di. /tpamp;p V.
//f T -2
ol. / 9 % ^
t Y: 2 ^
KANTTEEKENINGEN
OP HET
VERSLAG
VAN HET
OfflERZOEK BEE OifiWEMERÃEMMEN
OP DB HEFFING EN INVORDERING
ÃW
IN DE AFDEELINGEN VAN
DEN RAAD DE1I GEMEENTE UTRECHT
DOOK
K.
ALLE KT DE LANGE AMSTERDAM, 1 S 8 7
-:-'
' â w:: - â â - â :
lt;-. v' â .' â¢'.. 'v ' ⢠' â¢- ⢠'⢠- a .⢠⢠- - ⢠. -;
^ . â ' '
⢠- â '...â gt;⢠â .â â-⢠', - â¢â¢gt;.â¢. â - . . 1 , . A. gt; -- ,⢠. '⢠,\ â ' â ' . ' ' - . .â â -â gt;r
â , â¢â¢â¢ . â ⢠â . . . . ⢠â . â -,â â : â .⢠' / . â .â ⢠. - ⢠'â¢. - --- _
v:S/ -v;^-vu-
\v:^v-vi-. â . â , i-'::-v ^ ^ v; - v .;-: â
â . -:;- â ;'v 'â V '. quot;â -. 'â 'â '-â¢â¢'i
, v, . \r. ;rv. a; â â â . . â â . . ' â :'.--quot;
t ^:'v-V;
'
-
............................. ... ,... ,
V .' ..
â â â â ,. - _ -. . / â ' - -â ; â .
quot;â¢.⢠. ^ â ⢠, -j . â¢. .. v ..,â â¢-- , â¢; .. quot;--X\ â ; lt;;o . â¢â¢ ,. ., .-. â â¢.,. â â¢. ' ⢠'
.-^v- â¢.⢠â¢â¢â¢ â f- â ' - ⢠' -. .â â . â¢â¢. . â â ' ...â â¢â â -
1 gt; .. â v. quot;â â¢- â . .-.â -v--. :â â V â â j ; -, 'â
^â¢C :,-â â â¢-â .: 'â
gt; vl- ' - - â ' â '
â gt; ;--f K\ â â ', 'â â ÃV ... â
..1 . â
M'a
â â ',.
â .
⢠. quot;i:. â - â .. â¢â ' -;v?
â : .;. â ' ; % â â â .- â
r' -' -v'- : â â â â¢. â . â â .â â â â . â
. .
.
~ - â -:. '.. â ^ ^ 1
^ : â â â : â ^ â ^â . â i â ... ^ ^ - â ' - ::.. ⢠v
'
.,-. , , v-:^gt; : â â y ; â¢. â â :, â --â / â .â V'' 'i:': .. ..
( * \ '- Uv.^c. â ' *'''. â ' â '. .'',v,
. .
- -
' quot; ' quot; ' â
^vJT . â ', ⢠⢠-â V/ ⢠⢠' - â 'â ⢠' ⢠'⢠â¢â â¢-'â quot;
â
. â
. .
â
1 â â . â . â : ,â
fiW 'â â â .â¢'â¢â â , â â -vquot; . 'â â â '⢠rquot;-â. i â â â _ ^ I....-, ,...-â -â .,
pêk ^« mmmm^
â -- . â â â : . .quot;.,.. . --------------------â , -----------â_â---------------------------------------------------â -
K ANTTEKKKN INfi KN
OP HKT
VERSLAG
VAN HKT
OSDERZOEK DER ONTWERP-VERORBESIM
OP DE HEFFING EN INVOKDE1UNG
EENER
aatselie iaat bt lÃn,
IN DE AFDEELINGEN VAN
DEN RAAD DER GEMEENTE UTRECHT
DOOK
K.
