.ov ^
X
-II M»!,.'^ , l : J _ - : â l..g-.
':' ^jïjjrd
TER EERE VAX DEN
H. Antonius van Padua
EN VAN DEN
H. Vader Franoiscus.
:: 'S GRAVENHAGE, -=
L J. MEEUSSEN amp; ZOON. ^ I895-
IMPRIMATUR.
|
Haklemi . dio 20 Julii 1895. |
B. DAKKELMAN, Libr. Censor. |
NihiIIIIIMHIII
........
1. PATROON.
l-- » i
Moderato. S'.
--Ji:
⢠â¢-
:pi=F:=
An - to - ni-iis van Pa - du-a! Zoo
% '
m
=4
=il=
r' * â«q
heilig en zoo goed; Wij lo-ven God, die rail.
1-1
door uw hand zoo vele wond'ren doet. P
==1=
- ' ' '3
Pâ-ITâ
Geen geur en kleur van bloemen is zoo
quot;F
â . ! j s-.-
- 6 â
m f
i-ErrJi
â0â0----m
aangenaam en fijn,
ils voor een ziel, die raW.
â|â=IF-n-
-=#tï-®r=3
God be-mint, uw sclioone deugden zijn.
De liefde Gods
En Godes eer Bewogen uwe tong;
AVaardoor berouw. En zaal'ge vrees
In alle harten drong. Antonius enz.
Gij waart een schild,
B^n zijt liet nog,
Voor de onschuld in gevaar;
Al wie u bidt;
Wordt uwe hulp
In eiken nood gewaar. Antonius enz.
Antonius,
Gij, menschenvriend, En vriend van God den Heer, Patroon van dit.
I
â 7 â
Ons Bedehuis,
Zie gunstig op ons neer.
Antonius enz.
Al komen wij
Ook telkens weer Voor vijand of voor vriend,
Of voor ons zelv';
Toon, dat men u
Niet vrucht'looR eert en dient. Antonius enz.
2. Devotie voor de H. Maagd.
Moderato, ruf
.vM # # â¢
m
-gâNââ
tt 'W ~r
Ma-ri-a, in de hemelwoon zijt gij ge-
JkJt*_
rlâ
» 0
zeten naast uw Zoon, om ons uw gunsten meê te dee - len, Gij zijt het,
'K;
-t-0.
T
âP-
Alt
W
die in 'sle-vens strijd, onz'zielen
aan Uw Zoon be - ve-len. Gij blijft ons
â¢J?'.. v -0â1--j--# quot;^=0-
ö jtu__^
igng r
Antonius, van af zijn jeugd
Heldhaftig strevend naar de deugd,
Bracht u het offer van zijn harte,
Gij naamt dit heldenofler aan.
Gij waart op heel zijn levensbaan
Zijn hechtste steun in vreugd en smarte. (bis.)
Maria, Moeder van den Heer,
Zie op de U toegewijden neer!
Leid ons ook in dit rampvol leven,
Antonius, ga Gij ons voor.
Leer ons, uw kinderen, op uw spoor,
Maria ook ons hart te geven, (bis.)
aan Uw Zoon be - ve - len.
Ã
-uâu-
van verderf be - vrijdt, Gij blijft ons
MEEpEEö^ESEEiE^H-^E
:_ â'â^ r!::_quot;T7:liz^iâ:3i=:jâ
1
d-tH-
â 9 -3- Si quaeris miracula.
Eenige stemmen, Moderato.
m f
dood en ramp en dwa-ling vliedt, met
t2 ^ irr^-giF^q--;---
dui-vel en met pest, met duivel en met
t=ip=4
;d:
⢠O
1âf:=i=-
pest. De kranke richt zijn veege leen, die
=. »-1: * â¢â'ââ¢r-3
hij ge-ne-zen ziet. De kranke richt zijn
r=tl
=i=l=.
=1-
WM
vee-ge leen, die hij ge - ne - zen ziet.
10 â
Allen en opgewekt.
» *-m-a-A
, f
âI
zzz^=2~Xquot;
De boei, zij valt, de zee, zij wijkt, en
=hr:it;
S2
=F~
oud en jong, wat gij verloort, het
:t=
-rbâiâ^âr«!â=--1 i \ ri-----1-
w^mm=£m
zij een lichaams-lid, liet zij een zaak, die II'
tâ\z=.\z:
Wâ' ⢠=
ii verrijkt, Vraagt slechts, vraagt, slechts,
Bâ
--t='r
V?âI-
'ih'
vraagt slechts, gij zijl verhoord, vraagt slechts, i-b---
=l==
^=t=t=fc:
vraagt slechts, vraagt slechts, gij zijt verhoord.
Gevaar, hoe dreigend, hoe verblind, Is op zijn voorbeê dia vergaan. En nood, hoe bang, houdt op; {bis.)
â 11 â
Verhaal liet ons, die 't ondervindt, j.. Verhaal het Paduaan. i IS'
De boei, zij valt; enz.
Eor zij den Vader, en den Zoon,
Eer zij met Hen den Heil'gen Geest, Eer den drie-eenen God. (bis.)
Wiens oppermacht en glorietroon
Van eeuwen zijn geweest. i
Do boei, zij valt; enz.
4. De geest des gebeds.
Moih'.ralo.
âIâ
li
leidt, dan is haar op aard reeds oen voorsmaak be - re id der rei-ne ge-neug-tcn in
v--
12
dim.
ztizfr^zitzrpâ E - den: dan vliegt, zij naar Hem, die met
cresc.
-Vâï-
⢠* â¢
â -F
-k-
glorie ora-liuld, de heem'len met luister en
F=jr
i-j--f:-â/.
grootheid ver - vult, dan volgt liaiir de
| ||||||||
|
vreugd van be - ne - den, dan volgt haar do |
rail.
m
vreugd van be - ne - den.
Als de geest des gebeds ons bestraalt niet zijn licht, Dan schrikt onze ziele niet af voor een plicht Hoe, zwaar ze ook de schoudren moog drukken; Het voorbeeld van Jezus,haar Toonbeeld, geelt kracht; Zij aanvaardt haar met ijver, en is zij volbracht, Hoe heerlijk de vruchten te plukken! (Iris).
Als de geest van gebed onze ziele gebiedt, Dan vreest zij des Heeren beproevingen niet Maar brandt om voor Jezvs te lijden:
Onttrekt haar de Heer zijn verkwikkender) troost, Dan wankelt zij niet, neen, zij blijft onverpoosd Aan God al haar hand'lingen wijden, (bis).
Ook Antonius leidde die geest van gebed, Die geest was Gods dienaar tot eenige wet, In God had hij alles gevonden:
Toen hij nog zeer jeugdig der wereld ontvlood, In de eenzame cel van het klooster zich sloot, Steeds nauwer aan Jezus verbonden, (bis.)
En al derft hij ook later zijn hoogste vermaak, Zijn eenzaamheid, om zich aan d'edele taak Aan zielenveroovraar te wijden.
Hetzij bij de lauwen tot liefdevuur dwingt, 01' kettei's der boeien van Satan ontwringt, 't Is Jezus, voor Wien hij blijft strijden, (his.)
Doch die geest des gebeds vond belooning bij God Reeds hier mocht de Heilige het hemelsch genot Van Jezus, omhelzingen smaken;
Doch Gij, Die steeds Vader voor ons zijt geweest Wij bidden, doordring toch ook ons van dien geest Opdat wij tot U eens geraken, (bis.)
14
5- Tong des H. Antonius.
AUiyrn Moderato. Allen. /'
--i-X-ȉv
An-tonius uw tong had in 't leven veel
^=-_x-_t3=E
goeds voor ilen He-mel ge - daan, den
---j-^SL-k-------1---1
---âFâ---HâJ
Schepper haar hul-de ge - ge-ven. der
=zr=r^=^r3j:
--#---.-----J-
z^bzz-
lauwheid en dwaling weèr-staan. /.ij
Hâ
3
=U=i
⢠#
blijft zelfs in 't graf God nog lo - ven, Die
pEE^
r-*âiâi
=3=J-0 â
kracht mocht de dood liaai' niet roo- ven. Zij
â 15 â
|=±Ep-£3 _|----,
doet wat zij steeds lieeft ge - daan, door
» » 0 quot; »
;Eâgt;â«J:â
slui-ten bij de - zen ons aan. Wij
Eenige stemmen.
Moderato, p
â â
f »
âP-
-/-----
-iN---N-
slui-ten bij de - zen ons aan.
An -
;-fasâ-p.---
wond'ren maakt hern God hier groot. De
I
'^-zzfz
Kerk er - kent zijn glo - rie en
-I-
dl
=hrt=i=iâ
't eer - ste jaar na zijn dood.
Allen. Antonius uw tong, enz.
Ecnige stemmen.
Die glorie zal niet tanen
Bij dankb're Paduanen
Die heil'ge schat rust in hun kerk
â 17 â
Waar zij U dankbaar prijzen
Voor al uw gunstbewijzen ;
Antonius, zóó loont God uw werk. (bis.)
Allen. Antonius, uw tong, enz.
6. Lijden.
ijâ
mf
3
if
=;d
âh-*-
al hunne glorie is 't loon der victorie, die
9
â 18 â
---S-------1--A;--^-4--j^----4
zij op den vijand hier liebben behaald. Zij
_â¢?--]--s.--S;-------âNquot;âIâfâVâ-\
K--I-HÃ---1---SâK- ^
hebben held-haf-tig ge -stre-den, den ar sc. mf
IM
mi*
w=i=i-
^=:=eH3%Ei=*
hemel om bijstand ge-be-den, Dit gaf hun de rail.
m
glo-rie, die thans hen om - straalt.
Antonius, nog jeugdig Had Jezus zijn harte gewijd,
Dat offer bereidde Zijn ziel eenen bloedigen strijd.
Maar hoopvol zijn oogen Gericht naar den hoogen Draagt hij met volharding het kruis uit Gods hand. Om harten voor Jezus te ontgloeien Trotseert hij gevaren en boeien,
Geen dood zelfs is tegen zijn ijver bestand.
â 19 â
Antonius, o Vader,
Verwerf uwe kind'ren de kracht,
Om ook te volvoeren Wat gij ons ter leering volbracht. O, schenk ons verblijden In kruisen en lijden Uw voorbeeld, o Vader, zweev' steeds voor ons oost. En hebben wij hier dan gebeden En ve^l voor den hemel gestreden Dan heerschen wij eenmaal met U daar omhoog.
7. Heilige dood van Antonius.
Ainhuitc.
mf
| ||||||
|
Hoe branddet gij wei-eer, An-tonius, om te ster - ven, Yoor Je-zub' heil'-ge leer do |
« 0 0 0
ze-ge te ver-werven, Waar reeds Francisens'
â 16
:^=E
rq
i
wond'ren maakt hem God liier groot. De
EE5EEE '
:p
⢠»
==-=3
Kerk er - kent zijn glo - rie en
-» - «
=1=
quot;t--
âââ-r
roemt ons zijn vie - to - rie, reeds
irhrf
V
't eer-ste jaar na zijn dood, reeds
~zhrt=dz:iz
----
't eer - ste jaar na zijn dood.
Allen. Antonius uw tong, enz.
Eeiiige stemmen.
Die glorie zal niet tanen
Bij dankb're Paditanen
Die heil'nre schat rust in hun kerk
â 17 â
Waar zij U dankbaar prijzen
Voor al uw gunstbewijzen ;
Antonius, zóó loont God uw werk. (bis.)
Allen. Antonius, uw tong, enz.
6. Lijden.
-â¢--w--Iâ
m
i|I
li=Ãi^ii?=êiÃÃ
â¢3
al hunne glorie is 't loon der victorie, die
â 18 â
zij op den vijand hier hebben behaald. Zij
1=^:
hebben held-haf-tig ge -stre-den, den ïresc. mf
-fi-
----'â0-0-#_RâZ-
liemel om bijstand ge-be-den, Dit gaf hun de rail.
ï=^ZZ\l=[
glo-rie, die thans hen orn - straalt.
Antonius, nog jeugdig Had Jezus zijn harte gewijd,
Dat offer bereidde Zijn ziel eenen bloedigen strijd.
Maar hoopvol zijn oogen Gericht naar den hoogen Draagt hij met volharding het kruis uit Gods hand. Om harten voor Jezus te ontgloeien Trotseert hij gevaren en boeien,
Geen dood zelfs is tegen zijn ijver bestand.
â 1
â 19 â
Antonius, o Vader,
Verweif uwe kind'ren de kracht,
Om ook te volvoeren Wat gij ons ter leering volbracht. O, schenk ons verblijden In kruisen en lijden Uw voorbeeld, o Vader, zweev' steeds voor ons oog. En hebben wij hier dan gebeden En veQl voor den hemel gestreden Uan heerschen wij eenmaal met U daar omhoog.
7. Heilige dood van Antonius.
p:â
i---- *â» hr
Andante.
mf
Szit----^
ï^-Jt-=pE\
.....
I?
Hoe branddet gij wei-eer, An-tonius, om te
-F
ster - ven, Voor Je-zus' heil'-ge leer do
0 » gt;»
ze-ge te ver-werven. Waar reeds Francisens'
zoon Be-rardus luid geleèn, Dier helden voorbeeld
' â¢
-» »
dreef u naar Ma-rok-ko heen.
Doch 't was niet 'sHeeren wil,
dat gij uw bloed zoudt plengen: Gij gingt den christen tot een
hooger liefde brengen,
liet afgedwaalde schaap,
misleid door 'svijands list,
Weer voeren naar den vree,
dien 't lang reeds had gemist.
Die taak is thans volbracht â
Met kahnen zielenvrede Verbeidt gij 't zalig uur,
waarop gij zult betreden Het zalig Hemelhof. Geen
vrees beklemt uw hart, Gij hebt uw God gediend
in blijdschap en in smart.
De glorie van zijn naam
was steeds uw hoogste streven; Gij hebt den zondaar aan
zijn liefde weergegeven.
*â m
lie blijde stond is daar,
waarop Ge in 's Hemelswoon Voor eeuwig heerschen zult
naast Sint Franciseus' troon.
Antonius ook voor ons
zal eens die stonde dagen, Waarop een wrekend God
ons rekenschap zal vragen Van al ons' werken hielen zullen alsdan wij Ook naad'ren tot den Heer
vertrouwend zooals gij ?
Antonius, o leer
ons nn voor Jezus leven, Het oiler van ons hart
Hem onverdeelbaar geven. Kn sterk ons in dat uur,
hetwelk ons lot bepaalt. Nooit heeft uw kind'ren nog
uw vaderhulp gefaald.
8. Geloof.
Moderato.
22
SyzâhâPâpâtâtâ/-i-
ta-ve van God, liet ver-sterkt in onz' zielen liet
0-#â¢â0 â *â » â-ât----sâ1
EEEL=^=PHfeE?E-=ESa
âI--sâyââ^---
âI--1âpâj----w._
-vâS-
ï==l
le - ven. Wij aan-liidden vertrouwend Gods
â V»â'-9»0
⢠-0 -â¢
â^^âi----
inachti-ge hand, Die ons bijstaat op al on-ze ________
im'-quot;ââw--â9âfâFâamp;âijâI
we-gen; Ja door haar zijn wij te-gen ver-
-v-s-
a
leiding bestand, door't geloof lacht ons't moeilijke
â 23 â
â
ââ-0â-m 0 ' f-
:li=l==ï=^=L=ï=ï=E=-^=tzl
te - gen. .Ia door haar zijn wij te-gen ver-â - *â * 0 quot; -#â---#- *----^
lei - lt;ling be - stand, Door 't ge-
üiipüi^üM
:E:;
looi laelit ons 't moei-lij-ke te - gen.
