ocr page 1
ocr page 2

z

o

cn

n n:

S lt;

tn

H

H W

ocr page 3

365 ^ Ha.

^e. %, ioscpl! vaoramp;«Ii( 4« C(|ci3léii«it

DOOR

M* ■amp;*

Gaat tot Joseph en doe at hij ü zeggen zal.

Gen. 41—55.

UITGEVER Xj. O. lt;3-. ^Csulno-Toerg-

GKOOTESTBAAT D 69 NIJMEGEN.

1886.

ocr page 4

IMPRIMATUR.

W. H. van GENNIP.

Libr. Ceas. V'

Ha aren, 20 Jan. 1886.

ocr page 5

DE H. JOSEPH,

Toonbeeld der Christenen.

--Oi»T£o--

Eerste dag*.

De H. Joseph, ons toonbeeld.

De Heiligen zijn niet alleen onze beschermers bij God ; wij moeten hen ook beschouwen als onze toonbeelden. Hunne voorbeelden zijn ons van groo-ten dienst; immers, wat zij gedaan hebben kunnen ook wij doen. Hunne natuur was gelijk aan de onze, en ondanks de bekoringen en de verleiding, waaraan zij, evenzeer als wij, waren blootgesteld, zijn zij getrouw gebleven aan God, en hebben zij de volmaaktheid bereikt.

\

ocr page 6

_ 4 -

Onder alle dienaren Gods, wier deugden ons ter navolging worden voorgesteld, is er geen, wiens leven zoozeer van zoo algemeene toepassing is, als dat van den Heiligen Joseph. Immers, men vindt op aarde meer armen dan rijken; meer menschen, die van de opbrengst van hun nederig handwerk moeten leven, dan die geroepen zijn, om de vergankelijke goederen te bezitten.

Ten onrechte wordt het lot der laatsten benijd; wie toch heeft ooit in het bezit van schatten en rijkdommen de bevrediging der verlangens van zijn hart gevonden ?

De H. Joseph, wien wij eiken dag nieuwe onderrichtingen zullen vragen, zal ons door zijn voorbeeld den weg des Hemels en van het ware geluk toonen.

ocr page 7

quot;VoorToeeld..

Niemand kan den sterken invloed loochenen, die zoowel het goede als het kwade voorbeeld op het hart des menschen uitoefent. Eenieder kent het oude spreekwoord;

»Zeg mij met wien gij omgaat, en ik ^al u peggen wie gtj \ijt ''. Helaas! hoevele jongelieden worden er gevonden, die onschuldig en deugdzaam het ouderlijk huis verlaten; en later door de kwade voorbeelden van slechte makkers worden bedorven.

LodewijkDanvin had van zijn deugdzame moeder eene goede opvoeding ontvangen. Op veertienjarigen leeftijd werd hij, als leerjongen , bij een schrijnwerker geplaatst, waar hij in aanraking kwam met slechte metgezellen. Hij liet zich helaas, door hunne kwade voorbeelden meeslepen, liet het gebed en de godsdienstoefeningen na, en dacht weldra

ocr page 8

aan niets anders, dan aan de voldoening zijner driften en hartstochten.

Reeds zes volle jaren had hij in eene volkomen verwijdering van God geleefd, toen zijn meester hem naar een klooster zond, dat op ongeveer tien mijlen van de stad gelegen was, om daar te werken. Hij bleef er drie maanden.

De eerste weken verveelde hij zich zeer: hij was liever in het gezelschap van slechte vrienden, en in de herberg dan daar alleen in zijne kamer. Op zekeren avond, toen hij treurig en moede in het hem aangewezen vertrek terugkeerde, zag hij op eene plank eenige ingebonden boeken , waarop hij in den beginne geen acht geslagen had. Hij nam er een, getiteld: »Het leven van den H. Joseph.quot; Hij had wel liever een van die slechte romans gelezen, die de ziel dooden,

ocr page 9

- 7 —

doch bij gebrek daaraan opende hij het boek, en las de eerste bladzijden met verstrooidheid; langzamerhand echter boezemde de lezing hem meer en meer belang in. Toen hij het boek doorgelezen had, voelde hij zich geheel veranderd, de heilige Joseph was, zoo zeide hij tot zich zeiven, evenals ik een eenvoudige handwerkman. Hij vond den vrede des harten in dezen nederige levensstaat, en ik zoek dien te vergeefs in de voldoening mijner kwade neigingen. «Wat Hij gedaan heeft, kan ik dat ook niet doen ?quot; zoo vroeg hij zich zeiven af: wik zal werken , bidden en lijden zoo het noo-dig is, om de rust des gewetens terug te krijgen, waarvan het gemis mij zoo zwaar valt.quot;

Hij sprak openhartig met den Overste van het klooster, legde hem zijne levenswijze bloot en uitte den wensch

ocr page 10

— 8 —

zijn leven te beteren.

Toen hij, na de voltooiing van zijn werk, het klooster verliet, was hij oprecht tot God bekeerd van dan af leefde hij als een waar Christen. Overal verkondigde hij de eer van den H. Joseph, dien hij zijn beschermer en toonbeeld noemde.

GEBED.

Ik verlang, o groote H. Joseph, uwe voorbeelden na te volgen , gij weet hoe Rivale de menschelijke natuur is, welke dringende behoefte wij aan Gods hulp hebben. Verkrijg mij de genade moedig uwe voetstappen te volgen.

VOORNEMEN.

Ik zal mij er deze maand bijzonder op toeleggen, de deugden van den H. Joseph na te volgen.

ocr page 11

Heilige Joseph, toonbeeld aller deugden, bid voor ons.

Tweede dag.

De nederigheid.

Geene ondeugd is zoozeer in strijd met den geest des Christendoms als de hoovaardigheid.

De Heiligen hebben altijd het verborgen leven gezocht, zij verlangden onbekend te zijn, en vermeden zorgvuldig van zich te doen spreken. In plaats van dien te zoeken, vermeden zij den lof der menschen.

De H. Jozef had meer dan eenige andere Heilige liefde voor de nederigheid; zij was eene zijner meest geliefkoosde deugden. Hoewel gesproten uit het koninklijk geslacht van David, oefende hij een zoo nederig bedrijf uit, dat niemand zijne verhe-

ocr page 12

-lO-

ven afkomst vermoedde, en nog veel minder de hooge waardigheid, waartoe God Hem geroepen liad, door Hem aan te stellen als Voedstervader van Jezus, en als bewaarder en beschermer der allerheiligste Maagd Maria.

Wat zijn wij, vergeleken bij denH. Joseph ! En toch trachten wij de oogen van anderen op ons te trekken, en de achting der menschen te winnen, wij willen ons boven anderen verheffen, wij willen meer bemind, meer bewonderd worden dan zij, alsof de achting der menschen ons beter konde maken in de oogen van God.

quot;V oorToeelcL.

De Pastoor van Ars werd zelfs reeds voor zijn dood, als een Heilige beschouwd. Men verdrong zich rondom zijn predikstoel, om hem den Ca-

ocr page 13

- 11 —

techismus te hooren uitleggen ; zijn biechtstoel werd als bestormd door een groot aantal personen, die zijn raad kwamen innemen.

Alwie hem niet kende, vroeg zich af hoe het mogelijk was, dat hij zoo nederig bleet te midden der meest oprechte en uitbundigste lofspraken welke zoozeer getuigden van de achting, die men hem toedroeg. Niettemin had hij zulk eene geringe gedachte van zich zeiven , dat de eigenliefde geene enkele overwinning op zijne ziel behaalde. Hij herhaalde dikwijls, dat God zich van arme en ellendige werktuigen bedient, om groote zaken tot stand te bren-gee. »Zij, die ons vernederen, zijn «onze vriendenquot;, zeide hij, «maar niet »zij, die ons prijzen. Wanneer men »kwaad van u zegt, zoo spreekt men »de waarheid, terwijl, alvvie u prijst

ocr page 14

— 12 -

»den drank met u steekt. »

«Wat is verkieslijker , dat men u i

«waarschuwt of dat men u bedriegt; i

«dat men ernstig met u omgaat of /

»dat men u bespot?quot; i

Op zekeren dag zeide hij met het

oog op twee brieven, die hij des mor- i

gens ontvangen had.

»In den eenen zegt men mij, dat »ik een groot heilige ben, in den an-»deren word ik voor een huichelaar

»en een......kwakzalver uitge-

«maakt. De eerste maakt mij niet »beter en de tweede niet slechter.

«Voor God is men wat men is, en «niets meer.quot;

GEBED.

Somwijlen word ik door gedachten van hoogmoed aangevallen, doch ik^ie in, hoefeer %ij God mishagen. Ik bid ii H. Joseph, die 7yoo groot en toch ^oo

ocr page 15

— 13 -

nederig tv a art, mij te doen indien, wat ik inderdaad ben, opdat ik, verre van mij in de oogen der menschen te verheffen, naar uw voorbeeld, gaarne nederig en verborgen blijve in de trouwe vervulling der plichten van den staat, » waarin Hij mij geplaatst heeft. Amen.

VOORNEMEN.

Ik zal mij vandaag bijzonder toeleggen op de beoefening der nederigheid.

Heilige Joseph, voorbeeld van nederigheid, bid voor mij.

Derde dag.

Het geloof.

Toen Joseph en Maria zich in den stal van Bethleëm voor den pasgeboren Heiland nederwierpen, zagen zij slechts een klein kind, en hoe bekoor-

ocr page 16

- 14 —

lijk Hij ook ware, hun gelooi moest hen helpen om te erkennen, dat Hij Gods Zoon was.

Immers, door het geloof nemen wij op het woord van God als waarheid aan zaken, die wij met onze lichamelijke oogen niet zien. Het geloof toont ons Jezus, hetzelfde Kind van Beth-lëem, verborgen onder den sluier van het H. Sacrament, d. w. z. onder de gedaante der H. Hostie in het H. Sacrament des Altaars. Doch helaas ! wij zijn er verre af Maria en Joseph na te volgen in den ijver, waarmede zij het goddelijk Kind aanbaden, en Hem de bewijzen van liefde gaven, die de eerste schatting waren, die den Verlosser der menschheid betaald werd.

Wij gaan dikwijls eene kerk voorbij, waar Jezus uit liefde tot ons verblijft, en wij denken er niet aan, ons voor zijn troon neder te werpen;

ocr page 17

- 15 -

Hij woont in het Tabernakel, om onze gebeden te aanhooren, en wij verzuimen zelfs, Hem te vragen wat wij noodig hebben.

Betreuren wij onze onverschilligheid, en trachten wij goed te begrijpen, met welke schatten God de zielen overlaadt, die Hem zoeken.

quot;V oorbeeld-

De H. Augustinus, Bisschop van Hyppone, zeide tot zijne toehoorders : «Vergeet niet, dagelijks uwe geloofs-»belijdenis te bidden, hetzij des mor-»gens of des avonds. Herlees ze dik-«wijls, om geen enkele der waar-«heden, die er in vervat zijn uit het »oog te verliezen.quot; Zeg nooit: »Ik «heb ze gisteren, eergisteren, vandaag «zelfs nog gebeden : Eiken dag her-»haal ik ze zoodat ik ze van buiten ken.quot;

Beschouw uw voorgaand leven, met

ocr page 18

— lé

de oogen van uwen geest gericht op de belijdenis van uw geloot. Uwe geloofsbelijdenis moet als een spiegel zijn, dien gij altijd voor oogen hebt; zie ot gij werkelijk gelooft, wat gij belijdt als waarheid aan te nemen; uw geloof moet in alle omstandigheden des levens uw steun en uw troost zijn.

Het geloof moet zijn uw rijkdom, uwe dagelijksche kleeding. Kleedt gij u niet eiken morgen bij uw ontwaken ? De belijdenis van uw geloof is de kleeding uwer ziel, waarvan zij nooit, door eene onvergeeflijke nalatigheid, van uwe zijde, moet beroofd zijn.

GEBED.

Ik geloof, mijn God, maar vermeerder mijn geloof: ja, ik geloof vastelijk alle waarheden, die de H. Kerk ons voorhoudt te gelooven ; mijn geloof is

ocr page 19

- 17 —

echter niet luerJcend. Ik smeek u, mijn God, mij te helpen in het verkrijgen de^er deugd, die ^oo onontbeerlijk voor het Christelijk leven is, ik vraag het u door de voorspraak van den H. Joseph, dien roermuaardige Aartsvader, wiens geloof ^oo bewonderenswaardig was Amen.

VOORNEMEN.

Ik zal dikwijls de Geloofsbelijdenis herhalen, en bij elk punt eenige oogen-blikken nadenken.

H. Joseph, erfgenaam van het aartsvaderlijk geloof, bid voor ons.

quot;Vierde dag.

De hoop.

De hoop is de begeerte des harten naar eene zaak, die men verlangt, en meent te kunnen verkrijgen.

De gierigaard b. v. hoopt in het bezit van rijkdommen te geraken; de

ocr page 20

hoovaardige verlangt naar eerbewijzen; de zinnelijke mensch streeft naar aard-sche genoegens en voldoeningen.

De ware Christen echter richt zijne blikken hemelwaarts en zijne vaste hoop is: met Gods genade tot het eeuwig geluk te geraken, dat het doelwit van al zijne pogingen is.

Wij moeten in de hoop twee uitersten vermijden n. 1. de vermetelheid en de moedeloosheid. Het werk onzer zaligheid is moeielijk; en zonder Gods hulp kunnen wij het niet voltooien ; maar ondanks onze voorgaande misslagen, ondanks onze onvolmaaktheden en onze zwakheid, kunnen wij verzekerd zijn, eens in de haven te zullen aanlanden, als wij een oprechten en goeden wil hebben, en Gods hulp door het gebed en het ontvangen der H. H, Sacramenten af-smeeken.

ocr page 21

— 19 —

De H. Joseph leefde niet alleen in de vaste hoop eenmaal in het bezit van God te zullen geraken, maar ook in de moeielijkste omstandigheden zijns levens bleefhij onwrikbaarop God hopen.

Geene gevaren, geene beproevingen konden in het minst zijn vertrouwen doen wankelen.

quot;XTquot; oorToeelca..

Thomas Mortis, Grootkanselier van Engeland, ontving van een zondaar, dien hij tot bekeering wilde brengen, het volgende antwoord: »Ik heb drie «woorden, die ik in doodsgevaar zal «uitspreken, om vergiffenis te krijgen «van mijne zonden.quot; Op de vraag welke die woorden waren, antwoordde hij : «Heer, vergeef mij.quot; Men raadde hem aan niet te veel vertrouwen te stellen in de kracht van deze woorden, doch te vergeefs; hij spotte met

ocr page 22

- 20 -

alle vermaningen. Op zekeren dag reed hij bij gelegenheid eener partij over eene brug, toen eensklaps het paard verschrikte, over de borstwering sprong, en met zijn berijder in den vloed neerstortte. Wellicht zal hij nu de drie wonderbare woorden uitspreken! Doch neen; zijne laatste woorden waren : »Dat de duivel . . . .quot; waarna hij in de golven verdween.

-A-ïidler -voorToeeld..

De H. Bernardus eens zwaar ziek zijnde, werd hij door gedachten van wanhoop aangevallen. »Ik heb niets «gedaanquot;, zeide hij tot zich zeiven »dat «verdienstelijk voor den Hemel is.quot; Teneinde zich van die droevige gedachten te ontmaken, riep hij uit: «Ik weet, mijn God, dat ik de He-melsche belooning door mijne werken niet verdien; want mijne zonden ma-

ocr page 23

— 21 -

ken ze mij onwaardig, nochtans, er zijn twee zaken, die mij doen hopen, dat Gij mij niet zult verstoeten: De eerste, is dat ik uw kind ben, en de tweede dat uw Zoon voor mij gestorven is.quot;

GEBED.

