ÃLORT BEHEïPvak ,2o
VAN DE /9
Broederschap van Onze Lievd Vrouw
DER
ZEVEN SMARTEN
EN VAN DE
Aartsbroederschap van het Koordje
VAN DEN
H. VADER FRANCISCUS,
ivitficjf cpcjcikfit in óe fatfv DER
JWlNDERB ROEDER S
TE
WEERT.
Weert. â Emm. Smket; 1894.
VOORWOORD.
Te allen tijde hebben de Minderbroeders eene bijzondere godsvrucht voor de Moeder des Heeren aan den dag gelegd. Zij openbaart zich in hunne prediking, in hetgeen zij over Maria geschreven, vooral in hetgeen zij gedaan hebben ter verdediging van het geheim harer Onbevlekte Ontvangenis en nog voortdurend ter harer verheerlijking doen,
In deze liefde wortelt ook eene devotie, welke door de zonen van den H. Franciscus zeer verbreid is, de vereering namelijk van de Zeven Smarten der allerheiligste Maagd.
Reeds in het begin der zestiende eeuw was deze devotie zoo algemeen in hunne kloosters, dat een algemeen kapittel, in 1514 te Antwerpen gehouden, allen toestond het feest der Zeven Smarten te vieren.
In 1644 richtten de Franciscanen in hunne kerk te Weert de Broederschap op ter eere der smartvolle Moeder. In 1654 deed Pater Jeghers hetzelfde te Breda. Te Dungen, waar de Paters van
Megen na de verdrijving der geestelijkheid de zielzorg op zich namen, werd eveneens door hun toedoen de Broederschap in het leven geroepen. Te Megen hadden zij een altaar voor O. L. Vrouw van Smarten, dat in 1689 gewijd werd; en in Venraai, waar zij in 1650 hunne kerk ter eere der smartvolle Moeder begonnen te bouwen, hebben zij staties der Zeven Smarten op het voorplein hunner kerk, waar de geloovigen nog heden ten dage komen bidden, als een hunner buren van de laatste H.H. Sacramenten voorzien is of in doodstrijd verkeert of overleden is. (1)
Om die aloude godsvrucht tot de smartvolle Moeder op te wekken, die vereering meer te doen bloeien, willen wij de geloovigen nader bekend maken met de aflaten (2) verleend aan de broederschap en aan den rozenkrans van O. L. Vrouw der Zeven Smarten.
Wij geven tevens een kort begrip van de echt Franciscaansche devotie, van de aartsbroederschap van het Koordje van den H. Vader Franciscus, die wijd en zijd over de gansche aarde verspreid is en sedert bijna drie eeuwen in onze kloosterkerk
(1) Votks-Shssionaris. \0de Jaarg. bl. 328.
(2) Gelrokken uit de «Decreta Authentica » RaLisboncc,
Puslel 1883 â en «Rescripia Aulheniica.....necnon Sum-
maria Indul^enliarum.» Ratisbonce, Pusiel 1885, qua; col-legil Jos. Schneider S. J-, terwijl wij meerdere achtenswaardige schrijvers geraadpleegd hebben.
bestaat, waarbij wij als Aanhangsel de aflaten voegen, welke verbonden zijn aan het Serafijnsch Kroontje, Eindelijk zullen wij met een enkel woord gewagen van de vereenigingen, welke uit beide broederschappen ontstaan zijn.
Mogen deze bladzijden aan hun doel beantwoorden, dan zal hierdoor de ijver worden opgewekt van velen, die hunne zaligheid behartigen en het lot der lijdende zielen in hei vagevuur poqen te verzachten.
Weert, feestdag van Marias Onbevlekte Ontvangenis, 1893.
EERSTE APDEELING.
A ET. 1.
Broederschap van 0. L. Vrouw d«r Zeven Smarten.
00 RSP R ON G.
1. In het jaar 1233, op den feestdag van de Ten-hemelopneming van Maria, waren zeven edellieden der stad Florence, allen leden van een godvruchtig genootschap der H. Maagd, vergaderd om den zegenpralenden intocht hunner Moeder te vieren. Op hetzelfde oogenblik verscheen hun Maria en deed hun verstaan, dat zij de wereld moesten verlaten, om eene heiligere levenswil ze te omhelzen. Zg gehoorzaamden bereidwillig aan de stem hunner Moeder en, nadat zij met den gelukzaligen Ardingo, bisschop van Florence, beraadslaagd hadden over de geschikste wgze om hun voornemen ten uitvoer te brengen, verzaakten zij aan hunne waardigheden, verkochten hun-
ne goederen en deelden de opbrengst uit onder de armen. Vervolgens begaven zij zich in een aschgrauw gewaad naar een schamele hut in de nabijheid der stad. Doch dewijl zij in deze nederige schuilplaats te veel door bezoeken werden lastig gevallen, waren zij genoodzaakt zich naar een minder toegankelijk oord te begeven. Hunne goede Moeder wees hun daarvoor den berg öenario aan, waar zij zes jaren in de strengste boetvaardigheid doorbrachten.
Terwijl zij den 25en Maart 1239 op den avond van Goeden Vrijdag in gebed waren, zagen zij de H. Maagd van den hemel tot hen afdalen, omgeven van eene talrijke schaar vau hemelsche geesten, die verschillende voorwespen in hunne handen droegen, zooals de werktuigen van het Lijden, een palmtak, een schild, waarop in gulden letters »Dienaren van Mariaquot; geschreven stond, den regel van den H. Augustinus en een zwart kleed van nieuwen vorm. De zeven klui -zenaars, verbaasd bij het zien van deze treffende verschijning, wachtten eerbiedig den wil van de Koningin des hemels af. Overstelpt van smart, naderde hen Maria met eene onuitsprekelijke welwillendheid en, hun die voorwerpen toonende,
zeide zij : »Ontvangt dit kleed, dat ik u aanbied ; ontvangt den regel van den H. Augustinus, welken gij moet volgen. Gij zult heeten Dienaren van Maria ; arbeidt onder dien naam, door de overweging van het lijden mips Zoons en van mijne Smarten, aan uwe eigen heiliging en die der geheele wereld, dan zult gij eens dezen palmtak van het eeuwig leven bekomen.quot;
De heilige kluizenaars namen zeiven het kleed der nieuwe Orde en, om alle geloovigen deelachtig te maken aan de bescherming hunner hemelsche Voorspreekster, vervaardigden zij voor hen een klein scapulier van dezelfde kleur, vorm en stof als het hunne. Van dien tijd af draagt dit schouderkleed den naam van scapulier van O. L. Vrouw der Zeven Smarten.
2. De broederschap van O. L. Vrouw der Zeven Smarten werd het eerst goedgekeurd door paus Alexander VI bij bulle (IJ van den 26en October 1495. Zij is den lOen Juli 1644 in de Minderbroederskerk te Weert opgericht door paus ürbanus VIII bij breve van den Hen Mei 1644 (2).
(1) Summ. Aur. Tom. 111 bl. 1270.
(2) Kloosterarchief van Weert.
â 10 â
3, Het doel van deze broederschap is, de godsvrucht op te wekken tot de allerzaligste Maagd als Moeder der Smarten, welke zij ter wille vau ons doorstaan heeft, gedurende het leven, lijden en sterven van haren Goddelijken Zoon, en haar onzen schuldigen dank te betuigen voor hetgeen zg toen voor ons geleden heeft.
4. Ten einde alle christenen aan te sporen om deel te nemen aan deze zegenrijke devotie, verleenden de pausen van Rome een schat van aflaten aan de leden dezer broederschap.
De voornaamste zullen wij hier opgeven met de daartoe gestelde voorwaarden.
Art. II.
Rechten en verplichtingen van de leden dezer broederschap.
I. Volle Aflaten. (1)
1. Op den dag hunner inschrijving, mits zij rouwmoedig gebiecht en godvruchtig de H. Communie ontvangen hebben.
2. Jaarlijks op den voornaamsten feestdag
(1) Sumra. Indulg. 80 bl. 647.
11 â
-/
der broederschap (1) van de eerste vespers tot zonsondergang, mits zi] rouwmoedig biechten, godvruchtig communiceeren, de kerk der broederschap bezoeken en daar aandachtig bidden voor de eendracht der christenvorsten, de uitroeiing der ketterijen en de verheffing van onze Moeder de H. Kerk.
3. In het uur des doods, mits zij rouwmoedig gebiecht en godvruchtig de H. Communie ontvangen hebben, of indien zij dit niet kunnen, rouwmoedig en godvruchtig den naam Jezus met den mond, indien zi] hiertoe genoegzame kracht bezitten, of anders met het hart aanroepen.
4. Elke maand op den Zondag, dat de processie gehouden wordt, mits zij rouwmoedig biechten, communiceeren, de processie met godsvrucht bijwonen en aandachtig bidden voor de eendracht der christenvorsten, de uitroeiing der kette-
V' rijen en de verheffing van onze Moeder de H. Kerk.
t'. 5. Op Passiezondag van de eerste vespers
tot zonsondergang, mits zij rouwmoedig biechten, communiceeren, de kerk, kapel of bidplaats der broederschap bezoeken en daar de Zeven Smarten
(2) Derde Zondag na Paschen, Bescbermfeest van den H. Joseph.
der H. Maagd en vooral het Lijden van onzen Heer Jezus Christus godvruchtig overwegen en bidden voor de eendracht der christenvorsten, de uitroeiing der ketterijen en de verheffing van onze Moeder de B. Kerk.
II. Gedeeltelijke Aflaten. (1)
1. Zeven jaren en zevenmaal veertig dagen van de eerste vespers tot zonsondergang, mits zij rouwmoedig biechten, godvruchtig communi-ceeren, de kerk, bidplaats of kapel der broederschap bezoeken en daar aandachtig bidden tot de gewone doeleinden op den feestdag van Maria-Ge-boorte (8 Sept.), Maria-Boodschap (25 Maart), Maria-Lichtmis (2 Febr.) en hare Ten-hemelopneming (15 Aug.)
2. Zeven jaren en zevenmaal veertig dagen op eiken Vrijdag, mits zij rouwmoedig biechten, godvruchtig communiceeren en bidden, ter gedachtenis en ter eere van het Lijden van onzen fleer Jezus Christus, vijfmaal Onze Vader en vijfmaal Wees geqroet.
