ocr page 1
ocr page 2

r

ocr page 3
ocr page 4

~----•—------

T

- .'.l; ■ • • ■• '•• • • ••-•'• '-'3 ;.«( '■■• - .. •• .

hquot;'

;'p=

■■■4

ocr page 5

■'BRIEF

(ICTLEIDING, LES 1 EN 2)

van den

VOLLEDIGEN LEERCÜRSUS IN BRIEVEN

ou

ZONDER ONDERWIJZER, UITSLUITEND DOOR EIGEN OEFENING, GEMAKKELIJK EN SPOEDIG

DE ENGELSCHE TAAL

VOLGENS DE REGELEN DER SPRAAKKUNST EN DEN BESCHAAFDEN OMGANGSTOON TB LEEREN SCHHIJVEN EN SPREKEN.

NAAR DE METH0DK-LAN6ENSCHEIDT TOOR NEDERLANDERS BEWERKT

doob

SERVAAS DE BRUIN. BIbliottieek

DERDE DRUK. HIÉDERBROEDERS

WbbKI.

INLEIDING.

De see, die de Engelschman met trots het bolwerk van zijn vaderland noemt, is niet altijd in staat geweest zijnen geboortegrond als het ware met een ringmuur afgesloten te houden van de overige wereld; integendeel, juist die afgezonderde ligging der Britannische eilanden heeft menigmaal in vroegere eeuwen gelukzoekers en avonturiers aangelokt om zich derwaarts te begeven, en reeds in de vroegste tijden de waarheid bewezen van de stelling, dat het water niet dient om de volken van elkander afgescheiden te houden, maar veel meer als een middel om hen met elkander in aanraking te brengen.

Onder al de aanvallen en overweldigingen, waaraan Britannië heeft blootgestaan, zijn er echter slechts twee van zoodanig duurzamen invloed geweest, dat het voornaamste kenmerk der natie, namelijk de Taal, daardoor eene in het oog loopende wijziging, ja, men kan veilig zeggen eene herschepping ondergaan heeft. De Celtische taal der oorspronkelijke bewoners van Britannië had zich, in weerwil van al de insluipselen, die het gevolg waren van de Romeinsche en Deensche invallen in het land, krachtig staande gehouden tot omstreeks de helft der vijfde eeuw van onze jaarteli ng;

niet bestand echter was zij tegen den machtigen aandrang der Angelsaksen, die toen het land overweldigden, en wier taal van dat oogenblik af de heerschende werd, terwijl het Celtisch werd verdrongen naar het uiterste noorden en westen, zooals dan ook nog op den huidigen dag tongvallen (dialecten) daarvan worden aangetroffen, te weten: het Gaëlisch in de Schotsche hooglanden, het Welsh of Cymriseh in Wallis, het Ersisch of fersch in Ierland. Dat zijn de kleine resten van de eertijds in Britannië heerschende taal. Het geheele land onderging door de Angelsaksen zulk eene diep-ingrijpende, algeheele verandering, al wat Celtisch was werd derwijze verdrongen en vervangen door het Angelsaksische element, dat de tegenwoordige Engelschen nog met ophef spreken van „om/* Saxon forefather^ onze Saksische voorvaderen, en dat de zeden des volks nog geheel en al den stempel dragen van de Saksische herkomst. Ook de volkstaal, draagt dien stempel op in het oog loopende wijze; en zelfs de taal der beschaafde standen (hoezeer die, meer dan in eenig ander land van Europa, met bereidwilligheid vreemde bestanddeelen in zich opgenomen heeft en nog opneemt) is niettemin voor meer dan de helft samengesteld uit woorden, die van Saksischen oorsprong zijn.

Ook de Nederlandsche taal (eigenlijk niets anders dan het Hollandsch) heeft denzelfden oorsprong, ontstaan gelijk zij is uit eene samensmelting van de taal der oude Saksen met die der oude Franken. En het natuurlijk gevolg daarvan is, dat men bezwaarlijk een Engelschen volzin van eenige uitgebreidheid zal aantrefien, zonder daarin te ontmoeten Woorden van geleken oorsprong als de Hoilandsche.

Servaai dê Bruin, Engehche Taal. X

ocr page 6

De tweede gebeurtenis, waardoor de Engelsche taal (zooals die zich sedert de helft der vijfde eeuw had ontwikkeld als Angelsaksisch, dat wil zeggen als een tongval van den Germaanschen taalstam) eene diep-ingrijpende verandering ondergaan heeft, was de Normandische verovering in het jaar 1066, met andere woorden de overweldiging van Engeland door de in een gedeelte van Frankrijk (in Normandijë) gevestigde Noormannen. De Fransche tongvallen waren destijds nog scherp van elkander onderscheiden, en niet, gelijk thans het geval is, versmolten tot eeue taal. Het Normandische Fransch was dus de tongval, die met de verovering van 1066 in Engeland kwam; en ofschoon aanvankelijk slechts door de aanzienlijken en door de ambtenaren gesproken, drong deze taal van lieverlede meer en meer door in alle volksklassen: zoodoende werd uit het Normandische Fransch en het Oud-En gels ch een mengelmoes geboren, dat zich allengs ontwikkeld heeft tot een der schoonste en rijkste talen van den aardbol, na-meliik het Engelsch, zooals het heden ten dage gesproken en geschreven wordt.

Uit het hiervoren gezegde zal iedereen al dadelijk de gevolgtrekking kunnen maken, dat ieder, die goed Hollandsch kent, daarin eenen machtigen steun moet vinden bij het aanleeren van de Engelsche taal; en dat die studie nog in hooge mate vergemakkelijkt wordt door eene genoegzame ervarenheid in het Fransch.

Wanneer men daarbij voegt, dat de groote moeielijkheden, welke bij de meeste talen in de Vormleer bestaan, bij het Engelsch nagenoeg geheel en al verdwijnen, — dit wil zeggen, dat de veranderingen, waaraan (in de meeste talen) vele woorden in zeer vele gevallen onderhevig zijn, in het Engelsch bijna niet worden aangetroffen, ~ dan komt men tot de slotsom, dat er geen vreemde taal is, die de Nederlander zich zóó gemakkelijk kan eigen maken, als het Engelsch.

Om intusschen iedereen te vrijwaren tegen teleurstelling dient hier dadelijk bijgevoegd : dat het Engelsch in één opzicht alle andere talen in moeielijkheid overtreft — en dat ééne punt is de uitspraak. Tusschen het geschrevene woord en het gesprokene bestaat in het Engelsch meestal zulk een hemelsbreed verschil, dat het niet zelden voor den oningewijde onmogelijk is in die twee hetzelfde woord te herkennen.

Lang heeft men gemeend, dat deze moeielijkheid niet anders te overwinnen was dan door gebruik te maken van mondeling onderwijs. Doch de leerwijze, die wij, naar den invoerder, „Methode-Langenscheidtquot; noemen, heeft die meening op eene gelukkige wijze gelogenstraft; en de schitterende uitkomsten, met deze „Leermethode zonder onderwijzerquot; verkregen door duizenden bij duizenden, hebben door geheel de wereld de waarheid doen erkennen van de voorheen ongeloofelijke stelling: Men kan vloeiend en zuiver Engelsch leer en spreken, zonder de hulp van iemand, alleen door eigen studie.

Het eenige, waarop ik nadrukkelijk opmerkzaam moet maken, is het volgende: Men moet, met deze methode, beginnen van meet af aan, zelfs al heeft men reeds eenige vorderingen in het Engelsch gemaakt volgens eene andere leerwijze.

Al heeft men nog nooit eene letter Engelsch onder de oogen gehad, vindt men in dezen leer-cursus alles wat men noodig heeft om zich, zonder onderwijzer, volkomen in de Engelsche taal te bekwamen, mits men slechts deze 2 punten in het oog houde: 1°. niets, letterlgk niets over te slaan, al vond men iets nog zoo overtollig; en 2°. al de oefeningen juist zóó te maken, als ze in deze methode zijn voorgeschreven,

en nimmer een haarbreedte van het voorgeschrevene af te wijken.

Houdt men dit een en ander in 't oog, en stelt men zich heilig ten regel, nooit aan een volgenden brief te beginnen voordat men den vorigen volkomen begrepen en ingestudeerd heeft, dan kan men zich ook verzekerd houden, bij eene studie van een paar uren geregeld eiken dag, aan 't einde van dezen cursus van 18 brieven in staat te zullen zijn: 1°. alle'gewone Engelsche boeken, tijdschriften, couranten en brieven vlot te lezen; 2°. eigene gedachten gemakkelijk in het Engelsch op papier te brengen; en 3°. met beschaafde Engelschen als welopgevoed mensch een gesprek aan te knoopen en gaande te houden.

Yraagt men bewijs? Nu reeds is een Derde druk noodig; en zij, die zich van de twee eerste drukken goed bediend hebben, kunnen het bewijzen, dat ieder, die dezen cuisus van 18 brieven trouw volgens de voorschriften ten einde heeft gebracht, in staat is Engelsch te lezen, te schrijven, te verstaan en te spreken.

Ik zou niet alzoo de loftrompet durven steken over dezen arbeid, indien ik er niet bij kon voegen, dat mij daarvan volstrekt geen eer toekomt, daar ik niets anders gedaan heb, dan dit uitmuntende werk naar mijn beste vermogen toegankelijk te maken voor iD\jne landgenooten. SERVAAS DE BEUIN.

ocr page 7

le L

Men kan op eig

liet Engelsche Alphabet.

[§ 1.] Het Engelsche alphabet, met dezelfde letterteekens geschreren als het Hol-landsehe, bestaat uit de volgende letters, waarvan wij de Engelsche namen cursief gedrukt daaronder plaatsen, terwijl wij in de volgende paragrafen dienaangaande de noodige ophelderingen zullen geven.

Aa, Bb, Cc, Dd, Ee, Ff,

ee bi si di i èf

Gg, Hh, li, Jj, Kk, LI,

dzji eeisj ai dzjee kee el

Mm, N n, O o, Pp, Q q,

em èn oo pi Jcjoe

Rr, Ss, Tt, Hu, Vv,

aar h ti joe vi

W w, X x, Y y, Z z.

dubljoe èks wwai zèA

[§ 8.] Van die letters heeten de n, e, i, o en u „vocalenquot; of „klinklettersquot;; de orerige worden „con-onantenquot; of „medeklinkersquot; genoemd; alleen de y is nu eens „vocaalquot;, dan eens „consonantquot;.

De klinkletters (vocalen) worden aldus genoemd, omdat ze een klank vertegenwoordigen op zich zeiven, daar ze uitgesproken kunnen worden zonder nevenklank, zonder de hulp van eene andere letter (a, e, t, o en u = ee, i, ai, oo, joe), terwijl de medeklinkers of consonanten niet uit te spreken zijn zonder de hulp van eene vocaal, bij voorbeeld: I/, c, d, ƒ, i = bi, si, di, èf, kee, enz.

Aanmerkingen. — 1) De vocalen in de Engelsche taal worden, even als in het Hollandach, nu eens lang, dan eens kort uitgesproken, waaromtrent in beide talen nagenoeg dezelfde regels gelden, daar ze, ook in het Engelsch , alleen staande of aan hel einde eener lettergreep meestal de lange, en gevolgd door ééne de lettergreep sluitende consonant meestal de k o r t e uitspraak hebben. ,— 2) Wanneer wij van vocalen spreken bedoelen wij de letterteekens; dezelfde vocalen hebben echter in het Engelsch een geheel anderen klank dan in het Uollandsch. Daarentegen worden dezelfde vocaal-k 1 a n k e n in het Engelsch veelal door geheel andere letterteekens vertegenwoordigd dan in het Hol-landsch. — 8) Bg de afbeelding van de uitipraak der woorden zullen wy in het

ES.

veel, als men slechts een goed vertrouwen heeft me volharding, W. vün Humboldt,

woord zelf een toonteeken (') plaatsen achter die lettergreep, op welke de klemtoon gelegd moet worden.

[§ 3.] Eene verbinding van twee vocalen, die zóó snel na elkander moeten worden uitgesproken, dat ze tot één lettergreep samensmelten, draagt den naam van „tweeklankquot; of „diphthongquot;; b. v, in ons woord „huisquot; vormen w en i den tweeklank ui. Ook de Engelsche taal heeft zulke tweeklanken, die echter van de Hollandsche geheel en al verschillen, hetzij wat den klank aangaat, hetzij wat betreft de letterteekens, waardoor ze vertegenwoordigd worden. Het eenige, dat hier voorloopig deswege aangestipt dient te worden, is; dat de tweeklanken in de uitspraak altijd lang zijn,

[§ 4.] In de Engelsche woorden:

name (spreek uit: „neemquot;), dat is: naam, en ass ( „ „ : „aasquot;), „ „ ezel, heeft de Engelsche letter a eens den klank der Hollandsche scherp-lange ee, en eens den vollen, zwaren klank der Hollandsche aa. ')

Hetzelfde letterteeken heeft dus, in het Engelsch, niet altijd denzelfden klank.

Terder vindt men in de Engelsche woorden:

no (spreek uit: „nooquot;),'neen,

hoat (spr. „ „bootquot;), boot,

foe (spr. „ „fooquot;), vijand,»

Mul (spr, „ „soolquot;), ziel,

how (spr. „ „booquot;), boog,

vijf verschillende letterteekens, namelijk o, oa, oe, ou, ow, die alle vijf denzelfden klank, namelijk den Hollandschen klank oo vertegenwoordigen.

Dezelfde klank wordt dus, in het Engelsch, niet altijd vertegenwoordigd door hetzelfde letterteeken, In de Engelsche woorden:

eight („eetquot;), acht, cal/ („kaafquot;), kalf,

treft men consonanten aan, die in het geheel niet uitgesproken worden.

Er zijn dus letterteekens, die, in het Engelsch, niet altyd worden uitgesproken, dat wil zeggen letters, die in sommige woorden stom

') Zie hetgeen over dien klank „aquot; door om gezegd wordt ia { 48.


ocr page 8

— 4 —

[§ S.] Uit eene verdere rergelijking Tan de beide talen blijkt, dat de Ëngelsche taal verscheidene klanken heeft, die in de Hollandsche taal niet worden aangetroffen; en omgekeerd, dat ook in het Hollandsch ettelijke klanken voorkomen, die men nooit in het Engelseh aantreft.

[§ 6.] De Hollandsche klanken, die in de Ëngelsche taal niet bestaan, zijn:

1) De lange vocaal-klank „uquot;, zooals wij dien laten hoeren in de woorden „burenquot;, duwenquot;, „muzequot;, enz. (Over den korten vocaal klank „uquot;, als in het woord „nutquot;, zie § IB.) Het Engelseh mist ook den klank „enquot;, zooals wij dien hebben in „beuiquot;, „peultjequot;, „veulenquot;, enz. (Over den Engelschen klank „euquot;, die eenige overeenkomst heeft met den Hollandschen in de woorden „sleurquot;, „scheurquot;, enz. zullen wij spreken in § 21). Wijders zijn de Hollandsche tweeklanken „eiquot; en „uiquot; aan het Engelseh ten eenen-male vreemd. (Over de Ëngelsche klanken, die daarnaar zweemen, zie §§ 18 en 19). He Hollandsche drieklanken bestaan in bet Engelseh niet.

2) De consonanten-klanken „chquot;, „gquot;, „rquot; en „wquot;, zooals wij die laten hooren in de woorden „sleclitquot;, „goedquot;, „stortquot; en „welvaartquot;. (Over den Engelschen klank der „rquot; volgt het noodige in de §§ 32 en 33; en over den Engelschen klank der „wquot; wordt gehandeld in § 36.)

N. B. Over de Ëngelsche klanken, die in de Hollandsche taal niet voorkomen, volgen de noodige ophelderingen in den verderen inhoud dezer les.

[§ 9.] Om de Ëngelsche klanken te lee-ren kennen, zullen wij eerst eenen blik werpen op de vocaal-klanken en tweeklanken.

Als eigenlijke grondvocalen hebben jiij in het Hollandsch:

= a, e, i, o, u. =

Onze „uquot;-klank alleen uitgezonderd (zie N0. 1 van § 6) ontmoeten wij dezelfde klanken in het Engelseh, ofschoon de klank „oquot; de eenige is, die in de Ëngelsche en Hollandsche talen door hetzelfde letterteeken vertegenwoordigd wordt (zie§ 1). Over een geheel bijzonderen klank, die door het Ëngelsche letterteeken „uquot; vertegenwoordigd wordt, zie § 22.

[§ 8.] De klank „aquot; komt in het Hollandsch lang en kort voor: 1) lang als dubbele a („aaquot;) met een of meer consonanten achter zich, b. v. „»»1quot;, „maanquot;, „paardquot;; of enkel („aquot;) als sluitletter eener lettergreep, b. v. „kwa-menquot;; — 2) kort als enkele „aquot;, gevolgd door een of meer consonanten, b. v. „kwamquot;, „halsquot;, „hartquot;.

In het Engelseh is wel een klank, die naar den korten a-klank zweemt (zie § 14);

doch als regel kunnen wij stellen, dat in het Engelseh slechts de lange klank der „aquot; voorkomt. In de afbeelding, die wij van de Ëngelsche uitspraak geven, zullen wij dien klank voorstellen door:

= aa =

b. v. ha (haa), ha; ah (aa), ah; calm (kaam), kalm.

[§ 8.] De klank „equot; (zie de noot onder § 11) komt in het Hollandsch lang en kort voor: 1) lang als „dubbele equot; („eequot;) of ook enkel („equot;) als scherplange sluitletter eener lettergreep, b. v. beer, be-zem; — 2) kort als enkele „equot; met een of meer consonanten achter zich, b. v.: bel, fel, zet.

Ook in het Engelseh ontmoeten wij den klank „equot; lang en kort; wij zullen die tweeërlei „equot;-klanken afbeelden aldus: = lang: ee =,

— kort: è =

(vergelijk tevens § 14).

Dienovereenkomstig lette men wel op het verschil tusschen lang en kort bij het uitspreken van de volgende, twee aan twee onder elkander geplaatste, Ëngelsche woorden :

ale (eel), ale lace (lees), band,

ell (el), el; less (les), minder;

shade (sjeed), schaduw, hail (beel), borg-shed (sjèd), vergieten; tocht.

hell (bel), bel;

hail (heel), heil I mZp (seel), verkoop, hell (hel), hel; sell (sèl), verkoo-

pen;

date (deet), datum, fane (peen), glas-deht (det), schuld; ruit,

pen (pen), schrijfpen.

[§ lO.] De klank „lquot; bestaat in het Hollandsch lang en kort: 1) lang enkel („iquot;) als sluitletter eener lettergreep, en verlengd („iequot;) wanneer er een of meer consonanten op volgen, b. v.: Mimi, Simon , Sophia, en tien, zien, gierst; — 2) kort als enkele „iquot; in dezelfde lettergreep gevolgd door een of meer consonanten, b. v. ik, pik, wild, list.

In het Engelseh wordt de klank „iquot; insgelijks lang en kort aangetroffen; wij zullen die klanken afbeelden aldus: = lang: ie, als een consonant volgt = = lang: i, als geen consonant volgt = = kort: i =.

Men lette wel op het verschil in de uitspraak van onderstaande woorden:

scene (siea), tooneel, each (ietsj), elk, sin (sin), zonde; itch (itsj), jeuken; meal (miel), maal, bean (bien), boon, mill (mil), molen; bin (bin), kist;

lt;) Ëngelsche bienoor.'


ocr page 9

_ 5 —

heap (hiep), hoop eat (iet), eten, (opgehoopte menigte), it (it), het; hip (hip), heup;

beech (bietsj), beu- seek (siek), zoeken,

keboom, sick (sik), ziek;

bilch (bitsj), teef;

heel (hiel), hiel, keen (kien), fel,

hill (hil), heuvel; kin {kin), maagschap; sheep (sjiep), schaap,

ship (fjip), schip.

[§ II.] De klank „oquot; is in het Hol-landsch tweeërlei namdijk lang en kort: •) 1) Lang als sluitletter eener lettergreep, b. t. : bo-ter, scho-tel, zo-nen: of verdubbeld („ooquot;) als er een of meer consonanten op volgen, b. v.; boot, schoot, zoon, kroost; — 2) kort als enkele „oquot;, gevolgd door een of meer consonanten, b. v.: pot, lot, schot, zot.

In het Engelsch bevinden wij hetzelfde, en wij zullen dus den klank „oquot; der En-gelsche woorden aldus afbeelden.

= lang: oo =,

= kort: o =.

Voorloopig kunnen wij hier volstaan met de volgende voorbeelden, om het onderscheid duidelijk te maken:

ode (ooil), ode, hope (hoop), hoop, odd (bd), vreemd; hop (hop), hop;

note (noot), nota, goad (Good), prikkel, not (not), niet; God (God), God;

cloak (klook), mantel,

clock (klok), klok.

[§ 18.] De klank „uquot; lang, gelijk reeds in § 6 gezegd is, bestaat in het Engelsch niet. Daar de letter „uquot; echter in vele talen (zooals Duitsch, Spaansch, Italiaansch, iiussisch, en eene menigte andere) haren oorspronkelijken klank heeft behouden, die overeenkomt met den Hol-landschen tweeklank „oequot;, zullen wij dien klank thans in beschouwing nemen, als hier op zijne ware plaats.

De klank „oequot; komt in het Hol-landsch eigenlijk nooit anders dan lang voor; met eene r als sluitletter achter zich, spreken wij den „oequot;-klank misschien iets langer uit, dan wanneer er eene scherpe consonant als sluitletter achter staat, met andere woorden: in vloer is de „oe '-klank

*) Even als de e is ook de o eigenlijk scherplang en zachtlang, scherpkort en zaehtkort; daar echter die schakeeringen, die ook voor het Engelsch opgegeven behoorden te worden, tot niets anders zouden leiden , dan tot bemoeie-lijking, hebben wij gemeend ons eenvoudig bij tweeërlei uitspraak fzoowel van o als van e) te moeten bepalen. Wat de o betreft zij alleen aangemerkt, dat de korte klank, zooals die in de Hollandsche woorden slof, dof , pof, mof, enz. gehoord wordt, bij de Engelsche uitspraak zorgvuldig moet worden vermeden. De korte o in Engelsche woorden klinkt gelijk in de Hollandsche woorden lof, hof, kof, nortch , enz.

misschien iets gerekter dan in toep, doch dit is aan de r toe te schrijven, die ook in het Hollandsch als eindletter eenigszins de eigenschap heeft, waarover wij in § 32 zullen spreken wat het Engelsch betreft.

In de Engelsche taal daarentegen komt de klank „oequot; wel degelijk tweeërlei voor, namelijk lang en kort: 1) Lang als in de Hollandsche woorden vloer, boer, roer, toer; — 2) kort klinkt de Engelsche klank „oequot; nog iets korter dan in het Hollandsche woord soep; eigenlijk zou men bijna kunnen zeggen: in het Engelsch klinkt de korte „oequot;-klank niet veel „oequot;-achtiger dan de zachtkorte „oquot;-klank in de Hollandsche woorden dof, mof, pof, slof. Men zal het naast bij de ware uitspraak komen, als men de Engelsche korte „oequot; uitspreekt nog korter, nog minder vol, dan de Hollandsche „oequot; in „soepquot;.

Ter onderscheiding van den langon en korten ,,oequot;-klank der Engelschen zullen wij die afbeelden aldus:

= lang; oe —,

= kort: 6e =.

Voorbeelden:

fooi (foei), gek, pool (poel), poel,

full (foei), vol; pull (poel), rukken.

[ï IS.] Een geheel eigenaardige klank in het Engelsch komt in het Hollandsch niet anders voor dan hier en daar als plattelands-tongval. Het is één klank, waarbij de mond zich opent als om den vollen ,,aaquot;-klank uit te spreken, terwijl het stemgeluid slechts een doffen „ooquot;-klank voortbrengt, waarbij nogtans de mond geopend blijft als wierd werkelijk de ,,aaquot;-klank voortgebracht. Wanneer wij de zachtkorte „oquot;-kl»nk der Hollandsche woorden dof, mof, pof, slof, in plaats van kort, zeer gerekt en lang uitspreken, daarbij, zoodra wij den klank beginnen voort te brengen, den mond iets wijder openende dan zulks voor den zachtkorten of doffen „oquot;-klank noodig is, zullen wij den Engelschen klank vrij wel nabootsen. Daar het strikt genomen eene „aquot; is, die, eer zij ter wereld komt, in eene „oquot; verandert, zullen wij dien klank afbeelden aldus: = ao =.

Om het verschil duidelijk te maken tuj-schen dezen klank, en dien der lange ,,ooquot; en der scherpkorte „oquot;, dienen de volgende voorbeelden:

fait (faol), vallen, laid (baold), kaal, foal (fooi), veulen; bold (boold), stoutmoedig;

caZi (kaok), kalfaten, vanght (naot), niet?, coke ikook), coke (uit- note (noot), nota,

gestoomde steenkool) not (not), niet;

cock (kok), haan;

aught (aot), iets,

oat (oot), haver.


Jquot; H

.1

ocr page 10

[§ quot;-I In het midden tussohen „aquot; en ( „equot; ligt in verscheidene talen (Duitsch, Deenach, Zweedsch, enz.) een klank, die afgebeeld wordt met hel letterteeken „aquot;, overeenstemmende met het Latijnsehe letterteeken „sequot;. Die klank komt den korten „e'^klank zoo nabij, dat zelfs verscheidene woorden, welke in de opgenoemde levende talen met „aquot; gespeld be-hooren te worden, menigmaal worden aangetroffen eenvoudiglijk gespeld met eene „equot;. Nog sterker springt dit in het oog, wanneer men ziet bij hoe menigen Latijnschen naam, die met „aequot; geschreven wordt, ia het Fransch dat letterteeken wordt veranderd in „equot; met het zware toonteeken (met het accent grme, aldus: „èquot;), b. v.: Megsera, Mcgère, terwijl bij vele andere Latijnsehe woorden die „tequot; kortweg door de Franschen in „equot; wordt veranderd, b. v.: Quaestor, Cluesteur; zoodat wij de beoefenaars van deze lessen op geen al te verkeerden weg zouden leiden, wanneer wij hun alle dusdanige Engelsche woorden eenvoudiglijk leerden uitspreken met den klank der korte „equot;, zooals die gehoord wordt in de Hollandsche woorden hemd, pen. Doch in het Engelsch heeft die „aquot;-klank dit eigenaardige, dat hij iets meer, dan in de andere genoemde talen, naar de ,,aquot; overhelt, zoo zelfs, dat in sommige streken van Engeland die uitspraak geheel en al den korten „aquot;-klaak wordt; b. v. het Engelsche woord „manquot; (hetzelfde woord als het Hollandsche „manquot;) wordt daar juist als in het Hollandsch uitgesproken, met den korten ,,aquot;-klank man. Dit is intusschen, onthoud dit wel, niet de beschaafde Engelsche uitspraak, en moet derhalve zorgvuldig worden vermeden.

Nu zouden wij gaarne als regel opgeven, dat alle Engelsche woorden, die gespeld worden met het leUerteeken „aquot; eu eene de lettergreep sluitende consonant achter zich, overal waar de uitspraak dier „aquot; door ons wordt afgebeeld met het letterteeken van den korten „equot;-lclank („èquot;), iet of wat langer gerekt en voller uitgesproken behoort te worden dan de korte „equot;-klaiik in andere woorden, die niet met het letterteeken „aquot; gespeld zijn; b. v.:

man (men), man,

zal iets gerekter en voller worden uitgesproken, dan

men (mèn), mannen.

Dezulken echter, voor wie, na het bovengezegde , het onderscheid nog niet volkomen duidelijk is, zullen het verstandigst doen, ah ze den korten „èquot;-klnnk overal zonder onderscheid uitspreken als in de Hollandsche woorden pen en hemd, waar-' mede zij aan niemand aanstoot zullen geven.

Wij laten hier eenige vergelijkende voorbeelden ter opheldering volgen, zijnde al het bovengezegde van toepassing op het eerste woord van ieder drietal.

lad (lèd), knaap, shall (sjèl), zal,

lade (leed), beladen, shale (sjeel), schil, lead (lèd), lood; shell (sjèl), schelp;

man (mèn), man, toi^(bèDd), band,

mane (meen), maan baned (beend), ver-

(van leeuwen, enz.), giftigd,

men (mèn), mannen; i5ék(/(bèud), buigen;

lass (les), meisje, mat (mèt), mat, lace (lees), veterband, mate (meet), maat, less (lès), minder; met (mèt), ontmoet.

[§ 15.] De korte klank „uquot;, zooals wij dien in de Hollandsche woorden nut, dun, gunnen, enz. laten hooren , wordt ook in het Engelsch aangetroffen, doch heeft tweeërlei uitspraak, al naar gelang hij voorkomt in eene lettergreep, waarop de klemtoon valt, of wel in eene lettergreep, die toonloos is. — 1) met den klemtoon klinkt de korte „uquot; in het Engelsch veel meer naar den „oquot;-klank zwee-mend, dan in het Hollandsch. Als de Engelsehen die korte „uquot; uitspreken is het alsof zij den klank in het achtergedeelte van den mond van hunne tong afwerpen in hunne wang, terwijl de Hollanders den korten „uquot;-klank uitstooten over den tip van de tong. — 2) in toonlooze lettergrepen is de korte „uquot; bij de Engelschen bijna stom, en wordt bijna niet gehoord.

Die korte „uquot;-klank, hetzij met klemtoon hetzij toonloos, zal door ons afgebeeld worden met een gewoon letterteeken, aldus:

1) Voorbeelden ter vergelijking van den korten „uquot;-klank met den korten,,oquot;-klank: luck (Ink), geluk, dull (dul), dom,

lock (lok), slot; doll (dol), pop; gun (Gun), geweer , hut (hut), hut,

gotie (ebn), gegaan; hol (hot), heet;

bug (buo), weegluis, lust (lust), belustheid, boy (hoG), moeras; lost (lost), verloren.

2) Voorbeelden van den korten „uquot;-klank in toonlooze lettergrepen:

motion (moo'-sjnn, moosjn), beweging,

nation (nee'-sjun, neesjn), natie.

[§ 16.] De toonlooze ,,equot; klinkt in het Hollandsch bijna als de helft van den korten „uquot;-klank, b. v. het woord bedremmeld wordt bijna uitgesproken als stond er bnd-drèm'-muld. Dienzelfden klank heeft de toonlooze ,,equot; in de Engelsche taal, en wordt aangetroffen in het voorwoordje (prefix) be, alsook in het achtervoegsel es, waarmede sommige woorden hun meervoud vormen. Daar deze klank in het Engelsch volkomen overeenstemt met dien in het Hollandsch, zullen wij er


ocr page 11

in de afbeelding yan de uitspraak der woorden geen ander letterteeken voor bezigen ; om echter den beoefenaar steeds opmerkzaam te maken, waar hij te doen heeft met zulk eene toonlooze „equot;, zullen wij overal eene cursief-letter daarvoor gebruiken, aldus:

Voorbeelden:

htloxo (be-loo'), beneden,

Jishes (fisj'-éz), visschen.

Na het boven gezegde begrijpt ieder, dat die woorden uitgesproken moeten worden bijna aldus: bul-loo', tisj'-uz.

Het tot dusverre orer de vocaalklanken in de Engelsche taal gezegde bijeentrekkende, bevinden wij dertien zulke klanken, namelijk:

lang: aa, ao; kort: u;

lang en kort: e, i, o, oe; toonloos: e en u.

Nu rest ons nog, de tweeklanken (diphthongen) in beschouwing te nemen.

In de Ëngelsche taal worden de tweeklanken nu eens vertegenwoordigd door één vocaal-letterteeken, terwijl daarentegen sommige enkele vocaal-klanken vertegenwoordigd worden door twee vocaal-letter-teekens. Na het reeds in § 3 gezegde moeten wij nog doen opmerken, dat een enkele vocaal-klank steeds dezelfde blijft, al wordt die in de uitspraak nog zoo lang gerekt, terwijl daarentegen een tweeklank (zooals trouwens de naam reeds aanduidt) in de uitspraak een tweeledigen vocaal-klank laat hooren, waarvan het tweede gedeelte slechts vluchtig gehoord wordt, slechts zeer kort aanhoudt, zoodra het eerste gedeelte, dat betrekkelijkerwijze lang aangehouden wordt, daarin wegsmelt of overgaat. Om die reden hebben wij dan ook den klank „oequot; gerangschikt (§ 12) onder de enkele vocaal-klanken, daar bij het voortbrengen van dien klank het scherpste oor geen overgang zal kunnen opmerken van de eene vocaal in de andere. Die overgang is daarentegen duidelijk hoorbaar in de Hollandsche tweeklanken „eiquot;, „auquot;, „ouquot;; bij de uitspraak van elk dier diphthongen is deze bijzonderheid duidelijk: wanneer ik die zoodanig wil uitspreken, dat de klank, op het horloge af, één minuut cn twee seconden aanhoudt, dan zal (om „eiquot; tot voorbeeld te uemen) gedurende de geheele minuut, dus gedurende zestig seconden de korte „èquot;-klank hoorbaar zijn, en eerst by de eenenzestigste seconde de „iquot;-klank hoorbaar worden. Met de beide andere diphthongen („auquot; en „ouquot;) heeft hetzelfde plaats; waarbij alleenlijk opmerking verdient, dat de „uquot; daarbij niet gehoord wordt met den langen klank dien zij in het Hollandsoh heeft (zie § 6), maar wel met den langen klank, die oorspronkelijk in de meeste Europeesche talen door het letterteeken „uquot; vertegenwoordigd is (zie § 12). Overigens herhalen wij het reeds boven gezegde, dat van eiken tweeklank het tweede gedeelte zeer kort, het eerste gedeelte langer aanhoudt.

[§ 18.] De tweeklink „aiquot;, bijzonder aan het Engelseh eigen, wordt ook in het Hollandsch aangelroffen. Iemand, die in de duisternis tegen eene openstaande deur aanloopt, wiens vinger onverwachts in de klem geraakt, die onverhoeds (niet figuurlijk, maar lichamelijk) op de teenen getrapt wordt, zal aan de onaangename gewaarwording, die zulk eene verrassing bij hem teweegbrengt, lucht geven met den uitroep „ai 1quot; Ziedaar in een» de juiste uitspraak van den Engelscheu tweeklank „aiquot;, zijnde vluchtig den klank der korte „aquot; , zooals in ons woord „panquot;, welke vluchtige „aquot;-klank dadelijk overgaat in den klank der „iquot;. NB. Men zorge dus wel, dat men dien klank nimmer uit-spreke met den klank der lange „aaquot;, zooals wij dien hooren in „Aaiquot; (de samentrekking van „Ariequot;); want deze uitspraak zou onvergeeflijk verkeerd zijn.

Terwijl wij, in onze afbeelding van de uitspraak, dezen klank zullen aanwijzen met bet letterteeken

= ai =,

moeten wij nog doen opmerken, dat die klank in het Engelseh in vele woorden door verschillende letterteekens vertegenwoordigd wordt, gelijk de volgende voorbeelden doen zien:

I (ai), ik, lie (lai), lengen,

high (hai), hoog, shy (sjai), schuw, height (bait), hoogte, eye (ai), oog.

[§ 1».] De tweeklank „iiquot;, bijzonder aan het Engelseh eigen, wordt in sommige streken der Nederlanden slechts als provincialismus gehoord, en is dan eene verbasterde, platte, breede uitspraak van den „uiquot;-klank, zoodat de woorden buik, buiten, uit worden uitgesproken als boik , boiten, oit. Wat in het Hollandsch echter voor een wanklank geldt, is ia het Engelseh een beschaafde tweeklank. Wanneer gij oplet, dat in den Hollandsehen drieklank „ooiquot; de lange „ooquot; vluchtig gehoord wordt en overgaat in de „iquot;; doch ge neemt dan, in plaats van die lange „ooquot;, den klank der korte „6quot; uit ons woord lot, dan zult gij, als die korte „bquot;-klank dadelijk overgaat in den klank van „iquot;, de juiste uitspraak van den Engelschen tweeklank „biquot; hebben gevonden. Het komt er echter vooral op aan, den juisten klank der korte „oquot; aan te slaan, open en helder gelijk in lot (en volstrekt niet dof gelijk ia ons woord lomp); daarom


ocr page 12

zullen wij dien klank afbeelden aldus:

Voorbeelden zijn:

oil (bil), olie, boy (boi), jongen.

hoü (bbil), koken , toy (toi), speelgoed.

[§ SO.] De tweeklank „baquot; is in de Engelsche taal een klank, wel is waar minder open en helder dan de Hollandsehe „auquot;-klank, maar toch rolslrekt niet gelijkluidend met den Hollandschen „ouquot;-klank. Oai steeds te herinneren, dat de Engelsche tweeklank „ouquot; niet op den onzen gelijkt, maar meer naar onze „auquot; zweemt, zullen wij dien klank afbeelden aldus;

= ou =.

Voorbeelden:

cloud (klbud), wolk, plough (plbn), ploeg. count (kbunt), graaf, cow (kou), koe, house (hous), huis, owl (bul), uil.

[§ 21.] De tweeklank „enquot;, zoo als die in het Hollandsch bestaat, wordt in het Engelsch niet aangetroffen. Daarentegen hebben de Engelschen een klank. Teel minder gerekt veel minder zacht dan onze „euquot;, maar toch hemelsbreed Terschil-lend van den korten „uquot;-klank. Daar die klank uitsluitend Toorkomt in Engelsche woorden welke gespeld zijn met het letter-teeken „iquot;, geTolgd door het lettertee-ken „rquot;, gelooven wij zeer gemakkelijk een begrip Tan de ware uitspraak te kunnen geven, door dien Engelschen klank te Tergelijken met den (let wel: door „rquot; gevolgden) Hollamlschen tweeklank „euquot;. Neem de woorden Zear, sleur, verscheurd: niet zooals die misschien zullen worden uitgesproken, wanneer ze in een boek worden gelezen door een benepen nufje met een popperig stemmetje; want de halve „iquot;-klank, die er alsdan met eene Ter-waande samentrekking van de lippen achtergevoegd wordt, is niets anders dan eene verkeerde en bespottelijke uitspraak, die onkunde verraadt en afkeuring verdient: neen, neem die woorden, zooals ze in eene opwelling van verontwaardiging uitgesproken zullen worden door een beschaafd man, b. v.; „Kerel! stel mij niet andermaal te leur!quot; of „geen mannen Tan den ouden sleur op het kussen Iquot; of „ik heb zijn onbeschaamden brief Terscliemd Iquot; Vooral in het laatste woord „verscheurdquot; komt de „euquot;-klank zeer nabij aan de uitspraak Tan den Engelschen klank „euquot;, zoodat wij dien klank niet beter weten af te bei'lden, dan met een vet letterteeken = en =.

Als voorbeelden geven wij hier de volgende Engelsche woorden:

bird (benrd), Togel, shirt (sjenrt), dirt (denrt), vuil, hemd,

gird (Geard) omgorden, third(UtearA), mirk (memrk), donker, derde.

[§ SS.] Behalve de reeds genoemde tweeklanken heeft de Engelsche taal nog eenen klank, die nu eens vertegenwoordigd wordt door het Engelsche letterteeken „uquot;, dan eens door „uequot;, dan weder door „uiquot;, dikwijls ook door „ewquot;. Wij bedoelen den klank „]oequot; in de Engelsche taal, Tolkomen overeenstemmend met de uitspraak der letterteekens „joequot; in het Hollandsehe woord „gfjoelquot;, waarom wij dien klank zullen afbtelden aldus:

= joe (lang); joe (kort; vergelijk § 12) =.

Voorbeelden:

duke (djoek), hertog, suit (sjoet), aanzoek,

due (djoe), verschuldigd, dtw (djoe), dauw, use (joes), nut; gebruik. [§ S3.] Hebben wij bij de toelichting der vocaal-klanken zooveel mogelijk getracht het groote onderscheid te doen uitkomen tusschen lange en korte, zoo dienen wij ons bij de verklaring aangaande de ConsonaDteD-klanken in de eerste en voornaamste plaats er op toe te leggen, om duidelijk het onderscheid te doen opmerken tusschen harde of scherpe consonanten, en zachte; waarom wij allereerst, paar aan paar, die consonanten zullen behandelen, die, als zacht en hard of scherp, grond opleveren ter vergelijking.

De Nederlander is maar al te zeer geneigd om de zachte consonanten aan het einde, en in sommige gevallen zelfs aan het begin, der woorden hard of scherp uit te spreken; zoo zegt men veelal niet: ik heb, maar; ik hep; riet; dood, maar: doot; Tandaar zelfs ons Tan vlug afkomstige woordje fluks; en, hoewel iedereen zeven zegt, en de ware spelling van 10 X 7 xeventig is, toch de algemeen als geldig geijkte uitspraak «eventig. NB. Die verwarring van zacht en hard mag in het Engelsch nooit plaats hebben; en de groote moeielijkheid om Engelsch te leeren spreken ligt voor den Nederlander niet zoo zeer in het nabootsen van vreemde klanken, die geheel en al nieuw voor hem zijn, als wel hierin, dat hij zich niet genoeg weet los te maken van het bij hem als het ware ingewortelde aanwensel, de zachte consonanten aan het einde en somwijlen zelfs lan het begin der lettergrepen hard uit te spreken, t er w ij 1 in het Engelsch de zachte consonanten aan het einde der lettergrepen even zacht uitgesproken moeten worden als wanneer de lettergreep er mede aanvangt.

Ten einde op dit gewichtige punt de


ocr page 13

— 9 —

aandacht Tan den beoefenaar steeds levendig te bouden, zullen, bij de afbeelding der uitspraak, de zachte eind-consonanten, overal waar opgelet dient te worden om het bedoelde gevaar te vermijden, met vette letten gedrukt staan.

[§ ««•] De beide consonanten, waarmede de Hoüandsche woorden „Itootquot; en „pootquot; aanvangen, zijn bij de uitspraak alleen hierdoor onderscheiden, dat de adem, die de onderlip van de bovenlip verwijdert, langzaam en zacht uitgestuwd wordt bij de „bquot;, en daarentegen s c h i e 1 ij k en hard bij de „pquot;. Voor het overige is de beweging der spraak organen bij de zachte consonant „bquot; volkomen deselfde als bij de harde consonant „pquot;.

Deze twee klanken, die wij afbeelden met = b en p =,

treffen wij aan in de volgende Engelsche woorden, die wij paar aan paar onder elkander plaatsen. Wij moeten echter hierbij , alsook voor de in (leze les nog volgende paragrafen, de opmerking maken, dat het geenszins in onze bedoeling ligt, den beoefenaar die woorden van buiten te laten leeren. Wij geven die slechts als voorbeelden ter vergelijking, ten einde zoodoende des te duidelijker het verschil te doen uitkomen tusschen den klank eener zachte en dien eener harde consonant.

balm (baam), balsem,

palm(paam), palm; beak (biek), bek, peak (piek), piek; by (bai), door, pie (pai), pastei; , bas» (bees), baars,/ pace (pees), voet»'

bee (bi), honigbij, pea (pi), erwt;

beach (bietsj), strand, peach (pietsj), perzik; bile (bail), gal,

pile (pail), stapel; bound (bound), gebonden pound (pound), pond;

cab (kèb), huurkoetsje, cap (kep), muts; cub (kub), jong, welp, bulb (bulb), bloem-cup (kup), kopje; bol,

pulp (pulp), vleezig gedeelte van ooft.

[§ SS.] De zachte aanvangsklank van het woord „dopquot; onderscheidt zich van den harden aanvangsklank in het woord „topquot; slechts hierdoor, dat bij „dquot; de tong langzaam, bij „tquot; daarentegen snel van de bovenste tanden teruggetrokken wordt. Daar dé meeste Nederlanders in hunne moedertaal tegen dit verschil tusschen zacht en hard zondigen, wat deze twee consonanten betreft, zullen wij een ruimeren voorraad Engelsche voorbeelden ter vergelijking geven, terwijl wij die beide consonanten-klanken zullen afbeelden met = d en t =.

^ £ Ui*

tl JL1

bale (beel), baal, pale (peel), bleek;

oJyl I £ t-i v ? «

(foe (doo), ree, lad (sèd), treurig,

toe (too), teen; sat (set), zat;

dusi (dusk), schemering, side (said), zijde, tusk (tusk), slagtand; kant,

sight (sait), gezicht ;

dun (dun), manen, God (ood), God, tun (tun), ton; got (Got), ge

kregen ;

down (dbun), neder, heed (hied), be-tourn (loiin), stad; hoedzaamheid,

heat (hiet), hitte; iioW(boold),stoutmoedig, nod (nod), hoofd-boll (boolt), grendel; knik,

knot (not), knoop; had (bed), gehad, need (nicd), be-hat (hèt), hoed; hoefte,

neat (niet), net; hid (hid), verborgen, seed (sied), zaad, hit (hit), raak; seat (siet), zetel,

zitplaats;

laid (leed), gelegd, led (lèd), geleid, late (leet), laat; let (let), verhuurd;

lid (lid), deksel, tide (taid), getij,

lit (lit), verlicht; vloed,

tight (tait), eng; made (meed), gemaakt, mad (mèd), krank-male (meet), maat; zinnig,

mat (mèt), vloermat;

deed (died), daad,

teat (tiet), tiet.

36.] Iedere Nederlander kent in zijne moedertaal het verschil in uitspraak tusschen „chquot; en „gquot;: de „chquot; is het letterteeken van eenen scherpen of harden keelklank, terwijl diezelfde klank, doch veel zachter, wordt vertegenwoordigd door het letterteeken „gquot;. In het woord laclien is die klank scherp, in het woord lig-gen ontmoeten wij dien klank in beide de lettergrepen zacht. In het Hollandsch staat dus de klank der zachte „gquot; tot dien der scherpe „chquot; in dezelfde verhouding, als de zachte „dquot; tot de harde „tquot;, en als de zachte „bquot; tot de scherpe „pquot;.

In het Engelsch is de „gquot; insgelijks het letterteeken voor eenen zachten klank; die klank is echter niet, gelijk in het Hollandsch, eene zachtere uitspraak van onzen scherpen „chquot;-klank, maar staat tot den harden klank der „kquot; in dezelfde verhouding, als de „dquot; tot de „tquot;, en als de „bquot; tot de „pquot;.

Voor hen, die reeds Fransch geleerd hebben, zal die uitspraak der „gquot; als eene zeer zachte „kquot; volstrekt geen moeielijk-heid meer opleveren. En om hen, die geen Fransch geleerd hebben, niet te vermoeien met eene beschrijving, welke kunstmatige beweging der tong en verdere spraak-organen vereischt wordt om dien


ocr page 14

1 ,■

— 10 —

eigenaardigen „gquot;-klank Toort te brengen, zullen wij alleen dit zeggen: ieder, die begrijpt op welke wijze het onderscheid in de uitspraak verkregen wordt tnsschen „tquot; en „dquot; of tusschen „pquot; en „bquot;, zal ook gemakkelijk begrijpen, dat de hier bedoelde „g'Mdank wordt voortgebracht door eene slechts geringe mate der inspanning, die van de spraak-organen gevorderd wordt om den klank der „kquot; voort te brengen. Om nu den beoefenaar der Engelsche taal steeds opmerkzaam te houden op dezen geheel bijzonderen klank Tan het letter-teeken „gquot;, zullen wij dien klank afbeelden met het letterteeken „gquot; , welk let-terteeken dus zal aanduiden, dat de „gquot; moet worden uitgesproken als eene uitermate zachte „kquot;. Het verschil in de uitspraak van = g en k = zal wel geen verdere opheldering behoeven. De volgende voorbeelden mogen dienen ter vergelijking:

gain (Geen), winst, good (Goed), goed, cane (keen), rotting; could (koed), konde; glad (Glèd), blijde, gum (Glim), gom,

clad (klèd), gekleed; come (kum), gekomen; glass (Glaas), glas, dog (kloG), klak, das» (klaas), klasse; overschoen,

doek (klok), klok ; ghost (Goost), geest, bug (buG), weegluis, coast (koost), kust; buck (buk), bok;

goat (Goot), geit, bag (beG), zak,

coat (koot), rok; back (bek), rug;

goal (gooI), doel, dug (due), gedolven, coal (kool), kool; duck (duk), eend; hog (hoG), varken,

hoek (hok), Hochheimer (eene soort Eijnwijn).

[§ S7,] De zachte klanken „bquot;, „dquot;, „gquot;, en de harde klanken „pquot;, „tquot;, „kquot;, die wij in de §§ 24—26 paar aan paar hebben leeren kennen, hebben ons doen zien, dat van ieder dier drie paren de beide klanken worden voortgebracht door dezelfde beweging der spraak-organen, alleen met dit verschil, dat de kracht en snelheid van die beweging voor de harde klanken grooter zijn dan voor de zachte.

Wij gaan thans over tot de zachte en scherpe consonanten-klanken, die voortgebracht worden door eene langzame of schielijke uitstnwing van den adem; deze klanken zullen wij in beschouwing nemen paar aan paar, terwijl voor de beide klanken van ieder paar de stand der spraak-organen dezelfde blijft.

[§ 89.] De naar hét zachte geluid der „wquot;-klank zweemende zachte klank „vquot; en de scherpe klank „fquot;, zooal? wij dien laten hooren in de woorden „vierquot; en „fierquot;, worden voortgebracht als men de lucht, dat is den adem, uitstuwt tusschen de lippen door. Geschiedt dit langzaam, dan ontstaat de klank „tquot;, geschiedt het snel, dan ontstaat de klank „fquot;. Bij het Toortbrengen van den „Tquot;-klank wordt tevens de onderlip iet of wat meer onder de bovenlip getrokken, dan bij den „fquot;-klank het geval is.

Voor de Engelsche uitspraak van den zachten klank „vquot; en den scherpen klank „fquot; gelden volkomen dezelfde regels als bij de Hollandsche uitspraak, zooclat wij die twee klanken zullen afbeelden aldus: = v en f =.

Voorbeelden:

mm (ven), spellewagen, vat (vet), vat, fan (fèn), waaier; fat (fèt), vet;

vain (veen), ijdel, vault (vaolt), ge-fain (feen), gaarne ; welf,

fault (faolt), fout; vile (vail), gemeen, Jive (faiv), Tijf,

file (fail), Tijl; fife (faif), fluitje;

leave (lie*), verlof, save (seev), be-leaf (lief), blad; houdens,

safe (seef), Teilig; of (bv), van, ')

ójf (of), af.

[j SS.] Om in het woord seizoen die „squot; en „zquot; uit te spreken, wordt de tong beide keeren tegen de bovenste tanden aangebracht: den eersten keer wordt dan de lucht (de adem) snel en met kracht uitgestuwd tusschen de tong en de bovenste tanden door, en zoodoende brengt men den scherpen klank „squot; voort; den tweeden keer heeft die uitstuwing op gelijke wijze plaats, maar langzaam en met minder kracht, en zoodoende krijgt men den zachten klank „zquot;.

Volmaakt dezelfde klanken, die wij dus zullen afbeelden met

= z en s =,

ontmoeten wij ook in het Engelsch, waarvan de volgende woorden tot voorbeeld: zeal (ziel), ijver, zink (zink), zink,

seal (siel), zegel; sink (sink), zinken; his (hiz), zijn, maize (meez), maïs, hiss (his), sissen; mace (mees), foelie; pease (piez), erwten, use (joez), gebruiken, peace (pies), vrede; use (joes), gebruik.

J§ SO.] Er is in het Hollandscli een woord in gebruik , dat aan het Fransch ontleend is, doch slechts met eene jammerlijk geradbraakte vocaal-uitspraak het burgerrecht in onze taal heeft verkregen. Iedere goede huismoeder weet te beoordeelen of er nit een stuk rundvleesch veel of weinig „zjeuquot; zal braden; iedere dienstbode, die zich aan de saus van het gebraden vleesch vergrijpen wil eer zij die naar binnen l) Wanneer o/als woord alleen staat, wordt het uitgesproken „övquot; ; doch als toonlooze lettergreep van een woord heeft of bijna altijd den klank „uvquot;.

J-


ocr page 15

brengt, zal «lechts wat Tan het bovenste er afscheppen, want om de „ijeuquot; maalt zij niet; zelfs de meeste kinderen aan tafel hebben liefst wat veel van boven af, en niet te veel „ijeuquot; — ieder kent dus dat woord „zjeuquot; (het Fransche jus), zoodat niemand eene kunstmatige uitlegging noodig heeft om te weten hoe de klank „zjquot; in dat woordje uitgesproken wordt.

Een ander woord, insgelijks aan het Fransch ontleend, is in onze taal almede algemeen genoeg bekend: het beduidt een onderscheidingsteeken, dat door de officieren gedragen wordt; in het Fransch heet het écharpe, en het heeft in het Hollandsch burgerrecht verkregen, gespeld en uitgesproken „sjerpquot;. Ook omtrent de uitspraak van dien klank „sjquot; is het geheel overbodig iets te zeggen, daar iedereen het woord kent.

Daar nu die beide klanken, die als zacht en scherp tegenover elkander staan, ook in het Engelsch worden aangetroffen, doch in die taal vertegenwoordigd door andere let-terteekeus, zullen wij bij het afbeelden van de uitspraak die twee klanken aanduiden aldus = zj en sj =,

en hier eenige Engelsche woorden als voorbeelden ter vergelijking laten volgen: evasion (e-vee'-zjun), ontwijking, comhination (kóm'-bi-neequot;-sjun), vereeniging; decision (de-sia'-zjun), beslissing,

mission (mis'-sjun), zending;

cohesion (koo-hi'-zjun), samenhang,

motion (moo'-sjun), beweging;

confusion (kon-fjoe'-zjun), verwarring, diminution (dim'-in-joequot;-sjQn), vermindering.

[§ 31.] Zij, die behept zijn met het spraakgebrek, dat den naam draagt van „lispenquot;, laten bij de uitspraak der in § 29 behandelde klanken van „zquot; en „squot; den tip van de tong, in plaats van dien tegen de rij boventanden te houden, tus-schen de beide rijën tanden glijden. Hetgeen bij die personen een ongelukkig spraakgebrek is, is juist hetgeen wij thans als een der moeielijkste oefeningen aan de beoefenaars der Engelsche uitspraak moeten trachten in te prenten. Men plaatst het tipje van de tong losjes tus-schen de beide rijën tanden, derwijze, dat men, als men voor eenen spiegel gaat staan, slechts even het puntje van de tong zien kan; en terwijl de tong in dien stand geplaatst is, wordt de lucht (de adem) uitgestuwd tusschen de boventanden en de tong door. Op die wijze wordt als van zelf de klank voortgebracht, die door het Engelsche letterteeken „thquot; vertegenwoordigd is, en waarvan de uitspraak, hoe schijnbaar gemakkelijk ook, een der zwaarste moeielijkheden oplevert, welke zij, die Engelsch willen leeren spreken, te overwinnen hebben. Ook deze consonanten-klank komt tweeërlei voor, namelijk zacht en scherp, al naar gelang de lucht (de adem) langzaam of schielijk tusschen de tong en de boventanden uitgestuwd wordt.

Wij zullen den zachtgelispten klank afbeelden met

- dh =,

en den scherpgelispten klank met = th =.

Om zich, van het eerste oogenblik af, aan de juiste uitspraak te wennen, houde men zich stiptelijk aan het hier gegeve-ne voorschrift; men oefene zich vlijtig in het uitspreken van die twee lisp-klanken, die wij afbeelden met „dhquot; en „thquot;, en plaatse zich bij die oefening telkens voor den spiegel, om zich te vergewissen of het tipje van de tong wel tusschen de twee rijën tanden door te zien komt. De lippen moeten daarbij wijd genoeg geopend zijn, zoo, dat ze de uitgestuwd wordende lucht geheel en al vrij laten doorgaan; want kwam de uitgestuwd wordende lucht (adem) met de lippen slechts even in aanraking, dan zou men, in plaats van een der gewenschte lisp-klanken, slechts een der in § 28 beschrevene klanken („vquot; of „fquot;) voortbrengen.

Voorbeelden voor den lisp-klank, zacht en scherp:

bathe (beedh), baden, soothe (soedh), sussen, bath (baaM), bad; »otóA(soelt;/lt;),waarheid; clothe (kloodh), klee-

den thine (dhain), van u,

cloth (klootó), laken; thin (thm), dun.

[S 88.] De uitspraak der letter „rquot; is in het Engelsch nagenoeg gelijk aan die in het Hollandsch: het is een trillende klank, die op tweeërlei wijze wordt voortgebracht, namelijk zacht en forsch.

De klank der „rquot; wordt zacht voortgebracht door den adem derwijze uit de keel uit te stuwen, dat het keel-lelletje er door in eene trillende of snorrende beweging gebracht wordt, zoodat de zachte „rquot;-klank geboren wordt onder het verhemelte, geheel achter in den mond. Dien zachten klank heeft de „rquot;, wanneer zij alleen staat als sluitletter eener lettergreep, en ook wanneer zij geplaatst is voor eenen (hetzij dan harden, scherpen of zachten) consonanten-k lank, die als slultklank der lettergreep voorkomt.

De klank der „rquot; wordt forseh voortgebracht , wanneer men met den adem, dien men uitstuwt, niet het keel-lelletje, maar den tip der tong in eene trillende of snorrende beweging brengt: daartoe kromt meu het vooreinde der tong om-


ocr page 16

hoog, in dier roege, dat zij met het tipje losjes het rerhemelte aanraakt, terwijl alsdan de lucht (de adem) met kracht voortgestuwd wordt. Den forschen klank, die zoodoende ontstaat, heeft de „rquot; als aanvangsletter eener lettergreep, en ook wanneer zij, in vereeniging met een of meer andere consonanten, een samenge-stelden consonanten-klank vormt als begin eener lettergreep.

Het bovengezegde is slechts de theorie van hetgeen iedereen weet, namelijk, dat de „rquot;-klank zachter trilt in de Holland-sche woorden „maarquot;, „kortquot;, dan in de woorden „raamquot;, trok; en dat in den mansnaam Reinier de aanvangs-„rquot; veel forscher snort dan de slttit-„rquot;.

Is dit onderscheid tusschen zacht en forsch reeds duidelijk merkbaar in het Hol-landsch, in het Engelsch is de trilling der zachte „rquot; nog veel zachter, terwijl de trilling der forsche „rquot; nog veel forscher is.

[§ 88.] Om den beoefenaar van de Engelsche taal steeds opmerkzaam te houden op die bijzonder zachte trilling der zachte „rquot; zullen wij die voortaan afbeelden met een cursiei-gedrukt letterteeken, terwijl 't gewone letterteeken de afbeelding zal zijn van den forschen „rquot;-klank; aldus; = r, zachttrillend =, = r, forschtrillend =. Voorbeelden:

zachte „rquot;. forsche „rquot;.

bare (beer), bloot, rag (rèo), lor, vod, bear (beer), beer, rack (rek), pijnbank; pair (peer), paar, rain (reen), regen, pear (peer), peer; rane (reen), rendier, bark (baark), boom- reign (reen), regee-

schors, ring,

park (paark), park; rein (reen), teugel; dear (dier), duur, rise (raii), opstaan, deer (dier), ree, rice (rais), rijst;

tear (tier), traan; robe (roob), japon, door (door), deur, rope (roop), touw; tore (toor), scheurde; bride (braid), bruid, hard (haard), hard, bright (brait), helder, hart (baart), hert, pride (praid), boog-heart (haart), hart; moed;

grain (Green), graan, card (kaard), kaart, crane (kreen), kraan; cart (kaart), kar; grape (oreep), druif, garb (oaarl»), gewaad, crape (kreep), krip; carp (kaarp), karper; prize (prai®), eere-

prys gt;

board (boord),8cheeps-price (prais), koop-

boord, prijs;

port (poort), haven; trade (treed), nering, horse (hors), paard; trait (treet), trek; bird (benrd), vogel; straight (street),

hart (heurt), kwetsen, recht.

zeer doen; strait (street), eng,

smal.

[§ 84.] Uit de klanken „dquot; en „tquot; (die wij in § 25 hebben besproken) en de klanken „zjquot; en „sjquot; (die wij behandeld hebben in § 30), worden in het Engelsch twee samengestelde klanken gevormd, namelijk : door de vereeniging van f'e zachte klanken „dquot; en „zjquot; ontstaat de zachte consonanten-klank „d*jquot;; en door de verbinding van den harden klank „tquot; met den scherpen klank „sjquot; ontstaat de scherpharde consonanten-klank

De zachte klank „dzjquot; wordt in het Engelsch hoofdzakelijk vertegenwoordigd door twee letterteekens: nu eens door eene „gquot;, dan weder door eene ,jquot;; ook niet zelden echter door „dgquot;.

De scherpharde klank „tsjquot; wordt in het Engelsch vertegenwoordigd nu eens door het letterteeken „chquot;, dan weder door „tchquot;.

Onder verwijzing naar hetgeen wij in de § § 25 en 30 hebben opgegeven zullen wij de thans bedoelde twee samengestelde klanken afbeelden aldus:

= dzj en tsj =.

Voorbeelden:

gin (dzjin), jenever, Jew (dzjoe). Jood, ckin (tsjin), kin; chew(tsjoe),kauwen;

edge (èdzj), kant, jest (dzjèst), scherts, zoom,

cheat (tsjest), kist; etch (ètsj), etsen;

grudge (Grudzj), large (laardzj), groot, wrok,

larch (laartsj), lorke- crutch (krutsj),

boom; kruk.

[§ 85.] Ieder Nederlander, die als kind geleerd heeft zijne moedertaal te spreken zonder gemaaktheid, ingebeeldheid, verwaandheid en kwasterij, zal in alle woorden, waarin de letters „ngquot; naast elkander staan, die twee letters niet elk afzonderlijk uitspreken, maar wel als ware „ngrquot; slechts het vertegenwoordigende letterteeken van één geheel eigenaardigen consonanten-klank '). In de woorden „bangquot;, ..lansquot;, „zangquot;, „zangerquot;, „zingenquot;, „vingerquot;, en eene menigte andere, wordt door „ngquot; die eigenaardige consonantenklank vertegenwoordigd, dien wij, even als in onze taal, ook in het Engelsch aantreffen.

In bet Engelsch echter vallen dienaangaande een paar bijzonderheden op te merken, waarvan, terwijl de eene voor ons, Nederlanders, eigenlijk niets hoegenaamd beteekent, de tweede daarentegen juist in het bijzonder aan den Nederlandschen be-

!) Het spreekt van zelf, dat wij hier bedoelen niet-samengestclde woorden, b. v.: in „aangaanquot;, „baan-geldquot;, „duin-grasquot;, heen-gaanquot; en in al dergelijke samengestelde woorden behoudt de „nquot; haren natuurlijken klank als sluitconsonant, terwgl ook de „gquot; met haren zuiveren keelklank moet worden uitgesproken.


ocr page 17

oefenaar moet worden aangewezen als eene gevaarlijke klip.

De eerste bijzonderheid ia deze; dat niet alleen de „gquot;, maar ook de „kquot; in het Ëngelsch de eigenschap heeft, om aan de „nquot;, die haar voorafgaat, den bovenbedoelden eigenaardigen „ngquot;-klank te geven, zoodat, b. v. het woord sink (zinken) wordt uitgesproken als sing met den slnitklank „kquot; er achter. Daar echter door die bijzonderheid aan de uitspraak eigenlijk niets hoegenaamd veranderd wordt, en ook de Hollandsche „nquot;, met eene „kquot; er achter, zich eenigszins als neusklank doet hooien, kunnen wij veilig als regel stellen dat de uitspraak van het letterteeken „nkquot; in het Engelsch juist is als in het Hollandseh.

Van meer gewicht is de andere bijzonderheid. In alle woorden, die afgeleid zijn van een éénlettergrepig woord, behoudt de .,ngquot; denzelfden eigenaardigen klank als in het grondwoord; doch in meerlettergrepige woorden, waarin de „nquot; aan het einde der eeue en de „gquot; aan het begin der volgende lettergreep voorkomt, ontvangt de „nquot; den eigenaardigen „ngquot;-klank, terwijl bovendien de „gquot; haren natuurlijken klank eener zeer zachte „kquot; behoudt (welken klank wij afbeelden met het letterteeken G; zie § 26).

Ter aanduiding van de juiste uitspraak zullen wij den eigenaardigen „ngquot;-klank afbeelden met datzelfde letterteeken, doch cursief gedrukt, om daardoor steeds de aandacht er op te vestigen, dat de uitspraak is gelijk die in het Hollandsche woord „lang-quot;. Voor den klank der „nkquot; zullen wij ons van geen bijzonder letterteeken bedienen, daar die klank in het Engelsch dezelfde is als in het Hollandseh.

Voor de uitspraak van

= ng en nk =

Tolgen hier eenige vergelijkende voorbeelden ;

bring (bri«^), brengen, rang (reng), klonk, brink (brink), rand; rank (rènk), rang; hing (sin;), zingen, thing [thing), ding, tink (sink), zinken; think (think), denken;

singer (sing'-er), zanger,

/Inger (ting'-aer), vinger,

linger [\\ng'-(ier), talmen.

[§ 88.] In § 28 hebben wij reeds aangestipt, dat de klank-der Hollandsche „wquot; nog zachter is dan die der Hollandsche „tquot;. Ik geloof niet dat één Nederlander in de uitspraak de woorden „willenquot; en „villenquot; met elkander zal verwarren.

In het Engelsch echter heeft de klank „wquot; iets geheel eigenaardigs — eene uitspraak, die zeer opmerkelijk Tan den Hollandtohen „wquot;-klank verschilt.

Om den juisten klank der Engelsche „wquot; voort te brengen, behoeft de Neder-landsche beoefenaar niets anders in acht te nemen, dan dit voorschrift: Zet uwen mond in de plooi alsof ge van plan zijt onze „oequot; uit te spreken, zooals we dien klank hooren in ons woord „oefeningquot;. Als nu uw mond precies in die plooi staat spreekt gij de „oequot; niet uit, maar integendeel onze Hollandsche „wquot;, die daardoor een kleinen aanslag zal hebben van de „oequot;: en d a t is de ware Engelsche uitspraak.

Wanneer de „wquot; in het Engelsch ver-eenigd voorkomt met eene „hquot;, laten Engelsehen, die hunne taal zuiver spreken , eene vluchtige uitademing hooren terwijl zij hunnen eigenaardigen „wquot;-klank voortbrengen. Dit is echter bijna onmerkbaar; en daar onze voorschriften dienaangaande voor den beoefenaar eerder een struikelblok zouden worden dan een richtsnoer, stellen wij hier liever als regel: van de Engelsche „whquot; heeft alleen de „wquot; haren natuurlijken Engelsehen klank, terwijl de „hquot; stom is, en dus niet gehoord wordt.

Om steeds de aandacht levendig te houden, dat de klank der „wquot; in het Engelsch voorafgegaan wordt door eenen lichten aanslag van onzen „oequot;-klank, zullen wij die uitspraak afbeelden met eene dubbele w, aldus

= ww =.

Op het bovengezegde, en op het in § 28 medegedeelde wijzende, stellen wij de volgende voorbeelden ter vergelijking:

fail (feel), falen, feel (fiel), voelen, veil (veel), sluier, veal (viel), kalfs-toail (wweel), weekla- vleesch,

gen, toeal (wwiel), wel-

whale (wweel), walvisch; zijn,

wheel (wwiel), wiel; file (fail), vijl, fine (fain), fijn,

vile (vail), gemeen, c!»e(vain),wingerd, wile (wwail), list, Kgt;i«e(wwain),wijn, while (wwail), poos; ic/«,se(wwain)1 janken.

[§ 3Ï.J Na dus paar aan paar de zachte en harde, de zachte en scherpe, de enkele en samengestelde consonanten-klanken te hebben behandeld, rest ons nog één eigenaardige consonanten-klank der Engelsche taal, namelijk

..yquot;-

Als vocaal hebben wij de „yquot; reeds in verscheidene woorden leeren kennen. Als consonant heeft zij den klank van de Hollandsche „jquot;, met eenen korten voorslag van „iquot;. Om dien klank af te beelden znllen wij ons eenvoudig bedienen

van bet letterteeken

= j =


ocr page 18

— u —

doch doen ten overvloede nogmaals opmerken , dat de korte voorslag „iquot; daarbij nooit vergeten mag worden.

Voorbeelden:

yard (jaard), el, ye» (jès), ja , yam (jaarn), garen, you (joe), gij,

ytar (jier)i jaal,i beyond(be-jbnd'), over, verder dan.

[§ 88.] De overige letterteekens, waarvan wij ons bij het afbeelden van de uitspraak bedienen, behoeven geenerlei toelichting, daar ze door ons gebezigd zullen worden met de onveranderde uitspraak, die zij in het Hollandsch hebben. De letterteekens „bquot;, „1quot;, „mquot; en „nquot; behouden hunnen aan iedereen bekenden klank; en van de letterteekens „qquot; en „xquot; zullen wij geen gebruik maken, daar we die ter bereiking van ons oogmerk gevoeglijker kunnen vervangen door „kwquot;, en door „ksquot; en „gzquot;.

[§ 39*] Wij willen nu nogmaals een blik werpen op de namen der letters in het Engelsche alphabet.

Onder de vocalen „aquot; (ee), „equot; (i), „iquot; (ai), „oquot; (oo), „uquot; (joe), „yquot; (wwai), is de „oquot; de eenige, die denzelfden naam draagt als in het Hollandsch.

De namen der consonanten zal men het gemakkelijkst onthouden naar de volgende rangschikking:

1) Er zijn er zeven, die in haren naam den langen vocaal-klank „iquot; laten hooren; „bquot; (bi), „cquot; (si), „dquot; (di), „gquot; (dzji),

.,Pquot; (PO. ..tquot; (ti), „vquot; (vi).

2) Bij twee ontmoeten wij den vocaalklank „eequot; in de benaming, te weten:

,jquot; (dzjee), „kquot; (kee).

3) Bij de volgende zes wordt de korte vocaal-klank „èquot; aangetroffen, vo(5r den consonanten-klank geplaatst, namelijk: „fquot; (èf), „1quot; (èl), „mquot; (èm), „nquot; (en),

„squot; (ès), „xquot; (èks).

Dan blqven nog slechts over: „hquot; (eetsj), waarvan de naam overeenkomt

met dien der Fransche „hquot; (asj). »qquot; (kjoe), welke naam eene samentrekking is van de Engelsche consonant „kquot; met de Engelsche vocaal „uquot; (joe). „tquot; (aar); zooals wij gezien hebben heeft de r, waarmede die benaming eindigt, eenen zeer zachten trilklank, „wquot; (dubl'-joe), die naam [double u) be-teekent „dubbele uquot;. Voorheen gebruikte men voor „uquot; en „vquot; hetzelfde letterteeken „Vquot;. Vandaar deze benaming; want de „Wquot; is niets anders dan eene dubbele „Vquot;.

„zquot; (zèd), voor welke letter ook wel de naam izzard (iz'-zerd) gebruikt wordt.

[§ 40.J De Engelschen spreken gewoonlijk met eene gcoote radheid van tong, ra worden dikwyli (door dezulken, die in hunne taal slechts weinig ervaren zijn) beschuldigd, dat zij, ten nadeele van de duidelijkheid, verscheidene lettergrepen nagenoeg geheel inslikken. Ieder, die echter meer van nabij met de Engelsche taal bekend wordt, zal van de Engelschen (althans van de beschaafde Engelschen) moeten getuigen , dat ze hunne taal oneindig duidelijker spreken, dan de Eranschen het Fransch. De Franschman, namelijk, legt over het algemeen den klemtoon op de laatste lettergreep der woorden, en meestal ook slechts op het laatste woord van eenen volzin of van eene zinsnede, terwijl hij het in den vreemdeling wraakt, wanneer die juist op die woorden, waarop het hoofdzakelijk aankomt, den klemtoon legt, om het even welke plaats die woorden in den volzin innemen; dit vindt de Franschman zoo on-Fransch, dat hij het zelfs met den afkeurenden naam van accent anglais (Engelsche toonbuiging) bestempelt.

De Engelschman daarentegen bevordert inderdaad de verstaanbaarheid van hetgeen hij zegt, door de juiste aanwending van den klemtoon, zoowel in de volzinnen als in de woorden. In den volzin laat hij enkel die woorden bepaald uitkomen, die door hunne belangrijkheid of door de tegenstelling eenen sterkeren klemtoon vereischen; en in ieder meerlettergrepig woord heeft slechts één lettergreep den vollen klemtoon, terwijl al de andere lettergrepen aan die eene ondergeschikt blijven. Voor hen, die zich in de Engelsche taal wenschen te bekwamen, is het dus van het uiterste belang, dat zij, behalve op de juiste uitspraak der lettergrepen elk afzonderlijk, zich tevens er op toeleggen om te weten, welke lettergreep in de meerlettergrepige woorden den klemtoon (accent) heeft; die geaccentueerde lettergreep moet hij zeer sterk en vol uitspreken, sterker en voller dan een der overige lettergrepen, zonder nog-tans aan de richtige uitspraak van die overige lettergrepen te kort te doen. Voor het oor van een Engelschman is de onjuiste uitspraak van een woord nog niet zoo hinderlijk, als de onjuiste aanwending van den klemtoon; door dit laatste loopt de vreemdeling groot gevaar, geheel onverstaanbaar te zullen worden.

Ook in het Hollandsch is de plaatsing van den klemtoon menigmaal het eenige, waardoor woorden van gelijke spelling van elkander te onderscheiden zijn; b. v. in deze volzinnen: „eene lie'ving beving' mijquot;; „zij hebben den oproermaker gevat, maar zullen veel met hem overbren'gen, vrees ik, als ze hem herwaarts o'verbren-genquot;; „ik hoorde den magnetiseur aan de eomnanbuls Toor'zeggen, vat zjj in


ocr page 19

haren quasi-slaap aan den lichtgeloovigen jongeling vooraeg'gen moestquot;; enz.

Iemand, die tamelijk goed Engelsch geleerd had, deed een reisje naar Engeland, en bezocht bij die gelegenheid ook Greenwich (Grin'-idzj), Tijdens zijn verblijf aldaar rroeg hij aan Terscheidene voorbijgangers den weg naar het oèter-vatory, welk woord hij uitsprak; oli'-sur-Teetquot;-e-ri. Degenen, tot wie hij zich wendde, begrepen wel dat hij hun den weg ergens heen vroeg, maar waarheen begreep geen mensch, totdat hij eindelijk iemand trof, die veel met vreemdelingen in aanraking geweest was, en dus het Engelsch dikwijls had hooren radbraken. „Ah, Ihe ohservalory you mtarC (aa' dhi ob-seiirvquot;-e-tur-i joe mien')! „O, de sterrenwacht bedoelt gij!quot; hernam deze, en hielp toen den klemtoon-verwarder op den rechten weg.

Voorloopig zal het voldoende zijn een achttal paren van woorden onder elkander te plaatsen, waarvan ieder paar, bij volkomen gelijke spelling, in beteekenis verschilt, naarmate de klemtoon valt:

accent (èk'-sènt), klemtoon;

accent (èk-sènf), den klemtoon geven aan. concert (kbn'-seurt), concert;

concert (kbn-seiirt'), beramen.

exile (èks'-ail), balling;

exile (èG«-ail'), bannen.

invalid (in-vèl'-id), zwak; ongeldig; invalid (in-vèl-lied'), gebrekkig soldaat. object (ób'-dzjèkt), voorwerp;

oiject (oli-dzjèkt'), tegenwerpen.

precedent (près'-e-dcnt), precedent; precedent (pre-sied'-ent), voorafgaand. ■present (prèz'-ent), tegenwoordig;

present (pr«-zènt'), voorstellen.

produce (prod'-jöes), opbrengst;

produce (prbd-djoes'), voortbrengen.

[§ 41.) Velen, die de Engelsche taal willen leeren, bedienen zich bij hunne studie van een of ander vreemd Woordenboek, hetzij Engelsch-Fransch, hetzij Engelsch-üuitsch; en zoodra zij eenige vorderingen gemaakt hebben sehafl'en zij zich een uitsluitend Engelsch Woordenboek aan, hetzij van Walker, hetzij van Webster, of van een ander. Iedere weg, die bij het aanleeren van talen tot het doel leidt, is goed. Zonder dus hierbij te voegen, dat de kortste, eenvoudigste en gemakkelijkste weg de beste is, wil ik hun, die zich van dergelijke vreemde Woordenboeken bedienen, alleenlijk doen opmerken, dat ze zich nauwkeurig bekend dienen te maken met het stelsel van uitspraak, dat in het bij hen in gebruik zijnde Woordenboek is aangenomen, daar iedere lexicograaf in dat opzicht zyne eigene bijzonderheden beeft.

Het vrij algemeen gevolgde (hoezeer dan ook door ieder op zijne manier gewijzigde) stelsel, om de verschillende klanken der vocalen aan te duiden door er cijfers boven te plaatsen, is een middel even goed als ieder ander, om de ware uitspraak te doen kennen. Het is echter een middel, dat ik niet verkieslijk acht: hoe licht toch loopt men daarbij gevaar abuizen te maken; hoe licht kan de letterzetter een verkeerd cijfertje plaatsen, en hoe licht kan dat bij het corrigeeren van de drukproeven aan het oog ontsnappen; hoe licht breekt zulk een tenger cijfertje onder het afdrukken, of hoe licht wordt het op andere wijze onkenbaar — en in al die gevallen wordt de beoefenaar óf op een dwaalweg gebracht öf in het duister gelaten. Maar bovendien, welk eene studie, welk eene langdurige oefening is er noodig, eer de leerling de juiste waardij van ieder cijfertje uit het hoofd kent: hoe lang moeten vele leerlingen telkens nog de ophelderende Tafel raadplegen, om zich aangaande de uitspraak te vergewissen.

Al die redenen noopten mij reeds jaren geleden, bij den eersten druk van mijn „Nieuw Engelsch Woordenboekquot; (uitgave van D. Noothoven van Goor te Leiden), de uitspraak der woorden aanschou-w el ijk te maken door middel van letter-spelling; en de ondervinding heeft mij bewezen, dat menigeen aan die manier boven de cijfer-methode de voorkeur geeft.

Ik heb daarom niet geaarzeld die a a n-schouwelijke voorstelling ook te behouden, toen ik de taak op mij nam, om den uitmuntenden leercursus van Langen-scheidt naar mijn beste vermogen toegankelijk te maken voor mijne landgenooten. Mocht men in de afbeelding, die ik in dit werk van de uitspraak der Engelsche woorden geef, eeuige afwijking opmerken van dc afbeelding, die ik in mijn Woordenboek heb gegeven, men zal bij éénige oplettendheid spoedig inzien, dat het resultaat hetzelfde blijft (1). In mijn Woordenboek kon ik geen stelselmatige verklaring geven van ieder door mij gekozen letterteeken: ik moest daar alles overlaten aan het oog en aan het begrip van den beoefenaar. Vandaar, om slechts één voorbeeld te noemen, dat ik de woor-de „ Birchquot; en„Birdquot; daar heb afgebeeld beurtsj en beurd; terwijl ik die twee woorden in dezen curcus zou afbeelden beurtsj en heard. Maar hier heeft de beoefenaar aangaande vette en cursieve letters een duidelijken maatstaf, waarnaar h\j zich richten kan, terwijl hij in mijn woordenboek dat richtsnoer mist.


1

In den tweeden druk van mijn Woordenboek i» tooveel doenlik het iteliel van dezen ounui gevolgd,

ocr page 20

— 16 —

[§ *» .] Het zal wel overbodig zijn hierbij te voegen, dat de uitspraak, in vorenstaande paragrafen aangewezen, de zuivere uitspraak van den beschaafden Engelschman is; met locale of provinciale afwijkingen heeft degene, die Engelsoh wenscht te leeren, niets te maken; veel minder nog komen daarbij te pas die afwijkingen, die in de beschaafde standen door de ingebeeldheid of gemaaktheid van sommigen zijn ingeslopen , of die in de lagere standen, vooral te Londen, slechts gebrek aan beschaving verraden. Op die beide soorten van afwijkingen komen wij echter ter geschikter plaatse terug, ten einde te waarschuwen tegen het bezigen van wanklanken, die zeer dikwijls gehoord worden.

Bij de toelichting van de uitspraak der consonanten, hebben wij zooveel doenlijk getracht de juiste verrichtingen der spraakorganen te omschrijven. Wat de vocalen aangaat is het eene onmogelijkheid voor eiken vocaal-klank met juistheid den vorm en de wijdte op te geven tot het openen van mond en keel. Wij zullen hier echter eenige wenken herhalen, die ieder gebruiker van dezen leercursus zich vermoedelijk herinnert uit zijn vroegsten leertijd als kind.

Als men de vijf vocaal-klanken „aaquot;, „eequot;, „iquot;, „ooquot;, „uuquot; voortbrengt achter elkander, zal men bevinden, dat mond en keel het wijdst geopend zijn bij het uitspreken van den klank „aaquot;; onmogelijk is het, na den „a8quot;-klank dadelijk den zuiveren klank „eequot; voort te brengen, zonder dat de wijd-opgesperde onderkaak aanmerkelijk in de hoogte gaat en terugkeert tot den natuurlijken stand, waarin de mond zich bevindt, als hij volkomen in rust is. Om vervolgens den klank „iquot; voort te brengen moet de mond-opening nog weder kleiner worden, tot welk einde de beide lippen (inzonderheid de onderste) zich iet of wat verbreeden, zoodat bij den „iquot;-klank, die de helderste en hoogste der vocaal-klanken is, de mond zich het breedst vertoont. Om dadelijk daarna den klank „ooquot; te doen hooren, moet de mond onvermijdelijk minder breed worden: naarmate de lippen zich uit de breedte terugtrekken, komen zij voorwaarts en krimpen zich samen, zoodat er slechts eene zeer kleine opening tusschen beiden blijft. En nog kleiner wordt die opening, zoodra men den klank „nuquot; gaat uitspreken; daarbij spitst men den mond alsof men wil beginnen te fluiten.

[§ 48.] Ieder beoefenaar, die zich reedt dadelijk bekend wenscht te maken met de gewbiktite manier om, overeenkomstig de in deze Les 1 vastgestelde regels, de uitspraak der Engelsche woorden zelf neer te schrijven, zooals dat trouwens in Les 4 van hem zal worden gevorderd, zal tot dat einde slechts in het oog behoeven te houden de navolgende weuken;

Klanken.

volle aa-klank lange ee-klank korte e-klank klanklooze e

gt; gewone schrijfletters.

eene gewone e met een

streepje er onder, aan 't einde eener lettergreep, met consonanterachter.

gewone schrijfletters.

Aanmerkingen.

lange i-klank

korte i-klank lange oo-klank korte o-klank als in lot korte u-klank en

klanklooze u ai-klank klank tusschen

au en ou eigenaardige eu-klank

zachte consonanten

g-klank als zachte k

neusklank ng

ng

forsche r zachte r

stomme letters

w-klank klemtoonteeken

th sqherp ge-lispt

th

gewone schrijfletters, maar met drie streepjes er onder.

gewone schrijfletters, maar met drie streepjes er onder.

gewone g met twee

streepjes er onder, gewone schrijfletters, maar met één streepje

er onder.

gewone schrijfletter, gewone schrijfletter, met één streepje er onder.

gewone schrijfletters, maar met één streepje er onder.

gewone schriifletters. aan het einde der lettergreep , die den klemtoon heeft.

gewone schrijfletters, maar met één streepje er onder.

th zacht ge-

lispt dh gewone schrijfletters.

Voor de overige klank-af beeldingen: oe, Se, joe, zj, sj, dzj, tsj , en zoo voorts, moet bij den minsten twijfel Les 1 geraadpleegd worden.

■

lt;lt;/■

beél-ding.


ocr page 21

2quot; LES.

Opgepast 1 Wie het eerste knoopsgat overslaat, brengt het toeknoopen niet goed ten einde. Goethe.

A. Tekst.

Met den onderstaanden tekst z^jn de volgende oefeningen te maken:

le Oefening. — Uitspraak. Men bestudecre overluid de in de middelste rij afgebeelde uitspraak van de daarboven staande Engelsebe woorden — ieder woord afzonderlijk.

Om het inprenten van de uitspraak gemakkelijker te maken, hebben wij de meerlettergrepige woorden door het scheidingsteeken (-) in lettergrepen afgedeeld. Van de zoo in lettergrepen gescheidene woorden spreke men eerst de enkele lettergrepen, daarna echter, terwijl de klemtoon sterk op de betoonde lettergreep valt, het geheele woord als een samenhangend geheel uit. 4

2e Oefening. — Het lezen en verstaan van het Engelsch. Klemtoon van woorden en volzinnen. Het Engelsche gedeelte, in de bovenste regels, worde verscheidene malen langzaam, overluid en duidelijk achter elkander gelezen, en ieder Engelsch woord zoowel ten opzictite van beteekenis als van uitspraak vergeleken. Daarbij legge men op de in de middelste regels met het teeken quot; (volzinnen-klemtoon) aangeduide woorden een nog sterkeren klemtoon, dan op de met het teeken ' (woorden-klemtoon) aangeduide lettergrepen. Kan men het Engelsch nog niet lezen zonder behulp der daaronder afgebeelde uitspraak, dan leze men deze zoo lang, tot men ieder Engelsch woord juist uitspreekt, zonder daarbij naar de afgebeelde uitspraak te zien. Men geve toch vooral op de betoonde lettergrepen acht, en vergete niet, dat het enkele teeken (') de lettergreep met den klemtoon van een woord, het dubbele teeken (f/) eveneens die lettergreep, maar tevens het woord met den klemtoon vzn een volzin aanduidt. In lange woorden , waar de eene lettergeep met ' gemerkt en nog eene andere lettergreep met quot; geteekend wordt, beteekent zulks, dat op de met quot; gemerkte lettergreep meer klemtoon moet vallen dan op de met r gemerkte.

3e Oefening. — Spelling van het Engelsch, Men bedekke den tekst met een naar bijgaand model (bl. 30j gemaakten leesrooster zoo, dat slechts de middelste regel (uitspraak) zichtbaar is, bekijke deze nauwkeurig, spreke ieder woord daarna overluid uit, schrijve te gelijk het Engelsche woord in de juiste spelling uit het hoofd neder, en onderschrappe van elk meerlettergrepig woord de lettergreep, welke den klemtoon moet hebben (aldus; Christmas, enz.).

A Christmas Carol in Prose by Charles Dickens.1)

e krisquot;-mes kèr'-ul in prooiquot; bai Ujaarlz dikquot;-eas Een Kerst-2) lied in proza door Karei Dickens.

Marley's Ghost

maar'-liez coostquot;

Marley's geest.

13) Marley was dead:]***) 2 to begin with.] There is no

maar'-h wwóz dedquot; tóe be-Gin7' wwidh dheer iz noo

Marley was dood om 2te f) 3beginnen ^ede. Daar is geen

doubt whatever about that.

dout ww6t-evquot;-er c-böut' dhèt twijfel wat ook omtrent dat.

3 The register of his burial]

dh« rèdzj'-is-ter bv hiz berquot;-ri-cl Het register van zijne begrafenis


was signed 4 by the clergyman, the clerk, the undertaker,

wwoa saind bai dhe kleu/'-dzji-men dh« klaarkquot; dhi un'-der-teek^-cr was onderteekend door den geestelijke, den koster, den lijkbezorger

1

♦) Wie kent niet den lievelingsschrijver van het Engelsche volk ? In bijna alle talen van Europa zijn de romans en karakterschetsen vertaald, die hij, deels onder zijn eigen naam, deels onder dien van Boz (boos), in het licht gegeven heeft. Fijne kennis van het menschelijk hart heeft hem de levendige schilderingen in de pen gegeven, waarmede hij boeit in zijn Kerstlied, èn als boek èn als tooneeistuk even algemeen bekend. Zuivere moraal en gekuischte styl, bij strenge voldoening aan de regels der taal, vindt men daarin zoo gelukkig vereenigd, dat het ons bijzonder geschikt is voorgekomen om tot grondslag voor onze oefeningen te dienen.

2

Den beginner zal de onder den Eugelschen tekst staande, grootendeels woordelijk weder-gegevene vertaling vreemd voorkomen, want dikwijls is de beteekenis van dsn samenhang slecht* met moeite te vinden. Maar bij de in het oog vallende tegenstelling, die eene dusdanige vertaling met betrekking tot de plaatsing der woorden en den zin aanbiedt, wordt daardoor het verschil tusschen de beide overigens zoo na verwante talen het best aangetoond. De telkens, op ide woordelijke, in goed Hollandsch volgende juiste vertaling, met de daarbij behoorende toelichtingen, zal eiken mogelijken twijfel doen verdwijnen. In de latere lessen wordt langzamer-\ and van de woordelyke vertaling afgeweken, en wordt de overzetting meer naar den zin gegeven, ' ***) De beteekenis der dikke (vette) cijfers en van de hoekige parentheses (]) is pag. 27, • oefening, O. Mondeling onderhoud, opgegeven.

3

f) De cyfertjei 1, 2, enz., vóór de woorden in de Hollandsche vertaling, wijzen de volgorde \t waarin de Hollandsche tekst moest staan om verstaanbaar te zua» b. v. nHt 'beginnen ' edequot; moet gelezen worden: „(om) mede te beginnenquot;.

Servant de Bruin, EngeUche Taal» %

ocr page 22

d the chief mourner.] 5 Scrooge] signed it: and

nd dhe tsjisf moornquot;-e?r skroedzj saindquot; it end

en de hoofd rouwdrager, Scrooge onderteekende het en

Scrooge's name] was good 7 upon 'Change,] 8 for

skroedij'-e« neem wwoi Goedquot; up-bn' tfjeendzj for

Scrooge's naam was goed op de beurs voor

anything] he chose to put 9 his hand] to. 10 Old Marley]

enquot;-i-//m/^ hi Ujooas tóe poet hix hèndquot; tóe oold maar'-li

ieder ding hij koos 4te 5zetten ^ijne 2hand 3bij. Oude Marley

was 11 as dead as a door-nail].

wwoa èz dèd èas e doorquot;-neel was zoo dood als een deurspijker.

(4e Oefening.) Men doorleze de volgende, in goed Hollandsch teruggegevene vertaling

nauwkeurig, vergelijke die met den Engelschen tekst, en overtuige zich van de nauwkeurige overeenstemming.

B. Hollandsche Vertaling.

EEN KERSTLIED IN PROZA DOOR KAREL DICKENS.

MARLEY'S GEEST.

Marley was dood; (daar)mede beginnen (wij).*) Daaraan is geen twijfel hoegenaamd. (De in) het doodboek (ingeschrevene acte) van zijne begrafenis werd onderteekend door den geestelijke, den koster, den lijkbezorger en den voornaamsten rouwdrager. Scrooge onderteekende (die), en Scrooge's naam was op de beurs goed voor alles, waaronder hij goedvond zijne handteekening te zetten. De oude Marley was zoo dood als een deur-spijker (dood als een pier, zie den 2den Brief).

*) De in de Hollandsche vertaling in ronde parentheses () staande Hollandsche woorden zijn óf in den Engelschen tekst niet woordelijk te vinden en hier slechts tusschen gevoegd om een goeden Hollandschen zin te geven, of zij werden om dezelfde reden vrij (van de woordelijke beteekenis afwijkende) vertaald.

(Be Oefen.). C. Wederzijdsche Vertaling.

1) Nadat door herhaald overluid lezen de hiervorenstaande Engelsche tekst voor tong en geheugen tamelijk vloeiend geworden is, neme men een vel papier, en vouwe het zoo in het midden, dat er twee kolommen ontstaan. In de linker kolom schrijve men nu onder elkander alle Engelsche woorden, ieder woord afzonderlijk. Men doet wel, ook hierbij de lettergrepen met den klemtoon te onderschrappen, b. v.: Christmas, Carol, Dickens.

Aanmerking. Wanneer intusschcn verscheidene Hollandsche woorden door één Engelsch woord vertaald zijn (of omgekeerd), dan moeten ze naast elkander geplaatst worden, b. v.; Christmas Carol — Kerstlied,

whatever = wat ook,

anything = ieder ding.

2) Nadat al de woorden overgebracht zijn, wordt de gedrukte brief ter zijde gelegd, en in de rechter kolom, tegenover ieder Engelsch woord, de Hollandsche beteekenis uit het hoofd, voor zoo ver dit reeds gelukt, opgegeven.

' 3) Dan wordt de zoo bewerkstelligde vertaling nauwkeurig met die vpn den ge-drukten brief (A. Tekst, 3en of laatsten regel) vergeleken, waarbij mogelijke fouten verbeterd moeten worden.

4) Vervolgens bedekke men den Hollandschen tekst der wederzijdsche vertaling met een stukje papier of iets anders, spreke ieder Engelsch woord afzonderlijk overluid uit, en vertale het te gelijk uit het hoofd in het Hollandsch.

5) Daarna wordt de Engelsche tekst bedekt, uit het Hollandsch in het Engelsch vertaald, en hiermede ga men voort tot alles vast en nauwkeurig in het geheugen geprent is.

Men zal wel doen, als men de wederzijdsche vertaling der derde les met den Hollandschen tekst aanvangt, en de Engelsche woorden uit het hoofd er tegenover plaatst. In de vierde les ga men te wtrk als bij de tweede, in de vijfde als bij de derde, en op die wijze steeds afwisselende.

Deze zeer nuttige, nimmer na te laten oefening der wederzijdsche vertaling kanl zeer goed ook met de hulp van een an-/ deren persoon plaats vinden, die den bfrj oefenaar de beteekeuis der woorden afwisselend in beide talen afvraagt. Natunrlyl


ocr page 23

moet de leerling bij al deze oefeningen overluid spreken , om het doel er van — het aanleeren van woorden en het gewennen Tan zijn gehoor aan de eigenaardigheden der Engelsche klanken — voldoende te bereiken.

Het begin der wederzijdsehe vertaling van den eigenlijken tekst der hier behandelde les, ziet er uit aldus:

Marley

Marley

was

was

dead

dood

to

om te

begin

beginnen

with

met

There

Daar

is

is

no

geen

doubt

twijfel

whatever

welke ook

about

omtrent

that

dat

etc.

enz.

In de uit latere lessen te maken wederzijdsehe vertalingen worden reeds geleerde woorden niet mede opgenomen, zoodat de nieuwe wederzijdsehe vertalingen altijd slechts uit nog niet voorgekomene woorden bestaan. Hierdoor wint deze oefening in kortheid en belangrijkheid.

(6e Oefening.) D. Spraakkunst.

[§ 44.] Bij de voorwerpen en personen, die wij waarnemen, merken wij verscheidene eigenschappen of verrichtingen op. Als wij b. v. een spijker zien , zoo zullen wij daaraan kunnen zien, of hij oud, of hij g oed is, enz., en wij denken:

1. ï)e spijker is oud.

2. Ue spijker is goed.

Eveneens kan het zien van een ons bekenden geestelijke in ons de gedachte opwekken:

3. De geestelijke is goed.

4. De geestelijke is oud.

5. De geestelijke onderteekende. Drukken wij deze onze gedachten door

woorden uit, dan spreken wij.

De spraak is dus de uiting van onze gedachten door woorden.

Als ik zeg;

6. Marley is dood,

7. Het register werd onderteekend,

8. De deur was oud,

dan druk ik drie verschillende gedachten door woorden uit.

Eene door woorden uitgedrukte gedachte noemt men een volzin.

[§ 45.] In een volzin onderscheiden wij :

1) datgene, waarvan iets gezegd wordt;

2) datgene, wat er van gezegd wordt.

Datgene, waarvan in een volzin iet»

gezegd wordt, heet het onderwerp van den volzin.

Datgene, wat in eenen volzin van het onderwerp gezegd wordt, heet van dien volzin het gezegde.

Op de vraag: Wie of wat is? Wie of wat doet? antwoorden wij met het onderwerp.

Op de vraag: Hoe of wat is het onderwerp? quot;Wat doet het onderwerp? of wat wordt met het onderwerp gedaan? antwoorden wij met het gezegde.

Opgave 1. a) Vertaal, steeds het En-gelsch overluid uitsprekende, de Holland-sche volzinnen van § 44. 4) Geef onder ieder het onderwerp en het gezegde op.

[§ 40.] De woorden, waarmede wij aan de dingen (levende wezens, en dingen, die hetzij handtastelijk of slechts denkbeeldig bestaan) eenen naam geven, heeten zelfstandige naamwoorden, b. v.: Marley, geestelijke, register, hand, begrafenis, twijfel.

De woorden, die aanduiden hoe de dingen zijn, welke eigenschappen de dingen hebben, heeten bijvoeglijke naamwoorden, b. v,: dood, goed.

De woorden, welke te kennen geven wat de dingen doen, heeten wer k woo r-den, b. v.: beginnen, onderteekenen.

De woordjes, d e, h e t (Engelsch the) en een (Engelsch a), welke vóór de zelfstandige naamwoorden staan, heeten lidwoorden.

NB. De in de Engelsche spraakkunst gebruikt wordende benamingen zijn:

Voor Onderwerp: subject (sul»'-dzjèkt)

„ Gezegde: predicate (prèd'-i-kèt)

„ Zelfstandig naamwoord: (substantive (suto'-stèn-tiv)

„ Bijvoeglijk naamwoord: adjective (èd'-dzjèk-tiv)

„ Werkwoord: verb (veiirli)

„ Lidwoord: article (aar'-tikl)

Opgave 2. a) Vertaal, overluid, de volgende volzinnen, b) Wijs de daarin voorkomende zelfstandige naamwoorden en bijvoegl. naamwoorden aan, en ook die, voorkomende in de volzinnen van § 44.

1. Marley onderteekende.

2. De rouwdrager was een geestelijke.

3. Karei is een naam.

4. De koster is oud.

(§ Het werkwoord signed^ onder

teekende , kan men onm idd e 11 ij k als gezegde bij het als onderwerp gebruikte zelfstandige naamwoord Scrooge plaatsen; men erlangt daardoor den volzin:

Scrooge signed,

Scrooge onderteekende.

r


ocr page 24

— 20 —

Plaats ik echter het bijroegl. naamw. dead% dood, zonder meer bij het zelfst. naamwoord Marley, of het zelfst. naamw. met het lidwoord a name, een naam, zonder meer bij het zelfst. naamw. Charles, dan krijg ik de samenvoegingen:

Mar ley — dead;

Charles — a name;

maar ik krijg nog geen volzinnen. Deze ontstaan eerst, als ik b. v. zeg:

Marley was dead,

Marley was dood;

Charles is a name y Karei is een naam;

dus, als ik de gezegden dead, a name werkelijk bij de onderwerpen Marley, Charles voeg, met andere woorden, als ik de gezegden met de onderwerpen in betrekking stel.

De volzin ontstaat dus door het gezegde in betrekking te stellen tot het onderwerp; en zulks geschiedt:

1) (wanneer het gezegde een werkwoord is) onmiddellijk door het werkwoord zelf;

Scrooge signed,

Scrooge onderteekende.

2) (wanneer 't gezegde een bijv. of zelfst. naamw. is) door middel van een werkwoord, dat koppelwoord [copula, kop'-jóe-la) heet;

Marley was dead,

Marley was dood.

Opgave 3. Vertaal de volgende volzinnen :

1. De naam was Dickens.

2. De lijkbezorger is dood.

3. Het register is oud.

4. De hand onderteekende.

(7e Oefen.) E. Spelling en Uitspraak. Marley.

[§ 48.| In dit woord, en in bijna alle wonrden waarin de a gevolgd wordt door eene r, die de klemtoon-lettergreep sluit, heeft a den klank als „aaquot; in het Hol-landsche woord „waarquot; (men lette wel, niet zooals de „aa'' in sommige gedeelten van ons vaderland uitgesproken wordt, — b. v. in Rotterdam — wel gerekter, doch bijna gelijk de e in het woord ver-af, zoodat maar bijna klinkt als mcir; neen, de aa-klank, die hier bedoeld wordt, is vol en zwaar, zooals wij dien hoorcn uit den mond van Hollandsch sprekende Duitschers).

V oorbeelden:

4ar(haar),sluitboom, jar (dzjaar), pot, car (kaar), kar, war (maar), bederven, far (faar), ver, scar (skaar), schram, bargain (baar'-Gin), harvest (haar'-vest),

koop, oogst,

harmony (haar'-me-ni), welluidendheid. NB. Geef toch vooral acht op den klemtoon ' 1 In het woord carol heeft a daarentegen den k'ank „èquot; (kèr' ul) gelijk in het Hol-Jaadtche woord per-a/.

was.

[§ 49.] Hier heeft a den klank „oquot; (als in het Holl. woord vos). Voor de a staat w,

en de lettergreep sluit met een medeklinker.

Wanneer in eene lettergreep, die met een medeklinker eindigt, de a voorafgegaan wordt door de letter w of door de den klank van de tc hebbende letters wh of qu, dan wordt de a meestal als „oquot; uitgesproken.

Voorbeelden:

K;a«lt;(wwont), gebrek, was/i^vwosj), wasschen,

icas/i (wwósp), wesp, waicA (wwbtsj), hor-loge,

swan(swwon), zwaan, K.7;alt; (wwöt), wat,

quask (kwwosj), ver- quadruped (kwwod'-

pletteren, roe-pèd), viervoetig,

quality (kwwbl'-f-ti), quantity (kwwbn'-te-ti) |'

hoedanigheid, hoeveelheid.

dead.

[§ SO.] De d achter den korten klank „èquot; (als in het Holl. woord „bedquot;), wordt evenzoo uitgesproken, als de d er voor.

In het Engelsch worden de zachte me'

deklinkers b (bi), d (di), g (dzji), » (vi),

z (zeil), j (dzjee) a 11 ij d zacht uitgesproken,

waar ze ook mogen staan. Vooral wachte de Nederlander zich, ze na korte klinkers aan het einde der lettergrepen als de harde medeklinkers p (pi), i (ti), i (kee), ƒ (èf), gt; (es), ch (Uj), uit te spreken.

In de uitspraak-aanwijzing worden de zachte eind-medeklinkers met vette letters door ons afgebeeld, om den beoefenaar steeds de zachte uitspraak te herinneren.

to.

[§ SI.] Wanneer to alleen staat, of wan- '

neer de nadruk daarop gelegd wordt, wordt het bijna als het Holl. woord „toequot; uitgesproken ; staat het zonder nadruk (zonder 1 vohins-klemtoonteeken) in den samenhang, j dan spreekt men het insgelijks uit als „tóequot;,

wel te verstaan zoo, dat de „oequot;-klank niet gerekt klinke, maar zeer kort, half afgebroken.

begin.

[§ 58.] De taalkundige Walker (wwaok'-er), die langen tijd in Engeland als eene autoriteit voor de uitspraak beschouwd werd, geeft de uitspraak van de eerste lettergreep van dit woord nog op als „biquot;. Wij hebben de in lateren tijd algemeen aangenomene uitspraak gevolgd,

door den klinker dezer lettergreep aan te geven als eene „equot;, zoodat de eerste lettergreep van het Engelsche woord begin uitgesproken wordt als de eerste lettergreep in het Hollandsche woord „beginnenquot;.

Het Engelsche voorvoegsel be , vrij gelijk in beteekenis met het Hollandsche „bequot;,

wordt uitgesproken als „bequot;, waarbij de e eenigtzins den klank van de „uquot; in het Holl. woordje mud nabykomt.


ocr page 25

Voorbeeld en:

hedew (be-djoe'), bedauwen,

bédrop (be-drop'), bedruppelen,

befall (be-faol'), gebeuren,

before (be-foor'), voor,

behoof (be-hoef), voordeel,

belie (béf-lai'), logenstraffen,

bereave (be-riev'), berooven,

besmear (be-smier'), vuil maken. bestrew (bestroe'), bestrooien.,

bestride (be-straid'), overschrijden, bethink (be-Mink'), bedenken,

betoken (be-tookn') , beteekenen, beirusl (be-trust'), toevertrouwen.

Wij maken nogmaals opmerkzaam, dat deze en dergelijke voorbeelden niet van buiten geleerd behoeven; zij worden slechts opgegeven om de uitspraak duidelijker te maken.

with.

[§ S3,] De th in dit woord wordt zacht gelispt uitgesproken, ongeveer als „dhquot;. Daar de zacht gelispte en scherp gelispte th in het Engelsch door dezelfde letters worden voorgesteld, kan het den beoefenaar van de Engelsche taal niet genoeg-worden aanbevolen , deze beide klanken, naar ons stelsel van uitspraak „dhquot; en van-den beginne af aan nauwlettend te onderscheiden. Daar th slectfts in betrekkelijk weinige gevallen den zachte^ klank „dhquot; heeft, zal men wel doen, inzonderheid op die gevallen acht te geven.

Behalve de in § 31 bladz. 11 opgegevene voorbeelden, voegen wij vooreerst hier nog de volgende woorden bij, die, even als de daarmede samengestelde woorden, als „dhquot; klinken.

than (dhèn), dan, ^//e»(dhèn),dan,alsdan, that (bl. 17), this (dhis), deze,

the (bl. 17; 18), these (dhiex), deze, thou (dhou), gij, those (dhooz), gene, thee (dhi), u, there (dheer), daar,

thy (dhai), uw, Me«ce(dhèns),vandaar, thine (dhain), van u, thither (dhidh'-er), they (dhee), zij, daarheen,

them (dhèm), hen, thus (dhus), dus, their (dheer), hun, though (dhoo), hoewel.

There.

[§ 54.] Over de uitspraak van th zie men de vorige § De r in dit woord wordt als eene zeer zachte Holl. „rquot; uitgesproken, even als in Charles, Marley, waar, in dezelfde lettergreep , aan de r een klinker voorafgaat.

In Christmas en prose, waar de r niet door een klinker voorafgegaan wordt, en in carol, waar zij eene nieuwe lettergreep begint, wordt zij scherper uitgesproken.

Na klinkers in dezelfde lettergreep wordt de r zacht, na medeklinkers of als eerste letter eener lettergreep scherp uitgesproken.

Voorbeelden zie § 32 en 83 bladz. 11 en 12.

is.

[§ 65.] De s wordt hier uitgesproken als eene Holl. „zquot;. De klanken der s als

„zquot; en „squot; moeten te nauwlettender worden onderscheiden, omdat beiden in het Engelsch dikwijls door dezelfde letter s voorgesteld worden. Wij kunnen den beginner geen onfeilbaren regel daarvoor opgeven, en moeten ons vergenoegen met te verwijzen naar het in § 29 (bladz. 10) vastgestelde onderscheid en naar de reeds voor-gekomene voorbeelden. Den zachten zed-klank der s hebben wij in de vorenstaande bladzijden aangetroffen in de woorden prow. Charity, Marley'n, wan, in, hin, Scrooge'n, chone, an.

doubt.

[§ SO.] De b in doubt is stom, dat wil zeggen klankloos; met andere woorden: de b in doubt wordt in het geheel niet uitgesproken.

Zulke stomme of klanklooze letters, dat wil zeggen letters, die in het geheel niet uitgesproken worden, hebben wij in het tot dusverre afgehandelde reeds meer ontmoet, en wel: ef;ne stomme e in de woorden prose, Charles en there; eene stomme t in Christmas, en eene stomme h in ghost, zooals de letter h stom is in alle Engelsche woorden die met gh aanvangen.

De letter b, voor de letter t staande, is ook stoin in het woord dt\*t (dèt), schuld, en in alle van debt en doubt afgeleide en daarmede samengestelde woorden.

whatever.

[§ 5ï.] Over de uitspraak van de a achter wh vergelijk § 49 (blz. 20).

De wh wordt niet rolkomen eveneens als de enkele w in was uitgesproken, waarover reeds het noodige gezegd is in § 36 (blz. 13).

register.

[§ 58.] 1) Bij woorden van meer dan twee lettergrepen, welker uitspraak voor beginners eenige moeielijkheid oplevert, kan die moeielijkheid gevoeglijkst worden overwonnen op de volgende manier. Men spreekt eerst de lettergrepen elk afzonderlijk uit, verscheidene malen achtereen, aldus: rèdzj | rèdzj | rèdzj | rèdzj | rèdzj | rèdzj. Vervolgens nauwlettend acht gevende welke lettergreep den klemtoon hebben moet (hetgeen bij het hier behandelde woord de eerste lettergreep is), verbindt men de eerste lettergreep met de tweede, aldus: rèdzj'-is | rèdzj'-is | rèdzj'-is|. Op die wijze gaat men voort, totdat men zonder haperen en mef gemak het geheele woord uitspreekt: rèdzj'-i3-ter|rèdzj -is-ter 1 rèdzj -is-térl.

