ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3

/CXI). /é/Ó^'-T y?,

W E T

DEK

MAATSCHAPPIJ

TOT NUT VAN 'T ALGEMEEN.

1885.

ocr page 4
ocr page 5

HOOFDSTUK I.

BEGINSELEN, DOEL EN WERKZAAMHEDEN DER MAATSCHAPPIJ.

Art. 1. Het doel der Maatschappij is: naar de beginselen van den christelijken godsdienst, algemeen volksgeluk te bevorderen. Te dien einde tracht zy mede te werken tot verbetering van den verstandelijken, zedelijken en maatschappelijken toestand des volks, bepaaldelijk door invloed te oefenen op de opvoeding en het onderwijs, de veredeling van volksbegrippen en de verheffing zoowel van het arbeidsvermogen als van den levensstandaard der werklieden.

Art. '2 De Maalschappij streeft naar de bereiking van haar doel, onafhankelijk van eenige kerkelijke of staatkundige partij.

Art. 3. De Maatschappij tracht haar doel te bereiken voornamelijk door de werkzaamheden en instellingen van haar departementen.

Art. 4. Het dienstjaar begint den eersten Juli en eindigt den laatsten Juni.

HOOFDSTUK II.

VAN DE LEDEN.

Art. 5. De leden der Maatschappij zijn, behoudens het bepaalde bij art. 7, onderscheiden in gewone leden, begunstigers en eereleden der departementen. Hun aanneming of benoeming geschiedt door de departementen, met inachtneming der huishoudelijke bepalingen.

Wie niet in de gelegenheid is tot een departement toe te treden, kan zich by het hoofdbestuur aangeven als lid der Maatschappij. Zijn jaarlijksche bijdrage van f 5.25 komt ten voor-deele van de algemeene kas.

Godsdienstige of staatkundige richting mag nimmer als reden van uitsluiting gelden.

Art. 0. Als gewone leden en als begunstigers kunnen worden aangenomen zij, die zich bereid verklaren, het doel der

ocr page 6

Maatschappij, zooals liet in art. 1 omschreven is, te helpen bevorderen. Zij betalen een jaarlijksche bijdrage, die, zoowel voor de gewone leden als voor de begunstigers, bij de huishoudelijke bepalingen der departementen wordt vastgesteld.

Art. 7. Wie van zijn belangstelling in de Maatschappij op uitstekende wijze heeft doen blijken, kan door de algemeene vergadering, op voorstel van het hoofdbestuur of van eenig depar-lement, tot lid van verdienste worden benoemd. Zonder betaling van eenige bijdrage geniet hij, als lid der Maatschappij, dezelfde rechten als de overige leden.

HOOFDSTUK III.

\ TAN DE DEPAKTEMENTEN.

Art. 8. Een getal van acht gewone leden wordt vereischt, om een departement uit te maken.

ïot de oprichting en het tijdelijk voortbestaan van een departement met minder dan aclit leden kan het hoofdbestuur in bijzondere gevallen zijn toestemming geven.

Art. 9. De departementen worden genoemd naar de plaats hunner vestiging.

Terzelfder plaatse mag niet meer dan één departement gevestigd zijn.

Art. 10. De samenvatting van verschillende plaatsen onder één departement belet niet de oprichting van een zelfstandig departement op een dier plaatsen.

Ook kan een departement, dat twee of meer plaatsen omvat, in twee of meer zelfstandige departementen worden gesplitst. Omtrent de verdeeling van de bezittingen, schaden en instellingen van het gesplitste departement onder de nieuwe departementen wordt, indien deze liet daarover niet eens worden, door het hoofdbestuur beslist.

Art. 11. Het erkennen van een departement geschiedt door het hoofdbestuur, op aanmelding van belanghebbenden en na hun bereidverklaring tot onderwerping aan de wet der Maatschappij.

De departementen zijn gehouden, hun huishoudelijke reglementen en elke daarin gebrachte verandering aan de goedkeuring van het hoofdbestuur te onderwerpen.

Het hoofdbestuur onthoudt alleen dan zijn goedkeuring, als er strijd is met de wet der Maatschappij.

Een exemplaar van elk huishoudelijk reglement en van alle daarin gemaakte veranderingen wordt in het archief der Maatschappij bewaard.

ocr page 7

Art. 12. Elk departement heeft het recht zooveel eereleden te benoemen als het stemmen ter algemeene vergadering uitbrengt, en is bevoegd, het verleende eerelidroaatschap om gewichtige redenen weder te ontnemen.

Bij tijdelijke vermindering van liet aantal stemmen blijven de vroeger benoemde eereleden in het genot van hun verkregen rechten.

Art. 13. De departementen zijn vrij in de keuze der middelen tot bereiking van het doel der Maatschappij en in de regeling van hun vergaderingen, instellingen en werkzaamheden, mits het een en ander met deze wet niel in strijd zij.

De Maatschappij is in geen geval aansprakelijk voor de schulden van eenig departement.