11 7
ALLERT DE LANGE AMSTERDAM, l S S 7
In 1879 viug de heer Mi1. M. Mees zijne brochure âEen woord over de belasting op liet inkomenquot; aan met de volgende woorden: «Er bestaat znlk een uitgebreide litteratuur over inkomsten-belasting, de stof is zoozeer uitgeput, dat zij, die de quaestie ook maar eenigermate bestudeerd hebben, zeker dankbaar zullen zijn, als in de volgende regelen algemeene beschouwingen worden ter zijde gelaten, en alleen het speciale punt wordt behandeld, dat ik aan het beter oordeel van anderen wensch te onderwerpen.quot;
Deze woorden kwamen mij in herinnering bij het lezen van het //Verslag van het onderzoek der ontwerp-verordeningen op de heffing en de invordering eener plaatselijke directe belasting op het inkomen in de afdeelingen van den Raad der gemeente Utrecht.quot; De daarin voorkomende algemeene beschouwingen toch geven geen enkel nieuw gezichtspunt en bevatten slechts herhalingen van de gewone grieven tegen elk voorstel tot het heffen eener inkomsten-belasting, zoodat men nu ook dankbaar zou zijn geweest, indien deze beschouwingen, zoo niet waren weggelaten, dan toch in belangrijk beknopter vorm waren weergegeven.
De meerderheid van den Raad bestrijdt het voorstel tot heffing eener zuivere inkomsten-belasting en ijvert voor het behoud van het zoogenaamde equivalent (belasting op het inkomen, gebaseerd op de grondslagen der personeele belasting), desnoods in gewijzigden vorm, terwijl juist in Frankrijk het dezer dagen ingediende ontwerp van den minister Dauphin, tot invoering eener inkomsten-belasting bij de meerderheid tegenkanting ontmoet, omdat daarin de huurwaarde der woningen als maatstaf voor de berekening van het inkomen is ge-
â i
nomen. Deze meerderheid is met het dagelijksch bestuur van Utrecht van gevoelen, dat de huurwaarde niet beschouwd kan worden als een juisten maatstaf, omdat daardoor de gegoede klassen boven de minder gegoede worden bevoordeeld.
In Utrecht maken enkele raadsleden het dagelijksch bestuur er een verwijt van het stelsel van ambtshalve aanslag in te willen voeren, terwijl het den minister Blussé als eene ernstige grief tegen zijn ontwerp inkomsten-belasting werd aangerekend, die belasting op het beginsel van eigen aangifte te doen rusten; men meende dat daardoor de deur geopend werd voor hooggaande oneerlijkheden en inquisitoriale maatregelen onvermijdelijk werden, om dat kwaad zooveel mogelijk te keeren.
Wanneer wij nu de bemerkingen op het ontwerp zelf op den voet volgen, dan vinden wij bijna dezelfde beschouwingen terug in het voorloopig verslag op genoemd ontwerp Blussé, en kunnen wij dien Minister op de bezwaren van den Utrechtschen Raad het antwoord doen geven.
Art. 1. Sommige leden betreurden het dat geen rekening werd gehouden met de talrijkheid van het gezin.
De Minister is van gevoelen, dat bij heffing eener algemeene inkomsten-belasting ontheffingen, op bijzondere huiselijke omstandigheden gegrond, niet te pas komen. (Art. 7).
Art. 3. Over de wenschelijkheid der vrijstelling van hen, wier jaarlijksch inkomen /'600 of minder bedraagt, bestond verschil van gevoelen. Enkele leden vinden dat cijfer te hoog en meenden dat de vrijstelling bij /'500 behoorde aan te vangen, anderen vinden beide bedragen even ongemotiveerd.
De leden der Kamer vinden de door den Minister voorgestelde som van /'500 te laag en vraagden of eene classificatie naaide gesteldheid der gemeenten niet mogelijk zou zijn?
Eene zoodanige juiste classificatie, zeide de Minister, mag
wel eene onbereikbare zaak £gt;-enoemd worden; daarom is het
O 7
bij rijpe overweging raadzaam voorgekomen, slechts één term als maximum van vrijstelling aan te nemen en wel die van /'500. (Art. 9).
Art. 5. Moet waardevermeerdering of vermindering van het kapitaal niet bij de berekening van het inkomen in aanmerking komen?
