: fe
u.m d t
be lea
' ^fCicuwc Qamp;mwunicoe^cninc|. â in vezizouweiiybc ociwaitop^afjeii. -met 5e3-wi,
Godvreezenden en Godminnenden Zielen g'ewijd.
A. M. D. G.y
Kerkelijk goedgekeurd.
MINDERti;
WEERT.
GRAVE (Blindon-Institnnt), -K. K. Liefdadigheids-Boekhandel, JOSEPH P. M. WITLOX c. s. 1890.
i
IMPRIMATUR.
Buxoduci 16 Januarii 1890.
J. J. VERSTERREN, Rector, ad hoc. delegatus.
Oefening van Geloof.
DE LEERLING. O Jesus, mijn beminnelijkste en liefderijkste Meester, vóór het Tabernakel neergeknield, waar ik weet, dat Clij waarachtig tegenwoordig zijt, ga ik mij bereiden om het Brood der Engelen, het He-melsch Manna, in mijn arm hart te ontvangen. Het is waar, liefste Jesus, ik kan het mysterie uwer tegenwoordigheid in dit allerheiligste Sacrament niet begrijpen; maar ik weet het: Gij
4 DE ENGELENSPIJZE.
vordert dit ook niet van mij; Gij verlangt slechts, dat ik vastelijk aan uwe goddelijke tegenwoordigheid ge-loove. Gij, de Almachtige, hebt gesproken, en ik, nietig, ellendig schepsel, zoude het wagen, uw goddelijk woord in twijfel te trekken ? Neen, zoete Jesus, neen, van ganscher harte onderwerp ik mijn verstand en mijne zinnen aan uw goddelijk woord. Zonder in het minst te twijfelen geloof ik, dat Gij met godheid en menschheid, met ziel en lichaam onder de kleine gedaante van brood verborgen zijt. Ik geloof het vaster en zekerder, dan indien ik U met mijne lichamelijke oogen daarin konde aanschouwen. Mijne lichamelijke oogen toch kunnen mij misleiden, maar uw god-
DE ENGELENSPIJZE. 5
delijk woord kan mij niet bedriegen.
Uit geheel mijn hart dank ik U voor die kostbare gave van het H. Geloof, waarmede Gij mij zoo onverdiend hebt begiftigd. O, welke over-groote weldaden heb ik met dien schat des G-eloofs ontvangen! Ach, hoe ongelukkig zijn degenen, die weigeren, U in dit goddelijk Liefdegeheim te erkennen. Ik smeek U, dierbaarste Jesus, ontferm U over die ongeluk-kigen. Schenk ook hun, om uwe ein-delooze goedheid, de onschatbare gave des geloofs, opdat alle uwe kinderen deelachtig worden aan de onmetelijke weldaad van dit goddelijk Sacrament.
JESUS. Te recht, mijn kind, beschouwt gij de gave des Geloofs als
DE ENGELENSPIJZE.
eene onschatbare genade, en acht gij u gelukkig, die te bezitten. Weet echter, dat gij eerst dan uw geluk ten volle zult smaken, als gij volkomen volgens uw geloof zult handelen. Wil dus in dit H. Sacrament gemeenzaam en liefdevol met Mij omgaan, handel met Mij als met uwen besten vriend; tracht, zooveel u mogelijk is, mijne goddelijke tegenwoordigheid te genieten; kom Mij steeds uwe behoeften openbaren, uwe moeilijkheden bekend maken cn uw lijden mededeelen ; in één woord, mijn dierbaar kind betuig Mij voortdurend, zoo dikwijls mogelijk, die teedere en hartelijke liefde, die mijn wellust in dit H. Sacrament uitmaken.
Zie, mijn kind, indien gij zóó met
6
DE ENGELENSPIJZE.
Mij verkeert, dan zijt gij waarlijk gelukkig; dan stort Ik in overvloed mijne rijkste gaven in uwe ziel uit, en vervul Ik u zoo zeer daarmede, dat al het aardsche u niets dan walging en afkeer inboezemt, en gij reeds hier op aarde den voorsmaak geniet van de onmetelijke wellusten, die Ik u in het andere leven bereid.
Nu weet gij, mijn kind, wat u waarlijk gelukkig maakt. Begeert gij nu tot dezen zaligen staat te geraken, zie, dan behoeft gij Mij slechts dikwijls met een zorgvuldig bereid hart in de H. Communie te ontvangen. Na weinige oogenblikken zal Ik weder tot u komen; want Ik brand van verlangen, om u door de H. Communie altijd nauwer met Mij te vereenigen.
7
DE ENGELENSPIJZE.
8
tot dat gij ten laatste geheel in mijne zuivere liefde wordt opgelost en verteerd.
Oefening van Eerbied.
DE LEERLING. O aanbiddens-waardige, zoete Jesus! Gij zijt de oneindig groote, wonderbare Schepper van hemel en aarde. Alles wat bestaat, dankt aan uwe goddelijke almacht het wezen. Gelijk in den beginne door een enkel uitwerksel van uwen goddelijken wil alles uit het niet is te voorschijn getreden, zoo kunt Gij ook thans nog al het geschapene dour dien zalfden wil in bet niet
DE ENGELENSPIJZE.
doen terugzinken. Wat zijt Gij eindeloos groot, wat zijt Gij onuitsprekelijk machtig, mijn aanbiddenswaar-dige Meester ; en wat zijt Gij in bet allerheiligste Sacrament uit liefde tut mij klein en nietig geworden.
O welk een eindelooze majesteit en heerlijkheid schuilt er onder dit nietig uiterlijk! Groot zijt (jij, mijn beminnenswaardige, mijn liefderijke Jesus; groot, eindeloos groot; maar geheel uwe goddelijke grootheid hebt Gij opgeofferd aan de onmetelijke liefde, waarmede Gij uwe schepselen bemint.
Ach, dierbaarste Jesus, hoe spijt het mij, dat ik zoo ellendig, zoo nietig, zoo vol zonden en ongerechtigheid ben; dat ik zoo geheel en al onwaar-
9
10 DÃ ENGELENSPIJZE.
dig ben, de groote gunst te genieten, die uwe goedheid mij wil bewijzen. Helaas, zoete Jesus, ik moest de schoonheid, heiligheid en zuiverheid der Engelen bezitten, en ik ben door mijne ontelbare zonden voor uwe goddelijke Majesteit slechts een voorwerp van afschuw. Zeker, mijn welbeminde Meester, ik zoude het niet wagen tot uwe H. Tafel te naderen, indien Gij mij niet zoo minzaam, zoo dringend er toe uitnoodigdet, en indien mijne arme ziel niet zoo vurig naar het bezit van dien goddelijken Schat verzuchtte.