Art. •14. Bij ontbinding of opheffing van een deparlement ■wordt door besluit der leden van dat departement, daartoe speciaal opgeroepen, met meerderheid van stemmen beschikt over de rechten en eigendommen van dit departement, en wel zooveel mogelijk in overeenstemming met de oorspronkelijke bestemming, echter zoodanig, dat die rechten of eigendommen nimmer in het particulier vermogen der overblijvende leden kunnen komen.

Indien binnen zes maanden na het te niet gaan van het departement aan dit voorschrift niet is voldaan, vervallen die rechten en eigendommen aan de Maatschappij.

Art. 15. De departementen hebben het recht aan de alge-meene vergadering voorstellen te doen.

Deze voorstellen, vóór 1 Januari bij het hoofdbestuur in te zenden, worden onder de punten ter beschrijving van de eerstvolgende algemeene vergadering gebracht, tenzij het hoofdbestuur oordeelt, dat door do openbaarmaking de belangen of de waardigheid der Maatschappij zouden kunnen lijden.

Voorstellen, waarvan de aanneming tot uitgaven uit de algemeene kas leiden zou, gaan vergezeld van een globale berekening van kosten, die mede in de punten ter beschrijving wordt opgenomen.

Art. dC. Elk departement doet, jaarlijks, vóór t Juni, aan het hoofdbestuur opgave van het vermoedelijk aantal zijner leden (gewone leden, begunstigers en eereleden) bij den aanvang van het volgende dienstjaar.

Voor de begrooting wordt alleen het aantal gewone leden en begunstigers in aanmerking genomen.

Blijkt echter bij den aanvang van het nieuwe dienstjaar, dat het getal gewone leden of begunstigers van een deparlement kleiner of grooter is dan vermoed werd, zoo geeft het vóór 4 Augustus hiervan kennis aan het hoofdbestuur. In dit geval wordt het. te veel of te weinig berekende, bij den aanslag

ocr page 8

voor het volgende jaar, afgetrokken van of gevoegd bij het alsdan door het departement verschuldigde.

Heeft een departement, na herinnering door het hoofdbestuur, vóór 1 Januari geen opgave gedaan van het aantal zijner gewone leden en begunstigers, zoo wordt zijn rekening belast met evenveel malen ƒ ] .GO als het tientallen gewone leden en begunstigers telt. Dit bedrag wordt, voor den aanslag van het volgende jaar, gevoegd bij hetgeen alsdan door het departement zal verschuldigd zijn.

Onverminderd het bij dit artikel bepaalde, zijn de departementen verplicht, van elke vermeerdering van hun ledental terstond mededeeling te doen aan het hoofdbestuur.

Art 17. De departementen voldoen het verschuldigde aan de algemeene kas, overeenkomstig de vastgestelde begrooting, bij de intrede van het dienstjaar.

Art. 18. Elk departement doet jaarlijks, vóór 1 Mei, aan het hoofdbestuur mededeeling van de samenstelling van zijn bestuur, met bijvoeding van een verslag van zijn toestand en zijn werkzaamheden.

HOOFDSTUK IV.

VAX DE ALGEMEENE VERGADERING EX VAN DE COMMISSIE VAN ART. 41.

Art. 19. De wetgevende macht der Maatschappij wordt uitgeoefend dooi- de algemeene vergadering van afgevaardigden der departementen.

Art. '20. De algemeene vergadering wordt jaarlijks te Amsterdam gehouden, des Woensdags na Pinksteren en op zooveel volgende dagen als de werkzaamheden vereischen.

Art. 21. Ter bijwoning van de algemeene vergadering worden de departementen door liet hoofdbestuur beschreven, rnet opgave van de onderwerpen van beraadslaging.

Deze opgave, onder de benaming van Punten ter beschrijving, wordt zoo vroegtijdig mogelijk, althans een maand vóór de algemeene vergadering, den departementen tot voorafgaande overweging toegezonden.

Te dien einde ontvangt elk departement zooveel afdrukken als het leden tolt.

Art. 22. Elk departement benoemt uit z'yn midden één of twee afgevaardigden ter algemeene vergadering, met aanwijzing, des-verkiezende, van één of twee plaatsvervangers.

De geloofsbrief bevat een duidelijke aanwijzing van den be-

ocr page 9

noemden persoon of de benoemde personen en wordt, door den voorzitter en den secretyris van het departement onderteekend, 14 dagen vóór de algemeene vergadering bij liet hoofdbestuur ingezonden.

Art. 23. De departementen genieten een tegemoetkoming in de reis- en verblijfkosten van één afgevaardigde, naar de regelen hiervoor bij besluit der algemeene vergadering vastgesteld.

Deze bepaling is niet van toepassing, indien de afgevaardigde aan de vergadering deel neemt als lid van een der commission, genoemd in art. 39 en ii.

Art. 24. Tenzij de voorzitter een besloten zitting noodig acht, kan de algemeene vergadering, voorzoover de ruimte toelaat, worden bijgewoond door alle leden der Maatschappij, op vertoon van hun bewijs van lidmaatschap, en door de vertegenwoordigers der pers, die zich daartoe vooraf bij het hoofdbestuur hebben aangemeld.