3. Vijf jaren en vijfmaal veertig dagen, wanneer zfl het B. Sacrament naar de zieken verge-
(i) Sumtn. Indulg. bl. 648.
â 13 â
zeilen en God voor hen bidden.
4. Honderd dagen, wanneer zij de getijden der H. Maagd Maria in de kerk of bidplaats der broederschap gezamenlijk zullen bidden.
5. Zestig dagen, zoo dikwijls zij Zaterdagavonds tegenwoordig zijn bij het zingen van het Salve Regina en de Litanie der H. Maagd ; â of op dien dag zevenmaal Ome Vader en zevenmaal Wees gegroet, ter eere van de Zeven Smarten der H. Maagd, zullen bidden ; alsmede zoo dikwijls zij de fl.H. Missen en andere goddelijke getijden bijwonen, welke door de leden in de kerken of bidplaatsen der broederschap op bepaalde tijden worden gelezen of gehouden; of tegenwoordig zijn bij de openbare of bijzondere vergaderingen van genoemde broederschap, waar die ook gehouden worden ; of de lichamen, hetzg van medeleden, hetzij van anderen, naar de begraafplaats vergezellen of elk ander werk van godsvrucht of liefde zullen verrichten.
6. Honderd dagen voor hen, die zich door het jaar bezighouden met godvruchtige overwegingen over de Zeven Smarten der H. Maagd en het Lijden van onzen Heer Jezus Christus ; voor hen, die tegenwoordig zijn bij het Gebed des
â 14, â
quot;Heefen en de Engelsche Groetenis met het gezang Stabat Mater dolorosa enz., welke in voorzegde kerken gebeden worden, en bij andere geestelijke oefeningen, welke men daar pleegt te houden, en daarenb»»en bidden volgens inzicht van Z. H. de* Paus.
7. De leden kunnen de aflaten van de Staties van Rome, zooals zij in het Romeinsche Missaal zijn aangeduid, verdienen even alsof zij de kerken daarvoor bestemd, zoowel binnen als buiten Rome gelegen, in persoon godvruchtig zouden bezoeken, mits zij zich godvruchtig naar de kerk, kapel of bidplaats hunner broederschap begeven.
Lijst der dagen en aflaten, zoo volle als gedeeltelijke, van de Staties van Rome volgens het
dekreet van 9 Juli 1777. (1) Aschwoensdag en den vierden Zondag in de Vasten : aflaat van vijftien jaren en vijftienmaal veertig dagen.
Palmzondag : aflaat van vijf en twintig jaren en vijf- en- twintigmaal veertig dagen.
Witten Donderdag : volle aflaat.
(1) Rescr. Autli. N0 313 bl. 239.
â 15 â
Goeden Vrgdag en Paaschzaterdag : aflaat van dertig jaren en dertigmaal veertig dagen.
Alle andere dagen van de Vasten : aflaat van tien jaren en tienmaal veertig dagen.
Paaschdag: volle aflaat. Alle dagen van de Paaschweek en Beloken Paschen: aflaat van dertig jaren en dertigmaal veertig dagen.
's- Heeren-Hemelvaartsdag : volle aflaat.
Vigilie van Pinksteren : aflaat van tien jaren en tienmaal veertig dagen.
Het feest van Pinksteren en alle dagen van het octaaf, met inbegrip van Zaterdag: aflaat van dertig jaren en dertigmaal veertig dagen.
Den eersten, tweeden en vierden Zondag van den Advent: aflaat van vijftien jaren en vijftienmaal veertig dagen.
De Vigilie van Kestmis, alsook des nachts en in de Mis van den dageraad : aflaat van vijftien jaren en vijftienmaal veertig dagen.
Den feestdag van Kerstmis : volle aflaat.
Den feestdag van den H. Stephanas, van den H. Joannes Evangelist, van de H.H. Onnoozele Kinderen, van de Besngdenis des Heeren, van Driekoningen, op de Zondagen Septuagesima,
â 16 â
Sexagesima en Quinquagesima : aflaat van dertig jaren en dertigmaal veertig dagen.
De Quatertemperdagen : aflaat van tien jaren en tienmaal veertig dagen.
Het leest van den H. Marcus en de drie Kruisdagen : aflaat van dertig jaren en dertigmaal veertig dagen.
VOORRECBTEN.
1. Alle leden der broederschap van O. L. Vrouw der Zeven Smarten, ook de kloosterlingen van beider geslacht en van welke Orde zij ook zijn, die om ziekte of ander wettig en gewichtig beletsel de kerk der broederschap niet kunnen bezoeken, kunnen toch alle aflaten verdienen, indien hun biechtvader het bezoek (1), waarvan boven gesproken wordt, in een ander godvruchtig werk verandert.
Al de voormelde aflaten kunnen worden toe-
(i) Volgens besluit van den 27en April 1887 kunnen de leden, wanneer ia bunne woonplaats geene kerk der Orde noeh eene der broederschap is, al de aflaten der broederschap verdienen met bunne parochiekerk Ie beioeken. Nouv. Bev. Théol. Tom. XXIII, (1891) bl. 336. Noot.
â 17 â
gevoegd aan de geloovige zielen in het vagevuur (1.)
2. Door eene buitengewone beschikking van den 27en Januari 1888, heeft Z. H. Paus Leo XIII een vollen aflaat verleend, welke ook aan de zielen des vagevuurs kan worden toegevoegd, aan alle geloovigen, te verdienen onder de gewone voorwaarden, soo dikwijls zij op den derden Zondag van September â- feestdag der Zeven Smarten van Maria â de kerk, waarin de broederschap wettig is opgericht, zullen bezoeken en daar telkens bidden tot intentie van Z. H. den Paus. (2.)
Bemerking. Daar in het dekreet niet staat uitgedrukt, dat deze aflaat met de eerste vespers begint, schijnt het ons toe, dat de aflaat slechts op den dag zeiven, dat is, van middernacht tot middernacht kan verdiend worden.
3. Alwie dit scapulier draagt, mag zich op eene bijzondere wijze tijdens dit leven verheugen in de bescherming der H. Maagd zoo naar de ziel als naar het lichaam ; doch vooral in het uur
(1) Sumiu. Indulg. bl. 650.
{2) Nouv. Rev. TUéol. Tom. XXI (1889) bl. 476 vlg.
des doods zal Maria hare kinderen niet verlaten. Behalve dit algemeen voorrecht deelen de leden in alle gebeden, boetedoeningen en andere goede werken, die niet slechts door de leden der broederschap, maar ook in de Orde der Dienaren van Maria, algemeen gekend onder den naam van «Orde der öervieten», waarmede zjj vereenigd zjjn, worden verricht.
De volgende lyst geeft de volle en gedéeUelijhe aflaten aan, welke verleend zgn aan alle geloo-vigen, die onder de gestelde voorwaarden eene kerk van de Orde der «Dienaren van Maria» bezoeken. Deze kunnen ook door de leden der broederschap van O. L. Vrouw der Zeven Smarten verdiend worden, mits zij, indien zich in hun woonplaats geene kerk van de Orde der Servie-ten bevindt, hunne parochiekerk bezoeken. In geene andere kerk, zelfs niet in die der broederschap, zoo zij niet te gelijk parochiekerk is, kan men aan deze aflaten deelachtig worden.
Dit voorrecht, reeds door paus Pius IX, volgens een dekreet van den 15en Januari 1855 en een ander van den 30en Januari 1872 aan de
â 19 â
leden der broederschap van Karmel en der Allerheiligste Drievuldigheid toegestaan, werd door paus Leo XIII op den 27en April 1887 bekrach-tigd, terwijl Z. H. diezelfde gunst verleende aan de leden der broederschap van 0. L. Vrouw der Zeven Smarten. Nouv, Rev. Theol. Tom. XIX (1887) bl. 364 vlg.
I. Volle Aflaten. (1)
1. Van de eerste vespers tot zonsondergang op den feestdag van Paschen, van de Ten- hemelopneming van Maria (15 Augustus) van hare Geboorte (8 September), en op den derden Zondag van September, â feestdag van O. L. Vrouw der Zeven Smarten.
Voorwaarden : Biecht, Communie, bezoek der
kerk, zevenmaal Onze Vader en zevenmaal Wees
gegroet of de vespers der overledenen bidden en
eemg gebed voor de noodwendigheden der H Kerk.
2 Eens in het jaar op een dag gedurende et ^eoed van veertig uren, mits het H. Saera-ment al dien tgd blijve uitgesteld.
W Sunam. fnd. 81. bl. 6S2. a
â 20 â
Voorwaarden : Biecht, Communie, bezoek der kerk en eenig gebed voor de noodwendigheden
der H. Kerk.
3. Van de eerste vespers tot zonsondergang op een der zeven dagen vóór of na het feest van O. L. Vrouw der Zeven Smarten.
Voorwaarden: Biecht, Communie, bezoek der kerk en eenig gebed voor de noodwendigheden
der H. Kerk.
4. Op H. Sacramentsdag.
Voorwaarden: Biecht, Communie, bezoek der kerk en eenig gebed volgens de intentie van Z. H.
5 Van de eerste vespers tot zonsondergang op de feestdagen van den H. Philippus Bemti
(26 ^fnlen H. Peregrinus Latiosi (30 April) en 7'. van de H. Juliana van Falcome (19 Juni). Voorwaarden : Biecht, Communie, bezoek der kerk en eenig gebed voor de noodwendigheden
der H. Kerk.
8. Eens in elke maand op een Vrgdag naar
verkiezing. . . u
Voorwaarden : Biecht, Communie, bezoek der kerk al« het H. Sacrament is uitgesteld ter eere van O. L. Vrouw der Zeven Smarten en ter
â 21 â
gedachtenis van het Lijden van onzen Heer Jezus Christus, en eenig gebed voor de noodwendigheden der H. Kerk.
9. Op Vrijdag na Passiezondag.
Voorwaarden : Biecht, Communie, bezoek der
kerk en eenig gebed voor de noodwendigheden der H. Kerk.
