Vak 163
SINT ANTONIUS.
DRUK VAN EDUARD IJDO. â LEIDEN
fl. ^NTONIUS VAN ^ADUA.
PC'1 Utfaq
/ /
^int jBrifo nius.
-==*3^0.
GEBEDENBOEK
voor de Vereerders van den Grooten Wonderdoener
VAN
P fl D Ã fl.
Met drie verschillende Oefeningen
VOOR DE
NEGEN DINSDAGEN
Fr. ALBERTUS PLUYMi
O.
PLACET, IMPRIMATUR.
Werthae, hac 20 Aug. 1897.
fr. SrEPHANUS VAN DE BuRGT, Min. Prov.
IMPRIMATUR.
HARLEMI;
tiie 27 Augusti 1897.
b. Dankelman, Libr. Censor.
RIJKSUNIVERSITEIT UTRECHT
0608 7948
VERKLARING.
In volkomen onderwerping aan het decreet van Paus Urbanus VIII, verklaart de Schrijver, dat hij aan de wonderdadige gebeurtenissen! wonderen enz., in dit werkje verhaald, aeen ander gezag wil toegekend hebben, dan de H. Kerk er aan toekent.
's-Gravenhage, Feestdag van den h. Anïonius v. Padua 1897.
BIBLIOTHEEK DER RIJKSUNIVERSITEIT
UTRECHT
COLL. THOMAASSE
INHOUD.
Bladz.
Bij het begin van den dag..... j
Kij het einde van den dag ... . 3
Gebeden onder de H. Mis..........^
Gebeden vóór de H. Biecht.....22
Na de H. Biecht...........
Gebeden vóór de H. Communie ... 25
Na de H. Communie.......28
Gebeden onder het Lof......34
Litanie van het Allerheiligste Sacrament
des Altaars . ..........3^
Litanie van den Allerheiligsten Naam
Jezus........................4I
Litanie van het Heilig Hart van Jezus. 45
Litanie van de Allerheiligste Maagd Maria ⢠⢠⢠â .......48
Litanie ter eere van Maria Onbevlekt Ontvangen..........
6
Litanie ter eere van den H. Jozef . Litanie ter eere van den H. Antonius
van Padua ..........
Gebed om eene tijdelijke zaak aan den H. Antonius aan te bevelen . . . . Gebed tot den H. Antonius als men zich in kommer en nood bevindt . . Gebed tot den H, Antonius als men zich in lijden en droefheid bevindt . Gebed om door de voorspraak van den H. Antonius den inwendigen vrede te
vragen ............
Gebed tot den H. Antonius om een verloren zaak weder te vinden .... Gebed tot den H. Antonius om een zaligen levensstaat te vragen . . . Gebed tot den H. Antonius voor eene
zieke........., .
Gebed tot den H. Antonius voor de bekeering van een zondaar .... Gebed tot den H. Antonius ter bevordering van »Het Liefdewerk der
Broodenquot; ...........
Oefening van den H. Kruisweg . . .
7
De Negen Dinsdagen ter eere van den
H. Antonius.
Oorsprong van de devotie der negen
Dinsdagen.......... 99
Wijze om de negen Dinsdagen te vieren 103 Eerste oefening voor de negen Dinsdagen ............
Gebed van voorbereiding voor icderen
Dinsdag der noveen.......106
Tweede oefening voor de negen
Dinsdagen.....â .....t37
Gebed van voorbereiding......138
Derde oefening voor de negen Dinsdagen ............
Gebed van voorbereiding......180
Litanie ter eere van den H. Antonius 182 Gebed als men de gevraagde gunst nog
niet verkregen heeft.......194
Gebed van dankzegging na verkregen weldaden ..........194
O I O-
9
c-
Bij het begin van den dag.
AKTE VAN OPDRACHT.
O eeuwige God, zie mij hier voor Uwe onmetelijke Majesteit neergebogen; ik aanbid U nederig, ik draag U op al mijne gedachten, woorden en werken van dezen dag; ik neem mij voor alles te doen uit liefde tot U, tot Uwe glorie, om Uwen Goddelijken wil te volbrengen, om U te dienen, te prijzen en te zegenen, omver-licht te worden in de geheimen van ons heilig geloof, om mijne zaligheid te verzekeren en te hopen op Uwe barmhartigheid ; om Uwe Goddelijke rechtvaardigheid te voldoen voor mijne zoo talrijke en zware zonden; om de geloovige zielen in het vagevuur te helpen, en de genade eener oprechte bekeering te verwerven voor alle zondaren. Alles samenvattend neem ik mij voor, al mijne handelingen te verrichten in vereeniging met die allerzuiverste meeningen , welke Jezus en Maria hier op aarde bezaten , alsmede alle heiligen, die in den hemel zijn en alle rechtvaardigen, die op
9
o 2 o-
aarde leven; ik zou wenschen deze mijne meening met mijn eigen bloed te kunnen onderschrijven en haar ieder oogenblik zooveel malen te kunnen herhalen als er oogenblikken in de eeuwigheid zijn.
Ontvang, o mijn God, dezen mijnen goeden wil, en schenk mij Uwen heiligen zegen met eene krachtige genade, om mijn leven lang gecne doodzonde te bedrijven, maar vooral op dezen dag, waarop ik verlang en mij voorneem alle aflaten te verdienen, die ik kan, alsmede in den geest tegenwoordig te zijn bij alle heilige missen, die in dit oogenblik over geheel de wereld zullen worden opgedragen, ze toepassend op de geloovige zielen in het vagevuur, opdat zij van hare pijnen mogen verlost worden. Amen.
(100 dagen afl. eenmaal daags. Raccolta.) Bemind zij overal het H. Hart van Jezus.
GEBED
om zich onder de bescherming van den H. Antonius te stellen.
Roemrijke H. Antonius, bevoorrechte vriend van Jezus, allergetromvste be-
----O 3 O -
schermer dergenen, die zich aan u toevertrouwen, met den meest mogelijken eerbied voor u neergeknield, bid en smeek ik, wil ook mijn beschermer wezen. Ik stel in uwe vaderlijke handen de zorg voor mijn lichaam en mijne ziel, voor al mijne ondernemingen, voor mijn arbeid en geheel mijn leven. Gewaardig u, lieve Heilige, mij onder het getal uwer dienaren aan te nemen en handel met mij als met uw eigendom. Wees mijne sterkte in mijne zwakheden en ellenden, mijne hoop in verlatenheid en armoede, mijn troost in droefheid en angst, mijn steun in rampen en wederwaardigheden, mijn toevlucht in allen nood. Herinner u, dat ik aan u toebehoor, bescherm mij in het leven en verleen mij uwe liefdevolle hulp in het uur van mijnen dood. Amen.
Bij het einde van den dag.
AKTE VAN DANKZEGGING.
Almachtige God en Heer, mijn Schepper en Bestierder, U loof en prijs ik met alle engelen en heiligen; U dank ik voor alle
weldaden, welke Gij mij heden en gedurende mijn gansche leven geschonken hebt. Mijn lichaam en mijn ziel, alles wat ik heb en ben, offer ik U op in vereeni-ging met de oneindige verdiensten van Jezus Christus, Uwen Zoon en mijnen Zaligmaker, en vraag om Zijnentwil ootmoedig vergiffenis voor de vele fouten en misstappen, waaraan ik mij in Uwen dienst plichtig maakte; vergeef mij om Hem de zonden, welke ik uit boosheid of uit menschelijke zwakheid beging. O God, wees mij armen zondaar genadig!
In Uwe handen, o Heer, beveel ik mijn lichaam en mijne ziel, mijne naastbe-staanden en alle menschen, inzonderheid de bedrukten, de zieken en stervenden. Bescherm ons allen door Uwen heiligen engel; stort Uwen zegen uit over dit huis en behoed mij en allen, die het bewonen, voor zichtbare en onzichtbare vijanden. Heb ook medelijden met de geloovige zielen in het vagevuur en geef haar de eeuwige rust, door Christus onzen Heer. Amen.
O Maria, mijne lieve moeder, verdedig mij tegen de listen en aanvallen des duivels.
-O 5 O
â 9
c
H. Antonius, mijn beschermer, bid voor mij.
Heilige Engel, mijn bewaarder, waak over mij, opdat ik dezen nacht van alle | ongelukken bevrijd blijve; verwerf mij, dat ik niet door een haastigen dood overvallen worde en dit leven niet verlate dan na eene oprechte boetvaardigheid over mijne zonden gedaan te hebben,
In den naam onzes Heeren Jezus Christus begeef ik mij ter ruste. Hij zegene en bescherme mij, en geleide mij ten eeuwigen leven. Amen.
GEBEDEN ONDER DE H- MIS-
Gebed van voorbereiding.
H. Antonius, machtige beschermer en voorspreker, ik weet dat ik u door het godvruchtig bijwonen der heilige mis het grootste genoegen verschaf en u zoo het best bewegen kan mij in mijnen nood ter hulp te komen. Daarom bid ik u bij de godsvrucht, welke u aan het altaar bezielde, wil mij thans bijstaan, opdat ik bij dit verheven Geheim zoo tegenwoordig
C-----9
zij, dat ik op uwe voorspraak verdiene verhoord te worden door onzen Heer Jezus Christus, die met God den Vader en den H. Geest leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Begin der H. Mis.
In den naam des Vaders en des Zoons en des H. Geestes. Amen.
God, hemelsche Vader, in vereeniging met de oneindige offerande, welke Jezus Christus U op den Calvarieberg aanbood, en met alle heil. missen, welke heden over de gansche aarde gelezen worden, offer ik U deze heilige mis op tot verheerlijking Uwer oneindige majesteit, tot uitboeting mijner zonden, tot dankzegging voor alle genaden en weldaden, tot troost der geloovige zielen en tot verkrijging van nieuwe gunsten, inzonderheid van die gunst, welke ik door de voorspraak van den H. Antonius hoop te verwerven. Ge-waardig U zijn en mijn gebed te verhooren door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.
Confiteor.
Ik belijd voor hemel en aarde, o mijn God, dat ik U zwaar en dikwijls beleedigd heb door gedachten, woorden en werken, door mijne schuld, door mijne schuld, door mijne allergrootste schuld. Ik beken, dat ik onwaardig ben voor U te verschijnen en verdiend heb voor altoos door U verstooten te worden. Maar aangezien Gij den dood des zondaars niet wilt, maar dat hij zich bekeere en leve, zoo herleeft mijn vertrouwen. Oneindig barmhartige Vader, wees mij genadig en schenk mij op de voorspraak der Allerzaligste Maagd Maria en van alle heiligen vergiffenis mijner zonden, en verhoor goedgunstig de gebeden, welke ik tijdens dit heilig offer tot den troon Uwer Majesteit opzend.
Introïtus.
O God, kom mij te hulp; Heer haast U, om mij te helpen. Dat zij beschaamd en bevreesd worden, die mijne ziel belagen. Dat ze terugwijken en zich schamen, die mij kwaad willen. Eere zij den Vader en den Zoon en den H. Geest. Gelijk het
tgt; 8 o-
was in het begin en nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Kyrie eleison.
Heer, ontferm U onzer. {driemaal).
Christus, ontferm U onzer. ( » ).
Heer, ontferm U onzer. ( » )â¢
Gloria.
Eere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde aan de menschen, die van goeden wille zijn! Wij loven U; wij prijzen U; wij aanbidden U; wij verheerlijken U; wij bedanken U wegens Uwe groote heerlijkheid, Heer God, Koning des hemels. God, almachtige Vader. Heer Jezus Christus, eeniggeboren Zoon, Heer God, Lam Gods, Zoon des Vaders, die de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer; die de zonden der wereld wegneemt, ontvang onzè gebeden; die zit aan de rechterhand des Vaders, ontferm U onzer. Want Gij alleen zijt heilig. Gij alleen de Heer, Gij alleen de Allerhoogste, Jezus Christus, met den H. Geest in de heerlijkheid van God den Vader. Amen.
O
Collecte.
De godvruchtige herdenking van den H. Antonius, Uw belijder, moge, o God, Uwe Kerk verblijden, opdat zij steeds door geestelijke hulp versterkt worde en de eeuwige vreugde moge genieten. Door Jezus Christus, Uwen Zoon, onzen Heer, die met U in de eenheid des H. Geestes leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Epistel.
Verleen mij, o God, dat ik de lessen van Uwe profeten en apostelen steeds be-schouwe als brieven door U uit den hemel gezonden, waarin Gij ons Uwen heiligen wil kenbaar maakt. Gedoog niet, dat Uw heilig woord door de versteendheid mijns harten voor mij eene nieuwe gelegenheid tot zonde worde. Verlicht door Uwe genade mijn verstand, ontsteek mijn hart opdat ook ik gevoelen moge, wat de leer-â : lingen van Emmaüs gevoelden, toen zij ! zeiden; Was ons hart niet brandende in ons, toen Hij ons de Schriftuur opende ?
Evangelie.
Heb dank, o mijn God, voor de onwaardeerbare weldaad, waardoor Gij mij in Uwen waren dienst hebt doen geboren en opgevoed worden. Niet tevreden met door Uwe profeten en dienaren tot ons te spreken, hebt Gij nog Uwen eenigen Zoon gezonden om ons Uwen heil. wil bekend te maken. Wees in eeuwigheid gedankt voor dat onschatbaar gunstbewijs, maar verleen mij ook de genade steeds naar de voorschriften van Uw heilig evangelie te handelen. Geef ook, dat het licht der waarheid schijne over onze nog dwalende en onge-loovige broeders en dat alle zondaars zich tot U bekeeren. Dat dit geschiede, o God, bid ik U door Jezus Christus, Uwen Zoon, die het licht der wereld, de weg, de waarheid en het leven is. Amen.
Credo.
Ik geloof in éénen God, den almachtigen Vader, Schepper van hemel en aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen. En in éénen Heer Jezus Christus, Gods eenig-geboren Zoon. En uit den Vader voor alle
âo ©---'---o ii o-----r»
eeuwen geboren. God van God, licht van licht, waren God van den waren God. Geboren, niet gemaakt, één in wezen met den Vader, door wien alle dingen gemaakt zijn. Die om ons menschen en om onze zaligheid is nedergedaald uit den hemel. En het vleêsch hi ft aangenomen door den H. Geest uit de Maagd Maria: en is mensch geworden. Die voor ons ook gekruisigd is, onder Pontius Pilatus geleden heeft en begraven is. En Hij is volgens de Schriften ten derden dage verrezen. En Hij is opgeklommen ten hemel, zit aan de rechterhand des Vaders. En Hij zal met heerlijkheid wederkomen om te oordeelen de levenden en de dooden; wiens rijk geen einde zal hebben. En in den H. Geest, den Heer en Levendmaker, die uit den Vader en den Zoon voortkomt. Die met den Vader en den Zoon te zamen aangebeden en mede verheerlijkt wordt; die door de profeten gesproken heeft. En ééne, heilige, katholieke en apostolische Kerk. Ik belijd één doopsel tot vergeving der zonden. En ik verwacht de verrijzenis der dooden. En het toekomstig eeuwig leven. Amen.
eâ-----o
Offerande.
{flier begint hel eerste van dc drie voorname deden der H. mis\.
Gcwaardig U, almachtige en goedertieren God, het offer van brood en wijn aan te nemen, dat de priester U opdraagt. Weldra zullen zij door de woorden der consecratie veranderd worden in het lichaam en bloed van Uwen Zoon en onzen Zaligmaker, Jezus Christus, die zich op onbloedige wijze zal slachtofferen om ons aan de verdiensten van Zijn bloedigen kruisdood deelachtig te maken. In vereeniging met Hem offer ik U alles op, wat ik ben, mijn lichaam en mijne ziel, en alles wat ik van Uwe einde-looze goedheid ontvangen heb Zie met welgevallen op deze offerande neer en heb medelijden met mij en met alle menschen. Ontferm U ook over de zielen des vage-vuurs en geef haar de eeuwige rust door denzelfden Jezus Christus, onzen Heer. Amen.
Vingerwassing.
Wasch mijne ziel, o God, van alle ongerechtigheden en reinig mij van alle be-
smetting der zonde, opdat ik waardig worde met de engelen en heiligen Uw altaar te omringen en U eenmaal te loven in den hemel, waar Gij leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Orate Fratres.
De Heer neme deze offerande uit de handen des priesters aan tot lof en eer van Zijn heilige naam, tot ons bijzonder heil en tot welzijn Zijner gehecle heilige Kerk.
Secreta.
O allerbarmhartigste Jezus, die Uwen belijder, den H. Antonius, door voortdurende wonderen op eene wonderbare wijze doet uitschijnen, geef, dat wij door zijne voorspraak en verdiensten met zekerheid bekomen, hetgeen wij met vertrouwen verzoeken. Dit smeeken wij U, die met den Vader en den H. Geest leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Prefatie en Sanctus.
Tot U, o God, verheffen wij onze harten, en aanbidden U met den diepsten eerbied; ,
----O 14 Oâ-
want het is waarlijk waardig en recht, billijk en zalig dat wij U altijd en overal dank brengen, heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God, door Christus, onzen Heer. Door wien de engelen Uwe Majesteit loven, de heerschappijen U aanbidden, en de machten U vreezen; door wien de hemelen en der hemelen krachten met de gelukzalige serafijnen U met eenparige blijdschap aanbidden. Gewaardig U, o Heer, ook onze zwakke lofzangen aan te nemen, terwijl wij te zamcn met de hemelsche geesten smeekend uitroepen : Heilig, heilig, heilig is de Heer, de God der heerscharen. Hemel en aarde zijn vol van Uwe heerlijkheid. Heil U in de hoogste hemelen! Gezegend zij Hij, die daar komt in den naam des Heeren! Heil U in de hoogste hemelen !
Canon.
Almachtige God en goedertieren Vader, het voornaamste en gewichtigste deel dei-heilige mis is nabij. Daarom verdubbel ik mijne aandacht en godsvrucht en smeek ootmoedig en vurig door Jezus Christus, Uwen Zoon en onzen Heer, dat Gij U
IS
gewaardigt deze zuivere offerande aan te nemen, welke ik U opdraag voor de verheffing Uwer Kerk, voor haar zichtbaar opperhoofd, den Paus van Rome, voor alle bisschoppen en priesters, en voor allen, die het geloof Uwer Kerk belijden. Gedenk, o Heer, Uwe dienaars en dienaressen, bijzonder mijne ouders en bloedverwanten, vrienden en vijanden, weldoeners en allen, voor wie ik verplicht ben te bidden. Zegen allen, die hier tegenwoordig zijn, schenk volharding aan de rechtvaardigen, bekeering aan de zondaars en de eeuwige rust aan de zielen des vagevuurs. En opdat mijne gebeden U des te aangenamer zijn, vereenig ik die met de gebeden der Allerzaligste Maagd Maria, van Uwe apostelen en martelaren, van alle heiligen en inzonderheid van mijn geliefden patroon, denH.Antonius. Verleen mij door hunne voorspraak, hetgeen ik door mijne zonde onwaardig ben te ontvangen. Hoor hunne gebeden, o barmhartige God, en zie met welgevallen op mij neer.
-9 ©
lt;9
Consecratie.
Verbeeld u, dat de hemel open gaat en Jezus in persoon op het altaar nederdaalt Aanbid Hem met den meesten eerbied; vraag Hem alles, wat gij wilt verkrijgen, voornamelijk de gunst, welke gij door de voorspraak van den H Antonius hoopt te verwerven. Zeg bij de opheffing der H Hostie en van den Kelk het een ol ander schietgebed, bijv telkens driemaal: Lam Gods, dat wegneemt, enz.
Na de Consecratie.
O Jf;zus, ik geloof vastelijk, dat Gij op het altaar onder de gedaante van brood en wijn wezenlijk en waarachtig tegenwoordig zijt; ik aanbid U en betuig U mijn innigen dank voor de eindelooze goedheid, waarmede Gij voor mijne zonden voldaan en mij van den eeuwigen dood verlost hebt. Ach, hoe groot zou mijne ondankbaarheid zijn, indien ik U nog ooit beleedigde. Neen, lieve Jezus, ik haat en verzaak de zonde en wil voortaan steeds gedenken, dat Uw Goddelijk lichaam om mijne zonden doorwond werd, dat Uw Goddelijk bloed op Golgotha vloeide en nog dagelijks vloeit op onze altaren om
eâ1--o 17 o--©
mijne misdaden uit te wisschen. Zegen mijn voornemen en verleen mij de genade het ten einde toe te volbrengen.
Hemelsche Vader, zie uit den hoogen hemel op het altaar neder, waar Jezus zich aan U opdraagt voor de zonden Zijner broeders en wees mij om Zijnentwil genadig. Gedenk ook, barmhartige God, de zielen dergenen, die nog in de plaats van zuivering zijn, inzonderheid de zielen mijner ouders, vrienden en weldoeners en ' die aan mijne hulp de meeste behoefte hebben.
Pater noster.
Oneindige God, hoe zou ik, stof en asch, mij durven verstouten mijne stem tot U te verheffen, indien Uw Zoon mij niet vermaand en bevolen had U zelfs vader te noemen ? Aangemoedigd door zooveel goedheid en vol vertrouwen op Zijne verdiensten, durf ik bidden:
Onze Vader enz.
Verlos ons. Heer, bidden wij U, van alle kwaad, dat verleden, dat tegenwoordig, dat nog aanstaandé is: en verleen ons door de voorspraak van de zalige en
- ti
2
roemwaardige Moeder Gods Maria, altijd Maagd, van de HH. apostelen Petrus en Paulus en alle heiligen genadig vrede in onze dagen, opdat wij, door den bijstand Uwer barmhartigheid geholpen, te allen tijde vrij mogen blijven van zonde en van alles, wat onzen vrede zou storen. Door denzelfden Jezus Christus onzen Heer, Uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen.
Agnus Dei.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef ons den vrede.
Heere Jezus Christus, die aan Uwe apostelen gezegd hebt: Ik laat u den vrede, Ik geef u Mijnen vrede, geef ons dien waren vrede, dien Gij alleen geven kunt, en verlos ons van alle zonde; geef ons den vrede en eene volmaakte eendracht met al onze broeders; geef den vrede aan Uwe heilfge Kerk en verlos haar van alle scheuring, van alle verdrukking en van alle onheil.
Communie.
'â¢â¢liet derde van de drie voorname deelen der H. mis.)
Heer, ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak komt, maar spreek slechts één woord, en mijne ziel zal gezond worden. Driemaal.
O diei'bare Jezus, mijn God en Zaligmaker, kon ik thans Uw hartewensch vervullen en mij met U in de heil. Communie vereenigen 1 Maar aangezien mijne zonden mij die gunst onwaardig maken, zoo wil ik U toch op geestelijke wijze in mijne ziel binnen leiden. Ja, kom in mij, dierbare Jezus ! kom, neem bezit van mijn hart, dat U toebehoort! verwijder uit dat hart alles, wat U kan mishagen ; zegen het, vervul het met Uwe genade en geef, dat het voortaan alleen voor U kloppe. Amen.
Na de Communie.
Hartelijk dank zij U, lieve Jezus, voor de goedheid, waarmede Gij U op geestelijke wijze met mijne ziel vereenigd hebt. Ik bid en smeek U, mij aan de uitwerkselen der H. Communie deelachtig te maken; verlos mij door de kracht dezer hemelsche
c
spijs van alle ongeregelde neigingen en spreek voor mij ten beste bij Uwen He-melschen Vader, opdat Hij mij genadig zij
H. Antonius, bid voor mij. Gewaardig u aan te vullen, wat tijdens deze heil. mis aan mijne godsvrucht ontbroken heeft, en verkrijg mij de gunst, welke ik zoo vurig afsmeek.
Zegen des priesters.
Stort over ons Uwen zegen uit, o Heer, door de hand van Uwen dienaar, en dat de uitwerkingen ervan eeuwig op ons rusten.
Ons zegene de almachtige God, de Vader, en de Zoon, en de H. Geest. Amen.
Laatste evangelie.
In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alles is door hetzelve gemaakt; en zonder hetzelve is niets gemaakt, dat gemaakt is. In hetzelve was leven, en het leven was het licht der menschen. En het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niet begrepen.
Er was een mensch, yan God gezonden.
â O 21 Oâ
die tot naam had Joannes. Deze kwam tot getuigenis, om getuigenis te geven van het licht, opdat allen gelooven zouden door hem. Hij was het licht niet, maar hij kwam om getuigenis te geven van het licht. Het ware licht was dat, hetwelk iederen mensch verlicht, die komt in deze wereld. Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt, en de wereld heeft Hem niet gekend. Hij kwam in Zijn eigendom, en de Zijnen namen Hem niet aan. Doch zoovelen Hem aannamen, aan die gaf Hij macht om kinderen Gods te worden, hun, die in Zijnen naam gelooven; die niet uit bloed, noch uit den wil des vleesches, noch uit den wil eens mans, maar uit God geboren zijn. En het Woord is vleesch geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijne heerlijkheid aanschouwd, eene heerlijkheid als des Eeniggeborenen van den Vader, vol genade en waarheid
God zij gedankt!
Dankzegging na de H. Mis.
Looft den Heer, alle volkeren; looft Hem, alle geslachten.
e
o 22 o
Want Hij heeft Zijne barmhartigheid aan ons getoond, en de waarheid des Heeren blijft in eeuwigheid,
Eere zij den Vader, enz.
Gelijk het was, enz.
BIECH TG E BEDEN.
Vóór de H Biecht.