Ik smeek u, roemwaardige Aartsvader, mij te helpen, mijn hart te onthechten van de vergankelijke goederen deqer ivereld. Geef, dat ik naar uw voorbeeld, de dienst Gods en zijne glorie boven alles hoogachte, dat ik %oowel de vermetelheid als de moedeloosheid vhichte en ik, door de krachtige hulp uwer genade ondersteund, ponder spijt de aarde en alles zuat voorbijgaat verlate, om in het be^it van het eeuwige vaderland te geraken. Amen.

VOORNEMEN.

Ik zal in den loop van den dag

ocr page 24

- 22 —

meermalen een akte van hoop verwekken.

H. Joseph steun der bedroefden bid voor ons.

Vijfde dag1.

De liefde tot God.

De H. Joseph kende Jezus, en diensvolgens beminde hij Hem van gan-scher harte. Hij zag God in het hem toevertrouwde Kind, en was bereid alles op te offeren, om Hem te behagen. Hoe gaarne zoude hij zijn leven gegeven hebben om dat van Jezus te redden, toen het in gevaar was bij den moord der onnoozele kinderen.

Wij leven in eene eeuw van onverschilligheid !

Er zijn er velen onder ons, die Jezus niet kennen, die nauwelijks zijn naam kunnen noemen, terwijl zijne bewonderenswaardige volmaaktheden ,

ocr page 25

— 23 —

w

kijne goedheid, zijne rechtvaardigheid en zijne barmhartigheid hen geheel anverschillig laten. Hebben wij meielijden met deze ongelnkkigen, en louden wij niet op voor hen te bid-ien. Maar wij, die meenen Hem te kennen, beminnen wij Hem oprecht ? tdjn onze gedachten, onze daden, on-*ze woorden in overeenstemming met ■Zijne leer ? Zijn wij gevoelig voor de ibelangen zijner eer? Werken wij uit lal onze krachten om Hem door an-fderen te doen kennen, beminnen en idienen ?

Zijn wij, zooals de eerste Christenen, [bereid, alles voor Zijn naam te slacht-I offeren, als het er op aan komt, ons igeloof te verdedigen? Het is zeer [nuttig zich van tijd tot tijd deze vra-Igen te stellen. Het antwoord zal ons jtoonen, tot welken graad wij het in |de liefde tot God gebracht hebben.

ocr page 26

quot;V ©orToeeld..

Omstreeks het midden der derde eeuw, leefde er te Cesarëa in Cappa-docie, een kind, Cyrillus genaamd, wiens liefde voor Jezus Christus zoo vurig was, dat hij onophoudelijk zijn naam op de lippen had. In het uitspreken van dien naam vond hij eene kracht, die hem alles : beloften, bedreigingen, martelingen zelfs deed verachten.

Zijn Heidensche vader, die te vergeefs gepoogd had, hem tot den afgodendienst over te halen, verzaakte zijn zoon, verdreef hem uit het huis, en weigerde hem allen onderstand.

De rechter van Cesarea wilde Cyrillus verschrikken, en zond te dien einde soldaten om hem gevangen te nemen, doch alles te vergeefs, het moedige kind stond onwrikbaar pal in zijn geloof. ;)Mijn kind,quot; zeide de

ocr page 27

— 25

rechter tot hem : »Ik vergeef u uwe «misslagen ; en uw vader zal u weder «in zijn huis opnemen, als gij hem ge-«hoorzaamt en de goden aanbidt.quot;

Cyrillus antwoordde: «Als ik door mijn vader verstooten word, zal God mij genadig opnemen, ik vrees den dood niet, integendeel, hij is mij welkom, omdat hij mij een beter leven doet ingaan.

Bij het hooren dezer woorden, wilde de rechter eene laatste poging beproeven: hij liet Cyrillus binden, alsof men hem ter dood wilde leiden.

«Gij hebt het vuur en het zwaard gezienquot;, zeide hij, «wees verstandig, en keer terug naar het huis uws vaders.quot;

«Wreedaard,quot; zeide Cyrillus «het is «te vergeefs, dat gij uw vuur ontsteekt «en uw zwaard scherpt; ik verlang «in een grooter huis te wonen, en «kostbaarder rijkdommen te bezitten.

ocr page 28

— '26 —

»dan die mijn vader mij schenken «kan.quot;

De omstanders weenden bij het hooren dezer taal, doch Cyrillus sprak hen aan, zeggende; »Gij moestu ver-»heugen mij naar de strafplaats te kun-»nen geleiden; gij kent de stad niet ))die ik ga bewonen, en waarop ik mijn «hoop gevestigd heb. Laat mij mijn «leven ten offer brengen.quot; Terwijl hij deze woorden sprak, ging hij den dood te gemoet, en werd zoo een voorwerp van bewondering voor de inwoners van Cesarea.

GEBED.

O gelukkige H. Joseph, gij hebt in Je^iis den menschgeworden God bemind, en Hem geheel mu leven toegewijd. Door de^e edelmoedige liefde smeek ik n voor mij te verkrijgen enkel te leven ■voor Hem, en steeds mijne gedachten,

ocr page 29

— 27 -

verlangens en daden met ^ijn H. wil Ie vereenig en.

VOORNEMEN.

Ik zal heden meermalen eene akte van liefde tot God verwekken.

H. Joseph, die door de zuiverste, sterkste en teederste liefde met Jezus verbonden waart, bid voor ons.

Zesde dag.

Gods tegenwoordigheid.

De H. Joseph leefde in het zoete verkeer met Jezus. Het was bij Hem en met Hem, dat hij zijn dagelijksch werk verrichtte ; het was met Hem, dat hij bad en zijne rust nam. Hoe gelukkig moet hij zich geacht hebben over zulk een onwaardeerbare vertrouwelijkheid ! Doch ook welk eene droefheid moet de H. Joseph gevoeld hebben, toen het H. Kind verloren was.

ocr page 30

— 28 —

en welke vreugde bij zijn wedervin-den ?

Waarom zouden wij Joseph's lot benijden ? Alhoewel wij het geluk niet hebben, Jesus, met onze lichamelijke oogen te zien, weten wij toch, dat Hij ons ziet, dat Hij ook bij ons en met ons is, en Hij ons geen enkel oogenblik van ons leven uit het oog verliest. Dat de zondaar, die God beleedigd heeft, beve bij de gedachte aan het oog, dat altijd op hem gevestigd is, aan dien blik, die de diepten zijner ziel doorgrondt. Het onderworpen kind echter vreest niet door zijn Vader gezien te worden, integendeel, het zoekt zijne tegenwoordigheid.

Zoo zullen ook wij doen, als wij God getrouw dienen; in de gewoonte van in zijne tegenwoordighe'd te wandelen, zullen wij kracht en moed

ocr page 31

— 29 —

putten om te midden v;in het lijden en de beproevingen des levens standvastig in de dienst Gods te volharden.

quot;V oorbeeld..

De Pastoor van Ars, wiens voorbeelden ik gaarne aanhaal, zeide dikwijls, dat de gedachte aan Gods tegenwoordigheid een der krachtigste middelen is, om voortgang te maken op den weg der deugd. «Alles onder de oogen van God,quot; zeide hij walles met God, en alles om Hem te behagen.quot; Welaan mijne ziel, gij gaat spreken met en werken voor God ! Gij zult werken, doch Hij zal uwe schreden zegenen; gij zult lijden , doch Hij zal uwe tranen zegenen. Wat is het grootsch en edel, wat is het troostrijk alles met God en onder Gods oogen te verrichten. Zeggen wij Hem dan

ocr page 32

— 30 -

eiken morgen: Ik wil heden alles doen om U, mijn God, te behagen ! Ik wil al mijne handelingen met U verrichten. Zoodoende zullen wij nooit moede worden, en de uren zullen als minuten voorbijsnellen.

GEBED.

Mijn God, ik ben altijd in uwe tegenwoordigheid, doch vergeet het, helaas ! maar al te dikwijls. Indien dele gedachte mij eigen was , ^oude ik nooit zondigen ; want hoe ipude ik den besten der Vaders kunnen beleedigen, indien ik op het oogenblik mijner ongehoorzaamheid dacht, dat Hij mij zjet. Ik smeek u, mijn God, help mij, den H. Joseph na te volgen, die het geluk had, in uw geselschap te arbeiden. Amen.

H. Joseph, die Jezus, het volmaakte voorbeeld aller deugden, vele jaren

ocr page 33

— 31 —

mocht aanschouwen, bid voor ons.

Zevende dag.

De Ingetogenheid.

God ziet niet alleen onze werken, Hij doorgrondt niet enkel onze geheimste gedachten, maar Hij woont wezenlijk in de zielen, die in staat van genade zijn, dat is, die zich aan geene doodzonden hebben plichtig gemaakt, of er kwijtschelling van gekregen hebben.

Het hart van Joseph, zuiver van alle vlekken, was als een heiligdom, waarin God zijn verblijf hield. Hij vluchtte de verstrooiingen en alles wat hem in zijne godvruchtige overwegingen kon storen. Als hij soms genoodzaakt was met anderen te spreken, deed hij het steeds met omzichtigheid. Gedurende zijne werkzaamheden onderhield hij het stilzwijgen, en legde er zich voor-

ocr page 34

— 32 —

namelijk op toe zijn werk goed te verrichten, en zijne ziel met God ver-eenigd te houden.

Het grootste beletsel voor de ingetogenheid is de praatzucht, die sommigen personen eigen is. Zij zijn uitgelaten, zoeken verstrooiing, en kunnen zich zelfs geen denkbeeld vormen van het inwendig verkeer der ziel met God.

Om ingetogen te zijn, is het niet noodig in een klooster te leven, waar men door muren en tralies beveiligd is; men kan te midden der wereld onder drukke bezigheden den H. Joseph navolgen , wiens zware arbeid hem niet belette, inwendig met God te verkeeren.

■^7quot; oortoeelta..

De H. Catharina van Siena was de dochter eens ververs. Van hare prille jeugd beminde zij het gebed en

ocr page 35

- 83 —

gaf blijken van innige godsvrucht. Hare ouders, die haar in de wereld wilden vestigen, stelden alle pogingen in het werk om hare heilige neigingen tegen te gaan; en om des te zekerder hun doel te bereiken, zonden zij de dienstmeid weg, en belastten Ca-tharina met den vernederendsten en zwaarsten arbeid. Zij overlaadden haar met bezigheden, en lieten haar geen enkel oogenblik om te bidden ; doch God schonk Catharina de genade, voordeel uit deze beproeving te trekken; en vermits zij zich niet meer in de eenzaamheid kon begeven, schiep zij er zich eene, zooals zij zelve zegt, in het binnenste van haar hart. Terwijl zij de menigvuldige bezigheden verrichtte, die de gehoorzaamheid haar oplegde, bleef zij een volmaakt ingetogen leven leiden , en bad met zoo veel gemak alsof zij in de groot-

ocr page 36

— 34 -

ste rust en afzondering leefde.

GEBED.

H. Joseph, hoe gaarne ^ou ik mi] met u in de grot van Bethlëem bevonden hebben, toen gij het Kind Je^us aanbadt of in het nederig huis van Nazareth waar gij ^ijne H. tegenwoordigheid genoot; doch daar dit groote voorrecht mi] niet ten deel kan vallen, vraag ik u tenminste de genade van de ingetogenheid te beoefenen, welke noo-dig is als voorbereiding tot het gebed. Amen.

VOORNEMEN.

Ik zal vandaag geen enkel onnuttig woord spreken.

H. Joseph, wiens uitwendige bezigheden nooit de ingetogenheid, noch de gedachte aan Gods tegenwoordigheid belet hebben, bid voor ons.

ocr page 37

Achtste dasquot;.

Het Gebed.

Wij zijn allen zwak, arm en onbekwaam uit ons zeiven iets goeds ter zaligheid te doen, daartoe hebben wij Godsgenadenoodig.Elken dag, elk uur, elk oogenblik moeten wij zijne hulp inroepen. Naarmate wij in jaren vorderen, nemen de moeielijkheden des levens toe; en wanneer wij ons beklagen, dat wij ze niet te boven kunnen komen, dan hebben wij vergeten de kracht te zoeken, waar wij verzekerd zijn die te vinden. Het gebed is gemakkelijk, wanneer wij ons door de ingetogenheid hebben voorbereid. Verbeelden wij ons hoedanig de godsdienstoefeningen der H. Familie moeten geweest zijn ; dat gezamentlijk gebed door Jezus, Maria en Joseph gedadn, dat godvruchtig psalmgezang, waarin drie stemmen zich vereenigden^ of

ocr page 38

— 36 —

elkander antwoordden ! O, hoe oplettend sloegen de Engelen dit schouwspel gade, met welke zorg, met welke liefde vingen zij hunne tonen op, en brachten die machtige smeekingen voor Gods troon.

Wanneer wij bidden, wanneer wij in Gods tegenwoordigheid vergaderd zijn, is Hij zoowel in ons midden als te Nazareth bij Joseph en Maria. Beschouwen wij Hem met de oogen des geloofs, vereenigen wij ons met Hem, en laat ons met Hem en door Hem bidden.

quot;V oorquot;beeld..

Wij vinden in de geschiedenis der Missiën van Paraguay een treffend voorbeeld van volharding in het gebed. De bewoners dezer streken, die vroeger in wilden staat leefden, en zich met menschenvleesch voedden, waren door de pogingen van ijvervolle Missiona-

ocr page 39

rissen tot het ware geloof bekeerd Hun gedrag was zóó stichtend, dat men hen bij de eerste Christenen van Jeruzalem kon vergelijken : dronkenschap, haat, hoogmoed waren hun onbekend. Eiken morgen, voor zonsopgang, kwamen zij in de kerk te zamen om gezamelijk het morgengebed te doen, daarna hoorden zij de H. Mis, die door eene korte, godsdienstige onderrichting gevolgd werd; vervolgens keerden zij naar hunne werkzaamheden terug. Des avonds kwamen zij wederom in de kerk om gezamelijk het avondgebed te verrichten. Zoodoende vormden zij eene groote familie, waarover de Missionarissen als vaders waren aangesteld. Doordat zij den tijd tusschen het werk en het gebed verdeelden, waren zij altijd vroolijk en tevreden, en blonk hun gelaat van hemelsche vreugde.

ocr page 40

— 38 —

GEBED.

H. Joseph, die steeds ^oo goed gebed en hebt, en de patroon der godvruchtige -ielen zjjt, il: bid u, mij de genade te-verkrijgen van goed te bidden. Niets is natuurlijker in een kind, dan zjjne toevlucht te nemen tot \ijn vader. Geef, dat ik tot God moge naderen in eenvoudigheid des harten en met een onbepaald vertrouwen Amen.

Voornemen.

Ik zal er mij vandaag op toeleggen al mijne gebeden goed te verrichten.

H. Joseph, voorbeeld van het inwendig leven, bid voor ons.

X eg-en de dag1.

De heiliging van den Zondag

De H. Joseph was een getrouw onderhouder der oude wet. De Sabbath was heilig in zijn oogen, en wij kunnen er niet aan twijtelen, of hij zal

ocr page 41

- 39 -

die rust gebruikt hebben, om den naam des Heeren te verheerlijken. Een der grootste kwalen van onzen tijd is de ontheiliging van denZondag. Wij hebben alles van God ontvangen: het leven, de middelen om het te behouden, ontelbare genaden, die hij ons schenkt. Is het dus niet plichtmatig, Hem te gehoorzamen, en den zevenden dag der week aan zijne dienst te wijden? De rust, die Hij van ons verlangt, is bovendien niet alleen heilzaam maar zelfs noodzakelijk voor het behoud onzer gezondheid.

Om in Gods inzichten te treden, betrekkelijk het heiligen van den Zondag, is het niet voldoende dat men zich enkel van slafelijken arbeid onthoudt, men moet bovendien de godsdienstoefeningen bij wonen als : de H. Mis om, met onze broeders in Jezus Christus, Gods grootheden te vieren, de ver-

ocr page 42

— 40 —

kondiging van Gods woord, hetwelk ons onontbeerlijk, geestelijk voedsel is.

quot;V oorToeeld..

