ocr page 1

521

ocr page 2
ocr page 3
ocr page 4

■

■

ocr page 5

DE MAAND

van

. L. VROUW

van

LOURDES.

. 'M er li cl ü if nocbgcBcutb.

L. ' n Q

Aartsbisdom UTRr.CHT Volgnummor Bibliotheek alkmaar.

a. kus t f. r s.

1895.

ocr page 6

I M P R I M A T U R.

IJmuiden, : H. J. BORG HOLS,

die io Aug. 1895. Lib?', Cens.

SNELPERSDRUK. —

ALKMAAR.

A. KUSTERS. —

ocr page 7

VOORREDE.

Het boekje, dat wij u hier aanbieden, bevat eene reeks van overwegingen naar aanleiding van de Verschijningen der H. Maagd in de Grot van Lourdes.

Deze overwegingen zijn verdeeld over 31 dagen, zoodat men gedurende eene geheele maand eiken dag er ééne zal kunnen doen.

De indruk, dien eene overweging op den lezer zal maken, hangt voor een groot gedeelte af van den vorm, waarin zij is gegeven, en nu gelooven wij, dat de hier gebruikte, eene samenspraak tusschen Maria, die vele omstandigheden van de verschijningen verklaart en daaraan nuttige lessen verbindt, en den pelgrim, die zijne liefde en zijn vertrouwen betuigt en goede voornemens maakt, zeer wel aan het doel zal beantwoorden.

Na elke overweging kan men het gebed tot O. L. Vrouw van Lourdes, waarmee het boekje sluit, of de litanie van Onze Lieve Vrouw van Lourdes bidden.

Moge dit werkje strekken tot eer van God, tot vertrouwen op O. L. Vrouw van Lourdes, tot heil der zielen.

ocr page 8

flÊ^wMÊÊÊÊÊÊÊÊÊÊÊmmm

li

mm

■ .

Hnn

ocr page 9

EERSTE DAG.

Maria iti den hemel.

Maria spreekt toi den Pelgrim: In den hemel, waar mijn goddelijke Zoon mij boven al zijne uitverkorenen verheven en aan zijne rechterhand geplaatst heeft, stel ik mij niet tevreden met de grootheid en den glans mijner glorie te bewonderen en mijne onuitsprekelijke zaligheid te genieten, maar na aan de goddelijke Majesteit mijne hulde van aanbidding, van lof en dank gebracht te hebben, houd ik niet op de goddelijke barmhartigheid af te smeeken over de arme kinderen van Adam. Op den berg van Calvarië heeft mijn beminde Jezus ze mij in zijn stervensuur tot kinderen gegeven, waarom ik dan ook altijd met moederlijke teederheid voor hen zorg. Ik zeg tot mijn goddelijken Jezus: „Om wille van alles, wat ik voor U als uwe Moeder gedaan heb, om wille van de liefde, waarmede ik U bemin, en van die, welke Gij voor mij koestert, smeek ik U: heb medelijden met dit volk, met deze stad, en indien het noodig is, hen te kastijden, straf hen niet naar de grootte hunner onge-rechtigheden. Verhoor dezen zondaar, die

ocr page 10

tot mij bidt, die mij smeekt, voor hem de genade der bekeering te vragen. Zie neer op de onschuldige zielen, die reeds in hunne jeugd uw juk op zich genomen hebben; zegen en behoed hen.

Dc Pelgrim aniwoordi Maria: O Maria, o glorierijke Moeder Gods, Koningin des hemels en der aarde, welk een geluk is het voor ons, de kinderen te zijn van eene moeder, die de wellust is der H. Drievuldigheid en zich nimmer iets ziet weigeren!

Geprezen zijt Gij, o God van liefde, die als het ware aan uwe straffende rechtvaardigheid de handen gebonden hebt, door zulk eene Moeder tusschen U en ons te plaatsen.

O, onbevlekte Maagd, ik heb mij aan U toegewijd, maar ik haast mij, de banden, die ons vereenigen, nog nauwer toe te halen door eene hernieuwde opdracht, en na mij zoo in uwe armen te hebben geworpen, zal ik in vrede leven en sterven, verzekerd als ik ben, aan den voet van uw hemelschen troon te ontwaken.

Dc dienaar van Maria gaa/ nooit verlorcji.

VOORBEELD.

Eene goede moeder, die eene teedere devotie had tot de H. Maagd, had aan al hare kinderen den naam van Maria gegeten. Toen

ocr page 11

7

m

zij groot geworden waren, vreesde zij steeds, hen den verkeerden weg te zien opgaan. Daarom smeekte zij God, onder aanroeping zijner H. Moeder, haar het vreeselijkste lijden over te zenden liever dan toe te laten, dat zij in zonde vielen. Haar gebed werd verhoord: vijf jaren lang leed zij aan eene vreeselijke ziekte, en dikwijls zeide zij tot hare kinderen: „Weest altijd rein; daarvoor ^ lijd ik, daarvoor ga ik sterven.quot; (Le Guillou).

TWEEDE DAG.

Verschijningen van Maria.

Maria: De menschen raken spoedig gewoon aan wat zich vaak herhaalt, zij worden er niet meer door getrofifen en eindelijk denken ze er zelfs niet meer aan. Daarom is het noodig, dat van tijd tot tijd de eene of andere buitengewone gebeurtenis hen komt opwekken en hun geloof en vertrouwen verlevendigen. Somtijds ook zijn zij in een ellendigen toestand, zoodat zij behoefte hebben aan troost. Welnu, dan verschijn ik met toestemming van mijn Zoon op aarde. Ik kom, om u te onderrichten, u te waarschuwen, ii te troosten en u nieuwe bronnen van genaden te openen.

ocr page 12

8

De Pelgrim: Tlt;i, o onbevlekte Maagd, wij weten, dat het uwe moederlijke liefde is, die ii aldus jegens ons doet handelen. De geschiedenis der Kerk en de levens der Heiligen zijn vol van de treffendste verhalen over dergelijke blijken uwer goedheid, en in deze laatste tijden, in de laatste veertig jaren alleen, hebt gij u gewaardigd, viermaal op plechtige wijze op aarde te verschijnen. Wel zou ons hart zoo hard als steen moeten zijn, indien het deze bewijzen van uwe liefde niet begreep. Wat mij betreft, hoe meer ik overweeg, wat gij voor liet heil onzer zielen hebt gedaan, hoe meer ik mijne liefde en dankbaarheid voor u voel toenemen.

O Maria, Zoon steeds, da/gij onze Moeder zij/.

VOORBEELD.

Ken jeugdig Israëlitisch meisje van eene rijke familie te Sinigaglia (Italic) hoorde eene oude katholieke dienstbode dikwijls zeggen: „O Maria, zonder zonde ontvangen, bid voor ons, die onze toevlucht tot u nemen.quot; Weldra begon ook zij zelve dit zoete gebed te herhalen. Zij schepte er een groot behagen in, het beeld van Maria te beschouwen, en wanneer zij voorbij eene kerk kwam, ging zij voor haar altaar bidden. 1 lare kinderlijke godsvrucht werd beloond met eene verschij-

ocr page 13

9

ning der H. Maagd, die haar zeide, dat zij in een klooster moest gaan. Niettegenstaande allerlei hinderpalen volbracht het goede kind weldra dit bevel. (Mois de Marie en exem-ples, de l'abbé Pauget p. 126).

DERDE DAG.

■= De goedheid Gods.

Maria: Mijn Zoon, die niet den dood des zondaars wil, maar zijne bekeering, toont zijne liefde door in tijden van godsdienst-loosheid en zonden op bijzonderê wijze de volkeren tot geloof en bekeering op te wekken.

Mijn verschijning te Lourdes heeft geen ander doel dan de zondaars te bekeeren en de oogen der ongeloovigen te openen.

De wonderbare genezing van zoovele zieken hier te Lourdes, doet den ijver en de godsvrucht der geloovigen aanwakkeren, maar de grootste wonderen zijn de bekeering der zondaars en de terugkeer der dwalenden tot den schaapsstal mijns Zoons.

Daarom moeten allen, die mij willen vereeren , vooral bidden voor de dwalende kinderen Gods.

De Pelgrim: Wat hebben wij toch gedaan, o goede Moeder, dat God ons zooveel liefde toont? Wij hebben zijne liefde meestal mis-

ocr page 14

10

kend. (leef, goede Moeder, dat wij ons leven beteren en voortaan geen dag laten voorbij gaan, zonder God voor al zijne weldaden te bedanken, en onze dankbaarheid te toonen door met verdubbelden ijver uwe eer te bevorderen en door veel te bidden voor de bekeering van onze afgedwaalde broeders.

Onze Lieve Vrouw van Loiirdes! bid voor de bekeering van ons Vaderland.

VOORBEELD.

In 1830. verscheen de H. Maagd te Parijs aan eene jeugdige novice van de orde van den H. Vincentius a Paulo, terwijl zij in de kapel zat te bidden. Het kleed der H. Maagd was wit, haar mantel en sluier oranjekleurig. Uit hare handen, die naar eene aardglobe waren gericht, schoten stralen welke op deze globe vielen en wel het overvloedigst op een zeker punt. Terzelfder tijd hoorde de godvruchtige novice deze woorden: „Deze stralen zijn het zinnebeeld der genaden, die Maria over de menschen afsmeekt, en het punt, waarop zij het overvloedigst vallen, is Frankrijk. (Medaille mirac., notice).

ocr page 15

11

VIERDE DAG.

Dc Grot van Lour des.

Maria: Voor mijne verschijningen in dit land heb ik eene grot gekozen, hoewel ik de Koningin van hemel en aarde ben. Ik heb tie groote steden versmaad, waar naast eenige trouwe dienaars van mijnen Zoon eene menigte menschen leven, die geen anderen God kennen dan hunne hartstochten. Ik heb de paleizen en andere praalgebouwen versmaad, die men tegenwoordig opricht, alsof zij den mensch tot eene blijvende woning moeten dienen. Daardoor heb ik de menschen een keer te meer willen leeren, dat deze aarde niet hunne eigenlijke woonplaats is. Hierin heb ik het voorbeeld gevolgd van mijn goddelijken Zoon bij zijne komst in deze wereld. Zoo hij het had gewild, had hij kunnen geboren worden in het paleis van keizer Augustus: Hij is geboren te Bethlehem, in eene grot, die tot stal diende.

Dc Pelgrim: Het is waar, o goede Moeder, de goederen dezer wereld hebben geene werkelijke of blijvende waarde. Steeds heb ik ze veracht, maar de gedachte aan het voorbeeld, dat gij mij hebt gegeven, zal mij ze nog meer doen verachten. Ik zal niet naar groote rijkdommen trachten en van mijnen overvloed de kerken versieren, aalmoezen geven aan

ocr page 16

12

de armen en de missionarissen ondersteunen, die het Evangelie gaan prediken aan de heidenen en wilden.

Wij hebben geene blijvende woning hier beneden, maar in de eeuwigheid.

VOORBEELD.

