quot; *
Jfi ' « !lt; '
*** -
/
5 : o
;
-_
............ â _
-
Memor esto Congregationis tuae.
Ps. LXXIII 2.
Wees uwer Congregatie gedachtig.
Ps. LXXlIi 2.
r-p»
NIBÃW HANDBOEKJE
tfo
TEN DIENSTE
DER
C0NGREGAN1STEN,
âWat my het meeste troost en opbeurt is, dat ik my ia de Con-gregatit heb lateu aannemen.quot;
(Justus Lipsius) op zyn sterfbed.
WEERT,
SIOOMORCK VAN EMH. SMEEIS. 1897.
Ãi
IMPRIMATUR,
P. J. H. RUSSEL, Can. poen. et prul.
Librorum censor.
Rur/emund^e, 18 Julii 1886.
VOORWOORD.
't Handboekje ten dienst ? der (ongreganisteti wordt dén leden der Congregatiën ónzer parochie in eenigszins gewijzigden vorm aangeboden. Een woord van toelichting is daarom noodzakelijk.
Meermalen werd van geachte zijde de wensch uitgesproken, dat het handboekje mocht worden hervormd tot een gebedenboek, waarvan de Gongreganistm zich ook gedurende de II. U. Diensten in de Kerk met vrucht tonden kunnen bedienen. Om aan dit rechtmatig verlangen te gemoet te komen, werden in deze nieuwe uitgave Misgebeden, a'smede Communie- en Biechtoefeningen opgenomen.
Daarenboven toerden in de ve/ t/aderingen der Congregatie oefeningen gehouden, die in het bestaande handboek in hvt geheel niet voorkwamen. Dat was klaarb ij-kelijh eene leemte, die aanvulling tegt; eischle ; en ziedaar, waarom deze schoone oefeningen ie gelijk met nog eenige andere gebeden in dit werkje werden overgedrukt.
Een derde vet andering heeft betrekking op den zung. De treffende melodieën der lofliederen ware» aan de
jongere leden voor een groot gedeelte onbekend. Men heeft geti acht hierin eenige verbetering te brengen door de muziek bij den tekst te voegen.
Dit allee vorderde .ene niet onaanzienlijke plaatsruimte en om nu te voorkomen, dal het formaat al te veel in omvang zoude toenemen, stelde men zich tevreden den beknopte» inhoud der regelen weer te geven, zooals die loordt aangetroffen in het Congregatie-boekje van den eerwaarden Heer Sart»n.
Moge de geringe moeite aan dezen arbeid besteed tot nut strekken van de velen onder ons, die zich onder de rtemrijke banier hebben geschaard van de vlekkelooze Moedermaagd l
WEERT, Juli 1886.
HOOFDSTUK I.
Over de Congregatie, hare regelen en voorrechten, (i)
§ r.
De oorsprong der Congregatiën is gelijk aan die mysterieuse bron, waarvan de Schriftuur spreekt in het boek Esther (c. ii. v. 10). In den beginne slechts bi') druppelen opboireiend, was deze bron klein en onbeduidend, maar ontsprong weldra in een rijken straal en groeide aan tot een machtigen stroom, die leven en vruchtbaarheid bracht in provinciën en koninkrijken. Zoo was de tegenwoordige Hoofd-Congregatie te Rome met hare talrijke vertakkingen, niet alleen in alle landen van Europa en America, maar ook in Indië, in China, in Japan enz. enz , in den beginne slechts eene eenvoudige bijeenkomst van eenige scholieren uit het Romeinsch College in de hoofdstad der Christenwereld.
Pater Leonius (van der Leeuw) namelijk, leeraar van een der laagste klassen in vermeld College, verzamelde eiken avond, na schooltijd, eenige leerlingen in zijne leeskamer. Daar had hij dan een Lieve Vrouw-
U) Sarton Congregatie-boelge.
8
beeldje eenvoudig versierd, daar werden dan eenige gebeden gestort en door een der leerlingen uit een godvruchtig boek iets voorgelezen, terwijl men op Zon- en Feestdagen er ook de Vespers zong. Dit geschiedde in 't jaar 1563.
Dit is de oorsprong dier beroemde congregatiën, die volgens de getuigenis van den grooten Paus Benedictus M gt; 01 geloofelijk veel goeds gesticht hebben.
Het volgende jaar was reeds het getal der studenten, die aan die vrome bijeenkomsten deel namen, tot zeventig gestegen. Toen werd er besloten, ten eerste, de kleine vereeniging op bijzondere wijze aan Maria toe te wijden, waarom zij voortaan den naam zou dragen van âSodaliteit of Congregatie der Allerheiligste Maagdquot;; en ten tweede, eenige regelen samen te stellen, door welke de tijd der bijeenkomsten, de verschillende oefeningen en godvruchtige werken nader bepaald werden. Deze regelen worden nu nog grootendeels in de Congregatiën onderhouden.
De leden der Congregatie verspreidden zulk een geur van heiligheid, dat dagelijks nieuwe studenten zich aangetrokken gevoelden van die keurbende onder Maria's bescherming deel te maktn In 't jaar 1569
9
V was het getal leden zoo aangegroeid, dat men zich genoodzaakt zag de Congregatie in tweeën, de Gr ooie en de Kleine te splitsen, en, in 1593 ze zelfs in drieën te verdeden : de eerste de tweede en de derde.
Zoo bloeide de Congregatie, als eene bloem door Maria's moederhanden verzorgd, binnen de muren van het Ro-meinsch College. Ook daar buiten zou zij weldra bloeien en duizenden door haar ) hemelschen geur verkwikken.
De Generaal der Societeit van Jezus wendde zich in 1584 tot Z H den Paus Gregorius XIII om, door Zijn gezag gemachtigd en door Zijn zegen versterkt, ook op andere plaatsen Congregatiën, gelijk aan de Romeinsche Hoofd-Congre* gatie op te richten. De Paus, door het voorbeeldig leven der Congreganisten getroffen, verleende goedgunstig de machti-- g'ng, om in de Colleges of kerken der Societeit, voor de scholieren en tevens voor andere godvruchtige Christenen ééne Congregatie op te richten, die met de Hoofd-Congregatie vereenigd, in alle gunsten aan deze verleend, zou deelen. Tevens gat de Paus de volmacht, om regelen en besluiten uit te vaardigtn, die volgens omstandigheden konden gewijzigd worden.
1
10
Sixtu»' V, in 1586 en in 1587 schonk aan de Congregatiën nieuwe voorrechten, en stond toe. om in alle Colleges of kerken der Societeit, zoowel voor de studenten als voor andere christenen zoovele Congregatiën, als men nuttig oordeelde, op te richten Al deze gunsten werden door Clemens VHl, in 1602 en door Gregorius XV in 1621 bevestigd en uitgebreid. Benedic-tus XIV droeg der Congregatie, waarvan Hij zelf vroeger een ijverig lid was geweesf, een vaderhart toe, door in 1748 âmet Apostolische milddadigheid hare voorrechten nog te vermeerderen.quot;
Eindelijk stond Leo XII, den 7 Maart 1825, goedgunstig toe. dat de Generaal der Societeit van Jesus ook congregatiën mocht oprichten en met de Hoofd-Congregatie vereenigen, in die kerken en huizen, welke in geenen deele aan de zorgen van genoemde Societeit zijn toevertrouwd.
Zoo schitterden over de gansche aarde in bonte mengeling talrijke congregatiën, samengesteld uit alle standen der maatschappij, congregatiën van kardinalen, pries-tees, magistraten, advocaten, geneesheeren, militairen, edelen, burgers, kooplieden, kunstenaars, werklieden, dienstboden, enz. quot;Wat al koningen en vorsten, wat al kar-
11
dinalen en bisschoppen, wat al prinsen en graven, wat al geleerde en beroemde mannen het zich tot eer rekenen, als een nederig kind van Maria, tot hare congregatie te behooren, kan in dit kleine boekje niet worden opgenoemd, (i)
Gedurende de eerste eeuW van het bestaan der Societeit van Jesus, bezat deze meer dan 800 verschillende Colleges en huizen, waarin meer dan 1000 Congregatiën bloeiden. Pater Gregorius Cisnerus richtte alléén meer dan 300 congregatiën op in de Indien.
In de Nederlanden waren de congregatiën van Leuven, Brussel, Mechelen, Antwerpen, Gent, Maastricht, 's Boscn de beroemdste. Leuven bezat er 6, Antwerpen 10 met meer dan 3000 leden. Mechelen telde, acht dagen na de oprichting eener congregatie, 4690 en kort daarna 7000 congreganisten.
In 1864, het jaar na het derde eeuwfeest van de oprichting der Hoofd-Congregatie, waren er 9516 congregatiën met deze Moeder-congregatie vereenigd.
âHet is ongeloofelijk, zoo zeide Paus âBenedictus XIV, welk een groot nut per.
(1) Zie hierover : Histoire abrêgée des Congregations de la S. Vierge, par le R. P. Carayon S. J, 1863,
12
âsonen van alle standen der maatschappij âuit deze zco loffelijke instelling getrokken âhebbenongeloofelijk, hoe vele rechtschapen rechtsgeleerden, hoe vele godsdienstige geneesheeren, hoe vele eerlijke kooplieden, hoe vele brave huisvaders en huismoeders, hoe vele kuische jongelingen, hoe vele reine maagden, hoe vele trouwe dienstboden zij gevormd heeft.
De 1 congregatie moge ons dan ook eene tweede moeder zijn, van wier lippen wij ware levenswijsheid ontvangen, aan wier hand wij veilig door deze wereld wandelen, en aan wier hart wij den waren vrede vinden.
§ 2.
Beknopte inhoud van de regelen der Congregatie.
i.
Daar de Allerheiligste Maagd Maria de bijzondere patrones der Congregatie en eene bij uitstek teedere Moeder voor de congre-ganisten is, zoo moeten dezen Haar niet alleen op bijzondere wijze vereeren, maar ook door een onberispelijken levenswandel en reinheid van zeden Hare deugden trachten na te volgen. Om de leden der congregatie hierin te helpen, zijn deze regelen
IS
opgesteld.
2.
De Congregatie zal bestuurd wordendoor een bestuurder (directeur), een prefect met behulp en overleg van twee assistenten, waarbij men een raad zal voegen van twaalf of zes leden, van welke er een de betrekking van Secretaris zal waarnemen. Behalve deze zullen er nog andere bedienaren mogen aangesteld worden.
3-
De nieuwe leden zullen voor hunne aanneming eene generale of gewone biecht (naar 't oordeel van hun biechtvader) spreken. Allen zullen minstens céns in de maand tot de HH. Sacramenten naderen, als ook op de bijzondere feestdagen des Heeren en Zijner H. Moeder; de prefekt, de assistenten en raadsleden nog dikwijler. Aldus vermanen de regels der Hoofd-Congregatie.
4-
De Congregatie zal alle Zondagen en geboden feestdagen (i) vergaderen. Den gang dezer vergaderingen zie hierna.
(l i In de aanvrage om canonieke oprichting dient vei meld te worden, hoe dikwyli men voornemens it te vergaderen.
14
5-
Ee leden zullen, zooveel mogelijk, dagelijks de H. Mis bijwonen. Des morgens, behalve hunne gewone gebeden, zullen zij driemaal het Onze Vader en Wees gegroet, eens het âIk geloof in God den Vaderquot; benevens het Salve Regina bidden; des avonds, behalve het gewetensonderzoek en andere oefening, driemaal het Onze Vader en Wees gegroet en eens den psalm Dcprofundis bidden tot lafen der geloovige zielen. (Zie hierna).
6.
Dewijl de leden eener Congregatie tot eene eenigszins hoogere volmaaktheid dan de overige menschen geroepen zijn, zoo wordt aan allen in het algemeen aanbevolen, dat zij ook een grooteren ijver aan den dag leggen voor de oefeningen van godsvrucht en Christelijke liefde, als zijn ; dik-wijler te biechten gaan en tot de H. Tafel naderen, het officie der H. Maagd en den Rozenkrans bidden, en andere vrome werken, in zoo ver de omstandigheden van plaats en personen, de plichten van een ieders staat het toelaten.
7-
Die verhinderd is eene vergadering bij te wonen, znl zoo spoedig mogelijk den be-
15
« stuurder of den prefekt hiervan verwittigen. Om herhaalde afwezigheden (zonder reden) of om andere overtredingen kan iemand de bijwoning der Congregatie voor eenigen tijd of voor altijd ontzegd worden.
8.
Is iemand der leden ernstig ziek, dan zullen de directeur en de prefekt zorgen, dat hij bezocht worde, en zullen allen voor hem bidden. Als hij overleden is, zullen allen, zoo mogelijk, aan de begrafenisplechtigheden en de lijkdienst deel nemen, het officie der overledenen, en acht dagen lang den psalm De profundis voor hem bidden. De Congregatie zal zorgen, dat er ten minste ééne Mis aan een geprivilegieerd altaar gelezen worde.
gt;
9. .
De Congreganisten zullen elkander met ware en oprechte liefde beminnen, overtuigd, dat, als Maria hunne Moeder is, zij ook onderling broeders en zusters genoemd worden.
Allen zullen trachten op den weg der volmaaktheid dagelijks voortgang te maken.
! Hiertoe wordt hun grootelijks aanbevolen de bijeenkomsten der Congregatie bij te wonen, geene harer oefeningen na te laten, den
ü
16
omgang met slechte of iichlzinnige personen, en alle gevaarlijke gelegenneden te vluchten, en zich in handel en wandel zoo te gedragen, dat zij waardig geacht worden kinderen van Maria te zijn.
io.
Zoo dikwerf na eene verkiezing, de nieuwe prefekt en de overige bedienaren afgekondigd worden, zullen de regelen in de Vergadering voorgelezen of uitgelegd worden.
§ 3-
Over de verkiezing van den prefekt (de prefekte) en de overige bedienaren.
De prefekt en de overige bedienaren zuilen minstens ééns in 't jaar gekozen worden. De directeur, pretekt, assistenten en raadsleden komen daartoe bijeen, en kiezen uit de congreganisten drie leden, die door voorbeeldige deugd boven anderen uitmunten. Deze drie worden dan aan de geheele congregatie voorgesteld; die de meeste stemmen verkrijgt, wordt benoemd tot prefekt Die minder stemmen verkrijgen, worden te gelijk met twee anderen, even als voren door den Raad aan te wijzen, aan de keuze der congregatie onderworpen. De
17
twee, die de meeste stemmen op zich vereenigen worden naar het getal stemmen tot eersten en tweeden assistent benoemd. De twee anderen zijn rech/ens leden van den raad. De stemmen worden opgenomen door den directeur en den prefekt. De overige raadsleden worden door den Directeur met den prefekt en de assistenten aangewezen, of door de congreganisten met gesloten briefjes bij meerderheid van stemmen gekozen.
De secretaris, schatbewaarder, koster, portier en andere bedienaren worden door den bestuurder met den prefekt en de assistenten benoemd. Alleen de secretaris moer uit de leden van den Raad genomen worden.
Mocht de prefekt, vóór dat de helft van den tijd zijner bediening verstreken is, overlijden, of door een ander toeval belet worden zijn ambt verder uit te oefenen, dan zal de bestuurder een ander in zijne plaats aanstellen. Hetzelfde zal ook geschieden bij andere openvallende bedieningen.
NB. De bijzondere regelen betreffende den prefekt, de assistenten, de raadsleden, enz. worden kortheidshalve achterwege gelaten ; de directeur zal de nieuw gekozen bedienaren nauwkeurig omtrent de verplichtingen van hun ambt inlichten.
§ 4-
AFLATEN.
i.
AFLATEN,
vergund door de Pausen aan de Hoofd-Con-gregatie, opgericht onder den titel van Ma-ria-boodschap, in het Romeinseh Ccllegie, en aan al de Congregatiën, die op dezelfde wijze zijn of lullen wordeti opgericht, mits zij met voornoemde Hoofd-Congregatie wettig veree-nigd zijn :
VOLLE AFLATEN,
welke door alle geloovigen, van beider geslacht, kunnen verdiend worden.
i. Alle leden eener Congregatie en andere geloovigen van beider kunne, die geen leden eener Congregatie zijn, verdienen een vollen aflaat, indien zij met een waar berouw hunne zonden gebiecht en het H. Lichaam des Heeren ontvangen hebben, op den titelfeestdag der Congregatie, te beginnen met de eerste Vespers op den vooravond, tot den zonne-ondergang des feest-dags, de kerk, kapel of bidplaats der Congregatie godvruchtig bezoeken, en aldaar bidden voor het heil en de uitbreiding des
19
Christendoms, voor de uitroeiing der ketterijen, voor den onderlingen en algemeenen vrede der Christenvorsten, en voor het welzijn van den Paus van Rome, of andere gebeden volgens hunne godsvrucht storten.
2. Indien dc Cougregatie een tweeden titel of patroon heeft, wordt er ingeüjks op dezen feestdag een volle aflaat verleend. Zoo de Congregatie dezen titel niet heeft, mag de bestuurder alle jaren, met toelating van den bisschop, een dag naar goedvinden daartoe verkiezen.
3. Deze beide feestdagen mogen ook verzet worden, en dan kan men den bovenge-melden aflaat verdienen op dien dag, waarop de plechtigheid gevierd wordt. In dit geval mag er eene plechtige votiefmis van dit uitgesteld feest worden gehouden, al werd er ook op den vastgestelden dag, in de Kerk een dubbel feest (festum duplex) gevierd.
VOLLE AFLATEN,
welke alleen door de leden en bedienaren der Congregatiën en voor hen, die dezen behulpzaam zijn, kunnen verdiend worden.
4. Alwie op den dag, waarop hij in de Congregatie wordt aangenomen, na met een waar leedwezen gebiecht te hebben,
so
het Allerheiligste Sacrament des Altaars in de kerk der Congregatie of in eene andere kerk zal ontvangen, verdient een vollen aflaat en de kwijtschelding van al zijne zonden.
5. Dezelfde aflaat kan in de ure des doods verdiend worden.
6. De leden eener Congregatie, die met een waar berouw gebiecht hebbende, in dezelfde kerk het H. Lichaam des Heeren nuttigen, kunnen ook een vollen aflaat verdienen op de dagen der Geboorte en der Hemelvaart van O. H. J. Chr. en op de feestdagen der Onbevlekte Ontvangenis, Geboorte, Boodschap en Hemelvaart van Maria.
7. Ook een vollen aflaat eens in de week, op een van de dagen wanneer, volgens de regelen en gebruiken der gemelde Hoofd Congregatie, de bijeenkomsten gewoonlijk gehouden worden, mits zij met een waar berouw gebiecht hebben en tot de H. Tafel genaderd zijn, de kerk of kapel, bidplaats of vergaderplaats hunner eigen Congregatie bezoeken, en aldaar godvruchtig bidden tot de intentie van Z. H. Wanneer nochtans gedurende dezelfde week de leden der Congregatie twee of driemaal vergaderen, zal ieder slechts één van deze dagen naar goedvinden mogen kiezen om den aflaat te verdienen.
21
8. In de Congregatiën wier leden gewoon zijn des avonds of op een ander uur na den middag te vergaderen, kan naar verkiezing, op denzelfden of op den volgenden dag, de volle aflaat vei Jiend worden.
9. De priesters met het bestuur der Congregatie belast, mits zij daartoe van den Bisschop eens voor altijd het verlof gekregen hebben, zoo dikwijls zij de zieke leden of bedienaren der Congregatie bezoeken, hen door geestelijke vermaningen opwekken, hetzij om de ongemakken der ziekte geduldig te verdragen, hetzij om den dood gewillig van de hand des Hee-ren aan te nemen, en hen voor een beeld van den gekruisten Zaligmaker driemaal het Onze Vader en hei Wees gegroet volgens de inzichten van den Paus en van onze Moeder de H. Kerk doen bidden, kunnen aan deze zieken een vollen aflaat toevoegen, op den dag, waarop deze het Allerheiligste Sacrament ontvangen hebben.
10. De volle aflaat, eens in de week vergund, kan tweemael 's jaars door de leden der Congregatie verdiend worden, alhoewel zij de bidplaats hunner Congregatie niet bezoeken, mits zij eene ardere kerk bezoeken, waarin zij het Allerheiligste Sacrament des Altaars ontvangen, na eene
22
algemeene biecht van geheel hun voorgaande leven, of sedert hunne laatste algemeene biecht gesproken te hebben.
11. Te dezer gelegenheid wordt het gebruik der algemeene biecht aangeprezen, gelijk ook de godsvrucht tot de Allerheiligste Maagd Maria bijzonder door de Pausen warm wordt aanbevolen.
Daarenboven wordt aan de leden der Con-gregutie opgelegd, dat zij toch nooit weigeren, zich aan den raad en de hevelen van hunne bijzondere bestuurders met een ijverigen en bereidvaardigen wil ie onderwerken.
AFLATEN VAN ZEVEN JAREN, toegestaan aan voormelde personen, zoo
dikwijls zij een der volgende goede werken verrichten :
12. het lijk van een congreganist of van een anderen geloovigc naar de begraafplaats vergezellen ;
13. door het luiden der klok gewaarschuwd, dat een geloovige in doodstrijd verkeert of sterft, bidden voor de genezing of e2n zaligen dood van dien z.eke, of voor de rust der ziel van dien overledene ;
14. eene openbare of bijzondere godvruchtige bijeenkomst, de goddelijke diensten, geestelijke samensprakin of vermaningen bijwonen ;
28
ij. tegenwoordig zijn bij godsdienstige oefeningen, door de Congregatiën met toestemming van den Bestuurder gehouden, tot lafenis der ziel van een congreganist of van een ander geloovige ;
16. mis hooren op een werkdag ;
17. des avonds, alvorens te gaan slapen, haar geweten zorgvuldig onderzoeken ;
18. arme zieken, hetzij congreganisten of niet, in gasthuizen of andere huizen bezoeken ;
19 De gevangenen bezoeken ;
20. Degenen, die in tweedracht leven, met elkander verzoenen.
VERKLARING.
21. De leden der Congregatiën zullen al deze aflaten kunnen verdienen, overal waar zij zich bevinden, indien zij in de kerk der plaats, waar zij zijn, of elders, zooals zij kunnen, verrichten hetgeen voorgeschreven is om genoemde aflaten te verdienen.
Andere Aflaten.
22. De leden der Congregatiën verdienen al de aflaten, vergund aan de kerkbezoeken te Rome zoo binnen als buiten de stad, mits zij in de Vasten en op andere tijden en dagen, de kerk, kapel of bidplaats der Congregatie, indien er eene is, of an-
24
ders eene andere kerk of kapel der plaats, ge waar zij lijdelijk verblijven, godvruchtig bezoeken, en aldaar zevenmaal het Onze Fa- Al aer en IVees gegroet bidden. ne Aflaten voor de overledenen. tn 23. Al de bovengemelde aflaten kunnen
tot lafenis der zielen aan de overledene ge-loovigen toegevoegd worden.
24. Het altaar van alle Congregatiën is geprivilegieerd voor alle priesters, die er de H. Mis lezen, doch alleen tot lafenis der zielen van overledene congreganisten.
25. Doch ieder priester der congregatie, die de H. Mis leest tot lafenis der ziel van een zijner mede-congreganisten, kan hetzelfde voorrecht genieten, onverschillig aan welk altaar en in welke kerk het ook zij^
Andere voorrechten en gunsten.
26. Alle koningen, prinsen, hertogen en z
graven, die met oppermacht bekleed zijn, t
alsook hunne eigene en aangehuwde verwanten in den eersten en tweeden graad, 1 indien zij gevraagd hebben in eene Congre- lt; gatie ingeschreven te worden, kunnen, hoe- ' wel afwezig, als zij boven vermelde wer- ( ken van godsvrucht verrichten en eene kerk naar gelegenheid en verkiezing bezoeken, de voornoemde aflaten en kwijtscheldin-
35
gen insgelijks verdienen.
27. Aan alle geloovigen, die voor het Allerheiligste Sakrament des Altaars, wanneer het in de bidplaatsen der congregatiën, met toelating van den Bisschop, gedurende drie achtereenvolgende d.igen uitgesteld is, eenigen tijd bidden, en de andere voorgeschreven werken verrichten, worden de aflaten en kwijtscheldingen vergund, welke zij zouden kunnen verdienen, indien zij de kerken bezochten, waarin het Allerheiligste Sacrament gedureiide veertig uren is uitgesteld.
28 Eindelijk, aangezien het t.ikwijls geschiedt, dat de geestelijke oefeningen, die gewoonlijk acht dagen duren, om wettige redenen, op sommige plaatsen, volgens omstandigheden van personen, plaatsen en tijden, geen volle acht, maar slechts vijf, zes of zeven dagen kunnen gehouden worden, zoo worden de aflaten, welke alleen verleend zijn aan degenen, die acht dagen lang de oefeningen bijwonen, ook vergund aan hen, die ze gedurende reven, zes of tert minste vijf achtereenvolgende dagen zullen gehouden hebben.
Gedaan te Rome, ter Secretarie van de H. Congregatie der Aflaten.
Julius Caesar de Somalia,
Secretaris van de H. Congr. der aü.
Plaats f des zegels.
86
2.
AFLATEN,
verleend aan de kruisen, medailjes en rozenkransen, gewijd door den Paus of door degenen, die van hem de macht daartoe ontvangen hebben (D-i. Een volle aflaat op Kersdag, op Driekoningendag, op Paschen, op de Hemelvaart des Heeren, op Pinksteren, op H. Drievuldigheid en H. Sacramentsdag; op de feestdagen der Geboorte, Zuivering, Boodschap en Hemelvaart van de allerheiligste Maagd Maria ; op de feestdagen der Apostelen ; op de geboorte van den H. Joannes Baptista ; op den feestdag van den H. Joseph en op Al'erheiligen.
Om deze aflaten te verdienen moet men /en minsie eens in de week, den rozenkrans of het rozenhoedje bidden, of wel de kerkelijke getijden, of de kleine getijden van Maria, of de getijden der overledenen, of de zeven boetpsalmen, of de trappsalmen, of de gewoonte hebben van anderen in de christelijke leering te onderwijzen, of van de gevangenen of de zieken te bezoeken of
1 |1' In cenige Congrepitiën is het de gewoonte medailjes aan de leden uit te deelen, nadat zij de »kte van toewijding hebben nitgeBprokcn. Daarom heeft men hier dit uittreksel geplaatst.
27
de armen te helpen, of de heilige Mis te hooren, of ze te lezen, als men priester is ; men moet daarenboven op de gestelde dagen te biecht en te Communie gaan, en vijf maal het Onze Vader en Wees gegroet bidden, volgens de inzichten van Z. H. den Paus van Rome. De biecht mag gedaan worden op den dag voor het feest, met de eerste Vespers te beginnen; wat aangaat de personen die de gewoonte hebben van alle acht dagen te biechten, deze zijn niet verplicht in den loop der week nog eens te biechten om den aflaat te verdienen, als zij maar de andere goede werken, die voorgeschreven zijn, verrichten.
2. Op al de andere feestdagen van onzen Heer en van de allerheiligste Maagd Maria, een aflaat van zeven jaren en zeven maal veertig dagen, op voorwaarde dat men dezelfde werken zal verricht hebben.
3. Op al de andere feestdagen en op al de Zondagen van het jaar, een aflaat van vijf jaren en vijfmaal veertig dagen, op dezelfde voorwaarden.
4. Honderd dagen aflaat, eiken keer aat men de hiervoor gemelde werken zal verrichten,
5. Twee honderd dagen eiken, keer dat men gevangenen of zieken zal bezoeken.
6. Honderd dagen, eiken keer dat men
38
zijn geweten onderzoekt, met het voornemen van zich te beteren, en dat men driemaal het Onze Vader en Wees gegroet bidt, ter eere van de allerheiligste Drievuldigheid ; of wel vijfmaal het Onze Vader en Wees gegroet, ter eere van de vijf wonden van onzen Heer.
7. Twee honderd dagen, eiken keer dat men in de kerk catechismus houdt, of zijne kinderen, zijne nabestaanden, of zijne dienstboden in de christelijke leering onderwijst.
8. Honderd dagen, eiken keer dat men op het kleppen der klok 's morgens, 's middags en 's avonds het Angelus zal bidden. Die het Angelus niet kennen, kunnen daaraan voldoen met eenmaal het Onze Vader en Wees gegroet te bidden.
9. Vijftig dagen, eiken keer dat men het Onze Vader en Wees gegroet zal bidden voor degenen d e op sterven liggen.
10. Volle afllaat in het uur des doods. â Er zijn nog vele andere gedeeltelijke aflaten verleend aan de kruisen, medailjes en rozenhoedjes, gewijd door den Paus of door degenen die van hem de macht daartoe ontvangen hebben, als ook aan zekere oefeningen en gebeden bij de geloovigen in gebruik, maar het zoude te lang zijn deze hier aan te halen. Men maant de leden
29
eener Congregatie aan, dat zij 'smorgens een algemeen voornemen maken om ze te verdienen.
Wanneer het rozenhoedje daarenboven gewijd is aan de H. Birgitta, verdient men aan elke koraal, waaraan men bidt, honderd dagen aflaat; en de personen, met wie men het bidt, verdienen van hunnen kant dezelfde aflaten. Bovendien verdient degeen, die alle dagen dit rozenhoedje bidt, gedurende eene maand lang, eenen vollen aflaat, op eenen dag der maand, volgens zijne verkiezing, mits hij biechte en tot de H. Tafel nadere, eene kerk bezoeke, en vijfmaal het Onze Vader en Wees gegroet bid-de, volgens de inzichten van Z H. den Paus van Rome.
Men moet wel wel in acht nemen, dat de aflaat alleen verleend is aan de kruisen, medailjes, enz., ten voordeele van de personen, aan welke zij voor de eerste maal gegeven zijn, of die er het eerst gebruik van maken. Men mag ze dus niet weggeven, of aan anderen leenen, om hen de aflaten te doen verdienen.
Al de aflaten, waarvan wij hier gesproken hebben, kunnen aan de zielen des va-gevuurs worden toegevoegd.
80
3-
Aanmerkingen omtrent de aflaten.
1. De aflaat neemt uit zijnen aard geene zonden weg; hij ontslaat alleen van de tijdelijke straf, die men gewoonlijk voor de zonde schuldig blijft, nadat zij vergeven is.
2. Men moet in staat van genade zijn, niet alleen om eenen vollen of gedeeltelijken aflaat, maar ook om de kwijtschelding der pijnen te verdienen. Zelfs om die te bekomen, welke men voor de dagelijksche zonden schuldig is, moet men daarover berouw hebben; en geene genegenheid voor deze behouden. Daaruit volgt, dat men niet altijd den vollen aflaat volkomen verdient, maar alleen naar evenredigheid der gesteltenis, waarmede men de vereischte voorwaarden volbrengt.
3. Om eenen vollen aflaat te verdienen, moet men gemeenlijk : 1°. te biecht gaan; 20. de H. Communie ontvangen op den dag dat men voornemens is den aflaat te verdienen ; 3quot;. op denzelfden dag, met ij/er eenige gebeden storten voo; don vrede tusschen de christen vorsten, tot uitroeiing der scheuringen en ketterijen, en tot verheffing der heilige Kerk. Het is genoeg zich in het algemeen voor te stellen, te Ridden volgens de inzichten van onzen H,
31
Vader, den Paus van Rome.
4. Om den vollen aflaat in het uur des - doods te verdienen, is het genoeg, met geloof en met een waar leedwezen over zijne zonden, de heilige namen van /esus en van Maria met den mond of met het hart aan te roepen.
N.B. De geloovigen die eenen aflaat voor de zielen des vagevuurs willen verdienen, worden opgewekt de verlossing van eene ziel in het bijzonder voor oogen te hebben, en die ziel bijzonderlijk aan God aan te bevelen. Dit belet niet dat men daarbij verscheidene andere inzichten voegen kan.