Ook 't geloof, dat Antonius bezielde, was groot,
Ilij heeft harten, verslaafd aan de zonden.
Weer verzoend met het Bloed, dat de Godmenseh Weer in liefde niet Oode verbonden. [vergoot. En weerstaat soms him hoogmoed zijn liefdevol woord. Zijne kracht is de bijstand des Heeren.
Ilij toch weet, dat de Hemel zijn beé lieel't j
verhoord, his. Hij doet wond'ren om hen te bckeeren. |
â¢Ia, het reed'looze dier geei't gehoor aan zijn stem
Kn verkondigt den lof des Alhoogen,
Hij die wonderen luistert de inenseh ook naar Hem
Door 't vertrouwen des Heirgen bewogen.
Wij, Antonius, gelooven, bewaar ons 't geloof,
Dat onz' woorden en werken het toonen.
Dat geen kwelling of smaad van dien i
schat ons beroov', bis. Maar dat God, ons als u, eenmaal loone.'
â 24 â g. Verlangen naar den marteldood.
Andante.
slÃEE
-Kâ
â¢i* â¢
Uit het e-delst bloed gesproten, maar nog
VI f
U, $___
W--1â
M
gt; »
eed'ler door uw deugd, gaaft gij
N â-:rl
-F.
â êm
»â¢Â»
Je - zus en Zijn Moeder heel den dim. mf
tnr3 T J (=quot;
bloei-tijd u-vver jeugd. 'tOr-de
_ii_#_
kleed van Sint Fran-ciscus daalde
Wi /'
-«Jiff
éTZZÃZ
4:
?r^=
-t-
vati uw schoudren neêr, roemrijk
25
godsvrucht eind'loos meer, door uw rail.
godsvrucht eind'loos meer.
Toen gij de eerste bloedgetuigen
Van den Seraphijnschen stam Hunne kleed'ren rein zaagt wasschen
In het offerbloed van 't Lam, Hnn verscheurde ledematen ,
Rood geverfd in 't martelbloed, Sfroomende uit hun heil'ge wonden, Vol van eerbied had gegroet, {his.)
Toen ook wildet gij gaan strijden
Onder Sint Franciscus' vaan, Om den dood der martelaren
Voor uw Jezus te ondergaan.
In het arm versleten kleedsel
Van Assisi's Seraphijn,
Zoudt ge een licht dei- wereld worden, En het zout der aarde zijn. {bis.)
â 26 -
Moog', Antonius, een vonkje
Van uw liemelsch liefdevuur, Uwer kind'ren hart ontvlammen
In dit heilig avonduur.
Dat uw helderschijnend voorbeeld Ons oen licht in '1 duister zij, Door dit dal van tranen henen Naar het hemelsch feestgetij, (bis.)
10a. Vreugde in God.
Andante. t__V_
Gij waart Franciscus waardig, in
0-#-dâI
ootmoed hem gelijk; nu juicht ge als [lij ver-
:Fzdz
-i-Nâ
â¢ât
r; - .
heer-lijkt in Je-zus' konink-rijk. An-
â lt;21 -
er esc.
-J-*â^^=^--p3-P=:p^=gg=-'-j
to-ni-us, zoo machtig, o hoor ons dankbaar
m f
=1
:±
tr
lied, ge-ze-teld in Gods glo-rie ver-ra//.
» â¢
;=:ji
.. = !
ieet uw kind'ren niet.
iol).
Moderato.
J-#â^
Gij waart Franciscus waardig, in
---1-
«
ootmoed hem ge-lijk; nu juicht ge als hij ver-
_____!--1---1---!---1âIâ|--âIâi--!-----!
heeiTijkt in Je-zus' konink-rijk. Antonius, zoo
28
machtig, O hoor ons dankbaar lied, ge
Ã
Gij zocht om Jezus'liefde,
Als de arme Seraphijn,
In armoê hier te leven,
Om eeuwig rijk te zijn.
Antonius, enz.
Hier schitterde in uw ziele De bloem der zuiverheid,
De aanschouwing van Gods aanschijn Werd 't loon, U toegezeid.
Antonius, enz.
Daar daalde uit 's Hemelswoning, In 't midden van den nacht.
De Zoele Lieve Vrouwe,
Die 's Werelds Licht ons bracht.
Antonius, enz.
Zij droeg aan 't moederharte Het Kind van Bethlehem,
En groette u eindloos minzaam Met wonderzoete stem.
Antonius, enz.
â '29 â
Zij liet haar lieven Jezus,
Omstraald door 't eeuwig licht, Aan uwen boezem rusten Haar eigen Godlijlc wicht
Antonius, enz.
O, help ons Jezus volgen
In blijdschap en in smart, Opdat wij eeuwig rusten
Aan Jezus' Godlijk Hart. Antonius, enz.
ii. Groet tot den H. Antonius.
Moderato.
-s-
EE
â ---,--m--\
Wees ge-groet, Franciscus' zoon, wees ge-
0'
---
-#â»
-Uâh
groet, o dierb'-re Heil'-ge, on - ze
ȉf-
f
voorspraak b'y Gods troon; dat uw
â 30 â
m--lt;â â m---1
hand ons steeds be - veil-ge langs liet cresc.
doornig levens-pad, naar de schoone Hemel-
--=â «---m .âm -âi---h--!----!---â â---bââ¢--
stad, langs het doornig levens-pad, naar de ' rail.
ÃÃ
schoone Hemel - stad.
Wees gegroet, o eedle bloem, Uit de Seraphijnsche gaarde; Eer der Orde, 's Vaders roem,
Uit de zandwoestijn der aarde Door der Eng'lcn reine hand,|^-Naar den Hemelhof verplant, i ' 'v
Priester naar het Hart van God,
Zie vol heilig medelijden Op zooveler treurig lot;
Wil hen uit den druk bevrijden. Zend uw bijstand van omhoog; / ^ Wisch de tranen uit hun oog. \
- 31 -
Breng ons eens, Antonius,
Uit het land van eeuw'ge glorie Jez.us' zoeten vredekus
En den palmtak der victorie;
Wenk ons vriondTijk met uw hand /,. Naar het Hemelsch Vaderland. I H's'
âIâ|-iâ
ES
12. Wonderen van het H. Sacrament.
Moderato. , ü 1'
z---^4
Er knielt vol teedre godsvrucht bij
=^=f;=F=T^=i=,:
gioei, o dierbre Heil'ge, in dit aanbiddings-
' zziz. dzzdztz^zzâztzpzzji^zzzzjz: ='z=:f'=ztztamp;3^ï =|=«z=t: âI---/----1---1---1---
he - melsch liefde-vuur. De harten u-wer rail.
£ r : * â¢; =⢠II
kind'ren met henielsch liefde vuur.
De vijand dorst bestrijden
Den Herder, eind'loos goed,
W aar Hij zijn schapen spijzigt
Met 't eigen Vleesch en Bloed. Doorgloei, enz.
Antonius vraagt, smeekend
Voor Gods genadetroon, Een heerlijk schittrend wonder
Tot delging van dien hoon. Doorgloei, enz.
Daar heft hij, vol van eerbied, In zijn gezalfde hand
â 33 â
Het Sacrament des Altaars,
Des levens onderpand. Doorgloei, enz.
En 't uitgehongerd lastdier quot;Valt op de knieën neer. En buigt, als in aanbidding. Zich neder voor zijn Heer.
Doorgloei, enz.
De vijand is verslagen
En aan den voet van 't kruis Ligt hij rouwmoedig neder En keert naar 's Vaders huis.
Doorgloei, enz.
13. Bede om een zaligen dood.
Allegro Moderato.
iquot;r 1
-Ã
ÃE*
An - to - ni-us, 0 menschenvriend. Die
li
door uw deugd hier hebt verdiend, Dat
3
â 34 â
^ =' ï--»- -S - -...... âi 3
elk nog van uw liefde en macht ver-
=t
hoo-ring zij-ner beé ver-wacht. Gij,
=1=
zé-4-
----1 m
die een geur van zui-ver-heid als
rail. d tempo.
⢠â¢
-I?âE-
en-gel in het vleesch verspreidt, Aan
P
U verschijnt het god'lijk wicht, Dat
» â¢
â'-----9---------é -
zeeg'nend in uw ar - men ligt, aan
I
U verschijnt het god'-lijk wicht, dat
zeeg'nend in uw ar-men ligt.
Antonius, wij vragen niet Om zulk een gunst als u geschiedt , Doch, dat ons hart een woning zij, Die Hem behaagt zoo dikwijls wij Hier zitten aan Zijn heil'gen disch. Wijl Hij ons zielen-voedsel is; Het onderpand der zaligheid, l,-s Die onze ziel daarboven beidt. \
Neen, ons verlangen mag niet zijn, Dat Jezus zichtbaar ons verschijn'; Doch dat Hij in ons Harte leev'. En ons die groote gratie geev', Die ons doet voortgaan in het goed; Die ons daarin volharden doet; Die ons als u aan deugd gewend I , â Zal brengen tot een zalig end. J ns'
Wanneer voor ons de stonde slaat Dat onze ziel deze aard verlaat; Antonius, reik ons dan de hand En leid ons naar ons vaderland.
â 36 â
Als gij ons uwen bijstand biedt Dan vreezen wij het sterven niet. O Vader, hoor die kinderbeè, f ^ En geel' ons nog uw zegen mee. (
14. Bede om standvastigheid.
Andante.
Ãg
Heil'ge minnaar van den Heer! Laat ons
|
om uw ze - tel dringen, laat uw kind'ren | ||||||||||||
| ||||||||||||
|
U ter eer voor uw beeld een lof - lied |
â¢ir' '! ⢠^.1
zin-gen; O, wij smee-ken luid en blij:
|
:p= |
| |||||||||||||
|
Heil'ge An-to-nius, bid voor mij; O, wij | ||||||||||||||
â 37 â
|
m f | ||||
| ||||
|
smee-ken luid en blij ; Heil'-ge An-rall. |
| ||||||||
|
to-nius, bid voor m'y. |
Gods genade maakte u groot,
Groot voor Hemel en voor aarde;
Gij, die haar nooit weerstand boodt, Toont ons hare hooge waarde.
O, wij enz.
Bid, dat wij ook die gena Nimmer, nimmer wederstreven;
Dan verandert ook weldra Onze wandel in dit leven.
O, wij enz.
Van de wieg tot aan het graf,
Zetten wij maar een'ge schreden;
Smeek voor ons de gratie af.
Dat wij 't pad der deugd betreden.
O, wij enz.
Ziet gij soms voor ons gevaar Tusschen 's werelds kronkelwegen.
â 38 -
Toon dan uw bescherming daar, En houd onze voeten tegen.
O, wij enz.
Naar den Hemel leidt het pad, Dat ons God heeft voorgeschreven,
Dat uw voet getrouw betrad ; Daarop wand'len is ons streven. O, wij enz.
-j-
15. Bede tot den H. Antonius van Padua.
^=lâJâ#-q
O minlijke Vader, thans gunsten ge-
|J=
deeld! Aan ons hier te ga - der Ge-
IN f
knield voor uw heeld. A - ve, An- to-ni-us,
â 39 â
Het Kind is almachtig, Dat Kind op uw arm.
Dat uw beé, zoo krachtig. Zich onzer erbarm.
Ave, enz.
Gij kent onze harten Nog beter dan wij;
Toon Hem onze smarten; Verzachten kan Hij.
Ave, enz.
De vader vol zorgen Voor gade en kroost,
Zoekt hier in 't verborgen Bij u zijnen troost.
Ave, enz.
De moeder, zoo teeder, Bukt onder een kruis;
Zij bidt en keert weder Met vreugde naar huis.
Ave, enz.
De jeugd, die de branding
Der wereldzee ducht, Komt tegen de stranding
Tot u hier gevlucht-Ave , enz.
O mogen ze als rozen,
U, Vader, ter eer, Van onschuld steeds blozen,
Voor ons en den Heer. Ave, enz.
Helpt allen te gader,
Uw kind'ren het meest; Door gunst van den Vader,
Den Zoon en den Geest. Ave, enz.
16. Loflied op den H. Antonius van Padua.
Moderato.
| ||||||||||
|
zwegen, Geen wereldsch held werd meer dan tfij ge- | ||||||||||
â 41 â
^s-rh:
noemd, Door heilig-heid hebt gij een naam ver-
kregen In Christus' Kerk al om bekend be-P
ÃÃE^ÃE:t
âIt=t=F=t?=^
roerad. Groo-te wonder-doener van Pa-du-
i
S-ïH
-kâP-
»- m.
/ ^
a, Verheven minderbroeder, Verwerf voor onsge-
è
=f:
-Pâ
na , Ver - he - ven min - der-
-0-
broe-der , verwerf voor ons ge - na.
Voor iedereen waart gij gestaag te nad'ren:
Getroost, gesterkt was elk, die henenging; Men zag om u èn jong èn oud vergad'ren;
Wie telt het goed, dat elk van u ontving ? Refrein: Groote Wonderdoener, enz.
1
â 42 â
Gij hoort de beê van hem, die u wil eeren, En draagt die op aan Jezus, die u mint. Uw vriend kan steeds, wat hij ookmoog' ontberen,
Verzekerd zijn, dat hij verhooring vindt. Refrein: Grooto Wonderdoener, enz.
Verkrijg voor ons, dat wij gehoor steeds geven
Aan Gods gena, en voortgaan in de deugd, Met u vereend eens in den Hemel leven.
En daar in God genieten eeuw'ge vreugd. licfrein: Groote Wonderdoener enz.
17. Antonius, voorbeeld van plichtsvervulling.
Moderato.
_» -r
Al-len is het niet ge - geven, als An-
ü
1
0-9
' 0
ZSlJ I *£
to-ni-us te leven In be-schouwing van zijn
1â:âh-1-------
---âpâf-
God; Of-wel 't lief-de-vuur te ent-
â -43 â
| ||||||
|
ste-ken, 's zon-daars boeien te ver- |
bre-ken. Wein'gen treft dit heer-lijk
lot, Wein'gen tieft dit heerlijk lot.
Maar een elk kan Hem beminnen,
Schatten voor den Hemel winnen,
Als hij acht geeft op zijn plicht,
En met ijver zonder klagen,
Wat zijn levensstaat zal vragen.
Voor de glorie Gods verricht, (bis.)
Heerlijk oüer in Gods oogen!
Doen we onz' plichten naar vermogen; 't Is een wierook voor Gods troon;
Doet die deugd Gods zegen dalen, In den Hemel zal zij stralen
Als een parel in onz' kroon, (bis.)
Ook Antonius , den Vader,
Was op aard geen streven nader Dan 't vervullen van zijn plicht;
_ 44 â
Hij toch hield, hetzij in lijden,
Of in voorspoed en verblijden,
Steeds op God zijn oog gericht. (Ins.)
Wij, die Hem als voorbeeld eeren, Willen wij in 't Rijk des Heeren Eenmaal aan zijn zijde gaan,
Doen wij dan onz' heil'ge plichten, Dat onz' wilskracht nimmer zwichte, Hij zal ons ter zijde staan, {bis.)
18. Antonius, hulp in 's levens strijd.
Allegretto.
V-----m--1--1â--1?â1---1
't Streven naar ge-luk en heil Is een ie-der
Hâ-!-
--â x
3
ȉ
i
aangeboren, Elk heeft al zijn krachten veil
£
zqizit
3
00
ti=tr-
Voor hetgeen hem komt be-ko-ren,
Doch, hoe dik-wijls ziet men niet,
â 45 â
vi=ïL-â'--(â¢--^=Ã3rj=^3;=p.â
Dat liet-geen men na -jaagt, vliedt,
ȉ
-p--f,--0--â*-F---f
-P--P--1---«-h- âf
Doch hoe dik-wijls ziet men niet,
fe^ÃÃ5üÃ@pm
i
Dat het-geen men na-jaagt, vliedt.