In eene stad van Italië leidde eene vrouw, Maria geheeten, een zoo slecht leven, dat men haar ver van de stad in eene grot opsloot. Hier kreeg de ongelukkige eene vreese-lijke ziekte, die haar het vleesch bij stukken van het lichaam deed vallen. Toen men wist, dat zij dood was, begroef men haar in het veld. Vier jaren later verscheen zij aan eene religieuse, die gewoon was, veel voor de overledenen te bidden en verzocht haar om haar gebed. Verwonderd vraagde deze haar: „Zijt gij dan niet in de hel?quot; „Neen,quot; antwoordde de arme Maria, „in mijn stervensuur heb ik gebeden tot de Moeder van barmhartigheid, en zij heeft mij de genade van een oprecht berouw verkregen.quot; Later, toen de religieuse voor haar had gebeden, zag zij haar schitterend van glorie het paradijs binnengaan.

ocr page 17

13

VIJFDE DAG.

Dc nederige Bernade/te.

Maria: Ik ben verschenen aan een jong, onwetend en arm kind. Ook hierin heb ik het voorbeeld van mijn Zoon gevolgd. Toen Hij in de wereld kwam, koos Hij zich geene rijke en hooggeplaatste moeder: zijne moeder toch was arm en de echtgenoote van een nederig werkman. Hij is in eenen stal geboren, eene kribbe is zijne wieg geweest. Later koos Hij zijne leerlingen niet onder de geleerden en de rijken, maar onder de arme visschers van het meer van Galilea. In één woord, wij willen de menschen de zoo noodzakelijke deugd van nederigheid leeren.

Dc. Pelgrim: Wees gezegend, o Maria, voor uwe verheven les van nederigheid. De wereld heeft er groote behoefte aan, vooral in deze eeuw, die men de verlichte noemt. Maar, helaas, hoe weinig nog heb ook ik de deugd van nederigheid beoefend. Doe mij begrijpen, dat ik niets ben van mij zei ven, dat, zoo ik al de eene of andere goede hoedanigheid bezit, God ze mij heeft geschonken, dat mijne weinige goede werken de vrucht zijn zijner genade en ik niets het mijne kan noemen dan alleen mijne zonden.'

God wederstaat den trotsche en geeft zijne genaden aan den nederige.

ocr page 18

14

VOORBEELD.

Den dag, waarop de rechtbank uitspraak zon doen in een proces, waarvan hun geheele fortuin afhing, begaven de vader en de oom van een braaf klein meisje zich naar het pensionaat, waar zij werd opgevoed, ten einde haar om hare gebeden te vragen, ofschoon zij zeiven hunne godsdienstplichten verzuimden. Aanstonds liep het kind naar de kapel en wierp zich aan de voeten der H. Maagd neder en zeide; „Goede Moeder, geef, dat mijn vader en mijn oom hun proces winnen, maar vooral, dat zij zich bekeeren.quot; Denzelfden avond nog kw'amen de beide mannen terug, deelden haar mede, dat de rechter in hun voordeel had beslist, en beloofden haar eene belooning. Doch het kind antwoordde: „De eenige belooning, die ik verlang, is, dat gij de H. Sacramenten ontvangt.quot; Hoewel zij zich eerst verwonderden over dit voorstel, beloofden zij aan haar verlangen te zullen voldoen en gingen onmiddellijk biechten. (Ami des families 1837).

ZESDE DAG.

De Godsvrucht van Bernadette.

Maria: Er waren te Lourdes vele arme, eenvoudige en onwetende kinderen. Waarom

ocr page 19

15

heb ik clan juist aan Bernadette het geluk geschonken van mij te aanschouwen? Omdat zij het gebed zoozeer beminde, dat hare kameraadjes daarom zelfs den spot met haar dreven, zeggende: „Dis kan niets dan bidden.quot; . Zij kon niet lezen, maar men had haar gesproken van mijn goddelijken Zoon en van mij, en haar jeugdig hart ontvlamde onmiddellijk in liefde tot ons, en om ons hare liefde te betuigen, bad zij dikwijls en met groote aandacht haar rozenkrans. Dit gebed wordt door de hoogmoedigen en grooten dezer wereld vaak veracht, en echter is er geen gebed, dat mij zoo aangenaam is als dit.

De Pelgrim: Ik zie het, o Maria, de genaden en de gunsten des hemels worden ons niet zonder eenige medewerking van onzen kant geschonken. Ik zal dus meer dan vroeger zorgen zoo te leven, dat gij u gewaardigt een welwillenden blik op mij te werpen. Ik zie ook, dat een vlijtig en vurig gebed voor ons de bronnen der genaden doet vloeien, en dat geen gebed u aangenamer is dan de rozenkrans. Ik maak dan het besluit hem eiken dag te bidden, zooals het allen goeden christenen betaamt.

Het gebed van den nederige dringt door de Wolken heen.

ocr page 20

16

VOORBEELD.

Een galeiboef van Toulon, die een zijner medegevangenen had vermoord, was ter dood veroordeeld. Een ijverig priester haastte zich hem te gaan vermanen tot berouw en boete. Toen al zijne pogingen slechts beantwoord werden met beleedigingen en godslasteringen, verzocht hij eenige brave zielen, dat zij de H. Maagd om de bekeering van dien zondaar zouden bidden. Daarna ging hij weder naar den galeiboef, die echter ook thans weder woedend werd op het gezicht van den priester en weigerde naar hem te luisteren. Nu wierp de geestelijke hem zijn rozenkrans om den hals, en zie, de man werd kalm en eindigde met te vragen, of hij zijne biecht mocht spreken.

ZEVENDE DAG.

De zoete Glimlach der Onbevlekte Maagd.

Maria: Bijna altijd, als ik aan de nederige Bernadette verscheen, beschouwde ik haar met een zoeten glimlach. Ook wierp ik vriendelijke blikken op de menigte godvruchtige zielen, die, geloovende, dat ik mij in de grot bevond, waren toegesneld, om tot mij te bidden. Te Salette vertoonde ik mij met een

ocr page 21

17

bedroefd gelaat en al weenende aan de' twee herders, omdat ik u t den hemel was neergedaald, om den menschen mede te deelen, dat ik om hunne misdaden de goddelijke gerechtigheid niet meer kon tegenhouden, die gereed was hen te straften. Hier echter ben ik gekomen, om mijnen kinderen de overvloedigste bron van genade te openen. Ik verheugde mij reeds bij de gedachte, dat weldra geheele bevolkingen naar mijn heiligdom zouden snellen, om er het kostbaarste mijner voorrechten te vereeren, reeds voelde ik mijne handen zich openen, om hen te beloonen voor hunne godsvrucht.

Dc Pelgrim: Uw heiligdom te Lourdes, o Maria, is dus de plaats, waar gij ons uwe moederlijke liefde het meest betoont. Men ziet het duidelijk aan de talrijke en klaarblijkelijke gunsten, die gij daar aan uwe uit alle deelen der wereld toegestroomde dienaars schenkt. O, gelukkig Lourdes! mocht ik tot het getal uwer inwoners behooren ! Alle dagen zoudt gij mij naar de grot zien snellen, maar nu ik om den groeten afstand, die mij van u scheidt, dit geluk niet kan smaken, zal ik ten minste in den geest dien heiligen pelgrimstocht doen.

Ik ben dc Moeder der schoone liefde. (Eccl. XXIV, 24).

2

ocr page 22

18

VOORBEELD.

Bij de belegering van Sebastopol den S September i855gt; hing een tamboer van het regiment, dat het eerst tot den aanval zou overgaan, zich een rozenkrans en eene mi-raculeuse medaille om, welke hij van zijn moeder had gekregen; daarna snelde hij onversaagd vooruit. Binnen weinige oogen-blikken was het geheele regiment weggemaaid, terwijl de tamboer zelfs geene schram had ontvangen. (Guerre d'Orient).

ACHTSTE DAG.

F.cnc Bcloflc van Maria aan Bertiadei/e.

Maria: Bij mijne eerste verschijning heb ik Bernadette eene belofte gedaan, waarover velen, wier geloof niet groot is, zich moeten verwonderen. Ik beloof u, zeide ik tot haar, u gelukkig te maken; doch niet in deze wereld, maar in de andere.

Wat ook zou ik hier beneden hebben kunnen vinden, dat een mijner waardig geschenk was? De dingen, die in het oog der wereldlingen veel waarde hebben en waarnaar zij zoo vurig verlangen, zijn niets dan ijdelheden, ja vaak voor hen de gevaarlijkste aanlokselen tot zonde.

ocr page 23

19

Ik heb aan Bernadette het kruis beloofd, want aldus behandelt ook mijn Zoon gewoonlijk de groote zielen. Door het kruis ook is Hij zijne glorie binnengegaan, en ik zelf ben de Koningin der martelaren, niet alleen, omdat ik boven hen verheven ben, maar ook, omdat ik meer dan een hunner geleden heb.

De Pelgrim: Ik begrijp, o Maria, dat zij, die hun kruis met liefde en vreugde dragen, meer op uw Zoon gelijken, en dat zij daardoor meer zullen deelen in uwe glorie. Maar helaas! hoe ver is het er nog af, dat ik aldus zijn kruis draag! Ik kan niets dan mij onthouden van vloeken, van morren, niets dan mijn wil onderwerpen aan Gods wil en zijnen H. Naam prijzen. Wil, o goede Moeder, mij ten minste in deze gesteltenis houden. Ik van mijnen kant, maak het vaste besluit, daar ik niet den moed bezit der christen helden, ten minste de beproevingen, die God mij overzendt, met geduld te dragen.

Wie Mij lief heej/, neme zijn kruis op en volge Mij. (O. H. J. Chr.)

VOORBEELD.

Eene herderin had de gewoonte in eene kleine kapel van Maria te gaan bidden, wanneer hare schapen vreedzaam in den

ocr page 24

20

omtrek graasden. Op zekeren dag plukte zij eene menigte bloemen, vlocht er eenen krans van en zette dien op het hoofd der H. Maagd. Eenigen tijd later werd zij zwaar ziek, en daar zij alleen en verlaten nederlag in hare hut, smeekte zij de H. Maagd, niet te ge-doogen, dat zij stierf, zonder de H. Sacramenten te hebben ontvangen. En ziet, onmiddellijk daarop traden twee missionarissen als bij ingeving de hut binnen en dienden haar de laatste troostmiddelen der H. Kerk toe. In haar stervensuur, dat weldra was aangebroken, verscheen haar Maria, zette haar een krans van bloemen op het hoofd en sloot haar in de armen, om ze naar den hemel over te voeren. (S. Liguori).

NEGENDE DAG.

Onsc Lieve Vrouw van Lourdes en haar wit Kleeei.

Maria: Bij al mijne verschijningen te Lourdes droeg ik een lang, wit kleed: het zinnebeeld van de vlekkelooze zuiverheid van mijn geheele leven. Deze zuiverheid is mij het dierbaarst van al mijne voorrechten. Indien ik, om de Moeder Gods te kunnen worden, hoe weinig ook van deze zuiverheid had moeten verliezen, zou ik er nooit in

ocr page 25

21

toegestemd hebben, deze verheven waardigheid aan te nemen. Eens, toen mijn Zoon predikte, riep eene vrouw uit: Zalig zij, die uwe moeder is! Doch mijn Zoon antwoordde: Ja, zalig zij, die het woord Gods hooren en het bewaren.