Barmhartige God en Vader, zie hier aan Uwe voeten het ondankbaar kind, dat Uw huis verlaten en het kostbaar erfdeel, waarmede Gij het begiftigd hadt, verkwist heeft. Ach lieve Jezus, wat ben ik ondankbaar jegens U geweest! hoezeer heb ik Uw Goddelijk Hart bedroefd ! O God, wees mij armen zondaar genadig; verstoot Uw kind niet, dat berouwvol tot U wederkeert en om ontferming en vergiffenis smeekt. Verlicht mijn verstand, opdat ik mijne zonden erkenne ; geef mij de genade van een waar berouw en verwijder van mij alles, wat een beletsel zou kunnen zijn eener goede en oprechte biecht. O . Allerheiligst Hart van Jezus, wees mijne toevlucht en mijn hulp, nu en in het uur van mijnen dood. Amen.
C--9
e
©------------------------O 23 0-------
GEBED TOT DEiN H. ANTONIUS
om de liefde tot God te vragen.
H. Antonius, bekeerder der zondaren en ongeloovigen, ijveraar voor Gods liefde, verkrijg voor mij de gave van tranen over mijne zonden en de genade eener oprechte bekeering tot God. O H. Antonius, die waardig bevonden zijt het Goddelijk Kind Jezus in uwe handen te dragen en aan uw hart te drukken ; die door uwen brandenden zielenijver het vuur der liefde in de harten van duizenden zondaars ontstoken hebt, bid voor mij, opdat mijn koud en onverschillig hart voortaan van het vuur der zuiverste liefde brande en ik eenmaal waardig bevonden worde om met u Jezus in den hemel te aanschouwen en te beminnen. Amen.
Na de H. Biecht.
Heb dank, o barmhartige en liefdevolle Vader, voor al Uwe weldaden en inzonderheid voor die weldaad, waarmede Gij mij nu wederom vergiffenis geschonken hebt. Ik vernieuw nogmaals het besluit
« 9
---U 24 o--
nimmer meer eene doodzonde (of deze of die vrijwillige dagelijksche zonde) te bedrijven en U getrouw te dienen tot aan mijn dood. Zegen mijn voornemen en geef mij de genade het te volbrengen. Wees Gij mijne sterkte, o God; bescherm en verdedig mij, want eeuwig wil ik U toebe-hooren.
Zoet Hart van mijn Jezus, maak dat ik U immer meer beminne ! (500 dagen afl. Raccolta).
ÃEBED TOT DEN H- ASTOSIUS
om de genade der volharding te vragen.
H. Antonius, getrouwe en machtige beschermer van allen, die tot u hun toevlucht nemen, bid voor mij bij onzen Heer Jezus Christus, opdat Zijne genade mij versterke en ik nimmer meer uit Zijne vriendschap gerake. O lieve Heilige, sta mij bij in mijne zwakheid, verdedig mij tegen alle zichtbare en onzichtbare vijanden, bescherm mij in alle gevaren en verkrijg mij volharding in de deugd tot den laatsten snik mijns levens. Amen
9
e
COMMUNIE-OEFENINGEN.
Vóór de H. Communie.
Gebed van den H. Thomas van Aquine.
Almachtige en eeuwige God, zie mij naderen tot het Sacrament van Uw cenig-' | geboren Zoon, onzen Heer Jezus Christus. Als een zieke kom ik tot den geneesheer des levens; als een onreine treed ik naar de bron van barmhartigheid ; als een blinde i zoek ik het licht der eeuwige klaarheid; als een behoeftige aanroep ik den Heer van hemel en aarde. Ik smeek U om den overvloed Uwer eindelooze milddadigheid, dat Gij U gewaardigt mijne krankheden te genezen, mijne smetten af te wisschen, in mijne behoeften te voorzien en mijne naaktheid te bedekken, opdat ik het Brood der engelen, den Koning der koningen en den Heer der heerscharen zoo eerbiedig en ootmoedig, zoo godvruchtig en berouwvol, zoo rein en geloovig, zoo welmeenend en oprecht moge ontvangen, als voor mijn zieleheil dienstig is. Geef, dat ik bij de nuttiging van het lichaam en bloed onzes
^--------------O 26 O----
Heeren Jezus Christus aan de kracht van Zijn Sacrament deelachtig worde. O goedertieren God, laat mij het lichaam van Uw eeniggeboren Zoon, dat Hij uit de H. Maagd Maria heeft aangenomen, zoodanig ontvangen, dat ik met Zijn geheimzinnig lichaam verbonden en onder Zijne ledematen gerangschikt worde. O beminnenswaardige Vader, verleen mij, dat ik Uwen geliefden Zoon, dien ik als sterveling weldra in Zijn Geheim zal ontvangen, eenmaal voor eeuwig in Zijne heerlijkheid van aanschijn tot aanschijn moge aanschouwen, Hem, die met U leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Verzuchtingen.
O liefderijke Jezus, ik geloof vastelijk, dat Gij in het heil. Sacrament onder de nederige gedaante van brood wezenlijk en waarachtig tegenwoordig zijt met lichaam en ziel, met vleesch en bloed, met godheid en menschheid. Ik geloof dit, omdat Gij, die de eeuwige waarheid zijt en ons niet kunt bedriegen, het gezegd hebt. In en voor dit geloof wil ik leven en sterven. Amen.
-----o 27 O--
Met den diepsten eerbied aanbid ik U, o verborgen God, en betuig voor hemel en aarde,dat ik U uit geheel mijn hart liefheb. Ach, had ik U toch altijd bemind, had ik U toch nooit bedroefd! O lieve Jezus, ik ben onwaardig voor U te verschijnen, mijne oogen tot U op slaan; hoe zal ik mij dan verstouten Uwe heil. Tafel te naderen en U in mijn arm hart te ontvangen. Heer, ik ben niet waardig, dat Gij tot mij komt, spreek slechts één woord en mijne ziel zal gezond zijn! â Neen mijn kind, zoo hoor ik U antwoorden, Ik zal komen en uwe ziel genezen. â O Jezus, nu herleeft mijn vertrouwen, want wat zal ik niet mogen verwachten van de eindelooze liefde, waarmede Gij U zeiven aan mij wilt schenken ? Ach, kon ik U thans een van liefde brandend hart aanbieden! bezat ik nu zooveel liefde als alle Godminnende zielen op aarde en alle engelen en zaligen des hemels te zamen bezitten! O Jezus, aanzie mijn goeden wil en kom tot rnij! Als een dorstend hert naar de frische waterbron, zoo verlangt mijne ziel naar U, o Heer. Kom dan, o Jezus, kom en neem bezit van mijn hart, dat U voor eeuwig toebehoort.
O Maria, lieve moeder, leen vooral op dit oogenblik het oor naar mijne smeekingen! Wees mijn bijstand, mijne hulp, opdat ik Uwen Goddelijken Zoon waardig ontvange. Verkrijg mij iets van het liefdevuur, dat u verteerde zoo dikwijls gij Hem op aarde ontvangen hebt, opdat mijn arm hart Zijner niet al te onwaardig zij, en Hij er behagen in scheppe daar eenige oogen-blikken te vertoeven tot het mededeelen Zijner hemelsche genadegaven.
H. Antonius, bid voor mij, opdat deze H. Communie het onderpand worde mijner toekomstige heerlijkheid.
Het lichaam van onzen Heer Jezus Christus beware mijne ziel ten eeuwigen leve. Amen,
NA DE II. COMMUNIE.
Verzuchtingen
Mijne ziel maakt groot den Heer, en mijn geest is opgesprongen van blijdschap in God, mijn heil. Want groote dingen heeft aan mij gedaan. Hij die machtig is, en heilig is Zijn naam. O engelen des hemels, daalt neer en helpt mij uwen en mijnen God aanbidden, die mijn arm hart tot Zijne
âO 29 0-
e
9
woning gemaakt heeft. Ja lieve Jezus, ik aanbid U, ik verneder mij voor Uwe ontzaglijke majesteit. Ik vereenig mijne zwakke hulde met al den lof, die U ooit in den hemel en op aarde gebracht is, en in eeuwigheid gebracht zal worden.
Geloofd, aangebeden en met gevoel van dankbaarheid zij bemind Jezus'Hart in het allerh. Sacrament des Altaars, op ieder oogenblik, cn in alle tabernakelen der gansche wereld, tot aan de voleinding der eeuwen. Amen.
(zoo dagen afl. eens per dag. Racolta)
Ach dierbare Jezus, wat is Uwe liefde tot mij toch groot! Wat zal ik U wedergeven op dit oogenblik, waarop Gij U zeiven aan mij geschonken hebt ? hoe zal ik U mijne dankbaarheid betuigen? Goddelijke Zaligmaker, ik versta U; in Uwe eindelooze goedheid gewaardigt Gij U mijn hart te vragen. O, ontvang dat hart, heersch over hetzelve, ontsteek het door het vuur Uwer heilige liefde. Niets zal het voortaan van U kunnen scheiden, het behoort aan U in eeuwigheid.
Maar ach, lieve Jezus, mijne vijanden zijn talrijk en machtig, en ik ben zoo
©-O 50 0-O
I
zwak en onstandvastig: o, bescherm en ! verdedig mij, laat niet toe, dat iets U mijn hart ontroove. Gedenk, dat het Uw eigendom is, bewaar het dus in Uwe liefde. Zegen mij, o Jezus, en verleen mij Uwe alvermogende genade! Zegen ook mijne bloedverwanten, mijne vrienden en vijanden ; zegen allen, die mijne gebeden verzocht hebben en voor wie ik verplicht ben te bidden. Schenk volharding aan de rechtvaardigen, bekeering aan de zondaars en de eeuwige rust aan de zielen des vage-vuurs.
O Maria, mijne moeder, H. Engelbe- ; waarder, H. Antonius, bidt voor mij! Amen.
G-ebed van den H. Bonaventura.
Doordring, allerzoetste Jezus, het binnenste mijner ziel met het vuur Uwer tee-derste en heilzaamste toegenegenheid en met eene ware, oprechte en krachtdadige liefde, opdat zij enkel en alleen uit liefde tot U brande en in Uwe voorhoven weg-kwijne van verlangen om ontbonden te worden en met U te zijn. Geef, dat mijne ziel alleen hongere naar U, die het brood der engelen, de verkwikking der heilige
-O
©---
O 3l o-
zielen en ons dagelijksch bovennatuurlijk brood zijt, dat alle zoetheid en smaak in zich vervat. Dat mijn hart steeds naar U hake en U geniete, dien de engelen met zooveel zalige wellusten aanschouwen. Dat mijn binnenste door Uwen zoeten geur vervuld worde. Dat mijne ziel steeds dorste naar U, de bron des levens, de bron van wijsheid en wetenschap, de bron van het eeuwige licht, den stroom van het hemelsch genot, den overvloed van het huis Gods; dat zij steeds naar U verlange, U zoeke, U vinde, naar U streve, tot U kome, aan U denke, van U spreke en alles verrichte tot lof en glorie van Uwen heiligen naam. Wees Gij, en Gij alleen altijd mijne hoop, mijn heil en mijn vertrouwen, mijn rijkdom, mijn geluk, mijn vermaak, mijne vreugde, mijn verwachting en mijn rust, mijn vrede, mijne zoetheid en mijn welbehagen, mijne spijs, mijne verkwikking, mijne toevlucht en mijne hulp, mijne wijsheid, mijn erfdeel, mijne bezitting en mijn schat, waarin mijn hart en mijne ziel voor immer vast en onwrikbaar gevestigd blijven. Amen.
â¢O 3^ O-
Gebed van den H. Franciscus van Assisië.
U smeek ik, Heer Jezus Christus, dat de vurige en zoete kracht Uwer liefde mijn geest van al het aardsche moge aftrekken, opdat ik uit liefde tot Uwe liefde der wereld afsterve, dewijl Gij U gewaardigd hebt uit liefde tot mijne liefde voor mij aan het kruis te sterven, die leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Toewijding^ aan het A.Hei-liei-lijj-st Han't, Vim .ley.ii!-;.
Goddelijk Hart van Jezus, innig getroffen door Uwe onuitsprekelijke liefdeblijken en bezield met het vurigst verlangen mij aan Uwen dienst toe te wijden, werp ik mij voor U ter aarde. Ach, hoe spijt het mij, dat ik U tot hiertoe zoo weinig bemind, zoo slecht gediend heb! Maar van nu af zal het anders wezen; vol berouw over mijne ondankbaarheid neem ik Uw zoete juk op mij en wil voortaan U alleen beminnen en dienen. Ik wijd mij daarom voor altijd en onherroepelijk aan U toe; alles wat ik ben en bezit breng ik U ten offer.
Ik schenk U mijn verstand met al zijne vermogens; vast en onwrikbaar geloof ik
alles wat Gij, o God, geopenbaard hebt en door Uwe heilige Kerk voorstelt te gelooven ; aan de uitspraken van haar onfeilbaar leergezag zal ik mij altijd en immer onderwerpen.
Ik schenk U mijn hart met zijne genegenheden ; van nu af zal dat hart slechts voor Uwe liefde, voor de deugd kloppen. Mijn eenig streven zal zijn Uwe deugden na te volgen. Uwe zachtmoedigheid. Uwen ootmoed. Uwe gehoorzaamheid. Uwe liefde tot God en den evenmensch; als het grootste onheil zal ik de zonde en hare gelegenheden vluchten, niet alleen omdat zij zoo afschuwelijk is en uwe straffen verdient, maar ook en bovenal omdat zij U, o Goddelijk Hart bedroeft en beleedigt.
Ik schenk U eindelijk mijn wil en al zijne neigingen. Met kinderlijke onderwerping zal ik voortaan Uwen wil volbrengen, Uwe geboden en de geboden der Kerk nauwgezet onderhouden, slechts bedacht om aan U te behagen en volgens Uwe heilige voorschriften te leven.
Gewaardig U, o Goddelijk Hart van Jezus, mijne voornemens aan te nemen. Let niet op mijne onwaardigheid, maar op Uwe
9
c
ft-â--â-ââ-o 34 0 ------------9
oneindige barmhartigheid en versterk mij met Uwe genade, opdat ik in het gemaakte besluit ten einde toe volharde en rust vinde voor mijne ziel in tijd en eeuwigheid. Amen.
GEBEDEN ONDER HET LOF
of bij eeu bezoek aan liet H. Sacrament.
AKTE VAN OPDRACHT.
Mijn Heere, Jezus Christus, die door de liefde, welke Gij ons menschen toedraagt, nacht en dag in dit Sacrament verblijf houdt, en vol goedheid en liefde afwacht, tot U roept en ontvangt al wie naderen om U te bezoeken ; ik geloof Uwe Goddelijke tegenwoordigheid in het H. Altaarsacrament, ik aanbid U uit den afgrond van mijn niet; ik dank U voor alle genaden mij verleend, en wel in het bijzonder, dat Gij U zeiven aan mij hebt geschonken in dit Sacrament, dat Gij mij Uwe allerheiligste Moeder tot voorspreekster hebt gegeven, en dat Gij mij hebt geroepen om U in deze kerk te bezoeken. Ik groet op dit oogenblik Uw liefdevol Hart, en ik stel mij voor Het te groeten
met een drievoudig doel; op de eerste «-------9
plaats tot dankzegging voor dit groote geschenk; op de tweede plaats om U schadeloos te stellen voor alle beleedi-gingen, welke Gij van al Uwe vijanden in dit Sacrament hebt ontvangen ; op de derde plaats stel ik mij met dit bezoek voor, U te aanbidden op alle plaatsen der aarde, waar Gij in dit H. Sacrament minder vereering en meer verlatenheid ondervindt.
Mijn Jezus, ik bemin U uit geheel mijn hart. Het smart mij, dat ik Uwe oneindige goedheid in het verleden zoo dikwijls heb mishaagd. Met de hulp Uwer genade neem ik mij voor, U in de toekomst niet meer te beleedigen; en voor het oogenblik, hoe ellendig ik ook zij, wijd ik mij geheel aan U toe ; ik schenk U de volle beschikking over mijn wil, mijne gevoelens, mijne verlangens en alles wat het mijne is. Doe van nu aan met mij en het mijne al wat U behaagt. Ik vraag en verlang van U alleen Uwe heilige liefde, de volharding tot het einde en de volmaakte vervulling van Uwen heiligen wil. Ik beveel U de zielen in het vagevuur aan, in het bijzonder die meer godsvrucht hebben gehad tot het allerheiligst Sacrament en de aller-
36
heiligste Maagd Maria. Nog beveel ik U alle zondaars aan
Ten slotte, mijn dierbare Zaligmaker, vereenig ik alle mijne gevoelens met de gevoelens van Uw liefdevol Hart, en bied ze, aldus vereenigd, aan Uwen Hemelschen Vader aan, dien ik in Uwen naam smeek, dat Hij ze ter Uwer liefde aanvaarde en verhoore.
(300 dagen afl. voor iederen keer. Raccolta).
LITANIE
VAN HET
Allerheiligste ^Sacrament des ^lltaars.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Jezus, hoor ons.
Jezus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm
U onzer.
God, H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, Een God, ontf. U onzer.
amp;
I
o 37 o-
Brood des levens, nedergedaald uit den
hemel, ontferm U onzer.
Lichaam van Jezus,
Brood der Engelen.
Brood, dat alle zoetheid in zich bevat. Brood, dat voor het leven der wereld
gogeven zijt.
Verborgen God en Zaligmaker,
Tarwe der uitverkorenen,
Vrucht van den boom des levens.
Bron van genade, o
Altijddurend offer, 2-
Lam zonder vlekken, ^
Spijs der Engelen, 3
Schat der geloovigen, ^
Vreugd der godvruchtigen.
Gedachtenis van de wonderwerken § Gods, S
Zoenoffer der zondaren.
Band des vredes en der liefde,
Troost der bedrukten,
Spijs der hongerigen.
Heil der kranken.
Teerspijs dergenen, die in den Heer
sterven.
Pand der toekomende glorie.
Wees ons genadig, spaar ons, Jezus.
©
Wees ons genadig, verhoor ons, Jezus. Van het onwaardig nuttigen van Uw allerheiligst Lichaam en Bloed,verlos onsjezus. Van de begeerlijkheid des vleesches, Van de begeerlijkheid der oogen, lt; Van de hoovaardij des levens, H.
Van alle gelegenheden tot zonde, S Door het verlangen, waarmede Gij ver- c vuld waart, om dit H. Sacrament in te S stellen,
Door de diepe ootmoedigheid, waardoor K Gij de voeten Uwer leerlingen ge- S wasschen hebt,
Door Uwe overgroote liefde tot ons, waarmede Gij dit Allerheiligste Altaargeheim hebt ingesteld, verlos ons Jezus.
Door Uw H. Vleesch en Bloed, dat Gij ons in het H. Sacrament hebt nagelaten, verlos ons, Jezus Wij zondaars, wij bidden U, verhoor ons. Dat gij in ons het geloof, de godsvrucht en den eerbied voor dit Allerheiligste Sacrament wilt vermeerderen, wij bidden U, verhoor ons.
Dat gij ons van den dood der zonden tot het eeuwige leven wilt opwekken, wij bidden U, verhoor ons.
fgt;-o 39 o-1-®
Dat Gij ons in Uwe genade wilt behouden en versterken, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij ons van alle aanvallen des duivels wilt bevrijden, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij ons hart door de genade van Uw bezoek wilt verlichten en bestieren, wij bidden U, verhoor ons.
Dat wij altijd op U ons vertrouwen stellen, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij het vuur Uwer liefde in ons wilt uitstorten, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij ons door den band der eeuwige liefde wilt vereenigen, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij ons in het uur des doods met deze hemelsche Teerspijs wilt voorzien en versterken, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij ons tot het Feestmaal des eeuwigen levens wilt leiden, wij bidden U, verhoor ons.
O Zoon Gods! wij bidden U, verhoor ons.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer. Heer. ------------â-»
Jezus, hoor ons.
Jezus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
Jezus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader, enz.
v. En leid ons niet in bekoring.
r. Maar verlos ons van den kwade. Amen. v. Heer, verhoor mijn gebed.
R. En mijn geroep kome tot U.
GEBED.
God, die ons onder het wonderbare Sacrament de gedachtenis van Uw lijden hebt nagelaten; verleen ons, bidden wij U, de heilige geheimen van Uw Lichaam en Bloed zóó te vereeren, dat wij de vrucht Uwer verlossing gedurig in ons mogen gevoelen. Die leeft en regeert met God den Vader, in de eenheid des H. Geestes, God, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
LITANIE
VAN DEN
^LLERHEILIGSTEN f^AAM JEZUS.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christui, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.
God, Zoon, Verlosser der wereld.
God, H. Geest,
H. Drievuldigheid, één God,
Jezus, zoon van den levenden God, o
Jezus, luister des Vaders, 3.
Jezus, glans van het eeuwige licht, fjj1
Jezus, koning der glorie, 3
Jezus, zon der rechtvaardigheid,
Jezus, zoon van de Maagd Maria, 0
Beminnenswaardige Jezus,
Bewonderenswaardige Jezus, ^
Jezus, sterke God,
Jezus, vader der toekomende eeuwen, Jezus, verkondiger van het verheven raadsbesluit.
---o 42 O--
Allermachtigste Jezus, ontferm U onzer.
Allerverduldigste Jezus,
Allergehoorzaamste Jezus,
Jezus, zachtmoedig en ootmoedig van harte,
Jezus, minnaar der zuiverheid,
Jezus, onze vriend,
Jezus, God des vredes,
Jezus, oorsprong des levens,
Jezus, voorbeeld der deugden,
Jezus, ijveraar der zielen, o
Jezus, onze God, ^
Jezus, onze toevlucht, ^
Jezus, vader der armen, 3
Jezus, schat der geloovigen, C
Jezus, goede herder, o
Jezus, waarachtig licht, S
Jezus, eeuwige wijsheid, ?
Jezus, eindelooze goedheid,
Jezus, onze weg en ons leven,
Jezus, blijdschap der engelen,
Jezus, koning der patriarchen,
jezus, meester der apostelen,
Jezus, leeraar der evangelisten,
Jezus, sterkte der martelaren,
Jezus, licht der belijders,
Jezus, zuiverheid der maagden,
Jezus, kroon van alle heiligen,
----o 43 o------9
Wees genadig, spaar ons, Jezus.
Wees genadig, verhoor ons, Jezus.
Van alle kwaad, verlos ons, Jezus.
Van alle zonde.
Van Uwe gramschap.
Van de listen des duivels.
Van den geest der onkuischheid,
Van den eeuwigen dood,
Van het verontachtzamen Uwer inspra- lt; ken, ü
Door het geheim Uwer menschwording, g Door Uwe geboorte, o
Door Uwe kindsheid, S
Door Uwen arbeid, ^
Door Uwen doodstrijd en Uw lijden, g Door Uw kruis en Uwe verlatenheid, S Door Uwen dood en Uwe begrafenis,
Door Uwe verrijzenis.
Door Uwe hemelvaart.
Door Uwe vreugde.
Door Uwe verheerlijking,
Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, spaar ons, Jezus.
Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, verhoor ons, Jezus.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer, Jezus.
eâ----âo
Jezus Christus, hoor ons.
Jezus Christus, verhoor ons.
LATEN WIJ BIDDEN.
Heer Jezus Christus, die gezegd hebt: Vraagt, en gij zult verkrijgen, zoekt, en gij zult vinden, klopt, en u zal worden opengedaan; geef, smeeken wij, aan ons, die er om vragen, de gevoelens Uwer allergoddelijkste liefde, opdat wij U uit geheel ons hart in woord en daad beminnen en nimmer ophouden U te loven.
Geef, o Heer, dat wij Uwen H. naam altijd tegelijk eerbiedigen en beminnen, omdat Gij nimmer ophoudt te besturen, wie Gij in Uwe liefde hebt gegrondvest. Door onzen Heer Jezus Christus, Uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes, God door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
9------o 45 o-9
LITANIE.
VAN HET JIeilig Æâ¢!ART VAN jTEZUS.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsehe Vader, ontferm U onzer.
God, Zoon, Verlosser der wereld.
God, H. Geest,
H. Drievuldigheid, één God,
Hart van Jezus, zoon van den eeuwigen 3 Vader,
Hart van Jezus, zoon van de Maagd g Maria,
Hart van Jezus, eigen en waardige
woonplaats van den H. Geest, §
Hart van Jezus, tempel van de allerhei- S ligste Drievuldigheid, ^
Hart van Jezus, glorie en vreugd der engelen.
Hart van Jezus, oneindig in majesteit.
Hart van Jezus, voorwerp van alle liefde, Allerootmoedigst Hart van Jezus,
9
a
O 46 O
Allerzuiverst Hart van Jezus, ontferm U onzer.
Allerminnelijkst Hart van Jezus,
Hart van Jezus, vol van zegen en genade, Wellust van hemel en aarde.
Licht van geheel de wereld. Onoverwinnelijke sterkte tegen onze vijanden,
Fontein van alle rechtvaardigheid, Oorsprong van goedheid en barmhartigheid.
Vol medelijden en teederheid, o Woonstede aller deugden, o
^ Waardig allen lof en eer, ^
c Aan wien alle aanbidding toekomt, quot; Oneindige afgrond van alle hemel- 3 ^ sche gaven, O
S Fontein der springende wateren tot o het eeuwig leven, S
Verzoening onzer zonden, â¢
Troost van alle bedrukte harten.
Hoop van die in U sterven.
Ons leven en verrijzenis.
Toevlucht van alle zondaren. Met bitterheid voor ons vervuld. Met versmaadheden voor ons verzadigd,
©
© 9
o 47 fi
9
ftâ
Hart van Jezus, om onze boosheden doorwond, ontferm U onzer.
g' Voor onze zaligheid gestorven aan g g het kruis, gi
gt; Met eene lans doorstoken, g
§ Levende, heilige en Gode behagende gt; offerande, o
w Altaar op hetwelk alle heiligen opge- S offerd worden, 7?
