ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3

bibliotheek

ned. herv. KERK [

REGLEMENT

op de

VEREENIGING

„de Weduwenbeurs der classis van Deventerquot;.

—.............................................-

Aet. 1.

De vereeniging „de Weduwenbeurs der classis van Deventerquot; heeft ten doel aan de weduwen of nagelaten minderjarige kinderen harer leden eene jaarlijksche geldelijke uitkeering (pensioen) te verstrekken.

Zij is gevestigd te Deventer in de kosterij der Groote Kerk.

Aet. 2.

Leden dezer vereeniging kunnen worden al de dienstdoende Ned. Herv. predikanten in de classis van Deventer.

Die bij^ijn©~ifitimle -in de classis lid wordt betaalt tot inleg f 100. — zoo hij den leeftijd van 30 jaren nog niet heeft bereikt; /quot;150.— als hij tusschen de 30 en 40 jaren, f 200.— als hij tusschen de 40 en 50 jaren, /quot;250.— als hij tusschen de 50 en 60 jaren, en f 300. — als hij boven de 60 jaren oud is. Bovendien betaalt hij pro nuptiis f 30. — , en zoolang hij lid der classis is, eene jaarlijksche bijdrage van /'10.—

Leden, die de classis verlaten, doch in eene andere classis der Ned. Herv. kerk dienstdoend predikant blijven, betalen eene jaarlijksche bijdrage van /quot;15.—

- /

ocr page 4

2

Leden, die als dienstdoend predikant naar Ned.-Indië verplaatst worden, betalen eene jaarlijksche bijdrage van f30.-

Leden, die als predikant eervol ontslagen worden, of aan wie emeritaat wordt verleend, betalen eene jaarlijksche bijdrage van f 10.—

Leden, die weduwnaars zijn geworden en gedurende hun weduwnaarschap lid zijn gebleven, betalen bij hertrouwen pro nuptiis andermaal f 30. —

Aet. 3.

J^ie bij zijne intrede in de classis geen lid is gewojïteïf kan duttaarua nog worden, mits betalemie^ téïïalve de in Art. 2 genoemd—mLeggelden, cLe-«-f3o! — pro nuptiis en de bijdragen der jaren, jji^^edert zijne intrede in de classis verloopen zij.rLf trog 372 percent gt;an.^de inleggel-den, die hij zou ' hebben moeten betalen, indieh hij by zijne^yatrede in de classis lid geworden was, en wel over elif jaar dat sinds verloopen is.

Art. 4.

Die als leden der Weduwenbeurs toetreden kunnen des-verkiezende de door hen verschuldigde inleggelden in tien of vijf jaarlijksche termijnen voldoen, onder bepaling; 1° dat wie hiervan gebruik maken in het eerste geval 20 percent, in het andere 10 percent boven de door hen verschuldigde inleggelden zullen betalen met de ia Art. 3 4 i r' ■genoeaaete' rente van 372 0/o jaarlijks over het nog verschuldigde bedrag dier verhoogde inleggelden; 2° dat bij de betaling van den eersten termijn de f 30. — pro nuptiis moeten worden voldaan, tewwgi^zij, die na hunue iu-wedn in- ue clftssis lid worden, bovendien lt;le bijdragen o*««-4a-.jajBiL,-4ie sedert hunne intrede in de-classis-v^r-iöopeii zija-, moeten aaozuiverew; 3° dat, indien een lid, dat de door hem verschuldigde inleggelden gewenscht

ocr page 5

3

heeft in tien of vijf jaarlijksche termijnen te voldoen, komt te overlijden vóór dat de laatste termijn door hem is betaald geworden, het bedrag der nog verschuldigde termijnen van het pensioen wordt afgehouden, totdat dat bedrag is aangezuiverd.

Art. 5.

Een dienstdoend predikant opgetreden in de classis Deventer en lid geworden der beurs, betaalt over het eerste jaar van zijn lidmaatschap de volle bijdrage ad f 10.— zoo zijne bevestiging valt in de maanden Juli, Augustus of September; /'7.50 zoo hij bevestigd wordt in de maanden October, November of December; / 5.— zoo hij bevestigd wordt in de maanden Januari, Februari of Maart; en f 2.50 zoo hij bevestigd wordt in de maanden April, Mei of Juni.

