GOD MET ONS.
ot Jtxt)
GOD MET ONS.
OEFENINGEN
VOOR 'DE
HOOGTIJDEN DES HE EREN.
Getrokken uit de werken
V.A.N DKX
H. ALPHONSUS MARIA DE LIGUORI,
Bisschop, Kerkleeraar en Stichter van de Congregatie des A/lerh. Verlossers,
Uit het Italiaansch vertaald
DOOK
JM. A- WuLFINGH,
Priester der genoemde Congregatie.
AMSTliUIJAM,
G. BORG.
Door den Hoogw. Pater Generaal gemachtigd, staan wij toe, dat het werkje âGod met Onsquot;, getrokken uit de werken
van den H. Alphonsus Maria......
uit hit Italiaansch vertaald door K. M. A. L. Wulfingh, C. SS. R. gedrukt worde.
Amsterdam,
Feestdag van O. L. V. van Smarten 1897.
J. A. F. KRONENBURG, C. SS. li.
Sup. Pro ü.
IMPRIMATUR.
Amsterdam,
Palmzondag 1897.
H. F. J. RIKMENSPOEL.
Libr. Cens.
DE KERSTTIJD.
NOVEEN VOOR KERSTMIS.
16 December.
EERSTE DAG.
Jcsus, ons door den hemelschen Vader geschonken.
Voorbereiding. Ik heb u tot licht der volkeren gegeven, opdat gij mijn heil zondt brengen tot aan de eindpalen der aarde, Dedi te in Ineem geniinm, ut sis sa his ine a usque ad extremum terrae (Isaï. 49. 6). Overwegen wij hoe God de Vader deze woorden spreekt tot zijn eeuwigen Zoon. Ik geef u, ik schenk 11 aan de volkeren. Jesus is ons gegeven. Hij behoort ons toe! Verheugen wij ons in dit
I
2 NOVEEN VOOR KERSTMIS.
bezit en meer nog daarin, dat niemand ons onzen God ontnemen kan, als wij niet willen. Men kan door geweld ons van alles berooven, zelfs van het leven ; maar onzen God ontneemt ons geen macht ter wereld, als wij niet willen. Doch, helaas, wij kunnen hem verwerpen. Verheugen wij ons dan in het bezit van Jesus; maar vreezen wij tevens voor onze eigen zwakheid. Bidden wij om de genade der volharding (II. 344).
1.
Overweeg hoe de eeuwige Vader tot het kind Jesus, op het oogenblik zijner ontvangenis, deze woorden spreekt; Ik heb u lol lichl der volkeren gegeten, opdat gij mijn heil zijl: Dedi Ie in Incem genlinni, i/l sis sn/ns mea. Mijn Zoon, ik heb u aan de wereld geschonken, tot licht en leven der volkeren, opdat gij hun geluk zoudt bewerken, dat ik zoo hoogschat als het mijne. Gij zult u dan geheel en al voor hen moeten opofleren; âgij zijt hun geheel gegeven, gij zijt dus geheel tot hunne beschikkingquot;: Tohis illi dn lus, lotus in suos ust/s impendens (S. Bern). Gij zult bij uwe geboorte de uiterste armoede moeten verduren, opdat de raensch ârijk gemaakt worde
16 DECEMBER.
O
door uwe armoedequot;: Ut /na iiwpia dites. Gij zult als slaaf verkocht moeten worden, opdat de mensch de vrijheid erlange. Gij zult als slaaf gegee-seld en gekruist worden, om voor de straffen, welke de mensch verdiend heeft, aan mijne rechtvaardigheid te voldoen. Gij zult uw bloed en leven ten offer moeten brengen om de men-schen van den eeuwigen dood te bevrijden. Kortom, weet, dat gij niet meer uzelven toebehoort, gij behoort den mensch toe! Een kind is ons geboren, een Zoon is ons geschonken: Panmlus nalus est nobis, Filius da/ns es! nobis (Isaï. g. 6). Zoo, mijn beminde Zoon, zal ook de mensch zich eindelijk overgeven, om mij te beminnen en mij toe te behooren, als hij namelijk ziet, dat ik u mijn eeniggeboren Zoon, geheel geschonken heb, en mij niets meer overblijft, wat ik hem zou kunnen geven. Zóó lief heeft God de ivereld gehad! Sic enim Deus dilexit mnndum! O oneindige liefde, alleen een oneindi-gen God waardig! . . . Zóó lief heeft dan God de wereld gehad, dat hij zijn eeniggeboren Zoon gegeven heeft. Sic enim
4 NOVEEN VOOR KERSTMIS.
Deus dile.xil mundum ut Filium s/mm unigenitum dare! (Joan. 3. 16)! Bij dat voorstel werd het kind Jesus niet bedroefd ; neen, het verheugde zich, nam het met liefde aan, en sprong op 7'ti// blijdschap om als ec// held ter baan te loopen : Exultavil ut gigas ad currendam vlam (Ps. 18. 6). Van het eerste oogenblik zijner menschwording af gaf Jesus zich geheel aan den mensch, en nam alle smarten en verguizingen, welke hij ter liefde van alle menschen op aarde moest lijden, met vreugde op zich. Dat waren, zegt de H. Bernardus, die bergen en heuvelen over welke Jesus met zooveel inspanning moest komen om de menschen te verlossen: Ziel hem, hij komt springende op de bergen, huppele/ide op de heuvelen: Ecce iste ve/iit saliens i/i montibics, transilie/is colles (Cant. 2. 8). Overweeg hier, dat de goddelijke Vader, door het afzenden van zijn Zoon, als Verlosser en Middelaar tusschen zichzelven en de menschen, zich eeni-germate verbonden heeft ons te vergeven en ons te beminnen, krachtens de overeenkomst: dat hij ons wederom
16 DECEMBER.
in genade zou aannemen, ingeval de Zoon voor ons aan de goddelijke rechtvaardigheid voldeed. Maar ook het goddelijk Woord, de Zoon Gods, neemt de zending des Vaders aan. Wijl dus de Vader, die hem zond om ons te verlossen, hem aan ons heeft geschonken, heeft ook de Zoon zich evenzeer verbonden ons lief te hebben, niet om onze verdiensten, maar om den barmhartigen wil zijns eeuwigen Vaders te volbrengen.
II.
O mijn lieve Jesus, als het waar is wat de wet zegt: âdoor schenking wordt het recht van eigendom verkregen,quot; dan behoort gij mij toe, want uw Vader heeft u aan mij geschonken. Gij behoort mij toe, âvoor mij zijt gij geschonkenquot;; Parvnlus nnlus est nobis, Filius da lus est nobis. Ik mag dan wel uitroepen: âmijn Jesus en mijn al!quot; Jesus mens et omnia! Behoort gij mij toe, dan behoort mij ook al het uwe. Verzekert mij dat niet de Apostel: Hoe zou hij ook met hem ons niet alles geschonken hebben?
5
6 NOVEEN VOOR KERSTMIS.
Qnomodo non eliam cum Ulo omnia nobis donavil (Rom. 8. 31)? Mij dus behoort uw bloed, mij uwe verdienste, mij uwe genade, mij de hemel! En als gij mij toebehoort, wie zal u mij ontnemen? âMijn God ontneemt mij niemand!quot; Deum a me tollcrc nemo potest! Zoo riep de heilige abt An-tonius jubelend uit, zoo wil ook ik voortaan spreken. Alleen door mijne schuld kan ik u verliezen en mij van u scheiden. Maar ach, mijn Jesus, heb ik 11 voorheen verlaten en geheel verloren, nu is mij dat van ganscher harte leed, en ik heb het vaste besluit gevormd liever het leven en alles, dan u, oneindig God, u, eenige liefde mijner ziel, te verliezen. Ik dank u, eeuwige Vader, dat gij mij uwen Zoon gegeven hebt; en wijl gij mij alles hebt geschonken, geef ik ellendig mensch, mij ook geheel en al aan u. Neem mij aan ter liefde van dienzelfden Zoon, en bind mij met banden van liefde aan mijn beminden Verlosser, maar bind mij zóó, dat ook ik kunne zeggen: Wie sa/ mij van de Hef de van Christus scheiden? Qnis me
I / DECEMBER.
separabit a chartta/e Christ/ ? Welke aardsche goederen zullen mij nog kunnen losmaken van Jesus Christus? En gij, mijn Zaligmaker, daar gij geheel de mijne zijt, weet, dat ik ook gansch de uwe ben. Beschik over mij en over alles, wat mij toebehoort, naar uw goedvinden. Zou ik mijnen God iets kunnen weigeren, die mij noch bloed, noch leven geweigerd heeft? O Maria, mijne moeder, bewaar mij door uwe bescherming. Ik wil niet meer mijzclven, maar geheel mijnen God toebehooren. Draag zorg, dat ik getrouw blijve aan mijn voornemen; op u stel ik mijn vertrouwen !
17 December.
TWEEDE DAG.
Jesus neemt het lijden aan ter liefde van ons.
V o o r b c r e i d i n gquot;. S lach toffer en of-
fcraudc zvildet gij niet, maar ecu lichaam
7
NOVEEN VOOR KERSTMIS.
hebt gij mij toebereid: Hostiam et oblatio-iiem noliiisti, corpus autem aptasti mi hi (Hebr. lo. 5). Met deze woorden treedt Jesus de wereld in. Terwijl de hemelschc Vader hem tot heil der wereld geschonken heeft, biedt ook hij ziehzelven aan om als slachtoffer en offerande al onze straffen op zich le nemen tot voldoening der zonden. Terwijl hij al zijn lijden reeds nu kende en gevoelde, biedt hij zichzelven aan om het te verduren. Wekken wij ons op tot dankbare wederliefde en berouw over onze zonden, die de oorzaak waren van zijne smarten, (li. 345).
1.
Overweeg de groote bitterheid, welke het hart vervullen moest van het Kind Jesus in den schoot van Maria, toen hem de hemelsche Vader, in het eerste oogenblik zijner mensch-wording, geheel de reeks van verachtingen, smarten en doodsstrijd voor oogen stelde, welke hij in zijn leven zou moeten verduren om de menschen van hunne ellenden te verlossen. Des morgens spreekt de Heer mij aan hel nor: Mane erigit mihi Dom mus aurem (Isaï. 50 4.), zegt Jesus door den mond van zijn Profeet, of met andere woorden, âvan het eerste âoogenblik mijner ontvangenis, maakt
8
17 DECEMBER.
9
âde Vader mij zijn wil bekend,quot; dat ik namelijk een kommervol leven leiden, en ten laatste op het kruishout geslachtofferd moet worden. En ik, ik spreek niet tegen. Ego a ut ent non contradico (Ibid. 5.) Ik geef mijn lichaani over aan hen, die mij slaan: Corpus niettm dedi percutientibus (Ibid. 6). Ik nam alles aan, o ziel, voor uw heil, en, van dat oogenblik af, gaf ik mijn lichaam over aan de gee-selslagen, aan de nagelen en aan den bitteren dood! Overweeg, hoe Jesus, al wat hij in zijn leven en lijden moest verdragen, reeds in den schoot zijner moeder voor oogen had, en toen reeds vol liefde tot ons alles aannam. Dan, o God, wat angst, wat kommer benauwden het onschuldig hart van Jesus, toen hij door het aannemen van al dit lijden de natuurlijke afge-keerdheid moest overwinnen! Hij zag maar al te wel, wat hij gedurende negen maanden in den kerker van Maria's schoot zou te verdragen hebben ; hij wist wat schande en smart hij bij zijne geboorte moest verduren, dat hij het eerste levenslicht moest
IO NOVEEN VOOR KERSTMIS.
aanschouwen in een koudeti stal, in een verblijf van dieren, en vervolgens dertig jaren in den nederigen winkel eens werkmans zou moeten doorbrengen; hij wist dat de menschen hem zouden behandelen als een slaaf, als een verleider, als een, die den dood schuldig was, ja den schandelijksten dood, welken men een booswicht kon aandoen! Dat alles nam onze geliefde Zaligmaker ieder oogenblik op zich, en ieder oogenblik, waarin hij het op zich nam, verdroeg hij tevens alle smarten en vernederingen, welke hij tot zijn dood toe moest óndergaan. Het bewustzijn zelfs van zijne goddelijke waardigheid diende slechts om hem de beleedigingen der menschen dieper te doen gevoelen. Geheel den dag staal mijne schande mij voor oogen: Tola die verecundia inea contra me est (Ps. 42. 16.) Onophoudelijk derhalve stond hem zijne schande voor oogen, vooral die, welke hem overkomen zou, als hij ontbloot, gc-geeseld en aan drie ijzeren nagelen geklonken, zijn leven zou eirdigen, terwijl diezelfde menschen voor wie
17 DliCEMBER.
hij stierf, hem zouden beschimpen cn verwenschen! IIj is gclworzaam geworden lol den dood, ja, lol den dood des kruises: Faclus obediens itscjne ad morlem, nicrlern aulcm crucis (Philipp. 2. 8). En waarom? Om ons ellendige en ondankbare zondaren te verlossen !
II.
O mijn geliefde Zaligmaker, hoeveel heeft het u gekost, reeds van het eerste oogenblik, dat gij ter wereld kwaamt, om mij uit het verderf te trekken, waarin mijne zonden mij gestort hadden! Om mij te bevrijden van de slavernij des duivels, aan wien ikzelf mij vrijwillig door de zonde had verpand, hebt gij willen behandeld worden als de geringste aller slaven! En ik, die dat wist, heb desniettemin uw liefdevol en beminnend hart met bitterheid vervuld! Doch, wijl gij, die onschuldig, gij, die mijn God zijt, ter liefde van mij, zoo kommervol leven en zoo pijnlijken dood hebt willen aannemen, neem ook ik van mijn kant, o mijn fesus, ter liefde van u, iedere smart aan.
12 NOVEEN VOOR KERSTMIS.
welke uwe hand mij zal toezenden. Ik neem die aan en omhels ze, wijl zij mij door handen worden toegezonden, eens doorboord om mij te verlossen van de hel, zoo vaak door mij verdiend! O mijn Verlosser, de liefde, welke gij mij betoont door uzelven te offeren om voor mij te lijden, verplicht mij maar al te zeer (nn iedere smart en iedere verachting ter liefde van u aan te nemen. O mijn Jesus, door de verdiensten van uw lijden, geef mij uwe heilige liefde; uwe liefde zal mij alle pijnen en verguizingen zoet en beminnelijk maken. Ik bemin u bovenal, ik bemin u uit geheel mijn hart, ik bemin u meer dan mijzelven ! Ach, niettegenstaande uwe al te groote blijken van liefde, leef ik, ondankbare, reeds zoo vele jaren op de wereld, en welke bewijzen van liefde heb ik u tot heden getoond? O mijn God, geef toch, dat ik u blijken mijner liefde geve in de jaren, die mij nog te leven overblijven. Ik kan niet met vertrouwen voor uw oordeel verschijnen, zoo arm als ik nu ben, en zonder
17 DECEMBER.
13
iets ter liefde voor u gedaan te hebben ! Maar, wat kan ik zonder uwe genade ? Ik kan niets anders doen dan u bidden mij bij te staan; zelfs dit gebed te kunnen doen, is eene genade van u verkregen. Mijn Jesus, door de verdiensten van uw lijden en van uw bloed, voor mij vergoten, bid ik u, help mij. Allerheiligste Maria, beveel mij aan uwen Zoon! Ik vraag het u door de liefde, welke gij hem toedraagt. Gedenk, dat ik ook een dier ongelukkige schapen ben, voor welke uw Zoon zijn leven ten beste gaf.
12 NOVEEN VOOR KERSTMIS.
welke uwe hand mij zal toezenden. Ik neem die aan en omhels ze, wijl zij mij door handen worden toegezonden, eens doorboord om mij te verlossen van de hel, zoo vaak door mij verdiend! O mijn Verlosser, de liefde, welke gij mij betoont door uzelven te offeren om voor mij te lijden, verplicht mij maar al te zeer om iedere smart en iedere verachting ter liefde van u aan te nemen. O mijn Jesus, door de verdiensten van uw lijden, geef mij uwe heilige liefde ; uwe liefde zal mij alle pijnen en verguizingen zoet en beminnelijk maken. Ik bemin u bovenal, ik bemin u uit geheel mijn hart, ik bemin u meer dan mijzelven ! Ach, niettegenstaande uwe al te groote blijken van liefde, leef ik, ondankbare, reeds zoo vele jaren op de wereld, en welke bewijzen van liefde heb ik u tot heden getoond? O mijn God, geef toch, dat ik u blijken mijner liefde geve in de jaren, die mij nog te leven overblijven. Ik kan niet met vertrouwen voor uw oordeel verschijnen, zoo arm als ik nu ben, en zonder
17 DECEMHER.
13
iets ter liefde voor 11 gedaan te hebben ! Maar, wat kan ik zonder uwe genade ? Ik kan niets anders doen dan u bidden mij bij te staan; zelfs dit gebed te kunnen doen, is eene genade van u verkregen. Mijn Jesus, door de verdiensten van uw lijden en van uw bloed, voor mij vergoten, bid ik u, help mij. Allerheiligste Maria, beveel mij aan uwen Zoon! Ilc vraag het u door de liefde, welke gij hem toedraagt. Gedenk, dat ik ook een dier ongelukkige schapen ben, voor welke uw Zoon zijn leven ten beste gaf.
14 NOVEEN VOOR KERSTMIS.
18 December.
DERDE DAG.
Peest van O. L. V. Verwach-ting.
Waarom Jesus als kind Ier roereld komt.
V o o r b c r e i d i n g. Heden over acht dagen zullen wij het geboortefeest vieren van O. H. J. C.! Van heden af verwachtte Maria de komst van Jesus, de geboorte van het goddelijk kind! Overwegen wij, met den H. Al-phonsus, waarom Jesus als kind wilde ter wereld komen. Jesus kwam klein ter wereld, want hij kwam om ons groot te maken. Wij moeten door zijne genaden verheven worden. Het kind geeft gaarne. Vraag alles van Je sus, maar vooral zijne liefde. Daarom ook wilde hij als Kind verschijnen om onze harten door teedere liefde te ontvlammen (11. 346).
I.
Een kind is ons geboren, een zoon is ons geschonken : Puer na lus est nobis: 'ili us dalus est nobis (Isaï. 9. ó). Over-
18 DECEMBER.
15
weeg hoe de Messias, na zooveel eeuwen, na zooveel verzuchtingen en gebeden, hoe de Messias, dien zooveel heilige Patriarchen en Profeten niet waardig waren te aanschouwen, hoe de Messias, het verlangen der natiën, het verlangen der eeuwige heuvelen, in één woord, hoe onze Zaligmaker, gekomen, geboren is en zich-zelven aan ons gegeven heeft. Een kind is ons geboren, een zoon is ons geschonken: Pner natns es/ nobis; filius da/us est nobis! Om ons groot te maken heeft de Zoon Gods zich klein gemaakt! Hij heeft zich aan ons gegeven, opdat wij ons aan hem zouden schenken; hij is ons zijne liefde komen toonen, opdat wij hem weder-keerig onze liefde zouden bewijzen! Nemen wij hem vol liefde aan, beminnen wij hem, en vluchten wij tot hem in alle noodwendigheden. âEen kind geeft gaarne,quot; zegt de H. Ber-nardus: Pner facile donat. Kinderen zijn genegen te geven, wat men hen vraagt. Jesus kwam als kind, om ons te toonen, dat hij geheel bereid was ons zijne weldaden te schenken: In
16 NOVEEN VOOR KERSTMIS.
hem zijn alle schatten: In quo sunt omnes thesauri (Col. 2. 3); want de Vader gaf hem alles in handen : Pater., omnia dedit in maun ejus (Joann. 3. 25). Willen wij kennis ? Hij is gekomen om ons te verlichten. Verlangen wij kracht om onze vijanden weerstand te bieden? Hij is gekomen om ons te versterken. Verlangen wij de vergiffenis onzer zonden en de zaligheid ? Hij is gekomen om ons vergiffenis te schenken en ons zalig te maken! Willen wij eindelijk de grootste aller gaven, de goddelijke liefde? Hij is gekomen om ons te ontvlammen; en daarom vooral wilde hij kind worden, hij wilde ons minnelijker toeschijnen naarmate hij nederiger en armer was, en ons alle vrees ontnemen, om te zekerder onze liefde te winnen. âZóó moest hij ook komen,quot; zegt de H. Petrus Chrysologus, âdie de vrees verdrijven en de liefde zoeken wildequot;: Taliter venire debuit qui voluit timorem pellere, qnaerete caritatem. Jesus wilde daarenboven als een klein kind verschijnen, opdat wij hem niet slechts eene hoogst waardeerende, maar ook
18 DECEMBER.
eene teedere liefde zouden toedragen. Kinderen wekken steeds de teedere genegenheid op van hen, die ze zien ; maar wie zal dan niet met alle tee-derheid een God beminnen, kind geworden, behoeftig, bevend van koude, arm, veracht en verlaten? Kind, dat weent, in eene kribbe, op stroo gelegd en schreiend van smarten ? Dat deed den H. Franciscus, van liefde blakend, uitroepen: âBeminnen wij toch het Kind van Bethlehem! Beminnen wij toch het Kind» van Bethlehem!quot; Amcmus pnerum de Bclhlehcm! Amctnus puerum de Bethlehem.' Ki imt, menschen, komt een God beminnen, die arm kind wilde worden, die zoo beminnelijk is en van den hemel afdaalde om zich aan u te geven!
II.
O mijn beminnelijke Jesus, voorheen zoo dikwijls door mij veracht, gij zijt van den hemel gedaald om ons van de hel te verlossen en u geheel aan ons te geven; hoe is het mogelijk, dat wij u zoo durven verachten en den rug toekeeren ? O God,
1/
I 8 NOVEEN VOOR KERSTMIS.
de menschen zijn zoo erkentelijk jegens schepselen! Een geschenk, een bezoek uit verwijderde streek gebracht, een blijk van genegenheid, en zij weten niet hoe zich dankbaar te toonen, zij achten zich verplicht die weldaad te vergelden! En jegens u zoo ondank-haar! Jegens u, die hun God zijt en alle liefde waardig, die uw leven en bloed voor hen ten beste gegeven hebt! Doch, helaas! hoeveel grooter was mijne zonde dan die van anderen, wijl ik meer door u bemind werd en daarom ook ondankbaarder was.
Hadt gij een ketter of heiden de genaden geschonken, welke gij mij gegeven hebt, hij zou een heilige geweest zijn! En ik ? Ik beleedigde u. Ik bid u, o Heer, vergeef de beleedi-gingen, welke ik uaandeed! Ja,gij hebt het gezegd: als een zondaar berouw heeft over zijne zonden, dan zult gij al zijne misdaden vergeten en er niet meer aan denken: Omnium inijuitatum ejus non recordabor. Heb ik u in het verleden niet bemind, in de toekomst wil ik niets anders doen dan u beminnen. Gij hebt uzelven geheel aan
18 DECEMBER.
19
mij gegeven, ik geef u mijn wil, en dus: ik bemin u, ik bemin u, ik bemin u! Ik wil het zonder ophouden herhalen: ik bemin u, ik bemin u! Zóó altijd sprekend wil ik leven, zóó wil ik sterven, verzuchtend bij den laatsten ademtocht, met dat zoete woord in den mond: mijn God, ik bemin n, om zóó op dat oogenblik zelf, waarop ik dc eeuwigheid intreed, een begin te maken met die aanhoudende liefde, die eeuwig duren zal, zoodat ik nooit zal kunnen ophouden u te beminnen! Intusschen ik maak het voornemen, o mijn God, mijn eeuwig Goed, mijn eeuwige liefde, uwen wil te stellen boven al, wat mij het aangenaamste zou kunnen zijn. Dat geheel de wereld mij belage, ik veracht ze! Neen, ik wil niet meer ophouden hem te beminnen, die mij zoo zeer heeft liefgehad; ik wil hem, die eene oneindige liefde waardig is, niet meer mishagen. O mijn Jesus, help gijzelf mij door uwe genade deze voornemens vervullen. Maria, mijne koningin, ik erken alle genaden, welke God mij bewees, door uwe
20 NOVEEN VOOR KERSTMIS.
lusschenkomst ontvangen te hebben; houd derhalve niet op voor mij te bidden. Verkrijg mij de volharding, gij, die de moeder der volharding zijt!
19 December.
VIERDE DAG.
Het Kind fesus leed ieder oogenhlik al zijne smarten.
Voorbereiding. Mijne smart slaat mij altijd voor oogen. Dolor mens in conspectn meo semper (I's. 37. 18). Zóó spreekt Jesus ons t«)e door den koninklijken Profeet. Hij wil ons daardoor te kennen geven, dat hem, ook als mensch, al zijn lijden tot aan zijn laatsten snik, zoo duidelijk voor oogen stond, dat hij er alle smart ieder oogenblik werkelijk van verduurde. Hij kon dan ieder oogenblik zeggen, wat hij sprak in den hof van Olijven: Mijne ziel is bedroefd tot den dood: Tristis est anima mea nsqne ad mortem. En al dat lijden neemt hij voor geheel zijn leven aan, van het eerste oogenblik zijner ontvangenis af, ter liefde van ons! Wij dan, laten wij God liefhebben, wijl hij ons het eerst heeft liefgehad: Nos ergo diligamiis Deum qnoniam ipse prior dilex it nos (II. 348).
10 DECEMBER.
I.
Overweeg hoe in dat eerste oogen-blik, waarop de ziel van Jesus Christus geschapen en in den schoot van Maria met het lichaam vereenigd werd, de eeuwige Vader zijnen Zoon bekend maakt met zijn heiligen wil, dat hij namelijk zou sterven voor de verlossing der wereld; hoe hij hem ook tevens geheel het tooneel der smarten, welke hij zou moeten verduren, zelfs den dood, dien hij tot redding der menschen zou ondergaan, voor oogen stelde. Hij toont hem alle moeite, verachting en armoede, welke hij gedurende geheel zijn leven zoowel te Bethlehem als in Egvpte en te Nazareth zou verduren, alie smart en schande van zijn lijden; de geeseling, de doornen, de nagelen en het kruis; het verdriet, de droefheid, den doodsangst en de verlatenheid, in welke hij zijn leven zou eindigen i gt;p Calvarië !
Toen Abraham zijn zoon ter dood geleidde, wilde hij hem, zelfs voor den korten tijd, die noodig was om
21
22 NOVEEN VOOR KERSTMIS.
den berg te bereiken, niet bedroeven, en gaf hem niet vooraf te kennen, wat lot hem wachtte. Maar de eeuwige Vader wil, dat zijn menschgeworden Zoon, dien hij bestemd had om als slachtoffer voor onze zonden aan de goddelijke rechtvaardigheid te voldoen, van het eerste oogenblik af alle pijnen zou lijden, welke hij gedurende zijn leven en in het uur zijns doods zou te verdragen hebben. Van daar, dat Jesus de droefheid, welke hem in den hof van Olijven, zooals hijzelf zegt: tot stemens toe benamvde: Tristis est anima mea usque ad mortem, dat hij diezelfde smart onophoudelijk moest ondervinden, van het eerste oogenblik af, dat hij ontvangen werd in den schoot zijner moeder. Hij had alzoo van toen af het levendig besef en leed ook het gezamenlijk gewicht van alle smarten en verachtingen, welke hem wachtten. Geheel het leven van onzen Verlosser, en al zijne jaren waren bijgevolg een leven en jaren van droef-Jieid en tranen. In smart gaat mijn leven 7'oorbij en in zuchten vervliegen
IQ DECEMBER,
mijne jaren. Defecit in dolorc vita mea et anni mei in gemitibns Ps. 30. 11). Ziju goddelijk hart was nooit ecu enkel oogenblik zonder lijden. Hij mocht waken of slapen, zich vermoeien of rusten, bidden of spreken, altijd stond hem dat droevig gezicht voor oogen, wat zijner heilige ziel meer lijden veroorzaakte dan alle kwellingen den martelaren ooit pijnen berokkenden. De martelaren hebben geleden, doch, bijgestaan door dc goddelijke genade, verdroegen zij alle pijnen met blijdschap en geestdrift. Jesus Christus leed, maar met een hart van verdriet en droefheid vervuld : en dat alles nam hij aan ter liefde van ons!
II.
O zoet, o beminnelijk, o liefderijk-hart van Jesus, gij waart dan van uwe eerste kindsheid af met bitterheid vervuld, gij leedt doodsangsten reeds in den schoot van Maria ; en dat alles zonder troost, zonder dat iemand u zag of u, door zijne deelneming ten minste, ecniirc verlichtinlt;r aanbracht.
23
24 NOVEEN VOOR KERSTMIS.
Gij leedt dat alles, o mijn Jesus, om te voldoen voor de straften en voor den eeuwigen doodsstrijd, die mij voor mijne zonden wachtten in de hel. Gij derhalve, o mijn God, gij hebt beroofd willen zijn van allen steun, om mij te redden, die vermetel genoeg was om mijn God te verlaten en hem den rug toe te keeren ter voldoening van ellendige lusten. Ik dank u, o bedroefd en liefdevol hart van mijnen Zaligmaker. Ik dank u en ik heb medelijden met u, vooral als ik zie, dat gij zooveel lijdt ter liefde van de menschen en dat de menschen geen medelijden hebben metu ! O goddelijke liefde! O ondankbaarheid der menschen ! O menschen! O menschen! Aanschouwt toch dat klein onschuldig lam, in doodsangst om uwentwil, om aan de goddelijke rechtvaardigheid te voldoen voor de schulden, welke gij hebt gemaakt. Ziet, hoe hij bidt en voor u spreekt bij zijn Vader; ziet hem en schenkt hem uwe liefde! Ach, mijn Verlosser, hoe weinigen denken aan uwe smarten en uwe liefde! O God, hoe weinigen beminnen u! Wee jok
IQ DECEMBER.
25
mij, die zooveel jaren geleefd heb zonder aan u te denken! Gij hebt zooveel geleden opdat ik u beminnen zou en ik had geene liefde voor 11! Vergeef mij, o mijn Jesus, vergeef mij: want ik wil mij beteren en 11 beminnen. Ach, Heer, hoe ongelukkig zou ik zijn, als ik nog langer weerstand bood aan uwe genade en door dien weerstand verloren ging. Al die barmhartigheid mij betoond en in het bijzonder de zoete stem, met welke gij mij nu zelfs uixnoodigt om u te beminnen, zouden te grootere straf zijn in de hel! Mijn beminde Jesus, heb medelijden met mij, laat niet toe, dat ik langer ondankbaar blijve jegens uwe liefde. Geef mij uw licht, geef mij de kracht om over alles te zegevieren, ten einde uwen heiligen wil te volgen; ik bid u, verhoor mij, door de verdiensten van uw lijden. In deze zaak, o Maria, stel ik al mijn vertrouwen op uwe tussc henkomst. Mijne lieve uk )eder, sta mij bij; gij hebt mij tot hiertoe al de genaden van God verkregen. Ik zeg u daarvoor mijn dank, doch als gij niet voortgaat mij
26 NOVEE.V VOOR KERSTMIS.
te helpen, zou ik voortgaan, gelijk tot nu toe, u ontrouw te zijn !
20 December.
VIJFDE DAG.
lie! offer, door Jesus gebracht, was een offer van zijn vrijen tvil.
Voorbereid in g-. Hij is opgeofferd omdat hijzelf het wilde: Oblatns est quia ipse voluit (Isaï. 53. 7). De eeuwige Vader schonk ons zijn eeijigen Zoon : Jesus spreekt niet tegen, maar biedt zijn lichaam als slachtoffer aan; hij komt als Kind ter wereld om onze liefde te winnen; hij lijdt van het eerste oogenblik af al zijne smarten ; en al dat vreeselijk lijden neemt hij vrijwillig, geheel vrijwillig, ter liefde van ons aan. Overwegen wij heden dien vrijen wil van Jesus in de aanneming van dit lijden, en vragen wij vergiffenis voor het misbruik, dat wij zoo dikwijls van onze vrijheid gemaakt hebben. Schenken ook wij geheel onzen wil, geheel onze liefde aan onzen goddelijken Verlosser (II. 349).
I.
In liet eerste oogenblik der metisch-wordinir van het Woord Gods, in den
20 DECEMBER.
27
schoot van Maria, bood het zich geheel en al aan, om te lijden en te sterven voor de verlossing der wereld : hij is opgeofferd omdat hijzelf het wilde : Oblatns est quia ipse voluit. Hij wist, dat al de vroeger opgedragen offers van bokken en stieren niet konden voldoen voor de zonden der men-schen, maar dat een goddelijk persoon noodig was om den prijs hunner verlossing te betalen. Daarom zeide hij, gelijk de Apostel ons leert, bij zijn intrede in de wereld: slachtojfer en offerande wildet gij niet, maar een lichaam hebt gij mij toebereid.. . Toen sprak ik: zie, ik kom... Ingrediens mundum dicit: hostiam et oblationem nohiisti: corpus autem aptasti mihi... Tune dixi : Ecce venio (Hebr. 10. 5. 7.) Mijn Vader, zeide Jesus, al de offers, tot hiertoe opgedragen, voldeden niet en konden niet voldoen aan uwe rechtvaardigheid ; gij hebt mij dit lichaam gegeven om te kunnen lijden, opdat ik door het vergieten van mijn boed u bevredige en de menschen zalig make; zie, ik kom: Ecce venio!... Ik neem alles aan, en onderwerp mij in
28 NOVEEN VOOK KERSTMIS.
;illes aan uwen wil. Voorzeker, 't mindere, 't lagere deel der mensche-lijke natuur had weerzin en weigerde natuurlijk zulk een leven en zulk een dood, zoo vol smart en schande, aan te nemen. Doch het hoogere, het redelijke deel, geheel onderworpen aan den wil des Vaders, zegevierde ! Jesus nam alles aan en begon van toen at, alle benauwdheden en alle smarten te lijden, welke hij gedurende de drie en dertig jaren zijns levens zou verduren. Ziedaar den weg, door onzen Zaligmaker van het eerste oogenblik zijner intrede in de wereld bewandeld ! Dan, o God, hoe hebben wij ons gedragen tegenover Jesus, sedert wij tot de jaren van verstand kwamen en de heilige geheimen der verlossing door liet licht des geloofs begonnen te kennen? Welke gedachten, welke voornemens, welke goederen hebben wij bemind ? Vermaken, tijdverdrijf, hoogmoed, wraak, zinnelijkheid, ziedaar de goederen, welke de genegenheden van ons hart hebben verworven. Maar als wij geloof hebben, dan moeten wij eindelijk toch van leven en var liefde
20 DECEMBER.
veranderen. Laten wij dan God beminnen, die zooveel voor ons geleden heeft; stellen wij ons de smarten voor van Jesus' hart, welke hij van zijne kindsheid af voor ons heeft doorgestaan, en dan zullen wij voorzeker niets anders kunnen beminnen, dan het hart, dat ons zoozeer heeft liefgehad !
II.
Heer, wilt gij van mij weten, hoe ik mij jegens u gedroeg in den loop van geheel mijn leven ? Nauwelijks begon ik het gebruik mijner rede te bezitten, of ik begon ook uwe genade en uwe heilige liefde te verachten. Ja, gij weet het beter dan ik; doch gij hebt mij verdragen, want gij ver-langdet desniettemin mijne zaligheid. Ik vluchtte van u weg en gij hieldt niet op mij te achtervolgen, om mij weer tot u te roepen. Dezelfde liefde, welke u van den hemel deed nederdalen om de verloren schapen te zoeken, diezelfde liefde was oorzaak, dat gij mij zoolang wildet verdragen en mij niet hebt verlaten. O mijn Jesus,
29
30 NOVEEN VOOR KERSTMIS.
nu zoekt gij mij weer, maar ook ik zoek u! Ik gevoel, dat uwe genade mij helpt: zij helpt mij , door eene groote droefheid over mijne zonden, welke ik boven alle kwaad verfoei; zij staat mij bij door mij een groot verlangen in te boezemen om u te beminnen en u te behagen. Ja, Heer, ik wil u beminnen en u behagen zooveel ik zal kunnen. Het is waar, van den eenen kant jagen mijne zwakheid en boosheid, gevolgen mijner zonden, mij groote vrees aan; doch van den anderen kant is het vertrouwen, mij door uw genade geschonken, veel grooter, het doet mij hopen op uwe verdiensten. Daarom durf ik ook met grooten moed zeggen; Ik kan alles in hem, die mij versterkt: Omnia possum in eo qui me confortat (Phil. 4. 13). Als ik zwak ben zult gij mij sterken tegen mijne vijanden; als ik krank ben, dan zal uw bloed, ik hoop het, mij tot geneesmiddel strekken; als ik zondaar ben, hoop ik door u geheiligd te worden. Ik weet, dat ik ook voorheen oorzaak was van mijn ongeluk, doordien ik in het gevaar ophield
20 DECEMBER.
31
mijne toevlucht tot u te nemen. Voortaan, o mijn Jesus en mijne hoop, wil ik altijd mijne toevlucht tot u nemen en ik hoop alle hulp en alle goed van u te verkrijgen. Ik bemin u bovenal en ik wil niets anders beminnen dan u; sta mij bij en erbarm u over mij door de verdiensten aller smarten, welke gij van uwe kindsheid af voor mij hebt uitgestaan. Eeuwige Vader, ter liefde van Jesus Christus, laat toe, dat ik u beminne. Heb ik u vergramd, word dan verzoend dooide tranen van het kind Jesus, dat voor mij bidt; Zie neer op het gelaat van uw Zoon: Respicc in faciem Chris li tui (Ps. 83. 10). Ik verdien geen enkele genade; maar uw onschuldige Zoon, die 11 een leven van smarten opoffert, opdat gij mij barmhartig zoudt zijn, hij verdient verhoord te worden. En gij, Maria, moeder van barmhartigheid, houd niet op voor mij te bidden. Gij weet, hoe ik op u vertrouw, en ik, ik weet ook, dat gij niemand verlaat, die uwe voorspraak inroept.
32 NOVEEN VOOR KERSTMIS.
21 December.
ZESDE DAG.
Jcsus gevangenschap in den schoot zijner Moeder.
V o o r b c r e i dingquot;. Overwogen wij, hoe Jesus, die geheel vrij, al het lijden van zijn leven en dood, voor ieder oogenblik van zijn bestaan, ter liefde van ons aannam, de eerste negen maanden als gevangene van liefde in den schoot zijner moeder verwijlt. De H. Al-phonsus past daarop toe de woorden van den klaagpsalm: Ik ben geworden a/s een hulpeloos inensch, een vrije onder de dooden : Fad us sum sic ut homo sine adjutorio, inter tnor-tuos liber (I's. 37. 5. 6). Inderdaad, van het eerste oogenbliik heeft het goddelijk Kind het volle gebruik zijner rede en van alle vermogens ; en toch, gedurende negen maanden blijft hij als een gevangene â hulpeloos. . Hij heeft een mond en spreekt niet, hij heeft oogen en ziet niet. Hij is als dood en hij leeft . . . doch hij is vrij : inter mortnos liber l Wat hem bindt, is de liefde tot ons. Hij nam onze zonden op zich, hij is onze borg bij God. Vergeet dan de liefde van uwen borg niet; want voor n gaf hij zijn leven: GraHam fuiejussoris ne obliviscaris; dedit enim p) o te animan suam (Eccl. 29. 20). Zijn wij dankbaar door wederliefde (ii- 350).
21 DECEMBER.
I.
Overweeg het moeilijk leven van Jesus Christus in den schoot zijner moeder, waar hij in zoo langen, duisteren en engen kerker, gedurende negen maanden, bleef opgesloten, 't Is waar, oc )k andere kinderen deelen in datzelfde lot, doch zij gevoelen daarvan den last niet, wijl zij geen bewustzijn hebben. Maar Jesus begreep het: van het eerste oogenblik zijns levens had hij het volmaakt gebruik der rede. Hij was in het bezit zijner zintuigen en kon daarvan geen gebruik maken, hij had oogen en kon niet zien, eene tong en kon niet spreken, handen en kon ze niet uitstrekken, voeten en kon niet gaan; en zóó moest hij negen maanden in den schoot van Maria blijven, ah ecu doode, opgesloten in een graf: ik hen geworden als een hulpeloos mensch vrij onder de dooden : Factns sum sicnt homo sine adjutorio, inter morluos liber. Hij was vrij: vrijwillig maakte hij zich in dien kerker tot âeen gevangene van liefdequot;. De liefde beroofde hem van zijne
33
34 NOVEEN VÃÃR KERSTMIS.
vrijheid en hield hem eng geketend, â /a »(dat hij zich niet kon bewegen: 7gt;rij onder de doodcn: inter mortuos Ubcr. âO groot geduld des Zaligma-âkers!quot; O gratif/ispa/ien/ia Salvatoiis, roept de H. Ambrosius uit, als hij dacht aan Jesus' lijden in den schoot van Maria. De schoot van Maria was dan voor onzen Verlosser cene vrijwillige gevangenis, want hij was een gevangene van liefde; daarom echter was die gevangenschap niet onrechtvaardig. Wel was hij onschuldig, maar hij had zich vrijwillig aangeboden om onze schulden te betalen en voor onze misdaden te voldoen. Terecht dus hield de goddelijke rechtvaardigheid hem alzoo gevangen, en begon zij door het eerste lijden eene waardige voldoening te eischen. Ziedaar, waartoe de Zoon Gods uit liefde tot de menschen gebracht is; hij berooft zich van zijne vrijheid, en werpt zich in boeien om ons te verlossen van de slavernij der hel. Het is derhalve meer dan billijk, dat wij met erkentelijkheid en liefde beantwoorden aan de genade van onzen Verlosser
21 D3CEMBER.
en Borg. Zonder eenige verplichting van zijnen kant, alléén door zijne liefde bewogen, heeft hij zich aangeboden om te voldoen en heeft hij werkelijk voldaan voor onze schulden en straffen door zijn leven te offeren. Vergeef dan de weldaad niet van uwen Borg, xvant lij heeft zijn leven voor n geschonken: Gratiam fidejussoris ne obliviscaris; dedit enim pro te aitimam suam (Eccl. 29. 20);
II.
Vergeet de weldaad niet van niven Borg : Gratiam fidejussoris ne obliviscaris. Terecht, mijn Jcsus, waarschuwt mij de profeet om de onuitsprekelijke genade, welke gij mij hebt bewezen, niet te vergeten. Ik was de schuldige, ik was de plichtige, gij waart de onschuldige; en toch gij, o mijn God, gij hebt door uw lijden en sterven willen voldoen voor mijne zonden! Helaas, ik heb daarna die genade en uwe liefde geheel en al vergeten, ik ben zoo vermetel geweest, u den rug te keeren, als waart gij niet mijn Verlosser, die mij zoo-
35
36 NOVEEN VÃÃR KERSTMIS.
zeer hebt bemind. Maar geliefde Verlosser, heb ik die genade vroeger vergeten, voortaan wil ik ze nimmer uit mijn geheugen verliezen. Uwe smarten en uw dood zullen onophoudelijk het voorwerp mijner gedachten zijn, want zij zullen mij zonder ophouden de liefde, welke gij mij hebt toegedragen, herinneren. Ik vloek die dagen, waarop ik, alles vergetende, wat gij voor mij hebt geleden, een zoo slecht gebruik begon te maken van mijne vrijheid. Gij hebt ze mij gegeven, opdat ik u zou beminnen, ik heb ze gebruikt om u te verachten. O mijn Zaligmaker, behoed mij voor het ongeluk u nog ooit te verliezen, laat niet toe, dat ik ooit hervalle in de slavernij der hel. Ach, boei toch mijne arme ziel door de ketenen uwer liefde, opdat zij zich nimmer van u scheide. Eeuwige Vader, om de gevangenis van het goddelijke Kind fesus in den schoot van Maria, bevrijd mij van de ketenen der z( )nde en van de slavernij der hel. En gij, moeder Gods, sta mij bij; gij draagt den Zoon Gods als gevangene in
21 DECEMBER.
uwen schoot en zoo innig met u vereenigd ; is dus Jesus uw gevangene dan zal hij alles doen, wat gij hem vraagt. Vraag hem, dat hij mij vergiffenis schenke; vraag hem, dat hij mij heilige! O mijne moeder, kom mij te hulp, ik bid het u bij de genade en de eer, welke Jesus Christus u bewees, door negen maanden in uwen schoot te wonen!
22 December.
ZEVENDE DAG.
37
Jesus' lijden nm de ondankbaarheid der menschen.
V o o r b e r e i d i n g. Overwegen wij het lijden van Jesus door de ondankbaarheid der menschen. Hij leed ook ieder oogenblik die smart: Hij kwam in zijn eigendom en de zijnen namen hem niet aan: In propria venit etsni eum non receperunt (Joann. 2. 35), Zooveel liefde, en zooveel ondank! Hebben wij medelijden met Jesus, brengen wij hem eerboete voor de zonden der wereld, doch vooral voor onze ondankbaarheden. Berouw, liefde, voornemens.
38 NOVEEN VOOR KERSTMIS.
I.
Eens gebeurde het, dat de H. Fran-ciscus van Assisië, in de kerstdagen, weenend, zuchtend, en als ontroostbaar langs wegen en bosschen liep. Men vroeg hem, waarom hij dit deed? âZou ik niet weenen,quot; antwoordde hij, âals ik zie dat de liefde niet be-âmind wordt? Ik zie een God, als âdwaas geworden uit liefde tot de âmenschen, en de menschen, zoo ondankbaar jegens dien God !quot; Welnu, als die ondankbaarheid der menschen het hart van een H. Franciscus bedroefde, hoeveel meer moet zij dan niet het hart gewond hebben vanjesus Christus? Hij was nauwelijks ontvangen in den schoot zijner moeder, of hij zag hoe weinig de menschen zouden beantwoorden aan zijne liefde. Hij ivas van den hemel gekomen om het vuur zijner goddelijke liefde op aarde te brengen: Igncm veni wittere in terrain ; dat verlangen alléén deed hem mensch worden en zich neerstorten in dien afgrond van smarten en schande: ÃFat ivil ik anders, zegt
22 DECEMBER.
39
hij, da)i dat het ontstoken worde? Et quid volo nisi ut accendatnr (Luc. 12. 49). Dan zag hij dien afgrond van zonden, welke tie menschen na zoovele blijken zijner liefde zouden bedrijven. âZiedaar,quot; zegt de H, Ber-nardinus van Siëna, âwat hem oneindige smarten deed lijdenquot; : Et ideo infinite dolebat. Zelfs voor ons is het on verdragelij k te zien, dat iemand onzer medemenschen, door anderen ondankbaar bejegend wordt. De gelukzalige Simeon van Cassia zegt zeer juist, dat âondankbaarheid meer droef-âheid veroorzaakt aan de ziel, dan de âhevigste pijnen het lichaam doen âlijdenquot;; Tristitiam acriorem sacpe in anima fecit ingratitndo, quam dolor inflictns in cor[gt;ore. Welk eene smart moet dan de ondankbaarheid der menschen aan Jesus hebben veroorzaakt, als hij zag, hij, die onze God is, dat zijne weldaden en zijne liefde door beleedigingen en ongelijk zouden beloond worden? Zij hebben mij kwaad to ir goed gegeven, en haat voor mijne liej-de: Posuerunt adversnm me mala pro bonis: et odium pro dilectione mca. {Ps. iolt;S.
40 NOVEEN VÃÃR KERSTMIS.
5). Ook nu schijnt Jesus Christus zich nog te beklagen: Ik hen ah een vreemdeling gejvorden aan mijne broeders: Tamquam e xfranens/actus sum fratribus vieis (Ps. 68. 9), want hij ziet, dat eene menigte van menschen daarheen leven zonder hem te beminnen of te kennen, als hadde bij hun niets goeds gedaan en niets ter liefde van hen geleden. O God, boe weinig wordt de liefde van Jesus Christus door vele christenen geacht ?
De Zaligmaker verscheen op zekeren dag aan den gelukzaligen Henricus Suso onder de gedaante van een pelgrim, die van deur tot deur bedelde en een onderkomen zocht, doch, in plaats van iets te ontvangen, door allen verstooten werd, terwijl men hem nog beleedigingen en grofheden toevoegde. Helaas, hoevelen gelijken op hen, van wie de heilige man Job spreekt, die lot God zeiden: ga weg van ons . . , terwijl hij (diezelfde God) toch hunne huizen met goederen ven,uld had: Qui dicebant Deo: Recede a nobis; . . . cum ille implesset domos eorum bonis (Job. 22. 17)! Met dezen heb-
22 DECEMBER.
ben ook wij, helaas, ons in vroegere dagen vereenigd. Zouden wij nog op die wijze voortleven? Neen, dat beminnelijk Kind, uit den hemel gedaald om te lijden en te sterven, en daardoor onze liefde te winnen en ons zalig te maken, dat beminnelijk Kind verdient zoo schreeuwende ondankbaarheid niet!
II.
Het is dan waar, o mijn Jesus, gij zijt uit den hemel gedaald om mijne liefde te winnen; gij hebt een moeilijk leven en een wreeden dood willen omhelzen om mijne liefde, opdat ik u zou ontvangen en met vreugde ontvangen in mijn hart. En ik ? Ik heb het van mij kunnen verkrijgen u ver van mij te verstooten en te zeggen: ga weg van mij, lieer! Recede a me, Dom ine! Ga weg, ik wil niet meer van u! O God, waart gij niet de oneindige goedheid zelve, hadt gij niet uw leven geofferd om mij vergiffenis te schenken, dan zou ik den moed niet hebben u om vergiffenis
41
42 NOVEEN VÃÃR KERSTMIS.
te vragen; doch ik zie, dat gijzel! mij den vrede aanbiedt: Bekeer n tot mij, zegt de Heer, en ik zal mij tot 11 koeren : Convertimini ad me, ... et co)ivertar ad vos (Zach. i. 3). Wat meer is, gijzelf wordt mijn middelaar, dc verzoening voor mijne zonden: Ipse est propitiatio pro peccatis nostris (I. foann. 2. 2). Ik wil u dan geen nieuwe be-leediging aandoen, door het vertrouwen op uwe barmhartigheid te verliezen. Het is mij leed uit geheel mijn hart, dat ik u, o opperste Goed, zoo weinig heb geacht; neem mij in uwe genade aan, door de verdiensten van het dierbaar bloed, dat gij voor mij vergoten hebt. Vader, ik ben niet waardis wo zoon senoemd te worden: Pater, . . . non sum digni/s vocariJiiins tnns (Luc. 15. 21). Neen, mijn Verlosser, ik verdien het niet, omdat ik zoo dikwijls uwe liefde heb miskend; doch door uwe verdiensten zal ik het waardig worden. Ik dank u, o mijn Vader, ik dank u, en ik bemin u. Ach, de gedachte alleen, dat gij geduld luidt om mij zoo lange reeks van jaren te verdragen, dat gij mij
22 DECEMBER.
43
zoo grootc menigte genaden schenkt, nadat ik u beleedigd had, die gedachte alleen, moest mij onophoudelijk doen branden van het vuur uwer liefde. Kom dan, o Jesus, want ik wil u niet meer van mij varstooten, knm, en woon in mijn hart. Ik bemin ii en ik wil u zonder ophouden beminnen; maar ontsteek mij meer en meer van uwe brandende liefde, door mij altoos te herinneren hoezeer gij mij hebt liefgehad. Maria, mijne koningin en mijne moeder, sta mij bij, bid Jesus voor mij. Maak, dat ik gedurende den tijd die mij nog te leven overblijft, altoos dankbaar blijve jegens een God, die mij znozeer heeft bemind, zelfs nadat ik hem zoo dikwijls heb beleedigd!
44 NOVEEN VOOR KERSTMIS.
23 December.
ACHTSTE DAG.
De liefde Gods zichtbaar geiüot den in Jesns Christus.
Voorbereiding. Overwegen wij, hoe de liefde van (rod tot den zondigen mensch, zeker geheel onverdiend en daarom loutere genade, als zichtbaar geworden is voor alle menschen in Jesus Christus. Helaas, de menschen beminnen de duisternis meer dan het licht, daarom wordt Jesus door velen niet bemind. Bij zijne tweede komst zal Jesus verschijnen in heerlijkheid: Zalig dan zij, die hem zullen bemind hebben, wee hun echter, die Jesus niet hebben liefgehad. Zorgen wij toch tot de eersten te behooren. Berouw, liefde, gebed om volharding (II. 353).
I.
De genade van God onzen Zaligmaker Terscheen voor alle menschen, en zij leert ons, dat ivij. . . godvruchtig zouden leven in deze wereld, verbeidende de zalige hoop en de komst der heerlijkheid van onzen groot en God en Zaligmaker Jesus Christus: Apparuit gratia Dei Salvatoris nostri omnibus
23 DECEMBER.
45
hominibus, erutUens nos ul. . . pie vivavms in hor. saeculo, expectantes heatam spem cl adven/wn glonae magtii Dei et Salvatoris nos tri Jcsn Chris I i (Tit. 2. n). 0\er\veeg, dat door dc genade, van welke de apostel zegt, âzij is verschenen,quot; verstaan wordt: de vurige liefde van Jesus Christus voor de menschen, eene liefde, welke wij niet verdiend hebben en die daarom âgenadequot; genoemd wordt. Deze liefde was in God altijd dezelfde, doch zij was niet altijd zichtbaar. In den beginne werd zij beloofd door vele voorzeggingen en aangekondigd door vele voorafbeeldingen, maar zij verscheen zichtbaar toen de Zaligmaker geblt; )ren werd, tt )en het eeuwig Woord, kind geworden, zich aan de menschen vertoonde: liggende op stroo, weenend, bevend van koude; toen Jesus aldus begon te voldoen voor de straffen, welke wij verdiend hadden en ons deed kennen, hoezeer hij ons liefhad door zijn leven voor ons te offeren. Daaraan kennen ugt;ij de liefde Gods, dat hij zijn leven voor ons heeft gegeven: In hoe cogno-
46 NOVEEN VÃÃR KERSTMIS.
7!wuts charilalem Dei, qtioniam ille animam suam pro nobis posuit (I. Joaim. 3.16). Toen immers verscheen de liefde van onzen God, en zij verscheen aan alle menschen: Omnibus hominibus. Maar vanwaar komt het, dat niet alle menschen die liefde hebben erkend, vanwaar, dat ook nu zelfs zoo weinigen die kennen ? Ziehier waarom; He! liclu kwam in lt;le ivereld, en de menschen hebben de duis-iernissen meer bemind dan het lich/ : Lux venii in mnndmn, et dilexerunt homines magis tenebras quam hieem (Joann. 3. 19). Zij kennen het licht niet, omdat zij het niet willen kennen en omdat zij de duisternis der zonde verkiezen boven het licht der genade! Zorgen wij niet tot het getal dier ongelukkigen te behooren. Hebben wij vroeger de oogen gesloten voor het licht, door ons weinig bezig te houden met de liefde van Jesus Christus, zijn wij dan bezorgd om in de dagen, die ons nog overblijven, het lijden en den dood van onzen Verlosser steeds voor uogen te houden om hem te beminnen, die ons zoo-
23 DECEMBER.
zeer heeft liefgehad: verbeidende de komst der heerlijkheid vnn onzen grooten God en Zaligmaker Jesus Christus: Expee tanfes beat am spem et adventnvi gloriae magni Dei et Salvatoiis v.ostri Jesu Christi (Tit. 2. 13). Dan immers hebben wij het recht, naar de goddelijke beloften, dien hemel te verwachten, welken Jesus Christus ons door zijn bloed heeft verworven. Bij zijne eerste komst verschijnt Jesus Christus als Kind, arm en nietig, hij vertoont zich aan de menschen in arme windselen en liggend op stroo; maar bij zijn tweede komst zal hij verschijnen op den troon zijner majesteit. Zij zullen den 7.oon des menschen zien komen op de wolken des hemels niet groote kracht en heerlijkheid: Vi-debunt Filiuin ho minis in nubibns cocli, cum virtute nudta et inajestate (Matth. 24. 30). Zalig dan zij, die hem bemind hebben! Wee den ellendigen, die hem geene liefde willen toedragen !
