/Af/V/// d
Prijs / 0.35.
Over Vrijmetselarij
en
de Orde der Odd-Fellows.
Uit het Hoogdujt.sch van
Dr. TII EO DOR SCIIÃLER,
Lid van de Loge âJustitiaquot; te BerUju.
Uitgegeven voor rekening i der WARE BATAVEN-LOGE Nr. 4 der I. O. O. F. 1896.
BIBLIOTHEEK UNIVERSITEIT UTRECHT
2963 524 4
en
de Orde der Odd-Fellows.
Uit het Hoogdi itsch van
l)r. TH HO DOR SCHÃLER,
Lid van de L(Jge ,,Jiistitiaquot; te Berlijn.
Uitgegeven voor rekening der WARE BATAVEN-LOGK Nr. 4 der Independent Order of Odd-Fellows.
1896.
I N II O U I).
Blz.
Brief van den Schrijver aan de Loge «De Ware-Bataven» te Amsterdam 5
Hoofdstuk I. Geschiedenis der Vrijmetselarij.........7
T) II. Afdwalingen der Vrijmetselarij.........1U
» III. De verdere ontwikkeling van de Orde der Vrijmetselaars, hare organisatie en haar wezen......15
» IV. Geschiedenis van de Orde der O'ld-Fellows.....23
» V. Organisatie van de Orde der Odd-Fellows.....29
» VI. Het wezen van de Orde der Odd-Fellows.....32
» VII. Aan welke eischcn moet de candidaat beantwoorden,
die opneming verlangt in de Orde der Vrijmetselaars
of der Odd-Fellows............37
» VUL Vacantiekoloniën der Orde, een logearbeid van den
nieuweren tijd..............to
V O O R R E D E
L. S.
Een en kei. woordje hij het verschijnen dezer brochure sij ons ivelwillend toegestaan, omdat wij een toelichting noodig achten om de uitgaaf er van te rechtvaardigen.
Veel is er in den laatsten tijd over hrt Odd-Fellow schap gesproken, geschreven echter nog weinig, en hoewel on:e geliefde Orde rustig maar zeker haren arbeid over de gehecle wereld voortzet, zijn er nochtans velen die gaarne iets meer van nabij omtrent haar ontstaan, hare ontwikkeling, haar doel en streven, kortom, hare geschiedenis zouden loillen vernemen.
Wel verscheen er vóór ongeveer 4 jaren van de hand van een onzer meest sympathieke Ur.-. een boekje dat in populairen vorm gesteld, voor menigeen een leiddraad, teas en voor velen dit nog is; door de veranderingen in de ideeën evenwel, door andere inzichten en beschouwingen, door wijzigingen en. herzieningen van de bestaande toestanden en inrichtingen â het âo tempora o mores. zal zich doen gelden door alle, eeuwen heen â is de uitgaaf van een meer ânaar de eischen des tijdsquot; geschreven boekje noodzakelijk geworden.
Een hoekje nu dat naar onze meeding ten volle aan deze eischen voldoet, is het werkje van Dr. Th. SchüLER, hetivelk voor korten tijd in Duitsciiland verscheen en zooveel succes had, dat niet alleen tal van vrienden aldaar tot de Orde toetraden, maar zelfs kort. daarop de Groot-L^ge in Denemarken eene Deensche vertaling er van aankondigde.
Ook in Denemarken maakte het geschrift grooten opgang en ook daar voelden velen zich geroepen om het voorbeeld te volgen hunner Duitsche naburen door Odd-Fellow te worden.
SctiüLEr's wetenschappelijke beschrijving der geschiedkundige ontwikkeling der Orde, de kalme en waardige wijze waarop hij deze punt voor punt behandelt en uiteenzet, maakt op den aandachtig en lezer ie grooter indruk, wijl ie iere bladzijde, iedere regel tintelt van een gloed, eene bezieling, slechts eene dergelijke grootsche zaak waardig.
Om deze redenen kwam de gedachte hij ons opi om ook in Nederland te trachten onze ideeën meer bekend te maken en
ingang te doen vinden en besloot het Bestuur der W.B.L. den schrijver toestemming te vragen tot vertaling.
Natuurlijk zullen er hij ons ivel leden te vinden zijn die een dergelijk hoekje evengoed souden hehhen kunnen samenstellen, doch âtime is moneyquot; en daarbij komt dat het werk van Dr. S. zooveel grondige studie verraadt, zooveel ervaring toont op het gebied van het Ordeleven dat wij op grond daarvan besloten niet langer te aarzelen, maar dit te beschouwen als basis voor onzen toekomstigen arbeid.
Uitvoerig en zaakkundig beschrijft S. de verschillende stadiën der Orde van hare creatie door Thomas Wildey af tot heden, toetst op vriendschappelijke doch overtuigend'! -wijze het rverken der Odd-Fellows aan dat der Vrijmetselaren, onderwfrpt beiden aan eene onbevooroordeelde critiek, aan den denkenden lezer overlatende tof welke Orde hij zich geroepen gevoelt eventueel als lid toe te treden.
Moge dan de verspreiding van dit boekje in Nederland eenzellde succes hebben als in Duitschland en Denemarken, moge het de wereld ingaan met den innig en wensch dut de heteekenis er van niet alleen gevoeld, begrepen en gewaardeerd ivordt door hen die ivij reeds begroeten als onze vnienden en Br.-. maar vooral door hen, die, onbekend, met het werken onzer Orde, een verkeerd begrip hieromtrent koesteren en aldus vaak tegenover ons staan.
Ook menige vrouw zal ons Bestuur een woord van dank niet willen onthouden, nu zij in staat gesteld is zich een juist en duidelijk begrip van het werken der Odd-Fellows te vormen.
Met des te meer blijmoedigheid zal zij haar echtvriend ter Vergadering zien gaan, nu zij overtuigd kan zijn dat de Orde slechts arbeidt aan de verwezenlijking van haar grootsch ideaal, tevens hare leuze: .
Vriendschap, Liefde en Waarheid.
J. H. F. GOSLEK,
l'rot. Secretaris der W.B. Loye Ao. 4.
Korte Wester do kstr. 8.
Verder hehhen zich de volgende Heer en bereid verklaard aan belangstellenden nadere inlichtingen te verschaffen :
A. VAN DER STEMPEL Jk , Leeraar
Staats- en Handelswetenschappen, Heerengracht 308. A. PLEGING, Fabrikant, Da Costastraat 110â112-
C. VAN DER ZEIJDE,- Leeraar H. B. S. Zaandam.
Mijne yeachle en lieve 73voeders der
Ware-JJatacenloge le Amsterdam.
Gij bewijst mijn onbeduidend geschrift âOver Vrijmetselarij on Odd-fellowshipquot; de groote en onverdiende eer van het in het Nederlandsch te vertalen en het zoodoende voor alle Broeders der Nederlandsche loges toegankelijk te maken. Ik betuig u voor uwe groote vriendelijkheid mijn oprechten dank. Deze waardeering van mijn geringen arbeid maakt mij zeer gelukkig; dat juist heb ik willen bereiken: mijne uiteenzettingen in ruimere broederkringen bekend te doen worden. Het kleine geschrift is eerst in Duitschland in talrijke exemplaren verkocht, daarna vroeg de Groot-Sire van Denemarken in voor 'rsij vleiende bewoordingen mijne toestemming tot eene vertaling quot;quot;in het Deensch en nu komt Gij, mijne lieve Broeders, tot mij en verzoekt, het in het Nederlandsch te mogen vertalen. Deze waardeering van de zijde mijner Broeders is voor mij do beste belooning.
Ik wilde mij voor alles erkentelijk botoonen jegens de Orde der Odd-fellows, die mij zoo liefdevol in hun kring opnamen. Niet dat de Orde der Vrijmetselaars, gelijk het in eene critiek heette, voor mij gesloten was, nadat ik zoo'n werkzaam aandeel had genomen aan de Settegast-beweging. Ik Won zoowel in mijne oude Loge als in de Berlijner Loge van een ander systeem opneming vinden. Het hing slechts van mijn eigen wil af â maar ik hield het in de eerste plaats voor ondankbaar, verder wilde ik mijne lieve vrienden niet laten varen en vooral, do inrichtingen en de doeleinden van de Orde der Odd-fellows waren mij zoo sympathiek geworden, dat ik mij ook niet meer van haar afscheiden wilde.
Ik hoop, mijne Broeders, dat Gij, nu Gij de brochure in het Nederlandsch leest, vooral het oog zult richten op de gevoelens van dankbaarheid, die mij bij mijn kleinen arbeid geleid hebben. Ik heb bij deze gelegenheid enkele fouten verbeterd', waarop de door mij hooggeschatte ma^onnieke Broeder, de Uitgever Findki. in Leipzig en de Staatsraad
i
fi
Fischkr in Gera mij allerwelwillendst opmerkzaam gemaakt hebben.
En zoo wensch ik U met mijn klein geschrift veel sncces. II ier in Duitschland zijn vele mannen van hart, dooide lezing der brochure aangespoord, tot de Orde der Oddfellows toegetreden. De correspondentie, die ik daarover met de thans nieuws Broeders gevoerd heb, was mij een groot genot. Moge onze geliefde Orde door de Xederlandsche uit-
o o O
gave eveneens nieuwe leden winnen!
Dit wensch ik van ganscher harte.
In V. L W.
Uw toegenegen Br. Du. T1IK0D0R SCIIÃLER. Bkrli.tn, Jiinnnri 1800.
HOOFDSTUK L
Geschiedenis der Vrijmetselarij. *)
De vrijmetselarij lieeft oene voorgeschiedenis en eene eigenlijke geschieJeni^; de eerste begint in de Middeleeuwen en de laatste in 1717. Weliswaar bestonden er reeds vóór do Middeleeuwen allerlei vereenigingen, die ongeveer hetzelfde doel hadden als de vrijmetselarij, maar met deze hebben zij niets te maken. Hierop moet vooral groote nadruk gelegd worden. Zoo bestonden er in Egypte en Griekenland mysteriën; in Egypte waren ze slechts voor priesters toegankelijk en hadden betrekking op de diepere beteekenis van de godsdienstige gebruiken; in Griekenland stonden ze daarentegen open voor alle standen en betrofïen eveneens den godsdienst. Hiertoe behoorde ook de Pythagoreïsche Bond, die zich hoofdzakelijk met philosophie en in 't geheim ook met politiek bezighield. In de Middeleeuwen waren er vooral twee geheime genootschappen, die hier vermelding verdienen: het Veemgericht, een overblijfsel van de onmiddellijke rechtsbevoegdheid van het hoofd van het Duitsche rijk, en de Orde der Tempeliers, welker voornaamste mysterie, gelijk men weet, hierin bestond, dat bij het opnemen van nieuwe leden en in de geheime bepalingen gebruiken toegepast en leerstellingen verbreid werden, die zeer sterk van die der kerk afweken. Wij zullen er in het hoofdstuk over de âAfdwalingen der Vrijmetselarijquot; nog nader op wijzen, dat de Orde der Tempeliers volstrekt niets met de Vrijmetselarij heeft uit te staan en hoe jammer het voor den bond der Vrijmetselaars was en nog is, dat zulk een denkbeeldige betrekking werd en nog wordt gezocht. Tot de voorgeschiedenis van den bond der Vrijmetselaars in de Middeleeuwen be-hooren in de eerste plaats de vereenigingen van bouwlieden,
C) De schrijver raailpieegde bij zijne opstellen vooral de geschriften van den uitstekenden schrijver-vrij metselaar Otto Henne am Rhyn, i. b. diens veelgelezen werk «ïlet Boek d er-M ys ter i ë n», alsook de geschriften van de Odd-Fellowschrijvers Andracas en Weisz.
8
metselaars en steenhouwers, die een zeker geheim ceremonieel hadden.
De vergaderplaatsen van de steenhouwersgenootschappen waren houten loodsen of hutten (loges) in de nabijheid van in aanbouw zijnde kerken ; bij voorkeur noemden deze ver-eeuigingen zich bouw hutten en de leden betitelden zich als broeders. Bekend is de in 1459 opgestelde âVerordening en vereen iging van de a 1 ge m een e boeder-schap der vrije metselaren en steenhouwers . Volgens die statuten waren er in de broedoiv-chap : Meesters, Gezellen en Leerlingen. Iedere maand was er vergadering; een hoofdfeest was de dag van St. Jan den Dooper. Bij de samenkomsten bestond een bepaald ceremonieel, waarbij vragen en antwoorden van den voorzittendeu Meester tot degenen, die een ondergeschikt ambt bekleedden, eene hoofdrol speelden. Als teekenen van herkenning golden een zekere groet en eene bijzondere manier van de hand te drukken. Op deze wijze konden de steenhouwers, waar ze ook kwamen, in bouw-hutten worden toegelaten. Het is een feit, dat het teeken van herkenning en de wijze van kloppen dezelfde zijn als bij de leerlingen-vrijmetselaars; de ceremonie der opneming was echter zonder twijfel geheel anders. Daarentegen waren er bij de drinkgelagen der steenhouwers, die op hunne vergaderingen volgden, bepaalde ceremoniën in gebruik, welke aan die der tafelloges van de Vrijmetselaars herinneren. In do vijftiende eeuw gingen de Duitsche bouwhutten haar ontbinding te gemoet ; hare leden gingen over in de gilden. Vooral de dertigjarige oorlog bracht aan de bouwloges een gevoeligen slag toe. Toen daarop Staatsburg door Lodewijk XIV was ingenomen, verbood de Duitsche Rijksdag aan de Duitsche hutten iedere gemeenschap met de hoofdlint in Staatsburg. De stichting van een nieuwe hoofdhut was onmogelijk, en icoo hief de Keizer in 1731 alle bouwhutten in Duitschland op.
