IVi Ipq(f3yiii ,5
jas-»......................................................................................................'.................................
'£1
ÃT
r
n ^
W E T
VAN DE
MAATSCHAPPIJ
DER
t
TE LEIDEN. 1896.
â¡I
WET
VAN DE
MAATSCHAPPIJ
OEU
NEDERLANDSCHE LETTERKUNDE
TE LEIDEN
(opgericht in T766, en bevestigd lij octrooi der IITL Staten van Holland en West-Friesland, den 25sten Mei 1775),
VASTGESTELD OP DE
â¢ÃAA-KLIJKSCH-E VERGA-DKRING
van den 20sten juni 1872,
MET
DE LATER DAARIN AANGEBRACHTE WIJZIGINGEN
van 21 juni 1877, 16 juni 1881, 15 juni 1882, 20 juni 1889, 16 juni 1892 en 18 juni 1896.
Eerste Hoofdstuk.
Over de Maatschappij 'n bet algemeen.
Abt. 1.
De Maatschappij der Neder]andscho Letterkunde, gevestigd-te Leiden, heeft ten doel de bevordering der Nederlandsche Taal- en Letter-, Geschied- en Oudheidkunde.
Art. 2.
Zij tracht dat doel te bereiken door wetenschappelijke bijeenkomsten ;
het uitgeven of het geldelijk ondersteunen der uitgave
van werken en geschriften;
het instandhouden en uitbreiden van hare boek- en
andere verzamelingen, en het instandhouden van het Fonds, bijeengebracht bij gelegenheid van het honderdjarig bestaan der Maatschappij.
Art. 3.
Tot ontbinding der Maatschappij wordt niet besloten dan met gelijktijdige aanwijzing van eene in Nederland gevestigde wetenschappelijke instelling, aan welke de baten der Maatschappij worden toegekend.
4
'JTweede Hoofdstuk. Over de Leden.
Art. 4.
Tot leden kunnen verkozen worden: 1°. Nederlanders, waar ook gevestigd, die, hetzij als beoefenaars en voorstanders der Nederlandsche Taal- en Letter-, Geschied- en Oudheidkunde, hetzij door het bekleeden van eene openbare wetenschappelijke betrekking, die onderscheiding waardig zijn; 2°. vreemdelingen, in Nederland gevestigd, die aan dezelfde vereischten voldoen.
Art. 5.
De leden worden gekozen door de Jaarlijksche Vergadering. Ieder gewoon lid is gerechtigd, zijne stem uit te brengen. Zij, die van dat recht gebruik willen maken, zorgen dat het hun nevens de candidatenlijst toegezonden stembiljet, duidelijk ingevuld en met hun naam onderteekend, uiterlijk 24 uren vóór den aanvang der Vergadering is ingekomen bij den Secretaris. Eene in de voorafgaande Maandvergadering te benoemen Commissie van Leidsche leden maakt den uitslag der stemming den avond te voren op, en deelt dien aan de Vergadering mede.
Art. 6.
Elk lid is bevoegd, anderen tot het lidmaatschap voor te dragen. Hij geeft daartoe vóór 1 Mei aan den Secretaris hunne namen op, met bijvoeging der redenon.
5
Art. 7,
De namen der yoorgestelden worden aan de Maandelijksche Vergadering van Mei opgegeven, die het getal bepaalt der daaruit te benoemen leden.
De namen der voorgedragenen, met die der voorstellers en de redenen der voordracht, worden bij den beschrijvingsbrief voor de Jaarlijksche Vergadering aan de leden der Maatschappij vertrouwelijk medegedeeld.
Art. 8.
Van de voorgestelden zijn, tot het bepaalde getal, gekozen die de meeste, mits niet minder dan een vierde van de uitgebrachte stemmen op zich vereenigd hebben.
Ingeval één of meer voorgestelden een gelijk aantal stemmen op zich vereenigd hebben, beslist de Vergadering, of allen, dan wel geen, of één of meer hunner als gekozen worden beschouwd. Ook kan herstemming plaats hebben.
Art. 9.
De Secretaris geeft aan de gekozen leden schriftelijk kennis van de benoeming, met toezending van een exemplaar der Wet.
Art. 10.
Die de benoeming aannemen, ontvangen het bewijs van lidmaatschap, een exemplaar van de Naamlijst der Ledenen, zoolang de voorraad strekt, van den Catalogus der Boek- en andere Verzamelingen, waarvoor oen door het Bestuur vast te stellen prijs door hen betaald wordt. Van de verplichting tot aanvaarding en betaling van den Catalogus kan het Bestuur, in buitengewone gevallen, vrijstelling verleenen.