II.
O heilig Kind, nu zie ik u liggen
47
48 NOVEEN VÃÃR KERSTMIS.
op een weinig stroo, arm, bedroefd, verlaten van de geheele wereld; maar ik weet, dat gij eens zult komen om mij te oordeelen, op een troon, schitterend van glorie en omgeven van geheel het hemelsch hof. Ach, schenk mij vergiffenis vóór dien dag, waarop gij mij moet oordeelen. Dan zult gij moeten handelen als een rechter en een vonnis uitspreken van gerechtigheid; maar nu zijt gij nog mijn Verlosser en een barmhartige vader. Ik ondankbare, ik was een van hen, die u niet wilden kennen. Inderdaad, in plaats van uwe liefde tot mij te overwegen, en u wederkeerig te beminnen, dacht ik er alleen aan mijne schandelijke lusten te voldoen en uwe genade en liefde te verachten! Ik stel dan inijnc ziel, wier ondergang ik berokkende, weer in muc Jianiieu: maak gij ze zalig, gij heb! mij vrijgekocht, Heer, God ruin waarheid: In inanus tuas commeiulo sptriium hieuin ; redemisii me Dotnine Deus verilatis (Ps. 30. 6). Ik stel al mijn vertrouwen op u; want ik weet het: om mij vrij te koopen van de hel, hebt gij
23 DECEMBER.
49
uw bloed en uw leven geofferd. Toen ik in zonde leefde, hebt gij mij niet gestraft met den dood, integendeel met groot geduld hebt gij mij gewacht, opdat ik van mijne dwaling terugkeeren, over mijne zwakheden berouw hebben en opnieuw beginnen zou u lief te hebben, en gij alzoo in staat zoudt zijn mij vergiffenis te schenken en mij zalig te maken. Ja, mijn Jesus, ik wil u behagen en ik betreur boven alle kwaad alles, waardoor ik u mishaagd heb. Ja, ik heb er berouw over cn ik bemin u bovenal. Maak mij zalig door uwe barmhartigheid, en mijne zaligheid zij u altijd te beminnen in dit leven en in de eeuwigheid ! Mijne lieve moeder Maria, beveel mij aan uwen Zoon, zeg hem, dat ik uw dienaar beu en dat ik op u mijn vertrouwen gesteld heb. Hij verhoort u en weigert u niets.
50 NOVEEN VOOR KERSTMIS.
24 December.
NEGENDE DAG.
Dc reis van Maria cn Joseph naar Bdhiehem.
Voorbereiding. Overwegen wij de moeilijke reis van dit heilig echtpaar naar Davids stad. Met welke liefde en dankbaarheid waren hunne harten vervuld, hoe heilig waren hunne gesprekken, maar ook hoe groot hunne ontberingen. Vergezellen wij hen in den geest, cn bidden wij de genade van God af, altijd op onze reis naar de eeuwigheid, in (rods tegenwoordigheid te wandelen. Hoe gelukkig zullen wij zijn bij het einde des levens wanneer. wij ons gedurende dit leven innig vereenigd houden met dat heilig drietal: Jcsus, Maria, Joseph (II. 354).
1.
En nok Joseph ging op .... ten einde zich te la/en opschrijven met zijne bruid cn echtgenoote, iveikc bevrucht was: Ascendit at/tem et Joseph..., m proji-tcretnr cum Maria desponsata sibi u.xore praegnante (Luc. 2. 4. 4). God had bepaald, dat zijn Zoon ter wereld zou
24 DECEMBER.
51
komen, niet in het huis van den H. Joseph, maar in eene grot, in een stal, voor redelooze dieren bestemd, en wel op de armoedigste en smartelijkste wijze, waarop een kind kan geboren worden. Daarom beschikte hij, dat Caesar een bevel af kondigde, waardoor alle onderdanen verplicht werden zich te laten opschrijven in de plaats hunner geboorte. Toen Joseph dit bevel vernam, was hij ontsteld en wist niet of hij de H. Maagd te Nazareth zou moeten laten dan wel haar met zich nemen; want zij was den tijd harer verlossing nabij. O mijne bruid en mijne koningin, sprak hij haar toe, ik kan van den eenen kant u niet alléén laten in den staat, waarin gij u nu bevindt; maar van den anderen kant wat droefheid als ik u medeneem; gij zult zooveel moeilijkheden te verduren hebben op zoo lange en gevaarlijke reis in dit zoo streng jaargetij; daarbij mijne armoede laat niet toe u de noodige verzorging te geven. Doch Maria bemoedigde hem en hernam: lieve Joseph, wees niet bevreesd, ik zal met
52 NOVEEN VÃÃR KERSTI.HS
u gaan en God zal ons helpen. Zij wist door goddelijke ingeving en door de voorzegging van Micheas, dat het goddelijk kind te Bethlehem moest geboren worden; zij nam derhalve doeken, om haren lieven Zoon in te winden, maakte zich tot de reis gereed, en mei Maria ging Joseph op om zich te laten opschrijven: Ascendil... Joseph ... ut profiteretur cum Maria.
Ãverwegen wij hier de heilige gesprekken dier twee echtgenooten gedurende hunne reis; zij spraken ongetwijfeld over niets anders dan over de barmhartigheid, de goedheid en de liefde van het goddelijk Woord, dat na weinige dagen ging geboren worden en in de wereld verschijnen tot zaligheid der mensdien! Overwegen wij verder de lofzangen, de dankzeggingen en de akten van nederigheid en liefde dezer twee voorname pelgrims op hunne reis Het is waar, de heilige Maagd, den tijd harer verlossing zoo nabij, had op zoo lange reis, langs moeilijke wegen en te midden van den winter, veel te lijden; maar zij leed in vrede en met
24 DECEMBER.
liefde; zij droeg al hare smarten aan God op, vereenigd met die, welke Jesus in haren schoot moest verduren. Vcreenigen ook wij ons met de smarten van Jesus, door dikwijls gedurende de reis onzes levens Joseph en Maria te vergezellen. Vergezellen wij met hen den koning des hemels, die gebi )ren gaat worden in eenc grot en bij zijne eerste komst verschijnen wil niet alleen als kind, maar als het armste en het meest verlaten kind, dat ooit onder de nienschen geboren werd. Bidden wij Jesus, Maria en Joseph, door de verdiensten hunner smarten op deze reis geleden, om de genade, dat ook zij ons vergezellen op onze reis naar de eeuwigheid. O hoe gelukkig zullen wij zijn, als wij bij leven en sterven vergezeld zijn van dit verheven en heilig drietal!
II.
Mijn lieve Verlosser, ik weet dat de engelen des hemels u bij menigten vergezellen op deze reis; maar wie der nienschen op deze wereld ver-
53
54 NOVEEN VÃÃR KERSTMIS.
gezelt u? Te nauwernood hebt gij Joseph, en Maria, die u draagt in haren schoot. O Jesus, laat mij toe u te vergezellen. Ellendige en on-
O D
dankbare, die ik was, ik erken nu het ongelijk u aangedaan. Gij zijt van den hemel nedergedaald om mij te vergezellen op deze aarde, en ik heb u zoo menigmaal door den zwartsten ondank belcedigd. O mijn Zaligmaker, als ik er aan denk, dat ik mij zoo dikwijls, om mijne vervloekte lusten van u verwijderd en aan uwe vriendschap verzaakt heb, dan zou ik willen sterven van droefheid. Doch gij zijt gekomen om mij vergiffenis te schenken; welaan, vergeef mij dan nu, terwijl het mij leed is uit geheel mijn hart u zoo dikwijls veracht en verlaten te hebben. Ik maak het voornemen en hoop met de hulp uwer genade, u niet meer te verlaten en mij nooit meer van u te verwijderen, o mijne eenige liefde! Nu bemint u mijne ziel, o lief en goddelijk Kind! Ik bemin u, zoete Zaligmaker, en daar gij, op aarde gekomen zijt om mij zalig te maken
24 DECEMBER.
55
en uwe genaden over mij uit te storten, daarom vraag ik u céne enkele genade: laat nimmer toe, dat ik mij van u verwijdere. Vereenig mij nauw met u en boei mij met de zachte banden uwer heilige liefde. Ach, mijn Verlosser en mijn God, wie zal den moed hebben u te verlaten, verwijderd van u en beroofd van uwe genade te leven? Allerheiligste Maria, ik kom u op deze reis vergezellen, o mijne moeder, houd nimmer op mij te vergezellen op mijne reis naar de eeuwigheid. Sta mij altijd bij, maar vooral bij het einde mijns levens, bij het naderen van het oogenblik, dat beslissen moet over mijn geluk in den hemel of over mijne verdoemenis in de hel. Mijne koningin, red mij door uwe tusschenkomst en zij het mijne zaligheid onophoudelijk u en mijnen Jesus te beminnen in den tijd en in de eeuwigheid! Gij zijt al mijne hoop; ik hoop alles door u!
KERSTMIS.
25 December.
EERSTE KERSTDAG.
Geboortefeest Omes Heercn Jesus Christus.
Over het geheim, dat 7vij vieren.
Voorbereiding. Wat feest in een koninkrijk als een erfprins geboren wordt! Hoeveel heuglijker feest voor de wereld is de geboorte van Jesus Christus ! Hij is geboren de Messias, de lang verwachte, de zoo vurig afgebeden Godmensch! Hij is geboren, als Kind in een armen stal in Davids stad! Komt, laten wij hem aanbidden, laten wij hem beminnen ! Overwegen wij dat Jesus' liefde zóó ver gaat, dat hij iederen dag als opnieuw voor ons geboren wordt. Gaan wij dus tot het altaar! Daar is voor ons de kribbe van Jesus, dadr vinden wij hem als Herder en Vader, als Zoenoffer en Lam Gods, als spijs onzer zielen. Dat deze dag voor ons een dag zij van vernieuwing des geestes, een onderpand voor ons eeuwig leven, in en bij Jesus Christus (II. 363).
56
I.
De geboorte van Jesus Christus bracht algemeene vreugde voor de
25 DECEMBER.
geheele wereld. Hij was de Verlosser, zoo lange jaren, met zooveel verzuchtingen verlangd, en daarom tic verlangde aller volkeren: Desideratus cunctis gent thus (Agg. 2. 8), en het verlangen der eeuwige heuvelen: Desi-derium collium aelernorum (Gen. 49. 26) genoemd. Ziet, hij is gekomen! In een kleinen stal is hij geboren!
Stellen wij ons voor, dat de engel die groote vreugde, weleer den herders verkondigd, nu ook ons boodschapt en zegt: âZie, ik verkondig u eene groote blijdschap, welke voor het gansche volk zal zijn: heden is n een Zaligmaker geboren: Erce enim evange-li zo vohis gaudium magnum, qitod er it omni populo, quia vatus est vobis hodie Salvator (Luc. 2. 10). Wat leest in een koninkrijk als een erfprins geboren wordt! Maar veel heuglijker feest moet voor ons de dag zijn, op welken wij den Zoon Gods zien geboren worden, die door zijne groote barmhartigheid bewogen, van den hemel nedergedaald, ons uit den hooge bezocht heeft: Per viscera tniseticordiae Dei nostri, in quibus visitavit nos,
57
KERSTMIS.
5»
or ie ns c.i- alto (Luc. I. 78). Wij waren verloren, en ziet., hij kivam uil den hemel om ons zalig /e maken: Proplei nostram salnlem descendit de coelis. Ziet daar den goeden herder, gekomen om zijne schapen van den dood te redden, en zijn leven voor hen ten beste te geven: Ego snm Pastor bonus. Bonus Pastor a ui mam snam dat pro ovibus suis (Joan. 10. 11). Ziet daar liet Lam Gods, gekomen om geslacht-1 iderd te worden en ons deelachtig te maken aan de goddelijke genade; gekomen om onze Verlosser, ons leven, ons licht te zijn, ja, zelfs onze spijs te worden in het allerheiligste Sacrament des Altaars. De H. Maximus zegt: âJesus Christus wilde bij zijne âgeboorte in eene kribbe gelegd wor-âden, bestemd voor het voedsel van âdieren, om ons daardoor te toonen, âdat hij zijn lichaam tot spijs wilde âgeven aan stervelingen ten eeuwigen âleven.quot; In praesepio, nbi pastus est animalium, sua collocari membra permit tit: m aeternam refectionem vcsren-dnm a mortalibus suum corpus ostendit. Dagelijks bovendien wordt hij op-
25 DECEMBER.
nieuw geboren in liet allerheiligste Sacrament door de woorden des priesters, bij de heilige consecratie. Het altaar is dan de kribbe, aan welke wij met zijn goddelijk vleesch gespijsd worden. Velen verlangen het goddelijk kind op de armen te dragen gelijk de heilige grijsaard Simeon; doch het geloof leert ons, dat wij denzelfden Jesus, die in eene kribbe te Bethlehem lag, bij de heilige communie niet alleen in onze armen, maar zelfs in ons hart ontvangen. Hij wilde geboren \v()rden om zich geheel aan ons te schenken: Een hind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven: Pner natns est nobis, et Filius dains est nobis !
II.
Ik dtvaalde als een i'erloren sehetap, zoek uw dienaar: Errai'i sieid oris quae periit; quaere servnm lnnin (Ps. 118. 176). O Heer, ik ben dat verloren schaap, door het involgen zijner neigingen en begeerten ellendig verloren gegaan; maar gij zijt herder, en tevens
59
KERSTMIS.
6o
het lam Gods, gij zijt van den hemel neergedaald, om mij door uwen zoendood aan het kruis te redden: Zie het Lam Gods, dn/ dc zonden der wereld wegneemt: Ecce Agnus Dei, qui to/lit peceata mundi (Joann. I. 29). Wat heb ik te vreezen, 'als ik mij wil beteren ? Waarom zou ik niet volmaakt vertrouwen op u stellen, o mijn Zaligmaker, die alleen op aarde gekomen zijt om mij zalig temaken? Zie God is mijn Zaligmaker, ik zal vertroinvelijk handelen, en niet vreczen : Ecce Deus Salvator mens ; fiducialiter a gam, et non timebo (Isaï. 12. 2). Welk grooter bewijs van uwe barmhartigheid kondet gij mij geven, o zoete Verlosser, dan uzelven ? O, hoe is het mij leed u, allerliefste Kind, beleedigd te hebben, ik was oorzaak dat gij in den stal te Bethlehem weendet. Maar gij zijt gekomen om mij te zoeken, ik werp mij dus vorfr u op de knieën, en ofschoon ik u in deze kribbe arm en lijdend op een weinig stroo aanschouw, erken ik u toch als mijn hoogsten Koning en Heer! Ik gevoel het: door uw tee der
2,5 DECEMBER
schreien, door uwe tranen, wekt gij mij op om n te beminnen, vraagt gij mij mijn hart! Zie, mijn Jesus, hier lig ik aan uwe voeten, ik bied het u aan! Verander het en ontvlam het; gij zijt immers in de wereld gekomen om de harten door uw heilige liefde te ontsteken. Ik hoor, hoe gij mij uit deze kribbe toeroept: Gij zult den Heer uwen God bctninneu uil geheel uw harl; Diiiges Dominum Drum tuuui ex lolo cordc tuo (Matth. 22. 37). En ik antwoord: mijn Jesus, wien zou ik toch beminnen, als ik u niet liefhad, u, die mijn Heer zijt en mijn God? Gij wilt, dat ik u mijn Jesus noeme, omdat gij u door uwe geboorte geheel aan mij wildet geven. En ik? Ik zou weigeren de uwe te zijn? Neen, allerbeminnenswaardigste Zaligmaker, ik geef mij geheel aan u, ik bemin u uit geheel mijn hart! Ik bemin u! Ik bemin u! Ik bemin u, o mijn hoogste Goed, o eenige liefde mijner ziel! Neem mij aan op dezen dag, en laat niet toe, dat ik nog ooit ophoude u te beminnen. Ik bid u, mijne koningin Maria, om den
KERSTMIS.
troost, dien gij gevoeldet, toen gij voor het eerst uwen Zoon aanschouw-det, en voor het eerst hem in uwe armen mocht drukken, bid hem, dat hij mij als zijn dienaar aanneme, en mij voor altijd door de heilige liefde met zich vereenige.
26 December.
TWEEDE KERSTDAG.
/csus a/s klein kind geboren.
Voorbereiding. Het eerste teeken, waaraan de herders den Zaligmaker der wereld zouden erkennen, werd door den engel aldus aangegeven; Dit zal n een teeken zifn: gij zult vinden een hind: Hoe er it vobis signinn invenietis infant ent (Luc. 2. 12). Jesus wilde bemind worden, daarom kwam hij als kind ter wereld. V er wijlen wij derhalve deze dagen in den geest voor Jesus' kribbe, om het onschuldig en heilig, het allerschoonste en allerliefste van alle kinderen der menschen te beschouwen, on door de liefde tot Jesus ontvlamd te worden. Doen wij vele akten van berouw (berouw is ook liefde) en van vurige liefde tot Jesus Christus (II. 365).
62
20 DECEMBER.
I.
Overweeg hoe het eerste teeken, dat door den engel aan de herders gegeven werd om den nieuwgeboren Zaligmaker te vinden, de gedaante was van een klein kind : Dit zal u ccn teeken zijn: gij zult ecu kind vinden : Hoe ent 7'obis signum: invenictis in-fantcm (Luc. 2. 12). Dc kleinheid is bij kinderen in het algemeen eene groote aantrekkingskracht der liefde, maar het kindje Jesus moest ons daardoor des te beminnelijker worden, omdat hij, de oneindige God, âklein wilde worden ter liefde van âonsquot; ; Propter nos factus est parrulus (S. Aug). Adam kwam als volwassen mensch ter wereld ; het eeuwig Woord wilde als klein kind verschijnen:pat-vulus nat us est nobis, om aldus met meer kracht van liefde onze harten tot zich te trekken. Hij kwam niet ter wereld om gevreesd, maar âom âbemind te wordenquot;, en daarom wilde hij van het begin als teeder en arm kind verschijnen. Sic nnsci voluit, qui voluit amari (S. Petr. Chrvs). Groot
03
TWEEDE KERSTDAG.
64
is de Heer cn hoogst lofwaardig! Magnus Do mini is et laudahilis nimis ! Zóó roept de H. Bernardus uit met den koninklijken profeet (Ps. 143. 3). Mijn Heer en Zaligmaker is grout en zijne goddelijke majesteit verdient boven allen lof te worden geprezen! Maar als hij hem dan beschouwt als kind, in den stal te Bethlehem, dan roept hij vol teederheid uit: âKlein is de âHeer en hoogst beminnelijkquot;: Parvus Dominus ct amahilis nimis! Mijn groote en machtige God is ter liefde van mij een klein kind geworden. Ach, is het mogelijk, dat iemand met geloof overweegt: een God, klein kind geworden . . . weenend en schreiend op een handvol stroo, ... in eene grot, ... en dan dat Kind niet bemint ? En dan niet alle menschen opwekt om het te beminnen, gelijk de H. Franciscus van Assisië, die uitriep: âLaat ons het kind van Bethlehem beminnen, laat ons het kind van Bethlehem beminnen?quot; A vie mus puerutn de Bethlehem ! Aineiiius puerum de Bethlehem ! Het kind Jesus spreekt nog niet, het schreit; doch, o God,
20 DECEMBER.
zijn schreien is eene stem van liefde, welke ons vraagt, dat wij hem zouden beminnen, dat wij hem ons hart zouden schenken !
Men bemint ook nog de kinderen om hunne onschuld, ofschoon alle andere kinderen met de erfzonde geboren worden. Jesus werd als kind geboren, maar zonder zonde: heilig, onschuldig, onbevlekt: Sanclns, inno-eens, impollntus (Eiebr. 7. 26). Mijn welbeminde, zegt de bruid van het hooglied, is rood van liefde en geheel luit om zijne onschuld, zonder de minste vlek van zonde, nilverkoren onder duizenden: Dilectns mens Candidas et rubienndus, eleclns ex milli-bns (Cant. 5. 10). In dit kind vindt de eeuwige Vader zijn welbehagen, want, zegt de H. Gregorius, âin hem alleen vindt hij geene âschuldquot;: In hoe solo non invenil culpam. Troosten wij ons, ellendige zondaars. Dit goddelijk kind daalde van den hemel neder, om, door zijn lijden, ons zijne onschuld mede te deelen! Als wij een goed gebruik weten te maken van zijne verdiensten, dan kunnen wij van
65
TWEEDE KERSTDAG.
zondaars in heiligen en onschuldigen veranderen ; op die verdiensten moeten wij al onze hoop stellen; door die verdiensten moeten wij van den eeuwigenVader genaden afsmeeken en wij zullen alles verkiijgen.
II.
Eeuwige Vader, ik ellendige, die de hel verdiend heb, bezit niets om ii ter voldoening voor mijne zonden aan te bieden; maar ik offer u de tranen, het lijden, het bloed, den dood van dit kind: het is uw eigen Zoon ! Om zijnentwil, ontferm u over mij! Konde ik u dien Zoon niet opofferen, dan zou ik verloren zijn, daar bleef geen hoop voor mij meer over; maar gij hebt hem mij gegeven, opdat ik u zijne verdiensten zou kunnen opdragen en daardoor hopen eenmaal zalig te worden. Groot, o Heer, is mijne ondankbaarheid, maar uwe barmhartigheid is nog grooter; want welke grootere barmhartigheid zou ik van u kunnen hopen, dan de gave, dan het geschenk van uw eigen Zoon,
66
20 DECEMBER.
tot Verlosser en tot zoenoffer voor mijne zonden? Vergeef mij derhalve, ter liefde van Jesus Christus, allebe-leedigingen u 'aangedaan; zij zijn mij van harte leed, omdat ik daardoor uwe oneindige goedheid vergramd heb. Uit liefde tot Jesus, verleen mij de genade der volharding. O mijn God, als ik u nog opnieuw belecdigde, nadat gij mij door zooveel licht verrijkt en mijne zonden met zoo groote liefde vergeven hebt, zou ik dan niet verdienen, dat voor mij in het bijzonder eene hel bereid werd ?
O hemelsche Vader, verlaat mij niet. Ik beef als ik denk, hoe dikwijls ik u verraden, en weer beloofd heb u te beminnen, en hoe dikwijls ik u opnieuw ongetrouw geworden ben. O mijn God, laat niet toe, dat ik nog ooit het ongeluk hebbc uwe genade te verliezen! Laat niet toe, dat ik nog ooit van u gescheiden worde! JVc pennittas me separari n te: tie pcr-ini/tas vic separari a te! Ik herhaal het en wil het tot mijn laatsten snik herhalen, ja, gij uk iet mij de genade geven dit gebed altijd te kunnen her-
67
68 DERDE KERSTDAG.
halen : Laat niet toe, dat ik nog ooit van u gescheiden worde! Ne permit tas me separari a le! Mijn Jesus, allerliefste Kind, bind mij aan u vast door uwe liefde! Ik bemin u, ik wil u altijd beminnen; laat niet toe, dat ik mij nog ooit van uwe liefde scheidc. Ik bemin ook u, mijne moeder Maria, bemin dan ook mij, en indien gij mij bemint, verkrijg mij dan deze genade, dat ik nooit meer ophoude mijnen God te beminnen!
27 December.
DERDE KERSTDAG.
fesns in arme doeken gewonden.
Voorbereidingquot;. Stellen wij ons in den geest in Bethleheins stal en beschouwen wij Maria, die haar goddelijk kind in arme windselen wikkelt. Weldra zullen de herders komen om den Zaligmaker te aanbidden. Z:j zullen hem ook aan die arme doeken erkennen; 't is het tweede teeken, dat de engel hun geeft. (rij zult een kindeken vinden, in arme doeken gewonden. Invenietis infantem â pannis involntnm. Jesus laat zich inwikkelen en denkt
27 DECEMBER.
aan de koorden van Gethscmane, aan de koorden met welke hij aan de kolom der gee-seling gehecht en met welke hij van rechter tot rechter wordt voortgesleurd. Aanbidden wij het goddelijk kind, dankbaar voor zijne liefde. Bidden wij om de gaven zijner liefde, opdat wij door die heilige banden geboeid, hem geheel mogen toebehooren (II. 366).
I.
Verbeeld u Maria, die haren goddelijker! Zoon bij zijne geboorte met eerbied in hare armen drukt, hem eerst als haren God aanbidt, en daarna in doeken windt: Pannis eum invohnt (Luc. 2. 7). Datzelfde zingt de H. Kerk :
Membra pannis involuta Virgo Maler al li gal.
âDe maagdelijke Moeder bindt de âkleine ledematen door ze in arme âdoeken te wikkelenquot;. Zie hoe het kind Jesus zijn kleine handen en voeten gehoorzaam aanbiedt om ze te laten omwinden. Bedenk, hoe dit heilig kind, telkens als het zich laat binden, aan de koorden dacht, met welke men hem eens in den hof van
69
DERDE KERSTDAG.
7°
Gethsemane zou boeien, aan de handen, met welke men hem aan de kolom zou hechten, aan de nagelen, met welke men hem aan het kruis zou vastklinken. Als Jesus daaraan dacht, liet hij zich gaarne omwinden om zoo onze ziel los te maken van de ketenen der hel. Aldus in doeken gewonden ziet Jezus ons aan, en noodigt ons uit, ons door de zoete banden zijner liefde met hem te ver-eenigen; hij slaat tegelijkertijd de oogen op tot zijn hemelschen Vader en roept uit: Mijn Vader, de men-schen hebben hunne vrijheid misbruikt, zij zijn tegen u opgestaan en slaven der zonde geworden; ik wil in deze doeken gewonden worden om voor hunne ongehoorzaamheid te boeten. Op deze wijze gebonden offer ik u mijne vrijheid op, opdat de menschcn uit de slavernij des duivels verlost worden. Neem, o mijn Vader, deze windsels aan, die mij lief en kostbaar zijn, en dit te meer, wijl zij mij aan de koorden doen denken, mei: welke ik eens gebonden en voor de eeuwige zaligheid der menschcn ter dood ge-
27 DECEMBER.
leid zal worden. De banden van Christus waren die heilzame banden aan welke wij de genezing onzer wonden te danken hebben: Vinculo, il/ins nlligalnm salnlaris (Eccl. ö. 31).
O mijn Jesus, ter liefde van mij wildet gij clan in doeken gewonden worden! âO goddelijke liefde, hoe âonmetelijk groot is uw keten, gij âalléén kondet een God tot uw gehangene makenquot;; O Caritas quam magntivt es! vinculum Ititim, quo Deus ligari potuil (S. Laur. ]ust.). Zou ik nog weigeren, o Heer, mij door uwe heilige liefde te laten binden? Zou ik nog ooit den moed kunnen hebben, mij uit uwe beminnelijke en zoete banden los te rukken? En waarom? Om opnieuw slaaf te worden der hel ? O Heer, ter liefde van mij ligt gij gebonden in deze kribbe, ook ik wil altijd aan u verbonden blijven.
De H. Maria Magdalena van Pazzi zeide, dat tie banden die ons moeten vasthechten niets anders zijn dan het vast voornemen om ons door de liefde met God te vereenigen en tevens aan de liefde van alles, wat niet God
71
DERDIÃ KERSTDAG.
is, te verzaken. Daarom schijnt Jesus dan in het allerheiligste Sacrament des Altaars op zekere wijze gebonden, en als een gevangene onder de gedaante van brood en wijn, opdat de zielen, die hem beminnen, ook de gevangenen zijner liefde zouden worden.
II.
Hoe zou ik nog vreezen voor uwe straffen, o allerbeminnelijkst Kind, als ik zie hoe gij, in doeken gewonden, het uzelven als onmogelijk gemaakt hebt de hand op te heffen om mij te kastijden ? Uwe windselen geven mij te kennen, dat gij mij niet wilt straffen, als ik mij wil losrukken aan de banden mijner ondeugden om mij te binden aan u. Ja, mijn Jesus, ik wil aan u verbonden blijven. Het berouwt mij uit geheel mijn hart mij vroeger van u gescheiden en de vrijheid mij door u geschonken misbruikt te hebben. Nu biedt gij mij eene veel schooner vrijheid aan, eene vrijheid, die mij los maakt van de ketenen des duivels
27 DECEMBER.
en stelt onder de kinderen Gods. Uit liefde tot mij wildet gij als een gevangene met deze windsels gebonden worden: ook ik wil door de liefde uw gevangene blijven. O zalige banden, o schoone teekenen van zaligheid, die de zielen met God verbindt, ketent mijn arm hart, maar ketent het zoo vast, dat het zich nooit meer van de liefde van zijn opperste Goed kunne losscheuren. Mijn Jesus, ik bemin u, ik bind mij aan u, ik schenk u mijn hart, mijn wil; neen, ik wil u nimmeimeer verlaten.
O mijn Zaligmaker, om te voldoen voor mijn schulden, wildet gij niet alleen door Maria in doeken gewonden, maar als een booswicht door de beulen gebonden, als een onschuldig lam, dat ter slachtbank gevoerd wordt, door Jerusalems straten ter dood geleid worden ! Gij hebt u aan het kruis laten vasthechten, om het niet te verlaten vóór gij den geest gegeven hadt! O laat niet toe, dat ik mij nog ooit van u verwijdere, en opnieuw van uwe genade en van uwe liefde beroofd worde! O Maria, gij die uw
73
74 DERDE KERSTDAG.
onschuldig kind in doeken wondt, bind ook mij, armen zondaar; vereenig mij zoo nauw met Jesus, dat ik hem nimmermeer verlate, dat ik aan hem gebonden leve en sterve, om eens het geluk te hebben, dat zalig vaderland in te gaan, waar ik mij niet meer kan, en ook niet meer vreezen moet, dat ik mij ooit zal scheiden van zijne heilige liefde!
28 December.
Octaaf Tan Kers hu is. Vierde dag.
He! Kind Jesus door Maria gevoed.
Voorbereiding. Verheugen wij ons! Wat de Bruid van 't Hooglied te vergeefs verlangde, is ons door 'Gods barmhartigheid geschonken: Wie geeft Diij it tot broeder, door mijne moeder gevoed? Quis mi hi det te. fratrem inenm su-gentem nbera matris meae (Cant. 8. i)? Het \Voord Gods, de bruidegom der zielen, is waarlijk onze broeder geworden ! Maria, onze moeder, geeft hem het voedsel ! Verheugen wij ons, dit voedsel zal zijn bloed vormer, den prijs onzer Verlossing, zijn vleesch en bloed dat voor ons geofferd, ook de spijs zal worden
28 DECEMBER.
onzor /ielcn. O God, welk cene liefde! Hij, die hemel en aarde onderhoudt, wordt door zijn schepsel gevoed! Danken wij Maria, die Jesus gevoed heeft, en bidden wij door hare voorspraak om de goddelijke liefde en de volharding (II. 367).
I.
Als Jcsus in doeken gewonden was, zocht en ontving hij voedsel aan het hart van Maria. De bruid van het Hooglied verlangde dien menschge-worden God, door zijne moeder gevoed, te aanschouwen: Qnis mihide! Ie fratrem vieuw sugenlem uhera matris meac (Cant 8. 1); doch zij had het geluk niet, dat verlangen vervuld te zien. Wij hebben dat geluk, wij zien den Zoon Gods, mensch geworden en onze broeder, voedsel nemen aan het maagdelijk hart van Maria. O welk tooneel voor den hemel: het menschgeworden Woord, als kind van cene maagd, zijn schepsel, de moedermelk te zien ontvangen I Hij, die door zijne wonderbare voorzienigheid alle menschen en dieren voedt, wordt zoo zwak en arm, dat hij een weinig
75
/6 OCTAAF VAN KERSTMIS.
melk behoeft om liet leven te onderhouden !
Zuster Paula, Camaldule, zag eene kleine beeltenis Jesus voorstellende door zijne moeder gevoed. Dat gezicht deed haar ontbranden in buitengewone liefde tot God. Jesus Christus nam weinig voedsel en slechts zelden in den loop van den dag. Zuster Maria-Anna, Franciscanes, vernam door openbaring, dat Maria slechts drie malen daags het kind Jesus voedde. O van hoeveel waarde was ons dat weinig voedsel! In de aderen van Jesus Christus zal het tot bloed gevormd vloeien, en een heilzaam bad worden om onze zielen te wasschen en te zuiveren!
Overwegen wij hier nog, dat jesus dit voedsel nam om zijn lichaam te voeden, hetwelk hij ons tot spijs in de heilige communie wilde achterlaten. Het is dan wel waar, o lieve Verlosser, gij dacht reeds aan mij, toen gij zoo gevoed werdt; gij dacht er aan die moedermelk te veranderen in bloed, om het stervend voor ons te vergieten; gij dacht er aan tegen
28 DECEMBER
dien prijs mijne ziel te knopen en haar te voeden in het H. Sacrament, dat voor ons de heilzame melk is, waardoor onze ziel het leven der genade behoudt, gelijk de H. Augustinus zegt: Lac i'estrnm Christus est. O mijn lief kind, mijn Jesus, gedoog dat ik u toeroepe met dc vrouw van het Evangelie: Zalig dc schoot, die u heeft gedragen en dc hoysteii, welke gij gezogen hebt: Beatns Tenter qui te portavit, et uhera qiur suxisti (Luc. II. 27). Ja, zalig gij, o moeder Gods, die het geluk hadt het vleeschgeworden Woord met uwe melk te voeden! O sta mij toe, dat ik mij met Jesus vereenige, om enkele druppelen op te vangen van de melk eener teedere en liefderijke godsvrucht jegens de heilige kindsheid van Jesus en tot u, mijne zeer geliefde moeder. Ik dank u, o goddelijk kind, dat gij u hebt willen onderwerpen aan de noodzakelijkheid om op die wijze gevoed te worden, ten einde mij uwe liefde te bewijzen. De Zaligmaker zeide tot de heilige Maria Magdalena van Pazzi, dat hij met melk wilde ge-
78 CCTAAF VAN KERSTMIS.
voed worden om ons zijn liefde voor de vrijgekochte zielen te toonen.
II.
O mijn lief, mijn beminnelijk Kind, gij zijt het brood des hemels, dat de engelen onderhoudt, gij bezorgt het voedsel voor alle schepselen, hoe kondet gij u dan in de noodzakelijkheid brengen om een weinig melk te vragen aan eene maagd ? O goddelijke liefde, hoe kondet gij een God tot zulk een staat van armoede vernederen, dat hij, om niet te sterven, een weinig voedsel behoefde ? Dan, o mijn Jesus, ik begrijp het, gij neemt in deze grot de melk van Maria, om die, als ze in uw bloed zal veranderd zijn, aan God op te dragen aan het kruis, als zoenoffer tot vergiffenis der zonden. Geef, o Maria, geef zooveel voedsel aan dat lieve kind als u mogelijk is, want elke druppel moet dienen om mijne ziel te zuiveren van hare zonden en haar vervolgens te voeden in het heilig Sacrament. O God, hoe kan het zijn, dat iemand, die gelooft, wat gij voor hem gedaan en geleden
28 DECEMBER.
79
hebt, u niet bemint? En ik zelf, hoe kon ik dit weten en zoo ondankbaar worden jegens u ? Maar uwe goedheid is mijne hoop. Zij verzekert mij, dat uwe genade, als ik ze verlang, mij ook gegeven wordt. O hoogste Goed, het is mij leed, dat ik u beleedigd heb en ik bemin u bovenal, (jij zijt en gij zult altijd mijn eenig goed en mijne eenige liefde zijn. Mijn lieve Verlosser, geef mij, bid ik u, eene teedere godsvrucht tot uwe heilige kindsheid. Gij hebt die aan zooveel andere zielen geschonken, die bij de gedachte aan hel goddelijk kind, alles schenen te vergeten en er alleen aan dachten u te beminnen, 't Is waar, dat waren zuivere zielen, ik integendeel ben een ellendig zondaar; maar 't is ook waar, dat gij kind geworden zijt om de liefde ook van zondaars te winnen. Ja, mijn God, ik ben een zondaar geweest, doch nu bemin ik u uit geheel mijn hart, en ik verlang niets anders op deze wereld dan uwe liefde. O Maria, deel mij, bid ik u, een weinig van datgevoel mede, waarmede gij het kind Jesus gevoed hebt.
8o OCTAAF VAN KERSTMIS.
29 December.
Octaaf van Kerstmis, Vijfde dag.
Je sus op stroo.
Voorbereiding. Overwegen wij hoe Maria haar goddelijk kind bij zijne geboorte in eene kribbe nederlegde op een handvol stroo. Voorzeker, niet zonder ingeving van den H. Geest. Hoe hard, hoe schandelijk bed voor een pasgeboren kind ! Hard, pijnlijk voor de teedere ledematen, vooral van Jesus, die naar het lichaam volmaakt en daarom gevoeliger was voor lijden; doch ook schandelijk! Voor 't armste kind wordt iets gevonden om het zacht neer te leggen!.... Stroo is 't bed voor redelooze dieren! Doch God heeft het aldus gewild. Jesus zou ons van het begin zijns levens een voorbeeld geven van versterving der zinnen. Bidden wij Jesus en Maria ons lichaam een heiligen haat te mogen toedragen en het te versterven, opdat onze ziel meer leve voor God (II. 369).
1.
Jesus wordt in een stal te Bethlehem geboren! Zijne arme moeder vond daar wol noch dons, om voor haar teeder kind een bed te bereiden. Wat doet zij ? Zij verzamelt
29 DECEMBER.
8l
eenige handen vol stroo in de kribbe en legt daarop haten Jesus neer! Zij legde hem in cene kribbe: Et reclinavil eum in praestpio (Luc. 2. 7). O mijn God, dat bed is toch te hard voor een pasgeboren kind! Waarlijk de lidmaten van een klein kind zijn te gevoelig, om ze op stroo te leggen, en voornamelijk de lidmaten van Jesus, bijzonder teeder door den H. Geest gevormd, opdat hij te gevoeliger voor pijnen zou zijn; Gij hebt mij een lichaam bereid: Corpus antem aptas/i mi hi (Hebr. 10. 5). Dit bed veroorzaakte hem ongeloofclijke smarten. Doch niet slechts smartelijk, schandelijk was ook dit bed voor Jesus! Zou men 't kind van den armsten bedelaar bij de geboorte wel op stroo leggen? Zeker, neen! Stroo is het bed voor dieren! Doch de Zoon Gods wilde geen ander bed op aarde dan een weinig stroo! Op zekeren dag hoorde de H. Fran-ciscus vair Assisië, terwijl hij aan tafel zat, de volgende woorden van het Evangelie lezen; Zij legde hem in eene kribbe: Et reclinavil eum in
6
82 OCTAAF VAN KERSTMIS.
praesepio. Onmiddellijk stond hij op en riep uit: âHoe, mijn Zaligmaker ligt âop stroo en ik zou zitten ?quot; Dan zette hij zich op den grond neder en eindigde aldus zijn arm middagmaal. Hij mengde het met tranen van medelijden bij de gedachte aan het kind jesus op stroo!
Waarom echter hield Maria, die met zoo groot verlangen naar de geboorte van haar zoon verzucht had, waarom hield zij, die hem zoo vurig beminde, hem niet in hare armen ? Waarom legde zij hem op dit harde bed ? âDaar is een geheim,quot; zegt de H. Thomas van Villanova, âeen âgroot geheim, anders kon zij hem âop zulk eene plaats niet gelegd heb-âbenquot; : Neqtte ilium tali loco posuis-set, nisi magnum aliqiiod mysteritnn ageretur. Velen verklaren dit geheim en op verschillende wijzen. Mij behaagt onder allen het best de uitlegging van den H. Petrus Damianus; Jesus wilde op stroo gelegd worden om ons de versterving der zinnen te leeren : Legem maityriipraefigehat. Om het zinnelijk genot stortte de
29 DECEMBER.
wereld zich in het verderf, daarom hadden Adam en zoo vele zijner nakomelingen de genade Gods verloren. Het eeuwig Woord kwam uit den hemel om ons de liefde tot het lijden te leeren. Reeds als klein kind begon hij ons daarin te onderrichten door de bitterste smarten, welke een kind lijden kan, voor zich te verkiezen. Daarom gaf Jesus zijner moeder in, hem niet langer in hare armen te houden: zij zou hem op dit pijnlijk bed leggen, waar hij de koude van den stal en het steken van het ruwe stroo meer zou gevoelen.
II.
O van liefde tot de zielen brandende, o beminnelijke Zaligmaker, was dan het smartelijk lijden dat u wachtte, de bittere dood, die men u aan het kruis bereidde, u niet genoeg? Moest gij reeds van het eerste oogenblik uws levens, als klein kind, uw lijden beginnen? Ja, mijn Jesus, als klein kind wildet gij reeds mijn Verlosser zijn; reeds wildet gij voor mijne zonden voldoen aan de
83
84 OCTAAF VAN KERSTMIS.
goddelijke rechtvaardigheid. Gij hebt stroo voor bed gekozen om mij van het vuur der hel, dat ik zoo dikwijls verdiend heb, te bevrijden. Gij weent en schreit op stroo om door uwe tranen bij uwen hemelschen Vader vergiffenis voor mij te bekomen. Uwe tranen, o Jesus, vervullen mijn hart met smart en troost. Het bedroeft mij, als ik u, o lief, onschuldig kind, om de zonden van anderen, zooveel zie lijden; maar ik word te gelijk getroost, omdat ik weet dat uwe pijnen de oorzaak mijner zaligheid zijn. Zij zijn mij een teeken hoezeer gij mij bemint. Maar, o mijn Jesus, ik wil u niet alleen laten lijden en weenen, wijl ik u zoo dikwijls mishaagd heb. Ik heb de hel verdiend, ik wil alle lijden geduldig verdragen, als ik uwe genade, o mijn Zaligmaker, slechts weer verkrijge. Vergeef mij, neem mij genadig aan, maak dat ik u beminne en kastijd mij dan gelijk gij wilt. Bevrijd mij van de straffen der hel en doe dan met mij al wat u behaagt. Ik zoek hier op aarde gcene vreugde; ik verdien zo niet,
29 DECEMBER.
umdat ik u, o oneindige goedheid, heb durven mishagen; ik wil geduldig alle kruisen lijden, die gij mij zult overzenden, want... ik wil u beminnen, o mijn Jesus! O Maria, die altijd uw lijden met dat van Jesus ver-eenigd hebt, verkrijg mij de kracht mijn kruis met geduld te dragen. Ongelukkig als ik, na zoovele zonden, niets in dit leven te lijden had. Gelukkig daarentegen als mij het lot beschoren wordt u op den lijdensweg te vergezellen, u, bedroefde Moeder, en u, mijn lijdende en ter liefde van mij gekruiste Jesus!
30 December.
Octaaf van Kerstmis. Zesde dag.
Jesus slaapt in de kribbe.
Vo o r b e r e i d i n g. Bcschouwen wij met de legioenen van engelen, die Jesus' krib omringen, het goddelijke Kind, dat slaapt! O verheven schouwspel! Ons weerklinken daarbij in de ooren de woorden uit het Hooglied: Ik slaap, maar mijn hart waakt! Ego dormio, lt;.'/ cor vieum vigilat. Jesus slaapt, maar zijn
85
86 OCTAAF VAN KERSTMIS.
geest, met lt;lo godheid vcreonig-d, waakt altijd voort. Hij denkt aan zijn lijden, aan zijne liefde, aan ons! Bidden wij Jesus, om de verdiensten van zijn slaap, dat wij mogen volharden in zijne heilige liefde in dit leven, en éénmaal eeuwig in hem rusten in den hemel (II. 37°).
I.
Kort en smartvol was de slaap van het kind Jesus. Een kribbe was zijne wieg, een weinig stroo zijn bed, stroo ook zijn hoofdkussen. Het hartje bed en de lievige koude waren oorzaak, dat zijn slaap dikwijls onderbroken werd. Intusschen, de behoefte der natuur overwon en het teeder kind sliep van tijd tot tijd in, niettegenstaande al zijn lijden.
De slaap van Jesus was evenwel zeer verschillend van dien van andere kinderen, die door den slaap nieuwe krachten voor het lichaam bekomen, terwijl de ziel niet werkt, maar rust. Wanneer Jesus sliep, was dit zoo niet: Ik slaap, maar mijn hart waakt: Ego dormio, et cor menm vigilat (Cant. 5. 2). Zijn lichaam rustte, maar zijne ziel waakte: immers in Jesus
30 DECEMBER. 8quot;
was de menschelijke natuur vci'cc-nigd met de goddelijke in den persoon des Woords, dat niet slapen kan, noch sluimeren. Het heilig kind sliep, maar terwijl het sliep, dacht het aan al het lijden, uit liefde tot ons, gedurende geheel zijn leven, en vooral bij zijn smartelijken dood, te verduren. Toen reeds dacht hij aan het lijden, dat hem in Egypte wachtte ; hij dacht aan zijn arm en verachtelijk leven te Nazareth; hij dacht vooral aan de geeseling, aan de doornenkroon, aan den smaad der Joden, aan zijn doodsstrijd, aan zijne verlatenheid op het kruis, aan zijn smartelijken dood! Hoewel slapend droeg Jesus al dat lijden aan den eeuwigen Vader op, om voor ons de vergiffenis en de zaligheid te verkrijgen. Zoo ging dan onze Zaligmaker ook slapend voort voor ons te verdienen en zijn eeuwigen Vader met ons te verzoenen en genade voor ons te verwerven. Bidden wij hem nu, dat hij ons door de verdiensten van zijn heiligen slaap, van den doodsslaap bevrijde der zondaars, die ellen-
84 OCTAAF VAN KERSTMIS.
goddelijke rechtvaardigheid. Gij hebt stroo voor bed gekozen om mij van het vuur der hel, dat ik zoo dikwijls verdiend heb, te bevrijden. Gij weent en schreit op stroo om door uwe tranen bij uwen hemelschen Vader vergiffenis voor mij te bekomen. Uwe tranen, o Jesus, vervullen mijn hart met smart en troost. Het bedroeft mij, als ik u, o lief, onschuldig kind, om de zonden van anderen, zooveel zie lijden; maar ik word te gelijk getroost, omdat ik weet dat uwe pijnen de oorzaak mijner zaligheid zijn. Zij zijn mij een teeken hoezeer gij mij bemint. Maar, o mijn Jesus, ik wil u niet alleen laten lijden en weenen, wijl ik u zoo dikwijls mishaagd heb. Ik heb de hel verdiend, ik wil alle lijden geduldig verdragen, als ik uwe genade, o mijn Zaligmaker, slechts weer verkrijge. Vergeef mij, neem mij genadig aan, maak dat ik u beminne en kastijd mij dan gelijk gij wilt. Bevrijd mij van de straffen der hel en doe dan met mij al wat u behaagt. Ik zoek hier op aarde geene vreugde; ik verdien ze niet,
29 DECEMBER.
omdat ik u, o oneindige goedheid, heb durven mishagen; ik wil geduldig alle kruisen lijden, die gij mij zult overzenden, want... ik wil u beminnen, o mijn Jesus! O Maria, die altijd uw lijden met dat van Jesus ver-eenigd hebt, verkrijg mij de kracht mijn kruis met geduld te dragen. Ongelukkig als ik, na zoovele zonden, niets in dit leven te lijden had. Gelukkig daarentegen als mij het lot beschoren wordt u op den lijdensweg te vergezellen, u, bedroefde Moeder, en u, mijn lijdende en ter liefde van mij gekruiste Jesus!
30 December.
Octaaf 7tan Kerstmis. Zesde dag.
Jesus slaapt in de kribbe.
Vo o r b e r c i cl i n g. Beschouwen wij niet de legioenen van engelen, die Jesus' krib omringen, het goddelijke Kind, dat slaapt 1 O verheven schouwspel! Ons weerklinken daarbij in de ooren de woorden uit het Hooglied: Ik slaap, maar mijn hart zcaakt! Ego dormio, lt;.'/ cor mcum vigilat. Jesus slaapt, maar zijn
8,5
86 OCTAAF VAN KERSTMIS.
geest, mot de godheid voreenigd, waakt altijd voort. Hij denkt aan zijn lijden, aan zijne liefde, aan ons! Bidden wij Jesns, om de verdiensten van zijn slaap, dat wij mogen volharden in zijne heilige liofde in dit leven, on éénmaal eeuwig in hom ruston in den hemel
(ii. 370).
1.
Kort en smartvol was de slaap van het kind Jesus. Een kribbe was zijne wieg, een weinig stroo zijn bed, stroo ook zijn hoofdkussen. Het harde bed en de hevige koude waren oorzaak, dat zijn slaap dikwijls onderbroken werd. Intusschen, de behoefte der natuur overwon en het teeder kind sliep van tijd tot tijd in, niettegenstaande al zijn lijden.
De slaap van Jesus was evenwel zeer verschillend van dien van andere kinderen, die door den slaap nieuwe krachten voor het lichaam bekomen, terwijl de ziel niet werkt, maar rust. Wanneer Jesus sliep, was dit zoo niet: Ik slaap, maar mijn hart waakt: Ego dormio, et cor nicuiii vigilat (Cant. 5. 2). Zijn lichaam rustte, naar zijne ziel waakte: immers in Jesus
30 DECEMBER.
8quot;
was de menschelijke natuur verec-nigd met de goddelijke in den ])er-soon des Woords, dat niet slapen kan, noch sluimeren. Het heilig kind sliep, maar terwijl het sliep, dacht het aan al het lijden, uit liefde tot ons, gedurende geheel zijn leven, en vooral bij zijn smartelijken dood, te verduren. Toen reeds dacht hij aan het lijden, dat hem in Egypte wachtte ; hij dacht aan zijn arm en verachtelijk leven te Nazareth; hij dacht vooral aan de geeseling, aan de doornenkroon, aan den smaad der Joden, aan zijn doodsstrijd, aan zijne verlatenheid op het kruis, aan zijn smartelijken dood! Hoewel slapend droeg Jesus al dat lijden aan den eeuwigen Vader op, om voor ons de vergiffenis en de zaligheid te verkrijgen. Zoo ging dan onze Zaligmaker ook slapend voort voor ons te verdienen en zijn eeuwigen Vader met ons te verzoenen en genade voor ons te verwerven. Bidden wij hem nu, dat hij ons door de verdiensten van zijn heiligen slaap, van den doodsslaap bevrijde der zondaars, die ellen-
88 OCTAAF VAN KERSTMIS.
dig in de zonde slapen en noch God, noch zijne liefde kennen. Bidden wij hem te mogen slapen gelijk zijne geliefde Bruid, van welke hij zelf zegt; Wckl mijne welbeminde niet, maakt haar toch niet wakker, tot zij zelve nnl: Ne suscitetis neque evigilare factatis dilectam, ijnoadiisqne ipsa velit (Cant. 2. 7). Deze slaap, welken God toezendt aan zielen, die hem beminnen, is niets anders, volgens den H. Basilius, dan âeene volkomen verge-âtelheid van alle schepselenquot; : Summa rerum omnium oblivio. Die slaap treedt in als de ziel aan geen aardsche zaken meer denkt, om alleen te denken aan God, en al wat zijne eer betreft.
II.
Gij slaapt, lief, heilig kind! Uw slaap vervult mijn hart met onuitsprekelijke liefde. Bij andere menschen is de slaap een beeld des doods, bij u van 't eeuwig leven; immers in uw slaap verdient gij het eeuwig leven voor mij. Gij slaapt, maar uw hart slaapt niet; het denkt aan het lijtien en den dood, dien gij voor
30 DECEMBER.
mij zult ondergaan. Gij slaapt en gij bidt voor mij, gij verkrijgt mij van God de eeuwige rust, die mij in den hemel wacht. Vooraleer gij mij echter, gelijk ik hoop, zoo gelukkig maakt om met u in den hemel te rusten, wil ik, dat gij hier altijd in mijn hart eene rustplaats zult vinden. Er was een tijd, o mijn God, waarop ik u uit mijn hart verdreven had; maar nu, na zoo dikwijls aan de deur geklopt te hebben, dan door vrees, welke gij mij aanjoegt, dan door inwendige verlichtingen, dan weer door woorden van liefde, nu hoop ik, dat gij werkelijk daarin zijt teruggekeerd.
Ja, o mijn God, ik hoop het, want ik gevoel in mij een groot vertrouwen, dat gij mij gegeven hebt; ik gevoel een grooten afschrik van de zonden en een groot berouw over de be-leedigingen, die ik u heb aangedaan. Dat berouw vervult mijn hart met groote droefheid, maar die droefheid geeft vrede, zij troost mij en doet mij met zekerheid vergiffenis hopen van uwe oneindige goedheid. Ik dank u, o mijn Jesus, en bid u mij nooit meer
89
90 OCTAAF VAN KERSTMIS.
te verlaten. Ik weet wel, dat gij mij nooit verlaten zult, als ik zelf u niet uit mijn hart verdrijf; maar juist om die genade van u nooit meer te verdrijven, bid ik u! Geef, dat ik ze u altijd blijve vragen! Maak toch, o mijn Jesus, dat ik alles vergete, om slechts aan u te denken, aan u, die onophoudelijk aan mij en aan mijn welzijn denkt. Maak, dat ik u be-minne, zoo lang ik leef, opdat mijn ziel, bij mijn sterven met u vereenigd, in uwe armen ontvangen worde om eeuwig in u te rusten, zonder vrees u nog ooit te kunnen verliezen. O Maria, sta mij bij in het leven, sta mij bij in den dood, opdat jesus altijd in mij en ik altijd in Jesus ruste!
31 December.
Octaaf ran Kers/mis. Zevende dag. Laatste dag van het jaar-
Over de waarde des tijds.
Voorbereid in g. De laatste dag van hot jaar moet ons ernstig doen denken. Vv'eer
31 DECEMBER
zal oen jaar voorbij zijn! Vervlogen om niet weer te koeren in eeuwigheid! Xog blijft ons één dag ... Welk eon waarde! Wij kunnen veel herstellen, als wij, bij een terugblik op het vorloopen jaar, zouden ontdekken veel verzuimd te hebben. Overwegen wij dus ernstig, dat de tijd van onbeschrijfelijke waarde is : één oogenblik, zegt de H. Bernardinus van Siena, is zooveel waard als God. Wokken wij ons op tot groote droefheid over hot slecht gebruik on het verlies van den tijd en vragen wij van God do genade dien voortaan wel te gebruiken (11. 50).
1.
