ocr page 1

1 Korte Overwegingen der Geheimen

t van den Rozenkrans,

' - ■' • - ■. ■

r iiiet vooPbertdên voor eiken dag der

OCTOBER-MAAND,

.■i '. ffe;- noon

P. HYACINTHÜS M. NEGRI. TJit het Griekseh vertaald

F' ; '' ; . DOOR .

■ÉEKT R. K. priester.

. - ■

Igt;E

IHlIliSTlROZEHKMS.

ocr page 2
ocr page 3
ocr page 4
ocr page 5

Be Allerlieiliiiste Bozeilrans.

Korte Overwegingen der Geheimen van den Rozenkrans met voorbeelden voor eiken dag der

OCTOBER-MAAND

door

F. Hyacinthus M. Negri.

üit het Grieksch vertaald '

door

-SZ..

Leiden. J. W. VAN LEEUWEN.

Maarsmansteee.

© ' ■

VV

ocr page 6
ocr page 7

Approbationes Ordinis.

De mandate Adm. R. P. L. Sebas-tiani Grramondo Prioris Provineialis et Praefecti Aplci nostrae Missionis opus, cui titulus: Mensis SSmi JRosarii, a R. P. L. Fr. Hyacintho Maria Negri nostro Missionario Aplco exaratum, Nos infrascripti diligenter perlegimus, atque legendo comperimus non nisi uberrimos exinde ac saluberrimos fructus ad men-tium cordiumque fidelium singularem profectum expeetandos,

Igitur ut ad majorem SS. Reginae Rosarii gloriam, ceu nullius erroris vel umbra contaminatum in lucem prodeat et typis mandetur in Domino judicavimus.

Datum in Conventu nostro SS. AA. Petri et Pauli.

Galatae et Byzantii die 18 Sept. 1886.

Fk. Hyacinthüs Vin. Ma Cambiaso S. Th. Mgr. O. P. Fr. Vincentius Salvi S. Th. Lector O. P.

ocr page 8

Imprimatur.

f A. Archiepiscopus Pharsaliensis. Vic. Patriarchalis Constaktino-

politanus.

IMPRIMATUR.

A. J. Brouwer. ad hoc delegatus.

VOORHOUT, die 14 Septembris 1890.

ocr page 9

O Hoogverheven Koningin van den Allerheilig sten Rozenkrans, Maria, altijd Maagd, vele en groote weldaden heb ik van U ontvangen, gedurende geheel mijn leven. Boor dankbaarheid en liefde gedreven, waag ik het dan U dit hoekje, dat over uwen Allerheilig sten Rozenkrans handelt, uit geheel mijn hart aan te bieden. Neem het genadig aan, o aller-teederste Moeder, en zegen mij, en al degenen, die het zullen lezen.

Uiv nederige Dienaar, P. Hyacinthus Maeia Negri,

Dominicaan.

ocr page 10
ocr page 11

VOORREDE.

Aan de Allerverhevenste Moeder van Jesus was de maand der bloemen toegewijd, en het scheen ook passend dat haar de maand der vruchten geheiligd werd. Als de schoonheid van geheel de natuur ons in de Mei-maand uitnoodigt du schoonste aller schepselen te loven en te prijzen, niet minder eischen de ontelbare weldaden, welke wij van Maria, altijd Maagd, ontvangen, dat wij haa-t beminnen, dat wij haar dankzeggen in de maand October. In deze maand werd de katholieke kerk bij Lepanto door de Koningin van den Rozenkrans bevrijd van haar allerverschrikkelijksten vijand, en uit dankbaarheid noemde zij de H. Maagd, Hulp der Christenen, Auxilium Christianorum. Om dezelfde reden stelde de H. Kerk in de maand October den schoonen feestdag van den Allerheiligsten Rozenkrans in.

ocr page 12

VIII

Godvruchtig was de bedoeling der twee Paters Dominicanen, die voor eenige jaren, de October-maand aan de Koningin van den Rozenkrans wilden toewijden. Zij werden zeer geprezen door den on-sterfelijken Paus Pius IX, die vele aflaten verleende aan alle geloovigen, die de Allerheiligste Maagd in deze maand met bijzondere godsvrucht zouden vereeren-Doch nog meer moeten wij ons tot deze schoone godsvrucht aangetrokken gevoelen door het woord van Z. H. Paus Leo XIII, die in de drie vorige jaren voorschreef, dat deze heilzame oefeningen van godsvrucht over de geheele wereld moesten gehouden worden. En wie kan de geestdrift beschrijven, waarmede geheel de H. Kerk in deze maand de Allerheiligste Maagd verheerlijkt? Wie zal ook het getal der geestelijke gunsten noemen, waardoor het hart van onzen heiligen Vader is verheugd geworden? Hierom toch heeft hij gewild, dat de October-maand ook in de volgende jaren zal worden gevierd, zoolang totdat de

ocr page 13

IX

kerk door den Rozenkrans van haar vijanden bevrijd wordt, en de gewenschte vrede terugkeert.

Wat de wijze betreft om deze maand aau de H. Maagd te wijden: dezelfde Paus leert ons wat wij daartoe moeten doen. Door zijn onsterfelijke Encycliek heeft hij de geheele katholieke wereld er toe gebracht, om met groote godsvrucht den Allerheiligstens Rozenkrans te bidden, zeggend, dat hij van den Rozenkrans den vrede der kerk verwacht, de verlossing van alle kwaad en van alle vijanden.

En wel zeer terecht verwacht de heilige Vader deze schoone vruchten. Ten tijde van den H. Dominicus, die door de H. Maagd het groote voorrecht werd waardig gekeurd deze schoone godsvrucht te prediken, verkeerde de H. Kerk bijna in een zelfden toestand als tegenwoordig , en werd zij ook van alle kanten door machtige vijanden bestreden. Maar zoo spoedig de godsvrucht van den Rozenkrans zich verbreidde, werd het aan-

ocr page 14

X

schijn der aarde veranderd, en in weinig tijds verdwenen èn ketterijen èn ongerechtigheden. Hoe zouden wij dan ook nu in dezen tijd aan diezelfde gevolgen kunnen wanhopen?

Nadat de Zetel der Wijsheid, de Allerheiligste Maagd Maria zelve, den Eozen-krans heeft aanbevolen als een tegengift tegen boosheden en dwalingen, is het niet mogelijk meer te twijfelen aan haar woord, aan hare macht, aan hare barmhartigheid. En verder, welke andere godsvrucht is door de Heiligen meer geprezen dan de Rozenkrans ? Het zij genoeg hier in herinnering te brengen, dat de H. Carolus Borromaeus, dat groote licht der kerk, den Rozenkrans een alltr-goddelijkst yebed noemt. De zoo godvruchtige en wijze H. Alphonsus noemt den Rozenkrans het gebed dat het krachtigst tot de H. Maagd opgaat, en ons het vowdeeligst is. Overbekend is het vele goed, door deze godsvrucht in de wereld teweeg gebracht. O hoe velen werden door den Rozenkrans van een zondig

ocr page 15

XI

leven terug geroepen, hoevelen tot een heiligen wandel gebracht, hoevelen mochten daardoor een zaligen dood sterven en de hemelsche heerlijkheid deelachtig worden! Welke andere godsvrucht is dan ook door de Pausen van Rome, aan wie het oordeel hierover op de eerste plaats toekomt, zoo zeer geprezen en aanbevolen ? Paus Urbanus IV zegt dat de Christenen alle goed deelachtig worden door middel van den Rozenkrans. Paus Xistus IV noemt het Rozenkransgebed geschikt om eere te brengen aan de H. Maagd en de dreigende gevaren van ons te verwijderen. Paus Leo X zegt dat de Rozenkrans een bolwerk is tegen de ketterijen. Paus Julius III beweert dat de Rozenkrans de glorie is der Katholieke Kerk. Paus Pius V zegt dat door den Rozenkrans de zondaars in andere menschen veranderen, de duisternissen der ketterijen verdwijnen en het licht der Katholieke Kerk weder ontstoken wordt. Maar het is niet mogelijk alle de lofprijzingen aan te halen, welke

ocr page 16

XII

de Pausen tot op dezen dag aan den Eozenkrans gegeven hebben.

Aan welke andere oefening van godsvrucht zijn ook zoo rijke gunsten verleend , als aan den Rozenkrans ? Ik geloof niet dat eenige andere evenzeer met de schatten der Kerk begunstigd is. En dit is niet ten onrechte geschied. Want in waarheid, waarom zijn er zoovele menschen, die zondigen en verloren gaan ? Omdat zij hetgeen God betreft niet overwegen, en omdat zij niet bidden. Maar wat is de Rozenkrans ? Hij is de schoonste der overwegingen, want hij houdt zich bezig met de overweging des levens, des lijdens en der verheerlijking van Jesus Christus. Als wij toch door middel van den Rozenkrans die geheimen van zaligheid overwegen, leeren wij Jesus Christus kennen, beminnen en gedenken, en daarin, zoo getuigt de H. Schriftuur, bestaat ons eeuwig leven.

De Rozenkrans omsluit ook de schoonste gebeden, die men zou kunnen be-

ocr page 17

— XIII

deuken. Want wie , al aanstonds, heeft ons het Onze Vader geleerd, dat zoo vele malen in den Eozenkrans voorkomt? De onfeilbare Waarheid zelve, Jesus Christus in eigen persoon. Wie sprak het Wees gegroet Maria ? Een engel des hemels. Wie sprak het vervolg ? De H. Geest sprak door de H. Elizabeth. Wie heeft het voleindigd ? De leermeesteresse van alle waarheid en deugd, de H. Kerk. Door den Eozenkrans overwegen wij het leven der Allerheiligste Maagd, en bidden wij tot haar met de groetenis des Engels, die het begin was der redding van het menschelijk geslacht.

Wie heeft ooit te vergeefs de aller-medelijdendste Maagd Maria aangeroepen ? en wie zal dan ook niet alle gunsten kunnen verkrijgen van haar die volgens de getuigenis der heiligen de hron van alle genaden is? Het is dan, om zoo te spreken, noodzakelijk dat de Rozenkrans de heilzaamste vruchten oplevert.

ocr page 18

XIV —

Om deze redenen scheen het mij nuttig, dit boekje te schrijven, dat meer dan 30 verschillende wijzen bevat, om den Rozenkrans te bidden; en dit te meer omdat in de schoone Grieksche taal geen ander geschikt boek over den Eozenkrans bestaat, terwijl de Rozenkrans toch vooral in Griekenland, bij Lepanto namelijk en Corcyra, zijn macht getoond en de vijanden der Kerk overwonnen heeft. In dit boek wordt vooreerst eene kleine overweging gevonden van elk geheim, opdat de geest worde verlicht, vervolgens een kort gebed, waardoor het hart worde ontstoken.

En het spreekwoord gedachtig, dat woorden wekken, voorbeelden trekken, heb ik er een passend voorbeeld aan toegevoegd. Ook meende ik dat het nuttig was enkele liederen ter eere der Allerheiligste Maagd te laten volgen, opdat wij haar ook verheerlijken met stem en hart. Ik weet niet beminde Lezer, of dit boekje u zal kunnen behagen. Doch geloof in ieder geval aan

ocr page 19

XV

mijn goeden wil. Indien ik u echter iets goeds heb aangeboden, bid dan de Koningin van den Rozenkrans voor mij, opdat wij haar eens te zamen mogen verheerlijken, beminnen en haar eeuwig mogen dankzeggen in den hemel.

Verklaring. Wat de wonderen betreft , die ik in dit boek heb aangehaald, verklaar ik dat het mijne bedoeling is mij te onderwerpen aan hetgeen Paus Clemens VIII heeft bepaald, en ook omtrent al het overige, in dit werk vermeld, verklaar ik mij te onderwerpen aan het oordeel van den onfeilbaren Plaatsbekleeder van Jesus Christus , wiens nederige dienaar ik mij beroem te zijn.

ocr page 20
ocr page 21

DE MAAND

vak den

ALLERHEIL1GSTEN ROZENKRANS.

BLIJDE GEHEIMKN.

1. In het Iste l)lijde geheim overwegen wij, dat de Aartsengel Gaiihiëi. de Allerheiligste Maagd boodschapt, ilat zij de Moeder van .Tesus zal worden, tot redding der rnenschen.

I. De H. Alphonsus zegt, dat de Allerheiligste Maagd, zoo dikwijls zij het Wees gegroet Maria hoort, dezelfde vreugd ondervindt, als toen zij dit de de eerste maal hoorde van den Aartsengel Gabriël. Welk een blijdschap zal Maria dan ondervinden, als zij de vereerders van den Allerheiligsten Rozenkrans zoo dikwijls het Wees gegroet Maria hoort uitspreken! O Maagd Maria, geef dat wij altijd met eerbied uwen Rozenkrans bidden, geef dat wij al onze werken beginnen en eindigen met het Wees gegroet Maria, opdat zóó geheel ons leven een lofgebed zij.

1

ocr page 22

— 2 —

II. In het 2de blijde geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd de II. Eli-saljeth bezoekt en drie maanden in haar huis verblijft.

II. Ieder die bemint gaat, als 't hem mogelijk is, met blijdschap tot het voorwerp zijner liefde. Uit kracht van deze liefde bezoekt de Allerheiligste Maagd Maria de H. Elisabeth. Als wij Maria beminnen, laten wij dan ook dikwijls hare kerken en hare afbeeldingen bezoeken ; laten wij dan minstens meermalen te huis voor hare versierde beeltenis bidden en telkens weer hare voorspraak verzoeken. De H. Maagd is niet karig en zij wil ons niet van hare voeten laten gaan zonder eenig klein geschenk. O Maria, kom, bezoek ons hart en stort uwe verlangens in het onze; gelijk gij bezorgd waart voor de H.

| Elisabeth, wees ook bezorgd, dat wij U eenmaal bezoeken in den Hemel.

III. In het 3de blijde geheim overwegen wij, dat de H. Maagd Jesus baart in den stal van Bethlehem en hem in eene kribbe nederlegt.

III. Jesus Christus wordt arm geboren; arm is ook zijne moeder. Eene kribbe en twee dieren, ziedaar het paleis van

ocr page 23

— 3 —

den kouiug der koningen. De wereld bemint echter de rijkdommen het meest. Indien zij ze niet heeft, neemt zij alle middelen te baat om ze te winnen; indien zij ze bezit, bewaart zij ze met al te groote bezorgdheid. O Jesus, o Maria, geeft dat wij, uwe armoede aanschouwend, zonder ontevredenheid het gemis van het goede dezer wereld verdragen, en dat wij, het bezittend, ons hart er niet aan hechten. Gelukkig is hij, die de liefde Gods bezit, die Jesus bezit en de Maagd Maria.

IV. In het 4de blijde geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd, op den dag van hare zuivering, Jesus in den tempel brengt en hem over geeft in de handen van den grijsaard Simeon.

IV. De Allerheiligste Maagd bracht bij hare zuivering het offer der armen. En wij, wat offeren we aan de Allerheiligste Maagd ? Bloemen misschien ? Maar dit is niet voldoende. Geld misschien ? Maar dit is niet voldoende. Wat wil de Allerheiligste Maagd dan meer van ons ? Zij wil ons hart. Indien wij ons hart niet geven, is alles zonder nut. O Jesus, o Maria, U offeren wij alles, U wijden wij ons harte. Zuivert en heiligt het.

ocr page 24

- 4 —

V. In het 5de blijde geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd, Jesus verloren hebbend toen hij *12 jaar oud was, hem na drie dagen met groote blijdschap, in den tempel tusscheii de leeraren terugvindt. V. Indieu wij onze gezondheid en ons geld verliezen is ons verlies zeker niet gering; maar indien wij God verliezen, indien we hem door de doodzonde doen sterven, is alles verloren en ons verlies is bovenmate groot. O Jesus, o Maria, laat niet toe dat wij U ooit verliezen. Geeft ons de genade om op waardige vruchten van boetvaardigheid bedacht te zijn wegens onze bedrevene zonden, en zorg dat wij U vinden kunnen, hier door de goddelijke genade, en in den hemel door eeuwige aanschouwing.

VOORBEELD.

{Moras si.)

Een inwoner van de stad Avignon had de godvruchtige gewoonte dagelijks den Rozenkrans te bidden; maar hij liet dit, ik weet niet waarom, op zekeren keer na. Toen ondervond hij dat hem door eene genadevolle verlichting des geestes gezegd werd, weder den Rozenkrans te bidden. Hij deed zoo, en verliet daarna zijn huis. Onder weg ontmoette hij een man, die hem vijandig

ocr page 25

— 5 —

was, maar zich voordeed als een vriend. Deze verrader noodigde hem tot eene wandeling uit, en de eerste antwoordde dat hij gaarne medeging. Toen zij nu op een afgelegen plaats gekomen waren, trok de verrader zijn mes en bewoog de hand om hem te dooden. Te gelijker tijd echter gevoelde hij, dat een onzichtbare macht zijne hand terughield; hij beproefde ten tweede, ten derde maal, maar te vergeefs, want de H. Maagd weerhield zijne hand om haren vereerder te beschermen. Hij nu, deze groote gunst begrijpend, bedankte de H. Maagd ten hoogste en ging voort dagelijks den Rozenkrans te bidden, die hem tot redding geweest was. Indien de Rozenkrans verlossing biedt van de gevaren des lichaams, hoeveel te meer zullen wij, indien we hem godvruchtig bidden, verlost worden uit de macht der duivelen, uit de handen van de vijanden onzer ziel.

ocr page 26

DROEVIGE GEHEIMEN.

I. In het 'I ste droevige geheim ovei'wegen wij, dat Jesus Christus, hiddend in denhof van Olijven, bloed en water zweet door de droefheid, die hij gevoelde om onze zonden.

I. Een der oorzaken van de groote droefheid, die onze Verlosser in den Hof van Olijven ondervond, was de groote liefdeloosheid der menschen. Hij zag dat Hij zooveel schande ging verduren, zooveel smarten uit liefde tot hen, en hij zag te gelijker tijd, dat zij, in plaats van hem te beminnen, hem zouden verachten en duizende zonden bedrijven. Groot is wel zeker de ongevoeligheid der menschen. Wat immers had Jesus meer kunnen doen, dan voor hen sterven? Wie echter bedankt hem ? wie bemint hem ? O Heilige Maagd , om het bloedig zweet van Jesus, laat niet toe, dat wij nog langer ondankbaar zijn gelijk wij te voren waren.

II. In het '2de droevige geheim overwegen wij , dat Jesus aan ilen geeselpaal met groote barbaarschheid gegeeseld wordt, en over geheel zijn lichaam zijn kostbaar bloed vergiet.

II. Het vleesch van Jesus Christus

ocr page 27

— 7 —

wordt der verdelging prijs gegeven, zijn aanbiddelijk bloed vloeit over de aarde. O wat ontzettend lijden! En wij, wij zorgen, zooveel in ons vermogen is, dat ons lichaam niet het geringste verdure. De kleinste moeilijkheid schijnt ons onverdragelijk. En hoeveel schandelijke zonden laten wij te gelijker tijd in ons lichaam toe? Hoe dikwijls bewerken wij den ondergang van onze ziel! O Allerheiligste Maagd, geef dat wij de ongeregelde begeerten des lichaams niet involgen, opdat wij in het eind niet en lichaam èn ziel verliezen.

III. In het 3de droevige geheim overwegen wij, dat Jesus Christus, de koning der glorie, gekroond wordt tot koning van smarten met een kroon van scherpe doornen.

III. De hoovaardigheid kroont Jesus met doornen; de hoovaardigheid is het begin van alle zonde. Hoe kunnen wij, van het oogenblik, dat wij Jesus met doornen gekroond zien, nog roem of eer bij de menschen nastreven ? O Gij, zoo nederige Moeder van Jesus, maak ons om de smartelijke kroning van Uwen Zoon, nederig van geest en hart.

ocr page 28

— 8 —

IV. In het 4de droevige geheim overwegen wij, dat Jesus Christus beladen wordt met den zwaren last van zijn kruis, dat hij draagt tot op den berg Calvarie.

IV. Jesus Christus draagt zijn kruis uit liefde tot ons; en alle menschen zijn, willig of onwillig, verplicht hun kruis te dragen. Maar wie draagt het uit liefde tot Jesus? De een draagt het om rijkdommen te winnen; een ander om zich eer te verwerven; een ander om te kunnen zondigen. Indien de menschen om wille van Jesus Christus dat kruis droegen, wat zij dragen om wille van de wereld en van den duivel, zij zouden in korten tijd zeer heilig zijn. O Allerheiligste Maagd, wij bidden U bij het kruis van Jesus, help ons om ons kruis met liefde te dragen, of ten minste met gelatenheid.

V. In het 5de droevige geheim overwegen wij, dat Jesus Christus, op den Schedelberg gekomen, dorst heeft aan het kruis, en, na een smartelijken doodstrijd van drie uren sterft uit liefde tot ons; en onder het kruis stond zij ne bedroefde Moeder, de Maagd Maria.

V. quot;Wij bewonderen de liefde van den H. Dominicus, die, om een mensch van slavernij te bevrijden, zich zei ven in de plaats stelde. Maar hoeveel grooter

ocr page 29

— 9 —

is de liefde van Jesus, die al zijn bloed wilde vergieten, om ons, zondaren , uit de slavernij des duivels te verlossen. O Heilige Maagd, geef dat wij dikwijls den dood van Jesus overwegen; geef ons, o bedroefde Moeder, eene groote liefde tot Jesus en tot tl.

VOORBEELD.

(S. Alplwn, ijloriae M. 77.)

Zeker schrijver verhaalt, dat hij eens voor de gevangenen te Napels de geestelijke oefeningen ging houden; en hij bevond, dat deze waren overeengekomen, om volstrekt niet tot het II. Sacrament der Biecht te naderen. Wat deed hij ? Hij riep hen bijeen, om zich te laten inschrijven in het broederschap van den H. Eozenkrans, en om den Rozenkrans te bidden. Toen zij één enkele maal den Rozenkrans gebeden hadden, vroegen die zelfde menschen de gunst van te mogen biechten; en allen spraken wel spoedig hunne biecht, wat zij in vele jaren niet hadden gedaan. quot;Wil iemand een bloedverwant, een vriend, of een groot zondaar tot bekeering brengen, hij moet dan trachten hem hoogschatting voor den H. Rozenkrans in te boezemen, want de Rozenkrans heeft reeds duizende

ocr page 30

— 10 —

zoudaren tot bekeering gebracht. Op zulk eene wijze zullen wij te gelijker tijd de ziel van anderen en de onze redden, want er staat geschreven, dat hij, die eeu ander van de zonde terugbrengt, zijne eigene ziel zal behouden.

ocr page 31

GLORIERIJKE GEHEIMEN.

I. In het 1ste glorierijke geheim overwegen wij, dat Jesus den derden dag na zijnen dood heerlijk. onsterfelijk en onlijdelijk verrijst.

I. De eerste, die Jesus Christus na zijne verrijzenis mocht aanschouwen, was Maria Magdalene, de bekeerlinge. Welk een groote reden voor de zondaren om te vertrouwen! Laten ook wij uit het graf onzer zonden opstaan, en, als we van goeden wil zijn, zullen we vergiffenis verwerven en heiligen worden. O Moeder van het leven onzer ziel, neem de zonde, de onboetvaardigheid van ons harte weg, en geef dat wij het waarachtig leven, de genade van Jesus Christus nastreven.

II. In het 2de glorierijke geheim overwegen wij, dat .lesus, veertig dagen na zijne verrijzenis, ten he-rael opklimt, om dien te openen voor ieder die zijn voorbeeld wil navolgen.

II. Alle menschen willen met Jesus Christus in den hemel komen, maar wie wil met Hem den berg van Calvarie opgaan ? Allen willen zijne verheerlijking, weinigen echter zijn kruis. Laten wij dan moed vatten, en Jesus Christus zal ons ter zijde

ocr page 32

- 12 —

staan. Hij zal ons helpen, zoodat de last gering wordt, terwijl wel spoedig da vergelding overvloedig wezen zal. O Allerheiligste Maagd, geef ons de genade, dat wij het voorbeeld van Jesus volgen, om ook zijne verheerlijking deelachtig te worden.

lil. In liet 3de glorierijke geheim overwegen wij, dat Jesiis op liet Pinksterfeest den Heiligen Geest zendt over de H. Maagd Maria en over de Apostelen, die in de opperzaal vergaderd waren.

III. Wanneer ontvingen de Apostelen den H. Geest ? Toen zij met de H. Maagd in het gebed vereenigd waren. Als wij ook de gaven des H. Geestes willen deelachtig worden, laten wij dan te midden van bekoringen en gevaren, de hulp der H. Maagd vragen, vooral met het gebed van den H. Rozenkrans. O Heilige Maagd, geef dat wij niet ophouden tot U te bidden; want zoo lang wij uwen bijstand verzoeken zullen we tot de zonde niet komen.

IV. In het 4de glorierijke geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd sterft, uit enkel liefde tot God, en dooide engelen ten hemel wordt opgenomen.

IV. Hoe gelukkig was de dood van Maria! Indien wij ook een goeden dood

ocr page 33

— 13 —

wenschen te sterven, laten wij dan de Allerheiligste Maagd en den Rozenkrans beminnen , en laten wij haar onze liefde betuigen, niet slechts met woorden maar ook met werken, door de beoefening der broederlijke liefde en der zuiverheid. O Allerheiligste Maagd, geef ons de genade goed te sterven, gelijk Gij, maar geef ons eerst de genade goed te leven, gelijk Gij.

V. In het 5de glorierijke geheim overwegen wij , dat de Allerheiligste Maagd met groote glorie gekroond wordt door de H. Drievuldigheid, en zetelt als koningin des hemels en der aarde, als voorspraak der zondaren, als hulpe harer vereerders bij hun leven en bij hunnen dood.

V. Hoe weinigen zijn er die een groot vertrouwen hebben op Jesus Christus en op de Allerheiligste Maagd. En toch hoe kunnen wij gelooven, dat Jesus Christus onze Verlosser is, dat de H. Maagd onze Moeder en de Koningin des hemels is, en dan zoo weinig vertrouwen hebben en door zoo kleinen tegenspoed tot mistrouwen gebracht worden ? Dat wij dan in het vervolg een groot vertrouwen hebben op de H. Maagd; en wat wij ook van haar verwachten zullen, wij verwachten

ocr page 34

— u —

nooit te veel, indien wij van onzen kant slechts doen hetgeen in ons vermogen is. O Maria, gij zijt onze hoop; van U verwachten wij alle genade en ons eeuwig heil; geef dat wij nooit beschaamd worden.

VOORBEELD.

{Dn Rozenkrans in den Schouwburg.)

Keizer Napoleon de eerste was voorzeker niet bijzonder godvruchtig, maar had toch de goede beginselen zijner jeugd niet vergeten. Op zekeren dag bevond hij zich in den schouwburg van Parijs , in gezelschap van een aanzienlijk jongeling dien hij zeer liefhad. Terwijl alle aanwezigen met groote aandacht de voorstelling van het tooneel volgden, zag de keizer dat de jongeling afgetrokken was en geen acht gaf op den loop van het spel. Hij zag vervolgens dat hij zijne handen bedekt en verborgen hield. Napoleon, die begeerig was te weten wat hij deed, stak zijne hand onder den mantel des jongelings en bevond dat hij den Rozenkrans bad. De keizer was verwonderd en de jongeling bloosde een weinig. Toen zeide de keizer: „Dit doet mij genoegen, en ik verheug mij , dat gij de dwaasheden

ocr page 35

— 15 —

van het tooueel slechts weinig acht. Ik zie dat gij een goed hart bezit; eens zult gij in hooge eere zijnquot;; en terwijl hij hem den Rozenkrans teruggaf : v ga voort uwen Rozenkrans te bidden, ik zal u niet meer storen.quot;

De keizer sprak waarheid, want de jongeling is aartsbisschop geworden, is kardinaal geworden, en heeft zich door zijne deugden en goede werken een grooten naam verworven. Die jongeling was Kardinaal de Rohang Chabot '), Prins der Kerk en Aartsbisschop van Bordeaux. Er worden menschen gevonden die zich schamen den Rozenkrans te bidden, terwijl dit toch tot eer en aanzien strekt. Want zjj die den Rozenkrans bidden, gelijk het behoort, zullen eer en aanzien brengen over hun huis en over hun vaderland. (Giornale Buona Settim 11 Ott. 1879;.

1) Kanlinaal De Rohang Chabot, eerst gehuwd en officier onder Keizer Napoleon, is na. den dood zijner echtgenoote priester geworden. (De Vertaler).

ocr page 36

BLIJDE GEHEIMEN.

I. In liet 1ste blijde geheim overwegen wij, dat de Aartsengel Gabriël de Allerheiligste Maagd boodschapt, dat zij Moeder van Jesus zal worden, tot redding der menschen.

I. Het H. Evangelie verhaalt, dat de H. Maagd ontstelde, toeu zij den Aartsengel Gabriël zag. Vele heiligen zijn van oordeel, dat zij ontstelde, omdat zij in hare groote zedigheid niet gewoon was zich in het gezelschap van mannen te bevinden of met hen te spreken. Bewonderenswaardig was hare zedigheid bij al hare werken, woorden, en bij eiken opslag der oogen. De zedigheid is het grootste sieraad der vrouwen, en eene vrouw, die niet zedig is, heeft al reeds hare deugd verloren of binnen korten tijd zal zij deze verliezen. O Allerheiligste Maagd, zorg dat wij altijd zedig zijn, door de tegenwoordigheid van God en van onzen Engelbewaarder te gedenken.

II. In het ~2de blijde geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd de H. Elisabeth bezoekt en drie maanden in haar huis verblijft.

II. Het gezelschap der Allerheiligste Maagd bracht vele zegeningen over de

ocr page 37

— 17 —

H. Elisabeth en over geheel haar huis. Zij zelve en haar kind, de H. Joannes, werden vervuld van den H. Geest. O, hoe voordeelig is het goed gezelschap en hoe gevaarlijk daarentegen het slechte! Een heilige zegt, dat een slechte vriend grooter nadeel aanbrengt dan de duivel zelf. O Heilige Maagd, verlos ons van het slecht gezelschap en geef dat onze gesprekken altijd heilig zijn.

III. In het 3ck' blijde geheim overwegen wij, dat de H. Maagd .lesus baart in den stal van liethlehem en hem in eene kribbe nederlegt.

III. De herders werden des nachts aangespoord het goddelijk kind te gaan aanbidden. Maar kunnen wij hetzelfde goddelijk kind niet op het altaar vinden, bijzonder gedurende het H. Misoffer? Hoe kunnen de menschen dan zoo weinig zorg hebben om het H. Misoffer bij te wonen, of om eens een bezoek bij het H. Sacrament te brengen? O Allerheiligste Maagd, wij bidden U bij uw goddelijk kind, ontsteek in onze harten het vuur der goddelijke liefde en geef dat wij eens de gelegenheid verkrijgen om, evenals de herders, uw goddelijk kind van aanschijn tot aanschijn te aanbidden.

ocr page 38

- 18 —

IV. In liet ie blijde geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd, op den dag van hare zuivering, Jesus in den tempel brengt en hem overgeeft in de handen van den grijsaard Simeon.

IV. De H. Simeon nam het goddelijk kind slechts eenmaal in zijne armen, en hij verkreeg zoovele genaden en smaakte zulk eene vreugde, dat hjj. God lovend, verzocht te mogen sterven. Zoo dikwijls ontvangen ook wij den Heer Jesus, niet slechts in onze armen, evenals Simeon, maar in ons hart; en toch zijn wij dikwijls bij de H. Communie zoo ongevoelig. De oorzaak hiervan is, dat wij niet met een zoo levend geloof, als Simeon bezielde, tot de H. Communie naderen. O H. Maagd, laat ons dikwijls Uw goddelijken Zoon in de H. Communie ontvangen en geef ons daarbij het geloof en de liefde van den li. Simeon, opdat wij hem ook ontvangen op eene waardige wijze.

V. In het 5de blijde geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd, Jesus verloren hebbend toen hij twaalf jaren oud was, hem na drie dagen met groote blijdschap, in den tempel tusschen de leeraren terugvindt.

V. Toen de Allerheiligste Maagd en de H. Joseph Jesus Christus verloren

ocr page 39

— 19 -

hadden, zochten zij hem onder hunne verwanten, maar zij vonden hem niet. Dikwijls verliezen wij Jesus door te groote liefde en gehechtheid ten opzichte van onze verwanten. Dikwijls zijn die verwanten, zooals de H. Schrift zegt, den mensch vijandig: Inimici hominis domestici ejus. O Allerheiligste Maagd, geef toch dat wij altijd eerst God, die onze Vader is, en U, die onze Moeder zijt, eeren en danken, opdat wij Jesus Christus vinden en onze ziel niet verliezen.

VOORBEELD.

De Eerw. Pater Gonzagius Loukeros, Dominicaan , giug naar West-Iudië, om aldaar de heidenen te bekeeren. Hij doorstond vele moeilijkheden, gevaren en allerlei beproevingen ; maar te vergeefs, want de heidenen bekeerden zich niet. Wat zou hij doen? Hij trachtte hen te bekeeren door middel van den Rozenkrans. Hij nam een beeld van de Allerheiligste Maagd, met de vijftien geheimen in een driehoek er rond, en plaatste dat in zijne kleine kapel. Toen riep hij de heidenen om getuige te zijn van eene groote plechtigheid; en als zij allen gekomen waren, ontdekte hij het beeld der H. Maagd, en bad den Rozenkrans.

ocr page 40

— 20 —

Daarna begon hij het volk te verklaren, wat het beeld en wat de vijftien geheimen beteekenden. Meer behoefde hij niet te doen tot bekeering dezer menschen. Zij wilden aanstonds in het Katholiek Geloof onderwezen worden, brachten al hunne afgodsbeelden, opdat de Pater ze zou verbranden, en wenschten vurig het H. Doopsel te ontvangen. De Rozenkrans had hen bekeerd. Indien wij niets anders kunnen doen tot bekeering der zondaren, laten wij althans van tijd tot tijd den Rozenkrans voor hen bidden, en indien wij het geluk hebben één zondaar te redden , dan zullen we ook onze eigene ziel gered hebben, volgens de uitspraak der H. Schriftuur.

ocr page 41

DROKYIGE GEHEIMEN.

I. In liet Iste droevige gelieim overwegen wij, dat .lesus Christus, biddend in den liof van Olijven, bloed en water zweet dooide droefheid, die hij gevoelde om onze zonden.

