â/JT /Ã - :r M, ~i.r
Art. 1.
De Griffie is verdeeld in vier afdeelingen eu een bureau van expeditie.
Art. 2.
Bij de afdeelingen en bij het bureau van expeditie worden behandeld zoowel de zaken, behoorende tot de bemoeijingen van 's Konings Commissaris, als die betreffende de werkzaamheden van do Staten en van Gedeputeerde Staten,
Art. 3.
Aan de eerste afdeeling is opgedragen de behandeling van de zaken betreffende:
a. de provinciale comptabiliteit, ook wat betreft de kosten van het provinciaal bestuur voor zooveel het rijksbestuur is, met al hetgeen daaruit voortvloeit;
b. de provinciale eigendommen;
c. de rijksbelastingen en de domeinen;
d. het kadaster;
e. de nationale militie, met uitzondering van 't opmaken der bewijzen model n0. 1 letter B en het aanteekenen der veranderingen in de lotingsregisters, welk een en ander, behoudens toezigt van den Chef
REOLEME^T
2
dezer afdecling, ia het bureau van expeditie wordt verrigt;
f. de schutterijen;
g. de plaatsing in gestichten van behoeftige krankzinnigen op contract met de provincie;
h. het personeel der Staten en van Gedeputeerde Staten, van de Provinciale Ambtenaren en van de Ambtenaren en Bedienden ter Provinciale Griffie, met inbegrip van de verkiezing van leden der Pro-
quot;â7^-~T- ^
^ s;/rs,vinciale Staten.
De afdeeling zorgt, dat telken jare ter tafel van yC ^ Gedeputeerde Staten worden gebragt: in den loop
^^ maand Maart het ontwerp der provinciale rekening yy bedoeld bij art. 119 der wet van 6 Juljj 1850
. gt; ' quot; (Staatsblad n0. 39) over het met den laatsten Decem-
/ , ber van t voorafgaande jaar gesloten dienstjaar, en
in den loop der maand April het ontwerp der provinciale begrootingen voor het eerstvolgend dienst-j'aar, zoo wat het rijksbestuur als de enkel provinciale huishouding aanbetreft, elk voorzien van eene duidelijke en uitgewerkte memorie van toelichting.
Art. 4.
Bij de tweede afdeeling worden behandeld de zaken betreffende:
a. den waterstaat;
h. de waterleidingen, wegen en voetpaden ;
c. de waterschappen en veenschappen;
d. de verveeningen;
e. de nijverheid, landbouw, handel en scheepvaart;
f. de middelen van vervoer;
(j, de markten;
h. den ijk;
i. de postery en telegraaf;
3
j. het onderwijs, de kunsten en wetenschappen;
k. de kerkelijke zaken;
l. de genees- eu veeartsenjjkundige polide;
m. de jagt en visscherij;
n. de staatsloterij.
Art. 5.
Bjj de derde afdeeling worden behandeld de zaken betreffende:
sc hot personeel der gemoentebesturen;
hi do plaataclijke verordeningen;
de gemoentecomptabiliteit;
C. fk de plaatselijke belastingen; /ryr/rr/, ,,
f/.K het verdere toezigt op do gemeeutebosturen C j/r/S.ZJ ingevolge de gemeentewet, met uitzondering van hetgeen de markten betreft;
£. f*. het kiesregt, met uitzondering van de verkiezing van leden der Provinciale Staten;
/ hot armwezen, met uitzondering van de statis-^ tick van het armwezen;
^ de krankzinnigen, met uitzondering van de plaatsing van behoeftige krankzinnigen in gestichten op contract met de provincie;
hâdu uitvuoriiig dor druukwot;
A. gt; justitie en politie;
het gevangeniswezen;
^ de buitenlandsche paspoorten en de nationali-teitsbewijzen;
X:. m* de uitreiking der ordonnantiën en assignation wegens schuldvorderingen en uitgaven ten laste van 's ilijks schatkist, voor zooveel niet betrekking hebbende op zaken, waarvan de behandeling bij do eerste afdeeling plaats heeft.
Voorts is deze afdeeling, behoudens het bepaalde
7.
4
bij art. 6 omtrent het afzonderlijk archief der vierde afdeeling, belast met:
n. de zorg voor de archieven zoo van den Commissaris des Konings als van de Staten en Gedeputeerde Staten, waartoe behooren do stukken dagteekenende van af het tijdstip der vestiging van het Provineinal Gouvernement in Drenthe in 1814. Hierbij is in acht te nemen, dat de stukken van don Commissaris des Konings, van de Staten en van Gedeputeerde Staten elk een afzonderlijk archief uitmaken en dat bij stukken van de Staten of van Gedeputeerde Staten geene stukken van den Commissaris des Konings zonder diens magtiging mogen overgelegd -worden.