Dc Pelgrim: Men heeft ons dikwijls gezegd, goede Moeder, dat in het oog van God de doodzonde hetzelfde uitwerksel heeft in de ziel van den geloovige, als de melaatsch-heid op het menschelijk lichaam; ik heb dan ook een grooten afschuw van de doodzonde en ik geloof, dat ik ze, dank de genade van God, sedert lang niet meer in mijn hart heb laten komen. Maar het zijn de meer of minder vrijwillige dagelijksche zonden, die mij kwellen. Helaas, hoe vaak bedrijf ik ze ondanks mij zei ven. In plaats echter van den moed te verliezen, zal ik mij, zoodra ik weder vallen mocht, tot het heilig Hart van uwen

Zoon wenden en Hem zeeraren: „Goede \ • •. •

Meester, het spijt mij U beleedigd te hebben,

voortaan wil ik U beminnen uit ganscher

harte.quot;

J)e onschuld maakt ons tot heiligen, wien alleen het Paradijs ontbreekt.

VOORBEELD.

Ken Chineesch meisje van omtrent twaalf jaren, ging op zekeren dag biechten. Na de

ocr page 26

22

absolutie zeide de biechtvader tot haar: „Daar gij te midden der heidenen leeft, vrees ik zeer, dat gij niet volharden zult.quot; „Vrees niet,quot; zeide zij, „het is mijn vaste voornemen, liever te sterven dan God te beleedigen.quot; Toen raadde de biechtvader haar aan, hare toevlucht te nemen tot de H. Maagd, opdat deze aan God mocht vragen, haar te laten sterven, liever dan te gedoogen, dat zij eene doodzonde bedreef. Haar gebed werd verhoord. Kenigen tijd later stierf zij aan eene vreeselijke kankerziekte, doch vol vreugde. (Rosier de Marie, 26 Nov. 1859).

TIENDE DAG.

O. L. Vrouw van Lounies en de Eenvoud

har er kleeding.

Maria: Zooals Bernadette u heeft verteld, was mijne kleeding zeer eenvoudig: een kleed, een gordel en een sluier, en toch is er nooit een koningin geweest, en zal er ook nimmer zijn, die mij in grootheid, glorie en macht evenaart.

Daarmee heb ik aan de wereld eene zeer noodzakelijke les willen geven. DeFranschen en ook de andere volkeren, die hun voorbeeld volgen, weten niet meer, hoe i;ij zich zullen kleeden. Overal is de weelde zou

ocr page 27

buitensporig groot geworden, dat zij, na reeds zeer vele ongelukken veroorzaakt te hebben, eindigen moet in eene catastrophe. Men geeft zich zeer veel moeite voor het lichaam, dat weldra eene prooi zal worden van het bederf, doch wat doet men voor de ziel? Over het algemeen vergeet men haar geheel, en zoo sommige van die op weelde verzot zijnde personen er toe komen, er zich mede bezig te houden, gaan zij niettemin voort, met zich door hunne kleeding te misvormen. Zij staan met den eenen voet in de wereld en met den anderen in de stad Gods. Maar mijn Zoon kan geen vrede nemen met zulk eene handelwijze: Hem aldus dienen, is Hem niet dienen.

Dc Pelgrim: ja, o Maria, de werekllingen, die geen geloof bezitten en zij, die weinig geloof hebben en zich allen voor eene ware schoonheid houden, trachten deze te doen uitkomen, door zich op te sieren als een altaar. Deze zwakheid is eene dochter van den hoogmoed en wordt vaak gevolgd dooide schande. Ik zal er mij dus met alle kracht tegen verzetten. Nimmer zal ik aan de grillen der mode gehoorzamen. Ik zal mij welvoe-gelijk kleeden, doch tevens zorg dragen, zegt de H. Franciscus van Sales, dat mijne kleederen niet vuil of gescheurd zijn. De Heilige voegt er bij, dat de slordigheid in dit 0])zicht

ocr page 28

2-i

een gevolg is van een leelijk gebrek, hetwelk men luiheid noemt.

In zijne kleeding moei men niet gestreng, maar net en eenvoudig zijn. (H. Bernardus).

VOORBEELD.

Een meisje, dat in een toevluchtshuis te Bordeaux een onderkomen had gevonden, had bijna geen kleederen meer. Zij ging de H. Maagd haren nood klagen, haar smee-kende haar toch ter hulp te komen. Zij werd weldra verhoord. Eene dame, die de overste bezocht, zeide tot deze: „Ik breng u hier een geheel stel kleederen voor het armste meisje in uw huis. (Vie de Mile de Lamourous).

ELFDE DAG.

De Voeten van Maria en hunne gouden Rozen.

Maria: De gouden rozen, die Bernadette op mijne voeten heeft gezien, verbeelden de christelijke liefde en beduiden, d:.t wij al onze schreden door deze groote deugd moeten laten besturen. Hoe schoon waren de voeten van mijn goddelijken Zoon, toen Hij Judea doorwandelde, om er de stroomer; zijner liefde over uit te storten! Hoe schoon waren de voeten der Apostelen, toen dezen de blijde

ocr page 29

25

Boodschap tot aan de uiteinden der wereld verkondigden! Hoe schoon zijn de voeten van de Apostelen onzer dagen, de dochters van den H. Vincentius, die onvermoeid en rusteloos zoeken naar allerlei ellende, om deze te lenigen. De menschen moesten zich bij al hunne handelingen slechts laten besturen door de eer van God en het welzijn van den naaste.

Dc Pelgrim: Ja, o Maria, daar Ciod de schepper is van al wat bestaat, de oorsprong van al wat wij zijn, is het voor ons niet alleen een plicht van dankbaarheid maar ook een dure plicht, dat wij leven te Zijner verheerlijking en, zooveel het aan onze zwakheid gegeven is, medewerken, om zijn rijk onder ons en zelfs in verafgelegen landen te vestigen. En daar God wil, dat de menschelijke maatschappij, wat men ook doe, zal bestaan uit armen en rijken, dat de armen de deugden van geduld en gelatenheid en de rijken die van liefdadigheid zullen beoefenen, is het ook zeker, dat de rijke, wiens hart geen medelijden gevoelt met den arme, een van zijne voornaamste plichten verzuimt. Ik maak dan ook het vaste voornemen, geen nutte-looze uitgaven te doen; ik zal slechts op eene gepaste wijze in mijn onderhoud voorzien en mijne hand openen voor den arme. Ik zal in mijne omgeving de nooddruftigen

ocr page 30

26

opsporen en hen zelfs gaan bezoeken en troosten in hun treurig verblijf.

Hei is zaliger ie geven dan ie onivan^en. (O. H. J. Chr.)

VOORBEELD.

Op zekeren dag ontmoette een jong meisje het hoofd eener rooverbende. In haren angst smeekte zij hem, in naam van Maria, haar geen leed te doen. Niet tevergeefs had zij den naam van Maria aangeroepen : de roover eerbiedigde het jonge meisje en vergezelde haar zelfs, tot dat zij in veiligheid was. Den volgenden nacht verscheen de H. Maagd aan den rooverkapitein en beloofde hem te zullen beloonen. De ongelukkige werd echter gevangen genomen en ter dood veroordeeld. Daags voor zijne terechtstelling verscheen hem Maria opnieuw en zeide hem, dat hij ter belooning van zijne goede daad een waar berouw zou gevoelen over zijne zonden en gered worden; en inderdaad, hij bereidde zich op de stichtendste wijze op den dood voor. (Mois de Marie en exemples, de l'abbé Pauget p. 180).

ocr page 31

27

TWAALFDE DAG.

Dc (en hemel geslagen oogen van Maria.

Maria: Bij mijne verschijningen heeft Bernadette mij dikwijls de oogen ten hemel zien slaan; dit moet u niet verwonderen. Na God te hebben gezien, is het niet gemakkelijk op te houden Hem te aanschouwen in zijne oneindige schoonheid. O, indien gij evenals de bewoners des hemels wist, wat het is. God te aanschouwen en te bezitten, indien gij u een denkbeeld kondet vormen van het geluk, waarmede Hij zijne uitverkorenen overstroomt, zoudt gij uwe oogen niet altijd naar de aarde richten; nu en dan zoudt gij den blik ten hemel werpen en uitroepen: Hier beneden is het een dal van tranen, alleen daarboven bestaat het ware geluk. Laat ons dan zoo arbeiden, dat wij eenmaal onder het getal der uitverkorenen worden opgenomen.

Dc Pelgrim: Indien wij, o teederste der moeders, de kinderen waren van een vader, die naar een ver en onvruchtbaar eiland was verbannen, en wij al de jaren onzer jeugd daar hadden doorgebracht, zouden we er ten laatste toe komen, het als ons waar vaderland te beschouwen. Onze vader zou ons tevergeefs spreken van zijn schoon geboorteland, al zijne w oorden zouden weinig indruk op ons maken. Zoo gaat het ons hier op

ocr page 32

28

aarde; de verkondigers van Gods woord, de H. Schrift en andere goede boeken zeggen ons, dat de uitverkorenen in den hemel een onuitsprekelijk geluk genieten, maar deze waarheid wordt door ons slechts ten halve begrepen en gevoeld en verdwijnt spoedig uit ons geheugen, zoodat men er ons onophoudelijk aan moet herinneren.

Ik beloof u, o Maria, mij te beteren van deze zorgeloosheid, waaraan ik maar al te schuldig ben. Ik zal op vastgestelde tijden van den dag mijn hart tot God en n verheffen, om mij te herinneren, dat ik hier beneden slechts een reiziger ben en dat God mij heeft geroepen, een bewoner van zijn paradijs te worden.

Sur stun cor da! Verheft uwe harten ten hemel.'

VOORBEELD.

Twee jeugdige scholieren, die zeer braaf waren en Maria trouw vereerden, wekten elkander op tot weldoen. Een hunner, die vreesde zijne onschuld te zullen verliezen, bad de H, Maagd hem uit deze wereld weg te nemen. Zijn gebed werd verhoord. Toen hij op het punt stond, zijne schoone ziel aan God terug te geven, zeide hem zijn vriend: „Ik bid u, mij na uwen dood te komen zeggen, of gij in de andere wereld gelukkig

ocr page 33

29

zijt.quot; De stervende beloofde het hem en eenigen tijd later verscheen hij hem in den nacht. Zijn gelaat schitterde als dat eens engels, en om zijne lippen zweefde een gelukkige glimlach, terwijl zijne hand naar den hemel wees. (Rosier de Marie, 21 Sept. 1861).

DERTIENDE DAG.

