ocr page 1

616

m

m $

m È m

'É

■PEEVED JvIBBlNG

MET WIE MAG MEN TROUWEN

m

m

t

i $

s é

é i É i

0

ocr page 2
ocr page 3
ocr page 4
ocr page 5

MET WIE MAG MEN TROUWEN

ocr page 6
ocr page 7

A /0

MET WIE MAG MEN TROUWEN

NAAR DE WETTEN DER

GEZONDHEIDSLEER?

DOOR

DR. SE V E 13 RIBBING

Prof. aan de HoogGschool te Lund

j

.................................

VIJFDE DRUK

3lSÜOTH£EK DE«

RiJKSU^VERSITEIT UTRECHT

COLL. LTiHaMA/ifciE

lö'jö

ocr page 8
ocr page 9

Voor eenigen tijd is van bevoegde zijde een antwoord gegeven op de vraag: „Met wie mag men, naar de Zweedsche wet, trouwen?quot; Ik heb de vraag anders gesteld, en het antwoord moest, in vele opzichten althans, een ander zijn. De wetgever en de geneesheer interesseeren zich voor het huwelijk en zijne voorwaarden evenzeer als de godsdienstleeraar en de zedenmeester. Wij kennen allen het Zweedsche huwelijksformulier en de opvatting, die men ervan heeft: dat het huwelijk is ingesteld om het bestaan der maatschappij te verzekeren, om de moeiten des levens door de wederkeerige hulp der echtelieden te verlichten, de zich voordoende zorgen te verzachten en door eene zorgvuldige opvoeding het geluk der kinderen te bevorderen.

Ik vergis mij zeker niet, wanneer ik van de

ocr page 10

6

vooronderstelling uitga, dat al de wetenschap, die wij tot op den tegenwoordigen tijd hebben gegaard in betrekking cot de perioden en zeden der men-schelijke cultuur, ons het huwelijk heeft doen kennen als de instelling hij uitnemendheid.

De verbintenis, die noodig is tot instandhouding van het menschelijke geslacht en het bestaan der maatschappij, is niet overgelaten aan het toeval of willekeur; zij is gewijd en geregeld door godsdienstige en burgerlijke wetten, door zeden en gebruiken, van de vaderen overgenomen, maar niet minder bindend dan formeele bepalingen.

De moderne wetenschap wil in dat opzicht zich niet vergenoegen met de traditie alleen, zij wil niet enkel philosophisch, maar ook historisch doordringen tot haren oorsprong en zij heeft zich daarom met ijver toegelegd op de studie der historische ontwikkeling van het huwelijk. Men kan evenwel niet zeggen, dat alle onderzoekers van dit onderwerp zonder vooropgevatte meeningen aan het werk zijn gegaan. Hier, evenals in vele andere punten, hebben de stellingen der evolutieleer zulk een machtigen indruk op de onderzoekers van den tegenwoordigen tijd gemaakt, dat zij bij hunne onderzoekingen werden geleid door den geest dier leer, en hunne gevolgtrekkingen, meer of minder bewust, werden bewerkt in overeen-

ocr page 11

i

stemming met hunne natuurphilosophische beschouwingen. De evolutie- of afstammingsleer is bij liet groote publiek het best bekend onder den naam van Darwinisme, en wanneer men op een treffende wijze haren inhoud en beteekenis wil kenmerken, zegt men. dat zij is eene theorie, die leert dat de menschen van apen afstammen .

Het is niet mijn doel hier een wetenschappelijk onderzoek over genoemde leer te geven; ik moet er evenwel aan herinneren, dat zij een bijzonder grooten invloed heeft uitgeoefend op de studie der zoölogie en botanie, op de taalwetenschap en ethnographie, ja, zelfs op de zedelijke wetenschappen.

Den opmerkzamen onderzoeker wil het soms dunken, dat de aanhangers der evolutieleer tegenwoordig niet meer zoo driest zijn in hunne beweringen, als zij dit tien jaren geleden waren. De jeugdige ijver waarmee men toen verkondigde, dat alle raadselen van het bestaan langs dien weg waren opgelost, heeft plaats gemaakt voor rijper nadenken, en voor de noodzakelijke berusting, die erkent, dat er nog veel in het duister ligt, dat er nog zeer veel te leeren valt.

Van het zooeven genoemde standpunt is ook de leer over het huwelijk en over het familieleven

ocr page 12

8

behandeld, maar ook hier hebben vele onderzoekers te grooten ijver aan den dag gelegd om den stamboom van het menschelijk geslacht saam te stellen; zij hebben tot eiken prijs, belangrijke trappen van ontwikkeling en veranderingen willen vaststellen en zijn daardoor in zulk een mate door hunne eigene theorieën op een dwaalspoor gebracht, dat andere onderzoekers, ofschoon zelve oprechte natuurphilosophen, genoodzaakt waren critisch het werk der eersten na te gaan, genoodzaakt ook om het als al te oppervlakkig te verwerpen. De zoogenaamde huwelijksstamboom, die dus werd vastgesteld, zegt, dat er in den tijd, toen de mensch nog het ruwst en onbeschaafdst was, nog geen geregeld geslachtsverkeer bestond, maar het geslacht in stand werd gehouden door toevallige paringen tusschen mannen en vrouwen. In vergelijking hiermee was het een schrede voorwaarts, toen de verbintenis tusschen de geslachten niet geheel onbeperkt was, maar werd vervangen door een soort van permanente, zoogenaamd communale huwelijken, ingevolge welke alle mannen der primitieve maatschappij waren gehuwd met alle vrouwen; ook werd het als vooruitgang-beschouwd, dat de moederrechtsstaat (het matriarchaat) werd ingevoerd.

ocr page 13

9

In eene op die manier gevormde maatschappij was de huwbare vrouw een soort van middelpunt, waaromheen de mannen zich verzamelden. Zij schonk hare gunst aan wien zij wilde, zij voedde hare kinderen op, die verschillende vaders hadden, en die kinderen droegen haar naam, wijl de afstamming van haar onbetwistbaar was, het vaderschap daarentegen niet te bewijzen.

Men veronderstelt, dat de uit den vóór-histori-schen tijd beter bekende huwelijksvormen, de polygamie en de monogamie, zulk een oorsprong hebben.

De zoo gestelde theorieën hebben van verschillende kanten aanhangers gevonden, niet alleen als historische feiten, maar ook en nog meer als uitgangspunten voor gewenschte maatschappelijke hervormingen.

Onder anderen kwam een Deensch schrijver van den tegenwoordigen tijd met den eisch voor den dag, dat het erotisch-echtelijke leven een volkomen privaat iets behoort te zijn, waarmee de Staat en de wetgeving zich niet hebben te bemoeien ; andere geheime hervormers hangen vol verrukking de leer van het moederschaps-recht aan en roepen luide om de wederinvoering daarvan.

Het maakt ongetwijfeld een zeer eigenaardigen indruk, wanneer personen, die zeggen, dat zij de

ocr page 14

10

evolutieleer aanhangen, zich de mogelijkheid kunnen voorstellen van een teruggang in ontwikkeling van eeuwen, eeue zaak, die om met Gustaaf Wasa te spreken, zeker veel moeilijker wezen zou dan om het water der rivieren uit de zee weer te leiden naar bosch en berg.

Ja, die liefde voor de afstammings-constructie kan haren aanhangers zulke parten spelen, dat zij zich heel naïef' hopeloos komiek maken. Een Engelsche schrijfster, Mrs. Mona Caird, die de hypothese over het matriarchaat met huid en haar heeft geslikt, geeft in een in vollen ernst geschreven artikel eene schildering der vrouw uit den oertijd, wonende in rotsholen, zich bezighoudende met het inzamelen van kruiden en met primitieven tuin- en landbouw, terwijl de mannen als rondtrekkende jagers leefden.

Om haar heen groeit hare talrijke kinderschaar op; maar als de dochters volwassen zijn,streven de rondtrekkende mannen naar haar bezit, dat zij niet kunnen verkrijgen dan door roof. De moeder der familie verdedigt zich zoolang zij kan met al de wapenen der natuur en kunst, maar wordt vroeg of laat overwonnen. Van dien strijd, zegt Mona Caird, dateert, als eene overgeërfde eigenschap, de tegenzin, dien iedere schoonmoeder tegen hare behuwdkinderen heeft en — omge-

ocr page 15

11

keerd. Een menigte moderne onderzoekers, die slechts uitgegaan zijn van de leeringen, op ervaring gegrond, houden zich voor volkomen gerechtigd om te beweren, dat de stamboomen over de ontwikkeling van het huwelijk opgemaakt, niet vertrouwbaar zijn. Hoe verder men doordringt in de ethnographie der oer-volken, hoe meer men gedwongen wordt tot de opvatting, dat een min of meer ontwikkelde en wettelijk geregelde monogamie het oorspronkelijk bekende stadium is, terwijl polygamie, het haremleven, benevens andere eigenaardige betrekkingen der geslachten, van la teren oorsprong zijn.

fs *

*

Overal zien wij, dikwijls gedurende lange tijden, het echtelijk leven door bijzondere, traditioneele zeden en wetten beheerscht. Deze moeten ten deele beschouwd worden als eene uitdrukking van volkservaring, en onder zulk een vorm is er in de meeste wetten der volken althans de een of andere bepaling opgenomen, die terugwijst naar ervaringen op liet gebied der gezondheids-en ziekteleer.

Men kan evenwel niet zeggen, dat de gezondheidsleer een vérstrekkend of zelfs maar voldoend

ocr page 16

12

bepalingsrecht heeft in betrekking tot het aangaan van een huwelijk. Terwijl de vraag over schuld en vermogen, deugd, schoonheid, ontwikkeling, enz., enz., in den loop der tijden een gewichtige rol heeft gespeeld en nog speelt bij het aangaan van huwelijken, verzuimt men aan de gezondheid, die eerste voorwaarde tot een gelukkig huwelijk, behoorlijke opmerkzaamheid te schenken.

Het is om op eenige hoofdpunten in die quaestie het licht te laten vallen, dat ik het woord heb genomen.