Art. 25. Aan de beraadslagingen der algemeene vergadering nemen alléén deel de afgevaardigden, de leden des hoofdbe-stuurs en de leden van commissiën, die namens de Maatschappij mei eenige taak belast zijn; de laatsten echter slechts voorzoo veel den hun opgedragen last betreft.

Art. 2G. De leiding van de algemeene vergadering is opgedragen aan een voorzitter, door het hoofdbestuur uit zijn midden benoemd.

Niemand voert het woord dan nadat het hem door den voorzitter verleend is, en niet meer dan tweemaal over hetzelfde onderwerp, tenzij de vergadering hem daartoe verlof geeft; van dit laatste zijn uitgezonderd de voorzitter en de voorstellers ter verdediging van hun voorstellen.

De voorzitter verleent het woord in de orde, waarin het is gevraagd, en zorgt, dat niemand in zijn rede gestoord wordt; hij roept den spreker, die van het onderwerp, dat in behandeling is, afwijkt of onvoegzame uitdrukkingen bezigt, tot de orde en ontneemt hem, zoo hij zich bij herhaling daaraan schuldig maakt, het woord.

Art. 27. Tenzij de vergadering anders besluit, worden de voorstellen behandeld in de orde, hij de punten ter beschrijving aangewezen.

Voorstellen, niet op de punten ter beschrijving vermeld, komen niet in behandeling dan in de gevallen, bedoeld bij art. 29, 30, 31, 61, 02 en 63.

Art. 28. De departementen en het hoofdbestuur hebben de bevoegdheid, wijzigingen op een gedaan voorstel aan het oordeel der algemeene vergadering te onderwerpen.

ocr page 10

— 8 —

De wijzigingen moeten vóór het sluiten der beraadslaging schriftelijk en onderteekend aan den voorzitter worden medegedeeld.

Alle voorgestelde wijzigingen behoeven, om in behandeling te komen, na de toelichting van den voorsteller en, voorzooveel noodig, na praeadvies van het hoofdbestuur en van de commissie genoemd in art. 41, de ondersteuning van ten minste tien departementen.

De voorzitter beslist, in welke orde over de wijzigingen zal gestemd worden. Hij heeft de bevoegdheid, de behandeling van het voorstel, waarop de wijziging is ingediend, te schorsen, met dien verstande, dat zij tijdens de vergadering wordt hervat.

De voorsteller kan de door hem aanbevolen wijziging intrekken.

Elk departement en het hoofdbestuur hebben echter het recht de wijziging over te nemen.

Dit artikel is niet van toepassing bij de uitvoering van art. 71 der wet.

Art. 29. Indien een departement, verhinderd om zijn voorstel tijdig in te zenden, daaromtrent nochtans een beslissing van de algemeene vergadering noodig acht, brengt het zoodanig voorstel, schriftelijk en door zijn voorzitter en secretaris onderteekend, vóór den aanvang der vergadering ter kennis van het hoofdbestuur.

De voorzitter stelt het in handen der commissie vermeld in art. 41, rnet toevoeging van den alge vaardigde van het voorstellend departement en een der hoofdbestuurders als raadgevende leden.

Deze commissie beslist, naarmate van het meer of min spoedvorderende der zaak, of het voorstel al dan niet door de vergadering in overweging behoort genomen te worden, en geeft daarvan bij met redenen bekleed bericht kennis aan de algemeene vergadering, waarbij tevens, voorzooveel noodig, haar linantieele overwegingen worden medegedeeld.

Beslist de commissie in ontkennenden zin, zoo blijft hel voorstel buiten beraadslaging.

Art. 30. Indien tijdens de werkzaamheden een der afgevaardigden, naar aanleiding van genomen besluiten, eenig nieuw besluit noodzakelijk acht, wordt het schriftelijk en onderteekend voorstel daartoe den voorzitter overhandigd, en door dezen ter kennis van de vergadering gebracht.

Blijkt — nadat hierover, voorzoover dit noodig is, door het hoofdbestuur en de commissie genoemd in art. 44 praeadvies is uitgebracht — dat het voorstel door ten minste tien departementen wordt ondersteund, zoo beslist de vergadering, of zij het in overweging wenscht te nemen.

Art. 31. Ook het hoofdbestuur is bevoegd tot het doen van voorstellen, als in de voorgaande twee artikelen worden bedoeld. Maakt het van die bevoegdheid gebruik, zoo worden zijn voorstellen behandeld op de in die artikelen omschreven wijze.

ocr page 11

Art. 32. De orde van Je zitplaatsen voor de afgevaardigden wordt in dier voege geregeld, dat het departement, hetwelk het eene jaar de eerste plaats bekleedt, in het daaropvolgende de plaats inneemt, die op de lijst van afgevaardigden met het laatste volgnummer is aangeduid.

Art. 33. De afgevaardigden alléén nemen deel aan de stemming. Het aantal stemmen, dat ieder departement uitbrengt, staat tot het getal z'yner gewone leden en begunstigers in de volgende verhouding:

8 ot minder gewone leden................ 1 stem,

9 tot 25 gewone leden en begunstigers... 2 stemmen,

50 lt „ u n........ 3 „ ,

u u u........ 4 u ,

7G 100 // „ u //........ 5 „ ,

'0' 150 ,/ „ u „........ G if ,

151 200 n u n jf........ / jf ,

-01 — 300 a f, ^ ff........ 8 ff .

