ocr page 1

émmmsmm JVMPPI

TE HELMOND * * *

;fL3^V' quot; J ' quot; quot; ' quot;vquot;quot;quot;' ' '' ^

Pmv^

lt;?: ■■,. v- s ■¥ r' ^/^

L. F.

DEN GENEESKUNDIGEN RAAD - ^ VOOR LIMBURG EN OOSTELIJK NOORD-

l^T.:?''

■ Si#' I

■ I

I

: : -•

- '..- '« . •' 'quot;quot;-' . •. gt; - .■ • ' quot;

-;;r''.:'quot; •\.v''quot;:'--. quot; ' , ,;' :•.'-, -p-r .

•, ^ --

s{lK«V'- 'ï ,-f. • j iS^., ^ ■.- = ^r!- -.

;7^'i •;,T gt;

Sfe-Ï^S^T i.

^%;iC '■ v , ■-

l-'^^x'rsb

r

I

' - r-\~ ■ •

;; .gt;gt;^

I

'•'■„» », ■ ■ -:t ..:quot;■ • i.

■ . .r - ^

Ij

f

, i . I

■ A ï®

H. J. W;

fe^vquot;

i

IN 1899 TE AMSTERDAM BIJ

m 172

'': ■■J 'v - ^ ' .; '

c/Jr.'quot;~'5

nn

ocr page 2
ocr page 3

/lt;gt;gt; JZ~ 3/

ENKELE OPMERKINGEN

OVER HET ONTWERP VAN WET REGELENDE HET STAATSTOEZICHT OP DE VOLKSGEZONDHEID

door Dr. L. F. DENTZ, Arts,

plv. lid van den geneeskundigen raad voor limburg en oostelijk noordbrabant, te helmond ^ ^

UITGEGEVEN IN 1899 TE AMSTERDAM BIJ H. J. W. BECHT, HEERENGRACHT No. 172

ocr page 4
ocr page 5

Zeker zal een ieder, die het wel meent met den algemeenen gezondheidstoestand, vol belangstelling de kortelings ingediende gezondheidswet hebben begroet en den Minister van Binnenlandsche zaken er dankbaar voor zijn, dat hij een onderwerp van zóó overwegend belang aan de orde heeft gesteld.

Zij, die in woord en geschrift op de fouten wezen, die ons tegenwoordig geneeskundig staatstoezicht aankleven, kunnen voldaan zijn nu de Regeering eindelijk aan hun roepstem gehoor heeft gegeven door de indiening van het bedoeld wetsontwerp.

Velen zal het evenwel gegaan zijn als schrijver dezes, n.1. dat bij oppervlakkige lezing niets dan goed over de nieuwe wet viel te zeggen doch dat bij aandachtiger bestudeering zich vele bezwaren voordeden.

Het „dankbaar, maar niet voldaanquot; zal hen wel in de gedachten zijn gekomen.

Dankbaar voor het instellen van een ccntralen gezondheidsraad en het geven van meer macht aan de ambtenaren van het staatstoezicht; niet voldaan door de wijze, waarop de werkzaamheden van de Inspecteurs en de Gezondheidscommissiën zijn geregeld.

Niemand zal kunnen ontkennen, dat er met deze wet een gelukkige oplossing zoude zijn verkregen geweest, indien het vaststond, dat al de wenschen des wetgevers

ocr page 6

4

in vervulling konden komen, doch gerust durf ik dit een utopie noemen.

Zij toch, aan wie het voornaamste van de werkzaamheden wordt opgedragen, zijn geen ambtenaren, die niets anders te doen hebben, maar menschen, die behalve hun gewone bezigheden dit eerepostje er bij uitoefenen. In 't kort wenschte ik dit in het onderstaande te demonstreeren. Het ligt geenszins in mijn bedoeling-de wet artikel voor artikel te behandelen. Slechts in grove trekken wil ik op het volgens mijn bescheiden meening onuitvoerbare in de nieuwe wet den belangstellenden lezer attent maken. Te meer wil ik mij van een uitvoerige critiek onthouden, omdat reeds anderen en meer bevoegden daartoe, mij zijn voorgegaan.

Prof. Saltet publiceerde een interessant artikel in het Ned. Tijdschrift voor Geneeskunde van den 14 October j.1., terwijl in het Medisch Weekblad van den zelfden datum (overgenomen uit de Middelburgsche courant) een zeer lezenswaardig opstel van Dr. Bruinsma over dit onderwerp te vinden is. Beide heeren verkondigen ongeveer dezelfde objecties, als ik zal laten volgen. Ik zou dus gerust mijn schrijven achterwege hebben kunnen laten, ware het niet, dat nog andere beweegredenen mij tot schrijven hadden aangespoord.

In 1892 toch ontwierp ik in eene populair behandelde brochure *) een schets voor de inrichting van ons geneeskundig staatstoezicht. De grondgedachte, op welke ik die schets bouwde, stemt nu wonderwel overeen met die van het ons thans aangebodene wets-

') Een geneeskundig vraagstuk van den dag. Stoomdrukkerij Aug. Peüemans. Helmond.

ocr page 7

5

ontwerp. In de uitwerking alléén wijken die grondgedachten oogenschijnlijk van elkaar af, hetgeen ik later zal aantoonen.

Volgens de nieuwe wet zal het staatstoezicht op de volksgezondheid worden opgedragen aan:

a. een centralen gezondheidsraad;

b. inspecteurs; en

c. gezondheidscommissiën.

Over den centralen gezondheidsraad zal ik voorloopig zeer kort zijn. Alléén dit, dat ik de instelling van dien raad van harte toejuich, doch dat ik met de wijze van samenstelling niet kan medegaan.

De werkkring der Inspecteurs is slechts zeer in 't algemeen in het wetsontwerp omschreven. De hoofdzaak is evenwel, dat de Inspecteur een of meer bijzondere takken van gezondheidszorg onder zijn beheer krijgt, al of niet beperkt tot een gedeelte van het Rijk.