Met de zorg voor de archieven behoort tot de werkzaamheden der afdeeling:
1. het uitgeven van de verlangde stukken en in hot bijzonder ook het voegen der retroacta bij de op de dagagenda's zoo van 's Konings Commissaris als van de Staten en Gedeputeerde Staten (art. Ih 1 en 2) gebragte stukken.
Het bijvoegen der retroacta bij deze stukken geschiedt steeds ton spoedigste nadat de stukken van het bureau van expeditie zijn ontvangen, waarna de stukken onverwijld worden bezorgd ter afdeeling waar ze behooren.
2. het terugnemen en bergen dier stukken.
Bij deze afdeeling worden opgemaakt of bijgehouden:
a. de indices afzonderlijk voor de stukken en notulen van den Commissaris des Konings, de Staten en Gedeputeerde Staten.
Op die indices worden geene stukken gebragt, dan nadat uit behoorlijke aauteekening, aan het bureau van expeditie daarop gesteld, is gebleken, dat bij de expeditie daaraan de noodige uitvoering is gegeven.
h. de tienjarige tafels op do bovenbedoelde indices: c. de notulen van de vergaderingen van Gedeputeerde Staten, voor zoover daarvan geeue afzonderlijke minuten worden opgemaakt.
Afschriften van of uittreksels uit stukken van de arcliieven mogen niet worden afgegeven, dan op order van den Griffier, daartoe gemagtigd door 's Kouings Commissaris.
Art. 6.
Bij de vierde afdeeliug, welke is bestemd tot bureau van statistiek, wordt al hetgeeu de statistiek der provincie aangaat verzameld en bewerkt en insgelijks verrigt hetgeen ten behoeve van de algemeene statistiek des lïijks ter provinciale griffie te verrigten is, overeenkomstig het koninklijk besluit van 5 November 1858 (Staatsblad n0. 76) en de ter uitvoering daarvan gegeven voorschriften.
Aan deze afdeeling is insgelijks opgedragen het bewerken van het jaarlij ksch verslag van den toestand der provincie, behoudens de medewerking van de overige afdeelingen aan het opmaken van dat verslag overeenkomstig de aanwijzing van don Griffier.
De stukken betreffende de zakeu, waarvan de behandeling bij deze afdeeling behoort, maken, hoezeer ze op de indices en tafels in art. 5 onder a on b bedoeld behooren voor te komen, een van de algemeene archieven afgescheiden afzonderlijk archief uit, hetwelk bij deze afdeeling wordt bewaard en waarvoor de zorg, op gelijke wijze als in het vorig artikel ten aanzien der algemeene archieven is bepaald, aan deze afdeeling wordt opgedragen.
Yan het afzonderlijk archief dezer afdeeling wordt het gebruik overeenkomstig de daaromtrent door Ge-
deputeerde Staten vast te stellen bepalingen aan bijzondere personen vergund.
Art. 7.
Aan het bureau van expeditie is opgedragen:
a. het spoedig en naauwkeurig afschrijven en verzenden van al wat van den Commissaris des Konings, de Staten en Gedeputeerde Staten moet uitgaan en al het verdere schrijf- en kopiewerk, benevens de correctie van al het drukwerk.
Wat het drukwerk betreft wordt echter bepaald, dat ten aanzien van zaken, behooreude tot de be-moeijingen van eene der Afdeelingen, de proef of de revisie steeds ook bij de betrokken afdeeling behoort te worden nagezien.
h. het opmaken der volgende agenda's:
1. van de dagelijks inkomende stukken gerigt aan den Commissaris des Konings onder voor elk jaar doorloopende volgnummers;
2. van de dagelijks inkomende stukken gerigt aan de Staten en Gedeputeerde Staten eveneens onder voor elk jaar doorloopende volgnummers;
3. voor elke vergadering van Gedeputeerde Staten;
4. voor elke vergadering van de Staten.
Tot het opmaken der onder 1 en 2 bedoelde agenda's worden de ingekomen stukken, nadat ze door den Griffier van den Commissaris des Konings zijn ontvangen, door de zorg van eerstgenoemden overge-bragt bij het bureau van expeditie.