301 400 ff ff ff ff........ 9 ff ,

401 — 000 ff ,f ff ff........ 10 ff

Iedere 200 leden daarboven geven recht op één stem meer.

De orde van stemming wordt telkens door het lot bepaald.

Art. 34. Alle besluiten der algemeene vergadering, behalve die bedoeld in art. 60, worden genomen bij meerderheid van stemmen.

Een voorstel, waarover de stemmen staken, wordt geacht verworpen te zijn.

Wanneer het gevoelen der vergadering zich reeds dermate vóór of tegen eenig voorstel verklaard heeft, dat de uitslag der stemming niet twijfelachtig is, staat het den voorzitter vrij, het besluit bij acclamatie te doen nemen, tenzij door de afgevaardigden van twintig departementen stemming verlangd wordt.

Art. 35. Besluiten op voorstellen, waarvan de aanneming tot uitgaven uit de algemeene kas leiden zou, worden niet genomen dan na praeadvies van het hoofdbestuur en met redenen omkleed bericht der commissie genoemd in art. 41.

In de gevallen van art. 28 en art. 29 is praeadvies der genoemde commissie voldoende.

Art. 3(5. Bij het verleenen van een subsidie wordt tevens een termijn bepaald, binnen welken de zaak, waarvoor het subsidie wordt toegestaan, moet zijn tot stand gebracht, ot binnen welken het subsidie moet worden in ontvangst genomen.

Na verloop van dien termijn kan het subsidie niet worden uitgekeerd zonder vernieuwd besluit der algemeene verga-derintr.

Art. 37. Van het voorgevallene in de algemeene vergadering maakt het hoofdbestuur een verslag op.

ocr page 12

— 10 —

Art. 38. Het hoofdbestuur is bevoegd een buitengewone algemeene vergadering te beleggen, wanneer het dit voor de belangen der Maatschappij onverm'udelijk acht, en de zaak, naar het oordeel der commissie genoemd in art. 41, niet door briefwisseling met de departementen kan worden afgedaan.

Het hoofdbestuur is verplicht tot het beleggen van zoodanige vergadering, indien dit verlangd wordt door een derde der stemmen, welke de gezamenlijke departementen volgens art. 38 kunnen uitbrengen.

Elke buitengewone algemeene vergadering wordt ten minste één maand tevoren beschreven met opgave van de onderwerpen, waartoe de behandeling zich uitsluitend zal bepalen. Voor haar gelden, voorzoover niet van het tegendeel blijkt, de bepalingen van dit hoofdstuk.

Art. 39. De benoeming van commissiën ter volvoering van eenige taak, die, voortvloeiend xüt de werkzaamheden of de besluiten der algemeene vergadering, voor dadelijke afdoening vatbaar is, geschiedt door den voorzitter. Deze commissiën worden samengesteld uit leden der vergadering.

Indien de aangewezen taak niet voor dadelijke afdoening vatbaar is, benoemt de commissie, vermeld in art. 41, het noodige aantal personen, die daarmede zullen worden belast.

Behoudens het bepaalde in het laatste lid van dit artikel, wordt het hoofdbestuur in alle bovenbedoelde commissiën vertegenwoordigd door een zijner leden, die daarbij het voorzitterschap bekleedt.

Indien de taak, aan de commissie opgedragen, het hoofdbestuur zelf betreft, geschiedt haar benoeming door de commissie vermeld in art. 41, en wordt het. hoofdbestuur daarin niet vertegenwoordigd.

Art. 40. De leden van commissiën, uit naam der Maatschappij met eenige werkzaamheid belast, genieten vergoeding van reis-en verblijfkosten, naar de regelen bij besluit der algemeene vergadering vastgesteld.

Art. 41. Een commissie van zeven leden, uit evenzoo veel departementen, is belast met het onderzoek van de jaarlijksche rekening en verantwoording des hoofdbestuurs en het vaststellen van de jaarlijksche begrooting. Aan haar wordt mede opgedragen;

1°. het uitbrengen van advies aan de algemeene vergadering omtrent alle voorstellen, waarvan de aanneming leiden kan lot uitgaven uit de kas der Maatschappij;

2°. de benoeming der leden van die commissiën, wier taak niet voor dadelijke afdoening vatbaar is, alsmede van die bedoeld in het laatste lid van art. 39 ;

S0. de beoordeeling of de voorstellen, niet in de punten ter beschrijving opgenomen, wegens het spoedeischende der zaak, toch door de algemeene vergadering in overweging zullen genomen worden;

ocr page 13

— 11 —

4°. de medewerking lot het opmaken der voordrachten voor' de keuze van leden van het hoofdbestuur;

5°. de aanwijzing der departementen, met de benoeming der commissie voor de wetsherziening beiast;

G0. de beslissing, of eenige zaak door het hoofdbestuur schriftelijk met de departementen mag worden afgedaan ;

7°. de goedkeuring van liet huishoudelijk reglement des hoofd-bestuurs, vnorzoover dit betreft de regeling van het beheer der geldmiddelen;

8°. het verleenen van toestemming tot de schorsing of het ontslag van den algemeenen secretaris.