I. Toen Jesus Christus in den Hof van Olijven in doodstrijd verkeerde door de groote droefheid zijns harten , kwam hem een engel vertroosten. O hoe goed on medelijdend is onze engelbewaarder ! Hij bemint ons, staat ons ter zijde in alle gevaren en bij alle behoeften, en volgt ons overal bij dag en bij nacht. Slechts weinige menschen echter roepen hem aan en bedanken hem. Velen denken er niet eens aan, dat zij een engelbewaarder hebben. O Koningin der engelen, om den doodstrijd van Jesus bidden wij ü, zend ons te midden van gevaren en bekoringen een engel om ons te beschermen en te helpen, om ons van alle kwaad naar ziel en lichaam te bevrijden.

II. In het '2ile droevige geheim overwegen wij , dat Jesus aan den geeselpaal met groote barbaarschheid gegeeseld wordt en over geheel zijn lichaam zijn kostbaar bloed vergiet.

II. Pilatus wist dat Jesus Christus onschuldig was, maar om aan de men-

ocr page 42

— 22 —

sehen te behagen, beval hjj hem zoo wreed te geeselen. Ziedaar wat het meuschelijk opzicht vermag. Hoe dikwijls geeselen ook wij Jesus Christus en bedrijven we zonde, om aan de mensehen te behagen! O Allerheiligste Maagd, geef dat wij in 't vervolg alleen maar trachten aan God te behagen en dat wij Jesus Christus niet meer door meuschelijk opzicht bedroeven.

III. In het 3ile droevige geheim overwegen wij, dat Jesus Christus, de koning der glorie, gekroond wordt tot koning van smarten met een kroon van scherpe doornen.

III. Men kroonde Jesus met scherpe doornen, en om hem te bespotten begroetten zijne beulen hem als koning, en sloegen hem met den rietstok. O hoe vele beleedigingen verdroeg Jesus in dat oogenblik! Wij echter, wij worden toornig bij eene kleine beleediging, en om een enkel woord, en dan spreken we onbehoorlijke woorden en willen het onrecht ons aangedaan niet wêer vergeten. O bedroefde Moeder, wij bidden U, om de smartelijke doornen-kroning van uwen Zoon, help ons de beleedigingen met geduld te verdragen en een ieder, die ons onrecht aandoet, kwaad met goed te vergelden.

ocr page 43

— 23 -

IV. In liet 4de droevige geheim overwegen wij, dat Jesus Christus beladen wordt met den zwaren last van zijn kruis. dat hij draagt tot op den berg Calvarië.

IV. De vrouwen, die Jesus zijn kruis naar den berg Calvarië zagen voortslepen , weenden, en de medelijdende Veronica droogde zijne tranen. Vele menschon weenen in deze wereld; maar wie weent om het lijden van den Zaligmaker , wie weent om zijne zonden ? O bedroefde Moeder, leer ons weenen om het lijden van Jesus, maar leer ons eerst weenen over onze zonden, die de oorzaak van dit lijden geweest zijn.

V. In het ride droevige geheim overwegen wij, dat Jesus Christus, op den Schedelberg gekomen, dorst heeft aan het kruis en, na een smartelijken doodstrijd van drie uren, sterft uit liefde tot ons; en onder het kruis stond zijne bedroefde Moeder, de Maagd Maria.

V. Niemand heeft ooit met zoo groote liefde bemind als de Allerheiligste Maagd haar Ooddelijken Zoon; en daarom heeft niemand ooit zoo groote smarten ondervonden als zij, toen zij hem aan het Kruis zag sterven. Het is billijk dat wij die smarten, welke de H. Maagd om onzentwil geleden heeft, dikwijls overdenken; het zou zeer ondankbaar

ocr page 44

— 24 —

ziju ze te vergeten. O Heilige Maagd Maria, wond onze harten met het zwaard, dat het uwe doorboord heeft, en gelijk -gij tegenwoordig waart bij den dood van Jesus, kom ook om ons in onzen doodstrijd bij te staan.

VOORBEELD.

Pater Ludovicus, die eene groote godsvrucht had tot de H. Maagd en tot de zielen in het Vagevuur, bevond zich eens, toen hij op reis was, op eene eenzame plaats tegen den ondergang der zon ; en volgens zijne gewoonte, bad hij den Rozenkrans voor de zielen van het Vagevuur, opdat zij hem in alle gevaar zouden beschermen. Hij werd gezien door twee roovers, die zich niet ver van daar bevonden en zich gereed maakten hem aan te vallen. Maar plotseling hoorden zij een trompet en zagen dat een groot aantal soldaten den pater volgde, zoodat zij zich haastten op de vlucht te gaan, terwijl de pater ongestoord een herberg bereikte, waar hij den nacht wenschte door te brengen. Niet lang daarna kwamen de roovers, die zagen dat er geen soldaten meer waren, te zelfder plaatse en vroegen den pater, waarom hij zoo vele soldaten met

ocr page 45

— 25 —

zich had, en waarheen zij gegaan waren. Deze verwonderde zich bij het vernemen van zulke woorden en zeide eenvoudig weg, dat hij nooit soldaten in zijn gezelschap had. De roovers, hierover verbaasd, deden hem verschillende vragen en vernamen, welk eene groote godsvrucht hij had voor de zielen in het vagevuur, en dat hij den Rozenkrans bad, om door haar geholpen te worden. Toen zij nu het wonder begrepen, openbaarden de roovers hem, welke slechte bedoeling zij gehad hadden en zeiden, dat zij soldaten gezien eu de trompet gehoord hadden. Ja, zij besloten hun leven te veranderen, en beide spraken zij bij den pater hunne biecht.

Ziedaar welk eene zoete troost, welk goed gezelschap en hoe groote veiligheid de Rozenkrans in het midden der grootste gevaren ons aanbrengt.

ocr page 46

GLORIERIJKE GEHEIMEN.

I. In hot 1ste glorierijke geheim overwegen wij, dat Jesus dén derden dag na zijnen dood heerlijk, onsterfelijk en onlijdelijk verrijst.

I. Jesus Christus stond op van deu dood, en allen zullen wij eens verrijzen op den laatsten dag des oordeels. Maar niet allen zullen in de zelfde gesteldheid verrijzen. Die arme en godvruchtige ziel, die nederige en geduldige mensch, zij zullen blinken als de sterren des hemels. Maar zij, die hun lichaam en hunne ziel met afschuwelijke zonden bezoedelen, zullen verrijzen in een afzichtelijk lichaam. Indien wij thans onze ziel heiligen door onthouding, zuiverheid en nederigheid, dan zullen wij ook eens als Jesus verrijzen. O medelijdende Moeder, om wille der glorievolle opstanding van Jesus, verlos onze ziel en ons lichaam van deu eeuwigen dood.

II. In het 2de glorierijke geheim overwegen wij. dat Jesus, veertig dagen na zijne verrijzenis, ten hemel opklimt, om dien te openen voor ieder die zijn voorbeeld wil navolgen.

II. Beproef, o mensch, wat gij wilt, door rijkdommen, eer en genoegens na

ocr page 47

— 27 —

te jageu, zooveel in uw vermogen is, gij zult toch geen geluk vinden in deze wereld. Dat zult gij alleen vinden bij Grod in den hemel, waarheen Jesus Christus ons is voorgegaan. Indien gij uw geluk zoekt in deze wereld en niet bij Jesus Christus, dan zult gij ongelukkig zijn nu en in de eeuwigheid. O Allerheiligste Maagd, indien wij nu nog niet tot Jesus in den hemel kunnen naderen, geef dat ons hart er toch dikwijls henen streve, en laat, terwijl ons lichaam nog op aarde leeft, onze geest te gelijker tijd in den hemel verblijven.

III. In het 3de glorierijke geheim overwegen wij , dat Jesus op het Pinksterfeest den Heiligen Geest zendt over de H. Maagd Maria en over de Apostelen, die in de opperzaal vergaderd waren.

III. De geest van God is vijandig aan den geest der wereld. De geest der wereld zegt: gelukkig zij, die in eer en genoegen leven en de middelen bezitten om aan hunne begeerten te voldoen. Maar de geest van God zegt: gelukkig zij, die de genoegens en de goederen der wereld verachten. Aan onze werken zullen wij erkennen, of we den geest Gods dan wel of we den geest dezer wereld bezitten. O Allerheiligste Maagd, Gij, die de gaven

ocr page 48

— 28 —

des Heiligen Geestes in overvloed ontvangen hebt, vervul ook ons hart met zijne genaden en help ons altijd dien zelfden Heiligen Geest en niet den geest dezer wereld te zoeken.

IV. In het 4ile glorierijke geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd sterft, uit enkel liefde tot God, en door de engelen ten hemel wordt opgenomen.

IV. De H. Maagd is gestorven, en wij zullen ook eens sterven. Doch wanneer zullen wij sterven ? Wij weten het niet, noch ik, noch gij. Indien wij altijd bereid zijn, en indien we iedereu dag zoo leven, alsof het de laatste van ons leven was, dan zullen wij goed leven, en op welk uur de dood dan ook kome, het zal een goede dood zijn. O Heilige Maagd, geef ons, om uwen heiligen dood, de genade, dat wij een goeden dood sterven, en dat wjj eiken dag bereid zijn.

V. In het 5de glorierijke geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd met groote glorie gekroond wordt dooi' de 11. Drievuldigheid en zetelt als koningin des hemels en dor aarde, als voorspraak der zondaren, als hnlpe harer vereerders bij hnn leven en bij hunnen dood.

V. Hoeveel moeilijkheden, zorgen en angsten getroosten de menschen zich.

ocr page 49

— 29 —

om zich de goederen der wereld te verschaffen ! Eu wat doen zij om hun eeuwig geluk te verzekeren, om den hemel, waaide H. Maagd ons wacht te winnen? Velen denken er niet eens aan, dat er gedurende dit leven beslist wordt over hun eeuwig geluk, of over hun eeuwig ongeluk. O Heilige Maagd, wij bidden U om de groote eer, die gij geniet, maak dat wij ons eeuwig geluk niet verliezen, maar dat wjj ons eens zonder einde in uw gezelschap verblijden.

VOORBEELD.

Zeker aanzienlijk man werd eens door een zijner verwanten grootelijks belee-digd, en hij was hiervoor zoo gevoelig, dat hij aan niets anders meer dacht, dan hoe hij zich zou wreken. Zijne bloedverwanten en vrienden trachtten hem tot verzoening te brengen, maar hunne pogingen bleven vruchteloos, daar hij in het slechte voornemen om zich te wreken volhardde. Hij had reeds alles in gereedheid gebracht om zijn voornemen ten uitvoer te brengen, toen hij op het feest van Maria-Boodschap eené kapel, haar toegewijd, bezocht; en van het eerste oogenblik af dat hij zijne blikken op de versieringen der kapel sloeg, knielde hij

ocr page 50

— 30 —

neder en begon den Rozenkrans te bidden. Op hetzelfde oogenblik werd zijn hart bewogen door een zekere kracht, die hem tot vergevingsgezindheid aanspoorde. Hieraan gevolg gevend, ging hij zich aan de voeten van een biechtvader neder-werpen en verklaarde zich bereid tot al wat deze wenschte. De biechtvader riep, na met hem overlegd te hebben, zijn vijand, en toen deze gehoord had wat er geschied was, wilde hij ook zijne biecht spreken, waarna zij met kinderlijke blijdschap tot eene volkomene verzoening kwamen. Als wij in het vervolg door eene hevige bekoring verontrust worden, en niet weten, hoe die te overwinnen, laten wij dan onze toevlucht nemen tot den Rozenkrans, als tot den burcht van ons heil, en wij zullen altijd overwinnen.

(Morassi.)

ocr page 51

GLOl! [liRIJlvE GEHEIMEN.

I In het '1ste glorierijke geheim overwegen wij, dat Jesus den dei den dag na zijnen dood heerlijk, onsterfelijk en onlijdelijk verrijst.

I. Tot het graf van Jesus Christus kwamen de H. Petrus, Joannes euvele vrouwen, maar zij zagen den Zaligmaker niet. Alleen Magdalena zag hem, omdat zij, terwijl de anderen waren heeu gegaan, bij het graf bleef wachten. Zij weende, zij zocht, en weende en zocht op nieuw, en wilde niet heengaan. Ten slotte werd zij om haar wachten waardig gekeurd Jesus Christus te zien, en met Hem te spreken. Bij de godsvrucht en bij alle goede werken is de volharding-noodzakelijk, indien we den zegen Gods daarover willen verkrijgen; en het is niet voldoende den eenen dag met goede werken te beginnen en den andere weder alles te vergeten. Hij die volhard zal hebben, maar niet hij die begonnen zal zijn, zal zalig worden. O Allerheiligste Maagd, maak dat wij altijd in het goede volharden en dat wij in de godsvrucht niet verflauwen door dorheid of bekoringen, opdat wij ook eens na onzen dood { Jesus Christus mogen aanschouwen.

ocr page 52

- 32 —

II. In het 2(le glorierijke geheim overwegen wij, dat Jesus, veertig dagen na zijne verrijzenis, ten hemel opklimt, om dien te openen voor ieder die zijn voorbeeld wil navolgen.

II. Al wie wil, zal iu den hemel komen; maar wij moeten krachtdadig willen, wij moeten de middelen er toe gebruiken, en zooveel als mogelijk is de gevaren vermijden. De H. ïheresia, die den Rozenkrans lief had, vluchtte eens niet hij eene bekoring, die haar gevaarlijk had kunnen worden, en God wees haar de plaats in de hel, waarheen zij zou gaan, indien zij die bekoring niet vluchtte. O Koningin des hemels, maak dat wij elk vrijwillig gevaar ver van ons verwijderd houden, opdat wij allen met Jesus Christus in den hemel mogen komen.

III. In het 3de glorierijke geheim overwegen wij, dat Jesus op het Pinksterfeest den Heiligen Geest zendt over de II. Maagd Maria en over de Apostelen, die in de opperzaal vergaderd waren.

III. Dikwijls spreekt de H. Geest tot ons door inwendige verlichting; maar dan -zijn wij doof en willen niet hoo-ren. Wij verlangen dat God zal doen wat wij begeeren , en wij trachten niet te doen wat God begeert. Indien de H. Geest

ocr page 53

- 33 —

ons aanspoort om een of ander goed werk te doen , laten wij dan zijne stem hooren, want het is misschien de laatste genade die hij ons schenkt. O H. Maagd Maria, bruid van den H. Geest, geef dat wij niet langer den 11. Geest wederstaau, en dat wij altijd gehoor geven aan zijne stem.

IV. In het 4de glorierijke geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd sterft, uit enkel liefde tot God, en door de engelen ten hemel wordt opgenomen.

IV. De meuschen dezer wereld leven alsof zij nooit zulleu sterveu. Maar hoe zouden zij weken, maanden en jaren in doodzonde kunnen leven, indien zij overwegen wilden : morgen, ja heden nog kan ik sterven en verloren gaan ? O Allerheiligste Maagd; wij hidden U om uwen heiligen dood, geef dat wij ons nooit in doodzonde te ruste begeven , en verlos ons van een onverwachteu dood.

V. In het 5de glorierijke geheim overwegen wij , dat de Allerheiligste Maagd met groote glorie gekroond wordt door de H. Drievuldigheid en zetelt als koningin des hemels en der aarde, als voorspraak der zondaren, als hulpe harer vereerders bij hun leven en bij bunnen dood.

V. Ontelbare zielen verblijden zich op dit oogenblik in den hemel in het

ocr page 54

— 34 —

gezelschap der Heilige Maagd, teu gevolge van hare godsvrucht tot den H. Rozenkrans. Wie kan^ zoo zegt de H. Alphonsus, de zondaren tellen, door den Rozenkrans bekeerd? Wie kan de zielen tellen, door den Rozenkrans tot heiligheid gebracht. Laten wij dan heden een stellig voornemen maken den Rozenkrans met godsvrucht te bidden. O Koningin des hemels, zie van den hemel, waar gij heerscht, met medelijden op uwe kinderen in deze ballingschap neder, en geef ons de genade, dat wij TJ eens mogen aanschouwen, U eens eeuwig mogen beminnen en prijzen.

VOORBEELD,

Meerdere schrijvers verhalen dat eens twee studenten der Leuvensche hooge-school den geheelen avond in zonden doorbrachten. Een van hen, die gewoon was dagelijks den Rozenkrans te bidden, hoorde de klok elf uur slaan en, zich herinnerende dat hij dien dag den Rozenkrans nog niet gebeden had, stond hij op om hoen te gaan. Zijn makker bespotte hem, maar hij wilde met geweld naar huis gaan om don Rozenkrans te bidden. Hij had den Rozenkrans nog niet geëindigd en zie,

ocr page 55

— 35

daar stond zijn vriend, geheel en al van vlammen omringd voor hem , terwijl hij zeide: „ Ik ben verloren ; de zonden, die wij heden bedreven, hebben de maat vervuld; God heeft mij plotseling doen sterven, en reeds nu bevind ilc mij in de hel.quot; „ Maar hoe, zeide zijn vriend, hoe is dat mogelijk daar ik toch dezelfde zonden bedreven heb, als gij ?quot; „Gij hadt eene goede verdedigster, hernam de ander ; de Rozenkrans der Allerheiligste Maagd , dien gij baadt,heeft u gered,en de duivelen konden u niet als mij naar de hel wegvoerenquot;. Wij mogen hieruit zeker niet besluiten om in de zonde te volharden, en te gelijker tijd ons vertrouwen op den Rozenkrans te stellen ; maar wij zien intusschen welk groot vertrouwen de zondaar hebben mag, indien hij den Rozenkrans bidt, met het voornemen zijn leven te veranderen.

ocr page 56

BLIJDE GEHEIMEN.

I. In liet 1ste blijde geheim overwegen wij, dat de Aartsengel Gaurikl de Allerheiligste Maagd boodschapt, dat zij Moeder van Jesus zal worden, tot redding der menschen.

I. Het is duidelijk, dat de Rozenkrans een aanvang genomen heeft op den dag van Maria-Boodschap. Do boodschap door den Aartsengel aan Maria gebracht was het eerste geheim ; en van hem hebben wij het Wees gegroet geleerd, dat we in den Rozenkrans zoo dikwijls herhalen. Laten wij dan dat geheim , waarbij onze verlossing' een aanvang uam, oplettend overwegen en den Rozenkrans godvruchtig bidden. Als men in vroeger tijd een onboetvaardig zondaar zag, zeide men : „het is duidelijk , dat die mensch den Rozenkrans niet bidt of niet goed bidtquot;. O Allerheiligste Maagd, geef ons de genade den Rozenkrans te bidden gelijk het behoort, opdat wij de vruchten der menschwording van Jesus Christus deelachtig worden.

II. In het 2de blijde geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd do II. Elisabeth bezoekt en drie maanden in haar huis verblijft.

II. ïoen de H. Maagd het huis van Elisabeth binnen trad, bracht zij daar

ocr page 57

— 37 —

alle geluk, waarom de H. Elisabeth dankzeggend haar gelukkig prees, als gezegend onder de vrouwen. De H. Maagd verhoovaardigde zich niet, maar gaf alle eer aan God en dankte Hem met den bekenden lofzang ; „Mijne ziel verheft den Heer. Magnificatquot;. Als wij vele en groote genaden ontvangen willen, dan moeten wij God dikwijls dankzeggen, zooals de H. Maagd en de H. Elisabeth deden, voor de gunsten, die wij alreeds ontvingen ; want de dankbaarheid is hoogst aangenaam zoowel aan God als aan de men-schen. O Allerheiligste Maagd, wij vragen U vergiffenis voor onze vorige groote ondankbaarheid; geef dat wij in het vervolg niet meer ondankbaar zijn.

III. In liet Silo blijde geheim overwegen wij, dat de 11. Maagd .lesus baart in den stal van Bethlehem en hem in eene kribbe nederlegt.

III. Het H. Evangelie verhaalt, dat de herders in den stal van Bethlehem Jesus en de H. Maagd en den H. Joseph vonden. Wie Jesus Christus vinden en zijne geschenken ontvangen wil, laat hij eene bijzondere godsvrucht hebben tot de H. Maagd en den H. Joseph. Door deze godsvrucht zal hij zeker Jesus Christus

ocr page 58

— 38 —

vinden. O Jesus, Maria, Joseph, U wijden wij ons leven, onze ziel en ons hart.

IV. In liet 4de blijde geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd, op den dag van hare zuivering, Jesus in den tempel brengt en hem overgeeft in de handen van den grijsaard Simkon.

IV. De H. Simeon had het geluk Jesus Christus in zijne armen te dragen, niet op de openbare wegen, niet in ijdele gezelschappen, maar in den tempel. Wie groote genaden van God ontvangen wil, hij moot als Simeon naar de kerk gaan, indien zijne bezigheden het hem veroorloven, en daar zal hij gemakkelijk vele gunsten des hemels erlangen. O H. Maagd, help ons de onnutte gezelschappen der wereld te vermijden en met een dankbaar hart tot Jesus Christus te vluchten en met hem ons te onder-houden, die nacht en dag uit liefde tot ons op het altaar verblijft en daar zijne gunsten uitdeelt.

V. in het 5de blijde geheim overwegen wij. dat de Allerheiligste Maagd, Jesus verloren hebbend toen hij twaalf jaren oud was, hem na drie dagen met groote blijdschap, in den tempel tusschen de leeraren terugvindt.

V. God verlaat nooit eene ziel, indien

ocr page 59

— 39 —

wij niet eerst vrijwillig hem verlaten door de zonde. O Allerheiligste Maagd, laat ons het leven verliezen, laat ons alles verliezen, maar laat ons U en Jesus Christus nooit verliezen.

VOORBEELD.

Te Leiden, eene stad van Holland, was een jongeling, die sinds hij eene zonde tegen de heilige deugd van zuiverheid bedreven had, zich zoozeer schaamde, dat hij de kracht niet vond deze te biechten. En zoo gekomen tot eene duivelsche verblinding bedreef hij zoude op zonde, heiligschennis op heiligschennis. Eens hoorde hij eene onderrichting van den bekenden Pater Dominicaan Conradus, die over de kracht van den Eozenkrans sprak, en hevig door diens woorden getroffen, besloot hij zich in het Broederschap van den H. Rozenkrans te laten inschrijven en dagelijks den Rozenkrans te bidden. Nauwelijks had hij dezen driemaal gebeden , of hij begon zich voor te stellen dat hij een duivel op de keel had, en vond geen rust meer, voor dat hij zijne zonden met groote oprechtheid en onder vele tranen gebiecht had. Wie dan de

ocr page 60

— 40 —

schaamte niet kan overwinnen bij zijne biechten, laat hij zijne toevlucht nemen tot den Rozenkrans, en door den machtigen bijstand van deze, zal hij er de kracht toe verkrijgen.

(Morassi.)

ocr page 61

DROEVIGE GEHEIMEN.

1. In hot Iste droevige geheim overwegen wij, dat Jesus Christus, biddend in den hof van Olijven, bloed en water zweet door de droefheid, die hij gevoelde om onze zonden.

I. In deu hof van Olijven ondervond Jesus Christus grooten angst eu groote droefheid: „Mijne ziel is bedroefd tot den dood.'' Er zijn twee soorten van droefheid, zegt de Apostel Paulus, eene droefheid volgens God^ en eene droefheid volgens de wereld. De droefheid volgens God brengt goede vruchten voort, en doet ons weenen over onze zonden, en over de beleedigingen, God aangedaan; maar de droefheid volgens de wereld doet groot nadoel aan de ziel, en werkt deu dood zelve, zooals de H. Schriftuur zegt, en voert ons tot ongeregelde liefde voor de goederen dezer wereld, voor hare genoegens en andere ijdelhedeu. Om deze reden moeten wij haar zoo veel als mogelijk is vluchten. O Allerheiligste Maagd, geef dat wij bedroefd zijn om onze zonden, die de oorzaak van Jesus' lijden waren, en bevrijd ons van de schadelijke, van de verdcrfe-

ocr page 62

— 42 —

lijke droefheid, die volgens de wereld is.

II. In het 2de droevige geheim overwegen wij , dat Jesus aan den geeselpaal met groote bc.rbaarschheid gegeeseld wordt en over geheel zijn lichaam zijn kostbaar bloed vergiet.

II. Wat zullen de engelen des hemels gezegd hebben , toen zij zagen, dat menschen hun koning, hun vader zoo wreedaardig geeselden. dat zij hun God met de vlakke hand en met vuisten in het aangezicht sloegen. O Jesus, hoe

| hebt gij dit van ons kunnen verdragen ? Door dit voorbeeld hebben de heiligen geleerd, om beleediging, laster en verachting met geduld te verdragen. De gelukzalige Magdalene, Dominicanesse, ontving eens van een boos raensch een smartelijken kaakslag; zij noemde toen den Zoeten Naam, en bood aanstonds de andere wang aan , om ook op deze oen slag-te ontvangen. O bedroefde Moeder, geef ons de genade dat wij een weinig willen lijden en verdragen om wille van Jesus, die zooveel om onzentwil geleden heeft.

III. In het 3de droevige geheim overwegen wij , dat Jesus Christus, de koning der glorie, gekroond wordt tot koning van smarten met een kroon van scherpe doornen.

III. Zoovele slechte gedachten als wij vrijwillig hebben toegelaten, zoovele

ocr page 63

— 43 —

doornen hebben wij aangebracht, om het hoofd van Jesus Christus te kronen. De slechte gedachte is geen zonde als zij niet vrijwillig is, maar alleen dan als wij haar met behagen toelaten. Hoe hevig dan ook do bekoring zij, wij zondigen niet, indien we niet willen. Laten wij slechts den naam van Jesus en van Maria aanroepen, want dit korte gebed is krachtig genoeg om alle duivelen der hel te overwinnen. O Allerheiligste Maagd, ons leven is een voortdurende strijd; geef dat wij in de bekoring tot U onze toevlucht nemen, en bid voor ons opdat wij niet ingaan in de bekoring.

IV. In liet 4dc droevige geheim overwegen wij, dat Jesus Christus beladen wordt met den /.waren last van zijn kruis, dat hij draagt tot op den berg Calvarië.

IV. Dikwijls dragen wij den zwaren last van ons kruis met ongeduld en met weinig onderwerping aan den wil van God. Als men het voornemen maakt, zijn kruis moedig te dragen om wille van Jesus Christus, dan wordt het aanstonds licht. Mijn juk is zoet en mijn last is licht, zeide Jesus. O Allerheiligste Maagd, geef ons de genade dat wij ons kruis geduldig dragen, en, indien

ocr page 64

— 44 —

gij ziet dat wij, door onze zwakheid gevaar loopen, o kom ons dan te hulp, gelijk Simon van Cyrene Jesus hielp en draag gij voor ons ons kruis in uwe moederlijke armeu.

V. In het ode droevige geheim overwegen wij, dat Jesus Christus, op den Schedelberg gekomen, dorst heeft aan het kruis en, na oen smartelijken doodstrijd van drie uren, sterft uit liefde tot ons; en onder het kruis stond zijne bedroefde Moeder, de Maagd Maria

V. Jesus is voor ons gestorven, en voor ons is zijn hart met een scherpe speer doorstoken. O hoe ongevoelig is het hart der menschen, indien het Jesus Christus niet bemint, die ons zoozeer heeft lief gehad! O Allerheiligste Maagd, geef ons de genade, dat wij U krachtdadig beminnen; dat wij Jesus beminnen, die zooveel voor ons geleden heeft, die voor ons gestorven is. Wat is het ons dienstig te leven, indien wij de oneindige goedheid, Jesus Christus, niet beminnen?

VOORBEELD.

Zeker man, die onder veel tegenspoed gebukt ging, en zich niet in staat gevoelde langer zijne schande en armoede te dragen, maakte het plan zich van het leven te herooven. Maar alvorens dit

ocr page 65

— 45 —

dwaas eu misdadig vooruemeu te vol-brengeu, ging hij in eene kerk den Rozenkrans bidden. Nauwelijks had hij dezeu gebeden , of troostvolle gedachten brachten hem den vrede weder, en de hoop keerde terug iu zijn hart, zoodat hij van die verschrikkelijke bekoring bevrijd werd. Nooit roept iemand te vergeefs den naam van Jesus en van Maria aan. i Als wij ons dan te midden der moeilijkheden bevinden, laten we, in plaats van den moed te verliezen en te wanhopen, den Rozenkrans ter hand nemen, en deze zal de droefheid uit ons hart doen verdwijnen, en ons voortdurende vreugde aanbrengen. (Cherz. Mots dn Bosaire p. 54).

ocr page 66

GLORIERIJKE GEHEIMEN.

I. In het Is te glorierijke geheim overwegen wij, dat Jesus den derden dpg na zijnen dood heerlijk, onsterfelijk en onlijdelijk verrijst.

I. Het H. Evangelie verhaalt, dat de vrouwen zeer vroeg uitgingen om het graf van Jesus te bezoeken, en om deze bezorgdheid mochten zij nog vóór de Apostelen de opstanding van Jesus uit den mond der engelen vernemen. Indien ook de Hebreën niet uitgingen voor den opgang der zon, vonden zij het manna niet meer, dat eene voorafbeelding was van Jesus. Wie dan van de zonde wil opstaan en het manna des hemels, dat is de genade Gods wil vinden, laat hij des morgens aanstonds ontwaken om zijn voordeel te doen, anders zal hij de hemel-sche en voorbijgaande genaden verliezen. quot;Wie den slaap bemint, zegt de H. Schrift, zal altijd arm zijn. O Allerheiligste Maagd, roep onze slapende ziel op uit den diepen slaap der geestelijke traagheid , en maak dat wij waakzaam en ijverig zijn.

ocr page 67

— 47 —

II. In het 2do glorierijke geheim overwegen wij, dat Jesns, veertig dagen na zijne verrijzenis, ten hemel opklimt, om dien te.openen voor ieder die zijn voorbeeld wil navolgen.

II. Zeker mensch zeide eens in groote ongerustheid : „O hoe bedroefd gevoel ik mij ! indien ik wist dat ik met Jesus Christus naar den hemel zou gaan, welk eene blijdschap zou dit zijnquot;. Toen hoorde hij een stem , die hem zeide : „Wat zoudt gij doen , indien gij wist dat ge met Jesus Christus naar den hemel zoudt gaan ?quot; „ Ik zou hem met groote vurigheid dienenquot;. En de stem zeide hem andermaal: „doe nu wat gij doen zoudt, indien gij wist dat gij naar den hemel zoudt gaanquot;. O Allerheiligste Maagd, neem de ongegronde vrees van ons hart weg, en geef ons de ge- j nade, dat wij van onzen kant zooveel doen als in ons vermogen is, opdat wij zeker I met Jesus Christus in den hemel komen.

III. In liet 3de glorierijke geheim over- 1 wegen wij, dat Jesus op het Pinksterfeest den Heiligen Geest zendt over de H. Maagd Maria en over de Apostelen, die in da I opperzaal vergaderd waren.

III. Zoo spoedig als de Apostelen den | H. Geest ontvangen hadden, waren zij zeer geleerd. Ons echter past hot zeker

ocr page 68

— 48 —

uiet ceu wonder te verlangen, opdat wij aanleeren wat ons noodig is te weten om onze ziel zalig te maken ; en daarom moeten wij de catechismus bijwonen en de ouderriclitingen aauhooren. Vooral beliooren de ouders hunne kinderen m de zaken van het geloof te onderwijzen. De onwetendheid is de oorzaak van zonden en van ketterijen. O Allerheiligste Maagd, bid voor ons den Heiligen Geest, opdat wij datgene leeren en nog meer datgene doen, wat noodig is om onze ziel zalig te maken.

IV. In het 4cle glorierijke geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd sterft, uil enkel liefde tot God, en door de engelen ten hemel wordt opgenomen. IV. Door de schuld van eene vrouw moeten wij allen sterven. Maar door de bemiddeling van eene andere wouw, van de H. Maagd Maria, kunneu wi) allen een onsterfelijk leven deelachtig worden. De gelukzalige Sadoc en zijne veertig gezellen, Dominicanen, ondergingen den wreedsten marteldood, terwijl z'j ^el1 lofzang Salve Regina ter eere der Allerheiligste Maagd zongen. Sla ook op ons, o zoete Maagd Maria, uwe medelijdende oogen, en toon ons na deze ballingschap Jesus, de gezegende vrucht uws lichaams.

ocr page 69

— 49 -

V. In het 5(1 e glorierijke geheim overwegen wij , dat de Allerheiligste Maagd met groote glorie gekroond wordt door de H. Drievuldigheid en zetelt als koningin des hemels en der aarde, als voorspraak der zondaren, als hulpe harer vereerders bij hun leven en bij hunnen dood.

V. Kouiugin Esther, die eeue voorafbeelding der H. Maagd Maria was, zeide, bij het groote gevaar, waarin haar volk verkeerde, tot kouiug Artaxerxes: „Red. o koaiug, mijue ziel en mijn volkquot;. Eu de koning redde aanstonds geheel haar volk uit het dreigend gevaar. O Kouiugiu des hemels, zeg ook gij tot den koniug der koningen: Red mijne vereerders, red allen die godvruchtig mijnen Rozenkrans bidden, en de Koning der glorie zal ous redden en ons den hemel scheukeu.

VOORBEELD.

Een schip met negen honderd menschen was op reis naar West-Indië. Teu gevolge van het oponthoud, door stormweder veroorzaakt, waren op het laatst alle levensmiddelen verbruikt. De gezagvoerder wilde dit eerst niet bekend maken, maar eindelijk was hij verplicht te zeggen, dat er nog slechts een weinig koren voorhanden was. Aanstonds werden niet anders dan klachten en zuchten gehoord.

_I

4

ocr page 70

— 50 -

en in dien verschrikkelijken toestand werd de wanhoop algemeen. Toen echter stond een der reizigers op en zeide: „Wij klagen en wanhopen, maar zouden wij Hem nu vergeten, die duizende menschon in de woestijn gespijzigd heeft en die dagelijks de vogelen des hemels voedt ? Laten wij met groot vertrouwen de Koningin van den Eozenkrans aanroepen, opdat zij zich gew aardige ons bij te staan.quot; Allen vielen dan op de knieën en baden den Rozenkrans met dat vertrouwen, dat bergen verzet. Nauwelijks hadden zij het laatste IVees gegroet gebeden, of zij zagen de hoofdstad van Brazilië en na korten tijd bereikte men de kust, zonder dat iemand iets van den honger geleden had.

Het eerste wat zij nu deden, was naar de kerk der H. Maagd gaan, om haar te bedanken voor deze redding van den dreigenden dood. Laten wij dan in de gevaren en in de beproevingen van dit leven, het gebed van den H. Bernardus bidden, laten we onze oogen opheffen naar de schitterende ster der zee, en hare hulp inroepen met het gebed van den H. Rozenkrans, en wij zullen ongedeerd de haven van het hemelsch Vaderland bereiken.

ocr page 71

BLIJDE GEHEIMEN.