In tegenstelling tot deze gebeursenissen in Duitschland verkregen de Engelsche bouwloges een beteekenis voor de wereldgeschiedenis. Do Engelsche steenhouwers noemden zich ter onderscheiding van de gewone metselaars, (do rough-masons), free-masons. Vrijmetselaars, d.i. bewerkers van bouwsteen. Zij droegen onderling zorg voor technische opleiding en vorming, alsook voor het zedelijk welzijn der individu's; zij waren verdraagzaam jegens andersdenkenden op godsdienstig gebied
lt;)
on ondersteunden elkander in ongeluk en ziekte. Zij kregen een nooit gedachte uitbreiding.
Het jaar 1(307 braclit eene belangrijke hervorming van * de bouwhutten of lodges (loges), gelijk de Engelsche term luidt. Er hadden driemaandelijksche vergaderingen plaats, en die masons, welke aan het geestelijk streven geen deelnamen, moesten in de gilden terugtreden, terwijl de begaafde, niet meer werktuigelijk arbeidende leden, die belang stelden in de bouwkunst en het ideale streven, zich bij de loges als zoogenaamde âaangenomen broedersquot; aansloten. Deze omstreeks dien tijd begonnen scheiding nam sleeds grootere afmetingen aan ; de bouwlieden van beroep werden steeds geringer in aantal en de aangenomen broeders vormden de meerderhid. En zoo kwam het eindelijk tot een volkomen afscheiding van het handwerk en tot de stichting van geestelijke Broeder-schappen van Vrijmetselaars; de symbolische opvatting van het bouwen trad in de plaats van de stoffelijke. Driemannen waren het, die in het jaar 1717 vier loges tot ééne Groot-loge vereenigden, die een Grootmeester en twee Grootopzieners lieten kiezen en op deze wijze den Bond der Vrijmetselaars, zooals hij thans nog bestaat, stichten. Het waren : de theologen Desaguliers en Anderson en de oudheidken-
~ O
ner George Pavne.
O */
Dus in 1717 hield het genootschap van handwerkslieden op te bestaan en ontstond de Engelsche Groot loge, de moeder van alle latere Grootloges der wereld. De nieuwe Grootloge vereenigde mannen van iederen sta-nd, ieder beroep, iederen godsdienst. De nieuwe vrijmetselaars behielden de zinnebeelden, spreuken en gebruiken der werklieden en legden ze in zedelijken zin uit; ze bouwden nu een geestelijken tempel der menschheid. Weliswaar kenden zij geen verschil van geloofsbelijdenis, maar zij verplichtten hunne medeleden, aan God cn de onsterfelijkheid der ziel te gelooven. Zij openden en sloten iedere loge met een gebed en verboden in hunne vergaderingen gesprekken over politiek en godsdienst. Hun eerste en hoogste grondbeginsel was de algemeene menschenliefde. De nieuwe Groot-loge liet door haar medeoprichter A-nderson weldra hare grondstellingen in het boek der Grondwet samenvatten, dat nog heden ten dage als grondslag onz r Vrijmetselaars geldt en onder ieders bereik is. Zij benoemde voorts een commissie
10
voor liefdadigheid en stelde als grondbeginsel vast : aan alle broeders en alle menschen in nood en ellende hulp te verlee-nen. Evenzoo ontstonden spoedig de drie graden van Leerlingen, Gezellen en Meesters. Ho )gere graden bestonden er niet, zoodat reeds op deze plaats kan worden geconstateerd : de zuivere vrijmetselarij erkent slechts drie graden. De zuivere Vrijmetselarij, gelijk die in 1717 werd gegrondvest, is wel godsdienstig, maar niet christelijli. Het confessioneele karakter alsook de hooge graden zijn eerst later tot nadeel van de koninklijke kunst ingevoerd. Snel breidde zich de aldus geschetste Bond der Vrijmetselaren in alle beschaafde landen uit. Maar dit werd steeds gehandhaafd: alleen die logo, welke een vrijbrief van de Engelsche Grootlogo had, geldt als wettige logo. Was in een of ander land een voldoend aantal loges gesticht, dan constitueerden zich deze loges als eene Groot-loge voor dat land. Zoo ontstonden de Grootloges van Ierland, Schotland, Frankrijk, de groote Moederloge van de Drie Wereldbollen te Berlijn, loges in Hamburg, Den Haag, Kopenhagen, Stokhohn, Polen, Rusland, Geneve, Lausonne, Florence, Gibraltar, Madrid, Lissabon, Boston, enz. Zelden heeft zich een denkbeeld met zulk een snelheid over de geheele wereld verbreid.
HOOFDSTUK II.
Afdwalingen der Vrijmetselarij.
Waarin het geheim der Vrijmetselarij bestaat, daarop zullen wy nog uitvoeriger terugkomen. Dat het van zeer on-schuldigen aard is en slechts de oude ceremoniën omvat, d'e van de steenhouwers-broederschappen overgenomen en in den geest des tijds veranderd werden, wilde met name in Duitsch-land aan een groot aantal vrijmetselaars niet bevallen en allerlei andere dingen werden er aan toegevoegd, die met de Vrijmetselarij soms niets hadden uit te staan. Zoo ontstonden de afdwalingen in de Vrijmetselarij, waarover wij nader willen handelen.
Eerst waren het de zoogenaamde Rozek ruisers, die verbinding met de Vrijmetselarij zochten en vonden. Een
11
monnik Kosenkrouz zou, naar men beweert, in de 14de ot 15de eeuw nanr liet Oosten zijn gereisd, groote ervaring in geheime wetenschappen verkregen en met andere monniken do nieuwe orde gesticht hebben, die zich in de Rijnstreek, de Nederlanden, Italië en Eageland verbreidde. Waarschijnlijk zijn de loeringen der liozekruizers door de Jezuieten in den Vrijmetselaarsbond gedrongen. De belangrijke Orde van Rozekruisers in het midden der 18de eeuw was van de Vrijmetselarij streng gescheiden; zij beschouwden zich in zekeren zin als de hoogere afdeeling der vrijmetselaarsorde en hielden zich voornamelijk bezig met de sterrenwichelarij, oproeping van geesten, alchimie enz. Tot de verbreiders dezer orde behoorde de bekende Schrepfer, die zich in de omstreken van Leipzig een kogel do gt;r het hoofd joeg, toen zijn bedrog ontdekt werd. Ook de Pruisische ministers Wöllneren Bischofs-w er der waren Rozekruisers; zij wisten Friedrich Wilhelm II te bewegen hunne zittingen bij te wonen Het is bekend, dat zij den koning na zulk een zitting tot het schandelijke godsdienst-edict van 1788 aanspoorden. Ook de bedriegers Saint-Germain en Cagliostro trachtten valsche denkbeelden in den Vrijmetselaarsbond te brengen, trouwens met zeer gering succes
Verder werd een andere nieuwigheid bij de Orde ingevoerd n 1. de zoogenaamde hooge graden, die verbazend veel schade hebben aangericht en ten deele nog aanrichten. Ook hier was h t weder aan den eenen kant de zucht, om meer aan het maconniek geheim toe te voegen; aan den anderen kant was liet do katholieke kerk en naast deze de aanhangers van den kroonpretendent Stnart, die de Vrijmetselarij voor hunne bijzondere belangen zochten te gebruiken. De hooge graden, waarop wij spoedig meer in 't bijzonder terugkomen, hebben veel onheil gesticht.
Een hooge graad is ook de nog thans in Engeland bestaande zoogenaamde Koyal-Archo-graad, die in het jaar 1741 iu Engeland ontstond. Hij is een opperste afdeeling van den meestergraad; zijne ceiemonicn herinneren aan instellingen der katholieke kerk. Het spreekt van zelf, dat ernstige mannen niet naar dezen graad streven.
Hetzelfde ongeveer zijn de Schotsche graden, die in Frankrijk ontstonden. De partij van de uit Engeland verdreven pretendenten-familie Stuart, die voor het herstel van den
12
Pretendent op den Engelsclien troon werkte, verbreidde liet fabeltje, volgens hetwelk do Vrijmetselaarsorde tijdens de Krnistocliten in Palestina ontstaan zou zijn en zich daar met de Orde der Johannieters zou verbonden hebben. Anderen spraken weer van de Orde der Tempeliers in plaats van die der Johannieter-ridders; deze beweerden, dat de Orde dei-Tempeliers niet met Molay 'een einde had gevonden, doch dat voortvluchtige Tempeliers in Schotland hunne ordege-lieimen door aansluiting bij Vrijmetselaarsloges hadden bewaard.
Dit is historisch onwaar, maar werd niettemin geloofd; zoo ontstonden de hoogere of Schotsche graden of naar den schotschen beschermheilige: St. Andreasgraden; en de loges, die het rituaal der Tempeliers gebruikten, heetten Schotsche of St.-Andreasloges. Bij de opneming in deze loge prentte men den nieuwelingen in, den dood van den bouwmeester Hiram te wreken. Ieder vrijmetselaar kent de Hiram-legende, ieder vrijmetselaar weet ook, dat deze wraak niets met de Vrijmetselarij te maken lieett. Iliram was een bouwmeester van den tempel van Salomo. Men meende hiermee echter niet Iliram, maar de wraak over de verdrijving der Stuarts en de wraak over de rampen der katholieke Kerk door de Hervorming.
In 1742 ontstond in Berlijn eene Schotsche loge, voor welke vooral Baron von Hundt, een rijk landeigenaar, werkzaam was. Hij werd eerst Metselaar, daarna in Frankrijk lid van de nieuwe Orde der Tempeliers; in Parijs werd hij katholiek en aan den Pretendent Carl Eduard Stuart voorgesteld, dien hij als het hoofd der Orde beschouwde. Hij werd grootmeester van de nieuwe Orde in Duitschland en stichtte op zijn landgoed eene Schotsche loge.
Hier kwam nog bij, dat in den zevenjarigen oorlog Fran-sche avonturiers aan de üuitsche loges voor grof geld de decoraties van de hooge graden brachten. Sinds dien tijd werden in de Ãuitsche loges de hooge graden ingevoerd. Hundt
O O o o
noemde de nieuwe orde der Tempeliers zeer spoedig âstricte observancequot; 1), de drie St. Jansgraden werden als lagere ordegraden beschouwd en vier riddergraden er bijgevoegd. Tot deze âobservancequot; behoorden alleen 26 Duitsche vorsten en bijna alle Duitsche loges stelden de riddergraden in. Zoo
1
(Li. (islrcugo orderegel.»
is het een bijzonderheid, dat de loge âEendrachtquot; in Frankfort a/M. zuiver bleef en zich bij de Engelsche loge aansloot
De Jezuiüten, die de uitvinders van deze uitbreiding ad majorem dei gloriam waren, exploiteerden Hundt zoo volkomen, dat hij verarmde. Toen hij niets meer kon uitrichten, lieten zij hem vallen en kwamen met een nieuw werktuig, den evangelischen theoloog Von Starck, die ook in Parijs katholiek werd (hij stierf als evangelisch opperhofprediker en algemeen inspecteur van 't onderwijs in Darmstadt), die de geestelijke tempelarij, het priesterschap der oude Tempeliers, uitvond, dat de echte geheimen van de oude Tempeliers moest bevatten. De âStricte Observancequot; onderwierp zich niet aan dit Clericaat, koos Hertog Ferdinand van Brunswijk tot Grootvorst en ontnam aan den armen Hundt de leiding der Orde. Hundt stierf kort daarop van verdriet over zijn ongeluk. Onder den nieuwen Grootmeester streefde men naar klaarheid in de verschillende verhoudingen en zon 1 eene deputatie naar den Pretendent Stuart, die toen ook verklaarde, nooit vrijmetselaar te zijn geweest. Door dit verbluffend feil kwam de âStricte observancequot; in verval en werd in 1782 op lu-t convent te Wilhelmsbad bij Hanau ontbonden.
Die loges, welke van toen af met al die dingen gebroken hadden, en zich tevreden stolden met de oude Engelsche Metselarij, begonnen in den eclectischen bond en in de Groot-loge van Hamburg een nieuw macjonniek leven. Andere loges echter, die nog meer tot mysticisme neigden, keerden zich naar een nieuwe uitvinding, de zoogenaamde Zweedsche Metsela rij.
De Zweedsche loges hadden omstreeks 1750 het Zweedsche systeem gegrondvest, dat den praal en de mysteriën van de Stricte Observance, van het Clericaat en do Kozekruiserij samensmolt met de St. Jansmetselarij, onder leiding van den Zweedschen Koning Gustaaf Hl, die door de aldus ingerichte Zweedsche Grootloge de voor hem lastige partij van den adel dreigde te vernietigen. De Pruisische officier van gezondheid Zinnendorf in Berlijn, die Praefekt van de Stricte Observance geweest was, zond vrienden naar Zweden, die de akten van het Zweedsche stelsel moesten meebrengen. Wat zij meebrachten waren de echte akten slechts ten deele; dat, wat ontbrak, was willekeurig samengevat. Zinnendorf stichtte aldus de zoogenaamde groote landloge van Duitschland, welker akten dus
14
deels du echte der Zweedsche loge waren, deels echter ook het produkt van eigen vinding.
