ocr page 1
ocr page 2

PERT1NET AD BIBLIOTHECAM P.P. CARM. DISC.

GROENENDIJK Z. H.

N«.

ocr page 3
ocr page 4
ocr page 5

Keur van Heiligenlevens.

IT.

Leven van den H. Franciscus van Assisie.

ocr page 6
ocr page 7
ocr page 8
ocr page 9

V.n i:a.v'W,

KEUR TAN HEILIGENLETENS.

IT.

Leven van den H. Franciscus van Assisie,

BEWERKT

C. DE B R U Y N.

E. C. Pr.

Bëhsen-op Zoom , JAN A. G. JUTEN.

ocr page 10

IMPRIMATUR.

Bergls ad Zomam, 19 Novembris 1895.

M. P. W. SMITS, rector, ad hoc delegatus.

ocr page 11

VOORREDE.

In de Encycliek „Auspicatoquot; van den 17 September 1882 Schrijft Z. H. Leo XIII; „sedert lang is het Ons vurig verlangen, dat ieder zich naar best vermogen op de navolging van den H. Franciscus van Assisië toelegge.quot;

Wanneer men zich de vrijheid durft aanmatigen den Paus de rede te vragen, waarom hij wenscht, dat allen zich op die navolging zullen toeleggen, dan zegt Hij in dienzelfden zendbrief; „De gesteltenissen van onzen tijd komen onder vele opzichten overeen met dien, waarin de H. Franciscus leefde.quot; Gelijk in de twaalfde eeuw is evenzoo nu de liefde niet weinig verkoeld, is er, hetzij door onwetendheid, hetzij door verwaar-loozing, niet weinig stoornis in de vervulling der Christelijke plichten. Met gelijke geestesrichting en met gelijke inspanning brengen zeer velen hun leven door in het streven naar tijdelijk voordeel en in het begeerig najagen van genot. Overgegeven aan alle weelderigheid, verkwisten zij, wat zij bezitten, verlangen zij naar het eigendom van anderen; in naam verheffen zij de onderlinge broederschap der menschen; hun woord evenwel spreekt meer van broederlijke liefde dan hunne daden; want zij worden door eigenliefde gedreven, en die echte liefde jegens de minderen en de armen vermindert bij den dag.

In den tijd van Franciscus had de veelvoudige dwaling der Albigensen, door het oproer tegen de macht der Kerk aan te stoken tegelijk den staat in verwarring 'gebracht en den weg tot een zeker socialismus gebaand. En ook thans wordt hardnekkig geloochend, dat men aan de Kerk onderdanig moet zijn, en geleidelijk en trapsgewijze verder voortgaande, ontziet men zelfs de burgelijke macht niet, worden geweld en oproer goed-

1

ocr page 12

VOORREDE.

gekeurd, het eigendomsrecht aangerand, de hartstochten van het volk gevleid, de grondslagen der huiselijke en openbare orde verzwakt.

Bij deze zoo talrijke en zoo groote rampspoeden geen beter geneesmiddel dan de navolging van den H. Franciscus van Assisië.

Wanneer men de treffende gelijkenis gadeslaat, welke bestaat tusschen Onzen Goddeiyken Verlosser en Zijnen nederi-gen dienaar Franciscus, eene gelijkenis, welke door het bestier der Goddelijke Voorzienigheid zonneklaar in aller oogen schittert, dan blijkt ook hieruit, welk een veilige gids de H. Franciscus op ons levenspad zijn kan.

Ten slotte het ontelbaar heirleger van Heiligen Gelukzaligen en vrome Christenen, welke de geschiedenis ons in den loop der eeuwen voorstelt als volgelingen van den grooten Heilige van Assisië, overtuigt ons, dat hij ook voor ons een betrouwbare gids zijn kan en volgens den wensch van Leo XIII zijn moet. Daarom zal iedereen begeerig zijn levensgeschiedenis aanvaarden om èn Christus in zijn Heilige te zien schitteren èn zich zelf zijn leven tot voorbeeld te stellen.

II

ocr page 13

EERSTE HOOFDSTUK.

Het was tijdens de regeering van Lucius III, dat te Assisië, welke door Dante het Oosten genoemd was, eene zon opkwam, wier licht de wereld tot hare uiteinden zou verlichten, wier stralen de kille ijskorst zou breken en leven en liefde aankweeken. Het was den 26 September 1182, en Franciscus werd aan de wereld geschonken, maar reeds van den beginne gekruist aan hare ijdel-heid. Den naam van Seraphijnsche Vader zou hij dragen, maar een naam ten volle door zijn reine en vurige liefde verworven.

Een wondervolle omstandigheid kenmerkt zijne geboorte. Pietro Bernardone Moriconi, een rijk koopman, was van Lucea naar Assisië gekomen, van waar hij zijnen handel over den geheelen omtrek uitstrekte, welke hem in nauwe betrekking bracht met de Franschen, wier handelsbetrekkingen sedert de Kruistochten buitengewoon waren toegenomen. Zijne echtgenoote Pica was eene eerbare en godvruchtige vrouw, welke met een levend geloof bezield ^ de zorg voor de huishouding in overeenstemming bracht met de vervulling harer godsdienstige plichten.

Bij een vromen levenswandel voegde zich ook tijdelijke welvaart, zoodat beiden evenzeer weidden aangewend, toen eene blijde verwachting hen een glorievolle toekomst openbaarde. Maar God beschikte anders, en was een beestenstal te Bethlehem de plaats geweest, waar het Eeuwig Woord des Vaders het eerste levenslicht in de

ocr page 14

4

mensclielijke natuur aanschouwde, geen volkstelling van keizer Augustus was noodig om Christus' dienaar een gelijksoortige geboorte te schenken. Pica, ten prooi aan vreeselijke angsten, wendt zich met vurige gebeden tot haren God, toen een vreemdeling deftig en eerbiedwaardig, aan de deur kloppend, een aalmoes ontvangt en luide dankend zegt, dat men de vrouw des huizes naar een veestal zal geleiden. En waarlijk, nauwelijks is zij daar gekomen of de zon breekt glanzend door de wolken, en Franciscus is aan de wereld geschonken. Was de eerste legerstede van den Godmensch hooi en stroo, geen beter mocht Franciscus aanvankelijk hebben; ook zijn teeder lichaam zou 't eerst op een hard rustbed worden uitgestrekt.

Dankbaar, dat God had neergezien op zijn dienstmaagd, was ook haar eerste zorg hem door het H. Doopsel aan God terug te geven, terwijl zij eischte, dat uit eerbied voor 's Heeren heiligen Voorlooper ook hem den naam van Joannes zou worden gegeven.

Thans verschijnt wederom dezelfde vreemdeling, zelf houdt hij het kind ten Doop, werpt zich daarna in aanbidding voor het tabernakel en verdwijnt, terwijl hij in de marmeren treden van het altaar het indruksel van zijne knieën achterlaat.

Eenige dagen later klopt wederom een vreemdeling om een aalmoes aan het huis van den koopman. Terwijl hij het gevraagde ontvangt, neemt hij het kind als een andere Simeon in zijne armen, drukt het vol teederheid aan zijn kloppend hart en spreekt het toe, alsof het reeds met rede begaafd ware. En terwijl hij met het sprake-looze wicht handelt over de Goddelijke Liefde en nu reeds het vuur aanblaast, waardoor eenmaal de Seraphijnsche

ocr page 15

Vader zou gloeien, geeft hij het kind weder onder deze profetische woorden; „Weet en tedenk, dat dit kind, een-„maal tot den mannelijken leeftijd gekomen, een groot man „voor God worden zal en zulk een hooge volmaaktheid „bereiken, dat hij met eere onder de heiligste menschen „der wereld mag worden geplaatst. Nu reeds benijden „hem de duivels: draag zorg, dat het nooit de prooi hun-„ner hindeilagen worde.quot;

Zijn eerste kinderjaren snellen kalm en stil voorbij onder de zorgvolle bewaking zijner teedere moeder. Immers dat woord: „draag zorgquot; was haar een Goddelijk gebod, en met het lichamelijk voedsel spreekt zij haar kind van God en zijne heiligen en wijst het op den hemel als het eenig doel van ons streven en als belooning voor al onze offers. En wanneer eenmaal Franciscus de vriend en vader wordt der armen, als de beminnelijkheid hem aller-wrege vergezelt en in volle stralen van zijn gelaat uitgaat, als hij met alle krachten zijner ziel den Paus van Rome eert en gehoorzaamt, dan mogen wij de moeder gelukkig prijzen, die zulk kostbaar zaad in haar kind strooide en onder Gods bijzonderen zegen tot ontkieming en wasdom wist te brengen.

De zorgvolle moeder verzuimde evenmin zijn maatschappelijke opvoeding, en rekening houdend met den eisch _ der tijden en tevens met hunne stoffelijke welvaart, werd hij toevertrouwd aan vrome kloosterlingen om hem in de letteren en sehoone kunsten te bekwamen; doch slechts middelmatig bereikten zij hun doel, gelijk later de H. Bonaventura getuigde, want Franciscus zou meer door de daad dan 't woord Gods kerk dienstbaar zijn. Wanneer hij den leeftijd van veertien jaar bereikt had, werd hij door zijn Vader voor den koophandel opgeleid om te zaïr.en

ocr page 16

6

met hem voor de stoffelijke welvaart van het huisgezin en voor een roemrijken naam voor de familie te arbeiden. Maar een verschillende geest bezielt beiden. Is de vader afgetrokken, en gaan zijn gedachten en wenschen op in dit eene denkbeeld: hoe zijn naam te verbreiden en zijn fortuin te vestigen, dan streeft zijn zoon hem door adel van karakter en voortreffelijker gedachten ver voorbij; Hij is lieftallig, medelijdend, edelmoedig, meer hakend naar roem dan naar schatten. Door zijn geestdriftvolle inborst was hij dan ook niet koud voor de poëzie des levens, en edelmoedig offerde hij, wat door vreugde en uitspanningen werd gevorderd, zoodat zijn vader, hem berispende, het verwijt deed, dat men hem eer voor een prins van 't koninklijk hof dan voor een eenvoudig koopmanszoon zoude houden. Zijne moeder echter, ziende dat Francis-cus te midden van zijn vrienden en hunne feesten onbedorven bleef en in tegenstelling van zijne makkers zich onbesmet bewaarde, keurde zijne uitgaven goed, ja zelfs stelde hem tot nog grootere in staat. Hierdoor verkreeg hij dan ook zulk een meesterschap en invloed over zijne vrienden, dat zij hem allen als hun opperhoofd eerden, ja, hem zelfs den titel schonken van koning dei-jongelingschap. Immers men zag zeer duidelijk, hoe streng hij was voor zich zelf, maar tevens hoe edelmoedig en toegevend voor anderen, zoodat men hem van alle kanten dankbare trouw, oprechte liefde en eerbiedige achting toedroeg. Muntte hij uit door lelieblanke reinheid, zijn goedheid voor de armen deed hem ook verre zijne vrienden overtreffen. Want, terwijl zij voor hunne levenswijze nauwelijks genoeg hadden, en daaraan alles ten offer brengende,.koud en ongevoelig werden voor de behoeften der armen, had God hem zulk een medelijdend

ocr page 17

7

hart gegeven, dat hij al spoedig het voornemen vormde nooit een aalmoes te weigeren, vooral niet, wanneer deze ter liefde Gods gevraagd werd. Op zekeren dag echter, terwijl hij druk bezig is met ernstige handelszaken, komt een arme hem in Gods heiligen Naam een aalmoes vragen, welke eenvoudig wordt geweigerd. Maar snel'als de bliksem rijst in hem de gedachte: „Franciscus, zoudt „ge eveneens een graaf of baron hebben behandeld ? Zoudt „ge hen niet met onderscheiding, ook bij uw ernstigste „bezigheden, hebben ontvangen? En nu deze arme u „komt spreken in Naam des Konings, weigert gij hem?quot; En met spijt in het hart en met tranen in de oogen snelt hij den teleurgestelden arme achterna, geeft hem overvloediger dan gevraagd was, maar tevens aan God de belofte, welke hij tot zijnen dood trouw onderhield, nooit meer eenen arme iets te zullen weigeren. Zulk een hart moest, in welke omgeving het zich ook bevond, om wille der aalmoezen, met zulk een verheven doel gegeven, op bijzondere wijze door Gods genade geleid en beschermd, ja, tot een meer volmaakt leven geroepen worden. Nu eens toont God hem zijn toekomstige grootheid, dan weder zijn vernederingen, zijn erfdeel. De H. Bonaventura verhaalt, dat een eenvoudige, heilige, en zonder twijfel door den hemel onderrichte inwoner van Assisië, zoo dikwijls hij Franciscus ontmoette, zijn mantel op den grond uitspreidde en de omstaanders toeriep: „Nooit kunt gij dezen jongeling naar verdienste eeren, „want groot zal hij worden boven zijne landgenooten en „vereerd door alle geloovigen.quot;

Franciscus zag en hoorde dit alles zonder er iets van te begrijpen. Maar de doornen verschenen spoedig met de rozen, en bij al die eer en onderscheiding mocht de

ocr page 18

8

vernedering niet uitblijven. Beklom Joseph als onderkoning Egyptes troon, dan was de gevangenis de weg, welke hem tot die grootheid voerde, maar ook Franciscus moest langs dien weg tot de volmaaktheid geraken.

Een hevige twist brak uit in 1199 tusschen de inwoners van Assisië en Perugia, welke, in 1201 het toppunt bereikend, alle jongelingen, onder welke ook Franciscus, naar de wapenen deed grijpen. De fortuin echter was Assisië ongunstig, want werden velen gedood, anderen werden krijgsgevangen genomen en in de gevangenis geworpen. Ook Franciscus kwam in den kerker, een jaar lang zou hij in eenzaamheid doorbrengen. Maar ook daar zou God tot zijn hart spreken. Immers, toen zijne vrienden, van hunne vrijheid beroofd, den moed verloren en het geduld, trachtte hij hen op te beuren door zijn kalme gelatenheid, waarmede God hem begiftigde. „Ik heb medelijden met u, maar ik betreur uw moedeloosheid ; thans „ziet gij mij in boeien, maar later geëerd door de geheele „wereld.quot; Het was geen ij dele trots of grootspraak, welke hier vernomen werd, maar de stem van God, die profetisch door Franciscus eigen mond zijn toekomstige grootheid der wereld verkondigde.

Nadat hij de vrijheid weder verkregen had en met mateloozen ijver de geleden verliezen van zijn koophandel wilde herstellen, overviel hem een zware ziekte, welke ongetwijfeld een nieuw middel was in de handen van Gods voorzienigheid om hem tot de volmaaktheid te brengen. Hevige smarten sloopen niet alleen zijne krachten, maar ook de zucht naar de wereld en hare ijdele vermaken, terwijl een levendige afkeer jegens zijn vorig leven zich van hem meester maakte. En waarlijk, dichter geraakte hij tot zijn doel, want wat hem vroeger aantrok, werd

ocr page 19

9

nu onverschillig aangezien, zijn levendige verbeeldingskracht scheen minder veerkrachtig; de schoonheden dei-natuur lieten hem koud; de vriendschap zijner makkers was hem nagenoeg waardeloos geworden. Maar nog krachtiger moest de stoot zijn van Gods genade; te groot het werk dat hij tot stand moest brengen, dan dat het op lossen grondslag kon rusten, zwaar moest het draagvermogen zijn, wilde het tot het einde der wereld een orde schragen, die in lijnrechten strijd met de wijsheid der aarde het rijk Gods tot sieraad zou strekken. Tot herstel van gezondheid en het herwinnen zijner krachten trok hij naar buiten, waar hij wederom met volle teugen zich kon laven aan de poëzie des levens, maar de versterving was hem weggelegd; reeds nu begon hij dien weg te betreden; hij aanschouwde de pracht der natuur, maar het voldeed hem niet. Met den H. Augustinus riep hij nu reeds, zij 't dan ook onbewust het „inquie-tum est cor nostrumquot; uit. Hij ziet, hoe alles rondom hem ledig en koud is, en hij gevoelt, dat zijn hart en dus ook zijn strevingen voor deze aarde te groot niet rusten kan, voordat het rust vindt bij God, zijnen schepper.

Hij ontmoette wederom een arme, en aanstonds in hem den armen Christus ontdekkend en zijn eenmaal afgelegde belofte zich herinnerend, ontdoet hij zich van zijn rijke — kleederen om den arme er mede te dekken. Was hij nu een ware navolger van den H. Martinus, hij zou ook deelen in zijne belooning, want den volgenden nacht, zoo verhaalt de H. Bonaventura, zag hij in een droomgezicht zich eensklaps in een prachtig paleis geplaatst, waar zijne oogen rondom wapenen aanschouwden, welke alle een kruisteeken droegen. „Voor wien,quot; riep hij buiten zich zelf van geestdrift, „voor wien zijn deze wapenen en dit

ocr page 20

10

paleis?quot; „Voor u en uwe soldatenquot; klonk het antwoord. Korten tijd later zou een nieuw droomgezicht te Spoleto hem de geheimvolle beteekenis van gezicht en woorden te Assisië ontvouwen; ten tweeden male klonk hem die stem in de ooren en zeide: „Franciscus, wie kan meer „voor u doen de heer of de dienaar, de rijke of de behoef-„tige ?quot; „De heer en de rijke voorzeker,quot; antwoordde de jongeling. „Welnu,quot; zoo klonk opnieuw de vraag, „waarom „verlaat gij dan den heer om den dienaar, den oneindig „rijken God om een arm schepsel?quot; Nu heeft de genade zijn hart getroffen, hij verstaat en begrijpt, en met Paulus op den weg van Damascus roept hij uit: „Heer, wat wilt Gij, dat ik doen zal.quot; „Ga,quot; zoo vernam hij, „ga naar uw „geboortestad, daar zult gij vernemen, wat gij doen moet, „het visioen, waarmede gij begunstigd werdt, voorspelt u „bovennatuurlijke zaken.quot; Bij het aanbreken van den dag keert hij naar Assisië terug om daar 's Heeren wil te vernemen, en terwijl bij een vurig gebed de sluimerende begeerte ontwaakt naar de hemelsche goederen, begrijpt hij met ieder oogenblik duidelijker het woord der H. Schrift „ijdelheid der ijdelheden.quot; Maar zijne vrienden bemerkten niets van dat alles, terwijl zij weder op nieuw bij hem aandrongen de teugels hunner feesten weder in handen te nemen en als altijd hun leidsman te wezen. Edelmoedig en vriendelijk stemt hij toe, doch het vuur inwendig ontstoken, begint meer en meer om zich heen te grijpen en weldra blijkt het uitwendig, dat er een groote verandering in hem heeft plaats gegrepen. Zijne makkers bemerken spoedig zijn afgetrokkenheid, zijn stilte; zij zijn getuigen van geestvervoeringen, die zich van hem meester maken, en wanneer een zijner vrienden hem schalksch vraagt: „Maar, waar was uw geest, dacht gij

ocr page 21

11

„soms aan de keuze eener vrouw?quot; dan antwoordde hij vol kalmte en deftigheid: „Ja, daar dacht ik aan, maar ik „zoek de rijkste, de edelste, de schoonste der wereld.quot; De H. Geest had hem den rijkdom, den adel, de schoonheid der armoede geleerd; zij was reeds lang door de wereld miskend, maar deze voortreffelijke Bruid zou hij huwen, haar in eer en grootheid voor de aarde herstellen.

TWEEDE HOOFDSTUK.

Vaarwel aan de wereld en hare ijdelheden! Vaarwel ook aan den koophandel van het vaderlijk huis! Een geestelijke afzondering is noodig voor zijn geheimnisvol huwelijk, dat der wereld met bewondering zou vervullen, doch haar tevens strekken ter genezing. Een wilde rotsholte bij Assisië is hem een welkom- verblijf, daar vindt hij rust, stilte en ingetogenheid. Daar kan hij de inspraken van zijn God ontvangen, verstaan en overwegen, zijn zwakheid peilen, zijn fouten betreuren, daar ten slotte de hoogte, breedte en diepte meten van Gods oneindige liefde, die ook Franciscus hart vroeg, om zich naar Zijn Hart te vormen. Een maand lang duurde zijn verblijf aldaar, en wanneer van de talrijke vrienden, die eertijds hem omringden, een ten slotte hem getrouw bleef en hem in zijn rotskloof bezocht, hoorde deze hem zeggen; „Ikheb „een schat gevonden, een kostbare parel, waarvan het „Evangelie spreekt, voor wier bezit de mensch alles moet „verlaten om haar te verkrijgen.quot; Had hij met Paulus langs bovennatuurlijken weg zijn roeping tot het volmaakte leven ontvangen, ook met denzelfden Apostel zou hij, opdat de openbaringen hem niet ijdel zouden maken, den

ocr page 22

12

engel van Satan op zijn levensweg ontmoeten, die hem onder schoone beloften de rijkdommen der aarde voorhield, de geoorloofde genoegens herinnerde, welke hij op 't punt stond te verlaten, te gelijk mee zijn reeds inge-oogsten naam en glorie, om tevens hem in 't gezicht te slaan met schandelijke verleidingen en afschuwelijke bekoringen, en niets op hem vermogend, ten slotte hem bedreigde met het voorbeeld van Job. Doch slechts een antwoord op dat alles zijner roeping waardig: „Ga van „mij, Satan, daar staat geschreven, gij zult den Heer uwen „God aanbidden en Hem alleen dienen.quot; Bij zooveel trouw, na zulk een strijd, mag de hemelsche troost niet uitblijven ; engelen kwamen om Jesus in de woestijn te dienen, maar hier verschijnt Christus zelf, niet als de koning der glorie, maar gehecht aan 't kruis, om Franciscus nog inniger tot zich te trekken. Droefheid en liefde overmeesteren zijn hart en de herinnering aan 's Heeren lijden deed hem telkenmale opnieuw uitbarsten in heete tranen over den Man van Smarte, zonder ophouden tot het einde zijns levens. Zijn eenmaal opgevatte liefde voor de armen, zijn afgelegde belofte deden voortdurend milde aalmoezen stroomen in den schoot der armen. In welken vorm, in welken toestand zij ook verschenen, al vereenigde zich met de armoede ook de afschuwelijkste melaatschheid, de armen waren steeds zijn dierbare broeders. En wanneer het geld hem ontbrak, dan moesten vaak zijn eigen kleederen het voedsel zijn zijner liefdadigheid.

In het begin der 13e eeuw stond op ongeveer honderd schreden van Assisië een eenvoudig kerkje, toegewijd aan den H. Damianus, doch haar vervallen muren toonden duidelijk, dat onverwijld herstel noodzakelijk was, het-

ocr page 23

13

geen door de armoede echter tot de vrome wenschen bleef behooren. Franciscus, die den leeftijd van 24 jaar bereikt had, ging, als door Gods geest geleid, toen hij buiten de stad wandelde, het kerkje binnen en werpt zich voor het kruisbeeld neder. Daar ligt hij in aanbidding, zijn aanbidding wordt meditatie, zijn meditatie gaat over in extase, en te midden zijner hemelsche geestverrukking, roept hij uit tot driemaal toe: ,.0, glorierijke en „groote God en Gij, mijn gekruiste Jesus, verlicht, bid ik „U, de duisternis mijner ziel. Geef mij een oprecht ge-„loof, een onwankelbaar vertrouwen en eene volmaakte „liefde. O, Heer, mocht ik ü kennen en wel zóó, dat ik „in alles Uw Heiligen en Goddelijken Wil vervulle.quot; Zijn oogen, vol tranen, zijn onafgebroken op het kruisbeeld gevestigd, en hij verstaat deze woorden; „Franciscus, ga en herstel mijn huis, hetwelk gij in puin ziet vallen.quot;

Hij was alleen in dezen tempel, en onwillekeurig huiverde hij bij het hooren dezer woorden. Maar misschien bedriegt hij zich, en is hij het offer der verbeelding, maar terwijl hij hierover nadenkt, klinken hem opnieuw dezelfde woorden tegen. Bleek van angst en stijf van schrik blijft hij bewegingloos, totdat ten derden male dezelfde stem hem uit zijn verdooving wakker schudt. De kerk is dan ook arm en bouwvallig, en het bevel letterlijk opvattend, geeft hij bij het verlaten van het kerkgebouw don Pietro zijne beurs, opdat hij olie koope om bij het Christusbeeld te branden. Hij spoedt zich huiswaarts, pakt daar een partij kostbare stoffen bijeen, stijgt te paard en begeeft zich naar Toligus, waar hij en paard èn koopwaren te gelde maakt om met een rijken buit zich naar het kerkje van den H. Damianus te spoeden. De geestelijkheid beducht voor den toorn van Bernardone weigerde

ocr page 24

14

zijn rijke almoes, maar Franciscus had het bevel van den hemel ontvangen, hij wierp minachtend het geweigerde geld in den tempel.