Op die agenda's worden niet gebragt de stukken, welke met anderen verzameld worden om gezamenlijk te worden afgedaan. Deze stukken worden naarmate ze inkomen direct bezorgd ter afdeeling waar ze be-hooren. Voorts worden daarop niet gebragt de aan den Commissaris des Konings gerigte stukken, welke
7
naar diens gevoelen kunnen worden afgedaan, zonder een nommer ter agenda te bekomen.
De stukken, welke op de onder 1 en 2 bedoelde agenda's zijn gebragt, worden onverwijld nadat dit is geschied overgebragt bij de 3,1(' afdeeling en aldaar ter hand gesteld aan den Ambtenaar met de onmid-delijke zorg voor de archieven belast.
c. het invullen, achter elk op de dagagenda's gebragt stuk, van het daaromtrent genomen besluit;
d. het inschrijven der presentielijsten voor de vergaderingen der Staten eu van Gedeputeerde Staten, met de zorg dat die tjjdig in het voor elke vergadering bestemde 'locaal ter teekeiiing voorliggen, en het tijdig voor elke vergadering dor Staten in dubbel opmaken eener alphabetische naamlijst van de leden der Staten, waarvan één voor den Commissaris des Konings en één voor den Griffier;
e. het spoedig en naauwkeurig inschrijven der notulen van de Staten en van Gedeputeerde Staten in de daarvoor bestemde registers of protocollen;
f. het houden van een register van bij Gedeputeerde Staten voor een bepaalden tijd in advies gehouden stukken, met de zorg dat die ter zijner tijd weer ter tafel worden gebragt;
g. het houden van een register van bij Gedeputeerde Staten voor onbepaalden tijd in advies gehouden stukken en het vertoonen van dat register den eersten van elke maand aan den Griffier;
li. het houden van een register van ter rondlezing aan de leden van Gedeputeerde Staten gezonden stukken.
Ten aanzien der onder /quot;, y en h bedoelde registers wordt bepaald, dat ze telkens, wanneer daarop na eene vergadering stukken zijn gebragt, behooren
8
vertoond te worden aan liet hoofd der betrokken afdeeling, ten einde deze nota neme van hetgeen er omtrent die stukken op is aangeteekend.
i. het opmaken der bewijzen model n0. 1 letter B voor de Nationale Militie, en het aanteekenen der veranderingen in de lotingsregisters, welke registers bij het bureau van expeditie worden bewaard;
j. het bijeenverzamelen naar orde van dagtee-kening, in paketten over elke maand afzonderlijk, van de uitgevaardigde gedrukte besluiten en circulaires en verdere gedrukte stukken en het doen bezorgen van die stukken, na afloop van elke maand, op hot archief;
Ar. het tijdig en behoorlijk inschrijven van alle acten, waarvoor het is voorgeschreven, op het overeenkomstig art. 49 der wet van 22 Frimaire an VII door den Griffier der Staten te houden repertoire, met de zorg om dit repertoire overeenkomstig art. 51 derzelfde wet telkens binnen de tien eerste dagen van Januarij, April, Julij en October aan den Ontvanger der registratie te doen vertoonen;
l. de bewaring, uitgifte en verantwoording der bureau- en schrijfbehoeften.
De Chef van het bureau van expeditie is er verantwoordelijk voor, dat geene afschriften of extracten van notulen of van minuten van andere stukken worden gemaakt, geëxpedieerd of uitgereikt, dan nadat de notulen of minuten zijn voorzien van de paraphe van 's Konings Commissaris en wat de stukken van de Staten en Gedeputeerde Staten aangaat ook van de paraphe van den Griffier.
Hij zorgt, dat de Commissaris des Konings, de leden der Staten en van Gedeputeerde Staten en den
9
Griffier geene stukken ter teekening worden aangeboden en ook overigens geene afschriften of extracten uit stukken worden afgegeven, dan na met de minute te zijn vergeleken of gecollationeerd en nadat ze door degenen, die hiermede zijn belast geweest, ten blijke van accoordbevinding van hunne paraphen zijn voorzien.
Hij houdt een register van al de verzonden stukken en teekent op de minuten den datum van verzending aan, welke aanteekening hij parapheert.
Hij doet telken vyfden dag na elke vergadering van Gedeputeerde Staten aan den Griffier opgaaf van de in die vergadering genomen besluiten, welke nog niet bij het bureau van expeditie ontvangen zijn, en legt aan het eind van elke week aan den Griffier eene lijst over van de in de vorige week op de dagagenda's gebragte stukken, welke nog niet zijn afgedaan, op welke lijst door het hoofd dei-betrokken afdeeling de reden is vermeld, welke de afdoening verhindert.