10. Op den feestdag van de Zeven H. H. Stichters (11 Februari).
Voorwaarden : Biecht, Communie, bezoek der kerk en eenig gebed voor de noodwendigheden der H. Kerk.
11. Op den eersten werkdag na Allerzielendag, wanneer het plechtig jaargetij gehouden wordt voor de overledene broeders en zusters der broederschap.
Voorwaarden: Biecht, Communie en bezoek der kerk.
12. Op den eersten (16 December) en laatsten dag (24 December) der noveen voor Kerstmis,
Voorwaarden: Biecht, Communie en bij de gebeden der noveen in de kerk tegenwoordig zijn.
â 22 â
II. Gedeeltelij he Aflaten. (1)
1. Eiken dag te verdienen een aflaat van vijftig dagen.
Voorwaarden : Bezoek der kerk en daar met een rouwmoedig hart ééns Onze Vader en tVees gegroet bidden voor de levende en overledene geloovigen.
2. Een aflaat dagelijks van honderd dagen.
Voorwaarden: Bij de goddelijke getijden, het
bidden of zingen van het Salve Rigina in de kerk tegenwoordig zijn en eenig gebed storten voor de noodwendigheden der H. Kerk.
3. Een aflaat van honderd dagen van de eerste vespers tot zonsondergang op den verjaardag der kerkwijding.
Voorwaarden : Bezoek der kerk.
4. Een aflaat van honderd dagen op eiken Zaterdag.
Voorwaarden : Bezoek der kerk en met een rouwmoedig hart eenig gebed storten voor de noodwendigheden der H. Kerk.
5. Een aflaat van zeven jaren en zevenmaal veertig dagen te verdienen van Zondag Septua-
(1) Summ. Indulg. bl. 656.
â 23 â
gesima tot en met Palmzondag, alsmede op Woensdag, Donderdag en Vrijdag in de Goede Week.
Voorwaarden : Biecht, Communie, eenmaal de kerk bezoeken en bidden zevenmaal Onze Vader en zevenmaal Wees gegroet.
6. Een aüaat van zeven jaren en zevenmaal veertig dagen op eiken derden Vrijdag van de maand, uitgenomen de Vrijdagen tusschen Zondag Septuagesima en Palmzondag.
Voorwaarden : Biecht, Communie, bezoek der kerk en bidden zevenmaal Onze Vader en zevenmaal Wees gegroet of de vespers der overledenen 7. Een aflaat van zeven jaren en zevenmaal veertig dagen op de feestdagen van den H. Joseph (19 Maart), van den H. Augustinus (28 Augustus) en van alle Heiligen van de Orde der Dienaren van Maria (13 November).
Voorwaarden ; Biecht, Communie, bezoek der kerk en bidden zevenmaal Onze Vader en zevenmaal Wees gegroet of de vespers der overledenen.
8. Een aflaat van zeven jaren en zevenmaal veertig dagen van de eerste vespers tot zonsondergang op de feestdagen van Kruisvinding (3
â 24 â
Mei), van Kruisverheffing (14 September) en op eiken dag der beide octaven.
Voorwaarden : Uiecht, Communie, bezoek der kerk, bidden zevenmaal Onze Vader en zevenmaal Wees gegroet en een aalmoes geven.
9. Een aflaat van zeven jaren en zevenmaal veertig dagen op alle andere feestdagen des Heeren, op de vijf overigen van de H. Maagd Maria en gedarende het octaaf van O. L. Vrouw der Zeven Smarten, welk feest den derden Zondag van September gevierd wordt.
Voorwaarden: Biecht, Communie en bezoek der kerk.
10. Een aflaat van zeven jaren en zevenmaal veertig dagen op eiken Vrijdag van de maand, uitgenomen den Vrijdag, waarop zij den vollen aflaat verdiend hebben.
Voorwaarden : Biecht, Communie, bezoek der kerk gedurende den tijd, dat het H. Sacrament is uitgesteld ter eere van O. L. Vrouw der Zeven Smarten en ter gedachtenis van het Lgden van onzen Heer Jezus Christus en eenig gebed voor de noodwendigheden det H. Kerk.
11. Een aflaat van zeven jaren en zevenmaal veertig dagen op eiken dag der noveen voor
â 25 â
Kerstmis.
Voorwaarden: Bezoek der kerk en met een rouwmoedig hart bg de gebeden der noveen tegenwoordig zijn.
12. Dagelijks een aflaat van zeven jaren en zevenmaal veertig dagen te verdienen in de eerste H. Mis.
Voorwaarden: Bij de eerste H. Mis en het openbaar bidden van den rozenkrans der Zeven Smarten godvruchtig tegenwoordig zijn.
Aet, III.
VOOR WA ARDEN.
Om deel te hebben aan deze aflaten, gunsten en voorrechten door de pausen verleend, wordt vereischt:
1°. Dat men het scapulier heeft ontvangen van een priester, die daartoe gemachtigd is.
2°. Dat men zijn naam in het register der broederschap heeft doen inschrijven.
3°. Dat men het scapulier altijd draagt.
Bemerking. Dewijl het scapulier een sehou-derkleed is, moet het zijn samengesteld uit twee stukken zwart wollen stof. Eene bepaalde grootte
â 26 â
is niet vereischt, doch beide stukken moeten met een paar banden of linten zoodanig verbonden zijn, dat het eene deel op den rug en het andere op de borst kan afhangen. Men is vrij hetzelve op het bloote lichaam of op de onderkleederen te dragen. Wanneer men het verliest of als het door het dragen onbruikbaar is geworden, neemt men eenvoudig een nieuw scapulier, dat niet behoeft gezegend te worden ; want het is voldoende, dat men eenmaal in de broederschap wordt aangenomen.
AANHANGSEL.
Rozenkrans der Zeven Smarten van 0. L. Vrouw.
OORSPRONG.
Deze rozenkrans heeft zgn ontstaan te danken aan de Zeven H.H. Stichters van de Orde der cDienaren van Mariaquot;. Zij stelden op goddelijke ingeving dezen rozenkrans in, om den geloovigen eene gemakkelijke wijze te verschaffen van de zeven voornaamste Smarten van Maria te vereeren en hen aldus deelachtig te maken aan de hemelsche bescherming hunner Patrones.
Deze Smarten zijn :
1quot;°. De voorzegging van den grijsaard Simeon, die aan Maria voorspelt, dat een zwaard van droefheid haar hart zal doorboren.
2d^ De vlucht van Maria naar Egypte.
3d0. Het verlies van Jezus in den tempel.
4d°. De ontmoeting van Jezus beladen met Zijn kruis.
S15*. De kruisiging en dood van Jezus onder
â 28 â
de oogen van Zijne Moeder.
6do. De doorboring der zijde van Jezus en de nederlating van Zijn ontzield lichaam in den schoot van Maria.
7de. De begrafenis van Jezus, in tegenwoordigheid Zijner Moeder.
Deze rozenkrans bestaat uit zeven zeventallen, waarvan elk, éénmaal Onze Vader en zevenmaal Wees gegroet bevat. Terwijl men deze gebeden uitspreekt, moet men gelijktijdig de genoemde Smarten overwegen. Daarna bidt men driemaal Wees gegroet ter gedachtenis van de tranen der allerheiligste Maagd, om eene ware droefheid over zijne zonden te verkrijgen en de aflaten te verdienen.
Bemerking : Het is een vereischte, dat men onder het bidden van dezen rozenkrans genoemde Smarten opzegge en overwege. Wijl echter ongeletterde personen en zelfs zi) die meer onderwezen zijn, niet altijd in staat zijn om te overwegen, heeft Z. H. Leo XIII door een besluit van den 15en Mei 1886 verklaard, dat de aflaten, behalve die met een f geteekend zijn, ook kunnen verdiend worden door de geloovigen, die, om welke redenen dan ook, gedurende het bidden van
â 29 â
den rozenkrans, deze Smarten niet opzeggen noch overwegen, mits zij de overige voorwaarden vervullen. (1)
Aflaten (2).
Paus Benedictus XIII bij breve : tRedemptorig Domini*, van den 26en September 1724, vergunde :
I. Een aflaat van tweehonderd dagen voor ieder Onze Vader en voor ieder Weet gegroet, aan alle geloovigen, die. na waarlijk rouwmoedig te hebben gebiecht, of althans met het ernstige voornemen van te biechten, dezen rozenkrans bidden in de kerken van de Orde der Servieten.
II. Een aflaat van tweehonderd dagen aan eenieder, die dit godvruchtig werk, op welke plaats dan ook, verricht op de Vrijdagen, op alle dagen van de Vasten, op den feestdag en het octaaf der Zeven Smarten van de allerheiligste Maagd.
III. Een aflaat van honderd dagen, wanneer gemelde godvruchtige oefening buiten de kerk verricht wordt, op welken dag van het jaar dan ook.
(1) Beringer S. J. Les Indulg. t. I bl. 372. 10.
(2) Zie Suram. Indulg. bl. 6S0.
â 30 â
IV. Een aflaat van zeven jaren en zevenmaal veertig dagen, wanneer men den geheelen rozenkrans bidt hetzij alleen, hetzij met anderen.
Paus Clemens XII bij breve: lt;Unigeniti flii Deigt;, van den 12en December 1734, bekrachtigde bovengenoemde aflaten en voegde er nog de volgende bij :
V. Een aflaat van honderd jaren aan de ge-loovigen, die gemelden rozenkrans onmiddellijk hebben ontvangen van een kloosterling van de Orde der Servieten, telkens als zij dien, na waarlik rouwmoedig te hebben gebiecht of met het vaste voornemen van te biechten, godvruchtig bidden.
VI. f Een aflaat van honderd vijftig jaren, wanneer men dien godvruchtig bidt op de Maandagen, Woensdagen en Vrjjdagen en op de feestdagen van verplichting, mits men waarlijk rouwmoedig biechte, den rozenkrans op de bovenvermelde wijze ontvangen hebbe en dien bg zich drage.
VII. f Een aflaat van tweehonderd jaren aan alle geloovigen, die, na het gewetensonderzoek nauwkeurig verricht en met waar berouw gebiecht te hebben, genoemden rozenkrans god-
â 31 â
vruchtig bidden, en een gebed storten voor de verheffing van onze Moeder de EL. Kerk, voor de uitroeiing der ketterijen en voor de uitbreiding van het katholiek geloof.