Mijn zoon, zegt de H. Geest, wees gedachtig den tijd te waardccren: Fili, conserra tempus (Eccl. 4. 23). Daar is niets kostbaarder en God kan den mensch op aarde geen grooter gave schenken dan den tijd. Zelfs de heidenen kenden de waarde van den tijd. Seneca zeide. âden tijd even-âaart niets in waardequot; : Nitllum temporis pretium. De heiligen nochtans kenden veel beter de waarde des tijds. De H. Bernardinus van Siena zegt, dat een oogenblik tijds zooveel waard is als God; omdat de mensch ieder oogenblik door eene oefening van berouw of van liefde de godde-
91
CJ2 OCTAAF VAN KERSTMIS
lijke genade en de eeuwige heerlijkheid kan venverven: Modi co tempore poles/ homo Incrari gratiam et glorinm. Tempus ianhmi 7'a/el quantum Deus, (inippe in tempore bene consumpto com-paratur Deus.
De tijd is een schat, alleen in dit leven te vinden; men vindt dien niet in het andere: men vindt dien noch in de hel, noch in den hemel. In de hel weeklagen de verdoemden: âAch, âwerd ons slechts één uur gegeven!quot; Oh, si daretur hoia! Zij zouden één uur tijds tot iederen prijs willen betalen, om er gebruik van te maken tot herstel van hun ongeluk; maar dat uur zullen zij nimmer erlangen. In den hemel wordt zeker niet geklaagd ; doch zoo de gelukzaligen konden klagen, dan zou hun eenige klacht zijn, in dit leven tijd te hebben verloren, wijl zij grooter g!oiie hadden kunnen verwerven, welke zij nu in eeuwigheid niet meer kur.nen verkrijgen. Eene zuster Benedictines verscheen na haren dood, omstraald van heerlijkheid en openbaarde, dat zij volmaakt gelukkig was; doch.
,31 DECEMBER.
indien zij iets zou kunnen verlangen, dan zou het zijn, tot het leven terug te keeren om te lijden en grooter glorie te verdienen. Zij voegde er ook bij, dat zij de smartelijke ziekte, aan welke zij tot haren dood had geleden, gaarne tot aan den dag des oordeels toe zou willen lijden, om de heerlijkheid tc verwerven, die aan de verdienste van één enkel âWees gegroetquot; beantwoordt 1
En gij, mijn broeder, waarmede brengt gij den tijd door ? Waarom stelt gij altijd tot morgen uit, wat gij heden nog doen kunt? Denk, dat de verloopen tijd voorbij is en u niet meer toebehoort; de toekomst staat niet in uwe macht: gij hebt niets dan den tegenwoordigen tijd om goed te doen. âWat rekent gij, ongelukkige, op de toekomst,quot; vraagt de H. Bernardus, âalsof de hemelsche Vader âden tijd in uwe macht had gesteld?quot; Quid de fuluro, miser, pracsmnis, laiu-quam Pater tempora in tna posnerit potestale? âZijt gij meester van den âdag,quot; vraagt de H. Augustinus, âgij, âdie geen uur bezit?quot; Diem teucs,
93
Q4 OCTAAF VAN KERSTMIS.
qui Iiorain non tcnes? Hoe kunt gij rekenen op den dag van morgen, terwijl gij niet weet of u nog wel een volgend uur zal gegeven worden ? Daarom besluit de H. Theresia: Zoo gij vandaag niet bereid zijt om te sterven, vrees dan een kwaden dood!
II.
à mijn God, ik dank u voor den tijd, dien gij mij geschonken hebt nm de ongeregeldheden van mijn vorig leven te herstellen. Indien ik op dit oogenblik moest sterven, dan zou eene mijner grootste smarten zijn : de gedachte aan den verloren tijd. Ach mijn God, gij hebt mij tijd gegeven om u te beminnen, en ik heb dien besteed om u te beleedigen ! Ik verdiende, dat gij mij naar de hel zondt, van het eerste oogenblik af, waarop ik u verlaten heb. Doch gij riept mij tot boetvaardigheid en gij hebt mij vergiffenis geschonken. Ik beloofde, u niet meer te zullen beleedigen ; doch hoe dikwijls ging ik u andermaal vergrammen, en hebt gij mij opnieuw vergiffenis geschonken! Uwe
31 DECEMBER.
95
barmhartigheid zij in eeuwigheid daarvoor gezegend. Indien zij niet oneindig was, hoe had zij mij dan kunnen verdragen ? Wie zou ooit het geduld met mij gehad hebben, dat gij jegens mij gebruikt hebt ? Hoezeer mishaagt hel mij, zulk een goeden God be-leedigd te hebben! Mijn dierbare Zaligmaker, het geduld alleen dat gij jegens mij gebruikt hebt, moest mij u ten zeerste doen beminnen. Ach, laat niet toe, dat ik langer ondankbaar leve voor de liefde die gij mij hebt toegedragen. Maak mij los van alles, en trek mij tot uwe liefde. Neen, mijn God, ik wil den tijd niet langer verkwisten, dien gij mij geeft, om het bedreven kwaad te herstellen; ik wil dien geheel besteden om u te dienenen te beminnen. Geef mij kracht, geef mij de heilige volharding. Ik bemin u oneindige goedheid, en hoop u in eeuwigheid te beminnen. Ik dank u, Maria; gij zijt mijne voorspraak geweest, om mij dezen tijd van leven te verschaffen ; sta mij thans bij en maak, dat ik dien geheel bestede, om uwen Zoon,
gó OCTAAF VAN KERSTMIS.
mijn Verlosser, te beminnen en u, mijne koningin en moeder.
1 Januari
Octaaf van Kerstmis en Besnijdenis des Heeren.
De Besnijdenis en de II. Naam van Jesns.
Voorbereiding. Op den achtsten dag na zijne geboorte werd het goddelijke Kind besneden en ontving het den naam vanjesus. Overwegen wij dus heden, hoe Jesus door zijn eerste bloedvergieten het werk onzer Zaligmaking begint, en tevens, hoe de zoete naam Jesus onze vreugd, onze hoop en onze liefde moet zijn (II. 386 en 387).
1.
Beschouw den eeuwigen Vader, die zijn Zoon op aarde zond om voor ons te lijden en te sterven. Hij wil, dat Jesus op dezen dag besneden worde en een begin make me; het storten van qijn dierbaar bloed, om eenmaal aan het kruis, in eene zee van smaad en smart gedompeld, de laatste druppelen te vergieten. En waarom ? Opdat die onschuldige Zoon
I JANUARI.
de schuld betale, welke wij door onze zonden verdiend hebben. De H. Kerk roept hier, zich tot God richtend, uit: âO wonderbare liefde van âGods goedheid jegens ons! O onwaardeerbaar geschenk van liefde! âOm den slaaf vrij te koopen, hebt âgij uwen Zoon ter dood veroordeeld !quot; O eeuwige God, wie kon ons ooit zulk geschenk van liefde geven tenzij gij alleen, die oneindige goedheid zijt en onbegrensde liefde ? Ach, mijn God, gij hebt mij uwen Zoon, die u bovenal dierbaar was, geschonken ; 't is dus billijk, dat ik, ellendige zondaar, mij geheel schenke aan u! Neem, bid ik u, het offer aan, dat ik u van mijzelven opdraag, en laat niet toe, dat ik mij nog ooit van u scheide.
Beschouw ook den Zoon Gods. Vol ootmoed en liefde tot ons neemt hij den bitteren dood aan, voor hem bestemd om de zondaars van de eeuwige verdoemenis te verlossen. Hij begint op dezen dag vrijwillig voor ons te voldoen door het storten van zijn bloed. lij heeft zich vernederd, zegt de Apostel, gehoorzaam
97
()8 OCTAAF VAN KERSTMIS.
gnvoidcti lot den dood, en lol den dood des krnises: Humiliavit semelipsinn fa dus ohediens usque ad mortem, morton antem crucis (Phil. 2. 8). O mijn Jesus, gij liebt den dood uit liefde tot mij aangenomen, wat zal ik doen voor u? Zal ik u door mijne zonden blijven beleedigen? Neen, mijn Verlosser, mijne ondankbaarheid zal uw hart niet langer pijnigen. Het doet mij grootelijks leed, dat ik u vroeger zoo mishaagd heb; ik bemin u, oneindige goedheid, en ik wil u standvastig blijven beminnen tot mijnen laatsten snik.
jesus Christus heeft gezegd: Niemand heef! grookr liefde dan deze is, dal hij zijn leven geef! voor zijne vrienden : Majorem hac dileclionem nemo ha hel, 11I animam snam ponal qnis pw amieis suis (Joann. 15. 23). Maar gij zelf, o mijn Verlosser, gij gaaft gelijk de H. Paulus zegt, bewijs van nog grooter liefde, door uw leven te geven voor ons, die uwe vijanden waren. Ach, Heer, zie mij hier aan uwe voeten, ik heb het ongeluk gehad tot dat getal te behooren. Hoe dik-
I JANUARI.
wijls is het mij ellendige niet gebeurd, dat ik aan uwe vriendschap heb vaarwel gezegd om het juk der gehoorzaamheid, welke ik u verschuldigd was, af te werpen! Ik erken nu het kwaad door mij bedreven; vergeef het mij, o mijn Jesus, want het is mij zoo innig leed, dat ik van droefheid zou willen sterven. Ja, nu bemin ik u uit geheel mijn hart en ik verlang niets anders dan u te beminnen en u te behagen. O Maria, gij die de Moeder zijt van mijn God en ook mijne Moeder, bid voor mij.
II.
De naam Jesus werd niet door de menschen, maar door God zeiven aan het menschgeworden Woord gegeven: Gij zult zijn naam Jesus (dat is: Zaligmaker) noemen : Et vocahis nomen ejus Jcsum (Luc. i. 31). Naam van vreugde, naam van hoop, naam van liefde.
Een naam van vreugde. Als de herinnering aan onze zonden ons bedroeft, verschaft deze naam ons vreugde ; hij herinnert ons, dat de Zoon Gods
99
IOO OCTAAF VAN KERSTMIS.
mensch geworden is, om onze Zaligmaker te zijn. Mijn lieve Zaligmaker, gij zijt van den hemel gekomen om mij te zoeken, en ik, ellendige, heb u den rug gekeerd, uwe genade en uwe liefde veracht! Doch des ondanks wilt gij mij nog zalig maken! O mijn Jesus, ik dank u en ik bemin u.
De naam van Jesus is een naam van h o o p. Wie den hemelschen Vader door dien aanbiddelijken naam bidt, moet alles hopen, wat hij vraagt: A/s gij den Vader iets in mijnen naam zult gevraagd hebben, hij zal het u geven : Si (itnd petientis Patrom in nomine meo dabit 7lt;obis (Joann. 16. 23). O mijn God, op deze plechtige belofte vertrouwend, vraag ik u in den naam van Jesus de vergiffenis mijner zonden, de heilige volharding en de gave uwer heilige liefde. Geef, in één woord, dat mijn verder leven mij niet meer diene om u te beleedigen, maar om u te beminnen en u te behagen, gelijk gij het verdient.
De naam van Jesus is een naam van liefde. De H. Bernardus zegt, dat deze naam een teeken is, waar-
I JANUARI. IOI
door ons in 't kort alles beduid wordt, wat God ter liefde van ons gedaan heeft. De naam van Jesus herinnert ons derhalve alle smarten, welke hij gedurende zijn leven en in het uur zijns doods voor ons heeft geleden. Vandaar dat een godvruchtig schrijver zegt: âO Jesus, wat heeft het u veel gekost âmijn Jesus, dat is: mijn Zaligmaker, âte worden!quot; OJcsu, quavfum consfitit tibi esse Jesum, Salvatorem meum.
Ach, mijn Jesus, schrijf uw naam in mijn hart en op mijn tong, opdat ik door het aanroepen van dien naam weerstand biede aan de bekoring tot zonde; opdat ik in tic bekoring tot wanhoop op uwe verdiensten vertrouwe; opdat uw naam, zoo ik ooit lauw werd in uwe liefde, mijn hart ontvlamme door mij te herinneren, hoezeer gij mij hebt liefgehad ! Uw naam zal dan altijd mijne beschutting zijn, mijne kracht en de vlam, die mij van uwe heilige liefde zal verteeren. Geef mij daarom de genade u onophoudelijk aan te roepen, o mijn Jesus, zoolang ik zal leven. Dat ik sterve met uwen naam op mijne lippen, en bij mijn laat-
2 JANUARI.
sten snik uitroepe:ik bemin u, mijn Jesus! Mijn Jesus, ik bemin u! Mijne koningin Maria, maak, dat ik stervende uwen naam aanroepe te zamen met dien van uwen guddelijken Zoon Jesus!
2 Januari.
Over de tranen 7.lt;aii Jict Kind Jesus.
Voorl) oreiding. Pasgeboren kinderen schreien en storten tranen, omdat ze pijn gevoelen, honger of dorst hebben, omdat hen iets hindert. Daar is geen bewustzijn bij die kinderen. dus ook geen droefheid of smart. Jesus echter kon niet alleen pijn gevoelen, maar ook smart. .Als Jesus weent, dan weent hij niet om de pijnen, welke hij verduurt: zijne tranen zijn tranen van medelijder, en liefde, en van droefheid over de ondankbaarheid der men-schen. Hidden wij vurig het goddelijk Kind, zijne liefde toch eenigermate te mogen beseffen, om uit liefde tot hem over onze zonden te weenen (H. 371).
I.
De tranen van het kind Jesus zijn zeer verschillend van die van andere pasgeboren kinderen; deze weenen van pijn, Jesus weent niet om zijne pijnen. Hij weent uit medelijden en
102
2 JANUARI.
uit liefde tot ons: Illi e.v passione lugenf, Christus ex cimipassionc (S. Bern.). Om iemand weenen is een teekcn van groote liefde. Daarom zeiden de Joden, als zij den Zaligmaker bij het graf van Lazarus zagen weenen: Zie, hoe* hij hem liefhad: Kcee (jmuwdo amahal eum (Joann. 11. 36). Datzelfde konden de engelen, verwonderd over de tranen van het kind Jesus, uitroepen: âZiet, hoe hij hen liefheeftquot;: Ec.:e (jnomodo am at cos! Ziet, hoezeer onze God de men-schen bemint: uit liefde tot hen is hij mensch, is hij kind geworden, uit liefde tot hen weent hij!
fesus weende en offerde den he-melschen Vader zijne tranen op om ons vergiffenis der zonden te verwerven. âDie tranenquot;, zegt de H. Ambrosius, âwassehen mij van mijne âzondenquot;: Mea laciymae illae delieta InTarunt. Door zijne tranen bad hij om genade voor ons, reeds tot den eeuwigen dood veroordeeld, en stilde hij den toorn zijns Vaders. O, hoe krachtig waren de tranen van het goddelijk Kind om genade voor ons
I03
2 JANUARI.
te verkrijgen! O, hoe aangenaam waren zij aan God! Toen immers liet de hcmelsche Vader door de engelen verkondigen, dat hij vrede schonk op narde aan de mensclien van goeden ivil en hen weer opnam in genade. Pa.v honlinihus bonae volun-tntis (Luc. i. 14).
Doch Jesus weende niet alleen uit liefde, hij weende ook van smart; hij zag zoovele zondaars, die niettegenstaande het bloed dat hij om hunne zaligheid vergieten zou, toch zijne genade zouden verachten. Ach, wie kan zoo wreed zijn, het goddelijk Kind om onze zonden te zien weenen, en zelf niet weencn, zelf niet de zonden verfoeien, die oorzaak zijn waarom de beminnelijke Zaligmaker tranen vergoot? O neen, wij willen de smarten van dit onschuldig kind niet vergrooten: wij willen het troosten en onze tranen met de zijne mengen. Wij willen God de tranen zijns Zoons opofferen, en hem bidden ons om die tranen onze zonden te vergeven.
I04
2 JANUARI.
II.
O allerliefste K;nd, als gij in den stal van Bethlehem weendet, dacht gij aan mij; van toen af zaagt gij mijne zonden, welke u deden weenen. En, o mijn Jesus, in plaats van u te troosten door mijne liefde en mijne dankbaarheid, heb ik, die wist hoeveel gij geleden hebt om mij zalig te maken, uwe smarten vergroot, en u nog meer redenen tot weenen segre-
. . O O
ven; had ik minder zonden begaan, gij zoudt minder reden tot tranen gehad hebben. Ween, ja ween, gij hebt alle reden daartoe, als gij, na zoo vele licfdebewijzen, de ondankbaarheid der menschen aanschouwt. En wijl gij weent, ween dan ook voor mij; want uwe tranen zijn mijne hoop. Ook ik ween, o mijn Verlosser, om de droefheid, welke ik u veroorzaakte ; ik haat, ik verfoei mijne zonden, het berouwt mij van ganscher harte u te hebben beleedigd. Ik ween om die ongelukkige dagen en nachten, in welke ik uw vijand was en beroofd van uwe schoone genade Maar
2 JANUARI.
wat zouden mij mijne tranen helpen, o fesus, indien ook gij voor mij niet treweend liadt ? Ik offer u, eeuwisre
O 'O
Vader, de tranen van het kind Jesus op, schenk mij daarom vergeving. En gij mijn lieve Zaligmaker, offer uwen hemelschen Vader de tranen op, welke gij op aarde voor mij gestort hebt, en bevredig zijne rechtvaardigheid. Ik bid u nog, o mijne liefde, tref mijn hart door deze tranen en ontvlam het door uwe heilige liefde. O kon ik toch van nu af door mijne tranen u zooveel troost schenken als ik u smart veroorzaakte door mijne zonden. Geef, o Heer, dat ik u tot het einde mijns levens niet meer mis-hage; geef, dat de overige dagen mijns levens alleen dienen om de smarten, die ik u veroorzaakte, te beweenen en u uit geheel mijn hart te beminnen. O Maria, om uw teeder medelijden met het kind Jesus, dat gij zaagt weenen, verkrijg mij degenace cener onafgebroken droefheid over de beleedigingen, welke ik ondankbare hom heb aangedaan.
IOÃ
3 JANUARI.
3 Jauuari.
Nederigheid van Jesus.
Voorbereiding. De Zoon Gods werd mensch om den mensch te redden, die door zijn hoogmoed gevallen was. Daarom heeft hij zich vernederd, gehoorzaam gezvorden tot den dood en tot den dood des kruises. Beschouwen wij den ootmoed van Jesus, die reeds van 't begin zijns levens af de verachting' en den smaad ter liefde van ons bemind heeft. Wekken wij ons op tot berouw, vernederen wij ons diej) voor God en bidden wij vurig om Jesus' nederigheid te mogen navolgen
(II. 358).
I.
Alle teekenen, welke de Engel den herder gaf, (mi hun den pasgebiiren Zaligmaker te doen kennen, waren teeke-nen van nederigheid, Ziet hier, sprak de Engel, iva/ n een teekeu zal ivezen : gij zult Tinden een kind in doeken ge-wonden en liggende in een stal, op stroo, in eene kribbe: Et hoe i'obis sign/mi: im'enietis infantem pannis imwlutum, et positnm in praesepio (Luc. 2. 12). Zóó wilde de koning des hemels en de Zoon Gods treboren
3 JANUARI.
worden: hij kwam den hoogmoed vernietigen, die de eerste oorzaak van 's menschen val geweest was.
De Profeten hadden reeds voorzegd, dat onze Zaligmaker als de nietigste mensch der wereld behandeld en met schande moest overladen worden. Hoeveel versmadingen had Jezus Christus niet te lijden in zijn openbaar leven van den kant der menschen? Hij werd behandeld als een drinker, als een toovenaar, als een godslasteraar, ja als een ketter. Hoevele schande had hij niet te verduren tijdens zijn lijden? Hij werd verlaten door zijn eigen leerlingen, één zelfs verried hem, terwijl een ander in het openbaar loochende hem te kennen. Hij werd door de straten gevoerd, geketend als een misdadiger! Hij werd gegeeseld als een slaaf, behandeld als een zinne-looze en een tooneelkoning, geslasen
O' O O
en door zijne vijanden bespogen; eindelijk deed men hem sterven, hangend aan een kruis tusschen twee dieven, als den grootsten booswicht der wereld! Het is dan waar, roept
io8
3 JANUARI.
de H. Bernardus uit, dat de edelste onder alle kinderen der menschen, behandeld is als de laagste van allen! Maar, o mijn God, voegt dezelfde heilige leeraar er bij: âhoe meer ik âu om mijnentwil vernederd en verdicht zie, des te beminnelijker zijt âgij!quot; Qnanto pro me vilior, laulo mihi carior!
II.
Ach, mijn zoete Zaligmaker, gij naamt zooveel verachtingen aan ter liefde van mij en ik kon nooit een enkel beleedigend woord verdragen zonder bedacht te zijn op wraak, ik, die zoo dikwijls heb verdiend door de duivels in de hel met voeten getreden te worden ! Ik ben beschaamd om voor u te verschijnen, hoogmoedige zondaar, die ik ben. Heer, verwerp mij niet van uw aanschijn zooals ik zou verdienen. Gij hebt gezegd, dat het u onmogelijk is een vermorzeld en verootmoedigd hart te versmaden. Ik heb berouw over al de smarten, welke ik u heb aangedaan; vergeef ze mij, o mijn Jezus,
4 JANUARI.
want ik wil u niet meer beleedigen. Gij liebt zoovele beleedigingen verdragen ter liefde van mij; ik wil ter liefde van u, alle beleedigingen verdragen, welke mij kunnen worden aangedaan. Ik bemin u, o mijn Jesus, uit liefde tot mij veracht, ik bemin u, o mijn goed boven alle goed. Geef mij de noodige hulp om u altijd te beminnen en ter liefde van u allen hoon te verdragen. O Maria, gelief mij uwen zoon aan te bevelen. Bid Jesus voor mij!
4 Januari.
Opdracht van Jesus in den tempel.
Voorbereiding. Vergezellen wij in den geest het H. Huisgezin, Jesus, Maria en Joseph, dat naar den tempel is opgegaan, waar Jesus aan den hemelschen Vader wordt opgedragen. Hoe bracht Maria dit offer? Met welke edelmoedigheid sprak zij in het binnenst van haar hart tot God, tot den eeuwigen Vader! En Jesus zelf? Ook hij offert zich op ter liefde van ons. Vereenigen wij ons met deze opdracht en bidden wij om al wat zonde is te verfoeien, om God alleen te behagen en
I IO
4 JANUARI.
hem ons zeiven voor tijd on eeuwigheid toe te wijden (II. 378).
I.
De tijd was gekomen, waarop Maria volgens de wet de zuivering moest ondergaan in den tempel en Jesus opgedragen worden aan zijn hemel-schen Vader. Zij vertrok dan met Joseph. Joseph nam twee tortelduiven voor het offer, Maria nam haar geliefd kind in hare armen, het goddelijk lam, dat zij aan God ging opdragen als een voorspel van het groote offer, dat diezelfde Zoon eenmaal zou brengen aan het kruis. Overweeg en zie de heilige Maagd; zij treedt den tempel binnen! In den naam van geheel het menschelijk geslacht brengt zij haren Zoon ten offer, en zegt: âZiedaar, eeuwige Vader, uw âgeliefden eenigen Zoon, die uw Zoon âis, maar ook de mijne; ik draag hem âu op als een offer om aan uwe ârechtvaardigheid, tegen de zondaars âvergramd, te voldoen; neem hem âaan, o God van barmhartigheid, en âheb medelijden met onze ellenden.
I I I
4 JANUARI.
âTer liefde van dit vlekkeloos Lam, âbid ik u, neem de menschen in ge-ânade aan.quot;
Bij dit offer van Maria kwam het offer van Jesus zeiven. âZie mij âhier,quot; zegt het heiüg kind, âzie mij âhier, mijn Vader; ik wijd u geheel âmijn leven toe. Gij hebt mij m de âwereld gezonden om die te redden âdoor het vergieten van mijn bloed; âziehier mijn bloed, zie mij hier ge-âheel; ik offer mij geheel aan u op âtot verlossing der wereld.quot; Hij heeft zich zehlt;en Toor ons ah een offei en slachtoffer overgegeven, Gode tot een aangenamen geur: Tradidit seme-sipsum pi o nobis oblationem et hostiam Deo in odorem snavitatis (Ephes. 5. 2). Nooit was een offer zoo aangenaam aan God, als dit offer van zijn beminden Zoon, als kind reeds priester en offerande geworden. Hadden alle menschen en alle engelen hun leven geofferd, hun offer zou gewis niet zoo aangenaam kunnen zijn aan God, als dit offer van Jesus Christus, omdat de eeuwige Vader in dit offer alleen oneindige voldoening ontving.
I 12
4 JANUA.RI.
Draagt Jesus zijn leven ter liefde van ons aan zijn Vader op, dan is het billijk, dat wij ter liefde van hem ons leven en geheel ons bestaan aan God toewijden. Dit verlangt hij van ons, gelijk hij zelf aan de gelukzalige Angela van Foligny openbaarde, tot wie hij zeide; âik heb mij voor u âopgeofferd, opdat gij u zoudt opofferen voor mij.quot;
II.
Eeuwige Vader! Ik, ellendig zondaar, schuldig aan duizenden misdaden, welke ieder voor zich de hel verdienden, ik bied mij heden aan bij u, o God van oneindige Majesteit, en ik drwig u mijn arm hart op. Maar, o mijn God, welk een ellendig hart! Een hart, dat u niet bemind, maar integendeel u mishaagd heeft; een hart, dat u dikwijls heeft verraden ! Doch heden draag ik het u rouwmoedig op, vast besloten om u tegen eiken prijs lief te hebben en u in alles te gehoorzamen. Geef mij vergiffenis en trek mij geheel tot uwe liefde. Ik verdien niet verhoord te worden, maar uw Zoon,
113
8
4 JANUARI.
ii4
die zich als kind m den tempel voor mijne zaligheid opdraagt, verdient liet voor mij. Ik draag u dien Zoon en dat offer op, en stel daarop al mijn vertrouwen. O mijn Vader, ik dank u, dat gij hem op aarde gezonden hebt om zich ter liefde van mij op te offeren. Ik dank ook u, o mensch-geworden Woord, o goddelijk Lam, dat u zelf hebt opgedragen om voor de zaligheid mijner ziel te sterven. Ik bemin u, mijn lieve Verlosser, en ik wil niets anders beminnen dan u: niemand dan gij droeg zijn leven op voor mijne zaligheid. Ik ben bedroefd als ik er aan denk, hoe ik vroeger, dankbaar voor anderen, jegens u slechts ondankbaarheid toomde. Maar gij wilt den dood mijner ziel niet; integendeel gij wilt, dat ik mij bekcere en leve. Ja, mijn Jesus, ik keer terug tot u en het berouwt mij zeer, dat ik u beleedigd heb; het is mij leed uit den grond mijns harten, dat ik mishaagd heb aan een God, die zich zeiven voor mij heeft opgeofferd. Schenk mij het leven, en mijn leven zal voortaan bestaan in u te
5 JANUARI.
beminnen. O mijn opperste Goed, geef, dat ik u beminne en ik vraag u niets meer. Maria, mijne moeder, ook gij hebt uwen zoon voor mij in den tempel opgeofferd, draag hem nogmaals op en bid den eeuwigen Vader, dat hij mij ter liefde van Jesus aanneme onder het getal zijner kinderen. En gij, mijne koningin, neem mij voor altijd aan als uwen dienaar ; want als ik uw dienaar ben, zal ik ook de dienaar zijn van uwen Zoon.
5 Januari.
Vooravond van Driekoningen.
Drcaas is hel aan een God te geloo-ven en niet katholiek te zijn, dwazer nog katholiek te zijn en niet als katholiek te leven.
Voorbereiding*. Hoe tl waas zijn zij, die beweren aan geen Clod te gelooven ! Doch als er een God bestaat, moet er ook óén ware godsdienst zijn, die geen andere kan zijn dan de Roomsch-Katholieke Kerk. Zijn wij God dankbaar, die ons, uit de heidenen
Il6 VOORAVOND VAN DRIEKON.
voortgesproten, tot de ware Kerk geroepen heeft; doch overwegen wij tegelijkertijd hoe ondankbaar en hoe dwaas het zou zijn het waar geloof te bezitten en niet volgens dat geloof te leven (I. 451).
I.
Godloochenaars, die aan geen God gelooft, dwazen, die gij zijt! Indien gij niet gelooft, dat er een God is, zegt mij dan ; Wie heeft u geschapen ? Hoe kunt gij u voorstellen, dat er schepselen zijn, zonder een beginsel, dat ze heeft voortgebracht? Heeft dan het toeval, zonder orde noch kennis, de wereld, welke gij ziet, zoo geregeld als zij is door schoone en standvastige orde, kunnen voortbrengen ? Ellendigen, gij doet uw best u te overtuigen, dat de ziel sterft gelijk het lichaam; maar, o God, wat zult gij zeggen, als gij aan de deur der eeuwigheid zult zien, dat uwe zielen eeuwig blijven en gij in eeuwigheid uw ongeluk niet meer kunt herstellen ?
Of gelooft gij, dat er een God is? Dan moet gij ook gelooven, dat één ware godsdienst bestaat. En zoo gij, in dat geval, niet gelooft, dat de gods-
5 JANUARI. I17
dienst onzer Roomsch-Katholieke Kérk de ware is, zegt mij dan: Welke is de ware? Misschien die der heidenen, welke vele goden aanneemt en daardoor reeds allen loochent en vernietigt? Die der Mahomedanen, eene vermenging van fabelen, van dwaasheden en tegenspraak, een godsdienst, uitgevonden door een eer-loozen bedrieger, meer geschikt voor dieien dan voor menschen ? Wellicht is de ware godsdienst die der Joden ? Ja, een tijd lang hadden zij het ware geloof; doch zij hebben den verwachten Verlosser, die de nieuwe wet van genade aankondigde, verworpen en daardoor het geloof, hun vaderland en alles verloren! Is de ware godsdienst misschien die der ketters, die zich afscheiden van onze Kerk? Doch zij hebben zich gescheiden van de Kerk, door Jesus Christus gesticht en aan â welke hij beloofd heeft, dat zij altijd zou voortbestaan ? Zij hebben daardoor alle geopenbaarde leerstukken zoodanig verward, dat ieder hunner in zijn geloof, van eiken andere zijner sekte verschilt! Het is al
Il8 VOORAVOND VAN DRIEKÃN.
te duidelijk, dat ons geloof het eenig ware is: óf er bestaat een geloof, en dan kan er geen andere ware godsdienst zijn dan de onze; óf er is geen geloof, en dan zijn alle godsdiensten valsch. Maar dit laatste kan niet zijn; want als er een God is, is ook een waar geloof en een ware godsdienst noodzakelijk.
Hoeveel dwazer zijn evenwel christenen, die het ware geloof bezitten en toch leven alsof zij niet geloofden ! Zij gelooven, dat er een God bestaat, die rechtvaardige rechter is; dat er een hemel en een hel zijn, die eeuwig duren ; en nochtans willen zij leven alsof geen oordeel, geen hemel en geen God bestond !
O God, hoe kunnen christenen gelooven aan Jesus Christus; gelooven aan een God, die in een stal geboren werd; een God, die dertig jaren, als werkman verborgen, zich -afmatte en als eenvoudig knecht van dagloon leefde; een God eindelijk, die genageld aan een kruis en verteerd van smarten stierf, en dien God niet beminnen ? Hem zelfs door de zonde verachten ?
5 JAXUARt. HQ
II.
O heilig geloof, verlicht zooveel arme blinden, die voorthollen op den weg der rampzalige eeuwigheid!.. . Maar dat licht is reeds opgegaan en schijnt voor allen, geloovigen en ongeloovigen : Lux vera quae illuminat omncm hominem (Joann. 1. 9)! Waarom maken zoovelen zich ongelukkig? O vervloekte zonde, gij verblindt het verstand dier menigte van ongelukkige zielen, die later, als zij de eeuwigheid ingegaan zijn, de oogen zullen openen ; doch dan zal er geen middel meer zijn tot herstel hunner dwaling.
Hoe komt het, mijn Jesus, dat zoovelen uwer dienaars zich afzonderden in grotten en woestijnen om zalig te worden? Dat zooveel edelen en zelfs vorsten, om hunne zaligheid te verzekeren, zich in kloosters gingen opsluiten om een armoedig en voor de wereld onbekend leven te leiden ? Dat zooveel martelaars alles verlieten ? Zooveel maagden de schoonste verbintenissen met de grooten der aarde afwezen, pijnbank, bijlen.
120 VOORAVOND VAN DRIEKON.
gloeiende platen, roosters en den wreedsten dood verkozen, om uwe genade niet te verliezen ? Dat daarentegen zooveel anderen maanden en jaren van u verwijderd voortleven in de zonde?
Ik dank u, mijn Jesus, voor het licht, dat gij mij gegeven hebt! Gij doet mij kennen, dat alle goederen der aarde slechts rook zijn, slijk, ijdelheid en bedrog! Gij alleen zijt het waarachtig en eenig Goed !
Mijn God, ik dank u, dat gij mij het heilig geloof geschonken hebt! Gij hebt het ons duidelijk gemaakt door de vervulling der voorzeggingen, door de waarheid der mirakelen, door de standvastigheid der martelaars, door de heiligheid der leer en door deszelfs wonderbare verspreiding over de ge-heele wereld. Als dat geloof niet waar is, moet men zeggen, dat gij ons hebt bedrogen door ons tot het geloof te noodzaken en door zooveel andere waarborgen als gij ons daarvoor gegeven hebt.
Ik geloof alles, wat de Kerk mij voorstelt te gelooven, omdat gij het
6 JANUARI. 121
hebt geopenbaard. Ik maak er volstrekt geen aanspraak op die geheimen niet mijn verstand te begrijpen, zij zijn boven mijn begrip; 't is genoeg, dat gij het gezegd hebt. Ik bid u, vermeerder in mij het geloof: Adauge nobis ftciein !
6 Januari.
Feest van Driekoningen.
De aanbidding der Wijzen.
Voorbereiding. Met de Wijzen uit In t Oosten danken allen, die uit het heidendom zijn voortgesproten, den oneindig barm-hartigen God, meer bepaald op dezen feestdag, voor de onwaardeerbare genade van de roeping tot het H. Geloof. Gaan wij ook in dien geest met de koningen op naar Bethlehems grot.. Brengen wij de offers onzer harten, verfoeien wij iedere zonde, waardoor wij God tot hiertoe mishaagden, bidden wij om oprecht berouw, waarachtige liefde en de genade om in den geest van geloof te leven (II. 377).
I.
Jesus wordt geboren in een stal; de engelen des hemels erkennen hem, wel is waar, in dien vernederenden
122 FEEST VAN DRIEKONINGEN.
staat, doch de menschen laten hem in vergetelheid; hoogstens eenige herders komen hem erkennen. De Zaligmaker intusschen wil reeds een begin maken en de genaden dér verlossing uitdeelen. Hij maakt zich aanvankelijk bekend aan de heidenen, die hem het minst van allen op aarde verwachtten. Om deze reden verlicht hij de Wijzen door middel eener wonderbare ster, opdat zij den Zaligmaker zouden komen erkennen en aanbidden. Ziedaar de eerste genade, welke hij ook ons heeft bewezen, de -hoogste genade, de roeping tot het geloof, waarop spoedig de roeping tot de genade, van welke de menschen beroofd waren, zal volgen. De Wijzen begaven zich terstond op weg; de ster geleidt hen tot de grot, waar het goddelijk kind is en zoodra zij daar binnentreden, vinden zij het kind met Maria, diens moeder: hnienemnt pne-rum cnm Maria, malre ejus (Matth. 2. 11). Zij vinden eene arme maagd en een arm kind, bedekt met arme windsels, zonder gevolg noch hulp. Maar hoe ? De heilige pelgrims ondervinden
6 JANUARI.
123
in den Stal eene vreugde, welke zij tot hiertfte nooit gekend hadden; zij gevoelen, dat hun hart wordt getrokken tot het lieve kind, dat zij aanschouwen. Dat stroo, die armoede, dat geween van den kleinen Zaligmaker, o, weke liefdepijlen, welke zalige vlammen voor hunne door het geloof verlichte harten. Het goddelijk Kind vertoont zich aan hen met een van vreugde schitterend gelaat, als een teeken der liefde, met welke hij hen aanneemt als de eerste overwinning zijner verlossing. De heilige koningen aanschouwen vervolgens Maria, die niet spreekt. Zij staat daar stilzwijgend, doch door haar heilig gelaat, waaruit hemelsche zoetheid straalt, ontvangt zij de Wijzen, en dankt hun, dat zij de eersten gekomen zijn om haren Zoon als Opperheer (zooals hij werkelijk is) te erkennen. Zie, hoe zij hem in eerbiedig stilzwijgen aanbidden, hem erkennen als hun God, hem de voeten kussen en geschenken aanbieden van goud, wierook en mirre! Voegen wij ons bij de Wijzen om Jesus onzen kleinen
124 FEEST VAN DRIEKONINGEN.
koning tc aanbidden en offeren wij hem geheel ons hart!
II.
Beminnelijk kind, ofschoon ik udaar zie op stroo, arm en veracht in de donkere grot, leert mij het geloof, dat gij mijn God zijt, nedergedaald uit den hemel om mij zalig te maken ! Ik erken u derhalve en ik belijd, dat gij zijt mijn Opperheer en mijn Zaligmaker; doch helaas, ik heb niets om u aan te bieden. Ik heb geen goud van liefde, want ik heb tot hiertoe de schepselen en mijne grillen bemind, ik had geen liefde voor u. die de oneindige bron van liefde, zijt! Ik heb geen wierook van gebed, tot nu toe had ik het ongeluk te leven zonder aan u te denken. Ik heb de mirre van versterving niet, ik heb dikwijls om mijn ellendige vermaken te genieten, aan uwe oneindige goedheid mishaagd! Wat zal ik u derhalve ten offer brengen? Ik draag u mijn arm hart op, zoo ellendig en nietig als het is, neem het aan en verander gij zelf het! Daarom immers zijt gij in de
6 JANUARI.
125
wereld gekomen; gij hebt de harten der menschen willen wasschen in uw dierbaar bloed om de zondaars in heiligen te veranderen. Geef mij derhalve dat goud, dien wierook, die mirre ! Geef mij het goud uwer heilige liefde ! Geef mij den geest des gebeds ! Geef mij het verlangen en de kracht om de zondige neigingen te versterven, welke u zoozeer mishagen! Ik heb besloten u te gehoorzamen en u te beminnen; maar gij kent mijne zwakheid, geef mij de genade u getrouw te blijven. Heilige maagd, gij, die de heilige Wijzen hebt ontvangen en hen met zooveel hartelijkheid hebt getroost, ontvang ook mij en troost mij, die uwen goddelijken Zoon kom bezoeken en mij aan hem kom opofferen. Mijne moeder, ik stel al mijn vertrouwen op uwe tusschenkomst, beveel mij aan Jesus. In uwe handen stel ik mijne ziel en mijnen wil, bind ze voor altoos door de liefde tot Jesus 1
FEEST VAN DEN ALLERH. NAAM JESUS.
TWEEDE ZONDAG NA DRIEKONINGEN.
Feest van den allerh. Naam Jesus.
Evangelie: En toen de acht dagen vervuld waren, dat het kind zou besneden worden, werd zijn naam genoemd Jesus, welke genoemd was door den Engel vóórdat hij in den moederschoot ontvangen was. (Luc. 2. 21).
Voorbereiding;. De H. Naam Jesus, do Naam boven alle namen, is uit den hemel gegeven aan den Verlosser van het mensche-lijk geslacht. Daar is geen andere Naam in wien wij kunnen zalig wórden. Overwegen wij hoe die H. Naam Jesus een licht is voor den geest, een voedsel voor het hart en een
FEEST ALLERH. NAAM VANJESUS. IZquot;]
geneesmiddel voor de ziel. Maken wij het vaste besluit dien zoeten Naam dikwijls en met liefde uit te spreken, en bidden wij vurig om aan dat voornemen tot onzen dood toe getrouw te blijven fll. 372).
I.
De Naam Jesus is een goddelijke naam, van Godsv.-ege door den aartsengel Gabriël aan Maria geopenbaard; Gij zult zijnen naam Jcsns noemen : El voeahis nomen ejus Jesum (Luc. r. 31.) Daarom wordt hij ook genoemd: een naam boren alle namen: Nomen snper omnc nomen (Phil. 2. 9), een naam door welken alle'c'71 wij zalig ïvorden: ui quo oportel nos salvos fieri (Act. 4. 12). De heilige Geest vergelijkt dien grooten Naam bij olie: Uiü naam is een uitgestorte olie: Oleum effusum nometn tuum (Cant. 1. 2). De li. Bernardus geeft daarvan de reden, als hij zegt: gelijk olie verlicht, voedt en geneest, zoo is ook de Naam Jesus een licht voor den geest, een voedsel voor het hart en een geneesmiddel voor de ziel.
Hij is een licht voor den geest.
FEEST VAN DEN
Door dezen naam werd de wereld bekeerd uit de duisternis der afgoderij tot het licht des geloofs. Wij, die in een land geboren zijn, waar onze voorouders, vóór de komst van Jesus Christus, heidenen waren, wij zouden allen nog heidenen zijn, ware de Zaligmaker niet gekomen om ons te verlichten. Hoe moeten wij Jesus Christus niet dankbaar zijn voor de gave des geloofs ? Wat zou van ons geworden zijn, als wij in Azië of in Amerika te midden van ketters of scheurmakers geboren waren ? Wte niet gelooft, gaat verloren: Qui non crediderit, condemnabitur (Mare. 16. 16). Wij zouden dan ook waarschijnlijk verloren gegaan zijn.
Maar de naam Jesus is ook eenc spijs, waarmede wij ons hart voeden. Door dien Naam herinneren wij ons, wat Jesus gedaan heeft om ons zalig te maken. Daarom troost ons die Naam in ons lijden; hij geeft ons kracht om vooruit te gaan op den w-eg der zaligheid; hij geeft ons moed als wij kleinmoedig worden; hij ontvlamt in ons de liefde, wijl hij ons doet denken
128
H. NAAM JESUS.
aan wat onze Verlosser geleden heeft om ons zalig te maken.
Die Naam eindelijk is ook een geneesmiddel voor onze ziel, want hij maakt ons sterk tegen de aanvechtingen onzer vijanden. De H. Paulus zegt, dat de hel beeft en vlucht, als wij dezen heiligen Naam aanroepen : Op-dal voor den naam van Jesns alle knie zich buige van die in den hemel, en die op aarde, en die onder de aarde zijn : In nomine Jesit omne genu flectatiir coelc-stium, terreshium et infernorum (Phil. 2. 10). Wie bekoord wordt en den Naam Jesus aanroept, valt niet, en zoo dikwijls hij dien aanroept, zal hij voor den val bewaard worden. Onder lofzegging riep ik den Heere aan, cn ik iverd verlost van mijne vijanden : Lati-dans invoeabo Dominum, et ab inimicis meis salvus cro (Ps. 17. 4.) Wie is ooit verloren gegaan, die in de bekoring Jesus heeft aangeroepen? Hij alléén gaat verloren, die Jesus niet om bijstand bidt, of die, zoo de bekoring voortduurt, ophoudt hem aan te roepen.
I29
130 FEEST VAN DEN
II.
Had ik u toch altijd aangeroepen, o mijn Jesus, zeker de duivel zou mij nooit overwonnen hebben. Ik heb daarom, helaas, uwe genade verloren, omdat ik in de bekoringen verzuimd heb u om bijstand te bidden. Maar nu stel ik al mijne hoop op uwen heiligen Naam. Alles kan ik in hem, die vüj versterkt: Omnia possum in co qui me confortat. Schrijf, o mijn Zaligmaker, schrijf in mijn arm hart, den machtigen Naam Jesus, opdat ik hem altoos met liefde tot u in mijn hart beware en op mijne lippen drage; opdat ik hem aanroepe in alle bekoringen, welke de hel mij bereidt om mij opnieuw tot haar slaaf te maken en van u te scheiden. In uwen Naam o Jesus, zal ik alle goed vinden. Ben ik droevig, uw Naam zal mij troosten, want ik zal dan denken hoeveel droeviger gij uit liefde tot mij geweest zijt. Zou ik kleinmoedig worden om mijne vele zonden, uw Naam zal mij moed geven; want hij zal mij herinneren dat uw bijstand veel .machtiger is, dan
H. NAAM JESUS.
al het geweld van den boozen vijand. Zou ik zelfs koud geworden zijn in mijne liefde jegens u, het aanroepen van uwen Naam zal mijn hart opnieuw verwarmen, en mij aan uwe liefde herinneren ! Ik bemin u, omijnjesus, gij zijt het eenige voorwerp mijner liefde, en ik hoop, dat gij hetaltijd blijven zult. Ik schenk u mijn hart; niets dan u, ja u alleen wil ik beminnen., ik wil u zonder ophouden aanroepen. Ik wil ster-ven'met uwen Naam op mijne lippen, want hij is een Naam van hoop, van zaligheid en van liefde! Zoo gij mij bemint, o Maria, verkrijg mij dan deze genade, dat ik zonder ophouden uwen en uws Zoons Naam aanroepe! Maak, dat ik uwe zoete Namen gedurig, zoolang ik leef, herhale, opdat ik bij mijne laatste ademhaling moge uitroepen; Jesus en Maria, staat mij bij! Jesus en Maria ik bemin u! Jesus en Maria, ik beveel u mijne ziel!
DE LIJDENSWEEK.
Palmzondag.
fes iis' zegevierende intrede ie Jerusalem,
Voorbereiding. Beginnen wij in deze lijdensweek de hittere smarten van Jesus te overwegen. Zien wij Jesus vol medelijden met de verblinde Joden, over Jerusalem weenen. Dan gaat hij de stad in en wordt met allen luister ontvangen. Jesus dacht aan het lijden, dat hem, na eenige dagen, door diezelfde menigte zal worden aangedaan. Zingen wij het Hosanna voor onzen Koning, maar met meer standvastigheid dan de ondankbare Joden i. 627^.
I.
Onze Verlosser zag den tijd van zijn lijden naderen en vertrok nu van Bethanic om zich naar Jerusalem te
DE LIJDENSWEEK. 133
begeven. Toen hij nader kwam, zag hij de ondankbare s/ad, en iveende over haar! Videns civitalemflevit super . illavi (Luc. 19. 41). Hij weende, omdat hij haren ondergang voorzag dooide overgroote misdaad des volks, dat hem, den Zoon Gods, het leven zou benemen. Ach, mijn Jesus, toen gij weendet over die stad, weendet gij ook over mijne ziel, daar gij den ondergang zaagt, dien ik mijzelven bereid heb door mijne zonden; ik noodzaakte u mij ter helle te ver-oordeelen, nadat gij gestorven zijt om mij zalig te maken. Ach laat mij het groote kwaad beweenen, dat ik bedreven heb, met u, het hoogste Goed, te versmaden. Heb medelijden met mij 1
Jesus treedt de stad binnen; het volk gaat hem te gemoet en ontvangt hem met gejuich en blijdschap, en om hem eer aan te doen, strooien eenigen palmtakken op den grond, anderen spreiden hunne kleederen uit op de plaats, waar hij zijne schreden zet. O, wie zou toen gezegd hebben, dat die Verlosser, reeds als
DE LIJDENSWEEK.
Messias erkend en met zooveel teekenen van eerbied ontvangen, weldra als een ter dood veroordeelde, en met een kruis op de schouderen, door diezelfde straten zou geleid worden !
II.
Ach, mijn dierbare Jesus, thans juicht dat volk u toe, zeggende: Hosanna den Zoon van David, gezegend hij, die komt in den naam des Heeren : Hosanna filio David, benedieius qui venit in nomine Domini{^AsX\\\. 21. 9.) En daarna zullen zij de stem verheffen en Pilatus dwingen u het leven te benemen door u aan het kruis te doen sterven : IVeg met hem ! Weg met hem ! Kruis hem ! lolle, talie, crucifige sum ! Kom, mijne ziel, zeg gij hem met oprechte liefde : Gezegend, die komt in den naam des Heeren: Benedict us, qui ven it in nomine Domini. Wees altoos gezegend, dat gij gekomen zij:, o Zaligmaker der wereld ! Zonder u waren wij allen verloren. O mijn Verlosser, maak mij zalig.
134
DE LIJDENSWEEK. I35
Ach, na al die toejuichingen noo-digt niemand hem uit om in zijne woning te vernachten, zoodat hij weer naar Bethanië moest terugkee-ren! Mijn beminde Verlosser, willen anderen u niet ontvangen, ik wil u ontvangen in mijn arm hart. Een tijd lang heb ik u ongelukkig uit mijne ziel verbannen, maar nu waardeer ik het geluk u bij mij te hebben, hooger en meer dan dat ik alle schatten der aarde zou bezitten. Ik bemin u, mijn Zaligmaker! Wat zal mij ooit van uwe liefde kunnen scheiden ? Alléén de zonde! Behoed mij voor de zonde, gij, o mijn Jesus, door de hulp uwer genade, en gij, o mijne moeder Maria, door uwe voorspraak!
DE LIJDENSWEEK.
MAANDAG.
Jestis ivorr/t gevangen en naar Caïphas geleid.
V o o r b e r e i d i n g. Zien wij den godde-1 ijken Verlosser, die zijn verrader te geraoet treedt, zich vrijwillig gevangen geeft en geboeid laat voortsleuren naar Caiphas. A/s ren Idiii is hij ter slachtbank gevoerd en hij opende den mond niet. Zien wij hem vóór Caïphas, waar hij zijne Godheid belijdt en daarvoor met ruwen kaakslag mishandeld en door den hoogen Raad veroordeeld wordt. Aanbidden wij onzen Zaligmaker en vragen wij afschuw voor de zonde en volharding in zijne heilige liefde (I. 628).
I.
De Heer, wetende dat de Joden reeds nabij waren om hem gevangen te nemen, stond op van het gebed en ging hun te gemoet. Hij liet zich zonder tegenstand door hen grijpen en binden. Zij namen Jesusgevangen, en bonden hem: Compyehenderunt Je.sum el ligaverunt eum (Joann. 18. \2). O Hemel!! Een God, door zijne schep-
DE LIJDENSWEEK. 137
selcn.... als een booswicht gebonden !! Aanschouw, mijne ziel, hoe eenigen de hand aan hem leggen, anderen hem binden, anderen hem slaan.... Het onschuldig Lam laat zich binden en slaan naar hun welgevallen, en .... zwijgt. Hij is geofferd, omdat hijzelf het geiüild heeft, en hij heeft zijn mond niet geopend. Gelijk een lam zal hij ter dood geleid worden: Oblatus est quia ipse voluit, el non nperuit os suu?n. Sicut ovis ad occisionem ducetur (Isaï. 53. 7). Hij spreekt niet, hij klaagt niet, omdat hij zichzelven reeds had aangeboden om voor ons te sterven, en daarom laat hij zich binden gelijk een lam. en ter dood leiden zonder den mond te openen.
Jesus kwam gebonden Jerusalem binnen. De inwoners die reeds slapen, worden wakker door het gedruisch van het volk, dat voorbij trekt. Zij vragen wie de gevangene is, dien zij daar wegbrengen ? Men antwoordt hun: âJesus van Nazareth, die ontdekt is âals een bedrieger en een verlei-âder.quot; Zij stellen hem voor aan
138 DE LIJDENSWEEK.
Caïphas, die zich verheugt hem te zien; hij ondervraagt hem naar zijne leerlingen en naar zijne leer. Jesus antwoordt, dat hij in het openbaar gesproken heeft; daarom roept hij die om hem heen staan tot getuigen van hetgeen hij gezegd heeft. Ziet dezen 7üclen, wal ik gezegd heb! Ecce hi sciunl (juae dixerim ego! Doch op dit antwoord gaf een der dienaren hem een kaakslag, met den uitroep : Antivoordt gij aldus den hoogepriester ? Sic respondespontifici? Doch, o mijn God, hoe kan zulk een ootmoedig en zachtmoedig antwoord, zoo groo-ten smaad verdienen ? Ach, mijn Jesus, gij hebt dat alles geleden om de versmadingen te vergoeden, die ik uwen eeuwigen Vader heb aangedaan.
II.
De hoogepriester bezweert hem nu in den naam van God te zeggen: âOf hij waarlijk de Zoon Gods is?quot; Jesus zegt, dat hij het is. Caïphas, dit hoorende, in plaats van zich ter aarde te werpen en zijn God te aan-
DE LIJDENSWEEK. 139
bidden, verscheurt zijn kleederen, en zich tot de andere priesters keerend zegt hij : Wat hebben wij nog getuigen va?i noode ? Gij hebt de godslastering gehoord, wat dunkt u ? En zij antwoordden eenparig; Hij is des doods schuldig! Toen, gelijk de Evangelisten verhalen, begonnen allen hem in het aangezicht te spuwen, en met kaak-en vuistslagen te mishandelen. Dan bedekten zij hem het gelaat met een lap, en zeiden hem spottend : Verkondig ons Christus, wie is het, die u geslagen heejt ? Prophetiza nobis, Chris te, quis est qui te percussit? Aldus verhaalt ons de H. Mattheus (26. 28), en de H. Marcus zegt (14. 15): Eeni-gen begonnen hem te bespuwen en zijn gelaat te bedekken en hem met vuisten te slaan, en tot hem te zeggen: Profeteer! En de dienaren gaven hem kaakslagen : Et coeperunt quidam con-spnere eum et velare faeiem ejus, eum eaedere et dicere ei: Prophetiza! Et ministri alapis eum caedebant. O, mijn Jesus, hoe zijt gij in dien nacht de speelbal geworden van het woest gemeen I Hoe kunnen de menschen u
I40 DE LIJDENSWEEK.
zoo vernederd zien ter liefde van hen en u niet lief hebben ? Hoe kon ik er toe komen u door zoovele zonden te beleedigen, nadat gij zooveel voor mij geleden hebt! O mijne liefde, schenk mij vergiffenis, ik wil u voortaan geen verdriet meer veroorzaken. Ik bemin u, mijn hoogste Goed, en het spijt mij meer dan alle kwaad, dat ik u versmaad heb. O mijne moeder Maria, smeek uwen mishandelden Zoon, dat hij mij vergiffenis schenke.
DINSDAG.
Jesus gegeeseld.
Voorbereiding. Beschouwen wij Jesus a;in de geesel-kolom. Zijn heilig lichaam is verscheurd van het hoofd tot de voeten. Zijn kostbaar bloed stroomt van alle zijden ter aarde. En dat alles leed hij, de onschuldige, om mijne zonden en ter liefde van mij ! Kunnen wij twijfelen of Jesus ons liefheeft? Elke wonde is een bewijs zijner liefde. Bidden wij Jesus, dat hij ook ons hart door hot vuur zijner goddelijke liefde doe branden fl. 630).
DE LIJDENSWEEK. I4I
I.
Toen nam Pilatns Jesns en gecselde hem : Tune ergo apprehendit Pilatns Jesum et plagellavit (Joann. ig. 1). O onrechtvaardige rechter ! Gij hebt hem onschuldig verklaard, en nu veroordeelt gij hem tot zoo wreede en zoo schandelijke straf? Beschouw, mijne ziel, hoe de beulen op dat onrechtvaardig bevel het goddelijk Lam aangrijpen, het naar de gerechtsplaats brengen en met koorden aan de kolom binden. O gelukkige koorden, die de handen van mijnen lieven Verlosser aan de kolom hebt gebonden, bindt ook mijn rampzalig hart, opdat ik van nu af voortaan niets anders zoeke noch begeere, dan hetgeen hij begeert.
