ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3

PROVINCIAAL REGLEMENT

VOOK DE

JUdnlaiulscIu Jnuorrnxlfi Jerh

IN

NOORD-HOLLAND.

ocr page 4

Stoomdrukkerij — A. Stuurman — Zaandam.

ocr page 5

BIBLIOTHEEK

:ment

voor de

j1

der

NED1RIANDSCHE HERTORMDE KERK

in

NOORD-HOLLAND.

Algemeene bepalingen.

Aet. 1.

In elke gemeente is een Kerkeraad, die haar vertegenwoordigt en bestuurt.

In gemeenten, waar men uit hoofde van gebrek aan geschikt en gewillig personeel niet tot de samenstelling van een Kerkeraad kan geraken, treedt het Classikaal Bestuur op, om te doen wat des Kerkeraads is.

In laatstgenoemd geval is de predikant der gemeente, en bij vacature de consulent, in de vergaderingen van het bestuur, tot de kerkeraadshandelingen bestemd, met de betrekking van Praeses en Scriba bekleed , zonder echter als zoodanig eenige rechten , met opzicht tot den tijd en de plaats der

A -j- 3 '

j: 2 éo

J

ocr page 6

■i

samenkomsten, of ook anders tusschentijds, uit te oefenen. Waar ook slechts één kerkeraadslid buiten den predikant of den consulent aanwezig is, wordt hij als zoodanig erkend en bij de bedoelde vergadering toegelaten.

Voor de afdoening van zaken, die het beheer der diaconie betreil'en of spoed vorderen, met uitzondering van hetgeen tot het beroepingswerk van een predikant behoort, kan het Classikaal Bestuur, doende wat des Kerkeraads is, zich in de gemeente door eene commissie van twee of drie zijner leden laten vertegenwoordigen, doch telkens met kennisgeving hiervan aan de kerkelijke administratie dier gemeente.

Indien , tengevolge van bedanken , afscheiding, schorsing of ontzetting van leden van den Kerkeraad eener gemeente, hun aantal gedaald is beneden twee derden der leden, waaruit deze bestaan moet, en het Classikaal Bestuur mitsdien, naar al. 3 van dit Artikel, moet doen wat des Kerkeraads is, doch in dit opzicht de uitoefening zijner kerkelijke betrekking verzuimt, doet het Provinciaal Kerkbestuur in zulk eene gemeente wat des Kerkeraads is, en kan zich door eene commissie uit zijn midden voor de gevallen in al. 4 genoemd laten vertegenwoordigen.

De kosten, hiervoor vereischt, worden berekend naar Art. 23 van het Reglement voor kerkelijk opzicht en lucht eu voor de behandeling van kerkelijke geschillen.

Art. 2.

De wederzijdsche rechten en plichten der Kcrkeraden van gecombineerde gemeenten worden bij plaatselijke reglementen bepaald.

ocr page 7

5

EERSTE AF DEEL ING.

Samenstelling van den Kerkeraad.

Art. 3.

De Kerkeraad bestaat uit de opzieners der gemeeiite, zijnde de predikant, of de predikanten, en de ouderlingen, behoudens de betrekking der diakenen tot dit college.

In gemeenten met minder dan drie predikanten worden de diakenen altijd gerekend mede tot den Kerkeraad te behooren.

In gemeenten met drie of meer predikanten maken de diakenen een afzonderlijk college uit, maar worden in gevallen, nader te bepalen, mede tot de handelingen des Kerkeraads geroepen.

De Kerkeraad, uit predikanten en ouderlingen bestaande, draagt den naam van Bijzonderen Kerkeraad.

Die uit predikanten, ouderlingen en diakenen bestaat , wordt Algemeene Kerkeraad genoemd.

Aut. 4.

De vereischten der predikanten zijn aangewezen in het Reglement op de vacaturen.

De ouderlingen en diakenen moeten zijn lidmaten der gemeente, sedert één jaar in haar midden gevestigd , onberispelijk in belijdenis en wandel, bekende voorstanders van den openbaren godsdienst, en geen tegenstrevers van kerkelijke verordeningen.

De ouderlingen moeten den leeftijd van dertig jaren hebben bereikt; doch het Classikaal Bestuur kan , wegens bijzondere redenen , uitzonderingen toelaten op dezen regel.