En zoo is het tot op den huidigen dag gebleven. â Het Zweedsche systeem heeft 10 graden en gelooft, dat mysteriën van Christus op de apostelen en de Esseërs, van deze door de geestelijke Tempeliers aan de Vrijmetselarij gekomen zijn; een neef van den Grootmeester Beaulieu, Molay's voorganger, heeft, zoo het heet, in een kist, die in don grafkelder van zijn oom verborgen was, de oorkonden van de orde gevonden en ;ce eerst naar Parijs, toen naar Schotland en ten slotte naar Zweden gebracht. In de hoogere graden worden Tempeliers nagedaan ; de ceremoniën van den hoogsten graad moeten veel overeenkomst met de katholieke mis hebben. De opperste waardigheidsbekleeder heet : Vicaris van Salomo. Dit systeem werd ook in Denemarken ingevoerd en kwam, gelijk vermeld is, verminkt in Duitschland.
Het is hekend, dat Keizer Frederik als Grootmeester de groote Landloge door zijn vriend Schifïman wilde doen hervormen en tot de Engelsche Vrijmetselarij terugvoeren. Het gelukte hem niet; de keizer, toen kroonprins, legde zijn ambt neder en Schiffman werd uitgesloten. Al wat daarbij voorgevallen is, is door Fin del uit Leipzig uitvoerig opgehelderd in eene brochure, die indertijd veel opzien baarde en voor ieder te koop was; Findel maakte zelfs het rituaal der beide tempelriddergraden openbaar. De in 1870 verschenen Brochure is nu niet meer in den handel.
De rnaconnieke tempelarij bloeide verder in Amerika met 33 graden : zij was uit Frankrijk in Amerika gekomen, om na de groote Revolutie als iets nieuws weer in Frankrijk terug te keeren. Nog heden ten dage bloeit zij in Noord-Amerika, Frankrijk, Italië, Spanje, enz.
Al deze stelsels betitelen zich als o ud -ch r is te 1 ij k e ; zij hebben de drie St. Jansgraden slechts als inleiding tot de hopge graden; zij beelden zich in, dat zij in deze hooge graden de echte vrijmetselarij uitoefenen. Over alle bovengemelde afdwalingen kan men slechts het hoofd schudden; wij zullen zien, dat het wezen der zuivere vrijmetselarij in geheel ie'is anders bestaat.
15
HOOFDSTUK HI.
Ds verdere ontwikkeling van de Orde der Vrijmetselaren, hare organisatie et liaar wezen.
Terwijl do Vrijmetselarij zich aan den cénen kant, gelijk wij in het vorige hoofdstuk gezien hebben, door afdwalingen benadeelde, leed zij aan den anderen kant nog moer onder de vervolgingen, waaraan ze in verschillende staten was blootgesteld. Zoo waren alle pausen tot op den huidigen d;ig toe do grootste vijanden van de Vrijmetselarij. In banbullen werd de Bond door verschillende pausen verboden, verdoemd en in den ban gedaan; het laatst deed dit Leo XIII. De kleine regeeringen van het oude Italië deden als de pausen, evenzoo Portugal en Spanje. In Portugal bestaan tegenwoordig weer veel loges. In Oostenrijk bloeide de Vrijmetselarij het eerst onder den vrijzinnigen Jozef II â wij herinneren slechts aan de macons HnyJn en Mozart (Mozart's maconniek werk: âDie Zauberflöte .) Maar Leopold II onderdrukte in 1795 de Vrijmetselarij in zijne Staten geheel en al. Eerst sedert 1867 werden in Hongarije de loges weer toegelaten; de Wee-ner loges arbeiden aan de grens op Hongaarsch gebied. In den jongsten tijd schijnt er kans te bestaan, dat ook in Wee-nen zelf weder lolt;res zullen worden seduld.
O O
Dat in Rusland in 1821 Alexander I de Vrijmetselaarsloges n.et geweld onderdrukte, kan bij niemand verbazing wekken. Nadat in Duitschland met de Kozekruisers en soortgelijke verbindingen voor goed gebroken was, begon het langzame herstel der Orde, dat tot op den huidigen dag voortduurt. Wij vermeldden reeds de stichting van den eclec-tischen Bond, die het eerst in Duitschland naar oud-Engelsclie wijze arbeidde. In denzelfden geest streefden vele beroemde mannen, om de Vrijmetselarij weder tot hare zuivere gestalte terug te brengen; wij noemen Fessier, die de loge Koyal-York in eene Grootloge herschiep; hij kon wel do iiooge graden niet geheel afschaffen, maar iiij verving ze door de graden der kennis, waarin hij eene zedelijke wereldorde en do onsterfelijkheid der ziel tot bewustzijn bracht. In denzelfden geest werkten Fichte en Schröder, de laatste iu Hamburg. Schroder vooral veranderde de Engelsche provinciale
1(5
loge van Hamburg in eene Grootloge, dio gelieel evenals de eclectische Bond naar oud-Engelsche wijze werkte, gelieel in den geest van liet door ons vermelde grondwetboek van Anderson. Scliröder grondvestte in Hamburg ook don Kirgbon d, welks leden in alle Duitsclie loges ma^onnieke geschiedenis en symboliek wetenschappelijk bewerkten.
In denzelfden geest werkten de beroemde philosoof Kr au se en zijn vriend Mossdorf, die den mannenbond tot een menschheidsbond wilden uitbreiden. Van de Duitsclie dichters waren lierder, Zschokke, Bürger, boven alle Goethe, daarna Gutzkow krachtig werkzaam als vrijmetselaars. Gcethe's âFaustquot; en Gutzkow's âRitter vom Geistequot; «zijn ma^onnieke werken. In den nieuweren tijd zijn Marbach, Seydel, Fin del en Kit ter ha us werkzaam geweest in dienst eener Hberale Vrijmetselarij. Findel stichtte in 18G1 do thans nog bloeiende V e r e e n i g i n g van D u i t s c h e V r ij m e t s e 1 a a r s, die in den geest van den Engbond maconnieke kennis ver breidde. Op dezelfde wijze werkt de Lessingbond. Zoo is in Duitschlaud een frisch, maconniek streven merkbaar; op den strijd van dit vrijzinnige streven met de hooge graden zullen wij later nog terugkomen. In Italië bestaan circa 180 loges met 12000 leden, in Hongarije 45 loges en in Spanje zijn sedert 1808 over de honderd loges gesticht. Het is een feit, dat de bond overal gedurig aangroeit
amp; O O
In Frankrijk, België, Spanje en Br.izilië bestaan thans Grootloges met verschillende stelsels ; in Nederland. Zwitserland, Denemarken. Zweden, Engeland, Schotland, Ierland, 11 ongarije, Italië, Portugal, Griekenland, in iederen staat der Vereenigde Staten van Noord-Amerika, in iedere republiek van Midden- en Zuid-Amerika bestaat telkens ééne Grootloge, die alle logos van dat land vereenigt. Uuitschland heeft alleen
O O
8 Grootloges, die sinds 1872 vereenigd zijn in den Bond der Grootloges. De anti-semitische beweging doet zich helaas ook in de loges veelvuldig gelden. De nint-opneming van Israëlieten in de 3 Pruisische Grootloges en de opvatting over hét gewicht der hooge graden heeft in den jongsten tijd eene nieuwe Grootloge doen ontstaan: âKaiser Friedrich zur Bun-destreuequot;. Zij is door den Bond der Grootloges niet erkend en zal in den eersten tijd ook wel niet erkend worden.
In 't geheel zullen er ongeveer 90 Grootloges met 15000
O O O
loges en een millioen vrijmetselaars zijn. Deze Grootloges zijn
17
ieder voor zich zelfstandig. Wij zullen zien, dat de organisatie van de Orde der Odd-fellows hiervan in den grond verschilt; hier bestaat eene souvereine Grootloge, van welke alle Groot-loges der wereld afhangen ; bij de orde der Vrijmetselaars is dit niet het geval. Bij de laatste is iedere Grootloge volkomen onafhankelijk ; de eenige samenhang bestaat hierin, dat do meeste Grootloges elkander erkennen en door een zooce-
o O
naamden Representant vertegenwoordigd zijn.
Deze representanten ontvangen geloofsbrieven en vertegenwoordigen hunne Grootloges bij eene andere ; de Grootloges zijn op deze wijze op de hoogte van alle verhoudingen. Aan het hoofd van iedere Grootlogo staat een Grootmeester; bovendien worden nog verkozen 2 Grootopzieners, een Grootredenaar, een Grootsecretaris, een Grootceremoniemeester, een Grootpenningmeester. Deze grootambtenaren vormen met de representanten der afzonderlijke loges van het overeenkomstig systeem en de representanten van erkende Grootloges de Grootloge. Iedere nieuw gestichte Grootloge hecht er veel gewicht aan, op de aangeduide wijze door de andere Grootloges erkend te worden.
Is een Broeder van eene aldus erkende Grootloge op reis, dan kan hij er zeker van zijn, in allo loges broederlijke opneming te zullen vinden; wel wordt hij in het voorvertrek aan een onderzoek onderworpen, of hij werkelijk vrijmetselaar is en welken graad hij bezit. In den regel wordt aan broeders van niet erkende Grootloaies het bezoek geweijrerd : reeds om
O O O 3
deze reden wordt voor de erkenning moeite gedaan.
O O
Deze schoone inrichting, dat men, waar men zich op aarde bevindt, broeders vindt en terstond een tehuis heeft, kenmerkt don Vrijmetselaarsbond als een wereldbond, die naam, doel en herkenningsteekenen gemeen heeft. Wat over 't geheel aile Vrijmetselaren gemeen hebben, is in korte trekken het volgende:
Godsdienst en politiek zijn streng van de werkzaamheden uitgesloten; de vrijmetselarij bevordert het welzijn der inensch-heid ; zij ondersteunt iederen hulpbehoevende, ook al is hij geen broeder. Tot dit doel heeft zij in den loop des tijds een groot aantal inrichtingen van liefdadigheid en algemeen nut in het leven geroepen. Het wezen der Vrijmetselarij bestaat in de uitoefening der al ge me ene m en-sc henliefde en hierin stemt de vrijmetselarij geheel overeen met de Orde der odd-fellows. Dat, wat in het hoofdstuk over
18
het wezen der odd-felloworde meer in bijzonderherlen zal worden zal worden medegedeeld, geldt over 't geheel genomen ook voor de orde der Vrijmetselaars.
Wij maakten hiervóór melding van het onderzoek, dat de vrijmetselaar ondergaan moot alvorens tot den arbeid in de logos te worden toegelaten. Dit onderzoek strekt zich uit over zekere kenteekenen, die voor profanen streng geheim worden gehouden. Dit onderzoek is noodzakelijk, om onzuivere elementen te weren. Iedere graad heeft zijn bijzonder woord, dat op een bepaalde wijze wordt uitgesproken ; verder een bijzonder teeken, dat in verschillende handbewegingen bestaat en in een bij/.ondere wijze, waarop men de hand van dengene, die onderzocht wordt, drukt. Ook plegen vrijmetselaars elkander te herkennen aan een bepaalde manier van aan de deur te kloppen en een bijzondere manier van drinken.
Deze herkenninfrstoekenen vormen in vereeniging; mot
O O O
bepaalde gebruiken en zinnebeelden het zoogenaamde geheim der Vrijmetselarij. Een ander geheim is e r n i e t.
Bij opneming en bevordering tot den tweeden en derden graad, bij rouwplechtigheden voor overleden broeders en bij andere feestelijke gelegenheden worden bepaalde gebruiken in acht genomen, die, gelijk wij reeds vermeldden, aan de oude steenliouwersbroederschappen ontleend zijn. Natuurlijk zijn deze gebruiken later meer opgesierd, om zoo te zeggen veredeld geworden. Deze gebruiken verschillen al naar gelang van het ma^onnieke stelsel.
De zinnebeelden, die ook aan de oude bouwhutten ontleend zijn, bestaan in de eerste plaats in nietselaarsgereed-schappen, andere herinneren aan kerkelijke ceremoniën. Deze zinnebeelden of symbolen worden in zoogenaamde instructie-logen door den voorzittenden Meester verklaard.
Andere geheimen bezit de bond dus niet; met name worden geene vreeselijke eeden gezworen, gelijk zoo vaak verteld wordt. De stilzwijgendheid, die een man past, wordt op het woord als Metselaar plechtig beloofd.
De afzonderlijke loges zijn de nauwere vereenigingen van vrijmetselaars; zij dragen bepaalde namen naar uitnemende persoonlijkheden, naar maconnieke zinnebeelden enz. In Amerika hebben vele loges nog een zeker nummer, al naar het getal loges eener bepaalde Grootloge ; zoo bij voorbeeld heet
19
eene logo van de Grootloge van Illinois Loge N0. 4 van Illinois. Iedere loge heeft een bepaald getal ambtenaren (officieren) ; een meester van den stoel (Achtbare meester), een eersten en tweeden opziener, een secretaris, een redenaar, een penningmeester, een ceremoniemeester ; deze laatste is belast met het onderzoek der vreemde broeders. De verffaderingen
O O
zelve heeten evenee: s loges en men onderscheidt werk loges, waarin de zaken behandeld worden, opnemingsloges tot opneming van candidaten en instructieloges, waarin voordrachten van leerzamen inhoud worden gehouden.