I. In het 1ste blijde geheim overwegen wij, dat de Aartsengel Gabriël de Allerheiligste Maagd boodschapt, dat zij Moeder van Jesus zal worden, tot redding der menschen.

I. Wie aan God behagen en zijne ziel op eene gemakkelijke wijze heiligen wil, moet in alle omstandigheden de woorden spreken, die de H. Maagd tot den Aartsengel zeide: „ Zie de dienstmaagd des Heeren, mij geschiede naar uw woord.quot; Hij, wiens wil gelijkvormig is met den heiligen wil van God, zal gelukkig zijn nu en in eeuwigheid. O Allerheiligste Maagd, maak dat onze wil, evenals de uwe het was, altijd gelijkvormig zij aan den heiligen wil Gods, en dat wij in alle, blijde en moeielijke omstandigheden des levens met U zeggen: „ Zie de dienstmaagd des Heeren, mij geschiede naar uw woord.quot;

II. In het 2de blijde geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd de II. Elisabeth bezoekt en drie maanden in haar huis verblijft.

II. Toen de Allerheiligste Maagd de H. Elisabeth bezocht, riep deze uit:

ocr page 72

— 52 —

„ Gelukkig Gij, die geloofd hebt.quot; Maar hoe zeldzaam is een levend en krachtdadig geloof! Hoe is het mogelijk, dat de menschen geloo-ven aan een hemel, aan eene hel , aan eene eeuwigheid , en dat zij te ge-lijker tijd leven alsof er noch hemel, noch hel, noch eeuwigheid bestond ? O Allerheiligste Maagd, geef ons de genade, dat wij dikwijls en met godsvrucht eene oefening des geloofs bidden, geef dat ons geloof niet dood zij, maar dat wij volgens de voorschriften van ons geloof handelen en leven.

UI. In het 3de blijde geheim overwegen wij, dat de H. Maagd Jesus baart in den stal van Bethlehem en hem in eene kribbe nederlegt.

III. Jesus Christus werd arm geboren. De koning des hemels had geen paleis om in te wonen; hij moest, toan hij iu deze wereld kwam, zijn intrek nemen in een stal, tusschen os en ezel. Er zijn vele armen in deze wereld; maar weinigen hunner zijn arm van geest. Velen verwenschen hunne armoede en zoodoende lijden zij nog meer en verliezen alle recht op belooning. Indien zij wilden denken aan den stal van Jesus Christus, dan zou hunne armoede hun

ocr page 73

— 53 —

een bron van eindeloozen rijkdom worden. O Allerheiligste Maagd, geef ons de genade, dat wij de goederen dezer wereld niet op ongeregelde wijze beminnen, maar dat wij Jesus Christus beminnen, die onze hoogste rijkdom is.

IV. In het 4fle blijde geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd, op den dag van hare zuivering, Jesns in den tempel brengt en hem overgeeft in de handen van den grijsaard Simeon.

IV. De Heilige Maagd ging op den dag van hare zuivering naar den tempel, alsof zij eene zondares was, alsof zij zuivering behoefde, terwijl zij de zuiverste der Maagden was, de heiligste van alle vrouwen. Wij zijn inderdaad zondaren en wij hebben waarlijk behoefte aan de zuivering onzer ziel. Doch wat zullen wij doen om onze ziel te zuiveren ? Laten wij ook naar den tempel gaan, laten wij met groot berouw, met groote oprechtheid en met bitterheid der ziel de droevige geheimen overwegen, dan zullen ook wij ongetwijfeld gezuiverd worden. O beminnelijke, engelreine Maagd, zuiver onze ziel en ons hart.

ocr page 74

— 54 —

V. In liet 5de blijde geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd, Jesus verloren hebbend toen hij twaalf jaren'oud was, hem na drie dagen rnet groote blijdschap, in den tempel tusschen de leeraren terugvindt.

V. De zondaars verliezen Jesus Christus en te gelijker tijd zeggen zij in hun hart: later zal ik Hem zoeken, later zal ik terugkeeren en boetvaardigheid doen. Maar als intusschen de dood nadert, wat zal er dan van hen worden? Koning Balthasar zag, in den zelfden nacht, dat hij de gewijde vaten ontheiligde eene hand op den muur, die daar schreef: O koning, nog dezen nacht zult gij sterven; en in dien zelfden nacht werd hij door den vijand gedood. O Allerheiligste Maagd, help ons terwijl het nog tijd is, opdat wij God zoeken voor de dood ons bereikt; en opdat wij hem des te gemakkelijker vinden, zoek gij hem voor ons, o Toevlucht der zondaars.

VOORBEELD.

In het jaar 1572 ontstond er een hevige storm op de kusten van Portugal, en vele schepen vergingen, waaronder ook een van de stad Setubal, dat op weg was naar Sicilië. Op dat schip was een

ocr page 75

— 55 —

jongeling van de stad Setubal, Petrus Mendex geheeten. Toen deze zag in welk groot gevaar men verkeerde, nam hij zijn Rozenkrans en deed dien om zijn hals, terwijl hij zich aan de H. Maagd aanbeval, opdat zij hem mocht bijstaan. Het schip ging verloren, gelijk wij reeds zeiden, en al de menschen verdronken in zee, behalve die jongeling, die, zonder dat hij zelf wist op welke wijze, levend en ongedeerd in zijne vaderstad stond met den Rozenkrans om zijn hals. Hij ging naar zijn huis, verhaalde al wat er geschied was, en begaf zich toen op weg om de H. Maagd te bedanken. Hoe veel meer zullen wij behouden worden voor geestelijke schipbreuk te midden der nog grootere gevaren van de stormachtige zee dezer wereld, indien wij godsvrucht hebben voor den Rozenkrans en den Rozenkrans bij ons dragen.

ocr page 76

DROEVIGE GEHEIMEN.

I. In het Iste droevige geheim overwegen wij, dat Jesus Christus, biddend in den hof van Olijven, bloed en water zweet door de droefheid, die hij gevoelde om onze zonden.

I. Vele menschen, die zich in moeilijkheden en in droefheid bevinden, bidden evenals de Zaligmaker in den hof van Olijven: „Heer, indien het mogelijk is, laat deze kelk voorbijgaan.quot; Weinigen echter voegen met hem er bij: „Doch niet mijn, maar uw wil geschiede.quot; Het is wel geoorloofd dat wij God om hulp bidden, maar wij behooren ten slotte toch datgene te vragen wat de wil van Grod is. Velen, die zondaars waren in voorspoed, zijn in tegenspoed heiligen geworden. O bedroefde Moeder, help ons om altijd en in alle omstandigheden met Jesus Christus te bidden: „O God, dat niet mijn, maar dat Uw wil geschiede.quot;

II. In het 2de droevige geheim overwegen wij , dat Jesus aan den geeselpaal met groote barbaarschheid gegeeseld wordt en over geheel zijn lichaam zijn kostbaar bloed vergiet.

II. Indien iemand begrijpen wil, welk eene zonde de onzuiverheid is, laat hij

ocr page 77

— 57 —

acht slaan op de wreede geeseling van Jesus Christus; laat hij acht slaan op dat onschuldig bloed, dat uit alle zijne ledematen stroomt, op dat allerzuiverst lichaam, dat geheel en al verscheurd ter aarde nederzinkt, laat hij acht slaan op de schaamte die Jesus ondervond wegens zijne naaktheid, en dan zal hij begrijpen, wat de onzuiverheid is, waarvoor de Zaligmaker dit alles geleden heeft. O allerzuiverste Maagd Maria, bewaar onze ziel voor die schandelijke zonde, waardoor dagelijks zoo-velen verloren gaan.

III. In het 3cle droevige geheim overwegen wij , dat Jesus Christus, de koning der glorie, gekroond wordt tot koning van smarten met een kroon van scherpe doornen.

III. Dikwijls kronen de menschen door hunne zonden Jesus Christus met doornen, terwijl zij meenen in de zonde hun geluk te zullen vinden. Hierin echter vergissen zij zich. De zonden zijn scherpe doornen, ook voor den zondaar zelve. Judas meende dat hij gelukkig zou zijn, toen hij door zijn verraad dertig zilverlingen won. Maar de ongelukkige heeft geen genot van zijn geld gehad. Nog voor dat Jesus, dien hij verraden had , gestorven was, wierp hij zijn geld weg, vluchtte in wan-

ocr page 78

— 58 —

hoop eu verhing zich zeiven. Ongelukkig zijn ook zij, die zondigen en Jesus met doornen kronen. Zij hebben geen vrede, zelfs niet in deze wereld. O Allerheiligste Maagd, wij hebben dikwijls door onze zonde het hoofd van Jesns Christus met doornen gekroond. Maar het is genoeg ; geef ons de genade, dat wij in het vervolg zoo wreed niet meer zijn.

IV. In het 4de droevige geheim overwegen wij, dat Jesus Christus beladen wordt met den zwaien last van zijn kruis, dat hij draagt tot op den berg Calvarië.

IV. Vele mensehen vreezen zoozeer het oordeel der wereld, dat zij er de slaven van geworden zijn. Wilt gij weten wat het oordeel der wereld is ? Geef dan acht op dat volk, dat voor zeven dagen Jesus het „hosanna, hosannaquot; toezong, en nu voor Pilatus het „kruisig hem, kruisig hem,quot; hooren doet. Wee hun, die, om zich naar het oordeel der wereld te schikken, met de wereld eischen: „dat Jesus gekruisigd wordequot;. O Allerheiligste Maagd, geef dat wij alleen aan God trachten te behagen. De wereld moge zeggen wat zij wil: wij weten dat God en uiet de wereld ons eenmaal zal oordeelen.

ocr page 79

— 59 —

V. In het 5de droevige geheim overwegen wij , dat Jesus Christus, op den Schedelberg gekomen, dorst heeft aan het kruis, en, na een smartelijken doodstrijd van drie uren, sterft uit liefde tot ons; en onder het kruis stond zijne bedroefde Moeder, de Maagd Maria.

V. O zondige ziel, beschouw de moordenaars die met Jesus Christus gekruisigd zijn. Dat de boetvaardigheid van den eene u een groot vertrouwen geve in het lijden van Jesus, maar dat het ongeluk van den andere u eene gronie vrees inboezeme om in de zonde to volharden. O Allerheiligste Maagd, men verhaalt dat gij de bekeering van den goeden moordenaar bewerkt hebt, omdat hij u een kleinen dienst bewezen had op uwe vlucht naar Egypte. O verlos ons , op de eerste plaats om den dood van Jesus, maar dan ook om den Rozenkrans, dien wij in deze maand bidden , verlos ons van een kwaden dood.

VOORBEELD,

In het jaar 1855 riep men te Turijn een priester om de H.H. Sacramenten te komen bedienen aan eene zieke vrouw. De priester vergiste zich : in plaats van te gaan naar het huis , waar hij geroepen was, ging hij naar een ander, en opende de deur. Hij ging binnen, en zag eene

ocr page 80

— 60 —

vrouw, die op sterven lag. terwijl haar mau daar ook aanwezig was. Deze zeide hem toornig: „Wie heeft u gezegd naar mijne woning te komen?quot; „Hebt gij mij dan niet ontboden?quot; „Neen.quot; — „Maar al ben ik dan bij vergissing hier gekomen; ik zie dat deze zieke behoefte heeft de H.H. Sacramenten te ontvangen. Het is duidelijk dat de goede God mij hierheen heeft gezonden.quot; De stervende vrouw zeide: „ja, de goede God zendt u tot mij.'' Doch haar echtgenoot voegde er bij: „sinds tien jaar heeft geen priester een voet in mijn huis gezet en ik wil niet dat gij haar zult biecht hooren.quot; „Maar uwe vrouw wil het, en gij hebt het recht niet het haar te beletten. God is de Heer van hare ziel; heb dan de goedheid mij slechts een oogenblik met haar alleen te laten.quot; En ofschoon ongaarne, ging de man toch eindelijk heen, opdat zij hare biecht zou spreken. Toen toonde de stervende vrouw den priester een Eozenkrans, dien zij bij hare legerstede had hangen en zeide: „Zie deze heeft mij gered. Ik vreesde meer mijnen man dan God, en daarom heb ik reeds sinds tien jaren mijne plichten van den godsdienst verwaarloosd. Eéne godsdien-

ocr page 81

— 61 —

stige oefening heb ik echter nooit achtergelaten , namelijk de vereering der Allerheiligste Maagd, en tot op dezen dag heb ik altijd den Rozenkrans gebeden. Zij zelve, de Moeder van barmhartigheid heeft u tot mij gezonden.quot; Zeer getroffen trachtte de priester haar te troosten, hoorde haar biecht, hielp haar om een goeden dood te sterven, en weinige oogenblikken later gaf zij den geest.

Het is ons niet geoorloofd te zondigen , rekenende op de liefde van de H. Maagd ; maar als wij gezondigd hebben, laten we dan ten minste die zoude er niet bijvoegen vau de godsvrucht tot haar, en den Rozenkrans te vergeten. Zoolang wij den Rozenkrans bidden , is er altijd hoop dat wij behouden zullen worden.

ocr page 82

GLORIERIJKE GEHEIMEN.

I. In het iste glorierijke geheim overwegen wij, dat Jesus den derden dag na zijnen dood heerlijk, onsterfelijk en onlijdelijk verrijst.

„ Indien gij met Jesus Christus verrezen zijt, zoo zegt de Apostel Paulus ziet dan naar boven, waar Jesus Christus gezeten is aan de rechterhar.d Gods, en zoekt wat van hierboven is en niet wat van deze aarde is. En indien Jesus Christus, die ons leven is, verheerlijkt werd, dan zult ook gij met hem verheerlijkt worden.quot; O Allerheiligte Maagd, Eva wordt de Moeder der levenden genoemd, maar zij is meer de moeder geweest van hen die sterven. Gij zijt de waarachtige moeder des levens, omdat gij ons Jesus Christus, die het beginsel des levens is, geschonken hebt. Geef, o Moeder, dat wij een nieuw leven beginnen, gelijkvormig aan het leven van Jesus Christus.

II. In het '2de glorierijke geheim overwegen wij, dat Jesus, veertig dagen na zijne verrijzenis, ten hemel opklimt, om dien te openen voor ieder die zijn voorbeeld wil navolgen.

11. In wereldsche zaken zijn de men-

ocr page 83

— 63 —

schen gewoonlijk zeer voorzichtig. Zij weten zeer goed hunne berekeningen te maken en te zorgen voor hetgeen hun nuttig is. Doch in hetgeen hunne ziel en hunne zaligheid betreft, zijn er maar weinigen voorzichtig. Voor enkele penningen, voor een schandelijken hartstocht verkoopen zij hunne ziel, en den hemel, dien Jesus Christus ons bij zijne hemelvaart geopend heeft. Maar wat baat het ons de geheele wereld te winnen, indien wij schade lijden aan onze ziel en den hemel verliezen ? O Koningin des hemels, laat niet toe dat wij voor welk gewin dan ook, onze ziel en het eindeloos geluk des hemels verliezen.

III. In het 3de glorierijke geheim overwegen wij, dat .Tesus op het Pinksterfeest den Heiligen Geest zendt over de H. Maagd Maria en over de Apostelen, die in de opperzaal vergaderd waren.

III. De Heilige Geest is een geest van liefde. Indien wij willen weten, of de H. Geest in ons hart woont, laten wij dan nagaan, of wij ware liefde bezitten, niet met woorden alleen, maar metterdaad, of er geen afkeer in ons hart woont, en of wy alle menschen zonder uitzondering beminnen; daaraan zullen wij

ocr page 84

— 64 —

erkennen of de H. Geest in ons hart verblijft. O Moeder der goddelijke eu reine liefde, ontsteek ons hart van oprechte liefde voor Jesus en voor deu evennaaste.

IV. In het 4dc glorierijke geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd sterft, nit enkel liefde tot God, en door de engelen ten hemel wordt opgenomen.

IV. De H. Maagd is gestorven ; en hoe nuttig is het dat wij ook nadenken over onzen dood. De gelukzalige Petrus, Dominicaan, hield zijne onderrichtingen met eene afbeelding des doods in zijne handen, en zoo bekeerde hij vele zondaren. Op zekeren dag zag hij een jongeling en, door God voorgelicht, wist hij dat die jongeling op het punt was eene groote zonde te bedrijven. Hij zeide hem toen: „Gij denkt er aan thans die schandelijke zonde te bedrijven, doch denk er liever aan , dat gij morgen zult sterven.quot; De jongeling ontstelde toen hij dat hoorde, sprak onder veel tranen zijne biecht, en stierf deu volgenden dag. O A llerheiligste Maagd, geef ons om uwen heiligen dood de genade , dat wij deu dood dikwijls voor oogeu hebben ; dan zal de dood ons de oorzaak van het eeuwig leveu zijn.

ocr page 85

— 65 —

V. Ia het 5ile glorierijke geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd met groote glorie gekroond wordt door de H. Drievuldigheid en zetelt als koningin des hemels en der aarde, als voorspraak der zondaren, als hulpe harer vereerders bij hun leven en bij hunnen dood.

V. Een ieder bewondert de verheerlijking der H. Maagd en wenscht ook zelf eenmaal verheerlijkt te worden ; weinigen echter willen hare deugden en voornamelijk hare nederigheid navolgen. Doch alleen hij die zich vernedert zal verheven worden, en omgekeerd zal hij die zich verheft vernederd worden. O Allerheiligste Maagd, gij waart zoo heilig en te gelijker tijd zoo nederig ; en wij, die zondaars zijn, zullen wij ons dan in het vervolg nog verhoovaardigeu ? Geef dat ook wij de nederigheid beoefenen, opdat wij ook eenmaal als Gij verheerlijkt worden.

VOORBEELD.

Salzano verhaalt dat een Karthuizer in het klooster der stad Treves de gewoonte had dagelijks den Rozenkrans te bidden, doch, ten gevolge van vele bezigheden en andere bijzondere oefeningen van godsvrucht, deed hij het met weinig oplettendheid en vele ver-

ocr page 86

— 66 —

strooiingeu. Terwijl hij dau eens op die wijze in het gebed was, hoorde hij een stem, die hem zeide: „Indien gij wilt dat uwe godsvrucht de Koningin des hemels aangenaam zal zijn, dau moet gij haar geen kleurlooze en verdorde rozen aanbieden, doch frissche en levende. Uwe rozen hebben noch aan-genamen geur, noch schoone kleur, en passen niet in een krans voor de Koningin des hemels.quot; De kloosterling begon sinds die verdiende berisping den Rozenkrans met veel grootere oplettendheid en godsvrucht te bidden, en ontving daardoor grooten overvloed van genaden, zoodat hij zijn leven met een voorbeeldigen dood eindigde. Het is dan niet genoeg den Rozenkrans te bidden, maar wij moeten dien ook met bijzondere godsvrucht bidden, en vooral de geheimen er bij overwegen.

ocr page 87

GLORIERIJKE GEHEIMEN.

I. In liet 1ste glorierijke geheim overwegen wij, dat Jesus den derden dag na zijnen dood heerlijk, onsterfelijk en onlijdelijk verrijst.

I. De drie Maria's gingen naar het graf van Jesus, maar zij waren bevreesd , omdat het door soldaten bewaakt werd, en omdat den steen van het graf zeer groot was. De eene zeide dan tot de andere: „Wat zullen wij doen, en wie zal ons den steen van het graf nemen.quot; Niettemin gingen zij moedig voort, en met groote vreugd zagen zij dat de steen van het graf was afgewenteld. Vele christenen komen niet tot Jesus Christus en beginnen geen nieuw leven, omdat zij het godvruchtig leven vreezen. Zij vreezen dat zij er den last niet van zullen kunnen dragen, dat zij een verdrietig leven zullen lijden. Maar zij vergissen zich. Want God is geen harde meester; hij is veeleer een goede Koning, een goede Vader; en al wie hem oprecht en edelmoedig dient, zal geen verdriet ondervinden, maar vrede en vreugde genieten. O Allerheiligste Maagd, maak ons krachtig en edelmoedig, en met Gods

ocr page 88

— 68 —

genade zulleu wij gemakkelijk alle moei-lijkheden overwiunen eu tot een godvruchtig leven in staat zijn.

II. In het 2de glorierijke geheim overwegen wij, «lat Jesus, veertig dagen na zijne verrijzenis, ten hemel opklimt, om dien te openen voor ieder, die zijn voorbeeld wil navolgen.

II. Buitengewoon groot is de belooning welke Jesus Christus ons ging voorbereiden toen Hij ten hemel opklom. Maar als wij in 't eind die belooning verliezen, dan is het een onherstelbaar verlies, een verlies voor de geheele eeuwigheid. De wreede Elisabeth, koningin van Engeland, zeide eens: „Geef mij, o Heer, geef mij het geluk, dat ik vijftig jaar regeere; dan wil ik uwen hemel wel missen. O ongelukkige koningin, zoudt gij nu ook nog zoo spreken, nu gij weet wat het is voor eeuwig verloren te zijn, voor eeuwig in de hel te zijn ? O Allerheiligste Maagd, maak dat wij er dikwijls aan denken, hoe dit leven beslist over den hemel, over onze ziel, over de eeuwigheid, opdat wij zorgvuldig zijn in het vervullen van al onze verplichtingen, om dat oneindig geluk des hemels niet te verliezen.

ocr page 89

— earn. In liet 3iie glorierijke geheim overwegen wij, dat Jesus op het Pinksterfeest den Heiligen Geest zendt over de H. Maagd Maria en over de Apostelen, die in de opperzaal vergaderd waren.

III. Toen de Heilige Geest nederdaalde, waren alle de Apostelen en leerlingen vergaderd op dezelfde plaats en in het gebed vereenigd met de Allerheiligste Maagd. Het is veel waarschijnlijker dat de H. Geest onze ziel zal bezoeken, en dat God ons gebed verhoeren zal, als wij met velen te samen vereenigd zijn en den Rozenkrans bidden , dan wanneer wij alleen zijn. Even als in de orde der natuur' zoo wordt ook in de orde der genade het kleine door vereeniging groot. O Allerheiligste Maagd, geef dat wij allen één van hart zijn, opdat God onze gebeden verhoore, en ons de gaven des Heiligen Geestes schenke.

IV. In het 4de glorierijke geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd sterft, uit enkel liefde tot God, en door de engelen ten heinel wordt opgenomen.

IV. Vele mensehen hebben eene over-drevene vrees voor den dood. De H Maagd vreesde den dood niet, maar verlangde er naar. Vele heiligen hebben eveneens gedaan. De H. Theresia zeide : „ik sterf

ocr page 90

— 70 —

omdat ik uiet sterfquot;. En wat is de dood dan ook ? Hij is de deur des hemels. Wij moeten daarom de zonden vreezsn, maar niet den dood. O Allerheiligste Maagd, op U rekenen wij in het uur van onzen dood ; kom dan om ons te helpen, om ons te troosten, om ons te verdedigen, om onze ziel te ontvangen en haar met U naar den hemel te geleiden.

V. In het Sde glorierijke geheim overwegen wij , dat tie Allerheiligste Maagd rnet groote glorie gekroond wordt door de H. Drievuldigheid en zetelt als koningin des hemels en der aarde, als voorspraak der zondaren, als hulpe harer vereerders bij hun leven eu bij hunnen dood.

V. De wereld en hare leerstellingen gaan snel voorbij. Binnen weinig tijds zullen wij in het graf zijn afgedaald, en anderen zullen hier in deze kerk, en op onze plaatsen den Rozenkrans bidden. Laten wij dan, terwijl het nog tijd is, God en de H. Maagd met vurigheid dienen. Laten wij met godsvrucht ter harer eere den Rozenkrans bidden, want Maria is getrouw, en edelmoedig zal zij ons helpen in dit en in het andere leven. O Allerheiligste Maagd, op U hopen wij , ü beminnen wij, van U verwachten wij de vergiffenis onzer zonden, de genade Gods,

ocr page 91

— 71 —

een goeden dood, den hemel; o laat niet toe dat wij eens beschaamd zouden worden.

VOORBEELD. (ƒ/. Alphonsus).

Eene groote zondares, Helena genaamd , ging eens naar eene kerk en hoorde toevallig een preek over den Eozenkrans. Deze preek trof haar zoozeer, dat zij aanstonds heenging om een Rozenkrans te koopen; maar zij durfde dien niet in het openbaar bidden. Intusschen begon zij te bidden ; en ofschoon zij hem met weinig godsvrucht bad, gevoelde zij op het feest van den Rozenkrans zulk eene vertroosting en zoetheid, dat het haar niet mogelijk was het gebed te eindigen. Daarna kreeg zij groot berouw en groote beschaming over haar zondig leven, zoodat zij geen rust meer vinden kon en zich als genoodzaakt zag om te gaan biechten. En wel spoedig biechtte zij in zoo goede gesteldheid dat de biechtvader er over verwonderd stond. Aanstonds na hare biecht ging zij zich nederwerpen voor eene beeltenis der H. Maagd, om haar te bedanken. Zij bad den Rozenkrans, en de Moeder Gods sprak haar toen van die beeltenis toe en zeide : „Helena, gij

ocr page 92

— 72 —

hebt God eu ook mij genoeg beleedigd ; verander nu in het vervolg uw leven ; dan zal ik u vele genaden verleenen.quot; De ongelukkige zondares zeide toen in groote beschaming: „O Allerheiligste Maagd, het is waar, dat ik tot op dit oogenblik eene groote zondares geweest ben, maar Gij, die alles vermoogt, o help mij, terwijl ik mij zelve geheel aan U ten offer breng en het vervolg van mijn leven wil besteden om boetvaardigheid over mijne zonden te doen.quot; Hoe ongevoelig ons hart ook zij, hoe groot ook onze zonden, indien wij slechts niet ophouden den Rozenkrans te bidden, dan zal de H. Maagd ons èn bekeering èn vergiffenis èn den hemel schenken.

ocr page 93

BLIJDE GEHEIMEN.

I. In het Iste blijde geheim overwegen wij, dat de Aartsengel Gaiiriëi, de Allerheiligste Maagd boodscha|it, dat zij Moeder van .Testis zal worden, tot redding der menschen.

I. De wijsgeeren van vroeger tijden spraken zeer schoon over alle deugden, maar de deugd van nederigheid kenden zij niet; deze is enkel aan de christenen bekend. De H. Maagd heeft ons een bewonderenswaardig voorbeeld van nederigheid gegeven. De Aartsengel Gabriël groette haar als gezegend onder de vrouwen , als vol van genade en vervuld van den H. Geest, als moeder van God ; en zij, in plaats van zich te verhoovaar-digen , noemde zich de dienstmaagd des Heeren. O allerzoetste en nederigste aller schepselen, geef ons de genade om naar uw voorbeeld nederig te zijn van geest en hart.

II. In het 2de blijde geheim overwegen wij. dat de Allerheiligste Maagd de H. Elisabeth bezoekt en drie maanden in haar huis verblijft.

II. Het is een prijzenswaardig werk, naar het voorbeeld van Maria, den even-

ocr page 94

— 74 —

naaste te bezoeken, als de broederlijke liefde dit vordert, vooral als hij ziek of in droefheid is. In het laatste oordeel zal God ons zeggen : „Gaat gezegenden mijn koninkrijk binnen, want ik was ziek en gij hebt mij bezochtquot;. O Allerheiligste Maagd, geef ons groots liefde tot den evennaaste en vooral tot hen die bedroefd zijn.

III. In het 3de blijde geheim overwegen wij, dat de II. Maagd Jesus baart in den stal van Bethlehem en hern in eene kribbe nedeilegt.

III. Toen Jesus Christus te Bethlehem geboren was, zongen de engelen des hemels: „Glorie aan God in den hooge, en vrede op aarde aan de menschen, die van goeden wil zijnquot;. De vrede is van deze wereld gevlucht, omdat de menschen niet van goeden wil zijn ; zij willen God en de zaken Gods niet, maar zij zoeken de goederen der wereld, de rijkdommen, de genoegens, de ijdelheden, de zonde. Daarom zijn er zoo velen, die geen vrede hebben; want er is geen vrede in het hart van den zondaar, zegt de H. Schriftuur. O Allerheiligste Maagd, maak ons hart afkeerig van de werken dezer wereld, van de genoegens, van de

ocr page 95

— 75 —

zonde ; dan zullen wij vrede vinden, den waren vrede van Jesus Christus.

IV. In het 4de blijde geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd, op den dag van hare zuivering, Jesus in don tempel brengt en hem overgeeft in de handen van den grijsaard Simeon.

IV. De Parizeer offerde veel in den tempel, en de arme weduwe offerde enkele penningen. En toch zegt Jesus Christus, dat de arme weduwe meer offerde dan hij. Evenzoo bracht de H. Maagd bij hare zuivering het offer der armeu, en toch gaf zij veel aan God. God beschouwt niet zoozeer hetgeen wij hem geven, als de meening, het hart waarmede wij het geven. Hoe klein ook de zaak zij, zij wordt groot, indien wij haar met een goed hart voor God verrichten. O Allerheiligste Maagd, zuiver ons hart en geef dat wij al onze werken met dezelfde meening verrichten, als waarmede Gij het goddelijk kind aan God hebt opgedragen.

V. In het 5de blijde geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd, Jesus verloren hebbend toen hij twaalf jaren oud was, hem na drie dagen met groote blijdschap, in den tempel tusschen de leeraren terugvindt.

V. Op deze wereld is de vreugde altijd met droefheid vermengd. De H. Maagd

ocr page 96

— 76 —

gevoelde groote vreugde, toen zij Jesus Christus, die de ware vreugd der hemelen is, met haar kleed mocht beschermen, toen zij hem omhelzen en aan haar harte drukken mocht. Maar zij ondervond groote droefheid, toen zij hem verloor. Ook wij hebben somtijds vreugde en dan weder droefheid, somtijds vertroosting en dan weder angsten, somtijds vrede en dan weder bekoringen. Greef o Allerheiligste Maagd, dat wij te midden der vertroosting niet zorgeloos worden, en dat wij ons voorbereiden voor het oogenblik van droefheid; geef dat wij den moed nooit verliezen maar altijd onze hoop op U en op Jesus Christus blijven stellen.

VOORBEELD.

De Graaf Malèt, oud strijder onder Napoleon en later priester, was ziek. De beroemde geneesheer Récamier, die door geheel Frankrijk bekend was, kwam hem bezoeken. Hij opende de deur en groette de aanwezigen, onder welke zich ook andere geneesheeren bevonden. Vervolgens ondervroeg hij den zieke en schreef hem geneesmiddelen voor. Hij wilde reeds heengaan, toen hij te kennen gaf eene zaak vergeten te hebben. Toen zocht hij in zijn zak en zeido tot den

ocr page 97

— 77 —

zieke: „Bij mijn hoofd, daar had ik eene voorname zaak vergetenquot;. „Wat dan?quot; „O mijn goede vader, daar is mij eene vergissing overkomen.quot; „Maar gij schertst misschienquot; ? „Neen, neen, ik spreek waarheid. Het is echter eene vergissing, welke wij kunnen herstellenquot;. „Welaan laat ons hoorenquot;. „Het betreft een geneesmiddel dat gij kunt samenstellen uit vijf tientjes.quot; En terwijl hij dit zeide, haalde dezelfde geneesheer, de geneesheer van het hof en der voornaam sten in Frankrijk, schrijver van zoo geleerde boeken, zijn Rozenkrans met zekere trotschheid voor den dag. De andere geneesheeren en aanwezigen verwonderden zich toen zij dezen Rozenkrans zagen. Maar Récamier zeide hun: „Weest niet verwonderd; ik, ja zeker, ik bid den Rozenkrans; en als ik niet meer weet wat met eenen zieke aantevaugen, dan neem ik mijne toevlucht tot haar, die het behoud der kranken is, en zij staat mij bij. Het is mij dikwijls moeilijk den geheelen Rozenkrans achtereenvolgens te bidden, omdat ik van verschillende kanten te gelijk geroepen word. Als ik bij een zieke kom, houd ik op met bidden, en als ik heen ga zet ik mijn gebed voort.quot;

Zie daar dan hoe de geleerden doen.

ocr page 98

— 78 —

hoe zij den Rozenkrans beminnen, terwijl vele onwetenden zich schamen hem te bidden. Indien zij dit voorbeeld wilden gedachtig zijn, zou het met hunne gezondheid en van ziel en van lichaam veel beter gaan.

ocr page 99

DROEVIGE GEHEIMEN.

I. In liet 1ste droevige geheim overwegen wij, dat Jesus Christus, biddend in den hof van Olijven, bloed en water zweet door de droefheid, die hij gevoelde om on/.e /.onden.

I. „ Waakt en bidt opdat gij niet ingaat in de bekoringquot;, zoo zeide Jesus tot zijne Apostelen in den hof van Olijven. Maar ach, hoe betreurenswaardig ! de men-schen waken, om genoegens te zoeken, om zonden te bedrijven ; en zij waken niet om hunne ziel te redden. Petrus en de Apostelen , zij sliepen toen zij moesten bidden en den bedroefden Verlosser troosten ; maar Judas, die Jesus Christus verraden kwam, hij sliep niet. O bedroefde Moeder, wek gij onze slapende ziel, opdat wij niet evenals Petrus den \ Zaligmaker verloochenen.

II. In het 2de droevige geheim overwegen wij , dat Jesus aan den geeselpaal met groote i barbaarschheid gegeeseld wordt en over ge- I heel zijn lichaam zijn kostbaar bloed vergiet.

II. Waarom heeft God toegelaten dat Jesus Christus zoo wreedaardig gegeeseld werd ? Omdat onze zonden op hem gelegd

ocr page 100

80 —

waren. Maar welke straf verdienen dan de zondaren, van dat oogenblik af, dat Jesus Christus zoo wreed gegeeseld werd ? Als God ons een enkele maal bestraft, en slaat, dan morren wij , dan zijn wij vertoornd, alsof God onrechtvaardig was. Hij bestraft degenen, die hij lief heeft, zegt de H. Schrift. O Allerheiligste Maagd, wij vragen U de genade, dat God ons straffe en ons kastijde in deze wereld; het is voldoende als hij ons slechts niet straft in de hel.

III. In het 3de droevige geheim overwegen wij , flat .lesus Christus, de koning der glorie, gekroond wordt tot koning van smarten met een kroon van scherpe doornen.

III. Beschouw den koning der glorie en zie hoe hij gekleed is. Een kroon van scherpe doornen op het hoofd, een rooden spotmantel om zijne schouders, ziedaar zijn hoogepriesterlijk gewaad. Dit voorbeeld bewijst den hoogmoed der menschen in den opschik hunner kleederen, die dikwijls het verderf is van het huisgezin en van de ziel. O Allerheiligste Maagd, geef dat onze ziel gekleed zij met het schoone kleed van zedigheid en zuiverheid en van alle deugden, en dat wij de ijdelheid der kleederen niet beminnen.

ocr page 101

— 81 —

IV. In het 4de droevige geheim overwegen wij, dat Jesus Christus beladen wordt met den zwaren last van zijn kruis, dat hij draagt tot op den berg Calvarië.