Waren wij reeds getuige van den feilen strijd, welke satan hem aandeed, dan zien wij thans, dat hij geduchte verontwaardiging van zijn vader heeft te verduren. Gedurende langen tijd door den koophandel gedwongen tot afwezigheid, hoort hij bij zijn terugkomst de snelle levensverandering van zijnen zoon, doch tevens ook de breede uitgaven, welke hij zich voortdurend veroorloofde, en vol drift snelt hij met eenige vrienden naar het St. Damianus kerkje, waar men zeide, dat zijn zoon zich ophield, maar nauwelijks meldt het naderend gedruisch hunne komst, of Franciscus verbergt zich, beducht voor den toorn zijns vaders, op dezelfde plaats, waar het kruis tot hem gesproken had, waar hij in stilte geruimen tijd verbleef, totdat de gevreesde drift des vaders eenigszins zou bekoeld zijn. Maar dit gedwongen verblijf oefende tevens op hem een weldadigen invloed uit, dichter werd hij gebracht tot G-od, zijn hart gezuiverd, zijn karakter geadeld, de grondslag voor zijn volmaaktheid hechter gevestigd. Eindelijk teruggekeerd in Assisië, verschijnt hij aldaar met een bleek gelaat, zijn wangen met diepe groeven door aanhoudende droefheid geploegd, zijn lichaam door vasten en boete verzwakt, maar tevens met zulk een kracht, adel en fierheid van geest, dat men allerwege aan zijn verstandelijke vermogens begon te twijfelen en hem den naam van dwaas toevoegde. Met geduld en kalmte verdroeg Franciscus dezen smaad, met de Apostelen zich verheugende, dat hij waardig was om ter wille van de dwaasheid des kruises vervolging te lijden. Zijn vader, nauwkeurig van alles op de hoogte, ziet in dit alles

ocr page 25

15

als 't ware een moordpriem voor hem en zijn naam; niet genoeg dat hij het tijdelijk vermogen door zijn grenzelooze mildadigheid in gevaar bracht, ook de naam kwam nu in opspraak en bespotting. Hij snelt naar de markt, waar zijn zoon zich bevond, niet om hem tegen de spotternij te verdedigen, maar om paal en perk aan zijn zinneloos gedrag te stellen. Het vuur schittert in zijn oogen, zijn lippen koken van woede en met slagen en verwijten hem overladend, beveelt hij hem in naam van 't vaderlijk gezag op te houden met dergelijke dwaasheden, en wanneer hij hem ongevoelig ziet voor teedere bedreiging, sleurt hij hem huiswaarts en sluit hem op in de gevangenis. En wat doet Franciscus in navolging van zijn Meester en de Apostelen, in navolging van Hem, die aan het kruis gehecht tot hem gesproken had, stelt hij tegenover de woeste wreedheid zijns vaders onverstoorbare kalmte en hemelsche zachtmoedigheid zich sterkende tijdens zijn straf met de woorden van den H. Petrus: „Wij moeien meer aan G-od dan aan de menschen gehoorzamen.quot;

Waarschijnlijk had zijne gevangenschap meer dan twee maanden geduurd, toen de Goddelijke Voorzienigheid er een einde aan maakte en zijne moeder daartoe als middel gebruikte, die in stilte veel had geleden door de wreede — straf van haren zoon.

Een zware taak voor de diep bedroefde moeder! Een onstuimigen en vertoornden vader verzoenen met een on-schuldigen zoon! Maar zij minde beiden zoo innig en oprecht, en daarom is niets haar te zwaar, ook al moet zij haar eerste poging bij haren man, om de verlossing van haar zoon aandringend, schipbreuk zien lijden. Alles toch had zij als teedere middelares van haren man verwacht,

ocr page 26

16

maar toch verliest zij den moed niet; nu zal zij al hare krachten inspannen om het kind voor den vader te winnen. Zij begeeft zich naar zijn strafplaats, waar zij tijdens de afwezigheid van haar man rustig zijn kan, begint een langdurig gesprek met haren zoon en allerlei beweegredenen worden aangevoerd om hem te bewegen in het ouderlijk huis weder te keeren. Zij put hare moederlijke welsprekendheid en teederheid uit, aanschouwt zegevierend haar kind, maar helaas zij ziet zich verslagen, Franciscus blijft overwinnaar, haar tranen en liefkozingen kunnen de zege over den Goddelijken wil niet behalen. Maar Franciscus' moed en standvastigheid bleven niet zonder uitwerking op het hart zijner moeder, zij begint zich levendiger de profetische woorden bij zijn geboorte en tijdens zijn eerste jeugd gesproken, te herinneren, zij'aanschouwt in alles den Vinger Gods en Franciscus kluisters verbrekend, opent zij hem de gevangenispoort en hergeeft hem de vrijheid. Innig dankt hij zijne moeder en snelt weder naar de kerk van den H. Damianus, want grooter dank is hij zijnen God verschuldigd, nu hij wederom nieuwe krachten voor den strijd aan den voet des Kruizes mag Verzamelen.

Inmiddels keert Bernardone huiswaarts, en wat geschied is, vernemend, raakt hij in hevige drift tegen Pica en bijt haar verwijtend toe; „Waarom steunt gij uwen zoon, ziet gij niet hoe hij ons huis te val brengt en door zijn aalmoezen en door zijn dwaasheid? Ik zal hem terughalen, en met mij zal hij arbeiden voor de glorie van onzen naam of anders hem voor altijd uit ons land verbannen.quot; Helaas de arme vader! De volle teugels aan zijnen zoon om in de wereld te schitteren, maar in boeien en ballingschap, wanneer hij God als zijn erfdeel heeft verkoren.

Bernardone ontmoet dan ook in hem den krachtvollen

ocr page 27

17

strijder des Heeren en zonder angst of vrees antwoordt hij zijnen Vader, dat hij bereid is alles voor den naam van Jesus te verdragen. Kokend van drift trekt deze zich verslagen terug en denkt er aan zijn zoon te onterven; hij gaat daarom een klacht tegen dezen indienen, eerst bij de burgerlijke rechtbank, daarna bij den Bisschop van Assisië. De Bisschop ontbiedt den jongeling en aanstonds volgt deze den bode; immers de Bisschop, zoo zeide hij, is de vader en herder der zieken. Met vaderlijke goedheid en liefde ontvangen, want reeds was de faam Franciscus vooruitgegaan, sprak de Bisschop tot hem. „Mijn zoon vrees „niet, uw vader is zeer verontwaardigd over U, wilt gij „God dienen en alle gerechtigheid vervullen, geef hem dan „het geld terug, hetwelk hem toebehoort. Vertrouw op „God, Hij zal uw helper zijn en voorzien in al uwe behoeften en die zijner kerk.quot; Op deze woorden staat Franciscus op en zegt „Monseigneur, ik zal mijnen vader alles „teruggeven, zelfs de kleederen welke ik draag.quot; Hij gaat in een aangrenzend vertrek, ontdoet zich van al zijne kleederen, en terwijl niets dan een haren boetekleed zijn lichaam dekt, keert hij terug, legt alles aan de voeten van den Bisschop en roept met luide stem uit „tot heden noemde „ik Petrus Bernardoni mijn vader, maar nu zal ik ■„voortaan met meer recht kunnen zeggen Onze Vader, „die in den hemel zijt, in wien ik geheel mijn vertrouwen „gesteld heb.quot;

Bij zulk een heldhaftig offer braken allen los in tranen •en de prelaat zelf, getroffen door dit voorbeeld, stond op van zijnen zetel dekte den jongeling met zijn eigen mantel, sloot hem in zijne armen en drukte hem innig ■en langdurig aan zijn borst. God aanbiddend en verheerlijkend, die zoo wonderbaar werkt in zijne heiligen.

2

ocr page 28

18

Dit geschiedde in den maand April 1207 wanneer Fran-ciscus den leeftijd van 25 jaar bereikt had.

Vrij van alle banden en vroolijk, gelijk de vogel, welke zijn kooi ontyloden. nu in de vrije natuur rondvliegt, zoekt hij nu de stille en eenzame plaatsen om nog beter te kunnen luisteren naar de stem van zijn Goddelijken Meester. Zijn vreugde openbaarde zich duidelijk, wanneer hij zong met den Koninklijken Zanger. „ Gij, o God hebt mijne ketenen verbroken, ik zal U mijn dankoffer brengen en uw heiligen Naam loven. Eens werd hij overvallen door een bende roovers, die, hem in heilige geestverrukking aanschouwend, vroegen: „Wie zijt gij.quot; „Ik ben de heraut van den grooten koningquot;. Deze woorden begrepen zij niet en, hem aanvallend, slaan zij hem deerlijk en werpen den armen dwaas, zoo als zij hem noemden, in een kuil, die vol sneeuw was. Gelukkig deerde hem niets en terwijl deze vernederingen zijn ijver verdubbelen hervat hij wederom met gloed zijne lofzangen. Op zijne tochten bereikt hij een klooster, waar hij nu op zijne beurt in den naam van Jesus een aalmoes vraagt en ontvangt, zelfs opent men voor hem de kloosterpoort en gedurende eenige dagen oefent hij de minste bezigheden in de keuken uit. Maar God had hem hier niet geroepen, hij vond niet, wat zijn hart zocht en daarom, spoedig deze plaats verlatend, kwam hij te Gubbio, waar hij een oud vriend zijner jeugd aantrof. Zijne ellende en de arme lompen, waarmede hij bekleed was, bleven niet zonder uitwerking op zijn Vriend, die hem nu de uitrusting gaf der woestijnbewoners, namelijk een kort kleed, een lederen gordel, sandalen en een stok. Maar nu ook ontwaakt in hem de begeerte naar volmaaktheid — de zelfverloochening had hij zich reeds verworven — nu

ocr page 29

19

zou hij zich aan de vruchtbare en God zoo boven alles dierbare naastenliefdé wijden. Men ziet hem de gasthuizen bezoeken, waar de zieken zijne vrienden ; maar vooral de melaatschen zijn lievelingen zijn. Deze vooral zijn het voorwerp zijner teederste zorg, hetverzorgenlhunner wonden zijn geliefkoosde verpoozing, hunne smarten zijn zijne smarten, terwijl hij niets onbeproefd laat om hun leed te verzachten, in één woord: hij is aller ootmoedigste dienaar en de wijze wereld verbaasdt zich over zijne dwaasheid. Zooveel volmaaktheid, zooveel naastenliefde zou nu reeds door God op schitterende wijze beloond worden en Franciscus, jeugdig in jaren, maar oud in deugd, wordt tot werktuig van Gods wondervolle almacht. Een melaatsche, misvormd en verteerd door de afschuwelijke ziekte had een pelgrimstocht naar Rome ondernomen, om hulp en uitkomst op 't graf der H.H. Apostelen te zoeken ; maar te vergeefs! Op zijn terugtocht den jeugdige Bernardone ontmoetend, werpt hij zich, als ware deze reeds met de hemelsche glorie getooid, vol eerbied aan zijne voeten; maar Franciscus richt hem op en, hem omhelzend, drukt hij hem, die een voorwerp van afschuw voor alle menschen was, vol teederheid aan zijn boezem en, o wonder! wat de arme zieke te vergeefs gezocht had te Rome, mag hij nu ontvangen: de omhelzing van Franciscus had hem-plotseling de genezing geschonken.

Nu herinnert hij zich weder de opdracht des hemels om het bouwvallig kerkje van den H. Damianus te herstellen, nog begreep hij niet welke verhevene taak, uitgestrekte zending God hem onder dit beeld had welke opgedragen, en daar nu de tijd zijns vaders toorn verteederd had, keerde hij vol moed naar Assisië terug om aldaar, gelijk een bedelaar de straten te doorkruisen

ocr page 30

20

en aan de huizen liefdegiften voor de arme kerk in te zamelen. Hij plaatste zich meerdere malen op de marktpleinen voor 's Heeren huis, biddend en smeekend om liefdegiften, terwijl hij, die alles verlaten had vol overtuiging den voorbijganger kon toevoegen. Date et dabitur vobis. Geeft en ook aan LT zal worden gegeven.

Eenigen bespotten hem, sommigen haalden de schouders op, vol medelijden met zijne dwaasheid, anderen dachten in diepen ernst over de werken Gods in dezen jongen mensch, die eertijds de ziel der gezelschappen was, den toon aangaf bij alle feesten, als een schitterende ster was, te midden van den glans der wereld en nu, na zoo korten tijd met een ruw boetekleed omgord, aalmoezen smeekte voor een arm en onbeduidend kerkje.

Maar zelf wil hij ook aan het herstel arbeiden en wel den minsten arbeid verrichten, want beurtelings kapt hij steenen en draagt hij kalk aan en, ofschoon zijn lichaam reeds niet weinig door vasten en boeten verzwakt is, blijft hij allen in onafgebroken arbeid een opwekkend voorbeeld. Het ontbrak hem daarbij niet aan oprechte dankbaarheid, want de priester, aan dit kerkje verbonden, voorzag hem ruimschoots van voedsel. Maar dit achtte Franciscus met zijn eenmaal vrijwillig aangenomen levenskeuze in strijd, hij had zich in navolging van zijn God-delijken Verlosser het leven der armen verkozen, gelijk zij moest hij zijn voedsel bedelen, op hun voorbeeld neemt hij den bedelnap en gaat van huis tot huis. Hier werd hij afgewezen, daar ontving hij smadelijke woorden; nu eens gaf men hem uit oprecht medelijden, dan weder mocht hij een weinig afval, voor het redeloos vee bestemd, ontvangen, maar alles neemt hij aan met liefde en dank. Men stelle zich voor, wat alzoo in zijn nap werd vergaderd en

ocr page 31

21

duidelijk zal het zijn, dat hij, wanneer hij in zijn verblijf teruggekeerd is, het voedsel met walging van zich afstoot. Maar aanstonds begrijpt hij, hoe verkeert hij handelt. Waarom had hij voedsel gevraagd? Was het om zijn zinnen te streelen en zijn lust te voldoen? Beantwoordden deze spijzen niet aan haar doel en waren zij niet in staat zijn leven te onderhouden? De walging moge natuurlijk zijn, maar spoedig overwint hij haar en, zegepralend over den lageren mensch, klimt hij in zelfverloochening, in volmaaktheid en de spijzen, hoe weerzinwekkend zij ook zijn mochten, werden hem zoeter dan honig, aangenaam, als ware zij een hemelsche spijs. In Assisië zelf ontmoette hij dikwijls zijnen vader en broeder, maar men schaamde zich over hem en trachtte hem te ontwijken; maar niet altijd bleef het bij dit kruis, want harde woorden, bittere verwijten en laaghartigen spot deden dikwijls den lijdenskelk overloopen. Toch weigerde Franciscus niet dien te drinken en, kracht puttend uit het voorbeeld zijns meesters staalde hij zijn geduld met Christus heerlijke woorden: niet mijn wil, o Heer, maar uw wil geschiedde. Deze bejegeningen sloegen diepe wonden in zijn teeder en gevoelig hart en de vervloekingen, welke hem troffen waren als scherpe priemen welke zijn ziel doorkerfden. Maar zelf zou hij met zalf zijn wonden heelen want, op straat, _ een armen grijsaard ontmoetend, valt hij hem te voet en vraagt dezen of hij hem als zijn zoon aannemen wil en, telkenmale als zijn vader hem vloekt, hem zijn dierbaren zegen schenken. Ook God zelf goot nu en dan olie en balsem in zijn zwaar beproefde ziel en, terwijl hij met onvermoeiden ijver arbeidde, en alle beleedigingen ter wille van het kerkje verdroeg toonde God hem haar toekomstige glorie. „Deze kerk zal eenmaal een vrouwenklooster

ocr page 32

22

worden, waarvan de Hemelsche Vader den naam luisterrijk zal doen zijn voor de geheele wereldquot;; en de voorspelling vervulde zich vijf jaar later, toen Clara bezit nam van het St. Damianus kerkje en daar met hare gezellinnen de bakermat legde der wereldberoemde Clarissen-Orde.

Franciscus, eerst vol ijver voor de wereldsche zaken, mocht nu waarlijk als wapenspreuk het woord bezigen van den Koninklijken psalmist Zelus domus tuae comedit me, de ijver voor uw huis heeft mij verslonden; want nauwelijks is zijn eerste kerkje hersteld of aanstonds richt zich zijne blik naar twee andere, even bouwvallig als die, waaraan hij reeds zijne zorgen besteed had. De eene was toegewijd aan den H. Petrus, den prins der Apostelen voor wien hij eene teedere godsvrucht koesterde ; de andere eene kapel in het jaar 352 gebouwd door monniken uit Palestina, sinds 516 door kloosterlingen van Mont-Cassin, Cluny en Citeaux bewoond en toegewijd aan de H. Maagd Maria, wijl eene kostbare reliquie van Haar graf aldaar bewaard werd; daarna verkreeg zij den naam van Por-tiuncula, ten slotte dien van O. L. V. der Engelen, ter wille van de hemelsche verschijningen, welke daar menigvuldig voorvielen. De ijver, offers, vernederingen van Franciscus werden met het beste gevolg bekroond, spoedig had hij ook haar, in den ouden luister hersteld, aan den dienst van den waren God teruggeven, onbewust, dat deze drie door hem vernieuwde heiligdommen het symbool waren van de drie Orden, waarmede hij de diep gezonken wereld eenmaal zou herstellen.

Zijn meest geliefkoosd Kerkje was dat van Portiuncula; daar knielde hij voortdurend neder bij dag en nacht, Maria smeekend hem de wegen te toonen, langs welke hij tot de volmaaktheid geraken kou ons allen bekend

ocr page 33

23

onder den naam van Evangelische Baden, want, ofschoon wij juist geruimen tijd de verhevene heiligheid van Fran-ciscus bewonderen, tot nu toe had hij nog niets anders gedaan dan de inspraken der genade volgen, evenwel nog zonder vasten leiddraad. Hij was gelijk aan den moedigen schepeling, die onversaagd den onmetelijken oceaan doorkruist, niet wetend in welke haven hij aanlanden om er zijne ankers uit te werpen. Nu echter zou God hem die haven toonen.

Het was op den feestdag van den H. Apostel Mathias, dat hij, neergeknield in zijn bemind heiligdom, den priester tijdens de H. offerande hoorde zeggen: „Gaat, predikt en zegt: Het rijk der hemelen is nabij, gij zult noch goud noch zilver bezitten, noch geld in uwen gordel, noch een reiszak voor den weg, noch twee rokken, noch schoenen, noch staf.quot; Dat nu was het tooverwoord, wat Franciscus aangreep, waar hij reeds lang naar gezocht had maar dat hij nimmer verstaan had of begrepen. Onmiddellijk na de H. Mis gaat hij naar den priester en vraagt hem om breede en duidelijke uiteenzetting dezer verhevene woorden en nauwelijks verneemt hij dat het 's Heeren woorden waren om Apostolische mannen te vormen, of zijn aanschijn straalt van vreugde en, terwijl zijn geestdrift klimt en stijgt, roept hij uit: „Ziedaar dan wat ik sinds lang gezocht heb en eindelijk gevonden.quot; Als Apostolisch man moest hij dan gaan prediken, maar onder de banier dei-Evangelische armoede.

Met verontwaardiging werpt hij nu van zich zijn beurs, zijn stok, zijn schoeisel en met een aschgrauw kleed gedekt trekt hij nu blootsvoets Assisië binnen om naar het voorbeeld van den H. Joannes de boetvaardigheid te prediken en hierdoor de harten te genezen voor en Jesus Chris-

ocr page 34

tus te winnen. Nu wordt het geheimzinnige huwelijk gesloten van den SQraphijnschen Vader Fi'anciscus met de reine, hemelschoone Bruid, genaamd _ de Armoede en de vrucht dier bovenaardsche vereeniging is de uitstekende Orde der Minderbroeders.

Gedurende twee maanden wijdde hij zich aan dezen voortreffelijke arbeid en zijn stem was niet die van een roepende in de woestijn, maar, ofschoon vele harde beleedi-gingen zijn deel waren, zij verhoogden veeleer zijnen ijver en reeds groot was de buit, welke hij, aan zinnelijke wellust ontrukkend, voor het rijk der Hemelen mocht veroveren. Maar bij zijn onvermoeide zorgen vergat hij geen oogenblik zich zelf, want vaak knielde hij neder in het kapelletje van Portiuncula, waar hij zijn ziel voedde met de voortdurende overweging van het smartvolle lijden zijns Meesters, en de smarten diep gevoelend barstte hij uit in tranen, nog meer bedroefd over de groote onverschilligheid, welke Jesus' liefde te deel viel. En, zoo gesterkt en zoo gevormd, zou hij nu gelijk de profeeten van het Oud Verbond zijne stem aan de wereld doen hooren nu eens het non licet, het is niet geoorloofd, dan weder het agite poenitentiam, doet boetvaardigheid.

DERDE HOOFDSTUK.

Tweevoudig is de gloriekroon, welke Franciscus hoofd omstraalt: als Apostel, en als Stichter eener Orde. Hij is een licht, dat schittert in de duisternis, het zout dat voor bederf moet bewaren; en, tracht hij eens zichzelf gelijkvormig te maken aan den Gekruiste, dan rust hij niet, vóórdat in alles weder het ware beeld van den God-

ocr page 35

25

mensch herleeft. Met ieder oogenblik klimt dan ook zijn ijver, terwijl armoede en nederigheid de vleugels zijn, waardoor hij zich verre boven het stoffelijke verheft en meester blijft over zichzelf. Een voornaam ingezetene van Assisië Bernardus de Quintevalle, waarschijnlijk een zijner vroegere vrienden, die van nabij getuige geweest was van zijn vroolijk en opgewekt leven en verstomd stond over den plotselinge ommekeer in Franciscus' gedrag, wilde beproeven, welke geest in hem werkte. Op krachtig en herhaald aandringen ziet hij hem als gast zijn huis betreden, waarschijnlijk gedreven door den geheimen wensch om langs dezen weg ook zijn Vriend voor het volmaakte leven te winnen. Na het middagmaal gebruikt en den dag geëindigd te hebben gingen zij den nacht te gemoet en opzettelijk waren in eenzelfde kamer twee bedden in gereedheid gebracht. Spoedig waren beiden te ruste en Bernardus hield zich alsof hij sliep en Franciscus, meenende dat zijn vriend in vasten slaap lag, stond op om volgens zijn gewoonte den nacht met bidden door te brengen. Neergeknield vergeet hij weldra, waar hij is en onafgebroken klinkt in heilige geestdrift zijn gebed Mijn God is mijn al! Een dusdanig schouwspel had Bernardus nimmer aanschouwd, tot in 't diepst zijns harten werd hij getroffen en ook hij riep uit: Waarlijk, — nu zie ik, dat hij een man Gods is. Doch daarbij liet hij het niet want, nauwelijks is de dag aangebroken of hij stelt de volgende vraag: „Wanneer een knecht van zijnen meester voor geruimen tijd een kostbaren schat heeft ontvangen, wat moet hij doen, wanneer hij deze niet meer van noode heeft?quot; „Natuurlijk,quot; hernam Franciscus „moet hij hem zijn meester teruggeven.quot;

„Welnu,quot; antwoordde Bernardus „die dienaar ben ik; God

■ —

ocr page 36

26

heeft mij groote rijkdommen gegeven, heden wil ik ze hem teruggeven en in uwe handen stellen, om dan ook u voor altijd te volgen.quot; Franciscus, dankbaar jegens zijnen God voor de verleende hulp, geeft zijn vriend te kennen : „Maar mijn broeder, dat is een zaak van groot gewicht, raadplegen wij God, gaan wij ter kerke, hooren wij de H. Mis en de H. Geest zal ons toonen, wat wij doen moeten.quot; Op weg sloot zich bij hen aan Petrus Cattani, een kanunnik, die, ook door Franciscus aangetrokken, zich bij hem wilde aansluiten en, wanneer dit drietal ge-ruimen tijd om het licht des hemels gebeden had, verzocht Franciscus den priester in naam der H. Drievuldigheid driemaal het Evangelieboek te willen openslaan.