VIII. Een aflaat van tien jaren aan hen, die een der genoemde rozenkransen bij zich hebben, dien dikwijls bidden, en na waarlijk rouwmoedig te hebben gebiecht en gecommuniceerd, de H. Mis bijwonen, of met vereischte aandacht het woord Gods aanhooren, of het allerheiligste Sacrament vergezellen, als het naar een zieke wordt gebracht, of den vrede herstellen tusschen vijanden, of zondaren tot boetvaardigheid brengen, ofwel met godsvrucht zevenmaal Onze Vader en zevenmaal Wees gegroet bidden, of eenig geestelijk of tijdelijk werk van barmhartigheid verrichten, ter eere van O. H. Jezus Christus, van de allerheiligste Maagd Maria of van hunnen beschermheilige.
IX. f Een vollen aflaat aan allen, die de godvruchtige gewoonte hebben, dezen rozenkrans viermaal elke week te bidden, eenmaal in het jaar op een dag naar verkiezing, waarop zij, na waarlijk rouwmoedig te hebben gebiecht en gecommuniceerd, dien met godsvrucht bidden.
â 33 â
X. Een vollen aflaat ééns in de maand aan hen, die hem een gansche maand dagelijks bidden, mits zij, na waarlijk rouwmoedig te hebben gebiecht en gecommuniceerd, bidden voor de verheffing van onze Moeder de H. Kerk, voor den vrede en de eendracht onder de christenvorsten en voor de uitroeiing der ketterijen.
Om gemelde aflaten te kunnen verdienen, is het een vereischte, dat de rozenkransen gewijd zgn door de oversten van de Orde der Servieten of door anderen van dezelfde Orde daartoe gemachtigd of wel, volgens eene vergunning van Paus Leo XIII, van den 19en Januari 1884, door een anderen priester, die daartoe de macht heeft ontvangen. (1)
Bemerkingen.
1. Al deze aflaten zijn toevoegelijk aan de geloovige zielen.
2. Om ze te verdienen is het niet noodig, het scapulier der Zeven Smarten te dragen.
3. Nog andere gunsten zijn verbonden aan de devotie der Zeven Smarten. Volgens den H. Al-
(1) Summ. Indulg. bi, 652.
phonsus de Liguorio «Heerlijkheden van Maria» (9de Redev.) heeft de Zaligmaker de volgende genaden beloofd aan hen, die deze godsvrucht beoefenen :
a). Degene, die Maria ter wille harer Smarten aanroept, zal de genade bekomen vóór zijn dood eene ware boetvaardigheid te doen voor alle door hem bedreven zonden.
b). In alle bekoringen, vooral in het uur des doods, zal God hem op eene bijzondere wijze bestaan.
c). Jezus zal hem eene bijzondere godsvrucht inboezemen tot Zijn heilig Lijden en hem daarvoor in den hemel beloonen.
d). De vereerders van Maria's Smarten zal onze Goddelijke Verlosser overgeven in de handen Zijner H. Moeder, opdat zij over hen heer-sche en beschikke volgens haar goedvinden en hun alle genaden verleene, welke zij verlangen.
TWEEDE AFDEELING.
Abt. I.
Instelling der aartsbroederschap van het Koordje van den H. Vader Franoiscus.
Deze aartsbroederschap (1) ingesteld te Assisië den 19en November 1585, door paus Sixtus V, werd in den jare 1604 door den Hoogeerwaarden Pater Pranciscus de Sousa, algemeen overste der Orde, opgericht in de Minderbroederskerk te Weert. (2)
Zg is ingesteld vooral om de volgende redenen :
1°. Om door het dragen van het koordje de gedachtenis aan het Lgden des Zaligmakers te vernieuwen.
2°. Om daardoor de goede gewoonte van dikwijls te biechten en te communiceeren, en het verrichten van andere godsdienstige werken
⢠Sinl-Franciscusquot; Zesde
(4) Breedvoerig beschreven in jaarg. bl. 42. â 104. 172 en 238. (2) Kloosterarchief.
.
â 35 â
wederom in gebruik te brengen.
3°. Opdat degenen, die in de wereld den moed niet hebben om in de Derde Orde van den H. Franciscus te treden, ten minste door het dragen van het koordje hem navolgen en aldus in de liefde Gods ontstoken zouden worden.
Aet. II.
Rtchten en verplichtingm van de leden der aartsbroederschap. (1)
I. Een vollen aflaat kunnen zg verdienen op den dag hunner inschijving, mits zij rouwmoedig gebiecht en godvruchtig de H. Communie ontvangen hebben.
II. £len vollen aflaat op den voornaamsten feestdag der aartsbroederschap (2) van de eerste vespers tot zonsondergang, mits zy rouwmoedig biechten, godvruchtig commuuiceeren, de kerk of kapel der aartsbroederschap bezoeken en daar aandachtig bidden tot de gewone doeleinden.
III. Een vollen aflaat ia het uur des doods,
(11 Summ. ladulg. 23. bl. 432.
(2) Derde Zondag na Paschen, Bescbermfeest van den H. Josapb. 3,
â 36 â
mits zfl rouwmoedig gebiecht en godvruchtig de H. Communie ontvangen hebben, of zoo zy dit niet kunnen, rouwmoedig en godvruchtig den zoeten naam Jezus met den mond, indien cM kan, of anders met het hart aanroepen.
IV. Een aflaat van drie jaren en driemaal veertig dagen, wanneer zij de maandelijksche processie der aartsbroederschap bijwonen.
V. Een aflaat van honderd dagen, wanneer zij de getijden der H. Maagd Maria of welke andere ook, die door de leden der â quot;aartsbroederschap gelezen worden, bijwonen. ^ ^ ^
VI. Een aflaat van vijf jaren 'en 'vijfmaal veertig dagen, wanneer zij het fi. Sacrament naar de zieken vergezellen. .v vgt;
Vil. Een aflaat van zeven j^reri quot;en. zej'pn-maal veertig dagen van de eerste vespers tot zonsondergang op de feestdagen van den H. Vader Franciscus (4 Oct.,), van derf H. Antortias van Padua (13 Juni), van den H. Bonaventura (14 Juli), van den H. Ludovicus, Bisschop (19 Aug.), van den H. Bernardinus (20 Mei) en van de H. Clara (12 Aug.), alsmede van de H. Wond-teekenen des H. Vaders Franciscus (17 Sept.), van den H. Didacus (12 Nov.), van den H. Pe-
â 37 â
trus van Alcantara (19 Oct.), van de Eerste H. H. Martelaren der Orde (16 Jan.), van den H. Ludovicus, Koning van Frankrijk (25 van de H. Elisabeth, Koningin van Hot^garfl^ (16 Nov.), mits zij rouwmoedig biechten, godvruchtig communiceeren en bidden tot inLentie der H. Kerk. ^
VIII. Een aflaat van honderd dagen, zoo dikwijls zij de lichamen van overledenen, hetzi] van medeleden, hetzij van andereu naar de begraafplaats vergezellen, of een arme in zijn nood bijstaan, of de verzoening van vijanden bewerken.
IX. Een vollen aflaat elke maand op den Zondag, dat de processie van de ' aartsbroederschap gehouden wordt, mits zij rouwmoedig, biechten, godvruchtig com munice^r.eu, de processie bijwonen en bidden tot intentie der H. Kerk.
X. Een vollen aflaat op den 2en Augustus van de eerste vespers tot zonsondergang, mits zij rouwmoedig biechten, godvruchtig communiceeren, de kerk der aartsbroederschap bezoeken en daar aandachtig bidden tot de gewone doeleinden.
â 38 â
XI. Aan de leden dezer aartsbroederschap zijn verder verleend al de aflaten, welke aan de aartsbroederschap van den Standaard der H. Maagd, in de kerk der H. Lucia te Rome opgericht, geschonken zijn, alsook die, welke aan de Minderbroeders rechtstreeks zijn gegeven, en die, welke zij in 't algemeen als Regulieren genieten.
XII. Krachtens verschillende pauselijke bullen kunnen alzoo de leden benevens andere aflaten aan de Orde der Franciscanen verleend, ook de aflaten verdienen, welke verbonden zijn aan het bidden van den rozenkrans der Zeven Vreugden van Maria (het kroontje (1)), aan het houden van de statie van het Allerheiligste Sacra-â¢nent des Altaars (2), aan het bidden van den
kruisweg. Deze aflaten kunnen worden verdiend,
(1) Aan dit kroontje is door de pausen Leo X en Paulus V een volle aflaat verbonden. Deer. Aulli. nu 41'2 bl. 363 en het Ibde Suium. Indulg. no 34 bl. 394.
(2) Statie van bet Allerlieiligsle Sacrament, dat is, telkens als zij -/.esniaal Ome Vader, zesmaal Wees gegroet en zesmaal Glorie zij den Vader enz. bidden, kunnen zij de aflaten verdienen, uie gsbeebi zijn aan de statiën van Rome en aan bet godvrucluig bezoek van Portiunoula, der H. H. Plaatsen van Jerusalem en der kerk van Sint-Jacobus te Compostella. Maxentius Deforce. Voll. Handb. '2de Uitg. bl. 255. 8.
zoo dikwijls (1) de leden de gebeden in staat van gratie verrichten, en kunnen ook worden toegevoegd aan de geloovige zielen in het vagevuur.
XIII. Evenzoo kunnen de leden, welke hun kapel in een kerk der Orde of alwaar hun broederschap is opgericht, godvruchtig bezoeken en daar met aandacht bidden tot de gewone intentie, dezelfde aflaten verdienen, die verleend zgn aan hen, die in Rome of daarbuiten op de gewezen statiedagen (2) de kerken bezoeken.
XIV. De leden, die voor het altaar hunner kerk vijfmaal het gebed des Heeren en vijfmaal de groetenis des engels bidden, of, die, wanneer zy wezenlijk wegens den afstand, ziekte of anderszins belet zijn hun kapel te bezoeken, ergens anders vijfmaal Onze Vader, vjjfmaal Wees gegroet en vijfmaal Glorie zij den Vader enz. bidden ter eere der Vijf Wonden van Jezus Christus en van onzen H. Vader Franciscus, kunnen verdienen- een aflaat van vijf jaren en vjjfmaal veertig dagen.