In artikel 16 lezen wij hierover:

„ De inspecteurs :

a. dienen van bericht en raad op alle shikken, Jninuen werkkring betreffende, die kun tot dat doel door onzen Alinister van Bin n en tan dsc/i e Zaken, door den centralen gezondheidsraad of door het bestuur van eene in hun ambtsgebied gelegen provincie of gemeente nwrden toegezonden;

b. houden zich op de hoogte van de toepassing van de wetten, welker handhaving aan hun toezicht is onderworpen, in elke gemeente van hun ambtsgebied, cn hotiden aanteekening van de verordeningen te dezer zake in elke dier ge meen ten bestaande;

ocr page 8

6

c. overwegen alle klachten ter zake van de toepas-sin? van de onder b bedoelde wetten en verordenin-gen tot hen gekomen en vestigen de aandacht van den centralen gezondheidsraad of van het bestuur van eene in hun ambtsgebied gelegen provincie of gemeente op maatregelen, die van overheidswege zijn te nemen tot verbetering dier toepassing ;

d. verrichten de onderzoekingen, die hun noodig voorkomen en die, welke hun door den centralen gezondheidsraad zijn opgedragen, en zijn verplicht, ingevolge opdracht van dien raad, bij onderzoekingen behulpzaam te zyn ;

e. zenden vóór i April aan den centralen gezondheidsraad een verslag van hunne bevindingen en handelingen in het afgeloopen kalenderjaar, ingericht naar een door den centralen gezondheidsraad vast te stellen model;

f verrichten overigens de 'werkzaamheden, die hun, behalve de bovengenoemde, krachtens de wet of door onzen Minister van Binnenlandsche Zaken of den centralen gezondheidsraad worden opgedragen.'quot;

Terwijl in artikel 17 staat:

„Een inspecteur, van eene gezondheidscommissie binnen zijn ambtsgebied, een verzoek om voorlichting of medewerking betreffende een onderwerp, dat tot zijn 'werkkring behoort, ontvangende, is verplicht daaraan zooveel mogelijk gevolg te geven.*

De inspecteur heeft niet een bij de wet omschreven ambtsgebied. Hij kan dus voor één tak van gezondheidszorg een groot gedeelte, zoo niet het geheele rijk, als

ocr page 9

7

zijn ambtsgebied beschouwen, voor een andere tak weer een kleiner gebied onder zijn toezicht zien geplaatst. Voor het eene speciale gedeelte van gezondheidszorg is deze —, voor het andere gene Inspecteur aangewezen. Het wordt dus bijna eene aparte studie voor de Gezondheidscommissie en het Gemeentebestuur om te weten tot wien zij zich in voorkomende gevallen te wenden hebben. De Inspecteur met zijne werkkring, zooals die in deze wet is omschreven, vormt niet een brug tusschen Centralc-n Gezondheidsraad en Gezondheidscommissie, doch hij is als 't ware ondergeschikt lid — agent — van den Centralen Gezondheidsraad. Want een juist omschreven aantal Gezondheidscommis-siën aan te wijzen waar hij als t ware, de chef van is, — en dit moest bij een centraliseerende wet toch het geval zijn —, is door de verdeeling der werkzaamheden van de Inspecteurs onmogelijk geworden.

Men kan dus spreken van een Centralen Gezondheidsraad, die aan de eene zijde gesteund wordt door Inspecteurs voor de meer speciale algemeene zaken, aan de andere zijde door Gezondheidscommissiën, die de plaatselijke belangen in het oog moeten houden. Zoolang deze Commissiën niet gecontroleerd kunnen worden, — de Centrale Gezondheidsraad zal daar bezwaarlijk toe in staat zijn, terwijl de Inspecteurs, zooals wij boven zagen, het niet kunnen —, zal er niet veel eenheid in de handelingen dier Commissiën komen en is het nog zeer de vraag of zij wel veel zullen verrichten. Want laat ons eens nagaan wat zij zoo al te doen hebben. Artikel 23 van het wetsontwerp geeft dit aan. Het luidt aldus:

„ Dr gezondheidscommissiën :

a. dienen van bericht en raad op alle stukken, de

ocr page 10

8

volksgezondheid betreffende, die hun door Onzen Minister van BinnenlandscJic Zaken, door den centreilen gezondheidsraad, door een inspecteur of door het bestuur van de provincie of van ccnc gemeente, ivaar-voor zij zijn ingesteld, daartoe worden toegezonden;

b. houden zich op de hoogte van den staat der volksgezondheid in elke gemeente of het deel van eene gemeente waarvoor zij zijn ingesteld en houden aan-teekening van de verordeningen in het belang der volksgezondheid in die gemeenten vastgesteld;

e. overwegen alle klachten, ter zake van benadeeling der volksgezondheid tot haar gekomen en vestigen harerzijds de aandacht van den ccntralcn gezondheidsraad, van den inspecteur ivien het aangaat, of van het bestuur van de provincie of van eene gemeente waarvoor zij zijn ingesteld, op maatregelen die van overheidswege zijn te nemen in /iet belang der volksgezondheid;

d. doen door een of meer har er leden of deskundigen verrichten de onderzoekingen, die haar noodig voorkomen en voor zooveel mogelijk die, welke haar door den ccntralen gezondheidsraad zijn opgedragen, en zijn voor zooveel mogelijk verplicht, ingevolge opdracht van dien raad, bij onderzoekingen behulpzaam

. te zijn ;

e. geven, overeenkomstig de aanwijzingen te dien aanzien door den ccntralen gezondheidsraad gegeven, van het voorkomen van besmettelijke ziekten ten spoedigste bericht aan den ccntralen gezondheidsraad, aan den inspecteur wien het aangaat en aan de gezond-

ocr page 11

9

hcidscommissiën in dc aangrenzende gemeenten of dcclcn van gemeenten ;

/. houden een register van de geneeskundigen, tandmeesters, apothekers, apothekersbedienden, vroedvrouw egt;i en leerling-vroedvrouwen, gevestigd in -Ike gemeente -Maarvoor zij zijn ingesteld, en vier beivijs van bevoegdheid door den secretaris der commissie is geviseerd of die, zvat dc leerling-vroedvrouwen betreft, hij haar zijn ingeschreven, ingericht naar een daarvoor door onzen Alinister van Binnenlandsche Zaken vast te stellen model;

g. zenden vóór i Maart aan den eentralen gezondheidsraad een verslag van hare bevindingen en handelingen in het afgeloopen kalenderjaar, ingericht naar een door den eentralen gezondheidsraad vast te stellen model; een uittreksel daarvan zenden zij aan den inspecteur wien het aangaat.

h. verrichten overigens de werkzaamheden, die haar, behalve de bovengenoemde, krachtens de wet worden opgedragen.'quot;

Aan iedere Gezondheidscommissie wordt toegevoegd een gesalarieerd secretaris, wiens honorarium door de gemeente wordt bekostigd. De helft hiervan, tot een maximum van f200.—, wordt door den .Staat betaald.

De Gemeente bekostigt eveneens de jaarlijks toegekende som ter bestrijding der uitgaven van de Gezondheidscommissie, uit welke som ook de reis- en verblijfkosten van de leden en van den secretaris worden voldaan. Dus bestrijding van uitgaven en geen woord over een honorarium der leden van de

ocr page 12

lO

Gezondheidscommissie, die al dat werk gratis moeten doen.