De eerste keer las hij deze woorden: „Indien gij volmaakt wilt zijn, ga en verkoop alles, wat gij bezit en geei het geld aan de armen,quot; de tweede keer, „draag niets bij u op uwe reizen,quot; en ten derde male „die Mijn leerling zijn wil, verloochene zich zeiven, neme zijn kruis op en volgde Mij.quot; „Ziedaar,quot; zeide Franciscus, „ons leven en onze regel en het leven en de regel voor allen, die mij willen volgen; wilt gij nu volmaakt worden, beoefen dan, wat gij gehoord hebt. Zonder dralen volbrengen zij de lastgeving van hunnen leidsman; Bernardus verkoopt zijn aanzienlijke bezittingen en geeft ze aan de armen; Petrus volgt zijn voorbeeld en beiden worden vol vreugde zijn leerlingen.

Niet ten onrechte wordt de rechtvaardige door den H. Geest vergeleken bij een boom, geplant op vruchtbaren bodem, langs een frisschen en snelvlietenden waterstroom; telkens schiet hij nieuwe loten en eene menigte van heerlijke vruchten worden voortgebracht. Natuurlijk stond geheel Assisië verbaasd over de dingen, welke in de laatste dagen

V

.f__f«aaa

ocr page 37

27

geschied waren en terwijl eenige den spot dreven met Franeiscus en zijn gezellen, niets begrijpende van het volmaakte leven, gingen bij anderen de oogen open; zij er-keüden hierin de leidende hand (lods en beschouwden het tevens als een heilaanbrengend geneesmiddel. Aegidius, een der oprechtste vrienden van Bernardus en Petrus, vernam met schrik en verslagenheid den ommekeer, welke in zijne vrienden had plaats gegrepen; maar ook hem verscheen het licht te midden der duisternissen en met Gods hulp het begrijpende, had ook hij zeven dagen later de armoede tot onafscheidelijke bruid gekozen.

Het was op den feestdag van den H. Georgius, den 23 April 1209, dat hij de H. Mis had bijgewoond en zich op weg begaf om zijne vrienden te zoeken, wier verblijf hem onbekend was. Geleid door Gods voorzienigheid, gelijk eertijds de Joden op weg naar 't beloofde land, komt hij aan de arme kapel van Portiuncula, waar hij, Franciscus ontmoetende, zich aan diens voeten werpt en nederig smeekt onder het getal zijner leerlingen te mogen behooren. „Mijn zoon,quot; zoo ontving hij ten antwoord, „gij vraagt geen geringe gunst om als volgeling des Heeren te worden aangenomen; wanneer de koning in Assisië zou komen om zich een vertrouweling te zoeken zou iedereen begeerig uitzien, dat hem die eer zou te beurt vallen, maar met^ hoeveel te meer reden moet gij dan nu uwen God niet danken, nu Hij op u genadevol het oog heeft gevestigd.quot; Hij richt hem op, omhelst hem vol teederheid, stelt hem voor aan Bernardus en Petrus en roept uit: „Ziet eens welk een goede Broeder God ons in hem toezendt.quot; Toen daarna Franciscus met Aegidius naar de stad ging om hem eene grove pij te halen, ontmoetten zij eene arme vrouw, welke hem om een aalmoes smeekte. De heilige

ocr page 38

28

beveelt zijn novice, dat hij ter liefde Gods haar zijnen mantel zal geven, aan welk gebod deze aanstonds voldeed om straks uit Franciscus' handen het ruwe boetekleed er voor in ruil te ontvangen. Zoodra waren zij niet mannen van zelfverloochening en versterving geworden, of de heilige meent, dat het uur is gekomen, waarop zij met vrucht het apostolisch werk kunnen aanvangen waarvan, de vruchten niet konden uiiblijven, wijl hun woord door hun voorbeeld werd bevestigd. Hij zond Bernardus en Petrus naar de provincie Emilia; aldaar zouden zij in allen eenvoud en verstaanbare woorden het volk de verzaking der zonden prediken en vooral de liefde tot God. Zelf vertrok hij met Aegidius naar Ancona om aldaar de boetvaardigheid te verkondigen. Het is schoon die eerste apostelen in hun diepen eenvoud te volgen, onbekend, zonder eenig hulpmiddel, zonder eenigen aardschen steun, als eertijds de Apostelen trekken zij door steden, dorpen en gehuchten; geen voedsel, geen huis, geen zetel, niets bezitten zij dan een diepen afschuw voor de wereld en een grenzeloos medelijden met de ellende, waarmede zij vervuld is. Deze eerste apostolische reis stelt in 't volle licht den adel en den heldenmoed hunner deugd, nu eens drijft men met hen den spot, dan weder bejegent men hen als landloopers. Men werpt hen met steenen, soms met het walgelijk vuil der straat; maar te midden van al dien hoon schittert hun geduld en hunne liefde. Doch van den anderen kant mochten zij ook veel troost ontmoeten, hun pij, koord en schoeisel brachten tot nadenken, dwongen ook tot eerbied. Men luisterde naar hunne stem, men vereerde hen als gezanten des hemels, de weelde leerde men als een gevaarlijken vijand duchten, de versterving en boetvaardigheid als een reddenden engel vereeren. Ook

ocr page 39

29

bleven de roepingen om Franciscus' lot te deelen niet uit en wederom mocht hij het getal zijner leerlingen zien vermeerderen en Sabbatius, Morico, Picciolo en Joannes de Cappella tot zijn volgelingen aannemen; het waren wederom allen inwoners van Assisiö, maar zij allen mochten den heilige niet voortdurend reden tot vreugde hebben gegeven. Hij, die reeds zooveel treffende gelijkenissen mocht ondervinden met zijn Goddelijken Meester, hij moest helaas ook de smart deelen, welke Jezus' Hart vervulde toen Hij uit zijn dierbaar twaalftal één verloor in den diep-rampzaligen Judas. Van ingezamelde liefdegiften in de eerste en noodzakelijkste levensbehoeften voorziende, was deze zorg aan Joannes opgedragen, die, helaas! hierin zijn ondergang zou vinden. Te groot toch scheen zijne zorg, welke de lietde tot het geld meer en meer bij hem aankweekte en de wereld, welke hij ontvlucht was, weder in zijn hart deed terugkeeren. Menige vermaning, herhaalde vaderlijke en gestrenge berispingen werden hem hierover gegeven, dikwijls werd hem het geld als een duivelsstrik voorgehouden, maar niets maakte eenigen indruk op hem; eene vermaning des hemels, welke hem met de afschuwelijke ziekte der melaatschheid tuchtigde, was vruchteloos: hij verliet den Heilige, wanhoop maakte zich van hem meester en, gelijk de ongelukkige verrader, ging — ook hij naar buiten en verhing zich met een strop. Harde, maar luid sprekende waarschuwing!

Omstreeks de helft van het jaar 1209 betrok onze Heilige met zijn leerlingen in de vlakte Rieti een eenzaam gelegene en onbewoonde grot, waar hij te midden van de diepste rust de eeuwige waarheden, als voedsel voor het geestelijk leven, kon overwegen en waar zij geregeld lederen avond, na het Evangelie gepredikt te

ocr page 40

30

hebben, nieuwe krachten voor den volgenden dag konden verzamelen. Eens, dat hij in droefheid des harten de lichtzinnigheden van zijne jeugd overdacht, openbaarde hem de H. Geest in geestverrukking de volkomene kwijtschelding van al zijne zonden en de wondervolle uitbreiding zijner orde. Deze openbaring moest hij aan zijne leerlingen mededeelen en, wanneer zij des avonds tot gebed en overweging waren teruggekeerd, zeide de Heilige: „Mijne Broeders, schept moed en verheugt U in den „Heer; Ons kleine getal ontmoedige U niet; bekommert U „niet over onzen eenvoud, want God heeft mij geopenbaard „dat Hij onze woontenten zou uitbreiden tot de grenzen „der aarde. Ik zou over dit alles gezwegen hebben, hadde „ik niet geweten, dat deze hoopvolle belofte uw liefde zou „ontvlammen, uw ijver vermeerderen. Ik zag dan ook „in den geest een ontelbare menigte, welke ons leven „leidde en zich met ons kleed omgorde. Ik zag ze langs „alle wegen met grooten haast en vreugde tot ons snellen. „Frankrijk, Spanje, Engeland, Duitschland zenden hunne „zonen uit en het gedreun der voetstappen van hen, die „gaan en komen om de heilige gehoorzaamheid te beoefenen, „klinkt reeds van uit de verte in mijne ooren.quot; Heerlijke woorden welke door de eeuwen werden bevestigd !

Weldra kwam nu een nieuwe leerling zich aanmelden; het was een zekere Philippus, die, ofschoon ongeletterd, aan een buitengewonen eenvoud een bewonderenswaardige naauwgezetheid van geweten paarde. Tot hooge volmaaktheid opgevoerd, zag hij eens in een visioen hoe een Engel tot hem kwam, die met een kool vuur hem, even als Isaïas, de lippen zuiverde, terwijl het gevolg dezer gunst niet uitbleef ; immers de geschiedenis deelt mede, dat zijn verlicht verstand tot de diepste geheimen der H. Schrift doordrong.

ocr page 41

31

Hij was de zevende in het eerbiedwaardig gezelschap.

Thans geleidt Franciscus allen terug naar Portiuncula, alwaar hij hen het inwendige leven leert beoefenen, hen opwekt tot verschillende deugden, den ijver opwekt in hunne harten en hen vermaant, dat zij meer door hun voorbeeld dan door hunne predikingen zielen voor Jezus Christus zullen moeten winnen. Gaat dan, en vreest niet want, zoo zegt hij, edelen en geleerden zullen weldra tot ons komen om voor de volkeren en koningen te pree-ken. Eert vooral de prelaten, de grijsaards en de armen; veracht nimmer de rijken, in welke weelde zij ook leven; want God kan ook hen roepen en rechtvaardigen. De vrede wone steeds op uwe lippen, maar nog meer in uwe harten. Na zulk eene voorbereiding mocht Hij hen, veilig vertrouwend op Gods hulp, de wereld in laten gaan en twee aan twee zendt hij hen in drie verschillende richtingen, terwijl hij de vierde voor zich en zijn medebroeder neemt. Hij zond hen weg met het woord van den Koninklijken Zanger tot troost: „Werpt al uwe bekommeringen op den Heer; want Hij zorgt voor U.quot;

Volgt die Apostolische mannen op hunne schreden, en gij staat verstomd over hun diepen en heiligen eenvoud. Iedereen, die zij ontmoeten, begroeten zij met de woorden: „God schenke U zijnen vrede!quot; Zien zij eene kerk, zij ^ treden daar binnen en, nederknielend, roepen zij uit: „Wij aanbidden U, Jesus Christus, hier en op alle plaatsen, waar uw H. Sacrament tegenwoordig is; wij loven U, omdat Gij door uw kruis de wereld verlost hebt. Vraagt men, vanwaar zij komen, dan klinkt als antwoord: „Wij zijn arme boetelingen, die van Assisië komen.quot; Hunne preeken zijn kort en eenvoudig en wijzen slechts den weg des hemels aan; met innigen dank aanvaarden zij een bete

ocr page 42

32

broods, in geen geval echter goud of zilver; zij bidden voor hunne vervolgers en zijn blijde als zij onder den blooten hemel mogen overnachten in navolging van hun dierbaren Verlosser, die zelfs geen steen had om er het hoofd op neer te leggen.

Franciscus, die het eerst naar zijn geliefkoosd Portiuncula was teruggekeerd, vond daar vier inwoners van Assisië, welke vurig verlangden als zijn leerlingen opgenomen te worden. Zij waren bekend als Johannes de St.-Constance, een man voortreffelijk door zijn eenvoud, nederigheid en heiligheid; Barbara, een bewonderenswaardig minnaar der armoede; Bernardus, een waar Apostel der boetvaardigheid, ten slotte een priester genaamd Silvester.

Zijn overige leerlingen, welke Hij had uitgezonden waren nog niet teruggekeerd en, gelijk een vader, vol verlangen hen weder te zien, richtte hij zich tot den hemel, opdat God hem spoedig in zijn verlangen zou bevredigen. God, die de minste beweging van het nietigste schepsel gadeslaat, die de geringste verzuchting van ons hart begrijpt, verhoorde ook zijnen dienaar en na korten tijd keerden alle zeven gelijk in de kleine kapel terug. Nu achtte de Heilige de tijd gekomen, waarop Hij een regel moest samenstellen en ter goedkeuring aan den H. Stoel voorstellen; want, zoowel in de zaken des geloofs als in die der geestelijke Orden is niets hecht en sterk, tenzij het steune op de rots van Petrus. „Wij gaan dus,quot; zoo sprak hij, „rekenschap geven aan den H. Vader van al datgene, wat God reeds onder ons heeft verricht, opdat wij met goedkeuring en onder bescherming der Pausen het werk voortzetten, dat wij reeds hebben ondernomen.quot;

Ziedaar de H. Patriarch van Assisië met zijn kinderlijken eerbied voor den H. Stoel, met zijn eenvoudig geloof, dat

ocr page 43

33

in den Paus den lichtenden toren aanschouwt, hem vereert als de rotssteen der Katholieke Kerk, als de onfeilbare verklaarder van het Evangelie en de getrouwe bewaker der Christelijke belangen.

Het vierde Concilie van Lateranen zou eerst later vaststellen en bepalen, dat de Geestelijke Orden de Pauselijke, goedkeuring behoefden, maar Franciscus, ofschoon door geen wet gebonden, wist zeer goed, dat, al kunnen alle zuilen wankelen, aan Petrus en zijn opvolgers werd gezegd; Op deze steenrots zal ik mijn kerk bouwen, en de poorten der hel zullen niets tegen haar vermogen.quot;

De Heilige, verlicht door den H. Geest, maakte nu zijn regel, welke bestond uit eenige spreuken van het Evangelie, en schreef, behalve armoede, zuiverheid en gehoorzaamheid, nog daarenboven voor, dat niets hoegenaamd eigendom mocht zijn, zelfs niet voor de gemeenschappelijke Orde als zoodanig.

Omstreeks de helft van Mei 1209 ging men onder leiding van Bernardus van Quintavalle op weg naar de eeuwige stad. Gelijk de Zaligmaker, op zijn Evangeliereizen, langs Juda's wegen, omringd door zijn Apostelen, voortging, zoo zag men nu ook Franciscus, vergezeld door zijn leerlingen, de reis voortzetten, blootsvoets, zonder beurs of stok, onder een brandende zon, terwijl de lengte der reis en de moei- „ lijkheden van den weg door vurige gebeden of door opwekkende gesprekken verzacht werden. Twee bijzonderheden kenmerkten zijn tocht. Te Rieti, waar zij een dag verblijf hielden, ontmoette hij een ridder, gesproten uit een roemrijk geslacht met name Angelus Tancredo en, ofschoon hij dezen nooit te voren gezien had, hield hij hem staande en zeide: „Heer Angelus, gij hebt nu lang genoeg gordel, degen en sporen gedragen, nu moet gij uw gordel met

H. Franciscus. 3

ocr page 44

34

een boetekoord, uw degen met het kruis, uw sporen met het stof en slijk der aarde wisselen, volg mij en wordt een soldaat van Christus.quot; Aanstonds ontdeed de edelman zich van alle pracht, schaarde zich onder het vaandel der vrijwillige armoede en werd de elfde leerling van den H. Franciscus. Op dezelfde reis kwam een heerlijk visioen dezen troosten en bemoedigen. God toonde hem den Paus onder het beeld van een schoonen en breed gekruinden palmboom, wiens takken zich allen tot hem richten, waardoor hij duidelijk begreep, hoedanig zijn ontvangst te Rome bij Christus' plaatsbekleeder zijn zou.

■ Toen zij het doel van hunne reis bereikt hadden, werden zij te Rome allerhartelijkst ontvangen door den Bisschop van Assisië, die, niet zonder Goddelijke bestiering, zich juist in de eeuwige stad bevond en hen stelde onder bescherming van een der invloedrijkste kardinalen: Joannes van den H. Paulus, Bisschop van Sabinië. Dit feit nu, in verband met het heerlijke droomgezicht op den weg, gaf Franciscus den grootsten moed, toen hij zich bevond aan de voeten van Innocentius III in het paleis van Latera-nen; maar een diepe vernedering en vreeselijke tegenspoed wachtte hem hier. Want nauwelijks toch was hem den toegang tot den Paus verleend, of deze zond hem weg, meenende 5f een bedelaar, öf een dwaas voor zich te hebben. Franciscus' nederigheid nu, had reeds te diepe wortels geschoten, dan dat hij deze bejegening niet zou verdragen; met blijdschap gehoorzaamde hij aan het gegeven bevel en plaatste vol vertrouwen zijn zaak in de handen van God. Den volgenden nacht kwam een hemelsch visioen aan Innocentius Gods wil openbaren. Aan zijne voeten ontschoot uit de aarde een palm, welke tot een schoonen boom aanwies; dit ging zijn verstand te boven, maar

ocr page 45

35

toch de beteekems willende achterhalen, gaf God hem te kennen, dat deze palmboom het zinnebeeld was van dien armen man, welke hij den vorigen dag onverhoord had weggezonden. Keeds in den vroegen morgen gaf de Paus last den armen, vromen pelgrim te gaan zoeken, en men vond hem in het gasthuis, hetwelk was toegewijd aan den H. Antonius abt. Aanstonds is Franciscus bereid te gehoorzamen en, in 't paleis teruggekeerd, wordt hij met de grootste welwillendheid en liefde door den Paus ontvangen, die, in 't midden van zijn kardinalen gezeten, met gespannen aandacht naar hem bleef luisteren. Eenvoud, moed en ijver waren het kenmerk van zijn verklaring, maar toch aarzelde de Paus zijn Regel goed te keuren, wijl verschillende leden van het H. College bezwaar maakten, omdat de instelling van Assisië iets nieuws was in de H. Kerk en de menschelijke krachten ver overtrof. Maar nu sprak Joannes van St. Paulus: „Heeren, wanneer wij de vraag van dezen arme verwerpen als iets nieuws en te moeielijk, tasten wij het Evangelie zelf aan, wijl deze Regel, ter goedkeuring aangeboden, volkomen in overeenstemming is met de H. Schrift.quot; Allen zijn door deze taal getroffen en Innocen-tius III zegt tot Franciscus: „Mijn zoon, bid God, dat Hij ons zijn wil doe kennen, opdat wij uw wenschert-kunnen goedkeuren.quot; Met kinderlijken eenvoud verlaat deze den H. Vader, begint vurig te bidden en, teruggekeerd, stelt hij den Paus de volgende gelijkenis voor. „Er was een zeer schoon, maar arm meisje, dat in de woestijn woonde, door een grooten koning werd opgemerkt en door hem tot echtgenoote werd aangenomen. Hij verbleef eenigen tijd met haar en God schonk hun kinderen van hemelsche schoonheid. Nadat de koning in zijn paleis was teruggekeerd, voedde

ocr page 46

36

de moeder met de uiterste zorg hare kinderen op, en na vele jaren sprak zij: „mijne kinderen, daar gij uit koninklijken bloede gesproten zijt, moet gij u thans naar het hof begeven, en met de hoogste onderscheiding zult gij ontvangen worden.quot; Toen zij tot den koning waren genaderd, riep deze, overmeesterd door hunne buitengewone schoonheid: „wiens kinderen zijt gij?quot; En zij antwoordden: „onze moeder is eene arme vrouw en woont in de woestijn.quot; Nu trad de Koning nader, omhelsde hen vol teederheid en sprak: „Vreest niet, gij zijt mijne kinderen en, wanneer ik mijne hovelingen aan mijne tafel noodig, hoeveel te meer zal ik dan zorg hebben voor U, die mijne dierbare kinderen zijt. Die Koning, o Heilige Vader, is onze Heer Jesus Christus; dat schoon en bevallig meisje, de armoede, welke, miskend en veracht door de wereld, tot in de woestijn werd teruggedrongen, maar door het eeuwig Woord des Vaders bij Zijn aanneming der menschelijke natuur vol liefde tot bruid werd verkozen in den stal van Betlehem. Talrijk waren hare kinderen, en ook wij zijn zoo gelukkig tot die familie te behooren; wij, die de verzekering ontvingen, dat de Koning, die zorgt voor zijn minste dienaren, ja zelfs voor zijn bitterste vijanden, die de zon laat opgaan, zelfs ook voor zondaars en ongeloovigen, en de goederen der aarde overvloedig aan hen uitdeelt, nimmer het brood zou laten ontbreken aan hen, die de Evangelische raden beoefenen.quot;

Had de geheele vergadering in de diepste stilte en de grootste oplettendheid zijne woorden gevolgd, eensklaps stond de Paus op van zijnen zetel en riep uit. „Ziedaar de man, die door woord en voorbeeld de kerk van God zal ondersteunen!quot; en nu begreep hij en vertelde ook het visioen, dat hij eenige dagen te voren gehad had.

ocr page 47

37

„Ik zag de kerk van St. Jan van Lateranen wankelen op haar grondslagen en met ieder oogenblik dreigde zij in puin te vallen. Welke pogingen ik ook aanwendde om haar staande te houden, 't was alles te vergeefs, toen eensklaps een arm en onbeduidend man toesnelde en, haar met de schouders ondersteunend, haar voor ondergang behoedde.quot; In Franciscus herkende hij dien man, en, op hem toesnellende, omhelsde hij hem vol teederheid, en zonder aarzelen keurde hij den geheelen regel goed; krachtens zijn Apostolisch gezag stelde hij den heilige aan als generaal-overste der jeugdige Orde, gelastte den Kardinaal Joannes hun, die nog niet onder de geestelijkheid waren opgenomen de kruinschering te geven om hen aan de voordeelen deelachtig te maken, welke de geestelijken genieten en liet Franciscus de wijding van het Diaconaat toedienen, „Welaan, mijne zonen,quot; zoo sprak hij, „gaat nu met alle vrijheid overal de boetvaardigheid preeken, en, wanneer uw klein getal belangrijk zal zijn toegenomen, keert dan tot ons terug, opdat wij u nog grootere gunsten schenken.quot; En met den Pauselijken zegen zond hij hen weg. Vol van blijdschap, nu zij hunne wenschen vervuld zien, keeren zij terug; was er een hooger gezag, een hoogere rechtbank op aarde, die de armoede kon goedkeuren en als onmisbare levensgezellin der diep bedorven wereld aanwijzen; was — er een milder en vruchtbaarder dauw, dan de Pauselijke zegen, die leven en vruchtbaarheid aan hun arbeid zou schenken ?

Op de graven der H.H. Apostelen Petrus en Paulus gingen zij hunnen dank brengen en trouw zweren voor altijd, aan den Stoel van Petrus.

