ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3
ocr page 4
ocr page 5

OKIE Sl'UKEDKX VOORWAARTS oI' m:N \vK(r Igt;I:K

INURE [N ÏOLMAMTE LIEFDE I0Ï GOO.

ocr page 6

i, gt;

i;

I/».

ocr page 7

DRIE SCHREDEN VOORWAARTS

OP DEN WEG

MET EEN B I .1 V O l-Ui s K L :

Twee samenspralven met, Jezus Jhristus in het H. Sacrament en in Se K. Communie.

T I 1. 15 U K (r,

SxEl.rEUSDUl'K VAX X. Ll'IJTKX. 1 S !l

ocr page 8

1 M 1' K I il A ï U li.

M. F, DK HE KR , Sup. Gen.

nO hoe deleyftfnx,

ïiuu m-i . is .liilii 18'.t5.

ocr page 9

IHtli: SCIIRKDKX VOOIIWAARTS

OP DEN W VM Igt;KK

WARE EM VOLMAAKTE L1EEDE TOT GOD.

op den weg der ware en volmaakte liefde tot God; De minste zonde vreezen en die meer vluchten dan den dood,

-lt; • c; -lt;gt;—

I N L K 1 Dl X (i.

Do liefdo jjvert voor het welzijji \;iii don he-iiiiiulen persoon. wiens geluk zij als liaar eigen geluk lieschouwr.

lüeue liefde . die liet geluk van den lienünden pevsoon zonder vreugde. zjjn ongeluk zonder droefheid kan aanschouwen, is geeue ware liefde: haar ontbreekt eene hoeilaniglieid , zonder welke geene ware liefde kan bestaan. Veel minder nog is er liefdo in het hart dat uiot vreest don beminden persoon to beleedigen , hem nu op deze dan op gene wijze nadeel too to brengen.

Mijne ziel , wat wij hier zeggen van de natuurlijke liefde der monsehen jegens elkander. kan

ocr page 10

Eerste Schrede.

met meer recht en op eeue gauscli bijzondere wijze gezegd worden omtrent do bovennatuurlijke liefde van den mensch jegens God. Een hart, dat zich niet oprecht verheugt bij het zien van iets , wat tot verheerlijking van God , tot zijn welbehagen strekt; een hart dat zonder droefheid de beleedigingen kan zien , die God worden aangedaan : een hart, dat niet den grootsten afschuw heeft van de minste zonde en die niet meer vlucht dan den dood , zulk een hart bezit geen ware liefde. Dusdanig luidde de schoone grondregel van Nicolaas Lancisius, een heilig en verlicht man , in wiens levensbeschrijving wij den volgenden trek vinden opgeteekend.

Die groote dienaar Gods was e^ns in gesprek met een aanzienlijk lieer uit Boheme, op wien destijds het gansche bestuur van dat rijk berustte. In liet volle van liet gesprek staat hij eensklaps op, omhelst den graaf, drukt hem aan zijn hart, en zegt: „Doorluchtige Graaf, indien ik beschikken kon over de harten van alle menschen en over het uwe in quot;t bijzonder , zoude ik ze allen in gloeiende vuurovens veranderen,'quot; De Graaf vroeg hem, waarop iemand van zijn staat zijne liefde tot God moest gronden, „Gij mootquot;, antwoordde Nicolaas, „die vestigen op het vluchten der dagelijksche zondequot;. Wat hij aan anderen leerde, beoefende hij zelf. „Lieverquot;, zeide lijj , „ware liet mij in stukken gehakt of in hot vuur der hel gedompeld te worden, dan willens en wetens God te beleedigen door eeue enkele dagelijksche zonde,quot; Om dezelfde reden ook was hij

6

ocr page 11

Eerste Schrede.

gewoon , walmeer hem gezegd werd, dat iemand op eeue geheel bijzondere wijze naar de beoefening der deugd streefde . strenge boetvaardigheid pleegde, te vragen, of die persoon ook de dago-lijksche zonde vermeed. Werd daarop bevestigend geantwoord , dan riep hij uit: .0! dat is een waar dienaar Gods!quot;quot; Maar was het antwoord ontkennend, dan sprak hij; „Ach! van een dusdanig leven wil ik niets weten : zulk eene liefde kan mij niet behagenquot;.

Ziedaar dus de eerste schrede, die gij te doen hebt, mijne ziel, indien gij de ware en volmaakte liefde tot God wilt bekomen, namelijk: de minste zonde vluchten , meer zelfs dan den dood.

Om een zoo heilig , zoo noodzakelijk voornomen diep in het hart te drukken, zullen wij de geheele stof in drie hoofdstukken verdeelen. In het eerste hoofdstuk zullen wij eenige bemerkingen voorstellen, die ons de boosheid der dagelijksche zonde zullen doen kennen , en in ons eeneu heilzamen afschuw tegen dergelijke fouten zullen opwekken. In het tweede hoofdstuk zullen wij eenige nuttige wenken geven tot vermijding der dagelijksche zonde. In het derde zullen wij aantoonen, hoe men op eene godvruchtige wijze aan Jezus Christus in de II. Communie dien heiligen afschuw van de dagelijksche zonde en eene volmaakte zuiverheid des harten kan vragen.

ocr page 12

Eekstk ScnuRUE.

K K It S T i; il O () I I) S T U K.

Korte beinvi'kiii^'eii omtrent do boosheid der dagelijkselie zonde.

l)p (lag'oljjksche zonde :ils iets gerings te lgt;o-schouwen is een uitwerksel onzer verblindheid, mijne ziel , want indien wij dat heldere licht bezaten , waardoor men hare boosheid ontdekt en den afschuw kenden, welken (iod er van heeft, dan zouden wij haar meer vreezen, dan bedreigd te worden mot alle folteringen tegelijk. Maar dat lieht kan ons door Ood alleen geschonken worden, daarom moeten wij het onophoudelijk met tranen en zuchten van Hem afsmoeken. Dewijl echter ook van onzen kant pogingen (gt;11 voorbereiding vereischt worden, stel ik u hier, mijne ziel. in drie bemerkingen drie grondregels voor , die u tot maatstaf kunnen dienen om de grootte dor dagelijksche zonde te bepalen. Weet nochtans, dat gij nimmer hier beneden de zwaarte der dagelijksche zondr volkomen zult kunnen begrijpen; dat gij slechts in de eeuwigheid hare boosheid zult inzien.

Hekstk bemeukino. - Kcrstc inmrnuui' imitl

di' Ixinshehl der ilni/elijkxrlii' zonde i'nn iifiiicfi'ti : Itc oni'fudij/c itxijiistclt tui (/i'oothiiiil ran (iotl.

De zwaarte eeuer beleediging hangt af van do waardigheid eigen aan dengene , die beloedigd wordt: hoe liooger die waardigheid, des te grooter is de beleediging. Ken slag in hot aangezicht aan een koning toegebracht overtreft zooverre de beleediging, door oenen dei-gelijken slag aangedaan

s

ocr page 13

EeKSTK SfllUEUK.

aan eeui'ii couvoudigoa ilorpoling, als de waar-diglieid van den vorsf verheven is hoven den staat van den landman. Dat is do bjjna eeuige en onfeilbare maatstaf, waardoor de grootte eener beleediging kan bepaald worden. Xu, God Is de oneindige grootheid, de oneindige majesteit: Hij is onmeetbaar, onbegrijpelijk : hoe groot moet dus niet de boosheid zijn der dagelijksehe zonder /ij is zoo groot, mjjne ziel, dat even als niemand, buiten God, begrijpen kan, hoe groot en verheven de Goddelijke majesteit is, zoo ook niemand , buiten God, begrijpen kan, hoe groot de hoosheid is der dagoljjksche zonde. De leeraars van lier geestelijk leven leiden uit dien grondregel twee verbazingwekkende waarheden af.

Eeustk waariikhi. De boosheid der dagelijksehe zonde is zoo groot. dat het nooit geoorloofd is die te bedrijven , zelfs al zoude men daardoor allo bedenkelijk kwaad kunnen afweren. Indien alle engelen en alle mensehen , indien lieniel en aarde in het vorige niet moesten terugzinken, on gij die vernietiging koudot belotton door eeno enkele dagoljjksche zonde, dan nog zoudot yij die niet mogen bedrijven, liet betreurenswaardige Terlies van die ontelbare menigte edele schepselen is voel geringer, dan eeno enkele, ook maai' licbre beleediging, Gode aangedaan.

Do roden hiervan is duidelijk , want even als het een grooter kwaad zou zijn een vorst in hor aangezicht te slaan, dan oen kaakslag aan iemand uit hot volk te geven, even zoo is er een grooter kwaad gelogen iu God door de minste overtreding

ft

ocr page 14

Eerste Schrede.

te beleedigen , dan de grootste beleediging toe te brengen aan allo schepselen in den hemel en op de aarde. Alle engelen en alle menschen zijn in vergelijking met God minder dan een mugje.

Besluit hieruit hoe groot de boosheid is van eene dageljjksche zonde niet opzet bedreven.

Tweede waakhkii». De boosheid der dagelij ksche zonde is zoo groot, dat men ze nimmer mag hcdrjjven, zelfs al kan men daardoor het grootst mogelijke goed verkrijgen. Dus, indien gij op dit oogenblik, door het bedrijven van eene dagelijksche zonde, alle zondaars op aarde met de goddelijke liefde kondet vervullen, allo verdoemden dei' hel in Serafijnen kondet veranderen ; ge zoudt die dagelijksche zonde niet mogen bedrijven.

De reden ligt voor de hand : Even als het nooit geoorloofd is, den koning eenen kaakslag te geven. al koude men daardoor ook al de schatten van geheel een land verdienen , met te meer roden is het nooit geoorloofd God de minste beloodiging aan te doen , al zoude men daardoor alle zondaars en allo verdoemden eeuwig gelukkig kmmen maken.

O. mijne ziel, hoeveel redenen voor ons om ons te vernederen I Gij erkent do boosheid die in de dagelijksche zonde gelegen is. Gij weet, dat gij er moer dan duizend bedreven hebt. Gij bevindt u in do tegenwoordigheid van God , die mot oen gestrengen blik al uwe kwaadwillige dagelijksche zonden heeft gadegeslagen en ze nog op dit oogenblik gadeslaat.

10

ocr page 15

Eerste Schrede.

lloeTeol reden hebt gij niet om te weenen , wanneer g-jj eens voor goed de menigte nwer dagelijksche zonden en de afzichtelijkheid van inv hart beschouwen wilt.

Doet gij dit 't..... Spreken uwe /oo goed

ingeziene, zoo o|gt;zctfelijk begane overtredingen somtijds tot uw hart 'i

Gevoei.exs. Xa die twee waarheden overwogen te hebben. zult gjj u inwendig voor God vernederen en in u opwekken :

1. (icvocl ran coll-omen 1gt;exchuiitiH(/.

O mijn God! als de boosheid eener zonde zoo groot is, wat moet ik, die er duizenden bedreven

heb, dan van mij zelve denken-'.....

Ik weet het, ik beu niet waardig mijne oogen rot u op te heffen , en mij voor uw aanbiddelijk aanschijn te vertoonen.

Kr is veel in mij . wat u ten zeerste mishaagt en uwe rechtmatige gramschap tegen mjj moet opwekken. Mijn hart is eene vergiftigde bron, waaruit maar al te dikwijls ondank , ongehoorzaamheid en beleedigingen tegen uwe goddelijke majesteit opwellen.

i. h'enc ojirechtc hel-enfeni* en eene ware cer-(irhthii/ ran n zelven. Ja, mijn God, mijn hart is bezoedeld niet tallooze vlekken, het is een verfoeiljjk hart, dat U onverdragelijk zou zijn, indien Gij niet oneindig barmhartig waart, lier is een bedorven en ondankbaar hart, dat Gij niet met zooveel geduld zoudt kunnen aanschouwen . indien Gij niet oneindig lankmoedig waart, lier is een ongehoorzaam hart, aan hetwelk Gij geene

11

ocr page 16

eukste smukiik,

enkele genade moer zouilt kuiuien verleeneu . als Gij uiot de oneindige goedheid waart; waarin Gij niet meer zoudt kunnen verblijven , indien Gij niet een grenzeloos geduld bezat. O', ollcudige die ik ben, alle straften schuldig, wat heb ik gedaan y Hoezeer heb ik mijnen (Opperheer, don Koning van liomel en aarde beleodigd I

Vervolgeus I. Beti'cnr uit den (jrond run iiir har/ al mrc zoih/ch . cerfm i ze.

Maai', o niiju God, bij het zien van mijuou tronrigon toestand. blijft mij niets over. dan U mijn oprecht berouw aan te bieden en datgene rouwmoedig te betreuren, wat ik mij niet moer herinneren kan. Gij weet alles , en allo zonden die ik sedert hot eerste gebruik mijner rede tot op dozen dag bedreven heb, zijn 1quot; bekend. Al die zonden betreur ik, ik haat en verfoei zo meer dan allo kwaad, dat mij in dit en in het andere leven zou kunnen overkomen . omdat ik , door zo to bedrijven, L', o opperste Majesteit, beleodigd heb.

O, hoe gelukkig zoude ik zijn, ware ik gestorven , voor ik de eerste zonde begaan had! O, boe gelukkig zoude ik op dit oogonblik zijn, indien ik door het otter van mijn leven , al mijne zonden koude uitwisschen I

11. l'i'CKK/ u/'dvrii/ otin (io'! , iltit 11IJ if uit hKniihaiiiiihehl vcjyiff'riils nclten

Maar die begeerte is ongouoogzaam : ik kom dan tot U , o mijn God, on neem mijne toovlucht tot don schat uwer oneindige barmhartigheid. In mij zei ven bob ik niets . wat L kan bewogen tot

12

ocr page 17

EKÜSTE Sci[i!i;i)K

moilplijdcn jegens inij. Imlicn Gij mij wilt vergeven . moet Gij de beweegredenen daartoe in U zeiven zoeken; in U alleen hoop illt; , en op L' stel ik al mijn vertrouwen. Uwe barmhartigheid is onbegrensd, mateloos, onpeilbaar, ik smeek U dus, mij door die barmhartigheid al mijne zonden te vergeven. Wisch ze uit en maak mijn hart zoo zuiver en zoo lieili'r. als het was, eer ik l beleedigde.

T wek de liE.MKUKiMi. Orcr dru tircc.dcii rcijl'-l

wunroj) men zich t/rondeii inael , om de hooslit'l'/ der (liiijclijl xchi- Z(nidc te kcHiicn , iKiiiirliJl-: De oniinjJit/c heilijjjielrl ran (loil.

Zoo groot als de heiligheid van God is, even groot is ook zijn afschuw van de minste zonde. Dio twee hoedanigheden zijn onafscheidelijk van God, en zijn Hem in denzelfdeu graad eigeu. Het is derhalve onmogelijk, dat Hij niet een uitersten afschuw zoude hebben van de zonde. Om die reden ontvangt Hij geene ziel in den hemel . die niet vlekkeloos en van alle zonde gezuiverd is. lgt;e 11. .Johannes zegt in de Apoca-lypsis : „,\ quot;ds thit hrr/fir/ is kot' hi'l rijl' ilrr hcini'hn Ittlhilt; .

O . met wat dikke duisternis moet ons verstand beneveld zijn, als wij, ondanks zulk een licht, de boosheid der dageljjksche zonde niet erkennen.

Gkvoei.kns. N'a die waarheid overwogen

te hebben . zult ge u uit geheel mv hart tot God wenden en u opwekken tot:

1. l'i'lt' 'Jnf ü'Ol'i il/r hf'h'ClttC'Hl* t'dtl 'HfP hfKisli fill

t'H i'ii/' Hifi: ntnlnill,■huili'lirnl : () mijn God, ik iielijd

13

ocr page 18

Eerste Sihrede.

en goloof, dat de boosheid der dagelijkschc zonde te groot is, om door mijn zwak verstand begrepen te worden , dat de afsehnw , die gij or van hebt. zoo groot is als uwe heiligheid , dat is, oneindig groot, en er zou geen enkel mensch te vinden moeten zijn , die niet bereid ware , liever duizend levens te verliezen, dan eene enkele zonde te bedrijven.

Maar hier erken ik do overmaat mijner boosheid, ik heb duizend en nogmaals duizend dagelijksche zonden bedreven , en dat enkel uit onwil en traagheid , uit eigenliefde en zinnelijkheid. Wat kan ik inbrengen om mijne boosheid te verschoouen

Een diep leedirezen over uwe sonden. Niets, o mijn God , kan mij verontschuldigen. Eene onbegrijpelijke boosheid sleepte mij mee en geen ander redmiddel blijft mij over dan uwe oneindige goedheid en barmhartigheid. Daarop stel illt; al mijne hoop , en ik vraag U uit den grond mijns harten vergeving; ik verfoei uit al de krachten mijner ziel alle zonden, die ik tegen ü bedreven heb.

Ik heb geheel mijn hart doorgrond en verfoei alles wat U ooit in mij mishaagd heeft. Om mijn zoo koud, zoo zwak leedwezen aan te vullen, bied ik U die droefheid aan welke Jezus Christus in den Olijfhof en op het kruishout geleden heeft voor mijne zonden en voor die van geheel de wereld. . . . Van berouw doordrongen zult ge nogmaals uw hart tot God opheffen en eene akte verwekken :

l. Van vuriye liefde tot God. Hetzelfde licht, o mijn God , dat mij nu de boosheid en de be-

u

ocr page 19

Eerste Schrede.

dorvenheid vau mijn hart doet erkemiPii, toont mij ook den afgrond van uwe goedheid on van uwe oneindige beminnelijkheid. Want, hoe zoudt Gij zoolang een zoo zondig schepsel hebben kunnen verdragen, indien uwe liefde en uwe goedheid niet oneindig grooter ware dan mijne boosheid I Om die oneindige goedheid bemin en omhels ik U met de grootste vurigheid ; ik verzaak aan al de neigingen van mijn hart, die zich togen uwen wil op do schepselen gericht hebben, ik geef U geheel mijn hart en smeek ü daarin het vuur uwer liefde te ontsteken en liet alleen te bezitten.

~. Maak uit liefde een ernstiy besluit can Uecer te sterven , dan eene enkele dagelijksche zonde te bedrijven. Ziehier het eerste oft'er, dat ik, uit liefde tot U, in tegenwoordigheid van al nwe uitverkorenen, LT aanbied. Van dit uur af, o mijn God en mijn al. o, oneindig wezen, hel) ik besloten , liever duizendmaal te sterven, dan ü nog door eeue enkele dagelijksche zoude te bcleedigen. Gij , o mijn Jezus, die alleen de macht hebt om mijne zwakheid te versterken, mijne neigingen te onderdrukken en mijn hart te bewaren , ontferm U mijner , en sterk mij in dat heilig besluit.

Derde bejiekking. — Over den derden reyel naurop men zich moet (/ronden , om de boosheid der dagelijl-sche zonde te kennen , na me lijk : I)e oneindiye rechtvaardigheid van dod.

Niets is billijker, mijne ziel, dan de rechtvaardigheid van God ! Zij is vereeiiigd met de oneindige wijsheid , en door die vereeniging erkent

15

ocr page 20

](; EKKSTU Schukdk.

zij ten volle , lioe groot oonc straf uw misdrijt verdient. Zij gaat gepaard met de oneindige goedheid, en daarom straft zij nooit, zonder er toe genoodzaakt te zijn. Prent die twee hoedanigheden van de goddelijke rechtvaardigheid diep in uw geheugen, geef acht op eeno korte geschiedenis ter opheldering.

De vorst van een groot en machtig rijk koos tot zijne bruid eene jeugdige prinses, en maakte alle toebereidselen om haar met den grootsten luister in zijn paleis te ontvangen. Met het vurigst verlangen wordt die dag verbeid eu bij het eerste morgenkrieken . zijn reeds de straten opgepropt met menschen. Maar nauwelijks is de verloofde in do stad aangekomen, of de gerechtsdienaars maken zich van haar moester , brengen haar op een openbaar plein , waar zij op bevel van haar bruidegom levend verbrand wordt. Wat, denkt a-ij. mijne ziel, zouden de getuigen van zulk schouwspel gezegd hebben 'i Ot wei dat de Koning een wreedaard is, of dat de bruid eene afgrijselijke misdaad bedreven moet hebben. Zoodanige gevolgtrekking zoude natuurlijk door iedereen go-

maakt worden.

Wat ik daar vertelde, mijne ziel , is slechts eeno gelijkenis ; maar wat ik u ga zoggen is een geloofspunt. Jezus Christus, de hoogste wetgever van hemel en aarde, bemint eene rechtvaardige ziel ; hij kiest haar tot zijne bruid , en morgen wil hij haar den hemel binnen leiden om haaldool to geven in de onuitsprekelijke vreugde der innigste vereeniging met Hein. Do dag breekt

ocr page 21

Eerste Schubde

aan: do engelen zijn in verwachting, de ziel verlaat het lichaam en doet haar intrede in de eeuwigheid ! .. . .

Doch, welk droevig schouwspel! lïjj hare intrede in de eeuwige woonstede, wordt de ziel aangehouden, in eene duistere gevangenis geworpen, en gedompeld in een afgrond van vunr. En dat op bevel van haren Bruidegom. Wat moet men daarvan zeggen of denken. Men moot zeggen : Of dc Bruidegom is een wreedaard, of do bruid heeft een ontzettende misdaad begaan.

Ach ! mijne ziel , Jezus Christus is geen wreedaard. Hij is een God, oneindig good, grenzeloos barmhartig ! Wat volgt dan daaruit 'i Dat de bruid eone vreeselijke overtreding moet hebben begaan. Maar welke y Geene andere dan de dagelijksche zonde; en enkel om die dagelijkscho zonde , wordt zij door dien zoo teedoron Bruidegom met zoo veel strengheid behandeld. O waarheid , in staat om voor de oogen van geheei dc wereld do gevolgen der dagelijksche zonde duidelijk te maken.

Gevoelens. Doordrongen ran eene heilsnme vrees, zult gij voor God necterlnielcn en wet t^'oote vurigheid in n opwekken:

1. Eene akte van berouw over dc verblindheid en onbeachanindlieid, waarin gij totdnuoerrehebtgeleefd.

O mijn God en mijn Opperheer, met welke dikke duisternis moet mijn geest niet omgeven zijn geweest, on hoever heeft deze mijnon wil verblind! Mijn verstand was ook verblind; het aanzag de dagelijksche zonden slechts als fouten

17

2

ocr page 22

Eerste Schrede

van weinig beteekenis. Zoo Yerblind als mijn verstand was, zoo ongevoelig was mijn wil. Zonder vrees beging ik de dageljjksche zonde, en ik merkte ze op, zonder er door getroffen te worden. Ik biechtte ze zonder er eenig berouw over te gevoelen, ik leefde er in voort zonder onrust. Maar, o mijn God! U zy duizendmaal dank, ik erken thans, welk groot en afzichtelijk kwaad de dageljjksche zonde is. Zij is eene beloediging aan uwe opperste Majesteit toegebracht ; zij is een gruwel voor de blikken uwer oneindige heiligheid, en, na de doodzonde, de grootste misdaad welke uwe gerechtigheid in do menschen te straffen vindt, indien wij ze gedurende het leven niet betreuren en genoegzaam uitboeten.

3. Verfoei op nieuw al de zonden, welke 'jij hetlrecen hebt.

Jk erken bij het licht van uw oordeel , o mijn God, dat de dageljjksche zonde onvergelijkelijk alle kwaad van dit en van het andere leven te boven gaat, ik haat en verfoei zo ook meer dan alle kwaad van hot tegenwoordige en van het volgend leven. Doch ik haat en beween die met dien heiligen ernst, met die bittere droefheid, welke Jezus in den Olijf hof gevoelde. Ik erken ten volle dat geene andere droefheid , geen andere haat genoegzaam zoude zijn om mijne zonden uit te wisschen. Ik offer U dan op de allerheiligste smart, die het Hart van Jezus in don Olijf hof vervulde , de tranen , die Hjj gestort lieoft, hot bloed dat mjjne zonden uit zijne aderen deden vloeien.

18

ocr page 23

Eerste Schrede. 19

Wek u op ; 1. Tot eeita diepe ootiiioediffhekl en een yroot mistrouwen van a zeiven.

Miiiir, mijn God, zoo oprecht ik thans al mijne dagelijksche zonden verfoei en liet vaste besluit maak, zo te vermijden, zoo weinig zal ik aan dat goede voornemen getrouw blijven, indien uwe almacht mij niet versterkt, en uwe goedheid mij niet beschermt.

Xiets is zwakker dan mijn hart; niets onstandvastiger dan mijne ziel. Gij alleen kimt mij in mijne goede voornemens versterken. Zonder U, en zonder den bijstand uwer genade ben ik zwak als een riet, dat door den wind heen en weer bewogen wordt.

II. Tot eene innige heyeerte en een ritriy yebed om de yenade te verl-rijyen ran a coortaan coor alle dayelijksche zonden te icaciiten.

Tot (J dan, o mijn God , neem ik mijne toevlucht, en ik bid U uit den grond mjjns harten, medelijden met mij te hebben en mij te bevrijden van een kwaad, vreesolijker dan de he1 zelve. Zend mij eene straal van uw licht, opdat ik do boosheid der dagelijksche zoude goed keuue, en leere die boven alles te vreezen. Geef mij deel in uwen heiligen haat, en doe mij grondig begrijpen , welke boosheid de dagelijksche zoude bevat. Sta mij elk oogenblik krachtdadig bij met uwe genade, opdat ik van dit uur af, mij van alle dagelijksche zonde onthoude. O Maria, .Moeder van barmhartigheid, voeg uwe gebeden bij de mijne, en verkrijg mij van uwen Zoon, Jezus Christus, wat ik van Hem vraag.

ocr page 24

Eerste Schrede.

T \\ E E lgt; E li O O F 1) S T l K.

Korte oiiclerriclitiii^'en , imHis en noodzakelijk om «te dagelijkselie zonde ie kennen.

Oxdebrichtixg 1. — O rei' de ketmis can de daneijlische zonden, en hare onderscheidene soorten.

Uct is niets zeldzaams, mijne ziel, dat zelfs geestelijke personen geene genoegzame kennis hebben van de dagelijksche zonden. Ja, het is zelfs zeker, dat er een groot getal aangetroffen wordt, dat in dit opzicht zeer onwetend is. Om dat kwaad te verhelpen , zullen wij hier de voornaamste soorten van dagelijksche zonden aanwijzen , en om duidelijk te zijn, zullen wij ze verdoelen naar de tien geboden. (Die zonden kunnen ook, naar omstandigheden doodzonden zijn).

ïegen liet eerste i/ehud : Vrijwillig onachtzaam zijn in het bestrijden van de twijfelingen tegen het geloof.. . . -Met te veel nieuwsgierigheid trachten de goddelijke geheimen te doorgronden... Vrijwillig verzuimen zich te beteren van gebrek aan vertrouwen op God , — gedachten te verwijderen van morren tegen G od, — treurige en vreesachtige gedachten te verwerpen.... Uit gramschap en ongeduld woorden van wanhoop uiten , zonder nochtans daarin toe te stemmen.... lu zijn hart een ongeregelde gehechtheid onderhouden voor eenig schepsel, welk ook.. .. Uen tijd verliezen met nuttelooze, ijdele gesprekken.... Den naaste verachten of den spot met hem drijven

20

ocr page 25

EdRSTE ScirREDE.

om zijue godsvrucht.... Door raad of op eeuige andere wijze den naaste terughouden van liet verriehteu van een goed werk.

Men kan hiertoe ook rekenen alle zonden uit hoogmoed ; ongeregelde begeerten naar lof, oer en achting, en die zoeken te bekomen door woorden of daden.... JJdel behagen in zich zeiven nemen.... Van zich of de zijnen met ophef spreken.... Zich beter wanen dan anderen en hen verachten. . . .

Een goed werk uit huichelarij verrichten.....

Slechts met ongeduld do minachting verdragen; zich daarover buitenmate bedroeven of ontstellen. Uit menschelijk opzicht iets doen , wat op strafte van dagelijksche zonde verboden is, of iets achterlaten , wat op dagelijksche zonde geboden is.

Tegen het tweede f/ehod: Den naam van God zonder eenigen eerbied uitspreken. ... De woorden der H. Schrift tot scherts misbruiken.....

Zonder noodzakelijkheid de waarheid met eed bevestigen.... Op welke wijze ook , gebrek toonen aan eerbied voor heilige zaken. . . .

Tegen het derde gehod: Op Zon- en Feestdagen vrijwillig toegeven aan verstrooidheden, of spreken onder de II. Mis .... Toestemmen in verstrooidheden of vrijwillige onachtzaamheid in het ontvangen der H. Sacramenten.... Zijne gebeden met overhaasting, met lauwheid, roet een verstrooid hart verrichten.... Een klein gedeelte van een verplicht gebed verzuimen .... Door het nemen van eene geringe hoeveelheid voedsel , een voorgeschreven vasten breken.

Hierbij kunnen gevoegd worden alle zonden uit

21

ocr page 26

Eeuste Schrede.

traaglieid en vadsigheid, als : den tijd in ledigheid doorbrengen .... Vrijwillig tegenzin hebben tegen de plichten Tan zijnen staat eu die uit enkel traagheid verzuimen.... Zich traag, slaperig en vadsig toonen in de godvruchtige oefeningen, zonder ernstigen weerstand te bieden.

ïegen het vierde gehod: Merk op, dat alles wat ik zal zeggen van de oversten, ook van toepassing Is op ouders. Toegeven aan eenige spijtigheid, aan afkeer tegen zijne oversten.... Hun een gering leed toewenschen of zich daarover verheugen .... Vermetel genoeg zijn om hen inwendig te verachten, en hen in kleine zaken lichtvaardig te bcoordeelen.... Met voordacht hun niet gehoorzamen .... Tegen hen morren of in hunne afwezigheid zich over hen beklagen... . Met genoegen het gemor en de klachten van anderen aanhooren en daarmede instemmen.... Aan anderen het vertrouwen op hen ontnemen , of trachten te ontnemen .... Hen door woorden of gebaren beleedigen .... Hen bedroeven , hun in billijke zaken gehoorzaamheid weigeren, met harde woorden tegenspreken, hunne vermaningen met ongeduld aanhooren .... Hunne bevelen met spijt o)i tegenzin volbrengen.

Tegen het rijfde yeltod: Uit spijt en verdriet. zich zei ven , doch niet ernstig gemeend, den dood toewenschen.... Zich zei ven een gering nadeel aan de gezondheid toebrngen b. v. door gramschap . door te veel eten of te drinken.... Toegeven aan eenen lichtei; afkeer of haat tegen den naaste.... Den wil hebben om hom eene

22

ocr page 27

Eerste Schrede.

beleediging of eenig ander klein onheil aan te doen .... Zich Terheugen in een gering leed, dat den naaste is overkonien.... Zich bedroeven OTer zijn geluk, hem een klein leed toewenschen, hem door woorden eene lichte beleediging aandoen.... Hem in gramschap beleedigende woorden toespreken .... Hem verachtelijke namen geven.... Hem smaadwoorden toespreken.... Hem eenig gering nadeel toebrengen , waarin dan ook.... Hem uit misnoegen een klein liefdewerk weigeren .... Oneenigheid stoken of onderhouden____

Den naaste beletten goed , hem helpen kwaad te doen .... Aanleiding tot zonde geven door slecht voorbeeld .... Hen niet aanhooren, die vergiffenis vragen ; geen vergiffenis vragen aan die door ons beleedigd zijn, noch de eerste willen zijn om hen vriendelijk aan te spreken.

Tegen het zesde en het neyende c/chod: In zijn hart eene ongeregelde, zinnelijke genegenheid dulden .... Onachtzaam zijn in het verwijderen der bekoringen tegen de heilige deugd .... Aanleiding geven tot die bekoringen door nieuwsgierigheid , door zijne oogen niet te bewaken .... Hiertoe kunnen ook gerekend worden alle zonden tegen de matigheid, ais : Meer uit gretigheid dan uit noodzakelijkheid voedsel gebruiken .... Zelfs het nocdige uit zinnelijkheid gebruiken .... Eene cngeregelde begeerte voeden naar uitgezochte spijzen____ Morren over een minder goed voedsel.

Tegen het zevende en tiende r/ehod: Wijl de meeste religieuzen niet in de gelegenheid zijn aan deze geboden te kort te blijven , zullen wij

23

ocr page 28

Eerste Schrede.

hier alleen de zonden opgeven , die tegen de gelofte van armoede kunnen begaan worden.

Iets van geringe waarde aannemen zonder verlof der oversten .... Dit uitgeven .... Het voor zich of voor anderen gebruiken, al waren het ook maar levensbehoeften van hot huis.... Zoodanig gehecht zijn aan eenig voorwerp, dat men niet bereid zoude zijn, het af te staan, wanneer de oversten er anders over wilden beschikken.

Tegen het achtste gehod. Zonder reden kwaad vermoeden hebben, — in eene niet gewichtige zaak een ongunstig of verkeerd oordeel vellen. —• Het goede verkeerd uitleggen .... Zijn vermoeden aan anderen medodeelen .... AVat ons ten nadeele van een ander onder geheimhouding gezegd is , verder vertellen.... Den naaste bedriegen.... Hem valschelijk vleien, kwaad van hem spreken .... Kwaad spreken met vermaak aanhooren .... Er mede instemmen.... Geheime fouten openbaar maken.... De zaak vergrooten of overdrijven.... Aan iemand terug vertellen, wat ons van hem gezegd is.... Iemand valsch beschuldigen .... Aan de ondergeschikten terug vertellen, wat de oversten van hem gezegd hebben, en omgekeerd .... Daardoor de liefde en het vertrouwen verzwakken, iets, dat reeds tot de zwaardere dagelij ksche zonde behoort....

Wat denkt gij wel, mijne ziel, bij den aanblik van die ontelbare menigte dagelijksche zonden, die wij zoo lichtelijk kunnen bedrijven ? Misschien zegt gij bij u zelve : Waarlijk , welke kracht zal in staat zijn om onze zwakheid te ondersteunen in die

24

ocr page 29

Eerste Schrede.

duizenden gelegenheden van dagelijksche zonden, waaraan wij aanhoudend zijn blootgesteld 'r Of welke pogingen zullen toereikend zijn, om zoovele misdaden te vermijden, waarvan wij voortdurend de kiem in ons binnenste dragen? Dat meent gij, mijne ziel, maar ontrust u niet. Ik verzoek u slechts de middelen te willen gebruiken, die ik u in de vierde onderrichting zal voorstellen, al het overige kunt gij aan God overlaten ; Hij vordert van u slechts datgene wat gij in staat zijt te doen; wat gij niet vermoogt, daarin zal Hij voorzien door de hulp zijner genade. .Met dien bijstand hebben vele duizenden vóór u zich onthouden van volkomen vrijwillige dagelijksche zonden ; met dien bijstand doen duizenden zulks nog tegenwoordig , en met dien bijstand zult ook gij zulks kunnen doen.

Onderrichting II. — Over de omstcmdiyheden die de dagelijlcsche zouden rermeerderen of renninderen.

Het is niet slechts nuttig , maar zelfs noodzakelijk , mijne ziel, dat wij goed weten, welke de omstandigheden zijn die de dagelijksche zonden in het oog van God vergrooten en verzwaren.

De eerste omstandigheid is, ze hegaan met overleg , met volle kennis en rrijen wil.

Aldus zondigen diegenen , welke aanstonds zeer wel inzien, dat iets zonde is, maar toch die daad verrichten. De H. Teresia leert ons hoezeer die omstandigheid de beleediging vergroot, welke God wordt aangedaan. Wie zoo met voordacht zondigt, zegt zij, schijnt tot God te zeggen: „Ik weet inderdaad , Heer , dat ik U mishaag , wan-

25

ocr page 30

Eerste Schrede.

neer ik dit doe ; toch zal ik hot doen. Ik weet, dat gij het ziet, en dat het tegen uwen wil strijdt, maar toch wil ik mijue begeerte voldoen en liever mijnen wil volbrengen dan den uwen. En zulk eene handelwijze zou men eeue kleine fout dnrvsn noemen ?quot;

De tweede omsta)idi(/heid, die de dayelr/kscJie zonde verziraiirf, is ze niet sl'chts met voordacht hedrijven , maar zelfs ze hedrijcen wet orerley, er over nadenken en hesluiteu ze te hedrijven. Wij hooren, dat iemand kwaad van ons gesproken heeft, wij worden toornig en nemen ons voor, kwaad met kwaad te vergelden. Wij kiezen de woorden , waarvan wij ons zullen bedienen, wij wachten met ongeduld naar dc gelegenheid, en eindelijk volvoeren wij wat wij bij ons zeiven besloten hadden. Eeue zonde op die wijze bedreven , bevat inderdaad eene groote boosheid; ja, het is niet eene zonde alleen, het is een aaneenschakeling van verschillende zonden.

De derde omstandigheid, die de dayelijksche zonde zwaarder doet u orden , is ze J)e(/((an met veel raar en hevigheid. Die omstandigheid is duidelijk, en laat zich licht onderscheiden. Eene hevige gramschap , waardoor h.^t gelaat ontsteld wordt. en die zich in beleedigende woorden lucht geeft is zeer zeker eene grootere fout dan toe te geven aan eeno lichte beweging van ongeduld. Hardnekkig en met veel stijfhoofdigheid aan zijne oversten weerstaan , is ongetwijfeld eene grootere zonde dan het begaan van eene kleine ongehoorzaamheid.

26

ocr page 31

Eehste Schrkde.

Dusdanig was de zonde van zekeren kluizenaar, van wien ons liet volgende verhaald wordt. Om zich te onttrekken aan elke gelegenheid tot gramschap , had hij aan allen omgang met anderen vaarwel gezegd en zich eene geheel afgezonderde plaats tot verblijf gekozen. Dewijl hij echter zijne tot ongeduld geneigde ziel mede naar de woestijn nam , gebeurde het eens dat hij in cenen hevigen aanval van gramschap, uit toorn cn spijt, het houten schoteltje, dat geheel zjjn huisraad uitmaakte , tegen eenen steen verbrijzelde.

De cierde, omstandit/heicj, die de rhu/elijhscJie zonde vevziniaii, is er cenicjen tijd in roort ie (jaun.

Deze omstandigheid is , even als de voorgaande, van zelf reeds duidelijk. Het is dan eene grootere zonde, aan verstrooidheden in het gebed een geheel uur lang toe te geven , dan slechts gedurende twee of drie minuten in verstrooiende gedachten te verwijlen. Eenen geheelen dag of misschien eene gansche week vrijwillig volharden in gramschap en in eenen misdadigen afkeer togen den naaste, is voorzeker eene grootere zonde tegen de liefde , dan eene oploopendheid die na eenige minuten verdwijnt.

De vijfde om.itandii/heid, ind/ic de ddc/elijksche zonden (/roofer maal t, /s de err/ernis die men er door 'jeeft. Dit zou plaats hebben, als men bijvoorbeeld aan betrokken personen oververtelde wat elders tegen hen gezegd of gedaan is, en dat, terwijl men de betreurenswaardige gevolgen voorziet, welke eene dusdanige onbescheidenheid kan hebben, of wanneer men kwaad sprak van

27

ocr page 32

Eerste Schrede.

de oversten op zoodanige wijze, dat men hun daardoor liet vertrouwen en den eerbied der ondergeschikten benam. Even zoo , indien men iemand zon prijzen, die aan zijn godsdienstplichten te kort blijft, die hardnekkig aan het gezag zijner oversten wederstaat, of eenige andere zonde, welke dan ook, bedrijft; eindelijk als men met minachting over de godvruchtige gebruiken, de Regelen en Constitutiën van zijne Orde zou spreken ; indien men er over zou spreken om te morren of er mede te spotten.

De zesde omstandigheid, die de dagelijksche zonde erger maakt, is zich die tot gewoonte maken en ej' vrijtvillig in volharden; vooral eene zoodanige gewoonte rechtvaardigen en willen verdedigen.

Onderrichting III. Over de graden van de zuiverheid des harten.

Wijl het mogelijk is, mijne ziel, tot de volmaakte liefde en vereeniging met God te komen zonder een grooten afschrik van de zonde en zonder eene volmaakte zuiverheid van het hart, zullen wij thans onderzoeken , waarin die zuiverheid des harten bestaat, en welke hare verschillende graden zijn. Al aanstonds zal ik u zeggen, dat de eerste graad, als eene soort van voorbereiding , de verheffing der ziel tot de zuivere liefde en de vereeniging met God moet voorafgaan, terwijl de drie laatste graden, gewoonlijk van die bijzondere genade een gevolg zijn.

Eerste graad van de zuiverheid des harten: Zich zuiver en vrij bewaren van alle geneigdheid tot zonde. Er zijn twee soorten van kwade

28

ocr page 33

Eerste Schrede. 29

geneigdheden : de eerste bestaat in eene ongeregelde liefde voor een persoon of \oor eene zaak, welke die ook zijn moge ; de tweede is eene at-gekeerdheid of wrevel tegen een persoon. Indien wij die twee neigingen vrijwillig laten wortelen in ons hart, indien wij er ons niet van willen losmaken, indien wij niet ernstig trachten die te bestrijden en te vernietigen, maken zo ons onbekwaam tot de vereeniging met God en beletten, voor geheel ons leven , eiken geestelijken voortgang. Dat dan uwe eerste zorg zij , mijne ziel , het hart altijd vrij te honden van alle ongeregelde gehechtheid of af keer, er nooit aan deze eene plaats te verleenen. Wees verzekerd, dat go een grooten stap voorwaarts gedaan hebt, wanneer ge tot die vrijheid zult zijn gekomen.

Tweede (jraad van de zuirerheid des harten: Zoolang mogelijk vrij blijven van dagelijksehe zonden.

Menschelijkerwijze gesproken, cn volgens de uitspraak van het Concilie van Trente, is hot, onze groote broosheid en de menigvuldige jj-ele-genheden in aanmerking genomen, werkelijk onmogelijk langen tijd zonder dagelijksehe zonde te leven. Xochtans is zulks mogelijk en zelfs gemakkelijk , indien God ons versterkt door zijne genade , welke hij nooit weigert aan iemand , die ze Hem vraagt en ze zich waardig maakt door eene aanhoudende versterving. Zoo zijn er zielen, zoo ijverig, zoo getrouw en waakzaam dat zij een geheel jaar doorbrengen zonder God door eene enkele dagelijksehe zonde te bedroeven. rIk

ocr page 34

Eerste Schrede.

kan uaai' waarheid verklaren, zegt onze geestelijke Vader Laiicisius, dat ik vele zielen heb gekend, zoo in ons Gezelschap als in eeuige yrouwenkloostors, die, gedurende een geheel jaar, geene enkele vrijwillige dagelijksche zonde hebben bedreven. Tot die zielen behoorde onze Pater Martinus Probonius, in wien ik geen enkele dagelijksche zonde gevonden heb gedurende het geheele jaar, ofschoon hjj zijn geweten met de grootste nauwkeurigheid onderzocht, en mij zijn inwendigen toestand zoo vrijmoedig openbaarde, alsof hij zijn geheele gedrag voor God zeiven had willen blootleggenquot;.

Derde (/mad eau de zuiverheid des harten : Eeue ware droefheid gevoelen, wanneer men , uit zwakheid, in de minste zonde is gevallen, die aanstonds betreuren.

Zich zoo gedragen, is een der beste kenteeke-nen welke men kan hebben omtrent den inwendigen toestand der ziel; want dit is een onfeilbaar teeken , dat zij reeds geheel vervuld is van de goddelijke liefde. Om die reden zegt de H. Isidorus, dat dit eeue hoedanigheid is der waarlijk volmaakte ziel ; de volmaakte zielen gevoelen een zoo bitter leedwezen over de kleinste zonde , die zij bedreven hebben , als de andere over het begaan eener misdaad.

Vierde yraad van de zuiverheid des harten: Hleehts zelden in die zonden vallen, welke enkel uit mensehelijke zwakheid, uit overijling, en zonder voorbedachtheid begaan worden.

()m tot die verheven trap te komen, worden

30

ocr page 35

Eerste Schrede.

vercischt, inwendige kalmte, eeno volstrekte heerschappij over alle kwade neigingen, eene innige ver-eeniging niet God , eene onafgebroken ingekeerdheid van den geest in de tegenwoordigheid van God.

Zulke zielen zijn bijna de eenige aan wie God , uit eene geheel bijzondere welwillendheid, de genade schenkt, van zich gewoonlijk te kunnen onthouden van die zonden, in welke anderen bijna op eiken stond vallen. Wij vinden daarvan een treffend voorbeeld in het leven van de li. Maria van Oignies, van wie do beroemde bisschop en kardinaal Jacobus van Yitry schrijft: Ik neem God tot getuige, dat ik nooit, in geheel haar leven eene zware zonde in haar heb opgemerkt. Wanneer zij meende eene kleine zonde bedreven te hebben, beleed zij die met zooveel leedwezen en eene zoo groote schaamte , dat zij gewoonlijk als gedwongen werd kreten te uiten evenals iemand, die wreede smarten lijdt. Overigens legde zij zich zoodanig toe op het vermijden der minste fouten, dat zij soms in veertien dagen aan geene enkele nuttelooze gedachte had toegegeven ; en gelijk het eigen is aan zielen die God liefhebben, den schijn der zonde te vreezen, zoo gebeurde het soms dat zij zich weenende kwam beschuldigen van zulke beuzelingen, dat ik mij nauwelijks van lachen kon onthoudenquot;.

Vijfde (jniud ran de zuiverheid dus harten : Zorgen, dat het aantal fouten, waarin men uit zwakheid en overijling valt, steeds kleiner wordt.

Evenals die zielen dagelijks toenemen in heiligheid, zoo nemen zij ook toe in kinderlijke vrees.

31

ocr page 36

Eerste Schrede.

waakzaamheid en bezorgdheid om God niet in het minste te mishagen ; en God , die zulk eene gesteltenis zeer gaarne ziet, versterkt haar dermate door zijne genade, dat zij een gansch hemelsch leven leiden , en meer en meer de zuiverheid der gelukzalige geesten nabij komen. „Nadat haar geest versterkt was, schrijft de kardinaal van Vitry , van de 11. Maria van Oignies sprekende . legde zij er ziclt op toe , om hare ziel in zoodanige vrees, hare oogen zoo zedig en haar hart zoo zuiver te houden, dat zij , steeds de woorden gedachtig der H. Schrift: „Wie het kleine niet tolt, zal allengs vervallenquot;, zich nooit, of teu minste uiterst zelden schuldig maakte aan een enkel onpassend woord , aan eene berispelijke houding , blik of scherts. Wanneer zij ook maar de geringste fout had bedreven , beschuldigde zij zich daarvan met het grootste leedwezen en legde zich zelve boetoefeningen opquot;.

Zesde graad van de zuiverheid des harten: Zich geheel vrijhouden van zekere soorten van dagelij ksche zonden.

Deze graad is een gevolg van den voorgaanden; want , dewijl God gewoonlijk deze zielen tot de innigste vereeniging met Hem brengt, en haar met de gaven van den H. Geest vervult, vinden zij niet alleen geene moeielijkheid, maar zelfs vreugde en vertroosting in de beoefening van sommige deugden; vandaar dat zij de minste zonden , met die deugden in strijd , gemakkeljjk vermijden. Zoodanig was, ouder andere de ziel van den kluizenaar, van wien wij den volgenden

32

ocr page 37

Ek.rste Schkede.

trek lezen, in liet leven van de vaders der woestijn. Een andere kluizenaar bezocht hom. Mjjn broeder, zeide hij , vertel mij toch welke vorderingen gij in al den tijd van uw eenzaam leven gemaakt hebt, en welke vrucht gjj getrokken hebt uit uwe geestelijke oefeningen? „Ga heen, antwoordde hem de oude kluizenaar, en kom na tien dagen weder; dan zul ik hot u zeggen.'quot; Xa verloop van tien dagen ging de kluizenaar terug , maar hij vond den goeden grijsaard dood in zijne cel. Nochtans was hij de belofte niet vergeten . want naast den overledene vond hij eene kruik waarop geschreven stond ; „Vergeef mij , vader , gedurende al dien tijd dien ik hier geleefd heb, was nooit mijn hart op aarde gedurende de uren des gebedsquot;.

O, hoe ver zjju wij nog van dio zuiverheid des harten verwijderd

O.NDEüumrrmi I\. Ocer lt;!c nmhh'lt'ii imi ilr zuivi-rhi'id des harten te hcl'uiiicii.

Om eene zoo groote zuiverheid van hart te verkrijgen, worden twee zaken vereischt: de eene van den kant des inenschen, de andere van den kant van God.

Do menseh moet van zijnen kant met vurigheid . ijver eu volharding do middelen aanwenden, die geschikt zjjn , om hem van de dagelijksche zonde te vrijwaren. Van den k.iut van God wordt vereischt : eene buitengewone bescherming en barmhartigheid om onze zwakheid te steunen en ons krachtdadig bij te staan in een zoo groot aantal gelegenheden eu bekoringen. Wij zullen slechts over het eerste punt spreken. want. als

33

ocr page 38

Eerste Schrede.

wij van onze zjjde doeu, wat wjj kuimcn cu moeten doen, dan zal nooit de hulp van God ons ontbreken.

Ecrstr micldfl om ei-ni' volmnoktt? zKirrrlu id can htui. te hekomen: Zoo diep mogelijk in zijn hart prenten het besluit van liever te sterven dan de minste dagelijksche zonde te bedrijven : dit voornemen eiken dag vernieuwen en daartoe dikwijls met eene diepe nederigheid Gods krachtdadigste genaden afsmeeken.

Tot dit nii'lilrl hi-hoon tl 'Ir coli/eiii/c igt;iiiitcii : 1. In onze overwegingen moeten wij nadenken over de zwaarte en de boosheid der d.gelijksche zonde, totdat wij er eene levendige droefheid over gevoelen, en met oprechtheid kunnen zeggen, dat wij liever den dood zouden oudergaan , dan eene enkele dagelijksche zonde te bedrijven.

i. Wij moeten dit goede voornemen ten minste driemaal daags vernieuwen, maar met een zoo vast besluit, mot zoo veel aandacht, dat wij God kunnen verzekeren, liever nog op dezen dag te willen sterven, dan Hem door de minste fout te bedroeven.

Telkens als wjj dit voornemen vernieuwen moeten wij terzelfder tijd aan God onze zwakheid klagen en met eeuen diepen ootmoed zijne genade en zijnon bijstand afsmeeken. Die oefening is geenszins moeilijk on vereischt niet veel tijd ; eene verzuchting is daartoe genoeg, bij voorbeeld : „O, mijn Godj ik geloof en erken, dat Gij het opperste goed zijt, dat Gij nooit genoeg geacht, nooit genoeg bemind kunt worden: ik geloof dit en erken , dat de zonde het grootste kwaad

34

ocr page 39

Kkrst;; Schkedr.

is en flat zij nooit genoeg gehaat en verfoeid kan worden. Ik bemin U eu bemin U bovenal, in zooverre mij zulks mogelijk is, en uit liefde tot L' haat en verfoei ik bovenal alle, ook de minste zouden. Ik heb besloten en vernieuw op dit oogenblik hot besluit van liever nog heden te sterven, dan eene enkele dagelijksehe zonde te bedrijven; maar ik weet, o mijn God. dat, uithoofde van mijne groote zwakheid, mijne boosheid en do onstandvastigheid van mijn hart, niets mij van zondigen kan weerhouden . tenzij de kracht van uwen alvormogenden arm : ik smook L', door liet kostbaar bloed van Jezus Christus, mij te willen behoeden voor alle ook de geringste dage-Ijjksche zondequot;. Zio, mijne ziel . dezo of eone andere dergelijke vorzuohting is voldoende voor deze oefening.

Hot komt er nu op aan oen tijd vast te stollen voor die oefening, ten einde ze nooit te verzuimen. Wees wol overtuigd, dat hot hier eone zaak van het grootste gewicht geldt. Want, zooais het Concilie va i Trente zegt, indien do goddelijke genade , die wij door aanhoudende geboden moeten afsmeeken , ons niet te hulp komt. zouden wij tevergeefs werken om de 'zwakheden onzer brooze natuur te overwinnen : want niet door de kracht van onzen vrijen wil , maar alleen door de kracht der genade, die Cod ons verleent, kunnen wij weerstand bieden. Maar even overtuigd ais wij zijn, dat wij tor zaligheid niets kunnen zonder de hulp der goddelijke genade , even zoo «rood weten wii . dat Cod ons die niet weigeren

35

ocr page 40

Eerste Scukkde

zal . wauueer men zo met ootmoed en volharding' vraagt. Al wat wij met vertrouwen en ootmoed van God verzoeken, zegt de li. ( 'vprianus ter onzer bemoediging, zullen wij van zijne vaderlijke goedheid verkrijgen.

Ttceedc niiddrl om (Ic rol mad i'h' ziuccrln-hl drs harle.n Ie bekonwii : Leven in eene aanhoudende waakzaamheid en oogenblikkelijk, ijverig en krachtdadig' al de ongeregelde begeerten des harten onderdrukken, van waar die ook mochten komen. (ircf irel (iehl , ihIJiip s/el . o/i hrlt/een ik zeij : I. I lt;ui /raar : J ooi,' morhlcu l'oinen, want eenige komen van de bedorven natuur en van de begeerlijkheid in ons. Andere kunnen teweeg gebracht worden door eene oorzaak buiten ons. die onze kwade neigingen opwekt. Andere nog komen van den boozen geest, die door zijne inblazingen ons tor liet kwaad aanspoort.

■gt;. Doijcnhlikl'eliJI' : Langzaam te werk gaan , talmen met het verwerpen van bekoringen en ongeregelde bewegingen, is zich overgeven zonder weerstand en zonder strijd. Eene slang heeft niet veel tijd noodig om u te bijten en haar gif aan uw liehaam mede te deelen. Een oogeublik is daartoe genoeg. Evenzoo is het met de bekoringen gelegen.

3. IJccri'f lt;'ii L'rtirhliloilitj. Wanneer men de bekoring niet ernstig wederstaat, neemt zij toe en krijgt de overhand , zoodat men zo in liet geiioel niet, of althans niet dan zeer moeilijk meer kan ovorwinnen. Luisteren wij naar den 11. Joaimes (iirvsostonins : ,quot;Wanneer gjj door eene

ocr page 41

KkUSTE gellUEDE.

lichte bekoring wortlr aaugevallen, zegt hij, houd er U niet mede bezig. denkende dat het eene zaak is vau weinig beteekenis ; maar herinner u , dat de gevolgen dier kleine bekoring een zeer groot kwaad teweeg kunnen brengen. Hoe zeer verschrikt men niet, als in een huis een weinig stroo in brand geraakt en hoe haast men zich niet om het te blusschen I Dit komt, omdat men weet, welk groot onheil men te duchten heeft, wanneer de vlammen niet oogen blik kei ijk worden uitgedoofd. Hene zondige of ongeregelde beweging is veel gevaarlijker voor de ziel . dan ecu dusdanige brand voor een huis. Het is dus noodzakelijk, die onmiddelijk te onderdrukken , indien wij er niet door overwonnen willen worden. Wanneer een schip lek wordt, wacht men nier tot het begint te zinken , maar men stopt onverwijld de opening, waardoor het water binnendringt. Zoo ook moeten wij doen : wij moeten de verkeerde bewegingen aanstonds en met grooten ijver onderdrukken.quot;

Wat die groote leeraar bemerkt, werd eens door den duivel zelf' aan den 11. Pacomius bekend ; eens dat hij aan hem verscheen onder de gedaante van eene vrouw . vroeg de heilige hein . waarom tot dusverre zijne pogingen bij Gods dienaren zoo weinig slaagden;- „Ik heb het u reeds gezegdquot;, antwoordde de duivel, ..en ik herhaal het: sedert (iod mensch geworden is, zijn wij machteloos, zoodat degenen die op Hem hopen, ons kunnen verjagen, alsof wij vogelen waren. Nochtans beijveren wij ons onophoudelijk om kwade ge-

37

ocr page 42

Ekkste Schrede.

daehteu op te wekken in do harten der monscheu. Zijn zij lauw of koud . en geven zij half gehoor aan onze inblazingen, dan gaan wij binnen in hunne harten, bestrijden hen met de uiterste woede en eindelijk doen wij hen bezwijken. Maar weerstaan zij van den beginne, dan worden wij uir hunne harten verdreven, als eene rookwolk , die in den dampkring verdwijntquot;. Beijver u dus, zoo sluit ik deze onderrichting met de woorden van den 11. Apollo, abt, bejjver n om alle bekoringen, allo verkeerde bewegingen in den aanvang krachtdadig te verwerpen , want, indien men don kop der slang verplet, moot hof lichaam insgelijks sterven.

herd' hl ifhlrl 11)11 dl' rolIHIKtl'fl' til *

hiirfi-H tr lii Lniiii ii: Aanstonds na het begaan dor zoude eeno akte van berouw verwekken en ze betreuren.

Ongelukkig wordt dit zoo -.iiittige eu voordeeligo middel al 'o weinig gebruikt. De meeste zielen verliezen den mood en worden angstvallig ; zij zijn bovenmate bedroefd, laten hunne goede voornemens varen en moenon. in oene soort van wanhoop verkeerende. dat zij nooit hot gewonschte doel zullen bereiken. Xiots kan nadeeliger zjjn dan doze handelwijze. Indien wij een goed gebruik wisten to makeu van onze zwakheden, dan zouden onze zonden zelve ons tot de heiligheid brengen on ons tot ladder dienen om naar den hemel op te klimmen.

Wat moot gij dan doen r

I. N'a den val geen oogenblik werkeloos blijven ;

33

ocr page 43

Eerste Schuede.

maai' zoo spoedig' mogelijk u tot God wenden, in zijne heilige tegenwoordigheid openhartig en ootmoedig uwe zonden bekennen en ze uit geheel uw hart betreuren. Daarna moet ge alle verdriet Tan ii verwijderen, vast gelooven, dat God u vergeven heeft en in uwe goede voornemens volharden met een nieuw vertrouwen op Gods barmhartigheid.

2. L' er op toeleggen om den misslag te herstellen. Dit kan op verschillende wijze geschieden. Gij kunt, bij voorbeeld, tien zeer vurige akten verwekken van de deugd . tegenovergesteld aan de bedreven zonde. Gij kunt eeue uitwendige oefening doen van de deugd, tegenovergesteld aan de bedreven zonde. Gij kunt u eeiie boetoefening, eene versterving of eene vernedering opleggen; bij voorbeeld : nederig vergiffenis vragen als men den naaste beleedigd heeft, of iets anders dat de H. Geest u zal ingeven. Dit is een zeer gewichtige grondregel, welken de 11. Dorotheus dringend aan zijne. leerlingen aanbeval: „Indien wij uit zwakheid vallen . zeide hij hun, beijveren wij ons dan om aanstonds op te staan : want bij het zien van ons berouw en onze ootmoedigheid , zal God ons dc hand reiken en ons zijne barmhartigheid doen gevoelen.' Ja, God eischt zoo uitdrukkelijk dat onverwijld berouw en dien terugkeer dos harten, dat Hij die dikwijls door ongewone middelen uitlokt. wanneer de monsch ze verzuimt. Een voorbeeld daarvan wordt ons door Cassianus aangehaald iu het leven van den abt Mozes: Deze groote man vergat zich eens en bejegende

39

ocr page 44

Eerste Schrede.

ileu heiligen abt Maearius met ouvrieudelijkheid. Xamvelijks was do zonde bedreven , of de duivel maakte zich van don abt Mozes meester, mishandelde hem zoo wreedaardig , dat hij zich genoodzaakt zag zijnen mond met vuiligheid te vullen. De oorzaak van die straf was, dat God in die begunstigde ziel geenc zoude kon dulden, zelfs niet voor een oogeublik, en dat Hij daarom werkte om haar door dio harde bestraffing oogenblikkelijk te zuiveren.

I lenh' middel (nu n-nc rolniddltt- ilea

/itirten te hel,■omen : liet Sacrament van boetvaardigheid. Ik ben niet voornemens omtrent oene stof, zoo uitvoerig als het Sacrament van boetvaardigheid , in bijzonderheden te treden. I k zal er slechts datgene van behandelen wat tot mijn onderwerp dienstig is. Indien gij dan, mijne ziel, ernstig verlangt do volmaakte zuiverheid des harten te bekomen, moet gij noodzakelijk de drie volgende punten in acht nemen :

I. Bij het einde van elke maand moet gij zorgvuldig uw geweten onderzoekeu, u al uwe zonden herinneren , ze betreuren door de vurigste akten van liefde en berouw en er u met de vol-komenste oprechtheid van beschuldigen.

i. Bene bepaalde dagelijkscho zonde uitkiezen, het vaste besluit maken, om die gedurende de volgende maand geheel uit te roeien, wat het ook kosten moge, en daartoe aan God zjjue hulp en overvloedige genade vragen.

;j. In uwe gewone biechten vooral op die zonde letten. en trachten die van ganscher harte te

40

ocr page 45

Kküste Schhkde.

betreuren. Dit iniildcl is buitrngewooii kraciitig om de ziel van lieverlede tot oene volmaakte zuiverheid te brengen. Voeg tot dat einde bjj uw goed voornemen , de volgende woorden : O , mijn God , ik maak het voornemen om alle vrijwillige dageljjksche zonden te vermijden, maar

bijzonder...... bjj voorbeeld de gramschap . de

nieuwsgierige blikken, het gebrek aan liefde in den omgang met den naaste.

Igt; K It lgt; i; II O O K U S T l K.

Korte w ij/.c nm «lie volinnakte. Kiiiverlu-id aan Joxiis in lt;1«' II. ('omuiiiiiie lt;c vragen.

IJet Allerheiligste Sacrament des Altaars, inijno ziel , is eenc bron van alle genaden. O ij kunt niets bedenken , of gij vindt het daar, mits het u niet ontbreke noch aan vertrouwen , noch aan ijver en godsvrucht. Nader heden daartoe, ou vraag aan Jezus, daar tegenwoordig, de schatten zijner barmhartigheid en oene volmaakte zuiverheid van hart. Ilij zal n des te liever die genade verleenen, omdat Ilij met vurigheid de zuiverheid uws harten begeert. Om dit vertrouwen nog re versterken, kunt gij uw hart bezig houden met eene van de volgende waarheden, die ik u ter overweging voorstel.

41

ocr page 46

Eerste Schrede.

S t

Waarlifdcii ter overweging vóór de II. l'oiiiiiiiinie.

Eerste waaimikid. In het heilig S'icrament zui-(•lt;•/■/ Jezus ons rem lt;h zonden , lt;lle irij eiken day hedrijren.