Ziet, zij nemen reeds de geesels in handen, en op het gegeven teeken beginnen zij van alle kanten dat allerheiligst vleesch te slaan, dat eerst blauw wordt en waaruit straks van alle kanten het bloed komt vloeien. Helaas, reeds zijn de geesels en de handen der beulen geheel geverfd
DE LIJDENSWEEK.
van het bloed; ja de aarde is reeds met bloed besproeid. O Gud, niet alleen stroomt het bloed, maar door de hevigheid der slagen scheurt men ook het vleesch aan stukken. Dat goddelijke lichaam is reeds geheel verscheurd, en desniettemin gaan de barbaren voort, zij voegen slagen bij slagen, smarten bij smarten ! En wat doet Jesus ondertusschen ? Hij spreekt niet, hij klaagt niet, maar hij lijdt geduldig die groote smarten om de goddelijke rechtvaardigheid, welke tegen ons vergramd is, te verzoenen. Gelijk het Lam voor den scheerder stom is, zoo deed hij den mond niet open : Sicnt agnus coram tondeiite se sine voce, sic non aperuit os sunm (Act. 8. 32).
II.
Welaan, spoed u, mijne ziel 1 Kom en wasch u in dat goddelijk bloed ! Mijn beminde Verlosser, ik zie u geheel voor mij verscheurd ; ik kan dus niet langer twijfelen of gij mij bemint en teer bemint. Elke van uwe wonden is een maar al te zeker bewijs uwer liefde, die met al te veel recht
142
DE LIJDENSWEEK.
mijne wederliefde eischt. Gij, o mijn jesus, geeft mij uw bloed zonder voorbehoud ; het is dan ook billijk, dat ik u geheel mijn hart zonder voorbehoud geve. Neem het aan en geef dat het u altoos getrouw blijve.
Ach God, had Jesus niet anders geleden dan één enkelen slag, ter liefde van mij, dan moest ik reeds branden van liefde tot hem en uitroepen : âEen God wilde voor mij âgeslagen worden!quot; Maar neen, hij vergenoegt zich niet met één slag : om voor mijne zonden te voldoen wil hij, dat hem alle ledematen gebroken worden gelijk Isaias voorzegd had. Hij is vermorzeld om onze misdaden : Att ritus est propter scehra nostra (53. 5), zoodat hij er uitzag als een melaat-sche: et nos putavimns e/tm quasi leprosum (ibid. 4), van het hoofd tot de voeten bedekt met wonden. Alzoo, mijne ziel, terwijl Jesus gegeeseld werd, dacht hij aan u ! Hij droeg aan God zijne bittere smarten op om u van de eeuwige geeseling der hel te bevrijden. O God van liefde, hoe heb ik tot hiertoe zooveel jaren kunnen
143
144 DE lijdensweek.
leven zonder u te beminnen ? O wonden van Jesus, doorwondt mij van liefde jegens een God, die mij zoozeer bemind heeft! O Maria, o moeder der genaden, smeek gij die liefde voor mij af.
WOENSDAG.
Jesus met doornen gekroond en als spotkoning behandeld.
Voorbereiding. Beschouwen wij Jesus, door de gccseling verscheurd, nu ten spot aan eene ruwe bende overgeleverd. Zij hangen hem een purperen lap hij wijze van koningsmantel om de schouders, geven hem een rietstok m de hand, en op zijn hoofd plaatsen zij een kroon van scherpe doornen !.... O Jesus. hoeveel hebt gij geleden! Wij althans, wij willen u erkennen als onzen Heer en Koning! Sc henk ons de gave uwer heilige liefde (I. 631).
I
Nadat de soldaten Jesus Christus hadden gegeeseld, kwamen zij allen bij elkander op de gerechtsplaats. Zij beroofden hem opnieuw van zijne kleederen om hem uit te lachen en
DE LIJDENSWEEK. I45
een spotkoning van hem te maken. Zij hingen hem een ouden rooden lap om, als koninklijk purper, gaven hem een stok in de hand als schep-ter, en plaatsten een bundel doornen op het heilig hoofd, die het geheel omvatte bij wijze van kroon: Hem van zijne kleederen ontdoende, hingen zij hein een purperen inp om en een kroon van doornen vlechtende, stelden zij die o/gt; zijn hoofd, en een riet in zijne rceh-lerhand: Exuentes eum, chlamvdem coc-cineam circiinidederiint ei, et pleetentes coronam de spi nis posuernnt super caput ejus et arundinem in de.vtera eins (Matth. 27. 28). En daar zij met de handen alleen de doornen niet diep genoeg in het goddelijk hoofd konden boren, sloegen zij niet dienzelfden stok uit alle macht op die wreede kroon, terwijl zij hem in het aangezicht spuwden : Et exspuentes in eum, accepe-runt arundinem, ct percutiebant caput ejus. O ondankbare doornen, foltert gij aldus uwen Schepper? Doch wat doornen ? Wat doornen ? Gij, mijn kwade gedachten, gij hebt het hoofd van mijnen Verlosser doorboord. Ik
10
146 DE LIJDENSWEEK.
verfoei, o mijn Jesus; en ik verafschuw meer dan den dood die booze inwilligingen, waardoor ik u, mijn zoo goeden God, zoo dikwijls bedroefd heb. Maar daar gij mij doet kennen, hoezeer gij mij bemind hebt, wil ik u alleen beminnen, n alléén!
II.
Ach God, hoe stroomt het bloed van dat doorboorde hoofd op het gelaat en op de borst van Jesus! En gij, mijn Zaligmaker, gij beklaagt u zelfs niet over zulk een onrechtvaardige wreedheid? Gij zijt de koning van hemel en aarde, maar nu, o mijn Jesus, schijnt gij slechts koning te zijn van smart en verguizing, de spot van gansch Jerusalem! Zóó moest de voorzegging van | eremias vervuld worden, dat gij verzadigd zoudt worden van smart en verguizing. Hij zal zijne wang h/edcn aan die hem s/aal, hij zal verzadigd worden met versmadingen : Dahi! percutienti se maxiliani, saiurabitur opprobriis (Thren. 3. 50.) Mijne liefde, tot dusverre heb ik
DE LIJDENSWEEK. 147
11 versmaad, maar thans waardeer en bemin ik u uit geheel mijn hart, en ik verlang te sterven uit liefde tot u.
Maar neen, nog zijn zij niet verzadigd u te pijnigen en te verguizen, de lieden, voor wie gij lijdt. Na u zoo gefolterd en voor spotkoning gehouden te hebben, knielen zij 7'oor u neder en roepen u spottender wijze toe: Wees gegroet, honing der Joden ! En met gelach en dolle kreten geven zij ti kaakslagen, die de foltering verdubbelen van het hoofd, reeds met doornen doorboord. El genu flc.vo ante eum illudehant ei, dicentes: Ave rex Jtidaeorum! Et dahant ei alaf)as (Matth. 27. 29. Joann. 19. 3). Kom gij dan ten minste, mijne ziel, en erken Jesus gelijk hij is, voor den Koning der koningen en den Heer der Heerscharen. Dank hem en bemin hem, nu gij hem ter liefde van u koning van smarten ziet geworden ! Ach, mijn Heer, vergeet het verdriet, dat ik u veroorzaakt heb. Thans bemin ik u meer dan mijzelven. Gij alleen verdient mijne gansche liefde,
DE LIJDENSWEEK.
en daarom wil ik u alleen beminnen. Ik ben beschroomd nit hoofde mijner zwakheid, maar gij kunt mij de kracht geven om het te volbrengen. En gij, o Maria, moet mij daartoe helpen door uwe gebeden!
WITTE DONDERDAG.
/(â sus (/mag/ zijn kruis naar Calvarië.
V oor bereiding. Overwegen wij hoe de lieve Jesus, ter dood veroordeeld, het kruis omhelst, dat hem op de schouders gelegd wordt. Vergezellen wij hem op dien smartvollen weg, bewonderen wij zijn geduld, en bieden wij onszelven aan om met hem te lijden. Vragen wij vooral de genade, om ieder kruis, d it hij ons zal willen opleggen, met geduld te mogen dragen (1. 633).
I.
Zoodra het vonnis, tegen onzen Zaligmaker geveld, openbaar werd, voeren zij hem vol woede weg: Zij rukken hem opnieuw den purperen manlel van het lichaam en trekken hem zijne klecderen iveet aan, om item
148
DE LIJDENSWEEK.
ter kruisiging weg te leiden naar den Calvarieberg, de plaats voor het ter dood brengen der misdadigers bestemd. Exuenint eum chlamvde et in-ducrunt cum vestimentis ejus, ct dnxc-runt eum ut crucifigerent (Matth. 27. 31). Dan nemen zij twee ruwe balken, maken daar een kruis van, en bevelen hem het op zijne schouderen naar de strafplaats te dragen. Welk eenebarbaarschheid ! Den schuldige het schandhout opleggen, waaraan hij moet sterven 1 Maar zóó ging het u, o mijn Jesus, omdat gij mijne zonden op u hadt genomen.
Jesus weigert het kruis niet, hij omhelst het met liefde! Dat kruis is liet altaar, bestemd om het slachtofTer van zijn leven te dragen voor de zaligheid der menschen. En zijn kruis npnemeude ging hij naar de plaats, die genoemd ~alt;ordt Calvaric: Et ha/ulans sihi rrucem exivit in eum, qui dicitui Calvariae locum (Joann. ig. 17.) Ziet, de gevonnisten verlaten het huis van Pilatus 1 . . . Onder hen gaat ook onze veroordeelde Verlosser. O schouwspel, dat den hemel en de natuur
149
150 DE LIJDENSWEEK.
doet verstomd staan! De Zoon Gods gaat sterven voor diezelfde menschen, die hem ter dood brengen 1 Zoo wordt de vi«)rzegging bewaarheid; Ik hen als een zachtmoedig lam, dat ten offer gebracht wordt: Ego quasi agnns uiausuctns (jni portatur ad victimam (Jer. 11. 19). Jesus zag er op dien weg zoo deerniswaardig uit, dat de Joodsche vromveu, die hem zagen, achter hem liepen om hem te beklagen en te heweeucn : Plangebant et latnen-tabantnr enni (Luc. 23. 27).
II.
Zie, mijne ziel, zie nu uw veroordeelden Zaligmaker voorbijgaan, . . . zie hem met doornen gekroond, . . . beladen met het kruis ! . . . Het bloed stroomt uit de nog versche wonden. Ho-laas, bij elke beweging wordt de pijn zijner wonden vernieuwd. Het kruis b«-gint reeds van het eerste oogenblik af hem te pijnigen, door de verscheurde schouders te drukken en bij iederen schok tegen de doornen kroon te stooten. O God, hoeveel smarten bij eiken voetstap! Beschouwen wij de
DE LIJDENSWEEK.
gevoelens van lielde, met welke Jesus i ip dezen weg den Calvarie-berg nadert, waar de dood hem verbeidt. Ach, mijn Jesus, gij gaat sterven voor ons! Voorheen heb ik u, helaas, den rug toegekeerd, nu zou ik daarvoor willen sterven van smart; maar in het vervolg zal ik het niet meer wagen u te verlaten, mijn Verlosser, mijn God, mijne liefde, mijn al! Mijnbe-minde Verlosser, geef mij, door de verdiensten van dien smartelijken weg, de kracht om mijn kruis geduldig te dragen. Ik neem alle smarten en smaad aan, welke gij wilt, dat ik nog zal lijden ; gij hebt ze beminnelijk en zoet gemaakt, door ze te omhelzen uit liefde t( )t ons; geef mij de kracht om ze met gelatenheid te verduren.
O Maria, mijne Moeder, verwerf mij de kracht om mijn kruis met geduld te dra ff en!
152 DE LIJDENSWEEK.
GOEDE VRIJDAG.
/csus sterft aan hel kruis.
Voorbereiding. Slaan wij met aandacht onze blikken op Jesus, stervend aan het kruis 1 De dood nadert. Alles, wat hij geleden «-n gedaan heeft, staat hem voor den geest, en daarom zegt hij tot zijn hemelschen Vader: JIct is volbracht l Dan beveelt hij zijn geest aan den Vader, buigt het hoofd en sterft. O oneindige liefde van een God! O mijn Jesus, j^ij zijt gestorven ter liefde van mij : laat mij sterven ter liefde van u! (I. 636).
1.
Zie, hoe de liefderijke Zaligmaker den dood nadert! Zie toe, mijne ziel! Die schoone oogen verduisteren, . . . dat gelaat verbleekt, . . . dat hart klopt trager, . . ., dat heilig lichaam is op het punt het leven te verliezen. Als jesus den edik genomen had, zeide hij: Het is volbracht! Consuinmaturn est! (Joann. 19. 30). O, nu stelt hij zich voor oogen al het lijden, dat hij in zijn leven verduurd heeft: armoede, smaad en smarten, en dat alles draagt hij nu aan den eeuwigen Vader op.
DE LIJDENSWEEK. I53
tot wien hij zich richt en uitn )epl: Het is volhrachl! Consmnmahnn est ! Mijn Vader, zie, met het offer van mijn dood, is het werk van de verlossing der wereld, dat gij mij opgelegd hebt, volbracht. En zich nu tot ons wendend, schijnt hij te zeggen . Het is ï'olbracht ⢠Consumtnatum est, alsof hij zeide : âMenschen.menschcn, âbemint mij nu, want ik heb alles volbracht; ik kan niets meer doen om âuwe liefde te verwerven !quot;
Zie, eindelijk sterft Jesus. Komt, engelen des hemels, komt om tegenwoordig te zijn bij den dood van uwen koning! En gij, bedroefde moeder Maria, kom nader bij het kruis om uwen Zoon nog beter te zien, want hij is op het punt den geest te geven. Zie, nog beveelt hij zijn geest aan den hemelschen Vader, dan roept hij den dood en geeft hem vrijheid over zijn leven! âKom,quot; zegt hij, âkom, o dood, en verricht thans uw âwerk, dood mij, en spaar mijne âschaapjes!quot;
DE LIJDENSWEEK.
II.
Daar siddert de aarde ! . . . De graven springen open! . . . Het voorhangsel des tempels scheurt! . . . Den stervenden Zaligmaker ontbreken reeds de krachten door de hevigheid zijner smarten, ... de levenswarmte ontwijkt, . . . het lichaam bezwijkt, hij ueigl het hoofd op de borst, opent den mond ... en geeft den geest ! Et /'n-clinato capitc tradidit spiritm/t (Joann. 19, 30). De omstanders zien hem den geest geven, en opmerkende, dat hij zich niet meer beweegt, zeggen zij tot elkander: âHij is dood, hij is âdood!quot; Ook Maria herhaalt die woorden : âAch, mijn Zoon, gij zijt âdood!quot; â¢
âHij is dood!quot; Ach God, wie is dood? Wie dood is? De Schepper van het leven, de eeniggeboren Zoon van God, de Heer der wereld! O dood, gij hebt hemel en aarde ontsteld ! Ã oneindige liefde, een God offert zijn bloed op en zijn leven! Voor wien? Voor zijne ondankbare schepselen ! Hij is gestorven in ecne
154
DE LIJDENSWEEK. I55
zee van smarten en schande, om hunne schulden te betalen! O oneindige goedheid! O oneindige liefde!
Oo .... 0
O mijn Jesus, gij zijt gestorven dooide liefde, welke gij mij hebt toegedragen ; ach, laat niet toe, dat ik voortaan zelfs één oogenblik leve zonder u te beminnen! Ik bemin u, mijn hoogste Goed, ik bemin u, mijn Jesus, die voor mij gestorven zijt! O bedroefde moeder Maria, verleen bijstand aan een uwer dienaars, die vurig verlangt Jesus te beminnen !
ZATERDAG.
Jesus ges/orvcn aan hel kruis.
Voorbereiding. Jesus aan het kruis gestorven 1 Ziedaar eene gedachte, welke alle christenen tot dankoaarheid moet stemmen. Diep ongelukkig zij, die in dezen tijd zelfs aan Jesus niet denken. Laten wij met stille aandacht, met dankbare liefde, met innig berouw en leedwezen, onze blikken op Jesus gevestigd houden. Hij is voor ons gestorven, opdat wij voor hem zouden leven. O Jesus, o gekruiste ) esus, geef, dat ik eindelijk eens door uwe liefde getroffen worde (1. 637),
DE LIJDENSWEEK.
I.
Mijne ziel, sla uwe oogen op en aanschouw dien gekruisten mcnsch! Aanschouw het goddelijk Lam, op dat altaar gemarteld en gcslachtolierd! Overweeg, dat hij de beminde Zoon is van den eeuwigen Vader,... en... dat hij gestorven is ter liefde van u! Zie, hoe hij de armen uitgestrekt houdt om u te omhelzen,... het hoofd gebogen om u den vredekus te geven,... de zijde geopend om 11 te ontvangen in zijn hart!... Wat zegt gij?... Verdient zulk een liefderijk God bemind te worden ?.. Hoort gij, wat hij u zegt van dat kruis ? âZie, mijn zoon, of er iemand ter we-âreld is, die u meer bemind heeft dan âik!quot; Neen, mijn God, niemand heeft mij meer bemind clan gij! Maar wat zal ik ooit kunnen wedergeven aan een God, die voor mij heeft willen sterven ? Welk schepsel zal ooit doorzijn liefde in staat zijn de liefde te \er-gclden van zijn Schepper, gestorven om zijne liefde te verwerven ?
O God, als de geringste aller men-schen voor mij geleden had, wat Jesus
156
DE LIJDENSWEEK.
Christus voor mij geleden heeft, zou ik dan kunnen nalaten hem te beminnen ? Als ik een mensch zag, door roeden verscheurd, aan een kruis genageld, om mij het leven te redden, zou ik aan hem kunnen denken, zonder mij van liefde doordrongen te voelen ? Als men mij zijn beeld bracht, zooals hij den geest gaf aan het kruis, zou ik dat met onverschillige oogen kunnen aanzien? Ook dan nog als ik daarbij dacht: âDeze is zoo smar-âtelijk gestorven ter liefde van mij ? ,Had hij mij niet bemind, hij zou niet âzóó gestorven zijn !quot;
11.
O, mijn Verlosser, o liefde mijner ziel, zou ik u ooit kunnen vergeten?... Zou ik kunnen denken, dat mijne zonden u tot zulk een toestand gebracht hebben, en de beleedigingen uwer goedheid aangedaan niet be-weenen ? Zou ik u kunnen zien.... van smart gestorven aan dat kruis, ter liefde van mij,... en u niet beminnen uit al mijne krachten? Mijn
157
DE LIJDENSWEEK.
dierbare Verlosser, in uwe wonden,... in uwe verscheurde ledematen,... zie ik duidelijk even zooveel bewijzen der teedere liefde, welke gij voor mij koestert. Hebt gij dan om mij te kunnen vergeven uzelven geen vergiffenis gesehonken, ach, zie dan nu met diezelfde liefde op mij neer, waarmede gij mij eenmaal hebt aangezien van het kruis, waarop gij stierft voor mij! Zie mij aan en verlicht mij! Trek geheel mijn hart tot u, opdat ik van nu af niets anders meer beminne dan u! Laat niet toe, dat ik nog ooit uwen dood vergete. Gij hebt eenmaal beloofd, dat gij, aan liet kruis verheven, al onze harten tot u zoudt trekken. Zie mijn hart, door uwen dood verteederden van liefde tot u doordrongen, het wil niet langer weerstand bieden aan uwe roepstem; och, trek het tot u, en maak, dat het u geheel toébe-hoore!
Gij zijt gestorven voor mij, ik verlang te sterven voor u, en blijf ik leven, dan wil ik slechts leven voor u! O smarten van Jesus, o smaad
DE LIJDENSWEEK. 159
van Jesus, u dood, o liefde van Jesus, vestig u in mijn hart, en dat de herinnering aan u daar altoos blijve om mij aanhoudend aan te sporen en van liefde te ontvonken. Ik bemin u, oneindige goedheid! Ik bemin u, oneindige liefde! Gij zijt en zult altijd mijn eenige liefde zijn! O Maria, moeder der liefde, venverj mij liefde.
HOOGFEEST VAN PASCHEN
Evangelie: Dc vrouwen aan het graf. Marc. XVI. 1â7.
Over de hemelsche vreugde.
V o o r b c r e i (1 i n Hij is verrezen ! Ziedaar de blijde boodschap aan dc bedroefde vrouwen, die woldra wereldkundig gaat worden. Hij is verrezen / Jesus' verrijzenis tot de heerlijkheid is het onderpand voor on;;e opstanding. Ook wij zullen eenmaal opstaan uit het graf en met Jesus verheerlijkt worden, mits wij hier met hein lijden. Doch, wat is het lijden dezes levens, vergeleken bij de vreugden, die ons in den hemel wachten ? In den hemel zullen wij God zien en in Clod alle goed bezitten. Verheugen wij ons in die zoete hoop. (I. 638 en 639).
HOOGFEEST VAN PASCHEN. l6l
I.
Christus is verrezen in heerlijkheid om, niet alleen als God, maar ook ais mensch, alle macht te bezitten in den hemel en op aarde! Alle engelen en menschen zijn hem onderworpen. Verheugen wij i ms, nu wij (mzen Zaligmaker verheerlijkt zien, onzen Vader den besten vriend, dien wij hebben. Verheugen wij ons ook wegens ons-zelven, omdat de verrijzenis van Jesus Christus voor ons het zeker onderpand is van onze verrijzenis, en van de glorie, welke wij eenmaal in den hemel, zoowel naar ziel als naar lichaam, hopen te genieten. Die hoop gaf kracht aan de heilige martelaren om niet vreugde alle rampen dezer aarde te lijden, de wreedste folteringen der tirannen te ondergaan! Maar wij moeten er ons wel van overtuigen: hij zal niet met Jesus Christus genieten, die op aarde niet met Jesus Christus wil lijden; hij zal de kroo7i niet to-7uengt;cn, die niet strijdt gelijk hij behoort te strijdcii: Non coronatur nisi legitime certaverit (2 Tim. 2. 5). Doch
102 HOOGFEEST VAN PASCHEN.
zijn wij ook overtuigd van hetgeen dezelfde Apostel zegt: dat al het lijden van dit leven, onze tcge?nuoor-dige verdrukking kortstondig en licht is, vergeleken bij het bovenmate uitnemend eetnvig gewicht van heerlijkheid, dat ze in ofis bewerkt: Quod in praesentiest momentaneum et leve tribula-tionis nostrae.... aetcrmim gloriae pondus operatur in nobis (2 Cor. 4. 17). O hoe gelukkig zullen wij zijn, als wij hier op aarde de moeilijkheden van het tegenwoordig leven met geduld zullen verdragen hebben! Er komt een einde aan alle benauwdheden, angsten, ziekten, vervolgingen en kruisen. Als wij zalig worden, zullen zij redenen van blijdschap en heerlijkheid voor ons worden in den hemel! Uive droefheid, zoo bemoedigt ons de Zaligmaker, zal in vreugde veranderd ivorden: Tristitia vestra vertetur in gaudium Qoann. 16. 20). De vreugden van den hemel zijn zoo groot, dat zij door ons stervelingen noch verklaard, noch begrepen kunnen worden. Geen oog heeft ooit schoonheden gezien gelijk de schoonheden
HOOGFEEST VAN PASCHEN. 163
van den hemel, zegt de Apostel, geen oor heeft ooit een geluid gehoord, gelijk aan dat van den hemel, en het hart van den m cnsch is niet in staat de genoegens te bevatten, ivelke God bereid heeft voor die hem liefhebhen! Oeulus non vidit, nee auris audivit, nee in eor homi?iis aseendit, quaeprae-/laravit Deus Us qui diligunt illum (1 Cor. 2. 9). Het is schoon een landschap te zien, met heuvelen en dalen, bosschen en meren! Het is schoon, een tuin te zien vol vruchten, bloemen en fonteinen! Maar, o, hoe oneindig veel schooner is de hemel!
II.
Om zich eenige gedachte te vormen van de grootheid der hemelsche vreugd, bedenke men, dat daar, in dat rijk van geluk, een almachtig God regeert, die zich er op toelegt zijne beminde zielen gelukkig temaken! De H. Bernardus zegt, dat âde âhemel eene plaats is, waar niets is, âwat gij niet wilt ; en waar alles is.
164 HOOGFEEST VAN PASCHEN.
âwat gij wilt.quot; Nihil est ]iiod nolis, latum est (jnod velis. âEr is niets, wat âgij niet wilt?quot; In den hemel is geen nacht, geen zomer! Daar is een voortdurende altoos heldere dag, een altoos verrukkelijke lentetijd. Daar is geen vervolging of afgunst, allen beminnen er elkander met oprechte liefde, ieder verheugt er zich in het goed van een ander, als ware het zijn eigen. Daar zijn geen ziekten noch smarten meer, het lichaam is niet meer aan lijden onderhevig. Daar is geen armoede, ieder is er volmaakt rijk en heeft niets meer te verlangen. Daar zijn geen angsten meer, de ziel, in de genade bevestigd, kan niet meer zondigen, noch het hoogste Goed, dat zij bezit, ooit verliezen !
âEr is alles, wat gij wilt.quot; Ir den hemel zult gij alles hebben, wat gij begeert. Daar wordt het gezicht voldaan door het aanschouwen dier schoone woonstede en barer burgers, die allen als zoo vele koningen zijn van dat eeuwig rijk! Daar zullen wij de schoonheid van Maria zien, die
HOOGFEEST VAN PASCHEN. 165
schooner is dan alle engelen en heiligen te zamen! Wij zullen de schoonheid van Jesus zien, nog oneindig boven die van Maria verheven ! De reuk zal voldaan worden door hemelsche' geuren. Het gehoor zal gestreeld worden door hemelsche koren, door de zangen der gelukzaligen, die allen met onuitsprekelijke zoetheid, in eeuwigheid Gods lof zullen zingen! O mijn God, ik verdien den hemel niet, maar de hel; doch uw dood geeft mij hoop den hemel te verwerven. Ik verlang en ik vraag u den hemel, niet zoozeer om te genieten, als om u eeuwig te beminnen en zeker te zijn van u nimmermeer te kunnen verliezen! Mijne moeder Maria, o ster der zee, wil mij door uwe gebeden ten hemel leiden !
HEMELVAART O. H. J. C.
Evangelie; De Heer zendt zijne Apostelen.... en stijgt op ten hemel. Marc. XVI. 14â20.
Godminnende zielen kwijnen van verlangen om hein ie gaan aanschou-wc7i in den hemel.
Voorbereiding. Op het schoont; feest van 's Heeren Hemelvaart willen wij ons herinneren aan zijne belofte: Ih ga 11 een â plaats bereiden! Goddank, de hemel is voor ons geopend, voor ieder onzer is de plaats bereid! Wij moeten naar den Hemel verlangen, vooral âuit liefde tot God.quot; De liefde moet ons doen verzuchten naar het âzaligend aanschouwen.quot; Vergeten wij echter niet, dat wij het ook moeten verlangen uit âheilige vreezequot;, omdat wij hier altijd nog in gevaar zijn God te verliezen. Ouando, o jFesu, quando (II. 287)?..
HEMELVAART O. H. J. C. 167
I.
Zoolang wij in het lichaam leven, xvonen wij uit van den Heer: Dum su-mns in corpore peregrinamur a Domino (2 Cor. 5. 6). Zielen, die op aarde slechts God beminnen, zijn als zoo veel ballingen, die naar den toestand, waarin zij nu leven, bestemd zijn om eeuwig bruiden te worden van den koning des hemels, die echter, ver van hem verwijderd, zijn aanschijn moeten derven. Daarom zuchten zij onophoudelijk naar het gelukkig vaderland, waar zij weten, dat de bruidegom haar wacht!
Zij weten, dat de bruidegom altijd tegenwoordig is, maar dat hij zich, als achter een sluier verborgen, aan hare oogen onttrekt. Hij is, om het duidelijk voor te stellen, als de zon, die dikwijls, als zij zich achter de wolken verbergt, nu en dan een-straal van haren luister laat doorschemeren, zonder zich zelve in vollen glans te vertoonen. Die geliefde bruiden hebben als een doek voor de ooiren, die haar belet het beminde
HEMELVAART O. H. J. C.
Evangelie: De Heer zendt zijne Apostelen.... en stijgt op ten hemel. Marc. XVI. 14â20.
Godminnende zielen kwijnen van verlangen om hem te gaan aansclion-iven in den hemel.
Voorbereidingquot;. Op het schoonc feest van 's Heeren Hemelvaart willen wij ons herinneren aan zijne belofte: Ih ga n een plaats bereiden ! Goddank, de hemel is voor ons geopend, voor ieder onzer is de plaats bereid! Wij moeten naar den Hemel verlangen, vooral âuit liefde tot God.quot; De liefde moet ons doen verzuchten naar het âzaligend aanschouwen.quot; Vergeten wij echter niet, dat wij het ook moeten verlangen uit âheilige vreezequot;, omdat wij hier altijd nog in gevaar zijn God te verliezen. Ouando, o Jesu, quando (tl. 287)?..
HEMELVAART O. H. J. C. 167
I.
Zoolang wij in het lichaam leven, wonen wij uit van den lieer: D/tm su-mjis in corpore peregnnamur a Domino (2 Cor. 5. 6). Zielen, die op aarde slechts God beminnen, zijn als zoo veel ballingen, die naar den toestand, waarin zij nu leven, bestemd zijn om eeuwig bruiden te worden van den koning des hemels, die echter, ver van hem verwijderd, zijn aanschijn moeten derven. Daarom zuchten zij onophoudelijk naar het gelukkig vaderland, waar zij weten, dat de bruidegom haar wacht!
Zij weten, dat de bruidegom altijd tegenwoordig is, maar dat hij zich, als achter een sluier verborgen, aan hare oogen onttrekt. Hij is, om het duidelijk voor te stellen, als de zon, die dikwijls, als zij zich achter de wolken verbergt, nu en dan een-straal van haren luister laat doorschemeren, zonder zich zelve in vollen glans te vertoonen. Die geliefde bruiden hebben als een doek voor de oolt;ren, die haar belet het beminde
168 HEMELVAART O. H. J. C.
voorwerp te zien. Zij leven wel tevreden ; immers zij vereenigen zich met den H. Wil van God, die haar in ballingschap en van zich verwijderd houdt! Dlt; )ch, o, hoe zuchten zij voortdurend om hem van aanschijn tot aanschijn te aanschouwen, en door zijne schoonheid getrokken, hem meer en meer te beminnen.
Daarom gaan zulke zielen dikwijls bij den beminde met liefde klagen, dat hij zich niet doet zien. Zij roepen hem toe: Eenige liefde mijns harten, daar gij mij zoo bemint en mij door uwe heilige liefdepijlen getroffen hebt, waarom verbergt gij u voor mij ? Waarom onttrekt gij mij uw aanschijn? Ik weet, dat gij de oneindige schoonheid zijt, ik bemin u meer dan mij-zelven, ofschoon ik u nog niet gezien heb; ontdek mij uw schoon gelaat, ik wil u zien ongesluierd, om in het vervolg noch mij, noch eenig ander schepsel te aanschouwen, en alleen er aan te denken, u, mijn hoogste Goed, te beminnen !
HEMELVAART O. H. J. C. lÃQ
II.
Hebben somtijds godminnende zielen het geluk een straal te zien doorschemeren van de goddelijke goedheid en van tie liefde, welke hij haar toedraagt, dan zouden zij uit liefde tot hem geheel willen wegsmelten en verteerd worden! En toch voor haar is dan nog de zon achter de wolken, zijn schoon gelaat is nog achter een sluier verborgen, zij hebben nog den band voor oogen, die haar belet hem van aanschijn tot aanschijn te aanschouwen. Hoe groot zal dan haar vreugde zijn, als de wolken zullen verdwijnen, als het gordijn opgeheven en de band van hare oogen zal worden weggenomen, als het schoon gelaat des bruidegoms haar in al zijn luister zal verschijnen? Dan zullen zij, bij helder daglicht, zijne schoonheid zien, zijne goedheid, zijne grootheid en de liefde, welke hij haar toedraagt!
O dood, waarom toeft gij zoo lang ? Zoo lang gij niet komt, kan ik mijn God niet zien ! Gij moet mij de deui openen, opdat ik het paleis van mijnen
I/O HEMELVAART O. H. J. C.
Heer kunne binnentreden. O zalig vaderland, wanneer zal de dag aanbreken, waarop ik verblijven zal in uwe eeuwige zalen ? O geliefde mijner ziel, mijn Jesus, mijn schat, mijneliefde, mijn al, wanneer zal het gelukkig oogenblik aanbreken, waarop ik, los van de aarde, mij geheel met u ver-eenigd zal zien? Dat lot verdien ik niet, maar de liefde, welke gij mij bewezen hebt, en meer nog uwe oneindige goedheid, doet mij hopen, dat ook ik eenmaal tot het getal dier zalige zielen zal behooren, die, geheel met u vereenigd, u beminnen en u met volmaakte liefde zullen beminnen door de geheele eeuwigheid! Ach, mijn Jesus, gij ziet den staat, waarin ik mij bevind; ik zal óf altijd met u vereenigd öf altijd van u verwijderd zijn. Heb medelijden met mij: Uw bloed is mijne hoop, en uwe voorspraak, o mijne moeder Maria, is mijne sterkte en mijne vreugde!
HET PINKSTERFEEST.
NOVEEN VOOR PINKSTER.
EERSTE DAG. VRIJDAG. De liefde is een vuur, dat ontvlamt.
Voorbereiding. Vereenigen wij ons niet de Apostelen en Jesus' H. Moeder, die zich onmiddellijk na do Hemelvaart van Jesus, in het gebed vereenigden om de komst des H. Geestes af te wachten. Overwegen wij met den H. Alphonsus de âeigenschappen der âgoddelijke liefde.quot; De H. Kerkleeraar schrijft zelf de volgende voorbereiding vóór zijn Xoveen (II. 393):
Onder alle oefeningen van godsvrucht is de noveen ter eere van den
172 NOVEEN VÃÃR PINKSTER.
H. Geest een der gewichtigste, wijl de Apostelen en de allerheiligste Maagd Maria die het eerst gehouden hebben in de eetzaal te Jerusalem, en ook omdat zij van de grootste wonderen en genaden vergezeld ging. De voornaamste gave is de H. Geest zelf, een geschenk, dat Jesus Christus ons door zijn lijden verworven heeft. De goddelijke Zaligmaker zelf leerde ons deze waarheid, toen hij tc it zijne leerlingen zeide; Indien ik niet wegga, zal dc Helper tol n met komen; maar indien ik wegga, zal ik hem tot u zenden: Si... non abiero, Paraclitns no?i ven iel ad tos ; st autem abiero, mil tam cum ad vos (Joann. 16. 7).
Volgens ons heilig geloof is de H. Geest de liefde, welke God de \ ader en God de Zoon elkander toedragen. Daarom schrijft men ook de liefde Gods bijzonder aan den H. Geest toe, volgens deze woorden van Pau-lus: De liefde Gods is in onze harten uitgestort door den H. Geest, die ons gegeven is: Charitas Dei diffusa est in cordibus noslris per Spiritum Sanctum, (jni dalus est nobis (Rom. 5. 5). Het
EERSTE DAG. VRIJDAG.
zal derhalve zeer gevoeglijk zijn de hooge waarde der liefde Gods in deze dagen te overwegen, opdat het verlangen naar die liefde steeds in ons vermeerderd worde, en wij ons moeite geven, om die door godvruchtige oefeningen en bijzonder door het gebed te verkrijgen. God heeft ze beloofd aan allen, die er hem ootmoedig om bidden: Uw Vader van den hemel zal goeden geest genen, aan die hem vragen: Paler vcs/er de coelo dabit spiritum ' Iwnnm petentibus se (Luc. 11. 13).
I.
God had in de wet aan Mozes bevolen, dat het vuur op zijn altaar altijd zou branden : Ignis in altan meo semper ar debit (Lev. 6. 12). De H. Gregorius zegt: âOnzé harten zijn âGods altaren en de Heer wil, dat zijne âgoddelijke liefde daarin zonder ophouden brande.quot; Daarom was het den eeuwigen Vader niet genoeg, ons zijnen Zoon fesus Christus te schenken, die ons door zijn dood zou verlossen, hij wilde ons ook den H. Geest
173
174 NOVEEN VÃÃR PINKSTER.
zenden, die in onze harten zou wonen nm ze zonder ophouden met zijne liefde te ontvlammen.
En Jesus zelf verzekert ons, dat hij daarom juist op aarde kwam, om onze harten door dit heilig vuur te ontvlammen en hij niets anders wenscht, dan dat het ontbrande: Ik ben vuur op aarde komen brengen, en 7uat wil ik anders dan dat het brande ? fgnent veni wittere in terrain, et (jnid volo nisi ut accendatur (Luc. 12. 49)? Hij vergeet de heleedigingen en de (mdankbaarheid van de menschen lt; ip aarde ondervonden, en, zoodra hij ten hemel gevaren is, zendt hij ons den H. Geest! Gij bemint ons dan,
0 beminnenswaardige Zaligmaker, in uwe heerlijkheid, gelijk gij ons bemind hebt in uwen smaad en in uw lijden!
Daarom wilde ook de H. Geest in de eetzaal verschijnen ouder de gedaante van vurige tongen: Et apparuerunt illis dispartitae linguae tamguam ignis l Act. 2. 3). Daarom ook leert de H. Kerk
1 ms bidden: âWij bidden u, Heer, âdat de H. Geest zich gewaardige âons te ontvlammen met het \uur.
EERSTE DAG. VRIJDAG. 175
âdat onze Heer Jesus Christus op âaarde gebracht heeft, en dat hij vurig âverlangde te zien branden.quot; Dat is het vuur, waardoor de heiligen ontvlamden om groote dingen voor God te ondernemen, om hun vijanden te beminnen, naar verachting te verlangen, aan de goederen der wereld te verzaken, om zelfs met blijdschap de marteling en den dood te ondergaan. De liefde vermoeit zich niet, en zegt nooit: het is genoeg! Hoe meer een ziel, die God bemint, voor den beminde doet, hoe grooter haar verlangen wordt om nog meer te doen, om hem te behagen, en altijd meer en meer zijne liefde te verdienen. Dat heilig vuur der liefde Gods wordt ontstoken in de meditatie: In mijne overweging zal het vut/?- ontbranden: In meditatione me a exardescet ignis (Ps. 38. 4). Willen wij dus in liefde tot God ontvlamd worden, dan moeten wij het gebed beminnen, dat aan een offeraltaar gelijkt, waarop het vuur der goddelijke liefde onophoudelijk ontstoken wordt.
I 76 NOVEEN VÃÃR PINKSTER.
II.
O mijn God, tot nog toe deed ik niets voor u en gij deedt zoo groote dingen voor mij. Ach mijn lauwheid moest u reeds overlang bewogen hebben mij uit uwen mond te spuwen. Fove jttod esl frigidum. O heilige Geest, âverwarm, wat koud is,quot; ontsteek in mij een groot verlangen om u te behagen. Ik verzaak nu aan iedere voldoening. Ik wil liever sterven dan u nog in het minst mishagen. Gij wildet in de gedaante van vurige tongen verschijnen; ook ik wil u mijne tong toewijden, opdat ik u daardoor niet meer beleedige. Gij hebt ze mij gegeven om uwen lof te verkondigen, en ik, ik heb er mij van bediend om u te beleedigen en zelfs om anderen tot zonde te brengen! Ach, het berouwt mij uit geheel mijn hart. Ter liefde van Jesus Christus, die tijdens zijn leven op aarde uwe eer zoozeer door zijne tong bevorderd heeft, maak, dat ik u van nu af waarachtig eere, uwen lof zinge, uwen bijstand inroepe en uwe goedheid en de on-
TWEEDE DAG. ZATERDAG.
eindige liefde, die gij verdient, ver-kondige! Ik bemin u, mijn hoogste Goed, ik bemin u, o God van liefde! o Maria, gij zijt de welbeminde bruid des H. Geestes, verkrijg mij het vuur der goddelijke liefde!
TWEEDE DAG. ZATERDAG.
De lufde is een licht, da/ ons bestrnah.
Voorbereiding. Een van de nadeelige gevolgen der zonde is de verduistering van den geest. De hartstochten verblinden den mensch in alles, wat God en zijne ziel betreft, en maken hem aldus ongelukkig. De H. Geest daarentegen verlicht ons. Herhalen wij dikwijls âKom H. Geest, zend uit den hemel een straal âvan uw licht!quot; Veni sanctc spiritus, ei emitte coelitus lucis tuac radium! âO allerzaligst ,,licht, vervul de harten uwer geloovigen !quot; O Lux bcatissima, rcplc. cordis intima iuorum fidclium ! (II. 394).
1.
Een der grootste nadeelen, welke de zonde van Adam ons toegebracht
ï/?
12
178 NOVEEN VÃÃR PINKSTER.
heeft, is de verduistering van ons verstand door middel der hartstochten, die onzen geest benevelen. Arme ziel, die zich door eene drift laat beheer-schen! De drift is een damp, een sluier, die ons belet de waarheid te zien. Hoe kan hij het kwaad vluchten , die niet weet, wat kwaad is ? Welnu, zooveel grooter wordt de duisternis als wij meer zonden begaan. Doch de H. Geest, die âallerzaligst âlichtquot; Lux hcatissima, genoemd wordt, ontvlamt door zijne goddelijke stralen niet alleen de harten om te beminnen, hij verdrijft ook de duisternis, en doet ons kennen: de ijdelheid der aardsche, de groote waarde dei-eeuwige goederen, het gewicht van de zaligheid onzer ziel, den grooten schat der genade, de goedheid Gods, de oneindige liefde, welke hij verdient, en de onmetelijke liefde, welke hij ons toedraagt. De mensch, die voldoening zoekt in aardsche welhislen, weet maar weinig van deze waarheden : Animalis homo non percipit ea quae sunt spiritus Dei (1 Cor. 2. 14). De ongelukkige bemint dan ook, wat hij
O O
TWEEDE DAG. ZATERDAG. 179
moest haten, en haat, wat hij moest beminnen. De H. Maria Magdalena van Pazzi riep uit: âO liefde, niet âgekend! O liefde, niet bemind!quot; De H. Theresia kon dan ook met recht zeggen, dat God niet bemind wordt, omdat hij niet gekend wordt. De heiligen baden God onophoudelijk om licht: âZend lichtquot;, Emitte hieem. âVerlicht mijne duisternissenquot;, Illumina tenebras. âOpenmijneoogenquot;, Revela oculos vieos. O zeker terecht ! Zonder licht kunnen wij de afgronden niet vermijden, zonder licht kunnen wij God niet vinden I
II.
O heilige, o goddelijke Geest, ik geloof, dat gij waarlijk God zijt, één God met den Vader en den Zoon. Ik aanbid u, ik erken u als den gever aller verlichtingen, door welke gij mij deedt kennen, wat kwaad ik beging toen ik u beleedigde, en hoe ik verplicht ben u te beminnen. Ik dank u daarvoor, en het berouwt mij boven alles u beleedigd te hebben; ik had
l8o NOVEEN VÃÃR PINKSTER.
verdiend, dat gij mij in de duisternis liet, maar ik erken nu, dat gij mij nog niet verstooten hebt. Verlicht mij ook in het vervolg, o heilige Geest! Doe mij steeds meer en meer uwe oneindige goedheid kennen, en geef mij kracht, u voortaan uit geheel mijn hart te beminnen. Geef mij altijd meer genade, opdat ik er door overwonnen en gedwongen worde, niets te beminnen clan u alléén! Hierom bid ik u door de verdiensten van Jesus Christus. Ik bemin u, o mijn ()pperste Goed ! Ik bemin u meer dan mijzelven. Ik wil geheel aan u zijn ; neem mij aan en laat niet toe dat ik mij nog ooit van u verwijdere. O mijne lieve moeder Maria, sta mij bij door uwe heilige voorspraak, sta mij altijd bij!
DERDE DAG. ZONDAG. l8l
DERDE DAG. ZONDAG.
Evangelie: De H. Geest zal alle waarheid leeren. (Joann. XV. 26âXVI. 4).
De liefde is een water, dat lescht.
Voorbereidin Jesus belooft nogmaals den H. Geest. Hij wijst zijne leerlingen op de vervolgingen, die hen wachten en spreekt hun moed in. Verheugen wij ons in den H. Geest door Jesus ons gezonden. Hij is eene âlevende bronquot; Fans vivus, aan welke wij ons steeds kunnen laven. Wat zijn alle genoegens der wereld, vergeleken bij het water dat Jesus ons te drinken geeft ? Hij gaf ons den sleutel dier bron : h e t g e b e d (II. 395).
I.
De liefde Gods wordt ook eene âlevende bronquot; genoemd: Fons vivus. Onze Zaligmaker zeide tot de Sama-ritaansche vrouw: Wie gedronken zal hebben van het luater, dat ik hem zal geven, zal in eeuwigheid niet dorsten : Qui...biberit ex aqua, quam ego dabo ei, non sit iet in aeternum (Joann. 4. 13).
182 NOVEENquot; VÃÃR PINKSTER.
De liefde Gods is een water, dat den dorst lescht. Immers wie God waarlijk van harte liefheeft, zoekt en verlangt niets meer; hij vindt in God alle goed. Tevreden met God roept hij altijd vol vreugde uit: âMijn âGod en al !quot; Deus mens ei omnia ! Mijn God, gij zijt mijn eenig goed !
God beklaagt zich over zooveel zielen, die ellendige en kortstondige vermaken bij de schepselen zoeken, en hem, het oneindig Goed, de bron aller vreugde, verlaten : Mij tie bron des leTendcn ïvaters hebben zij verlaten, en zich putten gegraven, doorboorde putten, die geen water kunnen houden : Me dereliqueruni foriteni aquae ïjivae ei J'odernnl sibi cisiernas, cisiernas dissipa-tas, quae continere non va lent aquas (Jer. 2. 13). Maar wijl God ons bemint, wijl hij ons zoo gaarne in vrede ziet, roept hij ons toe: Indien iemand dorst heeft, hij home tot mij: Si quis sitit, veniat ad me (Joann. 7. 37). Wie gelukkig wil zijn, kome tot mij, en ik zal hem den heiligen Geest geven, die hem gelukkig zal maken in het ander leven. Die in mij gelooft, gaat
DERDE DAG. ZONDAG. 183
hij voort, gelijk de Schrift zegt: Stroomen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien: Qui credit in me, sicut dicit Scriptura, flumina de ventre ejus jlnent aquae vivae (Ibid. 38). Hij derhalve, die gelooft en Jesus Christus bemint, zal met zoovele genaden verrijkt worden, dat bronnen van heilige deugden uit zijn hart (dat is uit zijn wil) zullen ontspringen, die hem niet alleen zullen helpen om het leven der genade voor zich te bewaren, maar ook om dat goddelijk leven aan anderen mede te deelen. Dat water nu is de heilige Geest, de zelfstandige Liefde, welke Jesus Christus beloofd heeft ons te zullen zenden na zijne hemelvaart. Dit zeide hij immers van den Geest, welken zij, die in hem gelooven, zouden ontvangen; luant de Geest was nog niet gegeven, omdat Jesus nog niet verheerlijkt ivas : Hoc autem dixit de Spiritu quem accepturi erant credentes in eum ; non-dum enim erat Spiritus datus, quia Jesus noiuluin erat glori/icatus (Joann.
5- 39)-
184 NOVEEN VÃÃR PINKSTER.
II.
De sleutel, die de kanalen van dat zalig water opent, is het heilig gebed, dat ons alle goed verkrijgt krachtens de belofte: Vraagt en gij zult verkrijgen : Petite et accipietis. Wij zijn blind, arm en ellendig; maar door het gebed verkrijgen wij licht, kracht en .schatten van genade. Theodoretus zegt: âHet gebed, hoewel alléén, ver-âmag allesquot;; Oratio, cnm nna sit, omnia potest. Hij die bidt, verwerft zooveel hij verlangt. God wil ons zijne genade schenken, maar hij wil, dat wij er om vragen.
Heer, geef mij dit ivater: Do m ine, da mi hi hanc aquam. O mijn Jesus, ik bid u met de Samaritaansche vrouw, geef mij dat water uwer liefde, opdat ik al het aardsche vergete, en alleen me gt;ge leven voor u, die oneindig beminnenswaardig zijt! âBesproei, wat âdor isquot;: Riga quod est aridnm. Mijne ziel is een dorre aarde, die niets voortbrengt dan distels en doornen der zonden; besproei ze met uwe genade, opdat zij, tot uwe grootere
VIERDE DAG. MAANDAG. 185
eer, eenige vruchten drage eer ik sterve. O gij, bron van het levend water, mijn hoogste Goed, hoe dikwijls heb ik 11 verlaten voor een ellendiggenot dezer aarde, dat mij uwe liefde deed verliezen! Ware ik gestorven, eer ik u beleedigd had. Voortaan wil ik niets anders zoeken dan u, o mijn God! Help mij, en maak, dat ik u getrouw blijve! Maria, mijne hoop, bewaar mij onder uwen moederlijken mantel !
VIERDE DAG. MAANDAG.
De liefde is een dauw, die vruchtbaar maakt.
V o o r 1) e r e i d i n g. De goddelijke liefde wordt bij den dauw vergeleken, die vruchtbaarheid brengt aan de planten en het aardrijk verfnscht. Daarom bidt de H. Kerk: ,.Dat de instorting des H. Geestes onze harten âreinige en vruchtbaar make door de innerlijke ..besproeiing van zijn dauwquot;. Bidden wij dikwijls tot den H. Geest: ..Besproei, wat dor isquot; : Riga quod est ariduvi. (11. 39C).
186 NOVEEN VÃÃR PINKSTER.
I.
De H. Kerk doet ons bidden; âDat .,de instorting des H. Geestes onze âharten reinige, en vruchtbaar make âdoor de innerlijke besproeiing van. âzijn dauwquot;; Sanc/i Spiritus corda nostra niundct infnsio et sui roris in-tima aspersione foecundet. De liefde maakt de goede begeerten vruchtbaar in heilige werken der ziel. Dat zijn de bloemen en vruchten, die de genade des heiligen Geestes voortbrengt. Men noemt de liefde ook daarom een dauw, omdat zij het vuur der booze begeerlijkheid en der bekoringen bluscht. Wij roepen dan ook terecht den H. Geest aan om ons âin de hitte van den stiijd âte bewaren en ons eene zoete verkwikking te zijn.quot; In aestu temperies ! Didce refrigerium! Als wij bidden, daalt deze dauw in onze harten neder. Een kwartier uurs van gebed is genoeg om iederen ongeregelden hartstocht van haat of liefde, hoe hevig die ook zijn moge, te bedaren. Hij bracht mij in den wijnkelder, en re-
VIERDE DAG. MAANDAG. 1S7
gelde in mij de liefde: Introdu.xit me rex in cellam vinarieim, ordinarii in me eharitalem (Cant. 2. 4). Het inwendig gebed of meditatie is de wijnkelder, in welken onze liefde geregeld wordt, zoodat wij den naaste gelijk onszelven en God bovenal beminnen. Die God bemint, bemint het gebed; maar voor hem, die het gebed niet liefheeft, is het zedelij leerwijze onmogelijk zijne driften te overwinnen.
II.
Heilige Geest, ik wil niet meer voor mijzelven leven. Ik wil al de dagen, die mij nog te leven overblijven, enkel besteden om n te behagen en u te beminnen. Derhalve bid ik u om de genade des gebeds. Kom gijzelf in mijn hart, en leer mij bidden. Geef mij de kracht om het gebed, ten tijde van dorheid, nooit achter te laten ; geef mij den geest des gebeds, dat is de genade van altijd te bidden, en u altijd dat te vragen, wat aan uw goddelijk hart het meest behaagt. Om mijne zonden zou ik
188 NOVEEN VÃÃR PINKSTER.
reeds verloren gegaan zijn, maar ik erken uit de teedere liefde, met welke gij mij behandeld hebt, dat gij mij zalig, dat gij mij heilig wilt maken. Ja, ik wil heilig worden om u te behagen, en om altijd meer en meer uwe oneindige goedheid te beminnen. Ik bemin u, mijn opperste Goed, mijne liefde, mijn al, en wijl ik u bemin, schenk ik mij geheel en zonder voorbehoud aan u. O Maria, mijne hoop, sta mij bij!
VIJFDE DAG. DINSDAG. Dc liefde is eene rus/, die verkwikt.
V oorbereiding. Het leven van den inensch op aarde is een strijd, zegt God zelf, en die strijd houdt niet op dan met denlaat-sten snik. Ook blijft deze aarde voor allen een dal van tranen, een ballingschap, waarin wij verwijderd van het vaderland moeten leven. Rust vinden zonder den strijd te onderbreken, troost zonder het kruis af te werpen, ziedaar het geheim, dat wij opgelost vinden in de goddelijke liefde, bij den K. Geest: In labore re qui es! In fletu solatium (II. 396).
VIJFDE DAG. DINSDAG. 189
I.
De liefde wordt ook genoemd: âRust in arbeidquot; en âTroost in droef-âheidquot; : In lahore requies. In fleln solatium. De liefde Gods is een rust, die verkwikt; want de liefde bestaat in de vereeniging van den wil des minnaars met den wil des beminden. Als eene ziel, die God bemint, be-leedigd wordt, smarten verduurt of verlies lijdt van tijdelijk goed, dan is het haar, on» weer aanstonds getroost te zijn, genoeg te overwegen: het is de wil van den welbeminde, dat ik dit lijde. Alleen door deze gedachte: âZóó wil het mijn God,quot; vindt zij terstond vrede in allen tegenspoed. Ziedaar den vrede, die alle vreugd der zinnen overlrefl: Pax Dei quae c.xsu-perat ontneni sensum (Phil. 4. 7). Wanneer de H. Maria Magdalena van Pazzi de woorden: âWil Gods,quot; uitsprak, werd zij met vreugde vervuld. Hier op aarde moet ieder zijn kruis dragen; maar, zegt de H. There-sia, het kruis is slechts zwaar voor hem, die het met tegenzin draagt.
I go NOVEEN VÃÃR PINKSTER.
niet voor hem, die het met vreugde op de schouders neemt. De Heer weet dan wel te ivonden en te helen. gelijk de H. Man Job zegt: vnlnerat et medetur (Job 5. 18); De H. Geest maakt ons, door zijn zoete vertroostingen, zelfs smaad en lijden aangenaam. en liefelijk.
II.
Ja, Vader, (ik loof «), dat het u ahoo beha gelijk geweest is; lla Pater, quoniam sic fiiit placitum ante te. Zóó moeten wij spreken in al wat ons tegenstrijdigs overkomt: âZóó is het âo Heer, u welbehagelijk geweest.quot; Bevangt ons somtijds vrees voor tijdelijke rampen, zeggen wij altijd : âDoe, mijn God, wat u behaagt; ik âben bereid alles aan te nemen, wat âgij mij wilt overzenden.quot; Offeren wij ons, zooals de H. Theresia dat deed, dikwijls door den dag aan God op.