Hij bewaart de cachetten en griffes van het Provinciaal bestuur en is er verantwoordelijk voor, dat er geen misbruik van wordt gemaakt.
Art. 8.
Ingeval van verschil over hetgeen tot den werkkring van eene afdeeling of van het bureau van expeditie behoort, beslist de Griffier, behoudens de goedkeuring van den Commissaris des Koniugs.
Art. 9.
Aan het hoofd van iedere afdeeling staat een commies, aan het hoofd van het expeditiebureau een adjunct-commies van de l5te of 2de klasse.
Alvorens hunne betrekking te aanvaarden wordt
10
door lion n handen van den Voorzitter van Gedeputeerde Staten afgelegd de volgende eod of belofte:
Ik zweer (beloof), dat ik den mij opgedragen post
commies, hoofd van afdeeling__i â¢â¢ ^
adjunct-commies, hoofd van het bureau van expeditie, ^
provinciale Griffie van Drenthe met vlijt, getrouwheid en geheimhouding overeenkomstig de mij gegeven of nog te geven iustructien en orders zal waarnemen.
Zoo waarlijk helpe mij God Almagtig! (Dat beloof ik!)
Bij afwezigheid worden zij vervangen door den hoogsten in rang, of, bij gelijkheid van rang, dooiden oudsten in dienstjaren van de ouder hen gestelde ambtenaren.
Art. 10.
De ambtenaren worden door den Commissaris des Konings bij de verschillende afdeelingen en het bureau van expeditie ingedeeld en naar goedvinden verplaatst.
Is het noodig, dan kunnen zij tijdelijk ook tot andere werkzaamheden, dan die van de afdeeling of het bureau waartoe zij behooren, geroepen worden.
Een commies kan niet dan aan het hoofd eener afdeeling worden gesteld.
Art. 11.
De verdeeling der werkzaamheden onder de ambtenaren van dezelfde afdeeling wordt geregeld dooiden chef der afdeeling in overleg met den Griffier, onder goedkeuring van den Commissaris des Konings.
Art. 12.
De ambtenaren aan het hoofd der afdeelingen en van het bureau van expeditie staande zijn verantwoordelijk voor de geregelde en tijdige afdoening van tot ieders afdeeling of bureau behoorende zaken.
11
Art. 18.
De bewerking der inkomende stukken ter afdeeling-bestaat in hot naauwkeurig onderzooken daarvan, in het bijvoegen eener nota van beschouwingen en inlichtingen, waartoe het onderzoek aanleiding geeft, en in het doen van een voorstel omtrent do aan de zaal: te geyen behandeling, met overlegging van ont-werp-besluit of kantbeschikking zooveel voor het een of ander termen zijn.
Stukken, welke gezamenlijk met anderen moeten worden afgedaan , worden naarmate ze inkomen bijeen gevoegd in een omslagvel, waarop elk stuk wordt aangeteekend. Ieder zoodanig stuk wordt echter dadelijk na de ontvangst onderzocht; blijkt hot daarbij nadere instructie of voorloopige behandeling te behoeven, dan wordt daartoe de noodige voordragt gedaan.
Wanneer collegien, ambtenaren of bijzondere personen niet in tijds zorgen voor hetgeen van hen gevraagd is, wordt door de afdeeling aanmaning voorgedragen of zoodanige andere maatregel als de aard der zaak meebrengt.
Voor zooveel ter uitvoering van wetten of andere voorschriften maatregelen of besluiten moeten genomen worden buiten aanleiding van eenig ingekomen stuk of wel in eene zaak, welke niet binnen den daarvoor bepaalden tjjd kan worden afgedaan, verdaging der beslissing noodig is, doet de afdeeling daarvoor telkens tijdig de noodige voordragt.
Voor zoover aan haar de bewerking wordt opgedragen worden bij elke afdeeling opgemaakt de minuten van hetgeen bij Gedeputeerde Staten is besloten omtrent de tot die afdeeling behoorende zaken.
12
Al hetgeen van eeno afdeeling uitgaat wordt door het hoofd daarvan van zijne paraphe voorzien.
Art. 14.