O. L. Vrouw van lourdes en haar jeugdig Uiterlijk.

Maria: Bernadette heeft u gezegd, dat ik van eene _ weergalooze schoonheid was en jong en aanminnig, alsof ik nauwelijks 20 jaren telde; dat mijne oogen zacht en verukkelijk schoon waren en mijne lippen slechts goedheid en eene moederlijke liefde ademden. Zij heeft u de waarheid gezegd: God heeft mijn lichaam tot een oneindig hoogen graad verheerlijkt. Ik moet dan ook hier de woorden van mijn lofzang herhalen: Hij, die almachtig en wiens naam heilig is, heeft groote dingen aan mij gedaan! Mijne ziel verheft den Heer!

De Pelgrim: O Maria, wat mij het meest in uwe trekken heeft getroffen is uwe moederlijke liefde. Sta mij dan toe, met den H. Ber-nardus te zeggen; „Wij, uwe geringe dienaren, verheugen ons over uwe voorrechten, maar

ocr page 34

30

uw mededoogen is ons nog dierbaarder. Wij roemen uwe maagdelijkheid, wij bewonderen uwe nederigheid, maar de ongelukkigen verheugen zich over uw mededoogen. Met blijdschap herinneren zij zich, dat gij de goedheid zelve zijt en nemen dikwijls hunne toevlucht tot uwe teederheid.

Gij zijt schoon, o Maria, en tiic/s evenaar/ de zoetheid der genietingen, die gij uwen dienaars doei smaken. (Off. B. M.)

VOORBEELD.

Drie Fransche ridders, welke ter kruisvaart waren getogen, werden door de Maho-medanen krijgsgevangen gemaakt en opgesloten in een toren. Reeds langen tijd verzuchtten zij naar hun schoon vaderland, zonder dat hen iemand ter hulp kwam. Op zekeren avond drukte hen de gevangenschap zwaarder dan ooit, en zij smeekten Maria vurig, hen toch te bevrijden. Daarna legden zij zich ter ruste. Toen zij den volgenden morgen ontwaakten, voelden zij hunne ketenen niet meer, de toren, die hun tot gevangenis had verstrekt, was verdwenen; zij waren vrij en in een land, dat niet meer op het Oosten geleek maar op Frankrijk. En inderdaad zij bevonden zich in hun dierbaar Frankrijk, hun vaderland. Aan dit wonder

ocr page 35

31

hebben wij hef ontstaan te danken van het beroemde heiligdom Notre Dame de Liesse in het bisdom van Soissons.

VEERTIENDE DAG.

O. L. Vr ouw van Lour des ai haar Rozenkrans.

Maria: De rozenkrans, die aan mijn gordel hing, diende om u te wijzen op dit uitmuntende gebed. De rozenkrans doet u denken aan mijn Zoon en mij door de verschillende geheimen, welke gij al biddende overweegt, en ik herhaal u, wat ik eenmaal tot den H. Dominicus heb gezegd, dat de rozenkrans een zeer machtig wapen tegen den duivel is. Meer nog, het is een zeer gemakkelijk gebed, het is het boek van den blinde en den arme, van den pelgrim en den reiziger, van den grijsaard en het kind.

De Pelgrim: O, goede Moeder, ik begrijp, dat het zeer prijzenswaardig is, eiken dag den geheelen rozenkrans te bidden, maar er zijn vele menschen, wien de tijd daartoe ontbreekt. Vele goede christenen zijn gewoon zicli eiken dag tot een rozenhoedje te bepalen, zoodat zij in eene week iets meer dan twee maal den rozenkrans bidden. O Maria, ik beloof u, geen enkelen dag mijn rozenhoedje te vergeten en van al mijne godvruchtige

ocr page 36

32

oefeningen, waartoe ik niet op zonde ver- de

plicht ben, dit gebed het trouwst te verrichten. te

Uwe ketenen, o Maria, zijn ketenen van ^

heil. (Eccl. VI, 31). dif

wi

VOORBEELD. ee]

ve;

Op de vele vragen, die men Bernadette ^ stelde over de schoonheid der H. Maagd,

wist zij niets te antwoorden dan: „Zij is ge schoon, schoon boven alles.quot; Toen het kind

op zekeren dag voor een groepje dames uit ^

de voorname wereld stond, zeide men haar; ge „Is uwe verschijning zoo schoon als deze

dames?quot; —• „O,quot; antwoordde zij, een ver- va

achtelijken blik op de dames werpende, „zij ZOl

is veel, veel schooner dan deze.quot; (Histoire ve

de N. D. de Lourdes. Toulouse p. 16). 0p

__ge

da

VIJFTIENDE UAG. de

[let gouden Kruis aan den rozenkrans van he

Maria. lie

he

Maria: Voor aan mijn rozenkrans was een ni:

gouden kruis bevestigd. Overal moet het sja

kruis de eereplaats innemen. Het is het zjj

werktuig geweest voor de verzoening van jr,

God met de menschen. Meer dan iets anders ve herinnert het u aan de groote liefde, waar-

ocr page 37

•33

mede mijn goddelijke Zoon u bemint. Indien de zondaar, die op het punt staat tot wanhoop te vervallen, het kruis beschouwt, zegt zijn geweten hem: „Het is onmogelijk, dat Hij, die aldus zijne armen voor u uitstrekt, u wil terugstooten, als gij Hem nadert met een oprecht berouw over uwe zonden en het verlangen, om aan zijne liefde te beantwoorden. Het zien van het kruis geeft den zieken geduld, en overal, waar het is geplant, hebben de booze geesten minder macht.

Dc Pelgrim: Ja, o Maria, op het kruis hielden alle heiligen den liefdevollen blik gevestigd bij hunne overwegingen. Ik zou hen willen navolgen, en evenals zij, tranen van liefde willen storten, maar mijn hart is zoo koud en ongevoelig, dat ik er mij over verontrust. Wanneer ik uw goddelijken Zoon op het kruis beschouw, begrijp ik, dat er geen grootere liefde dan de zijne kan bestaan, dat wij een grooten afschuw van de zonde, de oorzaak van zijn lijden en dood, moeten hebben en aan dezen goeden Zaligmaker liefde voor liefde moeten schenken; maar helaas! mijn hart blijft koel, en de liefde doet mij geen tranen storten en verzuchtingen slaken. Dit zal echter voor mij geene reden zijn om het kruis niet meer te beschouwen. Er is iets in mij, dat mij zegt, dat ik inde vereischte gesteldheid ben: het overige is

3

ocr page 38

34

eene bijzondere genade, die God aangroote (

zielen schenkt. 1:

Mijne philosophic is, Jezus den Gekruisigde 0

ie. kennen. (H. Bernardus). g

VOORBEELD. C'

g

Een geneesheer te Parijs, die een zieken j priester bezocht, waarbij zich eenige personen r( bevonden, verzocht hem, zijn rozenkrans te h willen herstellen. Toen men hem een weinig ^ verwonderd aankeek, begon de vrome dokter (j te glimlachen en zeide: „Ja, ik bid den J rozenkrans. Wanneer ik ongerust ben over een zieke en al mijne geneesmiddelen heb uitgeput, neem ik mijne toevlucht tot de H. Maagd en smeek haar, mijne voorspraak e( te willen zijn bij Hem, die alles kan genezen, d( en de H. Maagd is zoo goed, dat zij, zoo dj er geene bijzondere reden bestaat, mijn gebed ni steeds verhoort.quot; Deze dokter was de be- g( roemde Récamier, de geneesheer der edelen, re der prinsen en der koningen. (Mois de Marie ra en exemples. Pauget p. 61). jT] __to

SC

ZESTIENDE DAG. m,

Boetvaardigheid, Boetvaardigheid, Boetvaar- sh

digheid! 0P

sn

Maria: Gewoonlijk verscheen ik in de

ocr page 39

35

Grot van Lourdes met den glimlach op de lippen, omdat ik inderdaad was gekomen, om den menschen eene nieuwe bron van genaden te schenken. Doch toen ik op zekeren dag den ongelukkigen toestand van een groot getal zielen beschouwde, kon ik niet nalaten, Bernadette het woord boetvaardigheid toe te roepen, en driemaal heb ik dit woord herhaald, omdat de talrijke zondaars dezer dagen niet alleen eene eenvoudige, maar eene dubbele, ja drievoudige boetvaardigheid noo-dig hebben, want zij voeren oorlog tegen de H. Kerk en God zeiven.

De Pelgrim: Zeker, o goede Moeder, wij beseffen dat alles diep; nog nooit heeft men een zoo groot zedenbederf, zulk een schandelijk misbruiken der vrijheid gezien. Wij, die ons zonder hoogmoed uwe kinderen mogen noemen, omdat wij God dienen en gehoorzaam zijn aan zijne H. Kerk, hebben reeds meer dan eene eeuw lang de eene ramp na de andere over ons zien komen. En echter hoevele gebeden hebben wij niet tot u opgezonden, terwijl gij ons nauwelijks scheent te hooren. Zonder twijfel hebt gij u moeten schikken naar de rechtvaardige besluiten van uwen Zoon. Ik zal echter niet ophouden uwe machtige voorspraak af te smeeken, tot de dag van uw triomf over den boozen geest zal zijn aangebroken.

ocr page 40

86

De boe/vaardigheid is de reddingsplank na g

de schipbreuk. (

e

VOORBEELD.

11

Een jonge Russische prins was katholiek Zl

geworden. Dit werd ontdekt en men ver- d

wachtte een keizerlijk bevel, dat hem ter z

verantwoording naar de hoofdstad zou roepen. I

Daar hij zeer goed wist, welk een vreeselijk v

lot hem daar wachtte, vluchtte hij, als een st

landman verkleed, naar Frankrijk. Zoodra w

hij te Parijs was aangekomen, begaf hij zich h

rechtstreeks naar Onze Lieve V rouw der ei

Overwinning, aan wie hij zijne bekeering had d

te danken. De pastoor begreep, waartoe de n

jongeling geroepen was, en zond hem naar k een klooster. Hij werd priester en vertrok

later als missionaris naar een verafgelegen d,

land. (Archiv. de l'Archicouf.) d

0 d;

ZEVENTIENDE DAG. m Men moet voor de zondaars bidden.

Maria: Na de zondaars te hebben ver- m

maand boetvaardigheid te doen, heb ik de ni

rechtvaardigen aangespoord voor de zondaars u'

te bidden. Helaas! deze arme zondaars slapen ra

als het ware in het graf hunner ongerechtig- k

heden: geen hunner blikken is ten hemel cu

ocr page 41

37

gericht, geen hunner zuchten stijgt op tot Clod. Het is dus bijna zeker, dat zij voor eeuwig zullen verloren gaan, zoo men hen niet ter hulp komt. Geen gebed is mijn Zoon zoo aangenaam als dat voor de bekeering der zondaars. De ijver voor het heil der zielen is het schoonste blijk van naastenliefde. Hij, die door het geven van rijke aalmoezen voorkomt, dat eene arme familie van honger sterft, doet voorzeker niet zulk een goed werk als hij, die zondaars bekeert; de eerste behoudt behoeftigen een leven, dat zij toch eenmaal moeten verliezen, terwijl de laatste de zondaars het leven der genade doet binnengaan, dat geen ander is dan het eeuwige leven.