JESUS. 't Is waar, mijn kind, dit Sacrament is een groot, een onbegrijpelijk groot mysterie. Geengroo-ter, geen treffender blijk kon Ik u van
DE ENGELENSPI.JZE. 11
de eindelooze liefde mijns Harten schenken. Mijne almacht, hoe onbeperkt zij ook is, heb Ik in het Sacrament van mijn Vleesch en Bloed te uwer liefde als het ware uitgeput.
Mijn kind, mijn dierbaar kind, heb Ik u dan zoozeer bemind, dat Ik u mijn goddelijk Vleesch en Bloed totspijs en drank wilde schenken, o, wil Mij dan ook beminnen, wil Mij dan ook liefhebben, maar doe het uit geheel uw hart. Geef u geheel aan Mij, gelijk Ik Mij in de H. Communie geheel aan u schenk. Behoud u niets voor, mijn kind, want een verdeeld hart, eene halve liefde, kanMij nietbehagen. Doe dit en wil dan verder voor mijne grootheid niet vreezen.
12 DE ENGELENSPIJZE.
Oefening van Ootmoed.
DE LEERLING. Mijn zoetsteen beminnelijkste Meester, ik begrijp, dat Gij eene ziel, die ganschelijk van het aardsche is onthecht, die niets zoekt, niets bemint en begeert tenzij uwelief-de, dat Gij zulke ziel teeder en vurig kunt beminnen; maar ik begrijp niet, hoe Gij mij eene dusdanige genegenheid kunt betoonen. Zijt Gij dan vergeten, mijn barmhartige en goedertieren Meester, hoe dikwerf ik met uwe goedheid en liefde als 't ware den spot heb gedreven Weet Gij niet, hoe menigmaal ik U op de sma-delijkste en smartelijkste wijze ge-
DE ENGELENSPIJZE. 13
griefd, beleedigd eu verguisd heb ?... Is het uwe goddelijke alwetendheid ontgaan, dat ik in het verledene zoovele en zulke afschuwelijke zonden bedreef, en dat ik mij helaas ! menig-werf wreeder en vijandiger jegens U getoond heb, dan de beulen, die U geeselden en aan het kruishout vastklonken ?. .. Ach, dierbare Meester, kent Gi] de tallooze grootere en kleinere fouten niet, waaraan ik mij nu nog dagelijks plichtlg maak ; en zou het U onbekend wezen, wat ik nog doen zal, indien Gij mij slechts één enkel oogenblik aan mij zeiven overlaat?.. Er zijn geene zonden bedreven en geene gruwelen gepleegd, die ik niet kan bedrijven en die ik niet bedrijven zal, indien uwe goddelijke
DE ENGELENSPIJZE.
goedheid er mij niet voor behoedt;.. zoo ellendig, zoo slecht ben ik, en zoo zeer helt mijn booze natuur tot het kwade over. Is het nu mogelijk, dat Gij, liefste Jesus, een dusdanig schepsel als ik ben, kunt liefhebben ? ... en dat Gij in zulk een afschuwlijk verblijf den troon uwer liefde wilt opslaan, Gij, die de oneindige heiligheid zijt ? O Jesus, mijn Jesus, hoe ver reikt uwe goedheid, hoe mateloos is uwe liefde!..
JESUS. Ik weet, mijn kind, dat gij u in het verledene niet altijd jegens Mij hebt gedragen, zooals zulks behoorde, Ik weet, dat gij u thans nog ieder oogenblik jegens Mij bezondigt, en dat uw hart zoo zeer tot het booze getrokken wordt, dat slechts een over-
14
DÃ ESGELENSPIJZE, 15
vloed van krachtige geuaden u kan weerhouden van hei zoete juk mijner geboden af te werpen en uwe ziel met de afschuwelijkste zonden te bezoedelen. En toch, miln kind, heb Ik u zóó lief, dat Ik gaarne, indien het voor uw heil noodig ware, al de smarten van mijn lijden en wreeden kruisdood andermaal zou willen verduren. O mijn kind, indien Ik, uw Heer en God, u zoodanig bemin, o, wil Mij dan ook liefhebben, en toon Mij uwe liefde door ij verigte trachten uwe fouten te verbeteren en dagelijks te vorderen in de volmaaktheid van uwen staat. Veel is er te doen, mijn kind, doch wanhoop niet; 't is waar, uit u zeiven kunt gij niets, maar door Mij kunt gij alles; door Mij kunt gij uwe harts-
16 DE ENGELENSPIJZE.
tochten beteugelen; door Mij kunt gij aan de bedorvenheid en boosheid van uw hart wederstaan, en uwe ziel met allerlei deugden versieren.
Het is vooral gedurende de kostbare oogenblikken, die Ik in uw binnenste verwijl, dat Ik stroomen van genaden over u uitstort, waardoor gij gemakkelijk al uwe booze neigingen kunt ove'rwinnen. Bereid u dus ij verig voor tot mijne komst, doch verwacht niets van u zelven, maar alles van mijne liefde en barmhartigheid.
DE ENGELENSPIJZE. 17
Oefening van Vertrouwen.
DE LEEELING. Allerminzaamste Jesus, zo» ik na zulke roerende en troostrijke woorden nog aan de goedertierenheid van uw H. Hart kunnen 1 twijfelen ? Neen, neen, lieve Heer, zulks zoude U zeker grootelijks mishagen. In plaats van mijne onwaardigheid te verminderen, zoude dit gebrek aan vertrouwen dezelve'doen toenemen. Zie, hier ben ik dan, mijn welbeminde en dierbare Zaligmaker, hoe ellendig, hoe nietig en onwaardig ik ook zijn moge. Met gansch mijne afzichtelijkheid kom ik tot U en werp mij neder in uw
18 DE ENGELENSPIJZE.
goddelijk Hart. Verstoot mij niet, bid ik U; neen verstoot mij niet, barmhartigste en liefderijkste aller Meesters; jaag mij niet uit uwe goddelijke tegenwoordigheid weg, alhoewel ik voor hemel en aarde belijd, dit te verdienen. Integendeel, allerzoetste Jesus, verrijk mijn arm en ellendig hart met de overvloedige schatten, die in uw goddelijk Hart besloten zijn; want dra zal het voor U als tabernakel moeten dienen. Genees, bid ik U, alle wonden, die ik in dwazen overmoed mijne arme ziel heb toegebracht, want ik kan nauwelijks de gedachte verdragen, dat Gij, de oneindig Heilige, mijn zoo besmeurd hart tot rustplaats zalt hebben. O hoe vurig begeer ik mijne
DE ENGELENSPIJZE. 19
ziel versierd te zien, met de onuitsprekelijke rijkdommen, die het Hart uwer viekkelooze moeder in zich bevat. Laat haar, bid ik U, het hart, dat U weldra zal omsluiten, met moederlijke teederheid versieren, opdat het bekwaam worde, U tot rustplaats te verstrekken.