§ 5-
Over de aanneming van nieuwe leden in de CONGREGATIE.
âDie in de Congregatie wenscht aange-men te wordenquot;, zoo zegt de Romeinsche Uitgave der Regelen, âbegeve zich tot den âbestuurder en tot den prefect. Wanneer âbeiden genoegzame berichten van hem âzeiven en van anderen hebben .'ngewon-ânen, nopens zijn leeftijd, beroep, deugden âen andere hoedanigheden, dan stelt de âprefekt hem voor aan den raad, opdat âhem het bijwonen der Congregatie tot âproefneming worde toegestaan.quot;
82
De aspirant woont dan de vergaderingen bij, maar heeft geen stem in de kiezingen, en is ook nog niet deelachtig aan de aflaten der Congregatie.
De bestuurder en de prefekt zorgen, dat hij omtrent de regelen, oefeningen en plichten der congreganisten onderricht worde, alsook, dat er over zijn gedrag worde gewaakt gedurende den proeftijd, die ten minste drie maanden zal duren. Daarna zal de raad met den bestuurder aan het hoofd beslissen, wanneer hij onder het getal der leden van de Congregatie zal worden aangenomen, en dit raadsbesluit zal in de vergadering der Congr. worden afgekondigd.
Op den dag der aanneming of opdracht knielt d3 aspirant, eene waskaars in de hand houdende, na den lofzang Veni Creator, voor het beeld van Maria, en spreekt met luider stemma zijne opdracht uit in dezer voege:
Heilige Maria, Moeder Gods en Maagd, ik kies U heden tot mijne Koningin, Beschermster en Voorspreekster ; ik neem het vaste besluit, U nooit te verlaten, nooit iets te zeggen of te doen, dat tegen uwe eer is, of toe te laten, dat zulks door mijne on-derhoorigen gedaan worde. Ik smeek U dan, neem mij voor eeuwig aan als uwen dienaar (dienares); sta mij bij in al mijne werken,
SS
«n verlaat mij niet in het uur mijns doods. Amen. (i)
AKTE VAN TOEWIJDING aan den tweeden patroon der Congregatie.
Heilige N. machtige voorspreker bij God, ik. N. kies u heden voor geheel mijn leven tot bijzonderen Beschermer, leidsman en bestuurder van mijne ziel en van mijn lichaam, van mijne gedachten, woorden en werken, van mijne begeerten en genegenheden, van mijne eer en goederen, van mijn leven en van mijnen dood. Ik neem het vaste besluit uwen naam te verheffen en naar mijn vermogen uwe eer te bevorderen. Ik smeek u dan vuriglijk, neem mij voor eeuwig aan als uwen dienaar (dienares), sta mij bij in al mijne werken en verlaat mij niet in het uur van mijnen dood. Amen.
Daarna zegt de prefekt staande : âTot meerdere eer en glorie van God, tot bevordering van de dienst der allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria, tot geeste-
1 Deze opdracht, gelijk zy hier Blaat, is van oudsher in gebruik geweest; reeds in 1683 had de Bisschop van Antwerpen 40 dagen aflaat daaraan verleend. De Zal, Berchmans was gewoon ze dikwijls te bidden.
84
lijk welzijn en voorspoed van onze Congregatie, neem ik N. uit kracht der pauselijke macht die mij is toevertrouwd, u N. N. aan als lidmaten van onze Congregatie, opgericht te N. onder den titel van
Maria...... en maak u deelachtig aan
alle aflaten, voorrechten en gunsten, welke de H, Stoel aan da Hoofd-Congregatie te Rome gegund heeft.
In eene Congregatie van jonge dochters of vrouwen zegt de Prefekte insgelijks staande het volgende:
Tot meerdere eer en glorie van God, tot bevordering der dienst van de allerheiligste Maagd Maria, tot geestelijk welzijn onzer Congregatie, krachtens de Pauselijke macht aan deze Congregatie verleend, worden N. N. aangenomen onder het getal der kinderen van Maria in onze Congregatie, opgericht te N., onder den
titel van Maria....... en worden zij
deelachtig gemaakt aan alle aflaten, voorrechten en gunsten, welke de H. Stoel aan de Hoofd-Congregatie te Rome heeft verleend.
De bestuurder, het nieuwe lid (de nieuwe leden) der Congregatie zegenende, voegt er bij: In nomine Patris et Filii et Spiritus Sancti. Amen,
86
Alsdan neemt de bestuurder de waskaars uit de hand van het nieuwe lid, en, waar het de gewoonte is, geeft hij hem het gewijde kruis of de medailje der Congregatie zeggende : Accipe signum Congregationis, ad corporis et animas defensiunem, ut di-vinse bonitatis gratia, et ope Marias, Matris tuas, asternam beatitudinem consequi me-rearis. In nomine Patris, et Filii et Spiritus Sancti. Amen ; d. i. Ontvang het onder-scheidingsteeken der Congregatie, ter verdediging van ziel en lichaam, opdat gij door de genade Gods en door aen bijstand van Maria, uwe Moeder, de eenwige zaligheid eenmaal moget verkrijgen. In de i naam des Vaders, enz.
Hij wekt hem eindelijk met korte woorden op, om tot den laatsten oogenblik zijns levens in de dienst van Maria te volharden.
Al de leden der Congregatiën zullen deze opdracht elk jaar te zamen plechtig hernieuwen, op den titel-feestdag van hunne Congregatie.
HOOFDSTUK II.
GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
TEN DIENSTE DER CONGREGATIE.
Dagelijksche gebeden volgens den 6en der algemeene regelen.
DES MORGENS.
Na God voor zijne vele weldaden bedankt te hebben, na zich zeiven en al de werken, woorden, gedachten van den dag aan God te hebben opgedragen, na akte van geloof, hoop en liefde gebeden te hebben en het voornemen te hebben gemaakt zich door den dag bijzonder te wachten voor dit of dat gebrek ; bidt men driemaal het Onze Vader en Wees gegroet, ter eere van de Allerheiligste Drievuldigheid, het ; Ik geloof in Goa den Vader, en de balve Regina, zoo als volgt ;
Wees gegroet. Koningin, Moeder van barmharl igheid.
Ons le ven, onze zoetheid, onze hoop, wees gegroet.
Tot U roepen wij ballingen, kinderen van Eva;
Tot U verzuchten wij, klagende en wec-nende in dit tranen dal.
Welaan dan, onze Voorspreekster, sla
87
uwe barmhartige blikken op ons neder.
En toon ons, na deze ballingschap, de gezegende vrucht uws lichaams, Jesus.
O goedertierene ! o liefdevolle !
O Zoete Maagd Maria !
DE S AVONDS.
Onderzoek van geweten :
Op de volgende wijze ;
1. Zich stellen in de goddelijke tegenwoordigheid en God bedanken voor al zijne weldaden ;
2. De verlichting van den H. Geest vragen ;
3. Onderzoeken wat men dien dag misdaan heeft, door gedachten, woorden en werken, tegen God, tegen zich zeiven en tegen den evenmensch, overdenkende de plaatsen waar men geweest is, de personen met wie men verkeerd, de zaken die men verricht heeft, enz. â Onderzoek u ook over uwe heerschende drift, of over eene deugd die u vooral noodig is, en wier oefening gij u bijzonderlijk hebt voorgenomen;
4. Een oprecht berouw verwekken ;
5. Zijne goede voornemens hernieuwen en de genade vragen, door de voorspraak van Maria, om ze getrouw te volbrengen.
Daarna bidt men ten minste eenmaal het
88
|
Onze Vader en Wees psalm De profundis : De profundis cla-mavi ad te, Domine ! Domine exaudi vo-cem meam. Fiant aures tuas in-tendentes in vocem deprecationis meae. Si iniquitates ob-servaveris, Domine, Domine quis sustine-bit ? Quia apud te pro-pitiatio est, et propter legem tuam sustinui te Domine. Sustinuit anima mea in verbo ejus, speravit anima mea in Domino. A custodia matuti-na usque ad noctem, speret Israël in Domino. Quia apud Domi-num misericordia, eï copiosa apud eum recUmptio. |
gegroet en eens den ;oo als hier volgt : Uit de diepte heb ik geroepen tot U, o Heer! Heer verhoor mijne stem. Wend goedgunstig uwe oorentot destem mijner smeeking. Zoo Gij onze zonden wilt gedenken Heer, wie zal dan voor U bestaan ? Maar bij U is ontferming, en om uwe beloften verlaat ik mij op U, o Heer. Mijne ziel verlaat zich op zijn woord, mijne ziel hoopt op den Heer. Van den ochtendstond tot aan den nacht zal Israël op den Heer hopen. Want bij den Heer is barmhartigheid en bij hem is overvloedige verlossing. |
39
Et ipse redimet Is- En Hij zal Israël rael, ex omnibus ini- verlossen van al zijne quitatibus ejus. ongerechtigheden.
Requiem asternam Heer, geef hun de dona eis Domini: et eeuwige rust. En het lux perpetua luceat eeuwig licht verlich-eis. te hen.
Requiescant in pa- Dat zij rusten in ce. Amen. vrede. Amen.
GEBEDEN die bij de beraadslagingen geschieden.
i. Voor de beraadslagingen.
Kom, Heilige Geest, vervul de harten uwer geloovigen, en ontsteek in hen het vuur uwer liefde. Zend Uwen Geest uit en zij zullen herschapen worden.
En gij zult het aanschijn der aarde vernieuwen.
LAAT ONS BIDDEN.
God, die de Harten der geloovigen door de verlichting des H. Geestes onderwezen hebt, geef, dat wij in dienzelfden Geest de ware wijsheid erlangen, en ons gedurig door Zijne vertroosting verblijden, door Christus Onzen Heer, Amen.
Onze Vader. â Wees gegroet.
H. Maria, zonder vlek ontvangen. Bid voor ons,
40
2. Na de beraadslagingen.
Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, H. Moeder Gods, verstoot onze gebeden niet in onzen nood, maar bevrijd ons altijd van alle gevaren, glorierijke en gezegende Maagd, onze Vrouwe, onze Middelares, onze Voorspreekster, verzoen ons met uwen Zoon, beveel ons aan uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon.
Onze Vader, enz.
Wees gegroet, enz.
GEBEDEN bij de verkiezing.
Voor de verkiezing.
De lofzang âVENI CREATORquot; met het vers en het gebed.
Na de verkiezing.
De Lofzang âTE DECIM.quot;
Pref. of Voorz. T e Deum laudamus, te Dominum confite-mur.
Te aeternum Pa-trem omnis terra ve-neratur.
Tibi omnes angeli,
tibi coeli et universae potestates,
U, o God, loven wij, U, o Heer, prijzen wij.
U, eeuwige Vader, vereert de gansche aarde.
U loven alle Engelen, U alle Hemelen en alle machten,
41
|
Tibi Cherubim et Seraphim incessabili voce proclamant : Sanctus, Sanctus, Sanctus Dominus Deus Sabaoth. Pleni sunt coeh et terra majestatis glorias tuas. Te gloriosus Apos-tolorum chorus, Te Prophetarum laudabilis numerus, Te Matyrum can-didatus laudat exer-citus. Te per orbem terrarum sancta confi-tetur Ecclesia, Patrem immensas Majestatis, Venerandum tuum verum et unicum |
U roepen de Che-rubynen en Seraphy-nen zonder ophouden toe : Heilig, Heilig, Heilig, de Heer God der Heirscha-ren. Hemel en aarde zijn vol van de heerlijkheid uwer Majesteit. U looft het schitterende koor der Apostelen, U prijst de lofwaardige schaar der Profeten, U roemt het luisterrijke heir der Martelaren. U belijdt de H. Kerk over geheel de aarde. Vader der onmetelijke Majesteit, En uwen aanbid-denswaardigen, wa- |
48
|
Filium, Sanctum quoque paraclitum Spiritum. Tu Rex glorias, Christe. Tu Patris sempi-ternus es Filius. Tu ad, liberandum suscepturus hominem, non horruisti Virginis uterum. Tu, devicto mortis aculeo, aperuisti credentibus regna coelorum. Tu ad dexteram Dei sedes, in gloria Patris. Judex crederis esse venturus. (De Priester ge T e ergo quaesu-ren en eenigen Zoon. |
Alsmede den H. Geest, den Trooster. Gij, o Christus, zijt de Koning der glorie. Gij zijt de eeuwige Zoon des Vaders. Gij hebt, toen Gij om ons te verlossen de menschheid aan-naamt, den schoot eener Maagd niet beneden U geacht. Gij hebt, na den prikkel des doods verwonnen te hebben, den geloovigen het hemelrijk geopend. Gij zit aan de rechterhand Gods in de heerlijkheid des Vaders. Wij gelooven dat Gij als Rechter zult komen. iroonlijk alleen.) Daarom bidden |
43
|
mus, tuis famulis subveni, quos preti-oso sanguine rede-misti. Aeterna fac cum Sanctis tuis in gloria numerari. Salvum iac popu-lum tuum, Domine, et benedic hasreditati tuae. Et rege eos, et ex-tolle illos usque in aeternum. Per singulos dies benedicimus te. Et laudamus nomen tuum in saecu-lum et iu sasculum saeculi. Dignare, Domine, die isto sine peccato nos custodire. Miserere nostri, Domine, miserere nostri. |
wij U/kom uwe dienaren te hulp, welke Gij met uw dierbaar bloed hebt verlost. Laat hen allen onder uwe Heiligen in de eeuwige heerlijkheid geteld worden. Maak uw volk zalig, o Heer, en ze; gen uw erfdeel. En bestuur hen en verhef ze tot in eeuwigheid. Eiken dag loven wij U. En wij prijzen uwen naam in eeuwigheid en in de eeuwigheid der eeuwigheden. Gewaardig U, o Heer, ons heden van alle zonden te be; waren. Ontferm U onzer, o Heer, ontferm U onzer. |
44
|
Fiat misericordia tua, Dömine, super nos, quemadmodum speravimus in te. In te, Domine, speravi', non confun-dar in asternum. v. Benedicamas Pa-trem et Filium cum Sancto Spiritu. r. Laudemus et su-perexaltemus eum in sascula. v. Domine exaudi orationem meam. r. Et clamor meus ad te veniat. Dominusvobiscum, Et cum spiritu tuo. Oremus. Deus, cujus miseri-cordice non est numerus, et bonitatis infinitus est thesaurus, piissimas majes- |
Doe uwe barmhartigheid op ons ne-derkomen, o Heer, naarmate wij vertrouwd hebben opU. Op U, o Heer, heb ik gehoopt en in eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden, v. Laat ons den Vader en den Zoon en den H. Geest zegenen. r. Loven en verheffen wij Hem in alle eeuwen. v. Heer verhoor mijn gebed, r. En mijn geroep kome tot U. De Heer zij met u. En met uwen geest. Laat ons bidden. O God, wiens barmhartigheden zonder tal, en wiens genadeschatten onuitputtelijk zijn, wij |
4B
|
tati tuas pro collatis donis gratiasagimus, tuam semper clemen-tiam exorantes, ut qui perpentibus pos-tulata concedis, eos-dem non deserens ad praemia futura disponas. Per Dominum nostrum Jesum Christum Filium tuum, qui tecum vivit et regnat in unitate Spiritus Sancti Deus, per omnia saecula saseulorum Amen. |
brengen dank aan uwe milddadige Majesteit voor de ont-vangene weldaden en wij smeeken tevens, dat Gij, die de biddenden verhoort, ons nimmer verlaten moogt, maar ons tot de eeuwige belooningen wilt voorbereiden. Door onzen Heer Jesus-Christus uwen Zoon, die met u leeft en heerscht in de eenheid van den H. Geest, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen. |
GEBEDEN
BIJ DE
GEWONE VERGADERINGEN.
Voor de onderrichting. LOFZANG.
Veni, Creator Spi- Kom, Schepper, ritus, kom, o heilige Geest!
Mentes tuorum vi- Bezoek ons al van sita, minst tot meest,
A
46
|
Imple superna gratia, Quae tu creasti pec-tora. Qui diceiis paracli-tus, Altissimi donum Dei Fons vivis, ignis, charitas, Et spiritalis unctio. Tu septiformis munere, Digitus paternas ⢠dexteras, Tu rite promis-sum Pa tri s, Sermone ditans guttura. Accende lumen sensibus, Infunde amorem ccrdibus, Infirma nostri corporis, Virtute firmans perpeti. Hostem repellas |
Kom, stort uwe genadekracht, In d'harten door u voortgebracht. Gij zijt de trooster hoog geroemd. Gij wordt de gave Gods genoemd. De levens-bron, de liefde-goed. De zalving van 't oprecht gemoed. Gij zijt aan 's Vaders rechterhand, De vinger, en dat waarde pand, Dat hart en tong zeer rijk begaaft. En met uw zeven gaven laaft. Geef, dat uw licht ons ziel bestraal ! En dat uw liefde in 't harte daal ! En daar zoo zoet en krachtig werkt. Dat al, wat zwak is, wordt versterkt. Verdrijf den vijand |
47
|
longius, Pacemque dones protinus, Ductore sic te prae-vio, Vitemus omne noxium. Per te sciamus da Patrem, Noscamus atque Filium, Teque utriusque Spiritum, Credamus omni tempore. Deo Patri sit gloria, Et Filio, qui a mortuis, Surrexit, ac Para-clito, In saeculorum sas-cuia. Amen. Veni, Sancte Spiritus, reple tuorum corda fidelium, et tui amoris in eis ignem accende. v. Emitte Spiritum |
van ons af, Verleen ons vrede, in plaats van straf. Geleid ons langs de rechte baan. Opdat wij alle kwaad ontgaan. Maak, dat door u ons kenbaar zij. De Vader en de Zoon daarbij. En dat wij u, hun beider Geest, Belijden, dienen onbevreesd. Lef zij den Vader, lof den Zoon, Die door zijn dood den dood verwon. Lof u, gij, die de Trooster zijt. Van nu af tot in eeuwigheid. Amen. Kom, heilige Geest vervul de harten van uwe geloovigen, en ontsteek in hen het vuur uwer liefde, v. Zend uwen Gees^ |
48
|
tuum et creabuntur. r. Et renovabis fa-ciem terrae. Oremus. Deus, qui corda fi-delium Sancti Spiritus illustratione do-cuisti, da nobis in eodem Spiritu recta sapere, et de ejus semper consolatione gaudere. Per Domi-num nostrum Jesum Christum, Filium tuum, qui tecum vivit et regnat in unitate ejusdem Spiritus Sancti Deus, per omnia saecula saeculo-um. Amen. |
en zij zullen herboren worden. r. En gij zult het aanschijn der aarde vernieuwen. Gebed. God, die de harten der geloovigen door de verlichting van den H. Geest hebt onderwezen, geef ons, dat wij in den-zelfden Geest de ware wijsheid erlangen, en ons altijd door zijne vertroosting verblijden. D. C. O. H. |
49
ANTIPH ONEN
der
H. MAAGD.
In den Advent.
Alma redemptoris mater, p. Verheven Moeder des Verlossers, die voor ons eene opene poort des hemels en eene sterre der zee blijft,
a. Kom uw volk, dat bezwijkt en wenscht op te staan, te hulp,
p. Gij, die tot verbazing der natuur uwen heiligen Schepper hebt gebaard, Maagd te voren en Maagd daarna,
a. Gij, die uit Gabriels mond dien won-dervollen gro^t mocht hooren, ontferm U over de zondaren.
|
v. Angelus Domini nuntiavit Marias. r. Et concepit de Spiritu Sancto. Oremus. Grstiam tuam, quaesumus, Domine mentibus nostris in-funde, ut qui, Ange-Iq nuntiante, Christi p. De Engel des Heeren heeft aan Maria geboodschapt. |
a. En zij heett ontvangen van den H. Geest. Laat ons bidden. Wij bidden U, o Heer! stort uwe genade uit in onze harten, opdat wij, die door de boodschap |
60
des Engels de menschwording van Christus uwen Zoon gekend hebben, door zijn kruis en lijden tot de glorie der verrijzenis mogen gebracht worden. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.
Van Kersavond tot Lichtmis.
Dezelfde antiphone, maar het vers en gebed te veranderen, als volgt:
v. Post partum Vir- p. Na het baren zijt
gij ongeschondene Maagd gebleven.
a. Moeder van God, wees onze voorspraak.
Laat ons bidden.
God, die door de vruchtbare maagdelijkheid der heilige Maria aan het men-schelijk geslacht den prijs voor het eeuwige heil hebt VQr-
go inviolata perman-sisti.
r. Dei genitrix, intercede pro nobis,
Oremus.
Deus, qui salutis aeternas beatae Marjas virginitate fecunda humano generi pras-mia prasstitisti, tri-bue qua2sumus, ut ipsam pro nobis in-
Filii tui incarnatio-nem cognovimus, per passionem ejus et crucem ad resur-rectionis gloriam perducamur. Per eumdem Christum Dominum nostrum. Amen.
61
leend, wij bidden U, geef ons dat wij de voorbede van Haar
mogen gevoelen, door Wie wij den oorsprong des levens hebben mogen ontvangen, onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon. Amen.
Van Maria-Lichtmis tot Witten Donderdag.
Ave, Regina coelorum,
p. Wees gegroet, Koningin der hemelen, wees gegroet. Vorstin der engelen.
a. Wees gegroet, gij heilige stam, gegroet, gij hemelpoort, waaruit voor de wereld het licht is verschenen.
p. Verblijd U, glorierijke Maagd, die schoon zijt boven allen.
a. Wees gegroet, o wonderschoone, en bid Christus voor ons.
v. Dignare me lau- v. Gedoog dat ik U te, virgo sa- love, heilige Maagd.
a. Geef mij sterkte tegen uwe vijanden.
dare crata
r. Da mihi virtu-tem contra hostes tuos.
tercedere sentiamus, per quam meruimus auctorem vitas susci-pere, Dominum nostrum Jesutn Christum, Filium tuum, Amen.
TWEE 8MEEEZAN0EN OM DEN TREDE TOT ONZE LIEVE VROUW IN 'T ZAND.
I.
(Wjjze; Lieve Moeder van den Heer.)
Hulp der Christnen, Sterke Vrouw, Zie der wereld biltre nooden. Koninkrijken diep in rouw.
Om de broeders die zich dooden:
Smeek den Vrede â uit Gods Hand ).. Onze Lieve Vrouw in 't Zand. )
Doof den brand van wrok en haat. Die de volkren kwam verdeelen; En waar 'slieeren roede slaat Wil daar met uw balsem heelen:
Smeek den Vrede â uit Gods Hand Onze Lieve Vrouw in 't Zand. \
Hoor 't geschrei van 't Moederhart, Wreed getroffen in zijn zonen;
Troost der kindren bittre smart.
Die nu zonder vader wonen;
Smeek den Vrede â uit Gods Hand ) hi Onze Lieve Vrouw in 't Zand. ]
Weer van Neerlands dierbren grond 't Woest geweld der krijgsgevaren; Sla in 't moederhart geen wond.
Wil de huisgezinnen sparen:
Smeek den Vrede â uit Gods Hand ) . ⢠Onze Lieve Vrouw in 't Zand. (
II.
(Wyze: O (Jy, mgn schoone hope.)
(Langzaam gedragen.)
In deze sombre tijden Van bloedig oorlogsleed,
Nu 't hart, vol kwellend lijden,
Bij U slechts uitkomst weet.
Klinkt dringend onze bede;
Strek uit Uw macht'ge Hand,
Geef ons van God den Vrede O Lieve Vrouw in 't Zand.
Gij kent der wereld nooden En 't zwaard der moedersmart. Zie, hoe zich broeders dooden Met haat en wrok in 't hart;
O, zij 't genoeg geleden:
Strek uit Uw macht'ge Hand,
Geef ons van God den Vrede O Lieve Vrouw in 't Zand.
Ach weer toch die gevaren Van Neerlands dierbren grond. Dat God zijn zonen spare.
Geen Moederhart er wond'.
Ja, zij de strijd volstreden:
Strek uit Uw macht'ge Hand,
Geef ons van God den Vrede O Lieve Vrouw in 't Zand,
X THEUNEN', C. Ss. R. ad hoc delegatus. Ruraemundae, 10 Junii 1915.
Qedrukt bij J. J. Romen amp; Zonen, Roermond.
63
Oremus.
Concede, miseri-cors Deus, fragilitati nostras prsesidium, ut qui sanctaj Dei Ge-nitricis niemoriam agimus, intercessio-nis ejus auxilio a nostris iniquitatibus
resurgamus. Per eumdem Christum Dominum nostrum.
Amen.
Van Paaschavond tot aan H. Drievuldigheids-Zondag.
Fegina cosli.
p. Verblijd U, Koningin des hemels, Allel. a. Want Hij, dien Gij hebt mogen dragen,
Alleluja.
p. Is verrezen, gelijk Hij voorzegd had.
Alleluja. a. Bid God voor ons, Alleluja.
Laat ons bidden.
Barmhartige God, â wil onze zwakheid ondersteunen, opdat wij, die'de gedachtenis der heilige Moeder Gods vieren, door den bijstand van hare voorbede uit onze zonden mogen opstaan. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.
v. Gaude et laetare, , v. Verheug en ver-
Virgo Maria, alleluja.
r. Quia surrexit Dominus vere, alleluja.
blijd U, Maagd Maria, alleluja. a. Want de Heer is waarlijk verrezen, alleluja.
m
63
|
Oremus. Deus, qui per re-surrectionem Filii tui, Domini nostri Jesu Christi mun-dum laetificare digna-tus es, prassta quas-sumus, ut per ejus Genitricem Virginem Mariam, perpetuag capiamus gaudia vitas. Per eumdem Christum Dominum nostrum. Amen. |
Laat ons bidden. God, die door de verrijzenis van uwen Zoon, onzen Heer Jesus Christus, U ge-waardigd hebt de wereld te verblijden ; geef, bidden wij D, dat wij door zijne Moeder, de Maagd Maria, de vreugd van het eeuwige leven mogen erlangen. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen. |
Van H. Drievuldigheids-Zondag tot den Advent.
Salve Regina.
p. Wees gegroet. Koningin. Moeder van barmhartigheid,
a. Ons leven, onze zoetheid, onze hoop, wees gegroet,
p. Tot U roepen wij, ballingen, kinderen van Eva,
a. Tot U, verzuchten wij, klagende en weenende in dit tranendal.
p. Welaan dan, onze Voorspreekster, sla
|
pro sancta Dei Genitrix. R. Ut digni efficia-mur promissionibus Christi. Oremus. Omnipotens sem-piterne Deus, qui gloriosas Virginis Matris Mariae corpus et animam, ut di-gnum Filii tui habi-taculum effici mere-retur, Spiritu Sancto cooperante, praspa-rasti; da ut cujus comniemorationela2-tamur ejus pia*inter-cessione ab instan-tibus malis et a mor-te perpetua libere-mur. Per eumdem Christum Dominum |
Moeder Gods. a. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus. Laat ons bidden. Almachtige eeuwige God, die door de medewerking van den H. Geest, het Lichaam en de ziel der glorierijke Moedermaagd Maria tot eene waardige woonplaats van uwen zoon hebt bereid ; geef dat wij, die ons in hare gedachtenis verblijden, door hare liefderijke voorbede van alle toekomstig kwaad en van den eeuwigen dood mo- u uwe zoo barmhartige blikken op ons neder, a. En toon ons, na deze ballingschap, de gezegende vrucht uws lichaams, Jesus. p. ü goedertierene, o liefdevolle ! a. O zoete Maagd Maria. v. Ora pro nobis v. Bid voor ons, H. |
SS
nostrum. Amen.
gen bevrijd worden. Door denzelfden Christus onzen Heer-Amen.
NA DE ONDERRICHTING. LITANIE
VAN DE
HEILIGE MAAGD MARIA.
|
(300 dage Kyrie, eleïson. Chrisle, eleïson. Kyrie, eleïson. Christe, audi nos. Christc, exaudi nos. Pater de coelis, Deus, miserere nobis. Fili, Redemptor mundi Deus, miserere nobis. Spiritus Sancte Deus, miserere nobis. Sancta T rinitas, unus Deus, miserere nobis. Sancta Maria, ora pro nobis. Sancta Dei Genitrix, ora pro nobis. |
n aflaat.) Heer, ontf. U onzer-Christ, ontf. U onzer-Heer, cntf. U onzer-Christus, hoor ons. Christus, verh. ons. God, Hemelsche Vader, ontf. U onzer. God Zoon Verlosser der wereld, ontf. U onzer. God H. Geest, ontf. U onzer. Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. Heilige Maria, bid voor ons. HeiligeMoederGods, bid voor ons. |
56
|
Sancta Virgo virgi-num, ora pro nob. Mater Christi, ora pro nobis. Mater divinae gratiae, ora pro nobis. Mater purissima, o Mater ^ astissima, ^ Mater inviolata, -o ' gt;-} Mater intemerata, o Mater amabilis, 3 Mater admirabilis, er-Mater Creatoris, ? Mater Salvatoris, Virgo prudentissima, Virgo veneranda, Virgo prasdicanda, Virgo potens, Virgo clemens, Virgo fidelis, Speculum justitias, Sedes sapientiae, Causa nostra Isetitas, Vas spirituale, Vas honorabile, Vas insigne devoti- |
Heilige Maagd der maagden, ^ Moeder van Chris- o tus, ° Moeder der god- o delijke genade, S Allerreinste Moeder, Allerzuiverste Moed. Ongeschond. Moed. Onbevlekte Moeder, Minnelijke Moeder, Wonderlijke Moed. Moed. des Scheppers Moeder des Zaligmakers, Allervoorz. Maagd, Eerwaardige Maagd, Lofwaardige Maagd, Machtige Maagd, Goedertier. Maagd, Getrouwe Maagd, Spiegel der rechtvaardigheid. Stoel der wijsheid. Oorzaak onzer blijdschap. Geestelijk vat, Eerwaardig vat. Uitmuntend vat van |
57
|
onis, Rosa mystica, Turris bavidica, Turns eburnea, Domus aurea, o Foederis area, 3 Janua coeli, quot;a Stella matutina, 0 Salus infirmorum, a gt; r\ Refugium pecca- ? torum, Consolatrix afflic- lorum, Auxilium christia- norum, Regina Angelo- rum, Regina Patriarcha- rum, Regina Propheta-rum, Regina Apostolo- rum, Regina Martyrum, Regina Confesso- rum, Regina Virginum, |
godsvrucht, Geestelijke roos, Toren van Devid, Ivoren toren. Gulden huis, Ark des verbonds, ^ Deur des hemels, o Morgenster, ° Behoudenis der o kranken, CO Toevlucht der zondaren. Troosteres der bedrukten, Hulp der christenen, Koningin der Engelen, Koningin der Oudvaders, Koningin der Profeten, Koningin der A- postelen. Koningin der Martelaren, Koningin der Belijders, Koningin der |
58
|
Regina Sancto- o rum omnium, 3 Regina sine labco originali con- o cepta, a Regina Sanctissi-mi Rosarii, ? Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, paree nobis, Domine. Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, ex-audi nos, Domine. Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, miserere nobis. Christe, audi nos. Christe, exaudi nos. Kyrie, eleïson. Christe, eleïson. Kyrie, eleïson. Onze Vader enz. v. En leid ons niet a. Maar verlos ons |
Maagden, Koningin van alle ^ Heiligen, Koningin zonder lt;⢠erfsmet ontvan-o gen) . o Koningin van den d Allerheiligsten ⢠Rozenkrans, Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer. Christus, hoor ons. Christus, verh. ons Heer, ontf. U onzer. Christ, ontf. U onz. Heer, ontf. U onzer. in bekoring. van den kwade. |
69
v. Wees uwe vergadering indachtig. a. Welke gij van het begin af hebt bezeten.
v. Laat ons bidden voor onze weldoeners. a. Heer, gewaardig U allen, die ons om Uwen naam goed doen, met het eeuwige leven te beloonen. Amen.
v. Laat ons bidden voor de overledene
geloovigen.
a. Heer, geef hun de eeuwige rust en het eeuwige licht verlichte hen.