Een merkwaardig voorval deed zich voor op hunnen terugtocht. De H. Bonaventura verhaalt, dat zij op

ocr page 48

38

zekeren avond na een lange voetreis vermoeid en uitgeput nederzaten en, ofschoon door honger gekweld, geen levensmiddelen hadden en ver van eenige woning waren verwijderd. Maar de Voorzienigheid bleef niet rusten; want eensklaps vertoonde zich aan hen een schoone jongeling , die hen een wit brood toereikte en plotseling weder verdween. Vol dankbaarheid herstelden zij thans hunne krachten, rustten op den harden grond als op de zachtste legerstede van hunne vermoeienissen uit en den volgenden morgen hernamen zij de reis, die hen bracht naar de stad Orte in de Pauselijke staten gelegen, welke, aangetast dooide ketterij der Patarinen, in het eerbiedwaardig gezelschap reddende Engelen vond. Talrijke afgedwaalde schapen bracht Franciscus naar Christus' schaapstal terug. Sinds langen tijd had de Heilige zich-reeds de vraag gesteld, hoedanig nu hunne levenswijze zijn moest: Zouden zij leven als kluizenaars, of als Apostelen; zouden zij de woestijn zich tot woonstede kiezen of het midden der steden ? Een moeielijke vraag, waarvan zeer veel afhing, zoowel voor den bloei der Orde, als voor zijne heiliging; maar, zijn toevlucht nemend tot het gebed, sprak God tot zijn verstand en hart. Als Apostelen zouden zij, zoo was zijn besluit, in 't midden der steden leven, wijl het hoofddoel van hun bestaan het terugwinnen was der verdwaalde schapen voor den eenen en waren Herder.- Zij vestigden zich te Rivo-Forto in de nabijheid van Assisië, alwaar een arme en vervallen hut hun tot woning diende, die evenwel zoo klein was, dat zij niet dan met groote moeite het heilig gezelschap kon herbergen. Zij leefden van aalmoezen en handenarbeid, en dikwijls waren rauwe wortelen hun eenig voedsel gedurende vele dagen, maar, bij al die armoede, bezaten zij een volmaakte heerschappij over zichzelven en met

ocr page 49

39

vreugde in 't hart en blijdschap op 't gelaat kwamen zij onophoudelijk bijeen om God lof te zingen en te prijzen, die zulke groote dingen aan hen had gewerkt; deze gezangen werden nu eens onderbroken om met gespannen aandacht naar het geestdriftvolle woord van den heiligen stichter te luisteren, dan weder om over de smarten en het lijden van den Godmensch te denken, als de eenige bron, om de liefde der menschen tot God te voeden. Drie schitterende feiten vereeuwigden hun verblijf aldaar. Een twijfel kwam op in 't hart zijner leerlingen of de zoon van Bernardone waarlijk de man was door God gezonden tot redding der wereld. Die twijfel kon hun vertrouwen in den stichter schokken. Evenwel dit moest tot lederen prijs worden voorkomen. God zelf droeg er zorg voor.

Op het einde der week verliet Franciscus de hut om des Zondags te Assisië het woord des Heeren te gaan prediken en, terwijl hij den nacht volgens gewoonte doorbracht in den tuin van het Kapittel, vertoonde zich eensklaps een vurige wagen, waarin een bol, gelijk de Zon, schitterde, die driemaal om de hut heendraaide en de verwondering dei-gezellen steeg ten top, toen zij bij het schitterend licht de diepste verborgenheden hunner harten aanschouwden en wederkeerig bij elkander de verborgenste geheimen hunner zielen konden lezen. Geen twijfel meer, deze vurige wagen, deze vuurbol, deze Bliseus van het Nieuw Verbond: het was de leidsman hunner zielen, hunnen dierbaren Vader Franciscus.

Het tweede feit was niet minder merkwaardig. Als Keizer Otto IV, wederrechtelijk meester van geheel Duitsch-land, met groote pracht en praal naar Rome trok om uit de handen van Innocentius III de Keizerlijke kroon te ont-

ocr page 50

40

vangen, en iedereen uitliep om den Caesar te quot;begroeten, bleef Franciscus rustig in zijn cel gezeten; doch een zijner leerlingen zond hij [naar buiten om den trotschen Vorst mede te deelen: „Weet, o Koning, dat uw glorie niet van langen duur zal zijn.quot; Deze voorspelling mishaagde den Vorst, maar spoedig ging zij in vervulling. In't volgende jaar toch moest dezelfde Paus, die hem gekroond had, hem om zijn misdaden buiten de gemeenschap sluiten der Kerk, hij verloor zijn keizerskroon, werd den 27 Juli 1214 door Koning Philippe-Auguste verslagen en kwam ten slotte vier jaren later ellendig om.

Bij de herstelling van het vervallen Kerkje, den H. Damianus toegewijd, had een zekere Silvester, priester te Assisië, den heilige steenen gegeven, doch niet dan met grooten tegenzin, om zich af te maken van het voortdurend vragen en tevens beschaamd door de groote offervaardigheid der leeken.

Terwijl eenigen tijd daarna de heilige bezig was met schatten uit te deelen aan de armen, kon Silvester zijn aard niet langer verbergen en vol spijt beet hij den heilige toe: „In plaats van de goederen uwer leerlingen te verkwisten, ware het beter dat gij mij de steenen be-taaldet, welke ik u voor de kerk van St. Damianus geleverd heb en waarvoor ik nog niets ontving.quot;

De Heilige deed nu een ruime greep in den buidel, gaf hem voldoende geld en vroeg tevens of nu de steenen genoegzaam betaald waren. Verblijd naar huis terugkee-rend werd datzelfde geld zijn beul, en de schande van zijn geldzucht stond hem dag en nacht folterend voor den geest; gelukkig niet vruchteloos, want zijn geld begon hij als een geduchten vijand te beschouwen en de gedachte hield hem voortdurend bezig, hoe zijn hebzucht te

ocr page 51

41

genezen. En hierin zou God Franciscus ter zijde staan en hem het geneesmiddel aangeven om hem voor satans strikken te beveiligen. Drie achtereenvolgende nachten werd hij in den slaap gestoord door een schrikbarend visioen; het scheen hem toe, dat de stad Assisië omringd was door een afschuwelijken draak, welke haar dreigde te verslinden. Op 't zelfde oogenblik verscheen Franciscus, die met een wonderbaar kruis, hetwelk tot den hemel reikte en de uiteinden der aarde omvatte, den draak verjoeg en de stad redde. Nu begreep Silvester, dat dit een waarschuwing was des hemels en Franciscus de redder moest zijn, wilde hij door den geldduivel niet verslonden worden. Hij gaat tot den heilige en vraagt hem niet alleen vergiffenis, maar dringt er nede-rig op aan in zijn gezelschap te worden opgenomen. En ziet, de heilige omhelst hem teeder en zegt; „Mijn zoon gaarne sta ik zoowel 'teen als 'tander toe!quot; en, met het boetekleed omgord, was Silvester de twaalfde volgeling van Franciscus. Een drievoudig aureool omkranste de nederige hut te Kivo Forto; heiligheid, wonderen en propho-tiën. Na een maand aldaar getoefd te hebben begreep de heilige, dat, daar dit verblijf voor hen te klein werd, noodzakelijk een klooster, een kerk, een kerkhof moest worden gevonden. Hij begaf zich daarom naar den Bisschop van Assisië, welke echter aan zijn verzoek niet voldoen kon, maar, zich wendend tot den overste der Benedictijnen, die den berg Sabasio bewoonden, werd hem bereidwillig de kleine kapel van de H. Maria der Engelen afgestaan, evenwel onder deze voorwaarde, dat, hoe de orde ook zou toenemen en bloeien, zij altijd dit kerkje als haar bakermat zou beschouwen en vereeren. Niets was meer overeenkomstig het verlangen van den Heilige, die

ocr page 52

42

ook aldaar de stem van Gods genade vernomen had. Wanneer de abt de kerk als eigendom aan Franciscus wilde afstaan, werd dit beslist door dezen geweigerd; wel wilde hij haar in bruikleen ongestoord bezitten, waarom hij zich verbond jaarlijks een mand kleine vischjes, welke uit de nabijstroomende rivier moesten gevangen worden, te zenden. Gaarne namen de kloosterlingen dit bewijs van dankbaarheid aan, terwijl zij zich verplichtten jaarlijks een maat beste olie aan de bewoners van St. Maria der Engelen te zenden.

De heilige en zijne gezellen namen dan vol blijdschap aldaar hun intrek en beoefenden strenge boetvaardigheid; bovenmate groot was hunne vereering van Maria en al zeer spoedig verscheen Deze, omringd van een menigte hemelsche geesten, en toonde Franciscus de glorievolle toekomst van zijn verblijf, hem tevens verzekerend, dat van daar uit de redding, genezing en vernieuwing der dertiende eeuw komen zou. Nu riep de heilige uit: „Waarlijk deze plaats is heilig en eerder moest zij door Engelen dan door menschen bewoond worden, ik zal haar nimmer verlaten en eeuwig blijve zij voor mij en mijne leerlingen het gedenkteeken in Gods grenzelooze goedheid.quot;

VIERDE HOOFDSTUK.

De twaalfde eeuw naderde haar einde; het had haar aan glorie niet ontbroken maar tevens liet zij een treurige erfenis achter van boosheden en gevaren. De gruwelen en lage hartstochten van Hendrik II van Engeland, de moord van den H. Thomas, de gevangenschap van Eichard Leeuwenhart, de wreedheid van Philippe-Auguste jegens

ocr page 53

43

zijne vrouw Ingelburga, de misdaden van Hendrik VI op Sicilië, dat alles had de slechte neigingen ontketend, de overwinning bezorgd aan het kwaad over het goed, aan het vleesch, over den geest, en aan het ruwe geweld over de Katholieke Kerk. In 't Oosten zuchtte Jerusalem weder onder de macht der halve maan, de Tempelridders beroerden Palestina en met bliksemsnelheid richtte de Muzelman zijn schreden begeerig naar het Westen. Een diep zede-bederf greep met den dag breeder om zich heen en zelfs het heiligdom werd niet gespaard; de kerk treurde in diepen rouw, er was geen Bernardus meer, die paal en perk aan de teugelooze losbandigheid kon stellen. Bij dit alles voegde zich de treurige Ketterij der Albigensen, die waarlijk de geesel van Europa genoemd kon worden; immer stouter optredend, Europa, de Christenheid en de beschaving, met een wissen ondergang bedreigend.

Doch te midden van dat alles zal God Zijnen Geest uitzenden, allen wederom tot Christus terugvoeren en het aanschijn der aarde hernieuwen. Innocentius III op den Zetel van Kome, Bodewijk IX in Frankrijk, Elisabeth van Hongarije in Duitschland en Simon van Montfort in de velden van Banguedoc, 't zijn allen mannen, die redding in Israël zullen brengen en naast hen wekt God twee mannen op:

Dominicus in Spanje, Franciscus in Italië, die, beiden arm, zonder elkaar te kennen, hetzelfde doel nastreven: der wereld den geest van offer leeren kennen, deugden stellen tegenover de hartstochten, welke den Koning dei-Schepping onttroonden, nederigheid tegenover hoogmoed, armoede voor ongeregelde begeerten naar aardsche schatten, liefde voor rampzalige zelfzucht.

Voor deze verhevene taak had Franciscus naast zich

ocr page 54

44

twaalf armen in den vollen zin; Apostelen, doordrongen van denzelfden geest, geadeld door dezelfde deugden, en alzoo twaalf zuilen, waarop zijn Orde zou rusten.

Op een guren winterdag begaf Franciscus zich met broeder Leo van Perugia naar de kerk van Onze Lieve Vrouw ter Engelen; de broeder liep eenige schreden vooruit, in overweging verzonken. Eensklaps roept hem zijn Meester en zegt: ,,0, broeder Leo! mocht de Orde een voorbeeld van heiligheid aan de gansche wereld schenken ! maar dit zou niet de ware vreugde zijn.quot; Een weinig verder roept hij hem toe: „Broeder Leo, wanneer wij Minderbroeders aan de blinden het gezicht zouden kunnen teruggeven, de duivelen door ons zouden worden uitgedreven! wanneer wij de stommen deden spreken en dooden opwekten tot het leven! Groote zaken, voorzeker, maar dat zou niet de ware vreugde zijn; al waren wij in staat,quot; zoo ging Franciscus voort, „alle talen te spreken, al bezaten wij alle wetenschappen, al hadden wij de gave der prophetie en die van de onderscheiding van geesten, meent niet, o Broeder, dat ge dan de ware vreugde bezitten zoudt. Al spraken wij de taal der Engelen, al kenden wij het uitspansel en het gesternte, de geheimen der aarde, de natuur van vogelen, visschen en dieren nog zoudt ge de ware vreugde niet bezitten. Ja zelfs al zouden wij door onze prediking de geheele wereld be-keeren en alle Heidenen winnen voor den waren God, nog zou dit de ware vreugde niet wezen.quot; En zoo ging het gesprek voort gedurende den geheelen weg, totdat de eenvoudige broeder, die reeds zoo lang uit eerbied voor zijn Meester had weten te zwijgen eindelijk uitriep: „Maar, mijn Vader, waarin bestaat dan wel de ware vreugde?quot; Welnu antwoordde de heilige: „Wanneer wij

ocr page 55

45

straks te Portiuncula aankomen, beslijkt, verstijfd en uitgehongerd ; wij kloppen aan de poort en, veronderstelt nu, dat de portier ons toebijt: „Pakt u weg! gij, luiaards, die de wereld afschuimt en aalmoezen steelt, van hier zeg ik u!quot; Onmeededoogend laat hij ons buiten, blootgesteld aan sneeuw en koude en wij verdragen dat alles met geduld, zonder ontevredenheid, zonder de minste opwelling tegen den portier, in de gedachte, dat dit alles ons overkomt krachtens Gods aanbiddelijken wil en toelating, dan, mijn broeder, maar ook dan alleen, zult gij de ware vreugde bezitten. En wanneer wij als ware smeekelingen met gevouwen handen op de knieën om eene betere behandeling zouden smeeken en hij, ontstoken in drift en toorn, ons met slagen zou kastijden en met wonden overdekken en wij dit alles met kalmte en vreugde zouden verdragen, dan hadden wij de ware vreugde gevonden, want de voortreffelijkste gave, welke de H. Geest in ons hart kan uitstorten is de overwinning van zich zeiven en het verlangen, gaarne voor Jesus Christus te lijden.quot; Hieraan leert men gemakkelijk den geest van den H. Fran-ciscus kennen: in waarheid het zout der aarde en het licht der wereld. Maar hierbij moest noodzakelijk de prediking komen van Gods woord en hij zendt zijn leerlingen dan ook uit en verdeelt onder hen geheel Italië, terwijl hij voor zich en zijn gezel, Broeder Silvester, Toscane behoudt. Te Perugia beloonde God zijn ijver door de bekeering van een groot getal zielen en door de wondervolle roeping van een aanzienlijk jongeling daar ter stede. Deze, vol verlangen om Gods wil te volbrengen en zich toe te wijden aan den dienst des Heeren, dwaalde door de stad, toen de Goddelijke Meester hem zelf verscheen en hem zeide: „wilt gij den vrede genieten, waarnaar gij verlangt

ocr page 56

46

en uw zaligheid bewerken, ga dan in een orde en volg mij. „Maar Heer!quot; zoo'klonk het antwoord. „In welke Orde wilt Gij dat ik binnenga?quot; „Ga in de pas ontluikende Orde van Franciscus van Assisië!quot; „En wanneer ik daar dan ben ingegaan, wat moet ik dan doen om steeds wel-gevalliger in uwe oogen te worden!quot; „Volg het gemeene leven, heb geen bijzondere betrekkingen, bemoei u niet met de fouten van anderen en vorm nooit een vermetel oordeel!quot;

Aanstonds begaf de jongeling zich tot den H. Franciscus en ontving uit diens handen het kleed der boetvaardigheid. Van hier begaf de Heilige zich naar Cor-tona, waar eveneens een groote schaar zich bij hem aansloot. Hier bouwde hij hun een klooster en, wanneer de Vasten aanbrak, stelde hij Silvester aan tot hoofd van zijn nieuwe stichting, vertrok zelf met Aschwoensdag naar een eilandje te midden van het meer Trasimenus, voorzien van twee kleine broodjes, terwijl hij den schipper verzocht aan niemand zijn verblijf te melden en niet eer terug te keeren dan quot;Woensdag in de Goede Week; daar wilde de Heilige in diepe stilte en geestelijke afzondering den Vastentijd doorbrengen. Geen wonder, dat hij de geheimen van 's Heeren lijden zoo grondig kende en daarin ook de bron vond voor zijn Seraphijnsche liefde: de takken dienden hem tot dakbeschutting en een heldere bron, welke zijn dorst leschte Was in latere tijden voor talrijke zieken een veilig toevluchtsoord tot genezing-van hunne kwalen. Op quot;Woensdag in de Goede quot;Week kwam de schipper terug om den heilige weder terug te voeren en nauwelijks op het meer zijnde, ziet, daar steekt een geweldigen storm op en dreigt de boot te vernielen; maar, wat eenmaal de Meester deed op 't meer van Genesareth, dat vermocht nu zijn dienaar en met een enkel

ocr page 57

47

Kruisteeken bedaart de storm, zoodat ook hier de schipper vragen mocht; „Wie is deze, dat winden en zeeën hem gehoorzamen?quot; Men vraagt zich onwillekeurig af, welke de rede is die Franciscus beweegt zijn afzondering en overweging zoo af te breken, zonder den Goeden Vrijdag in diezelfden stemming door te brengen. Maar dat was een dag vol gewicht en beteekenis: de dag waarop Jesus het brood nam in zijne handen en, het uitdeelende, zeide: „Neemt en eet, dit is mijn Lichaam.quot; Dit verzoek was ook gericht tot den H. Franciscus, van daar, dat hij zijn retraite eindigt om, aldus voorbereid, op den Witten Donderdag zich te voeden en te sterken met het Brood des Levens.

Na het feest der Verrijzenis begaf hij zich naar Arezzo, immer in gezelschap van broeder Sylvester. En, wat ziet hij daar? De inwoners in twee partijen tegenover elkander, gereed een zwaren burgeroorlog te beginnen. Waar de liefde tot elkander ontbreekt, mist men Gods liefde; maar een andere meester treedt op: het is de duivel; van daar, dat Franciscus een leger van duivels ontmoette, welke niets anders beoogden, dan dat beide partijen elkander zouden vernielen.

„Ga,quot; zoo sprak de Heilige tot Sylvester; „ga en beklim de muren en verjaag hen in den Naam desquot; Heeren!quot; En aanstonds klimt zijn dienaar op de wallen der stad en roept uit: „Onreine geesten, welke u hier bevindt, vlucht van hier in naam van den Almachtigen God en zijnen dienaar Franciscus!quot; De duivels vluchten en de verbitterde partijen plaatsen zich rondom den Heilige; hij spreekt hen met vuur en gloed over vrede en liefde, de wapens ontvallen aan hunne handen en de liefde keert terug in hunne harten.

ocr page 58

48

Van Arezzo gaat hij naar Florence, een stad, beroemd door rijkdom en koophandel, maar niet minder ijverig om naar zijn woord te hooren er. even vruchtbaar te dien opzichte, dank Gods zichtbare zegening; want vele bekeerii^n mocht hij hier aanschouwen en tevens velen zijn ki^od schenken, niet alleen aan rijken, maar ook aan geleerden, zoodat waarlijk hier reeds een voorspelling van den Heilige in vervulling ging: „In korte tijd zullen edelen en geleerden zich scharen aan mijne zijde om voor volkeren en koningen te prediken.quot;

Reeds een ruim gedeelte van het jaar 1211 was ver-loopen, toen de Heilige begon te begrijpen dat hij wederom naar Portiuncula moest terugkeeren om zijn kinderen te troosten en de leiding te schenken, welke zij bijna een jaar lang hadden moeten derven. Niet, dat Francis-cus onverschillig was ten hunnen opzichte, immers ook zij hadden van hen in last het Evangelie te prediken — maar nu die taak als geëindigd kon worden beschouwd, was zijn arbeid niet voltooid; want van zijn volheid moest hij nu mededeelen en de wijsheid, geput in de studie van 's Heeren lijden en aan den voet des kruises moest nu aan zijn kinderen worden medegedeeld, zoowel tot eigen heiliging als om later met vrucht anderen tot heiliging te kunnen brengen.

Na eenige maanden zich aan die verheven taak gewijd te hebben, trok hij opnieuw Toscane in, wel om de kroon op 't werk te zetten en toch geleid door geen ander richtsnoer, dan de glorie te zoeken van Hem, die hem gezonden had: God zou hier zijn heiligheid en medegeven-de goedheid laten schitteren.

Een kloosterling, Mosico genaamd, lag zwaar ziek in de nabijheid van Assisië; alle hoop was door de geneesheeren

ocr page 59

49

opgegeven en hij scheen den dood nabij. Daar schittert nog een ster voor zijn oogen; waarom zou hij zich niet aanbevelen in de gebeden van Assisië's heilige.

En waarlijk, zijn vertrouwen is niet beschaamd en, hier blijkt alweer, dat het aanhoudend gebed van den rechtvaardige veel, men zou bijna zeggen, alles vermag. Franciscus bidt voor hem, neemt wat kruim van brood, doopt dit in de olie, welke zich bevindt in een brandende lamp ter eere van de Koningin der Engelen, geeft dit vervolgens de broeders, zeggende: „Breng dit aan den stervenden kloosterling en zeg hem, dat hij door Christus barmhartigheid niet alleen zal genezen, maar zelfs een onzer dapperste volgelingen zal worden.quot; En waarlijk, de voorspelling werd vervuld, hij schaarde zich na korten tijd onder het vaandel van Franciscus en, toonde hij op hoogen leeftijd de krachtvolle gezondheid van een jongeling, zijn heldhaftige boetvaardigheid was niet minder.

Wanneer nu de heilige met zijn wondervol genezen leerling terugkeert in het klooster te Portiuncula, ontmoet hij hier de levendigste tegenstellingen. Buiten niets dan armoede en ontbering en inwendig hemelsche blijdschap , de grootste eenheid en liefde. Buiten de zorg voor zieken en ellendigen en inwendig de vreugde, zijn plicht vervuld te hebben in den dienst van 's Hemels Koning. Buiten gelijk een gevangenis, maar inwendig heerscht de vrijheid van Gods kinderen, waar Jesus regeert als Heer en Meester. Daar ondervondt Franciscus ten volle de dwaasheid der wereld, die de kloosters veroordeelt, welke zij niet kent, daar kon hij uitroepen: „Heer het is ons goed hier te zijn!quot;

Niets schijnt in Gods kerk tot stand te komen, zegt de groote geleerde Ozanam, of de vrouw moet er deel

H. Franciscus. 4

ocr page 60

50

aan hebben en, stond naast Christus Maria, naast Con-stantijn, zijn moeder Helena, dan ontmoeten wij hier naast Franciscus de edele maagd Clara die met hem de wereld de boetvaardigheid zal prediken en mag hij de mannen langs dien weg roepen tot de volmaaktheid, dan is voor haar de taak bestemd om door woord en voorbeeld de vrouwen langs dien weg te geleiden, en ook hare bakermat is te Assisië 16 Juli 1194. Zij was een Engel gelijk in reinheid en onschuld en sinds haar prille jeugd begreep zij reeds hoe de roos woont in de vlakten en te midden der doornen. Verschillend waren hare verstervingen, een haren boetekleed droeg zij onder hare rijke versierselen, hare natuurlijke gaven, hare uiterlijke schoonheden bleven niet onopgemerkt en terwijl hare Ouders natuurlijker wijze hunne dochter midden in de wereld wilden plaatsen, bracht zij den Koning der Koningen, die haar tot zijne Bruid had verkoren, beloften van eeuwige zuiverheid. En wie anders dan de H. Franciscus zou haren gids zijn en leidsman.