Gij weet. mijne ziel, welk o-root kwaad de dage-lijksclie zonde is. ilet welke vurigheid, mijne ziel, moet gij dan Jezus Christus in het Allerheiligste Sacrament niet loven en zegenen , en met welk hrandond verlangen moet gij niet naderen tot Hem , die n van dat kwaad wil bevrijden. Want zie en bewonder de liefde van .iozns Christus. Dat kostbare bloed hetwelk voldoende zou zijn om al de misdaden der wereld uit te boeten, schenkt Hij vandaag aan u alleen, en dat enkel, opdat de schuld van alle dagelijksche zonden, die in u\\ hart schuilcu, als met eene pennestreek zouden worden doorgehaald. Geloof het vastelijk ; Jezus Christus begeert onze zielen te wasschen in zijn heilig bloed, even volkomen als hij de ziel van den berouwhebbenden moordenaar gereinigd heeft, indien wij met een rouwmoedig hart verzuchten tot Mem, tegenwoordig in zijn heilig Sacrament. Met heilig Concilie van Trente zegt; lgt;{ i/oihlelijle \'erlosscr heeft i/eicih/ , lt;li(t te ij ons ran lt;Ht lieiliy Sdcrutiiciil zoinlen herlienen als run een i/eneesiniildel om ijezuiverd te ironlen eau de znnden die wij eiken due/ hedrijveti. Welk eene groote en bewonderenswaardige genade ! Overweeg met zorg de volgende punten, ten einde die genade naar waarde te schatten.

42

ocr page 47

EE;;ste ScriREUK.

Ekusti: pi nt. Jezus strekt die genade uit tot alle dagelijksche zonden , geen enkele uitgezonderd. Als Jezus bjj ii zijn intrek neemt, dan heeft met ii plaats, wat met de schoonmoeder van Petrus gebeurde, toen Jezus haar huis binnentrad. Hij raakte enkel die arme zieke aan en dat was genoeg. Op hetzelfde oogenblik verdween alle ziektestof: de koorts verminderde en /ij gevoelde zich volkomen genezen.

Wat Jezus in het liehaam dier zieke uitwerkte, doet hij ook voor uwe ziel. lljj komt in uw hart en dat is genoeg. Op hetzelfde oogenblik zijn alle dagelijksche zonden uitgewischt en gij zijt rein en vlekkeloos , vrij van zonde. De oorzaak van die algeheele kwijtschelding der zonden wordt door de godgeleerden afgeleid uit het doel der instelling van dit heilig Sacrament, liet hoofddoel. waarmede Jezus Christus tot u komt, is zijn verlangen om zich met u door de innigste vriendschap te vereenigen. Maar iedere dagelijksche zonde is oen hinderpaal tegen die vereeniging: daarom scheldt hij ze n alle, zonder eenige uitzondering, kwijt . indien ten minste uw hart zoo gesteld is , dat het geene gehechtheid heeft aan eene zonde welke ook.

Twi:i:i)i; itnt. Jezus bewijst u die gunst enkel door de kracht van dit heilig geheim eu zonder eenige andore medewerking van uwe zijde, dan dat gij in uw hart geene vrijwillige gehechtheid aan de zonde behoudt. Zooals 'Jezus uit louter barmhartigheid eu zonder eenige verdienste van uwen kant, u zjjn lichaam tot spijs, zijn bloed

■43

ocr page 48

Ekrstk Sckkede.

tot drank geeft: evenzoo geeft Hij u, zonder eenige verdienste van uwen kant, uit louter barmhartig- ^

heid en enkel door de kracht van dit heilig Sacrament, kwijtschelding van uwe dagelijksche zonden. Dit geheim is als een voor allen bestemd bad, waarvan men slechts gebruik behoeft te maken om genezen te worden. De Hemelsche Vader zeide eens aan de H. Catharina vanSenen:

„ Dili'tr in het H. Sacrament, kunt gij zien dat het bloed van Jezus Christus als een bad is, waarin gij uw eigen zonden en die van anderen kunt was-schen.quot; Xader dan tot Jezus, mijne ziel , Hij wacht u mot een vurig verlangen en zjjne handen,

die u van zonden moeten reinigen , zijn reeds-uitgestrekt om u te zuiveren. Hij verlangt ten ^

uwen gunste hetzelfde wonder te verrichten , dat Hij eertijds ten gunste van Maria Magdalena uitwerkte. Ach I hoe ellendig was de staat van die zondares, toen zij tot Jezus kwam en hoe gelukkig was zij toen zij terugkeerde 1 Zij naderde Hem , afschuwelijk als een duivel door hare zonden, cu verliet Hem schoon mIs een engel dos hemels.

Nader gij dan ook, mijne ziel, en vraag aan Jezus dezelfde of eeno andere soortgelijke genade : maar nader met hetzelfde vertrouwen als zij en met hetzelfde leedwezen over uwe zonden.

Twkkoe waarheid. Jezus, in hef H. Sarruuk nt7 hehot'dt ons ook rooi' zonden in de toekomst.

Do barmhartigheid, die Jezus ons in hot Aller- f

heiligste Sacrament bewijst, zoude onvolmaakt zijn, mijne ziel , indien zij zich beperkte tot het iiitwissehen der zonden in quot;t verledene begaan. \

44

ocr page 49

EEKSTK Schrkix:.

Zij moet ovenzeer zich uitstrekken tot tie zonden, die wij in de toekomst zouden kunnen bedrijven , om dit» te beletten. Ziet, dat is juist de bedoeling van Jezus Christus. Hij komt tot u in het Allerheiligste Sacrament. niet alleen om uwe ziel volkomen te zuiveren, maar ook om in haar die volmaakte zuiverheid te bewaren. Tot dat einde geeft Hjj u in de JI. Communie drie bijzondere genaden , door middel waarvan gij u gemakkelijk van alle zonden kunt onthouden.

De eerste dier genaden is het afnemen en verzwakken van alle begeerlijkheid. De grootste ellende, door de erfzonde in ons teweeggebracht, is de begeerlijkheid : uit haar ontspruiten zoo vele ongeregelde neigingen , zoovele kwade begeerten , zoovele bewegingen des harten, die ons tot kwaad aandrijven. Voor die kwaal schenkt Jezus ons een geneesmiddel in zijn 11. Sacrament. Het verzwakt de begeerlijkheid die in ous is, vermindert hare kracht, het onderdrukt de verkeerde neigingen , en in plaats daarvan wekt het in het hart goede en heilige gedachten, bewegingen ten goede. ,,ln zulk geval gaat het met ons als met de hertenquot;, zegt de heilige abt Pastor, „wanneer die dieren elders gegeten hebben en luiii bloed, door het vergif verhit is, loopen zij en zoeken eene bron ; gelukt hun dit, dan zijn zij geholpen, want het frissche water verkoelt hen. maakt het vergif krachteloos. Zooals het water op hot vergif werkt bij de herten, zoo verzwakt het bloed van Jezus Christus in ons de kracht der begeerlijkheid.quot;

D.c tweede genade is do I'l'i'iHntilrrini/ /quot;'/// ih'

-t5

ocr page 50

Eerste Scïirede.

inlicht der hoozp yeesten. liet is niet alleen de begeerlijkheid van liet vleesch, die ons dikwijls tot zonde brengt, maar ook de woede der duivelen , die ons onophoudelijk bestrijden, en die er op uit zijn om ons door tallooze bekoringenen aanlokseleu in het verderf te storten. Het groote middel, waardoor wij hunne aanvallen kunnen afweren, is Jezus Christus in het Allerheiligste Sacrament; want hij verdrijft ze verre van ons en beneemt hun de macht om ons to bekoren. Alzoo zegt do H. Chrvsostomus ons tot onzen troost: „Dat Bloei! verjaagt van ons de booze geesten ; want als zij het in ons ontwaren, nemen zjj vol schrik de vluchtquot;.

Eu waarlijk, hoe zoude Jezus Christus de goede herder kunnen zjjn, onder wiens beeld Hij zich gaarne aan ons voorstelt in hot 11. Evangelie, wanneer Hij den wolf toeliet zijne schapen in zijn bijzijn te verscheuren ''

De derde genade is, de voortdurende hulp zijner haniilKirtii/Jieid. Xa de begeerlijkheid van het vleesch en de bekoringen van den duivel, zijn nog onze eigene zwakheid en onstandvastigheid eene oorzaak van zeer vele zonden. Er is geene bekoring , hoe gering ook , of zij kan ons doen vallen, geene gelegenheid, hoe min gevaarlijk ook, of zij is in staat onze goede voornemens te verijdelen. Maar Jezus in het Heilig Sacrament, kan ook die kwaal genezen. Want op de eerste plaats schenkt Hij in do H. Communie aan de ziel eene geheel bjjzondere sterkte tegen de bekoringen , zoodat deze niets op haar vermogen

46

ocr page 51

Eehsti; Schrede.

,De vlammende pijlen der bekoringenquot; , zegt de heilige martelaar Ignatius, .,op een dusdanig hart afgeschoten, worden teruggekaatst als vielen zij op een stalen selüldquot;. Oyj de ticecdc /ihtafs, geeft Hjj aan de ziel, door de kracht van de II. Communie , in de langdurige gelegenheden en bekoringen bijzondere ingevingen , licht en heilige bewegingen, waardoor zij gemakkelijk alles te boven komt, en in hare heilige voornemens volhardt. Ga dan, mijne ziel, ik herhaal het, ga tot Jezus, Hij zal u van uwe vroegere bedreven zonden zuiveren eu u voortaan behoeden voor do zonden. Leg de menigte uwer bedreven zonden voor hem bloot, toon Hem do menigvuldige zonden, die gij nog bedrijven zult, indien Hij u daarvoor niet behoedt. Wijs Hem op de hevigheid uwer kwade driften, op de woede uwer vijanden, op de zwakheid en onstandvastigheid van uw hart. Zeg hem , dat gij niet van Hem weggaat zonder verhoord te zjjn, zonder zijnen zegen te hebben ontvangen. Üoe dit, en gij zult zien , dat men in Jezus enkel liefde, goedertierenheid en barmhartigheid vindt.

Heilige viTKiu-litin^cn vóór de 11. ('ommunif.

De H. Gertrudis dacht eens, voor de heilige Communie , na ever hare zonden en onvolmaakt-heden, en betreurde die met eene innige droefheid. Jezus gaf haar de verzekering, dat Hij haar reeds gezuiverd had van al hare zonden. Vervolgens

47

ocr page 52

48 Ekrste Schkf.dk.

ftf zii met dio zuiveviug tevve-Jcn'^M9 Hequot;'- «ohvoonUe ie Iwilige, ik

nog lel.. Wel licbt «eder

gezu,TC.-d, doel. (,e V,.r-

f'T' 11 °dquot;m i' héde,. op zoodauige .»«

„we vroeger bedteven zonden, .11 ngt;» toekomsti e. quot; Pa quot;f «oord.,, o,, . zelve toe .

d0e er « «orfeel mee. ^

het Allerheiligste «acrameut des Altaais e ^„e likken vol bavmhartighei. op u ve. ;g ,

. a.

''nn'u SS'eOn,e0P quot;'k' «Ü™

0 • • '.f in het verleden en voor de worden quot;«e™l ... j»» , ge „

toekomst ! -Met (ne 0tu

volgender wijze en met geheel u. hatt tot wenden.

Vóór «1«- quot;• tomnmnie-

Beschouw .lezns, ...line ziel, »

Tol eene oolnwedvje en opiechU heLent

quot;quot;o 'miin' J èzus' mijn Heer. mijn God, mijn Ver-, , n- werp mij aan uwe allerheiligste voeten

X: en vertoon'terzelfder tijd voor uwe oogen

1 , n- beken, want hoe zou ik net

m!lo 'X L.» •quot; quot;iè'e.. doorziet. 1»..»»

iquot;0'. quot; |at- mijne zonden ontelbaar zijn en loochenen, dat mijnt 11. i,,,V) er liedrcven

hare boosheid grenzenloos is. Ik lgt;'quot;

ocr page 53

Eerste Schrede.

in mijiio kindsheid , in mijnen jeugdigen leeftijd ; en hoc gering is zelfs tegenwoordig nog mijn berouw? Het zjjn zouden die geene verschooning toelaten, zonden van eene overgroote boosheid , want ik heb zo met opzet bedreven ; zonden van afschuwelijke ondankbaarheid, want ik heb ze bedreven , terwijl Gij mij met gunsten overlaaddet; zonden van zulk eene onbeschaamdheid, dat ik ze beging in spijt van alle inwendige vermaningen. O mijn Jezus, waaraan is mijn hart gelijk P Hoe verfoeilijk is het niet voor uwe allerzuiverste blikken !

3. Wek u op tot een diep en volmaakt leedwezen. Maar ondanks dit alles , geef ik mij niet aan wanhoop over! Gij zijt de oneindige barmhartigheid en gij verheugt U in de bekeering van den zondaar. Ik kom dan tot U, en zeg met een ganseh kinderlijk vertrouwen: O mijn Jezus, ik betreur en verfoei al mijne zonden ; ik verfoei ze duizend en duizendmaal. Ik haat al die zonden; ik heb er een afschuw van , en mijn hart heeft er zich van afgekeerd als van liet grootste kwaad dat ik eeuwig wil verfoeien , en dit alleen omdat ik er U door beleedigd heb, U mijn hoogste goed, dat ik altijd bovenal wil beminnen. Ik belijd dit alles, o mi ju Jezus, voor geheel het hemelsch Hof en voor U die den grond mijns harten kent, die getuige zijt van mijne droefheid.

Wek thans in'u op : 1. Een oj,recht besluit om God nooit meer door de minute zonde te heieed'nien. Maar, mijn Jezus, waartoe zou het mij dienen, mijne zonden betreurd te hebben, indien ik

•49

■1

ocr page 54

Eerste Schrede.

over eenigo uren opnieuw zondigde? Ik hoop dat dit niet zal gebeuren ; want wie zou mij tot zondigen noodzaken, indien ik zelf liet niet wil ? of wie zal mij doen vallen, als uwe almacht mij ondersteunt ? Op U stel ik mijn vertrouwen , o mijn Jezus, en in dat vertrouwen, maak ik het voornemen van liever te sterven, dan U nog door de minste zonde te beleedigen. Ja, mijn Jezus, dat wil ik, dat neem ik mij van ganscher harte voor: liever sterven, dan U nog ooit te beleedigen.

•2. Een vuri;/ cerlamjcn om de heleeiUcjiiu/cn te herstellen, die (jij door mee zonden dod heht aunyedaitn.

Ja, mijn besluit is genomen.... Maar, mijn Jezus, wat zal ik doen om mijne bedrovene zonden uit te wisschen en om de belcedigingen te herstellen die ik U daardoor heb aangedaan ? liet eenige verlangen van mijn hart is, o mijn Jezus, al de zonden te kunnen vernietigen, die ik tot op dezen stond bedreven heb. Het eenige verlangen van niiju hart is, o mijn Jezus, ü zoo veel eer, zoo veel vreugde en voldoening te geven, als ik U misnoegen en leed veroorzaakt heb door mijne zouden.

Eindelijk zult gij in u opwekken: 1. Eene zeer rurigc aide van i/oedc ineeninu en ojidrarht ran ii zei ren , bij voorbeeld: O, mijn Jezus, wijl mijne krachten ongenoegzaam zijn , wensch ik U op te dragen het offer der oneindige rijkdommen van uw vleesch en bloed in het Allerheiligste Sacrament des Altaars. Ik 'draag U dan op , o

50

ocr page 55

Eerste Soiikede

mijii Jezus, uw lichaam on mve ziol, uw vleesch en uw bloed, uw leven eu dood, mve dougdeii en verdiensten , uwe godheid en menschheid , en al de oneindige rijkdommen van uw aanbiddelijk Hart. Ik offer U dat alles op met liet vurig verlangen van ü daardoor mijne liefde te betuigen, U eene oneindige eer , vreugde en voldoening te verschaffen. Ik offer het U op met het vurigste verlangen, om allo zonden van mjjn vroeger loven uit te wisschen, on U daarvoor oen oneindige vergoeding te geven. Ik offer het U op om zoo overvloedige genaden van U te bekomen , dat ik U voortaan nooit meer door do minste zonde beleodige. Ik bied hot U aan, opdat Gij mij de hoogste gunst schonket, waarmvir ik verzucht, namelijk, eono volmaakte liefde, waardoor mijn hart ontgloeit, en ik steeds met U mijn hoogste goed vereenigd zij. Ziedaar, mijn Jezus, mot welk inzicht ik tot U kom. llcb modelijden met mij , en draag voor mij al die gevoelens aan den eeuwigen Vader op.

'-!■ Een nirir/ verlanyn om Jezus te otitcdniii'.n.

Ik weet zeer wel, dat mijn hart vol vlekken is on geenszins een aangenaam verblijf kan zijn voor oenen God van oone oneindige waardigheid , zuiverheid en heiligheid. Maar wat kan ik doen on tot wicn zal ik mij wenden 'i Gij alleen, lt;gt; mijn Jezus, Ojj do Almachtige, Gij kunt mij reinigen van mijne bodreveue zonden , mij behoeden voor zonden in de toekomst. Gij alloon zijt die oneindige goedheid, die gaarne aan den zondaar vergiffenis schenkt, en hem vol

öl

ocr page 56

Ekrste Schrede.

vreugde omhelst. G ij alleen zijt die oneindige barmhartigheid , die de rouwmoedige ziel te gemoet komt bijna zonder genoodigd te zijn , en die met vreugde in haar verblijft. Tot U dus wend ik mij met liet grootste verlangen cn met de levendigste vreugde, ivom dan, o mijn Jezus, kom en verander eene ellendige zondaar in een vurige minnaar van uwe oneindige cn eeuwige schoonheid.

.\a de Heilige C'oiiitinmie.

Nadat gij Jezus uwen Zaligmaker ontvangen hebt, zult gij al uwe gedachten verzamelen eu akten verwekken :

1. l'lt;ni eerehoete cn clunkzecjginf/: O Jezus, mijn eenig en hoogste goed, met het innigst gevoel mijner ellende werp ik mij voor U neder, en aanbid U met den diepsten ootmoed. Ik weet wel , dat mijn hart geen verblijf is uwer oneindige heiligheid waardig , en dat niets U heeft kunnen bewegen om tot mij te komen , tenzij de overmaat uwer liefde en barmhartigheid. Ik erken de grootheid dier weldaad, en gevoel hoeveel dankbaarheid ik U verschuldigd ben. Ik loof en prijs U dan ook duizend en duizendmaal, o mijn Jezus, en ik zeg U duizendmaal dank. liet doet mij leed, dat de krachten mijns harten zoo ontoereikend zijn, en ik niet in staat ben U zoo vee! lof en oer te geven als uwe liefde verdient, en de dankbaarheid van mijn hart eischt.

62

ocr page 57

Eerste Schrede.

Van een kinderlijk vertrouwen. Ja, mijn Jezus , terecht noem ik mij gelukkig en herhaal ik do woorden : Heden is de zegen over dit huis gekomen. Ik heb U in mijn hart, en met U bezit ik alles , wat ik kan verlangen. Gij zijt de onbegrensde almacht, die alleen , iu oen oogenblik, mij van mijne ellende kunt bevrijden. Gij zijt de oneindige goedheid, dio zich gemakkelijk tot medelijden laat bewegen. In ü dan , o mijn Jezus , mijn eenige toevlucht en mijn steun, stel ik al mijn vertrouwen, en ik geloof vastehjk dat Gij mij vandaag uwen heiligen zegen schenken en mij niet verlaten zult alvorens mij allo genaden verleend te hebben , die ik U vraasr.

7 o

Vervolgens zult gij ; 1. Met den diepsten ootmoed aan Jezus Christus tare behoeften roorstellen.

O mijn Jezus, Gij kent, wel is waar, mijn behoeften beter dan ik zo U zeggen kan. ik beu oen arm ellendig schepsel, dat nog tot op dezen stond zucht onder het juk dor zonden. Mijne begeerlijkheid is teugelloos en drijft mij eiken dag, elk uur tot zondigen aan. Mijne kwado neigingen zijn hevig en sleopon mij , ondanks mij zelve mede. Mijne zwakheid is groot en doet mij bij de minste bekoring bezwijken ; zoo val ik onophoudelijk , en ondanks mijne goede voornemens , beleedig ik U telkens opnieuw. Voor dat alles vind ik geen redmiddel voor mij zelvon. Ik zal in het vervolg leven , zooals ik tot dusverre geleefd heb, on de zonden, die ik tot heden heb bedreven, zal ik voortdurend bedrijven. Gij alleen, o mijn Jezus, kunt mij te hulp komen. Zonder

53

ocr page 58

EKHSTE amp;CUUEDE.

U ben ik onkel zwaklieid , en bezwijk ik bij de minste bekoring-. Vandaar, dat ik door mijn eigene kraebt tot niets in staat ben dan om te zondigen en mij in het verderf te storten.

2. Jczks hiilden duur zijne oneinclli/c liefde en (/(ledheid l' te icilien rej-haoren.

lielaas. sla dan uwe blikken vol mededoogen op mij, o iloziis, en ontferm U mijner. Geef mij uwe heilige vrees, opdat ik niets vreezo, niets zoo zeer vluchtte, niets zoo zeer liate en verfoeie als de zonde, de beleediging van uwe goddelijke Majesteit. Doof in mij het vuur der begeerlijkheid uit, opdat ik niets aardseh meer vrage , en niets verlauge dan U , mijn waar en onveranderlijk goed. Xeem bezit van geheel mijn hart en maak, dat al mijne begeerten voor U zijn. Geef aan mijnen geest kracht en moed, opdat ik in de bekoringen niet wankele, maar standvastig blyve in mijne goede voornemens, ik weet, o mijn Jezus, hoe groot de genade is, die ik van L' vraag. hoezeer ik die onwaardig ben , nochtans vraag ik ze U met een volkomen vertrouwen. Mijn vertrouwen is dat, hetwelk de zusters van Lazarus U eertijds betuigden: „/ie, mijn Jezus, zij die Gij bemint is ziekquot;, de ziel, die Gij bemint, is

zwak , wijfelend , onstandvastig.....

Eindeljjk wek in u op: 1. Kene nirii/e liefde tot Jezus: Ja, mijn Jezus, Gij bemint mij; dit bewijst mij liet oneindig geduld waarmede Gij mij tot nu too hebt verdragen ; de onbegrensde mildheid waarmede Gij mij heden uw vleesch en uw bloed tot voedsel hebt geschonken. Maar hoe zal

54

ocr page 59

Eerste Schubde.

ik U die liefilo vergelden;-' Ik weet liet, liefde eischt wederliefde. Welnu, mijn Jezus, ik bemin U, en bemin U uit al do krachten mijner ziel. Ik verheug mij , omdat Gij in L' zelveu en door U zeiven de hoogste gelukzaligheid bezit, die noch vermeerderd noch verminderd kan worden. Ik verheug mij over al de eerbewijzingen over al den lof en over al de liefde , die Gij ontvangen hebt en de gansche eeuwigheid door ontvangen zult van uwe uitverkorenen in den hemel, in het vagevuur en op do aarde. Ten bewijze van die liefde, maak ik uu in uwe heilige tegenwoordigheid dit voornemen: Liever wil ik sterven dan nog ooit in mijn hart de minste beleediging van uwe oneindige goedheid te dulden.

Kan' (ichcelc (ipdrucht cu crue rolkomenc orcri/td'c ran U selrcii in sijiir (il/crhfiliy.ite handen.

Maar luie.Moet ik mij tevreden stellen met eene liefde, die mij geen ander besluit ingeeft dan dat van U niet moer door vrijwillige dago-lijksche zouden te vergrammen Ach ! welk eene armzalige liefde! Ach! hoe laag en lafhartig zou ik zjjn , indien ik mij tot getne zuiverder en hooger bewijzen van liefde wist te verheffen! Zoude ik mij mogen beroemen God te beminnen, als ik mij bepaalde bij Hem niet te beleedigen 'i Xeen , mijn Jezus, neen; ik wensch U te beminnen uit al de krachten mijner ziel, met al de liefde waarvoor mijn hart vatbaar is ! Met dien wensch draag ik U alles op , geef ik U alles over , wat ik bezit, alles wat ik ben, alles wat ik kan. Ik

ocr page 60

Eerste Schrede.

ÖG

draag U op mijn lichaam ou mijne ziel, mijne gezondheid, mijn leven; mijne eer en mijnen goeden naam ; alles zonder eenige uitzondering. Handel met mij , o Jezus , volgens uw welbehagen. Van nu af neem ik al uwe beschikkingen aan, ik loof en zegen ze. Dat alles geschiede volgens uwen heiligen wil, nu en gedurende de gansche eeuwigheid. Amen.

ocr page 61

57

TAveode Solirede op den weg der ware en volmaakte liefde tot God: Met eene standvastige getrouwheid aan al de inspraken van God beantwoorden.

I N L E I D L X G.

Wij zijn genaderd tot een zeer gewichtig punt, mijne ziel, het gewichtigste misschien van geheel het geestelijk leven. quot;Want niets doet de goddelijke liefde sneller en sterker in het hart van den mensch ontgloeien , dan de getrouwheid aan do goddelijke inspraken en verlichtingen; en niets vertraagt zoo zeer den voortgang in die liefde, dan de ongetrouwheid in het volgen van die heilige inspraken. Ziehier twee waarheden, die wel in staat zijn om onze harten met vertroosting en tevens met vrees te vervullen.

Hooren we daaromtrent de woorden van eene der moest verlichte zielen, Armela Nicolas ; „haten wijquot;, zegt die aardsche serafijn, „laten wij getrouw zijn aan God; want die getrouwheid vereenigt ons met God , terwijl de ongetrouwheid ons van Hem verwijdertquot;. Als iemand haar vroeg, hoe men God moest dienen, antwoordde zij gewoonljjk : Er is geen andere weg dan die der getrouwheid. Dikwijls herhaalde zij in een zelfde gesprek tot honderdmaal de woorden : Laten wij getrouw zijn aan God ; o ja, laten wij getrouw zijn ! Wanneer hare vriendinnen haar dan vroegen, of zij niets anders te zeggen had , antwoordde zij , ver-

ocr page 62

Tweede Schuede.

wondert u daarover niet; zelfs al moest ik duizend jaren leven, zou ik u niets anders kunuen zeggen ; Avant de volmaaktheid bestaat in de getrouwheid.

Niet doen , wat God vraagt, zeido die heilige ziol, is het bewjjs van eene armzalige liefde : want ware do liefde groot en oprecht, zij zoude geen rust hebben, vóór datgene volbracht was, wat de welbeminde vraagt. En ik geloof, voegde zij er bij , dat dit de reden is, waarom zoo weinige personen tot de volmaaktheid komen. Zij weten zeer goed , wat God van haar wil, maar wijl zij do zelfverloochening vreezen, stellen zij steeds uit tot later pn zoggen : morgen , morgen zullen wij het doen. Xu hoe langer zij in hare gewoonten volharden, des te minder wordt hare kracht om er aan te weerstaan, en God , die ziet. hoo weinig getrouw zij zijn , verwijdert zich eindelijk van haar en laat haar aan haar zeiven over.

Door deze enkele bemerkingen ziet gij reeds, mijne ziel, welk belangrijk onderwerp wij gaan behandelen. Wij zullen het weder verdeelon in drie hoofdpunten. In het eerst zullen wij eenige beschouwingen voorstellen om ons het groote belang der zaak te doen inzien en ons op te wekken om aan de goddelijke inspraken steeds getrouw te beantwoorden. In hot tweede zullen wij eenige onderrichtingen geven en verklaren waarin eigenlijk die getrouwheid aan do genade gelegen is. In het derde eindelijk zullen wij aantoonen hoo men op eone godvruchtige wijze aan Jezus Christus in de 11. Communie die getrouwheid aan de goddelijke inspraken kan vragen.

ocr page 63

Tweede Sciiiiede.

i: k it s t r: n o »gt; v igt; s t l k.

Korte beiiterkiii^cii . waardoor wij kunnen inzien van hoeveel betan^; die gelrouwlieid is. en die ons zullen helpen om die goddelijke inspraken in oelening te brengen,

uemekkixu. t. De (joddeljke iiincriuyen rcr-stootcn is rene oiuhtnl-hcKirhcid.

Ik s'0i'f 11 ''ie ili'io gedachten ter overweging.

1. Wolk o grooto en onbogrijpelijko gonado eono inspraak is mot betrokking tot haren oorsprong.

2. Welke verhevene en onbegrijpelijke genade eene inspraak is, uit haren aard en in haar wezen.

H. Welk eone vorhevone en onbegrijpolijko genade eono inspraak is, met betrekking tot hare uitwerkselen.

Misschien zullen die waarheden ons de oogen openen.

ij'.usti: waauiii'.ii). Igt;i' iiixjirdltcii zijn onhc-f/i'ijpeiiJL' ijrootc i/enicli'ii niet hrtrelslciny tot huren oorsjifon;/.

Het is eene moouiug ons door de natuur zelve ingegeven, dat oen geschenk hoofdzakelijk zijne waarde ontleent aan de waardigheid van den persoon, die het geeft. IIoo vorhovencr rang de gever bekleedt, des te hooger schat men het geschenk. Een appel uit do hand eens konings ontvangen, wordt als eene kostbare gift beschouwd. Do inspraak is een geschenk uir Gods hand ontvangen. llij zelf noemt die uit don schat van het bloed van Jezus Christus, en legt die in ons hart. Hoezeer moeten wij dan de genade op prijs stellen

ocr page 64

Tweede Schrede.

Nu nog bewondert en verheft do Kerk de gunst eertijds door God aan twee der oudste kluizenaars Pauhis en Autonius bewezen; en welke was die gunst ?

Het was een brood hun door God uit den hemel gezonden om hen te voeden.

O mijn ziel, is iedere inspraak, die ons van het kwaad verwijdert, of ons tot hot goede aanspoort , niet eeno oneindig grootere gunst, dan een stuk brood ? Kti gewordt ons die niet uit de hand des Allerhoogsten ? Hoo hoog moeten wij ze dus achten en op prijs stellen ?

Tweede waakiieid. — De impvaken zijn groote (jenaden uit hai'en uard en in haaf wazen.

De H. Kerk leert ons , dat eene enkele genade een veel grooter goed is dan alle goederen der natuur. Stel u hier voor van don oenen kant alle schatten, alle rijkdommen , alle kronen en alle scepters, alle landen en koninkrijken der aarde , — en van den anderen kant eene enkele genade aan eene ziel geschonken ; welke van die twee zaken zou de voorkeur verdienen ? Het geloof zegt ons : dat een enkele lichtstraal, eene enkele inspraak , eene enkele beweging van den wil een onvergelijkelijk grooter goed is, dan het heelal met al wat het bevat. De reden daarvan is klaarblijkelijk ; want ovenals een enkele graad van de glorie des hemels de ziel, en dat voor eeuwig, oneindig gelukkiger maakt dan het bezit van de gansche wereld haar zou kunnen maken , evenzoo is eene enkele inspraak, waardoor die graad van glorie verkregen wordt, een schat

GO

ocr page 65

Tweede Schrede.

verre te verkiezeii boven het bezit van het gan-sehe lieelal. Op het oogenblik waarop God u oenc inspraak zendt, bewijst Hij u eene grootere gunst, geeft Hij n een gesclienk van hoogere waarde, dan als Hij u de geheele wereld met al hare goederen schonk om die voor eeuwig te bezitten.

Derde waarheid. De inspraken zijn oneincliy groote genaden, wanneer men ze bescJioincf in hare uitwerkselen.

De inspraken van God zouden reeds kostbaar genoog zijn, indien zjj maar een enkelen graad van de glorie dos hemels ten gevolge hadden. Maar daar blijft het niet bij. De inspraken zijn een vruchtbaar zaad , waarvan het Evangelie zegt, dat een enkel korreltje dertig-, zestig-, ja honderdvoudige vruchten geeft.

quot;Wat Jezus gezegd heeft van do zaadkorrels, wilde Hij verstaan hebben van de inspraken. Eéne enkele daarvan, goed gebruikt, heeft voor de ziel dertig , zestig , honderd andere ten gevolge, en verrijkt haar dus op oene wonderdadige wijze. quot;Wat nog meer zegt, dikwijls is oene enkele inspraak het begin en de oorzaak van de heiliging eener ziel. Wat is geringer, zegt Jezus zelf, dan het mosterdzaadje ? Evenwel in goede aarde gezaaid , wordt het een schoone boom. Wat is ei-geringer in onze oogen , dan eene inspraak, die slechts een oogenblik duurt 't En nochtans, wanneer men er gehoor aan geeft, schiet zij wortel in het hart, en legt daar de kiem eener verhevene heiligheid.

Wat was het begin van de bekeering en heilig-

G1

ocr page 66

Tweeue Schrede.

wording vau den heiligen Petrus 'i Eene enkele inspraak, een liefdevolle blik van Jezus Christus. Op dat oogenblik begon hij over zijne ongetrouwheid boetvaardigheid te doen , dien hij levenslang voortzette.

Ik twijfel goenszins, mijne ziel, of gij hebt nu begrepen, wat eene groote genade eene inspraak is. en welk een bewijs van liefde en welwillendheid God ons geeft, wanneer Hij die in ons hart zendt. Daaruit kunt gij besluiten hoe ondankbaar wij handelen, niet slechts wanneer wij zulk eene genade niet mei een dankbaar hart aannemen, maar ook, wanneer wij ze beschouwen als iets van weinig belang 011 zo verwaarloozen.

Wat zou de wereld gezegd hebben on hoe groot zou ieders verwondering geweest zijn , indien do twee kluizenaars, i'aulus en Antonius, het brood, dat God hun zond , niet hadden willen aannemen of gebruiken 'i Zou er iemand gevonden worden, uitzinnig genoeg om zulk eene ondankbaarheid niet te veroordeelen 'i Helaas! mijne ziel, zien wij in die veronderstelling geen afbeeldsel van ons gedrag jegens God y Deuk hierover na.

Gevoelens. Xa die waarheden overwogen te hebben , zult ge in u opwekken :

1. Kme lecendlf/c droefheid orer mee ondank-haarheid en orer hef slechte gehruik dat (jij ran (rods (jmisten gewaakt heht.

Ja, het is waar, mijn God; de rede, het geweten , het geloof zeggen het mij ! uwe inspraken zijn een onschatbaar goed. Zij zijn het werk uwer almacht, die alleen zo kan geven; het werk

62

ocr page 67

Tweedi: Sciiüede.

uwer barmhartigheid dio zo mij verleent, zonder mijne verdiensten. En liet zijn zoo groote genaden ! Hoevele hel) ik er niet ontvangen ! Maar, helaas! hoevele heli ik er niet veronachtzaamd en verstoeten! Ja, mijn .Jezus, ik ben die ontrouwe rentmeester, welken Gjj ons in liet Evangelie geschetst hebt. Ik heb uwe goederen, uwe genaden verkwist. Ik erken mijne ontrouw en mijne ondankliaarheid , o miju God , en betreur die van ganscher harte.

:2. Ootmoediij vergiffenis rniyen.

Er is nochtans iets, dat mij vertroost, en dat is uw lankmoedigheid, uwe greuzelooze barmhartigheid, tot welke ik steeds mijne toevlucht kan nemen. Ik hol) verdiend, mijn God, voortaan van al uwe zorgen , van al uwe genaden , van al uwe inspraken beroofd te worden. Ik heb verdiend aan mijne bedorven natuur , aan mijne ongeregelde neigingen, aan mijne verblindheid en boosheid overgelaten te worden. Helaas! ik beken het, eone ziel, dio zoo dikwijls weerstand hooft geboden aan uwe wijze leiding, verdient niet langer mot uwe inspraken begunstigd te worden ; dit beken ik voor hemel er aarde. Xiettomin hoop ik op U , o opperste goedheid ; uit den grond mijns harten smeek ik U om vergeving, en mot den diepston ootmoed verzucht ik tot U : o mijn Jezus, ontferm U mijner, en behandel mij niet volgons mjjno groote ongotrouwheid, maar volgens uwe groote barmhartigheid, en do verdiensten van uw kostbaar bloed.

Voeg bij die gevoelens :

63

ocr page 68

Tweedr Schrede.

1. Een ernstig bcshiii om roorlaan met muir-(jezetheid de inspraken der genade te volgen.

Ik hoop, mijn Jezus, dat gij mijne vroegere ongetrouwheden zult Tergeven, de onmetelijke liefde , die U aandreef om voor mij on liet kruis te sterven, zal U ook bewegen om met een blik van mededoogen en barmhartigheid neer te zien op het berouw mijns harten. Ja, dat hoop ik, o mijn Jezus. Maar wee mij , indien ik mij weder zou schuldig maken aan mijne vroegere onge-trouwheden. Voor het verledene zou ik ter verschooning kunnen inbrengen mijne geringe kennis van de waarde uwer inspraken. Maar voor het toekomende zou ik mij niet meer kunnen verontschuldigen ; want nu ken ik de waarde uwer genaden. Ja, zoo is het, ik heb geene reden ter verontschuldiging meer. Ik wend mij dan opnieuw tot U, o mijn Jezus, en in uwe tegenwoordigheid maak ik het vaste voornemen , van al uwe heilige inspraken te beschouwen als groote genaden, als uitwerkselen uwer vaderlijke liefde, en ik beloof, er naar mijn best vermogen altijd aan te zullen beantwoorden.

i. Vraag daartoe ootmoedig de genade.

O, wolk een schoon en heilig besluit! Jloe welgevallig zoude ik U ziju , welk een schat van genaden zoude ik verzamelen , indien ik er steeds aan getrouw bleef! Maar ziehier wat ik vrees. Ik ken mijne zwakheid en mijne onstandvastigheid, die mij bij de minste gelegenheid doen bezwijken. Tot U dan, o mijn Jezus, tot U in wiens handen al mijne kracht berust, neem ik

64

ocr page 69

Tweede Schrede.

mijne toevlucht en roept van ganscher harte; o mijn Jezus hel) medelijden met mij 1 Gij die mij de genade hebt geschonken Yiin dit heilig voornemen te maken, schonk mij ook die van het standvastig en volmaakt ton uitvoer te brengen. Honderd en nogmaals honderdmalen herhaal ik: O Jezus heb medelijden mot mij !

bemerkixi; ii. De inspnikeii nm dod n rstnatcii is rem den 1êlt;iii* der incnKrheii i'citc onhci/rijpelijkc dwaasheid.

Tot dusverre hebt gij gezien , mijne ziel , hoe ondankbaar de mensch handelt ten opzichte van God, wanneer hij eone inspraak verstoot. l!e-schonw nu hoe dwaas hij handelt ten opzichte van zich zolven. Om dit te begrijpen behoeft gij slechts na te gaan, wat eene inspraak is. De volgende waarheden zullen u dit duidelijk maken.

Eeustk \vAAJi.ni:ii). De iiisjirtd'iii zijn onmisbaar nood-al.i'lijkr middi'lait tof onze heililt;jiikj.

Deze waarheid wordt ons door deu lieer zeiven geleerd in de woorden : ../onder mij , kunt gij niets doenquot;. Geef' wel acht op die woorden, mijne ziel: Jezus Christus zegt niet; Zonder mij kunt gij gocne wonderen uitwerken, geene groote ondernemingen tot stand brengen, geen volmaakte deugd bekomen. Xeen , Jezus zegt eenvoudig : „Zonder mij kunt gij niets doenquot;, niets, volstrekt niets ter zaligheid.

Gij kunt geen werk verrichten, geen woord spreken, geene genegenheid opwekken, die u dienstig kan zijn voor hot eeuwige leven. Totdat alles hebt gij eene bovennatuurlijke genade, eene

05

5

ocr page 70

Tweede Schrede.

inspraak noodig; zonder dat middel kan niets dat verdienstelijk is voor het eeuwige leven , verricht worden. Evenmin als een lijk zich oprichten, spreken of gaan kan , tenzij het door een wonder tot het leven terugkeert, evenmin kan do ziel iets bovennatuurlijks verrichten , tenzij do Heilige Geest licht aan haar verstand, beweging aan haren wil schenke.

Tweede waarheid. De inspruken zijn middelen, die can God afhangen.

ilet is met do inspraken on met do genaden nagenoeg als met den regeu. liet is drukkend heet, de vruchten der aarde kwijnen; geheele landen verkeeren in angst en droefheid, omdat do hongersnood hen bedreigt; een vruchtbare regen kan redding aanbrengen.

Maar wie kan dien overzenden ? God alleen , God zendt den regen, wanneer het Hem behaagt ; Hij zendt dien waar en zoo veel Hij wil. Dat alles is in zijne macht; want Hij voert eone onbeperkte heerschappij over hemel en aarde en ieder regendroppeltje behoort Hem toe. Zendt Hij ons eenen vruchtbaren regen, dan moeten wij zijne barmliartigheid zegenen; geeft Hij ons dien niet, dan hebben wij niet het minste recht om ons te beklagen; want Hij kan ons dien met volle recht weigeren om onze zonden.

Wat wij hier gezegd hebben van den regen, is oven waar van do genade der inspraken. Het vuur der driften ontgloeit in ons, de aarde van ons hart wordt dor en hard als steen ; alle godsvrucht, alle ijver, allo heilige begeerten ver-

66

ocr page 71

Tweede Schrede.

dwijnen ; er is geen redmiddel voor die kwaal te Tinden dan in den vruchtbaren regen der goddelijke genaden. Maar wie kan ons arm hart daarmede verkwikken ? God alleen. God zendt dien genadenregen wanneer Hij wil, en Hij zendt dien aan wie Hij wil, en Hij zendt daarvan zooveel Hij wil. Dat alles is in zijne macht; want evenals over do natuurlijke goederen hoeft Hij ook eene onbeperkte macht over de bovennatuurlijke gaven. De Zaligmaker zuide : ,Do geest blaast waar hij wil.quot;

O , mijne ziel, hoe waar is het! God alleen kan u zijne genaden geven, en die gave hangt enkel af van zijnen allerheiligsten wil : hot is eene louter vrijwillige gift, waarop gij niet het minste recht hebt: Mochtet gij daar dikwijls over nadenken !

Deede waarheid. Ik inspraken zijn zeer mil-tiye , maar tegelijl: zeer (jevaarlijke middelen.

Dat de inspraken zeer nuttige en zeer kostbare middelen zijn , zal ik niet meer behoeven aan te toonen. Uit hetgeen wij reeds overwogen hebben hebt gij dit kunnen afleiden , mijne ziel. Maar hoe kunnen die middelen in eenen hoogen graad gevaarlijk zijn? Dat zullen wij nu tot onderwerp onzer overweging nemen. De ziel , aan welke God vele inspraken en inwendige opwekkingen toezendt, is tot eene meer dan gewone volmaaktheid geroepen. Want of die ziel is getrouw in het beantwoorden aan die genaden, of zij is zulks niet.

lu het eerste geval zal God haar steeds meerdere genaden geven, haar verheffen tot een hoogen trap van deugd en haar niet loslaten. al-

67

ocr page 72

Tweedk Schubde.

Yorciis haai' opgevoerd te hebben tot de volmaakte zuiverheid des harten en tot zijne heilige liefde : want deze hvec zaken zjjn het eenige doel dier goddelijke leiding.

In hot vierde hoofdstuk van hot i)oek der Spreuken wordt gezegd : ,,De weg der rechtvaardigen is schitterend ais oen lichtglans, en dat licht neemt steeds toe , evenals de zon toeneemt tot zij haar middagpunt heeft bereikt.quot;

Als integendeel die ziel ontrouw is, dan zal God misschien nog oen tijdlang voortgaan met haar te bezoeken door zijne ingevingen; maar eindelijk zal ilij , door hare ondankbaarheid vertoornd , ophouden met haar zijne gunsten mode te doelen. Ilij zal zwijgen en bijgevolg do zie! haren weg laten voortzetten in de duisternis en in de wanorde harcr ongeregelde neigingen. En dan ondervindt zij datgene , waarmede Jezus eertijds de Joden bedreigde, nadat zij langen tijd zijne vermaningen verachr hadden: „Gij hebt tot op dezen stond al mijne vermaningen veracht en al mijne genaden verworpen. Hoort nu wat u te wachten staat: Uw huis zal onbewoond gelaten worden, uw hart zal gelijk worden aau eene onbebouwde aarde, die noch bezaaid, noch door den dauw des hemels besproeid wordt.quot;'

Helaas! mijne ziel, welk eene vreesehjke bedreiging ! De goddelijke inspraken zijn een onontbeerlijk' middel , een middel dat alleen van God afhangt, en tevens oen zoo gevaarlijk middel. Daaruit kunt gij nu oordeelen over de beklagenswaardige dwaasheid van hem, die de inspraken

68

ocr page 73

Tweede Schrkue.

verstoot. Hoe dwaas is niet ecu zieke, die de geneesmiddelen weigert, terwijl hij weet, dat hjj zonder deze de gezondheid niet kan terug bekomen! Hoe dwaas zou een bedelaar handelen, indien hij een aanzienlijk vermogen , hem door den koning aangeboden , niet zou willen aannemen , alhoewel hij wrist, dat hjj zonder dat vermogen, geheel zijn leven zou moeten bedelen ! Helaas, mjjne ziel, uwe dwaasheid is des te grooter, naarmate de eeuwige goederen hooger waarde hebben dan do tijdeljjke.

Gevoelens. Xa die waarheden wel overwogen te hebben , zult gij u opwekken tot :

I. Eene ootmoediye l/ckentdils ran mee ihviiu-tltciil.

Ach, mijn God, hoe groot is niet mijne dwaasheid ! Uwe inspraken zijn een onontbeerlijk middel , zonder hetwelk ik geen enkel verdienstelijk werk kan verrichten. Zij zijn een uitwerksel van uwe barmhartigheid, die ze mij kan geven of'weigeren volgens uw welbehagen. Zjj zijn zeer gevaarlijk, omdat gij tot straf mijner ondankbaarheid mij er elk uur, elk oogenblik van kunt berooven. Dit geloof ik, dit heb ik altijd geloofd. En wat heb ik gedaan 'ï Wee mij, dwaze! üie zoo noodzakelijke , zoo kostbare genaden, die genaden, waarvan do veronachtzaming zoo gevaarlijk is, heb ik bij duizenden geweigerd, verwaarloosd, en dat om aan de menschen te behagen, om eene kleine moeilijkheid te ontgaan , óm mijne ziune-lijkheid te voldoen, om mijn eigen wil te volgen.

'2. Wek u op tot een Irt-cndij heroïne, lt;jiii(/(it I/ij ran zoovele ijeitadeii een zoo sleeht i/ehndlx heht genmuht en er zoovele heht laten verloren i/lt;(lt;iii.

g9

ocr page 74

Tweede Schrede.

En wat uog erger is: na eene inspraak verstoeten en met haar een zoo groot, zoo onschatbaar goed verloren te hebben , ben ik daarvoor zoo weinig bekommerd, gevoel ik daarvoor zoo weinig droefheid en berouw , alsof ik iets onbeduidends verwaarloosd had. Maar nu, o mijn God. U zij daarvoor eeuwig dank , nu erken ik mijne dwaasheid en betreur ze van ganscher harte. Helaas ! wie zal mij die zoo kostbare genaden terugschenken, opdat ik ze voortaan gebruike tot verheerlijking van uwen heiligen Xaam , volgens het welbehagen van uw Hart en tot heiliging mijner arme ziel! Vervolgens kunt gij :

1. God uwen nederigen dank betuigen voor al de (junsten die Hij u verleend heeft, al zijn die ook door uive schuld zonder vrucht gebleven.

Het is waar , mijn God , dat ik duizenden genaden verloren liet gaan. De schuld daarvan moet aan mij, en aan mij alleen, geweten worden aan mijne ongetrouwheid, aan mijne traagheid. Die genaden zijn evenwel onschatbare weldaden , die uwe oneindige goedheid mij verleend had, en waarvoor ik U eeuwigen dank verschuldigd ben. Ja, dit beken ik voor hemel en aarde. Ik loof en zegen U , algoede Jezus , en dank U voor al de inspraken in het algemeen , waarmede Gij mij gedurende mijn gansche leven begunstigd hebt, en voor elk harer in het bijzonder. Allen waren zij liet uitwerksel uwer oneindige barmhartigheid en de onschatbare prijs van uw kostbaar Bloed. Het doet mij innig leed, dat ik U beroofd heb van de eer en de voldoening , die ik U verschaft

70

ocr page 75

Tweede Schrede.

zoude hebben door eene getrouwe beantwoording aan die genaden.

2. Muuk het ernstige voornemen van voortaan met meer eerbied en getrouwheid de genaden te ont-■cangen , die Hij u nog zal willen schenken.

Maar , o mijn God , dat juist moet mij thans aansporen , om met meer eerbied naar uwe stem te luisteren , en ze met meer getrouwheid te volgen. Ja , o mijn God en mijn Al , dat wil ik doen. In den afgrond mijner nietigheid werp ik mij voor U neder, en draag mij zonder eenig voorbehoud aan uw welbehagen op. U niets te weigeren van alles wat Gij mij zult vragen, is het vaste voornomen van mijn hart. Ik zal al uwe inspraken als groote en kostbare gunsten beschouwen , en er met onverbreekbare getrouwheid aan beantwoorden. Ik vraag U slechts eene zaak, o Goddelijke Geest, namelijk: medelijden met mij te hebben , niet meer aan mijne vroegere ontrouw en halstarrigheid te denken, en er mij niet voor te straften door uw stilzwijgen. Blijf mijn Leeraar ; bestuur en geleid mijn hart op de wegen der eeuwige wijsheid. Zonder uw licht is het verstand enkel duisternis , onwetendheid, bedrog en dwaling. Zonder uwe opwekking is de wil dor, lauw en traag. Tot U wend ik mij al zuchtend. O Heilige Geest, neem uit mijn hart allo traagheid en ongevoeligheid weg ! Bezoek mij door uwe hemelsche ingevingen en vervul mij met uwe liefde. Dan zal mijn hart van liefde en berouw' smelten en de aangename geur zijner deugden zal opstijgen tot U.

71

ocr page 76

Tweedk Schrede.

T W K E I) K II « F I) S T V K.

Oiiilerriclitin^cii over (ic inspraken eii «ver de getrouwheid waarmede wij er aan iiioetea beautwoorden.

Onderrichting J. ]\'iit nirn door eene wam en heilige inspraal* rerstaat, en op hoevele wijzen se ons kan icorclen inedcfiedeeld.

Do eerste Traag zal dus zjjn : Wat is eene ware inspraak y Ik antwoord met den zeer verlichten 1 eer aar , Jacobus Alvarez: ,, De ware en goddelijke inspraak is eene inwendige beweging der ziel , welke van God uitgaat en ons aanspoort tot heiligheid of tot eenig werk , dat niet onze heiliging in verband staatquot;. Laten wij die weinige woorden verklaren. Die leeraar zegt :

J. De ware en (joddelijke inspracli i.i eene he-weging der ziel, dat wil zeggen , eene inwendige uitnoodiging , waardoor de ziol aangespoord , getroffen en opgewekt wordt, of om iets te doen wat nuttig is ter heiliging of om iets te vermijden wat daaraan nadoelig is of een hinderpaal op den weg der heiliging zou kunnen stellen, /ij gevoelt zich, om zoo te zeggen, aangedreven om het goede te doen en het kwade te laten.

11. De insprnul' is eene betreging, die ons tot heiligheid aanspoort of tot eenig werk , dat daarmede in eerhand staat.

Eene inspraak, die van God komt, kan geen ander doel hebben dan het bevorderen der volmaaktheid en der heiligheid van de ziel , en

72

ocr page 77

Tweede Sciirkde.

daarom kan zij ons ook niets ingovon, dan wat ons in die heiligheid kan doen vooruitgaan.

Hier doet zicli echter eone nieuwe vraag voor, te weten ; Wat is eeno beweging der ziel, waarin bestaat die? Ik antwoord met alle schrijvers over hot geestelijke leven : De inwendige beweging der ziel bestaat in oenen dubbelen invloed welken God op haar uitoefent; den eerste op het verstand, den tweede op den wil. Voor hot verstand bestaat die invloed in een bovennatuurlijk licht dat aan do ziel het afschuwelijke dor zonde doet zien, welke »ij behoort te vermijden, of het schoone dor deugd, die zij moet beoefenen. Voor den wil bestaat die invloed in eone bovennatuurlijke aansporing , die in de ziel oenen heiligen afschrik teweegbrengt van de zonde welke moot vermeden, of oeuo heilige liefde en geneigdheid voor de deugd die beoefond dient te worden. Die dubbele invloed is een noodzakelijk vcr-eischte voor ieder bovennatuurlijk en verdienstelijk werk. Om dit zeer duidelijk te maken, zullen wij nog eene vraag stellen en die beantwoorden.

Waarom is die dubbele invloed noodzakelijk? Jlij is noodzakelijk, omdat met betrekking tot de dingen die bovennatuurlijk zjju en onze eeuwige zaligheid aangaan, onze rede blind en onzo wil werkeloos is. De rede heeft daarom behoefte aan een bovennatuurlijk licht, dat haar de waarheid ontdekt, en do wil aan eene bovennatuurlijke beweging, die hom in werking brengt en tot het goede aandrijft. De rede is voor de ziel, wat de

73

ocr page 78

Tweede Schrede.

oogen zijn voor het lichaam. Evenals de oogeu, hoe goed zij overigens ook zijn mogen, niets kunnen zien, geen voorwerpen kunnen onderscheiden , zoolang de zon zich niet aan het uitspansel vertoont, of er eenig ander licht aangebracht wordt, zoo ook kan de rede, hoe goed zij op zich zelve zijn moge , niet die wezenlijke en duidelijke kennis hebben, welke tot een verdienstelijk werk vereischt wordt, indien God voor haar geen bovennatuurlijk licht ontsteekt. De beweging van den wil is nog noodzakelijker. „Ons hart is op zich zelf, zegt de H. Augustinus, koud en hard als ijs voor het bovennatuurlijke. IvTu, evenals het ijs zijne natuurlijke koude en hardheid behoudt, zoolang het niet aan de stralen der zon is blootgesteld en door hare warmte smelt , zoo ook blijft het hart ongevoelig , totdat de zon der goddelijke genade het beschijnt, week maakt, tot het goede aandrijft en tot de uitvoering daarvan in staat steltquot;. De II. Augustinus beschrijft die dubbele noodzakelijkheid bijzonder goed , als hij zegt: „Dat de ziel kent wat verborgen is, en behagen schept in het goede dat haar te voren mishaagde, dat is een uitwerksel van Gods genade, die den harden en kouden wil van den mensch te hulp !:omtquot;.

Op welke wijze worden de heilige ingevingen uun de ziel medegedeeld ?

De geest Gods is eenvoudig en verscheiden , zegt de zoo verlichte Eichardus a Sancto Victore; eenvoudig in zich zclven , in zijn wezen , en verscheiden in zijne werkingen en de ingevingen,

74

ocr page 79

Tweede Schrede.

waardoor Hij die zielen tot do volmaaktheid brengt. Hoe verscheiden ook die ingevingen zijn, ze worden toch allen tot twee soorten teruggebracht.

De eerste zijn die , waardoor de Heilige Geest ons verwijdert van het kwaad. De tweede zijn die, waardoor de Heilige Geest ons aandrijft tot het goede. Om duidelijker te zijn, zullen wij eenige vragen stellen.

Al aanstonds wil ik u opmerken, dat wij slechts zullen spreken over datgene wat gewoonlijk plaats heeft. Want alle wegen , langs welke de Heilige Geest in de zielen komt, te willen kennen en aantoonen , zou even zoo vermetel en onmogelijk zijn, als het vermetel en onmogelijk zou zjjn den afgrond te willen pijlen der oneindige wijsheid. Wij gaan onmiddellijk tot de behandeling der zaak over en stellen de eerste vraag.

Eerste vh.vag. — Op welke wijze geeft de H. Geest de inspraken, waardoor Hij ons van het kwaad verwijdert ? De eerste wijze waarop de 11. Geest tot eene ziel spreekt, en haar van het kwaad verwijdert; is haar eene heilige vrees in ie hoezonen. Door een bovennatuurlijk licht geeft Hij aan de ziel te kennen , tot hoeverre eene zekere verkeerde neiging, eene zekere zonde, eene zekere fout de ziel kunnen brengen , van hoevele genaden zij zich daardoor berooft, aan welk groot gevaar zij zich blootstelt van niet alleen de volmaaktheid maar zelfs de eeuwige zaligheid te verliezen. Te gelijk met dat licht deelt hij haar eene heilige vrees mede, waardoor zij eenen afschrik opvat voor die zonde,

75

ocr page 80

Twheue Schrede.

7G

voor die verkeerde n jiging, cn liet besluit maakt die te vluchten , zich er voor te wachten. Door zulk eon ingeving bracht de H. Geest den H. Andreas Avellinus op don weg der volmaaktheid. Die grooto dienaar Gods , die in de rechtsgeleerdheid uitmuntte, was op jeugdigen leeftijd advocaat. In die betrekking gebeurde liet hem eens, zich bij het verdedigen der zaak van eenen zijner cliënten, een leugen te zeggen. God gebruikte die omstandigheid om Andreas tot de heiligheid te voeren ; want korten tijd daarna opende Andreas de H. Schrift en las daarin de woorden; ,. !)e mond . die leugentaal spreekt doodt de ziel'quot;. (1) God toonde hem toon zoo duidelijk de begane zonde , en het gevaar waaraan hij in zijne betrekking was blootgesteld, dat hij er door verschrikt werd, zijne betrekking nederlegde, en zicli geheel aan den dienst van God wijdde.

De tweede wijze, waarop do Heilige Geest tot dc ziel spreekt, en haar van het kwaad terug houdt, bestaat in haar eene gevoelige droefheid over haar zonden in te boezemen. Dat is een zeer gewoon middel, waarvan de 11. Geest zich bedient om de ziel eenen afkeer tegen de zonde te doen opvatten. Hij verlicht haar verstand zoodat zij duidelijk inziet, hoe boos en afschuwelijk de zonde cn hare ondankbaarheid is; Hij vertee-dert haren wil , opdat zij de zonde beweene, ver-foeie, en voortaan als het grootste kwaad vluchte. Op die wijze bracht Jezus den 11. Petrus tot

1

Wijsheid I ; 11.

ocr page 81

ïwkede Schrede.

bootvaavdigheid. Hij aanschouwde dieu apostel met ,, goedheid , met eeiien blik van genade en barmhartigheid , die tot in liet diepste zijns harten doordrong. Petrus zag in, welke verschrikkelijke beleediging hij zijnen goddelijkon .Meester bad aangedaan, en van hot diepste leedgevoel doordrongen , beweende hij zjjno zonde bitterlijk.

Do derde wijze waarop de II. Geest tot do ziel spreek', om haar van bot kwaad terug te houden , bestaat in i)ureii(li(/(; renrijtinijen m he-Mraffilii/oi. Dikwijls doet de II. Geest inwendig in de ziol, wat Jezus Christus uitwendig door woorden ten opzichte zijner apostelen deed. Xadat do liefdevolle Verlosser eenigen tijd op den Olijf-t berg gebeden, en zich als slachtoffer voor de zaligheid dor menschen aan zijnen hemelscben * \ ader had aangeboden , kwam hij bij zijne leerlingen terug. Mij vond beu slapende, en, om hen over hunne onachtzaamheid te bestraffen, richtte ILij tot ben dit zachte verwijt: „Wel boe! kondet gij niet een enkel uur met mij waken r'' N'u eens verwijt Hij aan de ziel bare onachtzaamheid en traagheid in de geestelijke oefeningen, dan weder haren hoogmoed en hare ijdelheid. Xu eens haar ongeduld en hare gramschap, dan weder hare verstrooidheid en zucht tot spreken; nu eens deze, dan weder gene zonde. Al die inwendige verwijtingen zijn genaden en inspraken van den s II. Geest.

De vierde wijze, waarop de Heilige Geest tot de ziel spreekt , bestaat in de onttrelclimj nm de (jei-oeliijv f/odsn-Kchf , rem den inircndii/cn credc en

ocr page 82

Tweede Schrede.

van de certroostinyen des harten. Eeu vader die een gehoorzaam en rechtgeaard kind heeft, zal zulk een kind, wanneer het eenen misslag begaat, niet aanstonds mot do roede kastijden. Hij bepaalt er zich bij, hem oen streng gelaat te toonon, niet tot hem te spreken en weigert of ontneemt hem iets wat het kind gaarne heeft. Dit gedrag doet het kind beseften , dat het zijnen vader boleedigd heeft; liet erkent schuld , vraagt vergeving en tracht zijnen misslag te herstellen. God handelt bijna even zoo met de ziolen, die getrouw en ijverig zijn, maar uit zwakheid of door eene andere oorzaak zich aan eene zonde of ongetrouwheid schuldig maken. Hij straft haar slechts door haar, nu eens de gevoelige godsvrucht, dan weder den vrede dos harten of zijne liefdevolle vertroostingen te onttrekken. Daardoor erkennen zij, dat zij God mishaagd hebben : zij betreuren hare ongetrouwheid en hernieuwen het vaste voornemen, van die fout niet meer te bedrijven.

Tweede vraag. Op welke wijze deelt de Heiliye (leest ons de genaden en inspraken mede, waardoor mj ons tot het (joede opwekt ?

Ik antwoord :

De eerste wijze waarop de Heilige Geest tot de ziel spreekt, om haar tot liet goede op te wekken, bestaat in een inirendi;/ Jicht, waardoor Hij haar ojgt; eene (jeheel bijzondere wijze eene der eeitwüje waarheden doet inzien, en haai' daardoor tot de beoefeniiii) der denyd aamnoediyt. Ons geschiedt ten opzichte der eeuwige waarheden, wat misschien eenen armen bedelaar zou overkomen ,

78

ocr page 83

Tweede Schrede.

die in eenen stikdonkeren nacht eenc landstreek moest doortrekken. Op zijnen weg ligt eene goed gevulde geldbeurs, indien hij ze zag, zoude hij yoor zijn volgend leven tegen armoede beveiligd zijn. Maar uithoofde der duisternis ziet hij den schat niet, en gaat dien voorbij zonder hem op te rapen. Zoo gaat het ook met ons. Wij lezen of overwegen eene eeuwige waarheid , een der geheimen uit het leven van onzen Heer Jezus Christus , een grondregel uit zijnen aaubid-deljjken mond , waarin eene bewonderenswaardige onderrichting een krachtdadig middel ligt opgesloten , om in de deugd te vorderen , de heiligheid te bekomen. Maar bij gebrek aan het bovennatuurlijk licht, dat alleen in staat is, ons dien verborgen schat te doen ontdekken, zien wij hem niet, wij gaan hem voorbij , zonder er voordeel mede te doen. Als God echter medelijden met ons heeft, als Hij ons eene inspraak zendt, is plotseling alles veranderd. Do rede ziet en erkent duideljjk en met vreugde do waarheid , en de schoonheid dor deugd in dat geheim of in die grondregels verborgen, en de ziel begint de deugd te beminnen en to begeeren.