De diakenen moeten zijn meerderjarig naar de burgerlijke wet.

ocr page 8

6

Art. 5.

De algetneene Kerkeraad bepaalt het getal der ouderlingen en diakenen, en regelt dit naar de talrijkheid en uitgestrektheid der gemeente, den aard der combinatiën en het getal der predikanten.

Het getal der ouderlingen is voor het minst aan dat der diakenen gelijk.

Buiten zeer bijzondere gevallen , ter beoordeeling van het Classikaal Bestuur, is het getal der ouderlingen en dat der diakenen nergens minder dan twee,

TWEEDE AFDEELING.

Verkiezing van de Kerkeraaddeden.

Art. 6.

De beroeping van predikanten geschiedt naar de bepalingen

in het Reglement op de vacaturen en het Synodaal Reglement op de benoeming van ouderlingen en diakenen en de beroeping van predikanten.

Art. 7.

De benoeming van ouderlingen en diakenen geschiedt overeenkomstig liet in het vorige artikel aangehaald Synodaal Reglement.

Art. 8.

In nieuwe gemeenten geschiedt de eerste benoeming van ouderlingen en diakenen, onder de leiding van twee afgevaardigden van het Classikaal Bestuur, door de stemgerechtigde manslidmaten. Ten aanzien van genoemde gemeenten

ocr page 9

7

loopt de termijn van drie maanden, in Art. 2 van meergemeld Synodaal Reglement aangegeven, van den dag, waarop de aldus benoemden in hunne bediening zijn bevestigd.

Aut. 9.

Alle stemmingen in kerkelijke vergaderingen, ter vervulling van openstaande of openvallende plaatsen, geschieden door de tegenwoordig zijnde leden, en wel met gesloten briefjes.

Ter beslissing wordt gevorderd de volstrekte meerderheid der behoorlijk uitgebrachte stemmen. Wanneer deze, na twee vrije stemmingen, bij eene derde tusschen de twee, die de meeste stemmen op zich vereenigd hadden, blijkt niet verkregen te kunnen worden , zal het lot beslissen.

Art. 10.

Van de gedane benoemingen wordt binnen vier-en-twintig uren aan de nieuw benoemden kennis gegeven.

Bij afwijzing slaat het niet vrij den benoemden eenige boete, bij wijze van uitkoop, op te leggen of van hen in te vorderen.

Art. 11.

De benoemden tot ouderling of diaken, verklaard hebbende, dat zij willens zijn de opgedragene bediening te aanvaarden, worden op twee achtereenvolgende Zondagen aan de gemeente voorgesteld.

Art. 12.

Bezwaren tegen een benoemde worden bij den Kerkeraad, en in nieuwe gemeenten tegen eenen eerstbenoemde bij het. Classicaal Bestuur schriftelijk en onderteekend ingediend, uilerlijk op den tweeden dag na de tweede afkondiging.

ocr page 10

8

üe bij den Kerkeraad ingediende bezwaren worden aan het Classikaal Bestuur, en de bij dit Bestuur ingekomene aan het Provinciaal Kerkbestuur ter beoordeeling en beslissing opgezonden.

Art. 13.

Indien binnen den bepaalden tijd geene bezwaren zijn ingekomen , worden de benoemden bevestigd op den Zondag, volgende op de laatste afkondiging. Zijn er bezwaren ingediend , welke door het bevoegde Bestuur ongegrond zijn geoordeeld, dan heeft de bevestiging plaats op den eersten Zondag, nadat de kennisgeving van de uitspraak des Bestuurs door den Kerkeraad is ontvangen. In geval de bezwaren geldende zijn verklaard, wordt tot eene nieuwe benoeming niet overgegaan, vóór dat de termijnen om te komen in hooger beroep zijn verschenen, öf anders de einduitspraak is gegeven.

Art. 14,

Er heeft eene geregelde aftreding plaats van ouderlingen en diakenen , gelijktijdig met de bevestiging der nieuw benoemde kerkeraadsleden, en in dier voege , dat jaarlijks een bepaald gedeelte beide van ouderlingen en van diakenen door anderen wordt vervangen.