De leden hebben gedurende drie achtereenvolgende jaren zitting. Jaarlijks treden twee, het derde jaar drie leden, overeenkomstig vastgestelden rooster, af.

De benoeming dezer commissie geschiedt als volgt. Door het lot wordt uit de afgevaardigden ter algemeene vergadering een kiescollege van negen leden samengesteld. Dit kiescollege wijst tweemaal zooveel departementen aan als er opengevallen plaatsen zijn, en geeft daarvan vóór het einde der algemeene vergadering schriftelijk kennis aan den voorzitter. Tot de aangewezen departementen mogen niet behooren zij, wier afgevaardigden in het kiescollege zitting hebben. Met inachtneming van de volgorde, waarin zij zijn aangewezen, noodigt het hoofdbestuur evenzoo veel departementen als er opengevallen plaatsen zijn uit, om ieder een lid der commissie, alsmede een plaatsvervanger, te benoemen.

De commissie regelt haar werkzaamheden bij een reglement, dat zij ter kennis brengt van het hoofdbestuur.

Zij heeft zitting ter algemeene vergadering, onverschillig of haar leden al dan niet het recht hebben, de vergadering als afgevaardigden van eenig departement bij te wonen.

HOOFDSTUK V.

VAN HET HOOFDBESTUUR.

Art. 42. De handhaving en toepassing van de wet, alsmede de uitvoering van de besluiten der algemeene vergadering, zijn opgedragen aan het hoofdbestuur, beslaande uit twaalf leden der Maatschappij. Hel wordt bijgestaan door een algemeenen secretaris.

Art. 43. Het hoofdbestuur is gevestigd te Amsterdam.

Zes zijner leden, alsmede de algemeene secretaris, moeten in genoemde stad hun woonplaats hebben. De overige zes leden moeten buiten Amsterdam woonachtig zijn.

De voorzitter der Maatschappij moet te Amsterdam zijn woonplaats hebben.

Op de hoofdbestuurders, die buiten Amsterdam woonachtig zijn, is toepasselijk het bepaalde bij art. 40.

ocr page 14

— 12 —

Art. 44. Jaarlijks treden twee leden van het hoofdbestuur af, overeenkomstig vastgestelden en aan de departementen mede-gedeelden rooster, die wordt opgemaakt in verband met het bepaalde bij art. 43 al. 2.

Zij zijn, behoudens het bepaalde bij art. 46 al. 2, eerst na verloop van twee jaren herkiesbaar.

Art. 45. Ter voorziening in de opengevallen plaatsen wordt een commissie, ten minste een maand vóór het vervullen van haar taak door het hoofdbestuur bijeen te roepen, belast met het opmaken van een voordracht, bevattende een dubbeltal candidaten voor elke vacature.

Deze commissie bestaat, behalve uit de leden der commissie genoemd in art. 41, uit vier leden, waarvan drie door het hoofdbestuur en één door hel bestuur van het departement Amsterdam, ieder uit zijn midden, aan te wijzen zoovaak in opengevallen plaatsen moet worden voorzien.

Art. 46. Wanneer er tusschentijds, in de eerste negen maanden v^n het dienstjaar, een vacature in het hoofdbestuur ontstaat, waardoor het getal zijner leden beneden tien daalt, wordt terstond de bij het vorig artikel bedoelde commissie bijeengeroepen, tot het opmaken van een voordracht.

Ieder der daaruit gekozenen vervangt dengene, door wien de vacature ontstaan is, voor diens nog niet geëindigden diensttijd, doch is, indien hij dientengevolge geen vol jaar zitling heeft, terstond herkiesbaar.

Art. 47. De voordracht wordt toegezonden aan de departementen, om daaruit een keuze te doen en binnen een maand den uitslag hunner verkiezing schriftelijk aan het hoofdbestuur te berichten.

Van den medegedeelden uitslag wordt door het hoofdbestuur aan de leden der commissie, bedoeld in art. 45, kennis gegeven door toezending van een afschrift van het door hem opgemaakte proces-verbaal der stemopneming.

Het aantal stemmen, door elk departement uitgebracht, wordt berekend volgens het bepaalde in art. 38. Deze laatste bepaling geldt eveneens bij de keuze van den algemeenen secretaris.

Art. 48. Het hoofdbestuur geeft aan hen, die de meerderheid der uitgebrachte stemmen op zich vereenigd hebben, zoo spoedig mogelijk kennis van hun benoeming.

Bij staking van stemmen beslist het lot.

Bij beletsel of weigering der benoemden, maakt de commissie, bedoeld bij art. 45, zoo spoedig mogelijk een nieuwe voordracht op, die den departementen wordt toegezonden.