Maar één werk wordt steeds bekroond,
't Is voor 's Hemels glorie strijden; Niemand zag men onbeloond,
Aan dit doel zijn krachten wijden; Alles gaat voorbij op aard, / ^ God alleen is streven waard. \
Doch de Hemel lijdt geweld.
Hun alleen, die moed betoonen, Is een eereplaats voorspeld
In des Vaders vele wonen;
Ja , een machtig vijand waakt, J ^ Die naar 's menschen onheil haakt, i
Maar God lof, in 's Hemels steé Troont een liefdevolle Vader, Hij verhoort der zijnen beé. Hij bewaakt hen altegader;
â 46 â
Ja Antonius, gij strijdt, I
Waar uw kind verdrukking lijdt. (
Zie, wij snellen tot uw troon,
Als de hel ons komt belagen; Gij, zoo machtig in Gods woon,
Zult, na kwelling, heil doen dagen; Vader, sta ons immer bij, ) ^ â¢
Op uw steun betrouwen wij. j
19. Antonius, ons voorbeeld in het vluchten der naaste gelegenheden.
Andante.
»lt;r
--râftâj-!----hâ1
An - to - ni - us, zoo groot, zoo
-yâyâé-h
vol van roem en glorie, Als loon voor uwen
jf-----hl!--~ -----m---a-----1
i
strijd En schitt'rende vie - lo - rie,
â Al â
=iiiizipzzi^=r^r=zn{5i
Zie op uw kind'-ren neêr, Hier v-trâ»⢠» â*â^-----# -)â», *â
Z----------^_iâ|----j-------^--1
voor uw beeld geknield, Versmaad de liefde rail.
_i Ã______,______V_____
-M-------
gt; i ï\ i 'J -j'-.fif-J-üU
niet, Die thans hun hart be - zielt.
Ons wacht nog steeds de strijd. Dien gij reeds hebt volstreden; Bij 't woeden van den storm Wordt schipbreuk vaak geleden; Zie, hoe wij onzen blik Tot u ten Hemel slaan,
Bid, dat wij door 't geweld Der stormen niet vergaan.
Het onkruid wast zoo licht, Verstikt de goede zaden,
Laat ons, wij bidden u, Uw voorbeeld niet versmaden; Wil toch door uw gebed Ons aller helper zijn,
Bewaar toch, smeeken wij, Ons onbevlekt en rein.
â 48 â
En wij van onzen kant, Beloven ons te wachten Voor een te grooten steun Op onze eigen krachten; Ja, wij beloven 't U, Wij vluchten steeds 't gevaar, Opdat die zaal'ge vrees Ons voor den val bewaar.
1^=
Jâi
-^z=i
F1
ciscus orrootsten zoon. God van quot;anscher harte
izzt
- 49 â
-r
loon, Voor zijn lijden, voor zijn strijden In onz'
â #-â#â(4
-/âv-
-vâi
aardsche jammerwoon. Voor zijn lijden, voor zijn
vâi
i
-E
=t:
=t::
%
strijden In onz' aardsche jammer-woon.
zoh.
Moderato.
mf
^ESdllEÃEïlÃEÃi^a
Blij-de zingen wij ter ee-re van Fran-clitn.
=i1
zÃ=r-
#â
3
ciscus grootsten zoon, God van ganscher haite
4
â 50
m f
-3
=F=
dankend voor de glorie-rij-ke kroon, die zijn
=d=pi=p=H
liefde liem ver-leende zijner heldendeugd ten mf ______gt; gt;
E^=^EpJ--J=rfiz#=E=i=!=r-rquot;âH
^=^=:r==g-Ec-*âPâg^E:r£-j
loon, voor zijn lijden, voor zijn strijden in onz'
zj--1=:
ri-
P
IÃ=
quot; IfZ---1
i
#*
-F
11
ï
$==:
=1=
aardschejammer-woon, voor zijn lijden, voor zijn
gt; gt; rail.
fc---±
â¢â0
ipuzpi
strijden in onz' aardsche jammer-woon.
Liefde deed hem smeekend zuchten,
Naar den wreeden marteldood;
Liefde deed zijn harte weenen
Om de wereld, die zoo snood Den Verlosser voor Zijn lijden,
Voor het bloed, dat Hij vergoot. Niets dan pijnlijke versmading, | ^ Immer haat voor liefde bood. i
â 51 â
Zijne liefde dreef hem henen
Uit zijn dierb're eenzaamheid Om de zondaars te bekeeren;
En hun snoode ondankbaarheid Week voor 't, zoet geweld der liefde;
Want de traan voor hen geschreid Voor hun welzijn . voor hun leven ) , â Vond bij God barmhartigheid. j n
Als Antonius zij immer,
Jesus ons het hoogste goed; Hem verloochenen wij nimmer,
Na Hem dragen wij met moed 't Kruis, dat Hij voor ons besproeide
Met Zijn allerdierbaarst, bloed;
Help ons, Vader, zoo te handelen | ^ 't Zij in voor- of tegenspoed. '
ai. Antonius' geduld in lijden.
Eenige stemmen.
Moderato.
In het aardsche stofge-wemel vinden
â 52 â
=1=
=I==F
vo-len, Gij moet ons tot voorbeeld
â 53 â
zijn, Gij moet ons tot voorbeeld zijn.
Op den weg van smart en lijden Zijn ons velen voorgelreèn;
Die zich thans bij God verblijden, Hebben voor hnn kroon gestreên.
Refrein: Heilige Antonius, enz.
Ook Antonius was moedig;
Waar hem kwelling was bereid,
Was zij hevig, ja zelfs bloedig, Hij verwon door lijdzaamheid.
Refrein: Heil'ge Antonius, enz.
Vader, leer ook ons verdragen,
Wat de Heer ons zalig acht,
Ach, behoed ons voor versagen,
Schenk ons zielsgeduld en kracht.
Refrein: Heil'ge Antonius, enz.
5-4
22. Antonius' onthechting aan het aardsche.
Eenige stemmen.
Modcmlo.
quot; V -1=- ' '
--/-Râ(--
Stervend laquot;- daar An - to - rii - us ter
--1
ne-der, Blij-de van hoop op 't hem beloofde
â ISâ
⢠r # i â¢â¢ '
Tr$-
loon, Hij had zich zelf aan God den Heer ge-
â¢iâ£=3
zfrzrpzedzzdz
-I---
ge-ven, God schenkt hem nu een
Allen.
âJ
_____
±=±-
J52t=il
=t=
glorievollen kroon Gij, die zoo teeder
-!â¢â»-
-P-5â
al-len be-mint. Zie, heil'ge Va-der, zie
- 55 â
⢠JO ⢠⢠20 â¢
neder op uw kind. neder op uw kind.
Zalig, die sterft, als hem het leven immer Niets dan een oord van smart was hier beneèn. Zijn reine ziel zweeft dan met Godes eng'len Blijde naar 't feest der eeuw'ge vreugde heen
Refrein: Gij, die zoo teeder, enz.
Vader, 0, zie, gij leert ons door uw voorbeeld. Dat wij het oog ten hemel moeten slaan; Bid dan ook steeds, opdat wij ons niet hechten Aan't aardsch genot, maar dit voor God versmaan
Refrein; Gij, die zoo teeder, enz.
23. Antoniusquot; naastenliefde.
Moderato.
Uiâ
zE
' «ââj
Daar is een deugd, die zelfs de
â 56 â
#l=£ W='
⢠»
boo-zen Tot in het diepst huns harten
âK--Kquot;
ii
é ë--*-gt;
t=t=
treft, Die oo - gen - schijnlijk krachte-
=f5lt
r^=l
=F-^
loo - zen Tot wa-ren hel-den-moed ver-
1â1 i-Sl
quot;Mquot;
-P
heft, Zij vreest ver-achting, smaad noch
0- 0
=P
dood, Zij maakt den Christen waarlijk
53
groot, Zij -vreest ver-achting, smaad noch
dood. Zij maakt den Christen waarlijk groot.
Die schoone deugd, de naastenliefde Had ook Antonius' hart ontvlamd,
Waar zondaars Jesus' Harte griefden,
Daar heeft hij God ter eere gekampt. Waar kwelling heerschte, smart of druk, ( j â . Herbracht hij zegen en geluk. i
Den naaste liefde en zorg bewijzen. Was zijner ziel het hoogst genot, Den arme troosten, laven, spijzen,
In hem toch zag hij zijnen God.
Voor zijner evenmenschen heil / ..
Had hij zijn rust en krachten veil. i ls'
Wij, die hem trachten na te streven,
O, volgen wij deez' deugd ook na. Al wat wij God ter eere geven.
Verwerft ons zegen en gena; Een aalmoes blijft niet zonder loon, \ i-. Zij vindt erbarming bij Gods troon, i ls'
24. Antonius' toonbeeld van nederigheid.
Moderato.
58 â
m
i
t=*
de oorsprong al - Ier deug - den , Z'y
------______9--i.âgt;
rj
-t=
fcl=fcöa=Ã
is 't, die henen leidt Naar 't rijk der eeuw'ge
-'â' »- 0ââ¢
vreugden; Die de - ze deugd be - zit, Is
0âF--1
t=t=3
-v-
dierbaar in Gods oog, Nooit faalt hem op zijn
i
pEEEEE^feÃ^
weg De ze-gen van om - hoog.
Ook Sint Antonius' hart
Was van deez' deugd doordrongen, Niets was hem grooter smart Dan lof, hem toegezongen.
Voor alle glorie blind,
Vliedt hij zijns vaders huis En, als Franciscus, arm
Draagt hij zijns Heilands kruis.
â 59 â
Door need'righeid geleid,
Wil hij de minste wezen.
Maar spreekt gehoorzaamheid
Dan blijkt hij niet te vreezen, Dan predikt hij vol vuur
De goedheid van zijn God, Dan smaakt zijn heil'ge ziel Een bovenaardsch genot.
Antonius, zie neèr,
Hoor uwer kind'ren beden,
Deveel ons aan den Heer,
Deel ons uw deugden mede;
Maar schenk ons 't meest die deugd,
Die hier zoo schitt'rend blonk, En die u, na den dood,
De kroon des Hemels schonk.
25. Vertrouwen op den H. Antonius.
Eenigv stemmen.
Moderato.
Wij na-de-ren mei smeekge-zangen, An-
60 -
$
Se
|
to - ni - us, uw glo-rie - troon , De | |||||||||
| |||||||||
|
hel zou 't hart met vrees be - vangen Bij | |||||||||
Allen.
------VI f
i
9
haar zoo schrikbaar machtsbe-toon.
Men
=t2±f-
---
wil on-ze ar-me ziel mis- lei - den, An-
------â-S---N-âr-tâT--1---
. â¢
to - ni - us, o, sta ons bij.
Niets mag ons hart van Je-zus
⢠â¢
r-:
»
⢠«
is
scheiden, Bid, bid voor ons en wij zijn vrij.
â 61 â
Niets mas ons hart van Je - zus
m
â¢â¢
scheiden, Bid, bid voor ons en wij zijn vrij.
Wat waart gij machtig in uw leven!
Waar ge optraadt tegen Satans macht, De helle vlood met angstig beven,
Waar, Heil'ge, gij uw hulpe bracht.
Refrein: Men wil onze arme, enz.
Behoed uw kind'ren voor het vallen,
Gij, die zoo groot, zoo machtig zijt. Eens zal ons blijde danklied schallen, U, onzen helper, toegewijd.
Refrein ; Men wil onze arme, enz.
Verkrijg ons in den strijd victorie,
Geduld in lijden, troost in smart. En breng uw kind'ren naar de glorie Der vriendenkring van Jezus hart.
Refrein: Men wil onze arme, enz.
â 62 â
26(1. Antonius onze toevlucht.
Allegro Modomto.
Hoe liefdevol en tee-der, o heil'ge Padu-aan, Slaat gij uw blikken ne - der Op
't hart, u toe-ge-daan. Wij treden biddend
è = - ^ ^ na-der, Ont-vang ons al te ga-der, An-
to-ni-ns, An-to-ni-us, n vereeren wij.
â G3 a6/;.
Moderato.
U_ti_
|Sbe
Hoe liefdevol en teeder, o heil'ge Padu-
aan, slaat gij uw blikken ne - der op dim.
quot;« â¢' --â¢â*-i
|il
-J-
⢠â¢
't, hart, ii toege-daan. Wij treden biddend crcsc.
Jl ft ,__
P
-»
q=t=l
:trb±=pnf;â^-d
na-der, ont-vangons al te ga-der, An-rall.
zii
Ãe$
» »
it=p
I^Sj
to-ni-us, An-to-ni-us, u vereeren wij.
Uw beeltenis aanschouwend
Met Jesus, 'l God'lijlv Kind,
Doet ons, op u betrouwend, Hem naad'ren, tiie ons mint.
â 64 â
Wees gij ons ten verzoener, O groofe Wonderdoener, Antonius, enz.
De christen, die in lijden Bij u zijn hulpe zoekt,
Roemt 't wondervol verblijden. Dat de Almacht door u wrocht.
Wil onzer dan erbarmen, Die vluchten in uw armen. Antonius, enz.
Blijf immer voor ons waken, Gij, trouwe schutspatroon.
Opdat wij veilig naken De zaal'ge hemelwoon.
Daar zullen voor uw voeten Wij eindeloos u groeten. Antonius, enz.
27«. Antonius, onze leeraar.
Moderato.
m f
=1=
tr
Lof U, groote Wonder-doener, Lof u,
X
-â¢âé-
trouwe Schutspa - troon , Die tham
â 65
| ||||||
|
jnbelt in de glorie Van de zaal'ge hemel- |
woon. Door den a - del van uw
m
PEF^EEE^fJ?=g=r=gEEd
stre-ven Mocht gy dra in hoe - ger
âj-
-T-
sfeer 't Loon ont - vangen voor uw
âI--N-
$
ar-beid, Jui-chen met het heil'-gen-
ü
i
jât-
heer, Juichen met het heil'gen-heer.
66 â
|
trouwe Schutspa - troon, Die thans | ||||||
| ||||||
|
jubelt in de glorie Van de zaal'ge hemel- |
=^= «
15=^=1=1= »_â ==-*=j:=Ãï
=5dz=i=
woon. Door den a - del van uw
â---3 9
ü=J=
streven Mocht gij dra in hoo - ger
1==^=
sfeer 't Loon ont - vangen voor uw
â 67 â
4F
d=:
=p=
ar-beid, Jui-chen met het heil'-gen-rall.
^=3
heer, Juichen met het heil'gen-heer.
Zie, wij naadren tot rw altaar,
Door uw heiligheid gestreeld;
,1a, wij komen deugden leeren,
't Leven spieglen in uw beeld.
Leer ons allen om Gods liefde De armoê minnen op deez' aard;
Dat met aardsche grootheid derven Eeuw'ge schatten gaan gepaard, (his.)
Leer uw minnaars, heilig toonbeeld, Leven in gehoorzaamheid,
Leer ons 't schuldig vleesch versterven, Pal staan in den helschen strijd.
Hoe zal onze ziel dan schitt'ren.
Hier in zuivren lelieglans
En omstrenglen onze slapen
Eens de schoonste lauwerkrans. (Jns.)
Doch sla onze zwakheid gade,
O gij, Helper in den nood;
Wil ons bijstaan in gevaren
±
â 68 â
Tot in 't ure van den dood. O, dan zullen uw vereerders
Hier God dienen ongestoord, En u dankend, eenmaal juichen In het zalig vreugdenoord. (bis.)