2) De ff in register heeft den klank „dzjquot;, terwijl de ff in begin den keelklank „gquot; heeft. In beide woorden staat de ff wel is waar tueschen dezelfde klinkletters:


ocr page 26

doch register komt van het Fransche woord „registrequot; , dat als burgerrecht erlangd hebbend vreemd woord ook in het Hollandsch bestaat; terwijl daarentegen begin denzelfden oorsprong heeft als het Holl. woord „beginnenquot;.

De g voor e, i en y wordt in Engelsche woorden, die met de Hollandsche eenerlei oorsprong hebben, als keelklank „gquot; uitgesproken , dat wil zeggen als eene zachte, bijna onhoorbare „kquot;; doch in Engelsche woorden van Franschen of Latijnschen oorsprone: klinkt de g voor e, i en y als „dzjquot;. Voor de klinkletters ai o en «, alsook voor eenen medeklinker, heeft de g in Engelsche woorden altijd den keelklank „gquot;, alleenlijk uitgezonderd het woord gaol, dat uitgesproken wordt „dzjoolquot; (van het Fransche geole, dat uitgesproken wordt „zjoolquot;). Dit Engelsche woord goal wordt ook dikwijls gespeld jail (spreek uit: „dzjeelquot;); het beteekent: gevangenis, kerker.

Ofschoon deze regel slechts in beperkte mate van nut kan zijn, daar hij slechts toegepast kan worden door hen, die in staat zijn in de Engelsche woorden hunnen Franschen of Latijnschen, of wel met het Hollandsch gemeenschappelijken oorsprong te herkennen, hebben wij gemeend dien regel niet aan den leerling te mogen onthouden, want het is de eenige volkomen veilige toetssteen ter onderscheiding tusschen „gquot; en „dzjquot;.

Voorbeelden: gild (Gild), vergulden; gird (Genrd), omgorden; give (Giv), geven; finger {fwg'-Ger), vinger; longer Qong'-Ger), langer; youngest (juwy'-Gest), jongste; forget (for-Get'), vergeten.

gem (dzjèm), edelsteen [gemme]; gender (dzjen'-der), geslacht [genre]; general (dzjen'-er-el), algemeen [general]; generous (dzjèn'-^r-us), edelmoedig [genereux]; genius (dzjien'-i-us), vernuft [génie]; ginger (dzjin'-dzj^r), gember [gingembre]; gipsy (dzjip'-si), heiden, landlooper [Egyptien]; clergy (kleur'-dzji), geestelijkheid [clergé].

N.B. Tusschen de hoekige haakjes [ ] staan de verwante Fransche woorden.

Vergelijk overigens § 26 (blz. 10) en § 34 (blz. 12).

of.

[§ s».] Het eenige Engelsche woord, waarin de ƒ zacht als „oquot; uitgesproken wordt, is het woordje of. Die uitspraak gaat niet over op die woorden, die met of samengesteld zijn: thereof (dheer'-of), daarvan.

his.

Aangaande de uitspraak van de lt; zacht als „zquot; vergelijk § 56 (blz. 21).

signed,

[§ «O.] 1) De g in dit woord is stom; evenzoo in alle woorden, die met een of ander voorvoegsel van „signquot; zijn gevormd; zoomede in de volgende woorden, waarin de

met eene n achter zich, als sluitletter dient: condign (kbn-dain7), waardig; indign (in-dain'), onwaardig, laag; benign (be-nain'), goedaardig; malign (mèl-ain'), boosaardig; arraign (èr-reen'), rangschikken, regelen; campaign (kèm-peen'), veldtocht; feign (feen), voorwenden; deign (deen), verwaardigen; reign (reen), regeering; im-pregn (im-prien'), bezwangeren; expugn (eks-pjoen'), vermeesteren, en de overige van „pugn'gt; met een of ander voorvoegsel gevormde woorden.

2) Als aanvangsletter van een woord is de g vóór eene «altijd stom; b. v.: gnash (nèsj), knersen; gnat (net), mug; gnaw (nao), knagen; gnomon (noo'-mun), zonnewijzer.

clerk.

[§ «»•] De e in dit woord klinkt als „aaquot; (zie § 48, blz. 20), even als in het woord (saar'-dzjent), sergeant; zoo

ook in de woorden, van deze twee afgeleid of daarmede samengesteld.

the.

[§ G3.] In the undertaker wordt the uitgesproken „dhi*'; in the register, the clerk, enz. is de uitspraak „dhequot;.

itSr* Als het lidwoord the gevolgd wordt door een klinkletter, en ook altijd als het den klemtoon heeft, wordt het „dhiquot; uitgesproken; door een medeklinker gevolgd, is de uitspraak „dhcquot;.

S c r o o g e's.

[§ 63.] Het woord Scrooge is eenlettergrepig ; het woord Scrooge^s daarentegen is tweelettergrepig. Scrooge eindigt met eenen zachten sisklank.

Mar ley's is slechts tweelettergrepig, juist zooals Marley, want Marley eindigt niet met eenen sisklank.

Door de toevoeging van eene s achter een woord wordt dat woord slechts dan eene lettergreep langer, indien het reeds zonder die s uitging op eenen sisklank (namelijk op « of « of sj of dzj). In dit geval wordt de eind-e, die stom was zonder het achtervoegsel s, met dat achtervoegsel uitgesproken toonloos (dat wil zeggen nagenoeg als de i in het Hollandsche woord mis); want het zou niet mogelijk zijn twee sisklanken achter elkander beiden even duidelijk uit te spreken, zonder vluchtig den klank van eene klinkletter daartusschen te laten hooren.

[§ 64.] Als w\) letten op de tot dusverre voorgekomene groote aanvangs-


ocr page 27

— 23 —

letters, yinden wij aanleiding tot de Tolgende opmerkingen:

De zoogenaamde kapitalen of groote aanrangsletters worden iu het En-gelsch gebezigd juist als in het Hollandsch, namelijk: 1) elke nieuwe volzin vangt aan met eene groote letter. — 2) alle eigennamen (namen van meuschen , landen, steden, enz.) worden met eene groote aanvangsletter geschreven: Charles. liickens, Marley, Scrooge. — 3) in het Engelsch worden alle bijvoeglijke naamwoorden, die van geographische eigennamen afgeleid zijn, met eene groote aanvangsletter geschreven, b. v. English (iw^-cliesj), Engelsch; in het Hollandsch is, volgens de nieuwe schrijfwijze, volmaakt hetzelfde het geval.— N.B. Wellicht wordt in Engelsche opschriften meer dan in Hollandsche van groote aanvangsletters gebruik gemaakt, daar de Engelschen ia hunne opschriften gemeenlijk alle zelfstandige naamwoorden met zulk eene letter schrijven, b. v. Christmas Carol in Hrose. Marley's «host. — Zie ook § 66.

good.

[§ «5.] De Engelsche oo (dubbele ó) wordt als de Hollandscbe tweeklank „oequot; uitgesproken in de woorden good (ooed;, goed; hood (hoed), kap; stood (stoed), (ik) stond; wood (wwoed), hout; wool (wwoel), vfo\\ foot (foet), voet; wijders in alle woorden, die uitgaan op „ookquot;, b. v.: hook (hoek), haak; en tevens in alle woorden, die met de hier bedoelde zijn samengesteld.

'Change.

[§ OO.] Met of zonder apostrophe (') wordt het woord Change gebruikt voor Exchange (èks-tsjeendzj'), de beurs, de koopmansbeurs, het beursgebouw.

In § 64 is gezegd, dat alle eigennamen met eene groote aanvangsletter geschreven worden. Hetzelfde heeft plaats met zulke namen, die een voorwerp aanduiden, dat eenig in zijne soort is. Zoo is er in geheel Londen slechts eene voor den gan-schen koopmansstand bestemde beurs, die daarom uitsluitend Exchange (de Beurs) genoemd wordt. Vandaar dan ook de groote aanvangsletter.

anything.

[§ 89.) De a heeft den klank van „equot; als in het Hollandsche woord „penquot;, in de Engelsche woorden any (èn'-ni), eenig, een of ander; many (mèn'-ni), menig, vele; Thame» (tèmi), Teems.

as.

Aangaande de zachte zed-klank der gt; vergelijk § 65 (blz. 31) en § 69 (blz. 22).

[§ os.] Eenlettergrepige Oefeningen

wat betreft den langen tfe-klank en dei, alphabetischen klank der letter a.

(Zie E, de 7e Oefening en § 9 blz. 4.)

babe

(beeb)

kindje.

ace

(ees)

aas.

brace

(brees)

paar. w

grace

(arees)

genade.

lace

(lees)

veter.

pace

(pees)

tred. —

place

(plees)

plaats.

race

(rees)

wedren.

apace

(specs)

ruimte.

trace

(trees)

spoor.

hade

(beed)

verzocht. '

blade

(bleed)

halm.

jade shade

(dzjeed)

knol (oud paard).-

(sjeed)

schaduw.

spade

(speed)

spade.

trade

(treed)

beroepsvak.

tcade

(wweed)

waden.

chafe

(tsjeef)

woeden.

safe

(seef)

veilig.

age

(eedzj)

ouderdom.

cage

(keedzj)

kooi.

gage

(oeedzj)

pand.

page

(peedzj)

bladzijde.

rage

(reedzj)

woede.

sage

(seedzj)

salie.

stage

(steedzj)

tooneel.

wage

(wweedzj)

verwedden. -

bake

(beek)

bakken.

cake

(keek)

koek.

drake

(dreek)

waard (m.-eend). ^

flake

(fleck)

vlok.

lake

(leek)

meer(een water).

make

(meek)

maken.

quake

(kwweck)

beven.

rake

(reek)

hark. J

sake

(seek)

drijfveer.

shake

(sjeek) (sleek)

schokken.

slake

blusschen. -

snake

(sneek)

slang.

stake

(steek)

paal; inzet.

take

(teek)

nemen.

wake

(wweek)

wekken.

ale

(eel)

ale (biersoort).

hale

(bed)

baal.

dale

(deel)

dal, vallei.

gale

(oecl)

windkoelte. -

male

(meel)

mannelijk.

pale

(peel)

bleek.

sale

(seel)

verkoop.

scale

(skeel)

schaal.

stale

(steel)

oudbakken. ^

tale

(teel)

vertelling.

vale

(veel)

vallei, dal.

whale

(wweel)

walvisch.

ame

(eem)

aam. gt;

blame

(bleem)

blaam.

came

(kèem)

kwam.

dame

(deem)

dame.

fame

(feem)

faam.


-

ocr page 28

Â¥

flame

(fleem)

vlam.

frame

(freem)

raam.

game

(oeem)

spel; wild.

lame

(leem)

lam.

name

(neem)

naam.

same

(seem)

zelfde.

shame

(sjeem)

schande.

tame

(teem)

tam.

^ lane

(been)

vergif.

cane

(keen)

rotting.

crane

(kreen)

kraan.

- fane

(feen)

tempel.

Jane

(dzjeen)

Jansje.

lane

(leen)

steeg.

mane

(meen)

maan (b. v. van

een leeuw).

'pane

(peen)

glasruit.

- plane

(pleen)

schaaf.

— wane

(wween)

('t) afnemen.

ape

(eep)

aap.

cape

(keep)

kaap.

—crape

{kreep)

krip.

gape

(Geep)

gapen.

grape

(Greep)

druif.

^jape

(dzjeep)

kortswijlen.

^nape

(neep)

nekbeen.

rape

(reep)

roof.

scrape

(skreep)

schrapen.

shape

(sjeep)

gedaante.

tape

(teep)

lint.

hare

(beer)

bloot.

care

(keer)

zorg.

dare

(deer)

durven.

- fare

(feer)

kost; vracht.

-flare

(fleer)

flikkeren.

glare

(oleer)

schitteren.

hare

(heer)

baas.

mare

(meer)

merrie.

rare

(reer)

zeldzaam.

share

(sjeer)

aandeel.

snare

(sneer)

strik.

spare

(speer)

sparen.

square

(skwweer)

vierkant.

stare

(steer)

staren.

tare

(teer)

tarra.

ware

(wweer)

koopwaar.

base

(bees)

laaghartig.

Blase

(bices)

Blasius.

case

(kees)

geval.

~ chase

(tsjees)

jacht.

vase

(vees)

vaas.

ate

(eet)

at.

hate

(beet)

verkleinen.

date

(deet)

dadel.

fate

(feet)

lot.

gate

(Geet)

poort.

grate

(oreet)

rooster.

hate

(heet)

haten.

Kate

(keet)

Kaatje.

late

(leet)

laat.

mate

(meet)

maat.

pate

(peet)

hoofd.

plait

(pleet)

bord.

prate

(preet)

praten.

rate

(reet)

schatten.

sate

(seet)

verzadigen.

skate

(skeet)

schaats.

slate

(sleet)

lei.

state

(steet)

staat.

brave

(breev)

dapper.

crave

(kreev)

vergen.

gave

(aeev)

gaf.

grave

(Greev)

graf.

knave

(neev)

schurk.

nave

(neeir)

schip (eener kerk).

rave

(reev)

razen.

save

(seev)

redden.

shave

(sjeev)

scheren.

slave

(sleev)

slaaf.

stave

(steev)

aan stukken slaan.

wave

(wweev)

golf.

blaze

(bleez)

vlam.

craze

(kreez)

verbrijzelen.

gaze

(Geez)

staren.

glaze

(Gleez)

verglazen.

graze

(Greez)

grazen.

haze

(heez)

nevel.

maze

(meez)

doolhof.

raze

(reez)

schamperen.

ache

(eek)

pijn.

plague

(pleeG)

pest.

vague

(veeG)

onbestemd.

bathe

(beedh)

baden; betten.

lathe

(leedh)

draaibank.

James

(dzjeemsquot;

Jacobus.

change

(tsjeendzj) verandering.

range

(reendzj]

quot;j.

strange a'n't

(streendzj) vreemd.

(eent

verkort

van ook

zijn niet.

are not

aant)

scarce

(skeers)

zelden.

haste

(beest)

begieten.

chaste

ftsjeest)

kuisch.

haste

(heest)

haast.

taste

(teest)

smaak.

waste

(wweest)

vergaan.

*Abel

(eebl)

Abel. ')

*able

(eebl)

bekwaam.

*fable

(feebl)

fabel.

* sable

(seebl)

sabeldier.

*table

(teebl)

tafel.

*bacon

(beekn)

spek.

') De woorden die op „lquot; of benevens nog eenen medeklinker eindigen, van AbrJ af tot blazon gt; en het blz. 25 kol. 2 nog volgende raisin, hebben wel is waar slechts den klank van één klinkletter, doch dit neemt niet weg,

dat, bij het uitspreken van de twee aan het einde op elkander volgende medeklinkers, eene kleine tnssehenliggende pauze ontstaat, die, ofschoon nauwlijks hoorbaar, nogtans veroorzaakt,

dat die woorden in dichtmaat als tweelettergrepige gebruikt worden. Alle woorden,

waarmede zulks het geval is, zullen wij in deze eenlettergrepige oefen.in- ,

gen met een * merken.


___k.

a

ocr page 29

— 25 —

* cradle

•ladle

•navel

•haven

•raven

•hazel

•blazon

plaice

aid

braid

laid

maid

paid

plaid

laid

staid

waif

ail

bail

fail

flail

frail

hail

jail

mail

nail

pail

quail

rail

sail

mail

tail

vail

wail

aim

claim

(kreedl)

(leedl)

(neevl)

(heerD)

(reern)

(heezl)

(bleezn)

(plees)

(eed)

(breed)

(leed)

(meed)

(peed)

(pleed)

(seed)

(steed)

(wweef)

(eel)

(beel)

(feel)

(fleel)

(freel)

(heel)

(dzjeel)

(meel)

(neel)

(peel)

(kwweel)

(reel)

(seel)

(sneel)

(teel)

(veel)

(wweel)

(eem)

(kleem)

(meem)

(bleen)

(breen)

(tsjeen)

(dreen)

(feen)

(aeen)

(Green)

(leen)

(meen)

(peen)

(pleen)

(reen)

(sleen)

(spreen)

(steen)

(streen)

(swween)

(treen)

(veen)

(wween)

(eer)

(tsjeer)

(feer)

(heer)

(leer)

(peer)

stair

chaite

praise

raise

ait

bait

gait

plait

wait

waive

baize

maize

faith

(steer)

(tsjeex)

(preei)

(reez)

(eet)

(beet)

(neet)

(pleet)

(wweet)

(wweev)

(bee*)

(mee»)

(feetó)

straight (street) faint (feent)

(peent)

(pleent)

(kwweent)

(seent)

(teent)

(leerd)

(wweest)

paint

plaint

quaint

saint

taint

laird

waist

blain

brain

chain

drain

fain

gain

grain

lain

main

pain

plain

rain

slain

sprain

stain

strain

swain

train

vain

wain

air

chair

fair •

hair

lair

onbeheerd goed.

mankeeren.

borgtocht.

ontbreken; falen.

vlegel.

broos.

verwelkomen.

kerker (verg. goal).

maliënkolder.

nagel; spijker.

emmer.

kwartel.

spoorstaaf.

zeil.

slak.

staart.

laten vallen.

weeklagen.

mikken.

aanspraak.

verminken.

buil.

brein.

keten.

droogleggen.

gaarne.

winst.

graan.

gelegen.

hoofdzaak.

pijn.

eenvoudig.

regen.

doodgeslagen.

verstuiken.

smet.

inspannen.

boerenknecht.

trein.

ijdel.

wagen.

lucht.

stoel.

blond.

baar.

ligplaats (van wild), paar.

wieg.

pollepel.

navel.

haven.

raaf.

hazelaar.

wapenkunde.

schol.

hulp.

vlechten.

gelegd.

meisje; maagd, betaald.

gestreepte laken-stof.

•raisin

(reean)

rozijn.

gaol

(dzjeel; eigenl. dzjool) kerker.

gauge

(Geedzj)

ijken.

bay

(bee)

baai (zeebocht).

clay

(klee)

klei.

day

(dee)

dag.

fay

(fee)

fee.

,/%

(flee)

villen.

fray

(free)

strijd.

m

(Gee)

vroolijk.

gray

(aree)

grijs.

hay

(hee)

hooi.

Jay

(dzjee)

meerkol (vogel).

lay

(lee)

leggen.

May

(mee)

Mei.

nay

(nee)

neen.

pay

(pee)

betalen.

play

(plee)

spelen.

pray

(pree)

bidden.

ray

(ree)

straal.

say

(see)

zeggen.

slay

(slee)

doodslaan.

spray

(spree)

schuim.

stay

(stee)

stut.

stray

(stree)

afdwalen.

sway

(swwee)

heerschappij.

tray

(tree)

presenteerblad.

way

(wwee)

weg.

kayle

(keel)

kefeel.

ere

(eer)

eer (voordat).

there

(dheer)

daar.

where

(wweer)

waar.

break

(breek)

breken.

steak

(steek)

lapje vleesch.

hear

(beer)

beer; dragen.

pear

(peer)

peer.

swear

(swweer)

zweren.

tear

(teer)

rukken.

wear

(wweer)

dragen.

great veil

(Greet)

groot.

(veel)

•luier.

trap.

sjees.

prijzen.

ophefién.

waard (eilandje).

lokaas.

gang, tred.

vlechten.

wachten.

wuiven.

baai (kleedingstof).

maïs.

geloof.

recht.

zwak.

verf.

klacht.

zonderling.

heilig.

smet.

Schotsch landedelman.

ocr page 30

— 26 —

rein

(reen)

teugel.

vein

(Teen)

ader.

neigh

(nee)

hinneken.

■weigh

(wwee)

wegen.

deign

(deen)

Terwaardigen.

feign

(feen)

Teinzen.

reign

(reen)

regeering.

eigne

(een)

eerstgeboren.

eight

(eet)

acht.

freight

(freet)

Tracht.

weight

(wweet)

gewicht.

ley

(bee)

bei (Tan Tunis).

(oree)

gfijs-

hey

(bee)

he, heidaar.

prey

(pree)

prooi, buit.

they

(dhee)

zij (zijlieden).

whey

(wwee)

wei, zoetwei.

A an me

! rki ng.

De in bovenstaande lijst

opgesomde woorden behoeven niet van buiten geleerd te worden, daar er verscheidene bij zijn, die de beginner vooreerst niet licht noodig zal hebben. Wij moeten er echter nogmaals met nadruk op aandringen, dat al die woorden herhaalde malen moeten worden gelezen overluid (dat wil zeggen; men moet zeiezen hardop, met luider stemme). Dezelfde aanmerking wel in het oog te houden, en die stiptelijk op te volgen, is evenzoo een onmisbaar vereischte bij de volgende lessen , houdende samengestelde oefeningen voor de uitspraak. De stelselmatige orde, waarin wij ze mededeelen, zal den beoefenaar een veel beteren leiddraad zijn dan eene menigte taalkundige regels, die hem, door hunne ontelbare uitzonderingen, in eenen doolhof verplaatsen, waarin hij rondtast nagenoeg in den blinde (ieder, die slechts even kennis gemaakt heeft met eene gewone Engelsche spraakkunst, zal zich reeds daarvan overtuigd hebben). Doordien de woorden in kolommen onder elkander gedrukt staan, kan de beoefenaar naar verkiezing de uitspraak-kolom bedekken, hetzij met een liniaal of met een stuk papier, ten einde zich te vergewissen of hij de Engelsche woorden reeds kan uitspreken zonder hulp; hij kan de twee voorste kolommen bedekken , om te zien of hij van de Hollandsche woorden reeds de Engelsche beteekenis weet; enz.

(8e Oefen.) F. Lexicographie.

1) Onder dit opschrift zullen wij over de in tekst A. voorkomende Engelsche woorden alle zoodanige opmerkingen mededeelen , die noch tot de spraakkunst, noch tot de leer der uitspraak behooren, namelijk over den oorsprong, deherkomst der woorden, en wel over de afleiding der Engelsche woorden hetzij Tan elkander hetzij van Hollandsche of Tan Fransche woorden. Tot dat einde zullen wij de woorden , dia eenen Hollandtchen oorsprong, en die, welke eene Fransche herkomst hebben, Tan elkander afzonderen, elk dier beide woordsoorten in eene afzonderlijke rubriek. Den beoefenaar, die het Fransch Terstaat, zal deze Terdeeling eene dubbel belangrijke oefening rerschaffen; hij, die het Fransch ■iet kent, zal daaruit zien, welk eene krachtige hulp de kennis Tan de eene taal Toor het aanleeren Tan eene andere is.

Woorden van gelijken oorsprong als de Hollandsche.

NB. De Engelsche woorden staan currief.

was, was. — dead, dood. — to, te. — begin, beginnen. — there, daar. — «», is. — thai, dat. — the, de. — by, bij. — and, en (oudtijds: ende). — it, het. — name, naam. — good, goed. — upon, samengesteld uit up, op, en o», aan. — for, Toor. — anything, samengesteld nit any, eeuig, en thing, ding. — he, hij. — hand, hand. — old, oud. — o», als. — a, een. — doornail is samengesteld uit door, deur, en nail, nagel (spijker).

Woorden van gelijken oorsprong als de Fransche.

doubt, doute. — register, registre. — signed, signé. — clerk, clerc. — chief, chef. — 'Change, Exchange, change, échange.

Woorden van gemengden oorsprong.

clergyman is samengesteld uit clergy, het Fransche „clergéquot;, en man , het Holl. „manquot;. — In mourner berindt zich de Fransche stam „mornequot; met den Holl. uitgang .....erquot; Terbonden. — chote kan afgeleid worden Tan het Fransche „choisirquot; , maar eTen goed Tan het Holl. „kiezenquot; dat ongelijkTloeiend is: he chose, hij koos (dat is: hij vond goed).

2) Wij hebben in bovenstaande opsomming natuurlijk Holl. of Fransche woorden gekozen, die aan het Engelsch stamverwant zijn, dus niet strikt die woorden, waarmede de Engelsche, naar hunne beteekenis (hetzij in het algemeen of op deze plaats in het bijzonder), moeten vertaald worden. Voor de juiste beteekenis hier, en voor de uitspraak, moet men ieder woord, waarvan men niet meer geheel zeker is, in den Tekst A. opzoeken. De woorden, welker afleiding wij hier nog niet opgegeven hebben , zullen wij, voor zoover noodig, later toelichten.

3) Woordenlijst. Ten einde, bij het aangroeien van den voorraad der reeds aangeleerde woorden, in staat te blijven dien voorraad steeds gemakkelijk te overzien, raden wij den beoefenaars aan, eene Woordenlijst aan te leggen, en daarin ieder Engelsch woord, met aanwijzing van die bladzijde onzer brieTen, waar het Toor de eerste maal Toorkomt, in alphabetische orde op te teekenen.

Wij maken hier nog uitdrukkelijk opmerkzaam , dat in die woordenlijst geen andere woorden opgenomen moeten worden, dan alleenlijk die, welke in den tekst der lessen, dus onder het hoofd „A. Tekstquot; Toorkomen.


ocr page 31

Daar de woorden naar alphabetische orde zeer ongelijkmatig verdeeld zijn, zoo is een schrijfboek van 30 vellen papier, die in vieren gevouwen worden , in te richten als volgt: Men neemt voor

x, y, z, ieder 1 bladz., = 3 bladz.

J, 9

n

2 = 6 »

n, o, v

n

't „ — 12 „

«gt; ff, b, I, «, w

»»

8 „ =48 „

a, m,r,t,

»

12 „ =84 „

e, d, p

»

19 „ = 57 „

8

30 „ =30 „

te zamen 240 bladz.

De woorden van onze beide eerste volzinnen worden opgeteekend aldus:

Marley onder M. — was, with, whatever onder W. — dead, doubt onder 1). — to, there, that onder T. — tegin onder 11. — /» onder 1. — no onder N. — about onder A.

(9e Oefen.) 6. Mondeling Onderhoud.

Om zich de vereiscbte vaardigheid in het spreken eigen te maken is het noo-dig, de Engelsche stof der lessen op eene doelmatige wijze te bewerken als stof tot mondeling onderhoud. — Tot dat einde zijn bij iedere les eenige goedgekozene, den tekst betreffende vragen gevoegd, welke de beoefenaar zelf (uit het hoofd) in het Engelsch moet beantwoorden. — Deze vragen zijn in de eerste lessen geheel in het Hollandsch gesteld; later worden ze hier en daar met Engelsche woorden vermengd, totdat eindelijk de beoefenaar in de achtste les reeds in staat is, geheel Engelsche vragen te verstaan en in het Engelsch te beantwoorden.

a) Ieder Mondeling onderhoud moet eerst schriftelijk worden uitgewerkt, waarbij de antwoorden uit het geheugen achter de vragen worden geschreven.

b) Alsdan worden die antwoorden met den tekst A. vergeleken, en, zoo noodig, verbeterd. De vragen zijn namelijk allen zoo gedaan, dat altijd een gedeelte uit den tekst het juiste antwoord daarop geeft, zonder dat dit antwoordende gedeelte van den tekst eenige verandering zou kunnen ondergaan. Om het vinden van het bij iedere vraag passende antwoord gemakkelijk te maken, lijn in den Engelscben tekst die volzinnen, waaruit het antwoord te maken is, van een gelijk cijfer als de vragen voorzien , en zoo staat telkens dit cijfer bij het begin van de bedoelde Engelsche plaats, terwijl het einde van het antwoord door de terugwijzende hoekige parenthese (]) aangewezen wordt. B. r. luidt de eerste der hieronder gedane vragen: „Wat wordt ons bij het begin der vertelling van Marley gezegd?quot; Dadelijk herinneren wij ons hierby het antwoord „Marley wat deaf, en wij schrijven dit uit het geheugen op. Nadat al de antwoorden uit het hoofd, zoo goed als het gaan wil, gegeven zijn, gaan wij over tot de vergelijking van onze antwoorden met de bewoordingen van tekst A. Hier vinden wij het begin van het antwoord op de le vraag met eene dikke (vette) „1quot; aangewezen, en achter dit cijfer den volzin: „Marley was deadquot;]. De achter dead staande hoekige parenthese wijst aan, dat daarmede het antwoord eindigt. Zoo gaan wij alle antwoorden na, verbeteren, zoo noodig, de onze, en dan:

c) wordt het geheele onderhoud nog eenige malen hardop overgelezen.

Er is voorzeker geen beter en gemakkelijker middel, om de beoefenaars spoedig aan het spreken te brengen. De bij het opstellen van ieder antwoord vereischte inspanning van den geest maakt de beoefenaars tevens meer en meer bekwaam, om iedere gedachte snel in den juisten vorm in te kleeden, hetgeen wel een der voornaamste vereischten is, om eene vreemde taal vloeiend te kunnen spreken.

Wij verzoeken de beoefenaars, in het antwoord nimmer verder te gaan dan den zin der gestelde vraag, en slechts met juistheid datgene te antwoorden, wat de vraag verlangt.

Wanneer dus de onder nummer 8 volgende vraag luidt: „Waarvoor was Scrooge's naam goed?quot; dan moet alleen geantwoord worden met „for anythingquot;. De toevoeging „he chose to fut his hand toquot; behoort niet meer tot dit antwoord.

Het nauwgezette ten uitvoer brengen ook van deze oefening wordt ten dringendste aanbevolen aan allen, wie het ook vooral te doen is om de Engelsche taal te leeren spreken.

Tragen.

1. Wat wordt ons, bij het begin van de vertelling, van Marley gezegd?

8. Waarom wordt ons Marley's dood

medegedeeld ?

3. Wat werd onderteekend?

4. Door wie werd het register onder

teekend ?

H. Wie onderteekende het register nog meer?

B. Wat was goed op de beurs?

9. Waar was Scrooge's naam goed?

8. Waarvoor was Scrooge's naam goed?

». Wat was het, waarmede Scrooge

onderteekende? *

lO. Hoe wordt Marley uithoofde van

zijn ouderdom genoemd? U. Hoe dood was Marley?

Ter meerdere duidelijkheid willen wq hier het begin der onderhondsoefening van deze les uitgewerkt laten volgen:


ocr page 32

1. Wat wordt ons, bij 't begin van de vertelling, van Marley gezegd?

2. Waarom wordt ons Marley's dood medegedeeld ?

3. Wat werdonder-teekend ?

4. Door wie werd bet register onderteekend ?

5. Wie ondertee-kende het register nog meer?

(ioe oefening.) H. Gesprekken voor het practiscbe leven.

Voor ieder, die de Engelsche taal grondig bestudeert, moet het Tan belang zijn , ook in het dagelijkscbe leven zijne gedachten spoedig in het Engelsch te kunnen uitdrukken. Bijna in iedere les zullen wij daarom, behalve het „Mondelingonderhoudquot;, nog gesprekken en spreekwijzen mede-deelen, meer bepaald met het oog op het gezellig verkeer. Daarin zullen eensdeels de reeds geleerde woorden herhaald worden , anderdeels zal men daarin ook nieuwe woorden aantreffen. Die gesprekken moeten van buiten geleerd, en van tijd tot tijd overluid herhaald worden; want het „van buiten leerenquot; is eene vergeefsche moeite, en het geleerde gaat spoedig weder uit het geheugen, wanneer het niet door dikwijls herhalen onuitwischbaar wordt ingeprent. Om iets goed u.it het hoofd te kennen, moet men het eerst helder en hecht in het hoofd brengen. Wat men met duidelijke bewustheid in zich aanwezig heeft, zal men ten allen tijde duidelijk te voorschijn kunnen brengen.

1. Marley was dead.

2. to begin with.

3. the register of his burial.

4. hy the clergyman , the clerk, the undertaker, and the chief mourner.

'5. Scrooge.

Gaarne hadden wij den beginner de moeite van het van buiten leeren bespaard, te meer daar wij in den beginne onvermijdelijk slechts eene eenvoudige stof in bijna kinderlijk eenvoudige taal mogen behandelen '); maar het van buiten leeren is de geschiktste en kortste weg, om zeer spoedig in het bezit te komen van den noodigen voorraad woorden en uitdrukkingen — de noodzakelijkste bouwstoffen tot taalkennis. Als voorbereiding lot het van huiten leeren, vertale men de gesprekken schriftelijk

Bij dea ödeo brief van dezen cursus beginnen wy reeds eenen tekst te leveren, die meer de belangstelling zal boeien, namelijk een Sogeltoh Blijspel.

in het Hollandsch, zooveel mogelijk woordelijk , nogtans zoo, dat die vertaling verstaanbaar Hollandsch zij. De weder-vertaling der in de oefeningen van den volgenden brief voorkomende Hollandsche vertaling dient als toetssteen, of de gesprekken in het geheugen getrouw bewaard zijn gebleven.

In de volgende gesprekken zijn vooral die woorden en spreekwijzen opgenomen, waarmede de Nederlanders, doordien zij die of niet kennen 61' verkeerd gebruiken, dikwijls fouten begaan; ieder, die deze gesprekken, na eene grondige studie der les zelve, even als het „Mondeling onderhoudquot;, vlijtig instudeert, zal spoedig het genoegen smaken, zich zonder vrees in de Engelsche taal te kunnen laten hooren.

NB. Prent de volgende gesprekken, door wederzijdsche vertaling, enz., grondig in het geheugen.

Dialogues (dai'-c-loe*), Gesprekken.

1.

morning (morn'-i»^), morgen. tir (senr), mijnheer.

Good morning, sir.

Madam (nu'd'-tjm), mevrouw, jufvrouw. I (ai), ik (dit I altijd met eene hoofdletter te schrijven).

wish (wwisj), wensch,

you (joe), gij; u.

very (vèr'-ri), zeer.

Madam, I wish' you a ver; good morn'ing. hougt; (hou), hoe.

I did (did), ik deed.

did you ? deedt gij ?

sleep (sliep), slapen.

last (laast), verleden, i last night, night (nait), nacht. \ van nacht. How did you sleep' last night'?

Ihaai (^/ienk), dank.

passed (paast), bracht door.

I thank' yon, I passed a very good' night; and you'?

not (not), niet.

toell (wwèl), goed.

Het onderscheid tusschen good en well zullen wij later doen kennen.

I did not sleep well'.

what (wwót), wat, welke.

has (hèz), heeft.

disturb (dis-teurl»'), hinderen. disiurbed (dis-teurlid'), gehinderd. weather (wwèdh'-er), weder.

thunder (Mun'-der), donder. it thundered (it thun'-derA), het donderde.

great (Greet)., groot. I great deal, deal (diel), deel. j zeer veel.

What has disturbed' yon? Was It the weath'er?

It thundered a great deal'. no (noo), neen.

mt (mi), mq.


ocr page 33

to (soo), zoo.

muck (mutsj), Teel, erg.

my (mai), mijn,

cough (kof), hoest.

which (wwitsj), welke.

troublesome (trul«l'-8um), lastig. prevented (pr«-vènt'-lt;d), belette.

from deeping (from sliep'-i»^), van slapen. during (djoer'-i^), gedurende.

several (sev'-er-el), verscheidene.

hours (uurz), uren. .

No, the thnn'der did not disturb me so mach' as my cough', which was very trooble'some, and prevented me from sleep'ing daring sev'eral hours.

1 should advise (ai sjoed èd-vaiz'), ik

zou raden.

apply (èp-plai'), aanwenden some (sum), een of ander.

remedy (rem-e-di), geneesmiddel.

before going to bed (be-foor' r.oo'-irtf/ toe

bèdquot;), voor gaande naar bed. io-nighl(ioe-nM\'), heden avond, van avond. I should advise you to apply some rem'edy before going to bed' to-night.

I shall follow (ai sjèl fol'-lo), ik zal volgen.

your (joer), nw, uwe, enz.

kind (kaind), vriendelijken.

advice (èd-vais'), raad.

thank' you, I shall follow your kind advice'.

2.

you do (joe doe), gij doet.

How do you do? (hou' doe je doequot;). Hoe vaart gij ? Hoe maakt gij het ? (woordelijk : hoe doet gij doen ?)

iq-day (tóe-dee'), van daag,

How do you do' to-day, madam?

I am (ai èm), ik ben, ik bevind mij. betier (bèl'-ttr), beter.

I am much bet'ter, 1 thank you; and you',

sir, how do you' do?

Very well'.

o'clock (o klok'), op de llok.

What o'clock' is it?

half (haaf), half.

past (paast), voorbij.

eight (eet), acht.

half past eight, half negen.

It is half ^iast eight'.

have (bev), hebben.

thought (Waot), gedacht, gemeend.

late (leet), laat; later (leet'-cr), later. from (from), naar.,

time (taim), tijd.

been (bin), geweest. I have been, ;k

ben geweest.

up (up), op.

the time, 1 have been up, de tijd, (dien) ik op ben geweest.

I should hare thought it lato'r, from tb« time' I have been up'.

generally (dzjèn'-sr-el-ü), gewoonlijk

doorgaans.

rise (raim), opstaan.

What time' do you generally rise'?

in (in), in. 1 in summer,

summer (sum'-mtr), zomer, (des zomer».

at (èt), om.

five (faiv), vijf.

winter (wwin'-ter), winter.

seven (sèvn), zeven.

In sum'mèr at half past five' and in wln'ter at seven'.

go (goo), gaan.

Do yon go to bed late'?

eleven (e-lèvn'), elf.

No, I am generally in bed' at elev'en.

keep (kiep), houden.

Tou keep very good hours'.

yes (jes), ja.

think (Wink), denk.

with (wwidb), met.

poor (poer), arm.

Richard (ritsj'-erd), Richard.

that (dhèt), dat.

early (eiir'-li), vroeg.

makes (meeks), maakt.

man (men), mensch.

healthy (hèltó'-i), gezond.

wealthy (wwèlM'-i), rijk.

wise (wwaii), wijs.

Tes, I think', with poor Ricb'ard, that Early to bed' and early to rise', makes a man healthy, wealthy, and wise'.

I. Herhalings-opgaven bij de tweede les.

Lezen. Nadat in de le en 2e oefening de tekst van deze les langzaam in afzonderlijke lettergrepen en woorden ingeprent is geworden, wordt hier bedoeld een vloeiend, vlot lezen. Onder „vloeiendquot; verstaan wij de wijze, waarop de Nederlander in zijne moedertaal leest; — dus geen afgebroken, stootend uitspreken van afzonderlijke woorden, maar een aaneengeschakeld lezen. Bij een aaneengeschakeld lezen verliest wel is waar de door ' aangeduide woorden-klemtoon volstrekt niet zijne waarde, maar de in tekst A. metquot; aangeduide volzin-klemtoon doet zich hier eerst naar behooren gelden.

Daarom is de volzin-klemtoon in den volgenden (met den onder A. voorkomenden gelijkluidenden) tekst behouden, echter slechts met één klem toon-teeken ('), terwijl de aanwijzing van den woorden-klemtoon weggelaten is.

Opgave 4 (1). Men leze, zonder zich, vooral in den beginne, te o?er-


1

Opgaven 1—8 zyn reedt gegeven in de afdeeling Spraakkuost.

ocr page 34

haasten, den volgenden tekst zoo dikwijls en zoo lang, tot die duidelijk en tloeiend gelezen wordt. Ia men over de uitspraak van een of ander woord in twijfel, zoo geeft de onder A. (blz. 17 en 18) aangewezene uitspraak opheldering.

Marley loan dead': to htqiu' with. There is no doubt ichatev'er about that. The register of his bur'Kit was signed by the cler'gyman, the clerk!, the undertak'er and the chief mourner. Scrooge signed' it: and Scrooge's name was good' upon 'Change for an!ything he chose to put his hand! to. Old Uarley was as dead as a door'-nail.

Opgave 5. Vertalingen, a) Vertaal de hier onder de 4® opgave gegevene herhaling van tekst A. in het Hollandsch, ook hierbij het Engelsch steeds overluid sprekende. Bij deze vertaling mag men, om zuiver Hollandsch te schrijven, zich kleine afwijkingen van de woordelijke beteekenis van den Engelschen tekst en van de Engelsche volgorde der woorden veroorloven. Het komt in de eerste plaats daarop aan, den zin van den Engelschen tekst nauwkeurig terug te geven, waarbij natuurlijk die vertaling de beste zal zijn, in welke ieder Hollandsch woord gelyke beteekenis als het Engelsche heeft, en ieder Engelsch woord teruggegeven is, voor zoover eenigszins mogelijk.

b) Is deze vertaling gereed, dan moet zij met de onder B. (bladz. 18) gegevene ilollandsche vertaling vergeleken, en zoo noodig ook verbeterd worden.

Daan,a moet:

c) deze zelf gemaakte Hollandsche vertaling in het Engelsch terug vertaald worden , vervolgens met den onder de 4 opgave gegeven Engelschen tekst vergeleken, en daarnaar—zoo noodig — verbeterd worden.

Het spreekt van zelf, dat de zoo even onder a) en c) opgegevene vertalingen gemaakt moeten worden uithethoofd, zonder eenig ander hulpmiddel, hoegenaamd ook. Wie daarbij, gemakshalve, gebruik wilde maken van de gedrukte vertaling, zou slechts zich zeiven bedriegen.

De 5e opgave vormt deu toetssteen van alle voorafgaande oefeningen, en zal niet moeielijk vallen, indien men de vroegere oefeningen in gemoede volbracht heeft.


Laatste wenken.

1) De eerstvolgende brief geeft altijd de oplossing van de in den vorigen brief gestelde opgaven.

2) Eerst moet de eene brief geheel ingestudeerd zijn, voordat de volgende brief geopend en doorbladerd wordt.

S) Alle beginselen zijn moeielijk! Dit bedenke ieder beoefenaar, wien de eerste poging veel inspanning des geestes kost. — Dat hij zich daardoor niet late ontmoedigen! Door onze methode (die op goede grondslagen rust) ziet hij zich ineens in eene nieuwe, vreemde wereld verplaatst, in welke hij — om er zich thuis in te gevoelen — eerst den weg moet vinden. Moge hij dit begrijpen! Later zal menig genotvol uur de eerste inspanning ruimschoots vergoeden.

The sleeping fox catches no poultry.

föks kètsj'-ei pool'-tri

vos vangt hoenders. Franklin (frènk'-lin).

Leesrooster voor tien lsten—lldcn Brief.

Leesrooster voor den 12den—18den Brief.

Tot het volbrengen van de 3e Oefening (bladz. 17) make men zich volgens bovenstaand model op stevig carton een leesrooster van 8 ^ 12 regels, terwijl men daarbij met een ennemes al het zwarte nauwkeurig moet wegsnijden. Al naar mate de wijze waarop men ezen leesrooster op Tekst A legt, kan men dan, volgens de opgegevene Oefeningen, den Engel-ichen Tekst, de Uitspraak of de Vertaling, onder bedekking van het overige, bestudeeren. — De Tekst van den 12(feo—-ISdeo Brief zal slechts uit twee r^jën bestaan, waarom de onderste model-leesrooster voor die brieven bestemd is.

ocr page 35

?s

® CD

W

P ^

0 §

7Q ^

§ 33 S* S-

2 amp; P co

B 5'

(o* 2j

JL«

« §

nToq »quot; 0

n-quot;

3- cf

CB lt;j

ï- f

TT p 9» p.

Is

CR

? 0

2.* 2. 2-co

ST S ^ P B ST

M M H I I I IH

I I I I I I M I Isl l-l I Uh

iang

I-I

Kort

lli I 1=1 ill 'IM II « i II

Zacht

Samengesteld

si quot;

= g Squot;

_ ® t-.

-i

O »

P S

gt; O f B

CH Q»

gt;■ *5-

ra ®

S5

2 ^

ri a

pj £. 03 ^


Rquot;

0-

gt;

gt;

?r-

is

0-

e

S-

CU

0 ^ ef

H p- s

» B » 0 P f Jj -

P 3.

Oq « p

re 2

°i s-

n 2. 0 « cttj B » p

s. amp;

a*

i ^ «

W O a

% gt; o $

2 tr1 W p

2 ca Ö Cfl

M W 0

S k s

M s

0?

a

Zacht of Zwak.

B-

»

Hard of Scherp,

2- :

ia-p. n o

0 2

oB

K

«I

25 3. _ »

cr ft

r- 7?

2 33

H O

w amp;

OS os OS rfk --

Ifk. —'

lt;5

a

1

0-

quot;Si

►oquot;

,'S*

0

0

quot;r*

i 1

to p ^ 50 S on ft B* O

P g

»

O ^ « w 2 58 «.go

= gt; O PI

Ssgs

o 53 5 ^ H

De hier aangewezene bladz. staan in de 1« les. Alle in onze aanwijzing van de uitspraak voorkomende, dns ook de in dit Overzicht niet genoemde Hollandsche letters worden als in het Holl. gelezen; h, 1, m, n; enkele afwijkingen zijn duidelijk bepaald. Alle Eng. letters, die stom zijn, worden door cnrsieven aangeduid: Ani^t (nait) (bl. 8 § 4).

De Nederlanders hebben de gewoonte een zachten medeklinker aan het einde eener lettergreep hard uit te spreken. Dit geschiedt in het Engelsch nooit; en eene groote moeie-lijkheid in de uitspraak van het Engelsch is het voor den Nederlander, de zachte medeklinkers aan het einde der lettergrepen juist even zacht uit te spreken als b^j het begin. Om de opmerkzaamheid op deze zachte uitspraak steeds levendig te houden, wijzen wij de zachte eind-medeklinkers in onze uitspraak-aanwyzing meestal door vette letters aan f aldus: Mind,

i

ocr page 36

— 3Ï —

(Eens ïoor all)

Richtsnoer ter aanduiding ran de wijze, hoe de in elke les behandelde oefeningen te volbrengen.

A. Tekst.

Oefening 1—3. Met den tekst van den Christmas Carol moeten in iedere les de oefeningen 1—3 plaats hebben, die voorgeschreven zijn op blz. 17.

B. Hollandsche vertaling.

Oefening 4. Bij het opmerkzaam overlezen van deze vertaling zullen alle twijfelachtigheden verdwijnen, welke de onder A. gegevene woordelijke vertaling nog mocht hebben laten bestaan aangaande de juiste beteekenis van den Ëngelschen tekst.

C. Wederzjjdsche vertaling.

Oefening 5. De wederzijdsche vertaling van iedere les moet stiptelijk volbracht worden op de wijze, voorgeschreven op de bladzgden 18 en 19.

D. Spraakkunst.

Oefening 6. Dit gedeelte der lessen moet, in den strengen zin des wuords, bestudeerd worden. Men moet niet eer verder voortgaan, voordat het gegevene volkomen en helder begrepen is. Daarbij stelle men zich echter geen bemoeielijkende nevenvragen; men blijve niet radeloos stilstaan bij twijfelachtigheden, die men wellicht hier of daar kan ontmoeten met betrekking tot punten, die niet rechtstreeks van aanbelang zijn bij de in behandeling zijnde les: alles kan niet gegeven worden inééns; — ieder punt ter zijner tijd en ter zijner plaats. Men houde de waarheid voor oogeu, die in deze twee regeltjes verborgen ligt:

Om van eene okkernoot de pit le kunnen smaken.

Neem eerst den bolster weg, eer gij den dop wilt kraken.

De opgaven beantwoord of uitgewerkt.

Oefening 6a 1). De in iederen brief in dit hoofdstuk D., of in eenig ander hoofdstuk, voorkomende opgaven, zoomede de aan het slot van eiken brief onder I. gegevene herhalings-opgaven, zullen telkens geregeld in den eerstvolgenden brief wordea beantwoord of uitgewerkt. Die oplossing of dat uitgewerkte moet door den beoefenaar nauwlettend met zijn eigen werk worden vergeleken. Bevindt men bij die vergelijking dat men fouten gemaakt heeft, die moet men'niet dadelijk verbeteren, maar men moet die fouten met roode inkt onderschrappen. En niet, dan nadat men zich goed in het geheugen geprent heeft hoe het eigen» lijk wezen moet, mag het werk, waarin zich de fouten beviuden, uit de handen gelegd worden.

2). Den volgenden dag worden de met roode inkt onderschrapte fouten uit het geheugen verbeterd, en dan nogmaals met onzen arbeid vergeleken. Daarna kan men het vertaalde weder terug-vertalen in de taal, waaruit men het eerst heeft overgezet.

E. Uitspraak en Spelling.

Oefening 7. Het hoofdstuk „E. Uitspraak en Spellingquot; moet oplettend worden overgelezen. De daarin voorkomende regels moet men zich goed in het geheugen prenten. De inleiding tot de uitspraak, met de paar aan paar opgegeveue voorbeelden, herhale men zoo lang, totdat alle onzekerheid dienaangaande verdwenen is. Met de aan het einde van dit hoofdstuk telkens toegevoegde voorbeelden over eenen bepaalden klank of een bepaald letterteeken • (in deze 2e les blad* zijde 23 tot 26) heeft men, nadat ze herhaalde malen overgelezen zijn, de volgende oefeningen te volbrengen:

1). Men bedekke de afgebeelde uitspraak, en spreke dan overluid de Engelsche woorden uit.

2). Men bedekke de Engelsche woorden, en schryve dan naar de uitspraak-afbeelding en naar de Hollandsche vertaling, altijd overluid sprekende, de Engelsche woorden neder, die men vervolgens (op de manier als reeds onder D. is opgegeven) met het oorspronkelijke vergelijkt, en voor zooveel noodig verbetert.

E. Lexicographie.

Oefening 8. Bij iedere les moet eene woordenlijst gemaakt worden, overeenkomstig het voorschrift van bladzyde 26, 3. De opgeschrevene woorden moeten dikwijls overgelezen worden, naarmate men tijd over heeft van het andere werk; bij dat overlezen moet men zich vergewissen of men de uitspraak en de beteekenis goed onthouden heeft, en ook of men, voor zoover die is opgegeven , de afstamming nog weet. Is men omtrent een of ander punt niet volkomen zeker van zijne zaak, dan moet men het woord dadelijk naslaan ter plaatse waar men het, volgens het daarbg gestelde cijfer, voor het eerst aangetroffen heeft.

6. Mondeling onderhoud.

Oefening 9. Het „Mondeling onderhoudquot; moet telkens worden behandeld op de wijze als op bladzijden 27 en 28 is voorgeschreven, en zulks niet slechts mondeling (altoos overluid sprekende), maar tevens schriftelijk.

H. Gesprekken.

Oefening 10. De Gesprekken worden zorgvuldig van buiten geleerd volgen de op bladzijden 28 en 29 gegevene voorschriften.

1. Herhalings-opgaven.

Hierover lal iedere les byzondere voorschriften bevatten.

ocr page 37

Leercursus der Engelsche taal door zelfouderriclit.

2° BRIEF.

_(LES 3 EN 4.)_

3e L E S.

„Ecac vaste wilskracht is de onvermijdelijke voorwaarde voor alle bcscbaving, daar zij de onvermijdelijke voorwaarde voor alle streven is. Een dwaalbegrip is de meening, als zouden wij eene vaste wilskracht enkel en alleen behoeven voor het zedelijke streven. De waarschuwing luidt: wie ni^t werkt, zal ook niet eten; maar zij moet tevens luiden; wie niet werkt, zal ook u iets leeren.quot;

A. Tekst.

(Oefen. 1—3 volgens het op bliidzijde 32 [liens voor al] gegeven voorselirift.)

Mind! I don't mean 1 to say] that I know, 2 of my own

uiaindquot; ai doont uiieu toe see' (llièt ai nooquot; ov raai oon Let wel I ik doe niet mcenen te zeggen dat ik weet van mijne eigene

knowledge,] what there is particularly dead 3 about a

nor-edy v\ w 6t dbccr iz paar-likquot;-jótï-lcr-li clèd e bout' e

kennis wat daar is in het bijzonder dood aan een

door-nail.] I might have been inclined, myself, 4 to regard

doofquot;-neel ai wait Lev bin in-klaind' mi-sè'tquot; toe re-Gaa^tl' deurspijker. Ik mocht hebben geweest geneigd ik zelf te beschouwen

a coffln-nail] 5 as the deadest piece of ironmongery in the

e kof'-in-neel' ex dh* dcdquot;-est pies óv ai'-ern-muuy-G'.r-i in dhtf

een doodkist-spijker als het doodste stuk van üzerwaar in den

trade.] But 6 the wisdom of our ancestors] is 7 in the

irtedquot; but dhlt;f wwi»quot;-duin ov our èuquot;-sès'-tu; a ix in dhc

handel. Maar de wijsheid van onze voorvaderen is in de

simile;] and 8 my unhallowed hands] shall not disturb it,

pim'^il-li end mai un-hcl'-iood hèndz sjèl not dis-teurbquot;' it

gelijkenis; en mijne ongewijde handen zullen niet storen het,

or 9 the Country 's done for.] You will therefore permit

or dhe kuii'-tri 'x dunquot; fo/* joe wwil dheer'-foor p^r-mit' of bet land is gedaan voor, Gg zult daarom veroorloven

me 10 to repeat,] emphatically, that 11 Marley was as

mi too re-piolquot; èin-lètquot;-ikèl-li tllièt maar'-li wwiji è*

mij te herhalen nadrukkelijk, dat Marley was zoo

dead as a door-nail ]

dèd èz e doorquot;-neel dood als een deurspijker.

(4e Oefening.) j}. Mlandsclie Vertaling,

Let wel! (Mijne bedoeling is) niet te zeggen, dat ik (uit mij zeiven) weet, wat er bijzonder doods is aan een deurspijker. Ik zelf had geneigd kunnen zijn, om een dooJ-kist-spijker te beschouwen als het doodste stuk ijzerwaar (dat) in den handel (voorkomt). Maar de wijsheid onzer voorvaderen (ligt) in de gelijkenis, en mijne ongewijde handen mopten (die) niet storen, of het is met het land gedaan. (Men zal) mg dus veroorloven met nadruk te herhalen, dat Marley zoo dood was als een deurspijker1).

Het Engelschc spreekwoord „as dead as a door-nailquot; staat gelijk met het Hollandsche „zoo dood als een pierquot;. Daar hier echter nog een andere mtiailquot; (de „crjjïn-nailquot;) genoemd wordt, om te dienen als sterkere uitdrukking dan mdoor-nailquot;, mag het Engelschc spreekwoord niet anders vertaald worden dan woordelijk, want anderi zou .de uverzetliug van de sterkere uitdrukking geheel onverstaanbaar worden.

Over de ronde pareutheses ( ) zie Brief 1, les 2, blz. 18.

3

Servaat dt Bruin, EngeUche Taal*

ocr page 38

(5e Oefen.) C. Wcckrzijdsclic Vertaling.

To maken volgens de dienaaugaande op blz. 18 voorgesclirevene regels.

Vertaling

van de opgaven uit deu vorigen brief.

Opgave 1 (blz. ly t kol. 1).

NB. i)e vette letters duiden het onderwerp (subject) aan, de cursiejietterï het gezegde (predicate).

1. The nail is old.

2. The nail is good.

3. The clergyman is good.

4. The clergyman is old.

5. The clergyman signed.

lt;5. Marley ia dead.

7. The register was signed.

8. The door was old.

Opgave 2 (blz. 19, kol. 2).

1. Marley signed.

2. The mourner was a clergyman.

3. Charles is a name.

4. The clerk is old.

Zelfstandige naamwoorden in

deze en de vorige opgave: nail, clergy-man, Marley, register, door, mourner, Charles, name, clerk.

liij v oeglij ke naamwoorden: old, good, dead.

Wanneer in deze volzinnen een zelfstandig of bijvoegli k naamwoord meer dan eens voorgekomen is, hebben wij het slechts eenen keer vermeld.

Opgave 3 (blz. 20, kol. 1).

1. The name was Dickens.

2. The undertaker is dead.

3. The register is old.

4. The hand signed.

(Bladzijde 28.) Gesprekken.

1) Goeden morsen, mijnheer! — Mevrouw ! ik wensch u een zeer goeden morgen. — lloe liebt gij van nacht geslapen? — Ik dank u, ik heb een zeer goeden nacht doorgebracht; en gij? — Ik heb niet goed geslapen. — Wat heeft u gehinderd? Was het 't weder? het heeft zeer veel gedonderd. — Neen, de donder heeft mij niet zoo erg gehinderd als mijn horst, die zeer lastig was en mij gedurende verscheidene ureu belet heeft te slapen. — Ik zou u raden een of ander geneesmiddel aan te wénden, eer gij van avond naar bed gaat. — Ik dank u, ik zal uwen vriendelij ken quot;raad volgen.

2) Hoe vaart gij van daag, mevrouw? — Ik ben veel beter, ik dank u; en gij, mijnheer! hoe maakt gij het? — Zeer wel. — Hoe laat is het? — Het is half negen. — Ik zou gedacht hebben (dat) het later (wai), naar den tijd (te oor-deden), dien ik op len genrest. — Hoe

laat staat gij gewoonlijk op? — ties ZöraéfS om half zes, en des winters om zeven (uren). — Gaat gij laat naar bed? — Neen, ik ben doorgaans om elf (uren) te bed. — Gij leeft zeer geregeld [woorde-lijk : gij houdt zeer goede uren]. — Ja, ik denk met (den) armen Kichard: vroeg naar bed (gaan) en vroeg opstaan, maakt een mensch gezond, rijk en wijs.

Slot-opgave (blz. 30):

dhe sliep'-i//^ lóksquot; ketsj'-^z no pooV-tri. de slapende vos vangt geen pluimgedierte.

(üe overige in den vorigen brief op-genomene opgaven ter oefening kunnen uitgewerkt worden door vergelijking met de gedrukte vertalingen )

(6e Oefening.) D. SpraalikUllSt. [§ go.] my unhallowed hands.

In den vorige» brief hebben wij aangetroffen :

his hand, zijne band.

Hier hebben wij:

my hands, mijne handen.

In his hand is 6 éne hand bedoeld. In n/y hands is meer dan eéne hand aangeduid. Ik zie aan den vorm van het woord hands, dat er verscheidene handen bedoeld worden, daar hands geschreven wordt met eene s, en daarentegen hand zonder s

Het zelfstandig naamwoord heeft twee vormen, om het getal aan te duiden, waarin het voorkomt. De vorm vuor de eenheid wordt genoemd Enkelvoud, sinyular (siw^'-ojóe-ler); de vorm voor twee of meer dan twee heet M e e r v o u d, plural (ploert I).

Het meervoud wordt gevormd door achter het efnkeUoud eene „squot; te plaatsen.

Opgave 1. Vorm het meervoud der volgende zelfstandige naamwoorden.

1. douhl. — 2. register. — 3. burial.— 4. clerk. — 5. undertaker. — 6. mourner. — 7. name. — 8. door. — 9. nail. — 10. cojfin. — 11. trade. — 12. simile.

Opgdve 2. Hoe is het enkelvoud van ancestors ?

[§ JO.] I donH mean to say.

X know.

I might have heen inclined.

Wanneer iemand van zich zeiven iels zegt, noemt hij zich niet bij zijnen naam, maar bedient zich, in stede daarvan, van het woord Ik (/).

You will tin re fore 'permit.

Wanneer men tot iemand spreekt, en van dien toegesproken persoon iets zegt, bezigt men, in plaats van zijnen naam, hot woord gij {you).


ocr page 39

Scroogr't nnvie teat good upon 'Change for amjUung lie chose to pul his hand lo.

Wanneer men niet van zich zelven, en ook niet van den loejjefproken persoon, niaiir van een anderen man, wiens naam men reeds genoemd liceit, iets zegt, bedient men zicli, om niet telkens dien naam te lieriiaien, van liet woord liij (//#-).

De boven voorkomende woorden I, you, lie staan dus in plaats van per-fcoonsnamen, en heeten om die reden persoonlijke voornaamwoorden, personal pronouns (peur'-sun-el proo'-nounx).

Den sprekenden persoon noemt men ook de eerste persoon, de toegesprokene wordt genoemd de tweede persooi, en ieder ander, over wien gesproken wordt, heet de derde persoon (Vergelijk § 83, blz. 42).

[§ SI.] There is no doubt.

Mar hi/ was dt ad.

You will permit.

De handeling van het onderwerp wordt door den sprekenden persoon voorgesteld hetzij als tegenwoordig, hetzij als verleden, hetzij als toekomstig.

Dit verschil van tijd wordt aangeduid: eensdeels door een anderen vorm van liet werkwoord:

he is, he wlt;is;

anderdeels door samenstelling van het werkwoord met, een hulpwerkwoord:

you will permit.

De verfchiileiide vormen, welke op die beide manieren aan het werkwoord gegeven worden om den tijd aan te duiden, heeten tijden, /e-nm (tens'•lt;»); enkelvoud tijd, itns (tèns).

De voornaamste tijden van het* werkwoord zijn:

.de tegenwoordige tijd, present lenst (pre*'-ent);

de verledene tijd, pas! tense (ynntï)] *) de toekomende t ij d ,(fjoei'-jur).

*) De verledene tijd wordt gesplitst in pas-verleden, geheel verleden en lang-verleden, waarvan dc grammaticale benamingen zijn onvolmaakt verleden, volmaakt verleden en meer dan volmaakt verleden. De eerste dier drie verledene tijden wordt hier bedoeld, nanïelijk de onvolmaakt verledene, imperfect (im-peur'-fVkt).

(7e Oefen.) E. Spelling en Uitspraak.

Mind.

[§ IS.] Mind. Op een paar uitzonderingen na heeft de in éénlettergrepige woorden met den uitgang „tW, en in de Tau die woorden gevormde enmenslellingen, den langen klank „aiquot;. Bij voorbeeld: hind (baindj, binden; blind (blaind),

blind; find (faind), vinden; kind (kaind), soort; vriendelijk.

Windy als werkwoord, Tolgt bovenstaan-den regel; als zelfstandig naamwoord is het een der weinige uitzonderingen; derhalve wind (wwaind), winden.

wind (wwind), wind.

I

[§ SS] De Engelschman schrijft „Tquot;, hel persoonlijk voornaamwoord van den eersten persoon in het enkelvoud, met et-ne groote letter; waarschijnlijk omdat het geheele woord slechls uil één letter bi staat. Dit ter aanvulling op den regel van § fit, blz. 23.

know; knowledge.

f§ 54.] In § 60, 2 (blz. 22) lebben wij gezien, dat de y, wanneer zij als aan-vangsletler van een woord gevolgd wordt door cene «, altijd stom is. Hetielfde is het geval met de wanneer die, als aanvangsletter van een woord, dour e,;ne n gevolgd wordt, b. v.: knack (nek), kunst-ereep; knapsack (nep'-tèk), knapzak; knave (neev), schurk, (in het kaartspel, boer); knead (niert), kneden; knee (ni), knie; knrll (nèl), doodklok; knife (raiv), mes; knight (nail), ridder; kuit (ni'.), breien; knuck (nok), kloppen; knol (nol), knoop; knuckle (nukl), knokkel; enz.

particularly; ironmongery; ancestors; emphatically.

[§ 35.] A. Gelijk in § 58 (blz. 21) met het woord register ^ oefene men zich in het uitspreken van deze lange woorden lettergreep voor lettergreep, daarbij te baat nemende de uitspraak, zooals die is afgebeeld in A Tekst.

par \iic 1 u tic'- u \tic -u- lar\

paar tik'|jóe|ler| lil tik-joeltik'-jóc-ler| par' tic'- k- lar' par-tic1- u lar-ty paar-tik'-jóe-l^rpaar-tik'-jóe-ltfr-li.

i jrowjmong\ er y|_i'- ron\ mong-er 1

ai'|ern|mu?/^! oer i| aiWnimu»^ oer I i'-ron- mong- er\mong er-y\ i'-ron-mong-er-y ai'-^rn-muwy Qer\ mung oer-il ai'-ern-mxxng Qer-i,

an ces\ tors\ _an'-ces\ an'-ces-tors,

en'^esUurstj èn'-sès^n'-sès-tur».

em\p7taf\i\cal\ly\_phal' -Vem-phat-i 1

èm| fèt' |i|kèll lij let'- i.èm- ièt'- i|

em-phaV-i-cahem-phaV-i-cal-Iy.

èm- fèt'- i-kèllèm-fèt'- i-kèl- li

B. In de eindlettergreep ly klinkt de y altijd als de halflange i in de eerste lettergreep van onzen vrouwennaam Mimi, dat wil zeggen als eene lange i, doch zonder klemtoon.

might.

[§ »e.l gh wordt op vcrücliillenderlei wijzen uitgesproken. Men scbenke daarom


8»

ocr page 40

«nn dit «mncnpestflde letterteeken eene bijzondere opmcrkznamhcid, ten einde uit de Tcrsclnllende gemllen , die men ontmoet, Tan liererlede tot een of anderen regel te geraken. Voorshands onthoude men slechts, dat gh achter eene t altijd stom is. Die i, gevolgd door ff/i, heeft slecht» in één woord den korten i klank, namelijk in temiight (sèn'-nit), acht dagen. In ulle andere woorden wordt igh uitgesproken «Is „aiquot;, b. v.: bright (brait), helder; light (iait), lichtj night (nait), nacht; right (rait), recht; tight (sait), gezicht.

Over gh als aanvangs-letterteeken in woorden of lettergrepen, zie § B6, blz. 21.

my; myself.

[§ ÏS] In § BI (blz. 20) en § 62 (blz. 22) hebben wij gezien, welken invloed de nadruk of klemtoon nltoefent op de uitspraak der «oorden to en the. Eenen dergelijken invloed ondervinden ook de woorden my en mysfl/. Moeten die, in tegi-nstelling van andere woorden, met nadruk nitkomen, dan heeft de yin beiden den klank „alquot; j glijdt echter het gesprek als het ware over die woorden heen , zonder bepaalden nadruk, dan beeft de y slechts den halflangen i-klank.

regard.

[§ 98.] Over de a = „aaquot; zie § 48 (blz. 20). In het voorwoordje of woordlidje re wordt de e altijd, wanneer zij voor eenen medeklinker staat en niet den klemtoon heeft, uitgesproken als de toonlooze e in het voorwoordje re van het Hollandsche woord regerren.

Lands.

[s SO] Aan de in §§ 55, 59, 67 (blz. 21 , 22, 23) vermelde voorbeelden, wordt dit voorbeeld van de zac'ite „squot; toegevoegd.

De „squot;, waardoor een woord van enkel-Toud in meervoud wordt veranderd, klinkt achter eenen zachten consonant altijd aU de zachte «.

Country 's.

[§ SO ] 'a (apostrophe en «) is hier eene Terkorling voor is. De vocaal « is weg-geluten en de apostrophe (') daarvoor in de plant» gezet, waardoor eene lettergreep uitgespaard wordt. Daar de Engelsehen reel houden van rad «preken, i» hunne taal aan dergelijke verkortingen zeer rijk. — Volgen» § 66 (blz. 23) worden namen, die slechts één ding in het byzonder aanduiden. even al» de eigennamen van per-tonen, met eene groote aanvangsletter geschreven. Country beteekent hier bepaaldelijk het vaderland van den verteller, dtn slecht» nittiuileud écu land in het bijzonder, en daarom wordv liet geschreven met eene groote C.

therefore

is samengesteld met there; om die reden heeft de IA in dit woord den ZRcht-lispen-den klank volgrns § 53 (blz. 21).

[§ si ] Eenlettergrepige Oefeningen

over den langen vocaalklank i (afgebeeld „iquot; aan het einde der letfergrepen , en „iequot; ah er een of moer consonanten volgen; als alphabctische klank van het letterteeken E of e.

Zie les 2, E, Oefening 7, blz. 32.

he

(bi)

zijn (werkwoord).

he

(hi)

hy.

me.

(mi)

mij.

she

(quot;J')

zij.

the

(dhi)

de (§ 62, blz. 22).

xce

(wwi)

wij.

ylebe

(uliels)

aurdkluit.

cede

(sicd)

afslaan.

tchtme

(ïkicm)

ontwerp.

theme

(Mieni)

thema

arrne

(sien)

1 non eel.

here

(hier)

hier.

mire

(mier)

louter.

êcre

(sier)

dor.

tf/here

(flier)

«leer.

these

(dhiea)

deze.

mete

(miet)

maat.

•evil

(ievl)

kwaad. ')

•even

(ie*n)

zelfs.

hee

(bi)

honigbij.

fee

(«)

fooi.

flee

(Hi)

vlieden.

glee

(Gil)

pret.

knee

(ni)

knie ( § 74, blz. 35).

lee

(10

lij (zeemanswoord).

free

(tri)

vrij.

ire

(si)

zien.

thee

(Hhi)

u (g 53, blz. 21).

three

(Mri)

drie.

t~ee

(tri)

boom.

fleece

(flies)

vlies.

Greece

(ories) (blied)

Griekenland.

hired

bloeden.

creed

(kried)

geloof.

deed

(died)

daad.

feed

(Bed)

voeden.

merd

(mied)

belooning.

need

(nied)

nood.

rerd

(ried)

riet.

teed

(sled)

taad.

tpred

(spied)

»poed.

tceed

(wwied)

onkruid, wied.

heef

(bief)

rundvleesch.

reef

(rief)

rif.

creek

(kriek)

bocht (der zee).

leek

(Hek)

prei.

meek

(miek)

gedwee.

reek

(riek)

rook.

*) De met ♦ gemerkte woordcD zijn in verzen tweelettergrepig. Zie $ 68, blz. 24, noot 1.


ocr page 41

tetk

(siek)

fleek

(sliek)

ueek

(wwiek)

eel

(iel)

hetl

(hiel)

keel

(kiel)

kned

(niel)

peel

(piel)

reel

(riel)

steel

(stiel)

tohtel

(wwiel)

deern

(diem)

seem

(siem)

teem

(tiem)

green

(orien)

keen

(kien)

queen

(kwwien)

seen

(sien)

spleen

(splien)

creep

(kriep)

deep

(diep)

keep

(kiep)

peep

(piep)

sheep

(fjiep)

sleep

(sliep)

steep

(stiep)

sweep

(swwiep)

weep

(wwiep)

bter

(bier)

cheer

(tsjier)

deer

(dier)

jeer

(dzjier)

letr

llicr)

peer

(pier)

queer

(kwwier)

sheer

(sjier)

sneer

(snier)

steer

(stier)

chtese

(tsjie»)

geese

(aies)

beet

(biet)

feet

(fiet)

fleet

(fliet)

greet

(oriet)

meet

(miet)

sheet

(*jiet)

sleet

(sliet)

street

(ütriet)

sweet

(swwiet)

sltece

fsliev)

breeze

(briea)

freeze

(frie»)

squeeze

(skwwifx)

wheeze

(wwici)

seethe

(siedh)

teeth

(tie///)

beech

(bietpj)

leech

(lietfj)

screech

(skrietsj)

*needle

(niedl)

^wheedle

(wwiedl)

zoeken.

glad.

week.

aai.

hiel.

kiel (van een

[schip), knielen {§ 74, schil. [blz. 35). haspel.

staal.

wiel.

denken.

schijnen.

wemelen.

groen.

fel.

koningin.

gezien.

miltzucht.

kruipen.

diep.

houden.

gluren.

schaap.

slaap.

steil.

vegen.

wcenen.

hier.

juichtoon.

ree.

spot.

schuine blik. lid van den hoogen adel.

zonderling.

louter.

hoonende lach. sturen.

kaas.

ganzen.

biet (beetwortel).

voeten.

vloot.

groeten.

ontmoeten.

vtl.

sneeuwjacht.

straat.

zoet.

mouw.

windje.

vriezen.

kneuzen.

liijgen.

zieden, koken.

tanden.

beukeboom.

bloedzuiger.

krysclien.

naald.

fleemcn.

Heette

(bletl)

* sweeten

(swwietn)

quay

(ki)

ftta

(Hi)

pea

(pi)

pita

(P'O

sea

(si)

lea

(ti)

peace

(pies)

bead

(bied)

knead

(nieil)

lead

(lied)

nuad

(mied)

plead

(plied)

read

(ried)

leaf

(lief)

sheaf

(quot;ji'-f)

league

(lieo)

beak

(biek)

bleak

(bliek)

creak

(kriek)

leak

(liek)

peak

(piek)

sneak

(sniek)

speak

(spick)

squeak

(skwwiek)

streak

(striek)

weak

(wwiek)

beat

(biel)

deal

(diel)

heal

(hiel)

meal

(miel)

steal

(stiel)

veal

(viel)

weal

(wwiel)

beam

(biem)

bream

(briem)

cream

(kriem)

dream

(driem)

gleam

(alicm)

ream

(riem)

scream

(skriem)

steam

(stiem)

stream

(striem)

team

Itiem)

bean

(bien)

clean

(klien)

glean

(Glien)

lean

(lien)

mean

(mien)

wean

(w wier.)

heap

(hiep)

leap

(liep)

reap

(riep)

ear

(ier)

blear

(blier)

clear

(klier)

dear

(dier)

fear

(fier)

gear

(Gier)

hear

(hier)

kever.

Terzoeten.

kade.

tIoo.

erwt.

rechtsgeding.

zee.

thee.

vrede.

koraal.

kneden (5 Tl,

leiden. [blz. 35).

raeede.

pleiten.

lezen.

blad.

garve.

bondgenootschap; Fransche mijl.

bek.

bleek.

kraken,

lek.

piek.

sluipen.

spreken.

kwaken,

streep.

zwak.

buil, puist.

deel.

hcelen.

maaltijd.

stelen.

kalfsvleescb.

welzijn,

straal,

brasem,

room.

droom,

glimp,

riem (papier), schreeuwen.

stoom.

stroom.

toom; tweespan, boon.

schoon, helder, nalezen (koorn-

[aren). dun, schraal, meenen.

spenen.

hoop (ophooping).

springen.

oogsten.

oor.

troebel; tranend.

klaar.

duur.

Trees,

gareel.

faooren.


ocr page 42

— 88 —

near

(nier)

rear

(rier)

sear

(sice)

smear

(smier)

spear

(^.pier)

tear

(lier)

ease

(ieas)

grease

(Griex)

lease

(lie®)

pease

(pin)

please

(pliei)

eat

(let)

heid

(biet)

bleat

(bliet)

cheat

(Ujiet)

feat

(fiet)

heat

(hiet)

meat

(iniet)

neat

(niet)

peat

(piel)

teat

(tiet)

treat

(Iriel)

wheat

(wwiet)

leave

(hiev)

leave

(liev)

weave

(wwiev)

heath

(hie//*)

sheafh

(sjie///)

each

(ietfj)

beach

(b:eUj)

bleach

(biietsj)

peach

(piety)

reach

(rielsj)

teach

(tietfj)

beard

(burtl)

east

(lest)

beast

(biesi)

least

(liesl)

yeast

(jiest)

eaves

(ievz)

* be a die

(bied!)

* eagle

(irol)

* easel

(ie.!|

(wwilt; al) (bieku) (ric«n) (si«*.i) (triezn) (wwicantl) (sjier) (-icz)

(ki)

(pies) (brief) (tsjief) (fief) (Grief) (lief) (Mief) (liedzj) (siedzj) (syriek)

*icta8tl

*beacon

*reasori

*.seaxon

* Ir en son

*tren8ind

shire

seize

key

piece

brief

chief

M

fjrief

lief

ihief

lie ge

«lege

shriek

veen.

tiet, speen, behandelen.

tarwe.

in de ho gte gaan.

verlaten.

weven.

heide.

scheede.

ieder.

oever, (het) droge, bleeken.

perzik.

bereiken, onderwijzen.

baard.

oost.

beest.

minst.

gist, ge?t.

drop, druipsel (van [een dak), pedel, bude.

arend.

(schildersgezel, wezel.

baak, baken.

rede.

jaargetijde.

verraad.

luchtpijp.

graafschap.

«rrijpen.

sleutel.

stuk.

kort.

hoofdzakelijk.

leen; leengoed.

grief.

lief.

dief.

leenheer.

belegering.

gillen i schreeuwen.

nabij.

mien

(mien)

gelaat, uiterlijk.

achterhoede.

bier

(bier)

baar, draagbaar.

verwelkt.

pier

(pier)

bruggehoofd.

smeer.

Her

(tier)

rij, reeks.

speer.

grieve

(Griev)

grieven.

traan.

lieve

(lie*|

lief.

gemak.

thieve

(Miev)

stelen, dieven.

vet.

field

(field)

veld.

pacht.

shield

(.«jield)

schild.

erwten.

wield

(w wield)

handhaven.

behagen, bevallen.

yield

(jield)

toegeven.

eten.

fiend

(fiend)

aartsvijand (duivel).

slaan.

fierce

(fier?)

fel, woest.

blaten.

pierce

(piers)

doorboren.

bedriegen.

tierce

(tiers)

ters (§ 90, blz. 43).

roemrijk feit.

priest

(priest)

priester.

hitte.

frieze

(frica)

fries, baai.

vleesch.

* people

(plepl)

volk.

net; zindelijk.

suite

(swiet)

gevolg.

Oefen.) F. Lexicograpliie. (Zie blz. 26 en 32.)

N.l?. In deze oefening worden altijd slechts die woorden opgenomen, die pas voor het eerst voorkomen.

Woorden van orelijken oorsprong als de Hollandse he.

Mind, meent. — /, ik. — mean gt; mee-nen. — tay y zeggen. — that, dat. — knoxD^ kennen. — my, mijn. — oecw, eigen. — knowledge is gevormd uit know, doordien men er den uitgang ledge achtergevoegd en den vocaal-klank „ooquot; veranderd heeft in „oquot;. — what, wat. — might, mocht. — have, hebben. — been, ben. — wyself, samengesteld uit my en self, zelf. — De overtreffende trap van dead is deod*z%i, zooals in liet Hollandsch „doodstquot; die is van „doodquot;. — in, in. — our, ons. — vnhallowed, ongeheiligd. — shall, zal. — not, niet. — or, of. —done, gedaan.— you, (plat Hollandsch) „jequot; en „jouquot;. — wilt, wil. — therefore is samengesteld uit there, daar, en fore, voor. — me, mij, (gemeenzaam Hollandsch) me.

Woorden van gel ij ken oorsprong als de ¥ ranse h e. particularly, parliculièrement. — inclined, inelinc. — regard, regarder. — coffin, coffin. —piece, piece. — trade^ traite. — ancestors, ancêtres. —country, contrée. — permit, permettre. — repeat, répéter. —emphaticilly, emphatiquement.

(8e

(9e Oefen.) G. Mondeling Otulcrhoud. Tragen.

■. Wat is mijne bedoeling niet? ■ 3. Hoe weet ik het Tolgende? S. Waaraan is iets bytondsr doods?


ocr page 43

4. Waar(oe I;nd ik zelf geneigd kun-

ueu zijn ?

5. Als wnt had ik een doodkist-spijker

kunnen bcschouuen?

«. VV at ligt in de gelijkenis?

7. Waarin li^t de wijsheid onzer voor

vaderen ?

8. Wie moeten de gelijkenis niet storen? O. Wat is het geval bijaldien de gelijkenis gestoord wordt?

10. W at zal men mij veroorloven?

11. Wat herhaal ik met nadruk?

(ioe Oefen.) 11. Gesprekken.

NB. Voordat men de hier volgende gesprekken van buiten gaat leeren, moeten de gesprekken der vorige les ijzervast in het geheugen geprent zijn.

3.

breakfast (brèk'-fcst), ontbijt.

ready (rèd'-i), klaar, gereed. Is breakfast ready?

quite (kwwait), geheel.

Tes, madam, it is quite ready.

take (teek), nemen.

some (sum), wat.

tea (ti). thee.

cojfet (kol'-fi), koffie.

What will you take, some tea or coffee? cup (kup), kop.

if (if), als.

'please (plieas), believen.

I will thank you for a cup of coffee, if you please.

allow (èl-lou'), vergunnen.

give (civ), geven.

broiled (brói'd), geroost.

ham (hern), ham.

prefer (pre-feur'), liever hebben.

eygs (eeGz), eieren.

Allow me to give you some broiled ham, or do you prefer eggs?

are (aar), zijn.

boiled (hoild), gekookt.

soft (soft), zacht.

I am fond (fond) of them (dhè.n), ik houd er zeer vtel van.

If eggs are boiled soft, I aa very foad of them.

these (dhiex), deze.

(hose (tihooz), die.

hard (haard), hard.

pray (piee), ajeblieft; als ik u verzoeken mag; eilieve.

help yourself (help'-jer-sèlfquot;), bedien u, most (moost), meest.

agreeable (é'-Gri'-elil), aangenaam.

These are soft and those hard; pray help yourself to whatever Is most agreeable. ihh (dhias), deze. (Het onderscheid tus-schen this en these zullen wij later leeren kennen.)

butler (but'-^r), boter.

fresh (fresj), vcrsch.

may (mee), mag.

trouble (trubl), lastig va lier. S'dt («aolt), zont.

This butter is very fresh. — May I trouble you for the salt?

another (^n-udh'-er), een ander, nog cen. roll (rooi), broodje.

toast (toost), geroost sneedje wittebrood. Will you not take another roll or some toast ?

finished (fin'-isjt), geëindigd.

No, I thank you, I have finished my breakfast.

then (dhen), dan.

tee (wwi), wij.

little (litl), klein.

walk (wwaok), wandeling.

Then I think we will take a little walk. all (aal), al.

heart (haart), hart.

With all my heart.

4.

lend (ler.d), leen.

sheet (.cjiet), vel.

■paper (peep'-tr), papier.

return (rtMeiarn'), teruggeven. to-morrow (toe-mor'-ron), morgan.

Pray, lend me a sheet of paper; 1 will return it to-morrow-sort (sorl), soort.

With all my heart; what sort of paper will you have?

post (poost), post.

write (rait), schrijven.

letter (let'-tfr), brief.

Germany (dzjeur'-me-ni), Duitschland. Post-paper if you please; it is to write a letter to Germany.

here (hier), hier.

desk (desk), lessenaar.

find (laind), vinden.

necessary (nèamp;'-es-sèr-i), noodig. materials (mct-ier'-i-e.z), materialen. writing (rait'-i//^), schrijven.

Here is my desk; you will find all the necessary materials for writing in it You are very kind.

ring (riw^), bellen.

servant (seurv'-tnt), dienstbode, meid. post (poost), als zelfstandig naamwoord : post; als werkwoord: op de post brengen.

Shall I ring for the servant to post your letter?

ïchere (wweer), waar.

next (nckst), dichtstbij zijnde. box (bbks), bus.

I think 1 will take it myself; where is the next letter-box.

at (et), op, aan.

corner (kora'-^r), hock.


ocr page 44
ocr page 45

street (striet), straat.

go (goo), gaan.

thow (sjoo), wijzen.

At the corner of the next street. I will go with yon to show yon where it is.

viuU (must), moet.

j)ny (pee), betalen.

far (faar), vcr.

of far as, tot.

Berlin (beur'-lien), Berlijn.

How mach mast 1 pay for this letter as far as Berlin?

sixpence (siks'-pens), zes pcnce = 30

centen.

any (en'-i), iedere.

ioicn (tbun), stad.

Prussia (prus'-sja), Pruisen.

Sixpence to any town of Prussia.

I envy (pen'-ni), penny = 5 centen, (liet

meervoud van penny is pence.) threepence (lt;//rip'-en»), drie pence. cheaper (tfjiep'-cr), gocdkooper.

than (dhèn), dan.

itco (toe), twee.

years (jie;»^ jaren.

ago ((?-Goo'), {jeleden.

It is threepence cheaper than two years ago. still istil), no».

dtar (dier), duur.

when (wwèn), wanneer.

compared (kom-peerd'), verpelrken.

ichm compared, in vergelijking. English (my'-olieij), Engelscli.

postage (poost'-eilzj), briefport, porto. only (oon'-li), slechts.

one (wwun), een.

thronghout (///roe-out'), door geheel. kingdom (kin^'-dum), koninkrijk.

It is still very dear when compared to our Eaglisb postage of only one penny throughout the kingdom.

etenimi (iev'-ni//^), avond.

train (treen), trein, spoortrein.

sfart (staart), afrijden, vertrekken. When will tbe evening train start?

At eight o'clock.

in time, in tijds.

for (for), want.

now (nóu), nu.

only (oon'-li), pas, maar.

qi'arter (kwwaon.'-er), kwartier.

Then 1 am still in time, for it is now only a quarter past six.

I? het in allen ernst te doen om de Enge.lsehe taal goed te leeren, dat wil zeggen om dHurin zoo ervaren te worden, dat men er behoorlijk gebruik van kan maken in het practische leven, dan zal men zich niet enkel en uitsluitend bepalen bij het nauwgezet uitwerken en instudeeren van het door ons in deze lessen medegedeelde, maar men zal er tevens op bedacht zijn, de hier als onmisbaar voorge-schreveno oefeningen te vermeerderen door

nieuwe, door andere, die men zelf kiest. Inzonderheid aan te bevelen is tot dat einde het zelf samenstellen van volzinnen. Bij de door ons op2:egevene volzinnen ter vertaling, gelieve dus de beoefenaar zelf ook nog eenige volzinnen te voegen; en ofschoon hij daarbij in het onzekere zal blijven of zijne vertaling wel volkomen juist is, levert dit volstrekt geen bezwaar op, daar hij in ieder geval voor onze volzinnen eenen onfeilbaren maatstaf heeft om zich aangaande de juistheid zijner vertaling daarvan te vergewissen. Wij zeggen een onfeilbaren maatstaf, want: l) In onze opgaven ter vertaling uit het Hollandsch in het Engelsch hebben wij tot hiertoe geen woorden gebezigd, die niet reeds voorkomen in de vertaling onder de regels van „A. Tekst'; en 2) in de volgende gesprekken zullen wij het den beoefenaar zeer gemakkelijk maken door het aanwenden van tweeërlei parentheses, namelijk : hoekige [ ], en ronde ( ).

NI?. Wil men in onze volgende opgaven het verstaanbare Hollandsch lezen, dan moet men wèl lezen alles wat tussehen ronde parentheses ( ) gedrukt staat, maar men moet overslaan, dus niet medelezen, alles wat gedrukt staat tussehen hoekige parentheses [ ].

Wil men de volzinnen in verstaanbaar Engelsch overzetten, dan moet men overslaan, dus niet vertalen, al wat tussehen ronde parentheses ( ) gedrukt staat, maar daarentegen moet wèl vertaald worden hetgeen tussehen hoekige parentheses [ ] wordt aangetrufl'en.

Opgave 3.

Let wel: they (dhee), zij (meervoud), ze.

1. Vertaal: Wilt gij met mij ontbijten ? — (Het werkwoord is volkomen gelijk aan het zelfstandig naamwoord breakfast). — (Zeer verplicht, met alle genoegen). [Ik dank u, met al mijn hart]. — (Verkiest) [Wilt] gij [nemen] koffie? — Ja, mevrouw 1 en als gij mij veroorlooft, zal ik (een paar) [wat, = some\ eieren nemen, indien ze hard gekookt zijn. — Neen, mijnheerI ze zijn zacht gekookt. — Wilt gfl [nemenj [wat = some] gebraden ham of [een weinig = a little] geroost wittebrood (hebben)? — [Neen] ik dank u, ik heb liever broodjes. — Mag ik u lastig vallen om de boter? — Hier is de boter. — Dank u; de boter is zeer versch; — hoeveel moet gij er voor betalen ?--Acht pence, mijnheer! — (De boter) [het] is (hier) veel goedkoopor dan te Berlyn.


ocr page 46

4quot; L JE S.

Geen enklen dag moet gij vergeten!

't Is nuttig eens voor al te weten;

Wat heden niet geschiedt, is morgen uiet gedaan!

Kleinmoedig is 't en zwak, op onze levensbaan

Wat moogiijk is onmogelijk te schatten:

Wie vastberaden slechts zijn taak eerst aan durft vatten Heeft reeds gewonnen spel — want met een vasten wil Streeft hij vooruit, vooruit. ... en staat gecu dag meer stil!

S. d. B.

(naar Goethe.)

A. Tekst.

(Ocfenihg 1—3 volgens het op blz, 32 [Kens voor al] gegeven voorschrift.)

Scrooge knew 1 he was dead?] Of course lie did. How

ekrocdzj njoequot; hi deil ov koorsquot; hi did lion

Scrooge wist hij was dood? Natuurlijk hij deed. Hoe

could it be otherwise? Scrooge and he were 2 partners]

koed it bi udh'^-cr-wwaix skroertzj end hi wweur paartquot;-nerjB kon het zijn anders? Scrooge en hij waren compagnons

3 for I don't know how many years.] Scrooge was 4 his

for ai doont noo hou men'-i jiera skrocdij wwoa hi® voor ik doe niet weten hoe vele jaren. Scrooge was zijn

sole executor,] 5 his sole administrator,] 6 his sole

■ooi èG«-ekquot;-jóet-er hi* «ool ecl-min-is-treet^-^r hi» «ooi

eenige niterstenwils-nitvoerder, zijn eenige boedelbehcerder, zijn eeni^e

assign,] 7 his sole residuary legatee,] 8 his sole friend,

èï-fainquot; hiz «ooi re-Sid'-joe-èr-i leo-et-ti'' hi® sool frendquot;

legataris, zijn eenige overige erfgenaam, zijn eenige vriend

and sole mourner.] And even Scrooge was 9 not so dread-

ènd sool iaoornquot;-er end icvn skroediy wnoi not soo drcd'-en eenige rouwdrager. En zelfs Scrooge was niet zoo schrik-

fully cut up] 10 by the sad event,] but that he was

fóel-li khut upquot; bai dhe seil tf-ventquot; but dhèt hi wwo*

kelijk gesneden op door de treurige gebeurtenis, toch dat hij was

11 an excellent man of business] 12 on the very day of the

en eks'-el-lènt men ov bixquot;-nès on dhe ver'-i dee 6v dhe

een voortreffelijk man van taken op den eigen dag van de

fdneral,] and solemnised it 13 with an undoubted bargain.]

ljoen'-e-rcl end gol'-era-na-ad it wwidh en un-dout'-ed baarquot;-G«i begrafenis, en vierde het met een onbetwijfeld voordeelige zaak.

(4e oefen.) B. Hollandschc Vertaling.

Scrooge wist, dat hij (Marlcy) dood was? Natuurlijk wist hij dat '). Hoe kon dat anders [wezen]? Scrooge en hij waren compagnons sedert ik weet niet hoeveel jaren. Scrooge was zijn eenige uiterslenwils-uilvoerder, zijn eenige boedelbeheerder, zijn eenige legataris2), zijn eenige universeeie erfgenaam, zijn eenige vriend en eenige rouwdrager. En zelfs Scrooge was door de treurige gebeurtenis niet zoo schrikkelijk verplet, of hij was (toch) op den eigen dag der begrafenis een voortreffelijk man van zaken, en vierde (dien dag) met een ontegenzeglijk voordeeiig zaakje3).

') In de gemeenzame volkstaal in Nederland ontmoeten wij deze Engelsche manier van uitdrukking volkomen gelijkerwijs. Wist Scrooge dat hij dood was? Natuurlijk deed hij. — He, werkt gij van daag? Zeer zeker doe ik. — Dalen de fondsen dan niet? Natuurlijk doen ze.

*) Legataris is de rechtsgeleerde benaming voor iemand, aan wien in een testament een legaat wordt vermaakt.

Business beteekent: bezigheid; ook: eene zaak, een beroepsvak, eene nering, een bedrijf; ook: zaken in het algemeen; ook: het zaken-drijvende leven, inzonderheid het koopmansvak. — Bargain is eene onderhandeling over (of overeenkomst van) koop en verkoop: a good bargain = een goedo koop; into the bargaint op den koop toe.

ocr page 47

(5e Oefen.) C. Wederzijdsclie Yertaling.

Te maken volgens het op b!z. 18 dienaangaande gegeven voorschrift.

(6e Oefening.) D. Spraakkunst.

(Herhaling.)

Opgave 4. Vertaal de volgende volzinnen, en geef bij ie.ier het onderwerp [subject) en het gezejrde {predicate) op.

1. Scrojge wus Marley's compagnon.

2. De registers werden onderteekeud door zijne vrienden.

3. Eene begrafenis is eene treurige zaak.

Opgave 5. Geef op: alle zelfstandige

naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden en werkwoorden, die in den tekst van deze les voorkomen.

Opgave 6. Vorm het meervoud der zelfstandige naamwoorden; 1. ezecuior. —

2. administrator. — 3. assign. — 4. legatee. — 5. mourner. — 6. event. — 7. d'ty. — 8. funeral. — 9. hargain.

Opgave 7. Moe is het enkelvoud van de volgende zelfstandige naamwoorden: 1. partners. — 2. years?

Opgave 8. Geef op: den tijd, waarin elk dir in deze les voorkomende werkwoorden staat (voor zoover gij dat kunt bepalen volgens § 71, biz. H5).

[S 88.] a door-nail;

a coffin-nail;

an excellent man;

an undoubted bargain.

Ii? § 46 (biz. 19) hebben wij de lidwoorden the en a leeren kennen. Hier hebben wij een nieuwen vorm van het lidwoord, an.

De woorden dour en coffin, die op het lidwoord a volgen, vangen aan met de consonanten d en c.

De woorden excellent en undoubted, die op het lidwoord an volgen, vangen aan met de vocalen e en u.

■öT Het lidwoord „anquot; wordt vóór vocalen gebezigd; het lidwoord „aquot; wordt vóór consonanten gebruikt.

Opgave 9. Hoe heet in het Engeisch: 1. een eeestelijke. — 2. een twijfel. —

3. een koster. — 4. een lijkbezorger. — 5. een rouwdrager. — 6. (eene inschrijving in) een register. — 7. eene begrafenis. — 8. eene hand. — 9. een voorvader. — 10. een jaar. — 11. een uitcrstenwils-uitvoerder. — 12. een bocdelbeheerder. — 13. een legataris. — 14. een goed boe-delbehecrder. — 15. een ongewijde dag. — 16. eene gebeurtenis. — 17. eene treurige gebeurtenis. — 18. eene zaak. — 19. eene voortreffelijke laak?

[J §3.] Tie teas dead.

lie teas an excellent man of

business.

IIoio could it be othincise?

In § 7ü (biz. 34) hebben wij de persoonlijke voornaamwoorden /, you, he heren kennen, lie was het persoonlijk voornaamwoord van den derden persoon. Hier treffen wij nog een ander persoonlijk voornaamwoord van den derden persoon aai», namelijk nH'\ dat tjeheziyd wordt, om een Ie voren genoemd iets, of den inhoud van een reeds voorafgeganen volzin, aan te duiden; hier den inhoud van dezen volzin: Scrooge knew he was dead.

Alhoewel it geen per?oon, maar een zeker iets aanduidt, wordt het toch, even goed als //t', een persoonlijk voornaamwoord van den derden persoon genoemd.

[§ 8#.] 1. Mar ley was dead.

2. Scrooge's name was good.

3. Scrooge and he were partners.

4. Scrooge was his sole executor.

In § 69 (biz. 34) hebben wij gezien, welken invloed op den vorm van een zelfstandig naamwooid wordt uitgeoefend door het getal, waariu het staat. Het verschil der werkwoords-vormer, „wasquot; en „werequot; doet ons zien, dat het getal, waarin het onderwerp \ojrkomt, ook van invloed is op den vorm van dat werkwoord, dat, als koppelwoord [copula), het gezegde [predicate) verbindt met het onderwerp [subject).

Het werkwoord staat in het en

kelvoud, het werkwoord „werequot; in het meervoud, omdat het koppelwoord zich in het getal moet regelen naar het onderwerp, terwijl in de volzinnen 1 en 2 dezer § iedere volzin een onderwerp in het enkelvoud heeft, en in volzin 3 twee onderwerpen worden aangetroffen.

In den derden eu vierden volzin zijn de beide zelfstandige naamwoorden partners en executor het gezegde (predicate). Het als gezegde voo komende zelfstandig naamwoord partners staat in het meervoud, omdat de volzin twee onderwerpen [snb-jtcls) heeft. Het als gezegde voorkomende zelfstandig naamwoord executor staat in het enkelvoud, omdat de volzin één onderwerp [subject) in het enkelvoud heeft.

Al heeft de volzin slechts één onderwerp [subject), moeten, indien dat onderwerp in het meervoud s t a a t, ook hetkoppel-. woord en het als gezegde (als predicate) voorkomende zelfstandig naam w oord insgelijks ia het meervoud staan.


ocr page 48

- 43 —

Opgave 10. Vertaal:

1. Een koster en een lijkbezorger waren vrienden.

2. Onze voor vaderen (voorouders) waren compagnons.

[§ 8S.] Scrooge knew he icas dtad?

How could it be oihtricüe?

Tn de tot hiertoe medegedeelde volzinnen was ons eene gedachte als stellig medegedeeld : MarUy was dead; he was dead. De volgorde der woorden was in al de volzinnen deze, dat eerst bet onderwerp {subject) genoemd werd, en dan het gezegde [predicalt) volgde; tusschen die twee, wanneer het gezegde een bijtoegliik of zelfstandig naamwoord was, stond het koppelwoord.

De aan het hoofd van deze § staande volzinnen drukken niets stelligs uit, maar slechts eene vraag. In den eersten dezer twee volzinnen wordt de vraag slechts aangeduid door de stemverheffing, waarmede het laatste woord uitgesproken wordt.

In den tweeden volzin echter is ook de volgorde, waarin de woorden geplaatst zijn, anders. Het werkwoord could slaat hier vóór het onderwerp. Dit is de gewone volgorde der woorden in vragende volzinnen.

De vragende volzin wordt in het Engelsch volkomen eveneens als in het H o 11 a n d s c h gevormd , dat wii zeggen, dat men het onderwerp achter het werkwoord of koppelwoord plaatst, en het laatste woord van den volzin uitspreekt met eenige stemverheffing. Achter een vragenden volzin plaatst men het vraag-teeken (?), terwijl achter eer.en anderen volzin eene punt geplaatst wordt.

De leer betreffende de vorming van vragende volzinnen zal later worden toegelicht. Opgave 11. Vertaal:

1. Was Marley dood?

2. Werden (de inschrijvingen in) de registers onderteekend?

3. Is de naam goed?

4. Waren de erfgenamen treurig (bedroefd)?

5. Zullen de dagen gevierd (worden) (ziM? ')

fi. Zult pij onze vrienden storen?

7..Kon hij mijnen naam weten?

(7e Oefen.) E. Spelling CD IjitSprOak. knew,

[§ 8«.] Bij de in § 7t (b!z. 35) vermelde vorming van hel zelfstandig naamwoord knowledge uit lu't werk « oord ktww hebben wij de klankverwisseling, dat is de verandering van den eenen vocaal-klank in den anderen J^daar, namelijk, van „ooquot; in „bquot;) reeds leeren kennen; intusschen

') Zie het N.B. op bh, 40, kolom 2, bleef liet letterleek en .^quot;onveranderd. In knew, den onvolmaakt verleden tijd (§71, blz. 35) van kuoic, is zoowel het letterteeken als de vocaal-klank veranderd , het letterteeken „oquot; is vervangen door „equot;, en de klank is verwisseld van „ooquot; in „jouquot;. Ook bier blijft de k vóór de n stom, volgens § 74, blz. 35.

could.

[§ S31.) Behalve de ons reeds bekende medeklinkers, die in sommige gevallen stom zijn, leeren wij hier ook de l als zoodanig kennen; zij is in de letterverbinding ould ook stom in should (sjóed), den onvolmaakt verleden tijd van „shallquot;, en in would (wwó d), den onvolmaakt verleden tijd van „willquot;.

assign.

Over de stomme y in sign en in alle met een voorwoordje daarvan gevormde woorden, zie § 60, blz. 22.

were.

[§ 88.] De eerste e in were heeft hier den eigenaardigen klank „enquot; (omschreven in § 21 , zie blz. 8); overigens heeft zij in alle andere op ere uitgaande woorden hetzy den langen „ee'-klank, b. v.: ere (eer), eer, vroeger; there (dheer), daar; where (wweer), waar; hetzij den langen „iquot;-klank, b. v,: here, mere % strei sphere (§81, blz. 36)

business,

!§ «»1 Eene stomme e hebben wij reeds menigmaal aangetroffen, namelijk in de woorden therm, signed, Scrooge, name, change , chose, knowledge, have, done, inclined, piece, trade, unhallowed, roune, otherwise, wtre, sole, en zelfs tweemaal in het voord therefore. Zonder vocaal-klank, maar toch eene lettergreep vormende, vinden wij de e in erew. Twee vocaal-letterteekens, die echter slechts als één enkele vocaal-klank en niet als een tweeklank (diphthong) uitgesproken worden, zoodat men ook de eene van die twee letters stom zou kunnen noemen, treft men insgelijks dikwijls aan, b. v. in Marley, dead, chief, iwcmrwr, Scrooge, door, ntkll, mevkn, ««y, piece, repent, cour«», could, ijeskrs, legatee, dreiid~ fully, bnryamp;ln.

In het woord business echter is de midden in het woord alleen staande i stom, zoodni dit woord in de spelling drie, doch in de uitspraak slechts twee lettergrepen heeft,

friend.

OO.] Friend is het eenige woord, waarin ie algemeen als „equot; uitgesproken wordt. 7'lera wordt door sommigen „tèrsquot; uitgesproken, doch beter is de meer alge-meene uitspraak „tiersquot;.


ocr page 49

bargain,

[§ 91.) De uitgang „ainquot; heeft in ïelfstnndige naomwoorden den loonloo-ten klank „enquot;, b. T.: caplaln (kèpt'-«n), kapitein; rurialn (keurt-en), gordyn; fountain (fbunt'-en). fontein , «priiigbron ; movnlHln (mounl'-en), berg; villain (vil'-len), fielt, booswicht.

[s 98 J Eenlettergrepige Oefeningen

over den vocaal-klank ai als alphabetische klank van het letteriecken I of i. (Zie les 2, E. Oefening 7, blz. 32.)

/

(ai)

ik.

bribe

(braib)

omkoopen.

kibe

(kaib)

wiuterbult.

tribe

(traib)

stam (»an een)

ice

(ai?)

ijs. [volk).

dice

(dais)

dobbelsteenen.

lice

(lais)

luizeu.

mice

(inais)

muizen.

nice

(naie)

uitnemend.

price

(prait)

prijs, waarde.

rice

(rais)

rijst.

slice

(slais)

snede, sneedje.

spice

('pais)

specerij.

thrice

(Wrais)

driemaal.

trice

(trais)

ommezien.

vice

(▼ais)

ondeugd.

bide

(baid)

beiden (wach-

bride

(bra id)

bruid. [ten).

chide

(tsjaid)

beknorren.

glide

(oiaid)

glijden.

hide

(liaid)

verbergen.

pride

(praid)

hoogmoed.

ride

(raid)

rijden.

side

(said)

zijde.

slide

(«laid)

glijden, sullen.

stride

(straid)

schrijden.

tide

(taid)

tij, vloed.

wide

(wwnid)

wijd.

fir*

(faif)

fluitje.

knife

(naif)

mes.

life

(laif)

leven.

rife

(raif)

altKtneen.

strife

(straif)

strijd.

icife

(wwaif)

vrouw.

dike

(daik)

dijk.

Hire

(laik)

gelijk.

pike

(paik)

piek.

gt;pike

(spaik)

spijker.

strike

(straik)

slaan.

bile

(bail)

gal.

fie

(fail)

▼ijl.

mile

(mail)

mijl.

pile

(pail)

stapel, hoop.

smile

(sinail)

glimlachea

stile

(stail)

stijl, post.

iile

(tail)

dakpan.

vile

(vail)

gemeen.

vile

(wwail)

list.

while

(wwail)

poos.

chime

(tsjaim)

geklep, gelui.

clime

(klaim)

klimaat.

crime

(kraim)

misdaad.

lime

(laim)

(vogel-)lijm.

prime

(praim)

premie.

rime

(raim)

rij|i(=naclitvorsl).

sliine

(slaim)

slijm.

time

(taitn)

tijd.

brine

(brain)

brem; zeewater.

dine

(dain)

middagmalen.

fine

(fain)

fijn; geldboete.

line

(lain)

lijn; regel.

mine

(maiii)

mijn.

nine

(nain)

negen. (nen.

pine

(pain)

knijzen; kwij-

Ithine

(rain)

Rijn.

shine

(fjain)

schijncn, blin-

spine

(spain)

ruggegraat. (ken.

swine

(su wain)

zwijn.

thine

(dhain)

uw.

vine

(*ain)

wijnstok, win-

wine

(wwain)

wijn, (gerd.

whine

(wwain)

janken.

gripe

(oraip)

greep.

pipe

(pnip)

pi:p-

ripe

(raip)

rijp.

snipe

(snaip)

snip.

stripe

(straip)

streep.

tripe

('raip)

ingewand, pens.

wipe

(wwaip)

wisscheiijVegen.

ire

(air)

toorn.

dire

(dair)

ijselijk.

fire

(fair)

vuur.

hire

(hair)

huur.

mire

(mair)

modder.

quire

(kwwair)

boek papier.

sire

(sair)

sire (majesteit).

spire

(spair)

torenspits.

tire

(tair)

vermoeien.

wire

(wwair)

metaaldraad.

rise

(rai*)

opstaan.

wise

(wwai«)

wijs.

bite

(bait)

bijten.

kite

(kail)

vlieger.

mite

(mait)

mijt.

quite

(kwwait)

geheel.

rite

(rait)

ritus.

site

(sail)

ligging.

smite

(smait)

treffen.

spite

(spait)

spijt.

sprite

(sprait)

t,eesl(7j.spright).

trite

(trait)

afgezaagd, ver

white

(wwait)

wit. (sleten.

write

(rait)

schrijven.

dice

(daiv)

duiken.

drive

(drai*)

drijven.

fire

(faiv)

vijf.

hive

(haiv)

bijenkorf.

rive

(raiv)

splijten.

itrive

(siraiv)

streven.

thrive

(Mraiv)

tieren; gedyën.

prize

(prai.)

prijs(belooning).

sue

(saia)

grootte.


ocr page 50

blithe (blaidti) blijiie.

siikr (saidli) zeisen.

tithe (taidh) tiend.

writhe (raidh) wringen.

high (hai) hoog.

nigh (nai) quot;abij.

tilt;/h (sai) zucht.

hligU (blait) meeldauw.

IrigM (bralt) helder.

dïghl (duit) tooien.

fghl (fail) Techten.

hight (hail) heeten,genaamd

knight (nait) ridder. (zijn.

light (lait) licht.

might (mail) maclit.

nii/ht (nait) nacht.

plight (plait.) toestand.

right (rait) rccht.

sight (sail) gcziclit.

thght (slait) sli;ctitcn,slooppn.

tpright (sprnit) geest aprilt)

tight (lait) eng, nauw.

wight (waait) flink, vlug.

turighl (rait) maker.

isle (ail) eiland.

child (ujaild) kind.

mild (maild) mild.

icild (wwaild) wild.

Gihs (dzjaila) Julius.

hind (baind) binden.

blind (blaind) blind.

find (faind) vinden.

grind (Graind) malen.

hind (lu:ind) hinde.

Irind (kaind) soort.

mind (maind) gemoed.

wind (wwnind) winden.

*iUle ') (haibl) bijbel.

*idle (aidl) ijdel;nietsdoend

'bridle (braidl) toom.

*rijle (raifl) geweer.

*ilifle (staifl) ttikken.

*trij/e (trail)) kleinigheid.

'title (taitl) titel.

'brighten (braitn) opklaren.

'lighten (laitn) weerlichten.

hnieeê (naiva) messen.

Heet (laiv*) levens.

wicet (wwai*«) vrouwitn.

die (dai) sterven.

hie (hai) haastmaken.

lie (lai) liegen; leugen.

pie (pai) pastei.

tie (tai) binden.

tie (vail wedijveren.

dried (draid) gedroogd.

fried (fraid) gebraden.

pied (paid) bont.

plied (plaid) behartigd.

pried (praid) bespied.

tried (traid) beproefd.

cries

(krniit)

kreten (d. i. ge

schreeuw).

flies

(llaix)

vliegen (nieerT.),

ikies

(skais)

hemelen.

spies

(spaia)

tpionnen.

sties

(staix)

Tarkenshokken.

guide

(Gaid)

gids.

yuile

(Gail)

misleiding.

aisle

(uquot;)

vleugel (van eon

gebouw).

hei'jht

(bait)

hoogte.

sleight

(slait)

kunstgreep.

by

(bai)

door.

cry

(krai)

schreeuwen;roe-

dry

fly

(drai)

droog. (pen.