Art. 49. Het hoofdbestuur regelt zijn werkzaamheden bij huishoudelijk reglement, dat, voorzoover het betreft de regeling van het beheer der geldmiddelen, moet worden goedgekeurd

ocr page 15

— 13 —

door de commissie genoemd in art. 41,, en waarvan een afschrift aan elk der departementen wordt toegezonden. Van de wijzigingen in dit reglement wordt jaarlijks melding gemaakt in het verslag van het hoofdbestuur.

Art. 50. Het hoofdbestuur vertegenwoordigt de Maatschappij in en buiten rechten. Het doet, aan de algemeene vergadering de voorstellen, welke het in het belang der Maatschappij nuttig oordeelt, en is gemachtigd, behoudens zijn verantwoordelijkheid aan de algemeene vergadering, in elk onvoorzien en spoedvor-derend geval in naam der Maatschappij te handelen.

Art. 51. Aan het hoofdbestuur is in het bijzonder opgedragen:

1°. het ontwerpen van de jaarlijksche begrooting van ontvang-st(?n en uitgaven;

2°. het beheer der geldmiddelen, met dien verstande dat, onder zijn toezicht, met het dagelijksch beheer daarvan de algemeene secretaris wordt belast;

3°. het opmaken van de punten ter beschrijving van de algemeene vergadering en de regeling van de orde harer werkzaamheden;

4°. het uitbrengen van een jaarverslag van den staat der Maatschappij en van zijn verrichtingen gedurende het afgeloo-pen jaar.

Art. 52. De algemeene secretaris der Maatschappij wordt gekozen door de departementen uit een drietal, door het hoofdbestuur daartoe voorgedragen.

Met het oog op het hem opgedragen dagelijksch beheer der geldmiddelen, stelt hij zakelijke of persoonlijke zekerheid, ten genoege van het hoofdbestuur.

Zijn werkzaamheden worden geregeld door het hoofdbestuur, aan welks vergaderingen hij met een raadgevende stem deel neemt. Het honorarium, aan zijn betrekking verbonden, wordt bij besluit der algemeene vergadering bepaald. Bij zijn tijdelijke ontstentenis of bij het onverwacht openvallen zijner betrekking, voorziet het hoofdbestuur voorloopig in de waarneming.

Hij kan, na voorafgaande toestemming der commissie genoemd in art. 41, door het hoofdbestuur in zijn betrekking geschorst of daaruit ontslagen worden.

Art. 53. Aan den algemeenen secretaris wordt voor zijn werkzaamheden de noodige hulp toegevoegd. De hiermede belaste personen worden op zijn voordracht gekozen door het hoofdbestuur, dat hun belooning regelt naar den aard en den omvang van den hun opgedragen arbeid.

ocr page 16

— 14 —

HOOFDSTUK VI.

BEHEER DER GELUMIBDELEN.

Art. 54. Het beheer van de geldmiddelen der Maatschappij is toevertrouwd aan het hoofdbestuur, met inachtneming van het bepaalde bij art. 51 sub 2°.

Art. 55. De aan de Maatschappij loebehoorende gelden kunnen alleen worden belegd in inschryvingen op het grootboek der nationale schuld, certificaten der nederlandsche werkelijke schuld, schuldbrieven van hypotheekbanken, voorzoover die door de Nederlandsche Bank in onderpand worden aangenomen, en beleening of prolongatie op onderpand van zoodanige fondsen als daartoe 'door de Nederlandsche Bank worden toegelaten.

Art. 56. De gelden en geldswaarden worden, met inachtneming van de noodige voorzorgsmaatregelen, bewaard in het gebouw der Maatschappij te Amsterdam of toevertrouwd aan de Nederlandsche Bank.

Art. 57. De algemeene vergadering beslist over de vervreemding van inschrijvingen op het grootboek der nationale schuld.

Art. 58. Ter bestrijding van jaarlijksche behoeften, voor-zooveel daarin niet op andere wijze is voorzien, wordt jaarlijks door de departementen aan de algemeene kas een bijdrage betaald van ƒ1.60 voor ieder hunner gewone leden of begunstigers.

Bij de berekening van het aldus verschuldigde wordt het aantal gewone leden en begunstigers van een departement, welks opgave, overeenkomstig art. IC al. 1, ten tijde van het vaststellen der begrooting nog niet is ontvangen, geacht, gelijk te staan met dat der laatst ontvangen opgave.

Departementen, opgericht na 1 Januari, betalen de hellt der in dit artikel bedoelde bijdrage.

Naar denzelfden maatstaf worden mede berekend de bijdragen voor enkele leden, na genoemd tijdstip aangenomen.

Art. 59. Het hoofdbestuur ontwerpt, vóór het einde van elk dienstjaar, een begrooting van de behoeften en middelen voor het eerstvolgende.

Het ontwerp der begrooting wordt voorgelegd aan de commissie genoemd in art. 41, die de begrooting, met of zonder wy-ziging van het aangeboden ontwerp, bij meerderheid van stemmen vaststelt.

Het hoofdbestuur, door twee zijner leden vertegenwoordigd, alsmede de algemeene secretaris, nemen aan de beraadslagingen der commissie deel met een raadgevende stem.