De gezondheidsleer eischt in de eerste plaats, dat de partijen een zekeren leeftijd hebben bereikt. Men zal het zeker niet te gewaagd vinden, als ik beweer, dat de paragraphen, die onze burgerlijke wet over dat punt behelst, daarin zijn opgenomen naar aanleiding der ervaring, die onze voorouders hadden opgedaan over de verwerpelijkheid en schadelijkheid van te vroege huwelijken. Het is niet wel aan te nemen, dat in die vèr verleden tijden, toen die zeden het eerst werden geformuleerd, onze voorouders oog hadden voor intellectu-eele ontwikkeling; vrij zeker heeft de zorg voor het physieke leven der natie die bepalingen gedicteerd.

Men kan, helaas, niet zeggen, dat de voorschriften der wet in dat opzicht bevredigend zijn. Ingevolge de wet, kan een man, die een en

ocr page 17

18

twintig jaar, en een vrouw, die den vollen leeftijd van vijftien jaar heeft bereikt, een huwelijk aangaan. De gezondheidsleer kan althans in den tegenwoordigen tijd niet met die getallen tevreden zijn, maar moet eischen, dat zij verhoogd worden. Wat den man betreft, behoeven de eischen niet zoo streng te worden gepreciseerd. Het cultuurleven stelt reeds nu in de meeste gevallen het huwelijk tot een veel hoogeren leeftijd uit, dan waarop de wet eene verbintenis toelaat. De publieke meening eischt van den man niet alleen, dat hij volwassen en meerderjarig zij, maar ook, dat hij in het bezit zij van de kundigheden of vaardigheden, die noodzakelijk zijn voor de verzorging eener familie. Met het oog op de eischen, die er gesteld worden ten opzichte der theoretische en practische voorbereiding tot de meeste beroepen en vakken, behoeft men niet te vreezen, dat onze tijd de mannen te vroegtijdig naar de huwelijksmarkt zal drijven; het is veeleer te vreezen, dat zij te laat komen, en hij, die eenige meerdere vaart kon brengen in het streven onzer jonge mannen naar zelfstandigheid, zou aan onze natie werkelijk een dienst bewijzen.

Met de jonge vrouwen staat het eenigszins anders. De wet staat haar toe reeds op haar vijftiende jaar in het huwelijk te treden. Men

ocr page 18

14

kan uit de historische en biographische verhalen van vroegeren tijd de gevolgtrekking maken, dat de vrouwen uit dien tijd, tenminste lichamelijk, eerder krachtig en rijp waren dan de vrouwen van den tegenwoordigen tijd. Wel kan men bij zekere families op het land jonge dochters vinden, die op dien leeftijd reeds ontwikkeld zijn tot flinke, krachtige, volwassene wezens, maar heel dikwijls komt dit niet voor.

Men kan niet zeggen, dat zulk eene vroegtijdige ontwikkeling alleen voorkomt in sommige standen of klassen, of gepaard gaat met een zeker bezit van vermogen, — zij schijnt zuiver individueel te zijn of somwijlen eigen aan een familiekring; zij vooronderstelt steeds een zekere mate van lichamelij ken arbeid.

In de verschillende standen eener stadsbevolking is zulk eene vroegtijdige ontwikkeling zoo goed als . onbekend. Het langdurige stilzitten in de armenscholen of op de banken der scholen van middelbaar onderwijs, te weinig lichaamsbeweging en frissche lucht, gebrek aan zelfstandigheid en initiatief in alles wat het leven betreft, dragen er toe bij om de ontwikkeling van een jong meisje tegen te houden, voor wie het volstrekt geen winst is als-hartstochten en begeerten te vroegtijdig ontwaken.

ocr page 19

Daar er dus uiterst zelden jonge meisjes gevonden worden, die op den leeftijd, bij de wet vastgesteld, physiek geschikt zijn om te trouwen en moeder te worden; daar het tegelijkertijd onmogelijk is op dien leeftijd genoeg ontwikkeld te zijn, zou men de wetten in overeenstemming moeten brengen met de eischen der omstandigheden. Het is daarom hoogst verdienstelijk van de leden van onzen Rijksdag, de vraag te hebben opgeworpen : of het niet wenschelijk zou wezen het cijfer voor den leeftijd, waarop men in het huwelijk mag treden, te verhoogen; en ofschoon wij tot heden niet kunnen constateeren, dat het voorstel in goede aarde viel, hebben wij toch grond om te hopen, dat het spoedig tot wet zal worden verheven. Het komt er maar op aan de grens voor den leeftijd te bepalen.

Ik voor mij zou er niets tegen hebben om adhaesie te schenken aan het voorstel, zooals het werd gedaan, en „een en twintig jaarquot; als leeftijd te eischen, waarop men in het huwelijk mag treden; is dat niet te verkrijgen, dan zal ik tevreden zijn met de grens van achttien jaar. Onafhankelijk evenwel van den bij de wet bepaalden leeftijd, blijft het voor zorgvuldige ouders plicht, in elk bijzonder geval, de omstandigheden nauwkeurig te overwegen. Ik kan niet anders

ocr page 20

16

zeggen, dan dat ik het huwelijk der meeste jonge vrouwen gaarne zou uitgesteld zien tot op vier-, vijf en twin tig jarigen leeftijd.

Uit de gronden, die ik hierboven aanvoerde, kan men zien, dat het vrouwelijk organisme dikwijls zeer lang in zijne ontwikkeling wordt belemmerd: de in den tegenwoordigen tijd noodzakelijke intellectueele ontwikkeling kan niet in een korten tijd worden verkregen, en voor iedere toekomstige vrouw is een vrije tijd tusschen de studie en den minderjarigen leeftijd aan den eenen kant, en de dikwijls zeer vermoeiende bezigheden in eigen huis aan den anderen, niet het minst noodzakelijk; er bestaat alle reden om de jonge vrouw eerst goed rond te laten zien, diep in het leven, vóór zij den gewichtigen stap in het huwelijksbootje doe.

Het verheugt mij te kunnen vermelden, dat ook Fransche schrijvers hunne stem in deze zaak hebben laten hooren, en dat, niettegenstaande het onwederlegbaar feit, dat de Fransche vrouw geestelijk en lichamelijk eerder ontwikkeld is dan de Noorsche. De Fransche moralist is evenwel veelvuldig in de gelegenheid geweest om de schadelijke gevolgen op te merken van het huwen van minderjarige vrouwen, zoodat men zijne dringende vermaning, dat de vrouw de beteekenis behoort in

ocr page 21

te zien van den stap, dien zij doet, wanneer zij een huwelijk aangaat, begrijpt.

Het huwelijk der al te jonge vrouw is van bijzonder schadelijken invloed op hare kinderen; noch de physieke, noch de intellectueele ontwikkeling bereikt onder zulke omstandigheden een hoogen graad; bijzonder schadelijk blijkt het te zijn, wanneer zulke vroegtijdige huwelijken, wat in den regel het geval is onder aanzienlijke of vermogende families, in het eene geslacht na het andere worden voortgezet. Dan dragen zij bij tot eene ontaarding, die niet zelden in zulke families voorkomt en die moet uitloopen op het uitsterven van het geslacht, wanneer niet door vermenging met nieuw bloed en een terugkeer tot eene meer natuurlijke levenswijze, de schadelijke gevolgen worden tegengewerkt.

Waarschuwt de gezondheisleer tegen al te vroege huwelijken, ook tegen de te late verheft zij hare stem. In gevallen, waar beide partijen ongeveer even bejaard zijn is de waarschuwing van den geneesheer niet zoo noodzakelijk. Beiden hebben in den regel ongeveer dezelfde levenservaring, en wanneer zij met open oog voor de voorwaarden van het l^welijk en de condities die persoonlijk voor hen gelden, een verbintenis willen aangaan om elkaar tot steun en gezelschap te

ocr page 22

18

zijn op hunnen ouden dag, dan kan men daartegen geen bezwaar maken.

Geheel anders evenwel is de verhouding, als personen van zeer verschillenden leeftijd aaneen huwelijk denken. Een verbintenis tusschen een bejaarden man en eene jonge, bloeiende vrouw, of tusschen een oude vrouw en een jonkman, heeft men van de vroegste tijden af een monsterachtig huwelijk genoemd, een naam, dien het ten volle verdient. Hartstocht aan den eenen kant en belangzuchtige berekening aan den anderen, kunnen nimmer den grond leggen tot huiselijk geluk. Daarenboven moet het huwelijk grondig worden overwogen met het oog op de familie en de even-tueele kinderen. Het is voor dezen geenszins onverschillig of hun vader naar menschelijke berekening, hen niet zal kunnen opvoeden, of zij in hunne jeugd slechts den twijfelachtigen steun zullen hebben van een oud man, die sinds lang elk aanrakingspunt mist met de wereld waarin zijne kinderen zich moeten baan breken.

Men zou hier nog vele andere bezwaren tegen zulke monsterachtige huwelijken kunnen opnoemen.

Men behoeft er slechts aan te herinneren, dat in de meeste gevallen, waarin een jong meisje wordt gekoppeld aan een oud man, de ouders en

ocr page 23

19

familie al het mogelijke doen om te voorkomen, dat het meisje inzicht krijgt in den juisten aard en de voorwaarden van het echtelijk leven, zoodat zij in den regel te laat bemerkt, dat zij bedrogen en misleid is. Niet elke overigens gehoorzame dochter heeft den moed om, als een zeker achttienjarig Engelsch meisje, tegen hare ouders te zeggen, toen dezen haar een oud man als hu-welijkscandidaat voorstelden: „Wat zon ik met

hem en wat zou hij met mij ?quot;

* #

*

Er is eene andere zijde van het vraagstuk, die eveneens door een hygiënisch zaakkundige en in verband met het huwelijk moet worden overwogen, namelijk: de qtmestie van verwantschap der partijen.

Bij de meeste volken treft men grondstellingen aan ten opzichte der grenzen, waarbuiten een huwelijk is verboden.

Men spreekt in de ethnographische wetenschap over Endogamie en Exogamie en verstaat onder den eersten dier termen een wet of zede, die het huwelijk begrenst tot eene zekere kaste, stam of natie; onder den laatsten daarentegen het verbod om een huwelijk aan te gaan.

ocr page 24

20

indien de partijen behooren tot eene zekere bepaalde groep van verwante individuen, die als familie worden beschouwd.