Iv. Dat zij rusten in vrede.v. Dat zij rusten in vrede.
a. Amen.
v. Bidden wij voor onze afwezige medebroeders (medezusters).
a. Mijn God, maak uwe dienaren (dienaressen) zalig, die op U hopen.
v. Heer, zend hun (haar) bijstand uit de
heilige plaats.
a. En bescherm hen (haar) uit Sion. v. Heer, verhoor mijn gebed.
a. En mijn geroep kome tot U.
LAAT ONS BIDDEN. Wij bidden U, o Heer, door de voorspraak van de Gelukzalige Maria altijd Maagd, bescherm deze vergadering van allen tegenspoed, en wil haar, die zich met het volste vertrouwen voor U nederwerpt, goeaertieren tegen alle lagen des vijandg
60
beveiligen. Door onzen Heer Jesus-Chris-tus Uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes in alle eeuwen der eeuwen Amen.
Ter eere van den H. Joseph.
v. Bid voor ons, H. Joseph.
A. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
LAAT ONS BIDDEN.
God, d:e door eene onuitsprekelijke voorzienigheid den H. Joseph tot Bruidegom Uwer allerheiligste Moeder hebt willen verkiezen, geef bidden wij U, dat wij hem, dien wij op aarde als beschermer vereeren, als voorspreker mogen hebben in den hemel ! Gij die leeft en heerscht in eeuwigheid. Amen.
Ter eere van den patroon der maand.
v. Bid voor ons H. N.
r. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
LAAT ONS BIDDEN.
O God, die ons elke maand een der Hemelingen tot Patroon aanwijst, geef dooide voorspraak van den H. N. dien Wij door uwe goedheid tot Patroon dezer maand hebben ontvangen, dat Wij en^ al
61
onze bloedverwanten, vrienden en vijanden, de kracht uwer genade gevoelen, en dat, wij gewapend met den bijstand dezer genade, de deugden mogen beoefenen, welke hij ons door zijn voorbeeld heeft geleerd. D. C. O. H. Amen.
Voor den Paus.
p. Laat ons bidden voor onzen Paus N. a. De Heer spare Hem, behoude Hem in het leven, make hem gelukzalig op aarde, en levere hem niet over aan den wil zijner vijanden.
p. Almachtige en eeuwige God, ontferm U over Uwen dienaar onzen Paus N. en leid hem naar Uw goedertierenheid op den weg der eeuwigen levens, opdat hij door Uwe gunst verlange, netgeen U behaagt en hetzelve met alle kracht vol-brenge. D. C. O. H. Amen
Gebeden voor de Overledenen.
Voor vader en moeder.
O God, die ons geboden hebt vader en moeder te eeren, ontferm U genadig over de zielen van mijnen vader en mijne moeder, vergeef hun hunne zonden, en maak dat ik hen in de vreugde van het eeuwig leven aanschouwen mag. Door Christus onzen Heer. Amen.
Voor vrienden en weldoeners.
O God, schenker der vergeving en minnaar van 's menschen heil, wij bidden uwe goedheid, dat Gij de broeders, aanverwanten en weldoeners van deze vereeniging, die uit deze wereld zijn gescheiden, door de voorbede der allerheiligste Maria, altijd Maagd, en van alle Heiligen, aan de gemeenschap der eeuwige zaligheid deelachtig wilt maken. Door Christus onzen Heer. Amen.
Voor alle geloovige zielen.
O God, Schepper en Verlosser aller ge-loovigen, schenk aan de zielen uwer dienaren en dienaressen vergiffenis van alle hunne zonden, opdat zij de genadige kwijtschelding, waarnaar zij altijd verlangd hebban, door onze godvruchtige gebeden mogen verwerven. Gij die leeft en regeert. God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
Gebeden voor Zieken.
Voor éénen of meerdere zieken.
Almachtige, eeuwige God, altijddurende zaligheid der geloovigen, wij smeeken U om den bijstand uwer barmhartigheid voor uwen dienaar, (dienares, dienaren, dienaressen) die ziek is (zijn), verhoor onze geb?-
63
den, opdat hij (zij) in gezondheid hersteld, U in de H. Kerk zijne (hare, hunne) dankbaarheid bewijze (bewijzen). Door Christus onzen Heer. Amen.
Voor een zieke die op het uiterste ligt.
Almachtige en barmhartige God, die aan het menschelijk geslacht de middelen van zaligheid en de gaven van het eeuwig leven geschonken hebt, wend uwe genadige blikken naar uwen dienaar (dienares), die met ziekte overvallen ligt, en verkwik wederom eene ziel, die Gij geschapen hebt, opdat zij in de ure des daods verdiene zonder smet van zonden, aan U, haren Schepper, door de handen der engelen te worden voorgesteld. Door Christus onzen Heer. Amen.
Daarna bidt men vijfmaal het Onze Vader en het Wees gegroet, volgens de meening der H. Kerk, om den vollen aflaat te verdienen.
p. De Goddelijke hulp verblijve altijd met ons.
a. Amen.
64
ANDERE OEFENINGEN
VOOR DE
Broeders en Zusters der Congregatie.
GEBEDEN
ONDER DE
H. MIS.
Volgens de gelukzalige Margaretha Maria Alacoque, Bij het begin der 11. Mis.
Ik geloof mijn God, dat Gij hier tegenwoordig zijt met dezelfde macht, waarmede Gij in den hemel troont ; ik aanbid U met alle Engelen en alle Zaligen. Ik erken en belijd, dat Gij mijn God zijt, mijn eerste begin en laatste doel. O heilige, verhevene en aanbiddelijke Drievuldigheid, ik werp mij voor uwe grootheid op mijn knieën om U vergiffenis te vragen voor al mijne ongetrouwheden, lauwheid en lafhartigheid; voor het misbruik, dat ik van uwe heilige genadegaven heb gemaakt, voor de weinige vruchten, die ik uit de H. Sacramenten heb getrokken en voor alle zonden, die ik in mijn leven heb bedreven, waarover ik thans met geheel mijn hart berouw gevoel uit liefde tot U, o mijn God, dien ik duizendmaal meer bemin dan mijn leven, hetgeen ik veel liever zou willen verliezen dan U
66
te beleedigen Ik smeek U door de einde-looze verdiensten van dilH. offer der Mis mij vergiffenis te schenken en de genade veeleer te sterven dan U te mishagen.
Daarna bad de Gelukzalige :
Ik belijd aan God almachtig, aan den H. Michaël aartsengel, den H. Joannes den Dooper, de H. Apostelen Petrus en Paulus en alle Heiligen, dat ik zeer gezondigd heb door gedachte, woord en werk ; door mijne schuld, door mijne schuld, door mijne allergrootste schuld. Daarom smeek ik de H. Maria altijd Maagd, den H. Michaël aartsengel, den H. Joannes den Dooper, de H. Apostelen Petrus en Paulus en alle Heiligen voor mij tot den Heer onzen God te bidden.
De almachtige God hebbe medelijden met mij en geleide mij, na mijne zonden vergeven te hebben, ten eeuwigen leven. Amen.
Zn het kruisteeken makend, zegt men ;
De almachtige en barmhartige God schen-ke mij in zijne goedertierendheid de vrijspraak en vergiffenis van al mijne zonden. Amen.
Mijn God ik draag U de oneindige verdiensten van dit offer des Lichaams en
6«
Bloeds mijns Zaligmakers op, tot voldoening voor mijne zonden en om U de voltooiing uwer genade te vragen alsmede de vervulling uwer heilige begeerten, de volharding in goede werken, de versterving van mijn eigen wil, een levendig geloof, eene brandende liefde, een vast vertrouwen, een gelukkig sterfuur en een oprecht berouw bij het einde mijns levens. Ik oifer het U bovendien op, mijn God, voor de verheffing der H. Kerk, voor onzen H. Vader den Paus, voor mijne wereldlijke overheid, voor alle christen vorsten; voor de bekeering onzer dwalende broeders en zusters, voor alle behoeften mijner bloedverwanten en vrienden ; voor alle geestelijken en priesters en bijzonder voor deze gemeente en hare zielzorgers, U smeekende te willen voorzien in al onze geestelijke, lichamelijke en tijdelijke behoeften. Geef ons, o mijn God, den waren geest der liefde en der nederigheid.
Ik vraag U de bekeering der ongeloovi-gen en zondaren, de uitroeiing der ketterijen, de bevrijding der zielen in het Vagevuur ; troost voor allen, die in droefheid en in ellende verkeeren. Ik beveel U de stervenden aan en eindelijk vereenig ik mij met alle bedoelingen, welke Gij gehad hebt
67
bij het instellen van dit Heiligste Sacrament, U smeekende de verdiensten van alle H. Offers, die heden door de H. Kerk worden opgedragen, op al mijne meeningen te willen toepassen. Ik wensch, dat uw wil vervuld worde in al deze vragen en dat uwe genade daarin worde voltooid.
Bij het Evangelie.
Hier had de gelukzalige Margaretha de door haar kloosterregel voorgeschreven gebeden; daarom zal men gevoeglijk het volgende kannen bidden:
Niet tevreden, o Heer, mijn Zaligmaker en Verlosser te zijn, hebt Gij nog voor mij de weg, de waarheid en het leven willen wezen. Door uw voorbeeld en uwe lessen, door uw H. Evangelie wilt Gij mij den waren weg wijzen en een levensregel geven, die mij zeker leidt naar mijn eenig doel. Van harte dank ik U daarvoor, o God. Voeg bij zooveel goedheid, ik smeek het U, nog meer genade, en vorm mijn hart tot de trouwe vervulling uwer geboden. Dat de wet des Evangelies de regel worde mijner gedachten, woorden en werken, mijn levensgids; geef, dat ik leere mij zeiven te verloochenen, mijn kriiis met moed en blijdschap op te nemen en het pad te bewandelen, waarop gij mij zijt voorgegaan op aarde, het pad van lijden, van verne-
68
dering, van offer en van strijd. Geef mij geduld in tegenspoed, onderwerping in alles, wat Gij voor mij beschikt, geef mij de genade nimmer te vergeten, dat het kruis het zinnebeeld is en blijft der vereeniging van onze arme harten met uw rijk aanbiddelijk H. Hart.
Ik geloof, o God, alle waarheden, die uwe Openbaring mij leert en uwe H. Kerk mij te gelooven voorstelt. Kan ook mijn verstand niet doordringen tot de diepte der geheimen, ik breng het blij ten offer aan uw goddelijk gezag, aan uw onfeilbaar woord. Mijn geest aanbidt met eerbied, wat mijn verstand niet kan omvatten, mijn hart verlustigt zich in uwe geheimen, die ondanks het heilig donker, waarin zij schuilen. toch bronnen zijn van troost en hoop, van liefde en onuitsprekelijke bemoediging.
Doch, goede God, wat baat mij het geloof, het vasthouden aan uwe leering, als mijn werken daarmede strijden, als mijn gedrag niet strookt met uwe wetten? Wat is gelooven zonder doen ? Wat katholiek te heeten en niet katholiek te leven ? â Dat is spotten met uw goedheid, o Heer, die mij boven anderen tot het eenig waar geloof hebt uitveriioren ; het is mij schuldig maken, veel meer dan anderen, die
69
niet zooveel genade en gunsten van U ontvingen. Het is schatten van toorn opstapelen voor den dag der wrake, waarop ik rekenschap aan ü, rechtvaardige Rechter, zal moeten geven. O goede God, wil mij daarvoor bewaren, neen, ik wil niet slechts katholiek, niet slechts deugdzaam heeten, maar het ook zijn in mijn gedachten en woorden, in mijn wenschen en in mijn daden. Daarom smeek ik U, goede God, mij met uw genade te ondersteunen, mij te leeren en te helpen, mij zei ven te overwinnen, allen weerzin, alle beletselen, welke ik in de beoefening der deugd moge ondervinden met moed te boven tc komen. Help mij door uwe hulp en kracht, over mijn zwakke natuur, over mijn bedorven hart, oquot;er alle moeilijkheden in de beoefening van uw Evangelie te zegepralen.
Bij den Credo.
Wanneer de gelukzalige Margarctha Maria, onder de H. Mis ter H. Communie naderde, begon zij hier hare voorbereiding, wat men m hetzeltde geval eveneens kan doen. Ging zij niet ter H. IWl dan koos zij het een of audèr geheim vau des Heeren Lijden, waarover zij ia itiltiü'godvrueliiig nadacht tot aan den Sauctus. Ook dit voorbeeld zal men met voordeel kuuueu volgen.
, Zij overdacht des Zondags het gebed van Christus in den Hof van Olijven.
70
Des Maandags het verraad van Judas en de gevangenneming door de Joden, des Dinsdags de geeseling. des Woensdags de kroning met doornen, des Donderdags de kruisdraging, des Vrijdags de Kruisiging, des Zaterdags het lijden der H. Maagd bij den voet des Kruises.
Bij den Sanctus.
Mijn God, ik offer U in dit H. Misoffer, al de oneindige verdiensten des lijdens on-zes Heeren Jesus Christus op ten heile van alle schepselen, tot vergiffenis van al mijne zonden en der geheele wereld, tot eere der H. Onbevlekte Maagd en Moeder Maria, tot verheerlijking en vreugde van al uw Heiligen en tot verlichting der zielen in het Vagevuur.
Bij de Opheffing der H. Hostie.
Ik aanbid ü, mijn Zaligmaker, in een geest van waarachtige nedeiigheid en draag U door bemiddeling des Priesters aan God uwen Hemelschen Vader op tot boeting van mijne en aller menschen zonden.
Bij de opheffing van den Kelk,
O, kostbaar Bloed, stort U uit over mijne ziel, om haar te heiligen en dat de liefde,
71
die U, goddelijke Verlosser, bewoog het voor onze zaligheid te vergieten, mijn hart ontsteke, om het te zuiveren.
Goede lesus, ik vereenig mijne ziel met de uwe, mijn hart en geest met uw goddelijk Hart, met uwen heiligen Geest, mijn leven met uw leven, met uwe bedoelingen de mijne ; en zoo vereenigd bied ik mij uwen hemelschen Vader aan.
Eeuwige Vader, neem mij aan om de verdiensten van Uwen goddelijken Zoon, dien ik u met den Priester en geheel de H. Kerk opoffer. Zie mij niet meer dan als verborgen in Jesus Wonden, besproeid met zijn Bloed en bekleed met zijn verdiensten. Zoo stel ik mij voor uw aanschijn, opdat Gij mij niet verwerpet, maar met vaderlijke goedheid mij sluit in uwe armen en mij de genade des heils moogt verleenen. Mijn God, ik zeg U dank voor al uwe weldaden, voor uwen dood en voor uw lijden, voor de instelling uwer H. Sacramenten, bijzonder van het allerheiligste Sacrament des Altaars.
Daarna bad de Gelukzalige één Onze Vader en zeide dan:
Eeuwige Vader, ik offer U mijn verstand, opdat het niets leere kennen dan U ; Goede Jesus, ik offer U mijn geheugen, opdat 't
73
zich slechts uwer herinnere. Liefdevolle H, Geest, ik offer U mijnen wil, opdat Gij dien ten goede wekket en met uwe goddelijke liefde ontsteket. Versier mijne ziel met uw zeven gaven en maak mij tot uwen zuiveren tempel. Vervul mij met uwe genade en bereid mijn hart voor om op geestelijke wijze mijnen God te ontvangen.
Goddelijke Jesus, dewijl mijne zonden mij onwaardig maken U werkelijk in mijn hart te ontvangen, ach neem mij op in uw hart en vereen;g mij zoo volmaakt met U, dat niets in staat zij mij een enkel oogen-blik van U te scheiden. Dompel mijne ellende en nietigheid neder in de diepte uwer Majesteit en barmnartigheden en herschep mij geheel in U, opdat ik niet meer leve tenzij door U, in U en uit liefde tot U. Kom dan, Gij eenige, die mijn hart bevredigen kunt, neem bezit van dit hart, dat U geheel toebehoort en geen oogen-blik zonder U kan doorbrengen.
Hartelijken dank zeg ik U, dewijl Gij U op geestelijke wijze aan mij hebt geschonken. Ik geef mij ook geheel aan à zonder voorbehoud, opdat Gij over mij beschikket naar uw goddelijk welbehagen. Verdelg in mij den geest van eigenliefde; verneder in mij alles, wat zich trots;h verheft en ver-
73
nietig in mij alles, wat u weerstand durft bieden.
Hierna hernieuwde de Gelukzalige hare geloften, wat men eveneens zal kunnen navolgen door zijne goede Toornemens te heruienwen.
Sluitgebed.
Uw heilig offer is voltooid o Heer, wederom heeft het vlekkelooze Lam, dat de wereld redde, de geheimen van Calvarie hernieuwd ; wederom heeft Jesus' kostbaar Bloed voor mij en voor alle menschen om genade en ontferming gesmeekt bij Gcd, zijn hemelschen Vader. Goede Jesus, gij hebt mijne zaak, mijn heil bepleit.
Wat zijt Gij goed, o Heer, wat zijt Gij toch oneindig góed ; waarom mij boven zooveel anderen uitverkoren om tegenwoordig te zijn bij uw heilig offer â mij een zondaar, een ondankbare â den minste en onwaardigste cnder uwe kinderen. Wat zijt Gij onbegrijpelijk goed, o Heer, ik dank U duizendmaal ; ik vraag U vergiffenis voor alle oneerbiedigheid en verstrooiing, waaraan ik mij wellicht in uwe heilige tegenwoordigheid heb schuldig gemaakt. Vergeef het mij, o goede Jesus, en maak mij ter wille uwer barmhartigheid deelgenoot van alle genaden, aflaten en verdiensten aan het bijwonen van Uw hei-
74
lig Offer verbonden.
En Gij, o Vader, verhoor de stem van Jesus, uwen Zoon, zegen mij ter wille van dit heilig Offer, zegen allen, die mij dierbaar zijn. Regel mijn gedachten, bestuur mijne woorden, regel en bestuur van daag, o God, al mijne daden. Dat de kracht van dit heilig Misoffer zich doe gevoelen in alles, wat ik heden doen zal, opdat alles strekke tot uwe eer, tot mijne eeuwige zaligheid en dat uw zegen mij en ons allen een onderpand zij van uwe genade en van uwen bijstand in het uur van onzen dood. Amen.
GEBEDEN BIJ HET ONTVANGEN
VAN HET
H. SACRAMENT DER BIECHT.
Mijn God, gij weet, waarom ik heden neerkniel in uwen tempel. Ik ben een arm zondaar, e.i Gij hebt mij geroepen ais de Vader van den verloren Zoon, om der zonde vaarwel te zeggen en tot U weer te keeren. Zoo is de eerste reden, waarom ik hier voer U nederkniel, eene goede ingeving van U, eene genade, o God, waarvoor ik U dank betuig. Ik heb die niet verdiend, mijne ondankbaarheden, mijn miskenningen, mijne overtredingen van
76
uwen wil en wetten zijn zonder tal, en dit alles, o God, als antwoord op zooveel liefdegaven, die ik van U ontving, op zooveel geduld, waarmede Gij mij hebt verdragen, op zooveel ontferming, waardoor Gij mij zoo dikwijls vergiffenis hebt geschonken, en nu nogmaals tot U roept. O Vader, Ik ben niet waardig meer uw kind genoemd te worden, doch neem mij aan als een der minsten uwer dienaren en wil mij in de eindelooze liefde van uw goddelijk Hart nogmaals rein wasschen in uw kostbaar Bloed en mij met het kleed der onschuld versieren, mij met uw vriendschap, uwe liefde en verdiensten begiftigen.
Verlicht mijn verstand, O God, zend het licht des H. Geestes op mij neder, opdat ik erkenne en inzie waardoor, hoe dikwerf, en hoe zwaar ik U beleedigd heb; opdat mijn hart getroffen worde, zoodat het onderzoek van mijn geweten mi| reeds een hulpmiddel zij, mijne zonden innig te verafschuwen en oprecht hartelijk te beweenen.
Heilige, onbevlekte Moeder van Jesus, heilige Jozef, Voedstervader van mijn god-delijken Meester, heilige Patronen, heilige Engelen, vooral gij, die mij door God tot beschermer zijt gegeven en dien ik ook nederig voor al mijne ondankbaarheid om
76
vergiffenis vraag, bidt voor mij in deze oogenblikken, opdat ik in niets aan de voorbereiding en het ontvangen van dit H. Sacrament met mijne schuld ontbreke.
Hier onderzoekt men zijn geweten.
OEFENING VAN BEROUW
door de Gelnkzalige Margaretha Maria tot het H. Hart van Jesui gericht.
O allerheiligst en aanbiddelijk Hart van Jesus, zie mij hier nederig voor U neergeknield met een hart vol berouw en doordrongen van levendige smart, U zoo weinig bemind en zooveel beleedigd te hebben door mijne misstappen, ondankbaarheden, verzuimenissen en allerlei ongetrouwheden door welke ik mij uwer barmhartigheid en aller genaden cn gunsten uwer zuivere liefde heb onwaardig gemaakt. De schaamte en schande, welke ik daarover gevoel, laten mij geen ander woord ter vertolking over dan dit: ik heb gezondigd tegen U ; ik heb gezondigd, ontferm U mijner, die aller barmhartigheid onwaardig ben. Och, maar verwerp mij niet, o goddelijk Hart vol liefde. Ik. bezweer U het toppunt uwer goedheden te toonen door vergiffenis te schenken aan den armen schuldige, die hier als vernietigd aan uw voeten ligt in de diepte van ai zijn onbeduidendheid en el-
77
lende. Helaas, heilig Hart, ik heb tegen U gezondigd, doch geef mij niet over aan de gestrengheid uwer rechtvaardigheid, die on-feiloaar mijn gebrek aan wederliefde jegens U zou straffen met de eeuwige berooving van uwe liefde. Ach, mochten liever alle martelingen, smarten en ellenden op mij nederstorten, liever dan een enkel oogen-blik berooid te worden van het geluk U te beminnen, en wijl Gij het zijt, O goddelijk Hart, bron van liefde, die de beleediging van al mijn ongetrouwheden en van mijn weinige wederliefde hebt ondervonden, wil dan zelf de zorg op U nemen U te wreken. En indien Gij mij wilt veroordeelen eeuwig te branden, het is mij goed, mits dit geschiede in het verterend vuur uwer zuivere liefde. O medelijdend Hart, red mij door den buitensporigen overvloed uwer barmhartigheden. Liat mij in den zondvloed mijner misdaden niet omkomen. O Hart vol liefde, red mij, ik bezweer het U bij alles, wat in U het meest geschikt is U tot zulke groote ontferming jegens mij op te wekken. Heb dan medelijden met den armen schuldige, die zijne redding van U verbeidt.
Barmhartig Hart, wil mij zalig maken tot eiken prijs, behoud mij en beroof mij
78
niet van het geluk U eeuwig te beminnen ; mogen veeleer alle oogenblikken, die mij nog te leven overblijven, voor mij niet anders dan bitterheid, smart en beproeving bevatten.
Maar wordt ik niet reeds genoeg gestraft, dat ik uw goddelijk Hart, zoo vol van liefde, eerst zoo laat bemin ! Thans gevoel ik, uit zuivere liefde tot U, zooveel berouw, U zoo ondankbaar beleedigd te hebben, dat ik wenschen zoude, als voorbehoedmiddel tegen bet kwaad, alle pijnen der hel geleden te hebben van het oogenblik, dat ik begon te zondigen, liever dan zooveel misstappen te doen ; ofschoon ik hoop, dat uwe barmhartigheid mij voor de hel bewaren zal. Vergeef, vergeef dan, ik smeek het U, aan mijn arm berouwvol hart, dat op U al zijn hoop gesteld en geen hope op iets anders meer heeft. O Hart van Jesus, mijn Zaligmaker, pas op mij dat heilig ambt toe, dat U zoo duur heeft gekost en laat de vrucht van zooveel martelingen en van zulk een dood niet verloren gaan. Neen, houd deze in eere door de bewerking mijner zaligheid, zoodat mijn hart U kunne beminnen, loven en verheerlijken in eeuwigheid. Zijt, o heiligst Hart, onze toevlucht en onze redding, nu en in de ure
79
/an ons sterven,
Jesus, miskend en veracht, ontfermUmijner-Jesus, gesmaad en vervolgd,
Jesus, beproefd en verlaten door de men-schen,
Jesus, verraden en voor een verachtelij-
ken prijs verkocht,
Jesus gehoond, onrechtvaardig beschuldigd en veroordeeld,
Jesus bekleed met het kleed der bespotting en der schande,
Jesus, in het aangezicht geslagen en uit- q gelachen, D
Jesus, met een koord om den hals wreed S1 voortgetrokken, §
Jesus, als een dwaas en bezetene geacht, Jesus, ten bloede toe gegeeseld,
Jesus minder dan Barabbas gerekend, Jesus, van uw kleederen beroofd, o
Jesus, met doornen gekroond en spottend r»
Koning geheeten,
Jesus beladen met het kruis en de vervloekingen des volks,
Jesus, beladen met beleedigingen, smarten en vernederingen,
Jesus tot den dood toe bedroefd,
Jesus, geslagen, beleedigd en in liet aangezicht gespuwd,
Jesus, aan het schandhout des kruises in
80
gezelschap van boosdoeners vastgeklonken, ontferm U mijner.
Jesus, tot een eerlooze gemaakt voor het
oog der menschen, ontferm U mijner. Jesus, overstelpt door allerlei marteling en smarten, ontferm U Onzer Neem mijne zaak in uwe handen; rechtvaardig mij en wend de gestrengheden af, welke mijne zonden verdiend hebben. Helaas, Gij zijt mijn eenige Vriend, antwoord en betaal voor mij. Ruk mij uit den afgrond, waarin mijn zonden mij reeds hebben neergeworpen. Hoor, ach verhoor, ik bid U de zuchten van mijn bedroefd, arm hart, dat alles verhoopt van uwe goedheid. En als uwe rechtvaardigheid het onwaardig oordeelt nogmaals vergiffenis te erlangen, dan zal het zich beroepen op de rechtbank uwer liefde, bereid daarvan alle kastijdingen te verdragen, liever dan een enkel oogenblik op te houden U lief te hebben. Kastijd, brand en snijd ! ach, als ik L) maar mag beminnen, dat is mij genoeg. Spaar noch mijn lichaam, noch mijn leven als het uwe eer geldt. Ik behoor U toe, o goddelijk Hart, bewerk dan mijn heil, ik bezweer het U; laat mij niet aan mij zeiven over en straf mijne zonden niet door nieuwen herval in dezelfde zonde. O dui-
81
zendmaal liever sterven dan U nog te be-leedigen, U wien ik duizendmaal meer bemin dan mijn leven.
Welke eer zoude het U verschaffen zulk een nietswaardig schepsel als ik ben, verloren te laten gaan ? Doch welke groote eere zal het voor U wezen, mij, ofschoon zulk een ellendig zondaar, toch nog te redden en zalig te maken. Red mij dan, maak mij zalig, o zuivere liefde, want voortaan wil ik U weder minnen, eeuwig tot eiken prijs, ja ik wil U weder beminnen â en met geheel mijn hart, wat het mij ook kosten moge.
GEBED NA DE BIECHT.
Heb dank, o God, voor de groote genade der Absolutie mij geschonken. Hoe verregaande is uw liefde toch voor mij. Ik was een verloren kind, dat vrijwillig uwe vriendschap had verlaten en mijn erfdeel, den Hemel, met uwe liefde had verkwist. Ik was een verloren schaap, dat moedwillig den herder was ontloopen en verward in de doornen, vol wonden en ellende, geen uitkomst wist. Ondanks mijne verregaande ondankbaarheid hebt Gii, goede Herder, mij opgezocht en aan uw Hart teruggevoerd j zijt Gij, teedere Vader, mij te ge-moet gesneld en, mij in uw armen klem-
mend, hebt Gij zelf de klachten van mijn berouw aan uw heilig Hart gesmoord om mij slechts woorden van vergiffenis, van blijdschap en bemoediging te doen hooren. O mijn God, wat zijt Gij goed, wat zijt Gij onbegrijpelijk barmhartig en liefdevol jegens een verachtelijken en ondankbaren zondaar, Hoe kon ik er toch toe komen U, die zoo goed zijt, zoo te beleedigen ? Ach laat het berouw over mijn miskenning en ondankbaarheid blijvend zijn tot aan mijn laatsten snik. Laat de gedachtenis aan mijn zonden en ondankbaarheden mij opwekken, U elk oogenblik mijns levens meer en meer te beminnen om U schadeloos te stellen voor al dien tijd, dat ik U beleedigd en niet bemind heb.
Ik offer U uw bitter lijden en sterven, uw kostbaar Bloed op tot verzoening en voldoening voor al mijne zonden. Ik offer U uw heilig Hart, om mijnen dank te betuigen voor uw eindeloos geduld, voor uw liefde en vergiffenis.
Heilige, onbevlekte Moeder des Heeren, wie ik thans ook ootmoedig vergiffenis vraag voor zooveel droefenis door mijn zenden U aangedaan, ach gij. Toevlucht der zondaren, die ook mijne toevlucht, mijne Moeder zijt, bedank Gij uwen eeni-
83
gen Zoon voor mij.
Heilige Joseph, alle Engelen en Heiligen des hemels, looft en prijst en dankt God, ik smeek u dit nederig, voor al de genaden mij in deze ure geschonken.
AANBIDDING VAN HET H. HART
DOOR DE
Gelukzalige Margareiha Maria.
Met al de vermogens mijns harten aanbid ik uwe opperheerschappij, o heiligst, goddelijk en aanbiddelijk Hart van .Tesus, dat ik wil vreezen en eerbiedigen door eene voortdurende oplettendheid en zorg U niet meer te beleedigen, omdat Gij zoo eindeloos goed zijt. O allerheiligst Hart, ik bemin U en wil U beminnen op de eerste plaats boven alles, met al mijn krachten en vermogens, terwijl ik alle zonden verfoei, en vertrouw, thans U geheel toe te behooren, wijl Gij mij in uw kostbaar Bloed, eenmaal aan het kruis onder zooveel smarten vergoten, wederom rein ge-wasschen en tot uw kind gemaakt hebt ; Gij hebt medelijden gehad met mijne zwakheden en ellenden en zult mij niet verloren laten gaan.
Ik offer mij dan geheel aan U op, o Hart van liefde, met de meening, dat geheel mijn wezen, mijn leven, mijn lijden
84
strekke om U te beminnen, te eeren en te verheerlijken in tijd en eeuwigheid.
Ik bemin U, allerminlijkst Hart, als mijn hoogste goed, als mijn grootste geluk, als al mijn vreugde, als de eenige, die waardig zijt door alle harten bemind te worden. Konde mijn hart geheel verteren door de vlam en den hevigen gloed der liefde, waarmede ik U uit geheel mijn ziel alle ofters, welke ik U ooit van mij zeiven heb gedaan, hernieuw. Bewaar mij voor de zonde, behoed mij voor het ongeluk U nogmaals te mishagen en geef mij de genade altijd te doen, wat U het aangenaamst is. O Hart van Jesus, bron der zuiverste liefde, mocht ik geheel hart zijn om U te beminnen, geheel geest om U te aanbidden. Maak, dat ik niets meer kunne beminnen dan U en alles in U, door U en om U! Dat mijn geheugen zich slechts herinnere aan U, mijn verstand slechts strekke om U te kennen, mijn wil en gehechtheden om U lief te hebben, mijne tong om U te loven, mijn oogen om slechts op U gevestigd te zijn, mijn handen om slechts U te dienen, mijn voeten om niets anders dan U te zoeken, opdat ik ü eenmaal in de eeuwige zaligheid moge beminnen zonder vreeze, (J ooit w^d^rom t verliezen. Amen.