De Minister antwoordt op de vraag Wat zijn in één woord «de behaalde winsten'' in Art. 5 voorl. lid?quot; Deze vraag werd in het verslag voorafgegaan door een reeks vragen of stellingen van specialen aard, eene casuïstiek, die gemakkelijk door iedereen zou kunnen worden uitgebreid en tot eindelooze en nuttelooze behandeling zou leiden. De wet heeft den algemeenen regel verstaanbaar te stellen; bij de toepassing lossen dergelijke moeielijkheden of twijfel, als in liet verslag voorkomen, zich zonder bezwai'en op of vinden in den wettelijken vorm beslissing. De practijk en jurisprudentie maken den weg spoedig effen. De Regeering wil daardoor overigens geenszins de moeie-lijkheid ontkennen, om in sommige gevallen liet zuiver inkomen steeds met juistheid te bepalen, maar dit is ook niet noodig, daar het bezwaar grootendeels wordt opgeheven door eene klassenbelasting met ruime speling.
Overigens zijn annuïteiten, gedeeltelijk als kapitaals-aflossingen te beschouwen; dit is echter niet het geval met lijfrenten en tontines omdat daarbij van geene aflossingen van kapitaal sprake is, maar van genot van hoogere inkomsten door verkoop van het kapitaal.
Naar het ontwerp van wet zal zoowel wegens akkermaals-als wegens hoogstammige bosschen het inkomen gedurende drie jaren worden berekend over Vs van het bedrag dat gedurende de laatste drie jaren werkelijk is genoten, en daarentegen geen inkomen in aanmerking komen bijaldien de grond
0
iu die jaren geene vrucliten heeft afgeworpen. Deze maatstaf is voor den belastingplichtige billijker en minder drukkend dan wanneer hij verplicht werd gedurende een tijdvak van 28 jaren of langer te betalen voor opgaande bosschen die hem in dien tijd niets hebben afgeworpen, maar kosten van toezicht of beheer hebben gevorderd en vóór de velling van het hout reeds wellicht in handen van derden zijn overgegaan. Ook wordt dan vermeden een calculatie a priori der wisselvallige waarde van het nog niet bestaand of in aangroei zijnd product, en strekt een bepaald feit of werkelijk genoten vruchten als grondslag voor de bepaling van het inkomen, ook uit die gronden getrokken.
De inkomsten, voortspruitende uit het hakken of de rooiing en den verkoop van eigen geteeld hout, verminderd met de kosten van toezicht, onderhoud enz. zijn bezwaarlijk als gedeeltelijke kapitaalsverwisseling aan te merken. In elk geval betreft het hier eene der details van wetstoepassing (Artt. 3, 4, 5.)
Art. S. Sommige voorstanders van de voorgestelde belasting achtten het aantal klassen, in dit artikel voorgedragen, veel te groot en de sprongen te klein, vooral in de laagste klassen.
De bemerkingen in het Kamerverslag luiden woordelijk: «Vele leden achtten liet aantal klassen te klein en de sprongen vooral in de hoogere klassen te sfrootquot;.
O O
Enkele raadsleden wilden een aftrek van f 500 alleen in de laagste klassen toestaan, niet in de hoogere en vonden een aanslag naar het middencijfer der klasse ongemotiveerd terwijl juist in de 2e Kamer een classificatie werd voorgesteld waarbij voor elk inkomen f 500 werd afgetrokken en de aanslag, in afwijking van het ontwerp, zou geregeld worden naar het middencijfer van elke klasse.
De memorie van toelichting zegt omtrent de klassenindee-ling dat aan elke klassenbelasting onafscheidelijk bezwaren
verbonden zijn; slechts één afdoende weg tot opheffing daarvan zou openstaan en wel opgave van en belastingheffing naar het juiste inkomen, tot den laatsten gulden toe met nauwkeurigheid te bepalen. De hiertegen bestaande zeer ernstige bezwaren, bij tegenoverstelling der groote practische voordee-len, aan eene klassenbelassing eigen, zijn ecliter te zeer bekend, dan dat het noodig ware die te dezer plaatse nogmaals te vermelden.
De Minister weerlegt in de memorie van beantwoording het denkbeeld van, door alleen in de vijf laagste klassen eene vermindering op het inkomen toe te staan, eene progressieve belasting te willen invoeren, terwijl daarin verder beweerd wordt, dat een aanslag naar liet middencijfer tot groote onbillijkheden zou aanleiding geven.