6
Art. 11.
De leden betalen eene jaarlijksclte bijdrage van zes gulden.
Aet. 12.
Wanneer iemand , die voor zijn lidmaatscliap bedankt heeft, aan het Bestuur zijn wensch te kennen geeft om weder als lid te worden opgenomen, is het Bestuur bevoegd, indien het oordeelt dat daartoe termen bestaan, zonder hernieuwde voordracht aan de Jaarlijksche Vergadering, aan dien wensch te voldoen.
Art. 13.
Er kunnen, op voordracht van het Bestuur, door de Jaarlijksche Vergadering Eereleden benoemd worden.
Zonder bijdrage te betalen, hebben de Eereleden de rechten der gewone leden. In de vergaderingen nemen zij plaats aan de rechterzijde van den Voorzitter.
Aet. 14.
Elk lid is bevoegd, voorstellen te doen. Voor zoover deze op de Jaarlijksche Vergadering moeten behandeld worden, zendt hij zo, met opgave der redenen, aan den Secretaris vóór den lslen April.
A.rt. 15.
Vreemdelingen, niet in Nederland gevestigd, die zich door hunne geschriften of op andere wijze als beoefenaars of voorstanders der Nederlandsche Taal- en Letter-, Geschied- en Oudheidkunde verdienstelijk hebben gemaakt, kunnen, op de wijze bepaald bij de artt. 5â8, tot buitenlandsche leden benoemd worden.
7
De Secretaris geeft aan de gekozen buitenlandsche leden schriftelijk kennis van hunne benoeming, met toezending van een exemplaar der Wet en van eene opgave der in de laatste jaren door of vanwege de Maatschappij uitgegeven werken; hij vestigt daarbij tevens hunne aandacht op hot voorlaatste lid van dit artikel.
Na aanneming der benoeming ontvangen zij, met het bewijs van lidmaatschap, een exemplaar van de Naamlijst der Leden.
Zij hebben geene verplichtingen, en goene andere rechten dan het bijwonen der vergaderingen met raadgevende stom.
Indien zij dit verlangen, worden hun dezelfde rechten als aan de gewone leden toegekend en ruston op hen dezelfde verplichtingen.
quot;Wanneer zij zich hier te lande vestigen, worden zij onder de gewone leden opgenomen.
Art. 16.
Het Maatschappelijk jaar vangt aan onmiddellijk na de JaarLjksche Vergadering.
De leden, die niet langer als zoodanig aangemerkt wen-schen te worden, geven hiervan aan den Secretaris kennis vóór de Jaarlijksche Vergadering; bij gebreke van dien blijft hun lidmaatschap, met de daaraan verhonden rechten en verplichtingen, tot aan de volgende Jaarlijksche Vergadering voortduren.
Art. 17.
Op een met redenen omkleed voorstel van het Bestuur kan de Jaarlijksche Vergadering , met ten minste drie vierden der stemmen, iemand van zijn lidmaatschap vervallen verklaren.
8
Derde Hoofdstuk. Over het Bestuur.
Art. 18.
Het Bestuur vertegenwoordigt de Maatschappij zoo in als buiten rechten. Het is bevoegd, in naam der Maatschappij te handelen, haar aan derden en derden aan haar te verbinden.
Art. 19.
Do zorg voor de eigendommen der Maatschappij en het beheer daarover is aan het Bestuur opgedragen.
Art. 20.
Het Bestuur behoeft eene machtiging der Jaarlijksche Vergadering voor elke der volgende handelingen:
1°. het aangaan van geldleeningen:
2°. het koopen of verkoopen van onroerend goed;
3°. het verpanden of verhypothekeeren van eigendommen;
4°. het sluiten van huurovereenkomsten voor meer dan vijf jaren;
5°. het sluiten van overeenkomsten tot uitgaaf van drukwerken voor meer dan vijf jaren.
Art. 21.
Het Bestuur bestaat uit negen leden, waarvan vijf, onder welke de Secretaris en de Penningmeester, te Leiden of in de nabijheid moeten wonen.
9
Art. 22.
De leden van het Bestuur worden gekozen door de Jaar-lijksche Vergadering uit een dubbeltal, door de Maandelijksche Vergadering voor te dragen.
Art. 23.
De Secretaris en de Penningmeester worden voor den tijd van drie jaren benoemd en zijn herkiesbaar.
