ocr page 1

rfr. /ffé jsr, J'

DOOR

TIRAILLEUR.

Eene verhandeling over de oefeningen bij het wapen der Infanterie.

Schrijf nooit over dingen, die gij niet doorleefd, die ge niet doorvoeld hebt.

Alexander Veeiiüell.

H.'iarlem. J C. F' KiCtiE13O O xVI. 1806.

ocr page 2
ocr page 3

Militaire Sdiaduwbeelden.

DOOR

TIRAILLEUR.

Een verhandeling over de oefeningen bij het

Schrijf nooit over dingen, die «ij niet doorleefd, die ge niet doorvoeld hebt.

Alexander Verhuell.

ocr page 4
ocr page 5

VOORBKRICHT.

Bij het schrijven van deze Brochure, is het niet mijn doel geweest om bestaande toestanden per se af te keuren; ik heb hierin alleen neergeschreven de opinie van vele leden van het oflicierskorps, die dagelijks met den troep in aanraking komen en die dus voortdurend zijne geoefendheid kunnen beoordeelen.

Deze bladzijden zijn dan ook het resultaat van vele en langdurige gesprekken en onder de daarin verkondigde meeningen zijn er vele. die ik heb overgenomen van collega's en waarmede ik volkomen kan instemmen.

Misschien zijn mijne beschouwingen hier en daar wat al te pessimistisch; daarom zie ik gaarne critiek te gcmoet. Misschien worden daardoor mijne ideeën wat meer optimistisch. Paar het dus zeer goed mogelijk is, dat ik het met uitgeoefende critiek geheel eens kan zijn, zal ik mij van antwoord daarop onthouden.

IVE SGHKJJVEB.

ocr page 6
ocr page 7

Militaire Schaduwbeelden.

Zooals ons allen bekend is, is de diensttijd voor onzen milicien veel te kort, om hem volkomen voor te bereiden voor de zware taak, die hem in tijden van gevaar wacht. Voor leeken is dat altijd iets onbegrijpelijks; zij beoordeelen de kennis, die de soldaat moet verkrijgen, naar den aiter-lijken schijn, d. w. z., 's middags op hunne wandeling gaan zij nu en dan wel eens langs het exercitieterrein en kijken dan met belangstelling naar het exerceeren, het bajonetschermen of somtijds naar het tirailleeren, doch dat is alles, wat zij zien en daarnaar vellen zij hun oordeel.

Diezelfde menschen volgen echter den troep niet bij de morgenoefeningen : schijfschieten, velddienst, tirailleeren enz. enz.; zij zijn niet tegenwoordig bij de theorieën binnenskamers en zien dus ook niet, met hoeveel moeite allerlei zaken, die den burger totaal vreemd zijn, in de onontwikkelde hersenen van de domme boerenjongens moeten worden gepompt.

Als men onzen „Leidraad tot het theoretisch onderwijsquot; opslaat, dan ziet men daarin tal van onderwerpen, die alle door den soldaat moeten gekend worden, wil hij bruikbaar zijn als veldsoldaat; daaronder zijn er vele aan te wijzen, die van zeer groot belang zijn.

Voegt men hier nu nog bij de oefeningen in de gymnastiek en in het overwinnen van hindernissen, welke hoog noodig zijn voor onze stijve miliciens, dan komt men tot eene groote hoeveelheid theorie en praktijk, die in den tijd van één jaar aan den soldaat moeten worden onderwezen en die hij na verloop van dien tijd moet kennen.

Alhoewel in elk geval de oefeningstijd veel te kort is, gelooven wij toch, dat er van den beschikbaren tijd veel meer partij zou kunnen worden getrokken en dat de lichtingen, als ze met groot verlof vertrekken, veel beter geoefend kunnen wezen dan thans het geval is.

Laat ons thans den geheelen oefeningstijd van den infanterist eens

ocr page 8

6

beschouwen en daarbij nagaan of do gebruikte tijd niet nuttiger zou zijn te besteden.

4ste TIJDPERK. (4) Compagniesoefeningen.

In de eerste helft van Maart komt de milicien bij zijn korps, stel bijv. den 4üden Maart; de man komt 's middags aan, moet den volgenden morgen gekeurd en 's middags gekleed worden. Als dus op den lOden Maart de geheele lichting present is, kan eerst op den 42den Maart de oefening een aanvang nemen; wat vóór dien tijd geschiedde, was „bezighouden.quot;

De compagniesoefeningen dmen tot half Juli en omstreeks halt Mei is de eerste opleiding, wat betreft de recrutenschool, de eerste beginselen van de gymnastiek, het bajonetschennen, de voorbereidende schietoefe-uingen en de theorie over de §§ 5—20 van den „Leidraad,quot; geëindigd, en begint de opleiding als veldsoldaat. In dien tijd valt echter het Paasch-feest en Goede Vrijdag (3 dagen), verder ongeveer 9 a 10 Zondagen; des Zaterdagsmorgens is er inspectie, dus mist de recruut hiermede 40 halve of 5 geheele dagen. Verder moet de lichting nog minstens 2 Voormiddagen naar het hospitaal, hetzij tor vaccinatie of voor het opmaken der gezond-heidskaarten.

