ocr page 1

i.whü i i n;

VOOR DEX

ÏODIl DE

BUKStKTICIITO ïtESill IÜK,

•gt;* ! r i'. •quot;'

ocr page 2
ocr page 3
ocr page 4
ocr page 5

INSTRUCTIE

1 1 1

VOOR DEN

BIJ DE

RIJKSGESTICHTEN VEENHriZEJi,

ocr page 6
ocr page 7

Afo AFDEELING.

Nquot;. 143.

DE MINISTER TAÏf JÏÏSTITIE .

Beslalt:

1°. voor den Opzichter voor de boschcultuur bij de Rijksgestichten Veenhuizen de instructie vast te stellen aan de tegenwoordige beschikking gehecht;

2°. dat deze instiuctie op 10 Mei aanstaande zal inwerking treden.

's Gravenhage, den 28sten April 1886.

De Minister voornoemd,

DU TOUR VAN BELLINCHAVE.

ocr page 8
ocr page 9

INSTRUCTIE, voor den Opzichter voor de boschcultuur bij de Rijksgestichten Feen-huizeu.

Art. 1.

De Opzichter voor de boschcultuur bij de Rijksgestichten Veenhuizen volgt de bevelen op, welke hem door of namens den Directeur der Rijksgestichten Ommerschans en Veen-huizen worden gegeven.

Art. 2.

Hij begeeft zich niet buiten den kring der gestichten zonder verlof van den Directeur.

Tot het bekomen van een verlof voor langer dan 14 dagen richt hij zich, door tusschenkomst van den Directeur, tot den Minister van Justitie.

Van elk hem toegestaan verlof geeft hij kennis aan den Adjunctdirecteur van het gesticht waarbij hij woont.

Is hij door ongesteldheid verhinderd zijn dienst te verrichten , dan geeft hij daarvan kennis aan den Directeur zoomede aan den bovenbedoelden Adjunctdirecteur.

In de tijdelijke waarneming van zijn dienst, in geval van afwezigheid of bij ziekte^, wordt door de zorg van den Directeur voorzien.

Art. 3.

Hij mag geen andere betrekking aannemen [:zonder vergunning van den Minister van Justitie.

Hem is verboden:

rechtstreeks of zijdelings deel te nemen aan aannemingen of leveringen ten behoeve van de gestichten;

winkel te houden of handel te drijven;

aan- of van verpleegden geld te leenen, of van hen geld in bewaring te nemen;

ocr page 10
ocr page 11

INSTRUCTIE voor den Opzichter voor de boschcultuur bij de Rijksgestichten Veen-huizeu.

Art. 1.

De Opzichter voor de boschcultuur bij de Rijksgestichten Veenhwizen volgt de bevelen op, welke hem door of namens den Directeur der Rijksgestichten OmmerscAans en Veen-huizen worden gegeven.

Art. 2.

Hij begeeft zich niet buiten den kring der gestichten zonder verlof van den Directeur.

Tot het bekomen van een verlof voor langer dan 14 dagen richt hij zich, door tusschenkomst van den Directeur, tot den Minister van Justitie.

Van elk hem toegestaan verlof geeft hij kennis aan den Adjunctdirecteur van het gesticht waarbij hij woont.

Is hij door ongesteldheid verhinderd zijn dienst te verrichten , dan geeft hij daarvan kennis aan den Directeur zoomede aan den bovenbedoelden Adjunctdirecteur.

In de tijdelijke waarneming van zijn dienst, in geval van afwezigheid of bij ziekte], wordt door de zorg van den Directeur voorzien.

Art. 3.

Hij mag geen andere betrekking aannemen ^zonder vergunning van den Minister van Justitie.

Hem is verboden:

rechtstreeks of zijdelings deel te nemen aan aannemingen of leveringen ten behoeve van de gestichten;

winkel te houden of handel te drijven;

aan- of van verpleegden geld te leenen, of van hen geld in bewaring te nemen;

ocr page 12

(5

verpleegden te bezigen voor huishoudelijke diensten of verpleegden terug te houden van ^ den arbeid ten dienste der gestichten.

Art. 4.

Zijne zorg strekt zich uit tot alles wat in den meest uit-gestrekten xin moet geacht worden te behooren tot de boschcultuur te Veenhuizen of daarmede in verband te staan.

Bij verschil van opvatting hieromtrent wordt door den Directeur de beslissing van den Minister van Justitie gevraagd.

Art. 5.

Hij dient den Directeur over de boschcultuur en wat daarmede in verband staat van advies.

Hij doet aan den Directeur de voorstellen, welke hij in het belang van die cultuur noodig acht.

Art. 6.

Hij is bij het ochtendappsl aan het gesticht waarbij hij woont, tegenwoordig.

Art. 7.

Hij vraagt aan den Directeur of aan den door dezen daartoe aangewezen ambtenaar de verpleegden , werktuigen en gereedschappen aan, welke hij voor de uitvoering der aan zijne leiding toevertrouwde werkzaamheden meent noodig te hebben.

De wijze en tijden waarop die aanvragen moeten worden gedaan , worden door den Directeur bepaald.

Art. 8.

Hij teekent op de hem daarvoor ter hand gestelde lijsten of veldboekjes aan, voor eiken dag, hetgeen ieder der ouder zijne leiding of zijn toezicht gewerkt hebbende verpleegden , volgens het reglement en de tarieven van arbeidsloon , als loon toekomt. Die lijsten of boekjes worden door hem wekelijks aan den Onderdirecteur voor den landbouw afgegeven. Van

ocr page 13

7

zijne aantiekeningen geeft hij des verlangd inzage aan de chefs der gestichten.