■v^Ook voor dienstdoende predikanten, die na hunne intrede Tfr-da. classis lid wenschen te worden, geldt bij de berekening der bijdragen, die zy völgÊ'hs Art. 3 hebben aan te zuiveren over de jaren, die sedert hunne intrede in de classis verloopen zijn, het in alinea, 1 van dt,t artikel^JaepSalde ten aanzien van het eerste jaar, dat zij «r '3e classis zijn opgetreden.

Aet. 6.

De jaarlijksche bijdrage wordt vooruit betaald en loopt van 1 Juli tot uitquot;. Juni. Zij moet vóór of op den laat-sten Woensdag der maand Juni aan den quaestor worden voldaan.

Een lid in of buiten de classis wonende, die twee achtereenvolgende jaren na door den quaestor te zijn aangemaand verzuimt zijne bijdrage te betalen, wordt daardoor gerekend van het lidmaatschap der Weduwenbeurs vervallen te zijn op uit0. Juni van het tweede jaar, waarin hij nalatig is gebleven.

ocr page 6

4

Art. 7.

Memand wordt als lid aangenomen dan nadat hij eene door zijnen geneesheer geteekende schriftelijke verklaring heeft overgelegd, dat hij zich in gezonden toestand bevindt.

Aet. 8.

Aan hen, die leden geworden zijn, wordt bewijs van lidmaatschap door den quaestor uitgereikt.

Art. 9.

Van het overlijden der leden wordt met overlegging van het bewijs van lidmaatschap aan den quaestor kennis gegeven.

Art. 10.

Zegt iemand zijn lidmaatschap op, of wordt hij krachtens alinea 2 van art. 6 geacht daarvan vervallen te zijn, zoo verliezen zijne weduwe en minderjarige kinderen alle recht op uitkeering, zonder dat hem eenige aanspraak toekomt op geheele of gedeeltelijke terugbetaling der door hem gestorte gelden.

Een lid houdt behalve het geval in Art. 6 alinea 2 genoemd op dit te zijn:

a. Zoodra hij niet meer als predikant bij eene gemeente in de classis in dienst is en niet vóór zijn vertrek aan den quaestor schriftelijk zijn voornemen bekend gemaakt heeft om lid te blijven;

b. Wanneer hij heeft opgehouden lid te zijn der Ned. Herv. Kerk (Algem. Regl. voor de Herv. Kerk in het Kon. der Nederlanden Art. 3).

Bij emeritaat, vrijwilligen afstand , ongevraagd ontslag of afzetting blijft het lidmaatschap stand houden, ook wanneer de deelhebber elders dan in de classis zijn verblijf vestigt.

ocr page 7

5

Aet. 11.

Indien een der leden komt te overlijden wordt aan zijne weduwe gedurende haar leven, of, indien hij geene weduwe nalaat, aan zijne minderjarige kinderen, totdat het jongste van hen meerderjarig zal zijn geworden, een jaarlijksch pensioen van /quot;200.- uitbetaald.

Jaarlijks bij het doen van rekening en verantwoording door den quaestor op den laatsten Woensdag der maand Juni zal worden bepaald of, en zoo ja, tot welk bedrag de staat der kas het toelaat, dat aan alle trekkende weduwen of minderjarige kinderen eeno verhooging wordt uitgekeerd.

Abt. 12.

De pensioenen worden door den quaestor in 4 drie-maandelijksche termijnen uitbetaald en wel op 1 Juli, 1 October, 1 Januari en 1 April, met dien verstande, dat het voor de eerste maal aan de rechthebbenden uit te betalen pensioen door den quaestor zal worden uitgekeerd op den eersten dag van het kwartaal, dat volgt na verloop van 3 maanden na den termijn, waarop hot pensioen is ingegaan.

Aet. 13.

Het pensioen der weduwen of minderjarige kinderen van leden, die als dienstdoende predikanten zijn overleden, gaat in op den eersten dag van het kwartaal, dat volgt na verloop van het annus gratiae, over welk jaar de gewone jaarlijksche bijdrage door do nabestaanden behoort betaald te worden.

Het pensioen der weduwen of minderjarige kinderen van leden, die als dienstdoende predikanten van Ned.-Indië zijn overleden, gaat in op den eersten dag volgende op de maand, waarin het overleden lid is gestorven.

ocr page 8

Art. 14.

Het pensioen der -weduwen of minderjarige kinderen van leden, die als eervol ontslagen of emeriti predikanten zijn overleden, gaat in op den eersten dag van het kwartaal, dat volgt op het sterfkwartaal.

Art. 15.

De weduwe, die hertrouwt, verliest haar aanspraak op pensioen.

Wanneer eene trekkende weduwe komt te overlijden of hertrouwt, terwijl nog kinderen van het overleden lid minderjarig zijn, wordt het pensioen genoten door deze kinderen.

Art. 16.

Komt eene trekkende weduwe te overlijden zonder minderjarige kinderen achter te laten, dan wordt aan hare nabestaanden het pensioen nog over het volle sterfkwar-taal uitgekeerd.

Art. 17.

Komt het laatste der trekkende minderjarige kinderen van een gestorven lid te overlijden, dan wordt met het hem toekomend pensioen gehandeld zooals in het vorig artikel is bepaald.

Art. 18.

De hertrouwde weduwe of het laatste der trekkende minderjarige kinderen ontvangt slechts pensioen tot den laatsten dag van het kwartaal, waarin de weduwe hertrouwt, of waarin het laatste der trekkende minderjarige kinderen meerderjarig wordt.

Art. 19.

Wanneer een trekkend minderjarig kind in het huwelijk treedt of meerderjarig verklaard wordt, verliest het zijne

ocr page 9

7

aanspraak op pensioen, en geniet het slechts pensioen tot den laatsten dag van het kwartaal, waarin het in het huwelijk trad of meerderjarig werd verklaard.

Aet. 20.

Van den datum, waarop eene trekkende weduwe hertrouwt, of waarop zij overleed, alsmede van den datum, waarop een trekkend minderjarig kind meerderjarig werd of verklaard werd, in het huwelijk trad of overleed, wordt aan den quaestor bericht gezonden.

Art. 21.

De beurs wordt bestuurd door eenen quaestor, aan wien een secundus wordt toegevoegd. Zij worden benoemd in eene algemeene vergadering van de leden der beurs, te houden op den laatsten Woensdag in de maand Juni te Deventer. Zij moeten leden der beurs zijn, en zoo maar immer mogelijk dienstdoende predikanten of emeriti of eervol ontslagen en in de classis wonende. Bij ontstentenis van den quaestor of bij zijn vertrek uit de classis treedt terstond zijn secundus op.

De quaestor vertegenwoordigt de beurs in en buiten * rechten.

Art. 22.

De quaestor en zijn secundus worden telkens benoemd voor den tijd van drie jaren, doch zijn bij aftreding terstond herkiesbaar.

In de gewone en buitengewone vergaderingen neemt do quaestor de functie van praeses waar. Hij is tevens belast met het houden der notulen der vergaderingen en het voeren der noodige briefwisseling.

ocr page 10

Art. 23.

De quaestor belegt alle beschikbare gelden in Inschrijvingen op een der grootboeken der Nationale schuld ten name van „de Weduwenbeurs der classis van Deventerquot;.

Art. 24.

De quaestor doet telken jare op den dag der algemeene vergadering der classis rekening en verantwoording aan de leden der beurs, zendt daarvan afschrift aan het provinciaal kerkbestuur en doet aan al de leden jaarlijks een gedrukt kort verslag van het fonds toekomen. Hij ontvangt voor zijne administratie f 50. — 's jaars.

Art. 25.

De quaestor staat onder toezicht van twee commissarissen, op dezelfde wijze te benoemen als de quaestor. Jaarlijks treedt een van hen af, doch is terstond herkiesbaar. De eerste maal wordt de aftreding geregeld door het lot.

Art. 26.

Het tijdstip der periodieke aftreding van den quaestor en zijnen secundus en de commissarissen valt op uit0. Juni.

Art. 27.

Op don eerstenquot;dag in de maand Juni nemen commissarissen de kas van den quaestor op , doen zich alle bescheiden en papieren van waarde vertoonen en zien de boekon en de voorloopig door den quaestor opgemaakte rekening en verantwoording na. Op den dag der algemeene vergadering der classis in art. 24 vermeld, brengen zij verslag uit van hunne bevinding.

Ter zake dezer bemoeiingen kunnen commissarissen /■3. — voor verblijfkosten en voor eenmaal heen- en weerreis-

ocr page 11

9

reiskosten (2e klasse spoor of tram) in rekening brengen. Voor zooverre zij wonen in eene plaats , die niet aan het spoorweg- of tram-net verbonden is, zal hun bovendien nog vergoed worden f2.— voor de lieen- en weer-reis te zamen voor elk uur afstands hunner woonplaats van het naaste spoor- of tram-station. Deze kosten worden uit het fonds betaald. '

Aet. 28.

Behalve tegen den laatsten Woensdag in de maand Juni belegt de quaestor eene algemeene vergadering dei-leden, zoo dikwijls hij dit noodig acht.

Art. 29.

De quaestor is verplicht aan elk, die als predikant eener Ned. Herv. gemeente in de classis van Deventer optreedt, zoo spoedig mogelijk een exemplaar van dit reglement te zenden.

Art. 30.

De quaestor is verplicht alle op het grondgebied van Nederland in Europa wonende leden, zoowel voor de vergadering van den laatsten Woensdag in de maand Juni, als voor de andere door hem buitengewoon te beleggen vergaderingen veertien dagen te voren op te roepen met vermelding der te behandelen punten. Op die vergaderingen worden besluiten genomen met meerderheid van stemmen der tegenwoordig zijnde leden. Bij staking dei-stemmen heeft de quaestor eene beslissende stem.

De leden, zoowel binnen als buiten het Europeesch grondgebied van Nederland wonende, zijn van rechtswege onderworpen aan de besluiten dier vergaderingen.

ocr page 12

10

Aet. 31.

Indien er buiten den quaestor, zijnen secundus en de twee commissarissen geene leden meer overig zijn, wordt door hen de hulp der Synode der Ned. Herv. kerk ingeroepen, dat de Beurs in stand blijve.

Abt. 32.

Zijn er op dat tijdstip geene weduwen of minderjarige kinderen, die recht hebben op uitkeering, dan wordt de helft der jaarlijksche inkomsten der Beurs belegd tot vermeerdering van het kapitaal en de andere helft gestort in de Algemeene Synodale Weduwenbeurs. Komen er echter nieuwe rechthebbenden op uitkeering, dan wordt de helft der inkomsten, die belegd, en de helft, die in de Algemeene Synodale Weduwenbeurs gestort wordt, berekend over het bedrag, dat overblijft, nadat van de inkomsten de uitkeeringen zijn afgetrokken.

Art. 38.

Zoodra het noodig blijkt, dat wegens vermindering van ledental de hulp der Synode tot het in stand blijven der Beurs zal moeten worden ingeroepen, zorgen de quaestor, zijn secundus en de twee commissarissen, dat er zooveel mogelijk openbaarheid gegeven worde aangaande het bestaan der Beurs en van de gelegenheid voor predikanten, die bij eene Ned. Herv. gemeente in de classis van Deventer in dienst zijn of treden, om leden te worden overeenkomstig dit reglement.

Art. 34.

Zoodra het ledental met inbegrip van den quaestor, zijnen secundus en de twee commissarissen weder tot zes is geklommen, wordt het bestuur weer op de gewone wijze zonder de hulp der Synode gevoerd en houdt de storting in de Algemeene Synodale Weduwenbeurs op.

ocr page 13

11

Art. 35.

Mochten er ten slotte geen leden meer overblijven, dan wordt de Beurs voor ontbonden gehouden en het kapitaal door het classikaal bestuur van Deventer gestort it de Algemeene Synodale Weduwenbeurs, onder verplichting evenwel voor de Synode om aan de overgebleven rechthebbende weduwen en weezen van overleden leden die uitkeeringen te doen, waarop zij volgens dit reglement aanspraak hebber.

OVERGANGSBEPALING EN.

Aet. 36.

Het in Art. 2 alinea 2 bepaalde omtrent de jaarlijksche bijdragen heeft geen terugwerkende kracht voor die leden, die vóór de in werking treding van dit reglement tot het lidmaatschap zijn toegetreden, maar geldt voor hen, die na genoemden termijn lid worden, ook al waren zij vóór dien datum als dienstdoende predikanten in de classis opgetreden.

Art. 2 alinea 3 heeft geen terugwerkende kracht voor die leden, die bij de in werking treding van dit reglement leden der beurs zijn.

Art. 2 alinea 4 en 5 hebben geen terugwerkende kracht voor die leden, die bij de in werking treding van dit reglement öf reeds als predikanten van Ned.-Indië werkzaam zijn, öf eervol ontslagen of emeriti predikanten zijn, maar geldt wel voor die leden, die na dien termijn öf naar Ned.-Indië als dienstdoende predikanten worden verplaatst, öf eervol ontslagen of emeriti worden.

Art. 37.

De bepaling in Art. 11 omtrent de jaarlijksche uit-keering aan de weduwen of minderjarige kinderen heeft

ocr page 14

12

geen terugwerkende kracht voor die weduwen of minderjarige kinderen, die bij de in werking treding van dit reglement uit dit fonds reeds meer dan f 200. — jaarlijks trokken, maar geldt, behalve voor die weduwen of minderjarige kinderen, die na de in werking treding van dit reglement recht zullen bekomen om uit dit fonds pensioen te trekken, ook voor die reeds trekkende weduwen of minderjarige kinderen, wier jaarlijksch pensioen tot vóór de in werking treding van dit reglement minder dan f 200. — bedroeg.

De leden, wien volgens de tot op den datum der in werking treding van dit reglement gevigeerd hebbende wet en de op 28 Juni 1876 en 26 Juni 1878 genomen besluiten tot verhooging van het pensioen het uitzicht was geopend om hunnen weduwen of minderjarigen kinderen uit dit fonds een jaarlijksch pensioen van meer dan /quot;200.— na te laten, zullen het recht blijven behouden om hunnen weduwen of minderjarigen kinderen zulk een jaarlijksch pensioen uit dit fonds na te laten, als waarop zij recht zouden hebben gehad volgens het laatst door het Provinciaal kerkbestuur van Overijssel goedgekeurd reglement op deze Beurs en de op 28 Juni 1876 en 26 Juni 1878 genomen besluiten tot verhooging van het pensioen.

Behoudens dit een en ander worden op den datum der in werking treding van dit reglement alle vroegere reglementen en bepalingen omtrent jaarlijksche bijdragen, uitkeeringen en besluiten omtrent de verhooging van deze laatsten gerekend vervallen te zijn.

Aeï. 38.

Tot wijziging van dit reglement kan eene algemeene vergadering der leden bij meerderheid van stemmen der tegenwoordig zijnde leden besluiten, mits de voorgestelde

ocr page 15

13

wijziging in den oproepingsbrief voor de vergadering vermeld zij. Bij staking der stemmen heeft de quaestor eene beslissende stem.

Tot veranderingen in dit reglement kan ieder lid het voorstel doen.

Elk voorste] tot reglementsverandering wordt in eere buitengewone vergadering en niet in de vergadering op den laatsten Woensdag in de maand Juni behandeld en moet schriftelijk ter kennis van den quaestor zijn gebracht, die verplicht is binnen 4 weken dat voorstel ter kennis van alle op het grondgebied van Nederland in Europa wonende leden te brengen, en, indien 3 leden hem schriftelijk berichten daarmede in te stemmen, binnen 3 maanden gerekend van den dag, waarop hij dit voorstel ter kennis der leden bracht, alle op het grondgebied van Nederland in Europa wonende leden tot eene buitengewone vergadering op te roepen om dit voorstel te behandelen.

Abt. 39.

Dit reglement, na door het Provinciaal kerkbestuur van Overijssel te zijn goedgekeurd, treedt in werking op 1 Juli 1891.

Aldus aangenomen en vastgesteld in eene buitengeivune vergadering, gehouden te Deventer den léden Januari 1891.

J. E. MOLTZER, quaestor.

Goedgekeurd door het Provinciaal kerkbestuur van Overijssel, den IQd.en Januari 1891.

C. KNAP, praes.

B. D. BREÜNESE, secretaris.

ocr page 16
ocr page 17
ocr page 18
ocr page 19

DEVENTER, Aüft. 1891.

M!

Hiermede heb ik de eer u te berichten, dat in eene buitengewone vergadering der leden der Vereeniging „de Weduivenhears der classis van Deventerquot;, gehouden den löfJen juli 1891 alhier, besloten is, de hierbij gevoegde veranderingen te brengen in het nieuwe reglement op de vereeniging, aangenomen en vastgesteld den l4den Januari 1891. Tevens werd besloten, dat die veranderingen zouden in werking treden op den dag, waarop zij door het Provinciaal Kerkbestuur van Overijssel zouden zijn goedgekeurd. Bij missive van den 21slen Juli 1891 heeft het Provinciaal Kerkbestuur de gevraagde goedkeuring-verleend.

Terwijl Ik u verzoek van het een en ander nota te willen nemen, heb ik de eer te zijn

Uw div. dienaar,

J . E. 91 O L T Z E R,

Quaestor.

ocr page 20
ocr page 21

WIJZIGINGEN

■in liet reglement op de Vereeniging „de Wediiwenbeiirs der rlassiN van Deventerquot;.

I.

In art. 2 al. 2 te doen wegvallen de woorden bij zijne intrede in de classis.

II.