In de vastentijd van 1212 predikte de Heilige te Assisië en ofschoon hij 'tschriftuurlijk woord kende, dat geen profeet geëerd is in zijn eigen vaderland, boeide hij allen aan zich door zijn bezielend woord. Ook Clara luisterde naar zijn prediking; zij ziet den heilige, hoort hem, staat in volle bewondering en kiest hem tot haren vader. Zij begeeft zich aanstonds naar de kerk van Maria ten Engelen en reeds bij hare aankomst ziet Franciscus in haar een kostbare schat te groot voor deze aarde. Hij ont-ontvouwt haar de voortreffelijkheid der Engelendeugd, de beminnelijkheid van den G-oddelijken Bruidegom en tevens de onuitsprekelijke vreugde welke uit deze vereeniging geboren door den tijd niet kan worden vernietigd. Begeerde

ocr page 61

51

Clara vurig naar haar bruiloftsfeest en vreesde Frauciscns dat deze schoone bloem te midden van de wereld zou te lijden hebben zoo werd besloten dat op Palm-Zondag den 19 Maart 1212 zij haar offer zou mogen brengen. In alle pracht en luister begeeft zij zich naar de Kathedraal en terwijl na de Palmwijding iedereen opgaat naar het altaar om den palmtak uit de handen des Bisschops te ontvangen blijft zij met neergeslagen oogen op hare plaats zitten. Zoodra de Bisschop dit bemerkt gaat hij naar Clara toe om haar den palm te brengen het zinnebeeld der overwinningen welke zij eenmaal zou behalen. Den volgenden nacht verlaat Clara, terwijl alles in diepe rust verkeert, de ouderlijke woning, begeeft zich in bruidstooi naar de kerk van O. L. V. ter Engelen om zich voor eeuwig aan des Heeren dienst te wijden, waar de eenzaamheid der plaats, de stilte van den nacht, de brandende kaarsen op Maria's altaar, majesteit aan deze plechtigheid bijzetten. Terwijl de kloosterlingen het H. Officie zingen legt zij haar prachtvolle kleederen af en blootsvoets vraagt zij haar bruilofskleed; Franciscus nadert knipt het hoofdhaar af, trekt haar een aschgrauwe pij aan, omgordt haar met een ruw koord en sluiert haar hoofd met een graven doek. Nauwelijks achttien jaar oud heeft zij de wereld reeds overwonnen en doet zij haar plechtige toer wijding aan haren Goddelijken Bruidegom.

Na deze plechtigheid geleidde Franciscus haar naar 't klooster van St. Paulus in een vlakte nabij Assisië 'gelegen , maar hier had zij zulk een hevigen strijd te voeren tegen haar ouders die al spoedig kwamen om haar tot zich te nemen dat zij zich aan de kolommen van het altaar moest vast klemmen om niet met geweld huiswaarts gesleurd te worden. Deze strijd droeg heerlijke

ocr page 62

vruchten want kort daarna kwam haar 14jarige zuster Agnes al spoedig tot haar met de bede op hare lippen of zij met hare zuster God zou mogen dienen. Ook zij ontvangt spoedig het nederig kleed van Clara. Maar een geheel ander tooneel had plaats in de ouderlijke woning alwaar niets anders dan kreten van droefdeid en wanhoop gehoord werden terwijl een familieraad belegd werd om te vernemen wat in deze hachelijke omstandigheden behoorde gedaan te worden. Geen wonder dat er besloten werd tot een kruistocht en koste wat het wilde, hetzij levend of dood men zou Agnes naar de ouderlijke woning terugvoeren. Men vergat hier blijkbaar het volstrekte eigendom van God over den mensch en dus ook de volle vrijheid van den mensch tot de jaren van verstand en onderscheiding gekomen zich aan zijn Heer en Koning-toe te wijden. Helaas dat deze denkbeelden nog niet zijn uitgestorven maar gelijk zooveel dwaalbegrippen nog leven in onze dagen.

Zonder eerbied voor de heilige plaats rukken zij het klooster binnen, men grijpt Agnes bij de haren sleurt haar voort dwars over de rotsen heen tot den voet van den berg; men heeft dus zijn prooi bemeestert, doch nu moeien zij hun onmacht belijden want Agnes wordt zoo zwaar dat men met de hoogst mogelijke krachtinspanning haar niet verder kan voortsleuren. Thans ontsteekt een harer naaste bloedverwanten zoo zeer in toorn dat hij zijn degen trekt en de jeugdige Bruid heiligschennend wil doorsteken maar thans was het genoeg, God verhoed zijn misdaad en zijn arm verdord oogenblikkelijk. Zij verlaten allen het klooster en Clara hare zuster gelukwenschend dat God haar waardig heeft gekeurd voor Jesus naam vervolging te lijden, heffen zij te samen een heerlijke

ocr page 63

53

lofzang van dankzegging aan. De dolle en blinde haat der familie veranderde spoedig in diepen eerbied en bewondering voor de beide kloosterzusters en terwijl de heiligschenner zijn arm langzamerhand ziet genezen, keeren betere gedachten in hem terng, hij begrijpt dat hij de genezing aan het gebed zijner vrome nichten heeft te danken en wordt van dit oogenblik een vurige beschermer der pas ontlokene Clarissen-orde. Haar vader onderwierp zich aan Gods H. Wil en korten tijd daarna stierf hij als een rechtvaardige. Schoon was dus het loon dat Clara en Agnes voor hare zachtmoedigheid mochten ontvangen. , Met den dag - zegende de Hemel de orde der Clarissen. Haar getal groeide voortdurend aan en Clara mocht onder hare volgelingen weldra ook hare moeder zien die weduwe was geworden en haar tweede zuster mede de leidster harer jeugd. De H. Franciscus schreef voor haar spoedig een regel welke tamelijk gelijkvormig was met die zijner Orde welke door Innocentius III was goedgekeurd, Clara werd aangesteld tot Overste terwijl Broeder Philippus wien, naar men zegt, gelijk Isaias de lippen door 't vuur waren gezuiverd haar tot Visitator werd gegeven.

Zoo mocht de H. Franciscus dan reeds tijdens zijn-leven getuige zijn dat meerdere zijne dwaasheid hadden begrepen, meerdere de armoede van Betlehem tot bruid verkozen, dat niet alleen mannen maar ook vrouwen de ijdelheid der wereld verachten om alzoo te ontkomen aan de diepe ellende waarmede het zingenot en zedebederf alom de aarde bedreigde.

ocr page 64

54

VIJFDE HOOFDSTUK.

Zielen redden, Jesus Christus navolgen in zijn werk, waarvoor Hij op den Calvarieberg het offer bracht, was liet woord, waarmede Franciscus zijne broeders bemoedigde en bezielde bij het vaak moeilijk Apostolisch werk. Een groote strijd echter openbaarde zich voor den Heilige of namelijk ook voor hem het zielen redden als levenstaak was weggelegd. Ten dien einde roept hij zijne broeders bijeen en zegt hun „Gij moet mij raad geven : zal ik mede aan 't zielenheil arbeiden of veeleer mij overgeven aan 'tgebed, mij dunkt dat dit voor mij als een eenvoudig en ongeletterd mensch wel 't beste is.quot; Twee zijner leerlingen zond hij naar Clara en Agnes, opdat ook zij om Gods voorlichting zouden vragen. En teruggekeerd gaven de gezanten als den wil Gods en het antwoord des hemels; „Ga en predik, want niet enkel voor uwe zaligheid riep ik u, maar ook de zaligheid van anderen en daarom zal ik mijne woorden leggen in uwen mond.quot; In allen eenvoud neergeknield had Franciscus het besluit aangehoord en aanvaard, nu stond hij vol vreugde op, zeggende : „In den Naam des Heeren zullen wij prediken.quot; Een merkwaardig voorval teekende den eersten dag van zijn Apostolische prediking. Een menigte vogels ziende, sprak Hij tot zijn Broeders „wacht hier! ik moet nu ook preeken voor de vogels!quot; Zij komen alle op hem aanvliegen en hij zegt; „vogels. God heeft u met zoovele weldaden overladen, dat gij voortdurend op alle tijden en plaatsen hem daarvoor moet loven en prijzen. Met schoone vederen versierd, vliegt gij, waar gij wilt, terwijl de blauwe lucht u tot woonplaats is gegeven. Gij vindt

ocr page 65

55

voedsel zonder ploegen of zaaien, de rivieren lesschen uwen dorst, de bergen en dalen dienen u tot schuilplaats, de boomen dragen uwe nesten. Weest dus nooit ondankbaar, maar zingt onophoudelijk uwe hederen ter eere Gods.quot; Nu gaf hij een teeken, alle vogels vliegen op, hoog in de lucht en zij trekken weg in de richting dei-vier windstreken. Daarna begaf hij zich stadswaarts, alwaar hij na een vurige reden over de liefde Gods een blind meisje genas, door liare oogen met speeksel te bestrijken tot drie maal toe, onder aanroeping van de Allerheiligste Drievuldigheid ; groot was het getal der zondaars, die zich bekeerden, groot het aantal, dat zich rondom Hem vereenigde om Apostelen der boetvaardigheid te worden. Hij begon er thans aan te denken om in het Oosten den fakkel des geloofs te gaan ontsteken in de hoop daar tevens den martelkroon te vinden en vandaar dat Hij ten tweede male naar Rome gaat om de goedkeuring van den H. Vader voor zijn arbeid te vragen. Innocentius III ontving Hem met liefde, luisterde met de grootste belangstelling naar het verhaal van den bloei zijner Orde en stond hem volgaarne toe onder de Muzelmannen het Evangelie te gaan prediken. Teruggekeerd in Portiuncula, gaf Hij zijnen Broeders zijn voornemen te kennen, stelt tijdens zijn afwezigheid Petrus Cattani-als overste aan en scheept zich in voor Palestina. Maar God had anders beschikt en, terwijl stormen en tegenwind Hem noodzaakten voorloopig van' zijn plan af te zien, herneemt Hij weder zijn Apostolischen arbeid in Italië. De zegen Gods rustte op al zijn predikingen, groot was de oogst, welke Hij binnenhaalde: op een enkele dag won Hij dertig mannen voor zijn Orde. Wanneer men het getal zijner volgelingen nagaat, vindt men

ocr page 66

56

een beroemd dichter Willem de Lisciano genaamd, die door zijn gedichten de gunst van keizer Frederik II had weten te verwerven. Deze was toevallig afgereisd naar het Marktgraafschap van Ancona en bevond zich te San Severino, waar de Heilige predikte over de glorie van het kruis, en allen door zijn woord tot zich wist te trekken. Onder te talrijke hoorders was ook de dichter en het bleef hem niet verborgen, dat de prediker voortdurend op hem het oog gevestigd hield. Toen deze geëindigd had kwam hij recht op hem aan en, hem vermanend de ijdelheden der wereld vaarwel te zeggen, bedreigde hij hem met de oordeelen des hemels.

„Welnu dan,quot; sprak de dichter Mijn vader. Gij behoeft zoo lang niet te spreken, „ontruk mij, bid ik U aan de wereld en voer mij terug naai' mijnen Schepper.quot; Den volgenden dag reeds mocht hij uit Franciscus handen het grove kleed ontvangen en kreeg hij den naam van broeder Paciflcus; ook toonde de hemel, dat zijn bekeering aldaar groote vreugde had verwekt door de bovennatuurlijke openbaringen, welke hem werden gedaan. In de eerste aanschouwde hij het hoofd van den H. Stichter, gesierd met een kruisteeken, en in de tweede toonde God hem te midden van den luister des hemels een troon, schitterend van goud en edelgesteenten.

„Deze troon,quot; zoo sprak God tot hem, „welke uw bewondering wekt, is door den Engel verloren door zijn hoogmoed, maar herwonnen door den nederigen Franciscus van Assisië.quot; Wanneer Paciflcus nu den heiligen stichter zijner orde terug zag, zeide hij: „Mijn vader wat denkt gij van U zeiven?quot; „Ik ben,quot; antwoordde de Heilige, „een arme zondaar.quot; „Maar, hoe kunt Gij dat over U zelve zeggen of zelfs denken?quot; „Ja,quot; was het

ocr page 67

57

antwoord, „ik ben er innig van overtuigd, dat, wanneer God aan den grootsten booswicht de genade verleend had, welke mij geschonken is, deze ongetwijfeld honderdvoudig hieraan zou hebben beantwoord.quot; Pacificus deelde de openbaringen mede aan zijne medebroeders, die zich buitenmate er over verheugden en zich nog meer aan hunnen H. Stichter hechtten.

Het was October 1212, toen Franciscus Ancona verliet om zich naar Spoleto te begeven. De faam ging Hem vooruit; en als redenaar en als Heilige overal gekend, vond Hij aller harten open voor Gods woord en bereid voor Zijne genade. Trad Hij eene stad binnen, dan trokken de geestelijkheid en leeken, mannen, zoowel als vrouwen Hem met palmtakken en lofzangen te gemoet, de menigte verdrong zich om Hem heen, de een raakte zijn kleed aan, de andere kuste zijne hand, allen achtten zich gelukkig hem te mogen zien, behalve de ketters die noch zijn gelaat, noch zijn stem, noch den glans zijner mirakelen konden verdragen. Te midden van die groote verheerlijkingen bleef hij kalm en bracht hij 't woord in vervulling „Solt Dm gloriaquot; alleen aan God zij glorie, niet aan ons o Heer, maar aan uwe heilige naam zij alle glorie.

Franciscus was nu een en dertig jaar, in de kracht desquot; levens, maar zoodanig uitgeput door aanhoudende koortsen zoodanig verzwakt door onafgebroken vasten, dat men bevreesd voor zijn leven, hem naar 't bisschoppelijk paleis bracht om daar de noodige zorgen' voor zijn herstel te nemen. Maar hij bleef niet lang aldaar, want nauwelijks had hij een weinig krachten terug gekregen of hij verliet het paleis en maakte zich er een scherp verwijt van, dat hij wederom in de weelde der wereld is teruggekeerd.

ocr page 68

58

Het is onbillijk zoo zeide hij, dat het volk mij aanziet als een boeteling, terwijl ik als een prins wordt be-handeld en terwijl hij zich begaf naar de Kathedrale kerk met een ketting om den hals en half ontbloot riep hij uit: ,.Ik verdien niet door U als een verstorven mensch aanschouwd te worden, veeleer verdien ik als een zinnelijk mensch te worden veracht.quot;

Men geleidde hem nu volgens zijn verlangen terug naar zijn geliefkoosd oord te Portiuncula, terwijl men onderweg hem van alle kanten toeriep. „Ziedaar een Heilige!quot; waarop Franciscus antwoordde. „Zwijgt, men moet de menschen niet heilig verklaren, zoolang zij zich nog in 't gevaar bevinden van verloren te gaan!quot;

Omstreeks de maand Januari 1213 greep de koorts hem op nieuw aan en wel met zulk een kracht, dat zijn gezondheid nu voor goed geknakt scheen en een kwijnende ziekte hem langzaam grafwaarts zou slepen. Hij gevoelde dit zelf zeer goed, hij zag zeer duidelijk dat de krachten hem begaven en dat hij voor 't Apostolisch werk niet meer geschikt was; doch kon hij niet meer preeken, het schrijven was hem niet onmogelijk en op zijn ziekbed schreef hij twee brieven om zijn zonen tot trouwen dienst van God op te wekken.

Met de lente herleefden ook eenigermate zijne krachten, zoodat hij nu 't besluit vormde om in 't Turksche rijk door te dringen tot aan Marokko. Het bestuur droeg hij op aan Petrus Cattani en zelf vertrok hij met Bernardus en eenige andere broeders. Deze reis was eene aaneenschakeling van wonderen — buitengewoon de uitslag welke zijn werk bekroonde, talrijk de kloosters, welke hij mocht stichten.

Te Terni gekomen, een stad gelegen in den Kerkelijken

ocr page 69

59

Staat, bracht men een jongeling tot hem, welke van een muur gevallen, als 't ware verpletterd was. Hij begint te bidden, strekt zich, gelijk weleer Eliseus over den zoon der Sunamitische vrouw, over liet doode lichaam uit en geeft hem levend aan zijne moeder terug. Te Imola begaf hij zich naar den Bisschop om hem verlof tot preeken te vragen. „Ik preek,quot; antwoordde de prelaat, „en dat is voldoende.quot; Franciscus buigt nederig het hoofd en vertrekt om na een uur tot de Bisschop weder te keeren, die, verwonderd over zijne vermetelheid, hem vroeg wat hij nu weer te vragen had. „Monseigneur,quot; zoo zeide hij, „wanneer een vader zijnen zoon de eene deur uitjaagt, moet deze langs een andere weer binnen komen.quot; Door zooveel vertrouwen en eenvoud getroffen gaf de Bisschop hem en zijne broeders voor geheel zijn Bisdom verlof tot preeken.

Van hier trok hij over Avignon naar Spanje alwaar Alphonsus IX als koning regeerde, door wien hij met groote welwillendheid werd ontvangen en verlof ontving huizen zijner orde te stichten. Vóór zich tot de Mooren te begeven, bezocht hij eerst het beroemde heiligdom van St. Jacob de Compostella, alwaar hij van God vernam, dat hij naar Italië moest terugkeeren om zijne nog zoo jeugdige en teedere Orde ter zijde te staan en te versterken. Zonder aarzelen keert hij als een ware Apostel naar zijn vaderland terug, wijl geen ander doel hem voor oogen stond, dan de vervulling van Gods H. wil. Op zijne reis door Portugal wekte hij nog een meisje op ten leven, trok voort langs Avila, Madrid en Barcelona om over de Pyreneën Frankrijk te betreden.

Hij hield eenigen tijd stil te Perpignan, begaf zich van daar naar Montpellier alwaar hij voorspelde, dat het huis

ocr page 70

60

waarin hij zijn intrek genomen had weldra in een klooster van zijn Orde zou worden veranderd — een voorspelling, welke zes jaar later vervuld werd — en keerde eindelijk na vele vermoeifciiissen in het begin van 1215 te Portiuncula terug. Groot was de vreugde der Broeders, toen zich hun vader in hun midden bevond, alwaar hij het getal kloosterlingen zag verdubbeld en de religieuse deugden in hoogen bloei beoefend. Tijdens zijne afwezigheid had Petrus Cattani een huis gebouwd tot ontvangst van de ontelbare vreemdelingen, welke de nieuwe Orde kwamen bezoeken, een huis dat zoo weelderig ingericht, alle gemakken bevatte, met alle eischen des tijds strookte, behalve met het streven van den H. Franciscus, die armoede en versterving als beschermengelen voor zich en zijn geheele Orde gekozen had. Met grooten ernst bracht hij Petrus zijne fout onder de oogen en beval het huis af te breken, maar toen men hem aantoonde, dat het niet ten dienste was der Orde, maar alleen ter wille dei-gastvrijheid, berustte hij er eindelijk in, dat het huis mocht blijven.

De moeilijkheden waarmede de jeugdige Orde te kampen had bleven niet achterwege en vooral de afgunst dreigde Franciscus met een hevigen strijd, waarom hij zich naar Eome begaf alwaar Innocentius III juist op 't pant stond het vierde Concilie van Lateranen te openen.

Het was den 11 November 1215 toen de baseliek van St. Jan van Lateranen binnen hare muren een schitterend gezelschap vergaderd zag, zeventig primaten en aartsbisschoppen, twaalf honderd en vier bisschoppen, meer dan achthonderd abten en prioren, gezanten van keizers en koningen. Hier veroordeelde de Paus nu plechtig de ketterijen der Waldenzen en Albigensen en stelde

ocr page 71

61

het Concilie nu twee legers voor, welke de Voorzienigheid tot bescherming der kerk had opgewekt: het een onder aanvoering van Franciscus, het andere onder leiding van Dominicus, welke beide Orden op het concilie dooiden Paus werden bevestigd en plechtig goedgekeurd.

Thans is ook het oogenblik gekomen waarop de beide dappere veldheeren elkander ontmoeten. Beiden hadden een orde ingesteld tot redding der wereld tot grootere steun der H. Kerk, de een aan den voet der Apenijnen, de ander aan den voet der Pyrenëen. Beiden hadden de grondslagen gelegd in kerken aan Maria toegewijd, onze lieve Vrouw der Engelen en onze lieve Vrouw van Pro-nille, beiden hadden Maria tot bijzondere patrones verkozen, beiden zouden met hunne zonen ten alle tijde de schoone ridderstoet vormen welke de Koningin des Hemels zouden omgeven. Onder zulke bescherming moesten de jeugdige Orden bloeien, ontelbare vruchten voortbrengen en de ketterijen doen zwichten. In beider harten, op beider lippen zweefde dan ook immer dat heerlijk gebed der kerk: „Juich en verblijd U, o allerzaligste Maagd Maria want Gij alleen hebt de ketterijen over de geheele aarde vernietigd.quot;

Te voren onbekend met elkander, waren beiden naar Rome gekomen tot bijwoning van het Concilie maar God wilde dat zij, gelijk David en Jonathas, ware vrienden zouden worden. In zekere nacht dat Dominicus in een der kerken van Rome in 't gebed lag neergeknield zag hij den Zaligmaker met toornigen blik naar de wereld gekeerd met drie vlammende zwaarden de aarde bedreigen, maar tevens zag hij Maria die vergiffenis vragende Gods straffende hand tegenhield en tevens twee arme lieden aanbood met deze woorden „Deze twee getrouwe

ocr page 72

62

dienaren zullen overal het geloof en de evangelische raden doen herleven.quot; Döminicus herkende zeer goed zich zelf, maar van den andere, die hem geheel onbekend was, prentte hij zich de gelaatstrekken in zijn geheugen. De volgende morgen ontmoette hij, terwijl hij de kerk verliet een armen man in monnikspij, hij herkent dat gelaat herinnerde zich het nachtelijk- visioen en op hem toeloopend omhelzen zij elkander zonder een woord te spreken. Eindelijk verbreekt Döminicus het stilzwijgen, verhaalt Pranciscus wat hij des nachts had gezien en zegt nu tot hem: „Gij zijt mijn gezel wij zullen te zamen werken, blijven wij vereend met elkaar en niemand zal iets tegen ons vermogen.quot; De edele en heilige vriendschap tusschen beide Orden-stichters gesloten bleef in alle eeuwen het onvervreemdbaar erfdeel hunner kinderen en juichen op den 4quot;quot; October de volgelingen'van den H. Dominions, op den feestdag van den H. Franciscus, een zelfde feestvreugde vervult Fran-ciscus zonen op den 4™ Augustus. Was beider ontmoeting treffend niet minder was het afscheid op Rome's heuvelen.

Daar staan op den Avontijnschen berg twee armen zonder eenig middel dan hun vertrouwen in Hem die eenmaal sprak „Gelijk du Vader mij gezonden heeft zóó zend ik üquot; en met hunne blikken ten hemel gericht vatten zij met bovenmenschelijke stoutheid het plan op de wereld onder elkander te verdeelen ten einde haar voor Jesus Christus te herwinnen. En inderdaad zij zullen de volkeren terug brengen onder het juk van het Evangelie met geen andere wapenen dan die der wijsheid en der liefde. Döminicus en zijn zonen zullen de goddelijke waarheid prediken en verdedigen, Franciscus en zijn zonen doordrongen van den geest der Seraphijnen zullen

ocr page 73

stroomen van licht en liefde over de aarde uitstorten. In het jaar 1216 was Franciscus te Portiuncula teruggekeerd waarheen hij als 't ware door onzichtbare kracht gedreven werd en alwaar een rijke oogst van genade voor de zondaars zou worden gevonden, want de Koningin der Engelen had hem zelf verzekerd dat het haar welbehagen was hare schatten in dit heiligdom uit te storten. Doch voor wij dit brandend bosch van Portiuncula betreden moeten wij eerst gelijk Mozes deed, ons ontdoen van ons schoeisel, dat wil zeggen, onzen geest verheffen, ons hart zuiveren want die plaats is heilig en de schouwtooneelen Engelenoogen waardig.

ZESDE HOOFDSTUK.