28. Antonius en het H. Hart.
i
^=^=q
^-0-a
* -IS-
-F:
i'C-:-V ;!v ;
Moderato.
mf
Immer luider klinkt het lied, Dat An-
Â¥ â â â '. -51^
to - ni-us de be
â»â de van het
:=|-,â»-
Mr=z:p=t:z
:p=
mart'lend lij-den biedt In dez.3
aardsche jam-mer - ste - de; Droog de
â 69 â
«--5-
Eeuwen vloden; in de druk Van der zonde straf en schande Bad de mensch in 't ongeluk, Dat de vreugde uit 't harte bande;
Droog de tranen onzer smart | .. Door uw bede aan Jezus' Hart. i ' '
En de trek der droefheid vlood, Waar het vastvertrouwend harte Hem de droeve klachten bood Van de diepst gevoelde smarte;
Droog de tranen onzer smart I ^ Door uw bede aan Jezus' hart. (
±
â 70 â
O, hoe luide roept die stem Van dat eeuwenlang verleden ;
Christen volken, richt tol hem, Tot Antonius uw beden;
Droog de tranen onzer smart ) ^ Door uw bede aan Jezus' hart. i
Met vertrouwen richten wij,
Heilige, tot U de bede;
Geef ons in der zaal'gen rij Na een zondenloos verleden.
Eens te juichen na de smart, gt; ,. In de vreugd' van 'tGodlijk Hart. i ns'
29. Vertrouwen op den H. Antonius.
Adagio.
Eenige stemmen.
âf
P^F
Kent gij de won-dei-macht, die
---^---1â-- \/-
in den nood der vol-ken Steeds troostend,
^1-BâNâNâ
-r-
â VdbÃ=3~\
le-nigend voorzietDie, hoe der ziele smart zich
â 71
zuch-tend iiiao' ver - tol - ken Haar
tranen droogt en uitkomst biedt? Van.
al - le volken, al -le tij - den werd 5#â
hem de bit-tre nood gebracht, En voor den
» 0
âVâs
'ÃzziU±=f,-«-
harden druk van 't lijden. Van zijne voorspraak Allen.
z±3z
â 72 â
troost, Dat Hij in alles u beveil'ge In 's levens staat, dien gij ver-koost, In 's levensstaat, dien
Ziet ge om zijn beeltenis die scharen der bedrukten,
Van wier verbleekend aangezicht De bange nood en smart den glans der vreugde rukte. Des levens blijde zonnelicht ?
En weldra uit hun blijde zielen Klinkt luide 't dankend zegenlied.
Dat hem, bij wien zij nederknielen. Verheerlijking en vreugde biedt.
Refrein: Gegroet, Antonius, enz.
Ar.li, vaders, wien do zorg des lijdens droeve sporen
Reeds in het peinzend voorhoofd schrijft. Laat aan Antonius de droeve oorzaak hooren. Die sidderende angst in 't harte drijft! Komt, moeders, richt uw schreiende oogen Tot Jezus' minnelijken vrind ;
Kooit werd de hope nog bedrogen,
Van die Antonius bemint!
Refrein : Gegroet, Antonius, enz.
â 73 â
Oij jongeling, wien 't bloed 'net ongestuime woede
En prikkelend door de aad'ren gaat,
Wien satan, nooit voldaan, den aanval nitnmei moede, Naar 't kostbaar zieleleven staat,
O, gij vooral heft uwe blikken Tot dezen heil'gen Paduaan,
Die, meer dan gij, aan satans strikken lu zijne jeugd heelt blootgestaan.
Paf rein: Gegroet, Antonius, enz.
Tot hem het biddend hart! Hem onzen nood beleden,
In welken vorm het leed zich toont, 't Vertrouwen op zijn macht is in het grijs verleden Nog steeds met zegening beloond.
De hulde, die zoo ongedwongen Hem nu ons biddend harte biedt,
Is hem reeds eeuwen toegezongen In der bedrukten dankbaarheid.
Refrein: Gegroet, Antonius, enz.
vonkt van glo - rie - stra - len,
30. Loflied tot den H. Antonius.
74
Heeft U God een troon ge-sticht; En Gods
-fet ----J----1--1--a---a--------»' Q -!
=t:|===Ci=I?=^=fc=^-=f lof in al-le talen Wordt door iedereen ver-
3 :=t
|
pr?â«iâ»â PâIâ^-Sgzzfc= | |||||
|
3 | ||||
|
meld, Die in U ver - tron - wen âââüâN---ifeâ1~*^â | |||||
⢠â¢
stelt. Wordt door ie-der-een ver-
11
meld, Die in U ver-trou-wen stelt.
Leniging in allen nood
Teekende al uwe aardsche wegen, Wroeging stilde, lijden vlood ,
Waar ge uw hand verhieft ten zegen. Duizend brachten aan den Heer
1 his.
Voor uw wonderwerken eer.
Maar die liefde leefde voort, In haar einddoel opgestegen,
â 75 â
Immer is uw lof gehoord,
Geen geslacht heeft hem verzwegen; Heil'ge, wij met dankb'ren zin I Stemmen met hun loftoon in. i ' 's'
31. De H. Antonius van Padua.
Allegretto.
mf
â: â¢
â¢' «â0
Den rozengaard der heilgen, Door
4=^=F=:
ürl
£=d
' â¢
Se-rafs zorg ge-[)lant, Siert eene roos, zijn
â'-târ.---é------1â
glo-i ie, In 't he-melsch vader-land. Op
4_______
-tâ
V1
⢠â¢â⢠»
d' a-dem-tocht der lief-de Draagt
------1------1-------,----1
zij haar geuren voort; De rijkdom harer
â 76 â
^=H-
kleuren Heeft ieders oog be-koord, De
id
t
rijk-dom ha-rer kleu-ren heeft
:|==
ie - ders oog be - koord.
Gepurperd in den bloedstroom,
Die vloeit uit Jezus' Hart,
Stilt zij door honigdrupplen
En ziels- en lichaamssmart; Wie is toch wel die Heil'ge,
Omgord met hooger kracht. Die tranen weet te drogen, j ^ Die zooveel leed verzacht ? i
Zijn beeltenis, zoo vriend'lijk
Met 't Kindje, dat hem streelt. En 't GodTijk oog doet schitt'ren
In 't zuiver evenbeeld, Is waarlijk een verschijning,
Die 't hart met troost vervult, Den duist'ren nacht des lijdens In hemelsch daglicht hult.
â â¢'
â 77 â
De Christen heeft in rampen Bij hem zijn hulp gezocht, En roemt verheugd de wond'ren,
Die de Almacht door hem wrocht. Dien man vol medelijden,
Op zijnen glorietroon,
Antonius geheeten, ( , â¢
Zij aller eerbetoon. i
32. En gratulemur hodie.
Moderato.
â mf (1, 3, 5, 7).
1. Komt, zingen wij met blijden lof den
-\=±£
Godmensch, die als koning troont, in
é. é
I
-t-
wiens verheven gloriehof An-to-ni-us nu
78 â
juichend woont, An - to - ni -dim.
i
us nu juichend woont. mf (2, 4, 6).
:=];
gt; '
z±z
W-ë-
2. Zijns Vaders spoor verlaat hij niet, maar
in f
i
-1-
streeft in al Fran-cis-cus na, om.
=i=
als een beek haar bron ontvliedt, te rail.
^ ; = Hl
spreiden 't water der ge - na.
Hij stroomt in 't wijde en breede vooit. En wie ten dood van dorst versmaciit, Herstelt hij, door des Heeren woord; Dat leven wekt, in 's levenskracht.
â 79 â
Als zoon is hem een steun, zeer hecht,
Zijn Vader, die de wonden draagt.
Die zich vertoont, aan 't kruis gehecht. Wanneer zijn zoon van 't kruis gewaagt.
In 't strijdperk onder zulk een held Verwon hij zich, werd niet gedeerd;
Is, nu door geenen strijd gekweld. Als strijder met zijn hoofd vereerd.
Dat wij, die nog in 't oorlogsland Steeds ijv'ren om der vad'ren kroon.
Getrouw aan onzen naam ?n stand.
Met eer verwinnen smaad en hoon.
Dat dit den Vader ons verleen',
Des Vaders Zoon, de Heil'ge Geest,
De Trooster, met hen beiden één,
Die ons ten Schepper is geweest.
33. Feestlied ter eere van den H. Antonius.
Maestoso.
li
â 80
=3
-fz-
=F=
lachle een hoog're glorie, Den
Refrein.
:F
«--
=I=E=!=~3
zwak-ken mensch ooit aan'? Ue
^nâI^I
« â¢
groolen de-zer aarde Ver-gin-gen dra tot
-P_i=#â⢠⢠T=F=t:=F=!^
ii'
^3
-PzH
stof; De grootheid, die zij gaarden, Stierf, f
â*-* -CS--â#-«-â¢â^-3
^===t=^t=E=p^E==EFzzi==t:=F:=:ii=i( waar de dood hen trof. De grootheid die zij
=t;=râfir-E=r:b±;câ3]
gaar-den. Stierf, waar de dood hen trof.
Maar waar de roem der wereld
Voor 't laatst haar stralen schiet. Daar zingt de ware grootheid Haar hoogste jubellied.
â 81 â
Nauw sluit gij uwe lippen,
Ot' uit der volk'ren hart Hoort men een lied ontglippen, Dat jaren, eeuwen tart.
Laat ook nog eeuwen aan eeuwen
(n rustlooze vaart vergaan. Nog zal uw schitt'rende glorie
In jongen luister staan.
Waarom ons oog vermoeien
Om grootheid, die vergaat,
Waar wij een roem zien bloeien, Die eeuwig krachtig staat?
Langs 't pad, door U eens betreden,
Grootmoedige Paduaan!
Daar moeten ook onze schreden
In vaste trouwe gaan.
Houd ons door uwe beden,
O Helper in den nood!
Aan 't geen eens is beleden, Getrouw tot in den dood.
Hoezeer de stormen ook loeien,
Hoe hoog de golven, slaan, Wij willen 't pad uwer trouwe
Met 's Heeren hulpe gaan. Ter glorie door het lijden,
Dat Hij ook u eens bood. Ten zege door het strijden:
Getrouw tot in den dood.
(i
AANHANGSEL.
benige gehangen fcr eccc ttan ttcn I?. Ifpancisicuê.
i. Koordje van den H. Franciscus.
Allegretto. ___
3
mf
E13;
-f-l
Za-lig Koordje van Fran-ciscus, Dat de £
=f:
«-⢠*--S-H
harten samensnoert, Met het zoet geweld der
^=â 1-
=F=I=--V
liof-de Naar het Hart van Je-zus
â 83 â
p3E=ri=^^35Efe3E?ES
ning, dat uit Je-zus' o-pon wonden Al uw
le-venskracht ont - ving.
Beeld der eindelooze ontferming,
Die den Godmensch hield geboeid; Gij, met 't kruishout en de doornen.
Langs den lijdensweg gegroeid: Zie, uw vezels saamgestrengeld
Tot een wondervol geheel,
Spreken in de taal der liefde:
Jezus minde u eind'loos veel.
Gouden band, die aarde en hemel Als in rechte lijn verbindt,
â 84 â
En omhoog, voor wie u dragen, 's Hemels rijken vrede vindt. Ja, wij kussen u eerbiedig
Als een heilig onderpand.
Als een wapen om te strijden Voor het hemelsch vaderland.
In een Broederschap vereenigd, Eeren we U ons leven lang. Groeten we ü, o Zalig Koordje,
Met ons feestelijk gezang.
Wees ons richtsnoer, onze lichtbaak
In des levens donk'ren nacht; En omsingel onze lend'nen Met een bovenaardsche kracht.
a. Het Koordje van den H. Franciscus.
Modcralü.
mf
--
i
Va - der, im-mer bij uw God
-ft-
*---1-----^~rn
waart ge onthecht aan de aardsche zaken.
85
ES=B3EE=3=^
Voor dit lie-mel-rein genot Gaaft gij rijkdom,
^g=F=i?=|:=^-T-r=^=^=r = quot;^Ei'EE^Ed
eer, vermaken. Gij omgordt u met een koord,
â!----.
â 6.âJ=^i:
âx1ââ¢â
| his.
t?
't Koord, dat wijst op d', eedlen strijd.
Dien gij streedt met uwe zinnen, liet wapen, dat u de ijdelheid
Van do wereld deed verwinnen, '1 Teeken van uw needrigheid,
-*â¢-â»---
Se
Heelt uw heilgen roem verbreid,
Vader, die, zoo klein op aard, Nu bij God zoo zijt verheven,
â 86 â
Leer uw kind'ren, hier vergaard,
Ook naar hunnen staat te leven; Want 't is slechts de need'righeid, j Die tot de eeuw'ge vreugde leidt. \
3 De vijf wonden van den Heiligen Vader Franciscus.
Maestoso.
bdzâ ^' ( *â*â*
it=F:
-t=
0 beeld dor rein - ste lief - de! O
vriend van Je-zus' Hart! Franciscus, u dooi--klief-de Het zwaard der lief-de - smart.
|
quot; quot;1 1 | ||
|
' f- ⢠⢠|
â'---^---m 0â | |
|
---1âiâ1_.--- Na langen nucht van |
âI----â¢- zonden Ruischt | |
â 87 â
I I â0âgzigiïl
P==r^=^Uli^-^--â^t-f 1â
heil'-ge lief-de weer, Op d'aanblik uwei' won - den Keert 't har - te tot den
Heer. Op d' aanblik u-wer won-den Keert
^t uâpâPâii------
'thar-te tot den Heer.
Gij kruisigt uwe zinnen.
Lijdt schande, smaad en spot, Om zielen te gaan winnen Voor d' eenen waren God.
IH 'rein. Na langen nacht, enz.
Noch doodsgeraar, noch boeien
Zijn tegen u bestand.
Gij doet de harten gloeien Van hooger liefdebrand.
lieIrein. Na langen nacht, enz.
â 88 â
Deel ons die deugd ook mede, Uw voorbeeld moedige aan, Leer ons door vuur'ge beden Den zondaar bij te staan.
liefroiii. Na langen nacht, enz.
4. Ter eere der Wondteekenen van onzen Heiligen Vader Franciscus.
Moderato.
piB=amp;
-t
â 89 â
li
P==zrrz^=rt:=f=S-h^bââd
neer. O spreek nu, O smeek nu ,
Een straal trof uit zijn handen Uw palmen, uitgebreid,
Die sinds het kruis omspanden Met eeuw'ge teederheid.
Zy over uwe panden Door uw doorboorde handen De zegen,
Verkregen Van des Heeren hand.
En wondend weer, doorkliefde Een vlammend licht uw voet;
De paden uwer liefde
Kleurt sinds uw drupp'lend bloed.
Langs 'I bloedspoor uit uw aad'ren Zij 't ons vergund te naad'ren, Te vluchten,
Te zuchten Aan des Heilands voet.
De vuurvlam uit zijn zijde Viel stralend op uw borst,
â 90 â
Hoe brandde er sinds dien tijde
Der liefde heete dorst!
O, zij voor ons de srnarte Der wonde van uw harte Voldoening;,
Verzoening Van liet godd'lijk Hart.
5. Franciscus ontvangt op den Alverno-berg de vijf H. Wonden.
Maestoso.
Kenige stemmen.
r, a V
-NâK-
-7â^â^â
Al-ver-no - berg, gescheurd bij Je-zus'
| ||||||
|
sterven, Op u-we kruin, bij dag en stillen |
i
⢠⢠â¢
vâ
tzz!_i=l_.g.--âf.ât--5_
---i-=-
nacht Lag hij geknield, die 's werelds troost won.
?$3
â1â1----biâV-
derven Om Jezus' smart, die hij steeds over-
- 91 â
Allegretto.