Wij hebben uit de opsomming' der werkzaamheden van de Gezondheidscommissiën gezien, dat al wat door den tegenwoordigen Inspecteur wordt verricht, is overgebracht naar de Gezondheidscommissie.

Het essentieele waar het dus op aankomt, is in handen gegeven van een 26otal Gezondheidscommissiën. Is de wet aan de eene zijde een centraliseerende door de instelling van een Centralen Gezondheidsraad, aan de andere zijde zal zij zoo decentraliseerend mogelijk werken. Ik zei het reeds vroeger, een bepaalden chef hebben de Gezondheidscommissiën niet. Xu eens rapporteeren zij aan dezen, dan aan genen Inspecteur, dan weer aan den Centralen Gezondheidsraad. In sommige zaken zullen de adviezen van Inspecteur en Gezondheidscommissie met elkaar in strijd komen. Er wordt toch aangegeven, dat in werkelijkheid zoo wat alles door de Gezondheidscommissie moet worden verricht.

Het moge waar zijn, dat er een Inspecteur resp. voor de woningwet, de epidemiewet, de artsenijbereid-kundige wet enz. zal wezen, de Gezondheidscommissie is toch al weer het lichaam, waaraan bij de uitvoering dier wetten veel daarvan wordt opgedragen. In al die kwestiën heeft de Inspecteur evenwel ook een woordje mee te spreken; — het zal echter niet mogelijk zijn, dat tus-schen hem en de Gezondheidscommissie steeds behoorlijk overleg wordt verkregen. Want heden hebben zij hier te werken, morgen elders. Hun werkzaamheden zijn te onzeker om samenwerking te verkrijgen.

De wet laat ook doorschemeren, dat zij dit niet zoo

ocr page 13

11

erg noodzakelijk acht, want het heet; „Een Inspecteur is verplicht zooveel m o g e 1 ij k gevolg te geven aan het verzoek om advies van de Gezondheidscommissie. quot;

In artikel 16 c. staat o. a. dat „Inspecteurs een gemeentebestuur 'vijzen op te nemen maatregelen enz.quot;

In artikel 23 c. staat o. a. dat „de Gezondheidscom-missie een gcmeentcbestmir vijzen op te nemen maatregelen enz.quot;

Dus zoowel van Inspecteur als van Gezondheidscommissie zal het gemeentebestuur adviezen ontvangen. Ik herhaal: hoe zullen die adviezen altijd gelijkluidend kunnen zijn, waar geen samenwerking mogelijk is? Hoe een juiste scheiding te maken tusschen beider werk? Hoe kan men van deze Commissiën verlangen, dat zij alles, wat deze wetgeving vereischt en wat de toekomstige wetten — en die schijnen vele te zijn -— nog meer zullen reglementeeren, goed zullen ten uitvoer brengen? Want artikel 6, 1, veronderstelt in de gezondheidscommissie heel wat kennis van de hygiëne in haar meest uitgebreiden omvang. Men leest daar:

„De verordeningen van de gemeenteraden betref-fende: de volkshuisvesting; de verwijdering en den afvoer van vuil; de reinheid van wegen en wateren ; voorkoming, wering of beteugeling van besmettelijke ziekten; drinkwaterleidingen oj andere voorzieningen tot verkrijging van drinkwater; gezondheidstoezicht op levensmiddelen, en alle overige verordeningen dier raden in het belang der volksgezondheid, worden niet vastgesteld, gewijzigd of ingetrokken dan na ingewonnen advies van de gezondh e ids co m m issie'n, voor de gemeente ingesteld.'quot;

ocr page 14

I 2

Door de niet voldoende hygiënische kennis zullen verschillende Gezondheidscommissiën over gelijke zaken, waar plaatselijke toestanden niets mede te maken hebben, verschillend adviseeren.

Hoe zal men in iedere gemeente of groep van kleinere gemeenten (die dikwerf op grooten afstand van elkander gelegen zijn) 5 tot 15 leden vinden voor een Gezondheidscommissie, waaraan zulke verbazend groote eischen worden gesteld. Om een goed lid daarvan te zijn, moet men toch wel allereerst een goed hygiënist wezen en hoe weinigen kunnen zich op dien titel beroepen. Vooral in de kleinere plaatsen zullen de hygiënisten het minst vertegenwoordigd zijn en juist daar is dikwerf het meest de voorlichting- van deskundigen noodig.

De Gezondheidscommissiën zullen allerwege wel voor het grootste deel bestaan uit leden, die:

i0. een afhankelijke positie bekleeden; dus weinig geschikt om krachtig op te treden;

2quot;. weinig tijd voor zich hebben en ook meestal o v e r d a g bezet zijn ; dus minder geschikt voor geregeld huisbezoek, controle, enz;

3°. niet over een vasten, vrijen tijd kunnen beschikken (geneesheeren, veeartsen, apothekers); dus minder geschikt voor het geregeld bijwonen der vergaderingen.

40. geen tijd hebben om iets te verrichten, juist wanneer het meest van hun activiteit verlangd wordt (epidemiën);

5quot;. niet geheel op de hoogte zijn (zooals ik boven reeds aanstipte) der tegenwoordige hygiëne en tijd noch lust zullen hebben zich hierop toe te leggen.

Hoe zullen nu deze commissiën geregeld kunnen ver-

ocr page 15

gaderen, adviezen geven, onderzoekingen instellen, huisbezoek doen, kortom al dat omvangrijke werk kunnen verrichten ? En dit nog wel zonder een billijke vergoeding, alléén met restitutie van kosten, die van alle zijden wel zooveel mogelijk zullen besnoeid worden. Dezelfde vragen kan men stellen met betrekking tot de secretarissen, wier bezoldiging ook veel te gering is voor wat zij hebben te presteeren.

In de Memorie van Toelichting staat als aanteekening op art. 19:

„Het gebied waarvoor eene gezondheidscommissie wordt ingesteld, moet aldus worden bepaald, dat bij degenen, die tot het lidmaatschap dier commissie worden geroepen, mag worden gerekend op kennis van de binnen dat gebied voorkomende toestanden en omstandigheden en op warme belangstelling in het welvaren van hunne in dat gebied gevestigde mede-ingezetenen, terwijl er tevens tegen dient gewaakt te worden, dat te veel werkzaamheden zouden worden gelegd op de schouders van hen, die dit eereambt op zich nemen.