Het was in 't jaar 1216 een schoone zomersche nacht. Franciscus lag in zijn bidcel geknield met het kruis in zijne handen, een doodshoofd aan zijne voeten. Daar verneemt hij eensklaps, terwijl hij vurig bidt voor de arme zondaars „Franciscus spoedt u naar de kerk.quot; Aanstonds gehoorzaamt hij met grooten spoed en begeeft zich naar Maria der Engelen: Een ongewoon schouwspel treft aldaar zijn oogen. Op het altaar ziet hij den Christus inquot; zichtbare gedaante niet als de man van smarten, niet als een offer van Calvarie, maar als Overwinnaar van leven en dood, met de teekenen der Koninklijke majesteit. Daar aanschouwt hij nu den koning der glorie, den glans des Vaders en het beeld van Gods zelfstandigheid. In gelijke luister zetelt aan zijne rechterzijde Maria de Koningin des Hemels. Gelijk op Thabor het bevoorrecht drietal zoo valt ook hij ter aarde en aanbidt met de En-

ocr page 74

64:

gelen zijnen Schepper. „Pranciscusquot; zoo sprak Jesus Christus, „ik weet met welk een ijver gij en uwe broeders werkt aan het heil der zielen; tot belooning hiervan moogt gij thans voor hen vragen wat gij wilt.quot; Vol eerbied hernam nu Franciscus „driewerf Heilige God, nu ik genade gevonden heb in uwe oogen, ofschoon ik slechts stof en asch ben, en de minste aller zondaren, zoo vraag ik U dat alle die na oprecht gebiecht, met een waar berouw over hunne zonden deze kerk bezoeken een vollen aflaat mogen verkrijgen en geheele vergiffenis hunner zonden.quot; En zich wendend tot Maria vroeg hij haar zijn vraag te steunen en te verdedigen bij zijn Goddelijken Meester. En waarlijk Maria vraagt voor hem en Jesus die zijne Moeder niets weigeren kan slaat een goedgunstigen blik op haar en vervolgens zich tot Pranciscus wendend zegt Hij: „wat gij vraagt is groot, maar noggrooteregunsten zult gij verkrijgen. Ik geef u den Aflaat welke gij gevraagd heb op voorwaarde dat mijn plaatsbekleeder haar goedkeure en bevestige.quot; Hierna verdween het hemelsch gezelschap.

Bij het aanbreken van den dag gaat hij aanstonds op weg naar Peruggia alwaar Honorius III zich bevond, die Innocentius III den 18 Juli 1216 op den stoel van den H. Petrus was opgevolgd.

„Allerheiligste Vader,quot; zoo sprak Franciscus, „ik hebeeni-ge jaren geleden een kerkje, toegewijd aan Maria en wat gelegen was onder uw rechtsgebied, hersteld en nu smeek ik u het te willen verrijken met een kostbaren aflaat. „Zeer goed mijn zoon,quot; antwoordde de H. Vader, „maar zeg mij voor hoevele jaren vraagt gij die gunst.quot; „Maar,quot; hernam Franciscus, „ik smeek uw Heiligheid mij geen jaren te geven maar zielen.quot; „En hoe zal dat kunnen geschie-

ocr page 75

65

den vroeg de Paus.quot; „Welnu,quot; zoo sprak hij, „indien het behage aan Uwe Heiligheid, wenschte ik, dat allen, die met berouwvol hart, na gebiecht te hebben, de kerk van Por-tiuncula bezoeken, een volkomene kwijtschelding hunner zonden erlangen zoo wel voor dit als't andere leven.quot; „Mijn zoon,quot; zoo ging de Paus voort: „hetgeen gij vraagt is groot en ongewoon aan 't Pauselijk Hof.quot; „'t Is waar, Heilige Vader, maar ik vraag het u niet in mijn naam, maar in den naam van Jesus Christus, die mij tot u heeft gezonden.quot; „Welnu, dan zij de gevraagde gunst u geschonken.quot; Wanneer eenige kardinalen de opmerking maakten, dat dit privilege schade zou doen aan de pelgrims van Rome en Jerusalem, hernam Honorius: Wat wij hebben toegestaan, kunnen wij niet terugnemen, alleen kunnen wij het beperken, en, na zich tot Franciscus gewend te hebben, zeide hij: „Wij staan u deze gunst toe ten eeuwige dage, doch slechts voor één vollen dag, dat is van af de eerste vespers van den daarop volgenden dag.quot; Vol vreugde trok Franciscus heen, toen de H. Vader hem glimlachend terugriep en zeide; „Mijn zoon, welk bewijs hebt gij nu voor de verkregene gunst.quot; „Uw woord,quot; antwoordde hij, „is voldoende. Ik verlang geen andere getuigenis,quot; terwijl ik vertrouw, dat God wel toonen zal, dat deze gunst zijn werk is.quot;

Nu moest nog de groote dag worden vastgesteld. Vol vertrouwen bad hij, en ook hierin werd hij niet teleurgesteld. Zes maanden na de verschijning in de kerk van Maria der Engelen was hij in een kouden winternacht den tuin ingegaan om te bidden en zijn lichaam hard te kastijden. Daar nadert hem de duivel als een Engel des lichts en vraagt hem, waar het toch voor dient zulke strenge boeten te plegen; neem liever rust — zoo zegt hij — om

H. Franciscus. 5

ocr page 76

66

uw lichaam te verkwikken, clan kunt gij uwen God des te beter dienen. Maar Franciscus ontdekt de list en het helsch bedrog; hij gaat buiten zijn cel, ontdoet zich van zijn habijt, werpt zich op de grond en wentelt zich zoo wreed door sneeuw en doornenstruiken, dat het bloed hem van alle zijden afvloeit. En naauwelijks heeft hij deze heldendaad verricht, of een hemelsch licht omstraalt hem, en de roodgeverfde doornen veranderen in witte en roode rozen, heerlijk afbeeldsel van zijn zuiverheid en liefde. De Engelen werpen een sneeuwblank kleed over zijn schouders, terwijl een stem hem toeklinkt: „Franciscus spoed u ter kerke, alwaar de Goddelijke Verlosser met zijne Moeder u wachten.quot; Onmiddellijk staat hij op, en, aangekomen, treft zijn oog wederom dat glorievolle schouwspel, en de Verlosser vraagt hem. „Mijn zoon, waarom toeft gij met aan mijne Moeder te geven hetgeen gij Haar beloofd hebt. Aanstonds begrijpt hij, waarop de Zaligmaker doelt en vraagt of als dag, waarop de aflaat verdiend kan worden, mag worden vastgesteld van den middag op 1° Augustus tot aan zonsondergang van den volgenden dag. „Maar Heer,quot; zoo sprak Franciscus, „hoe zullen de menschen mij gelooven?quot; „Ga naar den Paus, opdat hij den aflaat aan de aarde verkondige.quot; „Maar welk vertrouwen zal de H. Vader in mij stellen ?quot; „Neem met u eenige getuigen, die hier mijne stem hebben gehoord, draag eenige dezer wondervolle rozen mede, en mijn genade zal voor de rest zorgen.quot; Hierop volgen heerlijke orgeltoonen, en de hemelsche kooren heffen plechtig het Te Deum aan, terwijl de verschijning is verdwenen. Franciscus begaf zich nu met drie gezellen naar Rome, waar hij door Honorius III eervol werd ontvangen, en, wanneer in 't midden van den winter de heer-

ocr page 77

07

lijkste rozen door Franciscus werden getoond, geloofde de Paus gaarne aan de hemelsche verschijning.

De H. Vader stelde nu den 2°quot; Augustus vast als de dag van den grooten aflaat, en zeven naburige Bisschoppen werden gelast op plechtige wijze deze gunst aan te kondigen op 't feest van Petrus-Banden. Aan de zijde van Franciscus kwamen deze allen op den bepaalden dag om den aflaat te prediken en den volgenden dag consacreerden zij plechtig de eenvoudige kerk van Portiuncula.

Grooter gunst had Franciscus niet kunnen geven, krachtiger bewijs zijner liefde moeielijk kunnen schenken ; wilde hij de wereld door armoede en boetvaardigheid genezen van hare wonden, hij wenschte haar ook van de straffen te ontheffen, welke op haar rustten. „Ik wil,quot; zoo sprak hij, wanneer hij de verkregen gunst bekend maakte aan eene onafzienbare menigte, „ik wil, dat gij allen zalig wordt, en daarom kondig ik u aan een vollen aflaat door den hemel mij geschonken, door den Paus van Rome bekrachtigd. Gij allen, die hier tegenwoordig zijt, met een berouwvol hart over uwe zonden, zult na gebiecht te hebben een volkomene kwijtschelding erlangen, en op gelijke wijze zal het zijn alle jaren tot het einde der wereld voor allen, die hier in dezelfde gesteltenis willen komen. Ik had zoo gaarne gewild, dat deze gunst leder-jaar gedurende acht achtereenvolgende dagen zou kunnen verworven worden, maar ik heb het niet kunnen verkrijgen.quot;

Stroomen volks zag men naar Portiuncula gaan; van heinde en verre kwamen berouwvolle harten aan om de volkomen kwijtschelding van zondenstraffen te verwerven en een loflied daar aan te heffen ter eere Gods

1

wiens Barmhartigheid geen grenzen kent en die zich uit-

ocr page 78

68

strekt van geslacht tot geslacht, voor allen die Hem vreezen.

Gelijk alle kostbaarheden der H. Kerk is ook de aflaat van Portiuncula geloochend en bespot, maar, terwijl de historie het feit handhaaft en verdedigt, vindt die aflaat in Christus' plaatsbekleeders zijne beschermers, in groots Heiligen zijn verdedigers, in het vrome Christenvolk zijn ware en vurige vereerders, en, zoolang Christus kerk de eenige ark is, waarin het menschdom beveiliging kan vinden te midden van den alles vernielenden zondvloed, zal ook de aflaat van Portiuncula de straffen afwenden en uitdelgen, welke het menschdom door zijne zonden verdiend heeft.

ZEVENDE HOOFDSTUK.

Op het algemeen kapittel in 1217, waar Franciscus verschillende heilzame bepalingen vaststelde, zond hij ook zijne medebroeders naar ver verwijderde streken ter Apos-tolischen arbeid uit, terwijl hij voor zich Parijs, noordelijk Frankrijk en Holland bestemde. Voor dat zij uittrokken en Portiuncula verlieten, zegende hij zijn kinderen, opdat zij, gelijk de Apostelen uitgaande naar de vier windstreken, zich in een breeden en rijken oogst zouden mogen verheugen.

Toen hij vernomen had dat kardinaal Hugolinus als pauselijk gezant zich te Florence bevond, begaf hij zich daarheen om den prins der kerk zijn eerbiedige hulde te brengen, en, ofschoon zij elkander hoegenaamd niet kenden, was de eerste ontmoeting de meest teedere en onge-evenaardst hartelijke. Franciscus deelde den kardinaal zijne plannen mede en de verdeeling van zijn arbeid.

ocr page 79

69

terwijl hij hem ook te kennen gaf, waarheen zijn schreden leidden. En waarlijk gelukkig mogen wij deze ontmoeting noemen, want aanstonds ontried de kardinaal hem zijne heerlijke plannen en wees hem op zijn geplanten boom, die, ofschoon wel reeds diep geworteld, breed getakt en rijk gebladerd zijnde, zijne zorgen niet kon ontberen. Nederig en eenvoudig nam hij dien wenk aan en gaf zijn arbeid aan andere medebroeders over, terwijl hij zelf in noordelijk Italië werkzaam bleef, van tijd tot tijd zijn arbeid onderbrekend als hij zich naar Portiuncula begaf om zich zelf door gebed en boete te versterken en den kloostergeest te verfrisschen en te vernieuwen.

Het tweede algemeen kapittel was door Franciscus vastgesteld op Pinksterdag van 't jaar 1219, en daar nu beslissende bepalingen moesten worden genomen, welke niet krachteloos voor de Orde zouden blijven, besloot hij eerst alle punten en bepalingen aan het oordeel van hun Protector kardinaal Hugolinus te onderwerpen en daarom begeeft hij zich naar Rome, alwaar hij wederom Domini-cus mocht ontmoeten. Een zware beproeving hadden zij hier te doorstaan.

„Vindt gij het niet nuttig, dat eenige uwer Ordebroeders tot kerkelijke waardigheden worden verheven?quot; vroeg de kardinaal. Maar beiden wezen grootmoedig deze, voorstellen van de hand. „Wat mij betreft,quot; zeide Do-minicus, „ik ken geen grootere eer dan de drager te zijn van Gods woord en schildknaap van het geloof; laat, bid ik U, mijne broeders in hunne taak.quot; En Franciscus sprak: „mijne zonen noemen zich minderbroeders, wijl zij de laagste rangen in Gods kerk bekleeden, dat is hun eere-post, ik bid ü laat hun die behouden.quot;

Bij deze gelegenheid stelde Leo, de socius van Fran-

ocr page 80

70

ciscus, voor, beide Orden tot een te vereenigen, maar krachtig verzette, zijn Vader zich hiertegen als strijdend met G-ods H. Wil. „Welnu dan,quot; zeide Dominicus, „geef mij als zinnebeeld onzer broederlijke liefde het koord, dat uwe lendenen omgordt: altijd zal ik het onder mijn wit habijt dragen.quot; Franciscus weigerde in 't eerst, maar eindigde toch met te bezwijken voor de aanhoudende gebeden van zijnen Vriend. Dit was het begin eenei'vruchtbare devotie in de H. Kerk, welke door Sixtus V drie eeuwen later tot Broederschap verheven, nog voortleeft onder den naam van „het koordje van Franciscus.quot;

Den 26 Mei 1219 werd het kapittel geopend. De plechtige H. Mis werd bijgewoond door den Seraphijnschen Vader met vijf duizend zonen, en hierna werd het kapittel door den Protector kardinaal -Hugolinus geopend en voorgezeten.

Geen vrees of zorg bekroop Franciscus hart, hoe hij deze menigte van voedsel voorzien zoude, want, gelijk de vogels des Hemels, verwachtte hij dit vol vertrouwen van God. Zoolang het kapittel duurde zag men dagelijks van alle kanten menschen van alle standen zamenstroomen niet enkel om levensmiddelen aan te brengen, maar met eigen handen Franciscus en zijne zonen te dienen. Wederom was dit in Gods hand het eenvoudig middel om velen tot de Orde te brengen, want vijfhonderd personen vroegen nederig in Franciscus gezelschap te worden opgenomen en het kleed der boetvaardigheid te ontvangen. Drie gewichtige besluiten werden eveneens nu vastgesteld.

1°. Zorgde hij, dat de vereering der H.H. Apostelen, Petrus en Paulus, in zijne Orde zou bloeien, opdat de liefde en eerbied voor den Paus altijd het glorievolle kenmerk der drievoudige Orde zou blijven.

ocr page 81

71

2°. Werd vastgesteld, dat noch klooster, noch kerk zou worden aangenomen of gebouwd in strijd met de armoede, door de Orde aangenomen.

3°. Voor de Orde van Franciscus een gloriekrans, dat nl. alle Zaterdagen in alle kloosters een plechtige H. Mis zou worden gezongen ter eere van de Onbevlekt ontvangen Maagd Maria. Dit besluit, vastgesteld door Franciscus en later op 't algemeen kapittel te Pisa in 1263 door Bonaventura hernieuwd, maakte reeds zes eeuwen te voren de Franciscaner Orde tot heraut van het groote dogma, dat Pius IX z.g. in 1854 mocht afkondigen.

Wederom schittert allerduidelijkst de geest van den grooten Ordestichter, die, de maatschappij met wonden overdekt ziende, als een barmhartige Samaritaan olie en balsem giet in de wonden, want door armoede en door Maria moest het afgedwaalde wederom tot den waren Herder worden teruggebracht.

De teedere liefde van Franciscus tot Maria bleef niet onbeloond, want, talrijk als een heirleger, waren de leeraren en apostelen, welke Maria in de Orde opwekte, en, wanneer eenmaal de H. Kerk den schoonsten edelsteen in Maria's kroon plaatste op den S December 1854, ontving de Paus van den generaal der Minderbroeders een zilveren roos en lelie en, ingevolge het bevel van Pius IX, werd opeen marmeren tafel de tekst van het dogma uitgehouwen en ter verheerlijking van zijn Orde ten eeuwige dagen aan de voeten van Franciscus beeld neergelegd.

Na afloop der werkzaamheden van' het kapittel zag hij wederom met vurig verlangen uit naar het Apostolisch werk, en, terwijl hij de aarde wederom verdeelde onder zijne Broeders, behield hij voor zich Egypte. Hono-rius III, die zich juist te Viterbo bevond, gaf hem niet

ocr page 82

72

alleen volgaarne zijn zegen, maar ook brieven van warme aanbeveling. Prariciscus bleef nog eenigen tijd te Por-tiuncula achter, schonk zijne Broeders voor de afreis zijn zegen, droeg het bestuur der Orde aan Elias van Cortona op en ving zelf de reis aan naar de haven van Ancona. Vóór wij den H. Pranciscus zien reizen naar het Oosten, moeten wij eerst een blik op den toestand van dat land werpen. Eeeds langer dan een eeuw was aldaar het tooneel des oorlogs voor de Christenen van Europa. Men betreurde het, dat de heilige plaatsen, door Christus' leven, lijden en dood geheiligd, zoo dierbaar aan de katholieken, gebukt lagen onder het juk der halve maan, terwijl de Islam van daar uit immer stouter om zich heen greep en een groot gevaar voor '_t Westen werd. De stem van Peter den kluizenaar had weerklonken door Europa en als echte Macchabeën hadden zijne bewoners uitgeroepen: „Laat ons het erfdeel onzer vaderen handhaven.quot; Menigvuldig en verwoed waren de oorlogen aldaar gevoerd, enkeerden de Christenen vaak als overwinnaars terug, toch moesten zij ook geweldige nederlagen ondervinden. Van daar de lange duur van den strijd, die immer werd voortgezet met de blijde hoop den Islam te vernietigen en het Heilig Land aan de Kerk te schenken. Juist had de stem van Hono-rius III Europa wederom gewapend, vier honderd duizend man zich geschaard onder de vaandels van den koning van Hongarije, het plan gevormd om hel rijk van den Muselman in 'thart aan te tasten, toen het leger optrok naar Egypte en Damiate in staat van belegering stelde. Pranciscus meende, dat de tijd nu ook voor hem zeer gunstig was; hij verlaat Ancona, werwaarts hij zich reeds had begeven om van daar zich in te schepen en zich naar Damiate te begeven. Twist en tweedracht

ocr page 83

73

heerschten in 'tkamp der kruisvaders, en de gemoederen waren ten gevolge daarvan zoo verhit en verblind, dat zij den koning wisten te dwingen den volgenden dag den strijd te beginnen. Franciscus ziet zeer goed, dat een verpletterende nederlaag de macht van den Islam nog meer zal doen toenemen, wat zal hij doen! voor zijn gevoelen uitkomen, dan houdt men hem voor een dwaas; zwijgt hij, dan zullen gewetensangsten hem kwellen. Hij raadpleeft Illamineus, dien hij als gezel had medegenomen, en wanneer deze hem zegt: „Maar vader, het zal toch waarlijk de eerste keer niet zijn, dat men u voor dwaas uitmaakt, begon Franciscus luidde zijn prophetie te openbaren. Wat hij voorzien had, gebeurde, men dreet den spot met hem, begon den volgende morgen den slag en met een verlies van zesduizend man moest men aan de woorden van den heilige van Assisië geloof schenken. Deze nederlaag deed evenwel Franciscus niet terugtrekken, en, ofschoon hij wist, dat de sultan een goudstuk gezet had op ieder christenhoofd, trok hij recht vooruit naar het kamp der Sarracenen met de woorden van den koninklijken propheet op de lippen : „al wandel ik in de schaduw des doods, vreezen zal ik niet, omdat Gij, o God, met mij zijt.quot; Toen hij onderweg twee schapen zag zeide hij tot zijn metgezel: „Zie ik zend u als schapen midden onder de wolven;quot; en waarlijk, weinige schreden verder wierp zich een bende Sarracenen op hen, overlaadde hen met scheldwoorden en sloeg hen in de boeien.

„Brengt mij naar uwen meestet, want ik ben Christen,quot; riep hij de bende toe, en de beide gevangenen werden gebracht voor den sultan. „Wie zendt u,quot; vroeg deze hun, „en wat komt gij hier doen.quot; „God zendt ons,quot; hernam hij, „om u en uw volk de blijde boodschap van

ocr page 84

74

het H. Evangelie te prediken,quot; en waarlijk, met zooveel quot;welsprekendheid en klare duidelijkheid zette hij de ver-hevenste waarheden uiteen, dat hun geen leed geschiedde. Met alle aandacht werd geluisterd, zelfs dagen achtereen, dezelfde predikingen werden herhaald en de sultan eindigde met hun te verzoeken bij hem te willen blijven. Franciscus beloofde hem, dit te zullen doen, wanneer hij en zijn volk tot den Christus zich wilde bekeeren. Ja, zelfs deed hij het voorstel om, wanneer de sultan weifelde tusschen het kruis of de halve maan een groot vuur te ontsteken, hij zelf zou dan met den priester van Mahomet zich in het vuur werpen, en de uitkomst zou leeren aan welke zijde de waarheid stond. En als bij dit voorstel eenigen, bevreesd, dat het voorstel zou worden aangenomen, den sultan verlieten, en deze, voor meerdere verliezen beducht het dus niet aannam, deed Franciscus een ander om dan alleen den houtmijt te bestijgen en, wanneer hij ongedeerd uit de vlammen zou te voorschijn treden, dan zou de sultan Jesus Christus als den Verlosser en Zaligmaker der menschen erkennen. Doch ook hiervoor was de sultan bevreesd, maar tevens gaf hij blijken zijner groote welwillendheid door Franciscus rijke geschenken aan te bieden. Maar de heilige, die zielen zocht en de armoede tot zijn Bruid had genomen, weigerde grootmoedig iets aan te nemen, welke belangeloosheid, wel verre van den toorn des sultans op te wekken hem duidelijk de grootheid van ziel en den adel van karakter van Franciscus toonde. „Gaat dan terug naar de tenten der Christenen en bidt voor mij, opdat de Allerhoogste mij den waren godsdienst leere kennen.quot; De Heilige zal nu een ander middel gebruiken en zijn toevlucht nemen tot het gebed, waarin hij licht en sterkte hoopte te vinden en waarlijk

ocr page 85

75

een visioen versterkt hem, waarin hij den Zoon Gods aanschouwt, die hem beveelt naar Italië terug te keeren, wijl de zoo vurig begeerde palm der marteling voor hem in Egypte niet was weggelegd. „Welnu,quot; spak hij tot zijn metgezel, „wanneer wij de glorie van den marteldood onwaardig zijn en geen deelgenooten van Christus smarten mogen zijn, brengen wij dan ons leven door in de marteling der boetvaardigheid, of zoeken wij een plaats, waar wij met breede teugen de versmadingen van het kruis kunnen drinken. Hoelang hij doorbracht in de tenten der kruisvaarders, en welke de vruchten waren van zijn arbeid in hun midden, blijkt genoegzaam hieruit, dat de sultan twee jaar daarna bij de herovering van Damiate, een ongehoorde edelmoedigheid aan den dag legde door de christen gevangenen vrij te laten, de zieken en gewonden met de grootste zorg te behandelen en het heilig kruis door Saladijn geroofd weder terug te geven. Op den terugtocht zou de H. Franciscus natuurlijk, die van zoo nabij den Gekruiste mocht volgen, zoowel wat zijn geboorte betrof als zijn einde, de plaatsen bezoeken, geheiligd door 't Eeuwig woord des Vaders: Betlehem en Jerusalem. Niet alleen putte hij aldaar aan de bron der liefde nieuwe krachten voor zich zelf, maar talrijk waren de leerlingen, die door Franciscus eenvoud en deugd getroffen het een groot gelak rekenden het boetekleed uit zijne handen te mogen ontvangen en in zijn gezelschap te worden aangenomen.