Eene loge moet tegen iederen onbescheiden blik en tegen het binnendringen van niet-gerechtigden gewaarbor gd zijn. Zij heet dan gedekt. Gewoonlijk wordt zij gehouden in een lange vierhoekige zaal met een verhoogden zetel voor den Stoei meester (Achtbaren meester), en tegenover dezen twee zetels voor de Opzieners. De overige broeders zitten aan beide zijden ; de kleeding is zwart, het hoofd blijft gedekt, als teeken van de vrijheid des mans ; witte handschoenen zijn de uitdrukking van de reinheid der gemoedsstemming en een
c O o
kort, w t schootsvel herinnert aan de afstamming van de steen-houwers. Buitendien hebben de officieren bijzondere kentee-kenen en verder heeft iedere loge hare bijzondere insignes, die in den regel om den hals gedragen worden, doch slechts gedurende den arbeid in de loge. In Amerika en ook in Frankrijk verschijnen de loges bij plechtige gelegenheden in deze ma^onnieke kleeding. Deze volslagen onma9onnieke gewoonte is in Duitschland alsook in andere staten streng verboden. Al naardat leerlingen, gezellen of meesters vergaderen, spreekt men van leerlingen-, gezellen- en meesterloges.
In de leerlingenloges worden door leden van alle drie de graden algemeene zaken behandeld; officiersverkiezingen hebben plaats en opneming van nieuwe leerlingen. In de gezellen-loges worden door gezellen en meesters leerlingen tot gezellen bevorderd en in de mee=terloges worden door meesters gezellen tot meesters bevorderd. Eene leerlingen-, gezellen- of meesterloge heet instructieloge, wanneer, gelijk reeds is opgemerkt, voordrachten gehouden worden.
In 't algemeen herinnert de graad van leerling aan het aanschouwen van het levenslicht in geestelijken zin, aan de geestelijke geboorte van den mensch. De gezellengraad herinnert aan het lief en leed en de gevaren van het menschelijk leven.
20
en do meestergraad aan den dood, aan liet einde en behandelt de vragen over het voortbestaan na den dood en over de onsterfelijkheid der ziel.
Deze drie graden noemt men ook wel de St. Jansgraden, omdat de vrijmetselaars gelijk dc oude steenhouwers Johannes den Dooper als hun schutspatroon beschouwden. Op zijn feest, 24 Juni, vindt overal op de aarde, waar zich een loge bevindt, eene feestelijke vergadering plaats. Op denzelfden dag pleegt ieder broeder-vrijmetselaar, waar hij ook vertoeft, naar een loge te eaan.
O O
Aan welke eischen een man voldoen moet, om de opening waardig te zijn, zal elders behandeld worden. De can-didaat moet vóór alles zijn: een vrij man van goeden naam. Dit wordt helaas niet overal in acht genomen. In de oude Pruisische, in do Deensche en de Zweedsche loges neemt men geen Israëlieten op en in de Noord-Amerikaansche loges Seen kleurlingen. Zoo is het gekomen, dat in Duitschland
O O O 7
vele eclectische en Hamburger loges bijna uitsluitend uit Israëlieten bestaan en in Amerika vele loges uitsluitend uit kleurlingen, terwijl aan den anderen kant in de Engelsche koloniën broeders van alle kleur en godsdienst vreedzaam met elkander arbeiden. Dat zijn treurige teekenen, die tegen de grondstellingen der zuivere vrijmetselarij indruischen. Indu-n wij in Duitschland overal op het standpunt van Anderson's constitutieboek van hot jaar 1717 stonden, zou het met de Vrijmetselarij goed geschapen zijn Zoo moeten wij thans, aan den vooravond der 20stc eeuw, ernstig arbeiden om zoo vrij te zijn, als onze voorvaderen bij het begin der ] 8llu eeuw waren. De eclectische en de Hamburger Grootloge maken hierop eene uitzondering. Do stichting van do Grootlogo âKaisor Friodrich zur Bundostreuoquot; door een der uitnomond-sto Metselaars van den tegenwoordigon tijd, den Geheimen liegeeringsraad Professor Dr. Sottogast, kwam voort uit do
o o o 7
omstandigheid dat nog onkolo jaren geledon in Berlijn geen Israëlieten werden opgenomen. De Grootlogo Royal York, die dit volgons hare statuten had kunnen doen, hooft hot helaas in de laatsto jaren niet meer gedaan en zoo gaven deze bijna ongelooflijke toestanden Settegast aanleiding tot zijne nieuwe stichting. Do Grootloge Royal York kan het verwijt niet ontgaan, dat z ij voornamelijk schuld heeft aan de stoornissen, die voor do Orde dor Vrijmetselarij zoo verderfelijk
zijn. Of hot een of het ander! Staat er in de wet, dat Israëlieten ino^en opgenomen worden, dan mag men niemand afwijzen, omdat hij een Jood is. En zoo is men helaas te werk Cegaan ! De beide andere Oud-Pruisische Grootloges hebben
o o o
in hun wetboek liet christelijk beginsel staan ; dat is van ons standpunt gezien niet ma^onniek â maar zij â¢hebben die wet en moeten haar eerbiedifiren. In Koval -York heeft men even-
O «.
wel juist circa 25 jaren geleden de wet in den geest des tijds veranderd, om tot de vermelde toestanden te geraken. Dat moet juist in 't oog gehouden worden, dat is de voornaamste reden voor het ontstaan der nieuwe Grootloge. Eerst moest Settegast een bres schieten in het zoogenaamde âSpren-ffelrechtquot; d^r Pruisische Grootloges d i. het uitsluitend recht
O ~
op een bepaald rechtsgebied. Dit gebeurde en door het vonnis van het oppergerechtshof werd het vermeende recht in 1893 te niet gedaan. Sinds dat tijdstip stichtten echter de eclectische en de Hamburger Grootloge ieder eene loge in
O O O
Berlijn, zoodat van nu af aan Israëlieten de toetreding tot erkende loges vrijstaat. Dit is de reden, dat de nieuwe Grootloge geene merkbare vorderingen maakte en het te
O O O
Berlijn en te Bre-lan met 4 loges nauwelijks tot 200 leden bracht. Nog andere fouten werden begaan ; de stichting van
O O 3 O
twee loires in Amerika volgde, doch langs telegrafischen weg,
O O 7 O O c57
zonder dat iemand uit Amerika in Berlijn, of iemand xiit Berlijn daarginds tegenwoordig was ; deze loges verdwenen snel ; zij zijn niet alleen voor de Grootloge, maar vooral voor de Vrijmetselarij in Amerika verderfelijk geweest. Zoo moet men geen loges in 't leven roepen ! Wellicht vond ook de kundige Settegast niet de geschikte medewerkers â kortom, deze met zooveel vreugde begroete beweging heeft niet de
O O O O
uitbreiding gekregen, die zij verdient, dit kan niet verbloemd worden; misschien wordt dit mettertijd nog beter. Eene dusdanige beweging had honderden leden moeten meesleepen, het is niet gebeurd, niettegenstaande feitelijk te Berlijn honderden Israëlietische vrijmetselaars wonen, van wie mocht worden verondersteld, dat ze zich om een man van Settegast's beteekenis zouden geschaard hebben. Als niet eens de mannen, voor wie Settegast do vaan ontrolde, zich om hem schaarden â hoe zou men het dan van anderen willen verlangen I Eene onzes inziens al- te heftige polemiek met de drie Pruisische Grootloges, zelfs in politieke bladen, bewerkte
22
dat de Duitsclie bond der Grootloges in dit jaar met 7 stemmen tegen 1 de erkenning weigerde.
Daar nu aan den anderen kant de nieuwe eclectische en Hamburger loge feitelijk bloeien en met de Pruisische loges in de beste verstandhouding leven, is het zeer de vraag, of de Settegast-beweging, die ontwijfelbaar in Zuid-Duitschland vele vrienden heeft, dat wat zij toch in de eerste plaats beoogde : een grondige hervorming der geheele Vrijmetselaarsorde, zal tot stand brengen. Onzes inziens zou dit doel te bereiken zijn, indien de Settegast-loges met de eclectische Berlijnsche loge eene eclectische provinciaal-grootloge vormden en indien Sotlegast als provinciaal-Grootmeester onder de bescherming der erkende Grootloge zijn strijd x gt;\i voortzetten; dan zou deze beweging groote afmetingen aannemen. Het schijnt evenwel, dat deze weg niet wordt ingeslagen. Voor-loopig tracht de nieuwe Grootloge haar weg alleen te bewandelen en vergenoegt zich met de erkenning door de Grootloge van Hongarije en die der Nederlanden. Jammer genoeg echter wordt de strijd tegen de drie Pruisische Grootloges in de dagbladen voortgezet en op een wijze, die ook door do vrienden der nieuwe Grootloge niet gebillijkt zal worden. De geheele Orde der Vrijmetselaars lijdt onder dit gehaspel ten zeerste; voor alle dingen moest men den strijd daar verder voeren, waar hij alleen thuishoort: in de maconnieke bladen.
Ten slotte moeten wij nog melding maken van de hooge graden, waarover wij in het hoofdstuk over de âafdwalingenquot; reeds spraken. Wij houden de hooge graden slechts voor liefhebberijen zonder wezenlijk doel, ja zelfs voor misvormingen der ware Metselarij. De zuivere ware Metselarij heeft alleen de drie St.-Jansgraden ; wat daarbuiten of boven gaat is geen vrijmetselarij meer. De ware Vrijmetselarij, ge 1 ij k zij op het gansche wereldrond uitgeoefend moest worden, werkt alleen in de drie graden en neemt ie d er e n v r ij en man v an g o e d e n n a a m op; zij kent geen verschil van godsdienstige be -lij de nis, stand of huidkleur; hare tempels zijn ware woonplaatsen der algemeene menschen-liefde.
23
HOOFDSTUK IV.
Geschiedenis van de Orde der Odd-Fellows.
In de eerste helft en omstreeks liet midden der vorige eeuw werd een genootschap der Odd-Fellows gesticht, onder het motto; vriendschap, liefde, waarheid. Het waren eenvoudige arbeiders en handwerkslieden, die elkander steun wilden verlecnen tegen onvoorziene slagen van het noodlot. Zij noemden hunne vergaderingen lodges (loges) en de leden dezer loges voelden- zich als broeders. Zij verboden ten strengste alle gesprekken over godsdienst of politiek ; zij openden en sloten hunne vergaderingen naar het voorbeeld der gilden met gebed en zekere ceremoniën, en bedachten teekenen, om elkaar in en buiten de loges als broeders te herkennen. Wij zien hier dezelfde wijze van ontstaan als bij de vrijmetselaarsloges eu het ontstaan der teêkens en gebruiken van de oude bouwhutten. Zij noemden zich Odd-Fellows, d. i. hulparbeiders. Tot deze loges trad namelijk een groot aantal mannen van alle standen toe en ook hier, evenals bij de vrijmetselaars vormde dit element van niet-handwerkslie-den de meerderheid en stempelde ook deze broederschappen tot geestelijke loges. De naam Odd-Fellows (vrije gezellen) in tegenstelling tot de gilden, werd behouden. De vertaling âwonderlijke broedersquot; is daarentegen geheel mislukt; noch de grondstellingen noch do gebruiken zijn wonderlijk.
De orde breidde zich met groote snelheid over geheel Engeland uit en noemde zich eerst: âVereenigde Orde der Odd-Fellowsquot;. Langzamerhand zag men echter in, dat de werk-
o o '
zaamheden der orde evenzeer op de geestelijke en zedelijke' verheffing der leden als op ondersteuning en liefdadigheid gericht moest zijn
Ploe meer zich dit denkbeeld onder de leden en loges vestigde, des te meer bleek het, dat hervormingen in de geheele organisatie en in het logeleven noodig waren. En deze her-
O O O
vormingen gaven aanleiding tot eene afscheiding van die
o o o o
elementen, welke de orde een geestelijk karakter wilden geven van hen, die in de loges slechts onderstandsvereenigingen wilden zien. Reeds dadelijk de eerste hervormingsmaatregel: om het rooken en drinken uit de vergaderingen te weren en slechts ernstige beraadslagingen te houden, om zoo de gansche
2i
instelling te veredelen, leidde tot eene weldadige scheiding. In liet jaar 1813 scheidden zich de Hervormde Loges onder den naam âOnafhankelijke Orde der Odd-fellowsquot; (independent ordre of odd-fellows : I. O. O. F.) af van de âVereenigde Orde der odd-fellows. Daar deze afscheiding op een congres te Manchester tot stand kwam, heette de Hervormde Veree-niging ook âManchester Unityquot;, de oude vereeniging noemde zich ook wel London-Unity De Manchester-Unity wies snel aan en overvleugelde spoedig do oude vereeniging; in liet jaar 1825 werd te Manchester een centraal comité als een soort van Hoofdbestuur der orde ingesteld. Van de Lon-don-Unity kwamen in den loop des tijds vele vertakkingen, die srootendeels uit handwerkslieden bestonden en in de eerste plaats wederzijdsche ondersteuning door crediet, zieken- en begrafenisfondsen ten doel hadden. Zoo bestaan er nog tegen-woord!» in Enjjeland vele vertakkingen: improved ordre
O O O i
of odd-fellows; ancient imperial ordre; british united odd-fellows; N o r f o 1 k - O r d r e, S t r a ff o r d -o d d - F e 11 o w s enz Deze odd-fellowvereenigingen hebben alzoo met de eigenlijke Orde der odd-fellows niets uit te staan. Al die veiveniüingen beperken zich tot gewonen arbeid op het gebied van zieken- en begrafenisfondsen.