Refrein. Allen.
liiië3i|p
v \j ---1----
-r
flaclit. Groote, heil'-ge min-naar van
â =RI--9â
Je-zus' smart, Fran-cis-cus, o-ver-win-
;=^pr;-=^=tE fci=Pâ--t_p-
naar, Vraag lief-de voor ons hart. Fran-
rall.
.-H---f---h
cis-cus o-ver-win-naar, Vraas lief-de
^ÃESEÃgEElEEEEZEEEEEEE
voor ons hart.
Franciscus' ziel beschouwt de diepe wonden Van Jezus' Hart, zijn kruis, zijn doornenkroon, Franciscus' ziel, door liefdevuur verslonden, Geeft ied'ren stond zich gansch aan Godes Zoon Refrein: Groote heil'ge minnaar, enz.
â 92 â
Steeds bad Inj lang: en eens bij't morgenkrieken Daalt Jezus neer van af den hemeltrans, Gehecht aan 't kruis, gedekt met Serafs wieken; Verspreidt zich uit de wonden stralenglans. Refrein: Groote heil'ge minnaar, enz.
Franciscus' ziel, ze trilt van vreugde en smarte. En wordt in God op dit gezicht verrukt; Dan heeft de Heer in handen, voeten, harte, Schoon, bloedig rood Zijne wonden ingedrukt. Itefrein; Groote heil'ge minnaar, enz.
O heil'ge Gods! gekruisigde des Heeren!
Vraag God voor ons dienzelfden zoeten geest. Die in U was, om Jezus' smart te eeren En hier op aard' te minnen 't kruis het meest . Itefrein: Groote heil'ge minnaar, enz.
6. Zielenijver.
Moderato.
/a f
-------------------'-------quot;JÃ:
I » 0
Aan God den zondaar wedergeven, Fran-
ifizl
cis-cus, was uw vu-rigst stre-ven. Door
â 93 -
-------,----,-----9--^---9----
voorbeeld en door vlammend woord Doel
Uw need'rig kleed beschaamt de daden
Van hen, die zich in weelde baden, Uw ootmoed breekt de trotsche macht.
De vaan der tweedracht valt ter neder. Der naastenliefde geest keert weder.
Alom wordt weer de deugd betracht, (his})
â 94 -
Geen hart, hoe ook verslaafd aan zonden, Of 't keert bij 't zien van uw wonden Tot God terug en dient Hem weer,
Doch had U God hier zoo verheven. Nog hooger glans blijft U omzweven Op uwen troon in 't heil'genheer. (his.)
7. Eere aan Franciscus.
AUeyrello.
11 »«/' *0 '
0-
l \ ^ .1
Fran-cis-cus eer! Ja U, o dier-bre
-^â9-
Jk. -ifâ
* »
Va-der ! Zij nu een lied, een loflied toege-
|
»â â0 -- 0 -Jp=^z wijd; Wij zingen nu, hier voor uw beeld te | ||||||
| ||||||
|
ga - der, Van u-wen roem , waar- |
11__
[=|;â:
i-:i
»â » â¢
=t=b=;U±
^=P=
â 95 â
i
zij-nen glo-rie-troon! Eer zij Fran-
il
cis-cus op zij-nen glo-rie-troon.
Franciscus eer, den patriarch der armen.
Die 't schitt'rend goud verachtte als het slijk. Doch zich den mensch in't lijden wist te erbarmen. O, heil'ge Gods! maak. ons aan u gelijk. Refrein; Franciscus eere, ens.
Franciscus lof! de schoonste aller deugden,
De zuiverheid heeft hij steeds rein bewaard; O, Broed'ren- (Zust'ren)schaar! o welk een heil'ge
vreugde
En welk een loon is dan den mensch vergaard ! Refrein: Franciscus eere, enz.
m m
â 96 â
Franciscus eer! die steeds zijn eigen willen Verloochend heeft ter eere van zijn God! O mochten wij, tot mijding der geschillen, Tot Jezus' eer, bekomen dat genot! Hef rein: Franciscus eere, i'iiz.
8. Bede van de zielen in het Vagevuur.
Maestoso, n A k 'quot;I
-lt;c. * 9
Met de koorde der versterving Voor Gods
altaar neergeknield, Door de liefde, die uit
Ã
God is En tot God geleidt, bezield, Luistei t
--1âI---1-
-fi-irl-
V-â,
1=1: - â¢-
-»â â¢
met een die pen wee-moed In uw
â 97 â
zl=±=:
In dien klaagtoon liquot;'t berusting,
, T ⢠â¢
t Is een luide erkentenis,
Dat de Godheid in haar straffen
Eindeloos rechtvaardig is.
Ach! hoe smachten al die zielen
In dit reinigende vuur!
Ach ! hoe dorsten al die armen Naar het LI ij verlossingsuur ! {bis.)
Broeders, Zusters, dat de koorde,
Die de Serafijn u gaf,
U herinnere aan de boeien Van dit pijnigende graf.
â 98 â
Toen wij nog op aarde woonden,
Kenden wij de vreugde niet; Bittere armoe was ons erfdeel En ons leven vol verdriet, {bis.)
Ziet de rijkdom van den Hemel
Is het loon ons weggelegd;
Maar zoolang ons kleed niet rein is,
Wordt de bruiloft ons ontzegd. Haast u dan, o Broeders, Zusters;
Haast ii dan, zoo smeeken wij; En geleidt Gods arme vrienden Naar Zijn eeuwig feestgetij, {bis.)
ga. O Franciscus, o Vader der armen.
Andante.
-I'-: :::'
â--P-M/â^â lA
0 Fran-cis-cus, o Va-der der ar-men.
0ââ¢
Z\ZZ=.jZ
O Fran-cis-cus, bid voor ons! O Fran-
ti|7
cis-cus, o wil U er-barmen, Heil'-ge
â 99 â
| |||||||||||||||
|
Vader, zegen ons! Sla u-we blikken, zoo lieflijk, zoo leeder. Op u-we kind'ren uil |
j=i:
m m
â#--1
'the-melrijk neder, O Franciscus, Lid voor
iö=^Ã
z\?-vFb
-⢠r
ï=
ons ! Heil' - ge Va-der, ze-gen ons !
g/».
Moderato.
m f ÃtiÃ
=^=^=^EEE3 tâpâ^---3
==ts=
ar - men, o Fran-cis-cus, bid voor
va - der der
100 â
mm
-0â*±
ons! O Fran-cis-cus, o wil u er-
=fcfc
:|=
bar - men, Heil'- ge Va-der, ze-gen dim.
ü^ipirap^i
di
ons, Heil' - ge va-der ze - gen ons ! jgt; Iets langzamer. mf
±
:|=
=t:
t=ji
Sla u-we blikken, zoo lieflijk, zoo teeder, op
ÃÃÃÃ
1=P
u-we kind'ren uit 't he-mel-rijk ne-der,
* ȉm
-P---
O Franciscus, bid voor ons ! Heil'ge Vader,
id2-
ÃâëeeeS
ze - gen ons !
â 101 â
O Franciscus, in deugden verheven,
O Franciscus, bid voor ons ! O Franciscus, o let op ons streven,
Heil'ge Vader, zie op ons,!
Help ons èn ons èn de wereld verachten. Doe ons de liefde van Jezus betrachten; O Franciscus, bid voor ons!
Heil'ge Vader, zie op ons!
O Franciscus, verkrijg ons genade,
O Franciscus, bid voor ons! O Franciscus, bewaar ons voor schade,
Heil'ge Vader, wees met ons!
Machtige vriend van den hemelschen Vader, Wees onze helper, beschermer en rader; O Franciscus, bid voor ons!
Heil'ge Vader, wees met ons !
ion. Franciscus en het H. Hart.
Andanlino.
=iF=EzE==^=:
âqi
â -j
He-melsch beeld der schoonste lief-de,
Ãi3iSë '
â ^râi
Wa-re Se-raf, U door-kliefde 't Hei-
â 102 â
it-öz
t
J.--1--1----
zwaard der lief-de-smart. Lief-de was uw
ercsc.
E3
z^â
-±
l=l==l=
=1=
rtÃiprntÃ
ce - nig streven, lief-de ruocht in U ons
dim.
ïâ^âr
ge-ven 't e-venbeeld van 't god'lijk Hart, ^==â rail.
-e-
=öi
O «-
mmm
;±E=jzz=;=£=d=j=zii:
't e - ven-beeld van 't god'lijk Hart.
â '103
ëiifeiiÃli
Wa-re Se - raf, U doorkliefde 't Heiliy
tâ
iard der lief-de-smart. Lief-de was uw
rp=l
ee-niy stie-ven, Liefde mocht in U ons 5 quot; .
ge-ven 't e-ven-beeld van't god'lijk Hart,
=?5=rpcrl=
=t==
'te - ven-beeld van 't god'lijk Hart.
Voor het kruisbeeld neergezonken,
Had uw hart de liefdevonken Uit het God'lijk Hart gegaard ;
Snellend toen naar dorre streken, Gingt Gij 't liefdevuur ontsteken In het koude hart der aard', (bis.)
Eikenkruinen, korenhalmen.
Luistrend naar uw liefdepsalmen
i
iiS
â 104 â
Bogen bij dit hemelsch lied;
Vogels, vissclien stemden mede, Voor den zondaar was die bede, Hij toch minde Jezus niet. {bis.)
Liefdezon in 's werelds duister,
Schitt'rend was uw glans en luister In het neèdrig boetekleed;
Dooi' uw gloed werd 't dorre teeder, Duizend zondaars knielden neder, Stilden Jezus' liefdekreet, {bis.)
Vader, leer ons 't Harte minnen.
Koude harten voor Hem winnen. Gloeien door uw liefdevuur;
Kom met ons uit Jezus' oogen Smarten stillen, tranen drogen, Bij Hem waken in dit uur. {bis.)
iirc. De H. Vader Franciscus.
â 105 â
dim.
--pâI--CD--1âIâl-J--'âI---1--1-
aan het kruishout U aan-schomven?
=|i
--1--j-L--1--i_i_^ 0 --CD-*-
Sint Fran-ciscus voelde 't hart Oji't ge-
SEE=s=;=E2EE=d
â¢ââ¢âFP
ii?=f
zicht, uws lij-dens rouwen, Als hij
â P®-J- H ~l
â¢âbi
=g=f ^=JLâ
i
^ i?
dank-baar daquot;- en nacht aan Uw
it
ï=j=i=r^=z^E=5dEiEE=®==^r lief-de en lij-den dacht; Als hij
szzfc:
(lank-haar das en nacht aan Uw
ziz
i-
lief - de en lij - den dacht.
â 106 â
lib.
Modoralo. , , Igt;
â,--/-
-vâ
Hei-land, wie kan zon der smart
st!2i
⢠â¢
aan het kruis-hout U aanschouwen ?
,â» » I '* »
Sint Fran-cis-cus voel-de 't hart cresc.
â'=z*=â
-p:â:--i--'-HâP-
Op 't ge-zicht uws lij - dens rouwen .
-!Æâ
â£z
Als hij dank-haar dag en nacht
t=
-0 * -0
:^=t^=t=
aan Uw lief-de en lij - den dacht;
--1---wâIâ
âp=
:F
Hij vond zijn geluk en troost
In Uw heilige Vijl' Wonden, En dan rie]i hij onverpoosd,
O ondankbaarheid der zonden! Jezus, hoe bemint Ge Uw kind ( ; â¢. En Uw liefde is niet bemind! i
In de wonde van uw Hart
Rustte Sint Franciscus veilig, Overwoog Uw liefde en werd
Seraphijn van liefde en heilig; God'lijk Hart, Gij waart zijn vreugd i ^ En zijn spiegel voor de deugd! (
Niet in de eer, die de aarde biedt,
Maar in U zocht hij zijn glorie, And're roem voldeed hem niet
Dan van 't kruishout der victorie. Daag'lijks meer aan ü gelijk, I ^ Werd hij ook uw gunsten rijk. (
â 108
Hij zag U, omstraald van licht,
Op Alverno in God verslonden, Hij wilde ook gekruisigd zijn
En ontving de heiige wonden Aan de zijde, hand en voet, gt; In zijn hart een liefdegloed. J squot;
Feller werd zijn liefdesmart.
Liefde en lijden was zijn streven, Met een liefdezucht in 't hart
Nam hij afscheid van dit leven; Thans mint hij in eeuwigheid, ( .. 's Hemels vreugd is hem bereid. \ )ls'
ia. Defensor noster aspice.
Andante. ü P
---^
-iâF
mm
|
Be-schermer, ach, zie op ons neêr, be | ||||
| ||||
|
dwing be - la - gers eu-vel - moed; be- |
â 109 -
cresc. mf
stier ons, U - we dienaars, Heer, die
gij ge-kocht hebt door uw bloed, die rail.
l^glgiiiEüÃipi
gij ge-kocht hebt door uw bloed.
Gedenk ons hier, vergeet ons niet.
Met 't stollijk hulsel nog bekleed.
Gij, die der ziel bescherming biedt.
Blijf ons nabij in drukkend leed. {bis.)
Eer zij den Vader, eer den Zoon,
Eer zij met hen den Heil'gen Geest, Eer zij hun eeuwig aan gehoon,
Gelijk het eeuwig is geweest, {bis.)
â no â
13. Decus Morum. 1)
Andanlino.
â ?« Jâ
ârrs~rrT==^
3
Fran-cis-cup, al-ler deugden-glans, der
Cfe--=
Ãi
ip=-:
-S3-
Mind'ren hoofd, ge-niet zijn loon; in
Ld;
4:
U, o Wijn-stok, leeft hij thans, Ver-
V
ISZtTT?1
ij-
los-ser , Christus, Go - des Zoon. Ver-
ij;
j==p
Ã2;
-1â
-d?-ip
vgEi2âM-
jt=1;
iÃ_gt;â
heugt u, broe-ders, Va - der troont als
1
De vertaling der nu volgende Hymnen is ontleend aan het reeds vroeger goedgekeurde boekje: Lofza7igen en Gebeden; vertaald door Fr. J. a. van Oorschot.
He-mel stem' z'yn me-lo-dij. A-men.
Dat liij van de aard ten hemel ging, Bewijzen wond'ren veel en schoon;
En dus hij leeft, want hij ontving Van Christus de eeuw'ge lauwerkroon.
Voor al wat hij hier had beloofd, Geniet hij nu de heerlijkheid,
Waar Gij met eer en glans zijn hoofd Bekroont, God van barmhartigheid.
Schaart u hij hem, betreedt zijn spoor, Gij , die Egypte-land ontwijkt,
Wijl, is hij gids, niet nieuwen gloor Des Konings zege-standaard prijkt.
â m â
Des Konings teeken siert dien gids Zoo waardig, hand en zijde en voet: De nacht verdwijnt, door feller Oils Wordt 't licht der morgenster begroet.
Als trouwe gids, als sterrenlicht.
Geleidt, verlicht hij ons en toont Het dwaalspoor, waarop onschuld zwicht En waar de zaal'ge vreugde woont.
Geleid uw kudde tot Gods stad,
Verdelg hun vijand, sluw en gram, Geleid ons langs het smalle pad Ten maaltijd van het Godlijk Lam.
14. O Stupor et gaudium.
Moderato.
| ||||||||
|
O wel-ke ontzetting! wel - ke vreugd! O 7)1 f |
-It
zt=z
mensch, die zie-len - rech-ter ziit. Gij
â 113 â
cresc.
mf
3 id
:F:
on-zer strijdkracht voor de deugd het dim.