JESUS. Juist mijn kind, nu spreekt gij eene taal, die mijn Hart behaagt. Gelijk een klein kind, in de armen zijner moeder snelt, zoo wil Ik, dat gij u immer ia mijne armen zult werpen. Wees niet bevreesd, mijn kind, want niets veroorzaakt Mij meer vreugde dan het zien van harten, die Mij met een liefderijk en onbeperkt vertrouwen aankleven. Van den anderen kant baart niets Mij
20 DE ENGELENSPIJZE.
meer smart, dan het gezicht van een hart, dat aan mijne goedertierenheid twijfelt en aan mijne barmhartigheid wanhoopt.
Kom dus, in alle omstandigheden, met een groot en onbeperkt vertrouwen tot mijn goddelijk Hart en wees wel overtuigd, mijn kind, dat altijd, doch vooral wanneer Ik in de H. Communie tot u kom, mijne gunsten u zullen toevloeien naar de mate van het vertrouwen en het heilig verlangen, die gij aanbrengt.
Oefening van Verlangen.
DE LEERLING. Goddelijke Meester, allerzoetste Jesus, hoezeer be-
DE ENGELENSPIJZE. 21
geer ik ü met uwe goddelijke gunsten en genaden i:e ontvangen; en daar mijne nietigheid, ellende en onwaardigheid U toch niet afschrikken, zoo bid en smeek ik U, kom, kom spoedig tot mij. Uit gansch mijn hart verlang en haak ik naar U; ik verzucht naar het zalige oogenblik, waarop het mij zal vergund wezen te zeggen: â Jesus, mijn zoete Meester, heeft in mij den troon zijner liefde opgeslagen; Hij rust in mijn hart en is één met mij, âniet ik hen het, die leef, maar Jesus leeft in mijquot;
Kom dan spoedig, zoete Jezus, want mijn hart verzucht naar U! Waarom vertoeft Gij nog? . . . Zeker, lieve Heer, ik weet het; ik ben het geluk,, waarnaar ik haak.
22 DE ENGELENSPIJZE.
ganschelijk onwaardig. Maar hoe zal ik het ooit waardiger worden ? .. . Gij weet, mijn zoete en barmhartige Meester, dat ik geen enkel uur kan leven, zonder mijne ziel door nieuwe fouten nog meer te bezoedelen! . .
Kom dan spoedig, allerliefste Jesus ! ik bezweer het U bij uwe eigene eer en bij het heil mijner arme ziel, dat U zoozeer ter harte gaat. Kom spoedig, want ik weet, dat Gij het hart, dat U ten verblijve strekt, van alle smetten reinigt, en met kostbare genaden verrijkt. Van ganscher harte verfoei ik alles, wat U mishaagt. Geene moeiten of opofferingen zullen mij te veel zijn, mits ik U maar welgevalliger worde.
En toch, mijn liefste Jesus, aan hoe-
DE ENGELEN SPIJZE. 23
vele lafhartigheden, aan hoevele trouweloosheden maak ik mij eiken dag, ja elk uur niet plichtig!... Kunnen zulke betuigingen van oprechte liefde en trouw samengaan met mijne ontelbare en gedurig herhaalde fouten?.... Ach help mij toch, barmhartige en zoete Jesus! Zeg mij toch, of het verlangen, dat ik naar uw goddelijk Vleesch en Bloed heb, niet strafbaar is, in plaats van welgevallig aan uw goddelijk Hart.
JESUS. Vrees niet, mijn kind, nader vrij. Weet gij niet, dat het mijn vermaak is, met de kinderen der menschen te zijn? Met voorde Engelen en Zaligen, stelde Ik dit H. Sacrament in; maar voor den zwakken, zondigen mensch. voor u, mijn
24 DE ENGELENSPIJZÃ.
kind. Ik weet, dat gij zwak en ellendig zijt; dat gij gedurig in vele fouten valt; en het is juist daarom, dat Ik u zoo dikwijls tot mijn heilig Gastmaal noodig. Wees verzekerd, dat, indien gij u zoo goed mogelijk bereidt, en zoo dikwijls als het u vergund wordt, tot de H. Communie nadert, gij telkens sterker zult worden en kracht zult ontvangen om uwe fouten te verbeteren. Kom dus en haast u het voedsel te genieten, dat gij in uwe zwakheid zoo zeer behoeft.
Oefening van Liefde.
DE LEERLING. Goddelijke Zaligmaker, allerbeminnenswaardigste
DE ENGELENSPIJZE. 25
Jesus, mijn hart moest harder ^vezon dan steen, om niet bewogen en ver-teederd te worden door uwe onmetelijke liefde. Ja, mijn allerzoetste Jesus ik zal komen, ik zal het wagen, U in mijn hart binnen te leiden, omdat Gij het uitdrukkelijk verlangt. Uit liefde en met liefde zal ik het goddelijk voedsel genieten, dat Gij mij uitliefde en met zulke onuitsprekelijke liefde schenkt.
Maak daarom dan ook, allerliefde-rijkste Jesus, dat de eerste en voornaamste vrucht van deze H. Communie een verdubbeling zij van liefde tot U, mijn opperste goed.
O liefste, zoetste, beminnenswaardigste Jesus, geef toch, dat ik U be-minne. 't Is waar, mijn God, mijn
2
26 DE ENÃELENSPIJZE.
hart zegt mij, dat ik U bemin, maar helaas ik bemin U zoo weinig ; mijne liefde tot U is zoo gering ; zij is zoo koud; het is geene edelmoedige liefde, die zich moeiten en offers getroost. Help mij toch, dierbare Meester, opdat ik spoedig tot eene volmaakte liefde jegens U gerake ; want ik kan het niet langer verdragen, dat mijne liefde zoo uiterst klein is in vergelijking met de uwe, die alle begrip te boven gaat.
Jesus, Jesus, mijn zoetste Jesus, kom, kom spoedig tot mij en breng mij nader tot U! Wat begeer ik in den hemel, of wat verlang ik op aarde, tenzij U en U alleen, o liefde mijns harten!
Helaas, hoe is het mogelijk, dat er
de engelenspijze. 27
menschen gevonden worden, die U niet beminnen. Hoe is het mogelijk, dat ik zoolang tot hun getal behoorde!... O, mijn Jesus! dat ik nu ten minste met al de begeerten mijns harten uwe heilige liefde betrachte, om zoodoende dien jammerlijk verloren tijd te herwinnen.