Art. 18. Velen hadden groote bezwaren tegen de hier voorgestelde commissie (van advies). Men vreesde, dat geene geschikte personen gevonden zullen worden, die genegen zullen zijn in deze commissie zitting te nemen. Zij die door bun beroep of betrekking met de omstandigheden van velen bekend zijn, notarissen, bankiers enz. zullen weigeren er deel van uit te maken.
In de Kamer meende men eveneens dat het in vele gemeenten zoo goed als onmogelijk zou zijn het college van zetters goed samen te stellen; de werkelijk geschikte personen zouden zich aan de weinig aantrekkelijke taak onttrekken.
De Minister acht het geraden, alvorens bij de invoering der inkomsten-belasting op het stelsel van vrijwilligen arbeid der zetters terug te komen, vooraf de ervaring te raadplegen en daartoe niet a priori of op een bloot vermoeden over te gaan.
Door de opsomming van de hoofdbezwaren der raadsleden te Utrecht te^en het voorstel tot het heffen eener inkomsten-
O
8
belasting, geloof ik, de waarheid der woorden van den lieer Mees namelijk, dat de stof is uitgeput, voldoende te hebben aangetoond. Theoretische beschouwingen zullen de verwarring van denkbeelden wel vermeerderen, doch geen enkel practisch resultaat opleveren. De tegenstanders der inkomsten-belasting zullen overtuigd moeten worden van de billijkheid dezer belasting door het leveren van meer feiten.
De heer Reiger heeft in zijne «nota over de plaatselijke directe belasting naar het inkomen te Utrechtquot;, reeds voldoende de onhoudbaarheid der bestaande belasting aldaar aangetoond; alleen door de gegevens verstrekt in bijlage A is die heffing reeds veroordeeld, doch nog moet aanschouwelijk worden voorgesteld, dat eene zuivere inkomsten-belasting te verkiezen is boven eene belasting, die berust op de grondslagen der personeele belasting.
Men kan daartoe o. a. van tal van personen zooals militairen, ambtenaren, kantoorbedienden, werklieden, enz., van wie het inkomen vrij nauwkeurig bekend is, opgeven hoeveel thans in het equivalent betaald wordt en hoeveel zal moeten worden bijgedragen in de inkomsten-belasting en ik ben overtuigd dat die vergelijking de proef veilig zal kunnen doorstaan.
Idealen zoo erkent de Minister Blussé in zijne memorie van beantwoording. âIdealen zijn nooit en zeker niet in belastingzaken te bereiken. Er zijn altijd gevallen te bedenken, waarin die belasting den een in meerdere mate dan den ander zal drukken, maar men is nog veel verder van het ideaal, wanneer men belastingen laat bestaan, die in het geheel niet in evenredigheid van de inkomsten, maar veeleer in de omgekeerde rede, drukken. Het geldt hier slechts de vraag: wat is het minst onbillijk?quot;
Op deze vraag wordt het beste antwoord gegeven door de resultaten, verkregen in die gemeenten, zooals o. a. Amsterdam,
Arnhem, Zutphen en enkele andere plaatsen, waar eene zuivere inkomsten-belasting wordt geheven. Terugkeer tot het vroeger gehuldigde stelsel, wordt door het grootste deel der ingezetenen zeker niet verlangd en ik betwijfel ook of die gedachte bij eenig bestuur dier gemeenten opkomt.
Het beroep op het verslag der centrale afdeeling van de Staten der provincie Groningen, over de aldaar voorgestelde provinciale inkomsten-bolasting, waarin de toepassing der in-komsten-belasting in de meeste gemeenten dier provincie ween warboelquot; genoemd wordt, gaat naar mijn oordeel niet op, omdat, zoo ik meen, in bijna al die gemeenten niet eene inkom-sten-belasting doch een hoofdelijken omslag wordt geheven, een stelsel van heffing dat mij nooit recht duidelijk is geweest en waartoe zeker geen groote gemeente meer overgaat.
Dat de gemeente Utrecht spoedig hare tegenwoordige directe belasting moge zien vervangen, door eene belasting op het inkomen is de wensch van den schrijver dezer regels.