Art. 24.
Van de overige zeven leden treden in drie achtereenvolgende jaren jaarlijks twee leden, en in het daarop volgende jaar één lid af, volgens een door het Bestuur vast te stellen rooster. De aftredenden zijn na twee jaren weder verkiesbaar.
Art. 25.
Uit deze zeven leden van het Bestuur wordt jaarlijks in October door de Maandelijksche Vergadering een Voorzitter der Maatschappij gekozen, die, zoolang zijne betrekking als lid van het Bestuur duurt, herkiesbaar is.
Art. 26.
In elke tusschentijds openvallende plaats in het Bestuur voorziet de eerstvolgende Maandelijksche Vergadering tot aan de Jaarlijksche.
Art. 27.
De werkzaamheden van elke Maandelijksche Vergadering worden door het Bestuur voorbereid.
Art. 28.
Wanneer de Voorzitter het noodig oordeelt, of tenminste twee leden van het Bestuur schriftelijk hun verlangen daartoe aan den Secretaris te kennen geven, wordt door het Bestuur eene buitengewone Vergadering gehouden.
10
Art. 29.
In alle zaken, die niet uitdrukkelijk aan eene bepaalde commissie zijn opgedragen, geeft hot Bestuur praeadvies.
De Voorzitter is mitsdien bevoegd, do behandeling van een voorstel, in de Maandelijksche Vergadering gedaan, tot de eerstvolgende te verdagen.
Art. 30.
De Secretaris houdt van het verhandelde in iedere vergadering aanteekeningen, brengt die vóór de eerstvolgende in orde, en schrijft ze, nadat ze aldaar gelezen en goedgekeurd zijn, in een daartoe bestemd boek over.
Hij brengt voor de Jaarlijksche Vergadering een Verslag in gereedheid, vermeldende den staat der Maatschappij en hare belangrijkste lotgevallen en handelingen gedurende het ver-loopen jaar, en onderwerpt dit aan do goedkeuring van het Bestuur.
Hij opent de inkomende stukken, teekent ze aan op de brievenlijst, en brengt ze ter tafel op de eerstvolgende Bestuursvergadering.
Hij alleen voert de briefwisseling, behoudens zijne verantwoordelijkheid aan het Bestuur.
De Secretaris geniet voor zijne werkzaamheden eene jaarwedde, door de Jaarlijksche Vergadering op voordracht der Maandelijksche te bepalen, van ten hoogste Æ600.
Art. 31.
De Penningmeester is belast met het beheer der gelden en van het Fonds, waarvan hij afzonderlijk boek houdt.
Hij doet de bijdragen der leden jaarlijks vóór 1 December invorderen, en ontvangt de andere inkomsten.
Hij bewaart de kas en is verantwoordelijk voor de gelden of geldswaardige papieren, onder hem berustende. Hij is niet
11
aansprakelijk voor handelingen van tusschenpersonen, door het Bestuur aangewezen.
Hij dient in de Bestuursvergadering van October de begrooting voor het volgend jaar in, welke in de volgende Vergadering wordt vastgesteld.
Hij doet opgaaf aan den Bibliothecaris van de gelden, die voor de Boekerij beschikbaar worden gesteld.
Hij doet de betalingen na schriftelijke goedkeuring van den Voorzitter, en van den Secretaris of den Bibliothecaris, naar gelang de zaken een van deze beiden aangaan.
Beschikbare gelden worden door hem belegd na machtiging van het Bestuur.
Akt. 32.
De Penningmeester doet jaarlijks vóór 1 Mei rekening en verantwoording aan het Bestuur, dat, na goedkeuring daarvan , ze in handen stelt van eene Commissie van twee leden, in de Maandelijksche Vergadering van April benoemd. Deze brengt daarover verslag uit op de Vergadering van Mei, en doet daarvan mededeeling aan de Jaarlijksche Vergadering.
Art. 33.
Aan den Secretaris en den Penningmeester wordt jaarlijks) op voordracht van het Bestuur, door de Maandelijksche Verquot; gadering eene bepaalde som toegelegd voor werkzaamheden, ten behoeve der Maatschappij door anderen te verrichten.
Art. 34.
Bij afwezigheid wordt de Voorzitter door het oudste, de Secretaris of Penningmeester door het jongste der aanwezige leden van het Bestuur vervangen.
12
quot;Vierde Hoofdstuk.
Over de Vergaderingen in het algemeen.
Art. 35.