Schenk mij tot dit einde, allerzoetste Jesus, een vurigen ijver voor de bekeering der ongelukkige zondaars, die U niet alleen hunne liefde weigeren, maar die U zelfs haten en vloeken. O Jesus, de bekeering van eenige dezer ongelukkigen zouzeker uw eindeloos minnend hart eene zoete vertroosting verschaffen. Welnu, mijn zoete Jezus, het is aan U, die te genieten. Of hebt gij niet aller harten
28 DE BNGELENSPIJZE.
in uwe hand?... Zij t Gij niet voor allen den smartelijken kruisdood gestorven?.. Heeft niet voor allen uw goddelijk Bloed tot den laatsten druppel gevloeid, en plengt Gij het nog niet dagelijks voor allen in de H. Offerande der Mis ?
Erbarming dan, dierbare Jesus; erbarming met uw kostbaar Bloed, dat anders te vergeefs voor hen gevloeid heeft. Zie, mijn dierbare Jesus, wanneer Gij zoo aanstonds mijn arm hart zij t binnen getreden, dan zal ik U niet vrijlaten, vóór Gij mij ten minste de bekeering van één enkelen zondaar hebt toegestaan. Kom nu spoedig, mant ik kwijn van liefde.
JESUS. Mijn kind, mijn dierbaar kind! Gij hebt Mijn Hart op zijn gevoe-
DE ENGELENSPIJZE. 29
ligste plaats aangeraakt. Neen gij hadt Mij niets kunnen vragen, wat .Tk uliever toestond dan eene vermeerdering van mijne zuivere, heilige liefde en de bekeering van eenige afgedwaalde broeders.Wat de eerste gunst betreft, wees er zeker van, dat zij u telkens geschonken wordt, als gij na eene zorgvuldige voorbereiding tot de H. Tafel nadert. Ook de andere genade zal u geworden en behalve deze nog een milde overvloed van geestelijke en zelfs tijdelijke weldaden, die gij Mij wel niet gevraagd hebt, doch die Ik weet, dat u nuttig zullen zijn. Gij zult het ondervinden, miin kind, dat Ik eon edelmoedige Meester ben, en dat Ik genoegens heb, waarbij de
30 DE ENGELENSPIJZE.
aardeche vreugden slechts bitterheden zijn.
Kom dus spoedig en smaak hoe zoet uw Heer is... Schep moed en vertrouw, want het is mijn vermaak de harten mijner kinderen binnen te treden.
DANKZEGGING NA DE H. COMMUNIE.
Oefening van Aanbidding.
DE LEERLING. Dierbaarste Jesus, ik aanbid U onder de kleine gedaante, waaronder Gij U in eindelooze liefde verborgen hebt, om in mijn hart te kunnen nederdalen. O mijn goede,
mijn beminnenswaardigste Meester, wat hebt Gij uwe liefde tot de zondige schepselen ver, onbegrijpelijk ver gedreven. Gedoog, lieve Heer, dat ik het
Biblir heek MINDERöuOEOERS WEERT.
32 DE ENGELENSPIJZE.
zegge : Gij zijt als dwaas van liefde, door een zoo ellendig en boosaardig schepsel als ik ben, met zulke onmetelijk teedere liefdeblijken te overladen.
Liefste Jesus! ach hadde ik U beter gekend; ik zoude U beter gediend hebben, neen ik zoude Unlet zoo lang met koudheid en onverschilligheid bejegend hebben.... Ach, wat spijt het mij, dat ik zoo boosaardig ben geweest van U schandelijk te beleedigen. Ach, hoe betreur het ik door mijn uiterste ellende en onwaaardigheid onbekwaam te wezen om U, mijn aanbid-delijken Meester, op eene eenigszina betamelijke wijze voor uwe onwaardeerbare weldaden te prijzen en te danken. Toch waag ik het mijne
DE ENGELENSPIJZE. 33
bezoedelde handen tot U op te heffen en U mijn ellendig hartaan te bieden. Gij weet het, lieve Heer, het is het kostbaarste,watik bezit, en inetümijn hart te schenken, geef ik alles, wat ik ben en wat ik heb. Ik wil, allerzoetste Jesus, dat alle zijn kloppingen als zoovele akten zijn van lof, dank en aanbidding, opdat ik wakend of slapend geen enkel oogenblik leve, zonder U, mijn hoogste goed, hulde te brengen.
JESUS. Mijn dierbaar kind, gelijk Ik u vóór de H. Communie dringend heb uitgenoodigd tot het ontvangen van mijn heilig Vleesch en Bloed, zoo betuig Ik u thans, dat gij Mij een grooten troost verschaft hebt. O, mijn kind, wat zou mij n godde-
30 DE ENGELBNSPIJZE.
aardsche vreugden slechts bitterheden zijn.
Kom dus spoedig en smaak hoe zoet uw Heer ia... Schep moed en vertrouw, want het is mijn vermaak de harten mijner kinderen binnen te treden.
DANKZEGGING NA OE E COMMUNIE.
Oefening van Aanbidding.
DE LEERLIXG. Dierbaarste Jesus, ik aanbid U onder de kleine gedaante, waaronder Gij U in eindelooze liefde verborgen hebt, om in mijn hart te kunnen nederdalen. O mijn goede,
mijn beminnenswaardigste Meester, wat hebt Gij uwe liefde tot de zondige schepselen ver, onbegrijpelijk ver gedreven. Gedoog, lieve Heer, dat ik het
Bibliotheek MINDERfiuOEDERS WEERT.
32 DE ENCtELENSPIJZE.
zegge: Gij zijt als dwaas van liefde, door een zoo ellendig en boosaardig schepsel als ik ben, met zulke onmetelijk teedere liefdeblijken te overladen.
Liefste Jesus! ach hadde ik U beter gekend; ik zoude U beter gediend hebben, neen ik zoude U niet zoo lang met koudheid en onverschilligheid bejegend hebben.... Ach, wat spijt het mij, dat ik zoo boosaardig ben geweest van U schandelijk te beleedigen. Ach, hoe betreur het ik door mijn uiterste ellende en onwaaardigheid onbekwaam te wezpn om U, mijn aanbid-delijken Meester, op eene eenigszins betamelijke wijze voor uwe onwaardeerbare weldaden te prijzen en te danken. Toch waag ik het mijne
DE ENGELENSPIJZE. 33
bezoedelde handen tot U op te heffen en U mijn ellendig hartaan te bieden. Gij weet het, lieve Heer, het is het kostbaarste, wat ik bezit, en metUmijn hart te schenken, geef ik alles, wat ik ben en wat ik heb. Ik wil, allerzoetste Jesus, dat alle zijn kloppingen als zoovele akten zijn van lof, dank en aanbidding, opdat ik wakend of slapend geen enkel oogenblik leve, zonder U, mijn hoogste goed, hulde te brengen.