IV. Waarom wilde Jesus door Simon van Cyrene in het dragen van zijn kruis geholpen worden f Had soms de almogende God de hulp der menschen noodig ? Neen, maar hij wilde zoo, om ons te leer en, dat het kruis van Jesus niet genoeg is voor onze zaligheid, indien wij ook ons kruis niet dragen, het kruis, dat God ons oplegt en niet het kruis dat wij zelve verkiezen. Geef, o Allerheiligste Maagd, dat wij moedig ons kruis omhelzen , en kom onze zwakheid te hulp.

V. In het 5de droevige geheim overwegen wij, dat Jesus Christus, op den Schedelberg gekomen, dorst heeft aan het kruis, en na een smartelijken doodstrijd van drie uren, sterft uit liefde tot ons; en onder het kruis stond zijne bedroefde Moeder, de Maagd Maria.

V. Toen hij aan het kruis was opgeheven zeide Jesus: „ik heb dorstquot;. En de Joden gaven onzen stervenden Verlosser azijn te drinken. Waarom wilde Jesus dorst hebben ? Ter veroordeeling van onze gulzigheid, waaraan wij dikwijls voldoen ten verderve van lichaam en

ocr page 102

— 82 —

ziel. O Allerheiligste Maagd, geef ons, om het bloed van Jesus Christus en om uwe tranen de genade, dat wij de versterving van Jesus Christus beminnen, opdat wij de vruchten van zijn en uw lijden deelachtig mogen worden.

VOORBEELD.

Meerdere schrijvers verhalen, dat eene zekere dame de gewoonte had den Eo-zenkrans te bidden, doch dit later naliet. Het strekte haar niet tot gewin, want zij werd zoo arm, dat zij zich zelve ten slotte met drie messteken verwondde.

Eeeds was zij op het punt te sterven, en naderden de duivelen om haar naaide hel weg te voeren, toen haar de H. Maagd verscheen, die haar zeide: „Gij hebt den Rozenkrans vergeten, maar ik heb niet vergeten,quot; dat gij dien vroeger gebeden hebt. In het vervolg moet gij hem weer bidden, en ik zal u het leven en ook de rijkdommen, die gij verloren hebt, teruggeven. Van dat oogenblik at werd zij weder gezond, en bad op nieuw den Rozenkrans. Zij kreeg hare goederen terug, en bij haren dood verscheen de H. Maagd, die haar om haar vertrouwen opnam, zoodat zij in heiligheid stierf.

ocr page 103

— 83 —

Hoe groot dan ons ongeluk ook zij, hoe talrijk onze zonden, laten wij nooit wanhopen, maar met den Eozenkrans tot haar vluchten, die de toevlucht der zondaren is, en zij zal ons nooit aan ons zeiven overlaten.

ocr page 104

GL0R1KR1JKE GEHEIMEN.

I. In het Iste glorierijke geheim overwegen wij , dat Jesus den derden dag na zijnen dood heerlijk, onsterfelijk en onlijdelijk verrijst.

I. De Rozenkrans, zegt Paus Nicolaas, is de boom des levens, die de zieken geneest en de gestorvenen opwekt. En dit is ook de bedoeling van de Kozen-krans-niaaud, dat wij namelijk uit het graf der zonde opstaan, en een nieuw, godvruchtig leven beginnen. O Allerheiligste Maagd, geef ons de genade, de zonde na te laten, en uit liefde tot U te leven naar het voorbeeld van Jesus Christus, die het waarachtig leven is.

II. In het 2de glorierijke geheim overwegen wij, dat Jesus, veertig dagen na zijne verrijzenis, ten hemel opklimt, om dien te openen voor ieder die zijn voorbeeld wil navolgen.

II. Paus Clemens VII zegt, dat de Rozenkrans de redding der Christenen is. Maar om met Jesus Christus in den hemel te komen, is het niet genoeg den Rozenkrans te bidden, maar wij moeten ook in beoefening brengen, wat de Ro-

ocr page 105

— 85 —

zenkraus ons leert. Niet hij zal in den hemel komen, zegt Jesus, die zegt: Heer, Heer; maar die den wil vau God doet. De ware godsvrucht bestaat alzoo niet enkel in woorden, maar in de werken. Geef dan, o Allerheiligste Maagd, dat wij God beminnen, dat wij om God arbeiden en lijden, gelijk de Rozenkrans het ons leert; dan zullen wij ook eens in den hemel komen.

III. In het 3de glorierijke geheim overwegen wij , dat Jesus op het Pinksterfeest den Heiligen Geest zendt over de H. Maagd Maria en over de Apostelen , die in de opperzaal vergaderd waren.

III. De Rozenkrans, zegt Paus Pius V, is het licht van het Katholiek geloof. Laten wij door den Rozenkrans de H. Maagd bidden, dat zij ons en de onzen verlichte in de schaduw en duisternis des doods, en onze schreden geleide op den weg des vredes. O bruid van den Heiligen Geest, geef ons en de geheele H. Kerk die zoo groote genade, den waren vrede van God.

IV. Inliet 4de glorierijke geheim ovei wegen wij , dat de Allerheilligste Maagd sterft, uit enkel liefde tot God, en door de engelen ten Hemel wordt opgenomen.

IV. Altijd gaat de duivel rond, maar

ocr page 106

— 86

vooral in het uur des doods. Wie vooral in het uur van zijnen dood den duivel wil overwinnen, moet met godsvrucht den Rozenkrans bidden, want de Rozenkrans is de geesel van den duivel, zegt Paus Adrianus VI. O Maria, geef den vereerders van den Rozenkrans een zaligen dood en het eeuwig leven.

V. In het 5de glorierijke geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd met gi'oote glorie gekroond wordt door de H. Drievuldigheid en zetelt als koningin des hemels en der aarde, als voorspraak der zondaren, als hulpe harer vereerders bij hun leven en bij hunnen dood.

V. De Rozenkrans is eene schatkamer van genaden, zegt Paus Paulus V. Wie dan genaden van de H. Maagd verkrijgen wil, laat hij die vragen door middel van den Rozenkrans en hij zal ze verwerven ; ja, hij zal de grootste der genaden verwerven ; de glorie des hemels. O Koningin des hemels, U wijden wij ons lichaam, onze ziel, ons hart; zegen Gij de vereerders van den Rozenkrans in dit leven en in eeuwigheid. Amen.

VOORBEELD.

{Medaille van den Rozenkrans.)

Pater Vera, die tegenwoordig Overste is van het groote klooster der tertiarissen

ocr page 107

— Si

te Genua, schreef ia 1885 het volgende: Leve de barmhartige Koningin van den Rozenkrans! Te Genua had in de ver-loopeue maand October het wonder plaats der bekeering van een grijsaard, die reeds sinds vele jaren alle oefeningen van godsdienst had achtergelaten en geheel on-geloovig was. Op zekeren dag ontmoette hem de moeder overste van het klooster, die hem op hare goede en vriendelijke manier er toe bracht eene gewijde medaille van de Allerheiligste Maagd van den Rozenkrans aan te nemen.Nauwelijks had hij deze om zijnen hals gehangen, toen hij zich als in een geheel ander mensch veranderd gevoelde. Aanstonds begaf hij zich tot eenen priester en sprak met groot berouw eene biecht van geheel zijn leven. Daarna ontving hij de H. Communie onder een vloed van tranen, en smaakte eene onuitsprekelijke vreugde. Ook wilde hij tot zijne vrienden gaan, om de ergernis, die hij gegeven had te herstellen, en de wonderen der goddelijke barmhartigheid te verhalen, die hij door tusschenkomst der H. Maagd had mogen ondervinden. Hij spoorde een ieder aan groote godsvrucht te hebbeu tot de H. Maagd van den Rozenkrans, en zeide dat hij de gewijde medaille boven zijn

ocr page 108

- 88 —

kleed wensehte te dragen, om haar als eeu zegeteeken aan de geheele stad te toonen. Drie dagen daarna werd hij ernstig ziek en stierf. Maar hij stierf, terwijl hij met de eene hand de medaille der H. Maagd krachtig vast hield en met de andere een scapulier, in liefdevolle vereeniging met de H. Maagd, die eveneens hare armen uitstrekte om hem aan haar moederlijk hart te drukken. Met de oogen ten hemel geslagen en met blijdschap op het gelaat blies hij den laatsten adem uit. Grij dan, zondige ziel, schep moed; hoe groot ook uwe zonden zijn, stel uwe hoop op de Allerheiligste Maagd van den Rozenkrans, en zij zal voor u vergiffenis en een zaligen dood verkrijgen.

ocr page 109

GLORIERIJKE GEHEIMEN.

I. In het 1ste glorierijke geheim overwegen wij, dat Jesus den derden dag na zijnen dood heerlijk, onsterfelijk en onlijdelijk verrijst.

I. De verrijzenis van Josus Christus is het onderpand van ouzo toekomstige verrijzenis. Nu het hoofd is opgestaan zullen ook de ledematen verrijzen. Hoe troostrijk is de overweging der verrijzenis. De gedachte aan de verrijzenis troostte ook den heiligen man Job, toen de wormen zijn lichaam verteerden. „Ik weet dat ik zal opstaan, en dat ik in dit vleesoh mijn Verlosser zal aanschouwenquot;. Hoe meer het lichaam verduurd heeft, des te glorievoller zal het verrijzen. Geef, o Allerheiligste Maagd, om de opstanding van Jesus, dat ons lichaam op den laatsten dag glorievol vernjze, en geef daartoe dat wij de ongeregelde lusten deslichaams niet inwilligen.

II. In het 2de glorierijke geheim overwegen wij, dat Jesus, veertig dagen na zijne verrijzenis, ten hemel opklimt, om dien te openen voor ieder die zijn voorbeeld wil navolgen.

II. Waar onze schat is daar is ook ons

ocr page 110

— 90 —

hart. Als Jesus Christus onze schat is, laten wij dan dikwijls ons hart tot hem verheffen , laten wij dan al onzen arbeid om hem verrichten, en door den dag onder onze bezigheden kleine schietgebeden tot hem opzenden. O hoe nuttig zijn die kleine gebeden ! O Allerheiligste Maagd, als nu ons lichaam nog niet kan opklimmen tot Jesus Christus in den hemel, ons hart moge toch tot hem gaan en met hem vereenigd zijn.

III. In het 3de glorierijke geheim overwegen wij , dat Jesus op het Pinksterfeest den Heiligen Geest zendt over de H. Maagd Maria en over de Apostelen, die in de opperzaal vergaderd waren.

III. Alvorens de Apostelen den H. Geest hadden ontvangen waren zij zwak en vreesachtig. Maar toen do H. Geest over hen was nedergedaald waren zij moedig en vreesden zelfs den dood niet meer. Hoe vele christenen zijn bevreesd voor eene geringe zaak , voor een enkel woord, voor eene kleine bespotting, en laten daarom het goede achter en bedrijven de zonde ! O Allerheiligste Maagd, verkrijg voor ons van den H. Geest kracht, moed en volharding, opdat wij de wereld, den duivel en alle bekoringen overwinnen.

ocr page 111

— 91 —

IV. In het 4de glorierijke geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd sterft, uit enkel liefde tot God, en door de engelen ten hemel wordt opgenomen.

IV. Toen de jonge Tobias naar een ver land vertrokken was, besteeg zijne moeder dagelijks een hoogen berg, om te zien of haar zoon terugkeerde. Toen zij hem in de verte zag naderen met zijn góeden-begeleider, den Aartsengel Rafaël, welk eene vreugde gevoelde zij toen, hoe stortte zij tranen van blijdschap! Zoo ook de H. Maagd van uit den hemel, waarheen zij ons is voorgegaan. Zij ziet uit of hare kinderen tot haar naderen, en welk eene vreugde smaakt zij, als zij hare beminde kinderen aan haar hart mag drukken. O Moeder, sta ons bij op onze reis door dit leven, verlicht ons, bevrijd ons van den duivel, opdat wij eens ons vaderland mogen bereiken.

V. In het 5de glorierijke geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd met groote glorie gekroond wordt door de H. Drievuldigheid en zetelt als koningin des hemels en der aarde, als voorspraak dei-zondaren , als hulpe harer vereerders bij hun leven en bij hunnen dood.

V. „quot;Wij hebben hier, zoo zegt de Apostel Panlus, geen blijvende woon-

ocr page 112

— 92 —

plaats, maar wij verwachten een toekomstige. De tijd is kort; laten derhalve zij die zich verheugen zijn als verheugden zij zich niet, en die van deze wereld genieten, als genoten zij haar niet, want de gedaante dezer wereld gaat voorbij. Laten wij zoeken wat des hemels is, en niet wat van deze wereld isquot;. quot;Wees gegroet, o Koningin des hemels, wees gegroet Koningin der engelen, en bid Jesus Christus voor ons.

VOORBEELD.

De bekende Pastoor van Ars, die voor weinige jaren gestorven is, en die reeds op het punt staat onder het getal der heiligen gerangschikt te worden, was bezig zijne kerk te vergrooten en te verfraaien. Doch na weinig tijds ondervond hij groote moeilijkheid ter voldoening der onkosten. Intussohen ging hij van huis om eene wandeling door het veld te maken, en begon den Rozenkrans te bidden, zooals hij gewoon was te doen, als hij zich in eene of andere lastige omstandigheid bevond. Nauwelijks was hij in de vlakte gekomen, toen een heer te paard op hem aan kwam, die hem vroeg, hoe hij het maakte. De goede Pastoor antwoordde: „ik maak

ocr page 113

— 93 —

het, wat mijiie gezoudheid betreft, zeer goed, maar ik bevind mij iu groote moeilijkheid, omdat ik geen geld heb ter betaling van de werken, die aan mijne kerk verricht zijn.quot; Toen de onbekende heer dit hoorde, bleef hij een oogenblik nadenken, en daarna zijne beurs ledig schuddend, gaf hij hem vijf en twintig franc, zeggend: „Zie hier, wat u noodig is om uwe schuld te betalen, en bid voor mij.quot; Aanstonds daarop zijn paard de sporen gevende, verdween hij. O met welke overvloedige genaden zal de H. Maagd van den Rozenkrans hare vereerders begunstigen, als zij van haar trachten te leer en, hoe hunne ziel met deugd en heiligheid te sieren, om waardige tempels te zijn van den Heiligen Geest.

ocr page 114

BLIJDE GEHEIMEN.

I. In het Iste blijde geheim overwegen wij, dat de Aartsengel Gabriël de Allerheiligste Maagd boodschapt, dat zij de Moeder van Jesus zal worden, tot redding der menschen.

I. Hoe voortreffelijk is de deugd van zuiverheid. De Allerheiligste Maagd wilde weigeren moeder Gods te worden, indien zij hare maagdelijkheid moest verliezen. De H. Ursula met de elf duizend maagden, hare gezellinnen, verkozen allen liever den dood te ondergaan, dan hare maagdelijkheid te verliezen. Maar hoe vele zielen verkoopen voor een weinig geld, en als voor niets hare zuiverheid, haar eer, den hemel en God zeiven. O Koningin der. maagden, bid voor de maagden, opdat zij voor niets ter wereld tegen de zuiverheid zondigen.

II. In het 2de blijde geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd de H. Elisabeth bezoekt en drie maanden in haar huis verblijft.

II. De barmhartigheid Gods strekt zich uit van geslacht tot geslacht, zeide Maria,

ocr page 115

— 95 —

toen zij de H. Elisabeth bezocht. Ja, de barmhartigheid Gods is oneindig groot. En toch schijnen wij niet te gelooven dat Jesus zoo barmhartig is. quot;Wegens een of ander gering ongeval, wegens eene -kleine beproeving of ziekte, verliezen wij aanstonds ons vertrouwen, en dan zijn wij geheel mismoedig en doen geen poging mee'- om deugdzaam te leven. O medelijdende Moeder, geef ons een onbeperkt eu krachtig vertrouwen op de oneindige barmhartigheid van Jesus en op Uwe goedheid.

III. In het 3de blijde geheim overwegen wij, dat de H. Maagd Jesus baart in den stal van Bethlehem en hem in eene kribbe nederlegt.

III. De os kent zijnen heer en de ezel kent de kribbe van zijnen heer, doch mijn volk kent mij niet, zegt God bij den profeet. De os en de ezel zijn de eenige gezellen van Jesus in den stal van Bethlehem; de meuschen hadden hem aan hunne deur afgewezen. O ondankbaarheid der menschen, wat zijt gij groot! Indien gij , o mensch, God zei ven, die voor u een kind geworden is, niet bemint, wien zult gij dan beminnen ? O Allerheiligste Maagd, leer

ocr page 116

— 96 —

ons uw goddelijk kind beminnen en onze vorige liefdeloosheid herstellen.

IV In het 4de blijde golieiin overwegen wij dat de Allerheiligste Maagd, op den daquot; van hare zuivering, Jesus in den.tempel brengt en hem overgeeft in de handen van den grijsaard Simeon.

IV. Bij hare zuivering hoorde de H. Maagd deze woorden van den grijzen Simeon: „Een zwaard zal uwe ziel doorbo-j renquot;. De zonde, zij is het, die het hart van : ; Maria wondt. Laten wij dan in het vervolg I Maria's harte niet meer door onze zonden i doorboren. Men verhaalt dat eens een i zeker mensch des nachts eene groote i zonde tegen de heilige deugd van zuiverheid bedreef en dat hij des morgens een beeld van de Moeder der Smarten bezocht. Toen zag hij dat het beeld acht zwaarden droeg in plaats van zeven, zooals te voren. Daarna hoorde hij een j stem in zijn hart. die hem zeide: uwe I zonde heeft mijn hart met het achtste i zwaard doorstoken. O Allerheiligste 'i Maagd, hoevele malen hebben ook wij | door onze zonden nw hart doorboord! Maar 't is genoeg; wij zullen trachten u te beminnen, en uw hart door een goed gedrag te troosten.

ocr page 117

— 97 -

V. In het 5ne blijde geheim overwegen wij , dat de Allerheiligste Maagd, Jesus verloren hebbend toen hij twaalf jaren oud was, hem na drie dagen met groote blijdschap, in den tempel tusschen de leeraren terugvindt.

V. In geestelijke dorheid eu in bekoringen schijnt het godvruchtige zielen somtijds toe, dat zij Jesus Christus en zijne genade verloren hebben. Maar het is zoo niet. De aartsengel Gabriël zeide tot Tobias : „Omdat gij aangenaam waart aan God, was het noodzakelijk dat de bekoring u beproefdequot;. Wij verliezen God niet zonder het te willen, of zonder het te weten. O Allerheiligste Maagd, indien wij bekoringen en geestelijke dorheid moeten ondervinden : dat uw wil geschiede ; indien wij slechts nimmer Jesus Christus door de zonde verliezen.

VOORBEELD.

Wij lezen in de jaarboeken van de voortplanting des geloofs, (1858) dat op een eiland van den grooten oceaan. Vallis genaamd, het geloof door de missionarissen gepredikt werd, doch met weinig vrucht, omdat slechts weinigen zich bekeerden. Want de heidenen hadden besloten allen te dooden , die christen zouden worden , en zoo waren velen gedwongen

ocr page 118

— 98 —

heil te vervolgen. De nieuw-bekeerden vluchtten in vreeze des doods tot Pater Bataillor. Deze, zelf ook niet wetend wat te doen, zeide tot hen : houdt moed, mijne kinderen, want geen leed zal u geschieden. Laten wij het eiland rondtrekken en er bezit van nemen voor Jesus Christus; en hij beval, dat allen, kleinen en grooten, mannen en vrouwen den Rozenkrans zouden bidden. Toen ging de missionaris alleen den vijand te gemoet met zijnen Rozenkrans en met het kruis in de hand. Toen de heidenen dit zagen, dat één enkel maia zonder wapenen tot hen kwam, verwonderden zij zich ten hoogste en durfden hem geen leed aandoen. Den tweeden en den derden dag deed hij eveneens, zonder eenig nadeel te ondervinden. Vervolgens drong hij tot in het binnenland door, en met de hulp der H. Maagd overwon hij alle moeie-lijkheden, en in korten tijd mocht hij alle deze wilde en verharde menschen bekeeren. Hoe groot is de macht van den Rozenkrans! Als dan de vijanden onzer ziel, de duivelen cl de vrienden des duivels ons willen schaden, laten wij dan het wapen van deu Rozenkrans ter hand nemen en voor niets beducht zijn.

(Morassi.)

ocr page 119

DROEVIGE GEHEIMEN,

I. In hut 1ste droevige geheim overwegen wij, dat Jesus Christus, biddend in den hof van Olijven, bloed en water zweet door de droefheid, die hij gevoelde om onze zonden.

I. Voordat Jesus Christus naar den hof van Olijven ging, waren al zijne Apostelen met hem aan het Avondmaal. In den hof waar hij zooveel leed, werd hij slechts door drie van hen gevolgd, maar deze drie vielen in slaap, en eindelijk werd hij door allen verlaten. Velen worden met Jesus Christus aan het Avondmaal gevonden, d. w. z. zij beminnen hem in vreugde en in vertroosting. Maar zoo spoedig eenig ongeval eenige droefheid tusschenbeide komt, verdwijnt de godsvrucht en verlaten zij Jesus. O Jesus, o Maria, geef dat wij U liefde bewijzen en ware godsvrucht toonen te midden der moeilijkheden en droefenissen en niet enkel bij vertroosting.

II. In het 2de droevige geheim overwegen wij, dat .Tesus aan den geeselpaal met groote barbaarschheid gegeeseld wordt en over geheel zijn lichaam zijn kostbaar bloed vergiet.

II. Toen Jesus Christus zoo wreed

ocr page 120

- 100 —

gegeeseld werd, deed Hij als het schuldeloos lam zijn mond niet open om zich te verontschuldigen, om zich te beklagen. Indien slechts een enkel verkeerd woord tot ons gesproken wordt, indien ons eene kleine beloediging wordt aangedaan, daa hebben wij aanstonds duizeude woorden om ons te verdedigen. Wij hebben altijd recht, wij hebben nooit ongelijk. U mensch, beschouw uwen Verlosser m zijne wreede geeseling; uw God beklaagt zich niet, en zult gij, zondaar, u beklagen. O Allerheiligste Maagd, leer ons om ook eenig ongelijk stilzwijgend te verduren, zonder dat wij altijd ons zelve beklagen.

III. In het 3do droevige geheim overwegen wij. dat .lesus Christus, de koning der glorie, gekroond wordt tot koning van smarten met een kroon van scherpe doornen.

III. Eens toonde God twee kronen aan de H. Catharina van Sieua, eene van goud en eene van doornen, en zeide haar : „Neem, mijn kind, de kroon, welke gij verkiest. Maar indien gij in de wereld de gouden kroon verkiest, dan zult gy in de eeuwigheid de kroon van doornen dragen; zoo gij hier de doornen kroon draagt, dan zult gij in den hemel de

ocr page 121

— 101 —

gouden kroon der heerlijkheid bezitten. Toen nam de H. Catharina de doornen kroon en plaatste deze op haar hoofd. O Allerheiligste Maagd, wij bidden ü bij de doornen kroning van Jesus, leer ons ter uwer liefde de doornen van dit leven verdragen, opdat wij niet in de hel met doornen gekroond worden.

IV. In het 4de droevige geheim overwegen wij, dat Jesus Christus beladen wordt met den zwaren last van zijn kruis, dat hij draagt tot op den berg Calvarië.

IV. Jesus Christus viel niet slechts eens, maar twee, ja drie malen onder den last van zijn kruis. O gij, die twee en drie, ja duizend malen onder den last uwer zonden gevallen zijt, richt u weder op en verlies uw vertrouwen niet. Daarom heeft J esus zoo vele malen willen vallen, opdat gij den moed zoudt hebben u weder op te richten; want het is voldoende dat gij slechts den goeden wil hebt niet weder op nieuw te vallen. O Maria, hoe dikwijls zijn wij in de zonde gevallen ! maar doe met ons, gelijk eene moeder met het kind, dat zij liefheeft. Al valt het duizendmaal, duizendmaal richt zij het in hare moederlijke armen weder op.

ocr page 122

— 102 —

V. In het 5de droevige geheim overwegen wij , dat Jesus Christus, op den Schedelberg gekomen, dorst heeft aim liet kruis en, na een smartelijken doodstrijd van drie uren, sterft uit liefde tot ons; en onder het kruis stond zijne bedroefde Moeder, de Maagd Maria.

V. De Joden zeiden tot Jesus: „Indien gij de zoon van God zijt, kom dan af van het kruis.quot; Maar Jesus wilde zijn kruis niet verlaten. Dikwijls zegt de duivel tot ons: kom af van uw kruis, leef anders, houd u met andere zaken bezig om meer rust te genieten. Doch laten wij het kruis, dat Jesus ons gegeven heeft, niet verlaten, want wij zouden een nog moeilijker kruis te dragen krijgen, en dat zonder helooniug. O Allerheiligste Maagd, zorg dat wij ons van het kruis van Jesus niet verwijderen, o Gij, die onder het kruis van Jesus gestaan hebt, blijf ook bij ons, vooral in het uur van onzen dood.

VOORBEELD.

De gelukzalige Berchmans verkreeg door middel van den Rozenkrans de grootste genaden gedurende zijn leven en bij zijnen dood. Van zijne vroegste jeugd af bemin'de hij de H. Maagd ten 'hoogste, bezocht hare kerken, en over-

ocr page 123

- 103 —

] woog de geheimen van den Rozenkrans met zoo groote aandacht, dat hij dikwijls de personen die hem omgaven niet opmerkte of niet kende. Men vroeg hem eens, of hij de H. Maagd beminde, en 1 hij gaf ten antwoord: ja, ik bemin haar, en ik zou wenschen duizend harten te hebben, om haar nog duizendmaal meer te beminnen. Maar de Allerheiligste Maagd wilde niet dat deze jongeling langen tijd in de wereld verblijven zou, en in korten tijd vervulde hij vele jaren. De dood kwam dan spoedig tot hem, maar de H. Maagd troostte hem met vele gunsten. In zijn laatste uur wilde hij niets om zich zien en niets in zijne hand hebben dan drie zaken: zijn kruisbeeld, zijn gebedenboek en zijnen Rozenkrans. Deze drie, zoo zeide hij, zijn mijne grootste schatten, in dit gezelschap heb ik geen vrees voor den dood; en zoo gaf hij zijne heilige ziel in de handen der Allerheiligste Maagd. Gelukkig het leven, gelukkig de dood van hem, die de H. Maagd bemint en met godsvrucht den Rozenkrans bidt.

(Ghery 179.)

gt;

vt'_

ocr page 124

GLORIERIJKE GEHEIMEN.

I. In liet 1ste gloiierijke geheim overwegen wij , dat Jesus den derden dag na zijne dood heerlijk, onsterfelijk en onlijdelijk verrijst.

I. „Indien de H. Geest in ons woont, zoo zegt de Apostel Paulus, zal God, die Jesus Christus van de xlooden heeft opgewekt, ook onze gestorvene lichamen opwekken, door den H. Geest die in ons woont. Wij zijn dan schuldenaren, zoo voegt hij er bij, niet aan het vleesch, om naar het vleesch te leven, want indien gij naar het vleesch leeft, zult gij sterven, maar indien gij de werken des vleesches versterft, zult gij leven.quot; O Moeder van hen, die het waarachtig leven bezitten, maak dat wij volgens het voorbeeld van Jesus leven, opdat wij glorievol met hem mogen verrijzen.

II. In het 2de glorierijke geheim overwegen wij, dat Jesus, veertig dagen na zijne verrijzenis, ten hemel opklimt, om dien te openen voor ieder die zijn voorbeeld wil navolgen.

II. Toen Jesus ten hemel opklom, zeiden de engelen tot zijne leerlingen : „Mannen van Galilea wat staat gij te zien naar

ocr page 125

— 105 —

den hemel ? Deze Jesus die van u ten hemel is opgenomen,zal zoo wederkeeren, als gij hem ten hemel hebt zien opklimmenquot;. Laten wij dan altjjd bereid zijn, vóór Jesus komt om ons te oordeelen op den verschrikkelijken dag van het laatste oordeel. Nu is het nog tijd van barmhartigheid, dan zal het tijd zijn van rechtvaardigiieid. O Allerheiligste Maagd, geef dat wij spoedig, vóór Jesus wederkeert om ons te oordeelen, onze rekening gereed maken, opdat Hij ons op dien verschrikkelijken dag niet ver-oordeele.

III. In het 3de gloi iei ijke geheim overwegen wij, dat Jesus op het Pinksterfeest den Heiligen Geest zendt over de H. Maagd Maria en over de Apostelen, die in de opperzaal vergaderd waren.

III. Toen de H. Geest nederdaalde, waren de Apostelen met de H. Maagd verwijderd van de wereld, en vereenigd in het gebed. Wie den H. Geest wil ontvangen, laat hij zich als het mogelijk is van het ge-druisch der wereld verwijderen en dikwijls eene kleine overweging houden, om te weten wat hij doen en wat hij vluchten moet tot heiliging zijner ziel. Velen gaan verloren omdat zij niet aan de zaak hunner ziel, maar alleen aan de

ocr page 126

— 106 —

zaken der wereld denkeu. O Heilige Maagd, maak dat wij ons verwijderd houden van de ijdele en gevaarlijke gezelschappen der wereld, en dat wij dikwijls aan de alleen groote en noodzakelijke zaak onzer zaligheid denken.

IV. In het 4ile glorierijke geheim overwegen wij , dat de Allerheiligste Maagd sterft, uit enkel liefde tot God, en door de engelen ten hemel wordt opgenomen.

IV. Vele menschen zeggen : als ik op sterven lig dan zal ik eene goede biecht spreken. Wee hun , die het uur des doods afwachten om zich te hekeereu. Dat is het uur niet om zich gereed te maken, dat is het uur om gereed te zijn. ludieu wij nu niet gereed zijn, wij zullen ook dan niet gereed zijn. O Allerheiligste Maagd, geef dat wij dagelijks zoo leven, alsof het de laatste dag van ons leven was ; dan zult gij in uwe liefde ous ook de genade geven van een zaligen dood.

V. In het 5de glorierijke geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd met groote glorie gekroond wordt door de H. Drievuldigheid en zetelt als koningin des hemels en der aarde, als voorspraak dei-zondaren, als hulpg liarer vereerders bij hun leven en bij hnnlïen (lood.

V. Ons leven gaat spoedig voorbij en

ocr page 127

— 107 —

de eeuwigheid nadert. En intusschen overwegen de menschen, wat hun te doen staat om zich rijkdom, aanzien en genoegens te verschaffen ; maar wie denkt er aan , wat hij doen moet om zijn eeuwig-geluk te verzekeren ? Slechts eene zaak is noodzakelijk in deze wereld, dat wij onze ziel zalig maken ; al het andere is ijdelheid der ijdelheden. O Allerheiligste Maagd, reeds is het beste deel van ons leven voorbij gegaan, eu wat hebben wij gedaan, om ous eeuwig geluk te verzekeren ? Geef dat wij in het vervolg zoo zorgeloos niet meer zijn, want als wij onze ziel verliezen, dan is liet gedaan, dan is er geen herstel meer mogelijk.

VOORBEELD.

Toen Pater Bartholomeus Saxate, Dominicaan, in Arragon het woord Gods predikte zag hij een algemeen bekend zondaar. Met groote goedheid spoorde hij hem aan zijne zonden te biechten. Maar de man antwoordde : ik heb geen enkele zonde te biechten. De Pater verwonderde zich bij het hooren van deze woorden, maar hij begreep aanstonds dat de duivel hem den mond sloot en hem belette zijne zonden te openbaren. Wat deed hij? Hij nam hem bij de hand, geleidde hem naar

ocr page 128

— 108 —

de kerk vau de H. Maagd van den Rozenkrans en spoorde hem aan den Rozenkrans met hem te bidden. De H. Maagd verlichtte dezen verharden zondaar en nam de verstoktheid zijns harten weg. Zijne zonden overdenkend werd hij door droefheid en vrees overmeesterd. Hij wierp zich aan de voeten des priesters, biechtte onder vele tranen zijn groote zonden en werd uit de macht der duivelen bevrijd. Als wij moeielijkheid gevoelen in het overwinnen der duivelen om onze zonden oprecht te biechten, laten wij dan onze toevlucht nemen tot de H. Maagd van den Rozenkrans, en zij zal ook aan ons, even als aan zoovele anderen, de genade verleenen om eene goede biecht te spreken en de vergiffenis onzer zonden te verkrijgen.

ocr page 129

GLORIERI IKE GEHEIMEN.

Voor den Parts.

I. In liet 1ste glorieiijko geheim overwegen wij, dat Jesui den derden dag na zijnen dood heerlijk, onsterfelijk en onlijdelijk verrijst.

I. Toen de H. Petrus en de H. Joannes op den dag der verrijzenis hoorden, dat Jesus Christus van den dood was opgestaan, gingen zij beide met groote vreugde om het graf te zien. De H. Joannes ging vooruit, maar hij ging niet in het graf; de H. Petrus kwam later, maar ging het eerst in het graf om het te bezoeken. Waarom ging de H. Petrus het eerst het graf binnen ? De heiligen zeggen , dat het Petrus toekwam het eerst de geheimen van ons heilig Geloof te aanschouwen, te onderzoeken en te prediken, omdat hij de eerste Paus en het hoofd der Kerk was. Hierom ging hij het eerst binnen. O Allerheiligste Maagd, bescherm den Paus, en maak dat wij, hem in alles gehoorzamende, het eeuwig leven bezitten.

ocr page 130

— 110 -

II. In het '2de glorierijke geheim overwegen wij, dat Jesus, veertig dagen na zijne verrijzenis, ten hemel opklimt, om dien te openen voor ieder die zijn voorbeeld wil navolgen.

II. Jesus Christus klom ten hemel op, maar hij liet ons den Paus, zijnplaats-bekleeder achter. Jesus Christus zeide tot den eersten Paus, den H. Petrus: „Wijd mijne lammeren, wijd mijne schapen. U zal ik de sleutelen van het rijk der hemelen geven, en al wat gij op aarde zult binden zal in den hemel gebonden zijn, en al wat gij op aarde zult ontbinden, zal in den hemel ontbonden zijnquot;. O Allerheiligste Maagd, maak dat wij altijd gehoorzamen aan de stem van onzen oppersten herder, opdat Jesus Christus ons den hemel ontsluite.