Alle Vergaderingen kunnen door elk lid der Maatschappij worden bijgewoond.
Art. 36.
De stemming geschiedt bij gesloten briefjes 1°. bij verkiezingen;
2°. wanneer het Bestuur het raadzaam oordeelt, of een vierde der leden het verlangt.
In alle andere gevallen wordt bij monde gestemd, tenzij voldoende blijke, dat stemming bij acclamatie of door opstaan en zitten aan de Vergadering in een bijzonder geval tot bekorting meer aangenaam is.
Art. 37.
Het stemmen bij monde geschiedt volgens de lijst, waarop de leden bij hunne komst ter Vergadering hunne namen ge-teekend hebben.
Art. 38.
Behalve in de gevallen bij de Wet bepaald, worden bij volstrekte meerderheid van stemmen de besluiten opgemaakt. Als de stemmen staken, wordt in omvraag gebracht, of de beslissing tot de eerstvolgende Vergadering zal worden uitgesteld. Besluit de meerderheid tot onverwijlde afdoening, dan beslist de Voorzitter.
13
Vijfde Hoofdstuk.
Over de Maandelijksche Vergaderingen,
Art. 39.
Tot het bijwonen der Maandelijksche Vergaderingen worden de leden, die te Leiden of in de nabijheid wonen, door den Secretaris, ten minste twee dagen te voren, schriftelijk opgeroepen met opgave van de punten ter behandeling. De overige in Nederland gevestigde leden worden alleen dan geregeld opgeroepen, wanneer zij hunnen wensch daartoe schriftelijk aan den Secretaris hebben medegedeeld.
Akt. 40.
De Maandelijksche Vergaderingen worden gehouden op den eersten Vrijdag in Januari, Februari, Maart, April, Mei, October, November en December, hetzij te Leiden of in eene andere gemeente van het land.
Het Bestuur is bevoegd, de Vergadering tot den eerst-volgenden Vrijdag te verschuiven of, in buitengewone gevallen, op een anderen dag der eerste of der tweede week van de maand te stellen.
Art. 41.
De Maandelijksche Vergadering beslist over alles , wat niet uitdrukkelijk bij de Wet aan de Jaarlijksche Vergadering of aan het Bestuur is opgedragen.
Art. 42.
De Maandelijksche Vergaderingen zijn voornamelijk
14
bestemd tot
1°, het houden van voordrachten;
2°. het doen van mededeelingen;
3°. het geven van verslag omtrent boekwerken en handschriften.
Terstond na elke dier werkzaamheden wordt gelegenheid gegeven tot wisseling van gedachten over het gehoorde.
Aan de Maatschappij afgestaan, worden de ontvangen stukken onder den titel van «Mededeelingenquot; achter de Handelingen gedrukt.
Art. 43.
De Maandelijksche Vergadering van Mei is bestemd tot het voorbereiden en regelen van de werkzaamheden der Jaarlijksche.
Art. 44.
Het Bestuur kan eene buitengewone Maandelyksche Vergadering beleggen. Het is daartoe verplicht, wanneer acht leden schriftelijk, met opgave der te behandelen zaak, daartoe hun verlangen te kennen geven.
2iesde Hoofdstuk.
Over de Jaarljjksche Vergadering.
Art. 45.
De wetgevende macht berust bij de Jaarlijksche Vergadering, tot welke alle leden door den Secretaris ten minste veertien dagen te voren schriftelijk worden opgeroepen met opgave van de punten ter behandeling.
15
Art. 46.
De Jaarlijksche Vergadering wordt gehouden op den tweeden Woensdag in Juni.
De Maandelijksche Vergadering is bevoegd, op een met redenen omkleed voorstel van het Bestuur, de vergadering op een anderen dag te stellen.
Art. 47.
De orde der werkzaamheden is als volgt:
1°. Opening der Vergadering door den Voorzitter met eene toespraak;
2°. Bespreking van een of moer onderwerpen uit den kring der door do Maatschappij beoefende vakken;
3°. Voorlezing van do verslagen van den Secretaris en van den Bibliothecaris (Art. 30 en 80);
4°. Overlegging van do rekening en verantwoording van den Penningmeester (Art. 32);
5quot;. Mededeeling der verslagen van de Commissie voor Taal- en Letter-, en van die voor Geschied- en Oudheidkunde, zoo door het Bestuur daartoe is besloten (Art. 57);
6°. Bekendmaking van den uitslag der stemming over de candidaten tot het lidmaatschap (Art. 5);
7°. Beslissing over het bekronen van prijsverhandelingen en het uitschrijven van prijsvragen (Art. 58 en 64);
8°. Besluiten over het gebruik van de beschikbare interessen van hot Fonds (Art. 83);
9°. Behandeling der overige punten, in don beschrijvingsbrief opgegeven;
10°. Behandeling van andere voorstellen , niet strekkende tot wetswijziging, welke volgens twee derden der aanwezige leden geen uitstel kunnen lijden;
11°. Verkiezing van leden van het Bestuur (Art. 22).