Van die beide grondstellingen treffen wij voorbeelden aan in de geschiedenis van het Israë-lietische volk, meegedeeld in het Oude Testament.

Tot de endogamie behoort het verbod van een huwelijk met vrouwen, die niet tot het Joodsche volk behooren; tot de exogamie het verbod van huwelijk tusschen naverwante familieleden.

De in de wetten der moderne cultuurstaten opgenomen bepalingen in betrekking tot een huwelijk van bloedverwanten, kunnen voor het meerendeel afgeleid worden van de Mozaïsche wetgeving, ofschoon in de een of andere speciale quaestie, de invloed eener andere kerk merkbaar is. Het kan niet genoeg op den voorgrond worden gesteld, dat de beperkingen in de vrijheid om een huwelijk te sluiten, in den hoogsten graad noodzakelijk en nuttig zijn, zoowel voor de phy-sieke als voor de geestelijke cultuur.

Ik ben van meening, dat de Zweedsche wetgever in dat opzicht een gelukkigen middenweg insloeg tusschen te groote strengheid en te lamme toegevendheid. Wij hebben niet de zoo dikwijls aangevallen, maar nog steeds van kracht zijnde bepaling der Engelsche wet, die een huwelijk

ocr page 25

21

met de zuster eener overleden echtgenoot verbiedt; wij hebben gelukkig evenmin vrijheid tot huwelijken tusschen ooms en tantes aan den eenen kant en van hun broeders en zusters kinderen aan den anderen, zooals in de continentale staten het komt er voor ons op aan — niet in wetboeken — maar in de openbare meening, gezonde begrippen te wekken in betrekking tot kinderen van broeders of zusters. In het gewone leven hoort men dikwijls, met de grootste driestheid, de zekerste meeningen over deze zaak verkondigen, nu eens in de eene, dan eens in de andere richting.

In werkelijkheid heeft het onderzoek in betrekking tot huwelijken tusschen familieleden, nog niet het laatste woord gesproken. Sommige, ja, vele geleerden hebben getracht een beslist votum in deze zaak uit te brengen, maar hunne uitspraken waren niet genoeg omvattend, hunne methoden niet zonder fouten en hunne gevolgtrekkingen niet onaantastbaar. Wij moeten daarom wetenschappelijke werken afwachten, vóór wij van een wetenschappelijk standpunt een oordeel durven vellen over die soort van huwelijken.

Daar de meeste analogieën er op wijzen, dat huwelijken tusschen familieleden in den regel niet wenschelijk zijn, heeft men misschien uit een

ocr page 26

hygiënisch oogpunt het recht te eischen, dat volle neven en nichten, die een huwelijk wenschen aan te gaan, naar lichaam en geest volkomen gezond zijn, dat er geen erfelijke ziekte in de familie zij, dat er niet reeds bij hunne naaste voorouders een huwelijk tusöchen verwanten hebbe plaats gehad, benevens dat het neef- of nichtschap niet dubbel zij, dat wil zeggen van vaders- en moederskant beide.

Zijn de twee partijen door herediteit van andere zijde, naar lichaam en geest zeer verschillend van elkaar, des te beter; ook moet het als een groot voordeel worden beschouwd, wanneer de ouders (de broers of zusters) in het huwelijk zijn getreden met echtgenoot-en van een andere plaats, uit eene andere familie, waarin andere lichaamstypen voorkomen, en de partijen zelve onder verschillende uiterlijke omstandigheden zijn opgegroeid.

Indien aan de gestelde eischen in het een of ander opzicht evenwel niet kan worden voldaan, kan de gezondheidsleer slechts met bezorgdheid zien op een huwelijk tusschen neef en nicht.

Het is zeer zeker niet gemakkelijk om te zeggen, waar de oorzaken der aan te toonen ongelukkige gevolgen van herhaalde of in een ander opzicht bedenkelijke huwelijken tusschen verwanten moeten worden gezocht; men mag evenwel gerust

ocr page 27

28

aannemen, dat, daar ieder mensch grootere of kleinere physieke of psychische gebreken heeft, en deze bij verwanten dikwijls eensoortig zijn, de gebreken bij elk huwelijk, dat tusschen verwanten plaats heeft, moeten versterkt worden, en dat deze bij latere leden van het geslacht zóó groot worden, dat de individuen vallen buiten de grenzen van normale menschelijke gezondheid en begaafdheid, en dat er ten slotte nakomelingen zullen geboren worden, die niet meer in staat zijn zich voort te planten, die onvruchtbaar blijven, zoodat het geslacht uitsterft.

Die soort van opmerkingen kan men rijkelijk maken bij de studie der stamtafels van regeerende hoofden, vorsten, of adellijke geslachten. Menigmaal blijkt, dat het angstig vasthouden aan gelijkheid van stand bij het aangaan van een huwelijk schadelijk werkt op de levenskracht en geestelijke ontwikkeling van het geslacht, terwijl een vrijzinnige praktijk en bloedmenging met vreemde, niet zoo oude families, een goeden invloed oefent. De krachtigste aristocratie waarop Europa kan bogen, de Engelsche, heeft door successieve verhooging van nieuwe familiën tot Pairs en dooiden overgang der jongere zonen in burgerlijke kringen, steeds in voortdurende bloedmenging gestaan met minder verfijnde maar oorspronke-

ocr page 28

24

lijke geslachten, en daardoor het standpunt behouden waarvan de adel van menig ander land is afgedaald.

Het zij mij, nu het huwelijk tusschen neven en nichten is behandeld, veroorloofd nog even terug te gaan tot de vraag over de huwelijken van ooms en tantes met kinderen van hunne broeders en zusters.

Uit het boven gezegde blijkt dat hoe nauwer de verwantschap is, hoe grooter het nadeel dat er uit een huwelijk kan voortkomen. Een oom is veel nauwer verwant met de dochter van zijn broeder of zuster, dan een neef met zijn nicht. Men moet er tevens aan herinneren dat de bloedverwantschap niet het eenige gezichtspunt is waaruit die vraag moet worden beschouwd; men moet tevens in het belang der familie en der maatschappij eischen dat er eenige graden van verwantschap gevonden worden, waarbij de hartstocht der liefde moet zijn uitgesloten; dat er geslachts-groepen zijn, verbonden door den band der piëteit; dat echter uit zulke groepen slechts leiders en voogden worden gekozen, die in plaats van de overleden ouders de vader- en moederlooze kinderen opvoeden.

Niemand is voorzeker beter geschikt om als plaatsvervanger op te treden dan een broer of

ocr page 29

25

zuster van den overledene; maar die taak kan niet veilig worden overgenomen, wanneer de verhouding tusschen de jongere en de oudere partij niet door de wet en nog meer door zede, gebruik en traditie worde geplaatst buiten het gebied, waar de begeerte der liefde moet gevonden worden en heerscht.

De derde vraag, die beantwoord moet worden, is die over ziekten bij de partijen zelve.

Misschien denkt men in het eerste oogenblik, dat zulk eene vraag slechts moest gedaan en beantwoord worden door een medisch zaakkundige en dat de beantwoording daarvan eerst te pas komt bij de beslissing van het al of niet oorbare van het huwelijk. Dit is evenwel niet het geval. In onze wetten, die gemaakt zijn lang vóór de ontwikkeling der medische wetenschap komen vele paragraphen voor, die aantoonen, dat de wetgevers al te goed het nadeel hebben ingezien, die onherstelbare of walgelijke ziekten in een huwelijk kunnen teweegbrengen.

Die wetgevers waren menschenkenners met genoegzame ervaring en realistisch genoeg om in te zien, dat er geen gelukkig huwelijksleven

ocr page 30

26

mogelijk was, indien de echtelieden niet in het bezit waren van lichamelijke en geestelijke gezondheid ; dat geen ander gezichtspunt, het mocht dan een aesthetische dweperij of de een of andere belangzuchtige speculatie zijn, in hunne oogen een huwelijk wettig bindend kon maken, als de voorwaarden tot een volkomen en natuurlijk samenleven ontbraken. Daarom geven ook sommige paragraphen het recht, ontbinding van het huwelijk te vragen, wanneer de man of de vrouw op sommige punten blijkt bedrogen te zijn.

Ik wil niet beweren, dat de Zweedsche wet in dat opzicht eene volkomene en juiste uitdrukking-is van de zienswijze der tegenwoordige medische wetenschap, maar zij heeft toch de verdienste, dat zij de noodzakelijkheid van gezondheid aanneemt, benevens de verplichting der partijen of der familie om niet zulke ziekelijkheden geheim te houden, die van verstorenden invloed moeten zijn op het echtelijk geluk.

Het zou niet moeielijk zijn uit de Zweedsche casuïstiek gevallen aan te halen, waaruit blijkt, dat er in dat opzicht bedrog heeft plaats gehad, en een man of vrouw voor het geheele leven in een huwelijk werd geklonken, dat volgens den geest der wet niet had mogen plaats hebben, en in welke gevallen een scheiding onvoorwaardelijk,

ocr page 31

27

zoowel door de burgerlijke als kerkelijke autoriteiten, zou zijn toegestaan, indien het ongelukkige paar zich tot haar had gewend, in plaats van zijn verdriet in eigen hart te bewaren.

Bij de quaestie der ziekte zal men misschien de tegenwerping maken, dat zij, afgescheiden van alle wetten, reeds een groote en voldoende rol speelt bij de huwelijkskeus. Het kan niet worden ontkend, dat het huwelijk geschiedt naar eene zekere keus, en dat eene menigte zichtbaar dooide natuur slecht bedeelde individuen van het aanneembare getal wordt uitgezonderd. Het is immers wel bekend, dat gebrekkigen, idioten en anderen bijna altijd hun leven in eenzaamheid moeten slijten en dat er zwaar wegende motieven van anderen aard (in den regel vermogensmotieven) vereischt worden, zullen minder begaafde personen bij de huwelijkskeus in aanmerking komen. De hoogst mogelijke lichamelijke en geestelijke ontwikkeling trekt bij die keus het meest aan, en dit zeer zeker tot ontwikkeling en vooruitgang van het menschelijk geslacht.