(flai)

vliegen.

fry

(frai)

bakken; zwerm.

my

(mai)

mijn.

P1!!

(plai)

behartigen.

PTgt;J

(prai)

loeren.

shy

(-jai)

schuw.

sky

(skai)

hemel (uitspan-

sh)

(slai)

sluw. [tel).

»py

(spni)

spion.

sty

(slai)

varkenshok.

thy

(dhai)

uw.

try

(trai)

beproeven.

ichy

(wwai)

waarom.

wry

(rai)

scheef.

dye

(dai)

verf.

rye

(rai)

rogge.

style

(stail)

stijl, trant.

rhyme

(raim)

rijm.

gyre

(dzjair)

cirkel, omloop.

lyre

(lair)

lier.

scythe

(saidh)

zeisen.

eye

(ai)

oog.

buy

(bai)

koopen.

Guy

(aai)

(luido; Gui.

choir

(kwwair)

koor.

(8e oefening.) F. Lexicographie.

Woorden van gelyken oorsprong als de Uollandsche, did, deed. — otherwite samengesteld uit other (andere), en tcite (wijze, manier).— tcere, waren. — many, menig. — year, jaar. — friend, vriend.—even, evenzoo, zelfs. — tery, waar. — up, op. Woorden van gelijken oorsprong als de Fransche.

coun, cours. —partner, partenaire — tole, seul. — executor, executeur. — ad-minislrator, administrateur, —attign, as-signer. — reiiduary, residu. — legatee, légataire. — etent, événement. — ezctl-lent, excellent. — funeral, tunérailles.— tolemnited, solennisa.

Het moet in bet oog vallen, dat in den tekst van deze les het aantal der Fransche woorden grooter is dun dat der Uolland-eclie, terwijl tot dusverre het togenovergc-


1

) In verzen tweelettergrepig. Zie $ 81.

ocr page 51

steUe het geval is geweest. De reden daarvan ligt hierin, dat in deze les vele rechtsgeleerde uitdrukkingen voorkomen, die, zooals over het geheel de wetenschappelijke termen en kunstwoorden, ontleend zijn aan het Fransch, of aan het met die taal zoo nauw verwante Latijn.

undoubted is gevormd door de samen* stelling van het Hollandsche voorwoordje „onquot; (verengelscht un) en het Fransche „doute'' (verengelscht doubted).

(9e Oefen.) G. Mondcliiig Onderhoud.

Vragen.

1. Wat wist Scrooge ?

a. What were Scrooge and Matley?

8. Hoe lang waren Scrooge en Marley compagnons?

4. Wat was Scrooge van Marley?

5. Wat was hij tevens?

O. Wat nog ?

t. Wat nog tncer?

M. Wat was hij in de vijfde en in de zesde plaats?

0. Wat was Scrooge niet in zijn gemoed ?

10. Waardoor was Scrooge niet zoo zeer aangedaan?

11. W at was Scrooge bii al zijn verdriet?

ia. w anneer was Scrooge een voortreffelijk man van znken?

18. Waarmede vierde Scrooge de lijlt-plechtigheid van zijnen vriend?

(10e Oefening.) H. GêSpFBlvkCD.

B.

would you like (w»6ed joe laik'), zoudt

gij gaarne wil!en.

to be called (loe bi kaold'l, geroepen worden.

morning (morn'-itfj), ochtend, morgenstond.

What time, sir, would yon like to be called In the morning?

call (kaol), roep.

Call me at five o'clock.

tcho (hof), wie knocks (nbks), klopt.

Who knocks?

It is five o'clock, sir.

come (kum), kom.

in (in), binnen.

Come in.

clothe» (klooz), kleederen.

brushed (brusjt), geborsteld.

bool» (boets), laarzen. (poetst.

cleaned (kliend), schoon gemaakt, ge-bring (briiy), brengen.

hol (hot), beet.

Kaler (wwaol'-«r), water.

thavittg (ejecT'-i»^), scheren.

tort (sort), soort.

Kt all er (w« èdli'-er), weder.

Are my clothes brosbed and my boots cleaned? Bring me some hot water for shaving. What sort of weather is it?

rains (reen®), regent.

fast (faast) hard.

It rains very fast.

long (Ibiy), lang.

rained (reend), geregend.

How long has it rained?

for (lor), voor, gedurende.

last (laast), laatste.

two (toe), twee.

Avurs (ours), uren.

It has rained for the last two hours.

soou (soen), spoedig.

clear up (klier upquot;), opklaren.

I think it will soon clear up.

sky (skai), hemel, lucht.

t:.o (toe), te, al te.

cloudy (klbud'-i), bewolkt, betrokken. The sky is too cloudy, sir.

clouds (klbudz), wolken.

appear (èp-pier'), schijnen.

Lr faking (breek'-i»^), brekende.

Bat the clouds appear to be breaking.

tell (:èl), zeg.

landlord (lèud'-lbrd), heer des huizes. lo have (toe lie*'), te hebben.

account, (èk-kbunt'), rekening.

ready (rèd'-i), klaar, gereed.

I may (ai meequot;), ik kan.

settle (sèii), vereBenen, afdoen.

as s:on as, Züoira.

over (oov'-er), voorbij, afgeloopen.

Tell the landlord to have his account ready, so that I may settle it as soon as - breakfist is over.

ffot (Gbt), bezorgd.

change (tsjeendaj), wissclspecie, klein

geld, pasmunt.

small (smaol), klein.

money (mun'-i), geld.

always faol'-ww ie»), altijd.

useful (joes'-löel), nuttig, dienstig. travelling (trev'-el-lii«y), reizen.

I have got yon some change, sir; small money is always asefal in travelling. take (teek), breng.

trunk (trunk), koffer.

cab (kèb), vigilante, (huur-)rijtuig.

Take my trnnk to the cab.

6.

want (wwbnt), heb aoodig; wensch. light (lait), licht.

hal (hèt), hoed.

1 want to bave a light hat.

yet (jèt), toch.

stout (stbut), stevig, eterk.

last (laast), duren.

immense (im-mèns'), zeer lang.


ocr page 52

-41 -

These are light, and yet so stoat, that they will last ao immense time.

nap (nep), nop (op wollen stoffen),

zijile (op hoeden), haar.

crown (krouri), bol.

/ii(j/i (hai), hoog.

/irim (brim), rand.

narrow (ner-ro), smal.

The nap of this hat is too long, the crown too high, and the brim tco narrow. tucfi (sutsj), zulkc.

now (nou), tegenwoordig, nu.

fashion (lesj' un), mode.

Such hats are now in fashion.

same (seem), zeilde.

abroad («-braotl'), buitet-shmds.

Bat the fashions of this country are not the same as abroad.

«■c (si), zie.

owe (wwtiii), ecn.

flue (fain), mooi.

sltort (-jbrl), kort.

low (Ion), lang.

loxcer (loo'-tr), lager.

hi oad (brar-il), breed.

hroadcr (liraoil'-er), breeder.

See, sir, here is one with a fine short nap, tower crown, and broader brim.

thing (l.hiwy), fling.

that is the tiling, dat is wat ik hebben wil.

fd (fit), pas=cn.

large (laardij), ïront.

That is the thing, if it will fit — no, it is too large.

«evtr iiev'-cr), nooit.

mind (maind), bekommer u.

never vrind, dat is niets,

another («i-udli'-fr), een andere.

sizes (saiz-(ï), grootten.

Never mind, here is another; 1 have ail s:zes.

lids will do, deze zal (vol)doen, deze zal goed zijn (vertaal; deze is goed). price (prais), prijs.

This will do; what is the price?

sixteen (siks'-tien), zestien.

shillings (sjil'-li»^»), schellingen. (Een Engelsehe schelling gelijk aan twee Hollandsche dito; dus 1 tlülling = 60 centen.

Sixteen shillings.

could you, kondet. aij?

take (teek), nemen.

nothing (nuM'-i»y), niets.

off (of), af. — to latte off, er afdoen.

That is much money. Could you take nothing off?

hate (beet), van den prijs laten vallen.

I never bate anything.

well (wttèl), nu.

tend (send), zend.

No. li)5 = numher one hundred and ninety-fite (num'-ber wwun huu'-dnd end iiain'-ti-fai*quot;).

strand (slrend). Strand (de naam ran zekere straat in Londen).

hill (bil), briefje, nota, rekening.

inquire (in-kwwair') for, vragen uaar.

Mr. (mis'-tfr), mijnheer.

Null (nut). |Eeu eigennaam.]

Well then, send it to Nr. 195, Strand, with the bill. Inquire for Mr. Nutt.

Opgave 12. Vertaal: *

2.

Goeden morgen, mevrouw! — Ik dank u, mijnheer! hebt gij goed geslapen? — Ja, mevrouw! zeer goed, en boe (gaat het met u) [zijt gij]? — Mijn hoest is \ an daag veel beter. — Hoe laat zijt gij naar brd gegaan? Ik (geloof) [dcnkj.het was half twaalf. — ik zou u raden, niet zoo laat naar bed te gaan. — Uw raad is zeer uoed en vriendelijk; ik zal \shall\ hem \Jt\ volgen.

3.

Wilt gij eene wandeling (doen) [nemen]? — Ja, mijnheer 1 wilt gij met mij (mede) gaan ? — [Neen] ik dank u, ik wil dezen brief op de post brengen; maar, eilieve, waar is de diehtstbij zijnde brievenbus? — Op den hoek van deze straat; zal ik met u (mede) gaan? — [Neen] ik dank u, gij zijt zeer vriendelijk, maar ik wil u niet lastig vallen; ik moet (been) gaan nu; het is half zeven , en de trein vertrekt om acht uren.

4.

Goeden avond, mijnheer! — Goeden avond, hoe vaart gij? — Ik dank u, zeer wel, en gij? — Niet goed, ik (ben verkouden) [heb een hoest]. — Gij zult mij veroorloven, u te raden, van avond vroeg naar bed te ganu en een kop thee te (drinken) [nemen]. — Ik dank u, mijnheer! ik zou (dat wel) doen [/.oo], maar ik moet naar Bicbard ['s] gaan. — (Houdt gij veel) [zijt gij veel houdend = land] van Richard? — Ja, mijnheer! zeer (vee!) [veelhoudend].

B.

Hoe laat is het? — Het is half twaalf. — [Om] boe laat ontbijt gij gewoonlijk? — Om tien [ten (tèn)] uren in (den) winter. — En in (den) zomer? — Om negen \nine (nain)] uren. — Gij ontbijt veel later dan ik; ik ontbijt om zeven uren in (den) zomer, en om acht uren in (den) winter. — Uwe uren [hours] zijn zeer vroeg [early (ear'-lil], wanneer (ze) vergeleken (worden) met [to] de uien, die [which (wwitej)] ik (iet regel) houd. — [Om] hoe laat zijt gij gewoonlijk op? -— Om negen uren in (den) winter. — Gij staat later op dan ik; ik ben gewoonlijk


ocr page 53

— 48 —

op om Belli uren, en [opstaande] zoo vroeg (op te staan) maakt [mij| (dat ik) gezond (blijf). — Het (kon) [moclit] too met mij ïijn (ook), maar ik (houd zeer Teel) [ben zeer veellioudend = um very fund] van mijn bed, en (dat) [dit) weerhoudt mij vou vroeg opstaan [fixing (rai*'-in?)|.

I. Herhaling

der opgaven van dezen brief.

Les 3. A. Tekst, hees het volgende duidelijk en vlot, en vertaal het volgens de op bis. 30 gegevene aanwijzing.

Mind'l I don't mean to say' that I know', of my own knowl'edge, what there is pnrtic'ulaily dead about a donr'-nail. I might have been inclined, myself, to regard a col'tin-nail as the deml'est piece of ironmongery in the trade'. But the wis'Jom of our an'eestor» is in I he sim'ile; and niy unhallowed hands shall not disturb' it, or the Country's done' for. You will therefore permit me to repeat', em-phnt'ically, that Marie) was as dead as a door'-nail.

§ 69 (biz. 34). Opgaten 1 en 2.

§ 75 (biz. 35). Oefening in de uitspraak der volgend»; woorden : ■particularly, ironmongery, anceilors% emphatically.

§ 81 (biz. 36). Oefeningen over den langen vocnul-klank „iquot;.

(biz. 40). Opgave 3, 1.

Les 4 A. Tekst. Behandel het volgende gelijk den tekst van Les 3.

Scrooge knew' he was dead? Of course' he did. How could it be oth'erwise? Scrooge and he were part'ners for I don't know how man'y years. Scrooge was his sole exec'utor, his sole admini-stra'tor, his sole assign', his sole residuary legatee', his sole friend', and sole monrn'er. And even Scrooge' was not so dreadfully cut up' by the sad event', but that he was an excellent man of bus'iness on the very day of the fu'neral, and solemnised it with an undoubted bar'gain.

Vócr § 82 (biz. 42). Opgaven 4, 5, 6, 7, 8.

§ 82 (biz. 42). Opgave 9.

§ 84 (biz. 43). Opgave 10.

§ 85 (biz. 43). Opgave 11.

§ 92 (biz. 44). Oefeningen over den vocaal-klank „aiquot;.

(biz. 47). Opgave 12, 2—5.

N.B. De zich geregeld in iedere les herhalende oefeningen zijn hier niet opzettelijk vermeld.

Slot-opgaven.

I. Beantwoord de volgende vragen, en ichryf die antwoorden op;

1) Hoe moet gij den mond zetten om het letterteeken „wquot; uit te spreken?

ï) Hoe wordt de „wquot; uitgesproken?

3) Welke klank wordt door het tceken „èquot; afgebeeld?

4) Is er eenig verschil in de uitspraak van „wquot; en die van „whquot;?

6) Wat mag nooit worden vergeten by de uitspraak van de „yquot; als consonant?

6) Hoe wordt de „rquot; uitgesproken , wanneer de uitspraak is afgebeeld niet eene gewone r?

7) En hoe is de uitspraak der „rquot;, als die is afgebeeld met eene cursief gedrukte f?

8) Wat beduidt het enkele toonteeken (')?

9) Wat beduidt 't dubbele toonteeken (quot;)?

10) En het scheidingsteeken ( )?

11) Welke klank wordt afeebeeld met eene cuiMef gedrukte t ?

12) Welke klank wordt afgibeeld niet met g of .9, niiinr met eene g'

II. Schrijf de volgende woorden op ten blad papier, en achter ieder woord de uitspraak, volgens de door ons opge-geveüe voorèchritteii.

Om dit naar beliooren te doen, heeft men slechts de wenken in acht te nemen, die reeds zijn medegedeeld in § 43 (blz. 16) van Les 1.

Zie.hier de woorden:

I. with. — 2. doubt. — 3. undoubted. — 4. unhallowed. — 5. what. — 6. w hatever. — 7. signed. — 8. inclined.

— 9. assign. — 10. clergy feestelijkheid). — 11. man. — 12. clergyman, — 13, any, — 14. thing. — 15. anything. — 16. he. — 17. his. — 18. don't. — 19. did. — 20. done, — 21. know. — 22. knew. — 23 knowledge. — 24. dead,

— 25. deadest. — 2(1. iron (ijeer; ijzeren). — 27. ironmonger (ijzerionper). — 28. ironmongery (ijierhandel). — 29. simile.

— 30. legatee. — 31. sole. — 32. hand.

— 33. hands. — 84. there. — 35. for. — 36. therefore. — 37. door. — 38 coffin.

— 39. nail. — 40. door-nail. — 41. coflia-nail. — 42. wisdom. — 43. otherwise.

— 44. undertaker. — 45. particularly.

— 46. emphatically. — 47. dreadfully,

— 43. executor. — 49. administrator.

— 50. residuary. — 51. excellent. — 52. funeral. — 53. solemnised. — 54. be.

— 65. been. — 56. is. — 67. was, — 68. were. — 59. about. — 60. mourner.

— 61. country. — 62. course. — 63. could.

Heeft men deze taak volbracht, dan moet men zich vergewissen of men bet goed he^ it gedaan. Tot dat. einde vergelijke men de uitspraak, zoo als men die zelf afgebeeld heeft, nut die, «elke door ons onder ieder woord in „Tekst Aquot; afgebeeld ie, waar men al de bovenstaande woorden zal terugvinden.


■

ocr page 54

Leercursus der Engelsche taal door zelfonderricht.

3e BRIEF.

(LES 3 EN 6.)

5e LES.

There is a tide in the affairs of men, Which, taken at the flood, leads on to fortune; Omitted, all the voyage of their life Is bound in shallows, and in miseries.

Shakespeare,

Er is op 's-levens zee aanhoudend eb en vloed; Wie't hooge tij gebruikt, voor hem gaat alles goed; Maar wie 't verzuimt ontmoet slechts klippen en

ellende,

En brengt zijn levensreis in tegenspoed ten ende, S. d. B.


A. Tekst.

(Oefen. 1—3 volgens het op blz. 32 [Eens voor al] gegeven voorschrift.

1 The mention of Marley's fnneral] brings ine back 2 to

dhe mèn'-sjun bv maar'-lie® fjoeii'-er-ti briw^x mi bek tóe De vermelding van Marley's begrafenis brengt mij terug tot

the point] 3 I started from.] There is no douht 4 that

dhe point aistaart'-ed from dheer iz no dout dhèt

het punt ik ging uit van. Daar is geen twijfel dat

Marley was dead.] This must be 5 distinctly] understood, or

maar'-li wwoz ded dhis must bi dis-tinkt'-li un-d^r-stóed' or Marley was dood. Dit moet zijn duidelijk verstaan of

6 nothing wonderful] can come 7 of the story] 8 I am going

ï[\xth'-\ng wwun^-der-lóel ken kum' bv dhe stooquot;-ri ai em Goo'-i»^ niets wonderlijks kan komen van de geschiedenis ik ben

to relate.] If we were not perfectly convinced 9 that Hamlet's

tóe re-leet'' if wwi wweur not peur-fekt-li kbn vinstquot; dhèt hèm'-Ièts te vertellen. Als wij waren niet volkomen overtuigd dat Hamlet's

Father died] 10 before the play began,] there would be

faadh'-er daid be-loorquot; dhe plee be-aèn' dheer wwóed bi

vader stierf eer het tooneelstuk begon daar zou zijn

nothing more remarkable 11 in his taking a stroll] 12 at

nwlh'-ïng moorquot; re-maark'-ebl in hix teek'-i«^ e strooi èt

niets meer opmerkelijks in zijn nemen eene omwandeling bij

night,] 13 in an easterly wind,] 14 upon his own ramparts,]

naitquot; in en iesi'-er-li wwind upon' hiz con remquot;-perts

nacht in een oostelijken wind op zijne eigene wallen

than there would be in 15 any other middle-aged gentleman]

dhèn dheer wwóed bi in en'-i udhquot;-«r midl'-eedzjd dzjèntl'-mèn

dan daar zou zijn iu eenigerlei ander middelbare jaren tellend heer

16 rashly] turning out 17 after dark] 18 in a breezy spot] —

rèsj'-li turn'-iw^ out aafi'-er daarkquot; in e briez'-i spot'7 onbezonnen (zich) wendende buiten na donker in eene windige plaats

say Saint Paul's Churchyard for instance — literally 19 to

see sent paolz tsjeurtsj^-jaard lor in'-stèns litquot;-er-el-li tóe

zeg ■ Sint Paulus' kerkhof voor voorbeeld letterlijk om te

astonish his, son's weak mind.]

es-tbn'-isj hiz sunz wwiek maind'

verbazen zijns zoons zwakken geest.

(4e Oefening.) B, Hollandsche Vertaling.

De vermelding van Marley's begrafenis brengt mij terug tot het punt, van waar ik ben uitgegaan. Er is geen twijfel, dat Marley dood was. Dit moet duidelijk begrepen Servaaa de Bruin, Engelsche Taal. 4

ocr page 55

worden, of er kan niets wonderlijks komen van de geschiedenis, die ik ga vertellen. Indien wij niet volkomen overtuigd waren, dat Hamlet's vader gestorven was eer het stuk begon (te spelen), zou er niets opmerkelijkers wezen in zijn ronddolen des nachts, in den oostenwind, op zijne eigene wallen, dan er (gelegen) zou zijn in het (feit) van ieder ander heerschap van middelbaren leeftijd, (die) na (het vallen van de) duisternis schielijk uitging naar eene aan den wind blootgestelde plaats — bij voorbeeld (naar) het Sint-Paulus kerkhof — louter om het zwakte gemoed van zijnen zoon te vervullen met verbazing en ontsteltenis.

(5e Oefen.) C. AYederzijdsche Yertaling.

Zie de op blz. 18 gegevene voorschriften.

Antwoorden

op de in brief 2 vervatte opgaven.

Opgave 1 van § 69 (blz. 84).

1. doubts, — 2. register*. — 3. burial». — 4. clerks. — 5. undertakers. — 6. mourners. — 7. names. — 8. doors. — 9. nails. — 10. coffins. — 11. trades.— 12. similes.

Opgave 2 van § 69 (blz. 84): ancestor. N.B. In doubta, zoo ook in het in opgave 6 volgende eren/s, heeft de die het meervoud vormt, den scherpen „squot;-klank; in al de overige hier en in opgave 6 vermelde voorbeelden klinkt die « zacht als „zquot;.

Opgave 3 (blz. 40). Gesprekken;

Will you breakfast with me? — I thank yon, wiih all my heart. — Will you take coffee? — Yes, madam, and if you permit me, I will take some eggs, if they are boiled hard.— No, sir, they are boiled soft. Will you take some broiled ham or a little toast? — No, I thank you, I prefer rolls. — May I trouble you for the butter ?

— Here is the butter. — Thank you; the butter is very fresh; how much must you pay for it? — Eight pence, sir. — It is much cheaper than at Berlin.

Opgave 4 (blz. 42):

N.B. In deze volzinnen is het onderwerp (aubjecl) gedrukt met vette letters J en het gezegde {predicate) cursief.

1. Scrooge was Marley's partner.

2. The registers were signed by his friends.

3. A burial is a sad business.

Opgave 5 (tlz. 42):

Zelfstandige naamwoorden: Scrooge. - partners. - years. - executor.

— administrator, — assign. — legatee. — friend. — mourner. — event. — man. — business. •— day. — funeral. — bargain.

Bijvoeglijke naamwoorden:

dead. — sole. — residuary. — sad. — excellent. — undoubted.

Werkwoorden: knew. — was. — did. — could. — be. — were. — don't

— knor, — cuf, ~ eolenmieed.

Opgave 6 (blz. 42):

1. executors. — 2, administrators. — 3. assign s. — 4. legatee s. — 5. mourner s. — 6. events. — 7. days. — 8. funerals. — 9. bargains.

Opgave 7 (blz. 42):

1. partner. — 2. year.

Opgave 8 (blz. 42):

Onvolm. verl. tijd: knew. — was.

— did. — could, — were. — solemnised.

Tegenwoordige tijd: don't.

Opgave 9 van § 82 (blz. 42):

1. a clergyman. — 2. a doubt. — 3. a clerk, — 4. an undertaker. — 5. a mourner. — 6. a register. — 7. a burial. — 8. a hand. — 9. an ancestor. — 10. a year. — 11. an executor. — 12. an administrator, — 13. an assign. — 14, a good administrator. — 15. an unhallowed day. — 16. an event. — 17. a sad event.

— 18. a business. — 19. an excellent business.

Opgave 10 van § 84 (blz. 43):

1. A clerk and an undertaker were friends.

2. Our ancestors were partners.

Opgave 11 van § 85 (blz. 43):

1. Was Marley dead? — 2. Were the registers signed? — 3. Is the name good?

— 4. Were the legatees sad? — 5. Shall the days be solemnised? — 6. Will you disturb our friends? — 7. Could he know my name?

Opgave 12 (blz. 47). Gesprekken:

2 Good morning, madam. — I thank you, sir; did you sleep well? — Yes, madam, very well; and how are you? — My cough is much better to-day. — At what o'clock did you go to bed ? — I think it was half past eleven. — I should advise you not 11 go to bed so late. — Your advice is very good and kind; I shall follow it.

3. Will yon take a walk? — Yes, sir, will you go with me? — No, I thank you, I will post this letter; but pray, where is the next letter-box? — At the corner of this street; shall I go with you ? — No, I thank you, you are very kind, but I will not trouble you; I must go now; it is half past six, and the train starts at eight o'clock.


ocr page 56

— 51 —

4. Good evening, sir. — Good evening, how do you do? — I thank you, very well, and you? — Not well, I have a cough. — You will permit me to advise you to go early to bed to-night and to take a cup of tea. — I thank you, sir, I should do so, but 1 must go to Richard's. — Are you fond of Eichard? — Yes, sir, very fond.

5. What o'clock is it? — It is half past eleven. — At what o'clock do you generally breakfast? — At ten o'clock in winter. — And in summer? — At nine o'clock. — You breakfast much later than I; I breakfast at seven o'clock in summer, and at eight o'clock in winter. — Your hours are very early, when compared to the hours which I keep. — At what o'clock are you generally up? — At nine o'clock in winter. — You rise later than I; I am generally up at eight o'clock, and rising so early makes me healthy. — It might be so with me, but I am very fond of my bed, and this prevents me from rising early.

SSir3 Opzettelijk laten wij in de beantwoording of uitwerking der opgaven en in afdeeling D de uitspraak der Engelsche woorden achterwege. Ieder beoefenaar, die de voorafgegane brieven „volgens ons voorschriftquot; bestudeerd heeft, zal al die woorden volkomen juist weten uit te spreken. Men heeft daarin tevens alweder een bewijs voor de juistheid onzer bewering, dat eene grondige studie reeds in den eersten aanvang een zeker genot doet smaken — namelijk de zelfvoldoening van eene dadelijke toepassing van het geleerde — terwijl men bij alle oppervlakkige oefening telkens genoodzaakt is weder achteruit te gaan om zich gewisheid te verschaffen, doordien men nooit zeker van zijne zaak is, waardoor men op den duur niet alleen belemmerd wordt in den voortgang der studie, maar tevens ieder oogenblik gevaar loopt zich verkeerdheden aan te wennen, die naderhand niet licht meer zijn af te leggen. *

* *

Naar de hier volgende vertaling moet de door den leerling zelf gemaakte vertaling verbeterd, en naar die verbeterde vertaling moeten de Gesprekken (blz. 39, 40, 46, 47) van buiten geleerd worden.

Les 3 (blz. 39). Gesprekken. 3. Is bet ontbijt klaar? — Ja, mevrouwI het is geheel gereed. — Wat wilt gij gebruiken? [wat] thee of koffie P — Ik zal u [bedanken voor] (verzoeken om) een kop koffie, asjeblieft. — Vergun mij u wat gebraden ham te geven, of hebt gij liever eieren? — Als eieren zacht gekookt zijn, boud ik er zeer veel van. — Deze zyn zacht en die hard; asjeblieft, (bedien) [help] u zeiven (met) [aan] hetgeen (u) het aangenaamst is. — Deze boter is zeer versch. Mag ik u lastig vallen om bet zout? — Wilt gij niet (nog een) [een ander] broodje nemen of wat geroost brood? — [Neen], ik dank u, ik (ben klaar met) [heb geëindigd] mijn ontbijt. — Dan denk ik (dat) wij eene kleine wandeling zullen (doen) [nemen]. — Met alle genoegen.

4. Êilieve, leen mij (eens) een vel papier ; ik zal het (u) morgen teruggeven. — Met alle genoegen; welke soort van papier wilt gij hebben ? — Postpapier, asjeblieft, het is om een brief naar Duitschland te schrijven. — Hier is mijn lessenaar; gij zult er al het noodige [gereedschap] om te schrijven in vinden. — Gij zijt zeer vriendelijk. — Zal ik [om] de meid bellen om uwen brief op de post te brengen? — Ik ben van plan hem zelf weg te brengen [woordelijk: Ik denk ik zal nemen bet mij zelf]: waar is de dichtstbij zijnde brievenbus ? — Op den hoek van de (volgende) [naaste] straat. Ik zal met u (mede) gaan (om) u te wijzen waar het is. — Hoeveel moet ik voor dezen brief betalen tot Berlijn? — Zes pence naar (alle steden) [eenigerlei stad] (in) [van] Vruiscn. — (Dat) [Het] is drie pence goedkooper dan twee jaren geleden. — Het is nog zeer duur, [wanneer] vergeleken bij ons Engelsche briefport van slechts een penny door het (geheele) [koninkrijk] (rijk). — Wanneer (vertrekt) [zal] de avond-trein [vertrekken]? — Om acht uren. — Dan ben ik nog in tijds, want het is nu pas [een] kwartier over (zessen) [zes].

Les 4 (blz. 46). Gesprekken. 5. Hoe laat verkiest n morgen ochtend geroepen te worden [woordelijk: wat tijd, mijnheer 1 zondt gij willen te zijn geroepen in den morgen]? — Eoep mij om vijf uren. — Wie klopt (daar) ? — Het is vijf uren, mijnheer! — (Binnen 1) [woordelijk: kom in]. — Zijn mijne kleederen geborsteld en mijne laarzen (gepoetst) [schoongemaakt]? Breng mij wat (warm) [heet] water (om mij te scheren) [voor scherende]? (Welk) [wat soort van] weder is het? — Het regent zeer hard. — Hoe lang heeft het geregend? — Het heeft [gedurende = /or] de laatste twee uren geregend. — Ik denk het zal spoedig opklaren. — De lucht is te (donker) [bewolkt], mijnheer! — Maar de wolken schijnen (te breken) [te zijn brekende], — Zeg den heer des huizes (of hij mijne nota gereed zal maken) [te hebben zijn briefje gereed], opdat ik [het] betalen kunne zoodra [als] het ontbijt (afge-loopen) [over] is. — Ik heb u wat (klein geld) [wisselspecie] bezorgd, mijnheer I (dat) [klein geld] is altijd dienstig op reis. — Breng mijn koffer naar de vigilante.


4*

ocr page 57

— 52 —

6. Ik wensch een lichten hoed te hebben. — Deze zijn licht, en toch zoo sterk, dat ze [een] zeer langen [tijd) zullen duren. — De zijde Tan dezen hoed is te lang, de bol te boog, en de rand te smal. — Zulke hoeden zijn nu iu (de) mode. — Maar de modes Tan dit land zijn niet dezelfde als in het buitenland. — [Zie, mijnheer] hier is (er) een [met] mooi kort (van) haar, lager (Tan) bol, en breeder (van) rand. — Dat is wat ik hebben wil, als hij (mij pas is) [passen zal] — neen, hij is te groot. — Dat is niets, hier is een andere; ik heb (ze in) alle grootten. — Deze is goed; wat is de prijs? — Zestien shillings. — Dat is Teel geld. (Kan dat niet iets minder) [kondet gij nemen niets afj? — (Ik overvraag nooit) [Ik Iaat van den prijs Tallen nooit iets], — (Nu) [wel dan] laat hem maar t'lmis bezorgen met de nota, Strand No. 195. Vraag (maar) naar mijnheer Nutt.

N.B. Om zich te vergewissen, of men deze gesprekken goed in zijn geheugen heeft geprent, vertale men die weder in het Engelsch, daarbij wel OTerzettende al wat tusschen hoekige parenthesen [ ], doch niets van 'tgeen tusschen ronde parenthesen ( ) staat.

Slot-opgave I' (ulz. 48):

1) Juist alsof men den Hollandschen tweeklank „oequot; uit gaat spreken.

8) Met een aanslag van den Hollandschen „oe '-klank er voor.

S) De in sommige gevallen iet of wat naar den korten „aquot;-klank zweemen-de, doch altijd naar den korten „equot;-klank gelijkende klank der „equot; in het Hollandsche woord „henquot;.

4) De geboren Engckchman, die zijne taal beschaafd spreekt, laat dadelijk achter de „wquot; eene soort Tan uitademing hooren; doch Toor vreemdelingen is het raadzamer de „whquot; uit ie spreken Tolkomen als de „wquot;.

5) Men moet altijd een bijna on-merkbaren aanslag van den „iquot;-klank laten hooren vóór den „jquot;-klank, dien de y als consonant heeft.

6) Met eene trillende of snorrende beweging van den tip der tong.

7) Met eene zacht trillende of snorrende beweging van het keellelletje achter in den mond.

8) Dat die lettergreep den klemtoon heeft.

9) Dat op die lettergreep sterker klemtoon Talt dan op eenige andere, en dat het woord den sterksten klemtoon moet hebben Tan al de woorden, waaruit de Tolzin bestaat.

10) De afscheiding tusschen de lettergrepen, waaruit een woord bestaat. )1) De toonlooze e-klant, zoools vij dien

hooren in het Hollandsche woord „benauwdquot;.

12) De klank Tan eene zeer zachte, uitermate zachte „kquot;.

Slot-opgave II (blz. 48);

Om zich te vergewissen of men deze opgave volkomen juist heeft uitgewerkt, Tergelijke men (zooals reeds blz. 48 gezegd) woord T.ior woord met de uitspraak, afgebeeld onder de woorden in „ïekst Aquot;.

(6e O e f e n i n g.) Bi Spraakkunst.

we were

[§ es.] In de §§70 en 83 (blz. 34 en 42) hebben wij de persoonlijke Toor-naamwoorden /, you, he, it, leeren kennen. Hier ontmoeten wij het voornaamwoord we voor verscheidene onderwerpen (subjects) van den eersten persoon, of, met andere woorden uitgedrukt; we, w ij, is het meervoud van I, ik.

Dat Kere de vorm van het werkwoord voor meer dan één onderwerp is, terwijl was de vorm van datzelfde werkwoord is voor slechts één onderwerp, hebben wij reeds gezien in § 84 (blz. 42).

nothing wonderful can come; How could it be otherwise?

[§ 94.] In § 71 (blz. 35) hebben wij gezien welken invloed de tijd, waarin het werkwoord staat, uitoefent op den vorm van dat werkwoord. Bij de vormen is voor den tegenwoordigen , en was voor den onvolmaakt verledenen tijd , welke beiden wij daar hebben leeren kennen, komt hier nog can voor den tegenwoordigen, en could voor den onvolmaakt verledenen tijd.

I am going to relate.

Ik ga nu vertellen.

[§ »S.] In § 71 (blz. 35) werd de toekomende tijd you will permit gevormd door samenstelling met 't hulpwerkw. will. Hier hebben wij een toekomenden tijd, gevormd door aamenstelling met / am going, ik ben gaande. Deze vorm wordt gebezigd, wanneer men eene zeer nabij zijnde toekomst bedoelt, die in het Hollandsch wordt aangeduid door bijvoeging Tan het woordje „nuquot; of „thansquot;, welke bijvoeging echter veelal niet eens noodig is.

There Is no doubt;

I am going.

[§ 96.] a) Gelijk wij tot hiertoe verscheidene vormen van het werkwoord gevonden hebben, die door den t ij d of door het getal bepaald werden, zien wij hier, dat de vorm van bet werkwoord anders wordt, al naarmate het onderwerp tot een anderen persoon behoort. Het werkwoord heeft dus even goed persoons-tor men als het voornaamwoord, beiden moeten met elkander overeenstemmen, even nis het getal van het werkwoord overeen*


ocr page 58

stemmen moest met het getal van het onderwerp. am is de eerste, en is de derde persoon van het enkelvoud.

b) ]iij vergelijking van de volzinnen: we were convinced,

Scrooge and he were partners, zien wij, dat in't meervoud de eerste en de derde persoon overeenstemmen. Opgave 1. Vertaal.

1. Ik ben een geestelijke.

2. Ik ga nu beginnen.

3. Wij waren vrienden.

4. Wij willen niet komen.

6. Kan hij 2dood 'zijn?

a breezy spot.

[§ 97.] In § 46 en 47 (biz. 19 en 20) hebben wij het bijvoeglijk naamwoord leeren kennen als gezegde (als predicate), In den volzin: Old Marley teas as dead as a door-nail, is dead het gezegde van het onderwerp Marley. Het b ij v o e g l ij k naamwoord, dat een zelfstandig naamwoord nader bepaalt zonder het gezegde daarvan te zijn, wordt genoemd het attribuut van het zelfstandig naamwoord (Engelsch altrihute, spr. èt^-trib-joet'). In de verbindingen: the chief mourner^ tht sad events an undoubted bargain, an easterly windy a breezy spot zijn de bijvoeglijke naamwoorden chief y sad, undoubted ^ easterly t breezy de attributen van de zelfstandige naamwoorden mourner, event, bargain, wind, spot. Opgave 2. Vertaal:

1. Een goede naam is een goed ding.

2. Ik ken [know] eene wonderlijke geschiedenis.

3. De heer stierf in een donkeren nacht. [§ OS.) In de verbindingen: Scrooge's

name, Marlei/s funeral, HamleCs Talher, Saint PauVs Churchyard zijn de zelfstandige naamwoorden wawe, funeral. Father, Churchyard nader bepaald door de daarvoor staande zelfstandige naamwoorden Scrooge's, Marhys, Hamlet's, Saint Pauls; deze vier laatste zelfstandige naamwoorden zijn de attributen der vier eerstvermelde, voor welke ze geplaatst zijn. Al deze als attribuut gebezigd wordende zelfstandige naamwoorden hebben den uitgang (eene s met eene apostrophe er voor).

rST* Deze vorm van het zelfstandig naamwoord, waarin het als attribuut van een ander zelfstandig naamwoord staat en waardoor iets, dat tot dat zelfstandig naamwoord behoort, dus een bezit, wordt aangeduid, heet possessief of bezittelijke vorm, possessive (pbx -zes-siv), van possess (pox-zes'), bezitten. De possessief der zelfstandige naamwoorden wordt gevormd door achter het zelfstandig naamwoord eene

(« met apostrophe er voor) ie voegen; In tegenstelling van den possessief heet de vorm, waarin 't zelfstandig nw. als onderwerp [subject) gebezigd wordt, subjectief of onderwerpelijke vorm, subjective (sub-dzjèk'-tiv).

Over de uitspraak van den possessief Scrooge's, zie § 63 blz. 22.

Opgave 3. Vertaal:

1. Ik ken des geestelijken twijfelingen.

2. Des kosters naam was Marley.

3. Ik ken 's-voornaamsten rouwers vriend.

4. Is eens vaders hand zwak (§ 107)?

[§ 99.] Daar het persoonlijk voornaamwoord in de plaats van een zelfstandig naamwoord gesteld kan worden, moet er ook voor het persoonlijk voornaamwoord een vorm bestaan, die overeenstemt met den possessief. Wij vinden dan ook werkelijk, waar het onderwerp I is, my «»-hallowed hands; waar het onderwerp we is, vinden we our ancestors; en waar het onderwerp he is, vinden we his burial, his hand: wij zien dus, dat my, our en his de possessieven zyn, die behooren bij de sub-jectieven /, we, he, of, zooals men het doorgaans uitdrukt, my is het bezittelijk voornaamwoord van den eersten persoon enkelvoud, our is het bezittelijk voornaamwoord van den eersten persoon meerv., his is het bezittelijk voornaamwoord van den derden persoon enkelvoud.

Behalve het bezittelijk voornaamwoord kan ook nog een bijvoeglijk naamwoord als gezegde bij hetzelfde zelfstandig naamwoord staan, b. v.: my own knowledge, his own ramparts, his sole executor^ enz.

Opgave 4. Vertaal:

1. Onze vaders waren vrienden.

2. Hij begon met zijne geschiedenis.

3. Mijns zoons naam is Karei.

4. De heer onderteekende met zijne eigene hand.

The register of Ms burial.

[§ too ] Een zelfstandig naamwoord kan 't attribuut van een ander zelfst. naamw. zijn, zonder in den possessief te staan.

Het zelfst. naamw. the register heeft het zelfst. nw. his burial als attribuut bij zich, en toch staat his burial niet in den possessief.

Evenzoo is 't met the wisdom of our ancestors; an excellent man of business; the very day of the funeral.

Het woordje of, dat voor het attribuut gezet is, om aan te duiden in welke betrekking dat zelfst. naamw. staat tot h'it zelfst. naamw. dat voorafgaat, heet voorzetsel, preposition (prèp-oi-zis'-sjun).

De voorzetsels, die wij tot hiertoe ontmoet hebben, zijn: about, of, by, vpon, for, to, in, on, with, from, at, after. De Engelsche voorzetsels, zooals men uit


ocr page 59

de weinige tot hiertoe voorgekomene voorbeelden zien kan, hebben in het Hollandsch verschillenderlei beteekenissen, b. v.; the register of hn burial, de acte van zijne begrafenis; I know of my own knowledge, ik weet uit mijne eigene kennis; •piece of ironmongery, stuk... ijzerwaar; the wisdom of our ancestors, de wijsheid onzer voorvaderen; of course, natuurlijk; man of business, man van zaken; the mention of Marley's funeral, de vermelding van Mar-ley's begrafenis. Om de verschillende beteekenissen van het woordje of reeds langzamerhand te leeren, geve men op ieder geval, dat zich voordoet, nauwlettend acht. Wij zullen later van de beteekenissen der voorzetsels een beknopt overzicht geven.

Ieder zelfst. naamw. in den possessief kan vervangen worden door datzelfde zelfst. nw. in den subjectief met het voorzetsel of. Maar daarentegen kunnen niet alle zelfst. naamw., die met het voorzetselo/voorkomen , vervangen worden door den possessief. Men kan derhalve even poed zeggen: The clergyman n doubts en the doubls of the clergyman ; the chief mourner n friend en the friend of the chief mourner ; a father » hand en the hand of a father; Scrooge'» name en the name of Scrooge; HanileV» father en the father of Hamlet; Marley's funeral en the funeral of Marley.

Opgave 5. Vertaal:

1. Ik ga nu de twijfelingen van den geestelijke beschouwen.

2. Wij waren in het land onzer

♦ voorvaderen.

3. Gij moet de geschiedenis van ons kerkhof weten.

4. Hij vierde den dag van zijns vaders begrafenis.

(7e oefen.) B. Spelling en Uitspraak, mention.

De uitgang... Hon wordt uitgesproken „sjunquot;, waarbij de konte u-klank bijna toonloos is. Volgt die uitgang onmiddellijk achter 4 of®, dan wordt duidelijk de „tquot; uitgesproken, dus niet „sjunquot; maar „tjunquot;, bijna als „tsjunquot;, b. v.: question (kwwes'-ijun), vraag; mixtion (mika'-tjun), mengsel.

back.

.] ck wordt altijd uitgesproken als k, en geeft aan de voorafgaande vocaal den gebruikelijksten korten klank, b. v.; bar.k (bèk), terug; neck (nek), nek; lick (lik), likken; lock (lok), slot; luck (luk), geluk.

point.

[§ 103] oi en oy worden altijd uitgesproken zooals wij het in § 19 (blz. 7) geleerd hebben, dus bi; uitgezonderd sommige aan het Fran ach ontleende woorden,

die in 't Engelsch nog niet het burgerrecht ' hebben; wij zullen die later leeren kennen. Men wachte zich zorgvuldig voor de uitspraak „aiquot;, die door den gemeenen man veelal aan de spelling „oiquot; gegeven wordt, en ten zeerste is af te keuren. Slechts één woord is er, waarin de „oiquot; werkelijk als „aiquot; uitgesproken wordt, namelijk het woord choir (kwwair), koor, dat trouwens ook wel gespeld wordt quire, geheel in overeenstemming met de uitspraak.

this.

In this klinkt de s scherp gelijk in het Hollandsche woord „misquot;; terwijl de s in brings zacht klinkt als eene z. Zie § 55 (blz. 21), § 59 (blz. 22), § 67 (blz. 23).

nothing.

[§ 104.] Ofsctoon „nothing1' is samengesteld uit no (noo) en thing [thing), wordt evenwel de o der eerste lettergreep niet lang uitgesproken als „ooquot; in „nootquot;, maar kort gelijk de „uquot; in „nutquot;; de uit- * spraak van het geheele woord is dus uxith'-\ng. Eene dergelijke afwijking, niet alleen in de uitspraak, maar tevens in de spelling, ontmoeten wij in het woord therefore (dheer'-foor), samengesteld uit daar,

en for (for), voor. Ook in Saint Paul wordt het woord Saint uitgesproken met den korten klank „èquot; (namelijk „séntquot;) ofschoon Saint, als 't alleen staat, uitgesproken wordt met den langen klank „eequot; (nl. „seentquot;). Zoo wordt ook in threepence de lange i-klank van three [thri) vervangen door den korten i-klank, en dit woord wordt uitgesproken: ^rip'-pèns.

relate; remarkable.

Over de tooulooze e in het voorvoegsel of woordlidje re, zie § 78 (blz. 36).

wonld.

Over de stomme l, zie § 87 (blz. 43).

stroll.

[§ 105.] Vóór 11 wordt de o altijd uitgesproken met den langen „ooquot;-klank (strooi), alleen uitgezonderd de woorden doll (dol), pop, en Ml (lol), luieren.

night.

Over de stomme gh, zie § 76 (blz. 35).

wind.

Over deze uitzondering (korte „iquot; vóór nd), zie § 72 (blz. 35).

than; father; other.

[§ lOO.] In § 53 (blz. 21) hebben wij de woorden leeren kennen, die den zachten lispklank „dhquot; hebben alsaanvangs-klank.

Voor de uitspraak van de i/i als uitgang diene voorloopig, dat de woorden, die met eenerlei spelling voorkomen als tweeërlei rededeelen, den scherpen lispklank


ocr page 60

— 55 —

hebben als zelfstandig naamw., en den zach-ten lispklank als werkwoord. Zie § 31 (blz. 11).

Komt de th echter voor, tusschen twee vocalen geplaatst in een woord, dan heeft dit letterteeken in zuiver Engelsche woorden den z a c b t e n „dhquot;-klank, en daarentegen in vreeaide woorden, die aan het Grieksch of aan het Latijn ontleend zijn, den scherpen lispklank „tfAquot;.

Den zachten lispklank„dh,' hebben: (faadh'-cr), vader; ra^e/-(i.iadh'-er), liever; lather (lèdh'-ér), zeepsop; gather (Gedh'-er), verzamelen; feather, (fèdh'-er), veder; leather (lèdh'-er) , leder; weather {wvüW-er)y weder; together (iot-Gedh'-er), te zamen; wether (wwèdhVy), hamel; whether (wwèdh'-er), of; heathen (hiedhn), heiden; hither (hidh'-er), herwaarts; thither (dhidh'-er), derwaarts; whither (wwidh'-er), waarheen; (wwidh'-^r),

verwelken; either (iedh'-er), een van beiden *); neither (niedh'-ér), geen van beiden; brother (hmdh'-er), broeder; mother (mudh'-cr), moeder; other (udh'-tfr), ander.

Den scherpen lispklank „Mquot; hebben:

antipathy (èn-tip'-a-^//i), antipathie, afkeer; atheist (ee'-^i-ist), atheïst, godloochenaar; authority (ao-^or'-it-ti), autoriteit, gezag; theatre (^i'-eetr), schouwburg.

Meer over de zachte en scherpe „th*' later.

started; dark.

Over de a ah „aaquot;, zie § 48 (blz. 20).

Saint Paul's Churchyard.

|§ lOS1.] In Hamlet** ^Father staat het woord Father met eene groote aanvangsletter, omdat het in het treurspel evenzeer de rol beteekent als een persoonsnaam (§64, 2; blz. 23). In Saint Paul wordt Saintgt; ofschoon een bijvoeglijk naamw., als bestanddeel van den persoonsnaam beschouwd, en heeft als zoodanig eene groote S. Het woord churchyard op zich zelf wordt altijd geschreven met eene kleine aanvangsletter; doch hier staat het, even als 'Change in § 66 (blz. 28), als de naam van eeneeenige plaats, daar er in geheel Londen slechts één Saint PauVs Churchyard bestaat. Plaatsnamen, zoowel als persoonsnamen, hee-ten eigennamen, en vereischen eene groote aanvangsletter.

literally.

[§ 109 ] Ofer de uitspraak van den uitgang ly als „liquot; in dit woord, zoomede in de vioorieri'distinclly, perfectly, easterly en rashly, zie § 75 (blz. 35).

Het woord lilerally en de daarmede Terwante woorden worden in het Engelsch met é n t geschreven, terwijl de woorden van gelijke beteekenis in het Fransch, zooals littéralement .twee tees [it) hebben.

♦) Either wordt ook wel uitgesproken: uidV-fr.

[§ io9.] Eealettergrepige Oefeningen over den vocaalklank „coquot;, den alphabeti-schen klank der letter o.

(Zie les 2, E. Oefeiiins; 7, blz. 32.)

0

(00)

o.

90

(goo)

gaan.

ho

(hoo)

ho!

lo

(loo)

zie.

no

(noo)

neen; geen.

so

(soo)

zoo.

globe

(oloob)

globe.

robe

(rooi»)

japon.

ode

(ood)

ode.

rode

(rood)

reed.

strode

(strood)

schreed.

rogue

(rooa)

schelm.

Oh

(oo)

o! [steenkool.

coke

(kook)

uitgestoomde

fpoke

(pook)

poken.

smoke

(smook)

rook.

spoke

(spook)

sprak.

stroke

(strook)

streek.

woke

(wwook)

waakte.

hole

(hooi)

gat.

mole

(mooi)

havenhoofd; mol.

pole

(pool)

paal.

sole

(sool)

zool.

stole

(stool)

stal.

poll

(pooi)

stemmen.

roll

(rooi)

rollen.

scroll

(skrool)

perkament-rol.

stroll

(strooi)

ronddolen.

toll

(tooi)

tolgeld.

dome

(doom)

dom, koepel.

home

(hoom)

eigen haard.

bone

(boon)

been.

cone

(koon)

kegel.

drone

(droon)

hommel.

stone

(stoon)

steen.

throne

(/^roon)

troon.

tone

(toon)

toon.

grope

(Groop)

tasten.

hope

(hoop)

hoop.

(Voortzetting in de volgende les.)

(8e Oefening.) F. lexicographic.

Woorden van gel ij ken oorsprong

als de Hollandsche.

brings, brengt. — me, mij, me. — started, stortte. — this, deze. — must, moet. — understood, samengesteld uit «wder, ouder, en stood, gestaan. — wonderful, samengesteld uit «wwcfer, wonder, en/W, vol.— can, kan. — come, komen. — going, gaande. — we, wij, we.—father, vader.

— died, verwant met dead, dood. — before, bevorens. — began, begon. — would, wilde (verbasterd: wou). — more, meer.

— night, nacht. — easterly, oostelijk. — wind, wind. — than, dan. — other, ander. — rashly, rasschelijk. —out, uit.

— aftery achter. — churchyard, eamci:-


ocr page 61

gesteld uit church, kerk, en yard, gaard, hof. — ton, zoon. —weak, week, zwak.

— mind, zelfstandig naamwoord, gelijkluidend met het werkwoord mind, meenen.

Woorden van gelijken oorsprong

als de Fransche.

mention, mention. — funeral, fnnérailles.

— point, point (punt). — distinctly, distinctement. — story, histoire. — relate, verwant met: relation. — perfectly, par-faitement, verwant met: perfection. — convinced, convainou. — remarkahle, re-marquable.—at, a. — rampart, rempart.

— turning, toumant. —Saint, saint. — instance, instance. — literally, littera-lement. — astonish, etonner.

Van gemengden oorsprong zijn; middle-aged, samengesteld uit middle, middel, en aged, age. — gentleman, samengesteld uit gentle, gentil, en man, man.

(9e Oefen.) G. Mondeling Onderhoud.

Vragen.

1. Wat brengt ons terug tot het begin ? 3. Waartoe brengt ons de vermelding van Marley's begrafenis terug?

3. Tot welk punt? (In het antwoord eerst herhalen To the point.... en dan het antwoord laten volgen.)

4. Waaraan is geen twijfel?

5. li oio must this be undtrsiood?

6. Wat zou er anders van de geschiedenis komen?

S. Waaruit kan niets wonderlijks komen ?

8. Uit welke geschiedenis? (Antwoord: Of the story... en dan het antwoord.)

9. Waarvan moeten wij overtuigd zijn?

10. fVhtn did Hamlet's father die (dai, sterven)?

11. Waarin zou niets opmerkeliiks liggen ? 13. When did he lake a stroll?

13. In welk weder ging hij wandelen? 1*. Wlure did he take a stroll 1 IS. Welk ander iemand koude uitgaan? IB. Hoe kon die andere uitgaan ? 13. Wanneer kon hij uitgaan?

18. Waarheen kon die gaan?

19. Tot welk einde koude hij uitgaan?

(10e Oefening.) H. Gesprekken.

7.

One (wwun), men.

perceives (per-sievi'), merkt. lt;?fcrfa»«(de-kries'), afnemen, korter worden. One perceives that the days begin to decrease. sign (sain), teeken.

fine (fain), schoon.

soon (soen), spoedig.

end (ènd), einde.

It Is a sign that tbe fine days will be soon at an end.

always (aol'-wweez), altijd.

sometimes (sum'-taimi), somtijds.

summer (sum'-tner), zomer.

weather (wwèdh'-er), weder.

autumn (aot'-um), najaar, herfst.

spring (spri«j), voorjaar, lente.

Not always; we sometimes have snmmer weather in autumn, and winter in spring. intend (in-tèud'), van plan zijn.

pass (paas), doorbrengen.

London (lun'-den), Londen.

Do yon Intend to pass the winter in London ? accompany (èk-knm'-pèn-ni), vergezellen. cousin (kuzn), neef.

South (south), zuiden.

Trance (fraans), Frankrijk.

No I shall accompany my cousin to the South of France.

climates (klai'-mèts), klimaten.

Europe (joe'-roop). Europa.

suppose (sup-pooz), vooronderstel.

That is one of the finest climates of Europe: 1 suppose you have friends there? yes (jès), ja. — uncle (unkl), oom. resides (re-zaid®'), woont.

constantly (kon'-slènt-li), bestendig. on account of (oh èk-kount' ov), voor. health (hèlM), gezondheid.

sent (sént), gezonden. — us (us), ons. invitation (in-vi-tee'-sjun), uitnoodiging. spend (spend), doorbrengen.

season (siezn), jaargetijde.

Yes, my oncle resides there constantly on account of his health, and he has sent us an invitation to spend tbe winter season with bim.

exceedingly (ek-sied'-iny-li), bijzonder. agreeable (e-Gri'-sbl), aangenaam.

wish (wwisj), wensch.

pleasant (plèz'-ent), genoeglijk.

journey (dzjeur'-ni), reis.

That will be exceedingly agreeable: well! I wish you a pleasant journey-obliged (ob-blaidzjd'), verplicht.

I am much obliged to you.

now (nou), nu.

Now 1 will wish yon good night! why (wwai), waarom.

such (sutsj), zulk.

hurry (hur'-ri), hasst.

Why are you in snch a hurry to go? sup (sup), het avondeten gebruiken. nine (nain). negen.

promised (prbm'-ixd), beloofde.

home (hoorn), te huis.

hy (bai), omstreeks, tegen.

We generally sup at nine, and I promised to be home by that time.

then (dhèn), dan.

hope (hoop), hoop.

pay (pee), betalen, (hier:) brengen. longer (Tong'-er), langer.

visit (vi«'-it), bezoek.

Well then, good night, bot I hope yon will soon pay me a longer visit.


ocr page 62

— 57 —

6e L E S.

Verschiebe Nichts, mein sanmig Herz,

Auf eine bess're Zeit!

Auf Zeitverlust folgt Reu and Schmerz, Auf Tragheit Traarigkeit.

Karl Geib.

Verschuif toch, mijn nalatig hart 1

Wat gij Ie doen hebt niet: Op tijdverlies volgt rouw en smart. Op traagheid volgt verdriet.

S. d. B.


A. Tekst.

(Oefen. 1—3 volgens het op blz. 32 [Eens voor al] gegeven Toorsehrift.

Scrooge never painted out 1 Old Marley's name.] There it

skroedzj nèv'-er peent'-fd oatquot; oold mnar'-lica!

Scrooge nooit streek nit ouden Marley's

dheer it Daar het

stood, 2 years afterwards,] 3 above the warehouse door:]

stoedquot; jierx aaft'-^r-wwerd® e-buv' dhe wweerquot;-h6us door'

stond jaren naderhand, boven de pakhuis deur:

4 Scrooge and Marley] 5 The firm was known as Scrooge

skroedzj ènd maarquot;-li dhe feiirm wwoz noon7' èx skroedzj

Scrooge en Marley. De firma was bekend als Scrooge

and Marley.] Sometimes 6 people new to the business] called

end maar'-li sum'-taimas piepl njoe'7 lóe dhe biz'-ues kaolil

menschen nieuw aan de

Scrooge Scrooge, and sometimes Marley, but 7 he answered

skroedzj skroedzj end sum'-taimx maar'Mi but hi aansWrd

Scrooge Scrooge en somwijlen Marley, maar hij antwoordde

to both names:] 8 it was all the same to him.]

tóe hootk neem a it wwoz aol dh« seem' tóe him

op beide namen: het was alles het zelfde voor hem.

OhI But he was a tight-fisted hand 9 at the grindstone,]

oo but hi wwoz e taU/'-fist'-ed hènd et dhe Grain dquot;-stoon

reem naam.

Somwijlen

zaak

noemden

Marley.

hand

aan den

slijpsteen,

maar hij was een vastvuistige

skroedzj

Scrooge 1 cen

Scrooge I a squeezing, wrenching, grasping, scraping,

skwwiesBquot;-i//^ uitpersend rentsj -mg wringend

Graasp -\ng grijpend skreepquot;-i»^ schrapend


clutching, covetous old sinner! Hard and sharp 10 as flint,]

klutsj'M»^ kuvquot;-c~tus oold sin'-ner haard ènd sjaarp èa flint''

pakkend hebzuchtig oud zondnar! Hard en scherp als vuursteen

from which no steel had ever struck out 11 generous fire;]

from wwitsj nop stiel hèd èv'-cr struk out' dzjèn'-tr-ns fairquot; van welken geen staal h:id ooit geslagen uit grootmoedig vuur;

secret and selfcontained, and 12 solitary as an oyster.]

si'-kre*t ènd sèliquot;-k6n-teend', ènd tolquot;-i-te-ri èx en óis'-té-r

geheimhoudend en zelfbedwongen en eenzaam als een oester.

The cold within him froze 13 his old features,] nipped 14his

dhe koold widh-iuquot; him frooz hiz oold fi'-tjurz nipt hi*

De koude in hem bevroor zijne oude gelaafstrekken, neep zijn

pointed nose,] shrivelled 15 his cheek,] stiffened 16 his gait;]

point'-ed noczquot; fjriv'-eld hiz Isjiekquot; stit'-end hi* Geetquot;

puntigen neus, rimpelde zijne wang, maakte stijf zijn gang,

made 17 his eyes] red, 18 his thin lips] blue; and spoke out

meed hiz aiz red hiz Min lips bloequot; end spook outquot;

maakte zijne oogen rood, zijn dun lippen blauw; en sprak uit

ocr page 63

shrewdly 19 in Ms grating voice.] 20 A frosty rime] was

sjroed'Mi in hiz Greet'-iw/ vbisquot; e fros'-ti raimquot; wwb*

doorslepen in zijne krassende stem. Een winterachtig rijp was

on Ms head, and 21 on his eyebrows, and his wiry chin.]

on hiz hedquot; end on hiz aiquot;-bróuz end hiz vrair'-i tsjinquot; op zijn hoofd en op zijne wenkbrauwen en zijne borstelige kin.

He carried 22 his own low temperature] always about with

hi ker'-ried hiz con loo lem'-p^r-^-ljur aol'-wweez c-bout'7 wwidh

Hij droei: zijn eigen laag temperatuur altijd rond met

Mm; he iced 23 his office] 24 in the dog-days;] and 25 didn't

him hi aist hiz óf'-fis in dhe dÖGquot;-deez end did'-^nt

hem; hij maakte ijskoud zijn kantoor in de hondsdasen; en deed niet

lhaw it one degree] 26 at Christmas.]

thamp;o it vrwun dtf-ori' èt kris^-mèa.

ontdooien het één graad op Kerstmis.

{ie Oefening ) B. lloliandsclie Vertaling.

Scrooge streek dea naam van den ouden Marley nooit uit. Die stond daar, nog jaren naderhand, boven de deur ran den winkel : Scrooge en Marley. De firma was bekend ais Scrooge en Marley. Somwijlen noemden menschen, die de zaak niet kenden, Scrooge Scrooge, en somwijlen (noemden zij hem) Marley; maar hij luisterde naar beide namen; het was hem alles hetzelfde.

01 maar hij was een (echt vilmes voor zijne klanten), die Scrooge! een uitpersende, afhalende, plukkende, schrapende, alles grijpende en vangende, inhalige, oude zondaar! Hard en scherp als (een) runrsteen, waaruit geen staal (nog) ooit edel vuur had geslagen; geheimhoudend, en voor zich zei ven, en eenzaam als een oester. De koude in zyn binnenste gaf iets ijskouds aan zijne oude gelaatstrekken, maakte zijn spitsen neus nog puntiger, plooide rimpels op zijne wang, maakte zijnen gang stijf, zijne oogen rood, zijne dunne lippen blauw, en sprak met sluwheid uit zijns krassende stem. Een winterachtig rijp lag over zijn hoofd, en op zijne wenkbrauwen, en op zijne borstelige kin. Hij droeg zijne eigene lage temperatuur altijd met zich om; als met eene ijskoude vervulde hij zijn kantoor in de hondsdagen, en ontdooide het geen enkelen graad met Kerstmis.

(5e Oefen.) C, Wcdcrzijdsclie Vertaling.

(Zie blz. 18.)

(6e Oefen.) I). Spraakltimst.

A frosty rime was on his bead.

[§ HO.] In § 100 (blz. 53) hebben wij de voorzetsels leeren kennen, en wel kn'amen ze daar in verbinding met het zelfst. naamw. als attribuut voor. Wij ontmoetten daar voornamelijk het voorzetsel of met het zelfst. naamw,, als vertegenwoordigende den possessief of bezittelijken vorm.

Hier hebben wij 't zelfst. naamw. head, dat van 't voorzetsel on afhankelijk is, als gezegde (predicaat). Evenzoo vinden wij het zelfst. naamw. êimile, afhankelijk van 't voorzetsel in, ais gezegde in den volzin: Tke tcisdom of our ancestors, is in the simile. Nieuwe voorzetsels in deze les: above, within.

Opgave 6. Vertaal: (doodkist.

1. Mijn doode vriend lag [was] in zijne

3. Paul's veder slaat [is] aau onze deur.

3. De firma der zaak staat [is] boven de deur.

4. Waren wij niet in 'tzelfde huis [houte]? [§ nn A. In de volzinnen:

Hamlet's father died;

The play began (Les 5); behoefden de werkwoorden died, began. slechts bij het onderwerp gezet, om eene volledige gedachte uit te drukken.

Nemen wij echter de volzinnen:

Scrooge signed it (Les 2); My unhallowed hands shall not disturb it; The cold toithin him froze his old features; lie iced his office.

Slechts gelezen tot de predicaats-werkwoor-den signed, disturb, froze, iced, zonder het overige, zijn die volzinnen onvolledig: wij missen daarin „watquot; Scrooge onderteekenoe, „watquot; mijne handen niet zullen sloren, „watquot; de koude ijskoud maakte, en „watquot; hij als met eene ijskoude vervulde. Werkwoorden, die, zonder verdere bijvoe-


ocr page 64

9 —

ging in betrekking gesteld met het onderwerp, eene gedachte uitdrukken, heeten onzijdige, intransitive (in-trens'-i-tiv) verbs,

B. Werkwoorden, die, om eene volledige gedachte uit te drukken, nog een toevoegsel vereischen, heeten bedrijvende, transitive (trens'-i-tiv) verhs.

C. Het woord, dat tot toevoegsel bij een bedrijvend werkw. dient, heet van dat werkwoord het voorwerp, object (ób'-dzjèkt), waarop 't werkwoord overgaat.

De zelfst. naamwoorden features en office zijn de voorwerpen der werkwoorden froze en iced; het voornaamw. it is het voorwerp der werkwoorden signed en disturb.

Zoowel zelfst. naamwoorden als voornaamwoorden kunnen voorwerpen [objects] der bedrijvende [transitive) werkwoorden zijn.

D. De vorm van het zelfstandig naamwoord of voornaamwoord, waarin bet als voorwerp [object) staat, heet de v o o r-werpelijke vorm, objective (bl»-dzjek'-tiv). Subjectief, possessief en objectief heeten de naamvallen, casts (kees'-e®) van 't zelfst. naamw. of van 't voornaamwoord.

E. Bij 't zelfst. naamw. is de objectief, in vorm, gelijk aan den subjectief.

Ook bij 't voornaamwoord it is de objectief, in vorm, gelijk aan den subjectief.

De objectief van 1 heet me.

De objectief van he heet hivi.

F. De plaats van den objectief is achter het werkwoord. Staat ook de subjectief achter het werkwoord, dan wordt de objectief achter den subjectief geplaatst.

G. Alle voorzetsels worden verbonden met den objectief.

H. In de gewone spraakkunsten voor Nederlanders bedient men zich meestal van andere namen, t. w.:

subjectief wordt genoemd: le naamval.

possessief „ „ 2e „

objectief „ „ 4e „

Het onder letter G gezegde, heet dan: alle voorzetsels regeereu den 4lt;iea naamval.

Opgave 7. Vertaal:

I. Scrooge onderteekende het register van Marley's begrafenis.

2. Had hij geen vrienden?

3. Ik ken de geschiedenis van den ouden heer.

4. De gebeurtenis kon mij niet verwonderen [astonish'].

[§ 118.] De volzinnen:

Scrooge -signed the regis-er. en: The register was signed by Scrooge drukken volkomen hetzelfde uit, en verschillen enkel in den vorm. Bij de bedrijvende werkwoorden kan namelijk het voorwerp, dat de werking ondergaat, of dat als object de beteekenis van het werkwoord aanvult, ook voorgesteld worden als het onderwerp {subject) van den volzin. De vorm, dien het werkwoord dan aanneemt, heet de lijdende vorm, passive form (pès'-siv form). De andere vorm van het werkwoord, waarin het onderwerp niet de werking ondergaat, maar volbrengt, heet de bedrijvende vorm, active (èk'-tiv) form.

In het Hollandsch bestaat de lijdende vorm hierin, dat men de vormen van het werkwoord Worden samenstelt met dien vorm van 't bedrijvende werkw., die den naam draagt van verleden deelwoord, past participle (paast' paar'-ti-sipl).

In 't Engelsch is de lijdende vorm eene samenstelling van dat verleden deelw. met een der vormen van 't werkwoord, dat in het Hollandsch beteekent wezen of zijn.

Om het hier gezegde goed te kunnen begrijpen, volge de beoefenaar een weinig verder onze beschouwingen over de vorms-veranderingen der werkwoorden.

In den volzin (Les 3): My unhallowed hands shall not disturb it, heeft het werkwoord shall tot voorwerp niet een zelfstandig naamwoord of voornaamwoord, maar het werkwoord disturb. Zoo ook zijn in de volzinnen:

I don't mean (Les 3);

You will permit (Les 3); He didn't thaw;

de werkwoorden mean, permit y thaw voorwerpen (objects) van de werkwoorden dorfty will, didn't. Die vorm van het werkwoord, waarin het 't voorwerp [object) van een ander werkw. kan zijn, dus de zelfstandige naamwoords-vorm van het werkwoord, heet deOnbepaaldeWijs, infinitive mood (in-fin'-i-tiv moed'). Ofschoon de Infinitief eene aan het zelfstandig naamwoord verwante vorm van het werkwoord is, blijft die toch werkwoord, en de Infinitief vau een bedrijvend werkw. kan zelf ook weder eenen Infinitief tot voorwerp [object) hebben.

In den volzin:

I doiCt mean to say is de Infinitief say 't voorwerp van den Infinitief mean. De Infinitief say heeft hier 't voorzetsel to vóór zich. Het voorzetsel to staat zeer dikwijls vóór den Infinitief, b. v.:

He chose to put,

to regard^ to repeat, to relate, to astonish.

Om den Infinitief (dat is de Onbepaalde Wijs) te onderscheiden van andere daarmede gelijkluidende vormen, noemt men hem gewoonlijk met het voorzetsel to er voor. Zoo zullen wij ons, b. v., in de volgende § bezighouden met het werkwoord to be, zijn.

[§ 114.] Opgave 8. Welke zijn de ons tot dusverre in tekst A. voorgekomene vormen van het werkwoord to be?

Opgave 9. Van die vormen zooveel doenlijk persoon, getal en tijd opgeven.


ocr page 65

Pe samenstelling der vormen fan een werkwoord naar tijd, getal en persoon heet de Tervoeging, conjurjalion (kbn-dejuo -Gee'-fjun) van dat werkwoord. Om een werkwoord te kunnen vervoegen, conjugate (kon'-dzjuG-Geet), moeten wij eerst de persoonlijke voornaamwoorden leeren kennen, die wij als onderwerpen (subjecls) bij deze vervoegings-vormen noodig hebben. Den iuhjeclive case van den eersten persoon enkelvoud kennen wij reeds; die heet I, ik. De tweede persoon enkelvoud wordt in liet Engelsch slechts melden gebruikt; wij mogen dien echter hier niet overslaan. Het voornaamwoord daarvoor is thou (dhou), gij. Bij den derden persoon moet, gelijk wij reeds § 70 (blz. 35) en § 83 (blz. 42) gezien hebben, onderscheid gemaakt worden tussehen personen en dingen. En voor de personen moeten wij weder onderscheid maken tussehen mannelijke en vrouwelijke. Wij hebben dus te onderscheiden drie geslachten (geslacht, gen-der, spr. dzjèn'-der), t. w.; mannelijk, masculine (mès'-kjfie-lin), vrouwelijk, feminine (fèm'-in-nin) en o n z ij d i g, neuter 1 njoet'-cr). De persoonlijke voornaamwoor-deu daarvoor heeteii 'mdensuijectivesmgular: mannelijk vrouwelijk onzijdig he, hij. s/te, zij. it, het.

Van het meervond kennen wij reeds den eersten persoon we, wij, uit § 93 (blz. 52). Ook de tweede persoon you, gij, is reeds in Tekst A van Les 3 voorgekomen; doch wij hebben het daar vertaald met „menquot;, omdat in het Hollandsch de schrijver niet rechtstreeks het woord tot den lezer richt. Dit voornaamwoord you wordt in den b e-schaafden spreektrant van het dagelijksch leven altijd gebezigd bij het aanspreken van één persoon. — Het voornaamw. voorden derden persoon meerv. is voor alle drie de geslachten zonder onderscheid t/iey (dhee), zij.

NB. Zie de Oefenings-opgaven op de §§ 115—122 onder I. Herhaling (blz. 64).

[5 11.5.] De Tegenwoordige tijd van lo 6e (tóe bi') is nu:

Enkelvoud.

!e persoon I am (ai em), ik ben, 2e „ t/ioa art (dhou aart), gij zijt, 3° „ he is (In iz), hij is.

Meervoud.

Ie persoon tce are (wwi aar), wij zijn, 2e „ you are (joe aar), gij zijt, 3e „ (key are (dhee aar), zij zijn.

Wij zien dus, dat in het meervoud alle drie de persoonsvormen aan elkander gelijk zijn. Dit is het geval met al de werkwoorden, zonder uitzondering; zoodat de Engelsche vervoeging nog eenvoudiger is dan de Hollandsche, die voor den tweeden persoon meervoud een bijzouderen vorm heeft.

[§ 1I6.| De onvolmaakt verleden tijd (§ 71, blz. 35) van to be is:

Enkelvoud.

Ie persoon 1 was (ai wwoi), ik was, 2e „ thou wast (dhou wwost), gij waart,

3° „ he was (hi wwoi), hij was. Meervoud.

Ie pers. we icere (wwi wweiir), wij waren, 2e „ you were (joe wweur), gij waart,

3e „ they were (dhee wweur), zij waren.

In den onvolm. verl. tijd zijn hier (en dit is het geval bij alle Engelsche werkwoorden) de eerste en derde persoon enkelvoud volkomen in vorm aan elkander gelijk.

Het verleden deelwoord (§112 blz. 59) been (bin), geweest, van het werkwoord to be, hebben wij in den tekst der derde les leeren kennen, waaruit wij tevens kunnen zien, dat dit deelwoord wordt samengesteld met to have, hebben. Terwijl wij dit deelwoord, alsook de verdere vervoeging van het werkwoord to he, tot nadere gelegenheid bewaren, gaan wij thans over tot de Vervoeging der regelmatige werkwoorden.

|§ 118.] Uit de tot dusverre door ons aangetroffene Infinitieven (d. i. Onbepaalde wijzen) to put, to mean, to say i to regard y to disturb, to permit ^ to repeat^ to relate, to astonish, to thaw, de verleden deelwoorden signed, inclined^ convinced, de Imperfecten (d. i. Onvolmaakt verledene tijden) signed, solemnised, start' ed, died, painted, answered, nipped, shrivelled, stiffened, carried, iced, zal de opmerkzame beoefenaar van onze lessen reeds de gevolgtrekking gemaakt hebben, dat het verleden deelwoord en de onvolmaakt verleden tijd beiden met den uitgang -ed eindigen, en dat de Infinitief (d. i. Onbepaalde wijs) geen vasten uitgang heeft. De Onbepaalde wijs is derhalve de grondvorm, die bij al de overige ver-voegingsvormen ten grondslag ligt.

Voorbeeld der regelmatige vervoeging: het werkwoord to disturb. Bedrijvende vorm. Tegenwoordige tijd. Enkelvoud.

Ie persoon: I disturb, ik stoor. 2e „ thou disturbent (dis-tenrb-

est), gij stoort. 3e „ he disturbs (dis-tenrbz'), hij stoort.

Meervoud.

Ie persoon: we disturb, wij storen. 2e „ you disturb, gij stoort. 3e „ they disturb, zij storen.

De tweede persoon enkelvoud heeft dus als uitgang -est, de derde ■lt;, looals


ocr page 66

wij reeds hebben kunnen opmerken aan bring» in den tekst der Tijfde les. Over bet meervoud zie § 115.

[§ ISO.] Onvolm. verl. tijd. Enkelvoud.

Ie persoon: I dialurbed (dis-teorlid'), ik stoorde.

ge „ ihou dislurbedni (dis-teml»'-

edst), gij stoordet. ge „ he disturbed, hij stoorde.

Meervoud.

Ie persoon: ice disturbed, wij stoorden. 2e „ you disturbed, gij stoordet. 3e „ they diaiurbed, zij stoorden.

De uitgang ij dus bij den regelmatigen Onvolmaakt verledenen tijd in al de personen dezelfde, namelijk -ed, waarachter alleen in den tweeden persoon enkelvoud nog -st wordt gevoegd.

[§ 1SI.] Het verleden deelwoord is, even a!s de onvolm. verl. tijd, disturbed.

Hieruit komt de vervoeging van den Lpenden vorm.

(§ 112, blz. 59).

Onbepaalde wijs:

to be disturbed, gestoord worden.

Verleden deelwoord:

been disturbed, gestoord geworden.

Tegenwoordige tijd. Enkelvoud.

Ie pers. I am disturbed, ik word 2« „ thou art disturbed, gij wordt 3e „ he is disturbed, hij wordt

Meervoud.

Ie pers. tee are disturbed, wij worden 2e „ you are disturbed, gij wordt Se „ they are disturbed, zij worden [§ 182.] Onvolm. verl. tijd. 1 was disturbed, ik werd gestoord.

Opgave 10. Vervoeg den Onvolmaakt verledenen tijd in al de personen.

[§ 183.] Slaan wij nu, nadat wij ons met den lijdenden vorm der volzinnen bekend gemaakt hebben, den volzin The register of his burial was signed by the clergyman oplettend gade, dan bevinden wij, dat die ontstaan is uit den bedrijvenden volzin: The clergyman signed the register of his burial.

En omgekeerd wordt dus een bedrijvende volzin herschapen in quot;enen lijdenden, wanneer men het voorwerp (dat is: het zelfstandig naamwoord, dal in den 4Jcn naamval staat) van den bedrijvenden volzin (bier the register) tot onderwerp of zelfst. naamw. in den Is'en naamval maakt van den lijdenden volzin, terwijl men het werkwoord uit den bedrijvenden vorm in den daarmede overeenstem menden lijdenden vorm brengt, en tevens het onderwerp (zelfst. naamw. Isten naamval) van den bedrijvenden volzin (hier the clergyman) door middel van het voorzetsel ly toevoegt aan het lijdende werkwoord (§ 112, blz. 69).

[§ 124.] Uit de volzinnen : I might have been inclined, ik kon 3zijn 2gew eest 'geneigd, en: If we were not perfectly convinced, indien wij niet volkomen overtuigd waren, zien wij, dat to be in verbinding met het verleden deelw. ook koppelwoord (§ 47, blz. 19) kan zijn, in welk geval het deelwoord als gezegde {predicate) optreedt. Uit het verband van den volzin moet blijken of to be koppelwoord of hulp-werkw. van het lijdende werkwoord is, derhalve of to be in 't Hollandsch vertaald moet worden met zijn of met worden.

(7e Oefen.) G. Spelling en liilspraak. stood; door.

[§ 135.] Over de uitspraak van stood zie § 65 (blz. 23). De dubbele „oquot; (oo) wordt juist als de Hollandsche „ooquot; uitgesproken in de woorden:

brooch (brootsj), borstspeld,

door (door), deur,

floor (floor), vloer.

new.

[§ 188.] Tusschen new (nieuw,, en knew (wist, kende) bestaat in de uitspraak rol-strekt geen onderscheid.

called; all.

[§ 127.] a voor U heeft in alle eenlettergrepige en daarvan afgeleide en samengestelde woorden den klank „aoquot; (§ 13, blz. 5), behalve in:

shall (sjèl), zal.

Pall-Mall (pèl-mèl'), Maliebaan (zekere

straat in Londen).

Old Marley; Christmas.

[§ 128.] Even als Saint in Saint Faul § 107 (blz. 55) wordt ook hier Old als een bestanddeel van den naam aangemerkt, en daarom met eene groote O geschreven. Daardoor kan men zich Marley niet anders meer voorstellen, dan oud.

Christmas is met eene groote C geschreven, omdat er in het geheele jaar slechts één Kerstfeest is; derhalve, hetgeen in § 66 (blz. 23) en § 107 (blz. 55) gezegd is over bijzondere plaatsen, is ook hier toepasselijk, zoodat ook de tijdsbenamingen te rangschikken zijn onder de eigennamen.

[§ 129 ] Eenlettergrepige Oefeningen over den vocaal-klank oo, den alphabeti-schen klank der o.

(Zie les 2, E. Oefening 7, blz. 32.)

(Vervolg en slot van § 109, blz. 55.) rope (roop) touw.

scope (skoop) doel.

slope (sloop) helling.

ore (oor) erts.

bore (boor) boren,


ocr page 67

62 —

core

(koor)

binnenste; klok

(ooor)

huis; merg.

gore

geronnen bloed.

more

(ui oor)

meer.

sore

(soor)

zeer.

score

(skoor)

snees (20-tal).

shore

(sjoor)

kust.

snore

(snoor)

snorken.

store

(stoor)

voorraad.

tore

(toor)

scheurde, [beid.

dose

(doos)

dosis, hoeveel ■

hose

(hoc®)

hoos (d.i. broek).

nose

(ncoz)

neus.

rose

(roox)

roos.

those

(dhooz)

die.

gross

(Groos)

gros (144-tal).

dole

(doot)

suffen.

note

(noot)

noot. ren).

quote

(kwwoot)

aanhalen (citee-

rote

(root)

sleur (routine).

vote

(voot)

stem.

wrote

(root)

schreef.

grove

(oroov)

prieel.

rove

(roov)

omdolen.

stove

(stoov)

kachel.

wove

(wwoov)

weefde.

froze

(froox)

vroor.

both

(booM)

beide.

sloth

(slooM)

luiheid.

*ogle

(ooGl)

lonken ').

old

(oold)

oud.

bold

(boold)

boud (d.i. stout).

cold

(koold)

koud.

fold

(foold)

vouwen.

gold

(Boold)

goud.

hold

(hoold)

houden.

scold

(skoold)

knorren.

sold

(soold)

verkocht.

told

(tooid)

verteld.

bolt

(boolt)

grendel.

colt

(koolt)

veulen.

force

(foors)

kracht.

ford

(foord)

wadde.

forge

(foordzj)

smidse.

shorn

(shoorn)

geschoren.

horn

(boom)

gedragen.

sport

(spoort)

spel.

forth

(foorM)

voort.

must

(moost)

meest.

post

(poost)

post.

'open

(oopn)

open.

trooch

(brootsj)

doekspeld.

door

(door)

deur.

floor

(floor)

vloer.

doe

(doo)

ree.

foe

(foo)

vijand.

hoe

(hoo)

schoffel.

roe

(roo)

ree.

sloe

(sloo)

slee.

toe

(too)

teen.

woe

|wwoo)

wee.

') In verzen tweelettergrepig. Zie j 68.

goad

(Good)

prikkel.

load

(lood)

last.

road

(rood)

weg.

toad

(tood)

padde.

oaf

(ooH

wisselkind.

loaf

(loof)

brood.

oak

(ook)

eik.

cloak

(klook)

mantel.

croak

(krook)

kraken.

soak

(sook)

soppen.

coal

(kool)

kool.

foal

(fool)

veulen.

goal

(goo!)

doel.

foam

(foom)

schuim.

loam

(loom)

leem.

groan

(Groon)

steunen.

loan

(loon)

leening.

moan

(moon)

weeklacht.

soap

(soop)

zeep.

oar

(oor)

roeispaan.

hoar

(boor)

everzwijn.

hoar

(hoor)

schimmel.

roar

(roor)

geloei.

soar

(soor)

hoog vliegen.

boat

(boot)

boot.

float

(floot)

drijven.

moat

(moot)

gracht.

throat

[thxooi)

keel.

oath

{ooth)

eed.

hoax

(hooks)

fopperij.

broach

(brootsj)

braadspit.

coach

(kootsj)

koets.

board

(boord)

boord; plank.

coarse

(koors)

grof.

hoarse

(hoors)

heesch; schor.

boast

(boost)

snoeven.

roast

(roost)

braden.

toast

(toost)

geroost sneedje

oats

(oots)

haver, (brood.

* oaten

(ootn) (boot'-swween) '

haver-.

*boat-sxrain

j bootsman.

soul

(sool)

ziel.

four

(foor)

vier.

mould

(moold)

gietvorm.

source

(soors)

bron.

gourd

(Goord)

pompoen.

mourn

(moorn)

rouwen.

court

(koort)

hof.

fourth

(ioorth)

vierde.

blow

(bloo)

blazen.

bow

(boo)

boog.

crow

(kroo)

kraai.

flow

(floo)

vlieten.

glow

(gIoo)

gloeien.

grow

(Groo)

groeien.

low

(loo)

laag.

mow

(moo)

maaien.

row

(roo)

roeien.

show

(sjoo)

toonen.

slow

(sloo)

langzaam.

') Ook dikmjli uitgesproken! „booznquot;.


ocr page 68

— 63 —

snow

(snoo)

sneeuw.

throw

(throo)

werpen.

owe

(oo)

schuldig zijn.

howl

(bool)

kom.

own

(oon)

eigen.

blown

(bloon)

gewaaid.

flown

(floon)

gevlogen.

grown

(Groon)

gegroeid.

growth

{orooth)

groei.

sew

(soo)

naaien.

beau

(boo)

saletjonker.

(8e Oefen.)

F. Lexicugraphie.

Woorden van gel ij ken oorsprong

als de Hollandsche.

stood, stond. — afterwards, samengesteld uit after, achter, en wards, waarts. — above, boren. — ware-house, samengesteld uit ware, (koop-)waar, en house, huis. — new, nieuw. — to answer, gelijkluidend met het zelfstandig naamwoord, antwoord. — hoth, beide. — all, alle. — same, zelfde. — him, hem. — oh, o. — tujht-fisted, samengesteld uit tiylit, dicht, en fiat, vuist. — grind-stone [to grind, fijnmalen, verkruimelen), stone, steen. — squeezing, kneuzend. — wrenching, wringend. — grasping, grijpend. —scraping, schrapend (schrappend). — sinner, zondaar. — hard, hard. — sharp, scherp. — which, welke. — steel, staal. — had, had. — struck, streek. — fire, vuur. — cold, koud. — within, samengesteld uit tetM, met, en ia, in. — froze, vroos (vroor). — nipped, neep. — shrivelled, schroeide. —stiffen, stijven. — made, maakte. — eye, oog. — red, rood. — thin, dun. — lip, lip. — blue, blauw. — spoke, sprak. —frosty, (nacht.)vorst-achtig. — head, hoofd. — eyebrow, samengesteld uit eye, oog, en brow, (wenk-)brauw. — chin, kin. — always, allerwege. — iced, ijsde. — dog-days, samengesteld uit dog, hond (dog), en days, dagen. — didn't, verkort van did not, deed niet. — thaw, dauw. — one, een. — Christmas, samengesteld uit Christ, Christus, en mas, mis.

Woorden van gelijken oorsprong

als de Fransche.

painted, peint. — people, peuple. — covetous, convoiteux. — yewroii», généreux.— secret, secret. — solitary, solitaire. — feature van „faitquot;. — jointed, pointu. — voice, voix. — rime, Irimas. — temperature , temperature. — office, office. — degree, degré.

Van gemengden oorsprong zijn; never, eene samentrekking van not en ever. — selfcontained is samengesteld uit bet Hollandsche „zelfquot; en het Fransche „contenuquot;. — oyster, oester, „huttrequot;. — «om, neus, „nezquot;.—grating, „grattantquot;, krastend, — carried, „chnrriaitquot;, karde.

(9e Oefen.) G. Momiding Ouderlioud.

Vragen.

1. quot;Wat streek Scrooge nooit uit?

5. Hoe lang stond Marley's naam daar?

3. Waar stond Marley's naam?

4. Welke namen stonden daar?

5 As what was the firm known?

6. Wie noemde Scrooge bij verschillende namen ?

ï. Wat deed Scrooge, als hij zoo genoemd werd?

8. Waarom antwoordde Scrooge?

O. Waar had Scrooge eene sterig-vast-houdende hand.

10. How hard and sharp was Scrooge?

11. Wat had het staal niet uit den vuursteen geslagen?

18. How solitary was Scrooge?

13. Wat werd ijskoud door de koude in zijn binnenste?

14. Wat maakte die koude nog puntiger?

15. Wat maakte die koude gerimpeld?

16. Wat maakte die koude stijf?

12. Wat maakte die koude rood?

18. Wat maakte die koude blauw ?

19. Waarin uitte die koude zich met sluwheid?

SO. Wat lag er op zijn hoofd?

31. Waar lag de rijp nog meer?

28. Wat droeg hij altijd met zich om?

83. Wat vervulde hij als met eene ijskoude?

24. Wanneer vervulde hij zijn kantoor als met eene ijskoude?

25. Verwarmde hij his office at Christmas? (Antwoord: No, he.....)

26. Wanneer ontdooide hij het geen enkelen graad?

(ioe Oefen.) li. Gesprekken.

8.

window (wwin'-doo), raam.

bill (bil), briefje.

apartments (èp-paart'-ments), kamers. to look at (tóe-loek'-èt), bezichtigen. them (dhèm), die (411!: naamval van they]. I see in your window a bill for apartments, can 1 look at tbem now?

goodness (ooed'-nès), goedheid.

to walk (wwaok), gaan.

stairs (steen), trap.

Will yoo have the goodness, Sir, to walk up stairs?

floor (floor), verdieping.

On what floor are they?

suite (swwiet), volgrij.

rooms (roemz), kamers.

first (fearst). eerste.

second (sèk'-und), tweede.

There is one soite of rooms on the first floor, and another on the second. furnished (feur'-niajt), gemeubileerd. Are they fïrnlsbed 1


ocr page 69

— 64 —

titter (iedh'-er), hetzij.

without (wwidh-out'), zonder.

furniture (feurn'-i-ljur), meubels. Tod cao have them either with or without furniture.

to require (re-kwwair'), verlangen.

iico (toe), twee.

sitting (sit'-ti«^), (om te) zitten;

silting room, huiskamer, zitkamer. chamber (tsjeem'-ber), kamer, vertrek. 1 require two sitting rooms, two bed rooms, and a chamber for a man servant.

four (foor), vier.

above (e-buv'), boven.

above stairs , boven.

On this floor we have only four rooms, but the servant can sleep in a room above stairs.

terms (teurmz), voorwaarden.

What are the terms, furnished ?

to ask (aask), vragen.

pounds (pbumlz), ponden.

ten (len), lien.

iico pounds ten, 2 pond en 10 shillings. 1 pond = 12 gulden.

(Bij opgaven in ponden en shillings wordt bet woord shillings gemeenlijk achterwege gelaten.)

a week (e wwiek), per week.

taken (teekn), genomen.

length (lèngl/t), lengte.

to let (lèt), verhuren.

lower (loo'-fr), lager, minder.

We ask two pounds ten a week, but if taken for any length of time, we would let them lower.

occupied (ok'-kjoe-paiil), betrokken. When can they be occupied?

to gel (oèt), krijgen, maken.

ready (rèd'-i), klaar, gereed.

notice (noot'-is), kennisgeving. at a day's notice, wanneer wij het slechts een dag van te voren weten. We can get them ready at a day's notice; the day after to-morrow, if you please.

I. iïerhaliag.

Lees het volgende duidelijk en vlot, volgens de aanduiding op blz. 30, vertaal het dan in het Hollandsch, en breng daarna uwe vertaling weder in het Engeisch over.

Les 5. The mention of Marley's fu'ne-ral brings me back to the point I start'ed from. There is no doubt that Marley was dead'. This must be distinct ly understood , or nothing won'derful can come' of the sto'ry I am going to relate'. If we were not perfectly convinced' that Hamlet'» Father died before' the play began, there would be nothing more' remarkable in his taking a stroll at night', in an easterly wind', upon his own ram'parts, than there would be in any oth'er middle-aged gentleman rashly turning out after dark' in' a breezy spot' — tny Saint Paul's

Church'yard for instance — lit'erally to aston'ish his son's weak mind'!

Les 6. Scrooge never painted out'Old Marley's name'. There it stood', years' afterwards above the ware'-house door : Scrooge and Mar'ley. The firm was known' as Scrooge and Marlcy. Sometimes people new' to the business called Scrooge Scrooge', and sometimes Mar'ley, but he answered to both' names: it was all the same' to him.

Oh! But he was a tight'-fisted hand at the grind'-stone, Scrooge! a squeezing, wrench'ing, grasp'ing, scrap'ing, clutch'ing, cov'etous old sinner! Hard and sharp as flint', from which no steel had ever struck out' generous fire; se'cret, and self-contained , and sol'itary as an oyster. The cold within' him froze his old fea'tures, nipped his pointed nose, shrivelled his cheek', stiffened his gait'; made his eyes red', his thin lips blue'; and spoke out' shrewd'ly in his grating voice'. A frosty rime' was on his head', and on his eye'-brows, and his wiry chin'. He carried his own low temperature always about' with him; he iced his office in the dog'days; and didn't thaw it one' degree at Christ'mas. § 96 (blz. 53). Opgave 1.

§ 97 (blz. 53). Opgave 2.

§ 98 (blz. 53). Opgave 3.

§ 99 (blz. 63). Opgave 4.

§ 100 (blz. 54). Opgave 5. § 110 (b!z. 58). Opgave 6.

§ 111- (blz. 59). Opgave 7.

§ 114 (blz. 59). Opgaven 8 en 9. § 122 (blz. 61). Opgave 10. Ter oefening in de op blz. 60 en 61 (§§ 115—122) geleerde vervoegingsvormen, volgen hier nog opgaven ter vertaling.

Opgave 11. 1. Ben ik niet grootmoedig? — 2. Zij is inhalig. — 3. Wij zijn vrienden. — 4. Gij zijt zwak. — 5. Beide (de) compagnons zijn dood.

6. Ik was op den wal. — 7. Het was een kouden, donkeren nacht. —

8. Wij waren bij [with] onzen vader. —

9. Waart gij bij [fd\ de begrafenis? —

10. Waren zij overtuigd?

11. Ik beschouw hem als mijnen vriend. — 12. De geestelijke verhaalt eene geschiedenis. — 13. Wij brengen de spijkers. — 14. Gij noemt mij een zondaar. — 15. Zij droegen de doodkist naar \to\ het kerkhof. 16. Ik overtuigde den heer. —

17. De gebeurtenis verbaasde den man. —

18. Wij vierden den dag. — 19. Gij gingt uit van hetzelfde puct. — 20. Zij verfden [verven, to paint] de deur van het kantoor.

21. Ik word Karei genoemd. —

22. Hij werd overtuigd door zyn vader. —

23. Wij werden gestoord dooi' eene stem. —

24. Waren zijne wangen gerimpeld?


ocr page 70

Leercursus der Engelsche taal door zelfonderricht.

i' BRIEF.

(LES 7 EN 8.)

7e L E S.

Stilstand is achteruitgang. Van uitstel komt afstel.

A. Tekst.

(Oefening 1—3 volgens het op blz. 32 [Eens voor al] gegeven voorschrift.)

1 External heat and cold] had little influence 2 on Scrooge.]

eks-teiirn,/-fl hiet èud koold hed litl inquot;-flóe-ècs ón skroedzj Uitwendige hitte en koude had weinig invloed op Scrooge.

3 No warmth] could warm, nor 4 wintry weather] chill

noo wwaarmt/i koed wwaarnaquot; nor wwin'-tri wwedh'-er tsjilquot; Geen warmte kon warmen noch winterachtig weder kil maken

him. 5 No wind that blew] was bitterer than he, 6 no

him. noo wwindquot;, dhèt bloe wwo» hïiquot;-ier-er dhèn hi noo

hem. Geen wind die blies was bitterder dan hij, geen

falling snow] was more intent upon its purpose, 7 no pelting

faol'-iw^ snoo wwb® moor in-tent' up-6n' its peurpquot;-us noo pelt'-iw^ vallende sneeuw was meer gebrand op haar doel, geen kletterende

rain] less open to entreaty.

reenquot; les oopn tóe èn-trietquot;-i regen minder open voor smeeking.

Foul weather didn't know

foul wwèdh'-er did'-ent noo Slecht weder deed niet weten


8 where to have him.] 9 The heaviest rain, and snow, and

wweer tóe hèvquot; him d\ie hev-i-est reen'7 end snooquot; end

waar te hebben hem. De zwaarsfe regen en sneeuw en

hail, and sleet,] could boast of the advantage over him

heelquot; ènd slietquot; kóed boost óv dhi ed-vaantquot;-edzj oov'-er him hagel en ijzelregen kon bogen op het voordeel boven hem

10 in only one respect.] They 11 often] »came downquot;

in oon'-li wwunquot; re-spekt' dhee ofn keem dbunquot;

in slechts één opzicht. Zij dikwijls kwamen onder

12 handsomely,] and Scrooge 13 never] did, 14 Nobody] ever

hens'-um-li ènd skroedzj nevquot;-er did noo'-bud-i ev'-er

mooi, en Scrooge nooit deed. Niemand ooit

stopped him 15 in the street] to say, 16 with gladsome

stópt him in dhe strietquot; tóe see wwidh olèd'-sum

hield staande hem in de straat om te zeggen, met blijde

looks,] »My dear Scrooge, 17 how are you?] 18 when will

loeksquot; mai dier skroedzj hou aarquot; joe wwèn wwil

blikken, mijn waarde Scrooge hoe zijt gij? wanneer wilt

you come to see me?quot;] No beggars implored him 19 to

joe kum tóe siquot; mi noo bee'-erx im-ploord' him tóe gij komen om te zien mij? Geen bedelaars smeekten hem_om te

bestow a trifle,] no children asked him 20 what it was

be-stoo' e traiflquot; noo tsjil'-drcn aaskt him wwbt it wwo*

schenken eene kleinigheid, geen kinderen vroegen. hem wat het was

o'clock,] 21 no man or woman] 22 ever once in all his life]

oo-klbkquot; noo men or wwoem'-en Inr'-er wwunsquot; in aol hi« laif

op de klok, geen man of vrouw ooit eens iu al zijn leven

ServMt de Bruin, EngeUche Taal. ^

ocr page 71

— 66 —

inquired the way 23 to such and such a place,] of Scrooge.

in-kwwaird' dhe wwee tóe sutsj ènd sutsj e plees'' óv skroedzj vroegen «len weg naar zulk en zulk eene plaats van Scrooge.

24 Even the blindmen's dogs] appeared to know him; and

ievn dhe blaind'-mènz dÓGas'' èp-pierd' tóe noo him end Zelfs de blindeman's honden schenen te kennen hem; en

25 when they saw him coming on,] would tug their owners

ww en dhee sao him kum'-iw^ onquot; wwóed tuo dheer oon'-erv, als zij zagen hem komende aan wilden trekken hunne eigenaars

26 into doorways and up courts,] and then would wag

in'-tóe doo/'-wweeas end up koortsquot; ènd dhèn wwóed wwee in poorten en op binnenplaatsen en dan wilden kwispelen

their tails as though they said, 27 »no eye at all is better

dheer teel®quot; è® dhoo dhee sed noo ai èt aolquot; iz betquot;-ter

hunne staarten als of zij zeiden geen oog in 'tgeheel is beter

than an evil eye, dark master!quot;]

dhèn en ievlquot; ai daark maas'-ter dan een boos oog,, donkere meester 1

But what did Scrooge care? It was 28 the very thing

but wwot did skroedzjquot; keer it wwoz dhe vèrquot;-ri Min^

Maar wat deed Scrooge bezorgd zijn? Het was het juiste ding

he liked.] To edge his way 29 along the crowded paths

hi laiktquot; tóe èdzj hiz wwee elo»^' dhe kroud'-ed paadhz'

hij hield van. Te zoomen zijnen weg lanss de drukbevolkte paden

of life,] warning all human sympathy 30 to keep its

ov laitquot; wwaorn'-in^ aol joem'-cn simquot;-pa-^i tóe kiep its

van leven, waarschuwende alle menschelijkc medegevoel te houden zijnen

distance,] was what 31 the knowing ones] call „nutsquot;

disquot;-tèns wwoz wwot dhc noo'-iwy wwunz kaol nutsquot;

afstand, was wat de wetenden noemen noten

to Scrooge.

tóe skroedzj voor Scrooge.

(4e Oefening.) B. Ilüliandsclie Vertaling.

Uitwendige hitte en koude hadden weinig invloed op Scrooge. Geen warmte kou hem verwarmen, geen winterweder kon hem koude doen gevoelen. Geen snerpende wind was scherper dan hij, geen vallende sneeuw was gretiger om haar doel (te bereiken) *), geen slagregen minder te verbidden door gesmeek. Slecht weder wist niet waar het hem treffen moest. De zwaarste regen en sneeuw en hagel en ijzeljacht konden zich slechts in één opzicht beroemen (het van hem te winnen) Zij (gingen menigmaal te werk met verschooning), en dat deed Scrooge nooit.

Niemand hield hem ooit op straat aan, om met een blij gezicht te zeggen: „Beste Scrooge, hoe maakt gij het? wanneer komt gij mij eens bezoeken?quot; Geen bedelaars smeekten hem om eene kleinigheid, geen kinderen vroegen hem hoe laat het was, geen man of vrouw had ooit van zijn leven aan Scrooge den weg gevraagd naar daar of daar. Tot zelfs de honden der blinden schenen hem te kennen; en als ze hem zagen aankomen, trokken zij (gemeenlijk) hunne meesters in poorten of op binnenplaatsen, en begonnen dan te kwispelstaarten, als wilden zij zeggen; „In het geheel geen oogen is beter, dan boosaardige oogen, blinde meester!quot;

Maar wat maalde Scrooge daarom? Het was juist wat hij gaarne had. (Als langs de kantjes) zijnen weg te vervolgen langs de vol gedrang zijnde paden des levens, alle menschelijk medegevoel waarschuwende zich op eenen afstand van hem te houden, dat was voor Scrooge, gelijk de kenners het uoemen, (zoo zoet als eene noot).

*) Men herinnere zich de aanmerking van blz. 18 aangaande hetgeen tusscfaen ronde parenthesen ( ) geplaatst is.

ocr page 72

— 67 -

(5e Oefen.) (], Woderzijdsclie Vei taling.

(Naar het blz. 18 gegeveu voorschrift.)

Oplossingen

der in den rorigen brief vervatte opgaven. Opgave 1 van § 96 (blz. 53):

1. I am a clergyman. — 2. I am going to begin. — 3. We were friends. — 4. We will not come. — 5. Can he be dead? Opgave 2 van § 97 (blz. 53): 1. A good name is a good thing. —

2. I know a wonderful story. — 3. The gentleman died in a dark night.

Opgave 3 van § 98 (blz. 53):

1. I know the clergyman's doubts.

— 2. The clerk's name was Marley. —

3. I know the chief mournrr's friend. —

4. Ts a father's hand weak?

Opgave 4 van § 99 (blz. 53):

1. Our fathers were friends. — 2. He began with his story. — 3. My son's name is Charles. — 4. The gentleman signed with his own hand.

Opgave 5 van § 100 (blz. 54): 1. I am going to regard the doubts of the clergyman. — 2. We were in the country of our ancestors. — 3. You shall know the story of our church-yard. — 4. He solemnised the day of his father's burial.

Opgave 6 van § 110 (blz. 58):

1. My dead friend was in his coffin. —

2. Paul's father is at our door. — 3. The firm of the business is above the door. — 4. Were we not in the same house?

Opgave 7 van § 111 (blz. 59): 1. Scrooge signed the register of Mar-ley's burial. — 2. Had he no friends? —

3. I know the story of the old gentleman.

— 4. The event could not astonish me. Opgave 8 van § 114 (blz. 59):

was, — is. — been. — be. — were. — am.

Opgave 9 van § 114 (blz. 59):

was 3e persoon enkelvoud onvolm. verl.

tijd (§ 71, blz. 35; § 96, blz. 52). is 3e persoon enkelvoud tegenwoordige 'ijd (§ 71, blz. 35; § 96, blz. 52); komt ook geapostropheerd voor ('s). been verleden deelwoord (§ 112, blz. 59). be onbepaalde wijs (§ 113, blz. 59). were Se persoon meervoud onvolm. verl.

tijd (§ 71, blz. 35; § 96, blz. 52) tcere 1« persoon meervoud onvolm. verl.

tijd (§ 71, blz. 35; § 96, blz. 52). am le persoon enkelvoud tegenw. tijd (§ 71, blz. 35; § 96, blz. 52). Opgave 10 van § 122 (blz. 61):

thou Kast disturbed, gij werdt gestoord, he was disturbed, hij werd gestoord, we were disturbed, wij werden gestoord, you were disturbed, gij werdt gestoord, they were disturbed, zij werden gestoord.

Opgave 11 der Herhaling (blz. 64):

I. Am I not generous? — 2. She is covetous — 3. We are friends. — 4. You are weak. — 5. Both partners are dead.

6. I was upon the rampart. — 7. It was a cold, dark night. — 8. We were with our father. — 9. Were you at the funeral? — 10. Were they convinced? —

II. I regard him as my friend. —

12. The clergyman relates a story. —

13. We bring the nails. — 14. You call me a sinner. — 15. They carried the coffin to the church-yard.

16. I convinced the gentleman. — 17. The event astonished the man. — IS. We solemnised the day. — 19. You started from the same point. — 20. They painted the door of the office.

21. I am called Charles. — 22. He was convinced by his father. — 23. We were disturbed by a voice. — 24. Were his cheeks shrivelled?

N. B. Bovenstaande volzinnen moeten in het Hollandsch terug worden vertaald.

Les 5 (blz. 56). Gesprekken. 7. Men merkt, dat de dagen beginnen te korten. — Het is een teeken, dat de mooie dagen spoedig ten einde zullen zijn. — Niet altijd; wij hebben somwijlen zomerweder in (den) herfst, en winter (-weder) in (de) lente. — Zijt gij van plan den winter in Londen door te brengen? — Neen, ik zal mijnen neef vergezellen naar het zuiden van Frankrijk. — Dat is ten der schoonste klimaten (in) [van] Europa. (Gij hebt zeker) [Ik vooronderstel gij hebt] vrienden daar ? — Ja, mijn oom woont daar (voor goed) [bestendig] (voor) [om reden van] zijne gezondheid, en [hij] heeft ons (uitgenoodigd) [eene uitnoodi-ging gezonden] om den wintertijd (bij) [met[ hem te (komen) doorbrengen. — Dat zal bijzonder aangenaam zijn: (nu) [wel], ik wensch u eene genoeglijke reis. — (Zeer verplicht) [Ik ben zeer verplicht aan u]. — Nu wil ik u goeden nacht wensehen. — Waarom zijt gij (zoo gehaast) [in zulk eene haast] om (heen) te gaan? — Wij (eten 's-avonds) [avondmalen] doorgaans om negen (uren), en ik (heb beloofd) [beloofde] tegen dien tijd te huis te (zullen) zijn. — (Nu dan) [Wel dan], goeden nacht, maar ik hoop dat gij mij spoedig (eens) een langer bezoek zult brengen.

Les 6 (blz. 63). Gesprekken. 8. Ik zie (voor) [in] uw raam een briefje (dat hier kamers te huur zijn) [voor kamers]; [kan ik die nu aanzien] (zijn die op dit oogenblik te zien) ? — Wilt- gij de goedheid hebben, mijuheer! (maar naar boven) te gaan [de trap op]. — Op welke verdieping zijn ze? — Er is eene suite


5*

ocr page 73

_ 68 —

[van kamers] op de eerste Terdieping, en (nog eene) [eene andere] op de tweede. — Zijn ze gemeubileerd? — Gij kunt ze (krijgen) (hebben] met of ponder meubelen. — Ik verlang twee zitkamers, twee slaapkamers, en eeu vertrek voor een knecht. — Op deze verdieping hebben wij slechts vier kamers, ma»r de knecht kan in een vertrek boven slapen. — Wat (is de prijs) [zijn de voorwaarden], gemeubileerd? — Wij vragen twee pond tien (shillings) per week; maar als (ze) genomen (worden) voor (lang) [eenige lengte van tijd] zonden wij ze (wel iets) minder (willen) verhureu — Wanneer kunnen ze betrokken worden? — Wij kunnen ze gereed maken als wij het slechts een dag van te voren weten; overmorgen, (als gij wilt) [indien u belieft].

NB. Vooral de Hollandsche vertaling weder in het Engelsch terug te vertalen.

(6e Oefen.) D. Spraakkunst, the crowded paths.

[§ ISO.] A. In §§ 97-100 (biz. 53 en 54) hebben wij het attribuut leeren kennen en bevonden, dat het uitgedrukt wordt door het bijvoeglijk naamw., doorden tweeden naamval (possessief) van het zelfstandig naamw., door het voornaamwoord in den tweeden naamval of het bezittelijk voornaamwoord, door een zelfstandig naamw. met een voorzetsel. Hier hebben wij crowded, het verleden deelwoord van het werkwoord to crowd, als attribuut.

B. Uit het als attribuut of b ij v o e g-1 ij k gebruikte verleden deelwoord wordt, door de lettergreep un er vóór te zetten, menigmaal een bijvoeglijk naamw. gevormd, dat eene ontkenning is van de beteekenis van het verleden deelw., zoo b. v. unhallowtd (Les 3) van hallowed, 't deelwoord van to hallow; undoubted (Les 4) van doubted, het deelwoord van to doubt.

C. Verder zien wij aan het woord telf-contained (Les 6), dat bijvoeglijke naamwoorden ook gevormd kunnen worden door eene samenstelling van het verleden deelwoord met een ander woord.

D. Eindelijk zien wij aan de bijvoeglijke naamwoorden pointed en tight-fisted (Les 6), dat door het woordlidje -ed (hetwelk gelijk is aan den uitgang der verl. deelwoorden) bijvoeglijke naamwoorden kunnen gevormd worden uit zelfst. naamwoorden: want in de Lexicographic der 5e Les (blz. 56) hebben wij point, punt, en in de Lexicographic der 6e Les (blz. 63) figt;t, vuist, leeren kennen als zelfst. naamwoorden.