O O
Wij vermeldden reeds, welke snelle vorderingen de Manchester-Unity in Engeland maakte; door de betrekkingen van Engeland tot Amerika duurde het niet lang of de denkbeel-der Unity drongen tot Amerika door en deden daar spoedig loges ontstaan. Deze stonden noch onderling noch met de
O â¢â1
moederorde van Engeland in verMnding en er was eerst een uitnemend organisator noodig, die den bond zoo zou hervor-
O O'
men. dat liij in staat kon geacht worden de hem aangewezen roeping in dienst der beschaving te vervullen. Zulk een man was T h o in a s W i 1 d e y, die terecht als de waarachtige grondlegger der Orde wordt beschouwd.
CO
Hij werd in 1782 te Londen geboren en was een eenvoudig handwerksman, doch niet idealistische neigingen en zeldzame gemoedsbeschaving. In 1817 ging hij naar Amerika en wel naar Baltimore. Daar heerschte juist de gele koorts zoo vreeselijk, dat duizenden menschen stierven en de ellende der koortslijders even hartverscheurend was als des mart der nagelaten betrekkingen. Als een echt odd-fellow verleende Wildy krachtdadige hulp en na afloop van de epidemie stond het bij htm
25
vast, dat bij herhaling van zulk een ramp eene flinke oddfellow loge ter hand moest zijn. De noodzakelijke 4 medeoprichters waren spoedig gevonden en den 26 April 1819 opende hij de Washingtonloge No. I, die weldra door de Franklinloge No. 2 gevolgd werd. Wildey was de eerste Grootmeester en de 2Gste April 1819 geldt als stichtingsdag van de orde der odd-fellows en wordt ieder jaar over de ge-heele wereld gevierd
De bei Ie nieuw opgerichte loges stichtten op haar beurt eene Grootloge, de Grootloge van Maryland en de Vereenigde Staten, nadat de Washingtonloge een vrijbrief van de Hertog-Yorkloge te Preston ontvangen had, dien de Manchester Unity in 18'21 bekrachtigde De Grootmeester AVildey liet, om aan alle wettelijke formaliteiten te voldoen, vrijbrieven voor de ' Washington- en Franklinloges door de nieuwe Grootloge bekrachtigen. Met eene volharding en ene'gie, die in de geschiedenis haar wedergade zoekt, ghiii Wildey voorwaarts en overwon de grootste moeiel ijk heden. Loges in Philadelphia en Boston, die zonder vrijbrief waren, en de Co'umbialoge te New Y^rk, die een vrijbrief van de London-Unity had, haalde hij over, vrijbrieven van de Grootloge van Maryland te nemen. Tegelijk installeerde hij heel verstandig in die respectieve staten Grootloges, en zoo ontstonden naast de loge Mass; ichusett I in Boston de Grootloge van Boston, naast de Pennsvlvania-loge I de Grootloge van Pennsylvanië en naast de Colnmbia-loge I de Grootloge van New-York. Tegelijkertijd deed de Grootloge van Maryland en de Vereenigde Staten afstand van haar vrijbrief, zij constitueerde zich als Grootloge van Maryland alleen en richtte met do andere Grootloges eene boven alle staande Nationale Grootloge der Vereenigde Staten op. Het was van groot belang, dat deze door de Manchester-Unity erkend en overeenstemming in rituaal en werkzaamheden verkregen -werd. Wildey, snel besloten, reisde naar M anchester, en na groote moeielijkheden overwonnen te hebben erlang !e hij den verlangden vrijbrief; waardoor aan do Grootloge der Vereenigde Staten de uitsluitende rechtsbevoegdheid over de odd-fellows in dit land werd toegekend. Zoo werd de arbeid van Wildey bekroond en van dat tijdstip af noemde zich de Amerikaansche orde âI n d e p e n d e n t - o rd e r of Od d-F e 11 o w squot;. De Grootloge noemde zich âGrootloge der Vereenigde Statenquot;; haar eerste Groot-Sire was haar
26
stichter AVildey. Eerst in den niemveren tijd heeft de Groot-loge der Vereenigde Staten den naam van âSouvereine Groot-loge der Vereenigde Statenquot; aangenomen, om ook door den naam de eenheid in organisatie der orde aan te duiden.
De band met de Manchester-Unity bleef nog hierdoor bewaard, dat het reispaswoord werd uitgewisseld. Sedert het jaar 1842 is de scheiding echter volkomen en allen, die tegenwoordig tot de I. O. O. F. gerekend worden, hangen met de Souvereine Grootloge samen. Wij willen evi nwel reeds hier opmerken, dat het streven van alle verstandige oddfellows er op gericht is, de in de Manchester-Unity bestaande verkeerd lieden uit te roeien, aldus deze orde met haar circa 700,000 leden op dezelfde ideale hoogte te brengen en zoo binnen niet al te langen tijd eone vereeniging te bewerken, door welke de gezamenlijke orde alle soortgelijke vereenigingen verre zou overvleugelen.
Van 1825 â1833 stond Wildey aan het hoofd van de orde en lijfde staat op staat bij haar in. In 1861 sloot de tachtigjarige grijsaard voor goed de vermoeide oogen. Algemeen was de rouw over zijn dood ; liefde en dankbaarheid stichtten hern te Baltimore een prachtig gedenkteeken. Zoolang er odd fellows zijn, zal hij hun een voorbeeld aller orde-deugden wezen. Wildey heeft georganiseerd en hervormd. Toen hij de orde slichtte, was het hoofddoel : stoifelijk hulpbetoon, ziekenbezoek, zorg voor do begrafenis, ondersteuning van weduwen en weezen. Gaandeweg trad het stoffelijk beginsel op den achtergrond en de Orde werd vóór alles een kring van goede mannen, trouw aan hun plichten, die elkander in het gevoel van naar eenzelfde doel te streven broederlijk de hand reiken en in alle levensomstandigheden trouw ter zijde staan.
De zeer verdienstelijke Ridgely, die lange jaren Groot-Secretaris der Orde geweest is, zegt in eene lofrede op Wildey, dat onder diens leiding 426963 leden opgenomen en 8804000 dollars tot ondersteuning van hulpbehoevenden besteed werden.
Deze cijfers alleen volstaan! Nadat de Orde op de Sandwich-eilanden en in Australië was doorgedrongen, begon men met de invoering in Duitschland. In 1869 werd dit denkbeeld door een zekeren Br. Ostheini geopperd en de Groot-Sire Farnsworth zelf reisde in 1870 met dit doel naar Duitschland.
27
Wegens den pas uitgebroken oorlog 'ging Farnsworth maar tot Londen ; daar deed hij den uitnemenden Br. Morse bij zich komen, die zich juist in Duitschland ophield en voor-zas: dezen met de uitgestrekste volmachteu en aanbevelingen, met name van den Duitschen gezant in Amerika, Baron Gerold, en den Amerikaanschen gezant, George Bancroft. Terwijl de oorlog in Frankrijk woedde, gelukte het schoone vrede werk. Reeds den len December 1870 ontstond de Württemberg-loge No. 1; de Saxonia-loge No. 1 in Dresden en de Helvetia-loge No 1 in Zürich volgden en nu ging het steeds vooruit. Den len April 1871 werd de eerste loge in Berlijn gesticht en wel de Germania-loge. In December 1872 volgde de instelling van de Grootloge van het Duitsche Kijk, die spoedig de distriktloges van Brandenburg, Württem-berg, Hannover, Saksen en later van Silezië-Posen vormde. Eerst kortelings werd de distriks-Grootloge van Sleeswijk-Holstein in Kiel opgericht. In 1874 kwam de Grootloge in Zwitserland tot stand; toen, nadat in 1878 de eerste loge in Kopenhagen geopend, was, de Grootloge van Denemarken, de Grootloge van Nederland en in 1895 die van Zweden. In 1 877 werd in Duitschland de verplichte ondersteuning der zieken facultatief gesteld, om te voorkomen, dat de Orde tot een zieken- en ondersteuningsfonds zou verlaagd worden.
Sedert 1881 worden ieder jaar Odd-fellowdagen gevierd die rijk aan zegenrijke gevolgen zijn gebleken. Als uitsluitend Orde-orgaan verschijnt sinds 1882 de âOdd-Fellowquot; in Leipzig. In 1883 verleende de Souvereine Grootloge aan de Grootloge van het Duitsche Rijk groote vrijheden ; zij deed zulks naderhand ook bij alle andere Grootloges, zij ging n. 1. van de volgende grondstellingen uit : Indien het wensche-lijk is, dat de orde den geheelen aardbol omspant, zoo is dit slechts bereikbaar door het beginsel der onafhankelijkheid hoog te houden. Dit.doel wordt bereikt, door aan alle bniten-landsche rechtsmachten de grootstmogelijke onafhankelijkheid toe te staan en ze slechts te verplichten tot eerbiediging en erken-ning van de volgende drie voorschriften, die de gelofte bevatten,
O o 'o
welke alle Odd fellows van alle landen en tongen verbindt :
1. zich de grondleerstellingen der Orde eigen te maken en ze te bewaren ;
2. al wat tot de taak en het doel der Orde behoort, over te nemen en uit te voeren ;
28
3, het ongeschreven werk der Orde, afkomstig van du Souvereine Grootloge, aan te nemen.
Het laatste punt heeft betrekking op de paswoorden, teekenen, handgrepen, op het jaarlijksche reispaswoord en zijn verklaring.
Evenals aan de Duitsche Grootloge werd ook aan de andere Grootloges het recht toegekend, een eigen geschreven werk te ontwerpen en zelve den vorm te kiezen, waarin de grondbeginselen worden ontwikkeld, in overeenstemming met de gewoonten en het karakter van ieder land in 't bijzonder.
De noodzakelijk geworden veranderingen in, het rituaal voor Duitschland werden in 1885 vastgesteld. De orde is nu behalve in Amerika in Australië, Chili, Cuba, Denemarken, Frankrijk, Duitschland, Japan, Mexico, Nederland, Peru, de Sandwich eilanden, Zwitserland en Zweden ingevoerd.
In 1894 waren- er 806013 leden en de gezamenlijke inkomsten bedroegen 8511004,52 dollar = 21277511,30 gulden. Voor ondersteuningen werd uitgegeven: 3312970,39 dollar = 8382425,95 gulden. Van 1830â1894 werd over quot;t geheel voor ondersteuningen uitgegeven : (;437()2(j5 dollar = 160990662,5 gulden.
Liefdadigheidsinstellingen van de Orde in Duitschland zijn o. a. het algemeene vrijwillige weduwen- en weezenfonds in München, het Saksische Odd-fellow-weduw'enfonds, de Ver-eeniging tot ondersteuning van nagelaten betrekkingen in het distrikt van de Grootloge van Hannover, Verzekeringsveree-nigingen van de Lipsia- en Molhusia-loge in Saksen, van de Hassia-loge te Kassei en de Herder-loge te Apolda, het Tehuis der Odd-fellows te Greiz, de vacantiekolonie der Odd ⢠fellows in Berlijn en do studiebeurs der Odd-fellows, alle zeer heilzame inrichtingen. Zoo gelijkt do Orde der Odd-fellows op een boom, welks wortels vast met de aarde vergroeid zijn en welks takken en gebladerte schaduw geven over de geheele wereld. Al moge ook at en toe een tak verdorren en afvallen en al moet soms een wilde loot afgesneden worden â de boom zelf groeit en bloeit en brengt heerlijke vruchten voort, zoolang hij voedsel trekt uit het idealisme der menschheid, dus tot aan het einde der wereld I
20
HOOFDSTUK V.
Organisatie van de Orde der Odd-Fellows.
Organisatie en streven der Odcl-felloworde zijn evenmin een gelieim als hare geschiedenis. Geheim zijn precies als hij de Vrijmetselarij slechts de ceremoniën bij de opneming en de bevorderingen, verder de herkenningsteekenen, de bijzondere handdruk, de manier van aankloppen en de paswoorden. W ie lid was of is van beide orden weet, dat ze beide metterdaad denzelfden oorsprong hebben in de oude âbouwhut-tenquot; en dat al de bovengemelde geheimen eene verrassende
O ö
gelijkenis vertoonen. Daar nu ook de doeleinden en oogmerken van beide orden dezelfde zijn, kan met voldoening worden gewaardeerd, dat twee zulke uitstekende groote broedi rschappen in dienst der menschenliefde staan. Het zoogenaamde geheim
O O
is noodzakelijk, om indringers te weren ; de teekens en paswoorden dienen om te bewijzen dat men tot de Orde behoort; door hen vindt iedere odd-fellow waar zich slechts eene loge bevindt, toegang en vriendschappelijke opneming, een tehuis.
Iemand, die opgenomen wenscht te worden, moet minstens 21 jaar oud zijn, aan een Hooger Wezen als Schepper en Onderhouder wan het heelal gelooven en een vrij man van goeden naam zijn, geheel gelijk we reeds geschetst hebben.