Indien men reeds hier een antwoord mocht wenschen op de vraag: welke ziekten verbieden het huwelijk, en welke niet? dan ben ik genoodzaakt te antwoorden, dat ik zulk eene onderscheiding niet durf geven, dat de vraag geens-

ocr page 32

28

zins is opgelost door het noemen van eenige ziektenamen. „Er zijn geen ziekten, er zijn slechts zieke menschen,quot; zegt een beroemd geneesheer, en ofschoon zijn gezegde moet worden opgevat cum gram safe, bevat het toch eene groote waarheid, zelfs ten aanzien der vraag, die ons nu bezig houdt.

Het is niet alleen de aard der ziekte, de definitie ervan, die het voor of tegen in de huwelijks-quaestie uitmaakt; vele bijomstandigheden oefenen haren invloed uit. zoowel de tijd van ontwikkeling en de graad, als de leeftijd van den zieke, zijne constitutie, levensomstandigheden, afstamming, de mogelijkheid om zich te kunnen ontzien, en veel meer nog.

De groote menigte acute ziekten behoeven hier in dit verband nauwelijks te worden genoemd. Het is slechts uiterst zelden, dat zij eene verhindering zijn voor het huwelijk; zij eischen hoogstens uitstel der bruiloft tot de ziekte is doorstaan, de krachten zijn teruggekeerd; doch dat is ook alles.

Het zijn de chronische, de langdurige, de levenslange ziekten, waarmee men bij het aangaan van een huwelijk rekening moet houden.

Het komt niet in mij op hier een lijst te geven van al de ziekten, die in den een of anderen

ocr page 33

29

vorm oorzaak kunnen zijn, dat een ernstig geneesheer een huwelijk moet afraden; ik zal mij vergenoegen met op de gewichtigste en meest alge-meene, bij het groote publiek meest bekende ziekten te wijzen.

Ik begin met de longtering (tuberculose.)

Deze akelige ziekte, die eeuwenlang de ergste plaag van de beschaafde menschheid is geweest en nog is, wordt door vele geneesheeren als in hoogen graad erfelijk beschouwd.

Waarin de erfelijkheid ligt, is nog niet volkomen aangetoond; of de kinderen geboren worden met tuberculose of met eene zwakheid, die hen ontvankelijk maakt voor de inademing van het tuberkelgif, kan nog niet met zekerheid worden gezegd. Ik behoef er slechts op te wijzen, dat de ziekte heel dikwijls van de ouders op de kinderen overgaat.

Somwijlen is de erfelijkheid krachtig uitgedrukt, dan weer minder sterk; in de eerste gevallen kan men kinderen uit eene familie het een na het andere zien vallen, terwijl de vader en de moeder, evenals de Mobe der klassieke sage, met al hun liefdebetoon, al hunne opoffering, al hunne kunst de kleinen trachten te verdedigen tegen de scherpe pijlen van den dood.

Het is niet te veel gevergd om te verlangen.

ocr page 34

30

dat geen man of vrouw, die Ion glijden heeft, zich in het huwelijk begeve.

Men kan hier zeer zeker tegen inbrengen, dat longtering geen ongeneeslijke ziekte is, dat er gevallen zijn, waarin een bloeiende kinderschaar opgroeit van een vader of moeder, die in zijne of hare jeugd geacht werd de tering te hebben. Ik ontken de juistheid van die opmerking volstrekt niet, ik heb zelf meer dan eens zulk eene ervaring opgedaan, — maar ik stel als een onafwij sbaren eisch, dat men eerst moet trachten zijne gezondheid te herwinnen, en slechts een huwelijk mag aangaan wanneer de beterschap aanhoudend blijkt te wezen.

Het moet toch erkend worden als een betreurenswaardig iets, wanneer een vader of moeder ontrukt wordt aan eene schare kinderen, en de overblijvende echtgenoot het eene kind na het andere ziet wegkwijnen en sterven, öf aan longtering, öf aan eene andere ziekte, die in recht-streeksch verband staat met de tuberkel-infectie.

In de meeste gevallen zijn die laatste ziekten niet doodelijk, maar zij verwoesten sommige lichaamsdeelen, zoodat het kind gebrekkig wordt; een zeer groot deel van de kreupele, gebochelde, scheeve of lamme personen, die wij in onze liefdadigheidsgestichten of elders zien, kunnen hunne

ocr page 35

81

gebreken toeschrijven aan eene erfelijke tuberkei-ziekte.

Een zekere ziekelijke romanliteratuur heeft er niet weinig toe bijgedragen om een ziekelijk medelijden op te wekken met tuberculeuze hu-welijkscandidaten; zij worden zoo belangwekkend, zoo bleek, zoo doorzichtig, zoo etherisch geschilderd; ja, is de schrijver goed op dreef, dan hoo-ren wij nog daarenboven, dat zij heel of half engelen zijn.

Ik zal geenszins ontkennen, dat ziekte, en niet het minst tuberculeuze ziekten, dikwijls een karakter en wezen verbeteren, louteren kunnen; maar de huwelijken op aarde worden in den regel met een menschelijk doel gesloten, en zeer dikwijls ontbreekt het den tuberculenzen patiënten aan moed en zielskracht om de droeve waarheid onder de oogen te zien; daarom nemen zij een vrouw of worden aan een man ten huwelijk gegeven, en de ellende, die uit zulke verbintenissen voorkomt, is zóó groot, dat de dichter, ja, zelfs de realistische schilder der werkelijkheid het niet waagt, deze naar omvang en diepte te teekenen.

Indien longzieke patiënten een huwelijk willen aangaan, opdat de een zich kunne wijden aan de verpleging van den ander, gedurende den tijd, dat

ocr page 36

32

deze nog te leven heeft, dan heb ik daar niets tegen; maar dan moeten de echtelieden zich de betrekking, waarin zij tot elkaar staan, volkomen bewust zijn, en het vaste voornemen hebben om in een waarlijk humanen geest de levenstaak te vervullen, die zij op zich hebben genomen; anders wordt het ongeluk allicht nog grooter dan men bij voorbaat mag aannemen.

In de meeste gevallen is het zeker het best, dat de partijen, evenals the Pilgrims of the Rhine van Bulwer, verloofd blijven, en zoo den aanstaanden dood afwachten, of, in het gelukkigst geval, zich na herkregen gezondheid in het huwelijk laten verbinden.

Ofschoon zij in onzen tijd en voor ons volk niet eene zeer groote beteekenis heeft, kan ik niet nalaten hier met eenige woorden te spreken over de melaatschheid.

In Noorwegen toch komt zij voordurend nog hier en daar voor, en met de kennis van haren overgang van ouders op kinderen heeft men van tijd tot tijd zich laten verleiden tot de avontuurlijkste voorstellen in betrekking tot het uitroeien der ziekte. Op grond der nieuwste onderzoekingen houd ik het niet voor onmogelijk, dat in de koude streken de ziekte volkomen kan worden uitgeroeid en dat er dus geene speciale verbods-

ocr page 37

33

bepalingen tegen het huwelijk voor aan melaatsch-heid lijdende personen noodig zijn. Voor deze patiënten is het echter, evenals voor andere zieken, een plicht der zedelijkheid om de wereld niet te bevolken met ongeneeslijk zieke schepselen.

Is de melaatschheid in onze maatschappij niet van groote beteeken is bij de behandeling der huwelijksquaestie, de zenuwziekten zijn dit des te meer.

Het is aan ieder bekend, dat de verschillende soorten van zenuwlijden aan het laatste deel van onze eeuw den meest kenmerkenden ziektestempel geven. Er dient aan herinnerd, dat zenuwziekten onder de meest wisselende typen voorkomen, van eene onbeteekenende zwakheid en prikkelbaarheid af tot volkomene verstoring van lichamelijke en geestelijke functies.

Het oordeel van den geneesheer wordt er niet door gewijzigd, dat eenigen dier goedaardige ziekten verminderen en verdwijnen in een gelukkig huwelijk, en volstrekt niet overerven; anderen daarentegen openbaren zich in den een of anderen vorm bij de opgroeiende kinderen.

De zenuwziekten zijn namelijk, in betrekking tot de erfelijkheid, onderworpen aan de eigenaardige wet, dat zij op hare wandeling door het

ocr page 38

34

geslacht, de meest verschillende vormen aannemen, terwijl tuberculose alleen tuberculose, melaatsch-heid enkel melaatschheid voortbrengt.

Tot één en dezelfde ziekteoorzaak kunnen krankzinnigheid, krampaanvallen, verlammingen, hysterie en hypochondrie, zenuwzwakte en excentriciteit worden teruggebracht, en het is in een gegeven geval niet gemakkelijk te zeggen, of een licht zenuwlijden slechts een voorbijgaande reac-tie-toestand beteekent, met een toevallige ziekteoorzaak, of dat hetzelfde lijden het uitgangspunt vormt voor ernstige verstoringen bij het individu zelf en bij zijne nakomelingschap.

In zulke gevallen is er reden om een nauwkeurig onderzoek te doen naar de geschiedenis der voorouders en het geslacht, daar dit een goede wegwijzer kan zijn bij het beoordeelen van de toekomst van het gegeven individu.

Als regel behoort te gelden, dat, wanneer de ziektegevallen in eene familie veelvuldig en ernstig zijn, de gezonde leden der familie weinigen in aantal, de ziekte op rijperen leeftijd optreedt en in de kinderjaren of jeugd geen grootere voorzorgsmaatregelen genomen zijn, men een lid van zulk een familie het huwelijk moet ontraden. Indien echter de aanleg zich bij hem, die de ongelukkige erfenis kreeg, vroegtijdig openbaart.

ocr page 39

en de gezonde leden der familie in den ontwikkelingstij d steeds verschoond blijven van zenuwziekte, dan kan men, onder inachtneming van bijzondere voorzorgsmaatregelen, die in gunstiger condities verkeerende personen een huwelijk toestaan, vooral wanneer de nerveuze abnormaliteiten over het geheel genomen, in de familie eerder schijnen af dan toe te nemen.

Ik moet hier een lijden bespreken, dat niet zelden bij ons voorkomt, namelijk de dronkenschap.

Vele ervaren geneesheeren gelooven, dat er een soort van ziekelijke, dikwijls overgeërfde neiging tot drinken bestaat, die beschouwd en behandeld moet worden als eene zenuwziekte.