16
Art. 48.
Eene buitengewone Jaarlijksche Vergadering kan door de Jaarlijksche of Maandelijksche Vergadering worden uitgeschreven ter behandeling eener zaak, die geen uitstel gedoogt.
Deze Buitengewone Vergadering heeft al de bevoegdheden, die aan de gewone Jaarlijksche zijn toegekend.
De oproeping geschiedt volgens Art. 45.
Art. 49.
Het vaststellen van de aanteekeningen der Jaarlijksche Vergaderingen, en de regeling van hetgeen daaruit voortvloeit, geschiedt door het Bestuur.
Zevende Hoofdstuk.
Over andere Vergaderingen.
Art. 50.
Het Bestuur is bevoegd. Buitengewone Vergaderingen te beleggen, bestemd tot het voordragen van verhandelingen over letter- en geschiedkundige onderwerpen of van dichtstukken.
De regeling dier Vergaderingen, waarop ook niet-leden kunnen worden toegelaten, is opgedragen aan het Bestuur.
t
Art. 51.
De leden buiten Leiden kunnen in hunne woonplaatsen op eigen kosten vergaderingen houden in den geest van Art. 42.
quot;Wanneer zij verlangen, dat van het door hen behandelde in het verslag aan de Jaarlijksche Vergadering melding geschiede, zenden zij de noodige bescheiden aan den Secretaris vóór 1 Mei.
17
.A.chtste Soofdstuk.
Over de Wetenschappelijke Commissiën.
Art. 52.
Er bestaan twoe vaste Commissiën: de eene voor Taaien Letterkunde, do andere voor Geschied- en Oudheidkunde.
Art. 53.
Elke Commissie bestaat uit ten minste vijf en ten hoogste negen leden.
De benoeming geschiedt door de Maandelijksche Vergadering van October uit een dubbeltal, door de Commissiën aan het Bestuur voor te dragen.
Jaarlijks treedt in elke Commissie één lid of, zoo het getal der leden moer dan zeven bedraagt, twee leden af, die herkiesbaar zijn.
Elke Commissie is bevoegd, zich in bijzondere gevallen één of meer raadgevende leden toe te voegen, en andere leden der Maatschappij tot bijwoning van eene of meer harer Vergaderingen uit te noodigen.
Art. 54.
Elke Commissie ontwerpt voor zich een door het Bestuur vast te stellen Reglement van Orde, niet strijdende met deze Wet.
Art. 55.
De taak der Commissiën bestaat in het
opsporen of bearbeiden van hetgeen voor haar vak
belangrijk is ;
18
berichten over hetgeen door de Maandelijksche Vergadering aan haar wordt opgedragen;
mededeelen aan gemelde Vergadering van hetgeen haar gewichtig voorkomt.
Abt. 56.
Aan elke Commissie wordt jaarlijks voor hare onkosten door de Maandelijksche Vergadering, op voordracht van het Bestuur, eene som toegestaan, aan het Bestuur te verantwoorden.
Akt. 57.
Elko Commissie geeft jaarlijks vóór de Bestuursvergadering, voorafgaande aan de Jaarlijksche Vergadering, schriftelijk verslag van hare werkzaamheden aan het Bestuur, 'twelk beslist op welke wijze dit ter kennis van de leden wordt gebracht.
ISTeg-ende Hoofdstuk.
Over het uitgeven van Geschriften.
Art. 58.
De Jaarlijksche Vergadering kan in elk der hoofdvakken één of meer Prijsvragen uitschrijven.
Alleen de beoordeelaars zijn van de mededinging uitgesloten.
Art. 59.
Ieder lid kan vóór 1 April ontwerpen voor prijsvragen aan den Secretaris inzenden.
19
Eene niet of onvoldoende beantwoorde prijsvraag kan terstond weder worden uitgeschreven, wanneer twee derden der leden zich daarvoor verklaren.
Art. 60.