\\ jj zien daarvan oen voorbeeld iu don grooten apostel der Indien, Franciseus Xavorius. Deze . een groot geleerde , doch met jjdelheid vervuld, kende maar al te wel die woorden van Jezus Christus : „Wat baat het den mensch de gansclie wereld te winnen , indien hij zijne ziel verliestquot;. Xaverius kende die woorden zeer goed ; nochtans had hij geen ander verlangen, geen ander doel

79

ocr page 84

Tweede Schrede.

dan liet bekomen van den lof cn de onderscheiding dor meuschen. Vanwaar die onverschilligheid ? Zij kwam daaruit voort, mijne ziel , dat Xaverius , wel is waar , die woorden gelezen cn gehoord had, maar zonder hoogere ingeving. Toen hij later, onder do leiding van den H. Ignatius , de geestelijke oefeningen deed , en die woorden overwoog , word zjjn verstand door een hemelscli licht bestraald , en erkende hij de ijdel-heid van al het aardsehe. Hij versmaadde nu, wat hjj te voren zoo bemind had , en begon krachtdadig te arbeiden aan het verbeteren zij nor neigingen en denkbeelden , en aan hot streven naaide heiligheid, die wij in hem bewonderen.

Do tweede wijzo waarop de Heilige Geest in do ziel werkt om haar tot hot goede te brengen . is cent' iiiicrnrliye rciiichf 'nt;/ , inturdoor Hij //««;■ de dwaiiliramp;jen cn stridl'eUilokl'eii aanwijst, en haar ojj den reill(/en icet/ dei' rohnaul'theid duet wandelen. Kan men zich iets voorstellen, moor vermetel dan het plan van oenen blinde , dio alleon en zonder geleider naar zijn vaderland zou willen torugkoeren langs oenen weg, die over bergen en rotsen loopt ? Maar , ik zeg u, mijne ziel, dat liet nog vrij wat gevaarlijker is , dou weg dor volmaaktheid te willen bewandelen, zonder het licht van den Heiligen Geest. De inspraken zijn hemelsche toortsen, die door haar licht aan de ziel de hinderpalen op den weg der deugd aantoonon, zoodat zij opgewekt wordt om die te vermijden. Het zijn glansrijke sterren, bij welker stralen de ziel duidelijk inziet, waarin het degelijk goede, het

80

ocr page 85

Tweede Sciikede.

meest volmaakte gelegen is, en opgewekt wordt om dit te beoefenen. Van daar die grondregels der Heiligen, dat eene enkele versmading, ter liefde Gods verduurd, veel kostbaarder is, dan alle room dezer wereld ; dat de verlatenheid en inwendige mooilijklieden met geduld verdragen, veel hooger geschat moeten worden, dan al de genoegens van het beschouwend gebed ; dat er geene ware heiligheid bestaat, dan in het navolgen der nederigheid, d?r liefde en der zachtmoedigheid van Je/us Christus ; dat de minste daad , uit gehoorzaamheid verricht, beter is dan de schitterendste werken, die men uit eigen wil zou kunnen verrichten. Deze en andere dergelijke grondregelen leert ons de Heilige Geest door zijne ingevingen; Hij prent die in do ziel, en wekt haar op om die in oefening to brengen. Om het hier gezegde te bevestigen, zullen wij eonige regelen uit liet leven dor gelukzalige Armella aanhalen. Sinds God haar krachtdadig tot zich getrokken on in haar iiot vuur zijnor goddelijke liefde ontstoken had, was het eerste wat Hij haar op hot hart drukte, nooit in iets haar eigen ■wil te doen, of haar eigen oordeel to volgen, vooral niet in datgene wat haar levenswijze betrof; en zij bleef altijd innig overtuigd, dat zij niets te vreezen had , zoolang zij haren eigen wil niet volgde, maar dat alles voor haar verloren was, zoodra zij die weder zoude involgen.

De dorde wijze, waarop do Heilige Geest tot de ziel spreekt, om haar tot het goede te brengen, hestaot in iiucendii/r i rniidnini/i'ii en iKiiinioeililt;/im/cit,

SI

6

ocr page 86

Tweede Schrede.

waardoor Hij haar opwekt tot de beoefening nu can deze, dan van (jene demjd. De li. Geest is gewoon voor eenc getrouwe ziel te doen , wat de aartsengel Raphael deed voor den jongen Tobias, toen hij dezen vergezelde op zijne reis naar Medië. Deze groote vorst van het heraelsche hof nam dien onschiildigen jongeling onder zijne bescherming en was voor hem een zorgvolle vader. Xu eens sprak hij hem moed in bij gevaren, dan weder gaf hij hem de noodige onderrichtingen om zijne zaken tot een goed en Gode welgevallig einde te brengen. Hij leerde hem, den duivel niet te vreezen, maar hem dapper te bestrijden met de wapenen van het gebed en hot vertrouwen op God ; hij spoorde hem aan tot dankbaarheid jegens God ; tot liefde en eerbied jegens zijnen vader, den vromen Tobias. Kortheidshalve zullen wij alleen do vermaning aanhalen, die hij hem gaf vóór den terugkeer naar het ouderlijke huis : Zoodra gij uw huis binnentreedt, zeide hem de aartsengel, kniel dan tor aarde neder en aanbid den Heer, uwen God; dank hom uit geheel uw hart, voor al de weldaden , die Hij u op reis verleend heeft. Xadat ge aldus uwen plicht jegens God vervuld hebt, moet ge ook uwen plicht vervullen jegens uwen vader : „Ga tot hem , betuig hom uwen eerbied en omhels hem''. AVat de engel door zijne wijze raadgevingen voor Tobias deed, doet de Heilige Geest voor eene getrouwe ziel door zijne ingevingen.

Hij moedigt haar aan tot den strijd. Vrees do bekoring niet, zegt Hij haar, strijd met moed.

82

ocr page 87

Tweede Schrede.

ik zul u helpen! Veracht die bewegingen der natuur , strijd ! Het is eene gelegenheid om eene nieuwe kroon te verdienen. Vrees die opoffering niet, zij is uiet zoo moeilijk als uwe eigenliefde a wil doen gelooven. Sla geen acht op het oordeel der menschen ; als gij mijne genade maar bezit, liebt gjj niets te vreezen. Somtijds ook spoort Hij de ziel aan en wekt haar op tot de beoefening een or degelijke deugd. Ziedaar , zegt Hij, eene gelegenheid om de ootmoedigheid te

oefenen...... Jezus Christus verlangt het......

Overwin u...... Vraag vergiffenis...... Ziedaar

eene gelegenheid om do liefde te oefenen ; laat ze niet voorbij gaan ! Ziedaar eene gelegenheid om uwe eigene zienswijze te verloochenen ; zwijgen geef u gewonnen ! En zoo meer.

De vierde wijze, waarop do H. Geest door zijne inspraken de ziel tot het goede tracht te brengen, is , h((lt;ir inwendkj min te i-inrn en op te irekken. Die inspraken zijn geheel bijzondere gunsten van den H. Geest; want het licht, waarmede het verstand bestraald wordt, stelt de daad waartoe de inspraak ons uitnood igt, voor, niet slechts als nuttig en Gode welgevallig, maar ook als gemakkelijk en aangenaam. Van den anderen kant is de beweging van den wil niet alleen sterk en krachtdadig, maar tevens zaclit en gepaard mot zulk eene vurige liefde, dat de ziel, als door een zacht geweld medegevoerd, de moeielijkste oefeningen blijmoedig ondorneemt, en uit die bron vloeiden de heldendaden voort, welke wij in de groote dienaren Gods bewonderen.

S3

ocr page 88

Tweede Scuiïede.

Zoodanig was de inspraak, welke de H. Geest aan zijne nitgelezene bruid, de H. Teresia van Jezus, gaf. Dit door God gezegend kind las eens do groote daden der martelaren en do gruwzame folteringen, die zij geleden hebben, en voelde zich levendig getroffen. Do H. Geest ontstak in haar hart eene zoo hevige liefde, dat zij naar niets meer verzuchtte dan naar de folteringen en den marteldood. Door overvloedige genaden werd zij zoo sterk aangetrokken , dat zij heimelijk hot ouderlijke huis ontvluchtte en zich naar de Mooren in Afrika begaf, in do hoop van daar de gelegenheid te zullen vinden haar bloed ter liefde van Jezus te vergieten.

Van eene dergelijke inspraak wordt ook gewag gemaakt in het leven van de H. Rosa van Lima.

Engelsche kct.ers waren mot eono talrijke vloot Lima genaderd en men vreesde dat zjj de stad bestormen en do kerken ontheiligen zouden. Vlammend van ijver voor de oor van God snelt die heilige maagd naar de kerk, vliegt naar het altaar, plaatst zich voor het tabernakel, waarin het Heilig Sacrament rust en roept uit; „Hier zal ik mijnen Jezus verdedigen; Hij zal niet beleedigd worden of eerst zal een dolk mijn hart hebben doorboord''.

De vijfde wijze, waarop de H. Geest in de ziel werkt, om haar tot het goede aan te sporen , bestaat daarin, dat Hij vol goedheid aan haar hart aanklopt. Dan spreekt de H. Geest niet, om ons zoo uit te druk kon , als God en Opperheer, maar als een minnende bruidegom, die zijne bruid liefkoost; Hij dreigt dan niet als een recht-

84

ocr page 89

Twkede Schrede.

vaardige rechter, met eeuwige pijnen, spreekt zelfs niet als mildo belooner, over de goederen der eeuwigheid, maar Hij bemint en eischt wederliefde. Hoor wat de H. Schrift ons daaromtrent in eene gelijkenis voorhoudt.

Een bruidegom, ingenomen door eene hevige liefde en teedere genegenheid voor zijne bruid, gaat haar , ofschoon de nacht reeds is ingevallen, bezoeken. Mnar, wijl hij de deur gesloten vindt, klopt hij en vraagt in de minzaamste bewoordingen om binnengelaten te worden. Open toch , mijne zuster, mijne vriendin, mijne duif, mijne onbevlekte! want mijn hoofd en mijne lokken zijn geheel bevochtigd met den nachtelijken dauw! Hoe teeder zijn die woorden ! Hoe nederig is die bede! En tocii schetst dé il. Geest ons hier niet een mei.sch , maar zich zeiven, en Hij zelf verklaart ons hier de bewonderenswaardige teeder-heid , waarvan Hij zich bij deze soort van inspraken bedient, om de ziel op eene zachte en aanlokkelijke wijze tot zich te trekken. Hoogst gelukkig is de ziel, bij welke God op deze wijze aanklopt; want daar waar dit plaats heeft, is hot hart terzelfder tijd met vrede en kalmte vervuld. Het verstand is overstroomd met een hemelsch licht en erkent duidelijk de tegenwoordigheid, de stem en de begeerten van den hemelschen Bruidegom. De wil is doordrongen van eene reedere liefde en verlangt niets anders dan de verlangens van den quot;Welbeminde te bevredigen.

J)o zesde wijze , waarop de H. Geest zich aan de ziel mededeelt, is eene heilige lastigheid.

85

ocr page 90

Tweede Schrede.

In zijne oneindige barmhartigheid en lankmoedigheid , Iaat de IL Geest zich dikwijls niet afschrikken door den weerstand en de halstarrigheid eener ziel. Hij keert terug, herhaalt, ofschoon Hij met neen werd afgewezen, zijn verzoek, tot tien, twintig en meermalen. Hij blijft kloppen en stelt aan de ziel nu de eoue , dan weder eenc andere waarheid voor ; nu eens doet Hij zich liefdevol, dan vertoornd voor, om haar op alle mogelijke wijzen over te halen om aan zijne eischen te voldoen.

Uit het weinige hier gezegde, kunt gij besluiten, mijne ziel, op hoeveel verschillende wijzen do 11. Geest in het hart binnentreedt en het door zijne inspraken geleidt. Wees getrouw, gehoorzaam gaarne aan zijne ingevingen , on gij zult, wat ik ii gezegd heb en nog veel meer bij ondervinding leeren kennen ; bezit gij de goedkeuring uwer oversten, dan hebt gij noch misleiding noch zelfbedrog te vreezen.

OxDEKiïiciiTixd li. Regelen waaraan wen kan onderscheiden of eene inspraak al of niet van God kont.

Zoo nuttig en noodzakelijk als het voor de volmaaktheid is do echte inspraken getrouw aan te nemen en op te volgen, zoo nadeolig is het valsche inspraken voor waar te honden en zich daarnaar te gedragen. Want evenals de H. Geest in al zijne inspraken geen ander dool heeft dan de heiliging der ziel , en Hij haar onfeilbaar tot heiligheid brengt, mits zij getrouw is, evenzoo heeft de booze geest bij al zjjno ingevingen of

86

ocr page 91

Tweede Schrede.

87

liever bij zijne ■voorwendsels geen ander doel, dan liet vordert' der ziel, cn hij zal haar onfeilbaar in het verderf storten, indien zij hem gehocv geeft. De zoo verlichte Lodewijk Dupont leert, dat hei, schadelijk en zeer gevaarlijk is , de deur van zjjn hart te sluiten, wanneer God aanklopt, meenende dat het niet God is die aanklopt, maar de duivel, en dat het eveneens schadelijk cn zeer gevaarlijk is zijn hart te openen voor den boozen geest, inde meening dat het niet de duivel is die aanklopt, maar God. Het is even gevaarlijk, volgens den Apostel, liet licht van den goeden geest uit te doovon en zijne inspraken te veronachtzamen, als zich in te laten met den boozen geest en het oor te leenen aan zijne helsche inblazingen. Wat staat ons dan in zulk eene gevaarlijke en toch zoo gewichtige omstandigheid te doen 'i Mijne ziel , gij moet u goed doordringen van eenige regels, waardoor wij kunnen onderscheiden, of de inspraken , die ons aandrijven tot het goede , of die strekken om ons te verwijderen van het kwaad , van den goeden of van den boozen geest komen. De zekerste kenteekenen zijn de volgende. De geest Gods is een geest van heiligheid en bij gevolg is zijn inzicht in do leiding der zielen geen ander , dan haar door zijne inspraken te heiligen, haar ophot nauwst en het innigst met zich , als met haar einde, te vereenigen. Nu , om dit zoo verheven doel te bereiken worden twee zaken volstrekt vereischt, namelijk: eene volmaakte zuiverheid des harten mot oen grooten afschuw van alle kwaad, - en eene volkomen navolging van de deug-

ocr page 92

Tweede Schrede.

den, welke Jezus Christus door ziju voorbeeld geheiligd hoeft ; daarom dan ook heeft de gausche leiding van den H. Geest betrekking op die twee zaken en al zijne inspraken beoogeu een van die twee einden. Uit die onbetwijfelbare waarheden vloeien twee grondregelen voort, ter onderscheiding van alle inspraken; wij zullen die uitleggen.

Eerste Heokl. De yeest Gods is een geest van heiligheid; zijn doei is da volkomen zuivering van het hart.

Om die reden ziju alle inspraken, die do ziel aansporen om het kwade te vluchten en de zonden te betreuren, inspraken van den goeden Geest, dit is het gevoelen van do godgeleerden. Wij zullen er slechts eenen aanhalen, den H. Bernardus. Hij stelt in zjjn G7ste redevoering de vraag: Hoe komt de H. Geest in de ziel r* en antwoordt : Ik heb de tegenwoordigheid vau den II. Geest erkend uit een zeker gevoel des harten, dat mjj aandreef, om het kwaad te vluchten on mijne verkeerde neigingen te onderdrukken. Ik erkende de kracht van zijn vermogen uit de be-strattingen mijner geheime en verborgen zwakheden. Ik bewonder de diepe wijsheid, waarmede Hij mij tot verbetering mijner zeden bracht. In de wijze , waarop ik mij inwendig vernieuwd en verbeterd zag, heb ik zijne goedheid en zachtmoedigheid erkend. Ik heb zijne bekoorlijkeschoonheid beschouwd en gesidderd voor zijne verhevene heerlijkheid en majesteit. Vandaar dat alle inspraken, die de ziel aansporen : 1. Om hare zonden te betreuren en te verfoeien ; 3. om

88

ocr page 93

Tweede Schrede.

zich in liet vervolg te wachten voor elke onvol-maaktheid , hoe gering ook , cn voor elke overtreding van den regel ; 3. om hare verkeerde neigingen te onderdrukken ; dat al die inspraken, zeg ik, van God komen, en bij gevolg echte en heilige inspraken zijn.

Tweede Eegel. De yeesf Gods ia een ijecM van heiligheid en zijn doel is (lengden aan te kireeken en te volmaken.

Om die reden zijn alle inspraken, welke de ziel tot navolging van Jezus Christus of tot beoefening van degelijke deugd aanzetten, inspraken van den 11. Geest. (Jok dit is het gevoelen der godgeleerden ; hooron wij nogmaals den II. Ber-uardus. In zijn 23ste redevoering zegt hij hot volgende : Telkens als gij in uw hart eone heilzame gedachte ontwaart, die u aandrijft tot versterving van hot lichaam, tot ootmoed des harten, tot het bewaren der zuiverhei l, tot naastenliefde en tot andere deugden , dan werkt de H. Geest in u; Hij spreekt tot u of wel persoonlijk of door zijne engelen.

Daaruit volgt dus, dat gij nog als heilige en echte inspraken van God moet beschouwen die, welke u aansporen 1. tot versterving, zoo in- als uitwendige ; 3. tot beoefening der ootmoedigheid; 3. tot gehoorzaamheid , tot verloochening van uw eigen wil en oordeel; 4. tot zachtmoedigheid en ingetogenheid ; 5. tot liefde, medelijden en barmhartigheid jegens den naaste, tot onderlinge verdraagzaamheid ; G. tot onderwerping aan Gods wil; 7. vooral tot liefde voor Jezus en Maria.

89

ocr page 94

ïwebde Schrede.

Derde Keoei.. De yeest ran God is eoi geest can (jehoorzcKonhekl; Hij Jieiceeyt de zielen, om open hurtii/ hunne inwendiye (jesteltenis voor h un ne Orersten open te legyen en hunne, modgevimjen te voJc/en , zieh (Kin hunnen wil te onderwerpen.

Indien gij l)jj g-evolg u aangedreven gevoelt om ecne inwendige beweging of ingeving voor uwe Oversten te verbergen , of daaraan te hechten of or geloof aan te slaan tegen hunnen raad, of om tegen hunnen wil te handelen : wees dan overtuigd , mijne ziel, dat de ingeving liet werk van den duivel is. Waar de geest van Jezus is, daar wordt ook do geest van gehoorzaamheid en onderwerping gevonden; daar waar doze laatste niet gevonden wordt, daar ook werkt de geest van Jezus niet. Dit was hoofdzakelijk de regel, naar welken do oude kluizenaars van Egypte gewoon waren de geesten te onderscheiden. AVij vinden daarvan een heerlijk voorbeeld in het leven van don II. Simeon Stylitcs. Toen de monniken van Egypte het bewonderenswaardige leven hadden hooren verhalen van dien heilige, die zijne nachten en dagen doorbracht, staande op eene hooge zuil, en boetplogingen volbracht, die tot dan toe ongehoord waren, begonnen zij elkander af te vragen of die man wellicht niet door den duivel misleid word. Om hunnen twijfel op te heffen, zonden zij oenige zeer ervaren vaders tot hom met het bevel ; 1. om hem met harde woorden die zonderlinge levenswijze te verwijten en hem daarover als over eene ijdelheid te bestraffen; 2. hem uit naam van alle kluizenaars van Egypte te

90

ocr page 95

Tweede Schrede. 91

bevolen, die levenswijze te laten varen en oos'en-blikkelijk van de zuil af to komen. Dit bevel werd uitgevoerd, en nu openbaarde zicii de geest, dio Simeon bezielde. Want, nadat hij de gezondenen had aangehoord , bedankte hij hen voor hunne welwillende vermaningen en maakte zich aanstonds gereed , om aan hunne bevelen te gehoorzamen en naar beneden to komen. Bij het zien van zjjne zoo bereidvaardige gehoorzaamheid, zeiden de Vaders: „Blijf op uwe zuil, heilige Vader, en zet uw boetvaardig leven voort; de geest die u geleidt is Gods geest want gij zijt gehoorzaamquot;.

Viekde Reoei,. De (jeast Gods i* een yeext cuu ootmoed; Hij leert aan de zielen zich zeioen steeds meer en meer te verachten : „(Jeloof mijquot;, zei/t de vermaarde (lerson , „aeloaf , alle Insjirdl'en , alle inirendii/e heiref/inf/eii komen run (rod of ran zijn ooeden En;/el, indien zij voorafi/et/oan , reri/ezeld en (jerohjd irorden dooi' de ootinociliijlieidquot;.

De H. Bernardus trekt uit die grondstelling het gevolg, dat de inspraken niet echt , maar enkel bedriegerijen van den duivel zjjn ;

1. Wanneer wij verlangen, ons te onderscheiden door buitengewone genaden en deugden; indien men bijvoorbeeld zoude wensehen naar verschijningen , geestvervoeringen , openbaringen en andere uitgelezene gunsten; indien wij ons niet tevreden zouden stellen met de gewone oefening der deugden, welke onze Kegel ons toelaat of oplegt; indien wij deze verachten en onrustig haken naar andere, welke naar onze persoonlijke ■opvatting meer verheven zijn.

ocr page 96

Tweede Schrede.

2. Eeue ingeving, gevolgd van ijdel welbehagen , van grootachting van zich zelve , zoodat men de deugd niet toeschrijft aan de barmhartigheid van God , maar aan zijn ijver, zijne oplettendheid , zijne eigene verdiensten.

3. Eene ingeving, gepaard met een gevoel van minachting , of geringschatting van den even-measch.

4. Eene ingeving, die ons doet verlangen, dat anderen onze deugden, de inwendige gnnsten, die wij ontvangen, zouden kennen en bewonderen. In een woord , allo bewegingen des harten , die in zich bevatten of tengevolge hebben eenig gevoel van ijdelheid , in haar begin . haren voortgang of haar einde, zijn geene ingevingen van den goeden geest, maar van hem , die gewoon is zich voor te doen als een engel des lichts.

Vijfde Reoel. De yeest God* is ven yeest van crede.

Wanneer deze geest in eene ziel komt, brengt hij kalmte en tevredenheid met zich: „Ik zal hooren, wat de Heer in mij zal spreken; want Hij zal woorden van vrede spreken tot zijn volk en zijne heiligenquot;. (1) Do goddelijke Verlosser handelt nog met ons , zooals met zijne apostelen , na zijne glorierijke Verrijzenis. Immers zoodra Hij het Cenaculum was binnen getreden, wenschte Hij hun aanstonds de kalmte en den vrede des harten. „Vrede zij U!quot;' (3) En onder den indruk dier woorden werden hunne harten getroffen en met

(I) ]'s. 8-t. (quot;2) Joan. 20.

92

ocr page 97

Tweede Schrede.

eenon hemelscheu vrede vervuld. Evenzoo verruimt de H. Geest, wanneer Hij zijn verblijf in ons vestigt, onze harten, verbant daaruit alle vrees, alle onrust en vervult zo met eenon zoeten vrede. Daaruit volgt:

1. Dat de herinnering aan de bedreven zonden en de ontsteltenis daardoor te weeg gebracht, geenszins van God komen, indien zij de ziel angstvallig, beschroomd en mistrouwend maken. Het leedwezen, dat van God komt vervult de ziel, wel is waar met droefheid, maar met eene zalvende droefheid , die haar met dankbaarheid , liefde en vertrouwen jegens God bezielt.

■2. Dat, wanneer de droefheid , die men ontwaart ua liet begaan eener zonde , ongetrouwheid of zwakheid , slechts een gevolg van hoogmoed en eene inblazing van den duivel is, zij hot hart ontstelt, het bevreesd maakt, er de deugd als iets onmogelijks voorstelt. De innerlijke bestraffing, die van God komt, maakt de ziel nederig, maai niet ongerust; zjj spoort haar aan tot rouwmoedigheid , gepaard met een groot vertrouwen op God ; zjj brengt ons onze ongetrouwheid onder het oog. maar wapent ons tevens met nieuwen moed en zielskracht om ons op zelfverbetering toe te leggen. Men vindt echter zielen, die met ontsteltenis en gejaagdheid verlangen ten spoedigste van al hunne verborgen gebreken bevrjjd te zijn.

3. Dat alles, wat de rede verduistert, den wil bezwaart , en een beletsel is voor het gebed en den liefdevollen omgang met God,

93

ocr page 98

Tweede Schrede.

beschouwd moet worden als eene ongeregelde begeerte, eene fout en eeue verborgene zonde; men mag dit alles beschouwen als louter bedriegerijen van den duivel.

4. Dat alle ongeregelde begeerte om van liet gevaar der bekoringen, van den opstand dei-kwade neigingen bevrijd te zijn en spoedig het zoete genot der deugd te bekomen, slechts uitwerksels van de eigenliefde en ingevingen van den duivel zijn, telkens als zij ons ontstellen , ons doen twijfelen aan de mogelijkheid om de volmaaktheid te bereiken , en als zij ons de liefdevolle en volkomen onderwerping aan den wil van God doen verliezen. Om kort te gaan, waar God woont, daar woont ook kalmte , vrede , vertrouwen , steeds nieuwe ijver en ootmoed des harten , welke ons de deugd gemakkelijk maken; maar waar die gesteltenis niet gevonden wordt, daar woont ook God niet.

Zesde Regel. De yeest Gods ia ren lt;jee.it ran (jcinatigdheid.

En daarom blijft Hij gewoonlijk met zijne inspraken op den gewonen weg der deugd. Dit leert ons Lodewijk Dupont, als hij zegt: „Do geest Gods is bescheiden en gematigd ; Hij is gewoon de zielen slechts aan te sporen tot die gewone oefeningen van deugd, welke niet boven ons bereik gaanquot;. Volgens dozen grondregel worden door de leeraars van het geestelijk leven de volgende inspraken voor verwerpelijk gehouden : 1. De begeerten, de aansporing om lange gebeden ot' oefeningen van godsvrucht te verrichten in

94

ocr page 99

Tweede Schrede. 95

strjjcl met do plichten door don regel otquot; door de gehoorzaamheid opgelegd. 3. Ue begeerte, de zucht om allerlei oefeningen van godsvrucht, van boetvaardigheid ot' andere dergelijke zaken te verrichten, welke niet voorgeschreven zjjn , wanneer deze gedaan worden in strijd met de gehoorzaamheid of buiten voorkennis en goedkeuring der oversten. 3. De begeerte om zulke oefeningen van deugd te verrichten, welke onze krachten te boven gaan, zooals buitengewone onthouding van het noodzakeljjke voedsel ; groote e3i strenge boetoefeningen, die het lichaam verzwakken ; veel en lang nachtwaken ; eene onttrekking van slaap meer dan de natuur kan verdragen en zoo meer.

Itcantwooriiiiig van vciiigo (wij(clinnen , die tt'S't'ii deze regelen ingclmu-lit zonden kniincii worden.

Ofschoon deze regelen dooi' de heiligste en meest verlichte mannen gevolgd zijn, bij het beoordeelen van inspraken, zijn zij nochtans aan veelvuldige uitzonderingen onderhevig. Daarom is het noodzakelijk , dat wij do twijfelingen onderzoeken, die er tegen kunnen opkomen, en dat wij die wederleggen.

Er.iiSïE twijfel. Er wordt in den vierden regel gezegd, dat do inspraken, die aanleiding geven tot ijdelheid, gcene inspraken van God zijn. Wat dan gedaan 'i Dc ijdelheid mengt zich met duizend goede werken. Moet men dan allo inspraken , welke tot die goede werken aansporen , als

ocr page 100

Tweede Schrede.

inblazingen yan den duivel beschouwen en bijgevolg die goede werken achterlaten ? Alvorens te antwoorden, moet ik opmerken, dat de bekoring tot ijdelheid gewoonlijk op twee wijzen plaats heeft. Somtijds komt de ingeving van God ; maar daarna komt de vijand en strooit onkruid onder de tarwe. Somtijds komen èu de ingeving èn de beweging van ijdelheid beide van den duivel, die ons slechts tot het goede aanspoort, om ons quot;vervolgens in ijdel welbehagen te doen vallen. Maar zoo zeker als het is, dat de ijdelheid van den duivel komt, zoo twijfelachtig is het soms van wie de ingeving komt. üie onzekerheid kan u evenwel volstrekt niet schaden , mits gij u wel doordringt van de volgende grondwaarheden.

Gevoelt gij u aangedreven om iets te doen , wat gij duidelijk als goed en heilig erkent, doe het dan , zonder lang te onderzoeken vanwaar de aandrift komt; maar wil de ijdelheid binnen sluipen , wijs haar dan af, verfoei ze en zeg: „O mijn God, aan U alleen zij lof en eer; voor U doe ik dit werk. Ik verzaak voor altoos aan alle ijdelheidquot;.

Zoo deed ook de ![. Bernardus ; eens werd hij gedurende een sermoon, dat hij voor het volk hield , aangevallen door eene bekoring van ijdel zelfbehagen: hij verdreef die met deze weinige woorden : „Ik heb voor u niet begonnen en zal ook om uwentwille niet eindigenquot;, daarna zette hij zijn sermoon rustig voort.

Tweede twijfel, in den vijfden regel is gezegd, dat eene inwendige beweging, die zich met eeuige

96

ocr page 101

Tweede Schrede.

onstuimigheid vau het hart meester maakt, en daarin vrees en ontsteltenis teweeg brengt, geene inspraak van God kan ziju. Nu wordt toch van vele Heiligen verhaald, dat God hen tot bekeering bracht door eene levendige voorstelling van de straffen der hel of van de gestrengheid van het oordeel. Ja, wij weten zelfs , dat de H. Maagd verschrok toen de Engel Grabriël haar verscheen.

Hoe moet die ;-egel dan verstaan worden ?

Antwoord. De goede ingevingen beginnen somtijds ouder den indruk van vrees ; deze verandert echter aanstonds daarna iu zoeten vrede , vreugde en vertrouwen. Anders zoude het geene inspraak van God , maar eene inblazing van den duivel zijn. Hoor wat Jacobus Alvarez hierover zegt: Als de vrees opgevolgd wordt door vreugde en vertroosting, dan komt de zaak van God; want het vertrouwen en de kalmte des harten zijn een duidelijk kentceken van de tegenwoordigheid der goddelijke Majesteit. Indien daarentegen de onrust en de vrees steeds voortduren, zonder in vreugde over te gaan , dan is het de vijand alleen , die in u werkt en uwe ziel ontrust.

Derde twijfel. Men zegt in den zesden regel, dat de geest Gods zich houdt binnen de gewone palen in de beoefening der deugd. Maar hoe strookt dit met de levensgeschiedenis der Heiligen, waarin wij lezen, dat zij geheele nachten doorbrachten in het gebed, dat zij schrikwekkende boetoefeningen pleegden en nog vele andere dingen verrichtten, die de nienschelijke krachten verre te boven gaan? Deze regel zegt geenszins, dat

97

7

ocr page 102

Tweede Sciireue.

de geest Goils nooit tot buitengewone deugd-oefening aanzet, maar enkel dat Hij over het algemeen genomen , uiet gewoon is , dit te doen. Voor buitengewone dingen is ook een buitengewone roeping noodig, en daarom mag men zulke zaken niet ondernemen, zonder dat die roeping onderzocht en goed bevonden is. Ook werd deze weg steeds gevolgd bij alles wat wij in de levens der Heiligen lezen. Ofiemand hunner volgde zijne eigene zienswijze : zij raadpleegden anderen, volgden de leiding hunner oversten of van andere inwendige en ervaren mannen.

Vierde twijfel. Vil God altijd dat wij doen wat Hij ons ingeeft ? Neen. Dikwijls gebeurt het, dat Gfod door zijne inspraken slechts vraagt, dat de ziel zich geheel aan Hem opdrage , dat zij tot alles bereid zij en zijne inspraken volge in zooverre Hij zulks verlangt, al zoude het werk ook niet tot stiiiul komen. Dit ook zegt ons de zoo verlichte Jacobus Alvarez : De goddelijke Geest, zegt hij, geeft somtijds den mensch iets in , niet opdat hij het werkelijk ten uitvoer zoude brengen maar eeniglijk , opdat de mensch zijnen wil onderwerpe en ten minste door zijne begeerte volvoere , wat Hij van hem vraagt.

Hier doet zich eene nieuwe vraag voor: Hoe kunnen wij wetei; , dat God van ons de uitvoering verlangt van datgene wat Hij ons ingeeft '1 Als God u de gelegenheid geeft om het werk, dat Hij u ingaf te volvoeren en terzelfder tijd uwe oversten zoo stemt, dat zij uwe ingeving goedkeuren, dan Ijjdt het geen twijfel of God vraagt

98

ocr page 103

Tweede Schrede.

werkelijk vau u de volvoering der ziiak. Maar indien een van die twee punten ontbreekt, is zulks een teeken dat God zieh tevreden stelt met uwen goeden wil en met uwe heilige verlangens. Wij zien dit duidelijk in do levens der Heiligen. v-Grod gaf den H. Franciscus Xaverius de vurigste begeerte in om zijn bloed te storten ter verheerlijking van zijnen naam, maar nooit gaf Hij hem gelegenheid om den marteldood to ondergaan; dit was een teeken dat God slechts die brandende begeerte en dat edelmoedig inwendige offer van hem verlangde.

, God zond iu liet hart van I'liilippus Feningen eene zoo hevige begeerte om naar de Indiën te gaan en daar zijn loven te wijden aan do bekeering der afgodendienaars, dat hjj tot aan zijn zestigste levensjaar niet ophield die gunst te vragen.-sJDoch terzelfder tijd stemde Hjj de oversten zoodanig, dat deze nooit in dit verzoek toestemden, wat bijgevolg een duidelijk bewijs was dat God wel do heilige begeerte, maar niet de uitvoering er van eischte.

Vijfde kn laatste twi.ii-eu Wat moot men doen , wanneer men niet kan onderscheiden of eene inspraak van of niet van God komt 'i

Ik zal die vraag beantwoorden op dezelfde wijze als do Zaligmaker eens dien twijfel oploste ten gunste van Lodewijk üupont.

Die heilige man ontrustte zicli eons om te weten of zekere woorden, die hij inwendig hoorde en de beweging , welke hij in zich ontwaarde , al of uiet van den goeden geest kwamen. Om dien

99

ocr page 104

Tweed;-; Schrede

twijfel weg te nemen, zeide hem de Goddelijke Zaligmaker: „Als gij honger had en iemand bood u een boomtak aan, beladen met de keurigste Yruchten , wat zoudt gij dan doon ?quot; — Ik zou ze opeten, antwoordde Lode wijk, en den ledigen tak wegwerpen. — Doe eveneens met de inwendige inspraken, zeide Jezus Christus, eet de vruchten , dat is, doe wat gij als goed en heilig erkent, en denk er vervolgens niet lang over na, van waar de inspraak en de beweging ten goede komen.

OxDEiuucHTisü III. Er blijft u nu niets meer over, mijne ziel, dan vol ijver de handen aan het werk te slaan, en u voor te nemen , altoos , getrouw en standvastig naar de inspraken van God uw leven in te richten. Xu , die getrouwheid bestaat hoofdzakelijk in de vier oefeningen, die ik u ga voorstellen, als zoovele regels, van welke gij nimmer moet afwijken.

Eerste regel. Zich volkomen overgeven aan den Ooddelijken Geest als aan den eenigen leer aar der heiligheid , en zonder ophouden bidden om- en verzuchten naar zijne leiding en zijne inspraken.

Onze zaligheid en onze voortgang hangen af van do leiding en van de inspraken van den H. Geest. „Wantquot;, zoo zegt nog Jacobus Alvarez, „evenals goede en gezonde levensgeesten het leven en de gezondheid in den mensch onderhouden, hem vlug, krachtvol en tot harden arbeid geschikt maken, evenzoo maken de inspraken , indien zij dikwijls op het hart werken, de ziel si, jrk en edelmoedig in de volmaaktste beoefening der deugd

100

ocr page 105

Tweede Schrede.

en brengen haar in korten tijd tot de volmaaktheid. Indien dit zoo is , behoort hij alles te bedenken , alles te doen, om onder die leiding te komen, om dien aanhoudenden invloed der inspraken van den H. Geest te verkrijgen. Tot dat einde raad ik u twee oefeningen aan.

1. Bepaal eiken dag zekere uren, om n aan den H. Geest op te dragen ; geef u zonder uitzondering , zonder voorbehoud aan zijne leiding over , en bid Hem uw meester te willen zijn, u in alles door zijne inspraken te geleiden en te besturen. Die opdracht zal, wanneer gij ze dikwijls en vurig herhaalt, u een onmetelijk voordeel verschaffen ; want de H. Geest, die niets anders verlangt, dan ons met zijne liefde en zijne genaden te vervullen, zal het hart, dat vurig naar Hem verzucht, niet lang ledig en onvruchtbaar laten.

3. Verhef door den dag dikwijls uw hart tot den H. Geest en herhaal met vurigheid dit gebed van den Koninklijken Profeet: „Kom, Heer, en toon uwe almacht. Ach ! kom , Heer, en vertoef nietquot;. (1) Of zeg met de bruid der Gezangen : „Ach! mijn welbeminde, kom in mijnen tuin , in mijn hart!quot; (2)

Tweede regel. De inspraken van den H. Geest met veel eerbied en ootmoed ontvangen.

101

Zoodra gij bespeurt, mijne ziel, dat de H. Geest in u begint te werken, dat Hij uw verstand verlicht , uwen wil beweegt, moet gij twee dingen in acht nemen.

(1) Ps. 70. (2) Gez. 5.

ocr page 106

Tweede Schrede.

1. Gjj moot naar de stom van den H. Geest met grooten eerbied luisteren.

Toen een Engel aan den profeet Daniël verscheen en tot hem begon te spreken, wierp de profeet zich met het aangezicht ter aarde, en in die eorbiedigo houding aanhoorde hij de stem van den Engel. Als een dusdanige eerbied vereiseht wordt, wanneer een Engel tot ons spreekt, met wolken eerbied behooren wij dan te luisteren, wanneer de H. Geest zelf liet woord tot ons richt ? Indien dit u overkomt, verwijder dan uit uwen geest elke andere gedachte, hoe heilig die ook zijn moge. Stel u levendig de de tegenwoordigheid van den H. Geest voor, en luister met een rustig gemoed , naar hetgeen Hij ii zegt.

3. Wij moeten de stem van den H. Geest met den diepsten ootmoed aanhooren. Gij moet vas-telijk gelooven , dat de inspraken een louter uitwerksel zijn van Gods barmhartigheid, en dat gij nimmer uit u zelvcn in staat zult zijn om ze te verdicueu. Gij zoudt geone grootere ondankbaarheid jegens God kunnen begaan, geen grooter nadoel aan uwe ziel kunnen toebrengen, dan dooide hemclsche bezoeken aan u zeiven toe te schrij-ven , er een ijdel zelfbehagen over op te vatten , om u zeiven daarom boven anderen te verheffen. Een ootmoedig hart, dat de genade weet te bewaren , zegt met den II. Petrus: „Verwijder u van mij , Heer , want ik ben een zondaarquot;. Men behoeft niet te vreezen, dat de II. Geest daarom zal heengaan. Hoe ootmoediger het hart is, des

102

ocr page 107

Tweede Schrede.

te langer zal Hij er in vertoeven cu des te meer genaden zal Hij er in uitstorten.

di:rde reöel. De inspraken met de (jrootste yetrouivheid volyen en ze zonder uitstel in oefeniny hremjen.

Deze regel behoeft geene verklaring ; wij hebben reeds gehoord, hoe nuttig het is zich volgens de inspraken te gedragen, hoe nadeelig ze te veronachtzamen Ik voeg hierbij slechts twee opmerkingen, geschikt om de zaak in oen nog helderder licht te stellen.

1. Een enkele inspraak, goed benuttigd , verwerft ons menigmaal tallooze genaden. De levens der Heiligen zijn vol van feiten, die ons dit aan-toonen. Ik haal er slechts één aan, dat aan onzen Pater Julius Max i nel lus overkomen is. Eens dat hij op reis zijnde, liet heilig Misoffer opdroog, zag hij in het tabernakel een glas staan vol van de walgelijkste onreinheden , die een priester , na de Nuttiging onpasselijk geworden, met de heilige Hostie had uitgebraakt.

Terstond gevoelde Maxinellus eene ingeving om zich te overwinnen en liet lichaam van Christus met die onreinheden te nuttigen. Hij gehoorzaamt, brengt liet glas aan zijne lippen en ledigt hot tot den laatsten druppel. En ziehier welke belooning hij ontving ! Van dezen stond werd zijn hart van zulk eene brandende liefde tot Jezus Christus ontgloeid , dat hij gedurende het Misoffer als door een feilen brand verteerd werd, en nauwelijks den overvloed der goddelijke vertroostingen kon verdragen.

103

ocr page 108

Tweede Schrede.

2. Eene enkele inspraak, die verwaarloosd wordt, berooft ons menigmaal ran tailooze genaden en noodzaakt God , zich van ons te verwijderen. De bruid der Gezangen is ons daarvan een voorbeeld. De hemelsche Bruidegom komt tot haar , klopt en vraagt om binnen gelaten te worden. Zij weigert aanvankelijk, doch eindelijk gaat zij naar de deur en opent die. Maar zie, hoezeer die traagheid aan den goddelijken Bruidegom mishaagde !

Ik heb de deur geopend voor mijnen Welbeminde , doch hij was reeds heen gegaan. Ik heb hem gezocht, maar hem niet gevonden. Ik heb hem geroepen, maar hij heeft mij geen antwoord gegeven (l). Dit is nog niet alles; die lafhartige en ontrouwe bruid heeft langen tijd moeten loopen, langdurige en pijnigende vermoeienissen moeten doorstaan, eer de Welbeminde voldaan was en zich liet vinden. Welnu , indien het talmen aan eene ziel, die overigens toch bereid was, om aan de goddelijke inspraak te beantwoorden , zulk een nadeel berokkende, welk groot verlies zal men dan lijden, wanneer men die inspraak geheel verwaarloost ?

Vierde regei.. Een innig leedwezen opwekken over het verwaarloozen dier inspraken, waaraan men zich schuldig kent.

1C4

Indien gij naar de volmaakte liefde wilt streven, mijne ziel, moet gij niet alleen berouw hebben over de bedreven zonden, maar ook over de verwaarloosde inspraken.

(1) Gez. 6.

ocr page 109

Tweede Schrede.

In zulk geval moeten wij doen als een reiziger die eene welgevulde geldbeurs heeft verloren. Wat denkt, wat doet zoo iemand ? Gij bemerkt in hem twee dingen.

1. Hij toont eene groote droefheid en verwijt zich zeiven, dat hij door onachtzaamheid eene zoo aanzienljjke som gelds heeft verloren ;

3. Hij keert aanstonds terug en zoekt naarstig, om het verlorene terug te vinden. Doe evenzoo wanneer gij eene ingeving veronachtzaamd hebt.

Betreur van ganscher harte voor God die ondankbaarheid en vraag Hem vergiffenis. Tracht vervolgens dat verlies te herstellen door bij de eerste gelegenheid , welke zich daartoe aanbiedt, eene overwinning op u zeiven te behalen.

DERDE II O O F D S T ü K.

Godvruchtige wijze om aan Jezus (Tirisfus in dc II, Coinmiinic dc genade te vragen van steeds dc goddelijke inspraken te mogen gevoelen en er altijd getrouw aan to beantwoorden.

Wat wij vroeger gezegd hebben, mijne ziel, is eene waarheid , welke men niet in twijfel kan trekken; al onze hoop om op den weg der deugd en der volmaaktheid vorderingen te maken , berust op de goddelijke inspraken. Zijn de inspraken veelvuldig, levendig en doordringend, dan loopt, dan vliegt zelfs de ziel vooruit op den weg der volmaaktheid , en bereikt in korten tijd haar doel

105

ocr page 110

Tweeue Schrede.

terwijl, wanneDr de inspraken zeldzaam en minder levendig zijn , de ziel zich Toortsleept als de slak en slechts zelden tot haar doel komt. Wat moet men dan doen, om dien gednrigen invloed der goddelijke inspraken te ontwaren ? Waar moeten wij die gunst zoeken ? Nergens zult g.j die spoediger en zekerder vinden , dan bij Jezus Christus in het H. Sacrament des Altaars. Daar ontvangt het vorstand alle licht. de wil alle heilige bewegingen , het hart allo neigingen ten goede , alle kracht en allen moed om het werk der volmaaktheid te ondernemen en tot een goed einde te brengen. „Onmogelijkquot;, zegt de H. Dionysins, „is het de volmaaktheid te bekomen , tenzij door het Sacrament van Jezus Christus' Vleesch en Bloedquot;. Daar moet gij dus den invloed der goddelijke inspraken zoeken ; daar ook zult gij dien vinden. Om met groot vertrouwen tot die goddelijke genadebron te naderen , kunt gij eene der volgende waarheden overwegen :

1. Do wonderbare genaden, die Jezus Christus in hot heilig Sacrament aan de goed bereide ziel verleent.

2. De vertroostende omstandigheden welke die gift vergezellen.

S I.

Kostbare genaden door Jezus in hef H.Saei-aiiient verleend.

De eerste genade , die Jezus Christus in het H. Sacrament verleent, is de rerlichting van het verstand. Niets is meer wenschenswaardig dan

106

ocr page 111

Tweede Schrede.

het bovennatuurlijk licht, dat Jezus in de heilige Communie schenkt. Het leidt tot een deugdzaam leven, en is het krachtdadigste middel om do heiligheid te bekomen. Schijnt dit licht helder en schitterend, dan kan het niet anders of de ziel veracht al het aardsche, en wendt zich uit al hare krachten tot God. Welnu , Jezus is gewoon ons dit licht te schenken in de U. Communie. Hoe verblind waren de twee leerlingen die zich naar Emmaiis begaven. Zij wandelden in het gezelschap van Jezus , en herkenden Hom niet; wat meer is, zij begonnen te twijfelen of Jezus wel waarlijk de Messias was. Het licht waardoor zij dit geheim ontdekken moesten, had nog niet voor hen geschenen. Doch nauwelijks hebben zij •de H. Communie uit Jezus hand ontvangen, of zij werden door dit licht bestraald : hunne oogeu gingen open, zij zagen en herkenden hunnen Verlosser. De 11. Augustinus zegt: „Zij hebben zijn aanbiddelijk lichaam genuttigd ; toen zijn hunne oogen geopend en zij hebben Jezus gezien en herkendquot;.

De tweede genade, die Jezus door dit H. Sacrament ons geeft, is de rertcederiiu/ en de hc-weijinrj vun den wil. De verlichting van hot verstand is inderdaad ecue groote genade, maar op zich zelve is daarin nog gecne volmaaktheid gelegen. Daarmede moet noodzakelijk eene krachtdadige beweging van den wil gepaard gaan , die hem doet beminnen en volvoeren, wat door het verstand als beminnenswaardig en goed is voorgesteld. Al de neigingen en al de genegenheden van hot hart moeten veranderd en op God

107

ocr page 112

108 Tweede Schrede.

gericht worden. Dat hart moetquot;met dezelfde liefde, dezelfde begeerten , denzelfden ijver bezield worden , als dat van Jezus. Dat alles doet Jezus door het H. Sacrament. „Wie zou gelooTonquot;, zegt de H. Thomas van Aquine, in eene gelijkenis, „wie zou kunnen gelooven, dat aan eenen wilden stam, aan een boom in het woud opgewassen, schoone en smakelijke appelen kunnen groeien ?

Eu nochtans zien wij dit dagelijks. Immers, wanneer men een takje van eenen goeden vruchtboom neemt en dat op den wilden stam ent, dan brengt deze de schoonste en heerlijkste vruchten voort. Iets dergelijks heeft plaats in het hart van den mensch. Dit ook is een wilden stam, waarvan men niets verwachten kan dan smakelooze-vruchten, ijdele en aardsche neigingen. Wanneer echter Jezus zich met dat hart vereenigt in de Heilige Communie , dan heeft er eene volkomen verandering plaats , dan worden de genegenheden van het hart geheel gelijkvormig met die van Jezus' Hart.

De derde genade , welke Jezus in het H. Sacrament verleent, is de ijver en de brandende begeerte-des harten.

Jezus is een gloeiende vuuroven. Even onmogelijk als het is bij het vuur te vertoeven zonder verwarmd te worden , even zoo onmogelijk is het Jezus in zijn hart te ontvangen zonder van liefde te branden. Alleen de zonde kan dit uitwerksel beletten. Ja, een uitwerksel eigen aan dit Sacrament is, dat niet alleen de ziel, maar zelfs het lichaam dit liefdevuur gevoelt en er door ontgloeid

ocr page 113

Tweede Schrede.

■yvordt. In de levens der Heiligen worden ons dergelijke gunsten in menigte verhaald. Hoe schoon is de getuigenis , welke de H. Ludovicus Bertrandus van zich zeiven geeft! Dikwijls, zegt tij , was mijn hart gansch lauw ; doch zoodra ik Jezus in het H. Sacrament ontvangen had , ontwaarde ik zulk eenen gloed in mijn binnenste, dat mijn lichaam en mijne ziel mij als een brandende vuuroven voorkwamen.

Helaas, mijne ziel, hoe komt het dat wij geene zoodanige genade van Jezus ontvangen ? Is Hij niet die oneindige almacht, die onze ijskoude harten kan doen ontgloeien en smolten ? Is Hij niet meer die matelooze liefde , die zoo zeer verlangt door ons bemind te worden ? Is Hij niet meer die grenzelooze goedheid , die zijne grootste vreugde vindt in te verblijven in onze harten r

Jezus is aan geene verandering onderhevig. Hij is en blijft altijd de onmetelijke almacht, liefde en goedheid. Alles wat hij tot dusverre in de harten der Heiligen uitwerkte, verlangt Hij ook uit te werken iu onze harten. Heb dan een gansch kinderlijk vertrouwen, verzucht vurig tot Jezus en bid Hem met den diepsten ootmoed. Misschien is het heden de dag, door Hem uitgekozen, om uwe verlangens te vervullen en uw hart te doen ontvlammen.

S 2.

Troostende oinstandigliedcn, onder welke Jezus in liet II. Sacrament zij tic genaden uitdeelt.

Eerste omstandigheid. Jezus schenkt zijne //«-naden orerrloediy en zonder maat.

109

ocr page 114

T WK EDE SCIIREDK.

Wat eertijds, in de dagen van Elias voorviel met de arme weduwe, die den profeet in hare woning ontving, gebeurt dagelijks in het allerheiligste Sacrament. Een weinig olie e;i meel was al het voedsel dat die vrouw in huis had voor haar en voor haren zoon. Om in haren nood te voorzien, beval haar Elias: Tracht een aantal ledige vaten te leenen, en giet daarin van het weinigje olie dat gij nog over hebt. Zij deed het, en o wonder! Die weinige olie werd door Gods almacht aanzienlijk vermeerderd. De weduwe neemt het eene vat na hot andere, en de olie blijft vloeien tot dat allo vaten gevuld zijn. Haar kleine voorraad mee! wordt eveneens vermenigvuldigd.

Die arme weduwe zijt gij, mijne ziel. De ledigo vaten zijn uw verstand, uwen wil, uw hart. Elias verbeeldt Jezus Christus in het allerheiligste Sacrament. Breng die ledige vaten met een volkomen betrouwen, met diepen ootmoed en met een vurig verlangen bij Jezus , en Hij zal er de olie zijner genade in uitstorten tot dat ze aüe gevuld zijn : hot verstand met heilige gedachten , de wil met heilige begeerten , het hart met heilige genegenheden.

Tweede omstakdkiiikid. Jezus deelt enLel uit (joedheid en onheyrensde liefde zijne (/enaden mede.

Deze waarheid wordt door de II. Magdalena van Pazzi in eene bevallige gelijkenis verklaard. „Jezusquot;, zoo zegt zjj, „is in het 11. Sacrament als een vruchtbare appelboom. Wamieor een gunstige zomerwarmte zijne vruchten gerijpt hoeft , krom-

110

ocr page 115

Tweede Schrede.

men zicli de takken en hangen naar de aarde, als wilden zij hun verlangen te kennen geven om van hunnen last ontdaan te worden. Men behoeft hem niet te schudden , maar hem slechts te naderen en te plukken. quot;Wat het gewicht der vruchten in don boom uitwerkt, dat brengen de goedheid en de oneindige liefde te weeg bij Jezus.

Hij is beladen met zijne genaden, en gaat er, als het ware , onder gebukt; Hij buigt zich neder tot den mensch , opdat deze ze zoude kunnen rapen en plukken en er van mede nemen, zoo veel hij verlangtquot;.

Deude omstandigiieid. Jezus deelt (jaanie en Diet hlijdschaj) zijne genaden uit. Men weet, hoe een reiziger gesteld is, die, nadat hij zich een halven dag lang mot moeite heeft voortgesleept door de brandende zonnehitte , eindelijk op zijne bestemming aankomt; uitgeput van vermoeienis , haakt hjj met ongeduld naar eenig voedsel, lljj bekomt het, en gretig wordt het gebruikt. I'as die vergelijking toe op Jezus Christus. Evenals die reiziger eene groote begeerte gevoelt naar spijs en drank en het voedsel gretig neemt, zoo legt de engelachtige lecraar dit verlangen uit, evenzoo gevoelt Jezus eene overgroote begeerte om zijne genaden in do zielen uit tc storten: en vindt lljj geeno hinderpalen, dan stort ilij ze werkelijk met vreugde, met blijdschap uit.

Zijn dat geen troostrijke waarheden'r Jezus deelt ons in hot H. Sacrament zijne genaden overvloedig mede. lljj deelt ze ons mede uit enkel goedheid, uit onbegrensde liefde. Hij geeft ze

Ill

ocr page 116

Tweede Schrede.

met blijdschap; wat ontbreekt er dan nog om vervuld met hemelsche gunsten , de nauwste ver-eeniging met Jezus aan te gaan en slechts één hart, ééne ziel met Hem te worden';' Van Jezus' kant is er niets meer noodig ; maar hoe zijn wij gesteld ? Van ons wordt vereischt eene volmaakte zuiverheid des harten , een kinderlijk vertrouwen en een diepe ootmoed. Trachten wij die gesteltenissen te bekomen en weldra zullen do begeerten

van Jezus en onze wenschen vervuld zijn.

§ »•

Heilige gevoelens, die wij in ons inoeten opwekken bij de II. Conunnnie.

De groote dienares van God , de 11. Magdalena de Pazzi, zag Jezus eens onder de gedaante van eene zeer glansrijke zon. De stralen , welke die zon naar alle kanten uitschoot, waren verrukkend schoon , maar verspreidden eene zoodanige hitte , dat zij alles wat onder haar bereik kwam in vlam zette. Ook de H. Magdalena de Pazzi werd door die stralen niet alleen getroffen, maar de Zoon Gods trok haar tot zich en vereenigde haar nauw met zich door de geheel hemelsche kracht zijner liefde. Pas datgene, wat met die Heilige gebeurde , op u zeiven toe. Stel u Jezus voor als eene schitterende zou die hare stralen over de gansche wereld uitschiet en allen doet gloeien , die hun hart voor Hem openen. Hij verlicht hen met zijne glansrijke stralen , dat wil zeggen, met zijn licht voor den geest, met zijne heilige bewegingen voor den wil , met zijne liefdevlammen

112

ocr page 117

Tweedk Soheede.

voor het liarf. AVcnd u onder die voorstelling tot Jezus Christus.

Vóór dc 11. t'oiiiiiiiinic.

Wek in ti op. I. Erne ootmoedi(/e bekenfeiii*, tem me onvcrnioi/eii om iets te doen zonder de goddelijke inspraken, en ran mee hoosheid iraur-door cje ii deri/elijke i/imsten onwaardig heht ge-maaki.

O mijn Jezus, mijne eenige hulp en do eenige hoop mijner ziel, ik kom op nieuw tot U met den diepsten ootmoed , waartoe ik in staat bon. ik beken, dat mijne onmacht niet te verhelpen is, tenzij door uwe oneindige almacht en barmhartigheid. Mijne rede is blind, en, zonder uw licht, is het haar even onmogelijk iets te onderscheiden , als het voor het oog oamogcljjk is te zien, wanneer het beroofd is van hot natuurlijke licht. Miju wil is weerspannmg , en zonder de hulp uwer genade kan hij geene enkele genegenheid ten goede in zich opwekken. Mijn hart is koud , indien hot niet door U verwarmd wordt en het zal ster-ds koud blijven als ijs , indien Gij geen medolijden met mij hebt, en mij niet go-leidt en bestuurt door krachtige inspraken. Ik beken, dat ik hoogst onwaardig ben, die to ontvangen. Het misbruik, dat ik gemaakt heb van velo duizenden genaden die ik verwaarloosde, de ondankbaarheid in dat misbruik gelegen, de ongehoorzaamheid en halstarrigheid waaraan ik mij

113

ocr page 118

Tweede Schrede.

hob schuldig gemaakt, maken mij uwe genaden en inspraken geheel onwaardig.

2. Een smartelijk leedwezen orer het verlies can zoocele yunsten en inspralien.

Helaas! mijn Jezus, ik weet, dat Gij ton allen tijde een rouwmoedig en vernederd hart met goedheid beschouwd hebt; ik hoop , dat gij medelijden met mij zult hebben. Ik betreur en Ter-foei van ganscher harte niet alleen de boosheid , die mij zoovele zonden deed bedrijven , maar ook mijne ondankbaarheid, mijne ongehoorzaamheid en mijne wederspannigheid, die mij zoovele genaden en inspraken deden misbruiken.

Helaas! o mijn Jezus, lot toch op de droefheid mijns harten, wond uwe oogen af van mijne vroegere ongerechtigheid on vergeef mij , om de verdiensten van uw kostbaar bloed , do zonden , die ik tegen U bedreven heb. Wek daarna in ti op :

1. Kene vuriye Hef de tot Jezus.

Mijn leven moot voortaan enkel liefde zijn , cn thans begin ik U te beminnen. Ach! mijn Jezus, ik erken bij het licht des gcloofs , dat Gij altijd het voorwerp mijner liefde hadt moeten wezen: want Gij alleen zjjt het hoogste goed, zoowel door uwe oneindige Majesteit, als door de gren-zenlooze barmhartigheid, die Gij mij betoont, in het vervolg zal ik doen , wat ik tot dusverre niet gedaan heb. Ik bemin U , o mijn Jezus, ik bemin U alleen, ik bemin U met al de kracht

114

ocr page 119

ïweedk Schrede.

mijner ziel. Acli ! mijn Jezus, ontsteek in mijn hart hot goddelijk liefdevuur; doc hot ontvlammen , onderhond het; en dat liet olk oogenblik in gloed toonome, mijn lichaam zoowel als mijne ziel er door verteerd worden. Dat mijne getrouwheid in hot volgen uwer inspraken van mijne liefde getuige. Geeno enkele die niet spoedig- zonder uitstel in oefening gebracht zal worden, en dat alleen uit liefde tot U, om uw H. Hart te verblijden.

:2. L'eite zeer vohnuukte meenhuj en opdracht.

O getrouwheid , zalige getrouwheid , hoe welgevallig zijt gij aan God, hoe nuttig voor mij zeiven! Maar hoe zal ik met een zoo koud hart, met eenen zoo onstandvastigen wil die getrouwheid verwerven? Ik weet, wat mij te doen staat. Gjj komt heden tot mij, mijn Jezus; Gij wilt mij de verdiensten van uw heilig- Lijden, al uw bloed, al uwe deugden schonken, ik neem dat alles, en bied het U met een ganseli kinderlijk vertrouwen aan , als een voortdurend offer van aanbidding, van lof, van dankzegging voor al uwe weldaden, voor al dc inspraken die Gij mij gedurende mijn leven verleend hebt. Ik bied het U aan tot voldoening voor ou herstelling van al mijne ondankbaarhedon, ongotrouwlioden en van mijne wederspannigheid. ik bied het L' aan, om van ü te verkrijgen, dat Gij modolijden niet mij hebben, en U belasten zoudot met bot bestuur mijner ziel; dat Gij haar zoudot geleiden door uwe krachtige inspraken. Kindolijk draag ik hot

115

ocr page 120

Tweede Schrede.

U op, om van U to verkrijgen eeue onwankelbare getrouwheid, zoodat ik geheel ingenomen en aiin-gevuurd door uwe liefde mot de moest mogelijke volmaaktheid uwe heilige inspraken volgen moge. Wend n eindelijk tot do II. Maagd en Moeder Gods en vraag haar :

1. I)af zij itw hart versiere met luti'e deuydcn en het hereide tot een vei lilijf rooi' haren Gadde-lijlen Zoon.

ik sta op het punt, o allerheiligste Maagd, om uwen Goddelijken Zoon te ontvangen. Maar gij weet het, mijn hart, dat met zoovele ongeregelde neigingen behebt, met zoovele onvolmaaktheden besmeurd is , kan geen verblijf zijner waardig genoemd worden ; daarom bid ik L! . versier het met uwe volmaaktste deugden , opdat Jezus er zonder afschrik zijn intrek kunne nemen.

2. Ihit zij a helpe om de i/ennde te helo)iien , loelke r/ij afnnieeli.

Ik heb aan uwen Jezus beloofd, met onwankelbare getrouwheid aan zijne inspraken te beantwoorden : maar ik weet, hoezeer ik die kostbare genade onwaardig ben : ik bid u mijne voorspreekster te willen zijn , en door den schat uwer verdiensten en uwe groote barmhartigheid voor mij die gunst te bekomen.

\a de II. (quot;omimmie.

Beschouw Jezus, die door een louter uitwerksel

116

ocr page 121

Tweede Schrede.

zijuoi1 goedheid en barmhartigheid in uw hart rust en verwek :

1. Ken akte van diepen ootmoeil.

O mijn Jezus, waarlijk, uwe goedheid is oneindig en uwe barmhartigheid gaat alle grenzen te buiten. Gij zjjt uit den hemel nedergedaald om mij te bezoeken en gij rust thans in mijn hart. O wondervolle gunst! Immers wie beu ik, en wie zijt Gij ? Gij zjjt de verhevenste Majesteit, voor wrieii zelfs de Serafijnen beven. Gij zijt do hoogste heiligheid ; niets wat besmet is, mag voor uwe oogen verschijnen. En ik? Jk ben een ellendige aardworm, mijn hart is een afgrond van ondankbaarheid ; het is vol van onreinheden en zonden. Ik werp mij nederig aan uwe voeten en belijd al mijne ellenden, ik betuig voor hemel en aarde, dat ik de gunst, die Gij mij bewezen hebt, geheel onwaardig ben.