86
GEBEDEN VOOR DE H. COMMUNIE.
Oefening van Aanbidding tot het H. Sacrament
door de Gelukzalige Mar gar ei ha Maria.
Mijn Heer en mijn God. Jesus Christus, dien ik wezenlijk en waarlijk tegenwoordig geloof in het allerheiligste Sacrament des Altaars, ontvang de oefening mijner diepste aanbidding, om te voldoen aan mijn verlangen ü onophoudelijk te aanbidden en, als dankbetuiging voor de liefdevolle gewaarwordingen, welke uw H. Hart in het Geheim des Altaars voor mij doen kloppen. Ik kan daarvoor niet beter mijne erkentelijkheid betuigen, dan door ü de oefeningen van aanbidding, van onderwerping, van geduld en liefde op te dragen, welke ditzelfde goddelijk Hart gedurende uw sterflijk leven verrichtte, en welke Het thans nog en eeuwigdurend verricht in den hemel, ten einde ü te beminnen, U te loven en te aanbidden door uw eigen Hart voor zooverre mij dit mogelijk is. Ik vereenig mij met het goddelijke Offer, dat Gij aan uwen hemelschen Vader hebt gebracht, en ik bied U geheel mijn wezen aan, U smeekend in mij de zonden uit te delgen en niet toe te laten, dat ik in eeu-
86
wigheid van ü gescheiden worde.
In de diepte mijner nietigheid verneder ik mij aan uwe voeten, dierbaarste Jesus, ten einde ü al de vei eering mijner liefde, aanbidding en lofprijzing, waartoe ik in staat ben, te betuigen ⢠ü al mijn behoeften voor te stellen ; (J vertrouwelijk al mijne ellende mede te deelen als aan mijn eenigsten en besten Vriend ; mijne armoede, mijne gebreken, mijne lauwheid en lafhartigheden, al de wonden mijner ziel; U smeekend medelijden en ontferming te hebben en mij ter hulp te komen, overeenkomstig de grootheid uwer barmhartigheden. O Hart vol liefde, red mij, ik bezweer het U bij alles, wat in staat is U te bewegen de genade der volharding ten einde toe te schenken aan mij en aan allen, die in gevaar zijn hunne zaligheid te verliezen. Laat mij niet omkomen in de menigte mijner ongerechtigheden. Als ik ü maar eeuwig beminnen mag, beschik dan voor het overige over mij naar uw goddelijk welbehagen. Ik heb al mijn vertrouwen op U gesteld, verwerp mij niet! Ik roep ü aan, ik smeek tot U als het grootste en heilzaamste geneesmiddel van al mijn kwalen, waaronder de zonde het grootste is. Delg ze uit in mij en vergeef
87
mij alles, wat ik heb misdreven, waarover ik nu innig berouw gevoel en uit heeler harte vergiffenis vraag.
VERZUCHTINGEN EENER ZIEL,
DIE VURiG NAAV DE H. COMMUNIE VERLANGT,
aoor de Gelukzalige Mar gar et ha Maria.
Verheven God, dien ik gesluierd onder deze nederige gedaante van het allerheiligst Sacrament des Altaars aanbid, hoe is het mogelijk, dat Gij U tot zulk een geringe woning hebt afgelaten om tot mij te komen, en lichamelijk met mij te verwijlen ! De hemelen zelfs zijn niet waardig genoeg ü te herbergen, en Gij stelt U tevreden met deze arme broodsgedaante om altijd met mij te wezen. Zoude ik, o onbegrijpelijke goedheid, dit wonder wel kunnen geloo-ven, als Gij mij zelf daarvan niet verzekerd hadt? Meer nog, zoude ik hebben durven denken, dat Gij U gewaardigen zoudt U aan mij als spijs te geven, te rusten op mijne tong en neder te dalen in mijn hart? En dan, dat Gij, om mij daartoe uit te noodigen en aan te speren, duizend goederen belooft ?
O God van Majesteit, o God der liefde, mocht ik geheel begrip zijn om deze barmhartigheid te vatten, geheel hart om ze eenigszins naar waarde te waardeeren, mocht
rs
ik ze met aller menschen tongen kunnen verkondigen ! Want Gij, God mijns harten, Gij hebt mij dan geschapen om het voorwerp te zijn uwer liefdebewijzen en uwer onuitsprekelijke goedheden. De Engelen worden niet moede U te aanschouwen en, terwijl zij ü aanschouwen, verlangen zij U steeds meer en meer te aanschouwen ; en ik, zou ik dan niet verlangen U in mijn hart te bezitten ?
Minnelijke Zaligmaker, wijl Gij het vurig verlangt, wijl mijne behoeften mij verplichten daarnaar te verlangen, en wijl uwe goedheid mij veroorlooft uwe waarachtige komst in mijn hart te verhopen, open ik U mijn Hart! Kom o Jesus, kom.
Kom, o goddelijke Zonne ! Ik ben gedompeld in de verschrikkelijke duisternissen van onwetenheid en zonde, kom haar verjagen en doe in mijne ziel stralen het goddelijke licht uwer kennis en heiligheid.
Kom, o minnelijke Zaligmaker ! Eenmaal hebt Gij ü geheel prijs gegeven om mij aan de hel te ontrukken; ongelukkig genoeg ben ik andermaal in de slavernij der zonde teruggevallen. Ach, kom ook dezen keer mijne banden verscheuren, mijne kluisters verbreken en mij de vrijheid wedergeven.
Kom, o liefdevolle Geneesheer mijner
89
ziel. Na mij een bad gemaakt te hebben uit uw kostbaar Bloed, en in het heilig Doopsel afgewasschen en geheiligd te hebben, veel meer dan ik het verdiende, had ik mij door mijn eigen schuld wederom duizenderlei gevaarlijke ziekten op den hals gehaald, die den weerzin voor het hemelsche in mijn hart, verzwakking in mijn moed en den dood brengen in mijne ziel. Och, kom mij dan genezen, goddelijke Geneesheer, ik heb er meer behoefte aan dan de lamme, wien Gij zelf gevraagd hebt, of hij genezen wilde zijn. Ja mijn God, ja ik wensch dil met geheel mijn hart en Gij, die de zwakheid van mijn wenschen kent, o vermeerder het vuur en den ijver daarvan door de vlammen uwer heilige liefde.
Kom, o getrouwste, teederste, zoetste en beminnelijkste van alle vrienden, kom in mijn hart. Zie, wien Gij bemint, is ziek door gevaarlijke en doodelijke kwalen. Gij weet het. Gij die tot in de diepste schuilhoeken mijns harten leest; indien ik tot heden ongevoelig ben geweest voor mijn eigen ongeluk en onvoorzichtig in zooveel gevaren, die mij omgeven, thans, door uwe genade verlicht, gevoel ik zooveel behoefte, klaag, bid en schrei ik. om uwe hulp en redding. Ik eisch van U krachtens uw on-
90
vergelijkelijke vriendschap en uw gegeven woord, mij te komen verlichten. O kom, en laat niet toe, dat ik andermaal eenige oorzaak stel voor U om mij te verlaten. Beloof aan mij, gelijk Gij aan de H. Elisabeth beloofdet, met mij altijd te willen blijven.
Kom, o leven van mijn hart, kom o ziel van mijn leven, kom o eenige steun mijner ziel. Brood der Engelen, Vleesch geworden uit liefde voor mij, prijs gegeven voor mijne verzoening, ter beschikking gesteld als mijn voedsel ! Kom mij overvloedig verzadigen ! Kom mijne krachten ondersteunen ! Kom om mij snel te doen groeien in genade en volmaaktheid ! Kom om mij te doen leven door U, en in U, maar in werkelijkheid, o mijn eenigst Leven, o al mijn Goed.
O liefdevol Hart van onzen Heer Jesus Christus, o Hart dat alle harten verwondt, ook die harder zijn dan steen, alle geesten verwarmt, ook die kouder zijn dan ijs, dat iedereen kan verteederen, hij zij ook zoo ongevoelig als diamant. Verwarm, minnelijke Zaligmaker, mijn hart door uwe heilige Wonden, maak mijne ziel dronken met uw kostbaar Bloed, zoodat, waarheen ik mij ook wende, ik niets anders meer zie
91
dan mijn goddelijken Gekruisigde, en dat alles mij geverfd schijne door uw kostbaar Bloed. O goede Jesus, laat mijn hart niet rusten voor en aleer ik U heb gevonden, die daarvan het middenpunt, de liefde en de zaligheid zijt.
Om de heilige wonden uws Harten, o minnelijke Jesus, wil mij de zonden vergeven, welke ik uit boosheid, of uit onzuivere bedoelingen heb bedreven. Berg mijn slecht hart in het uwe, dat geheel goddelijk is, opdat ik zoo, voortdurend onder uwe heilige bescherming en bestiering, standvastig volharde het goede te doen, en het kwaad te vluchten tot aan de laatste ademhaling mijns levens.
O goddelijk Hart, dat door uw verwonding op het kruis de overmate uwer liefde en barmhartigheid hebt getoond, en zoo een ingang hebt geopend voor onze harten, neem ze nu op, en trek ze tot U door de banden uwer brandende liefde, ten einde ze daarin geheel te verteren.
O vrijgevigst Hart wees al mijn schat en wel de eenige, die mij volmaakt bevredigt.
O meest beminnend en meest gewenscht Hart, leer mij ü te beminnen, en naar niets anders dan naar ü te verlangen.
O goedgunstigst Hart, dat er zooveel
9a
vermaak in schept ons wel te doen, schenk mij de gunst mijne schulden jegens de goddelijke Rechtvaardigheid te voldoen. Ik ben niet in staat deze af te be aien, betaal Gij voor mij. Herstel het kwaad, dat ik gedaan heb, door het goede, wat Gij deedt. En opdat ik alles aan ü moge dank weten, neem mij aan, o liefdevol Hart, in het schrikwekkend uur van mijnen dood. Berg mijne ziel tegen den goddelijken toorn, dien ik zoo dikwerf heb gaande gemaakt; treed voor mij op in het gericht, en verantwoord voor mij, want ik heb niets gedaan, wat mij niet eene eeuwige kastijding waardig maakt, indien Gij mij niet rechtvaardigt. Duld niet, dat ik beroofd worde van het gduk ü eeuwig te beminnen. Ik smacht van verlangen mij met U te vereenigen, U te bezitten en mij geheel te dompelen in U, om niet meer te leven, tenzij door U en in uw heilig Hart, dat voor eeuwig mijne woning zij. In U, o geheel beminnelijk Hart, wil ik slechts be-jEtiinnen, handelen en lijden. Vernietig dan alles in mij, wat het mijne is, en stel daar-TOör in J.e plaats, wat het uwe is, en schep mij geheel öm' in :,0,'Uopdat ik slechts leve voor en door U, en Gij mijn leven, mijne liefde en, mi ja alles zijt. Amen.
k1- .... _ â .
HiaMwquot; N'*!r ' ^ ^ '-V-
9S
GEBED TOT JESUS
onzen
Koning in het H. Sacrament,
door de Gelukzalige Mar gar ei ha Maria. Ik aanbid U, o Jesus, machtige Koning op uw troon van liefde en barmhartigheid. Neem mij aan als uw onderdaan, als uw dienaar en vergeef mij, bid ik ü, mijn weerstand en verzet tegen uwe oppermachtige heerschappij over mijne ziel. Herinner ü, o goedige Koning, dat Gij niet barmhartig kondet zijn, indien Gij geen arme en ellendige onderdanen hadt. Strek dan, ik smeek ü die, uwe vrijgevige hand uit om mijne uiterste behoefte te verrijken met den schat pwer hèiligste liefde, die niets anders is dan Gij zelf, na mij eerst ledig gemaakt te hebben van alle ellendige liefde jegens mij zeiyen en van alle menschelijk opzicht, welke mij gebonden en als geketend houden aan hetgeen Gij niet zijt. Kom mijn opperste Koning, kom in mijn hart om mi)ne kluisters te verbreken en mij uit,deze beklagenswaardige slavernij te 'bèvrijdën tèn einde uw rijk voor eeuwig in mijn hart te stichten. Ik wil heerschen in uw Hart door eene brandende liefde jegens den naaste ; slechts met liefde van hem spreken, hem verdragen en verontschuldigen, hem niets
94
andere doen dan hetgeen ik wenschen zou, dat mij gedaan werd, nimmer mijn hart noch mijne tong bezoedelen met e2nige kwaadsprekendheid of wraakzucht, ik zal mij door niets laten ontstemmen opdat Gij, mijn Koning, in mij een rijk van vrede vinden moget.
Om U te eeren in dit H. Sacrament der liefde als goddelijk Offerlam, kom ik mij aan U geheel als offer bieden, smeekend, dat Gij mijn Offeraar wilt zijn om mij aan uwen hemelschen Vader op te dragen op het altaar van uw beminnelijk Hart. Doch wijl het offer van mij zeiven een onder alle opzichten schuldig offer is, smeek ik ü, o goddelijke Offeraar, het eerst te willen zuiveren en louteren in de vlammen uwer goddelijke liefde tot een brandoffer van volmaakte aanminnelijkheid en welbehagen en mij een nieuw leven te geven, opdat ik in waarheid zeggen kunne; ik leef niet meer, Jesus leeft in mij. Ik heb niets meer van mijn eigen-ik, niets van wat het mijne is ; hetzij ik leve hetzij ik sterve ; mijn Jesus is mijn ik, en het mijne is geheel en al zijn eigendom, Amen,
96
Na de H. Communie.
GROETE AAN HET H. HART
van Onzen Heer Jesus Christus,
door de Gelukzalige Margareiha Maria.
Ik groet U, Hart van Jesus, maak mij zalig.
Ik groet ü, Hart van mijn Schepper, maak mij volmaakt.
Ik groet ü, Hart van mijn Zaligmaker, maak mij vrij.
Ik groet U, Hart van mijn Rechter, schenk mij vergiffenis.
Ik groet ü. Hart van mijn Vader, bestier mij.
Ik groet ü, Hart van mijn Bruidegom, bemin mij.
Ik groet U, Hart van mijn Meester, onderwijs mij.
Ik groet U, Hart van mijn Koning, kroon mij.
Ik groet ü, Hart van mijn Weldoener, maak mij rijk.
Ik groet U, Hart van mijn Herder, bewaar mij.
Ik groet ü. Hart van mijn Vriend, heb mij lief.
Ik groet ü, Hart van mijn Jesus als Kind, trek mij tot U.
Ik groet U, Hart van mijn Jesus stervend
98
aan het Kruis, voldoe voor mij.
Ik groet U, Hart van Jesus in al uw toestanden, geef U aan mij.
Ik groet ü, Hart van mijn Broeder, verblijf met mij.
Ik groet ü, Hart van onvergelijke goedheid, schenk mij vergiffenis.
Ik groet U, grootmoedig Hart, spreid rijkdom in mij uit.
Ik groet U, hoogst beminnelijk Hart, ontsteek mij.
Ik groet U, liefdevol Hart, werk in mij.
Ik groet (T, barmhartig Hart, verantwoord voor mij.
Ik groet ü, zeer nederig Hart, rust in mij.
Ik groet ü, zeer geduldig Hart, verdraag mij.
Ik groet ü, zeer getrouw Hart, delg mijn schulden uit.
Ik groet ü, wondervol en waardig Hart, zegen mij.
Ik groet U, vredelievend Hart, vervul mij met kalmte en vrede.
Ik groet l1, verlangenswaardig en zeer schoon Hart, vervoer mij.
Ik groet U, uitstekend en volmaakt Hart, veredel mij
Ik groet U, heilig Hart, kostbare balsem, behoud mij.
97
Ik groet U, zeer heilig en heilaanbrengend
Hart, verbeter mij.
Ik groet U, gezegend Hart, geneesheer en
geneesmiddel onzer kwalen, genees mij. Ik groet U, Hart van Jesus verademing der
bedrukten, vertroost mij.
Ik groet U, geheel minnend Hart, brandende
oven, verteer mij.
Ik groet U, Hart van Jesus, toonbeeld van
volmaaktheid, verlicht mijnen geest. Ik groet U, goddelijk Hart, oorsprong van
alle geluk, versterk mijnen wil.
Ik groet U, Hart van eeuwige zegeningen, roep ir.ij tot U.
Verberg mij, o liefderijke Zaligmaker, in uwe heilige Zijde en in uw aanbiddelijk Hart, dat een brandende oven is der zuiverste liefde, O daar zal ik veilig zijn.
Ik vertrouw, dat Gij mij daarin zult binnenleiden, o Jesus, mijn hoogste goed, omdat ik U thans bemin, niet om de belooningen, die Gij uwen beminnaren hebt toegezegd, maar uit zuivere liefde jegens U. Ik bemin U boven alles, wat beminnelijk is, boven alles wat goed is, boven alle schoonheden, boven alle vermaken, eindelijk boven mij zeiven en boven alles, wat is buiten U, voor hemel en aarde betuigend, dat
98
ik wil leven en sterven geheel en al in uwe zuivere liefde ; en mocht ik om U te kunnen beminnen vervolgd en gemarteld worden, ja zelfs den dood moeten lijden, ik zal zeer tevreden zijn en met den H. Apostel Paulus zonder ophouden herhalen : âdaar is niet een schepsel, dat mij scheiden kan van de liefde tot het H. Hart van Jesus Christus, dat ik bemin en zal beminnen voor eeuwig.quot;
Gij, zeer beminnelijk Hart, zijt mijne kracht mijn steun, mijne belooning, mijn heil, mijne toevlucht, mijne liefde en mijn alles. Ã Hart van Jesus, zeer heilig, zeer verheven Hart, Meester van alle harten, ik bemin Ã, ik aanbad en prijs U, ik dank U met geheel mijn ziel, dat Gij U thans aan mij geschonken hebt, en ik geef mij we-derkeerig geheel aan U, o liefdevol Hart, verblijf met mij en blijf in mij, bestier mij, maak mij zalig, verander mij geheel in U. O goedigst en zeer heilig Hart, waarvan het eeuwig genot zonder wansmaak, maar zeer vervoerend en de belooning der gelukzaligen wezen zal, wat zijt Gij mij welkom, wat zijt Gij beminnelijk. Blijf in mij en hecht mij vaster en vaster aan U. Helaas in dit ballingsoord, waarin ik nog wandel, smeek ik dit zoo dringend van U, verheven
99
Hart, de bron der goddelijke Zaligheden. U roep ik aan in mijne smarten, tot rJ roep ik om genezing in al mi ne gebreken. Al-lerbarmhartigst Hart, medelijdend en hoogst goedig Hart van mijn Vader en Verlosser, weiger deze uwe hulpe niet aan mijn hart, hoe onwaardig het dan zij ; vernietig in mij het rijk der zonden en sticht in mij het rijk der deugd, opdat mijn hart het trouwe evenbeeld worde van uw H. Hart, en eenmaal een sieraad uitmake van uw hemelsch paleis. Amen.
VERBOND MET HET H. HART VAN JESUS,
door de Gelukzalige Marguretha Maria.
O goddelijk, aanbiddenswaardig en geheel beminnelijk Hart van Jesus, zie mij hier nederig voor U neergeknield, om U te aanbidden, te loven, te zegenen, te verheerlijken en om de erkenning af te leggen van uwe opperste rechten over mij, ootmoedig getuigenis afleggende van mijne onderworpenheid en van mijne liefde en trouwe jegens U, o heüigst Hart. Neem mij aan tot uw eigendom, want ik wil en zal U geheel toebehooren ondanks alle verzet, wat mijn vijanden daartegen zullen maken Vei werp mij niet, maar erken als het uwe, wat u toe-
100
behoort; neem mij onder uwe hoede en verdedig mij. Qndersteun mijne zwakheid in het vurig verlangen, dat ik gevoel, om U te beminnen, U te behagen. Geef mij, ik smeek het U, de genade, welke ik noo-dig heb, dit op eene volmaakte wijze te doen, en te bidden, '--'â '-'den en te lijden in de zuiverheid uwer lielde. O H. Hart, aan U geef ik mij, aan U wijd ik mij zonder voorbehoud : mijn hart mijn verstand, mijn geheugen en mijn wil, opdat alles, wat ik doen zal, alles wat ik lijden zal, strekke om U te beminnen, U te verheerlijken ; opdat alles, wat ik zien en hooren zal, mij aanspore U lief te hebben ; opdat al mijn woorden evenveel oefeningen zijn mogen van aanbidding van liefde en lof jegens uwe opperste Majesteit ; opdat alle bewegingen mijner lippen evenveel oefeningen zijn van berouw over al mijn bedreven zonden en verzuimenissen. Ik vraag U, o Hart vol liefde, dat ik even dikwerf U tot mij moge trekken als ik de lu:ht trek door mijn ademhaling en ik U even dikwerf aan uwen eeuwigen Vader ten offer brenge, om Hem de eere en aanbidding te betuigen, welke ik Hem schuldig ben. Geef, o heiligst Hart, dat alle kloppingen mijns harten evenveel cefeningrn van dankbaarheid en ver-
101
gelding zijn voor al de gaven en gunsten, welke Gij mij hebt geschonken of ooit voornemens zijt geweest mij te schenken. Neem alle beletselen weg, ik bid het U, want ik verwerp en verzaak alle opwellingen van hoogmoed en eigenliefde, alles, wat mij verhindert U op volmaakte wijze te beminnen en met de hoogste trouw te dierten.
O Hart vol goedheid, luister naar mij en wil mijne smeekingen verhooren, U, wiens eigendom ik ben, van wien ik geheel afhankelijk ben, door wien ik leef. U smeek ik, mij met uwe liefde te ontvlammen, geheel te doordringen, mij te hervormen naar U. Maak, dat al mijn schreden tot U leiden, en dat al mijn gewaarwordingen strekken om mij met t) te vereenigen, want ik betuig, liever duizend dooden te willen sterven, dan mij van U te scheiden of mij aan eenige ongetrouwheid jegens U schuldig te maken.
O goddelijk en aanbiddelijk Hart, neem dan dit verdrag hetwelk ik met U maak, aan. Vurig verlang ik het met de betuigingen mijner trouw te hernieuwen, zoo dikwijls ik mijn oogen open sla, zoo dikwijls ik de hand zal leggen op mijn hart, dat slechts leven en kloppen wil om U te beminnen. Geef U geheel aan mij en geef
102
mij geheel aan U. Help mij kennen en vermijden alles wat U mishaagt, want duizendmaal verklaar ik u, indien ik eene andere wijze kende om mij geheel aan U te geven, om mi) geheel met U te vereenigen, ik zou ze volgen ten koste van mijn leven. Versterk en bevestig de besluiten en de goede begeerten, welke Gij, o goddelijk Hart, mij ingeeft, om U lief te hebben en U te behagen. Geef ook, dat deze besluiten al de goede uitwerkselen hebben, welke Gij daarvan verlangt. Amen,
GEBED TOT DE H MAAGD,
door de Gelukzalige Al ar gar et ha Maria. Allerheiligste, beminlijkste en roemrijkste Maagd, Moeder van God, mijne lieve Moeder, Meesteresse en Voorspreekster, aan wie ik geheel verknocht en toegewijd ben; overgelukkig, U als een Kind en dienaar voor tijd en eeuwigheid toe te behooren, werp ik mij ootmoedig voor uwe voeten neder, om de geloften mijner trouw en liefde jegens U te hernieuwen en U te smeeken, dat Gij, in hoedanigheid van Ko-ninginne en Meesteresse, wier eigendom wij zijn, ons offeren, geven en toewijden moogt aan het aanbiddelijk Hart van Jesus : mij en alles, wat ik ben, alles wat ik doen
103
en lijden zal, zonder eenlg voorbehoud; ik verklaar geen andere vrijheid te willen, dan Hem te beminnen ; geen anderen roem, dan Hem geheel toe te behooren, als de minste zijner dienstknechten en als slachtoffer zijner zuivere liefde ; geen anderen wil, geen vermogen, dan Hem te behagen, en zijn goddelijk verlangen te bevredigen in alles, zelfs ten koste van mijn leven. En wijl Gij, o allerliefste Moeder, allen invloed op dat beminnenswaardig Hart bezit, bid ik U te zorgen, dat Hij deze toewijding, welke ik heden maak, ontvange en aan-neme, in uwe tegenwoordigheid en door uwe bemiddeling, met de betuigingen mijner standvastige trcuw, indien zijne genade en uwe hulp mij ondersteunen, wat ik U nederig smeek, mij niet te weigeren.
O, zoete Hoop van ons stervelingen, doe ⢠mij uw vermogen ondervinden op het beminnelijk Hart van Jesus en gebruik uwen invloed om mij eene blijvende woonstede in dat H. Hart te bezorgen ; smeek Hem, zijne goddelijke heerschappij te doen gevoelen in mijne ziel, door zijne liefde te doen gevoelen in mijn hart, opdat Hij mij ontsteke, en vertere, en gelijkvormig make aan zich zdven. Dat Hij mijn Vader zij, de Bruidegom mijner ziel, mijn bescher-
104
mer, mijn grootste schat, mijne zaligheid, het voorwerp van al mijne 'iefde, mijn alles in alle dingen, verdelgend en vernietigend in mij alles, wat het mijne is, opdat Hij slechts het zijne in de plaats stelle, en ik Hem zoo volmaakt mogelijk behage. Dat Hij de kracht zij van mijn onvermogen, de sterkte mijner zwakheid, de blijdschap van al mijn droefheden.
O heiligste Harten van Jesus en Maria, herstelt alles, waarin ik te kort schiet; vult aan, wat mij ontbreekt, doet mijn hart branden in de vlammen uwer heilige liefde, verteert al mijne lauwheid en lafhartigheid in uwen dienst, want ik wil, dat voortaan mijn geluk en mijne zaligheid slechts besta in ts leven en te sterven als slaaf van het aanbiddenswaardig Hart van Jesus, als kind en dienaar van U, H. Moeder. Amen.
LITANIE VAN DEN H. NAAM JESUS.
(800 dagen aflaat aan hen, die deze litanie bidden.)
Heer, ontfeim U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Jesus, hoor ons.
Jesus, verhoor ons.
God hemelsche Vader, ontferm U onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld.
God H. Geest,
H. Drievuldigheid, e'én God,
Jezus, Zoon van den levenden God,
Jesus, schitterend licht des Vaders,
Jesus, glans van het eeuwige licht, g
Jesus, koning der heerlijkheid,
Jesus, zon der gerechtigheid, quot;
Jesus, Zoon van de Maagd Maria, ^
Minnelijke Jesus, C3
Wonderbare Jesus, o
Jesus, sterke God, n
Jesus, vader der toekomende tijden, ?
Jesus verkondiger van Gods verheven raad,
Almachtige Jesus,
Allerverdüldii;ste Jesus,
Allergehoorzaamste Jesus,
Jesus, zoet en ootmoedig van harte,
106
Jesus, minnaar der zuiverheid, ontf. U onzer.
Jesus, onze minnaar,
Jesus, God des vredes,
Jesus, oorsprong des levens,
Jesus, toonbeeld der deugden,
Jesus, ijveraar der zielen,
Jesus, onze God,
Jesus, onze toevlucht,
Jesus, vader der armen, §
Jesus, schat der geloovigen,
Jesus, goede herder, ^
Jesus, waarachtig licht,
Jesus, eeuwige wijsheid.
Jesus, oneindige goedheid, g
Jesus, onze weg en ons leven, ^
Jesus. vieugde der Engelen, r1
Jesus. koning der Oudvaders,
Jesus, leermeester der Apostelen,
Jesus, leeraar der Evangelisten,
Jesus, sterkte der Martelaren,
Jesus, licht der Belijders,
Jesus, zuiverheid der maagden,
Jesus, kroon van alle Heiligen,
Wees genadig, spaar ons, Jesus.
Wees genadig, verhoor ons, Jesus.
Van alle kwaad, vei los ons, Jesus.
Van alle zonden, verlos ons, Jesus.
Van uwe gramschap, verlos ons, Jesus.
Van de listen des duivels, verlos ons Jesus.
107
Van den geest der onkuischheid, verlos ons, Jesus,
Van den eeuwigen dood.
Van de verwaarloozing uwer inspraken, Door het geheim uwer heilige Mensch-wording,
Door uwe geboorte, lt;
Door uwe kindsheid, g.
Door uw allergoddelijkst leven, g
Door uwen arbeid, o
Door uwen doodstrijd en uw lijden, 5 Door uw kruis en uwe verlatenheid,
Door uwe smarten, g
Door uwen dood en uwe begrafenis, S Door uwe verrijzenis,
Door uwe hemelvaart.
Door uwe vreugden,
Door uwe glorie.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons, Jesus.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Jesus.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer, Jesus.
Jesus, hoor ons. Jesus, verhoor ons. Onze Vader, enz.
LAAT ONS BIDDEN.
Heer Jesus Christus, die gezegd hebt : vraagt en gij zult verkrijgen; zoekt en gij
108
zult vinden ; klopt en U zal geopend worden ; geef ons, dat wij, die de waarachtige genegenheid uwer goddelijke liefde vragen, U van ganscher harte, met woorden en werken mogen beminnen en nimmer ophouden U te loven.
Maak, o Heer, dat wij altijd uwen heiligen Naam mogen vreezen en tevens beminnen, want nimmer onttrekt gij dengenen uwe leiding, die gij bevestigt in bestendige liefde jegens U. Door onzen Heer Jesus Christus uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
PRACTISCHE WIJZE om den Kruisweg te houden. Men verwekt vooraf eene akte van berouw, t
EERSTE STATIE.
Jesus n ordt ter dood veroordeeld. v. Wij aanbidden U, Christus, en loven U. r. Omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.
Ach, mijn Jesus, door dat onrechtvaardig doodvonnis, zoo herhaaldelijk onderschreven door mijne zonden, bevrijd mij van het vonnis van den eeuwigen dood, door mij
lüö
zoo dikwijls verdiend.
Onze Vader, Wees Gegroet.
Ontferm TJ onzer, Heer, ontferm U onzer. O, God, wees ons zondaars genadig.
Bij het gaan van de eetie Statie naar de andere zegge men :
Heilige Moeder, bewerk dat de wonden van mijn gekruisten Jesus diep in mijn hart gegrift zijn.
t
TWEEDE STATIE.
/esus wordt beladen met het Kruis. v. Wij aanbidden U, Christus enz.
Gij, mijn Jesus, die bereidvaardig het zware Kruis, door mijne zonden gemaakt, op uwe schouders hebt genomen, doe mij de zwaarte dier zonden kennen, opdat ik ze, zoolang ik leef, altijd beweene.
Onze Vader enz.
t
DERDE STATIE.
Jesus valt voor de eerste maal onder het Kruis. v. Wij aanbidden U, Christus enz.
Het groote gewicht mijner schulden, o mijn Jesus, deed U bezwijken onder het Kruis. Ik haat en verafschuw ze, ik vraag
110
U steeds meer om vergeving ervan, en, geholpen door uwe genade, wil ik ze in het vervolg nooit meer bedrijven.
Onze Vader enz.
t
VIERDE STATIE.
Je. sus ontmoet zijne H. Moeder. v. Wij aanbidden U, Christus enz.
Allerbedroefdste Jesus ! Maria Moeder vol van smarten ! Zoo ik in het verleden door mijne zonden de oorzaak ben geweest van uwe pijnen en smarten, met de goddelijke hulp zal het niet aldus zijn voor het vervolg van mijn leven ^ maar ik zal u tot aan mijnen dood toe getrouw beminnen.
Onze Vader enz.
t
VIJFDE STATIE.