De prijsverhandelingen moeten met eene andere hand dan die des stellers geschreven en met eene spreuk geteekend zijn. In een verzegeld omslag, met dezelfde spreuk tot opschrift,
4c
vermeldt de steller zijn naam en zijne woonplaats. De inzending geschiedt aan den Secretaris binnen den bij de uitschrijving bepaalden tijd.
Art. 61.
De prijsverhandelingen moeten bij voorkeur in de Neder-landsche, maar mogen in de Latijnsche, Fransche, Engelsohe of Hoogduitsche taal geschreven worden; in het laatste geval echter niet met Hoogduitsche letter.
Art. 62.
De beoordeeling der verhandelingen geschiedt door vijf leden, voor elke prijsvraag afzonderlijk door de Jaarlijksche Vergadering te benoemen, op voordracht van het Bestuur.
Indien één of meer dier benoemden de hun opgedragen taak niet kunnen volbrengen, doet de Maandelijksche Vergadering, op voordracht van het Bestuur, eene nieuwe benoeming.
Art. 63.
De Secretaris zendt de ingekomen prijsverhandelingen aan de beoordeelaars voor een door hot Bestuur bepaalden tijd. De beoordeelaars voegen bij de terugzending hun beredeneerd advies omtrent de waarde der stukken, en het bekronen en uitgeven.
20
Akt. 64.
Do beoordeelingen worden op de Jaarlijksche Vergadering zooveel mogelijk in haar geheel voorgelezen (met verzwijging van den naam der opstellers), met het praeadvies van het Bestuur, waarna de Vergadering over de bekroning beslist.
De gesloten naambriefjes der afgekeurde prijsverhandelingen worden staande de Vergadering verbrand.
*
Art. 65.
De prijs is een gouden penning, ter innerlijke waarde van 150 gulden, of die som in geld.
Wanneer een of meer verhandelingen, buiten de bekroonde, verdienen mede vanwege de Maatschappij te worden uitgegeven, en de schijvers dit toestaan, kan aan hen door de Jaarlijksche Vergadering een zilveren eerepenning toegekend worden.
Gedurende de zes eerste jaren doet de schrijver afstand van zijn kopijrecht aan de Maatschappij.
Art. 66.
Geschriften, tot het gebied der Maatschappij behoorende, kunnen haar ter uitgave worden aangeboden, ook door hen die geene leden der Maatschappij zijn, voorzien van den naam des schrijvers of van een merk, waardoor hij zich later als schrijver kan doen kennen.
Het Bestuur stelt die geschriften in handen van eene der beide vaste Commissiën, om daarover verslag uit te brengen mot opgave of zij het ingezonden stuk waardig acht door de Maatschappij te worden iiitgegeven. Dit verslag wordt aan do Maandelijksche Vergadering medegedeeld, die, na praeadvies van het Bestuur, over de uitgave beslist.
21
Art. 67.
Afgekeurde stukken worden teruggegeven aan hem, die doet blijken rechthebbende te zijn; afgekeurde prijsverhandelingen alleen in afschrift, en op zijne kosten.
Art. 68,
De Jaarlijkschc Vergadering kan, op voordracht van het Bestuur, aan één of meer personen opdragen het ter uitgave bewerken van handschiften van oude Nederlandsche schrijvers, oorkonden, enz., of van vroeger uitgegeven werken van oude Nederlandsche schrijvers, waarvan cenc nieuwe uitgave wen-schelijk voorkomt.
Art. 69.
Na machtiging der Jaarlijksche Vergadering kan door de Maatschappij geldelijke ondersteuning worden verleend voor de uitgave, door andere genootschappen of door bijzondere personen buiten toedoen der Maatschappij ondernomen , van belangrijke geschriften tot de taal en letteren, geschiedenis en oudheden van Nederland betrekkelijk, voor welke anders moeilijk een uitgever te vinden zou zijn. Deze geschriften voeren op den titel: «Uitgegeven met ondersteuning van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leidenquot;.
Art. 70.
De Handelingen der Jaarlijksche Vergaderingen, de aldaar uitgebrachte Verslagen (uitgenomen die der beoordeelaars over prijsverhandelingen) en de Naamlijst der Leden, worden ter uitgave bezorgd door den Secretaris.
De Catalogus der Boek- en andere Verzamelingen der Maatschappij en de Bijvoegsels worden onder toezicht van den Bibliothecaris gedrukt.
De bezorging der overige geschriften, vanwege de Maat-
22
schappjj uitgegeven, geschiedt door de schrijvers of bewerkers onder toezicht van eene der beide â¢wetenschappelijke Coramissiën, of wel van cene bijzondere Commissie van Redactie , door het Bestuur te benoemen.