De Pelgrim ; Ik beken het, goede Moeder, dat ik nooit genoeg heb nagedacht over de deugd van ijver voor het heil der zielen. Over het algemeen schijnt men te meenen, dat die ijver de deugd is der priesters en missionarissen. Doch thans, dank aan uwe onderrichting, begrijp ik, dat wij, verplicht zijnde alle menschen lief te hebben, nog meer hunne zielen dan hunne lichamen moeten beminnen en dus dagelijks tot u en uwen goddelijken Zoon vurige gebeden moeten opzenden voor hen, die in zonde leven. Tot deze intentie zal ik dan ook voortaan al mijne kleine goede werken opdragen.

ocr page 42

38

Wat zal ik gelukkig zijn bij mijne komst in het Paradijs, als een der uitverkorenen tot mij komt en zegt: „Aan uwe gebeden heb ik het te danken, dat ik hier ben.quot;

Indien een blinde op het punl staat in een afgrond te vallen, haast men zich hem de hand toe ie steken. (H. Chrysostomus).

VOORBEELD.

Een werkman te Lyon, die een vurig ver eerder was van Maria, had in zijne werkplaats een beeld der H. Maagd geplaatst, hetwelk hij van tijd tot tijd al biddende beschouwde. Zijn zwager, een goddeloos man, bespotte hem om zijne godsvrucht en zeide, dat hij het hem dierbare beeld de hand zou afkappen. Hij hield woord en brak met een ijzeren tang twee vingers van het beeld af. Eenigen tijd later braken de raderen van een wagen zijn been op twee plaatsen. (Mois de Marie en exemples. Pauget p. 46).

ACHTTIENDE DAG.

De wonderbare Bron.

Maria: Men verlangde een wonder als bewijs, dat ik werkelijk verscheen. Men vroeg, dat ik in het midden van Februari

ocr page 43

den wilden rozenstruik zou doen bloeien, die onder mijne voeten in de Grot groeide. Dit wonder was niet moeilijker te geven dan eenig ander, maar slechts weinige personen zouden er getuige van geweest zijn; ook zouden de kwaadgezinden niet in gebreke gebleven zijn, te zeggen, dat men den rozestruik uit de eene of andere broeikas naar die plaats had overgebracht. Ik gaf er de voorkeur aan eene bron te doen ontspringen op eene plaats, waar er nooit eene geweest was. Dit wonder duurt nog voort en zal nog langen tijd voortduren, en het water der bron, dat geene andere kracht heeft, dan welke ik er aan geef, heeft reeds, tot zelfs in het verre Amerika, het geloot en het vertrouwen mijner dienaars beloond. Men kan dus op verren afstand en in de nabijheid de uitwerkselen mijner macht en goedheid ondervinden.

Dc Pelgrim: O Maria, het wonder van het ontstaan der genadebron in plaats van het gevraagde wonder van den rozenstruik, wijst mij op eene waarheid, waaraan wij niet genoeg denken bij onze gebeden, de waarheid namelijk, dat gij en uw Zoon beter weet dan wij, wat wij noodig hebben en wat ons zalig is. Daarom ook moeten wij niet klagen, als ons gebed niet verhoord schijnt, maar gelooven, dat gij aldus hebt gehandeld

ocr page 44

40

niet uit hardheid maar uit wijsheid. Ik heb u dikwijls gebeden, goede Moeder, ik zal voortgaan met u mijne wenschen en mijne bekommernissen voor te leggen. Zoo gij mij werkelijk verhoort, zij uw naam gezegend, en zoo gij mij niet schijnt te verhooren, zij hij ook gezegend.

„Mijne gedach/cn zijn niet de uwe,quot; zegi de Heer.

VOORBEELn.

Eene jonge vrouw te Bordeaux had een slecht echtgenoot, die gewoonlijk zeer laat in den nacht of soms in het geheel niet thuis kwam. Op zekeren dag trad hij reeds vroeg zijne woning binnen. De deur stond half open; hij luistert en kijkt. Hij hoort zijne vrouw, die zijn kind zijn avondgebed laat bidden, en zegt; „Laat ons bidden voor uwen vader, wien ik bemin en wien ook gij lief-hebt, laten wij een Onze Vader en Wees gegroet voor hem bidden.quot; Op dit gezicht kon de man zijne ontroering n et bedwingen; hij trad binnen, vroeg zijne vrouw om vergiffenis en werd een braaf christen. (Mois de Marie en exemples. Fauget p. 8).

ocr page 45

41

NEGENTIENDE DAG.

Tk ben de „Onbevlekte Ontvangenis.quot;

Maria: Gedrongen door de herhaalde smeekingen van Bernadette, die in dit geval al mijne trouwe dienaars vertegenwoordigde, besloot ik haar mijnen naam te noemen. „Ik ben,quot; zeide ik haar, „de Onbevlekte ()ntvangenis.quot; Zij hoorde deze woorden duidelijk, zonder ze echter te begrijpen. Wel waren zij een klein geheim voor hare onwetendheid, doch niet voor de geestelijkheid en de geloovigen. Ik heb mijn naam voor Bernadette als met eenen sluier bedekt, opdat men niet zou kunnen zeggen, dat zij hem zeiven in haren catechismus had gevonden.

Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis, dat is, ik ben de Maagd, de Moeder Gods, die ontvangen is zonder de vlek der erfzonde. Ik ben daarvan bevrijd gebleven om de verdiensten van mijnen Zoon. Mijne ziel is dus geen enkel oogenblik in de macht van den duivel geweest. Dit voorrecht is mij dierbaarder dan men kan begrijpen, ook worden zij, die mij onder dezen titel aanroepen, spoediger verhoord.

De Pelgrim: In de woorden, die gij gesproken hebt, o Maria, bewonder ik uwe hooge wijsheid: gij wist uw doel te bereiken door eenvoudige, maar krachtige middelen.

ocr page 46

42

Wat zullen wij dus anders doen dan ons in uwe armen werpen, om daar in vrede te rusten ?

Wij geloofden reeds vastelijk, dat gij zonder zonde zijt ontvangen. Wij verheugden ons dan ook, toen in 1854 de Plaatsbekleeder van uwen Zoon, Paus Pius IX, plechtig het dogma der Onbevlekte Ontvangenis afkondigde.

Ik beloof u, o onbevlekte Maagd, dat ik steeds met voorliefde het volgende schietgebed tot u zal opzenden;

O Maria, zonder zonde ontvangen, bid voor ons, die onze toevlucht tot u tie men.

VOORBEELD.

Daags nadat het water der bron van Lourdes was beginnen te stroomen, ging een werkman, wiens eene oog sedert bijna 20 jaren blind was, zich met haar water wasschen en herkreeg plotseling het gezicht. Eenige dagen later zag een herbergier van Lourdes in het water der bron een groot gezwel op zijnen arm verdwijnen. Eene weduwe, die sedert 20 jaren stokdoof was, kreeg het gehoor weder. Ook zag een man, die lange jaren kreupel was, er zijn been genezen. (Histoire de N. D. de Lourdes. Toulouse p. 23 en 26).

ocr page 47

43

TWINTIGSTE DAG.

Dc Verdachtmakingen.

Maria; De verdachtmakingen zijn het zegel van Gods werken, mijn werk moest dit zegel dus ook dragen. De oorzaak van de verdachtmakingen is niemand anders dan de duivel; deze voorziet het goede, dat zal gedaan worden en tracht het te beletten. Maar hij is niet gelukkig met hetgeen hij den menschen inblaast; de middelen, die hij aanwendt door deze ongelukkigen, dienen bijna altijd om het werk, dat hij wil tegenhouden, te bevorderen. Onze dienaars, die vele vorderingen hebben gemaakt in het geestelijk leven, laten er zich dan ook geen vrees door aanjagen: zij vervolgen steeds hun weg en behalen ten slotte de overwinning.

Dc Pelgrim: O Maria, hoe dwaas handelen zij, die zich zoo lichtelijk tot verdachtmaking laten verleiden, zij bezitten op verre na niet de wijsheid van den schriftgeleerde Gamaliel, die zijn landgenooten raadde de Apostelen niet te vervolgen. „Waarom,quot; zoo sprak hij, „vervolgt gij hen met zooveel ijver? Laat deze mannen begaan, want indien dit werk uit de menschen is, zal het verbroken worden, maar is het uit God, dan •kunt gij het niet verbreken.quot;

Wanneer tie H. Schrift den H, man Job

ocr page 48

44

prijst, zegt zij; „Hij was een eenvoudig, rechtschapen en godvreezend man.quot; Wij allen moesten dien eenvoud, die rechtschapenheid en die vrees voor God bezitter. Verkrijg voor mij, o goede Moeder, deze deugden, die weder drie andere voortbrengen : de gehoorzaamheid, de rechtvaardigheid en den afschuw van de zonde.

God hccfi zijn welbehagen in het hart van den eenvoudige en onderhond/ zieh met hem.

VOORBEELD.

Een arme zieke in een hospitaal te Parijs werd na lange en wreede pijnen doorstaan te hebben, door de geneesheeren opgegeven, die verklaarden, dat zijn einde nabij was. Zijne dochter, die door dit bericht hevig ontstelde, richtte den blik ten hemel. Met de zusters van het hospitaal begon zij eene novene ter eere van de „Onbevlekte Ontvangenisquot;. Den eersten dag bespeurde men eenige beterschap, en den vierden dag was de man geheel genezen. (Mois de Marie, Mgr. David).

ocr page 49

45

EEN EN TWINTIGSTE DAG.

De krachtige Tegenwerking.

Maria: Op de verdachtmakingen en kleingeestige kwellingen volgde eene tegenwerking, die krachtiger mag genoemd worden, omdat zij uitging van de plaatselijke overheid. Die tegenwerking heeft meer gerucht gemaakt, maar bleek ten slotte even vruchteloos. „Waarom,quot; zeide de heilige koning David, „hebben de volkeren gesidderd en ijdelé verbonden gesloten ? Waarom zijn de koningen en vorsten opgestaan en waarom hebben zij zich vereenigd en den oorlog verklaard aan God en zijn Christus? Hij, die in den hemel woont, zal met hunne pogingen spotten, en als zijn dag gekomen is, zal Hij hen verstrooien. Ja, wat de hemel besloten en bepaald heeft, kan nooit door een mensch verhinderd worden. Ik zelve deel in de macht van mijnen Zoon, en evenmin als Hij vrees ik noch de wereld noch de hel.

De Pelgrim : O Maria, hoe gevoel ik mijn vertrouwen op u versterkt door de wetenschap, dat uw Jezus u deelgenoote van zijne macht gemaakt heeft, door u tot zijne Moeder te kiezen en u daardoor te verheffen tot Koningin der engelen en menschen.

Getrouwe zielen, waarvoor zoudt gij vreezen ? Laat het onweder losbarsten, laat de

ocr page 50

4fi

orkaan zich ontketenen. Hunne macht reikt niet lot aan den voet van de tronen van lezus en Maria, die, na het geduld van hunne dienaars een weinig op de proef gesteld te hebben, hen wel zullen weten te troosten naar de mate van hun lijden.