EETdEEa
^--ré---|
Hâ|-
TL - - f
voertuig en die ons ge-leidt, het
Ji_ - quot; I'
:=i|zqit:â
gng:E=gâ:Ãg=;z^=:^=|âJ-â=j
voertuic;' en die ons ~ge - leidt. Eens
-i---j-
bij uw broeders gansch ont-roerd, vverdt
7)( f
^=ï=0. -Jdp=2
#-3
ge als met zon - ne - glans om-kleed en
'-i-i
it=-
in een wa-gen op- ge-voerd, die vuur en
8
=t=
â 114 â
m
=|i
P=4
vlammen schij - nen deed.
Gelijk op de propheten schaar,
Rustte ook op u die dubb'le geest. Die wond'ren werkt, niet twijfelbaar.
En in de duist're toekomst leest, (his.) Franciscus, Vader, sta ons bij.
Uw teJgen, door ellende moê;
Want zie, in s' werelds woestenij
Neemt 't zuchten uwer schaapjes toe. (his.)
15. Proles de coelo prodiit.
Moderato.
|
--------- | ||
|
ââ _-â»- ⢠1- 1 â |
Een he - mei - telg ver - schijnt op
â 115 â
mf
dim.
f=1-
ï=l
z^-±
lâ1â
ÃfeE fcv) iâ
aard', die tal van nieu-we wond'ren
lil
» â¢
t-
wrocht; den blinden geeft hij '1 hemelsch mf dim.
z±
w
-I-
:l2_â
m
licht, door zee - ën eenen veil'gen tocht.
De Egyptenaar beroofd, gaat hij Zeer rijk, doch arm in naam en daad, En toont het ware heil aan hem, Die zucht in droev'gen onheilstaat.
Als met de Apost'len opgevoerd Ten bergtop, die van luister glooi t, Stiert, in het land, waar armoe woont, Franciscus Christus toe dit woord;
O Heer, sla hier drie tenten op! 't Is Petrus' wensch, waarnaar hij streeft, Naar wiens verheven voorbeeld hij Ook al verlaat wat de aarde geeft.
â 116 â
Aan 't drietal; wet, propheet, gen a, Is hij gewijd met dankb'ren geest En viert 't Drieëenheids feestgetij Met een driedubbel plechtig feest.
Wijl hij, als gastheer, voor de deugd Drievoudig toevluchtsoord bereidt En brave zielen, tot hun heil, Aan Christus als een tempel wijdt.
Franciscus, heil'ge Vader, kom, Bezoek en huis, en poort, en graf, Verwek 't ellendig Eva's kroost En drijf hun zonden doodslaap af.
16. Plaude turba paupercula.
Andanlino. (1, 3, 5, 7.)
V
ito
Â¥- 4-»â
1. Geef, ar-me schaar, een vreug-de-
⢠â¢
blijk, gij, door uw armen Va-der rijk! Een
â 117
ân----J -* ^gt; _
:d:
»â¢-
be-ker zij tot lof ge - mengd, uit Z mf
zcPz tï~
lieil'-ge lief-de - borst ge-plengd, een
P
~TP-si'-
0'
be-ker zij tot lof ge-mengd, uit, rail.
-PâP-
heil'-ge lief-de-borst ge - plengd.
(2, 4, 6.)
P
±~
E3
ZZT-g:
:z-=±^=r-.
2. Op-recht, ootmoedig en ge-dwee, be-
711 f
min'lijk kweeker van den vree, draagt
I
â 118 â
^=t=p=i
hij in 't brooze vat een licht, dat in de dim. c rail.
-rk=^=±z
broosheid vuurcloed sticht.
In ruwe, slechte pij gehuld.
Doch met een heilig vuur vervuld.
Wordt hij bij and're hemelgift ) ,.,
-f-H
Met Jezus' wondental doorgrift. i ls'
Vertredend 't vleesch en 's werelds goed, Den sluwen vijand, met den voet, Verdient hij door zijn leeraarswoord Den straalkrans, die de deugd omgloort.
Ontbloot en arm verlaat hij de aard', Terwijl hij rijk ton hemel vaart, Vanwaar hij mild zijn gaven deelt | ^ En aller zieken wonden heelt. )
O Vader van wie de armoê mint, Och, maak toch arm van geest uw kind. Maak het der Heil'gen dischgenoot, Devrijd het van den eeuw'gen dood.
â 119 â
Den Vader, Zoon en Trooster zij En roem en eer en heerschappij, En ons zij door Franciscus' deugd i ^ Een deel aan de eeuw'ge hemelvreugd, i
17. Crucis Christi mons Alvernae.
Moderato.
I'
Ez
--OâIâ
Al - ver-na's wonder - ba - re rots ver-
meldt 't ge - lieiin van Chris-tus' P
E=z=,-znj=:E=^=^^=5
kruis, waar 't voorrecht van het eeuwig cresc. dim.
âo-
heil ge-schonken werd in 't aanschijn
â 120 â
cresc.
p==3=T^3P-§;^
âI
=1
-amp;â â#-
Gods, als daar Fran-cis-cus o-ver-m/' dim.
9=
â-in
denkt liet god-'lijk licht, dat 't kruis hem
schenkt, als daar Francis-cus o -verdenkt het
rail.
âf? â---1â^---!--â-----'â
11
god'-lijk licht, dat 't kruis hem schenkt.
Daar, in een afgelegen grot.
Verdubbelt hij boetvaardigheid, In armoe, ver van 's werelds vreugd. Houdt hij zich bezig met zijn God, Terwijl hij, brandend, wakend, naakt, I Steeds liefdezucht op zuchten slaakt, \ '
Daar gansch alleen, met God vereend. Wordt hij in geest omhoog gevoerd
â 121 â
En door de droefheid overstelpt,
Als hij om Jezus' lijden weent
En, smeekend't kruises zaal'^e vrucht, j ,.
Bezwijkt zijn ziel in liefdezucht. \ lquot;
En zie, de Hemelkoning' daalt,
Die 't aanschijn van een Sei-af heeft. Met zestal vleugelen bedekt.
Wiens aangezicht van vrede straalt En die, o wonder zonderling, I ^ â
Met nagels aan een Kruishout hing. \ 11 '
Gods dienaar, 's Heilands liefdeblijk, Die leed, maar thans onlijdTijk is, Des Vaders glans en heerlijkheid.
Vol ootmoed en zoo liefderijk. Met teederheid aanschouwend, hoort, Een door geen mensch te spreken ' bis.
woord. !
De bergkruin schijnt geheel in gloed Tot wonderheid voor die het ziet. Terwijl een god'lijk liefdevuur
Eranciscus' harte branden doet En 't lichaam, door Gods kracht bestierd,) .., Met Jezus' teek'nen wordt gesierd. lt; quot;s'
Zij den Gekruiste lof en eer.
Die 's werelds schulden op zich nam, Dien ook Eranciscus looft en prijst, Hij, die gekruisigd met zijn Heer, In 't lichaam draagt des Kruises wond, j ^. Gesteund op 's werelds heilverbond, i 'gt;s'
â 1'22 â
18. Caelorum candor splenduit.
Andaiilino.
:±
M
-1=
Hij flik-kert schoon aan 's lie-rnels
cresc.
|
U _ V -[=-â¢-LtZ-_p_ |
-rrW-f^E â I/--/--- |
trans, die nieu-we ster, met schit-ter Ji ü m f
WÃ
iihziü
-#âf-
si
iiz-IJSI Igâ»--U--
glans, Fran-cis-cus, die als hei-li
-V--P--P-
gloorf; er daalt een Se-raf, die hem p cresc.
-H-
ijâ
--1â
rrd-i;
hooit
de wond in hand, en voet, en
Ni f
li
⢠⢠z'#
=«ft' v , 1_______
zij, ter-wijl hij on-der gro-ve pij hef
=
â 123 dim.
â-1-âI
kruis met hart en mond en werk wil
^quot;frh-
tor-sen, door de lief-de sterk, het kruis met
â:-3
hart en mond en werk wil tor - sen, rail.
^=Ed^_--#---
door de lief - de sterk.
GEBEDEN
ONDER DE j-i. JAlS,
TER EERE VAN DEN
HEILIGEN ANTONIUS VAN PADUA.
Gebed voor de H. Mis.
Totu, H. Antonius van Padua, neem ik mijne toevlucht en kom uwe hulp en bijstand vragen; goedgunstig als gij altijd zijt, ontzeg mij uwen steun niet, maar help mij met uwe voorspraak bij God, opdat Hij mij, armen zondaar, liefdevol geve, wat ik nederig van Zijne goedheid durf vragen en welke bede ik aan Zijne voeten bij het opdragen van het Allerheiligst Misoffer neder-leg. Wees, H. Antonius, mijn voorspreker, nu en in mijn geheel volgend leven.
BEGIH DER H. MIS.
In den naam des Vaders, en des Zoons en des H. Geestes. Amen.
Om U te verheerlijken, o aanbiddelijke Drievuldigheid, wil ik heden dè onbloedige offerande
â 126 â
van het Nieuwe Verbond bijwonen en U die opdragen, mij in den geest vereenigende met den Priester. Laat door Uwe genade mijn hart gevoelen, wat het zou hebben moeten gevoelen, ware ik bij de bloedige Offerande op Golgotha
tegenwoordig geweest.
CONFITEOR.
Voor U, o mijn God, voor de onbevlekte Maagd Maria en voor alle Heiligen beschuldig ik mij, dat. ik heb gezondigd door woorden, werken en gedachten. Daarom bid ik de Allerheiligste Maagd Maria, den H. Antonius van Padua en alle Heiligen, dat zij bij ü voor mij vergiffenis afsmeeken. O mijn God! vergeef mij al wat ik tegen U heb misdaan en wees mij genadig.
INTROÃTUS.
Te midden der Kerk liet de H. Antonius zijne stem weerklinken; God vervulde hem met den geest van wijsheid en verstand en bekleedde hem met het eeregewaad. Hoe zoet is het den lof des Heeren te zingen en den Naam des Allerhoogsten te verheerlijken! Eere zij den Vader, enz.
KYRIE ELEISON.
Goddelijke Schepper onzer zielen, heb medelijden met het werk uwer handen! Barmhartige Vader, doe barmhartigheid aan uwe kinderen!
â 127 â
Oorspronn; onzer zaligheid, voor ons geslachtofferd , maak ons deelachtig aan de verdiensten van Uwen dood en van Uw dierbaar bloed!
Minnelijke Zaligmaker, zoete Jezus! heb medelijden met mijne ellende, vergeef mij mijne zonden!
GLORIA IN EXCF.LSIS.
O mijn God! ik geef U de eer, die aan U alleen toekomt: geef mij den vrede, dien de wereld niet geven kan, en den goeden wil, zonder welken ik hem niet kan bekomen. Tk loof ü, ik aanbid U, ik dank U, ik erken U alleen Heer, heerschappij hebbende over Hemel en aarde: heb medelijden met mij, o God, Vader, Zoon en H. Geest.
COLLECTA.
O Heer! verleen ons door de voorspraak van Uw belijder, den H. Antonius van Padua, al de genaden welke de Priester, uw dienaar, voor zich en voor mij van U afsmeekt. Met zijn gebed vereenigd, verzoek ik U ook genadig neer te zien op al degenen , voor wie ik verplicht ben te bidden. Verleen aan allen, o mijn God! al die gunsten, die Gij weet, dat wij noodig hebben om tot de eeuwige zaligheid te geraken. Wij smeeken U om dezelve in den naam van Jezus Christus, onzen Heer. Amen.
EPISTEL.
Uit het boek der Wijsheid (K. 7).
De Kerk legt de woorden des heiligen Schrijvers den H. Antonius in den mond. De geest der wijsheid, waarvan gesproken wordt, is de geest van Jezus Christus. De wijsheid is de leer van Jezus Christus en Hij zelf is de eeuwige Wijsheid Gods. Laat ons die gewichtige woorden overwegen, en zalig de man, die ze in waarheid op zich zelf kan toepassen.
Ik bad, en verstand werd mij gegeven; ik riep aan, en (Ie geest der wijsheid werd mij verleend; ik achtte haar meer dan schepters en tronen en rijkdom hield ik voor niets in vergelijking met haar, ik vergeleek haar niet met edelgesteenten want al het goud en zilver is als slijk te achten in vergelijking met haar. Meer dan gezondheid en schoonheid beminde ik haar en ik besloot haar tot mijn licht te bezigen, want haar licht is onuitdoofbaar. Doch alle goed verkreeg ik gelijk met haar en ontelbare rijkdommen door hare bemiddeling. â En ik verblijde mij over alles, omdat die wijsheid mijne leidsvrouw was; doch ik wist niet, dat zij de moeder was van dit alles. Met oprechtheid leerde ik haar kennen en met mildheid deel ik haar mede; ik verberg haren rijkdom niet, want een onuitputbare schat is zij voor de menschen, en die gebruik daarvan maakten, werden deelge-nooten van Gods vriendschap, dewijl zij Hem aangenaam waren om de gaven van het onderricht. Mij nu verleende God, naar wensch te
â d'29 â
spreken en uit te denken wat past voor hetgeen mij gegeven is; want Hij, Hij is de wegwijzer der wijsheid en geleider der wijzen.
GRADUAAL.
De mond des rechtvaardigen zal de leer dei-wijsheid herhalen en zijn tong de geboden Gods verkondigen; â de wet Gods was diep in zijn hart gegrift; daarom zal zijn voet niet wankelen.
God komt alle eer toe! Hem zij lof! De tong des gerechten is kostbaarder dan het zuiverst, zilver en zijn lippen onderrichten de volkeren. Aan God behoort alle eer.
(Tijdens het feest van Paschen).
De rechtvaardige zal gelijk een lelie zich verheffen en eeuwig voor den Heer bloeien. God behoort alle eer!
(Na Septuagesima voegt men bij het Graduaal).
Gelukkig de man die God vreest en naar de wet Gods verlangt. Zijne nakomelingen zullen machtig zijn op aarde, en het geslacht van hen, die oprecht van harte zijn, zal in eeuwigheid gezegend blijven. Eer en rijkdom woont in het huis des rechtvaardigen en zijne gerechtigheid zal van eeuwigheid tot eeuwigheid heerschen.
EVANGELIE (Matth. V).
(De woorden in dit Evangelie zijn hoofdzakelijk ter verkondiging des geloofs gesproken; de Goddelijke Heiland richt ze echter ook tot alle geloovigen en in het
9
â 130 â
bijzonder tot hen, die zich op de deugd toeleggen wantt zij zullen door hun voorbeeld en levend geloof het lich der wereld en het zout der aarde zijn.)
In dien tijde zeide Jezus aan Zijne leei lingen; Gij zijt liet zout der aarde. Doch indien het zout zijne kracht verliest, waarmede zal dan gezouten worden ? Het is tot niets meer goed, dan om weggeworpen en van de menschen vertreden te worden. Gi| zijt het licht der wereld. Eene stad, die op eenen berg is gelegen, kan niet verborgen worden. Men ontsteekt ook geen licht en plaatst hetzelve onder eene korenmaat, maar op een kandelaar, opdat het voor allen lichte, die in het huis zijn. Dus schijne uw licht voor de menschen, opdat zij uwe goede werken zien en uwen Vader verheerlijken, die inden Hemel woont. Vermeent niet dat Ik gekomen ben om de Wet en de Profeten te niet te doen , maar om ze te vervullen. Want voorwaar, Ik zeg u, totdat Hemel en aarde zullen voorbijgaan, zal er geen letter of stipje van de wet vergaan, totdat alles geschiede. Die derhalve een van de kleinste geboden te niet doet en de menschen dus leert, zal de geringste in het rijk der hemelen heeten; maar die dezelve doet en leert, zal groot in het rijk der hemelen genoemd worden.
CREDO.