BHBhhI
â MMquot;»â¢â¢
,
PS VI â ! MÃmm.-/ ü mm Mi m
wmmm
HI
â
I M H ^ m â !
:â ,- ï ,â .- mm
IK iM i mmmmm â .. m
H
â
BpSBKMBBp I . --.' A']'.^, I H 'â ''/ ' quot;-Vi
.
» mÃÃmm
I â
-
' -â gt; â â â ⢠- â , â . \ â ,, â â â â¢â â â â â â â â . -
kr : ' r:^'',:/ ' *â â ï'- 1 â â¢:-:â â '
V-V' â¢''!â¢â¢ â -' ~ ' -⢠.\ ' -quot; y quot;' ⢠â -
,: ⢠â -;;;,r:/- , :.h- :â ; ;H. -â .;
' -- ' - -â . ⢠;
â - - -â ^ . â â â¢â :â -â â , â .â â â :;
â . . â ⢠â¢.-: gt; - â ' v ... v â¢
;â¢â â â â : ./.y ;Xâ - \. ..- â â â ;â â â â ,; ' â â -,â â , â .,
^ ; * ''- . . â . â ,. gt; â gt;â¢â ⢠. , â â â â â â¢
V. ⢠. - ' _ â - V â
v'- .. ' â ' ' ; ' ' â â ⢠â â - :- â '' gt;â¢â
- . ' . ' â . ' - - - â -,gt;v
â : ; â - - . â .
' . - - ' â - â -.â V''1;
;â 'â . ... . . - ..' â¢, ,. :v
â
- . â â . â â â â â â gt;
'
â ' v' i , ... ... - \7^ v'-; A;-'.-:;.- i
\. â .. v. -v â , â ' - : â quot; . ' ^ . . ⢠.. . â gt; â¢â
quot; -'s, ââ â â x -quot;V;' â ^ ' â quot;. quot;''rquot;ï1-,;quot;',
... ^ â â ;. ,:.../â .. .'^V- ' ' r'^V J:' V'
gt;.. â â â â â , . ...- . \ - ... .: â¢.â â ' â
i
â â ; ; I â¢!
â n
I
â - gt; â .' .
- â ⢠â â¢- ' â
,
.
'
'â . â â i-- ., i N--.- . 'i ' . â â ,â â â ,' , .. , .
â
⢠\.;-v X : â .^,-^-â 1 o^v X
:';v':v;v ;V.-'.- â -gt; â â¢' v, ' .-â 'â -
stf?'- -ft? ks-â¢â¢
, ;.. ,â â â â quot;. ' â .., â .â -,. , - . /- â -â 'â â¢â â ,.. . gt; â ,, . -v â -⢠â .: â
- -:V. ,. : , â â . . ' , ......
- . - ^
i
⢠V
i
;w*
â â â ' .. â .f.quot;
^ - â ;.- ... â¢-â â â v . â â â â ⢠â â â â ' '. ^ â â /7.-:
â ' .â â â . . â ; . ⢠.
' -vv,.. . , /â¢/ -, , -r; ïif-'amp;r,
0Mmm mi mm;
: â¢â¢ â â , : ^ ; ⢠v.V: .*v.i
V - - â gt; â . - 1 N â¢â
z-'': . 'â¢
. m
r mBB
â ⢠rSê
â â -. â¢â¢ â quot;/ -. - : â â ⢠â¢- - :â - . I .â
â
.quot; ' : MB
. . â â -; â ,- . â ' .. â - .. â .â . ⢠â â â â
-'V;' 'c-rf 'â , .. quot; ,-n ' â ^ â¢'H :l;
. .â ;â gt;: ^ . . â ; ⢠â â .: .. . : .
â . *\ ..Al'. quot; ' â â â , ' ^ ⢠â¢' â ^ v ' â v-fV ' v:- â¢â ⢠- lt;â :â â . gt; i'.'v '
'mémkmm »=:â f-. amp; :⢠y^v ^ wgt;§ â ,,«sgt;
: ' â â â â : â â .
. r : ' â¢. â - : ' â¢â â '. . .. -â¢â . . gt;;â¢â - . v*\ â â⢠â ⢠J .y .â¢â - - 'i -lt;â¢â ' â ' v.'-'.f