O mijn God, hoe dikwijls stond ik tegen uwen heiligen wil op om mijne zondige neigingen te voldoen! Daarover ben ik bedroefd, meer dan over
ZESDE DAG. WOENSDAG. IC;I
eenig ander kwaad. O mijn God, van nu af wil ik u uit geheel mijn hart beminnen. Spreek Heer, uw dienaar luistert: Loquere, Domine, quia audit scrvus Inus. Zeg mij, wat gij verlangt; ik wil alles doen, uw wil zal altijd mijn eenig verlangen, het eenig voorwerp mijner liefde zijn. O heilige Geest, kom mijne zwakheid te hulp. Gij zijt de goedheid zelve, hoe kon ik ooit iets anders beminnen dan u! Trek, door de bekoorlijkheid uwer heilige liefde, a; mijne neigingen tot u. Ik wil alles verlaten om mij geheel aan u te schenken. Neem mij aan en sta mij bij ! O Maria, mijne moeder, ik vertrouw op u!
ZESDE DAG. AVOENSDAG. Dc liefde is eenc kracht, die versterkt.
Voorbereidingquot;. De goddelijke liefde is eene kracht. Hoe meer wij God beminnen, hoe sterker wij zullen zijn tegen onze vijanden. Evenwel is meer kracht noodig om te lijden dan om te handelen. Tegenspoed, smaad en
192 NOVEEN VÃÃR PINKSTER.
pijn verdragen, ja den dood ondergaan liever dan (iod vergrammen, ziedaar de kracht der liefde. De liefde is sterk als de dood! Bidden wij vurig om de heilige liefde (II. 397).
1.
Dc liefde is sterk als de dood; For-lis es! ut mors dilectio (Cant. 8. 6). Gelijk niets in de wereld den dood weerstaan kan, zoo bestaat voor de ziel die God bemint, geen moeilijkheid, die niet moet wijken voor de liefde ! Als het er op aankomt den welbeminde te behagen, dan verdraagt de liefde alles: verlies, verachting, smarten! Niets is zoo hard, dat niet verteerd wordt door het vuur der liefde! Wil men dan ook weten of eene ziel waarlijk God bemint, dan vindt men daarvan het zeker bewijs, als zij getrouw is in hare liefde bij voor- en tegenspoed. De H. Franciscus van Sales zeide: âGod is niet meer be-âminnelijk wanneer hij troost dan âwanneer hij kastijdt; want h ij doet âalles uit liefde.quot; Ja, hoe meer hij ons hier op aarde kastijdt, te meer bemint hij ons. De H. Joan-
ZESDE DAG. WOENSDAG. 193
nes Chrysostomus achtte den H. Pau-lus in boeien veel hooger dan den H. Paulus in den derden hemel! Daarom verheugden zich de heilige martelaars te midden van hun lijden, en dankten zij den Heer als voor de grootste genade, welke hij hun schenken kon, dat hij hen te zijner liefde liet lijden. Andere heiligen, wien de tirannen ontbraken om hen te martelen, werden om aan God te behagen hun eigen tirannen door werken van boetvaardigheid. âHij die âbemint,quot; zegt de H. Augustinus, âlijdt niet, of hij bemint het lijden.quot; hi eo qiwd amatur non labornfnr, ant cl labor amatm.
II.
O God mijner ziel, ik zeg, dat ik u bemin, maar wat doe ik uit liefde tot u? Niets! Is het niet een teeken, dat ik u niet of te weinig bemin ? Mijn Jesus, zend mij den H. Geest, c gt;pdat hij mij kracht verleene om iets ter liefde van u te lijden en te doen, vóór mij de dood komt feieffen. Laat, ach, laat mij niet sterven, beminde
11)4 NOVEEN VÃÃR PINKSTER.
Verlosser, zóó koud en zóó ondankbaar, gelijk ik tot nu toe geweest ben. Geef mij kracht om het lijden te beminnen na zoovele zonden, door welke ik de hel verdiend had. O mijn God, die geheel goedheid en liefde zijt, gij wenscht in dit hart te wonen, waaruit ik u zoo dikwijls verdreven heb ; kom, vestig er uwe woning, neem het in bezit, maak dat het u geheel toebehoore. Ik bemin u, o mijn Heer! Doch als ik u bemin, dan woont gij reeds in mij, gelijk gij verzekert: Wie in de liefde blijft, blijft in God en God in hem : Qui inanet in chan-tate, in Deo manet, et Deus in co (i Joann. 4. 16). Welnu, wijl gij met mij zijt, vermeerder dan de vlammen, vermeerder de banden uwer liefde, opdat ik niets wensche, niets zoeke, niets beminne, dan u alleen; opdat ik, met u vereenigd, mij nooit meer van uwe liefde moge scheiden ! Ik wil u toebehooren, o mijn Jesus, ik wil u geheel toebehooren. 0 mijne koningin en voorspreekster Maria, verkrijg mij - liefde en volharding !
ZEVENDE DAG. DONDERDAG. 195
ZEVENDE DAG. DONDERDAG.
De liefde doet God in ons hart ivoncu.
Voorbereiding. De H. Geest wordt genoemd: ..Zoete gast der iS.eX\ Dnlcis hospes nnimac. Als wij in Gods liefde loven is de H. Geest in ons. Hij verlaat ons niet zoolang wij hem niet verwerpen. Doch iedere zonde, ook de kleinste, bedroeft hem. Hij is slechts tevreden als wij God liefhebben uit geheel ons hart. Bidden wij dus altijd om vermeerdering van liefde (11. 398).
I.
De H. Geest wordt âZoete gast âder zielquot; genoemd : Dulcis hospes auimae. Ziedaar de groote belofte van jesus Christus aan die hem liefheeft. Hij zeide : Indien gij mij lief-hebt, onderhondt mijne geboden, en ik zal den Vader bidden, en hij zal n een anderen Helper geven om in eeuwigheid bij u te blijven : Si diligitis me, mandata mea seivate. Et ego rogabo Pat rem, et alium JParacletum dab it Tobis, ut maneat vobiseum in aeternum
192 NOVEEN VÃÃR PINKSTER.
pijn verdragon, ja don dood ondorgaan liover dan (iod vorgrammcn, ziedaar de kracht der liefde. De. liefde is sterk als de dood!Bidden wij vurig om de heilige liefde (II. 397).
1.
De liefde is sterk als de dood; For-tis est ut mors dilectio (Cant. 8. 6). Gelijk niets in de wereld den dood weerstaan kan, zoo bestaat voor de ziel die God bemint, geen moeilijkheid, die niet moet wijken voor de liefde ! Als het er op aankomt den welbeminde te behagen, dan verdraagt de liefde alles: verlies, verachting, smarten! Niets is zoo hard, dat niet verteerd wordt door het vuur der liefde! Wil men dan ook weten of eene ziel waarlijk God bemint, dan vindt men daarvan het zeker bewijs, als zij getrouw is in hare liefde bij voor- en tegenspoed. De PI. Franciscus van Sales zeide: âGod is niet meer be-âminnelijk wanneer hij troost dan âwanneer hij kastijdt; want h ij doet âalles uit liefde.quot; ja, hoe meer hij ons hier op aarde kastijdt, te meer bemint hij ons. De H. Joan-
ZESDE DAG. WOENSDAG. I93
nes Chrysostomus achtte den H. Pau-lus in boeien vee! hooger dan den H. Paulus in den derden hemel! Daarom verheugden zich de heilige martelaars te midden van hun lijden, en dankten zij den Heer als voor de grootste genade, welke hij hun schenken kon, dat hij hen te zijner liefde liet lijden. Andere heiligen, wien de tirannen ontbraken om hen te martelen, werden om aan God te behagen hun eigen tirannen door werken van boetvaardigheid. âHij die âbemint,quot; zegt de H. Augustinus, âlijdt niet, of hij bemint het lijden.quot; In eo quod amatur non laboratur, aitf cl labor amahit.
II.
O God mijner ziel, ik zeg, dat ik u bemin, maar wat doe ik uit liefde tot u? Niets! Is het niet een teeken, dat ik u niet of te weinig bemin ? Mijn Jesus, zend mij den H. Geest, opdat hij mij kracht verleene om iets ter liefde van u te lijden en te doen, vóór mij de dood komt treffen. Laat, ach, laat mij niet sterven, beminde
194 noveen vóór pinkster.
Verlosser, zóó koud en zóó ondankbaar, gelijk ik tot nu toe geweest ben. Geef mij kracht om het lijden te beminnen na zoovele zonden, door welke ik de hel verdiend had. O mijn God, die geheel goedheid en liefde zijt, gij wenscht in dit hart te wonen, waaruit ik u zoo dikwijls verdreven heb ; kom, vestig er uwe woning, neem het in bezit, maak dat het u geheel toebehoore. Ik bemin u, o mijn Heer! Doch als ik u bemin, dan woont gij reeds in mij, gelijk gij verzekert: Wie in de liefde blijft, blijft in God cn God in hem : Qui vianet in chan-tate, in Deo manet, et Deus in co (i Joann. 4. 16). Welnu, wijl gij met mij zijt, vermeerder dan de vlammen, vermeerder de banden uwer liefde, opdat ik niets wensche, niets zoeke, niets beminne, dan u alleen; opdat ik, met u verecnigd, mij nooit meer van uwe liefde moge scheiden ! Ik wil u toebehooren, o mijn Jesus, ik wil u geheel toebehooren. O mijne koningin en voorspreekster Maria, verkrijg mij -liefde en volharding !
ZEVENDE DAG. DONDERDAG. 195
ZEVENDE DAG. DONDERDAG. De liefde doet God in ons hart ivoncn.
Voorbereiding. De H. Geest wordt genoemd : ..Zoete gast der zielquot;, Dulcis hospes animac. Als wij in Gods liefde leven is de H. Geest in ons. Hij verlaat ons niet zoolang wij hem niet verwerpen. Doch iedere zonde, ook de kleinste, bedroeft hem. Hij is slechts tevreden als wij God liefhebben uit geheel ons hart. Bidden wij dus altijd om vermeerdering van liefde (11. 398).
I.
De H. Geest wordt âZoete gast âder zielquot; genoemd: Dulcis hospes animae. Ziedaar de groote belofte van Jesus Christus aan die hem liefheeft. Hij zeide ; Indien gij mij lief-heht, onderhoudt mijne geboden, en ik zal den Vader bidden, cn hij zal u een anderen Helper geren om in eeuwigheid bij n te blijven : Si diligitis me, mandata inca senate. El ego rogabo Pat rem, et a Hum Parade turn dabit robis, ut maneat vobiseum in aeternum
IQÃ NOVEEN VÃÃR PINKSTER.
(Joann. 14. 15). De H. Geest verlaat de ziel niet, indien zijzelve hem niet uit het hart verdrijft. Non deserit, nisi dcsemhir. God woont alzoo in een hart, dat hem bemint. Maar hij zelf verklaart, dat hij dan alléén met ons tevreden is, als wij hem uit geheel ons hart beminnen. De H. Augustinus verhaalt, dat de hei-densche Romeinen Jesus Christus niet onder het getal hunner goden wilden opnemen, omdat hij, gelijk zij zeiden, een hoovaardige God is, die alléén wil aanbeden worden, e7i die niemand naast zich duldt. Zij hadden gelijk : God verdraagt niemand in een hart dat hem bemint; hij wil alléén daarin wonen, hij wil alléén bemind worden; en zoo hij ziet, dat wij iets anders dan hem beminnen, beschouwt hij (om zoo te spreken) met afgunst, gelijk de H. Jacobus schrijft, het schepsel dat deel heeft aan een hart, wat hij alléén wil bezitten. Meent gij, dat de Schrift tevergeefs zegt: Tot afgunst toe bemint de Geest, die in n rvoont ? An pntatis quia, inaniter Scriptura dient: Ad invidiam
ZEVENDE DAG. DONDERDAG. 197
conciipiscit Spiritus qui habitat in vobis? (Jac. 4. 5).
II.
Daarom looft onze hemelsche bruidegom dc zielen, die, gelijk dc tortelduiven, eenzaam en van de wereld verwijderd leven: Pulchrae sunt genae tuae sicut turturis (Cant. I. q). Daarom wil hij niet, dat de wereld deelneme aan eene liefde, welke hij alleen bezitten wil, en noemt hij zijne geliefde bruid een gesloten hof: Hortus conclusus soror mea sponsa (Cant. 4. 12). Een hof voor alle aardsche liefde gesloten ! Verdient Jesus misschien niet al onze liefde? âAlles heeft hij u gegeven, âniets heeft hij zich voorbehouden,quot; zegt de H. Chrysostomus. Totum tibi dedit, nihil si bi reliquit. Hij gaf u zijn bloed tot den laatsten druppel, hij gaf u zijn leven: niets blijft hem meer over.
Ik zie het, o mijn God, gij wilt, dat ik u alleen toebehoore. Zoo dikwijls heb ik u uit mijn hart verdreven, doch gij hebt er nog in willen
iqS NOVEEN VÃÃR PINKSTER.
terugkeeren om u met mij te vereenigen. Neem mij dan geheel in bezit. Ik schenk mij geheel aan u. Neem mij aan, mijn Jesus, en laat niet toe, dat ik voortaan ook nog slechts één oogenblik leve zonder u te beminnen. Gij zoekt mij, ook ik wil u, ja u alléén zoeken. Gij wilt, dat mijn hart u gansch toebehoore, zie, mijn hart begeert niets anders dan u alléén! Gij bemint mij, ook ik bemin u! Dewijl gij mij dan bemint, vereenig mij altijd nauwer met u, opdat ik mij nooit meer van u afscheidc.
O Koningin des hemels, (ip u vertrouw ik!
ACHTSTE DAG. VRIJDAG.
De liefde is een band, die ons met God verbindt.
V oorbereiding. Door do liefde worden wij met God verbonden. God wil door do liefde ons tot zich trekken, daarom schonk hij ons den H. Geest, do zelfstandige liefde, die den Vader en het eeuwig Woord verbindt.
ACHTSTE DAG. VRIJDAG. I99
Ook wij moeten door den H. Geest met God vereenigd blijven. Bidden wij vurigquot;, dat wij. bevrijd van alle aardsche banden, die banden des doods zijn, door de heilzame banden der liefde mogen getrokken worden (II. 399).
I.
Gelijk de H. Geest, de ongeschapen liefde, de onverbreekbare band is, die den Vader met het eeuwig Woord verbindt, zóó vereenigt hij ook de ziel met God. âDe liefde,quot; zegt de H. Augustirms, âis eene deugd, âdie ons met God verbindt.quot; Caritas est virtus conjiingens nos Deo. Daarom riep de H. Laurentius Justinianus vol vreugde uit: âO liefde, uw band âheeft zoo groote kracht, dat hij een âGod kon binden en met onze zielen âvereenigen !quot; O caritas ijiinm iiiagnuiii est vinculum tiium quo Deus ligan potuit! De banden dezer wereld zijn banden des doods, maar de banden Gods zijn banden des levens en der zaligheid. Zijne handen zijn heilzame handen: Vincula illius alligatura sa-lutaris (Eccl. ö. 31). De banden van God zijn banden der liefde, die ons
200 NOVEEN VÃÃR PINKSTER.
vereenigt met God, ons waarachtig en eenig leven!
Vóór de komst van Jesus Christus ontvluchtten de menschen hun God, en verkleefd aan de aarde weigerden zij zich met hun Schepper te vereenigen. Maar onze liefdevolle God heef! hen met banden van liefde tot zich getrokken, gelijk hij door Oseas beloofd had; In funicnlis Adam traham cos, in vinculis charitatis (Os. ii. 4). Die banden van liefde zijn de weldaden ons door God bewezen : de inwendige verlichtingen, de opwekkingen tot zijne liefde, de belofte des hemels, het geschenk voornamelijk van fesus Christus aan het kruis en in het allerheiligste Sacrament, en eindelijk de zending van den H. Geest. Daarom roept dan ook de Profeet uit: Werp af die banden van uw hals, o gevangene dochter van Sion: Solve inncida colli tui, captiva filia. Sion (Isaï. 52. 2). O ziel, voor den hemel geschapen, werp die aardsche banden af, en vereenig u met God door de banden zijner heilige liefde!
ACHTSTE DAG. VRIJDAG. 20I
II.
De liefde, zegt de Apostel, is de hand, die alle deugden samn verbind! en de ziel volmaakt doet zijn: Carita-tem habete, jnod est vincultnn perfec-tionis (Col. 3. 14). âBemin en doe âwat gij wiltquot; A)na et fac quod vis, zegt de H. Augustinus; want hij, die God bemint, zorgt wel alles te vluchten, wat den welbeminde mishagen kan. Hij zoekt in alles te behagen aan God!
O mijn geliefde Jesus, te veel hebt gij mij verplicht u te beminnen, al te veel heeft het u gekost om mijne liefde te verwerven! Het zou waarlijk eene groote ondankbaarheid zijn, als ik u, die uw bloed voor mij vergoten en uw leven voor mij geofferd hebt, maar weinig beminde, of als ik mijn hart tusschen u en de schepselen verdeelde. Ik wil mij van alles onthechten, en u alleen al mijne genegenheid schenken. Doch ik ben zoo zwak om mijn verlangen te vervullen. Gij, die mij deze voornemens instort, geef mij ook dc kracht om
202 NOVEEN VOOR PINKSTER.
ze ten uitvoer te brengen. Doorwond, o lieve Jesus, doorwond mijn arm hart met de zoete pijlen uwer liefde, opdat ik altijd kwijne door verlangen naar u, opdat ik wegsmelte door uwe liefde, u altijd zoeke, u alléén be-geere, u altijd vinde! O mijn Jesus, ik wil u alléén en niets meer! Geef, dat ik dikwijls in mijn leven, doch bijzonder in het uur van mijn dood, die woorden herhale : Ik wil u alléén en niets meer ! O Maria, mijne Moeder, geef, dat ik van nu af niets anders wille dan God alléén.
NEGENDE DAG. ZATERDAG. De liefde is een schat van alle goed.
Voorbereiding, 's Menschen hart vindt geen vrede bij de schepselen. Het zoekt noodzakelijk naar goederen, die het kunnen bevre.-digen; doch tevergeefs, zoolang het ni?t zoekt bij God! Wie God vindt, vindt al wat hij kan verlangen. Toeven wij niet langer ons hart geheel aan God te schenken. Bidden wij om de goddelijke liefde, om zoo groote liefde,
NEGENDE DAG. ZATERDAG. 203
dat hij alléén geheel onze rijkdom zij, want waar H7V schat is, daar zal uzu hart zijn (11. 399).
I.
De liefde is die schat, van welken het heilig Evangelie zegt, dat men alles verlaten moet om dien te bekomen. Terecht want zij is een on-idlpullclijke scha! 7'oor de mensc/ien; en die gebruik daarvan maakten, werden deelgenooten van Gods vriendschap. In-ftnitus enim llicsannis est hominibus: (jno qui //si s/ml, pa/iicipes facli sunf amicitiae /^'/(Sap. 7. 14). âO mensch,quot; zegt de H. Augustinus, âwat zoekt âgij goederen ? Zoek één Goed, waar-âin alle goederen zich bevinden.quot; Maar dit ééne Goed, God, kunnen wij niet vinden, als wij niet aan de aardsche zaken vaarwel zeggen. De H. Theresia zeide: âTrek uw hart âvan de schepselen af, en gij zult God âvinden.quot; Wie God vindt, vindt alles wat hij wenschen kan. Zoek i/w genoegen bij de// lieer, e// hij zal /1 geven, wat /no hart verlangt: Delectare i// Do///i//o: et dabit tibi petitiones
204 noveen vóór pinkster.
cordis ltd (Ps. 36. 4). Het mensche-lijk hart zoekt noodzakelijk goederen, die het kunnen gelukkig maken; doch als het die goederen bij de schepselen zoekt, dan mag het nog zooveel vinden, nooit zal het voldaan zijn. Zoekt daarentegen een hart niets dan God alléén, dan zal God al zijn \ven-schen bevredigen. Wie zijn gelukkiger op aarde dan de heiligen ? En waarom ? Omdat zij niets willen of zoeken dan God alléén. Zeker vorst ging eens op jacht en ontmoette in het bosch een kluizenaar. De vorst vroeg hem, wat hij daar zocht ? En de kluizenaar antwoordde : Wat zoekt gij dan, mijn vorst? Ik maak jacht op wild, zei de vorst âEn ik,quot; hernam de kluizenaar, âik maak jacht op âGod.quot;
Een vervolger der christenen bood den H. Clemens goud en edelsteenen aan omjesus Christus te verloochenen. Zuchtend riep de heilige uit: Hoe? Ken God vergeleken bij een weinig slijk ?
NEGENDE DAG. ZATERDAG. 205
II.
Gelukkig hij, die den schat der goddelijke liefde kent en er naar zoekt! Vindt hij dien, dan zal hij zich vrijwillig van alles ontdoen om niets te bezitten dan God alléén. âAls âhet huis brandt,quot; zegt de H. Fran-ciscus van Sales, âwerpt men alles âhet venster uit.quot; Pater Segneri was gewoon te zeggen: De liefde is een dief, die ons van alle verkleefdheid aan het aardsche berooft tot wij zoover gekomen zijn, dat wij uitroepen: âWat zou ik anders willen dan u al-âléén, o mijn God!quot;
Tot nu toe, o mijn God, heb ik niet u, maar mijzelven en mijne voldoening gezocht, en daarom heb ik u, o hoogste Goed, den rug toegekeerd ! Doch het woord van fere-mias troost mij : De Heer is goed voor de ziel, die hem zoekt: Bonus es/ Do-vnmis animae quaerentiillwn. Ik erken, o geliefde Meester, het kwaad, dat ik beging door u te verlaten. Het berouwt mij uit geheel mijn hart. Ik zie welk een oneindige schat gij zijt;
20Ã HOOGFEEST VAN PINKSTER.
ik wil niet langer misbruik maken van dat licht. Ik verzaak aan alles en verkies u tot eenig voorwerp mijner liefde. Mijn God, mijne liefde, mijn al! Ik bemin u, ik begeer u, ik zucht naar u. Kom, o H. Geest, vernietig in mij, door Xiw heilig vuur, alle neigingen, die niet voor u zijn. Maak, dat ik u geheel toebehoore, en al mijne vijanden overwinne om u te behagen. O mijne voorspreekster en moeder Maria, help mij door uw gebed!
HOOGFEEST VAN PINKSTER.
Evangelie: Dc Helper, de Heilige Geest, zal alles leeren.
Joann. XIV. 23-31.
Dc neder daling van den 11 Geest,
Voorbereiding. Verecnigcn wij ons in den geest met de H. Maagd en de Apostelen in de eetzaal te Jerusalem. Stellen wij ons het geheim van dc nederdaling des H.
HOOGFEEST VAN PINKSTER. 207
Gcestes zoo levendig mogelijk voor. Danken wij God voor zijne oneindige liefde. Aanbidden wij den H. Geest, één met den Vader en den Zoon, en smeeken wij om zijne gaven. ,,Kom H. Geest, vervul de harten uwer ge-âloovigen en ontsteek in hen het vuur uwer ,,liefdequot; (VIII. 644. 12, 13 en 14) 1).
1.
A/s de dagen van hel Pinksterfeest vervuld zverden, ivaren zij allen, de heilige leerlingen met de moeder Gods, te zamen op dezelfde plaats, in de eetzaal te Jerusalem. En plotseling ontstond er uit den hemel een geluid als van een aankonienden hevigen wind, eti vermdde heel het huis, ivaar zij gezeten ivarcn. En er verschenen hun verdeelde tongen, als van vuur, en op een iegelijk van hen zette zich
1) Deze meditatie is, wat liet eerste punt betreft, in de uitgave van Turijn op bovengemelde plaats te vinden. Het tweede punt echter komt in die uitgave niet voor. Het is genomen uit eene oude uitgave van den tijd des heiligen Kerkleeraars; Operette Spir. p. 2. Xapoli 1769. In de latijnsche uitgave der werken van den H. Alphonsus Maria, die thans te Rome wordt voorbereid, zal het gewis een schoone bladzijde innemen.
208 hoogfeest van pinkster.
eenc neder. En zij roerden allen vervuld me! den H. Geest en begonnen te spreken in verschillende talen, naar dat de H. Geest hun dat gaf te spreken 2. Iâ4).
Nu de apostelen volgens de belofte van Jesus Christus den H. Geest ontvangen hadden, begonnen zij aanstonds liet Evangelie te verkondigen. Zij spraken in verschillende talen, en werden door de volken van allerlei natiën, die toen te Jerusalem waren, zeer goed verstaan. Dit mirakel baarde groot opzien. Trouwens de moed, welken de apostelen toonden door het prediken der nieuwe leer te Jerusalem, te midden der joden, hunne vijanden, bewijst duidelijk de neder-daling van den H. Geest, welke hun, evenals het doopsel van vuur, dat zij hadden ontvangen, reeds door Joannes den Dooper was voorzegd ; Deze zal u doopen met den H. Geest en met vuur: Ipse vos baptizabit in Spiritu saucto et igni (Luc. 3. 16). Dit doopsel ontvingen de Apostelen, volgens den H. Hieronymus en den H. Cvrillus, toen op Pinksterdag de
HOOGFEKST VAN PINKSTER. 20g
H. Geest over hen nederdaalde. Daarop predikten zij in het openbaar voor allen, zell's voor hen, die den
dood van Jesus beraamd hadden----
Aldus ging toen de wet in vervulling en werd zij volmaakt. De nieuwe wet zou niet meer gelijk de oude alleen uitwendig zijn, welke de verplichtingen van den mensch wel aanwees, doch geen liefde in het hart ontstak, zij zou ook inwendig zijn en doen beminnen, wat zij voorschreef: Ik zal mijne wel geven in hun binnenste, zóó was reeds bij Jcremias voorspeld, en ze schrijiien in htm har/. Dabo legem ineam in viscenbns eornnt et in corde co rum scriba m earn. Hij voeirt er vervolgens bij : Dan za/ me-
0 . . 7
mand meer zijn evennaaste onder-ïi-ijzen... zeggende: hen den /feer .* want allen zullen mij hennen. Et non docebit ultra vir proximmn sunm.... dicens: Cognosce Doniinnni ; omnes enim cognoscent me (31. 33. 34). Daarmede wil de profeet zeggen, dat oudtijds de geloovigen door de leeraars moesten onderwezen woulen om de wet te kennen ; maar in de nieuwe
14
2IO HOOGFEEST VAN PINKSTER.
wet ontvangt ieder, bij het ontvangen van het doopsel zeil', ook de gave van inwendig licht en een heilige neiging van den wil, die de wet doet beminnen. Het is waar, de uitwendige onderrichting der herders blijft noodzakelijk, anders zouden zij nutteloos door den Zaligmaker in zijne Kerk zijn aangesteld ; maar het is die inwendige neiging, die doormiddel der goddelijke genade werkt en vruchten voortbrengt. De H. Augustinus zegt, âde oude wet, bij âwelke de goddelijke hulp ontbrak, âwas eene letter die doodde; maar âin de nieuwe wet bewerkt de âH. Geest, dat nu in de harten ge-âgrift en beminnelijk is, wat vroeger âuitwendig geschreven stond en vrees âaanjoeg.quot; Illa enim [le.v)siiieadjuvantc Spiri/u lgt;rn( ul dubio csl liltera occidem ; am vcro ndes/ imnficans Spirilus hoe i/gt;siiiii intns conscriplum facit diligi, (juod /'ons scrip tuin lex facicbat timerc. Het Oud Verbond was eene voorafbeelding van het Nieuwe, en moest daarom ophouden, nadat de nieuwe wet geschreven was niet op steenen
HOOGFEEST VAN PINKSTER. 211
tafelen, non in tahnlis lapidcis, zooals de apostel /egt, maar in vleeschcn tafelen des harten, scd in tahnlis cordis canialibus (2 Cor. 3. 5).
II.
H. Geest, goddelijke Helper, Vader der armen. Trooster der bedroefden, Licht der harten. Heiliger der zielen ! Zie mij hier neergeknield in uwe tegenwoordigheid. Ik aanbid 11 met den diepsten ootmoed en duizendmaal wil ik herhalen, met de Serafijnen, die om uwen troon zweven: âHeilig! Heilig! Heilig!quot; Ik gelooi vastelijk, dat gij eeuwig en mede-zelfstandig zijt met den Vader en den Zoon. Ik hoop van uwe goedheid, dat gij mijne ziel zult heiligen en zalig maken. Ik bemin u, o Gnd van liefde, ik bemin u meer dan al wat in de wereld is, ik bemin u uit al mijne krachten, omdat gij oneindig goed zijt en alléén aller liefde verdient. Daar ik evenwel, ongevoelig voor uwe heilige inspraken, zoo ondankbaar areweest ben u met zoo-
212 HOOGFEEST VAN PINKSTER.
veel zonden te beleedigen, vraag ik u duizendmaal om vergiffenis. Het doet mij onuitsprekelijk leed u, o hoogste Goed, mishaagd te hebben ! Ik bied u mijn hart aan, zoo koud als het is. O, ik smeek u, laat een straal van uw licht, een vonk van uw vuur daar binnentreden, om het zoo harde ijs mijner boosheden te doen smelten. Gij, die de ziel van Maria met onmetelijke genaden vervuld, die de harten der apostelen met heiligen ijver ontvlamd hebt, gewaar-dig u ook mijn hart door uwe liefde te doen branden. Gij zijt een goddelijke Geest, versterk mij tegen de geesten der duisternis! Gij zijt een Vuur, ontsteek mij door het vuur uwer liefde! Gij zijt een Licht, verlicht mij om de zaken der eeuwigheid te kennen! Gij zijt eene Duive, geef mij zuivere zeden! Gij zijt een Zefier vol zoetheid, verdrijf de on-weders, die uit mijne hartstochten opstijgen! Gij zijt eene Tong, leer mij hoe ik u zonder ophouden kan loven! Gij zijt eene Wolk, overschaduw mij met uwe bescherming! Ein-
HOOGFEEST VAN PINKSTER. 213
delijk, als gij de Gever zijt aller hemelsche gaven, ach, dan bezweer ik u, doe mij leven door uwe genade, heilig mij door uwe liefde, bestier mij door uwe wijsheid, neem mij tot een kind aan door uwe goedheid en red mij door uwe oneindige barmhartigheid, opdat ik nooit ophoude u te zegenen, u te loven en u te beminnen, hier eerst gedurende mijn leven op aarde en daarna in den hemel gedurende de gansche eeuwigheid. Amen.
OCTAAF VOOR H. SACRAMENTS-DAG.
WOENSDAG. EERSTE DAG.
Over de liefde van Jesns Christus in het allerh. Sacrament.
Voorbereiding. Overwegen wij Jesus' liefde bij de instelling van het H. Sacrament. Hij ging sterven en terugkeeren tot zijn he-melschen Vader. Het werk der Verlossing zou volbracht worden, maar zijne liefde was niet voldaan ! Hij wilde met ons blijven. O vindingrijkheid der liefde Gods! Hij zou met ons blijven in het aanbiddelijk geheim zijner liefde. Wekken wij ons tot dankbare wederliefde op en vormen wij het voornemen hem voortaan dikwijls in het H. Sacrament te bezoeken. (II. 401.)
I.
Toen onze liefdevolle Zaligmaker deze wereld zou gaan verlaten om
EERSTE DAG. WOENSDAG. 215
tot zijn Vader weder te keeren, als hij namelijk vooraf het werk der verlossing door zijn bloed zou voltooid hebben, toen Jesus wist, da/ zijn uur (het uur van zijn dood) gekomen ivas om uit deze wereld tot zijn Vader te gaan: Sciens Jesus quia Tenit hora ejus ut transeat ex hoe mundo ad Patrem (Joann. 13. 1.) wilde hij ons niet alleen laten in dit dal van tranen. Wat doet hij ?... Hij stelt het allerheiligste Sacrament in, waarin hij zichzelven geheel en al schenkt aan de menschen.
âGeen taal,quot; zegt de H. Petrus van Alcantara, âgeen taal kan de âgrootheid uitdrukken van Jesusquot; liefde âvoor iedere ziel. Daarom wilde de âteedere bruidegom niet, dat zijn âheengaan uit dit leven aanleiding âzou worden om hem te vergeten, en âhij gaf ons dit heilig Sacrament tot âgedachtenis. Hij zelf blijft onder âons; zoodat hij niet wilde, dat een âander onderpand dan hijzelf, tusschen âhem en zijne bruid bestaan zou om âzijne gedachtenis levendig te hou-âden !quot;'
210 OCTAAF VÃÃR H. SAC RAM.-DAG.
Jesus wilde door zijn dood niet van ons gescheiden worden, en stelde dit Sacrament van liefde in, om tot het einde der wereld, bij ons te kunnen blijven. Zie, ik ben viel «... tot aan het einde der wereld: Ecce ego vobiscum sum omnibus diebus, usihc adconsuimnalionem saec/iii[M.'dii\\. 28. 20). Ziedaar hoe hij, volgens de leer des geloofs, verblijft op zooveel altaren, waar hij als in even zooveel gevangenissen van liefde is opgesloten, opdat ieder, die hem zoekt, hem zou kunnen vinden. âMaar,quot; roept de H. Bernardus uit, âHeer, dat be-âtaamt niet aan uwe majesteit!quot; Doch Jesus antwoordt: â't Is voldoende âals het betaamt aan mijne liefde!quot;
11.
Wat teedere godsvrucht ontwaren zij, die naar Jerusalem gaan, die de grot bezoeken, in welke het menschge-worden Woord ter wereld kwam, de gerechtsplaats, waar Jesus gegeeseld werd, den Calvarie-berg waar hij stierf, het graf waarin hij begraven werd !
EERSTE DAG. WOENSDAG. 217
Hoeveel grooter moest niet onze godsvrucht zijn, als wij een altaar bezoeken, waar |esus in het allerheiligste Sacrament tegenwoordig is! De eerbiedw. Joannes Avila placht te zeggen ; daar is geen beminnelijker, geen godvruch-tiger heiligdom dan eene kerk, waar Jesus rust in het heilig Sacrament!
O mijn geliefde Jesus, o God van' liefde tot demenschen ontstoken, wat hadt gij meer kunnen uitdenken, om de liefde der ondankbare menschen te winnen. Ach, als de menschen u waarlijk beminden, zouden zeker alle kerken met menschen gevuld zijn! Zij zouden u, met het aangezicht ter aarde aanbidden en van liefde ontvlamd, zouden zij u danken zoo dikwijls zij u, verborgen in een tabernakel, met de oogen des geloofs aanschouwden ! Maar neen, de meeste menschen vergeten u en uwe liefde! Zij blijven bij een mensch, van wien zij een ellendig goed hopen; maar u, o mijn God, 11 verlaten zij, u laten zij alleen. Ach kon ik door mijn ijver in uwen dienst zoo groote ondankbaarheid venroeden. Het be-
2l8 octaaf vóór h. sacram.-dao.
rouwt mij van harte, dat ik vroeger evenzoo gehandeld heb, gelijk die lichtzinnige en ondankbare menschen: maar in het vervolg wil ik niet meer zoo handelen ; zoolang ik kan, wil ik voortaan in uwe tegenwoordigheid blijven!
Ontvlam mij met uwe heilige liefde, o mijn Jesus, opdat ik van dit oogen-blik af alleen leve om u te beminnen en u te behagen. Gij verdient de liefde aller harten. O, indien ik u een tijd lang veracht heb, zoo wensch ik toch nu niets anders dan u alleen te beminnen. O mijn Jesus, gij zijt mijne liefde en al mijn goed ! âMijn âGod en mijn al !quot; Deus mens e! omnia! Allerheiligste maagd Maria, verkrijg mij eene groote liefde tot het allerheiligste Sacrament des Altaars.
TWEEDE DAG. DONDERDAG. 2IQ
DONDERDAG. TWEEDE DAG.
Jesus op het altaar tegenwoordig, opdat allen hem kunnen vinden.
V oor bereiding. De liefde zoekt het bijzijn: daarom wilde Jesus met ons blijven' in het aanbiddelijk Sacrament. Hij wilde het echter ook om ons zijne weldaden te schenken en door ons bezocht te worden. Moeten wij niet reeds uit dankbare wederliefde getrokken worden om dikwijls en lang bij Jesus te verwijlen ? Verwijten wij ons de onverschilligheid onzer liefde en vormen wij goede voornemens (II. 402).
I.
De H. Theresia zeide, dat niet alle onderdanen in deze wereld met hun vorst kunnen spreken; ten hoogste kan het arme volk hopen zich door een derde tot den koning te wenden. Maar om met u, o koning des hemels, te spreken, heeft men geen derden persoon noodig; ieder, die wil, kan u in het allerheiligste Sacrament vinden, en zich daar geheel openhartig.
220 OCTAAF VÃÃR H. SACRAM.-DAG.
zoolang het hem lust, met u onderhouden. Daarom, voegt dezelfde heilige er bij, heeft Jesus Christus den glans zijner majesteit onder de gedaante van brood verborgen, om ons meer vertrouwen in te boezemen en alle vrees te benemen om tot hem te naderen. O, hoe schijnt Jesus ons van het altaar onophoudelijk toe te roepen: Komt allen lol mij, die be-lasl en beladen zijl, en ik zal n verkwikken : Venile ad me onines qui la-boralis et oneraii estis, el ego rejiciam vos (Matth. ii. 23). Komi, Venile, roept hij uit, komt gij armen, kranken, bedrukten, komt rechtvaardigen en zondaars, bij mij zult gij troost vinden in uw verdriet, in uwe droefheid. Dat is het verlangen van Jesus Christus : allen te troosten, die hunne toevlucht tot hem nemen. Dag en nacht blijft Jesus op onze altaren, opdat tillen hem daar zouden kunnen vinden, opdat hij daar aan allen zijn genaden zou kunnen uitdeelen. Vandaar dat de heiligen hier op aarde er zoo groote vreugd in vonden zich op te houden bij hun Zaligmaker, in het
TWEEDE DAG. DONDERDAG. 221
H. Sacrament verborgen, datgeheele dagen en nachten hun slechts één oogenblik toeschenen. Als de gravin Feria in de orde van de H. Clara getreden was, kon zij niet moede worden in het koor voor het altaar te knielen. Vroeg men haar, wat zij dan toch zoolang voor het Hoogwaardigste deed ? dan antwoordde' zij met verbaasdheid: âVraagt gij, âwat ik bij het allerheiligste Sacra-âment doe? Wat men daar doet? âMen dankt, men bemint, men bidt!quot; Als de H. Philippus Neri eens het Allerheiligste zag, riep hij uit: âZie-âdaar mijne liefde, ziedaar geheel âmijne liefde!quot; Ach, of Jesus Christus ook geheel onze liefde ware! Ook ons zouden dan geheele dagen en nachten in zijne tegenwoordigheid slechts oogenblikken toeschijnen!
II.
Zie, mijn Jesus, ik hoop, van nu af, zoo vaak ik u op het altaar bezoek, te kunnen uitroepen: âZiedaar âmijne liefde, ziedaar geheel mijne
222 OCTAAF VÃÃR H. SACRAM.-DAG.
âliefde!quot; Ja, mijn beminde Jesus, ik wil niets anders beminnen dan u! Ik wil, dal gij het eenig voorwerp mijner liefde zijt. Ik zou van droefheid sterven, als ik er aan denk, dat ik vroeger de schepselen bemind en verre van u mijne vreugde gezocht heb, dat ik u, o oneindig Goed, heb gevlucht. Daar gij evenwel niet wil-clet, dat ik verloren ging, hebt gij mij met zooveel geduld verdragen! Gij hebt, in plaats van mij te straffen, mijn hart met zooveel liefdepijlen verwond, dat ik u niet langer weerstand kon bieden en mij eindelijk geheel aan u heb geschonken. Ik weet het: gij verlangt, dat ik u geheel toebehoore; maar wijl gij het verlangt, o mijn Jesus, breng het dan ook ten uitvoer; want gij, j a g ij moet het doen. Geef, dat ik aan alle aardsche dingen, aan alle cigen-iiefde verzake, dat ik niets anders zoeke dan u, dat ik aan niets anders denke dan aan u, dat ik van niets anders spreke dan van u, dat ik niets anders wensche, naar niets anders verzuchte, dan om van liefde
DERDE DAG. VRIJDAG. 22,5
tot u ontvlamd te zijn, dan om voor ii te leven en voor u te sterven! O liefde tot Jesus, kom, bezit geheel mijn hart, vernietig in mij alle andere liefde, die niet God tot voorwerp heeft. Ik bemin u, mijn Jesus, die in het allerheiligste Sacrament verborgen zijt! Ik bemin u, mijn leven, mijn schat, mijne liefde, mijn al! O Maria, mijne hoop, bid voor mij; maak, dat ik gansch aan Jesus toe-behoore!
VRIJDAG. DERDE DAG.
Over de grootc gnvc, ivelkc Jesus ons schonk, door r^ichzelven te geven in hel allerh. Sacrament.
V o o r b c r c i d i n g. Grooter gave kon Jesus ons wel niet geven ! Hij gaf zich/elven. Zijn Vleesch en Bloed, zijn Lic haam en Ziel, zijne Godheid en Menschheid. Hij gaf zich tot spijs, om zich op het innigst met ons te vereenigen, O liefde, o onbegrijpelijke liefde ! Zullen wij ook Jesus beminnen? ... Hoe dan ? ... Voornemens. (II. 403).
224 OCTAAF VÃÃR H. SA CR AM,-DAG.
I.
Het was niet genoeg voor de liefde van Jesus Christus, zijn goddelijk leven in eene zee van schande en smarten op te offeren om ons daardoor zijne liefde te toonen; maar om ons meer te verplichten hem lief te hebben, wilde hij, in den nacht vóór zijn dood, geheel zichzelven in het allerheiligste Sacrament als spijs achterlaten. God is almachtig, doch als hij zich in dit Sacrament van liefde aan eene ziel geschonken heeft, kan hij haar niets meer geven. De Kerkvergadering van Trente zegt, dat âJesus, als âhij zich aan ons in de heilige com-âmunie geeft, om zoo te zeggen, alle ârijkdommen zijner oneindige liefde âtot de menschen heeft uitgestort : Divitias sui erga homines amor is veliil effndif. Hoe gelukkig zou een onderdaan zich achten, zegt de H. Fran-ciscus van Sales, die door zijn koning verzocht cn gebeden werd met hem aan tafel en uit denzelfden schotel te eten? Wat zou hij wel zeggen.
DERDE DAG. VRIJDAG. 225
als de koning hem uit liefde met een stuk van zijn arm wilde voeden ? Jesus spijst ons in de heilige communie niet alleen met een gedeelte van zijn eigen voedsel, niet alleen met een gedeelte van zijn heilig Vleesch, maar hij geeft ons wezenlijk geheel zijn lichaam: Neem! cn eet, dit is mijn lichaam: Accipite et comedite, hoe est' coi-p?is meum. Met zijn lichaam geelt hij ons nog zijne heilige ziel en zijn godheid zelve! Vandaar, zegt de H. Chrysostomus, dat als de Heer zich-zelven aan ons in het allerheiligste Sacrament geeft, hij ons alles geeft wat hij bezit, en hem niets meer te geven overblijft. âAlles heeft hij u âgegeven, niets heeft hij zich voorbe-â houdenquot; : Totiun tibi dedit, nihil sibt reliquit. O verbazend wonder der goddelijke liefde! God, de Heer van alles, geeft zich geheel aan ons!
II.
O mijn dierbare Jesus, wat kondt gij nog meer doen om mijne liefde te winnen ? Och, doe ons kennen, welk
226 OCTAAF VÃÃR H. SACRAM.-DAG.
een overmaat van liefde het was, die u bewogen heeft spijs te worden om u zóó nog inniger met ons, arme zondaars, te kunnen vereenigen ! Gij hebt mij dan zoozeer bemind, o mijn Zaligmaker, dat gij het verlangen niet kondt weerstaan om uzelven zoo dikwijls aan mij te schenken in de heilige communie. En ik? Ik heb u zoo dikwijls uit mijn hart kunnen verdrijven? Maar, o mijn Jesus, gij kunt een ootmoedig en berouwvol hart niet verstooten. Gij zijt uit liefde tot mij mensch geworden, gij zijt voor mij gestorven; gij hebt zelfs mijne spijs willen worden; zeg, wat zoudt gij nog meer kunnen doen, om mijne wederliefde te winnen? Och, konde ik toch iederen keer van droefheid sterven, als ik er aan denk, uwe genade zoo veracht te hebben. Het berouwt mij, o mijne liefde, van gan-scher harte, dat ik u beleedigd heb. Ik bemin u, o oneindige goedheid, ik bemin u, oneindige liefde! Ik vrees niets anders dan zonder uwe liefde te leven. O mijn geliefde Jesus, weiger toch niet in mijn arm hart te komen.
VIERDE DAG. ZATERDAG. Zl'J
Kom, want zie, ik wil liever duizendmaal sterven dan u nog ooit uit mijn hart verdrijven. Zie, ik wil alles doen, wat in mijne macht is, om u te behagen. Kom en ontsteek mijn hart door uwe liefde. Maak, o Jesus, dat ik alles vergete, om alleen aan u te denken, om alleen naar u, o mijn hoogste Goed, te verzuchten! O mijne moeder Maria, bid voor mij, en maak door uw gebed, dat ik mij dankbaar toone jegens de zoo groote liefde van mijn Jesus!
ZATERDAG. VIERDE DAG.
Over de gronte liefde ons door fesus Christus in het allerh. Sacrament beivezen.
V oorbereiding. Jesus bewees ons zijne liefde in dit Sacrament, door zijne belofte met ons te blijven tot het einde der tijden, en door het ons te schenken juist op den vooravond van zijn dood, in qua noctc iradebatur Dit Sacrament is het onderpand zijner liefde, waarin hij al zijne gaven vereenigde. Zijn wij
228 OCTAAF VÃÃR H. SACRAM.-DAG.
dankbaar, houden wij niet op hem te beminnen en steeds meer liefde te vragen (II. 404).
I.
Daar Jesus wist, dat zijn uur gekomen was om zcit deze wereld tot zijn Vader te gaan, en daar hij de zijnen liefhad, too beminde hij hen ten einde toe ; Sciens Jestis quia venit hora ejus, tit transeat ex hoe mundo ad Pat rem, cnm dilexuset suos, in finem dilexit eos (Joann. 13. 1). Daar Jesus wist, dat zijn stervensuur gekomen was, wilde hij ons, eer hij stierf, het grootste teeken van liefde geven, dat hij ons kon achterlaten, te weten: het allerheiligste Sacrament des altaars. De H. Chrysostomus zegt, dat de woorden : beminde hij ten einde toe: in finem dilexit eos, beteekenen, dat hij hen met de hoogst mogelijke liefde beminde : extreme amore dilexit eos. Ja, Jesus beminde de menschen met de grootste liefde, met welke hij hen beminnen kon, toen hij hun geheel zichzelven schonk. Wanneer stelde jesus dat groot Sacrament in, waarin hij ons
VIERDE DAG. ZATERDAG. 22g
zichzelven schenkt ? In den nacht, die zijn dood voorafging! In den nacht, waarin hij overgeleverd werd, de H. Paulus,. nam hij hei brood en gedankt hebbende brak hij het en zeide : neemt en eet, dit is mijn lichaam : In lt;jiia nocte tradebatur accepitpanem, et gratias agens fregit et dixit: Accipitc, et mandneate, hoc est corpus menm (i Cor. ii. 23). Terzelfder tijd, dat de menschen zich bereiden om hem te dooden, wil Jesus hun dit laatste bewijs zijner liefde geven. Teekenen van liefde, welke vrienden ons bij hun sterven geven, maken dieperen indruk op onze harten; en daarom wilde Jesus ons dit H. Sacrament kort voor zijn dood schenken.. De H. Thomas heeft derhalve recht, als hij die groote gave âeen Sacrament âtot onderpand van liefdequot; noemde: Sacrameiittint caritatis pignns. Ook de H. Bernardus als hij zegt; âhet is de âliefde der liefdenquot; Atnor amorum; want in dit Sacrament vereenigt Jesus Christus alle andere liefdebe-wijzen, welke hij ons ooit gegeven heeft. De H. Maria Magdalena de
230 OCTAAF VÃÃR H. SACRAM.-DAG.
Pazzi noemde den dag, waarop Jesus dit H. Sacrament instelde : den dag der liefde.
II.
O oneindige liefde van mijn Jesus, die eene oneindige wederliefde verdient ! O mijn God, gij bemint de menschen al te zeer; hoe is het mogelijk, dat de menschen zoo weinig-liefde hebben voor u ? Wat hadt gij meer kunnen doen, om hunne liefde te winnen ? O mijn Jesus, gij zijt zoo beminnenswaardig; gij bemint ons zoo innig; maak toch, dat alle menschen u kennen en u beminnen. Ach, wanneer zal ik u beminnen, gelijk gij mij bemind hebt. Laat mij toch immer meer uwe goedheid kennen, opdat ik altijd meer en meer in liefde tot u ontstoken worde en onophoudelijk en zorgvuldig zoeke u te behagen. O geliefde mijner ziel, had ik u altijd bemind ; maar helaas, er was een tijd, dat ik u niet beminde, dat ik zelfs uwe genade en uwe liefde verachtte. De droefheid, die ik daarover gevoel, is mijn troost
VIJFDE DAG. ZONDAG. 231
en doet mij hopen, dat gij mij vergeven zult; want gij hebt vergiffenis beloofd aan hem, wien zijne zonden berouwen. O mijn Zaligmaker, zie, ik bemin u alléén, help mij ter liefde van uw bitter lijden, dat ik u beminne uit al mijne krachten. Ach, kon ik voor u sterven, gelijk gij voor mij gestorven zijt! O allerheiligste maagd Maria, moeder van mijn God, verkrijg mij de genade om van nu af niets anders te beminnen, dan God alléén !
H. DR1EVULDIGHEIDS-ZONDAG.
Evangelie : Gaat dan en onderwijst alle volkeren, hen doopende in den naam des Vaders, en des Zoons, en des H. Geestes. â¢Matth. XXVIII. 18â20.
VIJFDE DAG.
Vereeniging ine/ Jcsus door de II. Coniniunie.
Voorbereiding. Wij vieren op dezen Zondag het grootste geheim van ons H. Geloof : 6W, één in wezen en drievoudig in personen. Wij dragen het beeld van dien groo-
232 OCTAAF VOOR H. S A.CRAM.-DAG.
ten God in ons : Naar zijn beeld heeft hij ons geschapen. Wij dragen het merkteeken in onze ziel van het H. Doopsel, dat ons toegediend werd : In den naam des Vaders, en des Zoons, en des H. Geestes. Denken wij aan die groote weldaden Gods en herhalen wij dikwijls met den H. Alphonsus : E e r e z ij den Vader, en den Zoon, en den H. Geest! Vooral echter als wij overwegen hoe de Tweede Persoon, mensch geworden, ons zichzelven tot voedsel geeft en zich daarbij op de innigste wijze met ons vereenigt. Door de H. Com-immie worden wij één met Jesus Christus. lt;11. 405)!
I.
Het is de voornaamste uitwerking der liefde, zegt de H. Dionysius, Areopa-giet, dat zij tracht naar vereeniging. Jesus stelde dan ook de heilige communie in, om zich geheel met onze zielen te vereenigen. Reeds had hij ons zichzelven geschonken als leeraar, als voorbeeld, als offer; hem bleef slechts over, zich aan ons te geven als spijs, om één met ons te worden gelijk het voedsel één wordt met hem, die het nuttigt. Dat deed hij door de instelling van dit Sacrament van liefde. âHet was de hoogste graad
VIJFDE DAG. ZONDAG. 233
âvan liefde,quot; zegt de H. Barnardus van Siena, âtoen hij zich als spijs âgaf, want hij gaf zich toen om ge-âheel met ons vereenigd te worden âgelijk de spijs één wordt met hein, âdie ze gebruikt.quot; Ultimns gradm amoris est, cum se dedit nobis in ci-bnni; quia dedit se ad omnimodam jinionem, sient cibus ct cibans invi-cem uniuntur. Jesus Christus was nog niet tevreden ;:ich vereenigd te hebben met onze menschel ij k e natuur; door dit heilig Sacrament wilde hij zich met ieder onzer in het b ij zonder vereenigen, om geheel te zijn voor ieder, die hem zou ontvangen. Daarom schreef de H. Franciscus van Sales : âIn geen âandere daad kan de Zaligmaker met âzooveel teederheid en met zooveel âliefde beschouwd worden als in deze : âdewijl hij zich hier, om zoo te zeg-âgen, vernietigt. Hij wordt spijs om âonze zielen te voeden en zich met âde harten zijner geloovigen te ver-âeenigen.quot; âOmdat Jesus ons vurig âbeminde, daarom wilde hij zich met âons in de hei'ige communie vereeni-
234 OCTAAF VÃÃR H. SACRAM,-DAG.
âgen, hij wilde als één met ons zijn.quot; Zóó spreekt de H. Chrvsostomus: Semetipsnm nobis immiscuit, u! nnum (juid si mus; ardenter enim amant hun koe est. âMet één woord,quot; roept de H. Laurentius Justinian us uit, ,,gij âwildet, dat wij met u slechts één âhart zouden hebben.quot; Volnisti, ut tecum nnum cor haheremus. Datzelfde gaf ons Jesus te kennen, als hij zeide: Wïe mijn vleeseh eet... l'lijft in mij en ik in hem: Qui mandueat meam carnem..., in me manet et ego in Ulo (Joann. 6. 57). Wie derhalve communiceert, is in Jesus, en Jesus is in hem; en deze vereeniging is niet alleen eene vereeniging van liefde, zij is eene ware en wezenlijke vereeniging. Gelijk twee stukken was, zegt de H. Cyrillus van Alexandrië, saamgesmolten, zich met elkander vereenigen, zóó wordt hij, die communiceert, één met Jesus. Stellen wij ons dus voor, als wij tot de heilige communie naderen, dat Jesus tot ons zegt, gelijk hij weleer sprak tot zijne geliefde dienares Margaritha van Ype-ren: âZie, mijne dochter, wat schoone
VIJFDE DAG. ZONDAG. 235
âvereeniging tusschen mij en u! Heb-âben wij dus elkander lief eu blijven âwe altijd door de liefde met elkan-âder verbonden om nooit weer gescheiden te worden!'
II.
Och, mijn Je.sus, dit alleen vraag ik u, dit alleen wil ik u altijd vragen bij de heilige communie; âOch, dat âwij altijd vereend blijven en nooit âvan elkander gescheiden worden.quot; Ik weet het, o mijn Jesus, gij zult u niet van mij scheiden, als ik mij niet eerst van u verwijder. Doch ziedaar juist mijne vrees, dat ik mij weer door de zonde van u zal scheiden, gelijk ik, helaas, vroeger gedaan heb. Ach, laat het niet toe, mijn geliefde Verlosser, laat niet toe, dat ik mij nog van u scheide! Ne per mil las me separari a te.' Tot mijn laatsten snik blijf ik in dat gevaar, en daarom bid ik u, door de verdiensten van uwen dood, laat mij liever sterven dan u nog ooit zoo groote beleediging aandoen. Ik herhaal het, en ik smeek
236 OCTAAF VÃÃR H. SACRAM.-DAG,
u om de genade van het altijd te kunnen herhalen: âLaat niet toe, âdat ik mij van u scheide.... Laat âniet toe, dat ik mij van u scheide!quot; Ne permittas me separan a te! Ne permittas me separari a te! O God mijner ziel, ik bemin u, ik bemin u, ik wil u onophoudelijk beminnen, ik wil u alléén beminnen! Voor hemel en aarde zweer ik het, dat ik u alleen wil beminnen, en niets anders! O moeder van barmhartigheid, allerheiligste maagd Maria, bid voor mij, en verkrijg mij de genade, mij nooit weer van Jesus te scheiden, nooit iets anders te beminnen dan Jesus alléén.