De eigenlijke werkplaatsen der Orde zijn de loges. Vijf Broeders van den derden graad, op wie niets te zeggen is, kunnen een vrijbrief tot opr-ichting eener onderloge verzoeken. Het bestuur der loge berust in de handen van bestuursleden, die ieder jaar gekozen en benoemd worden; het werkt volgens bijbepalingen, die door het respectieve daartoe bevoegde Hoofdbestuur goedgekeurd zijn. De verkozen officieren, die aan de loge den stempel opdrukken, zijn de Voorzittende Meester, de Onder-Voorzitter, do Penningmeester, de Secretaris voor do notulen en do Secretaris van financiën. De Voorzittende Meester opent en sluit de werkzaamheden naar een bepaald rituaal, bij de leiding van de verhandelingen volgt men bepaalde parlementaire regels; iedere loge heeft te dien einde bepaalde orderegels.
De onderloges kiezen vertegenwoordigers in de distrikts-grootloges, deze op hun beurt kiezen uit haar midden de leden
30
der Grootloge van liet rijk en de ledrn van deze laatste weder liet hoofd van den Bond : den Groot-Sire. Opdat liet kosmopolitisch karakter der Orde bewaard blijve, heeft de Souve-reine Grootloge in Amerika do uitsluitende leiding der o; e h e i m e w e r k z a a m h e d e n in handen. Daardoor wordt de band tusschen do afzonderlijke loges en leden in alle lauden der aarde onderling gevormd en behouden.
In freldaangelecrenhedeii handelen de onderloges zelfstan-
O O O O
dig; zij geven hunne geldelijke bijdragen, per hoofd berekend, aan de distriktsgrootloges; zij zijn verplicht aan deze laatste om het halfjaar statistische verslagen omtrent het ledental en de finantiën in te dienen.
Hierdoor is op elk tijdstip eene nauwkeurige statistiek van de gezamenlijke Orde mogelijk. Ook de grootloges hebben hunne verkozen en benoemde officieren ; aan het hoofd eener distrikts-grootloge staat een Grootmeester en aan het hoofd eener rijks-grootloge een Groot-Sire. (zie boven !) Een aantal oiulerloges (in den regel 10), die minstens 7 gewezen Voorzittende meesters, zoogenaamde ex-meesters, hebben, kunnen bij de Rijks-grootloge aanzoek doen om een vrijbrief tot oprichting eener distrikts-grootloge ; deze worden dus uit ex-meesters gevormd, van wie mm kan aannemen, dat zij nauwkeurige wetskennis, rijke ervaring en een zeker oordeel hebben. Dit is eene zeer wijze bepaling! In geschillen appeleeren de onderloges of hare leden aan de distrikts-grootloges en eventueel weer van deze aan do liijksgrootloge. De distriktsgrootloges vaardigen do vrijbrieven voor nieuwe loges in hare distrikten uit, installeeren de officieren en houden het toeziclit op den arbeid der onderloges.
De vijf gekozen officieren eener onderlogo worden door den arbeid van verschillende commissies ondersteund, die uit ervaren broeders samengesteld worden. De gewichtigste zijn;
1 De commissie van onderzoek tot slechting en beslissing van geschillen ;
2. De opnemings (recherche) commissie, die onderzoekt of een candidaat de opneming waardig is ;
3. De zieken-commissie, en
4. De onderstands commissie.
Deze commissies staan zieke en hulpbehoevende broeders met raad en daad bij, zorgen voor de waardige teraardebestelling van broeders en waken voor het welzijn van de weduwen en weezen.
De medewerking aan do voornaamste verrichtingen der
O O
loge is eeu voorrecht, aan het bezit der drie graden verbonden. Met wijs inzicht in de menschelijke natuur, die zich eerst tr.ipsgewijze ontwikkelt, ontvouwt de Orde hare leerstukken in drie graden. Zij omvatten eene trapsgewijze onderwijzing van gemoed en verstand in het eigenlijke wezen der Orde, door plechtige ceremoniën en edele symboliek opgeluisterd.
De Orde heeft steeds groote waarde gehecht aan den onderstand door bemiddeling van vrouwen In 1852 werd voor vrouwen en weduwen van broeders de Rebekkagraad ingevoerd.
In Duitschland hebben de liebekka-graadloges weinig succes gehad ; eene Rebekka-loge, te Berlijn gesticht, bestond slechts kort, terwijl in Kopenhagen eene soortgelijke loge goed vooruit gaat.
In Duitschland nemen, gelijk bij de vrijmetselaars, de vrouwen deel aan bijzondere feestelijke plechtigheden, bij voorkeur op gezellige wijze.
Behalve deze graden zijn er nog drie zoogenaamde âle-gergradenquot; (booge graden), die in zoover een zeker gewicht hebben, dat de verkiesbaarheid tot de Kijks-grootloge aan het bezit dier graden verbonden is.
De naam âhooge graadquot; moet hier evenwel anders worden opgevat als bij de Vrijmetselarij. Dat, wat in het âlegerquot; onderwezen wordt, behoort tot het wezen der orde. Bij de ma^onnieke booge graden was dit, gelijk wij zagen, heel anders.
Alle broeders van den derden graad kunnen bij het
âlegerquot; worden opgenomen en door de onderwijzing in de
drie âlegergradenquot; moet de zedelijke opvoeding der broeders
voltooid, het gebouw bekroond worden. Het âlegerquot; moet,
dit is de bedoeling, uit de goeden de besten kiezen, opdat
de wrootloges vereenigincren worden van mannerf, uitmuntend
⢠⢠⢠11 1 door schoone deugden,- vol juist begrip van de zaak en vol
ijver voor den bloei der orde I Dat wat de âlegersquot; voor de
Orde moeten doen, zal eerst dan kunnen geschieden, wanneer
bij voortgaande ontwikkeling overal, waar loges zijn, ook
âlegersquot; ontstaan.
Gelijk wij reeds vermeldden, behooren tot het ongeschreven geheime werk herkenningsteekenen, paswoorden enz, die door de Souve reine Grootloge in Amerika eensluidend voor de geheele orde worden vastgesteld.
Een antler deel van liet geheime werk is geschreven of gedrukt en behelst de onderwijzingen in de graden (rituaal), die ook geheim moeten gehouden worden en insgelijks door de souvereine grootloge worden samengesteld, zoodat ook op dit punt eenheid in de orde heerscht.
Het wetboek of compendium schrijft allo vormen van arbeid en bestuur voor. Hierin is tot op de geringste bijzonderheden gelet, die eventueel aanleiding tot twijfel of bedenkingen zouden kunnen geven. Zoo staat de orde inet de souvereine grootlogo, wakende over de beginselen en geheime werkzaamheden, aan het hoofd, als een goed geregeld en goedverdeeld bouwwerk voor ons. De grondvesten zijn de verheven beginselen van vriendschap, liefde en waarheid. Terwijl de drie zuilen wijsheid, schoonheid, sterkte de orde der vrijmetselaars stutten, zijn het bij de orde der Odd-fellows de drie zuilen: vriendschap, liefde, waarheid, die onwankelbaar en voor eeuwen vaststaan.
HOOFDSTUK VI.
Het wezen van de Orde der Odd-Fellows.
De orde der Odd-Fellows was aanvankelijk niets dan een vereenijiing tot wederzijdsche ondersteuning en hulp in nood. Eerst mettertijd breidde haar arbeidsveld zich uit door de opneming van zekere ethische beginselen, waaraan reeds de hervormende M nichcster-l nitv behoefte gevoelde.
I O
Toen Wildey de orde naar Amerika verplantte, waren zieken-, -weduwen- en weezenfondsen hem niet voldoende. ,,Zieken bezoeken, nooddruftigen helpen, dooden teranrdebe-stellen, weezen opvoedenquot; dit was de taak der orde, niet door geld alleeu, maar door persoonlijk optreden en persoonlijke offers en zoo kwam men van de practijk tot de theorie dei weldadigheid ; men werkte op het gemoed door toespraken en plechtige ceremoniën, men roerde do harten, stemde den geest zachter en wekte geestdrift voor ideale beginselen. Door dusdanigen, onverinoeiden arbeid nam de orde in Amerika een grooten en vasten vorm aan en verkreeg een zoo groote beteekenis, dat zij bijna als een aanvulling van de republi-keinsche grondwet gelden mag. Do Odd-Felloworde is in Amerika populair geworden, meer dan eenige andere soortgelijke instelling. Dat is een schitterend succes.
33
In Duitschlancl zijn de verriclitingen der orde als uitvloeisel van clu werkzaamheid der vereenigingen nog gering iu verhouding tot die van andere corporaties. Maar dat is een euvel, dat met ieder jaar minder wordt. Keeds staat zij als evenboortige naast de zooveel oudere Vrijmetselaarsorde. Zij streeft er voortdurend naar, op het gebied der practise h e m e n s c h e n 1 i e f d e werkzaam te zijn. Daarbij is het organisme zoo stevig en in elkaar grijpend, dat de hevigste stormen haar niet kunnen doen wankelen. In dit opzicht overtreft zij zelfs de vrijmetselaarsorde, en verschijnselen gelijk de zeer goed verklaarbare Settegast-beweging zijn in de Odd-felloworde niet mogelijk. Daar komt nog bij, dat doeleinden en oogmerken der orde, haar organisatie, geschiedenis en karakter open liggen voor ieders oogen. In de voorrede van de grondwet der ondergeschikte loges in het distrikt Hanno-
O o O
ver staat : Het ,,Odd fellowshipquot; is gebouwd op het breede en »vaste fondament der algemeene m e n s c h e n 1 i e fd e. Het ïeischt van zijne leden geen bepaalde geloofsbelijdenis, maar »het geloof aan een hooger wezen, den Schepper en Onder-))houder van het Heelal. Door hare grondwet heeft de orde ))de vergeestelijking der beginselen van wederzijdsche onder-ssteuning en hulpbetoon in zich opgenomen, zij heeft zich ))in de eerste plaats als einddoel gesteld: de geestelijke »en zedelijke vorming van den inensch te bevor-))deren en alle menschen door den band van welwillendheid »en naastenliefde met elkander te verbinden ; door hare grond-))wet heeft zij zich uit de boeien van het zuivere .materialisme ))tot de lichte sferen van het ideale streven weten te ver-» heffenquot;.
De geestelijke natuur der orde treedt in Duitschland vooral op den voorgrond. Men wil de gemoederen der broeders vervullen met de juiste voorstelling van hunne krachten en bekwaamheden, men wil hun de plichten als burger, vader en inensch aanschouwelijk maken en hen tot erkenning en toepassing brengen van de waarachtig broederlijke verhouding tusschen den eenen mensch en den anderen. Tot de werkzaamheden der loges en grootloges behooren de besprekingen, beraadslagingen en besluiten over wetten, welker intrekking of wijziging om de een of andere reden wenschelijk geworden is ; voorts beraadslagingen over hulpbetoon aan hulpbehoevende leden ; onderwijzing aangaande inrichtingen der orde ;
34
afdoening van formeele zaken ; inleiding en bespreking van dingen, die ten bate der orde kunnen strekken; in aansluiting hierbij wetenschappelijke voordrachten. Besprekingen over politiek en godsdienstige sekten alsmede over andere ongepaste stotten zijn op strafte verboden.
De Odd fellows werken zoo jaar in jaar uit in hunne loges, zij leeren en vormen elkander, zij streven naar volmaking onder de leuze van alle Oddfellows: Vriendschap, liefde, waarheid.
Uit al het medegedeelde blijkt ten duidelijkste, dat de Orde geenszins zooals onwetende lieden van haar beweren, louter een verzekering- en speculatie maatschappij ten gunste harer leden is. De besproken wederzijdscho ondersteuningen en liefdediensten zijn bijzaak en het groote einddoel beslaat dus hierin, de geestelijke en zedelijke eigenschappen van den mensch meer aan te kweeken. De Odd-fellow tracht zijn eigen karakter en dat van zijn medemensch te veredelen, zichzelf en anderen het goede voor te houden en den geest te verlichten. Zijn humaan streven moet zich evenwel niet alleen tot de broeders der orde en hunne familie uitstrekken, neen, ook tot al zijn medemenschen, wie zij ook zijn mogen.
Welken rang wij ook in de maatschappij bekleeden, aan welke dagtaak wij ook arbeiden, tot welk kerkgenootschap wij ook behooren, die eene taak hebben wij allen te vervullen: goede en trouwe menschen te worden. In deze vervulling ligt de menschenwaarde, de zaligheid, de hemel op aarde. Niemand mag zoo gering schijnen, dat men niet beproeven zou, hem de hand te reiken e;i bij de vervulling dezer taak behulpzaam te zijn. Waar een kloof de menschen scheidt, waar zich een opening vertoont in de broederketen, daar zijn de odd fellows geroepen tusschenbeide te komen en te zorgen, dat gemeenschap en vrede behouden blijven, dat de menschen in plaats van haat liefde leeren en steeds meer en meer tot één hart, één ziel worden. Het verkeer in de loges en de gemeenschap met andere goede menschen zal het gevoel zoo veredelen, dat men ook daar buiten in de wereld spoedig gevoelen kan, wat er nog ontbreekt, wat nog niet is, zooals het zijn moest en wat beter moet worden. Deze ernstige taak zoo goed mogelijk te vervullen, moet bet streven van iederen broeder zijn Daartoe heeft hij zich verplicht en overal in de wereld vindt hij gelegenheid daartoe. Grootsch is het doel,
35
eindeloos het arbeidsveld ! Zoowel in kleine als in groote aangelegenheden, in eigen huis en daar buiten op de gansche aarde bieden zich dag aan dag duizenden gelegenheden aan, om aan de uitvoering van dit plan mede te werken. Als de Orde zekere vormen aannam, volgens welke zij toetreding en omgang regelt, als er ceremoniën worden in acht genomen, als er zoogenaamd rituaal is ingevoerd, zoo is dit het recht der Orde, gelijk immers ook ieder ander genootschap bepaalde vormen in acht neemt. Het geestelijk karakter rechtvaardigt de plechtige opneming, de toespraken, welke, met voorbeelden uit de geschiedenis doorvlochten, opofferende vriendschap en rnenschenliefde voor oogen voeren; het rechtvaardigt de inrichtingen der loges, die symbolisch de grondbeginselen der Orde uitbeelden. En dat de Orde om een o p onderlinge eenheid berustend internationaal verkeer van de loges en hare leden onderling mogelijk te maken, mitsgaders om oningewijden den toegang tot de loges te beletten, eensluidende paswoorden en herkenningsteekenen gebruikt, die geheim gehouden moeten worden, is bepaald noodzakelijk.