De zoogenaamde dipsomanie onderscheidt zich in hare uitingen van de dronkenschap, die veroorzaakt wordt door slechte moraal, verkeerde gewoonten en gezelschap. Een drinker of drinkster behoort onder geen voorwaarde te huwen. Men ziet niet zelden jonge vrouwen het waagstuk begaan van hare hand te schenken aan een overigens beminnelijk jongmensch, die neiging-tot drinken heeft. Zij vertrouwen, dat haar invloed sterk genoeg zal wezen om haren echtgenoot matig te doen zijn. In de meeste gevallen bedriegen zij zichzelve bitter; de zucht tot drin-

ocr page 40

36

ken keert met zulk eene kracht terug, dat alle aesthetische zoowel als physieke belangen er voor moeten wijken; en de echtgenoote van den drinker moet in een lange droeve toekomst haar lichtge-loovigheid en zelfvertrouwen boeten.

In de, gelukkigerwijze zeldzamer voorkomende gevallen, dat de zucht tot drinken bij de vrouw bestaat, is de zaak ongetwijfeld nog wanhopiger, daar een dronken vrouw den geheelen dag in staat en in de gelegenheid is hare kinderen te mishandelen en te verwaarloozen, en ook omdat het nog moeielijker schijnt eene vrouw van die verderfelijke zucht of ziekte te genezen dan een man.

Indien men zich in den toestand bevindt, dat er sprake is van een huwelijk tusschen een lid eener familie, waarin dronkenschap voorkomt, maar die zich nooit openbaarde bij den persoon met wien men zou wenschen te huwen, dan komt het mij voor, dat men, alvorens zijne toestemming te geven, eene plechtige belofte moet eischen van algeheele afschaffing, en dat die belofte bekrachtigd worde door het lidmaatschap van een afschaffingsgenootschap.

Verder is er een groep ziekten, de zoogenaamd venerische ziekten, welker verhouding tot het huwelijk noodzakelijk en tevens moeilijk te bepalen is.

ocr page 41

Men weet, dat deze ziekten, over het algemeen genomen, optreden als de gevolgen van een onzedelijk geslachtsleven, maar men behoort er op te wijzen, dat een niet gering aantal mannen en vrouwen onschuldig door het gif der ziekte wordt besmet, en ook dat er individuen zijn, die reeds bij de geboorte het vergif in hunne aderen hebben opgenomen. Het is dunkt mij hier de plaats niet om te bepalen hoe een reine jongeling of kuisch meisje zich moet gedragen, wanneer neiging hem of haar drijft tot eene vereeniging met een persoon, die niet op diezelfde zedelijke eigenschap kan bogen. Er is geene godsdienstige ethiek of menschelijke levenservaring, die een algemeen geldend antwoord op zulk eene vraag kan geven. Wij weten echter, dat die vraag dikwijls wordt gedaan, en wanneer men met het oog op de moraal een goed antwoord erop heeft gegeven, komt de hygiëne met hare gewetensvragen en begeert ook een eerlijk antwoord.

De hygiënische onderzoekingen zijn volkomen dezelfde ten opzichte van de offers der ziekte, die zich hun ongeluk zeiven hebben te wijten, als voor hen, die door een ongelukkig toeval, of door zelfopofferende werkzaamheden in den dienst der menschheid zich hunne ziekte op den hals hebben gehaald.

ocr page 42

88

De ergste van alle venerische ziekten, de syphilis, kan niet beschouwd worden als een locaal lijden; men kan zeggen, dat zij haar slachtoffers voor het geheele leven heeft bemachtigd, al kan zij door voortdurende behandeling worden verzacht en in haren voortgang beperkt.

Sommige geneesheeren denken over dit punt zóó pessimistisch, dat zij eene vrouw of een man, die aan die ziekte lijdt, nooit willen toestaan om te huwen; en er zijn niet weinig menschen, die uit dien grond, zichzelve tot het celibaat hebben veroordeeld. De medische ervaring heeft hiermee echter geen vollen vrede. Zij ziet zeer goed in, dat het syphilisvergif jaren lang in het organisme kan schuilen, om na verloop van vele jaren eensklaps zich bij den zieke te openbaren en op zijne (hare) kinderen kan worden overgebracht; maar zij heeft ook ontelbare casuïstische feiten geboekt, die bewijzen, dat kinderen, wier vader en moeder eerst na een nauwgezet onderzoek van hunnen gezondheidstoestand een huwelijk hebben aangegaan, bevrijd bleven van alle ziekteverschijnselen en zich mogen verheugen in een gezonde en krachtige nakomelingschap.

Heel dikwijls behoeft echter m zulke gevallen de geneesheer zich niet in te spannen om eene te pessimistische opvatting te bestrijden; veel

ocr page 43

39

vaker moet hij al zijn invloed, heel zijn gezag gebruiken om een persoon, in den regel een man, van zijn voorgenomen huwelijk te doen afzien, op grond dat anders eene ernstige ziekte in het huwelijk zal worden voortgeplant. Bij zulke gelegenheden is men niet zuinig met argumenten, die er op berekend zijn, de bedenkingen van den geneesheer te ontzenuwen; men beroept zich op een gegeven belofte of afspraak, op de toebereidselen die er reeds voor de bruiloft gemaakt zijn, men voert economische gronden van dringenden aard aan, men geeft zijne vrees voor een breuk en schandaal te kennen, men spreekt van gedeelde gevoelens, men maakt gebruik van alle mogelijke hulpmiddelen om den dokter aan het wankelen te brengen en hem den weg te doen verlaten, dien wetenschap en humaniteit hem gebieden te volgen.

Hoe meer eene zuivere opvatting van die verhoudingen in de maatschappij doordringt, en hoe meer die gewaardeerd wordt door vaders en moeders, hoe meer ook de arbeid van den geneesheer wordt verlicht, hoe minder de treurige gevolgen van misstappen en ongelukken bij de kinderen zich zullen openbaren.

In de groep der venerische ziekten komen ook vele aandoeningen voor, die zeer zeker niet als

ocr page 44

40

constitutioneele, of het geheele lichaam doordringende kwalen worden beschouwd, maar enkel als locale, die niet op een nieuw geslacht overgaan. Het komt menigeen misschien niet noodzakelijk voor, dat er gewaarschuwd wordt tegen het nadeel, welke zulke ziekten in het huwelijk kunnen veroorzaken ; maar toch leert de dagelijksche ervaring, dat zulk eene waarschuwing dikwijls zeer noodzakelijk is. Deze aandoeningen worden niet zelden zoo verwaarloosd, dat zij gedurende een reeks van jaren permanent blijven, en, al worden zij niet door de kinderen overgeërfd, kunnen zij toch van den eenen echtgenoot op den anderen worden overgebracht en diens leven verbitteren door ziekelijkheid en kwijning.

Het is natuurlijk onmogelijk in dit korte bestek alle ziekten te noemen, die, in verband met een voorgenomen huwelijk, aan eene bijzondere opmerkzaamheid, een bijzonder onderzoek behoo-ren onderworpen te worden.

Dat is ook niet noodig, want de beoordeeling van een casuïstiseh vraagstuk kan in het algemeen niet worden gegeven, zelfs niet door de hoogst ontwikkelde leden der maatschappij; bij het behandelen van zulke quaesties moet altijd een geneesheer aanwezig zijn en deze een beslis-senden invloed hebben op het te nemen besluit.

ocr page 45

41

Ik wil hier nog wijzen op eene belangrijke, zij het clan ook zeldzame ziekte en de eigenaardige kuur, waartoe men zijne toevlucht heeft genomen om haar uit te roeien; de ziekte heet bloederziekte (haemophilie) en bestaat hierin, dat de door haar bezochte individuen zulke zwakke bloedvaten hebben, en hun bloed van zulk een eigenaardigen aard is, dat zij steeds last hebben van allerlei bloedingen. De geringste stoot kan bij een „bloederquot; blauwe plekken en bloedstorting over een buitengewone uitgestrektheid veroorzaken, een schram in de huid kan hun gevaarlijk worden, het uittrekken van een tand den dood door verbloeding ten gevolge hebben. De meeste bloeders leiden een treurig bestaan, zij moeten zich voortdurend in acht nemen voor stootjes en uitwendige beleedigingen, die het leven steeds meebrengt. Hunne gezondheid lijdt onder het steeds terugkeerend bloedverlies, dat slechts langzamerhand wordt gecompenseerd door nieuw bloed en door den treurigen kringloop der ziekte weer wordt verloren. Hoe voorzichtig zulke patiënten ook zijn, ze worden zelden oud. Nu heeft men opgemerkt, dat die ziekte in hoogen graad niet wordt overgeërfd direct en doorgaande door de geheele nakomelingschap, maar in den regel wordt voortgeplant van een bloedenden vader

ocr page 46

42

door zijne gezonde dochter op hare in een huwelijk met een gezond man geboren kinderen.

Hoe zonderling deze vorm van overerving ook zij, alleenstaande onder de ziektegevallen is hij niet. De zooeven genoemde bloederziekte wordt het meest waargenomen in de Alpenstreken van Midden-Europa, en in een dier plaatsen, in de stad Tenna, in het kanton Grauwbun der land, in Zwitserland, hebben alle jonge meisjes, die behoo-ren tot de zoogenaamde bloeder-families, een verbond gesloten om nimmer te trouwen, ten einde op die wijze de ziekte uit te roeien.

Ik kan niet nalaten de bijzondere aandacht mijner lezers hierop te vestigen. Ik ken op hygiënisch gebied geen voorbeeld van grooteren heldenmoed. Tegenover dezen verbleeken de meeste der ascetische onthoudingen, waarvan de kluizenaars en kloostergeschiedenissen weten te verhalen. Men moet bedenken, dat al die vrouwelijke celibatairen zelve gezonde individuen waren, en toch de zedelijke kracht bezaten om afstand te doen van de liefde, de hoop op een eigen familieleven, het bezit van kinderen, enkel om de wereld niet te bevolken met lijdende, voor het gezonde leven niet vatbare wezens.

Hoe heerlijk zou het zijn, indien een deel dier zedelijke kracht kon worden overgegoten in de

ocr page 47

43

zonen en dochteren dezer eeuw, die, in weerwil van de treurigste vooruitzichten, zich niet bedenken om in het huwelijk te treden, waarvan het aardsch geluk verspeeld wordt door een vroegtijdig wegkwijnen, ziekte en dood van ouders en kinderen.

De schildering dier episode brengt mij op de vierde vraag: „Is het huwelijk geoorloofd aan een gezond individu, dat uit een geslacht is voortgekomen met ziekelijken erfelijken aanleg?quot;

Ook op die vraag kan niet een algemeen geldend antwoord worden gegeven; elk bijzonder geval moet van alle kanten worden bekeken, vóór de wetenschap haar oordeel velt.

Wij hebben in het bovenstaande gezien hoe de meisjes uit Grauwbunderland die vraag beantwoorden ; over het algemeen kan men evenwel zeggen, dat, van hoe ernstiger aard de overgeërfde ziekte is, hoe algemeener zij overgaat op liet kroost, hoe meer bedenkingen dus er tegen het huwelijk te maken zijn. Is de ziekte van onbeteekenenden aard, lijden eenige leden dei-familie er niet aan, neemt zij van geslacht tot geslacht af, dan mag men een huwelijk aangaan, onder inachtneming evenwel van behoorlijke voorzorgsmaatregelen. Een huwelijk onder die voorwaarden is evenwel verboden, wanneer de man

ocr page 48

44

en vrouw beiden tot dezelfde ziekelijke familie behooren; dan toch is het meer dan ooit noodzakelijk om gezond bloed te brengen in den half verdorden stam, om hem zoo levenskrachtiger te maken.

Er is evenwel op dat gebied geen ontwikkeling of vooruitgang te wachten, wanneer niet het groote publiek voor die zaak belangstelling opvat. In de allereerste plaats is het immers noodzakelijk, dat er in de algemeene beschaving zekere generale t rekken van de opgedane ervaring overgaan; daardoor zal de quaestie, om zoo te spreken, eene steeds „brandendequot; blijven, en hem, die in een persoonlijke aangelegenheid hulp en leiding behoeft, zal het gemakkelijker zijn daar hulp te zoeken, waar alleen hulp voor hem te vinden is.

Deze voorstelling zal eene menigte uitnemende, achtenswaardige menschen hoogst eigenaardig voorkomen, menschen, die zich er aan gewend hebben om in alle levensvragen den eisch der moraal het hoogst te stellen en de physieke natuur zich maar te laten redden, zoo goed en kwaad het gaat.

Men is van verschillende zijden tot de opvatting' gekomen, dat de moraal en de. physiek in eene vijandelijke verhouding tot elkander staan; beschouwt men de zaak evenwel van een eenigs-

ocr page 49

45

zins hooger standpunt, dan blijkt het valsche dier opvatting.

De leeringen der moraal en der menschelijke physiek stemmen op de meeste punten volkomen overeen, zoodat er van een strijd tusschen haar geen quaestie kan zijn. Een nauwkeurige empirische studie der normale en ziekelijke functies van lichaam en ziel zal aantoonen, dat zij machtig in elkander grijpen. Men behoeft volstrekt geen determinist te wezen of de wilsvrijheid te ontkennen, om die ervaring op te doen.

Ik zal een voorbeeld kiezen uit het dagelijksch leven.

Het is een daad van vrijen wil, wanneer een jong mensch uit een gezond geslacht tot misbruik van sterken drank vervalt. Dat feit kan treurige gevolgen hebben voor zijn kroost en nakomelingen. Aangeboren dipsomanie, idiotisme, verzwakking van het verstand, slapheid van wil, enz. enz. kunnen zich in vele gevallen voordoen, uitgaande van die eéne abnormaliteit, en de moraal. .. . ? Het is voor de moraal veel moeie-lijker om tot volle ontwikkeling te komen bij

een ontaard en jammerlijk geslacht, dan bij vol-

*

komen normale menschen. Het eerste heeft niet de geschikte organen om zulke leeringen aan te nemen en te ontwikkelen.

ocr page 50

46

Ik moet nu in zekeren zin tot een mijner uitgangspunten terugkeeren, tot de leer der afstamming. Wanneer men die van ééne zijde beschouwt, zal men zien, dat er op de leer der herediteit sterke nadruk wordt gelegd.

Men kan geenszins zeggen, dat de descenden-tieleer de wet der erfelijkheid heeft ontdekt; integendeel, haar bestaan was bekend en erkend, duizenden van jaren vóór de voorstellingen der moderne cultuur over hare waarde en beteekenis hebben meegewerkt tot eene menigte cultuurhistorische feiten, zooals b. v. de kaste-indeeling, het verschil in stand, de beperkingen in het recht om een huwelijk aan te gaan.

Daar de moderne cultuur met recht alle instellingen heeft opgeheven, die eigenlijk niets anders waren dan schaduwbeelden van de gedachten die haar deden geboren worden, lag de v^ees voor de hand, dat de tegenwoordige tijd de beteekenis van de wet der erfelijkheid zou vergeten of onderschatten.

De moderne beschouwing interesseerde zich zoo sterk voor de individuen, dat zij vergat, dat het individu slechts een lid was in de groote keten van het geslacht, dat zijn natuur in hoogen graad onder den invloed stond der natuur zijner voorvaderen, en dat hij op zijne beurt een stempel zou drukken op het toekomende geslacht.

ocr page 51

47

In dé wereld der beschaving en cultuur schonk men aan de erfelijkheid al te weinig aandacht. Slechts in de lagere standen, waarin de cultuur minder doordrong, hield men de traditioneele opvatting der beteekenis van de erfelijkheid in eere.

En daar kwam Darwin!

Door zijne veelzijdige en grondige onderzoekingen kreeg de leer der herediteit eene bijzonder groote beteekenis; het was nu onmogelijk om de lastige theorie, die zoo gebiedend hare eischen stelde, op zij te schuiven.

A7'oor het onderwerp, dat ons hier bezighoudt, heeft de erfelijkheid een zeer bijzondere beteekenis, wat reeds uit het bovenstaande duidelijk is gebleken. Maar er bestaat tevens grond om te onderzoeken in hoeverre de herediteitsleer eene zedekundige beteekenis kan hebben.

Er zijn vele menschen, die alles wat van de moderne wetenschap komt, als slecht en verwerpelijk beschouwen, en alles veroordeelen, dikwijls zonder eenige kennis ervan te hebben. Ik wil hier in 't licht stellen, dat de wet der erfelijkheid van groote zedekundige strekking is, van een invloed, die slechts ten goede kan werken, wanneer men enkel oog heeft voor de werkelijke beteekenis en draagwijdte der zaak.

Door de wet der erfelijkheid wordt op het

ocr page 52

48

krachtigst de verantwoordelijkheid der individuen geleeraard.

Men kan, tenzij men zichzelven afsnijde van den levenden stamboom der menschheid, nietge-looven en verklaren, dat men uitsluitend voor zichzelven leeft. Iedere gedachte, elke daad, elke misslag en iedere misdaad laat een merkteeken na op ons karakter, op ons wezen, en dit teeken is zóó diep ingegrift, dat het een integreerend deel van onszelven wordt en onze kinderen het met of tegen onzen wil overerven.

Uit zulk een oogpunt beschouwd, moet de ernst des levens op den voorgrond treden, op des levens verantwoordelijkheid zóó de klem worden gelegd, dat er aan uitvluchten niet te denken valt.

De wet der erfelijkheid leert, dat de natuur zelf de misdaden der ouders bezoekt aan de kinderen en wel tot het derde en vierde geslacht. Het is nu niet langer mogelijk met het wapen van spot of satire, als een verouderd bijgeloof te stempelen wat een der groote leeringen van het natuurleven blijkt te zijn.

Op die basis moet zich natuurlijk een streng zedelijke opvatting ontwikkelen. Hij, die in het levendig bewustzijn van de beteekenis der erfelijkheid leeft, kan onmogelijk luchthartig denken over de misstappen en zonden, waarvan hij weet.

ocr page 53

49

dat zij niet alleen hemzelven straffen, maar ook zich zullen verhalen op zijn onschuldig kroost.

In het dagelijksch leven treft men zeer dikwijls personen aan, die, ofschoon aanhangers der evolutieleer, een leven leiden, dat volstrekt niet in overeenstemming is met de practische grondwaarheden, door die leer gepredikt.

Wij mogen ons niet door hen laten teleurstellen ; zij hebben van de moderne wetenschap slechts den dop, niet de kern ontvangen, zij hebben zich eenige slagwoorden dier leer toegeëigend om de rest van godsdienst en zedenleer, die er van hunne jeugd nog in hunne beschouwingen en gewoonten is blijven hangen, uit te roeien; maar de zedelijke inhoud van de ontwikkelingsleer is hun geheel vreemd gebleven. Zulke aanhangers brengen schande en schade over elke levensbeschouwing, die zij beweren aan te hangen, en naar dezulken mag men de beteekenis en werking der leer niet beoordeelen.

Wanneer die ongelukkigen, die van hunne vijandelijke gezindheid tegen alle moraal en godsdienst blijk geven, met eenige losse phrases, aan de schrijvers der evolutieleer ontleend, hunne zaak wilden bepleiten voor de uitstekendste mannen dier leer, voor een Darwin, Huxley en Herbert Sjiencer, zouden zij bemerken, dat het oordeel

ocr page 54

50

dier heeren zou zijn tegen hen en vóór de beschouwingen hunner christelijke, zoogenaamde orthodoxe aanklagers.

Onze tegenwoordige natuurphilosophie kan wel spreken over en werken voor het recht der natuurlijke gevoelens en driften, maar zij maakt zich nooit tot advocaat voor wat men het evangelie van het vleesch noemt, voor het Bohémien-leven onder den een of anderen vorm.

Wanneer een persoon tegen de zedenleer van den godsdienst heeft gezondigd, is het volstrekt niets ongewoons, dat de straf daarop volgt hij wijze van een wanhopige erkenning der bindende kracht van de wet der erfelijkheid. Meer dan één geneesheer heeft in zijn ontvangkamer bekentenissen gehoord als: ik heb geene godsdienstige overtuiging, maar er wordt ter wereld niets gevonden meer waar, dan de woorden: dat de misdaden der ouders bezocht worden aan de kinderen.

Door alles wat ik hier heb behandeld, wil ik evenwel niet gezegd hebben, dat de evolutie-phi-losophie de menschheid vermag staande te houden, haar zedelijk leven kan ontwikkelen.

Ik wil slechts constateeren, dat de natuurlijke consequentie dier leer geen zedelijke lichtzinnigheid behoeft te wezen. Wanneer het geldt te werken voor den vooruitgang der menschheid.

ocr page 55

51

zoo moet de zedenleer door andere krachten worden geschraagd dan waarover de philosophische theorie kan beschikken. De beschouwingen en gevoelens van het menschelijk geslacht, zijn driften en instincten moeten gezond en wel ontwikkeld zijn, zij moeten leven en zich vrij bewegen, zonder onafhankelijk te zijn van eenige verstandelijke overwegingen, en eindelijk moeten zij stennen op den grond van eene godsdienstige overtuiging en

van haar zijn doordrongen.

♦ *

*

De quastie in hoeverre zedelijkheid en gezondheid met elkaar in verband staan, verdient in het dagelijksch leven de grootste aandacht, vooral wanneer zij de opvoeding geldt.

Door schrijvers van beslist ascetische richting-kan men de beschouwing hooren verkondigen, dat ziekte en lijden eigenlijk de gelukkigste toestanden zijn, omdat de geest dan zegepraalt over de stof, omdat dan het zedelijke leven wordt ontwikkeld en de ziel hare wieken ontvouwt.

Het komt niet in mij op de opvoedende betee-kenis van ziekten en kwalen te bestrijden, maar indien zij onder alle omstandigheden wenschelijk waren, zou het zeer onzedelijk zijn ze te bestrij-

ocr page 56

52

den. Wij kennen uit de kerkelijke geschiedenis voorbeelden van zulke overdrijving, maar wij weten ook, dat zij in een dweperij is ontaard, die allesbehalve van geestelijken aard was.

Het kan niet worden ontkend, dat in den regel gezondheid de krachtigste steun is voor onze geestelijke ontwikkeling. Niemand dan ouders en opvoeders weten beter hoe ziekte niet alleen den vooruitgang der kinderen op intellectueel, maar ook op ethisch gebied kan tegenhouden. Wanneer men nu heeft opgemerkt, dat dit het geval is met gewone acute of chronische, zuiver lichamelijke ziekten, moet men dan niet oneindig banger zijn voor erfelijke, misschien levenslange aandoeningen en kwalen, die verstorend ingrijpen op al de verschillende stadia der ontwikkeling en in staat zijn om onherstelbaar nadeel toe te brengen?

Men heeft door het nauwgezet bestudeeren van op elkaar volgende geslachten leeren inzien, dat èn ziekelijke storingen, hoofdzakelijk van het zenuwstelsel, èn karakterfouten in een innige wisselwerking tot elkaar staan, deels doordien zij terzelfder tijd voorkomen bij dezelfde personen, deels omdat zij beurtelings elkander voortbrengen in de reeks der geslachten. Maar ook op dit gebied staat de menschelijke vrijheid onder verantwoordelijkheid. Het ongeluk, waaronder eene

ocr page 57

familie, vele generaties door, bezocht wordt, kan dikwijls teruggebracht worden tot één individu, en die man (of vrouw) kan gezond en frisch ter wereld zijn gekomen, zich normaal hebben ontwikkeld en tot de schoonste hoop ten zijnen opzichte het recht hebben gegeven; maar op zekeren dag bezweek hij voor de verleidingen van zijn omgeving of hij werd gevangen in hot net van vleeschelijken lust, en sinds dien dag was het gif in zijn bloed en waren er drie, vier geslachten noodig om dat te elimineeren.

Of om eene andere ervaring uit het dagelijksch leven to kiezen. Eene jonge vrouw, die in een wottig huwelijk op weg was om moeder te worden, had niet den moed dit in haren kring te bekennen, had geen zelfverloochening genoeg om thuis te kunnen blijven, zich de genoegens, die bals en partijen haar boden, te ontzeggen; zij ging er heen, geperst en gesnoerd in haar kostuum, om een slank en jeugdig voorkomen te hebben, en de vrucht werd geschaad, zoodat noch de horsenen, noch het lichaam zich later goed konden ontwikkelen. Van dat droevig exemplaar stammen ziekelijke, abnormale, wezens in grooten getale af.

ocr page 58

54

Het is natuurlijk, dat de menschheid behoefte heeft aan onderricht in al de vragen, die in betrekking staan tot de voorschriften der zedeleer, aangaande het huwelijk en de beletselen voor een huwelijk.

Deze zaak is tot nog toe geen punt van veelzijdig en grondig wetenschappelijk onderzoek geweest; nog minder is zij tot onderwerp van populair onderricht gemaakt. Toch moeten zij op die wijze behandeld worden, zullen de onderzoekingen op dat gebied voor het menschelijk geslacht vruchten afwerpen.

Voor het oogenblik komt het er op aan de algemeene aandacht voor die zaak te wekken, aan te toonen, dat het een gewichtig gebied is, dat behoort bewerkt te worden, privaat in het huiselijk leven, openlijk in de wetgeving.

Wanneer eerst maar de opmerkzaamheid is gewekt, gaat het gemakkelijk de kennis over dat onderwerp mede te deelen.

Hij, die als leeraar optreedt, moet natuurlijk geneesheer zijn, want alleen een geneesheer kan door eigen onderzoek en ervaring de waarheid uit de eerste hand ontvangen; maar mei elke geneesheer is daartoe geschikt. Er zijn vele voortreffelijke, menschlievende mannen, die al hunne krachten wijden aan de behandeling en verpleging

ocr page 59

der zieken, maar die onder dien vermoeienden arbeid geen tijd genoeg kunnen vinden om de gezondheidsleer te bestudeeren. Ja zelfs niet al de mannen, die zich bezighouden met het voorkomen van ziekten, zijn competent om in de zaak, die ons bezighoudt, een oordeel te vellen; daartoe wordt in de eerste plaats belangstelling en lust voor de studie van dat moeielijke onderwerp vereischt, en verder de gelegenheid om practische ervaring op te doen, die wel altijd meer of minder partieel zal blijven, zoodat bij voorbeeld de eene ziekte in verband met een huwelijk moet worden beoordeeld door dezen geneesheer, eene andere door genen.

Maar van ieder, die in het algemeen of in een bijzonder geval een oordeel velt, mag worden geeischt, dat hij een middelweg bewandele tusschen optimisme en pessimisme, want alleen op die voorwaarde kan hij een nuttig raadgever worden voor zijne medemenschen.

Ik voorzie, dat er vele tegenwerpingen kunnen worden gemaakt tegen mijne hierboven uitgesproken beschouwingen. Ik voorzie, dat men in de eerste plaats zal zeggen, dat het behoorlijk-in acht nemen van de hier verkondigde principes, het huwelijk, meer dan reeds het geval is, zal brengen onder de heerschappij van het koude,

ocr page 60

56

berekenende verstand. Men meent, dat het reeds genoeg onder zijne voogdij staat. Men hoort dikwijls zeggen: de menschheid is zoo akelig verstandig geworden, ieder echt gevoel, elke wereld-veroverende liefde is sinds langen tijd dood, verdwenen met het oude geslacht, dat reeds begraven is of staat begraven te worden. Al die klachten zijn niet gerechtvaardigd. De huwelijksgeschiedenissen uit den vroegeren tijd hebben zeer vele donkere vlekken aan te wijzen, b. v. dat er niet zelden dwang werd uitgeoefend up de vrijheid en het recht tot keuze van de dochters. De wetsveranderingen van den laatsten tijd hebben in dat opzicht groote verbeteringen aangebracht, zij hebben het gebied der rechten uitgebreid en daardoor grootere speelruimte gegeven aan de liefde. Door er aan te herinneren, welk een groeten invloed de gezondheid kan hebben op echtelijk geluk, heb ik geen nieuwe belemmering willen opwerpen voor de vrije keus der liefde. Ik zou blij zijn, wanneer gezondheidsvoorwaarden de voorwaarden van vermogen mochten verdringen en vervangen, en wanneer een jong man, vertrouwend op zijne liefde, zijne werkkracht en zijn goeden wil, zijn lot liever verbond aan dat van een frisch en gezond, onbemiddeld meisje, dan aan eene ziekelijke maar rijke dame.

ocr page 61

57

Wanneer men een oog slaat op de conflicten, die er in 't bijzonder tusschen ouders en kinderen in liefdezaken ontstonden en ontstaan, vooral in betrekking tot de behandelde vragen, dan ziet men in, dat het hygiënisch oogpunt, zij het dan ook onbewust, beslissend is geweest, nu eens voor de oudere, dan voor de jongere partij.

Ik wil hier een voorbeeld aanhalen van de niet zeldzame gevallen, dat een jonge man wordt overweldigd door een krankzinnige neiging voor een avonturierster, voor een zigeunerin, of eene andere exentrieke persoon. Wanneer de ouders in zulke gevallen hunne overredingskracht gebruiken, om het besluit van den liefdezieken jongeling te wijzigen, en hem met verleidelijke kleuren de dochter van een buurman schilderen, dan handelen zij ongetwijfeld in het belang der huwelijkshygiëne.

Maar wanneer aan den anderen kant een jonge man en een jong meisje, zonder eenige belangzuchtige berekening, elkanders hand begeeren en aan bruidsschat noch erfenis denken, dan kiezen zij zeer zeker het beste deel, en de wereldwijze ouders, die vol vuur de voordeelen in het licht stellen, die rijkdom geeft, zonder te denken aan sympathie, gezondheid en overeenstemming dei-partijen, zijn in zulke gevallen hinderpalen voorware huwelijkshygiëne en moraal.

ocr page 62

58

Slechts enkelen menschenkinderen is het vergund om, evenals Göthe's Hermann in zijn Dorothea, de dochter van een landverhuizer, zijne uitverkorene, naar lichaam en ziel even volmaakte bruid te vinden; slechts ouders, die inderdaad levenservaring hebben opgedaan, zijn vrijzinnig genoeg, om, evenals der Wirt sum goldenen Löwen en diens edele huisvrouw, hunnen zoon volkomen vrijheid in zijne keus te laten, en, na een nauwkeurig onderzoek naai' de waarde zij ner verloofde, den jongelieden hunnen hartelijken, onvoorwaar-delijken zegen te schenken.