Simon van Cyrene helpt Jesus hel kruis dragen. v. Wij aanbidden U, Christus enz.
Gelukkige Simon van Cyrene, mijn Jesus, die U het Kruis hielp dragen. Gelukkig zal ook ik zijn, zoo ik U het Kruis help dragen, door geduldig en bereidwillig die krui-sen'te verduren, welke Gij mij in den loop van mijn leven zult overzenden ; maar Gij mijn Jesus geef mij daartoe de genade.
On:;e Vader enz.
Ill
t
ZESDE STATIE.
Veronica droogt Jesus' aangezicht af. v. Wij aanbidden U, Christus enz.
Mijn goedertierendste Jesus, die U hebt gewaardigd het beeld van uw H Aangezicht af te drukken in den doek, waarmede Veronica U reinigde, ach ! druk, smeek ik U, in mijne ziel de aanhoudende herinnering aan uwe allerbitterste smarten.
Onze Vader enz.
t
ZEVENDE STATIE.
Jesus valt ten tweede male.
v. Wij aanbidden U, Christus enz.
Mijne herhaalde zonden, o mijn Jesus, deden U opnieuw onder het Kruis ter aarde vallen ; ach ! help mij die middelen aan te wenden, welke de kracht bezitten mij voor het hervallen in de zonde te behoeden.
Onze Vader enz.
t
ACHTSTE STATIE.
Jesus troost de vrouwen van Jerusalem. v. Wij aanbidden U, Christus enz.
Gij, mijn Jesus, die de godvruchtige vrou-
112
wen van Jeruzalem hebt getroost, toen zij, op het gezicht uwer wreede smarten, over U weenden, vertroost mijne ziel met uwe barmhartigheid, waarop ik alleen wil vertrouwen, en waaraan ik altijd wil beantwoorden.
Onze Vader enz.
t
NEGENDE STATIE.
Jesus valt /en derde male onder hel Kruis.
v. Wij aanbidden U, Christus enz.
Door de smarten die Gij leedt, o mijn Jesus, bij den derden val onder het zware Kruis, maak, bid ik U, dat ik niet opnieuw in zonden valle Ja, mijn Jesus, eerder sterven, dan opnieuw zondigen.
Onze Vader enz.
t
TIENDE STATIE.
Jesus wordt otilkleed en met gal gelaafd.
v. Wij aanbidden U, Christus enz.
Gij, mijn Jesus, die van uwe kleederen beroofd en met bittere gal gelaafd werdt, onthecht mij van de genegenheid voor het aardsche, en maak dat ik alles verafschuwe, wat naar wereld en zonde zweemt.
Onze Vader enz.
113
t
ELFDE STATIE.
Je sus wordt aan het Kruis genageld.
v. Wij aadbidden U, Christus enz.
Door de krimpende pijnen, die Gij uit-stondt, mijn Jesus, toen gij aan handen en voeten met wreede nagelen aan het Kruis werdt geklonken, maak dat ik mijn vleesch altijd kruisige door d-^n geest van christelijke versterving.
Onze Vader enz.
t
TWAALDE STATIE.
Jesus sterft aan het Kruis.
v. Wij aanbidden U, Christus enz.
Gij, mijn Jesus, Die na 3 uren van aller-hardsten doodstrijd op het Kruis voor mij gestorven zijt, ach ! laat mij eerder sterven dan dat ik nog in de zonde zou hervallen; en moet ik blijven leven, dat ik enkel leve, om U te beminnen en getrouw te dienen. Onze Vader enz.
t
DERTIENDE STATIE.
Jesus wordt van het Kruis genomen en gelegd in den schoot zijner allerh. Moeder.
\. Wij aanbidden U, Christus enz.
114
Maria, Moeder van smarten, ach ! welk zwaard van droefheid moet het voor U zijn geweest, uwen lieven Zoon, Jesus, dood in uwen schoot te aanschouwen : ach ! verkrijg Gij voor mij, dat ik altijd de zonde verafschuwe, als de oorzaak van zijnen dood en van uw overgroot lijden, dat ik in het vervolg als een waar christen leve en zalig worde.
Onze Vader enz.
t
VEERTIENDE STATIE.
[esus wordt in het Graf gelegd. v. Wij aanbidden U, Christus enz.
Ik werisch altijd met U gestorven te blijven, mijn Jesus ; en zoo ik leef, wil ik leven voor U, om hierna met U in den hemel de vruchten te genieten van uw lijden en van uwen smartvollen dood. Amen.
Onze Vader enz.
LAAT ONS BIDDEN.
O God, die de Banier van het levendmakend Kruis door het kostbaar Bloed van uwen Eengeboren Zoon hebt willen heiligen ; geef, bidden wij U, dat zij, die hunne â vreugde stellen in de verheerlijking van datzelfde H. Kruis, zich ook overal in uwe
115
bescherming mogen verheugen. Door denzelfden Christus onzen Heer. r. Amen.
Men sluite met vijfmaal het Onze Vader, Wees Gegroec en Eere zij den Vader ter eere der vijf wonden onzes Heeren en eenmaal het Onze Vader, Wees gegroet en Eere zij den Vader volgens de meening van den Paus,
LITANIE
van hei
HEILIG HART VAN JESUS.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God hemelsche Vader, ontferm ü onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm
U onzer.
God H. Geest,
H. Drievuldigheid, één God, C
Hart van Jesus, Zoon van den eeuwigen ^ Vader, m
Hart van Jesus, Zoon van de Maagd en 3 Moeder Maria, O
Hart van Jesus, eigen en waardige woon- o plaats van den H. Geest, §
Hart van Jesus, tempel van de Allerhei- quot; ligste Drievuldigheid,
116
Hart van Jesus, glorie ea vreugd der Engelen, ontferm U onzer.
Hart van Jesus, oneindig in majesteit,
Hart van Jesus, voorwerp van alle liefde, Allerootmoedigst Hart van Jesus, Allerzuiverst Hart van Jesus, Allerminnelijkst Hart van Jesus,
Hart van Jesus vol van zegen en genade. Wellust van hemel en aarde,
Licht van geheel de wereld. Onoverwinnelijke sterkte tegen onze vijanden,
Fontein van alle rechtvaardigheid, 3 Oorsprong van goedheid en barmhar-i? tigheid, 3
g Vol medelijden en teederheid,
Woonstede aller deugden, ^
^ Waardig allen lof en eer, g
®Aan wien alle aanbidding toekomt, S quot; Oneindige afgrond van alle hemelsc'ne ^ u gaven,
i; Fontein der springende wateren tot het eeuwige leven,
Verzoening onzer zonden.
Troost van alle bedrukte harten.
Hoop van die in ü sterven,
Ons leven en verrijzenis.
Toevlucht van alle zondaren. Met bitterheid voor ons vervuld.
117
Met versmaadhedcn voor ons verzadigd, q «Om onze boosheden doorwond, d
« Voor onze zaligheid gestorven aan het ff1 ^ kruis, §
§ Met eene lans doorstoken,
Levende, heilige en Gode behagende ^ offerande, §
X Altaar, op hetwelk alle Heiligen opge-
offerd worden.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, spaar ons, Jesus.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, verhoor ons, Jesus.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, ontferm ü onzer, Jesus. v. O Koning der glorie. Gij zult hooit versmaden.
a. Een boetvaardig en vernederd hart.
LAAT ONS BIDDEN.
Heer Jesus ! die dcor eene nieuwe weldaad uwer genade, aan uwe Kerk de onuitsprekelijke riikdommen van uw Hart hebt geopend ; geef dat wij aan dit aanbiddelijk Hart liefde voor liefde schenken, en door waardige eerbewijzingen den hoon herstellen, dien Her door de ondankbaarheid der menschen moet verduren. Gij die leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen Amen.
118
OPDRACHT
aan het
ALLERH. HART VAN JESUS.
Ik NN., om U mijne erkentelijkheid te toonen, en alle miine ongetrouwheden te herstellen, schenk U mijn hart en wijd mij geheel aan U toe, o mijn beminnelijke Jesus ; en met uwe hulp neem ik mij voor, niet meer te zondigen.
Paus Piua VII, vergunde aan alle gcloovigen, die gedurende eene geheele maand ten minste met roun moedig hart en met godsvrucht genoemde Opdracht voor de beeltenis van het allerh. Hart van Jesus bidden :
Een tollen Aflaat, op een dag naar verkiezing derzelfde maand, mits men, na waarlijk rouwmoedig te hebben gebi cht en gecommuniceerd, godvruchtig bidt vjor het welzijn van onze Moeder de H. Kerk, en volgens de meening van Z. H.
Jeu Aflaat van 300 dagen eeus per dag voor wie haar ten minste met rouwmoedig hart en met godsvrucht bidt voor gemelde H. Beeltenis.
KRANSJE ter eere van het Allerh. Hart.
p. O God, kom mij te hulp.
a. Heer, haast U om mij te helpen, p. Glorie zij den Vader, den Zoon en den H. Geest.
a. Gelijk het was in het begin en nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen, Amen.
119
I. Mijn liefdevolle Jesus, wanneer ik uw goedig Hart beschouw, en het geheel liefde en teederheid zie voor de zondaren, voel ik het mijne vervuld met vreugde en vertrouwen, van guns'.ig door U te worden ontvangen. Ach ! hoevele zonden heb ik bedreven ! Maar thans, op het voorbeeld van Petrus en van de boetvaardige Magdalena, beween en verfoei ik ze. omdat ik daardoor U, mijn hoogste Goed, bekedigd heb. Ja, schenk mij de vergiffenis ervan ; en o, moge ik eer sterven, ik smeek het à bij uw liefdevol Hart, moge ik eer sterven dan U te beleedigen, en moge ik ten minste enkel en alleen leven, om ü wederliefde te bewijzen.
Men bi it i Onze Vader en 5 Eere zij den Vader ter eere van hei goddelijk Hart, en zeg^e daarna :
Zoet Hart van mijn Jesus, maak dat ik ü altijd beminne
II. Ik zegen, mijn Jesus, uw allernederigst Hart, cn bedank ü, dat Gij het mij tot toonbeeld hebt gegeven, niet enkel met de krachtigste aansporingen om het na te volgen, maar dat Gij mij ook ten koste uwer zoo diepe vernederingen den weg daartoe aanwijst en gemakkelijk maakt. Dwaze en ondankbare die ik was ! Ach, hoever ben ik afgeweken ! Vergeef mij. Geen hoog-
] 20
moed meer; maar met een nederig hart wil ik U 'ie midden van vernederingen volgen, en zoo vrede en zaligheid vinden. Geef mij de kracht daartoe, en ik zal in eeuwigheid uw Hart zegenen.
i Onze Vader en 5 Eere zij den Vader.
Zoet hart enz.
III. Ik bewonder, o mijn Jesus, uw allergeduldigst Hart, en ik bedank U voor zooveel bewonderenswaardige voorbeelden van onverwinnelijk geduld, ons door ü nagelaten. Ik betreur het, dat zij zonder vrucht tegen mij het verwijt inbrengen mijner dwaze prikkelbaarheid, die den geringsten last niet weet te verdragen. Ach ! mijn dierbare Jesus, stort in mijn hart eene vurige en duurzame liefde tot kwellingen, kruisen, versterving en boetvaardigheid, opdat ik, door ü te volgen op den Calvarieberg, met U kome tot de glorie en de vreugde des hemels.
1 Onze Vader en 5 Eere zij den Vader.
Zoei Bart enz.
IV. Bij het beschouwen van uw aller-zachtmoedigst Hart, dierbare Jesus, heb ik een afschrik van het mijne, zoo geheel verschillend van het uwe. Al te dikwijls is een lichte schijn, een teeken, een tegenstrijdig woord genoeg, om mij te verontrusten en tot bittere klachten te brengen. Ach ! ver-
121
geef mij mijne opvliegendheid, en geef mij de genade voor het vervolg in eiken tegenspoed uwe onverstoorbare zachtmoedigheid na te volgen, en aldus een voortdurenden heiligen vrede te smaken.
i Onze Vader en 5 Eere zij den Vader.
Zoet Hart enz.
V. Dat men lof zinge, o Jesus, aan uw allermoedigst Hart, overwinnaar van dood en hel, dat alle onze lofprijzingen over-waardig is. Meer dan ooit sta ik beschaamd, wanneer ik de kleinmoedigheid van het mijne zie, dat, vol van menschelijk opzicht, voor het geringste woord bevreesd is. Maar dit zal anders worden. Ik smeek U om zoo grooten moed en kracht, dat ik hier op aarde met (J strijde en overwinne, en hierna vol vreugde met U zegeviere in den hemel.
1 Onze Vider en 5 Eere zij den Vader.
Zoet Hart enz.
quot;W enden wij ons tot Maria, wijden wij ons steeds inniger aan Haar toe, en zeggen wij vol vertrouwen op haar moederhart:
Door de verhevene voorrechten van uw allerzoetst Hart, o groote Moeder Gods en mijn Moeder Maria, verkrijg mij eene vurige en standvastige godsvrucht tot het H. Hart van uwen Zoon Jesus, opdat ik, met mijne gedachten en gevoelens daarin opgesloten,
123
alle mijne plichten vervulle, en steeds met opgeruimdheid des harten, maar bijzonder op dezen dag, mijnen Jesus diene.
v. Hart van Jeus, brandend van liefde lot ons.
r. Ontvlam ons hart van liefde tot U ! LAAT ONS BIDDEN.
Wij bidden U, o Heer, dat de H. Geest ons ontvlamme door dat vuur, hetwelk onze Heer Jesus Christus uit het binnenste zijns Harten over de aarde heeft afgezonden, en dat hij krachtig ontstoken wenscht te zien. Die met U leeft en heerscht in de eenheid van denzelfdcn H. Geest God door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
GEHEIMEN te OVERWEGEN
ONDIR HET
BIDDEN VAN DEN ROZENKRANS.
De blijde Geheimen.
Bij het eerste blijde Geheim overweegt men, hoe de Aartsengel Gabriël aan de allerh. Maagd aankondigde, dat zij onzen Heer Jesus Christus zou ontvangen en baren.
Eén Onze Vader 10 Wees gegroet en één Gloria. (Hetzelfde voor alle andere Geheimen.)
Bij het tweede blijde Geheim overweegt men, hoe de allerh. Maagd, het bericht des
323
Engels nopens de H. Elisabeth indachtig, schielijk, op weg ging, om haar nicht in haar huis te bezoeken, en daar drie maanden bij haar bleef.
Bij het derde blijde Geheim overweegt men, hoe de allerh Maagd Maria toen de tijd was gekomen, onzen Verlosser Jesus-Christus te middernacht, in de stad Bethlehem baarde, en tusschen twee redelooze dieren in de kribbe nederlegde.
Bij het vierde blijde Geheim overweegt men, hoe de allerh. Maagd Maria, op den dag harer zuivering, Christus onzen fleer in den Tempel opdroeg en hem in de armen legde van den H. grijsaard Simeon.
Bij het vijlde blijde Geheim overweegt men, hoe de allerh. Maagd Maria, na haren Zoon verloren en gedurende 3 dagen te hebben gezocht, Hem aan het einde van den derden dag in den Tempel terugvond in het midden dor Leeraars, mee wie Hij, toen 12 jaren oud, redetwistte.
Droevige Geheimen.
Bij het eerste droevige Geheim overweegt men, hoe onze Heer Jesus Christus, toen hij bad in den Hof van Olijven, bloed zwsette.
Bij het tweede droevige Geheim overweegt men, hoe onze Heer Jesus Christus in het huis van Pilatus wreed gegeeseld werd en
m
tallooze slagen ontving.
Bij het derde droevige Geheim overweegt men, hoe onze Heer Jesus Christus met allerpuntigste doornen werd gekroond.
Bij het vierde droevige Geheim overweegt men, hoe aan Jesus Christus, toen Hij ter dood was veroordeeld, tot zijne grootere beschaming en smart, het zware kruishout op de schouders werd gelegd.
Bij het vijfde droevige Geheim overweeg! men, hoe Jesus Christus, op den Calvarieberg gekcmen, van zijne kleederen beroofd en met uiterst scherpe nagels aan het Kruis werd gehecht, waarop Hij stierf in tegenwoordigheid zijner diepbedroefde Moeder.
Glorierijke Geheimen.
Bij het eerste glorierijke Geheim overweegt men, hoe onze Heer Jesus Christus, den derden dag na zijn Lijden en Dood, glorierijk en zegevierend verrees, om nooit meer te sterven.
Bij het tweede glorierijke Geheim overweegt men, hoe J. C, veertig dagen en zijne Verrijzenis, met groöten luister en zegepraal ten hemel opklom, onder de oogen van zijne allerh. Moeder en van al zijne leerlingen.
Bij het derde glorierijke Geheim overweegt men, hoe Jesus Christus, zittende
125
aan de rechterhand zijns Vaders, den H. Geest afzond in de zaal van het laatste Avondmaal, waar de apostelen met de allerh. Maagd vergaderd waren.
Bij het vierde glorierijke Geheim overweegt men, hoe de allerh. Maagd Maria, twaalf Jaren na de Verrijzenis van O. H. j! C., van dit leven scheidde en door de Engelen ten hemel werd opgevoerd.
Bij het vijfde glorierijke Geheim overweegt men, hoe de allerh. Maagd Maria in den hemel werd gekroond door haren god-delijken Zoon, en overweegt men ook de glorie van alle heiligen.
Men kan den Rozenkrans besluiten met het bidden der Litanie van Loretten.
kransje
ter eere der Onbevlekte Ontvangenis van de allerh. Maagd Maria.
In den naam des Vaders en des Zoons en des H. Geestes. Amen.
Eerste gedeelte. Gezegend zij de heilige en Onbevlekte Ontvangenis der allerh. Maagd Maria. Vervolgens bidt men i Onze Vader, 4 Wees gegroeten en i Eere zij den Vader. Tweede gedeelte, als het eerste.
Derde
⢠quot; quot; quot;
/. H. rans Pius IX. vergunde aan all» geloovigen, die een» maand lang, dagelijks, ten minste met rouwmoedig
126
hart en godvruclit'g dit Kransje hebben gebeden :
Een vollen Aflaat, le verdienen op dlt;)U dag, waarop men waarlijk rouwmoedig biecht en «ommnniceert.
I en Af aal van 300 dagen voor iederen keer dat men het ten minste met rouwmoedig hart en godvruchtig bidt.
De zeven smarten en vreugden van den H. Joseph.
I. O glorierijke 11. Joseph, allerzuiverste Bruidegom der allerh. Maagd Maria, hoe groot was de onrust en de benauwdheid uws harten bij de onzekerheid, of gij uwe onbevlekte Bruid zoudt verlaten ; maar hoe onuitsprekelijk groot ook was uwe vreugde, toen het verheven Geheim der Menschwor-ding U door een Engel werd geopenbaard. Door deze uwe smart en vreugde bidden wij U, onze ziel nu en te midden der Smarten van ons doodbed te vertroosten met de vreugde van een deugdzaam leven en van een heiligen dood, gelijk aan uw dood, die gestorven zijt in de armen van Jesus en Maria.
Onze Vader, Wees gegroet, Eere zij den Vader.
II. O glorierijke à Joseph, overgelukkige Patriarch, uitverkoren tot de bediening van Voedstervader van het menschgeworden Woord, de smart, die Gij hebt gevoeld, toen Gij het goddelijk Kind Jesus in zoo groote ai moede zaagt geboren worden, verkeerde plotseling in hemelsche blijdschap,
127
toen Gij het Engelenkoor hoordet en de glorie aanschouwdet van dien zoo heerlijk schitterenden nacht.
Door deze uwe smart en vreugde smeek ik U, voor ons te verkrijgen, dat wij, na de reis van dit leven, daar mogen aankomen, waar wij het loflied der Engelen zullen hooren en ons koesteren in de stralen der hemelsche glorie.
Onze Vader, Weesg. groet, Eere zij den Vader.
III. O glorierijke II. Joseph, allerge-hoorzaamste Uitvoerder van Gods wetten, het overkostbaar Bloed, dat het goddelijke Kind, onze Verlosser, in zijne Besnijdenis vergoot, doorwondde uw hart, maar door den Naam Jesus werd het wederom met leven en blijdschap vervuld.
Door deze uwe smart en vreugde, verwerf ons, dat wij, na elke ondeugd in ons leven te hebben uitgeroeid, met den zoeten Naam lesus in het hart en op de lippen, vol blijdschap mogen sterven.
Onze Vader, Wees gegt oet, Eere zij den Vader.
IV. O glorierijke []. Joseph, allerge-trouwste Heilige, die in de geheimen onzer Verlossing werdt ingewijd ; de voorzegging van Simeon omtrent hetgeen Jesus en Maria moesten lijden, berokkende U wel is waar doodelijke droefheid, maar vervulde U ook
128
terzelfder tijd met zalige blijdschap, omdat hij tegelijkertijd voorspelde, dat daaruit de zaligheid en glorierijke verrijzenis van tal-looze zielen moesten voortspruiten.
Door deze uwe smart en vreugde, verwerf ons, dat wij mogen behooren tot het getal van hen, die door de verdiensten van Jesus en op de voorspraak der Moedermaagd met glorie zullen verrijzen.
Onze Vader, Wees gegroet, Eerc zij den Vader. v. O glorierijke H. Joseph, allerwaak-zaamste Beschermer en Boezemvriend van Gods menschgeworden Zoon, wat hebt gij veel moeite doorstaan om den Zoon des Allerhooffsten te voeden en te dienen, vooral op de vlucht naar Egypte ; maar ook hoe groote vreugde hebt gij gesmaakt, wijl gij dienzelfden Grd voortdurend aan uwe zijde hadt en de Egyptische afgodsbeelden voor Hem ter aarde zaagt vallen.
Door deze uwe smart en vreugde, verwerf ons, dat wij, vooral door het vluchten der gevaarlijke gelegenheden, den helschen dwingeland verre van ons mogen houden, dat wij eiken afgod van aardsche genegenheid in ons hart omverwerpen, en geheel verknocht aan den dienst van Jesus en Ma-Maria voor hen alleen leven en een heiligen dood sterven.
Onze Vader, Wees gegroet^ Eere zij den Vader,
129
VI. O glorierijke [I. Joseph, Engel hier op aarde, die vol heilige bewondering aan-schouwdet, hoe de Koning des hemels aan uwe wenken gehoorzaamde, uwe blijdschap liem uit Egypte terug te mogen leiden werd verstoord door de vrees voor Arche-laüs ; maar door een Engel gerust gesteld, hebt gij u vol vreugde met Jesus en Maria wederom te Nazareth gevestigd. Door deze uwe smart en vreugde, verkrijg voor ons, dat wij alle schadelijke vrees uit ons- hart verdrijven, den vrede van een goed geweten smaken, gerust leven in het gezelsclr-p van Jesus en Maria, en ook in hun gezelschap sterven.
Onze Vader, Wees gegroet, Eere zij den Vader.
VII. O glorierijke [f. Joseph, toonbeeld aller heiligheid, toen gij builen uwe schuld het Kind Jesus had verloren, hebt gij Uet drie dagen lang in de grootste smart gezocht, totdat gij de hoogste vreugde mocht smaken van Jesus, uw Leven, in den Tempel onder de leeraars weder te vinden.
Door deze uwe smart en vreugde, smee-ken wij [J, met het hart op onze lippen, om uwe tusschenkomst, dat het ongeluk ons toch nooit treffe van Jesus door zware zonden te verliezen, en mocht dit helaas !
180
ooit gebeuren, dat wij Hem dan onvermoeid door onze droefheid terugzoeken, zoolang tot wij Hem gunstig gestemd terugvinden, voornamelijk in ons stervensuur, om dan den hemel in te gaan, waar wij Hem zullen mogen genieten en met U in eeuwigheid zijne goddelijke barmhartigheid verheerlijken.
Onze Vader, Wees gegroet, Eere zij den Vader.
Antif. Jesus zelf wis zijn dertigste jaar als aanvangende, toen hij doorging als de zoon van Joseph.
v. Bid voor ons H. Joseph.
r. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
LAAT ONS BIDDEN.
God, die door eene onuitsprekelijke voorzienigheid den H. Joseph tot bruidegom uwer allerheiligste Moeder hebt willen verkiezen, geef bidden wij u, dat wij hem, dien wij op aarde als beschermer vereeren, als voorspreker mogen nebben in den hemel I Gij die leeft en regeert in eeuwigheid.
r. Amen.
Pans Pius Vil, veigunde aan alle geloovigen, die gemelde gebeden ten minste met ronwmoedig hart bidden:
ten Aflaat van 100 dagen eens per dag.
Een JJlaat van 300 dagen op alle Woensdagen van het jaar, en op iederen dag der twee Novenen, de eerste vóór het hoofdfeest van den H. Joseph (19 Maart), de andere
181
vóór het feest der Bescherming op den derden Zondag na Paschen:
len vollen Aflaat op de twee genoemde feestdagen, aau allen die, na waarlijk rouwmoedig te hebben gebiecht en gecommuniceerd, deze gebeden verrichten.
Een vallen Aflaat eens in de maand, aan allen, die ze eene maand laug dagelijks hebben gebeden, te verdienen op een dag waarop men met waar berouw biecht en communiceert.
Paus Gregorius XVI, vergunde aan alle geloovigen, die ten minste met rouwmoedig hurt en met godsvrucht gemelde gebeden bidden op 7 achtereenvolgende Zondagen des jaars naar verkiezing.
Een Aflaat van 800 dagen op ieder dor 6 eerste Zondagen.
Een vollen Aflaat op den 7n Zondag, mits men met waar berouw biechte en communiceere.
Z. H. Paus Pius IX, voegde, na voorafgaande bevestiging der vermelde vergunningen, daarbij :
Een vollen Aflaat op ieder der 7 achtereenvolgende Zondagen des jaars naar verkiezing, mits men, na vooraf genoemde gebeden verricht en met waar berouw te hebben gebiecht en gecommuniceerd, eene kerk of openbari bedeplaats bezoeke en daar een tijd lang bidde volgens de meening van Z. H.
Dezelfde Paus strekte em vollen Aflaat, te verdienen op ieder der opgenoemde 7 Zondagen onder het jaar, ook nog uit tot die personen, welke niet kannen lezen, en op plaatsen wonen, waar zulke godvruchtige oefeningen niet in het openbaar gehouden worden, mits zij op iederen Zondag na alle bovengemelde voorwaarden te hebben volbracht, in de plaats dier gebeden enkel 7 Ome Vader met Wees gegroet en Eere zij den Vader bidden.
132
OEFENINGEN
TER EERE VAN DE HH. MAAND - PATRONEN.
I.
't Schoone gebruik om voor elke maand des Jaars een bijzcnderen patroon aan te nemen, werd allereerst door den H. Fran-ciscus de Borgia ingevoerd in de Societeit van Jesus, en van daar is het overgegaan in de congregatiën der Allerheiligste Maagd.
Om deze heilzame oefening met vrucht te verrichten, neme men het volgende in aanmerking :
ic. Bij het begin der maand zal men zich op eene bijzondere wijze stellen onder de bescherming van den Heilige, dien men tot Patroon heeft.
2°. 's Morgens en 's avonds zal men hem met vertrouwen aanroepen.
3°. Op zijn feestdag of op den volgenden Zondag, zal men, zoo mogelijk, tot de H. Sacramenten naderen.
4°. 't Is raadzaam de geschiedenis van zijn leven te lezen, opdat iedereen hem na-volge volgens zijnen staat.
5°. Op het einde der maand zal men hem danken voor al de gunsten door zijne voorspraak verworven, en men zal zich nog eens voor het overige zijns levens, in zijne bescherming aanbevelen.
183
IF. Maandbriefjes.
Om de beoefening van evengenoemde devotie gemakkelijk te maken worden er maandbnefjes rondgedeeld en in de Vergadering door den Bestuurder voorgelezen.
Deze briefjes wijzen aan welke Heilige als maand-patroon is gekozen, en bevatten te gelijk eene kernspreuk ter overweging, eene deugd ter beoefening en eindelijk eene of meerdere personen, die de congregatie bij voorkeur in hare gebeden Gode zal aanbevelen. De maandbriefjes in de congregatie der O. Ontv. van Maria te WEERT van oudsher in gebruik luiden, als volgt :
JANUARI.
Patroon. â H. Franciscus van Sales. Deugd. â Zachtmoedigheid.
Spreuk. Leert van Mij, dat ik zachtmoedig en nederig van hart ben ; en gij zult rust vinden vcor uwe zielen Math XI. 29. Oefening, x0. De gramschap bij de eerste beweging tegenwerken, door terstond te zwijgen, of de plaats te verlaten.
20. In het berispen en straffen de gramschap regelen door de naastenliefde.
30. In den omgang met grammoedigen, zooveel mogelijk toegeven.
184
Een zacht woord, breekt de gramschap.
Prov. 15. 1.
Bidden om dit jaar die deugd te verkrijgen.
FEBRUARI.
Patrones. â H. Anna.
Deugd. â Dankbaarheid.
Spreuk. Hoe grooter de weldaden zijn, die men ontvangen heeft, des te grooter zullen de straffen zijn, als men dezelve verwaarloost. H. J Chrysostomus.
Oefening, i0. De weldaden van God ontvangen hoogachten, en dikwijls er aan denken.
20, God voor die weldaden danken.
30. Dezelve tot Gods eer, tot onze zaligheid en tot heil van anderen aanwenden.
Bidden voor onze en alle Congregatiën.
MAART.
Patroon. â H. Gabriël Aartsengel.
Deugd. â Gehoorzaamheid.
Spreuk. Zie de dienstmaagd des Heeren, mij geschiede naar uw woord. Luc. I. 30.
Oefening, iquot;. Eenen kleinen dunk hebben van ons zeiven.
20. Dikwijls bedenken, dat onze oversten ons in Gods plaats bestieren.
3'. Voor oogen houden de gehoorzaamheid van Jesus, Maria en Joseph.
135
4°. Bijzonder in kleine zaken stiptelijk gehoorzamen.
Bidden voor een zaligen staat.
APKIL.
Patrones. â H. Maria Magdalena.
Deugd. â Boetvaardigheid.
Spreuk. Gemakkelijker heb ik er gevonden, die de onschuld bewaard, dan die voldoende boetvaardigheid gedaan hadden.
H. Ambrosius.
Oefening. 10. Eiken avond ons geweten onderzoeken en ons voornemen vernieuwen.
2quot;, Na den val spoedig opstaan en biechten.
3quot;. Al ons doen cn laten dikwijls aan God opdragen tot vergiffenis onzerzonden.
4°. Onzen wil en onze zinnenversterven.
Bidden voor de bekeering der zondaren.
MEI.
Patroon. â H. Joamcs NepomucenusJ
Deugd. â Sterkte.
Spreuk. Als gij wilt gekroond worden, strijd dan moedig en verdraag geduldig.
Navolging van Christ. Ill boek iphoofdst.
Oefening. 1quot;. De beleedigingen grootmoedig vergeven en allen haat afleggen,
a0. De deugd onbeschroomd beoefenen
136
en de zondaars broederlijk, vermanen. 3°. De naaste gelegenheden van zonden zorgvuldig mijden en slechte gewoonten dapper bevechten.
4°. In de biecht rondborstig zijne zonden belijden.
Bidden voor hen, die vervolging lijden voor Jesus.
JUNI.
Patroon. â H. Aloysius.
Deugd. â Zuiverheid.
Spreuk. Zalig zijn de zuiveren van harte, want zij zullen God zien.
Math. s. v. 8.
Oefeningen, i0. Mistrouwen van ons zeiven. 2°. Waken op onze zinnen en op onze gedachten.
3°. De gelegenheden vluchten. 4°. Op God betrouwen en Hem bidden.
Bidden voor de Jeugd.
JULI.
Patronen. â De HH. Hieronymus en An-tonius van WEERT,
Deugd. â Geloof.