In gemeenten van niet meer dan één predikant blijft, tijdens de vacature, het personeel der Kerkeraadsleden onveranderd , tenzij de vacature twee jaren geduurd hebbe.

Art. 15.

Be diensttijd, waarvoor ouderlingen en diakenen worden benoemd, is hoogstens vier jaren. Zij zijn terstond herkiesbaar.

ocr page 11

9

Akt. 16.

De benoeming van ouderlingen en diakenen geschiedt in den regel zoo tijdig, dat de nieuw benoemden op den eersten Zondag des jaars hunnen dienst kunnen aanvaarden.

Uitzonderingen op den regel worden niet toegelaten , dan wanneer zij in de plaatselijke reglementen worden aangewezen.

Art. 17.

Tusschentijds openvallende plaatsen bij ouderlingen en diakenen worden op de gewone wijze vervuld, indien de Algemeene Kerkeraad of het Classikaal Bestuur , doende wat des Kerkeraads is, vervulling noodig oordeelt.

De benoeming geschiedt alsdan voor niet langer, dan voor den overigen diensttijd der uitgevallen leden.

DERDE AEDEELING.

Werkzaamieden des Kerkeraads.

Art. 18.

De Kerkeraad zorgt voor de belangen der gemeente, gedraagt ziclt in alles naar de kerkelijke reglementen en verordeningen, en ziet toe, dat zij worden opgevolgd.

Art. 19.

Jaarlijks woiden in de kerkeraads vergadering , waarin de nieuw benoemde ouderlingen en diakenen zitting nemen, de derde en vierde afdeeling van het Synodaal Reglement voor de kerker aden voorgelezen.

Art. 20.

Aan den bijzonderen Kerkeraad is bepaaldelijk opgedragen :

lquot;. De zorg voor de betamelijke viering van de openbare godsdienstoefeningen in het algemeen, waarvan getal , tijd en plaats door hem geregeld worden; — en in het bijzonder

ocr page 12

10

voor de bediening van Doop en Avondmaal, opdat zij aan hun doel beantwoorden en tot de meeste stiel)tinir der gemeente verstrekken ;

Hiertoe behoort:

a. dat het Avondmaal telkens na voorafgegane voorbereidingspredikatie gehouden worde;

h. dat de Doopsbediening niet elke week, indien de talrijkheid der gemeente het althans niet gebiedend vordert, maar, behalve in de gevallen sub c. vermeld, ook niet anders dan bij de openlijke bijeenkomsten, bij voorkeur op den Zondag, in tegenwoordigheid zoo maar immer mogelijk van beide de ouders, op de meest indrukwekkende wijze plaats hebbe;

«. dat afzonderlijke bediening van den Doop, alleen in geval de ouders of één hunner vóór den Zondag de gemeente moet verlaten of één hunner tot de lloomsch-Katholieke Kerk behoort , op een der gewone dagen van de week in de Kerk of Kerkekamer of ook in een ander geschikt lokaal. Ut beoordeeling van predikant of kerkeraad, statig en plechtig onder aanbeveling mede van den nood der armen geschiede, in tegenwoordigheid van één of meer ouderlingen , of, bij gebreke van dien , van eenige leden der gemeente;

d. dat ook kinderen van ouders, die tot de Kerkgemeente van eene andere plaats behooren , niet gedoopt worden , dan na ontvangen schriftelijk bericht omtrent het zedelijk gedrag der ouders, vooraf ingewonnen bij den Kerkerand van de gemeente, waarin zij wonen , en af te geven binnen veertien dagen nadat de aanvrage daartoe zal gedann zijn. Dit bericht wordt, indien het niet reeds bij de aanmelding tol den doop wordt overgelegd , namens belanghebbenden gevraagd door den Kerkeraad van de gemeente, waar de toediening van

ocr page 13

11

den doop verlangd wordt. Ontvangt die Kerkeraad binnen den gestelden termijn geen bericht , dan kan de aangevraagde doop voortgang hebben , onder verplichting om binnen acht dagen aan den Kerkeraad van de gemeente der woonplaats kennis te geven van de volbrachte handeling, opdat daarvan nauwkeurige aanteekening geschiede in de doopboeken der beide gemeenten ; —

i0. de zorg voor het godsdienstonderwijs :

het recht der Kerkeraden afzonderlijke godsdienstonderwijzers en onderwijzeressen en krankbezoekers aan te stellen, de zorg dat de catechisatiën het yansche jaar door wekelijks worden gehouden , en dat aan de Hervormde schooljeugd eens of meermalen in de week godsdienstonderwijs worde gegeven , met andere bepalingen , dit onderwerp betreffende , zijn aangewezen in het Beglement op het godsdienstonderwijs)