Het Bestuur houdt het toezicht over al wat op het uiterlijk der uitgave betrekking heeft.
De schrijvers kunnen hunne eigene spelling behouden.
Art. 71.
Alle geschriften, welke vanwege de Maatschappij worden uitgegeven, hetzij prijsverhandelingen, hetzij andere geschriften, volgens opdracht of .onder rechtstreeksche medewerking en toezicht der Maatschappij bewerkt, voeren op den titel: »Uit-gegeven (of Bekroond en uitgegeven) vanwege de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leidenquot;. Zij worden afzonderlijk uitgegeven, tenzij hunne mindere uitgebreidheid samenvoeging raadzaam maakt.
Art. 72.
De schrijvers of bewerkers van geschriften, welke vanwege de Maatschappij worden uitgegeven, hebben recht op een zeker getal afdrukken: die van Levensberichten op veertig, die van Mededeelingen en kleinere Verhandelingen op vijf en twintig, en die van groote werken op twaalf.
Art. 73.
Elk gewoon lid ontvangt kosteloos een exemplaar van de na zijne benoeming in 't licht gezonden Handelingen, Mededeelingen en Levensberichten, Verslagen en Bijvoegsels op den uitgegeven Catalogus.
De overige vanwege de Maatschappij uitgegeven geschriften zijn voor de leden tegen een door het Bestuur te bepalen verminderden prijs verkrijgbaar, tenzij de Jaarlijksche Vergade-
23
ring, op voorstel van het Bestuur, hieromtrent anders beslist.
Ten aanzien van geschriften, met geldelijke ondersteuning uitgegeven, hebben de leden geene bijzondere rechten.
Tiende Jloofdstuk.
Over de Boekerij en de andere Verzamelingen.
Art. 74.
Omtrent de Bibliotheek gelden, van 1 Juli 1877 af, de bepalingen van het Contract, den 2l,en October 1876 namens de Maatschappij door hot Bestuur aangegaan met Curatoren der Hoogeschool.
[Dit Contract is afgedrukt als Bijlage tot de Handelingen der Maatschappij voor het jaar 1877, blz. 73â76.]
Aht. 75.
De Bibliothecaris wordt gekozen door de Jaarlijkscho Vergadering , op voordracht der Maandelijksche.
Hij wordt benoemd voor drie jaren, doch is herkiesbaar.
Zijne bezoldiging wordt op gelijke wijze bepaald, doch mag het bedrag van f 200 's jaars niet overschrijden.
Daartoe genoodigd, -woont hij de Vergaderingen van het Bestuur bij.
De betrekkingen van Secretaris en Bibliothecaris zijn ver-eenigbaar.
Bij afwezigheid of ziekte van den Bibliothecaris treedt een door het Bestuur benoemde plaatsvervanger op-
Wanneer de betrekking Tan Bibliothecaris openvalt, wordt daarin door de Maandelijksche Vergadering voorzien door de benoeming van een tijdelijken Bibliothecaris, wiens werkzaamheid tot aan de Jaarlijksche Vergadering voortduurt.
24
Art. 76.
Aan het Bestuur is opgedragen het toezicht op de Boekerij, bedoeld in Art. 6 van het Contract, en de zorg voor het naleven der verdere bepalingen.
Art. 77.
Geene Handschriften der Maatschappij worden uitgeleend, dan door tusschenkomst van het Bestuur (Art. 5 van het Contract).
Art. 78.
Wie uit de Boekerij een werk ter leen ontvangt, verbindt zich stilzwijgend,
1°. schadevergoeding te betalen voor verlies of bederf van het geleende. Zoowel de beoordeeling van het bewijs der toegebrachte schade als hare waardeering is onvoorwaardelijk aan het Bestuur overgelaten.
2°. geene handschriften uit de Bibliotheek der Maatschappij in het licht te geven, zonder daartoe vooraf door de Maandelijksche Vergadering, op voordracht van het Bestuur, te zijn gemachtigd.
Art. 79.
Twee leden, vertegenwoordigende de hoofdvakken der Maatschappij , worden den Bibliothecaris toegevoegd, om met hem te beslissen over aankoop en ruiling van boekwerken.
Deze leden worden op voorstel van het Bestuur voor drie jaren door de Maandelijksche Vergadering benoemd, en zijn herkiesbaar.
Art. 80.