Als wij al deze dagen in rekening brengen, zijn er van 42 Maart tct 45 Mei slechts 45 dagen beschikbaar voor het onderricht in de eerste beginselen van de theoretische en practische kennis, die de soldaat moet verkrijgen.

Wat exerceeren betreft, is deze tijd voldoende om den man zoover te brengen, dat hij, als de wil er is, goed kan exerceeren, doch onvoldoende om het flink exerceeren tot een tweede natuur van hem te maken. Zeer zeker zijn die 45 dagen onvoldoende om hem de theorie grondig te leeren; hij kan die massa niet zoo spoedig in zijne ongeoefende hersenen opnemen.

Wat het bajonetschermen betreft, daartoe is de tijd voldoende, doch de gymnastiek kan nog geen verder nut hebben gehad, dan den man de ledematen een weinig losser te maken; krachtsontwikkeling kan zij nog

(1) Deze verdeeling in tijdperken is eenigszins anders dan ze gewoonlijk wordt gemaakt. Wij hebben hierbij alleen gelet op het karakter der oefeningen in ieder tijdperk.

ocr page 9

7

zeer weinig ten gevolge hebben gehad. De voorbereidende schietoefeningen zouden nog wel een paar weken langer mogen duren; dit leeren de uitkomsten op de schietbaan.

Wij gaan dus met eeiien slechts half voorbereiden troep het veld in, om hem zijne verplichtingen in den eigenlijken oorlog te leeren. Hoe gaat dat nu?

Meestal is de morgendienst als volgt geregeld: 2 dagen in de week schijfschieten, 2 dagen velddienst, l dag tirailleeren en 's Zaterdags inspectie. He tijd hieraan besteed is twee maanden (tot half Juli), dus veronderstellende, dat er geen enkele dag wordt gemist, rukt de man in dien tijd 4G maal uit vuor den velddienst en 8 maal om te tirailleeren.

Wordt er nu voor den eersten keer uitgerukt voor den velddienst, flan is dit meestal voorpostendienst en wel: het uitzetten van een veld wacht met alle bijbehoorende handelingen. Vóór dien tijd is er al minstens één- of tweemaal theorie over dat onderwerp gehouden en thans zal den man de theorie aanschouwelijk worden gemaakt. De instructeur stuit daarbij al dadelijk op eene moeielijkheid; bij het uitzenden dei- veiligheidstroepen drukt hij den manschappen nogmaals goed op het hart om het verband te bewaren, maar de man weet niet, wat «verband houdenquot; is; 't is hem wel een paar maal uitgelegd, doch tot zijne hersenen is het niet doorgedrongen.

Wij vragen nu: is er wel iets moeilijkers in den geheelen velddienst te bedenken dan «verband houden?quot; Het kader, zelfs oude beroepson-deroflicieren. kent het niet. En toch, afzonderlijke oefeningsdagen worden daaraan niet besteed ; de schuld hiervan ligt niet aan den compagniescommandant, maar aan den korten oefen in gstijd. Kapiteins en luitenants moeten roeien met de riemen die ze hebben, d. w. z. den man a 1 le handelingen uit den velddienst ééns laten verrichten, opdat zij hem niet geheel onbekend zullen zijn; den man te oefenen in den velddienst in den letterlijken zin des woords, daar is geen sprake van.

Afzonderlijke oefeningsdagen er aan te besteden om het opmerkingsvermogen ran den recruut te scherpen, laat de tijd ook niet toe.

En toch, hoe noodig is dit niet; het «zien in het terreinquot; is niet iedereen aangeboren, doch kan wel aan een ieder geleerd worden, even-

ocr page 10

8

eens liet opmerken van omstandigheden, wier kennis voor ons van belang is.

Letten we nu nog op de moeilijkheden, waarin een dubbelpost kan verkeeren, vooral als de omstandigheden van den schildwacht eischen om zelfstandig te handelen, zooals zijn verstand hem dat behoorde in te geven, dan zien we, dat 16 oefeningen in den velddienst zeer zeker te weinig zijn.

Men zal ons daarbij toegeven, dat de enkele velddienstoefeningen, die, later met grootere afdeelingen worden gehouden, volstrekt niet dienstig zijn om den soldaat te oefenen, doch veeleer oefeningen zijn voor officieren. We hopen dit nog nader te ontwikkelen, als we het tweede tijdperk bespreken.