De hoofden der afdeelingen zorgen, dat eiken dag, vóór of op het tijdstip door den Commissaris des Konings te bepalen, de alsdan bewerkte en gereed gekomen stukken worden overgelegd aan den Griffier, om vervolgens naar den Commissaris des Konings en van dezen, voor zoover door hem niet anders wordt bepaald, naar hot bureau van expeditie te gaan, ten einde er aldaar de voorgeschreven uitvoering aan worde gegeven. Spoedeischende stukken worden steeds zoodra mogelijk, onafhankelijk van de bepaalde tijdstippen, overgelegd.
Art. 15.
De hoofden der afdeelingen geven aan ieder lid van Gedeputeerde Staten de inlichtingen die door hem verlangd worden.
Art. 16.
Aan iedere afdeeling en aan het bureau van expeditie worden de registers en lijsten aangehouden, die voor een ordelijk beheer en goed overzigt gevorderd worden, met betrekking tot de werkzaamheden tot de afdeeling behoorende.
Art. 17.
De ambtenaren mogen geen stukken, door hen uit de archieven geligt, langer onder zich behouden dan voor de raadpleging volstrekt noodig is.
De hoofden der afdeelingen zorgen, dat zoodanige stukken, voor zoover ze niet bij andere worden overgelegd, in geen geval op de afdeeling gedeponeerd blijven, maar steeds zoodra mogelijk in het archief, waar ze behooren, terugkeeren.
13
Art. 18.
Er zijn bij de provinciale griffie in dienst drie boden. Een hunner is tevens concierge.
Art. 19.
De bode-concierge, die zijne woning heeft in het gebouw van het provinciaal Gouvernement, is belast met het voortdurend toezigt op dat gebouw. Hij zorgt voor het ontsluiten en sluiten van het gebouw, voor het schoonhouden en het behoorlijk luchten der localen, voor het schoonhouden der meubelen, en voor vuur en licht.
Waar door hem gebreken worden ontdekt, die herstelling behoeven, geeft hij daarvan kennis aan den Griffier,
Hij is er in het bijzonder mee belast, alle voorzorgen te nemen tegen gevaar van brand, steeds wakende, dat ten dien opzigte met voorzigtigheid worde gehandeld.
Hij is op zijne verantwoordelijkheid gehouden, om wanneer hij ontwaart, dat iemand, wie het ook zij, met vuur of licht roekeloos omgaat, daarvan on-middelijk aan 's Konings Commissaris kennis te geven.
Hij is belast met het doen der kleine uitgaven voor dagloonen, aanschaffing van geringe benoodigd-heden, briefporten, expresseloonon en dergelijke.
Hij doet overigens zoo binnen als buiten de bureaux de bodedienst zooveel mogelijk even als de beide andere boden.
Art. 20.
De boden zijn belast met het aannemen en doen van boodschappen en het halen en brengen van stukken zoo in als buiten de bureaux en doen overigens de diensten, welke hun door den Commissaris des Konings of den Griffier worden opgedragen.
14
Voor zooveel do dienst het veroorlooft en de work-zaamlicden aan het bureau van expeditie het ver-oischen, is bij afwisseling een der beide boden buiten den conciergo verpligt gedurende hoogstens twee uur daags volgens aanwijzing van den Griffier op het expeditiebureau behulpzaam te zijn. De verdeeling der werkzaamheden tusschen de boden onderling geschiedt volgens do regeling, welke daarvoor zooveel noodig door den Commissaris des Koniugs wordt vastgesteld.
Art. 21.
E!k ambtenaar en bediende is verpligt, de orders en voorschriften, hem met betrekking tot de door hem te verrigten werkzaamheden door den Commissaris des Konings, den Griffier of den over hem gesteldon Ambtenaar gegeveu stiptelijk op te volgen.
Art. 22.
De ambtenaren zijn eiken werkdag van des morgens 9 tot 's namiddags 4. uur ter Griffie tegenwoordig, met bevoegdheid, om zich in dien tijd gedurende éón uur, door don Griffier aan te wijzen, te verwijderen, en verschijuen aldaar ook op alle andere dagen en uren, zoo dikwijls 's Konings Commissaris of de Griffier hunne tegenwoordigheid noodig acht.
Gedurende de vergaderingen van de Staten en Gedeputeerde Staten zal een der ambtenaren van de derde afdeeling, werkzaam bij do archieven, ook buiten do bepaalde bureau uren steeds tegenwoordig moeten zijn.