Hef ai;/ nederhj mren danh aan. God en aanhid Hem.

O mijn Jezus, wat ben ik ü toch verschuldigd ! Aanbidding , lof en dank zij U aangeboden voor al uwe weldaden ; mijne voornaamste bezigheid moest zijn, U te loven en te danken, lladdet Gij eenen Engel gezonden, om mij in uwen naam te bezoeken, dan zou dit reeds meer dan genoeg zijn, om ü gedurende de gansche eeuwigheid te loven en te danken. Wat ben ik U dan nu verschuldigd, nu Gij zelf uit den hemel nedergedaald zjjt en uwen intrek genomen hebt in mijn hart !

117

ocr page 122

Tweede Siuuede.

Ik aanbid U, allerliefste Jezus ; doch ik weet maar al te wel, dat alles wat ik vermag , niet in ver-golijkiüg kan komen, met datgene wat ik aan nwe goedheid en barmhartigheid verschuldigd bon, daarom vereenig ik al de aanbiddingen, lofprijzingen en dankzeggingen , die U ooit door uwe uitverkorenen zijn aangeboden, en draag U die op. Verwek daarna:

Eene vurii/e ukte run liefde en run alyeheclr onderwerp'nKj dan de leklinc) en de hcsclii/ikiitf/ der (/oddelijle foorzienigheid.

O mijn Jezus, als gjj mij in geheel mijn leven geen andere genaden geschonken hadt, dan die welke ik op dit oogenblik geniet, dan nog zoude ik reeds oneindig verplicht zijn, U uit geheel mijn hart te beminnen. Hoe onbesefbaar groot is dan nu die verplichting, om U uit geheel mijn hart te beminnen, nu ik bij de genade vau dezen dag er nog duizenden en duizenden andere moet tollen. Ja , mij hart bemint U, en verlangt vurig U onverdeeld te beminnen. Ja, mijn Jezus, ik verlang U onverdeeld en uit al mijne krachten lief te hebben ; ik verzaak op nieuw aan alle liefde, aan alle genegenheid voor de schepselen, om geene andere liefde, geene andere genegenheid te hebben, dan voor U alleen. Wat zoek ik in den hemel, wat begeer ik op de aarde anders dan U, ü alleen o Jezus ! Ach ! konde ik U beminnen , gelijk de Heiligen, de Engelen, de Serafijnen in den hemel U liefhebben ! Wat zal ik doen om U door daden mijne liefde te toonen ^ ik wil, o mijn Jezus,

lis

ocr page 123

Tweede Schrede.

doen, wat Gij zelf gedaan hebt. Gij hebt mij heden uw lichaam en uwe ziel, uwe menschheid en uwe godheid geschonken , mij alles gegeven , wat Gij zijt en wat Gij hebt, en dat ondanks mijne onwaardigheid ! Ik zal even zoo handelen, Ik geef U mijn lichaam en mijne ziel, al wat ik ben en al wat ik bezit, ik laat alles ter uwer beschikking , zonder acht te geven op mijn eigen belang, enkel uit liefde tot U o mijn Jezus; doe met mij wat Gjj wilt; beveel mij al wat U behaagt, en vraag mij wat Gij verlangt. Ik wil niets zoeken , dan de vervulling van uw welbehagen. Vraag eindelijk aan Jezus mot een gansch kinderlijk vertrouwen :

1. Xijiic rooj-td/ireiKlc rdih'i'lljke leid in;/.

Gij ziet, mijn Jezus, mijne vurige begeerte, mijn vasten wil om U oprecht te beminnen , en op do volmaakste wijze uw goddelijk welbehagen te volbrengen, en dat op eiken stond en voor de geheele eeuwigheid. Maar om dit doel te kunnen bereiken, heb ik behoefte aan niets minder dan aan uwe almacht. Daarop alleen stel ik mijn vertrouwen, en in dat vaste vertrouwen, durf ik U mijne bede voorstellen. Jk smeek U dan, o mijn Jezus, wees voortaan mijn meester en neem mij als uw leerling aan. Ontsteek in mijn hart dat ware licht, hetwelk mij uwe geheimen, uwe wegen, uwen wil duidelijk zal doen kennen. Ontsteek in mij die hemelsche vlam, welke al mijn verkeerde neigingen moet vertereu. Bestuur mij in al mijne handelingen door

119

ocr page 124

Tweede Schrede.

uwe heilige inspraken , door de bewegingen uwer genade.

3. Eme rolmaalite iji'troinvheid aan de yodde-lijkii iiuiecincien.

Eindelijk , o mijn Jezus , smeek ik ü, uit injjn hart te verwijderen alle ongetrouwheid aan uwe inspraken; maak, dat ik ze alle met vreugde aanneme en ze iu beoefening brenge. Dit smeek ik van U , o mijn Jezus , door U zelven , on om uwe oneindige barmhartigheid. Amen.

120

ocr page 125

121

lOoa'do

op den weg der ware en volmaakte liefde tot God: Zich geheel zonder voorbehoud aan God geven, en zijnen wil gelijkvormig maken aan den wil van God.

I X L E i D ! X G.

Eindelijk zijn wij dan ons dool genaderd, mijne ziel! Zich geheel , zonder voorbehoud aan God geven , zijn wil gelijkvormig maken aan Gods wil, dat is hot verhevenste uitwerksel der liefde; het merg dor heiligheid, en de hoogste graad van heiligheid, welke do ziel, geholpen door Gods genade, in dit leven bereiken kan. Men spreke niet van buitengewone verlichtingen , van inwendige vertroostingen, niet van andere buitengewone gunsten. Al die uitwerkselen der goddelijke goedheid, hoe groot en achtenswaardig op zich zolven, moeten slechts beschouwd worden als iets van geringe waarde, in vergelijking met die algeheele onderwerping aan God. Altijd doen wat God wil; altijd lijden wat God wil ; te allen tijde en in alles God loven en prijzen ; en uit liefde tot God in die gesteltenis tot het einde toe volharden; dat is de hoogste trap , de verhevenste graad van liefde en heiligheid. Zoek niets verheveners , gij zoudt het niet vinden. En die zoo verheven toe-stnnd is tevens de gelukkigste. Hij maakt een

ocr page 126

Derde schkede.

einde aan alle ijdcle bekommeringen, aan alle onrustige begeerten, aan alle ongeregelde droefheid , en alle gewoel van verkeerde neigingen. Het hart zoekt of begeert niets dan het welbehagen van God, en niemand kan liet de volmaakte kalmte ontnomen, die het bezit. Buiten God kan dat hart nergens rusten; niets buiten God kan het den vrede geven , of dien ontnemen. Al zijne genegenheid is op God gericht; de ziel geniet eeuen zoo bewonderenswaardigcn vrede , als ware zij vreemd aan den omgang met do menschon : als bewoonde zij eeno woestijn of een van alle menschelijke woningen afgezonderd schuiloord. Alle genaden vinden ingang in het hart en maken dit tot een aardschen hemel. God is daar op zijnen troon gezeten ; Hij bestuurt en regelt daar alles en deelt zich met al den overvloed zijner genaden en zijner barmhartigheid aan de ziel mede.

O mijne ziel, wat zouden wij niet moeten doen om zulk eene zielsgesteltenis te bekomen, die het geluk des hemels zoo nabij komt, wat zeg ik 'i zonder welke de hemel zelf geen hemel zoude blijven !

Welke arbeid zou te zwaar , welke versterving te moeilijk, welk lijden ondraaglijk kunnen zijn, wanneer zij ons tot zulk een geluk voeren? Ik hoop, mijne ziel, dat gij een zeer edelmoedig besluit zult nemen, en begeef mij aan het werk.

Deze geheele verhandeling verdeel ik in drie hoofdstukken. In het eerste vinden wij eenige beschouwingen , die in staat zijn om ons tot die volkomen overgeving aan God op te wekken.

122

ocr page 127

Derde Sciirkue,

In hot tweede zal men eenigo ouderriehtingeii vinden, tot verklaring van de beoefening dier overgave. Het derde zal ons eene godvruchtige wijze aantoonen, om een zoo gelukkigen staat aan Jezus Christus in de H. Communie te vragen.

E Fi It S T i: II O O I I) S T U K.

Korte iH'iiicrkiiigeii welke ons kiiniien voeren fot die volkomen overgave aan fiod.

Waf men niet kent acht men niet, en wat men niet acht ka:i men noch beminnen , noch zoeken.

Indien gij dus, mijne ziel, den weg cener volkomen overgave aan God wenscht in te slaan en dien tot het einde roe te bewandelen, moet gij aanvangen met er de waarde van te leeren kennen. Kent gij die , dan lijdt liet geen twijfel, of gij zult dien weg van volkomen overgave aan God boven eiken anderen weg in het geestelijk leven schatten, gij zult dien vurig beminnen, gij zult hem met den grootsten ijver zoeken. Met dat inzicht stel ik u de volgende waarheden ter overweging voor.

Eerste Bemerkin(i. Orer de hilljihviil nm lt;lir overr/are (Kin (lod.

1. Het is redelijk, dat ik mij aan God overgeef, want IIjj is mijn Opperheer ; ik ben zijn onderdaan.

Eerste Waarheid, (lod is de lioot/ste lieer.

Dat gelooft gij , mijne ziel . maar weet gij ook hoe groot, hoe algemeen en hoe onbeperkt die

123

ocr page 128

üeude Schrede.

heerschappij is ? J)io lieerschappij is iilgeineou T zij strekt zich uit over allo schepselen. De grootste vorst van het hemelhof is zoowel een onderdaan van God als do armste bedelaar op aarde , en de machtigste monarch op zijn troon is clt;'en zooveel aan Hem ondergeschikt als het wormpje , dat in het stof kruipt. De profeet zegt: „Gij zijt verheven boven alle vorsten , en in uwe handen berust alle grootheid , alle oppergezagquot;.

Die heerschappij is onbeperkt, en strekt zich uit over al wat bestaat. Hij kan bevelen, wat Hij wil, Hij kan eischen wat Hem behaagt: geen werk, geen woord, geen gedachte is aan uwe beschikking overgelaten. Alles moet geschieden volgens zijnen wil. „Ten blijke van die heerschappij'1, zegt de H. Augustinus, „verbood God aan onze eerste ouders te eten van de vrucht van zekeren boomquot;. Om dit feit te verklaren, laat de godvruchtige eu beroemde leeraar Adam tot God spreken on zich in de volgende woorden beklagen: „.Vis de boom goed is, waarom mag ik hem dan niet aanraken y En als hij niet goed is, wat doet hij dan in het aardsch paradijs?quot; Hij laat God die opworping volgenderwijzc beantwoorden : „Om zijne uitmuntende hoedanigheden staat de boom in het paradijs; maar ik verbied u hem aan te raken. Waarom;-' Omdat ik de meester beu, en gij slechts de dienaar zijtquot; (*).

Xu, die heerschappij van God bestaat niet alleen daarin, dat Hij kan bevelen en verbieden,

121

ocr page 129

Derde Schrkde

wat Hij wil, maar ook daarin, dat 11ij met allo schepselen doen kan wat Hij wil , liuii kan opleggen wat Hij wil; want alle schepselen behooren Hem toe, Hij heeft op allen het volste recht. Hij kan over hen beschikken, zooals het Hem goeddunkt, zonder dat iemand het recht hoeft Hem te vragen, waarom lljj zoo handelt: „Hij doet alles volgens zijnen wil , zoowel met do machten des Hemels als met do bewoners der aarde, en er is niemand die Hem kan woêrstaan of Hem vragen: Waarom doet Gij dut 'i (quot;) Gij zijt het eigendom van God, en Hij heeft meer macht over u , dan de tuinman over den boom , die in zijnen tuin groeit. Kvenals de hovenier don boom kan laten staan of hem naar elders verplanten, hem vollen en aan stukken kappen of hem verbranden al naar hot hom goeddunkt, zonder dat hij daarvan aan iemand rekenschap verschuldigd is, evenzoo kan God met ons hun-delen, en met nog meer recht.

Uit dio algemeono en onbeperkte heerschappij van God besluit de 11. Anselmus, dat aan God alleen het recht toekomt om te bevelen volgens zjjn eigen wil , onafhankelijk van iemands goedvinden.

Indien gij dus, mijne ziel, u verstout iets anders te willen , dan wat God wil , durft gij do hand uitstrekken naar de kroon van uwen lieer

en God..... Want, even als in elk rijk de

koning alleen hot recht heeft om de kroon te

ocr page 130

Dekdk Sciikeue.

dvageu, zoo heeft ook God alleen en niemand anders in den hemel of op de aarde het recht om te willen, dat zijn wil volbracht worde. Evenals hij die naar de kroon staat, den koning be-lecdigt, evenzoo beleedigt gij God , wanneer gij u tegen zijnen wil verzet, wat telkens plaats heeft, als gij uwen eigen wil tracht in te volgen.

Gevoelens. 1. (lod iiedcriy als meen ojiper-heer aanhidden.

O mijn God, gij zijt de eenige opperheer van hemel en aarde , van engelen en menschen , van alle zichtbare en onzichtbare wezens. Aan U alleen komt het toe te bevelen, wat Gij wilt. Wij zijn slechts dienaren en dienaressen , die uwen heiligen wil met den diepsten ootmoed aanbidden en met de volmaaktste gehoorzaamheid volbrengen moeten. Dit geloof ik, o mijn opperste goed; ik aanbid U uit de diepte mijner ellende. Ik erken U als mijnen eenigen Opperheer. Ik belijd voor hemel en aarde, dat ik een schepsel ben, over hetwelk Gij naar welgevallen kunt beschikken in den tijd en gedurende do eeuwigheid.

2. Beromc ocer mrc rropi/erc. onyi'lwDi'zauinhi'id.

Kerst nu, o mijn God, besef ik de grootte mijner ongehoorzaamheid en al liet misdadige van mijn gedrag. Telkens wanneer ik uwe geboden overtrad, uwen wil verachtte om den mijnen te volbrengen, wanneer ik eene inspraak verstiet om mijne verkeerde neigingen in te volgen , wanneer ik mij bij tegenspoed aan ongeduld overgaf, heb ik mij tegen uwe heerschappij verzet, en met de

12G

ocr page 131

Derdi; Schrede.

weerspannige geesten gezegd ; Xeon , ik gehoorzaam niet aan den IIeei'7 wie l[ij ook zijn moge! J)at heb ik mij Termoten, ik, ellendige aardworm, tegen U den Opperheer van hemel en aarde. Ik erken, o Opperwezen, dat ik door die boosheid duizendmaal de hol verdiende. Maar ik betreur on verfoei zo van ganschor harte.

3. I olkomen ondei'icei'j)iny. \ an dezen stond af, o mijn Hoer en mijn God, zal uw heilige wil de oonige regel van al mijne daden zijn. Ik draag mij zonder voorbehoud aan U op, ik doe afstand van mijnen eigen wil en van mijne vrijheid. Ik wil mij als shicht- en brand-offer aan uwen heiligen wil opdragen. Ik onderworp mjj aan heilige geboden on noem ernstig voor, liever to sterven, dan oono enkele dagelijksche zonde te bedrijven. Ik onderworp mij aan allo regelen en voorschriften van het huis , en wil daarvan onder geenerlei voorwendsel afwijken. Jk onderwerp mij aan al uwe heilige inspraken en wil daaraan met oono volkomen getrouwheid beantwoorden. ï.k onderwerp mij aan al uwe beschikkingen over mij : ik wil alles van uwe hand aannemon on allen tegenspoed mot de volmaaktste onderwerping ondergaan. Noem, o mijn God, deze voornemens aan en geel mij de noodige kracht om zo te volbrengen.

~. Het is rechtvaardig , dat ik mij volkomen aan God overgove , omdat Hij mijn Schepper is. en ik zijn schepsel ben.

Waauuede.x. Do heerschappij vau God zal ons nog duidelijker bljjken , wanneer wij bemerken ,

127

ocr page 132

])ei;igt;:-; Schrede,

dat Hij ons van uiets hoeft geschapen. Gij zijt het werk van God , mijne ziel, zijne almachtige hand heeft n uit het niet getrokken. Xn , zelfs de mensch heeft het volle beheer over datgene, wat hij met eigen hand gemaakt heeft: hij kan er mede doen wat Hij wil. En zou God dan niet het recht hebben, om met ons te doen wat Hem goeddunkt;-' Terwijl Jeremias ecus een pottenbakker gadesloeg , toen deze aan zijn werk was, sprak God xnlf tot hem en zeide: „Zou het mij niet geoorloofd zijn, o huis van Israël, met u te doen, wat aan dien pottenbakker geoorloofd is? Zie, gelijk het leem in do handen van den pottenbakker, zoo zijt gij in mijne handenquot; (1). Geef wel acht op die vergelijking , mijne ziel. zij is eeno volkomen verklaring van Gods volstrekte heerschappij over u.

Hoe ver gaat dan de macht van den pottenbakker over het leem 'i

1. Do pottenbakker is volstrekt meester over het leem. voor hij zijn werk begint; hij kan er groote of kleine, schoone of middelmatige vaten van kneden, hjj kan er dezen of genen vorm aan geven.

128

r.'. Hij is evenzeer meestor over hot loom, nadat hij or oen vat van gevormd hoeft. Hij kan zich van dat vat bedienen , of het ongebruikt in oen hoek laten staan ; hij kan het vorkoopon of wegschenken: hij mag hot wegwerpen als hij wil; hij kan het verbrijzelen, indien hom zulks be-

1

Jer. 18.

ocr page 133

Derde Schrede.

haagt. In een woord, hij kan er mee doen, al wat hij wil, zooals hij liet wil, en wanneer hij het wil.

Ziedaar, mijne ziel, welke macht God over u heeft, en die macht strekt zich nog veel verder uit. Maar gaan wij voort. God is niet alleen uw Schepper , mijne ziel, Hij is ook uw laatste einde; Hij heeft u geschapen , niet voor u zelven maar voor zich. Rn om die reden kan Hij u gebieden en bevelen al wat tot zijne glorie en zjjn welbehagen strekt. Dat recht en die heerschappij spruiten als een natuurlijk gevolg voort uit hot wezen van dat laatste einde , van dat dool uwer schepping.

Ziehier een voorbeeld. Wij oefenen oono volstrekte macht uit over do redelooze dieren , wij beschikken er over naar welgevallen. Wij ho-rooven de vogelen van hunne vrijheid en sluiten ze op in eene kooi, opdat zij ons door hunne gezangen zouden vervroolijken; wij spannen paarden en ossen voor den ploeg en wij vermoeien zo, om ons het dagehjksch brood te verschatten. \\ ij dooden een;! menigte dieren, om er ons mede te voeden. En waarom hebben wij die macht en die heerschappij 't Omdat zij voor ons gebruik geschapen zijn.

Wij menschen zijn evenmin voor ons zelven geschapen , als do redelooze dieren. Indien wij dan over hen eene onbeperkte macht uitoefenen , indien het ons geoorloofd is, er naar ons wel-gevalloi; over te beschikken, omdat zij voor ons voordeel geschapen zijn, welke oneindig grootore

129

9

ocr page 134

Di'.iiüt, Slhkede.

macht moot GoJ dan niet ovor üus hebben, die onkel geschapen zijn voor Hem en te zijner yerheerlijking! Houd u verzekerd, mijne ziel, dat noch gij , noch ik , noch engelen , noch mensclieu, ooit in staat zullen zijn do geheele uitgestrektheid dier hoerscliappij te begrijpen. God zou u kunnen bevelen, u vrijwillig over te leveren in de handen dor dwingelanden , om voor de verheerlijking van zijnen Naam uw bloed te vergieten; Hij zoude u kunnen bevelen, n nog heden in do vlammen van eeneu brandstapel te werpen en u daur te laten verteren te zijner oer gelijk de waskaars op hot altaar. In dit alles en in al wat IIij u zou kunnen opleggen, zoudt ge verplicht zijn, Hom te gehoorzamen en niet het minste recht hebben om 11 te beklagen.

Gkvoklexs. 1. Scilcritjc erkrnnimj ran (lods o^lici'lieei'srlunijiij oer alle schepselen.

O , mijn Hoer en mijn God, Gij zijt do koning der koningen, do vorst der vorsten. In uwe handen berust do macht en do heerschappij over alle schepselen, en over mij in hot bijzonder. Gij zijt mijn Opperheer, ik bon uw onderdaan, (üj zijt mijn Schepper, ik ben uw schepsel. Gij zijt mij niets, ik bon U alles verschuldigd. Ik ben verplicht U te gehoorzamen, U te dienen als een slaaf, als een lastdier, en voel meer nog dan zij. Ik bon verplicht U te gehoorzamen, U te dienen ook zonder oenigo bolooning, zonder hoop op eenig voordeel voor mij zei Ven. Maar Gij , mijn Heer en injjn God , Gij zjjt mij niets verschuldigd; en Gij kunt over mij naar uw

130

ocr page 135

Derde Sciikede.

welgovalleu boschikkon, Gij kunt mij vernietigen, Gij kimt mij vorstooten, Gij kunt mij in het vuui' worpen, en dat alles zonder de minste ouroclitvaar-iliglxeid ; want Gij zijt mijn ileer en mijn Schepper en de heerschappij , die Gij over mij uitoefent, is onbeperkt en kont geene uitzoiuleriiigoii.

2. AinihithUwj cti lofpi'jz'nKj ran (hti/.i hcer-schappij.

Wat zou ik nu moeten doen , o mjjn God , om uwe opperheerschappij over hemel en aarde genoegzaam te erkennen en te loven r1 „L'w gebied, JLeer, is een gebied voor alle tijden, en uwe heerschappij duurt voort van geslacht tot geslachtquot;quot; (I). Xiemaud kan mot U vergeleken worden : engelen en menschen moeten in het stof neergebogen U aanbidden, en sidderen bij den aanblik uwer .Majesteit. O , dat weldra de voorzegging van uwen profeet veradd worde: „Alle volkeren, die Gij geschapen hebt, zullen komen en U aanbidden, ileer; zij zullen uwe grootheid erkennen en uwen Xaam zegenen 1quot; (3) O ja, dat die voorzegging weldra verv.dd worde, en alle bewoners der aarde U vereeren nis hunnen eenigen Opperheer.

3. Gchech; owlcrwcrpiwj en ojxh'ucht aan (lod.

Dit verlang ik, o mijn God, en ik verlang het van

ganscher harte. Dat alle menschen op deze aarde U erkennen als hunnen Opperheer, U aanbidden en uwen heiligen wil in alles volbrengen.

131

Maar hoe kan dit verlangen L' aangonaain zijn, als ik zelf niet doe, wat ik verlang, dat door

(■_') I's. 8quot;).

1

i's. 144.

ocr page 136

Derdk Sciiuede.

andoren gedaan worde ? Ja, ik wil liet doen ; met dat inzicht draag ik mij zonder uitzondering en zonder voorbehoud aan U op. Gij hebt mij geschapen, Heer, niet voor mij zeiven maar voor U. Xeem mij dan aan als een vrijwillig slachtoffer uwer liefde; bezig mij naar uw welgevallen ter uwer verheerlijking ; beschik over mij naar uw goedvinden en vraag mij al wat Gjj wilt, zooals het uwe onbeperkte heerschappij over mij betaamt. Ik vraag U slechts de genade om uwen heiligen wil in alles nederig te aanbidden en getrouw te volbrengen.

Tweede Bemehking. Over de i/rootlmd en de vohnaaklheid van die akjeheele overgave aan Gnd.

Ekuste WAAKHEin. Het is onmogelijk aan God eene volmaaktere hulde te bewijzen, Hem meer welgevallig te zijn dan door zijnen allerheiligsten wil te volbrengen, zich daaraan volkomen te onderwerpen.

Vernoem, mijne ziel , eene waarheid , die u ongelooiolijk zal schijnen. Indien gij heden , van den morgen tot den avond, nauwkeurig de dagorde onderhoudt, en al uwe werken met ijver en met eene volmaakte meening verricht, bewijst gij aan God de grootste eerbetuiging en zjjt gij Hem zoo welgevallig als iemand met mogelijkheid zijn kan. Al zouden wij ook den gansehen dag voor God neder-geknield, in gebed en verzuchtingen doorbrengen ; al zouden wij ook een onafgebroken streng vasten onderhouden, en tevens ous lichaam door de vreese-lijkste boetplegingen kastijden; dat alles zou niets betoekenou in vergelijking met het volbrengen

13-2

ocr page 137

Duidi; Schrïïije.

van Gods wil. Waarom ? Ziehier mijn antwoord : Wat God wil is de eenige zaak, welke tot zijne meerdere verheerlijking strekt. De roden hiervan is duidelijk ; hoor slechts :

God is de oneindige heiligheid en wijsheid. Als oneindige wijsheid, weet Hij , wat in de eerhc-wjjzingen, die men Hom aanbiedt, op elk oogeu-blik het meest zijne verheerlijking bevordert, en, als oneindige heiligheid , kan Hij den mensch niets bevelen, niets van hem eischen, dan juist datgene wat Hij weet, dat op eiken stond Hem liet meest verheerlijkt. Daarom bewijst gij, door to doen wat God wil, Hem de meesto eer en verschaft gij Hem liet volkomenste genoegen.

Daaruit volgt, dat Jezus Christus de eer zijns hemelsehen Vaders meer bevorderd heeft, door zijnen nederigen arbeid in de werkplaats te Nazareth , dan indien Hij gedurende al dien tijd hot heelal door zijne wonderen verbaasd had. Daaruit volgt nog, dat de engel Kaphaël, toen hij don jongen Tobias op reis vergezelde , God meer verheerlijkte , dan hij gedaan zoude hebben , indien hij gedurende dien tijd al de koningen der wereld hadde bekeerd. We mogen hieruit nog besluiten, dat Abraham God meer behaagde, door hot uit getogen zwaard terug te trekken en zijnen eenigen zoon te sparen, dan indien hij hem geslaehtoflerd had ; want in al die voorvallen was het eerste de wil van God en niet het tweede.

Tweede Waarheid. Het is onmogelijk aan God eene grootere liefde te toonen, dan men Hem bewijst door het volbrengen van zijnen heiligen

1:J3

ocr page 138

DaRDF. SCIIUKDK.

AVi! , en door zicli daaraan volkomen te onderwerpen. Do yereeniging Tan uwen wil mef dien van God is zoodanig vereenzelvigd met d3 ware liefde, mijne ziel, dat de eene zonder de andere onbestaanluiar is. Ja, die Yereeniging is zelfs het wezen en de maat der ware lielde. Is die vereeniging zwak. de liefde zal het ook zijn : is zij daarentegen zeer nauw, volmaakt, zonder uitzondering , zonder onderbreking , dan ook zal de liefde het hoogste punt van volmaaktheid bereikt hebben. „He getrouwe beminnaarsquot;, zegt do 11. Geest, „zullen zich gaarne aan don wil en het welbehagen van God onderwerpenquot; (*). Maar, mijne zie! , opdat gij die zoo noodzakelijke waarheid goed zoudet begrjjpen , dient gij ernstig na te denken over de verklaring, die ik ugageveu. ik zeg :

1. Alleen in de veroenigiug van uwen wil met dien van God bestaat de ware liefde, en buiten die vereeniging bestaat er geene ware liefde. Geef acht op mijne redeneering. De ware liefde kan niet bestaan in iets , wat niet te allen tijde met Gods genade onder mijn bereik, ter mijner beschikking is ; want , dewijl ik verplicht ben God te allen tijde te beminnen , moet die liefde ook te allen tijde in mijn vermogen zijn. Nu , er is niets wat mij te allen tijde mogelijk is, dan mijnen wil tc vereenigon met dien van God. Verheven kennis, godvruchtige genegenheden , geestelijke vertroostingen, teedere en vu-

(•*) Wijsli,

134

ocr page 139

Df.rdi: Sciirf.de

rigo gevoelens , liefdevol en gemeenzaam onderhoud met Ciod ; dat alles is niet tc mijner beschikking. Er is niets wat allijd onder mijn bereik is, dan de vereeniging van mijnen wilmot dien van Gfod ; Injgevolg kan de liefde in niets anders bestaan dan in die vereeniging. Ik zeg:

3. Evenals in die vereeniging van onzen wil met dien van Ciod alleen de ware liefde bestaat, zoo is zjj ook do verhovenste graad der liefde. Veronderstel iemand , wiens hart werkelijk die gesteltenis bezit. Hij geeft zieh zonder voorbehoud aan God over, bij doet ieder oogenblik datgene wat bij als het verlangen van God erkent. Hij neemt elke inwendige beweging, alle inspraken waar on beantwoordt daaraan getrouw. Hij ontvangt allen tegenspoed, als komende van Gods hand; hij is bereid tot handelen, tot lijden, tot leven en sterven, tot alles wat God wil, zonder eonige uitzondering, op de wij zo waarop God bet wil , on zulks voor den tijd ou voor do eeuwigheid. /cg ïnij . welke grootore liefde kan iemand aan God toonen, of wat vuriger liefde kan God van hem verlangen? Waarlijk, ik weet niet, hoe God iets meer verhevens zou kunnen eischen, of hoe do menseh iets meer verhevens zou kunnen doen. Zijn dat geeno troostende waarheden , mijne ziel? Gij kunt God op de moest volmaakte wijze oeren en verheerlijken; gij kunt als gij wilt hem met do volmaaksto liefde beminnen : hot eene en het andere kunt gij doen op eiken stond, ieder oogenblik, in elke bediening, in alle in-en nitwondigo wisselingen . in een ganseh gewoon

135

ocr page 140

Derde Sciip.edl.

levou. Is er dan wel een verhevener en volmaakter weg , dan die van eene volkomen overgave aan God ?

Gevoelens. 1. Eene vuvuje liefdehetuiying aan God.

O God, Gij zijt alleen dat oneindig wezen, dat alle goed in zich bevat, en buiten wien niets goeds te vinden is. Gij alleen zijt dat oneindig wezen; waardig boven alles bemind te worden, terwijl toch niemand U naar waarde kan beminnen. Met dat levendig geloof bezield verhef ik mijn hart boven al het geschapene ; ik geef het geheel met al de liefde, die hot bevat, aan U en ik omhels U , zooveel het mij mogelijk is, met de volmaaktste liefde. Helaas! waarom kan ik U niet zoo beminnen als ik zoude wensehen! Doch ik beu getroost; want ik weet, dat Gij den oprechten wil voor de daad aanneemt, en dat Gij met welgevallen do begeerte aanziet, wanneer de daad zelve onmogelijk is. Sla dan eenen blik op mijn hart, mijn God; in dat hart wensch ik te voreenigen allo akten van liefde, welke alle uitverkorenen, engelen en menschen, in den hemel en op aarde ooit verwekt hebben, welke zij nu verwekken, en verwekken zullen gedurende de gcheele eeuwigheid. Ja, mijn God , al die akten wensch ik in mijn hart te vereenigen en ieder oogenblik aan U op te dragen.

3. Een vuriy verlangen om God door alle schep-■selni bewind en verheevljkl te zien. Maar helaas t mijn God, zoo groot en beminnelijk als Gij zijt, zoozeer als de menschen reden hebben om U te eereu en te beminnen, zoozeer ook vergeten zij

130

ocr page 141

Derdu Schrkdk. 107

limine voi'pliclitiiig. Iloevelen zijn or onder het groot aantal ineiiselien , welke tliuns do aarde bewonen, die U oprecht beminnen? Wie zjju zij, die van ganscher harte mve verheerlijking zookon ? Wie is er, dio niets anders verlangt dan u\\-welbehagen ? O , hoe groot is hot getal dorgenen die voortleven in oen aanhoudend vergeten uwer woldaden , die zich niet bekomnioren om uwe eer en verheerlijking ; ja , die U zelfs eiken dag, ieder uur , elk oogenblik belcodigen ! O, hoezeer zoude ik wenschen alle ketters tot de waarheid, alle zondaars tot boetvaardigheid te kunnen brengen , en de harten van alle menschen door hot vuur uwer liefde te doen glooien !

hciic yeheele en volniaai'fe orciyace aan (lod. Wat mij zolvon botroft, o mijn eonig ou opperste Goed, ik heb vast besloten, U ieder oogenblik mijns levens zoo volmaakt mogelijk te eeren en U teederljjk te beminnen. Met dat inzicht, geef ik mij aan U over , geheel onderworpen aan inv welbehagen , vast besloten alles te doen , wat Gij van mij zult vragen en goedwillig alles to lijden wat Gij mij zult overzenden. Ik verlang geen ander geluk, dan do volmaakte vervulling van uwen heiligen wil in en door mij. Ik verlang geene andere gunst dan die van uwe eer en de verheerlijking van uwen Xaam elk oogenblik te zien toenemen. Dat zal voortaan hot cenigo dool mijns levens zijn ; o mijn God ; vernietig mijnon eigen wil, dien wil zoo vol boosheid , en geleid mij op al mijne wegen ; maak dat ik nooit iots anders wille , dan wat Gij wilt.

ocr page 142

DKIUJE SCIIUEDE.

Deriie waakHEID. IIet is onmogelijk meer verdiensten , en eene groeitere heerlijkheid in den hemel te bekomen, dan door den goddelijken wil te volbrengen en zich daaraan te onderwerpen. Twee zaken tooncn ons die waarheid zeer duidelijk aan.

J)c eerste is ilc reclnihlit/heid, de fireede de c/rooffc der verdiensfeii, icell'e men o/i dezen weij venjadert.

Ik begin met de eerste. Indien gij tracht, mijne ziel , nooit eenig werk te ondernemen , zonder daarin den wil van God te zien, en wanneer gij allen tegenspoed die u overkomt, als van Hem gezonden aanneemt, dan gaat er geen dag , geen nnr, zelfs geen oogenblik voorbij, zonder dat gij nieuwe verdiensten voor den hemel inzamelt. Indien gij nn in eene zoo heilige oefening tien , twintig en meer jaren volhardt, wie zou dan de hoeveelheid der verdiensten , welke gij gedurende al die jaren zoudet inzamelen, ik zeg niet, kunnen opsommen , maar zelfs oppervlakkig kunnen berekenen! Xn, even als er in het geestelijke leven geen weg is , die de verdiensten op eene zoo bewonderenswaardige wijze vermenigvuldigt als deze, evenzoo is er ook geen, welke die verdiensten zoo groot en zoo onschatbaar maakt in het oog van God, dan die eener volkomene overgave aan Hem. Immers , omdat de wil van God de heiligheid zelve is, moeten noodzakelijk allo werken . waarvan hij de oorsprong is , heilig zijn. en zelfs dermate heilig, dat geen ander werk daarmede in vergelijking kan komen. Ja , mijne ziel, hot is zoo, en dusdanig is de getuigenis van alle leeraars in het geestelijk leven ; in overeen-

ocr page 143

Derde Schrede.

stemming met Gods wil, zijn allo handelingeji , zelfs de meest gewone , kostbaar en verdienstvol in dc oogen van God ; maar buiten don godde-Ijjken wil, zijn alle liandolingon, zolis dio, wollco de grootste scliijnon , afschuwelijk voor Gods ! oogen. Een kwartier uurs in dc keuken arbeiden,

omdat God het wil, is onvergelijkelijk kostbaarder voor God, dan eonon gauschen nacht geknield in hot gebed dooi brengen , zonder dat God hot wil.

Aan tafel matig eten en drinken, omdat God lief wil , is oen werk van veel meer waarde voor God. dan den gansehcii dag vasten of zich do schouders door goesoislagen verscheuren , zonder dat God het wil.

^ Vieüde Waai;iii:iii. Hot is onmogelijk spoodigor

tot eene liefdevolle gemeenzaamheid met (iod op te klimmen , dan door hot volbrengen van (fods wil en door zich geheel aan dion wil over te geven.

130

Wanneer gij verlangt, mijne ziel, in korten tijd tot dien licfdevollen omgang en dio bowon-doronswaardigo vereoniging mot God to komen . welke Hij aan zijne getrouwe dienaren beloofd hoeft, behoeft gij slechts dien weg eoner volmaakte overgave iu te slaan en daarop to Idjjven voortgaan ; want indien gij u zonder voorbehoud aan God overgeeft, zal God zich ook zonder voorbehoud aan u geven volgons deze woorden : „Met do maat, waarmode gij gemeten zult hebben, zal n teruggemeten worden , en daar zal nog worden bijgedaanquot;' (11.

1

Muit. 4 . 24.

ocr page 144

Derde Sciikede,

Hot is alsof God tot u zeg't: zooals gij u jcgeu» Mij gedraagt, zoo zal Ik Mij te uwen opzichte gedragen. Zijt gij gulhartig jegens Mij, dan zal Ik milddadig voorn zijn; indien gij niets wederhoudt van u zei ven , dan zal Ik ook niets terughouden noch van Mij ze!ven, noch van nnjno genaden; indien gij Mij niets weigert en alles doet wat Ik van u vraag, dan zal ook Ik u niets weigeren, en u alles geven wat gij zult vragen. Vandaar die troostende woorden, welke de goddelijke Verlosser eens aan zijne getrouwe bruid, de H. Bri-gitta liet hoeren, nadat Hij haar tot die algeheele overgave had opgewekt: „Wanneer gij dit gedaan zult hebben , (het zjjn zijne eigene woordenquot;! zal uw hart zich in mijn hart bevinden, liet zal geheel ontvonkt zijn en gloeien door mijne liefde en gij zult rusten in de armen mijner Godheid.quot; Komaan, mijne ziel, begeef u op dien heilvollen weg, cn ga daarop voort, zonder ooit achterwaarts te zien. Ofschoon hij somtijds met enkel doornen begroeit schijnt, is toch het geluk waarheen hij zelfs in dit leven, voert, die moeilijkheden en zelfs grootere waard.

Gevoelens. 1. L'cnc niriije liefde tof (ïod.

O mijn God , ik geloof en belijd , dat Gij een oneindig volmaakt Wezen zijt, in vergelijking met wien alle macht slechts zwakheid, alle rijkdom slechts armoede, alle gezondheid slechts krankheid , alle zijn een enkel niet is. Gij zijt het oneindig volmaakt Wezen, hetwelk alle goed, dat in do schepselen te vinden is , oneindig overtreft ; uit wien als uit do eenige bron , allo goed

no

ocr page 145

Derde Schrede.

voortvloeit. Mijn God, op dit oog-enblik erken ik uwe Majesteit, en ik acht U oneindig hooger dan hemel en aarde, engelen en menschen ; ik bemin en omhels LT met al do vurigheid mijner liefde, met al de kracht mijns harten. Maar overtuigd , lt;lat deze liefde niets is, in vergelijking met die, welke ik U, oneindig volmaakt Wezen, verschuldigd ben, offer ik U al de liefde op, welke U toegedragen is . nog heden toegedragen wordt, en U eeuwig toegedragen zal worden door allo uitverkorenen in den hemel en op aarde, en welke do H. Maagd Maria en de heilige Menschheid van Jezus Christus LT toegedragen hébben.

2. Kcne rolkowene ovenjuve lt;1011

Door die liefde bezield, o mijn God, oenig verlangen mijns harten, schenk ik U thans mijn wil, mijne vrijheid, mijn hart, al wat ik ben en al wat ik heb ik weet, het is waar, dat ik ü niets kan geven , want al wat hemel en aarde bevatten , is het uwe, en niemand vermag U iets te geven, omdat niemand ook maar het minste bezit, dat 1' niet steeds toebehoort. Xiettemin zoude ik. indien mijn wil, inijuo vrjjlioid en mijn hart U niet reeds toebehoorden, ze L' willen schenken. In die gesteltenis geef ik zo U nu, en ik aanvaard . ik loof en prjjs van dit oogen-blik af uwe beschikkingen te mijnen opzichte, zooals die van alle eeuwigheid zijn vastgesteld.

B. Ken ootmnedii/ (jchecl om die, ah/eheele arer-yerimj.

Maar, o mijn God, hoelang zal ik in die volmaakte overgoving volhardend Helaas! niet lans:.

141

ocr page 146

Dkudu Souwede.

indien Gij mij niet met uwou alverinogenden arm ondersteunt I Geon rietje is zuo /.wak als mijn hart, geen wind zoo veranderlijk als mijn wil. Tot U dus, in wiens handen alleen iiot mensclic-lijk hart sterk wordt, wond ik mijne blikkeu en roep uit: Ontferm U mijner, o mijn God, volgens uwe oneindige goedheid en barmhartigheid ; Ter-eenig mijnen wil met den uwen, hervorm hem geheel en al , opdat voortaan uw heilige wil de eenige regel van mijn loven zij.

Deudi; Bkmekkixo. HVZ/.r zelivrlwid ons die ocvi'i/tciiKj hczonji.

Ik weet niet , of men iets meer vertroostends kan zeggen, dan datgene , wat ik u nu ter overweging ga voorstellen. Hot hoofddenkbeeld er van is, dat gij, door u op dio volkomen ovorgeving toe te loggen, u een dubbel geluk verzekert : 1. Gij erlangt do verzekering vau uwo eeuwige zaligheid ; i. gij erlangt de verzekering van tot eenen hoogen trap van heiligheid op te klimmen. \N at wenscht gij meer y Hoor, op welke waarheden, die verzekering berust. Zonder eeno geheel bijzondere openbaring kan men evenwel niet met volle zekerheid weten of men in Gods genade is, eu ot men zalig zal worden ; want de apostel zegt ; Werk aan uwe zaligheid al bevende.

IOkhstk Waakhf.h). üo eerste waarheid, waarop die verzekering rust is: lt;iod is de oneindige wijsheid , en het is onmogelijk , dat Hij zich vergist in de leiding der zielen , die zich geheel aan Hem overgeven. Daal een oogenblik af, mijne ziel, in dien afgrond van Gods oneindige wijsheid, en

ocr page 147

Di:i;i)e Sciikeui;

beschouw daar dat wondervolle licht, waarin llij alles wat n aangaat ziet; [lij ziet den graad van glorie in den hemel, tot welken llij u van allo eeuwigheid geroepen heeft; Hij ziet allo middelen, alle genaden, alle gelegenheden, die u daartoe moeten brengen, llij ziet, welke levenswijze, welke bedieningen , welke tegenspoed , welke inspraken, daartoe liet geschikste zijn; en dat alles ziet llij met een onfeilbaren blik en op zoodanige wijze, dat llij onmogelijk zich vergissen, oi' zijn doel missen kan, mits gij uwen eigen wil aflegt en L door den zijnen laat besturen, llij leidt U stap voor stap zooals eene moeder haar kindje aan de hand geleidt, en ieder oogenblik beveelt llij datgene wat het meest geschikt is, om n tot het voorgestelde doel te brengen.

1 wkhde \\ a au n kid. God is de oneindige almacht , en niets kan de ziel , die zich aan Hem heeft geschonken , aan zijne leiding onttrekken. Twee zaken doen ons van den weg der volmaaktheid afwijken: I. liet geweld der driften waartegen wij niet bestand zjjn. i. De kwellingen en do tegenspoed van dit ellendig loven, welke wij niet in staat zijn te verduren. Dat alles vermag echter niets tegen eene ziel : die zich geheel aan (Jod overgeeft en onder zijne leiding leeft. God beschermt haar door zijne almacht. Xu , wat vermogen wereld en hel met al wat zjj bevatten tegen God? Zooveel als een mugje tegen oenen adelaar.

God bezit middelen in liet oneindige om de zielen te beschermen en te ondersteunen ; indien

113

ocr page 148

Deede Schrede.

Hij wil kau Hij u zoodanig versterken , dat gij ongedeerd blijft te midden van het vuur dei-kwade gedachten en der bekoringen, dat gij lacht met alle aanlokselen en met alle vervolging der schepselen. Hij kan, indien Hij wil, de kwade neigingen doen ophouden , de booze geesten doen zwijgen en u do tegenstrijdigheden licht doen vallen. Alles moet aan die onbeperkte macht gehoorzamen. Eene van van die twee dingen zal stellig plaats hebben, indien gij u geheel aan Hom overgeeft en u volgens zijne aanbiddelijke inzichten laat geleiden en besturen. Ziet gij, mijne ziel, hoe zeker die weg eener algeheele overgave is 'i Gij wordt daarop geleid door de oneindige wijsheid , die niet kan falen , door do oneindige almacht, die door niets kan belommerd worden in de volvoering barer plannen. Hoe verkeerd handelt gjj dan niet met u te onttrekken aan de leiding van oenen wil, zoo oneindig verlicht en machtig , om n te laten geleiden door eenen wil zoo verblind en zoo zwak als de uwe.

Gevoei.exs. 1. Jleroinr over vroeyeren wecrstancl.

O mijn God , boe verkeerd bob ik gehandeld , met mij te onttrekken aan do leiding van uwen allerheiligsten wil , om de ingevingen van mijn eigen wil te volgen ! Uw wil is de oneindige wijsheid. Uwe schikkingen zjjn zeker, en indien ik mij daaraan onderwerp . zal ik onfeilbaar het zoo gewenschto doel bereiken, waartoe Gij mij voor de eeuwigheid hebt geroepen. Mijn wil is enkel verblinding. Mijne berekeningen zijn aan duizend dwalingen onderhevig en indien ik ze

114

ocr page 149

Di:i;ijk ScmtKDE.

volg, zullen zo mij onfeilbaar ton Tcrdorvo voeren. Uw wil is do ouboperkte almacht; (iij kunt mijne zwakheid vers.terken, en, indien ik U gehoorzaam, zullen al mijne vijanden beschaamd worden. .Mijn wil daarentegen is louter zwakheid; ii; kan mij uit geen enkel gevaar redden, en volt;- ik hem, dan moet ik noodzakelijk ten spot nnjner vijanden worden, ü , hoe verkeerd, hoe blind en gevaarvol was mijne handelwijze ! Ik weigerde eeneu leidsman, die oneindig wijs en machtig is, om er mij eenen te kiezen die blind en zwak is.

L'enc nu-if/e liefde, tot Ood. .Maar ook dan zelfs als mijne zwakheid en mijne blindheid minder groot waren, als ik om heilig te worden, mij niet zoo volkomen behoefde te onderwerpen, zoude ik L' toch dit otter willen brengen , aangedreven door de liefde , waarmede ik U op dit oogenblik uit geheel mijn hart omhels, o mijn God ! Jmmers indien ik U dit alles en al wat ik L' zou kunnen geven, schenk, dan is dit nog niets in vergelijking met do oneindige liefde, die ik U om uwe ein-delooze volmaaktheden schuldig ben. J)i(- alles is niets in vergelijking met die tallooze weldaden, waarmede (iij mij overladen hebt; niets in vergelijking met datgene wat Gij voor mij op het kruis hebt geleden. O mijn God, oneindig barmhartige God . ik beleid ton aanhoore van hemel en aarde , dat , wanneer ik duizend levens bezat, en U die alle uit liefde ten otter koude brengen, dit alles niets zoude zijn in vergelijking mot datgene wat Gij verdient, en wat ik U verschuldigd bon.

in

H.quot;)

ocr page 150

Dunnu Scidtiioi-:

3. I 'oliiKiiilie oreiyevini/. Uit zuivere liefde dus en met het vurige verlangou van U to behagen , U mijn God , mijn hoogste goed , wil ik voortaan mijn verstand en mijn wil mistrouwen en mij geheel in alles onderworpen aan uw welbehagen. .Met al do vurigheid, waartoe ik in staat ben , kom ik tot U en roep mot uwen getrouwen dienaar, den 11. Ignatius van Loyola, uit: ...Veem aan, o Jleor, geheel mijne vrijheid, mijn go-heugen, mijn verstand en mijnen wil. Gij hebt mij alles gegeven, wat ik bon en al wat ik bezit; aan U geef ik alles weder en laat alles tor beschikking van uwen wil. (ieet' mij slechts uwe liefde en uwe genade, en ik ben rijk genoog; ik vraag niets meerquot;.

Dkrdi: WaakiikiI). De derde waarheid, waarop deze zekerheid steunt, is do volgende: God is de oneindige goedheid, Hij bemint teederlijk eene ziel, die zich geheel aan hem overgeeft. God bemint u, mijne ziel , cn mot eene oneindig groote liefde. Men zegt, dat er geene grootere bestaat, dan die van oene moedor voor haar kind, en, alleen van monscholjjko liefde gesproken, is dit zoo; maar is er sprake van de goddelijke liefde, dan verandert do zaak. De liefde, welke God ons toedraagt, is veel grooter, teo-derdor en vuriger dan de liefde van eene moeder voor haar kind , hoe sterk cn vurig deze ook zijn moge. God geeft van zich zeiven deze getuigenis : „Zoude hot mogelijk zijn, dat eene moeder haar kind vergat en er geen medelijdon mede had r IIn al gebeurde dit ook , ik zal u

140

ocr page 151

ri:i;di: sciireih

nooit vergetenquot;. |*) Xn, indien God n zoo teeder en zoo vnrig l)eniiiit, hoe zonde liet dan mogelijk zijn, dat ook imuii' eene enkele zijner beschikkingen , gedurende geheel uw leven , niet tot uw welzjjn zoude strekken ? Geloot' mij , mijne ziel , alle moeders zouden eerder hare kinderen ter dood brengen, hemel en aarde zouden eer vergaan, dan dat God eene enkele gebeurtenis zoude toelaten , die niet zoude strekken tot bevordering-der zaligheid van eene ziel , die zich geheel aan i [em overgeeft.

Vir.uiu: Waakiikid. - God is oneindig getrouw en kan nooit eene ziel, die zich geheel aan Hem overgeeft, langs andere wegen geleiden, dan langs die, welke voor haar het beste en het voordeeligste zijn. Op het oogenblik zelf, mijne ziel , waarop gij n geheel en zonder voorbehoud aan God overgeeft, wordt er eene overeenkomst gesloten tusschen God en li. (Jij belooft aan (iod allo zorg voor u zeiven te laten varen en Hem alleen van oogenblik tot oogenblik en voor altijd met u te laten begaan. Van zijnen kant belooft God, als vader voor n te zullen zorgen en u van oogenblik tot oogenblik te zullen geleiden op zulk eene wjjze, dat gij onfeilbaar de bestemming bereikt, waartoe Hij n van alle eeuwigheid geroepen heeft. Zoude God dit plan, door Hem gevormd, kunnen laten varen, indien gij zulks niet wilt en in uwe goede voornemens volhardt?

ocr page 152

1) Ell 11E Sc'HKEDE

'Wij zonden liet als. oeno misdaad boschouwon . eeueu blinde op liot toppunt ceuer steile rots te voeren , om hem daarna van die hoogte naar beneden to storten. En wij zonden kunnen ge-loovoii, dat God, die de waarheid 011 do getrouwheid zelve is, tot zulk een verraad in staat zoudo zij u '' Vreest niet, mijne kinderen, zegt de Meer; als eene moeder draag ik zorg voor u. (1) llven als eene moeder alle mogelijke zorg aanwendt. opdat het kind , dat zij in haren schoot draagt, geen leed wedervare, zoo ook zorg ik voor u . ofschoon gij u zclven vergeet, en alle zorg over u aan mjj alleen overlaatquot;.

Gevoei.kxs. 1. Kenc dlf/i'/nrlr ojtdrnclil ran zich zclrcii.

O mijn God, hoe ik U ook beschouw, ik zie en ik erken , dat ik eindeloos verplicht ben , mij zoo volmaakt mogelijk aan uwen heiligen Wil te onderwerpen en dien te aanbidden. Beschouw ik U in mij zeiven , dan erken ik U als mijnen eenigen God en Opperheer, die om zich zelveu oneindig waardig is, dat ik alles volgens zijn welbehagen lijd, niet alleen als oen slaaf, maar zelfs als oen lastdier. Beschouw ik U als mijn eenigen leidsman, die mij niet kan of wil bedriegen , en O]) wiens leiding al mijne hoop, al mijn geluk voor de toekomst berust, dan kniel ik, van dankbaarheid doordrongen , aan uwe voeten neder, o mijn God , en draag mij geheel zonder uitzondering of voorbehoud , en voor alle ecu-

MS

1

Isiiiiis -iO.

ocr page 153

Derdk Sciiui;])!-:

wighcid op iian uwen heiligen Wil, aan uw wcl-behagon.

Lof ni zcgeniiKj neer (huls hcschilikiiigeii te onzen opzichte. Dat wil ik, o mijn Goil, daartoe heb ik van ganschcr harte besloten. Al wat Gij in het verlcdeno voor mij beschikt hebt, was goed en heilig; ik loof en zegen die beschikkingen. Al wat Oij in mijn leven nog over mjj zult beschikken is goed en heilig : ik loof en prijs her. Op dit oogenblik neem ik al uwe beschikkingen aan , als waren zij reeds tegenwoordig ; ik onderwerp er mij aan, zoo volmaakt mogelijk. Ik smeek 1', o mijn God, dat ik in uwe handen moge zijn als het leem, waarvan (.lij den eersten mensch vormdet; evenals Gij met dat leem gehandeld hebt, enkel volgens uw welbehagen . handel zoo ook met mjj volgens uwen aanbiddeljjken wil.

.'i. Nnh'l'ii/e Jii'dr om lt;lii' roliikihl:li' onilci'ircr/nii;/ m die oren/erint/ aan (iod. Mijn eenig verlangen, o mijn (iod, is, datgene in beoefening te brengen, wat ik LJ beloofd heb. Dat zal echter niet geschieden , of kunnen geschieden , indien (iij niet den schat uwer genade ontsluit. Tot dien gena-donschat neem ik thans mijne toevlucht en smeek U , mij (M^neu wil te geven , die niets verlangt, niets vraagt, niets bemint of zoekt buiten uw goddelijk welbehagen. Ik smeek U om die genade door het bewonderenswaardige ofl'er, waardoor Jezus Christus zijn leven geëindigd heeft.

149

ocr page 154

Dküde SrijRKm;.

'!' Vi k i; i) s: is o o j a s r u w

Korte ondcrrii-liUiig' «vj'i- de volkomeiic on blijvende vereenisins van den incnsclie-1 ij li en wil met den wil v.nn lt;iod.

Er bestaan drie Avcgon langs welke God die zielen geleidt, welke lljj wil verhellen tot den staat oener volkomene eu blijvende vereeniging van haren wil niet den zijnen: 1. De weg dei' uitwendige leiding; 2. de weg der inwendige leiding ; ■!. de weg der goddelijke en verborgene leiding. Wij zullen die beurtelings in drie aeli-tereenyolgeiule onderrichtingen bespreken, maai' wijl er eiken dag iets plaats heeft met betrekking tot den eenen of den andoren dezer drie wegen . moet gij daarop wel acht geven, mijne ziel.

OxDKKiticnTiNd. 1. — Do eerste weg langs welken God oone ziel geleidt tot de volkomene en duurzame vereeniging van haren wil met den zijnen, is de weg der uitwendige leiding. Ik noem dien zo.), omdat op dezen weg God zijnen wil te kennen geeft door uitwendige teekenen : bij voorbeeld , door een bevel , door de stem der oversten, enz. Wil men dozen weg inslaan en daarop voortgang doen, dan moet men met alle mogelijke getrouwheid en standvastigheid de volgende regelen in acht nemen.

S I-

Eeksti: Rkcix. Xooit ccuig werk ondernomen zonder overtuigd te zjjn dat God hot wil,

150

ocr page 155

Dekde Schrede

dat Hij het vim ons vraagt, on dut Hij liot op ilit oogenblik van ons vraagt. Hot is niet inoei-! lijk . mijne ziel, van uur tot uur den goddelijken

wil to kennen, mits het hart rechtzinnig is on niets verlangt of zoekt, dan dien allorheiligsten wil te kenuon en te volbrengen.

Blaar om eene zaak van zoo hoog aanbelang , waarvan alles afhangt, beter to verklaren, zullen wij de kenteekenen opgeven , waaraan wij bij elke gelegenheid geinakkeljjk kunnen weten, wat God van ons wil.

lier eersto kenteeken vinden wij in do goddelijke geboden. Dit behoeft geono verklaring. Wij mooton doen wat God beveelt, en laten wat Hij L verbiedt, en dat met eene zoodanige getrouwheid

en standvastigheid , dat wij bereid zouden zijn liever te sterven, dan ook maar in hot minste die geboden te overtreden.

Het tweede kenteeken zijn do plichten van don staat: wat even duidelijk is. Want zoowol als het do wil van God was. dat wij ons in do eene of andero religieuze instelling begaven , is het ook ontwijfelbaar do wil van God , dat wij nier de uiterste nauwgezetheid do verplichtingen nakomen dor instellingen waarvan wij leden zijn geworden. Tot do verplichtingen behooren niet alleen do heilige geloften, maar ook alle regelen en constitution, alle gebruiken, die daar zijn voor-; geschreven.

!51

Om die reden dan ook zijn alle mannelijke en vrouwelijke religieuzen, die in hunnen staat heilig zijn geworden, uiterst bezorgd geweest, om tof

.*

ocr page 156

DKÜDE Sl'IIüEDE.

aan liuniiou laatston ademtocht, al die verplichtingen te onderhouden. Ja, de engelachtige leeraar, de heilige Thomas van Ariuine, zeide, dat hij geen hoogachting zonde hebben voor een religieus, al deed liij ook mirakelen, als hij ook maar een onkelen regel , bij voorbeeld hot voorschrift dei-stilzwijgendheid , niet goed onderhield.

liet derde kenmerk is de stom der Oversten. Dat kenteeken is zeker en onder alle opzichten onfeilbaar. Jezus Christus zelf verzekert ons dit, wanneer hij zegt: „VN'ie u hoort, hoort Mij; \vio u versmaadt, versmaadt Mjjquot;. Door die woorden belooft de Zaligmaker aan de religieuzen twee zaken: l. Dat zij even zoo zeker kunnen zijn zjjnen wil te doen, wanneer zij doen wat de oversten bevelen . als zij het zouden zijn , wanneer zjj het bevel van Jezus Christus zeiven ontvingen.

2. Dat Ilij de gehoorzaamheid aan de oversten bewezen , zal aannemen , schatten en beloonen , alsof zij Hem in eigen persoon bewezen ware. .,quot;\Vio u hoort, hoort .Mij; wie u versmaadt, versmaadt Mijquot;. En daarom raad ik u aan, mijne ziel , en smeek ik u , openhartig te zijn en in alles te gehoorzamen; daardoor zult gij te allen tjjde doen, wat God wil .... Mene der grootste dwalingen, waarin een religieus vallen kan, is zijn hart te sluiten voor zijne oversten en zich door zijn eigen oordeel te laten geleiden. Immers, wijl er geen andere weg bestaat om aan do bedriegerijen der eigenliefde en aan de boosheid des duivels te ontkomen , dan de weg eener ne-

ocr page 157

Bküde Sciikkde.

dovige gehoorzaamheid , moet zulk oen religieus uoodzakeljjk chvalen , en van den veiligen en ge-haauden weg atSvjjken om iu allerlei ellenden te vervallen. De heilige Franciscus van Sales zeidc terecht. dat geene zijner geestelijke dochters ooit den vrede des harten zon bekomen, zoo zij dat hart niet geheel openlegden voor hare oversten , en hun niet blindelings gehoorzaamden.

Twkkdr Ivecki.. .Maar hoe duidelijk en zeker die kenteekenen ook zijn. zp zijn toch niet voldoende om ons in allo omstandigheden don wil van God .te doen kennen. Somtijds biedt zich de gelegenheid aan, om twee zaken te doen die beide even goed in zich zelve, en geen van beide bevolen zjjn. Men twijfelt, welke van die twee aan Uod aangenaam is, en dus van Hem verlangd en gewaagd wordt. Somtijds ooi; gevoelen wij ons aangedreven en zijn in do gelegenheid om een goed werk te doen; maar hot is onzeker, of God het onder deze omstandigheden wil. in zulke en andere dergelijke gevallen, gebeurt het soms, dat men geen raad kan vragen aan de oversten , of omdat men daartoe geen gelegenheid hooft, of om andere redenen. Door wolko middelen kan men in zulk geval zich van eene juiste keus vergewissen y Men moet zijne toevlucht nemen tot de volgende onderscheidingen.

I. Als zich twee zaken aanbieden, waarvan slechts do eene tot welzijn van don evennaaste strekt, dan moet men altijd die eene kiezen. Want daar de liefde de voornaamste der deugden is, lijdt het goon twijfel of de beoefening dier

153

ocr page 158

DEKDI: Sciikeih:.

deugd is aangenaam aan God en verdient de voorkeur Ijoven elk andere oelenhig.

i. Bieden zioli twee zaken aan , beide even nutteloos voor den naaste, dan moeten wij dquot; voorkeur quot;'even aan die. welke ons de moeste vernedering en versterving oplevert. „Wie mij volgen -wilquot;', zegt de Zaligmaker, „verloochene zich zeiven en drago zijn kruisquot;. Hu hoe kan men volmaakter en meer letterlijk die loer van Jezus Christus in oefening brengen , dan door bij elke gelegenheid en in alles , wat aan onze keuzo overlaten is, datgene te kiezen. waarin wij do meeste vernederingen en vorstervingon vinden-'

:gt;. Is men ondanks deze aanwijzingen nog in twijfel, dan kan men doen , wat men wil , mits men hot doe met de meening van aan God alleen te behagen en zijnou heiligen wil te volbrengen. Dit loert ons do H. Kranaseus van Sales : „Indien gij niet weet, welke van twee zaken gij moet kiezen, kwel is dan niet lang, maar zeg tot God met een oprecht hart: ., „Heer indien ik uwen aan-liiddolijken wil koude, zou ik dien volbrengenquot; doe vervolgens wat gij wilt en wees overtuigd . dan datgene wat gij doet. Mem aangenaam isquot;.

Deüde Khoei.. Altijd doen wat men als Gods wil erkent, en niets anders dan wat Hij op dezen stond van ons verlangt: want waartoe zou liet dienon, dat wij den wil van God trachten to kennen, als wij ons niet terzelfder tijd er op toeleggen om dien te volbrengen 'i Zouden wij niet dat verwijt van liet Evangelie op ons laden : „De dienaar, die den wil van zijnen hoer go-

154

ocr page 159

Dkude Sciiükiii:

weten heeft on niet gedaan heeft naar zijnen wil. zal vele slagen ontvangenquot;. (*) Zekor is het, dal nimmer voortgang zult maken op dien weg der uitwendige leiding , nooit het doel znlt he-roiken, vgt;-aarn:iar gij streeft, wanneer gij niet tracht ii volmaakt en standvastig aan dezen regel to houden. En opdat deze oefening, die zeer zeker do bedorven natuur en den eigen wil sterk onderdrukt, u niet te zwaar vallen, raad ik n , dikwijls in uwe overwegingen hemerkingen te maken over de volgende beweegredenen. die 11 tot volharding zullen aansporen.