JESUS. Mijn dierbaar kind, gelijk Ik u vóór de H. Communie dringend heb uitgenoodigd tot het ontvangen van mijn heilig Vleesch en Bloed, zoo betuig Ik u thans, dat gij Mij een grooten troost verschaft hebt. O, mijn kind, wat zou mij n godde-
DE ENGrE LEN3PIJZE.
84
lijk Hart juichen, indien al mijne ge-loovigen zoo menigmaal aanzaten aan het liefdemaal, waartoe Ik allen dagelijks roep! Hoe geheel anders zouden zij leven! Hoe vorig zouden zij Mij beminnen en met welk een ij ver zouden zij de deugd betrachten en de zonden vermijden. Dan, helaas! het meerendeel der geloovigen leeft, alsof zij Mij niet kennen, alsof zij het voor niets tellen, wat Ik voor hen gedaan en geleden heb; ja, alsof zij een walg hebben van de onschatbare weldaden, die Ik hun in het H. Sacrament des Altaars bied. .. Gij ten minste, mijn kind, wees wijzer; gedoog niet, dat mijne gunstbewijzen voor u eene oorzaak van verdoemenis worden en voor mijnen rechterstoel
DE ENGELENSPIJZE. 35
uwe veroordeeling eischen. Beantwoord steeds aan mijn verlangen, mijn kind, dan zal Ik éénmaal aan u mijne beloften kunnen vervullen door u het eeuwige, gelukzalige loven te schenken, want dit is het loon, dat Ik u hiernamaals bewaar.
Oefening van Dankbaarheid.
DE LEERLIiSTG. Allerliefste Zaligmaker, welk een mateloos geluk is mijn deel, nu ik vertrouwelijk zoo hart aan hart met U mag spreken. O wat zijt Gij goed, dat Gij U zoo nauw, zoo innig met mij wildet vereenigeu. Gij weet alles.
36 DE ENGELENSPIJZE.
lieve Heer! Gij weet, dat ik meer redenen heb dan uw apostel Petrus om uit te roepen; âGa weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mensch;quot; en toch, dit heeft U niet weerhouden, mijn arm ellendig hart met uwe godheid en mensch-heid, met ziel en lichaam te bezoeken, en er de kostbaarste gunsten over uit te storten.
Helaas, helaas! hoe heb ik toch zoo menigmaal uwe goedheid en liefde kunnen miskennen; hoe heb ik U toch zoo dikwerf kunnen be-leedigen. Had iemand mij het honderdste deel der beleedigingen aangedaan, aan welke ik te uwen opzichte plichtig ben, mijn geduld ware reeds lang uitgeput... En toch, lieve
DE ENGELENSPIJZE. 37
Jesus, wat is de beleediging, een schepsel aangedaan, vergeleken bij eene beleediging uwer goddelijke Majesteit! En zie, met al mijne boosheden heb ik uw liefdevol en minnend Hart niet kunnen vermoeien, noch de bron uwer eindelooze liefdegaven kunnen uitputten.
O Jesus, mijn Jesus ! wat zijt Gij toch goed! Wat zijt Gij beminnenswaardig. Ik dank, loof, prijs en bemin ü uit geheel mijn hart! Och, dat ik iets bezat om het U ten blijke mijner dankbaarheid aan tebieden.Daar ik intnsschen niets van mij zeiven heb, dat Uwer waardig is, zoo wil ik U datgene schenken, wat wel is waar U reeds toebehoort, maar waarvan Gij in eindelooze liefde mij de beschikking
38 DE ENGELENSPIJZE.
hebt overgelaten. Ik offer U dan op, mijn allerzoetste Jesus, het kostbaar Bloed, dat Gij op het schandhout des kruises voor mijne zaligheid tot den laatsten druppel hebt vergoten. Dat aanbiddelijk Bloed stroomt thans door mijne aderen; ik bezit het geheel en al. Gij, lieve Jesus, schonkt het mij en ik schenk het U thans weder. Bij dit allerkostbaarst geschenk voeg ik nog den onuitsprekelijken schat van verdiensten, door uwe allerheiligste Moeder Maria en alle Heiligen hier op aarde verworven; en bid U ook, barmhartige Jesus, het offer van mijn hart, mijne ziel, mijn lichaam, van alles wat ikheben wat ik ben,niette versmaden.
Ge waardigU integendeel, o dierbare Meester, mijn offer als een wierook
de engelenspijze. 39
van liefelijken geur, te aanvaarden, het uwen hemelschen Vader aan te bieden, en mij uit kracht van hetzelve overvloedige genaden te schenken. Jesus, Jesus, zoetste Jesus, geef toch vooral, dat ik U beminne; maar dat het zij met eene liefde, sterk als de dood, opdat noch aardsche noch helsche macht in staat zij mij dien schat te ontrooven.
JESÃS. Mijn kind, het is waarlijk een overheerlijk geschenk, dat ge Mij ten blijke uwer dankbaarheid biedt. Het is niet alleen voldoende, om al de weldaden te vergelden, die ik ü schonk of nog bereid ben te verleenen, maar het stelt Mij bovendien ook schadeloos voor alles, wat Ik gedaan en geleden heb, om het geheele
40 DE ENGELENSPIJZE.
menschdom aan de klauwen van den satan te ontrukken. Ook is het eene kostbare eereboete en vergoedt het Mij volkomen voor den ondank, Mij, helaas, door zoovelen . betoond.
Mijn kind, mijn dierbaar kind, wilt gij mijn goddelijk Hart verheugen, wilt gij kostbare genaden voor dit en een glansrijke gloriekroon in het andere leven verwerven, o, herhaal dan dikwijls deze kostbare opdracht. Telkens als gij ze Mij aanbiedt, zal Ik ze aanvaarden als of alles uw eigendom was. Voeg er nu nog een of ander bijzonder offertje aan toe. Zeg Mij, wat wilt gij heden voor Mij doen ? ... Welke aangename zaak wilt ge te mijner liefde nalaten of welke minder aangename bereid-
de efgelenspijze. 41
vaardig verrichten?____ Zeg het
Mij; het behoeft niet veel te wezen; ook de kleinste opoffering is Mij welgevallig en vergeld Ik u honderdvoudig.
Oefening van Verzoek.
DE LEERLING. Gedoog, beminnelijkste Zaligmaker, dat ik, alvorens wij deze zoete samenspraak sluiten eerst nog eenige gunsten afsmeek. Deze gunsten zijn gering in vergelijking met die, welke Gij mij bewezen hebt, door mijn ellendig hart te bezoeken. Met een onwrikbaar vast vertrouwen hoop ik dan ook, dat uwe eindolooze goedheid ze mij
42 DE ENGELENSPIJZE.
zal verleenen. âVraagt en gij zult verkrijgenziedaar, lieve Jesus, uwe eigene woorden, en âhemel en aarde zullen voorbijgaan, doch mijne woorden zullen niet voorbij gaan.quot; O mijn God, welk een hechten grondslag gaaft Gij aan onze hoop. Ja, ik ben er zeker van, verhoord te zullen worden; ik ben zeker te verkrijgen, wat ik vraag en zelfs meer dan ik vraag, want Gij, lieve Jesus, begeert vuriger ons uwe goddelijke gunsten te schenken, dan wij kunnen verlangen ze te bekomen.