III. In het 3dc glorierijke geheim overwegen wij, dat Jesus op het Pinksterfeest den Heiligen Geest zendt over de H. Maagd Maria en over de Apostelen, die in de opperzaal vergaderd waren.

III. Toen de H. Petrus den H. Geest ontvangen had, bekeerde hij duizende menschen en zij die hem hoorden ontvingen op wonderbare wijze den H. Geest. Als wij ook den H. Geest willen ontvangen , dan moeten wij de woorden van

ocr page 131

— Ill —

Petrus' opvolger aanhooreu. Hij die den Heiligen Vader hoort, hoort Petrus, en die Petrus hoort, hoort Jesus Christus. O Allerheiligste Maagd, verlicht degenen, die in de schaduw en de duisternis des doods gezeten zjjn, opdat het één schaapstal en één herder worde.

IV. In liet 4(le glorierijke geheim overwegen wij , dat de Allerheiligste Maagd sterft, uit enkel liefde tot God, en door de engelen ten hemel wordt opgenomen.

IV. Noodlottig en verschrikkelijk was altijd de dood van hen, die den Paus vervolgd hadden. Siraou de toovenaar en keizer Nero hadden den eersten Pausvervolgd en zij stierven beide een vreeselijken dood.

De ondervinding heeft altijd hetzelfde bewezen. O Allerheiligste Maagd bewaar ons, om uwen heiligen dood, voor een slechten dood, en bescherm den Heiligen Vader, wiens dood de vijanden der Kerk zoozeer wenschen.

V. In het 5de glorierijke geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd met groote glorie gekroond wordt door de II. Drievuldigheid en zetelt als koningin degt;; hemels en der aarde, als voorspraak dei-zondaren , als hnlpe harer vereerders bij linn leven en bij hunnen dood.

V. O Schutsvrouw der H. Kerk

ocr page 132

— 112 —

richt van den hemel, waar gij heerscht genadig uwe blikken op den Heiligen Vader Paus Leo XIII, die U zoozeer bemint, en die zooveel eer geeft aan den H. Joachim en de H. Anna, uwen vader en uwe moeder, opdat wij, vader en kinderen, U verheerlijken mogen in alle eeuwen der eeuwen.

VOORBEELD.

De geleerde Dominicaan Pacoihèlli verhaalt, dat men te Carcassonne, eene stad van Frankrijk eens een ketter, die door den duivel bezeten was, bij den heiligen Dominicus bracht omdat hij openlijk tegen de vereering van den Allerheiligsten Rozenkrans hot woord voerde. Toen beval de H. Dominicus de duivelen uit naam van God om te belijden, of hetgeen hij omtrent den Rozenkrans leerde waarheid was. Onder luide kreten gaven de duivelen hierop antwoord en zeiden: Hoort o christenen, al wat deze mijn vijand omtrent den Rozenkrans leert is waar. /ij zeiden vervolgens geen macht te hebben tegen degenen, die dienaren der H. Maagd waren, want dat de H. Maagd hun, al waren zij het ook niet waardig, op hun sterfbed te hulp kwam, indien zij haren

ocr page 133

— 113 —

uaam aanriepen. Wij zijn gedwongen, zoo spraken zij, te zeggen dat niemand verloren gaat van degenen, die in de godsvrucht tot den H. Rozenkrans vol-1 harden, omdat de H. Maagd hun een waar berouw over hunne zonden verleent eer zij sterven. Toen beval de H. Dominieus het volk den Rozenkrans te bidden, en terwijl dit geschiedde gingen de duivelen uit in de gedaante van zwarte vlammen, zoodat de man, toen de Rozenkrans geëindigd was, rustig en van den duivel bevrijd was. Dit ziende bekeerden zich velen. Laten wij dan in onze godsvrucht tot den H. Rozenkrans volharden, dan zullen de duivelen geen macht over onze ziel hebben.

8

ocr page 134

BLIJDE GEHEIMEN.

Voor de bekeering der zondaren.

I. In het lste blijde geheim overwegen wij, dat de Aartsengel Gabriel de Allerheiligste Maagd boodschapt, dat zij Moeder van Jesus zal worden, tot redding der menschen.

I. Waarom is Jesus Christus mensch geworden in den maagdelijken schoot van Maria? quot;Waarom is hij in deze wereld gekomen?quot; Hij geeft zelf ten antwoord: „Ik ben niet gekomen om de rechtvaardigen maar om de zondaars te zoeken ?quot; O toevlucht der zondaren laat niet toe dat de menschwording van Christus in uwen maagdelijken schoot voor ons te vergeefsch zij, en red ons, red ook alle zondaren.

II. In het 2de blijde geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd de H. Elisabeth bezoekt en drie maanden in haar huis verblijft.

II. Toen de H. Maagd de woning van de H. Elisabeth binnen kwam, en deze de begroeting van Maria hoorde, gaf de H. Joannes in den schoot zijner

ocr page 135

— 115 —

moeder blijk van eene groote vreugde en op dat zelfde oogenblik werd hij van de erfzonde gezuiverd en geheiligd. O Maria, bezoek ook onze ziel, breng ons Gods genade en red de zondaren, vooral hen, die in onzuiverheid leven, uit hun rampzaligen toestand.

III. In het 3de blijde geheim overwegen wij, dat de H. Maagd Jesus baart in den stal van Bethlehem en hem in eene kribbe nederlegt.

III. Bij de geboorte van Jesus Christus zeide de engel tot de herders: „Vreest niet, want zie, ik verkondig u eene groote vreugde, die voor geheel het volk zal zijn, dat u heden in de stad van David de Verlosser geboren is, die Christus de Heer is.quot; En aanstonds zong eene groote menigte engelen met groote blijdschap: „Eere aan God in den hooge, en op aarde vrede aan de menschen van goeden wil.quot; O Allerheiligste Maagd , maak dat ook heden de engelen den lof van God verkonden, wegens onze bekeering, want, zooals Jesus zegt, is er grooter vreugde bij de engelen over één zondaar die boetvaardigheid doet, dan over negen en negentig rechtvaardigen die geen boetvaardigheid noodig hebben.

ocr page 136

— 116 —

IV. In het 4de blijde geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd, op den dag van hare zuivering, Jesus in den tempel brengt en hem overgeeft in de handen van den grijsaard Simeon.

IV. Toen de H. Maagd het goddelijk Kind in de armen van Simeon overgaf, zeide de heilige grijsaard: „Dit kind, o Maria, zal tot val en tot opstanding zijn van velen in Israël.quot; En Jesus was inderdaad tot opstanding der boetvaardige zondaren, tot val van hen, die in hnnne boosheid volhardden. O Moeder van barmhartigheid, bekeer de harten der zondaren, opdat uw goddelijke zoon ons niet tot val verstrekke, maar tot opstanding en behoud.

V. In het 5de blijde geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd, Jesus verloren hebbend toen hij twaalf jaren oud was, hem na drie dagen met groote blijdschap in den tempel tusschen deleeraren terugvindt.

V. De menschen verliezen hun geld' hunne gezondheid , eene of andere nietsquot; waardige zaak en zij weenen; door hunne zonden verliezen zij Jesus Christus en zij weenen niet, veeleer spotten zij nog. O allerteederste Moeder , heb medelijden met de zondaren, die hunne ziel, den hemel en Jesus Christus verliezen,

ocr page 137

— 117 —

en bij dat alles ongevoelig blijven. Gaarne willen wij alle rampen uit Gods hand aannemen, maar niet die ramp, dat wij Jesus Christus zouden verliezen.

VOORBEELD.

Een zieke was den dood nabij, en viel in groote wanhoop wegens zijn zondig leven. Hjj wilde niet biechten, en zeide tot de priesters, die hem kwamen bezoeken, dat er voor hem geen vergiffenis van zoo groote zonden mogelijk was. Tot zijn geluk kwam toevallig de H. Vincentius Ferreri in die stad. Zoo spoedig als deze hiervan hoorde, ging hij naar het huis van den zondaar en wekte hem tot vertrouwen op. Maar waarom, zoo zeide hij hem, waarom zoudt gij wanhopen, terwijl gij weet, dat Jesus Christus voor de zondaars aan het kruis gestorven is? Op deze woorden van barmhartigheid gaf de zieke in groote gramschap dit verschrikkelijk antwoord: Juist daarom zal ik verworpen worden ten spijt van Jesus Christus. De heilige liet zich door deze schandelijke godslastering niet afschrikken, maar zeide: en gij zult gered worden ten spijt van u zeiven. Zich daarna tot de aanwezigen keerend, beval hij hun

ocr page 138

— 118 —

met hem den Rozenkrans te bidden tot bekeering van den verharden zondaar. Nog was de Rozenkrans niet geëindigd, toen plotseling het huis vervuld werd van allerschitterendst licht, waarin do H. Maagd verscheen, met het goddelijk kind, dat geheel bebloed was, in hare armen. Door dit gezicht ontstelde de ongelukkige zondaar ten hoogste en bekeerde zich. Hij vroeg God en de aanwezigen vergiffenis voor zijne godslasteringen, hij biechtte zijne zonden met groot berouw, en met groot vertrouwen op kwijtschelding en stierf een zaligen dood in de armen van den heilige. Laten wij vooral in omstandigheden van wanhoop, hetzij het ons zei ven , hetzij het anderen betreft, onze toevlucht nemen tot den Rozenkrans want vooral door den Rozenkrans toont Maria zich de toevlucht der zondaren.

ocr page 139

DROEVIGE GEHEIMEN.

Voor de Zielen van het Vagevuur,

I. In het 1ste droevige geheim overwegen wij, dat Jesus Christus, biddend in denhof van Olijven , bloed en water zweet door de droefheid, die hij gevoelde om onze zonden.

I. In den hof van Olijven zeide Jesus tot zijne leerlingen: „Mijne ziel is bedroefd tot den dood.quot; Ook de zielen van het Vagevuur kunnen zeggen: onze ziel is bedroefd tot den dood te midden dezer verschrikkelijke vlammen. Indien het mogelijk was zouden wij duizend maal willen sterven van droefheid. O Allerheiligste Maagd, troosteres der bedroefden , vertroost uwe dochteren, die de zoo smartelijke straffen van het Vagevuur ondergaan.

II. In het 2lt;le droevige geheim overwegen wij, dat Jesus aan den geeselpaal met groote barbaarschheid gegeeseld wordt en over geheel zijn lichaam zijn kostbaar bloed vergiet.

II. Groote smarten verdroeg Jesus Christus bij zijne wreede geeseling; zware stralfen verduren ook de zielen

ocr page 140

— 120 —

van het Vagevuur. Als er medelijden in ons hart woont, laten wij dan eenige versterving voor haar ondergaan. De H. Dominicus deed zich zeiven eiken nacht eene zware kastijding ondergaan voor de zielen in het Vagevuur. Als wij ons geen groote verstervingen kunnen opleggen, laten wij ten minste kleinere voor haar verdragen. Om de wreede geeseling van Jesus, bidden wij U, o Allerheiligste Maagd, dat de rechtvaardigheid Gods moge ophouden haar te straffen en dat hij zich enkel zijner barmhartigheid herinnere.

III. Iti het Bde droevige geheim overwegen wij, dat Jesus Christus, de Koning der glorie, gekroond wordt tot koning van smarten met een kroon van scherpe doornen.

III. Met scherpe doornen werd Jesus Christus gekroond; hoe vele doornen kwellen ook de zielen in het Vagevuur! Laten wij dan dikwijls een kroon van rozen voor haar vlechten, d. w. z. laten wij den Rozenkrans bidden, die volgens de getuigenis der heiligen zooveel ter harer verlossing vermag. O Allerheiligste Maagd, kroon Gij, om de doornenkroning van Jesus, de zielen van het Vagevuur met de kroon der eeuwige heerlijkheid

%

ocr page 141

— 121 —

IV In het 4|le droevige geheim overwegen wij, dat Jesus Christus beladen wordt met den zwaren last van zijn kruis, dat hij draagt tot op den berg Calvarië.

IV. Wij zijn allen verplicht in deze wereld een of ander kruis te dragen; maar allerzwaarst is het kruis der zielen in het Vagevuur. Wie hier zijn kruis, dat licht en gemakkelijk is, met geduld zal gedragen hebben, zal het moeilijk kruisvan het Vagevuur ontgaan. O Allerheiligste Maagd, wisch de tranen weg der afgestorvenen, zooals Veronica de tranen van uwen Jesus gedroogd heeft op den weg zijns kruises.

V. In het 5de droevige geheim overwegen wij, dat Jesus Christus, op den Schedelberg gekomen, dorst heeft aan het kruis, en na een smartelijken doodstrijd van drie uren, sterft uit liefde tot ons; en onder het kruis stond zijne bedroefde Moeder, de Maagd Maria.

V. Somtijds bedrijven wij zonde zonder groote droefheid er over te gevoelen. Maar laten wij den dood van Jesus overwegen , laten wij de verschrikkelijke vlammen van het Vagevuur beschouwen, dan zullen we begrijpen wat de zonde is, waarvoor Jesus stierf, en waarvoor zijne rechtvaardigheid die zielen, die hij

ocr page 142

— 122 —

toch zoozeer bemint, kastijdt. O Maria, wij bidden U, bij den dood van Jesus, neem zijn allerheiligst bloed, neem uwe tranen van droefheid, en blusch daarmede de vlammen van het Vagevuur. En als het uur van onzen dood nadert, kom dan, o Moeder, om ons te troosten om ons spoedig uit dat vreeselijk vuur te verlossen.

Voorbeeld: (Ghefij p. 10, 3.)

De Jezuiet Petrus Basto had groote liefde voor de zielen in het Vagevuur en bad dagelijks den Rozenkrans voor haar. Op zekeren dag echter vergat hij het door de vermoeienis van vele bezigheden en begaf zich ter ruste zonder den Rozenkrans gebeden te hebben. Des nachts kwam een jongeling in schitterend gewaad hem wekken, gaf hem zijnen rozenkrans in de hand en zeide: De zielen van het Vagevuur vragen de aalmoes, welke gij gewoon zijt haar te geven. Hij stond op, en begaf zich in groote droefheid over zijne achteloosheid naar eene Maria-kerk en bad daar den Rozenkrans met groote godsvrucht. Toen hij terugkeerde, zie daar werd hij door roovers overvallen die hem wilden uitschudden en dooden. Maar onbekende

ocr page 143

— 123 —

lieden snelden hem ter hulp, verdreven de roovers en geleidden hem naar huis. Petrus bedankte hen en wilde hun naam vragen; maar op hetzelfde oogenblik waren zij verdwenen. De zielen van het vagevuur hadden hem gered. Laten wij dan met godsvrucht den Eozenkrans bidden. Daardoor zullen wij een dubbel goed werk doen; voor de zielen in het Vagevuur en voor ons zeiven.

ocr page 144

GLORIERIJKE GEHEIMEN.

Voor de vereering van het Allerheiligst Sacrament.

I. In het Istc glorierijke geheim overwegen wij, dat Jesus den derden dag na zijnen dood heerlijk, onsterfelijk en onlijdelijk verrijst.

I. Eet van de vrucht, en gij zult niet sterven, zeide het helsch serpent tot Eva. De ongelukkige gelsofde hem, at van de vrucht en stierf. Maar als wij de gezegende vrucht der Maagd Maria, als wij de H. Communie ontvangen , zullen wij niet sterven, want er staat geschreven: „Wie dit brood eet zal in eeuwigheid levenquot;. O Jesus, in het Allerheiligst Sacrament verborgen, geef ons, door de bemiddeling der Allerheiligste Maagd, het waarachtig, eeuwig leven.

II. In het 2de glorierijke geheim overwegen wij, dat Jesus, veertig dagen na zijne verrijzenis, ten hemel opklimt, om dien te openen voor ieder die zijn voorbeeld wil navolgen.

II. Jesus klom ten hemel op, maar hij liet ons niet als wezen achter, want

ocr page 145

— 125 —

hij gaf ons het Allerheiligst Sacrament, dat de hemel dezer aarde is, omdat de Koning des hemels er verblijft. Welk groot vertrouwen moeten wij dan niet hebben in dit ontzachelijk geheim, dat het onderpand is van onze toekomstige verheerlijking. O Jesus, in het H. Sacrament verborgen, geef ons door uwe heilige Moeder, dat wij tot U naderen mogen, dat wij U eenmaal van aanschijn tot aanschijn in den hemel aanschouwen.

UI. In het 3'lfi glorierijke geheim overwegen wij, dat Jesus op het Pinksterfeest den Heiligen Geest zendt over de II. Maagd Maria en over de Apostelen, die in de opperzaal vergaderd waren.

III. quot;Wie de gaven van den Heiligen Geest wil ontvangen moet in goede gesteltenis tot het H. Sacrament des Altaars naderen; want daar zal hij alle de genaden van den H. Geest ontvangen. Welke gave toch zou kunnen geweigerd worden aan hem, die de oneindige schoonheid, de hoogste schat, die Jesus Christus in het hart draagt? O Heilige Geest, geef ons door de bemiddeling der Allerheiligste Maagd, Uwe Bruid, dat wij dit groot geheim in

ocr page 146

— 126 —

goede gesteltenis der ziel ontvangen, en zoo alle uwe rijke gaven waardig worden.

IV. In het 4iJe glorierijke geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd, sterft, uit enkel liefde tot God, en dooide engelen ten hemel wordt opgenomen.

IV. De vrienden der wereld vluchten het sterfbed, maar Jesus Christus vlucht daar niet. Hij, die onze ware vriend is, zal ons daar niet verlaten, maar zelf zal Hij komen om zijn stervenden vriend te troosten, hetzij in Zijn paleis, hetzij in Zijne schamele hut; zoo min als in zijn leven, zal Hij hem aan zich zeiven overlaten bij den dood. O Jesus. Gij die de ware vriend der zielen zijt, wij bidden U, om den heiligen dood van Maria, kom ons bezoeken, helpen en troosten in het uur van onzen dood.

V. In het Stte glorierijke geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd met groote glorie gekroond wordt door de H. Drievuldigheid en zetelt als koningin des hemels en der aarde, als voorspraak der zondaren, als hulpe harer vereerders bij hun leven en bij hunnen dood.

V. Eva at van de verboden vrucht en bracht ons den dood. De Allerheiligste Maagd gaf ons de vrucht des levens, Jesus Christus, in het H. Sa-

ocr page 147

— 127 —

crament, en bracht ons het eeuwig leven. Wees dan gedankt, o verheerlijkte Koningin des hemels en toon ons na deze ballingschap Jesus Christus, de gezegende vrucht uws lichaam s.

VOORBEELD.

De Jezuiet P. Martinus Dominicus, missionaris van Indië, had groote godsvrucht tot den Allerheiligsten Eozen-krans, en liet, ofschoon hij vele bezigheden had, geen dag voorbijgaan zonder hem geheel te bidden. Als hij iemand ontmoette die in zeer groote zonden verstrikt was, legde hij als penitentie den Rozenkrans op, zeggend dat zij daarna zouden terugkeeren om de H. Absolutie te ontvangen. Zij keerden dan aanstonds terug; maar zoozeer veranderd en met zulk een krachtig voornemen om hun leven te verbeteren, dat hij niet veel meer behoefde te doen om hen geheel en al te bekeeren; want dan zeiden zij zeiven, dat de H. Maagd hen gezonden had om te biechten. De vele vruchten, die hij door den Eo-zenkrans in Europa verkregen had, brachten hem er toe, zich een groot aantal rozenkranzen te verschaffen om die naar Indië te brengen en daar zoo-

ocr page 148

— 128 —

veel hij vermocht deze godsvrucht te verbreiden. Voor zich zeiven verkreeg hij van de H. Maagd zoo groote gave van zuiverheid, dat hij te midden der grootste gevaren nooit ook maar in de geringste zonde tegen de heilige deugd vervallen is. Trachten wij dan ook, ieder in onzen staat en naar ons vermogen, de godsvrucht van den Rozenkrans te verbreiden, want daardoor zullen wij zoowel ons eigen geluk als dat van anderen bewerken, en ons zeiven de heerlijkste gaven der H. Maagd waardig maken.

ocr page 149

BLIJDE GEHEIMEN.

Om de H. deugd van zuiverheid te verkrijgen.

I. In het lste blijde geheim overwegen wij, dat de Aartsengel Gabriël de Allerheiligste Maagd boodschapt, dat zij de Moeder van .lesus zal worden, tot redding der menschen.

I. Hoe schoon is de deugd van zuiverheid, en vooral de maagdelijkheid. De H. Maagd wilde liever de moeder Gods niet worden, dan hare maagdelijkheid verliezen. Ook de H. Ursula met hare elfduizend maagden verkozen allen een smartelijken marteldood boven het verlies harer maagdelijkheid. O welk oen schouwspel, dit maagdelijk bloed te zien vloeien ! Maar helaas! ook zijn er menschen, die voor weinige stuivers hun deugd, hun eer, hun ziel, den hemel en God zei ven verkoopen! O Koningin der maagden, geef dat wij ieder in onzen staat de zuiverheid van ziel en van hart beoefenen.

II. In het 2de blijde geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd de H. Elisabeth bezoekt en drie maanden in haar huis verblijft.

II. De H. Maagd ging een heilig huis

9

ocr page 150

— 130 —

bezoeken, waar zij zeker geen enkel gevaar zou aantreffen. Wie de schat der maagdelijkheid en de zuiverheid des harten wil bewaren, dat hij zich in geen gevaarlijke gezelschappen begeve, en dat hij de gelegenheid van zonde vluehte; anders is het onmogelijk de zuiverheid te bewaren. „Wie het gevaar bemint zal er in omkomenquot;. O Allerheiligste Maagd, om uw heilig bezoek bij de H. Elizabeth, bidden wij U,geef dat onze omgang, dat onze gesprekken heilig zijn, dat wij alle onnutte bezoeken j en gevaarlijke gezelschappen vermijden.

III. In het 3Je blijde geheim overwegen wij, dat de H. Maagd Jesus baart in den stal van Bethlehem en hem in eene kribbe nederlegt.

III. De engelen zongen bij de geboorte van Jesus Christus; maar ook de maagden zegt de H. Apostel Joannes, volgen het goddelijk lam 3n zingen, en niemand anders kan het lied der maagden zingen. Zoo verheven is het! Laten wij ook den lof van Maria en van Jesus zingen. Laten wij toch nooit oneerbare liederen zingen , of onze tong bezoedelen door het spreken van slechte woorden. O Allerheiligste Maagd, als wij het geluk niet meer hebben kunnen

ocr page 151

— 131 —

met U het heerlijk lied der maagden te zingen, geef ten minste dat wij het eens hooren zingen in den hemel.

I\'. In liet ■■i'l'' blijde geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd, op den dag van hare zuivering, Jesus in den tempel brengt en hem overgeeft in de handen van den grijsaard Simeon.

IV. Door hare groote nederigheid wilde de zuiverste der maagden op den dag van hare zuivering gelijk schijnen aan andere vrouwen. Wie de heilige deugd van zuiverheid wil bewaren, moet nederig van harte zijn, want dikwijls is de onzuiverheid de straf der hoovaar-digheid. Laten wij ook dikwijls, evenals de H. Simeon, het goddelijk kind niet slechts in onze armen, maar hij de H. Communie, in ons hart ontvangen. O Allerheiligste Maagd, wij wijden ons lichaam, onze ziel, ons hart U toe; bewaar ons voor alle onzuiverheid.

V. In het 5de blijde geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd, Jesus verloren hebbend toen hij twaalf jaren oud was, hem na drie dagen met groote blijdschap, in den tempel tusschen de leeraren terugvindt.

V. De H. Maagd was grootelijks bedroefd toen zij Jesus Christus verloren

ocr page 152

— 132 —

had. Maar indien het nog mogelijk was, zoude zij ook wel willen weenen, als eene maagd door de zonde hare maagdelijkheid verliest; want dan verliest zij Jesus Christus, bezoedelt zijnen tempel en verstoot hem uit haar hart. Als wij het ongeluk gehad hebben de H. Maagd die droefheid aan te doen, laten wij haar dan nu weer door onze bekeeriug vertroosten, laten wij dan ook, gelijk Maria Magdalena, ons aan de voeten van Jesus nederwerpen, en hij zal ons die zoete woorden toevoegen: uwe zonden zijn u vergeven. O Allerheiligste Maagd, wasch onze ziel meer en meer van alle vlekken, zuiver haar in het bloed van Jesus, en als wij in zonde gevallen zijn, maak ten minste dat wij niet in zonde sterven.

VOOUHEKLÜ: Cholera '1885.

In de maand October 1885, toen de cholera te Napels heerschte, schreef de rechtsgeleerde Josef, Aurelius Peccoraro het volgende in de Osservatore Cattolico : „In den nacht van den tienden October overvielen mij de vreeselijke smarten der cholera. Ondragelijke pijnen leed ik in de ingewanden en in de beenen, en eene hevige braking overviel mij. Het

ocr page 153

— 133 —

was diep in den nacht en al mijne huis-genooten waren in slaap. Om hun geen plotselinge schrik aan te doen streed ik een uur lang tegen deze smarten. Doch ze niet langer kunnende verdragen schelde ik en riep om hulp. Men snelde toe en bevond dat mijne voeten en beenen reeds koud waren. Aanstonds begon men mij met wollen doeken te wrijven en gaf mij geneesmiddelen. Mijn vader, die geneesheer is en reeds meer dan twee honderd choleralijders behandeld had, schreef nog meer geneesmiddelen voor, die ik om het half uur moest gebruiken. De huisgenooten verkeerden in de grootste spanning. Maar terwijl zjj de Litanie der H. Maagd baden, riep ik met al de krachten mijner ziel, de Allerheiligste Maagd van den Rozenkrans aan, en hield ik haren Rozenkrans op mijn borst, onder de belofte, deze zoo schoone godsvrucht te zullen verbreiden, indien zij mij de genade verleende spoedig van deze verschrikkelijke ziekte verlost te worden. En zie, aanstonds begon mijn lichaam weder warm te worden, terwijl ik toen met nog grooter vertrouwen Maria van den Rozenkrans aanriep. Ik wilde toen geen geneesmiddelen meer innemen, omdat mijn hart mij zeide, dat ik die

ocr page 154

— 134 —

groote genade van de H. Maagd alleen verkrijgen zou. Mijne huisgenooten drongen er op aan, dat ik meer geneesmiddelen zou nemen, doch daar ik wist dat er geen bepaalde geneeswijze voor de cholera bestaat, en dat de geheimzinnige aard der ziekte duidelijk te kennen geeft, dat God den mensch rechtvaardig met haar straffen wil, bad ik hen mij met rust te laten. Vóór den morgen was ik reeds volkomen genezen. Ziedaar dan wat er geschied is. Ik laat de beoordeeling aan anderen. Ik voor mij, zonder te vreezen voor den spot der goddeloozen, zeg openlijk : het is wonder. En dit zegt ook mijn vader, die sinds veertig jaar in meerdere ziekenhuizen geneesheer geweest is.quot; Welaan dan, mijne broeders, laten wij in eiken nood onze toevlucht nemen tot de Allerheiligste Maagd van den Rozenkrans, doch laten wij vooral tot haar gaan om genezen te worden van de ziekten onzer ziel, van onzuiverheid en van alle zonde.

ocr page 155

DROEVIGE GEHEIMEN.

Voor de stervenden.

I. In het 1ste droevige geheim overwegen wij, dat Jesus Christus, biddend in den hof van Olijven, bloed en water zweet door de droefheid, die hij gevoelde om onze zonden.

I. In den hof van Gethsemani geraakte Jesus Christus in doodstrijd. Wij zullen ook eens in doodstrijd komen. O hoe verschrikkelijk is dat uur van den doodstrijd! Van dat uur hangt de geheele eeuwigheid af. Over de geheele wereld sterven dagelijks meer dan tachtig duizend menschen. Het is dus wel zeer noodig dat wij voor die zielen bidden. O troo-steresse der bedroefden, help ons in onzen doodstrijd, en kom ook de zielen te hulp van al degenen, die op dezen dag sterven over de geheele wereld.

II. In het '2de droevige geheim overwegen wij , dat Jesus aan den geeselpaal met groote barbaarschheid gegeeseld wordt en over geheel zijn lichaam zijn kostbaar bloed vergiet.

II. O in hoeveel smarten bevinden zich de stervenden! Van den eenen kant worden zij gekweld door de smarten der ziekte, van den anderen kant door de

ocr page 156

— 136 —

duivelen en de bekoringen ; te gelijker tijd door den schrik voor den dood,en de vrees voor het oordeel. Laten wij nu toch die goede werken verrichten, welke wij in dat uur zullen wenschen verricht te hebben. O Allerheiligste Maagd, help ons de zonde te vluchten, en nu zóó te leven, dat onze vrees niet zoo groot zij in het uur des doods. Verlos ook de stervenden uit alle gevaren.

III. In liet 3de droevige geheim overwegen wij, dat Jesus Christus, de Koning der glorie, gekroond wordt tot koning van smarten met een kroon van scherpe doornen.

III. De knagingen van het geweten zullen ons in het uur des doods als scherpe doornen zijn. Ons'geweten zal ons dau de zonden doen zien, die wij bedreven hebben, het goede dat wij achtergelaten hebben, de genaden die wij veracht hebben. O wat smartelijke doornen! O Moeder, haast u cm uwe stervende kinderen te hulp te snellen, en verander hun die kroon van doornen, in eene kroon van hemelsche heerlijkheid.

IY. In het 4''e droevige geheim overwegen wij, dat Jesus Christus beladen wordt met den zwaren last van zijn kruis, dat hij draagt tot op den berg Calvarië.

IV. De H. Maagd ging Jesus op den

ocr page 157

— 137 —

weg zijns kruises te gemoet, en was bij zijnen doodstrijd tegenwoordig. Wij ook, o Moeder, wij verwachten U, als het uur van onzen dood zal naderen. Geef ons de genade om het zware kruis van den doodstrijd naar Gods wil te dragen, en evenals Veronica kwam om Jesus tranen te drogen, kom Gij ook zoo om ons te troosten.

V. In het 5d|3 droevige geheim overwegen wij, dat Jesus Christus, op den Schedelberg gekomen, dorst heeft aan het kruis, en na een smartelijken doodstrijd van drie uren, sterft uit liefde tot ons; en onder het kruis stond zijne bedroefde Moeder, de Maagd Maria.

V. Toen Jesus in doodstrijd gekomen was, zeide hij tot zijne Moeder : „Vrouw, ziedaar uwen zoonen daarna zeide hij tot Joannes: „zie uwe moeder.quot; O bedroefde Moeder, herinner u dat Jesus U in het uur van zijnen dood ons tot moeder gegeven heeft. Help ons dan als een moeder nu, maar vooral in het uur van onzen dood, en kom dan om onze ziel, die het lichaam verlaat, in uwe moederlijke armen te ontvangen.

VOORBEELD.

In het jaar 1868 stierf in het klooster van den H. Maximinus in Frankrijk

ocr page 158

— 138 —

de jeugdige Dominicaan Ludovicus Bramante. Hij had groote liefde tot de H. Maagd en verdroeg de smarten zijner langdurige ziekte met bewonderenswaardig geduld. Zoolang hij kon bad hij den Rozenkrans met voorbeeldige godsvrucht, en uit den eigenaar-digen klank van zijn stem bleek zijne groote liefde voor de H. Maagd. In zijne ziekte wenschte hij de voorlezing te hooren uit een of ander Mariaboek, vooral uit het boek van den H. Al-phonsus. Dan zeide hij dikwijls: O mijn Vader, ik hoop dat de H. Maagd mij in het uur van mijnen dood zal komen vertroosten, ik hoop haar te zien, alvorens te sterven. Gedurende zijne ziekte bewaarde hij altijd den Rozenkrans bij zich op zijn ziekbed. Eindelijk kwam het gelukkig uur van zijnen dood, en weinige oogenblikken voor hij den geest gaf, riep hij met krachtige stem ; O hoe gelukkig is het in het uur van sterven de H. Maagd gediend te hebben! O hoe zoet is het in de liefde van de H. Maagd te sterven! O Allerheiligste Maagd , mijne hoop, gij zult mij redden! O Allerheiligste Maagd , mijne hoop, gij zult mij redden! en daarna herhaalde hij tien of twaalf maal diezelfde laatste

ocr page 159

— 139 —

woorden, ontsliep zacht in den Heer, en gaf, naar ik vertrouw, zijne ziel over in de moederlijke armen van Maria, die hij beminde. Gelukkig dan het leven, maar nog gelukkiger de dood van hem die de H. Maagd Maria en den heiligen Rozenkrans bemint zooals deze jongeling.

ocr page 160

GLORIERIJKE GEHEIMEN.

I. In het dste glorierijke geheim overwegen wij, dat Jesus den derden dag na zijnen dood heerlijk, onsterfelijk en onlijdelijk verrijst.

I. De Allerheiligste Rozenkrans is de opstanding der dooden. Door middel van den Rozenkrans deed de H. Ludovicus de gestorvenen tot het leven terugkeeren. Om dan met Jesus Christus tot een nieuw leven te verrijzen, moeten wij de zonde vluchten, die de dood der ziel is, en dan zal de Rozenkrans ons het eeuwig leven aanbrengen. O Allerheiligste Maagd, moeder van het waarachtig leven, verlos ons van den eeuwigen dood.

II. In het 2de glorierijke geheim overwegen wij, dat Jesus, veertig dagen na zijne verrijzenis, ten hemel opklimt, o'n dien te openen voor ieder die zijn voorbeeld wil navolgen.

II. Ons leven is als eene schaduw die snel voorbij gaat. Laten wij dan de hemelsche dingen beminnen en niet wat van deze wereld is. O Allerheiligste Maagd, onthecht ons hart en verwijder van ons alle ongeregelde neigingen tot

ocr page 161

— 141 —

het aardsche, eer de naderende dood er ons met geweld aan ontrukt.

III. In het Sde glorierijke geheim overwegen wij, dat Jesus op het Pinksterfeest den Heiligen Geest zendt over de H. Maagd Maria en over de Apostelen, die in de opperzaal vergaderd waren.

III. De H. Geest bezoekt de nederigen, zooals de H. Schrift zegt, maar tot de hoovaardigen komt hij niet. Sommige schrijvers zeggen dat de H. Maagd op de laatste plaats gezeten was, toen de H. Geest over de Apostelen nederdaalde. O Allernederigste Maagd, geef dat ik de nederigheid bemhme eu in beoefening brenge, opdat ik de gaven van den H. Geest moge ontvangen.

IV. In het 411'-' glorierijke geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd sterft, uit enkele liefde tot God, en dooide engelen ten hemel wordt opgenomen.