Indien Jezus en Maria me/ ons zijn, une zou dan testen ons zijn?

VOORBEELD.

In 1793 drongen de republikeinen te Ncuville bij Lyon, de kerk binnen met het duel ze te verwoesten. Een hunner, die met een bijl gewapend was, beklom een ladder, om bij het beeld der H. Maagd te komen, doch toen hij zijn bijl zwaaide, om het een hevigen slag toe te brengen, viel hij achterover, brak zijn ruggegraat en stierf drie dagen daarna, verlaten door iedereen en onder het slaken van woedende en wanhopige kreten. (L'abbé Chirat, Mois de Marie)

TWEE EN TWINTIGSTE DAG.

Hef /kiligdom van Lour des.

Maria: Verscheidene malen heb ik Ber-nadette gelast aan de geestelijkheid der plaats te zeggen: „De schoone Dame verlangt, dat

ocr page 51

47

men te barer eer eene kapel zal bouwen en dat men in precessie daar naar toe zal komen. Nooit is er een godsdienst geweest, noch zal er een zijn, zonder tempel; ook heeft elke devotie van eenige beteekenis behoefte aan een heiligdom, dat haar tot middelen vereenigingspunt dient. Zoo is de mensch: hij kan niet buiten een zinnebeeld.

Wat men met zijne eigene oogen ziet, blijft in het geheugen.

Ik moet bekennen, dat men mij goed heeft gehoorzaamd: het heiligdom, dat men te mijner eer heeft opgericht, getuigt van de groote godsvrucht en de edelmoedigheid mijner dienaars. Ook verheugt het mij, zoo vele geloovigen naar mijn altaar te zien snellen, niet alleen de goede geloovigen uit de omstreken, maar ook uit de verst verwijderde provinciën en zelfs uit Parijs, de stad, die ons overigens zooveel reden tot droefheid geeft.

Wanneer de godvruchtige scharen aankomen, ben ik, hoewel onzichtbaar bij hen; mijne handen zijn dan vol genaden, die ik ook in ruime mate uitdeel.

Dl- Felgrim: (), goede Moeder, hoezeer wenschte ik een inwoner te zijn van de kleine, maar gelukkige stad Lourdes: eiken dag zoudt gij mij naar uw altaar zien komen, en indien mijne voeten mij hun dienst wei-

ocr page 52

48

gerden, zou ik er mij heen doen brengen. Welnu, wat ik niet in werkelijkheid kan doen, zal ik ten minste volbrengen in den geest, ja, ik zal alle dagen van deze maand dien gemakkelijken en zeer voordeeligen pelgrimstocht doen. Ik zal het doen, o Maria, opdat gij mij de genade verwervet, eenmaal de groote reis naar de eeuwigheid wel te volbrengen.

Een dag doorgebracht in uw heiligdom, o Maria, is meer waard dan duizend dagen in de paleizen der stervelingen.

VOORBEELD.

Een kind uit Parijs, dat op het punt stond zijne eerste H. Communie te doen. ging zijn vader vergiftenis vragen voor alie fouten, waaraan het zich tot op dien dag had schuldig gemaakt. Daarna omarmde het hem en zeide: ,,Ik heb u nog eene andere gunst te vragen.quot; De vader, die de bedoeling van zijn kind reeds begreep, antwoordde; „Daarover zullen wij op een anderen dag spreken.quot; Maar het kind verloor den moed niet, het snng naar

... . . . ' O O

zijn kamertje, wierp zich daar voor een beeld van Maria op de knieën en bad lang en vurig. Daarna keerde het tot zijnen vader terug en zeide; „Ik verlang, dat gij op den dag mijner eerste H. Communie naast mij

ocr page 53

49

aan de H. Tafel zult zitten.quot; De vader, die zijn kind had bespied en diep getroffen was, beloofde aan den wensch vanquot;zijn kind te zullen voldoen en hield ook woord.

DRIK EN TWINTIGSTE DAG.

Verschillende Gesielfenissen der pelgrims.

Maria: Hoe verschillend zijn de gesteltenissen der pelgrims, die mijn heiligdom komen bezoeken. Eenigen vragen mij de gezondheid des lichaams vooi zich zeiven of voor hunne bloedverwanten en vrienden, sommige zondaars smeeken mij, hen te helpen, om hunne ketenen te verbreken, terwijl enkele vurige zielen, die verlangen mijn Zoon en mij op eene volmaaktere wijze te dienen, mij smeeken hun het verblijf aan te wijzen, dat hun het meest past. Men bidt tot mij voor den goeden uitslag van het een of ander goed werk, voor het heil van Frankrijk, voor den H. Vader en diens spoedige bevrijding, om de vernedering van de vijanden der H. Kerk, voor de bekeering der zondaars, enz. En ik, die al deze wenschen naar mijn altaar zie opstijgen, verheug mij als eene moeder, die in staat is aan elk barer kinderen een geschenk te geven.

De Pelgrim: Men spreekt veel over de

4

ocr page 54

50

wonderen, die hier en op andere plaatsen op uwe voorbede geschieden. Ik verwonder mij dus niet over de groote menigte pelgrims, die naar hier stroomen, en nog blijven ontelbare genaden voor ons verborgen, die niettemin dienen, om overal het vertrouwen op te wekken en te vermeerderen.

O Maria, wat zijt gij te rechter tijd onder ons verschenenTe midden van onze langdurige en harde beproevingen, geeft gij ons onze krachten weder. Onze hoop verzwakte, thans wordt zij weder door u versterkt. Uw heiligdom is voor ons, wat de poolster is voor de zeelieden, die door den woedenden storm op de onmetelijke zee verdwaald zijn. Ja, altijd zullen mijne gedachten naar Lourdes terugkeeren.

Ik richt mijne blikken naar d; heilige bergen, vanwaar mij alle hulpe kon/. (Ps. 120).

VOORBEKLD.

Een braaf soldaat uit het bisdom van Nimes, die in den laatsten oorlog tegen Rusland was opgeroepen, ging naar liet heiligdom van Notre Dame de GrAces, om zich in de bescherming van Maria aan te bevelen, en hing daar tevens het heilig scapulier om. Zijn vertrouwen werd niet beschaamd. Duizendmaal dreigde hem, zoo te land als ter

ocr page 55

51

zee, de dood, maar telkens bleef hij gespaard. Hij ging dan ook onmiddellijk na zijn terugkeer in het vaderland zijne verheven weldoenster bedanken voor hare bescherming. (Mois de Marie en examples, p. 16).

VIER KN TWINTIGSTE DAG.

Maria, Behoudenis der kranken.

Maria: De geheele 11. Kerk eert mij in mijne litanie onder den titel: Behoudenis der kranken, Salus infirmorum. En inderdaad heb ik dikwijls in alle tijden en op alle plaatsen op deze wijze mijne moederlijke liefde jegens de menschen getoond. Ik zeg: dikwijls en niet altijd, want bij de uitdeeling der goddelijke genaden, die mij zijn toevertrouwd, ben ik aan eenige regelen gebonden. Wanneer mijn Zoon aan een zondaar eene ziekte heeft overgezonden, om hem de oogen te openen, mag ik de werking van dit krachtig geneesmiddel niet tegenhouden. Wanneer mijn Zoon eene ziel, die de deugden van geduld en onderwerping reeds bezit, wil heiligen en haar daartoe vele beproevingen overzendt, mag ik haar niet beletten, een rijken oogst te verzamelen voor den hemel. In één woord, wanneer ik de gebeden van hen, die in lijden zijn, niet verhoor, kunnen

ocr page 56

52

zij er zeker van zijn, dat ik slechts zoo ]

handel tot hun bestwil, waarvoor zij mij ,

later in den hemel zullen danken. j

De Pelgrim: Neen, o Maria, wij twijfelen

niet aan uwe goedheid, noch aan uwe macht, ]

en het schijnt ons toe, dat wij, om genezen \

te worden, slechts behoeven te zeggen; ^

„Goede Moeder, genees mij.quot; Maar gij, die 2

zoo goed voor ons zijt, handelt tevens wijs s

in de uitdeeling uwer weldaden. Daarom ook J

moeten wij niet ophouden met u te beminnen (

en u te dienen, noch ons vertrouwen op u j

laten verminderen, al vindt ons gebed geene e

verhooring bij u. Steeds zullen wij uwe ^e- y

hoorzame kinderen blijven en u al onze c]

ellenden en bekommernissen voorleggen, en v

altijd zult gij ons uw hemelschen balsem in- w

storten, die onze krachten vermeerdert en ons in staat stelt de beproevingen des levens gemakkelijker te dragen.

A/ zou God mij doen sterven, dan not; zou ' ik niet ophouden op Hem te hopen. (Job).

VOORBEELD. a:

d;

Den 12 Februari 1700 werd een protes- e]

tantsch scheepskapitein, Charles Féret ge- V(

heeten, in de golf van Gascogne door een z(

vreeselijken storm overvallen. Toen de ma- rr trozen, die katholiek waren, zagen, dat het

ocr page 57

53

schip zou vergaan, wierpen zij zich op de knieön en zongen het Ave Maris Stella. Getroffen door hunne godsvrucht, voegde de kapitein zich bij hen, zeggende: „Indien de H. Maagd u verhoort, word ik katholiek.quot; En zie, onmiddellijk bedaarde de storm. De kapitein hield woord. Een van zijne twee broeders, die ook op het schip waren, volgde zijn voorbeeld, doch de andere was niet

- geneigd zijne dwaling af te zweren De kapitein sprak tot .lem: „Zie, daarboven in den grooten mast, die alleen is blijven staan.quot; Hij deed het en zag daar, omstraald door een zacht licht, de H. Maagd met het Kindje Jezus op den arm, die met zijne kleine hand den storm en de zee scheen te gebieden. Nu weerstreefde hij niet langer en gaf zich gewonnen aan de genade.

t VIJF EN TWINTIGSTE DAG.

Maria, Tocvluchi der Zondaars.

Maria: De katholieke Kerk roept mij ook aan onder den titel van Toevlucht der zondaars. Deze aanroeping is mij zeer aangenaam en met voorliefde beantwoord ik ze: het is veel beter eene ziel te redden dan de gezondheid weer te geven aan een zieke. Ik moedig de rechtvaardigen aan door hun

ocr page 58

54

bijzondere gunsten te schenken, die hen doen voortgaan op den weg der deugd; ik reik de hand aan de zielen, die onverschillig en lauw zijn in hun godsdienstig leven. Maar mijne grootste en voortdurende zorg is gewijd aan de zondaars, die ik zou willen behoeden voor den vreeselijken afgrond der hel Zoodra de ongelukkige slaven van satan mij hunne zware ketenen toonden, heb ik mij steeds gehaast, hen te helpen, om ze te verbreken en vaak heb ik hen, daar ik niet kon wachten tot zij kwamen, met zooveel gunsten overladen,quot; dat zij zich eindelijk met het berouw in het hart aan mijne voeten kwamen neder-werpen. O, laat ze dus tot mij komen, de arme zondaars! hoe zwaarder zondenlast zij torsen, hoe meer zij mij bereid zullen vinden, hun de hand te reiken.