Art. 60. Het hoofdbestuur doet, uiterlijk in de maand October, rekening en verantwoording over het verstreken dienst-

ocr page 17

— 15 —

jaar aan de commissie vermeld in art. 41. Het hoofdbestuur is verplicht alle daarbij behoorende bescheiden en geldswaarden over te leggen en gevraagde inlichtingen te geven. De commissie vergelijkt de rekening met de begrooting van datzelfde jaar en verleent, na een en ander in behoorlijke orde bevonden te hebben, kwijting aan het hoofdbestuur.

Van de voormelde rekening, alsmede van de begrooting en van het verslag der commissie, tevens houdende mededeelingen aangaande den finantieelen toestand der Maatschappij, wordt een tweetal afdrukken aan elk der departementen toegezonden.

HOOFDSTUK VII.

BUITENGEWONE GEVALLEN.

Art. 61. Bij verschil van inzicht tusschen twee of meer departementen omtrent wederkeerige rechten en verplichtingen, beproeft het hoofdbestuur, nadat zijn tusschenkomst is ingeroepen, een minnelijke schikking en onderwerpt, indien zijn bemiddeling vruchteloos en het belang der Maatschappij erbij betrokken is, de zaak aan de beslissing van de algemeene vergadering. *

De betrokken departementen zijn bevoegd zich rechtstreeks tot de algemeene vergadering te wenden.

Dij verschil tusschen een departement en het hoofdbestuur zijn beide bevoegd zich op de uitspraak der algemeene vergadering te beroepen.

In elk dezer gevallen kan de algemeene vergadering zich door een commissie uit haar midden omtrent het verschil doen voorlichten, en ook aan die commissie de beslissing opdragen.

Art. C2. Het hoofdbestuur poogt elke met de wet strijdige handeling of nalatigheid, hetzij van eenig departement hetzij van een namens de Maatschappij benoemde commissie, door minnelijke terechtwijzing te keer te gaan of de begane fout te doen herstellen.

Wanneer deze poging mislukt, geeft het hoofdbestuur hiervan kennis aan de algemeene vergadering, door welke, naar omstandigheden, de vereischte maatregelen getroffen worden.

De algemeene vergadering kan besluiten tot opheffing van het departement en tot ontbinding van de bedoelde commissie.

Art. 03. Wanneer het hoofdbestuur geacht wordt te handelen in strijd met de wet, heeft elk departement het recht dit ter kennis te brengen van de algemeene vergadering.

Deze beslist niet dan na voorlichting door de commissie, genoemd in art. 41.

Art. 04. Indien een departement, na herinnering door het hoofdbestuur, vóór 1 Januari de verschuldigde bijdragen niet heeft betaald, breekt de Maatschappij haar betrekking met zoo-

ocr page 18

— 16 —

danig departement af, totdat het, door aanzuivering van het verschuldigde, zijn rechten herneemt. Wanneer dit binnen den tijd van twee jaren niet heeft plaats gehad, wordt het nalatig departement als opgeheven beschouwd.

HOOFDSTUK VIII.

VERKLARING EN HERZIENING DER WET.

Art. 65. Bij twijfel omtrent de beteekenis der wet beslist de algemeene vergadering in het hoogste ressort.

Art. 60. Voor elke verandering in de wet wordt vereischt:

a. een bepaald voorstel, op de punten ter beschrijving vermeld ;

b. drie vierden van de stemmen op de algemeene vergadering uitgebracht.

Deze laatste bepaling is op de tienjaarlyksche wetsherziening niet van toepassing.

Art. 67. Om de tien jaren wordt de wet der Maatschappij herzien door een commissie van negen leden, vanquot; welke drie door het hoofdbestuur uit. zijn midden, en zes door evenzooveel departementen, in of buiten hun kring, worden benoemd.

Een der door het hoofdbestuur benoemde leden bekleedt het voorzitterschap. De algemeene secretaris is, met een raadgevende stem, aan de commissie toegevoegd.

Zoo het naleven van den termijn, in het eerste lid van dit artikel genoemd, om gewichtige redenen niet raadzaam is, kan door de algemeene vergadering tot een uitstel van ten hoogste één jaar besloten worden.

Art. 68. Bij gelegenheid van de algemeene vergadering in het jaar, hetwelk aan dat der herziening voorafgaat, wijst de commissie, vermeld in art. 41, tweemaal zooveel departementen aan als in het voorgaande artikel worden bedoeld.

Bij de aanwijzing worden, zooveel mogelijk, meer en minder talrijke, in verschillende oorden des lands gevestigde departementen tot medewerking aan de taak der wetsherziening geroepen.

Met inachtneming van de volgorde, waarin zij zijn aangewezen, noodigt het hoofdbestuur zes departementen uit om ieder een lid der commissie, alsmede een plaatsvervanger, te benoemen.

Art. 69. Elk departement en het hoofdbestuur hebben het recht bij voornoemde commissie zoodanige voorstellen in te zenden als zij tot verbetering der wet wenschelijk achten. De inzending moet geschieden vóór 15 Juni, onder het adres van den algemeenen secretaris.

Art. 70. De commissie regelt haar wijze van werken en beslist

ocr page 19

over de punten van verschil bij meerderheid van stemmen.