IV. De heilige Stanislaus stierf met zijn Rozenkrans iu de hand. Eeüige bezoekers zeiden tot hem: Waartoe dient u nog uw Rozenkrans, nu gij hem toch niet meer kunt bidden? Toen zeide de heilige jongeling: Het is een zwijgende godsvrucht tot de H. Maagd, en deze

ocr page 162

- 142 —

is voldoende om mij te troosten. O Allerheiligste Maagd, geef dat wij sterven in de liefde tot U en tot uwen Rozenkrans.

V. In het 5de glorierijke geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd met groote glorie gekroond wordt door de H. Drievuldigheid en zetelt als koningin der aarde, als voorspraak der zondaren, als hulpe harer vereerders bij hun leven en hij hunnen dood.

V. De overweging over den hemel strekt tot grooten troost en moed aan de ongelukkige kinderen van Eva. En hoe zouden wij ons dan ook niet getroost gevoelen bij de beschouwing van onze allerzoetste Moeder en van zoovele heilige broeders, die ons in den hemel wachten? waarom zouden wij al te vreesachtig zijn? Binnen weinig tijds komt het einde van deze wereld, daar in den hemel wacht mij mijne Moeder, zou ik dan mijne moeilijkheden niet met geduld trachten te dragen ? O Koningin der heiligen, geef dat wij ook eens medegerekend worden met U en met Jesus Christus, onder het getal van zoo vele gelukkigen.

ocr page 163

— 143 —

VOORBEELD.

Eene godvruchtige jonge dochter huwde met een man, die rijk bedeeld was van de goederen der fortuin, maar arm aan geestelijke gaven, door zijn onge-! regeld en zondig leven. De ongelukkige vrouw begreep zeer goed, dat haar echtgenoot groot gevaar liep, eeuwig verloren te gaan, en daarom ging zij tot den H. Dominicus om raad te vragen. De heilige zeide haar dat zij met veel godsvrucht den Kozenkrans moest bidden, en dat zij dan zeker de gunst zou verkrijgen , die zij vroeg. Aanstonds begon de deugdzame vrouw dezen raad te volgen. Reeds den eerstvolgenden nacht toonde de H. Maagd aan haren echtgenoot in zijn slaap zoo duidelijk de straffen der hel, dat hij met de levendigste !■ voorstelling van dat vreeselgk vuur ontwaakte. Hij begon van het hoofd tot de voeten te beven, en uit schrik voor het groot gevaar, waarin hij verkeerde, ging hij zich nederwerpen aan de voeten van den heiligen Dominicus. Hij biechtte zijne zonden met groot berouw, liet zich inschrijven in het broederschap van den Rozenkrans, en bracht het vervolg van zijn leven zeer deugdzaam

ocr page 164

— 144 —

door. Laten dan zij , die verplicht zijn met driftige of ongodsdienstige ouders of echtgenooten te leven, in plaats van hun geduld te verliezen en te morren tegen de Goddelijke voorzienigheid, met groot vertrouwen en met volharding hun toevlucht nemen tot den Rozenkrans, en zij zullen hun doel bereiken.

ocr page 165

BLIJDE GEHEIMEN.

I. In het 1ste blijde geheim overwegen wij, dat de Aartsengel Gabriël de Allerheiligste Maagd boodschapt, dat zij Moeder van Jesus zal worden, tot redding der menschen.

I. Wees gegroet, Maria, zeide de Aartsengel bij zijn komst tot de H. Maagd. Wees gegroet, Maria, dat zeggen ook wij zoo dikwijls bij het bidden van den Rozenkrans. O hoe zoet is die uaam voor hem, die Maria bemint! Een kind verveelt het niet duizendmaal daags zijne moeder te roepen, omdat het haar bemint. Maar er is geen moedernaam, zoo schoon, zoo zoet als die van Maria. Laat het ons dan niet zwaar vallen dien beminnelijkeii naam dikwijls te noemen, vooral bij het bidden van den Rozenkrans. 0 Allerheiligste Maagd, help ons uwen naam, Maria, noemen in gevaren, in droefheid en vreugd, bij het leven en bij den dood.

II. In het 2lt;le blijde geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd de H. Elisabeth bezoekt en drie maanden in haar huis verblijft.

II. Toen de Allerheiligste Maagd hare

10

ocr page 166

— 146 —

nicht Elisabeth bezocht zeide zij: „Hij die machtig is, heeft groote dingen aan mij gedaan.quot; Het zou misschien iemand kunnen toeschijnen, dat deze woorden met de nederigheid in strijd waren. Maar het is niet strijdig met de nederigheid, als wij de gaven, die God ons geeft, erkennen. Het zou veeleer ondankbaar zijn, die niet te erkennen; en wij zouden ook geen vordering maken in de deugd, als wij geen acht sloegen op de gunsten , die God ons bewijst. O Allerheiligste Maagd, geef dat wij de genaden en de gunsten Gods erkennen, en dat wij in het vervolg niet meer ondankbaar zijn.

III. In het 3do blijde geheim overwegen wij, dat de H. Maagd Jesus baart in den stal van Bethlehem en hem in eene kribbe nederlegt.

III. Jesus werd geboren in den stal, omdat er, zooals het H. Evangelie zegt, geen plaats voor den heiligen Joseph en voor de H. Maagd was in de herberg. O hoeveel malen wilde Jesus in ons hart komen, doch hij vond geen plaats. Wij hebben wel plaats in ons hart om de rijkdommen, de genoegens, de ijdelheden

ocr page 167

— 147 —

der wereld te beminnen, maar wij hebben geen plaats voor Jesus Christus. O Allerheiligste Maagd, neem gij uit ons hart alle ongeregelde liefde voor de schepselen weg, jopdat Jesus er plaats moge vinden.

IV. In het 4(ie blijde geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd op den dag van hare zuivering, Jesus in den tempel brengt en hem overgeeft in de handen van den grijsaard Simeon.

IV. Toen Jesus in den tempel kwam vond hij slechts twee hoog bejaarde personen , die hem als den Messias erkenden; den heiligen Simeon en de heilige Anna, die vierentachtig jaar oud was. Veeltijds is dat nu ook nog zoo. Jesus vindt slechts bejaarde lieden voor het H. Sacrament. Men zegt: ik zal ter kerke gaan, ik zal tot de H. H. Sacramenten naderen, als ik oud zal geworden zijn. Maar wie verzekert den mensch, dat hij oud zal worden ? hoe velen sterven niet op jeugdigen leeftijd! En hoe schandelijk is het alleen het laatste deel zijns leven aan God te willen geven, en het schoonste aan den duivel! O Allerheiligste Maagd, geef dat wij God nu dienen voor de tijd komt, waarin onze dienst hem niet aangenaam meer zal zijn.

ocr page 168

— 148 —

V. In het 5dc blijde geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd, Jesus verloren hebbend toen hij twaalf jaren oud was, hern na drie dagen met groote blijdschap in den tempel tusschen de leeraren terugvindt.

V. Groot was de vreugde der Allerheiligste Maagd toen zij Jesus vond. Groot is ook de vreugde van Jesus Christus als hij eene verloren zondige ziel terugvindt. In den hemel zelfs smaken de engelen meer vreugde over één zondaar die boetvaardigheid doet, dan over negen-en-negentig rechtvaardigen, die geene boetvaardigheid noodig hebben. O toevlucht der zondaren, geef dat wij Jesus Christus door ware boetvaardigheid terug vinden, en dat wij hem in het vervolg niet meer verliezen.

VOORBEELD.

Eene vrouw wordt door den Rozenkrans cjenezen. Te Barcelona leefde eene vrouw die door lamheid bezocht werd. Doch daar zij groote godsvrucht voor den Rozenkrans had, bad zij dezen daags voor Maria-Zuivering meerdere malen om genezen te worden, indien het God mocht behagen. Den volgenden morgen kleedde zij zich, en liet zich naar de kerk der

ocr page 169

— 149 —

Dominicanen brengen in de kapel van den Eozenkrans. Daar gekomen richtte zij zich aanstonds tot de H. Maagd en zeide: O Moeder van God en mijne Meesteresse, op wie ik naast God al mjjn vertrouwen stel, zie met hoeveel moeite ik U hier kom bezoeken; ik zal deze plaats niet verlaten zoolang ik niet genezen word, en ik zal niet anders dan op mijne voeten naar huis terugkeeren. Zoodra zij op deze wijze gebeden had, werd zij genezen, tot groote verwondering der aanwezigen, die allen hierdoor tot bijzondere vereering van den Eozenkrans werden opgewekt. Laten wij dan in elke geestelijke ziekte onze toevlucht nemen tot den Rozenkrans, want zij, die door de H. Kerk, de genezing der zieken genoemd wordt, zal zeker de wonden onzer ziel genezen.

ocr page 170

DROEVIGE GEHEIMEN.

I. In het lste droevige geheim overwegen wij, dat Jesus Christus, biddend in den hof van Olijven, bloed en water zweet door de droefheid, die hij gevoelde om onze zonden.

I. Indien de menschen uit geheel hun hart spraken, zooals Jesus Christus in den hof van Olijven: „Vader, niet mijn, maar Uw wil geschiede,quot; dan zouden zij altijd gelukkig en tevreden zijn. Alle ontevredenheid en alle verdriet komt daaruit voort, dat wij onzen wil en niet den wil van God wenschen te volgen. O Allerheiligste Maagd , geef ons de genade, dat wij altijd vrede nemen met den wil van God.

II. In het 2de droevige geheim overwegen wij, dat Jesus aan den geeselpaal met groote barbaarschheid gegeeseld wordt en over geheel zijn lichaam zijn kostbaar bloed vergiet.

II. Veel verdroeg Jesus Christus bij zijne wreede geeseling. Zoo verdragen de menschen ook veel om de wereld, om den duivel, maar om Jesus Christus willen zij niets verdragen. Laten wij eens overwegen of we in staat zullen

ocr page 171

— 151 —

zijn de vreeselijke straffen van de hel te verdragen. O mijn Jesus, ik wil in het vervolg met den heiligen Augustinus zeggen: „Brand en snijd mij hier, het is genoeg indien gij mij spaart in eeuwigheid.quot;

III. In het 3de droevige geheim overwegen wij, dat Jesus Christus, de Koning der glorie, gekroond wordt tot koning van smarten met een kroon van scherpe doornen.

III. De H. Roza, Dominicanesse, die groote liefde voor den Rozenkrans had, droeg, om Jesus Christus na te volgen, eene kroon van spijkers vervaardigd om het hoofd. Wij kunnen zoo buitengewone verstervingen niet verduren; maar indien God ons eene of andere beproeving of moeilijkheid overzendt, laten wij die dan dragen met moed, want hij zendt ons hierom alleen doornen, om ons in den hemel voor eeuwig eene kroon van heerlijkheid te geven. O Allerheiligste Maagd, geef mij groot berouw over mijne zonden en de genade om uwen zoon niet weer met doornen te kronen.

IV. In het ilt;ic droevige geheim overwegen wij, dat Jesus Christus beladen wordt met den zwaren la^t van zijn kruis, dat hij draagt tot op den berg Calvarië.

IV. De II. Petrus Dominicaah, werd

ocr page 172

— 152 —

in de gevangenis geworpen, en hij beklaagde zich bij Jesus Christus, zeggend: Welk kwaad heb ik gedaan? Waarom werpt men mij onrechtvaardig in de gevangenis? Toen verscheen hem Jesus Christus, beladen met zijn kruis, en zeide tot hem : En ik, Petrus, welk kwaad heb ik gedaan? Waarom heeft men mij met het kruis beladen? O Allerheiligste Maagd, help ons dikwijls het kruis en het lijden van Jesus te overwegen, dan zullen wij ons over ons kruis niet beklagen.

V. In het 5de droevige geheim overwegen wij, dat Jesus Christus op den Schcdelberg gokomen, dorst heeft aan het kruis, en na een smartelijken doodstrijd van drie uren, sterft uit liefde tot ons; en onder het kruis stond zijne bedroefde Moeder, do Maagd Maria.

V. De goede en de slechte moordenaar stierven beiden aan het kruis; maar hetzelfde kruis bracht den eene in den hemel, den andere in de hel. Waarom dat ? Omdat de een zijn kruis droeg met geduld om wille van God, en de ander met ongeduld om wille van den duivel. Als wij dan goedschiks of kwaadschiks toch verplicht zijn ons kruis te dragen, laten wij het ten minste om

ocr page 173

— 153 —

wille van Jesus Christus doen. O Maria, wij verbergen ons hart in de doorstoken zijde van Jesus, in Uw droevig harte; daar willen wij rusten nu en in eeuwigheid.

VOORBEELD.

In Holland leefde een echtpaar, dat groote liefde had voor den Rozenkrans, en hem eiken dag met groote godsvrucht bad. Deze menschen hadden een jeugdig kind, dat zij met groote liefde beminden. Op zekeren dag speelde het kind met anderen in de nabijheid van eene rivier, had het ongeluk er in te vallen, en verdronk. Onmogelijk is het te beschrijven, hoe groot de droefheid dezer ouders was, toen zij hoorden wat er was voorgevallen. Zij haastten zich naar de plaats van het ongeluk en droegen het kind onder veel tranen en zuchten naar hunne woning. In deze droefheid namen zij hun toevlucht tot den Allerheiligsten Rozenkrans, en onder vurige gebeden beloofden zij de H. Maagd, haar het kind te zullen toewijden , indien zij het weder opwekte, en te zullen zorgen, dat het geheel zijn leven den Rozenkrans bidden zou. De Moeder van Barmhartigheid verhoorde hen op het-

ocr page 174

— 154 —

zelfde oogenblik, want tot groote verwondering van allen, die gezien hadden, dat het kind gestorven was, ontvingen zij het in volkqmene gezondheid terug. De knaap begon aanstonds groote liefde voor den Rozenkrans te koesteren, en verhaalde aan een ieder dat hij door de macht van den Rozenkrans weder tot het leven was opgewekt. O hoevele ouders zouden geestelijker wijze hunne ongodsdienstige kinderen tot hot leven terug roepen, als zij meer godsvrucht hadden voor den Rozenkrans van Maria.

ocr page 175

GLORIERIJKE GEHEIMEN.

I. In het 1ste glorierijke geheim overwegen wij, dat Jesus den derden dag na zijnen dood heerlijk, onsterfelijk en onlijdelijk verrijst.

I. De ziel is het leven van ons lichaam, en de genade Gods is het leven onzer ziel. Gij, mijne ziel, die het waarachtig leven, de genade Gods, verloren hebt, neem den Rozenkrans der Allerheiligste Maagd Maria, en gij zult de genade Gods, die uw leven is, terug vinden. O Moeder van het waarachtig leven, wek onze ziel weder tot het leven op, en bevrijd haar van den eeuwigen dood.

II. In het 2lt;le glorierijke geheim overwegen wij, dat Jesus, veertig dagen na zijne verrijzenis, ten hemel opklimt, om dien te openen voor ieder die zijn voorbeeld wil navolgen.

II. Jesus ging naar den hemel om daar voor u een plaats te bereiden. Waarom dan, o mensch, verheft gij niet dikwijls uw hart ten hemel, waar uw vaderland is ? God heeft den mensch geschapen met het hoofd opziende ten hemel, opdat bij zich herinneren zou,

ocr page 176

— 156 —

dat de hemel de plaats zijner bestemming, zijn vaderland is. O Allerheiligste Maagd, maak dat wij de dingen dezer wereld, die zoo snel voorbijgaan, verachten, en dat wij de hemelsche zaken, die eeuwig duren, boven alles beminnen.

III. In het 3Je glorierijke geheim overwegen wij, dat Jesus op het Pinksterfeest den Heiligen Geest zendt over de H. Maagd Maria en over de Apostelen, die in de opperzaal vergaderd waren.

III. De H. Geest verlangt zijn intrek in ons hart te nemen. Hoeveel maal zegt hij ons niet eene gevaarlijke gelegenheid, of de zonde te verlaten, maar dau sluiten wij de deur van ons hart, dan zijn wij doof en willen niet hooren. O Bruid van den H. Geest, geef dat wij altijd naar zijne stem hooren en die volgen, en dat wij hem nooit den toegang tot ons hart ontzeggen.

IV. In het 4de glorierijke geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd sterft, uit enkele liefde tot God, en dooide engelen ten hemel wordt opgenomen.

IV. Vele menschen hebben al te groote vrees voor den dood; want het is de dood niet, dien wij het meest moeten vreezen, maar veeleer de zonde, omdat de zonde alleen een ongelukkigen dood

ocr page 177

— 157 —

veroorzaakt. O Maria, Moeder vauGod, bid voor ons zondaars nu en in het uur van onzen dood.

V. In het 5de glorierijke geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd met groote glorie gekroond wordt dooi' de H. Drievuldigheid en zetelt als koningin des hemels en der aaide, als voorspraak der zondaren, als hulpe harer vereerders bij hun leven en bij hunnen dood. V. Terwijl wij den Rozenkrans bidden, o Allerheiligste Maagd, ziet gij ons van uit den hemel, waar gij heerscht, en deelt gij allerlei genaden aan uwe vereerders uit. Vergeet ons toch niet bij de groote heerlijkheid welke gij geniet, maak dat wij uwe groote deugden gedenken, uwe nederigheid, uwe zuiverheid , uwe liefde tot God. Geef dat wij U oprecht beminnen, dat wij U dienen uit geheel ons hart, dat wij U eindelijk eens mogen aanschouwen en bezoeken, en deelgenooten zijn van uwe groote heerlijkheid. Amen.

VOORBEELD.

In Spanje leefde eene vrouw, Maria genaamd, die door hare ouders in zoo groote vereering van den heiligen Rozenkrans was opgevoed, dat zij hem iederen dag driemaal bad. Ook toen zij gehuwd

ocr page 178

— 158 -

was ging zij met deze godsvrucht voort. Nu gebeurde het eens dat zij een onderwijzer in de godgeleerdheid ontmoette, die haar over hare oefeningen van godsvrucht ondervroeg. De vrouw verklaarde hem toen hare vereering van den Rozenkrans , en deed dit met zooveel gevoel van godsvrucht en overtuiging, dat de onderwijzer ook groote liefde voor deze geestelijke oefening opvatte. Hij begon niet enkel voor zich zeiven den Rozenkrans te bidden, maar gaf er in zijne school verklaring van en beval gedurende geheel zijn leven deze godsvrucht aan een ieder ten hoogste aan. En zooveel vordering maakte hij in de deugd dat hij in het uur van zijnen dood eene verschijning van de H. Maagd werd waardig gekeurd, terwijl men op hetzelfde oogen-blik zijne ziel van een schitterend licht omgeven ten hemel zag opklimmen. De ongeletterden behoeven dus wat de godsvrucht aangaat diegenen niet te benijden, die meer onderricht genoten hebben; indien zij slechts naar behooren den Rozenkrans bidden, zullen zij daaruit als uit een boek de wijsheid leeren en de noodzakelijkheid inzien om hunne ziel zalig te maken.

ocr page 179

BLIJDE GEHEIMEN.

I. In het 1ste blijde geheim overwegen wij, dat de Aartsengel Gabriël de Allerheiligste Maagd boodschapt, dat zij de Moeder van Jesus zal worden tot redding der menschen.

I. Bij God is niets onmogelijk, zeide de Aartsengel Gabriel tot de Allerheiligste Maagd. Als God machtig is om ons te helpen, waarom vreezen wij dan de kleinste moeielijkheden in zijnen dienst? Als God met ons is, wie zal tegen ons zijn? O machtige Maagd, geef kracht aan onze zwakheid in alle gevaren en haast U ter onze hulpe.

II. In het 2de blijde geheim overwegen wij , dat de Allerheiligste Maagd de H. Elisabeth bezoekt en drie maanden in haar huis verblijft.

II. De H. Elizabeth ondervond groote blijdschap, toen de Allerheiligste Maagd baar bezocht, en de H. Joannes de Dooper sprong van vreugde op in den schoot zijner moeder. Overal waar Maria

1

ocr page 180

— 160 —

zich begeeft brengt zij vreugde. Laten wij dan, als we ware vreugd genieten willen, de H. Maagd beminnen en de ijdele genoegens der wereld vluchten. De wereld kan ons geen ware vreugde geven, want ook de H. Maagd, zij zegt: „mijn geest heeft gejuicht in God, mijnen Zaligmaker! O boven allen verheerlijkte Maagd, wij bidden U met de H. Kerk, verlos ons uit de droefheden van dit leven, en geef dat wij de eeuwige heerlijkheid mogen genieten.

lil. In hot 3de blijde geheim overwegen wij, dat de H. Maagd Jesus baart in don stal van Bethlehem en hem in eone kribbe nedorlegt.

III. Er is geen wezen zoo beminnelijk als eeu kind. Ben kind trekt ons hart tot zich, bijna zonder dat wij het willen. Daarom is de Koning des hemels een kind geworden, om ons hart tot zich te trekken. Maar, o mijn Jesus, de men-schen beminnen allerlei zaken , doch U w hart beminnen zij niet. Te laat heb ik U gekend, te laat ü bemind. Maar ik wil ten minste in het vervolg U uit geheel mijn hart beminnen. Leer mij die schoone liefde , o Gij, die de moeder der goddelijke liefde zijt.

ocr page 181

— 161

IV. In het 4de blijde geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd, op den dag van hare zuivering, Jesus in den tempel brengt en hem overgeeft in de handen van den grijsaard Simeon.

IV. God verlangt van ons geen zilver of goud, hij verlangt enkel ons hart; en het is alsof de Almachtige, om zoo te spreken, niet gelukkig kan zijn, indien hij het hart der menschen niet bezit. O bewonderenswaardige liefde! Waarom dan toch, o mensch, heiligt gij uw hart hem niet toe, die u zoozeer bemind heeft, zoozeer bemint, en uwe liefde zoo waardig is? O Allerheiligste Maagd, neem mijn hart en breng het tot Jesus.

V. In het 5de blijde geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd, Jesus verloren hebbend toen hij twaalf jaren oud was, hem na drie dagen met groote blijdschap, in den tempel tusschen de leeraren terugvindt.

V. De verloren zoon verliet zijn goeden vader met groote ondankbaarheid. Maar, de ongelukkige! hij werd door armoede en gebrek bezocht en gedwongen een wreeden meester te dienen. Ziedaar de geschiedenis van hen, die God verlaten en Jesus Christus door doodzonde ver-

li

ocr page 182

— 162 -

liezen. Wie Jesus Christus verliest, heeft alles verloren. O Koningin van barmhartigheid help ons tot het hart van Jesus te vluchten, en laat ons niet weer onzen goeden Vader verlaten.

VOORBEELD.

In eene Congregatie van vrouwen bevond zich een meisje van voorname familie, J oanna genaamd, van goed karakter; maar dat toch geeu groeten voortgang in de deugd maakte, omdat de godsvrucht der anderen niet grooter was dan de hare.Maar van dien tijd af, dat zij, op raad van haren biechtvader, den Rozenkrans begon te bidden, met de overweging der geheimen, werd zij ten voorbeeld aan allen. Dezen echter, die hare godsvrucht wel zagen, wilden haar , in plaats van dit voorbeeld te volgen, er van terughouden om in zoo groote heiligheid te leven. Toe-a Joanna eens den Rozenkrans bad, en de H. Maagd haren bijstand vroeg in de moeilijkheden , die zij ondervond, zag zij een brief van den hemel vallen, waarin het volgende te lezen stond: „Maria, de moeder van God groet hare dochter Joanna. Mijn zeer beminde dochter, ga voort den Rozenkrans te bidden, houd u ver-

ocr page 183

— 163 —

wijderd van haar, die u niet behulpzaam zijn in het godvruchtig leven, vlucht de ledigheid en de ijdelheden, verwijder alle overbodige zaken uit uwe cel, en ik zal uwe voorsprekeresse zijn bij God.quot; De overste der congregatie kwam haar bezoek afleggen en trachtte hare onder-hoorigen tot grooter heiligheid te brengen , doch mocht hierin niet slagen. Toen zij nu van Joanna's godsvrucht voor den Rozenkrans hoorde, en van den brief, dien zij van de H. Maagd had ontvangen, schreef zij voor, dat allen den Rozenkrans zouden bidden en van dien dag af aan werd deze congregatie in een paradijs veranderd. Willen wij Gods zegen doen rusten over ons huis, laten wij dan met godsvrucht den Rozenkrans van Maria bidden. {Glorie di Maria).

ocr page 184

DROKYIGE GEHEIMEN.

I. In het lst0 droevige geheim overwegen wij, dat Jesus Christus, biddend in den hof van Olijven, bloed en water zweet door de droefheid, die hij gevoelde om onze zonden.

I. O mijn 'Jesus, waarom hebt gij in den hof vau Olijven water en bloed ge-zweten? Om mijne ondankbaarheden, om mijne zonden. Geef mij, o mijn Verlosser , groot berouw over mijne zonden, en Gij, o Allerheiligste Maagd, bid uwen Goddelijken zoon, opdat ik deze genade verwerve.

II. In het Sdc droevige geheim overwegen wij. dat Jesus aan den geeselpaal met groote barbaarschheid gegeeseld wordt en over geheel zijn lichaam zijn kostbaar bloed vergiet.

II. O mijn Jesus, hoe hebt gij zulk eene wreede geeseling kunnen verduren van hen, die de schepselen uwer handen zijn? Om welke reden is uw heilig lichaam zoo wreedaardig verscheurd ? O, ik weet de reden. De schandelijke zonden der menschen hebben U deze onmen-schelijke geeseling veroorzaakt. O mijne

ocr page 185

— 165 —

Meesteres, o allerzuiverste Maagd, geef ons de genade om altijd zuiver te leven naar lichaam en ziel.

III. In het 3de droevige geheim overwegen wij, dat Jesus Christus, de Koning der glorie, gekroond wordt tot koning van smarten met een kroon van scherpe doornen.

III. O Jesus, met doornen gekroond, met hoe vele doornen heb ik uw heilig hoofd doorstoken door mijne zondige woorden, door schandelijke gedachten! Geef, o allerzoetste Koningin, dat ik altijd met de grootste zorg de onzuivere woorden vermijde, en dat ik in de bekoringen de allerheiligste namen van Jesus en van Maria aanroepe.

IV. In het 4'1'' droevige geheim overwegen wij, dat Jesus Christus beladen wordt met den zwaren last van zijn kruis, dat hij draagt tot op den berg Calvarië.

IV. O Jesus, gij hebt den zwaren last van uw kruis gedragen, en ik zou mijn kruis afwerpen ? O Iaat dit nooit geschieden. Geef mij kracht om het moedig te dragen, en gij, o Allerheiligste Maagd, die Jesus zijt te gemoet gegaan, kom mij te hulp, terwijl ook ik mijn kruis wil trachten te dragen.

ocr page 186

— 166 —

V. In het 5'le droevige geheim overwegen wij, dat Jesus Christus op den Schedelberg gekomen dorst heeft aan het kruis, en, na een smartelijken doodstrijd van drie uren, sterft uit liefde tot ons; en onder het kruis stond zijne bedroefde Moeders, de Maagd Maria.

V. O mijn Jesus, gij sterft, gij sterft uit liefde tot mij. Maar als ik voor U niet sterven kan, waarom leef ik ten minste niet voor U ? O, laat mij U beminnen, of laat mij sterven; ik wil niet meer leven buiten uwe liefde. O Moeder der goddelijke en schoone liefde, wond met het zwaard, dat uw hart bij den dood van Jesus doorstoken heeft, ook mijn hart, opdat het gewond zij van liefde en van berouw.

VOORBEELD.

{Periodica Cuore di Maria 1877).

Men verhaalt dat eens m eene voorname hoogeschool te Parijs, waar de jongelingschap zich tot den militairen stand voorbereidt, een Eozenkrans gevonden werd. Het is bekend dat men in zulke inrichtingen gewoonlijk weinig liefde voor de godsvrucht ontmoet. Een der jongelingen dan, die den Rozenkrans zag, maakte zich boos hierover en zeide:

ocr page 187

— 167 —

Hoe, worden er dan onder ons nog zulke dwazen gevonden, die den Rozenkrans durven bidden ? Eu daarna begaf hij zich naar het midden van het binnenplein en riep ten aanhoore van al de jongelingen : „Hij die dezen Rozenkrans verloren heeft, kome om hem te halen.quot; Toen begonnen allen te lachen, want wie zou durven zeggen: het is de mijne ? Maar zie, één richtte zich uit aller midden op, ging bedaard naar den jongeling en zeide: „Mijn vriend, die Rozenkrans is van mij. Mijne moeder heeft hem mij gegeven, en ik bid hem ook; en ik geloof ook niet dat dit onteerend is voor ons college.quot; Die jongeling was de eerste onzer zijne medeleerlingen, en behaalde de eerste prijzen. Allen bewonderden nu zijn moed en riepen: bravo! En de kapitein die hoorde wat er was voorgevallen, ging hem te gemoet, gaf hem de hand en zeide: Gij zijt een dappere jongen, gij zijt in staat ons vaderland te verdedigen, daar gij den moed hebt alle menschelijk opzicht te overwinnen. De godsvrucht voor den Rozenkrans is dan dienstig voor alles, voor de ziel, voor de wetenschap , voor den tjjd en voor de eeuwigheid.

ocr page 188

GLORIERIJKE GEHEIMEN.

I. In het quot;Iste glorierijke geheim overwegen wij, dat Jesus den derden dag na zijnen dood heerlijk, onsterfelijk en onlijdelijk verrijst.

I. De Apostel Thomas wilde de opstanding van Jesus Christus niet gelooven, maar J esus Christus, onze Zaligmaker, berispte hem en zeide: „Steek uw vinger hierin, en zie mijne handen, en neem uwe hand en leg haar in mijne zijde, en wees niet ongeloovig maar getrouw.quot; Laten wij de waarheden der Katholieke Kerk vastelijk gelooven, laten wij hoeren naar hetgeen ons geleerd wordt door het hoofd der Kerk, den Paus van Eome. O Allerheiligste Maagd, vermeerder ons geloof, en geef ons de genade, dat wij ook in oefening brengen hetgeen wij gelooven.

II. In het 2de glorierijke geheim overwegen wij, dat Jesus ten hemel opklimt, om dien te openen voor iedei die zijn voorbeeld wil navolgen.

II. Bij de hemelvaart van Jesus Christus zeiden de engelen tot de Apostelen: „Deze Jesus, die van u is heenge-

ocr page 189

— 169 —

gaan naar den hemel, zal zoo wederkeeren gelijk gij hem naar den hemel hebt zien heengaand. w. z. hij zal terugkeeren om de wereld te oordeelen. Laten wij dikwijls het oordeel Gods overwegen. De heilige Vincentius Ferreri, Dominicaan, bekeerde duizende mensehen door zijne predikatiën over het laatste oordeel. Nu is het de tijd van barmhartigheid, laten wij niet tot den dag des oordeels wachten, want dan zal het tijd zijn van rechtvaardigheid. O Allerheiligste Maagd, help ons nu, alvorens wij op dien ver-schrikkelijken dag voor het oordeel Gods verschijnen.

111. In het 3lt;lc glorierijke geheim overwegen wij, dat Jesus op het Pinksterfeest den Heiligen Geest zendt over de II. Maagd Maagd Maria en over de Apostelen, die in de opperzaal vergaderd waren.

III. Ons lichaam is de tempel van den H. Geest, zegt de Apostel Paulus. Laten wij het dan niet bezoedelen door schandelijke zonden, opdat wij den Heiligen Geest niet van ons verwijderen. Wee hem, die den tempel Gods on teert. O Allerzuiverste der Maagden geef ons groote reinheid van lichaam en ziel.

ocr page 190

— 170 —

IV. In het 4|lft glorierijke geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd sterft, uit enkel liefde tot God, en dooide engelen ten hemel wordt opgenomen.

IV. Heilig was Maria's leven, heilig was ook hare dood. En zoo is het bijna altijd. Is het leven goed, ook de dood is goed ; is het leven slecht, ook de dood is slecht; zoo het leven, zoo de dood. Wij moeten dan niet doen evenals de propheet Balaam; want deze zeide wel: het moge God behagen, dat ik den dood der rechtvaardigen sterve, en dat mijn einde gelijk zij, aan het einde van hen; maar hij wilde niet leven volgens het leven der rechtvaardigen, en daarom was zijn dood rampzalig. O Maagd Maria, geef ons de genade, heilig te leven gelijk Gij, opdat wij heilig sterven gelijk Gij.

V. In het 5^« glorierijke geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd met groote glorie gekroond wordt door de H. Drievuldigheid en zetelt als koningin des hemels en der aarde, als voorspraak der zondaren, als hulpe barer vereerders bij hun leven en bij hunnen dood.

V. De H. Maagd is in den hemel de allerhoogste verheerlijking deelachtig geworden. Doch hoe heeft zij deze verkregen? Zij deed hier op aarde niets

ocr page 191

— 171 —

buitengewoons: zij had zorg voor haar huis, zij was gehoorzaam aan den heiligen Josef, zij besteedde haren tijd goed, zij deed haar werk met zorgvuldigheid; en zoo verkreeg zij die bijzondere verheerlijking , zonder iets buitengewoons gedaan te hebben. Eveneens kan ieder in zijnen staat zich zelve gemakkelijk heiligen; het is genoeg, dat hij zijne plichten goed vervult. De ouders b. v. moeten bezorgd zijn hunne kinderen eene goede opvoeding en een goed voorbeeld te geven; zij die zaken doen, moeten de rechtvaardigheid voor oogen houden; de kloosterlingen moeten hunne regels goed in acht nemen. Ziedaar de waarlijk gemakkelijke weg ten hemel. O Allerheiligste Maagd, help ons het voorbeeld uws levens volgen, opdat wij in eeuwigheid deelgenooten Uwer glorie mogen zijn.

VOORBEELD.