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons, Jezus.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Jezus.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer, Jezus, v. Koning der glorie. Gij zult nooit versmaden.
r. Een boetvaardig en vernederd hart.
gebed.
Heere Jezus, die U gewaardigdhebt, de onuitsprekelijke rijkdommen van Uw allerheiligst Hart aan Uwe Kerk te openbaren, verleen ons, dat wij aan de liefde van dit allerh. Hart mogen beantwoorden en dat wij door waardige dienstbewijzingen vergoeden de verongelijkingen, die dat
â o 48 o-
zelfde bedrukte Hart van de ondankbare menschen worden aangedaan. Die leeft en heerscht met God den Vader in de eenheid des H. Geestes, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
LITANIE
TER EERE VAN DE
Allerheiligste yVlAAGD MARIA.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. Cod, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm
U onzer.
God, H. Geest, ontferm U onzer, H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.
H. Maria, 2!
H. Moeder Gods, ^
H. Maagd der Maagden, o
Moeder van Christus, °
Moeder der Goddelijke genade, o
Allerreinste Moeder, 3
3
i»
Allerzuiverste Moeder, bid voor
Ongeschonden Moeder,
Onbevlekte Moeder,
Minnelijke Moeder,
Wonderbare Moeder,
Moeder des Scheppers,
Moeder des Zaligmakers,
Allervoorzichtigste Maagd,
Eerwaardige Maagd,
Lofwaardige Maagd,
Machtige Maagd,
Goedertieren Maagd,
Getrouwe Maagd,
Spiegel der rechtvaardigheid.
Zetel der wijsheid.
Oorzaak onzer blijdschap,
Geestelijk vat.
Eerwaardig vat.
Schoon vat van godsvrucht,
Geheimzinnige roos,
Toren van David,
Ivoren toren,
Gulden Huis,
Ark des verbonds,
Deur des hemels,
Morgenster,
Behoudenis der kranken.
O 5° O-
9
c
Toevlucht der zondaren, bid voor ons. Troosteres der bedrukten,
Hulp der christenen,
Koningin der engelen, 2!
Koningin der aartsvaders,
Koningin der profeten, o
Koningin der apostelen, ®
Koningin der martelaren, o
Koningin der belijders, «
Koningin der maagden,
Koningin van alle heiligen,
Koningin, zonder erfsmet ontvangen. Koningin van den allerheiligsten rozenkrans. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.
(300 dagen aflaat. Raccolta).
Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, heilige Moeder Gods, versmaad onze smeekingen niet in onze noodwendigheden, maar bevrijd ons altijd van alle gevaren, o roemwaardige en gezegende Maagd, onze Vrouwe, onze Middelares,
O 51 o-
e
9
onze Voorspreekster. Verzoen ons met uwen Zoon, beveel ons aan uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon.
Bid voor ons, H. Moeder Gods.
Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
LATEN WIJ BIDDEN.
Beveilig, bidden wij U, o Heer, door de voorspraak van de zalige Maria, altijd maagd, Uwe dienaren, die zich in ootmoed des harten voor U nederwerpen, tegen elke zwakheid, en neem hen tegen alle vijandelijke aanslagen goedertieren in Uwe bescherming. Door Christus, onzen Heer. Amen.
MEMORARE.
Gedenk, o allergenadigste Maagd Maria, dat het nooit gehoord is, dat iemand, die tot u zijn toevlucht nam, uwen bijstand verzocht of uwe voorspraak inriep, door u is verlaten geworden. Aangemoedigd door dit vertrouwen, kom ik tot u, o Maagd der maagden, mijne moeder, en zuchtende onder het gewicht mijner zonden, snel ik
C------9
---O 5 2 o-d
tot u; versmaad mijne woorden toch niet, o Moeder des Woords, maar aanhoor ze goedgunstig en verhoor ze. Amen.
(300 dagen aflaat. Raccolta).
LITANIE
TER EERE VAN yWARIA pNBEVLEKT j[DNT VANGEN,
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelscho Vader, ontferm U onzer.
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God, H. Geest, ontferm U onzer.
H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.
H. Maria, van het begin en vóór allen tijd tot moeder van Gods Zoon uitverkoren en voorbereid, bid voor ons.
H Maria, zonder smet der erfzonde ontvangen, bid voor ons.
O
o 53 o
©
9
H. Maria, schoonste en heiligste van alle geschapen wezens,bid voor ons. Steeds versierd met die volmaakte heiligheid, welke niemand buiten God kan bevatten,
Alleen onder de schepselen het voorwerp van het innigst welbehagen des hemelschen Vaders,
Reinste aller maagden.
Met uwen Goddelijken Zoon en door Hem de volkomenste overwinna-^ .2 res en eeuwige vijandin van de a. ia helsche slang, lt;
S Hemelsche ark, ongeschonden be- § Ij* waard en wonderbaar gered in de ^ algemeene schipbreuk der wereld, § Brandend braambosch, in het midden quot; ⢠der vlammen heerlijk groeiend en bloeiend,
Onoverwinnelijke sterkte tegen eiken
aanval des vijands.
Luisterrijke stad Gods, gebouwd op
de heilige bergen,
Verheven tempel Gods, vervuld met
de heerlijkheid des Heeren, Onpeilbare afgrond der hemelsche genaden,
H. Maria, lelie onder de doornen, bid
voor ons.
Reine aarde, uit welke Jezus, de
nieuwe Adam, gevormd werd. Heerlijk paradijs der onschuld, der onsterfelijkheid en der gelukzaligheid, Onbederfbaar hout, door den worm
der zonde niet geschonden.
Steeds zuivere, door de kracht des 2! .2 H. Geestes bezegelde bron, ^ Ãö Tabernakel, door den H Geest luister-§ S rijk versierd, 5
hjh Heerlijk toonbeeld van heiligheid en o reinheid, p
Nieuwe Eva, die der wereld het heil
hebt aangebracht.
Glorierijkste Maagd, aan wie Hij, die machtig is, groote dingen heeft gedaan.
Koningin van hemel en aarde, Koningin der engelen en heiligen. Koningin, troonend aan de rechterhand van uwen Goddelijken Zoon, Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Heer.
9
o 55 o
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.
Gij zijt geheel schoon, Maria en de erf-smet kleeft niet op u. Gij zijt de glorie van Jeruzalem, gij, de blijdschap van Israel, gij, de eer van ons volk, gij de voorspreekster der zondaren. O Maria, o Maria, allervoorzichtigste maagd, goedertierenste moeder, bid voor ons, spreek voor ons ten beste bij onzen Heer Jezus Christus.
Antiph. Deze is de roede, waarin noch roest van erfzonde, noch schors van dadelijke zonde is geweest.
y. In uwe ontvangenis, o Maagd, zijt gij onbevlekt geweest.
r. Bid voor ons tot den Vader, wiens Zoon gij gebaard hebt.
Laten wij bidden.
c
O God, die door de Onbevlekte Ontvangenis der H. Maagd eene waardige woonplaats voor Uwen Zoon hebt voorbereid; wij bidden U, dat Gij, die wegens het voorzien van den dood van dienzelfden Uwen Zoon, haar van alle smet bewaard hebt, ook ons verleent van door hare voor-
O
«
©-----u 5® o---3
!
spraak vlekkeloos tot U te naderen Door | denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
(100 dagen afl. Raccolta).
Smeekgebed tot de Onbevlekte Maagd Maria.
Allerhetligste, onbevlekte Maagd ⢠en mijne moeder Maria, tot u, die de moeder van mijnen God zijt, de koningin der wereld, de voorspreekster, de hoop, de toevlucht der zondaren, neem ik, de ellendigste onder allen, op dit oogenblik mijne toevlucht. Ik vereer u, o groote Koningin, en ik bedank u voor alle mij tot hiertoe geschonken genaden, in het bijzonder dat gij mij bevrijd hebt van de hel, zoo herhaaldelijk door mij verdiend.
Ik bemin u, mijne allerbeminnelijkste Meesteres, en bij de liefde, die ik u toedraag beloof ik, u altijd te willen dienen, en al mijn best te doen, dat gij ook door de andere menschen wordt bemind.
Ik stel op u al mijne hoop, al mijn behoud; neem mij aan voor uwen dienaar (uwe dienares), en verberg mij onder uwen mantel, gij. Moeder der barmhartigheid.
O 57 o.
En daar gij zoo vermogend zijt bij God, bevrijd mij van alle bekoringen, of verwerf mij ten minste de kracht ze tot aan mijn dood toe te overwinnen. Van u vraag ik eene ware liefde tot Jezus Christus. Van u verhoop ik een zaligen dood. O mijne Moeder, bij de liefde, die gij God toedraagt, bid ik u mij altijd bij te staan, maar meer bijzonder in mijn stervensuur. Verlaat mij niet tot zoolang gij mij behouden ziet in den hemel, om daar, geheel de eeuwigheid door, u te zegenen en uwe barmhartigheden te zingen. Zoo hoop ik. zoo zij het!
(300 dagen afl. zoo dikwijls dit gebed wordt verricht voor de eene of andere beeltenis der H. Maagd Raccolta.
â 9
o 58 O
â 9
c
LITANIE
TER EERE VAN DEN
Æâ¢{ EILIGE jIoZEF.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons,
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm
U onzer.
God, H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.
H. Maria, bid voor ons.
H. Moedér Gods,
H. Maagd der maagden, u-
H. Jozef, 51
Beschermer van Jezus, lt;1
Bruidegom van Maria, o
Man naar Gods hart, ^
Bewaarder der zuiverheid van Maria, 3 Medehulp van Maria, quot;
Leidsman en troost van Maria,
e----------quot; 59 o--o
Die om Maria met bijzondere genaden
begunstigd zijt,
Allerreinste in zuiverheid,
Allernederigste in ootmoedigheid, Allervurigste in liefde,
Allerverhevenste in beschouwing.
Die door den H. Geest zeiven rechtvaardig zijt verklaard,
Die in de goddelijke verborgenheden boven anderen verlicht zijt geweest. Die door den engel in het geheim der
menschwording onderwezen zijt, 5quot;. Die met Maria, uwe bruid naar Bethle- ^ hem zijt gereisd, o
Die in de herbergen geene plaats vinden- ° de in een stal zijt gaan vernachten, o Die waardig geacht zijt bij Christus te S wezen toen Hij geboren en in eene krib gelegd werd.
Die met Maria het kind Jezus in den
tempel hebt opgeofferd,
Die op het woord van den engel met Jezus en Zijne Moeder naar Egypte gevlucht zijt.
Die na den dood van Herodes met Jezus en zijne Moeder naar het land van Israël zijt wedergekeerd,
9
O
â o ÃO o-
Die het kind Jezus, te Jeruzalem gebleven zijnde, met Maria, Zijne Moeder, vol van droefheid gezocht hebt, bid voor ons. Die Hem na drie dagen met blijdschap gevonden hebt, zittende onder de leeraars, bid voor ons.
Aan wien de Hèer der Heeren op aarde onderdanig geweest is, bid voor ons. Bruidegom van Maria, uit wie Jezus
geboren is, bid voor ons.
Wiéns lof in het Evangelie vermeld
wordt, bid voor ons.
Onze voorspreker, hoor ons, H. Jozef. Onze beschermer,verhoor ons, H. Jozef. In al onzen nood, help ons, H. Jozef, In al onze benauwdheden, cr
In het uur van onzen dood,
Door uwe allerzuiverste trouw, o
Door uwe vaderlijke zorg en teederheid, Door al uwen arbeid en zweet, ^
Door al uwe deugden, ^
Door al uwe verdiensten, g
Door uw eeuwig geluk,
Wij, die u als beschermer aanroepen, wij
bidden u, verhoor ons!
Dat Gij Jezus wilt bidden om vergiffenis onzer zonden, wij bidden u, verhoor ons.
9
Dat gij ons aan Jezus en Maria gelieft aan te bevelen, wij bidden U, verhoor ons.
Dat gij voor alle maagden en onge-huwden de gaaf van zuiverheid wilt verwerven,
Dat gij voor de gehuwden eene onbevlekte getrouwheid en heilige eendracht wilt verkrijgen,
Dat gij voor alle vergaderingen eene volmaakte liefde en overeenstemming wilt verwerven.
Dat gij de ouders in de opvoeding hunner kinderen wilt behulpzaam zijn, Dat gij alle oversten in de bestiering
hunner onderdanen wilt bijstaan. Dat gij alle vergaderingen, die u bijzonder zijn toegedaan, wilt begunstigen. Dat gij allen, die op uwe hulp betrouwen, altijd en overal wilt beschermen. Dat gij alle geloovige zielen door uwe
voorbede wilt helpen.
Beschermer van Jezus,
Bruidegom van Maria,
H. Jozef,
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer. Heer. Christus hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader enz.
LATEN WIJ BIDDEN.
Wij bidden U, o Heer, dat wij door de verdiensten van den Bruidegom Uwèr allerheiligste Moeder geholpen worden, opdat ons door zijne voorspraak geworde, hetgeen wij door ons zeiven niet kunnen bekomen, die leeft én heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
o 63 o-
©
9
LITANIE
TER EERE VAN DEN
fi, jfil NTON1US VAN f^ADUA.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U on/er.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God, H. Geest, ontferm U onzer.
H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.
H. Maria, moeder en beschermster van den H. Antonius, bid voor ons.
H. Franciscus, vader en leermeester van den H. Antonius, bid voor ons.
H. Antonius, zalige vrucht van Spanje, bid voor ons.
H. Antonius, nieuw licht van Italië, bid voor ons.
H. Antonius, beschermer en roem van Padua, bid voor ons.
H. Antonius, apostel van Frankrijk,
bid voor ons.
O 64 O'
e
9
H. Antonius, navolger van den H.
Vader Franciscus, bid voor ons. Lelie van zuiverheid,
Kostelijke parel der armoede, Schitterend licht van gehoorzaamheid,
Spiegel van boetvaardigheid,
Roos van verduldigheid.
Vlam van liefde.
Vat van heiligheid.
Pilaar der H. Kerk,
o Verkondiger der genade. Si
g Uitroeier der zonden, lt;1
c Vertreder der wereld, §
lt; Verheffer van Gods eer, âºj* Ootmoedige verberger der wijsheid, § Leeraar der waarheid.
Blinkende ster der Serafijnsche orde, Arke des Verbonds,
Bazuin des Allerhoogsten,
Verdediger des geloofs aan het
hoogwaardig Sacrament,
Brandende naar den marteldood, Geesel der ketters,
Schrik der ongeloovigen.
Roede der dwingelanden.
Vurige minnaar van Gods huis.
© 9
-O 65 O
H. Antonius, ijveraar voor het heil der zielen, bid voor ons.
Wonderbare mirakeldoener.
Patroon in verlorene zaken,
Toevlucht der armen.
Gezondheid der zieken,
, Vertrooster der bedrukten, ^
3 Hof der deugden, ai
'g Kenner der harten, lt;
â g Voorzegger van toekomende dingen, § «5 Verwekker der dooden, n
j-j Schroom der duivelen, §
Navolger der patriarchen en profeten, â¢w Afbeeldsel der apostelen.
Uitstekende onder de leeraars.
Roem der heiligen,
Minnelijke vader en beschermer.
Wees genadig, spaar ons. Heer.
Wees genadig, verhoor ons. Heer. Van alle kwaad, verlos ons. Heer. Van alle zonden, verlos ons. Heer. Van de listen des duivels, verlos ons, Heer. Van pest, oorlog en hongersnood, verlos ons. Heer.
Van den eeuwigen dood, verlos ons. Heer. Door de verdiensten van den H. Antonius, verlos ons, Heer.
C---------
s
«â¢
Door zijne brandende liefde, verlos ons, Heer.
Door zijnen ijver voor de bekeering
der zondaars, quot; lt;
Door zijn vurige begeerte naar den « marteldood, Ã*
Door zijne volharding in het volbren- m gen zijner beloften van armoede, § zuiverheid en gehoorzaamheid,
Door zijn onvermoeiden arbeid, lil
Door de menigte en verscheidenheid S
zijner wonderen,
In den dag des oordeels.
Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons. Dat Gij ons tot een waarachtig berouw over onze zonden wilt brengen, wij bidden U, verhoor ens.
Dat Gij het vuur der Goddelijke liefde in onze harten wilt ontsteken, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij ons deelachtig wilt maken aan de voorspraak en aan de verdiensten van den H. Antonius, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij ons vaderland in de vereering van den H. Antonius wilt doen volharden, wij bidden U, verhoor ons.
-n 67 o
9
9
Dat Gij allen, die de voorspraak van den H. Antonius verzoeken, gezondheid naar ziel en lichaam wilt verleenen, wij bidden U, verhoor ons.
Dat wij door de verdiensten van den H. Antonius in alle deugden mogen toenemen, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij allen, die den H. Antonius eeren en aanroepen, met Uwe zegeningen gelieft te begunstigen, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij U gewaardigt ons te verhooren, wij bidden U, verhoor ons.
Jezus Christus, Zoon van den levenden God, wij bidden U, verhoor ons.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader, Wees gegroet.
-9
9
|
â fis â - |
ti | ||
|
1 | |||
|
v. Bid voor ons, H. Antonius. r. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden. | |||
|
gebed. | |||
|
O allerbarmhartigste Jezus, die Uwen belijder, den H Antonius, door voortdurende wonderen op eene wonderbare wijze doet uitschijnen, geef, dat wij door zijne voorspraak en verdiensten, met zekerheid bekomen, hetgeen wij met vertrouwen verzoeken. Dit smeeken wij U, die met den Vader en den H. Geest leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen. | |||
|
GEBEDEN | |||
|
TOT DEN | |||
|
H. ANTONIUS. | |||
|
GEBED | |||
|
om eene tijdelijke zaak aan den h. antonius aan te bevelen. | |||
|
O H. Antonius, machtige helper in allen nood! vol onderwerping aan Gods heili- | |||
|
© | |||
ti--:-O 69 O-------fi
gen wil en met kinderlijk vertrouwen, kniel ik voor u neer, om uwen vaderlijken zegen over mijnen arbeid af te smeeken. j Onder uwe hoede en bescherming stel ik al mijne pogingen, mijne zorgen en moeiten. Gewaardig u, mij te ondersteunen en bij te staan, en vraag voor mij het welslagen mijner onderneming, indien dit tot mijne zaligheid verstrekt. Overtuigd, dat al mijne bemoeiingen onder uwe bestiering gezegend en geheiligd zullen zijn, bid en smeek ik u ootmoedig, mij aan Jezus aan te bevelen, opdat Hij mij geleide tot het goede naar ziel en lichaam. Amen.
GEBED
TOT DEN H. ANTONIUS ALS MEN ZICH IN KOMMER EN NOOD BEVINDT.
H. Antonius, die zoo menig bedroefd hart helpt en opbeurt, die naar het voorbeeld van Jezus, nooit iemand zonder troost wegzendt, zie, ik ellendige zondaar, alhoewel onwaardig door u verhoord te worden, kom toch met volle vertrouwen tot u. Door de overgroote glorie.
waarmede Jezus u over de gansche aarde verheerlijkt, bid en smeek ik, spreek voor mij bij Hem ten beste. Kom mij te hulp in dezen nood, neem de moeilijkheid, die mij benauwt, op u. O H. Antonius, toen gij nog op de wereld leefdet, waren reeds alle schepselen aan u onderworpen, en sedert gij met de hemelschc glorie bekleed zijt, hebt gij uwe macht nog veel duidelijker getoond. O laat mij dan ook uwe hulp in dezen nood ondervinden, opdat ik u gedurende mijn leven danke en mij met u in eeuwigheid verheuge. Amen.
GEBED
TOT DEN H. ANTONIUS ALS MEN ZICH IN LIJDEN EN DROEFHEID BEVINDT.
H. Antonius, liefdevolle beschermer van allen, die tot u hun toevlucht nemen, met eerbied en vertrouwen kniel ik voor u neer. Aanzie, bid ik u, den angst, die mijn hart drukt, en bedaar door uwe machtige voorspraak den toorn van God, dien ik door mijne zonden vergramd heb! Sla uwe teedere en medelijdende blikken op mij neer en aanschouw de ellende, waarin ik mij bevind! O lieve Vader, verlos mij
9
e
C'-o 71 o-9
uit mijne kwelling, opdat ik God met eene heilige gerustheid des geestes dienen moge. Zie, ik wend mijne betraande oogen tot u en roep met vol vertrouwen; H. An-tonius, help mij 1 reik mij uwe behulpzame hand, opdat ik niet bezwijke! Of mocht het voor mijne zaligheid dienstig zijn, dat ik dit kruis drage, welaan, ik ben tot alles bereid; ik wil alles lijden uit liefde tot Hem, die voor mij aan het kruis gestorven is. Maar, lieve Heilige, ik ben zoo zwak, ik vrees zoozeer tot kleinmoedigheid te vervallen! O, verwerf gij dan voor mij een standvastig geduld en eene volmaakte onderwerping aan Gods heiligen wil. Verlaat mij, bid ik u, niet in den nood! Ondersteun en versterk mij in mijn lijden, troost mij in mijne droefheid en verkrijg door uwe machtige voorspraak bij Jezus, dat in alles en altijd Zijn aanbiddelijke wil in mij geschiede. Amen.
GEBED
OM DOOR DE VOORSPRAAK VAN DEN H. AN-TONIUS DEN INWENDIGEN VREDE TE VRAGEN.
O Jezus, God van goedheid en liefde, die ons, met eene volle getrouwheid aan Uwe
«--O
geboden, tevens een volmaakt betrouwen in U oplegt; oneindig beminnelijke God, wiens rijk in ons niets is dan liefde en vrede, ik bid en smeek U door de verdiensten van Uwen dierbaren en verheerlijkten dienaar, den H. Antonius van Padua, vorm Gij zelf in mijne ziel die kalmte, op welke Gij wacht om U aan haar mede te deelen. Gij hebt ons den vrede beloofd door Uwe Profeten, Gij zelf hebt hem op aarde gebracht, Gij hebt hem verzekerd door de uitstorting van den H. Geest. O, laat dan niet toe, dat de afgunst mijner vijanden, de hevigheid mijner driften, de angst van mijn geweten mij die hemelsche gaaf doen verliezen, die het onderpand is van Uwe liefde, het voorwerp van Uwe belofte en de prijs van Uw Goddelijk bloed. O Jezus, verhoor mij! H. Antonius, bid voor mij! Amen.
GEBED
TOT DEN H. ANTONIUS OM EEN VERLOREN ZAAK WEDER TE VINDEN.
H. Antonius, bevoorrechte vriend van Jezus, die op uwe voorbede zoo gaarne de menschen uit alle noodwendigheden
-»
O
-o 73 o-
verlost; zie goedgunstig op mij neer en verhoor het gebed, dat ik met kinderlijk vertrouwen tot u richt. Herinner u, dat onder de wondervolle gaven, die u kenmerken en over de gansche aarde geroemd worden, uwe macht om verloren zaken te doen wedervinden, meer bijzonder schittert en u van alle andere heiligen onderscheidt. O lieve Heilige, aanzie mijn nood, heb medelijden met mijne verlegenheid en laat niet toe, dat uw alom bekende eere-titel in mij gelogenstraft worde. Help mij wedervinden, wat ik verloren heb, opdat ook ik uwe goedheid en machtige voorspraak roeme en u meer en meer vereere als den Wederbrenger van verloren zaken. Amen.
GEBED
TOT DEN H. ANTONIUS OM EEN ZALIGEN LEVENSSTAAT TE VRAGEN.
H. Antonius, machtige vriend van God, die u op wonderdadige wijze uwe roeping deed kennen, verleen mij uwe voorspraak, | opdat ook ik den staat erkenne, welken de I de Goddelijke Voorzienigheid voor mij be-
©
stemd heeft. Zie, lieve Heilige, twijfel en besluiteloosheid kwellen mij, terwijl allerlei omstandigheden mijne keus bemoeilijken. Verwerf mij dan de genade, dat ik in deze gewichtige zaak niet misleid worde, maar mijne keus in volle overeenstemming bren^e met Gods heiligen en aanbiddelijken wil Verhoor en onderstem mij, opdat ik, na God hier op aarde gediend te hebben zooals Hij het van mij verlangt. Hem eenmaal met u moge aanschouwen en bezitten in den hemel. Amen.
GEBED
TOT DEN H. ANTONIUS VOOr EEN ZIEKE.
Op uwe machtige voorspraak, o H. An-tonius, zijn zoovele zieken, die reeds den dood nabij waren, oogenblikkelijk gezond geworden. Ach, sla ook een medelijdenden blik op den armen zieke die mij zoo dierbaar is; zie hem op zijne lijdenssponde uitgestrekt, aanschouw zijne smarten. Men-schelijke hulpmiddelen kunnen niet meer baten; daarom wend ik mij tot u, Genezer der zieken, en smeek u, ach, wil toch bij God troost en redding voor ons vragen.
Of mocht het met Zijn aanbiddelijken wil niet overeenstemmen ons vereenigd gebed te verhooren, verkrijg ons dan ten minste geduld en gelatenheid, opdat wij altijd en in alles volgens Zijn Goddelijk welbehagen handelen. Amen.
GEBED
TOT DEN H. ANTONIUS VOOR DE BEKEERING VAN EEN ZONDAAR.