De 8 oefeningen in het tirailleeren meenen wij dat voldoende zijn; dit zal velen eenigszins vreemd klinken, doch daarbij er op lettende, dat het werktuigelijk tirailleeren in den middag op het exercitieterrein wordt geleerd en dat de bataljonsoefeningen en manoeuvres voor den soldaat uitsluitend bestaan in tirailleeren en uog eens tirailleeren, dan is dit niet meer zoo vreemd. Het moeielijke voor den soldaat bij het tirailleeren is het gebruik maken van het terrein; de eerste beginselen hiervan kunnen voldoende worden beoefend bij de genoemde 8 oefeningen, doch verder moet de man dit leeren bij de gevechtsexercitiën en de groote manoeuvres waarbij hij op verschillende terreinen moet handelen.

Daarom moet de opleiding van den groeps-commandant steeds in d i e richting geleid worden, dat h ij in staat is, om de keuze van plaats van iederen man zijner groep te beoordeelen en zoo noodig te verbeteren.

Van de namiddagoefeningen in dit tijdperk valt weinig te zeggen, daar deze bij een goede leiding nog veel vruchten kunnen dragen; de Compagniesschool leert de man vlug genoeg en verder worden de middaguren besteed aan theorieën over velddienst en tirailleeren en aan het bajo-netschermen en de gymnastiek, bij voorkeur de hindernisbaan. Een groote fout, die hierbij echter dikwijls wordt begaan, is, dat er veel te weinig systematisch wordt te werk gegaan; een vast programma ontbreekt hierbij meestal.

Gaan wij thans over tot het

TWEEDE TIJDPERK. Bataljonsoefeningen.

Dit duurt van half Juli tot half Augustus.

ocr page 11

9

Bij deze oefeningen stuit men reeds dadelijk weer op een bezwaar. Het blijvend gedeelte der oude lichting is vertrokken en de jonge lichting moet de corveëen verrichten, waardoor dagelijks vele rnenschen aan den dienst worden onttrokken. Van een vast systeem kan dus geen sprake wezen, want vandaag is A. bij den dienst en heeft B. corvée en morgen is het juist omgekeerd.

De sterkte aan uitrukkende manschappen van het bataljon is nu zoodanig, dat er slechts één bataljon uit lijnen bestaande, kan worden geformeerd, waartusschen men bij iedere compagnie eene sectie van ongeveer 12 manschappen aantreft; van een oefening in het aanvallend of verdedigend gevecht kan hierbij dus geen sprake wezen.

Ruim een maand (tot pl.m. 20 Augustus) gaat dus verloren met bet exerceereu uit de Bataljonsschool. Wij geven hierbij toe. dat deze exercitie enkele malen zeer zeker noodig is, als oefening voor officieren en kader, doch een maand lang is veel te veel. De soldaat doet bij die oefeningen niets anders dan handgrepen en marscheeren, of wel hij draagt een lijntje. Wij zijn zeer geneigd te vragen: «Is dit niet de omgekeerde wereld?quot; De officieren zijn (in vredestijd) noodig om den soldaat te oefenen (en zij moeten zorgen op de hoogte van hunne taak te wezen), doch de soldaten zijn niet in dienst om den officieren gelegenheid te geven hunne kennis, die zij eertijds aan militaire inrichtingen van onderwijs hebben verkregen, te onderhouden.

De oefeningen in den velddienst, die in dit tijdperk worden gehouden, bestaan meestal in het uitzetten van enkele veldwachten, waarbij de dubbelposten doelloos in het niet staan te staren en de patrouilles, met het hoofd naar den grond gericht, ronddolen, daar zij toch geen tegenpartij te verwachten hebben.

Laat ons maar niet verder spreken over de oefeningen, die men nu en dan met den weidschen naam van: «nachtelijke velddienstquot; hoort betitelen. Men rukt immers al weer in, als de schemering juist begint in te vallen om toch vooral maar weer vóór het avondappèl terug te wezen

DERDE TIJDPERK. Regimentsoefeningen.

Deze duren van omstreeks half Augustus tot de eerste dagen van September. We zullen hieromtrent kort wezen, daar we hiervan gaarne

ocr page 12

10

volmondig bekennen, dat ze hoogst nuttig en onontbeerlijk zijn ter verdere ontwikkeling van de tactische inzichten van den officier. We betreuren alleen maar de geringe sterkte der compagnieën, die in dit tijdperk afwisselt tusschen 50 en 80 man.

De officieren werken daardoor zelden of nooit met afdeelingen op oorlogssterkte.

VIERDE TIJDPERK. Groote manoeuvres.