Schenk dan, aanbiddelijke Zaligmaker, in uwe eindelooze barmhartigheid de onschatbare genade van het H. Geloof aan de ongelukkigen.
DE ENGELENSPIJZE.
43
die nog in de diepste duisternis van het heidendom rondtasten. Ach, minnelijkste Jesus, hoe droevig is het, dat er op de wereld nog zoo vele millioenen menschen leven, die Gij even goed als mij met uw dierbaar Bloed hebt vrij gekocht en die U helaas nog niet kennen. Hoevelen zijn er bovendien onder hen, die Gij met het licht van het H. Geloof bestraaldet, wien Gij duizenden genaden hebt geschonken, en dieU desniettemin hunnen dienst weigeren. Ja, allerliefste Jesus, Gij weet het, hoezeer het mij smart, dat er menschen ge vonden worden, die niet alleen uwe goddelijke geboden verachten, maar daarenboven nog zoo ver gaan van uw bestaan te
DB ENGELENSPIJZE.
loochenen, zeggende: ,,Er is geen God.quot;
O mijn Zaligmaker, hoezeer moet satan zoodanige menschen toch verblind hebben, eer het hun mogelijk wordt zulke goddelooze woorden te spreken. Ach bestraal hen opnieuw met uw goddelijk licht; toon hun, â ik smeek het U â den peilloozen afgrond, die zich voor hunne voeten opent om hen te verzwelgen, opdat zij hunne booze wegen verlaten en ophouden uw liefdevol Hart door hunne zonden te verscheuren. Jesus, Jesus, mijn zoete Meester! barmhartigheid bijzonder voor .... Och, heb medelijden met het ongeluk der arme heidenen, met het nog grootere ongeluk der arme zondaars en met de
44
DE ENGfflLENSPIJZE. 45
verblindheid der ongelukkige ketters en scheurmakers, die buiten de H. Kerk en hare genademiddelen leven. Zegen, bid ik U, den ij ver der herders, die zich voor de bekeering dezer ongelukkigen opofferen. Gedoog toch niet, zoetste Jesus, dat de duivel zich zou kunnen verblijden om het eeuwig verderf van zoo vele zielen, die besproeid zijn met Uw goddelijk Bloed. Barmhartigheid met de arme zondaars en ongeloo-vigen, liefste Jesus, maar ook barmhartigheid met de lijdende zielen des vagevuurs.
Gedenk, allerminnelijkste Jesus, dat één enkel druppeltje van uw goddelijk Bloed voldoende is om al hare schulden te delgen. O, ik smeek
46 DE ÃNGELENSPIJZE.
het U, doe dit dan heden op haar neerdruppen en ontsluit haar de poorten des hemels. Inzonderheid, lieve Jesus, beveel ik U de zielen van .....
Bescherm onzen H. Vader den Paus en geheel de H. Kerk. Liefste Jesus. Gij ziet hoe hevig en boosaardig men uwe Bruid, de H. Kerk vervolgt, ach onttrek haar uwen bijstand niet.... Ik weet wel, lieve Jesus, dat Gij haar niet verlaten zult, maar, lieve Heer, geef dat de dagen dezer vreeselijke beproevingen verkort worden, opdat uwe lieve Bruid, voor wie Gij uw hartebloed gegeven hebt, weer spoedig in vollen vrede hare heilrijke taak hier beneden kunne voortzetten. Zegen ook alle religieu-
DE ENÃELÃNSPIJZE. 47
ze orden, die in haren schoot bloeien en alle leden derzelvo; inzonderheid ... Stort milden zegen uit over alle liefdewerken, welke door hen geschieden en over de hulpbehoevenden, welke er het voorwerp van zijn. Allerzoetste Jesus, vergeld ook met de rijkste zegeningen van uw goddelijk Hart mijne geestelijke en wereldlijke oversten, inzonderheid mijn biechtvader, voor de moeiten en zorgen, welke zij zich voor mijn welzijn getroosten.
Eindelijk, mijn beminde Zaligmaker, beveel ik U ten dringendst de geestelijke en tijdelijke belangen mijner dierbare ouders, aan welker liefde ik naast U alles, wat ik ben en heb, moet dankzeggen, alsmede
48 DE ENGELENSPIJZK.
mijne overige bloedverwanten, vrienden en vijanden en bijzonder alle, voor wie ik meer verplicht ben te bidden. Zegen hen allen, liefste Jesus, met de rijkste zegeningen van uw allerheiligst Hart.
Ten slotte, beminneli]ke Jesus, waag ik nog voor mij zeiven eenige gunsten af te smeeken. Gij weet, dierbaarste en zoetste Zaligmaker, hoe menigmaal ik nog bezwijk onder het geweld mijner booze natuur en ik aan de verleidelijke stem van satan gehoor geef. Ach, het spijt mij zoozeer, dat ik U nog zoo vaak ondankbaar ben. Verleen mij, bid ik U de genade van U in de toekomst te dienen met al den ijver, die uwe eindelooze liefde verdient, en die
DE ENGELENSPIJZE.
betaamt aan den staat, waarin ik door uwe goedheid geplaatst hen. Help mij vooral, wanneer ik tegen
de deugd van......bekoord word.
Gij weet, lieve Jesus, dat ik zonder ü niets kan en dat ik, beroofd van uwen bijsband, ieder oogenblik in afschuwelijke zonden zal vallen.
Liefste Jesus, sta mij toch bij ; gedoog niet, dat ik U nog ooit door eene zware zonde beleedige; ik smeek het U heden met de grootste vurigheid en het levendigste vertrouwen. Laat mij liever sterven, vóór het rampzalig oogenblik daar is, waarop ik ongelukkig genoeg zoude wezen U andermaal uit mijn hart te bannen.
Dierbaarste .Te3Us,Gij weet duizendmaal beter dan ik zelf, wat mij noodig
49
DE ENGELENSPIJZK.
en nuttig is; zie, myn lichaam en ziel, stel ik dan heden in Uwe handen. Leid Gij zelf mij, bid ik U, door dit ellendige leven en voer mij eenmaal uwen schoenen hemel binnen.