De eerste beweegreden is de aard en lier wezen der liefde. Wanneer do liefde vurig is, wenseht zij niets zoo zeer, als aan den beminden persoon te behagen; zij beijvert zich om te weten, wat hem aangenaam is, en wanneer zij dat ontdekt heeft , doet zij hot met des te grootero vreugde als do liotde vuriger is. Zoo zoggen wij. wanneer wij te kenmn willen geven, dat eene moeder veel liefde heeft voor haar kind, dat zij niet in staat is het iets te weigeren, dat zij ailos doet, wat haar kind gaarne heeft. Wat illt; zeg van do natuurlijke liefde der menschon jegens elkander, zog ik ook van do bovennatuurlijko liefde dor monschen jegens God. Indien uwe liefde volmaakt en vurig is, mijno ziel, zult gij een levendig verlangen hebben om aan God to behagen; gij zult u beijveren om te weten, wat Hem aangenaam is, en zoodra gij dit weet, zult

(*, bill'. XII : 47.

ocr page 160

Deude Schrede.

g'ij het mef: vreugde iloen. Als mve liefde dezo hoedanigheden mist, dan is het geene ware of althans geene groote en volmaakte liefde.

Do tweede beweegreden is de onbegrensde liefde'van God voor ous. Hoe ver strekt zich de onbegrijpelijke liefde van onzen God toch uit, en wat doet Hij wel uit liefde tot ons;-' Overweeg slechts het eone of andere zijner wonderen , en gij zult eeuig donkbeeld hebben van de grootheid zijner goedheid. Xooit in geheel uw leven heeft (iod u iets anders laten overkomen dan datgene hetwelk volgens de raadsbesluiten zijner oneindige wijsheid voor u hot nuttigste en liet voordeeligsto was. God is elk oogenblik bereid om ous zoo groote genade te geven als wij in staat zijn to ontvangen. Want, daar Hij ons meer bemint, dan wij ons zeiven beminnen, heeft Hij ook een grooter verlangen, om ons zijne genaden mede re doelen, dan wij, om die te ontvangen. God geeft ons eiken dag do noodige genaden, om altijd te doen. wat Hom het aangenaamste, en voor ons het voordeeligsto is. Welk eeue ondankbaarheid , mijne ziel , iets te weigeren aan God , die ons bemint , of niet to doen , wat wij weten dat Hom welgevallig is!

Do derde beweegreden is de oneindige liefde van .lezus Christus voor ons. Het cenigo doel , waarom -Jezus Christus mensch werd en zoo lang op aarde verbleef, was de verheerlijking zijns llemelschen Vaders en do zdigheid der zielen. Welke moeite heeft Hij zich wel gegeven ter bereiking van dit dool ! - Was Hij misschien karig

V

■u

*

ocr page 161

Dkude Schkede.

in (liitgenp wat voor dit dool noodig'was l' Ueciis-zius ; ecu eukcle druppel van ziju bloed ware voi-doende geweest; voor Hem was liet niet genoeg: Hij stortte al zijn bloed tot dou laatsten druppel : oen enkel bewijs van gohoorzaamheid en onderwerping was Hom niet genoeg; Hij werd geliooi-zaam tot don dood , en tot den dood aan het kruis. En waarom? Om aan zjjnon Vader eon slachtofter aan to bieden zoo vorkeven mogelijk . en om aan de mensclion te toonen, hoe onmetelijk zijne liefde is. AVat zullen wij doen , mijne ziel , om aan zulk oeno liefde te beantwoorden r /oude liet veel zijn , Hem ons leven aan te bieden 011 ons te beijveren om o|) eiken stond datgene te doen, wat wij weten dat Hem liet meest welgevallig is y

De vierde beweegreden is het voorbeeld dei' Heiligen. Het verlangen om den wil van God fn kennen en te volbrengen, de bezorgdheid om altijd te doen, wat zij wisten Hom het meest welgevallig te zijn, ziedaar de grondslag waarop de Heiligen het gebouw hunner volmaaktheid optrokken. Ik zal daarvan slechts enkele voorbeelden aanhalen. „Nooitquot; zegt Magdalena de i'azzis, „zoude ik iets, wat het ook zij , hebben durven doen . wat ik niet meende overeenkomstig te zijn met Gods wil, en indien ik bij het verrichten eener daad bemerkte, dat die niet met den Goddeljjkon wil strookte , zoude ik die op hetzelfde oogenblik ongedaan laten, al wist ik ook dat dit mij het leven zoude kosten. Ja, indien ik aan den oenen kant het paradijs on aan don anderen de hol zag,

157

ocr page 162

Dkuoe Schuedb.

oii ik wist, dat (iod mij in die vlammen wilde zien branden, dan zou ik or mij oogenblikkolijk in stortenquot;. (1) „O mijn Godquot;, riep de heilige man, l'hilippus Veuiiigon , dikwijls uit, „gcoi'mij de genade van altijd te doen, wat (quot;iij wilt, mot do meoning waarmede Gij wilt, dat ik het doe, en op do wijze, waarop Gij het verlangt. Liever zoude ik in de hel zijn met uwen wil , dan in den hemel zonder uwen wilquot;.

ViEiiDE Regei.. Alles met do volmaaksto mee-iiing doen. Xa erkend te hebben , mijne ziel . wat God wil, moeten wij ons opnieuw tot Hem wonden , on Hem elke onzer handelingen met do volmaaksto meoning opdragen. Maar om volmaakt te zijn, moet onze mcenhig de volgende hoedanigheden bezitten.

Ten eerste moet de meening zuiver en belangloos zijn. In hot werk, dat men verricht moet men noch eer , noch vermaak , noch voordeel beoogen, hetzij voor don tijd of voor de eeuwigheid, noch iets anders, wat hot ook zij in den hemel of op do aarde. (Jnzo eenige en uitsluitende meoning moot zijn , God te oeren , Hem to behagen . zijnen heiligen wil te volbrengen. In een woord, uwe meoning moet dezelfde hoedanigheden hebben, als die van de gelukzalige Armella. „Mijne eenige en voortdurende meeningquot;, ?.oide zij, over den in-wendigen staat harer ziel sprekende, „is, in al mijne werken aan God te behagen, en wel op mijne hoede te zijn, om Hem niet te beleedigen. Ik dacht

1

In vita . Cup. lü.

ocr page 163

Drum: Si uui:i)E

bjj mijne werkon nooit nan iets anders. En dat deed ik niet uit eigen belang- of om aan de straf te ontkomen, die op eenc andere wijze van handelen konde volgen, .Veen , al die inzichten waren zoo vreemd aan mjjne ziel, dat ik daaraan niet in her minste dacht. De liefde alleen cisehte alles, en al mijn geluk bestond in haar te bevredigen : al het overige had voor mij geen de minste waarde.quot;

Do tweede hoedanigheid , welke de goede mee-ning moet hebben, is zonder onderbreking voort te duren. Het is niet gemakkelijk, mjjne ziel j langen tijd achtereen in de goede meening te volharden. Onze natuur is tot het kwade geneigd . en do eigenliefde dringt zich overal in. Xu eens zal eigenbelang of ijdelheid , dan weder weerzin ot traagheid , of iets anders de goede meening in den grond bederven of haar althans gedeeltelijk hare zuiverheid benemen. Wilt gij volkomen zeker zijn, dat uw werk geheel verdienstelijk is voor God, dan moet gjj menigmaal tot Hem opzien , en uwe meening met weinige woorden, maar met ee:ie groote vurigheid vernieuwen.

De dorde hoedanigheid van de goede meening is, dat zij algemeen zijn en zich zonder onderscheid uitstrekken moet tot al onze werken. Wanneer men nadenkt over hetgeen in de vorige paragrafen gezegd is, dan levert deze hoedanigheid geen moeilijkheden op : want als men den eigenwil zoodanig meester is, dat men altijd wil, wat God wil, dan valt het gemakkelijk, zulks ook zuiver om God te willen. Slechts op twee soorten van handelingen moet men bijzonder acht

ocr page 164

Derde Schrede

geven ; op die , welke wij gaarne doen , die ons van natuur bsvallen , en op die, welke zich nu en dan als bij toeval voordoen. Wat deze laatste betreft, raeu zorge, het maken eeuer goede meening daarbij niet te verzuinien , en bij de eerste, ze te doen voortduren in a! hare volmaaktheid, tot aan het einde van hot werk. Die grondregel was zoo diep gedrukt in hot hart der H. Mag-dalena de l'azzis , dat zij gewoon was te zeggen : „Ais ik wist. dat ik door een onkel woord, gesproken uit eene andere beweegreden dan uit liefde tot (iod , een serafijn kon worden , zou ik dat woord niet willen uitspreken , al ware daarin ook geene zonden gelegen.'quot;

Vi.ii dk liEiiui.. Alles op de volmaaktste wijze doen. liet is niet genoeg , mijne ziel, altijd alles te doen , wat aan God liet aangenaamste is , het is ook nog niet genoeg , dit alles te doen met do volmaaktste meoning : het moet ook nog gedaan worden op de volmaaktste wijze.

Maar waarin bestaat die volmaaktste wijze '/ hi het vercttllcn der volgende rooru-aurden. 1. Het werk verrichten mot alle mogelijke oplettendheid . ijver en vurigheid.

„Wij moeten ons toeleggenquot;, zegt de 11. Thomas van Aijuine, „al onzo werken te verrichten met al den ijver, waartoe wij met de hulp van onzen Heer .lezus in staat zijn, volgens de meening van do strijdende en zegepralende Kerk en in den Xaam van onzen Schepper; in een woord zóó, alsof van dat eene werk geheel onze zaligheid . alle eer en verheerlijking van God afhingen.

1 CO

ocr page 165

Dküdk Schrede.

2. Jfet werk vervicliten volgons liet bevel dor oversten, het voorschrift der Regelen, dor Constitution en dor Gebruiken. Onmogelijk is hot. een werk volmaakter to verrichten , dan door hot te doen op de wijze waarop ffod het wil. Nu . do wijze ons voorgeschreven door de oversten . de Kegelen, C'onstitutiën en Gebruiken der Instelling , is juist die, welke door God gewild is, bijgevolg kan men het niet volmaakter doeu , dan door bot te doen op do gemolde wijze.

ii. Hot werk doeu met een zekere inwendige blijdschap. „Een dienaar Godsquot; , zegt Laurontius Justinianus , „moet blijmoedig arbeiden, om welgevallig te zijn aan God en om gelijkvormig to worden met do Kngelen die hunnen Schepper met eeno onuitsprekelijke vreugde dienen.quot; En , waarlijk de liefdediensten, welke men ons bewijst, hohagon ons weinig, wanneer ze bewezen worden met een ontevreden gelaat.

4. Het werk doen in God en voor God. Men handelt zeer verkeerd, wanneer meu zich dermato door de uitwendige werken laat innemen , dal-men daarbij do tegenwoordigheid van God en do vereeniging met Hem uit het oog verliest. Wij moeten streven naar die vrijheid van geest, waardoor wij onze werken met jj\ r verrichten 011 tegelijkertijd ons inwendig mot God onderhonden. „Terwijl ik werk zogt do gelukzalige Armolla, „spreek ik met God, ik bemin Hom, ik verheug mij iu zijne tegenwoordigheid als in die van eenen vertrouwden vriend. En als mijn werk van dien aard is. dat het al mijne gedachten

Ifil

ocr page 166

Uekdk Schreih:.

bezig houdt, dan nog blijft mijn Hart op Hom gericht, ou zoodra het werk voleind is , haast ik mij tot Hem terug te koeren.quot;

Ondei;uiciiTixG II. )('«ƒ/ der imcendiy?. leidiny. Do tweede weg, langs welken God de ziel geleidt tot oene aanhoudende en algeheele overeenkomst van haren wil mot den goddelijken wil, is de weg der inwendige leiding. Ik noem deze inwendig , omdat God aan de ziel zijnen heiligen wil doet kennen, niet door uitwendige tcekenen, door de mensehen, maar door inwendige inspraken en door zich zelven. De gehoorzaamheid aan die inspraken, en de getrouwheid om ze in beoefening te brengen zijn volstrekt noodzakelijk, mijne ziel, indien gij tot dien staat eener volkomen en duurzame vereeniging van uwen wil met dien van God wenseht te komen. Geef slechts acht op de eene of de andere dor twee volgende beweegredenen.

162

I. De getrouwheid om do goede inspraken te volgen en in beoefening te brengen, verwerft ons eene menigte andere genaden, terwijl het verzuimen \an eene enkele inspraak ons van ontelbare genaden berooft. Wij vinden daarvan een bewjjs in het heilig Evangelie. (*) „Zeker mensch van hooge geboortequot;, zegt de Zaligmaker, „riep, alvorens zich op reis te begeven, zijne tien dienstknechten tot zich , gaf hun tien ponden, en zeide tot hen ; Drijf er handel mede , terwijl ik ga. Kenigeu tijd daarna keerde de heer terug , en liet zijne dienstknechten aan welke hij het geld

('*) l-iic. 1

ocr page 167

DKBDE SCIIREDK,

gegeven had, roepen, om te weten, hoeveel ieder had gewonnen.

De eerste kwam en zeide hem : lieer, inv pond heeft tien pond aangewonnen. De lieer zegde hem : zeer wel, goede dieustkuecht , omdat gjj over weinig zijt getrouw geweest, zult gij machthebber zijn over tien steden. De tweede kwam op zjjue beurt en zegde: lieer , uw pond heeft vijf pond winst gedaan. En de Heer antwoordde hem : En gij wees over vijf steden. Eindelijk kwam de derde en zeide : Heer, ziedaar uw pond, dat ik in een zweetdoek bewaarde, want ik vreesde u , omdat gij een hardvochtig mensch zijt..... Toen zoide de Heer : Uooze dienstknecht , ik oordeel u uit uw eigen woorden. Gij wist dat ik een h.ird mensch beu .... waarom hebt gij dan mijn geld niet aan de wisselbank gegeven , opdat ik het, teruggekomen zijnde, met rente had kunnen invorderend Vervolgens zeide hij tot de andere dienaren : Ontneemt hem zijn pond en geeft het aan hem , die de tien pomlen heeft. Do dienaren antwoordden hem : lieer , hij heeft al tien ponden. En ik zog u, antwoordde hun de Heer ; aan ieder, die heeft (l), zal gegeven worden , en hij zal overvloed hebben ; maar die niet heeft , (3) dien zal ontnomen worden ook hetgeen hij heeft.quot; Onthoud die gelijkenis goed, mijne ziel, de dienaar,die zijn pond goed besteed had, heeft er nog tien andere bij gekregen, en

(1) (l. i. voordrol (loot mot holgveu lii] hooft,

(2) (1. i. lt;»'ooii voonUvl floot.

ocr page 168

Derde Sciiukdk.

hij die lief ongebruikt had gelaten, werd zelfs van dat oene pond beroofd. Zoo zal ook met u gehandeld worden. Als gij uw talent, de genade, de inspraak, goed benuttigt, dan zal God weldra twintig, honderd, duizend andere in mv hart storten. Maar doet gij er geen voordeel mede, dan zal het weinige dat gij hebt u nog ontnomen worden. De genade eener inspraak is gelijk aan de bron van eene rhier. Aanvankelijk is deze slechts een beekje , waarover oen kind kan heen springen. Maar wanneer dat beekje eenige provinciën doorloopon hoeft, is het een stroom geworden, die groote vaartuigen draagt. De ingeving is slechts eene enkele genade; maar het goede gebruik van die eene genade maakt dat zij gevolgd wordt door vele andere, tot eindelijk het hart er mede vervuld is. De 11. Geesr zegt van den heiligen man Joh : „Gij zult zoodanig toenemen, dat uwe eerste bezittingen slechts gering zullen zijn in vergelijking met de laatste, die onberekenbaar wezen zullenquot;. Wjj hebben daarvan een schoon voorbeeld in het loVen van onzen Tater Ignatius Ruiz. Die groote dienaar Gods was begiftigd met eene buitengewone genade om heidenen tot bekeering te brengen; hij had er ongeveer honderd duizend gedoopt; hij bezaf do gave des gebeds in een zoo verheven graad, dat hij onophoudelijk met God vereenigd was: hij had eene zoo innige vereeniging met Jezus, met Maria en andere heiligen, dat hij zich bijna dagelijks in verschijningen zeer gemeenzaam met hen onderhield. En waardoor verwierf hij

ocr page 169

Deuim: Schrede.

dien overvloed van gouadon 'i Door de getrouwheid aan eone eukolo inspraak. Eens had hij in toorn en zonder de absolutie af te wachten den biechtstoel verlaten, omdat de biechtvader hem streng berispt had ; nadat hij het besluit genomen had om nooit meer te biechten te gaan . hoorde hij in zijn binnenste eene stom die hem toeriep : „Ignatius, keer terugquot;. Hjj gehoorzaamde, en verwierf door die daad van getrouwheid zoovele andere genaden.

2. üe nauwgezetheid, waarmede men de goede inspraken in oefening brengt, leidt onfeilbaar tot heiligheid. Men der grootste en wonderbaarste geheimen der goddelijke Voorzienigheid is, dat dikwijls eeno enkele inspraak, waaraan men gehoor geeft, gevolgd wordt door eene ontelbare menigte andere gunsten ; en dat daarentegen. eeno enkele inspraak, die men verwaarloost, leidt tot het \orlies van eene ontelbare menigte andere genaden, Ja, tot hot gcheele \eilies van de heiligheid. De profeet Daniël zag eens een steentje ilat van eene hooge rots naar beneden viel , daar groeide het aan tot het weldra een berg werd, die de gansche aarde vervulde en zjjue kruin tot in de wolken verhief. Zoo schijnt eene ingeving in uw hart neergelegd u misschien slechts een steentje, uwer a udacht onwaardig, maar, wie weet? Wellicht zal volgens de eeuwige raadsbesluiten der goddelijke Voorzienigheid juist dat steentje langzamerhand aangroeien en een hooge berg worden, de berg der verhevenste heiligheid. Doorloop de levens dor heiligen, gij zult er die

ocr page 170

Derd!-; ScititEin-;

groote waarheid duidelijk in zien uitschijnen. Welke was de oorsprong van de bewonderenswaardige heiligheid , waartoe de Serfijuscho Vader, de Heilige Franciscus van Assisië, is opgeklommen : Eene enkele inspraak. Hij had eeijs aan eenen bedelaar eene aalmoes geweigerd en gevoelde daarover eene lievige gewetensknaging. Hij betreurde (oen zijnen mislag, ging den bedelaar opzoeken en schonk hem eene edelmoedige gift. Dit was het uitgangspunt der uitstekende heiligheid van dien bewonderenswaardigen man. Welke was de oorsprong der heiligheid , die het heelal verbaasd heeft in den H. Antonius, abt ? Nogmaals eene enkele inspraak. Immers, toen hij eens in do kerk het Evangelie hoorde zingen , waarin Jezus ons aanspoort om alles te verlaten . gevoelde hij zich daartoe sterk aangedreven. Hjj gaf' gehoor . ging naar do woestijn en werd een wonder van heiligheid. O mijne ziel, welk een groote berg is dat steentje goworden 1 Welk eene heiligheid bracht eene enkele ingeving voort !

OxDEüuiciiTixu 111. Orfr den irf(/ der i/oddeljh'c en verhorgene leid in'/.

Do derde weg, langs welken God de ziel tot eene volmaakte heiligheid en tot eene voortdurende vereeniging van haren wil met dien van God voert, is de goddelijke cn verborgene leiding. Deze wordt leiding genoemd , omdat God langs dezen weg aan de ziel zijnen wil openbaart. welken zij met ootmoed aanbidden en waaraan zij zich met eerbied onderwerpen moet. Men noemt dien weg goddelijke en verborgene leiding.

1C(gt;

ocr page 171

DKItDE SCHRKDE.

omdat God wol is waar, zijnoii wil te kennen geeft, maar dien tevens zoodanig in do geheime raadsbesluiten zijner oneindige wijsheid verbergt, dat IIij ons enkel eene blinde en nederige onderwerping overlaat. Die weg voert ons gewoonlijk door kwelling, droefheid en tegenspoed; maar het is juist daarom , dat hij do meest geschikte is , om ons tot de innigste vereeniging met God te brengen. Want door gestadig in ons den eigen wil te onderdrukken . brengt hij ons van lieverlede tot dien staat, waarin wij , gestorven nief alleen aan do schopsolon, maar ook aan ons zolven , nergens vreugde of rust vinden , dan in don wil en hot welbehagen van God. Kn ziedaar eigenlijk het doel van ons leven , do vrucht van al onzen arbeid , do ware en volmaakte heiligheid, de heerschappij welke Jezus Christus in onze harten wcnscht to verkrijgen. Wol hem wien dit geluk ten deele valt I

GrOXIIWAA IIHEDKX , H'clkc IIICH ()]l lll'Zril irrj/

steeds voor den (jeesf moet houdev.

Onmogelijk is het, mijne ziel. op dezen weg zonder angstvalligheid of onstandvastigheid voort to gaan , indien gij u niet zeer diep doordringt van de volgende waarheden, en die niet onophoudelijk beschouwt, als zoovele regelen, volgens welke gij bij elke gelegenheid dient te handelen. Onze wil hooft twee gebroken : hij is blind en kan dus niets beminnen, dan wat de rode hem als goed en beminnenswaardig voorstelt: hij is zwak vreesachtig en onstandvastig , en , wanneer de rede lio::1. niet te hulp komt, door hem grond-

167

ocr page 172

DF.RDE ScmuEUE.

waarheden voor to houdeu, dan bezwijkt hij en wijkt hij af van zijn doel.

ik stel ii dus do navolgende grondwaarheden voor; overweeg die dikwijls en tracht bij elke gelegenheid u die te herinneren; teneinde 11 op te wekken en zoo de zwakheid en onstandvastigheid van uwen wil te gemoet te komen.

Eerste Waakueiü. Alle gebeurtenissen, groote en kleine, goede en kwade, aangename en onaangename , in een woord, alles wat voorvalt in liet gansehe heelal, zijn óf bevolen of toegelaten door den oneindig goeden God. Twee soorten van voorvallen hebben op de wereld plaats; de eene geschieden zonder eenig boos opzet, zonder eenige zonden van den kant der men-sehen, bij voorbeeld lichamelijke ziekte of pijn. Do andere zijn het gevolg van boosaardigheid en zonde , bij voorbeeld ; beleedigingen, leugen en laster. Wat de eerste betreft, de 11. Geest leert ons uitdrukkelijk, dat het louter bevelen van God zijn. De wijze man zegt: „liet goede en het kwade , het leven en de dood , armoede en rijkdom , komt van Godquot;. (*) Alles komt van God ; Ilij beveelt alles, alles geschiedt volgens zijnen heiligen wil en zijn welbehagen. Hij bewijst die waarheid door een voorbeeld, dat vau den tegenspoed eertijds door de stad Samaria ondervonden, iijj zegt: zou er nu door een zoo groot aantal inwoners een enkele smart, eene ellende, eene droefheid of armoede , eene bespotting of verach-

(■•*) Eccli XI ; 14.

1 GS

ocr page 173

Di:i!])i: Sciiio de.

ting, een verdriet of een ramp golfden zijn die niet vau God kwam ? Xeen, geene enkele is er onder al die beproevingen, of zij komt van Hem.

Xiets geschiedt in het gansche heelal zonder Uods toelating. Zonder zijnen nadrukkelijken wil verliest geene musch oen veertje, wordt geen visch in h(^t net gevangen, geen wild door hot suhot dos jagers getrott'en ; zonder dien wil, treft geen msnsch eouig ongeval. .Vlies wat ons overkomt, zonder eenige uitzondering, i.s door God overgezonden en geschiedt door oene beschikking van zijnen allerheiligston wil.

Wat de gebeurtenissen betreft en den tegenspoed , die een gevolg zijn van do zonde on van do boosheid dor monscheii, deze worden door God toegelaten. Maar hier doet zich ecu gewichtige twijfel op : God is de heiligheid zelve, hoe kunnen dan do rampen , die een gevolg van do boosheid der meuschen zijn, beschouwd worden als beschikkingen van (iods heiligen Wil '1 Ik zal mij niet ophoudon bij de duistere uitloggingen hier-omtront door de godgeleerden gegeven. Luister, mijne ziel, en vergeet nooit, wat ik u ga zeggen. Do zonde welke onze ovenmensch bedrijft on lier kruis dat daaruit voor u volgt, zjjn tweo geheel onderscheidene zaken. Do daad door uwen oven-naaste uit boosheid bedreven is eeno zonde, maar het kruis , dat daaruit voor u volgt, is volstrekt geene zonde. Beschouwen wij dit in Jezus Christus zelven : toen l'ilatus Jezus Christus ter dood veroordeelde , beging hij eeno zoude. Maar do dood, welke Jezus Christus moest ondergaan.

1C!gt;

ocr page 174

DKRUE SciUtEDE.

was niet alleen geono zonde, maar was hot grootste en verhevenste offer, waardoor de gansclie wereld verlost werd.

Passen wij dien grondregel op ons zelvon toe. .Vis iemand is belastert, zondigt hij: want hij misdoet tegen de liefde eu tegen de rechtvaardigheid. .Maar liet gevoel van verootmoediging , waarmede gij dien smaad verdraagt, is niet alleen geene zonde, maar oene der verhevenste oefeningen van deugd weike gij doen kunt. Indien gij deze waarheid inziet, mijne ziel, kunt gij verder gaan; God is de oneindige heiligheid en kan dns nooit de bewerker der zonde zijn ; maar Hjj kan do zonde toelaten, omdat Hij wil, dat do mensch vrij blijve. /ie nu eens, telkens wanneer er eene zonde begaan wordt, die u eeuig leed veroorzaakt, zijn daarin twee zaken op te merken: vooreerst eenc toelating van God , want de zonde bevelen of willen kan hij niet. Overkomt n daardoor oen kruis, dan geschiedt dit door eene voorbedachte schikking van God ; want hij wil , dat gij tot verheerlijking van zijnen naam en tot heil uwer ziel dit kruis zult dragon. Laten wij dit door voorbeelden ophelderen. Iemand geeft u in toorn eenen slag in het aangezicht. Die beleediging u aangedaan, is eene zonde, die door God slechts wordt toegelaten; maar de pijn en het ongenoegen, welke gij gevoelt, is eene bepaalde schikking van God : want 11ij wil , dat Gij die ter zijner liefde met zachtmoedigheid verdraagt. Luister naar de woorden van Gods Zoon: „Indien iemand u op de rechterwang slaat, bied hem ook do linker

170

ocr page 175

Derde Sciiuedi:,

aanquot;. (*) Uet kan gebeuren, dat men u onreebt-vaardig vervolgt , dat men u in ellende dompelt. i)ie onrechtvaardige vervolging is zonde . en God laat die toe. Maai- de ramp, die er voor u uit volgt, is door God gewild: want Hij eiselit niet «alleen, dat gij uw lot geduldig draagt, maar bovendien, dat gij bidt voor ben die er de bewerkers van zijn. Zijn gebod luidt: .,Bemint uwe vijanden, doet wel aan die u baten, on bidt voor hen, die u vervolgen en lasteren.quot;

Tweede Wa.vkiikid. Alle gebeurtenissen, die over de gansehe wereld plaats hebben , groote en geringe, goede en kwade, aangename en droevige, zijn schikkingen of' toelatingen van oenen oneindig liefderijken God. God is oneindig goed en liefderijk : ja, Hij is de goedheid en de liefde zelve: bijgevolg is het onmogelijk, mijne ziel, dat Hij ii iets, wat het ook zjjn moge, beveelt, dat niet strekken zou tot uwen geestelijken voortgang : zelfs, dat niet in de tegenwoordige omstandigheden , het allerbeste voor u zou zijn . mits gij u niet tegen zijne leiding verzet en u met eene blinde gehoorzaamheid laat besturen en geleiden. Wilt gij nu weten, waartoe die goddelijke beschikkingen dienen, dan zal ik u zeggen dat zij een tweevoudig doel hebben :

171

1. De ziel te zuiveren, haar van alle ontere-gelde neigingen te ontdoen en hnnr ;;; rtr.at t ■ stol!o;i, om met al hare genegenheden te streven naar God alleen, haar oenig doel en hoogste goed.

(-quot;) 'Mattli. 5.

ocr page 176

Dekde Schueük.

Een beeltlliouwer, die con prachtig standbeeld wil beitelen, hamert en kapt onophoudelijk; en ateedoogenloos den steen , dien hij tot dat doel lieeft uitgekozen. Eerst gebruikt hij de bijl om den steen van de grofste deelen to ontdoen ; vervolgens neemt lijj den beitel eu begint eenigen vorm aan het beeld te geven ; eindelijk bedient hij zich van steeds kleinere en fijnere werktuigen, beitelt en arbeidt, tot het beeld de vereischte gedaante eu u! de schoonheid heeft verkregen, die hot volgens do regelen der kunst hebben moet. Zoo handelt God ook ten opzichte der door Hom uitverkorene ziel. Aanvankelijk geleidt llij haar langs den strengen weg der boetvaardigheid om haar van de zonden to oiithechien; vervolgens zuivert Hij haar van alle verkeerde neigingen en van do gehechtheid aan do schepselen. Eindelijk reinigt llij haar als het goud in don smeltkroes, door de berooving van alle vertroostingen eu voldoeningen , door allerlei kwellingen en smarten , tot llij haar die zuiverheid , die schoonheid heeft doen bekomen , welke niets meer in haar overlaat, dat aan zijn oneindig heilig oog mishaagt, /ie , mijne ziel, hoe schoon , verheven en overeenkomstig mot uw welzijn de inzichten van God zijn in al zijne beschikkingen.

i. De ziel te bereiden tot de volmaaktste liefde en tot de innigste vereeniging met Hem. God is niet alleen de oneindige goedheid. Hij is ook de grenzelooze milddadigheid , en Hij heeft eeno 011-verzadelijke begeerte om ons tot volmaaktheid te brengen en in ons zoo vele stralen zijner God-

ocr page 177

DfHDE Sciirkdk.

17:1

lieid in te drukken als wij in staat zijn te ontvangen. Van den kant van God lifgt;cft die begeerte geene grenzen ; Hij verlangt van ons de volmaaktste liefde, de innigste vereeniging den genieenzaamsteu omgang: 011 niet alleen gevoelt Hij die begeerte, maar Hij werkt te» allen tijde om ze te verwezenlijken. Dit is liet doel van alle moeilijkheden, die Hij ons overzendt, van alles wat Hij te onzen opzichte beschikt. Indien wij geenen hardnekkigen weerstand bieden aan die heilige inzichten, en als wjj ons bij elke gelegenheid nederig onderwerpen aan zijnen heiligen Wil dan zal Hij ons dagelijks nader brengen tot dien staat; Hij zal dat werk onvermoeid Toortzetteu tot Hij zijn dool heeft bereikt. Zie, mijne ziel. op die wijze moet gij allen tegenspoed beschouwen. Gij moet dien aanzien als beschikkingen van oenen almachtigen God. zonder wiens wil niemand op geheel de wereld u het minste kwaad zou kunnen berokkenen ; als de bevelen van eenen oneindig liefdevollen God . die in alles onkel uw geluk beoogt. Geef n over aan eenen zoo goeden (gt;od . werp u in zijne armen , laat Hem met u doen wat Hem goed dunkt. Xooir zult gij beter voor n zeiven zorgen dan wanneer gij u aan God alleen overgeeft.

ocr page 178

Dkkde SciirtKim.

Over de wijze waarop uien den tegenspoed moet verdrasen en over de heilige ver-/.nclitin^eii, waartoe ineii in die utoeie-lijUi' oosenblikken zijne toe vlut-Iit behoort te iienien.

Als g'ij de kwellingen op ecno volmaakte wijze wilt verdragen, mijne ziel, en als gij in tegenspoed uwen wil met dien van God vereenigd wenscht te houden , moet gij twee zaken in acht nemen ;

I. .Moet gij zekere waarheden diep in uw hart prenten , om u die tijdens den tegenspoed te herinneren , en alzoo uwe ziel te versterken en te bemoedigen in haar besluit om zicli geheel aan (iod over te geven.

■gt;. Moet gij eenen voorraad van heilige verzuchtingen opdoen, om n tijdons den tegenspoed daarvan dikwijls en met vurigheid te bedienen , ten einde alzoo werkelijk die overgave aan God in beoefening te brengen. Ik zal n eenige van die waarheden en van die verzuchtingen opgeven.

Eerste Waarheid. God is de eindelooze barmhartigheid en Hij zendt mij oneindig minder te lijden over, dan ik verdiend heb. Ik heb gezondigd en de hel verdiend. O , wat is de hel een afgrijselijk verblijf ! Het is eene gevangenis van vuur, waar de smarten eeuwig zijn en waaruit geene verlossing mogelijk is. Welnu, ik heb verdiend in die plaats van folteringen nederge-stort te worden. Wat ben ik dan eene ondank-

174

ocr page 179

DEKDE Schrede.

bare niol , waimeei' ik zoo weiuig wil lijden uit licfVle tot God, die mij uit barmhartigheid van het eeuwige vuur bevrijd heeft.

Gevoelens. O mijn God, ik heb gezondigd en de hel verdiend ; alleen aan uwe overvloedige barmhartigheid heb ik hot te danken , dat ik o)» dit oogenblik niet brand in die afgrjjselijke vlammen. O , van gauscher harte wil ik mijn tegeii-woordig kruis dragen om u mijne dankbaarheid te bewijzen. Doe dus met mij, o mijn God, ai wat Gij wilt, zend mij zoo vele kwellingen als Gij goedvindt. Alle lijden van deze wereld is oneindig minder dan hetgeen ik door mijne zonden verdiend heb.

Tweede aakheid. God is het hoogste en eenige goed ; Hij zon van mij kunnen eischeu. dat ik te zijner liefde zoo veel lijd, als Hij uit liefde tot mij geleden heeft. Maar wat hoeft God uit liefde tot ons geleden;- (» afgrond! o buitensporige goedheid! Ilij leed de wreedste smarten in zijn lichaam , de grofste versmadingen in zijne eer, de hevigste droefheid en de uiterste verlatenheid in zijue ziel, en dat alles tot in den dood, ja, tot in don dood aan het kruis. Dat alles kan God met het volste racht van mij eischen, en zelts indien ik al die smarten uit liefde tot Hem verduurde, dan nog zoude er niet de minste gelijkheid zijn tussehen zijn lijden en het mijne. Een enkele druppel van het bloed dat Jezus uit liefde tot mjj gestort heeft, is oneindig kostbaarder dan duizend levens, indien ik die konde geven.

175

ocr page 180

Dkrdf. Schrede.

Gevoelens. O Jezus, mijn Ileer en mijn Goil. wat iiebl: Gij niet verduurd uit liefde tot mij ! Gij leed do wreedste smarten, de onrechtvaardigste verguizingen , do uiterste vovlateulioid, den schandolijkston dood ! Dat alles hobt Gij voor mij geleden I En ik , wat hob ik geleden uit liefde tot U 'i Helaas! niets, niijn.Tozus! Welnu, ik wil dan hot kruis opnemen , dat Gij mij aanbiedt, on met vreugde wil ik hot to uwer liefde dragon.

1)i:i;igt;e Waakiiein. God is liet oenige en hoogste goed . wions minste oer en welbehagen hooger geschat mooton worden dan do zaligheid der engelen on monsf'hon te zamen. Bijgevolg, wanneer het tot meerder verheerlijking van zjjnou Naam zoude strokkon dut hemel en aarde, engelen en mensehen . dat alle schepselen in oen oogwenk vernietigd worden , dan zouden allen zich zonder morren aan die vorniotiging moeten onderwerpen.

Met hoeveel meer recht moet ik dan Gods heiligen Wil aanbidden, als Hij mij , tot zjjno verheerlijking, een kruisje overzendt.

Gevoelens. O mijn God en mijn Al! Gij zjjt het oenige en hoogste goed, de eouige oorsprong van alle goed. Al wat ik ooit tot uwe eer en uit liefde tot (J zoude kunnen lijden , is oneindig minde dan wat Gjj verdient. Ik zal dus alles doen, wat ik vermag. Zie, mijn Jezus, ik geef mij geheel aan U over, en als oen slachtoffer aan uwe goddelijke liefde opgedragen, wil ik alles doen en lijden wat Gij wilt.

Vierde Waarheid. Alle tegenspoed, wolken God mij overzendt, is een louter uitwerksel zijner

17C

ocr page 181

Dekde Schrede

liefde en oneindige goedheid. Ja, mijn (iod , ik gcloof dit en wil gaarne alles lijden, wat ik volgens uwen heiligen wil lijden moet. Ik ben bereid aanstonds alles te doen, wat Gij beveelt. Ik wil het goede en het kwade , het zoete en liet bittere, het aangename en het droevige als een onderpand van liefde uit uwe hand aannemen en in dat alles U loven en zegenen. Geef mij slechts de genade van U op de volmaakste wijze te kunnen beminnen. Deze en andere dergelijke waarheden moet gij u tijdens de kwellingen herinneren , mijne ziel, gij moet vuri-e vorzuchtingen tot God opzenden en do motiiijkheden met de meest volkomene onderwerping aan zijnen heiligen wil verduren, tot gij dien gelukkigen staat bereikt hebt, waartoe eene godvruchtige maagd gekomen was. van wie Blosius het volgende verhaalt :

Die heilige /iel word door zoo hevige inwendige smarten gefolterd duf liet haar voorkwam als verduurde zij de pijnen der hel. Te midden dier beproevingen wendde zij zich tot God en sprak ; „Mijn allerliefste Jezus, gedenk toch, dat ik uw arm schepsel bon, en dat Gij mijn God en Schepper zijt. Zie, ik onderwerp mij aan uw aller-rechtvaardigst oordeel, en ik geef mij over aan uwen allerheiligsten wil; ik ben bereid de pijnen der hel te verduren, zoolang Gij zult willen. Doe met mij al wat U behaagt, nu en gedurende de gansche eeuwigheid.quot; Nauwelijks had zij die woorden gesproken , of God overlaadde haar mot zijne hemelsehe vertroostingen.

177

ocr page 182

Derdk Schrede.

D K R D K II O O F 1» S T ü K.

Goilvniclitige wijze om aan Jezus Cliiislus in liet Allerheilig'.sfc Sacrament, rtie volmaakte en voortdurende verecniging-van onzen wil met den zijnen te vragen.

De Tolraaakto en voortdureude vereeniging van onzeu Wil met dien van God , is do grootste genade , welke God ons kan bewijzen, mijne ziel, want zij bevat alles wat ons heilig en gelukkig kan maken. Het is dus onze zaak te trachten die zoo grootc gunst van Jezus te verwerven. Om dat doel te bereiken, moeten wij ons onophoudelijk oefenen in die volmaakte overgave op de wijze , zooals gezegd is, en die onophoudelijk ( vragen, vooral wanneer wij Jezus in het allerheiligste Sacrament onvangen. Want gij moet weten, mijne ziel, dat, volgens het gevoelen van allo leeraars van het geestelijk leven , de volmaakte vereeniging van onzen wil met dien van God niet alleen de voornaamste vrucht is van dit goddelijk Sacrament, maar ook het voorname dool, waartoe Jezus hot heeft ingesteld. Ik zal u sproken over do milddadigheid van dien goddelijken Zaligmaker in hot allerheiligste Sacrament , zoowel om u op te wokkon tot een levendig verlangen om naar die vereeniging te stroven , als om u eon vast vertrouwen in te boezomen van dio te verkrijgen.

178

ocr page 183

Dkrde Schrede.

§ «-

Jezus geeft ons in het allerhi-iligste Sacrament al wat Hij heeft.

Hef uwe oogen op, mijne ziel, aanschouw hot allerheiligste Sacrament, beschouw het niet met de oogen des lichaams, maar volgeus de onfeilbare waarheden des gcloofs, en bedenk welke onmetelijke schatten, welke rijkdommen in dat heilig Sacrament Tcrborgen zijn.

1. In het allerheiligsfe Sacrament is verhorgen het Bloed ran,Jezus Christus. Daar bevindt zich dat bloed, hetwelk Hij vergoten heeft bij zijnen doodstrijd in den Olijfhof, ouder de wreede slagen der geeseling, uit de wonden, gemaakt door do scherpe doornen der kroning, bij het doornagelen zijner handen eu voeten in de kruisiging. Daar bevindt zich dat bloed , hetwelk vóór den dood des Verlossers uit geheel zijn lichaam, en na zijnen dood uit zijn doorboord hart vloeiden. In één woord, daar bevindt zich al het bloed, dat Jezus voor u vergoten heeft. O welk een oneindige schat! Een enkele druppel van dat bloed zoude voldoende zijn om taliooze zonden uit te wisschen, om genaden zonder tal over ons te doen afdalen, om alle verkeerde neigingen uit onze harten te rukken en om van ieder onzer in één oogenblik, een serafijn van liefde te maken.

i. In dit allerJieiligste S((crainent i* verhon/en het zoo liefdevolle Hart ran Jezus. Daar vindt gij dat liefdevolle Hart, hetwelk in den Olijfhof zich aanbood om te sterven uit liefde tot u ; dat weldoende Hart, dat uit liefde tot ons zijn leven

179

ocr page 184

Deeijf, Schrede.

gaf op het kruishout: dat milddadige Hart, dat zelfs ua den dood zich nog liet doorboren , om , uit liefde tot u, de laatste droppelen van zijn bloed te storten ; dat edelmoedige en oprechte Hart , hetwelk niets zoo vurig verlangt. als u te beminnen en altijd door u bemind te worden.

;j. hi het allerlmlic/ste Sacramenf is verborgen het heilii/ Lichaam van Jezus Christus.. Daar bevinden zich die medelijdende oogen, welke zoo vele tranen voor u gestort hebben ; die beminnelijke mond, welke uit liefde tot u zoovele verzuchtingen ten Hemel heeft gezonden; die heilige voeten, die zoovele bergen en dalen doorkruist hebben, om u, verloren schaap, te zoeken ; die eerbiedwaardige armen , uitgestrekt op het kruis , die koninklijke schouders, en al die voor u verscheurde ledematen.

4. Ju het allerheiligste Sacrament is verlorgen de Ziel can Jezus Christus, Gij vindt daar die barmhartige ziel, die, ter wille van eenige tranen, aan de zondares Magdalena doel gaf in zijne liefde; die edelmoedige ziel, welke om eeue enkele goede begeerte van den tollenaar Zacheus eenen grooten heilige maakte; die weldoende ziel, welke den berouwvollen moordenaar opnam in het Paradijs; die grootmoedige ziel, welke aan liet kruis den Hemel om genade smeekte voor snoode vervolgers.

5. Ju het allerheiligste Sacrament is verborgen de godheid van Jezus Christus. Daar is verborgen die oneindige macht, welke hemel en aarde van niets gemaakt heeft ; die oneindige schoonheid , wier aanschouwing alleen gedurende de geheele eeuwigheid de zaligheid der uitverkorenen zal

ISO

ocr page 185

Derde Schrede.

uitmaken ; die grenzelooze goedheid, welke om óéue enkele verzuchting de grootste zondaren in genade aanneemt; die oneindige milddadigheid, welke geene andere vreugde kent, dan die van ons zijne genaden overvloedig mede te deelen. O mijne ziel , welke wondervolle waarheden leert oas het geloof! Dat alles is verborgen in het allerheiligste Sacrament en dat alles wordt ons door Jezus geschonken. Wat blijft Jezus nog te geven over, wanneer wij dit verheven Sacrament ontvangen ? Niets meer, zegt de H. Augustinus ; God is, dit zegt hij woordelijk, God is de onbeperkte macht en nochtans kan Hij u niets meer geven; lljj is de oneindige wijsheid, en toch kan Hij niets grooters uitdenken; God is de onuitputtelijke overvloed, eu toch heeft Hij ii niets meer te gevenquot;. Wee ons, mijne ziel, wee ons, ondankbaren, indien wij van onzen kant niet alles aan Jezus schenken I

Jezus scoft in liet alleriieilsstc Sacrament ons alles op lt;lc ininzaaiiistc wijze.

ilijne ziel, indien gij eens voor goed, de onuitsprekelijke gevoelens der zoo teedere liefde kondet beseffen, waarmede Jezus zich aan ons geeft in het allerheiligste Sacrament, zoudetgij daarin wonderen ontdekken, zoo buitengewoon, dat zij niet alleen de aarde, maar zelfs den hemel verbaasd doen staan. Eenige daarvan stel ik u tor overweging voor.

1. De genade, welke Jezus ons in het heilig Sacrament geeft, overtreft alle wonderen, al de toe-dorste liefdebewijzen, met welke hij gedurende zijn

1S1

ocr page 186

Derde Schukde,

sterfelijk leven tie mensehen heeft begunstigd. Het is waar, de teederste liefde, welke Jezus aan eenige personen, met wie hij op aarde omging-, bewezen heeft, waren zoovele wonderen eener oneindige goedheid. Hij trad in het huis van Zacheus, en at aan zijne tafel. Hij stond aan Magdalena toe zijne voeten te kussen en onderhield zich minzaam met haar. Hij liet Joannes op zijnen boezen rusten en overlaadde hem met hcmelsche liefkozingen. Wat teedere liefdeblijken schonk Hij overigens tijdens zijne kindsheid aan zijne heilige Moeder en aan zijnen Voedstervader. Hun was het geoorloofd het goddelijke kind te omhelzen , te kussen , het aan hun hart te drukken en alles te doen wat de liefde aan een moederhart ingeeft. Ziedaar zoovele wonderen van liefde ! Maar wat zijn zij vergeleken met de teederheid waarmede Jezus tegenwoordig blijft in het heilig Sacrament y Hij laat zich daar niet slechts omhelzen, maar Hij komt in ons, Hij neemt zijnen intrek in ons hart en vereenigt zich met ons op eene wijze , zoo onverklaarbaar , dat niemand dan God alleen die kan uitdenken.

2. De gunst, die Jezus ons bewijst in het allerheiligste Sacrament, overtreft alle genaden , en al de blijken van teedere liefde, welke Hij ooit aan eenigen Heilige op aarde bewezen heeft. Nooit is er iemand gevonden, nooit zal er iemand gevonden worden, door wien een enkel lieide-bewijs werd uitgedacht, dat in vergelijking kan komen met do gunst welke ons in dit Sacrament wordt geschonken; neen, zelfs niet door Jezus zeiven die zoovele teedere liefdebewijzen uitvond.

182

ocr page 187

Derde Schrede.

Toch heeft Hij aan don H. Stanislaus Kostka ecu bewijs van liefde gegeYeu, dat do vorhe-venste vorston van het hemelhof hom hadden kunnen benijden. Toen die jeugdige heilige eens ziek was verscheen hem de H. Maagd, en gaf hem haar goddelijk kind in de armen. Hij nam het, drukte het aan zijn hart en liefkoosde het zoo lang , dat hij bjjna van liofdo bezweek. Veronderstellen wij dat de H. Maagd u diezelfde gunst bewees, en u het kind Jezus in de armen gaf. O welk een gunst zoude het niet zijn hot kind Jezus, al was het ook maar eenmaal, te mogen aanschomvon, omhelzen en liefkozen! Eene gunst, die men ton koste van zjjn bloed en zijn leven zou moeten koopen!

En wat ware toch dio gunst, vergeleken met de liefde, welke Jezus ons betoont iu het allerheiligste Sacrament? Zoodra gij dit heilig Sacrament ontvangen hebt, is Jezus in u, eu gij zijt in Jezus. Jezus leeft in u, en gij leeft in Mem.

Maar , mijne ziel, als Jezus ons zoo vurig bemint, dat Hij zich aan ons geeft, en wel op eene zoo onuitsprekelijke wijze, hoe groot moot dan niet ons vertrouwen zijn I Ga dan tot Hom en vraag Hem do genade, over welke wij gesproken hebben, namelijk: de volmaaktste verecniging van uwen wil mot den zijnen, en geloof vastelijk, dat Hij u die niet zal, zolfs niet kan weigeren.

Gevoelens. Beschouw, mijne ziel, Jezus Christus in het allerheiligste Sacrament. Hij verblijft daar met zijn lichaam en zijne ziel , mot zijne Godheid on zijne monschheid, met geheel zijne

183

ocr page 188

Derde Scuredl.

heerlijkheid eu grootheid, vol verlangon om u met zijne gunsten te overladen en zich met u te vereeni-gon: stel 11 voor, dat Hjj u toespreekt met de woorden: „Mijn zoon, mijne dochter, geef Mij uw hart.quot; Wok daarna met al de vurigheid waartoe gij in staat zijt, do volgende gevoelens in u op.

Voor di1 il. t'oniimiiiii'.

1. Verwek eeno akte van levendig geloof omtrent alles wat dit Sacrament bevat.

O Jezus, mijn Heer eu mijn God, welke verbazende wonderen en welke onmetelijke schatten verbergt Ge in dit goddelijk Sacrament. Daar bevindt zich uw goddelijk blood uit liefde tot mij aan het kruis vergoten. Daar bevindt zich uw zoo beminnend hart, dat zich uit liefde tot injj heeft geslachtott'erd. Daar bevindt zich uw allerheiligst lichaam, dat Gij uit liefde tot mij aan alle folteringen hebt prijs gegeven. Daar bevindt zich die gezegende ziel, die uit liefde tot mij zooveel smart en droefheid heeft verduurd. Daar is verborgen uwe allerheiligste Godheid, die alle volmaaktheden in zich bevat. Dat alles is verborgen in het allerheiligste Sacrament, en wordt door mij ontvangen in de H. Communie. Ik geloof dit, o Jezus , omdat Gjj , de eeuwige en onfeilbare waarheid, het gezegd hebt.

2. Loof en prijs Jezus uit geheel uw hart, omdat Hij ons dit liefdegeheim geschonken heeft.

Voor die eiudelooze goedheid en liefde loof en prijs ik ü, o Jezus, met dien ijver en die vurigheid , waarmede Gij uwen Hemelsehen Vader geloofd en geprezen hebt.

184

ocr page 189

Derde Schrede.

Verzaak vervolgens aan allen oigen wil . en draag U als een brandoffer op aan don allerhei-ligsten wil van Jezus Christus.

Maar ik wil mij niet enkel hij woorden bepalen, mijn Jezus; gij geeft mij in liet allerheiligste Sacrament al wat Gij hebt; ik ook , ik wil L' alles geven wat ik bezit; en wijl hij U alles geeft, die U zijn hart on zijnen wil schenkt, geef ik ze (J van dit oogenblik af. Ik erken geen anderen wil meer dan den uwen ; o, wat kan ik beter doen 'i Volgens uwen wil leven is de uitstekendste heiligheid ; uwen wil volbrengen, is do verhevenste waardigheid ; zirh aan uwen wil hechten is het eeuwige loven en met uwen wil vereenigd zijn, is de hoogste zaligheid. Xeem dan mijnen wil, o beminnelijke Jezus, en bind hom zoo vast aan den uwen, dat beide slechts één wil uitmaken.

Neem ook van nu af goedwillig alles aan wat de goddelijke wil voor u zal beschikken. Begeerig naar die volmaakte overgave, o mijn Jezus, aanbid ik van nu af alles wat uw goddelijke wil van alle eeuwigheid voor mij bestemd heeft, uwe bevelen, o Jezus, zijn altijd oneindig rechtvaardig, wijs en heilig. Ik verlang mij daaraan zoo volkomen te onderwerpen, nis het sljjlc U onderworpen was, waarvan Gij don eersten mensch gemaakt hebt. Doe wat Gij wilt met mij en met al wat mij aangaat. Handel naar uw welbehagen met mijne eer , met mijn lichaam, mot mijne ziel, met mijne gezondheid, met mijn leven. Ik iloe afstand van alle zorg voor mij zelven, en laat alles ter beschikking van uwen allerheiligsten wil.

185

ocr page 190

Derde Schrede.

Wek ii eindelijk op tot eene diepe uedorigheid, en leg aan God uwe zwakheid en onstandvastigheid bloot.

Maar hiertoe, o mijn God, heb ik behoefte aan eene geheel bijzondere genade. Ik ken mijne zwakheid , waardoor ik buiten staat ben om liet kruis en den tegenspoed langen tijd te verdragen. Ik ken mijne onstandvastigheid, die mij belet een tijd lang getrouw te blijven aan mijne goede voornemens. Ik ken de kracht mijner kwade neigingen , die mij zoo spoedig van het goede aftrekken. Waar kan ik in dezen toestand hulp vinden, tenzij in uwe goedheid en barmhartihheid ? Sla dan uwe vaderlijke blikken op mij, o beminnelijkste Jezus! Wees mijne sterkte in de zwakheid en mijne overwinning in de bekoringen.

Draag Hom nog do heilige Communie op, en smeek Hem u do genade te geven van tot het einde in die overgave te volharden. Ik weet wel is waar , dat ik eene zoo groote gunst niet verdien, o mijn Jezus ; niettemin hoop ik stellig , die te verkrijgen, omdat Gij U gewaardigt heden in mijn hart te komen. Gij geeft mij heden zonder eenig voorbehoud , al wat Gij zijt en al wat Gij bezit; ik neem dit aan als een eigendom , waarmede Gij mij begiftigt; ik bied het U aan , en smeek U nederig mij de genade eener volmaakte en standvastige vereeniging van mijnen wil mot den uwen te schenken. Met deze begeerte en in die hoop nader ik tot de heilige Tafel. Kom, o mijn Jezus , en treed binnen in mijn arm hart. Kom, o mijn Jezus, kom !

186

ocr page 191

Derde Schrede.

IN'a de II. Coiiimiinie.

Beschouw Jezus, in u tegenwoordig, en wek u op: 1. Tot een diepen ootmoed en eene onbeperkte dankbaarheid. O mijn Jezus, eeuig en hoogste goed. Welken lof en dank ben ik u niet verschuldigd .

o 7

omdat Gij u gewaardigd hebt tot mij te komen ! Immers, wie ben ik? En hoedanig is mijn hart? Ik ben een zondaar, en mijn hart is een afgrond vau ellenden, een afgrond van kwade neigingen , van ongeregelde driften, van ongetrouwheden aan uwe goddelijke inspraken, van ondankbaarheid voor uwe tallooze weldaden. En in dat hart, o Jezus, hebt Gij uwen introk willen nemen. Ik erken die uitstekende goedheid en barmhartigheid, o beminnelijke Jezus, ik loof en prijs U daarvoor uit al de kracht mijner ziel.

Een volmaakt berouw over uwe zonden.

Daar ik thans uwe tegenwoordigheid in mij mag genieten, zal ik doen, wat de heilige Mag-dalena deed , die zich aan uwe voeten nederwierp en hare zonden beweende. Ik hoop, dat Gij mij eene dergelijke gunst zult bewjjzen, dat Gij mijne zonden uitwisschen, en van mijn hart een verblijf zult maken, uwer oneindige Majesteit waardig. Zie, mijn Jezus, al mijne zonden, al mijne kwade neigingen, mijne ongetrouwheden , mijne ondankbaarheden , al wat Gij in mijn hart ontwaart, haat en verfoei ik voor altijd.

Helaas! mijn Jezus, ontferm U mijner, vergeef nij , volgens de grootheid uwer barmhartigheid, al mijne zonden en geef dat mijn hari rein en vlekkeloos in uwe oogen zij.

187

ocr page 192

Derde Schhedk.

Verwek vervolgens ;

1. Eene vurige akte van liefde tot Jezus. l)at het mij nu geoorloofd zij , mijn Jezus , mijn hart geheel en al te verbergen in het uwe en mij op de innigste wijze met ü te vereeuigcn. Gij zijt het eenige en opperste goed , dat alle schepselen verplicht zijn eenig en eeuwig te beminnen. Lk bemin U dan, oneindig Wezen, zooveel als mijn hart in staat is U te beminnen. Ik bemin LT boven engelen en menschen , meer dan mijn lichaam en mijne ziel, meer dan allo tijdelijk cn eeuwig geluk. Ik verheug mij over die majesteit en dat grenzeloos geluk, welke gij van alle eeuwigheid bezit. Ik verlang uit geheel mijn hart, dat alle menschen U kennen en beminnen, zooveel als alle engelen en heiligen te zamen.

■2. Geef u geheel en zonder uitzondering aan zijnen heiligen wil over. In die liefde, o Jezus, mijn opperheer en mijn God , geef ik mij geheel en volkomen aan U , als een brandofter van uwen wil, en roep van ganseher harte uit: Dat uw wil geschiede , o Jezus , mijn Heer en mijn God; dat uw wil volbracht worde , mot betrekking tot mijn lichaam. Wilt Gij, dat ik gezond zij , ik wil het ook ; wilt Gij , dat ik mijn loven door-brenge in ziekte en lijden , ik wil het ook. Dat uw wil geschiede in mijne ziel, o Jezus. Wilt Gij , dat ik licht en vertroosting geniete , ik wil het ook. Wilt Gij dat ik in droefheid en verlatenheid zij ; ik wil hetzelfde. Dat uw wil gezegend zij ! Dat uw wil geschiede, o Jezus, ten opzichte van mijn loven. NV ilt Gij dat men mij tot ne-

ocr page 193

Dekde Schrede.

lt;3erige bezigheden gebruikt', ik wil zulks ook Wilt Gij, dat men mij eene oervolle bediening geve, dan wil ik het insgelijks. Uw wil zij geprezen ! Dat hij geschiede. o Jezus, ten opzichte van alle menschen, met wie ik te doen heb. Wilt Gij, dat ik een hart aantrefl'e, dat mij eene oprechte liefde toedraagt, bij hetwelk ik troost en hulp vind : ik wil het ook. Wilt Gij dat ik van iedereen verlaten zij, dan wil ik zulks insgelijks. Uw wil zij geloofd, hij geschiede in leven en dood. Wilt Gij, dat ik langer leve, ik wil het ook : wilt Gij, dat ik onder kruisen bezwijke, ik wil het eveneens. Uw wil geschiede, o Jezus, voor tijd en eeuwigheid, en zulks eeniglijk, omdat het uw wil is, die waardig is, door engelen en menschen aanbeden, bemind en volbracht te worden.

Wek eindelijk in uw hart op :

1. Eene vurige begeerte naar die volmaakte en aanhoudende vereeniging van uwen wil met dien van God.

Hoe gelukkig zoude ik zijn, o mijn Jezus, indien ik tot het einde koude volharden in die overgave van mijnen wil aan den uwen, zonder die ooit oen oogenblik te onderbreken. Ik weet wat groot goed die overgave is. Daarin bestaat het ware leven en zonder haar is hot leven veeleer een dood. Daarin alleen bestaat do ware en volmaakte heiligheid, hot ware en onveranderlijke geluk , dat alleen vraagt God van ons; dat alleen behaagt Hem. Al het overige is niets in vergelijking met die overgave van deu wil, en daarin is alles besloten.

O mijn Jezus , ik wil een goed gebruik maken van dien korten tijd, gedurende wolken ik U in

189

ocr page 194

Dekde Schrede.

mijn hart bezit, ik wil U met den diepsten ootmoed , maar tevens met het kiudorlijkste vertrouwen om die genade smeeken.

2. Eene vurige en ootmoedige bede om die gunst te verwerven.

O mijn Jezus, mijn eenig en hoogste goed, mijne eeuige hoop ! Ontsteek in mij, ik smeek het u, het vuur uwer liefde , vereenig mijn hart met uw hart, mijnen wil met uwen wil, eu geef, dat ik niets meer vrage dan wat Gij vraagt, niets meer beminne, dan wat Gij bemint. Gij zijt, o mijn Jezus, de almacht, voor wie het gemakkelijk is, in een oogwenk eenon armen bedelaar rijk te maken. Gij zijt de oneindige goedheid, die alleen U met de ellende der men-schelijke natuur bekleed hebt, om mij te verheffen tot do vereeniging met uwe Godheid. Heb dan medelijden met mij , o Jezus, mijn welbeminde Zaligmaker , en vereenig- mij met U , opdat onze harten voortaan slechts één geheel uitmaken. Helaas! wees niet vertoornd tegen mij, als ik U eene gunst vraag, waarvan ik den aard en do voordeeion niet kan kennen, omdat ik ze nooit heb ondervonden. Maar ik verlang die te ondervinden en daarom vraag ik ü die gunst. Ik wensch met U slechts één hart, één wil , ééne ziel, één zelfde geest te zijn. Ik weet niet. wat het is , maar Gij , Gij weet het, omdat Gij alles weet, en Gjj kmr mij die genade geven , omdat Gjj alles geven kunt.

O Jezus! o mijne liefde! ontferm U mijner, en versmaad het gebed niet van eene ziel, die naar U zucht. Amen.

190

ocr page 195

191

B IJ V O E G S E L.

Twee samenspraken met Jezus Christus in het Allerheiligste Sacrament en in de Heilige Communie.

EERSTE SAME1VSPHAAK.

Eerste hoedanigheid der ware en volmaakte lielde tot God.

Zij zegt nooit. het is genoeg , maar verlangt altijd vuriger te beminnen.

Do ware en volmaakte liefde, zegt de zoo lieftallige leeraar, de H. Bernardus, gelooft nooit haar einddoel bereikt te hebben. Zij zegt nooit: Nu heb ik genoeg bemind. Xeen, zij hongert en dorst naar moer liefde , en , moest zij eeuwig leven, zij zou eeuwig verlangen do vlam der goddelijke liefde in zich te vermeerderen. Do heilige begeerten maken de eerste hoedanigheid uit der ware liefde. Zij zijn een zeker kenteeken, dat men reeds eene groote liefde bezit, oeno stellige waarborg dat men eene nog groote re liefde zal bekomen, en do gewone voorboden, die .lezus zendt in een hart, dat lljj met liet zijne wil voreenigen. Mijne ziel, het dooi dat gij u moot voorstellen bij uwe samenspraken met Jezus in het heilig Sacrament, is, liet vuur der heilige begeerten in u to ontsteken, dien goedeli Jezus uit al uw vermogen te smeeken, die begeerten te willen vervullen en n alzoo tot de volmaakste liefde en de innigste vereeniging op te voeren.

ocr page 196

'192 Eerste Samen-spraak.

De volgende oefeningen kunnen tot dat einde dienen.

Oefeningen op den vooravond van de H. Communie.

Jezus in het heilig Sacrament ontvangen is voorzeker eene gunst, die men door een geheel iaar van voorbereiding zou moeten verdienen , vooral indien men door de Heilige Communie wenscht te komen tot eene volmaakte liefde en eene innige vereeniging met Jezus. Besteed daartoe ten minste eenen enkelen dag en bedien u met den moest mogelijken ijver van de vo -gende oefeningen.

E E 11 S T E O E l' B'. \ 1 V «•

IMkwrjls, sedHiende den das verwiclitingcn

van liefde tot Jezus opzenden.