H. Antonius, uitroeier der zonden, zie mij met een bedrukt doch vertrouwend hart voor u neergeknield liggen Getroffen door den ongelukkigen toestanden de ellendige verblindheid van een rampzaligen zondaar, kom ik zijne bekeering bij u af-smeeken. Ach lieve Heilige, gij hebt door uw machtig woord zoovele zondaars bekeerd, toon nu nog eens uwe wondermacht. H. Antonius, heb toch medelijden met dien ongelukkige, werp de stralen uwer heiligheid in zijn duister gemoed, opdat hij het gevaar inzie, waarin hij verkeert, en ontsteek in zijn koud hart eene sprankel van het heilig liedevuur, dat u verteerde, opdat het in liefde tot God ont-
o 76 0
vlamme. O minnelijke vader, verstoot mijne bede niet; ik zal niet heengaan alvorens gij mij verhoord hebt. Gij kunt, gij moet mij verhooren. Amen.
GEBED
tot den h. Antonius ter bevordering
van *gt;Het Liefdewerk der Brooden.quot;
Roemrijke Wonderdoener, Vader der armen, gij, die weleer het hart eens gierigaards tusschen de goudstukken verborgen op wondervolle wijze ontdekt hebt, dewijl gij van God een voor de bedrukte armen gevoelig hart ontvingt; gij, die voor onze gebeden, welke gij den Heer opdraagt, steeds verhooring verkrijgt ; ontvang de aalmoes, welke wij als blijk onzer dankbaarheid, tot ondersteuning der armen aan uwe voeten neerleggen. Dat zij hun en ons tegelijk voordeelig zij: sta beiden, terwijl tijdelijk geluk ons deel worde, met uwe gewone goedheid ter zijde, maar verkrijg ons vooral het eeuwige geluk, nu reeds, en op nog machtiger wijze in het uur van onzen dood. Amen.
(100 dagen afl. éénmaal per dag. ij Juli 1897.)
9
9
77
OEFENING VAN DEN H- KRUISWEG-
GEBED VAN VOORBEREIDING.
Met den diepsten eerbied werp ik mij voor U ter aarde, Verlosser van den zondigen mensch, en innig getroffen over het lijden, dat U mijne verlossing gekost heeft, wil ik mij in deze oogenblikken met dat wonder van liefde bezig houden, door U in den geest op Uwen bloedigen kruisweg te vergezellen. Maar hoe zal ik dit op eene waardige wijze verrichten kunnen, ik, die ü zoo dikwerf beleedigde, Uw lijden niet zelden vernieuwde ? Ja, mijn Jezus, ik beken het, ik ben een zondaar, een onwaardige, maar Gij kunt mij rechtvaardig en Uwer liefde waardig maken. Ontferm U dan over mij, verwerp mij niet van Uw aanschijn en vergeef den bctetvaardigen zondaar, die U als het hoogste goed boven alles bemint, en juist daarom berouw heeft over zijne zonden. Niet meer, mijn God, niet meer zal ik zondigen, maar U steeds zóó beminnen, dat ik eenmaal onder diegenen gerangschikt worde, voor wie Uw bloed niet vruchteloos vergoten werd.
~9
9
©
Tot voldoening voor mijne misdrijven, offer ik U deze oefening op. Stort gedurende dezen bloedigen tocht in mij den goeden geest, en geef dat ik, door Uw lijden bewogen, tot Uwe navolging aangespoord worde: maak mij deelgenoot aan de verleende aflaten, opdat zij mij behulpzaam zijn, om in dit leven Uwe erbarming en hierna Uwe heerlijkheid van aanschijn tot aanschijn te genieten. Amen.
is'e STATIE.
Jezus wordt ter dood veroordeeld.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door Uw H. kruis de wereld verlost hebt.
Overweeg, mijne ziel, met welke gevoelens Jezus dit vonnis ontvangt; zie, hoe gewillig Hij zich uit liefde tot u, daaraan onderwerpt. Ach! dat gij u toch eens schaamdet, gij, die zoo dikwerf het vonnis des eeuwigen doods verdiendet, gij ge-waardigt u nauwelijks eene geringe versterving aan te nemen, waartoe hij, die Gods plaats bekleedt, u soms veroordeelt. Welaan dan, wend u vol schaamte tot
® : i
©.........O 79 n---ââ-ft
Jezus, uwen bruidegom, en zeg Hem met een hart vol liefde:
GEBED.
Dierbare Jezus, Uwe onschuld en de liefde, waarmede Gij U, zonder eenige tegenspraak, aan het onrechtvaardigste vonnis onderwerpt, doen mij blozen: het is mij leed, dat ik mij bij het ontvangen van eene geringe beleediging, bij het hooren van een smadelijk woord, tot hiertoe zoo verontwaardigd toonde; ja, dit smart mij, en ik maak een vast voornemen om voortaan, met Uwe heilige hulp, elke versmading, hoe onrechtvaardig, hoe smartelijk die ook zijn moge, gaarne te verduren.
Onze Vader. Wees gegroet.
Glorie zij den Vader.
Ontferm U onzer. Heer, ontferm Uonzer.
2dlt;= STATIE.
Jezus neemt het kruis op Zijne schouderen.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door Uw H. kruis de wereld
verlost hebt.
®----â »
Mijne ziel, beschouw uwen Jezus, zie met welk eene teederheid Hij het kruis omhelst, met welk eene kalmte en gelatenheid Hij den moedwil der woeste bende verdraagt. Ach ! bloos over die onverduldigheid, waaraan gij u bij het verschijnen van het geringste kruisje van tegenspoed zoo vaardig overgeeft. Kom, vergezel uwen met het kruis beladen Jezus, en zeg Hem:
GEBED.
Met reden schaam ik mij, lieve Jezus, wanneer ik U het kruis, het door mijne ondankbaarheid, door mijne zonden vervaardigd kruis, zoo liefderijk zie omhelzen, terwijl ik aarzel die lichte, die aangename kruisjes op te nemen, welke Uwe oneindige liefde mij vormde en door zoo vele genadehulp dragelijk maakte. Vergeef het mij, bid ik U, vermits ik een vast besluit maak, niet alleen om dezelve voortaan gaarne te omhelzen, maar daarenboven met Uwe geliefde heilige Theresia U onophoudelijk te smeeken: of lijden of sterven, het kruis of de dood.
Onze Vader. Weesi gegroet.
«------:â o
C-----o 8l o----9
Glorie zij den Vader.
Ontferm U onzer, Heer, ontferm Uonzer.
3de STATIE.
Jezus valt de eerste maal onder het kruis.
Wij aanbidden U, Christus, en loven IJ-
Omdat Gij door Uw H. kruis de wereld verlost hebt.
Mijne ziel, ziet gij de beleedigingen niet, welke uw gevallen Jezus te verduren heeft ? En echter zwijgt Hij, en echter verdraagt Hij alles uit liefde tot u: en hoe ongeduldig zijt gij niet, wanneer eene lichte ziekte u aantast; wanneer een gering ongeval u treft, hoe bitter beklaagt gij u dan niet! Ach, werp u met-tranen van berouw voor Jezus' voeten, en bid Hem :
GEBED.
Beminnelijke Jezus, met leedwezen werp ik mij voor U ter aarde, omdat ik U zoo dikwerf door mijn ongeduld beleedigde. Ach ! schenk mij de genade om te kunnen opstaan, den weg des kruises met liefde en vreugde te vervolgen, en alle rampspoeden gaarne te verduren.
O
--»
6
Ouze Vader. Wees gegroet.
Glorie zij den Vader.
Ontferm U onzer. Heer, ontferm Uonzer.
4de STATIE.
Jezus ontmoet Zijne H. Moeder.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door Uw H. kruis de wereld verlost hebt.
Ach! welk een hevige smart doorboorde het hart van Maria, en wie kan de folteringen opnoemen, waarmede Jezus' lijden bij deze ontmoeting verzwaard werd! Ween, mijne ziel, ween bij dit hartverscheurend schouwspel, en troost de bedroefde Moeder en den lijdenden Zoon op deze wijze:
GEBED.
Liefderijke Moeder, ik ben het, die uwen geliefden Zoon, uwen Jezus, aan die barbaarsche handen van ruwe krijgsknechten overleverde. Toen ik zondigde, juist toen vormde ik het zwaard van droefheid dat uw moederhart doorboorde. Ach! ik heb er berouw over en smeek u beiden om erbarming en vergeving; erbarming.
9
e
o 83 0-
heilige Maria, mijn Jezus, erbarming met den zondaar, die het besluit maakt om niet meer te zondigen, en tot dat einde dikwijls de smarten van Jezus en Maria te overwegen.
Onze Vader. Wees gegroet.
Glorie zij den Vader.
Oniferm U onzer. Heer, ontferm Unnzer. 5 de STATIE.
Jezus wordt door Simon van Cyrene in het dragen van Zijn kruis geholpen.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U,
Omdat Gij door Uw H. kruis de wereld verlost hebt.
Denk eens na mijne ziel, welke beleedi-ging de Cyreneeër Jezus aandeed, door Hem in het dragen van Zijn kruis zijne hulp te weigeren. Maar beleedigt gij hem niet meer, als gij het kruis, dat Jezus u overzendt, gedwongen en niet met liefde torscht, als gij het nasleept en zelfs durft ontvluchten? Ach! verfoei uwe dwaling, en bid uwen liefhebbenden Jezus;
GEBED.
Liefdevolle Jezus, ik belijd het, ik was
c
O
C
die Cyreneeër, ik, die slechts gedwongen het kruis der wederwaardigheden gedragen, en altijd getracht heb hetzelve te ontvluchten. Ach! ik erken mijne misdaad, ik smeek om vergeving en genade voor de toekomst. Zend mij vrij die kruisen, welke U zoo dierbaar zijn; met Uwe hulp zal ik ze volgaarne omhelzen.
Onze Vader. Wees gegroet.
Glorie zij den Vader.
Ontferm U onzer. Heer, ontferm Uonzer.
f)1'6 STATIE
Veronica droogt Jezus' aanschijn met een en zweetdoek.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door Uw H. kruis de wereld verlost hebt.
Is het mogelijk, mijne ziel, dat gij niet van liefde en teederheid wegsmelt, bij de overweging van de belooning, welke de goede Jezus aan de vrome Veronica uitreikte, voor hare aan Hem betoonde daad van medelijden? Hij stelde haar in het bezit van Zijne in den zweetdoek ingedrukte, aanbiddelijke gelaatstrekken. Zou
-O 85 O------------
Hij niet op dezelfde wijze ook met u handelen, door Zijn heilig wezen in uw hart te drukken, zoo gij dikwerf uw medelijden jegens Hem opwektet ? Ach! geef dan van dit gemis aan u zeiven alleen de schuld, en zeg Hem:
GEBED
Gefolterde Godmensch, zoo Gij niet in mijn hart gedrukt zijt, is de schuld niet aan U, neen, aan mij zeiven, aan mijne ongevoeligheid moet ik het wijten. Immers gevoel ik wel ooit medelijden jegens U, overweeg ik wel ooit Uwe smarten ? Ach! ik verfoei mijne handelwijze en wil voortaan Uw bitter lijden dikwijls overwegen, opdat Gij met onuitwischbare letteren in mijn hart moogt gegrift worden. Ome Vader. Wees gegroet.
Glorie zij den Vader.
Ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer.
7de STATIE.
Jezus valt ten tweeden male onder het krtiis. Wij aanbidden U, Christus, en loven U. Omdat Gij door Uw H. kruis de wereld verlost hebt.
Ach! mijne ziel, hoe ongevoelig zijt gij! Ziet gij niet, dat het uwe trotschheid is, die Jezus ook nu op den grond doet nedervallen, daar gij uwen Heiland met voeten treedt, om u zeiven te verheffen? Ach! verfoei toch eens dien hoogmoed, en beloof uw gevallen vriend beterschap.
GEBED.
Ja, mijn Jezus, ik beween mijne trotschheid, waardoor ik steeds boven anderen den voorrang begeerde, en dewijl ik hierdoor oorzaak van Uwen val was, besluit ik, mij ook voor mijne minderen te vernederen, altijd met nederigheid en onderwerping te spreken en allen hoogmoed uit mijn hart te verbannen. Help mij hierin door Uwe vermogende genade.
Onze Vader. Wees gegroet.
Glorie zij den Vader.
Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer.
8ste STATIE.
Jezus troost de weenende vrouwen.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door Uw H. kruis de wereld verlost hebt.
â 9 ©------o 87 0---9
Zie, mijne ziel, hoe de voor Jezus geplengde tranen met Zijne vertroostingen gepaard gaan. Nauwelijks weenen Jeruza-lem's vrouwen, of Jezus vertroost haar. Overweeg eens, dat, zoo gij tot hiertoe van Hem nog geen troost ontvangen hebt, het een sprekend bewijs is, dat gij nog geene tranen van medelijden over uwen lijdenden Zaligmaker gestort hebt.
GEBED.
Beminnelijke Verlosser, al te wel gevoel ik mijne verplichting, om over mijne ondankbaarheid en zondige werken té schreien, maar des te meer beween ik ze, omdat zij oorzaak van Uw lijden waren. Zoo dan de tranen der bedroefde vrouwen U welgevallig waren, o versmaad dan ook de mijne niet, opdat ik zoo wel nu als in het uur van mijnen dood door U getroost worde.
Onze Vader. Wees gegroet.
Glorie zij den Vader.
Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer. gd® STATIE.
Jezus valt ten derden male onder het kruis.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
----o 88 0.
Omdat Gij door Uw H. kruis de wereld verlost hebt.
Beschouw, mijne ziel, beschouw uwen Jezus, die hier ten derden male op den grond gevallen is. Uwe zonden deden Hem bezwijken, Hij kon den last uwer ondankbaarheid niet langer torschen. Maak dan toch eenmaal het besluit om niet meer ondankbaar te zijn, en uwen Verlosser op te beuren. Zeg Hem met geheel uw hart:
GEBED.
Goede Jezus, het is maar al te waar, Uw herhaald vallen werd door mij veroorzaakt, doordien ik aan Uwe genade zoo slecht beantwoordde; maar zie, ik heb er berouw over en neem mij voor, om in het vervolg geene genade onbeantwoord te laten. Dit echter kan ik niet zonder Uwen bijstand. Help mij dan, om uit dien afgrond van ondankbaarheid op te staan en nooit meer uit Uwe genade te geraken.
Ouze Vader. Wees gegroet.
Glorie zij den Vader.
Ontferm ü onzer, Heer, ontferm Uonzer.
9
O
lode STATIE.
Jezus wordt ontkleed en met gal gelaafd.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door Uw H. kruis de wereld verlost hebt.
Overweeg, mijne ziel hoe Jezus' maagdelijke zedigheid hier beleedigd, hoe Zijn smaak hier verbitterd werd. Ach! uwe onbeschaamdheid, uwe zinnelijke kleeding, uwe ijdelheid beroofden u van uwe onschuld, rukten Jezus de kleederen van het lijf; uwe onmatigheid verbitterde den smaak van uwen Heer. Welaan dan, spreek Hem rouwmoedig aan, zeggende;
GEBED.
Lijdende Jezus, ja, ik beween mijn ijdel pogen, om in de wereld eene vertooning te maken; ik verwensch mijne onwaardige begeerten, ik verfoei alle gehechtehid aan de wereld; geef dat ik mij voortaan nooit meer van het kleed der onschuld beroove, dat ik mij nooit meer aan overdaad plichtig make, en door de eenvoudigheid mijner
kleeding de zedigheid mijns harten levendig uitdrukke.
Onze Vader. Wees gegroet.
Glorie zij den Vader.
Ontferm U onzer. Heer, ontferm Uonzer.
II de STATIE.
Je zus wordt aan het kruis genageld.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door Uw H. kruis de wereld verlost hebt.
Eindelijk, mijne ziel, eindelijk wordt uw vermoeide, afgematte Jezus aan het vloekhout geklonken. Ween hier bij de herinnering, dat uwe zoo gekoesterde hartstochten de scherpe nagelen waren, waarmede Zijne handen en voeten doorboord werden, dat uw bedorven wil de hamer was, waarvan de slagen op Golgotha weergalmden. Ach! smeek Hem hiervoor vergeving door te zeggen:
GEBED.
Mijn gekruisigde Jezus, duld dat ik vol droefheid en leedwezen mijne zonden en
9
O 91 O
c
9
ondankbaarheid in Uwe doorboorde handen leggegt; n'et om U opnieuw te kruisigen, maar opdat mijne trouweloosheid, met U gekruisigd zijnde, van weedom sterve, om in een eeuwige trouw te veranderen.
Onze Vader. Wees gegroet.
Glorie zij den Vader.
â Ontferm U onzer, Heer, ontferm Uonzer.
12de STATIE.
Jezus bidt voor die Hem kruisigen.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door Uw H. kruis de wereld verlost hebt.
Beschouw, mijne ziel, beschouw nogmaals uwen Jezus aan het kruis gehecht. Zie, hoe vurig Hij den eeuwigen Vader bidt voor u, die Hem zoo schandelijk hoondet, en gij aarzelt nog, vergeving te schenken aan hen, die u soms verongelijkten, die u beleedigden. En echter gij zijt het, die den Zoon van God niet slechts beleedigd, maar zelfs gekruisigd hebt. Welaan, verhef dan vol berouw over zoo vele zonden uwe stem tot Jezus, en zeg Hem:
âo 92 0-
GEBED.
Beminnelijke Zaligmaker, Uwe stem waarmede Gij den Vader voor mij om vergeving badt, roept mij onophoudelijk toe, dat ik niet alleen mijne naasten alle verongelijking vergeven, maar ook U voor mijne beleedigers om vergeving smeeken moet. Gehoorzaam aan die stem, verfoei ik dan ook mijne tot hiertoe gevolgde hardvochtigheid en maak het voornemen om hun, die mij verongelijking aandoen, weldaden te bewijzen, opdat ik ook eenmaal van U hooren moge: Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn.
Onze Vader. Wees gegroet.
Glorie zij den Vader.
Ontferm U onzer, Heer, ontferm Uonzer.
13de STATIE.
Jezus wordt van het kruis genomen.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door Uw H. kruis de wereld verlost hebt.
Gij waart het, mijne ziel, die den gestorven Jezus in Maria's schoot legdet,
c
©
--o 93 o-
zoo dikwerf gij Hem .in het H. Sacrament met weinig godsvrucht, mogelijk wel op eene heiligschendende wijze, in uw hart ontvangen hebt en Hem zoodoende in uw binnenste deed sterven. Ach! vraag Jezus hiervoor vergeving; bid Maria om haar voorspraak.
GEBED.
Ja, mijn God, het is waar, ik was ongevoelig genoeg, om zulk een droevig schouwspel te veroorzaken; dewijl ik zoo dikwerf Uwe heilige Tafel naderde, zoo niet met een door zonde bezoedeld geweten, dan toch met weinig godsvrucht en ii.et een aan het aardsche gehecht hart. Ach! dit berouwt mij en spoort mij tevens aan, om voortaan het brood der engelen zoodanig te ontvangen, dat het voor mij een onderpand worde der toekomstige heerlijkheid.
Onze Vader. Wees gegroet.
Glorie zij den Vader.
Ontfenn U onzer, Heer, ontferm Uonzer.
-o 94 o------
I4dquot; STATIE.
Jezus wordt in het graf gelegd.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door Uw H. kruis de wereld verlost hebt.
Overweeg, mijne ziel, hoedanig het graf was, waarin uw ontzielde Verlosser gelegd werd. Het was een nieuw graf, en met kostbaar reukwerk gebalsemd, werd Hij daarin nedergelegd. Dan helaas! uw hart is voor uwen Jezus geen nieuw graf meer, wijl gij er eerst aan de zonde eene plaats hebt ingeruimd. Welaan, tracht het dan nu ten minste te vernieuwen, en bid Hem, dat Hij in u een geheel ander hart scheppe.
GEBED.
Liefde mijner ziel, ik belijd het, mijn hart was tot hiertoe een door zoo vele zonden en onvolmaaktheden bezoedeld graf, maar vol schaamte en berouw bid ik U: Schep in mij een nieuw en zuiver hart, en geef, dat ik het met den balsem van de gedachtenis aan Uw lijden zalve, en met het reukwerk der deugden ver-
©--:--»
fraaie. Dan zult gij altijd in mijn hart rusten als in een graf, dat heerlijk, U welgevallig is. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
Glorie zij den Vader.
Ontferm U onzer, Heer, ontferm Uonzer.
SLUITGEBED.
Hartelijk dank zij U, o Heer, voor al Uwe weldaden, en inzonderheid voor die, welke Gij mij nu weder bewezen hebt, door mij op dezen kruisweg te ondersteunen. Ik mocht mij dan gedurende dezen tijd eens van het aardsche losscheuren, mij in de geheimen van Uw lijden verdiepen en daaruit heilrijke lessen inzamelen. O, dat deze oefening dan ook werkelijk strekke tot verbetering van mijnen wandel, tot zaligheid mijner ziel. Geef, goede Jezus, dat zij ook aan die afgestorvene geloovigen voordeelig zij, voor welke ik ze heb opgedragen; en mochten deze die aflaten niet noodig gehad hebben, gewaardig U dan, ze aan die zielen toe te voegen, voor welke geene bijzondere gebeden gestort worden en die aan mijne hulp de meeste behoefte heb-
O 9^ o-
ben; beschik daarover, gelijk het U behaagt.
Eindelijk verleen mij, dat ik Uw heilig lijden bestendig in mijne gedachten hebben, mijnen wandel daarnaar regelen en tot den laatsten adem mijns levens in de deugd volharden moge. Amen.
Zesmaal On:e Vader, Wees gegroet en Glorie zij den Vader.
O
o 97 o-
DE NEGEN DINSDAGEN
TER EERE VAN DEN
yA:NTONIUS VAN -pADUA.
e
o 99 o
OORSPRONG
VAN DE
DEVOTIE DER NEGEN DINSDAGEN.
-otQo-
De H. Antonius stierf op een Vrijdag, den 13 Juni 1231, in den ouderdom van 36 jaren. De groote moeielijkheden, door een heiligen strijd over het bezit zijner kostbare overblijfselen ontstaan, deden zijne begrafenis eenige dagen uitstellen. Deze had plaats op Dinsdag, den 17 Juni.
Nooit had Padua zulk een triomftocht, zulk een zegefeest aanschouwd. Met on-beschrijfelijken luister werd het lijk des Heiligen uit het klooster van Arcella, dat even buiten de stad lag, naar de kerk Santa Maria Maggiorè overgebracht, waar de plechtige begrafenis plaats had.
Op dien Dinsdag scheen de hemel met de aarde te wedijveren om Antonius te verheerlijken. Terwijl de gebeden van duizenden als op de wolken van den
9
9
geurigen wierook hemelwaarts stegen, opende God bij het graf van Antonius, dat in eene zee van licht schitterde, een nieuwe bron Zijner oneindige barmhartigheden, die in breede stroomen van gunsten en weldaden zich over de hulpbehoevenden uitstortte. O, hoevele tranen van droefheid werden op dien dag gedroogd, of door tranen van geluk en dankbaarheid vervangen! hoeveel wonden, door den vijand van het menschdom geslagen, werden er geheeld, hoeveel zieken en ongelukkigen van hunne kwalen genezen!
Is het wonder, dat die Dinsdag een der geurigste bloemen bleef in den rijken krans van zoete herinneringen, welken de Paduanen voor Antonius vlochten? is het wonder, dat zij uit dankbaarheid en ter eeuwige gedachtenis aan zoovele weldaden den Dinsdag van iedere week aan de bijzondere vereering van Antonius toewijdden? Men bezocht zijn graf bij voorkeur des Dinsdags, en die godsvrucht werd overvloedig beloond. Weldra verspreidde zich over gansch Italië de meening, dat men des Dinsdags door de tusschen-komst van Antonius alles kon verkrijgen.
©
Die vrome meening ging van geslacht tot geslacht over, totdat Antonius zelf ze in het jaar 1617 door een nieuw wonder versterkte en zich tevens gewaardigde de godsvrucht der geloovigen te volmaken door de oefening der negen Dinsdagen. Ziehier op welke wijze.
Tc Bologne leefde een rijke dame, die sedert jaren de hulp des Heiligen inriep en met de innigste godsvrucht om eene buitengewone gunst smeekte De Heilige verscheen haar en zeide; sBezoek negen achtereenvolgende Dinsdagen mijn beeld in de kerk van den- H. Franciscus, en gij zult verhoord worden.quot; De vrome dame volbracht nauwgezet het bevel en verkreeg wat zij zoo vurig gevraagd had: zij schonk aan haar echtgenoot een erfgenaam hunner uitgestrekte bezittingen.
Deze wondervolle gebeurtenis gaf een nieuw leven aan de devotie tot den H. Antonius. De oefening der negen Dinsdagen was binnen korten tijd overal bekend, en de Hemel toefde niet haar te bekrachtigen door talrijke wonderen. Waarlijk, deze oefening is bovenmate aangenaam aan God en den Heilige van Padua!
Wie heeft haar met een levendig geloof en een vast vertrouwen volbracht, zonder de gevraagde gunst, of een veel grootere, die meer tot zijne zaligheid diende, verkregen te hebben.
Beminde Lezer, gij kent ongetwijfeld den H. Antonius; gij hebt waarschijnlijk eene groote godsvrucht tot dien lieven Heilige. Misschien verwacht gij van hem eene buitengewone gunst, die sedert lang het voorwerp van uw smeeken was; gij bidt misschien om uitkomst in moeilijkheden, om licht in de keuze van een levensstaat, om kracht en sterkte tegen aanhoudende bekoringen; wellicht vraagt gij de bekeering van een zondaar, die u dierbaar is, maar die tot hiertoe weigerde tot God terug te keeren. O, schep moed! bezoek negen achtereenvolgende Dinsdagen zijn beeld en gij zult verhoord worden; Antonius zal uwen angst wegnemen, uwen twijfel oplossen, uwe tranen drogen, uwe kwalen genezen Beproef het, en ook gij zult zijne goedheid en wondervolle kracht ondervinden.