JESUS. Mijn kind wees getroost; ga in vrede, en herneem uwe bezig-heden. Groot is het genoegen, dat gij Mij verschaft hebt, maar duizendmaal grooter is het voordeel, dat-gij voorn zei ven uit deze heilige Communie getrokken hebt. Neen, mijn kind, geloot niet, dat mijn Hart zich in edelmoedigheid laat overtreffen. Het kleinste offertje, dat men Mij biedt, vergeld Ik met een eeuwig loon. Geen verzoek dat uit een liefdevol en vertrouwend hart vloeide, heb ik ooit afgewezen of zal ik ooit kunnen afwijzen, inte-
50
DE KNGELENSPIJZE. 5 1
T
gendeel, mijn kind, steeds geef Ik meer, veel meer dan gevraagd wordt. Het is waar, niet altijd ziet gij het uitwerksel van uw gebed; maar als gij in uwe verblindheid mij iets vraagt, wat Ik weet, dat U schaadt en Ik geef u in de plaats daarvan iets, wat u voordeelig is, heb Ik dan uw gebed niet verhoord?... Wees ijverig in mijnen dieast; vermijd de zonde en beoefen de deugden van uwen staat; doe dit alles met een liefdevol hart, en nader dan zoo menigmaal uw zielsbestierder het u vergunt, tot de H. Communie. Gij zult dan steeds overvloedige vruchten uit dezelve
»( trekken, mijn Hart telkens een zoeten troost schenken en uw eeuwig heil verzekeren, overeenkomstig mijn
52 DE ENGELENSPIJZE.
goddelijk woord. âDie dit brood eet, zal leven in eeuwigheid.
Gebed van den H. Ignatius de Loyola.
Ziel van Christus, heilig mij.
Lichaam van Christus, maak mij zalig. Bloed van Christus, verzadig mij. Water van Christus' zijde, reinig mij. Lijden van Christus, versterk mij. O, goede Jesus, verhoor mij !
In uwe H. Wonden, verberg mij, en gedoog niet, dat ik van U worde gescheiden.
Tegen den booze verdedig mij.
In het uur des dooris roep mij. En beveel, dat ik tot U kome.
Oprlat ik met uwe Heiligen U love,
In de eeuwen der eeuwen. Amen.
300 dogen afloat eiken keer, flat men deze schietgebeden doet. (9 Januari 1854.)
Toewijding des harten aan het H. Hart van Jesus.
Allerteetlerst en allerminnelijkstHart van Jrsns, Hart, onuitputtelijk in het uitfleelen der kostbaarste en zoetste liefdegaven, ik ben hescliaatnd, wanneer ik denk aan de koudheid en onverschilligheid, waarmede ik U tot heden heb bejegend. Och, dat het mij mogelijk ware uwe miskende liefde voor zooveel ondank eene waardige voldoening te schenken !
at zou ik U intussehen kunnen aanbieden ? Van mij zeiven heb ik niets,
54
ja, ben ik zelfs te eenenmale onbekwaam iets te verrichten, wat U welgevallig is. Wat dan, verlangt Gij van mij?quot; ... O, ik hoor uwe zoete stem, die mij toeroept: Mijn kind, geef Mij uw hart.quot;
Mijn hart, liefste Jesus, mijn arm hart, mijn door zoovele misslagen besmeurd hart; zou ik het wagen U hiervan eene offerande te maken? Och welk een onwaardig, welk een ellendig geschenk is dit 1 . . .
Nochtans, minnclijkste Jesus, wijl Gij zulks uitdrukkelijk begeert, verstout ik mij U dit armzalig, dit zwak en ellendig hart aan te bieden. Ik geef het U en wijd het U onhenoepelijk toe met alles, wat ik ben, en met alles, wat ik door uwe eindelaoze goedheid kan worden
Reinig en versier nu dit arm liart, versterk liet door krachtige genaden, opdat het niet verleid worde door de aanlokkelijkheid van het booze, en ook in staat zij do kwellingen van den satan het hoofd te bieden.
O [allerheiligst en allerzoetst Hart van Jesns, deel mijn koud, mijn gevoelloos hart een vonkje mede van het heilig liefdevuur, dat U verteert, opdat het hierdoor gezuiverd worde van do smetten, die mijne ontelbare fonten er op achterlieten. Geef eindelijk, dat het aldus in uwe heilige liefde gelouterd zijnde, geen vuriger verlangen kennc, dan zich te verloochenen en op te offeren uit liefde tot U. Amen.
56
Toewijding aan onze H. Moeder Maria.
Maria, mijne teedere eu allerliefde-waardigste Moeder, Mecsleresse en Voorspreekster van allen, die zich aan U hebben verbonden, zie, ook ik, uw arm en onwaardig kind, wensch onder het getal uwer getrouwe dienaren te worden opgenomen.
Te dien einde wijd ik mij heden geheel aan U toe. Ik schenk U mijn lichaam met al zijne zinnen en mijne ziel met al hare krachten.
Van ganscher harte begeer ik, dat Gij mij van af dit oogenblik als uw goed en uw eigendom zult beschouwen en dat Gij als zoodanig over mij en nl het mijne zult gelieven te beschikken.
Mij zoo gansehejjjk en onherroepe-
57
lijk in uwe handen stellende, koester ik de hoop, allerzoetste Moeder, dat Gij mij krachtdadig zult bijstaan en verdedigen tegen mijne en uwe vijanden, en dat Gij niet zult toelaten, dat ik ooit van U vervreemd worde. Gedoog dit niet, mijne lieve Moeder, neen, maar verwerf mij integendeel de gunst, van in uwen heiligen dienst tot het einde, mijns levens getrouw te volharden, en eenmaal in den hemel het zoete uwer moederlijke teeder-heid te smaken, en mij in het bc-sehouwen uwer onuitsprekelijke heerlijkheid voor een wig te verblijden. Amen.
58
Gebed met vollen aflaat.
Zie, o soetie en allerzoetste Jesns, ik werp mij op mijne knieën voor uw aanscliijn en bid en smeek U met de arootste vurigheid des gemoeds, dat Gij levendige gevoelens van geloof, hoop en liefde, en een waar berouw over mijne zonden en den zeer vasten wil om die te verbeteren, in mijn hart gelieve te prenten, terwijl ik met eene groote genegenheid en droefheid des harten uwe vijf wonden bij mij zelvcn overweeg en in den geest aanschouw, dit voor oouen hebbende, wat reeds de Profeet David wegens U, o o-oede Jesus, in den mond had: Zij hebben m ij n e handen en voeten doorboord, zij hebben al mijne beenderen geteld.
Ann iiit pebed is oen vollen adaal verliondon, mils mon hel na (ie H. Communie vóór een krnisbeelil verriclile, en daarbij ecnigen tijd bidde tot inlentio van zijne lloiliflieid.
(I'hh IX. .ïl Juli isrii.)
59
Lofzang.
Te Deum laudamus.
U, o God! loven wij; U, o Heer belijden wij.