MAANDAG. ZESDE DAG.
Jesus verlangt zich met ons te vereeui-gen in de H. Communie.
V oorberei ding. Jesus verlangt vurig met ons vereend te worden door de H. Communie. Hij noodigt ons daartoe uit, ;iij doet ons de schoonste beloften, ja hij dreigt ons met straffen als wij tot hem niet naderen. Alles uit
ZESDE DAG. MAANDAG.
vurig verlangen om in ons hart te wonen. Verlangen wij ook naar de komst van Jesus? Helaas, hoe koud zijn wij en onverschillig! Wekken wij ons op tot groote liefde van Jesus en bereiden wij ons hart voor door vurig verlangen naar zijne komst (II. 406).
1.
Daar Jesus wist, da! zijn uur gc-gt; komen zuas, zegt de H. Joannes: Sciens Jesus quia quot;oenit hora ejus (13. 1). Zijn uurI Zóó noemt Jesus het uur van den nacht, in welken hij zijn lijden moest beginnen. Maar, hoe kon de Heer een zoo schrikkelijk uur, zijn uur noemen ? Het was, âomdat âhij gedurende geheel zijn leven naar âdat uur verzucht hadquot; ; immers, hij had besloten ons in dien nacht de heilige communie na te laten, waardoor hij zich geheel en al wilde vereenigen met de geliefde zielen, voor welke hij weldra zijn bloed ging vergieten en zijii leven ten offer brengen. Hooien wij, wat Jesus in dien nacht tot zijne leerlingen zeide: Me/ (groot) verlangen heb ik verlangd dit Pascha met ic te eten! Desiderio desideravi hoe Pascha manducare vobiscum (Luc.
237
238 OCTAAF VÃÃR H. SACRAM.-DAG.
22. 15). Woorden, door welke Jesus ons liet verlangen wil doen kennen en de vurige begeerte, welke hem drijft om zich met ons te vereenigen in dit Sacrament van liefde. De woorden : met groot verlangen heb ik verlangd, zijn woorden van oneindige liefde, zegt de H. Laurentiusjustianus, die opwelden uit het Hart van Jesus: Flagrantissimne charitatis est fo.r haec. Dezelfde vlammen, die toen in liet hart van Jesus brandden, branden ook nu, dezelfde uitnoodiging toen tnt zijne leerlingen gericht, richt hij ook nu tot ons! Hij roept uns toe: Neemt en eet, dit is mijn lichaam. Ac-cipite et conedite hoc est corpus meuin (Matth. 26. 26). Om ons aan te moedigen hem met liefde te ontvangen, belooft hij ons zelfs den hemel: Wie mijn vleesch eet,... heeft het ee/nüig leven : Qui ma )i du cat meant camem... hnbet vitam aeternam. (Joann. 6. 55). Hij gaat zoover, dat hij ons met den dood dreigt, als wij weigeren hem te ontvangen : Tenzij gij het vleesch t an den Zoon des menschen eet,... zult gij het leven iti u niet hebben: Nisi manduca-
ZESDE DAG. MAANDAG. 239
â¢
â veritis carnem Filii hominis.... t/o/i hn-bebitis Titam in vohis (Ibid. 54). Die uitnoodigingen, beloften en bedreigingen komen alle voort uit Jesus' liefde tot ons en uit het vurig verlangen 0111 zich met ons te vereenigen. âGeen âbijquot;, sprak de Heer tot de H. Mech-âtildis, âwerpt zich met grooter drift âop de bloemen, om er den honig âuit te zuigen, dan ik begeerte en âliefde heb ore. tot eene ziel te komen, âdie naar mij verlangt.quot; Maar wijl jesus ons bemint, verlangt hij ook dat wij hem beminnen ; wijl hij wenscht ons te bezitten, âwil hij ook door ons âverlangd wordenquot;, zegt de H. Gre-gorius: Sitit sitiri Deus. Zalig de ziel, die tot de heilige communie nadert, vurig verlangend zich met Jesus te vereenigen.
II.
O mijn aanbiddenswaardige Jesus. grooter bewijs uwer liefde kunt ge ons niet meer geven. Gij hebt uw leven voor ons opgeofferd. Gij hebt uzelven achtergelaten in het allerheiligste Sacrament, opdat wij zouden
24O OCTAAF VÃÃR H. SACRAM.-DAG.
â¢
naderen om ons met uw vleesch te voeden! Gij verlangt zoo vurig, dat wij u ontvangen! O mijn Jesus, hoe kunnen wij al die uitvindingen uwer liefde kennen en niet branden van liefde tot u? Weg van mij, aardsche neigingen, verlaat mijn hart! Gij alleen belet mij van liefde tot Jesus te branden, gelijk hij brandt van liefde tot mij. Welke andere bewijzen van liefde kan ik verwachten, o mijn Verlosser, dan- die, welke gij mij reeds gegeven hebt? Ter liefde van mij hebt gij geheel uw leven geschonken; ter liefde van mij hebt gij zoo bitteren en zoo schandelijken dood geleden; ter liefde van mij hebt gij u bijna vernietigd om tot spijs te worden in het allerheiligste Sacrament en u geheel aan mij te kunnen schenken. Ach, mijn God, laat niet toe, dat ik na zooveel bewijzen uwer goedheid, nog ondankbaar blij ve jegens u! Ik dank u, dat gij mij nog tijd geeft om cle beleedigingen u aangedaan te be-weenen en u de nog overige dagen mijns levens te beminnen. Het berouwt mij, o opperste Goed, dat ik
ZEVENDE DAG. DINSDAG. 241
vroeger uwe liefde zoozeer veracht heb. Ik bemin u, oneindige liefde, eene oneindige wederliefde waardig! Help mij, o mijn Jesus, opdat ik in mijn hart alle neigingen uitroeie, welke 11 niet tot voorwerp hebben! Help mij om u te zoeken en niets te beminnen dan 11 alléén! O mijn geliefde Zaligmaker, laat mij altijd u vinden, laat mij altijd ubeminnen ! Ontneem mij geheel mijn wil, opdat ik niets meer wille dan wat u behaagt! O mijn God, mijn God, wien zou ik willen beminnen, als ik niet u beminde, die alle goed bevat? Ja, u alléén wil ik, en niets anders! O Maria, mijne moeder, trek mijn hart tot u, en vervul het met reine liefde tot Jesus Christus.
DINSDAG. ZEVENDE DAG.
De heilige communie verkrijgt ons de volharding in Gods genade.
Voorbereidingquot;. In de heilige communie ontvangen wij alle genaden, wijl de Clever aller goede gaven, Jesus Christus, in ons
16
242 OCTAAF VÃÃR H. SACRAM.-DAG.
hart komt; doch op cene geheel bijzondere wijze versterkt ons de heilige communie tot volharding in de heiligmakende genade. De heilige kerkvergadering van Trente leert dan ook, dat de heilige communie ons tegen den val in de zonde behoedt (11. 407).
I.
Als Jesus in de heilige communie tot eene ziel komt, brengt hij haar alle goederen, alle genaden, doch vooral de genade der heilige volharding. Het voornaamste uitwerksel van het allerheiligste Sacrament des Altaars is de ziel van hem, die het ontvangt, te voeden met dat brood des levens en haar groote kracht te schenken om op den weg der volmaaktheid voort te gaan en weerstand te bieden aan de vijanden, die onzen ondergang zoeken. Daarom noemt zich jesus in het allerheiligste Sacrament, een hemelsch brood: Ik beu hef le-Tend brood, die uit den hemel gedaald ben. 7,oo iemand van dit brood eet, zal hij in eeuwigheid le7gt;en: Ego stun panis vivits qui de coelo descendi; st juis mandiicaveTà ex hoc pane vivet in aeternuin (Joann. ö. 51). Gelijk het
ZEVENDE DAG. DINSDAG.
24Ã
brood dezer aarde het leven des li-chaams onderhoudt, zoo onderhoudt dit brood des hemels het leven der ziel, welke daardoor in Gods genade volhardt. De kerkvergadering van Trente leert ons ook, dat de heilige communie âhet geneesmiddel is, dat âons van de dagelijksche zonden zui-âvert en voor de doodzonde behoedtquot; : Aiilidotuvi quo a culp/s (j/io/idianis Ij-heyeniur et a mortalHuis praeservemur Paus Innocentius III zegt, dat Jesus ons door zijn heilig lijden gereinigd heeft van de zonden, die wij bedreven hebben, en dat hij ons door het allerheiligste Sacrament bewaart voor de zonden, die wij bedrijven kunnen. Daarom, zegt de H. Bonaventura, moeten de zondaars zich niet verwijderen van de heilige communie omdat zij zondaars geweest zijn. Integendeel, juist omdat zij zondaars geweest zijn, moeten zij dikwijler com-municeeren, want âhoe zwakker zich âiemand gevoelt, des te meer heeft âhij den geneesheer noodig.quot; Tanlo magis aeger necesse habet rejuircre mc-dicum, quanto magis sense rit se aegrolnui.
244 OCTAAF VÃÃR H. SACRAM.-DAG.
II.
Hoe ellendig ben ik, o Heer, en hoe durf ik, quot;op het gezicht mijner menigvuldige zonden, mij beklagen over mijne zwakheid ? Hoe had ik verwijderd van u, die al mijne kracht zijt, weerstand kunnen bieden aan de aanvallen der hel? Ware ik dik-wijlér genaderd tot de heilige communie, dan hadden mijne vijanden mij zeker niet zoo dikwijls overwonnen; voortaan zal ik zoo niet meer handelen: Op u, o Heer, heb ik gehoopt, en in eeuwigheid zal ik me/ beschaamd worden! In te, Dom ine, speravi; non confnndar in aetcninm (Ps. 30. 2.) Neen, op mijne voornemens zal ik niet meer steunen; gij alleen, omijn jesus, zult mijne hoop zijn. Gij moet quot;mij kracht geven om niet meer in zonde te vallen. Ik ben zwak, maar door de heilige communie zult gij mij de noodige kracht verleenen tegen alle bekoringen. Alles kan ik 111 hem, die mij versterkt: Omnia possum in eo, qui me confortat (Phil. 4. 13.) Vergeef mij, mijn Jesus, alle beleedigin-
ACHTSTE DAG. WOENSDAG. 245
gen 11 aangedaan; ik heb er berouw over uit geheel mijn hart, en ik neem mij voor, liever te sterv en dan u nog ooit te beleedigen. Ik hoop door uw bitter lijden, dat gij mij zult bijstaan om tot mijn dood toe in uwe genade te volharden! Op n, 0 Heer, heb ik gehoopt, en in eeuwigheid zal ik niet beschaamd ivotden. In te, Do-mine, speravi; non confundar in ac-temum. Datzelfde roep ik ook u, o mijne lieve moeder Maria, met den H. Bonaventura toe: âOp u, mijne âkoningin, heb ik gehoopt, in eeuwig-âheid zal ik niet beschaamd wordenquot;: 1)1 te, Domina, speravi; non confundar in aclcrnuin.
WOENSDAG. ACHTSTE DAG.
Ot'er de voorbereiding en de dankzegging hij de heilige communie.
Voorbereiding. De heilige communie is zonder eenigen twijfel het krachtigste middel, dat Jesus ons schonk, om in zijne liefde en daardoor in alle deugden toe te nemen. Hoe komt het dan, dat zoovelen daaruit geen
246 OCTAAF VÃÃR H. SAC RAM. -DAG.
voordeel trekken! Omdat men zich niet genoegzaam voorbereidt, en veelal ook omdat men niet genoeg acht geeft op den kostbaren tijd der dankzegging. Onderzoeken wij ons, om ons voor God te vernederen, en vormen wij onze goede voornemens (II. 407).
I.
Kardinaal Bona vraagt vanwaar het komt, dat zooveel menschen, niettegenstaande zoovele communiën, zoo weinig voortgang maken op den weg ter zaligheid? âNiet in het voedsel âschuilt de fout,quot; antwoordt hij, âmaar âin de gesteldheid van hem, die het ânuttigt.quot; Defcchis non in cibo est,selt;l in edentis dispositione. Droog hout brandt spoedig in den oven, het groene . niet, omdat het minder geschikt is tot branden. De heiligen trokken groote voordeelen uit hunne communiën, omdat zij er zich met groote zorg toe voorbereidden. Twee dingen moet de ziel vooral doen, als zij zich tot de heilige communie voorbereidt. Vooreerst moet zij zich onthechten aan alle schepselen zij verwerpe uit haar hart alles, wat niet God of voor God is. Als
ACHTSTE DAG. WOENSDAG. 247
eene ziel, in staat van genade, zich met aardsche neigingen bezighoudt, vindt de liefde Gods te minder plaats in haar hart, naarmate de, aardsche begeerten er meer in heerschen. De H. Gertrudis vroeg op zekeren dag den Heer, op wat wijze hij verlangde, dat zij zich tot de heilige communie zou voorbereiden? Jesus antwoordde: âIk verlang niets anders van u, dan âdat gij mij ontvangt 1 e d ig van âu zelve.quot; Een tweede vereischte om groot voordeel uit de heilige communie te trekken, is het verlangen Jesus te ontvangen met het eenig doel om hem meei en meer te beminnen. âNiemand,quot; zegt Gerson, âwordt aan deze tafel verzadigd, tenzij âhij nadere met groeten honger.quot; Daarom schrijft de H. Franciscus van Sales; âHet voornaamste doel âeener ziel bij de heilige communie âmoet wezen : t o e te n e m e n i n âde liefde Gods. Uit liefde,quot; zeide hij, âmoet men hem ontvangen, âdie zich uit louter liefde heeft geschonken.quot; Daarom sprak Jesus eens tot de H. Mechtildis: âAls gij tot de
_'4b octaaf vóór h. sacram.-dag.
âheilige communnie wilt gaan, verlang âdan alle liefde, die ooit een hart âmij toedroeg, en ik zal uwe liefde âaannemen, voor zoo groot als gij âwenscht, dat ze ware!quot;
Ook de dankzegging na de heilige communie is noodzakelijk. Geen gebed is zoo aangenaam aan God als het gebed na de heilige communie. Dien tijd moet men doorbrengen in verzuchtingen en gebeden. De godvruchtige gevoelens, in ons opgewekt, zijn dan van veel grooter waarde bij God, dan op eiken anderen tijd; wijl die waarde verhoogd wordt door de tegenwoordigheid van Jesus, die met de ziel is vereenigd. En wat het bid-den in die heilige oogenblikken betreft, de H. Theresia zegt, dat Jesus na de heilige communie in onze ziel, als op een troon van genade, zetelt en ons toeroept: Wat zoilt gij, dat ik u doe? Quid fibi vis faciam (Mare. 10 51)? Daarom o ziel, kwam ik van den hemel tot u, om u met genaden te vervullen! Vraag mij alles, wat gij wilt, en hoeveel gij ook moogt verlangen, gij zult verhoord worden. O
ACHTSTE DAG. WOENSDAG. 249
wat schatten van genade verliezen zij, die zich er weinig om bekommeren, na de heilige communie tot God te bidden!
II.
O God van liefde, gij verlangt zot) vurig ons uwe genaden uit te doelen, en wij letten er zoo weinig op u om genaden te bidden. O wat angst zal het ons baren in het uur van onzen dood als wij zullen denken aan de nalatigheid, die ons zooveel schade berokkende! O mijn God, vergeet het verleden! Voortaan wil ik mij, met uwe hulp, beter voorbereiden. ïk zal zorg dragen alle aardsche neigingen uit mijn hart te verdrijven. Zij zouden mij kunnen beletten, de genaden te ontvangen, welke gij mij wilt mededeelen. Ook na de heilige communie, zal ik u, zooveel mij mogelijk is, den noodigen bijstand vragen, om in uwe liefde te groeien; geef mij de genade, om dat voornemen ten uitvoer te brengen. Ach, mijn Jesus, hoe weinig was ik voorheen bezorgd om
250 H. SACRAMENTSDAG.
11 te beminnen. De tijd, dien gij mij in uwe barmhartigheid nog wilt geven, zal mij een tijd zijn om mij tot den dood te bereiden, en om de beleedi-gingen, die ik u heb aangedaan, door mijne liefde te vergoeden. Ik wil geheel dien tijd besteden om mijne zonden te beweenen en u te beminnen. Ik bemin u, o Jesus, mijne liefde; ik bemin u, mijn eeuig Goed; ontferm u mijner en verlaat mij niet! En gij, o Maria, mijne hoop, laat niet na mij door uwe voorspraak te helpen.
DONDERDAG.
H. Sacramentsdag.
Over hel liefdevol verblijf van Jesus op onze altaren.
Voorbereiding. Morgen vieren wij dan het Hoogfeest van het allerheiligste Sacrament. Wekken wij ons op door vurige akten van liefde : 't is immers alleen de liefde.
H. SACRAMENTSDAG.
welke Jesus bewoog dit H. Geheim in te stellen. Hij wilde d.u'ir voor allen toegankelijk zijn. (II. 1Ã4).
I.
Jesus heeft zichzelven in het allerheiligste Sacrament geschonken, opdat hij voor allen toegankelijk zou wezen. Daarom blijft hij op zooveel verschillende altaren tegenwoordig voor allen, die naar hem verlangen. Toen de Verlosser in den nacht vóór zijn dood afscheid nam van zijn leerlingen om te gaan sterven, waren zij bedroefd en weenden bij de gedachte, dat zij gingen gescheiden worden van hun geliefden meester. Doch Jesus troostte hen en zeide, wat hij ook ons toespreekt: âMijne kinderen, ik âga sterven om u mijne liefde te âtoonen ; maar hoewel ik sterf, ik wil âu niet alleen laten. Zoolang gij op âaarde zult zijn, wil ik met u blijven âin het allerheiligste Sacrament des âAltaars. Ik laat u mijn lichaam, âmijne ziel, mijne godheid en geheel âmijzelven. Neen, zoolang gij op aarde âzult zijn, wil ik mij niet van u ver-
251
252 H. SACRAMENTSDAG.
âwijderenquot; : Ziel, ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der lücreld. Ecce vohiscum sum om/ii/ms diebi/s, nsqne ad consuvimationem saeculi. (Matth. 28. 20). De bruidegom, zegt de H. Petrus van Alcantara, wilde zijner bruid, bij zoo lange afwezig-lieid, eenig gezelschap laten, opdat zij niet alleen zou blijven. Daarom liet hij dit H. Sacrament achter, waarin hijzelf woonde, het best gezelschap wat hij haar geven konde. De heidenen hebben zoovele goden uitgedacht, doch zij konden er zich geen voorstellen liefderijker dan onzen God, die ons zóó nabij is, en ons met zoo groote liefde bijstaat. Daar is geen volk zoo groot, dat het goden heeft, zóó toenaderend tot hen, gelijk onze God ons nabij is. Non est alia natio tam grandis, quae habeat deos appropinjuantes sibi, sient Deus noster adest nobis (Deut. 4. 7). Aldus past de H. Kerk dezen tekst toe op het feest van het allerheiligste Sacrament.
Zie dan, hoe Jesus Christus op onze altaren woont, als opgesloten in zoovele gevangenissen van liefde. De
H. SACRAMENTSDAG.
priesters nemen hem uit den tabernakel om hem uit te stellen ter aanbidding of uit te reiken bij de heilige communie ; dan plaatsen zij hem daar weer en sluiten den tabernakel. Jesus is tevreden en blijft daar dag en nacht. Maar waartoe dient het, o mijn Verlosser, ook des nachts in zoovele kerken te blijven, nis toch het volk de deuren sluit en u alleen laat ? Het was genoeg, dat gij u daar alleen ophieldt bij dag! Neen, hij wil ook des nachts, zij het dan ook eenzaam, daar blijven, reikhalzend, dat wie hem des morgens zoekt, hem ook aanstonds vinde. De gewijde bruid ging haren beminde zoeken en vroeg wie zij te gemoet kwam : Heht gij, dien mijne zie! bemin!, gezien ? Nnni (jneni tiiligii nninia men vidistis (Cant. 3. 3)? En hem niet vindende riep zij luid : âMijn bruidegom, maak âmij bekend waar gij zijt?quot; Toon mij aan, luaar gij uiu voedsel neemt, waar gij rust op den middag: Indica rnihi ubi pascas, zd)i cubes in nieridie (Cant. 1. 6) ? Toen vond hem de bruid niet! Het allerheiligste Sacrament was
254 H. SACRAMENTSDAG.
nog niet ingesteld. Maar als nu eene ziel Jesus Christus wil vinden, is het genoeg naar de parochiekerk of een klooster te gaan, en zij zal vinden, den beminde, die haar afwacht. Geen dorpje, hoe armoedig ook, geen gemeente van kloosterlingen of men vindt er het H. Sacrament. Op al die plaatsen vergenoegt zich de koning des hemels om opgesloten te blijven in een tabernakel van hout of steen, dikwijls alleen, nauwelijks met éene brandende lamp, zonder iemand die hem dient. âMaar Heer,quot; zegt de H. Bernardus, âdat voegt âniet aan uwe Majesteit.quot; Wat doet het ter zake, vraagt Jesus, of het voegt aan mijne Majesteit ? Het voegt aan mijne liefde 1
Wat voldoening smaken niet de pelgrims, die het heilig huis van Loretto of plaatsen van het heilig land, zooals den stal van Bethlehem, den Calvarieberg en het heilig graf bezoeken, plaatsen waar Jesus Christus geboren werd, waar hij gewoond heeft, waar hij gestorven en begraven is ? Hoeveel grooter moet
H. SACRAMENTSDAG.
255
ons geluk zijn als wij ons in eene kerk bevinden, in de tegenwoordigheid van Jesus zei ven, die daar rust in het H. Sacrament? De eerwaarde pater Joannes Avila zeide, dat hij geen heiligdom kon vinden, wat hem meer godsvrucht en troost gaf dan een kerk, waar Jesus Christus rust in het H. Sacrament Pater Balthazar Alvarez weende daarentegen, als hij de paleizen der vorsten vol volk zag, en de kerk, waar Jesus Christus woont, verlaten èn ledig. O God, als de Zaligmaker zich in slechts één enkele kerk op aarde, bij voorbeeld alléén in St. Pieter te Rome, en daar voor slechts één enkelen dag in het jaar, geschonken had; o, hoe vele pelgrims, hoevele edelen en vorsten zouden alles aanwenden om het geluk te hebben daar op dien dag tegenwoordig te zijn, en hunne opwachting te maken bij den koning, uit den hemel lt; )p aarde teruggekeerd ! O wat heerlijk tabernakel van goud en edelgesteente zou hem bereid worden! Met hoeveel luister van licht zou het verblijf van Jesus
256 H. SACRAMENTSDAG.
op dien dag omgeven worden! Maar neen, zegt de Verlosser, niet slechts in één enkele kerk en voor één enkelen dag wil ik blijven; ik zoek ook niet zooveel rijkdommen en zooveel licht, ik wil voortdurend blijven alle dagen en op alle plaatsen, waar mijne geloovigen gevonden worden, opdat zij mij gemakkelijk en altijd, ieder uur als zij het verlangen, kunnen vinden!
II.
Als Jesus Chiistus daar niet aan gedacht had in de vindingrijkheid zijner liefde, wie had er ooit aan kunnen denken ? Als hem iemand bij zijn hemelvaart gezegd had: âHeer, âindien gij ons uwe liefde wilt too-ânen, blijf dan met ons op de altaren âonder de gedaante van brood, dan âkunnen wij u vinden als wij het âverlangen!quot; Zou men die vraag niet als een vermetelheid beschouwd hebben? Maar wat een mensch zelfs niet had kunnen denken, dat heeft onze Zaligmaker gedacht en gedaan. DqcIi, helaas, waar is onze dankbaar-
H. SACRAMENTSDAG. 257
heid voor zoo groote gunst? Indien een vorst uit verre landen ergens heenkwam, opzettelijk om het bezoek te ontvangen van een gewoon mensch, zou het geen ondankbaarheid van dien mensch zijn, hem niet, of slechts in het voorbijgaan, te willen zien?
O Jesus, mijn Verlosser, o liefde mijner ziel, hoeveel heeft het u gekost met ons te blijven in dit H. Sacrament! Om op onze altaren te kunnen verblijven, moest gij eerst sterven, en daarna zoo vele belee-disnnffen in dit Sacrament ondervin-
O O
den, om ons door uwe tegenwoordigheid bij te staan. En wij, die weten hoe aangenaam ons bezoek u is, omdat gij verlangt ons met gunsten te overladen, zoo dikwijls gij ons in uwe tegenwoordigheid ziet, wij, helaas, zijn zoo nalatig om u te komen bezoeken. Heer, vergeef mij, want ik behoorde tot die ondankbaren. Van nu af, mijn Jesus, wil ik u dikwijls bezoeken, en zoolang mogelijk in uwe tegenwoordigheid blijven, om u te danken, te beminnen en u genaden te vragen, want
17
758 H. SACRAMENTSDAG.
met dat doel wildet gij op aarde blijven, opgesloten in onze tabernakelen, onze gevangene van liefde! Ik bemin u, oneindige goedheid, ik bemin u, o God van liefde, ik bemin u, o hoogste Goed, boven alles beminnenswaardig! Geef, dat ik mijzel-ven en alles vergete, om alleen te denken aan uwe liefde; om het leven, dat mij nog overig blijft, geheel te besteden vervolgens uw welbehagen. Maak, dat ik voortaan geen genot kenne dan te verwijlen aan â uwe voeten. Ontvonk mij geheel door uwe heilige liefde! Maria, mijne moeder, verwerf mij eene groote liefde tot het allerheiligste Sacrament, en als gij mij nalatig ziet, herinner mij dan de belofte, welke ik thans doe om het iederen dag te gaan bezoeken.
NOVEEN VAN JESUS' H. HART.
EERSTE DAG. Beminnelijk Hart van Jesus.
Voorbereiding. In het allerheiligste Sacrament aanbidden wij Jesus Christus, die ons zichzelven geheel wilde schenken! Daar leeft, daar klopt zijn goddelijk Hart ter liefde van ons! Is er één hart zóó beminnelijk als liet Hart van Jesus? ..O geheim van liefde!quot; O i)iy ster in m charitatis (11. 412J.
1.
Hij, die zich in alles beminnelijk toont, trekt noodzakelijk aller liefde. O, als wij er ons op toelegden de schoone aanspraken van Jesus Christus op de liefde onzer harten te ken -
26o noveen: h. hart. v. jesus.
nen, dan waren wij allen in de gelukkige noodzakelijkheid hem lief te hebben. Is er onder alle harten één te vinden, zóó beminnelijk als dat van Jesus? Een Hart geheel zuiver, geheel heilig, geheel vervuld van liefde tot God en tot ons, zonder eenig ander verlangen dan de eer van God en ons heil ? Dat is het Hart, waarin God al zijn vermaak, al zijn welbehagen vindt. In dat Hart heerschen alle volmaakheden, alle deugden: een brandende liefde tot God zijn Vader, tegelijk met de grootst mogelijke nederigheid en eerbiedigheid ; de diepste schaamte over onze zonden, met welke hij zich bekleedde, vereenigd met het grootst vertrouwen van een teer beminnen-den Zoon; een overgroote afschrik van onze zonden, gepaard aan het levendigst medelijden met onze ellende; de vreeselijkste smarten, doch tevens ook de volmaakste onderwerping aan den goddelijker, wil. Zoo vinden wij in Jesus alles, wat beminnenswaardig is. Sommige menschen beminnen anderen om hunne schoon-
DONDERDAG. EERSTE DAG. 201
heid, anderen om hunne onschuld, hun aangenamen omgang of hunne godsvrucht; maar als iemand bestond, die alle goede eigenschappen in zich vereenigde, zou het mogelijk zijn hem niet te beminnen ? Gesteld eens wij zouden vernemen, dat ergens in een ver verwijderd land een vorst leefde, schoon, ootmoedig, vriendelijk, deugdzaam, vol liefde en zachtmoedig jegens allen, die zelfs het kwaad met goed vergold, dan zouden wij, ook als hij ons niet kende, ook als wij hem persoonlijk niet kenden en ook niets met hem te doen hadden, dan zouden wij ons toch tot hem getrokken en genoodzaakt voelen om hem te beminnen. Welnu, Jesus Christus bezit alle deugden op de volmaaktste wijze en bemint ons zoo teeder! Hoe is het dan mogelijk, dat hij door de menschen zoo weinig bemind wordt en niet het eenige voorwerp hunner liefde uitmaakt? O God, dat Jesus, die alleen beminnenswaardig is, die ons zooveel bewijzen zijner oneindige liefde gegeven heeft, dat hij alléén (als ik zou spieken mag)
202 noveen: h. hart v. jesus.
het geluk niet heeft zich door ons bemind te zien, als ware hij onze liefde geheel onwaardig! Ziedaar, wat eene Rosa van Lima, eene Ca-tharina van Genua, eene Theresia, eene Maria Magdalena de Pazzi van droefheid deed weenen. Bij de gedachte aan die ondankbaarheid der menschen riepen zij, onder een vloed van tranen, uit: âDe liefde wordt âniet bemind! De liefde wordt niet âbemind!quot;
II.
Mijn beminnelijke Verlosser, wat kon de eeuwige Vader mij gebieden te beminnen, zóó al mijne liefde waardig als gij ? Gij zijt de schoonheid des hemels, de liefde uws Vaders, uw Hart is de zetel aller deugden. O beminnelijk Hart van Jesus, gij verdient maar al te zeer de liefde aller harten; arm en ongelukkig het hart, dat u niet liefheeft! O God, zoo arm en ongelukkig was mijn hart gedurende den tijd, dat ik uniet beminde, maar zoo'n ongelukkig leven wil ik voortaan niet meer leiden. Ik be-
DONDERDAG, EERSTE DAG. 263
min u, mijn Jesus, en ik wil u altijd beminnen, O mijn Zaligmaker, vroeger heb ik u vergeten, en nu? Zal ik nog dralen? Zal ik het oogenblik afwachten, waarop ik u door mijne ondankbaarheid zal noodzaken, mij geheel te vergeten en mij te verlaten ? Neen, mijn beminde Zaligmaker, laat dat niet toe! Gij zijt het voorwerp van Gods liefde, en gij zoudt niet het voorwerp zijn der liefde van een armen zondaar, gelijk ik ben, van een zondaar, dien gij met zoo groote weldaden overladen en zoo innig bemind hebt? O schoone vlammen van liefde, die in het minnend Hart van mijn Jesus brandt, ontsteekt ook in mijn arm hart het heilig en goddelijk vuur, dat Jesus uit den hemel op aarde kwam ontsteken. Verbrandt en vernietigt alle onreine neigingen, die in mijn hart wonen en die mij beletten u geheel toe te behooren. Geef, mijn God, dat ik alleen leve om u, mijn Zaligmaker, u alleen te beminnen. Was er ooit een tijd, waarop ik u verachtte, van nu af zult gij het eenig voor-
264 noveen: h. hart v. jesus.
werp mijner liefde zijn. Ik bemin u, ik bemin u, ik bemin u! Ik wil niets anders beminnen dan u alleen. O mijn lie ve Jesus, versmaad niet de liefde van een hart, dat u eertijds bedroefd heeft. Het zij u eene eer den engelen een hart te toonen, dat u eertijds vluchtte en beleedigde, en nu brandt van liefde tot u. Allerheiligste maagd Maria, mijne hoop, sta' mij bij; bid Jesus, dat hij mij door zijne genade zoo verandere, gelijk hij verlangt, dat ik zijn zal!
vrijdag. tweede dag.
Liefderijk Hurt van Jesus.
Voorbereiding. In het aanbiddelijk geheim brandt Jesus' H. Hart van liefde tot ons. Xooit /uilen wij die liefde begrijpen, zij is oneindig ! Zij bracht er onzen Verlosser toe de spijs te worden onzer zielen (IE. 413.)
I.
O konden wij begrijpen hoe het
VRIJDAG. TWEEDE DAG. 265
hart van Jesus brandt van liefde tot ons! Hij heeft ons zóó bemind, dat, als alle menschen, alle engelen en alle heiligen ons wilden beminnen uit al hunne krachten, zij allen te zamen niet het duizendste deel zouden bereiken van de liefde, die Jesus ons toedraagt! Hij bemint ons oneindig meer dan wij onszei ven beminnen. Hij heeft ons bovenmate liefgehad: Dicehant excessum ejus juam comple-lurus erat in Jerusalem (Luc. 9. 31). Is er wel grooter overmaat van liefde, dan in een God, die sterft voor zijne schepselen ? Hij heeft ons tot het uiterste bemind: Cum dilexisset suos... in Jinon dilexit cos (Joann. 13. 1). Nadat God ons door de geheele eeuwigheid bemind had: Jn cantate pepctua dilexi te, zoodat daarin geen oogen-blik was, waarop hij niet aan ons dacht en niet een ieder van ons beminde, werd hij nog mensch ter liefde van ons en heeft hij een smartvol leven en den dood des kruises verkozen ! Hij heeft ons derhalve meer bemind dan zijne eer, dan zijne rust, dan zijn eigen leven ; want dit alles
266 noveen: h. hart v. jesus.
heeft hij opgeofferd om ons zijne liefde te toonen. Is dat geen overmaat van liefde, die de engelen en den hemel gedurende de eeuwigheid met verwondering zal vervullen ? Zijne liefde bewoog hem nog met ons te blijven in het heilig Sacrament. Daar vinden wij hem onder de gedaante van brood, in een ciborie opgesloten, waar hij zijne goddelijke majesteit geheel schijnt te vernietigen, zonder zich te bewegen, zonder eenig gebruik der zinnen, zoodat hij daar niets anders schijnt te doen dan âd e m e n-âschen beminnen.quot; De liefde doet verlangen naar het blijvend bijzijn van den beminde: die liefde en dat verlangen waren oorzaak, dat Jesus bij ons wilde wonen in het heilig Sacrament. Drie en dertig jaren met de menschen op aarde te leven scheen niet voldoende aan onzen liefdevollen Verlosser, en daarom meende hij het grootste aller wonderen, door de instelling van het allerheiligste Sacrament, te moeten verrichten, om zoo te voldoen aan zijn verlangen van altijd met ons te blij-
VRIJDAG. TWEEDE DAG.
267
ven. Maar het werk der verlossing was reeds volbracht, de menschen waren met God verzoend, waartoe diende het verblijf van Jesus op aarde in dit Sacrament? O, hij blijft daar om niet van ons gescheiden te zijn, omdat hij, gelijk hij zelf zegt, zijne vreugde bij de menschen vindt. Diezelfde liefde bewoog hem dan ook de spijs onzer zielen te worden, om zich met ons te vereenigen en ons-hart met het zijne als één te maken: Wie mijn -'Icesch eet... hlijf! in mij en ik in hem: Qui manducal meam car-nem..., in me ninnei c! ego in illo (Joann. 6. 57). O wonder! O overmaat der goddelijke liefde! Een dienaar Gods was gewoon te zeggen: Als iets mijn geloof in het geheim der H. Eucharistie zou doen wankelen, zou het niet devraagzijn; Hoe het brood vleesch wordt? Noch: Hoe Jesus op meerdere plaatsen tegenwoordig Is? Noch : Hoe hij zich in zoo kleine ruimte bevindt ? Op dat alles zou ik zeggen: God is almachtig! Maar vraagt men mij: Hoe het mogelijk is, dat God den mensch tot
268 noveen; h. hart v. jesus.
zoover bemint, dat hij zelfs diens spijs wilde worden? Dan blijft mij slechts te antwoorden over: 't Is een waarheid van ons H. Geloof, die ver boven mijn verstand is : J e s u s' 1 i e f d e is onbegrijpelijk!
II.
O aanbiddelijk Hart van mijn Jesus! Hart brandend van liefde voor de menschen! Hart, alleen geschapen om cfè menschen te beminnen! Hoe is hel toch mogelijk, dat de menschen u zoo weinig wederliefde toonen en u verachten ? Ach, mij ellendige, ook ik was een dier ondankbaren, die u niet wist te beminnen. Vergeef mij, mijn Jesus, die groote zonde, dat ik u niet bemind heb, die zoo beminnenswaardig zijt. Gij hebt mij zóó liefgehad, dat gij niets meerkondtdoen om mij tot wederliefde te verplichten. Ik erken het: wijl ik zoolang uwe liefde veracht heb, zou ik verdienen veroordeeld te worden oir u niet meer te kunnen beminnen! Maar neen, mijn geliefde Zaligmaker, geef
VRIJDAG. TWEEDE DAG. 269
mij iedere straf, slechts deze niet! Geef mij de genade u te beminnen, en dan straf mij gelijk het u behaagt. Maar hoe kan ik zulke straf nog vreezen ? Ik gevoel, dat gij voortgaat mij het zoet geb( gt;d op te leggen om u te beminnen, u, mijn Heer en mijn God ! Gij zult den Heer uwen God beminnen uit gchee! uw hart: Diliges Dominum' Deum tunm e.v toto corde tuo. Gijzelf mijn God, verlangt door mij bemind te worden! Zie, ik wil u beminnen, ik wil niets anders beminnen dan u alléén, die mij zoozeer hebt liefgehad ! O liefde van mijn Jesus, wees gij mijne liefde! O van liefde brandend Hart van mijn Jesus, ontvlam ook mijn hart. Laat niet toe, dat ik in het vervolg nog het ongeluk hebbe, ook slechts één oogenblik, te leven zonder u te beminnen. Laat mij sterven, vernietig mij liever, dan dat de wereld getuige zij van een zoo schromelijke ondankbaarheid, dat ik, dien gij zoozeer bemind, dien gij zoo groote genade verleend en zooveel weldaden bewezen hebt, opnieuw uwe liefde zou verachten. Neen, mijn Jesus,
270 noveen; h. hart v. jesus.
laat dat niet toe. Ik hoop, door het bloed, dat gij voor mij vergoten hebt, u altijd te beminnen en altijd door u bemind te worden; ik hoop, dat mijne liefde en de uwe niet mogen ophouden in eeuwigheid! O Maria, mijne moeder der schoone liefde, die zoo verlangt, dat uw Jesus bemind worde, hecht mij, bind mij aan uwen Zoon, vereenig mij zoo nauw met hem, dat ik nooit meer van hem gescheiden worde!
zaterdag. derde dag.
Hail van Jesus, verzuchtend naar liefde.
Voorbereiding. Jesus schijnt ons uit den tabernakel toe te roepen: Mijn kind, geef mij nzv hart! Praebe, Jili mi, cor ititim mihi. Zijn Hart verlangt vurig door ons bemind te worden. Hij vraagt, hij gebiedt, hij dreigt! . .. Schenken wij ons hart geheel en onverdeeld aan Jesus (II. 415).
1.
Jesus heeft ons niet van noode!
ZATERDAG. DERDE DAG.
271
Hij blijft, met of zonder onze liefde, even gelukkig, even rijk en almachtig; âen toch,quot; zegt de H. Thomas, âdaar Jesus Christus ons bemint, ver-âlangt hij zoozeer, dat wij ook hem âbeminnen, alsof de mensch zijn God âwas, en alsof zijn geluk afhing van âdat van den mensch!quot; Dit bewonderde de H. man Job zoozeer, dat hij uitriep; IVa/ is de mensch, dat gij hem zóó verheft, cn hoe kunt gij uw hart aan hem hcchten ? Quid est homo, (juia magnificas eum ? A ut quid np-ponis erga eum cor tuum (Job. 7. I7).J Hoe? Een God verlangt en zoekt vurig de liefde van een aardworm ? Het zou reeds een groote genade zijn, als God ons toegestaan had hem te beminnen. Als een onderdaan tot zijn koning zeggen zou: âHeer, ik bemin u,quot; zou men hem voor een onbeschaamde aanzien. Maar wat zou men zeggen, als een koning tot zijn onderdaan zeide : âIk wil, dat gij mij bemint?quot; De koningen der aarde vernederen zich zoo niet; maar Jesus, de koning des hemels, bidt ons vurig hem te beminnen; Gij zult den lieer, uwen
272 noveen; h. hart v. jesus.
God, beminnen uit geheel mv hart : Dili ges Dominum Deiim tuum ex toto corde tl to. Hij vraagt met aandrang om ons hart: Mijn zoon, geef mij uw hart: Praebe, fili mi, cor tuum mihi (Prov. 23. 29). Ziet hij zich soms door eene ziel uit het hart verdreven, hij verlaat ze toch niet, maar blijft voor de deur van dat hart staan, en roept en klopt om ingelaten te worden. Ik sta aan de deur en klop: Sto ad ostium et pulso (Apoc. 5. 20). Hij smeekt haar de deur te openen en noemt haar zijne zuster en zijne bruid: Aperi mihi, soror inca, sponsa (Cant. 5. 2). Met één woord hij vindt zijne vreugde in de liefde, welke wij hem toedragen, en het troost hem als eene ziel hem dikwijls zegt en herhaalt: âMijn God, âmijn God, ik bemin u!quot; Dat alles is het uitwerksel van zijne groote liefde jegens ons. Hij, die bemint, wenscht noodzakelijkerwijze bemind te worden. Het hart verlangt het hart, liefde zoekt liefde. âWaarom âbemint God,quot; vraagt de H. Bernar-dus, âtenzij om bemind te worden?quot; Ad quid diligit Deus, nisi ut ametnr?
ZATERDAG. DERDE DAG. 273
En reeds vroeger zei de God-zelf: IVa/ verlangt de Heer mv God van u, dan dat gij hem vreest en //em bemint ? Quid Domintis Dens t/ms petit a te, nisi ut timeas et diligas cum (Deut. 30. 12)? Daarom doet hij ons weten, dat hij de herder is, die om de wedervinding van het verloren schaap allen tot zich roept; Verheugt u met mij, zvant ik heb mijn schaap wedergevonden, dat ver-toren luas? Co ngratulam in i mi hi qma inveni ovem meam quae perierat (Luc. 15. 6). Daarom zegt hij de huisvader te zijn, die den verloren zoon, als hij terugkeert aan zijne voeten, niet alleen vergeeft, maar hem met liefde omhelst. Ook zegt hij ons, dat wie hem niet bemint, tot den dood veroordeeld blijft: Qui non diligit, man et in morte (1 Joann. 3. 14), terwijl hij integendeel woont en heerscht in hem, die bemint. Hij, die in de liefde blijft, blijft in God en God in hem: Qui ma net in charitate, in Deo manet, et feus in eo (1 Joann. 4. 16). Zullen zóó vele beden, zóó vurige verlangens, zóó schrikkelijke bedreigingen, zóó schoone beloften ons niet bewegen een God lief te
18
274 noveen: h. hart v. jesus.
hebben, die zoo vurig verlangt door ons bemind te worden?
II.
Mijn geliefde Verlosser, ik zeg u met den H. Augustinus: Gij beveelt mij u te beminnen en gij dreigt mij met de hel indien ik u niet bemin. Maar kan er schrikkelijker hel zijn, kan mij grooter ongeluk overkomen, dan beroofd te zijn van uwe liefde? Wilt gij mij vrees aanjagen, dreig mij dan, dat ik voortaan zal moeten leven zonder u te beminnen; die bedreiging alleen zal mij meer doen vreezen dan duizend hellen. Konden de verdoemden te midden van het vuur der hel branden door het vuur uwer liefde, o mijn God, de hel zou hun een hemel worden! Konden daarentegen de gelukzaligen in den hemel u niet beminnen, de hemel zelfs zou hun eene hel zijn!
O mijn beminnelijke Jesus, ik erken het; om mijne zonden heb ik verdiend van uwe genade beroofd en veroordeeld te worden om u niet meer te
ZATERDAG. DERDE HAG.
275
kunnen beminnen; maar ik weet, dat gij mij nog gebiedt u te beminnen en ik gevoel in mij een groot verlangen om u lief te hebben. Dat verlangen is een uitwerksel uwer genade; gij hebt het mij gegeven, verleen mij dan ook de kracht het ten uitvoer te brengen ; maak, dat ik van nu af rechtzinnig en uit geheel mijn hart kan zeggen en dikwijls herhalen: Mijn God, ik bemin u, ik bemin u, ik bemin u! Gij verlangt mijne liefde en ik, ik verlang de uwe. Vergeef mij dan, o mijn jesus, de beleedigingen, die ik u voorheen heb aangedaan; beminnen wij altijd elkander, ik wil u nooit meer verlaten, verlaat ook gij mij niet. Gij zult mij altijd beminnen. O mijn beminde Zaligmaker, uwe verdiensten zijn mijne hoop. Maak, dat ik u altijd beminne; maak, dat een zondaar, die u zoo dikwijls beleedigd heeft, van liefde tot u ontvlamd worde. Onbevlekte maagd Maria, help mij, bid Jesus voor mij.
276 noveen; h. hart v. jesus.
zondag. vierde dag.
Evangelie : De gasten verontschuldigen zich, Luc. XIV. 16 â 24.
Smartvol Hart van Jcsus.
Voorbereiding. Hoe droevig- is het te vernemen, dat de genoodij^den tot het gastmaal zich verontschuldigen! De ondankbaarheid der menschen veroorzaakt moer droefheid aan Jesus' Hart dan al de pijn, welke hij moest verduren. Hebben wij medelijden met Jesus, die ook in dit Sacrament niet slechts weinig bemind, maar ook veel beleedigd wordt. Trachten wij de oneer hem aangedaan eenigermate te vergoeden en besluiten wij hem dikwijls in het heilig Sacrament te bezoeken, (ii. 416).
1.
Het is niet mogelijk de smarten te overwegen, welke Jesus op aarde ter liefde van ons in zijn Hart geleden heeft zonder medelijden te gevoelen. Hijzelf toont ons zijn Hart, met zoo groote droefheid vervuld, dat ze
VIERDE DAG.
ZONDAG.
alleen genoeg was om hem het leven te ontnemen en van droefheid te doen sterven, als niet de kracht zijner godheid zijn dood door een wonder belet had. Mijne ziel is bedroefd tot den dood: Tristis est anima mea iisijue ad mortem (Marc. 14. 34). De grootste smart van Jesus' Hart was niet veroorzaakt door de pijnen en de-vernederingen, welke de menschen hem bereidden, maar door het zien hunner ondankbaarheid voor zijne oneindige liefde ! jesns voorzag duidelijk al de zonden, welke wij, ook na zooveel lijden, na zoo bitteren en schandelijken dood, nog zouden begaan. Hij voorzag in het bijzonder de gruwelijke beleedigingen, welke de menschen zijn aanbiddelijk Hart zouden aandoen, dat hij ons in het allerheiligste Sacrament, tot teeken zijner liefde zou achterlaten. O God, welke beleedigingen heeft Jesus Christus in dit Sacrament van liefde ondervonden van de zijde der menschen! Zij hebben hem met voeten vertreden, zij hebben hem neergeworpen op den mestvaalt, zij hebben hem zelfs mis-
278 noveen: h. hart v, jesus.
bruikt om den duivel te behagen ! En zie ! De zekere voorkennis van al die mishandelingen kon hem niet weerhouden, ons dit onderpand zijner liefde te schenken! Jesus haat de zonde met onuitsprekelijken haat, doch zijne liefde tot ons schijnt grooter dan zijn haat tegen de zonde; wijl hij liever zooveel heiligschennis wilde dulden dan de zielen, die hem beminnen, van dat goddelijk voedsel berooven. Moet dat alles ons niet bewegen een hart te minnen, dat ons zoozeer heeft liefgehad ? Of heeft misschien Jesus Christus nog niet genoeg gedaan om onze liefde te verdienen ? Zullen wij, ondankbaren, onzen Jesus nog alleen laten op het altaar, gelijk de meeste menschen doen ? Zullen wij ons niet liever met de weinige godvruchtige zielen vereenigen, die hem kennen, en die veel meer van liefdevlammen verteerd worden dan de waskaarsen, die het Allerheiligste omgeven ? Het Hart van Jesus brandt daar ter liefde van ons, en wij, wij zouden in zijne tegenwoordigheid niet branden van liefde tot hem ?
ZONDAG. VIERDE DAG. 279
II.
O mijn aanbiddenswaardige en dierbare Jesus, zie hier aan uwe voeten een armen zondaar, die uw allerbeminnelijkst Hart zoozeer bedroefde. O mijn God, hoe kon ik toch een Hart bedroeven, dat mij zoo vurig bemint en niets gespaard heeft om mij tot wederliefde te bewegen. Doch wees getroost, o mijn Zaligmaker, als ik zoo tot u mag spreken; zie mijn arm hart, door uwe genade tot wederliefde ontstoken, gevoelt nu zoo groote droefheid over de beleedigingen u aangedaan, dat het verlangt van droefheid te kunnen sterven. Ach mijn Jesus, kon mijne droefheid over de zonden de smart evenaren, welke gij daarvoor geleden hebt! Eeuwige Vader, ik offer u op de droefheid en den afschuw, die uw Zoon gevoelde voor mijne zonden ; ik bid u door zijne verdiensten, mij zoo groot leedwezen over mijne zonden in te boezemen, dat ik mijn leven doorbrenire in berouw en tra-
28o noveen: h. hart v. jesus.
nen, bij de gedachte: âEr was een âtijd, dat ik uwe vriendschap versmaadde !quot; En gij, mijn Jesus, geef mij van nu af zoo grooten afschrik voor de zonde, dat ik zelfs de kleinste zonde vertoeie, omdat zij u mishaagt, die zeker niet verdient belee-digd te worden, noch door groote, noch door kleine zonden, maar die oneindige liefde waardig zijt. Mijn geliefde Zaligmaker, ik verzaak aan al wat u mishaagt, en ik wil in het vervolg niets beminnen dan u en wat u welgevallig is. Sta mij bij, geef mij kracht! Geef mij, o mijn Jesus, de genade van u altijd aan te roepen en altijd te herhalen; âMijn Jesus, âgeef mij uwe liefde, geef mij uwe âliefde !quot; En gij, o allerheiligste maagd Maria, verkrijg mij de genade altijd te bidden en te vragen : âMijne moe-âder, maak, dat ik Jesus beminne !quot;
MAANDAG. VIJFDE DAG. 281
MAANDAG. VIJFDE DAG. Medelijdend Hart van Je sus.
Voorbereiding. Geen hart is zoo medelijdend als het H.'Hart van Jesus! Het lijdt met onze ellende en wenscht niets zoo vurig als ons te helpen. Hoe troostend met die gedachte vóór het H. Sacrament te verwijlen, waar Jesus verblijf houdt. Verhezen wij dus nooit den moed ! Wat lijden ons ook kwelf, wij hebben in het aanbiddelijk geheim een Hart, waarin wij onze droefheid kunnen uitstorten om er troost en hulp te vinden (II. 417).
I.
Waar zouden wij ooit een hart vinden, zoo meedoogend, zoo liefdevol als het hart van Jesus ? Waar een hart, dat zooveel medelijden heeft met onze ellende ? Dat medelijden bewoog hem van den hemel op aarde neder te dalen ; dat medelijden deed hem zeggen, dat hij de goede herder is, gekomen om zijn leven voor het heil zijner schapen ten beste te geven. Om voor ons zondaars vergiffenis te verwerven, spaarde hij zich-zelven niet; hij wilde geslachtofferd worden aan het kruis om door zijn
282 NOVEEN: H. HART V. JESUS.
lijden te voldoen voor de straf, welke wij verdiend hadden. Dat medelijden, die barmhartigheid doet hem ook nu tot ons roepen: Waarom ivilt gij s/en'cn, huis van Israël?... Keert u tol mij en leeft: Quare moriemim, domus Israël... Revertimini et vivite (Ezech. 18. 31)! Menschen, roept hij ons toe, mijne arme kinderen, waarom vlucht gij mij om ecuwig verloren te gaan ? Ziet gij dan niet, dat gij u, van mij verwijderd, in het eeuwig verderf stort ? Ik wil u niet verloren zien, verliest den moed niet; .zoodra gij tot mij terug wilt keeren, komt en gij zult leven! Revertimini et vivite! Dat medelijden doet hem nog zeggen, dat hij die liefdevolle Vader is, die, door zijn zoon veracht, hem evenwel niet verstoot, maar zelfs teederlijk omhelst en de ontvangen heleedigingen vergeel als hij berouwvol wederkeert. Omnium iniquitatum ejus non recordabor (Ezech. 18. 21). Zoo handelen de menschen niet. Als zij ook vergeven, zij vergeten toch de heleedigingen niet, welke men hun heeft aangedaan; zij gevoelen zich steeds tot wraak geneigd ; wreken
MAANDAG. VIJFDE DAG.
zij zich wellicht niet uit vrees voor God, het veroorzaakt hun altijdgrooten tegenzin om met personen, die hen beleedigd hebben, te moeten omgaan! Maar gij, o mijn Jesus, gij vergeeft den rouwmoedigen zondaars; ja gij schenkt hun uzelven hier op aarde in de heilige communie, en maakt hen in den hemel deelachtig aan uwe heerlijkheid, zonder den minsten afkeer te gevoelen, om met zielen, die u zoo beleedigd hebben, in de altijddurende eeuwigheid vereend te blijven. Waar, o mijn dierbare Zaligmaker, waar zou men een hart vinden zoo beminnelijk en zoo medelijdend als het uwe ?
II.
Medelijdend Hart van mijn Jesus, heb medelijden met mij! Jesu dulcis-sirne, miserere mei! Ik zeg het nu, geef mij de genade het u a 11 ij d toe te roepen; âZoetste Jesus, ontferm âu mijner!quot; Jesn dtdcissime, miserere mei! Toen ik u nog niet beleedigd had, verdiende ik toch niet ééne van
283
28o noveen: h. hart v. jesus.
nen, bij de gedachte: âEr was een âtijd, dat ik uwe vriendschap ver-âsmaadde !quot; En gij, mijn Jesus, geef mij van nu af zoo grooten afschrik voor de zonde, dat ik zelfs de kleinste zonde verloeie, omdat zij u mishaagt, die zeker niet verdient belee-digd te worden, noch door groote, noch door kleine zonden, maar die oneindige liefde waardig zijt. Mijn geliefde Zaligmaker, ik verzaak aan al wat u mishaagt, en ik wil in het vervolg niets beminnen dan u en wat u welgevallig is. Sta mij bij, geef mij kracht! Geef mij, o mijn Jesus, de genade van u altijd aan te roepen en altijd te herhalen : âMijn jesus, âgeef mij uwe liefde, geef mij uwe âliefde !quot; En gij, o allerheiligste maagd Maria, verkrijg mij de genade altijd te bidden en te vragen : âMijne moe-âder, maak, dat ik Jesus beminne !quot;
MAANDAG. VIJFDE DAG. 281
MAANDAG. VIJFDE DAG. Medelijdend Hart van Je sus.
V o o r b e r e : d i n g. Geen hart is zoo medelijdend als het H.'Hart van Jesus ! Het lijdt met onze ellende en wenscht niets zoo vurig als ons te helpen. Hoe troostend met die gedachte vóór het H. Sacrament te verwijlen, waar Jesus verblijf houdt. Verhezen wij dus nooit don moed ! Wat lijden ons ook kwelt, wij hebben in het aanbiddelijk geheim een Hart, waarin wij onze droefheid kunnen uitstorten om er troost en hulp te vinden (II. 417).