Het is niet te zeggen, hoe aangenaam die vei-zuchtingcn aau den Heer zijn. /ij ' oen em met eene levendige vreugde tot ons komen, en maken dat Hij zijne heilige liefde overvloedig m onze zielen uitstort. Wij zien daarvan een duidelijk bewijs in den persoon van den H. Pascalis Bavlon Telkens wanneer die vrome herder zijne schapen in het veld hoedde, zond hij dikwijls, terwijl hij zich naar de naastbij zijnde kerk keerde, de vurigste verzuchtingen naar zijnen welbeminde Deze zoo geringe oefening van godsvrucht tiot dermate het hart van den goddelijken Zaligmaker dat Hij die door wondervolle genaden beloonde. Eens onder andere, terwijl Pascalis,

ocr page 197

IKKerste Samenspraak. iy3

naar de kerk gekeerd , tot Jezus verzuchtte, zond ^ de goddelijke Verlosser hem eenen engel , die het

(heilig Sacrament in eene remonstrans droeg en van een hemelschen glans omgeven, die in de lucht zwevende hield voor de oogen van den Heilige en zijn hart van een hevig liefdevuur deed branden. Volg heden dien heilige na, mijne ziel, en verzucht naar Jezus, maar dikwijls, met kracht en vurigheid : 0 Jezus, eenig verlangen mijns harten, wanneer zal de zoo gewenschte stond aanbreken , waarop ik geheel aan U en Gij geheel aan mij zult toebehooren ! Morgen, o mijn Jezus, morgen zult Gij mij de grootheid uwer liefde, uwer goedheid en uwer almacht toouen; gij zult geheel mijn hart van liefde tot U doen gloeien. O Jezus , eenig doel van al mijne wen-schen, gelijk het dorstige hert naar de frissche waterbron , zoo verlangt mijne ziel naar U ! Kom dan, o mijn Jezus, en ruk uit mijn hart al wat U daarin mishaagt, ik vraag niets, noch in den hemel, noch op de aarde, behalve U en uwe liefde.heilig Sacrament in eene remonstrans droeg en van een hemelschen glans omgeven, die in de lucht zwevende hield voor de oogen van den Heilige en zijn hart van een hevig liefdevuur deed branden. Volg heden dien heilige na, mijne ziel, en verzucht naar Jezus, maar dikwijls, met kracht en vurigheid : 0 Jezus, eenig verlangen mijns harten, wanneer zal de zoo gewenschte stond aanbreken , waarop ik geheel aan U en Gij geheel aan mij zult toebehooren ! Morgen, o mijn Jezus, morgen zult Gij mij de grootheid uwer liefde, uwer goedheid en uwer almacht toouen; gij zult geheel mijn hart van liefde tot U doen gloeien. O Jezus , eenig doel van al mijne wen-schen, gelijk het dorstige hert naar de frissche waterbron , zoo verlangt mijne ziel naar U ! Kom dan, o mijn Jezus, en ruk uit mijn hart al wat U daarin mishaagt, ik vraag niets, noch in den hemel, noch op de aarde, behalve U en uwe liefde.

T W K E DE O E F K N I X G.

Zich ter liefde van Jezus ecnige ocreningen van boefvaardiglieiil of versterving opleggen.

De heilige verzuchtingen, gepaard met boete en versterving , hebben eene wonderbare kracht. Zij dringen door de wolken, stijgen op tot voor den troon des goddelijken Verlossers en verkrijgen

13

ocr page 198

Eekste Samenspraak.

van zijne barmhartigheid al wat zij vragen. Geef dan , mijne ziel, door dit middel kracht aan uwo heilige begeerten en aan uwe godvruchtige genegenheden, en verschijn niet voor Jezus, zonder Hem door eenige versterving of' boetoefening een Hem welgevallig offer te hebben aangeboden.

OefuniiiK voor den dag der II. C'onimunie.

Xa den vorigen dag op de aangeduide wijze te hebben doorgebracht , zult gij de eerste uren van den dag, waarop gij gaat communiceeren, gebruiken om de liefde te overwegen , welke Jezus Christus u in het allerheiligste Sacrament toedraagt. Ik zal u dan drie punten voorstellen, welke u die liefde duidelijk aantoonen. De vrucht, die gij u moet voorstellen hieruit te zullen trekken is, dat, wijl Jezus Christus nooit voldaan is over zijne liefde tot ons en wijl Hij onophoudelijk verlangt ons nieuwe gunsten mede te deelen , zoo ook wij nooit voldaan moeten zijn over onze liefde tot Jezus, maar moeten trachten Hem altijd vuriger te beminnen.

Eerste Punt. Jezus in het heilig Sacrament verborgen , verlangt ons steeds meer genaden mede te deelen.

Mijne ziel, hoe menigvuldig de genaden ook zijn, welke Jezus u in het allerheiligste Sacrament heeft geschonken, schijnt het Hem dat Hij u te weinig schonk. Twijfelt gij daaraan ? Geef dan acht en denk wel na over deze waarheden. Stel u onzen Heer voor als eenen koning vol majesteit , rijk , goed en barmhartig. Die koning laat

194

ocr page 199

Eerste Samknspraak.

op een openbaar plein een groot magazijn oprichten , met goud eu zilver gevuld , begeeft zich in persoon daarheen en laat door een heraut aankondigen , dat alle armen daar moeten komen, dat hij bereid is aan iedereen te geven wat hij wenscht. Zou men niet moeten zeggen, dat die koning aangedreven wordt door een vurig verlangen , niet slechts om alle armen in hunnen nood bij te staan , maar zelfs om hen in overvloed en naar de mate hunner vatbaarheid om die te ontvangen, met zijne goederen te bedeclen. Zoude nu een arme , die dezen koning niet vertrouwde, of die hem slechts enkele stuivers kwam vragen, zijne goedheid eu mildheid niet beleedigen? O mijne ziel, dit is niet onkel eene gelijkenis, maar eene werkelijkheid; dit is iets, wat inderdaad plaats heeft in het allerheiligste Sacrament. Jezus is daar tegenwoordig; Hij brengt er al zijne schatten , al zijn rijkdommen met zich. Hij noodigt iedereen uit, en Hij belooft aan allen naar de mate hunner begeerten overvloedig te geven. Komt tot mij , zegt Hij , gij allen die belast eu met moeielijkhedeu en arbeid beladen zijt, gij allen, die mij verlangt en verzadigt u met de vruchten die ik aanbied. Koude de goddelijke Verlosser ons duidelijker bewijs geven van zijne matelooze begeerte on: ons met zijne genaden te verrijken? Konden wij Hem eene grootere beleediging aandoen, dan met Hem weinig of geen vertrouwen te toonen, door Hem slechts weinig te vragen ?

Tweede Pust. Het doel waarmede Jezus op

195

ocr page 200

Kerstk Samenspraak.

het kruis gestorven is, was om bovciinatuurljjko gunsten zonder maat en zonder uitzondering voor u te verdienen; liet doel waarmede Jezus tot u komt in hot allerheiligste Sacrament is, u werkelijk deel te geven in de genaden , welke Hij aan het kruis verdiend heeft, u die zonder maat en zonder uitzondering mede te deeleu.

Telkenmale als Hij tot u komt, richt Hij voor ii eenen Calvarieberg op, en op dien Calvarieberg eene fontein gevuld met zijn kostbaar bloed en met den onuitputbaren overvloed ziiner genaden en verdiensten. Put uit die fontein zooveel gij wilt; houd daarmede niet op, voor gij uwen dorst gelescht hebt. Dat is het eenig verlangen , de eenige vreugde, het eenig genoegen van Jezus Christus. Hij zegt in het boek der Gezangen : „Drink, mijne welbeminde, drink tot gij ton volle verzadigd zijtquot;, (1) vervuld met de grootste genaden , vervuld met de uitgelezendste deugden, vervuld met de vurigste liefde, waardoor gij al het aardsche verbeet en onze harten op het innigst vereenigd zijn.

Derde Pust. Jezus het/eeii in het allerheiligste Sacrament zich steeds inniger met ons te vereeniyen.

196

Tot dusverre, mijne ziel, overwoogt gij het groote verlangen , dat Jezus in het allerheiligste Sacrament heeft, om zijne genaden in het algemeen en zonder uitzondering in uw hart te storten. Beschouw thans hoezeer Hij in 't bijzonder verlangt , u zijne volmaakte liefde en de vereeniging

1

Hoofdst. 5.

ocr page 201

Ekrste Samenspraak'.

mot Hem mede te doelen, wat, zonder tegenspraak , het verhevenste goed is dat gij op aarde vinden kunt. Die volmaakte verconiging met Hem is de nitgelezenste genade, do vervulling der heiligste begeerten , het doel van alle goddelijke barmhartigheden en een kort begrip van alle bovennatuurlijke goederen waarvoor een mensch vatbaar is. Zie dus, mijue ziel, hoever do liefde van Jezus gaat en tot welk geluk Hij u wil verheffen. Schijnt u dit overdreven , denk dan na over de volgende waarheden en verheug er u over.

a. De volmaakte liefde en de vereeniging niet God zijn eigenlijk gesproken de voornaamste gunsten, welke Jezus ons schenkt in het allerheiligste Sacrament des Altaars. Elk Sacrament heeft een bepaald uitwerksel, gelijk de godgeleerden zeggen : ex opere operato, vi imtitutionis divinae; krachtens goddelijke verordening , omdat Jezus Christus die genade daaraan verbonden heeft, en dit wel onfeilbaar , zoodat, indien do mensch er geen beletsel aan stelt, die genade ontwijfelbaar geschonken wordt. Het uitwerksel van het H. Doopsel, bij voorbeeld, is alle zonden eu alle straffen der zonden uit te wissohen en te vernietigen. En dat uitwerksel is onfeilbaar, zoodat, indien de mensch , die dit Sacrament ontvangt, en het niet onwaardig is, op het oogenblik zelf, dat hij in dat heilige water wordt gewasschen , zoo zuiver wordt in Gods oogen als een engel des hemels. Gelijk het Doopsel de kracht heeft om de zonden uit te wisschon, zegt Paus Eugenius IV, evenzoo heeft

197

ocr page 202

Eerste Samenspraak.

198

het allerheiligste Sacrament de kracht om het hart van de volmaakste liefde te doen gloeien en het nauw met Jezus te verbinden. Het eigenaardige uitwerksel van dit Sacrament is de vereeniging van den niensch met Jezus Christus.

h. De volmaakte liefde en de vereeniging met God zijn, eigenl'jk gesproken, de voornaamste uitwerkselen, welke Jezus beloofd heeft, ons in het allerheiligste Sacrament te zullen geven. Het vuur brandt steeds voort, tot het alles, wat onder zijn bereik komt, verteerd en in vuur veranderd heeft. Dit doet ook de liefde van Jezus in het allerheiligste Sacrament. Zij brandt steeds voort tot zij al wat aardsch in den mensch is verteerd , hem innig met zich vereenigd en zells in zich hervormd heeft. Dit is de uitdrukkelijke belofte, welke Hij ons gedaan heeft door de woorden: Ik leef door mijnen Vader, en Hij die mij eet, zal door mjj leven; (1) dat wil zeggen; Zooals mijn Vader en Ik vereenigd leven, zoo zullen gij en Ik ook vereenigd leven. Maar hoe leven de Vader en de Zoon vereenigd.-' Zij leven zoo , dat zij waarlijk twee zijn als personen, doch slechts één in wezen enwil. Zoo zal het ook eenigermate zijn met Jezus en u. Gij zult elkander wederkeerig beminnen, en ofschoon gij twee zijt, zal de liefde toch maken dat gij één zijt in hart, in geest, in wil, en slechts één doel hebt in alle genegenheden en gevoelens. O , welk een gelukkige gesteltenis ! Slechts één hart , éen geest,

1

Joan. VI.

ocr page 203

i

Eerste Samenspraak. 199

één wil, ééne liefde met Jezus te hebben! Maar ^4. hoe kunnen twee zoo Terschillende zaken als het

Hart van Jezus en dat yan den zondaar zoo nauw vereenigd worden? Dit is het wonder, door Jezus in het allerheiligste Sacrament uitgewerkt. Hij zuivert het hart van den zondaar , Hij verandert het in een heilig hart, Hij maakt het geljjkvormig aan zijn Hart, waarmede Hij het vereenigt. Hij hervormt het zoodanig in zijn eigen Hart, dat men zeggen mag, dat beiden slechts één hart hebben en slechts door één zelfde hart leven. Dit heeft Hij geopenbaard aan den H. Augustinus. „Ik ben de spijs der groeten. Groei en gij zult Mij eten. Gij zult Mij niet veranderen in u, gelijk het lichamelijk voedsel, maar ik zal u veranderen ^ in Mijquot;. (1)

Denk niet, mijne ziel. dat deze gunst slechts aan een klein getal personen verleend wordt. Gij zoudt daardoor do onmetelijke liefde van Jezus beleedigen. Hij is bereid die genade te verleenen aan allen, die zich met een edelmoedig hart daartoe voorbereiden.

Vierde Punt. Jezus verlangt op de innigste en vurigste wijze zich met ons te vereenigen.

Het is waarlijk een groot wonder, dat de Goddelijke Zaligmaker zich met ons heeft willen vereenigen en ons zoo overvloedig met zijne genaden heeft willen verrijken. Maar het is nog een grooter wonder, dat Hij dit zoo hartelijk en vurig verlangt. En hoe groot is dan dit verlangen ? De

1

Boek VII. Bel. c. 10.

ocr page 204

Eerste Samenspraak.

liefde Tau eeue moeder voor haar kind, en de begeerte, die zij heeft, om het wel te doen, worden als de vurigste gevoelens hier op aarde beschouwd. Als men dus van iemand zegt, dat hij zijnen vriend bemint, gelijk eene moeder haar kind, wil men daardoor zeggen, dat hij geene srrootere liefde zou kunnen hebben.

Stel u nu eene moeder voor, die slechts een eenig kind heeft, haar eenige troost, hare geheele vreugde, geheel haar geluk, geheel hare hoop hier beneden. Een engel verschijnt aan die moeder , zegent haar, en zegt: Weet, dat door mijne zegening God aan de melk uwer borsten de kracht geschonken heeft, om aan uwen zoon een honderdjarig leven in het volle genot van gezondheid en vrij van alle krankheid te verschaffen. O hemel! met wat verlangen en wat vreugde zoude die moeder haar kind beschouwen , wanneer het met gretigheid die gezegende melk en met die melk het leven indronk! Jezus is als eene moeder. Hij komt tot u in het allerheiligste Sacrament met een levendig verlangen. Hij ziet met vreugde dat gij uit zijn Hart zijn dierbaar bloed en daarmede al zijne schatten , al de rijkdommen zijner genaden en barmhartigheden put. Maar het is niet genoeg tot Jezus te gaan en te denken: Jezus bemint mij , zooals mijne moeder mij beminde ! Jezus is even zoo bereid , evenzoo verlangend om mij alles te geven als mijne moeder het zou zjju, indien zij de schatten des hemels in handen had. Door zoo te denken, zou men zijne liefde beleedigen. Jezus bemint u duizend- en

200

ocr page 205

Eerste Samenspraak.

duizendmaal meer. Hij verlangt duizend maal vuriger al uwe begeerten te vervullen , dan alle moeders der wereld dit doen ten opzichte harer kinderen.

O vertroostende waarheid! Hoe ver strekken zich dus de liefde en het verlangen va». Jezus Christus uit ? Luister, ik zal het u in drie woorden verklaren; maar door die drie woorden zal ik zooveel zeggen, dat alle verdere verklaring overbodig zoude zijn. De begeerte van Jezus Christus om u in het allerheiligste Sacrament mot zijne genaden te vervullen, en u op het nauwst met zich te vereenigen, is even groot als zijne begeerte om de eer van zijnen hemelschen Vader te doen toenemen. Immers de eer van zijnen Vader bestaat slechts in de heiligheid onzer zielen en in hare vereeniging met God; Hij verlangt het eene even zoo zeer als het andere. Xu, hoezeer begeert Jezus de uitbreiding der eer van zijnen Vader? Hij begeert die zoo zeer, zegt de 11. Bonaventura , dat Hij , indien dit noodig ware geweest, met vreugde gehecht zoude zijn gebleven aan het kruis, tot het einde der eeuwen. En het is met diezelfde vurigheid, mijne ziel, dat Jezus begeert, u te verrijken, u in Hem te veranderen, telkens als Hij tot u komt in het allerheiligste Sacrament.

Bemerkingen en Gevoelens.

quot;Weet gij nu eindelijk, mijne ziel , hoe gij moet beminnen l-1 Als gij Jezus bemint, gelijk Hij u bemint, dan bemint gij zooals het behoort. De liefde van Jezus gevoelt zich nooit verzadigd , is

201

ocr page 206

Ekrste Samenspraak.

nooit voldaan ; allo genaden welko Hij u tot dusverre verleende, schijnen Hom te gering; Hij wenscht er u geheel mede te vervullen. Alle liefde, die Hij u tot op dit oogenblik bewezen heeft, schijnt Hem onvoldoende. Hij verlangt een nauwe vriendschap met u te sluiten en u mot zich te vereenigen; en zijne begeerten zijn zoo brandend, dat men mag zeggen, dat zjjn hart enkel vuur en vlam bevat. Indien gij dezelfde begeerten gevoelt om Jezus altijd meer en meer te beminnen, Hem altijd meer te behagen , altijd meer te zijner liefde te doen en te lijden , dan moogt gij u terecht verheugen ; dan heeft de ware liefde bezit genomen van uw hart, en zal dit van lieverlede verteeren. Verhef thans uw hart en wek in u de volgende gevoelens op :

I. Bewonder de liefde van Jesus. Hoe waar is het, mjjn Jezus, dat uwe liefde maat noch grenzen heeft. De gunsten, die Gij mij tot heden bewezen hebt, zijn ontelbaar, en toch zijn zij als niets, in vergelijking met die, welke Gij mij nog wilt bewijzen. Mij geheel te vervullen met den overvloed uwer barmhartigheid, dit is al uwe vreugde, al uw verlangen, al wat uw hart wenscht. Heb ik dan geene reden om met den profeet uit te roepen : „ Ik heb uwe werken beschouwd en ik ben or zoo diep door getroffen, dat ik geene woorden vind om mijne bewondering uit te drukken.quot; Gij bemint mij , o Jezus, mij , die evenzoo min tot uw geluk kan bijdragen als het wormpje dat voor mijne voeten kruipt; Gij bemint mij; mij , die uwe zoo talrijke , zoo groote genaden slechts

202

ocr page 207

Eerste Samenspraak. 203

met ondank beloonde ; mij , die ondanks don zoo ^ feilen gloed uwer liefde nog tot op dezen stond zoo geheel koud en ongevoelig blijf. En Gij bemint mij, alsof Gjj zonder mij geene vreugde of genoegen kondet smaken. O liefde van mijnen Jezus ! Hoe vurig en hoe hartelijk bemint Gij mij !

IL Lof en dankzegging. Helaas! het wordt tijd, dat ik eindelijk erken, hoe uitermate groot uw liefde is, en dat ik er U naar behooreu voor bedank. Maar wat moet, wat kan ik ! doen, om U genoegzaam mijnen dank te be-i tuigen ? Indien ik een hart bezat, waarin al de liefde der Serafijnen was besloten; indien ik al mijn bloed tot den laatsten druppel stortte; als ik al de folteringen der martelaren onderging, ^ wat zou dat alles beteekenen in vergelijking met de onmetelijke liefde die Gij mij tot heden in het allerheiligste Sacrament hebt bewezen, en die Gij mij daarin voor de toekomst nog bewijzen wilt ï Aan uwe voeten leg ik daarom al den lof, al de zegeningen en dankzeggingen neder, die tot op dezen stond aan uwe goedheid, uwe liefde en uwe oneindige barmhartigheid opgedragen zjjn door allo engelen en zaligen in den hemel, door alle uitverkorenen op de aarde. Ik draag U die thans op voor mij. Ik herhaal, zoo veel het in mijn vermogen is, al die akten voor uw aanbiddelijk aanschijn, en wensch die ieder oogenblik in die-^ zelfde gesteltenis te herhalen.

III. Beromr. Ik weet echter , dat al die lof-en dankbetuigingen U weinig kunnen behagen, omdat Gij, vóór alles, mijn hart verlangt. Zie-

ocr page 208

t'EiiSTE Samenspraak.

hier dan dat hart, o mijn Jezus , neem het geheel en al, en bezit het -volgens uw welbehagen. Gij kent al de oogenblikken van mijn leveu waarin ik U niet beminde, al do bewegingen van dat hart, die niet voor TJ waren, al de werken mijner handen , al de verrichtingen van mijnen geest, wier laatste doel uwe eer en glorie niet was. Ik betreur die van ganseher harte, alleen omdat ik daarbij uwe liefde uit het oog heb verloren. Door uwe genade verlicht, erken ik thans wat ik had moetou doen , cn wat mij in hot vervolg te doon staat. Jezus te beminnen had mijne eenige levenstaak moeten zijn. O Jezus, beminnelijke Jezus, mijn eenig en hoogste goed, ik bemin en omhels U met al den ijver en de vurigheid , waartoe ik in staat ben. Ik wend mij tot U, en stol in uwe handen al de krachten mijner ziel, al de neigingen en aandoeningen mijns harten. Mijn geheele leven moet voortaan slechts besteed worden, o mijn Jezus, om U te beminnen, en om altijd meer en meer te arbeiden en to lijden uit liefde tot U.

IV. Ootmoed en hede. De volmaakte liefde cischt dus, dat voortaan mijn geheele leven enkel besteed worde om U te beminnen , en altijd meer uit liefde tot U te arbeiden en te lijden. Hoe prijsbaar dit verlangen ook zij , ik mag mij niet vleien, het in mij verwezenlijkt te zien. Een stroo-vuur brandt fel, maar na verloop van eenige minuten dooft het uit, en nauwelijks blijven er eenige vonken van over. Dat is wel het afbeeldsel mijner liefde, o mijn Jezus ! Ik roep tot U

201

ocr page 209

Eerste Samenspraak.

in het gebed en mij dunkt, dat do liefde mijn hart tot aseh zal verteren ; doch een oogenblik daarna gevoel ik mij weder ijskoud. Gedurende het gebed geef ik U geheel mijn hart, en oller mij tot alles op aan uw goddelijk welbehagen, en een oogenblik later weiger ik U de kleinste Terster ving die Gij mjj vraagt.

Ik roep tot U in het gebed, en smaak daarin een bijzonder genoegen, en onmiddellijk daarna ben ik zoo zwak, dat ik aan ü, in den persoon van mijnen evenmenseh den geringsten dienst niet wil bewijzen. Ik ben vol ijver gedurende het gebed en verbeeld mij reeds bereid te zijn , mijn bloed voor U te vergieten, en spoedig daarna ben ik zoo koud , dat een enkel onvriendelijk woord mij ter neder slaat. O treurige waarheid ! O Jezus, wie zal mjj kunnen helpen ! Gij alleen zijt die eindelooze almacht, die mijne zwakheid

te hulp kan komen..... Gij alleen, onbegrensde

goedheid, wilt mij helpen. Kom dan, mijn Jezus, en bes';uur mij geheel en al; neem bezit van mijn verstand , opdat ik onophoudelijk in uwe heilige tegenwoordigheid wandele. Neem bezit van mijnen wil, opdat hij in alles overeenkome met den uwen. Bezit mijn hart en druk daarin eene levendige , teedere en brandende liefde tot U, o mijn Jezus.

Heilige gevoelens voor de Coiiiiiiiinie.

Vóór de H. Commnnic.

Ik heb het reeds gezegd : Het eenige geluk , dat een mensch op deze aarde kan genieten, is

205

ocr page 210

20i; Eekste Samenspraak.

liet ontvangen van Jezus in het allerheiligste Sacrament. Daarom moet men al zijne krachten inspannen, om eene zaak van zooveel gewicht naar behooren te verrichten. De ijver kau niet te groot, zelfs niet groot genoeg zijn, om een geheim te vieren , dat door de Sarafijnen zeiven niet genoeg bewonderd en gewaardeerd kan worden. Ga dan heden tot Jezus , die weldra in uw hart zal komen, met ecu levendig verlangen, om de meest volmaakte liefde te bekomen en die werkelijk in oefening te brengen. Stel u te dien einde Jezus voor, wiens Hart van liefde voor u brandt, die ii afwacht met een groot verlangen om u met zijne genaden te vervullen en die , door dit verlangen gedreven, u toeroept, u en meer andere zielen: ,,Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en drinkc.quot; (1)

Verwek , terwijl gij u dit levendig voorstelt: I. Eene akte van levendig yeloof in de tegenwoordigheid ran Jezus Christus en van eene heilige vreugde over de oneindige goedheid, waarmede Hij zich gewaardigt tot u te komen.

O Jezus, liefde en vreugde van mijn hart, welk een verbazend wonder leert mij het geloof! In eene kleine hostie, daar voor mijne oogen, zijn verborgen uwe godheid en uwe menschheid. Daar bevindt zich dat schuldelooze lichaam , om mijne zonden zoo wreed verscheurd, die duizendwerf gezegende ziel , welke voor mijne zaligheid zoovele duizenden verzuchtingen ten hemel zond;

1

H. Joannes.

ocr page 211

Eerstk Samenspraak.

dat vaderlijke hart hetwelk mij bemind heeft tot den dood aan het kruis. Daar vind ik die almacht , welke hemel en aarde van niets heeft gemaakt ; die oneindige schoonheid , waarvan het aanschouwen alleen genoeg is , om alle uitverkorenen eeuwig gelukkig te doen zjjn ; die onuitsprekelijke goedheid, die slechts tot mij komt om mij met genaden te vervullen. Ja, het is zoo, o Jezus, ik geloof het, en ik geloof het alleen, omdat Gij, de eeuwige waarheid, het geopenbaard hebt. O, welk eene vreugde, welk eene zaligheid voor mij ! Jezus komt tot mij , maar niet zooals tot Magdalena, opdat ik mij aan zijne voeten werpe en die met mijne tranen besproeie, niet zooals tot den grijzen Simeon, opdat ik Hem omhelze en aan mijn hart drukke , maar zooals tot Maria zijne allerheiligste moeder. Na hem ontvangen te hebben, zal ik mogen zeggen : Diezelfde Verlosser , die eertijds in den maagdelijken schoot van Maria verbleef, woont nu in mijn hart. O Jezus, hoever heeft do liefde tot mij U gebracht !

II. Eene ware ootmoedigheid en eene werkelijke verachting van u zeiven, en dienvolgens een waar heroine over al uwe zonden, ondankbaarheden en verkeerde neigingen.

Hoe is het toch mogelijk, o mijn Jezus , dat Gij voor mij van den hemel zijt afgedaald, en dat Gij wenscht in mijn hart te verblijven ! O , hoe onwaardig is die woning voor eenen oneindig zuiveren God ! De zonden , in mijn hart verborgen , zijn onfeilbaar; eiken dag, elk uur, elk

207

ocr page 212

Eekste Samenspraak.

oogenblik maak ik mij aan ondankbaarheid schuldig. En zult Gij, o mijn Jezus, in dat verblijf met vreugde uwen intrek nemen Ja, aldus is die woning gesteld, en 'toch komt Gij er mat vreugde binnen. O liefde! ik kan niets anders doen, dan met den honderdman van het Evangelie uitroepen : „ Heer ik ben niet waardig , dat Gij onder mijn dak komt.quot; Een hart, door zoovele zonden bezoedeld, een hart, dat aan uwe genaden slechts met ondank heeft beantwoord ; een hart, vervuld met lage neigingen, is geenszins eene woning voor U.

Omdat Gij het echter wilt, kom ik, en nader ik met vreugde. Ik ontwaar in mijn hart slechts eene enkele zaak, die U kan behagen : het berouw over mijne zonden. Zie , o mijn Jezus, thans betreur ik al mijne zonden en ik verfoei ze, omdat ik U, het hoogste goed, beleedigd heb. Ik neem U zeiven tot getuige, dat ik bereid ben om mijn bloed en mijn leven op te offeren, ten einde U vergoeding te geven.

III. Eene volmaakte meening.

Draag met allen mogelijken ijver de heilige Communie aan Jezus op, bijzonder om de volmaakte liefde tot, en de vereeniging met Hem te bekomen. Omdat ik geloof, o mijn Jezus, aan uwe oneindige barmhartigheid, en omdat Gij een rouwmoedig hart niet versmaadt, vertoon ik mij voor U en bied U, door U zeiven, de heilige Communie aan, met de volmaaktste meening, welke de mensch hebben kan. Ik verlang U de hulde van eene oneindige aanbidding, eerbied

208

ocr page 213

Eerste Samenspraak.

en onderdanigheid te bewijzen als aan den hoog-sten God en Heer; eindelooze liefde, lof en dank voor al uwe weldaden, als aan den oorsprong van alle goed; eene oneindige voldoening voor al mijne zonden, als aan de verhevonste Majesteit, die ik beleedigd heb ; eene onbegrensde liefde cu toewijding van geheel mijn hart, als aan het eenige en hoogste goed. Met deze mcouiug , o mijn Jezus, kom ik tot U; ik draag U nog deze Communie op om ü ootmoedig te smeeken, medelijden met mij te hebben, zooals een goede vader rnededoogeu heeft met ziju kind, mjjn hart te zuiveren van alle kwade neigingen, het te doen branden door het vuur uwer liefde en het nauw met U te vereenigen. Ik weet, o eeuwige Vader, wat groote gunst ik vraag; ik weet, hoezeer ik die onwaardig ben. .Maar wat ik niet verdien, verdient toch hot kostbare bloed van Jezus Christus. Beschouw dan heden dat bloed en vervul de begeerten die Gij mij ingeeft.

IV. Een levendhj en riiriy verlanyen.

Nader tot de Heilige tafel, terwijl gij tot Jezus verzucht: Zie, mijn Jezus, het gelukkig oogen-blik nadert! Ik kom tot U en Gjj, Gij komt tot mij! Gij zult heden tot mij komen en mijn hart zal uwe woning worden. Kom dan, o mjjn Jezus, ik verlang naar U , ik verzucht vurig naar U. Kom in mijn hart: naar U alleen verlang ik ! Gij alleen kunt mij gelukkig maken. O Jezus , mijn eenig heil, mijn eenige toevlucht, mijne eenige vreugde, en het eenig voorwerp mijner begeerten, kom bezit nemen van mijn hart,

209

14

ocr page 214

210 Eerste Samenspraak.

verban daaruit alles wat ü mishaagt; doe het branden door het vuur uwer liefde en maak , dat ik in hst vervolg in U verblijve, en wij alzoo slechts ééne ziel, één hart, één wil en één geest zijn mogen.

IVa «1c II. Commiinic.

Sla, na de heilige Communie ontvangen te hebben , een blik in uw hart; beschouw Jezus , die daar woont en verwek met alle mogelijke vurigheid.

I. Eene oefening van liefde tot God en can verlawjen om eiken dag meer met Hem vereenigd te worden.

Nu is dan eindelijk vervuld, o Jezus, mijn Heer en mijn God, wat ik zoo vurig verlangd heb; Gij zijt tot mij gekomen , Gij verblijft in mij , in het midden van mijn hart.

O liefde , die altijd brandt, en toch altijd verlangt nog feller te branden! O goedheid, die mij reeds met zoovele weldaden hebt overladen, en toch steeds verlangt er mij nog meer te schenken! O barmhartigheid , die mij met U vereenigd hebt, en toch wilt, dat die vereeniging nauwer worde! Wat moet, wat kan ik U voor al die liefde wedergeven? Mijn Jezus, ik weet, dat uwe liefde slechts door wederliefde vergolden kan worden. Ik bemin U dan en bemin U met al de kracht mijner ziel; Ik verzaak aan alle liefde voor de schepselen, en ik vraag U eene liefde, die al de vermogens mijner ziel zoo innig mogelijk met U vereenigt, zoodat mijn geheel leven niets meer

ocr page 215

Eerste Samenspraak.

is dau een onafgebroken onderhoud met U ; eene liefde, die zoodanig al de genegenheden van miju hart beheerscht, en zo met zooveel kracht tot zich trekt, dat ik in niets, noch in don hemel noch op de aarde, vreugde meer kan vinden dan in U alleen ; eene liefde, die mij zoodanig in U verandert, dat ik zoggen mag : ik leef, maar ik niet meer; Jezus leeft in mij. Ziedaar, o mijn Jezus, de begeerten van mijn hart.

II. Eene oefen imj van diepen ootinoec/, waardoor gij coor God erl.-ent, eene zoo ejroote gunst colstrekt omraarditj te zijn.

Maar hoe durf ik mij verstouten, U eene gunst te vragen, zoo verheven als die der volmaakte liefde tot U ? Ja, mijn Jezus, ik werp mij voor U ter aarde, en in alle oprechtheid erken ik mij die guust volstrekt onwaardig. Hetzij ik mijne verledene, hetzij ik mijne tegenwoordige levenswijze beschouw, ik verdien slechts de hel. Beschouw ik mijne afgelegde levensdagen, dan gevoel ik mij met afschrik vervuld! Ik zie daarin niets dan eene menigte bedreven zonden, eene menigte misbruikte genaden. Onderzoek ik mijne tegenwoordige gesteltenis, dan vind ik niets beters. Ik zie zonden, waarin ik dagelijks val; kwade neigingen, waardoor ik mij ieder oogenblik laat medesleepen; genaden, die ik telkens verwaarloos of verstoot, en bij dit alles eene gevoelloosheid, die U ten zeerste moet mishagen. Wat blijft mij over, dan ten aanhooren van hemel en aarde te bekennen, dat ik niet waardig ben, ook maar eene enkele maal mot

211

ocr page 216

Eerste Samenspraak.

een gunstig oog door U aanschouwd te worden. Ik b3n niet waardig, ééne enkele genade van U te ontvangen. Ik hel) enkel verdiend van uwe gunsten beroofd, en voor eeuwig uit de tegenwoordigheid uwer Majesteit verbannen te worden. Met hoeveel meer reden dan uw apostel moet ik uitroepen : „Verwijder LT van mij. Heer, want ik ben een zondig mensch.quot;

I II. Keu kinderlijk vertrouwen op de oneindige barmlut J'ti()heid van God, en de milddadigheid van Jezus, hoiieiiih', dat lij n onfeilbaar de genadr dei' tol maakte liefde, die (jij Hem vraaijt, zal geren.

Ondanks alles wat ik U beleden heb , mijn Jezus, is mijn hart met vertrouwen op U vervul.!. lloo miiuler ik verdien, des te meer hoop ik ; want mijne hoop steunt niet op mijne verdiensten, maar alleen op uwe barmhartigheid'.... Het is mij niet mogeljjk zooveel liefde voor ü te hebben, als Gij verdient, want uwe goedheid is oneindig. Ik kan ook onmogelijk zooveel op U betrouwen als Gij verdient, want uwe barm hartigheid is grenzeloos. En indien dit te allen tijde waar is, hoeveel te meer is het waar, in dit duizendwerf gelukkig uur, waarop ik U in mijn hart bezit. O welk eene zoete vertroosting ! Wat vaste grondslag van hoop! Ik bezit Jezus, en met Jezus die almacht, welke in een oogen-blik mijn hart veranderen kan en het kan doen branden, als dat van een Serafijn ; die grenzelooze milddadigheid, welke slechts verlangt zich te vereenigen met de ziel, die naar haar verzucht; die oneindige liefde, welke geene andere vreugde

212

ocr page 217

E ERSTB S A MESSl'l: A A K.

kent dan zich met de menschen te onderhouden. Wat mag ik gedurende dit gezegend uur niet iiopcn! Ja, mijn Jezus, ik hoop en geloof vas-telijk, dat Gij mij alles zult geven, wat ik U vraag.

IV. Stel met de diepste uederiyheid aan Jezus kw verlangen voor, hid Hein met de meeste curixj-heid en maak het ernstig besluit can niet te zullen ophouden wet hidden en weenen tot (!ij verhoord sjt.

Met dat vertrouwen bezield smeek ik thans uit den grond mijns harten : Vereenig mij met U, o mijn Jezus, door de banden cener zoo onverbreekbare vereeniging, dat elke genegenheid van mijn hart, alle arbeid mijner handen. alle werking van mijnen geest enkel uit en voor U zij. Wees Gij alleen het leven mijner ziel , de geest van mijnen geest, en de eenige beweging van mijn hart. Vereenig mij met U, o mijn Jezus, en verander mij ten volle in U , vernietig in mij al het aardsehe, maak dat ik niets beminne, dan wat Gij bemint, en niets hate, dan wat Gij haat; dat ik slechts vrage , wat Gij vraagt; mij slechts verheuge over datgene , wat ü verblijdt: en dat ik eindelijk niets anders doe, dan wat in overeenstemming is met uwen heiligen wil eu met uw welbehagen. Vereenig mij met U, o mijn Jezus, en neem mij onder het getal uwer getrouwe en volmaakte dienaren aan. Xiets kan mij meer verzadigen, dan uwe liefde, en mijn hart zal geen genoegen meer smaken, zoolang het die niet heeft bekomen. Mijn Jezus , ontferm ü dan over mij. Ik heb vast besloten niet moede te worden , tot

213

ocr page 218

Eerste Samenspraak.

U te yerzuchten en te weenen, totdat Gij eindelijk de begeerten van mijn hart vervuld , en U zeiven daarin geplaatst zult hebben.

Vniclitcn van flc Heilige Communie.

Moe fel een vuur ook brandt, het dooft eindelijk uit, wanneer men er niet van tijd tot tijd hout of andere brandstoften bjjvoegt, om het te onderhouden. Hetzelfde moet gezegd worden van de begeerte om God te beminnen. Hoe vurig die ook zijn moge, zij zal eindelijk uitdooven, indien zij niet gevoed en onderhouden wordt door veelvuldige verzuchtingen. Indien gij , mijne ziel, verlangt, een zoo kostbaar goed in u te behouden en te vermeerderen, is het volstrekt noodzakelijk, dat gij u op het inwendig gebed toelegt, uiet alleen bij de Heilige Communie, maar ook te allen tijde , door zonder ophouden heilige verzuchtingen tot God op te zenden , en in uwe cel of elders , in de eenzaamheid, en te midden dei-wereld ; zoowel gedurende uwe rust als onder uwen arbeid, in een woord, overal en altijd. Hierin bestaat de vrucht der Heilige Communie. Men kan niet ontkennen, dat de oefening dezer aanhoudende verzuchtingen inspanning vereischt : eene groote mate van ingetogenheid, een feilen strijd tegen het inwendig gewoel van zoovele verstrooiingen en kwade neigingen, en eene edelmoedige versterving. Maar dat alles moet als niets beschouwd worden, vergeleken bij het groote geluk daardoor aan de ziel bezorgd , met haar

214

ocr page 219

Eerste Samenspraak.

215

volkomen te onthechten aan alle schepselen. De ziel doet het Hart van Jezus geweld aan, noodzaakt Hem hare begeerten in te -willigen, van in haar het vuur zijner liefde te ontsteken, en haar tot de vereeniging met Hem te verheffen. Dit is het gevoelen der meest ervaren leeraren in het geestelijk leven, onder andoren van den beroemden leeraar Ludovicus Blosius, die meent, dat die onophoudelijke verzuchtingen het beste middel en den kortste weg zijn, om tot de vereeniging met God te komen. Ziehier zijne woorden : „Dat gedurig verzuchten, die herhaalde schietgebeden en die vurige begeerten naar God, gepaard met eene werkelijke versterving en zelfverloochening, is tegelijk de zekerste, de gemakkelijkste en de kortste weg, om tot de volmaaktheid, tot de kennis van God en tot de innigste vereeniging met Hem te komen.quot; (*) Een ander schrijver spreekt op gelijke wijze over die oefening; ik bedoel Joannes van Jezus en Maria, om zjjne groote heiligheid bij alle beoefenaars van liet geestelijk leven bekend. Hij zegt, dat door die heilige verzuchtingen de ziel wordt opgevoerd tot de verhevenste kennis en tot het genieten van God; dat, indien,zij in die engelachtige en lofwaardige oefening volhardt, zij groote vorderingen zal maken; omdat deze een zoo groot vermogen heeft om ons aan te moedigen en van liefde tot God te doen branden, dat zij alleen, naar behooren verricht en van de noodige deug-

(quot;■'■■) Hoofdstuk V.

ocr page 220

Eerste Samenspraak.

21G

den vergezeld, in staat is ons hart tot de volmaaktheid eu tot een volkomen zuiverheid te doen komen. (*) De dorde, die met denzelfden lof over die oefening spreekt, is Jacobus Alvarez, dat groote licht van het Gezelschap van Jezus. Luister naar zijne woorden; „De oefening van die heilige verzuchtingen verheft do ziel tot he-melsche zaken ; zij verlicht haar, hecht haar aan God alleen, zuivert haar, ontvlamt haar, en doet haar, om zoo te spreken, geheel in God opgaan.quot; Die oefening wint het hart van God, zooals Hij zelf zegt in het boek der Gezangen: „Gij hebt mijn hart gewond, mijne zuster, mijne bruid, gij hebt mijn hart gewond door een uwer oogen, door ecu uwer hoofdharen.quot; Gij hebt twee oogen, mijne ziel, het oog der kennis eu het oog der genegenheid. Met het eerste aanschouwt gij den Bruidegom, niet hot laatste wondt gij Hem ; met het eerste neemt gij zijne schoonheid waar, en met het laatste doorboort gij Hem hot hart, als mot een liefdeschicht; met het eerste beschouwt gij Hem en met het tweede wint gij Hem.quot;

Dit zijn de woorden van dien leeraar in het geestelijke leven, en zijn gevoelen moet des te meer gewaardeerd worden, omdat hij, in zich zei ven ondervond, wat hij schreef, en door dit middel gekomen is tot eene zoo wonderbare ver-eeniging met God, dat, ondanks de menigvuldigheid der zaken, waarmede hij belast was, hij

(*j Hoofdstuk IX.

ocr page 221

Eerste Samenspraak.

nooit (en dat gedurende 25 jaren) de tegenwoordigheid van God uit het oog verloor, of de oefening onderbrak der daadwerkelijke liefdej die zijn hart als een serafijn deed branden. Gij ziet daardoor, mijne ziel, hoe verheven en uitmuntend die oefening der aanhoudende verzuchtingen is, tot welk geluk die heilige begeerten u brengen, en hoe bij uitstek geschikt zij zijn, om u de liefde tot God en de vereoniging met Hem te doen bekomen. Ga dus voort, wekt u zelve op en tracht altijd meer die heilige begeerten in u te versterken. Maar beijver u ook, om duarbij te voegen een geheel kinderljjk vertrouwen op God en eene stellige hoop, dat u geschieden zal gelijk gij verlangt. Die hoop zal kracht en vurigheid aan uwe verzuchtingen schenken. Iloe grooter uw vertrouwen is, des te spoediger, zekerder en overvloediger zult gij bekomen, wat gij zoekt.

Maar wijl de beoefening van dit vertrouwen groote moeilijkheden oplevert, vooral in tijd van dorheid, wil ik, bij het in de overweging reeds gezegde, u nog vier beweegredenen voorstellen, in staat om dit betrouwen in uw hart op te wekken, levendig te houden en te doen toenemen.

De eerste beweegreden, waarop dat kinderlijk vertrouwen en die vaste hoop steunen, is, de getrouwheid in het luisteren naar de stem en de uitnoodigingen van God. liet is ecue ontegenzeggelijke waarheid, mijne ziel: do volmaakte liefde en de vereeniging met God zijn do verhe-venste gunst, die God u kan schenken. Zij overtreft al uwe verdiensten, en kan u slechts door

217

ocr page 222

Eerste Samenspraak.

Gods hand en uit loutere barmhartigheid geschonken worden. Het is eene gunst, slechts door een klein aantal personen vóór u quot;verkregen, en die na u ook door slechts weinigen verkregen zal worden. Niettemin zeg ik u ; Hoop, stel uw vertrouwen op God en gij zult verhoord worden.

Ik heb twee redenen om aldus te spreken. De eerste vind ik in uw eigen hart, ik bedoel in uwe roeping, welke niets anders is dan eene uit-noodiging tot het beoefenen der volmaakte liefde. De tweede zie ik in den spoed waarmede God die roeping ondersteunt. Men zegt, dat de volmaakte liefde eene geheel bijzondere roeping vereischt, welke God niet aan allen zonder onderscheid verleent, maar slechts aan enkeie bevoorrechte zielen. Omdat die vraag mij weinig gewichtig voorkomt, laat ik aan anderen de zorg, die op te lossen; ik voor mij houd mij aan de woorden van Jezus, door ons aangehaald, in de levenschets van de H. Mechtildis, woorden, zoo troostvol voor ons. Ik spreek tot u, o ziel, tot u, die vol zijt van heilige begeerten, en die sedert lang naar God verzucht. Bekommer u hieromtrent niet. Gij zijt geroepen tot den staat der volmaakte liefde, Jezus noodigt u daartoe iiit. Die zaak is aan geen twijfel onderhevig.

Hoe zoo dan ? Waarin is die roeping gelegen ? De H. Bernardus verklaart ons dit, als hij zegt: „Het vuur der heilige begeerten moet uitschitteren in elke ziel, welke God roept tot zijne liefde en tot de vereeniging met Hem, en tot welke Hij zelf wil komen.quot; Dat wil zeggen. Hij zendt aan-

218

ocr page 223

Eerste Samenspraak.

vankelijk heilige verlichtingen, waardoor het geluk der heilige liefde gekend wordt; heilige aandoeningen, die het hart met vurige begeerten vervullen ; heilige bewegingen, die het hart doen verzuchten naar den Welbeminde. Ziedaar, waarin die roeping, die uitnoodiging van Jezus bestaat. Zoodanig is de gesteltenis eener ziel, die door Hem is uitgekozen.

Welke gedachte doet die waarheid in u ontstaan, mijne ziel ? Erkent gij niet duidelijk in u die roeping ? Wat beteekent anders die achting voor den staat der zuivere liefde, welke God u heeft ingeboezemd ?.... Wat beteekenen die begeerten, waarmede Hij uw hart vervuld heeft, die uitwendige uitnoodigingen die u zoovele verzuchtingen doen slaken ?.... En die tallooze vermaningen, om nu eens het eene dan het andere uit liefde tot God te doen ? En dat betreuren der minste fouten?.... Is het niet, alsof Jezus inwendig tot u sprak: //Ae , ik sta aan-de deur van uw hart en klop aan : indien gij naar mijne stem luistert en Mij open doet, zal ik binnenkomen en maaltijd met u houden en gij met Mij.quot;' Welke zoete troost zal dat niet voor u zijn ' Kunt gij krachtiger beweegreden vinden tot een kinderlijk betrouwen ? Jezus roept u tot zijne liefde. Dat is nog niet alles; wij ontdekken daarin een nieuwen beweeggrond van vertrouwen, namelijk dat God die roeping wil bevestigen. Niets is blijkbaarder. De roeping tot de volmaakte liefde en tot de vereeniging met God bestaat, zooals wij gezien hebben, in die inwendige be-

219

ocr page 224

Eerste Samenspraak-,

wegingen , uituoodigingen en begeerten om tot Hem te gaan. Maar van wie komen al die inwendige gunsten ? Erken , mijne ziel, èn uwe armoede èn Gods barmhartigheid. Het hart is uit zich zelf evenmin in staat om eene heilige genegenheid voort tc brengen, als een eik vijgen voortbrengen kan. Allo goede gevoelens, bewegingen , genegenheden, begeerten, die gij tot dusverre ontwaard hebt, zijn enkel genaden, die van boven in uw hart zijn afgedaald. Jezus deed al dis goede gevoelens in u ontstaan. Hij deed die genegenheden in u branden , Hij wekte die begeerten in u op.

Telkens, wanneer iets dergelijks in u opkwam, heeft Jezus, om zoo te spreken, zijne hand op uw hart gelegd, om daarin eene neiging ten goede op te wekken. O Hemel, welke eene waarheid ! En kunt gij dan , mijne ziel . na dat alles nog twijfelen aan de welwillendheid van God te uwen opzichte ? Verre zij het van u , zoo iets te denken. Door aldus te denken , zoudt gij van den bosten der Vaders penen dwingeland maken, en God beschouwen als bekrompener, gieriger en meedoogenloozer dan gewoonlijk de menschen zijn. Welke rijke zou hardvochtig genoeg zijn, om aan eenen hongerigen arme een stuk brood te toonen , en er hem vervolgens vergeefs om te laten vragen ? Zoo zou men immers met den arme spotten, hem tegelijk de kwelling van den honger en der vruehtelooze begeerten doen onderstaan. En Jezus zou tot zoo iets in staat zijn ? O mijn God, mijn allerbeminnelijkste Verlosser,

220

ocr page 225

Eerste Samenspraak.

Vader vol barmhartigheid , ik denk geheel anders over U en over de gesteltenissen van uw aanbiddelijk Hart. Alvorens ons het verlangen in te boezemen naar uwe heilige liefde, hebt Gij reeds den vasten wil, dit te voldoen, en gij wekt in ons die begeerte slechts op, opdat wij ons waardig zouden maken, datgene te ontvangen, wat Gij ons wilt geven.

De tweede beweegreden , waarop het kinderlijk vertrouwen en die vaste hoop gegrond zijn, is de oneindige milddadigheid van God. Daarvan een nauwkeurig denkbeeld te geven zou oven onmogelijk zijn , als de onmetelijke wereldzee te doen uitdrogen. Ik kan U daarvan niets anders dan eeno beperkte voorstelling geven ; genoegzaam evenwel om uwe ziel met hoop eu vertrouwen te vervullen. Hoe denkt gij nu over de edelmoedigheid eu do barmhartigheid van Jezus Om er alleen het noodigsto van te zeggen , kan men verzekeren dat zij grooter zijn dan ooit een Heilige er jegens zijnen eveumensch getoond heeft. Lijdt dat eenigen twijfel 'i Voorzeker neen. Twijfelen of Jezus milddadiger is dan ooit een Heilige geweest is, zoude eene godslastering zijn. Onthoud die waarheid wel, tot dat ik u eene korte geschiedenis heb verhaald.

Er leefde te Constantinopel een vermaarde tollenaar, Petrus genaamd. Die man, een schraapzuchtige gierigaard , werd plotseling veranderd in een der edelmoedigste menschenvrienden. Zijn hart ademde niets meer dan liefde en medelijden; van dien tijd af was geheel zijn leven aan den

221

ocr page 226

222 Eerste Samenspraak.

dieust vau den evennaaste gewijd. Keeds had hij al zijne bezittingen onder de armen verdeeld , en nog was zijne liefde niet voldaan. Hij bedroefde zich zeer over het gebrek der armen, maar meer nog over zijn onvermogen om hen bij te staan. Wat deed hij nu ? O, hoe vindingrijk zijn de liefde en de barmhartigheid! Hij roept zijnen knecht en zegt tot hem: „Broeder, wij gaan naar Jeruzalem; daar zult gij mij als slaaf verkoopen , en hot geld , dat gij voor mijn persoon ontvangt, zult gij aan de armen uitdeelen.quot; Xa vele tegonbedenkingen gehoorzaamt de knecht, verkoopt zijnen meester voor dertig gulden, en geeft die som aan de armen. Nu is de liefde voldaan, de armen hebben de aalmoes en Petrus is slaaf.

Denk nu zelve na , mijne ziel : Zoude die zoo liefderijke en edelmoedige heilige toen hij goud en zilver in overvloed had, wel eenen arme weggezonden hebben ? ... of zoude hij aan een zijner broeders de goddelijke liefde en andere bovennatuurlijke gunsten geweigerd hebben , indien hij over deze te beschikken had gehad, zooals eertijds over het goud en zilver ? Keeren wij nu terug tot Jezus. Zeker is het, dat de liefde van dien heilige voor de armen slechts ijs en sneeuw was, in vergelijking met de heilige liefde van Jezus voor de ziel. Even zeker is het, dat de goedheid van dien heilige en de begeerten welke hij had om wel te doen, slechts eene flauwe vonk waren, vergeleken bij de brandende begeerten van Jezus om de ziel met zich te vereenigen. Gewis

ocr page 227

Eerste Samenspraak.

zou men, als diezelfde heilige nog leefde, zich met een volkomen vertrouwen tot hem begeven en nooit zoude men te vreezen hebben afgewezen te zullen worden. Hoe komt het dan, dat wij niet met hetzelfde vertrouwen tot Jezus gaan? Hoe kunnen wij nog eene schaduw van mistrouwen in ons hart behouden ?

De derde beweegreden, waarop dat kinderlijk vertrouwen en die vaste hoop gegrond zijn, is de spoed , waarmede God onze gebeden verhoort. Deze waarheid bevat twee punten ;

1. De belofte door Jezus gedaan van onze gebeden te zullen verhoeren. Die belofte, in hare eigenaardigheden beschouwd, kan slechts gedaan zijn door eenen oneindig machtigen en oneindig goeden God. Zij is algemeen, dat is, zij strekt zich uit tot alle menschen op aarde, zonder uitzondering , mits zij zich slechts voorbereiden om te ontvangen, wat zij vragen. Maar Jezus zegt nog bij den H. Lucas : „En ik zeg u ; vraagt en gij zult verkrijgen; zoekt en gij zult vinden ; klopt en men zal u open doen ; want al wie vraagt verkrijgt; wie zoekt, vindt, en hem , die klopt, zal men open doen.quot; (*) Welnu, evenals de belofte van Jezus tot alle menschen gericht wordt, zoo strekt zij zich ook uit tot alle genaden, zonder uitzondering, zelfs tot do ver-hevenste en kostbaarste van alle, namelijk : de volmaakte liefde, het genot van Gods heilige tegenwoordigheid en de vereeniging met Hem.

1*1 Hoofdstuk XI.

223

ocr page 228

Eerste Samenspraak.

Ziehier nogmaals dezelfde belofte vau Jezus bij den H. Marcus; „Al wat gij in het gebed zult vragen , gelooft, dat gij het verkrijgen zult, en gij zult het bekomen.quot; (1)

2. Do getrouwheid van Jezus aan zijne beloften.

De getrouwheid is eene eigenschap van God , welke van het goddelijk wezen onafscheidbaar is.

Wat Hij gezegd heeft, zal Hij vervullen ; dat is zoo zeker als het bestaan van God. Want even als Hij geen God zoude kunnen zijn, wanneer Hij tot de minste onrechtvaardigheid in staat was , zoo zoude Hij ook geen God kunnen zijn , indien Hij zich konde schuldig maken aan eeue enkele Ongetrouwheid in het vervullen zijner belofte.

De vierde beweegreden, waarop dat kinderlijk betrouwen steunt, is, dat God van ons bemind wil worden. Ware het mij gegeven u te zeggen, hoezeer God verlangt door ons bemind te worden, dan zou dit genoeg zijn om uw hart te doen ontgloeien: maar geen Engel zelfs kan u dit uitleggen. Jk zal u dan eenvoudig de woorden aanhalen, waarmede God zelf het in de H. Schrift verklaart.

1. De liefde is het eenige wat Hij van u vraat/1.

„Mijn zoon, geef mij uw hart.quot; (3) Ik vraag u geene rijkdommen. Ik ben de Opperheer van hemel en aarde , Ik vraag u noch eer noch grootheid ; Ik alleen ben het hoogste goed. Gij bezit slechts eene enkele zaak, maar die Ik boven alles schat

(1) Hoofdstuk 15. (2) Spreuken 2:i

224

ocr page 229

Eerste Samenspraak.

eu vuriger begeer ; en wat is dat ? Dat is uw hart, dat is uwe liefde.

3. De liefde is het eenige wat Hij op aarde f/ezocht heeft. „Ik heb het vuur op aarde komen brengen, en wat verlang ik anders, dan dat hot brande.quot; (*) Het is als of Hij zeide : Ik ben als een klein kind op aarde verschenen ; Ik heb alle ellenden van dien leeftijd op Mij genomen. Ik heb in armoede geleefd en in het zweet mijns aanschijns mijn brood verdiend. Ik heb den dood gekozen eu dien oudorgaan onder de wreedste folteringen. Eu door dat alles heb ik niets gezocht dan het hart, de liefde van den mensoh.

3. De liefde is het eenkje ivat Jezus welgevallig is. „Mijn vermaak,quot; zegt Hij, „is, met de kinderen der menschen te zijnquot; en door hen bemind te worden.

Ga dan tot Jezus, mijne ziel, zoo moet ik u met den schrijver over het geestelijk leven, Caspar Drnzbick, toeroepen: „Ga tot Jezus en verlaat Hem niet, voor Hij al uwe begeerten vervuld heeft.quot; Gij hebt niets anders noodig dan begeerten eu vurige verzuchtingen. Daarvoor kunt gij alles koopen, daardoor alles verkrijgen. Jezus vraagt van ons niets anders; onze begeerten alleen verzadigen Hom en zijn Hom welgevallig. Uwe liefde zal steeds geëvenredigd zijn aan uwe begeerten, eu naar de mate uwer begeerten, zult gij verkrijgen. Vrees niet: de eenige vreugde van Jezus is, dat wij Hem beminnen; zijne eenige

(-) Lucas 1 '2.

225

15

ocr page 230

Eerste Samenspraak.

begeerte, dat wij naar Hem verlangen; zijn eenige dorst, dat wij naar Hem verzuchten. Geloof mij, gij kunt niets doen, wat Jezus meer behaagt, dan Hem met veel vertrouwen en met een vurig verlangen de verhevenste en kostbaarste gunsten te vragen.

Oefening van lieilige begeerten en liefdevolle vcrziu-Iiting'cn.

Men kan zich op twee wijzen oefenen in het opwekken van heilige begeerten. De eerste bestaat in een liefdevol gebed, waardoor men zich in Gods tegenwoordigheid stelt, naar Hem verzucht en eenigen tijd in die uitstorting des harten voortgaat ; de tweede bestaat in korte maar vurige verzuchtingen, die men op alle plaatsen, te allen tijde, bij elke bezigheid, als zoovele liefdeschichten tot het hart van Jezus kan opzenden. Wij zullen eenige oefeningen van elke soort opgeven.

Oekenixg. Ik ontleen deze oefening aan Ludo-vicus Blosius, dien zoo verlichten man, van wien ik vroeger gesproken heb. Hij leert die in het tiende hoofdstuk van zijne geestelijke onderrichtingen , waar hij zegt, dat zij door de oude Vaders voor zeer nuttig en zeer krachtdadig gehouden werd. Ik zal zijne woorden niet letterlijk aanhalen ; maar wat den geest er van betreft, daaraan zal ik niets veranderen. Stel u dan Jezus voor op den Calvarieberg, voor u aan het kruis hangende, en overweeg de smarten die Hij voor u

220

ocr page 231

Eerste Samenspraak.

geleden heeft, terwijl Hij ter vergelding van u uiets outviug dan beleedigingen. Beschouw do kracht zijner liefde tot u en uwe onverschilligheid voor Hem, en erken, hoe billijk het nochtans zijn zoude, dat gij u geheel aan zijne liefde overgaaft. Begin nu uwe verzuchtingen en verwek :

1. Eene oefeniny van vohnaul-t berouw over ui lt;le zonden van uw leven, en vraay outnwedxj aan Jezus om vergeving en harmhartigheid. Ü Jezus, mijn God en mijn Opperheer, mijn Verlosser en mijn Vader vol barmhartigheid, wat zal ik zeggen of wat moet ik doen ? Ik werp mij voor U neder in den afgrond mijner onwaardigheid. Ik heb gezondigd tegen U, die mij uit het niet hebt getrokken, die uit liefde tot mij uw bloed en uw leven gaaft, tegen U, die mij met weldaden hebt overladen. Welke hatelijke ondankbaarheid! Welke helsche boosaardigheid ! En daaraan heb ik mij schuldig gemaakt, ik die niets ben dan een weinig stof! Ik erken mijne misdaad, ik verfoei die, en verzaak die uit den grond mijus harten. Ach, konde ik ze afwasschen in mijn bloed. Met welke vreugde zou ik het op dit eigen oogenblik vergieten ! Maar het kwaad is bedreven, er blijft mij niets meer over, dan mijne afdwalingen te betreuren. Gij ziet, o mijn Jezus, hoe mijn hart thans gestemd is; ik heb het vaste besluit genomen, liever te sterven, dan eene enkele doodzonde te bedrijven. Voor het verledene vind ik geene toevlucht dan tot uwe oneindige barmhartigheid. In uwe heilige wonden leg ik dan ook neder al mijne boosheden, al mijne onachtzaam-

227

ocr page 232

Eerste Samenspkaak.

heden en al de ongeregeldheden mijuer ziel. Ik werp ze in het onmetelijke vuur uwer goddelijke liefde, ik verberg ze in den afgrond uwer barmhartigheden. Ach, heb medelijden niet mij, mijn Jezus! Waseh mij in uw kostbaar bloed, zuiver mij en maak mij heilig voor uwe oogen. Dit vraag ik U door de verdiensten van uwe heilige Moeder, de Maagd Maria, en door die van al uwe uitverkorenen.

3. Eene oprechte dankbetuiging aan Jezus voor alles wat Hij voor a gedaan en geleden heeft, en tevens eene oefen in;/ van diepen ootmoed en ware verachting van n zeiven. Ik loof en zegen U, o Jezus, en dank U voor uwe barmhartigheid en voor alle weldaden, die Gij mij verleend hebt. Waartoe heeft de liefde U toch gebracht , en wat hebt Gij voor mij al gedaan en geleden ! Uwe liefde tot mij heeft U van den Hemel doen afdalen en geboren worden in eenen stal, rusten in eene kribbe, U alle ongemakken doen verdragen, waaraan een pas geboren kind is blootgesteld. Zij heeft U gedurende dertig jaren een ellendig, voor de wereld verborgen leven doen leiden, een leven vol kwellingen, vermoeienissen, ontberingen, lijden en armoede. Zij heeft U genoodzaakt te Ijjden, wat nooit eenig ander mensch geleden heeft. Men heeft U gevangen genomen en geboeid als een moordenaar ; men heeft U geslagen, in het aangezicht gespuwd, men heeft U als een dwaas bespot. Men heeft U met geesel-riemen verscheurd, met doornen gekroond ; Gij zijt valsch beschuldigd en ter dood veroordeeld

228

ocr page 233

Eerste Samesspuaak.

geworden ; men heeft uwe handen en voeten niet plompe nagelen doorboord en U aan het kruis gehecht. Eindelijk zijfc Gij onder de folteringen bezweken, en na uwen dood hoeft men nog uw hart met eene lans doorstoken. Dat alles, o mijn Jezus, hebt Gij uit liefde tot mij verduurd. O liefde, o wonder van liefde! O overmaat van liefde! O Jezus, mijne zaligheid, mijne hoop, mijne liefde, vervul mijn hart met oen smartvol medelijden, doe daarin een vonkje branden van dien mateloozen vuurgloed der liefde, die in uw hart brandt. Maar, helaas! mijn Jezus, hoe weinig heb ik aan uwe liefde beantwoord! Hoe meer Gij uit liefde tot mij hebt geleden, met des te meer boosheid heb ik gezondigd. O ongelukkige, die ik ben ! Hoe durf ik nog mijne oogen tot U verheffen 1 Zie, ik kniel voor uw aanbiddelijk aanschijn neder, en stel mij niet alleen beneden alle uitverkorenen dos hemels, niet alleen beneden alle menschen op aarde, maar ook beneden alle verdoemden in do hel. Er is in die plaats van verschrikking geene kwelling, geene straf, geene foltering, welke mijne ondankbaarheid en bedorvenheid niet verdiend hebben.