U, eeuwige Vader, eert de gansche aarde.
U, roepen al de Engelen, de Hemelen en al de Miicliten,
De Cherubijnen en Serafijnen onophoudelijk toe:
Heilig, heilig, heilig is de Heer, de God der Heerscharen!
Hemel en aarde zijn vol van de Majesteit uwer glorie.
Het glorierijke koor der Apostelen, Het lofwaardig getal der l'iofeten, Het blinkende heir der Martelaren looft U.
De II. Kerk belijdt U door geheel de aarde,
U, Vader van oneindige glorie,
60
Uwen hoogwaardigen, waren en eeni-
gen Zoon,
Alsmede den Vertroostev, den hei-
liü-rn Geest. , .
' Christus. Gij zijt de koningdergione, Gij zijt de eeuwige Zoon des Vaders. Gij hebt. wanneer Gij nm den raensch te verlossen, de raensehlieid zondt aannemen, den selioot eener maagd met
sreseliroomd. , . , , ,
' Gij hebt, nadat Gij den sein ebt des doods overwonnen liadt, voor de ge-loovigen bet rijk der Hemelen geopend.
Gij zit aan de rechterband Gods, in de glorie des Vaders.
Wij gelooven, dat Gij eensals Hechter
znlt wederkomen.
Wij bidden V dar, kom uwe dienaren' te hulp, die Gij door uw dierbaar Bloed verlost hebt
Geef, dat zij, in de eeuwige glorie onder het getal uwer Heiligen mogen zijn.
61
Heer, maak uw voik zalig on zegen uw erfdeel,
Bestier hen en verhef hen tot in eeuwigheid.
Dagelijksch loven wij U.
En wij prijzen uw naam in eeuwigheid, en in eeuwigheid der eeuwigheden.
Gewaardig U, o Heer! uns heden zonder zonden te bewaren.
Ontferm \J onzer, Heer ! ontferm U onzer.
Laat, o Heer! uwe barmhartigheid over ons komen, gelijk wij op U gehoopt hebben.
Op U, o Heer, heb ik mijne hoop gesteld en in eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden.
A. M. D. Gr.
Einde.
? R. K. lAefdadigheids-Boekhandel, JOSEPH P. M. WITLOX c. s. (Blinden-Institmit) GRAVE. ^ Verschenen;
^ Levensschets van Mevr. Le Gras,
g (geb. LOUISE DE MARILLAO,) j Stichteres van de Congregatie der Zuster*
van Liefde.
I Een heerlijk schoon, aantrekkelijk levens-S beeld, geschilderd niet gevoel, smaak en « uitstekende kennis van personen entijds-1quot; omstandigheden.
r 400 bladz. post 8°, gebonden in 3 keurigen prachtband, prijs Gld. 1.00 I franco p. p.
^ Op aanvraag verzenden wij het pros-§ pectus, waarin voortreffelijke beoordecliu-s gen door schier geheel de Katholieke pers
5 van Nederland.
|-----------
^ In combinatie met wijlen don Heer P. S H. .1. Rekker tc Amsterdam gaven wij uit:
Jf «De Parel der Deugden/'
§- een woord van ernst en liéfde tot den
christelijken .Tongcling.
§. Nnnr het Hnogduitsch rrm icijlen â¢equot; P. .4. rnn Dnsz s. j.
a
' Binnen 21/,2 maand plaatsten wij van dit wonderschoon boekje ± 3000 exemplaren. De tweede druk yaat m ter perse.
Men zie de de recentiën van âStndihi,quot; âKatholiek,quot; âTijd,quot; âMaasbode,quot; âGelderlander.quot; enz.
Het boekje is prachtig gedrukt op hju papier; inhoud en uitvoering maken hot tot een onovertroffen juweeltje.
Prijs, franco p. p. 33 cents.
Bij'groote getallen ter propaganda zeer lage prijzen.
De B. K. Liefdadigheids-Boekhandel, (Blinden-Instituut I GRAVE.
heeft steeds voorhanden; een prachtige collectie kerkboeken, in alle banden;â zendt op aanvraag het speciale monsterboek van catechismusprentjes franco
ter inzage;â ..... . ,
is eene specialiteit in lijne Arabische wierooksoorten; â
staat in directe correspondentie met de voornaamste uitgevers van Europa ; beveelt zich aan voor de zeer spoedige levering van werken in vreemde talen; â
heeft voortreffelijke uitgaven en tondsen, geschikt voor do prijsuitdeelingen op B. K. pensionaten en scholen: â
-Wri-SmÃÃÃB
mi
dnc-vi.i â :./fc;.,. /Vi/.i,; frM:lügt; «I p.
gt;- gt; r; ?*: 'li :gt;
;qpi
-⢠%
'Ã i
fH5 i
â all â .sikea'1;'-; -iw!?!
quot;' quot;quot;im VÃ â :gt;$
'i
fió fe- K. ; i - â quot; ,1 â¢.fuVj-;' V'
iKfJt quot;vosrfUi-ïVn: «'.a
. ; . -â . ^ â ; i j .siprerii.jes
Mr ''i'quot;5!'; ⢠^ ^ ï- â ^,. '⢠'
.⢠quot;i : â â â¢*'' :t-: â ' â - - â¢'
!. . iiy- :20Xzv
PHPH_______pr;;
tamp;b?a:
V'- .4- â â ^.-
â }'SrfH' 1 -'/ â¢gt;â â¢''; v Wquot;
f.flïiV1 â¢
u v
; y^.sbt- quot;i'
hiquot;.!-1 -J â
t'èh â _:_Jl_- â â i
.hfefS ~lt;I:3V.
lij;'- ais
HHP , ï%%0Ãt K' Si.'- :â â¢quot;. --1. â¢-
ffiSÃ
.:?â ' 'â¢;; N-quot;.- /v'i.-v!
-.' ⢠g: . if' ⢠. ;v â¢. :^-?-
,«ie 'â¢â â¢i - . ^nCquot; !â --gt;-â
â ;⢠- -â -* r,^/®
nbiïr.s quot;
r'S:-
kfvu -'-itquot; â¢
-â â â
S ^ * l: -i:quot; 1»' ⢠:
k:;- â n, ik- ; 'u lliyrckji,- â .â¢en â
yjufff, (ip' ' â - p' -
llftrkènt en 2gt;h. a'li -⢠⢠11?
Im- â â
â â h^^Wêk$%U . -^4- .... rquot;quot;
fifequot; ha
Sv) r,f'gt;'- -Ji-, i.-!» «e 'VOC' â 'â gt;â¢'!
O ⢠!i
Z1quot; §j
ïip.-i i 'â¢.â¢fdeD â !
-:, â¢â - :- j ..â .,1 I
' ,:;
fp»
â..^i