De Bisschop Cheverus, vroeger Missionaris in Amerika en later Aartsbisschop van Bordeaux, begaf zich op zekeren tijd naar Penobscot, waar zich een stam wilden ophield, die zonder vast verblijt door debosschen dwaalden, en zich bezig hielden met jacht en vischvangst. Van een gids vergezeld, doorkruiste hij verscheidene dagen een dicht begroeid woud, toen zich op zekeren morgen (het was een Zondag) in de verte een welluidend gezang deed hooren. De Bisschop Cheverus treedt luisterend nader, en tot zijne groote verwondering, onderscheidt hij een welbekend gezang, de schoone mis van Dumont, die in de groote kerken van Frankrijk, bij buitengewone gelegenheden, weerklinkt. Welk eene

ocr page 43

verrassing, en welke aangename gewaarwordingen maakten zich van zijn hart meester. Hij vond in dat tooneel zoowel het teedere als het verhevene: want was is er teederder dan een wild volk aan te treffen, dat sedert 50 jaar zonder priester, nochtans getrouw is gebleven aan het heiligen van den dag des Heeren Wat is er verhevener dan die geheiligde gezangen, door de godsvrucht ingegeven, te hooren weerklinken in een uitgestrekt en prachtig woud ?

Welk eene treffende les voor ons ! Beseffen wij toch het geluk van eene kerk te bezitten, en in de gelegenheid te zijn de H. Offerande der Mis en andere godsdienstoefeningen te kunnen bijwonen.

GEBED.

Ik bid n, H. Joseph, een bilandere ^org voor mijne heiliging te dragen.

ocr page 44

- 4:2 -

Wees ^elf mijn geleider, mijn vader, mijn voorbeeld in het geestelijk leven en op den weg der deugd, opdat ik, door in uwe voetstappen te treden, tot het eeuwig geluk moge geraken. Amen.

VOORNEMEN.

Ik zal mij bijzonder er op toeleggen den dag des Heeren te heiligen.

H. Joseph, wiens leven eene onafgebroken beschouwing was, bid voor ons.

Tiende dag.

De Versterving.

Wij zijn leerlingen van Christus, van den menschgeworden God, die het lijden en den dood verkozen heeft, om voor onze zonden te boeten. Wij moeten er dus naar streven gelijkvormig aan Jezus te worden. Om tot deze gelijkvormigheid te komen, moeten wij ons versterven. De kerk

ocr page 45

- 43 —

legt ons eenige boetedoeningen op zooals, de vasten en onthoudingsdagen, deze moeten door hare kinderen, met de stiptste nauwkeurigheid onderhouden worden. Het kan gebeuren, dat geldige redenen ons daarvan ver-schoonen, doch in dat geval is het nuttig raad te vragen aan zijn zielbe-stierder. Die enkele verstervingen zijn echter gering in vergelijking van de schulden, die wij bij God gemaakt hebben.

Nemen wij in den geest van versterving en boetvaardigheid, zonder klagen, uit Gods hand aan de moeie-lijkheden, het lijden, de verveling en de vermoeienissen, die om zoo te spreken, eiken dag van ons leven kenmerken.

De H. Joseph beoefende, ondanks de onschuld zijns levens, de versterving in de hoogste mate. Getrouw

ocr page 46

— 41 —

aan de voorschriften van de Oude Wet, verstierf hij zich bovendien in alle omstandigheden. Daardoor venneer-derde hij zijne verdiensten, klom tot dien verheven trap van volmaaktheid, welke Hem den titel van Patroon der hiwendige zielen verwierf.

quot;V oorloBeld.

De H. Franciscus van Sales nam met gretigheid alle voorkomende gelegenheden om zich te versterven , te baat.

Geen uur liet hij voorbijgaan, zonder zich in het een of ander te versterven : stoornissen, die hem bij zijne drukke bezigheden overkwamen, hinderpalen en moeilijkheden, die hijeik oogenblik ontmoette, alles was stof tot versterving ; nooit beklaagde hij zich, omdat hij in alle voorvallen de beschikkingen van Gods Voorzienigheid

ocr page 47

- 45 —

erkende, aan wier leiding hij zich geheel had overgegeven. Hij raadde allen aan, bij de maaltijden zich dit woord van Jezus te herinneren : «Eet wat u wordt voorgezet.quot; Hij zeide, dat de beoefening van dezen raad bestaat in alles te eten, wat men ons voordient, zonder ondersched te maken tusschen de verschillende spijzen.

Op zijne reizen trotseerde hij moedig, regen, sneeuw, wind, en al de guurheden van het weder; hij verdroeg zonder klagen alle ontberingen en ongemakken in huisvesting, voedsel en kleeding.

Dikwijls hoorde men hem de volgende woorden zeggen : «Ik hebt het nooit beter, dan wanneer ik het slecht heb.quot;

GEBED.

Gr ooi e H. Joseph, de hooge waardig-

ocr page 48

— 46 -

held van Voedstervader van Je^us heeft u vele tranen, veel werk en groote droefheid gehost. Doch uw hart, vólkernen, ondersteund door de genade is niet besweken onder den last der beproevingen, gij hadt er n op voorbereid door menigvuldige vrijwillige verstervingen-

Bid voor mij, opdat ik uwe voorbeelden begrijpe en navolge. Amen.

VOORNEMEN.

Ik zal, in den geest van versterving, het lijden en de moeielijkheden aannemen.

H. Joseph, die de versterving zoozeer bemindet, bid voor ons.

Elfde dagr.

De vrienden van Jezus.

Wij hebben de bedienaren van de 11. Kerk meermalen hooren zeggen, dat God bijzonder de armen bemint. Dit is zeker eene troostende gedach-

ocr page 49

- 47 —

te voor diegenen onder ons, die in een nederigen stand geplaatst zijn.

De H. Joseph stamde, evenals Maria, uit het koninklijk geslacht van David, en toch had God van eeuwigheid besloten, dat hij arm ;:oude zijn, en door werken het brood voor zijn huisgezin zou winnen. Als wij onste Bethlëemin den stal verplaatsen, waar Jezus geboren is, dan vinden wij den Koning der koningen in eene kribbe liggen, waar Hij door arme herders aangebeden wordt. De grooten der aarde zullen eerst later zich voor zijne krib komen nederwerpen.

Waarom zijn wij. Christenen, dan nog zoo dorstig naar rijkdommen, naar eerbewijzen en alles wat de natuur streelt ?Laat ons tevreden zijn met de stand, waarin God ons geplaatst heeft, en houden wij ons verzekerd, dat het ware geluk meer in den vrede des

ocr page 50

— 48 -

gewetens en in de vervulling zijner plichten te vinden is, dan in de we-reldsche genoegens, in het bezit van schatten, die door de wormen en den roest verteerd worden.

quot;VoorToeeld..

Men kan zeggen, dat het kenmerkend karakter van M. de Vidand de nederigheid en de lierde waren. Al zijne daden waren met dit dubbel zegel geteekend. Met de meeste zorg verborg hij voor de oogen der men-schen alles wat de aandacht op hem kon trekken, of hem in de schatting van anderen kon doen klimmen.

Hij trad alle menschelijke eer met voeten om de armoede en de nederigheid van Jezus Christus te zoeken. Hij wenschte overal en altijd de minste te zijn.

Vooral in de kerk was hij gewoon zich tusschen de geloovigen te plaat-

ocr page 51

~ 49 —

sen. Hij was werkman met de werklieden , die bezig waren met de kerk der Penitenten te Avignon te restau-reeren. Naar het voorbeeld van Jezus had hij eene bijzondere voorliefde voor de armen. In de hospitalen van Grenoble en andere steden, waar hij zijn verblijf hield, bewees deze godvruchtige edelman de nederigste diensten, en zag in de arme zieken de lijdende ledematen van Jezus.

GEBED.

. O! talige Aartsvader, H. Joseph, die de waardigheid van voedstervader van Je^us bekleed hebt, de droefheid, die gij gevoeldet toen Je^us in een armen stal geboren werd, veranderde lueldra in eene groot e vreugde, toen gij het gehang der Engelen hoordt, en de heerlijkheden van dien heiligen nacht aan-schouwdet. Door deze droefheid en

ocr page 52

vreugde smeek ik n, van na dit leven, de smarten des doods te mogen verwisselen met de eeinuige vreugde. Amen.

VOORNEMEN.

Ik zal nederig leven in den staat, waarin God mij hier op aarde geplaatst heeft. Heilige Joseph, vriend en beschermer van hen, die naar de volmaaktheid streven, bid voor ons.

Twaalfde dag-.

De offers aan het Kindje Jezus.

Jezus is op aarde gekomen om het geheele menschdom te redden, en hoewel Hij de armen en kleinen het eerst tot zich geroepen heeft, aanvaardt Hij niettemin met liefde ook de aanbidding van de rijken en machtigen dezer aarde.

Wij lezen in het Evangelie, dat de

ocr page 53

— 51 —

Magi, d. i. de Wijzen of Koningen uit het Oosten, door eene ster voorgelicht, naar Bethleëm kwamen, om den Verlosser, die geboren was, te aanbidden. Zij vonden Maria, Joseph en het Kind, en toen zij neergeknield waren, aanbaden zij Hem; daarna boden zij Hem hunne schatten aan, bestaande uit: goud, wierook en mirre.

Dit drievoudig geschenk strekt ons tot onderwijs. Het goud beteekent de liefde tot God, de wierook het gebed, en de mirre het lijden en de versterving. Deze zijn de giften, die Jezus van zijne getrouwe aanbidders vraagt. Laten wij dus geen dag voorbijgaan , zonder het goddelijk Kind dit drievoudig geschenk aan te bieden. Wat was het goud der liefde van den H. Joseph voor Jezus kostbaar 1 De wierook van zijn gebed steeg onophoudelijk uit zijn hart tot Hem op.

ocr page 54

- r.2 -

Zijne verstervingen en zijn lijden verwierven hem een schat van verdiensten, doordat hij ze verdroeg om God te behagen.

quot;^7quot; oorToeelca..

Wij zullen vandaag het voorbeeld aanhalen van een nederig herderinnetje, dat zooals de Wijzen uit het Oosten, aan God welgevallige offers bracht. Zij was arm, en bezat geene aardsche goederen, maar in plaats van dat alles gaf zij zich zelve aan Hem. Hare liefde tot Jezus was het kostbaarste goud; haar gebed een welriekende wierook, en de mirre werd vervangen door haar aanhoudend lijden. Zij, die de Kerk ons ter navolging voorstelt, droeg den naam van Germaine Cousin. Hoewel haar kortstondig leven zich door geene enkele schitterende daad kenmerkt, was het niettemin vol

ocr page 55

— 53 -

van verdiensten voor den Hemel; liet was eene aaneenschakeling van nederige en heilige werken. Hare dage-lijksche bezigheden, de kloppingen haars harten, hare woorden, gedachten en bewegingen waren van het levendigste geloof bezield. De vernederingen en het lijden waren haar deel hier beneden, terwijl het gebed haar troost en hare sterkte was. Wanneer zij des Zondags in de kerk van Pibrac, hare woonplaats, communiceerde, waren de dorpelingen verwonderd over hare ingetogenheid en godsvrucht, en beschouwden haar reeds als eene Heilige.

GEBED.

O! Kindje Jesus, ik ^oii n ^oo gaarne met de Wijden- mijne giften aanbieden , maar helaas ! mijne liefde tot U is ^oo flauw, mijn gebed ^oo

ocr page 56

- 54 —

verstrooid, terwijl ik de kruisen, die ik op mijnen iveg ontmoet, dikwijls met ongeduld afwerp. Ik smeek U, door de voorspraak van den H. Joseph, mij edelmoediger en vuriger te maken. — Amen.

VOORNEMEN.

Ik zal heden, in vereeniging met de Wijzen, mijne werken, gebeden en lijden aan Jezus opdragen.

H. Joseph, die Jezus het goud uwer liefde, den wierook van uw gebeden de mirre van uwe smarten hebt opgedragen, bid voor ons.

Dertiende dag1.

Oe Zuiverheid van den H. Joseph.

Jezus, de onschuld zelve, werd door God aan Joseph en Maria toevertrouwd en God wilde, dat de Moeder des

ocr page 57

- 55 —

Heeren en Zijn Voedstervader toonbeelden zouden zijn van de zuiverheid, die niet ten onrechte door een schitterend witte lelie wordt voorgesteld.

Niets wat besmet is zal het rijk der Hemelen binnengaan. Willen wij dus deel hebben aan de hemelsche glorie, zoo moeten wij de zonde vluchten en onze zielen zuiveren. Wij kennen de rechtbank, waar wij ons van onze zonden kunnen zuiveren; stellen wij nooit uit met vertrouwen tot die rechtbank te naderen, wanneer wij ons tegen God hebben schuldig gemaakt.

De vijand van alle goed tracht ons van de biecht verwijderd te houden, omdat hij weet hoe heilzaam dit Sacrament voor onze ziel is. Luisteren wij toch nimmer naar zijne verraderlijke inspraken.

Het is ecjiter niet voldoende de deugd van zuiverheid te verkrijgen ,

ocr page 58

wij moeten haar ook bewaren , immers, wij dragen die schoone deugd in broze vaten. Dat het voorbeeld van Joseph en Maria ons tot leer ver-strekke : zij beminden het gebed, de ingetogenheid; zij leidden een werkzaam leven, en verstierven hunne zinnen in plaats van die te streelen.

De drie voorname middelen om de zuiverheid te bewaren zijn : de toevlucht tot God, de arbeid en de versterving.

quot;V oorToeeld..

De H. Cyprianus, bisschop van Carthago , was in het heidendom opgevoed en bijgevolg aan de dwaasheden en genoegens der wereld overgegeven. Hij was niet gelukkig, omdat niets van dat alles zijn hart kon bevredigen. Nauwelijks echter was hij gedoopt, of hij kon den vrede en het geluk, dat hij smaakte, niet uitdrukken.

ocr page 59

«Toen ikquot;, zeide hij, »in de duister-»nissen van den diepen nacht kwijn-«de, en op de onstuimige zee der «wereld dobberde, was ik ongerust «en ontevreden; ik kende het doel »van mijn bestaan niet, ik was onbe-«kend met de eeuwige waarheden, en «de ongeregeldheid mijner driften «stortte mij in het ongeluk, en het «scheen mij toe, alsof ik mijne ver-«keerde neigingen en hartstochten «nooit ten onder zou kunnen brengen.

«Doch toen mijne zonden waren «uitgewischt, blonk een bovennatuur-«lijk licht in mijn hart, mijn geest «werd verlicht en van toen af vond «ik gemakkelijk' en aangenaam, wat «mij eerst onuitvoerbaar toescheen.quot;

Van God, en van God alleen ontvangen wij kracht om de deugd te oefenen. Hij schenkt ons zijne genade en reeds in dit leven doet Hij aan de

ocr page 60

- 58 —

zuivere zielen een voorsmaak genieten van haar toekomstig geluk.

GEBED.

O ! Vader en beschermer der Maagden, glorierijke H. Joseph, aan wiens getrouwheid, de Hemelsche Vader Je-^us, de onschuld ^elve, en Maria, de Maagd der Maagden, toevertrouwde, ik bid en smeek u dringend, in den naam van Je^us en Maria, mij dege-nade te verkrijgen voor alle onzuiverheid bewaard te blijven, en ik God moge dienen met een zuiveren geest, een onbevlekt hart en een rein lichaam. — Amen.

VOORNEMEN.

Ik zal dikwijls tot het H. Sacrament der biecht naderen.

H. Joseph, minnaar der zuiverheid, hid voor ons.

ocr page 61

— 59 —

Veertiende dag1.

Toewijding aan God.