Dat alles erken ik, mijn Jezus, maar, o ellende mijner ziel ! ofschoon ik duidelijk inzie, wat mijne zonden verdienen, kan ik toch niets verdragen. Eene kleine beleediging, eene geringe beschaming, eene schaduw van minachting is mij ondragelijk. Ik zoude willen hebben, wat mijn Zaligmaker zelf nooit heeft gehad ; Hij heeft in zijn sterfelijk leven niets ondervonden dan hard-

'229

ocr page 234

Eerste Samesspkaak.

heid eu bitterheid, eu ik zoude een zacht en aangenaam leven willen leiden. O overmaat van verblindheid !

Dat het nimmer meer zoo zij, mijn Jezus. Ik draag mij aan LT op, om alle vernederingen zonder eenige uitzondering te lijden, welke Gij goed zult vinden, mij over te zonden. Maar heb medelijden met mij en geef mij uwe genade.

3. Een vurig en ootmoedig geheel tot Jezus, opdat Hij on* geve, wat icij no o dig heb hen, om tot die rereeniging te komen. Diezelfde bede richten tot de II. Maagd en al de zaligen des hemels.

Ondanks dat alles, o mijn Jezus, kom ik nog met een gansch kinderlijk vertrouwen tot U, en ofschoon ik niets verdiend heb dan de straffen der hel, vraag ik U evenwel, steunende op uwe oneindige barmhartigheid, wat het verhevenste is in den hemel. Geef mij, o Vader van alle barmhartigheid, eeue zuiverheid, die den minsten schijn der zonde meer vreest dan den dood; eene nederigheid, die de verachting met vreugde verduurt ; eene gehoorzaamheid, ontdaan van alle eigen wil en oordeel; eene zachtmoedigheid, die alle beleedigingen in stilte verdraagt; eene liefde die zich tot alle menschen uitstrekt. Vernietig in mij alles, wat mijne vereeniging met U zou kunnen verhinderen. Verleen mij alles, wat die begunstigen kan. Keer uwe barmhartige oogen tot mij, eu geef mij dat hemelsche licht, hetwelk mij uwe beminnelijke tegenwoordigheid in mijn binnenste doe onderscheiden; geef mij dat hemelsch vuur, hetwelk mijn hart standvastig doe branden

230

ocr page 235

Eerste Samenspraak.

van liefde tot U. Trek mij tot U, vereenig mij met U, verander mij geheel in II, opdat ik voortaan alleen iu en door U leve. 0 Maria, moeder der schoone liefde, bid voor mij en verkrijg voor mij, dat ik uwen goddelijken Zoon volmaakt en vurig beminne, tot de nauwste vereeniging met Hem kome, en volgens den geest van zijn goddelijk Hart leven moge. O zalige hemelbewoners, gij die ouophoudelijk het aanschijn des Hoeren beschouwt, die eeuwig en overvloedig de hemelsche zoetheden van Jezus' Hart geniet, bidt voor mij en verkrijgt voor mij de genade van het hoogste goed hier op aarde te beminnen, zooals gij Hem bemint in den hemel.

Richt vervolyens hetzelfde t/ehed tot de allerheiligste Drievuldigheid en geef ten slotte uw hart lucht in vurige verzuchtingen.

O allerverhevenste, allerbeminnelijkste en aller-barmhartigste Drievuldigheid, God de Vader, God de Zoon en God de H. Geest, outferm U mjjner en verhoor het gebed eener bedroefde ziel, die met vertrouwen tot U verzucht. O hemelscho Vader, door die oneindige almacht waardoor Gij hemel en aarde en al wat zjj bevatten, van niets gemaakt hebt, smeek ik U, mijne ziel in U, o eeuwig en opperst goed, te vestigen, haar met heilige en hemelsche gedachten te vervullen. O God de Zoon, ontferm U mijner, wil volgens dio oneindige wijsheid, waardoor Gij in een oogenblik alle duisternissen verdrijft en de ziel tot de beschouwing der hemelsche geheimen verheft, mijn verstand verlichten en schenk mij eene volkomen

231

ocr page 236

Ekrste Samenspraak.

kennis van uwe oneindige grootheid eu van mijne insgelijks oneindige geringheid. 0 God H. Geest, Gij die de liefde des Vaders en des Zoons zijt, trek door die oneindige goedheid, welke U doet verlangen U aan ons mede te deelen, mijnen wil tot U, en doe hem branden door het vuur uwer liefde. Helaas ! hoezeer zoude ik wenschen U te kunnen beminnen en loven, zooals de gelukzaligen in den hemel! Ach ! neem ten minste mijn hart, loof en bemin door dat arm hart U zeiven zooveel als Gij het verdient. O mijn Heer en mijn God, onpeilbare afgrond van troost, vreugde en zoetheid ; fontein, waaruit enkel hemelsche geneuchten opwellen; o oceaan, o onuitputbare bron, die in U zeiven alle goederen bevat, wat zou ik buiten U kunnen verlangen ? Gij zijt mijn eenig, mijn hoogste goed, U alleen begeer en zoek ik ; naar U alleen verzucht ik. Ach, mijn God, beschouw mijue armoede, mijne onwetendheid, mijne verblinding, mijne lauwheid ; ontsteek in mijn hart de vlam uwer vurigste liefde; versmaad de verzuchtingen niet van mijn arm hart; dompel mij in den afgrond uwer Godheid ; herschep mij volkomen in U, en maak dat ik met U slechts één hart, ééne ziel hebbe.

J)it is eene oefening, door Ludovicus Blosius dringend aanbevolen aan alle zielen die naar de volmaaktheid en de vereeniging met God streven; hij voegt er den raad bij, daaraan eiken dag een vastgesteld uur to besteden. Ontbreekt u echter die tijd (het is de raad van dien geestelijken schrijver), verdeel dan dit uur, en wek die be-

232

ocr page 237

Eekste Samenspraak.

geerten op verschillende oogeublikken van den dag in u op, of trek uit de opgegeven gevoelens korte en veelvuldige gebeden, welke gij in den loop van den dag aan God zult opdragen. Kies zoo do voor uwen staat, leeftijd en behoefte meest passende wijze.

II. Okfeninö. Wij kunnen ons hier bedienen van do schoone oefening van godsvrucht, aangeprezen door Isabella, eene Xapolitaanschc maagd, vermaard door haren heiligen levenswandel. Die ziel had de gewoonte van zonder ophouden tot God te verzuchten, en Hem te smeeken haar geheel tot zich te trekken, on in haar het vuur zijner liefde te doen branden. God kon voor die zoo heilige begeerten niet lang ongevoelig zijn. Isabella bereidde zich eens tot het ontvangen der heilige Communie; nauwelijks had zij gecommuniceerd, of zij wendde zich tot Jezus , bood Hem haar hart aan en bad Hem het met zijne liefde te vervullen. Plotseling ontwaart zij een diepe wonde in haar hart en te gelijker tijd eene zoo felle liefdevlam, dat zij den gloed er van bijna niet kon verdragen. Van tijd tot tijd verwijdde zicli die wonde, en deed Isabella van een aanhoudend liefdevuur voor Jezus branden.

Stel u Jezus Christus voor, mijne ziel, die u liefdevol aanziet, en u die zoo minzame woorden toespreekt: Mijn kind, geef mij uw hart. Beschouw in het kort de volgende waarheden:

1. Niemand vraagt mijn hart zoo vurig als Jezus. 3. Niemand verdient zoo zeker mijn hart

233

ocr page 238

Eerste Samenspraak.

als Jezus. 3. Niemand kan mijn hart zoo vol-komen Terzadigen als Jezus. Verzucht daarna opnieuw en wek u op tot heilige begeerten.

I. Noodiy Jezus uit om in uw hart te komen en bied het Hem zonder voorbehoud aan.

O Jezus, mijn Heer en mijn Clod, gij zijt het eenig geluk van hemel en aarde, van engelen en menschen. ü beminnen is U bezitten, en in U de volheid van alle goed ; U niet beminnen is U verliezen en met U alle goed. Met uwe liefde zou ik, zelfs in de hel, het paradijs vinden ; en zonder uwe liefde zou mij het paradjjs zelf eene hel zijn. In U is alles voor mij enkel vreugde en vertroosting; buiten U vind ik niets dan smart en kwelling. AVat kan ik dan anders doen, dan mij geheel en al in U verliezen en alle liefde die in mij is, tot uwen dienst besteden. Ja, mijn Jezus, dat is het verlangen mijns harten. Ik vraag niets dan de genade, van U te kunnen beminnen uit geheel mijn hart, uit geheel mijne ziel, uit al mijne krachten. Ik verlang niets, tenzij dat Gij in mij volkomen verteert en vernietigt alle liefde, alle geneigdheid, alle vreugde en vermaak, waarvan Gij niet het eenige voorwerp zijt. Ik vraag niets anders dan ontvlamd te worden door dat hemelsch vuur, hetwelk Gij op aarde zijt komen brengen. Kom dan, mijn Jezus, en toon mij de onbegrijpelijke uitgestrektheid uwer barmhartigheid en milddadigheid. Ik geef U zonder eenig voorbehoud mijn hart. Kom in dat hart, neem er bezit van en vestig er uwe heerschappij. Ik ken geen ander geluk dan U in

234

ocr page 239

E KUST li SAM KS'Sl'RAAIC.

mijn hart te bezitten, o Jezus, en U met eeue onwankelbare liefde te beminnen. O eenige en Tolmaakto zaligheid! Indien hemel en aarde mij geheel toebehoorden, zoude ik ze willen geven, om dat geluk te koopen. Kom dan , mijn Jezus, kom bezit nemen vau mijn hart, doordring het ran liefde tot U.

II. Doe. niet de volmaulvte nederiyheicl eene oprechte, he kent en is vein uwe onwaurcliyheid en eer-wek eene oefening ran leedwezen over al de zonden en afdivalingen ran uw hart. Maar wat doe ik 'i Ik ken mijn hart; hot aan Jezus aanbieden, is Hem een verblijf aanbieden veel onreiner dan den stal van Bethlehem. Het is zoo , mijn Jezus , ik beken hot. Mijn hart is geenszins eene passende woning voor uwe heiligheid. Wat zal het dan thans zijn , nu er in dat hart niets te vinden is dan vlekken, tallooze zonden en eene menigte van slechte neigingen ? Wee mij ! Zoude Jezus, die de zonde haat, in een hart als het mijne kunnen wonen ? Maar neen, ik vergis mij niet. Evenals gij oneindig heilig zijt, evenzoo zijt Gij ook grenzeloos barmhartig. Gij hebt gezegd , dat Gij een rouwmoedig en vernederd hart niet zult verwerpen. Die woorden ondersteunen mijn vertrouwen. Zie, mijn Jezus, aan uwe voeten leg ik al de zonden van mijn leven. Ik zie het, haar aantal is schrikwekkend, ik erken hare boosheid. Hoeveel beter ware hot voor mij geweest in het niet terug te zinken, dan eene enkele zonde te bedrijven! Jk verfoei van ganscher harte do zonden , waaraan ik mij schuldig gemaakt heb ;

'i35

ocr page 240

Eerste Samenspraak.

maar, mijn Jezus, voorkom mij met uwe genaden on help mij ; zonder II kan ik niets. Ik verfoei en verzaak al mijne zonden in het algemeen , en elke in het bijzonder, omdat Gij die haat en verfoeit. ïot U, o Jezus, neem ik mijne toevlucht, ik heb behoefte aan geheel uwe barmhartigheid, zoo oneindig groot als zij is. Zij alleen kan mijn hart zuiveren, dat afschuwelijk is in uwe oogen. Besproei het dan met uw kostbaar bloed eu maak het deelachtig aan uwe oneindige verdiensten ; vervul het met uwe genaden cn versier het met deugden , opdat liet een verblijf worde uwer oneindige heiligheid waardig.

III. Vernieuw in u de vurige begeerte naar de volmaakte liefde en de vereeniging met .Jezus, en smeek Hem met den grootsten ijver, dat Hij mee begeerten gelieve te vervullen.

O Jezus, oenigo vreugde en verlangen van mijn hart, wanneer zal het volzalig uur aanbreken, waarop ik geheel aan mij zeiven en aan alle schepselen zal gestorven zijn? dat uur, waarin al mijne kwade neigingen vernietigd zullen wezen en ik niets moer zal beminnen dan uw welbehagen ? dat uur, waarin mijn hart gesloten voor de schepselen en slechts voor U alleen geopend zal wezen ? dat uur, waarin het hart eeu hemel wordt, waar Gij ü laat aanschouwen, beminnen, ontvangen en genieten door de ziel ? O gezegend uur , wanneer zult gij aanbreken ? Dit is het doel van mijn streven, het voorwerp mijner gebeden en verzuchtingen. Mijn hart zal droevig zijn, tot Gij , mijn Jezus , U over mij ontfermen en mijne

236

ocr page 241

Eerste Samenspraak.

begeerte vervullen zult. O Jezus, afgrond van barmhartigheden, die nooit kan worden gedempt; bron van hemelsche goederen, die nooit ophoudt te vloeien ; vertrooster van alle bedroefde harten, die naar U verzuchten, worp op mij eenen vaderlijken blik, en beschouw de kwelling, die ik lijd. Ik vraag noch goederen, noch rijkdommen, noch eer, noch onderscheiding, noch zingenot, noch wat ook in den hemel of op aarde. Ik vraag slechts de genade van U te beminnen, U te dienen, U voor altjjd en zonder voorbehoud toe te behooren. Dat is de eenige begeerte mijns harten. Geef dan, mijn Jezus, dat mijn lichaam en mijne ziel branden van liefde tot ü, in U en door U.

III. Oefenino. Stel u Jezus voor als eene glansrijke zon, die hare stralen uitschiet over het heelal, en hier en daar een hart door het vuur zijne liefde doet ontvlammen. Overweeg: 1. Dat het om een hart met liefde te vervullen, genoeg is, dat Jezus er een enkele straal in afzeilde. 2. Dat Jezus daartoe ten volle genegen is, mits gij u tot het ontvangen dier gunst voorbereidt en ze Hem met vurigheid vraagt, volgens deze uitdrukkelijke woorden : Ik beu gekomen om het vuur op aarde te brengen en wat verlang Ik anders, dan dat het brande ? Verzucht vervolgens tot Jezus en verwek :

1. Eene oefening van volmaakte liefde en een vurig verlangen om Jezus altijd meer en meer te leminnen, toi einde tot de volkomene rereeniging met Hem op te klimmen.

O Jezus, Gij zijt het eenige en hoogste goed.

237

ocr page 242

Keüste Sameksi'raak.

238

dat alle Tolmaakthedoa iu den Terlievensten graad bevat, een goed, dat alle geschapen zaken oneindig overtreft ; een goed, waaruit, als uit eenen oeverloozen oceaan, alles voortvloeit, wat er goeds in den hemel en op de aarde aanwezig is. Ik bemin U dan en omhels U uit den grond mijns harten en uit al de krachten mijner ziel. Ik verheug mij in uwe oneindige gelukzaligheid, die noch vermeerderd kan worden door de heiligheid der schepselen, noch verminderd kan worden door hunne boosheid. Ik verheug mij in die oneindige liefde, waarmede Gij U zeiven steeds bemind hebt, uu nog bemint, en waarmede gij U gedurende de gansche eeuwigheid zult beminnen. Ik verzamel thans in mijn hart alle liefde, die Ü ooit door al de zaligen des hemels werd toegedragen, en stort die uit in uw heilig Hart. O, hoe gelukkig zoude ik zijn, indien ik nu, ten koste van mijn leven, U zoodanig koude beminnen ! -Maar wat ware dit nog in vergelijking met de liefde welke Gij verdient? Zoolang al de genegenheden vau mijn hart niet voor U zijn, zoolang mijne ziel niet met al hare krachten aan U alleen zich hecht, zoolang ik niet door al mijne werken uitsluitend het welbehagen van mijn God zoek, zoolang ik niet allen tegenspoed met vreugde aanneem, zoolang ik niet van liefde brand, en niet innig met U vereenigd beu, zoolang bemin ik u niet, zooals ik ü beminnen moet. O ongelukkige, die ik ben! Waarom kan ik niet beminnen, zooals ik het zou willen doen ? Serafijnen, hemelsche geesten, uitverkorenen des

ocr page 243

Eerste Samenspraak.

Heereu, die niets doet, dan beminnen, bidt voor mij, opdat ik kunne beminnen gelijk gij.

2. Maak een ernstig voorneinen om n zoo yoed mogelijk tot die liefde voor te bereiden. Draag u zonder voorbehoud, zonder uitzondering aan onzen Heer Jezus Christus op, en bid Jlem uw hart te willen bereiden door zoodanig middel als Hij zal goedvinden. Doch hoe, o Jezus, zal mij eene zoo groote gunst geworden? Daartoe is een hart noodig, dat onophoudelijk zich zelf verloochent, een hart, dat nedering zijn verstand, zijn niee-niug, zijnen eigen wil aan iedereen onderwerpt; een hart, dat in zijne liefde alle menschen omvat, dat zoowel aan zijne vijanden, als aan zijne vrienden weldoet; een hart, dat in allen tegenspoed uw welbehagen aanbidt en dat nacht en dag naar u verzucht. Ziedaar hoedanig een hart dient te zijn, om tot een waardig verblijf aan Jezus te verstrekken. Is het mijne zoo gesteld ? Xeen, neen, o mijn Jezus, mijn hart is niet waardig, dat gij er u verblijf in vestigen zoudt. Maar wat tot dusverre ontbroken heeft, moet in de toekomst geschieden. Zie, o mijn Jezus, voor uw heilig aanschijn maak ik nu het vaste voornemen, van ondanks allo moeielijkheden, de genoemde deugden met ijver te beoefenen, en U aldus eene welgevallige woning te bereiden in mijn hart. Maar dewijl ik zeer goed weet, dat ik door mijne eigene pogingen nooit zal komen tot die zuiverheid, welke gevorderd wordt tot de vereeniging met ü, bid ik U zeer ootmoedig, dat Gij zelf de hand aan het werk willet slaan en mijn hart daartoe in

■J39

ocr page 244

Eerste Samenspraak.

staat stollen. Ik geef U mijn lichaam over tot allen arbeid ; ik lever liet U over om alle ongemakken, zwakheden en smarten te verdragen. Ik geef U mijne eer, en wil alle verachting, versmading, beleedigingen en verdrukkingen ondergaan. Ik geef U mijnen wil tot het aanvaarden van alle bedieningen, van alle werken uit gehoorzaamheid, van al uwe beschikkingen. Ik geef U mijne ziel over om alle duisternis, alle verlatenheid, alle bekoringen, alle ontberingen te lijden. Doe met mij, wat Gij wilt, ik vraag U slechts ééne genade : Stel mij in staat om U volmaakt te beminnen, U te beminnen eenig en alleen om U zeiven.

3. Hernieuw de hegeerte om Jezus te beminnen en li met Hem te vereeniyen, smeek Hem neder ij om die genade.

Aanhoor mij toch, o Jezus; zie, het eenige verlangen mijns harten is : U zoodanig te beminnen, dat ik van mij zeiven en al het geschapene onthecht zjj, dat mijn hart geheel brande van liefde, dat ik onophoudelijk met U vereenigd, volkomen in U herschapen zij. Mijn Jezus, wees niet vertoornd over mijne stoutmoedigheid, als ik U eene genade vraag, die mijn verstand niet kan bevatten; Gij let minder op de woorden, dooiden mond gesproken , dan op de bewegingen van' het hart. Gij weet, wat ik ü vraag ; want slechts door uwe genade verlang ik eene liefde te bekomen, die mij afschuw inboezemt voor alles wat de wereld bemint en acht, eene liefde, die het hart zoodanig inneemt, dat uw welbehagen

ocr page 245

Ekrste Same.nspraak.

het ecuig voorwerp zjj van mjjae zorgen, vim mijao pogingen, van mijne vreugde, van mijn geluk, van mijn leven, in een woord, eene liefdo die mij zoodanig met U vereenigt, die mij zoodanig met U vervult, dat ik, gedurende geheel mijn leven, uwe heilige tegenwoordigheid geniete, eene liefdo, die mij zoodanig in U verandcre, dat ik kan zeggen: Ik leef, maar niet meer ik, Jezus leeft in mij. O allergrootste genade! O allerhoogste zaligheid! geene genegenheid meer hebben dan voor het Hart van -Tozus ; geeno liefde meer, dan volgens het welbehagen van God ; aan zich zeiven sterven om niet meer dan door Jezus te leven; zich zelven verlaten om over te gaan in Jezus en één van geest met Hem te worden. Ziedaar wat geheel mijn wezen zoekt en vraagt. Tot U dan, o mijn Jezus, verhef ik mijne ziel ; ik vraag U die genaden, door de afgrijselijke folteringen, die Gij in uw allerheiligst lichaam hebt geleden, door de beleedigingen en godslasteringen, dio uwe Goddelijke Majesteit te verduren heeft gehad, door do matelooze droefheid , die uwe ziel heeft geleden, door dien smaadvollen dood, welken Gij hebt uitgekozen. Gij hebt dat alles geleden, om mij uwe liefde te bewijzen. O mijn Jezus, verhoor mij, bid ik U : ik vraag U slechts, wat Gij zelf verlangt en vraagt.

IV. Oefening. Op deze wijze, mijne ziel, kunt gij u in die heilige begeerten oefenen, wanneer gij den tijd hebt, om u wat langer met God te onderhouden, bijvoorbeeld, na de 11. Communie,

1G

ocr page 246

Eerste Samenspraak.

gedurende de H. Mis, tijdens de overweging en bij meer andere gelegenheden. Hoe heilig die oefeningen overigens zijn mogen, zij zullen alleen niet voldoende zijn, om u tot de volmaakte liefde en de vereeniging met God te brengen ; gij moet daarbij nog de volgende raadgevingen in acht nemen: Maak u gewoon Gods tegenwoordigheid steeds te gedenken en met Hem vereenigd te blijven. Draag zorg om den geheeluu dag door, op alle plaatsen, bij al uwe bezigheden te allen tijde de oogen van den geest op God gevestigd te houden, en tracht u met Hem te vereenigen door korte verzuchtingen. Wij zullen hier de eene of andere wijze, waarop dit kan geschieden, aangeven.

Eerste Wijze. Tnt God rerzucliten dour vurifje heyeerten.

O mijn God, eenig verlangen, eenige vreugde mijns harten, wanneer zal het gelukkige uur aanbreken, dat ik geheel dood zal zyn voor mij zeiven en voor al het geschapene, om niet meer dan in U alleen te leven? O mijn God, eenig verlangen, eenige vreugde mijns harten, wanneer zal de zoo lang gewenschte dag daar zijn, waarop Gij medelijden met mij hebben en mij door de banden eener volmaakte liefde met U vereenigen zult ?

Tweede Wijze. Aan God die liefde met reel vurigheid en grooten ijver enigen.

Mijn God, mijn eenig en hoogste goed, vernietig in mij, wat ü mishaagt: trek mijn hart met al zijne genegenheden tot U, en doe het geheel branden door het vuur uwer goddelijke

242

ocr page 247

Ekkstk Samkkspraak.

liefde. — (.) mijn God, mijn eenig, cu hoogste goed, ontsteek in mij het vuur uwer goddelijke liefde, vereenig mij met L', verander mij volkomen in U.

Derde Wijze, Zich zonder coorhehond ami Ood ojidrayen, uw de geuade zijner liefde te verkrijgen.

O mijn God, eenig verlangen mijns harten I ik vraag noch eer, noch liefde van den kant der menschen, noch gezondheid, noch een lang leven, noch iets anders, hoe ook genaamd in den hemel of op aarde. Geef mij uwe liefde, en ik zal volkomen tevreden zijn. O mijn God, eenig goed mijns harten, ik geef mij zonder voorbehoud aan U over, en ik aanbid nederig al uwe beschikkingen. Ik vraag niets anders dan te branden van liefde tot U.

Vierde Wijze, Aan Jezus-C/iristns zijne liefde, vragen.

O Jezus, door uw zoo beminnend Hart, dat met eene lans zoo wreed doorboord werd, smeek ik U, ook mijn hart te wonden met de pijlen uwer liefde. O Jezus, door uw kostbaar bloed, uit liefde voor mij vergoten, smeek ik U, mijn hart te zuiveren, en daarvan eene woning te maken, die aan uwe oneindige schoonheid kan behagen. Verzucht alzoo nacht en dag, mijne ziel, en geloof stellig, dat het uur zal slaan, waarin gij die genade zult verwerven.

243

ocr page 248

241

T W li i: D E S A 31 K \ 8 1' 11 A A K.

Tweede liocdaiiighcid der volmaakte liefde tot God.

Jezus beiHimieii, en zoowel in duisternis en verlatenheid, ai* in licht en vertroostim/, een Hem welgevallig leven leiden.

Deze hoedanigheid uitdrukken, is reeds duidelijk aantoonen, waarin do aard on het wezen bestaat der wederzijdscho liefde tusschon God on do ziol: eene liofdo, die niots anders is, dan eeno nauwe vereoniging van wil, van geest en van hart. Daaruit volgt noodzakelijk , dat de ziel gretig moet zijn, om te doen wat God wil, te lijden wat God beveelt, in oen woord, om zich met liefde naar zjjno aanbiddelijke inzichten te schikken. Waar deze zielsgesteldheid niet aanwezig-is, daar is goene ware liefde tot Jezus. Luister naar do grondstelling vaii een der meest ervaren leeraars in hot geestelijk leven, den heiligen Joannes van het Kruis : „Een geestelijk monschquot;, zegt hij in zijne oefeningen van Godsvrucht, ,.moet zich nooit ophouden bij don geest, den smaak en het gevoelige in do godsvrucht. Hij moet ook nooit ontvluchten, wat daarin moeilijks en pijnlijks gevonden wordt.quot; Op zulke wijze wordt de zinnelijkheid onderdrukt en overwonnen; en anders zult gij nooit de eigenliefde ton ouder brengen, nooit de liefde tot God bekomen. Zie, mijne ziel, dat is hot eigenaardig kenmerk der volmaakte

ocr page 249

Tweede Samensi'üaak.

liefde: uit liefde tot Jezus doen, wat Hij wil, lijden, wat Hij beveelt en altijd meer verlangen naar lijden, dan naar genot. En dat juist is eene oefening van het hoogste gewicht, welke gij morgen zult te onderhouden hebben.

OoCoiiin? voor rteu dag, die de heilige ('onimunie voorafgaat.

Het zal God welgevallig zijn, mijne ziel, dat gij reeds heden aanvangt met het liefdcoffcr te bereiden, dat gij u voorstelt Hem morgen, bij zijne komst in uw hart, aan te bieden. Dit bestaat in de volgende oefeningen :

F. Oefesino. Aan de voeten van Jezus neerleggen alle begeerten naar hemelsche vertroostingen, hot hart vestigen in eene volmaakte onverschilligheid voor vertroosting of droefheid, en daarin geen andere begeerte dulden, dan die van geheel en al in het bezit en onder de leiding van Jezus te zijn. Niemand is zoo jaloersch als Jezus op de zielen, die Hij uitgekozen en voorbeschikt heeft om Hem te beminnen en met Hem ver-eenigd te zijn. Hij wil het hart, dat zich aan Hem gegeven heeft, alleen bezitten; Hij haat allo genegenheden , waarvan Hij het voorwerp niet is ; Hij duldt ook geene bijoogmerken iu de giften, die men Hem opdraagt; Hij wil, dat de ziel, welke Hem zoekt, in Hem alleen al hare vreugde, haren troost en hare tevredenheid vindt. Ziedaar, mijne ziel, waaraan gij u moet houden ; gij moet u verheffeu boven alle schepselen en uwe begeerten en neigingen naar God alleen

-45

ocr page 250

Tweede Samenspraak.

richten, zooals de vurige bruid vau Jezus. Mar-gareta Alacoque, gedaan heeft. N iet tevreden met van alle vertroostingen afstand te doen, verbond zich die edelmoedige ziel daartoe zelfs door gelofte. Hooren wij haar spreken: „Ik zal mij geheel aau het Heilig Hart van .lezus overgeven ; Hij bezoeke mij naar zijn welbehagen door vertroostingen ot door droefheid ; ik wil mij daaromtrent, voor mij zelve, niet bekommeren ot ontrusten en geef mij voikomen aan zjjne beschikkingen over; ik zal mij beschouwen als een brandoffer, altijd gereed om aau zijnen aanbidde-lijken wil geslachtofferd te worden.quot;

Ik vorder niet van u, mijne ziel, dat gij, naar het voorbeeld van die bewonderenswaardige dienares van God, u door gelofte verbinden zoudet. Neen, wat ik van u verlang is, dat gij u heden outhechtet van alle onmatige begeerte- naar de hemelsche vertroostingen, dat gij u hart vestiget in eene volkomene onverschilligheid, en dat gij het vaste voornemen maket, van Jezus te beminnen, zoowel in duisternis en verlatenheid, als in licht en vertroostingen.

Door de rolgende oefvuimjen hunt (jij dikwijl* door den day die opdracht en onthquot;ehting can ir zeiven rernieniren.

O Jezus, o mijn God en mijn al ! ik geef lr mijn hart met al zijne neigingen. Ik begeer noch licht noch duisternis, noch vertroosting noch troosteloosheid, noch rust noch bekoringen. Ik vraag niets anders, dan dat uw heilige Wil op de volmaaktste wijze quot;quot;volbracht worde. G

246

ocr page 251

ï WËEDK S.\-Mi: NS PK A A K.

Jezus, mija God eu mijn al, geef mij de geuade vau mij te verheffen boven allo schepselen, eu U met een zuiver en belangeloos hart te beminnen. Beschik voor al het overige volgens uw welbehagen over mij. Ik heb vast besloten, U in alles te loven en te prijzen.

II. Of'.f FNINO. Het hurt ran alle M-hcpselen onthechten en fjcen r/eiwegen, gcene rrewjde vinden, dan in God alleen.

Indien de Goddelijke Verlosser eene bovenmatige voorliefde voor zijne gaven en zoetheden afkeurt, dan kan men daaruit opmaken, hoezeer diegene Hem moet mishagen, die in aardsche zaken zijne vreugde zoekt en vindt. Er is geeno moer afdoende voorbereiding om het bezit der volmaakte liefde tot Jezus en de vereeniging met Hem te erlangen, dan dat wij ons voor altijd alle genoegen ontzeggen, dat ons van den kant der schepselen zou kunnen geworden.

Aldus werd het vroeger \erinelde heldhaftige besluit genomen dooi' die heilige ziel, Margareta Alacoque. Hoor hoe zij daarover spreekt in het verhaal van hare bewonderenswaardige gelofte. „Ik wil in dit leven geen andere voldoening zoeken, dan die, van geene enkele aardsche vreugde te genieten : on mocht de Voorzienigheid er mij overzenden, dan zal ik die aannemen, doch inwendig verzaken aan alle vermaak of genot. Ik wil mij niet ophouden bij de bemerking of iets mij al of niet bevalt; ik wil liever al mijne gedachten tot mijnen lieven Jezus wenden, en in alles niets anders zoeken dan wat Hem behaagt.quot; Ziedaar, mijne ziel.

247

ocr page 252

Tweede Samenspraak.

een zuiver en getrouw hart, eeno ware en volmaakte liefde. /00 moet gij heden leven, als gij tegen morgen een aangename woning voor den Welbeminde wilt bereiden ; zoo moet gij leven, als gij Jezus altijd bij u wilt houden. Die oefe-n ng bestaat in het onderhouden van twee punten.

Eerste Punt. In niets, hoe onschuldig het ook zij, vermaak scheppen.

Tweede Punt. Indien wij echter iets wat aangenaam is, niet kunnen vermijden, dan inwendig ons het genot van dat vermaak ontzeggen en aan God die zaak met de volmaaktste meening opdragen, do gedachten van het vermaak afwenden. Geloof mij, mijne ziel, dit zijn twee oefeningen van het hoogste gewicht.

Oefeningen voor den dag' zei ven, waarop men coiiiniiiiiiccert.

Nadat gij u den dag te voren op do aange-dui.le wijze hebt voorbereid om den goddelijken Zaligmaker te ontvangen, kunt gij thans de onmetelijke liefde van Jezus tot u overwegen om uw hart van de vurigste liefde te doen branden.

Eerste Punt. De liefde, waarmede Jezus u bemint, en waarmede Hij u tot heden bemiud heeft, is eene liefde zonder vertroosting en zonder genoegen. Indien gij u zeiven niet wilt misleiden en vrijwillig de oogen wilt afwonden van uw gehouden gedrag, dan moet gij bekennen, dat Jezus iu u noch troost, noch genoegen heeft gevonden; dan moet gij erkennen, dat gij Hem enkel droefheid en verdriet hebt veroorzaakt. Denk daarover wel na !

248

ocr page 253

TWEEDE Samenspraak.

249

Wat kan een beminnend hart zwaarder vallen, dan ter vergelding van al zijne weldaden en tee-derheid niets te ondervinden dan onverschillig-heid ? Jezus bemint u met eene allerteederste liefde; zou inderdaad eone flauwe liefde in staat zijn, om Hem, dien oneindig grooten God, zoo dikwijls van don hemel te doen afdalen, om tot u te komen en u te spijzen met zijn heilig vleeseh, u te drenken met zijn kostbaar bloed ? Koude die Hem doen ingaan in uw hart ? en dat alles om u doel te geven aan zijne goederen en rijkdommen en zich nauw met n te vereenigen. Bestaat er eene liefde, groot genoeg om de zoo wondervolle liefde van Jezus te vergelden ? Geene andere begeerte had ingang bjj u moeten vinden, dan die van Jezus steeds vuriger te beminnen; gij hadt geen oogenblik moeten doorbrengen zonder Jezus te beminnen ; gij hadt allen tegenspoed moeten omhelzen, eenig en alleen om uwe liefde aan Jezus te toonen ; en na dat alles verricht te hebben, zoudt gij nog niets hebben gedaan om aan de liefde van Jezus te beantwoorden. Maar wat is er gebeurd, en hoedanig is uwe liefde geweest ? Hoe koel, hoe ongevoelig is uw hart! Hoe onstandvastig zijn uwe voornemens! Hoe spijtig en ongeduldig zijt gij in uw lijden! Konde zooveel lauwheid en ondankbaarheid het Hart van Jezus vertroosten? En indien dat Hart nog voor lijden vatbaar ware, hoe groot zoude dan zijne smart wel zijn geweest ? Jezus beklaagt zich niet alleen over uwe koelheid, maar ook over uwe oneerbiedigheid. Weet gij wel, mijne ziel, wat het zeggen wil. Jezus

ocr page 254

Tweede Samenspraak.

te ontvaugeu in een hart, waarin zich, al ware het ook maar ééne dagelijksche zonde, ééne enkele verkeerde neiging, bevindt ? O, indien gij het wist, hoezeer zoudt gij niet verschrikken over do oneerbiedigheid , die gij jegens Jezus hebt begaan 'i Denk een oogenblik na en beschouw hoe afschuwelijk in de oogen des geloofs eene enkele dagelijksche zonde, een enkele kwade neiging is, en gij zult uwe snoodheid erkennen. Of liever, verneem het uit den mond van eene der meest verlichte zielen, die ooit op aarde geleefd hebben, de H. Catharina van Genua. Zij ontving eens de genade van in een wonderbaar licht te beschouwen, eerst de oneindige schoonheid van God en vervolgens de afschuwelijke leelijklieid van de minste zonde. Zij riep uit: „Ik erken thans, dat ik gestorven zoude zijn, zoowel bij den aanblik der zonde als bij het aanschouwen van God, indien Hij niet genadig op mij neergezien en mij ondersteund had. De aanblik van beiden overtreft alles wat de raensch zich kan voorstellen, en niemand kan die verdragen zonder te stervenquot;. (*)

Diezelfde heilige had ook het voorrecht in den geest de leelijkheid te zien van den vorst der duisternissen, en die van de dagelijksche zonde; zij was zoodanig door schrik bevangen, dat zij uitriep: „Heer, ik weiger niet op mijn sterfbed allo duivelen te zien met alle lijden en folteringen, ja, met alles wat zij vreeselijk hebben, uitgc-

25U

ocr page 255

Twf.kde S a m e n s1' r a a kquot;.

•iöl

nomen do zonde ; want dat alles is niets, in vergelijking- mot den a;inblik der minste zondequot;. Zoo groot is, in de oogeu eener door God verlichte ziel, de leelijklieid der minste dagelijkseho zoude; wat moet zij dan niet zijn in de oogeu van God ? Zoo verfoeilijk als de zonde is, zoo afschuwelijk is ook het hart, dat er mede is bezoedeld. Oordeel nu zelve weikeu afkeer Jezus moet gevoelen, wanneer Mij in een zoodanig hart binnen gaat, en welke oneerbiedigheid het zijn zoude Hem in oeue zoo onreine woning te doen binnen gaan. Wie zoude niet verontwaardigd zjjn over de oneerbiedigheid van Magdalena, indien zij, toen Jezus haar kwam bezoekeu. Hem in plaats van eene behoorlijk ingerichte zaal, eeuen onreinen stal tot rustplaats had aangewezen 'i En toch zoude Jozus daarvan minder afschuw hebben gehad, dan van eene ziel, met dagelijkseho zonden bevlekt. Maar wat die heilige niet dood of kou doen, mijne ziel, dat doet gij ! Hoe dikwijls inderdaad hebt gij Jezus ontvangen zonder te verzaken aan dat spijtige gevoel, aan dien afkeer tegen uwen evenmonsch ; zonder u te ontmaken van die ongeregelde liefde, van die gehechtheid aan cenig schepsel, zonder de lichtzinnigheid te betreuren . waarmede gij do fouten en zwakheden van anderen gelaakt hebt, zonder oenen vasten wil van uwe traagheid en andere onvolmaaktheden te verbeteren, die u sedert lang tot gewoonte zjjn geworden ! Toch naderdet gij steeds tot de heilige Tafel en Jezus moest uwen wil doen, in uw hart binnengaan en daar verblijven, ofschoon zulks

ocr page 256

Tweede Samenspraak.

Hem veel moeilijker viel, dan liet u zou vallen, verplicht te zijn in eenzelfde vertrek te wonen met eenen ongelukkige, door een vreeselijke me-laatsehheid aangetast. O overmaat van onbeschaamdheid ! Maar dat is nog niet genoeg, ondankbare ziel, voor uwe koelheid en oneerbiedigheid. Xiet alleen hebt gij Jezus ontvangen terwijl uw hart met vroegere overtredingen was bezoedeld; maar op het oogenblik dat Jezus in uw hart verbleef, begingt gij nieuwe zonden. Men kan niet begrijpen, hoe iemand, die gelooft dat Jezus waarlijk in zijn hart tegenwoordig is, de boosheid zoover kan drijven ? Toonen wij het aan door een voorbeeld ;

Jacobus Alvarez, wiens lof wij reeds vermeld hebben in onzo eerste samenspraak, droeg eens met veel godsvrucht de II. Mis op. Xa de opheffing ziet hij eensklaps Jezus voor zich staan in de II. Hostie onder de gedaante van een zeer aanvallig kind, dat zich om zijnen hals werpt, hem eenen kus op de wangen drukt, hem zooveel liefde en ijver inboezemt en hem met zulk eenen overvloed van vertroostingen vervult, dat, zooals hij later bekende, zijn hart er niet tegen bestand zou zijn geweest, indien de omhelzing van Jezus langer had geduurd. Veronderstel nu echter, dat hij, op het oogenblik dat Jezus uit de heilige Hostie te voorschijn trad en de armen uitstrekte om hem te omhelzen, zijne blikken met onverschilligheid afgewend en noch vreugde noch liefde getoond had; veronderstel, dat toen Jezus daar voor hem stond, hij met zijne gedachten.

252

ocr page 257

Twkedi: Samenspraak

mot ziju liart elders had verwijld, en hij geheel spijtig gewacht had, tot Jezus onder de heilige gedaanten verdwenen was, zoude dit geene onbeleefdheid geweest zijn. die menschelijkerwijze gesproken onmogelijk schijnt? Ik weet wel, mijiie ziel, dat Jezus U nog nooit onder eene zichtbare gedaante heeft geliefkoosd ; maar volgt daaruit, dat hij voor u minder gedaan heeft dan voor zijnen dienaar? Heeft Jezus u niet eene even groote gunst bewezen met in uw hart te komen, dan als Hij zich zichtbaar aan u vertoond had ?

Het geloof leert ons, dat Jezus in de heilige Communie waarlijk tegenwoordig is, al toont Hij zich niet aan onze blikken. Hoor , wat Hij eens zeide tot Balthazar Alvarez, een zeer heilig man. Deze overwoog eens het groote geluk der Drie Koningen, die met eigen oogen het kind Jezus aanschouwden. Hom aan hnn hart drukten en omhelsden. In die gedachten verdiept, hoorde hij de stem van Jezus, die hem zeide : Zij hebben mij slechts aanbeden, maar gij hebt mij ontvangen ; als wilde Hij zeggen : Houd op met de gunst te bewonderen, welke de Drie Wijzen vau Mij ontvingen, want ik heb mij enkel in hunne handen gesteld, opdat zij Mij zouden kunnen omhelzen , terwijl gij, door eene veel kostbaarder weldaad. Mij in uw hart hebt bezeten eu Ik Mij met u vereenigd heb.

Mag ik tot u niet in alle waarheid zoggen, mijne ziel, wat Jezus tot Alvarez gezegd heeft ? Houd op met de gunst te benijden, die Jezus

253

ocr page 258

Tweede Samenspraak.

254

aan zijnen trouwen dienaar heeft bewezen; want te zijuon opzichte heeft Jezus zich bepaald bij uitwendige bewijzen van teederheid, maar bij li heeft Hij werkelijk zijnen intrek genomen en heeft zijn hart met het uwe vereenigd. Maar het is juist de onmetelijkheid dier liefde, welke de groote boosheid klaar doet uitkomen, die gij begingt met God schaamteloos te beleedigen, op het oogenblik zelf, waarin Hij zoo groote wonderen in u werkte. Eu hoe menigmaal is zulks niet gebeurd ? Helaas! die vrijwillige verstrooidheden na de heilige Communie, die verkeerde neigingen, waaraan gij gehoor gaaft, die lauw- en traagheid, waarin gij uwe oogenblikken verkwistet, wat waren zij anders, dan zoovele beleedigingen, Jezus aangedaan. Was dat uiet de blikken van Jezus afwenden eu uit verveling verlangen naar het heengaan van Jezus uit uw hart? Waar is nu de vertroosting, het genoegen, dat Jezus in u gezocht heeft, mijne ziel ? Hij komt tot u in uw eigen hart om er zijne vreugde, zijn genoegen te vinden, gelijk een bruidegom, die geen geluk meer vindt dan bij zijne bruid ; die haar oprecht en uit geheel zijn hart bemint, zooals Hij zelf door den mond van zijnen profeet zegt : Gelijk een bruidegom zich verheugt in de tegenwoordigheid zijner bruid, zoo zal God zich in u verheugen. (*) Maar wat heeft Hij gevonden ? Helaas ! niets dan ondank, oneerbiedigheid, beleedigingen en boosheid ! Is dat dan de dankbaarheid, die gij tot dusverre

(#) Isaias lt;gt;2.

ocr page 259

Tweede S a m e x s r r a a ic .

aan Jezus hebt getoond, de liefde, waarmede gij de liefde van Jezus vergolden hebt?

Tweede Pust. Ondanks uwe onwaardigheid, was ile liefde, waarmede Jezus u in dit Sacrament bemind heeft, grenzeloos. Beminnen zonder eenige wederliefde te ontvangen is eene zuivere liefde; beminnen en niets terugontvangen dan versmading is eene nog zuiverder liefde. Maar, ondanks dit alles , voortgaan met beminnen, beleedigingen met weldaden en teederheid vergelden, niet verkoelen in de liefde, maar steeds vuriger beminnen, dat is beminnen met eene liefde, welke den hoog-sten graad van volmaaktheid bereikt heeft.

Gij hebt overwogen, mijne ziel, hoe schuldig gij ii ten opzichte van Jezus gemaakt hebt; zie uu, met welke uitstekende liefde Jezus u desniettegenstaande heeft bemind. 1. Is liet niet reeds een wonder, dat Jezus zoo dikwijls tot u is gekomen in het allerheiligste Sacrament ? Inderdaad, dit feit alleen bewijst genoegzaam, dat zijn hart altijd van liefde tot u gebrand heeft. Waarom? Indien Jezus gedurende tien jaren dagelijks eenen engel tot u gezonden had, om u namens Hem te bezoeken en u zijne genaden aan te bieden, zou dan een dusdanig blijk van liefde niet genoeg zijn geweest om de geheele wereld verbaasd te doen staan ? Dat is niet gebeurd, want dat was te weinig voor uwen Jezus. Hij komt zelf u bezoeken en Hij komt elke week twee, drie, of nog meer malen; waarlijk, rene genade veel kostbaarder dan dat Hij u duizend serafijnen had gezonden. Zeker, indien men u de keus gaf tus-

ocr page 260

Tw e r: I) e SAM e xs pua a k.

schcn tiou jaren lang, eiken dag een uur bezoek te ontvangen van de hemelsche geesten, of gedurende die tien jaren slechts eenmaal Jezus te zien en zijne heilige wonden te vereeren, dan zondet gij dit laatste voorrecht moetei.» kiezen. Maar Jezus is li niet alleen komen bezoeken, Hij is bovendien u komen spijzen. Nieuw bewijs eener onbegrijpelijke liefde! Als een groot monarch dezer aarde het beste deel van zijn middagmaal door een zijner hofjonkers op een gouden schotel aan eenen zijner ministers liet brengen, en dat twee, driemaal in de week, dan zou dit een daad zijn, waardoor het geheele rijk kon weten, dat die minister de bijzondere gunst des konings bezat. Wat moet ik nu denken , mijne ziel, wanneer ik mijne blikken sla op Jezus en op mij zeiven? Jezus heeft u zijn voedsel niet gezonden, Iljj zelf heeft hot gebracht; maar een voedsel zooals nooit noch engel noch aartsengel noch serafijn geproefd heeft, zijn eigen lichaam, zijn kostbaar bloed. Wat kan Jezus nog meer doen, om u zijne liefde te toonen ? Had Hij u slechts een stuk brood gezonden, zooals een engel aan Elias bracht in de woestijn, of eenig ander stoffelijk voedsel zooals aan Daniël in den leeuwenkuil, dan ware zulks reeds een stellig bewijs geweest van de teedere liefde, die Hij u toedraagt. Wat moot gij clan nu denken, nu Hij u zijn eigen vleesch en zijn eigen bloed schenkt?

3. Verheffen wij onze gedachte nog hooger en beschouwen wij de uitwerkselen, die dit goddelijk voedsel in u heeft voortgebracht. God laat, wan-

25«

ocr page 261

Tweede Same.nspiiaak.

25 T

neer Hij ous komt bezoeken , zjjue giften niet in den Hemel, zegt de beroemde Bathalzar Alvarez ; noch ook zjjne blikken vol barmhartigheid , noch zijne teederheid , noch zijne zalving, noch zijne kracht, noch zijne rijkdommen. Hij komt niet met ledige handen , maar met de handen vol genaden en hemelsche goederen. Zoo menigmaal als Jezus u gevoed heeft met zijn vleesch en bloed, zoo menigmaal heeft Hij u eeue nieuwe genade ter zaligheid medegedeeld. O matelooze liefde! O onberekenbare schat! Een kind, dat terstond na het doopsel sterft, bezit slechts éénen graad van heiligmakende genade, en die enkele graad is genoeg om het gedurende de ganseho eeuwigheid eindeloos gelukkig te maken. Waarheid vol vertroosting en vreugde. Sedert eenige jaren heeft Jezus u zoo dikwijls gespijzigd, verkwikt met zijn goddelijk vleesch en zijn bloed, en telkens heeft Hij u eenen nieuwen graad van heiligmakende genade medegedeeld. En wanneer gaf Jezus u dat bewijs van mildheid ? Verzamel nu . mijne ziel, al uwe vermogens , en bewonder de verbazende liefde van Jezus. Dikwijls hebt gij de heilige communie in staat van dageljjksche zonde ontvangen. Is dat niet zoo 'i Helaas ! uw geweten bevestigt dit ; gij kunt het dus niet ontkennen. Jezus heeft dus zijne genaden in uwe ziel gestort, toen gij Hem werkelijk hadt beleedigd; op het oogenblik , dat gij niets dan straf en foltering verdiendet, op het oogenblik, waarop Hij u in de vlammen des vagevuurs had kunnen worpen : op hot oogenblik, waarin gij zoo koud en zoo on-

ocr page 262

Tweede Samenspraak.

dankbaar jegens Hem waart; op dat eigen oogon-blik vervulde Hij uw hart met zijne genade.

3. Hoe bewonderenswaardig do milddadigheid van Jezus u ook moet toeschijnen, toch is er nog iets meer verbazends. Het hoofddoel, waarmede Jezus zoo dikwijls tot u kwam en u met zijn vleesch en bloed spijsde, was. u nauw met Hem te vereenigen, tusschen uw hart en het zijne eene vertrouwelijkheid te vestigen , zoo innig als er slechts tusschen bruidegom en bruid kan bestaan. Hoezeer verlangde Hij u die genade mede te deelen? „Geen verlangen is grooterquot;, zegt de H. Joannes Chrysostomus , „dan dat eener moeder , om haar kind ter wereld te brengen en het met eigen oogen te zienquot; ; nu, hoe groot het verlangen eener moeder ook zijn moge, het verlangen van Jezus, om zich met u te vereenigen en de schatten zijner barmhartigheid over u uit te storten, is nog grooter. Zoo groot was de liefde van Jezus en zijn verlangen om zich met u te vereenigen , toen Hij het Sacrament der Eucharistie instelde ; zoo groot is dat verlangen nog heden. Kan men een grooter wonder van Liefde uitdenken ? Jacob beminde Kachel en diende, om haar ten huwelijk te bekomen, Laban zeven jaren lang , onder duizend beproevingen ; de vurigheid zijner liefde overwon al die moeilijkheden , en de zeven jaren schenen hem slechts eenige dagen. (*) Gij begrijpt reeds, mijne ziel, waar ik heen wil. Sedert tien jaren en meer zocht Jezus u, om

(■*■) Gen. Hoofdstuk '2\).

258

ocr page 263

T WE EDi: Sambn'SI'RAA K.

met u ecne volmaakte en eeuwige verbintenis aan te gaan, en dit verlangen bezielt Hem thans nog. Maar waar was uwe liefde ? Kunt gij, zonder van scliaamte te blozen, die vraag beantwoorden 'i Met welke koelheid hebt gij Jezus ontvangen 'i Wolke beleedigingen hebt gij Hem aangedaan, zelfs in zijne tegenwoordigheid ? Hoe menigmaal hebt gij Hem niet geweigerd, wat Hij u vroeg ! Hoe menigmaal hebt gij integendeel gedaan, wat gij wist dat Hem mishaagde! Hoe menigmaal hebt gij uw hart niet aan Hem onttrokken, om het aan de schepselen te schenken ! En ondanks dat alles heeft Jezus u altijd bemind, bemint Hij u nog ; Hij zoekt u en verlangt vurig met u ver-eenigd te worden. Is dat gecne liefde, welke door de hemelsche geesten zeiven nooit genoeg bewonderd kan worden ?

Kcinei'kin^'vii en gevoulcns.

Ziedaar, mijne ziel, met welke liefde Jezus u bemind heeft, eene liefde zonder vertroosting, zonder vreugde, en die toch zonder maat, zonder grenzen, zonder verandering, zonder onderbreking, zonder verkoeling tot heden voortduurt. Ziedaar hoedanig de liefde van Jezus was, en hoedanig is nu uwe liefde tot Jezus? Gij bemint Jezus en gij wenscht Hem volmaakt te beminnen, doch niet zonder vertroosting, zonder vreugde, zonder genoegen, niet in duisternissen en bekoringen, maar in het zoete genot eener aangename rust, eener teedere godsvrucht, in de innigste

259

ocr page 264

Twt.kde Samenspraak.

vereenigiug mot Hem. Helaas! hoe groot is uwe dwaling eu hoezeer wijkt gij af van den weg der ware liefde, die eene zuivere, getrouwe eu edelmoedige liefde is. Zonder deze hoedanigheden is geene ware liefde bestaanbaar.

J. De u-ure liefde is eene zuivere liefde.

])e christen die met eene ware liefde bezield is, verlangt niets anders, dan Jezus te beminnen en zijnen heiligen wil te volbrengen. Die wil is de eenigo regel zijner begeerten en gevoelens; hij kent geen ander genoegen dan zich daarnaar te schikken; want hij zoude er een gewetensbezwaar van maken, ook maar het minste deel van zjjn hart nan zijnen welbeminde te onttrekken.

JI. De ware liefde is eene (jetrouwe liefde.

Hij die waarlijk bemint, vervolgt rustig zijnen weg door verlatenheden en bedoringen hoon. Het welbehagen van Jezus is het eenigo waarom hij zich bekommert, en wjjl hij dit vindt, zoowel in lijden als in vreugde, is hij even tevreden in het eene als in het andere, en kent geene andere zorg, dan van uur tot uur door zijne daden en door zijn lijden het welbehagen van Jezus te volbrengen.

111. i)(' ware liefde is eene edelmoedige liefde.

H.j die de ware liefde bezit, weet dat hij onmogelijk een grooter genoegen aan Jezus kan verschaffen dan door te lijden; daarom verheft hij zich boven geheel zijne natuur en strekt de armen uit naar het lijden, naar de bitterheden, zonder in het minste acht te slaan op de tegenkantingen der eigenliefde en der zinnelijkheid.

260

ocr page 265

Tweeim; Samensi'raai;. 'JO 1

Gevoei.e.ns. Eerste heyeerte ikkii- lijden.

Xu, o mjjii Jezus, weet ik, waaruit mijne droef-lioid in duisternissen, en mijn verlangen naar licht en vertroostingen voorkomt. Het zijn geene uitwerkselen uwer genade, maar wel de vergiftigde vruchten van mijne eigenliefde en van mijne zinnelijkheid. Beminnen zonder vertroosting, zonder vreugde, zonder genoegen , beminnen in duisternissen en eene algeheele neerslachtigheid dor natuur , dat is waarlijk beminnen , dat is beminnen zooals Gij zelf, o Jezus, bemint! O schoone, o heilige liefde! hoe weinig hel) ik U bemind, hoe weinig U gekend , hoe weinig ü geacht! Dit komt, omdat ik door mijne eigenliefde verblind was. Op het oogenblik zelf, waarin ik gelegenheid had, om de liefde in hare geheelc volmaaktheid te beoefenen , meende ik, dat do liefde voor mij iets onmogelijks was. Welk eene verblindheid ! Do teedere gevoelens brengen de liefde geen voordeel aan, en troosteloosheid kan haar niet schaden. Jezus zoeken en zich naar ziju welbehagen schikken, ziedaar, waarin de liefde tot Jezus bestaat.

Tireede hcyeerte naar lijden.

Oneindige dank zij ü thans gebracht, o mijn Jezus, U die mij van mijne dwaling genezen hebt. Voortaan , o Jezus , zal ik geene andere bekommering meer hebben dan die van U te zoeken , en getrouw te volvoeren wat Gij van mij vraagt. Al het overige wil ik beschouwen als zaken, die mij vreemd zijn. en die ik met eene blinde onderwerping van uwe hand moet aannemen. Wilt Gij mij dan licht, vertroosting en nog andere gena-

ocr page 266

T we ED is Sam e n s pk a a k .

den schenken, ik zal U daarvoor loven eu zegenen ; maar ik zal daarin vreugde noch vertroosting vinden, dan omdat het U behaagt mij te vertroosten. Maar zendt Gij mij verlatenheid ot bekoringen over , dan zal ik door die duistere en dreigende wolken heen , met een levendig geloof daarin den schat van uwen heiligen wil beschouwen en mijn hart er toe brengen om noch rust. noch vreugde, noch genoegen te vinden dan in mij naar dien heiligen wil te schikken. Dit is mijn voornemen, o goede Jezus ; ik wil daaraan getrouw zijn.

Derde hefieerte naar lijden.

Maar zal ik in dat vaste voornemen kunnen volharden ? O mijn God, mijn eenige hoop , mijn toevlucht en mijne vreugde! O God , die mijne sterkte zijt! Uwe hulp zal mij al de dagen mijns levens ondersteunen; maar zonder U ben ik tot de minste krachtinspanning niet in staat. Zoo sterk de mensch is, wanneer Gij met hem zijt, zoo zwak is hij , wanneer Gij hem aan zich zeiven overlaat. Helaas! o mijn Jezus, heb dan medelijden mot mij ; ban uit mijn hart alle gehechtheid aan de schepselen, hoe heilig on volmaakt zij ook zijn mogen. Geef mij een hart, waarin geenc plaats meer is voor vreugde , voor vermaak, of begeerten, noch voor de begeerlijkheid , noch voor de liefde tot rust, tenzij voor die, welke voortkomt uit uwen allerheiligsten en beminuelijken wil. Op dit oogenblik verzaak ik aan alle andere begeerten van mijn hart. Ik wil of vraag niets in den hemel en op aarde dan U , o Jezus, te beminnen en te behagen.

262

ocr page 267

ïwekde SxMENSPliAAK.

Heilige vcrxiichtiiigfii bij liet ontvangen der heilige C'oinniiinie.

Vóór »Ie heilige Communie.

Stel u, wanneer het oogenblik om de heilige Communie te ontvangen daar is, levendig Jezus Christus in het heilig Sacrament voor. Verlies u geheel in Hem en verwek met alle mogelijke vurigheid:

1. Ee.xe oefening van diepen ootmoed. Belijd dat yj omvuardii/ zijt om Jezug te onframjeu en hid Hem terzelfder tijd, dat Hij zelf mr hurt zuivere en zich daarin een Hem hehayeljke ironing bereide.

O mijn Jezus, zoo groot als uwe barmhartigheid is, wanneer Gij tot mjj komt, om in mij uw verblijf te vestigen, zoo zeer ben ik eeue zoodanige gunst onwaardig. Ik ken mijn eigen hart niet, en toch mishaagt het mij om de zonden en kwade neigingen, waarmede het bezoedeld is. Wat is dan dat hart in uwe oogen, die het geheel doorgronden en er duidelijk al de afschuwelijkheid van inzien ? Helaas ! tot dusverre hebt Gij daarin noch vreugde, noch vertroosting gevonden. Al wat het bevat, heeft uwe allerheiligste oogen moeten kwetsen. Zal het dan nooit anders worden, en zult Gij dan nooit in mij eene U be-hagelijke woning vindon ? Maar wat zeg ik ? Do zuiverste tranen der boetvaardigheid zijn liet water, dat mijn hart moet reinigen. Aanhoor, o Jezus, do verzuchtingen mijner ziel; ik betreur mijne misslagen en ik verfoei ze, alleen omdat zij uwe

'263

ocr page 268

Tweedk Samenspraak.

oueindige grootheid en goedheid boleedigd hebben. Ik verzaak en verfoei ze zoodanig, dat ik op dit oogenblik zeil' bereid zoude zijn itiijn bloed te vergieten om ze uit te wissehen. O Jezus, gren-zelooze goedheid, besproei mij met uw kostbaar bloed, zuiver mijn hart van al zijne vlekken en maak het tot een verblijf dat aangenaam is aan uwe oneindige Majesteit.

2. rene oekex1xg vax 1)1'. v01.maakste meexixo.

Dfaa;/ mm .Jezus door de heilige Communie zijn eigen rleeseh en kostbaar bloed op, om hem lof, eer en onderwerping te hen-ijzen, die zijne Majesteit iraardig zijn ca vervolgens om de beoefening eener waarlijk heldhaftige liefde te hekomen.

In het vasto vertrouwen, o Jezus, dat Chj mij van al mijne kwade neigingen hebt gezuiverd, bied ik U thans aan uw eigen vleesch en kostbaar bloed, uw lichaam en uwe ziel, die ik ga ontvangen. O, hoe zoude ik wenschen U zoo zeer te kunnen eeren en beminnen als alle gelukzalige geesten en alle uitverkorenen ! O, hoe zoude ik wenschen alleen al de liefde te kunnen gevoelen, die alle redelijke schepselen bezitten! Met welke vreugde zoude ik die gevoelens voor U uitstorten! Ziedaar, wat ik verlang U te schenken, en wat ik U ook werkelijk schenk, omdat ik U ontvang. Gij geeft mij uw hart. Dat hart, hetwelk Gij mij schenkt, geef ik U weder, en door het U weder te geven, geef ik het aan geheel de allerheiligste Drievuldigheid, als een otter, waardoor Haar alle eer en alle liefde gegeven wordt, welke ooit in dit allerheiligste Hart waren opge-

ocr page 269

Tweede Samesspraak. 2g5

sloten. ])atzolfde Hart bied ik U aau, met al uw kostbaar bloed, o mijn Jezus; ik smeek U met al de vurigheid, waartoe mijn hart in staat is, geef mij heden eene waarlijk edelmoedige liefde, eene liefde, die niets zoekt, naar niets vraagt dau naar U en uwen heiligen wil ; eene liefde, getrouw in verlatenheid en onwankelbaar in vertroostingen; eene liefde, tevreden in alle wisselvalligheden, in alle dorheden; eene liefde eindelijk, die op U alleen steunt. Helaas! geef geen acht op de onwaardigheid mjjns harten; gedenk mjjne zonden en mijne boosheid niet, verhoor mijne bedrukte ziel, d:c al haar betrouwen op uwe oneindige goedheid stelt.

•!. hen l'urK] verlangen om Jezus te onfrdiKjen en die genade can zijne edelmoedige goedheid en oneindige bannliurtigheid renruehten.