Opgave L Vertaal:

1. Se meuschen herbalen eenen ge-heiligden naam. — 2. Wij lien de verwonderde blikken van den ouden man. — 3. Het huis van onzen meester heeft geverfde deuren en ramen. — 4. Mijne gerimpelde handen zijn zwak.

the knowing ones.

[§ 131] A. Van de onbepaalde wijs to know, waarvan wij het o n r e g e 1 m a 11 g e verleden deelwoord known reeds in den tekst der 6e Les hebben leeren kennen, is de vorm gemaakt, welke in the

knowing ones gebruikt wordt als attribuut van ones, üeze vorm, die gemaakt wordt door achter de onbepaalde wijs de lettergreep -iny te voegen, heet, tegenwoordig' deelwoord, present participle. Wij hebben dien vorm reeds als attribuut ontmoet in: a squeezing, wrenching,

grasping, scraping, clutching, covetous old sinner; his grating voice; no falling snow; no pelting rain.

B. Van de onbepaalde wijs to come heet het tegenwoordig deelwoord : coming.

Bij het vormen van dat deelwoord is dus de stomme e der onbepaalde wijs uitgevallen. Hetzelfde heeft plaats bij de vorming der tegenwoordige deelwootdca

van to squeeze, to scrape, to grate. i

UoST* De stomme e der onbepaalde wijs valt altijd weg, zoodra in de vervoeging een uitgang gebezigd wordt, die aanvangt met eene klinkletter. Behalve -ing zijn dergelijke uitgangen -est,

■ed, -edst. Zoo vormt men b. v. van to implore: thou irnploreut, implorcA, thou imploreAst, imploring; van to like: thou liktsat, likcA, thou Medst, liking;

van to incline: thou inclineat, inclined,

thou inclinvAat, inclining.

C. In bet Hollandsch zegt men „de wetendenquot;; men bezigt dus het deelwoord,

zonder meer, als zelfst. naamw. In 't En-eelsch wordt veel zeldzamer (in de gevallen,

die wij later zullen toelichten) 't deelwoord of eenig ander bijvoeglijk woord zelfstandig (d. i, alleen staande, in de plaats van 't ontbrekende zelfstandig naamw.) gebruikt. Men vervangt het ontbrekende zelfst.

naamw. door het aan 't telwoord gelijkluidende voornaamw. one (wwun), meerv. ones (wwunz). De klasse van voornaamwoorden, |

waartoe one behoort, heet onbepaalde voornaamwoorden, indefinite (in-dèf'-i-

nit)pronouns. Andere onbepaalde voornaamwoorden, die wij in den tekst A. reeds ontmoet hebben, zijn; no, anything, many,

nothing, any, other, both, all, nobody.

D. Uit de verbinding I am goiny (Les 5, Tekst) zien wij , dat het tegenw, deelw.

ook als gezegde (predicate) gebruikt wordt.

Opgave 2. Vertaal: \

1. De kinderen waren vatbaar [open]


ocr page 74

roor de overtuigende stem eens vaders. —

2. De bedelaar verhaalt eene ontzettende geschiedenis. — 3. Hij ziet den smeekenden blik der vrouw. — 4. Wij weten niets van de toekomende dagen.

[§ 183] In den volzin:

Nobody ever slopped hitn in ihe street heeft het predieaats-werkwoord stopped, behalve het voorwerp Hm, nog de bepalingen in the street en ever bij zich.

Het zelfstandig naamwoord met het voorzetsel in the street zegt ons waar hem (d. i. Scrooge) niemand aanhield, en uit het woord ever zien wij wanneer hem niemand aanhield. Bij het gebruik van het zelfstandig naamwoord met het voorzetsel als attribuut en als pre-dicaat (gezegde), welk gebruik wij hebben leeren kennen in § 100 (blz. 53) en § 110 (blz. 58), komt hier dus nog het gebruik als bijwoordelijke, adverbial (èd-venrb'-i-d) bepaling (dat wil zeggen als bepaling bij het werkwoord). Een zelfstandig naamwoord (of voornaamwoord) met een voorzetsel als adverbiale bepaling hebben wij reeds aangetroffen op de volgende plaatsen, t. w.: Les 3: o/quot; my own knowledge; about a door-nail. Les 4: fur many years; o« the very day; teith an undoubted bargain. Les 5: to the point; of the story; at night; in an easterly wind; upon his own ramparts; after dark; in a breezy spot; for instance. Les 6: above the ware-house door; to both names; to him; at the grind-stone; in his grating voice; with him; in the dog-days; at Christmas. Les 7 : in one respect; with gladsome looks; in all his life; of Scrooge; into doorways; up courts; along the crowded paths; to Scrooge.

Opgave 3. Vertaal:

1. Wij beginnen met onze geschiedenis. — 2, De vader legt zijne zwakke hand op de hoofden zijner lieve kinderen. —

3. Wij brengen onze vrienden naar hun huis. — 4. Gij ziet het kerkhof op {from) eenen afstand. — 5. De bedelaar was achter mij op de binnenplaats. — 6. De blinden spraken over (of) het warme weder, — 7. De hond trekt de vrouw langs den weg.

[§ 1SS.] Van de beide in bet begin van § 132 .vermelde bepalingen van het werkwoord slopped moeten wij het woord ever nog toelichten.

Eene adverbiale bepaling, die door een enkel woord uitgedrukt wordt, beet een bijwoord, adverb (èd'-veiirli).

Wanneer wij de tot hiertoe in den tekst voorgekomene bijwoorden meer van nabij beschouwen, bevinden wij: there, where, out, baclc — als plaats; when, once, ever, never, alvsays, often,

sometimes, afterwards — als t ij d;

hole, otherwise, even, only, more, less, emphatically, dreadfully, distinctly, particularly, perfectly, rashly, literally, shrewdly, handsomely — als manier. Opgave 4. Vertaal:

1. Waar wij eene deur open zien, [daar] gaan wij in huis. — 2, Gij gaat uit? Wanneer zult gij terugkomen? — 3. Ik heb hem eens geroepen. — 4. Waart gij ooit in zulk eene straat? — 5. Het werd nooit letterlijk verstaan. — 6. Zijn kantoor is altijd ijselijk koud. — 7. Naderhand sprak de koster den naam duidelijk.

[§ »»«■] De woorden o», xcith, /or, about, die wij hebben leeren kenften als voorzetsels, komen in onze tot dusverre medegedeelde leeslessen tevens als bijwoorden voor. Daar dezelfde woorden menigmaal nu eens als bijwoorden, dan eens als voorzetsels gebruikt worden, is het van zeer veel belang dat gebruik te onderscheiden. Dit zal men gemakkelijk kunnen, wanneer men slechts goed ia het geheugen houdt, dat voorzetsels de betrekking uitdrukken van een zelfstandig naamw, of voornaamwoord op een woord dat voorafgaat, terwijl bijwoorden eene bepaling uitdrukken. They saw him coming on.

A frosty rime was on his head.

In den eersten dezer beide volzinnen is on eene bepaling van coming; het is dus een bijwoord. In den tweeden volzin drukt o»de betrekking van head op was uit; het is dus een voorzetsel. Marley was dead: to begin with. He carried his own low temperature always about with him.

In den eersten volzin dient het b ij w o o r d with ter bepaling van to begin. In den tweeden volzin stelt het voorzetsel with het voornaamwoord him met hei werkwoord carried in betrekking.

Opgave 5- Tracht in de volgende volzinnen op gelijke wijze de bijwoorden en voorzetsels «/?, for en about te verklaren. 1) Scrooge was not so dreadfully cut up. — They would tug their owners up courts.

2) The country is done for. — Scrooge and he were partners for mctny years.

3) He carried his oxen low temperature always about with him. — There is no doubt about that.

[§ 135.] In de verbindingen particularly dead, more remarkable, more intent, less open dienen de bijwoorden particularly, more, less tot nadere bepaling van de bijvoeglijke naamwoorden dead, remarkable, intent, open.

Pe bijwoorden [adverbs) worden dus


ocr page 75

gebezigd ter nadere bepaling niet alleen van de werkwoorden {verba), maar tevens van de bijvoeglijke naamwoorden {adjective»).

[§ 130.] Evenzoo zijn in de verbindingen new to the business, intent upon its purpose, open to entreaty de b ij v o e g-lijke naamwoorden new, intent, open door het op hen volgende zelfst. naamwoord met 't voorzetsel nader bepaald.

lESir3 Van den aanvang af geve men oplettend acht welke voorzetsels achter zekere bijvoeglijke naamwoorden of werkwoorden voorkomen . ten einde zoodoende van lieverlede ingewijd te worden in het allermoeielijkste gedeelte der Engelsche spraakkunst, namelijk in de kennis der voorzetsels.

[§ las.J Nu zullen wij voortgaan met de in §§ 115 — 122 (blz. 60 en 61) be-gonnene vervoegingen {conjugations).

Behalve het werkwoord to he hebben wij allereerst behoefte aan het werkwoord to have als hulpwerkwoord.

De vervoegingsvormen, tot dusverre van dat werkwoord behandeld, luiden: O n b e p. W ij s; to have, hebben.

Tegen w. deelw.: having, hebbende. Verl. deelw.: had% gehad.

Tegenwoordige tijd.

Enkelvoud.

Ie persoon: 1 have (ai hèv), ik heb, 2e „ thou hant (dhou hèst), gij hebt, 3e „ he ha» (hi hèa), hij heeft.

Meervoud.

Ie pers.: we have (wwi hèv), wij hebben, 2e w you have (joe hèv), gij hebt, 3e „ they have (dhee hèv), zij hebben.

De tweede en derde persoon enkelvoud hebben den uitgang -st en -s, terwijl bij beiden niet slechts de eind-e maar tevens de v van have is uitgevallen.

Onvolmaakt verledene tijd.

Enkelvoud.

Ie pers.: 1 haA (ai hèd), ik had, 2C „ thou haèist (dhou hèdst), gij hadt, 3e „ he haA (hi hèd), hij had.

Meervoud.

Ie pers.: we haA (wwi hèd), wij hadden, 2e „ you haA (joe hèd), gij hadt, 3e „ //^ ^ad (dhee hèd), zij hadden.

[§ 1S§.] Door den tegenwoordigen tijd van to have samen te stellen met het verleden deelwoord, vormen wij den volmaakt verl. tijd, quot;perfect (peor'-fèkt); en door den onvolm. verl. tijd van to have met het verl. deelw. samen te stellen, vormen wij den Meer danvolmaaktverl. tijd, •pluperfect (ploe-penr'-fekt).

Hoe deze drie verschillende (onvolm., volmaakt, en meer dan volm.) verledens tijden te onderscheiden zijn in het gebruik, zullen wij later ophelderen.

Door samenstelling van 't verl. deelw. 1° met den present infinitive (tegenwoordige onbepaalde wijs) en 2° met het tegenw. deelw. {present participle), wordt eerstens de verledene onbepaaldewijs, perfect infinitive, en tweedens het samengestelde deelwoord compound (köm'-póund) participle gevormd.

De genoemde vormen zijn dienovereenkomstig van to have:

Verl. onbep. wijs.

to have had^ gehad hebben.

Samengesteld deelw.

having had (§ 141).

Volm. verl. tijd.

1 have had, ik heb gehad.

Opgave 6. Geef de vervoeging van den volmaakt verledenen tijd in al de overige personen van het enkelvoud en meervoud.

Meer dan volm. verl. tijd.

I had had, ik had gehad.

Opgave 7. Geef de vervoeging van al de personen enkel- en meervoud van den Meer dan volmaakt verledenen tijd.

Opgave 8. Vertaal:

1. Hebt gij noten? — 2. De blinde bedelaar had een hond. — 3. De oude man heeft geen kinderen. — 4. De goede vrouw had eenen zoon gehad. — 5. Zijne honden hebben vele eigenaars gehad.

[§ ISO.] Van to be luiden de samengestelde vormen der verledenheid:

Verl. onbep. wijs.

to have been, geweest zijn.

Samengesteld deelw.

having been (§ 141).

Volm. verl. tij d.

I hare heen, ik ben geweest.

Opgave 9. Vervoeg den Volmaakt verledenen tijd van to be geheel en al.

Meer dan volm. verl. tijd.

I had been, ik was geweest.

Opgave 10- Vervoeg den Meer dan volmaakt verleden tijd van to he geheel en al.

Opgave 11. Vertaal.

1. Zijt gij in [at\ de komedie geweest? — 2. De wind was warm geweest. — 3. Mijn vader is in dezelfde straat geweest. — 4. De kinderen waren niet in het huis geweest.

[§ I-IO.] Overeenkomstig § 138 is de verdere vervoeging van to disturb aldus: Bedrijvend.

Verl. onbep. wijs.

to have disturbed, gestoord hebben.

Samengesteld deelw.

having disturbed (§ 141).

Volm. verl. tijd.

I have disturbed, ik heb gestoord.

Meer dan volm. verl. tijd. 1 had disturbed, ik had gestoord.


ocr page 76

Opgave 12, Vervoeg de beide laatst-geuoeiude tijden iu hun geheel.

Opgave 13. Vertaal.

1. Hadt gij het register op \in\ het kantoor onderteekend? — 2. Mijn vader was niet {reneicrd geweest (om) te komen. — 3. Wij hebben den hard(voch-tig)en man gesmeekt. — 4. Heeft de geestelijke den zondaar overtuigd? [§ 141.] Lijdend.

V e r 1'. o n b e p. w ij s: to have been disturbed, gestoord geworden zijn.

Sa meng est. deelw.: having been disturbed, gestoord geworden zijnde.

V o l m. v e r 1. t ij d: 1 have heen disturbed, ik ben gestoord geworden.

Meer dan vm. verl. tijd: I had been disturbed, ik was gestoord geworden. Opgave 14. Vervoeg den geheelen Volmaakt verl. tijd en den geheelen Meer dan volm. verl. tijd van den lijdenden vorm. Opgave 15. Vertaal:

1. Een man met een rooden, spitsen neus was op zijne deur geschilderd geworden. — 2. De kinderen zijn altijd naar [after] hunnen vader genoemd geworden. — 3. Waren de noten naar den heer gedragen geworden? — 4. Ia de vrouw aangehouden geworden door eenen bedelaar?

(7e oefen.) E. Spelling en Uitspraak, heflf.

W7anneer de letters eat slechts tot eene en dezelfde lettergreep behooren worden ze altijd uitgesproken als „ietquot;. Voorbeelden zie blz. 38. Er is slechts één uitzondering:, nl.: great (oreet), groot.

WarmfA; palt;//s,

[§ 1quot;43.] Nadat wij in § 53 (blz. 21) en § 106 (biz. 54) over de uitspraak der th aan het begin en in het midden der woorden het noodige gezegd hebben, rest ons thans nos; de th als eindklank.

A. Terwijl de th in zelfstandige en in bijvoeglijke naamwoorden uitgesproken wordt met den scherpen lispklank, heeft dit letteiteeken in werkwoorden den z ach ten lispklank ook dan, wanneer de zachte uitspraak niet wordt aangeduid door eene stomme eind-tf.

Dus niet slechts:

to bathe (tóe beedh), baden,

tegenover bath (baa^//), bad; io swathe (swweedh), zwachtelen,

tegenover sicath (swwb^), zwachtel; to breathe (briedh), ademhalen,

tegenover breath (brè///), adem; to sheathe (sjiedh), in de scheede steken,

tegenover sheath (sjiel/;), scheede; to wreathe (riedh), bekransen,

tegenover wreath (rieM), krans; to clothe (kloodh), kleeden,

tegenover cloth (kloo^), laken;

to loathe (loodh), walgen (van),

tegenover loath (loo//*), walging; to soothe (soedh), sussen, verzachten,

tegenover sooth {soeth), zoet-, zachtheid. Zoomede: to seethe (siedh), zieden, koken ;

Maar ook;

to mouth (möudh), gemaakt spreken, tegenover mouth (mouM), mond. ï e r w ij 1: to smooth (smoedh), glad maken,

en smooth (smoedh), glad,

beiden den zachten lispklank hebben.

15. Eindelijk vindt men den zachten lispklank nog in: beneath (be-niedh'), beneden; booth (boedh), tent; with (wwidh), met, en in het meervoud der op th uitgaande zelfstandige naamwoorden; dus:

enkelvoud: path (paa^), pad,

meervoud: paths (paadh®), paden. Alleen in het meervoud van truth, truths (iroeths), waarheden, schijnen de meeste Engelschen de voorkeur te geven aan den scherpen lispklank der th.

C. Als t klinkt th in:

Thomas (tom'-é-s), Thomas, thyme (taim), tijm, Thames [izmw.), Teems, asthma ma), aamborstigheid, phthisis (tai'-sis), tering, en alle daarvan afgeleide woorden.

D. Stom is th in clothes (kloo®), kleederen, meerv. van cloth, terwijl dat meervoud, in de beteekenis van lakens, zonder e is, aldus: cloths (klódhz).

E. De uitspraak van den lispklank (scherp th, en zacht dh), gevolgd door eene s (scherp als s of zacht als z uitgesproken), baart den vreemdeling nog al moeielijkheid; met eenige oefening komt men die echter spoedig te boven.

Hiermede zijn alle moeielijkheden, welke de uitspraak der th oplevert, afgehandeld. Ieder, die nu aandachtig naleest hetgeen daarover gezegd is in deze § en in de §§ 53 en 106, zal wel met ons tot de slotsom komen, dat het overwinnen van die moeielijkheden geen heksenwerk kan zijn.

often; haiu/somely.

[§ IM ] Bij de stomme letters uit § 56 (blz. 21), § 60 (blz. 22), § 74 (blz. 35), § 76 (blz. 35), § 87 (blz. 43), § 89 (blz. 4Ü) komen hier nog t en d. De t, achter eene s staande, is stom vóór de toonlooze uitgangen -le en -en, b.v.: castle (kaasl), kasteel; listamp;b (lisn), luisteren. De eenige uitzondering is: burstamp;n. (bearsfn), gebarsten.

Wrijders is de t stom in: often en soften (sofn), week maken; debut (dee-bjoe'), debuut, eerste optreding, begin; eclat (i-klaa'), opzien; gout (ooe), smaak [maar niet in gout (cbut), podagra, voetjicht, (het) pootje]; wel in: ragout (rèa-Goe'j, ragout; toupet (toe-pi'), haar-kuif; billet-doux (biel-jee-doe'), minnebrief;


ocr page 77

hauXhoy (hoo'-boi), oboë; haut gout (hoo ooe'), fijne smaak: Chriitma»; chestnut (tsjès'-nut), kastanje; mortgage (mör'-Gedzj), hypotheek'; hostZer (os'-lcr), huisknecht; bankruptcy (bènk'-rnp-si), bankroet; mittletoe (mixl'-too), mispel; waistcoat (wwès'-koot), vest.

De (l is stom in WeAnesday (wwèn®'-dee), Woensdag; fianAkerchief (hènk'-«r-tsjif). zakdoek; hanAsome (hèn'-sum), mooi; hanAsel (hènsl), handgeld.

Ook in alle afleidingen en samenstellingen Tan die woorden blijft d en t stom.

Kb. Der/inordinary(ord-i-nèr-ri)moet men a 11 ij d uitspreken, of men verraadt gebrek aan beschaving.

(8e Oefen.) F. Lexicograpliie.

Woorden ran gelijken oorsprong als de Hollandsche.

hent, hitte. —warmth, warmte (door den uitgang th afgeleid van 't bijvoeglijk naamw. warm, warm, gelijkluidend met het werkwoord to warmy warmen). — nor gt; noch •ontkenning van or). — wintry, van winter, winter. — weather, weder. — chill, kil. — that% dat. — hleio, blies. — hitter er gt; bitterder, ran hitler, bitter. — to fall, vallen. — «now, sneeuw. — its, 2e naamv. van «7, het, 't. — rain, regen.

— open, open. — foul, vuil. — where, waar. — there, daar. — heaviest, 't zwaarst te heffen. — hail, hagel. —over, over.

— only, eeniglijk (komt van one, een). — they, zij 'j. — often, volkstaal: of en toe. — came, kwam. — handsomely, handiglijk.— stopped, stopte. —street, straat — look, blik. — dear, duur, dier. — when, wanneer. — see, zien. — saw, zag. — to ask, eischen. — o\ verminkt van on, aan. — clock, klok. — once van one, gelijk eens van een. — life, leven. — way, weg. — such, zulk (verbasterd: zukke). — blindmen, samengesteld uit blind, blind, en men, het onregelmatige meervoud van man, man. — dogy dog. — to tvg, tijgen. — owner van own, gelijk eigenaar van eigen. — into, samengesteld nit in, in, en to, naar (dus: ntiar in, naar binnen), duidt eene beweging aan, van de buitenzijde eener plaats naar het meer binnenwaartsche gedeelte; terwijl in eene rust, een aan-wezigzijn, op of in eene plaats betee-kent. — doorway, samengesteld uit door, deur, en way, weg. — then, dan. — wag, waggelen, bewegen. — though, doch. — said, zeide. — better, beter. evil, euvel, — master, meester. — thing, ding (reeds voorgekomen in de samenstel-

!) 2e naamval their, hun. Ze zijn hun geld kwijt, in onze volkstaal: ze zyn geld kwyt. In 't Zweedsch der as (uitspraak: dee'-ras.

lingen anything en nothing; zoo ook in something (sum'-tóin^), sommig ding, iets. — along, langs, *t verminkte voorzetsel a en het als zelfst. nw. gebezigde bijvoeglijk nw. long, lang. — path, pad. — to warn, waarschuwen. — nut, noot.

Woorden van gelijken oorsprong

als de Fransche.

external, externe. — influence, influence. — intent, verwant met „intentionquot;. — purpose, propos. — advantage, avantage. — respect, respect. — to implore, implorer. — trifle, trivial. — to inquire, enquerir. — to appear, apparattre. — court, cour. — human, humain. — sympathy, sympathie. — distance, distance.

N.B. place: het Hollandsche „plaatsquot; en het Fransche „placequot;.

(9e Oefen.) G. Mondeling Onderhoud.

Vragen.

1. What had little influence on Scrooge?

2. Op wien hadden hitte en koude little

influence?

3. What could not warm him ?

4. What could not chill him ?

5. What was not bitterer than he?

O. What was not more intent upon its purpose?

7. What was not less open to entreaty?

8. What did foul weather not know? O. What could boast of the advantage

over him?

10. In hoe vele opzichten could they

boast of the advantage over him?

11. When came they down? 18. How came they down?

IS. How often came Scrooge down?

14. Wie stopped Scrooge?

15. Where did nobody ever stop Scrooge?

16. Met welk een gezicht did nobody

stop him?

lï. What did nobody ask Scrooge? 18. What did nobody ask him verder? lO. Tot welk purpose d'd beggars not

implore him?

SO. What did children not ark him?

21. Wie did not inquire the way ?

22. W7hen did they not inquire the way ? 28. Waarheen did they not inquire the way? 21. Wie appeared to know him?

25. When would the dogs tug their

owners uit den weg?

26. Waarheen would they tug their

owners ^

2?. What appeared the dogs to say? 28. What was that to Scrooge? as. Where did Scrooge edge his way? SO. tVal waarschuwde Scrooge aan alle

human sympathy?

31. ff'ie call dergelijke onvriendelijkheden „nutsquot; to Scrooge?


ocr page 78

— 73 —

8e LES.

De geestdrift, die den mensch vervult

Bij 't werk, dat hy verricht,

Schenkt steeds volharding en geduld

Ën maakt all* arbeid licht.

Wie werkt met ijver, moed en lust Is weltevreen bij dag, en slaapt des nachts gerust!

S. d. B.

A. Teksl-

(Oefening 1—3 volgens het op blz. 32 [Eens voor al] gegeven voorselirift.)

Once upon a time — of all the good days in the year,

wwnns up-cm' e taimquot; 6v aol dhtf Goed deez in dhe jierquot;

Eens op een tijd van al de goede dagen in het jaar

1 on Christmas Eve] — old Scrooge sat busy 2 in Ms count-

on krisquot;-inès iev oold skrocdzj set bix'-i in hia kbuntquot;

op kerst-avond oude Scrooge zat bezig in zijn kan-

ing-house.j It was 3 cold, bleak, biting weather:] 4 foggy

i«^-h6us it wwo® koold bliek baitquot;-iw^ wwedh'-er foa'-Gi

toor. Het was koud huiverig bijtend weder mistig

withal:] and he could hear 5 the people in the court]

wwidh-aolquot; end hi kóed bier dhe piepl in dhe koort

daarbij en hij kon hooren de lieden in den hof

6 outside] 7 go wheezing up and down,] 8 beating their

6iitquot;-said goo wwie®'-i«^ up end dóunquot; biet'-i«^ dheer

daarbuiten gaan snuivende op en neer, slaande hunne

hands upon their breasts,] and 9 stamping their feet upon

hendacquot; up-ón' dheer brèamp;ts'7 end stemp'-iw^ dheer fietquot; up-on'

handen op hunne borsten, en stampende hunne voeten op

the pavement-stones] to warm them, 10 The City clocks]

dhe peev^-ment-stoonz tóe wwaormquot; dhem dhe sitquot;-! klbks

de plaveisteeneu om te warmen hen. De stadsklokken

had 11 only just] gone three, but it was quite dark

bed oon'-li dzjust Gon tknquot; but it wwóx kwwait daark'

hadden slechts juist gegaan drie, maar het was geheel donker

already: it had not been light 12 all day:] and 13 candles]

aol-rèd'-i it bed not bin lait aol deequot; ènd kèndlz

reeds: het had niet geweest licht al dag: cn kaarsen

were flaring 14 in the windows of the neighbouring offices,]

wweiir fleer'-i«^ in dbe wwin^-dooas bv dbe nee'-bf-r-i»^ bf'-tis-ez

waren flikkerend in de ramen van de uaburige kantoren,

15 like ruddy smears upon the palpable brown air.] 16 The

laik rud'-di smierzquot; up-bn' dhe pèlpquot;-fel»l brbun eerquot; dbe

als roodachtige vlekken op de tastbare bruine lucht. De

fog] came pouring in 17 at every chink and keyhole,] and

foG keem poor'-iHji in et èv'-«r-i tsjinkquot; ènd kiquot;-hool end

mist kwam stroomen in bij iedere reet en sleutelgat, en

was so dense 18 without,] that although 19 the court] was oi

wwo®- soo dèns wwidh-butquot; dhèt aol-dboo' dh« koort wwbz bv

was zoo dicht daarbuiten, dat ofschoon de hof was van

the narrowest, 20 the houses opposite] were mere phantoms

dbe ner^-roo-est dhe hbu*'-t« bpquot;-pb»-2it wwenr mier fen^-tumz

de engste de huizen tegenover waren louter spoken.

L

ocr page 79

— 74 —

To see 21 the dingy cloud] come drooping down, obscuring

tóe si dhft din'-dzji kloud kam droep'-i«^ dbuaquot; ób-skjoe/-iw^

Te zien de donkere wolk komen dalende neder, verduisterende

22 everything,] one might have thought that Nature lived

eV-e.r-i-llnng wwun mait hèv ^aot dhèt nee'-tjur livd ieder din?, men mocht hebben gedacht dat natuur leefde

23 hard by,] and was 24 brewing on a large scale.]

haa; d baiquot; endL wwoz hvoa'Any ön e laard j skeelquot;

hard bij en was brouwende op eene groote schaal.

25 The door of Scrooge's counting-house] was open 26 that

dhe door 6v skroedzj'-esc kountquot;-iA/^-hóus mwojb oopnquot; dhèt

De deur van Scrooge's kantoor was open dat

he might keep his eye upon his clerk,] who 27 in a dismal

hi mait kiep hix ai up-on' hia klaarkquot; hoe in e diz'-mèl

hij mocht houden zijn oog op zijn klerk, die in eene sombere

little cell beyond,] 28 a sort of tank,] was 29 copying letters.]

litl sèl be-jond'7 e sort óv tèukquot; wwoz köp'-i-i»^ let^-terz

kleine cel ginds, eene soort van vierkant hok, was overschrijvende brieven.

Scrooge had 30 a very small fire,] but 31 the clerk's fire]

skroedzj hèd e ver'-ri smaolquot; fair but dhe klaarksquot; fair

Scrooge had een zeer klein vuur, maar des klerks vuur

was so very much smaller 32 that it looked like one coal.]

wwoz soo vèr'-ri mutsj smaolquot;-er dhèt it loekt laik wwunquot; kool

was zoo zeer veel kleiner dat het uitzag als één kool.

But he couldn't 33 replenish it,] for 34 Scrooge kept the

but hi kóed'-fnt r^-pièn^-isj it for skroedzj kèpt dhe

Maar hij kon niet weder-vullen het, want Scrooge hield den

coal-box in his own room;] and so surely as the clerk came

koolquot;-b6ks in hiz oon7' roem end soo 8joerquot;-li èz dhe klaark keem kolenbak in zijne eigene kamer; en zoo zeker als de klerk kwam

in with the shovel, the master predicted 35 that it would

inquot; wwidh dhlt;? sjuvl7 dhe maast'-^r prf-diktquot;-^d dhèt it wwóed

in met de schop, de patroon voorspelde dat het zou

be necessary for them to part.] Wherefore the clerk put on

bi nes^s-ser-i for dhèm tóe paartquot; wweer'-foor dh^ klaark poet onquot; zijn noodig voor hen te scheiden. Waarom de klerk deed om

36 his white comforter,] and tried to warm 37 himself] 38 at

hiz wwait kumquot;-furt-er ènd traid tóe wwaorm him-sèlf' èt

zijne witle boeffante en trachtte te warmen zich aan

the candle;] in which effort, not being 39 a man of a strong

dhe kèndlquot; in wwitsj ef'-furt not bi-i«^ e mèn 6v e strong

de kaars; in welke poging, niet zijnde een man ,van eene sterke

imagination,] he failed.

im-èdzj-in-neequot;-sjun hi feeld''

verbeeldingskracht, hij faalde.

(4e Oefening.) B, llollandsche Vertaling.

Op zekeren tijd — van al de goede dagen in het jaar, op Kerst-avond — zat oude Scrooge bezig op zijn kantoor. Het was koud, huiverig, bitter weder, (en) mistig ook: en hij kon de menschen op de binnenplaats daarbuiten snuivende been en weer hooren loopen, (hoe ze) de (armen) over hunne borst sloegen, en met de

ocr page 80

voeten op den grond stampten om zich te verwarmen. De klokken der City hadden daar pas drie uren geslagen, maar het was reeds volkomen duister: het was den geheelen dag niet licht geweest, en kaarsen flikkerden voor de ramen der belendende kantoren, als roode vlekken op de tastbare donkere lucht. De mist kwam naar binnen stroomen door alle reten en door ieder sleutelgat, en was buiten zoo dik, dat, alhoewel de binnenplaats een van de kleinste was, de huizen aan de overzijde (zich slechts vertoonden als) spookgestalten. Bij het zien nederdalen van het vaal-kleurige wolkgevaarte, dat alles verdonkerde, had men kunnen denken, dat de Natuur vlak bij woonde, en (bezig) was met brouwen op eene groote schaal.

De deur van Scrooge's kantoor (stond) open, zoodat hij het oog kou houden op zijnen klerk, die in een somber klein vertrek daarnaast, eene soort van vierkant hok, (bezig) was brieven te kopiëeren. Scrooge had een zeer klein vuur (aan); maar het vuur van den klerk was (nog) veel kleiner, zoo zeer, dat het (er) uitzag als één kooltje. Maar hij kon het niet (opstoken), want Scrooge hield den kolenbak in zijne eigene kamer; en als de klerk (het hart had gehad) met zijne schop binnen te komen, had de patroon hem wis en zeker (aangezegd), dat het (tijd) wierd, dat ze (voor goed) van elkander afgingen. Om die reden deed de klerk zijne witte boeffante om, en trachtte zich te warmen aan de kaars; in welke poging hij (echter), daar hij niet iemand was met eene (levendige) verbeeldingskracht, (niet mocht slagen).

(5e oefen.) C. Wederzijdsche Vertaling.

Te maken en in te studeeren volgens het voorschrift op blz. 18. Het zal nuttig zijn, van nu af aan de in de wederzijdsche vertaling nieuw-voorkomende woorden niet meer alleenstaande van buiten te leeren, maar in verband met een gedeelte van den volzin, waartoe ze behooren, waarbij ieder te werk kan gaan naar zijne vatbaarheid, b. v.:

on Christmas Eve, op Kerst-avond; old Scrooge sat busy, de oude Scrooge zat bezig; enz.

(6e Oefening). 1). Spraakkunst, offices; houses.

[§ 145.] A. De « van den meervouduitgang (§ 69, blz. 34) wordt wel is waar uitgesproken j doch tot dusverre hebben wij gezien, dat het zelfst. naamw. door de achtervoeging van die « niet met eene lettergreep vermeerderd werd. Intusschen is hier bet geval anders: het enkelvoud office is tweelettergrepig, het enkelvoud house éénlettergrepig; en het meervoud offices bestaat . uit drie, het meervoud houses uit twee lettergrepen. Beide woorden zijn dus in het meervoud eene lettergreep langer geworden. Het is namelijk onmogelijk, die eind-« achter eenen s- of z-klank uit te spreken, zonder dat men tusschen die twee consonanten-klanken eenen (hoe zwak en schier onmerkbaar dan ook ge-uiten) vocaal-klank (e) doet hooren.

B. Wij hebben dus hier eene nieuwe toepassing van den in § 63 (blz. 22) opgegeven regel, dien wij ook nog tot een ander geval moeten uitstrekken, namelijk tot de woordvervorming, door achtervoeging van eene s, voor den derden persoon enkelvoud van den tegenwoordigen tijd, b. v.: to place, plaatsen; he places.

C. De onbepaalde wijs to astonish eindigt niet op eene stomme e. In den derden persoon enkelvoud tegenwoordigen tijd hebben wij echter zulk eene e voor de uitspraak noodig, zoodat wij er eene e inschuiven: he astonishes.

D. Die inschuiving van eene e heeft ook plaats bij de vorming van het meervoud der zelfst. naamwoorden, die op een der klanken „squot;, „zquot;, „sjquot;, „zjquot;, „tsjquot; of „dzjquot; eindigen.

E. Wij maken wel opmerkzaam, dat het enkelvoud house den scherpen s-klank heeft (hóus); terwijl het meervoud houses den zachten z-klank heeft (hóuz'-tas).

Opgave 16. Vertaal:

i. Wij kennen vele voorbeelden van zijnen invloed. — 2. Des blinden mans zoon stookt het vuur op. — 3. De vader hoort gaarne de stemmen zijner kinderen. — 4. Mijn vriend ontwringt het scherpe staal (aan) [from] mijne hand. — 5. De afstanden der drie plaatsen van ons huis zijn dezelfde. — 6. De kaarsen zijn in de witte kistjes.

started; painted; predicted.

[§ 148.] De onmogeliikheid, twee geheel of nagenoeg gelijkklinkende consonanten achter elkander uit te spreken zonder eenigen tusschenklank, maakt 't ook nog in een ander geval noodig, het woord met eene lettergreep te vermeerderen.

De e in den uitgang van het verleden deelwoord of van den onvolmaakt verleden tijd is doorgaans stom, zoodat van den uitgang... i'd slechts de d hoorbaar is. Wordt echter, zooals in bovenstaande voorbeelden het geval is, die uitgang voorafgegaan door eene t, dan krijgt die e ia den uitgang den toonloozen «-klank.


ocr page 81

Hetzelfde heeft plaats als het werkwoord in de onbepaalde wijs op d eindigt. Of t of ^ in de onbepaalde wijs al dan niet door eene stomme e gevolgd wordt, heeft daarbij volstrekt geen invloed.

Opgave 17- Vertaal:

1. De blinde bedelaar beschouwde den hond als zijnen vriend. — 2. Ik herhaalde de geschiedenis, die mijn vader verteld had. — 3. De geestelijke pochte op zijn invloed. — 4. De vrienden scheidden.

fog; foggy.

[§ Mï.] A. Gelijk wintry van lointer, is door achtervoeging van eene y het bijvoeglijk nw. foggy gevormd van 't zelfst. nw. fog. Maar de g is daarbij verdubbeld. Waarom dat? Wierd de y onmiddellijk achter het woord fog gevoegd, dan zou men in de verzoeking kunnen komen, om het dus ontstane woord foqy in de lettergrepen fo-gy af te deelen, en bij gevolg uit te spreken foo-dzji. Om nu de g bij de eerste lettergreep te doen blijven, en haar dus in de uitspraak den keelklank (g) te laten behouden, als in fog^ en tevens aan de o het behoud te verzekeren van den korten klank (6), wordt de g verdubbeld.

Deze verdubbeling van de eindconsonant vóór eenen uit eene vocaal bestaanden of met eene vocaal aanvangen-den uitgang heeft overal plaats, waar de eind-consonant wordt voorafgegaan door eene korte vocaal in een éénlettergrepig woord of lettergreep met klemtoon.

B. In de vervoeging vinden wij die verdubbeling vóór de deelwoords-uitgangen en vóór alle andere met eene vocaal aanvangende uitgangen, b. v.: nipped van ia nip, stopped van to slop.

C. De verdubbeling van de I in shrivelled van to shrivel doet ons zien, dat de op . .. el uitgaande werkwoorden die verdubbeling van de eind-consonant zelfs dan Lebben, wanneer hunne eind-lettergreep niet den klemtoon heeft.

D. Ook wanneer anders in de woordvorming of woordvervorming een uitgang aanvangt met eene vocaal, wordt de op eene korte, den klemtoon hebbende vocaal volgende enkele eind-consonant van een woord verdubbeld. Zoo is sinner (zondaar) gevormd van to sin (zondigen).

Opgave 18. Vertaal:

1. Mijn vader heeft mij vergund het schouwspel te zien. — 2. De bedelaar houdt den beer staande in de poort. — 3. De honden kwispelden (met) hunne staarten en trokken hunne meesters in het huis. — 4. De felle [bijtende] koude nijpt onze neuzen en rimpelt onze wangen. — 5. Zijn vriend waarschuwt hem wanneer hij gezondigd beeft.

[§ 148.] Om de in de beide vorige lessen aangevangene regelmatige vervoeging ten einde te kunnen brengen, moeten wij den beoefenaar nog bekend maken met twee hulpwerkwoorden, waarvan hij reeds eenige vormen heeft leeren kennen.

Tegenwoordige tijd.

1 shall (ai sjèl), ik zal,

thou shall (dhou sjèlt), gij zult,

he shall (hi ijèl), hij zal,

we shall (wwi sjèl), wij zullen,

you shall (joe sjèl), gij zult,

they shall (dhee sjèl) zij zullen.

Onvolm. verl. tijd.

I should (ai sjóed), ik zou,

thou shouldsi (dhou sjóedst), gij zoudt, he should (hi sjöed), hij zou,

we should (wwi sjoed;, wij zouden, you should (joe sjóed), gij zoudt,

they should (dhee sjoed), zij zouden.

Tegenwoordige tijd.

I will (ai wwil), ik wil,

thou wilt (dhou wwilt), gij wilt,

he will (hi wwil), hij wil,

we will (wwi wwil), wij willen,

you will (joe wwil), gij wilt,

they will (dhee wwil), zij willen.

Onvolm. verl. tijd.

I would (ai wwóed), ik wilde,

thou wouldsi (dhou wwoedst), gij wildet, he would (hi wwöed), hij wilde,

we would (wwi wwóed), wij wilden, you would (joe wwóed), gij wildet,

they would (dhee wwóed), zij wilden.

Zonder moeite zijn deze werkwoorden te leeren; slechts de tweede persoon enkelvoud heeft een bijzonderen vorm. De hier medegedeelde vormen zijn overigens de eenige, die deze werkwoorden hebben; alle overige vormen, met name de onbepaalde wijs, de deelwoorden en de daarmede samengestelde vormen, ontbreken.

[§ 149.1 Door bij de eerste personen van den tegenwoordigen tijd van 1 shall y en bij de tweede en derde personen van den tegenw. tijd van I will, de tegenwoordige onbepaalde wijs van eenig werkwoord te voegen, vormt men van dat werkwoord den toekomenden tijd (§ 71 blz. 35), gelijk men in het Hol-landsch de onbepaalde wijs bij het hulpwerkwoord „zullenquot; voegt.

Zoo is de toekomende tijd van to be: I shall be (bi), ik zal zijn,

thou wilt be, gij zult zijn,

he will be t hij zal zijn,

we shall be, wij zullen zijn,

you will he, gij zult zijn,

they will be, zij zullen zijn.

Opgave 19. Vorm en vervoeg den toekomenden tijd a) Bedrrvcnd; J) Lijdend—van;

1. to have. — 2. to disturb.

3. Vertaal: d) Tk zal de geschiedenis


ocr page 82

- 77 —

beginnen. — b) De geestelijke zal dcu brief onderteekenen met zijne eigene hand. — c) Wij zullen niets zeggen Tan de begrafenis. — d) Gij zult de kinderen niet zien. — «) Zullen de kamers van het nieuwe huis geverfd worden? — ƒ) Wij zullen een brief hebben van onzen vader.

[§ ISO.) De tegenw. tijd 1 disturb drukt eene tegenwoordig onvoleindigde werking uit; door den volm. verleden tijd I have disturbed wordt eene tegenwoordig voleindigde werking uitgedrukt.

De onvolmaakt verl. tijd I disturbed drukt eene in 't verledene onvoleindigde werking uit; de meer dan volmaakt verl. tijd 1 had disturbed drukt eene in het verledene voleindigde werking uit.

Zoo ook zijn er twee toekomende tijden.

De toekomende tijd, dien wij in § 149 hebben leeren kennen, drukt eene in de toekomst onvoleindigde werking uit. Hij heet: Eerste toekomende tij d, first future (feurst fjoet'-jur).

Om de in de toekomst voleindigde werking uit te drukken dient de Tweede toek. tijd, second future (sèk-und). Deze tijd wordt gevormd door bij de eerste persoren van den tegenw. tijd van I shall, en bij de tweede en derde personen van den tegenw. tijd van I will de verl. onbep. wijs te voegen. Aldus:

1 shall have been, ik zat geweest zijn. Opgave 20.

1. Vervoeg dien tijd in al de personen.

2. Geef den tweeden toekomenden tijd van to hate.

3. Geef den tweeden toek. tijd bedrijvend van to disturb.

4. Geef den tweeden toek. tijd lijdend van to disturb (§ lil).

5. Vertaal; a) De klok zal drie geslagen hebben eer gij aan po] de deur koomt. — h) In minder dau een jaar zal ik u overtuigd hebben.

[§ *51.] A. De vormen van den tegenwoordigen, onvolmaakt verleden, volm. verleden, meer dan volm. verleden, eersten toekomenden en tweeden toek. tijd, die wij tot hiertoe hebben leeren kennen, stellen eene werking voor als daadzaak.

B. In den volzin :

IJ toe were not perfectly convinced. . .. there would be nothing more remarkable. . . .

Indien wij niet volkomen overtuigd

waren.....zou er niets opmerke-

lijkers zijn. . . .

vinden we 't overtuigd-zijn en 't opmerke-lijker-zijn niet voorgesteld als daadzaak, maar 't opmerkeliiker-zijn is gebonden aan de voorwaarde van 't overtuigd-zijn.

Om eene werking voor te stellen als afhankelijk van een beding, dient de Voorwaardelijke wijs, conditional (kön-disj'-un-el), die ook weder twee verschillende vormen heeft, namelijk: voor de onvoleindigde werking de Eerste, first conditional; voor de voleindigde werking de Tweede, second conditional.

Als men bij de eerste personen van den onvolmaakt verleden tijd van 1 shall, en bij de tweede en derde personen van den onvolm. verl. tijd van 1 will de tegenwoordige onbepaalde wijs van een werkwoord voegt, vormt mende Eerste voorwaardelijke wijs; en door bij dezelfde personen de verledene onbepaalde wijs Ie voegen, wordt de Tweede voorwaardelijke wijs gevormd:

1 should he, ik zou zijn.

/ should have been, ik zou geweest zijn.

Opgave 21.

1. Vervoeg die beide vormen verder.

Vorm van to have:

2. De Eerste voorwaardelijke wijs.

3. De Tweede voorwaardelijke wijs.

Vorm van to disturb:

4. Eerste voorw. wijs. bedrijvend.

5. Tweede voorw. wijs, bedrijvend.

6. Eerste voorw. wijs, lijdend.

7. Tweede voorw. wijs, lijdend.

8. Vertaal: a) Indien hij het wist, zou het hem verbazen. — b) Ik zou hem niet hooren, indien hij mij riep. ■— c) Wij zouden hem vergund hebben te gaan, indien hij gevraagd had. — d) Zij zouden u verstaan hebben, indien gij duidel^k geantwoord hadt.

C. In tegenstelling van de Voorwaardelijke wijs heet de vorm, die eene werking als daadzaak voorstelt, A a n t o o-n e n d e w ij s, indicative (in-dik'-et-rr). Het werkwoord heeft dus drie Wijzen, moods (moedas)^ namelijk; de onbepaalde, de aautoonende en de voorwaardelijke.

(7e Oefen.) E. Spelling en Uitspraak, time.

[§ 158.] In de letterverbinding ine heeft de i altijd haren langen alphabe-tischen klank „aiquot;, behalve in primer (prim'-fr), eerste leerboek, en maritime (mèr'-rit-im), zee-.

bite; quite; white; opposite.

In den uitgang... ite heeft de i, wanneer er de klemtoon op valt, den langen klank „aiquot;, en zonder klemtoon nu eens den korten „iquot;-klank (als in 't Holl. woord „pitquot;), dan eens den langen „aiquot;-klank. De voorbeelden dient men te leeren uit het gebruik. Door onbeschaafde lieden, b. v. door het dienstbare volkje te Londen, wordt uitgesproken bp'-poa-zait.

like,

In de letterverbinding ike heeft de i altijd den langen klank „aiquot;.


ocr page 83

office.

In den toonloozen uitgang. . . ice klinkt de i altijd kort, alleen uitgezonderd in cockatrice (kok'-èt-trais), basilisk, en in sacrifice (sèk'-rif-fais), offer.

outside.

In den uitgang. .. ide heeft de i altijd den langen klank „aiquot;.

all; already; although; always; withal.

[§ 153.] In samenstellingen verliest all altijd eene doch de uitspraak blijft „aolquot;.

Evenzoo verliest full eene l in samenstellingen, b. v. wonderful.

necessary.

Oefen u in de uitspraak aldus: nee |eslsar|y|; — nee-es j; —nec-es-sar 1; nès'Usjsèrli |; — nès'-tsl; — nès'-^s-sèrl;

— nec-es-sar-yl.

— nès'-cs-sèr-i .

[§ 154,] Eenlettergrepige Oefeningen.

Vocaal-klank „joequot;, alphabet, klank der u. (Zie Les 2, E. Oefening 7, blz. 32.)

dew

(djoe)

dauw.

few

(fjoe)

weinige.

hew

(joe)

houwen.

mew

(mjoe)

miauwen.

new

(njoe)

nieuw.

pew

(pjoe)

kerkbank.

stew

(stjoe)

stoTen.

ewe

(joe)

ooi.

lewd

(Ijoed)

liederlijk.

news

(njoei)

nieuws.

newt

(njoet)

hagedis.

cube

(kjoeï»)

cubus; dobbel

tube

(tjoel»)

huis. [steen.

huge

(joedzj)

groot.

duke

(djoek)

hertog.

Luke

(Ijoek)

Lucas.

puke

(pjoek)

braakmiddel.

mule

(mjoel)

muilezel.

pule

(pjoel)

piepen, kreunen.

fume

(tjoem)

schuim.

tune

(tjoen)

toon; liedje.

dupe

(djoep)

bedrogene.

cure

(kjoer)

geneeskuur.

lure

(Ijoer)

lokaas.

mure

(mjoer)

ommuren.

pure

(pjoer)

rein, zuirer.

use

(joes)

gebruik.

muse

(mjoe«)

peinzen.

lute

(Ijoet)

luit.

mute

(mjoet)

stom.

bugle

(bjoeal)

jachthoorn.

cue

(kioe)

biljartalok.

due

(djoe)

verschuldigd.

hue

(joe)

kleur, tint.

sue

(sjoe)

aanzoek doen.

suit

(sjoet)

aanzoek.

in lieu of (in jjoe ot)

in plaats Tan.

(8e Oefen.) Lexicograplii'e.

(Zie blz. 26 en 32.)

Woorden van gelijken oorsprong

als de Hollandsche.

eve y even, evening, avond; eve inzonderheid : vooravond. — mt, zat, onregelmatig onvolmaakt verl. tijd van to sit, zitten. — cold, koud (dit bijvoeglijk naamw. gelijkluidend met het zelfst. nw. in les 6.) — bleak, bleek. — to bite, bijten. — withal = with all, met (dat) al. — to hear, hooren. — outside, samengesteld van out, uit, en side, zijde. — gone, gegaan, onregelmatig verleden deelw. van to go, gaan. — breast, borst. — to stamp, stampen. — feet, voeten, onregelmatig meervoud van foot, voet. — three, drie. — already, (al) reeds. — light, (zelfst. en bijvoeg, naamw.) licht (in alle beteekenissen). — to flare, flikkeren. — window, de bij den gemeenen man in zwang zijnde uitspraak „wwin'-doorquot;, brengt ons van zelf tot de afleiding van wind-door, winddeur (volmaakt hetzelfde als luchtraam). — neighbouring, van het zelfst. naamwoord neighbour gevormd, juist gelijk ons „naburigquot; van „nabuurquot;. — like, gelijk. — ruddy, roodachtig. — smear, zelfst. naamw. gelijkluidend met het werkwoord to smear, smeren. — brown, bruin. — although, samengesteld uitfl//, al, en though, hoewel. — without, uit with en out samengesteld, gelijk within dat is uit with en in. — thought, gedacht, onregelmatig verl. deelw. van to think, denken. — to live (liv), leven, in de uitspraak verschillende van het zelfst. naamw. life (laif), leven. — hard, bijwoord, gelijkluidend met het bijvoeglijk naamw. in les 6. — to brew, brouwen. — who. wie. — beyond, samengesteld uit het woordlidje be, en yond, ginder. — very, bijwoord, gelijkluidend met het bijvoeglijk naamw. in les 4. — small, smal, smaller, smaller; coal-box, samengesteld uit coal, kool, en box, bus. — room, ruimte. — shovel, schoffel. — wherefore, uit where en for samengesteld juist als therefore uit there en for (les 3). — white, wit. — tried, trachtte. — himself, samengesteld uit him, hem, en self, zelf; vergelijk myself, les 3. — which, welke. — strong, streng. — to fail, falen. Woorden van gelijken oorsprong

alsdeFransche.

time, temps. — to beat, battre. — City, cité, de oude stad, 't gedeelte van Londen, waar men de St.-Paulus-kerk en de kantoren der meeste groote kooplieden vindt. — candle, chandelle. — office, office. — palpable, palpable. — air, air. — dense, dense. — opposite, opposé. — phantom, fantóme. — to obscure, werk-


ocr page 84

— 79 —

woord, gelijkluidend met het bijvoeo-lijk naamw. obscure, obscur. — large, large.

— scale, échelle. — tank, étang. — to copy, copier. — letter, lettre. — replenish, 't woordlidje re met het bijvoeg, nw. „pleinquot;.

— surely, sürement. — to predict; vergelijk prediction. — necessary, nécessaire. — to part, partir. — comforter, afgeleid van het werkwoord to comfort, conforter. — effort, effort (met verschil in klemtoonplaat-sing). — imagination, imagination.

Het bijvoeglijk nw. busy is het wortelwoord van het zelfst. naamw. business (les 4). Men lette op: de y wordt in i veranderd bij de achtervoeging van de Eugelsche lettergreep ....„nessquot; (Holl.....nis, meestal te

vertalen met ....„heidquot;), waardoor zeifst.nw. worden gemaakt van bijvoeglijke: goodness, goedheid; oldness, oudheid; sadness, droevigheid; wonder fulness, wonderlijkheid; re-murkableness, opmerkelijkheid; darkness, donkerheid, duisternis ; weakness, zwakheid ; newness, nieuwheid; covelousness, inhaligheid; hardness, hardheid; sharpness , scherpheid; solitariness, eenzaamheid; coldness, koudheid; frosiiness, vries-achtigheid; lowness, laagheid; openness, openheid; blindness, blindheid; tiarrow-ness , bekrompenheid; dinginess, vuilheid; smallness, kleinheid; whiteness, witheid.'— counting-house; to count, compter. —pavement-stones • pavement, pave; stone, „steenquot;. —just, justement, „juistquot;. — Nature, nature, „natuurquot;. — cell, cellule, „celquot;.

(9e Oefen.) G. Hiondeüng Onderhoud.

Vragen.

1. When was Scrooge busy?

а. Where sat Scrooge?

3. What sort of weather was it?

4. What more?

5. Wie could he hear?

б. Where was the court?

7. What did the people do?

8. What were the people doing to warm their hands ? (feet ?

O. What were they doing to warm their. lO. What had struck three?

M. When had the clocks struck three? 18, When had it not been iight ?

13. What was flaringr?

14. Where were they flaring?

15. What were the candles like?

16. What came pouring in ?

IS. Where came it pouring in?

18. Where was it dense?

19. What was very narrow?

50. What looked like mere phantoms ?

51. What came drooping down?

28. What did the fog obscure ? (live ? as. Where might Nature be thought to 84. What might Nature be thought to be doing?

85. What was open ?

86. Wherefore was it open?

S7. Where was the clerk?

SS. What was the clerk's cell like?

8». What was the clerk doing ?

SO. What bad Scrooge in his room to

warm him?

31. What was much smaller? 38. How much was it smaller? 33. What could the clerk not do? 31. Wherefore could the clerk not replenish the fire ?

3S. What did Scrooge predict, if the

clerk catae in with the shovel? 38. What did the clerk put on? 35. Jf'ien did the clerk try to warm?

38. Where did he try to warm himself?

39. What was the clerk not?

(lOe Oefening.) Ilgt; (iBSprckliËQ.

9.

Ladies (lee'-diem), dames.

to Kalk (wwaok), gaan.

dining-room (dain'-i»^-roem), eetzaal. Ladies and Gentlemen, will yon please to walk into the dining-room?

seat (siet), zitplaats.

Mrs. (mis'-ses), mevrouw.

Smith (smi/A), een eigennaam.

upper (up'-per), opper-, boven-. end (end), einde.—iahlt (teel»l), tafel. Will you take a seat, Mrs. Smith, at the upper end of the table P Johnson (dzjbn'-sun), een eigennaam. to sit (sit), zitten.

Mr. Johnson, will yon sit here?

Gentlemen, take year seats.

soap (soep), soep.

Will you take some soup, Mrs. Smith? If I may trouble yon.

to like (laik), houden van, vinden. How do yon like it?

indeed (in-died'), inderdaad.

It is very excellent indeed.

Newman (njoe'-mèn). een eigennaam. to help (help), helpen, rond laten gaan. fish (fisj), visch.

Mr. Newman, shall I trouble yea to help the fish?

sauce (saos), saus.

There is fish-saace.

slice (slais), sneedje, stukje.

heef (bief), rundvleesci.

I will thank you, Sir, for another slice ofbeef.

mustard (must'-erd), mosterd.

May I trouble yon for the mustard?

cauli/lower (kaol'-i-flour), bloemkool. Here is canliflower.

roost (roost), gebraden.

veal (viel), kaifsvleesch.

tender (ten'-der), malsch.

The roast veal is very tender.

wine (wwain), wijn.

Fort (poort), Portwijn. [wijn).

Sherry (ejèr'-ri), Xeres (een Spaansche


ocr page 85

Champagne (sjèm-peen'), Champagne, //oei(hok), oiliockamore(hok'-c-moor),

Hocbheimer (eene Eijnwijnaoort). Clarel (klèr'-ret), Bordeaux.

Which wine would yon like? We have Port, Sherry, Champagne, Hock, and Claret. I prefer (biz. 39) Port. (inschenken.

to pour (pooI,), gieten. — to pour out, glass (alaas), glae.

Shall I poor yon ont a glass ofthpold Hock? partial (paar'-sjel), partijdig., ijjerend. spurkling (spaark'^lu^), sflinimenaj mous-even ^ievn';, zelfs. . ,

1 am, indeed, yery partial to It, so that I prefer sparkling Hock even to Champagne. to carve (kaarv), snijden.

fowls (foul*), Togels.

Permit me to carve the fowls.

venison (venan), wild.

Do you like venison?

to a# (iet), eten.

No, ifhank yon, I shall eat no more.

little (litl), weinig.

Ton eat very little indeed, Mr. Smith. to beg (beo), verzoeken.

■pardon (paardn), Terschooning.

made (meed), gedaan.

dinner (din'-ner), middagmaal.

I beg your pardon, I have made a very good dinner. (stellen.

to propose (prbp-oo«'), voorslaan, voor-abient (èb'-sent), afwezig.

The wine is before yon, Gentlemen, pray help yourselves. I propose: Absent friends!

I. Herhaling

der Opgaven van dezen brief. Tekst, om gelezen en vertaald te worden (zie het voorschrift op blz. 29 en 30).

Les 7. Exier'nal heat and cold had little in'flueuce on Scrooge. No warmth could warm', nor wintry weather chill'him. No wind' that blew was bit'terer than he, no falling snow' was more intent upon its pur'pose, no pelting rain' less open to entreat'y. Foul weath'er didn't know where to have' him. The heaviest rain', and snow', and hail', and sleet', could boast of the advantage over- him in only one' respect. They often „came downquot; handsomely, and Scrooge nev'er did.

Nobody ever stopped him in the street' to say, with gladsome looks', „My dear Scrooge, how are' you? when will you come to see' me?quot; No beggars implored him to bestow a trifle', no children asked him what it was o'clock', no man or woman ever once' in all his life inquired the way to such and such a place' of Scrooge. Even the blindmen's dogs' appeared to know him; and when they saw him coming on', would tug their owners into doorways and up courts', and theu would wag their tails' as though they said, „no eye at all' is bet'ter than an evil' eye, dark master!quot;

But what did Scrooge' care? It was the ver'y thing he liked'. To edge his way along the crowded paths of life', warning all human sym'patby to keep its dis'tance, was what the knowing ones call „nuts'quot; to Scrooge.

Les 8. Once upon a time' — of all the good days in the year', on Christmas Eve — old Scrooge sat busy in his count'ing-house. It was cold, bleak, bit'-ing weather: foggy withal'; and he could hear the people in the court out'side go wheezing up and down', beating their hands' upon their breasts', and stamping their feet' upon the pavement-stones to warm' them. The Cit'y clocks had only just gone three', but it was quite dark' already; it had not been light all day': and candles were flaring in the win'dows of the neighbouring offices like ruddy smears' upon the pal'pable brown air'. The fog came pouring in' at every chink' and key'hole, and was so dense without', that although the court was of the nar'-rowest, the houses op'posite were mere phan'toms. To see the dingy cloud come drooping down', obscuring ev'erythins:, one might have tbou'hi that Nature lived hard by', and was brewing on a large scale'.

The door of Scrooge's couut'ing-house was open' that he might keep his eye upon his clerk', who in a dismal little cell beyond', a sort of tank', was copying let'ters. Scrooge had a very small' tire, but the clerk's fire was so very much smal'ler that it looked like one' coal. But he couldn't replen'ish it, for Scrooge kept the coal'-box in his own' room; and so sure'ly as the clerk came in' with the shovel', the master predict'ed that it would be nee'essary for them to part. Wherefore the clerk put on' his white com'forter, and tried to warm himself at the candle'; in which effort, not being a man of a strong imagina'tion, he failed'.

Taalkundige Opgaven.

§ 130 (blz. 68). Opgave 1.

§ 131 (blz. 68). Opgave 2.

§ 132 (blz. 69), Opgave 3.

§ 133 (blz. 69). Opgave 4.

§ 134 (blz. 69). Opgave 5.

§ 138 (blz. 70). Opgaven 6, 7 en 8.

§ 139 (blz. 70). Opgaven 9, 10 en li.

§ 140 (blz. 71). Opgaven 12 en 13.

§ 141 (blz. 71). Opgaven 14 en 15.

§ 145 (blz. 75). Opgave 16.

§ 146 (blz. 76). Opgave 17.

§ 147 (blz. 76). Opgave 18.

§ 149 (blz. 761. Opgave 19.

§ 150 (blz. 77). Opgave 20.

§ 151 (blz. 77). Opgave 21.


ocr page 86

w

Leercursus der Engelsche taal door zelfonderriclit.

5e BRIEF.

(LES 9 EN 10.)

9e en 109 L E S.

Nichts unterhalt so gut Die Sinne mit der Pflicht im Frieden, Als fleissig sie dorch Arbeit zu ermüden; Nichts bringt sie leichter aus dem Gleis, Als müss'ge Traumerei.

Wieland,

(Oefening 1—3 volgens het op blz.

1 »A merry Christmas,]

e mèr'-ri krisquot;-niès Eene vroolijke kerstmis,

Niets houdt zoo goed de zinneu in de boeien,

Hun aangelegd door rede en plicht, Als vlijtig hen door arbeid te vermoeien;

Niets brengt hen uit het spoor zoo licht Als werkloosheid en droomerij.

S. d. B.

Tekst.

S2 [Eens voor al] gegeven voorschrift.)

uncle! 2 God save you!quot;] cried

unkl God seev'' joe kraid

oom! God behoede u, riep


3 a cheerful voice.] It was the voice of Scrooge's nephew,

e tsjier'-foel vois it wwoz dhe vois 6v skroedzj'-^z nevquot;-joe eene opgeruimde stem. Het was de stem van Scrooge's neef,

who came upon him so 4 quickly] that this was the first

hoe keem up-on' him soo kwwikquot;-li dhèt dhis wwojb dhe feurst die kwam op hem zoo snel dat dit was de eerste

6 »Bah!quot;] said

baaquot; sed Bah zeide

Intimation he had 5 of his approach.]

in-ti-mee'-sjun hi lied ov hi® èp-prootsjquot;

wenk hij had van zijne nadering.

4 |

Scrooge, 7 quot;Humbug!quot;]

skroedzj liumquot;-buG

Scrooge Lorrerij I

He had so heated himself 8 with

hi bed soo hietquot;-ed luni-self wwidh Hij had zoo verhit zich met


hènquot;-suni

knap;

spaarkquot; fonkelden

zijn

rapid walking] 9 In the fog and frost,] this nephew of

rèpquot;-id wwaok'-k^r in dhe foequot; end frost7' dhis nèvquot;-joe ov

hard loopen in den mist en vorst deze neef van

Scrooge's, 10 that he was all -In a glow;] his face was

skroedzj'-e® dhèt hi wwoz aol in e olooquot; hi® fees wwbx

Scrooge, dat hij was al in een gloed; zijn gezicht was

11 ruddy and handsome;] 12 hls eyes] sparkled, and 13 hls

rud'-di ènd hènquot;-sum liii ai® spaa)-kquot;-eld end lii® roodachtig en

hi®

zijne oogen

hèv hebt

hèv hebt

wwot welk

wwot welke

nean

i-eden

joe gij

breath] smoked again. — 14 «Christmas a humbug, uncle!quot;]

brètó smooktquot; e-eèn' kris'-mès e liuinquot;-buG unkl

adem dampte weder. Kerstmis eene lorrerij, oomï

said Scrooge's nephew. 15 »You don't mean that, I am

sèd skroedzj'-eas nevquot;-joe joe doont mienquot; dhèt ai èm

zeide Scrooge's neef. Gij doet niet meenen dat, ik ben

sure.quot;] — 16 »1 do,quot;] said Scrooge. »Merry Christmas!

sjoer ai doequot; sèd skroedzj mèr'-ri krisquot;-mès

zeker. Ik doe, zeide Scrooge. Vroolijke Keistmis!

what right have you 17 to be merry?] what mason have

wwnf. vsrif''* linv ir»o Aq Ivi wurXf -rifquot;».»!quot; IlftV

rait'

welk recht hebt gij (om) te zijn vroolijk? welke i-eden hebt

you to be merry? You're poor enough.quot; — »Gome then,quot;

joe tóe bi mèr'-ri jo er poerquot; c-nuf kumquot; dhèn

gij (om)te zijn vroolijk? Gij zijt arm genoeg. Kom dan

returned the nephew 18 gaily.] «What right luave you

rWtv npv'-inp ■iiriirX ■roi ' VïP.V ioe''

toe bi mèr'-n (om) te zijn vroolijk?

liebt

Welk

recht

gu

opgeruimd.

hernam de neef

Servaas de Bruin , Engelsche Taal.

ocr page 87

— 82 —

19 to be dismal?] what reason have you 20 to be morose?]

toe bi dia5quot;-mel wwot riean hèv joequot; tóe bi mór-roosquot; (om) te zijn treurig? welke reden hebt gij (om) te zijn knorrig?

You're rich enough.quot; — Scrooge having no better answer

joer ritsjquot; «-nuf skroedzj hèv'-iw/ noo bèt'-ter aan'-ser

Gij zijt rijk genoeg. 1 Scrooge hebbende geen beter antwoord

ready 21 on the spur of the moment,] said »Bah!quot; again;

rèdquot;-i ón dhe speur óv dlie mooquot;-ment sèd baaquot; e-oèn'

gereed op de spoor van het oogenblik, zeide bah weder;

and followed it up with «Humbug.quot; — 22 quot;Don't be cross,

ènd fbl'-lood it up wwidh humquot;-buG doont bi krosquot;

en volgde het op met lorrerij. Doe niet wezen boos,

uncle,quot;] said the nephew.

unkl sèd dhe nèv'-joe

oom, zeide. de neef.

(4e Oefening.) B. Hollandsche Vertaling.

„Eene vroolijke Kerstmis, oom! God spare u (nog vele jaren na dezen) Iquot; riep eene opgeruimde stem. Het was de stem van Scrooge's neef, die hem zoo (onverwachts op het lijf kwam vallen), dat dit het eerste was (waardoor hij zijne nabijheid gewaar werd). — „Bah!quot; zeide Scrooge, „lorrerij!quot; — Hü had zich door het hard loopen in den mist en in de vorst zoo verhit, die neef van Scrooge (*), dat hij (één gloed en al) was; zijn gelaat was blozend en welgevormd; zijne oogen fonkelden, en zijn adem (kwam weder als een dampwolk uit zijnen mond). — „Kerstmis eene lorrerij, oom!quot; zeide Scrooge's neef. „Dat meent gij niet, (daarvan) ben ik zeker.quot; — „Ik (meen het wel degelijk),quot; zeide Scrooge. „Vroolijke Kerstmis! welk recht hebt gij om vroolijk te zijn? welke reden hebt gij om vroolijk te zijn? Gij zijt arm genoeg.quot; — „Welnu komaan!quot; hernam de neef opgeruimd. „Welk recht hebt gij om treurig te zijn? welke reden hebt gij om knorrig te zijn? Gij zijt rijk genoeg.quot; — Daar Scrooge, voor het oogenblik geen beter antwoord gereed had, zeide hij wederom „Bah!quot; en liet er (nogmaals) op volgen: „Lorrerij!quot; — „Wees niet boos, oom!quot; zeide de neef.

(Be Oefen.) C. Wederzijdsche Vertaling,

(Zie blz. 18 en 75.)

Oplossingen

der Opgaven, vervat in den vorigen brief. Opgave 1 van § 130 (blz. 68): 1. The people repeat a hallowed name.

— 2. We see the astonished looks of the old man. — 3. The house of our master had painted doors and windows.

— i. My shrivelled hands are weak.

Opgave 2 van § 131 (blz. 68): 1. The children were open to the convincing voice of a father. — 2. The beggar relates an astonishing story. — 3. He sees the imploring look of the woman. —• 4. We know nothing of the coming days.

Opgave 3 van § 132 (blz. 69); 1. We begin with our story. — 2. The father puts his weak hand on the heads of his dear children. — 3. We bring

our friends to their house. — 4. You see the churchyard from a distance. — B. The beggar was in the court after me. — 6. The blindmen spoke of the warm weather. — 7. The dog tugs the woman along the way.

Opgave 4 van § 133 (blz. 69): 1. Where we see a door open, there we go into the house. — 2. You go out? When will you come back? — 3. I have called him once. How often must he be called? — 4. Were you ever in such a street? — 5. It was never literally understood. — 6. His office is always dreadfully cold. — 7. Afterwards the clerk spoke the name distinctly.

Opgave 5 van § 134 (blz. 69): 1. Het bijwoord up is eene bepaling van het werkwoord cut. — Het voorzetsel up drukt de betrekking uit, waarin het zelfst, naamw. courts tot het werkwoord tug staat.


1

„ Thin nephew of Scrooge'iquot;; deze voor den beginner zeer vreemde woordvoeging zal toegelicht worden in den 9den Brief.

ocr page 88

— 83 —

2, Het bijwoord for is eene bepaling van het werkwoord done. — Het voorzetsel for stelt de uitdrukking 'many years in betrekking met het predicaat were partners.

3. Het bijwoord about is eene bepaling van het werkwoord carried. — Het voorzetsel about stelt het voornaamwoord that in betrekking met het zelfst. naamwoord doubt.

Opgave 6 van § 138 (blz. 70);

thou hant had, gij hebt gehad,

he ha» had, hij heeft gehad,

we have had, wij hebben gehad,

you have had, gij hebt gehad,

they have had, zij hebben gehad.

Opgave 7 van § 138 (blz. 70):

thou had»t had, gij hadt gehad,

he had had, hij had gehad,

we had had, wij hadden gehad,

you had had, gij hadt gehad,

they had had, zij hadden gehad.

Opgave 8 van § 138 (blz. 70); 1. Have you nuts? — 2. The blind beggar had a dog. — 3. The old man has no children. — 4. The good woman had had a son. — 5. His dogs have had many owners.

Opgave 9 van § 139 (blz. 70):

thou ha%t been, gij zijt geweest,

he han been, hij is geweest,

we have been, wij zijn geweest,

you have been, gij zijt geweest,

they have been, zij zijn geweest.

Opgave 10 van § 139 (blz. 70):

thou hadut been, gij waart geweest, he had been, hij was geweest,

we had been, wij waren geweest,

you had been, gij waart geweest,

they had been, zij waren geweest.

Opgave 11 van § 139 (blz. 70): 1. Have you been at the play? — 2. The wind had been warm. — 3. My father has been in the same street. — 4. The children had not b«en in the house.

Opgave 12 van § 140 (blz. 71):

thou ha*t disturbed, gij hebt gestoord, he ha* disturbed, hij heeft gestoord, we have disturbed, wij hebben gestoord, you have disturbed, gij hebt gestoord,

they have disturbed, zij hebben gestoord. thou hadsi disturbed, gij hadt gestoord, he had disturbed, hij had gestoord, we had disturbed, wij hadden gestoord, you had disturbed, gij hadt gestoord,

they had disturbed, zij hadden gestoord,

Opgave 13 van § 140 (blz 71): 1. Had you signed the register in the office? — 2. My father had not been inclined to come. — 3. We have implored the hard man. — 4. Has the clergyman convinced the sinner?

Opgave 14 van § 141 (blz. 71):

thou haut been disturbed, gij zijt \

he ha» been disturbed, liij is j g we have been disturbed, wij zijn i g quot;g you have heen disturbed, gij zijt -2 % they have been disturbed, zij zijn ' g,

thou hadut been disturbed, gij waart j he had been disturbed, hij was ( ^ g we had been disturbed, wij waren ( g ^ you had been disturbed, gij waart -2 ^ they had been disturbed, zij waren ^

Opgave 15 van § 141 (blz. 71): 1. A man with a red, pointed nose had been painted on his door. — 2. The children have always been called after their father. — 3. Had the nuts been carried to the gentleman? — 4. Has the woman been stopped by a beggar?

Opgave 16 van § 145 (blz. 75): 1. We know many instances of his influence. — 2. The blind man's son replenishes the fire. — 3. The father likes to hear the voices of his children. — 4. My friend wrenches the sharp steel from my hand. — 5. The distances of the three places from our house are the same. — 6. The caudles are in the white boxes. Opgave 17 van § 146 (blz. 76): 1. The blind beggar regarded the dog as his friend. — 2. I repeated the story which my father had related. — 3. The clergyman boasted of his influence. — 4. The friends parted.

Opgave 18 van § 147 (blz. 76): 1. My father has permitted me to see the play. — 2. The beggar stops the gentleman in the doorway. — 3. The dogs wagged their tails and tugged their masters into the house. — 4. The biting cold nips our noses and shrivels our cheeks. — 5. His friend warns him when he has sinned.

Opgave 19 van § 149 (blz. 76):

1. I shall have, ik zal hebben,

thou wilt have, gij zult hebben,

he will have, hij zal hebben,

ice shall have, wij zullen hebben, you will have, gij zult hebben,

they will have, zij zullen hebben.

2. a) 7 shall disturb, ik zal storen,

thou wilt disturb, gij zult storen, he will disturb, hij zal storen, we shall disturb, wij zullen storen, you will disturb, gij zult storen, they will disturb, zij zullen storen, b) I shall be disturbed, ik zal \ g thou wilt be disturbed, gij zult jl* he will be disturbed, hij zal f S we shall be disturbed, wij zullen/12 you will be disturbed, gij zult \o they will he disturbed, zij zullen I |j 6*


ocr page 89

3. a) I shall begin the story. — ö) The clergyman will sign the letter with his own hand. — c) We shall say nothing of the burial. — d) You will not see the children. — e) Will the rooms of the new house be painted? — f) We shall have a letter from our father.

Opgave 20 van § 150 (biz. 77):

1. thou wilt have been, gij zult

he will have been, hij zal j we shall have been, wij zullen J « you will have been, gij zult i g they will have been, zij zullen ƒ §3

2. I shall have had, ik zal thou wilt have had, gij zult he will have had, hij zal we shall have had, wij zullen you will have had, gi] zult they will have had, zij zullen

3. I shall have disturbed, ik zal thou wilt have disturbed, gij zult he will have disturbed, hij zal we shall have disturbed, wij zullen you will have disturbed, gij zult they will have disturbed, zij zullen

4. 1 shall have been \ ik zal thou wilt have been J gij zult he will have been ' hij zal we shall have been ( ~ wij zullen you will have gij zult they will have been ' zij zullen 5. a) The clock will have gone three

before you come to the door. — b) In less than a year I shall have convinced you. Opgave 21 van § 151 (biz. 77):

1. thou wouldst be, gij zoudt zijn, he would be, hij zou zijn,

we should be, wij zouden zijn. you would be , gij zoudt zijn,

they would he, zij zouden zijn.

thou wouldmt have been, gij zoudt 1 ^ he would have been, hij zou I we should have been, wij zouden' « you would have been, gij zoudt l g they would have been, zij zouden } ^

2. I should have, ik zou hebben,

thou wouldnt have, gij zoudt hebben, he would have, hij zou hebben, we should have, wij zouden hebben, you would have, gij zoudt hebben,

they would have, zij zouden hebben.

3. 1 should have had, ik zou thou wouldst have had, gij zoudt he would have had, hij zou we should have had, wij zouden 1 you would have had, gij zoudt they would have had, zij zouden

4. / should disturb, ik zou storen,

thou wouldnt disturb, g^j zoudt storen, he would disturb, hij zou storen, we should disturb, wij zouden storen.

bC-.H»

SJ

' quot;a

Sc ^

you would disturb, gij zoudt storen, they would disturb, zij zouden storen.

ik zou gij zoudt ^ hij zou «2 wij zouden ^ gij zoudt zij zouden

ik zou ) quot;Q gij zoudt •H hij zou ^ wij zouden [ j ;§ gij zoudt zij zouden ] •

I should have thou wouldnt have j he would have we should have you would have they would have

/ should he disturbed, ik zou thou wouldnt he disturbed, gij zoudt he would be disturbed, hij zou we should he disturbed, wij zouden f you would he disturbed, gij zoudt they would be disturbed, zg zouden '

7. I should have been thou wouldnt have been he would have been we should have been you would have héén they would have been 8. a) If he knew it, it would astonish him. — I should not hear him, if he called me. — c) We should have permitted him to go, if he had asked. — d) They would have understood you, if you had answered distinctly.

Les 8. (biz. 79). Gesprekken. 9. Mijne heeren en dames 1)! ma^ ik u verzoeken u naar de eetzaal te begeven ? — Mevrouw Smith 1 wilt gij boven aan de tafel plaats nemen? — Mijnheer Johnson! wilt gij hier gaan zitten? — Mijne heeren! neemt, plaats. — Mag ik u met soep bedienen, mevrouw Smith ? — Als ik u lastig vallen-mag. — Hoe vindt gij die soep? — Zij is inderdaad uitmuntend. — Mijnheer Newman! mag ik u verzoeken de visch rond te laten gaan? — Daar is visch-saus. — Mag ik u om nog een stukje rundvleesch verzoeken ? — Zou ik u mogen verzoeken om den mosterd? — Hier is bloemkool. — Het kalfsvleesch is zeer malsch. — W;eiken wijn verkiest gij? Wij hebben Portwijn, Xeres, Champagne, Rijnwijn en Bordeaux. — Ik geef de voorkeur aan Portwijn. — Zal ik u een glas van dezen ouden Rijnwijn inschenken? — Ik ben inderdaad zeer daarvoor ingenomen, zoodat ik mousseerenden Rijnwijn zelfs boven den Champagne verkies. — Vergunt gij mij de vogels voor te snijden? — Eet gij gaarne wild? — Ik dank u, ik zal niet meer eten. — Gij eet waarlijk zeer weinig, mijnheer Smith! — Ik vraag u om verschooning, ik heb uitmuntend gegeten. — De wijn staat (bij) [voor] u. Mijne heeren! asjeblieft, bedient u. (Laten wij eens drinken op de gezondheid van onze) afwezige vrienden.


1

De Engelschen noemen in het aanspreken altijd eerst de dames en dan de heeren.

ocr page 90

— 85 —

(6e oefen.) D. SpraalikuDst.

[§ 155.] De regelmatige vervoeging, waarvoor het werkwoord to disturb ons als voorbeeld gediend heeft, hebben wij op weinig na, dat wij in de volgende les zullen behandelen, geheel leer en kennen.

Wij konden echter verscheidene der vormen van het regelmatige werkwoord niet anders samenstellen, dan met aanwending van sommige hulpwerkwoorden. De vervoeging van die werkwoorden to be, to have, I shall, 1 will week in menig opzicht af van de regelmatige vervoeging: die werkwoorden waren derhalve onregelmatig

Onder de werkwoorden, die ons tot dusverre voorgekomen zijn, bevindt zich een niet gering aantal onregelmaiige. Wij willen die thans een weinig meer van nabij gaan beschouwen, en trachten, om in die oogenschijnlijk zoo velerhande vormen eenige orde te brengen. Wij hebben leeren kennen:

Onbepaalde Onvolm. verl. Verleden wijs; tijd: deelwoord:

to do did done;

to know, knetc, known.

Wij hebben in deze werkwoorden dus het verleden deelwoord niet gevormd met den uitgang —ed, en den onvolmaakt verleden tijd niet overeenstemmende met het verleden deelwoord.

Om de onregelmatige werkwoorden der Engelsche taal te lecren kennen, dienen wij dus te letten op hunne Onbepaalde wijs, hunnen Onvolmaakt verleden tijd, en hun Verled-en deelwoord. Derhalve juist dezelfde vormen, die wij moeten kennen om een Holland sch werkwoord te kunnen vervoegeu: doen, deed, gedaan; weten, wist, geweten.

De deelwoorden done u known eindigen, even als het deelwoord been, op den klank n. Evenzoo eindigen ook zeer vele Hollandsche deelwoorden, b. v. gedaan, geweten, op n. Ook het deelwoord gone, gegaan, van het werkwoord to go, eindigt op den klank n.

Wij raden den beoefenaars van onze lessen aan, eene lijst te maken van de onregelmatige werkwoorden, en daarbij de vormen dier werkwoorden op te schrijven , naar gelang die in den tekst A. zullen voorkomen. Tot dat einde neemt men een geliniëerd schrijfboek in quarto-for-maat, en deelt daarin elke bladzijde af in vier kolommen, waarvan de drie eerste bestemd zijn voor de drie reeds genoemde vormen (Onbepaalde wijs, Onvolmaakt verleden tijd en Verleden deelwoord), moetende de laatste kolom dienen voor nog andere vormen, waarover wij straks zullen spreken. Zoodoende heeft men het voordeel, dat men eene verzameling erlangt van lieverlede, terwijl men voorzeker afgeschrikt en ontmoedigd zou worden bijaldien men die gansche lijst ineens onder de oogen kreeg, ofschoon de Engelsche taal in dit opzicht niet eens zoo vele moeielijkheden oplevert als het Hollandsch, en bovendien, uithoofde van de verwantschap van vele Engelsche werkwoorden met de Hollandsche, voor den Nederlander gemakkelijker aan te leeren is dan het Fransch. Bij ettelijke werkwoorden zijn, behalve de grondvormen, ook nog afgeleide vormen in die lijst op te teekenen , zoo b. v. de vormen van den Tegen-woordigen tijd to be, het meervoud van den Onvolm. verl. tijd van hetzelfde werkwoord , de afkortingen, de verbindingen met not. De Hollandsche beteekenis behoeft er niet bijgezet te worden, maar moet telkens bij ieder woord uit het geheugen worden opgenoemd.

Alphabetisch ingericht zou die lijst er tot dusverre uitzien, als volgt;

Oubepaalde wijs.

Onvolmankt verl. tijd

Verleden deelwoord.

Afleidingen.

be,am, is,

was, were

beau

's,are, 're,

begin

began

blew

(can)

could,

couldn't

chose

come

came

cut

do, don't

did, didn't

done

froze

frost

go

gone

have.

had

had

hast, has

keep

kept

know

knew

known

know-

1 _ J

made

ledge

might

(must)

put

put

sat

say

said

see

saw

(shall)

should

spoke

stood

stood

struck

thought

understood

under

stood

(will)

would


ocr page 91

— se

in de kolom Tan de Onbepaalde wijs klju can, mud t thall en will tusschen haakjes gezet, omdat die werkwoorden, die daar in den Tegenw. tijd der Aan-toonende wijs «taan, geen Onbep. w Ij s hebben.

stood is wel is waar slechts als Onvolm. verl. tijd voorgekomen, en under dood slechts als Verleden deelw.; aangezien understood echter baarblijkelijk eene samenstelling van stood is, kan men gereedelijk tot de gevolgtrekking komen, dat bij dit werkwoord de Onvolm. verl. tijd en het Verleden deelwoord volkomen gelijkluidend zijn.

De twee zelfstandige naamwoorden frost en knowledge zijn in de vierde kolom geplaatst, omdat ze eenen vocaal-klank hebben, die niet aangetroffen wordt in de vormen van het werkwoord van denzelfden wortel of stam.

In begin, began; can, could; come, came; see, saw; will, would vinden wij eene verandering van den vocaal-klank, juist zooals wij die aantreffen in de daaraan gelijkstaande Hollandscbe werkwoorden.

In put zijn de Onbepaalde wijs en de Onvolm. verleden tijd volkomen gelijkluidend.

NB. Men zal het best doen als men, om de bedoelde lijst in alphabetische volgorde aan te leggen, een gewoon schrijfboek in quarto-formaat neemt van 33 bladzijden; daarvan neme men :

voor o, e, i, h, n, p, q elk 1 blz. = lt;5! blz. „ c, d, g, h, r, if elk i „ = 6 „ „ f, l, m, u, w elk 2 „ =10 „ „4 3 „ = 3 „

„ o, s elk 5 „ = lü »

samen 32.] blz.

[§ 156.] In de volzinnen:

ƒ don't mean to say;

You don't mean that;

I don't know how many years;

He didn't thaw it ;

Foul weather didn't know where to have him, hebben wij in de Hollandsche vertaling B. de vormen van het werkwoord to do niet teruggegeven. Waarom staan die dan in het Engelsch?

Wanneer ik den volzin I mean to say ontkennend wil maken, doe ik dat door er het ontkennende bijwoord not bij te voegen. Doch waar zal ik dat woordje not moeten plaatsen? Zette ik het vlak achter mean, dan zou de als voorwerp (als object) gebezigde Onbepaalde wijs to say er door gescheiden worden van hel werk woord mean-, en achter say geplaatst, zou het te ver van mean verwijderd staan, en buitendien aanleiding kunnen geven tot misverstand: „myne bedoeling is niet, te zeggenquot;... . drukt iets anders uit dan „mijne bedoeling is, niet te zeggenquot;.... Daarom voegt men in dit geval bij not het hier nietsbeteekenende werkwoord to do, zet dat werkwoord in den tijd, dien men wenscht uit te drukken {do, did), en voegt het eigenlijke werkwoord van den volzin daarbij in de Onbepaalde wijs.

[§ 153.] Wanneer in eenen volzin de vorm van het werkwoord met een hulpwerkwoord (§ 155, blz. 85) samengesteld is, heeft men het werkwoord to do niet noodig om eene ontkenning uit te drukken, want dan volgt het ontkennende bijwoord not vlak achter het hulpwerkwoord. Het werkwoord to do blijft dus weg, niet alleen bij de hulpwerkwoorden, die geen Onbepaalde wijs hebben , waarbij derhalve de samenstelling met to do eene onmogelijkheid zoude zijn, zoo als:

My unhallowed hands shall not disturb it;

Be couldn't replenish it;

maar ook bij de hulpwerkwoorden to have en to be, b. v.:

Scrooge was not so dreadfully cut up;

We were not perfectly convinced;

It had not been light all day.

Van to do is de tweede persoon enkelvoud thou dost, de derde persoon enkelvoud he dues. (Over de uitspraak zie § 170, blz. 89.)

Opgave 1. God behoedt de zondaars niet. — 2. Mijn neef kwam niet op [to] het kantoor. — 3. Het aangezicht van den klerk is niet mooi. — 4. Het vuur rookt niet in des armen mans huis. — 5. Gij hebt niet het recht, mij aan te houden. — 6. De geestelijke volgde de lijk-staatsie niet.

[§ 158.] Ook om een vragenden volzin te vormen wordt to do gebruikt, b. v.: What did Scrooge care ?

Intusschen blijft ook hier, gelijk in § 157, hierboven, het gebruik van to do achterwege, wanneer het predicaats-werk-woord reeds met een ander hulpwerkwoord samengesteld is, of wanneer dat een der werkwoorden to have of to be is, b. v.:

Kow could it be otherwiset What right have you to be merry? What reason have you to be morose?

Opgave 2. Vertaal:

1. Om [at] hoe laat begint de komedie? — 2. Was het register onderteekend geworden door des rijken heers*) oom? — S. Legden de kinderen de spijkers in de

*) Peze 2en-naamvalsvorm, ofschoon minder goed Hollandsch, wordt hier slechts gebezigd om de wijze van vertaling aan te duiden. Beter Hollandsch zou zijn: door den oom van den rijken heer.


ocr page 92

- 87 -

/

doos? — 4. Stoorden de stemmen mijnen vader? — ö. Weet mijn neef des ouden geestelijken naam? — 6. Was de witte hond op [in the] straat? — 7. Zijn zijns zoons oogen blauw ? — 8 Kon de hitte de sneeuw ontdooien?

[§ 1S9.] Scrooge knew he was dead?

Of course he did (Les 4).

They often came down handsomely, and

Scrooge never did (Les 7).

You don't mean that, I am sure. 1 do.

Wanneer wij ons het gebruik van to do is deze volzinnen trachten te verklaren, zal ons dat het gemakkelijkst vallen in den laatsten der drie. De voorafgaande volzin luidt; You don't mean that. Moet nu de ontkenning opgeheven worden, dan is de eenvoudigste manier om dat te doen; het werkwoord te herhalen met weglating van het ontkennende bijwoord not. Doch in plaats van het gansche werkwoord I do mean te herhalen, is het voldoende slechts het hulpwerkwoord / do te zetten, waaronder men den geheelen volzin verstaat. 1)

In de beide eerste volzinnen is het werkwoord to do in dezelfde beteekenis gebruikt, juist alsof de voorafgaande volzin het werkwoord to do ook reeds inhield, en als stond er b. v.: Scrooge did know he was dead?

Op die wijze wordt to do gebezigd in plaats van de herhaling van een ander werkwoord.

Opgave 3. Vertaal;

1. Verbaast mijn antwoord hem? (Dat) doet het. — 2. Verven de menschen de kerk? (Dat) doen ze. — 3. Vroegt gij hem zijnen naam? (Dat) deden wij. — 4. Ik hoorde de klok niet, maar mijn vader wel f).

handsome, handsomely; sure, surely.

[§ HM».] handsome en sure zijn bijvoeglijke naamwoorden, handsomely en surely zijn bijwoorden.

Door achtervoeging van de lettergreep ly (spreek uit: li) wordt een bijvoeglijk naamwoord herschapen in een bijwoord.

Opgave 4. Hoe heeten de volgende bijwoorden, waarvan wij de bijvoeglijke naamwoorden tot hiertoe in den tekst hebben aangetroffen?

1. treurig; — 2. voortreffelijk. — 3. ongetwijfeld. — 4. wonderlijk. — 5. nieuw.

— 6. scherp. — 7. grootmoedig. — 8. geheim. — 9. dun. — 10. uitwendig.

— 11. open. — 12. duur. — 13. donker. — 14. koud. — 15. bijtend. — 16. dicht. — 17. sterk. — 18. eerstelijk.

— 19. snel. — 20. armzalig.

Opgave 5. Hoe heeten de volgende bijvoeglijke naamwoorden, waarvan wij de bijwoorden tot hiertoe in den tekst ontmoet hebben?

1. bijzonder. — 2. nadrukkelijk. — 3. vreeselijk. — 4. duidelijk. — 5. volkomen. — 6. schielijk. — 7. letterlijk. — 8. sluw. — 9. snel.

[§ 161.] A. In den volzin:

I dorit mean to say that I know ^ is 1 know het voorwerp van to say. Doch 1 know is zelf een volzin. Het woordje that, waardoor de volzin 1 know verbonden of samengevoegd wordt met den volzin I don't mean to say, heet een voegwoord, conjunction (kon-dzjunk'-sjun).

De volzin 1 know heet voorwerpe-lijke [objective y 6l»-dzjèk'-tiv) volzin, omdat zij het voorwerp uitdrukt van het werkwoord to say.

B. Er zijn verschillende voegwoorden om de verschillende betrekkingen der volzinnen tot elkander uit te drukken.

In den volzin;

Ee had so heated himself that he was all in a glow,

duidt de volzin he was all in a glow de mate aan hoeveel de neef zich verhit had; that is hier een voegwoord van hoeveelheid.

C. In den volzin:

The door was open that he might keep his eye upon his clerk,

geeft de volzin he might keep his eye upon his clerk het doel te kennen, dat Scrooge met het openstaan van de deur beoogde; that is dus hier een voegwoord van bedoeling.

D. In de volzinnen:

When they saw him coming on, they would tug their owners into doorways ,

en:

Hamlet''s Father died before the play began,

wordt door de volzinnen they saw him coming on, the play began, de t ij d uit-;• gedrukt, wanneer de honden hunne meesters in poorten trokken, en wanneer Hamlet's vader stierf; de voegwoorden, when en before zijn dus voegwoorden van tij d.

E. In den volzin:

If we were not convinced % there would be nothing remarkable,

blijkt uit den volzin we were not convinced de voorwaarde, waaronder niets op-


1

In het HoUandsch zou men er ter versterking het woord wel achtervoegen, b. v.: Dat meent gij niet. Ik doe wel.

f) Zie betreffende het gebruik in het Hol-landsch {Natuurlijk deed hij), blz. 41, noot 1; zie ook, wat van den tweeden volzin de vraag betreft, de Holl. vertaling menschen blz, 74,

ocr page 93

— 88 —

merkelijks zou plaats grijpen; if is derhalve eeu voegwoord vau voorwaarde.

F. In den volzin:

So surely as the clerk came ««, the master predicted,

wordt de volzin the clerk came in door het voegwoord as vergeleken met den volzin the master predicted; dit as is dus een voegwoord van vergelijking.

G. In de tot dusverre opgenoemde volzinnen drukt de door het voegwoord verbonden wordende volzin een voorwerp of eene andere bijwoordelijke bepaling uit van den volzin, die, met betrekking tot dezen ondergeschikten, subordinate (suliror'-di-nèt) volzin, de hoofdzin genoemd wordt. De tot hiertoe opgenoemde voegwoorden zijn subordineerende of ondergeschikt-makende voegwoorden.

Opgave 6. Vertaal de volgende volzinnen, en onderstreep daarin de hoofdzinnen.

1. Wij wisten, dat de oude heer in het witte huis woonde. — 2. Het is zoo donker, dat wij in deze kamer niet zien kunnen. — 3. De klerk zeide niet waar hij woonde, opdat zijn patroon hem niet volgen mocht. — 4. Toen de kinderen in het pakhuis kwamen, zagen zij hunnen vader niet. — 5. De bedelaar zeide zijnen naam, eer de koster hem vragen kon. — 6. Indien wij den weg geweten hadden, zouden wij dien niet gevraagd hebben.

[§ MS.] A. Volzinnen kunnen niet slechts aan elkander ondergeschikt, maar ook nevengeschikt, gecoördineerd, coordinate (koo-br'-di-nèt) worden. Ter verbinding van zulke volzinnen dienen de coördineerende voegwoorden.

B. In den volzin:

Scrooge signed it: and Scrooge's name was good,

wordt door het copuleerende, copula-tive (kbp'-jóe-Iet-tiv) voegwoord and uitgedrukt, dat de beide daardoor verbondene volzinnen gelijke kracht hebben.

C. In den-volzin:

This must he distinctly understood, or nothing wonderful can come of the story,

geeft het afwisselende, alternative (èl-teur'-net-tiv) voegwoord or te kennen, dat slechts één der twee daardoor verbondene volzinnen van kracht is.

D. In den volzin:

Scrooge had a very small fire, but the clerk's fire was much smaller, wordt door het tegenstellende, adversative (ed-veur'-set-trv) voegwoord hut aangeduid, dat er tusschen die twee verbondene volzinnen eene tegenstelling bestaat.

E. In den volzin:

He couldn't replenish it, for Scrooge kept the coal-box in his own room, duidt het redengevend, causal (kao®'-èl) voegwoord/or aan, dat de tweede volzin eene reden opgeeft voor den eersten.

Opgave 7. Vertaal:

1. Het weder was vriezend, en wij hadden geen vuur. — 2. Wij zijn zeer arm, of wij zouden hun niet gesmeekt hebben. — 3. Wij kenden zijnen naam niet, maar wij wisten waar hij woonde. — 4. Ik kan de geschiedenis niet herhalen, want ik hoorde die niet.

[§ 163,] De volzin:

Bis face was ruddy and handsome, bestaat eigenlijk uit de twee volzinnen: His face was ruddy,

His face was handsome.

Het tot die beide volzinnen behoorende gedeelte His face was wordt slechts ééns gezet, en de twee volzinnen dan door middel van het voegwoord and tot één volzin samengetrokken.

Evenzoo dienen de vergelijkende voegwoorden as en than om de volgende sa-mengetrokkene volzinnen te vormen:

TJie firm was known as Scrooge and Marley.

Old Marley was as dead as a door-nail.

No eye at all is better than an evil eye.

In den volzin:

Scrooge knew he was dead,

is de volzin he was dead onmiddellijk, zonder tusschenkomst van het voegwoord that, bij het werkwoord knew gevoegd. In objectieve volzinnen (§161, blz. 87) kan het voegwoord that ook weggelaten worden.

(§ 165.] Uit de volzinnen;

Scrooge was not so dreadfully cut up but that he was an excellent man of business;

The dogs would wag their tails as though they said,

zien wy, dat ook twee voegwoorden met elkander verbonden kunnen worden.

Opgave 8. Vertaal:

1. Het weder is koud en mistig. — 2. Ben ik niet zoo goed als mijn compagnon? — 3. Ons huis is niet veel kleiner dan de oude keik. — 4. Mijn vriend zeide, (dat) het hem alles hetzelfde was. — 5. Hij was niet zoo zwak, of hij sprak toch zeer duidelijk..— 6. Zijne handen waren koud, als ware hij dood geweest.

(7e Oeien.) E. Spelling en l'itspraak. save; face.

[§ »««•] Wanneer de a den klemtoon heeft (of in éénlettergrepige woorden staat), en gevolgd wordt door een enkelen medeklinker en eene stomme e, dan beeft


ocr page 94

— 89 —

die a haren langen alphabetischeu klank „ee .

De cenige uitzonderingen zijn: are (aar), zijn, have (hèv), hebben, welke beide woorden uitgesproken worden als stonden ze zonder stomme e.

ne/gt;/lt;ew.

[§ lOï.] Ofschoon de ph gewoonlijk als ƒ uitgesproken wordt, klinkt dat let-terteeken als v in nephew (nèv'-joe) en Siepben (stievn). Steven, Stephanus,

wa/king.

[§ IBS.] Tusschen « en i in dezelfde lettergreep is de l stom. De a heeft dan den klank van „aoquot;, b.v.: to te»(taok), praten. Het zelfstandig naamwoord talk (tèlk), talk, talk-aarde, wordt beter lalc geschreven.

«ure.

[§ 169,] De eenige woorden, waarin de s als aanvangsletter wordt uitgesproken „sjquot;, zijn de woorden sure en sugar (sjoea'-tr) suiker, en de van die twee afgeleide of daarmede samengestelde woorden.

NB. Men lette echter hierbij op, dat die uitspraak als „sj1' louter het gevolg is van de bijzonderheid, dat deze twee woorden (met hunne aöeidingen en samenstellingen) de eenige zijn, waarin de «, voorafgegaan door eene s, haren langen vocaalklank „joequot; behoudt.

do; don't.

[§ 1ÏO .] De uitspraak van de onbepaalde wijs to do, en van de daarmede gelijkluidende vervoegingsvormen, is „doequot;; doch verbonden met de ontkenning not, zoodra dit geapostrofeerd en met do als ée'n woord geschreven wordt, is de uitspraak „doontquot;. De tweede en derde persoon enkelvoud van den tegenw. tijd dost en does worden uitgesproken bijna als „dustquot; en „dunquot;.

De tegenwoordige tijd van to do is dus in zijn geheel als volgt;

/ do (doe), ik doe,

thou dost (dust), gi) doet,

he does (duz), hij doet.

we. do (doe), wij doen,

you do (doe), gij doet,

they do (doe), zij doen.

Eene verandering in de vocaal-uitspraak door de verbinding van een werkwoord met het geapostrofeerde not (not) heeft wijders plaats in;

can't (kaant) uit cannot of can not; shan't (sjaant) uit shall not;

won't (wwoout) uit will not.

're.

[§ 1«.] Alleen in den alledaagschen spreektrant, of wanneer deze in boeken moet worden nagebootst, is het apostrofeeren van are tot 're, van is tot'« (Les 3 Tekst), alsook van am tot 'w, en van art tot 'rt geoorloofd. De van het woord overblijvende medeklinkers sluiten zich dan in de uitspraak onmiddellijk aan de voorafgaande klinkletter aan, b.v.: I'm (aim), thoiirt (dhóurt), //e'5(hie®), we're (wwier), you're (joer), théyWe (dheer).

answer.

[§ la1^.] De consonant w is stom :

1) altijd vóór eene r; b.v.: to wrench (rèntsj), ontwringen; teren (ren), winterkoninkje; to write (rait), schrijven.

2) vóór de h in tc\\ole (hooi), geheel; 7£lio (hoe), wie; feline (hoez), wier; whom (hoem), wien ;

3) in answer en in sword (soord), zwaard, degen.

De w achter eene vocaal, wijzigt de uitspraak van die vocaal, zooals in know (noo), kneto (njoe), knowledge (nol'-èdzj), own (oon), follow (fol'-loo), thaw (Mao), eyebrow (ai'-broo), down (doun), enz.

hlah (bieb)

cah (kèb)

crah (krèb)

dah (deb)

drah (drèb)

slah (slèb)

stah (slèb)

hnck (bek)

black (blek)

clack (kiek)

crack (krek)

hack (hèk)

Jack (dzjèk)

knack (nèk)

lack (lek)

pack (pek)

rack (rèk)

sack (sèk)

slack (slèk)

mack (smèk)

stack (stek)

tack (tèk)

track (trek)

bad (bed)

cad (ked)

clad (klèd)

dad (dèd)

had (hèd)

Éénlcltergrepiffe Oefeningen

over den vocaal-klank è, als regelmatigen korten klank van het letterteeken a (omschreven § 14, biz. 6).

(Zie Les 2, E. Oefening 7, blz. 32.)

babbelen, vigilante, krabbe.

streelen. beduimelen, tegel.

doodsteken.

rug.

zwart, klapperen, kraken.

hakken.

Hans; Jan. kunstje, ontberen.

pak.

pijnbank.

zak.

slap.

smakken, hooischelf, laveeren.

spoor.

slecht.

conducteur ee-ner omnibus, bekleed. gt; pa.

gehad.


ocr page 95

lad (lèd) knaap.

mad (mèd) gek.

pad (pèd) zitkussen.

sad (sed) treurig.

shad (sjèrt) elft (fischsoort).

bag (bèc) zak, tasch.

hrag (brèo) snoeven.

crag (krèa) klip.

drag (drèo) sleepen.

flag (fleG) vlag.

gag (gbg) prop.

hag (hes) heks.

rag (rèa) vod.

slag (stee) hert.

wag (wweG) kwispelen.

shall (sjèl) zal.

am (em) ben.

cram (krèm) volstoppen.

dram (drèm) slokje.

ham (hem) ham.

ram (rem) ram.

Sam (sèm) Sam (verkort van Samuël).

slam (slem) al de slagen ha-

ban (bèn) gebod. [len.

bran (brèn) zemelen.

can (ken) kan.

clan (klèn) stam, familie.

fan (fèn) waaier.

man (men) man.

pan (pèn) pan.

plan (plèn) plan.

span (spèn) span.

tan (ten) looien.

than (dhèn) dan.

van (ven) voorhoede.

cap (kèp) kap.

clap (klep) klappen.

flap (flèp) klep.

gap (Gep) scheur.

hap (hèp) toeval.

lap (lep) schoot.

map (mèp) landkaart.

nap (nep) dutje.

pap (pèp) pap.

rap (rèp) kloppen,

sap (aèp) sap.

slap (slep) klap.

snap (snèp) snappen.

strap (strèp) riem.

tap (tèp) deuvik.

trap (trèp) val.

wrap (rèp) hullen.

as (t;z) als.

gas (Ges) gas.

has (hèz) heeft.

lass (lès) meisje.

iat (bèt) vledermuis.

cat (kèt) kat.

chat (tsjèt) kakelen.

fat (fèt) vet.

flat (flèt) vlak, plat.

gnat (net) mug.

hal (het) hoed.

mat (met) . mat.

pat (pet) streelen.

rat (rèt) rat.

sat (set) zat.

that (dhèt) dat; die.

vat (vèt) vat.

have (hèv) hebben.

ash (èsj) esch.

cash (kèsj) kontanten.

clash (kièsj) kletteren.

crash (krèsj) kraken.

dash (desj) slaan.

flash (flesj) opvlammen.

gash (Gèfj) wond.

lash (lèsj) zweeptouw.

rash (rèsj) schielijk.

sash (sèsj) sjerp.

trash (trèsj) afval.

thrash (///rèsj) dorschen.

tax (tèks) belasting.

axe (èks) bfll-

Hnbhle (bèlil) babbelen.

*dabble (dètol) beklodderen.

*rabbU; (rèl»l) gespuis.

*cackle (kèkl) kakelen.

*tackl(; (tèkl) takel.

Hlacken (blèkn) zwart maken.

quot;slacken (slèkn) verslappen.

act (èkt) handeling.

fact (fèkt) daadzaak.

pact (pekt) overeenkomst.

tact (tèkt) gevoel.

tract (trekt) landstreek.

*addle (èdl) ledig.

*paddle (pèdl) roeispaan.

'quot;saddle (sedl) zadel.

ëhalt (sjèlt) (gij) zult.

valve (vèlv) klep.

lamb (lem) lam.

*amble (èmbl) telgang.

* gamble (aèmbl) spelen.

*ramble (rèmbl) omzwerven.

^shambles (sjèmblz) vleeachbank.

damn (dèm) verdoemen.

camp (kèmp) kamp.

cramp (krèmp) kramp.

damp (demp) vochtig.

stamp (stèmp) zegelmerk.

tramp (trèmp) trappen.

and (ènd) en.

band ;(bènd) bende.

bland (blènd) zacht.

brand (brènd) brand.

gland (olèndi klier.

grand (Grènd; groot sch.

hand (hènd) hand.

land (lènd) land.

sand (sènd) zand.

stand (stènd) stand.

*) In verzen tweelettergrepig. Zie $ 68, blz. 24.


ocr page 96

Urand

(strènd)

strand.

*candle

(kèndl)

kaars.

* dandle

(dèndl)

wiegelen.

clang

(klè»^)

klank.

fang

vang, klemhaak.

gang

(Gè«^)

ploeg(werkvolk),

troep, bende.

hang

$èng)

hangen.

pang

(pè»lt;7)

pijnlijke scheut.

rang

(rè»^)

klonk.

sang

hamp;ng)

zong.

slang

(alè»^)

dieventaal.

*dangle

(dèn^Gl)

bungelen.

*mangle

(mes^Gl)

verminken.

* tangle

(tè»jGl)'

ingewikkeld ma

ken.

^wrangle

(rèn^Gl)

twisten.

hank

(bènk)

oever.

crank

(krènk)

bocht.

drank

(drenk)

dronk.

flank

(flènk)

flank.

frank

(frènk)

vrijmoedig.

lank

(lènk)

dun.

plank

(plènk)

plank.

rank

(rènk)

rang.

sank

(sènk)

zonk.

shank

(pjènk)

schenkel.

stank

(stènk)

stonk.

tank

(tènk)

waterbak.

thank

(lt;Aènk)

danken.

*ankle

(ènkl)

enkel.

ant

(ènt)

mier.

cant

(kent)

lijmerige spraak.

grant

(orènt)

toestaan.

pant

(pent)

hijgen.

•plant

(plènt)

plant.

scant

(skènt)

karig.

% apple

(èpl)

appel.

* dapple

(dèpl)

geschakeerd.

* grapple

(Grèpl)

plukharen.

apt

(èpt)

geschikt.

chasm

(kèzm)

kloof.

spasm

(spèzm)

kramp.

clasp

(klèsp)

haak.

gasp

(Gesp; meer al-hijgen.

gemeen Gaasp)

catch

(ketsj)

vangen.

hatch

(hètsj)

broeien.

latch

(lètsj)

klink.

match

(mètsj)

partij.

patch

(pètsj)

vlek.

scratch

(skrètsj)

krassen.

snatch

(snètsj)

grijpen.

thatch

(Mètsj)

dakstroo.

*hattle

(bètl)

veldslag.

*cattle

(kètl)

hoornvee.

*rattle

(rètl)

ratelen.

*axle

(èksl)

wagen-as.

*) In verzen tweelettergrepig. Zie § 68, blz. 24.

ËéDletlergrepige Oefeningen

over den vocaal-klank è, als regelmatigea korten klank van het letterteeken e (§ 9, blz. 4).

(Zie Les 2, E. Oefening 7, blz. 32.)

wtb (wwèb) webbe.

ehh (èli) ebbe.

beek (bèk) wenken.

check (tsjèk) stuiten.

deck (dek) dek.

geck (Gek) gek.

neck (nek) nek.

peck (pèk) pek.

speek (spek) spatje; vlekje.

wreek (rèk) wrak.

bed (bed) bed.

bled (bied) gebloed.

bred (brèd) opgevoed.

fed (fed) gevoed.

fled (fled) gevloden.

Fred (frèd) Frits.

led (lèd) geleid.

Ned (nèd) verkorting voor

red (red) rood. [Eduard.

shed (sjèd) vergieten.

shred (sjrèd) kleinsnijden.

wed (wwèd) trouwen.

beg (bèc) verzoeken.

keg (keG) vaatje.

leg (leG;bijnalecG) been.