Men wijdt zich gaarne aan hen, die men bemint, en men is in staat groote offers voor hen te brengen. Dit gevoel is edel, en wij vinden er. Goddank , nog schoone voorbeelden van hier op aarde, hoewel deze altijd te zeldzaam zijn. Het is echter niet voldoende voor een Christen zijn leven te wijden aan zijne naastbestaanden en vrienden, hij moet zich eerst en vooral aan God toewijden. Wanneer hij door den geest des geloofs bezield is, zal hij werken voor Gods eer en gaarne zich zeiven, met al wat hij is en kan, opofferen om zijn God-delijken Meester te behagen. Nemen wij den H. Joseph tot voorbeeld. Hij wijdde zich aan de verheven taak, die God Hem had opgelegd, en leefde

ocr page 62

— GO —

slechts om die te vervullen. Het eeni-ge doel van zijn streven was: voor Jezus te werken, en Hem tegen zijne vijanden te beschermen. Hij vergeet zich zeiven voor Hem. Gedurende dertig jaar zijn zijn arbeid, zijne bezigheden, in één woord, is geheel zijn bestaan, voor God geweest.

quot;^7quot; oorToeeld..

De H. Ignatius, wiens zinspreuk was: «Alles tot meerdere eer en glorie van Godquot;, had gedurig het lijden van Jezus voor oogen. Het lijden, dat Hij uit liefde tot de menschen aanvaard heeft; hij meende Hem niet te beminnen, wanneer hij niets voor Hem deed, hij zoude zijn leven voor Hem hebben willen geven, en den schandelijksten dood sterven. Op zekeren dag ontmoette hij een kloosterling, die zijn werk onachtzaam verrichtte.

ocr page 63

- 61 —

»Mijn broederquot; zeide hij »voor wien »doet gij dat werk ?quot;

«Voor Godquot; antwoordde deze.

«Weihoe?quot; zeide de Heilige «indien «gij voor God werkt, zijt gij zeer «schuldig, en verdient eene strenge «straf. Er is geen groot kwaad in «gelegen de menschen nalatig te die-«nen, maar in den dienst van God on-«achtzaam te zijn, is iets, wat God «niet kan gedogen.quot;

Vermits Ignatius niets zocht en beminde dan God was Hij er steeds op uit Hem te behagen , en vreesde hij niets dan Hem te mishagen.

«Wat verlang ik of wat kan ik bui-«ten U verlangen o, mijn Godquot;, zeide hij dikwijls. Zijne onderrichtingen in den cathechismus eindigde hij altijd met deze woorden: «Bemint Jezus «uit geheel uw hart, uit geheel uw «ziel, uit al uwe krachten.quot; Dikwijls

ocr page 64

herhaalde hij het volgende gebed.

GEBED VAN DEN II. IGNATIUS.

Aanvaard, o God, mijne vrijheid, mijn geheugen, mijn verstand en mijn wil. Alles luat ik he^it, alles wat ik heb, heb ik van U, mijn God, ontvangen ; ik geef het U weder, en stel het ter beschikking van uwen Goddelijken wil, opdat gij er over ^oudt beschikken. Geef mij slechts uwe liefde en uwe genade, dan ben ik rijk genoeg, en vraag U niets anders. Amen.

VOORNEMEN.

Ik zal alle mijne werken tot Gods eer verrichten.

H Joseph, machtige steun der Kerk bid voor ons.

Vijftiende dag.

De ijver voor Gods eer.

Een oud spreekwoord zegt: Waar het hart vol van is, loopt de mond van

ocr page 65

— 63 -

overquot; en inderdaad ; wij spreken altijd over hetgeen, waarmede onze geest zich bezighoudt ....

Doch spreken wij gaarne van God en zijne weldaden ? Trachten wij Hem door onzen evenmensch te doen kennen ?

Hoe gering de stand ook zij, waarin wij leven ; wij moeten niettemin Apostelen zijn, want wij kunnen altijd Gods naam verheerlijken, hetzij door onze woorden, maar vooral door onze voorbeelden.

De H. Joseph leidde een verborgen leven en toch is het zeker, dat hij aan het heil der zielen gearbeid heeft, de overlevering verhaalt ons, dat zijn verblijf in Egypte oorzaak van vele bekeeringen was. Vragen wij hem dus een grooten ijver voorliet apostelschap, waartoe God ons roept. Ver-waarloozen wij geene enkele gelegen-

ocr page 66

— 64 —

held om Jezus Christus te leeren kennen. Wij bevinden ons, helaas! dikwijls in gezelschap van personen, die van God verwijderd leven, en Hem vergeten. Een goed woord, een raad te goeder ure gegeven, een gebed op hunne meening gestort, kan hen tot God terugbrengen.

Laten wij toch geene gelegenheid voorbijgaan, om het rijk van onzen Hemelschen Vader, hier op aarde, uit te breiden.

quot;V oortoeeld..

Eene arme huismoeder, die over een gedeelte van haren tijd beschikken kon, rekende het zich ten plicht, eiken dag als zij zich naar hare werkplaats begaf of vandaar terugkeerde, eene zekere straat door te gaan, waardoor haar weg langer en hare vermoeienis grooter werd.

ocr page 67

— 65 —

wWaaroniquot; vroeg ik haar »die noo-delooze omweg ?

»0,quot; merkte zij eenvoudig aan , »daar in die straat woont eene zieke, «die zich niet met God wil verzoenen, «en ik ga zoo d.kwijls ik kan voor «zijne deur eenige weesgegroeten bid-»den. Ik weet niet of ik goed ge-«dacht heb,quot; zeide zij, «maar ik ver-«beeld mij, dat het met het gebed ge-«steld is als met de druppelen van «een welriekend water, die tot boven «op de kamer hunnen geur versprei-«den, en ik vertrouw, dat mijne wees-«gegroeten deze arme ziel zullen be-keeren.quot;

Gedurende twee maanden heb ik hetzelfde voor een ander huis gedaan en hij, die daar boven ziek lag, heeft zich vóór zijnen dood met God verzoend.

ocr page 68

— 66 —

GEBED.

Het is voorzeker een groot geluk, o mijn God, aan de uitbreiding van uw Rijk te mogen tuerken. Tot nog toe heb ik verscheidene gelegenheden veronachtzaamd, om U door anderen te doen kennen en beminnen; ik betreur het van ganscher harte; doch met de hulp uwer goddelijke genade en onder de bescherming van den H. Joseph, ^al ik voortaan geen dag laten voorbijgaan, ponder mij te beijveren pielen voor U te-winnen. Amen.

VOORNEMEN.

Ik zal mij beijveren, Jezus door anderen te doen kennen en beminnen.

H. Joseph , vader der Christenen, beschermer der zwakken, vertrooster der bedroefden, toevlucht der boetelingen en ons aller hoop, bid voor ons.

ocr page 69

— 67 —

Zestiende dag.

Het vertronwen op God.

Er zijn oogenblikken in liet leven , waarop wij eenigermate ons alle waarheden des geloofs voor den geest moeten brengen teneinde niet in moedeloosheid te vervallen.

De H. Joseph heeft deze soort van beproevingen gekend. Toen hij zich in een vreemd land bevond zonder hulpmiddelen, en nochtans verplicht in het onderhoud van Jezus en Maria te voorzien, gaf hij zich toen aan mistrouwen en moedeloosheid over ? Geenszins, hij vertrouwde op Gods Voorzienigheid en ging moedig aan het werk. God, van zijnen kant, bood hem zijnen bijstand, en zoo vloden de jaren van zijn ballingschap rustig voorbij.

Eveneens moeten wij handelen. Wij

ocr page 70

- 68 —

moeten doen wat in onze macht is om de natuurlijke en zedelijke moeie-lijkheden, die wij ontmoeten, te boven te komen, en vervolgens den uitslag onzer pogingen in Gods handen stellen.

God is onze Vader, en nooit zal Hij ons het eerst verlaten. Om ons een denkbeeld te geven van de zorgen, waarmede zijne Voorzienigheid ons omringt, bedient Hij zich van de volgende treffende gelijkenis. «Wie van uquot;, zeide Hij, »zal zijn zoon een «steen geven, wanneer deze om brood «vraagt. Of wie zal hem eene slang «geven, als hij een visch vraagt ? In-«dien gij dus, hoe zondig ook, goede «dingen aan uwe kinderen geeft,hoe-»veel te meer zal God, die in den «Hemel is, ons datgene geven, wat «ons dienstig is.quot;

ocr page 71

- 69 -

quot;V oorToeeld..

De H. Ignatius werd eens op zee door een hevigen storm overvallen. Reeds was de mast van liet schip verbrijzeld, allen die zich op het vaartuig bevonden jammerden en schreiden in afwachting van den dood, die hun onvermijdelijk scheen. De Heilige echter bleef kalm en gelaten. De reden van zijne kalmte en gerustheid waren de woorden van het Evangelie, die hij altijd voor oogen had n. 1. »De wind en de zee zijn Hem onderworpen.quot;

»God is mijn vaderquot; riep hij uit »ik stel in Hem geheel mijn vertrou-«wen , en geel mij geheel aan zijne Voorzienigheid over.quot;

Dit vertrouwvol gebed redde zijn leven en dat zijner tochtgenooten.

ocr page 72

— 70 —

GEBED.

Mijn God, ik heb een onwankelbaar ■vertrouwen op uwe goedheid en barmhartigheid. Gij staat mij toe, U mijn vader te noemen ; wat kan ik dan nog vreezen, daar gij almachtig fijt ? Ik geloof vastelijk, dat Gij mij gelukkig wilt maken en, dat alles zuat gij gebiedt, tot mijn geluk moet bijdragen, indien ik naar het voorbeeld van den H. Joseph steeds aan uwen heiligen en aanbid del ijken wil ondenuorpen ben.

VOORNEMEN.

Ik zal nooit den moed laten zinken, maar steeds mijn vertrouwen op God stellen.

H. Joseph, voorbeeld van vertrouwen op God, bid voor ons.

Zeventiende dag.

De stem des gewetens.

Er is eene stem in ons binnenste ,

ocr page 73

- 71 —

die zicli duidelijk laat hooren; als wij althans niet trachten haar te verstikken ; n. 1. de stem des gewetens.

Wanneer wij goed gehandeld hebben, over onze driften hebben gezegevierd, of eene bekoring hebben overwonnen, dan ontvangen wij de goedkeuring van den rechter, die in ons binnenste woont. Volgen wij, integendeel, onze driften in, bedrijven wij eenige fouten dan ontwaakt de wroeging in ons, deze verbittert ons het leven, en belet ons eenige vreugde te smaken.

Luisteren wij toch steeds naar deze waarschuwingen, welke tot de grootste genaden behooren, die God den men-schen schenken kan. De vrede des gewetens is een schat, die door niets geëvenaard wordt; de arme, in zijne armoede is gelukkiger, wanneer zijn geweten hem niets verwijt, dan de rijke

ocr page 74

— 70 —

GEBED.

Mijn God, ik heb een onwankelbaar vertrouwen op uwe goedheid en hann-hartigheid. Gij staat mij toe, U mijn vader te noemen ; wat kan ik dan nog vreezen, daar gij almachtig \ijt 1 Ik geloof vastelijk, dat Gij mij gelukkig wilt maken en, dat alles wat gij gebiedt, tot mijn geluk moet bijdragen, indien ik naar het voorbeeld van den H. Joseph steeds aan uwen heiligen en aanbid del ijk en wil ondenuorpen ben.

VOORNEMEN.

Ik zal nooit den moed laten zinken, maar steeds mijn vertrouwen op God stellen.

H. Joseph, voorbeeld van vertrouwen op God, bid voor ons.

Zeventiende dag-.

De stem des gewetens.

Er is eene stem in ons binnenste ,

.

ocr page 75

— 71 —

die zich duidelijk laat hooren; als wij althans niet trachten haar te verstikken ; n. 1. de stem des gewetens.

Wanneer wij goed gehandeld hebben, over onze driften hebben gezegevierd, of eene bekoring hebben overwonnen, dan ontvangen wij de goedkeuring van den rechter, die in ons binnenste woont. Volgen wij, integendeel, onze driften in, bedrijven wij eenige fouten dan ontwaakt de wroeging in ons, deze verbittert ons het leven, en belet ons eenige vreugde te smaken.

Luisteren wij toch steeds naar deze waarschuwingen, welke tot de grootste genaden behooren, die God den men-schen schenken kan. De vrede des gewetens is een schat, die door niets geëvenaard wordt; de arme, in zijne armoede is gelukkiger, wanneer zijn geweten hem niets verwijt, dan de rijke

ocr page 76

— 74 -

«zonde leven toch ongelukkig. Ik »heb verscheidene jaren als in eene »hel geleefd; en op het oogenblik «waarop gij mij van mijne zonden «ontslagen hebt, gevoelde ik eene zoo «groote vertroosting, dat het mij toe-«schijnt, alsof er in den Hemel geen «grooter geluk kan gesmaakt worden.quot;

GEBED.

Ik bid ii, mijn God, laat niet toe, dat ik de stem des gewetens in mij versmore. Maak, integendeel, dat ik nimmer handde ponder mijn geweten ge- gt; raadpleegd te hebben, en schenk mij den moed weerstand te bieden aan alles, wat het veroordeelt. Amen.

Voornemen.

Ik zal steeds getrouw luisteren naar de stem van mijn geweten.

H. Joseph, zoo nauwgezet in het

ocr page 77

- 75 -

volbrengen van Gods geboden, bid voor ons.

Actittiencie dag.

Jerusalem en de Kerk.

Het H. Evangelie toont ons den H. Joseph als een getrouw naïever van de Oude Wet. Hij begaf zich, op bepaalde tijden, met Jezus en Maria, naar den tempel van Jeruzalem, hetzij om er te bidden, hetzij om er de voorgeschreven plechtigheden bij te wonen of den Heer offers op te dragen. De tempel van Jeruzalem was slechts eene afbeelding van de heilige Kerk, die de Verlosser hier op aarde gesticht heeft, terwijl Hij ons tevens tot plicht heeft gesteld haar te beminnen en te gehoorzamen.

Indien wij ware leerlingen van Jezus zijn, moeten wij doordrongen zijn van eerbied, liefde en onderwerping voor

ocr page 78

— 78 —

»wel goddelijke als wereldlijke, en «verbannen hen uit het land; want ons »rijk moet bevolk zijn met Christenen »en niet met Heidenen.quot;

GEBED.

Gij hebt gewild, mijn God, dat luij slechts eene enkel ge^in gouden uitvlaken onder de leiding van één zichtbaar Hoofd, on^en heiligen vader den Paus. Geef, dat ik het geluk van in den schoot der H- Kerk geboren te ^ijn naar waarde schatte, en dat geluk steeds beschonwe als de grootste genade, die ik van U ontvangen heb. Verleen mij, o God, door de voorspraak van den H. Joseph, dat ik eenmaal deelgenoot moge icorden van de zegepralende Kerk in den Hemel. Amen.

Voornemen.

Ik zal dagelijks voor onzen H. Vader den Paus bidden, en mij eenige offers opleggen voor den Opvolger van den

ocr page 79

— 79 —

H. Petrus.

H. Joseph, Patroon der H. Kerk, bid voor ons.

Negrentiende dag.

De gehoorzaamheid.

De H. Joseph was een volmaakt toonbeeld van gehoorzaamheid; hij geeft ons van die deugd drie bijzondere voorbeelden Om zich aan het bevel van den Romeinschen keizer te onderwerpen verlaat hij Nazareth, en ondanks de gestrengheid van het jaargetijde begeeft hij zich met Maria, zijne bruid, naar Bethleëm om zich te laten inschrijven. Eenigen tijd later, verscheen hem de Engel, die hem beval naar Egypte te vluchten, ten einde Jezus aan de vervolging zijner vijanden te onttrekken; en Joseph stond op in het midden van den nacht, nam het Kind en zijne

ocr page 80

- 80 -

moeder en richtte zonder aarzelen zijne schreden naar het ballingsoord. Eindelijk keert hij na den dood van Herodes naar Nazareth terug, ook dit geschiedde, om te gehoorzamen aan den Hemelschen Gezant.

Naar het voorbeeld van den H. Joseph moeten wij in alle omstandigheden gehoorzamen, ondanks den alkeer, dien wij daarvan gevoelen.

