NAAR ZIJNE ERVARING BEHANDELD
DOOR
13 r. L IJ Y T K N.
Tweede vermeerderde en verbeterde uitgaaf.
(Voor rekening van den Schryver).
AM STERDAM
UITCIEVERS-MAATSCHAPPY âELSEVIERquot;.
1899.
«9
iJi:................................................................................................^
IlliilllllllllllllllMIIIIIIIIIMillimillllllllllllllllllllilllllllllMIIIIIIIIIIIIIMIMIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIItlllllllllllllllllllllllllllllllllllllimillll
DE VRAGEN VAN DEN DAG.
DE VRAGEN VAN DEN DAG
naar zijne ervaring belmmlehi
DOOR
Dr. ^V. J j I T Y T
Tweede vermeerderde en verbeterde uitgaaf.
(Voor rekening van den Schrijver).
A M S ï K f! T) A M
lTITCiKVERS-!\tAATSC1IAPl'Y ,,ELSEVTEHquot;. 1890.
VOORBERICHT BIJ DE TWEEDE UITGAVE.
De titel van de vorige uitgave h,ccfl eene wijziging ondergaan door het plaatsen van mijn naam als schrijver; overigens is de eerste uilgaaf slechts weinig veranderd. Men vindt in deze â de eerste uitgave, hij enkele verbeteringen, onveranderd terug, dewijl de daarin hcjiandeld wordende vragen nog niet zijn opgelost en de behandeling hiervan nog steeds actueel blijft. Verder vindt men de opvolgende politieke gebeurtenissen aangegeven lot den huidig en dag, die op de wijs waarop die tot stand gekomen zijn, opnieuw tot een vraag hebben geleid, die waarschijnlijk in de toekomst steeds de quaestie van den dag zal uitmaken â de toekomstige grondwetsherziening.
Als voorstander van algemeen stemrecht is in de eerste uitgave voorspeld, adat men waarschijnlijk ons kiesstelsel zal uitbreiden zoover als de grondwet het toelaat, om daarna gronwetsherzie-ning te vragen, ten einde algemeen stemrecht te verkrijgen.quot;
Met dit denkbeeld voor oog en is het vVervolgquot; der tweede editie geschreven.
Het is nu reeds driemaal dat door mij eene grondwetsherziening is beleefd. De eerste ongeveer alleen letterkundige, na de scheiding van België, door enkele bepalingen die met onze afgescheiden verhouding niet meer overeenkwamen en dientengevolge eene wijziging ondergingen. De tweede in '4S, om aan een algemeen kenbaar geworden en onweersprekelijke behoefle te voldoen. De derde in '87, die de belemmerende bepalingen
in de grondwet deed opnemen tegen de staatsrechterlijke ontwikkeling der natie.
Na deze ervaring wordt door mij cenc grondwetsherziening met bezorgdheid tegemoet gezien. Zoo licht laat men. zich verleiden, om vaststaande denkbeelden van den dag in de grondwet te dooi opnemen, die later blijken alleen belemmeringen in te honden. De laatste grondwetsherziening is hiervan ten voorbeeld ; in '81 had men de overtuiging, dat algemeen stemrecht noodlottig zon zijn voor ons vaderland en wél zoo algemeen en zoo zeker stond dit denkbeeld veest, dat men daarom bepalingen tegen het tot stand komen daarvan in de grondwet opnam. Hierdoor meende men zeker te zijn, dat ons vaderland hiervoor ten allen tijde zou bewaard blij oen.
En hoe denkt men mt, nadat ruim tien jaren verloopen z jn?
Zelfs zij die geen. voorstanders van algemeen stemrecht zijn, zonden het beter vinden dat die beperkende ivoorden voor de samenstelling der kieswet niet in de grondwet voorkwamen.
Misschien dat het beginsel, hieromtrent in mijn geschrift opgenomen, zal worden beaamd. Mocht hierdoor en door de algc.meene beschouwing der vragen, dit schrijven len algemeenen nutte strekken.
I.
PTK )P()RTT( )XEETiE VERKTEZIXGEN.
Proportioueclc verkiezingen â is liet vraagstuk van ilen dag en nog steeds een probleem.
Het is aan de orde van den dagje streven naar verkiezingen, waardoor de verschillende partijen ui evenredigheid vertegenwoordigd worden.
De versehillende richtingen ten opzichte van het staatsbestuur die door meerderen gedeeld worden, noemen zich eene partij en eischen vertegenwoordigd te worden in de wetgevende vergaderingen naar evenredigheid van het numeriek getal van die partij. â Zij hebben er recht op, dat is niet tegen te spreken, liet streven is dit recht te verkrijgen, â doch hoe dit geschieden moet, blijft nog steeds een vraag.
De wijze waarop men de vervulling dier zaak zich voorstelt, komt mij voor geheel en al onuitvoerbaar te zijn.
H oo zal men de partijen onderscheiden? â \\ at vormt eene partij, hoe groot moet daartoe het ledental zijn? Hoeveel partijen moet men aannemen, dat in ons vaderland bestaan?
Hoe eindelijk is liet mogelijk, bij het doorhakken dezer moeiclijkheden, uiting aan de zaak te geven, zoodat iedere geconstitueerde partij een getal vertegenwoordigers verkrijgt, naar evenredigheid van de getalsterkte dier partijen. â Ju één woord: op de wijs zooals men in liet algemeen er naar streeft, komt mij de zaak geheel en al onuitvoerbaar voor.
De richting aan te wijzen, die aan de vervulling van dezen rechtmatigen eisch het meest nabijkomt, is het doel van dit schrijven.
f
Het zij mij vergund de geschiedenis na te gaan, als ooggetuige bijgewoond, waardoor de voor to stellen richting als vanzelvc wordt aangegeven.
Het was bij het optreden als staatsman van den Hoogl. Thortirclr dat zijn woord ongeveer als een evangelie gold. Zijn leerlingen, die een onbegrensd vertrouwen hadden in zijn wetenschap en kennis, vormden in die dagen de kern der liberale partij. In principicelc zaken durfde men den scherpzinnigen geleerde niet tegenspreken. Zijn volgelingen hingen aan zijn woord als steeds groot en onbetwistbaar.
Het nieuwsblad, dat de vraagbaak uitmaakte van de vrijzinnige en onafhankelijke mannen van dien tijd, dat steeds tie tolk was van hunne gevoelens en wenschen â de - [nihciiisrhc ('anrant was de slaafsche dienaar van Mr. Thorhrchc.
Zoo alleen was het mogelijk, dat een dwaling werd aangenomen, zoo groot als misschien zeldzaam voorkomt.
De leer werd in die dagen verkondigd, dat het volmaaktste kiesstelsel zou zijn: dat ieder kie;,rr orer ellen rolhsrer-trycinrnonlliirr ;/)'// stem Icon iilthreiificn. - Bovengenoemd nieuwsblad verkondigde dit denkbeeld als onbetwistbaar en stond dit ten sterkste voor.
Het gevolg van dit alles was, dat in de kieswet zooveel mogelijk uitvoering aan dit denkbeeld werd gegeven.
Dat in de groote steden, als één district, elke kiezer over al de vertegenwoordigers van die steden zoude stemmen, sprak vanzelve. â Doch ook voor de kleine steden richtte men iets dergelijks in. Aan de kleinere steden werden vele plattelandsgemeenten toegevoegd, om op die wijs over meerdere volksvertegenwoordigers door dezelfde kiezers te doen stemmen. â Op die wijs kwam men er toe om twee of drie vertegenwoordigers door die kleine steden tegelijk te doen verkiezen. Zoo trachtte men door zoogenaamde dubbele of drievoudige kiesdistricten zooveel mogelijk aan het denkbeeld, boven genoemd, te voldoen.
Hoewel het hoofddenkbeeld van den grooten meester niet werd tegengesproken, kwam toch aan velen, als aan schrijver dezes, die zaak niet zoo onbetwistbaar voor.
Hoewel in alles aan den grooten meester hangende, hem in alles volgende, kwam hem het volgende voor den geest:
Wanneer dit denkbeeld in de grootste volmaking kon uitgevoerd worden en geheel het vaderland in één kiesdistrict werd vervormd, zoodat elk kiezer over eiken volksvertegenwoordiger
ü
zijn kdii uithreiigen, dan zou incn oene vcilcgenwoonli-
u'iiilt;ï verkrijgen, die slechts ecne enkele ricliting voorstond, die de meerderheid in den hinde uitmaakte, â de liberale in die dagen.
Eentonig zou die vertegenwoordiging zijn, sleehts de vertegenwoordigster van eene enkele partij. Het was duidelijk dat zulk eene vertegenwoordiging niet de uitdrukking was van het land.
Dit laatste moest de vertegenwoordiging toch zijn, wilde zij eene ware volksvertegenwoordiging wezen.
Het was duidelijk dat op die wijs eene vertegenwoordiging van het geheele vaderland niet gegeven werd, sleehts eene enkele partij werd daardoor vertegenwoordigd, de andere richtingen kwamen niet in het minste tut hun reeht, het was of' zij niet hestonden.
Eene ware volksvertegenwoordiging moet de afspiegeling zijn van het land, alle schakeeringen moeten daarin zooveel mogelijk vertegenwoordig 1 worden, zij moet het beeld van het land zelve zijn.
I)( gt;or liet bovengenoemd kiesstelsel wordt dit geheel en al verloochend. Slechts eene enkele partij wordt daardoor vertegenwoordigd. al vormt zij slechts eene geringe meerderheid, de minderheid wordt hierbij geheel genegeerd, het is â alsof' zij niet bestond. -
Het is onweersprekelijk dat aan de minderheden het recht toekomt ook vertegenwoordigd te worden, opdat ook zij zich kunnen doen hooren. â
Welke weg moet hiertoe worden ingeslagen? De richting boven aangegeven leert ons, wanneer deze in al hare volkomenheid verwezenlijkt wordt, dat ten dezen het grootste onrecht wordt gepleegd en alle minderheden worden genegeerd.
De beantwoording van de boven gegeven vraag doet zich hierdoor vanzelve voor, - ecne richting geheel hieraan tegenovergesteld :
\ 'rr(li,('lnifi der h'irsdislrieten in den I leitis! inofjelijla'n ronn. Bij de grootst mogelijke verdeeling der kiesdistricten tot zelfs voor de gemeenteraden toe, zullen de verschillende partijen meerdere gelegenheid hebben tot hun reeht te komen. â De algemeene meerderheid der kiezers zal niet op alle plaatsen die meerderheid uitmaken. â De dubbele en drievoudige kies-distrikten der provinciesteden voor de verkiezing van leden der Tweede Kamer heeft men doen vervallen, doch nog steeds
10
de drie-, vijf- en nogonvoudigo der gTOotc stetlon laten bestaan, Dfschoou liet hoogst waarschijnlijk is, wanneer ook die in enkelvoudige districten verdeeld waren, niet alleen liberale leden zouden verkozen worden. â
Het is te wensclien dat men in dezen toch eindelijk de aangenomen richting â dc verkiezing der leden voor de Tweede Kamer door enkelvoudige districten, consequent zal doorvoeren en de samengestelde districten van de vijf groote steden in enkelvoudige zal oplossen. â
In dc tweede plaats moet voor elk lid der Provinciale Staten een afzonderlijk district gesteld worden. â
Bij het voorstel om de groote kiesdistricten der groote steden te ontbinden en tevens ook dc verkiezing der leden van de Prov. Staten heter te regelen, had de voorsteller zich nog niet los kunnen maken van de vroegere dwaling. â Wel werden de kiesdistricten van eeno gehcele Provincie ontbonden, docii nog altijd werden bij dat voorstel die leden bij vijf en zes tegelijk in één kiesdristriet verkozen. â
Het lijdt geen tegenspraak, dat ook deze verkiezingen bij enkelvoudige districten moet plaats hebben evenals bij de leden van de Tweede Kamer.
Zoo alleen zullen de minderheden beter tot hun recht komen. â Zoo alleen zal dc vertegenwoordiging een afspiegeling worden der gehcele natie, â zoo alleen zal men het naast komen tot de zoogenoemde proportioneele verkiezingen.
Hier rijst nu de vraag, -â kunnen de leden van den gemeenteraad. Kamer van Koophandel enz. enz., niet eveneens door enkelvoudige districten verkozen worden.
Het voordeel er van zou groot zijn. Ook hierbij zouden de verschillende nuances die zieii in de bijzondere plaatsen voordoen zich in de vertegenwoordiging een weg weten te banen. De belangstelling van het algemeen in de verkiezingen zou hierdoor verhoogd worden, de deelneming aan die verkiezingen meer algemeen worden. - In één woord: het politieke leven der natie zou daardoor zeer worden verhoogd.
Zoo zouden dan de kiesdistricten voor de verkiezing van leden der Tweede Kamer kunnen verdeeld worden in onderkiesdistricten voor de verkiezing van leden voor de Provinciale Staten en deze weder in onder-districten voor de verkiezing van leden van den Gemeenteraad.
11
In grootc t'ii niiiKlcr groote steden zou dat alles zeker uit-voerhaar zijn. doeli het is de vraag of dit stelsel tot in de kleinste gemeenten ten platten lande is door te voeren. â Het komt mij voor dat de bezwaren te dien opziehte niet onoverkomelijk zijn.
Dit is zeker, dat op die wijs de verkiezingen veel meer de uitdrukking der natie zouden worden, de vertegenwoordiging meer de afspiegeling der natie zelve en de proportioneele verkiezingen zooveel mogelijk zouden nabijkomen.
Bij de uitbreiding van ons kiesstelsel, \oorer als th i/roi/d-irct dit ioclaat, zal liet l)ij liet aannemen van dezen vorm van verkiezingen misseliien mogelijk zijn, nog geruhnen tijd eene nieuwe grondwetslierziening te voorkomen.
II.
ALGEMEEN STEM RECHT.
T)c snelle ontwikkeliiitr van de Vereenigde Staten van Amerika is eeri zeer opmerkelijk feit.
De nieuwe vindingen der wetenscha]) worden voor een goed lt;leel van daar ons overgehraeht, vooral dezulke die niet berusten o]gt; stelselmatige voorthouwing op bekende gegevens, maai' in het bijzonder die, waarl)ij de geest met sprongen op andere gedachten moet komen.
Op alles is dit toepasselijk: grootsclie ondernemingen, groote kunstwerken soms van geheel nieuwe vinding, worden meermalen van daar ons overgehraeht, meermalen met verbazing door ons vernomen.
Waardoor die snelle en hooge ontwikkeling 'i
jMecrdcre zaken strekken hiervoor ten grondslag, doeh in de eerste plaats behooren hiertoe â de rrijheid, de ijflijkhi'iil ran j/chnorfe en de onhcnnuicnhcid m/t (jcest.
Vrijheid heerscht daar in den grootsten omvang, deze is in ieders geest zoo doorgedrongen, dat het zelfs niet mogelijk zou zijn, dat iemand bepalingen voorstelde die tegen de natuurlijke rechten indmisehten, uit die algemeene vrijheid geboren.
Zooals hier de regeering voorstelt en onze wetgeving dit aanneemt, den burger het recht te benemen wapenen te dragen. â zou iets dergelijks zelfs door geen leek daar durven voorgesteld worden ').
De algemeene en volledige vrijheid is zoozeer in ieders gemoed geworteld, dat het onmogelijk is, daarop inbreuk te maken.
Dit geeft een losheid en vrijheid van doen en handelen, die onwaardeerbaar is voor de algemeene ontwikkeling.
1) I)p liberalen in do Tweede Kamer hadden d'aarbij zelfs geen flaauw begrip van liet dierbaar recht dat ze den burger ontnamen.
13
Xiots staat luni hiervoor in don weg: dooi1 do (ii'üjhhcld raji (ichoorfe zijn liet alleen de gaven van den geest, door de Voor-i('iii(/lt(:l(/ don monsoh gosciionken on do ijver en inspanning die alles over zijn lot beslissen. - Voorzeker gelukkiger kan do eene mensch boven den andoren zijn, doeli geoiie groote gevolgen zonder krachtige inspanning.
Er is nog een derde zaak, die tot niemve vindingen zoozeer aanleiding geot't, dat ik dit hier niet kan voorbijgaan zonder het nader aan to stippen, ofschoon het niet tot het doel van dit sclirijvon behoort.
De natie is van jonge dagtoekoning, zonder antecedenten, plotseling opgetreden in onze hoogo bosebaving. Door geen handelingen hunner voorouders is hnn geest gebonden of vooringenomen.
Gewoon in onze ondo wereld alles te regelen en zooveel mogelijk ten goede te dwingen, heeft men bij ons vooral heil gezocht in het vullen der hoofden van do kinderen met wetenschap. Al gom oen ziet men daarin de grootste weldaad en men ziet niet in. dat bij overdrijving daarvan, do geest verstompt en ovorvuld wordt van do denkbeelden van andoren, denkbeelden, die de jeugdige geest nog niet iu staat is te verwerken on met oen critiscb oog te beschouwen, in één woord, dat do geest wordt bevangen en zijne jeugdige frischhoid verliest. Terwijl het schouwspel ons dagelijks voor oogou komt, dat in die nieuwe wereld, waar gelijkheid en vrijheid ten top zijn gevoerd, veelal de in hun eerste jeugd weinig golot-tordon tot de hoogste ontwikkeling komen.
I)r rrijheid en (!gt;] (jrlijlheiil die (laar l/rrrxr//f, htijf! de ijroiid-sh/fi nm (dtrs, waaronder de grooto gevolgen ontstaan, door ons boven genoemd: zonder die vrijheid en gelijkheid zou al hot overige worden verstikt en bedorven. l)io vrijheid on golijkhoid en losheid van handelen zijn de grootste gegevens voor het ontwikkelen van oen groot gevoel van eigenwaarde, kracht, werkzaamheid, moed en volharding.
Zij weten hot, zij kunnen zich bewegen zooals zij willen, moeten zich inspannen voor hunne ontwikkeling, doch ook niets staat hun in den weg. allen zijn gelijk, â en voor allen staat gelijkelijk do toekomst open.
Naar die gelijkheid wordt ook bij ons gestreefd. Reeds is alle bevoorrechting van adellijke titels vervallen, recht van vor-gadoren, van vrij te sproken en tc schrijven, wordt ons niet meer onthouden. Ken ieder begrijpt hot, dat ons ook gelijke
14
rcehtcn toekomen ten npziclitc van onze regeering. Zelfs wordt dit door de bevoorrechten niet ontkend.
Doch geeft men dit al in woorden toe, geheel iets anders wordt het, wanneer men door daden dit beginsel in toepassing wil brengen.
Het stemrecht over regeeringspersonen. dat ons allen even na is. wordt door den eenen mensch aan den anderen onthouden.
Zij die dit doen geven voor, dat hun door hunne ontwikkeling dat recht toekomt, de anderen, wicn men dit onthoudt, niet bekwaam genoeg daarvoor zijn.
Zooals het altijd gaat bij eene kunstmatige samenstelling, ontwaart men daarbij vele zaken, die te wenschen overlaten; men ziet eindelijk in dat men een gebouw heeft opgetrokken van leemten, gebreken en grieven.
Op de meest verschillende grondslagen heeft men dit gebouw der verkiezingen dan ook gevormd en gewijzigd. Men is begonnen met die verkiezingen te doen plaats hebben met trappen. Op die wijs toch, kon aan eenigen dier minder ontwikkelden een stemrecht gegeven worden, zij konden dan stemmen over hen, die eigenlijk in waarheid moeten stemmen, men had voor hen op die wijs de zaak gemakkelijk gemaakt. En al begingen zij dan wel eens een verkeerde keus naar het oordeel dier meerbevoegden, dan was er zooveel niet overstuur. De eigenlijke keuzen kwamen later. Voor de nog minder ontwikkelden ten plattcnlande voegde men er nog een trap bij, zoodat de invloed van die lieden ongeveer tot nul werd teruggebracht. En dan smaalde men daarna op den weinig ontwikkelden publiekeu geest van die lieden van de derde trap. Die menschen van de derde trap wilden er zelfs niet de minste moeite voor doen. Zeldzaam gaven zij zich de moeite hun stem uit te brengen. De verstandige en bevoorrechte lieden hadden hun dit stemrecht (leyerrii, maar dit zag men duidelijk, zij waren bet nog niet waard.
Men had enkele edelen onder die bevoorrechten, die het wezen van het feit verklaarden, en geholpen door de voor-naamsten van de verongelijkten, de zaak geheel en al verduidelijkten. Het sprak immers vanzelf, men getroost zich geen moeite voor hetgeen geen waarde heeft.
Bij de moeielijkheden, waarin ons vaderland kwam, leerde men meer en meer al de gebreken van dit kiesstelsel kennen ; bij den eenparigsten wil der natie, was het haar niet mogelijk eene volksvertegenwoordiging te verkrijgen, die aan hare wenschen uitdrukking gaf. De trappen, die de verkiezing doorloopen
15
moest, vóór de eigenlijke keuzen plaats hadden, de tijd die daarbij verloren ging, maakten dit onmogelijk. Hierdoor werd liet een ieder duidelijk, dat alleen l»ij mhtshrrlwlir rrrin-â .iiKieii de gewensehte keuzen konden uitgebraelit worden.
Toen ongeveer alle uahuren hierin waren voorgegaan, kwamen eindelijk ook hij ons de reehtstreeksche verkiezingen tot stand.
Eindelijk gaven de hevoorreehton daaraan toe: het reehtstreeksche stemrecht zou worden ingevoerd, maar nu ook moest gezorgd worden, dat men dit stemrecht onder de tot nu toe niet-hevoegden niet te ver uitstrekte, zoodat men dan enkelen van hen zou laten kiezen, die men daarvoor bevoegd zou verklaren. Om zeker te gaan, zou men voor de verkiezing van de leden der Eerste Kamer nog steeds een trap behouden. Hoe nu die enkelen die men rechtstreeks zou laten kiezen gevonden? Hiermede was men spoedig in het reine. De rijkste onder die onbevoegden zou men bevoegd verklaren. Zoo had men de zaak nog aardig in handen. Op die wijs toch kon men die keuze ongeveer tot de vroegere kiezers, bij de getrapte verkiezingen, terugbrengen.
Men gaf als reden en ter verdediging hiervan op, dat men het recht van verkiezing alleen aan hen moest toekennen, die een rifjeu oordeel konden vellen over de te iloene keuze.
Ken eijien oordeel rellen, hiervoor moet gezorgd worden: later â bij meerdere ontwikkeling â kon het kiesstelsel nog wel wat uitgebreid worden.
Het spreekt vanzelve â de meest bekwamen onder die onbevoegden werden hierdoor uitgesloten ').
Jgt;i) die geringe uitbreiding van het kiesstelsel, hij die uitsluiting van vele bekwame menschen, kon het niet anders, dan dat voortdurend de wenseh naar uithreiding van het kiesstelsel werd gehoord, zelfs hoorde men enkele malen liet woord â alj/ciiieeii sfeu/recl/l. â Hiertegen werd echter dooide grootste voorstanders van de uitbreiding van het kiesstelsel ten hoogste gewaarschuwd, altijd zich grondende op het e///r// oordeel vellen.
Lang en lang heeft de roep geduurd, om uitbreiding van het hiexxtelxel Ie rprLrijijen. â Eindelijk was de noodzakelijkheid daarvan bij alle partijen doorgedrongen en de zaak verder niet tegen te houden.
De liberalen â geheel in tegenspraak met hun naam
Schrijver dezes is nog tot den huidigen dag onbevoegd.
16
hadden er veel schuld aan, dat niet vroeger eene uitbreiding van liet kiesstelsel tot stand kwam.
In '87 werd de grondwet herzien. Het nlfictticcii sfctnrcrh! was in die dagen nog de eauehemar van alle riehtingen hij (inze volksvertegenwoordiging. M en moest echter zorgen, was nu de leuze, dat het stemrecht zoo ver werd uitgebreid dat de ontwikkelde werkman aan de verkiezing kon deelnemen.
Dit was de uiterste grens die men zich voorstelde; (ilyciiiccii slrmiref-hi zou een soort van ongeluk zijn voor ons vaderland. â Hij den meerderen roep hiernaar, moest men bij die grondwetsherziening zorgen, dat het algemeen stemrecht bij ons niet kon worden ingevoerd; opdat dit ongeluk niet kon plaats hebben, moest men in de grondwet opnemen dat een kieswet dat kiesrecht zou beperken naar de âgeschiktheid en den maat-sehappelijken welstand , terwijl hiervoor nog eenige nadere bepalingen hij die grondwetsherziening werden ingevoerd.
Zoo was dan het algemeen stemrecht onmogelijk en was men door dat verbod in de grondwet op te nemen, hieromtrent gerust.
Meu staat verstomd over de vooringenomenheid en kortzichtigheid onzer wetgevers, want hierdoor is het alleen te verklaren, dat men tot een dergelijk besluit kwam. Terwijl we gezien hebben dat in AmeriLa den vrij verklaarden slaven het algemeen stemrecht is toegekend, zonder dat het eenige nadee-lige storing heeft teweeggebracht.
\\ ij â eene natie, die ongeveer het eerst in Enfopa vele vrijheden leerde kennen en ruim driehonderd jaren daaronder leefde. Terwijl verder bij de meeste natiën algemeen stemrecht reeds bestaat, moest bij ons in de grondwet bepaald worden, dat dit hier te lande niet mocht ingevoerd worden.
Steeds steunde men hierbij op de medegedeelde stelling â hd ckjch oordeel rellen. Het is hierom dat ik een oogenblik wil stilstaan bij dien eiseh van het ciyoi oordeel reilen.
J)e eiseh van het eigen oordeel vellen over de te doene keuze is een dwaasheid en heeft iu werkelijkheid ongeveer nooit plaats.
Xemen wij de keus van een lid van de Tweede Kamer ten voorbeeld. In den regel is niet één van de honderd kiezers in staat een eigen oordeel te vellen over den canditaat. - Niet alleen dat hij den eandidaat niet kent, maar diens naam heeft hij wellicht vroeger zelfs nooit hooren noemen.
17
Het was nog vóór de grondwetslierziening van '87 en vóór de daarbij tot stand gekomen uitbreiding van het kiesstelsel, dus nog wel toen de bevoegdheid veel beperkter was dan tegenwoordig. â Toevallig bevond ik mij ten platten lande in een district dat mij zeer bekend was, â toen er eene keuze voor de Tweede Kamer moest gedaan worden. â liet was voor mij (onbevoegde) geen onaangenaam tijdverdrijf na te gaan, hoe de landlieden die bevoegd waren, dachten over de te doene keuze.
Ue beide candidaten, die der liberalen en die van de antirevolutionairen, waren bij de landlieden geen bekenden. In den regel had men de candidaten niet gezien of gesproken, zelfs had men vroeger den naam van den anti-revolutionairen candidaat niet hooren noemen Ieder bracht echter zijn stem uit geheel in overeenstemming met zijne persoonlijke gevoelens en ware overtuiging, afgaande op raadgevingen van bij hen vertrouwde vrienden, bekenden en publieke voordrachten.
liet is een dwaasheid en berust geheel en al op dwaling, die eisch â dat de kiezer een eigen oordeel over den candidaat moet vellen. Altijd gaat men af op raadgevingen van vrienden en vertrouwden, wier gevoelens men deelt. â Zelfs in de meest verlichte gedeelten onzer maatschappij gaat dit zoo ; men laat zich voorlichten door vrienden en vertrouwden â de kiesvereenigingen kan men als zulke vrienden en vertrouwden beschouwen in het groot. â De kiezer schenkt zijn vertrouwen aan deze of gene vereeniging, die het meest met zijne gevoelens en wenschen overeenkomt. Eene kies vereeniging is in het groot geheel en al geljjk aan den privaten persoon, wien men zijn vertrouwen schenkt en wiens gevoelen men deelt â Zoo gaat het bij het meest beperkte stemrecht, zoo zal het gaan bij het toekennen van het aan allen toekomend recht, het algemeen stemrecht.
Het nut van het algemeen stemrecht tegenover het beperkt kiesstelsel is belangrijk. Behalve dat hierdoor aan het recht van allen voldaan wordt en in dezen algemeene tevredenheid geeft, bestaat het daarin, dat van buiten af minder invloed kan worden uitgeoefend. Naar evenredigheid dat het stemrecht zich uitbreidt, in diezelfde mate neemt de invloed af die vreemden daarop hebben en die van de regeering in het bijzonder. Bij enkele personen kan men in stilte en in het geheim soms veel teweegbrengen, bij massa's kan alleen de zaak publiek behandeld worden
18
In de grondwet werd dan opgenomen, dat in ons vaderland algemeen stemrecht niet mocht worden ingevoerd. Zoo meende men er zeker van te zijn, dat zulk een ongeluk in ons vaderland niet kon plaats hebben.
Alsof men eene natie haar recht zou kunnen onthouden door eenige regels schrift!
Er werd ongeveer met algemeen goedvinden in de grondwet opgenomen, zooals boven reeds is aangestipt, dat een kieswet het kiesrecht zou beperken naar de âgeschiktheid en maat-schappeliiken welstandquot;, terwijl verder alles in overeenstemming hiermede werd gebracht.
Men zal waarschijnlijk in de toekomst de proef nemen, het kiesrecht uit te breiden tot de uiterste grens die naar de grondwet wordt toegelaten. Wanneer die uitbreiding niet ongeveer tot algemeen stemrecht kan worden gebracht, zal de roep om algemeen kiesrecht, het recht van allen, steeds blijven bestaan. Bij de minste grief die in het regeerings-beleid voorkomt, zal die onweerstaanbaar worden.
Elke partij die minderheid is, zal daarin haar hoop vinden. Het streven daarnaar zal meer en meer algemeen worden. Wat nu nog slechts bij enkele stemmen gehoord wordt, zal later de algemeene wensch der natie zijn.
Al die belemmerende bepalingen in de grondwet tegen het algemeene recht en de vrijheid, zij hebben geen ander gevolg, dan het werk brozer maken dat men opricht. â Zij hebben geen ander gevolg dan dat er voortdurend in de grondwet wordt gewroet. â
Het moet voor een Engelschman een vreemd aanschouwen zijn, dat bij ons voortdurend zoo aan die grondwet wordt getobd.
Wanneer de uitbreiding niet, zoo als boven gezegd, kan plaats hebben, is het waarschijnlijk spoedig te wachten dat de roep algemeen zal worden:
Grondwetsherziening om algemeen don recht te verkrijgen.
III.
GESCHIE1 )KUM)IGE BESC'HOUWIXGEX TEX OPZICHTE VAX HET ONTSTAAN EX HET ZIJN DER TEGENWOORDIGE PARTIJEN, IN HET BIJZOXDER VAN DE EIBERALE PARTIJ.
Hot is een reeks van jaren, dat door mij de strijd is aan-sehomvd, die onze natie heeft doorworsteld. â De heugenis dagteekent van ons afzonderlijk volksbestaan af, â van den tijd af dat ons land van Beh/ir gescheiden werd.
Bij die afscheiding van Belfiic, was onze volksvertegenwoordiging gekozen door de zoogenaamde verkiezingen niet trappen. â Men ziet het nu nog hij onze Eerste Kamer hoeveel tijd er noodig is, en hoe moeiclijk het is, om met zulk een kiesstelsel verandering te verkrijgen in de volksvertegenwoordiging. Bij den meest ingespannen wil, hij het krachtigste streven was het toen niet mogelijk hierin verandering te brengen, daar er twee en drie trappen bestonden, zooals er nu twee gegeven worden voor de verkiezing der leden van de Kcrsfc Kamer.
De regeering kon er niet toe overgaan, den door het verkleinde Xederland zoozeer gewensehten vrede met België te sluiten. â Terwijl de geheele schuldenlast op ons drukte, hield men een oorlogstoestand iu wezen, die onze financiën ten hoogste ondermijnde.
Bij de filtratie die, in die verkiezingen met trappen, onze volksvertegenwoordiging onderging, kon de regeering alles ten uitvoer brengen wat zij wilde, alleen de schijn en wettelijke vorm werden bewaard. Gebruik van fondsen, waar zij niet voor bestemd waren, had veel malen plaats.
20
Onze volks vertegenwoordiging liet liet l)ij praatjes en losse bedreigingen, «jin het vervolg liet budget te zullen atstennnen, enz. Zoo ging het jaar in jaar uit. Steeds werd de oorlogstoestand in het leven gehouden, tegen het belang en tegen den wenseh der natie. Het zoogenaamde sfrlsrl ran rollicinlnifi.
Niets liever wenschte de natie dan voorgoed van Bely/r gescheiden te zijn.
Door den finaiieicelcn nood gedrongen, moest men eindelijk wel toegeven eu de vrede ivwain tot stand, l^e ware tinancieele toestand moest nu voor den dag komen.
Een huivering ging er doorliet land. \ oor ieder was liet dni-deli'k. dat onze volksvertegenwoordiging de grootste schuld had. Aan ieder was het bekend, hoe de natie niaehteloos was, daarin verandering te brengen. Openbaar werd het verkondigd, dat de regeering, bij deze wijs van verkiezing, de slechtste was van alle. Eenc despotisebe was verre daarboven te verkiezen ; bij den regeeringsvorm dien wij nu hadden, kon men despoot zijn en de verantwoordelijkheid grootendeels of geheel op de vertegenwoordigers der natie doen overgaan.
Rechffifrrrï'srJie rrrkir:, it/ycit, deze alleen konden in het vervolg de natie bewaren voor de herhaling van dergelijke ongelukken als we nu beleefden.
Het vroeger zoo gevierde hoofd van den staat moest aftreden en gaf de tengels der regeering aan Koning l(7//fw // over.
De weinig beteekenende veranderingen die in do grondwet waren gebracht als noodwendig gevolg der scheiding van Ilchju . ijaven volstrekt geene tevredenheid aan de ontevredeno natie.
De financiecle nood steeg meer en meer ook bij de grootste bezuinigingen, hot staatsbankroet stond voor de deur, en onze eerlijke natie ijsde daarvan terug.
Daardoor alleen was het mogelijk, dat een geweldige maat-reii'el met ti'oed gevolg bekroond werd.
De oordeelknndige, bekwame en stoute staatsman Van Hall redde het vaderland uit den nood, waarin het verkeerde, dooide zoogenaamde (jedu'onficii vi'ijirillific Iccimifi van 1844.
Xa die kraehtsinspamiing verminderde de ontevredenheid niet, en meer nog dan vroeger, meende de natie recht te heli-ben om hare vertegenwoordigers te kunnen verkiezen, zooals zij dit verlangde.
Als natuurlijk gevolg stelden zich de meest uitgelezene mannen van het vaderland aan bet hoofd van die mensclien en traden als woordvoerders en verdedigers van het volk op.
21
De edele en vrijheidlievende Ln-.ac had reeds jarenhmg in de volksvertegen\voordiging ()p])()sitio gevoerd en het noodlot voorspeld, dat we beleefden. Nieuwe namen voegden zieli hierhij Donker Cmil/i*. De Kciiippiiacr q\\ vele anderen; de Hoogl. Thorhecl;e aan de Leidsche academie was hun woordvoerder en hun schrijver.
Dit was het schoonste tijdperk van al die vrijzinnige mannen. - Alleen de vrijheid hunner natie hadden zij voor oogen. In spreken en handelen waren zij zieii zelve bewust, de geheele natie achter zich te hebben. Slechts een kleine regeeringspartij maakte hierop eene uitzondering.
Door dit gevoel van kracht werden zij wel eens wat te ver gedreven in bijzondere richtingen. . . . Hieronder behoort de bezuinigingswoede. ThnrhrcLc wilde zelfs op liet budget van oorlog millioenen bezuinigen, waarbij men toen reeds groote bezuiniging had aangebracht en de meeste eenvoudigheid in acht nam.
Zoo werden regimenten op regimenten van onze armee afgekapt en moesten eindelijk alle muziekkorpsen van de overige afdeelingen ontbonden worden, ais nog overtollige weelde. -Deze laatste besparing van een tonne gouds heeft mij waarlijk leed gedaan. Mij die het muziekkorps der 10de afdeeling zoo goed luid gekend en dat door mij zoo hoog werd gewaardeerd.
Maar de natie had eenmaal genoeg van de vorige verkwistingen. ook hierin voelden zij de natie achter zich. De schrik zat er nog in van de geldverkwisterij en tekortkomingen op het budget.
Intusschen word de roep naar grondwetsherziening met rechtstreeksche verkiezingen, steeds grooter en grooter, het werd eindelijk do wensch van de geheele natie. De nieuwsbladen gaven daar de uiting van. Er kwamen meermalen artikels voor, die de somberste stemming nalieten. Drukpersvervolgingen hadden plaats, die tot niets leidden, dan tot vermeerdering van bitterheid. Evenals vroeger, bij hot stelsel van volharding, bleef men ook nu volhouden; men kon niet besluiten grondwetsherziening toe te staan, waarvan de rechtstreeksche verkiezingen het waarschijnlijk gevolg zouden zijn. Met ging toen met de rechtstreeksche verkiezingen als nu met het algemeen stemrecht.
Halsstarrig bleef men volhouden. Bij het gefiltreerde kiesstelsel. bepaalde zich de oppositie in de Tweede Kamer tot slechts enkele leden. De Eerste Kamer bleef steeds het stille en gewillige werktuig der regeering. lgt;ij de onmacht onzer
22
gehcclc natie, dio ongeveer als één man slechts één wensch had, â werd alles gespannen als een koord.
In het jaar 48 brak in Firu/lrijt de revolutie uit. In ons van nature zoo geduldig en rustig vaderland, bracht dit een buitengewonen sehok teweeg, liij de geheelc natie toch bestond er groote ontevredenheid, het was slechts een kleine regee-ringspartij die daarvan afweek. Ook in ons rustig vaderland kwamen er verdachte verschijnselen voor.
AVanneer eene natie als één man sleebts één wenseh heelt, moet die vervuld worden, de omkeering komt als het ware vanzclve tot stand. Het kleine gedeelte tegenstanders schuilt weg en gaat verloren.
Het is daarentegen zoo dwaas van eene kleine â betrekkelijk nietige â partij â quot; den staat om te spreken van oproer en opstand, â zij is het kleine gedeelte dat weg moet schuilen, wanneer de natie op de heen komt.
De naderende opstand kondigde zicii aan in vreedzame optochten en andere zaken. â De moedige Koning Willem de tweede trad eenmaal uit zijn paleis op zulk een optocht toe, om het volk te woord te staan.
J)e Koning nam de meest wijze partij, die gekozen kon worden, nam het initiatief, â en verklaarde dat de grondwet zou herzien worden. - De Koning benoemde eene commissie van de meest uitgelezene, meest populaire mannen om hem daarvoor een ontwerp te leveren.
Het is verbazend welk eene ontspanning dit koninklijk woord teweegbracht!
Niettemin oordeelde de regeering het noodig, terwijl het ministerie in afwachting bleef zooals het was, dat de minister van Justitie aftrad en vervangen zou worden door Mr. Donker Ciirfins â (een der hevigste oppositiemaunen en der meest populaire van dien tijd). â Men verlangde, dat hij dit ministerschap in het bestaande ministerie zou aanvaarden als vaderlandslievende daad. â Bonhcr CiirUnx nam op de gewone wijze het ministerschap over, waarvan de kleinste bijzonderheden door alle nieuwsbladen werden medegedeeld.
Er verscheen nu in de Staatscourant de mededeeling van den Minister, hoe de overheid bij hel ontstaan van oproer te handelen had.
Voor ons burgers bestond er geen reden meer tot opstand, wij voelden ons bij die verandering volkomen tevreden en voldaan, terwijl wij ons bestuurd gevoelden door ecu vaste hand.
23
die ons zou vrijwaren voor allo onaangenaaniheden, die door toedoen van het niet denkend gedeelte der natie zou bedreven worden, na den geweldig gespannen toestand die er bestaan had.
Het voorstel der grondwetsherziening van de commissie, waarvan de Hoogl. Thorheckc de hoofdpersoon was, werd aan den Koning als raadgevend advies ingezonden en publiek gemaakt. Het voldeed aan aller wensehen; do vrijzinnige bepalingen der grondwet van 48 zijn daarvan afkomstig.
J)e grondwotsher/ioning kwam tot stand, rechtstreclxrhr rrr-iiu/cn werden ingevoerd.
Hierop nu volgt het eigenlijke leven van do lihcrnlc pnrij.
J)c verkiezingen ')ij directe keuze waren geheel iu dien geest uitgevallen en do volksvertegenwoordigers bostonden voor een goed doel uit de vroegere loorlingon van den Hoogl. Thorljprie, met den Heer Thnrberl-c aan het hoofd.
De Koning, wien de Hoogl. ThorhcrLc niet zoor gevallig was, benoemde oen ministerie uit de meest populaire mannen, waaronder Lir.ac en Donhrr ('iirlnis.
Men was in hot algemeen zeer voldaan met don looj) dor zaken. Niet zoo de iiiouwsbladeu on in liet bijzonder do Arn-hemsrhc cnnvcnii. Van het eerste oogonhlik af. van hot optreden van dit ministerie word hot door die courant hestreden, evenals door de volksvortegenwoordigors mot don Hoogl. Thorhcrkr aan hot hoofd.
De onafhankelijke vrijziimigo toeschouwer, die niets wist van do geheimen der politiek, verbaasde zich over dit feit; doch â deed er hot zwijgen toe. Te meer beruste hij hierin, daar de talonten van den Hr. Thnrhrrlc zoo hoog werden geroemd, dat hij ook daardoor mot hot algemeen modoging.
Veel hoorde men van hot âorganisoerend hoofdquot;, het was voor ons burgers alsof er oen soort wonder aan het bestuur zou zijn, als do Hr. Thorhrrl-r ministor was. Hot organisoerend hoofd moest aan het bestuur zijn, daar alles op nieuwe grondslagen moest rusten.
Het âorganisoerend hoofdquot; niets minder dan dat woord, verdiende de Hoogl. Thorhcrhr. De Hoogl. had oen scherpen, critischen blik en had daardoor do eigenschap het goede van anderen to orkonnon en over te nemen. De iicn/eeiifetrcf on kiestcet, wetten als zijn schoonste wetten geprezen, waren voor oen goed dool uit de Belgische overgenomen.
Na veel politiek geharrewar kwam eindelijk het ministerie Thorherhr tot stand. Voel strijd had het gekost en meerdore
24
ministerien werden tot aftreden gedwongen. De vroeger zoo ])opnlaire mannen vergingen als sneeuw voor de zon. zoodat eindelijk aan het optreden van dat ministerie geen weerstand
langer te bieden was.
Alles wnt wij vroeger liefgehud hadden werd door den Heer Pliorljpcli)' overboord gesmeten; liij richtte een ministerie op van nieuwe mannen, geheel naar zijn smaak.
Zoo groot was in dien tijd de populariteit van den Heer Tl/orltrr-lc en het vertrouwen in zijn beleid, dat niets daaraan
weerstand kon bieden.
Het hoofd van den Staat heeft in die dagen, ook wederom zeer wijs aan den volkswaan toegegeven. Thorbcckc was in die dagen een soort wonder van bekwaamheid, hij was âeen te UToot Staatsman voor zulk een klein land .
Lansrzaiuerhand toen het ministerie aan het werk \\agt;. bekoelde do grootste geestdrift. Wonderen gebeurden er niet en het sjinsj' preeies zooals onder andere ministeriën. â De beste wetten onder dit ministerie waren van Van 1 losse afkomstig, waaronder in het bijzonder de scheepvaartwetten genoemd mogen worden, geen verandering heeft in die wetten later plaatgt; irehad: in den regel moesten de wetten van den Heer Thor-hcchr (soms herhaalde malen) herzien worden, dewijl er zooveel ontbrak en er zulke groote leemten in voorkwamen. Overgenomen uit dezelfde wetten van een ander rijk, kwamen daarin later, zooals natuurlijk is, vele leemten aan den dag.
De volksvertegenwoordiging was hem steeds getrouw én in het omverwerpen van vroegere ministeriën én bij de ondersteuning van het zijne. Zoodat de tegenpartij of oppositie aan die volksvertegenwoordigers wel eens den naam gaf van âstem-machinesquot;.
Die stemmachines, ongeveer alle vrijzinnige mannen, waren onze toen zeer geliefde volksvertegenwoordigers. Zij maakten de liheralr parfij uit in de Kamer.
Thorhcckc duldde ook geen afvalligheid in eenig ontwerp, door dik en dun moesten zij met hem mede, vandaar ook dat zij gedurende het leven van den Hoer Thorhcckc en nog wel later Thorhcchcmien genoemd zijn.
De nieuwsbladen moesten ook alles vergoden, \\at dooi den leider gezegd en beweerd werd. Mochten al enkele couranten zich een bescheiden aanmerking veroorloven, de Anihcn/-schc Coiircuit hield zich. evenals de Thorheckcaansche volksvertegenwoordiging, trouw aan elk woord, aan elk gevoelen van den leider.
De grootste clwausjiedon in geschrifte verdedigd te ;den. ijiiat niet lang; onwillekeurig ontzegt men aan zuik een blad zijn svmpathie. Men komt tot de overtuiging dat zulk een blad een persoonlijke politiek voert, hemelsbreed verschillende van den vroe-«eren strijd voor de vrijzinnige beginselen. De Arnhemsche Courant is daardoor spoedig afgedaald tot een gewoon stedelijk blad.
Ik zeü' de grootste dwaasheden: ter rechtvaardiging hiervan wil ik aan twee zaken herinneren.
T. De wet waarbij een kunstmatig domicilie van onderstand werd in het leven gehouden.
In de dagen van de behandeling van dit wetsvoorstel door â¢Minister Thorbeeke. door bijzondere omstandigheden zeer bekend met armenverzorging, was mij ai het nadeel van het kunstmatig domicilie van onderstand zeer bekend: al de moeite der administratie, alle duisterheden, alle twistpunten, strijd waarbij het oordeel van Gedeputeerde. Provinciale Staten werd ingeroepen, of wel rechtsgedingen ontstonden, terwijl anderen over zijn eigen kas beschikten en eindelijk het groote nadeel voor de armen zelve, ja â dat daardoor soms armlastigen gemaakt werden ot daartoe werden verleid. Elk kunstmatig aannemen van domicilie van onderstand bleef hierin hetzelfde, hetzij dat een vierjarig-verblijf. hetzij dat de geboorteplaats, hetzij dat een gemengd stelsel hiervoor werd aangenomen.
Het wekte bij mij de grootste verbazing op, met welk aplomb en zekerheid zijner zaak de minister 1 horbecke dit valsche beginsel verdedigde.
Het tweede voorbeeld is het denkbeeld, dat het volmaaktste kiesstelsel daarin bestond, dat elke kiezer over eiken volksvertegenwoordiger zijn stem zou uitbrengen.
Boven reeds in het schrijven over de verkiezingen is dit aangegeven en de gevolgen hiervan.
Xaar het rijtje af zouden naar dit' leer de liberalen, die in die dagen de meerderheid in het land uitmaakten, gekozen zijn.
Geen andere reden kon voor deze dwaling gevonden worden, dan de geest van het liberalisme, om alles liberaal te maken.
Zooals wij reeds vroeger zagen, de twee- of drievoudige kiesdistricten en de enkelvoudige districten der groote steden zijn daarvan het gevolg.
Het gevolg van het een en ander was, dat langzamerhand het prestige van den grooten meester zeer begon te verilau-wen. Het denkbeeld van de grootheid en onfeilbaarheid van den Heer Tliorhrfhc begon bij velen zeer te dalen.
26
Ook was or con man opgestaan in do Twoede Kamer, oruotseh van gestalte door zijn grooto kennis en geestelijke gaven, verheven in leven en wuiulc!. heilig overtuigd in deu strijd dien hij aanvaardde, oprecht en eerlijk in alles.
Als een profeet onder de ongeloovigen verkondigde hij ecu nieuwe politieke leer, die hij de antirevolutionaire noemde; uitgaande van het beginsel dat de leer die dc Heer Thorbeeke met de zijnen vertegenwoordigde, moest uitloopen op eene alge-heele omkeering in onze maatschappij, op eene revolutie, noemde hij daarom zijne richting de ai/hreroliif/oiio/re.
Het was schoon dc woorden te lezen van dien begaafden spreker, die met een taai geduld, tegenover de gemelijke toehoorders steeds voortging in zijne vaste overtuiging.
Niet den minsten invloed hadden zijne woorden. Men hoorde hem, men lachte zooveel mogelijk om hem en eenmaalhetuigde een der getrouwste volgelingen van Thofhechv dat het al wel van hen (de liberalen) was, dat ze hem aannoorden. )
Dc redenaar bleef steeds halm, heeft nooit iemand de minste heleediging toegevoegd, voortgaande met innige overtuiging zijne beginselen te verkondigen. â Eenmaal zelfs vroeg hij aan de Thorbeekcanen versehooning, dat hij zoo dikwijls het woord moest voeren, dewijl zijn politiek inzicht door hen/ alleen werd verduidelijkt. Groeit had in dien tijd slechts twee of drie volgelingen, die â wat bekwaamheid aangaat, niet in zijn schaduw kouden staan en dientengevolge het woord aan hun leider overlieten.
Zooals ik hierboven zeide, was het denkbeeld dat de Hr. Thorbeele wonderen zou doen reeds lang voorbijgegaan en in het algemeen zijn luister zeer aan liet tanen.
Hierop volgt het jaar 1852. De Catholiekc hierarchic werd door den Paus hersteld.
Inpolitiek werd dit gedaan!
Het werd gedaan met een soort sarring en verguizing van hetgeen door het grootste gedeelte der natie, van kindsgebeente af, het meest was vereerd.
Als een eenig man, buitcu de Oatholicken, kwam de Ncder-landsche natie hiertegen op. De Israëlieten meer nog dan de
i) Nomina sunt odiosa; en het is con vaste stelregel in de samenstel-liim- van dit schrijven niemand ir hot minst te grieven. â Deze naam zou dus niet genoemd worden al boschnkligdo men don schrijver van onnauwkeurigheid. â âTel niaitro tel valet,quot; schroef toen een nieuwsblad.
Protestanten. De een uit innerlijke overtuiging, dut het een sehande was dat hersteld werd, wat door zoo hioedigen krijg der vaderen was weggenomen; de ander, die het goed recht en het niets beteekenende daarvan erkende, om de beleedi-gende woorden over degenen door hem altijd zoo hoog gewaardeerd en vereerd. â Zoo was alles een.
âEr ging een rilling over het land' ') en er was slechts eene kleine vonk noodig geweest tot eene algemeene uitbarsting.
De bezadigden en verstandigen in ons vaderland, die de zaak goed begrepen, deden alles wat ze konden om het opgewekte gevoel tot bedaren te brengen; zelfs de synode der gereformeerde kerk gaf een manifest uit en maande tot bedaren, .onder woorden die den trotschen bisschop van Ron/r niet aangenaam in de ooren moeten geklonken hebben' ; doch zoo iets was noodig.
De liberale partij met Thnrheche aau het hoofd moest het echter misgelden. Het ministerie moest aftreden, en de gruwel aan de Be Wiffcn gepleegd zich herinnerende, ging de leider cenigen tijd naar een vriend in Urcda.
Welk een ommekeer!
Het was echter voor het volk niet genoeg, de volksverte-trenwoordiging moest ontbonden worden. Overal waar men kon werden de liberalen uit de Kamer verdreven, andere vertegenwoordigers in hun plaats gesteld. De zoogenaamde conservatieven kregen de meerderheid.
De conservatieve partij, die in het begin voornamelijk bestond uit tegenstanders van de vrijzinnige grondwetsherziening en daarop versterkt werd door de talentvolle mannen, welke Mr. Thorbeclic overboord gesmeten had. Hierin toch bleef de leider onverzettelijk. Minister Van Bosse had eenmaal zitting genomen in een ministerie waarvan ThoyhecLc niet het hoofd was, daarom mocht Van Bosse in geen van zijne beide latere ministeriën zitting hebben, ofschoon hij in zijn eerste ministerie de meest eervolle plaats had ingenomen.
Volgens Groen bestond de conservatieve partij uit achterblijvers van de liberale paitij. Deze leider hield zich daarom trouw van de conservatieve partij gescheiden; vandaar zijn beginsel: nin. ons isolement Injt one hvewhi.
Deze partij was ook van dit oogenblik af eene ware partij. De volgelingen van Groen, waren met zes of zeven leden
') Wonrdcn van don Hr. Thnrhrchr.
28
versterkt, en deze leider kon van nu af als eene belangrijke wit!: tiisschcnbeide komen.
Men begrijpt, â dat de Catholieke partij, tot nu toe één met de liberalen, van dit oogenblik af volbloed Tliorbeckeanen waren.
Er was dus voor de regeeringspartij (de conservatieven) eene groote oppositie en deze had de hulp der antirevolutionairen zeer noodig.
De leider dezer partij was nu gevierd en geëerd. Het was een lieflijk gezicht, dien eervollen man met de reinste, de heiligste bedoelingen hij zijn innige overtuiging, zoo gevierd en vereerd te zien in die dagen.
Dit was het glansrijke tijdperk van die partij in de dagen van (irocn. JJij het herstel der liberale partij versmolt ook langzamerhand liet getal zijner volgelingen voor een goed deel. In ééne zaak faalde die oorspronkelijke leider. In de heiligheid zijner overtuiging, had hij het begrip, dat zijne beginselen bij allen alles moesten doen. Hij iiield niet genoeg rekening met de mensebclijke zwakheden, waarom steun, opwekking en leiding noodig is. Zijn opvolger heeft zeer spoedig deze leemte in de leiding van (ironi ingezien en met het grootste talent deze verbeterd, waarvan eene groote uitbreiding der partij het gevolg is.
Xa de voldoening aan de publieke opinie gegeven, het vervangen der liberale volksvertegenwoordigers, liet vervangen van het liberale ministerie, kwam langzamerhand alles weer tut rust.
Langzamerhand trad de vroegere toestand weder geheel in. en zou na eenige jaren een tweede ministerie Thorhrcl.c weder (iptreden. De nieuwsbladen hadden het goed recht der Catho-lieken duidelijk gemaakt, zonder in verdediging te treden van de wijze, waarop de Hiërarchie hersteld was.
De liberale partij was steeds trouw gebleven aan den meester. Langzamerhand werd de wensch naar een liberaal ministerie meer uitgedrukt, natuurlijk moest daarvan de Hoogl. Tl/orljeckr het hoofd zijn. Het kwam niet meer in de gedachte, aan het wonder van vroeger te denken, evenmin sprak men meer van het âorynni-seercud hoofd.quot; Het was alles meer in den gewonen vorm, de Hr. Thorhecl;c was hoofd der oppositie geweest en werd nu het hoofd van het liberale ministerie.
Meer nog, velen onder de liberalen, of liever, de ware vrijzinnigen die zich steeds op een onafhankelijk standpunt gelion-
29
dfii hadden, waren slechts ten halve tevreden met den loop der zaken, /ij bleven neutraal om later in volslagen tegenstanders van den leider over te gaan, de persoonlijke politiek van en voor den leider hinderde hen zeer, en dit was een der hoofdmomenten in het ontstaan dezer overtuiging.
Het was niet meer voor hun oogde strijd voor beginselen, zoo-als die bestond voor de grondwetsherziening, /ij wisten met. waarom de leider juist aan het hoofd moest staan, en welk heti'insel nu juist in het hijzonder zou worden uitgewerkt, sleehts ééne zaak zagen zij in de tegenwoordige liberale partij: weerstand bieden aan al hetgeen huiten hunne partij was gelegen om het getal van hun verbond steeds bijeen te houden en liet ledental daarvan te doen toenemen.
Xoch in het vaderland, noch in de volksvertegenwoordiging, had de leider de kracht meer van vroeger. Meerdere volksvertegenwoordigers kwamen er onder de liberalen voor, die geen leerlingen van den Hr. 77^0/7^7,rmeer waren en dientengevolge zich meer onafhankelijk hielden ten opzichte van den meester.
Niet veel kwam er in dit liberale ministerie tot stand, terwijl de leider eindelijk zijn bewind nederlegde op weinig eervolle wijze.
De veetvphns was ontstaan. De minister van binnenlandsclie zaken, (de leider der liberale partij] gaf steeds goeden raad. dat men zoo en zoo moest handelen, dat zouden die goede landlieden wel doen, immers, bet was hun eigen belang.
/00 dwaas en krachteloos ging men voort; intusschen nam de veetvphus steeds en steeds toe en breidde zich voortdurend uit. Eindelijk stierven er wekelijks 7 a Sduizend beesten aan die ziekte. Het maakte op ons vrijzinnigen en tegenstanders der liberalen een geweldigen indruk en het begon ons ten hoogste te verontrusten. Het schijnt dat bij het liberale ministerie ditzelfde gevoel bestaan heeft, en 7hoi'hcch'c legde om eene niets beduidende reden zijn bewind neder. Hij liep weg â zooals de schrijver dezes het toen noemde.
/00 kwamen de conservatieven weder aan het bewind. Mr. fl/'f'it/sL'ci'l: volgde den leider op als minister van Binnenland-sehe /aken. Die minister heeft met talent deze zaak behandeld.
Zoolang de veetvphus duurde, was de oppositie der liberalen. onder aanvoering van den leider, zeer gematigd. Nauwelijks echter was de veetvphus uitgeroeid of de oppositie trad wederom op met alle kracht; het ministerie werd door de liberalen, met Thorbecke aan bet hoofd, weder afgebroken. De leider had hierin een groot talent.
30
Minder no^ clan vroeger was hij het optreden van het derde ministerieâThorhrckc eenige kracht gelegen. De leider moest zich nu schikken en plooien. Het was waarlijk droevig om te zicu. hoe zijn laatste werk (de slechte en dure geneeskundige wetten) tot stand kwam.
De grootc zwakte van het ministerie was daardoor vermeerderd, dat er een strijd was ontstaan in het ministerie zelve.
Een collega was niet onderdanig genoeg geweest aan den leider; een brouille was daarvan liet gevolg. Zulk een brouille in eene niet krachtige partij is bijna doodelijk.
Ook in de politieke bladen drong dit door en er was een groot, veel gelezen blad, dat tegen den leider voor den ontevreden minister partij koos. Xog meer werd hierdoor het ministerie van den leider verzwakt.
Wij â onafhankelijken, die den strijd stil aanschouwden, given den ontevreden minister volkomen gelijk en zagen er niet anders in, dan een dwingelandij van den leider tegenover een collega die niet onderdanig genoeg was. Dit laatste overboord smijten heeft nog veel bijgedragen tot de latere krachteloosheid van den leider.
In het jaar 1872 werd de loopbaan van den Hr. Thorbccir door de voorzienigheid gesloten.
De liberale partij was nu zonder hoofd. De persoonlijke politiek was nu vervallen. Het was een moeielijk tijdperk voor haar. Waarvoor streed zij? Voor vrijzinnige beginselen? Zij heeft alles tot den huidigen dag tegengewerkt, wat werkelijk vrijzinnig was. Wanneer een voorstel gedaan werd, waarbij het kiesstelsel zou worden uitgebreid, was zij er tegen. W an-neer men de dubbele kiesdistricten wilde scheiden, was zij er tegen. Wanneer men de gecombineerde kiesdistricten van de grootc steden zou willen scheiden, zou zij er tegen zijn. Het is toch niet onwaarschijnlijk, dat die scheiding eenig nadeel zou doen aan het numeriek der liberalen.
Dit nu is haar waar beginsel, dit is het, wat het streven der liberalen is. Het getal der liberalen bij elkander houden, het getal der liberalen vermeerderen, is haar hoofddoel.
Zoo behoeft men slechts den naam aan te nemen een liberaal te zijn en men is geholpen, tenzij de partij nog een beteren liberaal vindt âeen liberaal van meer uitgedrukte, meer zuivere beginselen;quot; zoo heeft men liberalen, betere liberalen en eindelijk liberalen van de beste soort, echte liberalen.
Terugdeinzen voor het maken van ingrijpende wetten, dewijl men niet weet of de populariteit daardoor wel bevorderd zal
:!1
â worden; zoo mogelijk dit aan de tegenpartij overlaten; wanneer deze aan het bestuur is, haar daartoe te drijven, was steeds haar handelen en streven.
Zoo kwam de schoolwet van 56 tot stand
Het gevolg was echter tegenovergesteld aan de verwachting der liberalen.
Het numeriek getal der liberalen is daarna verminderd en dat der clericalen toegenomen, zoodat ze ten tijde der eerste uitgaaf numeriek reeds do meerderheid hadden.
Men is dus én bij bet maken der wet én bij het herzien daarvan zeer bedrogen uitgekomen, terwijl hierbij hoofddoel was, zooals steeds vroeger, uitbreiding der partij.
Door den langen duur van haar bestaan heeft zij gemeend alles te kunnen doen en dezelfde blijven, over alles te kunnen heenstappen, wanneer het hoofddoel, de uitbreiding der partij, slechts bevorderd werd.
Het gevolg biervan was eene afwending van vele vroegere aanhangers van die partij, die steeds zal toenemen. Eene omkeering moet daarvan het gevolg zijn. Do loop hiervan zal in het volgend hoofdstuk behandeld worden.
') De wet werd door een anti-revolutionair (F. d. Brugyhen), die zitting had in een conservatief ministerie, voorgedragen. Zij was echter zoo weinig naar den zin van den leider der anti-revolutionaire partij, dat hij bij het behandelen daarvan de opmerkelijke woorden sprak: â]k heb u lief, maar beklaag u.quot; Van stonde af was er dus strijd van de anti-revolutionaire zijde tegen deze wet, waarbij zich eerst later de Katholieken aansloten.
Om een einde te maken aan den drang van die twee partijen, ââ (do verzoekschriften der liberalen waren kunstmatig, door enkele personen in het leven geroepen) â zou de minister Kappe/ne van de Copello, die in die dagen minister van binnenlandsche zaken was, die zaak eens ter hand nemen.
Bij die herziening der schoolwet was een der voornaamste bedoelingen, in plaats van aan het verlangen der clericalen te voldoen, de wet tegen die partijen dienstbaar te maken. Het voorstel dier wet zou het budget door inrichting en uitbreiding, den lande te staan komen op eene uitgave van 7 a 8 millioen Dit alles deerde echter de liberalen niet; in die dagen nog in vollen overmoed. Zoo groot was het verlangen die wet tot stand te brengen, dat niettegenstaande Kappeyne door andere omstandigheden was afgetreden, die wet tot stand moest komen. Deze eisch was aan het nieuw optredend ministerie gesteld. De clericalen werden door die wet tegengewerkt, en dientengevolge kwam zij den liberalen zeer ten dienste. Dit. was het hoofdmoment dat in die dagen de liberalen dreef. Met de anti-revolutiónaire partij moest men reeds rekening houden.
//Dat mengen der godsdienst in staatszaken,quot; waarvan de anti-revolutionairen door de liberalen beschuldigd w erden, //kon niet te sterk worden tegengegaan.quot; Van het hoogste gewicht was het dus in hun oog die opkomende partij te fnuiken, waarvoor deze wet juist zoo dienstbaar was gemaakt.
IV.
VERVOLG NA DE EERSTE UITGAAF.
Ue opvolging der gebeurtenissen in onzen tijd gaat snel; ongeveer alles wat in de hiervoor gaande beschouwingen als wensclielijk is voorgesteld, heeft zich reeds verwezenlijkt zoowel ten opzichte der liberale partij als ten opzichte van liet kiesstelsel.
De hervorming der liberale partij is reeds tot stand gekomen, doch is niet meer de eene vast aaneengeslotene partij gebleven voor en na '48 ontstaan. De onjuiste richting om zonder hoofdbeginsel alleen het numeriek getal voor oogen te hebben, had reeds te lang en te vasthoudend bestaan. Er hebben zich afscheidingen gevormd, naar de richting die ze bovenal als hun beginsel beschouwden, de sociale, de democratische â sociaal-democratische â en vooral de radicale, terwijl zij die den naam van liberalen bleven behouden, bij dien niet meer voldoenden naam, die van vooruitstrevenden voegden of zich noemden naar de grond toet.
Ze blijven echter alle onderdeelen der vroegere vrijzinnige partij na '48. Het vormen van bijzondere partijen was daarom niet zoo noodig geweest, daar het voldoende was de richting aan te geven, die bij de partijformatie voorzat. Zij loopen meermalen zoo in elkander, dat ze moeite hebben in hun programma te doen uitkomen, waarom ze eene afzonderlijke partij moeten uitmaken. Het leidt echter ook tot meerdere wrijving en tot meer algemeene politieke ontwikkeling. Misschien dat alles als een overgangstijdperk te beschouwen is, waaruit die, zooals in Engeland bestaat, ontwikkelen zal.
Meer nog heeft de in de eerste editie gewenschte verandering van ons kiesstelsel, hare vervulling verkregen. Bij de verkiezingen onzer Tweede Kamer die volgden op die van '87 was de vraag reeds algemeen âkiesrecht-uitbreiding zoo ver de grondwet liet toelaat.quot; Men had ook in den laatsten tijd niet meer hooren klagen over de te weinige ontwikkeling en liet niet rijp zijn onzer natie voor eene grootero uitbreiding van het kiesrecht. Dat het recht zoo ver zou gaan als de grondwet toelaat, werd het eerst na de eerste uitgaaf van dit geschrift in Friesland gehoord, spoedig werd die wensch meer algemeen; ook door de pers werd die aangenomen; liet gevolg hiervan was, dat het de vraag werd van alle partijen â uitgezonderd die der
83
katholieken. Vooral de anti-revolutionaire partij bleef hierin niet ten achteren en bleef ook hierin den vrijzinnigen stichter getrouw. G-ruen was de eerste die aan den medeburger, buiten bet kleine getal kiezers, achting en waardeering schonk; op hun wenschen en hun verlangen zoo dikwijls zich beriep â in een tijd, toen niemand het durfde tegenspreken, dat zulke menschen nog niet genoeg ontwikkeld en nog niet rijp waren voor het stemrecht.
Zoo was dan bij de stembus de eisch algemeen voor den te stellen candidaat: âuitbreiding can het kiesrecht zoover de grondwet het toeLaaty
Het ministerie v. Tienhoven âTak van Poortvliet was daarvan het gevolg. Het was aan dat ministerie, waaraan in het bijzonder de opdracht gedaan was, die uitbreiding van het kiesrecht tot stand te brengen.
Werl relijk trad Tak van Poortvliet, die minister van binnen-landsche zaken was, na matig lange voorbereiding, waarbij de vurige kiezers vrij groot geduld moesten oefenen, met een ontwerp op, dat de pnale kiemitbreiding genoemd werd, daarmede willende te kennen geven dat in dit ontwerp de uitbreiding van het kiesrecht tot de grenzen was gebracht, die de grondwet toelaat. Zoo werd na drie jaren een wetsontwerp aangeboden, hetgeen door mij betwijfeld was te zullen beleven. Bij de stoutste verwachtingen konden de kiezers geen ruimer ontwerp verlangen. â Het voorzien in de behoeften voor zich en zijn yezin was het voldoende âteeken van welstandquot; dooide grondwet gevraagd en de schrijfkunst het teeken van voldoende ontwikkeling voor de âgeschiktheid
De reactionairen in den lande en zij die nog zoo afkeerig waren van het algemeen stemrecht ontvingen het ontwerp met tegenzin, ongeveer met schrik. Het ontwerp breidde het getal kiezers van ;JOOO tot 8000 uit. Van daar dan ook dat men als bedreiging hoorde voor de nog altijd bevreesden voor het algemeen stemrecht: âWanneer dit ontwerp tot stand komt, dan hebben wij het algemeen stemrecht.quot;
Zooals het altijd met groote en belangrijke voorstellen gaat, aan de eene zijde groote tegenstanders â in de pers. ouder vroegere bewindslieden en notabele ingezetenen. Het vitten op zaken, het verdachtmaken en beangstigen was hiervan het gevolg; aan de andere zijde, in het begin zelfs eenige verbazing bij ingenomenheid, ja zelfs dweepen met Tak, die zulk een schoon werk had voortgebracht.
Wat was van dit alles het gevolg; aan de eene zijde
34
belemmeren, afdingi-n, vemiinderen in strekking, om liet ontwerp te doen vallen, het/.ij op rechtstreeksclie of op slinksclie wijze; aan de andere zijde te trachten nog meer te verkrijgen, het ontwerp nog ruimer te doen worden, het getal kiezers nog uit te breiden. De zoogenaamde «schrijfproef^ werd geheel en al verworpen of bespottelijk gemaakt enz. enz.
Deze laatste partij met de tevredenen vormde de meerder-heid der natie, niet tegenstaande het later dementi bij ons beperkt stemrecht aan het ontwerp gegeven. Zoo groot en dringend was die meerderheid, dat ook door het volgend ministerie Boëllâr. Houten, na de opvolgende kamerontbinding, geheel in de richting van dat ministerie moest voortgegaan worden om het kiesrecht ongeveer dezelfde uitbreiding te geven, of liever â naar liet oordeel der nieuwe bewindslieden â zoo ver als in waarheid de grondwet dit toeliet.
De minister Tak van Poortvliet heeft zelve zijn ontwerp doen verloren gaan. â Er werd een amendement door een vriend van den minister aan de Kamer aangeboden, dat, zooals later bleek, â door het intrekken van liet ontwerp â geheel en al met het ontwerp naar het oordeel van den minister onbestaanbaar was.
Er heeft nooit eene grootere verwarring in de stemming onzer Tweede Kamer plaats gehad, dan bij de stemming over dit amendement.
Do vriendschappelijke verhouding van den voorsteller met den minister, zooals algemeen bekend was, deed het vermoeden ontstaan dat de minister ook toegevend zou zijn, zooals in de geheele behandeling der wet tot nu toe, zoo zelfs, dat de âschrijfproef'''' uit het ontwerp reeds was verdwenen. Men zag onder de behandeling van het amendement den voorsteller meermalen den minister naderen, zoodat men vrij algemeen meende, dat bij de wijziging in het amendement gebracht, alles in overeenstemming niet den minister was geschikt. â Alles bestond echter in vermoedens! â De minister sprak in het debat geen enkel woord, terwijl de geringste mededeeling van den minister het noodige liclit had kunnen geven.
De stemming was dan ook eene ware verwarring van âden toren van Babel,quot; zooals dit in den Controleur van 4 Maart '94 is beschreven en waarin de namen van vele leden der Tweede Kamer van het mengelmoes van voor- en tegenstemmers worden genoemd. Het was dan ook een vrij bespottelijk amendement, ik meen dat het een achterhuis was, dat de kiezer moest hebben om kiezer te zijn.
35
Bij de verwarring der zaak hadden de fijne tegenstanders der wet sclioone gelegenheid, niet de voorstanders mede te stemmen voor een bespottelijk amendement. Zij waren geheel in overeenstemming niet de voorstemmers, waaronder de gedachte ging dat het amendement de brug was waarover de wet zon worden aangenomen.
Na die onzuivere aanneming van dit amendement trok de minister Tak zijn voorstel in. Het is wel te bejammeren, dat het geheele ministerie, uitgezonderd de formeerder v. Tienhoven, de partij van den minister trok en zich daarmede solidair verklaarde.
ïe bejanuyeren was het, dewijl de groote vrijzinnige meerderheid der natie ingenomen was met het voorstel en het zeer mogelijk geweest zou zijn bij de dwaling die bij de stemming geheerscht heeft, bij verduidelijking der zaken alles weder in het rechte spoor te brengen. Het ministerie was een ministerie ad hoe, de verdediging van het ontwerp was ook de plicht van de overige ministers, het is zeer zeker dat bij de stemming in het land en die van de Kamer na de herstelling van het amendement, het voorstel van wet ongeveer en bloc door de Kamer zou zijn aangenomen, zoo groot was het verlangen der natie om de uitbreiding van het kiesrecht te verkrijgen dat in het ontwerp was voorgespiegeld. De schijnbare voorstanders, doch ware tegenstanders, zouden terug zijn gedeinsd om tegen te stemmen; terwijl de voorstanders die de numerieke meerderheid der Kamer uitmaakten, bij de helderheid der stemming het geheele voorstel der wet uit volle overtuiging zouden aangenomen hebben.
De minister trok, na het aannemen van het amendement, zijn voorstel in. Het ministerie trad af. De Tweede Kamer werd ontbonden, nieuwe verkiezingen zouden plaats hebben. De minister had zich waarschijnlijk zeer zeker geacht van de goede uitkomst zijner zaak, bij de bekendheid van het algemeen gevoelen der natie.
De minister had niet gerekend op ons onjuist en bekrompen kiesstelsel. Menigte, menigte malen had men gezegd onze Tweede Kamer is bij ons beperkt kiesstelsel niet de uitdrukking der natie; het werd ongeveer niet meer tegengesproken.
Bij de stembus kwam alleen de uitbreiding van het kiesrecht in aanmerking en liet meerendeel der census kiezers wilden zoo ver niet gaan als in de gevallen wet was voorgesteld; het voorstel van Tak werd én in zijn persoon én in zijn getrouwen dubbel geslagen.
36
Het is wel te betreuren, zooals boven reeds gezegd is, dat het op die wijs met liet voorstel is afgeloopen. In de eerste plaats wegens het verlies van tijd voor aan den zoo algetneenen wensch der natie werd voldaan; reeds drie jaren waren ver-loopen nadat de stembus den uitgedrukten wensch had te kennen gegeven, er zouden nog meer jaren vorloopen voor het nieuw aan te bieden ontwerp in behandeling zou komen : en in de tweede plaats â omdat het zoo veel beter als het volgende was.
De uitgelezene twijfelachtige voorstanders kwamen aan het bewind.
Toen nu de Heer Tak in vereeniging met zijn wetsontwerp van het tooneel was verdwenen, hoopte het reactionaire gedeelte der kiezers, dat het nu wel zou schikken met het uitbreiden van ons kiesstelsel. Uitbreiding van liet kiesrecht moest in elk geval volgen, daarnaar was het uitgedrukte verlangen te groot, men kon het zelfs niet op den achtergrond stellen.
Een nieuw ontwerp bleef geheel aan de orde en bleef als aan het vorige ministerie opgedragen.
Men heeft zich in die verwachting in dat wel schikken met de uitbreiding geheel en al bedrogen gevonden.
De nieuwe minister van binnenlandsche zaken, aan uien het leveren van dat ontwerp was opgedragen, was steeds een zetr vrijzinnig man geweest.
De leus hierboven genoemd was de algemeene der vrijzinnige lieden in den hinde geworden. De meerderheid der natie was steeds dezelfde gebleven en, om met den edelen Groen te spreken, de lieden achter de kiezers drongen den minister tot zulk een vrijzinnig optreden.
Ook de nieuw opgetreden minister nam zich voor eeu ontwerp in te dienen, dat zoo ver zou gaan, als de beperkende bepalingen der grondwet dit toelieten, doch in tegenstelling van het vorige ontwerp Tak, nu met zuivere grondslagen door de grondwet gevorderd. â Door de oppositie bij de behandeling van het ontwerp Tak was een der hoofdaanmerkingen, dat het ontwerp alleen negatieve teekenen gaf. De nieuwe minister nam zich dus voor positieve teekenen voor liet kiesrecht te stellen, teekenen dus die voel- en tastbaar zouden zijn. â De minister kon moeielijk de eenvoudige grondslag van de vigeerende wet invoeren â hef geld, al had de minister het verkrijgen van wetenschappelijke graden er bij gevoegd. â Voorzeker deze grondslag was in overeenstemming met het gulden woord van den Hoogleeraar Boerhaeve: âdat in het eenvoudige het teeken
der waarheid gelegen is.quot; De minister wilde zicli aan dat woord nu eens niet houden. De minister zou die grondslagen uitbreiden zoo ver als noodig was, ten einde én aan de eischen der grondwet te voldoen ten opzichte der kenteekenen én tevens aan het algemeen verlangen, het kiesrecht nit te breiden zoo ver als de grondwet dit toelaat.
In de eerste plaats kon de minister bij al die tastbare kenteekenen niet zoo ver komen in de uitbreiding van het kiesrecht als het ontwerp Tak ging en in de tweede plaats was het gevolg daarvan, dat er een zeer samengesteld ontwerp vol leemten ontstond, zooals dit gewoonlijk gaat bij zeer samengestelde zaken. Wij hebben nu daarbij verkregen kiezers, waarvan wij vroeger geen begrip hadden, als: loonkiezers, woningkiezers, spa ar ba nkh: ieders, f/rootboekkiezers, cxa Dienkiezers, menigte soorten van kiezers moeten zeer zeker hier nog bijgevoegd worden, om de leemten in de wet minder te doen zijn, als b.v. koopmans- en pedicurekiezers. Het is vrij moeielijk om er niet in verward te raken in al dat soort van kiezers.
Het is duidelijk, de wet heeft de vorige eenvoudige bepalingen het field en daarbij gevoegde capaciteiten in onderdeelen uitgewerkt om den gehaten naam, de census, te vermijden, doch worden daardoor ook juist de leemten in de wet voortgebracht; dewijl deze moeielijk, bijkans onmogelijk, daarin volkomenheid kunnen verkrijgen.
Hoogstwaarschijnlijk zal de tijd komen dat de wet weder gewijzigd zal worden en tevens dan getracht zal worden het kiesrecht zooveel mogelijk uit te breiden, want ook hierin is deze wet een achteruitgang bij het vorig ontwerp.
Ten einde deze taak te volbrengen zal men waarschijnlijk als beginsel vaststellen, dat men de beperkende woorden in de grondwet moet opnemen, naar ons tegenwoordig begrip van de behoefte daarvan voor den burger van den staat om kiezer te zijn, en niet naar de bedoelingen van den ontwerper en de aannemers dier bepalingen, waarbij zeer zeker altijd nog geldelijke bezittingen en zekere stand in de maatschappij de hoofdrol speelden.
Het is thans genoegzaam bekend dat geldelijke bezittingen niet in het minst een behoefte zijn om goed kiezer te wezen. Nadat bij zoovele natiën het algemeen stemrecht is aangenomen zonder ongunstige gevolgen, terwijl zelfs in Amerika aan de vrij verklaarde slaven onmiddellijk het stemrecht is toegekend, dat in niets ten schade was der bestaande Republiek, is liet aan den minst onervarene genoegzaam duidelijk.
38
dat, om het sterareclit uit te oefenen, zeer geringe eisclien behoeven gesteld te worden voor teekenen van âwelstandquot;. Het blijkt eveneens uit liet boven medegedeelde en hetgeen door ons dagelijks wordt waargenomen dat het teeken van âgeschiktheidquot; niet kan bestaan in een stand in de maatschappij. Gezond oordeel is hieraan niet verbonden, en dit alleen is voor het doen zijner keuze voor den kiezer noodig.
Wij moeten die teekenen naar het ware begrip daarvan toepassen en behooren dit niet te doen naar de dwaling der daarstellers dier bepalingen. â Het zou zelfs de vraag zijn of de daarstellers na den snellen vooruitgang der tijden en de ondervinding in deze opgedaan, op dit oogenblik nog wel dezelfde inzichten zouden hebben en naar hetzelfde doel zouden streven.
anneer wij dan die beperkende bepalingen uit bovengenoemd standpunt bezien, komt het eerst in aanmerking dat teekenen van welstand moeten bestaan om aan den burger het stemrecht te geven. Het stemrecht dat aan allen gelijkelijk toekomt.
Ieder mensch leeft zooals hij verkiest en de verstandige en brave man richt dit in, overeenkomstig zijn geldelijk inkomen. Naarmate de daglooner dit netter en de millionair dit vrijgeviger en humaner doet, naar die mate verdienen zij hooger onze achting.
Is de verdienste van den geringen of het loon van den werkman voldoende, om in het door hem ingestelde leven te voorzien van hem en zijn gezin, dan staat hij daarin gelijk met den schatrijken man, die zijn leven op andere wijs heeft ingericht.
Dit is dan ook het teeken van welstand in onze grondwet voor den kiezer gevorderd. De man van geringen stand, hetzij werk- of koopman, wordt daardoor even onafhankelijk als de zeer gefortuneerde, kan evenals hij zijn stem naar zijn inzicht uitbrengen. Mindere of meerdere bezittingen, het doen van
O _ O ^ '
mindere of meerdere uitgaven doen in deze niets af. Aan beiden komt met hetzelfde recht toe kiezer te zijn. liij onze meerdere kennis in deze, bij onze meerdere ervaring mogen wij in onze dagen geen ander begrip hechten aan het teeken van maat-schappelijken welstand in onze grondwet voor den kiezer geëischt.
Het oordeel verschilt, evenals de welstand, veel van den eenen bij den anderen mensch. Een gezond oordeel is echter behoefte voor de uitoefening van het kiesrecht. Het teeken
39
van geschiktheid in onze grondwet voor het kiesrecht moet daarin gezocht worden en bestaat daarin ook alleen.
Het is niet mogelijk grenzen te trekken in de hoogere en minder liooge ontwikkeling van dat oordeel.
Het is niet mogelijk daaromtrent bepalingen te maken; niet onwaarschijnlijk is het, wanneer men daaromtrent kon en wilde een onderzoek doen, dat dit zeer ten voordeele van den voor het onderhoud zorgvollen stand zou uitvallen boven die, waarin men voor niets behoeft te zorgen en alleen uit de kas kan putten om te leven.
Men moet dus aannemen, dat ieder die in liet bezit zijner gezonde geestelijke vermogens is â de vereiscliten bezit, die naaide grondwet als âteeken van geschiktheid'' moet gedaan worden.
De algemeene conclusie moet dientengevolge zijn dat aan ieder, in het bezit zijner gezonde geestelijke vermogens en door eigen krachten in het onderhoud van zich en de zijnen voorziet, naar de bepalingen der grondwet het stemrecht kan worden toegekend.
Het is hoogst waarschijnlijk, wanneer men onze zoo samengestelde kieswet vereenvoudigen, verduidelijken en uitbreiden wil, dat tot dezen grondslag zal worden overgegaan.
Behalve het nut van verduidelijking, vereenvoudiging, uitbreiding van het kiesrecht, het wegnemen van omissiën in de tegenwoordige wet, zal het ook nog dit nut medebrengen, dat men daardoor gevrijwaard zal worden voor den roep: Grondwetsherziening om algemeen stemrecht te verkrijgen, zooals boven voorspeld is, nadat men vooraf waarschijnlijk het kiesrecht zou uitbreiden zoo ver als de grondwet dit toelaat.
Bij de eerste uitgaaf was het mijne hoop en verwachting, wanneer aan dezen eisch voldaan werd, dat de herziening nou-
O O
langen tijd kon verschoven worden. Thans echter na de meerdere volmaking van ons begrip der woorden maatschappelijke welstand en geschiktheid ten opzichte van het kiesrecht, komt het mij voor, dat men om rede dier bepalingen de herziening der grondwet niet meer behoeft te vragen.
De gevoelens, dat deze bepalingen behoorden opgenomen te worden naar het doel dat de aannemers daarmede beoogden en dus van gegoedheid en xfainl, waren langen tijd hij ons heerschende.
Dit inzicht was onjuist, men moet bij de ontwikkeling onzer maatschappij die woorden opnemen in den geest, zooals zij in waarheid voor het kiesrecht gevorderd worden. Het is aan ieder duidelijk dat de rijkste menschen daarom niet de scherp-
4()
zinnigste en helderzienste zijn, liet is algemeen aangenomen dat men in de lioosste standen niet bij uitnemendheid het helderste oordeel vindt.
Dit standpunt moet geheel verlaten worden en komen wij als van zelve tot het begrip boven aangegeven.
Wanneer wij op die wijs de genoemde woorden der grondwet opnemen, ons kiesstelsel daarnaar inrichten, is de afstand van het algemeen stemrecht tot ons ingevoerd kiesrecht, niet meer van dien aard, dat daarom grondwetsherziening behoeft gevraagd te worden.
De strijd zal dan in de toekomst alleen gaan ten opzichte der vrijgevigheid in de mindere of meerdere uitsluitingen die naar dit stelsel moeten gedaan worden.
Het is zoo ondoelmatig steeds aan die grondwet te tornen, zooals men dit in '87 gedaan heeft. Er komen soms bepalingen bij zulk eene herziening tot stand, naar het heerschend begrip wel niet onnut voor het oogenblik, doch voor de toekomst, bij veranderde inzichten, soms zeer belemmerend.
Onze constitutioneele organisatie wordt meer volkomen indien men de bepalingen onzer grondwet wil opnemen in vrijgevigen geest en naar den tijd waarin wij leven.
Het is verder te wenschen dat bij de uitbreiding van ons kiesstelsel, de ontbinding der samengestelde keuzen zoo veel mogelijk nog verder worde volmaakt. In ons tegenwoordig kiesstelsel is daaromtrent reeds een groote stap voorwaarts gedaan, voor de leden onzer Tweede Kamer is het enkelvoudig district aangenomen en door de verdeeling der kiesdistricten in stemdistricten zijn die der Provinciale Staten en van den Gemeenteraad van 2â5 teruggebracht, ook naar volmaking in deze moet gestreefd worden. Het doel moet zijn voor elk lid van de Tweede Kamer, Provinciale Staten en Gemeenteraad een enkel kiesdistrict, zoo zal onze vertegenwoordiging bij het uitgebreidste kiesstelsel de zuivere afspiegeling zijn van onze natie â onze natie zelve.
^ rf S 'U-C.