Ik heb in het bovenstaande de mogelijkheid van het aangaan van een huwelijk aangeduid, onder inachtneming van bijzondere voorzichtigheidsmaatregelen. Ik bedoel daarmee, dat een geneesheer bijvoorbeeld een jonge vrouw al te zwak kan vinden voor de gewone zorgen en bezwaren van het huwelijk; maai- dat zij, op de eene of andere wijze ontzien, eene iiinke vrouw en moeder beide kan worden. Zulke huwelijken vallen soms zeer goed uit. De zelfbeheersching, de zorg en voorzichtigheid, die zij eischen, zijn dikwijls van uitstekenden invloed op het karakter, en hierdoor wordt de grond gelegd tot geluk.

Een algemeen voorschrift van de voorwaarden, die men moet stellen of hoe men zich in zulke

ocr page 63

:—: :v.

huwelijken moet gedragen, kan natuurlijk niet worden gegeven. Elk bijzonder geval moet als het ware geïndividualiseerd worden, in elk bijzonder geval moeten er gepaste voorschriften worden gegeven. Misschien zou men toch als een algemee-nen regel kunnen stellen, dat de economische verhoudingen in zulke gevallen niet al te drukkend mogen zijn.

» *

♦

Wij zijn nu zoover gekomen. De plaats laat mij geen verdere ontwikkeling van het onderwerp toe. Ik wil er nog even aan herinneren, dat men dikwijls in den vorm van een spreekwoord den lof der gezondheid hoort verkondigen in vergelijking met-dien van goud en goed.

Het spreekwoord behelst waarheid; maar hooger nog dan gezondheid moeten wij schatten het vermogen om te kunnen weten en te zien, dat de wezens, die aan ons hun bestaan danken, in de wereld gezonden worden, gezond naar lichaam en ziel, geschikt tot den arbeid, tot ontwikkeling, tot vervulling van alle eischen des levens.

Het moet zulk eene gedachte geweest zijn. die den Griekschen wijsgeer Solon voorzweefde, toen hij den Atheenschen burger Tellos prees boven

ocr page 64

60

Croesus als den gelukkigsten mensch, omdat hij „schoone en goede kinderen hadquot;. „Schoon en goedquot; was de uitdrukking der Grieken voor; gezond naar lichaam en ziel.

Hoe zal men dat doel bereiken? Hiertoe kan men zelf medewerken door te leven in overeenstemming met hetgeen de wetten der physica en der zedenkunde ons hebben geleerd als de noodzakelijke voorwaarden tot het bereiken van het doel.

Voor de mannelijke zoowel als voor de vrouwelijke jeugd kunnen wij hier als eerste gebod, als eerste vermaning, de welbekende woorden herhalen : „Vliedt de lusten der jeugd, maar jaagt de gerechtigheid naquot;.

ocr page 65

Uitgave A. H. ADRIAN], Leiden.

SEXUEELE EVOLUTIE

BIJ MENSCH EN DIER

DOOE

DR. ED. SELIGSON

Prijs f 1,90.

BEOOKDEELINGBK;

„Bij het lezen van dit boek treft ieder de helderheid van inzichten van schrijver en bewerker. Do behandeling is wetenschappelijk en toch voor een ieder begrijpelijk.

Wij raden een ieder aan om het boek te koopen en te lezen. Niemand zal het zich beklagen.quot; De Landman.

„De geheele wijze van bewerking is streng wetenschappelijk m voor den practischen arts zeer interessant. De gedachtengang geleidelijk maar zeer juist ontwikkeld, zoodat op wetenschappelyken yrond ten slotte het middel tot het naar willekeur verwekken van een jongen ol' een meisje seer duidelijk wordt aangegeven.

Wie onzer praktiseert niet in families, waar reeksen van kinderen van hetzelfde geslacht ter wereld worden gebracht, en wie onzer zou in zulk een geval niet als vertrouwd raadgever eene methode aan de hand willen doen om aan dien overvloed een einde te maken?quot;

K. {De Praktis. Geneesheer.)

„Iht is in hoofdzaak de inhoud van het werk, dul met groote klaarheid in een goeden, wet ensch appel ij ken betoogtrant is geschreven.quot;

Dr. IL\ irBuiMrEii (Tijdschr. v. Veeartsenijk. en Veeteelt.)

„Boeken, als die van Dr. Ed. Seligson zijn, èn om hun ernstigen inhoud, èn om het talent waarmee ingewikkelde vraagstukken worden opgelost, goud toaard voor ieder die op beschaving aanspraak maakt.''

De Nieuwe Amsterdammer.

ocr page 66

Uitgave A. H. ADRIANT, Leiden.

OF. pR. ^EVED j^.IBBING

SEXUEELE HYGIËNE

EX EENIGE HA REE

ETHISCHE CONSEQUENTIES

Prijs: f 1,50

OORDEEL DER PERS:

„Hier is een werk, dat op eonc wijze, boven onzen lol verheven, de meest kiesche zaken behandelt, dat waarschuwt, vermaant, raad geeft en in welks verspreiding ieder waar menschenvriend zich ten zeerste zal verheugen.quot; Qëül. Volksbl. v. Ned.

„Bevat voor gehuwden en ongehuwden, voor mannen zoowel als voor vrouwen, voor jongelingen en jongedochters hoogst gewichtige en nuttige beschrijvingen, wenken en waarschuwingen.

Wij raden onzen lezers zeer aan het te lezen en te bestudeeren.quot;

Homoeopath. Maandbl.

„Mij dunkt, ieder ernstig man moet dat boekje lezen.quot;

(Pküf. De. G. C.) Nijhoff. {Ned. Tijdschr. v. Geneesk.)

„Behalve dat daarin de anatomie en physiologic der geslachtsorganen, de uitingen der geslachtsdrift en de meest voorkomende ziekten op sexueel gebied beknopt en duidelijk zijn beschreven, heelt het geheel een zuiver moreele strekking

Velen onzer lezers zullen er mede reeds kennis hebben gemaakt, doch zij, die dit nog niet deden, sporen wij ten sterkste daartoe aan. '

Minerva.

ocr page 67

v.. ■ ■■ ' ■■

Uitgave A. H. ADRIAN!, Leiden.

„leder prediker en opvoeder, ja allen ouders raden wij de lezing aan.

Wij zouden er willen bijvoegen: laat geen enkel volwassen jongeling het ongelezen laten en geen enkel meisje huwen zonder dezen raadgever te hebben gelezen en bestudeerd.quot;

B. (I)s. H. M. Beuxa.) Evang. Zondagsblad.

„Vooral voor vrouwen en jongelieden kan de kennismaking met de hoogstbelangrijke raadgevingen, waarschuwingen en leeringen van Prof. Ribbing niet te zeer aanbevolen worden.quot;

(H. P.) De Nieuwe Tijd.

„Het werk van Dr. Rtbbinct kunnen wij allen vaders en onderwijzers in gemoede aanbevelen.quot;

A. W. Bronsveld. {Stemmen voor W. en V.)

„Ouders, leest en herleest dit boek. Hot zal u to stade komen bij de lioilige maar moeilijke taak van de opvoeding uwer zonen en dochters. Gelooft het vrij, dat zij er u dankbaar voor zullen zijn.quot;

Jb. van der Ven. {Geloof en Leven).

„Het boek van Prof. Ribbing kan beschouwd worden als 'n handleiding bij de opvoeding der jeugd.quot;

A. van Emmenes. {Vooncaarts.)

„Een boek, dat wij gaarne in de handen zonden zien van alle leiders der jeugd niet alleeu, maar ook van velen onder die jeugd zelve.quot;

W. Z. (Dr. W. Züidema.) Ned. Museum.

„Wie aan jongemenschen, die de wereld zullen ingaan, eenige nuttige lessen en heilzame waarschuwingen onder de oogen wil brengen, kan ik dit boek gerust aanbevelen.quot;

J. V. (J. Versluys.) {Het N. Schoolblad.)

hiuih

ocr page 68

Uitgave A. H. ADRJANT. Leiden.

„Men proeft er voortdurend oen reinen, kuischen geost uit, wien liet waarlijk om goede raadgeving en vertrouwbare leiding te doen is.

Schrijver, vertaler en uitgever hebben een goed werk verricht, dat God In onze onreine, verwarde dagen moge zegenen aan menig hart.quot;

(t. (Du. J. H. (iu.NxiNd J.Hz.) Pniël.

„Allen jonggehuwden moest dit boek worden meegegeven op den huwelijksweg. Waar de kerkeraden hun een Bijbel meegeven, daar konden onze Christelijke Jongelings- of Jongedochtersvereenigingen er misschien voor zorgen als aandenken hun medeleden een RIBBING, Sexueele Hygiëne te vereeren.

En die nog niet gehuwd zijn, nog slechts verkeer hebben gelijk men dit noemt, zij kunnen uit deze bladzijden leeren, hoe men verkeeren moet.quot; Be Zeeuw.

„Een warme aanbeveling, ook aan hen die In het heete klimaat onder omstandigheden leven, waarvoor bij dezen sebrijver uitstekende raadgevingen te vinden zijn, om zich het boek aan te sehaiïen en de voor-sohriften op te volgen, is het doel van deze aankondiging.quot;

Dr. Vax der Briui. (Ind. Mercuur.)

„Van dit uitnemende werk is thans eene verkorte uitgaaf verschenen met een warm pleidooi als naschrift van dm Heer 11. Pierson te Zetten.quot;

De titel hiervan luidt:

BIBBING

of Gezondheidsleer van het Geslachtsleven Verkorte UitCxAAf met een Naschrift van li. Pieeson Prijs f 1.-

,.Wie tot opvoeding dur jeugd geroepen is, en geen kennis neemt van Dr RIBBING'S voorlichtingen pleegt jegens zichzelven maar bovenal jegens zijn pupillen een niet gering verzuim.quot;

Maandbl. i. h. bel. d Opvoed, v. W.

ocr page 69
ocr page 70
ocr page 71
ocr page 72

.: rr:1' - *

v; amp;r\ iv \ - .ó.: quot;■ ^ .. ó-• '; . •

gt;; % '{1; .■

- ' i';;

•. rV '

i;/ '■ '■ '

'mksiïmÊtmwmmïm