Het beste middel om dezen afkeer te overwinnen is: ons dikwijls te herinneren, dat onze oversten voor ons de plaats van God bekleeden, Wien wij gehoorzamen, als wij hunne bevelen volbrengen, ten tweede, dat God het offer, dat wij van onzen eigen wil brengen, in den Hemel rijpelijk zal be-loonen.

quot;V oorquot;toee 1 d.

Wij moeten altijd gehoorzamen , ^elfs dan wanneer onze gehoorzaam-

mÊÊk

ocr page 81

- 81 -

heid, de grootste offers zou kosten.

Ziehier een voorbeeld van heldhaftige gehoorzaamheid.

Op zekeren dag, terwijl er een zware slag geleverd werd, riep de generaal zijn kapitein, en zeide hem op bevelenden toon : «Kapitein , plaats u , zonder toeven, met uwe manschappen onder de batterij van kanonnen , die gij ginder ziet. Gij zult ongetwijfeld sneuvelen; maar terwijl gij strijdt, zal het leger den aftocht blazen.

Dat was zeker een oogenblik, waarop de gehoorzaamheid hard viel, en toch aarzelde de kapitein geen oogenblik. Met vaste stem antwoordde hij krachtig.

»Ja, Generaal.quot;

Oogenblikkelijk begaf hij zich naar de aangewezen plaats , waar hij met zijne manschappen aankwam, docli het leger was gered.

ocr page 82

- 82 —

O, mochten de twee woorden van den kapitein ons steeds vermanend in de ooren klinken , ■ en mochten wij vooral de stipheid zijner gehoorzaamheid navolgen.

GEBED,

Gelukkige H. Joseph, die altijd in eene volmaakte onderwerping aan Gods H. Wil leefdet, die niets deedt volgens uwen eigen wil, maar in alles Gods zuelbehagen ^ocht, ik smeek n, voor mij de genade te verwerven van in de beoefening der geboor^aamheid te leven en te sterven. Amen.

VOORNEMEN.

Ik zal mijnen Oversten in alles stipt gehoorzamen.

H. Joseph, voorbeeld van destiptste en volmaaktste gehoorzaamheid, bid voor ons.

ocr page 83

— 83 —

Twintigste dag-.

De werkzaamheid.

Het werk is voor iedereen een plicht en eene boete.

Een plicht, omdat het in de inzichten van Gods Voorzienigheid ligt, dat wij niet ledig zijn, welke ook onze maatschappelijke toestand zijn moge.

Sedert de erfzonde heeft God den mensch veroordeeld, zijn brood in het zweet des aanschijns te eten. Klagen wij dus niet over de moeielijk-heden, die aan dit vonnis verbonden zijn, want zij zullen in het volgende leven, wanneer wij in den geest des geloofs handelen, honderdvoudig beloond worden.

Volgen wij daarin ook den H. Joseph na. Hoewel hij uit het koninklijk geslacht van David afstamde, leidde hij niettemin een werkzaam leven. Het

ocr page 84

— 84 —

is daarom , dat hij tot patroon der werklieden is verkozen. Doch hoe edel was zijn arbeid, hoe glorievol voor hem te kunnen zeggen, dat zijne da-gelijksche pogingen, de moeielijkheden die hij zich getroostte den Koning der Koningen het noodige voedsel verschaften .... Zoo kan elk onzer handelingen , elk onzer werken eveneens strekken tot meerdere eer van God als wij die, namelijk, met eene zuivere meening verrichten, en ze voor de zaligheid der zielen opdragen.

quot;V oorToeeld..

De arbeid heeft grooten invloed op het geluk van den mensch.

Een schatrijk heer genoot alles wat de wereld bieden kan, deze genoegens echter bevredigden zijn hart niet, en verveelden hem spoedig. Alles boe-

ocr page 85

- 85 —

er remde hein afkeer in, en hij werd door verveling zóó ongelukkig, dat

or men medelijden met hem moest heb-

a- ben. Op zekeren dag hoorde hij een

-n schrijnwerker, die door de straat ging,

'g spreken over het genoegen dat hij

el smaakte, omdat hij den geheelen dag

goed gewerkt had. Eene plotselinge gedachte kwam in den geest des rijken op, hij schafte zich een werkpak aan, en den volgenden dag meldde hij zich als leerling bij een schrijnwerker aan, die in een afgelegen wijk der stad woonde. Men gaf hem werk, en hij werkte dien dag acht uren lang. Des anderen daags en ook de volgende

p dagen keerde hij terug, en smaakte

een genoegen, eene tevredenheid, die it hij tot dan toe niet gekend had. Op

is het einde der week ontving hij tien

n gulden werkloon. De goede man

weende van vreugde bij het zien van

ocr page 86

— 86 —

het geld, dat hij zelf verdiend had. Hij liet het goudstuk in eene lijst zetten, en het in zijne zaal ophangen.

Vervolgens liet hij zich eene werkplaats in zijne woning maken, en zijn grootste genoegen was, daar een gedeelte van den dag door te brengen in het hanteeren van beitel en schaaf. Dank aan zijne werkzaamheid leefde hij van dien tijd af aan gelukkig en tevreden.

GEBED.

H. Joseph, gij hebt uw leven in aan-houdende luerk^aamheid doorgebracht. He zuil, naar uw voorbeeld, iederen dag dien Gods goedheid mij, geeft, nuttig besteden. Geef mij, H. Beschermer, dat ik de ledigheid vluchte, en mijn inlicht bij al mijne werken %ij, den wil van God te vervullen, en aan het heil der pielen te arbeiden. Amen.

ocr page 87

VOORNEMEN.

Ik zal zonder ophouden arbeiden om mijne zonden te boeten.

H. Joseph , die door uwen arbeid het leven van Jezus, onzen Verlosser en Zaligmaker, onderhouden hebt, bid voor ons.

Ben en twintig-ste dag1.

Het huiselijk leven.

Hebben wij ons nooit het wonderbaar tafereel voorgesteld, dat het huis van Nazareth ons aanbiedt ? Welk treffende vereeniging «.islchen de drie personen, die dat heilig huisgezin uitmaakten ! Hoe trachten zij elkanders wenschen te raden, en die te vervullen. Daar wordt de eigen wil altijd opgeofferd. Het eenig verlangen van Joseph en Maria is, Jezus gelukkig te zien, en wat het goddelijk kind betreft, het zoekt slechts aan Joseph en

ocr page 88

- 88 -

Maria te behagen.

Ware het ons gegeven slechts even den sluier op te lichten, die dit huiselijk leven voor onze oogen verbergt, welke treffende lessen zouden wij niet vinden ? Zij zouden voor ons zijn een veroordeeling van den geest van eigenbaat, die helaas, maar al te dikwijls heerscht zelfs in de huisgezinnen, die zich christelijk noemen. Men denkt op de eerste plaats aan zich zeiven, men zoekt zijn eigen voldoening en bekommert zich geenszins om hetgene anderen aangaat.

Die ongelukkige zelfzucht is de bron van duizenden grieven, van duizenden beleedigingen, van de volkomen vergetelheid van de plichten, die de liefde oplegt.

Waarom trachten wij niet liever, elkander door de liefde het leven te veraangenamen?

ocr page 89

— 89 —

quot;V oorToeelcl.

Twee zusters, die samen moesten leven, deden dagelijks de droevigste ondervinding van deze waarheid op. Ofschoon ruimschoots met tijdelijke goederen gezegend, en in het bezit van vele voorrechten, waren zij diep ongelukkig, omdat zij geen van beide de offers wisten te brengen, die de onderhouding der Christelijke naastenliefde bijna elk oogenblik vordert. Van kleine oneenigheden kwam het eindelijk tot hevige twisten, waardoor de verbittering wederzijds zoo hoog steeg, dat het samenwonen eeniger-mate onmogelijk werd.

Op zekeren dag bladerde een harer in het zoogenaamde Familie-boek. Verscheidene opvolgende geslachten hadden daarin bijzondere herrinnerin-gen, gedragsregelen, huismiddelen enz. neergelegd; haar oog viel door eene

ocr page 90

— 90 -

schikking der Voorzienigheid op de volgende woorden, neergeschreven , door hare overgrootmoeder: «Krachtdadig middel tegen de huiskrakeelen te vinden achter de «Ecce Homoquot; in de bidplaats. Zij laat het boek liggen, en loopt onverwijld naar de kleine huiskapel, waar de aangeduide schilderij is opgehangen. Zij neemt ze af, en waarlijk vindt zij op den achterkant, hetzefde opschrift, met bijvoeging van: Telkens, wanneer de booze geest u kwelt, beschouw dan dit beeld, gedurende drie minuten, bid driemaal het Onze Vader, en de vrede zal in uw hart terugkeeren, en gij zult hem onder uw dak zien heerschen.

Deze raad is mij door mijn biechtvader gegeven, en thans is het reeds dertig jaar, dat ik er de gelukkige gevolgen van ondervind. Deze schilderij, die men naar eene huiselijke

ocr page 91

- 91 -

overlevering de Ecce Homo noemde, was een Christus in olieverf. Sedert langen tijd was zij verwaarloosd, zoodat de stof, het gelaat als met een sluier had bedekt. Zij werd nu met zorg schoon gemaakt, en de gelukkige vindster bracht van dat oogenblik af aan het godvruchtig gebruik harer voorouders in oefening. Weldra voelde zij alle verbittering uit haar hart wijken. Getrouw aan haar voornemen, knielde zij, zoodra er eenig geschil dreigde te ontstaan, voor de schilderij neder, en bad de drie Onze Vaders. Zij vond daarin de kracht om kalm en gelaten te blijven, en het offer van haren eigen wil te brengen. Hare Zuster, getroffen over deze gunstige verandering, vroeg er haar de oorzaak van.

«Welquot; antwoordde zij, »dat is gemakkelijk te zeggen; ik heb een uitmuntenden Meester gevonden, die mij

ocr page 92

— 92 —

de oefening van het geduld heeft geleerd 1quot;

Een meester !......En welken

meester ?!!

Kom, en gij zult zien.quot;

Eenige oogenblikken later, knielden beide voor het heilige Beeld neder, en stortten tranen van geluk.

Sedert dien tijd gingen beide, zoodra een zweem van oneenigheid den huiselijken vrede bedreigde, kracht en liefde putten in het gebed voor het «Ecce Homo,quot; en wanneer haar eenige ramp trof, die niet te vermijden was, dan ook vonden zij voor het beeld, de wetenschap bij uitnemendheid n.1. de wetenschap van het kruis.

GEBED.

O glorierijke H- Joseph, dien tui] beden als Hoofd van het H. Huisgezin heer peten, verleen mij de genade, naar

ocr page 93

- 93 -

uw voorbeeld liefderijk, toegevend en verdraagzaam te ^ijn. Doe mij de waarde van den vrede begrijpen, opdat tk gaarne mijne wettigste rechten aan de liefde en den vrede ten offer h ren ge. Amen.

Voornemen.

Ik zal den wil van anderen boven den mijnen verkiezen.

H. Joseph, hoofd der H. Familie, bid voor ons.

Twee en Twintigste dag-.

De Zachtmoedigheid.

Onze goddelijke Meester zegt in het Evangelie, teneinde ons beter de noodzakelijkheid van deze uitmuntende deugd te doen begrijpen : »Leert van

ocr page 94

mij, dat ik zachtmoedig en nederig van harte hen.quot; Hij scheidt de zachtmoedigheid niet van de nederigheid, omdat de eerste deugd niet zonder de tweede kan bestaan.

De trotsche mensch is voortvarend; hij krenkt, zonder zich te bekommeren om het kwaad, dat hij doet. De nederige, integendeel, is zachtmoedig ; hij geeft gaarne toe; wordt tegen niemand vertoornd, tracht steeds de minste te zijn, en verpreidt vrede en rust om zich heen.

Hebt gij wel eens eene fabriek gezien, dan hebt gij zeker het raderwerk bemerkt, dat komt, gaat, opstijgt, nederdaalt, uitzet en inkrimpt .... en dat met eene gemakkelijkheid, eene regelmatigheid en eene stilte, die onze bewondering gaande maakt. En weet gij, waarom gij niets wanordelijks bespeurt ; waarom die duizenden rader-

ocr page 95

— 95 —

tjes hun weg gaan zonder tegen elkander te botsen, terwijl alle naar hetzelfde doel streven, zonder het gemeenzame werk te onderbreken ?

Het is omdat eene ervaren hand er van tijd tot tijd eenige druppels olie op laat vallen Zoodanig zijn de uitwerkselen der zachtmoedigheid onder de leden van hetzelfde huisgezin.

Maar keeren wij tot Jezus terug, om Hem met Maria en Joseph te Nazareth te beschouwen. Wij vinden in dat heilig huisgezin de volmaaktste voorbeelden van zachtmoedigheid.

Nooit de minste tegenwerping, altijd eene wonderbare inschikkelijkheid^ voor elkander eene volmaakte overeenkomst van denkwijze, van begeerten , van verlangens, eene overeenkomst , die de Engelen, met de zorg voor de H. Familie belast, verheugde en verblijdde.

ocr page 96

— 96 -

quot;V oorToselca..

Een aanzienlijk heer verzocht de medewerking van den H. Franciscus van Sales teneinde een post te verkrijgen voor iemand, die hem bijzonder belang inboezemde.

De Heilige meende in deze zaak onzijdig te moeten blijven. Hij, die naar de plaats dong was door deze weigering zoozeer verbitterd, dat hij zich bij Franciscus kwam beklagen, in zijn drift bejegende hij den Heilige op de onwaardigste en beleedigendste wijze.

De bisschop liet niet de minste ontsteltenis blijken. Toen de woest-aard vertrokken was, zeide de broeder van Franciscus van Sales, die bij het gebeurde tegenwoordig was geweest, dat hij had moeten antwoorden en toen de Heilige het stilzwijgen bewaarde , hernam deze verwonderd

ocr page 97

— 97 —

over deze schijnbare ongevoeligheid : sWij zijn alleen, spreek dus in vertrou-»wen tot mij. Hebt gij in uw hart niets «gevoeld, en waart gij inwendig zoo «kalm, als gij uitwendig scheent ?quot; «Gij «wilt dus, dat ik u openhartig alles zeg?quot; vroeg de Heilige. «Welnu, niet alleen «in deze gelegenheid, maar in vele «andere voel ik den toorn in mijn «hart koken, maar met Gods hulp zal «ik liever sterven dan door woorden «of werken Godbeleedigen. Dit is mijn «besluit en met de hulp der genade zal «ik er getrouw aan zijn.quot;

GEBED.

De beoefening der zachtmoedigheid valt mi] dihuijls moeielijk, en daarom hom ik tot u, machtige H. Joseph, om tav hulp te vragen in het verkrijgen de-er deugd. Ik begrijp er de noodzakelijkheid van, en ik luensch mijne

*

ocr page 98

— 96 -

quot;V oorToeelsa..

Een aanzienlijk heer verzocht de medewerking van den H. Franciscns van Sales teneinde een post te verkrijgen voor iemand, die hem bijzonder belang inboezemde.

De Heilige meende in deze zaak onzijdig te moeten blijven. Hij, die naar de plaats dong was door deze weigering zoozeer verbitterd, dat hij zich bij Franciscus kwam beklagen, in zijn drift bejegende hij den Heilige op de onwaardigste en beleedigendste wijze.

De bisschop liet niet de minste ontsteltenis blijken. Toen de woest-aard vertrokken was, zeide de broeder van Franciscus van Sales, die bij het gebeurde tegenwoordig was geweest, dat hij had moeten antwoorden en toen de Heilige het stilzwijgen bewaarde , hernam deze verwonderd

ocr page 99

over deze schijnbare ongevoeligheid : »Wij zijn alleen, spreek dus in vertrou-»\ven tot mij. Hebt gij in uw hart niets «gevoeld, en waart gij inwendig zoo «kalm, als gij uitwendig scheent ?quot; «Gij «wilt dus, dat ik u openhartig alles zeg?quot; vroeg de Heilige. «Welnu, niet alleen «in deze gelegenheid, maar in vele «andere voel ik den toorn in mijn «hart koken, maar met Gods hulp zal «ik liever sterven dan door woorden «of werken Godbeleedigen. Dit is mijn «besluit en met de hulp der genade zal «ik er getrouw aan zijn.quot;

GEBED.