Omstreeks het einde van 1219'keerde hij terug naar Europa, waarheen wederom de zorg voor zijn Orde hem riep. Niet onvruchtbaar evenwel was zijn tocht geweest naar 't Heilig Land, want de missie, aldaar door hem geplant, schoot als een jonge boom krachtig op en heden

ocr page 86

76

ten dage zijn het nog steeds zijne zonen, die de bewakers zijn van den berg Sion en van het Heilig Graf.

Bracht de Orde rijke vruchten voort, welke den Hemel verblijdden en de aarde tot genezing en versterking dienden, dan wilde God den arbeid van Pranciscus, reeds zichtbaar tijdens zijn leven, beloonen en martelaren schenken die, gelijk in het begin des Christendoms, het rijke zaad voor nieuwe postulanten werden. Niet alleen in 't Oosten, maar ook in Afrika en Spanje had de Islam reeds groote vorderingen gemaakt en 't despotisme diepe wortels geschoten. Vijf zijner zonen, welke hij Spanje had aangewezen, werden in de maand Januari 1220 in de ketens geworpen. Vreeselijk waren de martelingen, duivelsch de verleidingen, maar niets kon hen verleiden, noch den palm der marteldood' ontnemen, welke God hen toereikte; eindelijk nam de muselman zijn krommesabel en, hunne schedels doorklievend, maakte hij een einde aan hunne smarten en opende hun de poorten der gelukzalige eeuwigheid. Zij waren de eersten, die de breede rij openden van ontelbare bloedgetuigen, welke de Orde van Franciscus als kostbare juweelen tot sieraad mochten strekken.

ACHTSTE HOOFDSTUK.

Wanneer Franciscus het Oosten niet had kunnen winnen voor den Gekruiste, noch voor zich zelf de palm van het martelaarschap, keerde hij spoedig naar Italië terug om döar zijn apostolisch werk te hervatten. Hij ontscheepte zich te Venetië, de stapelplaats der Oostersche

ocr page 87

77

en quot;W.estersche schatten, waar de dogen zetelden met ongekenden luister en de kooplieden als zoovele prinsen hunne stad tot sieraad strekten.

Onmogelijk voor den patriarch hier zijn stem te doen klinken. Men achtte den armen bedelaar van Assisië geen blik waardig, en daarom verliet hij de stad om eenige dagen op een klein eilandje door te brengen, hetwelk daar zeer nabij was gelegen. Een schaar zingende vogels ontving hem met zijn medgezel, en aanstonds vroeg Fran-ciscus: „Mijn broeder, laten wij met hen de getijden ter eere Gods zingen.quot; Maar toen hun gekweel hem hinderde, beval hij de vogels te zwijgen, totdat zij beiden hunne lofzangen zouden hebben geëindigd, en op 't zelfde oogen-blik zwegen allen tegelijk en hervatten hunnen zang niet eer, voordat Franciscus daartoe zijn toestemming had gegeven. Dit eenvoudig wonder bleef niet verborgen, maar verspreidde zich bliksemsnel onder de inwoners van Venetië, die nu begrepen, welk een kostbaren schat zij den rug hadden toegekeerd; met groote eer en onderscheiding werd Franciscus nu bejegend, en om het wondei- der vergetelheid te ontrukken, bouwde een patriciër een groot klooster op datzelfde eiland voor Franciscus en zijn zonen. Het bleef den Vader niet verborgen hoe tijdens zijn afwezigheid eenige Broeders getracht hadden, niet de Orde te vernie7 tigen, maar zoodanige nieuwigheden in te voeren, welke noodzakelijk vernietiging ten gevolge moest hebben. Dit veroorzaakte hem veel leed en verdriet; maar aanstonds was hij er op bedacht het kwaad in zijn beginsel te stuiten en, op 't aanstaande algemeen kapittel, dat op 't feest van St. Michael in Portiuncula's kerk zou worden gehouden, krachtige maatregelen te nemen, die in de toekomst dergelijke stoutmoedigheden zouden beletten.

ocr page 88

78

Middelerwijl zou hij het acht jaar te voren opgerichte klooster te Bologna bezoeken, en op zijn weg daarheen predikte hij in de voornaamste steden van Lombar-dije te Padua, Bergamo, Brescia, Mantua, Cremona en andere. Te Cremona mocht hij wederom den H. Domi-nicus ontmoeten tot beider groote vreugde. Veel werd gesproken over Gods goedheid, welke bijzonder uitschitterde in den bloei der Orden, en over het werk dei'Verlossing en Zaligmaking, toen een mirakel een einde aan hun gesprek maakte. Een kloosterling van Franciscus Orde kwam hem bidden een der waterputten te zegenen, welke voor het gebruik ongeschikt was geworden. Beide ordestichters zien elkander aan en zwijgen, want Franciscus wil, dat Dominicus het doen zal, wijl die priester is, terwijl deze er volstrekt niets van wil weten, daar hij zich ziet tegenover Franciscus, die zich in zijn eigen klooster bevindt. Eindelijk laat Dominicus het water tot zich brengen, en na te vergeefs bij Franciscus te hebben aangehouden, bezwijkt hij eindelijk voor diens nederigheid, zegent het water, met het bevel dit in de putten te werpen; en van toen was het water voor immer helder en drinkbaar.

Van hier uit ging hij naar Bologna, alwaar hij evenzeer aller aandacht trok en door zijn welsprekendheid èn door zijn wonderen. Hij nam aldaar zijn intrek in een zijner kloosters, toegewijd aan het H. Kruis. Maar hoe steeg de verwondering van den armen boeteling van Assisië, toen hij zich voor een rijk en uitgestrekt paleis bevond. Zijn toorn steeg nog hooger, toen hij zag, hoe aldaar een school geopend was voor wijsbegeerte en godgeleerdheid. „Is dat nu een woning!quot; riep hij uit, „voormannen, die de armoede beloofd hebben; Minderbroeders, gevestigd in een paleis! Ik voor mij erken dit huis niet als 't onze.

ocr page 89

79

en zij, die het quot;bewonen niet voor onze broeders, en daarom gebied ik u allen, in naam der gehoorzaamheid, dit huis te verlaten.quot; Zonder een woord gehoorzaamden allen, zelfs de zieken mochten er niet blijven, maar werden elders vervoerd. Gelukkig dat de protector tusschen beide kwam en Franciscus' verontwaardiging tot kalmte bracht, door hem gerust te stellen en te verklaren, dat dit huis noodig was voor de zieken, en dat het in 't bezit bleef van den Schenker en van de H. Kathoheke Kerk. Nu berustte hij in de zaak, en allen keerden weder in het klooster terug. Hij echter weigerde beslist hier te overnachten, wijl hij door zijn tegenwoordigheid de fout niet wilde goedkeuren, welke men tegen de armoede begaan had; evenzeer gelastte hij de school der godgeleerdheid te sluiten en haar nimmer meer, zonder zijn toestemming, te openen. Na tien jaar van strijden en overwinnen, keerde hij wederom te Assisië terug, ten einde het algemeen kapittel te openen en te leiden. En nu neemt zijn Apostolisch leven een einde, want tengevolge van zijn talrijke zwakten moest hij daar blijven, en de weinige levensjaren, welke hem nog restten, besteden aan het gebed, de behoeften zijner Orde en de smarten.

Wanneer men een blik slaat op het werkzaam leven van Franciscus, dan ziet men waarlijk in hem den man Gods door iedereen als Heilige vereerd, die de volken vernietigde door zijn mirakelen, hen bestrafte door zijn eenvoud en versterving, maar hunne harten won door zijn teedervolle goedheid en zóó waarlijk de menschen wegrukte van den rand des afgronds, waarin allen jammervol dreigden verpletterd te raken. Een schoon voorval deed de achting en eerbied voor Franciscus nog toenemen. Een vreeselijke wolf teisterde de omstreken van

ocr page 90

80

Gublio, want niet enkel werden de dieren aangevallen, maar ook kinderen en menschen warea zijn geliefkoosden buit, zoodat niemand meer zich ongewapend buiten de muren der stad durfde wagen. De H. Franciscus, innig bewogen door medelijden met dit volk, besloot met eenige zijner broeders buiten de stad te gaan, maar toen ook dezen de schrik bekroop voor het woeste dier, ging hij alleen recht op de plaats heen, waar het verblijf hield. Aanstonds ziet hij het woest gedierte met opengesperden muil op zich los rennen, een huivering greep de menschen aan, die zich op het ergste voorbereidden. De Heilige maakt een kruis en roept hem toe: „kom hier, o wolf, mijn broeder, eh in Christus naam beveel ik u, noch mij, noch iemand ook eenig leed te doen.quot; Aanstonds staat het dier, sluit den muil, en, een lam gelijk, legt het zich neer aan zijne voeten. De huivering der menschen wijkt en maakt plaats voor eerbied en bewondering. „Mijn broeder,quot; zoo sprak de heilige, „gij veroorzaakt groote verwoesting in dezen omtrek, en gij durft zelfs menschen te moorden, die naar Gods beeld en gelijkenis zijn geschapen; als een moordenaar moest gij gevierendeeld worden, maar ga u verzoenen met de inwoners dezer stad, en beloof hun, dat gij ze geen kwaad meer doen zult. Ik weet, dat de honger u drijft maar, indien gij u voortaan onthoudt van die geweldenarijen, dan zullen zij zich verbinden om u in de toekomst van voedsel te voorzien. Wilt gij daartoe besluiten?quot; En het dier buigt den kop ten teeken dat hij het verdrag aanneemt, en wanneer Franciscus de hand naar hem uitstrekt, legt de wolf daarin gemoedelijk zijn poot neder. Nu keerde Franciscus naar de stad terug, terwijl de wolf hem volgde gelijk een hond zijn meester, en de menigte als vastgenageld stond. Nu beklom hij

m_

ocr page 91

81

een hoogte en sprak tot het volk: „Tot straf uwer zonden zond God u deze geesel. Indien nu de muil van dit arm dier dat niet meer dan uw lichaam kan hinderen zoo veel schrik onder u verspreidde, hoeveel te meer dan moet gij niet beducht zijn voor de hel die hare offers geheel en voor eeuwig verslind. Bekeert u toch en doet boetvaardigheid en God die u thans verlost van deze geesel Hij zal U ook in eeuwigheid voor het verscheurend dier bewaren. Het verdrag wordt op nieuw voorgesteld door de overheid der stad aanvaard en al het volk brak los in een luid gejuich en gejubel toen het den wolf zag nederliggen aan Franciscus voeten. Gedurende twee jaar kwam het dier geregeld dagelijks in de stad zijn voedsel halen hetgeen het immer trouw verstrekt werd.

Teruggekeerd te Portiuncula naderde nu de tijd voor 't algemeen Kapittel. Eenige dagen te voren had hij in een droom 't volgende visioen. Hij zag een ontzettend groot beeld met een gouden hoofd, zilveren armen, koperen beenen, aarden voeten en hij begreep zeer goed dat hierdoor verschillende toestanden zijner Orde werden afgebeeld en onder deze indrukken opende hij het Kapittel. Hij begon met twee der aanwezige broeders streng te berispen en een ander te straffen die tegen zijn wil te Bologne wederom de theologische lessen geopend had.quot; Hij ontnam hem zijn waardigheid van provinciaal en door hemelsche voorlichting bekend met zijn slecht karakter vervloekte hij hem openlijk. De Broeders die nimmer hunnen Vader in zulk een gestrenge toorn ontmoet hadden stonden verslagen en smeekten hem dat hij zijn vloek zou terugnemen waarop de Heilige antwoordde; „wat God vloekt kan ik niet zegenen.quot; De rampzahge volhardde in zijn boosheid en stierf kort daarna met de kreet op

H. Franciscus. 6

ocr page 92

de lippen „Ik ben veroordeeld, vervloekt voor altijd!quot;

Op de laatste zitting van het Kapittel legde hij door zwakten genoodzaakt zijn post neder en stelde Petrus Cattani in zijn plaats als opvolger aan. Van nu af zoo sprak hij ben ik dood voor U zoowel gij als ik zullen voortaan aan Petrus gehoorzamen en tot bewijs zijner onderwerping wierp hij zich vol ootmoed aan zijne voeten. Zijn ontslag werd om billijke redenen aangenomen maar met het noodige voorbehoud. Reeds spoedig daarna den 10 Maart 1221 stierf Petrus Cattani en was Franciscus op nieuw verplicht de volle zorg op zich te nemen. Twaalf jaren waren getuigen geweest van Franciscus stichting voortgang en bloei en kloosters waren verrezen in Italië, Spanje, Portugal, Frankrijk, Duitschland ja zelfs in Palestina. Ook de Orde van de H. Clara, reeds negen jaar bestaande, had een breede vlucht genomen. Het voorbeeld, de prediking, de wonderen, door den arme van Assisië gewerkt hadden Europa getroffen, het geloof verlevendigd, allerwege de zucht naar 't kloosterleven opgewekt. Onder alle standen en rangen stonden edelmoedige zielen op die naar de volmaaktheid strevend, een heilzaam toevluchtsoord zochten bij de vrijwillige armoede. Menigeen die door de plichten van staat gebonden was betreurde het, Franciscus levenswijze en Orde niet te kunnen deelen. Zij kwamen tot hem om over de middelen te raadplegen welke dienen konden om in de wereld zooveel mogelijk hem nabij te komen en voor hen stelde hij de DERDE ORDE in. Terwijl hij op weg was tusschen Florence en Sienna ontmoette hij een oud vriend zijner jeugd den koopman Luchesis voorheen zeer gierig en hardvochtig en sinds de laatste tijd ongelooflijk goedgunstig en zachtaardig. Hij gaf vele aalmoezen en trachtte ook zijne

ocr page 93

83

vrouw voor de mildadigheid jegens armen en behoeftigen te winnen. Maar zij immer bevreesd, dat zij op aarde te kort zou komen berispte voortdurend de mildadigheid van haren echtgenoot en wanneer hij haar eens bad nog iets aan de armen te geven welke voor de deur stonden beet zij hem vinnig toe: „Leeghoofd gij wilt dan immer meelde belangen van uw huisgezin ten gronde richten!quot; Niets echter ontmoedigde hem en hij bleef vragen, hij wees zijne vrouw naar de kast en bad dat God het wonder zou willen herhalen eenmaal door hem in de woestijn verricht. Zij voldoet aan zijn wensch en tot hare groote verbazing vind zij de kast geheel met brood gevuld. Maar tegelijkertijd wordt nu haar hart vol van medelijden en barmhartigheid en voortaan bestaat tusschen beide echt-genooten een heilige naijver wie de edelmoedigste zijn zal jegens de armen. Hunne woning was dan ook de bakermat der derde Orde. Verschillende personen zoo zeide de H. Franciscus vragen mij een levensregel vooi; hoogere volmaaktheid zoodat zij in de wereld levende, zelfs in den Huwelijken staat God beter kunnen dienen. Welnu gaarne zie ik dit geschieden en gij zult er de eerstelingen van mogen zijn. Hij gaf hen het scapulier en koord en zonder gedruisch, in de grootste stilte was een der grootste gebeurtenissen der middeneeuwen tot-stand gekomen. Groot was de blijdschap van 't volk en spoedig kwam ook de goedkeuring des Pausen die in de derde Orde duidelijk het werk zag des Allerhoogsten.

Gelijk het vuur met breede armen wijd en wijd om zich henen slaat en in korten tijd een geheel woud herschept in een vuurzee, zoo ook verspreidde zich de derde Orde, en over zeeën en bergen drong Zij door tot aan de grenzen van China en veel bracht zij met de derde Orde

ocr page 94

84

van Dominicus bij tot de hernieuwing der dertiende eeuw. Korten tijd daarna drong zij door in de nieuwe wereld onder geleide van Columbus en bracht ook daar rijke vruchten voort. Rijk is de dauw van geestelijke gunsten welke de Pausen over .de derde Orde hebben uitgestort. De grootste figuur welke hare regels volgde en het scapulier en koord met eenvoud en eerbied droeg was Lodewijk IX die daarom ook verdiende de patroon dei-derde Orde te worden. Bij de luister van den pauselijke tiaar voegden Gregorius IX, Julius II, Leo X, PaulusV, Innocentius XII, Pius VI, en Pius IX, en niet 't minste

Leo XIII, de verstervingen der Orde; Koningen en Keizers en groeten dezer aarde zag men met blijdschap de volgelingen van den armen Franciscus worden. Maar ook de vrouwen bleven niet achter ook bij haar klom de geestdrift en ook zij kwamen in menigte de eereteekenen der Orde vragen. De eerste en voornaamste onder haar was zeker de H. Elisabeth van Hongareije die op den jeugdigen leeftijd van 14 jaar de wereld reeds het voorbeeld gaf van een verstorven en vernederd leven onder de schaduw der derde Orde ; en door den mond van den H. Franciscus tijdens haar leven reeds als heilige geëerd werd en geprezen. Haar voorbeeldige nederigheid, haar gestrenge godsvrucht, haar toewijding jegens de melaatschen deden den protector van de Orde aan Franciscus dezelfde gunst vragen als Eliseus eenmaal vroeg aan Ellas en waarlijk de Heilige ontdeed zich van zijn mantel en zond hem Elisabeth. Dezen toonde zij volkomen waard toen zij op 20 jarigen leeftijd weduwe geworden, uit haar Kasteel verjaagd, beroofd van al hare bezittingen, met hare kinderen omdoolde en een schuilplaats vond in een beestenstal. Te midden van zulke diepe vernederingen gedroeg zij

ocr page 95

85

zich geheel en al volgens het voorbeeld van den H. Fran-ciscus, gesterkt door het vertrouwen, dat hoe meer men tijdens het sterfelijk leven deelt in het lijden desHeeren des te meer men deelen mag in zijne glorie en heerlijkheid. Reeds spoedig mocht zij een kostbaren schat ontvangen welke haar groote troost verleende, want toen Gregorius IX, Franciscus op den lijst der Heiligen plaatste, zond hij Elisabeth eenige druppelen bloeds welke uit de wonde der zijde gevloeid waren, een duidelijk teeken van haar groote heiligheid en strenge navolging van den Sera-phijnsche Heilige. Nauwelijks vier-en-twintig jaar oud, was zij reeds rijp voor den hemel en den 19 November 1231 ontvlood hare ziel deze aarde. Reeds vier jaar later werd ook zij door Gregorius IX op den lijst der Heiligen geplaatst. Geen boom schoot dieper wortels, droeg schaduwrijker gebladerte, toonde rijker vruchten dan de derde Orde van de H. Franciscus; in alle landen onder iedere familie, zelfs waar het vorstelijke bloed stroomde zag men als om strijd de heerlijkste vruchten van versterving en zelfverloochening onder welke voorzeker de groote zondares der dertiende eeuw Margaretha van Cortona mag gerangschikt worden aan wien insgelijks veel vergeven werd omdat zij veel beminde. Een bijzonderheid kenmerkte de derde Orde bijzonder in Italië waar zij vereenigd met de Tertiarissen van den H. Dominicus-de rechten van den H. Stoel verdedigden en de goddelooze plannen der Duitsche Keizers verijdelden zoodat zij door Gregorius IX de Macchabeërs van het nieuwe verbond genoemd werden. Immer stonden zij pal in den strijd en dienden in den ioop der tijden als hechte bolwerken om de ketterijen te keeren en haar verwoestende aanvallen te breken. En wanneer in deze tijden het ongeloof en

ocr page 96

86

het steeds daarmede zamengaand zedebederf door de geheime genootsohappen als een ander zuurdeesem het mensohdom tracht te doortrekken dan geeft Leo XIII in zijn Encychik Humannm genus een sterk voorbehoedmiddel een onfeilbaar werkend tegengift in de Orde van den H. Franciscus.

NEGENDE HOOFDSTUK.

Wanneer de H. Franciscus in 1213 naar Spanje trok om zich vervolgens naar Marokko te begeven kwam hij op den weg tusschen Arezzo en Florence voorbij een rots genaamd Alverna, beroemd- in de geschiedenis door de feiten welke er voorvielen. Een groot feest trok er een uitgelezen schaar volks bijeen ter eere van een jeugdigen graaf welke in tegenwoordigheid van den geheelen Flo-rentijnschen adel ridder werd geslagen. De Heilige hield van zulke feesten wijl zij bij een militair karakter vooral godsdienstig waren en hij zeide tot zijn reisgezel: „Broeder Leo beklimmen ook wij deze rots, ook wij moeten op 't kasteel zijn want met Gods hulp vinden wij er •ien geestelijk ridder.quot; Na afloop der plechtigheden beklom Franciscus een heuveltje en begon daar een tweeregelig Italiaansch versje van dezen inhoud „Het goed waarnaar ik streef is zoo groot dat alle smarten mij vreugde barenquot; te ontwikkelen en als bewijzen voor de waarheid zijnei woorden toont hij in levendige kleuren, de Apostelen Martelaars en Belijders. Al ware hij een Engel geweest grooter aandacht en oplettendheid had hij niet kunnen verwachten; eerbied en aandacht hadden zich van de

ocr page 97

87

hoorders meester gemaakt. Een graaf Orlando genaamd verlaat het gezelschap en als zoo aanstonds de heilige geeindigd heeft, nadert hij hem zeggende „Vader sinds lang haak ik naar dit uur; met U wil ik handelen over het werk mijner zaligheid.quot; Met een vriendelijken lach antwoordt Franciscus: „Zeer gaarne, mijn Zoon, maar nu niet — neem eerst deel aan het feestmaal en daarna kunt ge terugkeeren om met mij over uw belangrijke zaak te spreken.quot; En inderdaad teruggekeerd sprak hij met Franciscus over den hemel en de middelen om daartoe te geraken. Aan het einde van hun onderhoud bood hij de heilige een berg aan welke tot zijne bezittingen be-hoorende, uitermate geschikt was voor gebed en overweging. Het aanbod werd dadelijk aanvaard en twee broeders werden naar den berg Alverna gezonden terwijl Franciscus zijn reis naar Spanje voortzette. Spoedig was op den Alverna een bedehuis opgericht waar de kerkelijke getijden werden gezongen en toen de heilige uit Spanje teruggekeerd, zich verslag liet geven van de bevinding op den berg begreep hij dat bij het naderen van den feestdag van den H. Aartsengel Michaël deze plaats zeer geschikt was ter voorbereiding in gebed en versterving. Hij begaf zich op weg met vier zijner broeders en onder weg wilde hij alle kloosterregels onderhouden, de getijden gebeden en het stilzwijgen onderhouden hebben. De eerste nacht werd in een klooster der Orde doorgebracht, de tweede nacht hield men door het slechte weder en de vermoeijenissen verblijf aan den voet van den Alvern'a. Terwijl alle sliepen bracht Franciscus den tijd door in gebed en een zwaren strijd met den duivel volgde, waarin hij als een dapper soldaat krachtig weerstand bood, steunend op Gods bijstand en bereid nog zwaarderen strijd te verduren. Den volgenden

ocr page 98

morgen was hij zoo uitgeput en vermoeid, dat hij de reis niet kon voortzetten. In de nabijheid vonden zijne reisgezellen een landman die bereidwillig zijn lastdier afstond om Franciscus op den berg te brengen. De Heilige reed voorop gevolgd door zijn medebroeders en den landbouwer. Bij 't stijgen begon de hitte sterk toe te nemen zoodat de boer uitriep; „Ik kan niet meer! ik sterf zoo ik geen teug water heb om mijn dorst te les-schen.quot; Geen druppel water was echter aldaar te vinden. Vol vertrouwen echter op Gods Vaderlijke goedheid stijgt Franciscus af, legt zich neder op de knieën bidt vurig en gelijk eenmaal in de woestijn water uit de rots vloeide om den dorst van het Joodsche volk te lesschen zoo ook ontspringt op den rotsachtigen berg een heldere waterstroom om de krachten aan den landman terug te geven. Heerlijk wonder waarmede God het vertrouwen van zijn dienaar beloonde.