Meg (mèo) Grietje.

peg (peG) houten pen.

egg (eG; bijna eeG) ei.

ell (èl) el.

bell (hel) bel, klok.

cell (sel) cel.

dell (dèl) dal.

dwell (dwwèl) wonen.

fell (fel) viel; fel.

hell (hèl) hel.

knell (nèl) doodklok,

Nell (nèl) Leentje.

qnell (kwwèl) dempen.

sell (eèl) verkoopen.

shell (sjèl) schil; schaal.

smell (smèl) reuk.

spell (spel) spellen.

swell (swwèl) zwellen.

teil (tel) vertellen.

toell (wwèl) wel.

yell (jèl) gil; gillen.

gem (dzjem) edelsteen.

hem (hèm) zoom.

stem (stem) stam.

them (dhèm) hen, hun, haar.

den (den) hol, spelonk.

fen (fen) veen.

glen (Glèn) bergpas.

hen (hèn) hen.

ken (ken) onderscheiden.

pen (pen) pen.

ten (tèu) tieu.


ocr page 97

then

(dhèn)

dan.

when

(wwèii)

wanneer.

wren

(rèn)

winterkoninkje.

step

(step)

schrede, stap;

yes

(jès)

ja. [stoep.

Bess

(bes)

verkorting voor

Elizabeth.

bless

(bles)

zegenen.

cess

(ses)

belasting.

chess

(tsjès)

schaak.

cress

(krès)

ster-kers.

dress

(drès)

kleeding.

guess

(Ges)

raden.

less

(lès)

minder.

mess

(mes)

tafelspij s.

press

(prés)

pers.

stress

(strès)

nadruk, klem.

tress

(trés)

haarlok.

het

(bet)

wedden.

fret

(fret)

invreten.

get

(Get)

krijgen.

let

(lèt)

laten; verhuren.

met

(met)

ontmoet.

net

(net)

het.

pet

(pet)

lieveling.

set

(sèt)

zetten.

wet

(wwèt)

nat.

whet

(wwèt)

slijpen, scherpen.

yet

(jet)

toch.

flesh

(flèsj)

vleesch.

fresh

(frèsj)

frisch.

mesh

(mèsj)

maas.

debt

(dèt)

schnld.

* treble

(trebl)

drievoudig.

*speckle

(spèkl)

vlekje.

*beckon

(bèkn)

wenken.

edge

(èdzj)

kant, zoom.

fledge

(flèdzj)

vlugs.

hedge

(hedsj)

haag.

pledge

(plèdzj)

verpanden.

sledge

(slèdzj)

slede.

wedge

(wwèdzj)

wijige.

*meddle

(mèdl)

bemoeien.

eft

(èft)

hagedis.

heft

(hèft)

hecht, heft.

left

(lèft)

links; verlaten.

weft

(wwèft)

geweven.

dregs

^dreG*)

drab.

belch

(bèltsj)

oprispen.

geld

(Geld)

lubben.

held

(hè'.d)

gehouden.

eif

(èlf)

Elf (in de Noord-

sche mythologie).

delf

(délf)

Delftsch aarde-

self

(self)

zelf. [werk.

elm

(èlm)

olmboom.

helm

(hèlm)

helm.

whelm

(wwèlm)

overstelpen.

help

(hèlp)

helpen.

kelp

(kelp)

sodakruid.

whelp

(wwèlp)

welp, jong.

else

(èls)

anders.

*) In verzen tweelettergrepig ($ 68, biz. 24).

Wtlsh

(wwèlsj)

Wallisisch.

belt

(belt)

gordel.

Celt

(sèlt)

Celt.

dwelt

(dwwèlt)

verwijld.

felt

(felt)

gevoéld; vilt.

gelt

(Gelt)

gelubd.

melt

(melt)

smelten.

pelt

(pélt)

werpen.

smelt

(smélt)

geroken.

spelt

(spelt)

gespeld.

delve

(delv)

delven, [Elf).

elves

(elva)

Elven (mrv. van

selves

(selvas)

zeiven.

hemp

(hèmp)

hennep.

*temple

(tempi}

tempel.

fence

(fèns)

omheining.

hence

(héns)

van hier.

pence

(pens)

stuivers.

thence

(dhèns) (wwèns)

van daar.

whence

van waar.

bench

(bèntsj)

bank.

clench

(klèntsj)

ballen.

drench

(drèntsj)

doornat maken.

French

(frèntsj)

TVarschen.

quench

(kwwèntsj)

blusschen.

stench

(stèntsj)

stank.

trench

(trèntsj)

greppel.

wench

(wwèntsj)

slet.

wrench

(rèntsj) (èud)

ontwringen.

end

einde; eindigen.

bend

(bènd)

buigen.

blend

(blènd)

vermengen.

fend

(fènd)

afweren.

lend

(lènd)

leenen.

mend

(mènd)

verbeteren.

rend

(rènd)

scheuren.

send

(sènd)

zenden, [geven.

spend

(spend)

spendeeren, uit

wend

(wwènd)

gaan.

cense

(sèns)

belasting.

sense

(sens)

zin.

length

\amp;ngth)

lengte.

strength

{sXxtngtK)

kracht.

bent

(bent)

gebogen.

blent

(blent)

vermengd.

cent

(sent) (dènt) (lènt)

honderd.

dent

uittanden. [ten.

lent

geleend;(de)Vas-

pent

(pènt)

opgesloten.

rent

(rènt)

rente; huishuur;

gescheurd.

sent

(sent)

gezonden.

spent

(spènt)

gespendeerd.

tent

(tènt)

tent.

vent

(vent)

uitweg.

went

(wwènt)

ging.

tenth

(tèntó)

tiende.

* gentle

(dzjèntl)

liet.

stepped

(stept)

stapte.

crept

(krept)

kroop.

kept

(kèpt)

hield.

slept

(slèpt)

sliep.

1 stept

(stept)

stapte.


ocr page 98

— 93 —

wept (wwèpt) weende.

depth (dèp/A) diepte.

berth (bèr/^) kooi, hangmat

best (best) best.

chest (tsjèst) kist; borst.

crest (krèst) kruin.

guest (oèst) gflst.

hest (hèst) bevel.

jest (dzjèst) scherts.

1**1 (lést) opdat niet.

nest (nest) nest.

quest (kwwèst) nasporing.

rest (rèst) rust.

test (test) proef.

^est (vèst) bekleeden.

west (wwèst) west.

wrest (rèst) ontwrichten.

ye*t (jest) gest, gist.

zeamp;t (zèst) smakelijkheid.

* wrestle (resl) worstelen.

etch (ètsj) etsen.

fetch (fètsj) halen.

sketch (sketsj) schets.

stretch (strèlsj) stiekken.

tcreich (rètsj) ellendige.

*kettle (kètl) ketel.

*metile (mètl) pittigheid.

i *neitle (nètl) netel

* settle (sètl) zetel.

* seven (sèvu) zeven. *ex (seks) sekse.

text (tekst) tekst.

Thames (temas) Teems.

bread (bred) brood.

dead (dèd) dood.

dread (drèd) vrees.

head (hèd) hoofd.

lead (lèd) lood.

read (red) gelezen.

spread (sprèd) verspreiden.

stead (stèd) plaats.

tread (tred) treden.

thread (Z/^red) draad.

deaf (dèf) doof.

sweat (swwèt) zweet.

breath (brè'A) adem.

death (dè///) dood.

* treadle (trèdl) trede.

realm (rèlm) (het) rijk.

dealt (dèlt) uitgedeeld.

stealth (stèl^) diefstal.

wealth (wwèl^) rijkdom.

dreamt (drèmt) droomde.

cleanse (klèna) schooumaken.

leant (lèat) leunde.

meant (ment) meende.

* weapon (wwèpn) wapen.

leapt (lépt) sprong.

breast (brèst) borst.

*threaten (Mrètn) dreigen.

^heaven (hèvn) hemel.

Heaven (lèvn) zuurdeeg.

said (sèd; gezegd.

bijna seed)

says (sea; bijna seex) zeide.

friend (frènd) vriend.

feoff (fèf) leen.

De beoefenaar behoeft al de in dezen brief voorkomende woorden der éénlettergrepige oefeningen niet achter elkander van buiten te leeren. Hij kan daartoe zijne ledige uren besteden.

(8e Oefen.) F. Lexicograpliie.

(Zie blz. 26 en 32.)

Woorden van gelijken oorsprong als de Hollandsche.

God^ God (wordt altijd, wanneer men er het Opperwezen mede bedoelt, met eene groote G geschreven). — quick, dit woord vinden wij terug in de Hollandsche woorden „kwikzilverquot;, „verkwikkenquot;: de oorspronkelijke beteekenis van het Engel-sche woord is „levendigquot;. — first % voorste, eerste in rang. — hah, bah. — to heat, verhitten, gelijkluidend met het zelfst. naamw. in Les 7. — to walk, waken (als wachter de ronde doen of heen en weer. loopen). — frost, vorst (eenvoudig eene omzetting der letters o en r), is het wortelwoord van frosty, vriezend (Les 6). Op de vocaal-verwisseling uit froze (vroos, vroor) hebben wij reeds opmerkzaam gemaakt in de blz. 85 aan-gevangene lijst der onregelmatige werkwoorden. — glow, gloed, gelijkluidend met het werkw. to glow, gloeien. — to sparkle, verwant met het Holl. woord „sprankquot;. — to smoke, smoken. — right, recht. — enough, genoeg. — answer, zelfst. naamw. (Zweedsch svar) gelijkluidend met het werkwoord in Les 6; in het Holl. „antwoordquot; vinden wij dezelfde wortels an, w, r. — ready, (ge)reed, wortelwoord van already (Les 8). — spur, spoor. — to follow, volgen.

Woorden van gelijken oorsprong als de Fransche.

uncle, oncle. — save, sauve. — intimation, intimation. — approach, appro-che. — rapid, rapide. — face, face. — sure (bijvoegl. naamw. van het in Les 8 voorgekomene bijwoord surely), sur. — reason, raison. — poor, pauvre. — to return, retourner. — gaily , gaiement. — moment, moment.

Van gemengden oorsprong. cried, „criaitquot; en „kreetquot; (van krijten).— cheerful, „chèrequot;' en „volquot;. — nephew, „neveuquot; en „neef. — morose gt; „morosequot; en „morrendquot;, — rich, „richequot; en „rijkquot;. — cross, „croixquot; en „kruisquot;, vandaar het bijvoeglijk nw. [cross, dwarshoofdig).


É

ocr page 99

— 94 —

(9e Oefen.) G. Mondeling Onderhoud.

V ragen.

1. What did Scrooge's nephew wish (wwisj, tcenschen) to his uncle?

3. What more?

3« What sort of a voice had Scrooge's nephew ?

4. How came Scrooge's nephew upon his uncle?

5. Of what was this wish {wensch) the first intimation?

G. What was Scrooge's answer?

7. What more?

8. With what had the nephew heated himself?

9. Wherein (wweer-in', waarin) had he walked?

10. How much had he heated himself ?

11. How did his face look [er uitzien) ? IS, What was sparkling?

13. What was smoking?

14. What did the nephew reply (re-plai', antwoorden, hernemen) to Scrooge's answer?

15. What more?

16. What was Scrooge's answer then? lï. To what had the nephew no right

in Scrooge's opinion (bp-pin'-jun, meening, zienswijze, gevoelen)^ 19. How gave (Geev, gaf) the nephew his next (nekst, naastvolgende) answer?

lO. To what had Scrooge no right in

his nephew's opinion?

SO. To what had he no reason? 31. When had Scrooge no better answer ready ?

33. What did the nephew return to this answer ?

(ioe oefening.) H. Oesprekkco.

10.

right (rait), recht.

to desire (de-xai/), wenschen.

to call (kaol), zich aanmelden.

measure (mei'-zjur), maat.

•pair (peer), paar.

boots (boets), laarzen.

Am I right, sir; was I not desired to call here this morning, to take your measure for a pair of boots?

provided (prov-Taid'-ed), mits.

to get (Get), krijgen.

Saturday (sèt'-er-dee), Zaterdag.

Tes; 1 wish to have two pair, provided ;od can get them ready by Saturday.

busy (biz'-i), bezet (met mijn tijd). 1 am very busy, ik heb het zeer druk. just (dzjust), juist.

Ill (ail), samentrekking van / wilt of I shall.

to try (trai), beproeven, mijn best doen. finished (fiu'-isjt), klaar, af.

I am very busy, sir, just now, but I'll try and get them finished by that day.

positively (poat'-i-tiv-li), stellig, zeker. to have (liev), verlaten, vertrekken. I must positively have them, as I leave on Saturday night.

direction (dir-rèk'-sjun), bevel, wenk, the make (meek), bet makeji.

Have you any particular directions to give about the make?

let (lèt), laat.

to come up, komen.

pretty (pret'-ti), tamelijk.

high (hai), hoog.

iiyht (tait), krap, eng, nauw, klein. No; only let them come up pretty high, and above all, do not make them too tight.

sole (soi)P, zool.

thick (tóik), dik.

Would you like to have the soles thick or thin?

moderation (mod'-CT-reequot;-sjun), mate,

matigheid.

strong (strbwy), sterk.

clumsy (klum'-zi), plomp.

lu moderation; strong but not clumsy.

work (wweiirk), werk.

satisfaction (sèt-is-tèk'-sjun), bevrediging.

My work, sir, will give you satisfaction.

shoe (sjoe), schoen.

1 wish also to have a pair of thin shoes for

the summer.

Will you try on the new boots?

to draw (drao), trekken.

afraid (e-freed'), bang.

They draw on very tight, 1 am afraid they are too small.

hook (hoek), haak.

Take the boot-hooks, sir,

across (e-kros'), over, op.

instep (in'-stèp), wreef.

to pinch (pintsj), knellen.

ioe (too), teen.

It's bard work; these boots will never do.

— They are too tight across the instep.

— They pinch me at the toes.

last (laast), leest.

again (e-Gen'), weder, nog eens.

stretch (strètsj), rekken.

I shall put them on the last again, and let tbem stretch a little.

brought (braot), meegebracht.

Now they fit me very well. Have you brought

a bill?

1 have, sir.

to put (poet), zetten.

receipt jre-siet'), qnitantie.

Put a receipt to it.


ocr page 100

11.

to makt (meek), maken.

parly (paart-i), gezelschap.

I am going with some friends to the play this evening, wilt you make one of the party?

pleasure (plèz'-jur), genoegen. mho (hoe), wie.

rest (rest)overigen.

company (kum'-pèa-ni), gezelschap.

With pleasure. Who are the rest of the company?

Spencer (spèn'-ser), een eigennaam. cousin (kuzn), neef.

Miller (mil'-ler), een eigennaam.

Miss Spencer and her cousin Mr. Milier.

to arrive (èr-raiV), aankomen.

Indeed! when did he arrive from the country? yesterday (jès'-ter-dee), gisteren. to remain (re-meen'), blijven.

town (toun), stad.

till (til), tot.

month (munM), maand.

The day before yesterday, and he will remain in town till the end of next month.

to talk (taok), praten.

late (leet), laat.

already (aol-rèd'-i), reeds.

still (stil), nog.

parents (peer'-ents), ouders probably (prob'-e-bli), waarschijnlijk. to detain (de-teen'), ophouden.

hour (our), uur.

But if we talk much longer, we shall be too late, as it is already half past six, and we have still to call for Miss Spencer and her cousin at the bouse of ber parents, where we shall probably be detained half an hour.

let (lèt), laat (van to let, laten).

to set out (set out'), vertrekken. immediately (im-mied'-jèt-li), dadelijk. Then let us set out immediately, we can talk as we go along.

to perform (per-fbrm'), spelen.

What is to be performed this evening?

tale (teel), sprookje.

farce (faars), kluchtspel.

act (èkt), bedrijf.

pen (pen), pen.

Buckstone (buk'-stoon), een eigennaam. The Winter's Tale, and a new farce in two acts from the pen of Mr. Buckstone.

12.

taken (teekn), genomen.

liberty (lib'-er-ti), vrijheid.

happy (hèp'-pi), gelukkig.

to join (dzjoin), zich aansluiten aan. to believe (be-liev'), geiooven.

acquainted (èk-kwweent'-ed), bekend. therefore (dheer'-foor), derhalve. to dispense (dis-pèns'), nalatig blijven.

formal (fbm'-el), formeel.

introduction (in-trod-duk'-sjun), voorstelling.

(iood evening. Miss Spencer: yon see 1 have taken the liberty of bringing a friend with me, who will be happy to join the party. I believe you are already acquainted with him, and therefore we may dispense witb a formal introduction.

Cooke (koek), een eigennaam.

I have already had the pleasure of seeing Mr. Cooke once in company with my cousin.

now (non), nu.

to proceed (prös-sied'), zich voortmaken. theatre (tói'-eetr), theater.

performance (per-form'-èns), voorstelling.

We had better now proceed to the theatre, as the performance begins at half past seven.

to secure (se-kjoer'), bespreken.

Have yon secured places?

.find (faind), vinden.

fourth (foorM), vierde.

box-keeper (bbksquot;-kiep'-er), loge-sluit-ster.

Tes, I have secured three, and 1 have no doubt we shall find a fourth. If we give the box-keeper a trifle.

instead of (in-stied' bv), in plaats van.

Why did you not secure four places instead of three?

because ('be-kaoz'), omdat.

took (toek), nam.

expect (èks-pèkf), verwachten.

Because, when 1 took them, 1 did not expect my friend here.

worst (wweurst), slechtst.

pit (pit), bak, parterre.

If the worst comes to the worst, I shall find a place, and if it were in the pit. fortunate (for'-tjun-neet), gelukkig.

front (frunt), voorste rij.

It is fortunate that we have all front seats. full (foel), vol.

The house is very full.

overture (oov'-er-tjoer), ouverture.

The overture begins.

signal (aic'-nel), teeken, sein.

to tune (tjocn), stemmen.

instrument (in'-strum-mènt), instrument.

No, that is only the signal for the tuning of the instrnmehts.

What do yon think of the performance?

part (paart), rol.

Hermione (her-mai'-on-ni), een eigennaam.

Kean (kien), een eigennaam.

I think, the part of Hermione could not be better performed than by Mrs. Kean.

first-rate (fenrst'-reet), van den eersten rang.


ocr page 101

— 96 —

actress (èk'-très), tooneelspeelster.

wife (wwaif), vrouw.

manager (mèn'-e-dzjer), tooneel-directeur. She is a first-rate actress and wife to the manager.

young jong.

character (ker'-ek-tfr), rol.

Perdita (pear'-di-taa), eigennaam.

face (fees), gelaat.

figure (tiG'-ur), gestalte.

That yoang lady in the character of Perdita has a fine face and figure. awkward (aok-wwerd), ongepast.

lonely (luv'-li), lief.

creation (kri-ee'-sjun), schepping. Shakspeare (sjeek'-spier), eigennaam. imagination (im-medzj-in-nee'-sjun), ver-beeUing.

to represent (rèp-re-zent') ■ voorstellen. uncomely (un-kum'-li), onooglijk.

reteran (vèt'-er-èn), oud grootje. It wonld indeed be awkward to see this lovely creation of Shakspeare's imagination represented by an nn-comely veteran.

The piece is over.

to stay (stee), blijven.

afterpiece (aaft'-er-pies), nastuk.

Shall we stay and see the afterpiece?

to tire (tair), vermoeien.

I will not disturb the rest of the company: but I am tired, and therefore wish you all a good evening.

6ood night.

humble (umfcl), onderdanig.

Tonr humble servant.

I. Herhaling

der opgayen van dezen brief.

Tekst om gelezen en vertaald te worden volgens blz. 29.

„A. merry Christ'mas, uncle! God save' yoaP cried a cheerful voice. It was the voice of Scrooge's neph'ew, who came upon him so quick'ly that this was the first intimation he had of his approach'! — „Bah'1quot; said Scrooge, „Hum'bug!quot; — He had so heat'ed himself with rapid walking in the fog' and frost', this neph'ew of Scrooge's, that he was all in a glow'; his face was rud'dy and hand'some; his eyes sparkled', and his breath smoked' a^ain. — „Christ'mas a hum'bug, uncle!quot; said Scrooge's neph'ew. „You don't mean' that, I am sure.quot; — „Ido',quot; said Scrooge. „Merry Christ'mas! what right' have you to be merry? what reason' have you to be merry? You 're poor' enoughquot;. — „Come', then,quot; returned the nephew gai'ly. „What right have you' to be dis'mal ? what reason have you' to be morose' ? You 're rich' enough.quot; — Scrooge having I no better answer read'y on the spur of the mo'ment, said „Bah'!quot; again; and followed it up with „Hum'bugquot;. — „Don't be cross', uncle,quot; said the nephew.

Taalkundige opgaven.

§ 157 (blz. 86). Opgave 1.

§ 158 (blz. 86). Opgave 2.

§ 159 (blz. 87). Opgave 3.

§ 160 (biz. 87). Opgaven 4 en 5.

§ 161 (blz. 88). Opgave 6.

§ 162 (blz. 88). Opgave 7.

§ 165 (blz. 88). Opgave 8.

NB. Wie kent niet het spreekwoord: Hoe meer haast boe minder spoed? En

wie heeft niet reeds menigmaal de waarheid daarvan ondervonden? Niet slechts in de gewone bezigheden van het dage-lijksch leven, maar in alles wat wij doen, vorderen wij altijd het best, wanneer wij geleidelijk, geregeld onzen gang gaan. Zoo ook in de studie, en geenszins het minst voorzeker bij taalstudie. Vooral dan ook moet dit ware woord in het oog worden gehouden door allen, die goed Engelsch wenschen te leeren spreken. Over het algemeen spreken de Engelschen zeiven hunne taal zeer rad; geenszins echter is die radheid van tong het eerste, dat de vreemdeling zich eigen moet trachten te maken. Integendeel moet bij ieder, die Engelsch leert, de zuiverheid en duidelijkheid van uitspraak geheel op den voorgrond staan. Wie zuiver en duidelijk ieder woord uitspreken wil, zal aanvankelijk slechts langzaam kunnen spreken; maar zoodoende zal hij zich vrij waren tegen onjuistheden en onnauwkeurigheden in de uitspraak, die, eenmaal aangewend, niet dan met veel moeite weder af te leggen zouden zijn. Het langzaam spreken daarentegen is een gebrek, dat door de gestadige oefening van dag tot dag minder zal worden; en jeder, die zich bevlijtigd heeft om aanvankelijk zuiver te spreken, hoe langzaam dan ook, zal later het voorrecht hebben, ongemerkt de gewenschte radheid van tong te hebben verkregen zonder nadeel voor de zuiverheid van uitspraak. Op het Engelsch-spreken is van toepassing wat Q-uincti-lianus van het Latijn-schrijven zegt: Non celeriter scribendo bene, sed bene scribendo celeriter discimus, dat is: Niet door snel schrijven leeren wij goed schrijven, maar door goed schrijven leeren wij snel schrijven.


ocr page 102

Leercursus der Eugelsche taal door zelfonderricht.

6° B R IE F.

(LES 11 EN 12.)

ile LES.

Dat zij uw doel! De mensch, die, zonder plichtverzaking,

Zijn krachten goed besteedt.

Kan ook op eiken trap bereiken de volmaking!

S. d. B.

(Naar Rückert, Weisheii der Brahmanen,

XIX, Boek 35, vers 7.)

A. Tekst.

(Oefen. 1—3 volgens het op blz. 32 [Eens voor al] gegeven voorschrift.)

«What else can I be,quot; returned the uncle, »-wlien I live

wwot cisquot; ken ai bi re-leumd' dhi unkl wwèn ai liv Wat anders kan ik zijn, hernam de oom, wanneer ik leef

1 in such a world of fools] as this? Merry Christmas! Out

in sutsj « wweurld öv feelsquot; è® dhisquot; mèr'-ri krisquot;-incs outquot; in zulk eene wereld van gekken als deze ? Vroolijke Kerstmis! TJit

upon merry Christmas! What's Christmas time to you but

up-on' mèr'-ri krisquot;-mès wwöts kris'-mès taim tóe joequot; but

op vroolijke Kerstmis! Wat is Kerst- tijd voor u behalve

2 a time' for paying bills without money,] a time for

e taim for pee'-iw? bilzquot; wwidh-out' munquot;-i e taim for een tijd voor betalende rekeningen zonder geld, een tijd voor

finding yourself 3 a year older, and not an hour richer;]

faind'-iwy je?r-sèlf e jier ooldquot;-er end not en our ritsj,,-er

vindende n zeiven een jaar ouder en niet een uur rijker;

a time for balancing your books and having every item in

e taim for bel'-ens-i»// jer boeksquot; ènd lièv'-iwijr ov'-er-i ai^-tèm in een tijd voor opmakende uwe boeken en hebbende iederen post in

'em 4 through a round dozen of months] presented dead

em f/iioe e round duznquot; ov munMs pre-zènt'-ed dèd''

hen door een rond dozijn van maanden voorgesteld dood

against you? If I could wort my will,quot; said Scrooge,

e-Genst' joe if ai koed wweurk mai wwilquot; sèd skroedzj egen u? Als ik konde bewerken mijn wil, zeide Scrooge

5 indignantly,] «every idiot who goes about with »»Merry

in-diGquot;-nènt-li id'-i-ot lioe gooz e-bout' wwidh mèr'-ri

verontwaardigd, iedere half-gare, die gaat rond met vroolijke

Christmasquot;quot; 6 on his lips,] should be boiled 7 with his own

krisquot;-mès on hiz lips sjóed bi boild* wwidh liiz oon

Kerstmis op zijne lippen, zou worden gekookt met zijn eigen

pudding,] and buried 8 with a stake of holly] 9 through his

pudquot;-dk^ .ènd bèr'-ried wwidh e steek bv h61quot;-li ^roe hiz

pudding en begraven met een paal van steekpahn door zijn

heart.] He should!quot; — »Uncle!quot; pleaded the nephew. —

haart hi sjóedquot; unkl'' plied'-ed dhe nev'-joe

hart. Hij zou! Oom pleitte de neef.

»Nephew!quot; returned the uncle 10 sternly,] 11 «keep Christ-

nev'-joe re-teurnd' dhi unkl steii?'nquot;-li kiep kris'-

Neef hernam de oom ernstig, houd Kerst-

Servaas de Bruin, Engelsche Taal. 7

ocr page 103

mas in your own way, and let me keep it in mine.quot;] —

mes in joer oonquot; wwee ènd lèt miquot; kiep it in mainquot; mis in uw eigen weg en laat mij houden het in (den) mijne.

»Eeep it!quot; repeated Scrooge's nephew. »But you don't keep

kiepquot; it re-piet'-ed skroedzj'-eas nèv'-joe but joe (10011^ kiep

Houden het I herha'aldc Scrooge's neef Maar gij doet niet houden

it.quot; — »Let me leave it alone, then,quot; said Scrooge. 12 »Mucli

it let mi liev it e-loonquot; dlièn sèd skroedzj mutsj

het. Laat mij laten het alleen dan, zeide Scrooge. Veel

good] may it do you! Much good it has 13 ever] done you!quot;

coed mee it doequot; joe mutsj coed it liea èvquot;-ej' dun joe goed moge het doen u! Veel goed het heeft immer gedaan ul

(4e Oefening.) B. Hollandsclie Vertaling.

„Wat kan ik anders zijn,quot; hernam de oom, „sis ik in zulk eene wereld (vol) gekken leef als deze? Vroolijke Kerstmis! Ga weg (met uw) vroolijke Kerstmis! Wat is de Kersttijd voor u anders dan een tijd om rekeningen te betalen zonder geld; een tijd om te bevinden, dat gij een jaar ouder, en geen uur rijker zijt; een tijd om uwe boeken op te maken, en iederen post daarin een rond dozijn maanden lang onbetaald te zien staan? Als ik (mgn zin had),quot; zeide Scrooge wrevelig, „dan moest iedere half-gare, die rondgaat met „„Vroolijke Kerstmisquot;quot; op zijne lippen, met zijn eigen (Ker8t-)piidding (gaar-)gekookt en met een priem van steekpalm (♦) door zijn hart begraven worden. Dat moest hij!quot; „Oom!quot; pleitte de neef. — „Neef!quot; hernam de oom ernstig, „boud (gij) het Kerstfeest (zooals gij goedvindt), en laat mij het houden (zooals ï'/' verkies).quot; — „Het houden!quot; zeide Scrooge's neef hem na. „Maar gij houdt het (in het geheel) niet.quot; — „Welnu, laat mij het dan ^niet houden),quot; zeide Scrooge. „Veel (heil) moge het u (aanbrengen)! Veel (heil) heeft het u altijd (aangebracht)!quot;

(*) Op Kerst-avond worden in Engeland de kamers groengemaakt met steekpalm (het groen van den steen-eik; hulst-takken). Een buisgezin moet wel in de allerdiepste armoede verkeeren, wanneer het op Kerst-avond geen plumpudding (plumquot;-pud'-diw^) op tafel heeft.

(se Oefen.) C. quot;Wederzijdsche Vertaling.

(Zie blz. 18 en 75.)

Oplossingen

der Opgaven, vervat in den vorigen brief. Opgave I van § 157 (blz. 86): 1. God aoes not save the sinners. — 3. My nephew did not come to the count-inghouse. — 3. The face of the clerk is not handsome. — 4. The fire does not smoke in the poor man's house. — 5. Tou have not the right to stop me. — 6. The clergyman did not follow the funeral. Opgave 2 van § 158 (blz. 86): 1. At what o'clock does the play begin?

— 2. Had the register been signed by the rich gentleman's uncle? — 3. Did the children put the nails into the box?

— 4. Did the voices disturb my father?

— B. Does my nephew know the old clergyman's name? — 6. Was the white dog in the street? — 7. Are bis son's eyes blue? — 8. Could the beat thaw the snow?

Opgave 3 van § 159 (blz. 87): 1. Does my answer astonish him? It does. — 2. Do the people paint the church ? They do. — 3. Did you ask him his name? We did. — 4.1 did not hear the clock, but my father did.

Opgave 4 van § 1B0 (blz. 87): 1. sadly. — 2. excellently. — 3. undoubtedly. — 4. wonderfully. — 5. newly.

— 6. sharply. — 7. generously. — 8. secretly. — 9. thinly. — 10. externally. — 11. openly. — 12. dearly. — 13. darkly.

— 14. coldly. — 15. bitingly. — 16. densely, — 17. strongly. — 18. firstly. — 19. rapidly. — 20. poorly.

Opgave 5 van § 160 (blz. 87): 1. particular. — 2. emphatical. —

8. dreadful. — 4. distinct. — 5. perfect. — 6. rash. — 7. literal. — 8. shrewd. —

9. quick.

Opgave 6 van § 161 (blz. 88). De hoofdzinnen, die'onderstreept moeten worden , zijn hier gedrukt met cursief-letters.

1. We knew that the old gentleman lived in the white house. — 2. It is so


ocr page 104

dark that we cannot see in this room. —

3. The clerk did not say where he lived, that his master might not follow him. —

4. When the children came into the warehouse, they did not see their father. —

5. The beggar said his name before the clerk could ask him. — 6. If we had known the way, we should not have inquired it.

Opgave 7 van § 162 (biz. 88):

1. The weather was frosty, and we had no fire. — 2. We are very poor, or we should not have implored them. — 3. We did not know his name, but we knew where he lived. — 4. I cannot repeat the story, for I did not hear it.

Opgave 8 van § 165 (biz. 88):

1. The weather is cold and foggy. —

2. Am I not as good as my partner? —

3. Our house is not much smaller than the old church. — 4. My friend said, it was all the same to him. — 5. He was not so weak, but that he spoke very distinctly. — 6. His hands were cold, as though he had been dead.

Les 9 en 10 (biz. 94). Gesprekken. 10. Ben ik (hier te) recht, mijnheer? (ben) ik niet besteld om van morgen hier te komen, om (u de) maat te nemen (van) [voor] een paar laarzen ? — Ja; ik wensch twee paar te hebben, mits gij ze klaar kunt krijgen tegen Zaterdag. — Ik heb het juist (op dit oogenblik) [nu] zeer druk, mijnheer! maar ik zal mijn best doen en (zien dat ik) ze klaar krijg tegen dien dag. — Ik moet ze bepaald hebben , (want) (aangezien) ik vertrek [op] Zaterdag avond. — Hebt gij [eenigerlei] bijzondere voorschriften te geven (hoe ze gemaakt moeten worden) [aaugaande het maaksel]? — Neen, (als ze maar tamelijk hoog zijn) [slechts laat ze komen op tamelijk hoog], en maak ze vooral niet te nauw. — (Verlangt gij) [zoudt gij wenschen te hebben] de zolen dik of dun? — (Tusschen-beide) [In gematigdheid]; sterk, maar niet plomp. — Gij zult over mijn werk tevreden zijn, mijnheer 1 [woordelijk: Mijn werk, mijnheer! zal geven u tevredenheid.] — Ik wensch ook een paar (lichte zomerschoenen) [dunne schoenen voor den zomer] te hebben. — Wilt gij (zoo goed zijn) de nieuwe laarzen aan (te) passen ? — Ze (gaan zeer moeielijk) [trekken aan zeer nauw], ik ben bang dat ze te klein zijn. — Neem den laarzentrekker, mijnheer! — Het (gaat moeielijk) [is hard werk]; die laarzen (kan ik onmogelijk houden) [zullen nooit doen]. Ze zijn te nauw op [across'] de wreef. Ze knellen mij aan de teenen. — Ik zal ze (nog eens) [weder] op de leest zetten, en laten ze een weinig rekken. — Nu passen ze mij zeer goed. Hebt gij (uwe) [eene] nota medegebracht? — (Om u te dienen) [Ik heb], mijnheer! — Zet er (voldaan) [eene quitantre] onder.

(blz. 95.) 11. Ik ga van avond met eenige vrienden naar de komedie; wilt gij (mede) [maken een] van de partij (zijn)? — Met genoegen. Wie zijn de (anderen) [overigen] van het gezelschap? — Jufvrouw Spencer en haar neef mijnheer Miller. — Zool wanneer is hij (van buiten) [van het land aan-]gekomen? — Eergisteren, en hij zal in stad blijven tot het laatst \end\ van (de) volgende maand. — Maar als wij (nog) [veel] langer praten, zullen wij te laat (komen) [zijn], (want) [aangezien] het is reeds half zeven, en wij moeten juffrouw Spencer en haren neef nog afhalen aan het huis van hare ouders, waar wij waarschijnlijk een half uur opgehouden zullen worden. — Dan (moesten wij maar) [laat ons] dadelijk heen gaan, wij kunnen praten (onderweg) [terwijl wij voortgaan]. — Wat (geven ze) [is te worden gespeeld] van avond? — Het Wintersprookje en een nieuw kluchtspel in twee bedrijven van [de pen van mijnheer] Buckstone.

(blz. 95.) 12. Goeden avond, jufvrouw Spencer! gij ziet, ik heb de vrijheid genomen een vriend mede te brengen, die (zeer) gelukkig zal zijn (zich) aan te (mogen) sluiten (bij) het gezelschap. Ik geloof dat gij reeds met hem bekend zijt, en derhalve kunnen wij eene formeele voorstelling achterwege laten blijven. — Ik heb het genoegen reeds gehad mijnheer Cooke eens te (ontmoeten bij) [zien in gezelschap met] mijne nicht. — (Wij moesten) [wij hadden beter] nu voortmaken naar de komedie, (want) [aangezien] de voorstelling beffint om half acht. — Hebt gij plaatsen besproken? — Ja, ik heb (er) drie besproken, en ik twijfel niet (of) wij zullen (nog wel) eene vierde vinden (ook), als wij de loge-sluitster (maar) een fooitje geven. — Waarom hebt gij (geen) [niet] vier plaatsen besproken in plaats van drie? — Omdat ik, toen ik ze nam, mijn vriend hier niet verwachtte. — In het slimste geval (1) zal ik (wel) eene plaats vinden, (al ware het) [and if it icere] in den bak. — Het is gelukkig dat wij allen voorstebank-plaatsen hebben. — (De komedie, of de zaal, is zeer goed bezet) [Het huis is zeer vol]. — De ouverture begint. — Neen, dat is slechts het sein om de instrumenten te stemmen. — Wat (zegt) [denkt] gij van de voorstelling ? — Ik (geloof) [denk], (dat) de rol van Hermione niet beter ge-


7*

1

noods in den bak,

ocr page 105

speeld iperformed\ konde worden, dan (die) door mevrouw Kean (gespeeld wordt). — Zij is eene tooneelspeelster van den eersten rang en (de) Trouw van den tooneel-directeur. — Die jonge dame in de rol van Perdita heeft een (lief geslohtje) [schoon gelaat] en (eene fraaie) gestalte. — Het zou (ook) inderdaad tegenstrijdig [atckicard] zijn, deze lieve schepping van Shakespeare's vernuft voorgesteld te zien door een onooglijk oud grootje. — Het stuk is (uit) [over], — Zullen wij blijven en (ook) het nastuk zien? — Ik zal de overigen Tan het gezelschap niet hinderen ; maar ik ben moe, en daarom wensch (ik) u allen [een] goeden avond. — Goeden nacht. — Uw onderdanige dienaar.

(6e oefening.) D. Spraakkunst.

[§ 153.] In § 151 (blz. 77) hebben wij de Onbepaalde wijs, de Aantoonende wijs en de Voorwaardelijke wijzen van het werkwoord leeren kennen. De volzinnen :

Mind!

Come, then;

Don't be cross;

Keep Christmas in your own way;

Let me keep it in mine;

Let me leaTe it alone geven ons gelegenheid, om aangaande de W ij z e n der werkwoorden nog iets meer te zeggen. De in die volzinnen met cur-sief-letters gedrukte werkwoorden mind, come, don't, keep, let drukken geen daadzaken uit, en staan dus niet in de Aantoonende wijs; zij stellen geen werking voor als afhankelijk van een beding, en staan derhalve ook niet in een der twee Voorwaardelijke wijzen; overigens zijn het ook geen deelwoorden, want daarvan hebben zij den uitgang niet; en evenmin zijn het Onbepaalde wijzen, want ze staan niet in de plaats van zelfstandige naamwoorden, ofschoon de vorm, waarin ze zich hier voordoen, zooals wij aan come, do en keep zien, met den vorm der Onbepaalde wijs overeenstemt. Ze drukken allen eene tot een tweeden persoon gerichte aanmaning uit om iets te doen. Om dergelijke aanmaningen, waartoe in de voornaamste plaats de bevelende of gebiedende toespraken behooren, uit te drukken, bezigt men eene bijzondere Wijs van het werkwoord, namelijk de Gebiedende wijs, imperalive (im-pèr'-rèt-tiv).

De Gebiedende wjjs, die zoowel in het Enkelvoud als in hetMeer-Toud Tan den tweeden persoon voorkomt, is altijd gelijkluidend met de Onbepaalde w ij s.

Opgave 1. Vertaal:

1. Begint met uwe geschiedenis! —■ 2. Onderteeken dezen brief niet! — 3. Zegt wat gij er van [of if] weet! — i. Breng mij eene kaars! — 5. Noemt uwen zoon geen gek [Noemt niet uwen zoon een gek] 1 — 6. Houdt hem staande. — 7. Gaat niet in de wegen der zondaars!


3.

mannelijk ie (hi) fas (hiz) fiim (him)

vrouwelijk onzijdig

s/ie (sji) it (it)

her (heu»-) its (its)

her (heur) it (it)

le naamval (subjectief) I (ai) Ze „ (possessief) my (mai) 4e „ (objectief) me (mi)

Meervoud le naamval

they (dhee) their (dheer) ihem (dhèm)

we (wwi) ovr (bur) us (us)

als attributen gebezigd wordende, de bij-voeglijkebezittelijkevoornaamw. De zelfstandige bezittelijke voornaamwoorden zijn de onderstaande, die men, daar ze in dezelfde volgorde vermeld staan, gemakkelijk herkennen zal: mine (main), thine fdhain), his (hiz), hers (heiirz), its (its), ours (ourz), yours (joerz), theirs (dheerz).

Opgave 3. Geef de Hollandsche beteekenis van bovenstaande zelfstandige bezittelijke voornaamwoorden.

4e

Opgave 2.

beteekenis op.

[§ 135.] My mJiallowed hands shall

not disturb it.

Keep Christmas in your own Kay, and

let me keep it in mine.

Hier hebben wij twee verschillende Tormen voor hét bezittelijk voornaamw. van den eersten persoon enkelv. In den eersten volzin is my het attribuut van hands; in den tweeden volzin staat mine zonder zelfst. naamw.; het is zelf als zelfstandig gebezigd. De vormen van den tweeden naamval, die in de tafel van § 174 voorkomen, zijnde

[§ 134.] Wij hebben reeds zoo vele persoonlijke voornaamwoorden ontmoet, dat nog slechts ettelijke vormen ons ontbreken. De onderstaande tafel zal voor ieder, die reeds de drie personen, geslachten en naamvallen kent, Tolkomen duidelijk zijn.

Geef voor elk der in bovenstaands tafel vermelde vormen de Hollandsche

2.

t/iou (dhöu) t/iy (dhai) t/iee (dhi)

i/oii (joe) your (joer) you (joe)

Enkelvoud

ocr page 106

— 101 —

Opgave 4. Vertaal:

1. Breng mij uws vaders rekening, breng mij niet de uwe! — 2. Het is mijn geld, maar de oude vrouw zegt, dat het 't hare is. — 3. De kinderen kwamen met mijne boeken, want zij konden de hunne niet vinden.

[§ 136.] A. § 161 (blz. 87) heeft ons geleerd, dat de adverbiale bepaling vervangen kan worden door een volzin, den adver-bialen nevenzin of adverbialen zin.

In de verbindingen:

his clerk, who was copying letters; Scrooge's nephew, who came upon him; every idiot, who goes about;

no wind that blew zijn de zelfst. naamw. clerk, nephew, idiot en wind door de daarachter volgende volzinnen nader bepaald; die volzinnen vervangen dus de attributen (§97, blz. 53), en zijn derhalve attributieve zinnen. Om de adverbiale zinnen aan het voorafgaande te verbinden, bedienen wij ons van de voegwoorden, ter verbinding van de attributieve ziunen bezigen wij de betrekkelijke voornaamwoorden, relative (rèl'-èt-tiv) pronouns.

B. Het betrekkelijk voornaamwoord who wordt slechts van personen gebruikt. Het heeft een bijzonderen vorm, ichose (boei), voor den tweeden naamval, en een bijzonderen vorm, whom (hoem), voorden vierden. Achter voorzetsels staat de vierde naamval, zoowel van het betrekkelijk als van het persoonlijk voornaamwoord.

C. Het betrekkelijk voornaamwoord that wordt zoowel van personen als van dingen gebruikt.

1). In de volzin-verbinding:

The clerk tried to warm himself at the candle;

in which effort he failed (Les 8)

is in which effort he failed insgelijks een attributieve zin, toegevoegd aan den als zelfst. naamwoord gedachten inhoud van den geheelen voorafgaanden hoofdzin. Het betrekkelijk voornaamw. which is echter in dezen zin niet, gelijk who en that, de vertegenwoordiger van het zelfst. naamw., maar staat attributievelijk of adjec-tievelijk bij het zelfst. naamw. effort.

Het betrekkelijk voornaamw. which is het eenige betrekkei ij k voornaamwoord, dat adjectievelijk gebruikt kan worden.

Wordt het betrekkelijk voornaamwoord which, gelijk who en that sabstantievelijk gebruikt, dan mag men het niet op personen laten slaan.

Opgave 5. Vertaal:

1. Dc bedelaar, die zeer oud was, stond op [in] de donkere binnenplaats. — 2. Ik zag den heer, wiens neef uw vriend is. — 3. Waar zijn de kinderen, met wie

gij naar ue kerk kwaamt? — 4. De hond, die mijnen oom volgde, is aan de deur. — 6. Het huis, uit hetwelk zij kwam, is in deze straat. — 6. Ik noemde hem Karei, op welken naam hij antwoordde. [§ lïï.] In de verbindingen: the story I am going to relate; It was the very thing he liked; the first intimation he had;

zijn de achtergevoegde, met gewone letter gedrukte volzinnen onmiskenbaar attributieve zinnen: daaraan ontbreekt echter het verbindende betrekkelijk voornaamwoord. Het betrekkelijk voornaamwoord Iaat men in het Engelsch zeer gaarne weg, vooral wanneer het, gelijk in bovenstaande volzinnen, in den vierden naamval staat. Dit geldt niet alleen voor den vierden naamval als voorwerp van bedrijvende werkwoorden, maar tevens voor den van een voorzetsel afhankelijken vierden naamval van het betrekkelijk voornaamwoord; want volgens de vorige paragraaf is de vierde naamval die naamval van het voornaamwoord, die met voorzetsels in verbinding gebracht wordt. Daardoor laten zich ook de volgende verbindingen verklaren:

anything he chose to put his hand to; the point I started from,

waarin eveneens het betrekkelijk voornaamwoord weggelaten, doch het eigenlijk daarvóór gedachte voorzetsel aan het einde van den relatieven zin gezet wordt.

Opgave 6. Vertaal met weglating van het betrekkelijk voornaamwoord:

1. Ik weet het huis, uit hetwelk hij kwam. — 2. De weg, dien gij gaat, is niet goed. — 3. De lieden, die gij zaagt, zijn aansprekers. 1) — 4. Het raam, aan hetwelk hij stond, was open.

small, smaller; old, older; rich, richer; dead, deadest.

[§ 158.] Wanneer wij twee zelfst. naamwoorden, waaraan wij het bijvoeglijk naamw. klein toevoegen, voor zooveel aangaat hunne kleinheid met elkander vergelijken, en bevinden dat het eene voorwerp het andere in kleinheid overtreft, drukken wij dat uit aldus: Het eene is kleiner dan het andere.

De vorm „kleinerquot; van het bijvoeglijk naamw. „kleinquot; heet de vergelijkende trap ^). In het Hollandsch wordt die gevormd doordien men achter het bijvoeg-

') Aansprekers, nooders, bidders, doodbidders , bedienaars ter begrafenis — in de verschillende doelen van ons vaderland zijn voor die menschen verschillende benamingen in zwang.

2) In Hollandsche spraakkunsten noemt men Uet meestal vergrootende trap.


ocr page 107

lijk naamw. den uitgang „erquot; toevoegt. Volkomen op dezelfde wijze vormt de Engelschraan zijnen vergelijkenden trap comparative (kom-pèr'-rèt-tiv) door achtervoeging van ... er (spreek uit: er). Het voegwoord dan, achter den vergelijkenden trap in het Uollandsch, wordt ook in het Engelsch uitgedrukt door than.

Heeft nu de bedoelde vergelijking plaats tusschen meer dan twee zelfstandige naamwoorden, dan bevindt men:

Een der voorwerpen is het kleinst.

De vorm „kleinstquot; van 't bijvoeglijk nw. „kleinquot; heet de overtreffende trap, superlative (sjoe-pèr'-lèt-tiv). In 't Hol-landsch wordt die gevormd door achter 't bijvoeglijk naamw. den uitgang „stquot; te voegen; in bet Engelsch door achtervoeging van den uitgang ...est (spreek uit: ést).

Opgave 7. Vertaal:

1. Wij brengen u de nieuwste boeken. — 2. Wat is harder dan de hardste steen, en scherper dan het scherpste staal? — 3. Da geringste en armste lieden zijn somwijlen sterker dan de mooiste en rijkste.

[§ 1!9.] Volgens § 131 (blz. 68) moet de stomme e der Onbepaalde wijs wegvallen, als er een uitgang achtergevoegd wordt, die met eene vocaal aanvangt: 'tzelfde heeft plaats als een bijvoeglijk naamwoord, dat met eene stomme e eindigt, in den vergelijkenden of overtreffenden trap gezet wordt.

Opgave 8. Vertaal:

1. Hare oogen zijn gelijk (aan) de blauwste lucht. — 2. Wij zien het licht door den dichtsten mist. — 3. Üw huis is grooter dan het onze. — 4. De kaars heeft een witter licht dan een kolenvuur.

[§ ltsO.] De in § 147 (blz. 76) besprokene verdubbeling van de eind-consonant eener den klemtoon hebbende korte lettergreep, heeft ook plaats bij de vergelijking, comparison (kbm-pèr'-risu) der bijvoeglijke naamwoorden.

Opgave 9. Vertaal:

1. Wat is treuriger dan eens vaders begrafenis? — 2. De gloed van des honds oogen was rooder dan vuur. — 3. Niet de dunste wolk verdonkerde den dag.

heaviest; merry; carried; copying.

[§ ISl.) A. Eindigt een woord met eene y, voorafgegaan dooreen medeklinker, dan wordt, bij 't aanhechten van een met een medeklinker of eene stomme e aanvangend achtervoegsel, diey veranderd in eene i. In plaats van met eene enkele s, wordt dan 't meerv. der zelfst. naamwoorden en de derde persoon enkelv. van den tegenwoordigen tijd gevormd door achtervoeging van. ..es^ bij voorbeeld: sympathy,

sympathies; to carry, he carries.

B. Wordt de y voorafgegaan door eene vocaal (dat wil zeggen door eene klinkletter), dan blijft de y onveranderd, b. v.: way, frays, */ay, d/ays.

C. Eindigt de onbepaalde wijs met ie, dan wordt dat letterteeken in het verleden deelwoord veranderd in y, bij voorbeeld, to rfie, dying.

Opgave 10. Vertaal:

1. Kan een sterke man deze zware doos dragen? — 2. ^aat 2ons 4den invloed van onze smeekingen 5beproeven. — 3. Zijn de brieven overgeschreven geworden? — 4. Hoordet gij ooit grappiger (grappig = merry) histories? — 5. Wij zijn in vriesachtiger landen geweest. — 6. Het plaveisel der steden is met steenen gemaakt. — 7. De kinderen antwoordden met bereidwilligheid toen wij hun vroegen. — 8. Wanneer zullen zij den ouden man begraven?

[§ 183.] In § 159 (blz. 87) hebben wij het gebruik leeren kennen van to do in plaats van de herhaling van een ander werkwoord. Ook hadden wij reeds in de §§ 157 en 158 (blz. 86) gezien, wanneer een werkwoord reeds met een ander hulpwerkwoord samengesteld is, dat alsdan van het hulpwerkwoord to do geen gebruik wordt gemaakt. De tekst van deze les levert ons een voorbeeld, dat diezelfde regel ook van toepassing is, wanneer een werkwoord herhaald moet worden.

Eotry idiot... should be boiled loith his own pudding ... He should !

In plaats van het werkwoord should be boiled te herhalen, staat hier slechts het hulpwerkwoord should.

(7e Oefen.) E. Spelling en Uitspraak, 'em.

[§ a 88.] Slechts in de taal van den dagelijkschen omgang, en waar men die geschreven wil nnbootsen, komt them ge-apostrofeerd als 'em voor.

against.

De gevallen, waarin ai als „èquot; uitgesproken wordt, zijn: again (e-Gen'), weder, against (é-Genst'), tegen; zoo ook said (sed), wanneer het 't verleden deelwoord is van to say (zeggen), maar niet als het een bijvoeglijk naamw. is, b. v.: the said (seed) man, de genoemde man; en eindelijk saint, wanneer het in onmiddellijke verbinding staat met eenen naam, b. v.: Saint Paid (Les 5), doch alleen staande wordt het uitgesproken „seentquot;.

goes.

De werkwoorden to do en to go worden in bijna al de vervoegingsvormen eenerlei geschreven, doch zijn in uitspraak ver-


ocr page 108

schillend.

Opgave II. Schrijf de uitspraak op van de onderstaande vervoegingsvormen:

to do , to go y thou dost, thou goesi, he does , he goes , done, gone.

Éénlettergrepige Oefeningen

over den korten vocanlklank der 1, gelijk in het Hollandsche woord „lipquot; (§ 10, blz. 4). (Zie Les 2 , E. Oefening 7 , blz. 32.)

bib

(bib)

(leppen.

Jib

(fib)

flousje.

glib

(olib)

glibberig.

jib

(clzjib)

kluiverzeil.

rib

(rib)

rib.

squib

(skwwib)

voetzoeker.

chick

Nik)

kuiken.

click

(klik)

getik.

kick

(kik)

schoppen.

lick

(lik)

likken.

nick

(nik)

tijdstip.

pick

(pik)

pikken.

prick

(prik)

prikkel.

quick

(kwwik)

snel.

rick

(rik)

stapel, hoop.

sick

(sik)

ziek.

stick

(stik)

stok.

tick

(tik)

tikken.

thick

(Wiik)

dik.

trick

(trik)

trek.

wick

(wwik)

pit.

bid

(bid)

gebieden.

chid

(tsjid)

beknorde.

did

(did)

deed.

glid

(olid)

gleed.

hid

(hid)

verborgen.

kid

(kid)

geitje.

lid

(lid)

deksel.

quid

(kwwid)

pruimtabak.

rid

(rid)

ontslagen.

slid

(slid)

gleed.

if

(if)

indien.

cliff

(klif)

k'ip. ,

skiff

(skif)

schuitje.

sniff

(snif)

snuffelen.

stiff

(stil)

stijf, [rooken). haaltje (bij 't

whiff

(wwif)

big

(bio)

dik.

dig f'9

(dio)

graven, spitten.

(fie)

vijg-

gw

(oiG)

sjees.

Jig

(dzjie)

ïersche dans.

pig

(piG)

varken.

rig

(.rio)

optuigen.

sprig

(spriu)

takje.

twig

(twwio)

twijg, tak.

wig

(wwio)

pruik, fpartij).

Whig

(wwie)

Whig (staatk.

ill

(il)

slecht.

hill

(bil)

bek.

chill

(tsjil)

kil.

dtll

' (dil)

dille (plant).

drill

(dril)

drillen.

fill

(HI)

vullen.

gill

(Gil)

kieuw.

Gill

(dzjil)

Juultje.

hill

(hil)

heuvel.

kill

(kil)

dooden.

mill

(mil)

molen.

•pill

(pil)

pil.

•prill quill

(pril)

tarbot.

(kwwil)

penneschacht.

rill

(ril)

beekje.

sill

(sil)

drempel.

shrill

(sjril)

schel (in klank).

skill

(skil)

bekwaamheid.

spill

(spil)

storten, morsen.

still

(stil)

stil.

till

(til)

tot.

thill

(Mil)

Icmoen.

thrill

(aril)

trillen.

trill

(tri!)

triller (muziek).

will

(wwil)

wil.

brim

(brim)

rand.

dim

(dim)

onbestemd.

grim

(Grim)

grimmig.

him

(him)

hem.

Jim

(dzjim)

Kobus, Ko.

prim

(prim)

gemaakt, nuffig.

rim

(rim)

rand.

skim

(skim)

schuim.

swim

(swwim)

zwemmen.

trim

(trim)

tooien.

whim

(wwim)

nuk.

in

(in)

in.

(Voortzetting in de volgende les.)

(8e Oefening.) F. LexiCOgTiiphlei (Zie blz. 26 en 32.)

Woorden van gelijken oorsprong als de Hollandsehe.

tcorld, wereld. — vnViout, hier als voorzetsel, in les 8 bijwoord. — to find, vinden. — yourself, uit yomr, uw (volkstaal : jou), en self, zelf. — 6ooi, boek. — throuffh, door. — month, maand. — against, als het bijwoord again (Les 9), jegens. — to work, werken. — tcill, wil, zelfst. nw. gelijkluidend met het werkwoord. — to bury, bergen ; op eene berrie dragen; van dit werkwoord het zelfst. nw. burial (Les 2). — stake , stek, staak , stok. — heart, hart. — stern , streng. Woorden van gelijken oorsprong

als de Fransohe.

fool, foil. — to pay , payer. — bill, billet. — to balance, balancer. — to present , présenter. — indignant, indigné. — idiot, idiot. — boiled, bouilli. — pudding , boudin.

Van gemengden oorsprong. money, „monnaiequot; en munt. — round, „rondquot; en rond. — dozen, „douzainequot; en dozijn. — holly, „nouxquot; en hulst. — to plead, „plalderquot; en pleiten. — to let, „laisserquot; en laten. — mine, „mienquot; en mijn.


ocr page 109

104 —

(9c Oefen.) G. Mondeling Onderhoud,

Vragen.

1. Where did Scrooge believe (spreek uit: be-Iiev' = gelooven) to live ?

3. What was Christmas time to Scrooge's nephew ?

S. How did Scrooge's nephew find himself at Christmas?

4. How often did Scrooge's nephew find the items of his book dead ?

5. How did Scrooge answer?

B. Where had every idiot „Merry Christmasquot; ?

S. With what should he be boiled ? 8. With what should he be buried?* 8. Where should that stake be?

IO. How did Scrooge return his answer?

M. What did he answer?

US, What might Christmas do to Scrooge's nephew ?

IS. When had Christmas done him good ?

(loe Oefening.) H. Gesprekken.

IS.

game (oeem), spel.

Shall we have a game at whist?

I Kill, als het hulpwerkwoord van den toekomenden tijd, komt wel is waar slechts voor in de vormen, opgegeven § 149 (blz. 76); doch to will, willens zijn, is een volledig en regelmatig werkwoord.

agreeable (e-Gri'-ebl), aangenaam.

I am willing if it is agreeable to the rest of the company.

favour (fee'-vur), gunst.

Mr. P. will yon do as the favocr to take a hand at whist?

to cut (khut), snijden; afnemen.

to play (plee), spelen.

to ail (sit), zitten.

Shall we cnt for partners or play as we sit? consequence (kon'-se-kwwcns)gevolg ; aanbelang.

It is of no consequence.

to follow (fbl'-loo), volgen.

custom (kus'-tum), gewoonte, gebruik.

Then let ns follow the custom and cut. Sharp (sjaarp), eigennaam.

fraud (proud), trotscb.

Miss Sharp, I am qnite proud to have yon for a partner.

io deal (diel), uitdeden , kaart-geven. verleden deelw.: deall (dèlt).

Who deals?

I have just dealt, sir.

to shuffle (ajufi), doorschudden.

card (kaard), kaart.

Have yoa shuffled the cards, sir? •

to lead (lied), de eerste zijn, uitspelen.

Who leads?

Tour partner loads.

pack (pek), pak; (een) spel (kaarten). Bring a fresh pack of cards.

Have the goodness to cut.

to misdeal (mis-diel'), verkeerd geven. There is a misdeal.

Ton have misdealt.

to count (kount), tellen.

Count the cards.

to want (wwont), ontbreken.

There is one wanting.

complete (kom-pliet'), voltallig. The pack is not complete.

fallen (faoln), gevallen.

■ floor (floor), vloer.

There is one fallen on the floor.

I have a card too many.

What do we play for?

high (hai), hoog.

I never play high.

halfpenny (bee'-pen-ni), halve penny, halve stuiver, vier duiten.

Then-let it be a halfpenny a point.

lead (lied), voorhang.

It is your lead.

trump (trump), troef.

What are tramps?

Hearts (haarts), Harten.

Diamonds (dai'-mundz), Euiten.

Spades (speedz), Schoppen.

Cluhs (klubz), Klaveren.

Hearts (Diamonds; Spades; Clubs).

thirteenth (thenr'-üenth), dertiende. Why do yon trump a thirteenth card? to revoke (re-vook'), verzaken.

suit (sjoet), volgorde; kleur.

Yon have revoked; you must follow suit. got (Got), gehaald.

odd (od), oneffen.

trick (trik), slag, trek.

We have got the odd trick.

ace (ees), aas,

king (king, bijna kiener), koning; heer. queen (kwwien), koningin; vrouw. knave (neev), schurk; boer.

honour (bn'-ur), eer; honneur, roem. I had the ace and king, and my partner the queen and knave, therefore we are four by honours.

Two by cards, and four by honours make us just out.

held (héld), hield.

bad (bèd), slecht.

few (fjoe), weinig.

I held bad cards and very few trumps.

lost (Ibst), verloren.

to rub (rul»), wrijven, nitwisschen. rubber (ruto'-ber), robberd.

double (dul»l), dubbel.

single (sis^Gl), enkel.

We have lost the rubber; a double, a single, and the rub, make six points.

fond (fond), veelhoudend.

Are you fond of cards?

to kill (kil), dooden.

So, I think of all ways of killing lime, that is the worst.


ocr page 110

— 105 —

12° LES.

Een gezonde en vlijtige mensch is nooit arm; de rijkdom bestaat niet in geld, maar in levenskracht, bekwaamheid en vlijt. In dat drietal heeft men een waren schat, dien geen dieven kunnen stelen, en dien geen wisselvalligheden ons ontnemen kunnen. Wie zou hetzelfde durven beweren van geld ?

(Naar möseu.)

A. Tekst.

(Oefening 1—3 volgens het op blz. 32 [Eens voor al] gegeven voorschrift.)

«There are many things from which I might have derived

dlieer aar mènquot;-i things from wwitsj ai mait licv de-raivd/ Daar zijn vele dingen, van welke ik mocht hebben afgeleid

1 good,] by which 2 I have not profited,] I dare say,quot;

coed'7 bai wwitsj ai licv not prof'-iWd ai deer see

goeds, door welken ik heb niet nut getrokken, ik durf zeggen,

returned 3 the nephew:] 4 ^Christmas] among the rest.

re-tearnd' dhe nev'-joe krisquot;-mès e-m\mg' dhe restquot;

hernam de neef. Kerstmis onder de overigen.

But I am sure I have always thought of Christmas time,

but ai em sjoerquot; ai hèv aol'-wweez ^aot • ov krisquot;-mcs taim Maar ik ben zeker ik heb altijd gedacht van Kerst- tijd,

when it has come round — apart from the 5 veneration]

wwèn it lie® kum roundquot; èp-pjuirt' from dlie vcn-èr-reequot;-sjun

wanneer het heeft gekomen rond — afgescheiden van den eerbied

due 6 to its sacred name and origin,] if anything be-

djoe tóe its seek'-red neem end orquot;-rid-zjin if vvl'-\-thvig he-verschuldigd aan zijn geheiligden naam * en oorsprong, indien iets be-

longing to it can be apart from that — 7 as a good time:]

ïbny'-ing tóe it ken bi èp-paartquot; from dlièt èz e coedquot; taim

hoorende tot het kan zijn afgescheiden van dat — als een goeden tijd:

8 a kind, forgiving, charitable, pleasant time:] the only

e kaindquot; for-(iivquot;-iwy tsjèrquot;-ri-tètol plez^-ent taim dhi oonquot;-li een vriendelijken, vergevenden,, barmhartigen, aangenamcn tijd; den eenigen

time I know of, 9 in the long calendar of the year,] when

taim ai noo ov in dlilt;? \hny kel'-en-dcr ov dlie jierquot; wwèn tijd ik weet van, in den langen kalender van het jaar, wanneer

men and women seem 11 by one consent] to open 10 their

menquot; ènd wwimquot;-en siem bai wwun kon-sènt'7 tóe oopn dlieer

mannen en vrouwen schijnen door eene overeenstemming te openen hunne

shut-up hearts] 12 freely,] and to think of people below

sjut-up' haarts friquot;-li ènd tóe ^ink ov piepl bc-looquot;

geslotene harten vrijëlijk, en te denken van lieden beneden

them as if, they really were 13 fellow-passengers to the

dhèm èas if dliee riquot;-6'l-li wweur fel^-loo-pes'-s^n-dzj^rz tóe dhö

hen als of zij werkelijk waren mede-passagiers naar het

grave,] and not 14 another race of creatures bound on other

Greevquot; end not «i-udliquot;-er rees ov kriet'-jurz bound on udli^-er graf, en niet een ander ras van schepselen gebonden op andere

journeys.] And therefore, uncle, though it has never put

dzjeur'-niesB end dheer'-foor unkl dhoo it hèz nèvquot;-er póet

reizen. En daarom, oom, ofschoon het heeft nooit gelegd

ocr page 111

— 106 —

-skrcp een snipper

Goold' goud

sil'/-v{?r zilver

be-liev' geloof

dhèt dat

of

15 a scrap of gold or silver] in my pocket, I believe that

e -skrcp ov Gooldquot; or siF'-ver in mai pbk'-et sii be-liev' dhèt

zak,

mijn

it lièaquot; dun het heeft gedaan

doe mi Goed ènd ai doen mij goed; en ik

Goed soed,

mi mij

it has doae me 16 good,] and will do me good; and I

it lièzquot; dun mi ooetl end wwilquot; doe mi coed ènd ai

zal

sèns'-ibl gewaar

-\ng wordende

juichte toe:

say, 17 God bless it!quot;] — 18 The clerk in the tank] 19 in-

see God blésquot; it dhe klaark in dlie tènk in-

zeo God zegene het! De klerk in het hok on-

voluntarily] applauded: becoming 21 immediately] sensible

voP-un-ter'-ri-li ep-plaod'-ed be-kum'-iwy im-mied'-jèt-li sèns'-ibl Willekeuri; • • . . . . .

im-mied'-jèt-li dadelijk

20 of the impropriety,] 22 he poked the fire,] and extinguished

ov did im-prop-praiquot;-6'-ti hi pookt dlie fairquot; ènd èks-tiw^r'-Gwwisjt

hij pookte het vuur.

•doofde uit

»Let me hear

lèt mi hier Laat mij hooren

van de ongepastheid.

23 the last frail spark] 24 for ever.]

dlie laast freel spaark for èvquot;-er

de laatste zwakke sprank voor eeuwig.

25 another sound] from you,quot; said Scrooge, »and 26 you'll

en-udh'-tfr sound from joequot; sèd skroedzj ènd joel

een ander geluid van u, zeide Scrooge, en gij zult

keep your Christmas by losing your situation.] You're

kiep joer kris'-mès bai loez'-i??// joer sit-joe-eequot;-sjun joer

houden uwe Kerstmis door verliezende uwe betrekking. Gij zijt

27 quite a powerful speaker,] Sir,quot; he added, turning to his

kwwait e pou'-er-fóel spiekquot;-er seur hi èd'-ded teurn'-iw/ toe hiz

spiek' spreker

pou

volkomen een machtij

. 'lnfJ

mijnheer, hij voegde bij, omdraaiende naar zijn

nephew. »1 wonder you don't quot;go 28 into Parliament.quot;]

nev'-joe ai wwun'-der joe doont goo in'-töe paar'/-li-mèht neef, Ik verwonder mij gij doet niet gaan in parlement.

(4e Oefening.) B. Hollandsche Vertaling.

„Er zijn Tele dingen, waarvan ik nut had kunnen trekken, (doeh) waarvan ik geen (behoorlijk) gebruik gemaakt heb, moet ik (tot mijn leedwezen) zeggen,quot; hernam de neef; „Het Kerstfeest onder acdere (ook). Maar ik ben (verzekerd), als het Kerstfeest (op handen was), (dat) ik dan altijd — afgescheiden van de vereering, versehuldigd aan zijnen geheiligden naam en ooivproug, indien iets dat er toe behoort daarvan afgescheiden kan worden — (er aan) gedacht heb als (aan) een goeden tijd; een liefderijken, vergiö'enis-brengenden, barmhartigen, aangenamen tijd; den eenigen tijd (die mij bekend is) in den langen kalender van het jaar, wanneer mannen en vrouwen (als door één gevoel gedreven schijnen te worden), om hunne geslotene harten (zonder terughoudendheid) te openen, en over lieden, die beneden hen zijn, te denken als waren die werkelijk (hunne) tochtgenooten naar het graf, en niet een ander schepselen-ras , dat andere tochten (af te leggen heeft dan zij). En daarom, oom! al heelt het nooit een stuk goud of zilver in mijn zak gebracht, geloof ik toch, dat het mij nut gedaan heeft, en (dat het mij) nut doen zal; en ik zeg. God zegene het!quot; — De klerk in het hok gaf onwillekeurig lucht aan zijne toejuiching; doch dadelijk de ongepastheid (daarvan) beseffende, pookte hij het vuur (op) en doofde (zoodoende) het laatste flauwe sprankje voor goed uit. — „Als ik uw geluid nog eens hoor,quot; zeide Scrooge, „zult gij uwe Kerstmis kunnen vieren met het verlies van uwe betrekking. Gij zijt een duchtig redenaar, mijnheer!quot; voegde hij er bij, zich tot zijnen neef wendende. „Het verwondert mij, dat gij (nog) niet in het parlement (zit)!quot;

ocr page 112

(Be oefen.) (j, Wederzijdsche Vertaling.

(Zie biz. 18 en 75.)

(6e oefen.) D. Spraakkunst.

[§ 18-4.] Onder de hulpwerkwoorden, die wij uoodig hadden bij de vervoeging, hebben wij de werkwoorden 1 shall en 1 wilt (§ 148, blz. 76) leeren kennen, waarvan verscheidene vormen ontbreken. Zulke werkwoorden, die defectieve, deject-ive (de-fèkt'-iv) genoemd worden, heeft de Engelsche taal er nog eenige, die ons gedeeltelijk reeds uit onzen tekst bekend geworden zijn.

Wij vinden b. v.:

What else can I het le pers. enk. Tegenw. tijd (Les 11).

Nothing wonderful can come.

3e pers. enk. Tegenw. tijd (Les 5).

If 1 could work my will.

Ie pers. enk. Onv. verl. tyd (Les 11).

How could it be otherwise?

3e pers. enk. Onv. verl. tijd (Les 4).

He couldn't replenish it.

3e pers. enk. Onv. verl. tijd, samengetrokken met het geapostro-feerde not (Les 8).

Wanneer wij nu nog aan onze beoefenaars zeggen, dat de tweede personen enkelvoud thou canst en thou couldamp;t heeten, en dat, op den tegenwoordigen en den onvolmaakt verleden tijd na, al de overige vormen ontbreken, zullen zij wel in staat zijn tot het uitwerken over te gaan van

Opgave 12. Vervoeg (Engelscb en Hol-landsch) het werkwoord I can, ik kan.

NB. Dat wij niet, gelijk de meeste leerboeken, de samenstelling der vormen geheel uitgewerkt mededeelen, maar van den beoefenaar verlangen dat hij zelf, waar het slechts eenigszins mogelijk is, de stof der spraakkunst bijeenvoege en in orde schikke, geschiedt opzettelijk. Wat de beoefenaar, al zij het dan ook op nog zoo eenvoudige wijze, uit zich zelvcn gevonden heeft, wordt en blijft veel zekerder eigendom van zijne verstandelijke bevatting, dan hetgeen hem als vreemd werk geheel uitgewerkt wordt aangebracht.

[§ 1§5.] Much good may it do yon. 3e persoon enk. Tegenw. tijd (Les 11).

I mightbeen inclined.

Ie pers. enk. Onv. verl. tijd (Les 3).

He might keep his eye.

3e pers. enk. Onv. verl. tijd (Les 8).

Wanneer wij opmerken, dat de derde persoon enkelvoud tegenw. tijd niet op s eindigt, mogen wij, naar aanleiding van de tot hiertoe vervoegde defectieve werkwoorden, de gevolgtrekking maken, dat . de derde persoon met den eersten persoon overeenstemt. Ue tweede personen enkelvoud heeten thou mayst en thou mighlst. Het werkwoord is op dezelfde manier defect als 1 shall, I will en 1 can.

Opgave 13. Vervoeg nu het werkwoord I may, ik mag.

[§ 18«.] T/iis must he distinotly under-sloid (Les B).

Dit werkwoord ondergaat hoegenaamd geen verandering naar persoon en tijd, doch komt in al de personen van den tegenwoordigen, zoowel als van den onvolmaakt verledenen tijd voor.

Opgave 14. Vervoeg nu het werkwoord 1 must, ik moet.

[§ 1SÏ.] Men geve acht, dat I can, 1 may, 1 must, even als 1 shall, I will en to do de onbepaalde wijs zonder lo als voorwerp achter zich hebben.

One might have thouyht, men had mogen (kunnen) denken (Les 8).

Dit voorbeeld doet ons zien hoe de Engelschen het gebrek aan vormen bij deze defectieve werkwoorden verhelpen. Zij draaien den zin om, en zeggeu: men mocht (kon) hebben.

Opgave 15. Vertaal:

1. De brief had door den passagier (eigenhandig) [met zijne eigene hand] onderteekend moeten worden. — 2. Gij hadt (kunnen) [mogen] weten, dat hel 3m uwe betrekking 2eene onbetamelijkheid 'was. — 3. Ik had het geld niet kunnen vragen, (al ware ik) [indien ik geweest warej armer dan een bedelaar (geweest).

NJ3. Hetgeen tussehen ronde parenthesen () staat moet niet vertaald worden, maar wel hetgeen er tussehen hoekige parenthesen [] achter staat.

[§ 188.] God save you (Les 9)!

God bless il (Les 12)!

Wierd in deze volzinnen eene daadzaak i uitgesproken, dan zouden ze moeten luiden God saves you\ Ooi blesses it. Wij zouden dan het werkwoord in de Aan-toouende wijs zetten. De vormen save en hless zijn die van de Onbepaalde wijs. Ze zijn echter niet de Onbepaalde wijs zelve, want zij bekleeden in den volzin geen plaats, waarin ze vervangen zouden kunnen worden door een zelfst. naamwoord: ze zijn veel meer de preulcaten der beide volzinnen. Intusschen zijn ze ook niet de Gebiedende wijs, want er is hier geen bevel gericht tot een tweeden persoon.

De vormen save en bless moeten dus nieuwe, ons tot hiertoe onbekende vormen van het werkwoord zijn. Zc zijn de Aanvoegende wijs, subjunctive (sul»-dzjonk'-tiv), en dienen hier om eenen wenseli uit te drukken. Ook in het Hollandsch hebben wij voor de Aanvoegende wijs een bijzonderen vorm: God behoede (niet


ocr page 113

— 108 —

„behoedtquot;) u! God zes ene (niet „zegentquot;) het!

De Engelsche Aanvoegende wijs luidt in al de vormen gelijk de Onbepaalde wijs. I'aar de eerste persoon enkelvoud en het geheele meervoud van de Aantoo-nende wijs gelijkluidend zijn met de Onbepaalde wijs, onderscheidt zich de Aanvoegende wijs des Tegenwoordi-gen tijds slechts in den tweeden en derden persoon enkelvoud van de Aan-toonende wijs.

thou disturb, gij stoort (storet), he disturb, hij stoor (store),

thou have, gij hebt (hebbet), he have, hij hebbe.

Alleen to be heeft eene eigene Aanvoegende wijs, doordien het eene vau de Onbepaalde wijs afwijkende Aantoonende wijs des ïegemvoordigen tijds heeft: I be, ik zij,

thou be, gij zijt,

he be, hij zij,

Ke be, wij zijn,

ytiu be. gij zijt,

they be, zij zijn.

^'at de Aanvoegende wijs des Onvolmaakt verledenen tijds betreft, waarvoor we in het Hollandsch een bijzonderen vorm hebben voor zooveel het enkelvoud betreft, die is in het Engelfch volkomen gelijk aan de Aantoonende wijs des Onvolm. verl. tijds. zooals blijkt uit de voorbeelden;

If ice were not perfectly convinced (Les 5); one might have thought (Les 8); if 1 could work my will (Les 11).

Alleen het werkwoord to be heeft eene bijzondere Aanvoegende wijs des Onvolm. verl. tijds iu het Enkelvoud;

1 were, ik ware,

thou teert, gij waart (waret), tie were, hij ware.

Defectieve werkwoorden, die geen Onbepaalde wijs hebben, kunnen natuurlijk ook geen daarmede gelijkluidenden vorm, derhalve geen Aanvoegende wijs desTegenw. tijds hebben. In de plaats daarvan wordt de Aantoonende wijs gebruikt. Zoo wordt de wensch: Veel goeds moge (niet „magquot;) het u aanbrengen, uitgedrukt door; Much good may it do you (Les 11).

Deze eene paragraaf, die de geheele leer der vorming van de Aanvoegende wijs bevat, levert weder een bewijs hoe uitermate eenvoudig de Engelsche vormleer is, in vergelijking bij het Hollandsch en Fransch.

Wat het gebruik van de Aanvoegende wijs betreft, doen wij hier reeds opmerken, dat deze W^js meer en meer uit de Engelsche taal begint te verdvvijnen. Wij zullen niet nalaten in enkele voorkomende gevallen op de beteekeniser van opmerkzaam te maken; doch eene volledige behandeling van de Aanvoegende wijs achten wij in dezen eersten Cursus minder doelmatig.

Opgave 16. Vertaal;

1. Iedere man zegge zijnen naam.

— 2. Gezegend zij uw weg. — 3. Iedere dag brenge u nieuw goeds (aan).

— 4. Indien het tooneelspel goed geweest ware, zou het toegejuicht zijn geworden.

— 5. Wij hebben een vuur in onze • kamer, opdat het ons warm houde. —

6. Uw neef pocht, als ware hij rijk.

It has come round.

[§ i»».) to come is een onzijdig werkwoord; dat wil zeggen; het heeft geen voorwerp bij zich, waarop het overgaat (§ 111, blz. 58 en 59). In het Hollandsch zegt men: Het is gekomen. Het onzijdige werkwoord „komenquot; wordt in het Hollandsch met „zijnquot; vervoegd.

In het Bngelsch worden alle onzijdige werkwoorden met to have vervoegd —

alweder een groot gemak, in vergelijking bij het Hollandsch en Fransch, in welke beide talen men bij de onzijdige werkwoorden weten moet of ze met „hebbenquot; (avoir),

dan wel met „zijnquot; (étre) vervoegd worden.

Opgave 17. Vertaal;

1. Zijn uwe kinderen van u gegaan ?

— 2. Wanneer is uw vader gestorven?

— 3. De naam stond, waar hij altijd gestaan had.

man, men; -woman, women.

[§ ISO.] Bij het achtervoegen van de s, om het meervoud der zelfst. naamwoorden te vormen, hebben sommige afwijkingen plaats, die afhangen van den uitgang van het woord in het enkelvoud,

zooals wij gezien hebben § 145 (blz. 75) en § 181 (blz. 102). Doch behalve dat bestaat er ook nog eene onregelmatige meervoud-vorming, die echter in het Engelsch slechts zeer weinig zelfstandige naamwoorden treft.

De Hollandsche meervoud-vorming enkel door achtervoeging van... en heeft in het hedendaagsehe Engelsch nog maar alleen plaats bij het woord ox (bks), os;

meervoud oxen (oksn), ossen.

Met de vocaal-verwisseling samengaande, hebben wij dien uitgang en reeds leeren kennen iu:

chi/d (tsjaild), kind; mrv. children, man „ men,

woman „ women.

Wanneer een woord op ... man eindigt, heeft men vooral op te letten of het een met man samengesteld woord is,

dan wel of die uitgang man eenr.n anderen 'i

oorsprong heeft. Zoo, b. v., heeft coun-


É

ocr page 114

— 109 —

tryman, landsman, het meervoud countrymen , landslieden; maar German (dzjeur'-mèn), Duitecher, heeft den regelmatigen meervoudsvorm Germans, Duitschers.

Enkel door vocaal-verwisseling zonder verandering in den uitgang wordt het meervoud gevormd in:

Enkelvoud. Meervoud.

foot (foet), voet, /eelt; (fiet), voeten, goose (Goes), gans, geese (oies), ganzen, toolh (\.oeth), land, tcclh (tietó), tanden.

Behalve de vocaal-verwisseling nog bovendien eene verandering van den medeklinker, die de stomme eind-e vooraf gaat, treilen wij aan in:

Enkelvoud. Meervoud.

huse (lous), luis, Uce (lais), luizen, moKse (möus), muis, mice (mais), muizen.

Over tweeërlei meervoudsvormen en over het meervoud van verscheidene uitheems che woorden, zullen wij bij latere gelegenheid het noodige zeggen.

(7e Oefen.) e. Spelling en Uitspraak, woman, wbineii.

[§ *»»1 Het uiterst zonderling schijnende verschil der uitspraak van dit woord in het enkelvoud en meervoud is het gevolg van eene tweeledige afleiding, namelijk van worn} (wwoem), baarmoeder, en van wife (wwaif), gade; derhalve: womhman, de tot baren bestemde mensch, en uifematt, de vrouwelijke mensch.

shut-up.

[§ 198.] Wanneer in het Hollandsch een werkwoord met een bijwoord samengesteld wordt, staat in de Onbepaalde wijs en in de deelwoorden dat bijwoord voor het werkwoord, waarmede het tot één woord is verbonden, b. v.: binnenkomen, binnenkomende, binnengekomen; in de overige vervoegings-vormen slaat het bijwoord achter het werkwoord en daarvan afgescheiden, zoo b. v.: ik kom binnen.

In het Engelsch blijft het bijwoord altijd op dezelfde plaats staan. Slechts in weinige gevallen staat het vooraan, zooals in mderatood (Les 5). Doch vele voorbeelden hebben wij reeds leeren kennen, waarin het bijwoord achteraan staat: carried about (Les 6), goes about (Les 11), came down (Les 7), io come down (Les 8), came in (Les 8), pouring in (Les 8), coming on (Les 7), put on (Les 8), painted out (Les 6), spoke out (Les 6), struck out (Lcs 6), turning out (Les 5), cut up (Les 4).

Wanneer het verleden deelwoord van zulk een samengesteld werkwoord attributief gebruikt wordt, verbindt men het werknoord en het bijwoord door een koppelteeken, hyphen (haif'-«i), zijnde een enkel streepje, gelijk het koppelteeken in het Hollandsch.

another.

[j 193.] another is tot één woord samengetrokken uit het onbepalend lidwoord an en het voornaamwoord other.

'11.

[§ 194.] Zoowel shall als tcill worden in al de vervoegingsvormen op dezelfde manier verkort, zoodat daaruit de volgende vervoeging ontstaat:

Tegenwoordige Onvolmaakt

tijd. verl. tijd.

VU (ail), I'd (aid),

thou'lt (dhbnlt), thou'dst (dhbudst), he'll (hiel), he'd (hied),

she'll (sjiel), she'd (sjied),

we'll (wwiel), we'd (wwied),

you'll (joel), you'd (joed),

they'll (dheel), they'd (dheed). De onvolmaakt verledene tijd is niet slechts, even als de tegenwoordige tijd, voor 1 shall en I will, maar ook voor to have in den geapostrofeerden ■ vorm dezelfde.

Opgave 18.

Welke zijn dus de Hollandsehe betee-kenissen van de bovenstaande verkorte vormen ?

Sir.

[§ 195.] Sir, de gewone benaming, waarmede men eenen heer aanspreekt, dien men niet bij zijnen naam noemt, wordt somwijlen met eene groote, somwijlen met eene kleine s geschreven. De Engel-schen gebruiken hun woord sir wel is waar veel menigvuldiger dan de Nederlanders hun „mijnheerquot;, maar toch op verre na niet zoo dikwijls als de Franschen hun „monsieurquot;. Wanneer het de adellijke titel van een baronet of ridder is, als wanneer het altijd gevolgd moet worden door den voornaam, wordt het geschreven met eene groote s, dus: Sir Robert Peel (seur rob'-ert piel). Sir William Williams of Kars (seur wwil'-jèm wwil-jèmz ov kaars).

kin. geraas.

jenever.

grijnzen,

maagschap.

Éénlettergrepige Oefeningen

over den korten vocaal-klank i als in het Hollandsehe woord „lipquot;, zijnde de regelmatige korte klank van het letter-teeken i (§ 10 , blz. 4).

(Zie Les 2, E. Oefening 7, blz. 32.)

chin

(tsjin)

din

(din)

fin

(fin)

gin

(dzjin)

grin

(erin)

kin

(kin)


ocr page 115

— 110 —

(pisj)

(wwisj) {fril/t) (kitó) (pii/lt;) (smitó) (wwidh) (fiks) (miks) (siks) (ki'il»l) (dribl) (nil»l) (kwwilil)

ball.

wenschen.

riviermond.

maagschap.

pit, merg.

smid.

met.

vastmaken.

mengen.

zes.

buil, zeef. druppelen, knabbelen, dubbelzinnigheden

zegsen krabbelschrift, volgenden bfief.)

wish frith kith pith smith with fix mix six

*crihhle ^dribble ^nibble * quibble

(*) 1q verzen ■tweelettergrepig. Zie § 08, Wz. 24.

. (8e oefen.) p, Lexicograpliie.

(Zie blz. 26 en 32.)

Woorden van gelijken oorsprong als de Hollandsche.

to dare, durven. — among, (in) eene menigte. — come, hier als verleden deelwoord van de reeds in Les 5 voorgeko-mene onbepaalde wijs; de onvolm. verl. tijd came hebben wij reeds gehad in Les 7; al de vormen van dit onregelmatig werkwoord zijn dus: come, came, come, komen, kwam, gekomen. — round, bijwoord, gelijkluidend met het in Les 10 voorgekomene bijvoeglijk naamw. — to belong, belangen. — toforgite, vergeven.— only, bijvoeglijk naamw., gelijkluidend met het bijwoord in Les 7. — open, werkwoord, gelijkluidend met het bijvoeglijk naamw. in Les 7. — to shut, schutten (opsluiten). — free, vrij. — to think, denken, onbepaalde wijs van het in Les 8 voorgekomene verleden deelwoord thoucjht, gedacht. — as if, eene zelfde verbinding van twee voegwoorden als as though [if, ontstaan uit give, geef, drukt eene gege-vene voorwaarde uit; though, doeh, is eene tegenstelling: door as, als, worden beiden vergeleken met de werkelijkheid; though heeft volkomen dezelfde beteekenis als het samengestelde although). — grave, graf. — bound, gebonden. — scrap, schrapsel , is hel zelfst. naamw. van het werkwoord to scrape, waarvan het tegenwoordig deelwoord scraping in Les 6 voorgekomen is. — gold, goud; verscheidene Hollandsche woorden, die den klank „ouquot; hebben, blijven in het Engelseh eveneens, enkel met verandering van de u 'm l, bij voorbeeld: o«d, oio!; bo«d (boud spreken), foW; hoad (van houden), ho\d-, koad, co\d. — silver, zilver. — to believe, gelooven (in het Engelseh met het partikel of woord-

pin

(pin)

speld.

sin

(sin)

zonde, zondigen.

shin

(sjin)

scheen,scheenbeen.

skin

(skin)

vel.

spin

(spin)

spinnen.

tin

(tin)

tin.

thin

(^in)

dun.

twin

(twwin)

tweeling.

win

(wwin)

winnen.

whin

(wwiu)

steekpalm.

inn

(in)

herberg.

chip

Nip)

snipper.

clip

(klip)

afknippen.

dip

(dip)

indoopen.

drip

(drip)

druipen.

hip

(hip)

heup.

Up

(lip)

lip.

nip

(nip)

nijpen.

quip

(kwwip)

schimpscheut.

rip

(quot;P)

rijten.

scrip

(skrip)

briefje.

ship

(fj'P)

schip.

skip

(skip)

springen.

slip

(slip)

sluipen.

snip

(snip)

snipper.

strip

(strip)

stroopen.

tip

(tip)

tip.

trip

(trip)

uitstapje.

whip

(wwip)

zweep.

is

(iz)

is.

his

(hiz)

zijn.

this

(dhis) (blis)

deze.

bliss

zaligheid,

hiss

(his)

sissen.

kiss

(kis)

kus.

miss

(mis)

missen.

Swiss

(swwis)

Zwitser.

it

(it)

het.

bit

(bit)

beet.

chit

(tsjit)

kiem.

cit

(sit)

stee-aap.

fit

(fit)

passend.

hit

(hit)

raken.

knit

(nit)

breien.

lit

(lit)

verlicht.

nit

(nit)

neet.

pit

(pit)

put.

quit

(kwwit)

verlaten.

sit

(sit)

zitten.

slit

(slit)

splijten.

spit

(spit)

spuwen.

split

(split)

splijten.

sprit

(sprit)

spruit.

twit

(twwit)

verwijt.

wit

(wwit)

geestigheid.

whit

(wwit)

aasje, zier.

writ

(rit)

geschrift.

give

(Giv)

geven.

live

(M

leven.

quiz

(kwwiz)

raadselviaag.

whiz

(wwiz)

suizen.

dish

(disj)

schotel, gerecht.

fish

(flsj)

visch.

*tcrihile (skribl) (Voortzetting in den

ocr page 116

— Ill —

lidje le, in liet llollandscb met ge; in io leave, laten of veroorloïen, hebben wij hetzelfde woord zonder het partikel. — to become, bekomen, wordt vervoegd als to come: de overeenstemming dier twee werkwoorden blijkt uit de beteekenis: „wordenquot; is zooveel als „komen totquot;. — last, laatste. — Het zelfst. naamw. spark is het wortelwoord van to sparkle, vonken spatten, in Les 9, en verwant met het Hollandsehe „sprankquot;. — to lose, loozen (kwijtraken), verliezen; het verl. deelwoord lost gelijkt op bet Hollandsehe „geloosdquot; (kwijtgeraakt), en het zelfst. naamw. loss is het Hollandsehe „verliesquot;. — Het zelfst. nw. speaker is van het werkwoord to speak gevormd, gelijk „sprekerquot; van „sprekenquot;; den onvolmaakt verleden tijd spoke kennen wij reeds uit Les 6. — Het zelfst. nw. wonder, wonder (in Les 5 voorkomende in het bijvoeglijk nw. wonderful] is gelijkluidend met het werkwoord to wonder. Woorden van gelijken oorsprong als de Fransehe.

to derive, dériver. — to profit, profiler.

— apart, a part. — veneration, veneration. — due, du, due. — sacred, saere. — origin, origine. — charitable, eharitable.

— pleasant, plaisant. — real, reel. — creature, creature. —journey, journée. — pocket, poehe. — involuntarily, bijwoord van het bijvoeglijk nw. involuntary, in-volontaire. — to applaud, appiaudir. — immediate immédiat. — sensible, sensible.

— impropriety, impropriété. — io extinguish , verwant met „extinctionquot;. — frail, frêle, fragile. — sound, son. — situation, situation. — .Sir, sire, sieur. — to add, verwant met „additionquot;. — parliament, parlement.

Van gemengden oorsprong.

rest, „restequot; (rest). — long, „longquot; (lang). — calendar, „calendrierquot; (kalen- I der). —fellow-passenger •, fellow is verwant met to follow. volgen, en dus zooveel als follower ('ol-loo-er), volgeling, medegaan-der; passtuger, „passagerquot; (passagier). — race, „racequot; (ras). — powerful, uit power, „pouvoirquot;, en full, „volquot;.

(93 Oefen.) Q, Mondeling Onderhoud.

V ragen.

1# TA ..at might Scrooge's nephew have derived from many things?

2, What must he confess (kon-fes', erkennen) notwithstanding (nbt-wwidh-stend'-i»^, evenwel, desnietleejen-staande) ?

3. Who said all this?

What was among these things?

5. What is due to Christmas?

O. To which things belonging to Christmas is veneration due?

quot; • As what has Scrooge's nephew regarded Christmas?

8. As what more?

». Wherein is Christmas the only good time?

10. What seem men and women to open at Christmas?

11. By what do they open them ? 13. How do they open them?

13. What are people below us really?

14. What are they not ?

15. W hat has Curistmas never put in the nephew's pocket?

16. What has Christmas done to Scrooge's nephew ?

I •. What does Scrooge's nephew wish

to Christmas ? 18. Who applauded ?

IO. How did he applaud?

30. Of what became he sensible?

31. When became he sensible of it? 33. What did he do, when he became

sensible of it ?

33. What did he extinguish?

24. Por how long did he extinguish the fire?

25. What did Scrooge not wish to hear? SB. What did Scrooge threaten (tórètn,

dreigen) to his clerk ?

2S. What did Scrooge call his nephew? 28. Where should Scrooge's nephew go ?

(ice Oefen.) H. Gesprekken.

14.

somebody (sum'-bod-i), iemand.

to knock (nok), kloppen.

Somebody knocks at the door.

See who it is.

Come in.

Hal it is onr consin.

He has just come from London.

How do you do, my dear consin?

I am very wel!, I thank yon.

We are all very happy to see yon.

How are all onr friends in London'

They are all qnite well, I thank you.

When did you set out?

afternoon (aaft-er-noen'), namiddag. At two o'clock this afternoon.

You have been there a long time.

week (wwiek), week.

since (sins), sedert.

left (left), onvolm. verl. tijd van to leave (liev), verlaten.

It is abont three weeks since I left yon. spent (spent), verl. deelw. van to spend (spend), spendeeren, besteden, doorbrengen.

How have you spent yonr time?

to invite (in-vait'), vragen (in de beteekenis van; uitnoodigen).

I have been very often invited out. acquaintance (èk-kwweent'-èns), kennis, bekende.

Have yon seen many of our acquaintances?


ocr page 117

spoken (spookn), verl. dcelw. Tan to

apeak (spiek), spreken.

a great many, zeer Teel.

to present with (pre-zent' wwidh), beschenken of begiftigen met (Tertaai eenTondig: doen).

compliment (kbm'-pli-ment), compliment.

1 have spoken to a great many, I am to present yon with their compliments. refreshment (re-fresj'-ment), TerTersching.

Will you take any refreshment?

No, 1 thank yon.

pray (pree), Toor 1 pray, ik bid (u). tell (tel), Tertel.

news (njoez), nieuws.

Pray tell us some news about London. really (ri'-«l-li), werkelijk.

toxon (toun), stad.

dull (dul), stil.

lately (leet'-li), in den laatsten tijd.

I really have very little to tell you. The town has been very dull lately.

paper (peep'-er), nieuwsblad.

to contain (kon-teen'), inhouden. importance (im-poort'-ens), aanbelang.

The papers contain, indeed, very little of importance.

to stay (stee), blijTen.

How long do you intend to stay?

fortnight (foort'-nait), veertien dagen.

A fortnight, or three weeks.

to hope (hoop), hopen.

possible (p6s'-silgt;l), mogelijk.

I hope you will let us have as much of your company as possible in that time. to oblige (6l»-blaiclzj'), verplichten.

offer (bf-fer), aanbod.

I am much obliged to you, I shall take advantage of your kind offer.

to lodge (lodzj), logeeren.

Where do yon lodge?

At No. 3, Cecil (sès'-il) Street.

happily (hèp'-pi-li), gelukkig.

near (nier), dichtbij.

That is happily very near.

I. Herhaling

der Opgaven van dezen brief.

Tekst om gelezen en vertaald te worden Tolgens het roorschrift op blz. 29.

Les 11. „What else' can I be,quot; returned the uncls, „when I live in such a world of fools' as this' ? Merry Christ'mas! Out' upon merry Christmas! What's Christmas time to you' but a time for paying bills' without mon'ey ; a time for finding yourself a year old'er, and not an hour rich'er; a time for balancing your books' and having every i'tem in 'em through a round doz'en of months presented dead' against you? If I could work my will',quot; said Scrooge indig'nantly, „every idiot who goes about with „„Merry Christ'masquot;quot; on

his lips, should be boiled with his own pud'ding, and buried with a stake of hol'ly through his heart. He should' Iquot; — „Un'-clelquot; pleaded the nephew. — „Neph'ew,quot; returned the uncle, stern'ly, „keep Christmas in your own' way, and let me keep it in mine.quot; — „Keep' it!quot; repeated Scrooge's nephew. „But you don't' keep it,quot; — „Let me leave it alone', then,quot; said Scrooge. „Much good may it do' you! Much good it has ev'er done you Iquot;

Les 12. „There are man'y things from which I might have derived good', by which I haTe not profited, I dare say,quot; returned the nephew; „Christ'mas among the rest'. But I am sure' I have always thought of Christ'mas time, when it has come round' — apart from the Tenera'-tion due to its sacred name and or'igin, if an'ything belonging to it can be apart' from that — as a good' time; a kind', forgiT'ing, char'itable, pleas'ant time: the only time I know of, in the long calendar of the year', when men' and wom'en seem by one consent' to open their shut-up hearts free'Iy, and to think of people below' them as if they re'ally were fellow-passengers to the grave', and not anoth'er race of creatures bound on oth'er journeys. And therefore, uncle, though it has nev'er put a scrap of gold' or sil'ver in my pocket, I believe that it has' done me good, and will do me good; and I say, God bless' it!quot; — The clerk in the tank involuntarily applauded : becoming immediately sensible of the impropri'ety, he poked the fire', and extinguished the last frail spark for ev'er. — „Let me hear another sound from you quot; said Scrooge, „and you'll keep your Christmas by losing your situ-a'tion. You're quite a powerful speak'er, Sir,quot; he added, turning to his neph'ew. „I wonder you don't go into Par'liament.quot;

Taalkundige Opgaven.

Opgaven 1—11 (blz. 100—103) en Opgaven 12 — 18 (blz. 107—109).

In Brief 9 zullen wij een aanvang maken met een geestig kluchtspel in dezen Cursus uit te werken. Intussehen worden de beoefenaars bijzonder opmerkzaam gemaakt op de onderhoudende lectuur, getiteld „Van over de Grenzenquot; (Engelsche serie). De daarbij gevoegde woord- en zinverklaringen, geheel in den trant van dezen Cursus, maken het zelfs den pasbeginr.er mogelijk , zich reeds dadelijk met boeiende lectuur bezig te houden; terwijl de geringe prijs van f 1.50 voor die Engelsche serie eene aanbeveling te meer is, waarvan ieder, die groote vorderingen wil maken op eene aangename manier, partij behoort te trekken.


ocr page 118

Leercursus der Engelsche taal door zelfonderricht.

7e BRIEF.

(LES 13 EN 14.)

13° LES.

Ruhe — cin Labctrunk dem Alter, der Jagend ein Gift.

(Kotzcbue, Graf von Bnrgund.)

Kust — voor d'ouderdom verkwikking, voor de jeugd een gif.

(S. d. B.)

A. Tekst.

(Oefen. 1—3 volgens het op blz. 32 [Eens voor al] gegeven voorschrift.)

quot;Don't be 1 angry,] uncle. Come! Dine with us 2 to-

doont bi èw/'-Gri unkl kumquot; dainquot; wwidh us toe-

Doe niet wezen boos oom. Kom! Eet met ons

morrow.quot;] — Scrooge said that he would see him — yes,

mbr'-roo skroedzj scsl dhèt *) hi wwóed siquot; him jos

morgen. Scrooge zcide dat hij wilde zien hem ja

indeed he did. He went the whole length of the expression,

in-died' hi did'' hi wwènt dhe hooi'7 \hiyth ov dhi cks-près'-sjun inderdaad hij deed. Hij ging de gchecle lengte van de uitdrukking

and said that ho would see him in that extremity first. —

end sèd dhct hi wwóed si him in dhèt èks-trèmquot;-it-ti feurst en zeide dat hij wilde zien hem in dien nood eirst.

»Eut why?quot; cried 3 Scrooge's nephew.] »Why?quot; — 4 »Why

but wwaiquot; kraid skroedzj'-^x nev'-joe wwaiquot; wwai

Maar waarom? riep Scrooge's neef. Waarom? quot;Waarom

did you get married?quot;] said Scrooge. — «Because I 5 fell

did joe Get mèrquot;-ri-lt;quot;d sèd skroedzj be-kaoas' ai fèl

dcedt gij worden tretrouwd? zeide Scrooge. Omdat ik viel

in love.quot;] — «Because you fell in love!quot; growled Scrooge, as

i|i luvquot; be-kaoz' joe fèl in luvquot;' Gronld skroedzj èas

in liefde. Omdat gij vielt in liefde, bromde Scrooge, als

if that were the only one thing in the world more 6 ridic

if dhèt w we air dhi oonquot;-li wwun tinny in dhe wwewld moorquot; rid-dik'quot; of dat ware het eer.ige eene ding in de wereld meer bespot-

ulous] than a merry Christmas. «Good afternoon!quot; — »Nay,

joe-lus dhèn e mèr'-ri krisquot;-mès Goed aaft-er-noen'' neequot;

telijk dan eene vroolijke Kerstmis. Goeden namiddag 1 Neen

uncle, but you never came to see me 1 before that happened.]

utikl but joe nov'-«r keem toe si mi be-foo)-quot; dhèt lièp'-pend oom maar gij nooit kwaamt om te zien mij eer dat gebeurde.

Why give it as a reason 8 for not coming now?quot;] —

wwai Giv it èz a riexn for not kum'-iw// nouquot;

quot;Waarom geven liet als eene reden voor niet komende nu?

«Good afternoon,quot; said Scrooge. — »1 want 9 nothing] from

Goed aaft:e;-noenquot; sèd skroedzj ai wwbntquot; math'-ing from

Goeden namiddag zeide Scrooge, Ik heb noodig niets van

you; I ask nothing of you; why cannot we be 10 friends?quot;—

joe ai aiiskquot; mxth'-\ng ov joe wwai kèn'-not wwi bi frcntlzquot;

u; ik vraag niets van u; waarom kunnen niet wij zijn vrienden?

*) Let wel op, dat de aanvangs- en eindklanken van said en that duidelijk te onderscheiden moeten zijn in uwe uitspraak.

Servaas de Bruin, Engelsche Taal, 8

ocr page 119

»Good afternoon,quot; said Scrooge. — »1 am sorry, with all

Goed aafWr-noenquot; sèd skroedzj ai em s6rquot;-ri wwidh aol

Goeden namiddag; zeide Scrooge. Ik ben bedroefd met al

my heart, to find you so 11 resolute.] We have never had

mai haartquot; toe faind joe soo rèzquot;-61-jóet wwi lièv ncv'-er lièd mijn hart te vinden u zoo vastbesloten. Wij hebben nooit gehad

12 any quarrel,] to which I have been 13 a party.] But

èn'-i kww6rquot;-rtfl tóe wwitsj .aiquot; hèv bin e pjiarquot;-ti hut

eenigerlei twist tot welken ik heb geweest eene partij. Maar

I have made the trial 14 in homage to Christmas,] and I'll

ai hèv meed dlu? trai'-el in hom'-tfdzj toe krisquot;-mès ènd ail ik heb gemaakt de poging in hulde aan Kerstmis en ik zal

keep my Christmas humour 15 to the last.] So 16 A Merry

kiep mai kris'-mes joem'-ur tóe dhe laastquot; soo e mèr'-ri behouden mijne Kerstmis stemming tot het laatst. Zoo eene vroolijke

Christmas,] uncle!quot; — »6ood afternoon!quot; said Scrooge. — »And

krisquot;-mès iinkl Goed aaft-e?'-noenquot; sèd skroedzj ènd

Kerstmis oom! Goeden namiddag zeide Scrooge. En

17 A Happy New Year!quot;] — 18 «Good afternoon!quot; said Scrooge,

e hèp'-pi njoe jier' Goed aaft-er-noenquot; sèd skroedzj

een gelukkig Nieuwe jaar! Goeden namiddag zeide Scrooge.

(4e Oefeu.) B. Hollanclsche Vertaling.

„Wees (toch) niet boos, oom! Kom! (kom) morgen middag bij ons (eten)! — Scrooge zeide, dat hij hem (liever) wilde zien — ja, inderdaad, dat (zeide) hij. Hij sprak den volzin (geheel en al) uit, en zeide, dat hij hem eer in dat uiterste zou willen zien. *) — „Maar waarom?quot; riep Scrooge's neef. „Waarom?quot; — „Waarom zijt gij getrouwd?quot; zeide Scrooge. — „Omdat ik verliefd was geworden.quot; — „Omdat gij verliefd waart geworden!quot; bromde Scrooge, als ware dit het eenige ding ter wereld dat (nog) ongerijmder was, dan (iemand) eene vroolijke Kerstmis (te wenschen). („Tk wil u groeten.quot;) **) — „Neen, oom! maar gij zijt mij nooit (eens) komen opzoeken voordat dat gebeurd is. (Hoe kunt) gij het (dus) als eene reden (opgeven), waarom gij nu niet komt?quot; — „Ik wil u groeten,quot; zeide Scrooge. — „Ik heb niets van u n lodig; ik (verlang) niets van u; waarom kunnen wij geen (goede) vrienden zijn ?quot; — „Ik wil u groeten,quot; zeide Scrooge. — „Het (doet mij in mijne ziel leed), u zoo (onverzettelijk) te vinden. Wij hebben nooit een twist gehad (samen), waarvan ik de oorzaak ben geweest. Maar ik heb de poging beproefd als eene hulde aan het Kerstfeest, en ik wil mijne Kerstmis-stemming behouden tot het laatst. Dus (nogmaals): Eene vroolijke Kerstmis, oom!quot; — „Ik wil u groeten!quot; zeide Scrooge. — „En een gelukkig Nieuwejaar!quot; — „Ik wil u groeten!quot; zeide Scrooge.

• ») Zie § 196, blz. 116. - **) Zie § 199, blz. 117.

{5c Oefen.) C. Wederzijdsclie \ertaliiig.

(Zie blz. 18 en 75.)

Oplossingen der Opgaven, Tervat in den vorigen brief. Opgave 1 van § 173 (blz. 100): 1. Begin with your story! — 2. Do not sign this letter I — 3. Say what you know of it! — 4 Bring me a candle! — 6. Do not call your son a fool! — 6. Stop him! — 7. Do not go in the ways of the sinners! Opgave 2 van § 174 (blz. 100) : Jk, mijn, mij; wij, ons, ons; gij, uw, u;

gij, uw, u; hij, zijn, hem; zij, haar, haar; het, zijn, het; zij, hun (vrouwel. haar), zij. Opgave 3 van § 175 (blz. 100):

Mijne, uwe, zijne, hare, zijne, onze, uwe, hunne (vrouwelijk: hare).

Opgave 4 van § 175 (blz. 101): 1. Bring me your father's bill, do not bring me yours! — 2. It is my money, but the old woman says that it is hers. — 3. The children came with my books, for they could not find theirs.

Opgave 5 van § 176 (blz. 101): 1. The beggar, who was very old, stood


ocr page 120

in the dark court. — 2. I saw the gentleman whose nephew is your friend. — 3. Where are the children with whom you cams to the church? — 4, The dog which followed my uncle is at the door. — 5. The house from which she came is in this street.

— 6. I called him Charles , to which name he answered.

Opgave 6 Tan § 177 (biz. 101):

1. I know the house he came from. — 2. The way you go, is not good. — 3, The people you saw, are undertakers. — 4. The window he stood at, was open.

Opgave 7 van § 178 (biz. 102);

1. We bring you the newest books. —

2. What is harder than the hardest stone, and sharper than the sharpest steel? —

3. The lowest and poorest people are sometimes stronger than the handsomest and richest.

Opgave 8 van § 179 (biz. 102):

1. Her eyes are like the bluest air. — 2. We see the light through the densest fog. — 3. Your house is larger than ours.

— 4. The candle has a whiter light than a coal fire.

Opgave 9 van § 180 (biz. 103):

1. What is sadder than a father's funeral?

— 2. The glow of the dog's eyes was redder than fire. — 3. Not the thinnest cloud obscured the day.

Opgave 10 van § 181 (biz. 102):

1. Can a strong man carry this heavy box? — 2. Let as try the influence of our entreaties. — 3. Have the letters been copied? — 4. Did you ever hear merrier stories? — 5. We have been in frostier countries. — 6. The pavement of the cities is made with stones. — 7. The children answered with readiness when we asked them. — 8. When will they bury the old man?

Opgave U van § 183 (biz. 103):

toedoe, toe goo, dhou dust, dhbuGoost, hi duz, hi gooz, dun, Gon.

Opgave 12 van § 184 (biz. 107): 1 can (ai ken), ik kan,

thou canst (dhou kènst), gij kunt,

he can (hi kèn), hij kan,

kb can (wwi kèn), wij kunnen,

you can (joe kèn), gij kunt,

they can (dhee kèn), zij kunnen.

I could (ai koed), ik kon (konde),

thou couldst (dhbu koedst), gij kondt (kondet), he could (hi koed), hij kon (konde), we could (wwi kóed), wij konden, you could (joe kóed), gij kondt (kondet), they could (dhee koed), zij konden.

Opgave 13 van § 185 (blz. 107): 1 may (ai mee), ik mag,

thou mayat (dhou meest), gij moogt, he may (hi mee), hij mag,

we may (wwi mee), wij mogen,

you may (joe mee), gij moogt,

they may (dhee mee), zij mogen.

I might (ai mait), ik mocht,

thou mightest (dhou maitst), gij mocht,

he might (hi mait), hij mocht.

ree might (wwi mait), wij mochten,

you might (joe mait), gij mocht,

they might (dhee mait), zij mochten.