De beoefening der zachtmoedigheid valt mij dikwijls moeielijk, en daarom kom ik tot u, machtige H. Joseph, om uw hulp te vragen in het verkrijgen de~er deugd. Ik begrijp er de noodzakelijkheid van, en ik ivensch mijne

ocr page 100

— 98 —

natuur te overwinnen , die mij maar te dikwijls medesleept. Help mij de eigenliefde beteugelen, die de bron van alle drift en opvliegenheid is; in één woord, geef, dat ik Je^iis en ^ijne H. Moeder en ook U H. Joseph navol ge in de beoefening de^er wonderschoone deugd. Amen.

VOORNEMEN.

Ik zal er mij op toeleggen nederig en zachtmoedig te zijn.

H. Joseph, zoo zachtmoedig in uwen omgang met Jezus, uw pleegzoon en met Maria, uw bruid, bid voor ons.

Drie en twintigste dag.

Over het geduld.

Het geduld is evenals de zachtmoedigheid eene deugd, die wij eiken dag, elk uur in beoefening kunnen

ocr page 101

- 99 —

brengen. Niet alleen moet men ze op alle tijden beoefenen, maar ook in alle standen en staten des levens.

Een arme zieke, bij voorbeeld, kan noch naar de kerk gaan, noch werken, noch langen tijd bidden, maar wel is hij in staat zich altijd tevreden en onderworpen te toonen, zich zonder morren aan de voorschriften van den geneesheer te onderwerpen; hij kan nederig de diensten vragen, die zijn toestand vereischen, hij kan de diensten, die men hem bewijst, met dankbaarheid ontvangen; hij kan altijd een glimlach op de lippen hebben, in een woord, hij is in staat het geduld te oefenen. Deze deugd bestaat voornamelijk in de dagelijksche bezigheden met kalmte te verrichten, en in alle moeielijkheden, die wij op onzen weg ontmoeten,zonder klagen te verduren. Ongetwijfeld komen er in het leven vele droevige

ocr page 102

- 100 —

o ogenblikken voor, oogenblikken, waarin alles ons tot treurigheid stemt, en wij op het punt zijn, den moed te verliezen. Dan vooral moeten wij het geduld quot;beoefenen; wij moeten dan geduld hebben met ons zeiven, en met anderen hoe moeielijk hun karakter ook zijn moge; want aan het geduld is de overwinning beloofd, en God zal die deugd vooral in de eeuwigheid beloonen.

Verbeelden wij ons niet, dat de H. Joseph geene moeielijkheden ondervond ; zeer zeker heeft hij een ruim deel gehad in de beproevingen , die God gewoon is aan zijne dienaren over te zenden, doch hij aanvaardde alles was God hem overzond met moed Een blik op Jezus geworpen was voldoende om hem te stemmen en hem aan te moedigen. Volgen wij hem daarin na, wanneer wij onze zwakheid

ocr page 103

- 101 -

gevoelen; slaan wij alsdan onze oogen op het kruisbeeld, en zoo er zich geen in onze nabijheid bevindt, slaan wij dan onze oogen ten Hemel, het eeuwig verblijf van het Goddelijk Kind, met wien de H. Joseph het geluk had te leven .... en wij zullen ons weldra getroost en gesterkt gevoelen.

quot;V oorToeeld..

Laat ons nog een voorbeeld aanhalen van den H. Franciscus de Sales dien Apostel van zachtmoedigheid en geduld. Een jongman, 'die den Heilige een grooten haat toedroeg, kwam op zekeren dag een oorverdoovend gedruisch onder het venster zijner kamer maken; hij was gevolgd door een aantal honden, wier onuitstaanbaar geblaf zich vereenigde met de scheldwoorden van eenige moedwillige be-

ocr page 104

— 102 —

dienden. Daarmede nog niet tevreden had de woestaard de onbeschaamdheid in de kamer des bisschops te komen, en daar de beleedigendste scheldwoorden tegen den Heilige uit te braken.

De Kerkvoogd zag den opgewonden jongeling met zachtmoedigheid aan zonder een enkel woord te spreken. De jonkman, die deze zachtmoedigheid als eene beleediging beschouwde verdubbelde zijne woede, en dreef zijne hevigheid tot het uiterste; en toch behield Franciscus zijne kalmte. Toen de uitzinnige vertrokken was, vroeg men den H. bisschop hoe het mogelijk was, dat hij zulke beleedigingen stilzwijgend verdroeg waarop de Heilige het volgende antwoord gaf. «Kon ik «dezen ongelukkige beter leeren zich «zeiven te bezitten, dan doorte zwijgen; «en was er een beter middel om zijne

ocr page 105

— 103 -

«drift te bedaren dan mijne stilzwij-«gendlieid ? Daarenboven moet men «geen medelijden hebben met iemand, «die oploopend is ?quot;

GEBED.

Ik ^ucbt, mijn God, wanneer ik aan de ongeduldigheden denk, waaraan ik mij heb schuldig gemaakt; ik kan niets verdragen, eene geringe heleediging, het kleinste ongemak maakt mij driftig.

Mijn goddelijke Meester, gij die ~(w geduldig waart, geef mij de genade mij ^elve te overwinnen. Ik vraag U de^e genade door de voorspraak van den H. Joseph, dat volmaakte voorbeeld van geduld en zachtmoedigheid. Amen.

VOORNEMEN.

Ik zal er mij op toeleggen, de deugd van geduld te beoefenen.

ocr page 106

— 104 —

II. Joseph, die zoo edelmoedig het lijden en de moeielijkheden aanvaard hebt, bid voor ons.

Vier en. twintigste dag.

De liefde tot den evenmensch.

Hoewel het Evangelie ons niets bijzonders meldt van het leven der H. Familie te Nazareth, laat het zich toch gemakkelijk begrijpen , hoe volmaakt dat leven moet geweest zijn.

Evenals in de hedendaagsche huisgezinnen werd er somtijds over anderen gesproken, maar met welk eene liefde! Hoe toegevend waren Jezus, Maria en Joseph in hunne oordeelvellingen! Zij verontschuldigden de schuldigen , en trachtten hunne misslagen te bedekken. Nemen wij dit voorbeeld wel ter harte, wij, die zoo licht

ocr page 107

— 105 -

kwaad van onzen naaste spreken, wij, die soms met een boosaardig genoegen daden verhalen, die zijn goeden naam kunnen benadeelen.

Wij verschoonen ons met te zeggen, dat wij weinig acht slaan op onze woorden, welnu, het is juist dat gebrek aan nadenken, die gemakkelijkheid in het oordeelen en veroordeelen, dat ons tot een ernstig onderzoek moet aansporen .... en ik spreek hier nog slechts van de kwaadspre-kendheid. Met hoeveel te meer reden moeten wij dan den laster schuwen, die valsche aanklachten, die altijd zware zonden zijn.

De H. Familie was wonderbaar in alle deugden, doch vooral de naastenliefde werd in het Huisje van Nazareth in de hoogste volmaaktheid beoefend. Onderzoeken wij wel hoedanig onze gevoelens over anderen

ocr page 108

- 106 -

zijn. Wenschen en verschaffen wij hun al het genoegen , dat wij voor ons zeiven begeeren. Zijn wij bereid onzen vijanden te vergeven, ja zelfs het kwaad met goed te vergelden?

quot;V ©orloeelca..

Eene Poolsche prinses, die haar verblijf te Parijs hield, stierf ten gevolge der verkeerde behandeling van den dokter. Twee dagen na haren dood vond men het volgende in haar testament : «Overtuigd van de schade, die mijn dood den geneesheer, die mij behandeld heeft, zal berokkenen, vermaak ik hem eene jaarlijksche rente van honderd dukaten, en vergeef hem van ganscher harte zijne vergissing. Ik verlang vurig, dat hem door die som de minachting vergoed worde, waarin mijn dood , die een gevolg

ocr page 109

— 107 —

zijner onkunde is, hem gebracht heeft.

Een hoer vervoerde op zijn wagen een hectoliter gerst, toen hij eensklaps door zijn buurman werd aangevallen, die met opgeheven knuppel beval hem de gerst te geven. De boer sprong van zijn paard, greep den snoodaard bij de kraag, stiet hem op den grond en zeide: »Gij ziet, dat het in mijne macht is u bont en blauw te slaanquot;.

Sla, antwoordde de dief of geef mij uw gerst, want mijne vrouw en kinderen sterven van honger.

«Indien gij van honger sterft,quot; hernam de pachter «dan is het wat an-«ders, maar ik wil niet, dat gij steelt. «Neem den zak, ik schenk hem u, en «zal hem u helpen dragen. Ga nu «heen, en spreek niet over het voorge-«vallene.quot;

Te huis gekomen vertelde de pachter deze ontmoeting aan zijne vrouw.

ocr page 110

— 103 —

die ook het hare bijdroeg door het ongelukkige huisgezin brood te brengen. De dief keerde op het goede pad terug, men gaf hem werk, zoodat hij zijne kinderen eene godsdienstige opvoeding kon verschaffen.

Hoevelen zijn er, die door het gebrek in de zonde gevallen, zouden terugkeeren, indien zij, die helpen kunnen, dezelfde liefdadigheid oefenden, als de goede pachter, van wien wij gesproken hebben.

GEBED.

O mijn God, bewaar mijn mond, opdat mij geen woord onlsnappe, dat de liejde ^oic kunnen kwetsen of den evennaaste bedroeven. Geef dat ik mij steeds onthoude van het oordeel over anderen, opdat ik ^elf niet geoordeeld luorde. Ik vraag u de^e genade door

ocr page 111

— 109 —

de voorspraak van den H. Joseph. Amen.

VOORNEMEN.

Ik zal er mij op toeleggen, steeds liefderijk jegens anderen te zijn.

H. Joseph, die nimmer door woorden gezondigd hebt, bid voor ons.

Vijf en twintigste dag.

De liefdadigheid jegens de armen.

Het voorschrift van aalmoezen te geven, verplicht niet enkel hen, die met aardsche goederen gezegend zijn; maar het verplicht ons allen, welke ook onze stand zij, wij moeten aalmoezen geven volgens den raad, die H. man Tobias zijnen zoon gaf zeggende: «Wees liefdadig op welke »wijze dan ook. Hebt gij veel, geef

ocr page 112

- 110 —

«veel; hebt gij weinig, geef dan van «dat weinige uit een goed hartquot;.

De H. Joseph was arm en toch verhalen ons de godsvruchtige overleveringen treffende blijken zijner liefdadigheid.

Laten wij, naar zijn voorbeeld, geene gelegenheid voorbij gaan, om onzen ongelukkigen broeder te ondersteunen. Wij kunnen dat op velerlei manieren) hetzij door met hem te deelen , wat wij bezitten ; hetzij door hem te helpen en te troosten in lijden en ziekte; hetzij door gebeden, die wij voor hem ten Hemel opzenden.

Wij zijn allen kinderen van den zelfden Vader n. 1. van God; en om ons tot de beoefening der liefdadigheid aan te moedigen, wil Jezus, dat wij Hem beschouwen in den arme die onze ondersteuning vraagt. Hij zegt in het Evangelie: »Watgij den min-

ocr page 113

- Ill —

ste der mijnen gedaan hebt, dat hebt gij aan Mij gedaan.quot;

Dat onze liefdadigheid dus door den geest des geloofs bezield zij, opdat wij na alles voor God verricht te hebben, de eeuwige belooning onzer werken van Hem mogen ontvangen.

quot;V ©orloeeld..

Toen ik eens te middernacht een armoedige smidswinkel voorbij kwam, hoorde ik zware hamerslagen op het aambeeld nedervallen. Ik was binnengedrongen door de nieuwsgierigheid om te weten, welke dringende noodzakelijkheid iemand zoo laat aan het werk hield.

»Ik werk niet voor mij zeivenquot; zeide de smid, »maar voormijn buur-mnan ; zijn huis, alles heeft hij verloren »en nu verkeert hij met zijn huisgezin

ocr page 114

- m -

»in de diepste armoede. Ik sta twee «uren vroeger op dan naar gewoonte »en blijt twee uren langer aan 't werk; »dat geeft twee dagen per week, waar-»van ik de opbrengst aan mijn armen «buurman afsta: het zijn slechts enkele «hamerslagen meer. Indien ik iets be-«zat, zoude ik het met hem deelen; «maar ik heb niets dan mijn aambeeld. «Goddank, ontbreekt mij in dezen tijd «liet werk niet; en als men armen «heeft, moet men ze gebruiken om zijn «naaste te ondersteunen.quot;

Dat is zeer lofwaardig, antwoordde ik ; maar denkt gij, dat uw buurman eens in staat zal zijn u alles te vergelden ! «Wellicht niet; doch dat is erger «voor hem dan voor mij. Wat maakt «het ook ? lederen dag brengt brood «mede. Ook zal ik er niet armer door «worden, en zijne arme kinderen zullen «tenminste niet van honger sterven.

ocr page 115

— 113 —

«Wij moeten elkander helpen ; want «indien mijn huis afgebrand was, zou wik ook gaarne door anderen geholpen «worden.quot;

GEBED.

Ik smeek u, H Joseph, mij dikwijls de verplichting te herinneren, die op mij rust van mijne arme medebroeders te ondersteunen. Geef, dat ik hen steeds met vreugde en dienstvaardigheid onder steune en helpe en in hen de ledematen van Jesus Christus beschouwe. Amen'.

VOORNEMEN.

Ik zal geene gelegenheid voorbij laten gaan om mijnen naaste te helpen.

H. Joseph, liefdadig voor allen die uwe hulp inroepen, bid voor ons.

ocr page 116

— 114 -

Zes en twintigste dag.

Het grootste ongeluk.

De mensch is niet alleen blootgesteld aan dagelijksche tegenspoeden, maar ieder onzer gaat bovendien soms gedrukt onder harde beproevingen en zware kruisen.

Nu eens is het de verijdeling onzer billijkste verwachtingen, dan is het de dood, die ons hart vaneen scheurt door ons diegenen te ontnemen, die ons dierbaar waren. En toch zijn de moeielijkheden, die wij ondervinden niets, in vergelijking met het ongeluk eener ziel, die door de zonde van God gescheiden is.

Helaas, wij begrijpen dit niet genoeg. Beschouwen wij den H. Joseph. Welk was het grootste, het grieven d-ste lijden, dat hij in zijn leven verduurd heeft. Voorzeker was het de

ocr page 117

- 115 —

smart, die hij gevoelde, toen hij bij zijn terugkeer uit Jeruzalem bemerkte, dat Jezus verloren was. Hij wist, dat Herodes het Goddelijk Kind kort na zijne geboorte reeds naar liet leven stond en nu vreesde de H. Joseph dat de eene of andere wreedaard zich van het Kind had meester gemaakt, ten einde Hem om het leven te brengen.

De tranen van Maria vermeerderden nog zijne droefheid.

Wij zijn bedroefd, ontroostbaar, soms wanhopig over eenig stoffelijk verlies, en wanneer wij God beleedigd hebben, blijven wij onverschillig.

TTquot; oorTcseeld..

Eene weduwe van Constantinopel Olympia genaamd, was bekend om hare godsvrucht en heiligheid. Haar tijd, haar zorgen, dc opbrengst harer

ocr page 118

— 116 -

goederen waren uitsluitend aan werken van godsvrucht en liefdadigheid gewijd.

De baatzuchtige inwoners der stad vonden er behagen in, haar te vervolgen en haar processen aan te doen, waarvan het gevolg was, dat zij eindelijk tot armoede verviel. Zij schreef aan den H. Johannes Chrysostomus, om hem haar ongeluk mede te deelen. Doch deze kerkvader antwoordde haar, dat zij ongelijk had met datgene, wat haar overkwam als een ongeluk te beschouwen.