Ten slotte zij hier opgemerkt, dat de Roomsche Stoel het algemeen vertrouwen
â¢o 103
e-
9
der geloovigen en de Dinsdagsche oefening ter eere van den H. Antonius ten zeerste heeft aanbevolen en daartoe krachtig aangespoord heeft door bijzon dere gunsten en aflaten te verleenen. De Kerk vergunt een vollen aflaat op alle Dinsdagen des jaars aan de geloovigen van beiderlei geslacht, die, na gebiecht en gecommuniceerd te hebben, eene kerk der Minderbroeders bezoeken en aldaar, terwijl het H. Sacrament des Altaars uitgesteld is, eenigen tijd bidden volgens de inzichten van onze Moeder, de H. Kerk. (Clemens XIII, 28 Maart 1765].
Wijze om de negen Dinsdagen te vieren.
De vrome oefening der negen Dinsdagen kan men op de volgende wijze volbrengen : 1°. Men vereert op negen achtereenvolgende Dinsdagen den H Antonius in eene Franciscanerkerk door het godvruchtig bijwonen van eene of meer heilige missen, of door eenige bijzondere gebeden. Op plaatsen, waar geen kerk der Franciscanen bestaat, kan men eene andere kerk
O 104 0
c-
9
bezoeken of zijne godsvrucht voor een beeld des Heiligen verrichten.
2°. Men nadert iederen Dinsdag, indien het mogelijk is, of ten minste eenmaal tot de heilige Sacramenten. Mocht vóór of na een der Dinsdagen een feestdag invallen, dan kan men ook op dezen de heilige Sacramenten ontvangen en Dinsdags zijne oefening ter eere van Antonius houden.
3°. Men beijvert zich de deugden des Heiligen, vooral zijne engelachtige zuiverheid, zooveel mogelijk na te volgen, want de ware vereering der heiligen bestaat in de navolging hunner deugden.
Er bestaat overigens nog eene andere manier om de Novene of negendaagsche oefening ter eere van den H. Antonius te houden. Men komt namelijk negen achtereenvolgende dagen zijn gebed storten voor het beeld des Heiligen en nadert den Dinsdag of wel den eersten of den laatsten dag der Novene tot de heilige Sacramenten. Bijzondere gebeden zijn niet voorgeschreven ; zij worden aan ieders godsvrucht overgelaten. Om echter met meer zekerheid verhoord te worden, moet ons gebed met groote aandacht, maar vooral met een
-o 105 O
©
©
vast vertrouwen gepaard gaan. Ja, vooral een onwrikbaar vertrouwen moet ons gebed kenmerken. Want er ligt in de godsvrucht tot den H. Antonius iets geheel eigenaardigs, dat voortkomt uit een vast vertrouwen, de kinderlijke eenvoudigheid. Antonius was gedurende zijn leven toegankelijk voor iedereen, voor arm en rijk, voor klein en groot; hij ging met alle menschen gemeenzaam om; hij was de lieveling des volks. Die sehoone hoedanigheid heeft hij in den hemel niet verloren. Men behoeft geen verheven en uitgezochte gebeden om tot hem te naderen; bij voorkeur verhoort hij een eenvoudig gebed, dat met vast betrouwen tot hem gestuurd wordt; zulk een kinderlijk gebed zal nimmer zonder heilzame uitwerking blijven.
EERSTE OEFENING VOOR DE NEGEN DINSDAGEN.
GEBED VAN VOORBEREIDING VOOR IEÃEREN DINSDAG DER NOVEEN.
H. Antonius, oprechte en zekere vriend in allen nood, die nog nooit een ellendig en bedrukt hart zonder troost hebt weggezonden, sla uwe genadige oogen van den verheven troon uwer glorie naar beneden en aanzie mij, armen zondaar, die hier in deze kerk gekomen ben om u te bezoeken en te vereeren.
O minnelijke Vader, wees de troostvolle woorden gedachtig, welke gij weleer tot die edele vrouw van Bologne gesproken hebt; «Bezoek negen achtereenvolgende Dinsdagen mijn beeld in de kerk der Minderbroeders, en gij zult verhoord worden.quot; Zie, ik, ellendige zondaar, kniel hier voor uw beeld neer om uw bevel te volbrengen en u mijne behoeften bloot te leggen.
O H. Antonius, machtige voorspreker bij God, ik groet en vereer u. Ach, sla een genadigen blik op mij! heb medelijden met mijne zwakheid en ellende ! Ik weet u niet beter te vinden dan in uw beeld.
noch nader tot u te komen dan voor uw altaar. Kon ik u in persoon hier vinden, o, wat eer zou ik u bewijzen! met wat ootmoed zou ik uwe heilige voeten kussen en hoe hartelijk zou ik tot u smeeken ! Maar omdat mij die gunst niet is toegestaan, zoo wil ik aan uw beeld alle eer betoonen, alsof ik u hier in persoon tegenwoordig zag.
Ik groet u dan, o H. Antonius, en met verschuldigden eerbied buig ik mijn zondig hoofd; tot u wend ik mijne betraande oogen, tot u keer ik mijn beklemd gemoed. O dierbare Heilige, waarachtige vertrooster der bedroefde zielen ! ik beken het, mijn zondig leven moest mij afschrikken tot u te naderen; doch ik weet, dat het Gode behaagt, niet alleen aan rechtvaardigen, maar ook aan de zondaars, die zich met vertrouwen tot u wenden, genade en troost te verleenen. Door deze gedachte aangemoedigd, durf ik u mijnen nood klagen en een beroep doen op uwe alom geprezen goedheid. Ach, moge toch mijn gebed opklimmen tot u! moge uw mee-doogend hart door mijne zuchten bewogen worden! Zoo gemakkelijk kunt gij bij God
-o 108 o
e
9
verkrijgen wat ik vraag; want hoe zou uw lieve Jezus aan u iets weigeren, daar Hij zich zeiven in uwe handen heeft gesteld ? O, laat ook mij dan over uwe goedheid roemen, die schier over geheel de wereld geprezen wordt! Gedenk, dat men van u gezegd heeft, wat de H. Ber-nardus van Maria zeide: »Ik stem toe, dat hij ophoude uwen lof te verkondigen, die, na u godvruchtig en met vertrouwen aangeroepen te hebben, onverhoord is gebleven.quot; Met het volste vertrouwen stel ik dan mijn verzoek in uwe vaderlijke handen. Gewaardig u, het aan uwen lieven Jezus aan te bevelen en spreek voor mij ten beste, opdat Hij er over beschikke volgens Zijn Goddelijk welbehagen. Amen.
EERSTE DINSDAG.
Gebed van voorbereiding. Bladz. 106.
LIEFDE VAN DEN H. ANTONIUS TOT JEZUS.
De vrome moeder van den H. Antonius was met de teederste liefde tot Jezus bezield en beijverde zich, diezelfde gevoelens in haren lieveling te doen ontluiken. Het
e------o
kind beantwoordde ten volle aan die tee-dere inzichten. Evenals de zonnebloem zich keert naar het hemellicht, waaraan zij haar naam ontleent, zoo wendde het jeugdig hart van Antonius zich vroegtijdig naar de eeuwige Zon, en hare koesterende stralen deden het meer en meer branden van de reinste liefde. De liefde tot Jezus werd dan ook de eerste en schoonste deugd van Antonius. Zij was het, die hem in den bloei zijner jaren naar het klooster der reguliere kanunniken van den H. Augustinus voerde; zij was het, die hem met de armoedige pij van den nederigen Franciscus omkleedde. O, hoe heerlijk schitterde zij in dien waardigen zoon van den Serafijn van Assisië! Hoe werd haar glans nog verhoogd, toen Antonius tot priester des Allerhoogsten gezalfd was! Van toen af was zijn hart een brandende vuuroven van liefde en had hij geen ander verlangen dan haren gloed aan alle harten mede te deelen Die liefde schonk hem vleugelen om steden en dorpen te doorkruisen, hemelsche welsprekendheid om den naam van Jezus te verkondigen, wondervolle kracht om Jezus te doen beminnen
en liefhebben. »0 bemint uwen Jezus,quot; zoo riep hij allen toe, »bemint uwen Jezus! maar bemint Hem zoo, dat gij Hem uw hart geheel en onverdeeld schenkt.quot; (i)
GEBED.
O H. Antonius, afgrond van liefde tot Jezus, ach! hoe beschaamt mij uw voorbeeld ! hoe verre ben ik afgedwaald door mijn hart zoo menigmaal aan de schepselen te schenken! O H. Antonius, tot u neem ik mijn toevlucht, op u vertrouw ik. Verwerf mij de genade, dat ik van nu af tot de liefde van Jezus wederkeere; bid voor mij, ongelukkige, opdat mijn hart van alle zonde en verkeerde begeerlijkheid gezuiverd, voortaan slechts voor Jezus kloppe en niets beminne dan Hem alleen. O lieve Heilige, gij moet mij verhooren ; ik zal niet heengaan, alvorens mijne bede vervuld is. Wanneer ik u rijkdommen, eer en aanzien vroeg, dan kondet gij mij die weigeren, omdat zij misschien een hinderpaal zouden zijn voor mijne zaligheid; wanneer ik gezondheid, geluk en voorspoed vroeg, dan
(i) De plur aut uno Ap. Sermo III.
9
kondet gij mijne bede verstooten, omdat zij mij wellicht tot val zouden brengen; maar nu ik liefde, niets dan liefde vraag tot uwen en mijnen Jezus, nu moet gij mijn verlangen bevredigen. O, verkrijg mij dan die liefde! verwerf voor mij de genade, dat ik, naar uwe vermaning, voortaan mijnen Jezus zoo beminne, dat ik Hem mijn hart geheel en onverdeeld schenke. Amen.
Litanie. Bladz. 63.
TWEEDE DINSDAG.
Gebed van voorbereiding. Bladz. 106.
LIEFDE VAN DEN H. ANTONIUS TOT DEN LIJDENDEN JEZUS.
Alle heiligen hebben ongetwijfeld eene brandende liefde gehad tot den gekruisten Zaligmaker; de overweging van het bitter lijden was de drijfveer van al hunne verstervingen en boetplegingen, de geheimzinnige spil, waar hun leven zich om bewoog. In den H. Antonius had die liefde een meer dan gewonen graad bereikt. Om dit te bewijzen, is zijn voorschrift, aan de verkondigers van Gods waarheden gegeven.
o
e
meer dan voldoende. »Een goed prediker,quot; zegt hij in een zijner leerredenen, â en wie was ooit beter prediker dan Antonius ? â »een goed prediker moet voordurend het aandenken aan den lijdenden Jezus in zijn hart bewaren; van Hem moet hij in den nacht van tegenspoed droomen; in Hem moet hij met den dageraad des voor-spoeds ontwaken; alsdan zal Godswoord in zijn hart nederdalen; het woord van leven en vrede, het woord van genade en waarheid.quot; (i)
Doch niet alleen brandde het hart van Antonius van medelijdende liefde tot den lijdenden Jezus, hij spoorde ook zijne hoorders onophoudelijk aan, om niet enkel hunne zonden, de oorzaak van Jezus'lijden; door tranen van berouw uit te wisschen, maar ook om tranen van liefde voor Jezus te storten »Wij moetenquot;, zegt hij, »in Jezus twee zaken overwegen, die ons lief-detranen afpersen; de liefde Zijns Harten en het lijden Zijns lichaams. Van de eerste schrijft de H. Joannes; Niemand heeft
(i) Sermones Dominicales, Dominica IV Adventus.
I grooter liefde dan deze, dat hij zijn leven | voor zijne vrienden geeft; van de tweede lezen wij in de klaagliederen van Jeremias: Geeft acht en ziet of er een smart is gelijk aan de Mijne. De liefde van Jezus' Hart is het gouden reukaltaar, waarvan de geurigste en aangenaamste wierook opsteeg, toen Hij in hare grenzenlooze overmaat uitriep : Vader, vergeef hun, want \ zij weten niet wat zij doen, terwijl Zijn lichaam het koperen altaar des brandoffers is, waarop het volmaaktste offer voltrokken werd, toen Hij sprak; Het is volbracht, d. w. z., er is geen gezond lidmaat meer in Mij.quot; (i)
GEBED.
O H. Antonius, vol schaamte en leedwezen kniel ik voor uw beeld neer. Ach, hoe weinig heb ik uw voorbeeld nagevolgd, uwe vermaningen ter harte genomen ! In plaats van liefdetranen te storten voor den lijdenden Jezus, vermeerderde ik nog Zijne smarten door mijne menigvuldige zonden en ongeregeldheden. O, wat was
(O Sermo de multiplici Coena Domini.
ik ondankbaar jegens Jezus wat ben ik onwaardig voor u te verschijnen! Maar aangemoedigd door uwe overgroote goedheid, wend ik mij nogmaals tot u. O liefdevolle Vader, wil mij nog eens verhooren, nog eens voor mij ten beste opreken! Zie, mijn hart is thans bereid ; ik wil afstand doen van al mijne zonden, ik wil ze door tranen van boetvaardigheid uitwisschen en mij voortaan dankbaar toonen jegens mijn Zaligmaker, die zooveel voor mij geleden heeft. O H. Antonius, gewaardig u deze gevoelens aan Jezus aan te bieden, en verkrijg mij een oprecht berouw, opdat ik niet ophoude te weeuen over mijne zonden en tranen van liefde te storten voor uwen en mijnen Jezus. Amen.
Litanie Bladz. 63.
DERDE DINSDAG.
Gebed van voorbereiding. Bladz. 106.
LIEFDE VAN DEN H. ANTONIUS TOT JEZUS .IN HET ALLERHEILIGST SACRAMENT.
De afbeelding, welke Antonius voorstelt, de H. Hostie eerbiedig in zijne hand
o IIS O
dragende, terwijl een muilezel aan zijne voeten nederknielt, verkondigt luide, welke godsvrucht onze Heilige tot het aanbiddelijk Sacrament des Altaars gehad heeft. Reeds als kind kende hij geen grooter geluk, geen zoeter vreugde, dan den priester aan het altaar te dienen. Zelf priester geworden, droeg hij de heilige Geheimen met zooveel godsvrucht en stichting óp, dat alle aanwezigen tot tranen toe bewogen werden. Uren lang zag men hem neergeknield liggen aan den voet van het tabernakel. Daar bad hij; daar leerde hij alles verachten ; daar verdwenen droefheid en twijfel; daar zocht hij hulp in nood, sterkte voor den strijd; daar ontvlamde die brandende zielenijver, welke hem verteerde; daar vond hij die pijlen, welke het hart der versteendste zondaars troffen en er wonden toebrachten van rouw en leedwezen; daar, in één woord, werd zijn hart herschapen in het hart van een Serafijn, dat andere harten zoekt, om er zijne liefde in over te storten.
Sprak hij over het H. Sacrament des Altaars, dan vloeiden zijne woorden als een vuur- en balsemstroom in de harten zijner
©
toehoorders; dan was de welsprekendheid van dien eenvoudigen kloosterling bezield met eene alles overmeesterende en weg-sleepende kracht. Moest hij dit verheven geloofspunt verdedigen tegen de ketters, die het bestreden of vervalschten, o! dan was die nederige zoop van den Dwaas van Assisië een leeraar, aan wiens wijsheid niemand kon weerstaan, op wiens redeneeringen alle drogredenen afstuitten. En wanneer soms een ketter aan de overtuigende kracht van zijn woord weerstond, dan werkte Jexus, om het vurig geloof en de innige godsvrucht van Zijn dienaar te beloonen, de schitterendste wonderen en deed zelfs het redelooze dier ter aanbidding nederknielen in het slijk der aarde, om den redelijken mensch uit het slijk der ketterij op te richten.
gebed.
O H. Antonius, verheven minnaar van Jezus in het Sacrament Zijner liefde, hoe zal ik tot u durven naderen, uwe hulp durven inroepen! Schaamte en schande overdekken mij, wanneer ik uw geloof en uwe godvruchtige liefde met mijne onver-
-O 117 o-
schilligheid en lauwheid vergelijk. Ach, hoe weinig heb ik tot hiertoe aan de oneindige liefde gedacht, welke Jezus ons in de H. Eucharistie bewijst! hoe menigmaal heb ik dien God van liefde bedroefd door mijn wangedrag in de kerk! En zelfs bij de H. Communie, o, hoe gering was mijn eerbied, hoe flauw mijne liefde, hoe koud mijn hart! hoe weinig voorbereiding, hoe nalatige dankzegging! O H. Antonius, wat ben ik onwaardig tot u te naderen! Maar vol vertrouwen op uwe goedheid, die over de gansche aarde geroemd wordt, wend ik mij nogmaals tot u. Ik wil voortaan beter handelen, uw voorbeeld getrouw navolgen. Zie, lieve Heilige, mijn wil is goed; maar o! ik ben zoo zwak en onstandvastig. Verkrijg dan voor mij de genade, dat ik van nu af Jezus in het H. Sacrament op waardige wijze vereere en ontvange ! dat ik tot Hem vluchte in droefheid en lijden, in angst en kwellingen! dat ik mij nooit meer aan oneerbiedigheden schuldig make en de H. Communie steeds zoo ontvange, dat zij mij een onderpand worde der toekomstige heerlijkheid! Amen.
Litanie. Bladz. 63.
.9
VIERDE DINSDAG.
Gebed van voorbereiding. Bladz. 106.
liefde van denquot; h. anton1us tot het
h. hart van Jezus.
De H. Antonius brandde van de vurigste liefde tot Jezus; hij trachtte die liefde in anderen op te wekken en te vermeerderen door onophoudelijk te spreken van de oneindige liefde, welke Jezus ons menschel! betoond heeft. Onmogelijk dus kon hij de bron dier Goddelijke liefde, het minnend Hart van Jezus, vergeten. Herhaalde malen wees hij in zijne leerredenen op die bron. »De liefde van Jezus' Hart,quot; zeide hij, »is het gouden reukaltaar, waarvan de geurigste en aangenaamste wierook opsteeg, toen hij in haregrenzenlooze overmaat uitriep ; Vader, vergeef hun, want zij weten niet wat zij -doen.quot; (i) »Watistoch de menschquot;, verzuchtte hij bij eene andere gelegenheid, »dat Gij, o Jezus, hem verheft, of waarom schenkt Gij hem de ge-
(i) Sermo de multiplici Coena Domini.
âO 119 O
e
9
I negenheid Uws Harten door voor hem te sterven? Hierdoor immers toondet Gij hem de ingewanden Uwer barmhartigheid ; want daarom hebt Gij gewild, dat Uwe zijde i aan het kruis geopend werd, opdat de mensch zijn hart in Uw Hart plaatse.quot; (i) »0 bemint uwen Jezusquot;, vermaande hij dan, «bemint Hem zoo, dat gij Hem uw hart geheel en onverdeeld schenkt.... Hij toch heeft u aan het kruis ook Zijn Hart gegeven, toen Hij Zijne zijde door de lans liet openen.quot; (2)
Onnoodig te zeggen, dat Antonius op de volmaakste wijze beoefende, wat hij aan anderen voorhield. Hij had zijn hart aan Jezus geschonken ; zoet rustte het aan het Hart des Zaligmakers. Daar werd het ontstoken door het vuur dier serafijnsche liefde, welke de hemelen in verrukking bracht, de aarde door hare schitterende stralen verlichtte, de ongevoeligste harten ontvlamde en onzen Heilige eene eervolle plaats deed innemen op de roemvolle lijst
(r) De pluribus aut uno Apostolo. Sermo VI. (2) De plur. aut uno Ap Sermo III.
9
8------o 120 o--9
der bijzondere vereerders van Jezus' Goddelijk Hart.
GEBED.
O H. Antonius, ik wensch zoo vurig eene ware en standvastige devotie tot het Allerheiligst Hart van Jezus te bekomen ; i zoo gaarne «zou ik dat Hart willen vereeren j en beminnen zooals Het verlangt door mij vereerd en bemind te worden. Maar ach, lieve Vader, ik ben zoo zwak en onstandvastig, zoo spoedig vergeet ik mijne ge-| maakte voornemens; mijn hart wordt zoo gemakkelijk door de schepselen ingenomen. O H. Antonius, aanschouw thans mijne gesteltenis. Offer zelf mijn hart aan het Goddelijk Hart op, en verwerf mij de genade, dat het voortaan meer en meer in liefde tot Jezus' Hart ontstoken worde, zoodat het geheel en onverdeeld toebe-hoore aan Jezus, die mij aan het kruis ook Zijn Hart geheel en onverdeeld gegeven heeft. Amen.
Litanie. Bladz. 63.
) : 9
VIJFDE DINSDAG.
Gebed van voorbereiding. Bladz. 106.
DE H. ANTONIUS EN HET KINDJE JEZUS.
Jezus laat zich nooit overwinnen in edelmoedigheid. Hij bemint die Hem beminnen, en Hij bemint hen meer, naar mate hunne liefde vuriger wordt. De H. Antonius nu brandde van de vurigste liefde en door zijne liefdeschichten ontvlamde hij duizenden harten voor Jezus; met den Apostel Paulus kon hij zeggen: »Ik leef, doch niet ik; maar Christus leeft in mij; (1) met de bruid van het Hooglied verzuchtte hij onophoudelijk : »Dochters van Jeruzalem, ik bezweer u, wanneer gij mijn beminde ontmoet, o zegt hem, dat hij kome, omdat ik kwijn van liefde.quot; En Jezus kwam Zie, daar rust Hij op den arm van Antonius, daar klopt Zijn Hart aan zijne borst! Gelijk Hij weleer den lieveling Zijns Harten, den H. Joannes, deed rusten aan Zijn boezem, zoo wilde Hij omgekeerd zelf rusten op
(1) Gal. II. 20. O -------9
den arm en aan het minnend hart van Antonius. O zalig oogenblik! o rein geluk ! Hoor, hoe Antonius uitroept: »Ik heb Hem gevonden, dien mijne ziel liefheeft; mijn Welbeminde behoort aan mij en ik aan Hem!1' Hoor, hoe Jezus antwoordt; »Wat zijt gij schoon, Mijne bruid, gij hebt Mijn Hart gewond!quot;
GEBED.
O H. Antonius, hoe gevoel ik mij tot godsvrucht en vertrouwen opgewekt bij het aanschouwen van uw beeld! hoe vriendelijk en minzaam komt gij mij voor in die arme pij, met de lelie der zuiverheid in uwe hand, terwijl Jezus, de minnaar der armoede en zuiverheid, op uwen arm rust! Maar meer nog treft mij die minnelijke blik van liefde, welken gij op Jezus en Jezus op u vestigt. O lieve Heilige, wat zal Jezus u thans nog weigeren, nadat Hij zich zeiven in uwe handen gesteld heeft? Met een onbegrensd vertrouwen wend ik mij dan ook tot u Gij kent mijn nood, gij weet wat ik vraag, hoezeer ik hulp en bijstand noodig heb. O H. Vader, om het onuitsprekelijk geluk en de onbeschrijfe-
© 9
O 123 O
-9
e
lijke zaligheid, welke gij ondervondt, toen het Kindje Jezus op uwen arm en aan uw hart rustte, bid en smeek ik, wil mij heden niet verstoeten! Het kost u slechts één woord, en Jezus zal mij genadig wezen. O, spreek dat woord! o H. Antonius, verhoor mij! Amen Litanie. Bladz. 63.
ZESDE DINSDAG Gebed van voorbereiding. Bladz. 106.
DE H. ANTONIUS VERHEERLIJKT GEDURENDE ZIJN LEVEN.
De H. Antonius verkondigde den lof van Jezus ; hij deed Hem kennen en beminnen, en won tallooze harten voor Zijne liefde. Jezus, van Zijnen kant, bevestigde den roem van Antonius. Hij plaatste hem als een schitterend licht op den kandelaar, vervulde hem met den geest van Elias, waardoor de toekomst ontsluierd, de schuilhoeken der harten geopend werden, en vernieuwde te zijner gunste het wonder van het eerste Pinksterfeest, zoodat de menigte, uit verschillende landen saam-
o 124 O
婉
©
gekomen, verbaasd stond en uitriep: »0 wonder, eenieder onzer hoort hem Gods lof verkondigen in de taal onzer vaderen!quot; Ook de gaaf der wonderen ontving Anto-nius in ruime mate, ja, hij verkreeg, naar het getuigenis van den H. Bonaventura, het beheer over de gansche schepping.
Zoo vernieuwde Jezus in den Heilige van Padua de tijden der Apostelen en verzekerde hem bovendien de achting en genegenheid aller harten. Evenals weleer geheel Jeruzalem naar de oevers van de Jordaan snelde om het woord der waarheid te vernemen, zoo verdrongen zich dorpen en steden om den stoel van dezen Sera-fijnschen prediker. Zijne stem, de echo zijner liefde tot Jezus, schokte Italië heviger dan de aardbevingen, welke het teisterden. Antonius spreekt over zijn be-minnenswaardigen Bruidegom, en de ijsklomp der onverschilligheid smelt weg in de koude harten, de laster verbergt zich uit schaamte, wulpsche oogen zwemmen in tranen van berouw; Antonius spreekt over den Beminde zijns harten, over de oneindige liefde, welke Jezus den mensch betoont, en aller harten ontvlammen in
wederliefde; hij verkondigt de leer des Gekruisten, en de geleerden staan verbaasd, de waanwijzen erkennen hunne dwaasheid, de ketters zweren hunne dwalingen af; Antonius bedreigt met de eeuwige straffen, en de verleiders en ergernisgevers voelen den molensteen aan hun hals en roepen om genade en barmhartigheid.
GEBED.