3°. het toezicht op de belijdenis en den wandel van de leden der gemeente, en de handhaving van de kerkelijke orde, naar de bepalingen van het Reglement voor kerkelijk opzicht en tucht enz.;

4°. de bevordering van alles, wat het godsdienstig leven in de gemeente kan verhoogen, met name ook van de kerkelijke inzegening des huwelijks;

5°. de afneming van de belijdenis des geloofs, en de bevestiging van de nieuwe lidmaten in de gemeente;

ten aanzien van de vereischten , de rechten en plichten van lidmaten der gemeente, de voorwaardelijke vergunning iemand in eene andere gemeente woonachtig aan te nemen , en wat verder tot de bevestiging van lidmaten behoort, worden de bepalingen opgevolgd van Art. 38—41 van het bovengenoemde Reglement op het godsdienstonderwijs ;

ocr page 14

12

geene personen, die eene kerkelijke bediening bij een ander kerkgenootschap bekleeden of bekleed hebben , worden tot de belijdenis des geloofs toegelaten, dan op autorisatie van het Provinciaal Kerkbestuur; zie Synodale verordening van 21 Juli 1830 ;

(5°. het waken voor het geregeld indienen van de attes-tatiiin der lidmaten, die van elders zijn ingekomen, door hen vóór elke Avondmaalsbediening openlijk uit te noodigen, en de toekenning van het lidmaatschap in de gemeente aan allen, die eene behoorlijke attestatie overleggen, afgegeven door den Kerke raad van eene andere Hervormde, of ook van eene Protestantsche gemeente, indien zij oorspronkelijk tot de Hervormde Kerk behoord hebben , met dien verstande , dat de Kerkeraden der Waalsche , Presbyteriaansch-Engelsche en Schotsche gemeenten bevoegd zijn de inschrijving als lidmaat hunner gemeente te weigeren aan hen , van wie het, naar het oordeel dier Kerkeraden , overtuigend gebleken is, dat zij, ofschoon in het bezit eener attestatie afgegeven door den Kerkeraad eener Nederduitsche Hervormde Gemeente, de taal, waarin de godsdienstoefeningen in hunne gemeenten worden gehouden, niet behoorlijk verstaan, indien zij althans niet oorspronkelijk tot haar behoord hebben ;

7°. het uitreiken van attestatiën op aanvrage van naar elders vertrekkende lidmaten :

eene volledige attestatie houdt de verklaring in van lidmaatschap, en dat tegen des bedoelden lidmaatsbelijdenis en wandel geene gegronde bezwaren zijn ingekomen ;

de aanvrage om attestatie wordt vóór de afgifte openlijk ter kennis van de gemeente gebracht;

wanneer de aanvrage geschiedt, nadat iemand één jaar of

ocr page 15

13

langer reeds uit de gemeente verwijderd is geweest, wordt geen volledige attestatie, maar een eenvoudig getuigschrift van lidmaatschap , met vermelding der redenen , uitgereikt; op de attestatie en het getuigschrift wordt de datum der geboorte met verplichting tot onverwijlde inlevering bijgeschreven ; zie Synodale verordeningen van 10 Juli 1839, 12 Juli 1841 en 13 Juli 1868;

8°. het houden van doop-, lidmaten- en trouwboeken;

al deze boeken worden dubbel gehouden en op verschillende plaatsen bewaard ;

de doopboeken houden in de vermelding van den dag der geboorte en des doops, de namen der ouders en van hunne woonplaats, zoo deze eene andere is , dan waar de doop is bediend;

de lidmaten-boeken bevatten het register van die op belijdenis zijn aangenomen en van die met getuigenis van elders zijn overgekomen, benevens aanteekening, zooveel mogelijk, van die naar elders vertrokken , die tot eene andere gezindte overgegaan en die overleden zijn ;