Voor de toekenning van het arbeidsloon treedt hij, zoo dikwijls hij dit noodig acht of dit door den Directeur verlangd wordt, met dezen of met den daarvoor aangewezen ambtenaar in overleg.

Art. 9.

Hij gaat het werk en de handelingen der verpleegden , tijdens deze onder zijn opzicht arbeiden, nauwkeurig ta; ook geeft hij hun bet noodige onderricht. Afwijkingen of overtredingen brengt hij onmiddelijk ter kennis van den Directeur en van den Adjunctdirecteur van het gesticht waartoe de verpleegde, die zich aan een of ander heeft schuldig gemaakt, behoort.

Hij is belast met het bijhouden van den inventaris der bij de boschcultuur gebruikt wordende werktuigen en gereedschappen , en is voor dien inventaris verantwoordelijk.

Art. 10.

Van de uitbreiding der voor de boschcultuur bestemde oppervlakte of van gebrachte veranderingen in de bestemming der daarvoor aangewezen gronden wordt door hem kennis gegeven aan den Adjunctdirecteur van het gesticht waartoe het terrein behoort, zoomede aan den Onderdirecteur voor den landbouw.

Hij doet aan hen ook opgave van de opbrengst van plaats gehad hebbende verkoopingen en van de geldswaarde van bet aan eenig onderdeel der administratie afgeleverd hout.

Art. 11.

Jaarlijks in de maand Maart doet hij aan den Directeur schriftelijk verslag van hetgeen in het afgeloopen jaar ten aanzien van de boschcultuur en wat daarmede in verband staat, is verricht en voorgevallen.

ocr page 14

(5

verpleegden te bezigen voor huishoudelijke diensten of verpleegden terug te houden van t den arbeid ten dienste der gestichten.

Art. 4.

Zijne zorg strekt zich uit tot alles wat in den meest uit-gestrekten zin moet geacht worden te behooren tot de boschcultuur te Veenhuizen of daarmede in verband te staan.

Bij verschil van opvatting hieromtrent wordt door den Directeur de beslissing van den Minister van Justitie gevraagd.

Art. 5.

Hij dient den Directeur over de boschcultuur en wat daarmede in verband staat van advies.

Hij doet aan den Directeur de voorstellen, welke hij in het belang van die cultuur noodig acht.

Art. 6.

Hij is bij het ochtendappsl aan het gesticht waarbij hij woont, tegenwoordig.

Art. 7.

Hij vraagt aan den Directeur of aan den door dezen daartoe aangewezen ambtenaar de verpleegden , werktuigen en gereedschappen aan, welke hij voor de uitvoering der aan zijne leiding toevertrouwde werkzaamheden meent noodig te hebben.

De wijze en tijden waarop die aanvragen moeten worden gedaan , worden door den Directeur bepaald.

Art. 8.

Hij teekent op de hem daarvoor ter hand gestelde lijsten of veldboekjes aan, voor eiken dag, hetgeen ieder der onder zijne leiding of zijn toezicht gewerkt hebbende verpleegden , volgens het reglement en de tarieven van arbeidsloon , als loon toekomt. Die lijsten of boekjes worden door hem wekelijks aan den Onderdirecteur voor den landbouw afgegeven. Van

ocr page 15

7

zijne aantaekeningen geeft hij des verlangd inzage aan de chefs der gestichten.

Voor de toekenning van het arbeidsloon treedt hij, zoo dikwijls hij dit noodig acht of dit door den Directeur verlangd wordt, met dezen of met den daarvoor aangewezen ambtenaar in overleg.

Art. 9.

Hij gaat het werk en de handelingen der verpleegden , tijdens deze onder zijn opzicht arbeiden, nauwkeurig na; ook geeft hij hun het noodige onderricht. Afwijkingen of overtredingen brengt hij onmiddelijk ter kennis van der Directeur en van den Adjunctdirecteur van het gesticht waartoe de verpleegde, die zich aan een of ander heeft schuldig gemaakt, behoort.

Hij is belast met het bijhouden van den inventaris der bij de boschcultuur gebruikt wordende werktuigen en gereedschappen , en is voor dien inventaris verantwoordelijk.

Art. 10.

Van de uitbreiding der voor de boschcultuur bestemde oppervlakte of van gebrachte veranderingen in de bestemming der daarvoor aangewezen gronden wordt door hem kennis gegeven aan den Adjunctdirecteur van het gesticht waartoe het terrein behoort, zoomede aan den Onderdirecteur voor den landbouw.

Hij doet aan hen ook opgave van de opbrengst van plaats gehad hebbende verkoopingen en van de geldswaarde van het aan eenig onderdeel der administratie afgeleverd hout.

Art. 11.

Jaarlijks in de maand Maart doet hij aan den Directeur schriftelijk verslag van hetgeen in het afgeloopen jaar ten aanzien van de boschcultuur en wat daarmede in verband staat, is verricht en voorgevallen.

ocr page 16

8

Art. 12.

Hij kan ook omtrent zaken, rakende de boschcultuur te Ommerschans, worden geraadpleegd, en is verplicht zich voor dat doel op order van den Directeur daarheen te begeven.

Aldus vastgesteld bij beschikking van 28 April 1886, iA 143, 4de afd.

De Minister van Justitie,

DU TOUR VAN BELLINCHAVE.

ocr page 17
ocr page 18
ocr page 19
ocr page 20