O H. Antonius, zie mij wederom voor uw beeld neergeknield om uwe machtige voorspraak in te roepen. O, hoe duidelijk is in u het woord van Jezus bewaarheid: Wie zich vernedert, zal verheven worden! Gij zocht niets dan de eer van God, gij wenschtet onbekend te blijven aan de wereld, maar daarom heeft Jezus u verheerlijkt, daarom kroonde Hij u met eer en glorie. Ach, lieve Heilige, hoe bloos ik van schaamte over mijn gedrag! Ik zocht mijn eigen roem, ik wilde door de menschen gekend en geprezen zijn en ik vergat, dat ware roem en grootheid slechts te vinden zijn in den dienst des Heeren. O, ik bid en smeek u, verkrijg door uwe vermogende tusschenkomst, dat
Jezus een straal van het hemelsch licht, dat in u zoo heerlijk schitterde, over mij uitstorte, opdat ik mijne nietigheid en ellende erkenne en voortaan in al mijn doen en laten niets anders zoeke dan de eer en glorie van den driewerf heiligen God. O H. Antonius, verhoor mij! Amen.
Litanie. Bladz 63
ZEVENDE DINSDAG.
Gebed van voorbereiding. Bladz. 106.
DE H. ANTONIUS VERHEERLIJKT BIJ ZI.IN DOOD,
De dood vernietigt alle aardsche grootheid, de schaduw des grafs verduistert den schitterendsten glans der wereld Maar die vernedering treft de heiligen niet; hun dood is kostbaar in Gods oogen en hun graf omgeeft de Heer niet zelden met den grootsten luister. Zoo handelde Hij bij uitstek met den H. Antonius.
Den 13 Juni 1231 stond de aarde dezen engel in het vleesch aan den hemel af; verslonden door het vuur der liefde, ging de schoone ziel van Antonius bezit nemen van een troon in het rijk der eeuwige
O 127 O
heerlijkheid, waarheen ons sterfelijk oog haar onmogelijk kan volgen. En zie, op hetzelfde oogenblik verkondigde Jezus door een wonder de heiligheid van Zijn dienaar. Buiten het klooster wist niemand iets van het afsterven van Antonius; de Minderbroeders wilden, uit vrees voor den toeloop des volks, zijn dood geheim houden. Vergeefsche voorzorg ! Een menigte onschuldige kinderen doorliepen de straten van Padua, luidkeels roepende: »De Heilige is dood! Antonius is dood!quot;
Zijne begrafenis was een ware zegetocht, zooals Padua er nooit een had aanschouwd. Jezus stelde bij die gelegenheid paal noch perk aan de uitstortingen Zijner genadegaven. Het schijnt bijna ongeloofelijk, wat de geschiedschrijvers hieromtrent verhalen. Alle zieken, hoedanig ook hun lijden was, werden aanstonds genezen, zoodra zij den grafsteen des Heiligen aanraakten; en zelfs zij, die door de menigte niet konden heendringen, werden, enkel op het aanroepen van den naam van Antonius, in tegenwoordigheid van duizenden toeschouwers, van hunne kwalen verlost. Blinden herkregen het gezicht, dooven het gehoor,
9
lammen en kreupelen het gebruik hunner ledematen, en stommen hieven een loflied aan ter eere van God en van Zijn verheerlijkten dienaar, den H. Antonius.
GEBED.
O H. Antonius, liefderijke vertrooster van alle bedrukten, die tot u hunne toevlucht nemen, wederom kom ik uwe goedertierenheid inroepen. O dierbare Vader, om uw heilig afsterven en de glorie, waarmede Jezus uw graf verheerlijkte, bid en smeek ik, aanschouw mijn lijden, aanzie den angst, die mij benauwt, en stil door uwe voorspraak de Goddelijke gramschap, welke mijne misdaden ontstoken hebben! Help mij uit den nood, verleen mij, wat ik zoo vurig vraag! Of mocht die gunst niet tot mijne zaligheid verstrekken, verkrijg mij dan geduld en gelatenheid, opdat ik mijn kruis drage uit liefde tot Hem, die voor mij aan het kruis gestorven is. O H. Antonius maak, dat ik, altijd en in alles onderdanig aan Gods heiligen wil, volgens Zijn welbehagen leve, en eenmaal den dood der rechtvaardigen sterve. Amen.
Litanie. Bladz. 63.
ACHTSTE DINSDAG.
Gebed van voorbereiding. Bladz. 106.
DE H. ANTONIUS VERHEERLIJKT OVER DE GANSCHE AARDE.
Jezus wilde niet, dat de roem en de vereering van den H. Antonius zich tot Padua of Italië bepaalde ; met eer en glorie heeft Hij hem over de gansche aarde gekroond, zooals hij het slechts weinige hei-ligen gedaan heeft.
Antonius was nog geen vol jaar in het bezit der hemelsche heerlijkheid, of de Stedehouder van Christus kende hem reeds de vereering op aarde toe. Dit geschiedde op Pinksterdag, den 30 Mei 1232, in de hoofdkerk der stad Spoleto, waar alsdan het pauselijk hof vertoefde. Na de voorlezing van meer dan veertig wonderen, die de heiligheid van Antonius bewezen en de eer zijner heiligverklaring wettigden, plaatste Gregorius IX, onder het storten van vreugdetranen, den grooten wonderdoener op de lijst der heiligen en schonk hem de eer onzer altaren.
Onbeschrijfelijk was de vervoering, waar-
9
C
ft---â âO 1 3° Oâ..............âA
mede de Paduanen deze blijde tijding ontvingen ; onbeschrijfelijker nog de geestdrift, waarmede zij de plechtige heiligverklaring van Antonius op den 13 Juni 1232, den eersten verjaardag van zijn heiligen dood, vierden. Hoe kon het ook anders? Zij allen toch hadden Antonius gekend; met ademlooze stilte hadden zij naar zijne weg-sleepende predikatiën geluisterd; overtuigd van zijne wonderkracht, hadden zij zich gelukkig geacht, zijn armoedig kleed te mogen aanraken; met ongekende plechtigheid hadden zij de kostbare overblijfselen huns grooten weldoeners in hun heiligdom bijgezet; en thans, slechts één jaar na die plechtigheid, waarvan de herinnering nog versch en levendig was, mochten zij oogen en handen smeekend ten hemel heffen en onder weenen en snikken tot hem verzuchten : H. Antonius, bid voor ons! O, hoe moet dat smeekgebed de wolken zijn doorgedrongen en een stroom van zegeningen over Padua hebben afgetrokken!
Doch niet alleen Padua, dat den Heilige aan den hemel afstond, ook Lissabon, dat hem aan de aarde geschonken had, deelde
9
C
©-'gt; I3I o --------9
in die vreugde, in dat geluk, in die vereering. Hun voorbeeld werd gevolgd door gansch Italië en Portugal, Spanje en Frankrijk, door Duitschland en de Nederlanden, ja door gansch Europa, of liever, door de gansche Christenwereld. Evenals Antonius gedurende zijn leven de geliefkoosde prediker des volks was, zoo wilde Jezus hem na zijn dood des volks liefsten heilige maken. Ieder dorp, iedere stad, elk land vereert een bijzonderen heilige ; maar Antonius is de heilige van alle dorpen, steden en rijken. Wie zal de kerken en heiligdommen tellen, te zijner eer gebouwd? wie de altaren noemen, aan hem toegewijd? De afbeelding van Antonius prijkt in de statige domkerk en in de schamele dorpskapel; zij wordt aangetroffen in de paleizen der grooten en in de stulp des bedelaars ; voor haar knielt het kind naast den grijsaard, de maagd naast den jongeling neer, om de hulp des Heiligen af te smeeken. Talentvolle schrijvers hebben in alle talen der aarde de deugden, de wonderen, de macht van dezen armen Minderbroeder verheerlijkt ; de grootste kunstenaars hebben aan hem hunne talenten ge-
C
o 132 O
wijd, dc welsprekendste redenaars zijn lof verkondigd. Gedurende meer dan zes eeuwen weerklonk de naam van Antonius over de Christenwereld, en die naam zal in zegening blijven, zoolang er menschen op aarde zullen zijn.
GEBED.
O H. Antonius, hoe gevoel ik mij gelukkig, te mogen deelen in de algemeene vereering, welke Jezus u verzekerd heeft! Maar hoe neemt ook mijn vertrouwen toe, wanneer ik bedenk, dat gij door alle eeuwen heen over de gansche Christenwereld wordt aangeroepen en de godsvrucht tot u nog altijd levendiger en vuriger wordt! Dit toch bewijst duidelijk, dat men bij u voortdurend hulp en troost vindt. O liefdevolle Vader, laat ook mij dan over uwe goedheid en macht roemen! Spreek voor mij ten beste en verkrijg mij de gunst, welke ik vraag, opdat het nog eenmaal blijke, hoezeer Jezus u verheerlijkt, en ik in dankbare wederliefde voor immer aan uwen dienst verbonden blijve ! O H. Antonius, verhoor mij! Amen.
Litanie. Bladz. 63.
O 133 O
NEGENDE DINSDAG.
Gebed van voorbereiding. Bladz. 106.
DE H. ANTONIUS VERHEERLIJKT DOOR VOORTDURENDE WONDEREN.
Gedurende zijn leven reeds noemde men Antonius den grooten wonderdoener; Ja, volgens het getuigenis van den H. Bona-ventura, ontving hij het beheer over de gansehe schepping. Overal waar hij kwam stroomde de menigte samen om hem te zien, te hooren ; overal bracht men zieken, gebrekkigen en ongelukkigen tot hem, en Antonius genas allen. Niets weerstond aan zijne wonderkracht! de duivelen namen de vlucht, de hardnekkigste zondaars verzoenden zich met God; redelooze dieren luisterden naar zijne stem, de stormen der zee bedaarden op zijn bevel; ongeneeslijke ziekten verdwenen en dooden verrezen uit het graf.
Die wonderkracht van Antonius hield met zijn dood niet op. Integendeel, Jezus verheerlijkte Zijnen dienaar zoozeer, dat Paus Gregorius IX bij zijne plechtige heiligverklaring, welke binnen het jaar na
©
---o 134 0------
zijn overlijden plaats had, schrijven mocht: »De H. Antonius, die thans in den hemel troont, is op aarde door vele wonderen verheerlijkt, welke dagelijks bij zijn graf geschieden en door geloofwaardige getuigen bevestigd worden.quot;
Maar niet alleen bij zijn graf, in alle landen der Christenheid schitterde gedurende meer dan zes eeuwen de macht van Antonius, zonder ooit te verminderen. Antonius is en blijft de groote Wonderdoener; hij is een dier heiligen, die door God tot beschermengel aan de wereld gegeven worden, en als vertegenwoordigers Zijner oneindige barmhartigheid voortdurend gereed staan om de zuchten en tranen der lijdende menschheid te ontvangen en voor Zijn genadetroon neer te leggen. De geloovige volkeren weten het bij ondervinding, Antonius is hun geliefde Heilige. : Terwijl andere heiligen in bijzondere® omstandigheden, voor bepaalde kwalen^worden aangeroepen, vlucht men tot den^Heilige van Padua in allen nood, in alle^gevaren, in alle omstandigheden; terwijl jde vereering van andere heiligen niet zelden beperkt wordt door leeftijd,
9
â¢O 135 O
geslacht en stand, ontvangt Antonius de eerbewijzen van jong en oud, van rijk en arm, van mannen en vrouwen. En nooit laat hij die eerbewijzen onbeloond, nooit neemt men tevergeefs tot hem zijne toevlucht Waarheid blijft, wat de H. Bo-naventura zeide, dat men door de tusschen-komst van Antonius die zaken verkrijgt, welke slechts door een wonder kunnen verkregen worden.
GEBED.
O H. Antonius, mijne Novene spoedt ten einde. Voor de laatste maal lig ik voor uw beeld neergeknield. O, wat was het mij zoet cn aangenaam u te vereeren! wat troost en opbeuring ondervond ik telken male als ik tot-u naderde! Lieve Vader, heb dank voor uwe goedheid ! Maar verhoor nu ook mijn gebed ; verkrijg mij de gunst, welke ik zoo vurig afsmeek. Uwe voorspraak vermag alles bij Jezus; het kost u slechts één woord, en Hij zal 11 toestaan, wat ik vraag. O H. Antonius, verstoot mij niet! Of zal ik dan de eerste moeten zijn, aan wien gij uwe hulp en bescherming weigerdet? Neen, dat zal niet
r
O I3Ã O
â 9
gebeuren! Ik zal niet heengaan, vooraleer gij mij verhoord hebt. Gij kunt mij helpen, gij moet mij helpen! Of mocht mijne bede niet overeenstemmen met den wil des Al-lerhoogsten, mocht de gunst, die ik vraag, niet tot mijne zaligheid verstrekken, dan ten minste moet gij mij de genade verwerven, welke ik noodig heb, om mijn kruis met geduld te dragen en te heiligen voor den hemel. O H. Antonius, verhoor mij! Amen.
Litanie. Bladz. 63.
a
e
o 137 o.
TWEEDE OEFENING VOOfi DE NEamp;EN DINSDAGEN-
INLEIDING.
De groote Kerklceraar, de H. Bonaven-tura, begreep terecht, dat de verdiensten van don H. Antonius voor vergetelheid moesten bewaard blijven. Hij vatte der-galve het plan op zijne wonderdaden in het kort samen te vatten, ten einde ze gemakkelijker onder het volk bekend te maken en de herinnering des te dieper in het geheugen der geloovigen te prenten. Met een enkelen blik overziet de sera-fijnsche Leeraar het leven van zijn heiligen medebroeder, al zijne daden staan voor zijn geest. Bonaventura geraakt in geestverrukking en, zijne pen opnemende, schrijft hij het bekende Responsorie, dat waarlijk niets anders is dan eene ontboezeming des harten en dat van toen af over de gansche aarde dagelijks duizenden malen herhaald, den lof van Antonius verkondigt, voortdurend nieuwe gunsten en weldaden verkrijgt, en zoo het gebed bij uitnemendheid ter eere van den grooten Wonderdoener, de vermaarde noodkreet
e
â O 13^ o-
der hulpbehoevenden tot hun machtigen Voorspreker geworden is.
Dat verheven gebed zal bij deze oefening der Negen Dinsdagen tot leiddraad strekken ; achtereenvolgens zullen de verschillende soorten van wonderen, welke het bevat, behandeld worden. Verlevendig uw geloof, tracht vooral uw vertrouwen op te wekken en lees iederten Dinsdag als Gebed van voorbereiding het
REOSPONSORIE TER EERE VAN DEN H. ANTONIUS.
V. Zoekt gij mirakelen: dood, dwaling, rampspoed, duivel, melaatschheid, vluchten weg, de zieken staan gezond op.
R. Zee en boeien wijken: jongelingen en grijsaards verkrijgen hnnne ledematen en verloren zaken terug.
V. De gevaren drijven af, de nood houdt op; dat zij, die het ondervinden, het verhalen, dat die van Padua het zeggen.
R. Zee en boeien wijken enz.
V. Glorie zij den Vader, en den Zoon, en den H. Geest.
R. Zee en boeien wijken enz.
V. Bid voor ons, H. Antonius.
â 9
-9
a
« 9
R. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
LATEN WIJ BIDDEN.
De feestelijke herdenking, van den H. Antonius, Uw belijder, moge o, God, Uwe Kerk verblijden, opdat zij steeds door geestelijke hulp versterkt worde en de eeuwige vreugde moge genieten. Door Christus onzen Heer. Amen.
(ioo dagen aflaat Raccolta )
EERSTE DINSDAG.
Gebed van voorbereiding. Bladz. 13S,
dood. 'Æ
lt;
1 Het lag niet in de plannen des Scheppers den mensch aan ontbinding prijs te geven. Zijn schepsel te zien sterven. Niet tevreden met den mensch in de orde der natuur tot het volmaaktste der zichtbare schepselen verheven te hebben, schonk God hem nog bovennatuurlijke gaven, waaronder ook de gave van onsterfelijkheid, zoodat het in zijne macht was den dood voor immer te ontwijken. Maar Adam zondigde, en zijne zonde beroofde hem en
O----9
zijne nakomelingen van alle bovennatuurlijke gaven; de dood trad de wereld in, hij is de soldij der zonde, ') en gelijk door èéneii tnensch de zonde in deze wereld is gekomen en door de zonde de dood, zoo is de dood op alle menschen overgegaan.''-) Vierduizend jaren lang heerschte hij met onbeperkte macht over de wereld, toen de beloofde Verlosser op aarde verscheen, van wien de profeet Ozeas voorspeld had: Ik zal hen bevrijden uit de handen des doods, van den dood zal Ik hen vrijkoopen; want Ik zal uw dood zijn, o dood! â¢') Aldus geschiedde Jezus heeft over den dood de volle zegepraal behaald. Want al schijnt hij ook nu nog zijn rijk te handhaven en blijft het den menschen vastgesteld éénmaal te sterven, '') voor hen, die in Christus gelooven, voor de getrouwe dienaren des Heeren heeft hij zijn schrikbarend aanschijn verloren, is zijne macht van beperkten duur. Zij toch kunnen met Job
(1) Rom. VI. 23.
(2) Rom. V. 12.
(3) XIII. 14.
U) Hebr. IX. 27.
o 141 O
©
9
getuigen: Ik weet, dat mijn Verlosser leeft, en dat ik ten jongsten dage uit het graf verrijzen zal. ') Ja, Jezus heeft gezegevierd. Gedurende Zijn sterfelijk leven reeds toonde Hij zich heer en meester over leven en dood, ontrukte Hij aan het graf zijn prooi, deed dooden verrijzen. En die wonderkracht schonk Hij zelfs aan verschillende heiligen, onder anderen ook aan den H. Antonius van Padua.
Bij de heiligverklaring van Antonius werden op bevel van Paus Gregorius IX meer dan veertig wonderen voorgelezen, ten einde zijne heiligheid te bewijzen en de eer zijner heiligverklaring te wettigen ; en zoo werd aan een ontelbare menigte, waarvan de meesten Antonius gekend, gehoord, gezien en gesproken hadden, in tegenwoordigheid van den Paus, omgeven door de kardinalen der Kerk en eene onafzienbare rij van bisschoppen en priesters, plechtig medegedeeld, dat door zijne voorspraak drie dooden wederom ten leven verwekt waren. Sedert dien heeft de groote Wonderdoener niet opgehouden van tijd tot
(1) Job XIX. 25.
â O 14^ O-
9
c-
tijd zijne macht over den dood te toonen ; een enkel voorbeeld, in het rijk van Napels geschied, diene ten bewijze.
In het jaar 1675 begaf Antonius Forto-mano zich naar Ferandina om lijnwaad te koopen. Onderweg werd hij door struik-roovers overvallen, die hem mishandelden en van zijn geld beroofden. De ongelukkige aanriep tot tweemaal toe den H Antonius, zijn geliefden patroon, toen een der moordenaars, hem met een bijl op het hoofd slaande, zeide: »Daar, aanroep nu maar Antonius!quot; De slag was doodelijk. De ellendelingen wierpen het lijk in een kuil, bedekten het met takken en bladeren en verdwenen.
Den vijfden dag na deze gebeurtenis verscheen de H. Antonius voor het mismaakte lichaam, riep den doode tweemaal bij zijn naam en deed hem ten leven verrijzen ; hij zuiverde en genas zijne wonden, stelde hem op den goeden weg en verliet hem zeggende: »Ik heb u tweemaal bij uwen naam genoemd, omdat gij mij tweemaal aanroepen hebt; ga nu, maar wacht u wel van wraak te nemen of uwe moordenaars te beschuldigen; doch bid, zoo-
C---O
lang gij leeft, eiken dag driemaal het Onze Vader en Wees gegroet ter mijner eer.quot; De man ging naar huis maar was zoo ontsteld, dat hij van 15 April tot den 13 Juni geen enkel woord sprak. Eindelijk op den feestdag van den H. Antonius riep hij met blijde stem; o H. Antonius! Dan verhaalde hij alles en gaf wettige getuigenis van het voorgevallene. Toen men hem vroeg, waar zijne ziel gedurende die vijf dagen geweest was, antwoordde hij: »Omtrent de plaats waar ik gedood werd.quot; Weldra verliet hij de wereld en trad te Napels in het klooster.
GEBED.
H. Antonius, machtige vriend van God, die door uwe tusschenkomst vele dooden ten leven verwekte, bewaar ook mij voor een schielijken en onvoorzienen dood. Liefdevolle Vader, vertroost, versterk, verdedig mij in mijn stervensuur en verkrijg door uwe vermogende voorspraak, dat Jezus, Maria en Jozef mij alsdan ter zijde staan, opdat ik in dat alles beslissend oogenblik over de aanvallen mijner vijanden zegeviere en, na volbrachten strijd, eeuwig
®-â--O
144 O
9
c
uitruste. Verwerf mij ook de gunst, welke ik door deze Novene zoo vurig afsmeek. H. Antonius, aanzie mijnen nood, hebmede-lijnen met mij en verhoor het gebed, dat ik met kinderlijk vertrouwen tot u opzend. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
TWEEDE DINSDAG.
Gebed van voorbereiding. Bladz 138.
DWALING.
Door de erfzonde werd 's menschen verstand verduisterd, hij verloor het doel van zijn bestaan uit het oog, en de aarde was weldra als eene uitgestrekte woonplaats voor blinden, niet naar het lichaam, maar naar den geest en het hart De eene dwaling leidde tot de andere, en bij de komst des Verlossers hadden bijna alle volkeren zelfs de kennis van den eenig waren God verloren. Jezus kwam alle menschen verlichten en toonde hun den weg, die ten hemel geleidt. «Bovendien bewees [Hij] der wereld een overgroote en wonderbare weldaad, toen Hij vóór Zijn hemelvaart den Apostelen beval, te gaan en alle vol-
ii--â9
O I45 O
9
©
keren te onderwijzen, en de door Hem gestichte Kerk als de algemeene en hoogste leermeesteres der volken achterliet. Want de menschen, door de waarheid verlost, moesten ook door de waarheid behouden blijven; en de vruchten der hemelsche leeringen, waardoor den mensch het heil ; werd bezorgd, zouden niet duurzaam zijn, zoo niet Christus, onze Heer, een onvergankelijk leeraarsambt had gevestigd, om 's menschen geest, tot het geloof op te leiden.') Dan helaas, hoewel die Kerk den haar opgelegden last altijd vervulde en met onvermoeiden ijver de leer van den waren godsdienst bleef onderwijzen, beproefde toch de vijand onzer zaligheid telkens nieuwe dwalingen onder de menschen te verspreiden en Christus' rijk op aarde te verwoesten. Maar God waakt over Zijne Kerk; tegen de verwoede aanvallen der hel verwekt Hij mannen, die, met Zijne wijsheid en kracht uitgerust, in staat zijn de hevigste stormen te bedaren. Zulk een man was de H. Antonius van Padua.
Ontstoken door het vuur eencr sera-
(1) Leo XIII, Ene. Unigenitus.
IO
O I4Ã O
©
lt;»
fijnsche liefde tot God, waaruit noodzakelijk de meest vurige ijver voor het heil der zielen ontsproot, begaafd met eene overmeesterende en wegslepende welsprekendheid, bezat Antonius nog bovendien eene buitengewone kennis der H. Schrift en verstond hij uittermate de kunst om de listen en drogredenen der ketters te ontmaskeren en ze op bondige en afdoende wijze te weerleggen Algemeen noemde men hem dan ook den hamer der ketters. En o, wie zal ze opsommen, de dwalingen, welke deze hamer tot gruis verbrijzelde ? wie zal ze noemen, de halsstarrigen, die onder zijne slagen bezweken en hunne ketterijen afzwoeren? Ver verheven boven alle men-schelijk opzicht, predikte Antonius zoowel voor de grooten der aarde als voor het gewone volk, en terwijl hij allen door den schrik voor Gods oordeelen terneder sloeg, wist hij hen tevens op te beuren door het vertrouwen op Gods barmhartigheid. Niets weerstond aan zijne macht, zoodat ook van hem in volle waarheid kan gezegd worden, wat het Evangelie van de Apostelen getuigt: Zij gingen heen en predikten overal, terwijl de Heer medewerkte en het
9
6
e-o 147 0--9
woord bevestigde door wondere teekenen, die daarop volgden. ') Inderdaad, waar de woorden van den grooten missionaris niet toereikend waren om de ketters te bekeeren daar trad Antonius als wonderdoener op en deed allen tegenstand verdwijnen. Een schitterend voorbeeld hiervan had plaats te Toulouse, in Frankrijk.
Het was in het jaar 1225 Antonius had bij gelegenheid van het Paaschfeest zijne stem verheven tegen de ketterij der Albi-genzen. Een hunner verklaarde niet te zullen gelooven aan de waarachtige tegenwoordigheid van Jezus in het aanbiddelijk Altaargeheim tenzij zijn ezel het hem voorgestelde voedsel liet staan om eerbied te bewijzen aan het H. Sacrament. Vol vertrouwen op God nam de Heilige dit voorstel aan. Na drie dagen in afzondering en gebed te hebben doorgebracht, begaf hij zich, door de geloovigen in processie vergezeld, naar de bestemde plaats, en zie! het uitgehongerde lastdier weigert het voedsel, werpt zich op de knieën voor de H. Hostie, welke Antonius in zijne handen
(1) Marc. XVI. 20.
o 148 0
draagt, en blijft in die eerbiedige houding liggen, totdat hij zich verwijdert De ketters staan verbaasd en zijn bekeerd.
GEBED.