Wanneer zij den top bereikt hadden was alle vermoei-jenis vergeten; immers groot was de blijdschap toen zij bij de schoonheid der natuur ook ver van het gedruisch der aarde waren en dus een groot middel hadden voor de voortzetting van het geestelijk leven. Een menigte van vogels kwam rondom den heiligen fladderen terwijl zij zoowel op zijn hoofd en schouders als op zijn armen zich nederzetten, ook Orlando kwam hem bezoeken en bracht hem tevens een groote menigte levensbehoeften aan met het verzoek dat de heilige voortaan dagelijks aan zijn kasteel zou laten halen wat voor onderhoud noodzakelijk was, op verzoek van den heilige gebood hij zijnen dienaar aldaar een hut voor Franciscus te bouwen. Onder zijne zorgen verrees ook spoedig een kerkje waarin Jesus Christus zou kunnen wonen. De heilige vergat

ocr page 99

89

evenwel Portiuncula niet en beurtelings bezocht hij beide plaatsen totdat hij in de maand Augustus 1224 op den leeftijd van 42 jaar andermaal werd aangespoord om Alverna te bezoeken. Aa,n den Zuidelijken kant van den berg vond hij een verwilderde en onbezochte spelonk welke hem een geliefkoosde gelegenheid aanbood om van Maria Hemelvaart tot Kruisverheffing zijn verblijf te vestigen. Verschillende gunsten werden hem hier dooiden Hemel geschonken. Op zekeren dag terwijl hij op een steenen blok zijn maaltijd nam verscheen hem een Engel die zich langen tijd met hem onderhield, wat beide met elkander bespraken blijft immer een geheim wijl Franciscus nooit ook maar een woord heeft medegedeeld. Toch deelde hij aan broeder Leo drie beloften mee welke de Engel hem in den naam van God gedaan had: De Orde zal bestaan tot het einde der wereld, Hare vervolgers zullen niet lang bestaan terwijl niemand die haar bemint zal verloren gaan. Tot dankbare herinnering gebood hij dat deze steen met olie zou worden gezalfd en den Heer toegewijd. Een tweede buitengewone gunst mocht hij spoedig wederom op den Alverna ondervinden want op zekere nacht dat broeder Leo zich tot den Heilige wil begeven ziet hij de grot vol van hemelsch licht en de eenige woorden welke hij opving waren „Heer wie zijt Gij en wie ben ik.quot; Vervolgens zag hij Franciscus driemaal de hand in zijn boezem steken en driemaal haar uitsteken naar 't hemelsche licht. En wanneer later Leo den Heilige vroeg wat dit beteekende gaf Franciscus zijn spijt te kennen dat dit alles door Leo gezien was, maar wijl deze als biechtvader aanhield zoo verklaarde hij dat Christus hem was verschenen en hem een geschenk gevraagd had. De Heilige antwoordde dat

ocr page 100

90

hij niets meer bezat wijl hij afstand gedaan had van alles en zijn ziel ,en lichaam s'Heeren dienst had toegewijd, waarop Christus hem zeide dat hij zijn hand in den boezem zou steken en hij vond een goudstuk en dit wel tot driemaal hetgeen hem verklaard werd te zijn een Symbool van zijn drie geloften en tegelijk dezen hooge voortreffelijkheid en reinheid.

Was de Alverna tot nu toe voor Franciscus geweest een Thabor weldra zou hij veranderen in een Golgotha. „In het Evangelie,quot; had de Engel hem gezegd, zult gij vinden wat God van U verwacht.quot; Franciscus riep daarom broeder Leo en beval hem tot driemaal toe het Evangelie te openen en 't was geen toeval als het Evangelie telkenmale s'Heeren smartvolle lijden en dood vertoonde. De Heilige begreep, nu dat hij na zijn Meester gevolgd te zijn in zijn verborgen en Apostolisch leven, hij Hem ook volgen mocht in zijn verheven lijden en daarom riep hij uit „Paratum cor meum. Deus, pa-ratum cor meum. Mijn hart is bereid, o God, mijn hart is bereid.quot;

Op 't feest van Kruisverheffing was Franciscus bij het morgenkrieken in vurig gebed verzonken tot Jesus zijn gekruisten Meester om Hem voor 't zegenrijk werk der Verlossing te danken. En zie van uit den hoogen hemel daalt een Seraphijn neder met zes vurige vleugels en nadert Franciscus terwijl hij blijft zweven op de wolken; tusschen zijn vleugels vertoont zich het beeld van den Gekruiste. Een onuitsprekelijke schrik maakt zich van hem meester; vreugde en smart vervullen beurtelings zijn hart terwijl hem de beteekenis dezer verschijning allerduidelijkst werd. Zij verdwijnt, maar zijn hart gloeit nu van Seraphijnsche liefde en zijn vleesch draagt wonder-

ocr page 101

91

volle teekenen. Want aanstonds verschenen in zijn ledematen de vijf wonden zoo even in de verschijning door hem aanschouwd en aanbeden.

Het scheen als ware zijne handen en voeten met groffe nagelen doorboord en zijne zijde vertoonde een groote en breede wonde welke purperrood was en dikwijls bloed deed vloeien over het kleed van den Heilige. Hij was dus bevoorrecht de vijf wonden des Heeren in zijn sterfelijk vleesch te dragen. Maar wat nu te doen, zal hij Gods wonderwerken luide prediken of ze met alle bescheidenheid verborgen houden. Een groote strijd voerde hij hierover totdat een der broeders hem overtuigde dat luide openbaring noodzakelijk was wilde hij niet eenmaal gevaar loopen rekenschap aan God te moeten afleggen over het verborgen talent. Tijdens zijn leven zagen talrijke broeders, verschillende Kardinalen zelfs Paus Alexander IV zijne wonden hetgeen zij onder eed getuigden en na zijn dood kwamen meer dan vijftig broeders, de H. Clara met hare gezellinnen en een onnoemelijke schaar leeken de wonden eerbiedig vereeren met hunne handen aanraken opdat de getuigenis waarachtig zoude zijn, vooral wanneer later een rampzalige Renan die den spot met alles dreef, alle bovennatuurlijke werken loochende, de stigrnatisatie van den H. Franciscus een zuiver bedrog of zinsbegoocheling zou noemen. Gregorius IX schrijft aan de Christenwereld dat Franciscus door een uitwerking van Gods scheppende almacht tijdens zijn leven de wonderteekenen in handen, voeten en zijde heeft ontvangen. In 1256 schrijft Alexander IV dat hij den berg Alverna onder zijne bijzondere bescherming neemt wijl deze bezocht door de Seraphijnen, als ware het een Calvarieberg voor het westen mocht worden. Ten slotte

ocr page 102

92

bepaalde Benedictus XI dat het feest der indrukking van de wonderteekenen in het lichaam van den H. Franciscus jaarlijks den 17 September gevierd zou worden in alle huizen der Orde welke bepaling doer Paulus V werd uitgestrekt voor de geheele kerk. De berg Alverna toont den ontelbaren pelgrims een marmeren steen waarop met groote letters gegrift staat: „Hier hebt Gij, o God, Uwen dienaar Franciscus met de teekenen der Verlossing voorzien.

TIENDE HOOFDSTUK.

De Heilige verliet thans den Alverna om zich wederom naar Assisië te begeven. Krachteloos zijnde had hij een lastdier noodig, bij voorkeur een ezel, welke hem levendig herinnerde aan den glorievollen intocht zijns Meesters te Jerusalem. Onmogelijk was het den nederigen man zich aan de eerbewijzen der menigte te onttrekken, overal aanschouwde men in hem het beeld van den Gekruiste en met een geestdrift het zuiden eigen, vereerden zij zijne wonden en kusten zijne handen.

Te Portiuncula teruggekeerd verblijft hij aldaar niet lang, want met zijn Meester mocht ook hij uitroepen Sitio; Ik heb dorst naar het heil der zielen. Tengevolge der wonderteekenen aan zijne voeten kon hij moeielijk loopen, maar lijdend en half dood liet hij zich dragen door dorpen en gehuchten om het volk tot liefde voor het kruis op te wekken. Zijn ijver kende geen grenzen en overal wilde hij den fakkel des geloofs doen branden. Onvermoeid zag men hem ondanks zijn uitgeputte krachten soms op een enkele dag vijf a zes dorpen doortrekken. Wanneer de heilige door Toscane trekkende te Bagnorea

ocr page 103

93

gekomen was ten jare 1225, bood men hem een kind aan van deugdzame en adellijke ouders wat opgegeven was en den dood nabij. Zij hadden Franciscus leeren kennen die door geheel Italië als Heilige vereerd werd, indien nog iets baten mocht, dan moest hij het kind redden terwijl de moeder de belofte deed, dat indien het kind mocht beteren zij het aan de Orde van Franciscus zou toewijden. De Heilige begint te bidden, God verhoort zijnen dienaar en het kind is volkomen genezen, het kind dat aan de Orde toegewijd reeds bij zijn wondervolle genezing van Franciscus zelf den naam van Bona-ventura mocht ontvangen, het kind dat eenmaal dooide geheele kerk zou worden gekend als Kardinaal bisschod van Albano, als Leeraar, als Heilige.

Bij de groote vermoeienissen van het Apostolisch leven kwamen vreeselijke kwalen. Drie onverzoenbare vijanden tastten hem tegelijk aan: oogziekte, leverziekte en maagkwalen hadden hem sinds lang geplaagd maar nu waren zij met vereende krachten op hem gevallen en hadden hem tot volstrekte rust veroordeeld. Teruggekeerd in Assisie werd zijn lichaam weldra een geraamte gelijk. Wanneer hij op zekeren dag tot den hemel bad niet om de gezondheid maar om geduld en onderwerping hoorde hij deze stem van den hemel „Franciscus wat beteekent „de wereld zelfs al ware alles van 't fijnste goud in „vergelijking met de glorie en de rijkdommen van het „Paradijs. En wanneer nu smart en lijden het middel is „om tot dat glorie rijk te komen. Zoudt gij dit dan niet „blijmoedig verduren?quot; „Voorzeker, Heer, met de groot-„ste vreugde!quot;

Zijn Vicaris-generaal Broeder Elias die te Toligno in 1224 in een droomgezicht had vernomen dat zijn Vader

ocr page 104

94

niet langer dan twee jaar meer leven zou deed evenwel alles om het lijden van den Heilige te verzachten maar zonder eenig gunstig gevolg, weshalve men besloot den zieke naar Rieti te brengen alwaar een beroemd oogen-docter gevestigd was. Paus Honorius III bevond zich aldaar met zijn hof en Pranciscus eerste verlangen was Christus Plaatsbekleeder te gaan groeten. De bisschop die plaats bood hem gastvrij zijn paleis ten verblijve aan. Minnaar der muziek vroeg hij eens terwijl hij vreeselijk door zijn leverziekte gekweld werd dat zijn medgezel de harp zou bespelen en wanneer deze de opmerking maakte. „Maar Vader ik vrees ergenis te geven wanneer de leeken een monnik zien met een speeltuig in de handquot; wist hij gaarne dit offer te brengen en rijk werd hij beloond toen in den volgenden nacht een engel hem verscheen met een speeltuig in de hand die hem ruimschoots kwam vergoeden hetgeen hij den vorigen dag volgaarne had geofferd. Rieti genoot overvloedig van zijn zegenrijk verblijf aldaar. De geneesheer welke Pranciscus trouw had ter zijde gestaan en met liefde alles aangewend wat de kunst vermocht, zag zich, ofschoon hij niet het minste loon ontvangen wilde, rijk beloond want een nieuw door hem gebouwd huis geraakte vol scheuren en dreigde in een te stortten. In een der reten plaatste hij een haarlok van den zieke. Zijn vertrouwen werd door een wonder beloond, want den volgenden morgen waren alle spleten verdwenen en stond het huis ongeschonden. Een veepest, die groote geesel der landbouwers, was te Rieti uitgebroken. Een der boeren neemt wat water waarmede de heilige zich de handen had gewas-schen en besproeit daarmede zijn veestapel en allen zijn oogenblikkelijk genezen welk voorbeeld door alle andere

ocr page 105

95

nagevolgd dezelfde heilzame uitwerkingen mocht ondervinden. Men raadde Franciscus aan naar Sienne te gaan waar een nog mildere natuur hem misschien kon helpen maar ook dit verblijf was vruchteloos en met den dag zag men zijn einde meer nabij, zoodat besloten werd tot den terugkeer naar Assisië waar men opgetogen was van vreugde toen zij Bernardone's zoon wederom binnen haar muren mocht begroeten en dat lichaam door de wonden geheiligd door zoovele andere steden vurig begeerd, als een kostbaren schat mocht bewaren. Het bisschoppelijk paleis stond dan ook voor hem open. Zijn ziekte nam nu hand over hand toe, zoodat hij zijn broeders rondom zich liet komen en gelijk eertijds Jacob zijne zonen hun zijn vaderlijke zegen schonk. Ook vergat hij zijn beminde dochters niet van het St. Damianus klooster en Clara met hare gezellinnen zond hij zijn dierbaren zegen ten afscheid.

Nog een gunst vroeg hij zijne broeders dat zij hem naar de kerk Maria der Engelen toegewijd, zouden bren. gen, daar toch waar hij zijn voortreffelijke roeping had ontvangen wilde hij ook zijn leven eindigen. Volgaarne werd aan dit verlangen voldoening gegeven en op een rustbed neergelegd, droegen de Broeders hem naar zijn dierbaar Portiuncula. Midden in de vlakte richtte hij zich op en terwijl hij met den linkerarm op een der Broeders steunt heft zijnen rechter zich op om plechtig Assisië voor het sterven zijn zegen te schenken. Aangekomen ter plaatse waar hij begeerde te sterven voorspelde hij zijn nabijzijnden dood, maakte zijn testament zegende zijne broeders ontdeed zich van zijn habijt om alles aan zijne Bruid „de armoedequot; te schenken terwijl hij vol vreugde een geleend kleed aannam wat men hem aanbood. Het

ocr page 106

96

was nu 2 October. De volgende dag, Zaterdag, de dag toegewijd aan de koningin des Hemels wier nederige dienstknecht en vurige vereerder hij was, vroeg hij de laatste H. Sacramenten te mogen ontvangen en hield zich nu uitsluitend met den dood bezig. De plaats waar men de boosdoeners strafte en onthalsde, wees hij aan als de plaats waar zijn lichaam moest worden begraven. Nu keert hij in zich zelf, alles was gereed voor de groote reis, thans kon hij veilig rusten. Tegen den avond riep hij nogmaals al zijn Broeders rondom zich en vermaande hen trouw de armoede, het geduld en de liefde tot God te onderhouden. Vervolgens zegende hij hen en sprak: „Vaartwel mijne kinderen ik laat u achter in de vreeze des Heerenr blijft daarin immer volharden en blijft getrouw aan uwen heiligen Kegel. Ik ga thans naar God, maar ik ga met blijdschap en vertrouwen, want geheel mijn leven heb ik met al de krachten mijner ziel zijn Heiligen wil getracht te volbrengen.quot; Eindelijk verzocht hij, dat men hem 's Heeren lijden uit het Evangelie van den H. Joannes zou voorlezen en wanneer hij met stille aandacht geluisterd had naar de liefde en het lijden van zijnen Meester hief hij zelf met stervende stem den 141'quot;' psalm aan.

Ik heb mijn stem verheven tot den Heer, mijn stem verheven om Zijn hulp in te roepen.

Ik stort mijn bede uit voor zijn aanschijn en aan Hem klaag ik mijnen nood.

Als mijn geest in mij hezrvijkt dan kent Gij toch mijne wegen.

Op het pad dat ik ga hebben sij mij een verborgen strik gespannen.

ocr page 107

97

Ik sla het oog ter rechterzijde en zie; maar niemand kent mij.

Het vluchten is voor mij verloren, en niemand is bekommerd voor mijn leven.

Tot ü roep ik, o Heer! Ik zeg: mijn hoop zijt Gij, mijn deel in 't land der levenden.

O let toch op mijn smeeken want ik ben in diepe verdrukking.

lied mij van- mijne vervolgers want zij zijn mij te machtig.

Voer mij uit den kerker om uwen naam te loven. De rechtvaardigen wachten dat gij mij zult vergelden.

Nu sloot zich zijn mond voor eeuwig. Zijn schoone ziel vlood naar God. Het was den 3quot; October een uur na Zonsondergang en de hemel had de woorden gehoord Welaan gij goede en getrouwe dienstknecht omdat gij over weinig zijt getrouw geweest zal ik U over veel stellen, ga binnen in de vreugde des Heeren.

ELFDE HOOFDSTUK.

De Goddelijke Zaligmaker had geleerd: Die zich vernedert, zal verheven worden eu nimmer is dit woord, letterlijker vervuld dan in Franciscus, die in zijn leven de glorie veracht had.

Op 'toogenblik, dat hij sterft, komt een vlucht leeuwerikken zich op de kerk van Maria der Engelen plaatsen, en zij zongen zoo lustig en vroolijk, alsof zij de kroning van Franciscus in den hemel aanschouwden. Groot en talrijk, waren de eerbewijzingen, zijn lichaam geschonken. Met kostbare kruiden gedekt en een nieuw habijt ge-

H. Franciscus. 6

ocr page 108

98

kleed werd het ten toon gesteld aan de vereering van het volk. Gedurende den nacht zongen de kloosterlingen, leden van de 'derde Orde en vrienden van den Heilige zonder ophouden psalmen en lofzangen bij zijn gestorven lichaam, en men moest meer denken aan het feest van een Engel dan aan de begrafenis van een mensch. De 4 October was aangebroken, en de kostbare schat zou aan den schoot der aarde worden toevertrouwd. Geheel Assisie was tegenwoordig; een ontelbare menigte van alle kanten van ümbrië samengestroomd vulde de vlakte. Statig en ordelijk ging de stoet voort. De trompetters voorop, volgens plaatselijk gebruik, daarna de geloovigen met olijftakken, vervolgens de Broeders met brandende toortsen in de hand. Twee overheidspersonen en twee Franciscanen droegen het dierbaar overschot op hunne schouders. De geestelijkheid van Assisie en omstreken sloot den stoet met het zingen van psalmen en kerkelijke gebeden. Men nam niet den kortsten weg, maar het pad werd gevolgd dat naar het klooster van Clara leidde. In deze kerk werd het lijk een wijle neergezet opdat Clara's dochters nog een oogenblik het zielloos doch verheerlijkt lichaam van Franciscus zouden kunnen aanschouwen. Clara ofschoon ernstig ziek, sleept zich voort tusschen de armen der zusters en is de eerste om het lijk van haren dierbaren Vader te vereeren en zijn wonden te kussen. Zij doopt eenig linnen in het bloed dat uit de wonden vloeit en neemt in allen eerbied de juiste maat van het lichaam opdat zij in 't koor der zusters eene ware afbeelding van den Heilige zou kunnen plaatsen. Zij werd gevolgd door alle zusters. Geheel Assisie was in tooi van slingers en versieringen en de weg tot aan de kerk van den H. Georgius was als 't ware in een

ocr page 109

99

bosch herschapen. Uit eerbied voor den laatsten wil huns Vaders hadden de Broeders noch uiterlijken praal noch grafschrift op zijn rustplaats gemaakt, doch God zou dit alles ruimschoots vergoeden, immers er staat geschreven : die zich vernedert zal verheven worden. Nauwelijks is het graf gesloten of het wordt een brandpunt van bovennatuurlijke wonderkracht en bij gevolg een ware beevaartsplaats. Een meisje van Assisie heeft het hoofd monsterachtig gedraaid op de schouders, zij komt bij het graf en is genezen. Een oud man die zich eertijds onder de vrienden van Franciscus mocht tellen is sinds vijf jaar met blindheid geslagen; hij begeeft zich naar zijn graf en is eenklaps genezen. Te Capua valt een kind spelende in de rivier en verdrinkt. Een groote menigte stroomt te zamen rondom het lijk van het kind en door de buitengewone smart des vaders bewogen roepen allen, zelf Joden die er bij tegenwoordig waren den Heilige aan van Assisie en aanstonds keert het kind tot het leven weder, dat als gunst verzoekt naar het graf gebracht te worden van den Heilige, zijn redder en weldoener. Te Pennaco zit eene moeder bij 't treurig overschot van hare eenige dochter te schreien; zij verzet zich met kracht en geweld tegen de begrafenis, zoo zeker rekent zij op de hulp van den H. Franciscus die_ haar vertrouwen dan ook niet beschaamt; Hij verschijnt haar en geeft haar het meisje levend terug.

Is Franciscus redder der lichamen na zijnen dood, hij zal nog veel meer het heil der jdelen bewerken. Te Monte Marano sterft eene vrouw en reeds is de geestelijkheid bijeen om haar uitvaart te houden. Eensklaps richt zij zich op , wenkt een der aanwezige priesters, haar bloedverwant en fluistert hem toe: „mijn Vader

ocr page 110

100

ik wensch te biechten, ik was reeds veroordeeld tot de eeuwige straffen, omdat ik een groote zonde had verzwegen ; maar dank aan den H. Fra.nciscus dien ik mijn gansche leven keb vereerd en aangeroepen en door wien ik thans deze gunst van God verkrijg zoodra gij mij hebt gehoord en van mijne zonden ontbonden, zal ik in de eeuwige rust terugkeerenquot;. En gelijk zij gezegd had geschiedde, zij keerde terug in de eeuwige rust, maar nu in de liefde en vrede des Heeren.

In Italië, Frankrijk en Duitschland volgden de wonderen welke door de voorbede van den H. Franciscus gewerkt waren, elkander met spoed op. In 1228 gelastte Gregorius IX dat men het proces der heiligverklaring zou aanvangen, hetgeen zeer gemakkelijk ging daar allen nog leefden die den Heilige van nabij hadden gekend en de mirakelen nog schitterden, welke door zijne bemiddeling geschied waren. Reeds den 16 Juli van hetzelfde jaar werd Franciscus geplaatst in de rij der Heiligen, toen de Fans zich in groote plechtigheid naar Assisië had begeven om de heiligverklaring af te kondigen in de rijk versierde kerk, alwaar zich het graf van den Heilige bevond. Omgeven door kardinalen, bisschoppen, gemijterde abten, priesters en ontelbare leden der Orde, beklom Gregorius, die langen tijd als kardinaal beschermer dei-Orde geweest was, na een vurig gebed zijn troon en wilde hij zelf den lof van den Heilige verkondigen, geen ander denkbeeld ontwikkelende dan het beeld ontleend aan de H. •Schrift: „Gelijk de schitterende zon heeft hij geschitterd in den tempel des Heerenquot;. Een diepe stilte volgde het woord des Pausen en eveneens bleef dit heerschen toen de kardinaal het proces der wonderen

ocr page 111

101

voorlas, immers het meerendeel der aanwezigen waren getuigen geweest dier mirakelen.

Nu sprak de Paus met gevouwen handen en de oogen ten hemel gericht: „Tot glorie van den Almachtig en God, Vader, Zoon en 11. Geest, van de Allerheiligste Maagd Maria en van de H. Apostelen Petrus en Paulus en ter eere van de heilige Boomsche kerk — hebhen loij besloten, na ingewonnen raad van du kardinalen en andere prelaten, den Allerheilig sten Vader Franciscus, door God verheerlijkt in den hemel, door ons vereerd op aarde, op de lijst der Heiligen te plaatsen. Zelf hief hij den heerlijken lofzang Te T)eum aan, om,God te danken voor de glorie aan zijnen dienaar geschonken welke met uitbundige vreugde door de geheele Kerk werd voortgezet. Zoo werd ten volle het woord vervuld van de H. Schrift: „die zich vernedert zal verheven wordenquot;.

Mocht den leidsman, door Paus Leo XIII der bedorven wereld gegeven, worden begrepen en gevolgd, mochten allen gelijk Hij door zelfverloochening en nederigheid het vuur der Goddelijke liefde in zich zien ontvlammen om zoo de algemeene schipbreuk te ontkomen en waardig te zijn Hem te volgen, wiens voorbeeld tot veilige gidse in dit leven werd genomen.

EINDE.

ocr page 112
ocr page 113
ocr page 114
ocr page 115
ocr page 116
ocr page 117
ocr page 118