Wij lezen dat zekere arme man zijne armoede niet dan onder veel morren droeg, en een hevige begeerte naar rijkdom had opgevat. De duivel die wel weet, dat een meusch tot alle boosheden in staat is, als hij door de ongeregelde begeerte naar geld beheerscht wordt,

ocr page 192

— 172 —

bezocht hem, en zeide hem groote rijkdommen te zullen bezorgen, indien hij tot drie zaken werd bereid gevonden. Vooreerst moest hij aan zijn Doopsel verzaken; ten tweede moest hij aan God verzaken; en eindelijk het stuk dezer overeenkomst met zijn bloed teekenen. Ziedaar tot welke afdwalingen de hartstocht naar geld een mensch kan brengen. Want hij deed wat de duivel van hem eischte en onderschreef de overeenkomst met zijn bloed. In korten tijd verkreeg hij nu zeer vele goederen. Maar zij vergissen zich, die meenen, hun geluk in de zonde te zullen vinden. In plaats van gelukkiger te worden, verviel hij tot nog grootere ontevredenheid, en door de aanhoudende knaging van zijn geweten vond hij noch rust noch duur. Op den feestdag van den Rozenkrans ging hij toevallig eene kerk binnen en hoorde den predikant zeggen, dat de grootste zondaars door middel van den Eozen-krans vergiffenis hunner zonden kunnen verkrijgen, en de liefde Gods herwinnen. Aanstonds keerde het vertrouwen in dit geschokte hart weder, en hij begon vurig den Rozenkrans te bidden. De duivel zeide hem: gij doet vergeefsche moeite, gij zijt verloren, gij zijt mijn eigendom.

ocr page 193

— 173 —

ik heb uwe eigene getuigenis in handen. Niettemin bleef de ongelukkige zondaar volharden in het gebed van den Kozen-krans, en terwijl hij eens weder de H. Maagd om de vergiffenis zijner zonden bad, zag hij dat het geschrift, hetwelk hij den duivel gegeven had, voor zijne voeten nederviel. Wie zal beschrijven hoe verheugd hij was, en hoe dankbaar tot de H. Maagd. Geheel zijn leven ging hij voort den Rozenkrans te bidden, die de oorzaak van zijne bekeering en van zijne redding geweest was. Laten wij dan nooit zeggen: er is voor mij geen heil meer, mijne zonden zijn zoo groot, dat ik er geen vergiffenis van verkrijgen kan. Als wij de Allerheiligste Maagd met het gebed van den Rozenkrans aanroepen is er altijd hoop, en hoe groot onze zonden ook mochten zijn, wij kunnen er vergiffenis van verkrijgen, en zalig worden, indien wij slechts van goeden wil zijn.

ocr page 194

BLIJDE GEHEIMEN.

I. In het iste blijde geheim overwegen wij, dat de Aartsengel Gabriël de Allerheiligste Maagd boodschapt, dat zij deMoeder vaii Jesus zal worden, tot redding der mensclien.

I. Het was voor de Allerheiligste Maagd een groote eer, van den Aartsengel Gabriel te hooren : „ Wees gegroet, gij, vol van genade, de Heer is met U, gezegend zijt gij onder de vrouwen.quot; Wij herhalen voortdurend dezelfde groe-tenis, als wij den Rozenkrans bidden, en wij doen Maria dezelfde eer aan, zoo dikwijls wij haar op die wijze toespreken: Wees gegroet Maria. Greef ons, o Maria, om de boodschap des Engels^ de genade, dat wij den Rozenkrans, die schoone begroeting, dikwijls en naar behooren bidden, en sta ons bij, dat wij, die U hier vereeren , U eens in den hemel met de woorden van den Aartsengel mogen te gemoet komen: Wees gegroet, gij , vol van genade, wees gegroet.

II. In het 2lt;lo blijde geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd de H. Elisabeth bezoekt en drie maanden in haar huis verblijft.

II. Alwie den naam van Jesus aanroept

ocr page 195

— 175 —

zal zalig worden, zegt de H. Schriftuur. Wel mogen zij dan een groot vertrouwen koesteren, die, bij het gebed van den Rozenkrans, zoo dikwijls herhalen: gezegend is, o Maria, de vrucht uws lichaams, Jesus! O gezegende namen van Jesus en van Maria, weest gij altijd op mijne lippen en altijd in mijn hart.

III. In het 3lt;le blijde geheim overwegen wij, dat de H. Maagd Jesus baart in den stal van Rethlehem en hem in eene kribbe nederlegt.

III. Bij de geboorte van Jesus Christus zongen de engelen in den hemel den lof van God. Ook wij zingen den lof van Jesus en van Maria als we den Rozenkrans bidden; daarom wordt ook de Rozenkrans de lofzang van de Allerheiligste Maagd genoemd. O Maria, geef dat wij U in dit leven met den Rozenkrans verheerlijken, en dat wij Uwe barmhartigheid, en de barmhartigheid van Jesus, Uwen Zoon in den hemel in alle eeuwigheid verheerlijken.

IV. In het 4de blijde geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd, op den dag van hare zuivering, Jesus in den tempel brengt en hem overgeeft in de handen van den grijsaard Simeon.

IV. De heiligen des hemels, zegt de

ocr page 196

— 176 —

H. Joannes, legden hunne kronen aan Gods voeten neder, tot een teeken vam aanbidding en van liefde. Als wij maar weinig bezitten, om Grod en de H. Maagd aan te bieden, laten wij dan doen als die heiligen, en voor de voeten van Jesus en van Maria een kroon van rozen, d. w. z. den Rozenkrans, neder-leggen, want dit zal een Gode welbe-hagelijk geschenk zijn, dit zal verheerlijking brengen aan Jesus en Maria. O Allerheiligste Maagd, wij hebben geen andere zaken om U aan te bieden, wij zullen U daarom dikwijls den Rozenkrans offeren, en Gij, sta ons bij, dat wij de kroon der eeuwige heerlijkheid deelachtig worden.

V. In het 5de blijde geheim overwegen wij , dat de Allerheiligste Maagd , Jesus verloren hebbend, toen hij twaalf jaren oud was, hem na drie dagen met groote blijdschap, in den tempel tusschen de leeraren terugvindt.

V. Niet gemakkelijk zal iemand^ die godvruchtig den Rozenkrans bidt, Jesus Christus verliezen; en indien het bij ongeluk geschiedde dat hij hem verloor, wel spoedig zal hij hem weder terugvinden , indien hij voortgaat te bidden, gelijk het behoort. O, hoeveel zondaars

ocr page 197

— 177 —

zijn door deu Rozeukraus gered, zegt de H. Alphonsus. Laat dit dan ons voornemen zijn, in deze maand van den Rozenkrans, om voort te gaan met het bidden van den Rozenkrans, en eiken dag de overweging der Geheimen daarbij te volbrengen. Gelukkig wij, indien we dit schoone voornemen ten uitvoer leggen. O allermedelijdenste Maagd Maria, geef ons, om den Rozenkrans, dien we deze maand eiken dag bidden, de genade dat wij Jesus Christus nooit verliezen. Om uwen heiligen Rozenkrans, geef dat wij altijd in deze schoone godsvrucht volharden, en dat niemand verloren ga van hen, die U deze maand eeren, geef ons vooral, dat wij U eens vinden te zamenmet Jesus in den hemel.

VOORBEELD.

In het ziekenhuis te Antwerpen bevond zich een oud-soldaat, op hoogen leeftijd, die geheel zijn leven temidden der oorlogen had doorgebracht. Eens werd hij door een priester bezocht, die hem de godsvrucht tot den Rozenkrans leerde. De oud-soldaat smaakte zulk een vreugde en vertroosting bij dit gebed , dat hij uitriep: waarom heb ik dit niet eer, maar zooveel te laat geweten ! Als ik den Rozenkrans eer ge-

12

ocr page 198

— 178 —

kend had, zou ik hem dagelijks gebedeu hebben. En hij zeide: als de H. Maagd mij gezond maakt, en mij nog twee jaar te leven geeft, zal ik hem even zooveel malen bidden, als er dagen iu mijn leven zijn voorbijgegaan. Hij was zestig jaar oud, en vroeg: hoeveel dagen zijn er in zestig jaar? Men antwoordde hem: een-en-twintigduizend eu negen-honderd dagen. Daarna vroeg hij: hoeveel Eozenkransen moet ik dan dagelijks bidden, om in twee jaar tot dit getal te komen? Men zeide hem: dertig-Rozenkransen. Eu de soldaat zeide : dan zal ik die bidden, om te herstellen wat ik zoo vele dagen van mijn leven verzuimd heb. Zoo hield hij dan later bijna nacht en dag zijn Rozenkrans in de hand, en maakte daarbij groote vorderingen in deugd en godsvrucht. Eindelijk kwam de dood, en terwijl hij het laatste „Wees gegroet' bad, stierf hij in geur vau heiligheid, en verliet deze wereld om de Koningin van den Allerheiligsten Rozenkrans te gemoet te snellen. Wij moeten dan niet ophouden den Rozenkrans te bidden, en de H. Maagd zal onze beschermster zijn in dit en in het andere leven.

Chenj. Mois du Rosaire.

ocr page 199

DROEVIGE GEHEIMEN.

I. In het Islo droevige geheim overwegen wij, dat Jesus Christus, biddend in den hof van Olijven, bloed en water zweet door de droef heiiK die hij gevoelde om onze zonden.

I. quot;Wat is de reden, dat zoo vele menschen in de zonden vallen en eindelijk verloren gaan? Dat zij het lijden van den zaligmaker in den hof van Olijven niet overwegen, en in gevaren, in bekoringen niet bidden, hun toevlucht niet nemen tot God. Wie bidt wordt zalig, wie niet bidt gaat verloren , zeggen de heiligen. O Allerheiligste Maagd, wij bidden U, bij den doodstrijd van Jesus, leer ons bidden en bijzonder onze toevlucht tot U nemen in alle gevaren.

II. In het 2lt;1(' droevige geheim overwegen wij, dat Jesus aan den geeselpaal met groote barbaarschheid gegeeseld wordt en over geheel zijn lichaam zijn kostbaar bloed

- vergiet.

II. O mensch, gij, die uwr lichaam zoo koestert en van zorgen omringt,

J

ocr page 200

— 180 —

terwijl het uw grootste vijand is, aanschouw uwen God, aanschouw het lichaam van Jesus, die bij zijne wreede geeseling als vernietigd ter aarde valt, en zorg dat gij in het vervolg niet toegeeft aan de begeerte uws vleesches, maar dat gij ze versterft. O Koningin der martelaren, geef ons den geest van Christelijke versterving, opdat wij onzen grootsten vijand, het lichaam met zijn slechte neigingen, niet te veel verzorgen:

III. In het 3Je droevige geheim overwegen wij, «Jat Jesus Christus, de Koning dei-glorie, gekroond wordt tot koning van smarten met een kroon van scherpe doornen.

III. Zie uwen Koning, zoo riep Pi-latus uit, nadat hij Jesus met een kroon van smartelijke doornen had laten kronen. En waarlijk, o mijn Jesus, gij zijt een koning, maar een koning van lijden en van vernedering. Wees ook de koning van ons hart, en indien wij U niet beminnen, om uwe overgroote liefde tot ons, dat wij U ten minste beminnen om de groote smarten, die gij voor ons zondaars geleden hebt. O Moeder der schoone liefde, geef ons toch eene groote liefde voor onzen Koning, met doornen gekroond.

ocr page 201

— 181 —

IV. In liet 4tle droevige geheim overwegen wij, dat Jesus Christus beladen wordt met den zwaren last van zijn kruis, dat hij draagt tot op den berg Calvarië.

IV. Velen klinkt het woord van Jesus hard: Wie mijn leerling wil zijn, neme zijn kruis op en volge mij. Doch veel harder zal zijn woord zijn in het laatste oordeel: gaat van mij , verdoemden, in het eeuwig vuur. Het kruis schijnt zwaar te zijn, maar in het kruis is onze hoop, onze vreugde, ons geluk, onze zaligheid. O Allerheiligste Maagd, geef ons de genade, dat wij ons kruis dragend Jesus naar Calvarië volgen, opdat wij hem ook mogen volgen in de eeuwige vreugde des hemels.

V. In het ode droevige geheim overwegen wij, dat Jesus Christus, op den Sche-delberg gekomen, dorst heeft aan het kruis, en, na een smartelijken doodstrijd van drie uren, sterft uit liefde tot ons; en onder het kruis stond zijne bedroefde Moeder, de Maagd Maria.

V. De Almachtige lijdt, de Onsterfelijke sterft voor u, o mensch. Waarom dan overweegt gij ten minste dit lijden niet, den dood van Jesus, uwen Verlosser? Het kruis van Jesus is het schoonste aller boeken. Het leert ons

ocr page 202

— 182 —

alles, en wie er in overweegt, hetzij hij geleerd, hetzij hij ongeletterd zij, zal er de ware wijsheid leereu, de wijsheid der heiligen, de wijsheid des hemels. O Maria, prent ons diep iu geest en hart de wonden van Jesus en Uwe smarten, en geef dat de dood van Jesus ons ten leven zij.

VOORBEELD.

In het tijdschrift „de Rozenkrans''' 1884, blz. 233 lezen wij, dat er ten tijde van de verschrikkelijke aardbeving , die voor weinige jaren het eiland Ischia teisterde, te Eome eene dame leefde, die groote godsvrucht had voor deu Allerheiligsten Eozenkrans. Zij kwam een Pater Dominicaan van het klooster „della Minervaquot; bezoeken, en zeide in groote vrees te verkeeren, dat haar echtgenoot, die met een nog jeugdig kind naar dat eiland vertrokken was, door een groot ongeluk zou worden getroffen. De Dominicaan trachtte haar te troosten en gaf haar den raad een groot vertrouwen te stellen op God en op de Allerheiligste Maagd van den Eozenkrans, tot wie zij zoo groote godsvrucht had. De dame bad den Pater eene H. Mis te lezen aan het altaar

ocr page 203

— 183 —

van deu Rozenkrans, en de Allerheiligste Maagd toch goed te bidden, omdat zij zoo groote vrees voor eenig ongeluk gevoelde. De Dominicaan deed wat de godvruchtige dame hem verzocht. Den dag waarop de verschrikkelijke ramp, waarbij zooveel menschen het leven verloren, plaats had , was de vader met zijnen zoon te huis gekomen, slechts enkele oogeublikken voordat de aardbeving plaats had, en zij waren op het punt zich ter ruste te gaan begeven. Op dat oogenblik echter vroeg de knaap zijn vader, om een komkommer te mogen gaan plukken, en hij hield met eene zoo lastige volharding hierop aan, dat zijn vader eindelijk gehoor gevend heen ging, om de komkommer te plukken. Daarna zeide hij tot zijnen zoon de komkommer bij de deur van het huis te gebruiken. Toen zij nu bij de deur gekomen waren, hoorden zij plotseling het gedruisch van de aardbeving; oogenblikkelijk greep de vader zijn kind en sprong op de straat. Daar zag hij voor zijne oogen hoe het huis instortte en vermorzeld werd. Was hij een oogenblik langer gebleven, hij zou verpletterd zijn geworden, hij en zijn kind. Zeker mogen wij wel zeggen, dat de

ocr page 204

— 184 —

godsvrucht der moeder tot de H. Maagd van den Rozenkrans haar bewaard heeft voor de ontzettende ramp, waarvoor zij vreesde, en haren echtgenoot met het kind van den dreigenden dood beeft gered. O hoe voordeelig is het de Allerheiligste Maagd van den Rozenkrans te beminnen, om uit alle gevaren naar ziel en lichaam verlost te worden!

ocr page 205

BLIJDE GEHEIMEN.

I. In het 4ste blijde geheim overwegen wij, dat de Aartsengel Gabriël de Allerheiligste Maagd boodschapt, dat zij de Moeder van Jesus zal worden, tot redding der menschen.

I. Zie, hoe voorzichtig de H. Maagd zich gedroeg in hare samenspraak met den Aartsengel Gabriël! Eerst hoorde zij zwijgend zijne begroeting aan; daarna ondervroeg zij hem slechts uit noodzakelijkheid en met weinig woorden; eindelijk gaf zij ook met weinig woorden ten antwoord: Zie de dienstmaagd des Heeren, mij geschiede naar uw woord.quot; Laten wij van de H. Maagd leeren, weinig te spreken, en te overdenken alvorens wij spreken, want ontelbare zonden komen voort van de tong. O Allerheiligste Maagd, leer ons dikwijls te zwijgen, en altijd na te denken alvorens wij spreken, opdat wij het ongeluk niet hebben God of de menschen te beleedigen.

II. In het 2do blijde geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd de II. Elisabeth bezoekt en drie maanden in haar huis verblijft.

II. „Mijn geest heeft gejuicht in God

ocr page 206

— 186 —

mijnen Zaligmaker,quot; zoo zeide de H. Maagd tot de H. Elizabeth. quot;Wie de ware blijdschap genieten wil, hij moet die zoeken bij God en zijne genade. Ongelukkig zij, die hunue vreugd zoeken in de zonde en in de zondige genoegens. Zij zullen niet anders vinden dan tranen en droefheid, in dit en in het toekomstig leven. O Allerheiligste Maagd , geef mij de ware vreugde, de vreugde Gods, de vreugde der goede werken.

III. In het 3de blijde geheim overwegen wij, dat de H. Maagd Jesus baart in deu stal van Bethlehem en hem in eene kribbe nederlegt.

III. De Wijzen werden door de ster naar Bethlehem geleid. De Allerheiligste Maagd, is ons, zooals de H. Kerk zegt, de morgenster, de ster der zee. Alwie Jesus Christus wil vinden , moet die ster volgen, moet, in de duisternissen dezer wereld, Maria godvruchtig aanroepen ; en dan zal hij door hare genade Jesus Christus vinden in deze wereld, dan zal hij eens Jesus Christus vinden in de eeuwige heerlijkheid des hemels. O schoone Morgenster, voer ons zoo door de zee dezer wereld, dat wij eens de haven van het hemelsch Paradijs bereiken.

ocr page 207

— 187 —

IV. In liet 4lt;le blijde geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd, op den dag van hare zuivering, Jesus in den tempel brengt en hem overgeeft in de handen van den grijsaard Simeon.

IV. Hoe schoon en hoe behagelijk aan God was het offer der H. Maagd in den tempel! Nooit heeft God een aangenamer offerande ontvangen. Wat gij God ook wilt aanbieden, zoo zegt de H. Bernardus, beijver u dat offer te brengen door de handen der Allerheiligste Maagd, indien gij wilt dat het Gode welgevallig zal zijn. O Allerheiligste Maagd, U geef ik miju ziel, mijn hart, mijn lichaam, mijne werken, U geef ik mij geheel en al; en Gij, gewaardig U mijne offers aan te bieden aan God.

quot;V. In het 5'le blijde geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd, Jesus verloren hebbend toen hij twaalf jaren oud was, hem na drie dagen met groote blijdschap in den tempel tusschen de leeraren terugvindt.

V. De Allerheiligste Maagd had de grootste zorg om haar kind terug te vinden. Maar hoe vele ouders hebben volstrekt geen zorg voor hunne kinderen, vooral wat hunne zaligheid betreft! Dikwijls weten zij wel waar hunne lastdieren

ocr page 208

— 188 —

zijn, maar zij weteu niet waar hunne kinderen zich bevinden; en wegens die zorgeloosheid gaan èn ouders èn kinderen eeuwig verloren. O Allerheiligste Maagd, geef aan allen die in overheid gesteld zijn, behoorlijke zorg, opdat zij zei ven niet verloren gaan, noch degenen, die hun toevertrouwd zijn.

VOORBEELD.

Pater Bartholomaeus, een Jezuiet, had zoo groote godsvrucht tot den Allerheiligsten Rozenkrans, dat hij zich beij verde dezen ook overal waar hij kwam te verbreiden. Zelf deed hij, wat hij anderen leerde, en bad eiken dag den Rozenkrans. Vooral ging hij dezen, als het kon, in eene kerk bidden , in de tegenwoordigheid van het Allerheiligst Sacrament, omdat het gebed in eene kerk van hoo-gere waarde is. Terwijl hij op reis eens den Rozenkrans bad, viel hij met zijn paard van eene hoogte in den afgrond neder, zoodat hij noodzakelijk had moeten verpletterd of ten minste zwaar had moeten gewond worden. Maar de H. Maagd stond hem bij en hij ondervond volstrekt geen letsel. In de bekoring

ocr page 209

- 189 —

dan, als wij in gevaar zijn van in de diepte der hel te verzinken, moeten wij onze toevlucht nemen tot den Rozenkrans, die ons uit alle gevaren naar lichaam en ziel kan redden.

(Morassi.)

ocr page 210

GL0R1KR1JKK GEHEIMEN.

I. In het l8'6 glorierijke geheim overwegen wij, dat Jesus den derden dag na zijnen dood heerlijk, onsterfelijk en onlijdelijk verrijst.

I. De H. Maagd heeft vele gestorvenen opgewekt maar nog veel meer heeft zij er opgewekt die dood waren naar de ziel. Niet ieder, die naar het lichaam gestorven is, kan worden opgewekt, maar wel een ieder die naar de ziel gestorven is. Het is voldoende dat hij slechts van goeden wil zij, en de zonde begeere te vluchten. In dat geval zal de H. Maagd hem helpen uit zijne zonden op te staan. O Allerheiligste Maagd, zeg tot mijne ziel de woorden, die Jesus tot Lazarus zeide; Kom te voorschijn uit uw graf; en ik zal een nieuw, een heilig leven beginnen.

II. In het glorierijke geheim overwegen wij , dat Jesus, veertig dagen na z.ijne verrijzenis, ten hemel opklimt, om dien te openen voor ieder die zijn voorbeeld wil navolgen.

II. Hoe is het mogelijk, dat gij zoovele moeilijkheden kunt doorstaan? vroeg eens

ocr page 211

— 191 —

iemand aan een heiligen kluizenaar, die zoo goed als in eene verschrikkelijke gevangenschap leefde. Door de verwachting van het eeuwig leven, gaf hij ten antwoord. O reoiisch, als de moeilijkheden van dit leven u ter neder drukken, sla dan uwe oogeu omhoog ten hemel, waarheen Jesus Christus ons is voorgegaan, en het gezicht, de overweging van het hemelsch Paradijs zal u troosten en bemoedigen. O Allerheiligste Maagd, zal ik eens bij U en bij Jesus in den hemel komen ? O laat toch niet toe, dat ik dat groot geluk zou verliezen.

III. In het 3(lo glorierijke geheim overwegen wij, dat Jesus op het Pinksterfeest den Heiligen Geest zendt over de H. Maagd Maria en over de Apostelen, die in de opperzaal vergaderd waren.

III. De H. Geest daalt over ons niet zichtbaar neder, zooals over de Apostelen ; maar hij spreekt tot ons door de stem der gehoorzaamheid. Wie de stem van den H. Geest wil hooren, laat hij luisteren naar hetgeen zijn biechtvader, zijne ouders, zijne overheden hem bevelen , en hij zal de stem van den H. Geest vernemen. O Allerheiligste Maagd, geef ons den geest van gehoorzaamheid, die de geest is van God, van den H. Geest.

ocr page 212

— 192 —

IY In het 4de glorierijke geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd sterft, uit enkel liefde tot God, en door de engelen ten hemel wordt opgenomen.

IV. Als wij nog dezen dag moesten sterven, zouden wij dan gereed zijn? Indien wij heden niet gereed zijn, dan zullen we ook morgen en in het vervolg niet gereed zijn. Laten wij dan zorgen, iederen dag gereed te zijn, en dan zullen wij den dood niet vreezen, op welken dag hij ook kome. O Allerheiligste Maagd , help ons, dat wij ons eiken dag voor den dood voorbereiden, opdat wij heilig leven en heilig sterven.

V. In het 5de glorierijke geheim overwegen wij, dat de Allerheiligste Maagd met groote glorie gekroond wordt door de II. Drievuldigheid en zetelt als koningin des hemels en der aarde, als voorspraak der zondaren, als hulpe harer vereerders bij hun leven en bij hunnen dood.

V. O Koningin des hemels, allen, die in den hemel komen, komen er door uwe bemiddeling, want gij zijt de deur des hemels, zooals de H. Kerk zegt. O maak dat allen, die godvruchtig uwen Rozenkrans bidden, in den hemel komen, maak dat zij allen komen om U in den hemel te verheerlijken, en dat niemand

ocr page 213

— 193 —

van degenen, die in deze kerk de ge-heele maand uwen Rozenkrans bidden , verloren gaat.

VOORBEELD.

In het jaar 1870, den 16den September, den dag, waarop de vijanden vau Pius IX het Pauselijk grondgebied binnentrokken, had in de landstreek van Soria, in de tegenwoordigheid van al het volk, eene wonderdadige gebeurtenis plaats, die door den bisschop van het diocees bevestigd en te Rome onder de oogen des Pausen te boek gesteld is. Daar toch is een levensgroot beeld van den H. Dominicus ter vereering der geloovigen geplaatst. Des morgens omstreeks elf uur begon het beeld op wonderbare wijze te bewegen, en zij die hierbij tegenwoordig waren, hieven godvruchtige kreten aan: O heilige Dominicus! een wonder! een wonder! Zoodra dit gerucht zich verbreidde, kwamen de bewoners van het klooster en het volk uit geheel den omtrek naar de kerk om getuigen te zijn van de wonderdadige gebeurtenis. Zie hier wat de ooggetuigen er van verhalen. Men zag dat het beeld zich bewoog naar voren, vervolgens naar achter, daarna

13

ocr page 214

— 194 —

naar den rechter- en eindelijk naar den linkerkant, in den vorm van een kruis, en dat het tegelijkertijd meer dan de lengte van een palm van het voetstuk was opgeheven. De kroon en de ster op het hoofd werden hevig bewogen. De rechterhand, die als door het kleed bedekt, gebeeldhouwd was, werd niet enkel ontbloot, maar bewoog zich ook snel in het rond, terwijl de linkerhand verschillende bewegingen maakte met de lelie, welke zij droeg. Eveneens bewoog zich het hoofd, en kleurde het voorhoofd. Het gelaat scheen nu eens van zweet bevochtigd, nam dan weder de vleeschkleur aan, en verbleekte een oogenblik later. Ook gaf het somtijds duidelijke teekenen van verstoordheid, somtijds van medelijden, vooral met de oogen, die naar verschillende kanten schenen rond te zien; en het kwam allen voor, dat zij vertrouwen en eene zekere zoetheid te kennen gaven, als van iemand die het medelijden inroept, ais zij zich naar de Allerheiligste Maagd van den Rozenkrans wendden. Ja, wat nog meer is, de lippen bewogen zich als van een mensch die spreken wil. En ieder begrijpt, welk eene verwondering en schrik zich van het saamge-

ocr page 215

— 195 —

stroomde volk meester maakte, dat van alle kanten was gekomen, om getuige van het wonder te zijn, terwijl dit langer dan een uur aanhield. Maar, zooals het gewoonlijk onder de menigte gaat, geloofden niet allen, hetgeen zij met eigen oogen zagen, en, hetzij dan uit redelijken twijfel, hetzij uit onge-loovigheid, schortten zij hun oordeel op, en verlangden duidelijke bewijzen, dat er geen natuurlijke oorzaken of geen bedrog aanwezig was. Dit strekte tot nog grooter bewijs van het wonder, want het onderzoek leidde er toe, dat de waarheid nog duidelijker in het licht werd gesteld. Om dan allen twijfel weg te nemen, verwijderde men het omhangsel en alle versierselen, zoodat het beeld alleen stond, en alle vermoeden van gezichtsbedrog onmogelijk werd. Men ontdeed ook de tafel, waarop het beeld stond, van alle omhulsel, en intusschen waren de bewegingen duidelijk zoo voor hen, die van nabij, als voor hen, die van verre stonden. Enkelen kwamen zeer nabij, nauwkeurig onderzoekend, of hetgeen zij zagen niet het gevolg kon zijn van een verborgen mechaniek, anderen verlangden dat men het beeld in de armen nemen en opheffen zou. Doch

ocr page 216

— 196 —

hierbij gevoelde men zich door de kracht der beweging mede getrokken; en te vergeefs was het dat sommigen den wind als oorzaak wilden beschouwen, want, terwijl dit alles plaats had, werden de kaarsen niet alleen niet uitgedoofd, maar bewogen zelfs in het minste niet. Zoo was hier de vinger Gods zichtbaar, die niet ophoudt ook nu nog zijn grooten dienaar te verheerlijken.

De groote Heilige, die het eerst van de Allerheiligste Maagd de vereerende opdracht ontving haren Eozenkrans te prediken, wilde ons door dit wonder zelf toonen, dat wij, om de gramschap Gods te stillen, evenals hij, onze oogen moeten richten tot de Koningin van den Eozenkrans. Want gelijk zij ook vroeger om het gebed van den Rozenkrans de kerk gered heeft, zoo zal zij haar opnieuw redden uit den strijd van deze dagen.

ocr page 217

GEBED.

O allermedelijdendste, o machtige Maagd Maria, zie, wij eindigen de maand, aan Uwen Allerheiligsten Rozenkrans toegewijd. quot;Wij bedanken U voor al de ontelbare weldaden in dezen tijd verkregen, en beloven U, dat wij uit dankbaarheid Uwen Rozenkrans altijd zullen beminnen en dat wij hem ook in ons huis zullen bidden. O Allerheiligste Koningin van den Rozenkrans, help ons in eiken nood naar ziel en naar lichaam, in de bekoringen , in de gevaren, bij het leven en bij den dood. Wij bidden U ook voor onze verwanten, voor onze weldoeners, voor al Uwe vereerders. Wij bidden U vooral voor onzen Allerheiligsten Vader den Paus, die zoo groot vertrouwen stelt op Uwen Rozenkrans, en door Zijne groote liefde tot U gewild heeft, dat deze Octobermaand U werd toegeheiligd. Gij dan, vertroost hem, sta hem bij, bescherm hem tegen al zijne vijanden en geef onzen Vader den vrede, de vrijheid en alle goed. Wij roepen Uwen tusschenkomst in, o allerteederste Moeder, voor de zielen in het Vagevuur; o wil haar toch redden uit die verschrikkelijke

ocr page 218

— 198 —

vlammen, wijs haar allen, en vooral onzen verwanten, den weg des hemels. Ja, help ons allen, o Allerheiligste Maagd Maria, red ons allen, die uit liefde tot IJ geheel deze maand den Rozenkrans gebéden hebben; geef dat wij U mogen beminnen, danken en prijzen in de eeuwigheid, in den hemel. Amen.

ocr page 219

UITTREKSEL UIT DE ENCYCLIEK VAN Z. H. PAUS LEO XIII OVER DEN ROZENKRANS.

1 September 1883.

Als de H. Vader gezegd heeft, dat de Allerheiligste Rozenkrans de redding der kerk geweest is, niet slechts ten tijde van den H. Dominicus, maar ook ten tijde van Paus Pius V bij Lepanto, en dat, na de overwinningen bij Temeswar en bij het eiland Corcyra de viering van het Eozenkransfeest voor de geheele kerk is vastgesteld, geeft hij als zijne verwachting te kennen, dat de Koningin van den Rozenkrans, de Allerheiligste Maagd Maria, ook in dezen tijd de redding der H. Kerk zal zijn. Daarna schrijft hij het volgende:

„Daarom vermanen wij niet alleen dringend alle Christenen om, zoowel in het openbaar als in het bijzonder, ieder in zijn woning en zijn huisgezin, op dit schoone gebed van den Rozenkrans zich toe te leggen; maar wij verordenen tevens, dat de geheele maand October van dit jaar zij toegewijd aan de hemelsche Koningin van den Rozenkrans. Wij bevelen

ocr page 220

— 200 —

dus en gelasten, dat over de geheele katholieke wereld dit jaar het feest der Koningin van den Eozenkraus met bijzondere plechtigheid en buitengewonen luister worde gevierd, en dat van 1 October tot 2 November in alle parochiekerken en, wanneer de plaatselijke Or-dinarissen het nuttig en oirbaar achten, ook in alle andere kerken of kapellen, die aan de H. Moeder Gods zijn toegewijd, dagelijks ten minste vijf tientjes van den Eozenkrans, met toevoeging van de litanie van Loreto, aandachtig zullen gebeden worden. Ook verlangen wij, dat in den tijd, waarop het volk tot dit gebed te zamen komt, of de H. Mis worde opgedragen, of het Allerheiligste Sacrament ter aanbidding worde uitgesteld, en vervolgens, naar kerkelijk voorschrift, den zegen met het Allerheiligste worde gegeven. Wij vinden het zeer prijzenswaardig, als de Rozenkrans-broederschappen , naar oud gebruik, ter bevordering der devotie, processiesge-wijze de straten der steden doortrekken. Waar dergelijke processies door de ongelukkige tijdsomstandigheden niet kunnen gehouden worden, daar zal, hetgeen de openbare godsvrucht door dit gemis lijdt, worden vergoed door een veelvuldiger

ocr page 221

— 201 —

bezoek der kerken en, door een vlijtiger beoefening der Christelijke deugden, van de vurigheid der godsvrucht worden blijk gegeven.

Ten gunste nu dergenen die hetgeen wij voorgeschreven hebben, zullen volbrengen, willen wij de hemelsche schatten openen, opdat daardoor de godsvrucht zoowel bevorderd als beloond worde. Wij verleenen dus aan allen, die binnen den bepaalden tijd zullen tegenwoordig zijn bij het openlijk gebed van den Rozenkrans en de litanie van Loreto en bidden zullen ter Onzer intentie, voor iederen keer een aflaat van zeven jaren en zeven quadragenen. Aan deze gunst zullen ook zij deelachtig kunnen worden, die om wettige reden verhinderd zijn genoemde openbare gebeden bij te wonen, en wel onder voorwaarde dat zij hetzelfde gebed, ieder voor zich, en eveneens ter Onzer intentie verrichten. Zij, die binnen den genoemden tijd minstens tien malen, hetzij openlijk in de kerken, hetzij (om geldige reden) te huis, de gebeden verrichten , zullen, na behoorlijk gebiecht en het Allerheiligste Sacrament ontvangen te hebben, van alle schuld en van al de voor de zonden vastgestelde straffen, naar den aard van een pauselijken aflaat.

ocr page 222

— 202 —

ontbonden zijn. Dezen vollen aflaat ver-leenen wij ook aan allen, die op het feest van den Rozenkrans zelf, of op een dag onder het octaaf, na hunne ziel door een heilzame biecht te hebben gereinigd, tot de Tafel des Heeren naderen en in eenig bedehuis voor de nooden der Kerk en ter onzer intentie tot God en de H. Maagd zullen bidden.

Welaan dan. Eerwaardige Broeders, naar de mate waarin de oer van Maria en het heil der maatschappij u ter harte gaat, beijvert u de godsvrucht en het vertrouwen uwer volkeren op de allerzaligste Maagd aan te wakkeren. Want wij zien er eene genade in van Grod, dat zelfs in dezen voor de Kerk zoo droevigen tijd, bij het meerendeel van het christenvolk, de oude godsvrucht en liefde tot de verhevene Maagd voortduurt en bloeit. Nu evenwel nog te meer zullen de christenvolken, door onze vermaning opgewekt en door uwe woorden aangevuurd, met dagelijks aangroeienden ijver, zich stellen onder Maria's bescherming en voorspraak, en steeds vuriger er naar streven den Rozenkrans van Maria lief te hebben, in welken onze vaderen niet slechts een trouwe hulp in hun nood, maar ook een edel kenmerk van chris-

ocr page 223

— 203 —

telijke vroomhetd plachten te zien. De vereende smeekingen zal de hemelsche Beschermster van het menschdom gaarne aanhooren, en zij zal ongetwijfeld van God verkrijgen, dat de rechtvaardigen in deugd toenemen, de dwalenden weder tot beter inzicht komen en hun eeuwig heil behartigen, dat God, de straffer van alle kwaad, in Zijne goedertierenheid en erbarming, alle gevaren afwere en aan Kerk en Staat den gewenschten vrede terugschenke.quot;

Hetzelfde wordt voor de volgende jaren , zoolang totdat de vrede der Kerk hersteld zal zijn, voorgeschreven in de Encycliek van 20 Augustus 1885.