H. Antonius, uitstekende leeraar der waarheid en schitterend licht der H. Kerk, verwerf mij de genade, dat ik steeds in het ware geloof volharde en mijn leven daarna inrichte. Minnelijke Vader, gij hebt zoovele onwetenden onderwezen en afge-dwaalden op den rechten wegteruggevoerd ; o verkrijg ook voor mij eene onwrikbare standvastigheid in het geloof en bewaar mij voor alle dwaling. Bid ook voor mij, opdat ik de gewenschte gunst bekome en uit mijnen nood verlost worde door Christus, onzen Heer. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
DERDE DINSDAG.
Gebed van voorbereiding. Bladz. 138.
RAMPSPOED.
Door de zonde trad de dood de wereld in en met den dood een onafzienbare stoet van rampen en ellenden, waaronder het
c--------
O 149 o
«
menschdom sedert bijna zestig eeuwen gebukt gaat. De om de zonde door God gevloekte aarde is een dal van tranen, een jammerdal geworden, en het leven des menschen werd gelijk aan het lot van den daglooner, die in het zweet zijns aanschijns ternauwernood brood wint, om zijn honger te stillen, zoodat Job in volle waarheid en in naam van allen kon weeklagen : 's Menschen kortstondig leven is vervuld met vele ellenden. 'J Wie zal ze tellen, de bittere teleurstellingen, de pijnlijke ongevallen, de noodlottige rampen, die zoowel de jeugd als de grijsheid, zoowel den rijke als den arme, zoowel den gekroonden vorst als den onderdaan in droefheid dompelen ? wie zal ze tellen, de heete tranen, door ongeluk en rampspoed afgeperst? Ach, zoo menigmaal schieten krachten en bekwaamheden tekort en worden de best beraamde plannen, de nauwkeurigste be-, rekeningen jammerlijk verijdeld! Wie is er, die zich in zijne verwachting niet bedrogen zag, wiens hoop niet werd teleurgesteld? Wie heeft niet reeds zijn grooter of een
') Job XIV: 1.
O 15° o
kleiner aandeel ontvangen der lijdenserfenis van rampen en tegenspoed, die loodzwaar op het menschdom rust, en van het eene geslacht op het andere overgaat? Zie dien bedrukten huisvader tranen storten: hoe hij ook werkt en zwoegt, zijne zaken gaan hoe langer hoe meer achteruit en de akelige armoede bedreigt zijn gezin! Zie die bedroefde moeder wegkwijnen : het schandelijk wangedrag van haar geliefd kind heeft haar het hart gebroken ! Zie die ontroostbare weduwe schreien: de onverbiddelijke dood heeft haar het dierbaarste ten grave gesleept! Zie dien armen jongeling, die treurende dochter weenen: een noodlottig toeval heeft hunne hoop verijdeld! Helaas wie zou in staat zijn al de bronnen op te sommen, waaruit de tranen van droefheid in dit jammerdal voortvloeien! Waarlijk, 'smen-schen kortstondig leven is vervuld met vele ellenden, en zoo wij aan iets behoefte hebben, dan voorzeker is het aan troost, aan hulp en opbeuring. Welnu, bij den H. Antonius van Padua vindt men dien troost, die hulp.
Toen Antonius nog op aarde leefde,
â¢c
9
kwamen overal, waar hij verscheen, on-gelukkigen, bedrukten en bedroefden tot hem, en zoet moet het geweest zijn te zien, hoe de lieve Heilige voor allen een minzamen blik, een troostend woord over had, hoe hij hen verkwikt en opgebeurd henen zond. Zoet is het ook nu nog, die ontelbaren aan den voet van het altaar te zien neerknielen, terwijl hunne blikken vertrouwvol op Antonius' beeltenis rusten. Of zij verhoord worden ? O, hoe luide spreken hier de menigvuldige dankbetuigingen, welke bijna in elke aflevering der verschillende maandschriften over den grooten Wonderdoener van Padua te lezen staan! Nu eens is het de huisvader van een talrijk gezin, die zijn dank betuigt voor het welslagen eener onderneming, welke ho- ; peloos verloren scheen; dan wederom eene gelukkige moeder, die haren afgedwaalden zoon op den goeden weg zag terugkeeren. Ditmaal brengt een jongeling zijn dank voor de hulp bij de loting voor de nationale militie ondervonden; een andermaal bedankt eene dienstbode voor het vinden van een dienst, waar hare deugd in veiligheid is. De eene verkondigt zijne dank-
9
o 152 O.
baarheid voor het wedervinden van een voorwerp, welks verlies hem radeloos maakte; een ander voor uitkomst en redding in moeilijke omstandigheden, ontel-baren voor verkregen gunsten en weldaden. Onnoodig het een of ander wonder te verhalen, de vereerders van Antonius weten bij eigen ondervinding, dat hij in ramp en tegenspoed nooit tevergeefs wordt aangeroepen. Verlevendig dan uw vertrouwen en spreek het volgend
GEBED.
H. Antonius, roemrijke vertrooster der bedrukte zielen, zie goedgunstig van uit de hemelsche glorie neer op mij armen zondaar, die hier in deze kerk gekomen ben om u te vereeren en uwen bijstand af te smeeken. Mijne veelvuldige misdaden hebben Gods gramschap tegen mij ontstoken maar door uwe tusschenkomst hoop ik gespaard te blijven Liefdevolle Vader, bewaar mij voor alle onheil naar lichaam en ziel, voor alle ramp- en tegenspoed; zegen mijne pogingen, mijne ondernemingen, en sta mij vooral bij in het lijden, dat mij thans drukt. Zoovelen hebt gij
9
O 153 O-
9
c
reeds geholpen, o versmaad ook mijne bede niet en laat ook mij de macht uwer voorspraak bij God ondervinden. O H. Antonius, verhoor mij! Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
VIERDE DINSDAG.
Gebed van voorbereiding. Bladz 13S.
DUIVEL.
De duivel is de aardsvijand van God. Om zijn hoogmoed uit den hemel verdreven, heeft hij den Allerhoogste een eeuwigen, doodelijken haat gezworen, welke niets minder beoogt dan Gods rijk op aarde te verwoesten en de zielen, die voor den hemel geschapen zijn, naar den afgrond der hel mee te slepen. Het eerste men-schenpaar werd reeds het mikpunt zijner verwoede aanvallen. Afgunstig over het geluk, waarmede God Adam en Eva had begiftigd, beproefde hij hen in het verderf te storten, en helaas! het gelukte hem maar al te zeer Doch, o oneindige barmhartigheid des Heeren! dezelfde dag, die getuige was van Adams val, vernam ook Gods banvloek over het helsch serpent en
o 15 4 o
©
â 9
de belofte van den toekomstigen Verlosser, die zijne zegepraal zou wreken, zijne heerschappij zou te niet doen. Die vloek bleef niet zonder uitwerking, die belofte ging in vervulling. Jezus heeft den duivel overwonnen; knarsetandend van spijt kruipt de helsche dwingeland aan Zijne zegevierende voeten en beeft bij het hooren van Zijn aanbiddelijken naam. Al moge hij sluw zijn en ons strikken spannen bij elke schrede ; al moge hij, volgens de leer van den H. Petrus, rondloopen als een brie-schende leeuw, zoekende wien hij verslinde ; hij is toch machteloos tegen hen, die zich niet vrijwillig aan zijne macht overleveren. Wel kan hij bekoren, de zonde aanlokkelijk voorstellen, maar de toestemming afpersen, tot zonde dwingen, vermag hij niet; wel kan hij bijwijlen onze pogingen dwars-boomen, ons geluk verstoren en zelfs ons leven belagen, doch dit alles slechts voor zoover als het h m door God wordt toegelaten. Wij moeten dus steeds tegen zijne listen en hinderlagen waken, voortdurend gereed staan tot den strijd, maar nimmer mogen wij den moed verliezen, met Gods genade zullen wij zegevieren over al zijne
â 4»
C
â O 155 O
9
©
aanvallen. De H. Antonius geeft ons hier een heerlijk voorbeeld.
Het kon niet anders, of deze man Gods, die den duivel met overmoeiden ijver bestreed en ontelbare zielen uit zijne klauwen verloste, moest het mikpunt worden zijner helsche woede. Satan wendde alle middelen aan om zich op den Heilige te wreken en trachtte hem zelfs van het leven te berooven. Zoo greep hij hem op zekeren dag bij de keel ten einde hem te verwurgen ; doch Antonius aanriep de maagdelijke Moeder van Jezus en dreef hem op de vlucht.
Bij eene andere gelegenheid, terwijl de Heilige te Puy predikte, kwam de duivel, ten einde stoornis te veroorzaken en de vrucht zijner woorden te verijdelen, in de gedaante van een renbode eene vrouw verwittigen zoo spoedig mogelijk naar huis te snellen, wijl haar zoon door zijne vijanden overvallen en vermoord was. Antonius erkende oogenblikkelijk de list van satan en riep de vrouw toe ; Wees gerust, uw zoon is volkomen gezond; deze bode is een bedrieger en niemand anders dan de duivel zelf. En de helsche verleider .
O---9
婉--o 156 0-9
zag zich genoodzaakt aanstonds dc waarheid dier worden te bevestigen: hij verdween onder het uitstooten van een schrikbarend gehuil, een vuilen damp in de lucht achterlatende. De heilige prediker benuttigde dit voorval om zijne verbaasde toehoorders in het geloof te versterken en hen tegen de listen en lagen des duivels te waarschuwen.
Ook na zijn dood toonde de H. Anto-nius zijne macht over den helschen dwingeland. Johanna, een jeugdig meisje van Ferrara, was door den duivel bezeten en werd vreeselijk gekweld. Men bracht haar naar Padua, ten einde bij het graf van den grooten Wonderdoener verlossing te vinden. Hare moeder vergezelde haar, en terwijl zij nog in de herberg vertoefden, aanriep zij onder het storten van heete tranen den Heilige. Eensklaps verschijnt Antonius en zegt haar op minzamen toon : »Heb moed, brave vrouw, uwe dochter is reeds genezen.quot; Vol blijdschap vliegt zij naar haar kind en ziet de waarheid van hetgeen zij vernomen had.
O
C
o 157 o-
»
O-
GEBED.
H. Antonius, schroom der duivelen, die 200 menigmaal de aanvallen van satan verijdeld en ontelbaren uit zijne klauwen verlost hebt, ontferm u ook over mij. Ik stel mij onder uwe vaderlijke bescherming en smeek u mijn geest te verlichten opdat ik steeds de listen en hinderlagen van den boezen vijand erkenne, en mijn wil te versterken ten einde ik over dezelve zege-viere. O roemvolle overwinnaar der hel, gij kent de gevaren, waaraan ik bloot sta, kom mij ter hulp, verdedig mij en drijf alle duivelen op de vlucht. Herinner u ook de gunst, welke ik door deze Novene 200 vurig afsmeek, en gewaardig u mijn voorspreker te zijn bij Christus, onzen Heer. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
VIJFDE DINSDAG.
Gebed van voorbereiding. Bladz. 138.
MELAAÃSCHHEID â ZIEKTE.
Eene rijke bron van droefheid en tranen voor het gevallen menschdom zijn ziekten en ongemakken, de onafschijdbare gezellin-
O
nen des doods, waartoe Adam en zijn nageslacht veroordeeld werden. Ach, wie zal het wee beschrijven, uit deze bron voortgevloeid! Bij het ziekbed erkent men de waarde der gezondheid, welke elders maar al te dikwijls op de meest roekelooze wijze aan gevaar wordt blootgesteld. Zie dien armen lijder, ten prooi aan hevige smarten; de kunst en wetenschap der geneesheeren zijn uitgeput, de liefde en teederheid der treurende bloedverwanten kunnen geen leniging aanbrengen. â Bezoek een gasthuis en treed de ziekenzaal binnen. De eerbiedwekkende stilte doet u behoedzaam en sprakeloos voortgaan; doch weldra verneemt gij een pijnlijken zucht, gevolgd door den zachten tred der liefdezuster, die als een engel des hemels toesnelt om hem op te vangen. Met gesmoorde stem fluistert gij hier en daar eenige woorden van troost, pinkt misschien heimelijk een traan weg om aan het overkropt gemoed lucht te geven en verlaat deze plaats van smarten, overmeesterd door het innigst medelijden. - Denk aan de ontzetting en ontroering, welke zich van een geheel land meester maakt
O 159 O
9
door de verpletterende tijding, dat in de eene of andere stad eene besmettelijke ziekte is uitgebroken; denk aan den deerniswaardigen toestand, waarin de ongelukkige slachtoffers der melaatschheid verkeeren, aan de afzichtelijke wonden, waarmede deze ongeneeslijke ziekte hunne lichamen overdekt. Doch zie, pest en melaatschheid vluchten en de zieken staan gezond op, zoo schreef de H. Bonaventura, zoo bidden wij nog dagelijks in het beroemde Responsorie ter eere van den H. Antonius; en in zijne Litanie smeeken wij: H. Antonius, gezondheid der zieken, bid voor ons. En o, hoe menigmaal heeft de groote Wonderdoener die bede verhoord! Overal waar Antonius gedurende zijn leven kwam, bracht men zieken, gcbrekkigen en lijdenden tot hem, en God schiep er behagen in door de tusschenkomst van dezen Heilige en op zijne voorspraak menigvuldige en schitterende wonderen te verrichten. Datzelfde welbehagen toont God nog voortdurend. Heeft Hij aan andere heiligen toegestaan het lijdend menschdom in bepaalde ziekten ter hulp te komen, aan Antonius verleent Hij de macht om alle
O 160 0
O
c
zieken zonder onderscheid te genezen. Slechts enkele voorbeelden uit de velen mogen hier een plaats vinden.
Een vierjarig kind leed aan vallende ziekte en was door deze kwaal zoo gebrekkig geworden, dat het zich slechts kruipend kon verplaatsen De vader nam het arme meisje op zijne armen en bracht het bij den H. Antonius, hem smeekende het kind te zegenen en te genezen. Antonius maakte het teeken des kruises van over het hoofd des kinds tot aan de voeten en op hetzelfde oogenblik was het volkomen genezen zonder ooit meer de gevolgen der vreesclijke kwaal te ondervinden.
In het jaar I674 had een slagerszoontje te Florence, Frans Maria Ricci geheeten, het gebruik zijner oogen verloren, die hevig opzwollen. Daar alle aangewende menschelijke middelen de kwaal slechts verergerden, namen zijne bedroefde ouders hun toevlucht tot den H. Antonius. Een Minderbroeder raakte de zieke oogen met eene reliquie des Heiligen aan en zalfde ze vervolgens met olie uit de lamp, die voor zijn altaar brandde. Den nacht daarop riep het kind eensklaps uit; »Daar is de
9
O
O 161 O
9
eâ
H. Antonius!'' De ouders snelden toe en vonden hun lieveling volkomen genezen.
Door de oefening der negen Dinsdagen verwierf Agnes, dochter van Andreas Beltrami, eene uitstekende gunst van den H. Antonius. Sinds vier jaren leed zij aan een harer vingers; alle menschelijke geneesmiddelen bleven vruchteloos en de heelkundigen besloten tot afzetting, ten einde koud vuur te voorkomen. In dezen uitersten nood begon Agnes met vertrouwen voorzegde oefening en zag zich den 6 Juli 1780 eensklaps geheel genezen, tot verbazing van allen, die haar kenden.
GEBED
H Antonius, machtige vriend van God en liefdevolle beschermer van het lijdend menschdom, zie mij wederom voor nw beeld neergeknield liggen en aanhoor de smeekingen, welke ik met vertrouwen tot u opzend Ach lieve Vader, laat uw kind toch niet ongetroost weggaan; verkrijg mij de gunst, welke ik door deze Novene afsmeek, indien zij strekt tot mijne zaligheid. Bewaar mij voor ziekte en ongelukken, maar vooral voor de melaatschheid der
©â¢
.â ) 102 o
zonde, opdat ik hier op aarde steeds in Uefde met mijnen God vereenigd, waardig worde Hem eenmaal met u te aanschouwen in den hemel. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
ZESDE DINSDAG.
Gebed van voorbereiding. Blz. 138.
ZEE--BOEIEN.
Jezus toonde zich Heer en Meester over al het geschapene; niets weerstond aan Zijne macht. Door een enkel woord bracht Hij niet zelden de stormen der zee tot bedaren, of wanneer Hij bij andere gelegenheden aan de winden toeliet hare golven op te zweepen, dan wandelde Hij met wondere gerustheid over dezelve heen en trad hare bruischende baren onder Zijne voe.ten; hare visschen dreef Hij in de netten van Petrus, en den wankelmoedigen apostel zeiven verloste Hij uit hare verslindende wateren. Bovendien behaagde het Hem in den loop der eeuwen diezelfde wonderen door tusschenkomst van verschillende heiligen te hernieuwen.
Op een enkel woord van den H. Anto-
O
9
nius van Padua bedaarden de stormen dei-zee ; wanneer de halsstarrige bewoners van Rimini wijgerden naar zijne vermaningen te luisteren, dan kwamen op zijn bevel de visschen boven het water en aanhoorden zijne stem alsof zij met verstand begaafd waren geweest; vele schipbreukelingen ontrukte hij aan een wissen ondergang, terwijl hij anderen, die onschuldig in de gèvangenis zuchtten, verlostte, zoodat de H. Bonaventura met volle recht mocht schrijven: »Zee en boeien wijken.quot;
Terwijl Antonius zich te Padua bevond, werd zijn vader te Lissabon, in Portugal, van een moord beschuldigd en met zijn gezin in den kerker geworpen. De schijn was tegen hem dewijl het lijk van den verslagene in zijn tuin gevonden was. Door eene openbaring erkende de Heilige het drijgend gevaar, waarin de zijnen verkeerden, werd door een engel naar Lissabon overgeplaatst en verscheen in de rechtzaal, waar de zaak behandeld werd. En toen de rechters aan zijn betoog voor de onschuld zijns vaders geen geloof wilden hechten, liet hij den vermoorde halen, deed hem tot verbazing van allen tot het leven
-»
O
婉 9
terugkeeren en openlijk verl-.laren, dat noch de vader; noch iemand uit zijn huis de misdaad gepleegd had; waarna de getuige wederom den gesst gaf. Antonius bleef dien dag bij zijne gelukkige familie, troostte hen over het voorgevallene, spoorde hen aan tot de deugd en werd den volgenden nacht wederom door een engel naar Padua verplaatst.
In het jaar 1660 was een Christen soldaat in handen der Turken gevallen én in boeien geklonken. De ongelukkige aanriep den H. Antonius en beloofde zijn graf te bezoeken indien hij bevrijd werd. Weldra verscheen de Heilige inhemelschen glans, verbrak zijne ketenen, opende de deur der gevangenis en verzekerde hem, dat hij op zijne vlucht geen hinderpaal zou ontmoeten. De krijgsman ondervond de waarheid dezer woorden en volbracht met een dankbaar hart zijne belofte.
Doch wat zijn slavenketenen bij de boeien, die de ongelukkige slachtoffers der zonde knellen ? Kan de donkerste kerker vergeleken worden bij den afgrond der hel, waarin onsterfelijke zielen voor eeuwig nederstorten ? Maar zie, hier vooral wordt
9
9
-o 165 o-
婉
a
het woord van den H. Bonaventura bewaarheid: »Zee en boeien wijkenquot; voor de wondermacht van Antonius. Wie zal ze tellen, de vergrijsde misdadigers, die hij van het slavenjuk der zonde verloste ? Wie zal ze tellen, de rouwmoedige boetelingen, die door zijne vermaningen en raadgevingen in hunne bekeering volhardden ? Wie zal ze opsommen, de gelukkige zielen, die door dezen ^uitroeier der zondenquot;, zooals Antonius in zijne Litanie genoemd wordt, voor de diepte der hel bewaard bleven ? Antonius had der zonde een onverzoenlijken haat gezworen en overal, waar hij kwam, bestreed hij haar met al de kracht die in hem was. Met zijn dood ging deze kracht niet verloren. Integendeel; door alle eeuwen heen hebben ontelbare zondaren de machtige voorspraak van dezen Heilige ondervonden, door zijne aanroeping de hevigste stormen der bekoring overwonnen, de boeien eener slechte gewoonte verbroken en voortgang gemaakt op den weg der deugd.
GEBED.
Roemrijke H. Antonius, die zoovele ge-
o 166 o
©
â 9
vangenen verlost en schipbreukelingen gered hebt, ik bid u, verbreek de banden der zonde en der booze neigingen, die mijne ziel beletten ongestoord den Heer te dienen; maak mij los van alle aardsche neiging en verdedig mij in de stormen der bekoringen. Gewaardig u ook de gunst indachtig te zijn, welke ik zoo vurig afsmeek en wees mijn voorspreker bij Christus, onzen Heer. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
ZEVENDE DIMSDAG.
Gebed van voorbereiding. Bladz. 138.
VERLOREN ZAKEN.
De H. Antonius is overal gekend en geëerd, overal vraagt men door zijne tus-schenkomst gunsten en weldaden van verschillenden aard. Nochtans wordt hij bij voorkeur aangeroepen als Wederbrenger van verloren zaken.
Deze godsvrucht is niet nieuw. Zij klimt op tot het tijdperk, waarin Antonius leefde. De geschiedschrijvers hebben haar bestaan en haren bloei met zorg opgeteekend, doch omtrent haren oorsprong blijven zij het
9
Cl--O 167 üâ ---------------
antwoord schuldig. Misschien moeten wij dien oorsprong zoeken in een wonder, dat sommigen hunner verhalen. De vader namelijk van Antonius was over de openbare schatkist aangesteld. Op zekeren dag werd hem rekenschap gevraagd van zijn bestuur. Door een noodlottig toeval waren verschillende bewijsstukken verloren gegaan, zoodat de goede naam en de eer van den schatmeester in het grootste gevaar verkeerden. Antonius, die alsdan in Italië vertoefde, wordt door een wonder naar Portugal overgeplaatst en verschijnt hier met de verloren stukken voor den rechter, waarop de vrijspraak zijns vaders volgde.
Meer algemeen echter neemt men het volgende feit uit Antonius'leven als oorsprong onzer devotie aan. Te Montpellier werd een veelbelovend jongeling in de orde der Minderbroeders opgenomen. Na eenigen tijd verflauwde zijn ijver, het strenge kloosterleven werd hem een last; hij liet zich door de listen van satan misleiden en besloot, heimelijk het heiligdom te verlaten, waarin hij vroeger zoo gelukkige dagen had doorgebracht. De duisternis van den nacht begunstigde de uit-
voering van zijn rampzalig plan, maar bedekte tevens de zwartste ondankbaarheid: hij nam een psalmboek mede, dat aan zijn vroegeren leermeester Antonius toebehoorde. Iedereen nu kent de waarde der boeken in de middeleeuwen. Hoeveel arbeid en geduld, hoeveel vlijt en zorg werden er vereischt om ze over te schrijven! Het psalmboek van Antonius had bovendien nog eene bijkomende hoogere waarde ; hij bediende er zich van bij het uitleggen der psalmen aan zijne jonge medebroeders en had het te dien einde met vele kanttee-keningen verrijkt. Geen wonder dus, dat het verlies voor hem zwaar was. Zoodra hij het bemerkt, werpt hij zich op zijne knieën voor het kruisbeeld en smeekt God hem dien kostbaren schat terug te geven. Zijn gebed werd verhoord Terwijl de dief over eene brug wil gaan, rijst eensklaps een afschuwelijk gedrocht voor hem op, dat met eene beil hem dreigt te vermoorden, tenzij hij aanstonds het gestolen boek naar het klooster terugbrenge. Half dood van schrik en inwendig door Gods genade getroffen, keert hij aanstonds terug, werpt
zich, onder het storten van tranen, aan de «-----
---O 169 O---
voeten . des Heiligen en smeekt dringend wederom onder het getal der nieuwelingen te worden opgenomen. Antonius nam zijn berouw met goedheid aan en verkreeg voor hem de gevraagde gunst.
Zulke wondervolle gebeurtenissen leidden er toe om de geloovigen op te wekken ten einde bij verlies van eenig voorwerp den H. Antonius aan te roepen. Wat er van zij, zeker is het, dat die godsvrucht reeds meer dan zeshonderd jaren telt; en in weerwil van dien hoogen ouderdom heeft zij nog niets van hare jeugdige frisch-heid verloren ; menigvuldige verhooringen doen haar voortleven en van dag tot dag aangroeien. Verliest men het een of ander, aanstonds denkt men aan den H. Antonius, aanstonds vlucht men tot den grooten Wonderdoener van Padua. En zoo handelen niet alleen brave, godvreezende Christenen, neen, zelfs ongodsdienstige, goddelooze menschen volgen dat voorbeeld. Dan ach, mocht men zich toch niet uitsluitend tot tijdelijke zaken bepalen! Daar zijn menschen, die veel, onuitsprekkelijk veel meer dan de gansche aarde verloren hebben. Zij hebben den ijver in den dienst des
9
e
©--o 17° o-9 ©-
Heeren, de heiligmakende genade, de vriendschap van God, misschien hun geloof verloren. O mochten zij tot den H. An-tonius vluchten! Mochten zij ten minste een vereerder van den H. Antonius tot vriend hebben, die hen in een vurig gebed aan den groeten Wonderdoener aanbeveelt! Ook zij zouden, evenals zoovele anderen, ondervinden, dat de macht van den H. Antonius groot is en dat hij nog meer in het geestelijke dan in het tijdelijke met volle recht genoemd wordt: de Weder-brenger van verloren zaken.
GEBED.
H. Antonius, minnelijke Vader en machtige voorspreker bij God, aangemoedigd door de ontelbare gunsten en weldaden, welke gij aan zoovelen geschonken hebt en,nog dagelijks schenkt, kom ik andermaal met het volste vertrouwen tot u. Ach lieve Heilige, zie niet op mijne onwaardigheid, maar gedenk, dat men nooit tevergeefs tot u zijn toevlucht neemt en verkrijg mij wat ik vraag, indien het mij zalig is. Bewaar mij ook voor alle tijdelijk verlies, maar vooral voor het verlies der heilig-
l
makende genade; heb medelijden met de ongelukkige zondaars en doe hen den waren vrede weervinden. Amen,
Onze Vader. Wees gegroet.
ACHTSTE DINSDAG.
Gebed van voorbereiding. Bladz. 138.
GEVAREN.
Talrijk en dreigend zijn de gevaren, waaraan de mensch voortdurend blootstaat, zoo naar lichaam als ziel. Bij dag en bij nacht, in onze woning en op reis, aan het werk en bij onze uitspanningen is slechts weinig noodig om onze ledematen, onze gezondheid en zelfs ons leven in gevaar te brengen; terwijl van den anderen kant de vijanden onzer zaligheid er steeds op bedacht zijn, onze ziel te kwetsen en in het verderf te storten. Doch, Gode zij dank, wij hebben ook beschermers, en onder dezen neemt de H. Antonius van Padua eene voorname plaats in. De geschiedschrijvers hebben ook hier menig wondervol voorval opgeteekend.
Zoo zag in het jaar 1836 eene moeder te Rome haar zesjarig kind uit een venster
der derde verdieping naar beneden vallen. Buiten zich zelve van schrik riep zij uit: H. Antonius! Zij vloog de trappen af en zag toen haar kind geheel ongedeerd op straat staan Mijn lief kind, hoe is dat geschied, vroeg zij, den kleine aan haar hart drukkend. Een Broeder, bevond zich juist hier, antwoordde het knaapje; hij heeft mij tusschen zijne armen opgevangen en zacht op den grond geplaatst, waarna hij is weggegaan. De godvreezende moeder dacht terstond aan den H. Antonius, dien zij had aangeroepen, en ging onverwijld naar het klooster van Ara-coeli eene mis van dankbaarheid aan het altaar des Heiligen bestellen. In de sacristie verhaalde zij het geval aan verschillende paters, die zich daar bevonden. Een hunner, pater Franciscus Camajore, vroeg het kind: Gelijkt die Broeder, van wien gij spreekt, veel op mij ? waarop het met kinderlijken eenvoud antwoordde: o, hij was veel schooner. Daarna ging de moeder met haren kleine aan de hand de kerk in om voor het beeld van Antonius te bidden. Zoodra het kind de beeltenis des Heiligen zag, riep het met vurigheid: Moeder,
9
O 173 O
©
9
moeder! zie, daar is de Broeder, die mij tusschen zijne armen nam ! en het sterkte zijne handjes uit naar het beeld van An-tonius. De gelukkige moeder kon thans de gevoelens harer vreugde en dankbaarheid niet langer weerhouden en riep in verrukking uit; Leve Sint Antonius! Leve mijn goede heilige beschermer!
Leve mijn heilige beschermer! Hoe-velen hebben dit herhaald, die de groote macht van Antonius in lichamelijke gevaren ondervonden! Maar hoeveel meer nog hebben zijne bescherming ondervonden in gevaren, die hunne ziel bedreigden. Talrijk zijn de voorbeelden, welke hieromtrent verhaald worden. Doch merkwaardig vooral en wondervol is de gunst, welke eene jonge dochter te Napels in het jaar 1649 verkreeg. Hare moeder, eene vrouw uit den burgerstand, was tot de uiterste armoede vervallen en besloot, om aan dezen pijnlijken toestand een einde te maken, hare dochter voor geld veil te bieden. De kuische maagd, over dit voornemen hevig ontsteld, nam haren toevlucht tot den H. Antonius; zij kuielde neer voor zijn beeld en smeekte hem onder een
174
e
vloed van tranen hare eer en onschuld in bescherming te nemen. Terwijl zij aldus bad strekte het beeld des Heiligen eensklaps den arm uit, overrijkte haar een briefje en sprak Ga in mijnen naam naar den schatmeester des bisschops en vraag hem u als bluiloftsgift zooveel geld te geven als dit papier weegt Zonder aarzelen en vol blijdschap snelde de schul-delooze maagd naar het bisschoppelijk paleis en overhandigde het briefje met de voormelde bede.
Aanvankelijk werd zij uitgelachen; doch toen het papier op de weegschaal gelegd werd en tot verbazing van allen tweehonderd zilveren kroonen woog, herinnerde zich de schatmeester, dat hij in het afge-loopen jaar aan den H. Antonius beloofd had, deze som aan een arm meisje tot huwelijksgift te schenken. Hij stelde haar het geld ter hand en bewaarde zoo hare onschuld voor onteering, terwijl hij zijn geweten van de opgelegde verplichting bevrijdde.
.
5EBED.
H. Antonius, liefdevolle Vader en machtige
e---o i7S oâ-â
beschermer van allen, die zich met vertrouwen tot u wenden, ik groet en vereer u met een ootmoedig hart en smeek nog eèns om de gunst, welke u bekend is. Ach lieve Heilige, mijne Novene spoedt ten einde, laat mijn gebed toch niet onverhoord blijven! verdedig en bescherm mij ook tegen alle zichtbare en onzichtbare vijanden, verlos mij uit alle gevaren zoo naar ziel als naar lichaam, en verwijder van mij alles wat mij kan beangstigen nu en in het uur van mijnen dood. Amen. Onze vader. Wees gegroet.
NEGENDE DINSDAG.
Gebed van voorbereiding. Bladz. 138.
NOOD.
Door de zonde verloor de aarde hare eerste vruchtbaarheid, die het den mensch zoo aangenaam maakten haar te bebouwen. Wel bleef zij overvloedig distelen en doornen voortbrengen j onkruid en schadelijke planten tieren welig, maar de vruchten, tot het levensonderhoud des menschen vereischt, moeten door zwaren arbeid gewonnen worden. In het zweet uws aanschijns
.
zult gij uw brood eten, (') zoo sprak de vergramde God tot onzen zondigen stamvader. Geen wonder dus, dat kommer en zorg pijnlijk op het menschdom drukken, gebrek en armoede zoo veler deel zijn; geen wonder, dat eene onvoorziene gebeurtenis, het een of ander noodlottig voorval bijwijlen een welvarend huisgezin tot den uitersten nood kan brengen. Doch de H. Antonius is de helper in allen nood, de vertrooster aller bedrukten, de vader der armen. Toen hij nog op aarde leefde, ging hij met alle menschen minzaam om, doch bij voorkeur vertoefde hij onder de geringen ; de behoeftigen en armen waren zijne bevoorrechte vrienden; hun sprak hij moed in, hun bracht hij hulp zooveel hij kon; Antonius was de lieveling des volks. Dit is sedert dien niet veranderd. Treffend is het in de vele maandschriften ter eere van dezen Heilige te lezen, hoe velen hem dank brengen voor redding uit kommer en nood; hoe ontelbaren uit dankbaarheid voor verkregen gunsten ter zijner eer brood uitdeelen om den honger der armen
C1) Gen. III 19
177
te stillen. Zoo weet de H. Antonius ook nu nog de rijken tot milddadigheid op te wekken en de ellende der armen te lenigen.
Doch wat zijn lichamelijke ellende en tijdelijke nood bij de behoeften der ziel en de geestelijke armoede? Helaas, hoe-velen hebben behoefte aan opbeuring in zwaarmoedigheid, aan troost in dorheden, aan licht in twijfel, aan sterkte in de bekoring! Hoevele onsterfelijke zielen kwijnen weg bij gebrek aan geestelijk voedsel! Evenals de verloren zoon verlieten zij het vaderlijk huis, waar zij overvloed hadden aan alles; zij verspilden den schat der heiligmakende genade en in hare armoede voeden zij zich met het draf der zonde; zij vinden geen smaak meer in het gebed, zij verwaarloozen het gebruik der heilige Sacramenten en zoo worden zij hoe langer hoe zwakker tegen de aanvallen des duivels, die haar in zijne strikken gevangen houdt en tot de uiterste ellende tracht te brengen. Ach mochten ook zij, en zij vooral hun toevlucht nemen tot den H. Antonius van Padua! Mochten alle geestelijk armen neerknielen voor zijn beeld en met kinderlijk vertrouwen hun
----------9
12
« ©
-o 178 O-
nood klagen, hun twijfel blootleggen, hunnen angst openbaren! ook zij zouden ondervinden, hoe waar wij in het Responsorie bidden; »de nood houdt op.quot; Was Anto-nius bezorgd om lichamelijke armoede te lenigen en is hij ook nu nog bereid ons in alle tijdelijke noodwendigheden bij te staan, veel meer nog ging hem dc nood der zielen ter harte en zal hij ons in geestelijke ellende ter hulp komen. Tracht dan wederom uw vertrouwen op te wekken en stel uw verzoek met volkomen onderwerping aan Gods heiligen wil in de vaderlijke handen van den grooten Wonderdoener.
GEBED.
9
H. Antonius, machtige vriend van God en getrouwe helper der menschen, zie mij nogmaals aan uwe voeten neergeknield liggen. Met het volste vertrouwen en in de vaste hoop van verhoord te worden, heb ik de oefeningen volbracht, welke gij zelf hebt aanbevolen. Ik erken volgaarne, dat veel aan mijne godsvrucht ontbroken heeft; maar ik was toch van goeden wil om alles te doen, wat tot uwe verheer-
eâ
lijking kon bijdragen. O liefdevolle Vader, aanzie dien goeden wil, heb medelijden met mijne zwakheid en vul zelf aan waarin ik te kort gekomen ben, opdat ik waardig worde verhooring te vinden. H. Antonius, herinner u de belofte, welke gij aan de oefening der Negen Dinsdagen gedaan hebt; herinner u, dat gij over de gansche aarde als helper in allen nood wordt aangeroepen ; o, weiger mij dan uwe hulp niet, offer uwe verdiensten voor mij aan God op en verkrijg mij de gunst, welke ik zoo vurig heb afgesmeekt. Van dit oogenblik af stel ik mij onder uwe vaderlijke hoede; wees mijn beschermer en helper in allen nood en laat ook mij over uwe goedheid roemen in tijd en eeuwigheid. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
SLUITGEBED TOT JEZUS.
O Jezus, die alleen de meester der wonderen zijt, ik loof en dank U om de roemrijke voorrechten en de groote wondermacht, waarmede Gij den H. Antonius, Uwen dienaar, begiftigd hebt. Krachtens deze voorrechten bezweer ik U, o mijn God, de gebeden te verhoeren, welke ik
---0 I 80 0-
tot hem heb opgezonden. Barmhartige Vader, heb medelijden met het ongelukkig kind, dat berouw heeft over zijne zonden en bevrijding afsmeekt van de straffen, welke zij verdiend hebben; zie niet op mijne onwaardigheid maar op de overvloedige verdiensten van den H. Antonius en wees mij om zijnentwil genadig, o Gij, die leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
DERDE OEFENING VOOR DE NEGEN DINSDAGEN,
GEBED VAN VOORBEREIDING.
H. Antonius, zie mij hier voor uw beeld neergeknield om uwe machtige voorspraak in te roepen. Tot meerdere eer en glorie van God en Zijne allerzaligste Moeder Maria, begin ik, de onwaardigste uwer beschermelingen, de oefening der Negen Dinsdagen met het vaste voornemen dezelve getrouw te voleindigen. Gij zelf zijt de leermeester dezer godsvrucht geweest, dewijl gij haar aan de bedrukte dame van Bologne hebt aanbevolen Gehoorzaam aan uwen raad wil ook ik haar voorbeeld
iSI O
volgen en hoop bij u verhooring te vinden.
O getrouwe en machtige vriend van God, wil toch voor mij ten beste spreken. Verkrijg mij, bid ik u, de vergiffenis mijner zonden en de genade. God voortaan getrouw te dienen ; verwerf mij ock de gunst, welke ik negen achtereenvolgende Dinsdagen zal komen afsmeeken. Minnelijke Vader, gij weet beter dan ik wat mij dienstig is; indien deze gunst dan tot mijne zaligheid strekt, o zoo laat ook mij de macht uwer voorspraak ondervinden.
Barmhartige Jezus, aanhoor den H. An-tonius, die voor mij bidt, opdat mijn smeeken door de kracht zijner verdiensten verhoord worde. Gij, die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
EERSTE DINSDAG.
Antonius verlaat op vijftienjarigen leeftijd de wereld vlucht naar het klooster.
GEBED.
Almachtige en barmhartige God, die Uwen dienaar, den H. Antonius, in den bloei zijner jaren met het licht Uwer genade bestraald en hem geleerd hebt de
婉
O 182 O-
©
4»
gevaarvolle klippen der wereld te ontvluchten : ik bid U, geef mij door zijne voorspraak de genade, dat ik de ijdelheid van alle aardsche goederen en vreugden volkomen erkenne en in het licht des ge-loofs volgens Uw heilig welbehagen ge-bruike. Geef, dat ik U als het eenig ware goed met levendig geloof en heilige liefde steeds zoeke en omhelze; dat mijne ziel naar U verlange, U vinde en in U ruste En gij, H. Antonius, schitterend voorbeeld aller deugden, zekere toevlucht der bedrukte zielen, leen gewillig uw oor naar mijn gebed en verkrijg mij de gunst, welke ik zoo vurig afsmeek. H. Antonius, verhoor mij. Amen.
LITANIE
TER EERE VAN DKN
HEILIGEN ANTONIUS.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
C--9
183
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm
U onzer.
God, H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, eén God, ontferm U onzer.
H. Maria, Moeder en beschermster van
den H. Antonius, bid voor ons. H. Franciscus, vader en leermeester van
den H. Antonius, bid voor ons. H. Antonius van Padua, bid voor ons. Roem van Portugal,
Fakkel van Italië,
Licht van Frankrijk,
Liefde der volkeren.
Navolger van den H Vader Franciscus, Getrouwe beoefenaar van zijn regel. Wonder van boetvaardigheid,
Vertreder der wereld, ST
Beminnaar van het kruis,
Overwinnaar van de begeerlijkheid des o vleesches, °
Voorbeeld van zuiverheid, armoede en o gehoorzaamheid, p
Verkondiger van het H. Evangelie, Yveraar voor het heil der zielen,
Geesel der ketters,
9
9
C
â O 184 O-
Schroom der duivelen, bid voor ons.
Voorbeeld der volmaakten,
Bestierder der onwetenden,
Trooster der bedrukten.
Verdediger der onschuld,
Toevlucht der armen.
Hoop van die in gevaar zijn.
Gezondheid der zieken,
Verwekker der dooden.
Roem der heiligen, ,-j.
Die door de tegenwoordigheid van het a.
kind Jezus zijt vereerd geworden, lt; Die de toekomende dingen voorzegd hebt, § Wiens bescherming zich krachtdadig doet ^ 1 gevoelen aan degenen, die u vereeren, § Dien men met vrucht aanroept in het quot;
zoeken van verloren zaken.
Minnelijke vader en beschermer, Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, verhoor ons. Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
©
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader. Wees gegroet.
V. Bid voor ons, H Antonius.
R. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
GEBED.
O, allerbarmhartigste Jezus, die Uwen belijder, den H. Antonius, door voortdurende wonderen op eene wonderbare wijze doet uitschijnen, geef, dat wij door zijne voorspraak en verdiensten met zekerheid bekomen, hetgeen wij met vertrouwen verzoeken. Dit smeeken wij U, die met den Vader en den H. Geest leeft en heerscht in de eeuwen der ecuwen. Amen.
TWEEDE DINSDAG.
Antonius bereidt zich door strenge boetplegingen voor tot het martelaarschap.
GEBED.
O eeuwige God, schepper van hemel en aarde, kon ik U op waardige wijze mijn dank betuigen voor al Uwe weldaden
o 186 0.
c
â 9
en inzonderheid voor de eindelooze ontferming, waarmede Uw eeniggeboren Zoon voor mijne zonden voldaan en mij uit de klauwen des duivels verlost heeft!-Maar aangezien ik hiertoe niet in staat ben, zoo neem ik mijn toevlucht tot Uwen getrouwen dienaar, den H. Antonius, die door zijn vurig verlangen naar den marteldood U zoo welgevallig geworden is. Ik smeek U derhalve bij zijne serafijnsche liefde en bij de boetplegingen, waarmede hij zijn onschuldig lichaam tuchtigde, ontsteek in mijne ziel het vuur Uwer Goddelijke liefde en geef, dat zij de vlammen der booze begeerlijkheid verslinde.
En gij, H. Antonius, martelaar van begeerte, onschuldige boeteling, luister naar mijne stem en spreek voor mij ten beste, opdat ik de gewenschte gunst bekome, door Christus, onzen Heer. Amen.
Litanie. Bladz. 182.
DERDE DINSDAG.
Antonius begeeft zich met verlof zijner oversten naar de eenzaamheid om zich alleen met God bezig te honden.
GEBED.
O Jezus, minnaar der harten, die den H.
© 9
O 187 O-
婉
â 9
Antonius naar de eenzaamheid geleid en daar tot zijn hart gesproken hebt: verleen mij, bid ik U, op zijne machtige voorspraak de genade, dat ik temidden der verstrooiingen van dit ellendig leven de ware ingetogenheid vinde, vooral gedurende het gebed de rust des geestes beware en uitsluitend naar de hemelsche goederen hake. Geef, dat ik mijne gedachten steeds op U vestige en al mijne werken ter Uwer eer verrichte, opdat ik eenmaal waardig bevonden worde U te aanschouwen en te bezitten.
H. Antonius, wees mijn voorspreker en helper; gewaardig u ook wederom de ge-wenschte gunst aan God voor te dragen en bid voor mij, opdat ik verhoord worde. Amen.
Litanie. Bladz. 182.
VIERDE DINSDAG.
Antonius verbergt door diepen ootmoed de hooge â wijsheid, welke God hem geschonken had.
GEBED.
Almachtige, eeuwige God, ik loof en prijs U in Uwen getrouwen dienaar, den
H. Antonius van Padua. Uw Goddelijke Geest had zijne reine ziel vervuld met de gaven der wijsheid en wetenschap, maar hem tevens geleerd, deze schitterende talenten zoolang te verbergen, totdat het U behagen zoude, het onder de korenmaat der diepste nederigheid verborgen licht op den kandelaar te plaatsen en aan de wereld te openbaren. Ik dank U, o mijn God, omdat Gij in den H. Antonius deze twee gaven der wijsheid en der nederigheid zoo volmaaktelijk vereenigd hebt. Door zijne voorspraak bid ik U, verleen mij de wetenschap der heiligen, opdat ik in waren ootmoed mijn eigen niet erkenne en steeds het goede van het kwaad onder-scheide.
H. Antonius, ootmoedige verberger der wijsheid, ondersteun mijn gebed en verwerf mij tevens de gunst, welke ik door deze Novene afsmeek. Zoovelen hebt gij reeds verhoord, laat ook mij getroost heengaan. Amen.
Litanie. Bladz. 182.
9
C
VIJFDE DINSDAG.
Antonius volhardt in het gebed en ontvangt de wondervolle macht alles van God te verkrijgen
GKBEl).
Oneindig barmhartige God, die in het volhardend gebed van den H. Antonius zooveel welgevallen gevonden en het nooit onverhoord gelaten hebt: ik smeek u bij alle gunsten en voorrechten, welke hij van U ontving, en bij de vurige godsvrucht, die hem bij zijne gebeden bezielde, verleen mij den geest des gebeds; leer mij bidden met levendig geloof, met kinderlijk vertrouwen en met ingekeerdheid des harten, opdat ik verdienen moge door U in al mijne noodwendigheden verhoord te worden.
H. Antonius, machtige voorspreker bij God, verkrijg voor mij een grooten ijver in het gebed en de gunst, die u bekend is. Amen.
Litanie. Bladz. 182.
9
c
ZESDE DINSDAG.
Antonius verkondigt het woord Gods en bekeert ontelbare ketters en zondaren.
GEBED.
Machtige en sterke God, die Uwen dienaar den H. Antonius, met eene buitengewone welsprekendheid begiftigd hebt en door zijn woord tallooze ketters en zondaars tot U hebt teruggevoerd: U alleen zij eer en glorie! Doch schenk mij op zijne voorspraak vergiffenis mijner zonden en de genade eener oprechte bekeeritig. Geef, o mijn God, dat ik het afschuwelijke der zonde inzie, mijne vroegere misdaden door waar berouw en werken van boetvaardigheid uitwissche en U voortaan niet meer beleedige.
En gij, H. Antonius, geesel der ketters en uitroeier der zonde, verwerf mij een sprankel van dat heilige vuur, dat u voor de zaligheid der zielen verteerde, opdat mijne ziel zich oprecht tot God moge be-keeren. Deze en de meermalen genoemde gunst hoop ik door uwe voorspraak te verkrijgen door Christus, onzen Heer. Amen.
Litanie. Bladz. 182.
© 9
igi
ZEVENDE DINSDAG.
Antonius gaat vertrouwelijk met het Goddelijk Kind om en wordt viet hemelsche zoetheden vervtüd.
GEBED.
O Jezus, vreugde der engelen en eenige hoop der menschen, die in den H. Antonius gevonden hebt, wat U welgevallig was, en om zijne nooit volprezen deugden uit den hemel afdaaldet om in de gedaante van een lieftallig kind op zijn arm te rusten ; ik bid en smeek U, maak mijn ziel los van al het aardsche; wees Gij alleen mijn troost, mijne hulp, mijn eenige liefde gedurende mijn leven en mijne vreugde gedurende de eeuwigheid.
En u, bevoorrechte gunsteling, H. Antonius, bid ik bij de zoetheden, welke gij smaaktet toen Jezus aan uw hart rustte, ach spreek voor mij bij Hem ten beste; beveel Hem mijne ziel en mijn lichaam aan, opdat ook ik Hem eenmaal in den hemel moge aanschouwen en bezitten. Verkrijg mij ook de gunst, welke ik zoo vurig afsmeek. H. Antonius, verhoor mij. Amen.
Litanie. Bladz. 182.
-9
©
â a
â O 192 ö
ACHTSTE DINSDAG.
Antonius sterft een zaligen dood.
Oneindig rechtvaardige God, bclooner van al het goede, die U gevvaardigd bebt Uwen dienaar, den H. Antonius, nadat hij getrouw in Uwen wijngaard gewerkt had, door den dood der heiligen tot de eeuwige belooning te roepen: ik bid U, verleen mij in Uwe eindelooze barmhartigheid, dat ik tot den laatsten snik mijns levens in de deugd volharden moge. Zend mij in mijn stervensuur den H. Antonius, opdat hij met mij strijde tegen de bekoringen, mij trooste in mijne benauwdheden, mijne ziel in bescherming neme en haar rein en onbevlekt overvoere tot voor Uw aanschijn.
O H. Antonius, ik bid u bij uwen zaligen dood, verkrijg mij de gunst, welke ik door deze Novene afsmeek, en de genade, dat ik eenmaal den dood der rechtvaardigen sterve. Amen.
Litanie. Bladz. 182.
c
O 193 O
NEGENDE DINSDAG.
Antonius wordt na zijn dood door schittermdc wonderen verheerlijkt.
GEBED.
O driemaal heilige God, die den H. Antonius na zijn dood door ontelbare wonderen verheerlijkt hebt, welke Gij op zijne voorspraak verrichtet; laat ook mij, bid ik U, de macht zijner voorspraak ondervinden en toon nog eens, hoe dierbaar U deze Heilige is. Verleen mij de gunst, welke ik negen achtereenvolgende Dinsdagen aan den voet van zijn altaar ben komen afsmeeken. Of mocht die gunst niet tot mijne zaligheid strekken, geef mij dan de genade om steeds onderworpen te blijven aan Uwen heiligen wil en dien altijd te volbrengen. Beschik over mij volgens Uw Goddelijk welbehagen.
O H. Antonius, aanvaard thans de oefeningen, welke ik ter uwer eer volbracht heb; verdubbel uwe gebeden, opdat ik verkrijge wat mij zalig is. Amen.
Litanie. Bladz. 182.
©
â o 194 0
c-
9
GEBED
als men de gevraagde gU7ist nog niet verkregen heejt O Jezus, oneindig rechtvaardige God, in mijnen nood heb ik tot U geroepen, maar om mijne zonden hebt Gij mij nog niet verhoord. Ach hoe spijt het mij U, het hoogste goed, dat ik bovenal wensch te beminnen, zoo dikwijls beleedigd te hebben. O Jezus, heb medelijden met mij en vergeef mij mijne ongerechtigheden. Zie, ik maak thans het vaste voornemen U niet meer te vergrammen. Zegen mijn besluit, ondersteun mijne zwakheid, opdat ik ten einde toe in Uwe liefde volharde O H. Antonius, help mij door uwe machtige voorspraak, offer uwe verdiensten aan God op tot voldoening voor mijne schuld en verkrijg mij vergiffenis mijner zonden ; dan ben ik zeker verhooring te vinden bij Christus, onzen Heer. Amen.
GEBED
van dankzegging na verkregen weldaden.
Toen ik in droefheid was, heb ik tot den Heer geroepen en Hij heeft mij verhoord, omdat gij, o trooster der bedruk-
O--9
ten, H. Antonius, bij den Vader der barmhartigheid voor mij gebeden hebt. O, nu erken ik, dat niemand tevergeefs de voorspraak van Antonius inroept. O minnelijke Heilige, hoe liefdevol hebt gij mij getroost, daar ik door uwe hulp ontvangen heb, wat ik vroeg. Van ganscher harte breng ik u dank voor uwe goedheid en uit dankbaarheid wijd ik mij geheel aan u toe; gewaardig u mij onder uwe beschermelingen aan te nemen en leer mij, steeds den allerheiligsten wil van God te volbrengen. Amen.
O
a-----»