Deze geluime maatregelen en gebruiken behooren noodwendig tot de algeheele organisatie der orde, om met succes de oogmerken en doeleinden der orde te bereiken, maar zij behooren niet tot haar eigenlijke .wezen.
Het karakter der orde, welke een internationale vereeni-ging van humane mannen is, berust alzoo op zedelijke grondbeginselen, door welker aankweeking gestreefd wordt om op den grondslag van ware humaniteit het stoffelijk welzijn van individu e.i gemeenschap te bevorderen.
Een beroemd ordebroeder, de Ameiikaan«che vice-president Schuijler Colfax zeide bij eene plechtige gelegenheid:
âJuist aan onze altaren wordt de verheffende leer verkondigd, dat God de Vader van allen is en allle menschen âbroeders. Builen onze loges moge deze goddelijke waarheid âdoor scherpe critiek met betrekking tot godsdienstige belij-âdenis en nationaliteit verontreinigd en verduisterd worden. âSedert evenwel de odd-felloworde. bestaat, heeft haar rituaal âsteeds getuigd, dat er voor haar slechts één land is: de âwereld ; en ééne familie : het geheele menschengeslacht, en âdat in iederen plicht der weldadigheid en eiken dienst der âbarmhartigheid iedereen onze buurman is.quot;
Alle leerstellingen van de Orde der odd-fellows laten
zich â eii dit zij liet slot onzer beschouwingen â in de voortreffelijke woorden van den dichter samenvatten ;
âWij leven naar daden, niet naar jaren; naar gedachten, âniet naar ademhalingen ; naar gevoelens, niet naar de lijnen âvan een zonnewijzer.
âAVij moesten den tijd berekenen naar het hart.
âZij, die lijt meeste geluk verspreiden, leven het langst; âdie het edelste gevoelen en het beste doen.quot;
Wij hebben in deze artikelen opheldering willen geven omtrent geschiedenis, organisatie en karakter van twee groote vereenigingeu, die een werehltaak hadden en steeds zullen hebben. Wij wildon vooroordeelen uit den weg ruimen en met name over de vrijmetselaarsorde licht verspreiden. Dewijl zooveel bijgeloovige denkbeelden over beide orden verbreid waren en ten deele nog zijn, scheen ons deze arbeid noodzakelijk. â In den tegenwoordigen tijd van verlichting is ook op dit gebied veel verbeterd. Welke denkbeelden vroeger verbreid waren, moge het volgende historische voorbeeld aan-toonen ;
Toen den 7Jen December 1782 te Küstrin door 10 verlichte mannen de thans nog bloeiende vrijmetselaarsloge werd ingewijd, kwam op het marktplein, waar het logegebouw gelegen was, een groote menigte bijeen, die vol angst op het .oogenblik wachtte, dat de duivel door den schoorsteen in den vrijmetselaarstempel zou afdalen en de gezamenlijke broederschap aan zijn dienst zou verbinden ! JVu, de duivel kwam niet onder de broeders, maar wel de engel der liefde, die van die loge uit geluk en zegen bracht over de armen dei-stad. En zoo is het heden nog- ! De enlt;ïel der liefde is ten
O O
nauwste met de vrijmetselaars-orde en die der odd-fellows verbonden Liefde heerscht in beide orden en het gesternte, dat van uit beide zijn levenwekkende stralen over de, geheele menschheid uitzendt, is :
de algemeene menschenliefde.
37
HOOFDSTUK VII.
Aan welke eischen moet de candidaat voldoen, die in de Orde der Vrijmetselaars of der Odd-Fellows wenscht opgenomen te worden?
De min of meer goede hoedanigheid van elke loge wordt bepaald door geest, gehalte, en werkzaamheid harer leden. Ieder broeder in 't bijzonder moet door de loge, door de gemeenschap worden opgevoed. Het komt geheel aan op de eigenschappen van hun karakter: zijn zij traag, lauw, zonder geestelijken en zedelijken aanleg, dan kan van een opvoedenden invloed der loge geen sprake zijn. Zijn zij onbekwaam, humaniteit te beoefenen, dan heeft natuurlijk de aansporing hiertoe geenerlei uitwerking.
Even onmogelijk is het, ze tot bevordering van werken van algemeen nut te gebruiken of voor algemeene menschen-liefde in geestdrift te ontsteken, wanneer het hun ontbreekt aan liefde tot de menschheid, gemeenschapszin en belange-looze overgave voor edele en hoogere doeleinden. Een goede en volmaakte loge eischt sroede en volmaakte leden en de
O O
hoedanigheid van deze laatsten richt zich weder naar de mate van omzichtigheid bij de opneming. Hoe moet een candidaat zijn. die in een loge wil opgenomen worden ? Dat er âniets op hem te zeggen isquot; is niet voldoende I Iemand is nog niet waardig aangenomen te worden, als men verder niets van hem weet, dan dat er niets te zijnen nadeele bekend is. Een loge is iets anders als een vereeniging, als een ressource; zij stelt heel andere eischen. Voor alle dingen moet het eerste en voornaamste grondbeginsel immer en altijd dit zijn : een loge, die zich zelf in eere houdt, mag slechts waarlijk vrije mannen opnemen, wier flaam goed, rein en onbevlekt is en steeds geweest is. Deze goede reputatie moet voorts bewijsbaar zijn door bepaalde eigenschappen, voor alles door vaste ze lelijke grondbeginselen, door een onberispelijken levenswandel, door vorming van geest en gemoed, door een levendige zucht naar beschaving. Eene loge, hetzij klein of groot, is alleen dan in staat, haar roeping te vervullen, wanneer de in haar heerschende geest staat boven die van het gewone leven en die geest zich in al hare leden met warmte open-
3
38
baart. Eene loge Iieeft mannen noodig met ernstigen, vrijen blik, met een diep gemoed, geene egoisten, g ene beki-ompen paalburgers ; .zij lieeft behoefte aan mannen, die hart hebben voor al wat schoon en goed is, die voor hun taak in geestdrift kunnen raken, bekwame en flinke mannen. Daarom moeten de candidaten vrije mannen zijn van goeden naam : in de eerste plaats alzoo vrije mannen. Vrij niet in dezen zin, dat zij meerderjarig zijn en vrijelijk over hun vermogen kunnen beschikken, maar vrij in al hunne verhoudingen, zoodat zij aan alle werkzaamheden der loge zonder uitzondering deel kunnen nemen. Hij is een rond en vrij man, die onbekommerd om de gevolgen en zonder aanzien des persoons zijne overtuiging vrijelijk uit en verdedigt. Daarom moet onze candidaat vrij zijn van de heerscheude vooroordoelen. Hij moet de menschen niet naar maatschappelijke positie en stoffelijk bezit classificeeren en beoordeelen. Vooroordeelen moet hij, waar hij kan, bestrijden. Geen slaafsch bukken, noch heersch-zuchtige onderdrukking â dat is het beginsel van vrije mannen. Ieder het zijne en gelijk recht voor allen â dat moet zijn leuze zijn en blijven ! Hij late zich niet door den glans van den roem verblinden, door hooge genialiteit en artistieke begaafdheid van enkele personen, â neen, hij beoordeele do menschen louter naar hun zedelijke waarde.
Voorts zij de candidaat als vrij man geen vormendienaar. Wie zich gedachteloos onderwerpt aan een stijven geloofsdwang, die is niet vrij. De Orde der Vrijmetselaars zoowel als die der Odd-fellows willen, boven alle geloofs- en vormverschillen uit, de menschen in het een en eenig middelpunt van alle godsdienstig leven als gelijken, als broeders vereenigen. Daarom moet een vrijmetselaar en een Odd-fellow zoo vrij zijn, dat hij zelf van de slavernij der doode vormen en letters verlost is ; zijn blik mag door menschelijke instellingen en door partijtwisten niet meer verduisterd zijn, zijn blik moet door alle belemmerende beperkingen heen tot aan dat middelpunt reiken, in hetwelk alle godsdienstig bewustzijn samenloopt. Hoe hooger zich zijn blik tot de vrijheid van hot geestelijk leven verheft, hoe dieper geloofstwisten en bekrompen vormendienst beneden hem liggen, des te dichter is de geest het licht der waarheid genaderd, het glanzend gesternte aan den hemel der Vrijmetselaars en Odd-fellows. Hoe meer wij den oppersten Meester in vriendschap, waarheid en al mach-
tige liefde naderen, des te geschikter zijn wij voor den arbeid in een loge.
De candidaat moet zich als vrij man de vrijheid hierdoor waardig betoonen, dat hij zonder dwang van buiten uit vrijen aandrang zijne plichten jegens zich zelf, jegens de maatschappij en de menschheid vervult, dat hij uit eigen wil alle plichten, die hij op zich genomen heeft, trouw en nauwgezet betracht. Slechts doordat vrije mannen uit eigen, vrijen wil hun plicht verhullen, wordt do arbeid een hooge, zedelijke werkzaamheid, welker beweegkracht duurzaam is en die zegen voortbrengt. Door zulk een vrijen arbeid zal de schitterende ster van beide orden steeds helderder en hooger stijgen !
De candidaat moet echter niet alleen een dusdanig, vrij man zijn, hij moet ook een goeden naam hebben. Onze reputatie, dat is het oordeel van de beteren onzer medemenschen over ons! Ook van de beste en edelste menschen kan men overijlde handelingen aanwijzen ; ieder van ons kan een misstap begaan. Dat doet on/.en goeden naam geen nadeel, als wij eens op een menschelijke zwakheid betrapt worden. Wij hebben weliswaar tot plicht met allo kracht iedere kwade opwelling, iedere zwakheid te vermijden. Maar er is geen mensch, die niet eens gefaald heeft en zoo zullen onze medemenschen ons niet naar enkele feilen beoordeelen. Slechts dan lijdt de goede naam schade, wanneer deze zwakheden en feilen niet de uitzondering, maar den regel vormen. Aan den anderen kant zijn er weder handelingen en gebreken van zulk eene bijzondere natuur, dat ook dan, wanneer ze op zich zelf staand voorkomen, onze naam een ongunstig oordeel lijden moet. Een voorbeeld zal het nog duidelijker maken:- Er staat een boom in onzen tuin, die leelijke uitwassen vertoont, doch de stam is niet ongezond ; trots de zichtbare uitwassen is hij gezond, groeit en bloeit en draagt gezonde vruchten ! Een andere stam van dezelfde grootte en sterkte vertoont eveneens zichtbare gebreken, doch hier moeten we tot do gevolgtrekking komen, dat de heele boom ziek is, hij wil niet groenen, hij bloeit niet, zijn wortels zijn ziek en deze zuigen levenskracht voor den boom op. Net zoo is het bij den mensch I Ja, er zijn men-chen, bij wie door een enkele handeling, die, oppervlakkig beschouwd, een onschuldig karakter draagt, de verdorvenheid van hun gemoed, de volslagen ongezondheid van hun zedelijk leven ontwijfelbaar bewezen is, waardoor de wor-
40
tels van hun zedelijk bewustzijn zijn afgestorven. Dat geeft clan een slechten naam !
H ier doen zich clan feiten en uitingen voor, die zelfs op zich zelf voorkomend een lage en slechte gezindheid verraden. Zulke menschen hebben alzoo een slechten naahi en zulke lieden willen de beide orden nooit in haar midden opnemen. Hier moet echter goed onderscheiden worden : menschen met menschelijke zwakheden en gebreken kunnen wij opnemen â want geen mensch is onfeilbaar ! Maar zulke menschen, die door hunne handelingen, ook al worden die slechts afzonderlijk bekend, bewijzen, dat zij voor zedelijk hoogen arbeid on-waardig zijn, kunnen wij niet opnemen! Deze onderscheiding mag bij de beoordeeling van een candidaat voldoende geacht worden !
Eu indien het is voorgekomen, dat zoodanige mannen bij ongeluk toch werden opgenomen â clan moeten zij naderhand en met energie worden verwijderd. Dat zijn de orden aan hare eer en waardigheid verplicht! Laten wij steeds toegeeflijk zijn jegens zwakheden en gebreken der menschelijke natuur ! Laten wij streng, zoo streng mogelijk zijn tegen principieele laagheid van karakter. Dit beginsel moet in beide orden wet zijn ! Wee de loge, die deze wet niet in stand houdt !
Zulk een vrij man van zulk een goeden naam moet dus de candidaat zijn ! Aan zulk een candidaat worde de toetreding tot eene der genoemde orden met vreugde toegestaan !