De Pelgrim: Hoe gaarne zie ik u, o Maria, dat groote werk der verhevenste barmhartigheid verrichten! Op bewonderenswaardige wijze volgt gij daarin de oneindige liefde na van den hemelschen Vader, die ons zijn eenigen Zoon heeft gegeven, om ons te verlossen, en van uw goddelijken Zoon zeiven, die daarvoor vrijwillig den dood, ja den dood des kruises, heelt willen ondergaan.

O, goede Moeder, ik vertrouw, reeds langen tijd christelijk te leven, maar indien ik het ongeluk had mij zeiven te mis'.eiden omtrent

ocr page 59

den toestand van mijn geweten, o, genees mij dan van mijne dwaling en breng mij op den rechten weg.

Maria is dc ladder der som/aars. (H. I!er-nardus).

VOORBEELD.

Den 28 September las men in de Echo dc Fourvière: Onlangs brachten een paar bedroefde ouders hun doofstom kind naar Lour-des. Op het gezicht van den ongelukldgen kleine werd het heilige hart der Onbevlekt Ontvangene diep getroffen: zij verkreeg voor hem dan ook een dubbel wonder. De spraak werd hem geschonken, en het eerste woord, dat.aan zijne lippen ontsnapte, was Maria.

ZES EN TWINTIGSTE DAG.

Dc Bedevaarten.

Maria: Door bedevaar/ verstaat men een meer of minder lange reis, die men doet, om eene heilige plaats, waar God of zijne heiligen op bijzondere wijze worden vereerd, te bezoeken en daar zijne gebeden te storten en andere oefeningen van godsvrucht te verrichten. Eene bedevaart is dus een bij uitstek godsdienstig werk; zij toont veel geloof en eischt vele offers. Wel verre van de bede-

ocr page 60

5K

vaarten te veroordeelen, heeft de H. Kerk ze altijd goedgekeurd en de geloovigen er toe aangespoord. In de vorige eeuw evenwel hebben huichelachtige nieuwsgezinden de geloovigen den weg naar mijne heiligdommen verleerd. De groote revolutie heeft deze wijs-geeren weggevaagd en mijn heiligdommen zijn weder tot bloei gekomen.

Dc Pelgrim: Nu en dan en vooral in tijden van groote verdrukking zal ik de eene of andere bedevaartsplaats bezoeken. Ik zal dit doen als een waar christen en dus gedurende de reis over mij zeiven en de mijnen waken, dikwijls, zoo niet altijd, bidden of eenig geheim des geloofs overwegen. Op de heenreis zal ik uwe barmhartigheid afsmee-ken, op de terugreis u mijn dank betuigen, onverschillig, of ik mijn gebed verhoord zie of niet. Jk zal denken, dat gij mij misschien iets beters heb geschonken, dan ik vraagde en mij geheel aan uwe hooge wijsheid onderwerpen, daar ik steeds verzekerd kan zijn, dat gij mij de genade hebt verkregen in uwe liefde te volharden.

Hei dorstige her/ snel/ naar de bronnen der levende ivaieren.

VOORBEELD.

Een jonge Indiaan, die zijne woning verliet

ocr page 61

57

om aan een hevigen hartstocht te voldoen, hoorde achter zich eene stem, die hem toeriep : „Sta stil! sta stil!quot; Deze stem kwam van een beeld van Onze Lieve Vrouw der Smarten. Toen de jongeling omkeek, zag hij de Moeder Gods het zwaard uit haar heilig hart trekken en het hem aanbieden met de woorden ; „Doorboor mijn hart met dit zwaard in plaats van mijnen Zoon te beleedigen door uwe zonde.quot; Ontroerd en geheel bekeerd wierp zich de jongeling met het aangezicht ter aarde voor de voeten van Maria neder en zwoer haar eeuwige trouw. (S. Liguori).

ZEVEN EN TWINTIGSTE DAG.

De Goddeloozcn.

Maria: Mijne glorie van I.ourdes is den goddeloozen een doorn in het oog; zij hadden het plan reeds gemaakt allen godsdienst te vernietigen en, steunende op de middelen, die zij wilden gebruiken, meenden zij zelfs, dat hun dit ook gelukken moest. Doch nu zij de geloovigen in groote scharen moedig het hoofd zien opheffen en luide hun geloof bekennen, is hun toorn even groot als hunne verbazing, en zoeken zij de uitingen te smoren van eene godsvrucht, die echter niets meer

ocr page 62

0(i

vaarten te veroordeelen, heeft de H. Kerk ze altijd goedgekeurd en de geloovigen er toe aangespoord. In de vorige eeuw evenwel hebben huichelachtige nieuwsgezinden de geloovigen den weg naar mijne heiligdommen verleerd. De groote revolutie heeft deze wijs-geeren weggevaagd en mijn heiligdommen zijn weder tot bloei gekomen.

Dc Pelgrim: Nu en dan en vooral in tijden van groote verdrukking zal ik de eene of andere bedevaartsplaats bezoeken. Ik zal dit doen als een waar christen en dus gedurende de reis over mij zeiven en de mijnen waken, dikwijls, zoo niet altijd, bidden of eenig geheim des geloofs overwegen. Op de heenreis zal ik uwe barmhartigheid afsmee-ken, op de terugreis u mijn dank betuigen, onverschillig, of ik mijn gebed verhoord zie of niet. Ik zal denken, dat gij mij misschien iets beters heb geschonken, dan ik vraagde en mij geheel aan uwe hooge wijsheid onderwerpen, daar ik steeds verzekerd kan zijn, dat gij mij de genade hebt verkregen in uwe liefde te volharden.

Het dorstige hert snelt naar de bronnen der levende wateren.

VOORBEELD.

Een jonge Indiaan, die zijne woning verliet

ocr page 63

57

om aan een hevigen hartstocht te voldoen, hoorde achter zich eene stem, die hem toeriep : „Sta stil! sta stil!quot; Deze stem kwam van een beeld van Onze Lieve Vrouw der Smarten. Toen de jongeling omkeek, zag hij de Moeder Gods het zwaard uit haar heilig hart trekken en het hem aanbieden met de woorden : „Doorboor mijn hart met dit zwaard in plaats van mijnen Zoon te beleedigen door uwe zonde.quot; Ontroerd en geheel bekeerd wierp zich de jongeling met het aangezicht ter aarde voor de voeten van Maria neder en zwoer haar eeuwige trouw. (S. Liguori).

ZEVEN EN TWINTIGSTE DAG.

Dc Goddcloozen.

Maria: Mijne glorie van I.ourdes is den goddeloozen een doorn in het oog; zij hadden het plan reeds gemaakt allen godsdienst te vernietigen en, steunende op de middelen, die zij wilden gebruiken, meenden zij zelfs, dat hun dit ook gelukken moest. Doch nu zij de geloovigen in groote scharen moedig het hoofd zien opheffen en luide hun geloof bekennen, is hun toom even groot als hunne verbazing, en zoeken zij de uitingen te smoren van eene godsvrucht, die echter niets meer

ocr page 64

58

eischt dan de gewone vrijheid. Indien zij durfden, zouden zij tot martelingen overgaan, doch daardoor zou de geestdrift der geloo-vigen slechts toenemen. Arme dwazen 1 hoe is het mogelijk, dat zij zich zoo lichtzinnig in den afgrond werpen ? Maar nog veel schuldiger zijn die trotsche menschen, welke de menigte verleiden en haar aandrijven, hunne duivelachtige plannen ten uitvoer te brengen. C), indien zij dachten aan de eeuwige straf, die zij zich zeiven bereiden !....

Dc Pelgrim: Ja, o Maria, in zijn eersten psalm roept de heilige koning David uit: „Gelukkig hij, die niet gezeten heeft in den raad der goddeloozen, die zijn voet niet heeft gezet op den weg der zondaars of plaats heeft genomen op den stoel des verderfs; die daarentegen zich den wil des Heeren tot wet heeft gemaakt en deze wet dag en nacht overweegt. Hij is als de boom, wiens wortels zich drenken aan den nabijzijnden stroom; welke boom vruchten geeft ter rechterdij d en zijne bladeren niet verliest.quot;

Ziedaar den rechten weg, o mijne Moeder, den weg, dien gij en uw Zoon ons aanwijst. Reeds vroegtijdig ben ik dien weg opgegaan, ik geloof er thans nog op te zijn en wil hem volgen tot op mijn laatsten dag.

,, Wij zijn dwaas geweest!quot; -eggen de verworpelingen.

ocr page 65

59

VOORBEELD.

Twee officieren van het garnizoen van Lyon hadden zich bekeerd en hadden het geluk te volharden. Beiden verlangden, ieder voor zich, een braaf, christelijk man van hunnen stand te vinden, om er vriendschap mee te sluiten. Beiden hadden aan de oefeningen der heilige maand ter eere van Maria deelgenomen, en de H. Maagd trok hen den 3ilt;-'r' dag naar dezelfde kerk. Toen na de oefening de menigte het kerkgebouw had verlaten, begaf zich de eene naar den voet van het altaar der H Maagd, om haar te smeeken, zijnen wensch te vervullen. Daarna vertrok hij, doch op hetzelfde oogenblik verliet ook de andere officier, die had zitten bidden op eene plaats, waar de eerste hem niet had bemerkt, de kerk. Bij den uitgang grottten de twee heeren elkander, knoopten een gesprek aan en bevonden, dat zij beiden aan de H. Maagd dezelfde gunst hadden gevraagd. (l'auget, Mois de Marie en exemples P- 239)-

ACHT KN TWINTIGSTE DAG.

Dc Eerbied voor den //. Naam van God.

Maria: Ik heb reeds gezegd, dat ik te Lourdes verschenen ben, niet om te klagen

ocr page 66

60

noch om te waarschuwen. Docli daar men weinig acht geslagen heeft op mijne klachten en waarschuwingen van Salette, meen ik in de onderrichtingen, die ik in deze maand geef, er op te moeten terugkomen. Tracht de personen uit uwe omgeving wel te doen begrijpen, dat de menschen weinig verbeterd zijn, wat betreft de afschuwelijke ontheiliging van Gods naam; eene ontheiliging, welke ongetwijfeld door Lucifer is uitgevonden, die wel blij moet zijn geweest, toen hij eindelijk menschen vond, slecht genoeg om den Eeuwige te vloeken en te verwenschen. Deze misdaad is de hoofdoorzaak van de verschrikkelijke kastijding, die de Franschen voor eenige jaren ontvingen. Laten zij zich in acht nemen! de arm van mijn Zoon reikt nog altijd even ver! O, laten zij zijne rechtvaardigheid vreezen!