Wat dit tijdperk betreft, dezelfde opmerkingen als bij het 3de. Alleen voegen wij hieraan toe, dat het zoo jammer is, dat de subalterne-, ja, soms zelfs de hoofdofficieren niet weten, wat er eigenlijk gebeurt. Men kent de onderstelling wel, doch niet de gevechtsdispositiën en begrijpt daardoor niet veel, van hetgeen er geschiedt. We weten, dat dit niet anders kan. en dat niet iedere verandering in den toestand aan iedereen kan worden medegedeeld, doch we gelooven, dat mededeeling en bespreking van den geheelen loop van het gevecht door den regimentscommandant met zijne officieren, na afloop der oefening, zeer nuttig zou kunnen wezen.

VIJFDE TIJDPERK. Winteroefeningen.

Thans komen we aan een tijdperk, waartegen wij de meeste bezwaren meenen te moeten aanvoeren.

In de allereerste plaats weer de talrijke corveeën, die dagelijks eene menigte manschappen aan de andere diensten onttrekken. Ten tweede, dat in de morgenuren de manschappen bijna iederen dag ter beschikking van den luitenant-adjudant zijn; nu en dan wordt er in de garnizoenen, die dit toelaten, ook wel eens door samenvoeging van 2 bataljons een zeer zwakke compagnie geformeerd, waarmede onder commando van één kapitein en 3 luitenants wordt geëxerceerd uit de Compagniesschool of getirailleerd.

Als de manschappen ter beschikking zijn van den luitenant-adjudant, dan gebruikt deze hen tot opleiding en vorming van het kader. We geven weer toe, dat ze daartoe een enkele maal gebruikt k u n n e n en moeten worden, doch niet gedurende den geheelen wintertijd. De soldaat doet daarbij niets anders dan recrutenschool, of wel hij is voor een oogenblik aan 't tirailleeren om daarna weer tot de eenvoudigste bewegingen van het bajonetschermen over te gaan. Hetgeen voor den .enkelen man het moeielijkste is, n.1. de velddienst, waarin hij voortdurend

ocr page 13

u

tot zelfstandig handelen wordt gedwongen en waarbij van de handelingen van één dubbelpost, doorzoekings- of sluippatrouille het lot van geheele afdeelingen kan afhangen, dat wordt niet meer beoefend, terwijl het gedurende de geheele opleiding van den recruut toch al zeer stiefmoederlijk behandeld is.

De velddienst is en blijft, met het tirailleeren met gebruikmaking van het terrein en het schijfschieten, de hoofdschotel voor den soldaat.

Ten derde halen wij de namiddagoefeningen aan. Het is schrijver dezes daarbij herhaaldelijk voorgekomen, dat hij den middagdienst met de manschappen van het geheele bataljon moest leiden en dat er niet meer dan 12 present waren. Een paar maal zelfs, kwamen de sergeanten van de week het rapport indienen: „alles present; er is geen enkele man.quot; En daar stond men dan met 5 a 6 man kader en geen manschappen.

Als er nog manschappen zijn, dan is de dienst met hen ook al niet verkwikkelijk; dag in, dag uit niets anders met hen te doen dan Recru-tenschool, bajonetschermen, gymnastische oefeningen of flaubertschieten, dat alles binnenskamers, wegens het ongunstige weder en dan met hoogstens 1'2 manschappen, dat is geestdoodend.

En dit duurt zoo voort, totdat de nieuwe lichting onder de wapenen komt en alles in de kazernes weer herleeft; de zoogenaamde geoefende lichting vertrekt dan met groot verlof, nadat de manschappen gedurende de laatste 4 maanden van hunnen diensttijd de belangrijkste zaken hebben vergeten, tengevolge van het verrichten van somtijds hoogst onbeduidende corveëen.

Ziehier, waarde lezers, een kort résumé van het verloop van de oefeningen der infanterie. Waar wij hier en daar een afkeurend oordeel velden, deden we dat in de volste overtuiging.

Wie echter afbreekt, moet ook weten op te bouwen. Een huis af te breken is gemakkelijker dan een huis op te bouwen ; een architect kan grove fouten begaan. Welnu! we zullen trachten weer eenigszins op te bouwen, wat we in het voorgaande hebben af gebroken, daarbij de vergevingsgezindheid onzer lezers inroepende voor den bouwmeester.

ocr page 14

IP IB O E T7quot; IB

eener TegGling1 van de oefeningen der Infanterie.

Zooals wij hi het bovenstaande reeds hebben opgemerkt, wordt veel nadeel gedaan aan de oefeningen van het hoofdwapen, door de vele cor-veëen en wachtdiensten, die dagelijks verricht moeten worden. Daardoor ook wordt het oefenen volgens een vast systeem zeer moeilijk gemaakt.