De boden zijn, behalve gedurende den in alinea 1 bepaalden bureautijd, in het gebouw der provinciale griffie ook aanwezig, zoolang Gedeputeerde Staten, de Provinciale Staten of wel coinmissien of afdeelingen van een van beide collegien vergaderd zijn en overigens wanneer de dienst het vereischt ol' het hun
15
wordt opgedragen door don Commissaris des Konings of den Griffier.
In den tijd, dat de boden niet overeenkomstig het vorenstaande aanwezig behoeven te zijn, zorgt de concierge voor de bodediensten, welke dan zouden mogen gevorderd worden.
Art. 23.
De ambtenaren en bedienden behoeven, om afwezig te zijn, verlof van den Griffier, verleend op magtiging van den Commissaris des Konings.
Ingeval van ongesteldheid of andere wettige verhindering, om ter gezette tijd op de Griffie tegenwoordig te zijn, geven ze daarvan kennis, behalve aan hun onmid-Jelijken Chef, aan 's Konings Commissaris en aan den Griffier.
Art. 24.
Alle ambtenaren en bedienden begeven zich in geval van brand in of nabij het gebouw der bureaux terstond naar dat gebouw en verblijven daar, zoolang do Commissaris des Konings hunne tegenwoordigheid noodzakelijk oordeelt.
Art. 25.
De ambtenaren en bedienden mogen nevens hunne betrekking geenerlei lands-, provinciale of gemeentelijke bediening bekleeden, noch eenig beroep of bedrijf uitoefenen, tenzij met magtiging van Gedeputeerde Staten.
Art. 26.
Zij zullen voor anderen gcene verzoekschriften mogen opmaken gerigt aan den Commissaris des Konings, de Staten of Gedeputeerde Staten, noch in 't algemeen met betrekking tot eenig onderwerp dat in behandeling kan komen bij het Provinciaal Bestuur,
16
Art. 27.
De ambtenaren en bedienden mogen, tenzij daartoe gemagtigd door den Commissaris des Konings of den Griffier, aan niemand, die tot kennisgneming niet uit den aard der betrekking, welke hij bekleedt, bevoegd is, eenige raedcdcoling doen of opening geven omtrent zaken, welke ter provinciale griffie behandeld worden, of omtrent tot de archieven behoorende of tor griffie berustende stukken.
Aldus vastgesteld bij besluit van Gedeputeerde Staten der provincie Drenthe van 22 September 1882 n0. 4.
VAN KU1JK, Voorzitter.
S. W. GRATAMA, Grifper.
i t-iv 'J J j U i t / i () J .
i' i i ( \ ! ^ i ^ i tit uiUttdL Htiuavaft t luiv tc I
if'l7 1 ' i j Lvcuca in âAt U it:
^luv \tlt;J|UnityTtl c i JLt- tTtvlcnUn.,t| iltt !ixiivinttiiU
iit tw tu.Ut CciiL (gt;»} uU ttjiritilii rö-iv lil
i drl JtjiUmtit Ihï n(âl/ fi u tjquot;lt;tjin ai. t tl
{h tui.3 (it j ' ju « liti /(t i i an U U r it tgt;i ut télUii
! i- ⢠^ i f . U cLtt/n.t.(L ui U ta-ijtlvtrv ;
* I 1 â¢* i *
t HaiH.gt;ttt|/it. I tt l4-! til Hl HUI H
7 i:ârHâ:--. , j i
i tU tu L i t ti i m «i JuV d warv|: u/lt;.l
i n 6ttL 5 tlc-c v L a a-U »t :
b tli. 11a , cU.i til l([t n-int'tn.
⢠quot;p rï f \ ] n r
i.. tit tuil Cii1gt; U^U/rVivad
Cri uAatfia. lU ulitv. C Ui tri nvtt «Vlh ^ t»v tnii hi lc i^vï a tiiitx(.h J ii v i t v gt;1 Mii l K
htSi-d-y/v itfrXtlL CwïiltiUrv ttrv i.XiiLti.itiw
1 ti tclto-ct tlcxct tgt;- Jtivft (»gt;Un u.iitt ;
'J
/
iurt
iêW' llm Ummujlt;ir.u la liciunciJ ImntL-,it Ccdltji lü II (jcdi hiltux lL JtdluL Zunild. j
Cét /CSsi^tsSi £,?*â *quot;-f
y ! S/tt
tS C.// c f â¢
^ _ ti /-^/'^ü- lt;5 ^
(/
'/ sgt; / v i f S
cS/fy
/ /
^ z-'^/^-ÃCl
-