Daarom biedt dit artikel de gelegenheid, eene ge-zondheidscommissie in te stellen, hetzij voor eene gemeente, hetzij voor een deel van eene gemeente, hetzij voor twee of meer in e'cne provincie gelegen gemeenten gezamenlijk.

De grootste gemeenten zidlen verdeeld moeten worden in deelcn, voor elk waarvan eene gezondheidscommissie zal kunnen worden ingesteld; terwijl daarentegen de kleinere gemeenten zouden kunnen worden gecombineerd tot groepen van ongeveer /5000 zielen, in elke waarvan eene gezondheidscommissie, uit ingezetenen

ocr page 16

14

van dc vcrschillendc tot die groep hchoorende gemeenten samengestctd, zou kunnen fungeer en.quot;

„D ient gewaakt te worden dat te veel werkzaamheden zouden worden gelegd op do schouders van hen die dit eer e-a m b t op zich nemen.' (!) En dat bij al die vele werkzaamheden, die op hun schouders worden gelegd en nog gelegd zullen worden. Alen vergete de woningwet en de nog te maken wetten niet.

In de combinatie van kleinere gemeenten, tot één groep, circa 15000 inwoners tellende, schuilt ook nog-een gevaar. Meestal zullen die plaatsen ver van elkaar liggen. Hoe kan aldaar het toezicht dan goed worden uitgeoefend? Hoe zal er eenige mogelijkheid bestaan om geregeld te vergaderen? enz.

Op grond van al het bovenstaande durf ik voorspellen, dat later van de (iezondheidscommissiën hetzelfde gezegd zal worden als thans — en terecht — van de Geneeskundige Raden.

Ik vermeen in het opgesomde hoofdzakelijk op punten gewezen te hebben, die niet of slechts terloops in de genoemde opstellen der heeren Prof. Saltet en Dr. Bruinsma zijn aangegeven. Natuurlijk hebben wij, op hetzelfde terrein werkende, elkaar hier en daar moeten ontmoeten. Een vluchtige vergelijking onzer wederzijdsche opmerkingen zal hier dadelijk licht verschaffen.

Hetgeen ik in den aanvang reeds zei, laat ik nogmaals volgen: Kon men slechts het geschikte aantal menschen vinden, die genoeg tijd en kennis bezitten, dan ware veel voor deze wet te zeggen. Waar het

ocr page 17

i5

benoodigde personeel niet te vinden is, zal zij een utopie blijven.

Ik wil thans enkele gedeelten uit mijn in 1892 uitgegeven brochure laten volgen en het daarin \'er-vatte gaan vergelijken met het ingediende wetsontwerp om ten slotte een berekening der vermoedelijke kosten te maken en ook deze te vergelijken met die in de Memorie van Toelichting opgegeven.

Allereerst zal ik enkele aanhalingen van meer alge-meenen aard doen, welke de gebreken in onze tegenwoordige wet aantoonen en die zetten naast dergelijke opmerkingen uit de Memorie van Toelichting op 4e Gezondheidswet. Aldaar vinden wij:

„Het ivtl ondergetcekcndc voorkomen, dat in die ivoorden van Dr. Sikkel 1) vrij juist de bestaande /nestavd is geschetst.

De gebreken van de tegenivoordigc regeling zijn kort saamgevat de volgende:

/0. dat er wel in de versehillendc provinciën organen van it et geneeskundig Staatstoezicht worden aangetroffen, maar dat nagenoeg alle centrale leiding ontbreekt;

20. dat men er te veel op heeft vertrouwd, dat gemeentebesturen en andere autoriteiten het op hoogen pry's zonden stellen de adviezen van deskundigen op dit terrein te kunnen inwinnen en daardoor in gebreke is gebleven die besturen tot het plegen van

*) „Iets uit de geschiedenis van Nederland's geneeskundige Staatsregelingquot;, door Dr. Sikkel Azn. Den Haag, 1899

ocr page 18

i6

overleg in vele gevallen te verplichten en aan dc organen van het Staatstoezicht voldoende bevoegdheden toe te kennen;

jo. dat te veel uit het oog is verloren dat Staatstoezicht tot behartiging van de belangen van dc volksgezondheid niet behoeft of mag zijn uitsluitend geneeskundig Staatstoezicht;

40. dat men te veel verwachting heeft gehad van slechts enkele keeren in het jaar bijeenkomende geneeskundige raden ;

50. dat men ten onrechte is uitgegaan van het standpunt dat over plaatselijke gezondheidsbelangen plaatselijke voorlichting wel kan worden gemist.

Naast het sub i aangegevene kan ik wijzen op het in mijn meer vermelde brochure op bladzijde 11 en 12 geschrevene: „ De wet, zooals zij thans bestaat, is een decentraliseerendequot; en: „liet grondprincipe wat in een nieuwe wet behoorde te domineeren, is de verschillende bepalingen hebben een een tralis eer en d karakter.quot;

Naast 20 en 50 kan ik plaatsen {blz. 3):

„Het personeel, waaraan het geneeskundig staatstoezicht is opgedragen, is veel te gering, de organisatie daarvan is niet goed, het heeft in het geheel geen macht, de burgemeesters en gemeentebesturen hebben daarentegen alle macht in handen, voor zoover deze wet macht geeft.quot;

Nog zijn verschillende voorbeelden op de eerste tien bladzijden vermeld, overgenomen uit het verslag van de bevindingen en handelingen van het Geneeskundig

ocr page 19

17

Staatstoezicht in het jaar 1889, waaruit blijkt, dat gemeentebesturen en andere autoriteiten in gebreke zijn gebleven de geneeskundige ambtenaren te raadplegen of hunne adviezen op te volgen.