Spreuk. Het is moeielijk slecht te leven als men goed gelooft. H. Augustinus.
De heiligen zijn voor het geloof gestorven, en wij schamen ons over hetzelve
187
uit menschelijk opzicht.
Ocfemng. i0. Onze kennis der christelijke leer vermeerderen door aandachtig de onderrichtingen bij te wonen, door het lezen van goede boeken, cn door eigene overweging.
2°. God bidden om vermeerdering van ons geloof en dikwijls eene akte van geloof verwekken.
3°. In het gebed, in de Kerk, vooral bij de uitstelling van het Allerheiligste, toonen dat men gelooft.
Bidden voor de uitbreiding des geloofs en het uitroeien der ketterijen.
AUGUSTUS.
patf'oon. â H. Alphonsus M. de Ligorio.
Deugd. â Godvruchtigheid.
Spreuk. De roerisch ziet hetgeen uitwendig is ; doch God beschouwt het hart.
I. Reg. i6. v. 7.
Oefening. 10. Alle dagen eene of andere ⢠waarheid des geloofs overdenken
20. Eene akte van geloof, van hoop en liefde verwekken.
3'. Nu en dan een schietgebedje bidden.
Bidden vcor de armen.
SEPTEMBER.
Patrones. â O. L. V. der VII Smarten.
138
Deugd. â Zelfverloochening.
Spreuk. Onze overwinning moet in ons hart zijn ; zooals Christus overwonnen heeft, zoo moet de christen trachten te overwinnen. H Augustin.
Oefening, i0. Onze driften tegenwerken zoodra wij dezelve in ons gewaar morden.
2°. De tegenovergestelde deugden beoefenen.
39. Elke drift afzonderlijk aanranden en niet rusten vooraleer dezelve getemd is.
Bidden om de kennis van ons zeiven te verkrijgen.
OCTOBER.
Patroon. â H. Franciscus v. Assisiè'n.
Deugd. â Ootmoedigheid.
Spreuk. Christus heeft zich vernietigd, de gestalte van een dienstknecht aannemende.
Phil 2. 7.
Oefening. 10. Tevreden zijn in onzen staat en gehoorzamen aan onze oversten.
20. Nooit van ons zeiven spreken, noch goed, noch kwaad.
30. De vernederingen en verongelijkingen geduldig verdragen.
4°. Als men berispt wordt, niet tegenspreken.
Bidden voor onze Oversten.
IS»
NOVEMBER.
Patroon. â H. Martinus.
Deugd. â Betrouwen op God.
Spreuk. Ik kan alles in Hem, die mij versterkt. l:hilip. 4. 13.
Vraagt, en u zal gegeven worden.
Luc. XI.
Oefening, i0. 's Morgens en 'saNonds, Gods bijstand afbidden.
20. In moeielijke omstandigheden, in bekoringen, met betrouwen bidden.
30. Bijzonder Gods licht en bijstand at-smeeken, als men een gewichtig werk begint b. v. als men eenen staat verkiest.
Bidden voor de geloovige zielen, bijzonder voor die onzer medebroeders.
DECEMBER.
Patroon. â H Franciscus Xaverius.
Deugd. â Naastenliefde.
Spreuk. Let op hoe zeer gij U zeiven bemint en bemin zoo uwen evenmensch.
H. Augustinus.
Oefening. 10. Voor den evennaaste bidden.
20. Hem in lichamelijken en vooral in geestelijken nood naar vermogen bijstaan.
30. Hem stichten door het goede voorbeeld.
40. Zijne fouten bedekken.
140
Bidden voor de bekeering der ongeloovigen en voor de armen.
OVERZICHT,
bij wijze ran onderzoek, hetwelk men van iijct tot tijd kan doen, om met meer naii:: keurig-heid zijne plichten als christen en als lid der congregatie te vervullen (*).
i. Offeningen van godsvrucht. Doorloop de verschillende oefeningen van godsvrucht, li'elke gij te doen hebt, als Christen en als lid der Congregatie ; onderzoek welke de oorzaken zijn van uwe verstrooidheden : of zij voortkomen uit gebrek aan voorbereiding, of uit uwe gewone lichtzinnigheid, of wel uit zekere kleine aan gehechtheid, waardoor de geest en het hart ingenomen zijn. Houd u een weinig op hij de volgende punten.
Heb ik, slapen gaande en opstaande, eenige godvruchtige oefeningen verricht ?
Hoe heb ik, 's morgens en 's avonds, voor en na het eten, mijn gebed gedaan ?
Hoe ben ik in de heilige Mis tegenwoordig geweest ?
Hoe heb ik mij tot de biecht voorbereid ? Heb ik mij ernstig en bijzonderlijk tot een waar berouw opgewekt ?
f*J Deze oefening is biet voldoende om tot onderzoek voor de biecht te dienen.
141
Hoe heb ik mij tot de heilige Communie voorbereid ? â Welke vrucht heb ik uit mijne biechten en communiën getrokken ?
Hoe heb ik mij in de tegenwoordigheid van het allerheiligste Sacrament gedragen ? â Ben ik, gedurende de goddelijke diensten, wel ingetogen en met het gebed bezig geweest ? â Hoedanig is mijne godsvrucht jegens de heilige Maagd Maria ? â Ben ik daarin niet verflauwd ?
Hoe heb ik den Rozenkrans, den Angelus, de Litanie, enz., gebeden ? â Hoedanig is mijne liefde en verkleefdheid jegens de Congregatie ? Neem ik hare belangen en haren voorspoed ter harte ? Ben ik getrouw geweest om de gebeden der Congregatie te bidden ?
Heb ik niet verzuimd het woord Gods te aanhooren, als ik zulks gemakkelijk doen kon ?
Heb ik daarmede getracht voordeel te doen ?....
Heb ik zorg gedragen alle dagen aan God de genade te vragen van mijnen roep te kennen ?
Heb ik de lezing van godvruchtige boeken bemind ? Heb ik getracht daaruit voordeel te trekken ?
Heb ik de werken van barmhartigheid
142
volgens mijnen ouderdom, staat en gesteltenis beoefend ?
2. Plichten van een lid der congregatie. {De. nauwkeurigheid of onachtzaamheid waarmede een lid der Congr egatie deze plichten volbrengt, zal over zijnen ijver of zijne lauwheid doen oordeelen.)
Heb ik de regelen der Congregatie geheel, stiptelijk, en met christelijke inzichten onderhouden ?
3. Handelwijze met de oversten en met de naasten. Heb ik aan mijne oversten gehoorzaamd met eenvoudigheid, met vlijt, met renen geest van geloof? Heb ik mij gewacht iets te zeggen dat den eerbied, hun verschuldigd, kon benadeelen ? Heb ik niets voor mijnen geestelijken vader verzwegen ?
Ben ik toegevend en liefdadig geweest jegens alle menschen ? Heb ik niet somtijds kwaad van iemand gesproken ; â door onbescheidenheid en uit onvoorzichtigheid met mijnen naaste den spot gedreven; of hem uitgelachen; â Heb ik getracht door mijne woorden, mijnen evenmensch van de zonde te weerhouden, en hem tot de deugd op te wekken ?
(Een lid der Congregatie vermag veel goeds of kwaads te weeg brengen, naarmate zijn uiiu endig gedrag stichtend is of niet)
148
4.. Vooruitgang op den weg der deugd. Heb ik pogingen aangewend, om waarlijk godvruchtig te worden ? â Heb ik de H. Sacnmenten met meer ijver ontvangen ? â Heb ik mij meer vernederd en verstorven ? â Heb ik mijne heerschende driften bestreden ? â Heb ik getracht mijn inborst te verbeteren ? â Waarin is het voornaamste beletsel tegen mijnen voortgang op den weg der deugd gelegen ? â Waarvan komt het dat ik zoo weinig vorder ?
Op het einde van dit onderzoek, zal men God om vergiffenis vragen voor zijne overtredingen en nalatigheden, en ernstige en bepaalde besluiten maktn voor dc toekomst.
GEBEDEN te Rome gebruikelijk,
bij de
PLECHTIGE OPDRACHT en AANNEMING.
1. De Eerw. Bestuurder of wie de plechtigheid verricht, begint voor hel altaar de volgende Liymne, die door het koor wordt voortgezet:
Veni creator spi- Kom schepper, kom ritus, zie blz. 45. o H. Geest,
2. Preek.
3. Wijding der medailjes.
144
|
(Inmiddels kan er worden ter eere der v. /djutorium nostrum in nomine Domini, R. Qui iecit coelum et terram. v. Domine exaudi orationem meam, r. Et clamor meus ad te veniat. v. Dominus vobis-cum, r. Et cum spiritu tuo. Oremus. Omnipotens sem-piterne Deus qui sanctorum tuorum imagines (sive effi gies) sculpi autpingi non reprobas ut quo-ties illas oculis corporis intuemur,toties eorum actus etsancti-tatem ad imitandum memorias oculis me-ditemur; has quassu-eene Hyme gezonden Allerheiligste Maagd.) |
v. Onze hulp .'s in den naam des Hee-ren, r. Die hemel en aarde gemaaAt heeft, v. fleer verhoor mijn gebed, r. En mijn geroep kome tot U. v. De Heer zij met r. En met uwen geest. Laat oks eidddn. Almachtige eeuwige God, die het vervaardigen of schilderen van afbeeldingen uwer Heiligen niet veroordeelt, opdat, zoo dikwerf wij deze met de oogen des le-chaams beschouwen, wij hunne daden en heiligen wandel ter navolging met de |
145
|
mus, imagines in ho-norem et memoriam Beatissimoc Virginis Marias. Matris Domini nostri Jesu Christi et S . . . . adaptatas benefdicere et sancti f ficare digneris, et praesta, ut quicum-que coram illis Bea-tissimam Virginem et S . .. . suppliciter co-lere et honorare stu-duerit, illius meritis et obtentu a te gra-tiam in prassenti et asternam gloram ob-tineat in futurum. Per eumdem Christum Dominum nos-trum* oogen des geestes zouden overwegen, wij bidden TJ ge-waardig deze afbeeldingen ter eere en ter gedachtenis van de allerheiligste Maagd Maria de Moeder on-zes Ileeren Jesus Christus en van den 11 .... vervaardigd, te ze t genen en te hei f h'gen, en verleen dat allen, die voor deze de allerheiligste Maagd en den H . . .. ootmoediglijk zullen trachten eer en hulde te bewijzen door hunne verdiensten en voorspraak, van U genade voor het tegenwoordige en de eeuwige glorie \oor het toekomstige leven mogen erlangen. Door denzelfden Christus onzen lieer. r. Amen. |
146
(Vervolgens worden de medailjes met water besproeid.)
4. De Secretaris zegt tot de Aspiranten gekeerd :
Tot lof en glorie der Allerheiligste Drievuldigheid, ter eere der allerzaligste, Onbevlekt üntvangene Maagd Maria, onze Moeder en Patrones, tot uitbreiding en bloei van onze Congregatie, mogen zij toetreden, die wenschen aangenomen te worden tot leden onzer Congregatie, met name : N. N.
Zoodia deze ter bepaalde plaatse zijn gekomen, zegt:
De Prefect zich tot den Eerw. üestuurder kcerende :
Eerwaarde Vader! de hier tegenwoordi-gen wenschen vuriglijk in hen zeiven en in anderen de godsvrucht tot de gelukzalige Maagd Maria te vermeerderen, en verzoeken dringend in onze Congregatie te worden aangenomen.
De Eerw. Bestuurder. Met de grootste blijdschap verneem ik uw verlangen. Opdat ons dit echter des te duidelijker en volko-mener blijke, zoo antwoordt met duidelijke en verstaanbare stem op de vragen die de Prefect dezer Congregatie u zal voorstellen.
De Prefect. Verlangt gij waarlijk opgenomen te worden in deze Congregatie der
147
allerzaligste Maagd Maria, om u, onder de bescherming der roemnjke Maagd en Moeder, geheel en al aan Jesus Christus onzen Zaligmaker toe te wijden ?
De Aspiranten. Wij verlangen dit uit geheel ons hart.
De Prefect. Wilt gij dan oprecht uw best doen, om in deze Congregatie door uwe godsvrucht den godsdienstigen zin, door uwe reinheid van zeden, zachtmoedigheid en voorkomendheid de onderlinge liefde, en door uwe goede voorbeelden de stichting uw naaste te bevorderen ?
De Aspiranten. Ja, dat willen wij !
De Prefect. Belooft gij getrouwe naleving der Regelen, volgzi.amheid en liefde jegens den Bestuurder, en in alles wat de Congregatie betreft bereidvaardige gehoorzaamheid ?
De Aspiranten- Dat beloven wij!
De Prefect En wat gij beloofd hebt, hoe lang zult gij dit onderhouden ?
De Aspiranten. Altijd.
De Eerw. Bestuurder. Mijne beminden ! gij begeert voorzeker eene zaak, die der allerheiligste Maagd hoogst aangenaam eu voor L) zeiven hoogst nuttig en van het grootste gewicht is. Als gij U aan den dienst en de bescherming van de allerheiligste
148
Moeder Gods hebt toegewijd, dan kunt gij vertrouwen, dat gij U door de voorspraak van haar, die allen bemint, welke haar beminnen, met de meeste zekerheid hemel-sche gunsten zult verwerven. Immers, die allergoedertierendste Moeder staat allen bij, die hare hulp vragen ; maar hen, die haar oprecht zijn toegewijd, omgeeft zij voortdurend met hare bescherming, en zij verlaat hen nimmer, noch in de gevaren, kwellingen of ellenden van dit leven, noch in de ure des doods. Wilt gij dit ook ondervinden, dan moet gij nimmer de woorden uit uw geheugen verliezen, welke gij thans gaat uitspreken, dan moet gij uw best doen, door uwe onberispelijke zeden en geheel uw levensgedrag het bewijs te leveren, dat gij onder het getal harer dienaren zijt opgenomen. Vernieuwt dan, dewijl het ware geloof de wortel is en de grondslag van alle rechtvaardiging en heiligheid, de ge-looJsbelijdenis, welke onze H. Moeder de Katholieke Kerk gebruikt.
(In den naam van alle Aspiranten leest een van hen met duidelijke stem de geloofsbelijdenis van het Concilie van Trente voor, en allen houden brandende waskaarsen in de handen.)
149
GELOOFSBELIJDENIS
DEK
ROOMSCH KATHOLIEKE KERK
VOORGESCHREVEN DOOR FAUS PlI'S IV EN PAUS PlUS IX.
Ik N. N. geloof met een vast geloof en belijd alles, zoo in 't algemeen als in het bijzonder, wat vervat is in de geloofsbelijdenis welke de Heilige Roomsche Kerk gebruikt, te weten ;
fk geloof in eénen God, den almachtigen Vader, Schepper van hemel en aarde, van alle zichtbare en onzichtbare .lingen. En in éénen ileer, Jesus Christus, Gods eenigge-boren Zoon, en uit den Vader voor alle eeuwen geboren. God van God, licht van licht, waren God van den waren God, geboren niet gemaakt, één van wezen met den Vader, door wien alles gemaakt is. Pie om ons menschen en om onze zaligheid uit den hemel is nedergedaald, en het vleesch heeft aangenomen door den heiligen Geest uit de Maagd Maria en is Mensch geworden; die ook voor ons gekruisigd is, onder Pon-t/us Pilatus geleden heeft en begraven is ; en verrezen is ten derden dagen volgens de schriften en is opgeklommen ten Hemel, zit aan de rechterhand des Vaders, en met heerlijkheid zal wederkomen om te oordee-
ISO
len de levenden en de dooden ; wiens Kijk geen einde zal hebben. En in den heiligen Geest, den Heer en levendmakende, die van den Vader en den Zoon voortkomt, die met den Vader en den Zoon te zamen aangebeden en verheerlijkt wordt, die door de Propheten gesproken heeft. En ééne, heilige, katholieke en aspostolische Kerk.
Ik belijd een Doopsel tot vergeving der zonden. En ik verwacht de verrijzenis der dooden en het toekomstige leven Amen.
Ik neem zeer vastelijk aan en omhels de apostolische en kerkelijke Overleveringen, en de overige gebruiken en constitutie van dezelfde Kerü. Ook neem ik aan de heilige Schrift volgens dien zin, welken gehouden heeft en nog houdt onze Moeder de heilige Kerk, aan wie het toekomt te oordeelen over den waren zin en de uitlegging der heilige Schriften ; en ik zal die nooit anders verstaan en uitleggen, dan volgens de eenparige overeenstemming der Vaderen.
Ik belijd ook, dat er zeven ware en eigenlijke Sacramenten der nieuwe Wet zijn, door lesus Christus onzen Heer ingesteld en tot zaligheid van het menschelijk geslacht noodzakelijk, schoon niet allen voor een ieder; namelijk: het Doopsel, het Vormsel, het heilig Sacrament des Altaars,
151
de Biecht, het laatste Oliesel, het Priesterschap en het Huwelijk; en dat zij genade geven ; en dat van deze Sacramenten het Doopsel, het Vormsel en het Priesterschap zonder heiligschennis niet meer dan eens kunnen ontvangen worden. Ook neem ik aan en erken ik de aangenomen en goedgekeurde gebruiken der Katholieke Kerk bij de plechtige toediening van al de voornoemde Sacramenten,
Alles zoo in 't algemeen als in 't bijzonder wat over de erfzonde en dj rechvaardig-making in de heilige Kerkvergadering van Trente is vastgesteld en uitgesproken, omhels ik en neem ik aan.
Ik belijde insgelijks dat in de Mis aan God wordt opgedragen eene ware, eigenlijke en verzoenende offerande voor levenden en dooden en dat in het allerheiligste Sacrament des Altaars waarlijk, wezenlijk en zelfstandig tegenwoordig is het Lichaam en Bloed te gelijk met de ziel en de Godheid van onzen [jeer Jesus Christus, en dat er eene verandering plaats heeft van de geheele zelfstandigheid van het brood in het Lichaam en van de geheele zelfstandigheid van den wijn in het Bloed welke verandering de Katholieke Kerk Transsubstantiatie noemt. Ik belijd dat ook onder slechts eene gedaante
1B2
Christus geheel en volkomen, en het war Sacrament ontvangen wordt.
Onwankelbaar houd ik vast, dat er een vagevuur is, en dat de zielen, aldaar opgehouden, door de gebeden der geloovigen geholpen worden ; insgelijks ook, dat de Heiligen die te zamen met Christus heer-schen, behooren vereerd en aangeroepen te worden ; dat zij gebeden aan God voor ons opdragen, en dat hunne overblijfselen behooren vereerd te worden.
Ik betuig zonder eenigen twijfel dat men de beelden van Christus, en van de Moeder Gods, altijd Maagd, alsmede van de andere Heiligen behoort te hebben en te behouden, en daaraan de verschuldigde eer en vereerirg te bewijzen.
Ik betuig, dat ook de macht om aflaten te verleenen door Christus in de Kerk is achtergelaten, en dat derzelver gebruik voor het Christenvolk hoogst heilzaam is.
De heilige, katholieke, apostolische room-sche Kerk erken ik vcor de Moeder en de leermeesteres van alle Kerken ; en aan den roomsclien Paus, die de opvolger van den gelukzaligen Petrus den Prins der apostelen en de plaatsbekleeder van Jesus-Chiistus is, beloof en zweer ik. ware gehoorzaamheid.
Eveneens neem ik aan zonder eenigen
153
twijfel en belijd ik al het overige, door de heilige Kanons en door de algemeene Kerkvergaderingen, en bijzonder door de heilige Kerkvergadering van Trente, en door het Algemeen Concilie van het Vatikaan geleerd, vastgesteld en uitgesproken is, voornamelijk omtrent het Primaatschap van den Koomschen Paus en zijn onfeilbaar leeraarsambt ; en tevens veroordeel, verwerp en doem ik al wat daarmede in strijd is, en de ketterijen, welke hij op dezelfde wijze als ze door de Kerk veroordeeld, vei worpen en gedoemd zijn.
Dit waar katholiek geloof, buiten hetwelk niemandkan zalig worden, hetwelk ik op dit oogenblik vrijwillig belijd en in waarheid houd^ datzelfde geloof verzeker, beloof en zweer ik met Gods hulp, tot den laatsten adem mijns levens geheel en ongeschonden standvastig te behouden en te belijden, alsook naar vermogen te zullen zorgen, dat het door mijne onderhoorigen of door hen, voor wie ik in mijm betrekking zal te zorgen hebben, gehouden, geleerd en verkondigd worde.
Zoo helpe mij God en deze heilige Evangeliën Gods
5. De Eerw. Bestuur.der. Opdat gij des te getrouwer moget volbrengen wat gij zoo even beloofd hebt, zult gij nu in tegen-
164
r
woordigheid der gansche Congregatie plechtig uwe geloften nederleggen aan de voeten uwer minzame Moeder.
(Alle aspiranten, brandende waskaarsen' in de handen houdende, volgen met godsvrucht dengene aan wiens zorg zij gedurende den proeftijd werden toevertrouwd. Terwijl deze met luider stem de akte van toewijding of het formulier van opdracht uitspreekt, zeggen zij allen gezamelijk voor het altaar neergeknield) :
AK'I F. VAN TOEWIJDING.
Allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria ik N. N. ofschoon geheel onwaardig u te dienen, doch vertrouwende op uwe verwonderlijke goedheid, en vurig verlangende mij aan uwen dienst te verbinden, kicze u heden voor het aanschijn van mijn Engelbewaarder en van geheel hei Hemelsch 11 of tot mijne Koningin, Voorsoreekster en Moeder ; en maak het vaste besluit, U altijd getrouw te zullen blijven, en zooveel in mij is, te zullen zorgen, dat gij door allen getrouwelijk gediend wordt. Ik smeek en bezweer u dan, bij het dierbaar tot mijn heil vergoten Bloed van Jesus Christus, gewaar-dig u, o Liefdelijke Moeder, mij onder het getal uwer beschermelingen en voor eeuwig
166
tot uwen dienaar aan te nemen. Sta mij bij in alle mijne handelingen, en verwerf mij de genade, dat ik mij zoo gedrage in woorden, werken en gedachten dat ik nimmer noch u, noch uwen Goddelijken Zoon be-leedige. Wees mijner gedachtig en verlaat mij niet in het uur van mijnen dood Amen.
6. De Eerw. Bestuurder geeft aan een ieder hunner de gewijde medailje der H. Maagd en zegt:
Accipe signumCon-gregationis B. M. V. ad corporis et animae defensionem, ut di-vinae bonitatis gratia et ope Marise Matris tuas ffiternam beatitu-dinem consequi mer-earis: in Nomine Patris f et Filii et Spiritus Sancti. Amen.
Ontvang het leeken der Congregatie van de H. Maagd Maria tot verdediging van lichaam en ziel; opdat gij door de genade van Gods goedheid en de hulp van Maria uwe Moeder, de eeuwige zaligheid moogt verwerven; in den Naam des Vaders t en des Zoons en des 11. Geestes. A.men
(Terwijl de medailjes worden uitgereikt zingt het koor een lofzang der H. Maagd en daarna :)
156
Psalm 132.
Zie hoe goed en hoe liefelijk is het, da; broeders zamen wonen.
Het is gelijk de kostelijke olie op het hoofd, nederdalende op den baard, op den baard van Aaron.
Die neerdaalt tot op den zoom zijner kleederen. Het is gelijk de dauw van Her-mon die nederdaalt op den berg Sion !
'W ant de Heer gebiedt aldaar den zegen, en het leven tot in eeuwigheid.
Eere zij den Vader enz.
7. De Eci w. Besiuuder keert zich tot de nieuwe Leden en zegt het ;
FORMULIER VAN AANNEMING.
Tot Gods meerdere Glorie, tot eere der Allerzaligste Maagd Maria, tot e-eestelijk welzijn dezer Congregatie, en krachtens de macht door Z. H. den Paus N. aan mij toevertrouwd, neem ik N. N. tijdelijk bestuurder dezer Congiegatie aan als Leden van onze Congregatie, opgericht onder den titel van N., U. N. en maak en verklaar u deelachtig aan al de genaden, vruchten, voorrechten en aflaten, welke de H. Stoel aan de Hoofd-Congregatie te Rome, waarmede deze onze Congregatie op kanonieke wijze is verbonden, heeft verleend, In den
1B7
Naam des Vaders t en 'l65 Zoons f en des Heiligen f Geestes^ Amen.
Christus neme u op onder het getal van onze medebroeders en zijne dienaren. Hij verleene u tijd om wei te leven, gelegenheid om deugdzaam te handelen, standvastigheid om naar behooren te volharden, en gelukkig te komen, tot de erfenis des eeuwigen levens ; en gelijk ons heden de broederlijke liefde geestelijkerwijze vereenigt, zoo n oge de goddelijke barmhartigheid, die de onderlinge liefde schenkt en bemint, zich ge-waardigen ons met de zaligen in den Hemel te vereenigen. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.
8. De Eerw. Bestuurder zegt vervolgens:
v. Confirma hoe Deus v. Sterk o God, wat
Gij gewrocht hebt in ons.
r. Van uit uwen heiligen tempel te Jerusalem, v. Maak zalig uwe
dienaren,
r. Mijn God die op
U hopen,
v. Zend hun hulp o fleer, uit uw Heiligdom,
quod operatus es in nobis, r, In templo sancto tuo quod est in Jerusalem.
v. Salvos fac servos tuos,
r. Deus meus spe-rantes in te. v. Mitte eis Domine auxilium de Sancto.
158
|
R, Et de Sion tuere eos. v. Domine exaudi orationem meam. r. Et clamor meus ad te veniat. v. Dominus vobis-cum. r. Et cum spiritu tuo. Oremus. Adesto, Domine, supplicationibus nos-tris, et hos famulos tuos, quos Gongrega-tioni B. M, V. aggre-gavimus, benefdicere dignare, et prassta, ut statuta nostra, per auxilium gratiae tuae, sancte, pie et religiose vivendo valeant ob-servare,etobservando vitam promereri sem-piternam. Per Ghris-tum Dominum nostrum. Amen. |
r. En uit Sion bescherm hen. v. Heer verhoor mijn gebed. r. En mijn geroep kome tot U. v. De Heer zij met u, r. En met uwen geest. Laat ons bidden. Verhoor, o Heer, onze smeekingen, en gewaardig ü, deze uwe dienaren, die wij hebben aangenomen in de Gongregatie der gelukzalige Maagd Maria, te zefgenen ; en verleen dat zij onze Kegelen, met behulp uwer genade heilig, godvruchtig en godsdienstig levende, mogen onderhoudenj en zeonderhoudeudehet eeuwig leven verwerven. Door Christus onzen Heer. Amen, |
159
9- Het Allerheiligste wordt nu uitgesteld, de Lofzang âMagnificatquot; gezongen en het altaar bewierookt ; mocht de tijd ontbreken, dan intoneert de eerw, LSestuurder het Te Deum aanstonds na de uitstelling en bewierooking van het Allerheiligste Sacrament.
MAGNIFICAT
Mijne ziel verheft den lieer.
En verheugd heeft zich mijn geest over God, mijnen Zaligmaker!
Omdat Hij nederzag op de geringheid zijner dienstmaagd: want zie van nu af zullen alle geslachten mij zalig noemen :
Dewijl Hij groote dingen aan mij gedaan heeft, de Machtige, en heilige is zijn naam !
En zijne barmhartigheid is van geslachte tot geslachte voor degenen, die Hem vreezen.
Kracht heeft lüj mij geoefend door zijnen aim : hoogmoedigen in de gedachce huns harten heeft [lij verstrooid.
Machtigen heeft Hij afgezet van den troon, en geringen heeft Hij verheven.
Nooddruftigen heeft Hij met goederen overladen, en rijken heeft Hij ledig weggezonden !
Hij is Israël, zijnen dienstknecht, te hulp gekomen, indachtig zijner barmhartigheid.
Gelijk Hij aan onze vaderen heeft toege-
160
zegd, aan Abraham en aan ziin zaad eeuwigheid.
Eere zij den Vader enz.
10. TE DEUM LAUDAMU5. (blz. 40.)
HOOFDSTUK Hi.
N. 1.
GEZANGEN.
Veni, Creator.
|
Ve-ni Cre-a -tor Spi- ri-tus, Qui di - ce-ris Pa - ra -cli-tus, 3. Tu se -pti-for-mis mu-ne- re. 4. Ac-cen-de lu-men sen-si-bua, 5. Hoalem re pel-las, lon-gi-us, 6. Ter te sci-a-mrs. da Patrera, 7. D«-o Pa-tri sit glo-ri-a, Tn den Paaschlijd: |
eu-tes cu-o-rum Al - tis-si-mi do-1 )i-gitus Pa-ter-nse Jufunde a-morem Pa-cem-que doues Nos ca-mus at-que E-jus-qui so-li Et f'i-lio, qui a |
|
1. |
vi - si-ta, |
Im-ple |
su |
- per - na |
gra |
- ti |
- a, |
|
2. |
uumDe-i, |
f' ons vi - |
vus, |
i - gnis. |
cha |
- ri |
- tas |
|
8. |
dex-te-ife, |
Tu ri- |
te |
pro- mis - |
-sum |
Pa |
- tris |
|
4. |
cor-dibus, |
In -fir - |
ma |
no- stri |
cor |
-po |
- ris |
|
5. |
pro-ti-nus; |
Du-clo - |
re |
s;c Ie |
prae |
- VI |
- o, |
|
6. |
t i-li-um: |
Te-que u |
-tri |
- us-que |
spi - |
- n |
- turn |
|
V. |
J i-li- o |
cum Spi |
- n |
- tu Pa - |
ia - |
cli |
- to |
|
mor-luis |
Sur -re - |
â¢xit |
ac Pa - |
ra - |
cli |
- to |
6.
quot;! 62
Qucè tu ere - a - st'i pe -eto-ra. 2 Kt spi-ri - ta- lis un-cti- o.
3. Ser-mo-ne difans gut-tu-ra,
4. quot;Vir-tu-te firmans per-pe-ti.
5. Vi - te-mus om-ne uo-xi-um,
6. Cre-da-mus om- ui tem-po- re. 6. Nunc et per om-ne stc - cu-lum
In sa;- cu - lo-rum sai - cu-la
men. men.
I
lfi3
N. 3. Alma Kedemptoris Mater.
ex - o - ra. N. 4. Eegina, Coeli, laetare.
- lu . ».
166
Salve, Regina.
N. i.
2. Et eiâ«Itavit spiritus â â â â me - ns :
4. Qui-a fecit mlhi magna qai potens est:
6. Fe-cit potentiara in brachio - - an - o ;
8. E - suârientes iraplcvil - - . . bo - nis :
10. Si - cut locutus est ad patres - - nos - tros:
12. Si-cut erat in principio et nunc et «emâper
Magniflcit.
168
--
â iJ. in Deo saluâ â â â ta âri me â o.
4. et saDctumâ â â â no-meu e â jus.
6. dispersit superbos menie cor-dis su â i.
8. et divites dimi â â â sit ia - a â nes.
10. Abiaham et semini â â eâjus in strcula.
15. et in sse - cula s?c â culoârum, A â men.
Jf l b â _ i-
3. Qu - ia respexit humilitatem au - cil - lae suâae. 5. Et miseri(;ordia ejus a progeniâe in progenies, 7. De â posnit po â â â ten - tes deâseâde, 9. Sns â cepit Isra â â â el pnerum suum, iGlo â ria - - - â â Pa-tri et Fi-lio,
3. ra â ti â o - nes.
5. menâ tibus E - nm.
7. ta - vit humi - les.
9. cor â diae su - ae.
11. ri â tui sane - to.
109
Tantum Frgo.
Tau - turn erâbaâeraâmenâtnm Ve - neâre-Ge - ni-toâri Geâuiâ lo â e^ue lans et ju-
mur eer-nu - i, Kt an-ti-quum do-ou-men-tun* bi - la âti - o Sa - lus, ho-nor, vir-lus quo-que
I i J
sui) - ple- muntnm Seu - su - mn de - fee - tu - i. ab - n - tro -que Com - par - sit lau - da - li - o\
1. Staâbat maâter do - lo - ro-sa, Juxâta cru-cem
2. Cu - jus a-ui-mam ge-mentem, Cou-tri-sta-tam 8. O qnam tristis et af-flic-ta Fu-it ü - la
4. Quae mcc-re-bat et do- le -bat, Pi - a ma -ter
5. Quis est ho mo qui nou fle-ret, Matrem Christi
6. Quis non posset con-tri-sta-ri, Chris-ti ma-trem
7. Pro pec-ca-tii su â ae gen-tis, Vi -dit Je-sum
8. Vi - dit suum dul-cem ua-tum, Mo - ri-en-tem
9. E - ja maler fons a-mo-iis, Me seu-ti-re
10. Fac ut ar-de - at cor me- um In a-man- do
11. Sanc-1a ma-ter is-tud a -aas, Cru - ci- fi - ji 1?. Tu-i Na-ti vnl-ne-ra-ti Tam di^-na - ti
13. Fac me te-cum pi - e fle-re, Cru-ci-fi -xo
14. Jux- ta crucem te-cum sta-re. Kt me ti - bi
15. Vir-go vir-gi-num praecla-ra. Mi-hi jam non
- li - us.
- di - us.
- ni - t'.
- ely - ti.
- ci - o.
- li - o.
- di -turn.
- ri -tum,
- ge - am.
- ce - »m.
- li - de.
- vi - de. â xe - ro.
de - ro. ge - re,
3.
4.
5.
6.
7.
8. 9.
10. 11. 12.
13.
14.
15.
dum vi-de-bat si vi-de-ret con -tem-pla- ri in tor-men lis
Christum Deum, fi - ge plagns pro me pa-ti cou- do - leâre, so - ci - aâre
sis a -ms-ro, Fac me te-cum plan-
la - cry-mo-sa, Dum pen-Je-bat Fi et ge-meu-tera Per-trau-si-vit gla be-ne-dic-ta Ma - ter n - ui-ge Na - ti poc-nas in In - tau- to sup-pli Do - lantein cum Fi Et fla-gel - lis sub de - so - latum, Dum e - mi - sit spi vim do - lo-ris, Fac ut te-cum lu Ut si - bi com-pla Cor - di me - o va Pee -nas m'gt;cum di Do -nee e - go vi In planctu de - si
â Mi
171
N. t. Onbevlekte Ontvangenis van Maria.
| ||||||||||||||||
|
1. Triomf! de don âders sUpen, Rn'ton-weeris voor- 2. Triomf! de nacht is o-ver; üe schoonste daâge- 3. Zoo rijst in vol-len luis-ter Een tem-pel nit het 4. O Le-lieldie beâla-den Met dauw zoo lieflijk | ||||||||||||||||
ï. hij. Heel d'aarde juicht her - schapen Zij
2. raad Rijst op en glimt door 't loo-ver, In
8. puin; Zie-daar, daar ligt de kluis-ter 1 Li-
i. bloeit ' p doorn en tusâschen bla - den Door
| ||||||||
|
1. a-demt einllijk vrij, Triomf-en dank - gehangen, 2. 't vol-le feestâge-waad ; Zoo rees en blonk voor de-zen 3. baan, ver- hef uw kruin! Nu rol -len van de wangen 4. zon - negloed geschroeid. Ver - geet niet de woestijn | ||||||||
172
2. Ook cTcer-sle reâgenâboog ; En 't menschdom, als ver-
3. D.* blij - de tranen af ; Tri â omf- en dankâge -
4. Die door nw gunst herleeft; Ge â doog niet, dat ze
i J i p i
1. van-gen, De gou-den eenâwe dsagt.
2. re -zen, Züg dankend Haar omâhoog,
3. zan-gen ! quot;Wij rijâzen ook nic 't graf.
4. kwij- ne. Die u ge â draâgen heeft.
173
G-aboorte van Maria.
Jaeht Ihad 'tCcmCër loers^ ^111 't aürdrij
1. De liaeht Ihad 't*donker floers, bm 't aardrijk
2. Wie is die Krijgshel - din, die zoo kau
3. Ja, het is d'een'ge Zoon van't goddelijk
4. Zoo klotst in d onwcérsuaeht het waâter-
5. O Op â per âko â niuâgin van heâmei lief rein. Triomf 1 enz.
11.
n
1. heen-
2. ze âge pralen,
3. Al âvermogen,
4. rijk verbolg n
5. en van aar-de,
enz.
ft
Door ra â 'zer-ffijeu Voortgestuwd, En neer- slaan einde-looz' el-lend' Die, cp het aardrijk neergedaald, Het schuim der baâren naar omhoog, Strek uit op ons uw moe-dei hand.
Refrein. Triomf !
r. Klom sa âtan in 'triâomf, óp zijifen ze-ge-wagen, 2. Ik zie het brandmerk nog van hare bliksem-straleu 8. Den vre-de wederschonk; maar wie had Hem be-wogen, 4 Ku lustig blinkt op eens, voor reiz'gers schier verzwolgen, 5. Die 't menschelijk geslacht van slaver - nij beâwaarde, Refrein. Triomf ! enz.
Æ
.gt; 'ÃÃ'M
^ 1. I et anrdmk siddert
njk siddert nog cn gruwt, Woest uit den
2. In sa-lan's voorhoofd diep gc-prent Hij schuiii.bekt
3. En o-ver God pc â ze-ge-praald is Zij 't niet,
4. Ue lieâfe â lij â kc nnau in 'toog. Het ou - weer
5. En neem ons hai t, dat voor ( brandt, 't Is 'tu â we, li'frem. Triomf! enz.
N. 10.
174
1. af-prond op-geâvloâgen, Op zwjirâte vleug'len
2. vniehte â loos van ivoeâde Heel d'aar-de looft de
3. die van daag peâ bo -ren,quot; De he-mel wraak heeft
4. vlucht; de sehe-pen vlie-gen Den afgrond n - ver
5. Moeder,'t moet U't leven. Ja, 't moet U wij - teu Refrein. Triomf! enz.
1. iweeft hij aan, Met [wraak- en blik-sem- schie-tend
2. Krijgs-hel-din, En noemt Haar min- ne - lijk', al-
3. ver âgenoegd, En dus die eeuw'âge blikâsem-
4. zouâder schroom. En mo - gen zich vol - za - lig
5. al â les dank ; Ontvang het zon - der weer te Refrein. Triomf! enz.
| ||||||||
|
2. goede En nooit 3. vo-reu In sa â 4. wiegen. Als op 5. geven, Het wordt 1. efrein. Triomf! volâ pre â zen Ko- nin- gin. tan's voor-hoofd heeft geploegd 1 een stil - len wa-terstroom, al - mo-gend, schoon zoo krank eui. |
176
176
]. Voor 't men â sehe â lijk geâslacht vev â slou â den,
2. O schoon â sta werk van't AIâver â mo gen;
3. Hoe de Mes âsi-as zij ge - ho - ren
4. Zijn wel - be - ha-gen heeft g3 - von - den,
5. Vloog jni -chend in de hoog-te we - der.
(jSb h LJlrp -f
1. Had miauw unar 't Heâmelsch Va - der â laud,
2. De voor beâstemâ de tijd is om
3. Uit mij, die G d voor brui-de â gom
4. Nu wil Hij loo - uen u -we deugd;
5. J)e Heil ' â ge Geest rol lief - de - brand.
N. 11. Boodschap van Maria.
177
|
Of liet met heer God is met U; God is een wel En brengt Gij den Het li -chaara van Ja ÃÃ=Ã |
- lijk â heid om - straald, uw zui - vre schoot, â lust âbron voor mij; Mes- si - as voort, 't al -mo -geud Woord w |
Uit Si - oil's ïaal' Die den Mes - si Wat kan mijn har Uw zoet ge âluk Is in haar zui-
Daar komt een En - gel aX-ge-daald,
Zal 't meuschdora red âden van deu dood ; Dan in die zoe â te slaâver â nij Dat mij geâschieâde naar uw woord £n 'themeJsch hof in vol ak -koord f
7.
173
N. 12. Zuiveringsfeest van Maria of Lichtmisse.
à j g ]. à j
te w'et ge-biedt; de Wet - ver - kon-der,
2. En d'acht-b're grijs - aard schenkt zi:.n le-ven.
3. âDitKiud, uit u -wen schoot ge â bo-renV
r t ' f O-
Ja d'Al - ver â los â ser koopt zich vrij ; De Moe - derâMaagd haar maagdlijke-eer. âMaar zoo rijst'tmensch-dom uit liet graf.
179
]. Zij durlt niet naar den tem - pel ko - men, 2. Kn 'tpodâlijk kind zijn tee â re le â den. 0 I of. eer en dank zij God den Va - der.
4O ^ I'll
i God â heul
J. Zij', Go â des Moe - der, al â tijd Maagd?
2. Door 'tijsâ se âlij* - ke zwaard der smart!
3, Onz* har â ten zijn ^nz' of â Ier âkroon.
N. 13. Maria onder het Kruis.
Maesfccamp;o
180
181
182
N. 14. H. Hart van Maria.
Moderato i . K k
1. Geâluk-kte iij, dfie hun «e-trou\fen pjronden,
2. O teeâder Hart, waar'fzwaard /oo wreed iri werkte,
3. Gij, »terâke burcht, met d'al-macht zeiv'gewapend!
4. Geen da-ge-raad Van lie- fe - lij - ker pralen;
5. Sla neer op ons uw me- de - lij-dendoogen;
6. O zoeâte bron, die o - ver-vloeit van zegen,
1. «n 'tRU:-Ter Hart Ier Moogfcr- rie - ven Mlaagd,
2. Wan-neer Gij leedt bij Je-sus on - der 'tkruis.
3. O heiâlig-dom van vrc- deen liefdeâüloed,
4. Gij werpt uw glans ge-lijk een hel-d're maau ;
5. Bied u âwenZoon ons hartver-lan-gen aan;
6. Het is op U, dat on-zezwakheid hoopt:
1. Hu (Jaar een just 'en zoe - Ke wo-iftng vonflen,
2. Gij zijtmijn troost, mijn wel-lust en mijn sterkte,
3. Waar Jeâzus'hoofd zoo zacht-jea lag als slapend,
4. Gij schiet a - lom uw heil- en ze-gen-stra-len;
5. O zoeâ te Maagd, Hij zal onz' tra-nen droegen,
6. Snel ons ter hulp. sta ons voor- al ter zij - de
183
1. Die sa-ian zelfs den schrik ( m 'thar âte jaagt;
2. Hoecok de wind der te - gen-spoe âden vnisch;
3. Dnt vreâde - vol ons ?ar- te rus âten doet.
4. En nirn-mer reept U ie-mand vruchtloos aan.
5. een moederâbe-de bleef ooit on âvol-daan 1 6 Wanneer dedoodorz' laat- ste krach â ten sloopt,
O. | 6. '
184
* â quot; .-.jy ^
1. Uw zoe - ten naam!
2. Uw zoe - te naam,
3. Uw zoe - te uaaml
1. Mi - ri - a 'kheb dien 'teerst rgeâ we - ten Is al-Ier liefst mn - ziek in (1'oo-reu: 3. Staat eeuwig in mijn hart geâschreâven:
185
186
ïf, 16. Hemelvaart van Maria.
^ P T v r mF
i â omf de pad - de _ Hj - ke min.
187
188
N. 17. Groetonis dea Engels.
Cantabile
1. Wij lo - ven U, Ma - ri - a, dui - zend maal;
2. En on â der nl â le meest g«- be - ne - dijd ;
3. fie-be â ne -dijd door Je - bus u - we vrucht;
4. Kdui* ons ter hul âpe, nu en in den stond,
189
2. Gij zijt on«' lioop en Jloe-der voor alâtijd
3. Woes-tij -ne, die tiaar le -vendwaât r zucht.
4. Nog troostend zweeft op on - zen veeâgen mond.
N. 18. De zeven vreugden van Maria.
- - ~ 9 '
Ma- n-a, wat vreug-de dooratrooirt uw gemoed 2. Pij, vlek-loo-ie le -lie, H«bt Go-de behaagd; 8. He hofstoet der Wij -zen inn-bidt hunnen Heer,
4. Hoe straalt het u te -gen, liet zoM-nig ge-laat
5. Daar troost u voor'tlaat-ste Zijn miu-ue-lijk oog :
6. Gij juicht met zijn kind'ren Zij lijn niet verweesd:
7. Hij leidt van deei' aar- de U 't Kng'lenrijk in,
|
Als roet blij Gij wordt Je -En l«gt aan Van Je-zus, Hij vaart ze ⢠Hij zeudt den Daar zijt gij. ). 2. 3. 4. 5. 6. 7. |
de bood-srh;ij) Ã d'Rngel be-groet, zus' Moe- der En blijft rei-ne Maagd, uw voe - ten Zijn ofâIer-gaaf neer. ver âre - zen In 'tsneeuwwit gewaad! ge âvie -rend Ten he-mel om-hoog. l eâloofâde, Hen Heiâli-gen Geest. Ma - ri â a, lt; ok onz' Koninâ gin. |
190
N, 19.
Lof van Maria en geluk in hare dienst.
- -ai/- liFâ kepnioi - dej-,
2. Bij ha - ren Je - bus kent geen pa - len;
3. Vor-stin der ne - gen en - gel â ko - ren
4. De har - ten al - Ier sier - veâlin - gen,
Zij i? , .. ,
En wie kan ooit haar tee - der â heid
O won-der van het aar - de - rijk,
U bie-den vol van Hef- de -gloed.
191
3. Wat heil door l) te zijn verâko -ren,
4. Als of - fers en be-seller - ine - lin -geul
Zijn vooi-hoofd pr ijkt met 'tvvoord Vt
Doet gansch het heir der hel â le be-ven,
L'w schooâne deng-den na te streven. Zal al -tijd u -we goed -heid roemeu.
192
| ||||||||||||||||||||
|
lang ook zul-len wij te zaam, Ver-ee-nigd in haar | ||||||||||||||||||||
â¢193
1. Die voor U drijft, Op glau-zig wit.te wol-ken
2. U, He - ve duif, die elk zoo hlij zag: zwe-ven, 8. Wij, erf - ge - na - men van een schat el - leo-den,
4. En doet bij Je - zus gel-den uw vcr-mo-gen:
5. Ver-hoor ens toch : is Je-sus niet onz* broeder,
r Æ gt;= f
1. Wrl vreng- de - traan in d'opziend* oo - gen blinkt,
2. Toen G'aan 'theel- al den vrc- de-olijf- tak bracht.
3. Wij, bal -lin-gen; verstoot niet on- ze klacht,
4. Een en -k'le blik zal heeâlen on- ze pijn,
5. En wij uw schat ge-woe-kerd uit de helP
8.
N. 20. Salvo ïlegiija.
194
lT Die' voor 17 drijft, op glan-iig wit - te wol-ken,
3. U, lie - ve dail, die elk zoo blij zng iwe-ven,
3. Wij, erf-ge- na -men van een schat elâlen-den,
4. En doet bij Je - zus gel-den uw ver-mo-gen:
5. Ver-hoor ons toch: is Je-?us niet onz'broeder,
£r ié p
!⢠quot;Wijl vreug - de-traan, in d'opziena' oo-gen blinkt.
2. Toen G'aan'theelâal den vreâdeâ olijf-tak bracht.
3. Wij, bal -lin-^en; ver-stootniet on-ze klacht.
4. Een en -k'le blik zal hee -len on - ze pijn.
5. En wij uw schat, ge -woeâkerd uit de hel ?
N. 21. Toewijding aan Maria.
^oe â der vol van tee â der - heid,
2. Ja, onz' gan- sche le - vens - tijd,
3. tic zijn le - ven U slechts schenkt,
4. Ook van u - we tee - dre jeugd
5. Geef. o lie - ve Moe â der, geef,
|
1 |
Vol |
van |
zoe |
- fe |
ma - |
nes |
- teit, |
|
?. |
Moe - |
der |
Z11 |
u |
toe - |
- wijd; | |
|
3 |
Door |
d«n |
OU |
- der |
-dom |
ge |
-krenkt, |
|
4 |
Bloei - |
det |
(f'l |
m |
rei - |
ne |
deugd. |
|
5. |
Dat |
in |
ons |
uw |
lief - |
de |
leev'. |
195
Ons le - vela, hoop en vreugd, 9. Dan wacti â teu wij voor loon
3. Schenkt een ver âslen-ste roos,
4. Dit roemt men niet in tchiju,
5. Ge - trouw in vreugd en nood,
N 22.
Toswijding van zich zelveii aan Maria.
I9Ã
1. l?cfeds on-der 'tkruis, waaraan de lust uvvs narté»,
2. Keeds in den schoot van inij-ne lieâ ve Moeder,
3. Keeds van den stond toen mij-ne kinâder-lip-pen
4. Ach, in dat nnr, toen'kaan'tbanket der Kn-glen
5. Van af dien dag, hoe me -uig dniâzend ma-len,
6. Maar op dit uui* zoo plech-tig in mijn le -ven,
7. Ja, voor al - toos wil ik mij aan V wenden;
ste ired dooi k à toe - ge ten voor de mij heb ge op - dracht van mijn in uw vrieu-den
- st|
wijd i S{ raak,
- voed, hart,
- kring, waard.
lAv M - zi Ma âri - a Zich 'teerst ont Voor d'eer - ste Mocht ik die Nu gij mij Maar, ko - nin - gin, ik ben niet
Spfek Hij nret zijn be - stor - ven üceds toen ge -boodt gij voor al -Ma - ri - a was'tmijn zoetst ver-Wat was'tmij toen. Ma - ri - n, O Moe - der-lief, in vreugd en Ont - van - gen wilt als lie - ve -Dat gij mij lquot;j uw bof - stoet
mond, lijd maak zoet, smart
Ung.
schaart.
197
J, Zie - daar uw kind, o vrouw van smar - ie.
2. Uw Zoon, uw quot;kind. den Al - be - hoe - der.
3. TJw naam mijn mond t»? doen ont-glip -pen.
4. Uw naam met Je - sus'naam te meng'-len,
5. Voor u - we beel-teâ nis her - ha -len!
6. Watvreup-de doet mijn har - te he -\en!
7. Zoo wank'jecd in vtr- h - den tij -den.
]k
198
N. S3.
Vreugd der kinderen van Maria onder hare bescherming.
SS*
199
N. 24,
Belofte van getrouwheid aan Maria. Koor
^rr-i ii, i.jHâ
Ma â ri â a, nooit vol â pre â zen.
200
t
Van (in dnz' Jin - fder â Ifen,
2. Gij, rijk m deug â den â(schat-len,
3. Ver boâ ven de Englen- ko â ren
4. En vroeg men naar be â wij - zen,
201
Ave, maris stella.
N. 25.
il wag - gelt de mast als eeu riet,
202
vVaar 't ook dat de zei - len quot;vlo â gen, Gij hebt 't heâmeiârijk out - slo - ten, E â va schonk welâeer ons 't le â ven ; Moeâ der Gods, toon al - le ston â den, Maa'v dat ook uw kind zoet-aar â dig
1 P ^ P P P
Aiu stuk ge - sla - gen door de lucht,
O wu-d're Moe - der al â tijd Maagd,
Manr ach! zij gaf ons ook den dood:
Dat gij ook on - ze Moeâder zijt;
En zui -ver als uw harâ te :ij ;
ge - ven,
|
1. |
Slaan |
wij |
|
2. |
Ons |
met |
|
3. |
Moe - |
dir. |
|
4. |
Breek |
de |
|
5. |
Zijn |
WIJ |
203
p ^-fi-f
1. En op den wenk het on - weer vlucht. \
2. En 'tdoo-d'lijk von - nis uit â ge - vtagd. /
3. Gij geeft de vrucht van n - wen schoot. ! O
4. En blijf onz' ves âting in den strijd. 1
5. Gij blijft toch Moe -der, sta ons bij. ;
N. 26
Het âomni die' van den H. Casimirus,
204
Wi gt; ver â gaar â de Ooit op aar â de Zoo â veel 2. Zijn ver-mo âpreti, Trots zijn po -een, Werd door Wil toeh vra -een M - le da -.een Dat ik Wil dan spre âken, Wil dan smecâleen Voor mij
N. 27. Mei-Lied.
De O
Ma â ri - a rijk aan ze -
üL
4.
205
1. De schoo â ne maand is dnar,
2. Ver -smaad dc ga â ven niet.
3. Zijn U een on - de; -pand,
4. Voor JJ âwen ^oon i e -heert,
5. \'e;* - kwik mijn dor ge -moed;
*^1. tvnt wij van haar ont â vin â gen,
2. Die U de hand des ar â men
3. Dat niets ons kan ont â ruk - ken
4. Gij doet het kind be â vat - ten,
5. Strooi mei-groen langs de we - genr
|
al â 'é r 'Cf ^ Prijkt, Goed' taar ; biedt, b nd, leert j moet; vond - zus' lief - de -geen wijsâgeer door- worâst'len. op uw |
|
' J |
h |
- ^r- - | |||
-W ------------------^ L^ll,
Wij voe - gen bij die ga-ven
Dat ons Uw 3Vloe-der â ar-mtn
Laat een dier vruchtbre straâlen
Aeh, wil ons bij het sterâven.
206
1. En J ui â chen aan mv voe â ten;
2. leus van »1 âle bra âven:
3. Tot in den dood ver âwarâmen:
4. In on â ze har âten da - len:
5. Gods lust - wa â rand ver âwer âven:
|
A | Lenfo | | |
k | |||
|
=^1 | ||||
|
iSfa-2. Ma -2. Ma - 4. Ma - 5. Ala - |
ri â a, o Ma â r ri â a, o Ma - i ri â a. o Ma -ri - a, o Ma â ri - a, o Ma â |
i â a i â a i - a i â a i â a |
i i ! | |
N. 28. Te Deum.
=FPP=pgiEi
God, Z7 lo - ven wij,
2. Al âles Kelt een lof â lied aan:
3. Al wat op uw vrucht-baar woord,
4. Met ver - ruk -ke - Jij - ken toon,
5. Grondkracht, waar-op 't aard-rijk draait, 6 Lof 't drieâvon - dig iu per - soon,
7. Gij, des Va -dera een âwig Woord,
8. Aan des Va -ders rech â ter - hand
9. tta dan u -we die -naars bij, ] 0. Zie uw volk ge - na â dig aan ;
11. Al - le . da -gen zul - len w ij
12. Zoe â te Je -sus, on â ze Heer,
207
J, J, J.
|
1. |
On - be - |
paald |
is uvv |
ver - |
mo - |
gen. |
|
2. |
Che - ru - |
bij - |
nen, tie - |
ra - |
fij - |
nen, |
|
3. |
Groo - te |
God |
der le - |
ger - |
scha - |
ren. |
|
4. |
Mil - li - |
oe - |
nen nit - |
Ter - |
⢠ko - |
ren |
|
5. |
Door wiens |
haud |
on - tel - |
bre |
zon - |
ntn |
|
6. |
't Ee - nig, |
on â |
⢠be - sef - |
baar |
We - |
xen ; |
|
7. |
En te |
Beth ⢠|
â le -hem |
ge - |
bo - |
ren. |
|
8. |
Zijt G'in |
heer |
- lijk-heid |
ge - |
ze - |
ten ; |
|
9 |
Die nu |
voor |
en met |
U |
strij - |
den. |
|
10. |
Help het; |
ze - |
gen, Heer |
uw |
er - |
ve ; |
|
11. |
U - we |
groo â |
- te goed -heid prij - |
zen, | ||
|
12. |
Spreid meê- |
doo - |
gend n |
-wen |
ze - |
gen |
|
1. |
Voor |
uw |
op - per |
- heer - |
schap |
- pij» |
|
?. |
Dni |
zend |
Eu - ge |
- len, |
die |
staan |
|
3. |
C/it |
het |
niet sprong leer |
zaam |
voort, | |
|
4. |
Zwe |
ven |
heer- lijk |
voor |
uw |
troon; |
|
5. |
Zijn |
door |
t maatloos |
mini |
ge - |
zaaid. |
|
6. |
Lof |
ygt; |
's V a- ders |
een' |
ge |
Zoon, |
|
7. |
Gij. |
dien |
ee - ne |
Maagd |
bracht |
voort, |
|
8. |
In |
out |
zag - ge |
- «J |
ken |
stand |
|
9. |
Die |
6ij |
met uw |
bloed |
kocht |
vrij, |
|
10. |
Leid |
ons |
op de |
rech |
- te |
baan, |
|
11. |
Aan |
uw |
op - per |
- heer |
- schap |
- pij |
|
12. |
Op |
de |
chris - ten |
vol |
- kren |
neer: |
208
|
1. Buigt 2. Bond 3. Al - 4. IVlar- 5. Hoort 6. Op 7. Door 8. Zult 9. Toen 10. Dat 11. Ein - 12. Zie, |
zich Haard uw troon, le sclieps' - te - laars, Ã'UW lof, den - zelf V zelf Gij, Rech Cal - va geen vij - dlt;-i - loo ons hart |
â lijk op -om à - len die A - pos -o on --den toon daar - toe - ter. ons |
- rie U -and ons -zsu dank klopt on -ge - to -te die -ooit \va -fel - ko -be âgouge -pre -ver â ko -ge âwe -zag lij -ver âder -be -wij -ver â le gen ; nen, ren, ren, nen, zen ; ren, ten, den; ve; zen, gen; |
|
â stondt roept aard' juicht Va -Geest, goot laatst na ons d'al -Je -al - len tijd, iiim - nier moe, O - ce - aan, lof - ge -schal, van 'the-staan, Ttal ver-vult, dier-baar bloed, voor ü, en in der die uw t!oni dit de Ier sus, - pet - ge -schal, tra -nen - dal glo - rie - zaal, - laat -sten strijd, ho -pen wij. |
209
|
1. |
Blij |
-vende |
eeu- wig |
wat Gij zijt, |
|
2. |
âHei |
- ligl |
hei -ligl |
hei - lig Iquot; toe. |
|
8. |
Al |
â les |
heft een |
dank- lied aan. |
|
4. |
Op |
â per |
- ko -ning |
van 'theel- al I |
|
5. |
Door |
de |
chris - teu |
ci - therslaan? |
|
6. |
Waar |
Gij |
zijt on |
we - zen zult. |
|
7. |
Eu |
ver - |
â¢wierft ons |
H hoog-ste goed. |
|
8. |
O |
â pen |
- ba - ren |
aan 'theel- al. |
|
9. |
On |
â der |
't jui -chend |
En - g'len - tal. |
|
10. |
7/ij |
zijn |
u - we |
ze - ge -praal. |
|
11. |
Wie |
uw |
heil* - gen |
Naam be - lijdt. |
|
12. |
Dat |
die |
hoop nooit |
ij - del zij I |
|
Gij be â Al - les He - me), Al - les Ãeuw- 'ge lof U, Gij ver Na het Stel ons O - pen Help in Op ü, voor al -U, nim en O in lof â â stond roept aard' juioht Va Geest, - goot laatst na ons d'al Je |
- der van die 't al uw dier trom- pet dit tra de glo - Ier -laat - sus, ho 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. |
- leu tijd - mer moe, - ce - aan, - ge -schal, 't be-staan, ver- vult, - baar bloed, - ge - schal, ânen- dal - rie - zaal, âsteu strijd, -pen wij, |
210
|
1. |
Blij |
-vende |
teu - wig wat Gij zijt, |
|
2. |
âHei |
- ügl |
hei-lig! hei-lig!quot; toe, |
|
3. |
Al |
- les |
heft e»ii dank-lied san, |
|
4. |
Cp |
- per |
- ko -ning van 't heel - ui I |
|
6. |
Door |
de |
chris-ten ci -ther slaan? |
|
6. |
Waar |
Gij |
zijt en we - zeu zult. |
|
7. |
En |
ver |
-wierft ons'thoog- ste goed. |
|
8. |
0 |
- pen |
- ba -reu aan 't heal-al. |
|
9. |
On |
- der |
'tjuichend En -g'len-tal. |
|
10. |
Wij |
zijn |
u - we ze - ge - praal. |
|
11. |
Wie |
uw |
hnil' -geu Naam be - lijdt. |
|
12. |
Dat |
die |
hoop nooit ij - del zij! |
N. 89.
Ter eere van het H. Hart van Jesus. g Adagio. |__1___
211
van Jtâsus, kliiilit diit quot;vricud'lijk woord; Is er dig groot moet toch Uw lief - de zijn, Dat gij niet minânen, bron van al -le goed! Wie uw \eelTlam-men T3 - we lief -de toont. Met wat ge Won-den, o ver - berg ons daar Voor de outâgloeiâen, en voor ü doensla njNeemdeeï'
|
T. |
ooit ter |
we |
â reld, |
zo« |
â ter |
stem ge â |
hoord ? |
|
2, |
ons wilt |
noo |
â den, |
ons. |
zoo |
arm en |
klein. |
|
3. |
lof niet |
zin |
- gen, |
met |
een |
blij ge - |
moed. |
|
4. |
scher-pe |
door |
â nen |
zien |
wij |
ü ge - |
kroond. |
|
5. |
boo - ze |
we |
â reld, |
Ja |
voor |
elk ge â |
vaar I |
|
6. |
zucht er. |
be |
â de, |
als |
een |
eer-boet |
aan ! |
1. Komt tot mij, Komt tot mij, 't Js een
1. sehuilplaats uitâge- le - zen Ner-geus kunt gij
2 dan niet zon-der schroomen, Wie niet gaar - ne
3. wij met d'Euglen Ko - ren, U den schoonsteu
4. foei - en al - le zon - den, I)it zoo pijn - lijk
5. daa: voor U te le -veu ; U ge â heel ons
6. wij D steedsbe-min-nen, AI-len voor Uw'
S12
J. be - ter wezen, Komt tot mij, Komt tot mij.
2. tot Ij komen? God' -lijk Hart.' God'âlijk Hart/
8. zang doen hoorcu, Liefd'»ijk Hart.' Liefd'rij'i Hart.'
4. U doorwonden; Tec-der Hart.' Tee-der Hart.'
5. hart te ge-ven; Min'-lijk Hart.' Min'âlijk Hart/
6. lief - de winnen. Vlammend Hart.'Vlammend Hart.'
N. 30.
Dat Jesus leve !
|
1. Dat Jeâsus leev'! de leer 2. Die 'tdap-per heer lot zij 8. Voor'tschuldig hart, dat zij 4. Vlucht op dien kreet, ver van 5. Je -sus, onz' borst gloei', a 8. Zij, die ook wil onz' goe 7. Die naam verâwiun' al wat |
- aar al â Ier deugd, - ne va â nen roept. â ne misâdaad voelt, ons sa â tans heer ! -dem' sla voor U, â de Moeâder zijn : ooit on-deugd heet. |
218
|
-i |
j 1 -- |
J L-t | ||||||
|
âd |
--#1 |
L | ||||||
Noemt men zijn naam, en gedenkt men zijn wondan.
Ja bij die vaan wil-len wij ons be-ge-ven. Die kreet ontwringt aan de iiron-: en des le-vens.
Je-sus, inv naam, invenkind'ren zoo tee-der, Wil steeds dit liavt in uw lief-de-band klemmen;
On - der het Kruis werd z'in smart onze Moe-der,
Doe ons, o Naam, uw' troost toch nimmer derven;
1. Dan wordt het hart deor de liefde ver-slon-don,
2. Ze - ge be-vech-ten en strij-dend sne-ven. 8. Stenn en ge- na voor den boe-te-ling teâvens.
4. Ploft in de hel al de dui-ve-len ne- der.
5. O mag het staag in die jaligbeid zwemmen,
6. En Je-sus, haar Zoon, werd ons ook ten broeder..
7. Neen, neenl voor U laat ons le-ven en ster-ven.
|
f.J 1 |
Dat |
Je â |
sus |
leev* ! |
Dat |
Je |
â sus |
leev' |
l |
|
S. |
J)nt |
Je - |
SUB |
leev*! |
Dat |
Je |
â sus |
leev* |
i |
|
3. |
Dat |
Je - |
sus |
lee?*! |
Dat |
Je |
â sus |
leev' |
! |
|
4. |
Dat |
Je - |
sus |
leev' ! |
Dat |
Je |
â sus |
leev' |
i |
|
5. |
Dat |
Je - |
sus |
leev* ! |
Dat |
Je |
sus |
leev' |
1 |
|
6. |
Dat |
Je - |
sus |
leev* ! |
Dat |
Je |
- sus |
leev' |
r |
|
7. |
Dat |
Je - |
sus |
leev* ! |
Dnt |
Je |
â sus |
leev' |
r |
214
Na da H. Communie.
N. 31.
i
?
amp; I J.
'kKorn im-mers als geâdra-gen door uw Zoó 2, Zie, zi« uw Zoo* op ïij-ueu nien-wen troon. Ã. Zijt gij, in Christus heb ik U ge-teeld, it. Kens heerâschcn ook in u â we gloârie â woon.
God van erâbannen. Zie u âwen zoon thans rustend
815
1. Ba - klim - men wij den berg des Hee - ren,
2. Och vreest niet, neen, slaat vrij uw oo - gen,
3. Mijn God, waar -om hebt gij be - ge - ven,
4. Voor u, door dank-b're we-der-lief - de,
1. Hier roept de Leer - aar ons be - reid,
2. Op hem, die i â we Midd'-laar is,
3. Tw zoon in de â zen bitt'-ren strijd?
4. Ontâgloeit mijn zon â dig hart, o Heer,
1. Komt kind'- ren hoort, ik zal u lee - rbu
3. Met o - pen «r -men,'thoofd ge-bo-gen,
3. Ik dorst, maar meest naar 'tdeugdzaam le â ven,
i. Het spijt mij, dat ik snood u grief- de j
N. 32. Christus aan het Kruis.
21fi
1. Kom, Schep - por, kom, o heil' - ge Geest
2. Gij zij; de troos-ter horg ge-roemd,
3. Gij zijt aan 's Va -ders rech - ter- hand.
4. Geef, dat uw licht ons ziel be - straal!
5. Ver - drijf den vij - and van ons af,
6. Maak, dat door n ons ken â baar ztj,
7. Lof zij den Va - der, lof den Zoon,
2. Gij wordt de ga - ve Gods ge - noerad,
3. He vin - gf.r, en dat waar - de pand.
4. Eu dat uw lief - de in quot;t barte daal!
5. Ver - leen ons vreê iu plaats van straf,
6. i?e Va - der en de Zoon daar - bij,
7. Die door zijn dood den dood ver - won.
2 1T
N. 33. Tot den H. Geest.
218
1. Kom en stort uw fre - na - de - kracht,
2. De le - vens-bron, de lief - de - gloed,
3. -Dat hirt en tong zeer rijk be - gaaft,
4. En daar zoo zoet en krach-tig werkt,
5. Ge - leid ons langs de rech - te baan,
6. En dat wij u, hun bei -der öeest,
7. Lof n, gij, die de Troos - ter zijt.
|
1. |
In d'har- |
⢠ten |
door |
u voort - |
ge - |
bracht. |
|
2. |
De zat - |
â ving |
van |
'top-recht |
ge - |
moed. |
|
3. |
En met |
uw |
ze - |
⢠ven ga â |
ven |
laaft. |
|
4. |
Dat al, |
wat zwak |
is, wordt |
ver - |
sterkt. | |
|
5. |
Op â dat |
wij |
al - |
- le kwaad |
ont - |
â gaan. |
|
6. |
He â lij - |
de ii, |
die - |
-nen on â |
be - |
⢠vreesd. |
|
7. |
Van nu |
af |
tot |
iu een - |
wig - |
- heid. |
|
1. |
In d'har- |
â ten door |
n voort |
- ge |
â bracht. | |
|
2. |
l)r zal â |
ving |
van |
't opârecht |
ge |
â moed. |
|
8. |
En met |
uw |
ze - |
ven ga |
-ven |
laaft. |
|
4. |
Dat al. |
wat |
rwak |
is, wordt |
ver |
- sterkt. |
|
5. |
Opâdat |
wij |
al â |
le kwaad |
ont |
â gaan. |
|
«. |
Be âlij - |
â den. |
die- |
npn on |
- be |
- vreesd. |
|
1. |
Van nu |
af |
tot |
in een |
-wig |
- heid. |
219
N. 84. Tot den H. Joseph.
- | ,- *
1. 'O Jo - seph, Hoop ün vreugd der aar- de,
2. l'e wijs- heid Gods be - Tal uw han-den
3. 't Wordt al - lea Hei - li - gen ge âge-veu:
4. Se stem van Jo - su - ë, vol wonders, 5 Mocht (?od ons dc vol-har - ding ge-ven.
1. (Ma - Ti - a's rui - vre Brui - de â gom, Wie
2. Har' al - lergroot - ste sohat - ten aan ; Wia 8. Hun God t'aa»scliou-wen na den dood; Gij
4. Spi-ak tot de zon - ne ; âZon, blijf staan !'Maar
5. 73ie God ge -hoorzaam' aan uw stem! Hij
hVh M Njf-hü hh JV-Jy,
1. Ifan be - vat -'ten u - we waar- de, O luisâter-
2. zou niet van begeer- te bran-den. Om on - der
3. Gij ge - niet Hem reeds in 'tie-ven. Ja, Gij om
4. Gij ge -biedt den God des donders. Zien God van
5. is 'tnu nog in 'tan-der le -ven, O Jo -seph
220
ïf-XX
1. 2.
3.
4.
5.
U op zon bied
te uw en
aan
van het quot;tschild van helst Hem ster - ren, lief. ge -
ora, staan ? schoot, maan. Hem.
K K 1 K\ I N ^ 1 I
ontliepen zoo als öij. Tn ./tsus' en Ma-ri-a's armen,
221
N. 35 Tot den H. Aloisius van Gonzaga.
1. -Dnalt Erg'-len, daalt uit 'the - melaeli hof,
2. Hij slampt mau - haf - tig met den vcet
3. O A - lo - ï - si - us, ffij waart
4. lang had zijn hart npar IJ ver - zr.cht,
f ^ P
Een en - gel uit het dal der tra - ncn. Heeft Hij de do ir- nen-kroou ver â ko â zen; Het voorâbeeld al - Ier jon - geâlin - gen. Eu doet hemd'Engleu- za -len o - pen,
4.
1. Eu kroont zijn hoofd met gon -den loo -ver,
2. Zal hij zijn maagd'âlijk vleesch be-bloe-den.
3. Kloek- moe - dig ua -gaan u - we stap-pen.
4. Telt zij - ne deug - den, niet zijn ja -ren.
!2 2
1. En kroont zijn hoofd met gou âden loo- ver,
2. Zal //ij zijn maagd'-lijk vleeach be-bloeâden.
3. Kloekâmoe â dig na -gaan n âwe stap-pen,
4. Telt zij â ne deug - den niet zijn ja -ren.
N. 36. Tot den H. Stanislaus Kostka,
*t4 M
1. Komt, t.ng' - lén helpt
2. Zijn haud had uauw gc-schre- veu, Zijn
3. Ver - volgd door zij -nen broe- der Sn
4. De brand is t'o â ver-vloe â dig: 77ij
5. Gij hebt in Wei - nig ja â ren Een
6. Ons hart is als he-vro -zeu, En
heil Sta - itls-lius, WK retn als Xe - lie â
moud had nauw zijn lust. Met d'oo-gen op âge â door den lat - heâraan. Roept bij tot zij - ne loopt naar ee -nen vliet: O Kostâllt;a niet zoo eeuw lang hier ge-leefd, In-dien'tdedeng-den als een dor - re grond, quot;Waarop nooit len - te -
224,
|
1. een 2. ganseh op - 3. zus, met 4. zus en 5. ons ook, 6. het vrucht 1. lijk, Fen troon: ''e 3, min, Schiet 4. (rij, Is 6. rijk, Vo^r 6. mi ar; En if* m t ⢠'V 1. te haft 2. i^e - val 3. En maakt 4. r»ie gunst 5. In lief 6. Bij Ja |
zoo glée-dig. Den ï- e' - ra - tijn ge âto -gen Vloog naar Ma-riâ a's eeu lonk- je Van God-de - lij- ke Ma-ri - a Te branden, zoo-als o Kost- ka, Een hart in deug-den -baar ma -ken : Zeg het aaii Moe-der MaM, hart zoo e 1 â del â moe â dig. Moe-der, ganseh be â wo â gen. i\ zijn hart een vonkâ je, cok ons wensch, o Kost â ka! t/e â zus en Ma â ri â a mo«f âder zal ouz' za âken ganseh gol Bern aan hem Se Ver - lan â de aan â zus r»e m - dsT^ l-jk. h aar Zoon. - ra â fijn. - gen wij. U g'lijk. âmen waar. blbj^me'u, iW ocjk e(jn |)n-^el w^s. Ij j had he âïbd, Maâ ri - a's naam, ge - kust, Of'thart Moeâder: Zij biedt hem Je â zus aan. £n Je-spoe-dig ! Geef ons 'tgeen o - vei schiet Voor/e-wa âren; Die men te tel - len heeft, Be-kom ro -gen, Schier al -tijd onâkruid stond Gij kunt |
225
N. 37a. Ter eere der H.H. Martelaron Hieronymus en Antonius.
Prt' â
1. mp! In gij, min - za - m'e leler-adr, o lleil'ge An-
2. haar, Kn leert ze Je - zns minnen Ver-schoâlen
226
iXi â¢
227
229
p̟̟
Als zo-mer-re-gen. Op het ve.-smnchtend kruid.
229
N. 39. Geluk der Congreyanisten.
jatn rii ji ^
1. Julcht, ;L ri^ t o^s, }^ - J
231'
tj} zw|c
- ten in den strijd; -heid toe - be -hoort, -ren lie -ven Zoon. toont 't vaâderâ land. ons hart zoo zoet!
N. 40. Geluk der Congreganisten.
j %
1. Ge - luk - kijr hij die al â le da â gen, De
2. O we-reldling, nw gan-sche glo- rie Zinkt
3. De ster - ke hand aan 'troer geâsla â gen Trot-
4. Heersch, Ko'-ninâgin der he -mei-scharen, Heersch
231
heeft tot bes- ten vriend, De we - reld kan stofâkleed vrooâ lijk af. Geen vree - :e doet de ge - vreei- de rots. Dus 'tbid-dend oog ze â geu - vaan-dels strijdt. Gij kunt der boo-
232
1. zijn ge âmoed Niets kan hem van zijn Moeâder
2. kalm: hij zag Zijn le - ven wolkloos vliên;zijn 3 blij en vrij, En tergt, terâwijl er duizend 4. boâven 'tslijk, Beâ dek ons. Moe-der, met uw
--j r j
1. scliei-den, Hoe drel-gend ook de Lel - le woedt,
2. ster-ven ]s 'teiu- de vao een schoo-nen dag.
3. be -ven, Des dui -veis list en ra -zer â nij.
4. vleu-g'leu, in voer ons op naar'teeuw'ge rijk.
2£3
Daglied.
1. Den schoon-sten tijd van 'tle-ven. Eer hij verâ
2. Geef God uw bes âte panâden, Dan is verâ
3. Dau zal het eind vau'tle-ven Een vroo-lijk'
N. 41.
234
1. vlo â gen zij, Eer hij verâvlo âgen zij,
2. lies ge -win. Dan is verâlies ge-win 8. a -vond ziju. Een vroo âlijk' a âvond zijn
W. 42. Mijn Jezus Barmhartigheid!
I
235
ifep p I J
H arm â li^- â ^ â li^c
N. 43. O Jezus Zoet!
2 36
1. door-klief- de, Toont ons de plaats waar ieâder
2. ont-bran-den. Staat nog het kruis ten teeâkeu door-wou-den TWordt door den rnensch in on-dank
4. mei win -nen, U nntt'gen iu het hei lig
?S7
N. 44. Wie kan uw Hart aanschouwen.
1. Wie kan uw Hart aan - schou - wen zoo
2. Bij d'aan-blik van de zon - de In
3. Als d'af- geâjaag- de hiu - de Ver-
4. Ee-dreigdvan al - le zij -den, Door
zijn Heer, Als bad welt: Daar
|
ge - stor - te re â gen. Stroomt ons | |||||||||||||||||||||
|
238
1. o Je - sus T.e - gen
2. o Je ~ zns rei â nig mij!
3. o Je â zus laaf Gij mij I
4. o Je - zus sta mij bij !
Voor Je - tus' Hor - te zin â ge, Mijn ziel O Hart, voor mij ge-bro - keu Uit lou-Uit de â ze Hart-kwetsu â re Sprong wa-Heer Je â sus ée - ne be â de. Slechts éë-Dan wordt ik naar de trek-ken. Die 'kin tn als mij d'oo - gen bre-ken. Zich slui-
289
|
in mmâ ge âi ten liefâ de âpijn, ter, Heiâ lig lUoed, ne, gun ze mij : T.'^v beeld be âmin, ten voor den schijn, |
Door al â le wol â keu Om mij â ne schuld door-Hoe rijk stroomt sinds die Ruim mij een zoe â te Zachtmoe âdig, rein van quot;Wil ik m g ster-vend |
ö.
no
'jN' f f1J ^ J' P ^
zich wij -- de, aau 'tHart van liefd' en smart.
iN. 46. Dat Jezus leevM
841
:zrx_-~5
Jezus' versmade Liefde.
11.
242
|
JâJ rv] |
Mi |
â | ||
|
m |
31: |
- Hl |
1. al - len heeft be - miud, Maar tot zijn vvreed-
2. Bloed werd on - ze wijn: Hier op de snood-
laatâ ste Bloed, En 'twordt op â nieuw doorwei â gert hem; Het noodt met bede op Har- te - bloed Ver - berg mij in uw
j^ief - de
sto â ken, In gruw-b'ren o - ver - moed. be - de, De mensch versmaadt Zijn stem. â Won- de, Ont- steek mij door nw gloed, zoet- heid. Troost, M ce-dermaagd! Zijn smart.
24S
N. 48.
Aan het H. Hart van Jezus.
|jgt;.| frk éy :p J- :
1. Ziet het Halt Tan God den Zoon, Bloeit met
2. Hart Tan Je-zm, on - zeu Heer TJ zij
3. Hart van Je -zus, won - der zoet, Breng mijn
|
ee â ne door eeu â wig lof zon - dig hart |
nen kroon, Gte â ne tul - pen, en eer! Laat mij. Je - zus, tot boet; Wilt gij Je - zus |
214
1. noch Tan piracht.
2. mijn geâmoed,
3. on - ste - luk.
N. 49.
Kerstlied.
#iÃiÃip
)nt-waakt gij niet? Wat 13 Hoort gij ginds der en â g'leu stem, Die ons quot;Wat ge-schan-ken voert ge mee? Kiest gij Wei-kom kind- je, wees ge - groet. Zie ons Lie- ve Moe-der van dit wicht, Dat iu
1. lierâJen, hoe
--U
rtl
1, op dit üur ge - schied? J^e â ne stem van roept naar Beth-Ie - hem? TJit een Maagd door 8. van uw sehoonste vee? Ach van'tgeen gij
4. of - fers aan Uw voet Wel-kom dier - baar
5. d'ar- me krib-be ligt, Bo âven al â len
1, o» dit uur ge - schiedPTSe â ne ste
245
2. ge - bo - rew Glo- ri- a, Glo- ri - a. Ja, de
3. be - ha - gen. Glo- ri- a, Glo- ri - a. Neen, geen
4. fers ge -ven? Glo- ri-a! Gio- ri - a ! Glo â rie
5. der we -zen. Zuiv're Maagd! Moeder Maagd! Als Gij
zijn vol â bracht, ar-men stal, God ons bood 'l kinder - oog 't har-te drukt.
1. glans, Straal - de van den He â mei - trans.
2. voort. Naar 'tvan God ge â ze âgend oord. 8. kleeu Brengt uw lief â de naar Hein heen.
4. Heer, Daal â det vre â de âbren-gend neer.
5. mint, Elk van ons ook aan als kind.
K. 50. Maria, Onbevlekt Ontrangen.
347
|
1. |
zin â |
tten, |
'tMoet weer- |
-klin-ken luid |
en |
blij. |
|
2. |
drou- |
keu, |
J u - b'len |
op uw feest |
-ge |
- tij |
|
8. |
ha - |
len |
'tWoord van |
'tza-lig ju |
-bel |
-ti,|: |
|
4. |
van - |
gen |
In het |
z« -lig Ju |
-bel |
- tij? |
|
5. |
le - |
ven, |
Een - wig |
ju-b'len aan |
uw |
zij! |
Moe â der oii â be â vlekt zijt Gij, 'tMoet
Moe - der, on - be - vlekt zijt Gij Ju-
Moe â der, on â be â vlekt zijt Gij. 'tWoord
Moe - der, on â be â vlekt zijt Gij. In
Moe â der, on â be â vlekt zijt Gij. Eeu
tza - lig ju -bel - tij: Moe - der, za - lig Ju -bel - tij ? Moe - der, -b'len aau uw zij ! Moe - der,
|
1. |
Olï |
â be |
â vlekt |
zij fc |
Mij- |
|
�,. |
on |
â be |
â vlekt |
zijt |
(iy. |
|
3, |
on |
- be |
_ vlekt |
zijt |
Gij. |
|
4. |
on |
â be |
- vlekt |
zijt |
Gij. |
|
5. |
on |
- be |
- vlekt |
zijt |
G'j. |
248
No. 51. Voor het beeld van Maria.
249
Maria Leev'.
Zich in dit hart van al-le vlekken De dochâter Gods, Godi moeder, (ïodes -ver dood en lag in't duister
|
, . Ij--h- | |||||
|
âJ-# J | |||||
|
4 |
⦠-⢠|
-\J -â*-â' | |||
1. viij, Ma - ri - a leev' De ko - nin - gin
2. bruid. Ma â ri - a leev'! z'is'theil- ver - baud
3. graf; Want zon-der haar, «at zon mij 'tle-
4. pijn De laat-ste zucht, die op mijn lip
1. inen-g'len,
2. knie-len,
3. la -ten? 'kWas lie
150
^ j
251
lijk ver-trou-wen, Koe-pen wij uw voor-spraak
troost in droefheid Dié aan'tkwijuend har - te
'tdal der tra-nen Lief-de-rijk Uw' oo - gen
bron der lief - de. Zal -ving voor ons lij - deud
*-1
Li m -
1. znch - ten, Tot out âfer-ming steed» be-reid.
2. kiu -d'ren, JWinzaam als Uw kin-d'ren aan,
3. han -den Zij ge âschon-ken 'tHe-mel-loon,
4. trou - wen Roe -pen wij Uw voor-spraak in.
a
N. 54. Maria vergoten wij nooit.
253
1. Aan - hoor vau - daag de blij - de groe - ten,
2. Die met de Moe- der te be - ha - gen
3. Eq nooit ver - min-d'ren tijd nochsmar- te
4. Wil toch ons hart eu ziel be - wa - ren,
id
moe - der, en Je - zus ons broe â der U ver-ge - ten wij toch, nooit, ne^n, neen, neen, neen.
h}- hr iquot; =
o nooit, o nooit,
tV
- li
m
o nooit.
254
Meilied.
1. Het is de maand der bloe - men, üft - n -
2. J'e nteu-we len - te - da - gen Zijn vol
3. De glans der le - lie -Woe-men, Wier blank
4. Wij zien hier deng - den pra - len In elk'
5. Wil ook onz' jeugd be âvrij-den Van 'sweâ
6. Leidons nasr 's he-mels krin- gen Aan nâ
a, toe - ge - wijd, Wij gaan Ma. - ri - a vol b'koor-lijk - beid; Nog meer zal ons ba-beid zoo be -haagt, Doet ons de rein-heid _, ont - lo- - ken bloem ; Doe z*m ons hart ook
5. relds zoet ve - nijn, Kn doe om d'ondeugd
6. we moe - der -hand. Op - dat w'nw goed-heid
1. roe-men, met nieu - we vreugd en vlijt,
2. ha-gen .Ma - ri - a's heer lijk-heid,
3. roeâmen Van de - zo Jioe - der-maagd.
4. da-len, O Moe -der vol van roem.
N. 55.
5. mijâden In de - ze ramp -woes- tijn. ziu-^en In 'teen -wig va -der-land.
Mêèéé:
Laat ons haar beeld be âkro-nen, 3iït bloe-men
265
N. 56. Wij prijzen vol vreugde.
25R
1. per be â haagd, !zij werd zonâder zonâden entâ
2. door den Heer Verâvnld, met de groot-ste ge â 3 heid ver â heugd, Die cheârubs en seârafs be â 4. U be - haagt, En leid ons tot'tee-wi - ge
1. van - gen U reiu-ste der .Maag-den, u prij-
2. na â de; Gij bleeftiteeds »aii ie - de â re zon-
3. zin -gen. O luis - ter de» he-mels 1 öij glin-
4. Ie âTen: Daar zin-gen wij eeu-wig ronJ-om
357
Betrouwen op Maria.
Gij scheukt uw Je - zus mij t-gt;t' bvde-der, Met u - wen Zoon hebt g'ons ge - ge âven De deugd door U blijft ori - ^eschon -den. Maquot; ik ont-sl» - pen in uw ar -men,
'is; ï J: Is dl fH-l
Ach, toon, dat Gij mij nog be - mint. Den vre - de God» de wa - re deugd. Gij trekt de zon-daars uit den druk. Dau vrees ik niet maar sterf ik blij. Refrein.
i,;'i i~: j^.1 r-* â
^ ee^kn^vaF
De we-reld wil uw kind mig-lei-deu, O Mcedsrâ
gt; Vey stB mij toch bij : Niets mifa
258
N. 58 De Engel Bewaarder.
25
Maria-Lied.
N, 59.
r
3^1
26n
1. ons nc -der, Reik ous u - we Moe - der hand,
1. ons nc -der, Reik ous u - we Moe - der hand,
2. te waud'len, Zal voortaan ons le - ven zijn; 8. ne drifâten, En in vreug- den en in sm^rt.
It II - k'
l. in den dood 3. kond en arm,
m smart. èé
Lof eu dank met hart ea moud Zij U, Moeâder, SS. Sta ous bij in elâken nood In het le -ven 3, Maak door heil'ge lief-de warm On-ze har-ten'
fir S iï fi 11
n stond, Zij U, Moe - der, zij U,
Moe - der, zij U, In het le - ven, In het On - ze har - ten, on - ze
/TV
Al g I
Zij U, Moe-oer, el - ken stond.
N. 60.
ken stond. 1« het le -ven in den dood, Ou - ze har -ten koud en arm.
O Gij die troont.
261
. , , , , , , , I r
1. gun -Istig' op'ons1 ne - der, 1 ons I zondig hart
2. die uw ze - pen vra - gen ; Ten al - !en tijd
3. 'ton - boetvpar- dig ster - ven ; Neen,neen, het kind,
4. met de He-me-Hu - gen Ver - eend van j£cst
i
i
2«J
Maria's Naam.
4-^ J'irpi r
1. O naam zoo zoet in d'oo-reu van wie Ma-
2. O Naam! die iTOn-be - vlek-te lu al haar
3. O Naam) die ons de lief-de Der Lie - ve
4. O NaamI een mil - de bal-sem Voor ie - dre
K. 61.
5. «O krijgs-leus in het strij-dan, O hulp-kreet
PPP
|
1. ri â a mint 2. gi'oothdd prijst; 8. V'rou-we noemt; 4. zicls-kwetsuur, 5. in den nood ! |
O naam zoo in - uig dier-O Naam die op de Moe-0 Naam, die 'tal - ver - mo -En lel - keus nieu - we voe-0 on -der -pand der ze - |
W M ^1 J ^
1. baar, aan 'thar- te van haar kind.
2. der Der ze âven smar- te wijst.
3. gen Dor Ko -uin- gin - ne roemt
4. ding Voor 't he-melsch lief- de - vuur
5. ge In le -ven en in dood.
Korre in.
ÃÃÃ Ã JHh j j
Geef dat uw Naam, Ma - ri â a. Steels iu mijn
N. 62. Voor de Heilige Communie.
JC3
-A-j) j
264
1. met Zijn dier - baar vlcesch en bloed.
2. U van we â der â min ver - vuld.
.3. ge -ven? Hoe too - nen .imjui ver-rpliqh-
11 iij^i ]) Jujy#
If
SI
? 66
à jr
»
Stabat Mater.
1.
Naast het Kruis stond, droef van harte, D'arme Moeder, gansch iu smarte. Nu haar Zoon hier stervend hing,
2.
En haar, zuchtende en weenend.
Droevig met haar Jezus steenend 't Slagzwaard door de ziele ging.
3.
O, hoe treurig, hoe vol rouwe,
Ueez' zoo zegenrijke vrouwe,
Die eens Jezus 't leven gaf!
4.
Hoor haar jamm'ren, hoor hnar klagen. Ach, die Moederoogen zagen Znlk een Zoon in deze straf,
5.
Welke mensch ou hier niet weenen. Blikt hij naar die Moeder henen. Zoo verscheurd door harteweê ?
6.
Wie kan aan die Moeder denken En haar niet zijn ineêlij schenken Nu zij lijdt met Jezus mee?
7
Voor zijn volk, voor hunne zonden. Zag zij Jezus pijnlijk wonden,
Gees'ling was zijn lot geweest.
8.
Ja, zij zag haar liev'ling sterven.
Allen troost in 't doodsuur derven. Toen Hij weergaf zijnen geest.
9.
Moeder! deel mij meê uw smarte, liefdebron I doorvlijm mijn harte.
Dat ik treur door meegevoel.
10.
Dat mijn hart van min verteere.
Hoog zijn God, zijn Christus eere, Hechts zijn lofspraak zij mijn doel.
11.
Heil'ge Mosder ! wil bewerken,
Dat mijn hart, in diepe merken,
Draag' zijn wonden zonder tal.
12.
Deel met mij die straf, die plagen. Die uw Kind om mij wou dragen. Zoo verscheurd geheel en al.
13.
Dat ik, schreiend aac uw zijde,
M.et den Heer hier medelij de:
Heel mijn leven duur' die smart!
U
Naast het Kruishout rouw te drijven En met ü daar saam te blijven,
O, hoe wenschfc het heel mijn hart.
15.
Maagd der Maagden, hoog verheven ! Wil geen bitt're weig'ring geven,
Sta mij 't medeschreien toe.
16
Dat ik Chriitus' dood steeds lijde, Mij zijn smarten altoos wijde.
Vaak den wouden hulde doe.
n.
Mocht zijn kwelling mij doorwonden. Zij mijn geest in 't Kruis verslonden, Dronken van des Heeren Bloed.
18.
Mocht dan nooit het vuur mij branden: Ik eens worden door uw handen,
Maagd I in d'oordeelsdag behoed.
19.
Christus 1 naakt het uur van scheiden, Doe uwr Moeder mij geleiden Tot den palm, uw held bereid.
2°
Ja, doe bij 't lichaam'lijk sterven Aanstonds mijne ziel verwerven 't Paradijs der heerlijkheid, Amen.
XNTLCDUU.
- â
Bladz,
Voonvoord..........................g
HOOFDSTUK I.
Oi er de Congregatie, hnre regelen en vcorrechlen. 7
Hek nopte inlwui vun de regekn der Congregatie. li O er de verkiezing van den pre[ekt (de pre-
fecle) en de overige bedienaren .... 16
Aflaten nan de Congregatiën vergund. ... 18
Aflaten verleend am kruizen, enz.....2d
Aanmerkingen omtrent de aflaten.....3i\
Over de ndnneming van nieuwe leden ... 31 Akte van toewijding aan den tweeden patroon
der Congregatie.........33
HOOFDSTUK II.
Godvruchtige oefeningen.......
Dagelijksche gebeden..... quot;
Des morgens.........'
Des avonds : üe profmdis......
Gebeden bij de beraadslagingen.....
â bij de verlae.iing. Te. Deum. . .
â M de gewone vergaderingen .
Voor de onderrichting Vein creator . . .
Antiphonen der H Maagi.......
Na de onderrichting. Litanie van de 11 Maand Gebed ter eere van den H. Joseph . . .
â ter eere van den patroon der maand
â voor den Paus ........
Gebeden voor de overledenen......
â voor zieken.......
36 36
36
37 39 41) 43 4!) 49 S5 60 óO 61 61 6ü
II INHODU.
Bladz.
Gebeden onder de 11. Mis........64
â bij het mlvangen van het H Sacrament der biecht...........
76 81 83 93 103 108 m 118 118
Voor Ie biecht...........
Na de biecht..........
Gebeden voor de H Communie ....
JVa de H. Communie.......
Litanie van den H Naam Jezus . . .
Kruisweg...........
Litanie van hel H Hart van Jezus . .
Opdracht aan hel H Hart.....
Kransje ter eere van het H. Hart. . .
Geheimen te overwegen onder het bidden van
den roienkrens........ . 122
Kransje ter cere der onbevlekte Ontvangenis van
de II. Maagd Maria........'25
De zeven smarten en vreugden van den H Joseph 126 Oefeningen ter eere va â¢} de II H Maandpatrouen 132
Maandbriefjes............^3
Inhoud der maandbrieljes.......133
Overzicht omtrent de plichten, die wen als Christen en Qmgreganist te vervullen het ft . 110 Gebeden te Rome gebruikelijk bij de plechlige
opdracht............4 43
HOOFDSTUK III.
Gezangen.
Bladz.
Yeni creator...........161
Veni sancte spiritus........'öi
2. Alma ftedemptoris.........quot;163
3. Ave regina...........164
4. Regina cceli...........quot;163
5. Salve Regina...........166
INUOUD. 'I'
filadz.
6. Magnificat...........'lö?
7. Tantum eago.........
8 Slahal maler.........
?. Onbevlekte ontvangenis......
â t 0. Geboorte van Maria.......
M. Itoodschap van Maria ......
12. Zuiveringxfeest van Maria of Lichlwisse
13. Mario onder hel Kruis.......
14. // Hart van Maria.......
15. Naamfeest van Maria......
16. Hemelvaart van Maria......
17. Groelenis des Engels......
18. he zeven vreugden van Maria . . .
19. Lot van Maria en geluk in haren dienst
20. Salve lieg in a.........
ÃÃ1. loewijding nan M»ria . . ...
22. Toewijding van zich zeiven ann Maria
23. Vreugd der kinderen van Maria. . .
24. Belojle van gelrouivlieid aan Maria. .
25. Ave maris stella........
2fi. Ih'l romni die- van den H. Casimirus
27 Mei - lied..........
28. Te Deum , . . .....
29. Ter cere van hel H. Hart van Jezus .
30. Dat Jezus leve '.......
31. Na de H Communie.......
32. Chrislus aan hel Kruis......
33. Tol den H. Geesl........
34. Tol den U Joseph.......
33. Tot den H Aloïsius van Gonzaga . .
36. Tol den H. Stanislaus F.ostka . . .
37. Ter eere der H. Martelaren theronymus
en Anlonüts.........
38. Geluk der Congreganislen . . . .
169
170
171
173 176
178
179 182 184 186 188
189
190
193
194 193 1P8 199 201
203
204 206 210 212 214 218 217 219 221 223