En nu ten slotte: wat men z ij n moet, om vrijmetselaar of odd-fellow te worden, dat moet men vooral ook blijven! Men moet al de opgemelde eigenschappen niet alleen hebben, men moet ze ook steeds behouden ! liet onderzoek, waaraan men de candidaten onderwerpt, moeten de broeders, zoo lang zij in de orde staan, voortdurend op zich zelf toepassen. Ieder moet nauwgezet en met zedelijken ernst er naar streven, dat te blijven, wat de eerste voorwaarde bij de opneming was en hem het lidmaatschap der orde waardig maakte: een vrij man van goeden naam!
HOOFDSTUK VIII.
Vacantiekoloniën der Orde, een logewerk van den tegenwoordigen tijd.
»Wij bevelen U, de zieken te bezoeken, bedrukten te helpen, de clooden te doen begraven.
41
de weezen op te voeden.quot;. Dit wordt den Odd-fellow door de regels zijner orde geboden, daarnaar handelt hij, zoodra hij tot de orde is toegetreden. De voortschrijdende tijd stelt hein evenwel nieuwe eisclicn, ook bij zijn orde luidt het: «Geen stilstand, maar vooruitgang!quot; En zoo is aan het voorschrift bedrukten te helpen, een uitbreiding gegeven, in overeenstemming met de toestanden van onzen tijd. Nret alleen de armen en behoeftigen slaan wij bij ; wij helpen ook de kinderen van onzen tijd, die behoefte hebben aan ontspanning Zoo hebben de Odd-fellowloges öp voorstel der Justita-loge sedert 2 jaren in Berlijn de vacantiekoioniën ingevoerd en hieraan grootere uitbreiding te geven is het doel dezer regelen.
Wildey kenschetste het karakter van het waarachtige Odd-fellowschap in de volgende schoone bewoordingen : «Gelijk ))de mensch zijne geestelijke en stoffelijke natuur gelijkelijk «zorgvuldig moet aankweeken, zoo moet ook het Odd-fellow-))schap den blik richten op de harmonische vorming van den ))menschelijken geest en op de gezonde ontwikkeling van het smenschelijk lichaamquot;. Van de opvolging dezer woorden tot aan de vacantie-kolonie is maar een kleine^schrede. Het moet onze heiligste taak zijn, de jeugd gezond te houden en iedere ziekte in de kiem te verstikken ; zoo helpen wij, voor het geheele leven en behouden voor de menschheid sterke en gezonde takken, die altijd nieuwe goede bloesems en vruchten kunnen voortbrengen.
De meest geschikte tijd, om de jeugd to helpen, zijn de schooljaren ; in dit tijdperk, waarin zich het lichaam ontwikkelt, moet ook de geest opzamelen voor den tijd der rijpheid. In dien tijd is het dubbele plicht, zoowel voor den welstand van den geest als voor dien des licliaams zorg te dragen ; want zonder de zorg voor het lichaam kan de geest zich niet ontwikkelen. Daarom is ook in de vacantie aan het kind een tijd gegeven, waarin voornamelijk het lichaam krachtiger moet worden, opdat daarna het zaad van het onderricht op goeden, ontvankelijken grond vallen en ook werkelijk vruchten brengen kan. In geen enkel tijdperk werkt het verkwikkend verblijf buiten opwekkender en versterkender, dan in de jeugd; daarom nemen wij de woorden van Vosz ter harte:
Gezond van lijf en ziel Ie zijn,
Dat is de bron van 't leven ;
Pan stroomt er lust door merg en been.
Pc lust tot dapper streven.
42
Het moot onze taak zijn, liet streven der vacantiever-zorging te ondersteuneu, liet steeds grootere uitbreiding te geven, opdat steeds meer kinderen zulke heerlijke zonnestralen genieten mogen, die gedurende hun geheele leven als een onvergankelijke talisman blijven glanzen in hun herinnering, als een zichtbaar teeken, dat innige menschenliefde nog lang niet van de aarde verdwenen is, integendeel sterker en krachtiger groeit en bloeit dan ooit.
O O
Dat, wat zoo vaak tegen de vacantie-koloniën wordt aangevoerd, dat n 1. de kinderen verwend worden, is door de oudervinding schitterend weerlegd. Gehoorzaamheid, ordelijkheid, reinheid, verdraagzaamheid, dienstvaardigheid, enz. worden integpudeel uit de vacantie-koloni;; in de familie overge-
O O
bracht. Dat dit punt van den opvoedenden invloed geen ondergeschikte toegift bij de lichamelijke versterking is, behoeft niet in 't bijzonder aangetoond te worden.
De uitbreiding, die het denkbeeld van de verzorging gedurende de vacantie van arme, ziekelijke kinderen in de laatste 10 jaren in geheel Duitschland verkregen heeft, is verbazingwekkend. Niets is in Duitschland zoo spoedig populair geworden als de instelling der vacantiekolotiiëu. Er bestaat tegenwoordig wol geen enkele groote stad in Duitschland of zij zorgt op deze wijze voor arme ziekelijke kinderen en om te weten, op welke uitstekende manier gewerkt wordt behoeft slechts herinnerd te worden, dat alleen Berlijn over de 3000 kinderen in heele- en halve vacantiekoloniën plaatst. Dit getal spreekt duidelijker dan al het andere I En zoo kan het ons niet verwonderen, dat in Berlijn, waar de vacantiekoloniën zoo'n vlucht hebben genomen, ook het eerst de gedachte vasten voet kreeg, eene vacantiekolonie der Orde in 't leven te roepen, liet was alleen noodig, het woord uit te spreken, al het andere was reeds voorbereid. Een der broeders sprak dat woord, zijn loge maakte zich terstond van dat â woord meester â en nauwelijks was het uitgesproken of de daad was er al I Het woord werd levend en de Berlijnsche loges zonden in Juli 1894 de eerste vacantiekolonie der Orde uit. Natuurlijk bestond hier een verschil in zooverre, dat niet alleen de kinderen van arme broeders of weduwen opneming moesten vinden, neen, ook de kinderen van gegoede broeders mochten met de vacantiekolonie meegaan, als de ouders om de een of andere reden verhinderd waren, hunne kinderen
43
naar een badplaats te vergezellen. Eu zoo werd in deze va-cantiekolonle terstond het orde-denkbeeld verwezenlijkt: arm en rijk kwam gelijkelijk bijeen ; bet kwam maar aan op de behoefte aan ontspanningquot;. De grondbeginselen der orde, die bij 'nare leden geen onderscheid maakt naar godsdienstige belijdenis, beroep en stand, werden zoo reeds in de kinderlijke gemoederen geplant. En bij deze vacantiekolonie kon op de opvoedende zijde der zaak des te meer gewicht worden gelegd, daar de leiding aan beproefde, ervaren broeders werd opgedragen. Dit moet, waar ook nog vacantiekoloniën dei-orde ontstaan, terdege in 't ooo; worden gehouden. Mens
1 O O O
san a in co r po re sano: een gezonde geest in een gezond lichaam. Niet alleen het lichaam moet in de kolonie versterkt worden, er moet ook opvoedend te werk worden gegaan. Dat kan steeds het best geschieden, wanneer de leider dei-kolonie niet slechts onderwijzer, neen voor allts Broeder is. En juist in deze opzichten onderscheidt zich de vacantiekolonie der Orde van alle andere. De grondgedachte der orde is bier deze : de algemeene menschenliefde moet in deze vier weken in de harten van een groot aantal kinderen op het schoonst worden aangekweekt.
Men heeft te Berlijn op grond eener tweejarige ondervinding de overtuiging verkregen, dat hetgeen, waarnaar men streeft, bereikt is. Er zijn nu twee jaren achtereen circa 50 deels bloedarme, deels klierachtige, deels krachtelooze kinderen niet alleen gezond gemaakt, neen, overeenkomstig de beginselen der Orde is op de gemoederen gewerkt en zoo is er in tweeërlei richting zegen verspreid. In de Berlijnsche loges is men zich helder bewust, dat met de uitbreiding van de werkzaamheid der Orde in deze richting veel tot stand is gebracht en dat in dezen geest voortgeweikt moet worden.
Maar behalve de pas genoemde voordeelen zijn nog andere verkregen ! Het uitzenden van de vacantiekoloniën der Orde is van buiten af wel opgemerkt ; de geheele orde heeft door dit werk belangrijk aan algemeene achting gewonnen. De geheele pers heeft er welwillend notitie van genomen, en het mag niet onvermeld blijven, dat ook een Berlijnsche vrijmetselaarsloge van bet eclectisch systeem met de meest welwillende bewoordingen een geldelijke bijdrage voor de vacantiekolonie van dit jaar geschonken heeft. Dit punt verdient in hooge mate de aandacht. Maar nog veel meer vrucht zal deze
44
zaak de orde opleveren. Aanzienlijke burgers van de badplaats waarheen de kolonie werd gezonden en vermoedelijk opnieuw gezonden zal worden, zijn lid geworden om in hunne woonplaats eene loge te stichten. Daar liet opperbestuur der Orde zeer veel sympatlre voor dit voornemen koestert, zal de gedachte b:nnen korten tijd wel tot eon daad worden. Zoo heeft door de vacantiekolonie de idee der orde wortel geschoten in een deel van Dnitschland, dat op een andere wijze wellicht nooit voor de orde zou gewonnen zijn. Niet âst Istand, maar vooruitgangquot; â hier wordt het woord tot daad.
Indien het nut van do vacantiekolonie der Orde echter zoo in 't oog springt, dan komt liet er op aan, in dezen geest niet alleen te Berlijn, neen, in alle steden, waar zich slechts loges bevinden, verder te arbeiden. In alle steden van eenigen omvang, moot evenals in Berlijn, welks inrichtingen de proef doorstaan hebben, een commissie worden gevormd voor een vacantiekolonie. De commissiën van bestuur uit verschillende steden moeten zich tot een groot geheel, tot een centraalbe-stuur voor vacantiekoloniën der orde vereenigen. Dat laat zich zonder moeite bewerkstelligen. Iedere loge kiest een commissie van bestuur of laten wij het comité noemen. Daar waar in ééne stad verscheidene loges zijn, vormen de afzonderlijke comités van die loges een grooter, gemeenschappelijk hoofdcomité. Al deze comités zamelen de gelden in voor de uitzending der kinderen en bepalen ieder jaar, uiterlijk in het begin van Juni, hoeveel kinderen aan de koloniën zullen deelnemen. Het centrale comité hoeft alle draden in de hand en organiseert al naar gelang van het getal kinderen de verschillende koloniën, sool- staal en zeebadphiatsen en eenvoudige gezondheidsplaatsen Gelukt het, op de aangeduide wijze het geheel te organiseeren â en hot zal gelukken, dan zullen de vacantiekoloniën een werkelijken arbeid der Orde uitmaken. De hieraan verbonden inspanning zal in iedere richting haar loon vinden. Daarom flink aan den arbeid !
Wie het godlijke wil en het hoogste des levens bereiken,
Schuwe geen arbeid en strijd, wage zich koen in den storm.
Slechts ongewone kracht mag streven naar 't buitengewone.
S4r/jCP
'
!
â
'
_
44
zaak de orde opleveren. Aanzienlijke burgers van de badplaats waarheen de kolonie werd gezonden en vermoedelijk opnieuw gezonden zal worden, zijn lid geworden om in hunne woonplaats eene loge te stichten. Daar het opperbestuur der Orde zeer veel sympatlre voor dit voornemen koestert, zal de gedachte b'nnen korten tijd wel tot een daad worden. Zoo heeft door de vacantiekolonie de idee der orde wortel geschoten in een deel van Duitschland, dat op een andere wijze wellicht nooit voor de orde zou gewonnen zijn. Niet âstilstand, maar vooruitganscquot; â hier wordt het woord tot daad.
O O
Indien het nut van de vacantiekolonie der Orde echter zoo in 't oog springt, dan komt het er op aan, in dezen geest niet alleen te Berlijn, neen, in alle steden, waar zich slechts loges bevinden, verder te arbeiden. In alle steden van eenigen omvang, moet evenals in Berlijn, welks inrichtingen de proef doorstaan hebben, een commissie worden gevormd voor een vacantiekolonie. De commission van bestuur uit verschillende steden moeten zich tot een groot geheel, tot een centraalbe-stuur voor vacantiekoloniën der orde vereenigen. Dat laat zich zonder moeite bewerkstelligen. Iedere loge kiest een commissie van bestuur of laten wij het comité noemen. Daar waar in ééne stad verscheidene loges zijn, vormen de afzonderlijke comités van die loges een grooter, gemeenschappelijk hoofd-comité. Al deze comités zamelen de gelden in voor do uitzending der kinderen en bepalen ieder jaar, uiterlijk in het beoïn van Juni, hoeveel kinderen aan de koloniën zullen
O 7
deelnemen. Het centrale comité heeft alle draden in de hand en organiseert al naar gelang van het getal kinderen de verschillende koloniën, sool- staal en zeebadphiatsen en eenvoudige gezondheidsplaatsen Gelukt het, op de aangeduide wijze het geheel te organiseeren â en net zal gelukken, dan zullen de vacantiekoloniën een werkelijken arbeid der Orde uitmaken. De hieraan verbonden inspanning zal in iedere richting haar loon vinden. Daarom flink aan den arbeid !
Wie het godlijke wil en het hoogste des levens bereiken,
Schuwe geen arbeid en strijd, wage zich koen in den storm,
Slechts ongewone kracht mag streven naar 't buitengewone.
.
Handelsdrukkerij â F. II. vax Düijl â Nieuwen dijk 70, Amsterdam.