(4) Zoo dikwijls, doch slechts éénmaal op eiken dag.
Père Libert. Manuel compl. 1892. bl. 266. Noot.
(2) Statiedagen zie bl. 14 en Rescr. Auth. N0. 313 bl. 239,
â 40 â
VOORRECHTEN.
De leden der aartsbroederschap kunnen nog de volgende voorrechten genieten :
1°. Het voorrecht van den pauselijken zegen op den feestdag van de Onbevlekte Ontvangenis (8 Dec.) ; aan dien zegen is een volle aflaat verbonden voor de leden, die rouwmoedig gebipcht en godvruchtig gecommuniceerd hebben en bidden tot intentie van Z. H. den Paus. (1) . ; N.B. Deze zegen wordt vóór hejt Lof gegeven. 2°. Het voorrecht der generale Absolutie in het uur des doods. (2) , . _
3°. Vollen aflaat en het voorrecht van deel-, achtig gemaakt te worden aan de goede werken, die in de Derde Orde geschieden, op de feestdagen van den H. Pranciscus (4 October), van den H. Antonius van Padua (13 Juni), van de H.. Clara, Maagd (12 Augustus) en van de H.H. Wondteekenen des H. Vaders Franciscus (17 September). (3)
â 41 â
N.B. Het deelachtig maken geschiedt op deze feestdagen na het Lof.
Bemerkingen.
De pauselijke zegen kan slechts gegeven worden aan de vergaderde leden, en niet aan een of eenigen afzonderlijk. Ditzelfde valt op te merken omtrent het deelachtig maken aan de goede werken.
De pauselijke1 kegen moet gegeven worden op de wijze door Z. H. Benedictus XIV voorge-sefaieven, en die te vinden is in de Deer. Auth. Appeod. XXI,1' bi.-'489 en Rit. Rom. â Seraph. bl.:28. â¢â¢ v. J-'
Het'deelachtig''tilaken aau de goede werken geschiedt door den gemachtigden priester in zgn toga of kloosterhabijt zonder stola, met de woorden «Communicamus enz.» (1): Broeders, wij maken u deelachtig aan de gebeden, vasten, missen ea, aan de overige goede werken, die met Gods genade in onze Congregatie en Orde geschieden, in naam des Vaders en des Zoons en des H. Geestes. Amen.
1
Rescf. Aiuh. Append, no 440 bl. 675 â Deer. Autb. no 127 bl. Ii3 en RU. Rom. â Seraph, bl. 145.
â 42 â
Art. III. V 0 OHWAARD E N.
Om deze aflaten, gunsten en voorrechten te verdienen, wordt vereischt:
1°. Dat men het koordje heeft ontvangen van een priester, die tot het uitdeden gemachtigd is.
2°. Dat men zijn naam in het register der aartsbroederschap heeft doen inschrijven.
3°. Dat men het gewijde koordje om de lendenen draagt.
Daarenboven is het raadzaam en gebruikelyk, doch geen noodzakelijk vereischte, dagelijks zesmaal Ome Vader, zesmaal Wees gegroet en zesmaal Glorie zij den Vader enz. te bidden.
Bemerkingen.
Ook de leden der Derde Orde van 0. H. Vader Franciscus kunnen deelnemen aan deze aartsbroederschap. Zij ook moeten zich met het koordje laten omgorden en hun naam in het register doen inschrijven. Daarenboven is het ten minste raadzaam, dat zij tevens dit koordje dragen, ten einde met volkomen zêkerheid de aflaten
â 43 â
der aartsbroederschap te kunnen verdienen. (1)
Wanneer het koordje versleten is, schaft men zich een ander aan, zonder zich op nieuw te laten omgorden en inschreven; 't is echter passend, dat ook het nieuwe koordje gewjjd zij.
Het koordje behoeft niet op het bloote lichaam gedragen, noch des nachts omgehouden te worden ; maar 't is voldoende, dat het gewoonlijk des daags onder de kleederen gedragen worde.
(1) Nouv. Rev. Théol. Tom. XXIV. (1892) bl 676.
AANHANGSEL.
Rozenkrans der Zeven Vreugden van 0. L. Vrouw.
lièÃA'' ONDER DEN NAAM VAN :
iac 7 - K f
het Serafijnsch Kroontje.
O O R S P R O N G.
Deze rozenkrans (1) door de H. Maagd zelve geleerd, omstreeks het jaar 1422, aan een novice van de Orde der Minderbroeders, werd zoo algemeen in die Orde, dat de kloosterlingen van beider geslacht dezen rozenkrans niet slechts aan het koord dragen, maar ook geen dag laten voorbijgaan zonder hem godvruchtig te bidden. Van de Orde werd hij verspreid over de wereld ; de H. Kerk keurde deze oefening goed en de hemel toonde door menigvuldige wonderen, hoe welgevallig dit gebed aan Maria is.
(i) Breedvoerig beschreven in »Sint Franciscusquot; Zesd« Jaarg. bl. 340.
â 45 â
Men noemt dezen rozenkrans het kroontje van O. L. Vrouw, om daardoor zijne verhevenheid te kennen te geven ; het Serafijnsch kroontje, om dat het door de H. Maagd aan een kind van den Serafijnschen Vader geleerd werd ; en eindelek het kroontje der Zever» Vreugden ter oorzake van de bigde geheimen, welke het ter overweging voorstelt.
Deze geheimen zijn :
'iel,l\r De'boodsehap des Engels aan Maria. -2^/ Het bezoek Van Maria aan hare nicht;
Misarbethi- 1 1 â â ......
3de. De geboorte van Christus. 4d'. De aanbidding der Wijzen.
5de. De wedervinding van het kind Jezus in den tempel.
6,1lt;' De verrgzenis van Christus.
De 'kronifig van Maria in den hemel. quot;Dit kroontjé'beSt^at uit zeven tientjes, waarvin élk èeütnaal 'Onze Vader en tienmaal Wee* gegroet bevat daafna bidt men eenmaal Onze Vader en Wees gegroet voor Z, H. den Paus. Het is gebruikelijk, doch geen vereischte, na ieder tienje Glorie zij den Vader enz. te bidden. Ook is het niet noodig, dat het kroontje gewgd
â 46 â
zij. Men mag het bidden aan elk ander rozenhoedje ; doch men moet, terwgl men de gebeden uitspreekt, gelgktgdig de genoemde Vreugden overwegen. Dit alles blgkt uit de Deer. Auth. n0 412 hl. 363, het 15de Summ. Indulg. nquot; 34 bl. 394, en andere meer algemeene besluiten van de H. Congregatie der Aflaten.
Aflaat.
Aan dit kroontje is door de pausen Leo X en Paulus V een volle aflaat verbonden. Deer. Auth. nquot; 412 bl. 363 en het 15de Summ. Indulg. n0 34 bl. 394.
Bemerkingen.
Deze volle aflaat is toevoegelijk aan de geloo-vige zielen (1) en kan door de leden der Eerste en Tweede Orde, alsmede door de Religieuze Derde Orde en de leden van het Koordje verdiend worden, doch slechts éénmaal op eiken dag (2).
(1) Père Libert. Haausl cornpl. 1892 bl. 276. (5) Dezelfde bl. 266 Noot.
â 47 â
Biechten en communiceeren is niet voorgeschreven om aan den aflaat deelachtig te worden. Het is voldoende het kroontje in staat van genade te bidden en onder het bidden genoemde Vreugden te overwegen.
Overzicht der volle aflaten verleend aan de broederschap van 0. L. Vrouw der Zeven Smarten en aan de aartsbroederschap van het Koordje van den K. Vader Franciscus.
Bemerking. In deze lijst beteekenen de letters B en A, broederschap en aartsbroederschap, te weten :
ö. Broederschap der Zeven Smarteu. A. Aartsbroederschap van het Koordje.
Eenmaal in 't leven.
1. Op den dag, dat men het scapulier of koordje ontvangt. H en A.
Voorwaarden : Biecht en Communie.
2. In het uur des doods. 15 en A.. Voorwaarden; Biecht en Communie, indien
mogelijk ; zoo zij deze niet kunnen verrichten, aanroeping van den Zoeten Naam Jezus, zoo mogelijk met den mond of anders met het hart.
â 49 â
Eiken dag.
1. Eenmaal te verdienen voor het verrichten â der statiefgebeden, dat is, vijfmaal Ome Vader, iRijftnaal Wees gegroet en vijfmaal Glorie zij den Vader enz. voor de noodwendigheden der H. Kerk en éénmaal volgens de meening van Z. H. A..
Bemerking. Om dezen aflaat te verdienen worden biecht en Communie niet vereischt ; ook is het niet noodig^ het voorgeschreven gebed te verrichten in eene kerk of openbare kapel (1). ,
2. Eenmaal te verdienen voor het bidden van het kroontje. A.
Bemerking. Biecht en Communie zijn geen â¢véreischte ; -t is voldoende het kroontje in sfaat van-genade te bidden en onder het bidden de geheimen te overwegen.
f quot; ' 1 Elke maand. *
1. Op den Zondag, dat de processie der broederschappen gehouden wordt. B en A-
Voorwaarden : Biecht, Communie, de processie bijwonen en bidden tot intentie der H. Kerk.
2. Op een Vrijdag naar verkiezing. B.
1
Zie «Souv. Kev Théol.. Tom. XV, (1883) 11.376. 16.
â 50 â
Voorwaarden : Biecht, Communie, bezoek der parochiekerk, als daar het H. Sacrament is uitgesteld ter eere van O. L. Vrouw der Zeven Smarten en ter gedachtenis van het Lijden van onzen Heer Jezus Christus, en eenig gebed voor de noodwendigheden der H. Kerk.
ELK JAAR.
o» feeatea egt; dagen, die niet op «â¢â â â bepaaldea dal ana Uanaea aangegevaa wordea.
1. Op Passiezondag. B.
Voorwaarden; Biecht, Communie, bezoek der kerk, waarin de broederschap is opgericht, daar de Zeven Smarten der H. Maagd en vooral het Lgden van onzen Heer Jezus Christus overwegen en eenig gebed storten voor de noodwendigheden der H. Kerk.