Opgave 14 van § 186 (blz. 107):

I must (ai must), ik moet, ik moest, thou mmt (dhou must), gij moet, gij moest, he must (hi must), hij moet, hij moest, toe must (wwi must), wij moeten, wij moesten, you must (joe must), gij moet, gij moest, they must (dhee must), zij moeten, zij moesten. Opgave 15 van § 187 (blz. 107): 1. The letter should have been signed by the passenger with his own hand. — 2. quot;Vou might have known that it was an impropriety in your situation. — 3.1 could not have askei the money, if I had been poorer than a beggar.

Opgave 16 van § 188 (blz. 108): 1. Every man say his name. —2. Blessed be your way. — 3. Every day bring you new good. — 4. It the play had been good, it would have been applauded. — 5. We have n fire in our room that it keep us warm. — 6. Your nephew boasts as if he were rich.

Opgave 17 van § 189 (blz. 108): 1. Have your children gone from you? — 3. When has your father died? — 3. The name stood where it had always stood. Opgave 18 van § 194 (blz. 109): Tegenwoordige tijd:

ik zal, wil, wij zullen, willen,

gij zult, wilt, gij zult, wilt,

hij zal, wil, zij zullen, willen,

zij zal, wil.

Onvolmaakt verleden tijd: ik zou (zonde), wilde, had,

gij zoudt, wildet, hadt,

hij zou (zoude), wilde, had, wij zouden, wilden, hadden, gij zoudt, wildet, hadt,

zij zouden, wilden, hadden. Les 11 (blz. 104). Gesprekken. 13. Zullen wij eene partij whist spelen? — (Met genoegen), als het't gezelschap aangenaam is. — Mijnheer P. I wilt gij zoo goed zijn

een partijtje whist mede te maken? _

Zullen wij afnemen (om te zien wie maats zijn), of spelen (zoo) als wij zitten? — Het is hetzelfde. — Laat ons dan het gebruik volgen en afnemen. — Jufvrouw Sharp 1 ik ben (er) wezenlijk trotsch (op) u tot hulp te hebben. — Wie geeft? — Ik heb pas gegeven [mijnheer]! — Hebt


8«

ocr page 121

— 116 —

gij de kaarten doorgescliud [mijnbeer] ? — Wie speelt voor? — Uw maat speelt voor. — Breng een (versch) spel kaarten. — Wees zoo goed af te nemen. — Er is verkeerd gegeven. — Gij hebt verkeerd gegeven. — Tel de kantten. — Er ontbreekt (er) één. — Het spel is niet voltallig. — Er is eene (kaart) op den (grond) gevallen. — Ik heb eene kaart te veel. — Om wat spelen wij ? — Ik speel nooit hoog. — Laat ons dan om een halven stuiver het punt spelen. — Gij moet uitspelen. — Wat is troef? — Horten (Ruiten; Schoppen; Klaveren). Waarom troeft gij een dertiende af? — Gij hebt verzaakt; gij moet kleur bekennen. — Wij hebben den trek. — Ik heb het aas en den heer gehad, en mijn maat de vrouw en den boer; dus hebben wij een vierde roem. — Twee (voor den trek) en een vierde roem; (dus zijn wij) juist uit. — Ik heb (eene) slechte kaart en zeer weinig troeven (gehad). — Wij hebben den robberd verloren, eene dubbele, eene enkele eu de robberd maken zes punten. — Speelt gij gaarne kaart? — Neen, ik (vind) van alle manieren om den tijd te dooden is dit de slechtste.

Les 12 (blz. 111). Gesprekken. 14. (Er) klopt iemand aan de deur. — Zie (eens) wie (daar) is. — Binnen! — Ha! het is [onze] neef. — Hij is (pas) uit Londen (aan)-gekomen. — Hoe vaart gij, [mijn] waarde neef? — [Ik ben] zeer wel, [ik] dank u.

— Wij zijn allen zeer (blijde) [gelukkig] u te zien. — Hoe (maken het) [zijn] al onze vrienden in Londen ? — Ze zijn allen (frisch en gezond) [geheel wel], [ik] dank u. — Wanneer (zijt gij op reis gegaan)? — (Van middag) om twee uren [dezen namiddag]. — Gij zijt laug daar geweest. — Het is omstreeks drie weken (geleden dal) ik u verlaten heb. — Hoe hebt gij uwen tijd doorgebracht? — Ik ben [geweest] zeer dikwijls uitgevraagd. — Hebt gij vele (kennissen van ons) gezien ? — Ik heb (er zeer velen) gesproken: ik (moet) u hunne complimenten (doen). — Zult gij (iets gebruiken)? — [Neen, ik] dank u. — Ik bid u, vertel ons (toch) eenig nieuws (uit) Londen. — Ik heb u wezenlijk zeer weinig te vertellen. De stad is zeer stil geweest (in den laatsten tijd). — De nieuwsbladen behelzen inderdaad zeer weinig van aanbelang. — Hoe lang (denkt) gij te blijven ? — Veertien dagen of drie weken. — Ik hoop, gij zult ons [in] dien tijd zooveel mogelijk [van] uw gezelschap (gunnen). — Ik ben li zeer verplicht, ik zal van uw vriendelijk aanbod (gebruik maken).

— Waar logeert gij? — Cecil Street No. 3.

— Dat is gelukkig zeer dichtbij.

(fie oefen.) D. Spraakkunst. Scrooge said that he would see him —

[§ HI©.] Hier is klaarblijkelijk de volzin onvoltooid gelaten. Het er op volgende he tcent the tchiole length of the expresnon, en de zinspeling op den inhoud van dien volzin: that extremity bewijzen zulks. Scrooge heeft namelijk gezegd: he would see him hanged {\\higA)firsl, hij wilde hem liever zien ophangen. Als schaamde de schrijver zich, deze afschuwelijke verwensching neer te schrijven, breekt hij midden in den volzin af, en zet ten teeken daarvoor eene gedachtestreep, dash (dè?j).

Zulke onvoltooide volzinnen worden ook niet zelden gebezigd, om zich in een levendig gesprek met kortheid uit te drukken. B.v. Why give it as a reason for not coming wow? voor:

Why will you give it us a reason for not coming now ?

[§ lOS1.] A. Bij de Gebiedende wijs wordt doorgaans het onderwerp weggelaten, omdat dit niet genoemd behoeft te worden, daar men den toegesproken persoon voor zich heeft. Behalve de voor-beelJleu van § 173 (blz. 100) vinden wij in deze Les 13:

Come! Dine icUh us to-morrow.

B. Wan nee;' men bij de Gebiedende wijs het onderwerp noemt, wordt daarop een bijzondere nadruk gelegd. Zoo is in:

Don't he cross, uncle (Les 9 en 10);

Don't he angry, uncle,

door er het onderwerp uncle bij te zetten aangeduid, hoe onbillijk Scrooge als oom jegens zijnen neef handelde.

C. De bijvoeging van het hulpwerkwoord to do, die volgens § 15? (blz. 86) bij io he onnoodig is, versterkt hier de door de Gebiedende wijs uitgedrukte aanmaning. In het Hollandsch bezigt men tot zoodanige versterking het bijwoord „tochquot; : Wees toch niet boo?, oom!

[§ 108.] Vooral dikwijls worden de onvoltooide volzinnen in vragen en antwoorden gebezigd, wanneer men het weg-gelatcne gedeelte van den volzin kan opmaken uit hetgeen voorafgaat. Op de vraag: Why did you get married'? is het antwoord: Because 1 fell in love, dewijl vóór het voegwoord because de hoofdzin: 1 got (cot) married, ik ben getrouwd, als van zelf uit de voorafgaande vraag volgt.

Ja, op de bovenvermelde verwensching antwoordt de neef niets anders dan het vragende bijwoord: Why? Dat is volkomen toereikend om uit te drukken, dat hij daarmede de vraag bedoelt: Why would you see me hanged firsts


v

ocr page 122

[§ 1®».] In dc toeroepen:

A merry Christmas (Les 9 en 10); Good afternoon!

A happy New Year!

zijn de roorwerpen van den volzin 1 wish (wwisj) yout ik wensch n, .achterwege gelaten, omdat bet van zelf spreekt, dat die volzin daaronder verstaan moet worden.

De door Scrooge herhaaldelijk gebezigde toeroep good afternoon is overigens geenszins een welwillende wensch aan zijnen neef, maar drukt uit, dat Scrooge verlangend is om van zijnen neef ontslagen te worden; daarom hebben wij het vertaald met „ik wil u groetenquot;.

[§ 200,] Somwijlen wordt 't gesprek zoo levendig, dat wij in de overstelping der gewaarwording geen uitdrukking weten te vinden. Alsdan vervangen wij 't ontbrekende woord door eenen klank te uiten, die op zich zeiven niets beteekent, en die louter dient om aan onze gewaarwording lucht te geven. Zulke uitroep-klanken hectcn tusschenwerpsels, interjections (in-ter-dzjek'-sjuns).

Tot dusverre hebben wij aangetroffen: in Les 6 het tusschenwerpsel OA, en in Les 9 het tusschenwerpsel bah. In het eerste ligt ongeveer de volgende beteekenis opgesloten: Ja, wacht maar; gij weet nog niet half hoe die Scrooge bestond; ik heb u nog oneindig meer van hem te vertellen. Het Bolt is dc uitdrukking van Scrooge's verachting voor de zegenwenschen, die zijn neef hem komt brengen; en de verachting wordt nog sterker uitgedrukt door het volgende : Humbug !, dat ook weder een onvoltooide volzin is, die in haar geheel zou luiden : Ail this is humbug. Dit alles is lorrerij.

[§ 201.] A. ï usschenwerpsels der blijdschap zijn; aha (aa-haa'); hurrah (hur-raa'); huzza (huz-zaa'); lui (haa); heg (hee); heg-day (hee'-dee).

J3. Droefheid en leed worden uitgedrukt door: ah (aa), ach; alack (el-lek'), ach; alas (èl-lès'), helaas; heigh-ho (hai'-hoo), och he; O, Oh (oo), o.

C. Verwondering: eh (ee), ei; ha (haa), ha; O (oo), o.

D. Verachting en afkeer: bah (baa), ba; faugh (fao), ba; /e, fy, Jye (fai), foei; pish (pisj), foh (poo), fooh (poe), pshaw (sjao), bah, hu.

E. Ora stilte ta gebieden;/«slt; (hist), hush (husj), mum (mum), tush (tusj), tut (tut), whial (wwist), st, simt, tut, stil.

F. Om aandacht ofopmerkzaam-heid te wekken: ahoy (e-hoi'), heiho (zee-mansroep); halloo (hèl-loe'), hallo (op de jacht); ho (hoo), ho; holla (hbl-laa'), hola; holloa, hollo (hol-loo'), hallo; hoy (hoi), hei; lo (loo), zie; O (oo), o.

G. Twijfel wordt uitgedrukt door: eh (ee), ei; hum (hm, hum).

H. Verlegenheid door: /ieiM (hem), alt e m (e-hèm'), hem, hm; why (wwai), wel.

I. Verlangen door: O (oo), o.

K. Schrik door: Oh (oo), o,

L. Aansporing aan paarden: (jee

(dzji), jn-

M. Lachen: ha-ha, ha-ha-ha (haa).

Hoe ontoereikend is de geschrevene taal om de rijke verscheidenheid van liet men-schelijk stemgeluid af te beelden! Hetzelfde letterteeken O (groot geschreven) treffen wij vijfmaal aan in bovenstaande lijst. En hoe verschillend klinkt het, al naar gelang van de gewaarwording, die er door uitgedrukt wordt.

Opgave 1. Vertaal:

1. Als ik u nog een oogenblik langer zie, zal ik — [woordelijk: Laat mij zien u een oogenblik meer, en ik zal —-] .... 2. Geef het geld, of — .... 3. Waarom uwen zoon (te) roepen, als gij het zelf kunt doen? — 4. Hoe hem (te) overtuigen, dat de reis noodzakelijk is? — 5. Geef mij uwe hand! — 6. Houd uwe voeten warm!

— 7. Vader, laat mij uwe stem hooren! — 8. Als zondaars u roepen, ga (dan) niet met hen. — 9. Wees niet hard (vochtig), als zulke arme lieden u vragen. — 10. Waarom betaaldet gii de rekening niet? Omdat ik geen geld had. — 11. Wilt gij mij komen zien ? Als ik den weg kan vinden.

— 12. Gij zult nooit mijne toestemming hebben. Waarom niet? Omdat ik uw gezicht niet mag \like\. — 13. Eene vroolijke Kerstmis en een gelukkig Nieuwejaar! — 14. Goeden nacht! — 15. Wanneer de menschen „hoort, hoortquot; roepen in het parlement, iuichen zij den redenaar [spreker] toe. — 16, Hoera voor onze vrienden! — 17. Het oude land (boven) [voor immer], hoezee! — 18. Ach, ze zijn dood.

— 19. De dierbaarste vrienden moeten, helaas! scheiden. — 20. O, wat is het koud [woordelijk: hoe koud het is)! — 21, O, wat is God machtig [hoe machtig God is]! — 22. Foei over [upon\ uwen naam! — 23. St! hoordet gij geen [niet een] geluid? — 24. Zie! dit is de hand Gods! — 25. Hum! het kan wezen. — 26. Waarom is deze man in het huis? Hem! .... ik ... . hem .... ik weet niet.

— 27. O, ware deze dag mijn (aller)laat-ste! — 28. O, (welk een) [het| verschrikkelijk weder!

[§ 303«] A. in § 85 (blz. 43) hebben wij den vragenden volzin en zijne woordvoeging leeren kennen. Wij willen nu nog eenige der tot dusverre voorgekomene vragende volzinnen in nadere beschouwing nemen.

' In de volzinnen:


ocr page 123

— 118 —

How could it he otherwise (Lea 4)?

How are you (Les 7)?

vraagt het bijwoord how naar de manier en hoedanigheid.

B. In den volzin:

When tcill you comc to see me (Les 7)? vraagt het bijwoord when naar den tijd. In § 161 D. (blz. 87) hebben wij when als voegwoord leeren kennen. Dus even als wij somwijlen hetzelfde woord als bijwoord en voorzetsel aangetroffen hebben (§ 134, blz. 69) ontmoeten wij hier hetzelfde woord als bijwoord en voegwoord. Een bijwoord is when, wanneer het eene bepaling vnn het werkwoord uitdrukt, dus hier de tijdsbepaling van come; een voegwoord is when, wanneer het twee volzinnen met elkander verbindt. Dus b. v. in den volzin:

When they saw him coming on, they would tug their owners into doonoays,

is de nevenzin van tijd they saw him coming on met den hoofdzin they would tug their owners into doorways verbonden door het voegwoord van tijd when.

C. Men dient bij de behandeling van deze woordsoorten te meer nauwlettend acht te geven, daar de volzinnen:

He couldn't replenish it, for Scrooge hejpt

the coal-hox in his own room (Les 8), en: They werepartnersfoTmany years (Les 4), ons doen zien, dat somwijlen ook hetzelfde woord (zooals hier het geval is met for) èn als voegwoord èn als voorzetsel gebruikt wordt. Men honde dus dit in het geheugen:

Het bijwoord geeft nadere bepaling aan 't werkwoord of aan 't bijvoeglijk nw-

Het voorzetsel drukt de betrekking van een woord tot een ander woord uit.

't Voegwoord verbindt volzinnen.

D. Na deze door het woord when noodig gewordene uitweiding keeren wij terug tot hetgeen wij in den aanvang dezer paragraaf in behandeling hebben genomen.

In de volzinnen :

Why did you get married^ Why cannot we be friends?

vraagt het bijwoord why naar de reden.

De bijwoorden how, tchen en why zijn vragende bijwoorden.

E. In den volzin:

What did Scrooge care (Les 7)? is what voorwerp van het werkwoord care, staat dus in de plaats van een zelfstandig naamw., en moet derhalve een voornaamwoord zijn.

In de volzinnen:

What else can 1 le (Les 11)? What's Christmas time to you (Les 11) ? staat het vragend voornaamwoord what als predieaat.

In den volzin:

What right have you to he merry (Lea 9 en 10)?

is het vragend voornaamwoord what attribuut van het zelfst. naamw. en

wordt dus bijvoeglijk gebruikt, terwijl het in de vroeger aangehaalde volzinnen zelfstandig gebruikt was. (Over het bijvoeglijk en zelfstandig gebruik van het betrekkelijk voornaamwoord vergelijke men § 176 D., blz. 101.)

Opgave 2. Vertaal:

1. Hoe oud zijt gij? Ik ben even oud als gij. — 2. Wanneer zullen wij middagmalen? Wanneer uw vader terugkomt. —

3. Hij was zeer vioolijk, want hij had alles wal hij voor zijn geld hebben kon. —

4. Waarom is goud duurder dan zilver? Omdat wij minder er van [van het] hebben. — 5. Wat braeht gij (mede) van uwe reis? — 6. Wat is eene klok? Een ding waarop wij zien hoe laat [welke tijd] het is.

(7e oefen.) E. Spelling en Uitspraak. Éénlettergrepige Oefeningen

over den korten vocaal-klank i als in het Hollandsche woord „pilquot; (§ 10, blz. 4). (Zie Les 2, E. Oefening 7, blz. 32.)

Voortz et t

ing.

rich

ON)

rijk.

which

(wwitsj)

welke.

^fickle

(tiki)

wispelturig.

* pickle

(pikl)

pekel.

* prickle

(prikl)

prikkel.

* sickle

(sikl)

sikkel.

* stickle

(stikl)

stekel.

*ticJcle

(tiki)

kittelen.

* trickle

(trikl)

druppelen.

Pict

(pikt)

Piet (§).

strict

(strikt)

strikt.

bridge

(bridzj)

brug.

ridge

(ridzj)

bergrug.

quot;fiddle

(tidl)

vedel, viool.

* middle

(mid!)

midden.

quot;riddle

(ridl)

raadsel.

midst

(midst)

(het) midden.

width

(wwidiA)

wijdte; breedte.

^stiffen

(stifn)

stijf maken.

quot;whiffle

(wwifl)

fladderen.

drift

(drift)

drift (troep vee).

gift

(Gift)

gift

lift

(lift)

oplichten.

rift

(rift)

spleet.

sift

(sift)

ziften.

shift

(sjift)

vrouwenliemd.

swift

(swwift)

snel.

*) In verzen tweelettergrepig. Zie § 68 , blz. 24. {§) De Pielen waren de oorspronkelijke bewoners van Engeland.


ocr page 124

— 119 —

thrift (^rift) tieren, gedijen.

ffth (fifó/z) vijfde.

*giglt;jle (gïgI) giebelen.

* higgle (hial) knibbelen.

* wriggle (rial) kronkelen.

gild (cild) vergulden.

milk (milk) melk.

silk (silk) zijde.

film (film) huidje, vliesje.

kiln (kil) oven.

gilt (Gilt) verguld.

hilt (hilt) heft.

'jilt (dzjilt) coquette.

kilt (kilt) schortje der Btrg-

milt (milt) milt. [schotten.

quilt (kwwilt) gestikte deken.

silt (silt) slib.

stilt (stilt) stelt.

tilt (tilt) steekspel.

filth (fiU/i) vuil.

limb (lini) lid.

* nimble (niml»l) vlug.

^thimble (//am tol) vingerhoed.

* wimble (wwimtol) drilboor.

limn (Hm) met waterverf schii-

imp (imp) entstek. [deren.

limp (lifflp) hinken.

pimp (pimp) koppelaar.

shrimp (sjrimp) garnaal.

^dimple (dimpl) kuiltje.

^•pimple (pimpl) puist.

^simple (simpl) eenvoudig.

^crimson (kriman) karmozijn.

zinc (zink) zink.

mince (mins) kleinhakken.

prince (prins) prins.

quince (kwwins) kweepeer.

since (sins) sedert.

wince (wwins) garenspoel.

inch (iutpj) duim (eene maat).

clinch (klintsj) omklemmen.

finch (fintsj) vink.

flinch (flintsj) zwichten.

pinch (pintsj) nijpen, knellen.

winch (wwintsj) haspel.

wind (wwind) wind.

^dwindle (dwwindl) wegkwijnen.

* spindle (spindl) spil.

* swindle (swwindl) bezwendelen.

bring (bri«^) brengen.

cling (kliw^) vastklampen.

Jling (fliwy) smijten.

king (ki//^) koning.

ring (ri?^) ring.

sing (sm^) zingen.

sling (sli«^) slinger.

spring (spri»^) lente.

sting (stiw^r) steken.

string (string) snoer.

swing (swwin^r) zwaaien.

thing (thing) ding.

wing (wwi«^) vleugel.

wring {ring) wringen.

cringe

(krindzj)

kruipen.

fringe

(frindzj)

franje.

hinge

(hindzj)

hengsel.

singe

(sindzj)

zengen.

springe

(sprindzj)

sprenkel.

tinge

(tindzj)

kleuren.

twinge

(twwindzj)

nijpen.

(Voortzetting in de vijftiende les.)

(8e Oefen.) F. Lexicographie.

(Zie biz. 2S en 32.)

Woorden van gelij ken oorsprong als de Hollandsche.

lo-morrow, bijwoordelijke uitdrukking uit het voorzetsel to en het zelfst. nw.

morrow, morgen. —yes, ook yea (ji), ja.

— indeed, bijwoord, gevormd uit voorzetsel en zelfst. nw., in(der)daad — went,

eigenlijk de onvolmaakt verl. tijd van het verouderde werkwoord to wend, wenden,

wordt gebruikt als onvolm. verl. tijd van to ffo, welk werkwoord geen eigen onvolm.

verl. tijd heeft, zoodat derhalve het werkwoord to go vervoegd wordt: go, went,

gone. — whole, (ge)heel. — length, lengte,

door vocaal-verwisseling en uitgang gevormd van het bijvoeglijk nw. long, op gelijke wijze als het zelfst. nw. strength gevormd is van strong, sterk. — first, bijwoord, gelijkluidend met het bijvoeglijk nw. in Les 9. —.feil, viel, onvolm. verl. tijd van to fall, vallen (Les 7). — love, liefde.

— to growl, grollen. — nay, neen (plat-Hollandseh „neequot;). — to give, geven. —

now, nu (plat-Holl. „nouquot;). — cannot, samengetrokken uit cm (Les 5) en not-,

NB. de samentrekking blijft ook in de vragende woordvoeging behouden: cannot we, in plaats van can we not.

Woorden van gelijken oorsprong

als de Fransehe.

to dine, diner, — expression, expression. — extremity, extrémité. — to marry,

marier, — ridiculous, ridicule. — resolute,

résolu. — quarrel, querelle. — party,

parti. — homage, homtmge. — humour,

humeur (ook in het Hollandsch, als een #

woord, dat het burgerrecht erlangd heeft).

Van gemengden oorsprong.

because, uit het Hollandsche woordlidje „bequot; en het Fransehe zelfst. nw. „causequot;,

oorzaak. — trial, van het werkwoord lo try (Les 8) gevormd door middel van den Franschen uitgang ...al.

(9e Oefen.) G. Mondeling Onderhoud.

Vragen.

1. What should Scrooge not be? 3. When was Scrooge to dine {moest S,


ocr page 125

— 120 —

ltd middagmaal komen gebruiken) \ with his nephew?

tt. Who cried why?

■*. What did Scrooge ask again?

S. What was the nephew's reason for marrying? [He . ..]

lt;gt;. How seemed marrying for (nil) love to Scrooge?

3. When did Scrooge never go to see : his nephew?

8. For what did Scrooge give his nephew's marriage (mèr'-ridUj, /time-lijk) as a reason?

». What did Scrooge's nephew want from his uncle?

Ill What wished the nephew to be with his uncle?

IE. How did the nephew find his uncle?

18. What bad the nephew never had with Scrooge ?

13. What had the nephew never been to a quarrel with his uucle?

1#. For what reason had the nephew made the trial?

15. Till (til, tot) when did the nephew wish to keep his Christmas humour?

1«. What did the nephew wish again to

■ Ï. What more? [Scrooge?

1». What was Scrooge's eternal (c-le«irn'-cl, èeuwig) answer?

(10e Oefen.) H. GeS[ll'lilikCll.

15.

to alight (èl-lait'), afstappen, uilstijgen.

Will you please to alight, Gentlemen? to push (poesj), duwen ; to push on, doorzetten, voortmakeu.

No, I thank yon; we wish to push on as quickly as possible.

posting (poost-i«^), (het) reizen met

postpaarden.

road (rood), weg, straatweg.

to engage (en-Geedzj'), bespreken.

1 am sorry, Gentlemen, but the posting on the road is so great to-day, that all onr horses are at present engaged. rather (reeamp;W-er; ook: raadh'-er), liever.

I would raiher, ik zou wel willen. Madeira (mod-di'-ra), Madeira.

sandwich (send'-wwidzj), broodje met vleesch.

I would rather take a glass of Madeira and a sandwich.

to care (keer), er niets tegen hebben. example (cGz-èmpl'), voorbeeld.

I do not care if I follow your example. Kuiter (wweet'-er). Jan (de geijkte Hol-landsche naam voor alle knechts in koffiehuizen, logementen, enz).

biscuit (bis'-kit), beschuitje.

Waiter, bring three glasses of Madeira and some biscnits.

Would yos like a sandwich?

means (miens), middel.

hy all means, in elk geval; vooral.

Tes; by all means.

How do yon like the Madeira?

execrable (èks'-e-krèbl), afschuwcliik-slecht.

1 find it execrable.

to understand (un-der-stènd'), begrijpen. poliny (pol'-is-si), toeleg.

inukeeper (In'-kiep-tr), logementhouder. to sell (sel), verkoopen.

had (bed), slecht.

1 never caa nnderstand the policy of an innkeeper's selling bad wines. to suppose (sup-pooai'), vooronderstellen. interest (in'-ter-est), belang.

decent (di'-sènt), tamelijk.

bottle (botl), flescb.

traveller (trèv'-el-lcr), reiziger.

I suppose they find it more to their interest, for there are very few who will set a decent bottle of wine before a travelier.

hoy (boi), jongen.

postboy (poost'-bol), postiljon.

to take care, zorg dragen, toezien.

Waiter, ask the postboy, what there is to pay; and take care that the trunks are drought in.

particular (pnar-tik'-joe-l«'), achtgevend, nauwlettend.

ïes, sir, i'il tell the landlord to be vory particular where they arc put.

hark (haark), hoor!

ye (ji) = you.

chaise (fjeez), rijtuig.

Hark ye! boy, what's the chdise?

fourteen (foor'-tien), veertien.

honour (on'-ur), eer.

your honour, uwe edelheid (vertaal eenvoudig: mijnheer).-

Fourteen shillings, please your Honour. sovereign (suv'-cz-iu), sovcrein (een stuk goudgeld ter waarde van 1 pond sterling =12 gulden).

Can you give ms change for a sovereign?

I hope your Honour will give me something, for myself.

To be sure; there are two shillings for you. driven (drivu), gereden.

I hope you'll give me something more, I have driven very quickly.

Well then, there's another sixpence, and go about your business.

Have yon paid for the wine and sandwiches?

Yes, everything is settied.

to put the horses to the carriage (kcr'-ridzj, rijtuig), inspannen.

Are the horses put to?

. to visit (vlx'-it), bezoeken.

Good day. Gentlemen; I hope yon will visit our house the next time you come this road.


ocr page 126

— 121 —

li0 LES.

Miluulich 7,11 leiden, kraflvoll zu meiden , Kuhii zu verachten, bleib' unaer Trachten , Bleib' nnser Kampfen in eherner Brust, Uns des unstriitlichcn Willens bewusst.

(v. Matthisson.)

! Als mannen te.lijden, met wilskracht te mijden , i Met moed te verachten, dat blijv' steeds ons

trachten,

i Dat blijve onze strijd in 't onwrikbaar gemoed , Dat vrijheid van wil eert als 't edelste j;ocd.

(S. d. B,j*


»my clerk, with 8 fifteen shillings]

mai klaarkquot; wwidli tif'-tien sjiF'-liw^z

schellingcu

klerk

vijftien

met

mijn

A. Tekst.

(Oefen. 1 — 3 volgens het op blz. 32 [Eens voor al] gegeven voorschrift.)

1 His nephew] left 2 the room] without 3 an angry word],

Idas nev'-joe left dhö roemquot; wwidli-out' e\\ hiy'-Gxi w\veu/-«l Zijn neef verliet de kamer zonder een gramstorip: woord,

notwithstanding. He stopped 4 at the outer door] to bestow

not-wwidli-stchd'Mw^ lii stopt et dhi out'-er doorquot; tóe bc-stoo'

desniettegenstaande. Hij bleef staan aan dé buiten deur (om) te geven

5 the greetings of the season] on the clerk, who, cold as

dhe Grict'-iw/z ov dlie siezn on dhe kltiarkquot; hoe koold vx de begroetingen van het jaargetijde aan den klerk, die, koud als

he was, was warmer than Scrooge; for he returned them

hi wwosbquot; wwo® wwaormWr dlièn skroedzjquot; tor lii re-teurntl' dhem hij was, was • warmer dan Scrooge; want hij beantwoordde hen

6 cordially.] — quot;There's 7 another fellow,quot;] muttered Scrooge,

korcV-jcl-li dheorz ^ii-iidliquot;-6'r fèl'-loo mut'-tenl skroedzj

hartelijk. Daar is een andere kerel, mompelde Scrooge,

who overheard him:

lioe oov-é?r-lietird' him die toevallig hoorde hem:

a-week, and a wife and family, talking about a merry

c-wwiek' ènd e wwaif end femquot;-il-li taok'-iwy «-bout' a mèr'-ri in de week en eene vrouw en huisgezin, pratende over ecne vroolijkc

Christmas. I'll retire 9 to Bedlam.quot;]

krisquot;-mcs ail ivz-tair' toe bèdquot;-lèm Kerstmis. Ik zal de wijk nemen naar Bedlam.

This lunatic, in

dliis Ijoen'-èt-tik in Deze waanzinnige in


11

other

lulli'-er andere

two

toe twee

/

letting 10 Scrooge's nephew] out, had let

lèt'-ti«y skroedzj'-fz nev'-joe out'' lied let

latende Scrooge's neef uit, had gelaten

people] in. They were portly gentlemen, pleasant to behold,

piepl inquot; dhee wweur poort'-li dzjèntlquot;-mèn plèz'-cnt tóe be-liooldquot; lieden in. Zij waren deftige heeren innemend (om) te aanschouwen,

office.]

of'-fis kantoor.

and now stood, with their hats off, 12 in Scrooge's

ènd nou stoed wwidli dlieer hèts of in skroedzj'-^z

en nu stonden met hunne hoeden af in Scrooge's

They had 13 books and papers] in their hands, and bowed

dhee lied' boeks end peepquot;-6'rz in dlieer lièndz ènd boudquot;

Zij hadden boeken en papieren in hunne handen, en bogen

^Scrooge and Marley's, I believe,quot; said 14 one

skroedzj ènd maar'-liez ai bc-liev' sèd Scrooge_en Marley's ik geloof, zeide

to him.

toe him voor hem.

wwun

een

I the

iii tlh« ik het

ov dlic dzjèntl'-mèn van de heeren.

toe hiz listquot; he*

aan zijne lijst. Heb

of the gentlemen,] referring 15 to his list.] »Have

ov dhc dzièntl'-mèn re-feiir'-iwy tnc. hi* list/' hnv

zich houdende

ocr page 127

pleasure of addressing Mr. Scrooge, or Mr. Marley?quot; —

plcz'-jiu* ov ccl-drès'-siw^ mist'-er skroedzjquot; or mist-er maarquot;-li genoegcu van aansprekende mijnheer Scrojge of mijnheer Marley?

»Mr. Marley has been dead these 16 seven years,quot;] Scrooge

mist'-£r mjiur'-li hèz bin ded dliiez sèvn jierzquot; skroedzj

Mijnheer Marley heeft geweest dood deze zeven jaren Scrooge

replied. quot;He died seven years ago, this very night.quot; —

re-plaid' hi daid sèvn jierz e-Goo' dhis verquot;-ri nait antwoordde. Hij stierf zeven jaren geleden dezen zelfden nacht.

»We have no donbt, his liberality is well represented 17 by

wwi hèv noo doutquot; hiz lib-er-èl'-it-ti iz wwèl rèp-re-zènf-ed bai

Wij hebben geen twijfel zijne milddadigheid is wel vertegenwoordigd door

his surviving partner,quot;] said the gentleman, presenting

hiz sur-vaiv'-iw^ pjwirf-ncr sod dhe dzjèntr-mèn pre-zènt'-iw^

zijnen overlevenden compagnon zcide dc i. jnhcer, aanbiedende

18 his credentials.] — It certainly was; for they had been

hi* kre-denquot;-sjelz it sctirt'-lt;?n-li wwoz for dhee hod bin

zijne geloofsbrieven. Het zekerlijk was; want zij hadden geweest

19 two kindred spirits.] At the ominous word »liberalityquot;,

toe kin'-dred si)irquot;-rits ct dlii om'-in-us wweurd

twee verwante geesten. Bij het onheilspellende woord milddadigheid

Scrooge frowned, and shook his head, and handed 20 the

skroedzj froundquot; end sjóek hiz hod'' end hend'-ed dhe

Scroogre fronste (de wenkbrauwen) en schudde zijn hoofd en overhandigde dc

credentials] back. — »At 21 this festive season of the year,]

kre-dènquot;-sjt4z bèk èt dhis fèst'-iv siezn ov dlw jierquot;

geloofsbrieven terug. Op dit feestelijk getijde van het jaar

Mr. Scrooge,quot; said the gentleman, taking up 22 a pen,]

mist'-sr skroedzj sèd dhc dzjèntl'-mèn teek'-hiff up e penquot;

mijnheer Scrooge, zeide de mijnheer, nemende op eene pen,

»it is more than usually desirable that we should make

it iz moor dhon joez'-jóe-ol-li de-zai/'-èbl dhct wwi sjóed meek het is meer dan gewoonlijk wenschelijk dat wij zouden maken

some slight provision 23 for the poor and destitute,] who

sum slait prov-vizj'-un for cllie poer ènd dèstquot;-it-tjoet hoe

eenige geringe voorzorg voor de armen en nooddruftigcu die

suffer greatly at the present time. Many thousands are

suf-fer Greetquot;-li et dlie prèz'-ènt taimquot; mèn'-i ^ouz'/-èndz aar lijden grootelijk in den tegenwoordigen tijd. Vele duizenden zijn

in want 24 of common necessaries;] 25 hundreds of thousands]

in wwont ov kom'-mun nos'-es-ser-iez hundquot;-redz ov ^ouz'-ondz

in gebrek van gewone noodwendigheden; honderden van duizenden

are in want of common comforts, Sir.

aar in wwont ov kom'-mun kuniquot;-furts sear zijn in gebrek van gewone gemakken, mijnheer.

(4e Oefening.) 1). Hollandsclie Yertaling.

Zijn neef ging echter de kamer uit zonder een onvertogen woord. Aan de buitendeur bleef hij stilstaan, om de (gebruikelijke wenschen van den dag) te doen aan den klerk, die, zoo koud als hij was, (toch nog) warmer was dan Scrooge, want hij beantwoordde ze op eene hartelijke wijze. „(Dat is óók zoo'n uilskuiken),quot; mompelde Scrooge, die hem (toevallig) hoorde: „mijn klerk met vijftien shillings (inkomen)

ocr page 128

in de week, en eene vrouw en kinderen, praat (óók al) van eene vroolijke Kerstmis. Ik zal de wijk {dienen te) nemen naar Bedlam.quot; — Toen die waanzinnige Scrooge's neef uitliet, had hij twee andere personen ingelaten. (Het) waren defiige heeren, (een lust om) te zien, en (zij) stonden nu, met hunne hoeden af, (op) Scrooge's kantoor. Ze hadden boeken en papieren in (de) handen, en maakten eene buiging voor hem. — „Scrooge en Marley, geloof ik/' zeide een der heeren, afgaande op zijne lijst. „Heb ik het genoegen met mijnheer Scrooge te spreken, of met mijnheer Marley Pquot; — „Mijnheer Marley is (reeds) zeven jaren dood,quot; antwoordde Scrooge; („het is juist van nacht zeven jaren geleden dat hij gestorven is).quot; — „Wij twijfelen niet of zijne milddadigheid wordt (waardiglijk) vertegenwoordigd door zijn ovei gebleven compagnon,quot; zeide de mijnheer, (te gelijk) zijne geloofsbrieven overhandigende (om te laten zien wie zij waren). — Zeer zekerlijk was dat het geval, want Marley en Scrooge waren twee verwante geesten geweest. Bij het onheilspellende woord „milddadigheidquot; (betrok Scrooge's gezicht), en schudde hij (het) hoofd, en (gaf) de geloofsbrieven (terug). — „ïegen dezen feestelijken tijd van het jaar, mijnheer Scrooge!quot; zeide de mijnheer, (te gelijk) eene pen opnemende, „is het (nog) meer dan anders wenschelijk, dat wij eenigszins zorg dragen voor de armen en nooddruftigen, die (het zeer nijpend hebben) in den tegenwoordigen tijd. Vele duizenden hebben gebrek aan (de onmisbaarste) levensbehoeften; honderdduizenden hebben gebrek aan (alles wat het leven veraangenamen kan), mijnheer!

(5e Oefeu.) C. Wedcrzijdsck Vertaling,

(Zie b!z. 18 en 75.)

(6e Oefen.) D. Spraakkunst, one coal; two kindred spirits; seven years, fifteen shillings.

(§ 303.] A. De woorden oney two, seven, fifteen vinden wij hier als attributen bij de zelfst. naamwoorden coal, spirits, years, shillings. Ze drukken een getal, number (num'-btr), uit, en heeten daarom getalwoorden, in het Hollandsch genaamd telwoorden, in het Engelsch geheeten numeral {x\]oem'-er-el) adjectives. Wij zien dat bij one, het telwoord der eenheid, het zelfst. nw. in het enkelvoud staat; bij de overige, die meer dan één be-tcekenen, staat het zelfst. nw. in het m e e r v.

B. De telwoorden heeten naar volgorde:

1 one (wwun), 11 eleven (e-levn'),

2 two (toe), 12 twelve (twwelv),

3 three {thxï), 13 thirteen (///eor'-tien),

4- four (foor), 14 fourteen (foor'-tien),

5 jive (faiv), 15 fifteen (fif'-tien),

6 six (siks), 16 sixteen (siks'-tien),

7 seven (sèvn), 17 seventeen (sèvn'-

8 eight (eet), tien),

9 nine (nain), 18 eighteen (ee'-tien), 10 ten (ten), 19 nineteen (nain'-tien).

C. De telwoorden van 13 tot 19 worden dus gevormd door achter het telwoord, dat tien minder bet eekent, 't woord teen te zetten. Dit achtervoegsel .... teen beduidt derhalve juist als in't Hollandsch: vermeerderd met 10 [plus 10). Dus: nineteen = 9 10, negen vermeerderd met tien = negentien.

Het woord teen komt slechts zelden in het meervoud voor: teens (tien®), tienen;

bijna nooit anders dan in de beteeker.is van: „de jaren, waarvan de getallen met teen worden geschreven, dat wil zeggen van 13 tot 19quot;; b. v.: She is out of her teens, zij is over de negentien.

1). Bij eene oplettende beschouwing van de spelling der telwoorden bevindt men, dat die achtervoeging van teen, tien , niet bij allen regelmatig plaats heeft. In het Hollandsch zijn er twee, waarbij het mindere telwoord (het telwoord der Eenheden) hi de samenstelling met tien eene verandering ondergaat:

13 heet der tien, niet drie tien ,

14 heet veertien, niet vier tien.

In het Engelsch is dat het geval met de volgende drie:

13 heet thirteen, niet three teen,

15 heet f if teen, niet five teen,

18 heet eigh teen, niet eight teen.

E. Verder luiden de telwoorden:

20 twenty (twwèn'-ti),

21 twenty-one of one and twenty, 30 thirty (^eur'-ti),

32 thirty-two of two and thirty, 40 forty (foor'-ti),

43 forty-three of three and forty, filty (fif'-ti),

54 fifty-four of four and fifty, 60 sixty (siks'-ti),

65 sixty-five of Jive and sixty, 70 seventy (sevu'-ti),

76 seventy-six of six and seventy, 80 eighty (ee'-ti),

87 eighty-seven of seven and eighty, 90 ninety (nain'-ti),

98 ninety-eight of eight and ninety, 100 a hundred of one hundred

(hund'-red),

112 one hundred and twelve,

239 two hundred and thirty-nine, 560 five hundred and sixty.


ocr page 129

over de duizend op tweeërlei wijze worden uitgedrukt, namelijk (en dit is het meest gebruikelijk) door eerst de duizendtallen te noemen, en dan de honderdtallen er achter; of ook (doch dit is minder gebruikelijk) door eenvoudig het aantal honderden te noemen; b. v. :

1100 one thousand one hundred, of

eleven hundred,

1700 one thousand seven hundred, of seventeen hundred.

Hundred/; of thousands; many thousands; millions.

|§ SM.j A. Tot dusverre hebben wij de telwoorden als attributen beschouwd. Eer wij verder voortgaan, willen wij nu een blik werpen het rededeel, dat bij voorkeur als aUriüuut dient, namelijk het bijvoeglijk naamwoord. Wij vinden attributen bij meervoudige zelfst. naamwoorden in de volgende voorbeelden:

my unhallowed hand» (Les 3); his old fenturis (Les 6); gladsome looks (Les 7); all the good days (Les 8); the neighbour-ing ojftces (Les 8); ruddy smears (Les 8); other journeys (Les 12); \iOx\\y gentlemen •, \ common comforts. De bijvoeglijke naam-i woorden unhallowed, old, gladsome, good, ruddy, 'portly, common, hebben, wegens I den meervoudsvorm der zelfst. naamwoor-; den, geen verandering behoeven te onder-' gaan. Dit zien w ij overtuigend uit de voor-! beelden , waarin eenige dier bijvoeglijke nw. reeds zijn voorgekomen bij zelfst. naamwoorden in het enkelvoud: Old Mar ley (Les ' 2); Scrooge''s name was good (Les 2); 1 his face wns ruddy (Les 9 en 10). j Dat het zelfst. nw. in het meervoud staat : heeft evenmin andere als attribuut gebezigde woorden eene verandering doen onderdaan. Zoo het tegenwoordig deelwoord neighbouring, de bezittelijke voornaamwoorden my en his, de onbepalende voornaamwoorden all en other, die alle, daar zij als attribuut gebezigd worden, den naam dragen 1 van bij voeglij ke voornaamwoorden. C. Geen bijvoeglijk naamwoord of eenisc ander als bijvoeglijk gebruikt wordend woord ondergaat dus verandering, I wanneer het b ij een zelfst.

naamw. in 't meervoud staat. ; D. Een bijvoeglijk nw. kan ook, zon-i der bij een zelfst. nw. te staan, zelf als ! zelfstandig naamw. gebruikt worden. In i § 131 C. (blz. 68) hebben wij aan't voor-j beeld the knowing ones gezien, hoe het I zelfstandig gebruik van het bijvoeglijk ! naamw. vermeden wordt, als menhetont-i brekende zelfst. nw. door het onbepalend ; voornaamwoord one vervangt. ! E. In den volzin: the court was of the

1000 a thousand of one thousand I

(/^buz'-encl),

1100 one thousand one hundred of 1

eleven hundred,

1874( one thousand eight hundred and | seventy-four of eighteen hun- I dred and seventy-four t 2000 two thousand,

10,000 ten thousand,

100,000 a hundred thousand of one hun- |

dred thousand,

300,000 three hundred thousand, 1,000,000 a tnillioii of one million (mil'-jun), 2,000,000 itco millions (mil'-junz).

A billion (bil' jun) is a million of millions. • A trillion (tril'-jun) is a million of millions of milliohs.

F. Om de telwoorden te vormen voor j de tiendeelige getallen, hetgeen in het j Hollandseh plaats heeft door achter de i benamingen der Eenheden ... „t i gquot; te voegen, wordt er in 't Engelseh . . ty achter gevoegd. De beteekenis van die lettergreep .. ty is dus: „maal tienquot;; b. v.: sixty = 6 X 10, zes maal tien = zestig.

Met die achtervoeging ... ty ondergaat menig Eenheidstelwuord eene verandering: twoj twee, wordt twenty, twintig. three, drie, wordt thirty, dertig (dus juist als bij 't achtervoegsel ...teen), four, vier, wordt forty, veertig (in 't Engelseh verdwijnt de u, maar de uitspraak blijft; in 't Hollandseh is de verandering even als bij 't achtervoegsel ...tien).

five, vijf, wordt fifty, v ij f tig (dus gelijk bij het achtervoegsel ...teen), eight, acht, wordt eighty, tachtig (dus ook hier valt in 't Engelseh eeiiC „tquot; weg; in 't Hollandseh zien we't zonderlinge verschijnsel, dat die eene „t'1, die uit „achttigquot; wegvalt, er voor wordt gezet: „tachtigquot;).

G. De getallen, die uit eene tiendeelige hoeveelheid en een of meer Eenheden bestaan, kunnen in i.ct Engelseh juist als in het Hollandseh uitgedrukt worden , b. v.:

67 seven and sixty, zeven en zestig, 89 nine and eighty, negen entachtig. Doch veel gebruikelijker en schier algemeen is het: eerst't tiendeelige getal te noemen en dan dat der Eenheden er achter, juist als in het Fransch, en dan saamverbonden door het koppelteeken, b. v.: 67 sixty seven; 89 eighty-nine.

H. Moet honderd of een hooger getal met een kleiner, getal vermenigvuldigd worden, dan zet men den naam van dat kleinere getal vlak voor den naam van het grootere. De getallen, die een veelvoud van honderd uitdrukken, kunnen, qven als in het Hollandseh en Fransch,

ocr page 130

narrowest (Les 8) staat liet bijvoeglijk nw. narrowest alleen, zonder zelfst. nw. Het voorafgaande zelfst. nw. court moet bier echter nog eens, en wel in het meervoud , bij narrowest gedacht worden, zoodat de volzin eigenlijk zou luiden: the court was of the narrowest courts, de binnenplaats was (een) der kleinste binnenplaatsen.

Een bijvoeglijk naamw. kan derhalve zoo als zelfstandig gebruikt worden, dat uit hetgeen voorafgaat het ontbrekende zelfst. nw. is aan te vullen.

F. In de uitdrukking the poor and destitute herkennen v.ij, na Les 9 en 10 yovfre poor enough % het woord poor als bijvoeglijk naamwoord, en mogen daaruit opmaken, dat het in volkomen gelijke omstandigheden geplaatste woord destitute insgelijks een bijvoeglijk nw. is. Beide woorden zijn hier evenwel zelfstandig, en nog wel in het meervoud: de armen en nooddruftigen. Men moet zich 't zelfst. nw. „liedenquot;, of „mensehenquot;, daarbij denken.

Een bijvoeglijk nw. wordt in het En-gelsch in meervoudigen zin zeer dikwijls zelfstandig gebruikt, derwijze, dat het zelfst. nw. people of men daarbij moet gedacht worden ter aanvulling.

0. In al de tot dusverre voorgeko-mene gevallen hebben wij het als zelfst. nw. gebezigde bijvoeglijk nw. in het meervoud onveranderd gevonden. In de uitdrukk :ng common necessaries echter, waarin u ij, na Les S it would be necessary y het woord necessaries herkennen als een zelfstandig gebezigd bijvoeglijk nw., vinden wij den uitgang van het meervoud. Hetzelfde ontmoeten wij in het als zelfstandig nw. gebruikte deelwoord the greetings. Voor beide woorden hebben wij in de Holl. vertaling Pgt;. zelfst. naamwoorden gebezigd: „levensbehoeftenquot;, „wenschenquot; (eigenlijk „groetenquot;).

Wanneer in het Engelsch bijvoeglijke naamw. als volkomen zelfstandige naamwoorden gebruikt worden , nemen ze in 't meerv. den uitgang s aan, juist als de zelfst naamwoorden. H. Als de beoefenaar nu nog eens een blik werpt op het opschrift van deze § en op § 203 E., dan komt hij van zelf tot dei: volgenden regel:

De bijvoeglijke telwoorden hundred en thousand Wijven in het meervoud onveranderd, wanneer ze met een bepaald getal vermenigvuldigd worden; ze nemen echter het teeken van het meervoud aan, zoodra van hen eene onbepaalde menigte opgegeven is. Het woord million, even als de woorden die nog grootere getallen beteekenen, zijn volkomene zelfst. naamwoorden, en nemen in het meervoud de eind-.» aan, ook dan wanneer een bepaald vermenigvuldigtal er voor staat.

Opgave 3. Vertaal:

1. Ik heb twee handen, twee voeten, twee oogen, twee lippen en twee wangen.

— 2. Breng mij honderd spijkers. — 3. Deze kamer heeft drie deuren, maar sleehls een raam. — 4. Mijn vader is 45 jaren oud. — 5. Eene week heeft zeven dagen, eene maand 30 of 31 dagen; er is e'cne maand in het jaar, die slechts 28 of 29 dagen heeft. — 6. De grootste hitte in ons land is 90 graden. — 7. Dc straat waar [in which\ wij wonen heeft 158 huizen.

— S. De klok heeft juist 11 geslagen. — 0. Een jaar heeft 305 of 360 dagen. — 10. Er zijn twaalf maanden in lW jaar, drie in ieder jaargetijde. — 11. Duizenden 1 van] mensehen sterven eiken dag, en mil-lioenen [van] mensehen sterven ieder jaar.

— 12. Vijf en acht (is) [zijn] dertien. — 13. 2 7 en 5 en 560 en 352 en 275 (maakt) [zijn] 1219. — 14. Karei de Eerste stierf in 1649. — 15. 325 (is) [zijn] 212 minder dan 537. — 10. Van 50,602 neem 32,476 (af). — 17. (Hoeveel is) [Hoe vele zijn] 8579, 032 en 781?

(7c Oefen.) E. Spelling en Uitspraak, seaso//.

[§ 205.| A. In de § § 08 (blz. 24) 81 (blz. 38), 17 2 (blz. 92 en 93) hebben wij reeds eenige woorden aangetroflen, waarvan de uitgang ... on toonloos was. Wij bevonden wel, dat de pauze. die onvermijdelijk is wanneer men de eind-« en de voorafgaande consonant achter elkander uitspreekt, oorzaak is dat deze uitgang in verzen als lettergreep geteld wordt; doch de schie'ijke uitspraak laat in deze slechts getelde lettergreep geen vocaal hooien, niet eens erne toonlooze p, zoodat de tweelettergrepig geschrevene woorden van die § § in den gewonen prozastijl slechts éénlettergrepig zijn.

J5. Wij bevinden dat de o in den toonloozen uitgang ... on stom is in alle woorden, behalve in de volgende, waarin die o den korten „uquot;-klank heeft; guerdon (oèr'-dun), belooning.

haron (bcr'-rnn), baron. (recht.

adtotcs m (èd-voua'-un), | atronaat-coparison (kèp-pèr'-ri-sun), schabrak. diapason (dai-èp-peez'-un), kamertoon. unison (joen'-i-sun), overeenstemming. horizon (hoo-raiV-un), horizon. Milton (rail'-tun), Milton (de dichter). sexton (sèks'-tun), doodgraver.

C. De opgenoemde woorden leere men van buiten. In de overige woorden, die op . . . on eindigen (en die niet van buiten


ocr page 131

geleerd behoeven te worden), is de o van den toonloozen uitgang ... on stom, b. v.: bacon (beekn), spek; beacon (biekn), baak , baken; deacon (diekn), diaken; falcon (faokn), valk; beckon (bèkn), wenken ; reckon (rèkn), rekenen; (paardu),

vergiffenis; capon (keepn), kapoen ; weapon (wwèpn), wapen; mason (meezn), metselaar; reason (riezn), rede; season (siexn), jaargetijde; treason (triezn), verraad; lesson (lèsn), les; oraison (ór'-rixn), gebed; benison (benMan), zegen ; comparison (kom-pèr'-risn), vergelijking; disinherison (dix-in-hèr'-rizu), onterving; garrison (Ger'-iizn), garnizoen; prison (prizn), gevangenis; poison (poizn), vergift; damson (dèmzn), damast-pruim; crimson (krimzu), karmozijnrood; parson (paarsn), pastoor, dominé; person (peursn), persoon; blazon (bleezn), wapenkunde; selon (sietn), seeton; button (butn), knoop; cotton (kotn), katoen; glutton (alutn), veelvraat; mutton (mutn), lamsvleeseh; en de eigennamen Melton (mèltn), Stilton (stiltn), Wilton (wwiltn).

D. Zoodra mén iets langzamer spreekt is het zeer begrijpelijk, dat in al de opgenoemde woorden de stomme o van den uitgang ... on eenigszins als eene toon-looze e gehoord wordt, zoodat verscheidene der genoemde woorden van den .een zoo en van een ander weder anders gehoord worden. Wij hebben ons echter geregeld naar de uitspraak, die door de voornaamste autoriteiten erkend en in de beschaafdste kringen gehoord wordt.

Over den uitgang . . . ion spreken wij later. (Over ... tion zie § 101 , blz. 54.)

cordially; credent/«ls ; bur .tal; tr/al

(§ 306.] A. lu deze voorbeelden hebben wij eene groote verscheidenheid van uitspraak der voeaal-verbindin» ia.

1» trial ligt de klemtoon op de i. Steeds worden i en o elk a fz o u d e r 1 ij k uitgesproken wanneer de i den klemtoon heeft, b. v.: Milliades (mil-tai'-èd-die®), Miltiades; dial (dai'-èl), wijzerplaat; dialect (dai'-èl-lèkt), tongval.

Het eenige woord, dat eene uitzondering hierop maakt, is diamond (dai'-mund), diamant, met stomme a

B. Wanneer ia niet den klemtoon heeft, b. v. gelijk in burial, moeten de twee vocalen ook elk afzonderlijk uitgesproken worden, dat wil zeggen, tot twee verschillende lettergrepen behooren. Doch bij het schielijk spreken, gaat hier al licht eene lettergreep verloren , en neemt de i den consonanten-klank ,.jquot; aan. Zoo hoort men filial, kinderlijk, uitspreken fil'-i-el en fil'-jel; conciliate, verzoenen, kon-sil'-i-eet en kba-sil'-jeet.

C. Algemeen echter is de uitspraak 'der i gelijk ,jquot; in poniard (pon'-jaard),

dolk; zoo ook achter eene d o! t, b.v.: corAial, immeAxate, christian (krist'-jen).

D. De c en « ondergaan eene verandering in hare uitspraak zoodra ze gevolgd worden door het toonioozc ia. Zoo b. v. spreekt men uit; social, gezellig, soo'-sjel; Asia, ee'-zji-a; Persia, peiir-sji-a.

E. Ja, die invloed doet zich zelfs bij de t gelden, hoewel niet in tweelettergrepige woorden. Algemeen is de uitspraak van credentials, kre-dèn'-sjelx; het woord celestial, hemelsch, hoort men even dikwijls slt;?-lèsl'-j«l als se-lèst'-sjd; doch hestial, beestelijk, klinkt in goed gezelschap altijd bèst'-jel, nooit best'-sjel.

F. De a is stom in miniature (min'-i-tjoer), miniatuur; parliament (paar'-li-ment), parlement, en in den uitgang . . . iage, b. v.: carriage (kèr'-ridzj), rijtuig; marriage (mèr'-ridzj), huwelijk.

Bedlam.

[§ SOS.] Bedlam is de in ieders mond te Londen gebruikelijke verkorting voor Bethlehem, een door Hendrik VIIIgesticht gekkenhuis, oorspronkelijk onder den naam St. Mary of Bethlehem (sent mee'-ri 6v bè^'-te-hèm), Ste. Maria van Bethlehem.

Scrooge houdt alle menschen, die het Kerstfeest vieren, voor krankzinnig. Daarom wil hij liever in een gekkenhuis gaan, waar de menschen misschien verstandig zijn, terwijl de wereld daar buiten vol gekken is. Uit dien hoofde wordt dadelijk daarop de klerk een lunatic genoemd.

Mr. Scrooge.

[§ 308.] In § 195 (blz. 109) hebben wij de in Engeland gebruikelijke wijze leeren kennen, waarop een heer toegesproken wordt. Wij hebben daar gezien, dat sir slechts gebruikt wordt (behalve bij baronets en ridders), wanneer de naam niet genoemd wordt. Hier hebben wij de gebruikelijke toespraak aan eenen heer met bijvoeging van den naam. Mr., verkort van het ons in de Lessen '7 en 8 bekend gewordene woord wasfcr (uitspraak Les 7), wordt nooit anders geschreven dan verkort, en alsdan uitgesproken mist'-er. Zóó wordt het gebezigd voor den naam van een volwassen heer. Daarentegen worden knapen en nog niet volwassene jongelingen toegesproken met het woord master t dat vóór den doop-of familie-naam gezet wordt, en zijne gewone uitspraak (maast'-er) behoudt.

De gehuwde vrouw heet mistress (mist'r-res). Van dit woord is de verkorting Mrs., uitgesproken mis'-ses^ dat vóór den naam eener gehuwde vrouw gebruikt wordt, gelijk het Holl, „Mevrouwquot;,


ocr page 132

Ongehuwde dames noemt men Miss (mis), welk woord men echter bij het toespreken van volwassene dames nooit gebruiken mag dan met den naam er bij, en wel voor de oudste doehter met den familie-naam, voor de andere met den doopnaam.

Volwassene dames, ongehuwde zoowel als gehuwde, worden, zonder haren naam er bij te noemen, toegesproken met madam (mèd'-èm).

(8e Oefen.) F. Lexicographie.

(Zie blz. 26 en 32.)

Woorden van gelijken oorsprong als de Ho 11 andsche.

nord, woerd. — Het bijvoeglijke nw. outer is van het bijwoord out (Les 5) gevormd, gelijk „uiterlijkquot; van „uitquot;. — to greet, groeten. — fellow, dat hier alleen stast, hebben wij aangetroffen 'm fellow-passengtrs (Les 12). — overheard, samengesteld uit het hier als bijwoord gebruikte voorzetsel over (Les 7) en heard, den onvolmaakt verleden tijd van to hear (Les 8). — fifteen , vijftien. — shilling, schelling. — a-week, (in) eene week. — wife, wijf. — two, twee. — behold, (in het oog) behouden. — hat, hoed. — ojj\ af (volkstaal: of). — these, meervoud van this (Les 5).

— well, wel. — kindred, kind. Het Engelsche zelfst. nw. kind, de (verwante) soort, de (gelijke) aard of geaardheid; vandaar 1 t bijvoeglijk naamw. aardig, vriendelijk (Les 12). — to hand, overhandigen, gelijkluidend met het zelfst. nw. (Les 2). — make, maken; onvolm. verl. tijd made (Les 6). — slight, slecht.

— greatlyy bijwoord van great, groot.

— thousand, duizend. — hundred, honderd. Woorden van gelijken oorsprong

als de Fransche.

season, saison. — cordial, cordial, — retire, retirer. — lunatic, lunatique. — to refer, référer. — pleasure, plaisir; vergelijk pleasant (Les 12). — to address, adresser. — to reply, répliquer. — liberality, libéralité. — torepresent, gevormd van to present (Les 11) even als „repre-senterquot; van „présenter.quot; — to survive, survivre. —- credentials, crédit. — certain, certain. — spirit, esprit (spirituel). — ominous, omineux. — to frown, froncer.

— usual, usuel. — desirable, desirable.

— provision, provision. — destitute, destitué. — to svffer, souffrir.—present, présent. — comfort, comfort (Zie Les 8).

Van gemengden oorsprong. left, onvolm. verl. tijd van to leave (Les 11). — notwithstanding, samengesteld uit not, with en standing gelijk „niette gen-staandequot;. — family, „familiequot;, familie, —portly, Fransch „port,,l houding, met Holl. uitgang ... lijk of ... lig {ly)t — gentlemen, zie gentleman (Les 5). — paper, „papierquot;, papier. — list, „listequot;, lijst.— seven, „septquot;, zeven. — shook, „ohoquerquot;, schokken. — festive, „festivalquot;, fens-teli;k. — common, „communquot;, gemeen.

Opgave 4. Schrijf op in de lijst der onregelmatige werkwoorden:

come. — shut. — think. — bound. — put. — '11. — went. — fell. — were. — cannot. — made. — left. — let. — make. — overheard. — shook.

(9e Oefen.) 6. Mondeling Onderhoud.

Vragen.

1. Who left the room?

3. What did he leave? (the room? St. What did he not speak when he lelt

4. Where did ho stop?

a What did he bestow on the clerk? «, How did the clerk return the greetings?

7. How did Scrooge call his clerk?

8. How much had Scrooge's clerk a-week?

9. Where was Scrooge going to retire? 1«. Whom had the clerk let out?

11. Whom had he let in ?

13. Where did the two gentlemen stand?

13. What had they in their hands?

14. Wrho addressed Scrooge?

15. To what did the gentleman refer? Ifi. How long had Marlcy been dead? 1Ï. J^y whom might Marley's liberality

be represented? (Scrooge?

18. What did the gentleman present to DO. W bat had Scrooge and Marley been ?

30. What did Scrooge hand back?

31. What did the gentleman call Christmas time?

33. W'hat did the gentleman take up? 3S. For whom did the gentleman wish to make provision?

34 Of what are many thousands in want?

35 How many are in want of common comforts?

(ioe Qefen.) H. Gesprekken.

16.

c/tess (tsjès), schaak.

'player (plee'-e?-), speler.

Are yon a chess player?

I do not know the game.

to learn (leurn), leereu, aanleeren. to leach (tietsj), leeren, onderrichten. If you wish to learn the game, I will teach you.

pleasure (plez'-jur), genoegen.

With much pleasure; shall we make a beginning?

hoard (booril), bord. — man (mèn), stuk. Yes; where is the chess-board and men?

to tell (tèl), zeggen.

Here they are; hnt first of all, please to tell me the names of the pieces.


ocr page 133

— 128 —

hkhop (bisj'-6p), raadsheer.

knighl (nait), paard, cattle (kaasl), kasteel. The kingi queen, bishop, knight, castle, and the pawns. paten (paon), pion. Is the board right?

corner (kbni'-t/), hoekmit.

Ho; the white corners must be to the right band.

order (ord'-ei*), ortle.

Place your men in order.

each (ietfj), iedere, colour (kul'-ur), kleur. Each queen must stand en her own colour,

move (moev). spelen, een zet doen.

Will you move first?

lo support (sup-pooï l'), dekken.

Your pieces are not well supported.

danger (ueen'-dzjer). gevaar.

Tour queen's in danger.

to guard (oaard), dekken.

Guard your queen!

more (moev), zet.

That was a very good move. (parlij.

match (mètfj), sterk geaoep; zijnde teseu-io castle (kaasl), rokkeeren. (king. I am no match for yon. 1 must castle my Tou cannot castle after having moved your j king.

to lose (loez), verliezen.

Tou lose a knight.

check (tsjèk), schaak! lo (toe), aan. Check to the king. j

to protect (prot-tekf), bescliermen, dekken, j 1 protect it with the bishop.

badly (lèd'-li), slecht.

You have played badly j I take your castle, mate (oieet), mat.

stale male (stcel'-mect), pad.

It is a stale mate.

Ho; chock to the king! — Check mate! Tou can give me a castle and still beat me. \ Will you play aaother game?

receiige (re-venil;'j'}, revanche.

Hot this evening; I'll take my revenge ano ther

time. ,

How many games have you played.'

Only two.

Tou have been a long time.

frequenily (friek'-wwènt-li), dikwijls. 'together (tóe-öèdli'-er), samen.

Hot very long; we frequently play chess for hours together.

I. Herhaling

der opgaven van dezen brief.

Lees en vertaal volgens biz. 29.

Les 13. „Don't be ang'ry. uncle. Come ! Dine' with ns to-morrow.quot; — Scrooge said tbat he would see' him — yes, indeed he did'. He went the whole' length of the expression, and said that he would see him in tbat extremity first. — „But why'?quot; cried Scrooge's nephew. „Why'?quot; — „Why did you get mar'ried?quot; said Scrooquot;e. — „Because I fell in love'.quot; — „Became you fell in love'!quot; growled Scrooge, as if that were the on'ly cue

thing in the world more' ridiculous than a merry Christ'mas. „Good afternoon'!quot;

— „Nay', uncle, but you never came to see me before' that happened. Why give it as a reason for not coming now' ?quot; — „Good afternoon',quot; said Scrooge. — „I want' nothing from you ; I ask' nothing of you, why cannot we be friends' ? — „Good afternoon',quot; said Scrooge. — „[ am sor'ry, with all my heart', to find you so res'olute. We have never had any quar'rel, to which 1' have been a par'ty. But I have made the trial in homage to Christ'mas, and I'll keep my Christmas humour to the last'. So A Merry Christ'mas, uncle!quot; — „Good aflenioon'!quot; said Scrooge. — „And A Happy New Yeai' Iquot;

— „Good afternoon'!quot; said Scrooge.

Lcs 14. His nephew left the room' without an angry word', notwithstand'ing. He stopped at the outer door to bestow the greetings of the season on the clerk', who, cold as he was', was warmer than Scrooge'; for he returned them cor'diaüy.

— „There's anoth'er fellow,quot; muttered Scrooge, who overheard him: „my clerk', with fifteen chU'iings a-week, and a wile and fam'ily, talking about a merry Christ'mas. I'll retire to lied'lam.quot; — This lunatic, in letting Scrooge's nephew out', had let two other people in'. They were portly gentle'men, pleasant to behold', and now stood, witli their hats off', in Scrooge's oi'tice. They iiad books and papers in their hands, and bowed'lo him.

— „Scrooge and Mar'ley's, I believe,quot; said one of the gentlemen, referring to his list'. „Have I the pleasure of addressing Mr.

i Scrooge', or Mr. Mar'ley ?quot; — „Mr. Marley has been dead' these seven years',quot; Scrooge 1 replied. „He died seven years ago, this 1 ver'y night.quot; — „We have no doubt', his liberality is well represent'ed by his surviving part'ner,quot; said the gentleman, presenting his creden'tials. — It ccrtaiidy was'; for they had been two kindred spir'its. At the ominous word liberal'ity, Scrooge frowned', and shook his head', i and handed the creden'tials back. — „At this festive season of the year', Mr. Scrooge,quot; said the gentleman, taking up a pen', „it is more than usually desir'able that we should make some slight provision for the poor and des'titute, who suffer great'ly at the present time'. Many thou'sands are in want of common nee'essaries; Iiund'reds of thousands are in want of common com'forts. Sir.quot;

Taalkundige Opgaven.

§ 201 (biz. 117). Opgave 1.

§ 202 (biz. 118). Opgave 2.

§ 204 (biz. 123). Opgave 3. Biz. 127. Opgave 4.

ocr page 134

Leercursus der Engelsche taal door zelfonderricht.

8* BRIEF.

_(LES 15 EN 16.)__

15® LES!

Om braaf te wezen is het niet genoeg, dat er nu en dan edele voornemens by ons opwellen; braaf worden wij slechts als wij die voornemens vasthouden en volbrengen. (Rochlitz.)

A. Tekst.

(Oefen. 1—3 volgens het op blz. 32 [Eens voor al] gegeven voorschrift.)

»Are there no prisons?quot; asked Scrooge. — 1 quot;Plenty of

axr dheer noo prizn»quot; aaskt skroedzj plènquot;-ti ov Zyn daar geen gevangenissen ? vroeg Scrooge^_Overvloed van

prisons,quot;] said the gentleman, laying down 2 the pen] again; —

priznz sed dhe dzjentl'-men lee'-iw/^ dounquot; dhe pèn e-cèn' gevangenissen zeide de mijnheer leggende neder de pen weder.

»And 3 the Union workhouses ?quot;] demanded Scrooge. »Are

end. dhe joen'-jun wweurkf'-hbuB-^x de-maand'-ed skroedzj aa?*

En de Vereenigiog werkhuizen? vroeg Scrooge. Zijn

they still in operation?quot; — »They are. Still,quot; returned the

dhee stil in op'-er-ee^-sjun dhee aarquot; stilquot; re-teurnd' dhe

zij nog in werking? Zij zijn. Nogtans, hernam de

gentleman, »1 wish I could say they were not.quot; — »4 The

dzjentl'-men ai wwisj ai koed see dhee wweuï' notquot; dhe

mijnheer, ik wensch ik konde zeggen zij waren niet. De

Treadmill and the Poor Law] are in full vigour, then?quot;

trèdquot;-mil ènd dhe poe/' lao aar in foei vid'-Mr dhèn Tredmolen en de Armen Wet zijn in volle kracht dus?

said Scrooge. — »Both very busy. Sir.quot; — »0h! I was

sèd skroedzj hoot/i vèr'-ri blxquot;-i senr oo ai wwbz

zeide Scrooge. Beiden zeer bezig, mijnheer. O ik was

afraid, from what you said at first, 5 that something

«-freedquot; from wwot joe sèd èt feurstquot; dhèt sum'-tkin//

in vrees van wat gij zeidet in het eerst dat iets

had occurred] to stop them 6 in their useful course,quot;] said

hèd ok-keurdquot; tóe stopquot; dhèm in dheer joes'-fóel koorsquot; sèd had plaats gegrepen (om te) stuiten hen in hunnen nuttigen loop zeide

Scrooge, »rm very glad to hear it.quot; — »ünder the impression

skroedzj aim vèr'-ri clèd toe hie?-quot; it un'-der dhi im-prèsquot;-sjiin

Scrooge. Ik ben zeer blijde te hooren het. Onder den indruk

that they scarcely fornish 7 Christian cheer of mind or body]

dhèt dhee skeersquot;-li feur -nisj krist'-jèn tsjierquot; bv maindquot; b?* bbdn-i dat zg nauwelijks verschaffen christelijke blyheid van geest of lichaam

8 to the multitude,quot;] returned the gentleman, »a few of us

tóe dhe multquot;-i-tjoed re-teurnd' dhe dzjentl'-men e fjoe ov us de menigte, hernam de mijnheer, een weinig van ons

are endeavouring to raise 9 a fund] 10 to buy the

aar èn-dèvquot;-er-i«^ tóe ree® e fundquot; tóe bai dhe

zÜn_trachtende_(om) te stichten een fonds (om) te koopen de

Poor some meat and drink, and means of warmth.] We

poej-' sum mietquot; end drinkquot; ènd mien» bv wwaormtóquot; wwi amen eenige spijs en drank en middel van warmte. Wij

Servaas de Bruin, Engelsche Taal, #

ocr page 135

— 130 —

choose this time, because it is a time, of all others, when

tsjoei dhisquot; taim be-kaoz' it iz e taim bv aol ud\iquot;-erx wwèn kiezen dezen tijd omdat het is een tijd van alle andere wanneer

11 Want] is keenly felt, and 12 Abundance] rejoices. What

wwbntquot; iz kienquot;-li fèlt end «-bun'-dens re-dzjois'-ez wwot

Behoefte is scherp gevoeld en Overvloed zich verlustigt. Wat

shall I put you down for?quot; — 13 «Nothing!quot;] Scrooge replied. —

sjèl ai poet joe dounquot; for skroedzj re-plaid.'

zal ik zetten u neder voor? Niets! Scrooge antwoordde.

»You wish to he anonymous?quot; — »1 wish to he left alone,quot;

joe wwisj tóe bi èn-non'M-mus ai wwisj toe bi lèft e-loonquot;

Gij wenscht te zgn ongenoemd? Ik wensch te zijn gelaten alleen,

said Scrooge. »Since you ask me what I wish, gentlemen,

sèd skroedzj sins joe aask mi wwot ai wwisjquot; dzjèntl'-mèn

zeide Scrooge. Daar gij vraagt mij wat ik wensch, heeren,

that is my answer. — I don't make merry myself 14 at

dhèt iz mai aanquot;-ser ai doont meek mèr'-ri mi-sèlfquot; et

dat is mijn antwoord. Ik doe niet maken vroolijk mij zelf op

Christmas,] and I can't afford 15 to make idle people merry.]

kris'-mès ènd ai kaant èf-foord' tóe meek aidl piepiquot; mèr'-ri Kerstmis, en ik kan niet betalen (om) te maken lui volk vroolijk.

I help to support the establishments I have mentioned: they

ai hèlp tóe sup-poo?!' dhi ès-tèto^-lisj-mènts ai hèv mèn'-sjund dliee Ik help te onderhouden de instellingen ik heb opgenoemd: zij

cost enough; and 16 those who are badly off] must go

kost e-nufquot; ènd dhooz hoe oar bèd'-li ofquot; must goo

kosten genoeg: en degenen die zijn slecht af moeten gaan

there.quot; — »Many can't go there; and many would

dhee/ mèn'-i kaantquot; goo dheer ènd mèn'-i wwóed

daar. Velen knnnen niet gaan daar en velen zonden willen

rather die.quot; — »If they would rather die,quot; said Scrooge,

raadh'-er daiquot; if dhee wwóed raadh'-er daiquot; sèd skroedzj

liever sterven. Indien zij zouden willen liever sterven, zeide Scrooge,

»they had better do it, and decrease 17 the surplus

dhee hèd bèt'-ter doequot; it ènd de-kries' dhe seor'-plus

zy hadden beter doen het en verminderen de overtollige

population.] Besides — excuse me — I don't know that.quot; —

pop-jóe-leequot;-sjun bosaidz' eks-kjoezquot; mi ai doont nooquot; dhèt

bevolking. Buitendien verschoont mij , ik doe niet weten dat.

»But you might know it,quot; observed the gentleman. — »It's

but joe maitquot; noo it ob-zewvd' dhlt;? dzjèntl'-mèn its

Maar gij kondt weten het, deed opmerken de mijnheer. Het ia

not my business,quot; Scrooge returned. »It's enough for a man

not mai bizquot;-nès skroedzj re-teiirnd' its e-nufquot; for e mèn niet mijne zaak, Scrooge hervatte. Het is genoeg voor een man

18 to understand his own business,] and not to interfere

tóe un-der-stènd' hi» oonquot; bi»quot;-nès ènd not tóe in-ter-üer' te verstaan zijne eigene zaak en niet te zich inlaten

with other people's. Mine occupies me 19 constantly.] Good

wwidh udhquot;-^- pieplz mainquot; ok'-kjóe-paiz mi konquot;-stènt-li Goed

met anderer menschen. De mijne houdt bezig mij bestendig. Goeden

ocr page 136

— 131 —

afternoon, gentlemen 1quot; — Seeing clearly that it would be

aafWr-noenquot; dzjèntl'-mèn si'-iny klie»1quot;-!! dhct it wwöed bi

namiddag heeren. Ziende duidelijk dat het zou zijn

useless 20 to pursue their point,] the gentlemen withdrew.

joes'Mès toe pur-sjoe' dliee»' pointquot; dhe dzjcntl'-mcn wwidh-droequot;

nutteloos te vervolgen hun punt, de heeren verwijderden zich,

Scrooge resumed 21 his labours] with an improved opinion

skroedzj n-zjoemd' hi® lee'-burz wwidh en ini-proevcl' op-pin'-jun Scrooge hervatte zijne werkzaamheden met een verbeterden dunk

22 of himself,] and in a more 23 facetious] temper than

6v him-selfquot; ènd in e moor f cs-siquot;-sj us tum'-per dlièn

van zich zeiven en in eene meer grappige stemming dan

was usual with him.

wwoz joea'-jóe-èl wwidh him.

was gewoonlijk met hem.

(-ie Oefening.) B. Hollandschc Vertaling.

„Zijn er geen gevangenissen?quot; vroeg Scrooge. — „Gevangenissen in overvloed,quot; zeide de mijnheer, de pen weder neerleggende. — „En de werkhuizen van de Ver-eeniging?quot; vroeg Scrooge. „Zijn die nog in gang?quot; ~ „(Dat) zijn ze. Intussehen,quot; hernam de mijnheer, „ik wensclite (wel), (dat) ik kon zeggen, (dat) ze (het) niet waren.quot; — „De Tredmolen en de Armenwet zijn dus (nog) in volle kracht?quot; zeide Scrooge. — „Beiden zeer werkzaam, mijnheer!quot; — „O, ik was (al) bang, naar hetgeen gij aanvankelijk zsidet, dat (er) een of ander had plaats gegrepen, (waardoor ze gestremd waren geworden) in hunne heilzame werking,quot; zeide Scrooge. „Ik ben zeer blijde het (tegendeel van u) te hooren.quot; — „In de overtuiging, dat zij aan de menigte (weinig of geen) christelijke vreugde verschaffen, (zoomin naar) ziel (als naar) lichaam,quot; hernam de mijnheer, „trachten eenigen onzer een fonds tot stand te brengen, om voor de armen [eenige] spijs en drank en brandstof te koopen. Wij kiezen (daartoe) dezen tijd, omdat dit een tijd ia, (meer) dan alle anderen, waarin het Gebrek nijpend gevoeld wordt en de Overvloed feestviert. (Voor hoeveel zal ik u opschrijven?quot;)— „(Voor) Niets!quot; antwoordde Scrooge. — (O,) gij wenscht ongenoemd te (blijven)?quot; — „Ik wensch (ongemoeid te blijven),quot; zeide Scrooge. „Daar gij mij vraagt wat ik wensch, heeren! is dat mijn antwoord. Ik (smul) zelf niet op Kerstmis, en ik kan niet bijdragen om lui volk (te laten smullen). Ik help de instellingen in stand houden, die ik (daareven) genoemd heb; (die) kosten (mij) genoeg, en degenen (wie het niet naar den vleesche gaat), moeten daar gaan.quot; — „Velen kunnen niet daar gaan; en velen zouden liever sterven (eer zij daarheen gingen).quot; — „Als ze liever zouden sterven,quot; zeide Scrooge, „moesten ze dat maar doen, en verminderen de overtollige bevolking. Overigens (is dat iets) — houdt mij ten goede — dat ik niet weet.quot; — „Maar gij kondt het weten,quot; merkte de mijnheer aan. — „(Het gaat mij niet aan) [Het is mijne zaak niet],quot; hernam Scrooge. „(Ieder heeft genoeg te doen met) zijne eigene zaak, en (behoeft) zich niet in te laten met die van anderen. (De) mijne (geeft mij aanhoudend werk in overvloed). (Ik wil u groeten), heeren!quot; — Duidelijk ziende dat het tevergeefs zouds zijn (nog langer te blijven aandringen), gingen de heeren heen. Scrooge hervatte zijne werkzaamheden met een verhoogden dunk van zich zeiven, en in eene opgeruimder stemming dan (doorgaans het geval) met hem was.

(6e Oefen.) C. Wederzijdsche Vertaling.

(Zie blz. 18 en 75.)

Oplossingeo

der opgaven, vervat in den vorigen brief. Opgave 1 van § 201 (blz. 117): 1. Let me see you a moment more, apd I will... — 2. Give the money,

or... — 3. Why call your son, if you can do it yourself? — 4. How convince him that the journey is necessary? — 5. Give me your hand I — 6. Keep your feet warm t — 7. Father, let me hear your voice! — 8. If sinners call thee, do not thou go with them! — 9. Don't be hard, if such poor people ask you. — 10. Why did you


9*

ocr page 137

not pay the bill? Because I had no money.

— 11. Will you come to see me? If I can find the way. — 12. You shall neTer have my consent. — Why not? Because I do not like your face. — 13. A merry Christmas and a happy New Year! — 14. Good night! — IB. When the people cry „hear, hearquot; in the parliament, they applaud the speaker. — 16. Hurrah for our friends! — 17. The old country for ever, Huzza! — 18. Ah, they are dead !

— 19, The dearest friends, alas! must part. — 20. 0, how cold it is! — 21. 0, how powerful is God! — 22. Fie upon your name! — 23. Hush! did you not hear a sound? — 24. Lo! this is the hand of Godl

— 25. Hum! it may be. — 26. Why is this man in the house ? Hem! — I — hem! — I don't know. — 27. 0, were this day my last! — 28. 0, the dreadful weather!

Opgave 2 van § 202 (biz. 118): 1. How old are you? I am as old as you. — 2. When shall we dine? When your father comes back. — 3. He was very merry, for he had everything, which he could have for his money. — 4. Why is gold dearer than silver? Because we have less of it. — 5. What did you bring from your journey? — 6. What is a clock? A thing on which we see what time it is.

Opgave 3 van § 204 (biz. 125): 1. I have two hands, two feet, two eyes, two lips, and two cheeks. — 2. Bring me a hundred nails. — 3. This room has three doors, but only one window. — 4. My father is forty-five years old. — 5. A week has seven days, a month thirty or thirty-one days; there is one month in the year, which has only twenty-eight or twenty-nine days. — 6. The greatest heat in out country is ninety degrees. — 7. The street in which we live has one hundred and fifty-eight houses. — 8. The clock has just gone eleven. — 9. A year has three hundred and sixty-five or three hundred and sixty-six days. — 10. There are twelve months in the year, three in every season. — 11. Thousands of men die every day, and millions of men die every year. — 12. Five and eight are thirteen. — 13. Twenty-seven and five and five hundred and sixty and three hundred and fifty-two and two hundred and seventy-five are twelve hundred and nineteen. — 14. Charles the First died in sixteen hundred and forty-nine. — 15. Three hundred and twenty-five are two hundred and twelve less thau five hundred and thirty-seven. 16. From fifty thousand six hundred and two take thirty-two thousand four hundred and seventy-six. — 17. How many are eighty-five, seventy-nine, six hundred and thirty-two, and seven hundred and eighty-one?

Opgave 4 (biz. 127).

In Brief 6 en Brief 7 nieuw voorgeko-mene onregelmatige werkwoordsvormen. (Vergelijk § 155, biz. 85.)

OnbepaaldB

wijs.

OoToImaakt verl. tijd.

Verleden deelwoord.

Afleidingen.

be, am,

was, wast,

been

art, is, 's,

were.

are, 're

wert, were. 3e pers. onvolm. verl. tijd Aanv. wijs

bound

can,

could,

cannot,

couldn't

come

came

come

fall

fell

go

went

gone

leave

left

let, letting

let

make

made overheard

made

put

put shook

put shut

think

thought

will, '11

would

SSS3 Alles wat tusschen hoekige parenthesen [] gezet is, behoort noodwendig tot den Engelschen tekst; wat tusschen ronde parenthesen () staat, wordt of in het geheel niet of van het Hollandse!» afwijkende vertaald. Les 13 (blz. 120). Gesprekken. 15. [Wilt gij] gelieven uit te stijgen, (mijne) heeren ?

— Neen, ik dank u; wij wenschen voorwaarts te komen zoo snel als mogelijk (is).

— (Het spijt mij), (mijne) heeren! maar het reizen met postpaarden [op den weg] is zoo (druk) van daag, dat al onze paarden op het oogenblik besproken zijn. — Ik zou wel een glas madera en een broodje met vleesch willen nemen. — Ik heb er niets tegen uw voorbeeld (te volgen). — Jan! breng drie glazen madera en eenige beschuitjes. Zoudt gij gaarne een broodje met vleesch willen hebben? — (O) ja, (dat) vooral. — Hoe (vindt) gij den madera? — Ik vind (hem) afschuwelijk. — Ik (begrijp niet hoe het komt, dat de logementhouders over het algemeen zulke) slechte wijnen verkoopen. — Ik denk (dat) ze het meer in hun (voordeel) vinden; want er zijn (er) zeer weinig, die eenen reiziger eene ordentelijke flesch wijn [zullen] voorzetten. — Jan! vraag den postiljon wat er te betalen is; en draag zorg, dat de koffers in (huis) gebracht worden. — Ja, mijn-


ocr page 138

heer! ik zal aan (mijn heer) [den kastelein] zeggen (zorg er voor te dragen) waar ze (neer) gezet worden. — (Zeg) [hoor jij], postiljon! (hoeveel is de vracht) [wat is het rijtuig]? — Veertien shillings (om n te dienen, mijnheer)! — Kunt gij mij (terug) [wisselspecie] geven (van) [voor] een soverein. — Ik hoop (dat mijnheer) my (ook) iets voor mij zal geven? — (Natuurlijk); daar zijn twee shillings voor u. — Ik hoop (dat) gij mij iets meer zult geven. Ik heb zeer hard (doodgereden. — (Nu) [Wel] dan, daar is (nog een) zes-pence, en (ga nu maar gauw heen).

— Hebt gij [voor] den wijn en (dn) broodjes met vleesch betaald ? — Ja, alles is (betaald) [vereffend]. — (Is er ingespannen)?

— Goeden dag, heeren! ik hoop (dat gij ons huis (weder) bezoeken zult (als gy een) volgenden keer dezen weg komt.

Les 14 (blz. 127). Gesprekken. 16. Zijt gij een schaakspeler? — Ik ken het spel niet. — Als gy het spel wenscht te leeren, zal ik het u leeren. — Met veel genoegen, zullen wij (maar dadelijk) een begin maken? — Ja; waar is het schaakbord (met de) stukken? — Hier zijn ze; maar (zeg mij asjeblieft allereerst) de namen van de stukken. — De koning, koningin, raadsheer, paard, kasteel en de pionnen. — (Staat) het bord (goed)? — Neen; de witte hoekruilen moeten aan de rechterhand zijn. — Zet uwe stukken in orde. — Elke koningin moet op hare eigene kleur staan. — Wilt gij éérst (spelen) ? — Uwe stukken zijn niet goed gedekt. — Uwe koningin is in gevaar. — (Schaak aan de) koningin! — Dat was een zeer goede zet. — Ik ben (niet tegen u opgewassen). Ik moet [mijnen koning] rokkeeren. — Gij kunt niet (meer) rokkeeren, nadat uw koning (reeds van zijne plaats is geweest). — Gij verliest een paard. — Schaak aan den koning! — Ik dek (hem) met den raadsheer. — Gij hebt slecht gespeeld; ik neem uw kasteel. — Het is een (pad-spel). — Neen! schaak aan den koning! — Schaak mat! — Gij kunt mij een kasteel (voor-)geven en (het toch nog van mij winnen). — Wilt gij (nog eene partij) spelen? — (Van avond niet) [Niet dezen avond]; ik zal mijne revanche nemen (op) een anderen tijd. — Hoe vele partijen hebt gij gespeeld ? — Maar twee. (Die hebben lang geduurd). — Niet zeer lang; 'wij 'spelen 2dikwijls •'schaak'samen pvoor] euren (achtereen).

(6e Oefening.) D. Spraakkunst.

[§ SOS.] This was the first intimation (Les 9 en 10). (Les 13).

Be would see him in that extremity first

What you said at first (Les 16).

A. In alle drie deze volzinnen ontmoeten wij het woord first. Ook in dat woord ligt een tel-begrip opgesloten, en toch hebben wij het niet aangetroffen in de vorige les. De telwoorden in de vorige les waren de benamingen der getallen zeiven; het telwoord first, en de verdere telwoorden, die wij nu zullen leeren kennen, duiden de rangschikking aan, waarin een getal in de natuurlijke volgorde der telling voorkomt. Daarom worden ze genoemd rangschikkende telwoorden, ordinal numbtrs (br'-diu-nel num'-ben), terwijl die der vorige les, die de werkelijke getallen aanduiden , den naam dragen van telwoorden van hoeveelheid, of hoofdgetallen, cardinal (kaar'-din-nel) numbers.

B. De rangschikkende telwoorden zijn:

Engclschc verkorting.

first (feiirst), eerste.....1st

second (sek'-und), tweede . . . 2nlt;l third {thcnrA), derde .... SrJ fourth (foor///), vierde .... éth

fifth (fiftó), vijfde......5tli

sixth (siksM), zesde.....6th

seventh (sèvnW), zevende . . . 7tli eighth (eet//;), achtste .... 8tU ninth (naintó), negende .... 9lh

tenth (tèntó), tiende.....10th

eleventh (e-lèvnM'), elfde . . . llth twelfth (twwèlftó), twaalfde . . 12th thirteenth (Uenr'-tienM), dertiende 13tli twentieth (twwèn'-ti-etó), twintigste 20th twenty-first of one and twentieth,

een-en-twintigste.....21st

thirty-second of two and thirtieth,

twee-en-dertigste.....SS'il

hundredth (huncl'-r^ilM), honderdste 100quot;1 one hundred and third, honderd en

derde.........103rJ

C. De rangschikkende telwoorden worden dus gevormd van hoeveelheids-telwoor-den, door achtervoeging van ...M. Bijzondere vormen hebben first en second. Even als three in thirteen en thirty verandert in thir, ondergaat het dezelfde verandering hier, met achtervoeging van eene ... d, third. In fifth ondergaat five dezelfde verkorting als in fifteen en fifty. Eene gelijke verandering ondergaat twelve in twelfth. In de spelling van eighth gaat ook weder ééne t verloren, gelijk in eighteen en eighty, doch ih de uitspraak blijft die t behouden alsot er eighith stond. Ofschoon nine bij het aanhechten van de th de stomme e verliest, behoudt de vocaal i toch haren langen klank „aiquot;. Bij de samengestelde telwoorden, van 21 af, wordt de th (of st, of d) alleen aan het laatste telwoord toegevoegd; de y wordt daarbij in ie veranderd (§ 181, blz. 102). Schrijft men de rangschikkende telwoor-


ocr page 139

den niet voluit in letters, maar met cijfers , dan zet men boven achter het laatste cijfer de consonanten, waarmede dat telwoord eindigt, dus bij de 1 ...st, bij de 2 ...nd, bij de 3 ...rd, bij de overige

D. De rangschikkende telwoorden, zooals wij uit het voorbeeld the first intimation zien, zijn, even als de telwoorden van hoeveelheid, oorspronkelijk bijvoeglijke naamwoorden. In het voorbeeld what you mid at first, is first zelfstandig gebezigd en dan in verbinding met het voorzetsel at eene bijwoordelijke bepaling geworden (§ 132, biz. 69). Inden volzin he would s'e Mm in that, extremity first, is het bijvoeglijke rangschikkend telwoord Jirst bijwoordelijk gebruikt. Eindelijk vormt men door achtervoeging der eindlettergreep ...ly (§ 160, blz. 87) bijwoorden van de tien eerste rangschikkende telwoorden: firatly, eerstelijk, eerstens; secondhj, tweedens, ten tweede; thirdly, fourthly, fifthly, enz., tot Untidy.

N.B. Altijd met groote aanvangsletter te schrijven zijn de namen der maanden:

January (dzjèn'-joe-er-i), February (fèlgt;'-roe-er-i), March (vaRarte}), April (ee'-■prW), May (mee), June (dzjoen), July (dzjoe-lai'), Augmt (ao'-Gust), September (sèp-tem'-ber), October (ok-too'-be/), November (noo-vèm'-beï'), December (di-sèm'-bcr;,

en die van de dagen der week;

Sunday (sun'-dee), Monday (mun'-dee), Tuesday (tjoez'-dee), Wednesday (wwèn®'-dee), Thursday (tóeurz'-dee), Friday (frai'-dee), Saturday (set-ur-dee).

Opgave 1. Vertaal:

1. Karei de Vijfde werd geboren [bom, bom] op den 24sten [of] Februari in het jaar 1500. — 2. Jozef [lt;7osfp/i, dzjoo'-zèl] de Tweede werd geboren op den 13den Maart in het jaar 1741. — 3. Shakespeare (sjeek'-ipier) werd op den 23. April 1564 geboren. — 4. Schiller (sjil'-lfr) stierf op den 9. Mei in het jaar 1805; bij was 46 jaren oud, toen [when] hij stierf. — B. Karei de Twaalfde werd op den 27. Juni in het jaar 1682 geboren. — 6. Scrooge's eerste klerk hield mij staande op [in the] straat, om te zeggen, (dat) hij bang was, dat (er) iets had plaats gegrepen op [in] Scrooge's kantoor. — 7. Hij stierf in het zevende jaar na zijnen compagnon. — 8. Het register van Marley's begrafenis werd geteekend op Dinsdag den vierden [dag van] November. — 9. (De) 2avond (vóór) 'Kerstmis is op den 24stcii December, en Kerstdag is op den 25stcii December. — 10. Mijn oom trouwde op den 8sten Juli. — 11. Marley werd op den 27. December begraven. — 12. Wij hadden [een] twist op Woensdag, den derden Januari, en waren weder (goede) vrienden

op Donderdag, den vierden Januari. [§ aio.] l. There is no doubt about that (Les 2).

2. This must be distinctly understood (Les 5).

3. Mr. Marley has been dead these seven years (Les 14).

4. Those who are badly off (Les 15).

A. De in deze vier volzinnen voorkomende woorden that, this, these, those zijn voornaamwoorden. Als zoodanig herkennen wij ze dadelijk: want in de twee eerste volzinnen staan that en this in de plaats van den inhoud van den volzin, die voorafgegaan is; en in den vierden zin staat those in plaats van „de liedenquot;, the people , the men. Daar nu door deze woorden met bijzondere duidelijkheid het aangeduide als het ware wordt aangewezen, noemtmen ze aanwij zende voornaamwoorden, demonstrative pronouns (de-mbn'-strèt-tiv proo'-nbunz). Door this (Holl. „ditquot;) wordt aangewezen hetgeen nader bij den sprekenden persoon ligt, door that (Holl. „datquot;) hetgeen verder van hem af ligt. Het meervoud van this is these; 't meerv. van that is those.

15. In den derden volzin is these als attribuut van years, dus bijvoeglijk gebruikt. Op gelijke wijze vinden wij this bijvoeglijk gebruikt in: This nephew of Scrooge's (Les 9 en 10), this very night (Les 14), this festive season (Les 14).

that is bijvoeglijk aanwijzend voornaamwoord in: He would see him in that extremity (Les 13).

Zelfstandig daarentegen'zijn, behalve in de aan het hoofd dezer paragraaf staande volzinnen, de beide woorden gebruikt in: This mas the first intimation (Les 9 en 10), as if that were the only one thing (Les 13), before that happened (Les 13), that is my answer.

C. Behalve de bovengenoemde vinden wij aanwijzende voornaamwoorden nog in de volzinnen: It was all the same to him (Les 6) en: I live in such a world of fools as this (Les 11), namelijk same en such. •j-f same wordt zelden anders dan achter het lidwoord the gebruikt, suck menigmaal voor het lidwoord an, a. Opgave 2. Vertaal:

1. Hoe kunt gij zoo boos zijn op zulk een vroolijken tijd als Kerstmis? — 2. Dit is mijns ooms huis, en dat is (het) mijne. — 3. Deze bedelaar smeekte mij, (hem) eene kleinigheid te (geven). — 4. Deze | vroolijke stem is (die) mijns neefs, en die krijtende stem is (die) van Scrooge. —

5. Die kinderen wenschen u [een] goeden morgen; waarom beantwoordt gij hunne (be)groetingen niet? — 6. Ik woonde in hetzelfde huis met u, en zag u nooit. — 7. Die kinderen vroegen aan [of] my den


ocr page 140

weg naar uw kantoor. — 8. Di« geestelijke is de eenige persoon in de wereld, die mijn vriend is. — 9. Dat kind (houdt niet) [is niet veelhoiidencl = fond\ Tan u, omdat gij 5het 1nooit Vriendelijk 4toe sspreekt. — 10. Zijn dit uwe laatste woorden? — li. Die lieden praten van (eene) vroolijke Kerstmis, en hebben geen geld om hunne rekeningen te betalen. — 12. Zulke mensehen moet ik dwazen noemen. — 13. Scrooge is dezelfde thans, (die) [als] hij was toen zijn compagnon leefde.

(7e Oefen.) E, Spelling en Uitspraak. Union; Treadmill; Poor; Poor Law; Want; Abundance,

[§ 811.] Wij hebben in § 64 (biz. 23) gezien, dat de zelfst. naamwoorden in opschriften met eene groote aanvangsletter geschreven worden. Dit is hier uitgestrekt tot de inzonderheid moetende uitkomen hoofdbegrippen, waarvan in een hoofdstuk gewag wordt gemaakt.

Voor de le, 2e en 4e uitdrukking kan men ook daarbij voegen, dat ze als eigennamen gebezigd zijn (§ 64, blz. 22).

Abundance zou ook om die reden met eene groote A geschreven moeten worden, omdat het hier in plaats van „de rijkenquot; staat, omdat dus het begrip van den overvloed hier als persoon optreedt, voorgesteld wordt verpersoonlijkt, ge-personifiëerd.

Christian.

[§ S13gt;] Christian is hier wel een bijvoeglijk nw,, maar wordt toch, even als het gelijkluidende zelfst. nw., met groote aanvangsletter geschreven; zoo ook: English (itt^'-clisj), Engelsch; French (frèntsj), Fransoh; Gerraa» (dzjeur'-mèn), Duitsch; enz.

ff De namen der volken en der staatkundige en kerkelijke partijen worden, ook als bijvoeglijke naamwoorden, in het Engelsch met groote aanvangsletter geschreven.

operat/o«; impress/ow;

prOViSiO/t (Les 14).

[§ 213.| A. Na in § 205 (blz. 125) gehandeld te hebben over den toonloozen uitgang ...on., beloofden w\j later over den uitgang ...ion te zullen spreken.

De voorbeelden boven deze § leeren ons, dat die uitgang klinkt als „unquot;, en dat buitendien de i van dien uitgang op de uitspraak van de voorafgaande « en lt; eenen zelfden invloed uitoefent, als wij in § 20B D (blz. 126) hebben leeren kennen.

B. Ach ter eene VOCWl wordt ...sion als „zjunquot; uitgesproken. Voorbeelden: proviiion, evasion, decision, cohesion, confusion (§ 30, blz. 11), enz.

C. Achter eene consonant wordt

----sian uitgesproken als „sjunquot;.

Voorbeelden: expression (Les 13), impression, mission (§ 30, blz. 11), passion (pès'-sjun), hartstocht, expulsion (èks-pul'-sjun), uitdrijving, dimension (dim-mèn'-sjnn), afmeting, conversion (kon-»eiir-sjun), bekeering, enz.

D. ...tion achter s en X wordt uitgesproken als „tjunquot; (§ 101, blz. 54). Voorbeelden: digestion (did-zjès'-tjun), verduwing, question (kwwès'-tjun), vraag, combustion (kbm-bus'-tjun), verbranding, mixtion (miks'-tjun), vermenging, enz.

E. In alle andere gevallen wordt de uitgang ...tion uitgesproken als „sjunquot; (§ 101, blz. 54). Voorbeelden; mention (Les 5), imagination (Les 8), intimation (Les 9 en 10), veneration (Les 12), situation (Les 12), operation, population, combination (§ 30, blz. 11), diminution (§ 30, blz. 11).

Éénlettergrepige Oefeningen

over den korten vocaal-klank i als in het Hollandsche woord „pilquot;, zijnde de regelmatige korte klank van het Engelsche letterteeken i (§ 10, blz. 4).

(Zie les 2, E. Oefening 7, blz. 32.)

(Voort ze ttin g.)

* jingle

(dzjinol)

klingelen.

* mingle

(minal)

mengen.

* single

(sincl)

enkel.

* shingle

(sjinel)

dek-lat.

^tingle

(tinal)

klingelen.

*tr ingle.

(trinel)

kroonlijst.

ink

(ink)

inkt.

blink

(blink)

blinken.

chink

(tsjink)

reet.

clink

(klink)

klinken.

drink

(drink)

drinken.

link

(link)

schalm.

•pink

(pink)

anjelier.

sink

(sink)

zinken.

slink

(slink)

sluipen.

shrink

(sjrink)

deinzen.

stink

(stink)

stinken.

think

(Mink)

denken.

wink

(wwink)

wenk.

* sprinkle

(sprinkl)

sprenkelen.

^tinkle

(tinkl)

klingelen.

* twinkle

(twwinkl)

knip-oogen.

* wrinkle

(rinkl)

rimpel.

dint

(dint)

inkt.

Jlint

(flint)

vuursteen.

hint

(hint)

wenk.

lint

(lint)

vlas.

(Voortzetting in de volgende les.)

(♦) In verzen tweelettergrepig. Zie § 68, Wj, 24.


ocr page 141

— 186 —

(8e Oefening.) p. LexicograpMe.

(Zie blz. 26 en 88.)

Woorden Tan gelijken oorsprong als de Hollandsche.

to lay, leggen. — workhouse, werkhuis.

— ttill, stil (nog = als stond de tijd „«tilquot;). — teish, wemehen, — treadmill, tredmolen. —full. Tol. —under, onder. ~ scarce, schaarsch. — drink, drinken.

— keen, koen. — feit, (gejvoeld. — since, sinds. — afford, aanvoeren. — idle, ijdel. — help, helpen. — rather, rasscher. — besides, bezijden.

Woorden van gelij ken oorsprong

als de ïransche.

prison, prison. —plenty, plenitude.— union, union. — to demand, demander. — operation, operation. — law, loi. — vigour , rigueur. — to occur treft men aan in „occurrentquot;, „occurrencequot;. — impression , impression. — furnish, fonmir; de uitgang komt ran „fournissantquot;. — cheer , chère. — multitude, multitude. —few, peu. — to endeavour, (se mettre) en devoir. — fund, fonds. — means, moyens.

— Abundance, abondance. — to rejoice, réjouir. — anonymous, anonyme. — support, supporter. — establishment, établissement. — to mention, mentionner (vergelijk Les 5). — to decrease, decroitre.

— surplus, surplus. — population, population. — to excuse, excuser. — to observe, observer. — to occupy, occuper.

— constant, constant. — to pursue, pour-suivre. — to resume, resumer. — labour, labeur. — opinion, opinion. — facetious, facétieux. — temper, tempérament.

Van gemengden oorsprong. Christian, christelijk, „ehrétienquot;. — to be badly off, (gemeenzaam:) slecht-af ïjjn. — understand, onbepaalde wijs van understood (Les 5). ■— to choose, onbep. wijs van chose (Les 2). — left, verl. deelw., gelijkluidend met den onvolm. verl. tijd (Les 14). — cost, kosten, „coiiterquot;,

— clear, klaar, „clairquot;.

(9e oefen.) 6. Mondeling Onderhoud.

Vragen.

1. How many prisons are there?

2. What did the gentleman lay down?

3. What was still in operation?

4. What was in full vigour?

5. What was Scrooge afraid of?

e. Wherein might those establishments be stopped?

7. What did those establishments scarcely furnish?

8. To whom did they not furnish it? ». What were the gentlemen endeavouring to raise?

10. To what purpose?

11. What is keenly felt at Christmas?

IS. What does rejoice at Christmas?

13. What did Scrooge wish to be put down for? (himself?

14. When did Scrooge not make merry

15. What could Scrooge not afford?

16. Who must go to the workhouse?

13. What would be decreased, if those

died, who are badly off?

18. What is enough for a man?

19. How long was Scrooge occupied by his business?

20. What would have been useless for the gentlemen?

SI. What did Scrooge resume?

3S. Of whom had Scrooge an improved opinion ?

33. What was Scrooge's temper, after the gentlemen withdrew?

(loe Oefen.) H. Gesprekken.

17.

watch (wwbtsj), horloge.

Where did yon bay yoar watch?

slow (sloo), langzaam.

It does not go well, it goes too fast (too slow).

to gain (seen), winnen.

to lose (loez), verliezen.

It gains (loses) tea minutes every day.

to set (set), zetten.

Set it by the clock.

of itself (it-sèlf), van zelf.

The clock has stopped of itself.

down (doun), afgeloopen.

Is it down?

wound up (wwound up'), opgewonden.

It is wonnd np.

broken (brookn), gebroken.

Something mast be broken in It.

watch-maker (wwotsjquot;-meek'-er), horlogemaker.

Let as go to the watch-maker's.

spring (spring), veer.

The spring is broken.

to clean (klien), schoonmaken.

to regulate (rec'-joe-leet), regalesren.

sundial (sunquot;-dai'-èl), zonnewijzer.

Toa mast clean and regalate my watch and set it by the san-dial.

to take to pieces, uit elkander nemen.

I mast take it to pieces.

work (wweiirk), werk.

This gold watch has excellent works.

trial (trai'-èl), proef, probeering.

WiU yoa let me have it on trial?

to guarantee (Gaar-èn-ti'). instaan voor.

How long do yoa gaarantee this watch?

stop-watch (stop'-wwbtsj), seconden-horloge met échappement.

to show (sjoo), aanwijzen.

month, (munM), maand.

This stop-watch shows also the day of the month.

key (ki), sleutel.

This key does not fit my watch. ,s


ocr page 142

16® LES.

Twee dingen behooren tot de ontwikkeling des verstands, zonder welke geen vooruitgang mogelijk is: een ernstig opzamelen van kundigheden, en eene gestadige oefening van de krachten.

(Schiller.)

A. Tekst.

(Oefening 1—3 volgens het op blz. 32 [Eens voor al] gegeven voorschrift.)

Meanwhile 1 the fog and darkness thickened] so, that

mienrwwail dhe foG end. daark'-nès ^ik'-end. sooquot; dhèt

Middelerwijl de mist en duisternis werden dikker zoo dat

people ran about 2 with flaring links,] 3 proffering their

piepl rèn e-bbut' wwidh fleer'-iw^r linksquot; yrhi'-ier-ing dheer

lieden liepen rond met flikkerende toortsen aanbiedende hunne

services] 4 to go before horses in carriages,] and conduct

seu/'-vis-^jB tóe goo be-foo/ hbrs'-ex in kerquot;-ridzj-ez end kbn-dukt'

diensten (om) te gaan voor paarden in rijtuigen en leiden

them on their way. The ancient tower of a church, whose

dhem on dheer wweequot; dhi een'-sjent tbu'-w 6v e tsjeurtsjquot; hoe® hen op . hunnen weg. De oude toren van eene kerk welker

gruff old bell 5 was always peeping slily down at Scrooge]

Gruf oold bèl wwo® aol'-wweeas piep'-iïiy slai'-li dijun èt skroedzjquot; brommende oude klok was altijd glurende sluw ueder op Scrooge

out of a gothic window in the wall, became invisible, and

out ov e Gotó'-ik wwin'-doo in dhe wwaolquot; be-keem' in-vizquot;-ibl end uit van een cothisch raam in den muur werd onzichtbaar en

6 struck the hours and quarters in the clouds,] with tremulous

struk dhi ourz end kwwaort'-wz in dhe kloudzquot; wwidh trèm'-joe-lus sloeg de uren en kwartieren in de wolken met bevende

vibrations afterwards, 7 as if its teeth were chattering

vai-bree'-sjunsB aaff'-er-wwewrda cz if its iizth wweur tsjet^tcr-i»^ trillingen achteraan als of hare tanden waren klapperende

in its frozen head] up there. The cold became intense. In

in its frooasn hed upquot; dheer dhö koold be-keem' in-tènsquot; in in haar bevroren hoofd op daar. De koude werd hevig. In

the main street, at the corner of the court, 8 some labourers

dhe meenquot; striet èt dhe kbrn'-er ov dhe koortquot; sum lee'-bur-eras

de grooté straat op den hoek van de binnenplaats eenige werklieden

were repairing the gas-pipes,] and 9 had lighted a great

wwemr re-peer'-iw^r dhe Gesquot;-paips ènd hèd lait'-ed e Greet

waren repareerende de gaspijpen en hadden aangestoken een groot

fire in a brazier,] round which 10 a party of ragged men

fair in e breequot;-zjer round wwitsj e paar'-ti ov reG'-Ged men

vuur in een komfoor rood hetwelk eene partij van havelooze mannen

and boys], were gathered: 11 warming their hands and winking

ènd bbiz wwenr Gèdhquot;-erd wwaorm'-i?^ dheer hèndzquot; ènd wwink'-iw// en knapen waren verzameld warmende hunne handen en dichtknijpende

their eyes before the blaze in rapture.] The water-plug

dheer ai®quot; be-foo/ dhe bleeas in rèptquot;-jui* dhe wwaot'-er-pluG hunne oogen voor de vlam in verrukking. De waterstop

being left in solitude, 12 its overflowings sullenly congealed,]

\A'-ing lèft in s61quot;-i-tjoed its oov'-er-floo-iw^® sul'-len-li kon-dzjield' zijnde gelaten in eenzaamheid zijne overvloeiingen somber stolden

ocr page 143

- 138 - f

and turned to misanthropic ice. The brightness of the shops

end teiirnd toe mis-èn-Mröp'-ik aisquot; dhe brait'-nès 6v dhe sjopsquot; en veranderden tot menschenhatend ijs. De helheid van de winkels

where 13 holly sprigs and berries crackled in the lamp-

w w eer liolquot;-li spriaz ènd bèr'-riez krèk'-eld in dhe lempquot;-

waar steekpalm takken en bessen knapperden in de lamp-

heat of the windows,] made pale faces ruddy as they

Met ov dhe wwinquot;-dooz meed peel fees'-ez rudquot;-di èz dhee hitte van de ramen, maakte bleeke gezichten roodachtig als zij

passed. 14 Poulterers' and grocers' trades] became a splendid

paastquot; pooF-ter-erz end groosquot;-serz treedz bf-keem' a splèn'-did

voorbijgingen. Poeliers- en kruideniers- winkels werden eene prachtige

joke^ a glorious pageant, with which it was next to im-

dzjookquot; e aloor'-i-us pèdzj'-cnt wwidh wwitsj it wwoz nekst toe im-scherts; een luisterrijk praalvertoon, met hetwelk het was naast aan on-

possible to believe that such dull principles as 15 bargain

p6squot;-sil»l tóe bc-lievquot; dhèt sutsj dul prin'-siplz èz baar'-Gen

mogelijk te gelooven dat zulke vervelende beginselen als koop

and sale] had anything to do. The Lord Mayor, 16 in the

end seelquot; hèd vrtA-tlixny tóe doequot; dhe lord meequot;-ur in dhe

en verkoop hadden iets te doen. De Lord Mayor in de

strong-hold of the mighty Mansion House,] 17 gave orders to

strow^-lioold ov dhe mait'-i mèn'-zjun liousquot; oeev or'-derz tóe

sterkte van het machtige Mansion House gaf bevelen aan

his fifty cooks and butlers to keep Christmas as a

hiz tif'-ti kóeks ènd butquot;-llt;?rz tóe kiep kris'-mès èz e zijne vijftig koks cn keldermeesters (om) te houden Kerstmis zooals eens

Lord Mayor's household should;] and even the little tailor,

lord mee'-urz lious'-lioold sjóedquot; ènd ievn dhe litl teequot;-lw Lord Mayor's huishouding behoorde; en zelfs de kleine kleedermaker

whom he had fined five shillings on the previous Monday

hoem hi hèd faind faiv sjil^-liwyz on dhe priev'-i-us mun'-dee dien hij had beboet vijf schellingen op den vorigen Maandag

18 for being drunk and bloodthirsty in the streets,] 19 stirred

fo/' bi'-iay drunkquot; end blusV-tóeuj-st-i in dhe strietsquot; stenrd.

voor wezende dronken en bloeddorstig in de straten roerde

up to-morrow's pudding] in his garret, while his lean

upquot; toe-mor'-rooz pudquot;-diwy in hiz Gerquot;-rlt;?t wwail hiz lien op morgendags pudding in zijn zolderkamertje, terwijl zyne magere

wife and the baby 20 sallied out to buy the beef.]

wwaifquot; end dhe beequot;-bi sel'-lied out tóe bai dhe biefquot;

vrouw en het kindje gingen uit (om) te koopen het rundvleesch.