Oorsprong en Voltrekker van ons geloof, ik dank U duizendmaal dat Gij mij in den schoot Uwer Kerk hebt doen geboren worden; deze
â 131 -
kostbare gave des geloofs is mij dierbaarder dan alle voorrechten van geboorte en fortuin , waarmede Gij mij hebt begunstigd. Geef mij eene volmaakte gehoorzaamheio aan alles, wat dit geloof mij leert. Ik aanbid gelijkelijk in Uwe H. Geheimen al hetgeen ik begrijp en datgene, wat ik niet begrijp. Aangezien mijn verstand zoo beperkt is, gevoel ik, oneindige God! dat het niet mogelijk is, dat ik U geheel beseffe of begrijpe. Gij hebt mij door Uwe genade overtuigd van het verstand en van de rechtzinnigheid dergenen, door wie Gij aan de wereld deze Goddelijke geheimen hebt verkondigd. De wereld heeft hen geloofd; het zou het grootste der wonderen zijn, indien zij zonder mirakelen, hen hadde kunnen gelooven. En waar zou ik gaan, o Heer! om meer zekerheid te vinden1? Indien ik bedroge ware. Gij zelf zoudt mij in dwaling gebracht hebben. Indien dan mijne zinnen kwamen te twijfelen, mijn verstand en mijn wil zullen met de hulp Uwer genade nooit twijfelen, maar in volle overgeving aan ons heilig geloof zeggen: Credo.
OFFERTORIUM.
Almachtige, Eeuwige God! nederig als de kleinste Uwer schepselen, durf ik U door de handen des Priesters deze Offerande opdragen met de meening, welke Jezus, mijn Zaligmaker, heeft gehad, wanneer Hij die instelde. Geef, o God! dat deze Offerande opstijge voor alles.
voor hetwelk Gij, o levend Brood, U hebt opgeofferd ter eere Uws Hemelschen Vaders, met wien Gij leeft en heerscht in de eenheid des Heiligen Geestes in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
PREFATIE.
Vervul mij, o Heer! met Uwen geest, en laat mijn hart, geheel afgetrokken van het aardscho, nu alleen maar denken aan U, o God van Hemel en aarde. Almachtige en Eeuwige Vader! hoe groot is mijne verplichting om ü overal en te allen tijde te prijzen en te verheerlijken! Ik vereenig mij met Jezus Christus om U gedurig te aanbidden. Door Hem brengen al de gelukzalige geesten hunne hulde aan Uwe Goddelijke Majesteit. Duld, o Heer! dat wij onze zwakke stemmen paren aan de lofzangen dei-zalige koren, en met hen U toeroepen:
SANCTUS.
Heilig, Heilig, Heilig is de Heer, de God dei-Heerscharen! Hemel en aarde zijn met Zijn heerlijkheid vervuld. Dat de gelukzaligen Hem loven in den hemel. Gezegend zij Degene , die tot ons komt op aarde, God en Heer, gelijk Degene, die Hem afzendt! Gezegend zij Hij in het hoogste der hemelen!
GEBED VOOR DE CONSECRATIE.
Wij smeeken U, o God! om de verdiensten
â 133 â
en het bitter lijden en den dood van Jezus Christus, onzen Heer, ons gebed te verhooren en dit onbevlekt Ofier genadig aan te nemen. Vervul de bedienaars Uwer Kerk met Uwen Heiligen Geest, opdat allen, door hunne goede voorbeelden gesticht, een aan U behaaglijk leven mogen leiden en eens geraken tot de eeuwige gelukzaligheid. Amen.
In het bijzonder bevelen wij U, o mijn God! allen aan, voor wie rechtvaardigheid, dankbaarheid en liefde ons verplichten te bidden , voor allen, die hier tegenwoordig zijn en ook voor datgene, waarvoor wij onder aanroeping van den H. Antonius van Padua onze hede tot U richten.
Wij bidden U ook. Almachtige God! dat Gij alle zondaars tot eene oprechte bekeering wilt opwekken, en al diegenen, die in gevaar zijn van te zondigen, met Uwe genade wilt versterken en voor vallen behoeden.
Moge ik, door de voorspraak van den H. Antonius van Padua opgewekt tot vroom en godsdienstig wandelen hier op aarde, door Uwe genade komen tot een voorbeeldig leven en belijden van ons Heilig Katholiek geloof, opdat ik bij mijn sterven moge ingaan in Uwe heerlijkheid.
BIJ DE CONSECRATIE.
Mijn lieve Jezus! ik geloof in Uwe waarachtige tegenwoordigheid in het H. Sacrament.
Mijn lieve Jezus! ik hoop in U door mijn ge-
â 134 â
loof in Uwe waarachtige tegenwoordigheid in het 11. Sacrament.
Mijn lieve Jezus! ik aanbid U, als waarachtig God in het Allerheiligste Sacrament.
HIJ DE OPHEFFING.
O Jezus! Vleeschgeworden Woord, waarlijk God en waarlijk Mensch, ik geloof, dat Gij hier op dit altaar tegenwoordig zijt.; ik aanbid U allernederigst; ik bemin U uit geheel mijn hart; en omdat Gij uit liefde tot mij onder deze nederige gedaante van Brood en Wijn hebt willen tegenwoordig zijn, zoo offer ook ik mij zeiven geheel en al aan U op.
Ik aanbid dat kostbaar Bloed, dat Gij voor do zaligheid van het menschdom vergoten hebt. O lieve Jezus! dat het toch niet nutteloos voor mij vergoten zij! Laat mij deelachtig worden aan de verdiensten van dit Zoenoffer. Mijn leven oü'er ik aan U op, o mijn Jezus! uit dankbaarheid voor die liefde, waarmede Gij voor mij den dood des kruises hebt willen sterven.
NA DE OPHEFFING.
Hoe groot zouden voortaan mijn boosheid en ondankbaarheid wezen, indien ik, na gezien te hebben hetgeen ik aanschouw, U kwam te vergrammen? Neen, mijn God! ik zal nooit vergeten hetgeen Gij mij in deze verhevene plechtigheid voorstelt, te weten: Uw lijden, de glorie Uwer Verrijzenis, Uw doorscheurd en verwond
â 135 â
Lichaam, Uw dierbaar Bloed, voor ons uitgestort en voor mij hier wezenlijk tegenwoordig op dit Altaar.
Het is nu, o eeuwige Majesteit! dat wij dooi' Uwe genade U opdragen die zuivere, heilige en onbevlekte Offerande, die Gij zelf ons hebt willen verleenen, en van welke al de andere niets dan afbeeldsels waren; hier is aanwezig oneindig meer dan al de Offeranden van Abel, Abraham en Melchisedech; hier is de eenige offerande, Uw altaar waardig, onze Heer Jezus Christus, Uw Zoon, het eenige voorwerp van Uw eeuwig welbehagen.
Dat al degenen, die met den mond of het hart aan dit H. Offer deelnemen, met uwe genaden en Uwen zegen vervuld worden.
Doe ook, o mijn God! de uitwerkselen van dit Goddelijk slachtoffer genieten door de zielen in het vagevuur en bijzonder door de ziel van N.N. Verleen, o Heer! uit kracht van deze Offerande, de volle bevrijding barer pijnen.
Gewaardig U ook eens aan ons deze genade te verleenen, oneindig Goedertieren Vader! en maak, dat wij deel mogen hebben met Uwe heilige Apostelen, Martelaren en alle Heiligen, opdat wij U eeuwig mogen beminnen en ver-heerlyken. Amen.
PATER NOSÃER.
(Bid het Onze Vader.)
â 136 â
AGNUS DEI.
Lam Gods, voor mij geslacht, wees mij genadig! Aanbiddelijk Siachtoffer mijner zaligheid, maak mij zalig! Goddelijke Middelaar, verwerf mij genade bij Uwen Vader, en geef mij Uwen vrede!
H. COMMUNIE.
In diepen eerbied ter neêr geknield, oHeer! gevoel ik het nietige tegenover de grootheid Uwer Majesteit; ootmoedig sla ik mij op de borst en zeg: Heer! ik ben niet waardig, dat gij komt onder mijn dak, doch spreek slechts een woord en mijne ziel zal gezond worden. Ja, mijn Jezus! geef mij, armen zondaar, de genade, zonder welke geen schepsel ter eeuwige zaligheid komen kan. Hoe zoet ware het mij, o minnelijke Zaligmaker, tot het getal dier gelukkige Christenen te behooren, aan wie een zuiver geweten en eene teedere godsvrucht toelaten dagelijks tot Uwe H. Tafel te naderen! Wat een geluk ware het voor mij, als ik U in mijn hart mocht bezitten, U mijne liefde bewijzen, mijne nooddruft vertoonen en de genade deelachtig zijn, die Gij geeft aan die U wezenlijk ontvangen! Vervul, o God! hetgeen aan mijn arm hart ontbreekt; vergeef mij al mijne zonden en zwakheden; ik verzaak die uit geheel mijn hart, omdat zij U mishagen; aanvaard de oprechte begeerte, die ik heb, om mij met U te vereenigen; reinig mij door een Uwer oogop-
slagen en maak mij waardig om U zoo spoedig' mogelijk te ontvangen.
Dien gelukkigen dag verwachtende, bid ik U, o Heer! mij aan de vruchten van de Communie des Priesters deelachtig te maken. Vermeerder mijn geloof door de kracht van dit H. Sacrament; versterk mijne hoop op Uwe barmhartigheid en zuiver mijne liefde tot U, vervul mijn hart van liefde tot U, opdat het, door de voorspraak van den H. Antonius van Padua, wiens hart van liefde voor U brandt, niet anders leve dan voor U alleen. Amen.
BIJ DE LAATSTE COLLECTEN.
Gij hebt U zoo even, o mi n God! voor mijne zaligheid geofferd; ik wil mij ook slacbtofleren voor Uwe glorie; spaar mij voortaan niet, want al wat in mij is, geef ik geheel aan Uwe liefde over. Beschik over mijnen tijd, mijne vrijheid, mijn leven en al wat mij toebehoort; gelukkig ben ik, als gij deze offerande wilt aannemen. Ja, ik zal aan Uwe wet getrouw zijn; ik zal de gelegenheden der zonden vlieden; maar geef mij den moed en de kracht die ik noodig heb, help mij mijne zwakheden te overwinnen, mijne driften te overmeesteren, mijne ongeregeldheden te verbeteren, meer en meer mij zeiven te volmaken, verleen mij daartoe Uwe genade, want ik vermag niets zonder Uwe genade. Ik vraag U deze genade, door de verdiensten van Uw lijden, waarvan Gij de gedachtenis komt vernieuwen.
â 138 â
DE ZEGEN DES PRIESTERS.
Zegen, o mijn God! dit, heilig voornemen, zegen ons allen door de hand van den Priester. Zegene ons de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Amen.
BIJ HET LAATSTE EVANGELIE.
Geef. o God ! dat ik het geloof in Uw Eeuwig Woord beware, dat ik dit geloof belijde in woord en daad, opdat mijn geloof levendig blijve en mij brenge tot het eeuwige leven, waartoe wij allen geschapen zjjn; dat mijn leven en geloof dusdanig weze, dat het opwekke en den vrede des harten brenge, den vrede, die ons voert tot in Uwe woonplaatsen. Amen.
NA DE H. MIS.
Lieve Jezus! verhoor mijn gebed; dat de vruchten van het Goddelijk Offer, dat ik heden zoo gelukkig was te kunnen bijwonen, voor mij niet verloren mogen gaan, maar door de voorspraak van den H. Antonius van Padua mogen strekken tot vermeerdering van mijn zieleheil, tot meerdere volmaking van mijn geestelijk leven, opdat ik U , lieve Heer, eenmaal moge lofzin-gen in alle eeuwigheid. Heilig, Heilig,, Heilig is de Heer, de God der Heerscharen! Amen.
Sebedea vóór, gecLurertcLe ea aa de IK GYZTiZ.
GEBED BIJ HET BEGIN DER NOVENE.
O roemvolle heilige Antonius! tot grootere eer van den Almachtigen God en Zijner heiligste Moeder, Maria, begin ik, de minste uwer kinderen, deze Novene met het vaste voornemen, haar getrouw te volbrengen.
O getrouwe Vriend Gods! die te allen tijde in wonderen hebt uitgeschitterd, spreek voor mij bij God ten beste. Verkrijg voor mij de genade van nooit meer te zondigen, God getrouwer te dienen en in de deugd te volharden.
Bid voor mij om de gezondheid des lichaams, wanneer het tot heil van mijne ziel verstrekt, bescherm mij voor alle zichtbare en onzichtbare vijanden, gevaren en ellende; sta mij vooral bij in dezen mijnen U bekenden nood, waarvoor ik deze Novene begonnen ben.
O allerzoetste Jezus! verhoor den heiligen Antonius, die voor mij bidt, opdat, daar ik U
â 1-40 â
als den wonderbaren God erken en aanbid , door de kracht zijner verdiensten verhoord worde, Gij, die leeft en heerscht in alle eeuwigheid. Amen.
GEBED GEDURENDE DE NOVENE,
ter eere der HH. Vijf Wonden van Jesus en van den Heiligen Antonius.
Rechtvaardig zijt Gij, Heere Jezus! en al Uwe oordeelen en Uw wezen zijn barmhartigheid en waarheid. Heere Jezus ! die met Uw H. Lichaam en Uwe H.H. Vijf Wonden, hier tegenwoordig zijt in het Allerheiligste Sacrament, ik bid U door deze H.H. Wonden en door de verdiensten van Uwen glorievollen Dienaar, den H. Antonius, kom mij door de voorspraak van dezen Heilige in mijn nood te hulp. Wij hebben, o Jezus! Uwen heiligen wil, gelijk het behoorde, in alles wel niet volmaakt vervuld, daarom bid ik U, door de gezegende Wonde van Uwe rechterhand, doe met ons, door devoorspraak van den H. Antonius, zooals Gij wilt en het U behaagt.
O Jezus I aan Wien alle macht gegeven is in den Hemel en op de aarde, ik bid U door de Wonde van Uwe linkerhand en door de verdiensten van den H. Antonius, beweeg de harten der menschen, die ons in deze zaak moeten helpen, troosten of haar teruggeven.
O allerzachtmoedigste Jezus! Gij kunt uw (dienaar, dienaresse) op duizende manieren helpen en vertroosten. Ik bid U dan door de
â 141 â
Allerheiligste Wonde van Uwen Rechtervoet, en door de wonderen waarmede Gij Uwen Dienaar, den H. Antonius, hebt versierd, help, troost en bevrijd ons in deze moeielijke zaak, welke ik ü door dezen Heilige aanbeveel.
0 allergenadigste Jezus! ik geloof in U, ik hoop en vertrouw op U, ik bemin U en verfoei uit den grond mijns harten al mijne zonden , omdat Gij de opperste goedheid en alle liefde waardig zijt.
Ik bid U door de dierbare Wonde van Uwen Linkervoet en om de glorie van Uwen Dienaar, den H. Antonius, doe in de zaak, welke ik U aanbeveel, wat goed en behagelijk is in Uwe oogen. Help de zwakheid van in'yn geloof, vermeerder mijne liefde en versterk mijn hoop en vertrouwen.
O allerbeminnelijkste Jezus! waarachtig Licht, hetwelk alle menschen verlicht, die in deze wereld komen, ik bid U door de allerzoetste Wonde van Uw H. Hart en door de verdiensten van den H. Antonius, verlicht mijn verstand in deze zaak, wat ik U ootmoedig afsmeek door zijne voorspraak; opdat ik Uwen Heiligen Wil moge kennen, beminnen en volbrengen in alle dingen, welke geschieden.