2. Op Vrijdag na Passiezondag. B. Voorwaarden: Biecht, Communie, bezoek der
parochiekerk en eenig gebed voor de noodwendigheden der H. Kerk.
3. Op Witten Donderdag. lï en Al* Statie-aflaat. Voorwaarden : Biecht, Communie, bezoek der
kerk, waarin de broederschap is opgericht, en eenig gebed voor de noodwendigheden der FL Kerk.
4. Op Paaschdag. B.
Voorwaarden : Biecht, Communie, bezoek der parochiekerk, zevenmaal Ome Vader en zevenmaal Wees gegroet of de vespers der overledenen bidden, en eenig gebed voor de noodwendigheden der H. Kerk.
5. Op Paaschdag. B. en A. Statie-aflaat.
Voorwaarden : Biecht, Communie, bezoek der
kerk, waarin de broederschap is opgericht, en eenig gebed voor de noodwendigheden der H. Kerk.
6. Op den derden Zondag na Paschen, I3e-schermfeest van den H. Joseph, hetwelk de voornaamste feestdag is der beide broederschappen. B. en -A..
Voorwaarden : Biecht, Communie, bezoek der kerk, waarin de broederschap is opgericht, en eenig gebed voor de noodwendigheden der H. Kerk.
7. Op Hemelvaartsdag. B. en A.. Statie-aflaat.
Voorwaarden : Biecht, Communie, bezoek der
4.
â 52 â
Kerk, waarin de broederschap is opgericht, en eenig gebed voor de noodwendigheden der U. Kerk.
8. Op H. Sacramentsdag. B.
Voorwaarden : Biecht, Communie, bezoek der
parochiekerk en eenig gebed tot intentie van Z. EL
9. Op een der zeven dagen vóór of na het feest van O. L. Vrouw der Zeven Smarten. B»
Voorwaarden : Biecht, Communie, bezoek der parochiekerk en eenig gebed voor de noodwendigheden der H. Kerk.
10. Op den derden Zondag van September,
â feestdag van O. L. Vrouw der Zeven Smarten. B.
Voorwaarden : Biecht, Communie, bezoek der parochiekerk, zevenmaal Ome Vader en zevenmaal Wees gegroet of de vespers der overledenen bidden, en eenig gelied voor de noodwendigheden der EL. Kerk.
11. Op den derden Zondag van September,
â feestdag der Zeven Smarten van Maria â voor alle geloovigen, zoo dikwijls te verdienen, als zy de kerk der broederschap zullen bezoeken. B.
Voorwaarden : Biecht, Communie, bezoek der
â 53 â
kerk, waarin de broederschap is opgericht, en daar telkens bidden tot intentie van Z. H. (1)
12. Op den eersten werkdag na Allerzielendag, wanneer het plechtig jaargetij gehouden wordt voor de overledene broeders en zusters der broederschap. B.
Voorwaarden: Biecht, Communie en bezoek der parochiekerk.
13. Op een dag gedurende het Gebed van veertig uren, mits het H. Sacrament al dien tijd blijve uitgesteld. B.
Voorwaarden : Biecht, Communie, bezoek der parochiekerk en esnig gebed voor de noodwendigheden der H. Kerk.
Volle aflaten op bepaalde dagen.
Februari.
11 Febr. De Zeven H. H. Stichters van de Orde der Servieten. B.
Voorwaarden : Biecht, Communie, bezoek der parochiekerk en eenig gebed voor de noodwendigheden der H. Kerk.
(1) Nouv. Ilev. Théol.» Tom. XXI, (1889) bl. 476.
_ 54 â
4»
April.
30 April H. Peregrinua Latiosi. B.
Voorwaarden : Biecht, Communie, bezoek der parochiekerk en eenig gebed voor de uoodwen-heden der fl. Kerk.
Juni.
13 Juni H. Antonius van Padua. A.
Voorwaarden : Biecht, Communie en eenig gebed tot intentie van Z. H
19 Juni H. Juliana van Palconië. B.
Voorwaarden : Biecht, Communie, bezoek der parochiekerk en eenig gebed voor de noodwendigheden der H. Kerk.
Augustus.
2 Aug. Kerkwijding van de basiliek, genaamd Maria der Engelen of Portiuncula. A..
Voorwaarden: Biecht, Communie, bezoek der kerk, waarin de aartsbroederschap is opgericht, en eenig gebed voor de noodwendigheden der H. Kerk.
12 Aug. H. Clara. A..
Voorwaarden : Biecht, Communie en eenig gebed tot intentie van Z. H.
15. Aug. Ten-hemelopneraing van Maria. B.
Voorwaarden : Biecht, Communie, bezoek der parochiekerk, zevenmaal OmeVader en zevenmaal Wees gegroet of de vespers der overledenen bidden, en eenig gebed voor de noodwendigheden der H. Kerk.
23 Aug. H. Philippus Beniti. H.
Voorwaarden : Biecht, Communie, bezoek der parochiekerk en eenig gebed voor de noodwendigheden der H. Kerk.
September.
8 Sept. Geboorte van Maria. B.
Voorwaarden : Biecht, Communie, bezoek der parochiekerk, zevenmaal Onze Vader en zevenmaal Wees gegroet of de vespers der overledenen bidden, en eenig gebed voor de noodwendigheden der H. Kerk.
17 Sept. H. H. Wondteekenen van den H. Vader Franciscus. A.
Voorn-aarden : Biecht, Communie en eenig gebed tot intentie van Z. H.
â 56 â
October.
4 Oct. H. Vader Franciscus. A.
Voorwaarden : Biecht, Communie en eenig gebed tot intentie van Z. H.
December.
8 Dec. Onbevlekte Ontvangenis der H. Maagd Maria. A..
Voorwaarden Biecht, Communie, bi] den pau-selijken zegen in de kerk, waarin de aartsbroederschap is opgericht, tegenwoordig zijn, en eenig gebed tot intentie van Z. H.
16 Dec. Op den eersten dag der noveen voor
Kerstmis, 15. en
24 Dec. Op den laatsten dag der noveen voor Kerstmis. B.
Voorwaarden : Biecht, Communie en bij de gebeden der noveen in de parochiekerk tegenwoordig zijn.
25 Dec. Gedurende den dag van Kerstmis. B. en A. Statie-aflaat.
V«orw(iarden : Biecht, Communie, bezoek der kerk, waarin de broederschap is opgericht, en eenig gebed voor de noodwendigheden der H. Kerk.
Over de H. H. Aflaten en de algemeene voorwaarden om ze te verdienen.
De aflaten worden hoofdzakelijk onderscheiden in volle en gedeeltelijke.
Een volle aflaat is de algeheele kwijtschelding der tijdelijke strafien, die men heeft ingeloopen door zonden, welke, wat de schuld en eeuwige straf betreft, reeds vergeven zijn.
Een gedeeltelijke aflaat is de kwijtschelding van slechts een deel dier straffen. Zoo zijn er aflaten van veertig, van honderd, van vijfhonderd dagen enz. Volgens het algemeen gevoelen der godgeleerden beteekent dit, dat men door zulke aflaten kwijtschelding bekomt van zooveel tijdelijke straffen hier op aarde of' in het vagevuur, als men zou bekomen hebben met eene boetpleging te doen van veertig, honderd, vijfhonderd dagen enz. volgens de voorschriften, die in de eerste tijden der H. Kerk moesten worden onderhonden door hen, wien boetedoening werd opgelegd.
Volgens de leer der H. Kerk kunnen de aflaten ook toegepast worden op de zielen in het
â 58 â
vagevuur, doch slechts die aflaten, welke door het kerkelijk gezag toepasselijk verklaard zijn.
1. Tot het verdienen van eiken aflaat, hetzij vollen of gedeeltelijken, worden de volgende al-gemeene voorwaarden vereischt:
1°. Men moet in staat van genade zijn, ten minste op het oogenblik, dat het laatste werk, voor den aflaat vereischt, wordt volbracht. Racc. bl. XVI (1).
Bij het verleenen der gedeeltelijke aflaten wordt gewoonlijk de Biecht niet voorgeschreven, maar in plaats daarvan als voorwaarde aangegeven ; ten minste met een rouwmoedig hart, hetwelk volgens eene verklaring der H. Congregatie der Aflaten (Deer. Auth. 427. bl. 382) beteekent, dat voor het verdienen van gedeeltelijke aflaten ook de staat van genade vereischt wordt. Wie derhalve reeds in staat van genade is, behoeft geen akte vau berouw te verwekken ; doch wie in staat van doodzonde verkeert,
(1) Raccolla of Verzameling van gebeden en godvruchtige werken, aan welke de pausen aflaten heblien verbonden. Maastricht. 1884 â
â 59 â
moet zich eerst met God verzoenen, ten minste door een volmaakt berouw met den ernstigen wil van te biechten. (Deer. Auth. 427. bl. 382.)
2°. Men moet ten ininste de algemeene mee-ning hebben om de aflaten te verdienen. Racc. bl. XVI.
Het is echter geen vereischte, dat die meening worde uitgedrukt bi] het verrichten der voorgeschreven werken ; er wordt over het algemeen zelfs niet vereischt, dat men kennis drage van den verleenden aflaat. Voldoende wordt geacht, dat men b. v. 's morgens bet voornemen maakt van alle aflaten te verdienen, welke gedurende den dag kunnen worden verdiend, en dat men ze tevens bestemme voor zich zeiven of ze toepas-se op eene enkele of op meerdere bepaalde of in 't algemeen op alle geloovige zielen in het vagevuur.
3°. Men moet persoonlijk en godvruchtig alle opgelegde werken volbrengen op den aangegeven tijd en op de wijze, welke het doel vordert, en zooals dit in de breve der vergunning staat uitgedrukt. Racc. bl. XVII.
De werken, die men reeds krachtens eene andere verplichting moet volbrengen, zijn in den regel
â 60 â
niet voldoende om de aüaten te verdienen; aldus kan een priester b. v. door middel der kerkelijke getijden niet voldoen aan de gebeden tot het verdienen der aflaten door den paus voorgeschreven. (Deer. Auth. 291. 2. bl. 256.)
II. De werken, die gewoonlijk worden voorgeschreven om een vollen aflaat te verdienen, zijn: de Biecht, de H. Communie, het bezoek eener kerk of van eene openbare bidplaats en godvruchtige gebeden. Racc. bl. XX.
1. Wanneer de Biecht tot het verdienen van een vollen aflaat wordt voorgeschreven, dan is zij voor allen verplichtend, al zijn zij zich ook van geene doodzonde bewust; het is echter geen vereischte, dat zij, die slechts dagelijksche zonden te biechten hebben, de abtiolutie ontvangen. Deer. Auth. 214 bl. 190.-253. bl. 228.-295 bl. 260â359 bl. 308.
Zij, die de loflelijke gewoonte hebben ten minste eens in de week, zoo zij niet door een wettig beletsel verhinderd zijn, hun biecht te spreken en sinds de laatste biecht zich niet, aan doodzonde hebben schuldig gemaakt, kunnen alle aflaten verdienen, welke in die week voorkomen, zonder opnieuw te biechten. Deer. Auth. 231. bl. 206.
â 61 â
Volgens een later besluit der H. Congregatie der Aflaten strekt zich dit voorrecht uit tot alle plaatselijke en persoonlijke aflaten, ja zelfs tot den aflaat van Portiuncula. Kescr. Auth. 363 bl, 277 â Deer. Auth. 364 bl. 313 â.
2. De H. Communie moet waardig ontvangen worden, dat is, men moet in staat van genade tot de Tafel des Heeren naderen.
Wanneer een aflaat ook aan eene bepaalde kerk is verbonden, mag men toch de H. Communie ontvangen in eene kerk naar verkiezing, tenzij het tegenovergestelde uitdrukkelijk wordt voorgeschreven. Racc. bl. XXIII.
Men kan door de H. Communie in den paasch-tijd on voldoen aan het gebod der H. Kerk èn een of meer volle aflaten op dien dag verdienen, uitgezonderd den Jubiléâaflaat. Deer. Auth. 327. bl. 280.
Door dezelfde Biecht en H. Communie kan men op één dag meerdere volle aflaten verdienen, al zijn ook voor elk dezer de Biecht en Communie voorgeschreven, mits men de andere voorwaarden voor eiken aflaat vervulle. Deer. Auth. 291. bl. 256â399 bl. 352.
Alhoewel de voorgeschreven werken moeten
â 62 -
volbracht worden op den dag zeiven, dat is, van middernacht tot middernacht, zoo de aflaat niet met de eerste vespers begint, kan toch de Biecht alleen, zoowel als de Biecht met de Communie, geschieden op den dag, welke onmiddellijk voorafgaat aan dien, waarop de aflaat is vergund. Deer. Auth. 426. bl. 381-434 hl. 374.
3. Het kerkbezoek bestaat hierin, dat men uit beweegredenen van geloof en godsdienst eene heilige plaats bezoekt om daar God te vereeren, hetzij in Zich zeiven, hetzij in een Zijner heiligen. Racc. bl. XXUL
Het kerkbezoek is tot het verdienen der volle aflaten niet noodig, indien het niet uitdrukkelijk wordt voorgeschreven. Racc. bl. XXIV.
Wordt in de breve der vergunning de kerk aangewezen, dan moet het bezoek noodzakelijk in die kerk geschieden ; doch wordt slechts gezegd : mits men eene kerk bezoeke of iets derge-lijks, dan kan het kerkbezoek gedaan worden in elke kerk of openbare bidplaats. Racc. bl. XXIV.
Wanneer men op denzelfden dag meerdere volle aflaten wil verdienen, waarvan voor ieder afzonderlijk, het kerkbezoek vereischt wordt, is het niet voldoende slechts éénmaal de kerk of bidplaats bin-
â 63 â
nen te treden en daar dan zooveel langer te bidden; maar ingevolge het dekreet van den 29en Febr. 1864 (Deer. Auth. 399 bl. 352) moet men zoo dikwijls de kerk bezoeken, als reen aflaten wenscht te verdienen. Daarbij is het noodig, dat men na ieder bezoek de kerk verlaat, om er daarna opnieuw binnen ie treden Deer. Auth. 399 bl. 352.
Uit eene verklaring der H. Congr. der Aflaten van den 19en Mei 1759 (Deer. Auth. 214 bl. 190) blijkt, dat het kerkbezoek zoowel vóór, als na het volbrengen der andere godvruchtige werken kan gedaan worden.
Paus Pius IX verleende door een dekreet van den 18ea Sept 1862 (Deer. Auth. 393 bl. 346.) aan alle geloovigen, die door eeno sleepen-de ziekte, eene voortdurende kwaal of een blijvend lichamelijk beletsel niet in staat zijn hun huis te verlaten, de gunst om alle reeds verleende volle aflaten, alsmede die, welke in de toekomst door de pausen zullen worden toegestaan, te kunnen verdienen, mits hun biechtvader, in plaats van de H. Communie en het voorgeschreven kerkbezoek, hun eecig ander godvruchtig werk oplegge. Deze verandering kan geschieden betrekkelijk die aflaten, welke zij in hunne
â 64 â
woonplaats kunnen verdienen.
4. De godvruchtige gebeden moeten geschieden volgens de intentie van Z. FT den Paus of voor de gewone doeleinden.
Het is echter niet noodig deze intentie uitdrukkelijk te maken, men behoeft ze zelfs niet eens te kennen, het is voldoende, dat men bidt volgens de intentie van Z. H. den Paus.
Indien er geen bepaald gebed is voorgeschreven, beschouwt men in het algemeen als voldoende, dat men vijfmaal Onze Vader en vijfmaal Wees gegroet godvruchtig bidt. Wanneer het kerkbezoek vereischte is, moet het voorgeschreven gebed daar worden verricht, waar het bezoek volgens voorschrift moet geschieden.
De tijdruimte, waarin genoemde voorgeschreven werken moeten verricht worden, noemt men den tijd van den aflaat.
Indien het stuk der vergunning den aflaat uitdrukkelijk toestaat van de eerste vespers, dan duurt de tijd van den aflaat van 's namiddags
â 65 â
vóór den feestdag omstreeks half drie, (l) tot deiv ondergang der zon, dal is, tot de avondschemering van den feestdag zei ven Racc. bl. XXI7.
Is dit echter niet uitdrukkelijk toegestaan, dan duurt de tijd van den aflaat van middernacht tot middernacht van den feestdag zeiven. Deer. Auth. 434 bl. 394.
Zoo dikwijls een volle aflaat is toegestaan op alle feestdagen des Heer en, moet men door deze woorden de voornaamste feestdagen verstaan : Kerstmis, de Besnijdenis des Heeren, Driekoningen, Paschen, 's-Heeren Hemelvaart en Sacramentsdag. Op gelijke wijze, wanneer een volle aflaat is toegestaan op alle feestdagen der allerheiligste Maagd Maria, worden hierdoor bedoeld hare voornaamste feesten, namelijk, de Onbevlekte Ontvangenis, de Geboorte, do Boodschap, de Zuivering en de Ten-hemelopneming. Racc. bl. XXX
Volgens een dekreet van den 9en Aug. 1852 (Deer. Auth. 360 bl. 309), worden alle aflaten, die reeds verleend zijn of' nog zullen verleend
(1) S. Congr. Ep. el Reg. quot;2quot;2 Sept. 1769. Nouv. Rev, Théol. Tom. VIII, (1876) bl. 27S.
lt;â t
â lt;56 â
worden voor zekere feestdagen of voor kerken, ter gelegenheid dezer feestdagen, verschoven met de solemniteit of plechtige viering dier dagen.
1
kei ha va de
â w
d
LOTWOORD.
Door het verleenen van zoo talrijke en gemakkelijk te verdienen aflaten, noodigt de H. Kerk hare kinderen uit om er een veelvuldig gebruik van te maken. Daardoor hoopt zij in vele harten de liefde tot de smartvolle Moeder Maria en de godsvrucht tot den H. Vader Franciscus op te wekken en te vermeerderen.
Maar moeten wij dan geen maat weten te houden, moeten wij alle oefeningen ter hand nemen, in alle broederschappen ons laten inschrijven, waaraan aflaten verleend zijn op het gevaar af van ons in de oogen van anderen bespottelijk te maken ?
Wij antwoorden met den H. Franciscus van Sales : «Laat u gaarne in die broederschappen opnemen, welke in de plaats, waar gij woont, bestaan en voornamelijk in die, welker oefeningen het meeste voordeel en de grootste stichting bewerken.» (1).
(1) Inl. tot een Godvr. Leven. I. 15. S.
Trachten wij dagelijks zooveel mogelijk aflaten te verdienen, zoo voor ons zeiven als voor de ge-loovige zielen, vooral echter, als wij tot de H.H. Sacramenten naderen. Volgen wij den raad van den fl. Alphonsus en vernieuwen wij eiken morgen de meening van aan alle aflaten, welke men dien dag kan verdienen, deelachtig te worden.
Herinneren wij ons daarenboven, dat de goede werken, die met aflaten verrijkt zijn, zelve nog grooteren schat bevatten. Niet slechts delgen zij onze schuldenstraf, maar doen ons ook in genade toenemen, vermeerderen onze verdiensten en verwerven ons eene grootere glorie in den hemel.
DERDE AFDEELING.
Aet. 1.
Over de Vereenigingen, welke uit beide broederschappen ontstaan zijn.
Uit de ledea der broederschap van O. L. Vrouw der Zeven Smarten is, den len Januari 1645, in de kerk der Paters Minderbroeders te Weert door den Zeereerwaarden Pater Gardiaan Maximinus Gerardi, met goedkeuring van den Hoogeerwaarden Pater Provinciaal Simon Jor-dens eene vereeniging gevormd voor ongehuw-den (1). Ditzelfde geschiedde voor de leden van de aartsbroederschap van het Koordje, den len Augustus 1649, door den Zeereerwaarden Pater Gardiaan Arnoldus a Castaert, met toestemming van den Hoogeerwaarden Pater Provinciaal Jacobus de Riddere, Deze vereeniging bestaat alleen uit gehuwden (2).