De Bibliothecaris levert vóór de Bestuursvergadering, voorafgaande aan de Jaarlijksche Vergadering, aan het Bestuur
25
een verslag in omtrent de Boek- en andere Verzamelingen, waaruit, na goedkeuring door het Bestuur, op de Jaarlijkscle Vergadering het belangrijkste wordt voorgelezen.
Elfde .Hoofdstuk.
Over het Fonds.
Aet. 81.
Het Fonds is een onvervreemdbaar kapitaal, ingeschreven op het Grootboek der Nationale Schuld.
Art. 82.
Ben vierde der jaarlijksche interessen strekt tot vermeerdering van het kapitaal.
Art. 83.
De beschikbare interessen worden door de Jaarlijksche Vergadering op voordracht der Maandolijksche bestemd tot de uitgave van belangrijke Boekwerken, tot de taal, letteren, oudheid en geschiedenis van Nederland betrekkelijk, voor welke anders moeilijk een uitgever te vinden üou zijn;
het opsporen en doen afschrijven van handschriften en belangrijke stukken, tot die vakken behoorende, welke in buitenlandsche bibliotheken worden gevonden, maar daar veelal ongebruikt blijven;
het bijeenbrengen en bewaren van gedenkstukken en bouwstoffen, die anders lichtelijk verstrooid zouden raken en voor de wetenschap verloren gaan;
26
het aanmoedigen en bevorderen van alles, wat den bloei van genoemde wetenschappen kan verhoogen, zoo dikwijls zich daartoe de gelegenheid mocht voordoen.
SLOTBEPALINGEN.
Art. 84.
Tot wijzigingen in deze quot;Wet wordt eene beslissing ver-eischt met twee derden der stemmen van de op de Jaarlijk-sche Vergadering aanwezige loden.
Art. 85.
Deze Wet treedt in werking den lsten October 1896.
Vastgesteld op de Jaarlijksche Vergadering van den 209ten Juni 1872.
Mr. L. A. J. W. Baron SLOET VAN DE BEELE,
Voorzitter.
Dr. T. C. L. WIJNMALEN,
Secretaris.
Aldus, volgens besluit van het Bestuur, met inachtneming van de later aangebrachte wijzigingen herdrukt, 15 Juli 1896.
Dr. P. J. BLOK,
Foorzitter.
Dr. S. G. DE VRIES,
iraarnemend Secretaris.
' : ⢠- ' â â ;; -⢠v^gt;* - â â
⢠' quot;r Æ,;â¢
'! ,
|
quot;J ' quot; â¢; quot; ⢠- - â - - lt;â 5i â : -ê/ â A â quot;V: ⢠â â â¢â â¢- . â J'-h ffeu :â V1quot;'''*-1 â , ..., ; h-V -£,v^r - â ⢠J -v- - -â y'- gt; â ? ï â - - . . s. i -Xi ' ^ -vW â ... Jlt;- -ts- â .. â¢y- â -- 'â |
Oquot;quot;/; .'i 'â¢â¢ ' , â gt;. - V. â â : : - ; â ï-: .-.K^ â gt; i- : - |
|
:r ' , quot; quot;gt; Vquot;' -'' '.'H - V A ' ' 'i -quot;V-1' â quot; : â lt;â - -t ' â â¢' â ;'- â W:. |
11 kMÃquot; |
\ ^5 . ;
,v â â¢-;â
gt;v.
â -â¬
:r
-
' % â
â â 'â â â :
' 5f â
'â¢' -
iijü
-iï quot;s-iy-â gt;-.â¢â
:v- X,quot;
O;'
NS'-quot; ,. â quot; V
.'v''Hquot;A quot; -squot; â â
Sstoli
quot; quot; -V 'â¢vjWr;-;,
: v--';
üss?
K-M
â iquot; : !i.
\A
V. ' '- quot;'*â¢
*,Srjgt; -
:
m ? .â â¢:'⢠â ?â¢
-â¢j:'quot; :â¢â¢
4 â **%â *
lt;⢠- â -.
teZiaiL
m
- y'
â â¢r -V' . . .
G-yv-'.
'-â â i, %
â¢(â r£rO.:
r'. ' .. ' rïi quot;X
ii ~-
.:y0'
;;;â - .-:â¢.
' ,3 - .':';V..v
v7'
-r
'it?
M
â mk
: .'-'V
^'T-.
i»
'â gt;' V;.
1%--
LEIDEN; liOEKERUKKERFJ VOOl'hcOn K. .T. BRILL.