9°. de aanstelling met instructie, de schorsing en het ontslag van godsdienstonderwijzers en van voorlezers en voorzangers , behoudens de rechten van derden, alles met inachtneming van hetgeen daaromtrent bepaald is in het tweede Hoofdstuk van het Reglement op het godsdienstonderwijs;

10°. de jaarlijksche afvaardiging tot de Classikale Vergadering :

al de dienstdoende predikanten vertegenwoordigen op die vergadering den Kerkeraad , zonder daartoe eene speciale lastgeving te behoeven ;

ocr page 16

14

de Kerkeraad vaardigt ten zelfden einde één of meer dienstdoende ouderlingen af, mits het getal der predikanten niet te bovengaande, voor rekening der gemeente en met behoorlijken lastbrief;

de Kerkeraad ontvangt verslag van hetgeen belangrijks op die vergadering is geschied;

het recht van afvaardiging van één of meer ouderlingen heeft de Kerkeraad ook, wanneer de predikantsplaats of -plaatsen vacant zijn. Doet echter het Classikaal Bestuur (of het Provinciaal Kerkbestuur) wat des Kerkeraads is, dan vaardigt het geen ouderlingen ter Classikale Vergadering af, wanneer onder de Kerkeraadsleden niet één of raeer dienstdoende ouderlingen zijn ;

in gecombineerde gemeenten met meer Kerkeraden geschiedt de afvaardiging van ouderlingen door hen bij toerbeurten ;

11°. het toezicht op het diaconiebeheer, volgens het

Sj/nodaal Reglement voor de Diavoniën;

12°. het behandelen van zaken van beheer van kerkelijke goederen en fondsen, voor zoover dat aan den Kerkeraad volgens de reglementen of bijzondere bepalingen is opgedragen, en dit onder het toezicht der Kerkelijke Besturen.

Art. 21.

In de gemeenten, waar geen bijzondere Kerkeraad bestaat, zijn de werkzaamheden, in het vorig Artikel vermeld, opgedragen aan den ahjcmeeneri Kerkeraad.

Art. 22.

Tot het werk van den algemeenen Kerkeraad behoort in alle gemeenten :

ocr page 17

15

1°. de zorg voor hetgeen betrekking heeft op de beroeping en bet ontslag van predikanten , alsmede voor de verkiezing van ouderlingen en diakenen, bet een en bet andere met eerbiediging van de recbten van derden, en overeenkomstig de bepalingen der bijzondere reglementen op deze onderwerpen ;

3°. de behartiging van de geestelijke buhui ften der armen , het bepalen van collecten, de zorg voor de diaconiegoederen , het jaarlijks opnemen van de diaconie rekening en bet geven van de vereischte inlichtingen betredende het diaconiebeheer, — alles volgens de bepalingen van het Synodaal Ueglemcnt voor de Diaconiën ;

3°. het houden van eene volledige beschrijving of een ligger van al de fondsen eu eigendommen, die aan de gemeente behooren , voor zooverre die onder bet beheer of toezicht van den Kerkeraad zijn , alsmede van het traktement des predikants of der predikanten, met de gewone emolumenten; van den ligger der diaconiegoederen en van den ligger van het predikantstraktement wordt afschrift gezonden aan het Classikaal Bestuur, en steeds onverwijld aan dat Bestuur kennis gegeven van elke verandering, die in de liggers gemaakt wordt, wat laatstgenoemden ligger betreft, ter goedkeuring daarvan door het Provinciaal Kerkbestuur;

4°. het kennisgeven aan het Classikaal Bestuur van ontdekte verkeerdheden in de administratie der kerkelijke goederen, naar Art. 31 van het Algemeen Reglerncnl;

5°. het ontvangen van de persoonlijke en de beantwoording van de vragen der schriftelijke kerkvisitatie, volgens

het Reglement op dit onderwerp;

ocr page 18

16

6°. de zorg voor het aanvragen en het overmaken van het quotum der gemeente voor het Bestuur , overeenkomstig de bepalingen van het Reglement op de kosten voor het lestuur der Nederlandsche Hervormde Kerk.

Art. 23.

De bijzondere Kerkeraad of, waar deze niet bestaat, de algemeene, komt jaarlijks tenminste vier malen bijeen , en voorts zoo dikwijls, als het plaatselijk reglement of de omstandigheden dit vereischen.