Zij neemt kennis van de voorstellen der departementen en van het hoofdbestuur, doch biedt der algemeene vergadering een zoodanig ontwerp van wet aan als zij meent te behooren.

De commissie stelt haar ontwerp, met memorie van toelichting, vóór 15 September aan het hoofdbestuur ter hand, ten einde den departementen de noodige afdrukken ter overweging te doen toekomen.

Elk departement ontvangt ten minste tweemaal zooveel afdrukken als het stemmen ter algemeene vergadering uitbrengt.

Deze afdrukken worden vóór 15 November den departementen toegezonden.

Art. 71. De depEirtementen en het hoofdbestuur kunnen op liet wetsontwerp wijzigingen voordragen.

De voorstellen tot wijziging worden vóór 1 Januari, onder het adres van den algemeenen secretaris, aan de commissie tot wetsherziening toegezonden.

De commissie komt zoo spoedig mogelijk bijeen, ten einde deze voorgestelde wijzigingen te onderzoeken en daaromtrent baai-advies bij het hoofdbestuur vóór 1 Februari in te zenden.

Het hoofdbestuur zendt deze, met het advies der commissie, vóór i Maart aan de departementen, in zooveel afdrukken als zij exemplaren van het wetsontwerp ontvangen hebben. Alléén de voorgestelde wijzigingen, die vóór i April aan het hoofdbestuur blijken door vijftien departementen of dooide commissie tot wetsherziening Ie worden ondersteund, komen in de algemeene vergadering in beraadslaging.

Yoorgestelde wijzigingen, die daar worden ingetrokken, kunnen door een ander departement of door het hoofdbestuur worden overgenomen.

Over de voorgestelde wijzigingen, alsook daarna over het wetsontwerp in zijn geheel, wordt hij meerderheid van stemmen beslist. Bij staking van stemmen worden zy geacht verworpen te zijn.

Art. 72. Het aangenomen ontwerp heeft bij de intrede van het dienstjaar, volgende op de algemeene vergadering, waarin het is goedgekeurd, kracht van wet. Zoo spoedig mogelijk worden afdrukken van de nieuwe wet aan de leden der Maatschappij uitgereikt.

Art. 73. De huishoudelijke reglementen der departementen worden, voorzooveel noodig, met de bepalingen der nieuwe wet in overeenstemming gebracht, en vóór 1 April van het jaar op de wetsherziening volgende, al of niet gewijzigd, bij het hoofdbestuur ingezonden.

Insgelijks worden de in de artt. 23 en 40 vermelde reglementen der Maatschappij door het hoofdbestuur herzien en aan dealgemeene vergadering van het volgende jaar ter goedkeuring voorgedragen.

ocr page 20

— -18 —

Art. 74. Indien het aangeboden wetsontwerp door de alge-meene vergadering wordt verworpen, wordt in dezelfde vergadering de benoeming eener nieuwe commissie van wetsherziening voorbereid.

In dil geval zijn de bepalingen van dit hoofdstuk ook op de behandeling van het nieuwe wetsontwerp toepasselijk.

HOOFDSTUK IX.

OVERGANGSBEPALING.

A.rl. 75. Zoo spoedig mogelijk na de aanneming van deze wet wordt, met inachtneming van de art. 43, 45, 47 en 48, een nieuw hoofdbestuur gekozen.

De hoofdbestuurders, die op het in het eerste lid van dit artikel genoemde tijdstip in functie zijn, treden af, doch blijven hun betrekking waarnemen totdat het nieuwe hoofdbestuur optreedt. De aftredenden zijn herkiesbaar, behoudens het bepaalde bij art. 43 al. 2.

Art. 7C. De eerste gewone algemeene vergadering na het in werking treden van deze wet zal gehouden worden des Woensdag na Pinksteren 1887.

Aldus vastgesteld in de algemeene vergadering der Maatschappij, gehouden te Amsterdam op 12 Aug. 1885.

De alyem. voorzitter H. P. G. Quack.

De algem. secretaris A. Kebdijk.

ocr page 21
ocr page 22
ocr page 23
ocr page 24

}» samp;isamp;GSt ÏB* jsiFii»!«ïï ïis «sfi'S -sit BMsgB^ns-ag-a^gtej»» ■wii-vmum

' C-'-O-P -T =~-: , ^ tquot;T T-quot;-T r^-r T-^

ö

i)

i p

§gt;

il

\y- C^^TrVTrH.

c i

lt;1

h/ %i'

c„ Hl lt;1 lt;f 1 H lt;1

r*

'Coi. o

f 5

i ^

.v

J B

c i

lt;fi lt;? tj

lt; I

lt;1 u C

0 ^

i ffi

Stoomdrukkerij van Eoeloffzeu amp; Hübner, Amsterdam.

n

rv vrf

^ H

les,'

iv

t) C

i 5

I ■gt;

n

C 1

lt;f I

S ö

s U '3?

É'SIS- !=■ -Si jgi: ï^ -isg gR: ïs.. -SK jStgrêilB -ST^gii-fm■=?^ ;W r,: