(för /Spquot; Jt
Prijs f 0,vfr
WIE IS DE ZAAKWAiEMER
EN
zult Gij U nog langer van hem bedienen?
EEN WOORD TER INLICHTING
DOOR
EEN CANDIDAAT-NOTARIS.
1895.
GOUDA â Gr. B. VAX GOOR ZOXEX â
WIE IS BE MMNEMER
EN
*
zult Gij U nog langer van hem bedienen?
GOUDA â G. B. VAN GOOR ZONEN â 1895.
,L
EEN WOORD TER INLICHTING
DOOR
EEN CANDIDAAT-NOT ARIS.
SÃ00M-SNELPI3RSDRUK â KOCH amp; KNUTTEL â GOUDA.
Het moet een enkele keer. zij het ook terloops, Uwe aandacht hebben getrokken, waarde Lezer voor wien deze regelen bestemd zijn. dat, nevens de talrijke vraagstukken van den dag waarin het groote publiek belang stelt, er gedurende tal van jaren eene kwestie bestaat, een strijd gestreden wordt over wat genoemd wordt: de zaakwaar-nemerij, een strijd, waarbij de eene partij het vóór, de andere het tegen den zoogenaamden «zaakwaarnemerquot; opneemt.
Wellicht is. bij het lezen van een ingezonden stuk over deze aangelegenheid in een der dagbladen, hetwelk eene enkele maal voorkwam, bij U de vraag gerezen, wat men toch eigenlijk onder deze zoo zeer gelaakte of anderzijds verdedigde );zaakwaarnemerijquot; verstaat, misschien ook was ü zelfs dit nog niet der moeite waard, althans, de kwestie boezemde U al heel weinig belang in, de zaak liet U ijskoud! En, geen wonder, maar â hoe ten onrechte! Geen wonder, want, óf Gij voeldet daarom niets ervoor, omdat Gij er niets van begreept, en waardoor Gij niet wist waarover de strijd eigenlijk loopt, óf. Gij beschouwdet het als een puren belangenstrijd tusschen uitoefenaren van een soortgelijk bedrijf, voor hen wellicht, van het grootste gewicht, maar U volstrekt niet rakende.
Ten onrechte, want de kwestie gaat U rechtstreeks aan; nog meer dan het kiesrechtvraagstuk of de algemeene dienstplicht kwestie, zoude ik bijna zeggen, althans evenzeer, en wel, omdat Uw persoonlijk belang ei* al te zeer bij betrokken is.
Het was Uwe argelooze onbekendheid hiermede welke de bron kan genoemd worden van onnoemelijk veel bestaande ellende en slechte maatschappelijke verhoudingen.
Ik zal trachten u hiervan de overtuiging te schenken.
Het zaak waar nemersbedrijf. door onbevoegden uitgeoefend, want alleen als zoodanig verdient het atkeuring (*) staat len nauwste in verband met den werkkring van den Notaris; ja, ik acht het verband tusschen «Notariaatquot; en «zaakwaarnemerijquot; zoo onafscheidelijk zelfs, dat ik het niet wel mogelijk acht, om het laatstbedoelde onderwerp Ie behandelen zonder tevens te spreken van het Notariaat.
Voor menigeen is het trouwens niet overbodig, wat beter ingelicht te worden omtrent deze instelling, want treurig is het met de bij vele personen gevestigde begrippen omtrent het wezen van het Notaris-ambt en den werkkring en de bevoegdheden van den Notaris, gesteld!
Iedere Notariaatspersoon, waarmede ik bedoel een ieder die in de Notariëele wetenschap of praktijk wat 'thuis is, zal moeten bekennen, dat persoonlijke ervaring hem herhaaldelijk leerde, dat dienaangaande de meest zonderlinge opvattingen en verwarde meeningen heerschen bij het publiek, en zelfs worden aangetroffen bij overigens zeer ontwikkelde menschen, als b. v. kooplieden, dokters, leeraren, enz.
Veel te vei' zoude het mij natuurlijk voeren, en ook in het, kader van dit korte vertoog niet passen, wilde ik U de geschiedenis van het Notariaat hier mededeelen en-de ontwikkelings-perioden van deze overoude instelling schetsen, en het ligt dan ook eenvoudig slechts in mijne bedoeling om U, voor zooveel noodig, beknopt uiteen te zetten, wat de Notaris thans toch eigenlijk wel is, en wat thans alzoo tot zijnen ambtelijken werkkring behoort; zulks om U daarna des te beter te kunnen doen begrijpen, wat »zaakwaarnemerijquot; is, en IJ te doen inzien, naar ik hoop len duidelijkste, dat Uw belang en dat van de samenleving in het algemeen. U ernstig en uitdrukkelijk gebiedt, mede te helpen in den strijd tegen die zaakwaarnemerij.
En wanneer het eenmaal zoover gekomen mocht zijn,
(quot;) De Notaris is de bevoegde zaakwaarnemer. Waar verder het woord quot;Zaakwaarnemer,quot; of quot;Zaakwaarnemerijquot; geheziRd wordt, is dan ook steeds tiet Ledrijfdoor oiiberoegftoi uitgeoefend, bedoeld.
5
dat Gij het inziet, dat Gij bewust zijl geworden van de gevaren voor het publiek verbonden aan den rechtsbijstand van onbevoegden bij het opmaken van acten, dan zult Gij zeer zeker U ook niet meer door die onbevoegden willen doen bijstaan, en de strijd zal. wanneer dit inzicht algemeen zal zijn geworden, niet meer bestaan, immers de oorzaak van dien strijd, zal dan zijn verwijderd; het «kankergezwelquot; aan het Notariaat, en daardoor aan de maatschappelijke samenleving, zal zijn weggenomen.
Mocht het spoedig daartoe komen !
De Notaris dan, is een. (uit zoogenaamde umdidanl-Notarissen) door het hoogste gezag van den Staat (de Koningin ) aangestelde, door den Minister van Justitie met zorg gekozen ambtenaar ten dienste van U, het Publiek, (een openbaar ambtenaar) en door het publiek, wanneer dit zich van hem bedient, ook bezoldigd (en daarom dus geen Rijksambtenaar in den gewonen zin) uitsluitend bevoegd tot. het opmaken van authentieke (volkomen geloofwaardige, in rechten altijd volledig bewijs opleverende) acten (geschriften) ook wel notariëele acten genoemd, van alle handelingen overeenkomsten en beschikkingen (rechtshandelingen) waarvan ol de wet gebiedt, (als bijv. van Hypotheek-acten, gewone [of zoogenaamde openbare\ testamenten, acten van huwelijksvoorwaarden, enz.) of de belanghebbende personen (partijen) verlangen, dat daarvan bij authentiek geschrift blijken zal, (bijv. overdracht van onroerend | vast j goed uit de hand. volmacht, enz. enz ); en om daarvan (van die acten) de dagteekening te verzekeren, die acten in bewaring te houden en daarvan grossen (kracht tot handelen bezittende afschriften. evenals de vonnissen aan het hoofd voerende de woorden : «In naam der KoningiriB ) afschriften (gewone) en uittreksels uit te geven aan de onmiddellijk belanghebbenden.
Alleen van enkele acten (en wel: publieke verkoopingen van roerend [los] goed, wisselprotesten en administratieve acten) is de opmaking, behalve aan den Notaris, ook aan andere ambtenaren (Griffiers van een kantongerecht.
()
Deurwaarders, Burgemeesters en Ontvangers) met dezen (den Notaris) daartoe dus gelijkelijk bevoegd, opgedragen.
Terwijl eindelijk alleen deurwaarders-exploilen, niet door den notaris, maar uitsluitend door den deurwaarder (*) kunnen worden gedaan (opgemaakt). Zie artikef 1 van de Wet op het Notarisambt.
Ziedaar dus, met eenige omschrijving, wat door de Wet omtrent den Notaris en zijnen ambtelijken werkkring wordt bepaald.
Gij weet thans, dat. wanneer in eenige Wet of wettelijke bepaling geëischt wordt voor eene of andere burgerlijke rechtshandeling, eene authentieke acte, dit, behoudens de voorgenoemde zeer enkele uitzonderingen, steeds is de Notarieële. en dat, wanneer gesproken wordt van eenen openharen of bevoegden ambtenaar, daarmede in den regel bedoeld wordt een notaris!
En zoo zult gij thans ook beter begrijpen, wat artikel 1905 van het Burgerlijk Wetboek (dit is het Wetboek waarbij de rechten en verplichtingen der burgers van den Staat onderling zijn vastgesteld) ten aanzien der authentieke acte bepaalt :
Genoemd wetsartikel zegt:
»Eene authentieke acte is de zoodanige welke in den Kwettelijken vorm is verleden door of ten overstaan van «openbare ambtenaren, die daartoe bevoegd zijn ter plaatse. Dalwaar zulks is geschied.quot; â
Den wettelijken vorm, waarin de acte moet zijn verleden (opgemaakt, ook wel gepasseerd) en den kring (het ressort) binnen welken de Notaris zijne ambtsbediening slechts mag uitoefenen, hieromtrent zijn in de Wet op het Notarisambt, uitvoerige voorschriften gegeven, waaraan de notaris zich op verbeurte van grove boeten, stipt te houden heeft en welker verwaarloozing, waardoor de acte bijv. als niet authentiek kan worden aangemerkt, hem in de verplichting brengen kan om de deswege dooi- partijen geledene schade te vergoeden.
* Gerechtsdeurwaariier.
7
In genoemd Burgerlijk Wetboek wordt U in den titel, handelende over het sschrittelijk bewijsquot;, nog nader het karakter van de authentieke acte aangeduid en zulks in tegenstelling met de zoogenaamde: vonderhandsche acte.quot;
»De wet erkent tweeërlei schriftelijk bewijsquot;, zegt namelijk art. 1904 van gemeld B. W. en wel «authentiek en onder-handsch geschrift.quot; (*)
Art. 1907 zegt verder, dat eene authentieke acte (men weet dat eene acte is een geschrift, waarbij blijkt van eene handeling, overeenkomst of beschikking) tusschen partijen volledig bewijs oplevert van hetgeen daarin vermeld staat als te zijn verklaard of te zijn geschied.
Van het gemelde vonderhandsche (jeschrijt geeft de Wet in art. 1914 B. W. eene verklaring of omschrijving, waaruit blijkt, dat alle. niet door tusschenkomst van eenen openharen ambtenaar opgemaakte aden. eenvoudig, «onderhandschequot; zijn, welken vorm of die overeenkomsten of beschikkingen ook mochten hebben: of zij dus als acte, of als brief of iets dergelijks zich mochten voordoen (j).
Ten aanzien van de kracht (bewijskracht) aan zoodanig onderhandsch stuk toegekend, kan worden opgemerkt, dat die daarom reeds zoo ver achter staat bij die van de authentieke acte, omdat de wet in art. 1912 en 1918 B. W. bepaalt, dat de onderhandsche acte dan alleen ook als volledig bewiis geldt, ten aanzien van hetgeen daarin staat vermeld, als de onderteekmaar zijn schrift erkennen wil, terwijl, indien de onderteekening of het schrift wordt ontkend de echtheid gerechtelijk moet worden onderzocht! Zie Art. 1914 B. W.
Hoe licht men dus bij onderhandsch geschrift de dupe kan worden van de slechtheid van hem of hen. die zich tegenover U verbonden, springt duidelijk in het oog!
En was nu hiermede alleen reeds de mindere waarde
(') HU den onderhandschen vorm teekent en spreekt alleen de partij. Deze compareert (verschijnt) niet voor den ambtenaar, gelijk by den authentieken vorm.
(i) Do onderhandsche acte vangt gewoontyk aan met de woorden: quot;De ondergetee-kende.....verklaart liij dezequot; â en^.
8
van de onderhandsche acte aangeduid, dan ware het voordeel van den authentieken vorm op 'den onderhandschen niet zoo groot als het inderdaad wel is, maar er is meer!
Hiervoor werd reeds aangetoond, dat de Notaris aan zijne (authentieke) acten eene dagteekening verzekert, de dagteekening zijner notarieële acte staat vast, die der onderhandsche echter niet; de dagteekening dier acte heeft althans geene kracht tegen derden (buiten de handeling, overeenkomst of beschikking staande personen) vóórdat ééne der in artikel 1917 B. W. genoemde gebeurtenissen hebbe plaats gehad! â
De onderhandsche acten kunnen in het ongereede (zoek) geraken of vernietigd worden, de authentieke daarentegen, althans de meest gewichtige (Minuten) worden door den Notaris zorgvuldig bewaard en mogen door hem niet uit handen worden gegeven.
Het burgerlijk, maatschappelijk verkeer heeft echter nog aan iets meer behoefte in den Notaris, dan dat hij alleen zoude kunnen zijn officieele, authentieke-actenmaker.
In de praktijk is hij dan ook bovendien de raadgever van partijen bij het vaststellen van de bepalingen der acten. de vertrouwde in hunne familie-aangelegenheden, de bemiddelaar in geschillen, de voorkomer van rechtsgedingen, de beheerder van fondsen, de administrateur van eigendommen, in 't algemeen de behartiger der zaken van het publiek, dat zich van zijn ministerie (hulp en bijstand) bedienen wil. â de zaakwaarnemer dus bij uitnemendheid !!
Zoo is het ook de bedoeling van den Wetgever, waar niet de Staat den Notaris bezoldigt, maar die bezoldiging aan het publiek overlaat, dat. dat publiek voor die acten. welke ook onderhands kunnen worden opgemaakt, doch waartoe het, zelf niet, in staat is, mede. uitsluitend Notarissen zoude bezigen, als de daartoe meest bevoegde personen; en de Regeering verwacht dit zóó zeker van U, Publiek, omdat, opdat iedere notaris behoorlijk zijn bestaan hebbe, bij de wet is bepaald, dat, naar gelang van omstandigheden en zeker bevolkingscijfer, slechts een bepaald aantal notarissen
9
hoogstens in ieder Arrondissement (ressort der ambtsbediening) benoemd mag worden. (*)
En omdat dit van het publiek wordt verwacht en verondersteld, is de Regeering ook verplicht om van staatswege zooveel mogelijk te zorgen, dat de Notarissen aan vele eischen voldoen, opdat het vertrouwen van het publiek in den notaris niet zal worden beschaamd!
En welke zijn nu de waarborgen daarvoor? Allereerst wel: de Koninklijke benoemmj.
Om tot Notaris le kunnen worden benoemd moet men bewijzen van bekwaamheid hebben afgelegd, moet men Candidaat-Notaris zijn; maai', niet allecandidaat-notarissen komen bij de Regeering voor eene benoeming tot Notaris in aanmerking.
Het gewicht van het ambt. de in den Notaris geëischt wordende eigenschappen, doen de Regeering nauwkeurig toezien, zooveel mogelijk, dat geen «onwaardigequot; met het schoone ambt van vertrouwen wordt bekleed.
Zooveel mogelijk, zeide ik. want welk verstandig mensch zal niet willen toegeven dat ook de Hooge Regeering te goeder trouw wel kan mistasten!
De bedroevende gebeurtenissen van den laatsten tijd zijn echter veelal geen gevolg geweest van zoodanig mistasten. neen, daarvoor bestonden doorgaans andere oorzaken en in de meeste dier gevallen was het publiek alleen zelf de oorzaak van het ongeluk.
Menig Notaris toch, aanvankelijk bedeeld met alle goede hoedanigheden: eerlijkheid, onkreukbaarheid, betrouwbaarheid. stiptheid, soliditeit, etc. werd dikwijls door het publiek in vele opzichten gedwongen, om van aard te veranderen, ten einde zich van 't dagelijksch brood te kunnen blijven voorzien.
Hoe vaak toch werd de onafhankelijkheid en zelfstandigheid door toedoen van het publiek, door den Notaris verloren, die, om te kunnen blijven bestaan, zich moest
(') Dit zoogenaamde quot;iruixiinumquot; van liet aanlal Notarissen voor leder Arrondissement, wordt bij »Koninkiyk Besluitquot; bepaald.
lü
verlagen tot onderdanigen dienaar van een of anderen indringer in zijne werkzaamheden, aan wien liet publiek nu eenmaal maar de »klandisiequot; wenschte te gunnen!
Dat ook een Notaris, door U wordende aangesteld als uwen «kassierquot;, even goed voor de verleiding zwichten kan, als zoo menig kassier van beroep of dat hij. evenals die kassier van beroep, (door andere omstandigheden en risico's aan dat bedrijf verbonden) »op de lleschquot; kan gaan, wien kunt Gij 't, wanneer U de slag treft, anders dan Uzelven verwijten?
Bij eenig doordenken zult Gij 't dus moeten toestemmen, dat die «Koninklijke benoemingquot; inderdaad uitmaakt den voornaamsten grond, den meest mogelijken waarborg voor de bevoegdheid (quot;) van den Notaris om U in alles het beste ter zijde te kunnen staan, zoo wat betreft het maken Uwer burgerlijke overeenkomsten en beschikkingen, hetzij dan authentiek of onderhands, al naar gelang hij U dit zal aanraden, als om te zijn Uw vertrouwde raadsman in de teederste aangelegenheden van verschillenden aard.
Gij hebt verderen waarborg voor zijne bevoegdheid in den «ambtseedquot; door hem bij den aanvang zijner bediening afgelegd en nog in de betaling zijner notariëele declaratie, (rekening) zooveel mogelijk opgemaakt naar een wettelijk tarief, welke declaratie, desverlangd nog kan worden getaxeerd (gecontroleerd) door den Rechter van het ressort, waar binnen de Notaris zijne ambtsbediening uitoefent.
Indien 't mij gelukt is in bovenstaande kleine schets U een eenigszins volledig en bevattelijk begrip te doen verkrijgen van den Notaris en zijnen ambtelijken werkkring (wettelijk en feiteliik). dan zal 't mij thans gemakkelijker vallen om U aan te toonen, wat een zaakwaarnemer is en welke zijne praktijken zijn, en U tot het inzicht te brengen, dat het dringend noodzakelijk is om aan dit steeds brutaler optredende Maatschappelijk kwaad paal en perk te gaan stellen, kon het zijn, dit geheel uit te roeien.
(*) Dit woord in dpn ruims ten zin le verstaan.
11
Geliik wij reeds zagen, zijn er acten. welke, «nolariëelquot; moeien worden verleden (opgemaakt), waaraan een anderen vorm dan den authenlieken naar uitdrukkelijk wettelijk voorschrift op strafie van »niet-geldigheidquot; wordt verboden te geven (hypotheken, enz.).
In den regel echter zal men vrij zijn om de overeenkomst zoowel in den éénen als in den anderen vorm te constateeren.
Gewezen is ook reeds op de zooveel meerdere waarde van de notariëele (authentieke) acte vergeleken bij de onderhandsche en op de nadeelen, welke aan laatstgenoemden acten-vorm kunnen verbonden zijn.
Al naar gelang dat dus het gewicht van de acte dit medebrengt, zal men deze öf notarieel of onderhands doen opmaken.
Het gewicht van de acte te beoordeelen is in Uw eigen welbegrepen belang altijd raadzaam, over te laten aan den daartoe het meestbevoecjden persoon, aan den Notaris.
En zoo ware dan door U slechts eene keuze te doen uit de onder Uw bereik staande Notarissen, om hem al Uwe voorkomende belangen en zaken op te dragen, die naar Uwe persoonlijke meening. het meeste vertrouwen in alle opzichten waardig is.
Maar helaas! dit geschiedt maar al te vaak niet! â
Hiervoor, zeide ik. dat men zijne acten notarieel of onderhands doet opmaken en inderdaad behoort het tot de zeldzaamheden, dat eene onderhandsche acte door den onderteekenaar zelveu wordt opgesteld en geschreven.
De wet veronderstelt echter, dat Gij 't zelf doet, en dus ook zelf verantwoordelijk zijt voor Uw eigen werk, want zij kent als bevoegde tusschenpersonen niemand anders dan de genoemde wettelijke ambtenaren om authentieke acten te verlijden, en meer speciaal den Notaris. (*)
O Ook wanneer de Notaris een onderhandsche acte voor l opmaakt, wordt gerekend voor de Wet, dat Gij als onderteekenaar der acte, die acte cowrfcr tussctenkomst van eenen openharen ambtenaar, en dus zelf heht opgemaakt! De Notaris is dan slechts l w zaakwaarnemer.
12
Hen mi, die zich opwerpen, om. zich mengende in den â werkkring van den Notaris, aden voor Uop te maken (natuurlijk alleen onderhandsche acten!) noemt men zaakwaarnemers, hun bedrijf zaakwaarnemerij!
Zij moeten gerekend worden, onbevoegd daartoe te zijn in alle opzichten, behalve wanneer zij tevens Gandidaat-Notaris zijn. daar die voor de noodige kennis althans eetiigen waarborg aanbieden, maar dan ook alleen voor die kennis, niet voor de hoofdzaak: hunne betrouwbaarheid! Zij missen »de Koninklijke benoemingquot;, gelijk met lederen anderen «beunhaasquot; op notarieel gebied, en zijn dus mede niet bevoegd! (*)
De «zaakwaarnemerijquot; door Gandidaat-Notarissen uitgeoefend. wordt wel eeus «bijzonderquot;, die door nlet-can-dldaat-notarissen bedreven, «algemeenquot; genoemd.
En nu valt het. niet te ontkennen, dat de »algemeenequot; een graadje gevaarlijker voor het publiek is dan de «bijzonderequot;, want, de aanwezigheid van de noodige kennis is eene niet gering te schatten hoofdvoorwaarde voor het kannen alleveren van deugdelijk werk: nochtans, het kan niet genoeg herhaald worden, de candidaat-notaris-zaakwaarnemer is niet te vertrouwen; men heeft geen enkelen grond voor dat vertrouwen; hij staat, wat dat betreft, volkomen gelijk met den eersten den besten gewonen prak-tizijn. (f)
Beschouwen wij nu de meest gevaarlijke soort, de zaakwaarnemerij in het algemeen, wat meer van nabij, dan treft het U vermoedelijk reeds meer dan vroeger, dat eene zoo weinig verdedigbare zaak nog zoovele verdedigers vindt en daarbij, dat van overheidswege tot dusverre zoo weinig of liever eigenlijk niets daartegen werd ondernomen. Men lette echter wel op, dat de verdediging bijna uit-
(') Verschillend zijn de vormen waarin men den quot;zaakwaarnemerquot; aantreft. Behalve vele amldelooze personen laten ziel) met beunhazerü in. sommige Burgemeesters. Gemeente-Seereiarissen, Deurwaarders enz., terwijl ook zoogenaamde kantoren voor rechtszaken, ot cim vaste goederen en hypotheken â van schukUnvonlering, informatie enz., niet betrou-wenswaardig zyn, als zijnde de vlag waaronder één of meer zaakwaarnemers zeilen. â lt) Zóó noemt zicli de zaakwaarnemer hij voorkeur!
13
sluitend uitgaat van de belangliebbenden bij het bedrijf en gevoerd wordt op niet steekhoudende gronden, uit puur eigenbelang, of berust bij domme lieden, die kortzichtig genoeg zijn, om zonder te letten op de gevolgen, des prak-tizijns werk eenvoudig wat goedkooper achten.
De treurige gevolgen voor partijen; welke uit acten. door onzaakkundige, van alle vak- ol wetenschappelijke kennis ontbloote personen opgemaakt, wel kunnen voortspruiten (hoe eenvoudig de stof ook dikwijls scheen) te beoordeelen, â het zal aan vakmenschen alleen gegeven blijven, maar duidelijk/.al 't toch wel een ieder zijn, dat kennis en wetenschap niemand maar zoo komen »a«n-iüaaienquot;, dat, eenige routine en een mooi schrift, gevoegd hij een pedant, dikwijls brutaal en onbeschaamd optreden, (') niet voldoende zijn om TJ de rechl.tgeldiriheid van den inhoud eener acte te verschaffen.
Gij kunt er niet gerust 'op zijn. dat de praktizijnsacte eene acte zal zijn. waaraan Gij iets hebt, dat zij U datgene verschaffen zal. wat gij erdoor dmkt te hebben verkregen, wel zal zij U vaak »van den wal in de slootquot; helpen.
En hoe zoudt gij erop kunnen bouwen, immers evenmin als gij zelf weten zij 't.
Nimmer gaven ze de bewijzen hunner kunst.
Waarom U dus tut hen gewend, zelfs al wai en zij goedkooper ?
Maar ook dit zijn zij niet! (quot;lquot;)
In de eerste plaats staat het. gelijk ik aantoonde, vast, dat voor partijen, goedkoop, maar tevens ondeugdelijk broddelwerk, heel dikwijls duurkoop zal uitkomen en dat de zuinigheid op die wijze betracht, doorgaans de wijsheid zal bedriegen, maar afgescheiden daarvan, afgescheiden van de waarheid, dat »alle waai' naar het geldquot; is en dat
(quot;) Dit Ijewijzen de beilrieselijke adverlenliën, waarbij praktizgns soms stoutweK de sroole leunen annonceeren dat zij alle notariëele (Sic!) werkzaamheden verrichten, adviezen Reven, enz. enz.
(t) Zelfs worden z'u in de wandeling wel eens heel eigenaardig en liewijzende dat 't puhliek toch niet zoo van hunne groote hillijkheid overtuigd is: «zak waar nemersquot; genoemd!
14
natuurlijk de «Notarieëlequot;, aan wettelijke vormen gebonden en meerdere waarde bezittende acte meer kost dan eene onderhandsche â zal de declaratie van den Notaris, voor zooveel betreft de werkzaamheden door dezen als zaakwaarnemer, niet als notaris-ambtenaar, verricht, eene vergelijking met de rekening van den praktizijn (quot;) glansrijk zelfs kunnen doorstaan in de meeste gevallen.
De door den Notaris in onderhandschen vorm voor U gemaakte acte wordt in den regel met niet veel meer betaald, dan met een gewoon «schrijlloontjequot;. wat de «beunhaasquot; U ook rekenen zal! â
Daarvoor hebt gij dan bij den Notaris eene deugdelijke acte (-j-) bij den «beunhaasquot; is dit aan redelijken twijfel onderhevig!
Men weet dit alles alleen maar niet algemeen genoeg; men is achterdochtig, vreest en mijdt den betrouwbaren en kiest den onbetrouwbaren helper bij het opmaken zijner onderhandsche act en! â
En waar nu het publiek aan deze argelooze kortzichtigheid. zeer tot schade ook van het Notariaat en daardoor van de Maatschappij, mank gaat, behoorde de Staat door wettelijke bepalingen aan het euvel te gemoet te komen, zult gij zeggen.
Ja. voorzeker, men kon een gi-oot gedeelte van het kwaad opheffen door eindelijk eens toe te geven aan de van notarieel-wetenschappelijke zijde, reeds jaar en dag gevraagde uitbreiding van de acten-soort. waarvoor de Notarieele vorm verplichtend is! (§)doch op het gebied van het Burgerlijk recht, treden reeds zoovele billijke en hoogst gewichtige eischen op den voorgrond, dat het zich wel niet laat aanzien, dat deze stof op zichzelve tot eene wijziging daarvan aanleiding zal geven, waar het reeds
C) Gewoonlijk geeft de Praktizijn echter geene scliriftelüke rekening; liever deel hij dit niet. Waarom wel ?
{;â¢) Van denzelfden inhoud als de quot;notarieelequot;, alleen zonder de vormen, die quot;authenticiteitquot; verschaffen.
(v)) Zoo wordt deze vorm van belang geacht voor alle overgangen van onroerende (vaste) goederen en de kwilanliën der kooppenningen daarvan.
15
eenige jaren in de bedoeling van 's Lands Regeering ligt om het geheele Burgerlijk Wetboek aan eene herziening te onderwerpen. (')
Ook al mocht echter die herziening tot stand gekomen, en de acten-soort, welke notarieel moet worden verleden, aanmerkelijk uitgebreid zijn, toch zal het Burgerlijk reent voor het meerendeel der burgerlijke handelingen, de vrijheid moeten laten blijven bestaan, om die bij onderhandsche acte te kunnen constateeren.
Het zoude mij alweder te vei' voeren, indien ik U zoude inededeelen. waarom nimmer voor aile acten door dat Burgerlijke recht de authentieke vorm zoude kunnen worden voorgeschreven.
Blijkt evenwel hieruit, wanneer gij dit nu eens op gezag wilt aannemen zoo te zijn. niet voldoende, dat de Wet dus niet afdoende tegen het euvel kan optreden?
Welnu dan. Burgers van den Nederlandschen Staat, stuit Gijzel ven het kwaad! Gij hebt er niets voor ledoen, maar eenvoudig U te onthouden, en nog wel vooral in Uw eigen belang, van den rechtsbijstand van onbevoegden bij hel opmaken van Uwe acten! Gij zult daardoor ontsnappen aan menig gevaar, zoowel juridisch als economisch. Gij zult er tevens mede «hoogquot; houden het nuttige en schoone ambt: het Notariaat, en de oorzaak wegnemen van den kwijnenden toestand waarin het anders dreigt te zullen geraken. â
Laat dit eenvoudige, maar ernstige woord tot U zijn een nuttig woord. Er staat veel op 't spel. Het rustig bezit van have en goed voor U en Uwe nazaten, de volkswelvaart van ons goede Land zijn bij dezen strijd betrokken!
Ik roep U dringend op tot dien strijd door onthouding tegen de »zaakwaarnemerijquot;, en ik bezweer U toch geen voedsel meer te willen schenken aan dit Maatschappelijk euvel! â Helpt Gij en 'tzal verdwijnen!
(quot;) Eene staatscommissie tot herziening van liet Burgerlijk Wetlioek, ingesteld bij /.. M.'s liesluit van 2X Februari 1SS0 no. 8, is thans tot op ongeveer de helft van de te behandelen stof gevorderd.
-n/