Van de gewone kerkeraadsvergaderingen wordt cr, in verband met de Censura Morum over de leden der gemeente, telkens ééne gehouden tegen den tijd der Avondmaalviering.

Buitengewone kerkeraadsvergaderingen worden door den voorzitter belegd, wanneer hij dit noodig oordeelt, of anders wanneer minstens twee leden des Kerkeraads het schriftelijk vorderen.

De leden des Kerkeraads zijn tot het bijwonen van alle gewone en buitengewone vergaderingen verplicht. De redenen van verhindering zijn ter beoordeeling van den Kerkeraad.

Art. 24.

Bij de vergaderingen des Kerkeraads wordt het volgende in acht genomen :

1°, de predikant of één der predikanten van de gemeente, of de consulent, wanneer hij volgens de wet is opgetreden , (laatstgenoemde alleen met adviseerende stem), is voorzitter. Wailr geen predikant aanwezig is , neemt de oudste ouderling in dienst de plaats des voorzitters in , doch worden de besluiten van eene vergadering, onder zijne leiding gehouden, niet uitgevoerd , vóór dat zij door den predikant, of, bij ontstentenis van dezen, door den consulent zijn goedgekeurd;

ocr page 19

17

2°. in gemeenteu met twee of meer predikanten fungeert één van hen als voorzitter en een ander als scriba, doch bij gemeenten door één predikant bediend vervult deze of, bij ontstentenis van hem, de consulent de beide genoemde betrekkingen ;

3°. de voorzitter opent en sluit iedere vergadering op de in het plaatselijke reglement voorgeschreven wijze ;

4°. de voorzitter draagt de zaken, die in behandeling komen , beknopt en duidelijk voor, geeft de noodige inlichtingen , zorgt voor de goede orde bij het beraadslagen en stemmen, en brengt zijne stem het laatste uit; hangende zaken komen vóór andere in behandeling, tenzij eene spoedvorde-rende zaak onverwijlde afdoening eischt ;

5°. geen lid der vergadering mag buiten stemming blijven, tenzij hem dit op zijn verzoek bij meerderheid van stemmen wordt toegestaan;

het staat geen der leden vrij de vergadering vóór hare sluiting zonder vergunning des voorzitters te verlaten ;

6°. bij elke stemming over eene zaak wordt de volstrekte meerderheid vereischt tot beslissing, en tot het nemen van een wettig besluit is de tegenwoordigheid van twee derden der stemhebbende leden eene onmisbare voorwaarde; alleen wanneer de vergadering reeds eenmaal, wegens ongenoegzaam getal van leden, uiteengegaan en ten tweede male tot behandeling der zaak bijeengeroepen is, wordt door de tegenwoordig zijnde leden wettiglijk geconcludeerd;

7°. met uitzondering van de gevallen, voorlvomende in Art, 9 van dit reglement en in de Artt. 19 en 63 van het

ocr page 20

18

Reglement voor kerkelijk opzicht en tucht enz., geschiedt bij staking van steuimen, en wanneer de zaak uitstel kan lijden, de herstemming in de eerstvolgende vergadering; wanneer de zaak niet kan worden uitgesteld, of wanneer in de tweede vergadering de stemmen wederom staken, wordt het voorstel geacht verworpen te zijn ;

8°. een lid in de notulen latende aan teekenen, dat het met een genomen besluit der vergadering niet heeft ingestemd, doet zulks zonder opgaaf van redenen ;

9°. op een genomen besluit wordt in dezelfde vergadering niet teruggekomen, dan met toestemming van twee derden der leden ;

10°. in zaken, die zulks vereischen, verklaart de voorzitter, dat zij confidentieel zijn en legt hij, met goedvinden dei-vergadering , den leden het stilzwijgen op;

11°. de voorzitter benoemt alle oom missiën, tenzij hij zelf verlangt of anders twee leden vorderen, dat de benoeming door de vergadering geschiede. Zij volgt daarbij het voorschrift van Art. 9;

12°. Commissiën bestaan nimmer alleen uit predikanten , noch ook uit ouderlingen of uit diakenen. Voor zaken , die den lijzonderen Kerkeraad zijn opgedragen, en ook waar alleen een algemeene Kerkeraad bestaat, zijn de commissiën bij voorkeur uit predikanten en ouderlingen samengesteld ;

13°. de voorzitter bepaalt den tijd , waarop de commissiën haar schriftelijk rapport zullen uitbrengen , en nadat

ocr page 21

19

de vergadering dit rapport gehoord heeft, beslist zij of het al dan niet dadelijk een onderwerp van beraadslaging zal uitmaken ;

14°. de scriba houdt nauwkeurige aanteekening van het verhandelde in elke vergadering. Bij den aanvang der volgende worden da notulen gelezen , bij hoofdelijke rondvraag aan het oordeel der vergadering onderworpen, na goedkeuring gearresteerd en door den voorzitter en den scriba , of, wddr deze betrekkingen vereenigd zijn, door den voorzitter en één der ouderlingen geteekend;

de aanmerkingen op de notulen, zooveel de vergadering haar bij meerderheid overneemt, worden opgenomen in de aanteekeningen der zitting, waarin zij gemaakt zijn ;

15°. alle brieven en stukken, door den Kerkeraad uitgevaardigd, worden, indien geen kerkelijk reglement het anders voorschrijft, door den voorzitter en den scriba, of, waar geen afzonderlijke scriba is, door den voorzitter en één der ouderlingen onderteekend , en door den scriba ten spoedigste geëxpedieerd.

Art. 25.

De Kerkeraad houdt aanteekening van zijne handelingen en van de belangrijke door hem uitgevaardigde brieven in behoorlijk daartoe aangelegde boeken, zorgt voor de bewaring van al de inkomende stukken en houdt daarvan een volledig register.

Jaarlijks, in de eerste vergadering na de bevestiging dei-nieuw benoemde leden en na de bij Art. 19 voorgeschreven voorlezing, worden de boeken der Kerkeraadshandelingen, de doop-, lidmaten- en trouwboeken , die der rekeningen

ocr page 22

20

van de diaconie-administratie, de ligger van het traktement der standplaatsen, het Kerkeraads-arclüef met het register en den index daarvan ter tafel gebracht , teneinde de vergadering zich verzekere, dat al deze boeken en stukken in goede orde zijn bijgehouden en bewaard.

Art. 26.

Ten aanzien van de plaats der Kerkeraads-vergaderingen, de onvermijdelijke kosten tot het houden daarvan, de instruc-tiën voor de kosters of andere bedienden des Kerkeraads wordt het volgende in acht genomen :

1°. in gemeenten, waar nog geen geschikt lokaal voor de Kerkeraads-vergaderingen is, worden de vereischte pogingen aangewend bij de administrateurs van hare kerkelijke goederen, om daarin op de beste wijze te voorzien;

2°. de onvermijdelijke kosten voor de Kerkeraads-vergaderingen kunnen, volgens de bestaande reglementen , van de administratie der kerkelijke fondsen worden ingevorderd;

3°. de Kerkeraad, in overeenstemming met de daartoe bevoegde personen , zorgt dat aan de kosters, als bedienden des Kerkeraads, de uoodige instructiën gegeven worden.

VIERDE A F D E EX ING.

Ambtsplichten der predikanten, ouderlingen en diakenen.

Art. 27.

Aan den predikant of de predikanten is opgedragen de openbare evangelieprediking, de bediening van doop en avond-

ocr page 23

31

maal, de leiding det openbare godsdienstoefeningen, de huwelijksinzegening , het catechetisch onderwijs , het afnemen van geloofsbelijdenis in tegenwoordigheid van één of meer ouderlingen, de herderlijke zorg, eu het besturen der vergaderingen zoo van den Kerkeraad als van het Kiescollege of van de stemgerechtigden.

Akt. 38.

In de regeling van het getal , den tijd en de plaats der openbare godsdienstoefeningen maken de predikanten geen verandering zonder voorkennis en goedkeuring des Kerkeraads.

Bij de leiding der openbare godsdienstoefeningen gaan zij , zoowel in 't algemeen als in 't bijzonder met betrekking tot liet gebruik van den [leidelbergschen Catechismus , de liturgische scbriften , de vragen bij de voorbereiding tot het avondmaal, de psalmen en gezangen, naar eigen oordeel te rade met den godsdienstige behoeften hunner gemeenten.

Art. 29.

In hunne geheele ambtsbediening gedragen zich de predikanten naar de kerkelijke reglementen en verorJeningen, en richten zich voorts naar de bijzondere plaatselijke en tijdelijke behoeften der gemeente, zooveel noodig in overleg met den Kerkeraad.

Aet. 30.

In de herderlijke zorg voorzien zij, zoo noodig, met raadpleging en hulp van den Kerkeraad , vooral ook door getrouw huisbezoek en geregeld krankenbezoek.

A ut. 31.

Aan de ouderlingen is opgedragen de behartiging van de belangen der open bare Gods vereering, de bevordering van eu

ocr page 24

22

!7 88 ux

het toezicht op het godsdienstonderwijs, naar het 'Reglement op dit onderiverp, het mede-toe.zicht op de leden der gemeente, inzonderheid door huisbezoek, zoowel, indien zij daartoe worden uitgenoodigd, in vereeniging met de predikanten, als ook afzonderlijk, naar plaatselijke regeling, en ijverige medewerking met de predikanten in alles, wat aan de Christelijke opbouwing der gemeente dienstig kan zijn.

Art. 32.

Aan de diakenen is opgedragen de meer bijzondere zorg voor de armen der gemeente. Daartoe zijn zij belast met het dagelijksch beheer der diaconie-goederen, met het innen van alle aan de diaconie aankomende gelden , met de inzameling der liefdegaven , met het besteden van dit een en ander tot het doel, hetwelk de Christelijke gemeente voor hare armen beoogt , en te dien einde ook met het geregeld bezoeken der armen.

In gemeenten met minder dan drie predikanten geschiedt dit alles in overleg met den predikant of de predikanten en de ouderlingen.

De diakenen gaan der gemeente voor in het getrouw bijwonen der openbare godsdienstoefeningen.

De verplichtingen der diakenen zijn nader geregeld in het Synodaal Reglement voor de Diaconiën.

Art. 33.

De predikanten , ouderlingen en diakenen slaan onder het onmiddellijk opzicht van het Classikaal Bestuur, onder welks ressort zij belmoren.

ocr page 25

33

Additioneele artikelen.

Art. 34.

Alle reglementen en verordeningen door het Provinciaal Kerkbestuur en andere Kerkolijke Besturen in Noord-Holland uitgevaardigd, welke in strijd zijn met dit reglement , zijn vervallen.

ART. 35.

De plaatselijke reglementen worden , ten fine van overeenstemming met dit reglement en met de algeineene kerkelijke verordeningen , door de Kerkeraden herzien binnen één jaar, nadat dit reglement hun zal zijn toegezonden.

De alzoo herziene reglementen worden aan liet Classikaal Bestuur van het ressort ter beoordeeling, en door de Classi-kale Besturen aan het Provinciaal Kerkbestuur ter goedkeuring toegezonden.

Art. 36.

De Kerkeraden, die binnen de tijdsbepaling van het vorige artikel geen reglement ter beoordeeling opzenden , worden geacht voor de gemeenten, die zij vertegenwoordigen en besturen, dit provinciaal reglement mede als plaatselijk reglement te hebben aangenomen.

Aldus vastgesteld door het Provinciaal Kerkbestuur van Noord-Holland, den 9 September 181)1.

A. G. JANS , President.

J. van WITZENBURG , Secretaris.

ocr page 26

24

De Algeineeiie Synodale Commissie der Nederland'sche Hervormde Kerk, daartoe door de Algemeene Synode gemachtigd, verleent aan bovenstaand Provinciaal Reglement voor de Kerkeraden van de Gemeenten der Nederlandsche Hervormde Kerk in Noord-Holland hare goedkeuring.

's Gkwenhage , 17 November 1892.

De Algemeene Synodale Commissie der Nederlandsche Hervormde Kerk ,

M. A. PERK, President.

L. OVERMAN, Secretaris,

14.13. Kerkeraden, die meerdere exemplaren van dit Provinciaal Reglement mochten verlangen , kunnen die op aanvrage , tegen betaling van 10 ets. per exemplaar, bekomen bij den Secretaris van het Provinciaal kerkbestuur.

ocr page 27
ocr page 28