(4e Oefen.) B. Hollandsclie Vertaling.

Ondertusschen nam de mist en (de) duisternis derwijze toe, dat (er) lieden rondliepen met brandende toortsen, hunne diensten aanbiedende, om voor fr!n) paarden (der) rijtuigen te loopen en hen op hunnen weg te leiden. De oude toren ojner kerk, welker brommige oude klok altijd sluw uit een Gothisch raam in den muur op Scrooge nederblikte, werd onzichtbaar, en sloeg de uren en kwartieren in de (lucht) met beTende

ocr page 144

(na-trillingen), als klapperden haar de tanden in haar bevroren hoofd daar in de hoogte. De koude werd nijpend. In de groote straat, op den hoek der binnenplaats *) waren eenige werklieden (bezig) de gaspijpen te (maken), en hadden een groot vuur (aangelegd) in een komfoor, waar omheen (een hoop) havelooze mannen en knapen verzameld (was), hunne handen warmende en hunne oogen (met genot) dichtknijpende voor de (helle) vlam. (De kraan der waterleidings-pijp aan haar lot overgelaten) zijnde, stolde het (met dof gemurmel daaruit) overloopende water, en veranderde (in) menschenhatend ijs. Het (helle licht) der winkels, waar steekpalm-takken eu beziën knapperden in de hitte, (teweeggebracht door) de lampen (die voor de ramen hingen), maakte bleeke gezichten blozend terwijl ze voorbijgingen. Poeliers- en kruide-niers-winkels werden eene prachtige scherts, een luisterrijk praalvertoon, (waarvan) het (schier) onmogelijk was te gelooven, dat zulke (prozaïsche) begrippen, als koop en verkoop, iets daarmede (gemeens) hadden. De Lord Mayor, in de sterkte van het machtige Mansion House-j-) gaf (de noodige) bevelen aan zijne vijftig koks en hofmeesters om Kerstmis te houden, zooals (het aan) eene Lord Mayor's huishouding (betaamt); en zelfs het kleermakertje, dat hij den vorigen Maandag (lot vijf shillings boete veroordeeld had), omdat (de man) dronken en bloeddorstig (geweest was op do openbare straat), besloeg in zijn zolderkamertje den (pudding voor morgen), terwijl zijne magere vrouw (met) het kindje (zich de deur uitspoedde) om het rundvleesch te (gaan) koopen.

•) Vele haizen te Londen staan rondom eene opene binnenplaats, die uitkomt aan de straat.

f) Mansion House (woordelijk: het woonhuis) is de prachtige residentie van den telkens voor een jaar uit de aldermen (aol'-d^r-men, wethouders) gekozen wordenden Lord Mayor (burgerlijken gouverneur, stadhouder) van Londen, die van zijn tractement (8000 ponden sterling = /quot; 96,000) en van hetgeen hij als eigen vermogen bezit, wel in staat is op eenen ruimen voet te leven. Behalve Londen hebben ook de steden York (jork) en Dublin (dnb'-lin) elk eenen Lord Mayor; al de overige steden in Engeland hebben slechts mayors (burgemeesters).

(5e Oefen.) C. 'Weclerzijclsclie Yertaling.

(Zie blz. 18 en 75.)

(6e Oefen.1 D. Spraakkunst.

[§ SI#.] A. In § 98 (blz. 53) hebben wij den 2en naamval der zelfst. naamwoorden leeren kennen. Voorbeelden hoe die gevormd wordt hadden wij in Marley's Ghost (Les 2), Mar ley's funeral (Les 5), Hamlet's Father (Les 5).

B. In § 63 (blz. 22) hebben wij den invloed leeren kennen van eenen sisklank op de uitspraak van den 2en naamvalsvorm. Voorheelden daarvan ziju: Scrooge's name (Les 2), Scrooge's nephew (Les 9 en 10).

C. Ook de regelmatige meervoudsvorm eindigt met eenen sisklank, met i. Het voorbeéld Poulterers' and grocers' trades in deze les leert ons, hoe de tweede naamval van het meervoud gevormd wordt.

Achter de s van den regelmatigen meer-voud-uitgang, wordt, om den 2en naamval te vormen, eene apostrofe (') gevoegd. In de uitspraak is die 2lt;le naamval volmaakt gelijk' aan den len naamval van het meervoud, en dus ook aan den 2™ naamval van het enkelvoud.

D. Het voorbeeld: the hlindmen s dogs (Les 7) doet ons zien wanneer het meervoud niet met eene s eindigt, dat dan de 2ic naamval ook weder gevormd wordt door achtervoeging van 's (apostrofe en «).

E. Saint Paul's Churchyard (Les 5);

Old Marley's name (Les 6);

Scrooge and Marley's (Les 14);

a Lord Mayor's household (Les 16).

Deze voorbeelden toonen ons, dat in samengestelde uitdrukkingen alleen het laatste zelfst. nw. het teeken van den 2en naamval ontvangt. Aan „tomorrow's puddingquot; zien wij, dat er zelfs een 2ile naamval gevormd wordt van zulke samengestelde uitdrukkingen, die op zich zeiven geen zelfstandige naamwoorden zijn, want lo-morrow, samengesteld uit het voorzetsel ia en 't zelfst. uw. morrow, is eigenlijk eene bijwoordelijke zegswijze (Vergelijk at night § 132 blz. 69).

F. Verklaren wij nu nog het gebruik van den 2ea naamval in: this nephew of Scrooge's. Van welk zelfst. nw. is de 2lt;ie naamval Scrooge's eene bepaling? Verder: Welk zelfst. nw. wordt door het voorzetsel of met nephew in betrekking gesteld? (Want de 2de naamval Scrooge's kan niet met het voorzetsel oj verbonden zijn, daar, volgens § 111, G., blz. 59, alleen de 4lt;1lt;! naamval met de voorzetsels verbonden wordt.) Deze vragen, die wij niet uit de bestanddeelen van den opge-noemden volzin kunnen beantwoorden, duiden aan, dat bet zelfst. nw., hetwelk aan die beide eisehen voldoen moet, uit den zin weggelaten is. In dit geval moet de volzin worden aangevuld met het meervoud van het voorafgaande woord nephew, en zou dus voluit luiden: this


ocr page 145

— 140 —

nephew of Scrooge's nephews, deze neef Tan Scrooge's neven, of, in beter Hol-landsoh: deze eene van Scrooge's neven.

Evenzoo moet het zelfst. nw. business achter den Zen naamval people's als aanvulling worden gebezigd in den volzin: Ifs enough for a man to understand his own business, and not to interfere with other people's (Les 15). Volkomen op dezelfde manier als de 2de naamval der zelfst. naamwoorden, worden de zelfstandig gebezigde bezittelijke voornaamwoorden gebruikt (§ 175 , blz. 100); b. v.: o friend of mine, voor a friend of my friends, of gebruikelijker: on tof my friends, een vriend van mij, of: een mijner vrienden.

G. I)e Engelsche taal heeft de neiging om een 2en naamval afhankelijk te maken van een aan te vullen zelfst. nw., en uit deze neigiug laat zich de uitdrukking verklaren: Scrooge and Mar lef i (Les 14). Hier is het ontbrekende zelfst. nw. uiet aan te vullen uit hetgeen voorafgaat, want er gaat in het geheel geen zelfst. nw. vooraf: hier moet men er het zelfst. nw. counting-house bij denken.

Zoo wordt zeer dikwijls in het Engelsch de 2de naamval van iemands naam gebezigd, om het aan dien persoon toebehoorende of toegewijde gebouw aan te duiden, terwijl dan de naam van het gebouw zelf weggelaten wordt, b. v.: St. Paul's voor St. Paul's church; St. Luke's voor St. Luke's hospital (sent Ijoeks hbs'-pi-tèl); Verey's voor Verey's coffeehouse (ver'-eez kbfquot;-fi-hous), Verey's koffiehuis te Londen; my father's voor ■my father's house; Richard's voor Richard's house (Les 5, blz. 51).

Opgave 3. Vertaal: 1)

1. Ik hoor eeus kinds opgeruimde stem.

— 2. Dezes klerks plaats is niet goed. — 3. Des honds staart kwispelde, toen zijn meester zeide: mijn goede hond. — 4. Üe heer kwam neder over des paards hoofd.

— 5. Waar hebt gij der knapen boeken gelegd? — 6. Der passagiers papieren waren in het rijtuig (achter)gelaten [geworden]. — 7. Ik ben volkomen overtuigd, dat de oogmerken van die lieden slecht zijn. — 8. Ik weet de namen van die heeren niet. — 9. Ik had gevoeld, dat de hand van den armen ouden man kond was. — 10. Ik zag hem aan [at] de deur van het iwerkhuis (der) 'Vereeniging. —

11. De kinderen waren blijde, de stem van eenen vriend en vader te hooren. —

12. Mijnheer Marley's rijtuig staat [ij] (voor) [at] de deur. — 13. Ik vond hem niet op [tft] deze mijne reis [vertaal: deze

reis van (de) mijne]. — 14. Het is mijn recht en niet (dat) van het parlement. — r

15. Ik keerde terug naar mijn oom [vertaal: mijns ooms (huis)]. — 16. Gij zult het geld voor uwe rekening krijgen [get]

aan [at] (het kantoor) mijns vaders.

[§ 315.] People ran about Kith faring links, proffering their services.

A party of ragged men and boys were gathered.

A. Their, het op verscheidene personen slaande bezittelijk voornaamwoord van den derden persoon, slaat hier op het zelfst.

nw. people, en toch herkennen wij aan people geen meervoudsvorm.

were, de meervoudsvorm van het werkwoord , slaat op het zelfst. nw. party, en toch mist party den meervoudsvorm.

De zelfst. naamwoorden people en party hebben de beteekenis van het meervoud , doch den vorm van het enkelvoud.

Zulke zelfst. nw. heeten Collectieve collective nouns (kbl-lèkt'-iv nbunz). People is altijd collectief, en heeft nooit den vorm van het meervoud. Party kan ook in den meervoudsvorm parties voorkomen.

In den tekst onzer lessen tot dusverre hebben wij het woord people als collectief kunnen herkennen in deze voorbeelden:

the people in the court .... beating their hands (Les 8); to tJiink of people

below them as if they really were......

(Les 12); two other people (Les 14). . ■

B. Onder de overige collectieven zijn de gebruikelijkste: army (aar'-mi),

armee; body (bbd'-i), lichaam, vereeniging;

catlle (kètl), hoornvee; cavalry (kèv'-èl-ri),

cavalerie; clergy (kleur'-dzji), geestelijkheid; company (kum'-pèn-ni), gezelschap;

couple (kupl), paar; crowd (krbud), volksmenigte; family (fèm'-il-li), familie; fish (fisj), visch; foot (fóet), voetvolk. infanterie; gentry (dzjcn'-tri), kleine adel; horse (hors), paardenvolk, ruiterij, cavalerie;

infantry (in'-fèn-tri), infanterie; mankind (mèn'-kaind), menschdom; mob (mob),

gepeupel; nation (nee'-sjun), natie, volk;

number (num'-ber), aantal; pair (peer),

paar; part (paart), deel; race (rees), geslacht , ras; rest (rest), rest, (de) overige;

world (wweurld), wereld, (de) menschen.

C. Volgens § 204, F. (blz. 124)wordt ook het zelf sta ndig gebezigde bij voeg-lijk naamwoord collectief gebruikt.

Zoo in Les 14, in den volzin: the poor and destitute, who suffer greatly at the present time; het werkwoord suffer in den meervoudsvorm slaat bier op de woorden poor en destitute, die in den enkelvouds-vorm staan, doch verscheidene armen, verscheidene nooddruftigen Lu teekenen.

Opgave 4. Vertaal:

1. De volksmenigte was op [t») de bin-


1

Let op de parenthesen. Zie les 3, blz, 40, het N.B,

ocr page 146

— 141 —

nenplaats, (aanhoudend schreeuwende) [herhalende] dat zij geld moesten hebben.

— 2. Eene vereeniging van heeren bracht eene som bijeen (bijeenbrengen = to raise). — 3. (Het) Tee is zeer noodzakelijk Toer po] ons, dewijl het ons Tleeseh [meat] geeft. — 4. De geestelijkheid tracht [eenig] geld te krijgen voor hare oogmerken. — 5. Het gezelschap was werkelijk in eene Kerstmis-stemming. — 6. Het eenige [ding] ter [tV the] wereld, (dat) ik dit paar kan toewensehen [wish for], is, dat zij altijd gelukkig mogen zijn. — 7. De familie komt bijeen in de 2kamer (hier) 'naast; ze zijn in eene goede stemming. — 8. Wilt gij [wat] visch koopen? Hij is zeer goed.

— 9. De armee lijdt van de hitte. — 10. Vijfentwintig duizend (man) voetvolk is in de stad, en vier duizend (man) paardenvolk is op [in] het (platte)land.

— 11. Het menschdom leeft gaarne [fond] in familiën. — 12. Het gepeupel schreeuwt [io a-si] op [in the] straat om [for] (eten en drinken) [spijs en drank], — 13. De natie wenscht (zich) te verheugen in haren overvloed. — 14. Een groot aantal [van] klerken werkt voor den rijken kruidenier.

— 15. Is uw nieuwe paar sporen (van) zilver of (van) ijzer? — 16. (Een) gedeelte van die lieden gaat (mede) met hunnen meester. — 17. Het geslacht van dezen lord draagt roem op [of] zijne voorvaderen. — 18. Wij hebben acht kamers in ons huis; in drie [van hen] (liggen) [daar zijn] gaspijpen; en de overige worden [are] veiiicht met lampen. — 19. (De gansche) [Al de] wereld weet, dat de ver-kooping morgen aanvangt.

(7e Oefen.) E. Spelling en Uitspraak, /«ours.

[§ 216.] De eenige woorden, waarin de h in het Engelscb stom is, zijn: heir (eer), erfgenaam; honest (on'-èst), eerlijk; honour (uii'-ur), eer; hostler (u?'-ler), stalknecht; hoar (our), uur; humble (utnl«l), nederig; humour (joem'-ur), luim; en de derwijze met deze samengestelde of daarvan afgeleide, dat de wortel onveranderd blijft, b. v.: heiress (eer'-ès), erfgename, maar niet hereditary (hi-rèlt;l-i-tèr-i), erfelijk. Sommigen onderdrukken de h ook in heri (eurb, beter heurb), kruid, groenteplant; door enkele weinigen wordt herbage, driftrechl, eurb'-edzj in plaats van heurb'-edzj uitgesproken; maar bijna niemand onderdrukt de fi in de overige afleidingen van herj.

Dat daarentegen de uitspraak van de h als „hquot; door alle Engelschen, die hunne taal zuiver spreken, in het oog wordt gehouden, doch voor den beoefenaar als onnoodig door ons beschouwd wordt, hebben wij reeds in § 36 (blz. 13) gezegd.

Het daar gezegde is ook van toepassing op de uitspraak der A vóór den ,joequot;-klank, b. v.: huge (joedzj); de echte Engelscbman zegt: hjoedzj, kolossaal; hew (joe; eigenlijk: hjoe), houwen; enz.

Éénlettergrepige Oefeningen

over den korten vocaalklank t' als in liet Holl. woord „pilquot;, zijnde de regelmatige klank der Engelsche korte i (§ 10, blz. 4). (Zie Les 2, E. Oefening 7, blz. 32.)

(V oortzetting.)

mint (mint) munt.

print (print) drukken.

squint (skwwint) scheelzien.

splint (splint) splinter.

stint (stint) bekrimpen.

tint (tint) tint, kleur.

plinth dekblad.

cldnU (tsjints) sits.

minx (minks) steekneus, nuf. sphinx (slinks) sphinx;

'triple (tripl) drievoudig.

* cripple (kripl) kreupel.

*ripple (ripl) kabbelen.

quot;tipple (tipl) pimpelen.

fisc (fisk) fiscus.

brisk (brisk) flink.

(Voortzetting in den volgenden brief.)

(8e Oefen.) F. Lexlcograplile.

(Zie blz. 26 en 32.)

Woorden van gel ij ken oorsprong als de Hollandsche. meanwhile, middelerwijl. — to thicken, verdikken; van thick, dik, daarvan het bijwoord thickly, en de zelfst. naamwoorden thickness f), dikte, en thicket (tóik'-et), kreupelbosch. — ran, rende, van to run (run), rennen (plat Holl.: runnen). — before, hier voorzetsel, in Les 5 voegwoord. — horse, ros. — whose, wiens; whom, wien; zie who (§ 176, B., blz. 101). — gruff, grof, daarvan gruffly (§ IfiO, blz. 87), grvffness (blz. 79). — bell, bel. — slily, bijwoord van sly, sluw. — out of, voorzetsel, samengesteld met het bijwoord oul (Les 5); vergelijk outer (Les 14), outside (Les 8). — wall, wal; doch hesft in het Engelsch de beteekenis van „muurquot;; ons woord „walquot; beteekent in het Engelsch rampart (Les 5); het werkwoord to wall beduidt „ommurenquot; en „met metselwerk versterkenquot;. — gas-pipe, gaspijp. — Het zelfst. nw. light is gelijkluidend met het werkwoord lt;o verlichten, aansteken;

•) In verzen tweelettergrepig. Zie § 6S , blz. 24. t) Wanneer niet het tegendeel is aangewezen blijft ia de afleidingen de klemtoon op dezelfde lettergreep als in het wortelwoord.


ocr page 147

— ua —

liet bijvoeglijk uw. light beteekent Hebt (niet donker) en licht (niet zwaar). Van deze versehillende woorden zijn afgeleid: lighter (lait'-er), liehterschip; lamp-lighter, lantaarn-aansteker; lighten (laitn), verlichten (in alle beteekenissen); lightning (laif-niny), weerlicht, bliksem; lightly, lichtelijk; lightness, lichtheid (in alle beteek.)

— great (zie greatly. Les 14); daarvan greatness, grootte, grootheid. — round, hier voorzetsel, in Les 11 bijvoeglijk nw., in Les 12 bijwoord; daarvan: roundly, rondweg; roundness, rondheid; roundish (rbuna'-isj), rondachtig. — boy, plat Hol-landsch „booiquot; voor meid of knecht, dus ook voor „dienstbare jongenquot;, „jongen die nog niet zijn eigen meester isquot;, daarvan: boyhood (hoi'-hoed), (de) jongensjaren; loyish (boi'-isj), jongensachtig. — to gather, gaderen, garen; daarvan: gatherer (aèdh'-er-er), gaarder; together (toe-aèdh'-er), tegader. — to mink, wenken; het werkw. gelijkluidend met het zelfst. nw. wint, wenk. — blase, verwant met „blazenquot;. — water-plug, water-plug; van Kater zijn gevormd: to water, bewateren (besproeien); waterer (wwaot'-er-er), be-waternar; watery (wwaot'-er-i), waterig; waterless (wwaot'-er-lès), waterloos; waterman (wwaot'-er-mèn), schuitenvoerder; enz.

— to overflow, overvloeien; werkw. lt;o/ois, vloeien, gelijkluidend met flow, vloed. — ice, ijs; werkw. to ice in Les 6; andere afleidingen: icy (ai'-si), ijzig; icicle (ai'-siki), ijskegel.—berry, bes, bezie. — tocraclle van to crack, kraken. —lamp-heat, lam-penbitte. — next, naast. — dull, dol; daarvan: dully, dulness. — strong-hold van strong (Les 8) en hold, houd (vergelijk blz. 110, woorden die op ....old eindigen). — mighty, machtig, van might, macht, dat gelijkluidend is met den onvolmaakt verl. tijd van may. — gave, gaf; onvolm. verl. tijd van to give (Les 13; daarvan: to forgive (for-civ'), vergeven; giver (aiv'-er), gever; gift (oift), gift; to gift, begiftigen. — cook, kok; zoo ook; to cook, koken; daarvan: cookery (köek'-er-i), kokerij, kookkunst. — household, huishouden. — Monday, Maandag; vergelijk: moon (moen), maan, en month (muntó), maand. — drunk, gedronken, verleden deelw. van to drink, drinken; vergelijk het zelfst. nw. in Les 15. Afleidingen: drinker {diiuW-er), drinker; drinkable (drink'-èbl), drinkbaar; drunken (drunkn), dronken; drunkenly; drunkenness, dronkenschap; drunkard (drunk'-erd), dronkaard. — bloodthirsty, bloeddorstig, van blood, bloed, en thirsty, dorstig, dat gevormd is van thirst, dorst. Afleidingen: bloody (blud'-i), bloodily (blud'-il-li), bloedig; bloodiness (blud'-i-nès), bloedigheid; bloodless, bloedeloos; bloodhound (blud'-hound), bloedhond; bloodshed (blud'-ejèd), bloedvergieting; bloodshot (blud'-sjot), met bloed doorschoten of doorloopen. — to thirst, dorsten; thirstiness (Meiirst'-i-nès), dorstigheid. — to stir, storen. — while, wijl (ook wel: „terwijlquot;); daarvan: meanwhile, middelerwijl, onderwijl. — lean, klein, lens; daarvan: leanly en leanness, magerheid. Woorden van gelijken oorsprong als de Fransche. to proffer, proférer. — service, service. — to conduct, conduire. —ancient, ancien. — tower, tour. — invisible, invisible. — vibration, vibration. — intense, intense. — labourer, laboureur; vergelijk labour (Les 15) en to labour, labourer. — to repair, réparer. — braiier (ook: bra-sier), brasier. — solitude, solitude; vergelijk solitary (Les 6) en sole (Les 4). — to congeal, congeler. — shop, échoppe.

— pale, pale. — to pass, passer. — poulterer van „pouletquot;. — splendid, splen-dide. — glorious, glorieux, — impossible, „impossiblequot;: ontkenning van possible; daarvan possibility, „possibilitéquot; en impossibility, „impossibilitéquot;. — principle, principe. — Mansion, mansion. — order, ordre. — tailor, tailleur. — to fine; bet zelfst. nv. flne, geldboete, is de wortel van „financequot;. — previous, verwant met „pré-voirquot;. — beef, boeuf. — to sally, saillir.

Van gemengden oorsprong. carriage van to carry (Les 6). — gothic, Gothisch, „gothiquequot;. — hour, uur, „heurequot;. — quarter, kwartier, „quar-tierquot;. — tremulous, trillend, „tremblantquot;.

— misanthropic, misanthropisch, „misan-thropiquequot;. — Mayor, majoor, „mairequot;,

— butler, bottelier; verwant „bouteillequot;. Opgave 5. Schrijf op in de Lijst der

onregelmatige werkwoorden: chose. — felt. — left. — can't. — understand. — withdrew. — ran. — became. — struck.

— frozen. — sale. — gave. — drunk.

(9e oefen.) G. Hondeljog Onderhond.

NB. Kleine veranderingen in den tekst der antwoorden zijn van nu af aan tusschen haakjes achter de vragen opgegeven; de tusschen [ ] geplaatste woorden vormen het begin van het antwoord.

Vragen.

1. What occurred meanwhile?

3. With what did people run about?

3. Wherefore were they running about ? [Answer: They were...]

4. To what purpose did they proffer their services?

5. What did the old bell do ? [It...]

B. What did it further (fenrdh'-er,

verier) do ? [Answer; It.,


ocr page 148

— 143 —

How did the bell sound {klinken) ? What was going on {gaande, dat is: gebeurende) in the street?

What had the labourers done? [They...] Who were gathered round the fire? What did the men and boys do at the fire? [Answer: They were...] What was the consequence (kbn'-se-kwwèns, gevolg) of the water-plug being left in solitude?

What was going on in the shops? What became a splendid joke?

Which principles seemed too dull for the shops?

Where was the Lord Mayor?

What did the Lord Mayor do? [He...] Wherefore had he fined the little tailor? What did the tailor do in his garret? [Answer: He ...]

What did his wife do ? [Answer: She...]

(10e Oefen.) H. GeSfircliivCIl.

18.

railway (reel'-wwee), spoorweg.

station (stee'-sjun), station.

Where is the railway station?

omnibus (om'-ni-bus), omnibus.

passenger (pès'-sen-dzjer), passagier.

There is an omnibus going there. It stops at the door to take up passengers. train (treen), trein.

Brighton (braitn), (stad in Engeland). to start (staart), vertrekken. (start.

The first train to Brighton is just going to to hook (boek), boeken, inschrijven. laggagi- (bèo'-Gedzj), bagage.

to wait (wweet), wachten.

Where is the booking-office, the baggage-office, the waiting-room?

second (sek'-und), tweede.

class (klaas), klasse, ticket (tik'-ft), biljetje.

Two second-class tickets to Brighton!

fare (feer), vracht.

moderate (moil-er-et), matig.

The fares are moderate.

comfortable (kum'-furt-clil), gemakkeiijk. Germany (dzjeur'-mcn-i), Duitschland.

The carriages are not so comfortable as in Germany.

got (Got), bekomen.

receipt (re-sief), bewijs (van ontvang). luggage (luo'-Gedzj), bagage.

Have you got a receipt for your luggage? to weigh (wwee), wegen.

Let it be weighed first.

article (aar'-tikl), ding.

These small articles I will take with me is the carriage.

I will put them under the seat.

responsible (re-spons'-ilil), verantwoordelijk.

The railway company is not responsible for them.

compartment (kom-paart'-ment), afdeeling.

We have our places in the same compartment.

How far are you going with us?

7.

8.

a. io. mi.

13.

13.

14.

15.

16.

13. 18. 1».

Irancli (braantsj), tak, zijlak.

Western (wwès'-tern), wester-.

1 go to D., which is on the branch of the Great Western Railway.

lack (bck), rug; engine (un'-dzjiu), machine.

Do you prefer sitting with your back to the engine, or not, Sir?

perhaps (per-bèps'), misschien.

to change (tsjeendzj), verwisselen.

Would you perhaps like to change places with me? (for R.?

At what time does the train leave (biz. 94) to set off (sel-6(quot;), afrijden.

I saw (biz. 66) it just set off.

io show (sjoo), laten zien. (uren.

time-hill (taimquot;-bil), briefje der vertrek-

Please to show me your time-bill.

The train which starts at eigbt goes (biz. 97) all the way without stopping. punctually (punk'-tjóe-èl-li), precies.

They start very punctually.

locomotive (luk-6m-moo'-tiv), locomotief. to attach (et-tetsj'), aanhechten.

The locomotive is already attached.

to ring (wig), luiden.

The third hell is ringing already.

io whistle (wwisl), fluiten.

to move (moav), zich bewegen.

The engine whistles; the train is moving. guard (Gaard), conducteur.

The guard asks for the tickets.

io give up (Giv up'), afgeven.

When you leave tne carriage, you must give up the ticket.

io hold (hoold), houden.

conductor (kun-duk'-tur), conducteur.

Hold it ready for the conductor.

to open, openen.

Do not open the door.

to lean (lien), leunen.

Do not lean out of the window.

io smoke (smook), rooken.

to prohihit (proo-hib'-it), verbieden

Smoking is prohibited in the first-class carriages.

fast (faast), snel. safe (seef), veilig. 50 much the safer, des te veiliger.

They do not go very fast, but so much the safer.

Why does the train stop?

intermediate (in-ter-mied'-i-èt), lusschcn-.

It is an intermediate station.

minute (miu'-it), minuut.

We stop here tea minutes.

to meet (miet), ontmoeten.

goods (coedz), goederen.

That is the place where we meet the goods-train from S.

refreshment (re-frèsj'-mènt), verversehing.

Where is the refreshment room?

Are refreshments to bo had here?

! had no time to take anything.

to count (kbunt), icllen.

truck (truk), rolwagen.

Count the trucks of the goods-train! in, (bijwoord) in. to take inquot;, innemen.


ocr page 149

The engine is taking in water.

At N. we change carriages.

to shift (sjift), overladen. The passengers' luggage is shifted.

behind (be-haind'), over, na.

The train is a little behind its time.

Ugt; let off, uitlaten, steam (stiem), stoom.

They are letting off the steam.

to reach (rietsj), bereiken.

We have already reached the station.

Where most I go to get my luggage5 Wili yon not take a cab?

hotel(ho-tt-l'), hotel, logement, (station. I shall walk; the hotel is not far from the

porter (poort'-er), kruier.

Give your luggage receipt to a railway properly (prop'-er-li), behoorlijk, (porter. to mark (maark), merken.

Is it properly marked?

to-night (toe-naif), van avond, (night. Bnt be sore, and bring it to my hotel to-

to number (num'-ber), nommeren. The guards and porters are all numbered. civil (si*'-il), beleefd.

attentive (èt-tènt-iv), oplettend.

They are very civil and attentive.

I. Herhaling

der opgaven van dezen brief.

Tekst om gelezen en vertaald te worden volgens blz. 29.

Les 15. „Are there no pris'ons?quot; asked Scrooge. — „Plen'ty of prisons,quot; said the gentleman, laying down' the pen again. — „ 4nd the Union work'houses ?quot; demanded Scrooge. „Are they still in opera'tion?quot; — „They are'. Still',quot; returned the gentleman, „I wish I could say they were not' Iquot; — „The Tread'mill and the Poor' Law are in full vig'our then?quot; said Scrooge. — „Both very bus'y, Sir.quot;

— „Oh! I was afraid', from what you said at first', that something had occurred' to stop' them in their useful course',quot; said Scrooge. „I'm very glad to hear' it.

— „Under the impres'sion that they scarce'ly furnish Christian cheer' of mind or bod'y to the mul'titude,quot; returned the gentleman, „a few of us are endeav'ouring to raise a fund' to buy the Poor' some meat and drink', and means of warmth'. We choose this' time, because it is a time of all oth'ers, when Want' is keen'ly felt, and Abun'dance rejoic'es. What shall I put you down' for?quot; — „Noth'ing!quot; Scrooge replied. — „ïou wish to be anon'ymons ?quot; — „I wish to be left alone',quot; said Scrooge. „Since you ask me what I wish', gentlemen, that is my an'swer. I don't make merry myself at Christmas, and I can't afford' to make idle people' merry. I help to support the establishments I hare mentioned: they cost enough'; and those who are badly oS' must go there.quot; — „Many can't' go there; and many would rather die'.quot; — .„If they would rather die'said Scrooge, „they had better do' it, and decrease the surplus popu-la'tion. Besid'es — excuse'me — I don't know that.quot; — „But you might' know it,quot; observed the gentleman. — „It's not my bus'inessScrooge returned. „It's enough' for a man to understand his own' business, and not to interfere with oth'er people's. Mine' occupies me con'stantly. Good afternoon', gentlemen!quot; — Seeing clear'ly that it would be useless to pursue their point', the gentlemen withdrew'. Scrooge resumed his labours with an improved opinion of himself and in a more face'tious temper than was usual with him.

Les 16. Meanwhile the fog and darkness thickened so', that people ran about with flaring links', proffering their services to go before horses in car'riages, and conduct them on their way'. The ancient tower of a church', whose gruff old bell was always peeping slily down at Scrooge' out of a gothic window in the wall', became invisible, and struck the hours and quarters in the clouds', with tremulous vibrations aft'erwards, as if its teeth were chat'tering in its frozen head up' there. The cold became intense'. In the main' street, at the corner of the court', some labourers were repairing the gas'-pipes, and had lighted a great fire in a bra'zier, round which a party of ragged men and boys were gath'ered: warming their hands' and winking their eyes' before the blaze in rap'ture. The water-plug being left in solitude, its overflowings sullenly congealed', and turned to misanthropic ice'. The brightness of the shops' where holly sprigs and berries crackled in the lamp'-heat of the win'dows, made pale faces rud'dy as they passed'. Poul'-terers' and gro'cers' trades became a splendid joke'; a glorious pag'eant, with which it was next to impos'sible to believe' that such dull principles as bargain and sale' had anything to do'. The Lord May'or, in the strong-hold of the mighty Man'sion-House, gave orders to his fifty cooks and butlers to keep Christmas as a Lord Mayor's house-hold should'; and even the little tai'lor, whom he had fined five shillings on the previous Mon'duy for being drunk' and blood'thirsty in the streets', stirred np' to-morrow's pud'ding in his gar'ret, while his lean wife' and the ba'by sallied out to buy the heel'.

Taalkundige Opgaren. § 209 (blz. 134). Opgave 1. ci io § 210 (blz. 134). Opgave 2. 3 g § 214 (blz. 140). Opgave 3. ^ Sj § 215 (blz. 140). Opgave 4. goquot;


ocr page 150

Leercursus der Engelsche taal door zelfonderricht.

9* BRIEF.

__CLES 17 BIT 18.)_

17® en 18e LES.

Het bezighouden van de verstandelijke vermogens heeft op den inwendigen mensch denzeifden weldadigen invloed, dien de zon uitoefent op de natuur. Het laat aan de wolken der zwaarmoedigheid den tijd niet om zich samen te pakken, het verlicht'en verwarmt, en heft den geest langzamerhand op tot eene aan de bewustheid van zijne eigene kracht geëvenredigde kalmte. (W. v. Humboldt.)

A. Tekst.

(Oefen. 1—3 volgens het op blz. 32 [Eens voor al] gegeven voorschrift.)

1 Foggier yet, and colder!] 2 Piercing, searching, biting

foe/'-ai-er jet end kooldquot;-CT- piersquot;-iB^ seurtsjquot;-!^ baitquot;-i«^

Mistiger nog en kouder! Doordringende, doorzoekende, bijtende

cold.] If the good Saint Dnnstan had hnt nipped 3 the

koold if dhö Goed sent dunquot;-stèn hèd but nipt dhi koude. Als de goede Sint Dnnstan_had slechts genepen_dea

Evil Spirit's nose] with a touch of such weather as that,

ie-vl spir'-rits noozquot; wwidh e tutsj bv sutsjquot; wwèdh'-er e® dhètquot; Boozcn Geestes neus met een zweempje van zulk weder als dat,

instead of using 4 his familiar weapons,] then indeed

in-stcd' 6v joez'-iw^ hix fem-milquot;-jer wwèpnz dhènquot; in-died'

in plaats van te gebruiken zijne gemeenzame wapenen, dan inderdaad

5 he would have roared to lusty purpose.] 6 The owner of

hi wwoed hèv roordquot; tóe lust'-i pearquot;-pus dhi oon'-er ov

hij zoude hebben gebruld tot lustig doeleinde. De eigenaar van

one scant young nose,] 7 gnawed and mumbled by the

wwun skint puiy nooiquot; naod end mumtold bai dhe

een schrielen jongen neus, afgeknaagd en afgeknabbeld door de

hungry cold] as 8 bones are gnawed by dogs,] stooped

liuwy'-Gri kooldquot; èz boonz aar naod bal doazquot; stoept

hongerige koude gelijk beenderen worden afgeknaagd door honden, bukte

down 9 at Scrooge's keyhole] 10 to regale him with a

doun et skroedzj'-ez kiquot;-liool tóe re-Geel' him wwidh e

neder aan Scrooge's sleutelgat (om) te vergasten hem met een

Christmas carol:] but at the first sound of — 11 »God bless

krisquot;-mes kèr'-rul but et dhe feacst sound 6v God blesquot;

Kerst- lied; maar bij het eerste geluid van God zegene

you merry gentleman! May nothing you dismay!quot;] Scrooge

joe mèr'-ri dzjèntlquot;-mèn mee nutkquot;-int/ joe diz-meequot; skroedzj u vroolijke heer moge niels u neerslaan Scrooge

seized 12 the ruler] 13 with such energy of action, that the

siezd dhe roeV-e?' wwidh sutsj èn'-er-dzji bv èkquot;-sjun dhèt dhe

greep de liniaal met zulke drift van handeling dat de

singer fled in terror,] leaving the keyhole 14 to the fog

sing'-er fl'ed in terf,-rur liev'-iw^ dhe ki'-hool tóe dhe foGquot;

zanger vlood in schrik, latende het sleutelgat aan den mist

and even more congenial frost.] — At length 15 the

ènd ievn moorquot; kon-dzjien'-i-èl frostquot; et length dhi

en zelfs meer verwante vorst. Ten \angen (laatste) het

hour of shutting up the counting-house] arrived. With an

bur bv sjut'-ÜH^ upquot; dh« kbunt'-uty-hbus èr-raivdquot; wwidh en uur van sluiteu dicht het kantoor kwam aan. Met een

Senaaa de Bruin, Engeltche Taal, 10

ocr page 151

— 146 —

ill-will 16 Scrooge dismounted from his stool,] and tacitly

il-wwil' skroedzj dis-mount'-ed from hiz stoelquot; end tcs'-sit-li

kwaden wil Scrooge steeg af van zijn kantoorstoel en^ stilzwijgend

admitted the fact 17 to the expectant clerk in the

èd-mit'-ted dlie fèkt tóe dhö èks-pekt'-ènt klaark in dliö

erkende de daadzaak aan den in verwachting zijnden klerk in het

Tank,] who 18 instantly snnffed his candle out, and put on

tènkr/ hoe in'-stènt-li snuft hiz kèndl outquot; end. poet onquot;

Hok, die oogenblikkelijk snoot zijne kaars nit en zette op

his hat.] — 19 »You'll want all day to-morrow, I

hiz hetquot; joel wwónt aol deequot; toe-morquot;-roo ai

zijnen hoed. Gij zult behoeven geheel (den) dag morgen ik

suppose ?quot;] said Scrooge. — 20 »If quite convenient, Sir.quot;] —

snp-pooxquot; scd skroedzj if kwwait kon-vienquot;-i-cnt seiw-

vooronderstel? zeide Scrooge. Als geheel gelegen-komend mijnheer.

»It's not convenient,quot; said Scrooge, vand it's not fair. If I

its notquot; kbn-vien'-i-ènt scd skroedzj end its not fee/' if ai Ilet is niet gelegen-komend, zeide Scrooge, en het is niet mooi. Als ik

was to stop half-a-crown for it, you'd think yourself

wwoz tóe stop haaf-e-krounquot; for it joed ^ink jur-sclf was te inhouden half eene kroon voor het, gij zoudt denken u

21 ill-used,] I'll be hound?quot; — The clerk smiled faintly. —

il-joezdquot; ail bi boundquot; dhc klaark smaild feentquot;-li -■

verongelijkt, ik wil zijn gebonden. • De klerk glimlachte flauwtjes.

»And yet,quot; said Scrooge, »you don't think me ill-used,

ènd jètquot; sèd skroedzj joe doont tJiink miquot; il-joezdquot; En toch, zeide Scrooge, gij doet niet denken mij verongelijkt,

when I pay 22 a day's wages for no work.quot;] — The

wwèn ai pee e deez wweedzjquot;-ez for noo wweurkquot; dhe

wanneer ik betaal eens dags loon voor geen werk. De

clerk observed that it was 23 only once a year.] — »A

klaark oto-zeiirvd' dhèt it wwoz oon'-li wwunsquot; e jier e

klerk deed opmerken dat het was slechts eens in het jaar. Eene

poor excuse for 24 picking a man's pocket every

poer èks-kjoesquot; for pik'-iw^r e mènz pok'-et ev'-er-i

armzalige verontschuldiging voor rollende eens mans zak iederen

twenty-fifth of December!quot;] said Scrooge, buttoning his great-

twwèn'-ti-fifó//' 6v di-sèmquot;-ber sèd skroedzj but'-tun-iwy hiz Greetquot;-vijf-en-twintigsten van December zeide Scrooge dichtknoopende zijne over-

coat 25 to the chin.] »But I suppose you must have 26 the

koot tóe dhe tsjinquot; but ai sup-poozquot; joe must hev dhe

jas tot de kin. Maar ik vooronderstel gij moet hebben den

whole day.] Be here 27 all the earlier c next morning Iquot;] —

hool deequot; bi hier aol dhi enr'Mi-er nèkst mornquot;-iwy

geheelen dag. Wees hier al het vroegere (den) volgenden morgen.

The clerk promised that he would; and Scrooge walked out

dhe klaark prom'-izd dhèt hi wwoedquot; end skroedzj wwaokt outquot; De klerk beloofde dat hij zou; en Scrooge ging uit

with a growl. The office was closed 28 in a twinkling,]

wwidh e Grbulquot; dhi of-fis wwoz kloozd in e twwinkquot;-liwy

pet een gebrom. Het kantoor was gesloten in een ommezien.

ocr page 152

— 147 —

and the clerk, with 29 the long ends of his white comforter]

cml dht; klaiickquot; wwidh dhe 16«^ èndi ov liiz wwait kuniquot;-f'iict-e^

cq dc klcrk, met de lange einden van zijne witte boeffante

dangling below his waist (for he boasted no great-coat),

dtiny'-cMng be-loo' hiz wweestquot; for hi boost'-ed noo Greetquot;-koot bungelende onder zijn middel (want hij praalde (met) geen overjas)

30 went down a slide] on Cornhill, 31 at the end of a lane

wwent doiin e slaid on kom'Miil ut dhi end ov e leen

ging af eene glijbaan op Cornhill aan het einde van eene laan

of boys,] 32 twenty times,] 33 in hononr of its being

ov boizquot; twwènquot;-ti taimz in on'-ur ov its hi'-hig

van knapen twintig maal in eere van deszelfs zijnde

Christmas-eve,] anl then ran 34 home to Camden Town] as

krisquot;-nies-iev' ènd dkèn ren hoomquot; tóe kèm'-den tbunquot; è«

Kerstmis-vooravond en toen rende huiswaarts naar Camden Stad zoo

hard as he could pelt, 35 to play at blindman's-buff.]

haard cz hi koed pelt7 toe plee èt blain«lquot;-mcnz buf

hard als hij kon slaan, (om) tc spelen aan blindemans slag.

(4e oefen.) B. Ilollandsdie hertaling.

Mistiger nog en kouder! Scherpe, doordringende, vinnige koude! Als de goede Sint Dunstan den neus van den Booze slechts genepen had met een proefje van zulk weder als dit, in plaats (zich daartoe te bedienen van) zijne gewone wapenen '), dan zou hij stellig gebruld hebben (dat het een lust was om te hooren). De eigenaar van een schrielen jongen neus, die afgeknabbeld en afgekloven was door de (felle) koude, zoo (schoon) als beenJeren afgekloven worden door honden, (hurkte) neder aan Scrooge's sleutelgat, om hem te vergasten (op) een Kerstlied; maar bij de eerste (tonen) van

„God zegene u, mijn blijde heer!

Dat niets uw vreugde stoor!quot;

greep Scrooge de liniaal met (zooveel drift), dat de zanger verschrikt (het hazenpad koos), (en) het sleutelgat (overliet) aan den mist en (aan) de (waarlijk nog meer medelijden hebbende) koude. Eindelijk kwam het uur om het kantoor te sluiten. (Tegen wil en dank) klom Scrooge van zijn kantoorstoel af, en erkende stilzwijgend het feit aan den (daarop wachtenden) klerk in het Hok, die oogenblikkelijk zijne kaars uitsnoot en zijn hoed opzette. — „Gij zult morgen (zekerlijk den geheelen dag willen hebben, denk ik)?quot; zeide Scrooge. — „(Als het u schikt), mijnheer!quot; — „(Schikken doet het mij niet),quot; zeide Scrooge, „en het is (ook) niet (zooals behoort). Als ik u eene halve kroon -) er voor kortte, zoudt gij u (zeer erg) verongelijkt achten, (dat weet ik zeker).quot; — De klerk glimlachte (half). — „En toch,quot; zeide Scrooge, „acht gij mij niet verongelijkt, wanneer ik (een dag) loon betaal (waarvoor ik niets gedaan krijg).quot; — De klerk deed opmerken, dat het slechts ééns (gebeurde) (in) een (geheel) jaar. — „Eene magere verontschuldiging voor (eene handelwijze, die bij mij gelijk staat met) eiken vijf-en-twintigsten December iemands zak te rollen!quot; zeide Scrooge, zijne overjas dichtknoopende tot (aan) de kin. „Maar ik (zie wel, dat) gy den geheelen dag hebben moet. (Kom dus zooveel te vroeger) den volgenden morgen!quot; — De klerk beloofde, dat hij (dat doen) zou; en Scrooge (ging brommend de deur uit).' Het kantoor was in een ommezien gesloten, en de klerk, met de lange einden van zijne witte boeffante 3) (afhangende tot) beneden ziju middel (want hy

') Eene gloeiende nijptang, waarmede Dnnstan, volgens de legende, den Duivel, die hem gedurig in verzoeking kwam brengen, eindelijk bij deu neus pakte, na welk bedrijf de booze geest den goeden heilige voortaan met rust liet.

2) a crown = 6 shillings; hnlf-a-croum, ook (zonder - -) half a crown = two shillings sixpence = f 1,50 (een daalder).

3) Kleedingstnkken liebben menigmaal zonderlinge namen; zoo heet een op de borst gedragen konijnevel: bosom friend (baz'-um frend), boezemvriend.

10*

ocr page 153

— 148 —

banjerde niet met ecne overjas), ging (omdat het Kerst-arond was) op Cornhill4) achter eene lange rij knapen (wel) twintigmaal eene glijbaan af, en (spoedde zich) toen naar Camden Towne), zoo hard als bij loepen s) kon naar huis, om blindemannetje te spelen.

4) Een der hoofdstraten in de City, zeer steil.

5) Eene buitenwijk van Londen, zeer ver van de Cüy af.

6) to pelt, slaan, namelijk het plaveisel slaan met de voetzolen.

(5e Oefen.) C. Wederzijdschc \ertalmg.

(Zie blz. 18 en 75.)

Oplossingen

der opgaren, Tervat in den Torigen brief.

Opgave 1 van § 209 (blz. 134);

1. Charles the Fifth was born on the twenty-fourth of February in the year fifteen hundred. — 2. Joseph the Second was born on the thirteenth of March in the year seventeen hundred and forty-one. — 3. Shakspeare was born on the twenty-third of April in the year fifteen hundred and sixty-four. — 4. Schiller died on the ninth of May. in the year eighteen hundred and five; he was forty-six years old, when he died. — 5. Charles the Twelfth was born on the twenty-seventh of June, in the year sixteen hundred and eighty-two. — 6. Scrooge's first clerk stopped me in the street, to say, he was afraid that something had occurred in Scrooge's office. — 7. He died in the seventh year alter his partner. — 8. The register of Marley's burial was signed on Tuesday, the fourth day of November. — 9. Christmas Eve is on the twenty-fourth of December, and Christmas day is. on the twenty-fifth of December. — 10. My nncle married on the eighth of July. — 11. Mar-ley was buried on the twenty-seventh of December. — 12. We had a quarrel on Wednesday, the third of January, and were friends again on Thursday, the fourth of January.

Opgave 2 van § 210 (blz. 185):

1. How can you be angry at such a merry time as Christmas? — 2. This is my uncle's house, and that is mine. — 3. This beggar implored me to bestow a trifle. — 4. This merry voice is my nephew's, and that grating voice is Scrooge's. — 5. Those children wish you a good morning; why do you not return their greetings? — 6. I lived in the same house with you, and did never see you. — 7. Those children inquired of me the way to your counting-house. — 8. That clergyman is the only person in the world, who is my friend. — 9. That child is not fond of you, because you never speak kindly to it. — 10. Are these your last words? — 11. Those people talk of merry Christmas, and have no money to pay their bills. — Such people I must call fools. —

13. Scrooge is the same now, as he was when his partner lived.

Opgave 3 van § 214 (blz. 140):

1. I hear a child's cheerful voice. —

2. This clerk's place is not good. —

3. The dog's tail wagged when his master said, my good dog. — 4. The gentleman came down over the horse's head. — 5. Where have you put the boys' books?

— 6. The passengers' papers had been left in the carriage. — 7. I am perfectly convinced that those men's purposes are bad. — 8. I do not know those gentlemen's names. — 9. I had felt that the poor old man's hand was cold. — 10. I saw him at the Union workhouse's door.

— 11. The children were glad to hear a friend and father's voice. — 12. Mr. Mar-ley's carriage is at the door. — 13. I did not find him in this journey of mine. —

14. It is my right and not the parliament's.

— 15. I returned to my uncle's. — 16. You will get the money for your bill at my father's.

Opgave 4 van § 215 (blz. 140):

1. The crowd were in the court, repeating that they must have money. — 2. A body of gentltmen raise a sum. — 3. Cattle are very necessary to us because they give us meat. — 4. The clergy endeavour to get some money for their purposes. — 5. The company were really in a Christmas humour. — 6. The only thing in the world I can wish for this couple is, that they may always be happy. — 7. The family gather in the next room; they are in a good humour. — 8. Will you buy any fi'sh? They are very good. — 9. The army suffer from the heat. — 10. Fire and twenty thousand foot are in the town, and four thousand horse are in the country.

— 11. Mankind are fond of living in families. — 12. The mob ask in the street for meat and drink. — 13. The nation wish to rejoice in their abundance. — 14. A great number of clerks work for the rich grocer. — 15. Are your new pair of spurs silver or iron? — 16. Part of these people go with their master. — 17. The race of this lord boast of their ancestors. — 18. We have eight rooms in our house, in three of them there are gas-pipes, and the rest are lighted with lamps. — 19. All the world know that the sale begins to-morrow.


ocr page 154

— 149 —

Opgave 5| blz. 142 (vergelijk § 155, blz. 86).

Onbepaalde wijs.

Onvolmaakt verl. tijd.

Verleden deelwoord.

Afleidingea.

become

became

can, can

could,

not, can't choose

couldn't

chose

drink

drunk felt

froze

frozen

frost

give

gave

leave

left ran

struck

left struck

sale

under

under

stand

withdrew

stood

Les 15 (blz. 136). Gesprekken.

17. Waar (hebt) gij uw horloge gekocht?

— Het gaat niet goed; het (loopt) te hard (te langzaam). — Het (gaat) eiken dag tien minuten voor (na). — Zet het (gelijk) naar de klok. — De klok is van zelf stil blijven staan. — Is zij afgeloopen? — Zij is opgewonden. — (Er) moet iets (aan) gebroken zijn. — Laat ons naar den horlogemaker gaan. — De veer is gebroken. — Gij moet mijn horloge schoonmaken en reguleeren, en (zetten) het naar den zonnewijzer. — Ik moet het uit elkander nemen. — Dit gouden horloge heeft (een) uitmuntend werk. — Wilt gij het mij (te probeeren geven)? — Hoe lang staat gij (voor) dit horloge in? — Dit horloge met seconden-wijzer, wijst ook (den dag) van de maand aan. — Deze sleutel past niet (op) miju horloge.

Les 16 (blz. 148). Gesprekken.

18. Waar is het spoorweg-station? — Er (rijdt) een omnibus (op). (Die) houdt stil (voor) de deur, om reizigers op te nemen.

— De eerste trein naar Brighton (zal op het oogenblik) vertrekken. — Waar is het plaatsbriefjes-bureau, het goederen-kantoor, de wachtkamer? — Twee tweedeklasse [briefjes] naar Brighton I — De vrachtprijzen zijn matig (gesteld). — De rijtuigen zijn niet zoo gemakkelijk als in Duitschland. — Hebt gij een bewijs bekomen voor nw ibigage? — (Die moet)

t eerst gewogen wJrJsn. — Deze kleine din

gen zal ik (bij) mij (houden) in den wagen. — Ik zal ze onder de (bank) zetten. — De spoorweg-maatschappij is (er) niet aansprakelijk voor [hen], — Wij hebben onze plaatsen in dezelfde coupé. — Hoe ver gaat gij met ons (mee)? — Ik ga naar D., dat aan den zijtak van den Grooten Wester Spoorweg (ligt). — Zit gij bij voorkeur met

uwen rug naar de machine, of niet, mynheer? — Zoudt gij misschien met mij (van plaats willen verwisselen) ? — (Hoe laat) vertrekt de trein naar E. ? — Ik (heb) hem juist zien afrijden. — (Wees zoo goed en) laat mij uw (briefje van de vertrekuren) (even) zien. — De trein, die om acht uren afrijdt, gaal (door) zonder (ergens) stil te houden. — Ze rijden zeer precies (op hun tijd) af. — De locomotief is reeds aan (den trein) gehecht. — (Dit is het derde gelui reeds). — De machine fluit; de trein (komt in beweging). — De conducteur vraagt naar de plaatsbriefjes. — Als gij den wagen (uitgaat), moet gij (uw) briefje afgeven. — Houd het (bij de hand) voor den conducteur. — (Maak het portier niet open). — Leun niet uit het raam. — Eooken is verboden in de eersteklasse-rijtui-gen). — Ze (rijden) niet zeer hard, maar zooveel te veiliger. — Waarom houdt de trein stil ? — Het is een tusschen-station (hier).

— Wij houden hier tien minuten stil. — Dat is de plaats, waar wij den goederentrein ontmoeten (die) uit S. (komt). — Waar is de (gelag)kamer ? — (Kan men hier iets krijgen)? — Ik had geen tijd om iets te nemen. — Tel de (wagens) van den goederentrein. — De machine neemt water in. — Te N, verwisselen wij (van) rijtuigen. — Het passagiersgoed wordt overgeladen. — De trein is een weinig over zijn tijd. — Ze laten den stoom uit. — Wij (zijn) reeds (binnen) het station. — Waar moet ik gaan om mijne bagage te krijgen ? — Wilt gij (geen) vigilante nemen ?

— Ik zal loopen; het logement is niet ver van het station. — Geef uw bagage-bewijs aan een (spoorwegman). — Is het behoorlijk gemerkt? — Maar (ik moet er staat op kunnen maken); breng het van avond in mijn logement. — De commissionairs en kruiers (hebben ieder hun nom-mer). — Ze zqn zeer beleefd en oplettend.

(6e oefen.) D. Spraakkunst.

[§ 313.] Wij verzoeken de beoefenaars dringend, § 111 (blz. 58) en § 174 (blz. 100) nauwlettend te herhalen, en zich goed in het geheugen terug te brengen wat wij daar gezegd hebben over bedrijvende werkwoorden, voorwerp en persoonlijke voornaamwoorden. Ze zullen zien, dat hst voorwerp der daar besprokene bedrijvende werkwoorden een ander ding of een andere persoon was dan het onderwerp; met andere woorden: dat het voorwerpen het onderwerp twee verschillende dingen of personen waren.

Beschouwen wij nu de volgende volzinnen :

1. The cltrk tried to warm himself at the candle (Les 8).

2. He had so heated himself (Les 9 en 10).


ocr page 155

— 150 —

8. You'd think yourself ill-used (Les 17 en 18).

In volzin 1 tracht de klerk te verwarmen, en de klerk wil verwarmd zijn. In volzin 3 heeft „hijquot; verhit, endezelfde „hijquot; is verhit geworden. In volzin 3 heet het: „Gijquot; acht u verongelijkt en „gijquot; wordt voor verongelijkt gehouden. In alle drie die zinnen bevinden wij dus, dat het voorwerp dezelfde persoon is als het onderwerp, dat de van het onderwerp uitgaande werking op het onderwerp zelf teruggebracht wordt en daarop wederkeert.

Bedrijvende werkwoorden, welker voorwerp een en hetzelfde is als het onderwerp, heeten wederkeeriga werkwoorden , reflective (re-flekt'-iv) verba. Het voorwerp der wederkeerige werkwoorden, altijd gelijk zijnde aan het in denzelfden volzin staande onderwerp, wordt daarom altijd uitgedrukt door een voornaamwoord.

De Hollandsche taal bedient zich voor de voorwerpen der wederkeerige werkwoorden van de persoonlijke voornaamwoorden, en heeit alleen voor den derden persoon een bijzonder wederkeerig voornaamwoord, „zichquot;. De Engelse he taal daarentegen heeft voor iederen persoon een bijzonder wederkeerig voornaamwoord, refleclive pronoun. De Engelsche wederkeerige voornaamwoorden zijn:

Enkelvoud.

Meervoud.

ourselves. (our-sèl*z'). yourselves (jur-sèlW).

Se pers. ■

Ie persoon. 20 persoon.

(mi-self). thyself (dhai-sèlf). mann, himself

(him-sèlf). vr.: herself

(her-sèlf).

f themselves i (dhcm-sèlvz1).

(it-self). f

Spreekt men één persoon met you aan, dan is het wederkeerig voornaamwoord daarvoor yourself (jur-sèlf). Noemt één persoon zich zeiven ice (zooals b. v. vorsten doen, en schrijvers), dan gebruikt men het wederkeerig voornaamwoord our-self (bur-self). Ook voor het onbepaalde persoonlijk onderwerp one, men, bestaat er een bijzonder wederkeerig voornaamwoord, one's-self (wwunz-self).

Het woord self is een zelfst. nw., welks meervoud selves is. Dit zelfst. nw. wordt met het bezittelijk voornaamwoord van den eersten en tweeden persoon, met den tweeden naamvalsvorm van het onbepaalde owe, en overigens met den vierden naamvalsvorm van den derden persoon verbonden, om het wederkeerig voornaamwoord te vormen (§174, blz. 100). Doorgaans blijft dat self in het Hollandsch onvertaald; doch ligt bepaaldelijk de klemtoon daarop, dan wordt het in het Hollandsch uitgedrukt door „zelfquot;.

Opgave 1. Vertaal:

1. De geestelijke wendde zich tot [fo] de menschen, die voor de kerkdeur verzameld waren. — 2. Kan ik wenschen eene familie te verlaten, waarin ik mij zoo gelukkig gevoel \_find] ? — 3. Hongerig als wij waren, was het zeer aangenaam [pleasanC] voor ons, ons te vergasten op [icitJi] een goed stuk rundvleesch.

— 4. De arme kinderen mogen zich beschouwen als [behoorende] tot mijn huisgezin (te behooren). — 5. Geef ons u, opdat wij den Vader en den Zoon mogen zien door [by] u. — 6. Ken u zelveu. — 7. De oude vrouw vervoegde [presented^] zich bij [/o] den Lord Mayor. — 8. Mijn waarde vriend, gij behoeft \to want] u niet te verontschuldigen. — 9. Begeeft \lo takequot;] u naar [ló\ uwe kamers.

[§ 318.] Scrooge resumed his labours with an improved opinion of himself (Les 15).

Be carried his own low temperature always about witli bim (met zich. Les 6).

Aeliter voorzetsels staat het wederkeerig voornaamwoord alleen dan, wanneer het gebruik van het persoonlijk voornaamwoord eene o n d u i d e 1 ij k-heid teweegbrengen zou.

Heette het in den eersten volzin: with an improved opinion of him, dau kon dat him ook op iemand anders dan Scrooge slaan, Scrooge kon dan een beteren dunk hebben van een ander. Daarentegen is het volslagen onmogelijk, uit den tweeden volzin te begrijpen, dat hij zijne eigene koude omdroeg met een ander.

Opgave 2. Vertaal:

1. Kies uwe vrienden voor u zeken.

— 2. Zou ik tegen mij zeh-en spreken?

— 3. De deur voor zich te openen was bun geheel onmogelijk. — 4. Toen ik in de kamer kwam, keek ik om mij (heen), want ik was bang. — 5. Hij ziet om zich (heen) naar \_.for] eenen vriend (om) hem te helpen. — 6. Jonge lieden moeten niet denken (dat) zij zooveel tijd vóór zich hebben, dat zij dien [it\ verliezen kunnen inmyl in ijdele \idle'] vermaken. — 7. Brengt gij uwe kinderen met u (mede)?

[§ SlO.] 1 might have been inclined myself (Les 3).

Hier is 'myself gebruikt om het voorafgaande /te versterken, om daaraan meer nadruk te geven, juist zcoals wij dat doen met het Hollandsche „zelfquot;.

Opgave 3. Vertaal:

1. 5Het is beter, 2denk 'ik, dat ik zelf naar het bureau ga. — 2. Zijn neef had meer geld, dan hij zelf had. — 3. De


ocr page 156

— 151 —

jonge lord zelf leidde zijnen vriend. — 4. Gij weet (het), mijn oom is (de) milddadigheid [onzijdig] zelve. — 5. Des kleedermakers vrouw zelve had ik zeer dikwijls gezien. — 6. Gij weet zelf, dat de kok geen vriend van u is.

[§ S2».] They could boast (zich beroemen) of the advantage (Les 7).

Abundance rejoices (verheugt zich) (Les 15).

The Jog and darkness thickened (verdikten zich) so (Les 16).

Turning (zich wendende) to his nephew (Les 12).

I'll retire (mij terugtrekken) to Bedlam (Les H).

Uit het Hollandsch, dat in bovenstaande volzinnen achter de werkwoorden gevoegd is, zal men zien, dat er in het Hollandsch dikwij Is wederkeerige werkwoorden gebezigd worden, waar de Engelschman zich bedient van een onzijdig werkwoord (§ 111 A., blz. 58).

Nu kunnen wij ook de juiste opheldering geven orer den volzin: I don't make merry myself (Les 15). To make merry he-teekent reeds; „Zichquot; vroolijk maken. Myself is hier dus als versteiking van/bijgevoegd , en niet als voorwerp van make merry.

Het werkwoord to boast, in den eersten der bovenstaande volzinnen onzijdig in een wederkeerigen zin gebezigd, is in dit voorbeeld: He boasted no great-coat (Les 17 en 18) bedrijvend, doordien de werking op great-coat als voorwerp overgaat, doch ook hier in den wederkeerigen zin; He (hij beroemde zich op); het wordt in het Hollandsch echter niet een onzijdig werkwoord vertaald (hij banjerde, hij praalde).

Opgave 4. Vertaal:

1. Gij moet (u) buigen voor [tó\ den wil Gods. — 2. Zelfs vrienden moeten scheiden. — 3. Vele lieden, die in de wegen Gods wcnschen te wandelen (trekken zich terug) van [from] de wereld. — 4. Wanneer een vader terug komt van eene lange reis, verheugen (zich) zijne kinderen. — 5. Wendt u (af) van uwe slechte [evil] wegen; want waarom wilt gij sterven? — 6. Hij was zoo koud, dat zijne lippen veranderden [to turn] van [from] rood in [lt;o] blauw. — 7. Toen het beek uit [out of] hare Land viel, bukte [to stoop] haar zoon om het pp te rapen [to pick up]-

twenty times (Lbs 17 e» is); once (Lea 7).

[§ 22J.] Bij de telwoorden, die wij in § 209, D. (blz, 134) hebben leeren kennen, komen bier nog andere.

Om uit te drukken, hoe dikwijls eene handeling herhaald, hoe7ec 1 keeren iets geschied is, plaatst men het telwoord van hoeveelheid vóór het zelfst. nw. time, meervoud times (woordelijk: tijd, tijden). De beide woorden, dus vereenigd, vormen eene bijwoordelijke zegswijze. Daarbij heeft men voor de drie eerste telwoorden de bijwoorden: o»ce (blz. 65 en 73); twice (twwais), tweemaal; thrice (thtnis), driemaal.

0pga7e 5. Vertaal:

1. Meer dan eens vroeg hij mij den naam van mijnen vriend. — 2. Wat ééns gedaan kan worden, kan (ook) tweemaal gedaan worden. — 3. Zij waren driemaal *) (zoo sterk als) [sterker dan] wij. —

4. Driemaal *) drie (is) [zijn] negen. —

5. Driemaal *) driemaal [bijwoord] is negenmaal. —■ 6. Al [If\ iwildet 'gij hem tienmaal het geld geven, hij zou het niet nemen. — 7. O dag, driemaal [bijwoord] en viermaal gelukkig!

*) Vertaal dit niet met het bijwoord, roaar met de bijwoordelijke zegswijze.

hal f-a-crown (Les 17 en 18). tlie hours and quarters

(Les 16).

[§ 222.] A. „Een halfquot; heet: a half, of one half. De noemers der overige breuken worden door de rangschikkende telwoorden uitgedrukt, terwijl voor de tellers der breuken de telwoorden van hoeveelheid worden gebezigd. In plaats van fourth wordt in ettelijke, bijzonder dikwijls in het dagelijksch leven voorkomende verbindingen het woord quarter gebezigd. Is de teller grooter dan 1, dan neemt het rangschikkend telwoord van den noemer de s van den meervoudsvorm aan. Het meervoud van half is halves (haavz).

B. Het meervoud sixths is misschien van aüe Engelsche woorden het moeielijk-ste voor de uitspraak. Om zich door oefening de juiste uitspraak siksi/is eigen te maken, houde men zich streng aan de voorschriften, die wij in § 29 (blz. 10) en § 31 (blz. 11) hebben gegeven betreffende de uitspraak der letterteekens s en th. Na de k van „sikquot; spreekt men, met den tip der tong achter de bovenrij tanden de « uit, brengt dan den tip der tong tus-schen de twee rijën tanden om de th uit te spreken, waarna de tip der tong terugkeert achter 4® rij boventanden, ten einde de sluit-i uit te spreken. Dat dit alles zeer s c h i e 1 ij k, als in een oogwenk, geschieden moet, behoeft wel nauwelijks gezegd, en juist in dat schielijke ligt de groote moeielijkheid.

C. Over het gebruik van half en quarter, om de uren aan te duiden, zie blz. 29 en 40.

D. Over de plaatsing van het lid-


ocr page 157

— 152 —

woord bij half zullen wij in de volgende paragraaf het noodige zeggen.

E. Bij gemengde getallen (samengesteld uit heele getallen en breuken) staat het zelfst. naamw., dat san het getal eene benaming geeft, achter het heele getal.

Opgave 6. Vertaal:

1. Eene halve kroon is twee en een halven shilling. — 2. Ik heb u nog (de helft ran) [uw hahre] loon te betalen. —

3. Zes maanden zijn een half jaar. —-

4. De eerste dag van elke drie maanden wordt kwartaals-dag [quarter-day'] genoemd. — 6. Op dea Sisten Augustus zijn twee derden van het jaar om [over], 6. Hij sleot zijn kantoor [een, o] kwartier Toor [to] zerenen des avonds, en opende het weder om half negen (den) volgenden morgen. — 7. Vijf zesden en een achtste en een rier-en-twintigste maken een geheel. — 8. Wij hadden eene klok, die de (heele en halve uren) [uren en halven] sloeg. — 9. Hij kende 'drie vierden van het ge-heele tooneelstuk 'van buiten [by leart\.

[§ 883.] all the good days (Les 8); half-a-eiovn (Les 17 en 18);

quite a powerful speaker (Les 12); tuch a world (Les 11);

êuch and such a place (Les 7).

Terwijl wij het lidwoord, in de talrijke gevallen waarin wij hot tot dusverre reeds ontmoet hebben, bijna altijd hebben aangetroffen vóór het als attribuut een zelfstandig naamwoord vergezellende bijvoeglijk naamwoord, bijvoeglijk voornaamwoord of telwoord, staat het in de hierboven gegevene voorbeelden tusschen dat attribuut en het zelfst. nw.

A. Het lidwoord of het (zonder het lidwoord staande) bezittelijk en aanwijzend voornaamwoord staat niet vóór, maar achter de volgende, een aantals-begrip uitdrukkende, voornaamwoorden;

all, both, many (menig), half, doutle (dufcl, dubbel), treble (trèl»l, drievoudig).

De drie laatstgenoemde woorden kannen ook achter het lidwoord staan, wanneer in het door hen uitgedrukt wordende getals-begrip niet het lidwoord mede opgesloten moet liggen. Zoo b. v. heet half a crown (of, gelijk het ook wel geschreven wordt, half-a-crown) de helft van eene geldswaarde, die crown, kroon, genoemd wordt, om het even of die geldswaarde in één stuk, dan wel in verscheidene stukken, betaald wordt; a half crown daarentegen is één stuk geld, dat de waarde vertegenwoordigt van eene halve kroon. Men zegt double the money, omdat de geldsom, die bedoeld wordt met de uitdrukking the money, verdubbeld wordt gedacht; maar men zegt a double bleuinj, omdat niet a blessing, een zegen, maar het gansche begrip blessing dubbel, dat wil zeggen in tweevoudige mate gedacht wordt.

B. Dezelfde woordvoeging heeft plaats achter het bijwoord quite en het aanwijzend voornaamw. such.

C. Het bij een zelfst. nw. als attribuut staande bijvoeglijk nw. komt vóór het onbepalend lidwoord te staan, wanneer het vergezeld gaat van een der volgende bijwoorden:

as, how, so, too, however (hbn-èv'-er), echter, hoe(zeer ook)immer.

Zoo ook wordt de van no vergezeld gaande vergelijkende (of, gelijk het in 't Holl. heet vergrootende) trap (§ 178, blz. 101) vóór het onbepalend lidwoord gezet, b. v.

as great a man; how large a room; so dark a night; too old ohat; however biting a cold; no kinder a heart.

Opgave 7. Vertaal:

1. Ik had den dubbelen afstand kunnen loopen (§ 187, blz. 107). — 2. (In het eerste) [Vóór een] half unr szal 'het [5voor] 6hen •'onmogelijk 'zijn 8ons 9in den mist 'te zien. — 8. Wij hebben een goed half uur en meer. — 4. [De Onze is eene even goede familie] (Onze familie is even goed) als de uwe. — 5. Hebt gij geestkracht genoeg (om) een zoo groot werk ten uitvoer te brengen [to carry out] ? — 6. De wereld moet zulk een boek niet verliezen. — 7. Zij is eene veel te goede eehtgenoote (om) hem te verlaten. —

8. Heeft de klerk al die brieven gekopieerd? (Menigeen) [menig een man] kent de wereld niet, waarin hij leeft. —

9. Zij sprak slechts weinig den ganschen weg (over).

(7e oefen.) E. Spelling en Uitspraak.

[§ S84.]

God bless you merry gentleman! May nothing you dismay /

De aanvangswoorden van elk dezer beide uit het kerstlied aangehaalde regels zijn met eene groote aanvangsletter geschreven.

In verzen wordt in het Engelseh, even als in bet Hollandsch, iedere nieuwe regel aangevangen met eene groote letter.

Dit ter aanvulling van hetgeen wij over de groote aanvangsletters reeds gezegd hebben in § 64 en 66 (blz. 23), § 80 (blz. 36), § 107 (blz. 55), §128 (blz. 61), § 195 (blz. 109), § 211 en 212 (blz. 135).


ocr page 158

Éénlettergrepige Oefeningen

over den korten vocaal-klank i, als in het Holl. woord „pilquot;, zijnde de regelmatige klank der korte 1 (§ 10, blz. 4).

(Zie Les 2, E. Oefening 7, blz. 32.) (Vervolg en Slot.)

disk (disk) werpschijf.

frisk (frisk) huppelen.

risk (risk) wagen; risico.

whitk (wwisk) schrobben.

*mi»le (mizl) stofregen.

schism (siam) scheuring.

crisp (krisp) kroezig.

lisp 0'sp) lispelen.

wisp (wwisp) bundel.

fist (fist) vuist.

grist (orist) graan (ter maling).

hist (hist) st! suut!

list (list) lijst.

mist (mist) mist.

twist (twwist) twijnen; draaien.

whist (wwist) stil.

wrist (quot;st) polsgewricht.

*chrislen (krisn) doopen.

* glisten (alisn) glinsteren.

*listen (lisn) luisteren.

quot;bristle (brisl) borstel.

*thislle |7/iisl) distel.

quot;whistle (wwisl) fluiten.

itch (itsj) jeuk.

hitch (bitsj) teef.

ditch (ditsj) gracht.

fiitch (flitsj) (eene) zij spek.

pitch (pitsj) pek.

stitch (stitsj) steek.

switch (swwitsj) excentriek (op

spoorwegen).

twitch (twwitsj) ineenkrimpen.

witch (wwitsj) heks.

'quot;little (lit!) klein.

^skittle (skiti) kegel.

^quot;spittle (spitl) speeksel.

^tittle (titl) tittel, puntje.

^whittle (wwitl) mesje.

*mittens (raitnz) want (handschoen).

Fitz (fits) zoon (in namen).

*drkel (drivl) kwijl.

*shrivel (sjrivl) rimpelen.

quot;snivel (snivl) snuffelen.

'quot;swivel (swwivl) wervel.

''driven (drivn) gedreven.

*given (civn) gegeven.

*riven (rivn) gereten.

quot;quot;striven (strivn) gestreefd.

sixth (sikstó) zesde.

* drizzle (drizl) motteren.

'quot;frizzle (frizi) friseeren.

* grizzle (Grizl) grauw.

*mizzen (mizn) bezaanzeil.

sieve (siv) zeef.

build

.(bill)

bouwen.

guild

(Gild)

gilde.

huilt

(bilt)

gebouwd.

guilt

(oilt)

schuld.

cuisse (ci

aish) (kwwis)

dijstuk.

pyx

(piks)

monstrans.

hymn

(him)

hymne.

lymph

(limf)

lymphe.

nymph

(nimf)

nimf.

lynch

(lintsj)

zonder vorm van

proces ter dood

lynx

(links)

loscli. [brengen.

cyst

(sist)

etterzak.

heen

(bin)

geweest.

Éénlettergrepige Oefeningen

over den koitcn vocaal-klank b, den regelmatigen korten klank van het Engel-che letterteeken o (§11, blz. 5).

(Zie Les 2, E. Oefening 7, blz. 32.)

Bob

(bob)

Eobert.

cob

(kob)

kop, knop.

fob

(fob)

horloge-zakje.

joh

(dzjób)

karweitje.

knob

(nob)

knop.

lob

(lob)

lobbes.

mob

(mob)

gepeupel.

sob

(sob)

snikken.

throb

(^rbb)

hijgen.

block

(blók)

blok.

clock

(klók)

klok.

cock

(kók)

haan.

dock

(dók)

dok.

flock

(flók)

kudde.

frock

(frok)

Pij-

hock

(hok)

li och hei mer.

knock

(nok)

kloppen.

lock

(lók)

slot; sluiten.

mock

(mók)

spotten.

rock

(rok)

rots; wiegen.

sock

(sók)

sok.

shock

(sjok)

schok.

smock

(smók)

vrouwenhemd.

stock

(stók)

stam.

odd

(ód)

raar.

cod

(kod)

schelvisch.

clod

(klód)

kluit.

God

(GÓd)

God.

hod

(hód)

kalkbak.

nod

(nód)

knikken.

pod

(pod)

dop, bast.

plod

(plod)

blokken.

rod

(rod)

roede.

sod

(sod)

graszode.

shod

(sjod)

beslagen (paarden)

trod

(trod)

trad.

off

(of)

af.

doff

(klöf)

doorslag.

doff

(dof)

afleggen.

scoff

(skói)

spotten.

hog

(boo)

moeras.

clog

(klos)

klomp.


ocr page 159

C0(J (kba) bepraten.

dog (lt;1og) hond.

fog (foe) mist.

fiog (Aog) zweepen.

frog (frÓG) kikvorscli.

gog (gog) liaast.

grog (giug) grog.

hog (hbo) zwijn.

jog (dzjoG) stooten.

log (!ug) blok.

doll (do!) pop.

loll (lol) lui leunen.

Noll (nol) verkort voor Oli-

from (from) van. [vier.

on (on) op.

don (don) aandoen.

gone (Gon) gegaan.

yon (jon) gindseli.

chop (tfjop) cotelette.

cop (kop) kruin.

erop (krop) oogst.

drop (drop) droppel.

fop (fop) kwast, kwibus.

hop (hop) bop; springen.

lop (lop) snoeien.

pop (pop) pof.

prop (prop) steun, stut.

sop (sop) soppen.

shop (sjop) winkel.

slop (stop) stuiten.

top (top) top.

boss (bb?) bult.

cross (kros) kruis.

dross (dros) metaalseliuim.

gloss (Glos) glans.

loss (1b?) verlies.

moss (nibs) mos.

loss (tbs) ' slingeren.

blot (blbt) uitvlakken.

dot (kibt) kluit.

col (kbt.) kot; hut.

dot (dbt) spatje.

got (Gbt) gekregen.

]iot (hot) heet.

jot (dzjbt) punt; jota.

knol (nbl) knoop.

lot (Ibt) lot.

nol (not) niet.

pol (pbt) pot.

plot (plbt) komplot.

rot (ibt) verrotten.

Scot (skbt) Schot.

shot (sjbt) gesehoten.

sol (sbt) zot.

spot (spbt) plek.

trol (trol) draven.

broth (brbtó) vleesehnat.

cloth (klbW) laken.

froth (frbtó) sehuim.

moth (inot/t) mot.

ox (bks) os.

box (boks) doos, bus; boksen.

fox (fbks) vos.

pox (pbks) pok kan.

*cob/gt;le (kbl»l) knoeien.

*hoblile (hbb!) hobbelen.

scobs (skbbx) schrapsel.

*cocïswaitt (kbksn) bootsmansmaat.

^socle (sbkl) hechte grondslag.

%noidle (nbdl) knikkebollen.

lodge (Ibilzj) logeeren.

oft (bft) dikwijls.

loft (Ibft) zolder.

sojl (sbfi) zaeht.

^ofltn (bfn) dikwijls.

r'soflm (sbfu) verzachten.

HogijU (bbGl) deinzen. [zetten.

^goggle (gogP groote oogen op-

holm (tiblm) rivier-eilandje.

Itolp (hulp) hielp.

romp (rbmp) ravotten.

prompt (promt) prompt.

sconce (skbns) schans.

bond (bond) schuldbrief.

fond {of ') (fbnd) verzot (op).

pond (pbnd) vijver.

yond (jbnd) giadseh.

'quot;rondel (rbndi) rondeel.

long (lbquot;?) 'quot;quot;S-

song (song) lied.

strong (strb«i/) sterk.

thong (tbong) riem.

throng [llitong) gedrang.

wrong (rbw^) verkeerd.

tongs {iongvj) tang.

font (lont) doopvont.

bronze (bromt) brons.

copse (kbps) kreupelboseli.

cost (kost) kosten.

frost (frost) vorst.

lost (Ibst) verloren.

^jostle (dzjbsl) duwen.

blotch (bibtsj) blaar.

botch (bbtsj) vlek.

crotch (krbtsj) haak.

notch (nbtsj) kerf.

Scotch (skbtsj) Schotsch.

*boltle (bbtl) fleseh.

*pottle (poll) pot, kan.

^throttle {ihtoü) strot.

quab (kwwbft) kwabbe.

sjaai (skwwbl») vleezig.

swab (swwbH») dweil.

wad (wwbd) watteeren.

wan (wwbn) bleek.

swan (swwbu) zwaan.

was (wwoas) (hij, zij) was.

quash ' (kwwbvj) kneuzen.

snuash (skwwbsj) verpletteren.

wash (wwbsj) wassehen.

squat (skwwbt.) . neerhurken.

what (wwbt) wat.

* squabble (skwwbtol) kibbelen. *awaddle (swwbdl) zwach - I.

* waddie (wwbdl) waggelen. ^twaddle (twwbdl) latcwalen.


ocr page 160

— 155 —

wand

(wwoml)

staf.

want

(wwont)

behoefte.

wasp

(wwosp)

wesp.

wast

(wwbst)

(gij) waart.

watch

(wwbtsj)

wacht; horloge.

wattle

(wwbtl)

baard (van een

cough

(kof)

kuch. [visch).

trough

(trof)

trog.

hough

(hok)

knie-pees.

lough

(lok)

meer (in Schotland).

shough

(sjok)

poedelhond.

Éénlettergrepige Oefeningen

over den korten vocaal-klank u, als in het Holl. woord „prulquot;, zijnde de regelmatige klank van het Engelsche let-

terteeken u (§ 15, biz. 6). (Zie Les 2, E. Oefening 7, blz. 32.)

club

(klub)

knuppel.

cub

(kul»)

jong, welp. tot ridder slaan.

dub

(dub)

grub

(Grub)

rooien.

rub

(rub)

wrijven.

scrub

(skrub)

schrobben.

shrub

(sjrub)

struik.

tub

(tub)

tobbe.

^bubble

(bubl)

bubbel.

^stubble

(stub!)

stoppel.

^subtle

(sutl)

subtiel.

buck

(buk)

bok.

chuck

(tsjuk)

geklok.

cluck

(kluk)

klokken.

duck

(duk)

eend.

luck

(luk)

geluk.

muck

(muk)

mesthoop.

pluck

(pluk)

plukken.

Fuck

(puk)

Puck.

struck

(struk)

sloeg; geslagen.

stuck

(stuk)

gestoken.

suck

(suk)

zuigen.

truck

(truk)

rolwagen.

* buckle

(bukl)

gesp.

^chuckle

(tsjukl)

in zijn vuistje

* knuckle

(nukl)

knokkel, [lachen

*suckle

(sukl)

zuigen.

^truckle

(truk!)

rollen.

bud

(buil)

knop.

cud

(kud)

pruimtabak.

mud

(mud)

modder.

stud

(stud)

knop.

budge

(budzj)

zich verroeren.

drudge

(dnulzj)

arme sloof.

fudge

(fudzj)

fut.

grudge

, (Grudzj)

wrok.

judge

(dzjudzj)

rechter.

trudge

(trudzj)

strompelen.

^fuddle

(fudl)

dronken maken.

*huddle

(hudl)

afroffelen.

* muddle

(mudl)

warboel.

Spuddle

(pudl)

poel.

* ruddle

(rudl)

roodaarde.

(Voortzetting in den

volgenden Brief.)

(8e oefen.) F. Lexicographic.

(Zie blz. 26 en 32.)

N.B. Als wij in dit hoofdstuk woorden opnemen, die niet in tekst A voorkomen , moet de beoefenaar zich niet daardoor laten afschrikken — zijn geheugen wordt daardoor geenszins overladen, maar integendeel ondersteund. Immers, het geheugen is het herinnerings-vermogen. Wij herinneren ons iets als we aan eene gedachte, die ons op het oogenblik zelf bezig houdt, eene andere, in het veiledene liggende gedachte vastknoopen. Hoe meer zulke vastknoopingspunten wij hebben, des te gemakkelijker wordt ons de herinnering. Dat zijn als het ware de bruggen, waarvan wij ons bedienen om uit het heden, uit het bekende, dat ons voor de hand ligt, over te gaan tot het verledene, tot het onbekende, dat verre achter ons ligt. Het bouwen van zulke bruggen is voor den aanleer-der van eene taal van het hoogste belang. De steenen, die daartoe noodig zijn, zijn bij de gewone leer-methoden op zich zeiven zonder waarde. In onzen leercursus daarentegen hebben wij ons beijverd slechts zoodanige steenen als bouwstof aan te brengen, die zoowel afzonderlijk als in verband met het geheel voor den beoefenaar waarde hebben. — Ten dringendste wordt de herhaalde overlezing van hoofdstuk F aan ieder in 't bijzonder aanbevolen. Woorden van gel ij ken oorsprong als de Holland sche.

instead, in stede, bijwoord, wordt, door er q/1 achter te voegen, een voorzetsel; het komt van slead, stede, stad; daarvan: staudfast (stècl'-faast), standvastig, stevig; steady (stèd'-i), gestadig; steadily, stead-inessj gestadigheid. — weapon, wapen. — hisiy, lustig, van h'st, lust, daarvan: to lust, belust zijn; lustful, wellustig, enz. — young, jong; daarvan onder andere: youngling (juw^'-liw^), jongeling; youngster (juw^'-st^r). jongste (voor jonkman); youth (joe^), jeugd, jongeling. — to gnaw, knagen. — to mumble, mummelen. — hungry, hongerig, van hunger {}\\ing'-Ger), honger; daarvan ook: to hunger, hongeren. — lone, been; daarvan o. a.: hony (boon'-i), beenderig. — ruler van rule, regel; daarvan: to rule, regeeren, aan regels binden; unruly (un-roel'-i), (letterlijk: onregellijk, d. i. tegen den regel, dus:) weerspannig. — singer, zanger, van to sing, zingen; daarvan: sung (suw^), zong, gezongen; song (song), gezang, lied; sing-song, deuntje. —fled, vlood, van to flee, vlieden. — Hl (vergelijk evil) slecht; daarvan een aantal samenstellingen, b.v.: ill-will, ill-used, ook illness (il'-nès), slechtheid der gezondheid, dus: ziekte; het bijwoord is volkomen aan het bijvoeg-


ocr page 161

— 156 —

lijk nw. gelijk. — stool, stoel (in 'tEng. echter: stoel zonder leuning, dus: zitbankje); daarvan: footstool (fóet'-stoel), voetbankje; onze „stoelquot; heet c//aegt; (tsjeer.) — to snuf, snuiten; daarvan o. a.: snvfers (snuf'-fcrz), snuiter; snvff, snuif (plat Holl. snuf); to snuffle (snufl), snuffelen. — fair, eene letteromzetting van „fraaiquot;. — half% half; daarvan: to halve (haav), halveercn. — crown, kroon; daarvan: io crown, kronen. — work, werk; vergelijk to work (Les II), workhouse (Les 15). — In once a year is a niet het onbepalend lidwoord, maar een verbasterd voorzetsel met het lidwoord: once in the year. — to pick, pikken; io pick a pocket, een zak pikken, dat is: daar uitpikken wat men er van zijne gading in vindt — twenty, twintig. — fifth, vijfde. —here, hier; vergelijk there cn where; wordt even als die twee met bijna alle voorzetsels samengesteld: hereabout', hereaft'er, here-at', hereby', herein', hereof, hereon', hereto, hereupon', herewith', enz. — early, afgeleid van ere (eer), eer, vroeger. — morning, van morn (mórn), morgen; vergelijk to morrow (Les 13); in de uitspraak wel te onderscheiden van to mourn (moorn), treuren, rouwen. — growl; het zelfst. nw. gelijkluidend met het werkw. in Les 13. — to twinkle, van to wink (Les 16). — end, einde (dichterlijk: end), gelijkluidend met to end, eindigen; onder meer afleidingen: endless (ènd'-lès), eindeloos. slide, gelijkluidend met to slide, glijden (als eene slede); vergelijk: sledge (slèdzj), slede. — Cornhill, koornheuvel. — home (Zweedsch hem, Duitsch Zfemath), verwant met „inheemsehquot;, „uitheemscliquot; en dergelijken; daarvan o. a.: homely, allednagsch (niet uitheemsch); homesickness (hoom'-sik-nès), heimwee. Dien ouderen vorm ham ook nog in plaatsnamen, b. v. Oldham (oolcT-hèm), zooals wij in 't lloll. „hemquot; hebben in Doetinchem, Gorinchem, enz.; van dien ouden vorm ook: hamlet (hem'-let), gehucht (dat is: klein ham). — buff * pof, zoo ook buffet (buf'-fet). Woorden van gel ij ken oorsprong als de Fransche.

to fierce, percer. — to search, cher-cher. — touch, touche. — to use (joeas, met zachten eind-sisklank), „userquot;, te onderscheiden van het zelfst. nw. use (joes, met scherpen eind-sisklank), dat wij in useful en useless (Les 15) reeds hebben leeren kennen ; van denzelfden wortel usual (Les 15), usually (Lea 14); vergelijk ook utility (joe-til'-it-ti), utilité. — familiar, familier, van family (Les 14). — to regale, régaler. — to seize, saisir. —ener' gy, énergie; daarvan; energetical (èn-er-dzjèt'-ik-kèi), énergique. — action, action, van to act (ekt), agir; gelijkluidend het zelfst. nw. act, acte. — terror, terreur ; daarvan o. a.: terrible (tèr'-ritol), terrible; to terrify (tèr'-ri-fai), terrifier. — congenial, congenial.—to arrive, arriver; daarvan arrival (er-raiv'-el), arrivée. — to dismount, démonter, van to mount, monter. — tacit, tacite; daarvan taciturn (tes'-i-teurn), taciturne; taciturnity (tes-i-teurn'-it-ti), taciturnité. — to admit, admettre; daarvan admittance (ed- mit'-tens), admission (ed-mis'-sjun), admission. — expectant, expectant; van to expect. — instant, instant; daarvan in* stantaneous (in-stèn-teen'-i-us), instantané; vergelijk instance (Les 5). — to suppose, supposer; daarvan supposition (sup-poo-zis'-sjun), supposition; suppository (sup-poz'-i-tur-ri), suppositoire. — convenient, convenant, van to convene (kon-vien'), convenir; daarvan ook convent (kon'-vent), convention (kbn-ven'-sjun), convention. — faint, gelijkluidend met het werkw. to faint, faner. — wages, gages. — excuse (met scherpe «), excuse; te onderscheiden van to excuse (Les 15, met z-klank), excuser. — coat, cotte. — to promise, gelijkluidend met het zelfst. nw. promise, promesse, van „promettrequot;, verl. deelw. „promisquot;, vrouwelijk „promisequot;. — to close, gelijkluidend met het bijvoeglijk nw. close, clos, vrouwelijk „closequot;, verl. deelw. van „clorequot;. — honour, honneur; gelijkluidend to honour, honorer; daarvan o. a.: honourable (6n'-ur-ebl), honorable; honest (on'-èst), honnête.

Van gemengden oorsprong.

to roar, razen, (het geweldig) roeren, „rairequot; (van herten). — to dismay; het Fransche partikel „disquot;, dat afzondering of afscheiding aanduidt, en het Holland-sche „mogenquot;; dus: van macht of vermogen berooven. —fact, feit, „faitquot;. — December, „Décembrequot;.

(9e Oefen) G. Mondeling Onderhoud.

(Zie 't Mondeling Onderhoud van Les 16.) Vragen.

1. How had the weather become?

3. What kind (kaind, soort) of a cold was it?

3. What did Saint Dunstan nip?

4. What did Saint Dunstan use to nip it?

5. What would the Evil Spirit have done?

6. Who stooped down?

7. What is said of the boy's nose? [It was . . .]

8. What else are gnawed?

®. Where did the boy stoop down? IO. Wherefore did the b(.y stand at Scrooge's door?


ocr page 162

— 157 -

11. Which were the first words of the boy's Christmas carol?

13. What did Scrooge seize?

IS. With how much energy did Scrooge seize it?

14. To what did the boy leave the keyhole?

15. What did arrive at length?

18. What did Scrooge do with an ill-will?

IS. To whom did he admit the fact? 18. What did the clerk do thereupon? [He ...]

lO. What did Scrooge say to the clerk? SO. What was the clerk's answer? ai. What would the clerk think himself,

if Scrooge stopped half-a-crown? aa. What did Scrooge pay to the clerk

on Christmas-day?

33. How often did Scrooge pay it? a4. What did Scrooge call this? 35. How far up did Scrooge button his

great-coat ?

SB. How much time must the clerk have

to himself at Christmas?

as. When should the clerk come to the counting-house?

38. How soon (soen, spoedig) was the office closed?

39. What did dangle below the clerk's waist ?

SO. What did the clerk do on Cornhill ? [He ...]

31. Where was the clerk's place on the slide ?

83. How often went the clerk down the slide ?

33. Why did the clerk do this?

34. Where [waarheen] did the clerk run?

35. What did the clerk mean to do at home?

(loe Oefen.) H. Gesprekken.

19.

N.B. Na de beoefenaars in gesprekken nit den dagelijkschen omgang met de meeste spreekwijzen bekend gemaakt te hebben , die het veelvuldigst voorkomen, achten wij hen genoegzaam voorbereid om hen in te leiden in de conversatie-school, die algemeen erkend is als de beste, namelijk het lezen van een hedendaagsch Blijspel.

farce (faars), kluchtspel.

act (èkt), bedriif.

John (dzjbii), Jan, Johannes.

Oxenford (óks'-en-fbrd), eigennaam. ]3ij de clerks, die wij reeds kennen, namelijk: den vestry (vèst'-ri) clerk, sacristijschrijver of koster, en den merchants (meur'-tsjènts) clerk, koopmansklerk of kantoorbediende, komt hier de notary's (noo'-tèr-riez) clerk, notarisklerk.

'Esq. of üy»'. is de verkorting van Esquire (ès-kwwair'), zooveel als ons Hollandsche „Weledelquot; of „Weledelgeborenquot;, met dit onderscheid, dat Esq. altijd achter den naam gezet wordt, terwijl ook de voornaam, of althans de hoofdletters daarvan, aan den naam vooraf moet gaan. Ook kan Esq. nooit te gelijk met Mr. (mijnheer) gebruikt worden. Het adres op een brief „Den Weledelgeboren Heer J. Oxenfordquot; luidt dus in het Engelsch:

Jo/tn Oxenford, Esq.

of wel (doch dit is minder beleefd):

Mr. Oxenford.

De oorsprong van het woord Esquire is het Fransehe „ccuyerquot;, schildknaap, zijnde een graad minder in rang dan „chevalierquot;, ridder. Als zoodanig beteekent het tegenwoordig „landheerquot; en „jonkerquot;, en wordt in die beteekenis geschreven Squire (skwwair).

My Fellow Clerk.

A Farce in One Act,

by John Oxenford, Esq.

person (pearsn), persoon.

to represent (rèp-rc-zènt'), voorstellen. / Hooker (höek'-er), eigennaam.

Tactic (Ick'-tik). Deze naam is hier gekozen als toespeling op de taktiek (behendigheid), waarmede de aldus genoemde persoon zich uit menig moeie-lijk parket weet te redden. Ook de volgende namen hebben eene dergelijke toespelende beteekenis.

Victim (vik'-tim), slachtoffer.

Eag (fèo), de jongste der drie klerken. De pas-aangekomene leerlingen aan de beroemde school te Eton (ietn),-door de andere scholieren gebruikt tot het verrichten van allerlei handreikingen en kleine diensten, worden bestempeld met den naam van Earj, dat wil zeggen „duivelstoejagerquot;, of wat men in de studentenwereld verstaat onder den naam van „Groenquot;. Knithrow (nil'-brou), wenkbrauw-fronser. Bailiff (bee'-lit), deurwaarder.

Dobson (dob'-sun), eigennaam.

Fanny (fèn'-ni). Fransje, van Frances

(fren-sfz), Francisca.

Juliet (dzjoel'-i-èt), Julia.

to snook (snoek), in 't geniep beloeren. Betty (hèt'-ti), Liesje.

Persons represented: Mr. Hooker. — Tactic. — Victim. — Fag. — Mr. Knitbrow. — Bailiff. — Mrs. Dobson. — Fanny Dobson. — Juliet Snooks. — Betty.

Scene the first (sien dhe feiirstquot;), eerste tooneel.


ocr page 163

— 158 —

Bij den tweeden naamvalsvorm at Mrs. Dolson's heeft men het zelfst. mv. house te denken: ten huize van mevrouw Dobson (§ 214, (t. blz. j40.) to sit (sit) {sat biz. 73 en 78), zitten. needlework (niedl'-wweurk), naaiwerk.

(Scene /. — A Room at Mrs. Dohson's. Mrs. Dobson and Fanny, silting at needlework.)

heigho (hai'-hoo), ach! (§ 201 B.,blz. 117.)

Fan. Heigho!

to sigh (sai), zuchten. — s!g7i, zucht. Lawk (laok), gelijk lud (lud), verbasterd van Lord (lonl), Heere, aanroeping van Gods naam.

sweetheart (swwiet'-haart), woordelijk:

zoethart (Holl. zoetelief), beminde. rarity (ree'-rit-ti), rariteit, zeldzaamheid.

especially (e-spès'-sjèl-H), inzonderhei.1. lawyer (lao'-jer), rechtsgeleerde.

whole (hooi). geheel.

town (toun), stad.

to smarm (swwaorm), wemelen.

besides (be-saiclz'), buitendien.

breed (bried), ras.

cigar (si-Gaar'), sigaar.

song [song), liedje.

to sing (sing), zingen.

lagatelle (beG-èt-tèi'), zeker spel, dat overeenkomst heeft met het biljartspel. frock-coat (frbk'-koot), gekleede rok. to wear (wweer), dragen.

set (sèt), stelletje, troepje, kliek. individual (in-di*--vid'-j6e-èl), persoon.

Mrs. D. There you are, sighing again. Lawk, my dear, sweethearts are no such rarities, especially lawyers' clerks, for the whole town is swarming with them; besides, I am not very fond of the breed — they are generally such a cigar-smoking, song-singing, haga-telle-playing, frock-coat-wearing set of individuals. Then their hours — oh! George (dzjbrdzj), George, Joris. different (dif'-f«r-ent), verschillend. except (ek-sept'), uitgenomen.

late (leet), laat.

to read (ried), lezen.

paper (peep'-er), papier, voor news-paper (njoe^'-peep'-er), nieuwsblad. amusement (em-mjoez-ment), uitspan-ning.

White Conduit (wwait kön'-dit), theetuin in Islington (iz'lia^-tun), eene wijk van Londen.

Sunday (snn'-dee), Zondag.

steady (stèd'-i), bestendig.

Fan. Bat my George Victim was so different from all this (except tho frock-coat and the singing), never out late at night — never happy, hut when sitting at my side, reading the last week's paper to me — never going to any place of amusement, hut to White Conduit on a Sunday, and then, never without me. So was such a steady young man!

maller (met'-ter), zaak, ding.

home (boom), te huis.

street-door (striet'-door), huisdeur , buitendeur.

Irs. D. Was, my dear — yes, was. Bat was and is are two very different matters. Els hoars now are early to be sure, that is to say, he comes home ahout four o'clock in the morning. Oh, I said there was no good coming, when he asked me for a key of the street-door to himself.

alas (èl-lès7), achI helaas!

ma (maa), verkort voor mama (mem-

maa'), mama.

right (rait), recht; to ie right, gelijk hebben.

Fan. Alas, ma! you were right. Heigho!

anotheir quot;(natHeiijk sigJi, zucht), al weer

een zacht.

to tell (tèl), zeggen.

worth (wweurM), waard.

rent (rent), huur.

to owe (co), schuldig zijn.

to receive (re-siev'), ontvangen.

blood (bind), bloed.

to turn (teurn), omdraaien.

to sleep (sliep), slapen.

beyond (be-jond'), over, langer dan.

Mrs. D. What, another! I tell you he is not worth sighing for. I have more reasons to sigh for three weeks' rent he owes me. Oh, after the kindness he has received, it makes my blood boil when I hear the street-door key taming at four o'clock. He came home at that time this morning, and is sleeping beyond his office hours. to detain (de-teen'), ophouden.

Fan. He says business detains him, but —. both (booth), beide.

to rise (raiz), opstaan.

maid (meed), meid, dienstmeid.

holiday (hbl'-i-dee), vrijë dag.

occasion (ok-kee'-zjun), gelegenheid;

aanleiding.

coat (koot), rok.

excursion (eks-keur'-Ejun), tocht, gang. somehow (sum'-hou), toevalligerwijs; somehow or other, door een of ander toeval.

inside (in'-said), binnenste.

of itself (ov-it-sèlf), van zelf.

like (laik), om zoo te zeggen.

to bemean (be-mien), verlagen.

to feel (fiel), voelen.

Mrs. D. (Both rising.) Business! yes, business of his own making. The maid


ocr page 164

— 159 —

went out for a holiday one day, and I had occasion to brush my gentleman's coat after one of his business ezcursions. SomehoT/ or other his pocket turned inside out, quite of itself li£e — you Isnow I would net temean myself fay feeling in any one's pcc'set.

certainly (seur'-ten-li), zeer zeker.

Fan. Ko, ma! certainly not.

principle (prin'-sipl), grondstelling, karakter.

found (fuuntl), onvolm. verl. tijd van

to find, vinden.

hahes (baavz), meervoud van half, lielft. cigar (Ei-Gaar'), sigaar.

to screx (skroe), scliroeven, ineendraaien.

hit (bit), stukje.

full (foel), vol.

tohacco (tofc-bèk'-koo), tabak.

pipe (paip), pijp.

picture (pik'-tjur), pront.

to describe (de-skraiV), beschrijven. norse (wwenfs), slechter, erger..

Mrs. D. Ko — that's not my principle. Weil, 1 found halves cf cigars — screwed hits of paper, faU of tobacco — bits of a pipe — a picture boot (I won't describe the pictures, my dear), and worse than all — what do you think?

pistol (pist'-ul), pistool.

Fan. Oh, I don't know. A pistol!

part (paart), gedeelte, stuk.

cap (kèp), muts.

to trim (trim), versieren, tooien.

pink (pink), rozee.

ribhon (rito'-bnn), lint.

Mrs. D. Ho; worse! Part of a cap, trimm'd with pink ribbons!

De herhaling van de h duidt aan, dat het OJt langgerekt uitgesproken wordt. naughty (naot'-i), ondeugend.

Fan. Oh — h — h! the naughty man! nonsense (non'-sèns), onzin, gekheid.

Mrs. D. Nonsense, child, don't cry. why (wwai), zoo!

inconstancy (in-kbn'-stèn-si), onstandvastigheid.

to dtcindle (dwwindl), kwijnen.

away (e-wwee'), weg.

Fan. Why, I am sure now, ma, he does not c-ire a bit about me, for when Inconstancy begins, love soon dwindles away.

to enter (èn'-ter), optreden. In Engei-sche tooneelstukken wordt dit werkwoord onveranderd, bij de tooneel-op-gaven, aitijd vóór het onderwerp gezet, als stond er: Er treden op.

{Enter Victim.) Vic. Ah, Fanny, dearest Fanny, good morning!

Mister is hier voluit geschreven en wijduit gedrukt, om aan te duiden, dat Fanny op dit woord een bijzonderen klemtoon legt. Het dadelijk volgende antwoord van Vietim bewijst, dat hij verwacht had hartelijker begroet te zullen worden, b. v. met George of dear George of my dear George.

Fan. Good mormnj, Hister Victim.

cool (koel), koel.

Vic. Mister? Oh, why so cool? What is the matter, Fanny?

afraid (ef-free«i'), bang.

too (toe), te, al te.

close (kloos), druk, aanhoudend. application (èp-pli-kee'-sjun), inspanning. to injure (iu'-dzjoer), benadeelen.

Mrs. D. Hem! She is efraid that too close an application to business may injure your health.

to hale (heet), haten.

Vic. Ah, husiaess! how 1 hate the word — but it must be done!

sort (sort), soort. — till (til), tot.

Fan. What sort of business can it be that keeps you up till four in the morning? aside (e-said'), ter zijde.

excuse (cks-kjoes'), verontschuldiging. to satisfy (sct'-is-fai), bevredigen, voldoen.

veriest (ver'-ri-est), grootste, ergste. infidel (in'-fi-dèl), ongeloovige.

Vic. Why — why — (Aside.) Now, if 1 were Tactic, I should have a ready escuse good enough to satisfy the veriest infidel that ever lived.

daughter (daot'-er), dochter.

peculiar (pe-kjoel'-i-er), bijzonder. to require (re-kwwair'), vereischen. attention (èt-tèn'-sjun), oplettendheid.

Mrs. D. Yes — as my daughter says — what is the peculiar nature of the business that requires such close attention? Kill (wwil), uiterste wilsbeschikkins,

testament.

sudden (suiln), plotseling.

load (lood), vracht, menigte.

client (klai'-ènt), client.

death (d(V/i), dood. — case (kees), geval. to stand (stènd), staan (op), zien (op). 'perspiration (peur-spi-ree'-sjun), uitwaseming, zweetbad.

lie (lai), leugen.

to send (send), zenden, brengen. forcing-pump (ibors'-iwy-pnmp) perspomp.

Vic. Wills, wills — sadden wills — such a load of ny master's clients on their death-beds — and in such cases one cannot stand about hours, you know. [Aside.) What a perspiration 1 am in! a lie sends the blood into my face like a forcing-pump. Oh, for Tactic's coolness!


ocr page 165

— 160 —

employer (èm-plbi'-cr), patroon.

extra (èks'-tra), extra-, overwerk-.

Mrs. D. But then your employer should pay you for extra-hours.

about (e-bbut'), ongeveer.

Vic. So he does, 1 have received about thirty shillings extra this last week.

perhaps (per-lieps'), misschien.

rent (rènt), huur.

between (be-twwien'), tussehen.

Mrs. D. Oh, indeed! Then perhaps you could settle that little account for rent between you and me.

unlucky (un-lnk'-i), ongelukkig.

fortune (for'-tjan), geluk.

to lock up (toe lok upquot;), wegsluiten. desk (desk), lessenaar.

Good bye (Goed baiquot;), verbasterd van

God be mill you, adieu.

to strike (straik), slaan.

up to (upquot; tóe), naar (Fanny) toe. Georgy (dzjbrdzj'-i), Zjorsje; vertrouwelijk voor George.

give us a kiss (Giv' us e kisquot;), geef ons een kus; vertrouwelijk voor give m e a kiss.

exit (èks'-it), gaat af (dat wil zeggen: hij of zij gaat van het tooneel af); een Latijnseh woord, in het Engelscii alleen in tooneelstukken gebruikelijk, even als liet meervoud exeunt (èks'-e-unt), gaan al' (voor: ze verwijderen zich).

Vic. (Aside.) What unlucky stories mine are! — oh, for Tactic's good fortune! (Aloud.) Certainly 1 will, when I come back, It's all locked up in my desk at the office. Good bye, for the present. Dear Fanny, do not frown — you know I love you better than my life. (Clock strikes ten. Going up to Fanny.) How, don't bo angry with your own tieorgy — give us a kiss before 1 go. {Kisses her and exit.) good-for-nothing, tot niets deugend, geen knip voor den neus waard.

Mrs. D. Ah, there he goes, a good-for-nothing fellow! He has no more received thirty shillings extra, than I have thirty thousand pounds. (Voortzetting in den volgenden brief.)

I. Herhaling

der opgaven van deze les.

Lees den hiervolgenden tekst hardop en vlot, vertaal hem in het Hollandsch, vergelijk uwe vertaling met die op blz. 147, en na de noodige verbeteringen moet uwe eigene vertaling weder in het En-gelsch terug vertaald worden — alles volgens de voorschriften op blz. 29 en 30.