On zes inziens zou dit bezwaar nagenoeg geheel uit den weg te rnimen zijn, indien men daarbij als volgt te werk ging; In iedere kazerne ol bij ieder bataljon is één compagnie die »den dagquot; heeft; dit zou dan de compagnie kunnen wezen, waarvan ook de luitenant van de week den dag heeft; zij levert alle corveëen en wachten, zoowel wat betreft kader als manschappen. Hierdoor verkrijgt men dus, dat dagelijks één compagnie in haar geheel niet aan de oefeningen kan deelnemen!), doch daardoor kunnen de overige compagnieën met hare volledige sterkte uitrukken. Het voordeel daaraan verbonden zal men gemakkelijk inzien. Dit aangaande de corveëen!

Wat nu verder de regeling der oefeningen zelf betreft, daaromtrent wenschen wij het volgende tableau aan te bevelen.

EERSTE TIJDPERK. Compagniesoefeningen.

Van half Maart tot half Augustus en wel als volgt verdeeld:

a. Van 15 Maart tot 1 Juni: Gedurende de eerste drie dagen naj opkomst der lichting per dag: 1 uur theorie over den algemeenen gang van den dienst, 1 uur theorie over de eerbewijzen

■) Behoeft niet de geheele compagnie gebruikt te worden, dan kunnen de overblijvende manschappen aan de oefeningen der andere compagniën deelnemen.

ocr page 15

43

en het verdere gedeelte van den dag gymnastische oefeningen en oefeningen in het loopen.

Na deze 3 dagen verder: per dag minstens 3 uur Recru-tenschool, theorie I1/2 uur, voorbereidende schietoefeningen (te beginnen '2 weken na opkomst) aanvankelijk 1/2 uur, later 1 uur per dag en I1/2 uur afwisselend gymnastische oefeningen, bajonetschermen of werktuigelijk tirailleeren, daarbij rekening houdende met de vorderingen in de Recruten-school.

b. Van 4 Juni tot 45 Augustus:

Gedurende de eerste twee weken van dezen tijd, tweemaal per week schijfschieten ('s morgens), de overige dagen velddienst (terreinkennis, begrip van windstreken en oriënteeren, het zoeken en bewaren van verband.) des Zaterdags inspectie.

De overblijvende 2 maanden: 's morgens twee maal per week schijfschieten, twee maal velddienst, 4 maal tirailleeren met gebruik maken van het terrein.

Des middags: op de dagen, dat er 'smorgens geen practische velddienst is, dan 's middags 4 a 4i/2 uur theorie over den velddienst; verder 4 maal por week 4 a 4i/2 uur Compagniesschool en 4 maal 4 a 41/2 uur Bataljonsschool; op de nog beschikbare uren: gymnastische oefeningen, bajonet vechten, garnizoensdienst, voorbereidende schietoefeningen en theorie.

TWEEDE TIJDPERK. Regimentsoefeningen.

Op denzelfden voet als thans.

DERDE TIJDPERK. Groote manoeuvres.

Evenals tegenwoordig, doch met deze wijziging, dat zij meer zullen bijdragen tot de practische ontwikkeling der subalterne officieren

VIERDE TIJDPERK. Winteroefeningen.

's Morgens; 4 maal per week schijfschieten, 4 maal per week de manschappen ter beschikking van den compagniescommandant of wel spoorwegoefening, militaire marsch enz; 2 maal per week uitrukken tot velddienstoefening (dit nader te ontwikkelen), 4 maal per week officieren, kader en manschappen ter beschikking van den bataljonscommandant tot kaderoefening (ook dit later te bespreken), des Zaterdags inspectie.

's Middags: 4 dag de compagnieën ter beschikking van den compag-

ocr page 16

14

niescommandant dt' overige dagen ter beschikking van den luitenant-adjudant.

Na het vaststellen van deze dienstregeling zijn wij onzen lezers verplicht, hieromtrent enkele uitleggingen te geven, die lang niet overbodig zijn.

Bij het eerste tijdperk onder a wordt aangegeven, dat de eerste 3 dagen zullen gebezigd worden, om den recruten do eerste beginselen te 1 leeren van die zaken, welke hen reeds dadelijk eenig begrip geven van het militaire leven. Allereerst is theorie over den algemeenen gang van den dienst voor den man onmisbaar; hij moet reeds dadelijk in zich opnemen een begrip omtrent orde en regelmaat en tevens leeren begrijpen wat de verschillende verrichtingen, die de dagelijksche dienst met zich brengt, ten doel hebben. Het theoretische en practische onderricht in de meest voorkomende eerbewijzen leert den recruut onmiddellijk reeds den eerbied voor zijne meerderen; en verder dienen de oefeningen in de gymnastiek en het loopen, om de stijfheid in armen en beencn gedeeltelijk te doen verdwijnen.

Zooals men zal opgemerkt hebben, zou het eerste tijdperk bij deze regeling een maand langer duren dan thans, waardoor beide gedeelten van dit tijdperk met 2 weken zijn verlengd. Aldus kunnen de voorbereidende schietoefeningen, de theoriëen over de §§ 5—20 Leidraad en de Recrutenschool ook zooveel lange worden beoefend en zijn de bezwaren, die we in het begin van ons betoog ten opzichte van dit punt hebben geopperd, geheel opgeheven.

Eveneens kan het onderricht in den velddienst thans grondiger plaats hebben; in ons tableau hebben we n.1. 2 weken bestemd om den recruut de eerste begrippen te leeren omtrent terreinkennis, het oriënteeren en het zoeken en bewaren van verband. Ons idee is hierbij, om hem zoover te brengen, dat het bij de oefeningen in den voorpostendienst, marsch-veiligheids- en verkenningsdienst onnoodig is, hem nogmaals die zaken uit te leggen, welke bij alle handelingen uit den velddienst herhaaldelijk terugkeeren.

ocr page 17

15

Wij bevelen daartoe het volgende systeem ten zeerste aan.

De compagnie rukt den eersten dag ongewapend uit en de instructeur zoekt daarbij een terrein op, waar zich zooveel mogelijk alle soorten van terreinvoorwerpen bevinden; hij bezichtigt met de recruten deze voorwerpen en wijst hen er op, hoe zij kunnen dienen tot gedekte nadering of opstelling, hoe men er partij van kan trekken tot observatie en hoe zij door patrouilles moeten doorzocht worden; hij maakt hen opmerkzaam op de voor- en nadeelen aan terreinhindernissen verbonden en geeft hun de middelen aan om die nadeelen te overwinnen.

Tevens bespreekt hij de verschillende wijzen, waarop men de windstreken kan bepalen en leert den recruten, waarop zij moeten letten, om een weg te kunnen terugvinden, dien ze slechts eenmaal hebben geloopen.

Dit alles natuurlijk na enkele voorafgaande theoriëen in de middaguren.

Na twee oereningen op deze wijze te hebben geleid zullen de recruten reeds zoover zijn, dat men gewapend met hen kan uitrukken, ten einde hen van het reeds geleerde partij te laten trekken, door enkele patrouilles onder commando van eenen onderofficier of korporaal zoodanig te laten marscheeren, dat er verband worde gehouden, hierbij zoowel open als bedekt terrein doorkruisende.

De manschappen van iedere patrouille laat men dan langs den weg, dien zij gemarscheerd hebben, beurtelings een mondeling bericht overbrengen naar eenen onderofficier, die omstreeks een kwartier achter de patrouilleketen volgt. Zoowel afzender als ontvanger moeten aanteekening houden van deze berichten en van den naam van den overbrenger, opdat de instructeur, die den patrouillegang overziet en leidt, nadat er weer verzameld is, de gemaakte fouten zal kunnen bespreken. Gedurende de 2 weken, die wij voor deze oefeningen hebben uitgetrokken, zijn 6 dagen beschikbaar voor den velddienst; we hebben dus na bovengenoemde twee oefeningen nog 4 dagen, die afwisselend kunnen besteed worden aan het onderricht in terreinkennis of in het houden van verband.

Na deze eerste beginselen in zich te hebben opgenomen, zal de recruut minder moeite hebben om datgene op te merken, wat voor schildwachten of patrouilles van belang is. zoodat het onderwijs in den voorposten- en

ocr page 18

16

patrouilledienst minder langdradig behoeft te wezen en men dadelijk den man reeds meer zelfstandig heeft gemaakt, zijn opmerkingsvermogen heeft gescherpt en hij over meer woorden beschikken kan, ten einde al het merkwaardige te rapporteeren en duidelijk te maken, wat hij heeft waargenomen.

Omtrent de oefeningen in den avondvelddienst zonden wij Jwenschen dat daartoe 's avonds om 8 uur werd uitgerukt en dat de troep niet vóór 12 uur in de kazerne terugkeerde; door dan de reveille 1 a 2 uur later te stellen, worden de manschappen niet in hunne nachtrust verkort en de dienst kan toch nog zoo geregeld worden, dat er dien dag geen tijd verloren gaat.

De middaguren in dezen tijd wenschen wij besteed te zien aan de voortzetting der oefeningen in de Recrutenschool, het werktuigelijk tirail-leeren, den garnizoensdienst, theorieën, gymnastische oefeningen en het baj onetschermen.

Eén middag in de week kan men dan 1 a I1/2 uur besteden aan de exercitie uit de Compagniesschool en denzelfden tijd aan de Bataljonsschool: daar hiervoor tijd beschikbaar is van 1 Juni tot half Augustus, d. i. 10 weken, krijgt men dus in dit tijdperk 10 maal 1 a I1/2 uur bestemd voor de Compagniesschool en eveneens voor de Bataljonsschool. Het blijvend gedeelte der oude lichting is dan nog onder de wapenen, zoodat men voor de Bataljonsschool van geen — of althans zeer weinig — lijnen behoeft gebruik te maken; ook een voordeel!

De uren aan de Compagniesschool gewijd, kunnen tevens gebruikt worden om het aannemen der verschillende gevechtsformatiën te beoefenen.

Wij zijn overtuigd, dat gemelde 20 oefeningen in alle opzichten voldoende zijn om de recruten bedreven te maken in genoemde scholen; wat de soldaat daarvan te leeren heeft, is zeer weinig, terwijl het voor officieren en kader als eene kleine opfrissching van het geheugen moet beschouwd worden.

Maar één ding is daarbij noodig, namelijk, dat in de volgende oefeningstijdperken elk bataljons- en compagniescommandant met de meeste gestrengheid en nauwkeurigheid elke beweging in gesloten orde

ocr page 19

17

laat uitvoeren en dat daarbij niet het stramme exerceeren worde opge-olTerd aan overdreven haast.

Waar blijven nu echter de gevechtsexercitien en de oefeningen in het aanvallend en verdedigend gevecht, welke dienen tot oefening van officieren en kader? Hierover meer bij de bespreking der winteroefeningen.

Het tijdperk der bataljonsoefeningen is bij deze regeling vervallen om de redenen, die reeds vroeger aangegeven zijn. In plaats daarvan hebben wij bij de winteroefeningen de later te bespreken kaderexercitie met vlaggen ingevoerd.

De regimentsoefeningen wenschen wij te laten plaats hebben, evenals dit thans geschiedt. Wat het tijdperk der manoeuvres betreft, hebben we de opmerking gemaakt, dat zij zoo weinig vruchten dragen voor subalterne officieren. W ij zouden wenschen, dat iedere afdeelingscommandant, hetzij hoofd- ot subalterne-officier, zoodra hij een oogenblik niet door andere zaken in beslag wordt genomen, mededeeling doet aan zijne onder-commandanten van den toestand, waarin zijne afdeeling en zoo m o g e 1 ij k ook de geheele troep zich bevindt en van de opstelling, die zij heeft aangenomen.

Ook bespreking der oefening, waarbij het geheele verloop aan alle officieren duidelijk wordt gemaakt en dan voornamelijk de handelingen der onderafdeelingen worden besproken, zou wenschelijk zijn.

Met betrekking tot het laatste tijdperk, n.1. de winteroefeningen, zal men in ons tableau vele afwijkingen van den tegenwoordigen gang van zaken hebben opgemerkt. Ons idéé is daarbij het volgende. Laat de manschappen in de middaguren ter beschikking van den luitenant-adjudant (behalve 1 middag) voor de opleiding van het kader en in de morgenuren ter beschikking van den commandeerenden officier (behalve 2 maal per week). Eén ochtend per week kan dan besteed worden aan het schijfschieten, één ochtend zijn de compagniëen in het algemeen ter beschikking van den compagniescommandant; de commandeerende oflicier heeft het dan nog altijd in zijne rnaebt. om, waar hij dit noodig oordeelt, deze morgen te bezigen voor eene oefening in liet spoorwegvervoer, eene marsch-oefening, enz. Twee der overige dagen stelt de commandeerende oflicier het kader en de manschappen van alle compagniëen, die geen andere

ocr page 20

48

diensten verrichten, ter beschikking van 1 of 2 compagniescommandanten ieder met 2 hunner luitenants (naar gelang van de beschikbare sterkte, zoodanig dat iedere compagniescommandant eene compagnie op oorlogssterkte onder zijne bevelen heeft).

De compagniescommandant geeft dan aan iederen luitenant, des morgens b ij het uitrukken, eene schriftelijke onderstelling met opdracht voor één peloton, zoodat eene oefening met 2 partijen daaruit voortvloeit.

üe luitenants maken daarbij, z o o m o g e 1 ij k, een schets op liet terrein, welke onmiddellijk na alloop der oefening wordt ingeleverd en vervaardigen na thuiskomst een gevechtsbericht met verslag der genomen maatregelen en de in oorlogstijd nog te nemen maatregelen, welke tengevolge van den vredestoestand achterwege moesten blijven. Schets, gevechtsbericht en verslag worden door den compagniescommandant aan den bataljonscommandant gezonden en verder volgen deze papieren den weg, die thans door het winterwerk ook wordt gevolgd.

Men verkrijgt daardoor, dat het uitwerken der opdrachten veel meelde werkelijkheid nabij komt dan thans en dat het werk geen resultaat is van boekenwijsheid, doch dat men beter over de practische geschiktheid der officieren kan oordeelen.