»Men zal u misschien gerechtelijk »uw vermogen ontnemen; men zal u »uit de stad verbannen, om u in »den vreemde te laten rondzwerven ; »men zal u misschien doen sterven, of «liever gezegd men zal u eene schuld «doen betalen, die gij toch vroeg of «laat zult moeten afdoen; de dood

ocr page 119

— 117 —

«echter zal u in het land van eeuwige «geneugten binnenleidenquot;. Herinner u de woorden, die ik u meermalen gezegd heb n. 1. : slechts éene zaak moeten wij vreezen, n. 1. de zonde.

GEBED.

O Maria en Joseph, gij, die met Je^us, twaalf jaar oud pijnde, naar Jeruzalem waart gegaan, en het ongeluk hadt Hem te verliepen, die Hem bedroefd en met ijver gedocht hebt, en Hem in den Tempel hebt wedergevon-den, verleen mij, bid ik u, de genade, nooit door eigen schuld Gods liefde te verliepen, en indien ik soms dit ongeluk mocht hebben, maal; dan, dat ik die liefde met den ^elfden ijver als gij ^oeke, die vinde en haar beware, opdat ik altijd getrouw in Gods dienst vuige volharden. Amen.

ocr page 120

- 118 -

VOORNEMEN.

Ik zal alles in het werk stellen om de zonde te schuwen, en om nooit vrijwillig de tegenwoordigheid Gods uit het oog te verliezen.

H. Joseph die het geluk had, Jezus in den Tempel weder te vinden, bid voor ons.

Zeven en twintigste dag.

Het menschelijk opzicht.

Uit een godsdienstig oogpunt beschouwd, kan men de menschen in twee klassen verdeelen n. 1. in hen, die God beminnen, en hen die zijne geboden verachten.

Ongetwijfeld zullen wij liever onder de eerste dan onder de tweede soort gerekend worden , omdat wij begrijpen, hoezeer zij te beklagen zijn,

ocr page 121

- 119 —

die van den goeden weg zijn afgeweken. Waarom hechten wij dan nog waarde aan het oordeel dier dwazen ?

Wat baat ons hunne goedkeuring, hun lof? Indien wij het goede doen, als wij ter kerk gaan, als wij het geleden onrecht vergeven, als wij onzen hulpbehoevenden broeder bijstaan laken zij onze daden en scheren den gek met ons, omdat zij den moed niet hebben ons na te volgen.

Trachten wij niettemin van onzen kant steeds voortgang te maken op den weg der deugd. Er zal een oogen-blik komen, en dat oogenblik zal verschrikkelijk zijn , waarop zij hunne noodlottige dwaling zullen inzien, en waarop zij gedwongen zullen zijn te erkennen, dat wij verstandig, en zij, integendeel, dwaas gehandeld hebben; maar dan zal het te laat zijn.

ocr page 122

— 120 —

De H. Joseph ondervond ook tegenspraak. Als men hem nederig, ingekeerd, en vlijtig aan het werk zag, waren er , die de schouders ophaalden en hem bespott'en; doch hij stoorde zich daar niet aan. Hij verdroeg met geduld de bespottingen, die hij te verduren had, en zette zijn werkzaam en eenvoudigleven, ondanks alle tegenspraak, met ijver uit liefde tot God voort.

quot;V oor'toeelca..

Joseph Ysraf, verliet op zestienjarigen leeftijd zijne Ouders en zijn dorp, om in de stad de lessen eener gods-dienstlooze school bij te wonen.

Hooren wij uit zijn eigen mond het verhaal van de eerste overwinning op het menschelijk opzicht, die hij behaalde, en welke hem zooals later bleek overvloedige zegeningen van God verwierf.

ocr page 123

— 121 —

Mijn godvruchtige en ijverige Herder, die het gevaar voorzag, waaraan ik in mijn nieuwe omgeving zou zijn blootgesteld, had mij aangeraden voor mijn vertrek tot de H. Tafel te naderen, ik volgde dien raad, en ontving het brood der Engelen denzelfdcn morgen, dat ik het dorp zou verlaten.

Gesterkt door de H. Communie omhelsde ik mijne ouders, nam mijn reisgoed en begaf mij opweg naar Abbeville. Ik nam mijn intrek in een hotel, cn kwam in het gezelschap van een twintigtal werklieden. Het was Maandag, toen ik aankwam. Ik plaatste mij in een hoek der algemeene zaal en begon mijne lessen na te zien. Terwijl ik de oogen opsloeg, zag ik een ouden metselaar, die mij met bijzondere aandacht gadesloeg. Ik vormde zonder twijfel eene tegenstelling met mijne omgeving, die in de herberg

ocr page 124

- 122 —

te huis waren, en op hun gemak aten, dronken en redetwistten.

Het uur van slapen brak aan; onze slaapzaal was lang en nauw en telde drie bedden voor ons zessen. Daar aangekomen, trof een gesprek, zooals ik er nog nooit een gehoord had, mijne ooren. Ik had dat oogenblik nooit voorzien, in den beginne gevoelde ik mij onthutst en verlegen. Ik had pas de H. Communie ontvangen, de vermaningen van den eerbiedwaardige!! Pastoor van ons dorp stonden mij nog levendig voor den geest, neen, ik mocht mij niet ter ruste begeven zonder te bidden. Ik voorzag, dat men mij zou bespotten, uitlachen en een ijdel gevoel van vrees maakte zich van mij meester, want tot nog toe had ik in een dorp geleefd, waar de godsdienst in achting was, ik kende geen menschelijk opzicht. De inwen-

ocr page 125

- 123 —

dige strijd duurde dan ook niet lang, ik viel op mijne knieën, maakte het teeken des H. Kruises, en begon mijn gebed. Een hevig gelach, vergezeld van beleedigende opmerkingen, deed zich hooren. De metselaar van wien ik zooeven sprak, sprong uit zijn bed en zijn vuist toonende, riep hij opeen toon, die allen met schrik vervulde : «Deze jongeling doet beter dan wij, »en indien iemand het waagt nog één »woord te zeggen, zal hij weten met »wien hij te doen heeft.quot; Een veelbe-teekenend stilzwijgen volgde op dit gezegde. Ik voleinde mijn gebed en van dat oogenblik af aan, veroorloofde zicli niemand meer eenige spotternij.

GEBED.

Ik zuil, mijn God, niets dan uw oog lot getuige mijner daden. Hel oordeel der meuschen is mij onverschillig, ivant

ocr page 126

- 124 -

Gij alleen ^ult mij oordcelen, straffen of beloonen. Door de voorspraak van den H. Joseph, vraag ik de genade, steeds over het menschelijk opdicht te zegevieren. Amen.

VOORNEMEN.

Ik z;ü getrouw mijne plichten vervullen, zonder mij aan de oordeelen der menschen te storen.

H. Joseph, die altijd voor Gods aanschijn wandeldet, bid voor ons.

Acht en twintigste dag.

De ijver voor de betrachting der deugd.

Wanneer wij een werk ondernemen, is ons doel het af te maken Het is eene taak, die wij te vervullen hebben, en indien wij ledig bleven en

ocr page 127

— 125 —

slechts de werktuigen beschouwden, waarvan wij ons bedienen, zouden wij niet vooruitkomen. God wil, dat wij ons heiligen, dat is de groote taak die wij in dit leven te volbrengen hebben. Om die taak intijds af te hebben, dat is, als God ons tot zich zal roepen, moeten wij er eiken dag aan werken. Wij weten, dat de daden, die wij in den tijd verrichten de werktuigen zijn, waarmede wij het groote werk onzer zaligheid moeten voltooien.

Onze daden moeten voor God geschieden en met het inzicht om Hem te behagen ; verliezen wij toch geen enkel van de oogenblikken, die, wel besteed , als kostbare geldstukken zijn, waarmede wij den Hemel kunnen koopen. Als wij niet ijverig zijn, zullen wij geen voortgang maken.

Onze beschermer, de H. Joseph, verloor geen oogenblik van den kost-

ocr page 128

— 118 —

VOORNEMEN.

Ik zal alles in het werk stellen om de zonde te schuwen, en om nooit vrijwillig de tegenwoordigheid Gods uit het oog te verliezen.

H. Joseph die het geluk had, Jezus in den Tempel weder te vinden, bid voor ons.

Zeven, en twintigste dag.

Het menschelijk opzicht.

Uit een godsdienstig oogpunt beschouwd, kan men de menschen in twee klassen verdeelen n. 1. in hen, die God beminnen, en hen die zijne geboden verachten.

Ongetwijfeld zullen wij liever onder de eerste dan onder de tweede soort gerekend worden , omdat wij begrijpen, hoezeer zij te beklagen zijn,

ocr page 129

- 119 -

die van den goeden weg zijn afgeweken. Waarom hechten wij dan nog waarde aan het oordeel dier dwazen ?

Wat baat ons hunne goedkeuring, hun lof? Indien wij het goede doen, als wij ter kerk gaan, als wij het geleden onrecht vergeven, als wij onzen hulpbehoevenden broeder bijstaan laken zij onze daden en scheren den gek met ons, omdat zij den moed niet hebben ons na te volgen.

Trachten wij niettemin van onzen kant steeds voortgang te maken op den weg der deugd. Er zal een oogen-blik komen, en dat oogenblik zal verschrikkelijk zijn , waarop zij hunne noodlottige dwaling zullen inzien, en waarop zij gedwongen zullen zijn te erkennen, dat wij verstandig, en zij, integendeel, dwaas gehandeld hebben; maar dan zal het te laat zijn.

ocr page 130

— 120 —

De H. Joseph ondervond ook tegenspraak. Als men hem nederig, ingekeerd, en vlijtig aan het werk zag, waren er , die de schouders ophaalden en hem bespott'en; doch hij stoorde zich daar niet aan. Hij verdroeg met geduld de bespottingen, die hij te verduren had, en zette zijn werkzaam en eenvoudig leven, ondanks alle tegenspraak, met ijver uit liefde tot God voort.

TTquot; oorToeelca..

Joseph Ysraf, verliet op zestienjarigen leeftijd zijne Oudersenzijn dorp, om in de stad de lessen eener gods-dienstlooze school bij te wonen.

Hooren wij uit zijn eigen mond het verhaal van de eerste overwinning op het menschelijk opzicht, die hij behaalde, en welke hem zooals later bleek overvloedige zegeningen van God verwierf.

ocr page 131

— 121 —

Mijn godvruchtige en ijverige Herder, die liet gevaar voorzag, waaraan ik in mijn nieuwe omgeving zou zijn blootgesteld, had mij aangeraden voor mijn vertrek tot de H. Tafel te naderen, ik volgde dien raad, en ontving het brood der Engelen denzelfdcn morgen, dat ik het dorp zou verlaten.

Gesterkt door de H. Communie omhelsde ik mijne ouders, nam mijn reisgoed en begaf mij opweg naar Abbeville. Ik nam mijn intrek in een hotel, en kwam in het gezelschap van een twintigtal werklieden. Het was Maandag, toen ik aankwam. Ik plaatste mij in een hoek der algemeene zaal en begon mijne lessen na te zien. Terwijl ik de oogen opsloeg, zag ik een ouden metselaar, die mij met bijzondere aandacht gadesloeg. Ik vormde zonder twijfel eene tegenstelling met mijne omgeving, die in de herberg

ocr page 132

- 122 -

te huis waren, en op hun gemak aten, dronken en redetwistten.

Het uur van slapen brak aan; onze slaapzaal was lang en nauw en telde drie bedden voor ons zessen. Daar aangekomen, trof een gesprek, zooals ik er nog nooit een gehoord had, mijne ooren. Ik had dat oogenblik nooit voorzien, in den beginne gevoelde ik mij onthutst en verlegen. Ik had pas de H. Communie ontvangen, de vermaningen van den eerbied-waardigen Pastoor van ons dorp stonden mij nog levendig voor den geest, neen, ik mocht mij niet ter ruste begeven zonder te bidden. Ik voorzag, dat men mij zou bespotten, uitlachen en een ijdel gevoel van vrees maakte zich van mij meester, want tot nog toe had ik in een dorp geleefd, waar de godsdienst in achting was, ik kende geen menschelijk opzicht. De inwen-

ocr page 133

- 123 —

dige strijd duurde dan ook niet lang, ik viel op mijne knieën, maakte het teeken des H. Kruises, en begon mijn gebed. Een hevig gelach, vergezeld van beleedigende opmerkingen, deed zich hooren. De metselaar van wien ik zooeven sprak, sprong uit zijn bed en zijn vuist toonende, riep hij op een toon, die allen met schrik vervulde : «Deze jongeling doet beter dan wij, »en indien iemand het waagt nog één «woord te zeggen, zal hij weten met «wien hij te doen heeft.quot; Een veelbe-teekenend stilzwijgen volgde op dit gezegde. Ik voleinde mijn gebed en van dat oogenblik af aan, veroorloofde zich niemand meer eenige spotternij.

GEBED.

11: zuil, mijn God, niets dan mu oog lot geinige mijner daden. Het oordeel der menschen is mij onverschillig, ivant

ocr page 134

- 124 -

Gij alleen ^ult mij oordeelen, straffen of heloonen. Door de voorspraak van den H. Joseph, vraag ik de genade, steeds over het menschelijk opdicht te zegevieren. Amen.

VOORNEMEN.

Ik zal getrouw mijne plichten vervullen, zonder mij aan de oordeelen der menschen te storen.

H. Joseph, die altijd voor Gods aanschijn wandeldet, bid voor ons.

Acht eix twintigste dag.

De ijver voor de betrachting der deugd.

Wanneer wij een werk ondernemen, is ons doel het af te maken Het is eene taak, die wij te vervullen hebben, en indien wij ledig bleven en

ocr page 135

— 125 —

slechts de werktuigen beschouwden, waarvan wij ons bedienen, zouden wij niet vooruitkomen. God wil, dat wij ons heiligen, dat is de groote taak die wij in dit leven te volbrengen hebben. Om die taak intijds af te hebben, dat is, als God ons tot zich zal roepen, moeten wij er eiken dag aan werken. Wij weten, dat de daden, die wij in den tijd verrichten de werktuigen zijn, waarmede wij het groote werk onzer zaligheid moeten voltooien.

Onze daden moeten voor God geschieden en met het inzicht om Hem te behagen ; verliezen wij toch geen enkel van de oogenblikken, die, wel besteed, als kostbare geldstukken zijn, waarmede wij den Hemel kunnen koopen. Als wij niet ijverig zijn, zullen wij geen voortgang maken.

Onze beschermer, de H. Joseph, verloor geen oogenblik van den kost-

ocr page 136

— 126 —

baren tijd; innig vereenigd met God, was elk zijner daden kostbaar in Gods oogen. Hij maakte eiken dag voortgang op den weg der deugd, en zoodoende is hij langzamerhand tot den hoogen trap van volmaaktheid gekomen, die terecht onze bewondering opwekt.

quot;^7quot; oorTseelcL.

Petrus Moissac, voor eenige jaren in geur van heiligheid gestorven, vroeg op zekeren dag aan zijn Biechtvader hem te zeggen, wat hij doen moest om dagelijks vorderingen te maken op het pad der deugd. De Biechtvader gaf hem de volgende lessen: »Doe wat ge doet, maar doe het zoo «volmaakt mogelijk en op een godge-«vallige wijze; want de volmaaktheid «bestaat niet in groote daden te ver-«richten. Denk altijd, dat u slechts één

ocr page 137

— 127 -

»dag levens overblijft, en dat van de «getrouwheid, waarmede Gij dien dag «God zult dienen uwe zaligheid af-»hangt.quot; Bedenkt wat God in het Evangelie zegt: «Omdat gij in het kleinege-trouw zijt, zal ik u over groote dingen stellenquot;, en Hij voegt er bij «Treed binnen in de vreugde van uwen Heerquot;. Zie niet om, maar altijd vooruit. Tracht iederen dag voortgang te maken ; houd Jezus' voorbeeld altijd voor oogen, en beschouw ook de voorbeelden der Heiligen.