Van bladzijde 12 citeer ik nog:

„De wet bepalc dus in het algemeen waarvoor, zonder onderscheid, in iedere gemeente gezorgd moet worden. Deze bepalingen hebben de burgemeesters op te volgen, terwijl op de naleving van het voor geschrevene een strenge controle moet zijn. Daar de eischen in de onderscheidene gemeenten natuurlijk verschillend zijn, afhangende van lucht, bodem, ligging, bouworde e. d. m., zoo moeten de aanvullende bepalingen bij plaatselijke verordeningen worden vastgesteld onder medewerking van en onder goedkeurhig en voortdurende controleering door het geneeskundig staatstoezicht.quot;

Naast 4quot; het volgende van bladzijde 3 en 5 over-genomene:

„.....en vervolgens kunnen de leden van den

Geneeskundigen Raad onmogelijk ten uitvoer brengen wat volgens de bedoeling der wet van hen wordt verlangd. Hunne bezigheden, hunne verhoudingen tot gemeentebesturen en tot hunne patiënten, hun onmacht (meestal worden zij met „een kluitje in 7 riefquot; gestuurd), maken dit ten eenenmale onmogelijk.quot;

„ Wat de leden van den Geneeskundigen Raad kunnen verrichtcn, zullen we maar met den mantel der liefde bedekken. Het is genoeg bekend, hoe gemeenteraden een herhaald aandringen van die heeren op veranderingen ten goede, beantwoorden met een

2

ocr page 20

i8

scJioudcrophalcii en cr bij denken, — wellicht ook zeggen: „Is hy daar al weer?quot;

Dat ik ock het in 3quot;. g-enoemde principe ben toegedaan, blijkt gedeeltelijk uit mijn later, hieronder af te drukken schets voor de organisatie van het geneeskundig Staatstoezicht en vindt zijn overtuigend bewijs hierin, dat op mijn voorstel, in 1894 bij een dreigende epidemie, personen van technischen werkkring' tot leden der Gezondheidscommissie te Helmond zijn benoemd. Hun benoeming moge wel tijdelijk geweest zijn, het is waar, mijn voorstel evenwel was hen blijvend aan de Gezondheidscommissie te verbinden.

Het zij mij vergund bladzijde 13 en volgende mijner brochure te doen afdrukken.

SCHETS VOOR EEN ONTWERP VAN EEN GENEESKUNDIGE WET.

Hoofdstuk I. Geneeskundig staatstoezicht.

Het is duidelijk, dat voor de uitvoering der voorschriften, in algemeenc trokken hierboven aangegeven, een veel uitgebreider en anders georganiseerd personeel noodig is dan het tegenwoordige.

Met ter zijde stelling van de geheele, thans bestaande inrichting van het Geneeskundig staatstoezicht, stel ik zijn organisatie als volgt voor.

A. De hoofdcommissie van het geneeskundig staatstoezicht.

Deze wordt gevormd door:

a. Een Inspecteur-Generaal.

ocr page 21

'9

b. Een Hoofd-Inspectour.

c. Drie geneeskundige Adjunct-IIoofd-Inspec-teurs.

d. Een scheikundig- x\djunct-Hoofd-Inspecteur.

c. Een veeartsenij kundig A djunct-Hoofd-In-

specteur.

f Een rechtsgeleerd Adviseur.

Dit lichaam, te 's-Gravenhage gevestigd, is — bij monde van den Inspecteur-Generaal ■—, adviseur van den Minister van Binnenlandsche Zaken, wiens goedkeuring over besluiten en adviezen buiten de wet om, natuurlijk noodzakelijk is. Het behandelt de adviezen waarom zoowel door den Minister, als door de nader te noemen Inspecteurs verzocht wordt. Bij geschillen heeft het eene beslissende stem, behoudens goedkeuring door den Minister, wanneer dit noodig mocht blijken. Het vergadert met de Geneeskundige Inspecteurs. Het stelt zich in contact met de Inspecteurs van den geneeskundigen dienst der Land- en Zeemacht, met welke het ook kan vergaderen.

a. Over den Inspecteur-Generaal van het Gen. Staatstoezicht.

Hij is voorzitter van de Hoofdcommissie en van de vergadering met Inspecteurs. Aan hem zijn opgedragen de zorgen voor de naleving en uitvoering der wet. Hij verwerkt de verschillende gegevens en rapporten tot een geheel. Hij bezoekt, zoo dit noodig blijke te zijn, deze of geene inrichting of gemeente in ons land.

b. Over den Hoofd-Inspecteur van het Gen. Staatstoezicht.

ocr page 22

20

Hij vervangt bij afwezigheid den Inspecteur-Generaal, aan wien hij ondergeschikt is. Hij bezoekt jaarlijks de verschillende inspecteurs, met wie hij de onder hen ressorteerende ambtskringen inspecteert en waarvan hij rapport uitbrengt. Verder heeft hij ten uitvoer te brengen wat de Insp.-Gen. hem opdraagt.

c, d en e. Over de Adjunct-Hoofd-Inspecteurs

van het Gen. Staatstoezicht. De hieronder genoemden staan den Insp.-Gen. en den Hoofd-Insp. ter zijde. Zij hebben ten uitvoer te brengen wat hun door dezen wordt opgedragen.

De adjectiva aan hun titel verbonden, duiden hun meer bijzonderen werkkring aan. Zoo zal de sub d genoemde meer belast zijn met het oppertoezicht over den verkoop van geneesmiddelen, de chemische en bacteriologische onderzoekingen van drinkwater, levensmiddelen enz. Hij is de persoon, die op ongeregelde t ij den en zonder voorafgaande kennisgeving apotheken visiteert;

de sub c genoemde zal het oppertoezicht hebben over den veterinairen dienst, de keuring van vleesch, abattoirs enz.;

de drie sub c genoemden eindelijk zullen, zoo stel ik mij dat voor, de meer speciale inspecties houden van zieken- of gasthuizen, krankzinnigen-en andere geneeskundige gestichten, spoorwegen, fabrieken, scholen, weeshuizen of andere dergelijke inrichtingen, waar velen onder een dak zijn samengebracht; terwijl het meer algemeene, zooals;

ocr page 23

afvoer van allerlei soorten van vuil, 't bouwen en bewonen van huizen, in een woord; hygiënische maatregelen, die in 'c 'algemeen door ieder moeten worden nagekomen en ten slotte de handelingen der subalterne geneeskundige ambtenaren door den Hoofd-Inspecteur zullen worden nagegaan. Om evenwel een juiste definitie van de werkzaamheden dezer titularissen te geven, zal hier bezwaarlijk gaan. Het zou voor een goeden gang van zaken beter zijn, de regeling aan eene onderlinge verdeeling van werkzaamheden over te laten.

f. Over den rechtsgeleerden Adviseur.

Hij is adviseur in juridische kwestiën en fungeert als secretaris, zoowel van de hoofd-commissie als van de Inspecteurs-vergadering. Hij heeft slechts een adviseerende stem en oefene geen rechtsgeleerde praktijk uit.

Hem zoowel als aan de andere leden van de Hoofdcommissie moeten schrijvers toegevoegd kunnen worden.

Ondergeschikt aan de onder A genoemde commissie is:

B. Het geneeskundig ambtenaarspersoneel,

direct werkzaam in de verschillende provinciën, dat ik aldus wilde ingedeeld zien :

1. Een Inspecteur voor iedere groote of voor 2 kleine provinciën.

2. Een aan iederen Inspecteur toegevoegde en daaraan ondergeschikte Adjunct-Inspecteur.

5. Gediplomeerde Rijks-beambten.

1. Over den Inspecteur.

Zijn werkkring zal ongeveer dezelfde blijven

ocr page 24

22

als die van den tegenwoordige. Hij is ondergeschikt aan de hoofdcommissie en moet gevestigd zijn in de hoofdplaats zijner provincie. Door inspectiereizen in de verschillende gemeenten van zijn ambtskring, stelt hij zich op de hoogte der hygiënische toestanden aldaar en over het nakomen der resp. verplichtingen door de gemeentebesturen en de sub 3 genoemde beambten. Hem wordt van Rijkswege de beschikking over een bureau met voldoend personeel gegeven.

2. Over den Adjunct-Inspecteur.

Deze is gevestigd in dezelfde plaats als de Inspecteur, bij wiens ontstentenis hij hem vervangt. De Inspecteur kan hem het doen van inspectiën of van andere werkzaamheden opdragen. —

Zij, die voor eene benoeming tot Inspecteur in aanmerking willen komen, moeten alvorens eenige jaren de geneeskundige praktijk uitgeoefend hebben en gedurende minstens één jaar aan eene der Rijks-universiteiten een afzonderlijken cursus gevolgd hebben in Hygiëne in haar vollen omvang, desinfectie en bacteriologie.

Door het voorstel om den Inspecteur een bureau met personeel te verschaffen en ook door de aanwezigheid van een Adj.-Insp., zal hij minder tijd aan administratieve werkzaamheden te besteden hebben en zich dus meer aan zijn eigenlijke bezigheden kunnen wijden.

3. Over de Gediplomeerde Rijksbeambten, z. g. „Desinfecteurs.quot;

In iedere gemeente zij één of meerdere van deze personen. Hun taak is nauwlettend toe te

ocr page 25

23

zien of, bij het voorkomen van besmettelijke ziekten, de wetten en verordeningen worden opgevolgd en bij verzuim hiervan aan den Inspecteur melding te maken. Desinfectie, vernietiging, verbranding enz., geschiedt onder hun toezicht; zij zijn ziekenoppasser. Tot betrekkingen in dien geest kunnen zij ook door gemeentebesturen worden aangesteld. Zij moeten een cursus hebben medegemaakt, waarvan hen, bij voldoend gebleken kennis, een bewijs—• diploma — wordt afgegeven. Deze personen kunnen gezocht worden onder gepensionneerde militairen (vooral hospitaalsoldaten), oud-gasthuispersoneel en anderen, die zich daarvoor willen laten opleiden. Deze rijksbeambten zijn de personen, die de voorgeschreven desinfectie-maatregelen bij quarantaine- en grensstations ten uitvoer brengen en onder wier toezicht de verpleging in de aldaar van Rijkswege geplaatste barakken zal geschieden. Tot een gelijk doel kunnen zij ook in dergelijke van gemeentewegen gemaakte inrichtingen gebezigd worden.

Gelijk men ziet is in dit stelsel gebroken met den geneeskundigen raad; deze toch is door het instellen van een hoofdcommissie en het uitbreiden van het aantal Inspecteurs en Adjunct-Inspecteurs overbodig geworden. Het geeft eene besparing van dr /30.000 's jaars. l)

Hoofdstuk II behandele de Algemeene, bij de-wet vastgestelde hygiënische voorschriften, welke

') Thans ƒ22 500.

ocr page 26

24

iedere gemeente moet opvolgen, terwijl nadere regeling bij plaatselijke verordening, onder medewerking van en goedkeuring- door de Hoofdcommissie van het Geneeskundig Staatstoezicht worde vastgesteld. Te weten:

in. De zorg voor het beschikbaar zijn van goed drinkwater in iedere gemeente, met aanwijzing waar een waterleiding met goede prise d' e a u (en niet als in een zekere groote gemeente, waar, niettegenstaande de meest positieve tegen-adviezen van het Gen. Staatstoezicht, de waterleiding is gemaakt zooals die thans bestaat

en____hoogst gevaarlijk is), waar gewone of andere

pompen moeten zijn, met voortdurende controleering en sluiting van slecht watergevende. Dat er op gelet moet worden dat de putten niet aan verontreiniging of besmetting blootgesteld staan, spreekt van zelf.

2°. Afvoer van faecalien.

3U. Afvoer van spoelwater, uit huizen, fabrieken enz., afval, asch, verder straatreiniging en besproeiing van straten, het houden van mestvaalten.

De algemeene voorschriften hierover geven aan hoe de riolcering, vooral met het oog op de plaats van afwatering, voor het spoelwater moet ingericht zijn; dat verder iedere gemeente voor een doelmatige straatreiniging zorge met geregeld ophalen van den afval, wat naar een door het Gen. Staatstoezicht goedgekeurde plaats wordt vervoerd. Mestvaalten moesten alleen op een afstand van een 2otal meters van iedere woning of put worden toegelaten, terwijl voor de mestvaalten

ocr page 27

25

van hen, die niet in de gelegenheid zijn hieraan te voldoen, een plaats van gemeentewege wordt aangewezen. Er worde aan toegevoegd, hoe en op welken tijd van den dag dit vuil vervoerd mag worden.

4°. In iedere gemeente moest een Gezondheidscommissie zijn, tot welker vergadering Inspecteurs en Adj.-Inspecteurs toegang hebben. Deze Commissie moet geregeld huisbezoek doen en zorgen voor de algemeene reinheid. Zoo kan den leden van deze Commissie zeer geschikt worden opgedragen, om het niet opvolgen der voorschriften aan de bevoegde autoriteiten te rapporteeren.

In de nader door Gedeputeerde Staten in overleg met den geneeskundigen Inspecteur aan te wijzen gemeenten, moesten zwem- of badinrichtingen worden gemaakt, met gratis openstelling daarvan voor on- of minvermogenden.

5quot;. Strenge voorschriften op het slachten van vee; waar mogelijk worden abattoirs opgericht,— in kleinere gemeenten iets wat daarop gelijkt.

6quot;. Voorschriften op het toezicht van melkvee. Er worde gezorgd voor reinheid van stal en beest, ook van de persoon met het melken belast en niet te vergeten de zuiverheid der melkvaten en emmers. De gezondheidscommissie kan controleeren of hieraan wordt gevolg- gegeven.