Deze vereenigingen hebben voornamelijk ten doel den bloei der broederschappen te bevorderen ;
(1) Kloosterarchief.
(2) ld.
waarom dan ook de leden worden aangemaand, om zooveel mogelijk bij de maandelijksche en andere processiën, die gedurende het jaar geschieden, tegenwoordig te zijn en door eene jaarlgk-sche bijdrage het bestuur dezer vereenigingen in staat te stellen, om door het aanschaffen van kerksieraden aan deze processiën en H.H. Missen meer luister bij te zetten, ten einde daardoor den uitwendigen eeredienst van den allerhoogsten God zooveel mogelijk op te luisteren en tevens de overige geloovigen aan te sporen om aan een zoo godsdienstig werk deel te nemen.
Deze beide vereenigingen worden, wat het gel-delflk beheer betreft, als eene enkele beschouwd ; dientengevolge zorgen zij onderling voor elkanders instandhouding en bloei.
â 71 â
Art. II.
Over het aannemen der leden en hunne verplichtingen.
1°. Dewijl, gelijk zoo even gezegd is, deze vereenigingen juist ten doel hebben, de broederschappen uit te breiden, worden in de vereeniging alleen zij aangenomen, die vooraf ten minste in een der broederschappen zijn ingeschreven of alsdan ingeschreven worden. Ongehuwden worden gewoonlijk èn in de broederschap der Zeven Smarten, èn in de aartsbroederschap van het Koordje opgenomen, opdat zij bij het aangaan van een huwelijk, dan als vanzelf overgaan in de vereeniging voor de gehuwden. Dezen echter, zoowel als genen, kunnen zich naar verkiezing in eene of in beide broederschappen laten inschrijven.
2°. Wanneer aan dit hoofdvereischte voldaan is, doet de Eerw. Pater Bestuurder den naam in het register opteekenen door den secretaris en tevens in eene daartoe bestemde naamlijst plaatsen.
3°. Tot bestrijding der onkosten van kaarsen enz. alsmede van de H.H. Missen, welke voor de leden dezer vereenigingen opgedragen worden, betaalt ieder nieuw lid bij zijne intrede de helft
â 12 â
der contributie.
De jaarlijksclie contributie is bepaald voor de mannelijke leden op 48 cent en voor de vrouwelijke op 40 cmt; welk geld door den knecht der vereeniging bij de leden aan huis wordt afgehaald.
De invordering der jaarlijksche contributie geschiedt na het feest van den H. Vader Franciscus (4 October), van welken dag het begin des jaars gerekend wordt.
Akt. III.
Over de H.H. Missen, welke voor de leden gezongen worden.
Op den eersten Zondag van elke maand, wordt de plechtige Hoogmis opgedragen voor de broeders en zusters dezer vereenigingen, beurtelings voor de overledenen of de levenden.
Wanneer een lid der vereeniging komt te overladen, zal er eene plechtige Hoogmis voor de rust der ziel gezongen worden.
De dagen, waarop na de Hoogmis de processie plaats heeft, zijn :
â 13 â
I. Op eiken eersten Zondag der maand.
II. 1. Maria-Lichtmis (2 Februari).
2. Maria-Boodschap (25 Maart).
3. H. Antonius van Padua (13 Juni).
4. Maria der Engelen of Portiuncula (2 Augustus).
5. De Ten-hemelopneming der H. Maagd (15 Augustus). 6.Maria-Geboorte (SSeptember).
7. H. Franciscus van Assisië (4 October).
8. Onbevlekte Ontvangenis der H. Maagd Maria (8 December).
III. 1. Dinsdag van Vastenavond, bij het sluiten van het Gebed van veertig uren.
N.B. Deze processie wordt gehouden des avonds na het Lof.
2. Den derden Zondag na Paschen, zijnde het feest der Bescherming van den H. Joseph, voornaamste feestdag der beide broederschappen.
3. H. Sacramentsdag.
4. Zondags onder het Octaaf van H. Sacramentsdag zullen de beide vereenigingen de groote processie der parochiekerk vergezellen.
5. Ook den laatsten Zondag van het kerkelijk jaar mag processie gehouden worden, doch zulks is hier niet gebruikelijk.
â 74 â
Art. IV.
Over het bestuur dezer Vereenigingen.
De vereenigingen worden bestuurd door een Eerw. Pater als directeur en zes broedermeesters, te weten drie ongehuwden en drie gehuwden.
Telken jare zullen twee broedermeesters aftreden, een van de ongehuwden en een van de gehuwden, zoodat ieder broedermeester drie achtereenvolgende jaren in zijne bediening blijft ; na dat tijdsverloop kan niemand worden herkozen, tenzij hij drie jaren buiten bediening zjj geweest.
Het ambt van secretaris en penningmeester kan door een of twee personen worden vervuld.
Het is geen vereischte, dat dezen tot het bestuur behooren of uit de broedermeesters gekozen worden; bij voorkeur wordt als penningmeester aanbevolen de Syndicus of Geestelijke Vader van het klooster.
De jaarlijlcsche vergadering van het bestuur wordt gehouden op den eersten Maandag na het feest van Driekoningen. Eene bijzondere, zoo dik-wijls de bestuurder of een der broedermeesters dit noodig zal oordeelen ; echter altijd op een eersten Zondag der maand of feestdag, waarop processie gehouden wordt.
â 75 â
Art. V. Algemeene bepalingen.
1°. Alle leden worden dringend verzocht, om niet alleen maandelijks de Hoogmis en de proces-siën, maar ook de H. H. Missen, die voor de overledene broeders en zusters worden opgedragen, godvruchtig bij te wonen. Om iedereen daartoe des te beter gelegenheid te geven, zullen deze H. H. Missen zooveel mogelijk op Zon- of Feestdagen gezongen worden.
2°. Opdat bij het overlijden van een lid der vereeniging de H. Mis zoo spoedig mogelijk gezongen worde, wordt er verzocht, dat de familie van dit overlijden spoedig kennis geve aan den knecht der vereeniging. Deze H. Mis zal den Zondag te voren worden afgekondigd, opdat ook de overige leden daarvan kennis dragen.
3quot;. Alleen de mannelijke leden vergezellen in de processie het Allerheiligste Sacrament met licht, terwijl de vrouwelijke zich op de gewone wijze bij de andere vrouwen voegen.
De leden zullen ordelijk in de processie gaan, aan elkander aansluiten, hunne flambouwen recht houden, zoo om het overbodig
â 76 â
van was te voorkomen, alsook om de kleederen van hem, die onmiddellijk voorafgaat, niet te besmeuren.
4°. Om de orde te bevorderen, wordt van nu af bepaald, dat alleen zi], die als lid zijn ingeschreven, eene flambouw mogen dragen, waarom dan ook niemand anders de plaats der leden mag innemen.
5°. Zij, die vrijwillig ophouden de contributie te betalen, houden vanzelf op leden der vereeni-ging te zijn. Daarom zullen de namen van hen, die voor het tweede jaar achterstallig zijn, uit de naamlgst genomen en zij niet meer als leden beschouwd worden.
Mocht iemand echter om wettige redenen belet zijn te betalen, dan moet hij dit aan een der broedermeesters te kennen geven.
De leden, die metterwoon de gemeente verlaten, hetzij zij lid blijven of niet, worden verzocht hiervan kennis te geven öf aan een der broedermeesters öf aan den knecht der vereeni-ging. Voor het geval dat zij lid big ven, moeten zij jaarlijks vóór de maand November de gelden der contributie aan een der genoemden overmaken. â
ZEGEN
VAN DKN MM. VAM»Mi MM JF'K f V CM *C IJS.
Benedicat tibi Dominus et custodiat te. Osten-dat Dominus faciem suam tibi et misereatur tui. Convertat Dominus vultum suum ad te et det tibi pacem. Dominus benedicat te, Prater (vel Soror) N.
Benedictio Dei Omnipotentis Patris et Filii t et Spiritus Sancti descendat super te et maneat semper.
quot;K Amen.
De Heer zegene u, en beware u. De Heer toone u Zijn aanschijn, en ontferme zich over u. De Heer wende Zijne oogen tot u en verleene u vrede. Dat de Heer u, Broeder (of Zuster) N zegen e.
Dat de zegen van den Almachtigen God den Vader, den Zoon f en den H. Geest over u ne-derdale en u altijd bijblijve. Amen.
Opgenomen in voornoemde vereeniging :
WEERT den...........................................................................
De Besttjuedbe
lüsriHOxriD.
Bladx.
Voorwoord............^
EERSTE APDEELING.
Art. I. Broederschap van 0. L. Vrouw
der Zeven Smarten.........7
Ast. II. Rechten en verplichtingen van de
leden dezer broederschap.......10
Aet. III. Voorwaarden.......25
Aanhangsel. Rozenkrans der Zeven Smarten van O. L. Vrouw...... . . 27
TWEEDE APDEELING.
Ast. I. Instelling der aartsbroederschap van het Koordje van den H. Vader Franciscus. 34 Aet. 11. Rechten en verplichtingen van de
leden der aartsbroederschap......35
Akt. III. Voorwaarden.......42
Aanhangsel. Rozenkrans der Zeven Vreugden van O. L. Vrouw........44
â 80 â
Bladz.
Overzicht der volle aflaten verleend aan de broederschap van O. L. Vrouw der Zeven Smarten en aan de aartsbroederschap van het Koordje van den H. Vader Franciscus . . 48
Over de H.H. Aflaten en de algemeene voorwaarden om ze te verdienen......57
Slotwoord............67
DERDE AFDEELING.
Abt. I. Over de Vereenigingen, welke uit beide broederschappen ontstaan zgn . . 69 Aet. IT. Over het aannemen der leden en
hunne verplichtingen.........71
Art. III. Over de H.H. Missen, welke voor de leden gezongen worden . . . . ⢠72
Aet. IV. Over het bestuur dezer Vereenigingen .............74
Art. V. Algemeene bepalingen .... 75 Zegen van den H. Vader Franciscus. . . 77
Imprimi permittitur.
Lie, Theol. P. RÃSSEL, Can. Thiol., Librorum Censor. Rurcemundce 10 Januarii 1894.
â t
*