Kom, o mijn Jezus, mijno eenige liefde, mijn eenig verlangen, mjjne vreugde en mijn troost, mijne eenige toevlucht, mijn geluk en mijn al ! Kom, o mijn Jezus ; Gij zijt een brandend vuur, verslind in mij al wat aan uwe blikken mishaagt, on ontsteek in mijn hart eenen brand, die nimmer uitgedoofd worde. Gij zijt een onuitbluschbaar vuur; plaats dat vuur in mijn hart, maak dat hot in den tegenspoed ontbrande en dat de vlam mijner liefde onophoudelijk toeneme. Kom , o mijn Jezus; want ik weet, dat, •wanneer Gij in mijn hart nederdaalt, al de schatten uwer genade daar mot L' komen. Maar ik vraag niets, dan U alleen, uwe liefde, o Jezus ! O liefde van Jezus, hoogste goed ! Gij overtreft oneindig ai wat hemel en

ocr page 270

Tweede Samenspraak.

aarde goeds bevatten; Grij zijt mijn Zaligmaker en al. het heil mijner onsterfelijke ziel, het eenige goed, dat mij gelukkig kan maken en zonder hot welk ik arm en ellendig ben. 0 Jezus, dat eenige goed vraag ik niet alleen voor mij zeiven, maar ook voor U; niet alleen yoov mijn geluk, maar ook voor de eer en glorie van uwen heiligen Kaam en om Yoldoening te geven aan uw Hart. Kom dan, o mijn Jezus, en ontsteek dat goddelijk vuur in mijn hart.

Na de lieilige Communie.

Xa aldus met de vurigste verzuchtingen Jezus ontvangen te hebben, zult gij u zoo levendig mogelijk zijne tegenwoordigheid in uwe ziel voorstellen ; verzamel al de vermogens uwer ziel en verwek :

1. Ei'tie oefeninr/ ran lof, van dank en van volmaakte liefde.

O dierbare Jezus! Gij zijt dus tegenwoordig in mjjn hart; Grij, wiens oneindige schoonheid alle uitverkorenen in verrukking brengt; Gij , wiens almacht de harten kan veranderen en in een oogenblik van den onwaardigsten zondaar eeneu heilige kan maken; Gij wiens eindelooze goedheid behagen schept in uwe gunsten en weldaden overvloedig uit te storten. Helaas! ware het mij gegeven U te beminnen en te loven, zooals uwe oneindige barmhartigheid het verdient! Maar dat is onmogelijk. Indien zelfs alle engelen te zamen U duizend jaren lang loofden, zouden

266

ocr page 271

Tweede Samexspraak.

zij ü voor zulk eene weldaad niet naar waarde kunnen danken. Wat vermag dan een ellendige aardworm , een arme zondaar, die niet waardig is de oogen tot U op te heffen ? Xeem , smeek ik U, als dankoffer aan, allen lof, alle zegening'on, alle liefde en al de verhevenste oefeningen, welke de volzalige Maagd , uwe Moeder, U aanbood , toen zij U in haren maagdelijken schoot droeg. Ik vermag niets, dan mij geheel in U te verliezen ; U mijn gansche wezen te schenken en U te beminnen uit geheel mijn hart, uit geheel mijne ziel, uit geheel mijn verstand en uit al mijne krachten. Gij zijt een oneindig goed , dat nooit genoeg bemind kan worden. U het minste deel van mijn hart te onttrokken, is eene beleediging , die nooit genoeg betreurd kan worden. Helaas! waarom komen die heilige gedachten zoo laat in mij op, en waarom ben ik niet begonnen U te beminnen, zoodra mjjn hart tot beminnen in staat was 't

i. Eene i'olmaakle opojferimj oh eeur alycheitlt ooet'r/ave van 11 zei ren tian alle vefordeningen can God, Divt een rast voornemen om alle inirendii/e beschikkingen zonde/' onderscheid can zijne hand aan te nemen en Jfem te bentinnen zoowel in duisternis als in licht en vertroostiny.

Maar wat zal ik in het vervolg doen? Zal ik nog een oogenblik uitstellen, U volmaakt te he-m innen h Neen, neen, o mijn Jezus, neem aan al wat ik heb, al wat ik ben. Ik geef 17 niijn lichaam en mijne ziel, mijn geheugen en mijn verstand, mijnen wil en mijne eer, mijne gezond-

267

ocr page 272

Tweede Sam h x s r ua a k .

heid en mijn leven , al wat ik ben en al wat ik bezit. Ik heb alles van nwe hand ontvangen , cn g-eet' U weder, wat ik van U ontving. Ik vraag of verlang niets, dan dat gij elk oogenblik in mij volbrengt wat LI behaagt en dat Gij alles volvoert, wat Gi] van alle eeuwigheid voor mij bestemd hebt; maar geel' mij kracht en moed, om mij mot ootmoed en liefde daaraan te onderwerpen.

Vast besloten om niets buiten U te beminnen, o mijn Jezus , om niets te verlangen dan de gelijkvormigheid met uw welbehagen cn de vervulling van uwen heiligen wil , blijf ik in vrede en Iaat II de zorg over voor alles wat mij aangaat. Indien Gjj het wilt, o mijn .lezus, neem dan bezit van mijn hart en vervul het met hemelsche verlichtingen, met teedere gevoelens, met vreedzame kalmte en met andere uitgelezene genaden ; maar indien Gij dit niet wilt, laat mij dan leven in duisternis cn bekoringen. Uw wil is altijd wijs, altijd rechtvaardig , altijd heilig en ik wil slechts wat Gij wilt; dat uw heilige wil in mij geheel volbracht worde. Ik maak op dit oogenblik het vaste voornemen, van mij aan niets te hechten, wat niet in overeenstemming is niet uwen heiligen wil; ik verlang U evenzeer te beminnen iu de duisternis als in liclit cn vertroosting.

:i. Een kiiulerlijl: vertrouwen ran die eilrhuoe-dii/e Hef de tot Jezus te helvmen en een ootmoed/(je hedc tot dat einde.

Ziehier het gelukkige oogenblik, waarop ik alles kan verkrijgen. Immers, welke gunst mag ik

ocr page 273

Tweede Samr.xspraak.

niet met grond verwachten, of welke genade zoudt Gij mij in deze stonde kunnen weigeren ? Wat Gij mij reeds geschonken hebt, is van veel hoogere waarde dan wat ik begeer. Zie, mijn Jezus, ik heb uw vleesch en bloed ontvangen ; in mijn hart rust uwe godheid en uwe menschheid. ]k bezit thans den schat van uw leven, en van uw lijden, van uwe deugden en verdiensten. Zou ik U grootere oneer kunnen aandoen, dan met II mistrouwen te toonen, door U slechts eene geringe gunst te vragen, nadat ik veel gewichtigere van U bekomen heb 'i Verre van mij die hatelijke gedachte ! Gij zijt een God, oneindig liefdevol en milddadig, en daarom houd ik mij verzekerd, te zullen bekomen, wat ik U vraag. Met dat vertrouwen bezield, smeek ik U uit den grond mijns harten, mij de genade te verleenen van U volmaakt te beminnen, en op deze aarde niets meer te achten, niets meer te zoeken, dan uwen heiligen wil. Verleen mij de genade, dat ik l' beminne in de duisternis zoowel als in het licht, dat ik trachte U te behagen zoowel in verlatenheid als in gevoelige godsvrucht. Eindelijk, o goede Jezus, geef mij de genade van U te beminnen, alleen omdat Gij het opperste goed en om U zeiven alle liefde waardig zijt.

\ riiclik'ii van de heilige ('oiiiniiinie.

J)e vrucht, welke gij uit de heilige Communie moet trekken, mijne ziel, is eene ware onverdeelde liefde, die niets zoekt dan God alleen en

ocr page 274

Tweede Samenspraak.

die zich aan Hem hecht zoowel ten tijde van duisternis en dorheid, als te midden van licht en troost Die hoedanigheid der liefde, zoo kostbaar en zoo moeilijk te verkrijgen, eischt een edelmoedig en ondernemend hart. Men moet niet slechts afstand doen van alle menschel ij ke vertroostingen, maar zelfs van die, welke van Godswege komen, en zijn genoegen zoeken in God alleen ; een besluit, waarin men niet zou kunnen volharden, zonder zich het grootste geweld aan te doen, zonder eene algemeene versterving dei-eigenliefde te beoefenen. Maar, wijl ik het er voor houd, mijne ziel, dat gij vast besloten hebt, alles te doen en alles te lijden, om God te vinden, wil ik eene uitgebreide onderrichting over die gesteltenis geven. Wij moeten dan drie zaken onderzoeken.

1. Wat de staat van verlatenheid is, en welke ij root e moeilijkheden hij hevat.

2. Hoe uitmuntend 'n nuttig, die staaf van cerlatenheid is.

3. Welke regelen de ware en zuivere liefde rol-lt;/en moet in den staat ran verlatenheid.

1. De staat van verlatenheid bestaat uit twee dingen. Het eerste is de onttrekking van allé licht, van alle vertroostingen en andere heilige bewegingen, die het onderhoud met God zoo gemakkelijk en zoo aangenaam maken. Het tweede is de toestand van duisternis, van bekoringen en andere ellenden, waardoor de omgang met God bitter en moeilijk wordt. Deze enkele beschrijving toont reeds klaarblijkelijk, van hoe groote moeie-ijjkheden de staat van verlatenheid vergezeld gaat.

270

ocr page 275

Tweede Samenspraak.

Eerste Moeiemjkheid. Da didstemis can (hu (/eest en (Je onyevoeligheid den harten.

Het verstand is zonder licht, on ternauwernood kan men gedurende eenige oogenblikken de geheimen des geloofs beschouwen. quot;Want alles is, om zoo te spreken , in eenen dichten nevel gehuld ; men ziet niets van de schoonheden, die in het geheim zijn opgesloten, en die , op andere tijden , den geest uren lang zouden bezig houden. Evenals het verstand beroofd is van licht, ovenzoo is ook do wil van zijnen kant ongevoelig. Hij is als een droge en dorre grond , die sedert maanden niet meer bevochtigd is geweest. Allo aau-dooningen moeten hem als met geweld ontrukt worden en zijn even ongenoegzaam om het hart te verteederen, als twee of drie druppeltjes water om eenen door dorst gekwelden reiziger te verkwikken. De ziel bevindt zich alsdan in eene moeilijke gesteltenis. Het gebed is voor haar eene marteling en de omgang met God, eertijds zoo genotvol, levert haar thans niets meer op dan eene onuitsprekelijke bitterheid.

Tweede Moeiemjkheid. De verstrooidheden en de onstandvastigheid van liet hart.

Xiets is ellendiger en onstandvastiger dan ons hart. Het is ongestadig als een vogeltje, dat nimmer lang in rust is , maar onophoudelijk van den eenen tak op den anderen wipt. Het is niet in staat zich langen tijd met de beschouwing van een zelfde voorwerp bezig to houden. Hot is gestadig op reis , en verheft het zich een oogonblik ten hemel om daar God te beschouwen, aanstonds

ocr page 276

Tweede S a m e S s p K aa K.

bevindt het zieli weder op aarde en dwaalt rond onder de schepselen. Als bij die natuurlijke lichtzinnigheid de hel nog eenen aanval voegt, en do duivel het hart en het geheugen niet duizend droombeelden, niet duizend hersenschimmen en met de verderfelijkste gedachten vervult, dan stijgt noodzakelijk de ellende ten top. In dien staat is het hart het getrouwe beeld van een mierennest, waar zonder ophouden duizenden insecten in- en uitgaan en door elkander wemelen.

Hoe moeilijk door dat alles het gebed wordt, is aan niemand onbekend. Gewis, groote heiligen hebben deze ellende ondervonden en die bitter betreurd.

Derde Moeielijkheid. Lusteloosheid.

Dit kwaad ontstaat niet bij allen uit dezelfde oorzaak. Bij den eene spruit het voort uit onwetendheid, bij don andere uit eigenliefde ; bij een groot aantal uit beide te zamen. Er zijn vele zielen, die voor zeker houden, dat eeu gebed, zoo vol duisternis, zoo dor, zoo Hauw en zoo moeilijk , •— want ten tijde van verlatenheid kan men geen ander verrichten , — noch Gode beha-gelijk , noch voor hen zelven nuttig kan zijn. Zij meenen van dag tot dag achteruit te gaan op den weg der volmaaktheid, en beelden zich in, dat God zich van hen verwijdert, naarmate zij meer naar Hem trachten te naderen. Mét die gedachte vervuld, vinden zij slechts verveling in het gebed en kost het hun, om zoo te spreken, hunnen tijd te besteden aan eone oefening die hun zoo nutteloos toeschijnt. Andere zielen, meer

272

ocr page 277

Tweede Samenspraak.

nog in getal, zoeken, door hare eigenliefde verblind , in alles slechts een gevoelig genoegen. Nauwelijks hebben zij aan alle vertroosting verzaakt en zich van ganscher harte aan God geschonken, of zij eischen, dat Hij op hen doe nederdalen de hemelsche vertroostingen en die zoetheden zijner liefde, welke Hij alleen bewaart voor de reine zielen, die door langdurig lijden beproefd zijn. Indien zij alsdan zich in dien staat van verlatenheid bevinden, en bijgevolg in plaats van vertroostingen niets dan bitterheid ondervinden, worden zij neerslachtig en treurig, en het gebed is voortaan lastig en moeilijk. De vijand verstaat wonderwel de kunst, om in zulk troebel water te visschen. Hij tracht die moede-looze zielen meer en meer in hunne dwaalbegrippen te stijven. Hij stelt hun de volmaaktheid voor, als een staat die ongenaakbaar is, en drijft hen zóó ver, dat zij het gebed of wel geheel verlaten, of het ten minste zorgeloos en zeer onachtzaam verrichten.

Vierde Moeielijkheid. De opstand der luade neiginyen.

Een hart, waarin de deugd niet volkomen heerscht, is noodzakelijk ontsteld, vooral wanneer het begint te bidden en zicli met God wil onderhouden. Is het verslaafd aan het lezen van wereldsche boeken, dan zal het gelezene de inbeelding en het geheugen vervullen , den wil verlainmcn door hem te ontzenuwen. Is het hart onder den indruk eener lievige gramschap, dan zal deze alle, sedert jaren ontvangen beleedigingen.

2Ï3

ocr page 278

Tweede Samenspraak.

met geweld aan deu geest opdringen, eu zij zal in den wil het nog smeulende vnur van ongeduld, haat, verachting en andere misdadige neigingen doen herleven. Heeft zich overdrevene droefheid van het hart meester gemaakt, dan zal deze het kwellen met allerlei inbeeldingen ; zij zal de ziel onder de droefgeestigheid, als onder eenen zwaren last, gebukt doen gaan. Zich in dien toestand met God onderhouden in het gebed, is nagenoeg onmogelijk. Die verkeerde gesteltenissen zijn als zoovele duistere eu sombere wolken, welke de ziel zoodanig benevelen, dat het gezicht dei-eeuwige waarheden haar geheel benomen wordt; zij zijn als zoovele zware ketenen, die liet hart aan de aarde geklonken houden, zoodat het zich niet meer hemelwaarts kan verheffen.

Vijfdf. Moeieli.ikheii). !hit ontwaken (Ier bekoringen.

De geest des kwaads, die niets zoo zeer vreest als een vurig gebed en eenen liefdevollen omgang met God , kent geen grooter verlangen dan hiertegen een beletsol te stellen. Het gewone middel, dat hij daartoe bezigt, is eeno menigte gevaarlijke bekoringen op te wekken. Vandaag is de onkuischheid zijn wapen; hij vervult de verbeelding met de onzedigste voorstellingen ; hij kwelt het hart door de oneerbaarste begeerten; hij ontsteekt in de ziel hot vuur eener helsche drift en dat mot zulk eene hevigheid, dat de ziel, ondanks al hare pogingen, er zich niet van kan ontmaken en zich als gedwongen ziet in dergelijke vlammen te branden. Een andermaal valt hij de

274

ocr page 279

Tweede Samenspraak.

ziel aan mot wanhoop; hij stort eensklaps dikke duisternissen in het verstand ; hij vertoont aan de ziel het gausche gewicht der zonden, die zij bedreven heeft; hij schildert haar de tegenwoordige bekoring als zoo hevig, dat hot haar onmogelijk toeschijnt, den strijd langer to kunnen volhouden. Hij stelt haar de volmaaktheid voor als eene onbereikbare hoogte, en zoo groot is de macht dier begoocheling, dat de ziel ze voor onfeilbaar waar houdt, en van droefheid kwijnt bij die gedachte. Hij gaat op dezelfde wijze te werk, om de ziel te vervullen met ontevredenheid, gramschap eu godslasteringen, om haar gedachten van opstand of twijfel tegen het geloof in te blazen. In zulke omstandigheden wordt het gebed eene marteling, eu schijnt het hart van den mensch in een lovende hel veranderd te zijn.

Zesde Moeiem.ikiieid. De l. weJliiujcn of znoyc-iKdintde scnipulen.

Men zoudo geen lastiger plaag kunuen uitdenken, dan die, waarmede de Allerhoogste Egvpte bezocht, toen Hij de muggen en sprinkhanen zond tot in do meest verborgen vertrokken, waar nooit te voren de rust verstoord werd. Dag en nacht gonsden eu wemelden die insecten bij duizenden, staken de menschen overal,. eu niemand kon er zich van bevrijden. Slapen was onmogelijk geworden. Wat er toen omging in de weelderige verblijven, hernieuwt zich onder eenen anderen vorm in het hart van den angstvalJige; gelijk aan die gonzende en stekende insekten, folteren hem duizenden kwellingen en laten aan zijne ziel

-'75

ocr page 280

T\v k i; dk Sa m exsi-uaa k .

geen tijd om rustig eeue waarheid te overwegen, geen -vrijheid om zich met God te vereenigen. Maar genoeg over deze moeielijkheid ; die ze ondervonden heeft, kent haar van zelf genoeg, en voor wie ze niet kennen, is het verkieslijk er nooit kennis mede te maken.

2. Occr de uitmuntendheid en hat nut can dien staat van verlatenheid.

Naar het schijnt, is niets nadeeliger voor eene ziel, die naar volmaaktheid streeft, dan die staat van verlatenheid. Gewis wordt door het meeren-deel dor christenen, die voor godvruchtig willen doorgaan en zich op het inwendige leven toeleggen, aldus geoordeeld. Vandaar dat, wanneer God hen langs dien weg geleidt, zij zich bovenmate bedroeven, zich ongelukkig noemen, en alle hoop verliezen op het bereiken van hun doel. Dit oordeel is echter even weinig gegrond, als het algemeen is. De staat van verlatenheid is een zeer gelukkige , verhevene , noodzakelijke en uiterst nuttige staat. Ik zal u die waarheden duidelijk aantoonen , door te doen uitkomen , •welke uitmuntende uitwerkselen die staat voortbrengt.

Eerstk Uitwerksel. De Maat van verlatenheid hrenijt de ziel tot de volmaakste zuiverheid des harten.

Om de zuiverheid des harten te volmaken, worden twee zaken vereischt : 1. Dat de bedreven zonden en de daardoor verdiende straf geheel worden uitgowischt; 2. dat de genegenheden zich verwijderen van al wat aardsch is,

ocr page 281

Tweede Samknsitcaak.

en alleen op God gericht zijn. De niensch kan, noch door zijn verstand, noch door zijne pogingen, het zoover brengen. De staat van verlatenheid alleen is geschikt om dit uitwerksel voort te brengen. De inwendige smarten brengen de zuivering des harten teweeg, zooals het vuur de eigenschap bezit van de metalen te zuiveren. Wat doet een goudsmid, die oenen klomp goud, nog met erts vermengd, zuiver wil maken ? Hij werpt hem in eeiien gloeienden smeltoven, die weldra alle vreemde stoften, welke met het metaal vermengd waren, verteerd en het goud volkomen gezuiverd heeft. Wat het stoffelijk vuur in het goud teweeg brengt, dat wordt in de ziel teweeg gebracht door de verlatenheid. Alle zonden worden in dien staat uitgewischt, alle verdiende straften worden kwijtgescholden, alle vlekken worden weggenomen en do ziel wordt opnieuw zuiver, schoon en aangenaam voor do oogen van God. Jezus Christus zelf bezigde deze vergelijking, toen Hij die uitmuntende boetelinge, de H. Mar-gareta van Cortona, tot geduld in het inwendig lijden wilde aansporen: „Gij wiltquot;, dit waren de woorden vol goedheid, welke Hij tot haar richtte, — „gij wilt gevoed worden met melk, vertroostingen en zoetheden, en gij zult integendeel gevoed worden mot gal, met moeilijkheden en droefheid. Ik bob besloten u voor een tijd te verlaten en met u te doen, wat men doet met het goud, dat in het vuur geworpen wordt, opdat uwe ziel gezuiverd worde.quot;'

Wat het tweede punt betreft, namelijk do

277

ocr page 282

Twk.ede Samexsphaak.

slachtotteriug der verkeerde neigiugeu, daarmede is het evenzoo gelegen. Die imveudige smarteu, waarin de ziel zich soms jaren lang als in eeue grondelooze zee weggezonken gevoelt, laten haar niet toe genoegen te vinden in het aardsehe. Alles verandert voor haar in doornen. In eeno zoo lange en zoo volkomen ontbering van genot sterven eindelijk de verkeerde neigingen en de ziel streeft naar het welbehagen van God ; want daarin alleen kan zij nog vreugde en rust vinden.

Tweede uitwerksel. De staat ran Derlatenheirl brengt de ziel tot de rohnaaktste wlerigheid.

Gedurende de overweging rustig bemerkingen maken over onze eigen nietigheid, zwakheid on boosheid, is op verre na niet hetzelfde als onze ellende gevoelen en ondervinden. Het eerste, de bemerking namelijk, zal nooit de ziel tot eeue ware kennis en wezenlijke verachting van zich zelve brengen, terwijl do ondervinding, welke zij opdoet in den staat van verlatenheid, de ziel in weinige jaren zuivert. Zulk een uitwerksel wordt verkregen door de kennis, welke do ziol gedurende dien storm erlangt. Deze bestaat op de eerste plaats in eene duidelijke aanschouwing van hare inwendige ellende, /ij erkent, dat zij, in weerwil van hare pogingen, niet cenc enkele kwade neiging kan overwinnen, en dat zij, zelfs door eiken dag strijd te voeren, het niet kan brongon tot de volmaakte beoefening van oene enkele deugd; dat het haar niet mag gelukken in zich zelve een gevoel van liefde tot God op te wekken; zij ziet hare verbeelding met holsche voor-

27tgt;

ocr page 283

Tweede Samenspraak.

279

stellingen, het geheugen met boosaardige gedachten eu den wil met slechte begeerten vervuld ; zij is overtuigd, dat er in haar hart niets te vinden is dan vlekken, verkeerde neigingen, aardsche verlangens ; dikwijls gevoelt zij, dat dit hart een ware hol wordt en beurtelings een brandoven van onzuiverheid, gramschap, van wanhoop en godslastering is; zij ziet hoe vruchteloos hare pogingen zijn, niet alleen om dien ellendigen toestand te doen ophouden, maar zelfs om hem dragelijker te maken. De ziel bespeurt dit alios duidelijk ; het is voor haar tastbaar; zij gevoelt er een afschuw van cn betreurt het bitter. Bij dit tafereel voegt zich nog eene duidelijke aanschouwing, eene juiste en nauwkeurige kennis van hare inwendige armoede; terwijl wat er goeds in haar is, haar volstrekt verborgen blijft. Zij ondekt in zich zelve geene enkele deugd ; zij bespeurt niets dan moeilijkheden en kwellingen ; in stede van liefde tot God gevoelt zij eenen walg van geestelijke zaken; duisternissen omringen haar in plaats van licht ; zij gevoelt zich geneigd tot onverschilligheid, traagheid en lusteloosheid ; eene gansche reeks van onstuimige gedachten maken haar gejaagd en vervangen in haar de liefde en de zachtmoedigheid; zij ontwaart niets meer dan afkeer, gramschap en minachting voor deu evenmensch : de zuiverheid heeft plaats gemaakt voor een vuuroven van slechte begeerten. Ja, wat ongeloofelijk is, ofschoon de ziel in dien toestand alle deugden volmaakt beoefent, ziet zij er geene enkele van ;

ocr page 284

Tweede Samenspuaak.

zij zoude er uiet aan gelooveu, zelfs dan niet,

als God, die haar bemint en bestuurt, haar er t

van verzekerde; want de aanblik van hare armoede en de boosheid, welke zij in zich gevoelt,

zou haar beletten aan die verzekering geloof te slaan. Aldus in den afgrond neergestort, leert de arme ziel zich zelve kennen en verachten. Dan eerst begrijpt zij , dat de liefde, de zachtmoedigheid , het gebed, de ingetogenheid , het zwijgen der kwade neigingen, de kalmte en de vrede des harten, geen uitwerksels zijn van de pogingen der menschen, maar enkel genaden van God. Dan gevoelt en erkent zij , dat haar hart een poel is, waaruit niets kan opstijgen , dan de verderfelijke uitwasemingen van don hoogmoed, ^

van de gramschap en van nog een twintigtal andere slechte neigingen , en wel zoodanig, dat,

al zoude zij eeuwig op deze aarde leven, zij nooit iets beters van zich zelve zou verwachten. Te raidden der dikste duisternissen bezit de ziel alzoo het helderste licht; zij wanhoopt volkomen aan hare krachten ; zij stelt al haar vertrouwen op de hulp van God; zij haat en veracht zich zelve; zij geeft alle eer aan God, als aan den eonigen oorsprong van alle goed en daarin bestaat eigenlijk de ware en volmaakte ootmoedigheid. Langs dien weg der verlatenheid is de roemrijke dienares van God, Angela de Foligno,

gekomen tot de uitstekende ootmoedigheid, welke r?

de wereld heden nog bewondert. Maar zij bekwam die, zooals zij zelve zegt, door een lang en vree-selijk lijden Eerst kwam het haar voor, dat alle

280

ocr page 285

Tweede Samenspraak.

deugilen uit haar hart verdweiien waren, zoodat zij daarin niet het minste goed meer bespeurde ; daarna gevoelde zij zich terneer gedrukt door zulk een verdriet en lusteloosheid, dat zij met beide handen zich zelve gevoelige slagen toebracht. Van den anderen kant werd haar hart zoo hevig aangegrepen door het vuur der ou-zuivere bekoringen , dat zij, volgens hare eigene bekentenis, zich liever levend had laten roosteren, dan te branden in die helsche vlammen. Op de derde plaats ontwaarde zij zoo dikwijls in haar hart den opstand der kwade neigingen, dat zij uitriep: „Ik kan niet gelooven dat God nog medelijden met mij kan hebben , wanneer ik zie, hoezeer mijn hart de woning is van satan, wiens slavin en dochter ik benquot;. Na deze en meer andere bijzonderheden, liet de heilige deze merkwaardige woorden volgen: „In en door dat lijden heb ik den waren ootmoed verkregen.quot;

Dekde Uitwerksel. Dc staaf ran verlatenheid hrencjt den mensch tot het volle bezit ran alle deugden.

Een van de diepste geheimen der goddelijke wijsheid in de leiding der zielen is, dat dezo dikwijls door God tot de heiligheid gebracht worden langs eenen weg, die volgens haar eigen oordeel op haar verderf moest uitloopen. Zoo brengt Hij eene ziel tot de nederigheid door den aanhoudenden storm der gedachten van ijdelheid; tot de zachtmoedigheid door een hevig vuur van gramschap ; tot naastenliefde door eenen moeite-vollen wederstand der natuur ; tot het gebod en

•281

ocr page 286

f

Tweede Samenspraak.

282

do vcreeniging met God door do duisternis en de gevoelloosheid des harten; en die weg' is zoo zeker en gemakkelijk , dat hij op korten tijd do ziel tot de volmaaktheid voert. Luister naar de reden hiervan. Het is eene stellige en door alle leeraars van het geestelijke leven erkende waarheid , dat de kortste weg naar de volmaaktheid bestaat, in het benuttigen der gelegenheden , die door God aan do ziel worden aangeboden, om de heldhaftigste oefeningen van deugd te volbrengen. Want eene enkele van die oefeningen prent de deugd dieper in het hart en volmaakt ze meer, dan een groot aantal andere minder heldhaftige. Een zware en te gelijk leugenachtige besehuldiging stilzwijgend verdragen, is eene heldhaftige oefening en volmaakt veel meer de deugd van ootmoed, dan eene menigte kleine vernederingen. Grove belecdigingen met kalmte verdragen en den beleediger weldoen , is eene edelmoediger oefening en bevestigt ons meer in de deugd van zachtmoedigheid, dan een honderdtal andere minder verdienstelijke oefeningen. Deze opmerking toont ons, hoezeer de staat van verlatenheid geschikt is, om de ziel in korten tijd tot de volmaaktheid te brengen. Hoevele gelo-geuheden verschaft hij ons om de verdienstelijkste oefeningen te verrichten ? En hoevele van die gelegenheden verschaften de bekoringen ons r Gewis, jaren lang gekweld te worden door den geest van onzuiverheid, zooals eene H. Gatharina van Siënna ; aanhoudend vervuld te zijn met gedachten van wanhoop, zooals eene

ocr page 287

Tweede Samenspraak-.

H. Kosa van Lima; gefolterd te worden door den geest van godslastering tegen God zeiven, zooals de gelukzalige Armella, en toch niet in de zonde toestemmen, zijn dat niet zoovele heldhaftige deugd-oefeningen, waartoe men onmogelijk in staat zoude zijn, zonder eene oprecht.! liefde tot God, zonder een belangrijke overwinning op zich zeiven ^ He opstand der kwade neigingen bezorgt ons eveneens de gelegenheid tot een groot aantal dergelijke oefeningen. Gedurende geheel een jaar gramschap of afkeer in zijn hart gevoelen, en toch de liefde en do zachtmoedigheid blijven beoefenen; een hevigen tegenzin ontwaren tegen deze bediening, tegen die bezigheid, en ze nochtans niet nauwgezetheid volbrengen; gedompeld zijn in voortdurende duisternis, in mistroostigheid, in walging, en toch getrouw blijven in de oefening van het gebed, zijn ook nog zoovele heldhaftige oefeningen, die men niet ten uitvoer zou kunnen brengen zonder volkomen aan zich zeiven te sterven. Maar juist die volkomen onthechting aan zich zeiven doet alle deugden iu de ziel ontstaan en volmaakt worden. „.Veen, noenquot;, zeide Jezus Christus oens tot den II. Paulus, die vraagde om van den geest van onzuiverheid verlost te worden, „mijne genade is u genoeg ; want do kracht wordt in de zwakheid volkomen.quot; (*)

\ leude uitwkrk'sei.. I)c stunt I'l/H f'i'J'Id/dlllC/d

hrenyl de ziet tof de (/odchlijkc liefde.

Drie zaken worden vereischt, opdat de liefde

2S3

ocr page 288

Tweede Samenspraak.

284

tot Gotl volmaakt worde iu het hart van deu mensch. I. Het hart moet zoodanig zuiver ziju van alle eigenliefde, dat het niets meer zoekt dan het welbehagen van God. i. Het hart moet zoo sterk en zoo edelmoedig worden, dat het bereid zij, niet alleen om alles te doen, maar ook om alles te lijden voor God. Het hart moet zich volkomen overgeven aan God, opdat Hij daarin alles kunne uitwerken, wat Hij wil. Dat alles wordt slechts verkregen door den staat van verlatenheid. Het is er evonzoo mede gelegen als met de volkomen zuiverheid des harten, die eene wezenlijke eigenschap der liefde is. De eigenliefde is zoodanig in ons wezen geworteld, dat zij er dooi' onze eigene krachten niet uit verdreven kan worden. De ziel zoekt van nature wat haar bevalt, en dewijl zij iu dezen staat zich van haar aardsche vertroostingen beroofd ziet., hecht zij zich aan die, welke haar van den hemel geworden. Dit is de oorzaak van de droefheid, neerslachtigheid en gemelijkheid, die zich van haar meester maken, wanneer zij zich van die inwendige vertroostingen beroofd ziet. Om haar te zuiveren en van die ellenden te bevrijden, laat (iod dus toe, dat zij in dien staat van algemeene verlatenheid valt. Alsdan niets vindende, dat haar kan troosten, behalve God alleen, leert zij in Hem alleen hare rust en haar geluk vinden en zoo legt zij den grondslag van hare toekomstige heiligheid, welke zij te danken zal hebben aan dien eenvoud dos harten, welke geen ander doel meer kent, dan het welbehagen van God.

ocr page 289

Tweede Samenspraak.

Het hart wordt niet alleen gezuiverd, maar ook gesterkt door de Terlatenheid. Er bestaat geene liefde, teu minste geene volmaakte liefde zonder lijden. rMijne dochterquot;, zeide God eens tot de H. Catharina van Siënna, „mijne dochter, onthoud, dat, wanneer de liefde tot God zich in eene ziel bevindt, zij altijd nauw vereenigd is met een volmaakt geduld, zoodat de eene zonder het andere niet kan bestaan. Het geduld en de edelmoedigheid , zonder welke de liefde niet kan bestaan , worden slechts door kruis en verlatenheid verworven.quot; „Ik geloof de ziel nietquot;, zegt de H. Magdalena van Pazzi, „die zegt de volmaaktheid bereikt te hebben, zonder iets anders te hebben ondervonden dan inwendige zoetheden; want ik weet, dat het dergelijke zielen aan geduld ontbreekt, eene deugd, die slechts verkregen wordt door lijden, moeielijkheden, verlatenheid en andere inwendige kwellingen.quot;

Aldus door het lijden in het bezit gesteld van die twee hoedanigheden der volmaakte liefde, geduld en edelmoedigheid, geraakt de ziel tot de derde, de onthechting van zich zelve en de al-geheele afhaukelijkheid van God. Deze zou men de fijnste bloem en het merg der liefde kunnen noemen. Tot dien trap gekomen, beschouwt de ziel alles met eene volmaakte onverschilligheid ; niets dan God alleen schijnt haar hare aandacht waardig ; licht en vertroosting, duisternis en droefheid, niets kan hare kalmte en opgeruimdheid verstoren ; zij rust in God zeiven, en die rust is onverstoorbaar. Geene neerslachtigheid kent zij

285

ocr page 290

Tweede Samenspraak.

te midden der dikste duisternissen, geene bovenmatige vreugde te midden der overvloedigstc vertroostingen. Zij zoekt in alles niets dan Gods welbehagen, en daar zij dit in alles vindt, vindt zij ook overal kalmte en vrede. In een woord, evenals men weck was in alle vormen kan kneden, evenzoo kan God ook in die ziel alles uitwerken, wat Hij begeert. Zij is altijd bereid om te doen wat Hij haar vraagt, om te lijden wat Hij haar overzendt en om zich aan zijne aanbiddelijke inzichten te onderwerpen.

Ziedaar tot welke hoogte de ziel zich in die duisternis verheft, alhoewel men zich geneigd gevoelt te meenen dat zij daalt.

Vijfde Uitwerksel. De staat van verlatenheid rencerp coor de ziel de t/emden des yebeds en der nauwste vereeniyiny met God.

286

Dit is de uitdrukkelijke belofte van den H. Geest; ziehier zijne eigene woorden; „Zij (de wijsheid) doet hem vrees, schrik en beproeving overkomen en zij kwelt hem met het lastige barer tuchtleer, tot dat zij zijne gevoelens onderzocht heeft en hem vertrouwt. Dan versterkt zij hem en geleidt hem op den rechten weg en verblijdt hem. Zij openbaart hem hare geheimen on verleent hem een schat van wetenschap en kennis der gerechtigheid.quot; (*) üf, zooals Lancisins met andere woorden verklaart: „De goddelijke wijsheid is gewoon de ziel door vrees, moeielijkheden en andere in- en uitwendige beproevingen te geleiden,

(-) En-li IV: 111—21.

ocr page 291

Tweede Samenspraak.

opdat deze leere in haar alleen haar vertroinvcii te stellen, haar alleen te beminnen. Blijft zij getrouw in al dien tegenspoed, dan zal de Jl. Geest In haar komen, alle bekoringen en moeielijkheden ■wegnemen en haar hart vervullen met eene tee-dere godsvrucht; zelfs zal Hij haar met zulk eene innige vertrouwelijkheid behandelen, dat Hij haar zijne goddelijke geheimen zal openbaren, opdat zij evenals anderen vorderen kunne op den weg der zaligheid. Dan is de tijd gekomen, waarop de ziel kan zeggen, wat de koninklijke Profeet van zich zelveu zeide : „Naar de mate dor droefheid en der kwellingen, die ik tot dusverre heb verduurd, verheugt zich thans mijne ziel in hemelsehe vertroostingen.quot; (*) Deze handelwijze is zoo eigen aan de goddelijke Voorzienigheid, dat de leeraars van het geestelijk leven beweren, dat het de eenige weg is, die de ziel tot de heiligheid brengt. Ten bewijze haal ik hier slechts eene enkele getuigenis aau ; maar eene, die in waarde met honderd andere gelijk staat. Zij is van den H. Gregorius den Groote, die zich aldus uitdrukt:

„Ziehier de gewone leiding van God : in don beginne geeft Hij aan de ziel eene teedere godsvrucht en vertroostingen, om haar alzoo tot zich te trekken en om haar een quot;root verlangen in

o o

te boezemen naar de vereeniging en den vertrou-welijken omgang met Hem ; later zendt Hij haar vele in- en uitwendige beproevingen over, opdat zij alle deugden grondig en volmaakt leere be-

287

ocr page 292

Tweede Samenspraak.

oefenen. Eindelijk overlaadt Hij haar met verlichtingen , vertroostingen en andere hemelsehe gaven, die haar gelukkig maken.quot;

Zesde Uitwerksel. De staaf van verlatenheid geeft aan de ziel het vooruitzicht op eenen Imogen graad van glorie in den hemel.

Die waarheid blijkt zoo duidelijk, dat zij geen bewijs noodig heeft. Niettemin, mijne ziel, zal ik u twee redenen opgeven, die, naar ik geloot', u troosten en zeer bemoedigen zullen in uwe verlatenheid.

1. De onnietelijke hoeveelheid van verdiensten, welke men in dezen staat bekomt.

Ik zal hier alleen maar spreken van de moeie-lijkheden, welke men in dien toestand bij het bidden ondervindt. Welk een achat van verdiensten doet zich hier aan onze oogen voor ! De H. Joannes Climacus zegt: XNiets geeft den mensch zooveel gelegenheid om een groot aantal kronen voor den hemel te verdienen, dan de traagheid, waartegen wij te stri'den hebben in het gebed. fWant zie, zoo dikwijls gij eene gedachte verwijdert, tegen de slaperigheid strijdt, zoo dikwijls gij tot God terugkeert na eene verstrooidheid, verwerft gij eene nieuwe verdienste, eene nieuwe glorie, eene nieuwe kroon.quot; Laat mij u eene aangename geschiedenis verhalen, die men leest in de jaarboeken der Kapucijnen. Een lid dier orde hield zich eens bezig met het overwegen van hemelsehe zaken. Constantijn, zijn bestuurder, zag in korten tijd drie schitterende kronen op hem afdalen. Overtuigd, dat een dergelijk wonder niets anders

ocr page 293

Tweede Samesspbaak.

kon zijn, dan het bewijs dat zijn leerling gedurende het gebed een groot offer aan God gebracht had, riep hij hem en vraagde hem, hoe hij gebeden had. „Helaas ! Vaderquot;, antwoordde de monnik, „wat heb ik een ellendig gebed verricht! Driemaal werd ik door den duivel met bekoringen aangevallen, en mijn gansche gebed is niets anders geweest, dan een strijd.quot; Constantijn begreep uit die woorden, dat de drie kronen, die hij op het hoofd van den monnik had zien nederdalen, niets anders geweest waren, dan het teeken der belooning, welke God hem in den hemel bereid had voor dien driewerf herhaalden strijd.

2. De grootheid en de verhevenheid der verdiensten, vclke men in dien staat verwerft.

Even als het, zoo als wij gezegd hebben, eene zeer stellige waarheid is, dat eene enkele heldhaftige deugdoefening meer bijdraagt tot de volmaaktheid, dan een zeker getal oefeningen van middelmatig gehalte, even waar is het, dat eene zoodanige oefening meer genaden voor den hemel verdient dan duizend andere. Gewis, een uur geknield in het gebed doorgebracht te midden van duisternis, dorheid des harten en meer andere ellenden, maar toch met eene volkomene getrouwheid aan God , verdient onvergelijkelijk meer glorie, dan geheele dagen biddend doorgebracht in de zoetste vertroostingen. Eenen ganschen dag gekweld worden door inwendige woelingen, eenen hevigen opstand der kwade neigingen , levendige en verleidende bekoringen, en eenen geheelen zwerm van de buitensporigste gedachten

289

19

ocr page 294

Tweede Samensi'Raak.

290

en toch Gods tegenwoordigheid niet uit het oog verliezen, niet ophouden te verzuchten naar den Welbeminde, alhoewel Hjj zich zoo weinig minzaam toont; dat is eene poging, die cene veel uitstekender belooning verdient , dan geheele weken in ingetogenheid doorgebracht, maar te midden van kalmte, vrede en vreugde des harten. Ik staaf die leer met de liefdevolle belofte door den Goddelijken Verlosser gedaan aan zijne dienares Maria d'Escobar. Die heilige werd na verscheidene dagen groote beproevingen en diep zieleleed te hebben onderstaan, in geestverrukking ten hemel opgevoerd. Zij ontwaarde in dien overvloed van alle goed zulke onuitsprekelijke geneugten, dat zij daarin, om zoo te spreken, als in eene bodemlooze zee bedolven was. Uit hare geestverrukking ontwaakt, hoorde zij God tot haar zeggen : „Antwoord mij, mijne dochter, wat verlangt gij in het toekomende voor uw deel ? De beproevingen en bitterheden, welke gij ondervonden hebt, of de vreugde en het genot, die gij op dit oogenblik ondervindt ? Opdat gij onbevreesd zoudet kiezen, verklaar ik u, dat zoowel het eene als het andere overeenkomstig is met mijnen wil.quot; De heilige bedacht zich niet lang, maar gaf dit heldhaftig antwoord: „Heer, dit sterfelijk leven is noch de tijd, noch de plaats om rust te genieten. Ik geef duizendmaal do voorkeur aan het kruis dat Gij mjj oplegdet, boven de genietingen welke Gij mij voorstelt.quot; Die keus, door de zuiverste liefde ingegeven, was aan God zoo aangenaam, dat Hij zeide:

ocr page 295

T WKKDK SAMENSTKAAK.

Dat u geschiede, zooals gij gekozen hebt; het is de beste eu do aangenaamste keus in mijn oog. Maar ik belooi' u, dat Ik om die daad, waardoor gij bitterheid eu lijden verkozen hebt boven vreugde en genoegen, n een graad van glorie geven zal, dien gij voor het oogcnblik zelfs niet zoudt kunnen begrijpen.quot; (1)

Over de regelen, irelke de tcare en colmaukte liefde gedurende den tijd ran verlatenheid in acht behoort te nemen.

Door al wat wij gezegd hebben, mijne ziel, zult gij reeds genoegzaam erkend hebben, hoe voor-deelig de staat van verlatenheid is. Maar om aan die zoo wensehelijke vruchten doel te hebben, moet men, zoowel in troosteloosheid als in vertroostingen, quot;God dienen met dezelfde getrouwheid in het gebed, denzelfden ijver voor de versterving, dezelfde oplettendheid om de liefde en andere deugden te beoefenen ; want even als de staat van verlatenheid, met die getrouwheid verduurd, de ziel onfeilbaar brengt tot de volmaakte liefde, tot de vereeniging met God, en bijgevolg tot het ware geluk zelfs in dit leven, beloofd aan hen, die Hem van ganseher harte beminnen, evenzoo voert hij tot eene noodlottige en moeilijke te genezen traagheid, wanneer men uit gemelijkheid verslapt in het gebed, in de oefening van de versterving en andere deugden. Om u voor dat ongeluk te behoeden, geef ik u do zes volgende regelen :

1

1« vita P. 2, C. 11.

ocr page 296

Tweede Samenspraak.

202

Eerste Regel. Als zeker aannemen dat het gebed, hetwelk wij in dien staat Terrichteu, hoe weinig verlicht, hoe dor en walgend het ons voorkomt, een kostbaar en welgevallig offer in Gods oogen is. Ik houd dien regel voor volstrekt noodzakelijk, hetzij, omdat de booze geest niets zoozeer verlangt, als de ziel in angstvalligheid te storten en haar te overreden, dat haar gebed afschuwelijk is in Gods oogen, hetzij omdat de ziel, het gebed als nutteloos beschouwende, gemakkelijk het plan opvat, om het geheel te laten varen; terwijl, indien zij dit werkelijk deed, alle hoop verloren zoude zijn. Immers, van waar zoude zij de genade bekomen, die haar toch zoo noodzakelijk is om te volharden in den strijd, welke zij in dien staat aanhoudend te voeren heeft! Dus, mijne ziel, schenk geen geloof aan die inblazing, en doordring u, als van eenen vei-ligen grondregel, van de schoone onderrichting welke de gelukzalige Angela de Toligno, zoo ervaren in de wegen des Heeren, en door de lange en vreeselijke inwendige moeilijkheden, die zij haar geheele leven lang te verduren had, en door de groote verlichtingen die haar later verleend werden, aan eene van hare dochters gaf. „Mijne dochterquot;, zeide zij haar, „ik waarschuw u, doe uw gebed en uwe goede werken even goed, wanneer do godsvrucht u ontnomen is, als ten tijde der godvruchtige gevoelens; want God schept er inderdaad behagen in, dat wij bidden eu goede werken doen ten tijde en met den ijver der gevoelige godsvrucht; maar, mijne dochter.

ocr page 297

Tweede Samenspraak.

293

in het gebed volhardeu, wanneer de godsvrucht en het gevoel der genade ons ontnomen zijn, ziedaar het offer, dat aan God het meest welgevallig is.quot;

rr,..„----u---- i r\—tuigd zijn, dat de voort-

bestaat in ze met gemak

te oefenen, ook niet in bevrijd te zijn van lastige bekoringen of in dikwijls oefeningen van teedere godsvrucht of van verheffing des harten tot God te herhalen, maar eenig en alleen in getrouw en standvastig de deugd te oefenen bij alle gelegenheden, welke de goddelijke Voorzienigheid ons eiken dag verschaft. De onwetendheid in dit punt vervult vele zielen, die overigens van goeden wil zijn, met droefheid. Weet dus wel, mijne ziel, dat noch de rust der kwade driften, noch de afwezigheid van bekoringen, noch de teedere godsvrucht of de liefdevolle gevoelens voor God de deugd uitmaken ; dat zij niets anders zijn dan toevallige gesteltenissen, die, weliswaar, de deugd gemakkelijk, beminnelijk en aangenaam doen zijn, maar die haar op geenerlei wijze grooter maken voor de oogen van God. Van den anderen kant ontnemen de opstand der natuur, het geweld der kwade neigingen, de lastigheid der bekoringen, de dorheid en droogheid des harten volstrekt niets aan do deugd ; het zijn omstandigheden, die, wel is waar, de oefening der deugd hard en moeilijk doen vallen, maar die hare waarde in bet oog van God geenszins verminderen. Waarin bestaat dus eigenlijk het wezen der deugd? In twee zaken: 1. Dat gij de daad

ocr page 298

Tweede Samexsi'kaak.

verricht, vvelko de deugd eiseht. 2. Dat gij die daad verricht uit eens bovennatuurlijke beweegreden, namelijk met het inzicht om aan God te behagen. AVaar die twee dingen aanwezig zijn, daar ook wordt wezenlijke deugd .aangetroffen, om het even of die geoefend wordt in duisternis of in verlichting, mot eene teedere godsvrucht of in dorheid en ongevoeligheid des harten, in eene zoete rust of in het geweld der bekoringen. Ik zeg nog meer. De deugd, die geoefend wordt in het gewoel of in den storm, is altijd duizendmaal hechter, dan die, welke geoefend wordt in de zielerust. Do maagdelijke zuiverheid, jaren lang beproefd in den gloed van een vuur door de hel ontstoken, zooals in de II. Catharina van Siënua, de gewoonte van den lieer te loven en te prijzen, gedurende eenen langen strijd tegen den geest van godslastering, zooals in deu vromen dienaar Gods, Joseph Surin; het vertrouwen op God, te midden van eenen strijd tegen den geest van treurigheid en wanhoop, zooals in den gelukzaligen Henricus Suzo ; de liefde in den strijd tegen een hevige neiging tot grammoedigheid, zooals in de H. Catharina van Bologna, zijn ongetwijfeld veel hechtere deugden, dan die, welke verkregen worden zonder strijd, zonder bekoring, zonder weerstand.

Dekde Keoel. Getrouw volharden in het kinderlij kste vertrouwen, wat er ook in de ziel moge omgaan, en tot welken trap van ellende men afgedaald zij. Dit punt, mijne ziel, is veel gewichtiger, dan gij zoudt kunnen veronderstellen.

294

ocr page 299

T\VKKI)E SAME.VSI'IIAAK.

Want 1. dat onwankelbaar vertrouwen bevat een uitstekend gevoel van eerbied jegens God. Of, hoe zoude de ziel beter de almacht, de getrouwheid, de goedheid en de barmhartigheid van God kunnen vereeren, dan wanneer zij, van hare vijanden omringd, zich elk oogenblik op hot punt ziende in den afgrond te storten, door haren God zeiven verlaten en zonder hulp of steun aan de woede harer vijanden overgeleverd te worden, niettemin op God vertrouwt, en zonder angst, zonder vrees rustig in zijne armen blijft?

Waarlijk, een zoo edelmoedig betrouwen moet noodzakelijk aan God de grootste hulde, do meeste verheerlijking verschaften.

2. Dat betrouwen is een onfeibaar middel om de volmaakte liefde tot God en de vereeniging met Hem, naar welke gij streeft, te bekomen. God is grenzeloos mild en Hij schept er behagen in zijne weldaden uit te storten, op voorwaarde nochtans, dat men ze Hem met een groot betrouwen vrage. Dat vertrouwen is de voorbereiding welke Hij eischt, wanneer Hij zijne barmhartigheid in een menschelijk hart wil uitstorten, en terzelfdertijd is het de maat zijner gunsten. De heilige Apostel Jacobus zegt: „Indien iemand onder u wijsheid, dat wil zeggen, de gave des gebeds, de gave der goddelijke liefde behoeft, hij vrage ze aan God, die ze aan allen overvloedig geeft; maar hij vrage ze met een vast vertrouwen.quot; Luister, mijne ziel, en druk goed in uw hart den grondregel welken de vroegere woestijn-bewoners aan hunne leerlingen gaven : „Lijdt,

295

ocr page 300

Tweede Samenspraak.

zwijgt, betrouwt, en gij zult het eeuwig geluk bekomen.quot; Dat is met weinige woorden gezegd : Lijdt al wat gij moeilijks zult ondervinden en aanbidt daarin de goddelijke Voorzienigheid. Zwijgt en beklaagt u over niets. Betrouwt en gelooft, dat God alles tot uw grooter welzijn zal schikken, en dat gij alles verkrijgen zult wat gij begeert.

Vierde Regel. Vrijwillig afstand doen van alle hemelsche verlichtingen en vertroostingen, om niets te zoeken dau de geheel zuivere en onbaatzuchtige liefde tot God. Gij moet die leer goed begrijpen, mijne ziel. Ik vorder niet van u, ik raad u zelfs niet aan, dat gij God vragen zult om van alle hemelsche verlichtingen en vertroostingen beroofd te worden. Ik vraag u slechts de onthechting aan alle overdrevene liefde voor die zaken. Dit kan op twee wijzen plaats hebben.

1. Door dat gij u in eene volkome onverschilligheid houdt, zoodat gij in den grond van uw hart en voor de oogen van God, werkelijk bereid zijt, om even goed in de duisternis als in het licht, in de troosteloosheid als in de vertroosting, in de bekoring als in de kalmte, te leven. 2. Door met vastberadenheid aan te nemen, indien zulks tot meerdere verheerlijking van God kan strekken, liever in duisternis, dan in licht en vertroosting te leven, eenerzijds om uw lijden meer gelijkvormig te maken aan dat van Jezus, anderzijds om Hem eene meer zuivere en onbaatzuchtige liefde te toonen.

Vijfde Regel. Zich tot het gebed begeven als naar een slagveld; dat is te zeggen, met

296

ocr page 301

Tweede Samenspraak.

een krachtdadig besluit en een groot verlangen om te strijden en te lijden uit liefde tot God. Het zwaarste en moeilijkste werk, dat de ziel in den staat van verlatenheid te verrichten heeft, is het gebed. Zeker is het, dat zij, om daarin getrouw te blijven, niet slechts eene geheel bijzondere hulp van God ; maar ook eene volkomene en edelmoedige verloochening van zich zelve behoeft. Ziehier den besten raad, dien ik u kan geven. Begeef u nooit tot de overweging, zonder het vaste voornemen te hebben gemaakt, niet zoo zeer om een uur te bidden uit liefde tot Jezus, als om een uur te lijden uit liefde tot Jezus. Vraag Hem dus dringend zijne genade. Als de tijd om te bidden daar is, zeg dan tot u zeiven, wat Jezus tot zijne leerlingen zeide, toen Hij zich naar den Olijfberg begaf; „Opdat de wereld erkenne dat ik mijnen Vader bemin en het bevel volbreng, dat Hij mij gegeven heeft, zeg ik n : staat op en laten wij naar den Olijfberg gaan om daar te bidden en meer nog om daar te lijden.quot;

Verzucht in stilte: O mijn God, o mijn hoogste goed! opdat Gij zien moget, dat ik U bemin, en dat ik van ganscher harte verlang uwen heiligen wil te volbrengen, ga ik uit liefde tot U een uur bidden, en meer nog uit liefde tot U een uur lijden. Ik vraag de genade om uit liefde tot U te lijden, en door mijn lijden U te beminnen. Ik verlang slechts eene enkele zaak : geef mij de kracht en den moed om het offer te voltrekken, dat ik U heb aangeboden.

Zesde Regel. Getrouw volharden in het onder-

297

ocr page 302

Tweede Samenspraak.

298

houden dezer rogeleu, in te bidden en te verzuchten, te lijden en te zwijgen, tot God zich gewaardigt, onze gesteltenis te veranderen, en ons het zoete en kalme genot zijner heilige liefde terug te schenken.

Deze staat duurt niet eeuwig, mijne ziel, niet eens levenslang. De oneindige goedheid van God laat Hem niet toe, getrouwe harten te beproeven tot aan hunnen dood. Ilij ziet van dag tot dag naar het oogenblik uit, waarop Hij zich aan de ziel zal kunnen mcdedeelon, en onttrekt haar slechts zijn gelaat, om haar door eene algeheele zelfverloochening, meer waardig te maken om zijne aanschouwing in eenen hoogeren graad te genieten. Zoodra dit geschied is, zal God zelf hare tranen drogen, hare kwade driften tot bedaren brengen, en het getrouwe hart door de kostbaarste vlammen zijner liefde doen branden. Hoeveel heeft niet de arme landbouwer te verduren, eer hij zijn zaad gezaaid heeft 'r Met veel moeite moet hij den grond bewerken, arbeiden in het veld, blootgesteld aan de gloeiende hitte, aan koude, aan wind en regen, en zooals do heilige Geest zegt, zijn zaad uitstrooiende niet alleen in het zweet zijns aanschijns, maar zelfs al wee-nende en met geduld uitziende naar de vruchten van zijnen arbeid. (1) Maar geheel anders is het gelegen, wanneer de oogsttijd nadert: dan neemt hij met vreugde den sikkel, hij maait zijn koren en brengt het vol blijdschap in zijne schu-

1

I's. 125.

ocr page 303

Twkkde Samenspraak. 299

ren, om in rust cn vrede genot te hebben van zijnen oogst. Zoo gaat liet ook met de ziel ; al vvcenende en zuchtende moet zij zaaien ; zjj moet arbeiden en bidden in duisternis en dorheid : zij moet hare dagen doorbrengen in de stormen eener menigte bekoringen van allerlei aard, en zoo moot zij met geduld cn lankmoedigheid de vruchten van haren arbeid verwachten. Doch welk eene wondervolle verandering, wanneer de oogst, dat is, de lijd der barmhartigheid nadert! Eensklaps begint zij de vruchten te genieten van liefde, licht, vertroostingen en andere hemelsche gunsten. Dan vergeet zij alle leed, en rust van dat oogen-blik zacht in de armen van haren Welbeminde.

Luister naar eenen grooten dienaar Gods, Balthazar Alvarez, van het gezelschap van Jezus. „Gedurende zestien jarenquot;, zegt hij, „heb ik eenen moeitevollen arbeid volbracht, ik was gelijk een landbouwer, dio onophoudelijk zijnen akker bewerkt, zonder vrucht te zien, zonder ooit te maaien. ]k was met duizend bekommeringen gekweld, verscheurd om zoo te zeggen, door ijdele, beuzelachtige dingen, zooals bijvoorbeeld, dat het mij aan bekwaamheden, aan natuurlijke gaven ontbrak, waardoor ik do onderscheiding en liefde der menschen had kunnen bekomen. Do misslagen die ik bedreef, maakten mij uiet nederiger, maar ontmoedigden mij en sloegen mij terneer; ik hield mij overtuigd, dat tengevolge daarvan, de beschikkingen van God ten opzichte mjjner ziel verijdeld waren. De misslagen mijner ondergeschikten ontstelden en plaagden mjj op gelijke wijze, en

ocr page 304

Tweede Samexspraak.

300

mijn hart was zoo klein, zoo eng, dat het mij als de beste wijze om zulke lieden te verbeteren, yoorkwani, ze zonder verpoozing te onderdrukken, tot zij zich verbeterd hadden. Ten slotte was ik altijd gemelijk, treurig, angstvallig, eerstens omdat ik het onmogelijk waande ooit de volmaaktheid te bereiken ; ten andere omdat ik de goddelijke goedheid beschouwde, als te mijnen opzichte zeer karig, eu meende dat zij mij minder ruim bedeelde dan andere.quot; Nadat die groote dienaar van God aldus de armoede zijns harten beschreven had, vervolgt hij : „Xa verloop van zestien jaren in die ellende doorgebracht, gevoelde mijn hart zich eensklaps volkomen veranderd en tot God gekeerd.quot; Die verandering werd gevolgd door een stichtend en heilig leven.

Aan God alleen zij alle eer en glorie!

EIND E.

ocr page 305

301

irvi ioljigt;.

E f] R S ï E S C H K E D E op den weg der ware en volmaakte liefde tot God: De minste zonde vreezen en die meer vluchten dun den dood, Bladz,

Inleiding............5

Hoofdstuk.

1. Korte bemerkingen omtrent de boos-

lieid der dagelijksche zoude ... 8

2. Korte onderrichtingen , nuttig en

noodzakelijk om de dagelijkselie zonde te kennen.......20

3. Korte wijze om die volmaakte zuiTer-

heid aan Jezus in de H. Commuuie

te Tragen.........41

§ 1. Waarheden ter overweging voor

de H. Communie......42

§ 2. Heilige verzuchtingen voor do

H. Commuuie ....... 47

T WEEDE S C HRE D E

02) den wey der ware en volmaakte liefde tot God : Met eene standcastirje yetronwheid aan al de inspraken van God beantwoorden. Bi.adz.

Inleiding............57

Hoofdstuk.

1. Korte bemerkingen , waardoor wij kunnen inzien van hoeveel belauquot;-die getrouwheid is, en die ons zullen heipon om die goddelijke inspraken iu oefening te brengen. 59

ocr page 306

INIlblD

iioofdstck. Blad/.

2. Ondorrichtiugen over de inspraken en over de getrouwheid waarmede wij er aan moeten beantwoorden . 73 Op welke wijze worden de heilige

ingevingen aan de ziel medegedeeld? 74 Beantwoording van eenige twijfelingen, die tegen deze regelen zouden ingebracht kunnen worden . . . 95 :i. GoJvruchtigo wijze om aan Jezus Christus in de 11. Communie de genade te vragen van steeds de goddelijke inspraken te mogen gevoelen en er altijd getrouw aan to

beantwoorden........10:)

1. Kostbare genaden door Jezus in het II. Sacrament verleend . . . 10G ij 2. Troostende omstandigheden, onder welke Jezus in het II. Sacrament zijne genaden uitdeelt. . . 109 § 3. Heilige gevoelens, die wij in ons moeten opwekken bij do II. Communie ..........113

D E R D E S C II II E D E

op den wcy dct' ware ch vohncidkte liefde tot God' Zi h geheel zonder coorhehoud aan God yeven, en zijnen wil yeliJL't'Oi'inilt;j nKtheu aon den wil vou God.

Bi.adz.

Inleiding............

302

ocr page 307

INHOUD.

HOOFDSTIK. Bi,ADZ.

1. Korte bemerkingen welke ons kunnen

voeren tot die volkomen overgave aan God. Wat men niet kent acht men niet, en wat men niet acht kan men noch beminnen , noch zoeken..........103

2. Korte onderrichting over de volko

men en blijvende vereeniging van den menschel ijken wil met den wil

van God..........150

^ I. Grondwaarheden, welke men zich op dezen weg aanhoudend moet

herinneren.........150

II. Over de wijze waarop men den tegenspoed moet verdragen en over de heilige verzuchtingen , waartoe men in die moeielijke oogenblikken zijne toevlucht behoort te nemen . 174 Godvruchtige wijze om aan Jezus Christus in het allerheiligste Sacrament, die volmaakte en voortdurende vereeniging van onzen wil met den zjjnen te vragen .... 178 § I. Jezus geeft ons in het allerheiligste Sacrament al wat Hij heeft. 179 g II. Jezus geeft in het allerheiligste Sacrament ons alles op de minzaamste wijze........181

303

ocr page 308

ISHOIiD.

B IJ VOEGSEL.

Ticee samenspraken met Jezus Christus in het Allerheiligste Sacrament en in de H. Communie.

EERSTE SAMENSPRAA K.

Bladz.

Eerste hoedanigheid der ware en volmaakte liefde tot God.....191

• 1quot; Oefesiso. Dikwijls, gedurende den dag, verzuchtingen van liefde tot

Jezus opzenden.......19~

3e Oefening. Zich ter liefde vau Jezus eenige oefeningen van boetvaardigheid of versterving opleggen. . . 193 Heilige gevoelens voor do H. Communie. 205 Vruchten van de H. Communie . . . 314 Oefening van heilige begeerten en

liefdevolle verzuchtingen .... 220

T W E E DE SAMENSPK AAK. Tweede hoedanigheid der volmaakte

liefde tot God........'44

Oefening voor den dag, die de H. Communie voorafgaat.......-^0

Oefeningen voor den dag zeiven waarop

men communiceert......248

Heilige verzuchtingen bij het ontvangen

der H. Communie.......

Vruchten van de H. Communie . . . 269

304

ocr page 309
ocr page 310
ocr page 311
ocr page 312