7. Met een goede wet op de vervalsching van levensmiddelen, zoodat elke verkooper van ver-valschte of schadelijke waren strafbaar was, in hande, kon de geneeskundige Inspecteur hier een goed toezicht houden.

ocr page 28

26

8. Hygiënische voorschriften bij het bouwen en bewonen van huizen en van dergelijke maatregelen bij spoorwegen, zieken- of gasthuizen, geneeskun-dige gestichten van allerlei aard, fabrieken, gevangenissen, scholen, weeshuizen, enz.

9. Hierin worden de verschillende thans bestaande voorschriften opgenomen over de aangiften van overlijden, het begraven en de begraafplaatsen, met inachtneming van het aan 't hoofd van dit hoofdstuk geplaatste.

Nog vele andere onderwerpen, die mij allicht ontgaan en van ongeveer gelijke strekking als bovenstaande zullen zijn, zouden in dit hoofdstuk een plaats kunnen vinden.

Hoofdstuk III. Dit hoofdstuk behelze de bepalingen, in het leven geroepen tot regeling der ziekenfondsen.

Wat blijkt uit deze schets? Dat ook ik een centra-len raad wensch ingesteld te zien, doch veel uitgebreider dan in de gezondheidswet; dat ik daar in opnam, behalve geneeskundigen, een scheikundig- (i. e. een pharmaceut) en een veterinair-deskundige ■); dat tot zelfs in de Hoofdcommissie het principe van centraliseeren is doorgevoerd (veel administratief werk wordt den van b—e genoemden daardoor uit handen genomen); dat den verschillenden Adjunct-Hoofdinspecteurs het werk is opgedragen, dat in de gezondheidswet voor de Inspecteurs

') Wil men ook technici daarin vertegenwoordigd zien, waarmede ik van harte instem, dan kan men een der onder c genoemden daardoor subslitueeren.

ocr page 29

27

is weggelegd; dat de hoofdcommissie in de zelfde verhouding tot den Minister van Binnenlandsche zaken staat als de Centrale Raad staat tot dien Minister; dat er een voordurende voeling blijft bestaan tusschen Hoofdcommissie en Inspecteurs, door inspectie, controle, vergadering; dat er dus eenheid van handelen zal ontstaan.

In de Memorie van Toelichting op artikel 10 staat in de laatste alinea:

„In het tweede lid van dit artikel wordt aan den voorzitter de bevoegdheid gegeven, de inspecteurs, of enkelen Imnner, tot cenc bespreking bijeen te roepen. Dit kan noodig zijn om eenheid van handelen te bevorderen en om een doeltreffende uitvoering te verzekeren van de door den raad aan de inspeeteurs te doene opdrachten.n

Hoe kan eenheid van handelen bereikt worden bij Inspecteurs, die ieder een verschillende werkkring hebben, de drie woninginspecteurs uitgezonderd?

Ik wensch ter toelichting mijner schets hier bij te voegen, dat een gedeelte van het werk van de Adjunct-Hoofdinspecteurs door dezen kan worden opgedragen aan de Inspecteurs, zoodat de eersten zich hebben bezig te houden, met het algemeene van een wetsartikel, terwijl de laatsten, bekend met de provinciale behoeften en belangen, het meer bijzondere onder hun ressort krijgen. Het maakt toch een onderscheid of de een of andere bepaling bijvoorbeeld in Holland dan wel in Limburg moet worden toegepast. En de Inspecteurs krijgen er ook den tijd toe door het aanstellen van de Adjunct-Inspecteurs.

ocr page 30

28

Het voorstel om een cursus te doen volgen in Hygiëne in haar vollen omvang, desinfectie en bacteriologie, na alvorens de gewone praktijk te hebben uitgeoefend, zal een waarborg geven, dat men steeds over een voldoend aantal bevoegde mannen kan beschikken om de ledige plaatsen aan te vullen.

De in B, 3, genoemde ,, Dcsinfecteursquot; wenschte ik door de Gemeente gesalarieerd te zien en in enkele gevallen voor het optreden ten dienste van het Staatstoezicht een kleine tegemoetkoming van Rijkswege te zien toegekend. Dit zal hen tot activiteit prikkelen.

De onder Hoofdstuk II en III genoemde onderwerpen heb ik slechts overgenomen om de overeenkomst aan te toonen met de in de Memorie van Toelichting toegezegde nieuwe wetten.

Er blijft mij ter bespreking nog over wat in Hoofdstuk II, 4, over de Gezondheidscommissie, zooals ik mij die voorstel, staat vermeld en hun werkkring wat nader te definieeren.

De benoeming geschiede door het Gemeentebestuur in overleg met den Inspecteur; zij genieten van Gemeentewege een jaarlijksch honorarium en vergoeding voor reis- en verblijfkosten, terwijl aan den secretaris de bureaukosten worden vergoed.

Alle voorschriften de gezondheidszorg betreffende, die van gemeentewege worden gegeven, moeten door d aHoofdcommissie, de Inspecteurs gehoord, worden goedgekeurd. De laatsten laten zich, zoo noodig, door de Gezondheidscommissie voorlichten. In spoedeischende gevallen beslisse voorloopig de Inspecteur, de Gezondheidscommissie gehoord. Een nadere goedkeuring kan dan aan de Hoofdcom m isie worden ge vraagd. De Gezondheids-

ocr page 31

29

commissie is dus geen uitvoerende, doch een advisee-rende, inlichting gevende macht. Zij houdt een waakzaam oog en rapporteert even als de desinfecteurs, aan den Inspecteur.

De Inspecteur heeft het recht de Vergadering der Gezondheidscommissie bij te wonen, hetzij hij daartoe wordt uitganoodigd, hetzij hij die zelf oproept, ook hij is in de gelegenheid bij in 't algemeen te bespreken maatregelen, afgevaardigden der verschillende Gezond-heidscommissiën tot een Algemeene Vergadering te convoceeren. Hij kan de Gezondheidscom missiën opdrachten van verschillende onderzoekingen doen.

Men zal mij toestemmen, dat het werk van een Gezondheidscommissie, zooals ik mij dit voorstel, gemakkelijker gedaan kan worden en betere resultaten zal opleveren, dan zooals dat in het wetsontwerp is aangegeven. Nu en dan zal de Gezondheidscommissie hebben op te treden en haar bevindingen aan den Inspecteur hebben toe te zenden. Deze is de onafhankelijke persoon die handelt. Zij kunnen dus onbevangen en zonder vrees voor nadeelige gevolgen te werk gaan.

Ik zal het over de Gezondheidscommissie hierbij laten. Het was geenszins mijn plan haar werkkring uitvoerig te omschrijven, doch ik wilde slechts in korte trekken aangeven wat mijn bedoeling is. Ik vermeen dat ik deze in hoofdzaak wel heb duidelijk gemaakt.