Getrouw aan deze heilzame raadgevingen, maakte Petrus Moissac grooten voortgang in de volmaaktheid; in weinig tijd voltooide hij het werk zijner heiliging, en verdiende daardoor de eeuwige belooning.

GEBED.

Geef Heer, dat ik mij nooit late afschrikken door de moeielijkheden, die

ocr page 138

- 128 -

ik op den weg naar het Henwlsch Vaderland ontmoet. Het Christelijk leven is, zoolang wij in dit tranendal vertoeven, slechts een ballingschap. Ik vergeet maar al te dikwijls mijn Schepper, om genoegens en voldoeningen te ^oeken, die hier beneden niet te vinden Verleen mij de genade, door de voorspraak van den H. Joseph, mijne oogen steeds gevestigd te honden op hel verheven doel van mijn bestaan tot het oogenblih van mijnen dood, waaroh ik rekenschap van mijn rentmeesterschap ^al afleggen. Amen.

VOORNEMEN.

Ik zal trachten eiken dag voortgang te maken.

H. Joseph, die zoo gehoorzaam waart aan de leiding en de inspraken van den H. Geest, bid voor ons.

ocr page 139

- 129 -

Negen en twintigste dag:.

Maria, onze Moeder.

Wanneer wij het leven van Maria lezen, wanneer wij van sommige verschijningen hooren, waarmede zij hare dienaren begunstigd heeft, worden wij somtijds droevig gestemd, omdat wij niet met Haar geleefd hebben, of niet heilig genoeg zijn, om het geluk te hebben Haar minnelijk aanschijn te aanschouwen.

Maria te kennen is, voorwaar, een groot geluk. Welnu er is niemand op aarde, die eene volmaaktere kennis van Maria had dan de H. Joseph, vermits God hem de taak had opgedragen haar Beschermer te zijn, en hij gedurende dertig jaren het voorrecht had , met haar te leven. Hoe vurig moet hij Maria niet bemind hebben ! lederen dag vermeerderde zijne eer-

ocr page 140

— 130 —

biedige gehechtheid voor haar, want eiken dag ontdekte hij in Maria nieuwe volmaaktheden. Hij was haar zeer dankbaar voor de zorgen, waarmede zij hem en het goddelijk Kind overlaadde. Eerst na onzen dood zullen wij Maria zien, zooals zij is, echter kunnen wij haar nu reeds navolgen, wij kunnen haar leven bestudeeren, haar met de oogen des geloofs beschouwen, en geheel ons vertrouwen in hare voorspraak stellen. Zij is immers, onze Moeder ; want heeft Jezus aan het kruis ons niet als kinderen .quot;.an Maria geschonken ?

Roepen wij haar dus aan, en stellen wij een onbeperkt vertrouwen in hare voorbede. Dragen wij hare medailles, het heilig scapulier, en laten wij niet na door alle middelen ons hare bescherming te verzekeren.

ocr page 141

_ 131 _

~V oorloeeld..

Een student in de geneeskunde, Adolf genaamd, trad op zekeren morgen de kamer van zijn vriend en studiegenoot Eugenius binnen.

«Sta spoedig op!quot; zeide hij.

»Wacht even, Adolf, ik heb mij niet alleen aan te kleeden, maar ik moet ook mijn morgengebed doen.

»Zoo, zoo, doet gij daar ook nog aan ?quot;

»Ja, mijn vriend ik hoop aan die gewoonte altijd getrouw te blijven.quot;

«Wat mij betreft, hernam Adolf, ik heb van alles wat de Pastoor mij geleerd heeft nog slechts éene zaak onthouden , en dat is, alle dagen een «weesgegroetquot; te bidden, en bovendien draag ik een scapulier.quot;

«Bravo, mijn vriend, gij zijt gods-dienstiger dan gij wel denkt. Ik zou ook gaarne het scapulier dragen.quot;

ocr page 142

- 132 -

Na eenigen tijd van ernstige studiën kwamen de beide vrienden overeen samen een pleizierreisje te onderne-rrten. Zij zouden den volgenden Zondag naar Versailles gaan om daar een feesf bij te wonen. Zoo gezegd, zoo gedaan. De twee studenten namen den spoorweg, waarmede zij nog nooit gereisd hadden. Het was in het jaar 1842, den eersten Zondag van Mei, het weer was helder en de lentezon schitterde in al hare bekoorlijkheid.

De toeloop was zeer groot.

Des avonds bracht een lange trein, door locomotieven voortgesleept, de reizigers, volgens toenmalig gebruik in de waggon opgesloten, naar Parijs terug, toen eensklaps tusschen Sèvres en Brussel een locomotief verbrijzeld werd ; de tweede locomotief, die achteraan geplaatst was, stortte over de waggons heen, en vernielde wat hem

ocr page 143

- 133 —

n in den weg kwam. Gloeiende kolen

n bedekten den weg, en een vreeselijke

brand brak uit. Daar de waggons i- gesloten waren werden slechts enkele

ii reizigers gered, onder welke Eugenius

0 en Adolf waren, de eerste echter had n zijn been gebroken; terwijl zijn vriend t i geen schram bekomen had. Eugenius r werd naar het gasthuis gebracht, Adolf i, ^ hielp zijne wonden verbinden, en toen

1 alles was afgeloopen zeide hij lot de Liefdezuster, die zijn vriend verpleegde: Ach Zuster, ik ken de zorg, die

, gij voor de zieken draagt, doch sta

ï mij een verzoek toe, laat den Almoe-

c zenier roepen; om Eugenius het sca-

s pulier te geven, want zie ik ben uit

s mij zeiven niets, maar ik draag het

1 scapulier, en daaraan schrijf ik mijne

redding toe. Ik ben de H. Maagd ; mijn leven verschuldigd, want van al-

i len, die met mij in den waggon wa-

ocr page 144

— 13-1 —

ren, ben ik alleen ongedeerd gebleven.

GEBED VAN DE H. GEEllTRUDIS.

Onbevlekt hart van Maria, ik heb uit mij ^elven niets, wat waardig is U opgedragen te worden ; en toch hoeveel dankbaarheid ben ik n niet verschuldigd voor de talloo^e gunsten, die ik van U heb ontvangen. Ik ^on u liefde voor liefde willen geven, het eenige goed echter, dat ik be^it, is het Hart van Je^us, ontvang met de^e gift ook]die van mijn arm hart en niets ^al aan mijn geluk ontbreken. Amen.

VOORNEMEN.

Ik zal dagelijks de H. Maagd aanroepen en in haar mijn vertrouwen stellen.

H. Joseph, zuivere Bruidegom van Maria, bid voor ons.

ocr page 145

— 135 —

Dertig-ste dag1.

De dood.

Verplaatsen wij ons in den geest in liet huisje van Nazareth, en beschouwen wij er den H. Joseph, stervende in de armen van Jezus.

De H. Maagd ondersteunt zijn hoofd niet hare onbevlekte handen; Jezus, het Vleeschgeworden Woord , staat aan zijne zijde, ziet Hem met een liefdevollen blik aan, en spreekt hem bemoedigende woorden toe.Ein delijk geeft Joseph zijn schoone ziel aan God over en de Goddelijke Verlosser sluit Hem, den Rechtvaardige, bij uitnemendheid de oogen. Welk een geluk voor den H. Aartsvader in zijn stervensuur, door Jezus en Maria te worden bijgestaan, en tot beschermer der stervenden te worden aangesteld.

Üns leven is slechts een doortocht;

ocr page 146

- 136 -

geslachten volgen elkander op, en nauwelijks zijn wij geboren of ons doodsvonnis is reeds uitgesproken. Niets is in staat dit vonnis te veranderen, of de uitvoering ervan te vertragen. Wij zullen op een uur, dat wij niet weten, en dat misschien niet ver af is, alles moeten verlaten; wij zullen God rekenschap moeten geven van ons rentmeesterschap. De gedachte aan den dood verschrikt onze menschelijke natuur, en toch kunnen wij niet tot God gaan dan door den dood. Houden wij ons dus gereed door een christelijk leven te leiden, verwaarloozen wij geen enkel middel om hulp en bijstand te verwerven voor dat gewichtig oogenblik. Begeven wij ons dagelijks tot den H. Joseph, Hij verlaat in het doodsuur niemand, die hem gedurende zijn leven bemind en vereerd heeft.

ocr page 147

— 137 —

quot;V oorToeeld..

Een waardig overheidspersoon van liet hooge gerechtshof van Parijs was ter prooi aan zulke hevige smarten, dat men meende, dat hij den dood nabij was; doch te midden van zijn lijden herhaalde hij steeds de namen van Jezus en Maria. Die namen waren voor hem een zoet gebed, dat zijne lievige smarten verlichtte. Bij de derde aanroeping dezer gezegende namen voegden de omstanders dien van Joseph .... Jezus, Maria, Joseph!... . En weldra hoorden zij hem den laat-sten naam met een zoeten glimlach herhalen. Hoe schoon ! zeide hij, «Jezus, Maria, Josephquot; Van toen af hield hij niet op deze drie namen te herhalen, terwijl hij een bijzonderen klem legde op den laatsten naam, daardoor willende te kennen geven, dat hij dien niet wilde, niet kon de vergeten. Hij

ocr page 148

— 138 —

heeft die gezegende namen herhaald tot aan zijn dood toe, en dank aan deze godvruchtige oefening stierf hij den dood der Heiligen.

Zijn gebed was zoo schoon! . . . . »Ik geloof en aanbid, ik bemin en ik «hoop; Jezus, Maria, Joseph, ik geefu «mijn hart.quot;

GEBEÜ.

Glorierijke H. Joseph, beschermer der stervenden, die u aanroepen. Het uur en het oogenblik, dat mij onbekend is, maar door God van alle eeuwigheid is vastgesteld, ïal weldra aanbreken ; ook ik ^al van dit leven tot de onsterfelijkheid overgaan. Op het aandien van het oogenblik mijns doods, ^end ik mijne nederige gebeden tot u'op. Ik ken het getal en de grootheid mijner misslagen; ik -weet wat ik van de gestrengheid des rechters te vree^en heb, maar ook ken

ocr page 149

— 139 —

ik ^ijne oneindige barmhartigheid. Verkrijg mij, Voedstervader van Je^us, de genade van een oprecht berou w; ondersteund mij in het voornemen, dat ik thans aan uwe voeten maak van mijn leven te beteren , om mij te bereiden tot den groot en overtocht van den tijd in de eeuwigheid. Amen.

VOORNEMEN.

Ik zal dagelijks de godvruchtige verzuchting herhalen : Jezus, Maria, Joseph beschermt mij in het uur des doods.

Heilige Joseph, Patroon van den goeden dood, bid voor ons.

Een en dertigste dag.

De H. Joseph, onze Beschermer.

Heden zullen wij den H. Joseph in den Hemel beschouwen; Hij toch is het rijk Gods binnengegaan, en is er met glorie gekroond. In Na-

ocr page 150

— 140 —

zareth hebben wij Hem gezien, terwijl Jezus hem gehoorzaamde; thans in den Hemel verheft Joseph zijne stem om te bidden , en zijne smeekingen worden altijd verhoord. Hij is voor ons een machtige beschermer en tevens een volmaakt toonbeeld van alle deugden. Onze H. Vader Pius IX heeft hem als Patroon der Kerk aangesteld. Moge eene vernieuwde godsvrucht tot den H. Joseph ons de genaden verwerven, die ons in deze dagen van beproeving zoo noodig zijn.

Ite ad Joseph .... ja, gaan wij met vertrouwen en liefde tot hem, stellen wij ons zeiven en allen, die ons dierbaar zijn, onder zijne machtige hoede en houden wij ons overtuigd, dat hij onze gebeden zal verhooren en ons vooral in het stervensuur zal bijstaan, opdat wij gedurende de gelukzalige eeuwigheid met hem vereenigd

ocr page 151

— I4l —

mogen zijn.

quot;V oorlseeld..

Een der schoonste eeretitels van de H. Theresia is: verbreidster van de eere-dienst van den H. Joseph in de Katholieke Kerk. Zij ondernam geen enkele zaak zonder ze den H. Joseph aan te bevelen, dien zij haar Heer en Vader noemde. Zij wijdde hem dertien harer kloosters toe, en in ieder klooster, dat zij stichtte prijkte het beeld van den H. Joseph. Zij had dien grooten Heilige het leven te danken, toen zij door zijne bemiddeling wonderbaar van eene doodelijke ziekte genas. «Hij heeft mij niet alleen «altijd verhoord, zeide zij, maar zijne «gunsten gingen steeds mijne gebeden «en verwachtingen te boven.

«Ik kan mij niet herinneren, hem ooit iets gevraagd te hebben, zonder verhoord te zijn geworden. Het is mij on-

ocr page 152

— 142 —

mogelijk, de genaden op te sommen, die hij mij heeft verworven, de gevaren te noemen, waaruit God mij, door de tusschenkomst van den H. Joseph, gered heeft.

«De Allerhoogste geeft aan sommige Heiligen de macht om ons in deze of gene zaak te helpen ; maar ik weet bij ondervinding, dat de macht van den H. Joseph zich over alles uitstrekt.quot;

God wil ons daardoor te kennen geven, dat wijl Hij hem op aarde gehoorzaamde en in hem zijne overheid en voedstervader erkende, Hij zijn wil in den Hemel ook nog wil volbrengen, door zijne gebeden te verhooren. Ik smeek dus bij de liefde van God, dat zij, die mij niet gelooven het zelven beproeven, en zij zullen ondervinden, hoe voordeelig het is zich den H. Joseph aan te bevelen en hem op een

ocr page 153

- 143 —

bijzondere wijze te eeren.

GEBED.

Welk eene troost voor mi], mijn machtige Beschermer, uwe getrouwe Dienares, de H. Theresia te hoor en betuigen, dat u nooit te vergeefs heeft aangeroepen, maar altijd verkregen heeft, wat ^ij door uwe voorspraak vroeg, en haar tevens de verzekering te hoor en geven dat allen, die met godsvrucht uwe hulp inroepen, verhoord lullen luorden. Versmaad mijne -wakke gebeden niet; maar spreek voor mij ten beste bij Hem, die lich uw Zoon wilde noemen, en neem mij onder uwe bescherming. Amen.

VOORNEMEN.

Ik zal steeds met een kinderlijk vertrouwen tot Joseph naderen.

H. Joseph, onze machtige Beschermer, bid voor ons.

ocr page 154

insriaioxjrx

Pag.

] dug. Dc H. Joseph, ons toonbeeld. 3

3 „ De uederigheid..........!)

3 „ Het geloof.......13

4 „ De hoop........17

a „ De liefde tot Goi .... 22

6 „ Gods tegenwoordigheid ... 27

7 „ De ingetogenheid.....31

8 „ Het gebed.......35

9 „ De heiliging Viin den Zondag. 38

10 „ De versterving.....42

11 „ De vrienden van Jesns . . 4()

12 „ De offers aan het Kindje Jesns 50

13 „ De zuiverheid v. d. H.Joseph 5é

14 „ Toewijding aan God ... 59

15 „ Dc ijver voor Gods eer. . . 62

16 „ Het vertrouwen op God . . 67

17 „ De stem des gewetens ... 70

18 „ Jerusalem en de Kerk . . . 7j

19 „ De gehoorzaamheid .... (9

20 „ De werkzaamheid .... 83

31 „ Het huiselijk leven .... 87

32 „ De zachtmoedigheid .... 93

23 „ Over het geduld.....98

24 „ De liefde tot den evenmensch. 104

25 „ Dc liefdadigheid jegens de

armen........109

36 „ Het grootste ongeluk . . . 114

37 „ Het menschelijk opzicht . . 118 28 „ De ijver voor de betrachting

der deugd.......124

39 „ Maria, onze Moeder.... 129

30 „ De dood........135

31 „ DeH. Joseph, onze beschermer. 139

'

ocr page 155
ocr page 156
ocr page 157