Fog'gier yet, and cold'er! Piere'ing, search'ing, bit'ing cold. If the good Saint Dun'stan had but nipped the Evil Spirit's nose' with a touch of such' weather as that', instead of using his famil'iar weapons, then' indeed he would have roared' to lusty pur'pose. The owner of one scant young nose', gnawed and mumbled by the hungry cold' as bones are gnawed by dogs', stooped down at Scrooge's key'hole to regale him with a Christ'mas carol: but at the first sound' of — „God bless' you merry gentleman! May noth'ing you dismay' 1quot; Scrooge seized the rul'er with such eu'ergy of ac'tion, that the singer fled in ter'ror, leaving the keyhole to the fog' and even more' congenial frost'. — At length the hour of shutting up' the counting-house arrived'. quot;With an ill-will Scrooge dismounted from bis stool', and tacitly admitted the fact to the expectant clerk in the Tank', who instantly snuffed his candle out', and put on' his hat'. — „You'll want all day to-mor'row, I suppose' ?quot; said Scrooge. — „If quite convenient, Sir.quot; — „It's not' convenient,quot; said Scrooge, „and it's not fair'. If I was to stop half-a-crown' for it, you'd think yourself ill-used', I'll be bound'?quot; — The clerk smiled faint'ly. — „And yet',quot; said Scrooge, „yon don't think me' ill-used, when I pay a day's wag'es for no work'.quot; — The clerk observed that it was only once' a year. — „A poor excuse' for picking a man's pock'et every twenty-fifth of Decem'ber!quot; said Scrooge, buttoning his great'-coat to the chin'. „But I suppose' you must have the whole day'. Be here all the ear'lier next morn'ing!quot; — The clerk promised that he would'; and Scrooge walked out' with a growl'. The office was closed in a twink'ling, and the clerk', with the long ends of his white com'forter dangling below his waist' (for he boasted no great'-coat) , went down a slide on Corn'hill at the end of a lane of boys', twen'ty times, in honour of its being Christ'mas-eve, and then' ran home' to Camden Town' as hard as he could pelt', to play at blind'-man's-buff.

Taalkundige Opgaven.

§ 217 (blz. 150). Opgave 1.

§ 218 (blz. 150). Opgave 2.

§ 219 (blz. 150). Opgave 3.

§ 220 (blz. 151). Opgave i.

§ 221 (blz. 151). Opgave 5.

§ 222 (blz. 152). Opgave 6. § 223 (biz. 152). Opgave 7.

SKIS0 Lees nog eens aandachtig na blz. 3 tot 16 van Brief I.


ocr page 166

Leercursus der Eugelsche taal door zelfonderricht.

10e B R I E F.

_(LES 19 EU 20.)__

19° en 20® LES.

Wer immer nichts vollbracht,

fiingt er gleich Vieles an, Wird in Gedanken reich, in Werk ein armer Mann. (A. von Logau.)

A.

(Oefen. 1—3 volgens het op blz. 33

Wie veel wil te gelijk,

maar niets volbrengen kan,

Is in het willen rijk,

in 't doen een arme man,

(S. d. B.)

'ekst.

T£ens voor al] gegeven voorsclirift.)


Scrooge took Ms melancMy dinner 1 in his usnal

skroedzj toek hi® mèl'-èn-kol-li dinquot;-ne/ in hiz joez'-joe-èl

Scrooge nam zijn nare middagmaal in zijne gewone

melancholy tavern;] and having read 2 all the newspapers,]

mèl'-èn-kol-li tèvquot;-era end liev'-iwy red aol dhe njoe«quot;-peep'-(;)'a nare herberg; en hebbende

and begniled the rest of the evening 3 with his banker's-

end btf-Gaild' dlie rest ov dhi iev'-niw^r wwidh Ilias bènkquot;-e?'z-cn bedrogen de rest van den avond met zijn bankiers-

book,] went home to bed. He lived 4 in chambers which

boek wwènt hoorn tóe bedquot; hi livd in tsjeem^-berz wwitsj boek ging naar huis naar bed. liij leefde in kamers die

had once belonged to his deceased partner.] They were a

hèd wwuns he-\ongd! tóe hi® de-siesd' paart^-n^* dhee wwemr e hadden eens behoord — aan zijn overleden compagnon. Zij waren eene

gloomy snite of rooms, 5 in a lowering pile of bnilding

Gloem^-i swwiet ov roemz in e XuW-er-hu/ pail bv bild'-iwy sombere rij van vertrekken in een somber-uitzienden hoop van gebouw

up a yard,] where it had so little business to be, that

up' e jaardquot; wweer it hèd soo litl bizquot;-nes tóe bi dhèt op eenen hof, waar het had zoo weinig zaak te zijn, dat

one could scarcely help fancying 6 it must have run

vvwun kóed skee/s'-li help fèn^-si-iw^ it must hèv run

men kon nauwelijks helpen zich verbeeldende het moest hebben geloopen

there when it was a young house, playing at hide-and-seek

dhee»- vvwèn it wwojb e iwigquot; hbus plee'-iw/jr èt haid ènd siek daar toen het was een jong huis, spelende aan verbergen en zoeken

with other houses, and have forgotten the way out again.]

wwidh udhquot;-o' houa'-cz end hèv ior-Gotn' dhe wwee outquot; e-aèn' met andere huizen en hebben vergeten den weg uit weder.

It was old enough now, and dreary enough, for 7 nobody

it wwoz ooldquot; e-nuf' nou ènd drie/'-i e-nuf' for noo'-bud-i Het was oud genoeg nu en. treurig genoeg, want niemand

lived in it but Scrooge,] 8 the other rooms being all let

livdquot; in it but skroedzjquot; dhi udli,,-er roem® h\'-mg aol let

leefde in het behalve Scrooge, de andere vertrekken zijnde alle gelaten

out as offices,] The yard was so dark that even Scrooge,

but èz bfquot;-is-ez dhe jaard wwbz soo daarkquot; dhè' ievn skroedzjquot; uit als kantoren. De hof was zoo donker dat zelfs_Scrooge,

who knew its every stone, was fain 9 to grope with his

hoe njoe its èv'-er-i stoonquot; wwoz feen tóe Groop wwidh hiz die kende zijn eiken steen, was ^blij te tasten met zijne

Servaas de Bruin, Engelache Tool. 11

ocr page 167

— 162 —

hands,] The fog and frost so hung 10 about the black old

hendzquot; dhe foequot; end frost'' soo \\\mg e-bout' dhe blèk oold

handen. De mist en vorst zoo hing om den zwarten ouden

gateway of the house,] that it seemed as if the Genius of

Geef'-wwee 6v dhe hóus dhèt it siemd èz if dh^ dzjien'-i-us ov poort-weg van het huis, dat het scheen als of de Genius van

the Weather sat in mournful meditation 11 on the threshold.] —

dlw wwedh'W set in moom'-fóel mèd-i-tee'-sjun on dhe ^rèsjquot;-oold •het quot;Weder zat in sombere overpeinzing op den drempel.

Now, it is a fact, that there was nothing at all particular

nou it ias e fektquot; dhèt dliee?* wwoz jmth'-\ng èt aol paar-tik'-joe-ler Nu, het is een feit dat daar was niets aan al bijzonders

12 about the knocker on the door,] except that 13 it was

lt;?-bout' dlie nokquot;-£r on dlit? door èk-sèpt' dhèt it wwoas

om den klopper op de deur, behalve dat het was

very large.] It is also a fact that Scrooge had seen it

vèr'-ri laardzjquot; it iz aoF-soo e fèkt dhèt skroedzj lied sien it zeer groot. Het is ook een feit dat Scrooge had gezien het

14 night and morning during his whole residence in that

naitquot; end morri'-mg djoer'-iw// hiz hooF rèz'-i-dèns in dhèt nacht en morgen gedurende zijn geheel wonen in die

place;] also that Scrooge had as little of what is called

plees aol'-soo dhèt skroedzj hèd èz litlquot; ov wwot iz kaold plaats; ook dat Scrooge had even weinig van wat is genoemd

fancy about him as any man in the City of London, even

fènquot;-si d-bout' him èz ènquot;-i mèn in dhe sit'-i ov lun'-dun ievn

verheel- om hem als eenig man in de City van Londen, zelfs dingskracht

including — which is a bold word — 15 the corporation,

in-kloedquot;-i«ijr wwitsj iz e liooklquot; wwenrd dhe korp-or-rcequot;-sjim

insluitende hetgeen is een stout woord het gilde-bestuur

aldermen, and livery.] Let it also be borne in mind that

aoF-der-mèn ènd livquot;-er-i lèt it aolquot;-soo bi boorn in maind dhèt overlieden en leden. Laat het. ook icijn gedragen in zin dat

Scrooge had not bestowed one thought on Marley, 16 since

skroedzj hèd not be-stood' wwunquot; thani on maar'-li sins

Scrooge had niet gewijd eene gedachte aan Marley sinds

his last mention of his seven-years' dead partner that

hiz laast mèn'-sjun ov hiz sèvn jierz dèd paart'-ner dhèt zijne laatste melding van zijn zeven jaren dooden compagnon dien

afternoon.] And then let any man explain to me, if he can,

aaft-er-noenquot; ènd dhènquot; lèt ènquot;-i mèn èks-pleenquot; tóe mi if hi kènquot; namiddag. En dan laat eenig man verklaren aan mij, als hij kan ,

how it happened that Scrooge, having his key 17 in the

hou it hèp'-pend dhèt skroedzjquot; hèv'-iw^r hiz ki in dhlt;?

hoe het gebeurde dat Scrdbge, hebbende zijn sleutel in het

lock of the door,] saw in the knocker, without its under-

lok ov dhe doorquot; sao in dhe nok^-er wwidh-out' its un-der-slot van de deur, zag in den klopper zonder diens onder-

going any intermediate process of change: 18 not a knocker,

Goo-iwy èn'-i in-ter-mied'-jèt pros'-ès ov tsjeendzjquot; not e nokquot;-er

gaande eenig tusschenliggcnd bedrijf van verandering: niet een klopper,

but Marley's face,]

but maar'-liez feesquot;

maar Marley's gezicht.

ocr page 168

(4e Oefening.) B. Hnllandschc Vertaling.

Scrooge gebruikte zijn nare middagmaal in zijne gewone, nare herberg; en na al de couranten gelezen en de rest van den avond met zijn bankiers- (opschrijf)boek doorgebracht te hebben, ging hij naar huis (om zich) naar bed (te begeven). Hij woonde op kamers, die (vroeger) aan zijnen overledenen compagnon toebehoord hadden. Het waren sombere (in elkander loopende) vertrekken, in een somber uitziend gevaarte van (een) gebouw (achter) op een erf, waar het zoo weinig (op zijne plaats stond), dat men bijna niet anders kon denken, dan dat het daarheen geloopen moest zijn toen het (nog) een jong huis was, wegkruipertje spelende met andere huizen, en (dat het) den weg vergeten (moest) hebben om weder daar vandaan te komen. Het was nu (tamelijk) oud, en (tamelijk) somber (ook), want (het werd door) niemand (anders bewoond) dan (door) Scrooge, zijnde al de overige vertrekken verhuurd als kantoren. Het erf was zoo donker, dat zelfs Scrooge, die iederen steen (er van) kende, blijde was met zijne handen (voor zich uit te kunnen tasten om er den weg te vinden). De mist en de vorst (versomberden derwijze) den zwarten ouden ingang (tot) het (gebouw), dat het scheen alsof de Genius der Weersgesteldheid in treurig gepeins (verzonken) zat op den drempel. — Nu is het een feit, dat er hoegenaamd niets bijzonders was aan den deurklopper, dan dat die zeer groot was. Het is ook een feit, dat Scrooge (dien klopper) gezien had (eiken) morgen en (eiken) avond (zoolang hij reeds daar woonde); alsook dat Scrooge van hetgeen men verbeeldingskracht noemt even weinig (bezat) als (iemand) in de City van Londen, zelfs (niet uitgezonderd) — hetgeen nog al boud (gesproken is) — het gilde-bestuur, overlieden en leden. (Daarbij neme men ook nog in aanmerking), dat Scrooge (geen oogenblik meer) aan Marley gedacht had, sedert hij dien namiddag het laatst melding had gemaakt van zijnen (reeds) zeven jaren (dood zijnden) compagnon. En 2laat 'nu (iemand) mij ophelderen, als hij kan, hoe het (kwam) dat Scrooge, toen hij zijnen sleutel in het slot van de deur had, in den klopper, zonder dat die inmiddels eeniger-lei verandering oudergaan had, niet eenen klopper zag, maar Marley's aangezicht.

NB. Ieder beoefenaar van onze lessen heeft nu voorzeker reeds vorderingen genoeg gemaakt om daar, waar onze vertaling B van den Engelschen tekst A eenigszins afwijkt, de meeste dier afwijkingen zelf te verklaren. Voortaan zullen wij dus nog slechts belangrijke afwijkingen tusscheu haakjes plaatsen (blz. 66, noot).

(5e Oefen.) C. Wederzijdselie Vertaling,

(Zie blz. 18 en 75.)

Oplossingen

der opgaven, vervat in den vorigen brief. Opgave 1 van § 217 (blz. 150); 1. The clergyman addressed himself to the people who were gathered before the church door. — 2. Can I wish to leave a family in which I find myself so happy? — 3. Hungry as we were, it was very pleasant for us to regale ourselves with a good piece of beef. — 4. The poor children may regard themselves as belonging to my household. — 5. Give us thyself, that we may see the Father and the Son by thee. — 6. Know thou thyself. — 7. The old woman presented herself to the Lord Mayor. — 8. My dear friend, you do not want to excuse yourself. — 9. Take yourselves to your rooms.

Opgave 2 van § 218 (blz. 150): 1. Choose your friends for yourself. — 2. Should I speak against myself? — 3. To open the door for themselves was quite impossible to them. — 4. When I came into

the room, I looked about me, for I was afraid. — 5. He looks round him for a friend to help him. — 6. Young people must not think they have so much time before them, that they may lose it in idle pleasures. — 7. Do you bring your children with you? Opgave 3 van § 219 (blz. 150): 1. I think it is better that I go to the office myself. — 2. His nephew had more money than he had himself. — 3. The young lord himself conducted his friend.

— 4. You know, my uncle is liberality itself. — 5. The tailor's wife herself I had very often seen. — 6, You know yourself, that the cook is no friend of yours.

Opgave 4 van § 220 (blz. 151): 1. You must bow to the wilt of God.

— 2. Even friends must part. — 3. Many people who wish to walk in the ways of God, retire from the world. — 4. When a father comes back from a long journey, his children rejoice. — 5. Turn from your evil ways, for why will you die? — 6. He was so cold , that his lips turned from red to blue. — 7. When the book fell out of her hand, her son stooped to pick it up.


11»

ocr page 169

Opgave 5 van § 221 (biz. 151):

1. More than once he asked me the name of my friend. — 2. What can be done once can be done twice. — 3. They were three times stronger than we. — 4. Three times three are nine. — 5. Three times thrice is nine times. — 6. If you would give him ten times the money, he would not take it. — 7. O day, thrice and four times happy!

Opgave 6 van § 222 (biz. 152):

1. Half-a-crown is two shillings and a half. — 2. I have still to pay you half your wages. — 3. Six months are half a year. — 4. The first day of every three months is called quarter-day. — 5. On the thirty-first of August two thirds of the year are over. — 6. He closed his office at three quarters past six in the evening, and opened it again at half past eight next morning. — 7. Five sixths and one eighth and one twenty-fourth make a whole.

— 8. We had a clock, which struck the hours and halves. — 9. He knew by heart three fourths of the whole play.

Opgave 7 van § 223 (biz. 152):

1. I could have walked double the distance.

— 2. Before half an hour it will be impossible for them to see us in the fog. — 3. We have a good half hour and more.

— 4. Ours is as good a family as yours.

— 5. Have you energy enough to carry out so great a work? — 6. The world must not lose such a book. — 7. She is much too good a wife to leave him. — 8. Has the clerk copied all those letters?

— 9. Many a man does not know the world in which he lives. — 10. She spoke but little all the way.

Les 17 en 18 (biz. 157). Gesprekken. 19. „Mijn collegaquot;. [Eenj kluchtspel in één bedrijf, door Johannes Oxenford.

Personen: Mijnheer Hooker. — Tactic.

— Victim. — Fag. — Mijnheer Knitbrow.

— Deurwaarder. — Mevrouw Dobson. — Fanny Dobson. — Julia Snooks. — Betty.

Ie tooneel. — Eene kamer ten huize van mevr. Dobson. Mevr. Dobson en Fanny zitten aan het werktafeltje.

Fanny. Och hé!

Mevr. D. Zit gij al weer te zuchten? Lieve hemel, kind! vrijërs zijn zulke witte raven niet, vooral kantoorklerken, want de stad wemelt er van; buitendien heb ik het niet erg op hen begrepen — het is over het algemeen zulk eene sigaren-rookende, liedjes-zingende, bagatelle-spelende, „gekleede-rokquot;-dragende klasse van jonge lieden. En dan, op welke uren.... o!

Fanny. Maar mijn George Victim was zoo geheel en al anders (uitgenomen den zwarten rok en het zingen), nooit lant uit Vavonds — nooit gelukkig dan wanneer hij bij mij zat en mij het nieuwsblad van de vorige week voorlas — nooit ging hij naar eene plaats van uitspanning, behalve 's-Zondags naar White Conduit, en dan nooit zonder mij. Hij was zulk een bestendig jong mensch.

Mevr. D. Was, mijn kind! — ja, icas. Maar was en is zijn twee zeer verschillende dingen. Zijne uren van tehuis-komen zijn wèl vroeg tegenwoordig: want het is altijd zoo wat vier uren in den ochtend. O, ik heb het wel gezeid dat het mis zou worden, zoodra hij mij vroeg om zelf een sleutel van de huisdeur te hebben.

Fanny. Ach ja, mama! gij hebt het goed geraden. Och lié!

Mevr. D. W'at, alweer! Ik zeg u, dat hij niet waard is dat gij om hem zucht. Ik heb meer reden om te zuchten, ik, over de drie weken huur, die hij bi] mij ten achteren is. O, na de goede behandeling, die hij hier heeft genoten, maakt het mijn bloed aan het koken, als ik hem den sleutel in de buitendeur hoor omdraaien Vnachts de klokke vier uren. Van ochtend is hij ook weer zoo laat te huis gekomen, en nu slaapt hij een gat in den dag, in plaats van op zijn tijd naar zijn kantoor te gaan.

Fanny. Hij zegt dat hij werk heeft dat hem zoo laat ophoudt; maar ....

Mevr. D. (Beiden staan op.) Werk! Ja, werk dat hij zich zeiven maakt. Op een dag, dat de meid haar uitgaansdag: had, ben ik eens in de noodzakelijkheid geweest zelve den rok van mijn heerschap af te schuieren, nadat hij ook weer voor zijn werk uitgeweest was. Toevallig kwam daarbij zijn zak het binnenste buiten; hoe dat zoo kwam, weet ik zelve niet — gij weet wel, dat ik mij niet zoo laag zou aanstellen, in eens anders zakte gaan snuffelen.

Fanny. Neen, ma! dat spreekt.

Mevr. D. Neen — dat is mijn karakter niet. Nu, ik vond eindjes sigaar

— ineengedraaide papiertjes met tabak

— stukjes van eene pijp — een prentenboek (ik zal u maar niet zeggen welke prenten, mijn kind!), en erger nog dan dat alles — wat, denkt gij?

Fanny. Och, ik weet niet. Eene pistool!

Mevr. I). Neen; vrij wat erger! Een stuk van eene muts, gegarneerd met rosé-lint.

Fanny. O.....0....0! de ondeugende man!

Mevr. D. Gekheid, kind! huil maar niet.

Fanny. Zoo! ik ben er nu zeker van, ma! dat hij niets om mij geeft; want waar de onstandvastigheid begint, kwijnt de liefde spoedig weg.

(Victim komt op.) Vie. Hé, Fanny! lieve Fanny, goeden morgen!


ocr page 170

— 165 —

Fanny. Goeden morgen, in ij u h e e r Victim!

Vic. Mijnheer? Hé, waarom zoo koel? Wat scheelt er aan, Fanny.

Mevr. D. Hm! Zij is bang, dat het al te hard werken uwe gezondheid benadeelen zal.

V i c. Ach, werken! ik heb er het land aan — maar het moet gedaan worden!

Fanny. Welk werk kunt gij toch hebben, dat u bezig houdt tot vier uren in den nacht?

Vic. Wel... wel... (Ter zijde) Als ik nu zoo gevat ware als Tactic, zou ik eene verontschuldiging bij de hand hebben , aannemelijk genoeg, om de ergste ongeloovige te voldoen, die ooit op aarde geleefd heeft.

Mevr. 1). Ja — zooals mijne dochter zegt — van welken bijzondereu aard kan het werk zijn, dat zóóveel inspanning vordert?

V i c. Testamenten, testamenten — over de hand loopende testamenten — zulk een aantal cliënten van mijn patroon op het sterfbed — en in zulke gevallen kan men zich niet aan uren houden, dat be-grijpt gij. (Ter zijde) Wat zit ik in het zweet! Eene leugen jaagt mij het bloed naar mijn aangezicht als eene perspomp. Ach, kon ik mij maar zoo goed houden als Tactic dat kan.

Mevr. D. Maar dan moest uw patroon u overwerk-uren betalen.

Vic. Bat doet hij ook. Ik heb verleden week circa dertig shillings extra ontvangen.

Mevr. D. Zoo, waarlijk! Dan kunt gij misschien het nota'tje van de huur, die nog open staat, wel vereffenen?

Vic. (Ter zijde) Al wat ik verzin slaat mij tegen — ach, ware ik maar zoo gevat als Tactic! (Luid) Zeer zeker, als ik terugkom ; al mijn geld ligt weggesloten in mijn lessenaar op het kantoor. Maar nu wensch ik u goeden morgen. Lieve Fanny! kijk toch zoo zwart niet — gij weet, dat ik meer van u houd dan van mijn eigen leven. (De klok slaat tien. Hij loopt naar Fanny toe.) Kom, wees niet boos op uw eigen George — geef mij maar een kus eer ik heenga. (Hij kust haar, en verwijdert zich.)

Mevr. D. Ha, daar gaat hij, (de) [een] slenterbroer! Hij heeft net zoo min dertig shillings extra ontvangen, als ik dertig duizend pond ontvangen heb.

(6e Oefen.) ü. Spraakkunst.

[§ 335 1 A. In § 131 (blz. 68) heb-ben wij gezien, dat door aanhechting van ... ing aan de Onbepaalde wijs het Tegenwoordig deelwoord gevormd wordt, zoomede dat de stomme ... e der Onbepaalde wijs bij die aanhechting verloren gaat.

quot;B. Het voorbeeld seeing (Les 15) doet ons zien, dat de op^ uitgaande werkwoorden in het tegenw. deelwoord geen der beide « verliezen.

C. Dat de in § 147 (blz. 76) geleerde verdubbeling van de eind-consonant na eene den klemtoon hebbende korte vocaal ook in het tegenw. deelwoord van toepassing is, zien wij uit de voorbeelden: refevring (Les 14) van to refer, letting (Les 14) van to let, shutting (Les 17) van to shut.

D. Dat de in § 181 (blz. 102) geleerde verandering van de .. .y in .. .it op het te gen w. deelwoord niet van toe-passing is, werd ons daar reeds medegedeeld, en wij vinden dat bevestigd in de voorbeelden copying (Les 8) en fancying (Les 19 en 20). Daarentegen, gelijk wij in dezelfde § 181 gezien hebben, wordt bij de op .... ie uitgaande werkwoorden die ... ie, alvorens er ... ing achter te voegen, veranderd in ...y, b. v.: dying van to die.

[§ 3SC.] Na deze herhaling en aanvulling van de leer, de vorming betredende van het Tegenwoordig deelwoord, willen wij ons eenigszins nader bekend maken met het gebruik daarvan. Wij verzoeken onze beoefenaars aan dit stuk eene bijzondere oplettendheid te besteden, daar wij hun met menige samenstelling bekend zullen maken, die aan andere talen ten eenen male vreemd is, doch die ook, door de meerdere plooibaarheid welke zij aanbiedt, aan de Engelsche taal in dit opzicht een voordeel geeft boven alle andere talen.

Wij hebben in § 131 (blz. 68) het op ... ing uitgaande deelwoord leeren kennen als attribuut. Als zoodanig is het tot hiertoe verder voorgekomen in: biting weather (Les 8); a kind, forgiving, charitable, pleasant time (Les 12); his surviving partner (Les 14); piercing, searching, biting cold (Les 17 en 18); a lowering pile (Les 19 en 20).

Opgave 1. Vertaal:

1. Wilt gij mij niet eenige ophelderende woorden laten hooren? — 2. Zijt gij niet bang voor [of] de bulderende wateren? — 3. Uw zoon is een (veel-)belovend jong mensch, zeide de oude Lord met een lachend gezicht. — 4. Welke roerende [roeren, to stir\ gebeurtenissen hebben wij niet in de courant gelezen? — 5. Mijn arme oom (ligt op sterven) [is een stervende man].

[§ 2331.] Anything belonging to it (Les 12).

Another fellow, talking about a 1 merry Christmas (Les 14).

In de volzinnen der vorige § was het deelwoord niets anders dan een attribuut; het was een bijvoeglijk nw. geworden, waarbij alleen aan den uitgang le


ocr page 171

— 166 —

zien was, dat het gevormd was van een werkwoord. Doch anders is het gesteld met de twee hier genoemde voorbeelden. Belonging is niet alleen bijvoeglijk attribuut van anything, maar het heeft ook als werkwoord de adverbiale bepaling to it bij zich. Talking is niet alleen bijvoeglijk attribuut van fellow, maar het heeft ook als werkwoord de adverbiale bepaling about a merry Christmas bij zich.

In plaats van anything belonging to it kan men ook zeggen; anything which belonged to it. In plaats van another fellow talking about a merry Christmas kan men ook zeggen; another fellow 70 h 0 talks about a merry Christmas.

Hier staat dus het tegenw. deelwoord als verkorte attributieve zin (§ 176, blz. 101). In dit geval is, zooals wij zien, de plaats van het attributieve deelwoord niet, gelijk die van het bijvoeglijk nw., voor het zelfst. nw., maar er achter. Opgave 2. Vertaal:

1. Een vriend, die mij eiken dag in mijne bezigheden stoort, is mijn vriend niet. — 2. Een bedelaar, die mij op [in de] straat staande hield, vroeg mij om [./cr] eene kleinigheid. — 3. Üe eerste klerk, die zijnen patroon vertegenwoordigde, sprak de heeren aan. — 4. Eenige arme lieden, die erg [greatly'] van [from] de koude leden, wenschten zich te warmen voor [before'] het vuur. — 5. Zij is gehuwd met [^o] den rijken kruidenier, die met u in (eene) [dezelfde] straat woont. [§aS8.] counting-house [hh. l'ó, 79). Ook hier is het tegenw. deelwoord counting attribuut van het zelfst. nw. house, maar het is geen bijvoeglijk attribuut. A counting-house is niet een rekenend huis, maar a house in which counting is done, een huis, waarin rekenen plaats heeft, waarin gerekend wordt. Het deelwoord counting wordt hier dus als zelfstandig beschouwd, het staat als zelfstandig attribuut.

Het tegenw. deelw. als zelfst. attribuut wordt dikwijls, doch niet noodwendig, met het daarachter volgende zelfst. nw., waarvan het als bepaling dient, door een koppelteeken verbonden.

Opgave 3. Vertaal:

1. Where is the dining-room? — 2. Is there not an eating-house in this street ? — 3. Bo you not know that she loved you to her dying day? — 4. Your nephew was not in a speaking humour. — 5. We took our tickets at the bo ok in g-office, and then went to the wait in g-room.

[§ 229.] I am going (§ 131 D., blz. 68).

Candles were flaring (Les 8).

A. Even als het bijvoeglijk nw. wordt ook het tegenw. deelwoord niet slechts als attribuut, maar ook ah predicaat gebruikt. Zoo slaat in bovenstaand voorbeeld het deelwoord flaring, als predicaat, door het koppelwoord were op het onderwerp candles (§ 47, blz. 20). Maar, zal men vragen, waartoe dan die omschrijving? Waarom niet de kortere manier van uitdrukking flared gebruikt? Ziehier: candles were flaring, en evenzoo ook in 't Hollandsch „kaarsen waren aan het flikkerenquot; drukt uit, dat het flikkeren eene poos aanhield, terwijl candles flared slechts uitdrukt, dat de kaarsen flikkerden, onverschillig of dat slechts een oogenblik, dan wel eene zekere poos duurde.

B. Deze omschrijving wordt in het Engelsch oneindig veelvuldiger gebruikt, dan de daarbij aangeduide in het Hollandsch. In het Hollandsch behoort die manier van uitdrukking uitsluitend tot de taal van den dagelijkschen omgang; in het Engelsch daarentegen is zij algemeen aangenomen in de geschrevene taal, zoodat zich in het Engelsch, naast de eenvóu-dige vervoeging der werkwoorden, eene volledige omschrijvende vervoeging gevormd heeft.

C. Tot dusverre hebben wij in tekst A den tegen woord igen tijd dezer omschrijvende vervoeging slechts leeren kennen in:

/ am going (Les 5)

A few of us are endeavouring (Les 15).

D. Behalve in den boven deze § staan-den tweeden volzin kwam de onvolm. verl. tijd der omschrijvende vervoeging tot hiertoe slechts voor in deze zinnen: Nature was brewing (Les 8); the clerk was copying letters (Les 8); the bell was peeping (Les 16); its teeth were ch altering (Lea 16); some labourers were repairing (Les 16).

E. Het voorbeeld: The fog came pouring in (Les 8) doet ons zien, dat niet slechts het werkwoord to be, maar ook het werkwoord to come dienen kan om het predicatief gebezigde tegenw. deelwoord als koppelwoord met het onderwerp te verbinden.

Opgave 4. Vertaal in de omschrijvende vervoeging:

1. Hier 2komen 'onze vrienden (aan). — 2. Eenige heeren gaan naar [amp;?] Sicilië [Sicily, sis'-il-Ii], (om) te zien wat de Etna \Aetna, èt'-na] doet. — 3. Gij zegt (dat) hij (2louter uit) [alles voor] sliefde Sterft, maar dat kan nooit (het geval) zijn: gij zegt, (dat) zijn hart breekt [to break, breek'J, moeder [mother,


ocr page 172

raudli'-er], wat (kan mij dat schelen) [is dat aan mij]? — 4. Waar(heen) gaat gij? — 5. Myn vader leeft niet (meer) [langer]. — 6. Met [to\ wien praat zij? — 7. (Er) [Daar] ontbreekt niets in ons nieuwe buis. — 8. Zij wisten [gewonen Onvolm. verl. tijd] niet wat zij deden. — 9. De patroon kwam (om) te zien wat (zijn volk deed) [zijne mannen — men — deden). — 10. (Alles) [Ieder ding] ging (bijzonder goed) [opmerkelijk wel] (zijnen gang) [on]. — 11. Wat hebt gij (uw geheele) pal uw] leven 'gedaan ? — 12. Mijne familie [NB. letwel, collectief] heeft (langer) [3meer] dan honderd jaren ■^iii dit huis 'gewoond. — 13. Ik had lang getracht u te vinden. — 14. Een arme man zal altijd aan \of\ de behoeften van zijn gezin denken.

[§ 330.] In § 95 (blz. 52) hebben wij gezien, dat I am going, verbonden met eene Onbepaalde wijs met toy gebezigd wordt om eene aanstonds volgende toekomst aan te duiden. Die aanstonds volgende toekomst laat zich ook aanduiden, al ligt zij, op het oogenblik waarop er over gesproken wordt, reeds in het verled ene: My children were going to look for you, mijne kinderen waren op het punt om naar u te zien (of: wilden juist naar u zien). Zoo wordt dus de Tegenwoordige tijd en de Onvolm. verl. tijd der omschrijvende vervoeging van het werkwoord to go gebezigd, om eene aanstonds volgende toekomst aan te duiden, juist als dat in het Fransch het geval is met het werkwoord aller.

Opgave 5. Vertaal:

1. Ik vermeldde [gewonen Onvolm. verl. tijd] niet slechts mijnen naam, maar (ook) de plaats naar [to\ welke ik (voornemens was) [gaande was] heen te gaan. — 2. Ik had in de courant gelezen, dat mijnheer Thornhill (^brn'-hil) ging (trouwen) [te worden getrouwd] met [to] jufvrouw Wilmot (wwil'-mot).

[^ SSI.] A. De volzin: Scrooge having no better answer ready .... said „Bah!1 (Les 9 en JO) kon op het eerste gezicht voor een verkorten attributieven zin (§ 227) worden gehouden. Wat den vorm betreft, stemt hij daarmede geheel overeen: having is attribuut van Scrooge, en heeft het zelfst. nw. answer als voorwerp bij zich. Beschouwen wij echter den inhoud van dien volzin meer van nabij, dan bevinden wij, dat hij dezelfde betee-kenis heeft als deze volzin: Because

Scrooge had no better answer ready----

he said „Bah!quot; In dezen laatsten volzin herkennen wij den door het ondergeschikt-makende voegwoord because met den hoofdzin he said verbonden zijnden ad verb i-alen nevenzin because Scrooge had (§ 161, blz. 88).

Door weglating van het inleidende voegwoord en van het met den hoofdzin g-emeenschappelijke onderwerp, en dcor het predicaats-werk-woord in een tegenwoordig deelwoord te veranderen, wordt een adverbiale nevenzin verkort.

B. Gelijk wij in § 161 (blz. 87) verschillende subordineerende (dat is: ondergeschikt-makende) voegwoorden hebben leeren kennen, zijn er ook verschillende verkorte ad ver biale zinnen.

Zoo hebben wij tot dusverre in tekst A de volgende verkorte reden-gevende adverbiale zinnen aangetroffen:

...in which effort, not being a man of a strong imagination, he failed (Les 8).

— ... becoming . . . sensible of the impropriety, he yoked the fire (Les 12). — Seeing clearly . . . the gentlemen withdrew (Les 15).

C. De verkorte adverbiale zin ... said Scrooge buttoning his great-coat (Les 17 en 18) beduidt hetzelfde als de met het voegwoord van tijd while verbondene volzin : . .. said Scrooge, while he buttoned his great-coat. De nevenzin but' toning his great-coat is dus een verkorte adverbiale zin van tijdsbepaling.

1). Deze verkorting van den adverbi-alen zin is in het Engelsch zoo zeer in zwang, dat de Engelschen menigmaal in dien vorm eene gedachte uitdrukken, waarvoor het niet mogelijk zou zijn een voegwoord te vinden, volkomen geschikt om den nevenzin in zijne volledige gedaante te verbinden met den hoofdzin. Dit is voornamelijk van toepassing op de adverbiale zinnen, die de manier hoe te kennen geven. Wij hebben daarvan reeds de volgende voorbeelden aangetroffen: To edge .. .warning all human sympathy (Les 7). — ... thé people ... go w keening up and down, heating their hands . ..., and stamping their feet (Les 8). — To see the dingy cloud come drooping down, obscuring everything (Les 8). — ...he added, turning to his nephew (L. 12). — ... said one of the gentlemen, referring to his list (Les 14).

— ... said the gentleman, presenting his credentials (Les 14). — ...said the gentleman, laying down the pen (Les 15). — ... a party . „ .. were gathered: warming their hands and winking their eyes (Les 16). — .. .the singer fled in terror, leaving the keyhole (Les 17 en 18). — ...Scrooge, having his keg in the lock of the door, saw (Les 19 eu 20).


ocr page 173

— 168 —

E. De vo\z\xi Scrooge , ..having read all the newspapersy and beguiled the rest of the evening . .. went home to bed doet ons zien, dat het samengestelde deelwoord (§ 138, blz. 70) even als het tegenwoordig deelwoord gebezigd wordt om verkorte nevenzinnen te vormen.

[§ 838.] A. In de verkorte adverbiale zinnen van § 231 (blz. 167) hadden hoofdzin en nevenzin een en hetzelfde onderwerp, waarom het dan ook in den nevenzin weggelaten werd.

In den volzin: The water-plug being left in solitude, its overflow-ings sullenly congealed (Les 16) heeft de hoofdzin tot onderwerp its overflowings, en de verkorte adverbiale zin heeft tot onderwerp the water-plug.

SESr8 Wij zien dus, dat de hoofdzin en de verkorte adverbiale zin ook verschillende onderwerpen kunnen hebben. Dat was b. v. het geval in den volzin: Nobody lived in it but Scrooge, the other rooms being all let out (Les 19 en 20).

B. De in de beide volzinnen van deze § voorkomende lij d end e tegen w. deelwoorden being left en being let bewijzen, hoe de Engelsche taal zich oneindig beter tot het gebruik van verkorte adverbiale zinnen leent dan de Hollandsche; want in onze taal is die vorm menigmaal niet verkieslijk, als hebbende iets stroefs en gedwongens; hetzelfde geldt ten aanzien van de declwoordsvormen in § 141 (blz. 71).

Opgave 6. Vertaal;

1. Toen de jongen 't verlichte raam van des rijken mans huis voorbij kwam, keek hij er in. — 2. Niet wetende welken weg in te slaan, vroeg ik (het aan) eene vrouw (die) op [in de] straat (was). — 3. Daar ik niet verstond wat de mijnheer mij zeide, verzocht [to ast] ik hem zijne woorden te herhalen. — 4. Geen geld in zijnen zak hebbende, beloofde de kleedermaker, dat hij des avonds [in den avond] terugkomen zou. — 6. Hier is een schelling voor u, zeide de goede oude heer, terwijl bijnaar het arme kind [neder] bukte, en het bij \by] de hand vatte. — 6. Hoe kunt gij, slecht zijnde, goede dingen spreken? —

7. Het wordt [to get, § 229, blz. 166] koud, zeide mijn vader, terwijl hij het raam dichtdeed \to close, dichtdoen], —

8. Zijnen hoed opzettende, ging mijn oom de kamer uit. — 9. Met zijne handen langs den muur tastende, vindt de blinde knaap (den) [zijnen] weg naar de deur. —

10. Nadat zij hare voeten (bij) [voor] het vuur gewarmd had, ging de oude vrouw weder heen [to withdraw, heengaan], —

11. In de kamer alleen gelaten zijnde, begon het kind met het vuur te spelen. — 12. Daar [mijn] vader nog niet teruggekeerd is van zijne reis, (kan ik u niet komen bezoeken) [ik kan niet komen te zien u], — 13, Nu mijn compagnon (dood is) [gestorven heeft], ben ik (alleen) [de eenige] eigenaar van de zaak.

(7e Oefen.) E. Spelling en Uitspraak.

[5 aaa.] A. In § 192 (blz. 109) hebben wij reeds van het Engelsche koppel-teeken [hyphen) gesproken. Wij zullen hier het gebruik daarvan in beschouwing nemen uit de ons tot dusverre voorgeko-mene voorbeelden.

door-nail (Les 2); coffin-na'ü (Les 3); ware-house (Les 6); dng-days (Les 6); pavement-stones (Les 8); coal-box (Les 8); gas-pipes (Les 16); mater-plug (Les 16); lamp-heat (Les 16); Christmas-eve (hes 11 en 18).

Wij vinden hier twee zelfstandige naamwoorden door het koppelteeken met elkander verbonden, en wel zoo, dat het eerste zelfst. nw. ter bepaling van het tweede dient.

B. chief mourner (Les 2); city clocks (Les 8); Christmas humour (Les 18); Union workhouses (Les 15); Poor Law (Les 15); holly sprigs (Les 16); Mansion House (Les 16); Christmas carol (Les 17 en 18); Camden Town (Les 17 en 18).

Ook hier zijn twee zelfst. naamwoorden naast elkander geplaatst, waarvan het eerste ter bepaling van het tweede dient; hier zijn ze echter niet door het koppelteeken verbonden.

Het verband tusschen de slechts aldus naast elkander geplaatste zelfst. naamwoorden is minder nauw, meer toevallig, dan wanneer ze door een koppelteeken verbonden zijn.

C. clergyman (Les 2); ironmongery (Les d) ; Churchyard (Les 5); doorways (Les 7); keyhole (Les 8); workhouses (Les 15); Treadmill (Les 15); Cornhill (Les 17 en 18); newspaper (Les 19 en 20)-gateway (Les 19 en 20).

Hier is het eerste, bepalende zelfst. naamw. met het tweede, dat is met het bepaald wordende zelfst. nw. verbon-den tot één woord.

Het verband is in dit geval nog nauwer dan met het koppelteeken; het door 't tweede zelfst. nw. uitgedrukte begrip wordt door die verbinding met het eerste zelfst. nw. zeer bepaald veranderd.

[§ 8S4.] blindman's-buff (Les 17 en 18); banker's-book (Les 19 en 20),

Deze voorbeelden doen ons zien, dat ook tweeden-naamvalsvormen (S 98 blz, 53; § 214, blz, 139) met het door hen bepaald wordende zelfstandig naam-


ocr page 174

woord verbonden worden door middel van een koppelteeken, wanneer het verband, dat tusschen beiden bestaat, aangeduid moet worden als van nauweren aard, zoodra het ter bepaling daaraan toegevoegde begrip het daardoor bepaald wordende begrip aanmerkelijk verandert. Zoo beteekent buff een klap of stoot; doch hlindmari's-buff beteekent den klap, die gegeven wordt door dengene die geblinddoekt is, en heeft dus de be-teekenis van blindenmans-spel. — a banker's book zou zijn een aan eenen bankier toebehoorend boek; doch a bankers-book is een boek, waarin een bankier zijne beurs-noteerin-gen opschrijft.

[§ 235.] A. hu melancholy dinner; the black old gateway. De gewone plaats van het attributieve bijvoeglijk naamwoord (§97, blz. 53)is onverbonden vóór het zelfstandig nw.

B. strong-hold (Les 16); ill-will (Les 17 en 18); great-coat (Les 17 en 18). Is het verband tusschen bijvoeglijk nw. en zelfst. naamwoord nauwer dan de bloot attributieve bepaling, ondergaat het zelfstandige begrip door toevoeging van het attributieve bijvoeglijk nw. eene verandering in zijn wezen, dan worden beiden door een koppelteeken verbonden.

C. gentleman (Les 5); alderman (Les 19 en 20). Is het onder B. vermelde verband nog nauwer, die verandering nog aanmerkelijker, dan wordt het op die wijze samengestelde zelfstandig nw. als één woord geschreven.

(§ 23«.] A. Het ligt voor de hand, dat de beslissing, of het verband tusschen het bepalende en het bepaalde woord nauwer dan wel minder nauw zij, derhalve of men beiden als één woord schrijven, dan wel door een koppelteeken samenbinden, of eindelijk onverbonden naast elkander plaatsen moet, verschilt naar gelang van omstandigheden. De beoefenaar ver-lange dus geen zekerheid omtrent dingen, die bij de Engelschen zeiven niet vaststaan, en waaromtrent men zelfs bij een en denzelfden schrijver niet zelden het gemis van een vasten regel opmerkt. In het algemeen is in ieder goed woordenboek dienaangaande te vinden wat men meest noodig heeft.

B. counting-house (Les 8). Dezelfde verscheidenheid ih het gebruik van het koppelteeken treffen wij aan in de samengestelde zelfstandige naamwoorden van § 228 (blz. 166), waarin het op ... ing uitgaande deelwoord als zelfstandig attribuut staat.

C. Ook grindstone (Les 6), waarin het bepalende woord een werkwoord is, wordt door anderen als één woord geschreven grindstone.

1). Dat in half-a-crown het gebruik geen vasten regel volgt, hebben wij reeds in § 223 (blz. 152) opgemerkt.

E. In seven-years' dead duidt het koppelteeken aan, dat eerst het woord seven verbonden moet worden met years, en dat dan de aldus gevormde verbinding als bepaling vóór dead geplaatst wordt. Op gelijke wijze: the seven-years' war (wwaor), de zevenjarige oorlog.

F. In fellow •'passengers (Les 12) dient niet het eene zelfstandig nw. ter bepaling van het andere, maar beiden zijn aanduidingen van een en hetzelfde wezen; de bedoelden zijn felloios, makkers, en passengers, reizigers.

G. In ware-house door (Les 6) zien wij, dat twee door een koppelteeken verbondene zelfstandige naamwoorden weder als bepaling vóór een derde zelfstandig nw. geplaatst kunnen worden.

H. In hide-and-seek is met behulp van het koppelteeken uit twee door het voegwoord and verbondene werkwoorden, die in de Onbepaalde wijs staan, een samengesteld zelfstandig nw. gevormd.

[§ SSa1.] A. — self-contained (Les 6); ill-used (Les 17 en 18). Hier vinden wij het attributief gebruikte deelwoord met het ter bepaling dienende bijwoord door een koppelteeken verbonden.

B. shut-np (Les 12). In § 192 (blz. 109) hebben wij dezelfde verbinding leeren kennen, doch in omgekeerde orde.

C. middle -aged (Les 5); tight-fisted {hts 6). Ook met de door den deelwoordsuitgang ... ed gevormde bijvoeglijke naamwoorden wordt het daarvóór staande bijwoord saamverbonden door middel van een koppelteeken.

D. twenty-fifth (Les 17 en 18). In de uit eene hoeveelheid tientallen en eenheden gevormde getallen (§ 203 G., blz. 124; § 209 C., blz. 134) worden, volgens de besie schrijfwijze, de tientallen met de eenheden saamverbonden dooreen koppelteeken.

E. to-morrow (Les 13); (Les 14).

1) Een voorzetsel in verband met een

zelfstandig nw. hebben wij leeren kennen in § 100 (blz. 53), § 110 (blz. 58), §132 (blz. 69).

3) In § 51 (blz. 20) hebben wij gezien, dat het nauwe verband, waarin het voorzetsel to met het daarachter volgende zelfstandig nw. staat, invloed heeft op de uitspraak van to.

3) Wordt dat verband nog nauwer, dan plaatst men tusschen het voorzetsel to en het zelfstandige nw. een koppelteeken. Zoo ontstaan de adverbiale zegswijzen to-morrow, morgen; to-day, heden, van daag; io-night, van nacht, van avond.

4) In o'clock (Les 7) zien wij, hoe de


ocr page 175

door het nauwe verband teweeggebrachte vluchtige uitspraak van het voorzetsel on zelfs van invloed is op de wijze, waarop dat geschreven wordt.

5) In weerwil van het nauwe verband treffen wij in o'clock geen koppelteeken aan, omdat apostrofe en koppelteeken nooit bij elkander staan.

6) In a-week in plaats van in the week hebben wij een ander verminkt voorzetsel, a uit in the.

7) In a year (Les 17 en 18) hebben wij hetzelfde verminkte voorzetsel zonder koppelteeken (§ 236 A).

8) Eindelijk ontmoeten wij verbindingen met het voorzetsel a tot één woord in atout (Les 2 en 6), aan (de) buiten(zijde); above (Les 6), boven; afraid (Les 15) = in fright (frait), in vrees; again (Les 9 en 10), against (Les 11), jegens; ago (Les 14), in (het) gaan; along (Les 7), langs; among (Les 12), in (eene)menigte.

Éénlettergrepige Oefeningen

over den korten vocaal-klank u als in het Hollandsche woord „nutquot; (§ 15, blz. 6). (Zie Les 2, E. Oefening 7, blz. 32.) (Vervolg en Slot.)

suds (sudz) zeepsop.

huff (buf) buffelleder.

cuff (k u f) manchette.

gruff (Gruf) brommig.

muff (muf) mof.

puff (puf) opblazen.

rtiff (ruf) kraag.

muff (snuf) snuif.

stuff (stuf) stof.

tuff (tuf) tufsteen.

*buffle (bufl) buffel.

*duffle (dufl) duffel.

* muffle (mufl) in moffelen.

^ruffle (ruff) roffel.

'•scxtffle (skufl) gescharrel.

* shuffle (sjufl) schoffelen.

*snuffle (snufl) simö'eleu.

tuft (tuft) bos.

bug (buc) wandluis.

drug (druo) apothekerswaar.

dug (duo) uier.

hug (hue) omarming.

fug (dzjuo) kruik.

lug (Iug) sleepen.

mug (muo) kroes, drinkkan.

plug (pluG) prop.

pug (puG) mopje (hond).

rug (ruo) vloerkleed.

shrug (sjruG) schouder-ophalen.

slug (sIug) luilap.

smug (smuo) netjes.

snug (snua) snugger.

tug (tuB) trekken.

*) In verzen tweelettergrepig. Zie § 68, blz, 24,

* juggle

(dzjuol)

goochelen.

* smuggle

(smuol)

smokkelen.

^struggle

(struGl)

worstelen.

cull

(kul)

plukken.

dull

(dul)

dom.

gull hull

(GUI)

zeemeeuw.

(hul)

romp (van schepen).

lull

(lul)

sussen.

mull

(mul)

gekruid maken.

null

(nul)

nul.

scull

(skul)

roeispaan.

skull

(skul)

schedel.

bulb

(bulb)

bloembol.

mulct

(mulkO

boete.

9ulf

(Gulf)

golf, zeeboezem.

bulge

(buldzj)

zwellen.

hulk

(bulk)

massa.

hulk

(hulk)

romp (van schepen).

sculk

(skulk)

loeren.

sulk

(sulk)

pruilen.

stulm

(stulm)

watergang.

pulp pulse

(pulp)

vleezig deel.

(puis)

pols.

chum

(tsjum)

makker.

crum

(krum)

kruim.

drum

(drum)

trom.

grum

(Grum)

stuursch.

gum

(Gum)

tandvleesch.

hum

(hum)

gonzen.

mum

(mum)

stil!

plum

(plum)

pruim.

rum

(rum)

rum.

scum

(skum)

schuim.

stum

(stum)

most.

sum

(sum)

som; totaal.

swum

(swwum)

gezwommen.

crumb

(krum)

kruim.

dumb

(dum)

stom.

numb

(num)

bedwelmd.

plumb

(plum)

dieplood.

thumb

(tóum)

duim.

^crumble

(krumtol)

kruimelen.

^fumble

(fumbl)

friemelen.

*grumble

(Grumbl)

brommen.

*humble

(umbl)

nederig.

*fumhle (dzjumlil) poespas.

*mumble (muml»l) mummelen.

*rumble (rumbl) rommelen.

'stumble (stumbl) stommelen.

'tumble (tumbl) tuimelen.

bump (bump) stomp, duw.

clump (klump) klomp.

hump (hump) bochel.

jump (dzjump) springen.

lump (lump) klomp, massa.

mump (mump) mompelen.

plump (plump) plomp,

pump (pump) pomp.

rump (rump) romp.

stump (stump) stomp, tronk.

thump (lt;/(unip) stomp, stoot.

trump (trump) troef.

* crumple (krumpl) kreukelen.


ocr page 176

* rumple

(rumpl)

verfrommelen.

cusp

(kusp)

punt.

dun

(dun)

manen; maner.

crust

(krust)

korst.

fun

(fun)

grap.

dust

(dust)

stof.

gun

(Gun)

geweer; kanon.

fust

(fust)

vatsmaak.

nun

(nun)

non.

gust

(oust)

windvlaag.

pun

(pun)

woordspeling.

just

(dzjust)

rechtvaardig.

run

(run)

rennen; loopen. mijden.

lust

(lust)

wellustigheid.

shun

(sjun)

must

(must)

beschimmelen.

spun

(spun)

gesponnen.

rust

(rust)

roest.

stun

(stun)

wezenloos maken.

thrust

(^rust)

stoot.

sun

(sun)

zon.

trust

(trust)

vertrouwen.

tun

(tun)

ton.

* bustle

(busl)

beweging.

dunce

(duns)

stoffel.

* hustle

(husl)

hutselen.

fund

(fund)

fonds.

* jus tie

(dzjusl)

botsen.

* bundle

(bumll)

bundel.

^rustle

(rusl)

ruischen.

*rundle

(rundl)

laddersport.

but

(but)

maar.

* trundle

(truncll)

rollen.

cut

(khut)

snijden.

bung

(buM^)

bomgat.

gut

(GUt)

ingewand.

clung

(klu«lt;/)

vastgeklemd.

hut

(hut)

hut.

dung

(du»r/)

mest.

jut

(dzjut)

uitspringen.

hung

(huMy)

hing.

nut

(nut)

noot.

lung

(lu«i?)

long.

put

(put)

lummel.

rung

(ru«^)

gebeld, geluid.

rut

(rut)

bronstigheid.

slung

(sluwer)

geslingerd.

shut

(sjut)

sluiten.

sprung

(spruwy)

gesprongen.

slut

(slut)

slet; slons.

strung

(struMy)

geregen.

smut

(smut) (strut)

smet; vuil.

stung

(stung)

gestoken.

strut

statig stappen.

sung

{swiff)

gezongen.

tut

(tut)

tut! stil t

swung

(awwung)

gezwaaid.

butt

(but)

doelwit.

wrung

(ruw^r)

gewrongen.

clutch

(klutsj)

grijpen.

plunge

(pluntlzj)

dompelen.

crutch

(krutsj)

kruk.

* bungle

(bunel)

knoeiwerk.

Dutch

(dutsj)

Hollandsch.

^jungle

(dzjunol)

kreupelbosch.

hutch

(hutsj)

kneedtrog.

drunk

(drunk)

gedronken.

* scuttle

(skutl)

luik.

junk

(dzjunk)

jonk.

* shut tie

(sjutl)

weversspoel.

shrunk

(sjrunk)

gedeinsd.

^glutton

(olutn)

veelvraat.

spunk

(spunk)

zwam.

^mutton

(mutn)

lamsvleesch.

stunk

(stunk)

gestonken.

jinx

(fluks)

vloed.

sunk

(sunk)

gezonken.

lux

(luks)

verstuiken.

* drunken

(drunkn)

dronken.

buzz

(buas)

gonzen.

blunt

(blunt)

stomp, bot.

fmz

(fuz)

rafelen.

grunt

(orunt)

knorren.

* muzzle

(muzl)

muilkorf.

hunt

(hunt)

jagen.

^puzzle

(puzl)

in verlegenheid

stunt

(stunt)

kwijnen.

blush

(blusj)

blozen, [brengen.

bunch

(buntsj)

tros.

brush

(brusj)

borstel.

hunch

(huntsj)

bochel.

crush

(krusj)

verpletteren.

lunch

(luntsj)

tweede ontbijt.

Jlush

(flusj)

blozen.

munch

(muntsj)

kauwen.

gush

(GUsj)

stroomen.

punch

(puntsj)

pons.

hush

(husj)

stil!

up

(up)

op.

plush

(plusj)

pluis.

cup

(kup)

kopje, kom.

rush

(rus-j).

aanstormen.

sup

(sup)

avondmalen.

thrush

(^/misj)

lijster.

'-supple

(supl)

lenig.

tush

(tusj)

stil!

us

(quot;?)

ons.

much

(mutsj)

veel.

thus

(dhus)

dus.

such

(sutsj)

zulk.

buss

(bus)

zoen, kus.

come

(kum)

komen.

truss

(trus)

tros; bos.

some

(sum)

eenige.

* muscle

(musl)

spier.

bomb

(bum)

bom.

busk

(busk)

voorbalein.

son

(sun)

zoon.

dusk

(dusk)

schemerig.

ton

(tun)

ton.

husk

(husk)

bast, dop.

won

(wwun)

gewonnen.

musk

(musk)

muskus.

one

(wwun)

één.

tusk

(tusk)

slagtand.

done

(dun)

gedaan.

ocr page 177

— 172 —

none

(nun)

geen.

once

(wwuns)

eens.

sponge

(spundzj)

spons.

tongue

(tuwy)

tong.

monk

(munk)

monnik.

front

(frunt)

voorzijde.

month

(munM)

maand.

dost

(dust)

(gij) doet.

doth

(dul£)

(hij) doet.

dove

(duv)

duif.

glove

(gIuv)

handschoen.

love

(lliv)

liefde.

shove

(sjuv)

schuiven.

*hovel

(huvl)

loods, afdak.

*shovel

(sjuvl)

schottel.

coz

(kuse;

verkort v. cousin.

* cozen

(kuasn)

bedriegen.

*dozen

(duzn)

dozijn.

blood

(bind)

bloed.

flood

(flud)

vloed.

does

(duz)

(hij) doet.

* double

(dubl)

dubbel.

* trouble

(trubl)

wederwaardigheid.

chough

(tsjuf)

kouw, kraai.

rough

(ruf)

ruw.

slough

(sluf)

slangevel.

tough

(tuf)

taai.

young

(ju'V)

jong.

* couple

(kupl)

paar.

*cousin

(kuzn)

neef.

joust

(dzjust)

steekspel.

touch

(tutsj)

aanraken.

Éénlettergrepige Oefeningen

over den gansch eigenaardigen Engelschen vocaalklank eu. bijna als in het Holland-sche woord „verscheurdquot;

(§ 21, blz. 8).

(Zie Les

2, E. Oefening 7, bl. 32.)

her

(hear)

haar.

err

(eur)

omdolen.

herb

(heiirb)

kruid, gras.

verb

(veurli)

werkwoord.

herd

(heard)

kudde, zwerm.

were

(wwear)

(wij) waren.

serf

(searf)

lijfeigene.

merge

(meardzj)

indompelen.

serge

(seardzj)

serge.

verge

(veardzj)

staf.

jerk

(dzjeark)

rukken.

merle

(mearl)

merel.

germ

(dzjearm)

kiem.

sperm

(spearm)

vischkuit.

term

(tearm)

term.

fern

(fearn)

varenkruid.

stern

(stearn)

strak, stroef.

hers

(hearz)

(de) hare.

herse

(hears)

lijkwagen.

terse

(tears)

glad, net.

verse

(vears)

vers.

^person

(pearsn)

persoon.

pert

(peart)

brutaal.

wert

(wweart)

(gij) waart.

nerve

(nearv)

zenuw.

serve

(searv)

dienen.

swerve

(swwearv)

afdwalen.

perch

(peartsj)

vogelroest.

heard

(heard)

gehoord.

earl

(earl)

graaf.

pearl

(pearl)

parel.

earn

(earn)

winnen.

yearn

(jearn)

reikhalzen.

hearse

(hears)

lijkwagen.

earth

(eur///)

aarde.

dearth

(dear///)

duurte.

search

(seurtsj)

doorzoeken.

fir

(fear)

denneboom.

sir

(sear)

mijnheer!

stir

(stear)

zich verroeren.

whir

(wwear)

snorren.

* circle

(searkl)

cirkel.

bird

(beard)

vogel.

gird

(Geard)

gorden.

third

(^//eard)

derde.

^girdle

(Geardl)

gordel.

dirge

(deardzj)

lijkzang.

irk

(eark)

ergeren.

dirk

(deark)

dirk, dolk.

quirk

(kwweark)

kwinkslag.

girl

(Gearl)

meisje.

twirl lohirl

(twwearl) (wwearl)

j maalstroom.

firm

(fearm)

ferm.

chirp

(tsjearp)

tjilpen.

first

(fearst)

eerst.

thirst

(Hearst)

dorst.

dirt

(deart)

vuil, drek.

flirt

(fleart)

coquette.

shirt

(sjeart)

hemd.

skirt

(skeart)

zoom.

spirt

(speart)

J spuiten.

squirt

(skwweart)

birth

(bear/A)

geboorte.

mirth

(mear^/fc)

vroolijkheid.

birch

(beartsj)

berkeboom.

word

(wweard)

woord.

work

(wwêark)

werk.

(Voortzetting in den volgenden brief.)

(8e Oefening.) F. LexicograpMe.

(Zie blz 26 en 32.)

Woorden van e 1 ij k e n oorsprong

als de Hollandsche.

riddle (ridl), raadsel. — bed, bed; to bed, te bed brengen. — to build, bouwen. — forgotten, verl. deelw. van to forget (for-oet'), vergeten, samengesteld uit for en to get (Les 13). — dreary, treurig; daarvan: dreariness, treurigheid. — to grope, grijpen, tasten. — hung, onvolm. verl. tijd van to hang, hangen. — black, daarvan to blacken, (iemand) belakken, zwartmaken. — gate-way, samengesteld uit gate, gat, en way, weg. — knocker van to knock, kloppen. — seen, verl. deelw. van to see (Les 7). — bold, boud (zie blz. 110),


ocr page 178

— 173 —

daarvan boldly, boldness. — aldérman, oudere man , oudste. — borne, verl. deelw. van to hear (beer), waarvan, bier (bier), (draag)baar. — thought, zeli'st. nw., gelijkluidend met bet verl. deelw. in Les 8.

— since, sinds, hier voorzetsel, gelijkluidend met het voegwoord in Les 15; is ook bijwoord. — to undergo, ondergaan, samengesteld uit under en (jo. Woorden van gelijken oorsprong

als de Fransche.

melancholy (gelijkluidend met het zelfst. nw.), mélancolie. — dinner, diner (vergelijk to dine. Les 13). — deceased, deeedé. — suite, suite. — pile, pile. — to fancy , geliikluidend met het zelfst. nw. fancy, fantaisie. — meditation, meditation.

— particular, particulier, daarvan: particularly (Les 3), particulai'ity [\)nar-\.\\i-]vQ-lèr'-it-ti), particularit e. — except, exeeptc; gelijkluidend to except, exceptor; daarvan: exception (ek-scp'-sjun), exception. —residence, residence, van to reside (re-zaid'), rcsider. — including, inclusivement; van to include, enclore. — corporation, corporation. — livery, livree. —• intermediate, intermédiat. — process, procés.

Van gemengdeii oorsprong. tavern „tavernequot;, tapperij. — newspaper uit neics (nieuws) van 7iew (Le* ft) en paper (Les 14). — banker's-book, uit hanker, „banquierquot;, bankier (van hank, „banquequot;, bank) en hook. — chamber, „chambre'D, kamer. — Genius, „geniequot;, genius. — mournful, samengesteld uit mourn (Les 2) en full, vol. — during, „durantquot;, gedurende.

Opgave 7. Schrijf op in de Lijst der onregelmatige werkwoorden:

fled. — shutting. — took, take (Les 5).

— read. — run, ran (Les 16). — forgotten. — hung, — seen, see (Les 7). — home.

(9e Oefen.) 6. Mondeling Onderhoud.

(Zie het Mondeling onderhoud van Les 16). Vragen.

I. Where did Scrooge take his dinner? 3. What did Scrooge read after his dinner?

3. Wherewith did Scrooge beguile the rest of the evening?

4. Where did Scro;; o live?

5. Where were Scrooge's rooms?

€5. What could one scarcely help fancying?

ï. Why was the house dreary? [Because. . .]

8. Why did Scrooge live alone in the house? [Verander were in being.]

9. What was Scrooge fain to do in the dark yard?

10. Where hung the fog and frost?

11. Where seemed the Genius of the Weather to sit?

13. About what was there nothing particular ?

13. WTas the knocker small? [No, . ..]

14. When had Scrooge seen the knocker ?

15. Who have as little fancy as Scrooge ? 1G. Since when had Scrooge not bestowed

one thought on Marley?

1.7. Where had Scrooge his key? 18. What did Scrooge see in the knocker ?

(lOe Oefen.) H. Gesprekken.

(Vervolg van't kluchtspel: My Fellow Clerk.)

ma'am (mam) verkort voor madam. [Enter Betty.) Betty. Here's a letter come for Miss Fanny, ma'am.

Augustus (ao-Gus'-tus), August.

Fan. A letter for me; — {takes it. Exit Betty.) Why, ma! it is signed «Augustus Tacticquot;.

Mrs. D. Who is he?

why, wel!

brought (braot), bracht.

here (hier), hier.

about (e-bóut'), omstreeks.

Fan. Why, Victim's fellow-clerk, that he brought here about a month ago.

to he about, betreffen.

what about, waarover.

Mrs. D. What is the letter about?

lovely (luv'-li), beminnelijk.

sex (sèks), sekse, geslacht.

affected (ef-fèkt'-ed), getroffen, aangedaan.

sorrow (sbr'-roo), verdriet.

corroder (kór-rood'-er), afknager. (NB. Tactic schrijft in een zeer gezwollen, hoogdravenden stijl.)

to move (moev), gaande maken. sympathy (sim'-pa-^i), sympathie. writer (rait'-^r), schrijver.

humble (uml»l), nederig.

epistle (e-pisl'), epistel; gezwollene uitdrukking voor letter, brief.

Fan. I'll read it, ma, gt;gt;Madam — One of your lovely sex, when even in the slightest degree affected by sorrow, that corroder of hearts, is sure to move the sympathy of the writer of this humble epistle.quot; —

prettily (prit'-ti-li), sierlijk.

expressed (èks-prèst'), uitgedrukt. I wonder (ai wwun'-der), ik ben benieuwd.

to mean, beduiden.

Mrs- D. How prettily expressed! I wonder what it means?

De beoefenaar late zich niet afschrikken door de nu volgende lange ceel van woorden. Vele daarvan zijn hem reeds bekend en worden hier slechts opgenomen ter herinnering.

the very last, de allerlaatste. Juist op dezelfde wijze is very gebruikt in


ocr page 179

this very night (Les 14).

to tear (teer), scheuren.

afarty van elkander. Minder gezwollen zou het heeten: asutider (e-sun'-der). amatory (èm'-èt-tur-i), tot liefde geneigd. Weder gezwollen, root: loving (luv'-iwy), minnend.

to destine (dès'-tin), bestemmen.

each other (ietsj udh'-er), elkander. irrevocable (ir-rèv'-ok-clil), onherroepelijk.

fate (feet), noodlot.

faithless (feeM'-lès), trouweloos. shepherd (sjep'-ml), herder.

to offer (óf'-tr) up, offeren.

incense (in'-sèns), wierook.

shrine (sjrain), kastje waarin reliquieën

bewaard worden; altaar.

inconstancy (in-kon'-stèn-si), onbestendigheid.

dissipation (dis-sip-pee'-sjun), uitspatting,

losbandigheid.

he cannot help, hij kan niet nalaten. lo leware (be-wwee)''), op de hoede

zijn, zich in acht nemen.

adresses (èd-drès'-ez), toespraken; aanzoeken.

aye (eei), ja (als tegenstelling).

false (faols), valsch.

aforesaid («-foor'-sèd), voornoemd. (Hier bezigt Tactic eene uitdrukking die veel in notariëelc akten gebruikt wordt.)

grievous (Griev'-us), smartelijk.

to slight (slait), kleinachten.

sun (sun), zon.

charm (tsjaarm), bekoorlijkheid. to compel (kbm-pèl'), noodzaken, dwingen. shade (sjeeil), schaduw.

meaning (mien'-iti^), bedoeling.

sentence (sèn'-tèns), volzin.

to remain (re-meen'), blijven. respectfully (re-spèkt'-föel-li), met alle aehting. (NB. Daar dit het gebruikelijke slot is van bijna alle brieven, kan dit tevens als Model dienen voor den Briefstijl.)

Fan. (Reading.) quot;Augustas Tactic wo aid be the very last to tear apart two amatory hearts destined for each other by the irrevocable book of fate — but, when be sees a faithless shepherd (that means Victim, ma!) otfering np incense at the shrine of inconstancy and dissipation, be cannot help telling yon to beware of the adresses — aye, and excuses — of the false shepherd aforesaid. It is grievons to see how, when one slights the snn of yonr charms, another, who shall be nameless, is compelled to sigh in the shade. But, enough; I will not explain the meaning of this sentence. I remain. Madam, yours, respectfully, Augustus Tactic.quot; as well, even goed.

to suppose (sup-pooz'), vermoeden.

Mrs. D. He might as well have explained the last sentence. Do you suppose, Fanny, that is a love letter?

exactly (eo-zekt'-li), juist.

teaming (wwaoz-n'-if^i), waarschuwing.

Fan. I don't know the meaning of it exactly, ma! but It certainly is a warning against Victim.

to please (pliez), bevallen, behagen. salary (sel'-fr-i), salaris.

to find out (toe faind outquot;), op bet

spoor komen.

to call on, zich aanmelden bij, een bezoek afleggen bij.

Mrs. D. Ah, there was something about that young Tactic that pleased me much — has not he a better salary than Victim? But we will find Master Victim out, we'll call on Mr. Hooker this morning.

suspense (sus-pèns'), onzekerheid.

string (string), snaar, koord, pees. bow (boo), boog.

to turn out, blijken te zijn.

yet, nog, alsnog.

1 set my cap at Mm, woordelijk; ik zet mijne muts naar hem, dat be-teekent: ik zie hem in te pakken. In de Hollandsche volks-taal hebben wij eene uitdrukking: mijne muts staat er niet naar, voor: ik ben niet er toe gezind.

Fan. Tes, ma! Anything is better than suspense. (Exit Mrs. D.) After all, it is good to have two strings to one's bow, and if Victim should turn out so very bad, I can yet set my cap at Mr. Tactic. Scene the second. Tweede Tooneel.

to fit up (toe fit' upquot;), voorzien, toerusten.

centre (sèn'-ter), middelpunt.

fiat (flet), vlak; vlakte; achtergrond van

het tooneel.

to sit (sit), zitten.

to write (rait), schrijven.

watch (wwotsj), horloge.

(Scene II. — Mr. Hooker's Office, fitted up with desks. A large open door in the centre flat. Tag sitting at a disk, writing. — Enter Mr. Hooker, with his watch in his hand.)

neither (niedh'-er; ook veel: naidh'-er), noeh.

neither .... nor, noch. . . . noch.

this won't do, dit gaat niet aan. as for, wat betreft.

on, voort (als bijwoord met klemtoon). to discharge (dis-tsjaardzj'), ontslaan, afdanken.

Mr. Hooker. Ten o'clock, and neither Victim nor Tactic come — this won't do. Tactic, no doubt, has some good reason, but as for that fellow Victim, if he goes on this way, I'll discharge


ocr page 180

— 175 —

him. Fag, do yon know where Mr. Victim is?

Fag. No, sir.

at all, in het geheel.

to send (send), zenden, sturen.

up, op , naar boven.

Mr. H. Well, then, when he comes; that is, if the gentleman means to come at all, send him up to my room; I want to speak with him.

comfortable (kum'-furt-èl»l), aangenaam,

genoeglijk.

conversation (kon-ver-see'-sjun), samenspraak.

what the conversation turns upon, waarover het gesprek loopt.

special (spès'-sjèl), bijzonder.

invitation (in-vi-tee'-fjun), uitnoodiging.

Fag. Yes, sir. [Exit Mr. II.) Wants to speak with him: that's comfortahle — I know what the conversation turns npon, when the eld man gives a special invitation.

late (leet), laat.

(Enter Victim.) Fag. Oh, Mr. Victim, Mr. Hooker says you come very late, and he wants to speak with you; you understand?

I say, ik zeg. Wordt gebezigd op gelijke wijze als in het Hollandsch deze uitdrukkingen: wat ik zeggen wil; zeg eens; hoor eens.

to look, er uitzien; schijnen te zijn. humour (joem'-ur), humeur, bui, luim.

Vic. Speak to me! What do I care! I am not the man to be afraid of him! Bat I say, Fag, did he look in a good humour? about (e-bout'), ongeveer.

sovereign (suv'-er-en), goudstuk ter

waarde van een pond sterling.

to slip (slip), glijden.

hole (hool), gat.

you had better, gij moest liever; gij

zoudt beter doen als gij... .

haste (heest), haast.

to make haste, zich haasten.

lecture (lèk'-tjur), voorlezing; boetpre-dieatie.

ginger (dzjin'-dzjer), gember.

beer (bier), bier.

to gain (Geen), winnen.

strength (sXxhngth), kracht.

bottle (botl), flescli.

to bottle, bottelen, aftappen op flessehen. to be bottled up, gebotteld blijven liggen.

Fag. Yes, very — about as pleasant as when yoQ let the three sovereigns slip through a hole in your pocket. Bat yon had better make haste and let him have his lecture out: lectures, like ginger-beer, gain strength by being bottled up. over, voorbij, achter den rug.

soon (soen), spoedig.

Vic. Oh, very well. Why, yes; it may as well be over soon. Is Tactic come?

Fag. Ho.

tu be in', in de fuik zijn, er tegen aanloopen.

for it, er voor (namelijk, voor het te laat komen).

Vic. Oh, well, he will be in for it as well as 1. {Exit.)

bundle (bundl), pakje.

to tinge (tindzj), kleuren.

to recover (re-kuv'-er), herstellen.

towards (loo'-erilx), naar.

NB. De woorden desk en bundle staan hier zonder lidwoord , omdat deze tooneel-voorwerpen als medespelend, dus als handelende personen gedacht worden; en persoonsnamen hebben het lidwoord niet. [Enter Tactic, with a bundle, his eye is tinged, as if recovering from being black. Goes towards desk, and puts in' bundle.)

Fag. Mr. Hooker has been inquiring after you.

Tac. Oh, he has, has he?

pleased (pliezd), tevreden.

Fag. He is not very well pleased at your

being so late.

Tac. Ha!

pretty (prit'-ti), [bijwoord] tamelijk.

easy (iex'-i), gerust, bedaard.

however (hbu-ev'-er), nogtans.

Fag. Tou seem pretty easy, however. to make a point of it, er zijn werk van

maken, zieh ten regel stellen. NB. Vóór make is hier het onderwerp 1 weggelaten, hetgeen nooit anders geschiedt dan in den alledaagseheu spreektrant.

hreeze (briez), wind.

to blow (bloo), waaien,

over me, over mijn hoofd heen zonder mij te deren.

Tac. Always make a point of taking every thing easy, and then all breezes are sure to blow over me.

to carry off, wegdragen (den prijs);

behandelen.

style (stail), stijl, manier.

that Victim has. Het woord that is hier minachtend gebezigd; vóór has is het betrekkelijk voornaamwoord who weggelaten.

stair (steer), trap; up stairs, de trap-

pen op, de trap op, naar boven, tó/(bio), dik, groot; to talk big, grootspreken, zwetsen.

knee (ni), knie.

to knook (nbk), kloppen, knikken, kraken.

step (stèp), voetstap; to take a step, een stap doen, een voet verzetten. Fag. Ah, you are something like a man — you really carry things off in fine style. There's that Victim has just gone up stairs talking big enough, but his knees were knocking every step he took. Pithias (pitó'-i-ès), eigenlijk Phintias, voor wien Damon zich nit vriend-


ocr page 181

schap opofferde door borg voor hem te blijven; dus juist het tegenbeeld van de verhouding tusschen Victim en ïactic.

shadow (sjèd'-o), schaduw.

scape-goat (skeepquot;-Goot), zondenbok, van escape (ès-keep'), ontloopen, en goat, geit.

to listen (lisn), luisteren.

Timothy (tim'-o-tói), ook Timotheus (tai-moo'-tói-us), Timotheus; de gemeenzame verkorting voor dezen naam is Tim (tim).

devil (dèvl), duivel; devilish (dèvl'-isj), verduiveld (bijvoeglijk nw. en bijwoord).

droll (drool), zot. koddig.

forward (foor-wwcrd), voorwaarts. Boic-street (boo'-striet), eene straat in de City van Londen, waar een der acht politic-bureaux der stad gevestigd is. respectable (r«-spèkt'-el»l), achtenswaardig. solicitor (sól-is'-i-tu/1), procureur.

brought (braot), gebracht; verl. deelw.

van to bring.

magistrate (mèdzj'-is-treet), magistraat,

vrederechter.

ornamented (brn'-èm-èat-td), versierd,

prijkende.

furious (fjoec'-i-us), geweldig.

to charge (tsjaardzj), beschuldigen. to create (kri-eet'), aanrichten, veroorzaken.

disturbance (dis-teurb'-èns), rustverstoring; van to disturb.

defendant (de-fcnd-ent), verweerder, beschuldigde; because he has to defend (de-fend', verweren, verdedigen) himself.

state (steet), staat, toestand.

intoxication (in-tèks-i-kee'-sjun), beschonkenheid, dronkenschap.

to amuse (e-mjoez'), vermaken.

to upset (up-sèt'), omver-werpen.

saloop (sèl-loep'), ook salep (sel-lèp'), salep (het meel van den wortel van zekere plant, en een daarvan bereide drank voor de mindere volksklasse). stall (staol), stalletje, kraampje.

found (found), gevonden; verl. deelw.

van to find.

policeman (pol-lies'-mèn), diender, agent van politie. De dienstmeiden in Londen spreken dit woord bijna algemeen uit als pleaseman (pliez'-mèn). G. division (dzjiquot;-div-vii'-jun), afdee-ling G. Ook te Londen, gelijk in vele andere groote steden, zijn de polilie-beambten ingedeeld in afdee-jiiigen, die ter onderscheiding elk eene afzonderlijke letter hebben. pugilistic (pjoe-dzjil-ist'-ik), vuistvechtend, boksend.

encounter (èn-kount'-er), ontmoeting. chimney-sweeper (tsjim'^ni-awwiep'-er),

schoorsteenveger.

respectively (re-spèkt'-iv-li), ieder in 't bijzonder.

proprietor (prop-prai'-e-tur), eigenaar.

Tac. Victim! Ha, ha, ba! My Pythias, my shadow, my scape-goat! Listen, listen, Timothy Fag, and I'll read you something devilish droll. (Takes a newspaper out of his poctcet and reads. Fag rises and comes forward.) »Bow-street. — George Victim, clerk to Mr. Hooker, a respectable solicitor, was, on Thursday last, bronght up before Mr. Knitbrow, sitting magistrate, ornamented with a furious black eye, and charged with creating a disturbance in the streets. Defendant, It appears, being in a state of intoxication, had amused himself by upsetting three saloop stalls, and he was found by policeman, G. division, in a pugilistic encounter with three chimney-sweepers, respectively, friends of the proprietors.quot; to perpetrate (peiir'-pe-treet), bedrijven, verrichten.

Fag. And did Victim really perpetrate all thisp

least (liest). minst (overtreffende trap van

little, min); at least, ten minste. proxy (proks'-i), plaatsvervanging, volmacht ; verbasterd van procuracy (prök'-jóe-rès-si),

hero (hier'-roo), held.

ecce signum (èk'-si sis'-num), Latijn:

zie het teeken.

to point, wijzen.

Tac. No, not he! At least he did it by proxy. I was the hero, ecce signum. (Points to his eye.)

Fag. Ton? Why, how came you to be called Victim of all the names in the world!

(Voortzetting in den volgenden brief.)

1. Herhaling

der opgaven van dezen brief.

In den volgens de 3e Oefening (biz. 17) overgeschreven Engelschen tekst de volzin-toonteekens (quot;) invullen, zoo als wij dat tot hiertoe gedaan hebben, en daarna het overgeschrevene vlot lezen overeenkomstig de voorschriften op blz. 29 en 96. Ten aanzien van de terugvertaling en overige herhalings-opgaven, ga men steeds te werk volgens blz. 30 (Opgave 5, a, b, c).

Taalkundige Opgaven.

§ 226 (blz. 165). Opgave 1.

§ 227 (blz. 166). Opgave 2.

§ 228 (blz. 166). Opgave 3.

§ 22!) (blz. 166). Opgave i.

§ 230 (blz. 167). Opgave 5.

§ 232 (blz. 168). Opgave ö.

lih. 173. Opgave 7.


ocr page 182

Leercursus der Engelsche taal door zelfonderricht.

11° BRIEF.

_(LES 21 EN 22.)__

21e en 22® L E S.

To business that we love, we rise betime, And go to it with delight.

(Shakespeare.)

Voor werk, dat ons bevalt, vroegtijdig op te staan Verhoogt den lust, waarmee wij aan den arbeid gaan, (S. d. B.)


A. Tekst.

(Oefen. 1—3 volgens het op blz. 33 [Eens voor al] gegeven voorschrift.)

Marley's face. It was not in impenetrable shadow as

maar'-liez feesquot; it wwóas not in im-pcn'-e-trcbl sjcd^-o cz Marley's gezicht. Het was niet in ondoordringbare schaduw als

the other objects in the yard were, but 1 had a dismal

dhi udhquot;-6'r ob'-dzjèkts in dhe jiuicd wweur but hèd e diz'-mcl de andere voorwerpen in den hof waren, maar had een akelig

light about it,] like 2 a bad lobster in a dark cellar.]

laitquot; e-bbut' it laik e bod 16l»quot;-st«gt;- in e daark selquot;-l(»' licht om het, gelijk een slechte zeekreeft in een donkeren kelder.

It was not angry or ferocious, but looked at Scrooge 3 as

it wwóz not enquot;-Gri or fd-rooquot;-sjus but loekt et skroedzj c® Het was niet vertoornd of woest, maar keek naar Scrooge als

Marley used to look:] with ghostly spectacles 4 turned up

maar'-li joezd'' toe lóek wwidh Goost'-li spèk^-tèklz teurnd upquot; Marley placht te kijken: met spookachtige bril gewend op

upon its ghostly forehead.] 5 The hair was curiously stirred,

up-on' its Goost'-li foo/'-hèd dhe heer wwoz kjoe'-ri-us-U steiirdquot;

op zijn spookachtig voorhoofd. Het haar was vreemd bewogen,

as if by breath or hot-air;] and though the eyes were wide

ei if bai hxet/tquot; or hot-ee/' end dhoo dhi aiz wweu?- wwaid als of door adem of heete lucht; en ofschoon de oogen waren wijd

open, 6 they were perfectly motionless.] That, and its

oopnquot; dhee wweur peo/-fekt-li moo'/-sjun-lès dhot end its

open, zy waren volkomen beweegloos. Dat en zijne

livid colour, made it horrible: but 7 its horror

liv'-id kul'-ur meed it liorquot;-rilil but its hor'-rur

blauwachtige kleur maakte het afschuwelijk; maar zijne afschuwelijkheid

seemed to be, in spite of the face and beyond its control,

siemd tóe bi in spaitquot; ov dhe fees end be-jond' its kon-troolquot; scheen te zijn, in spijt van het gezicht en boven zijne macht,

rather than a part of its own expression.] — As Scrooge

raadh'-w dhèn e paart ov its con èks-prèsquot;-sjun o® skroedzj

liever dan een gedeelte van zijne eigene uitdrukking. Als Scrooge

looked fixedly at this phenomenon, 8 it was a knocker

loekt fiksquot;-6'd-li et dhis fi-nom'-s-non it wwoz e nokquot;-«'

keek strak naar dit verschijnsel, het was een klopper

again.] — 9 To say that he was not startled, or that his

e-Gen' tóe see dhèt hi wwoz not staartldquot; ór dhèt liiz

weder. Te zeggen dat hij was niet ontsteld, of dat zijn

blood was not conscious of a terrible sensation to which it

blud wwoz not kón'-sjus ov e tèr'-ribl sèn-seequot;-sjun toe wwitsj it bloed was niet bewust van eene vreeselijke gewaarwording aan welke het Servaas de Bruint Engelsche Taal. 12

ocr page 183

— 178 —

had been a stranger from infancy,] would be nntrne. But

hèd bin e streen'-dzjer from in^-fcn-si wwoed bi un-troequot; but had geweest een vreemdeling van kindsheid, zou zijn onwaar. Maar

10 he put his hand upon the key he had relinquished,

hi poet hiz hciul up-6n' dhe ki lii hèd re-liw^'-k w wisj t hij legde zijne hand op den sleutel hij had losgelaten,

turned it sturdily, walked in, and lighted his candle.] —

teurnd it steu/'-di-li wwaokt inquot; end lait'-ed hiz kendlquot;

draaide het met kracht, ging in, en stak aan zijne kaars.

He did pause, with a moment's irresolution, 11 before he

hi didquot; paoz wwidh e moo'-ments ir-re*-ol-joequot;-sjun be-foo/ hi deed stilstaan met een oogenbliks besluiteloosheid eer hij

shut the door;] and he did look cautiously behind it first,

sjut dhe doorquot; end hi did'7 lóek kao'-sjus-li be-haind' it fenrstquot; sloot de deur;_en hij deed kijken behoedzaam achter het eerst,

as if he half-expected 12 to be terrified with the sight of

èz if hi haaf-eks-pekt'-ed toe bi ter'-ri-faid wwidh dhe sait 6v

als of hij half verwachtte te zijn verschrikt met het gezicht van

Marley's pig-tail sticking out into the hall.] But there

maarMiez pia^-teel stik'-i^ outquot; in'-toe dhe haolquot; but dheer Marley's varkensstaart stekende uit in het voorhuis. Maar daar

was nothing on the back of the door, except 13 the screws

wwoz nntk'-ing ón dhe bèk 6v the doorquot; èk-sèpt' dhe skroex

was niets op den rug van de deur, behalve de schroeven

and nuts that held the knocker on;] so he said »pooh,

end nutsquot; dhet held dhe nbk'-er onquot; soo hi sèd poe en moeren die hidden den klopper aan; zoo hij zeide poe

pooh!quot; and 14 closed it with a bang.] — 15 The sound

poequot; end kloozd it wwidh e hhiyquot; dhe sound

poe en sloot het met een knal. De klank

resounded through the house like thunder.] Every room

re-zound'-ed ^roe dhe hous laik tk\mquot;-dBr èv'-er-i roem weergalmde door het huis gelijk donder. Iedere kamer

above, and every cask in the wine-merchant's cellars below,

e-buvquot; end ev'-er-i kaask in dhe wwain^-meuZ-tsjènts sel'-lerz be-looquot; boven en ieder vat in de wijnkoopers kelders beneden,

appeared to have 16 a separate peal of echoes of its

èp-pierd' toe hev e sèp'-èr-et piel ov èk'-ooz ov its

scheen te hebben een afzonderlijken knal van echo's van zijn

own.] Scrooge was not a man to be frightened 17 by

conquot; skroedzj wwóz not e mèn tóe bi frait'-end bai

eigen. Scrooge was niet een man te zijn verschrikt door

echoes.] 18 He fastened the door, and walked across the

èkquot;-ooz hi faassnd dhe doorquot; end wwaokt e-krbs' dhe echo's. Hij maakte vast de deur, en_ging_door_het

hall, and up the stairs;] slowly too; trimming 19 his candle]

haolquot; end upquot; dhe steenquot; slooquot;-li toe trim'-mi»^ hi® kfindlquot; voorhuis, en op de trappen; langzaam ook; snuitende zijne kaars

as he went.

ez hi wwènt als hij ging»

ocr page 184

— 179 —

(4e oefen.) B. Hollaiulschc Vertaling.

Marley's gezicht. Het was niet in eene ondoordringbare schaduw, zooals de overige voorwerpen op het erf waren, maar had een akelig lichtschijnsel om zich heen, gelijk een slechte zeekreeft in een donkeren kelder. Het zag er niet vertoornd of woest uit, maar keek Seiooge aan, zooals Marley placht te kijken: met een spook-achtigen bril omhoog gezet op zijn spookachtig voorhoofd. Het haar werd zonderling heeu en weer bewogen, als door den invloed van adem of van heete lucht; en ofschoon de oogen wijd open stonden, waren ze volkomen onbeweeglijk. Dit en zijne blauwachtige kleur maakte het afschuwelijk; maar (die) afschuwelijkheid scheen in weerwil van het gezicht zelf, (en zonder dat dit iets er tegen doen kon,) te bestaan, veel meer dan deel uit te maken van deszelfs eigene uitdrukking. — Toen Scrooge dit verschijnsel strak aankeek, was het weder een klopper. — (Als wij zeiden) dat hij niet ontsteld was, of dat zijn bloed niet eene vreeselijke gewaarwording (ondervond), die hem van kindsbeen af vreemd was geweest, zouden wij te kort doen aan de waarheid. Maar hij legde zijne hand op den sleutel, dien hij losgelaten had, draaide hem met kracht om, trad binnen, en stak zijne kaars aan. Een oogenblik stond hij (werkelijk) besluiteloos, eer hij de deur dichtdeed; en werkelijk keek hij eerst eens behoedzaam er achter, als verwachtte hij half en half, te zullen ontstellen door Marley's varkensstaart (:') te zien uitsteken in het voorhuis. Maar aan de binnenzijde van de deur was niets te zien, dan de schroeven en moeren, waarmede de klopper (vastzat), zoodat hij „poe, poe!quot; zeide, en de deur dichtsmeet. De slag dreunde het gansehe huis door als (een) donderslag. Al de vertrekken boven en al de vaten in de wijnkoopers-kelders beneden, schenen elk in het bijzonder eene eigene echo te hebben. Scrooge was er geen man naar, om zich bang te laten maken door echo's. Hij deed de nachtsluiting op de deur, en ging het voorhuis door en de trap op, en langzaam ook, onder het loopen zijne kaars snuitende.

(5e oefen.) C. AYedcrzijdsehc Vertaling.

(Zie blz. 18 en 75.)

Oplossingen der opgaven, vervat in den vorigen brief.

Opgave 1 van § 226 (blz. 166):

1. Will you not let me hear some explaining words ? — 2. Are you not afraid of the roaring waters? — 3. Your son is a promising young man, said the old Lord with a smiling face. — 4. What stirring events have we not read in the newspaper!

— 5. My poor uncle is a dying man.

Opgave 2 van § 227 (blz. 166):

1. A friend disturbing me every day in my business, is not my friend. — 2. A beggar, stopping me in the street, asked me for a trifie. — 3. The first clerk, representing his master, addressed the gentlemen. — 4. Some poor people, suffering greatly from the cold, wished to warm themselves before the fire. — 5. She is married to the rich grocer, living in the same street with you.

Opgave 3 van § 228 (blz. 166): ■ 1. Waar is de eetzaal? — 2. Is er geen etenshuis in deze straat ? — 3. Weet gij niet, dat zij u tot aan den dag van haren dood bemind heeft ? — 4. Uw neef was niet in eene spraakzame stemming.

— 5. Wij namen onze plaatsbriefjes aan het plaatsbureau, en gingen toen naar de wachtkamer.

Opgave 4 van § 229 (blz. 166): NB. § 183, Opgave 11 (blz. 102, 115). 1. Here our friends are coming. —

2. Some gentlemen are going to Sicily, to see what the Aetna is doing. — 3. ïou say he's dying all for love, but that can never be: You say his heart is breaking, mother — what, is that to me? — 4. Where are you going? — 5. My father is no longer living. — 6. To whom is she talking? — 7. There is nothing wanting in our new house. — 8. They knew not what they were doing. — 9. The master came to see what his men were doing. — 10. Every thing was going on remarkably well. — 11. What have you been doing all your life? — 12. My family have been living in this house, more than a hundred years. — 13. I had been long endeavouring to find you. — 14. A poor man will be always thinking of the wants of his family.

Opgave 5 van § 230 (blz. 167): 1. I mentioned not only my name, but the place to which I was going to withdraw. — 3. I had read in the newspaper that Mr. Thornhill was going to be married to Miss Wilmot.

Opgave G van § 232 (blz. 168): 1. The boy passing before the lighted window of the rich man's house, looked into it. — 2. Not knowing which way to turn, I asked a woman in the street. —

3. Not understanding what the gentleman


12*

ocr page 185

said, I asked him lo repeat his words. — 4. Having no money in his pocket, the tailor promised that he would return in the erening. — 5. Here is a shilling for you, said the good old gentleman, stooping down to the poor child and taking it by the hand. —• 6. How can you, being evil, speak good things? — 7. It is getting cold, said my father, closing the window. — 8. Putting on his hat, my uncle went out of the room. — 9. Groping with his hands along the wall, the blind boy finds his way to the door. — 10. Having warmed her feet before the fire, the old woman withdrew again. — 11. Being left alone in the room, the child began to play with the fire. — 12. My father having not yet returned from his journey, I cannot come to see you. — 13. My partner having died, I am the only owner of the business.

Opgave 7, biz. 173 (Vergelijk § 1B5, biz. 85).

Onbepaalde wijs.

Onvolmaakt verl. tijd.

Verleden deelwoord.

borne

fled

forgotten

hung

read

ran

run

see

saw

seen

shut

shut

shut

take

took

Gesprekken. Les 19 en 20 (biz. 173).

(Betty treedt op). Betty. Hier is een brief voor jufvrouw Fanny gekomen, mevrouw!

Fanny. Een brief voor mij? (Zij neemt hem aan. Betty gaat af.) Hé, mama! hij is onderteekend „August Tacticquot;.

Mevr. D. Wie is dat?

Fanny. Wel, Victim's kameraad, dien hij ongeveer eene maand geleden eens hier medegebracht heeft.

Mevr. D. Wat behelst de brief?

Fanny. Ik zal hem n voorlezen, mama. „Mejufvrouw! Een lid van uwe beminnelijke sekse, bijaldien zij zich slechts in het minst verteerd voelt door verdriet, dat aan het hart knaagt, is verzekerd de sympathie gaande te maken van den schrijver dezer nederige letteren.quot;

Mevr. D. Hoe sierlijk uitgedrukt! Ik ben benieuwd wat het beduidt.

Fanny (leest). „August Tactic zou de allerlaatste zyn om twee minnende harten, door het onherroepelijke boek des noodlots voor elkaar bestemd, van elkander af te scheuren; maar wanneer hij ziet hoe een ontrouwe herder (dat doelt op Victim , ma!) wierook offert op het altaar der onbestendigheid en losbandigheid, kan hij niet nalaten u te zeggen op uwe hoede te zijn tegen de betuigingen — ja, en verontschuldigingen — van den valschen herder voornoemd. Het is smartelijk te zien hoe, terwijl de een de zon uwer bekoorlijkheden kleinacht, een ander, die ongenoemd zal blijven, genoodzaakt is te zuchten in de schaduw. Doch, genoeg! ik zal de bedoeling van dezen volzin niet ophelderen. Ik blijf, Mejufvrouw! de uwe met alle achting, August Tactic.quot;

Mevr. D. Hij had even goed dien laatsten volzin mogen ophelderen. Vermoedt gij niet, dat dit een minnebrief is ?

Fanny. Ik weet eigenlijk zelve niet wat ik er van denken zal, ma! doch het is zeer zekerlijk eene waarschuwing tegen Victim.

Mevr. D. Ja, er was iets aan dien jongen Tactic, dat mij bijzonder voor hem innam — heeft hij niet een beter salaris dan Victim? Maar wij zullen wel te weten komen, waaraan wij ons met dat heerschap Victim te houden hebben: wij zullen van morgen mijnheer Hooker eens gaan spreken.quot;

Fanny. Ja, ma! Alles is beter dan onzekerheid. (Mevr. U. gaat af.) Alles wèl bezien, is het goed twee kansen voor één te hebben; en als Victim mocht blijken zoo ijselijk slecht te zijn, kan ik altijd nog bijdraaien naar mijnheer Tactic.

(Tweede tooneel. — Het kantoor van mijnheer Hooker, gemeubileerd met lessenaars. Eene groote openstaande deur midden op den achtergrond. Fag zit aan een der lessenaars te schrijven. — Mijnheer Hooker treedt op, met zijn horloge in de hand.)

Mr. Hooker. Tien uren, en noch Victim noch Tactic hier — dat kan zoo niet gaan. Tactic heeft stellig de eene of andere geldige reden; maar wat dien snaak van een Victim betreft, als die zoo voortgaat, zal ik hem zijn ontslag geven. Fag! weet gij niet waar mijnheer Victim is?

Fag. Neen, mijnheer!

Mr. Hooker. Nu, als hij komt — ten minste als het heerschap in het geheel van plan is om te komen — stuur hem dan bij mij boven; ik moet hem eens spreken.

Fag. Goed, mijnheer! (Mr. Hooker gaat af.) Moet hem eens spreken; dat is een buitenkansje — ik weet ten naasten bij waarover er te spreken valt, als de oude heer zulk eene bijzondere uitnoodiging doet.

(Victim treedt op.) Fag. Zoo, mijnheer Victim! mijnheer Hooker zegt dat gij zeer laat komt, en hij wenscht u te spreken; begrijpt gij?

Victim. Mij te spreken! Wat geef ik daarom ! Ik ben de man niet om bang voor hem te zijn! Maar wat ik zeggen wil, Fag! scheen hij goed gemutst te zyn?


ocr page 186

Fag. Ja, uitermate — ongereer zoo pleizierig, als toen gij de drie pond verloren hadt door een gat in uwen zak. Maar zoudt gij niet liever haast maken en laten hem zijne boet-predicatie uitkramen? Boet-predicaties zijn juist gelijk gemberbier: zij nemen toe in kracht hoe langer ze gekurkt blijven liggen.

Victim. O, dat is niets. Of, ja; hoe eer het achter den rug is hoe beter. Is Tactic er al?

Fag. Neen.

Victim. O, dat is goed! die zal er dus even goed tegen aanloopen als ik.

(Tactic treedt op met een paket; hij ziet er uit als iemand, die een blauw oog opgedaan heeft. Gaat naar zijnen lessenaar en legt het paket er in.)

F a g. Mijnheer Hopker heeft naar u gevraagd.

Tactic. Zoo, is het toch waar, heeft hij ?

Fag. Hij is niet best gemutst dat gij zoo Iaat komt.

Tactic. Ha!

Fag. Gij schijnt het nog al bedaard op te nemen.

Tactic. Ik doe altijd mijn best om alles bedaard op te nemen, en zoo doende waaien alle stormen over mijn hoofd heen zonder mij te deren.

Fag. Juist, gij gelijkt nog naar een man — gij behandelt de dingen op eene degelijke manier. Daar is die Victim — toen die daareven naar boven gegaan is zwetste hij hard genoeg, maar zijne knieën knikten onder hem bij eiken voet, dien hij verzette.

Tactic. Victim! Ha, ha, ha! Mijn Pythias, mijne schim, mijn zondenbok. Luister, luister, Timotheüs Fag! en ik zal u iets verduiveld koddigs voorlezen. (Haalt eene courant uit zijnen zak en leest. Fag staat op, en komt voorwaarts.) Bow-Street. — George Victim, klerk bij den heer Hooker, een achtenswaardig procureur , werd laatstleden Donderdag voor den heer Khitbrow, fungeerend vrederechter, gebracht, versierd met een ijselijk blauw oog, en beschuldigd van rustverstoring op straat verwekt te hebben. Het schijnt dat de beklaagde, in eenen staat van dronkenschap verkeerende, zich had vermaakt met het omver-werpen van drie salep-kraampjes, en hij werd door den agent van politie, Afdeeling G., aangetroffen handgemeen met drie verschillende schoorsteenvegers, vrienden van de eigenaars der bedoelde kraampjes.

Fag. En heeft Victim dat alles werkelijk verricht?

Tactic. Neen , hij niet! Ten minste hij heeft het slechts bij plaatsvervanging gedaan, llc ben de held geweest, me signum. (Wijst op zijn oog.)

Fag. Gij? Maar hoe komen ze n dan, van al de namen die er in de wereld zijn. Victim te noemen?

(Voortzetting in den volgenden brief.)

(6e Oefening.) D. Spraakkunst, [§ 338.] A. Wij gaan voort met de Leer van het gebruik van het op ... u i t g a an de tegenwoordig deelwoord, doch noemen allereerst uit tekst A. van deze les het voorbeeld

the sight of Marley's pig-tail sticking out into the hall onder § 227 (blz. 165), en het voorbeeld He ... walked ... up the stairs ,,, trimming his candle as he Kent onder § 231 D. (blz. 167).

B. One could scarcely help fancying

(Les 19 en 20).

Hier is het AeeXv. fancying zelfstandig gebruikt als voorwerp van het werkwoord help. Wij hebben in het Hol-landsch als zelfstandigen vorm van het werkwoord (§ 113, blz. 59) slechts de Onbepaalde wijs; men kon bijna niet nalaten te denken. De Fngelsche taal is dus voor dit geval een vorm rijker. Wij zullen later zien in welke gevallen zij van den eenen of van den anderen dezer vormen gebruik maakt. In de volgende opgaven bezige de beoefenaar overeenkomstig het voorbeeld van bovenstaanden volzin het tegenwoordige deelwoord.

Om voor de taalkundige oefenings-op-gaven tot voorbeelden geschikte volzinnen uit Engelsche klassieken te kunnen gebruiken, zullen wij ons niet uitsluitend meer bepalen bij den woorden-voorraad van tekst A. der tot dusverre behandelde lessen; daar waar wij dat noodig achten zullen wij echter de verklaring der onbekende woorden aan de opgaven vooraf laten gaan.

NB. Deze, hier (in hoofdstuk D) aan elke oefening voorafgaande woorden worden, even als de in tekst A. en in de Gesprekken voorkomende woorden, bij de latere oefeningen geacht aan den beoefenaar nauwkeurig bekend te zijn. Ze moeten voor het uitwerken van de Opgaven van buiten geleerd, niet bij het vertalen als hulpmiddel geraadpleegd worden. Dit laatste zou eene volkomen nut-telooze zelfmisleiding zijn.

Opgave I. Leer van buiten:

zich voorstellen, to propose (prop-ooz'j. waardigheid, dignity (dis'-nit-ti). bevelen, to command(kom-maand').

ijver, diligence (dil-id-zjens).

dienen, to serre (seurv).

bijna, almost (aol'-moost).

beproeven, to attempt (èt-tèmf). beschrijven, to describe (de-skraiV). toch, nogtans, yet (jèt).


ocr page 187

— 182 —

to hear, onvolm. verl. tijd ea verl. dw. heard (hennl). cabin (kèb'-in).

to withhold (wwidh-hoold'), Guy (aai).

to prefer (pre-fenr'). , to bask (baask).

in the sun (sun).

life, mrv. lives.

(laivz),

dichter, poet (poo'-et).

lezen, (o read (ried.),

onmogelijk, impossible (im-pus'-silil). voornemens zijn, to intend (in-tènd'). Amerika, Amerika (èm-èr'-ri-kaa). staatkunde, politics (pbl'-it-tiks). redekavelen, to talk (taok). muziekkorps, band (bènd). ophouden, to cease (sies).

twisten, to quarrel (kwwor'-rel).

nalaten, to forbear (fbr-beer').

bevreemding, surprise (sur-praiz'). uitdrukken, to express (èks-près').

Vertaal: 1. Wanneer 2gij u voorstelt 'ooit met waardigheid te bevelen, moet gij -met ijver 'dienen. •— 2. Het ia bijna nutteloos te beproeven 2het op papier 'te beschrijven. — (maar) toch swil 'ik (het) beproeven. — 3. Haar vader hoorde lachen in de kajuit. — 4. Hij kon zich niet langer weerhouden, zich aan hem bekend te maken. — 5. Guido geeft (er) de voorkeur (aan), zich te koesteren in de zon, en de Levensbeschrijvingen der dichters te lezen.

— 6. Het was voor de jonge dame onmogelijk zich van glimlachen te onthouden.

— 7. Ik ben voornemens naar Amerika te gaan. — 8. De (beide) [twee] heeren begonnen (over) staatkunde te redekavelen. — 9. Het muziekkorps hield op (met) spelen. — 10. Scheidt uit (met) twisten [§ 147, blz. 76]. — 11. Hij kon niet nalaten eenige bevreemding uit te drukken.

[§ 339.] They saw him coming on (Les 7), ze zagen hem aankomen.

De inhoud van dezen volzin kan ook uitgedrukt worden door; they saw that he was coming on, ze zagen dat hij aankwam. De volzin that he was coming on is dus voorwerp van het werkwoord sam (§ 161 A., blz. 87). Tegelijk echter is ook him voorwerp van saw: they saw him, ze zagen hem. Eindelijk is coming voorwerp van saw: they saw [the] coming on, ze zagen (het) aankomen.

Deze drieledige voorwerps-betrekking wordt in het Engelsch uitgedrukt, door den objectief of vierden naamval (§ 111, blz. 59) van het zelfstandig nw. of voornaamwoord benevens het tegenwoordig deelwoord als voorwerp (object) bij het werkwoord te plaatsen.

hooren,

kajuit,

zich weerhouden ,

Guido,

de voorkeur ge ven aan,

zich koesteren

levens-beschrij-ving.

Met andere woorden: de objectief of vierde naamval met het tegenwoordig deelwoord is dus een objectieve volzin, waarvan het onderwerp in den vierden naamval, en het predicaatswerkwoord in den tegenwoordig-deelwoordsvorm staat.

In het Hollandsch zien wij in alle dusdanige gevallen de Onbepaalde wijs gebezigd in plaats van het Engelsche Tegenwoordig deelwoord. Wij zullen later zien, dat ook de Engelsche taal dit gebruik van de Onbepaalde wijs kent.

Opgave 2. Leer van buiten:

gedruis, noise (noiz).

spook, phantom (fèn'-tum).

staan, to stand (stènd).

voelen, to feel (fiel).

lijkwagen, hearse (heurs).

duisternis, gloom (oloem).

voortgaan, to go on'

eensklaps, on a sudden (sud'-den).

gemeenzaamheid, familarity (fèm-il-je/-

it-ti).

doopnaam, christian name toeroepen, to hail (heel).

zien, aanschouwen, to behold (be-hoold'). knielen, to kneel (niel).

vinden, to find, On

volm. verl. tijd;

en verleden

deelw. found (found),

opzitten, to sit up' (sit).

(dienst)inaagd, maid (meed),

snikken, to sob (sob),

bespeuren, to perceive (per-siev).

stoet, procession (prbs-ses-

sjun).

voorwaarts, fortoard (foor'-wweyd). gaan, to march (maartsj).

Vertaal: 1. Hij hoorde het gedruis de trap opkomen. — 2. Hij zag het spook voor zich staan. — 3. De geest moet hem hebben hooren denken. — i. Ik voel mijn laatste uur naderen. — 5. Scrooge dacht (dat) hij 2een lijkwagen 4voor zich uit 'zag 'gaan 5in de duisternis. — 6. Ik hoorde eensklaps eene stem smet groote gemeenzaamheid 2mij 'toeroepen •'bij mijnen voornaam. — 7. Zie hem daar (neder)knielen. — S. Ik vond hem opzitten in zijn bed. —

9. De (dienst-)maagden hoorden haar des nachts [at night] loopen en snikken. —

10. Ik bespeurde (dat) de stoet langzaam -voorwaarts 'ging.

[§ 34«,] Nothing more remarkable. .. than there would le in any other middle-aged gentleman rashly turning out (Les 5).

The clerk with the long ends of hit while comforter dangling below his waist (Les 17 en 18).


ocr page 188

Daar rolgens § 111 G. (biz. 69) de ▼ oorzetsels met den vierden naamval verbonden worden, is het gemakkelijk te verklaren, dat ook de vierde naamval met het tegenwoordig deelwoord niet slechts, gelijk in de vorige §, als voorwerp (object) van een bedrijvend werkwoord staat, maar dat deze woordvoeging ook in verband met een voorzetsel als adverbiale bepaling (§ 132, blz. 69) of als attribuut (§ 100, blz. 53) gebruikt worden kan.

In laatstbedoelden zin komt vooral dikwijls het voorzetsel with voor, en dit gebruik vinden wij ook wel in het Hollandsch : m e t de lange einden van zijne witte boeffante afhangende (tot) over zijn -middel.

Opgave 3. Leer van buiten:

vallen, to fall, On-

volm. verl.

tijd feil (fel).

veldslag, battle (bètl).

volkomen, absolutely (èb'-sol-joet-

U).

beslissen, lo decide (de-said'),

gordijn, curtain (kenr'-ten).

liggen, to lie (lai).

kans, chance (tsjaans).

misdaad, crime (kraim).

geheim, secret (siek'-ret).

blijven, to remain (re-meen'),

ontvangen, to receive (re-siev'). schip, ship (sjip).

waarschijnlijk- frobability (prol»-èb-

heid, il'-it-ti).

aanhouden, voort- to continue (kon-tin'-duren, joe).

Vertaal: 1. (De) nacht viel, zonder dat de slag volkomen beslist was. — 2. Gij wilt [to mean] (toch) niet zeggen, (dat)gij de gordijnen afgenomen hebt (met) ringen en al, terwijl \with\ hij daar lag. — 3. Er [there] is geen kans, dat [pf] zulk eene misdaad geheim blijft. — 4. Wij ontvingen de treurige tijding, dat het schip (verongelukt was) [was geweest verloren]. — 6. Het laat zich als hoogst waarschijnlijk aanzien, dat de vorst eenige dagen zal aanhouden [woordelijk: Daar is iedere waarschijnlijkheid van de vorst voortdurende eenige dagen],

A. A time for paying bills (Les 11).

jI time for finding yourself a year older (Les 11).

Atimefor balancing your boohs and having every item.... presented dead against you (Les 11).

A reason for not coming now (Les 13).

The pleasure of addressing Mr. Scrooge (Les 14).

The hour of shutting up the counting-house (Les 17 en 18).

A poor excuse for picking a man's pochet (Les 17 en 18).

Hier hebben wij het als zelfstandig gebezigde tegenwoordig deelwoord, in verband met een voorzetsel, als attribuut van het voorafgaande zelfstandig naamwoord- