 200- —

—

—

—

7

f 1155

2

f 610

10

f 1965

b- Verzekeringen,

geëindigc

door andere oorzaken.

A (mannen) . .

—

—

1

f 500

2

f 1100

5

f 5950

5

f 4300

5

f17400

18

f29250

A (vrouwen) . .

—

—

—

—

—

—

4

300

4

400

8

2700

16

3400

A (weektarief)

—

—

36

2525

310

26650,183

12600108

9550 80

7200 667

58525

B (mannen) . .

—

—

—

—

—

—

—

2

1000

—

—

2

1000

C......

—

—

—

—

—

—

_

—

_

—

1

600

1

600

E (mannen) . .

2

f 700

7

6400

12

10700

21

18235

18

18800

6

21083

66

75918

E (vrouwen) . .

—

—

1

500

4

8300 8

1600

2

600

—

15

11000

F I.....

1

200

—

—

_

—

2

1250

13

5000

1

100

n

6550

F Ia.....

—

—

1

300112

1450

6

2600

5

600

3

2500

27

7450

F II.....

—

—

3

515

—

—

—

2

2000

6

1100

11

3615

Kapitaal verzeker.

3

f 900| 49 f 10740340

f 48200179 f 42535 159

f 42250110 f 52683 840|f 197308

G......

-

—

_

—.

—

_

—

—

—

—

2

f 800

21 f 800

H......

-

-

—

—

—

4 f 400

—

—

—

-

4

400

Renteverzekering.

—

_

-

_

—

—

4 f 400

-

—

2| f 800

6

f 1200

T O T A I.

EN.

Kapitaalverzeker.

5

f 1200

53

f 112101367

f53100206

f45535 184

f 55350 143

f59933

958f226328

Renteverzekering

_

—

1

200

_

—

4

400

7

1155

4

1410

16

3165

54

367

•ilü

191

147

974

a. Verzekeringen, geëindigd door vervulling van eene der voorwaarden, waaronder zij zijn gesloten.

1882.

1883.

1884.

Bedrag.

Aantal.

Bedrag.

Aantal.

Bedrag.

CQ

ntracten.

1879.

1880.

1881.

J4. Totaal.

TARIEF.

tc d

Bedrag.

Aantal.

Bedrag.

I.!i2770

330

f 475317',

2433

124

17183 I

5550

1285

110525 |

19200

32

55600 1

—

2

1200 J

8000

15

26300

4150

72

60870 ,;

148635

538

815161

—

56

28858;; j

1800

345

120525 |1

14662

310

! •

134090 ;

10950

155

71430 ;

2400

11

6000 |

850550

3275

f1923060

quot;709.15

71

f25719.15 1

1000.—

71

•

11300.—

■

■096.—

19

2863.-

=500.—

10

2125.- i

:

Ï805.15

171

(42007.In *1 gt;

s

S

c3

c:

' cS lt;

ocr page 26

22

Bijlage IV.

Opgave van het aantal en het gezamenlijk bedrag der bestaande contracten.

GESLOTEN

VERVALLEN CONTRACTEN

BESTAANDE

TARIEF.

CONTRACTEN.

door vervulling van cene der voorwaarden, waaronder zij zijn gesloten.

door andere oorzaken.

Totaal.

CONTRACTEN.

Aantal.

Bedrag.

Aantal.

Bedrag.

Aantal.

Bedrag.

Aantal.

Bedrag.

Aantal.

Bedrag.

A (mannen).....

380

f4758171/.

10

f 4600

18

f 29250

28

f 33850

302

f 441467.50

A (vrouwen.....

124

17188

3

250

16

3400

19

3650

105

13533.—

A (weektarief) ....

1285

110525

47

4000

667

58525

714

62525

571

48000.—

B (mannen).....

32

55600

2

400

2

1000

4

1400

28

54200.—

13 (vrouwen).....

2

1200

2

1200.—

(J.......

15

26800

—

—

1

600

1

600

14

25700.—

D.....

72

60870

16

7070

—

—

16

7070

56

53800.—

!•; (mannen).....

538

815161

4

3500

66

75918

70

79418

468

735743.—

E (vrouwen).....

56

288587.

—

—

15

11000

15

11000

41

17858.50

F I.......

345

120525

19

8150

17

6550

36

9700

309

110825.—

F Ia......

310

134090

9

3200

27

7450

36

10650

274

123440.—

F II......

155

71430

8

2850

11

3615

19

6465

136

64965.—

F Iln......

11

6000

—

—

—

—

—

—

11

6000.—

Kapitaalverzekeringen .

32754quot; 1923060

|

118

f29020

840

f 197308

958

f 226328 2317

f1696732.—

G.......

71

f25719.15

4

f1500

2

f 800

6

f2800

65

f 23419.15

H.......

71

11800.—

—

—

4

400

4

400

67

10900.—

I........

10

2863.—

6

465

—

6

465

13

2898.--

K.......

10

2125 —

—

—

—

—

—

10

2125.—

Renteverzekcringen . .

171

f42007.15

10

f1965

6

t 1200

16

f3165

155

f 38842.15

ocr page 27

23

Bijlage V.

Opgave van het aantal contracten, krachtens welke ultkeering plaats vond. en van de uitgekeerde bedragen.

A (mannen) C . .

E (mannen)

FI . F Ia . F 11 . tgt; . . Totaal .

1879. 1880.

1881.

1882.

1883.

1884.

Totaal.

TAK IKK.

IS 1

—■ 1 bi)

ei

bi)

« -S 'i §

=3 ^5 CS

g -3

a

C8

s ^ § ■■§

CS

C3 r3

23 ^

=3

lt;

K

a

lt;s

lt;

a.

Uitkeeringen ingevolge contract,

waardoor dit ophield te bestaan.

A (mannen).

—

— ! —

—

3 f 1700.—

3

f 300.-

201500.—

2

f 1010.—

10 f 4510 —

A (vrouwen .

—

— i —

' — 1

1 50.—

1

100.—

li 100.—

—

—

3;

250.—

A (weektar.)

—

— 1

i' 5.—

17 680.—

9

365.—

13! 575.—

7

235.—

47'

I860.—

B (mannen).

1

1

ö O

—

) 200.—

—

—

; —i —

—

2

400,-

D. . .

—

— 1

20.—

-j —

—

—

1 5000 —

— |

2

5020.—

E (mannen).

—

— , —

—

—

2

500.-

li 2000 —

1

1000.—

4

3500.—

FI . .

—

— -

—

-, —

—

—

— —

5

600.—

5

600.—

F la . .

1

0.79 r,| 1

10.05

1 8.59

—

—

2 465.10

4

175.65

9

660.18'

Totaal .

2f 20ü.79r' 3 f 35.05 23 f 2638.59 15 f 1265.— 20 f 9640.10 19 f 3020.65 82 fl6800.18s b. Uitkeeringen ingevolge contract, zonder dat dit ophield te bestaan.

G. . .

— — j

—

—

—

—

—

3 f 153.87 '

f 1555.91

H. . .

— —

—

—

—

—

—

— —

5

98.60 —

98.60

I . . .

2 f 75.—

3 f

205.55'•

458.985

9

f

746.25

11 851.92

13

1805.22 —

4142.93

Totaal . .

2 f 75.—

3 f

205.55r

6 f

458.98r'

9 f

746.25

14 f 1005.79 '':

24

f 3305.85r' —

f 5797.44

c. Uitkeeringen van reserve bij verbreking van contract.

—

—

—

—

1

f

13.32

—

—

1

f 70.32

—

— i

2

f 83.64

—

—

—

—

—

—

—

—

—

—

1 f

21.11

1

21.11

_

—

—

—

1

106.26

3' f

142.57

O

89.93

3

116.35quot;

9

455.11''

—

—

—

—

—

—

1

66.13

—

—

— :

—

1

66.13

—

—

—

—

—

—

—!

—

1

31—j

—

—

1

31.—

—

—

—

—

— 1

—

—

5

245.925

5

245.92'

—

—

—

—

—

—

—

—

1

1

481.43

1

481.43

—

_

_

2

f

119.58

4 f

208.70

4f 191.25

10 f

864.82

20

f 1384.35

ocr page 28

24

Bijlage VI.

Opgaven omtrent de herverzekeringen.

TOTAAL.

SOOKT.

ci) cS

■z |

quot;5

6*0 cö

i quot;5

fci) cS

: 'ö :

ti) cS

'ö

bD C3

5

' K

r3

O»

PP

§

s

cS

T3

5

5

•n

c a

lt;33

pq

*4*

cq

pp

lt;

1882.

A. Gesloten contracten.

1879.

1880.

1881.

1883.

1884.

Kapitaalverzekei'. Kentovei'zokonng' Totalen ....

Kapitaalverzekei'. Kenteverzekeriïig Totaal . . . .

Ivapitaalveizekoi'. Honteverzekering Totaal . . . .

1U f30000 17 f53000 21 f56000 23 f75265 15f78500

1300 5 1100 2 Ü00

1 200, 5 1890:

11

f42000.-1500.—

I f 200

f313265.-5393.6(1

22 : 27 28 : 17

B. Vervallen contracten.

— 2 f4000' 3| f6000| 31 f8000 j 31 f24000

— — ——— I 200 4 1100 ï 21 j 3i 4 7

C. Bestaande contracten.

IC f62500 102 f 355265.— 5 1503.66, 24 6893.66 21 126i

- i91

!-109

D. Uitkeeringen.

a. ingevolge contract, waardoor dit ophield te bestaan.

Kapitaalverzekei-. — — — — 1 — — — — 1 f7000 1 f2000 ! 2| f9000.—

b. ingevolge contract, zonder dat dit ophield te bestaan.

Kenteverzekering — — — — j —j — j —| -— 1 f 18.045 1 f 18.04s| 2j f 36.09 c. van reserve bij verbreking van contract.

Kapitaalverzekei-. Renteverzekering.

2 f 17.— 2 f 16.— 2 f31].— 6 f344.—

1 481.43 1 481.43

ocr page 29

25

Bijlage VII.

Opgaven omtrent de ontvangen Premien.

TARIEF.

1879.

1880.

1881.

1882.

1883.

1884.

TOTAAL.

A (mannen) . .

f 5735.02

f 3211.89s

f 5781.49s

f 8471.12

£11671.16

f 36359.20s

f 71229.89s

A (vrouwen) . .

153.42

71.90

158.795

190.98s

309.00s

512.02 s

1397.03

A ^weektarief) .

—

70.06

1073.33'

1216.79

1258.79

1171.09

4790.06 s

13 (mannen) . .

107.943

159.15

467.62s

1253.42

1552.79s

2271.36

5812.29s

B (vrouwen) . .

—

—

39.75

79.50

81.09

85.86

286.20

C.....

—

20.96

237.99s

414.66s

606.81

710.87

1991.30

D.....

44.09

379.22

223.78

876.80''

1015.03

780.045

2818.97

E (mannen) . .

2706.05s

13949.47

15228.165

20942.40s

27039 51s

32998.S5

112864.26

E (vrouwen) . .

75.32s

235.03

379.18

530.03

818.24 s

1067.60''

3105.41s

PI....

9340.45

2917.765

2528.215

2992.83s

3023.74s

3447.68'

24250.69 s

F In ... .

1837.51s

2945.25

4136.96

4613.93s

5585.80s

5526.33

24645.79=

F II ... .

331.64s

917.23

2141.51

2957.96s

3265.30s

3503.70s

13117.36

F Ha . . . ,

—

43.79

47.75

47.75

278.21

403.73

821.23

G.....

598.62

8019.10s

5623.06

4164.94s

6046.21

9474.26s

33926.20'

H.....

268.13

784.30s

1057.24 s

1379.11

1597.73

2061.99

7148.51

2257.92

200.—

4352.63

1361.58

10011.36

12134.58

30318.07

K.....

41.30s

278.10

278.10

350.97

1129.78

1663.25

3741.50s

Totaal ....

f 23497.44

f 34203.23

f43755.59 j

f51344.81

f 75291.48s

f 114172.24s

f 342264.80

waarvan als Premie in eens .

176C4.70S

12884.80s

8760.49quot;' (

1963.48s

11007.02

39221.63 s

91442.14''

Jaarpremie. , .

|

5892.73s

21318.42s

34995.09'' ;

|

49381.32 s

j

64284.46s

1

74950.61

250822.65'

ocr page 30

26

Bijlage VIII.

REKENING VAN BATEN EN LASTEN over het tijdvak 1 Juli 1879 tot 31 December 1884.

B ATKN.

Premiën in eens .... ƒ 91442.145

Jaarpremiën......- 250822.655

Polis- en zegelgelden. . . - 1302.425

Interest.......- 27869.45

Uitkeering wegens herverzekering ......- 9861.52

Stortingen op 't aandeelenkapitaal ......- 8780.—

ƒ 390078.195

LASTEN.

üitkeeringen......ƒ 23981.975

Premiën wegens herverzekering .......- 47583.155

Geldbelegging.....- 287672.39

Oprichtingskosten. ... - 860.353 Administratiekosten ... - 10732.82

Provision.......- 11971.80°

Geneeskundig onderzoek . - 1727.35

ƒ 384529.85

Kosten van de wetenschappelijke balans .... - 849.40

ƒ 385379.25

Saldo........- 4698.945

ƒ 390078.19s


ocr page 31

27

H O (M

CO Clt;1

co

gt;—lt; co ^ co »q co

Q -rji (M* Oï Ci T-H CO

MO O O CO O O

Zj OI CO GO CO GO CO

K o, ~

u ^

co

(M O

t— CN

EN r 1884.

Ö KH

N

Pi

w

hh

hJ gt;

I

H

m

oo co

Sh lt;X) rO

a

CD O CD

Q

O cc

co

Ol

0 rO CO

01

co

ö

CD

nö O

'M O

O 1

CO* ö

O O

CN O

CO oi

cc

O

»o

(M (M

so

O gt;

c3 gt;

O bID

o gt;

O bJD

K

b^) r-*

'bC

O

bC

O

lt;D

Ö

O

quot;P

N

iai

Ö

Cu

c5

lt;D O rö

O O

gt; O

o3

r£gt;

ïgt;

O

f 23981.97»

- 47583.155

- 287672.39

860.355

- 10732.82

- 11971.805

- 1727.35

ƒ 384529.85

849.40

ƒ 385379.25

- 4698.94®

ƒ 390078.195

O

O

O

O

»o

I -

tO

»o

CM

O

»o

cc

cc

CO

co

GO

CO

T-H

CO*

ö

CM

i-H

1-

t—

co

GO

co

CO

I-

Ol

t-H

Ci

LO

co

1-

O

O

co

1^

O

t-H

1-H

00 CM

CM

tH

t-H

I 1

» :S

I 3

^ O

O ï-i

bX}

lt;amp;

O N

O

ö

O

_bXD

^3

O hp 'o

b/D

O

O bQ

lt;D b/D

bc

O

QP bfi o

ci c3

W

ocr page 32

Bijlage X.

VEESLAG

VAN DEN

WISKUNDIGEN ADVISEUR,

uitgebracht in de Vergadering van den l'J Sept. 1885.

liet is mij aangenaam de gelegenheid te hebben de uitkomsten onzer eerste wotenschappelijke balans nog wat nader toe te lichten.

liet hoofddoel van zulk een balans bestaat in het opmaken der reserve, d. i. het berekenen van het bedrag, dat in kas moet blijven om met de premiën, die nog betaald zullen worden, te kunnen voldoen aan de reeds gesloten contracten. Het resultaat daarvan is dat op 31 Dec. 1884 eene som van /257.568.09 in kas moest gehouden worden.

Deze som is de uitkomst eener lange berekening, waarbij alles naar vaste formules becijferd en niets willekeurig aangenomen wordt. Zij hangt alleen af van den rentevoet, dien men aanneemt, en van do sterftctafel. Over deze laatste moet ik noodzakelijk 't een en ander opmerken.

Toen ons genootschap opgericht werd, kon geen Koninklijke goedkeuring verkregen worden, tenzij de Tarieven, die voor uitkeeringen na overlijden dienden (de tarieven A, B, C, D, E, G en H), op eene sterftetafel berustten, die veel te snelle afsterving geeft. Dit is nu veranderd en daarom is voor onze Reserve-rekening eene nieuwe sterftetafel gebruikt en wel de tafel, zooals die uit de sterfte in de 20 voornaamste steden over het tijdvak 1870/80 afgeleid is. (De tafel wordt door mij spoedig in de Statistische Bijdragen uitgegeven). Deze tafel kon met gerustheid gebruikt worden voor ons doel; tot bewijs daarvoor moge strekken, dat zij nog iets hcoger iietto-premiën geeft dan dio tegenwoordig door een der erkende deskundigen in ons land gebruikt worden. Hot eenige wat men mij zou kunnen verwijten is, dat ik al te voorzichtig geweest ben, ook omdat ik zoowel do baten als de lasten geheel met netto-premiën berekend heb en dus aangenomen heb, dat gij in het vervolg alleen de netto-premiën, verhoogd met hetgeen uitsluitend voor beheer noodig is, zult betalen. '

Het gevolg van zulk eene rekening met netto-premiën is, dat geen cent van hetgeen tot nu toe uitgegeven is, op de toekomst geschoven is, maar alles contant betaald. Ik acht dit belasten der toekomst niet ongeoorloofd, daar de aanbreng-provisie en de kosten van het geneeskundig onderzoek gerust als eene schuld van den verzekerde beschouwd mogen worden, die eerst in den loop zijner verzekering

ocr page 33

gedelgd zal worden. Maar deze kosten zijn bij ons niet zoo hoog geweest, dat liet bepaald noodig was dit te doen en gij zult bet zeker een voordeel vinden, dat ook hier het systeem dor contante betaling gevolgd wordt.

Evenmin zult gij op onze Balans iets vermeld vinden, dat wij niet eft'ectiof bezitten en dus komt er geen deel der oprichtingskosten als actief op voor. Hot opbrengen van een deel dier kosten is op zich zelf geoorloofd, maar hot is stellig veel beter als dit niet gedaan behoeft te worden en ook hier geen wissel op de toekomst getrokken wordt, die nog met geen accept voorzien is en op wiens betaling men alleen kan rekenen, als liet den schuldenaar goed blijft gaan.

Wij staan derhalve door het aannemen van de genoemde sterftetafel en bij de gevolgde wijze van berekening zelfs sterker tegenover de toekomst dan vele andere soliede inaatschappijen. Al onze oprichtingskosten zijn betaald evenals onze aanbreng-provisie en kosten van geneeskundig onderzoek en van administratie. liet aantal verzekerden is in de vijf jaren vervijfvoudigd; de premieontvangst van db /34.000 in het eerste volle jaar (1880) is toegenomen tot /114.000 (in 1884), zoodat nu ook aan de billijke eischen van administratie voldaan kan worden en wij ook in dit opzicht op sterke boenen loopen. Eindelijk hebben wij nog een ovevw.'nst aan te wijzen van ƒ26.362.62 '. Waarlijk, Mijne Heeren, slechts zeer enkele der volledig ingerichte maatschappijen kunnen op een dergelijk resultaat wijzen en wij mogen ons zeer gelukkig achten met de verkregen uitkomsten.

Hoewel alle loden met mij zullen instemmen, dat de hoofdzaak ligt in de stevigheid der positie var. onze maatschappij, is het natuurlijk dat op dit oogenblik het winstcijfer zeer de aandacht trekt. Hierover en omtrent een ander geldelijk voordeel, dat onzen verzekerden wacht, wil ik nog het een ander in het midden brengen.

Reeds vroeger en meermalen in ons Orgaan heb ik gewezen op de schitterende uitkomsten door de Onderlinge Gothasche Maatschappij verkregen, welke maatschappij, in 1829 opgericht, de grootste van Duitschland is geworden, niet alleen van alle onderlinge, maar ook van alle niet-onderlingo maatschappijen. Deze maatschappij heeft ook steeds het te veel betaalde teruggegeven en is begonnen met na 5 jarea 10% der betaalde premiön terug te geven. Dit cijfer is steeds stijgende gebleven, terwijl in de laatste jaren tot zelfs 407o der premiën terugbetaald zijn.

Onze uitkomsten zijn niet veel anders dan die der Gothasche Maatschappij in hetzelfde tijdsverloop. Om ze daarmede naar behooren te vergelijken, moeten wij volgens het reglement de overwinst verdoelen tusschen de twee groepen van tarieven, waarvan de eene bij dood en de andere enkel bij leven uitkeeringen doet. Naar die verdeoling blijft voor de hoofdgroep (die der tarieven A, B, C, D, E, Gen H) /quot;22.000 over en dit is zelfs meer dan liquot;/» der jaarpremiën.

Laat ik daaromtrent nog opmerken, dat het winstaandeel van ieder, dat voor de helft in geld is en voor de helft in aandeelen in het zekerhoidsfonds uitgekeerd wordt, berekend wordt naar do eenige billijke methode, die daarvoor te bedenken is, nl. in evenredigheid van dat deel der^betaalde premiën, dat gestort had moeten worden om enkel in hot afgeloopen tijdvak verzekerd geweest te zijn. Dit maakt dat niet teruggegevên wordt naar do betaalde premiën en dus niet door ieder, die bij ons verzekerd is naar een van de tarieven der eerste groep, moot gerekend worden op 11% zijner betalingen. Zij die vijf jaren verzekerd zijn, zullen overliet algemeen meer krijgen, die kort verzekerd zijn minder en die premiën in eens betaald hebben, natuurlijk veel minder. De rekening is niet gecompliceerd, maar kan toch hier niet uitgelegd worden. De leden moeten bij deze berekening, evenals

ocr page 34

30

bij die van de reserve, kunnen staat maken op de volkomen goede trouw van liet bestuur en den wiskundigen adviseur.

Wat de tweede groep der Tarieven (F, 1 en K) betreft, voor deze is het winstaandeel veel kleiner. De reden hiervan ligt daarin, dat zij slechts weinig hooger zijn dan hetgeen voor de latere uitkeeringen noodig is, en ter nauwernood genoeg opbrengen om onze zeer kleine administratiekosten te dekken. Zij zullen zich met eene teruggave, ten deele in geld ten deele in aandeelen, van slechts 3 a 4 % tevreden moeten stellen en dit zal ongeveer hetzelfde blijven, hetzij ze verkozen hebben naar de vroeger geldende regelen behandeld te worden, hetzij ze tot de nieuwe en betere wijze van winstverdeeling zijn toegetreden. Op zich zelf is dit evenwel nog geen onaardige uitkeering en zelfs meer dan zij hadden mogen verwachten. Voor hen is in alie omstandigheden weinig nadeel, maar ook weinig voordeel te verwachten; hun geld wordt zorgvuldig geadministreerd en onze maatschappij, die er op ingericht is om behoorlijk te verzekeren en het te veel betaalde later terug te geven, kan nu eenmaal niet teruggeven als er niet vooruit te veel betaald is.

Om nu nog eens tot de eerste en hoofdgroep terug te komen, de uitkomsten zijn daar ongeveer gelijk met die der Gothasche Maatschappij in de eerste jaren van haar bestaan. .Nu zal de vraag rijzen of de toekomst ook voor deze groep dezelfde gunstige uitkomsten zal opleveren, als dit bij de Gothasche Maatschappij het geval is geweest en of het dan niet jammer is, dat eerst zooveel later grootere teruggaven kunnen plaats grijpen, als de eerste verzekerden, die toch de zaak het meest effectief gesteund hebben, er niet meer zijn. Deze vraag is ook bij mij gerezen, en dit heeft geleid tot een, naar ik vermoed, voor allen bevredigend antwoord.

quot;V' oor de eerste groep kan gerust voor de reeds verzekerden een stel bruto-tarieven gemaakt worden, dat gemiddeld 7 % lager is, dan dat nu gebruikt wordt. Deze tarieven zullen met 1 Januari a.s. worden ingevoerd. Nu heb ik voorgesteld, en dit is door het bestuur en commissarissen aangenomen, om deze tarieven op de tegenwoordige deelnemers toe te passen, zoodat voor elk van hen op nieuw de premie berekend wordt, die hij zou betaald hebben, als van den aanvang af het nieuwe tarief ingevoerd was en deze nieuwe premie zal gerekend worden met 1 Januari 1885 te zijn ingegaan, zoodat hij nog het in 1885 te veel betaalde terug ontvangt en van af 1 Januari 1886 naar de nieuwe tarieven betaalt. Dit mag, juist omdat de reserve op 1 Januari 1885 met behulp der nieuwe sterftetafels berekend is. 'De verzekerden volgens de eerste groep (het groote aantal) kunnen dus voor het vervolg op eene reductie van gemiddeld 7 0/o hunner premie rekenen, — natuurlijk weder gemiddeld, want de tarieven zijn niet overal in dezelfde verhouding lager.

Men zal zeggen, dat het van zelf spreekt dat, als nieuwe premiën ingevoerd worden, die in de eerste plaats op de reeds verzekerden worden toegepast. Dit is evenwel niet het geval. Verscheidene maatschappijen van levensverzekering hebben in de laatste 25 jaren hunne premiën verlaagd, maar alleen voor hen die nieuw toetraden, en geen enkele maatschappij heeft er aan gedacht de reductie ook op de reeds verzekerden toe te passen. Zoo ben ik o. a. 20 jaren verzekerd bij eene maatschappij, die reeds tweemaal in dien tijd eene vrij groote premieverlaging heeft vastgesteld en het winstaandeel der verzekerden van 25 0/o 0P 50 % vergroot heeft, maar ik betaal nog steeds dezelfde contributie en geniet het oude winstaandeel.

De meer billijke regeling, dat de reeds verzekerden ook van de premiever'aging

ocr page 35

31

genieten, is dus iets nieuws en hebt gij te danken daai'aan, dat gij tot de verzekering van Eigen Hulp toegetreden zijt. En dit geeft u niet alleen een niet te versmaden geldelijk voordeel, maar zal u, hoop ik, een nieuw bewijs zijn, dat wij uwe belangen met zorg ter harte nemen, in de eerste en voornaamste plaats door te waken voor de volkomen soliditeit van ons genootschap, en daarna door alles te doen ten einde ieder naar billijkheid te ontlasten en do groote opofferingen, die hij doet om voor de toekomst van zijn gezin te zorgen, zoo klein te doen zijn als dat maar mogelijk is.

En dit kan ook alleen ons doel zijn. Het gaat niet aan verzekerd te zijn voor de toekomst en daarvoor zoo goed als geeno opofferingen re moeten doen. Maar dit hebt gij ook niet verwacht bij de toetreding tot ons genootschap. Wel, dat gij de zekerheid verkreegt dat niet meer betaald werd dan volstrekt noodig was. En u dit gevoel van zekerheid te doen behouden en zoo mogelijk te versterken zal steeds ons streven zijn.

Blijft ons genootschap op dezen weg voortgaan, en er is geen reden daaraan te twijfelen, dan zal het den steun van buiten behouden en zal de vooruitgang, die tot nu toe waargenomen is, blijvend zijn. In dit geval zullen zelfs de stoutste verwachtingen, die in den aanvang gekoesterd zijn, overtroffen worden. Dat dit zoo zijn moge, wensch ik u allen toe.

A. J. VAN PESCH.

ocr page 36

80

bij die van de reserve, kunnen staat maken op de volkomen goede trouw van het bestuur en den wiskundigen adviseur.

Wat de tweede groep der Tarieven (F, 1 en K) betreft, voor deze is het winstaandeel veel kleiner. De reden hiervan ligt daarin, dat zij slechts weinig hooger zijn dan hetgeen voor de latere uitkeeringen noodig is, en ter nauwernood genoeg opbrengen om onze zeer kleine administratiekosten te dekken. Zij zullen zich met eene teruggave, ten deele in geld ten deele in aandeelen, van slechts 3 a 4 % tevreden moeten stellen en dit zal ongeveer hetzelfde blijven, hetzij ze verkozen hebben naar de vroeger geldende regelen behandeld te worden, hetzij ze tot de nieuwe en betere wijze van winstverdeeling zijn toegetreden. Op zich zelf is dit evenwel nog geen onaardige uitkeering en zelfs meer dan zij hadden mogen verwachten. Voor hen is in alle omstandigheden weinig nadeel, maar ook weinig voordeel te verwachten; hun geld wordt zorgvuldig geadministreerd en onze maatschappij, die er op ingericht is om behoorlijk te verzekeren en het te veel betaalde later terug te geven, kan nu eenmaal niet teruggeven als er niet vooruit te veel betaald is.

Om nu nog eens tot de eerste en hoofdgroep terug te komen, de uitkomsten zijn daar ongeveer gelijk met die der Gothasche Maatschappij in de eerste jaren van haar bestaan. Ku zal de vraag rijzen of de toekomst ook voor deze groep dezelfde gunstige uitkomsten zal opleveren, als dit bij de Gothasche Maatschappij het geval is geweest en of het dan niet jammer is, dat eerst zooveel later grootere teruggaven kunnen plaats grijpen, als de eerste verzekerden, die toch de zaak het meest effectief gesteund hebben, er niet meer zijn. Deze vraag is ook bij mij gerezen, en dit heeft geleid tot een, naar ik vermoed, voor allen bevredigend antwoord.

Voor de eerste groep kan gerust voor de reeds verzekerden een stel bruto-tarieven gemaakt worden, dat gemiddeld 7 % lager is, dan dat nu gebruikt wordt. Deze tarieven zullen met 1 Januari a.s. worden ingevoerd. Nu heb ik voorgesteld, en dit is door het bes'uur en commissarissen aangenomen, om deze tarieven op de tegenwoordige deelnemers toe te passen, zoodat voor elk van hen op nieuw de premie berekend wordt, die hij zou betaald hebben, als van den aanvang af het nieuwe tarief ingevoerd was en deze nieuwe premie zal gerekend worden met 1 Januari 1885 te zijn ingegaan, zoodat hij nog het in 1885 te veel betaalde terug ontvangt en van af 1 Januari 1883 naar de nieuwe tarieven betaalt. Dit mag, juist omdat de reserve op 1 Januari 1885 met behulp der nieuwe sterftetafels berekend is. De verzekerden volgens de eerste groep (het groote aantal) kunnen dus voor het vervolg op eene reductie van gemiddeld 7 % hunner premie rekenen, — natuurlijk weder gemiddeld, want de tarieven zijn niet overal in dezelfde verhouding lager.

Men zal zeggen, dat het van zelf spreekt dat, als nieuwe premiën ingevoerd worden, die in de eerste plaats op de reeds verzekerden worden toegepast. Dit is evenwel niet het geval. Verscheidene maatschappijon van levensverzekering hebben in de laatste 25 jaren hunne premiën verlaagd, maar alleen voor hen die nieuw toetraden, en geen enkele maatschappij heeft er aan gedacht de reductie ook op de reeds verzekerden toe te passen. Zoo ben ik o. a. 20 jaren verzekerd bij eene maatschappij, die reeds tweemaal in dien tijd eene vrij groote premieverlaging heeft vastgesteld en het winstaandeel der verzekerden van 25 0/o 0P 50 % vergroot heeft, maar ik betaal nog steeds dezelfde contributie en geniet het oude winstaandeel.

De meer billijke regeling, dat de reeds verzekerden ook van de premieverlaging

ocr page 37

31

genieten, is dus iets nieuws en hebt gij te danken daaraan, dat gij tot de verzekering van Eigen Hulp toegetreden zijt. Kn dit geeft u niet alleen een niet te versmaden geldelijk voordeel, maar zal u, hoop ik, oen nieuw bewijs zijn, dat wij uwe belangen met zorg ter harte nemen, in de eerste en voornaamste plaats door te waken voor de volkomen soliditeit van ons genootschap, en daarna door alles te doen ten einde ieder naar billijkheid te ontlasten en do groote opofferingen, die hij doet om voor de toekomst van zijn gezin te zorgen, zoo klein te doen zijn als dat maar mogelijk is.

En dit kaï ook alleen ons doel zijn. Het gaat niet aan verzekerd te zijn voor de toekomst en daarvoor zoo goed als geene opofferingen te moeten doen. Maar dit hebt gij ook niet verwacht bij de toetreding tot ons genootschap. Wel, dat gij de zekerheid verkreegt dat niet meer betaald werd dan volstrekt noodig was. En u dit gevoel van zekerheid te doen behouden en zoo mogelijk te versterken zal steeds ons streven zijn.

Blijft ons g3nootschap op dezen weg voortgaan, en er is geen reden daaraan te twjjfelen, dan zal het den steun van buiten behouden en zal de vooruitgang, die tot nu toe waargenomen is, blijvend zijn. In dit geval zullen zelfs de stoutste verwachtingen, die in den aanvang gekoesterd zjjn, overtroffen worden. Dat dit zoo zijn moge, wensch ik u allen toe.

A. J. VAN PESCH.

ocr page 38
ocr page 39
ocr page 40

Samenstelling van het Bestuur

op l October 1885.

Sommiooctti ase-n;

Jliv. Mr. G. DE BOSCH KEMPER, Secretaris-Generaal van liet Departement van Waterstaat, Handel en Nijverheid;

W. C. HOJEL, Kolonel der Artillerie, Adjudant des Konings in buiten-gewonen dienst:

H. J. MOLL, Referendaris aan liet Departement van Financiën;

Jhr. H. O. W1CHERS, Directeur bij het Entrepót-Dok te Amsterdam, Adjudant des Konings in buitengewonen dienst, Oud-Minister van Marine:

Mr. H. D. LEVYSSOHN NORMAN, Oud-Lid van den Raad van Ned. Indië:

H. G. BOUMEESTER, gep. Luitenant-Generaal, Oud-Kommandant van liet leger in Nederlandscli Indië:

Dr. E. VAN DER VEN, Conservator van het Physisch Kabinet van ïeyler's Stichting te Haarlem.

'3)izcctcuzc.n :

J. C. VAN GOENS. J. H. SCHU1JLENBURG.

QViyfiundicj, €ldviae-m:

A. J. VAN PESCH, Hoogleeraar in de Wiskunde te Amsterdam.

§emeyfiundicj éldviscut:

Dr. D. L. VAN WELY, Geneesheer te 's-Gi'avenhage.

ONDERLINGE LEÏENSVERZEKERING VAN EIGEN HULP.

iSïiilïl

:■ fijiI

'Jelinlantc, voorh.: A. D. Schinkel.

ocr page 41
ocr page 42