De compagniescommandant vervult bij deze oefeningen den rol van leider en begeeft zich daarheen, waar hij dit noodig oordeelt.

Bij deze oefeningen, die uit den aard der zaak handelingen uit den velddienst of uit den kleinen oorlog zijn, blijft de soldnat op de hoogte zijner verplichtingen in den velddienst en wordt hij daarin meer en meer bekwaam, terwijl officieren en kader hunne kennis daardoor onderhouden en vermeerderen.

De tactische en wetenschappelijke bijeenkomsten voor officieren kunnen alsdan toch op denzelfden voet doorgaan, als thans het geval is.

Eén ochtend per week wonschen wij officieren, kader en manschappen ter beschikking te zien van den bataljonscommandant tot kaderoefening. Deze kaderoefening kan dan als volgt worden geregeld :

De bataljonscommandant formeert eene afdeeling ter sterkte van 1 tot 4 bataljons, waarvan iedere groep wordt voorgesteld

ocr page 21

10

door eene vlag, die dooreen soldaat wordt gedragen, welke vergezeld wordt door een gewapend soldaat; deze beide manschappen en de vlag staan onder commando van eenen korporaal of onderofficier: vier vlaggen worden gecommandeerd door eenen onderofficier of luitenant, 16 vlaggen door eenen luitenant of' kapitein en 64 vlaggen dooi' eenen kapitein of den bataljonscommandant zelf; dit alles, naar gelang van de beschikbare sterkte en van de grootte der afdeeling, welke de bataljonscommandant zich voorstelt te formeeren. De vlaggen moeten met tusschen-ruimten en op afstanden van elkander marcheeren, zoodanig, dat de front-breedte en de diepte eener gelijke afdeeling op oorlogssterkte worde ingenomen.

Wij beschouwen deze oefening uitsluitend als eene leerschool voor officieren en kader, mits daarbij niet met overhaasting te werk worde gegaan. De vuurleiding kan toch ook worden beoefend, als men elk gewapend man liet vuur laat markeeren.

Ook hierbij zijn wij overtuigd, dat bij eene oordeelkundige leiding en als men ieder commandant den tijd laat. zich rekenschap te geven van zijne handelingen, deze oefeningen zeer veel vruchten kunnen dragen.

De bataljonscomuiandant moet daartoe verscliillende geveclitsmomenten onderstellen en aan de afdeelingsconnnandanten vragen stellen, bijv.. bij het aanvallend gevecht lean hij aan den commandant der reserve de vraag stellen, welke maatregelen hij neemt, als hij uit schuins rechtsche richting granaat vu ui' krijgt, vervolgens, als dit granaatvuur overgaat in granaatkartetsvimr; hij kan denkbeeldige cavalerie-aanvallen laten plaats hebben van verschilh nde zijden. Bij het verdedigend gevecht kan hij den commandant van het soutien vragen, wat hij doet, als hij op. .. M. de artillerie in stelling ziet komen, of wel eene cavalerieafdeeling uit de flank ziet marscheeren.

Dit zijn allerlei vraagpunten, waarvan de afdeelingscommandanten zich tegenwoordig te weinig rekenschap geven. En zoo zijn er meer!

In het kort zouden dus de morgendiensten in dit tijdperk aldus verdeeld zijn: I dag per week schijfschieten, 2 dagen het kader en manschappen ter beschikking van 1 of 2 kapiteins met 2 of 4 luitenants, 1 dag officieren, kader en manschappen ter beschikking van den bataljonscommandant en 's Zaterdags inspectie.

ocr page 22

20

De middaguren zijn bestemd tot oefening onder den luitenant-adjudant, behalve één middag, wanneer de compagniescommandant de gelegenheid heeft de kleinere diensten te laten verrichten.

En hiermede zijn wij aan liet einde van ons betoog gekomen ; het systeem van oefening, dat wij daarin hebben aanbevolen, is natuurlijk een algemeen denkbeeld, dat berust op het bezit van goede oefeningsterreinen en dat naar gelang van plaatselijke en administratieve omstandigheden in zijne détails zou kunnen gewijzigd worden; het hoofddenkbeeld is echter overal door te voeren. Wij wijzen er op, dat het stelsel in zijn geheel dient te worden beschouwd en dat het gebaseerd is op de oefening van den soldaat in de eerste en voornaamste plaats, terwijl het de gelegenheid geeft elk onderdeel op zichzelf weer geheel systematisch te behandelen, hetgeen de zaak behoort te wezen van den compagniescommandant en zijne luitenants.

Dat het aanbeveling verdient, om bij de compagniesoefeningen aan elk officier een bepaald deel der instructie op te dragen, zal men ons gaarne toegeven, daar ook dit beginsel thans reeds wordt gehuldigd.

ocr page 23
ocr page 24