Art. 3 aldas te veranderen:

Een gehuwd predikant of weduwnaar met één of rneer minderjarige kinderen, in de classis van Deventer opgetreden , moet binnen een jaar, gerekend van af den dag zijner bevestiging in de binnen het ressort dier classis gelegen gemeente, zich verklaren of hij lid der Weduwen-beurs worden wil.

Een ongehuwd predikant reeds eenige jaren in de classis werkzaam, moet, huwende, zich binnen het eerste jaar van zijn huwelijk verklaren of hij lid der Weduwenbeurs worden wil.

Na de genoemde termijnen zullen zij niet meer als leden worden aangenomen.

III.

In Art. 4 te doen wegvallen de woorden de in Art. S genoemde en daarvoor in de plaats te stellen het woord eene.

IV.

Art. o al. 2 aldus te wijzigen;

Voor dienstdoende predikanten in de classis van Deventer, die in de termen vallen om gebruik te maken van het bepaalde bij Art. 3 al. 2, geldt bij de berekening der bijdragen, die zij voor het eerste jaar van hun lidmaatschap hebben te betalen, het in alinea 1 van dit artikel bepaalde, met dien verstande, dat dan in plaats van de woorden zijne bevestiging valt en hij bevestigd wordt gelezen worde hij in het huwelijk trad.

Aldus aangenomen en vastgesteld in eene huitengewone cergaderiny , gehouden te Deventer den 16den Juli 1891, en goedgekeurd door het Provinciaal Kerkbestuur den Sisten Juli 1891.

J. E. MOLTZER,

Quaestor.

ocr page 22
ocr page 23

M.

Hierbij heb ik de eer u te berichten, dat op de buitengewone vergadering der Weduweubeurs der classis van Deventer, gehouden den 30 Aug. j.1., hot voorstel tot wijziging van Art. 11, u bekend gemaakt bij circulaire van den 10 juli j.1., is verworpen, maar besloten is aan genoemd Artikel de volgende alinea toe te voegen :

Tot zulk eene verbooging, die voor elk uit dat fonds pensioen trekkende gelijk zal moeten ziin, zal niet mogen besloten worden, indien in bet vorige dienstjaar niet op zijn minst eene reëele som van duizend gulden op één of meer der Grootboeken der Nationale scbuld is ingeschreven.

Tevens deel ik u mede, dat besloten werd die bijvoeging in werking te doen treden op den dag, waarop zij door het Provinciaal kerkbestuur van Overijssel zou zijn goedgekeurd, welke goedkeuring is gegeven op 31 Aug. 1893.

J. E. MOLTZER,

quaestor.

Deventer, 1 Sept. 1893.

ocr page 24
ocr page 25
ocr page 26

Hierbij heb ik de eer U te berichten, dat op de buitengewone vergadering der weduwen beurs der classis van Dkventer, gehouden den 29 Aug. j.L, het voorstel, tot toevoeging van eene nieuwe alinea aan Art. 3 van het reglement, u bekend gemaakt bij circulaire van den 1 Aug. j 1., is aangenomen, en dat het Provinciaal Kerkbestuur van Overijssel daaraan op 5 Oct. j.1. zijne goedkeuring heeft verleend, zoodat van af laatstgenoemden datum die nieuwe alinea van Art. 3 is in werking getreden, aldus luidende:

JLen (jeljuwd predikant of weduwnaar met één of meer minderjarige kinderen, de classis verlatende zonder lid te zijn geweest of te zijn gebleven, mag, indien hij later in de classis terugkeert, met meer tot l)et lidmaatschap worden toegelaten.

j. jï. yVloLTZER,

Quaestor.

Deventer, 6 Oct. 1894.

ocr page 27

Hierbij heb ik de eer U te berichten, dat op de buitengewone vergadering der We dc wknbel'ps der classis van deventer, gehouden den 3lt;lnn September j.L, besloten is om aan Art. 25 van het reglement deze nieuwe alinea toe te voegen;

Jflan lederen commissaris wordt een secundus toecjevoecjd, die bij ontsl.entenis van den primus of hij diens vertrek uit de classis terstond optreedt, en dit tegelijkerti/d met den primus, wiens plaats hij cjeroepen is in te nemen, aftreedt.

Het Provinciaal kerkbestuur van Overijssel heeft in zijne vergadering van 11 Sept. j.1. daaraan zijne goedkeuring verleend, zoodat van laatstgenoemden datum bovenvermelde nieuwe alinea van Art. 25 is in werking getreden.

J. iWOfcTZEJR,

Quaestor.

Deventer, ig Oct rSpj-

ocr page 28
ocr page 29
ocr page 30