Dit is, allergenadigste Jezus! hetgeen ik door Uwe H.H. Wonden verzoek en door de voorspraak van den H. Antonius hoop te verkrijgen. Gij , die leeft en heerscht met Uwen Vader en den H. Geest in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
â 142 â
DANKZEGGING BIJ HET EINDE DER NOVENE.
U, God, loven wij! U. Heer, zefrenen wij met den H. Antonius, door wiens verdiensten Gij U gewaardigd hebt ons te verhooren, te helpen en te troosten in den nood. U, eeuwige Vader! eert en looft de geheele wereld met alle Engelen, Hemelen en Machten, met alle Cherubijnen en Seraphijnen, onophoudelijk zingende; Heilig. Heilig, Heilig is de God der Heerscharen dooide menigvuldige wonderen, die Hij dagelijks dooide voorspraak van den H. Antonius aan de wereld doet.
Glorie, Lof en Dankzegging zij den Vader, den Zoon en den H. Geest! die door de verdiensten en door de voorspraak van den H. Antonius ons genadig heeft vertroost, verhoord en verlost.
Dat alle schepselen Uwe Goddelijke Majesteit verheffen en bedanken voor alle weldaden en wonderen, die Gij aan de wereld hebt bewezen en nog bewijst.
quot;Wij bidden U, o Jezus! Zoon Gods en Zaligmaker der wereld, die ons verhoord en geholpen hebt door de verdiensten en voorspraak van den H. Antonius, kom ons altijd te hulp, ter liefde van dezen Uwen beminnelijken Heilige.
Heer! maak ons, Uw volk, zalig, zegen Uw erfdeel. Voer ons ten hemel, om U daar met den H. Antonius eeuwig te zegenen en te loven voor de weldaden, welke Gij ons door de voorspraak van dezen Heilige hebt bewezen.
Welaan dan, o Jezus! gewaardig U door de
â 143 â
verdiensten van den H. Anlonius ons van alle rampen te bewaren.
Ontferm U onzer, ontferm U onzer om de liefde van dezen Heilige.
Toon ons Uwe barmhartigheid en in eeuwigheid zullen wij niet beschaamd worden, vertrouwende op Uwe oneindige goedheid en de voorspraak en verdiensten van den H. Antonius. Amen.
LITANIE
VAN DEN
H. ANTONIUS VAN PADUA.
Heer, ontferm (J onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Hemelsche Vader, waarachtig God, ontferm U onzer.
Zoon Gods, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
Heilige Geest, waarachtig God, ontferm U onzer. H. Maria, Moeder en Beschermster van den H.
Antonius, bid voor ons.
H. Franciscus, Vader en onderrichter van den
H. Antonius, bid voor ons.
H. Antonius, bid voor ons.
Zalige vrucht van Spanje,
Nieuw licht van Italië, ët
Beschermer en roem van Padua,
Apostel van Frankrijk, g
Navolger van den H. Vader Franciscus, ~ Lelie van zuiverheid, §
Kostbare parel van armoede, P
Klaarschijnend licht van gehoorzaamheid,
â 145 â
Spiegel van boetvaardigheid, bid voor ons. Roos van verduldigheid,
Vlam van liefde,
Vat van heiligheid,
Pilaar der H. Kerk,
Verkondiger der genade,
Uitroeier der zonde,
Versrnader der wereld,
Verkondiger van Gods eer.
Ootmoedige verberger der wijsheid,
Leeraar der waarheid,
Blinkende ster der Serafijnsche Orde, Ark des Verbonds,
Bazuin des Allerhoogsten,
Voorvechter van het geloof in het hoogwaardigst Sacrament,
Brandende naar den Marteldood,
Geesel der Ketters,
Schrik der ongeloovigen,
Roede der dwingelanden.
Vurige minnaar van Gods huis,
IJveraar voor de zaligheid der zielen, Wonderbare Mirakeldoener,
Patroon in verloren zaken.
Toevlucht der armen.
Gezondheid der zieken,
Vertrooster der bedrukten,
Hof van vreugden,
Kenner der harten.
Voorzegger der toekomende dingen, Verwekker der dooden,
Schroom der duivelen.
â 146 â
Navolger der Oud-Vaders en Profeten, bid voor ons.
Afbeeldsel der Apostelen, bid voor ons. Uitstekend onder de Leeraren, bid voor ons. Roem der Heiligen, bid voor ons.
Onze allerzoetste Vader en beschermer, bid
voor ons.
Wees genadig, spaar ons, Heer.
Wees genadig, verboor ons. Heer.
Van alle kwaad, verlos ons, Heer.
Van alle zonden,
Van de listen des duivels,
Van pest, honger en oorlog.
Van den eeuwigen dood.
Door de verdiensten van den H Antonius,
Door zijne brandende liefde, ^
Door zijn ijver voor de bekeering der zon- ^ daren, quot;
Door zijne vurige begeerte naar den martel- § dood, â¢
Door zijne gedurige volharding in zijne be-loften van armoede, zuiverheid en gehoor- S zaamheid,
Door zijn onverrnoeiden arbeid.
Door de wonderbare verscheidenheid zijner
wonderwerken,
Op den dag des oordeels,
Wij zondaren, wij bidden U, verhoor oris. Dat Gij ons tot een waarachtig berouw en leedwezen over onze zonden wilt brengen, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij het vuur der Goddelijke liefde in oiaze
â ui â
harten wilt ontsteken, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij ons aan de verdiensten en voorspraak van den H. Antoniuswilt doen deelachtig worden,
Dat Gij ons vaderland in den dienst van den
H. Antonius wilt doen volharden, gj
Dat Gij allen, die tot den H. Antonius hunne g-toevlucht nemen, gezondheid naar ziel en 3 lichaam wilt verleenen, c;
Dat wij door de verdiensten van den H. An- ^ tonius in alle soorten van deugden voort- 2 gang mogen maken. oquot;
Dat Gij alle dienaars en dienaressen van den 2 H. Antonius met. Uwe zegeningen wilt o voorstaan, k
Dat Gij U gewaardigt ons te verhooren,
Jezus Christus, Zoon van den levenden God, Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer. '
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader, piiz. Wees gegroet, enz.
â 148 â
Bid voor ons, Heilige Antonius,
Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
Gebed.
O allerbarmhaiiigste Jezus! die Uw belijder, den H. Antonius, door voortdurende wonderen op een wonderbare wijze hebt doen uitschijnen, geef, dat wij door zijne voorspraak en verdiensten met zekerheid bekomen , hetgeen wij met vertrouwen verzoeken. Dit smeeken wij Ã, die met den Vaderen den H. Geest leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
LITANIE
TER EERE
tmn öcn 15. IDnöct1 fr-nncipcu?.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, Hemelsche Vader, die Franciscus tot een hijzonder werktuigr Uwer Voorzienigheid hebt uitverkoren, ontferm U onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, die Franciscus met de teekenen Uwer heilige Vijf Wonden hebt begunstigd, ontferm U onzer.
God, H. Geest, die Franciscus met buitengewone genaden hebt verrijkt, ontferm U onzer.
H. Drievuldigheid, één God, die Franciscus in Uwe heerlijkheid hebt ontvangen, ontferm U onzer.
H. Maria, bijzondere blijdschap en troost van Franciscus, bid voor ons.
H. Moeder Gods, gestadige toevlucht van Franciscus, bid voor ons.
H. Maria, zonder erfsrnet ontvangen, patrones
â 150
i n voorspreekster der geheele Orde van Fran-
ciscus, bid voor ons.
. Franciscus, Serafynsche Vader, bid voor ons. Aartsvader der armen,
Evenbeeld van den gekruisigden Jezus, Volmaakte navolger van het apostolisch
leven,
Ark van heiligheid.
Standvastig in het geloof.
Onwrikbaar in de hoop,
Allervurigst in de liefde,
Leeraar der gehoorzaamheid.
Bruidegom der armoede.
Spiegel van zuiverheid,
Versmader der wereld, __
Minnaar van het kruis, 5;
Voorbeeld van boetvaardigheid, lt;
Wonder van ootmoedigheid, §
Engel van zachtmoedigheid.
Regel van alle deugden, 3
Martelaar van begeerte,
Afgezant van den grooten Koning,
IJveraar der zielen.
Bestrijder der ondeugden.
Schrik der duivelen.
Leidsman der dwalenden.
Steun der H. Kerk,
Verdediger van het geloof.
Licht der volkeren,
Dienaar der melaatschen,
Hulp der zieken,
Trooster in ons stervensuur.
â 451 â
H. Franciscus, helper van allen, die tot U
hunne toevlucht nemen, bid voor ons. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm ü onzer.
Bid voor ons, H. Vader Franciscus.
Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
Gebed.
O God ! die Uwe Kerk door de verdiensten van onzen H. Vader Franciscus met nieuwe kinderen vermeerdert, geef, dat wij in navolging van hem de aardsche goederen versmaden en in de deelhebbing aan de Hemelsche ons immer verheugen. Door Christus, onzen Heer. Amen.
LITANIE
VAN HET
HEILIG HART VAN JESUS.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer. God, H. Geest, ontferm ü onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. Hart van Jezus, Zoon van den eeuwigen Vader, Hart van Jezus, Zoon van de H. Maagd Maria,' Hart van Jezus, eigen en waardige woon- o plaats van den H. Geest, quot; 3;
Hart van Jezus, tempel van de Allerheiligste ÃÃ Drievuldigheid, 5
Hart van Jezus, glorie en vreugd der Engelen, c; Hart van Jezus, oneindig in majesteit, o Hart van Jezus, voorwerp van alle liefde, S Allerootmoedigst Hart van Jezus, r-
Allerzuiverst Hart van Jezus,
Allerbeminnelijkst Hart van Jezus,
â 153 â
Hart van Jezus, vol van zegen en genade, ontferm U onzer.
Wellust van Hemel en aarde,
Licht van de geheele wereld, Onoverwinnelijke sterkte tegen onze
vijanden,
Fontein van alle rechtvaardigheid,
Oorsprong van goedheid en barmhartigheid.
Vol medelijden en teederheid,
Woonsteê aller deugden.
Waardig allen lof en eer,
Aan wien alle aanbidding toekomt. Oneindige afgrond van alle Hemelsche § | gaven, quot; =;
â Fontein der springende wateren tot het g s eeuwig leven,
gt; Verzoening onzer zonden, ^
-e Troost van alle bedrukte harten, §
Hoop van die in U sterven, 5
Ons leven en onze Verrijzenis,
Toevlucht van alle zondaren,
Met bitterheid voor ons vervuld, Met versmaadheden voor ons verzadigd. Om onze boosheden doorwond.
Voor onze zaligheid gestorven aan het kruis,
Met eene lans doorstoken,
Levende, Heilige en Gode behagende Offerande,
Altaar, op hetwelk alle Heiligen opgeofferd worden.
â 154 â
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Jezus.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Jezus.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer, Jezus.
O Jezus, zachtmoedig en nederig van harte.
Maak ons hart. gelijk aan het Uwe.
GEBED.
Heer Jezus, die l] gewaardigd hebt, de onuitsprekelijke rijkdommen van Uw allerheiligst Hart aan Uwe Kerk te openbaren, verleen ons, dat wij aan de liefde van dit allerheiligst Hart mogen beantwoorden en dat wij door waardige dienstbew ij zingen vergoeden de verongelijkingen, die datzelfde bedrukte Hart van de ondankbare menschen worden aangedaan. Die leeft enheerscht met God den Vader in de eenheid des H. Gees-tes door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
â 155 â
TOEWIJDING
AAN HET
HEILIG HART VAN JEZUS.
O Beminnelijke Zaligmaker, verlangende mijne dankbaarheid te toonen en eenige mate voor mijne zonden te voldoen, wijd ik mij geheel aan Uw allerheiligst Hart toe en maak het vast besluit met de hulp Uwer genade voortaan nooit meer te zondigen.
O allerheiligst Hart van Jezus! stort den overvloed Uwer zegeningen uit over Uwe H. Kerk, over hare bedienaren en al hare kinderen en inzonderheid over N.N.
Bevestig de rechtvaardigen,
Bekeer de zondaars.
Sta de stervenden bij,
Verlos de zielen uit het Vagevuur en leg op aller harten het zoete juk Uwer liefde. Amen.
Onze Vader, â Wees gegroet, enz.
Ik geloof in God, den Vader, enz.
HART VAN JEZUS , BRANDENDE VAN LIEFDE TOT ONS,
ONTVLAM ONS HART DOOR LIEFDE TOT U.
O
CD
INHOUD.
Gezangen ter eere van den H. Antonius.
No. Bladz.
1. Patroon............................................................4
2. Devotie voor de H. Maagd..........................7
3. Si quaeris miracula..................................9
4. De geest des gebeds......................................11
5. Tong des H. Antonius................................14
6. Lijden.........................................................17
7. Heilige dood van Antonius........................19
8. Geloof........................................................21
9. Verlangen naar den marreldood................24
10a. Vreugde in God..........................................2(5
106..........................................................................27
11. Groet tot den H. Antonius........................29
12. Wonderen van het 11. Sacrament............31
13. Bede om een zaligen dood..........................33
14. Bede om standvastigheid..........................3(j
15. Bede tot den II. Antonius van Padua . 38 1G. Lolliod op den H. Antonius van Padua. 40
17. Antonius, voorbeeld van plichtsvervulling. 42
18. Antonius, hulp in 'slevens strijd............44
19. Antonius, ons voorbeeld in het vluchten
der naaste gelegenheden........................46
20«. Antonius' liefde tot God..........................48
206............................................................49
21. Antonius' geduld in lijden ........................ól
22. Antonius' onthechting aan het aardsche 54
23. Antonius' naastenliefde.................55
24. Antonius' toonbeeld van nederigheid.... 57
â 158 â
No. Bladz.
25. Vertrouwen op den II. Antonius ............50 â
'26a. Antonius onze toevlucht............................62
266..........................................................................63
27«. Antonius, onze leeraar................................64
276...............................................................66
28. Antonius en het H. Hart............................68
29. Vertrouwen op den H. Antonius ............70
30. Loflied tot den II. Antonius............73
31. De H. Antonius van Padua........................75
32. En gratulemur hodie................................77
33. Feestlied te)' eere van den H. Antonius. 79
Gezangen ter eere van den H. Praneiseus.
1. Koordje van den II. Franciseus..............82
2. Het Koordje van den H. Franeiscus . . 84
3. De vijf wonden van den Heiligen Vader
Franciseus............. ................86
4. Ter eere der Wondteekenen van onzen Heiligen Vader Franciscus ......................88
5. Franciscus ontvangt op den Alverno-
berg de vijf II. Wonden........................90
6. Zielenijver................................................92
7. Eere aan Franciscus................................94
8. lied I' van de zielen in het Vagevuur ... 96 9a. 0 Franciscus, o Vader der armen. ... 98 96................................................................99
10n. Franciscus en het H. Hart........................101
106..................................................................102
11a. De H. Vader Franciscus..........................104
116........................................................................106
12. Defensor noster aspice................................108
13. Decus Morum................................................110
14. O Stupor et gaudium ................112
â 159 â
No.
15. Proles de coelo prodiit..........
16. Plaude turba paupercula.......
17. Crucis Christi inons Alvernae...
18. Caeloi'um candor splenduit.....
Haarlem. â Drukkerij St. Jacobs-Godshuis.
Verschillende Gebeden.
Gebeden onder de H. Mis, ter eere van den ^ _
Heiligen Antonius van Padua ... . . .. 125
Gebeden vóór, gedurende en na de Novene 139
Litanie van den H. Antonius van Padua... 144 Litanie ter eere van den H. Vader Franciseus. 149
Litanie van het Heilig Hart van Jezus............152
Toewijding aan het Heilig Hart van Jezus.. 155
Bladz. . 114 . 116 . 119
122