Welke zullen de kosten van een dusdanige samenstelling van het Staatstoezicht zijn ?

Aan de hand van de Memorie van Toelichting wil ik mijn berekening maken. Aldaar staat;

ocr page 32

3°

Jaarwedden van de leden Dan den coi-

tralen gezondheidsraad (3 ad f 4500) . f 13,500.— Jaarwedde van den secretaris van dien raad „ 3,000.— Verdere kosten van dien raad (met inbegrip van reis- en verblijfkosten, lokaalhuur en inrichting van bureaux) . . „ 10,000.— Jaarwedden van de inspecteurs (jadJ4000) „ 28,000.— Reis-, verblijf- en bureaukosten van de

inspecteurs (7 ad f 1300)...... 10,300.—

De helft van de toelagen van de secretarissen der gezon dhe ids co vuniss ien (260 ad: stel gemiddeld f 200).....„ 32,000.—

Totaal . . . f 111,000.—

voor „verdere kostenquot; van den Centralen Raad wordt voor vier leden f 10.000 bestemd. Ik zet voor acht leden der Hoofdcommissie het dubbele. Is voor de kosten der Inspecteurs f 1500 per hoofd uitgetrokken, zoo stel ik dit bedrag voorden Adjunct-inspecteur op J $00.— per hoofd. Dit zal wel te hoog berekend zijn, daar zij een meer sedentaire betrekking hebben en de bureaukosten reeds begrepen zijn onder die van den Inspecteur. Ik kom dan tot de volgende becijfering;

1 Inspecteur-Generaal........f 5000

1 Hoofd-Inspecteur...........47 30

5 Adjnnct-Hoofd-Inspecteurs (5 ad /4500). „ 22500

1 Secretaris.............3000

Verdere kosten van de Hoofdcommissie

(8 leden)..............20000

7 Inspecteurs (7 ad / 4000)........28000

Reis-, verblijf-en burean-kosten (7 ad f 1500) „ 10500

Transporteeren f 93750

ocr page 33

3'

Per Transport f 93750 7 Adjunct-Inspecteurs (7 ad / 3000) . . . „ 21000 Reis- en verblijfkosten (7 ad f $06). . . „ 3500

Totaal . . / 118250 Volgens do Memorie van Toelichting was dit „ 117000

Ergo een meerdere uitgaaf van . . . . f 1250

De kosten der desinfecteurs heb ik buiten rekening gelaten, deze uitgaven zullen niet zulke groote bedragen aanwijzen. De hoofdkosten worden toch door de (xe-meenten gedragen. Ik achtte mij gerechtigd dit voor te stellen naar analogie van het aangevoerde in de Memorie van Toelichting- over de kosten der Gezondheids-commissiën, die insgelijks ten laste der Gemeenten komen. Door den veranderden werkkring dier Commission (zij behoeven zoo uitgebreid niet te zijn, zij behoeven minder te vergaderen, te reizen enz, de secretaris behoeft geen grooter honorarium dan de leden) zullen die wel lager worden. Deze vermindering weegt zeker wel op tegen de kosten, veroorzaakt door de bezoldiging der desinfecteurs.

Men ziet dus, dat met ongeveer de zelfde uitgaven, men een andere samenstelling van het staatstoezicht verkrijgen kan, die volgens mijn bescheiden meening uitmuntend zal kunnen werken.

De Inspecteurs met meer macht voorzien en ontheven van de vele administratieve bezigheden kunnen, ingelicht door de plaatselijke organen van het Staatstoezicht, een zeer grooten invloed ten goede uitoefenen. Het Centraal bestuur is daar om alles te inspecteeren, te controleeren, te centraliseeren en te bewerken.

ocr page 34

32

Het voornaamste werk wordt hier niet verricht door onbezoldigde, afhankelijke en in de meeste gevallen niet deskundige personen, zooals in de Gezondheidswet, doch door mannen ten volle berekend voor hun taak.

Een dusdanige inrichting moge volgens sommigen minder zijn aan te passen aan de woningwet — alhoewel het mij voorkomt dat dit wel het geval zou kunnen zijn —; dezen mogen bedenken, dat deze wet is een gezond-li e i d s w e t en niet een woningwet.

Moge het mij gelukt zijn den lezer te overtuigen!

Eerst tijdens het corrigeeren der drukproef, nam ik kennis van twee artikelen in de Hygiënische bladen van 15 November j.l. getiteld; „De ontwerpen voor een Woning- en Gezondheidswetquot; door H. B. J. van Rijn en „Plaatselijke Gezondheids-commissiënquot; door Dr. Kooperberg.

Ik heb deze beide opstellen dus tot mijn spijt buiten beschouwing moeten laten, evenals het in de vergadering van den Geneeskundigen Kring te Amsterdam op den 27°quot; November jl. uitgebrachte rapport der Commissie van praeadvies over het Ontwerp-Gezondheidswet, gepubliceerd in het Medisch Weekblad van z December 1899.

amp; - QTö / ■

ocr page 35

'^ ;■■■vv:■,■ ^

■-ü/-. v ■-' ■ ■•-■ ...Oi

■•'■ --r^• ■gt; .gt;-• •:• ,. gt; ' -•• '• , v .

■ •••■ ■■• ■ ' ■ . • • quot;••- \

-,v- • quot; •■■■'-■ ■ : . ■ ' • . - ' ' . -

■ ■ ; , : ■ V . ;

, , , . '

..-rv.:--fv*;■ ^ rm

\v'v^::v,, ^ ^ -o;

• . ■■■ . ■ ■ : - • ■ ■ . •; ■

•; _ • ... ..

■ ■ -■ ■ ■ - ,:

^ t ^ - -■; -:, .-• • :: . - ■: . ;; ■ .

■: quot;. ■' : ■ .. - • '

•v' - ; ■ - ' , . , - tquot; •' • . ■-■■ quot; ;■- • ' . j -• ' ' : quot; gt;■ 1 . .

■ ' ^ ^ , • ■quot;• - ^ - ^ ^ ^

•• % ' V ' ; ' ' .. . - ' .'■* /' • • ' ' • , - V v-t

. y--/• v quot; amp; '

■ • • Vquot; ■ •■■••- ', gt; quot; V, ■ ..•'••■• - ■- •■ •¥;• ■'- ' • -.• -r'

. ; v ,■■■- ,. ■■■ ■. ■ ' ■ V ■ ' ■ '' ■ • r :-

'v -■1 : . quot; ; ■ - •.' ,■■■ •-:'

. .. ;■ /: ■ :■ ^-.a - ..■ -

i._