I.
Waar zouden wij ooit een hart vinden, zoo meedoogend, zoo liefdevol als het hart van Jesus ? Waar een hart, dat zooveel medelijden heeft met onze ellende ? Dat medelijden bewoog hem van den hemel op aarde neder te dalen ; dat medelijden deed hem zeggen, dat hij de goede herder â is, gekomen om zijn leven voor het heil zijner schapen ten beste te geven. Om voor ons zondaars vergiffenis te verwerven, spaarde hij zich-zelven niet; hij wilde geslachtofferd worden aan het kruis om door zijn
282 noveen: h. hart v. jesus.
lijden te voldoen voor de straf, welke wij verdiend hadden. Dat medelijden, die barmhartigheid doet hem ook nu tot ons roepen ; Waarom wilt gij s/enlt;cii, huis van Israël?... Keert 11 tot mij en leeft: Quare moriemini, domus Israël... Revertimini et invite (Ezech. 18. 31)! Menschen, roept hij ons toe, mijne arme kinderen, waarom vlucht gij mij orn eeuwig verloren te gaan ? Ziet gij dan niet, dat gij u, van mij verwijderd, in het eeuwig verderf stort ? Ik wil u niet verloren zien, verliest den moed niet ; .zoodra gij tot mij terug wilt keeren, komt en gij zult leven! Revertimini et vivitc! Dat medelijden doet hem nog zeggen, dat hij die liefdevolle Vader is, die, door zijn zoon veracht, hem evenwel niet verstoot, maar zelfs teederlijk omhelst en tic ontvangen beleedigingen vergeet als hij berouwvol wederkeert. Omnium iniquitatum ejus non recordabor (Ezech. 18. 21). Zoo handelen de menschen niet. Als zij ook vergeven, zij vergeten toch de beieedigingen niet, welke men hun heeft aangedaan; zij gevoelen zich steeds tot wraak geneigd; wreken
MAANDAG. VIJFDE DAG.
zij zich wellicht niet uit vrees voor God, het veroorzaakt hun altijd grooten tegenzin om met personen, die hen beleedigd hebben, te moeten omgaan ! Maar gij, o mijn Jesus, gij vergeeft den rouwmoedigen zondaars; ja gij schenkt hun uzelven hier op aarde in de heilige communie, en maakt hen in den hemel deelachtig aan uwe heerlijkheid, zonder den minsten afkeer te gevoelen, om met zielen, die u zoo beleedigd hebben, in de altijddurende eeuwigheid vereend te blijven. Waar, o mijn dierbare Zaligmaker, waar zou men een hart vinden zoo beminnelijk en zoo medelijdend als het uwe ?
II.
Medelijdend Hart van mijn Jesus, heb medelijden met mij! fcsti dulcis-si?nc, miserere mei! Ik zeg het nu, geef mij de genade het u altijd toe te roepen: âZoetste Jesus, ontferm âu mijner!quot; Jesn dulcissime, miserere mei I Toen ik u nog niet beleedigd had, verdiende ik toch niet ééne van
283
284 noveen: h. hart v. jesus.
al de groote genaden, welke gij mij verleend hebt. Gij hebt mij geschapen en zooveel licht geschonken: alles zonder mijne verdiensten. Maar nadat ik u heb beleedigd, verdien ik niet alleen geen gunsten meer: ik zou, helaas, verdienen voor eeuwig van u verwijderd te worden in de hel. Uwe barmhartigheid heeft u bewogen mij af te wachten, mij het leven te bewaren terwijl ik in uwe ongenade leefde. Uwe barmhartigheid heeft mij verlicht en vergiffenis aangeboden, zij heeft mij droefheid over mijne zonden ingeboezemd met het verlangen om u te beminnen. Zoo hoop ik nu door uwe barmhartigheid in uwe genade te zijn. O mijn Jesus, houd niet op barmhartig te zijn jegens mij. De genade, welke ik u vraag, is het noodige licht en de kracht om nooit meer ondankbaar te worden. O mijne liefde ik mag er geen aanspraak op maken u te vragen, dat gij mij opnieuw zoudt vergeven als ik u weer clen rug zou terugkeéren! Dat zou eene vermetelheid zijn, welke u zou beletten mij nog verder barmhartigheid te
DINSDAG. ZESDE DAG.
285
bewijzen. Hoe zou ik uwe barmhartigheid durven verhopen, als ik, ondankbare, uwe vriendschap opnieuw zou willen verachten en mij van u verwijderen? Neen, mijn Jesus, ik bemin u, ik wil u altijd beminnen. De genade, welke ik u vraag en hoop te verkrijgen is deze: âLaat niet toe, âdat ik nog ooit van u gescheiden âworde !quot; Nepermittas me separari a te ! Ik bid ook u, mijne moeder Maria, duld niet, dat ik mij nog ooit van mijn God venvijdere !
DINSDAG. ZESDE DAG.
Milddadig Hart van Jesus.
Voorbereiding. Pater Balthasar Alvarez zag Jesus in het H. Sacrament, de handen vol genaden om die uit te deelen aan allen, die hem kwamen bezoeken. Inderdaad, daarom stelde Jesus dit geheim in, om aan het vurig-verlangen van zijn mild Hart te voldoen en om ons zijne gunsten te verleenen. Welke reden van vertrouwen! Jesus verlangt te geven; hij wacht slechts, dat wij vragen (11. 418).
286 noveen: h. hart v. jesus.
I.
Menschen met een goed hart willen allen gelukkig maken, vooral noodlijdenden en bedroefden. Doch waar iemand vinden met zoo goed hart als Jesus Christus ? Oneindig goed koestert hij het vurigst verlangen ons zijne rijkdommen mede te deelcn. Mecmn sun/
divitiae,..... ut ditem diligentes mc (Prov.
8. 18. 21). Jesus is arm geworden, zegt de Apostel, 0)n ons tijk te maken door zijne armoede. Propter vos egenus factus est, cum esset dives, ut illius inopia vos divites essetis (2 Cor. 8. 9). Daarom wilde hij in het allerheiligste Sacrament bij ons blijven, waar hij altijd verblijft, de handen vol genaden, zooals hij zich vertoonde aan Pater Balthasar Alvarez, om die uit te deelen aan wie hem bezoeken. Daarom gaf hij ons ook zichzelven geheel in de heilige communie, 0111 ons te beteeke-nen, dat hij, die zichzelven geheel heeft geschonken, ons zeker zijne weldaden niet zal weigeten. Quomodo non etiam cum Ulo omnia nobis donavit (Rom. 8. 22)? Zoo vinden w:j in het
DINSDAG. ZESDE DAG. 28/
Hart van Tesus alle goederen, alle genaden, welke wij kunnen verlangen. In alles zijl gij door hem rijk geworden,... zoodat he! u aan geene genade ontbreekt : In omnibns divites facti estis in Ulo,... ita ut nihil Tobis desit in nil a giatia (i Cor. I. 5). Bemerken wij het wel; alle genaden, welke wij ontvingen, hebben wij te danken aan het Hart van Jesus: de verlossing, de roeping tot het waar geloof, de verlichtingen, de vergiffenis onzer zonden, de hulp om weerstand te bieden aan de bekoringen, het geduld in tegenspoed ; want zonder zijne hnlp vermogen ivij niets. Sine me, nihilpotestis facere (Joann. 15.3). Hebt gij tot hiertoe niet meer genaden ontvangen, beklaag u dan niet over mij, zegt de Heer, maar over uzelven: Tot nu toe hebt gij om niets gebeden;... vraagt en gij zult verkrijgen. Usque tnodo non petistis juidquam...; petite et accipietis (Joann. 16. 24). O hoe tijk en milddadig toont zich Jesus' Hart jegens allen, die hunne toevlucht tot hem neme?i. Dives in om nes qui invocant ilium (Rom 10. 12). O hoe groot zijn de barmhar-
288 noveen: h. hart y. jesus.
tigheden, verkregen door hen, die gewoon zijn hulp te vragen bij Jesus Christus! Want gij, o Heer, riep David uit, gij zijt goed en genadig, en van grootc goedertierenheid voa allen die 71 aanroepen ! Qnoniam tu Domine snavis et mil is: et mnltae misericordiae om-iiib?is invoeantibus te (Ps. 85. 5) ! Gaan wij dus altijd tot dat goddelijk Hart, vragen wij met vertrouwen, en wij zullen alles verwerven.
II.
O mijn Jesus, gij hebt niet geweigerd uw bloed en uw leven voor mij te geven, zou ik weigeren u mijn ellendig hart te schenken? Neen, mijn geliefde verlosser, ik schenk u geheel mijn hart! Ik geef u mijn wil, neem dien aan en doe met mij, wat gij wilt! Ik heb niets, ik kan niets; maar toch, dit hart hebt gij mij geschonken, en niemand kan het mij ontnemen! Men kan mij mijn vermogen, mijn bloed, mijn leven ontnemen, maar niet mijn hart . Met dit hart kan ik, met dit hart wil ik u
DINSDAG. ZESDE DAG. 289
beminnen. Leer mij, o mijn God, de volmaakte verloochening van mijzel-ven; zeg mij, wat ik doen moet om u met zuivere liefde te beminnen, waartoe uwe goedheid mij zoo groot verlangen heeft ingeboezemd. Ik heb wel het vaste voornemen om u te behagen; doch om het ten uitvoer te brengen, hoop en bid ik om uwe hulp. Gij alléén, o liefderijk Hart van Jesus, gij kunt mijn arm hart, vroeger zoo ondankbaar jegens u en door eigen schuld van uwe genade beroofd, geheel tot u trekken. Maak mijn hart brandend van liefde tot u gelijk uw Hart brandt van liefde tot mij. Vereenig mijn wil geheel met den uwe, opdat ik niets meer wil dan wat gij wilt, zoodat van nu af uw heilige Wil het richtsnoer zij van al mijne handelingen, gedachten en verlangens. Ik hoop, o mijn Zaligmaker, dat gij mij de genade niet zult weigeren om dit voornemen, voor uwe voeten gemaakt, ten uitvoer te brengen: I k wil alles aannemen, wat gij wilt beschikken over mij en over al het mijne, zoowel in
'9
290 NOVEEN: H. HART V. JESUS.
het leven als in den dood. Gelukkiggij, o allerheiligste en onbevlekte maagd Maria, wier hart altijd en in alles gelijkvormig was aan het Hart van Jesus. Mijne lieve moeder, verkrijg mij de genade, dat ik in het vervolg niets wille, niets verlange, dan wat Jesus en gij verlangt!
WOENSDAG. ZEVENDE DAG. Dankbaar Hart van Jesus.
Voorbereid i n g. Liefde vraagt wederliefde. Wij moeten dus Jesus beminnen, ivijl hij ons eerst heeft liefgehad. Zoo dankbaar is echter het goddelijk hart van Jesus, dat hij iedere daad, ook de geringste, ter liefde van hem verricht, nog bovendien beloont. Het honderdvoud hier op aarde en het leven hiernamaals (11, 419).
1.
Het Hart van Jesus is zoo dankbaar, dat hij het geringste werk, uit liefde tot hem tred aan, een enkel
WOENSDAG. ZEVENDE DAG. 29!
â woord tot i;ijne eer gesproken, eene gedachte gevormd om hem te behagen, niet onbeloond kan laten. Hij is zoo dankbaar, dut \\\] n/lcs ho?i(/erd-voudhcloonl: Cenlnplumaccipiet(Matth. IQ. 20). Menschen, die dankbaar zijn en een bewezen weldaad willen vergelden, doen zulks éénmaal; dan hebben zij, gelijk men zegt, aan hun verplichting voldaan; zij denken er niet meer aan 1 Jesus Christus handelt zoo niet met ons; elke goede daad, verricht om hem te behagen, beloont hij niet alleen honderdvoud in dit leven, maar in liet andere oneindige malen, en ieder oogenblik gedurende geheel de eeuwigheid ! Wie zal dan niet alles doen om het dankbaar Hart van Jesus te bevredigen? Maar, o God, welke zorg dragen de menschen om aan Jesus Christus te behagen? Wat zeg ik, hoe kunnen wij zoo ondankbaar zijn jegens onzen Zaligmaker? Had Jesus slechts één druppel bloed, slechts één traan voor onze zaligheid vergoten, dan zouden wij hem oneindig verplicht zijn ; omdat die .ééne druppel, die ééne traan.
2()2 noveen: h. hart v. jesus.
van oneindige waarde is, en dus meer dan genoeg om alle genaden van God te verkrijgen. Maarjesus heeft ons alle oogenblikken van zijn leven gegeven; hij heeft ons al zijn verdiensten, zijn lijden, zijn smaad, zijn bloed, zijn leven geschonken ; zoodat wij niet ééne, maar oneindig vele redenen hebben om hem te beminnen. Maar ach! Wij zijn dankbaar jegens dieren: een hond, die ons vriendschap toont, wordt bemind; hoe kunnen wij dan zoo ondankbaar zijn jegens God? Bij de menschen schijnen Gods weldaden van natuur te veranderen en mishandelingen te worden; want in plaats van hem dankbaarheid en liefde te bewijzen, vergelden zij ze met beleedi-gingen en versmadingen. O mijn God, verlicht de ondankbaren, opdat zij uwe liefde erkennen!
II.
O mijn beminde Jesus, ziehier een ondankbare voor uwe voeten. Jegens de schepselen was ik dankbaar, jegens u alléén was ik het niet! U was ik
WOENSDAG. ZEVENDE DAG. 293
ondankbaar, die voor mij gestorven zijt en niets meer hadt kunnen doen om mij tot uwe liefde te verplichten. De gedachte, dat ik te doen heb met een oneindig goed en medelijdend Hart, met een hart, dat verzekert de beleedigingen te zullen vergeten van hen, die berouw .hebben en beminnen, die gedachte geeft mij troost en moed. Mijn geliefde Jesus, vroeger heb ik u beleedigd en veracht, maar nu bemin ik u meer dan alle goed, meer dan mijzelven! Zeg mij. wat gij van mij verlangt; met de hulp uwer genade ben ik tot alles bereid. Ik geloof, dat gij mij geschapen, dat gij uw bloed en uw leven voor mij gegeven hebt! Ik geloof ook, dat gij ter liefde van mij in het allerheiligste Sacrament wilt tegenwoordig blijven! Ik dank u daarvoor, o mijne liefde; laat niet toe, dat ik na zoo vele weldaden en bewijzen uwer liefde voortaan nog ondankbaar worde jegens u! Bind, hecht mij aan uw Hart en gedoog niet, dat ik u in de toekomst nog ooit mishage. Ik heb u lang genoeg beleedigd, van nu af, wil ik u,
294 noveen : h. hart v. jesus.
mijn Jesus, beminnen! O konden de jaren, die ik verloren heb, nog terug-keeren! Maar helaas, neen ! Zij keeren niet weer en liet leven, dat mij overblijft, zal kort zijn ; doch kort of lang, o mijn God, ik wil den tijd, die mij gegeven wordt, alleen doorbrengen met u, mijn opperste Goed, die eeuwige, oneindige liefde verdient, te beminnen ! Maria, mijne moeder, laat niet toe, dat ik nog ooit jegens uwen Zoon ondankbaar zij; bid Jesus voor mij!
donderdag, achtste dag. Versmaad Hart van Jesus.
Voorbereiding. Geen smart is te vergelijken bij die van een minnend hart, dat zijne liefde veracht ziet! Die smart is vooral de smart van Jesus. Hoe weinig wordt zijne liefde beantwoord! Helaas, hij wordt veracht tot in het H, Sacrament zijner liefde. Trachten wij ons op te wekken tot vurige en standvastige liefde, om de oneer, welke zijn goddelijk Hart wordt aangedaan eenigszins te vergoeden (II. 420).
DONDERDAG. ACHTSTE DAG. 295
I.
Geen grooter smart voor een hart, dat bemint, dan zijne liefde veracht te zien! Die smart is grooter, naarmate de liefdebewijzen grooter geweest zijn. Zou iemand verzaken aan alle goederen der wereld, in eene wildernis leven, zich slechts met wilde kruiden voeden en slechts rusten op den blooten grond; zou hij op alle mogelijke wijzen zijn lichaam kastijden en zich eindelijk laten ter dood brengen ter liefde vanJesus Christus; wat zou dat alles beduiden bij de pijnen, bij het bloed, bij het leven, dat de groote Zoon van God ter liefde van ons heeft opgeofferd? Als wij ook ieder oogenblik van ons leven tot onzen dood toe ons opofferden, zouden wij niet het kleinste deel kunnen vergoeden van de liefde, welke Jesus ons getoond heeft door zichzelven te schenken in het allerheiligste Sacrament! Een God verbergt zich onder de gedaante van een weinig brood en wordt het voedsel zijner schepselen ! Maar ach, mijn God, wat be-
296 NOVEEN: H. HART V. JESUS.
looning, wat dankbaarheid vindt Jesus Christus bij de menschen ? Zij mishandelen hem, zij verachten zijn gebod en zijn leering, zij beleedigen hem zooals zij een bitteren vijand, een slaaf, ja den ellendigste der menschen, niet zouden behandelen. Hoe kunnen wij denken aan de mishandelingen, die Jesus geleden heeft en nog dagelijks lijdt, zonder daarover droefheid te gevoelen ? Zonder in het minst bezorgd te zijn, om de oneindige liefde van zijn goddelijk Hart dooi onze wederliefde te vergelden? Hoe kunnen wij dat Hart niet beminnen ? Het brandt van liefde tot ons in het allerheiligste Sacrament; het wenscht niets zoozeer dan ons zijne goederen uit de deelen en zich geheel aan ons te schenken; het is altijd bereid ons te ontvangen, als wij willen naderen. Hem, die lot mij komt, zal ik niet builen werpen: Eum qui venit ad me non ejiciam fir as (Joann. 6. 3;.) Wij zijn gewoon te hooren spreken van de menschwording, van de verlossing, van de geboorte van Jesus in een stal en van zijn dood
DONDERDAG. ACHTSTE DAG. 20)quot;]
aan het kruis, zonder bewogen te worden. O God, als een ander mensch ons één dezer weldaden bewezen had, zouden wij ons genoodzaakt voelen om hem te beminnen; God alleen (als ik zoo spreken mag) is zoo ongelukkig onder de menschen, dat ofschoon hij niets meer had kunnen doen om hunne liefde te winnen,,hij daarin toch niet mocht sïagen: in plaats van bemind te worden, wordt hij veracht en achter schepselen gesteld ! Dat alles komt daaruit voort, dat de menschen niet denken aan de liefde van hun God!
II.
O Hart van mijnen Jesus, afgrond van barmhartigheid en liefde, hoe kan ik uwe goedheid jegens mij en mijne ondankbaarheid beschoüwen, en niet sterven, niet bezwijken van smart ? Gij, mijn Zaligmaker, gij hebt mij het leven geschonken, gij hebt uw bloed en uw leven opgeofferd, gij hebt u ter liefde van mij aan de verachting en den dood overgeleverd; en, met dat
298 NOVEEN : H. HART V. JESUS.
alles nog niet tevreden, hebt gij liet grootste wonder van liefde gewrocht door u dagelijks op onze altaren te offeren, ofschoon gij de beleedigin-gen voorzaagt, die gij in dat Sacrament van liefdezoudtmoeten verduren. O God, hoe kan het zijn, dat ik niet sterf van schaamte als ik denk aan mijne ondankbaarheid! Ach, Heer, maak een eind aan mijne ondankbaarheid, verwond mijn hart door uwe liefde en maak, dat ik u geheel toe-behoore! Gedenk de tranen, gedenk het bloed voor mij vergoten en vergeef mij! Laat uw zoo groote smarten voor mij niet verloren zijn. Gij kendet mijne ondankbaarheid en de belee-digingen, met welke ik uwe liefde zou vergelden, en toch wildet gij voortgaan mij te beminnen. Gij hadt mij lief, toen ik u niet beminde, toen ik zelfs niet verlangde u te beminnen; hoeveel meer durf ik nu hopen, dat gij mij uwe liefde niet weigeren zult, nu ik niets wensch en niets verlang dan u te beminnen en door u bemind te worden. Vervul dit mijn verlangen of liever het uwe; want gij hebt het
VRIJDAG. NEGEXDE DAG. 299
mij ingegeven. Maak dat deze dag, de dag mijner volkomen bekeering zij, opdat ik eindelijk beginne u, mijn opperste Goed, zonder ophouden te beminnen. Maak dat ik mijzelven geheel afsterve, om alleen voor u te leven en onophoudelijk te branden van liefde tot u. O Maria, uw hart was dat gelukkig altaar, waarop de liefde Gods zonder ophouden brandde. O mijne lieve moeder, maak dat ik aan u gelijk worde, bid voor mij uwen Zoon, die zich verheugt u te kunnen eeren door u te geven, wat gij hem vraagt I
VRIJDAG.
Peest van Jesus' H. Hart.
Gelromv Jlar! van Jcsus.
V oorberoiding. Jesus' H. Hart is getrouw ! De beloften, welke hij ons deed, die allen uit zijn liefdevol Hart opwelden, zal hij
300 FEEST VAN JESUS' H. HART.
vervullen. O welk een troost! Welk cene reden van onbeperkt vertrouwen. Hoe ellendig wij ook zijn, als wij slechts ons hart voor hem openen, hij zal er zijn intrek nemen. Hij heeft het beloofd ! Overwegen wij de getrouwheid van Jesus' H. Hart, scheppen wij moed in den strijd des levens, en vragen wij voortdurend om de gave der heilige liefde (II. 421).
1.
O hoe gc/rouw is het liefelijk hart van Jcsus Jegens hen, die hij roept tot zijne heilige liefde! Fidelis est, qinvocavit vos, yni etiam facict (i Thess. 5. 24). De getrouwheid van God doet ons alles hopen, hoewel wij niets verdienen. Hebben wij God uit ons hart verdreven, wij hebben slechts de deur van dat ondankbaar hart te openen en, volgens zijne belofte, neemt hij er weer terstond bezit van: Si (jnis... apcruerit tnihi, intrabo ad illum et roe-nabo cum Ulo (Apoc. 3. 20). Wenschen wij genaden, bidden zuij er om bij God in den naam van Jesns Christus en wij zullen ze bekomen. Si (jnid pe-tieritis Pat rem in nomine mquot;,o, dab it vobis (Joan. 16. 23). Worden wij bekoord, stellen wij betrouwen op zijne
VRIJDAG. NEGENDE DAG. 3OI
verdiensten, want God ts getrouw, hij laat niet toe, dat zvij boven onze krachten bekoord worden: Fidelis antem Deus est, ijui non patietur vos tentari sn/ira id quod potestis (1 Cor. 10. 13). O hoeveel beter is het met God te handelen dan met menschen! Hoe dikwijls beloven zij en houden geen woord, omdat xij of den wil niet hebben hun woord te houden, of wel weer van meening veranderen. God, zegt de H. Geest, is niet gelijk de mensch, dat hij liege, noch gelijk een zoon des menschen, dat hij verandere. Non est Jew: (/nasi homo, tit mentiatur, nee juasi filius hominis, ut mntetitr (Num. 23. 19). God kan niet ongetrouw zijn aan zijne beloften, omdat hij, die de waarheid zelve is, niet kan liegen: ook kan hij niet van wil veranderen, omdat al wat hij wil, billijk en goed is. Hij heeft beloofd ieder, die zich tot hem wendt, te ontvangen ; ieder, die hem hulp vraagt, te helpen... en... te beminnen, die hem bemint. Zal hij zijne belofte niet houden. Hij heeft liet gezegd, zal hij liet niet doen ? O waren wij zoo
302 FEEST VAN JESUS' H. HART.
getrouw jegens God, als hij jegens ons! Hoe dikwerf hebben wij beloofd hem geheel te zullen toebehooren, hem te dienen en te beminnen; en nochtans hebben wij hem opnieuw verraden, opnieuw zijn dienst verlaten en onszelven als slaven aan den duivel verpand. Bidden wij God, dat hij ons kracht verleene om hem iu het vervolg getrouw te blijven. Gelukkig als wij Jesus Christus getrouw blijven in het weinige, dat hij van ons verlangt! Hij zal getrouw zijn en ons niet overgroot loon vergelden ! Hij zal ons doen ondervinden, wat hij aan zijn getrouwe dienaren beloofd heeft: Welaan, goede en getrouiue knecht, omdat gij over weinig getiomu zijt geiueest, zal ik u over veel stellen, ga in tot de vreugde des lleeren! Enge, serve bone et fidelis; (jnia super pauca fiiisti fidelis, super multa te constituam; intra in gaudium Domini tui (Matth. 25. 21.)
I.
O mijn geliefde Verlosser, ware ik
VRIJDAG. NEGENDE DAG. 303
toch zoo getrouw jegens u geweest als gij jegens mij! Zoodra opende ik niet mijn hart of gij zijt tot mij gekomen om mij vergifFcnis te schenken en mij weer in genade te ontvangen; zoo dikwijls ik u riep kwaamt gij mij te hulp! Altijd waart gij getrouw, ik helaas, ik was ontrouw jegens u! Ik beloofde u te dienen, en dikwerf keerde ik u den rug toe; ik beloofde u mijne liefde en dikwijls weigerde ik ze, alsof gij, mijn God, die mij geschapen en verlost hebt, mijne liefde minder verdiendet, dan de ellendige vermaken, om welke ik u verliet ! Vergeef mij, o mijn jesus, ik erken mijne ondankbaarheid en ik verfoei ze. Ik erken, dat gij eene oneindige goedheid /.ijt en oneindige liefde verdient, vooral van mij, dien gij, niettegenstaande al de beleedigingen, welke ik u aandeed, toch zooveel bemind hebt. Ongelukkige, als ik zou verloren gaan! De genaden mij bewezen, de bewijzen uwer bijzondere liefde, o mijn God, zij zouden de hel mijner hel zijn ! Ach, neen, mijne liefde, heb medelijden met mij ; duld
304 FEEST VAN JESUS' H. HART.
niet, dat ik u opnieuw verlate ! Duld niet, dat ik verloren ga, zooals ik verdiend heb, en in de hel zou moeten voortgaan, met vloek en haat uwe liefde te vergelden. Ach, liefdevol en getrouw Hart van Jesus, ontvlam mijn ellendig hart, opdat het brande voor u, zooals gij brandt voor mij. Mijn Jesus, mij dunkt nu bemin ik u; maar. ik bemin u te weinig; maak, dat ik u veel beminne, en dat ik u tot mijnen dood getrouw blijve. Ik vraag u die genade, en ook de genade er u altijd om te bidden. Laat mij liever sterven, dan dat ik u opnieuw zou verraden. O Mai'ia, mijne Moeder, help mij uwen Zoon getrouw blijven !
FEESTDAG VAN DEN ALLERH. VERLOSSER.
Over hel groo! geheim der me?iscliwor-ding.
V oorbereiding;. Overwegen wij, dat de menschwording zeker het grootste is onder alle werken der goddelijke almacht. Immers, daardoor werd God mensch â en de mensch werd God ! Door die vereeniging der mensche-lijke natuur met de goddelijke in den persoon des Woords werden alle daden van den God-mensch goddelijke daden. Zulke uitstekende weldaad hadden wij zeker niet verdiend. Bidden wij God, hem toch eindelijk, met de hulp der genade, te beminnen, zooals hij door ons verlangt bemind te worden (I[. 324)!
1.
Et vcrbtun caro factum es! (Joann.
20
3o6 feestdag van den
i. 11). En hel Woord is vleesch ge-wórde//. Op zekeren dag gebood de Heer aan den H. Augustinus deze woorden te schrijven op het hart der H. Maria Magdalena de Pazzi: het Woord is vleesch geivordcn. Bidden wij den Heer, dat hij ook onzen geest verlichte en ons doe begrijpen, door welke overmaat, door wat wonder van liefde het eeuwig Woord, de Zoon Gods, uit liefde tot ons is mensch gew orden. De heilige Kerk is als ontsteld bij de beschouwing van dat groot geheim; ik verstomde bij de gedachte aan mve werken: consideravi opera tica et expavi (Circumc. Dom.). Had God duizend andere werelden geschapen, duizend malen grooter en schooner dan deze, dat werk zou zeer zeker oneindig minder wonderbaar zijn dan de mensch wording van het Woord Gods : Fecit potentiam in brachio s/io : kracht heeft hij geoefend door zijnen arm (Luc. I. 51). Om dat werk ten uitvoer te brengen, was geheel de almacht en de wijsheid van een God noodig; immers hij moest de men-schelijke natuur vereenigen met een
ALLERH. VERLOSSER. 307
goddelijkcn persoon; een goddelijke persoon moest zich vernederen om de menscheiijke natuur aan te nemen ! Zóó werd God mensch en de mensch God! Zóó moest ook door de ver-eeniging van de godheid des Woords met het lichaam en de ziel van Jesus Christus, elke daad van dien God-mensch goddelijk worden! Goddelijk dus werden zijne gebeden, goddelijk zijne smarten, goddelijk zijne zuchten, goddelijk zijne tranen, goddelijk zijne bewegingen, gi «ddelijk zijne ledematen, goddelijk liet bloed, dat een heilbad moest worden tot afwassching onzer zonden, een ofl'er van oneindige verdiensten om de goddelijke rechtvaardigheid te verzoenen, zoo terecht tegen de zondaars vergramd. En bij dat al: wat zijn dei menschen ? Ellendige schepselen, ondankbaren en oproeri-gen. Voor zulken heeft God willen mensch worden? Onderhevig zijn aan al de ellenden der menschen? Om die onwaardigen zalig te maken willen lijden en sterven? Hij heeft zich zelve?/ rernederci, gehoorzaam geworden lot den dood, maar tot den dood des kruises:
FEESTDAG VAN- DEK
Immiliavit semetipsum, fachis obediens nsquc ad morton, mortem attlem crucis (Phil. 2. 8). O heilig geloof! Inderdaad, als het geloof ons dat niet verzekerde, wie zou dan kunnen aannemen, dat een God van oneindige majesteit zich zoo verre heeft kunnen vernederen ? Dat hij een aardworm werd gelijk wij ? Dat hij ons wilde redden ten koste van zoovele smarten en vernederingen, van zoo wreeden en schandelijken dood? Oh gratia m Oh a maris vim ! O genade ! O kracht der liefde ! roept de H. Bernardus uit. O genade, die zich de menschen nooit konden uitgedacht hebben, als God zelf niet op het denkbeeld ware gekomen. O barmhartigheid! O oneindige liefde, welke niet kon geboren worden dan in den schoot der eindelooze goedheid !
II.
O ziel, o lichaam, o bloed van mijn fesus! Ik aanbid u en ik dank u! Gij zijt mijne hoop, gij zijt de prijs die betaald is om mij vrij ts koopen van de hel, zoo vaak door mij verdiend.
308
ALLERH. VERLOSSER. 309
Ach God, wat ongelukkig en wanhopend leven zou mij wachten in de hel, als gij, mijn Verlosser, er niet aan gedacht hadt mij door uw lijden en uwen dood te redden! Maar, hoe kunnen zielen, met zooveel liefde door u verlost, en die dat alles weten, hoe kunnen zij nog leven zonder u te beminnen? Hoe kunnen zij de genadé verachten, welke gij hun met zooveel moeite hebt bezorgd? Helaas, wist ikzelf dat niet? Hoe heb ik u dan, des ondanks, kunnen beleedigen en zoo dikwijls beleedigen ? Doch ik herhaal het, uw bli icd is mijne hoop ! Ik erken, o mijn Zaligmaker, het ongelijk, dat ik u heb aangedaan. Ach, was ik veeleer duizendmaal gestorven ! Waarom heb ik u niet altoos bemind ? Dan, ik dank u, mijn God, dat gij mij nog tijd geschonken hebt, om het te doen. Ik hoop in het leven, wat mij nog rest, en gedurende de gansche eeuwigheid om iplu mdelijk de barmhartigheid te loven, welke gij mij getoond hebt. Na mijne zonden had ik verdiend nog meer in de duisternis te leven, en gij hebt mij nog meer ver-
3IO FEESTDAG VAN DEN-
licht door uwe genade; ik had vei -diend door u verlaten te worden, en gij hebt mij met nog liefelijker stem komen roepen; ik had verdiend, dat mijn hart immer meer veisteend werd, en gij hebt het verteederd en vermorzeld. Daarom gevoel ik nu door uwe genade, een groot berouw over mijne zonden; ik gevoel een brandend verlangen om u te beminnen; ik gevoel mij vast besloten, liever alles te verliezen dan uwe vriendschap; ik gevoel eene zoo sterke liefde, dat ik alles verafschuw, wat u mishaagt; en die liefde, dat berouw, die droefheid, dat besluit, van waar heb ik die ontvangen? Gij, o mijn God, gij hebt mij al die genaden geschonken door uwe barmhartigheid. Het is dan waar, o mijn Jesus, gij hebt mij reeds vergiffenis geschonken? Het is dan waar, gij bemint mij en wilt, dat ik /.alig worde? Gij wilt mij zalig maken ? Welnu, ook ik wil het en wel voornamelijk om u te behagen. Gij bemint mij en ik bemin u I Doch ik bemin u niet genoeg, geef mij meer liefde! Gij verdient meer liefde van
AIXERIt. VERLOSSER.
3T 1
mij, die meer bijzondere gunsten dan vele anderen ontvangen heb. Ontsteek dus meer en meer dat vuur van liefde in mijn hart! O Maria, verkrijg mij, dat de liefde tot Jesus alle genegenheden, welke niet voor God zijn, in mij vertere en vernietige. Gij verhoort alle menschen, verhoor ook mij ; verkrijg mij liefde en volharding!
GEBEDEN ONDER DE H. MIS.
GEBED VÃÃR DE HEILIGE MIS.
Almachtige en eeuwige God, zie mij armen zondaar hier voor uw altaar neergeknield om de aanbiddelijke offerande der H. Mis bij te wonen. Van alle offers, o mijn God, is dit alleen uwer oneindige Majesteit waardig, omdat uw eeniggeboren Zoon zelf hier geofferd wordt. In veree-niging met die volmaakte meening, waarmede Jesus zich hier opdraagt, offer ik u deze H. Mis op om uwen allerheiligsten Naam te aanbidden en te verheerlijken, om u te danken voor alle ontvangene weldaden, om te voldoen voor mijne menigvuldige zonden en om de genaden te ver-
GEBEDEN ONDER DE H. MIS 313
krijgen die ik zoozeer noodig heb, bijzonder ... (noem hier de genadé).
Tevens offer ik u deze H. Mis op tot hulp en troost dergenen, voor wie ik meer bijzonder verplicht ben te bidden, voornamelijk voor . . . . {noem hier de levenden cn overledenen, die gij Gade imlt aanbevelen).
Bereid mijn hart, o God, zuiver mijnen geest en wasch mij van mijne zonden, opdat ik deze heilige offerande waardig moge bijwonen. Amen.
CONFITEOR.
Als de priester aan tien voet des altaars de H. Mis begint, maak dan het teeken des H. Kruises, denk een weinig na over uwe zonden, bid God dat hij u vergeve, en zeg:
Ik belijd aan God almachtig, aan de allerheiligste Maagd Maria, aan den H. Aartsengel Michaël, aan den H. Joannes den dooper, aan de H.H. Apostelen Petrus en Paulus en aan alle Heiligen, dat ik zeer gezondigd heb met gedachten, woorden en werken; door mijne schuld, door mijne schuld, door mijne allergrootste schuld; daarom bid ik de allerheiligste Maagd Maria, den H. Aartsengel Michaël,
GEBEDEN ONDER
den H. Joannes den Dooper, de HH. Apostelen Petrus en Paulus en alle Heiligen voor mij te willen bidden tcit den Heer onzen God.
De almachtige God ontferme zich onzer, vergeve ons onze zonden en geleide ons ten eeuwigen leven. Amen.
O almachtige en barmhartige Heer, verleen ons vergiffenis, ontbinding en kwijtschelding van al onze zonden. Amen.
KYRIE ELEISON.
Heer ontferm u onzer. Christus, ontferm u onzer. Heer, ontferm u onzer.
GLORIA IN EXCELSIS.
Glorie zij aan God in den Hooge en vrede aan de menschen die van goeden wil zijn. Wij loven u, wij zegenen u, wij aanbidden u. wij verheerlijken u, wij danken u voor uwe groote heerlijkheid! Heer onze God, hemelsche Koning; God almachige Vader! Heer fesus Christus, eenig-geboren Zoon ! Heer God! Lam Gods. Zoon des Vaders, die wen-
3i4
DE H. MIS.
neemt de zonden der wereld, ontferm u onzer ; die wegneemt de zonden der wereld, ontvang onze smeekgebeden; die gezeten zijt aan de rechterhand des Vaders, ontferm u onzer; want gij alleen ziit heilig, gij alleen zijt dc Heer, gij alleen zijt deAllci.-hoogste; o Jesus Christus met den H. Geest in dc glorie van God den Vader. Amen.
Na het (iloria wendt de priester zich tot het volk en wenscht het den zegen : âDomi-nus vobiscum!quot; âDe Heer zij met n!quot; De dienaar antwoordt in naam van hec volk. ,,Et cum spiritu tuo!quot; âEn met uwen geest!quot; De priester zegt: âOremus! Laat ons bidden!quot; Daardoor geeft de H. Kerk ons te verstaan, dat wij onze meening met die des priesters moeten vereenigen. Daarna volgt het gebed, dat men Collecte noemt, dat is, verzameling omdat de priester de wenschen en gebeden van allen die tegenwoordig zijn verzamelt, en die als gezant in naam van alle geloovigen aan God opdraagt. Gij kunt daaronder het volgende gebed verrichten:
COLLECTE.
Almachtige, eeuwige God, vcrhoc t het gebed van uw volk, en wend uw heilig aangezicht niet van ons af om onze zonden. Verhoor genadig-
315
GEBEDEN ONDER
lijk de bede van uwen dienaar, den priester, die voor de zaligheid des volks bidt, en geef dat wij datgene, wat wij u met vertrouwen vragen, van uwe barmhartigheid verkrijgen, door Jesus Christus onzen Heer. Amen.
EPISTEL.
Daarop volgt tic Epistel, gewoonlijk bestaande uit de schriften der Profeten of de brieven der Apostelen. Verricht intusschen het volgende gebed:
O mijn God! ik aanbid uwen H. Geest, die door de profeten en apostelen gesproken heeften nu nog altijd spreekt bij monde der H. Kerk. Ik omhels eerbiedig en ootmoedig alle leeringen en onderwijzingen, die de H. Kerk op aarde door hare priesters mij geeft. Verleen mij nog, o God, dat ik al hare leeringen en onderrichtingen volge en naïeve, door Jesus Christus onzen Heer. Amen.
EVANGELIE.
Goddelijke Zaligmaker, groot was uwe liefde, waardoor gij zeif als leer-aar op aarde zijt gekomen, om ons
3l6
DE H. MIS.
den weg des hemels te toonen. Ach ! verleen mij de genade, om de waarheden, die gij verkondigd hebt, oot-nKiedig aan te hooren. Verlicht mijn verstand, opdat ik ze moge kennen; ontvlam mijn hart, opdat ik ze be-minne en stiptelijk naïeve. Verleen mij uwen goddel ij ken bijstand, opdat ik mij nooit voor uw Evangelieschame, maar integendeel hetzelve zoowel met woorden als met werken belijde. Gij die leeft en heerscht in alle eeuwigheid. Amen.
CREDO.
Als de priester het Credo zegt, kunt gij de geloofsbelijdenis der Apostelen bidden :
Ik geloof in God den Vader, almachtig, Schepper van hemel en aarde; En in Jesus Christus, zijn eenigen Zoon, onzen Heer; die ontvangen is van den H. Geest, geboren uit de Maagd Maria; die geleden heeft onder l'nntins Pilatus, is gekruist, gestorven en begraven; die is nedergedaald ter helle, ten derden dage verrezen van den dood; die is opgeklommen ten hemel, zit aan de rechterhand van.
3' 7
GEBEDEN ONDER
God, Zijn iilmachfigen Vader; vandaar zal hij komen oordeelen de levenden en de dooden. Ik geloof in tien H. Geest, de heilige katholieke Kerk, gemeenschap der heiligen, vergiffenis der zonden, verrijzenis des vleesohes, en het eeuwige leven. Amen.
OFFERANDE.
Bij het offertorium (offerande) worden het brood en de wijn, die in het allerheiligste lichaam en bloed van onzen \ erlosser veranderd zullen worden, door de handen des priesters aan God opgedragen. Zeg dan het volgende :
Aanvaard, oneindig heilige Vader, almogende en eeuwige God, dit offer, dat de priester voor onze zaligheid u opdraagt. Ik geloof vastelijk, dat het in het waarachtig lichaam en bloed van Christus zal veranderd worden. Aanvaard dit offer, o he-melsche Vader, tot verheerlijking van uwen heiligen naam, tot boete mijner zonden, tot dankzegging voor alle mij verleende genaden, ter verwerving van nieuwe weldaden en bijzonder ter verkrijging van de middelen, die tot mijne zaligheid noodig zijn.
de h. mis.
Aanvaard het eindelijk voor alle geestelijke en wereldlijke overheden, voor vrienden en vijanden, voor alle levende en afgestorvene Christenen. Amen.
orate fratres.
De priester wendt zich tot het volk en zegt: âOrate Fratres !quot; ..bidt broeders.quot; Hij wenscht, dat allen die tegenwoordig zijn, met hem bidden, opdat dit offer Gode aangenaam zij.
De Heer aanvaarde dit offer uit uwe handen tot lof en verheerlijking van zijn naam, alsmede tot ons voordeel en dat van geheel zijne heilige Kerk.
prefati u.
De Prajfatie is de inleiding tot den Canon of de stille mis. De priester zegt met luidei stem: âPer omniasajcnlasajculonnn,quot; daardoor drukt hij het verlangen uit, om God in eeuwigheid te kunnen loven. Hij roept al het volk toe: ,,dc Heer zij met uquot; en de dienaar antwoordt in naam van al het volk: ..en met âuwen geest 1quot; Vervolgens zegt de priester: âSursum corda!quot; ..verheft uwe harten:quot; en het volk antwoordt door den dienaar: ,,AVij heb-,.ben ze tot den Heer verheven.quot; De priester gaat voort en zegt: ..Laat ons God onzen ..Heer danken.quot; Men antwoordt: âdat is recht-,.vaardig en billijk.quot; â Xu zegt de priester het volgende lof- en dankgebed.
GEBEDEN ONDER
Waarlijk het is billijk en rechtvaardig, plichtmatig en heilzaam, dat wij u ten allen tijde en overal met dankbaarheid loven, heilige Heer, Almachtige Vader, eeuwige God, door Jesus Christus onzen Heer, door wien de Engelen uwe Majesteit loven, de Vorsten des hemels haar aanbidden, de Machten voor haar beven; de Hemelen en de Krachten des hemels in vereeniging met de heilige Serafijnen haar vreugdevol verheffen. Laat ook onze stemmen aldus ver-eenigd tot u opstijgen, en met den diepsten eerbied uitroepen; Heilig, Heilig, Heilig is God, de Heer der heerscharen, hemel en aarde zijn vol van zijne heerlijkheid. Hosanna in den hooge, gezegend Hij die komt in den naam des Heeren, Hosanna in den hooge.
CANON.
Wij bidden u vurig, o goedertie-renste Vader, en stneeken u door Jesus Christus, uwen Zoon, onzen Heer, dat gij deze giften, deze geschenken, deze heilige, onbevlekte
320
DE H. MIS.
Offerande met liefde wilt aannemen en zegenen. Wij dragen haar u voornamelijk oj) voor uwe heilige, katholieke Kerk, opdat Itet u behage haar den vrede te geven, haar te bewaren, in eenheid te handhaven en te bestieren over de geheele aarde, te zamen niet uwen dienaar onzen Paus N., onzen Bisschop N., en alle rechtgeloovigen en volgelingen van het katholiek en apostoliek geloof. Gedenk o Heer, uwe dienaren, en dienaressen NN. {(Jc?ik hier aan de levenden, die gij heden tijdens de II. Mis hijzonder indachtig iciit zijn) en allen, die hier tegenwoordig zijn, wier geloof en godsvrucht u bekend is, voor wie wij u dit offer opdragen, of die zelf u dit offer brengen voor zich en voor al de hunnen, voor de verlossing hunner zielen, voor cle hoop van hun heil en van hunne behoudenis, en die hunne geloften vervullen aan u den eeuwigen, den levenden en waarachtigen God.
Wij houden ook gemeenschap en vieren de herinnering in de allereerste plaats der glorierijke Maria, altijd
321
21
GEBEDEN ONDER
Maagd, der Moeder Gods en onzes Heeren ]esus Christus, doch ook der gelukzalige Apostelen en uwer martelaren, Petrus en Paulus, Andreas, Jacobus, Joannes, Thomas, Jacobus, Philippus, Bartholomseus, Matthseus Simon en Thaddtmis, Linus, Cletus, Clemens, Xystus, Cornelius, Cypri-anus, Laurentius, Chrysogonus, Joannes en Paulus, Cosmas en Dami-anus, en van alle Heiligen. Wil ons door hunne verdiensten en gebeden verleenen, dat wij in alles mogen verdedigd worden door de hulp uwer bescherming. Door dénzelfden Christus onzen Heer. Amen.
Wij bidden u, o Heer, neem dan deze offerande van onzen schuldigen dienst, als ook van geheel uw huisgezin genadig aan, beschik onze dagen in uwen vrede, en verleen ons, dat wij van de eeuwige verwerping bevrijd, en onder de kudde uwer uit-vcrkorenen mogen gerekend worden. Door Christus onzen Heer. Amen.
Gewaardig u, o God, dit offer in alles gezegend, geheiligd en aangenaam te maken, opdat het voor
322
DE H. MIS.
ons muge worden het Lichaam en liet Bloed van uwen allerliefsten Zoon, onzen Heer jesus Christus.
CONSECRATIE.
Stel ii hier levendig Jesus Christus voor, hoe Hij in het laatste avondmaal het brood nam, het zegende en sprak: ,,Dit is mijn ,,lichaam, dat voor u gegeven zal worden.quot; En hoe hij daarna den kelk nam en zeide: ,,Dit is de kelk mijns bloeds.quot; Geloof vas-telijk, dat Jesus Christus, die voor u aan het kruis gestorven is, hier, onder de gedaante van brood en wijn, wezenlijk en waarachtig, ids Clod en mensch tegenwoordig is, zoodra de priester de heilige woorden der Consecratie gesproken heeft. Als de H. Hostie omhoog geheven wordt, aanbid dan uwen Zal igmaker met een vast geloof, en eene diepe ootmoedigheid, zeggende:
BIJ HET OPHEFFEN DER H. HOSTIE.
Ik geloof, o jesus! dat Gij hier onder de gedaante van brood, als God en mensch, waarachtig tegenwoordig zijt: ik aanbid u met den diepsten eerbied als mijnen Heer en mijnen God. O Jesus, voor u leef ik; o Jesus, voor u sterf ik; o Jesus, ik ben de uwe, in leven en in dood.
GEBEDEN ONDER
BIJ HET OPHEFFEN VAN DEN KELK.
Ik aanbid, o Jesus! uw dierbaar bloed, dat gij als zoenoffer voor ons menschen aan het kruis vergoten hebt, en dat onder de gedaante van wijn in dezen kelk wezenlijk en waarachtig tegenwoordig is. Ik aanbid u, o allerheiligst bloed mijns Zaligmakers, wasch en reinig mij van alle zonden.
VERVOLG VAN DEN CANON.
Wij gedenken, o Heer! Christus uwen Zoon, zijn heilig lijden, zijne verrijzenis van den dood, zijne glorierijke hemelvaart, en offeren aan uwe opperste Majesteit van uwe giften en gaven eene zuivere offerande, eene heilige offerande, eene onbevlekte offerande, het heilig brood des eeuwigen levens, en den kelk des altijddurenden heils.
Gewaardig ze aan te zien met een genadig en goedgunstig gelaat, en ze met behagen aan te nemen, gelijk gij met behagen hebt aangenomen de geschenken van uwen dienaar, den rechtvaardigen Abel, en
324
DE H. MIS.
de offerande van onzen aartsvader Abraham, en het heilig offer, de onbevlekte gift, die u door uwen hoogepriester Melchisedech werd opgedragen.
Wij smeeken u vurig, almachtige God, laat deze offerande door de handen van uwe H. Engelen gebracht worden op uw verheven altaar, voor het aanschijn uwer goddelijke Majesteit, opdat wij allen, die deel nemen aan dit H. altaar, en het hoog-heilig Lichaam en Bloed van uwen goddelijken Zoon zullen genuttigd hebben, met allen hemelschen zegen en genade mogen vervuld worden; door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.
Wees ook, o Heer, gedachtig uwe dienaren en dienaressen, die ons met het teeken des geloofs zijn voorgegaan en in vrede rusten. [Noem hier tie overledenen, die gij bijzonder der goddelijke barmhartigheid wilt aanbevelen, o/gt;dat hunne smarten verzacht of zij uit de plaats van lijden naar de tuoning der ceun'ige zaligheid mogen gebracht zuorden). Wij bidden u, dat gij dezen
GEBEDEN ONDER
en allen, die in Christus rusten, de plaats der verkwikking, des lichts en des vredes wilt geven. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.
Geef ook aan ons zondige menschen uwe dienaren, die op de grootheid uwer barmhartigheid hopen, deel en gemeenschap met uwe H. Apostelen en Martelaren Joannes, Stephanus, Barnabas, Ignatius, Alexander, Mar-cellinus. Petrus, Felicitas, Perpetua, Agatha, Lucia, Agnes, Csecilia, Anas-tasia, en met al uwe Heiligen. Neem ons genadig op in hun gezelschap, niet om onze verdiensten, maar ons vergiffenis verleenende door Christus onzen Heer, door wien gij, o God, altijd deze goede gaven voortbrengt, heiligt, levend maakt, zegent en aan ons schenkt. Door hem, en met Hem en in Hem gewordt u, almachtige Vader, in de eenheid des H. Geestes, alle eer en glorie, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
PATER KOSTER.
Bid hier met den priester het Onze Vader enz, â en doe daarna liet volgende gebed.
320
DE H. MIS.
Wij bidden U, o Heer, verlos ons van alle verleden, tegenwoordig en toekomstig kwaad, en verleen ons door de voorbede der gelukzalige en roemrijke Maagd en Moeder Gods Maria, van de H. Apostelen Petrus en Paulus en Andreas en van alle Heiligen, genadiglijk vrede in onze dagen, opdat wij door den bijstand uwer barmhartigheid geholpen, ten allen tijde vrij mlt; gen blijven van alle zonden en veilig tegen alle kwelling; door denzelfden Christus onzen Heer, die met u leeft en heerscht in de eenheid des H. Geesles, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Wanneer de priester do H. Hostie breekt, en een klein gedeelte daarvan in den kelk laat vallen, bid dan:
Deze vermenging cn heiliging van het lichaam en bloed onzes Heeren Jesus Christus moge ons, die dit nuttigen, strekken ten eeuwigen leven. Amen.
AGNUS DEI.
Klop driemaal op uwe borst en bidt Jesus, het onschuldig Lam Gods, om vergiffenis uwer zonden, zegende:
327
GEBEDEN ONDER
BIJ HET OPHEFFEN VAN DEN KELK.
Ik aanbid, o Jcsus! uw dierbaar bloed, dat gij als zoenoffer voor ons menschen aan het kruis vergoten hebt, en dat onder de gedaante van wijn in dezen kelk wezenlijk en waarachtig tegenwoordig is. Ik aanbid u, o allerheiligst bloed mijns Zaligmakers, wasch en reinig mij van alle zonden.
VERVOLG VAN DEN CANON.
Wij gedenken, o Heer! Christus uwen Zoon, zijn heilig lijden, zijne verrijzenis van den dood, zijne glorierijke hemelvaart, en offeren aan uwe opperste Majesteit van uwe giften en gaven eene zuivere offerande, eene heilige offerande, eene onbevlekte offerande, het heilig brood des eeuwigen levens, en den kelk des altijddurenden heils.
Gewaardig ze aan te zien met een genadig en goedgunstig gelaat, en ze met behagen aan te nemen, gelijk gij met behagen hebt aangenomen de geschenken van uwen dienaar, den rechtvaardigen Abel, en
324
DE H. MIS.
tie offerande van onzen aartsvader Abraham, en het heilig offer, de onbevlekte gift, die u door uwen hoogepriester Melchisedech werd opgedragen.
Wij smeeken u vurig, almachtige God, laat deze offerande door de handen van uwe H. Engelen gebracht worden op uw verheven altaar, voor het aanschijn uwer goddelijke Majesteit, opdat wij allen, die deel nemen aan dit H. altaar, en het hoogheilig Lichaam en Bloed van uwen goddelijken Zoon zullen genuttigd hebben, met allen hemelschen zegen en genade mogen vervuld worden; door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.
Wees ook, o Heer, gedachtig uwe dienaren en dienaressen, die ons met het teeken des geloofs zijn voorgegaan en in vrede rusten. [Noctn hier de overledenen, die gij bijzonder der goddelijke barmhartigheid wilt aanbevelen, opdat hunne smarten verzacht of zij uit de plaats van lijden naar de woning der eemcige zaligheid mogen gebracht worden). Wij bidden u, dat gij dezen
GEBEDEN ONDER
en allen, die in Christus rusten, de plaats der verkwikking, des lichts en des vredes wilt geven. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.
Geef ook aan ons zondige menschen uwe dienaren, die op de grootheid uwer barmhartigheid hopen, deel en gemeenschap met uwe H. Apostelen en Martelaren Joannes, Stephanus, Barnabas, Ignatius, Alexander, Mar-cellinus. Petrus, Felicitas, Perpetua, Agatha, Lucia, Agnes, Caccilia, Anas-tasia, en met al uwe Heiligen. Neem ons genadig op in hun gezelschap, niet om onze verdiensten, maar ons vergiffenis verleenende door Christus onzen Heer, door wien gij, o God, altijd deze goede gaven voortbrengt, heiligt, levend maakt, zegent en aan ons schenkt. Door hem, en met Hem en iii Hem gewordt u, almachtige Vader, in de eenheid des H. Geestes, alle eer en glorie, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
PATER NOSTER.
Bid hier met den priester het Onze A ader enz. â en doe daarna het volgende gebed.
326
DE H. MIS.
Wij bidden U, o Heer, verlos ons van alle verleden, tegenwoordig en toekomstig kwaad, en verleen ons door de voorbede der gelukzalige en roemrijke Maagd en Moeder Gods Maria, van de H. Apostelen Petrus en Paulus en Andreas en van alle Heiligen, genadiglijk vrede in onze dagen, opdat wij door den bijstand uwer barmhartigheid geholpen, ten alièn tijde vrij mogen blijven van alle zonden en veilig tegen alle kwelling; door denzelfden Christus onzen Heer, die met u leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Wanneer de priester de H. Hostie breekt, en een klein gedeelte daarvan in den kelk laat vallen, bid dan:
Deze vermenging en heiliging van het lichaam en bloed onzes Hoeren Jesus Christus moge ons, die dit nuttigen, strekken ten eeuwigen leven. Amen.
AGNUS DEI.
Klop driemaal op uwe borst en bidt Jesus, liet onschuldig- Lam Gods, om vergiffenis uwer zonden, zeggende:
327
GEBEDEN' ONDER
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef ons den vrede.