■mi-

ocr page 224

— 204 —

DE BLIJDE GEHEIMEN.

Gabriel, van God gezonden,

Komt op aard zijn last verkonden, ! Haar, die van geen smet geschonden, Moeder Gods zal zijn en Maagd.

Lieve Moeder onzes Heeren,

Wil ons door Uw voorbeeld leeren, Dat ook wij Hem needrig eeren, Wien Uwe eenvoud heeft behaagd.

Zonder dralen spoedt Zij henen,

Daar Zij zich in staat mag meenen, | Hare nicht den troost te leenen, I Van ootmoedig hulpbetoon.

Leer ons, Moeder, met verblijden Zorg en liefde aan allen wijden, Die verlost zijn door het lijden En den dood van Uwen Zoon.

Zie een stal verstrekt tot woning Aan der heemlen rijken Koning,

Klein en arm aan hulpbetooning Ligt Gods eeuwig Woord hier neer. Wil mij ééne gunst betoonen, Moeder, kom in 't hart mij wonen, Kom er met Uw Jesus tronen, 'k Wensch nooit andren rijkdom meer.

ocr page 225

— 205 —

Om de wet der offeranden,

Brengt ze in maagdelijke handen, Binnen Salem's tempelwanden, Q-od haar allerliefsten Zoon.

'k quot;Wil mijn hart, mijn ziel en leven Moeder, U ten offer geven,

Maak dat ik, bij al mijn streven Mij aan U gehoorzaam toon.

't Kind, drie dagen lang verloren, Mag Ze omhelzen als te voren, Was haar groote smart beschoren, Grooter is de blijdschap nu.

Moeder, van geen vlek geschonden, Laat mij 't Kind , door U gevonden, Nooit verliezen door de zonden, Laat me eer sterven, bid ik U.

ocr page 226

— 206 —

DE DROEVIGE GEHEIMEN.

Hoe zie ik, Heer van leveu,

En dood, Ü zelf zoo beven, Van stervensangst omgeven,

In tranen en gebed!

Leer mij 't gebed beminnen, Den duivel overwinnen,

Dat ik èn hart èn zinnen,

Beware zonder smet.

Houdt stand, houdt stand, gij wreeden, Den God van heerlijkheden Te kwetsen, hoofd en leden,

Onzinnig en ontaard!

O Jesus, om Uw wonden Vergeef mij mijne zonden;

Mijn boosheid heeft die stonden Van smarten U gebaard.

Der englen wijze koning Zwijgt bij Zijn doornenkroning. Om onze praalvertooning,

En ijdlen geestes waan.

'k Wil mij dier trotschheid schamen En roep de zoete namen:

Maria, Jesus, samen In zelfmistrouwen aan.

ocr page 227

— 207 —

Een stoet van woestelingen Gaat 't offerlam omringen,

De God der englenkringen,

Valt onder 't kruishout neer. O help mij niet te klagen,

Mijn God , bij 's levens plagen ; Met U mijn kruis te dragen, Zij thans mijn vreugd, mijn eer

O Schepper, hoog verheven,

Voor mij dan wilt Ge Uw leven In zooveel smarten geven! O Liefde, buiten maat!

'kWil, Moeder, nu beginnen U en Uw Zoon te minnen, Die liefde moet verwinnen, Zoolang mijn harte slaat.

ocr page 228

— 208 —

DE GLORIERIJKE GEHEIMEN.

Gij verrijst in 's levens luister ,

En ik zucht nog in het duister,

Heer, hoelang nog in de kluister Zal ik zuchten van den dood?

Heer, ach wil mijn boeien slaken. Help mij uit mijn graf ontwaken, Tot Uw liefde weer genaken.

Help mij, Moeder, in den nood.

Die den zondaar kwam beminnen, Vaart nu 's hemels glorie binnen; Ieder kan dien hemel winnen. Die zijn levensdoel gedenkt.

Koningin van teederheden ,

'k Stel mijn hope op Uw gebeden. Daar Uw liefde ons hier beneden, Steeds ten hoogen hemel wenkt.

Weldra melden 'talie talen, Dat Gods Geest kwam nederdalen; Om de Apost'len te bestralen,

Met de Moedermaagd vergaard. Die Gods liefde wist te winnen, Edelste aller rijksvorstinnen,

Leer ook mij den Heiland minnen, Dien Uw liefde ons heeft gebaard.

ocr page 229

— 209 —

Hevig was Maria's smachten,

Tot haar God, te laug het wachten; — 'tVuur van liefde sloopt haar krachten, En zij sterft — o dood, zoo zoet! Sta nabij mijn stervenssponde,

Voer — ach in die bange stonde — Gij mijn ziel, besmet van zonde. Moeder, 't oordeel te gemoet.

Als Vorstinne in 't hemelsch Eden Troont Gods Moeder. Haar gebeden. Tot den Heer der heerlijkheden Zijn zoo machtig als Zijn Woord.

Blijf ons naar den hemel wenken, Dien Gods liefde ook ons wil schenken, Moeder, blijf ons toch gedenken, In dit aardsche ballingsoord.

14

ocr page 230

— 210 —

TOEWIJDING AAN MARIA.

O maagd, zoo verheven, Gij vreugd van mijn streven, En ziel van mijn leven.

Mijn liefde, mijn hoop.

quot;Wil 't offer gedoogen Van mond, oor en oogen, En alle vermogen Van lichaam en ziel.

Mijn moed en mijn strijden, Mijn arbeid en lijden,

'k Wil alles U wijden quot;Wat goeds ik bezit.

Mijn hoopvol verwachten, Mijn sombre gedachten, En juichtoon en klachten, TJ offer ik 't al.

En hebt Gij hiermede O Moeder, geen vrede, Verhoor dan mijn bede, En zeg het mij toch.

ocr page 231

- 211 —

O wil dan belijden; Wat kan 'k U nog wijden, Waarmee ü verblijden? Gij vindt mij gereed.

Ja 'k kan er naar streven U nog iets te geven, En 'k voel mij gedreven U alles te biên.

Ik kan door de banden Der minne in Uw handen Mijne harte verpanden,

Maar meer dan toch niet ?

Neen, niets wilt Gij winnen Dan harten, die minnen, O 'k wil dan beginnen En minnen U teer.

Uw liefde, nooit moede Zij neme ten goede. O Moeder, en hoede Het hart van Uw kind.

ocr page 232

— 212 —

MARIA's GEBOORTE.

Laat ons 't wellekom U zingen, En Yerheugd Uw wieg omringen; Lieflijkste aller stervelingen,

U Maria, groeten wij.

Gij verwint den vorst der logen, Aan zijn macht hebt Ge ons onttogen, Gij ontsluiert voor onze oogen 't Licht der heemlen, naamloos blij.

Eva, die Gods wil miskende.

Bracht ons jammerlijke ellende; Tot Uw hulp, o Keinste, wende Zich thans vrij ons dankbaar hart.

Eva's kroost komt aan Uw voeten U als Koningin begroeten:

Gij zijn vreugd in elk ontmoeten, Gij zijn hoop en troost in smart.

Toon ons d' opslag Uwer oogen,

Laat een blik van mededoogen,

Lieflijk kind, de vreugd verhoogen Die Uw feest ons heeft bereid.

Om Uw blijde komst in 't leven.

Leer ons, van het aardsche ontheven. Onvermoeid ten hemel streven,

Waar Uw liefde ook ons verbeidt.

ocr page 233

— 213 —

MARlA's TEN HEMELOPNEMING.

Om in 's hemels glorie Bij Grods troon te staan,

Zijt Gij ons, Maria,

Blij vooruitgegaan*

Wil nu, lieve Moeder,

Niet vergeten 't kind,

Dat op U blijft hopen,

En zoo teêr U mint,

In dien sehoonen hemel Staat voor goed Uw troon. Eeuwig blijft Ge er heerschen Met Uw lieven Zoon.

Zal ik ook eens komen. Moeder, aan Uw zij.

En den God van liefde Naadren zooals Gij ?

In veel kommernissen Gaan mijn dagen voort.

En ik zucht zoo dikwijls In dit ballingsoord.

ocr page 234

— 214 —

Zie hoe droef mijn ziele Hier Uw hulp verbeidt, Red ze, ach, van die angsten Der verlatenheid.

Zoo Gij haar wilt redden Zwijgt mijn lied niet meer, Maar 'k wil eeuwig zingen. Moeder, U ter eer.

Kom dan, lieve Vrouwe 'k Hoop en wacht op U, Moeder, Maagd, Marijk Ach verlos mij nu.

ocr page 235

— 215 —

MARIA ONZE HOOP.

O zegenrijkste Vrouwe,

Mijn hope, op wie ik bouwe, Maria, troost in rouwe.

Mijn leven, liefde en vreugd.

Nauw klinkt Uw naam mij tegen Nauw is hij 't hart me ontstegen Of 'k smaak den zoetsten zegen Van hemelsche geneugt.

Komt Satan mij bekoren.

Ik geef geen moed verloren,

Wijl hij alrêe op 't hooren Van Uwen naam verdwijnt.

Mijn ziel, op 's levens baren Een scheepje in doodsgevaren. Mag blij Uw hulp ontwaren, Daar Gre als een ster verschijnt.

Laat mij de gunst bedingen, Dkt me Uwe zegeningen,

Gelijk een kleed omringen, Zoolang mijn harte leeft.

ocr page 236

— 216 —

O mag ik eens verwerven, In Uwe gunst te sterven, % Zal 't heerlijk aandeel erven Dat God zijn kindren geeft.

quot;Wil dan Uw teederheden Als tot een keten smeden. En boei mijn levenszeden, In zoete slavernij.

Uw macht en wil verwinne, En biedt Ge, o Koninginne, Aan God der kindren minne, Geef Hem mijn hart er bij.

ocr page 237

— 217 —

DE ONBEVLEKTE ONTVANGENIS.

O Maria, bij de stralen Van Uw reinheid kan het pralen Van de morgenster niet halen,

Noch de lelie, maagd'lijk blank.

Duld, dat alle hemelingen U, met ons vereend , omringen, Om die vlekk'loosheid te zingen In een eeuwig lied van dank.

U kon Adam's schuld niet wonden, Gij alleen bleeft ongeschonden Van de smetten aller zonden,

Nooit volprezen Bruid van God.

Voor Uw voeten nêergebogen. Zag de slang der sluwe logen, Zag de hel haar macht bedrogen; En voor 't eerst haar list ten spot.

quot;Wat door Eva's schuld te voren Onherstelbaar scheen verloren, 't Hoogst geluk, den mensch beschoren, Gij o Moeder, bracht het weer.

ocr page 238

— 218 —

Laat dan steeds Uw liefde ons blijken, Doe den yijand verre wijken,

Help ons, dat wij niet bezwijken Voor zijn listen, als weleer.

Om Uw eerste wordingsstonde, Die ons dagend heil verkondde,

Weer van ons de smet der zonde, Sta tot in den dood ons bij.

Laat geen vijand ons berooven Van de blijdschap U te loven,

Hier op aarde en eens hierboven In den hemel, aan Uw zij.

ocr page 239

— 219 —

TER EERE VAN HET H. HART VAN MARIA.

Aan Uw hart vol medelijden,

Bron yan hope en van verblijden, Wil zich ieders harte wijden.

Lieve Moeder van Gods Zoon.

Memands hart zoo edelaardig, Als het Uw' ter hulpe vaardig, Niemands hart zoo minnenswaardig. Noch zoo heilig, nog zoo schoon.

't Hart aan wanhoop prijs gegeven, Ziet aan 't Uw zijn hoop herleven ; 't Hart door droefenis gedreven. Vindt er troost en blijdschap weer.

quot;Wie, van smart of angst bestreden. Heeft U vruchtloos ooit gebeden ? Lieve Moeder, zie dan heden Ook op mij genadig neer.

Wil, mijn ziel, uw zuchten staken. Om dit harte te genaken.

Dat voor uw geluk wil waken, Dat heil u en redding biedt.

ocr page 240

— 220 —

Moederhart, om Jesus wonden Zoo bedroefd, om onze zonden In zoo grooten rouw bevonden, Ach, verstoot den zondaar niet.

Zie ik wensch tot U te sro'ifn, Al mijn hoop op U te stellen, Tot het uur des doods komt spellen Dat 'k U eindloos minnen mag.

Steun met moederlijke zorgen 't Kinderharte, in 't Uw' verborgen Eijze eens zoo de schoone morgen Van een nieuwen levensdag.

ocr page 241

- 221 —

MARIA's NAAM.

O Maria, welk een vreugde Wordt ons door Uw naam bereid, Mij vooral, wiens hart te voren Vaak tot zonde werd verleid.

O Maria, wij beminnen Teederlijk Uw zoeten naam,

Biddend noemen we U naar waarheid Onze hoop en liefde saam.

O Maria, Gij verblijdt ons.

En in smart en ook in vreugd.

Telkens als de nood doet bidden,

Zien we ons door Uw troost verheugd.

O Maria, 'k roep Uw name Bij het eerste ontwaken aan,

'k Wil Uw naam ook telkens noemen, 's Avonds bij het slapen gaan.

O Maria, 'k roep Uw bijstand In gevaren aanstonds in,

En Gij maakt dat ik de wereld En den duivel overwin.

O Maria, tot U vlucht ik

Altijd en in allen nood.

Laat me Uw zoeten naam nog staamlen

In het uur van mijnen dood.

ocr page 242

— 222 —

MARIA ONZE MOEDER

Eene moeder, o Maria Zoo beminnelijk als Gij, Zoo bezorgd en mededoogend,

Kent of heeft geen raensch dan wij

't Is God zelf, oneindig heilig, Die behagen in U vindt;

En Gij zijt de blijdschap tevens, Van het zondig menschenkind.

Jesus, die ons kwam verlossen, Heeft in Uwen schoot gerust; Aan Uw harte te verwijlen,

Is ook ons de hoogste lust.

Hem, o maagdelijke Moeder ,

Hebt Gij aan Uw hart gevoed , Die op aarde en in den hemel Alle schepsel leven doet.

Alles mag ik dan verwachten, Van Uw macht en teederheid;

Welk een troost! Mij wordt een hemel Van geluk door U bereid.

O Maria, aan geen ander.

Dan aan U zij voor altijd,

En in blijdschap, en in droefheid, Heel mijn harte toegewijd.

ocr page 243

— 223 —

MARIA, TROOSTERESSE DER BEDROEFDEN.

Troosteresse der bedrukten,

Hopend op Uw liefde en macht.

Houdt mijn ziel in zorg en droefheid. Aan Uw voeten trouwe wacht.

Eenmaal zijt Ge om hulp te bieden Tot Elizabeth gegaan.

En Uw komst in hare woning Bracht de grootste blijdschap aan.

't Jeugdig echtpaar, dat te Cana U ter bruiloft had genood.

Zag dat Jesus, op Uw voorspraak^ Hun zijn hulp ten uitkomst bood.

Zou ik dan alleen, o Moeder,

Mij door U verlaten zien ?

Neen ik weet, bij al mijn zorgen Zult Ge ook mij uw bijstand biên.

Nimmer is het nog vernomen Dat ge Uw hulp geweigerd hadt Aan een ziel, die tot U vluchtte. En U om bescherming bad.

ocr page 244

— 224 —

Laat dan mij niet de eerste wezen. Moedermaagd, zoo teêr bemind, Zie genadig neêr van boven,

Help Uw arm. Uw biddend kind.

Zie ik nader vol vertrouwen ; Mag mijn hart bij vrees en druk In het Uw' een schuilplaats vinden. Eindeloos is mijn geluk.

ocr page 245

— 225 —

MARIA'S SMARTEN.

O schoonste der Vorstinnen,

Prent diep in hart en zinnen Der kindren, die U minnen, Uw groote moedersmart.

O droevigste aller vrouwen,

Wie kan Uw angstig rouwen Op Grolgotha aanschouwen, Met ongevoelig hart ?

Wie zal Uw smart doorgronden, Toen in die droeve stonden U 't vlijmend zwaard kwam wonden, Van Simeon voorzegd ?

Gij hoordet Jesus' klagen.

Toen hij met hamerslagen Aan 't kruis door Hem gedragen, Zoo wreed werd vastgehecht.

O smartelijk ontmoeten!

Grij zaagt aan 't kruis Hem boeten, Van 't hoofd tot aan de voeten, Bebloed en diep gewond.

ocr page 246

— 224 —

Laat dan mij niet de eerste wezen. Moedermaagd, zoo teêr bemind, Zie genadig neêr van boven,

Help Uw arm, Uw biddend kind.

Zie ik nader vol vertrouwen; Mag mijn hart bij vrees en druk In het Uw' een schuilplaats vinden. Eindeloos is mijn geluk.

ocr page 247

— 225 —

MARIA'S SMARTEN.

O schoonste der Vorstiunen,

Prent diep in hart en zinnen Der kindren, die U minnen , Uw groote moedersmart.

O droevigste aller vrouwen,

Wie kan Uw angstig rouwen Op Golgotha aanschouwen, Met ongevoelig hart ?

quot;Wie zal Uw smart doorgronden, Toen in die droeve stonden U 't vlijmend zwaard kwam wonden, Van Simeon voorzegd?

Gij hoordet Jesus' klagen,

Toen hij met hamerslagen Aan 't kruis door Hem gedragen, Zoo wreed werd vastgehecht.

O smartelijk ontmoeten!

Gij zaagt aan 't kruis Hem boeten. Van 't hoofd tot aan de voeten, Bebloed en diep gewond.

ocr page 248

— 226 —

Toen heeft Hij 't hoofd gebogen, En sloeg nog stervend de oogen, Op U, die zoo bewogen,

Bij 't wreede kruishout stond.

Als 't leven was geweken,

Zaagt Gij, nog onbezweken , Het godlij k Hart doorsteken Van Uw zoo lieven Zoon.

't Heelal vangt aan te treuren, De zon verbergt haar kleuren, En aarde en steenrots scheuren En zuchten droef van toon.

O, dat geen ziel de rouwe, Der allerdroefste Vrouwe, Meêdoogenlobs aanschouwe, En harder zij dan steen.

Ach, om Uw bitter lijden, quot;Wil ons Uw zorgen wijden,

Laat ons in 'slevens strijden, O Moeder, niet alleen.

ocr page 249

— 227 —

VERZUCHTING DER ZONDIGE ZIEL TOT MARIA.

Moeder vol van mededoogeu, Zie, bezwaard van zonde en schuld, Waag ik het tofU te vluchten, Needrig en van rouw vervuld.

Zoete ontferming durf ik hopen, Van Uw groote teederheid;

Wees genadig en tot redden Van mijn arme ziel bereid.

Moeder werdt Gij van Gods Zone, Om verlossing ons te biên;

Om den zondaar 't zoet vermogen Van Uw voorspraak te doen zien.

Aan Uw harte kwam Hij rusten, Die de troost der droefenis,

En een God van medelijden,

En de hoogste goedheid is.

In Zijn eindeloos erbarmen Storte Uw Zoon zijn kostbaar bloed Gij ook, in een vloed van tranen, Hebt voor onze schuld geboet.

ocr page 250

— 228

Sinds dien tijd is U 't ontfermen, Tot een teedre moederplicht,

Houdt Ge, uit kracht der zoetste liefde, 't Zorgzaam oog op ons gericht.

Wie heeft zonder hulp te ontmoeten. Aan Uw voeten ooit gestaan?

Neen nog nimmer is een zondaar Zonder troost van U gegaan.

Zou ik de eerste wellicht wezen. Wiens gebeden Gij verstoot?

Neen, dit kan ik nooit gelooven, 'k Ben Uw kind, Gij kent mijn nood.

Ach, als Gij u niet ontfermdet, Welk een angst werd mij bereid. Moeder, zeg mij, waar ter wereld. Vond ik nog barmhartigheid?

Maar ik blijf op U vertrouwen, 'k Wacht den hemel zelfs van U, Gij, die moeder heet der zondaars, Toon Uw moederliefde nu.

ocr page 251

— 229 —

LIEFDE TOT DE H. MAAGD.

Geld en eer zij hun beschoren Die de wereld toebehooren,

quot;Wij, o Maagd, van God verkoren Wij beminnen U het meest.

Door ons kinderhart gedreven. Minnen we U bij al ons streven. En met heel ons zieleleven. En met opgewekten geest.

Waar ter wereld is een wezen Uit Gods handen ooit verrezen. Schoon als Gij en nooit volprezen, Ieders liefde zoozeer waard ?

Neen, zoo rein en ongeschonden. Zoo begaan met onze zonden. Wordt geen schepsel ooit gevonden In den hemel noch op aard.

O genadigste aller vrouwen. Om dat medelijden bouwen Wij op U zoo groot vertrouwen En beminnen we U zoozeer.

ocr page 252

— 230 —

Moeder, in veel angst en strijden, Van Hem, die ons kwam bevrijden, Moeder van liet medelijden,

O wij minnen ü zoo têer.

U beminnen we al de jaren Die Gods goedheid ons zal sparen Om dan stervend te verklaren : Eeuwig minnen we U nog meer.

ocr page 253

— 231 —

MARIA, KONINGIN DES HEMELS.

Koningin der hemelkoren,

Wil ons needrig bidden hooren, Om den luister U beschoren,

Sta op aarde Uw kindren bij.

Groot is de eer, U reeds gegeven, Groot de vreugd van 't eeuwig leven; Wij, die ook ten hemel streven, Ach! hoe verre nog zijn wij.

Doch haar kindren, neergezeten In den rouw van 't droef geweten, Zal een moeder niet vergeten,

Noch verlaten in den nood.

Zijt Gij ons in de englenkringen, Als Vorstin der hemelingen,

Niet de redding gaan bedingen Van de zonde en van den dood?

Gij dan, liefde van ons leven,

Zoete hoop bij al ons streven,

Om die glorie, U gegeven. Wil genadig nederzien.

Wil ook ons, na 's levens strijden, Door die hemelvreugd verblijden, 't Harte God alleen te wijden, En Hem eeuwig dank te bien.

ocr page 254

— 232 —

VOOR DE ZIELEN IN HET VAGEVUUR.

O Maagd, vol mededoogen, Wij bidden, sla Uwe oogen Ontfermend van den hoogen In 't Vagevuur ter nêer.

Eleïson, eleïson!

Zie neer op uw getrouwen. Beschouw haar eenzaam rouwen. Ach, toon Uw aanschijn wêer.

Ach, blusch der vlammen woede En word ook daar de hoede Van 't lijdend kind niet moede, O Moeder, eindloos teer.

Kom uit haar angstig strijden En lijden haar bevrijden ; Zij zingen te alle tijden Haar helpster dank en eer.

Ach haast U haar do stonden Van redding aan te konden, O Moeder — om de wonden Van Jesus onzen Heer !

Als wij eens d' angstkreet slaken Dat 't oordeel gaat genaken. Wil dan ook, wil dan waken Dat ons dat vuur niet deer'.

ocr page 255

— 233 —

DE MEIMAAND.

Zie teedre Maagd Maria, 't Is weer een schoone tijd, Weer vieren wij vol vreugde De maand, U toegewijd.

Het veld daarbuiten fluistert, Uw zoete liefde me in; En 'k hoor in 't woud herhalen Bemin haar , ja, bemin.

Stil is der bloesems stemme: Bemin Maria, teer; En 'tvoglenheir geeft dartiend Dien raad in lofzang weêr.

O 'k wil U dan beminnen, Meer dan mij wordt gevraagd! Wees duizendmaal gezegend, O teedre, schoone Maagd.

Ik wil Uw lof verkonden, En zingen luid en blij; En heel mijn hart U offren, Schoon 't klein en nietig zij.

ocr page 256

— 234 —

Maria, al uw kindren, Zij juichen blij te moe, Met mond eu hart en ziele Hun lieve Moeder toe.

Zij bidden dat Uw goedheid Hun het geluk bereid', Dat 't minnend kinderharte, U love in eeuwigheid.

ocr page 257

— 235 —

OP HET FEEST VAN DEN ROZENKRANS.

'k Groet U miju Koningin! Hemelsehe rozen,

Tot een genadekrans Door Haar verkozen, Weest ook gegroet.

Hoor, geheimzinnige Roze, mijn groete;

Gij ook, o Rozenkrans, Krans van zoo zoete Geuren en gloed.

Vol van bekoorlijkheid, Nooden uw geuren, Ons het bedrukte hoofd. Blij weer te beuren, Hemelwaarts op.

Wie mocht ooit heerlijker Rozen aanschouwen!

O, bij uw kleurenpracht Stijgt uwer trouwen Blijdschap ten top.

ocr page 258

— 236 —

Mogen wij allen dan Loven en prijzen,

En u een vurige Liefde bewijzen,

Rozen zoo schoon.

Kan ik, o Rozenkrans Waarlijk u minnen ,

Door uw genadekracht Zult gij mij winnen, 't Heerlijkste loon.

Blijf dan in 't biddend hart Wonen en tronen,

Wijk van mijn lippen niet. Dat ik den schoonen Hemel eens vind.

Ja, op Uw Rozenkrans, Hemelsche Vrouwe,

Hoop ik in nood en dood; Red om die trouwe Red toch Uw kind.

ocr page 259

— 237 —

BIJ HET EINDE DER MARIA-MAAND.

Bij het einde dezer dagen U, Maria, opgedragen,

Kom ik nog eens needrig wagen Neer te knielen voor Uw beeld.

O, ik nader U, verlegen Hoe te danken voor den zegen, Mij door Uwe gunst verkregen, En zoo ruimschoots toegedeeld.

't quot;Waren allerzoetste stonden.

Toen wij Uwen lof verkondden O, die vreugd, toen ondervonden. Geef ze ons in den hemel weer.

Zie 'k wil mijn levensdagen U beminnen, U behagen ;

Om in 't eind een plaats te vragen In de Koren Uwer eer.

Sterk, bij 't biddend handen vouwen Ons geloof en ons vertrouwen,

Zegen ons om voort te bouwen In de liefde, in deugd en kracht.

ocr page 260

— 238 -

Duld, dat wij ons in gevaren Onder Uwen mantel scharen ; Wil Uw kinderen daar bewaren Voor der duivlen list en macht.

Wil voor alle kwaad ons hoeden, Moeder, in der stormen woeden Kom dan snel ter hulpe spoeden, Dat Gods vrede ons blijve op aard.

Heel ons leven hier heneden En den duur der eeuwigheden Tot Uw glorie te besteden,

O, die gunst zij ons bewaard.

ocr page 261

- 239 —

TOT HET GODDELIJK KIND.

Godlijk Kind, o heil der wereld,

Zoon der Moeder-Maagd, zoo teêr, In mijn harte diep bewogen,

Kniel ik aan Uw kribje neer.

O mijn God, o mijn Verlosser,

O mijn Jesus, groot en goed,

Gij mijn hoop, mijn liefde en leven, Wees, wees teederlijk gegroet.

Alle hoop was ons ontnomen,

Zeker was ons de eeuwge dood.

Als uw medelijdend harte Ons geen hoop op uitkomst bood.

Maar voor d' afgrond, die ons wachtte. Opent Gij der heemlen woon:

O mijn ziel, wil nooit meer vluchten. Van dit Kind, zoo goed, zoo schoon.

Godlijk Kind, bij Uw geboorte,

Werd de vreugde op aard hersteld, En Gods vrede met de menschen. Ons door engelen gemeld.

ocr page 262

— 240 —

Gij dan, zondaar, als uw harte 't Godlij k Kind niet minnen kan, Zeg mij, wien of wat ter wereld, Eert gij en bemint gij dan?

Zie, ik min die stralende oogen, En dien glimlach zoet en blij;

O, gij harten aller menschen,

Nadert en bemint met mij!

O Maria, ik onwaardig,

En van zonden mij bewust,

'k Bid U, wees de tolk mijns harten, Als Gij straks Uw Kindje kust.

Wil, o Josef, voor ons zondaars Spreken, met Maria saam,

En omhels den zoeten J esus , 't Minlijk kind uit mijnen naam.

Godlijk Kind, U zij op aarde Heel ons harte toegewijd;

Geef dat we in den schoonen hemel U behooren voor altijd.

ocr page 263

— 241 —

TOT HET GODDELIJK HART VAN JESUS.

Hart van Jesus, trouw voor ieder Die met U in vriendschap leeft, Neem mijn hart en hoor mijn bede : Dat Ge ook mij getrouwheid geeft.

Allermedelijdendst harte,

'k Hoop op U in allen nood. Wat gevaren me ooit omringen, 'k Hoop op U tot in den dood.

Hart zoo goed dat om de boosheid Onzer zonden bloedde en leed, Duizend malen wil ik sterven Eer 'k Uw liefde weer vergeet.

Allerminlijkst hart van Jesus U bemin ik, en ik zal Tot in eeuwigheid herhalen ; U, U min ik bovenal.

Grod'lijk hart van mijn Verlosser, Neem mijn hart, dat voor den tijd En voor eeuwig na dit leven ü geheel zij toegewijd.

10

ocr page 264

.

,

■

ocr page 265

iisriDiBix:.

-ÊS-S4-BLIJDE GEHEIMEN.

Blz. . 4, 16, 36, 51, 73, 94, 114, 129, 145, 159, 174, 185

DROEVIGE GEHEIMEN.

Biz. . 6, 21, 41, 56, 79, 99, 119, 135, 150,

164, 179

GLORIERIJKE GEHEIMEN.

Blz. 11, 26, 31, 46, 62, 67, 84, 89, 104,109, 124, 140, 155, 168, 190

Blz.

Voor onzen H. Vader den Paus . . . 109

Voor de bekeering der zondaars . . . 114

l'oor de zielen in het Vagevuur . . . 119 Ter eere van het Allerheiligst Sakrament 124

Om de deugd van zuiverheid te verkrijgen 129

Voor de stervenden.......135

Gebed............197

Uittreksel uit de Encycliek van Paus

Leo XIII over den Rozenkrans. . . 199

ocr page 266

II

VOORBEELDEN.

Biz

Bevrijding uit de hand eens vijands. . 4

Bekeering van gevangenen..........9

De Rozenkrans in den Schouwburg . 14

De afbeelding van den Rozenkrans . . !!•

Bevrijding uit de macht van roovers . 24

De Rozenkrans en de wraakgierige . . 29

De twee studenten van Leuven ... 34

Schaamte door d. Rozenkrans overwonnen 39

Bekoring tot zelfmoord overwonnen. . 44

Verlossing van hongersnood .... 49

Verlossing van schipbreuk.....54

De Rozenkrans redt een vrouw op haar

sterfbed..........59

De Rozenkrans brengt een kloosterling

tot groote heiligheid......65

De zondares Helena en de Rozenkrans . 71

De geneesheer Recamier en de Rozenkrans 76

De arme, wanhopige vrouw .... 82

Medaille van den Rozenkrans .... 86 Pastoor van Ars door den Rozenkrans

geholpen ..........92

Bekeering van het eiland Vallis ... 97

De zalige Berchmans.......102

De verblinde en onboetvaardige zondaar 107

De Rozenkrans en de duivelen . . . 112

ocr page 267

Ill

Biz.

De H. Vincentius redt een wanhopige . 117 Petrus Basto, Jezuïet, behouden door de

zielen van het Vagevuur.....122

De Jezuiet Martinus legt den Rozenkrans

als penitentie op.......127

De Rozenkrans en de Cholera.... 132 De Rozenkrans en een zalige dood . . 137 Een vrouw bekeert haar echtgenoot dooiden Rozenkrans........143

De Rozenkrans geneest een vrouw . . 148 De Rozenkrans wekt een kind tot liet

leven op..........153

Dé Rozenkrans brengt een onderwijzer

tot groote heiligheid......157

De Rozenkrans brengt eene Congregatie

tot groote heiligheid......162

De moedige jongeling.......166

Een arme door den Rozenkrans gered . 171

De soldaat, die den Rozenkrans bidt . 177

De aardbeving op het eiland Ischia . . 182 Pater Bartholomaeus door den Rozenkrans

behouden..........188

Wonder met het beeld v. d. H. Dominicus 193

LIEDEREN TER EERE VAN MARIA,

De blijde geheimen.......204

De droevige geheimen......206

ocr page 268

IV

Biz.

De glorierijke geheimen......208

Toewijding aan Maria......210

Maria's geboorte........212

Maria's ten hemel opneming .... 213

Maria onze hoop........215

De onbevlekte ontvangenis.....217

Ter eere van het H. Hart van Maria 219

Maria's naam.........221

Maria onze Moeder.......222

Maria, Troosteresse der bedroefden . . 223

Maria's smarten........225

Verzuchting der zondige ziel tot Maria 227

Liefde tot de H. Maagd......229

Maria, Koningin des hemels .... 231

Voor de zielen in het Vagevuur . . . 232

De Mei-maand.........233

Op het feest van den Rozenkrans . . 235

Bij het einde der Maria-maand . . . 237

Tot het goddelijk kind......239

Tot het goddelijk Hart van Jesus . . 241

ocr page 269
ocr page 270
ocr page 271
ocr page 272

Voorbeeld van Meloüiën bi) de Grieken in gebruik.

MARIAS SMARTEN. Zie biz. 225.

Adagio.

9gt;

zzzftzzuZzzÉJ ' -i 3_r_ ^----

O schoonste der Vorstinnen, Prent diep in hart en zin - nen der kindren die U

FINE. Flebile.

ï--

O droevigste aller vrouwen,

groo- te moeder-smart.

minnen Uw

Da capo.

'3

V-m-air—» »■ »

Wie kan Uw angstig rouwen, Op Golgotha aanschouwen, Met on-ge- voe- lig hart.

VOOR DE ZIELEN IN HET VAGEVUUR. Zie bk. 232.

—l—h———1 h: » m- 0---*---

^E^==3

O Maagd vol mede-doogen, Wij bidden sla Uwe oogen, Ontfermend van den

Largo.

p§Epp=iEfc^|S

zi^rziTrrh:

_ii2-#—

ür

9--*

- 0. m • „

hoogen, In 't Va-gevuur ter neer. E - le - t - son, e - le - ï-son. Zie neei op Uw gc-

=^.

trouwen. Beschouw haar eenzaam rouwen. Ach toon Uw aanschijn weei.

ocr page 273