Dc Pelgrim: O, mijne goede Moeder, hoezeer lijd ik, als ik dezen helschen kreet hoor, die slechts uit den mond der booze geesten moest komen! Ik kan niet begrijpen, dat men dergelijke woorden durft uiten, en dat men bij herhaling en in die mate de goddelijke Majesteit durft beleedigen, die ons heeft gemaakt, tot wat wij zijn, die ons met algemeene en bijzondere weldaden overlaadt en thans nog ons eeuwig geluk zou uitmaken, indien wij in plaats van menschen met kwade

ocr page 67

61

begeerlijkheid, menschen waren van goeden wil. Ja, o mijne Moeder, ik za.1 mijn best doen, om mijne broeders van eene zoo groote zonde terug te houden, en indien mij dit niet mogelijk is, zal ik telkens, als zij het ongeluk hebben, zich zoo ver te vergeten, uitroepen: „Gezegend zij de H. Naam van God.quot;

I Vic zijn vader vloekt, moet sterven. (Mozaïsche wet).

VOORBEELD.

Aan het hof van Hendrik IV hadden eenige zeer losbandige hovelingen op zekeren dag de onbeschaamdheid op beleedigende wijze van de goddelijke Majesteit te spreken. ,,Weest zoo vroolijke gezellen als gij wilt,quot; riep de koning, „maar de eer van God dient voor alles te gaan.quot;

NEGEN EN TWINTIGSTE DAG.

Dc Zondag.

Eertijds was de mensch zoo verstandig zich de volgende vragen testellen: Wat ben ik? Vanwaar kom ik en waarheen ga ik? Heb ik geene plichten te vervullen, geen dank te betuigen, geene nieuwe gunsten te vragen? Ik heb veel gewerkt voor mijn

ocr page 68

62

lichaam, moet ik ook niet iets doen voor mijne ziel? En hij nam een dag, om deze edele en heilzame gedachten te overwegen, die den mensch verheffen, zijne waarde verdubbelen en hem zijne bestemming doen bereiken. Tegenwoordig denkt men daar niet meer aan, en de mensch, die zich steeds bezig houdt met zijne genoegens, zijne eer of zijne tijdelijke zaken, is gelijk geworden aan het paard, dat hem draagt, aan den os, die zijnen ploeg trekt, en het trouwe dier, dat zijn huis bewaakt. Is er dan geene reden tot klagen, als men den mensch zóó zijne waardigheid van kind van God ziet miskennen, alles vergeten, wat mijn Zoon voor hem heeft gedaan, en zich niet bekreunen om het heil, dat Hij hem wil geven?

Dc Pelgrim: De wonde is vreesdij k, o Maria, en wat mij het meest bedroeft, is, dat ook in onze goede provinciën dit kwaad begint te heerschen. Tegenwoordig, nu het reizen zoo gemakkelijk is geworden, gaan velen onzer naar de zieke landen eti brengen bij hunne terugkomst de pest mede. Voor een zoo groot en moeilijk te genezen kwaad is een buitengewoon geneesmiddel noodig. Ik weet, dat gij dit ook in uwe barmhartigheid zult vinden. Ik smeek u, niet te wachten met het toe te dienen, wijl anders het nog gezonde gedeelte van ons volk zal bedorven

ocr page 69

63

worden door dat, hetwelk reeds alle geloof heeft verloren.

Intusschen beloof ik u, getrouwer dan vroeger, de godsdienstoefeningen bij te wonen; ook zal ik van mijn gezag of mijn invloed gebruik maken, om er zooveel personen te doen heengaan, als mij maar eenigszins mogelijk is.

Gedenk, dat gij den dag des lieer en heiligt.

VOORBEELD.

Op een Zondag morgen wilde een man zijne ondergeschikten aan het werk gaan zetten. Zijn nog jeugdige zoon plaatste zich voor de deur en hield hem tegen zeggende; „Gij overtreedt het derde gebod!quot; „Bah!quot; zeide de vader, ,,uw derde gebod is eene dwaasheid.quot; „Dan,quot; hernam het kind, „is het vierde gebod; Eer uwen vader en uwe moeder, ook eene dwaasheid.quot; De vader begon na te denken, erkende zijne fout en in plaats van zijne ondergeschikten te doen werken, begaf hij zich met hen naar de H. Mis.

DERTIGSTE DAG.

De Geboden der II. Kerk.

Maria: Onder deze geboden is er een, dat men met de grootste onbeschaamdheid

ocr page 70

64

overtreedt, ik bedoel de wet der onthouding, en daar deze overtreding in het openbaar geschiedt, gaat zij vergezeld van een groote zonde van ergernis. Tegenwoordig weten de menschen niet meer, wat het is boetvaardigheid te doen, zij zijn niet in staat hun ellendig lichaam iets te weigeren; zij willen niet weten, dat de matigheid zeer heilzaam is voor het lichaam zelf. De H. Geest heeft in de H. Schrift gezegd, dat de mond meer menschen heeft doen sterven dan het zwaard, en volgens het getuigenis der bekwaamste geneesheeren zeiven maakt de onthouding de gezondheid krachtiger in plaats van ze te schaden. Hier en daar heerschen sommige ziekten met eene buitengewone hevigheid. Men zoekt naar de oorzaak. Deze is: het overtreden van de wet der onthouding. Wil men genezen, dan moet men de wet der onthouding volgen.

Dc Pelgrim: Dit nieuwe kwaad, o Maria, vergezelt steeds de twee voorgaande. Ziedaar, waarom met de twee eerste ook het derde over ons is gekomen. Wanneer toch zullen de menschen zich beteren, wanneer zullen zij ophouden tot die slechte christenen te behooren, aan wie de H. Paulus verwijt, dat zii geen anderen God kennen dan hunnen buik?

Hoe groot en menigvuldig zijn onze ongerechtigheden, o teedere Moeder! Hoezeer

ocr page 71

65

moeten zij uw hart en dat van uwen Zoon bedroeven ! O, vraag den goeden Zaligmaker, dat Hij zich over ons ontferme en ons iets geve van deii christelijken geest, die onze voorvaderen kenmerkte.

JPie de wel der onthouding naleef/, verlengt zijn levert.

VOORBEELD.

Een Fransch officier en een goed christen ontmoetten elkander, en nu ontspon zich tusschen hen de volgende samenspraak. — „Waarom onthoudt gij u van vleeschspijzen? — Waarom draagt gij een roode broek ? — Dat is zoo het militaire voorschrift. — Ons voorschrift wil, dat wij ons van vleeschspijzen onthouden. — Maar waarom vast gij ? is dat niet moeilijk? — Waarom draagt gij zoo'n zwaren helm? — Dat is alweer volgens het voorschrift, ook beschermt hij ons tegen de slagen van den vijand. — Het vasten beschermt ons ook tegen de slagen van den duivel. — Is het vleesch op Vrijdag niet even goed als op de andere dagen? (Juist gaan zij voorbij eene kazerne; een soldaat wordt naar de gevangenis gebracht, waar hij niets dan water en brood.krijgt).—Waarom onthoudt gij dien man zijne portie vleesch ? •—■ Om hem te straffen. — Ook wij moeten ons zeiven straffen.

5

ocr page 72

66

EEN EN DERTIGSTE DAG.

Dc Devotie tol Maria.

Maria: In het Roomsche Brevier laat de H. Kerk mij aldus spreken: ,,Ik bemin hen, die mij beminnen, en zij, die mij vroegtijdig zoeken, vinden mij. Ik bezit de ware rijkdommen en de ware glorie. Gelukkig hij, die naar mijne stem luistert en die, bereid zijnde ze te aanhooien, altijd aan de deur van mijn hart staat. Wie mij vindt, vindt het leven, men verkrijgt zijn heil van de barmhartigheid des Heeren. Wie mij belee-digt, brengt zijne ziel eene zware wonde toe, en zij, die mij durven vervolgen met hunnen haat, zoeken hunnen dood.quot; Het is waar, ik doe de kinderen opgroeien, ik sta de volwassenen bij en ondersteun de grijsaards. Ik bemin en zegen de rechtvaardigen; ik heb medelijden met de zondaars en zoek hen tot bekeering te brengen. Ik vergeet ook de zielen des vagevuurs niet, meer dan eene ziet zich door mij bevrijd en haar lijden verkort. In een woord, ik ben uwe Moeder, en er is geene moeder, die hare kinderen met zooveel liefde bemint als ik u.

Dc Pelgrim: Om uwe gunsten en genaden te verdienen en te bewaren, o Maria, is het niet voldoende, zich uw kind te noemen en tot u te zeggen; „Ik bemin u, ik wijd mij

ocr page 73

67

aan u toe;quot; daartoe zijn ook daden noodig. En welke daden? ie Al de gebeden tot u opzenden, welke elk goed christen dagelijks te uwer eer verricht, 2e uwe deugden, vooral uwe nederigheid, uwe zuiverheid en uwe barmhartige naastenliefde navolgen, 3e al uwe feesten vieren met eene bijzondere devotie, 4e zich in uwe broederschappen laten inschrijven, 5e uwe altaren bezoeken en 6e het getal uwer dienaars zooveel mogelijk trachten te vermeerderen. Ziedaar, o goede Moeder, de voornemens, die ik bij het sluiten dezer heilige maand maak, en ik bid u, ze te zegenen, opdat ik er in volharde.

Onbevlekte Moeder, minnelijke Moeder, (Litanie).

VOORBEELD.

Eenige geloovigen van Bordeaux gingen ter bedevaart naar O. L. Vrouw van Verde-lais. Een jongeling wilde hen uit nieuwsgierigheid vergezellen. Den dag voor hun terugkeer bad de opdracht aan Maria plaats. De pelgrims haastten zich, elk op zijne beurt, zich opnieuw aan de Koningin des hemels te gaan toewijden. In het oog van den jongeling scheen de geheele plechtigheid belachelijk te zijn. De priester, die de plechtigheid leidde, bemerkte dit, naderde hem en nam hem bij de hand zeggende; „Nu is 't uwe beurt.quot;

ocr page 74

r,8

Hij trok hem mede naar 't altaar, dwong hem neer te knielen en riep uit: „O Maria, zie hier aan uwe voeten een verloren zoon, ik wijd hem aan u toe, doe hem uwe macht en barmhartigheid ondervinden!quot; O wonder! de arme verdwaalde gevoelde zich plotseling veranderd en vraagde, om zijne biecht te mogen spreken. (Pauget, Mois de Marie en exemples p. 44).

(lEHEl) TOT 0. L. VROUW VAX LOÜRDES.

Wees gezegend, onbevlekte Maagd, die u gewaardigd hebt, achttienmaal schitterend van licht en schoonheid te verschijnen in de Grot van Lourdes en aan het nederige en eenvoudige kind te zeggen, dat u in vervoering mocht aanschouwen: „Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis!quot;

Wees geprezen en gedankt voor de buitengewone gunsten, die gij zonder ophouden op deze plaats aan uwe dienaars schenkt!

Door uw maagdelijk hart en door de glorie, die gij aan de H. Kerk hebt gegeven, smee-ken wij u, voor de H. Kerk de overwinning en den vrede te verkrijgen, en aldus de hoop in vervulling te doen gaan, welke in ons is opgewekt door de afkondiging van het dogma der Onbevlekte Ontvangenis.

ocr page 75
ocr page 76
ocr page 77