Heer Jesus Christus, die tot uwe Apostelen gezegd hebt: ik laat u den vrede, ik geef u mijnen vrede, zie niet op mijne zonden, maar op het geloof uwer Kerk, en gewaardig u haar volgens uw goedvinden in vrede te behouden en in eenheid te bewaren, die leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Heer Jesus Christus, Zoon van den levenden God, die volgens den wil des Vaders en door de medewerking van den H. Geest, de wereld door uwen dood hebt levend gemaakt; verk is mij door dit uw heilig Lichaam en Bloed van al mijne zonden en van alle kwaad: geef, dat ik altijd volgens uwe geboden leve, en laat niet toe, dat ik mij nog ooit van u verwij-dere, die leeft en heerscht met denzelf-den God den Vader, en den H. Geest, God in alle eeuwen de;: eeuwen. Amen.
328
DE H. MIS.
COMMUNIE.
Indien gij onder de H. Mis of na de H. Mis communiceert, kunt gij nog met den priester het volgende bidden:
Heer Jesus Christus, dat de nuttiging van uw H. Lichaam, hetwelk ik, onwaardige, durf ontvangen, niet tot mijne veroordeeling en verdoemenis strekke; maar, volgens uwe goedheid, tot steun naar ziel en lichaam en tot middel van zaligheid diene. Gij, die met den Vader in de eenheid de? H. Geestes leeft en heerscht. God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Ik zal het hemelsch brood nemen en den naam des Heeren aanroepen.
Zeg vervolgens driemaal met den priester, telkens op uwe borst kloppende:
DOMINE NON SUM DIGNUS.
Heer, ik ben niet waardig, dat gij onder mijn dak komt, maar spreek slechts één woord en mijne ziel zal gezond worden.
Zoo gij niet communiceert, kunt gij de geestelijke communie doen, zie bl. 344.
329
GEBEDEN ONDER
LAATSTE COLLECTE.
Almachtige, eeuwige God, ik dank U, uit geheel mijn hart voor alle genaden en weldaden, die gij mij bewezen hebt, maar bijzonder dat gij ons uwen Zoon tot zoenoffer, en zijn lichaam en bloed tot spijze onzer zielen gegeven hebt. Bewaar mij in uwe genade, opdat ik nooit de allerheiligste offerande der Mis onwaardig bijwone, en nimmer deze allerheiligste spijze onwaardig ont-vange; door denzelfden Christus onzer Heer. Amen.
ITE MISSA EST.
Bid hier om den zegen des priesters.
Moge, o allerheiligste Drievuldigheid, de verrichte offerdienst des priesters u behagen en neem het offer, dat wij u hebben opgedragen, goedgunstig aan, opdat het ons en allen, voor wie het is opgeofferd, tot verzoening en zaligheid strekke, door Jesus Christus onzen Heer, Amen. Zegen ons, o almachtige God, Vader, Zoon en H. Geest. Amen.
33°
DE H. MIS.
LAATSTE EVANGELIE.
Jesus, eeuwig woord des Vaders, die uit liefde tot ons zijt mensch geworden, ik aanbid u, ik vertrouw op u, ik bemin u; gij zijt op aarde gekomen, om ons tien weg tot het eeuwig leven te toon en, leid mij, o waarachtig licht der wereld, opdat ik te midden van de duisternissen dezes levens niet dwale, maar door uw licht bestraald heilig leve en zalig sterve. Amen.
GEBED NA DE H. JUS.
Goede God, ik dank U, dat gij mij aan de/.e allerheiligste offerande hebt laten deel nemen. Vergeef mij alle kwaad, dat ik daarbij door traagheid of verstrooidheid gedaan heb; ik neem mij vastclijk voor geene zonden meer te bedrijven, en in mijne gedachten, woorden en werken zoo voorzichtig te zijn, dat ik de vruchten van deze H. offerande niet verlieze. Zegen mij, almachtige, eeuwige God, in mijnen arbeid. O Jesus en Maria, mijne liefde in eeuwigheid. Amen.
331
GEBEDEN ONDER HET LOF.
ONTBOEZEMING VOOR JESUS IN HET H. SACRAMENT.
O mijne ziel, verlevendig uw geloof, versterk uw vertrouwen, gij bevindt u in de tegenwoordigheid van Jesus in het Allerheiligste Sacrament. Uit liefde tot u is Hij uit den hemel nedergedaald op aarde. Uit liefde tot u is hij mensch geworden en gestorven aan een kruis. Uit liefde tot u blijft Hij hier tegenwoordig in het tabernakel om uwe gebeden te verhoeren en u met genaden te overladen. O spreek tot uwen Jesus en zeg Hem:
Mijn Jesus, ik geloof dat gij hier wezenlijk tegenwoordig zijt. Ik geloof alles wat de H. Kerk mij te gelooven
GEBEDEN ONDER HET LOF. 333
voorhoudt, omdat gij, die de eeuwige waarheid zijt het haar geopenbaard hebt. Ik geloof, dat gij de Schepper zijt van hemel en aarde. De Heer en Meester van het heelal. Ilc geloof, dat gij de rechtvaardigen eeuwig zult loonen in den hemel, de zondaren eeuwig straffen in de hel. Ik geloof dat gij de Zoon Gods zijt, oneindig heilig, oneindig groot, oneindig machtig, één in wezen met den Vader. Ik geloof, dat gij voor ons zijt mensch geworden, gekruist en gestorven. Ik geloof, dat gij het Allerheiligste Sacrament des Altaars hebt ingesteld, dat gij daar voortdurend tegenwoordig blijft met godheid en menschheid, met ziel en lichaam, met vleesch en bloed, om eene spijze te wezen onzer ziel en om onze gebeden te verhooren.
Mijn Jesus, hoe ellendig ik ook ben, en hoe onwaardig ook om voor u te verschijnen, nader ik toch met vertrouwen en kniel eerbiedig voor uw heilig altaar neder. Ik aanbid u, o mijn Jesus, ik loof en prijs en verheerlijk u. Ik aanbid u in vereen iging
334 gebeden onder het lof.
van alle engelen en heiligen, in vereeni-ging van uwe goede Moeder Maria, in vëreeniging van die oneindige aanbidding, die gij uwen hemelschen Vader gebracht hebt. Ik dank u, mijn goddelijke Verlosser, voor al de genaden en weldaden, die ik van u heb ontvangen. Ik dank u dat gij mij geschapen, tot uwe ware kerk geroepen en mij verlost hebt door uw dierbaar bloed. Ik dank u geheel bijzonder, dat gij het aanbiddelijk Sacrament des Altaars hebt ingesteld, dat gij hier voor mij wilt tegenwoordig blijven en mij de genade schenkt u hier op dit oogen-blik te bezoeken en te aanbidden. Ik dank u, o Jesus, voor alles wat gij voor mij gedaan hebt. O had ik u altijd bemind, had ik u nooit belee-digd door mijne zonden! Ik betreur ze, lieve Jesus, ik beween ze uit geheel mijn hart, ik haat en verzaak ze uit liefde tot u en ik maak het vaste voornemen u voortaan nooit meer te beleedigen. Mijn Jesus, ik bemin u uit geheel mijn hart, omdat gij het opperste goed zijt, onze liefde oneindig waardig. Ik bemin u en ik offer
D O
GEBEDEN ONDER HET LOF. 335
mij zeiven aan u op; laat mij leven voor u, o Jesus, voor u werken, voor u lijden, laat mij de uwe zijn in eeuwigheid.
LIEFDEVERZUCHTINGEN TOT JESUS.
Wie ben ik, o Jesus, dat gij mij zoo vurig bemint, en zoozeer verlangt door mij bemind te worden? O oneindige goedheid, die eene oneindige liefde waardig zijt, ik bemin u; ik bemin u boven alles, ik bemin u meer dan mijn leven, meer dan mij zelven; maar helaas, ik bemin u nog veel te weinig.
O koning des hemels, koning der liefde, wees ook de koning van mijn hart, neem er bezit van en doe met mij volgens uw eeuwig welbehagen. Ik verlaat alles uit liefde tot u, ik 1 mihels u, ik hecht mij aan u, laat niet toe, dat ik ooit van u gescheiden worde.
Wien zoude ik toch beminnen, o mijn jesus, als ik u niet beminde, u de 1 meindige goedheid, de oneindige liefde zelve!
Neen, o mijn God, ik verlang niet anders dan u, dan u alleen; trek mij tot u door de zoete banden uwer
3,50 GEBEDEN ONDER HET LOF.
liefde, hecht mij aan u, geef dat ik van liefde tot u verteere en wegsmelte.
Te weinig, o mijn Jesus, te weinig heb ik u gekend, te weinig u bemind. Dwaze, die ik ben, hoe heb ik mijn hart kunnen schenken aan de schepselen, hoe heb ik u kunnen verlaten om de zonde en de zondige vermaken.
O Jesus, ware ik in zonde gestorven, ik zou u niet meer kunnen beminnen : ik zou u eeuwig moeten haten en vervloeken. Och hoe vele jaren heb ik verloren, verre van u en uwe liefde!
Nu ten minste, mijn Jesus, wil ik u beminnen. Ik wil u getrouw blijven en u nooit meer vergrammen. Laat niet toe, dat ik u nog ooit be-droeve, laat mij liever sterven dan nog ooit uwe genade en uwe liefde te verliezen.
Wanneer, o Jesus, zal ik u in den hemel mogen aanschouwen ? Wanneer zal ik kunnen zeggen: Mijn God, ik kan u niet meer verliezen? Wanneer zal ik zeker zijn u te beminnen voor eene gansche eeuwigheid ?
GEBEDEN ONDER HET LOF. 337
Eeuwige Vader, ter liefde van Jesus, geef mij uwe liefde, geef dat ik Jesus beminne uit geheel mijn hart, uit al mijne krachten.
Mijn Jesus, gij hebt u geheel aan mij gegeven, ik geef mij aan u. Welke grootere vreugde kan ik genieten, welke grootere eer ontvangen, dan de vreugde en de eer van geheel aan u toe te behooren.
O Jesus, verborgen in het H. Sacrament des Altaars, ik geef u mijn verstand, mijn wil, mijn hart, mijne ziel, mijn lichaam, alles wat ik heb, alles wat ik ben en wat ik vermag.
Ik dank u, mijn Verlosser, dat gij mij nog den tijd en de genade geeft om u te beminnen; ik wil u liefhebben al de dagen van mijn leven, u beminnen gedurende de gansche eeuwigheid.
Voor u, mijn Jesus, wil ik leven, voor u wil ik lijden, voor u wil ik sterven; maak mij gelijkvormig aan u.
Vernederde Jesus, geef dat ik vernederd worde ter liefde van u en dat ik de vernederingen om uwentwil gaarne verdrage.
22
â¢33^ gebeden onder het lof.
Mishandelde Jesus, laat mij voor u veracht versmaad, vervolgd en mishandeld worden. Sterk mij slechts om alle lijden met liefde uit uwe hand aan te nemen.
Gekruiste Jesus, die voor mij zijt gestorven aan het schandhout, o geef dat ik uit liefde voor u alle kruis en lijden, alle kwelling en tegenspoed gaarne verdure. Gij hebt zooveel geleden voor mij. zou ik weigeren te lijden voor u?
Beminnelijke en oneindige beminnende jesus, om de liefde, die gij ons in het Sacrament uwer liefde hebt toegedragen, geef dat ik u be-minne, u beminne met eene zuivere, â eene edelmoedige, eene standvastige liefde.
à Maria, Moeder der schoone liefde, geef dat ik uwen Jesus beminne, geel dat ik geheel aan Hem zij. Gij moet mij helpen om Jesus te beminnen, gij zijt de uitdeelster aller genade, geef mij liefde voor Jesus in zijn allerhei igst Sacrament.
GEBEDEN ONDER HET LOF. 339
EEREBOETE AAN JESUS IN HET ALLERHEILIGSTE SACRAMENT.
Goddelijke Jesus, Verlosser van alle menschen, doordrongen van de bittere droefheid bij het herdenken der beleedigingen, welke u in hét geheim uwer liefde aangedaan zijn en nog dagelijks- aangedaan worden, kniel ik ootmoedig voor u neder om, u eerherstel en boete daarvoor aan te bieden. O Jesus, wat hebt gij niet gedaan om door ons bemind te worden ? Voor ons hebt gij u van den glans uwer goddelijke majesteit ontdaan; voor ons zijt gij mensch, zijt gij een klein kind geworden, voor ons hebt gij alles verlaten, alles ten offer gebracht; voor ons hebt gij u met geesels laten verscheuren, met doornen kn men; voor ons hebt gij u aan het kruis laten nagelen, om daar, te midden van de onbegrijpe-lijkste smarten, ter onzer zaligheid den laatsten druppel van uw kostbaar bloed te vergieten. En als ware dit nog niet genoeg, hebt gij in uwe liefde het middel lt;revonden om tot
340 GEBEDEN ONDER HET LOF.
de voleinding der eeuwen in ons midden te wonen door de instelling van het heilig Sacrament des Altaars. In dit Sacrament blijft gij dag en nacht onder ons tegenwoordig. In dit Sacrament zijt gij steeds bereid onze gebeden te verhooren, onze smarten te lenigen, onze zwakheid te sterken, ons met al uwe genaden en zegeningen te overladen. In dit Sacrament schenkt gij u zeiven tot spijs en drank aan onze ziel. O Jesus, hoe groot is uwe liefde; hoe groot moest bijgevolg onze dankbaarheid wezen. En toch, wat hebben wij gedaan, om aan zooveel liefde te beantwoorden? Engelen des hemels, staat verbaasd.... en gij, machten des hemels, siddert van verontwaardiging! Jegens'alle andere weldoeners zijn wij dankbaar geweest, jegens Jesus, onzen besten weldoener, waren wij ondankbaar. In plaats van zijne liefde met wederliefde te vergelden, hebben wij niet opgehouden Hem te beleedigen en te bedroeven door onze onverschilligheden, onze oneerbiedigheden, onze heiligschennissen.
GEBEDEN ONDER HET LOF. 341
Vergiffenis, o barmhartige Jesus, vergiffenis voor zooveel ondankbaarheid, zooveel snoodheid. Vergiffenis, o Jesus, voor de nalatigheid, onverschilligheid en minachting, waarvan gij het slachtoffer zijt in het Sacrament uwer liefde. Vergiffenis voor de oneerbiedigheden, traagheden en verstrooidheden, waaraan men zich in uwe heilige tegenwoordigheid schuldig maakt. Vergiffenis voor de heiligschennissen en onwaardige communiën, waardoor men u in uw aanbiddelijk Sacrament onteert. Vergiffenis, o Jesus, voor mijne eigene ongevoeligheid en traagheid om u te beminnen; vergiffenis voor de bitterheid, waarmede ik uw goddelijk Hart heb gelaafd, vergiffenis voor mijne koele en lauwe communiën, voor mijne oneerbiedigheid in de kerk, voor het verzuim der HH. missen, die ik zoo gemakkelijk had kunnen bijwonen, voor de nalatigheid om u in uw heilig Sacrament te bezoeken. Ik betreur ze van gan-scher harte.
O Jesus, Lam Gods, dat de zonden ' der wereld wegneemt, vergeet
342 GEBEDEN ONDER HET LOF.
al onze ondankbaarheden, wisch al onze misdaden uit. Om de liefde, welke gij den menschen toedraagt, laat uw heilig bloed nog eens te onzen gunste spreken, het zal luider roepen dan onze boosheden.
En gij, o eeuwige Vader, zie neder uit uw heiligdom, aanschouw van de hoogte uwer hemelsche woning deze aanbiddelijke offerande, die u onze Hoogepriester, uw heilige Zoon Jesus, voor de zonden zijner broeders opdraagt en laat u daardoor bevredigen, ondanks de menigte onzer boosheden. Zie de stem des bloeds van onzen broeder Jesus roept tot u van het kruis, Verhoor, Heer, word verzoend. Heer, let op ons smeeken en doe ons barmhartigheid; om uwentwil, o mijn God, toef toch niet, want uw naam is aangeroepen over deze stad en over uw volk; handel met ons naar uwe barmhartigheid. Amen.
GEBED OM DE NOODIGE GENADEN.
O God, vader van goedheid en barmhartigheid, uw goddelijke Zoon
GEREDEN ONDER HET LOF. 343
Jesus heeft ons beloofd, dat gij ons alle genaden zult schenken, welke wij u in zijnen naam vragen. Vol vertrouwen in die belofte, smeek ik u, in den naam en door het aanbiddelijk Hart van Jesus, om uwe genaden en hemelsche zegeningen.
Ter liefde van Jesus, die hier tegenwoordig is in zijn H. Sacrament, geef mij vergiffenis van al de belee-digingen, welke ik u heb aangedaan. Geef mij uw goddelijk licht, om de. ij delheid der wereld en tie voortreffelijkheid van het oneindig Goed, dat gij zijt, in te zien. Geef mij uwe heilige liefde, onthecht mij van de schepselen en vooral van mij zeiven, opdat ik niets anders beminne dan u en uwen H. Wil. Geef mij eene groote godsvrucht tot het allerheiligst Sacrament des Altaars en een onbeperkt vertrouwen in de oneindige verdiensten van Jesus en in de bescherming van Maria. Geef mij vooral de volharding in uwe heilige liefde en de genade om u steeds vuriger en oprechter te beminnen.
Zegen, o mijn God, Z. H. den
344 gebeden onder het lof.
Paus, Z. D. H. onzen bisschop, mijne geestelijke en wereldlijke overheden, mijne ouders, bloedverwanten, vrienden en weldoeners; zegen ook mijne vijanden, allen die mij eenig leed hebben aangedaan, en gelief hen om de verdiensten van Jesus met weldaden te overladen.
Ik beveel u ook, o God, de zielen des vagevuurs, de ongeloovigen, de ketters en alle zondaren. Doe u door allen kennen, door allen beminnen, door allen dienen en verheerlijken. Stort allen eene ware godsvrucht in tot Jesus in zijn H. Sacrament, een grooten ijver voor diens glorie en vereering. Amen.
geestelijke communie.
Heer Jesus, Zoon van den levenden God, die hier wezenlijk en zelfstandig tegenwoordig zijt, gij zijt mijn Verlosser en Zaligmaker, gij de eenige hoop mijner ziel. Op uwe liefdevolle baimhartigheid stel ik al mijn vertrouwen : van uwe goedheid hoop ik vastelijk al die genaden te verkrijgen, welke ik noodig heb om heilig te
GEBEDEN ONDER HET LOF. 345
leven en zalig te sterven. Mijn Jesus, ik aanbid u en ik bemin u in uw H. Sacrament. Uit liefde tot u betreur ik al mijne zonden, omdat zij u, mijn groeten weldoener, mijn besten Vader, mijn hoogste goed, be-leedigden. Liever sterven, mijn Jesus, dan u nog ooit te vergrammen. O goddelijk brood des levens, kostelijke wijn, die maagden voortbrengt, zoo gaarne wenschte ik u in mijn hart te ontvangen. Mijne ziel hongert en dorst naar u. Daar ik u echter op dit oogenblik niet werkelijk ontvangen kan, zoo smeek ik u, kom ten minste geestelijkerwij ze in mijn hart. Kom tot mij met uwe liefde en met uwe genade; vervul mij met uwe deugden en uwe heilige gevoelens ; hecht mij zoo innig aan u, dat ik nooit meer van u gescheiden worde. Amen.
GEBED TOT O. L. VROUW, IN BETREKKING TOT HET ALLERHEILIGSTE SACRAMENT.
Wees gegroet, o glorierijke Maagd en Moeder van mijnen God, die
34^ GEBEDEN ONDER HET LOF.
van eeuwigheid zijt uitverkoren om om onzen Heer Jesus Christus, het brood der Engelen en menschen aan de wereld te schenken. Wie kan u, o Moeder des Heeren, waardig loven en prijzen ? Groote dingen heeft God aan u gedaan. Onbevlekt heeft Hij u bewaard voor alle erfsmet, opdat gij eene waardige Moeder zoudt worden van zijn eenig-geboren Zoon, dien ik hier met alle engelen onder de gedaante van brood aanbid. Met eerbied en liefde vereer ik u, o machtige koningin des hemels. Geheel uw leven was een zuiver he-melsch loflied-, een geurige wierook voor den Heer, die uw hart met de volheid zijner genade, met de ver-hevenste deugden vervulde. O Maria, help mij, opdat ook mijn leven voor liet aanschijn van uwen goddelijken Zoon een loflied van deugden zij, en mijn hart eene waardige woning, als Hij mij in zijn H. Sacrament komt bezoeken. Verkrijg voor mij, 0 goede Moeder, eene ware godsvrucht tot uwen Jesus in het geheim zijner liefde. Geef dat ik steeds eerbieditr voor
GEBEDEN ONDER HET LOF. 34/
zijn aangezicht verschijne; dat ik hem steeds waardig in mijn hart ontvange, Hem dikwijls bezoeke en in oprechtheid Hem aanbidde, love en verheerlijke. Verwerf voor mij eene brandende liefde tot Jesus, den geest van gebed, van nederigheid, gehoorzaamheid, zachtmoedigheid en onderwerping aan zijn H. Wil.
O Moeder van mijnen jesus, gij aan-r schouwt met uwe zuivere oogen zijn aanbiddelijk aanschijn; gij zijt in ecu-wigheid met Hem vereenigd en bezit Hem in de zaligste liefde. Ik zie Hem slechts schuilende onder de gedaante van brood in het H. Tabernakel en mag Hem slechts nu en dan in mijn hart ontvangen, slechts van tijd tot tijd zijne heilige tegenwoordigheid genieten: o help mij, goede Moeder, dat ik hier op aarde steeds met uwen [esus vereenigd blijve door de liefde, om Hem eenmaal met u voor eeuwig te aanschouwen, te aanbidden en te beminnen in den hemel. Amen.
348 GEBEDEN ONDER HET LOF.
GEBED OM DEN ZEGEN.
Ik wil u niel verlaten, o mijn Jesus, alvorens u mijn oprechten dank te betuigen voor de groote genade, die ik heb ontvangen van u hier in uw heilig Sacrament te aanbidden en uwen heiligen zegen te hebben verkregen.
Dank, lieve Zaligmaker, duizendmaal dank voor de kostbare oogen-blikken, die ik in uwe heilige tegenwoordigheid mocht doorbrengen. Dank voor de verlichtingen en inspraken, voor de goede gevoelens en opwekkingen, die gij mij geschonken hebt.
Dank voor de gebeden, die ik hier aan uwe voeten mocht storten. Ik vraag u vergiffenis voor alle verstrooidheden en onvolmaaktheden, waarmede ik mijn gebed verricht heb.
O Jesus, laat mij niet heengaan, alvorens ik uwen H. zegen heb ontvangen. Strek uwe hand uit, minnelijke Verlosser, en zegen mijn lichaam en mijne ziel, mijne vermogens en mijne zintuigen. Zegen mijne tong, opdat zij niets spreke dan tot uwe glorie. Zegen mijne oogen, opdat zij
GEBEDEN ONDER HET LOF. 349
nooit aanschouwen, wat u zou kunnen mishagen. Zegen mijn mond, opdat ik u niet door onmatigheid vergramme. Zegen mijn geheugen, opdat het zich altijd uwe liefde en uwe weldaden herinnere. Zegen mijn verstand, opdat liet uwe goedheid kenne en begrijpe hoe beminnelijk gij zijt. Zegen mijn wil, opdat hij geen ander verlangen hebbe dan u te behagen, geen ander genot smake dan u verheerlijkt te zien.
Zegen al diegenen, welke mij dierbaar zijn, mijne ouders, bloedverwanten vrienden en weldoeners, in 't bijzonder diegenen, welke zich in mijne gebeden hebben aanbevolen en voor wie ik meer verplicht ben te bidden. Zegen allen die mij eenig ongelijk hebben aangedaan, zegende levenden en de afgestorvenen. Dat uw zegen ons allen een onderpand zij van eene grootere godsvrucht tot uw aanbiddelijk Sacrament en van eene eeuwige zaligheid in den hemel. Amen.
GEBEDEN VOOR DE BIECHT.
O God van oneindige majesteit cn heiligheid, ik geloof u hier wezenlijk tegenwoordig; ik geloof, dat gij mij aanschouwt en al mijne zonden kent.
Ik aanbid u uit geheel mijn hart en erken u voor mijn God en Schepper, mijn Verlosser en Zaligmaker.
Ik weet, o mijn God, dat gij den dood des zondaars niet wilt, maar vurig verlangt dat hij zich bekeere cn leve. Ik weet dat gij steeds bereid zijt allen, die boetvaardig tot u komen, in genade te ontvangen: een vernederd en vermorzeld hart zult gij, o Heer, niet versmaden. Vol vertrouwen werp ik mij daarom voor u neder en vraag u de genade om
GEBEDEN VÃÃR DE BIECHT. 351
eene goede biecht te spreken en vergiffenis mijner zonden te verwerven.
GEBED TOT DEN H. GEEST.
O H. Geest, bron van alle kennis, van alle licht en waarheid, zonder uwen bijstand is het mij onmogelijk mijne zonden goed te kennen en te betreuren. Daarom bid ik u, zend een straal van uw hemelsch licht in mijnen geest af, opdat ik mijne zonden met derzelver getal, grootheid, boosheid en alle omstandigheden kenne; tref mijn hart, opdat ik ze hate en verfoeie, dat ik ze oprecht bewecne en betreure en ze onbeschroomd voor den priester be-lijde. Versterk mijnen wil, opdat ik mij ernstig betere en geene, ook niet de geringste zonde meer bedrijve. Amen.
GEBED VOOR HET ONDERZOEK DES GEWETENS.
Goede Jesus, mijn God en Zaligmaker, zie mij hier aan uwe voeten om mijn geweten te onderzoeken en mijne zonden te leeren kennen. Uit
352 GEBEDEN VOOR DE BIECHT.
liefde tot u en om uwen goddelijken wil te volbrengen, wil ik ernstig nadenken over alles waardoor ik u, oneindige goedheid, kan beleedigd hebben ; ik wil alles oprecht en nederig aan uwen plaatsbekleeder openbaren, zonder iets te verzwijgen of te verkleinen, teneinde zoo volkomen vergiffenis van mijne zonden te verkrijgen en in uwe genade en uwe liefde toe te nemen. Eenmaal, o Jesus, zal ik voor uwen rechterstoel verschijnen om daar in alle gestrengheid onderzocht en geoordeeld te worden en mijne zonden voor de gansche wereld te hooren openbaren. Lieve Jesus, geef mij de genade, dat ik mij zeiven thans rechtvaardig en streng oordeele, om dan niet door u veroordeeld te worden.
Goede Moeder Maria, toevlucht der zondaren, sta mij bij en verwerf mij door uwe voorspraak, dat ik mijne zonden goed kenne en oprecht belijde. Mijn H. Engelbewaarder, alle Heiligen en uitverkorenen des hemels, bidt voor mij, opdat ik waardige vruchten van boetvaardigheid voortbrenge. Amen.
GEBEDEN VüüR DE BIECHT. 353
Onderzoek hier ernstig uw geweten met betrekking tot uwe voorgaande biecht, tot deze biecht, en tot de voornemens, die gij zult maken voor de toekomst, en zeg daarna:
GEBED OM EEN WAAR BEROUW.
O mijn God! met zonden beladen, werp ik mij voor uw heilig aanschijn neder, om uwe eindelooze barmhartigheid in te roepen en u vergeving te vragen. Ach! zoo dikwijls heb ik u beleedigd en bedroefd', zoo dikwijls uwe heilige geboden overtreden, uwe liefde veracht, uwe goedheid misbruikt! En ondanks al die zonden en schulden is mijn hart zoo koud en gevoelloos, zoo weinig van berouw en droefheid doordrongen. O God, God van barmhartigheid en liefde, ontferm u mijner, heb medelijden met mijne zwakheid en mijne ellende. Verteeder, bid ik u, vermorzel mijn ongevoelig hart, en doordring het van een waar berouw, van een oprecht leedwezen over mijne zonden. Verleen mij dat innig leedgevoel, hetwelk aan uwe heilige liefde ontspruit, verleen mij die smart en die droefheid, welke gij aan een
23
354 gebeden vóór de biecht.
H. Petrus, eene H. Magdatena, een ootmoedigen tollenaar en aan zoo-veie andere ware boetelingen geschonken hebt. Laat mijn arm hart van droefheid over mijne zonden wegsmelten ; laat het van haat en afschuw tegen mijne misdaden vervuld worden.
O mijn God, geef mij zulk een volmaakt berouw, dat ik waardig zij de vergiffenis te verwerven, welke gij aan boetvaardige zondaren beloofd hebt. Amen.
gebed onmiddellijk vóór de biecht.
O mijn God, ik ga thans nvine zonden in het H. Sacrament dei-biecht belijden. Ik wil het doen, o barmhartige Vader, in alle nederigheid en oprechtheid. Hoe ongelukkig zoude ik wezen en hoe bitter zoude ik u bedroeven, als ik uit valsche schaamte, uit menschelijk opzicht vrijwillig eene doodzonde zoude verzwijgen! Geef mij daarom de genade, o God, al mijne zonden met de soort, het getal en de noodige omstandigheden aan uwen plaatsbekleeder te openbaren. Ik betuig nogmaals dat ik
GEBEDEN VOOR DE BIECHT. 355
mijne zonden verfoei, dat ik ze haat en verzaak uit liefde tot u, niet zoozeer omdat ik daardoor den hemel verloren en de hel verdiend heb, maar omdat ik u, oneindige goedheid en liefde, daardoor heb bedroefd. Schenk mij dan vergiffenis, o mijn God, door de verdiensten van Jesus' dierbaar Bloed en door de voorspraak der allerzaligste Maagd Maria. En gij, o mijne goede Moeder, mijn heilige Patronen, mijn heilige Engelbewaarder, bidt voor mij, opdat ik eene goede biecht spreke en vergiffenis verwerve. Amen.
Zoodra gij den biechtstoel zijt ingegaan, vraag den zegen en zeg de voorbiecht.
DE VOORBIECHT.
Ik belijd voor den almachtigen God, voor de H. Maria altijd Maagd, voor alle Heiligen, en voor U, Vader, dat ik zeer gezondigd heb met gedachten, woorden en werken, door mijne schuld, door mijne schuld, door mijne allergrootste schuld.
Mijne laatste biecht is geweest....
356 GEBEDEN VÃÃR DE BIECHT.
Hebt gij xuve zonden duidelijk en oprecht gebiecht met het getal, do soort en de omstandigheden, welke de zonde van soort doen veranderen, besluit dan met de nabiecht.
DE NABIECHT.
Van deze en alle andere zonden, die ik niet indachtig ben, beken ik ootmoedig mijne schuld. Ik bid God ootmoedig om vergiffenis door het dierbaar bloed van Jesus Christus en vraag U, Vader, een zalige penitentie en de heilige absolutie, als ik het waardig ben.
OEFENINGEN NA DE BIECHT.
AKTE VAN DANKZEGGING.
Dierbare Jesus, hoe goed zijt gij, hoe groot is uwe barmhartigheid, hoe grenzenloos uwe liefde ! Om mijne zonden had ik verdiend voor eeuwisr van u verstooten te worden en gij neemt mij weder op als uw kind. Ik had verdiend in de boeien mijner zonden te blijven zuchten en gij hebt ze vol goedheid verbroken. Ik had verdiend, als een trouwelooze knecht, wegens mijne overgioote schuld voor altijd in den kerker geworpen te worden en gij hebt mij die schuld edelmoedig kwijtgescholden. Ik had mijne ziel bezoedeld, het kleed der heiligmaken-de genade besmeurd, mijn hart verontreinigd en gij wascht en zuivert mij in uw dierbaar Bloed. O onuitsprekelijk goedheid, o eindelooze
358 OEFENINGEN NA DE BIECHT.
barmhartigheid! Hoe zal ik u, mijn Jesus, genoeg voor zulk eene ontfermende liefde kunnen danken! Dank, eeuwigen dank zeg ik u, .0 mijn God, voor de groote genade mij door deze H. Biecht bewezen! Geloofd en geprezen zij eeuwig uwe groote barmhartigheid jegens mij. Met den boetvaardigen David roep ik u toe; Loof, mijne ziel, den Heer en alles wat in mij is, loof zijn heiligen naam. Loof, mijne ziel, den Heer en vergeet zijne weldaden niet, want hij heeft uwe zwakheden genezen, hij heeft uw leven van den ondergang gered en u met genade en barmhartigheid gekroond. Looft den Heer al zijne engelen, looft Hem alle zaligen des hemels, looft Hem al zijne werken, looft God in eeuwigheid voor de liefde mij bewezen, voor de vergeving mij geschonken. Amen.
VERNIEUWING VAN HET VOORNEMEN.
Ja, o mijn God, mijn besluit is genomen. Tot nu toe heb ik .1 dikwijls verloren, tot nu toe u dikwijls bedroefd ; maar voortaan zal het anders zijn. Ik
OEFENINGEN NA DE BIECHT. 359
wil van leven veranderen, ik wil u nooit meer beleedigen; nooit of nimmer eenc zonde meer! Ik heb u beloofd liever te sterven dan u nog ooit te vergrammen, ik vernieuw nu mijne belofte en wil ze houden.
Ik beloof u, o mijn God, meer en vuriger te bidden en vooral in de bekoringen tot u mijne toevlucht te nemen, zeggende: Jesus, Maria, helpt mij; Jesus, Maria, staat mij bij.
Ik beloof u de gelegenheden van zonden te vluchten en mijne slechte gewoonten af te leggen.
Ik beloof u te doen, wat de biechtvader mij heeft opgelegd, vooral....
Doch gij kent mijne zwakheid ; verleen mij, o God, de genade u getrouw te blijven lot den dood; help mij zoo dikwijls ik bekoord word, opdat ik tot u mijne toevlucht neme.
En gij, o Maria, Moeder der volharding, sta mij bij, op u stel ik al mijne hoop. Amen.
GEBED VÃÃR HET VOLBRENGEN DER PENITENTIE.
Met onbegrijpelijke liefde, o mijn
360 OEFENINGEN NA DE BIECHT.
Jesus, hebt gij mijne ziel in uw allerheiligst bloed gereinigd en mij gezuiverd van alle zonden. Ja, ik gevoel het in mijn binnenste, mijn hart zegt het mij, mijne zonden zijn mij vergeven. Ik wil dan ook boete doen, o mijn Jesus, over mijne fouten en misslagen en offer u daarom de penitentie op, die ik ga verrichten en ik offer ze u op in vereeniging van die oneindige voldoeningen, welke gij ons door uw leven, lijden en sterven verwon en hebt, alsook in vereeniging der verdiensten van uwe allerheiligste Moeder, van alle heiligen en boetelingen en van alle goede werken, die ooit op aarde verricht zijn. Neem ze aan, bid ik u, o mijn God, als eene kleine voldoening van het verdriet, dat ik u door mijne zonden veroorzaakt heb. Amen.
Volbreng hier, zoo de tijd het u eenigszins toelaat, uwe penitentie en doe dit zoo nauwkeurig en aandachtig mogelijk.
AANBEVELING.
Moge, o Heer, zoo smeek ik u, door de verdiensten der allerzaligste
OEFENINGEN NA DE BIECHT. 361
Maagd Maria en van alle Heiligen, deze mijne biecht u aangenaam en welgevallig zijn en gewaardig u door uwe goedheid en barmhartigheid alles aan te vullen, wat mij in deze of andere biechten zou ontbroken hebben aan berouw, aan oprechtheid of volledigheid .en gelieve mij volgens die barmhartigheid volmaakter ontslagen te beschouwen in den hemel, die leeft en heerscht met God den Vader in de eenheid des H. Gees-tes, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
SCHOON GEBED VAN DEN H. ALPHONSUS
OM DE GENADE DER VOLHARDING EN DES GEBEDS.
O mijn God ! door uwe barmhartigheid hoop ik thans in staat van genade te zijn, want ik vertrouw dat gij mij alles waardoor ik u bcleedigd had, hebt vergeven. Ik dank u daarvoor uit geheel mijn hart en hoop u gedurende de gansche eeuwigheid te danken. Ik erken, dat ik zoo dikwijls in de zonden hervallen ben, omdat
362 OEFENINGEN NA DE BIECHT.
ik verwaarloosd heb in de bekoringen mijne toevlucht tot u te nemen en u de genade der volharding te vragen. Ik neem mij vastelijk voor, in het vervolg altijd mijne toevlucht tot u te nemen, vooral als ik in gevaar zal zijn u opnieuw te beleedigen. Ik neem mij voor zonder ophouden tot uwe barmhartigheid te vluchten en de heilige namen van Jesus en Maria dikwijls aan te roepen; ik ben vast overtuigd, dat gij mij dan de noodige kracht om mijnen vijanden te wederstaal! niet zult weigeien. Ik beloof u dit mijn voornemen uit te voeren. Maar, o mijn God! wat baten al mijne beloften, als gij mij niet door uwe genade helpt om ze ten uitvoer te brengen, als gij mij niet bijstaat om in het gevaar tot u te bidden ? Hemel-sche Vader ! om de liefde van Jesus, help mij en laat niet toe dat ik opnieuw verzuime in de bekoringen te bidden. Ik ben vast overtuigd, dat gij mij zeker zult bijstaan zoo dikwijls ik tot u mijne toevlucht neem, maar dit vrees ik, dat ik verwaarloozen zal u aan te roepen in de bekoringen en
OEFENINGEN NA DE BIECHT. 363
dat ik zóó door mijne nalatigheid den kostbaren schat uwer genade verliezen en mij in het verderf zal storten. Geef mij, om de verdiensten van Jesus, de gave des gebeds, geef mij die in zóó hoogen graad, dat ik zonder ophouden en steeds ijverig bidde.
Lieve Moeder Maria! ik weet het, zoo dikwijls ik mij tot u gekeerd heb, gaaft gij mij de noodige hulp om God niet te beleedigen. Daarom wend ik mij tot u, o Maria! en vraag eene nog grootere genade: verkrijg mij, dat ik in allen nood uwen god-delijken Zoon en u om bijstand aanroepe. Gij erlangt van God alles wat gij hem vraagt, verwerf mij dan, om de liefde die gij Jesus toedraagt, de genade van altijd te bidden en tot mijnen dood toe in het gebed te volharden. Amen.
GEBEDEN VOOR DE 11. COMMUNIE.
AKTE VAN VOORBEREIDING.
Groot, o mijn God, is het werk dat ik ga beginnen; niet voor een mensch, maar voor u zeiven, o oneindige heiligheid en liefde, ga ik eene woning in mijn hart voorbereiden.
Heilige Geest, die door uwe almacht de geschapen wereld hebt versierd, die ,de harten der menschen door uwe genade reinigt en door uwe liefde vervult, vorm mijne ziel tot eene waardige woonplaats voor Gods Zoon. Verlevendig mijn geloof, versterk mijne hoop, ontvlam mijne liefde, vermeerder mijn verlangen naar Jesus' komst, opdat ik goed voorbereid tot de H. Tafel nadere. Allerheiligste Maagd, mijne goede Moeder
GEBEDE-: VOOR DE H. COMMUNIE. 365
Maria, gulden huis, waarin God zelf gewoond heeft, bid voor mij, opdat mijn hart, evenals het uwe, van liefde . en verlangen naar Jesus verzuchte. Heilige Engelbewaarder, sta mij bij en geleid mij tot de Tafel des Heeren. Amen.
AKTE VAN GELOOF.
Bereid u, mijne ziel, omjesus te ontvangen. Verlevendig uw geloof en xeg Hem;
Binnen weinige oogenblikken; o mijn geliefde Verlosser, komt gij in mijn hart. Verborgen God, dien de meeste menschen minachten, ik geloof, dat gij in het allerheiligste Sacrament des Altaars waarachtig tegenwoordig zijt; ik aanbid u uit geheel mijn hart als mijn Heer en mijn God en gaarne wilde ik mijn leven opofferen voor de belijdenis dezer waarheid. Gij komt tot mij om mij met genaden te vervullen, om u geheel met mij te vereenigen, om u aan mij te schenken. O hoe groot moet dan mijn vertrouwen zijn op uwe liefdevolle komst in mijn hart!
366 GEBEDEN VOOR DE H. COMMUNIE.
AKTE VAN HOOP.
Ontsluit uw hart, mijne ziel, Jesus kan u met alle goederen verrijken. Hij bemint u zoo vurig en verlangt slechts uw geluk. Hoop daarom groote genaden van uwen Verlosser, die met zooveel teederheid en liefde tot u komt! Ja, allerzoetste Jesus, gij zijt mijne hoop, op u stel ik al mijn vertrouwen. Ik verwacht van uwe liefde, nu gij u geheel aan mij geeft, dat gij die vlammen uwer goddelijke liefde in mijn hart ontsteken, en in mij het vurig verlangen zult opwekken om u te beminnen, opdat ik in het vervolg niets anders wille, dan hetgeen u behaagt.
AKTE VAN LIEFDE.
*
O mijn God, mijn Gcod, gij alleen zijt de ware vriend mijner ziel. Kon-det gij meer doen om mijne liefde te winnen, dan gij voor mij gedaan hebt ? Gij hebt niet alleen voor mij willen sterven, goddelijke Zaligmaker ; gij hebt daarenboven dit allerheiligste Sacrament ingesteld, om u daarin
GEBEDEN VOOR DE H. COMMUNIE. 367
geheel aan mij te schenken, en u zoo innig mogelijk niet een zoo verachtelijk en ondankbaar schepsel te vereenigen. ja gij noodigt mij zelfs uit, om tot u te komen, gij wenscht vurig, dat ik u ontvange. O oneindige liefde, o onbegrijpelijke goedheid! Een God wil zich geheel aan mij geven! Gelooft gij clat, mijne ziel, wat zegt gij hiervan ? O liefdevolle, o oneindigs God, gij alléén verdient de liefde van al uwe schepselen. Ik bemin u uit geheel mijn hart, ik bemin u bovenal ik bemin u meer dan mij zeiven, meer dan mijn leven. Ach mochten toch alle menschen u beminnen! Konde ik toch bewerken dat alle harten u liefhadden, gelijk gij het verdient! Ik bemin u, allerbeminnelijkste God, enomu te beminnen, vereenig ik mijn ellendig hartmet de harten der Serafijnen, met het hart van Maria, zoodat ik, o oneindige goedheid, u dezelfde liefde toedraag als de Heiligen: dezelfde liefde als die, waarmede het hart uwer goddelijke Moeder ontvlamd is. Ik bemin u, wijl gij alleen waardig zijt boven alles in den hemel en op aarde bemind te worden;
368 gebeden vóór de h. communie.
ik bemin u, omdat gij verlangt door ons bemind te worden. Maria, Moeder der schoone liefde, help mij mijnen God beminnen en alleen uit liefde voor Hem leven.
akte van ootmoed.
Nog eenige weinige oogenblikken, o mijne ziel, en gij gaat u met het goddelijk vleesch en bloed van Jesus Christus voeden. Maar zijt gij ook waardig hem te ontvangen ? O mijn God, wie ben ik, en wie zijt gij ? Gij zijt de oneindig groote, de oneindig heilige, de oneindig machtige, de oneindig volmaakte; en ik, ik ben een ellendig schepsel, een nietige aardworm. Mijn God hoe is het mogelijk dat gij, de oneindige zuiverheid, verlangt om in mijn hart te wonen, in dat hart, dat zoo dikwijls uwe vijanden heeft ontvangen, dat zoo dikwijls door de zonden is bevlekt geworden ? Ik erken, o Heer, uwe verheven Majesteit, ik belijd mijne
overgroote ellende. Ik word schaam-
...
rood en beef voor u re verschijnen. Uit eerbied moest ik mij
GKHKDKN VÃÃR DE H. COMMUNIK. 369
van u verwijderen. Doch waarheen zal ik gaan ! waar zal ik hulp zoeken ? Wat zal er van mij geworden, als illt; u, mijn God en mijn leven, verlaat? Neen, neen, ik wil mij niet meer van u verwijderen, ik wil altijd meer en meer tot u naderen. Ik kom dan, allerliefste |esus, beschaamd over mijne zonden cn verootmoedigd, maar vol vertrouwen op uwe barmhartigheid en op uwe liefde tot mij, om u vandaag in mijn hart te ontvangen. O kom, oneindige liefde, kom tot mij.
AKTE VAN BEROUW.
Mijn Jesus, hoe smart het mij, dat ik u tot dusverre niet bemind heb; maar dat ik, in plaats van u te beminnen, mijne hartstochten bevredigd en uwe oneindige goedheid daardoor zoo dikwijls beleedigd en bedroefd heb. Hoe smart het mij, dat ik uwe genade en vriendschap, dat ik zelfs u, mijn Jesus, mijn Heer en God, vrijwillig heb willen verliezen. Ja het is mij leed uit den grond mijns harten ; ik ben er uiterst bedroefd
-4
37o gebeden voor de h. communie.
over, ik haat en verzaak al mijne zonden, ik haat ze meer dan alle ander kwaad, omdat zij u, oneindige goedheid heleedigd hebben. Ik hoop dat gij mij reeds vergeven hebt; of zoude dit niet zoo zijn, vergeef mij dan alvorens ik u ga ontvangen; reinig door uw dierbaar bloed mijne ziel, waarin gij aanstonds komt wonen.
akte van verlangen.
Mijne ziel, het oogenblik is daar. waarop Jesus zijn verblijf in u wil nemen. quot;Zie, de Heer van hemel en aarde, zie uw Zaligmaker en uw God nadert, hij komt tot u. Bereid dan uw hart, om hem met liefde te ontvangen, verlang naar hem en bid:
O 7 O
Kom o Jesus, kom in mijn hart, dat naar u dorst; kom spoedig, doch eer gij u aan mij geeft, wil ik mij aan u schenken: zie, ik geef u dit ellendig hart; neem het aan, en haast u er bezit van te nemen.
gebed tot de allerheiligste maagd.
En gij, allerheiligste Maagd, mijne
GEBEDEN VÃÃR DE H. COMMUNIE. 37 I
goede Moeder Maria, zie op mij neder, nu ik op het punt sta uwen goddelijken Zoon te ontvangen. O ik wenschte zoo vurig uw hart, uwe liefde te bezitten. Geef mij uwen Jesus, gelijk gij hem aan de herders en aan de drie koningen gegeven hebt. Ik verlang hem uit uwe zuivere handen te ontvangen. Zeg hem, dat ik uw toegenegen dienaar ben; uw allerzoetste jesus zal mij dan nog meer beminnen, en in mijn hart gekomen, zich nog inniger met mij vereenigen.
Als de priester de H. Hostie toont, herhaal dan met hem driemaal de volgende woorden :
Heer, ik hen niet waardig, dat gij komt onder mijn dak, maar spreek slechts één woord en mijne ziel zal gezond worden.
Dankzegging na de 11. Coininnnie.
AKTE VAN GELOOF.
Mijn God heeft mij bezocht!.... Mijn Zaligmaker heeft Zijne woning in mijne ziel genomen ! . ... Jesus is in mijn hart! Hij is gekomen opdat Hij aan mij, opdat ik aan Hem zou behooren! Zoo is dan Jesus aan mij en ik ben aan Jesus! Jesus behoort geheel aan mij en ik behoor geheel aan Jesus!
O oneindige goedheid ! o onbegrensde barmhartigheid! o onmetelijke liefde! Een God vereenigt zich met mij, een God wil geheel aan mij zijn ! Mijne ziel, wat zult gij doen, nu gij zoo innig met Jesus verbonden, nu gij een met Hem geworden zijl?
DANKZEGGING NA DE H. COM. 373
Wilt gij Hem niets zeggen, wilt gij niet met uwen God, die in u tegenwoordig is, spreken? Verlevendig uw geloof, denk dat de engelen hunnen God, die in u woont, aanbidden. Aanbid ook gij Hem; keer u inwendig tot uwen Jesus, verwijder alle apdere gedachten: vereenig alles, wat gij van hem verlangt, tot een smeekgebed en offer dit aan uwen allerzoetsten Jesus op, zeggende:
AKTE VAN BEGROETING.
O mijn Jesus, mijne liefde, mijn oneindig goed en mijn al. Ik groet u en dank u dat gij in mijn hart gekomen zijt. Maar ach, mijn goede Jesus, waar zijt gij gekomen, waar zijt gij nu? In mijn hart, veel onreiner dan de stal van Bethlehem hij uwe geboorte! In mijn hart vol verkleefdheden aan het schepsel, vol eigenliefde en zonde! Hoe, mijn Jesus, kondet gij daarin komen wonen'? Met den H. Petrus zou ik u moeten zeggen: âga van mij. Heer; want ik âben een zondig mensch,quot; ga van mij want ik verdien niet, dat een God
374 dankzegging na ije h. com.
van oneindige goedlieid in mijn hart rust; ga van mij: neem veeleer uwen intrek in die zuivere zielen, die u met zoo groote liefde dienen!
Doch, wat zeg ik? Neen, o Jcsus, neen, neen, verlaat mij niet; want dan ging ik verloren ! Ach neen, ga van mij niet weg: ik omhels U en vereenig mij met U, want gij zijt mijn leven. Hoe dwaas is het, U te verlaten uit liefde tot de schepselen, hoe ondankbaar U te verdrijven, o lieve Jesus! Voortaan, o God mijner ziel, wil ik U voor immer in mijn hart bewaren, van nu af wil ik geheel aan U zijn, ik wil met U vereenigd leven en sterven.
Allerheiligste Maagd Maria, Sera-lijnen en alle godminnende zielen, bidt hem voor mij lt; im uwe liefde, lt; )p-dat ik mijnen lieven Jesus waardig gezelschap houde.
akte van dankzegging.
Ja, ik dank u, mijn Hoer en mijn God, voor de groote genaden, diegij mij bewezen hebt; ik dank u, dat gij in mijn ellendig hart zijt gekomen ;
DANKZEGGING NA DE H. CO Ar. 375
ik wcnschte, dat mijne dankbaarheid aan de groote genade, die gij mij geschonken hebt, volmaakt beantwoordde. Maar hoe zou ik, arm en ellendig mensch, u op eene waardige wijze kunnen danken ?
AKTE VAN OPOFFERING.
Ik offer u, mijn allerdierbaarste Zaligmaker, ik offer u heden np alles wat ik ben. alles wat ik bezit. Ik offer u op de zintuigen van mijn lichaam en de vermogens mijner ziel. Ik offer 11 mijne gedachten,' mijne genegenheden, mijne wenschen, mijne begeerten, mijne vrijheid, in één woord, mijn lichaam en mijne ziel, alles stel ik in uwe handen.
Kom, o heilig vuur der goddelijke liefde, verteer in mij al wat van mij is, en wat aan uwe allerzuiverste oogen mishaagt, opdat ik van nu af geheel aan u zij en voortaan alleen leve, niet enkel om uwe geboden en uwe raadgevingen, maar ook om uwe verlangens en alles wat u behaagt, te vervullen.
370 DANKZEGGING NA DIC H. COM.
AKTE VAN VERZOEK.
Mijne ziel, verlies geen enkel oogen-blik, de tijd u thans geschonken is kostbaar, wijl gij nu gemakkelijk alle genaden kunt verkrijgen, die gij verlangt. â Ziet gij niet, hoe liefdevol de eeuwige Vader u aanschouwt, nu hij in uw hart zijnen beminden Zoon, het voorwerp zijner teederste liefde ziet? Hoort gij niet hoe Jesus zelf u toeroept: Wat wilt gij dat ik u doe? Spreek, geliefde ziel, wat verlangt, gij van mij? Ik ben gekomen, om u rijk en gelukkig te maken; vraag met vertrouwen, en alles, wat gij verlangt, zal u gegeven worden.
Vraag hier aan Jesus ecnige bijzondere genaden voor n. voor uwe bloedverwanten, vrienden en weldoeners, vergeet ook de zondaren en de zielen, des vagevuurs niet.
Eeuwige Vader, Jesus Christus, uw eenig geboren Zoon zelf, heeft ons gezegd : âVoorwaar, voorwaar ik zeg âu ; indien gij den Vader om iets in âmijnen naam zult bidden, hij zal âhet u geven.quot; (Joan. 16. 23.) Verhoor mij dan uit liefde tot dezen uwen
DANKZEGGING XA DIÃ H. COM. 377
gocklelijken Zlt;ion, die nu in mijn hart woont, cn verleen mij wat ik 11 gevraagd heb.
Mijne zoete liefde, Jesus en Maria ! voor u wil ik lijden en sterven, laat mij geheel aan u, en nooit meer aan mij zeiven zijn.
LIEFDEVERZUCITTING TOT JESUS.
Ziel van Christus, heilig mij.
Lichaam van Christus, maak mij zalig.
Bloed van Christus, maak mij dronken. Water der zijde van Christus, waseh mij. Lijden van Christus, versterk mij. O goede Jesus, verhoor mij.
In uwe wonden verberg mij.
Laat niet toe dat ik van u gescheiden worde.
Tegen den boozen vijand bescherm mij. In het uur des doods roep mij. En gebied mij tot u te k( imen. Opdat ik 11 met uwe Heiligen love In de eeuwen der eeuwen. Amen.
Aflaat van 300 dagen, zoo dikwijls men dit gebed verricht; aflaat van 7 jaren, als men het bidt na het ontvangen der H. Communie. (Pius IX, 9 Jan. 1854)
378 DANKZEGGING NA DE H. COM.
GEBED MET VOLLEN AFLAAT.
Zie, o goede en allerzoetste Jesus, ik werp mij voor uw aangezicht op mijne knieën neder en bid en smeek u met al den gloed mijner ziel, dat gij levende gevoelens van
geloof, hoop en liefde, een waar berouw over mijne zonden en een vasten wil om ze te verbeteren in mijn hart wilt uitstorten; terwijl ik met groote aandoening en smart uwe vijf wonden bij mij zeiven overdenk en in den geest beschouw, voor oogen hebbende, wat reeds de Profeet David van u, ogoedejesus, voorzeide: âZij hebben âmijne handen en voeten doorboord, âzij hebben al mijne beenderen geteld.quot; (Ps. 21 â 27. 28.)
5 Onze Vaders, .5 Wees gegroeten, 5 Glorie zij den Vader, tot intentie van Z. H. den Paus.
DANKZEGGING NA DE H. COM. 379
Alwie na gebiecht en gecominuniceercl tc hebben, nevenstaand gebed voor eenig beeld van den Gekruiste verricht en bidt tot intentie van Z. H. den Paus, verdient een vollen aflaat, ook toepasselijk op de zielen in het vagevuur. (Bekrachtigd door Pius IX 13 Juli 1858.)
BLADWIJZER.
Do Kersttijd......................I
Besnijdenis des Hoeren............96
Driekoningen...........121
Feest van den Allerh. Naam Jesns . 126
De Lijdensweek.........132
Hoogfeest van Paschen......160
Hemelvaart O. H. J. C......166
Noveen voor Pinkster.......171
Octaaf voor H. Sacramentsdag . . . 214
Noveen van Jesus' H. Hart . . . . 259
Feestdag van den Allerh. Verlosser . 305
Gebeden onder de H. Mis. . . . 312
â â het Lof.....332
â voor de Biechi......350
Oefeningen na de Biecht.....357
Gebeden voor de H. Communie. . 364
Dankzegging na de H. Communie. 372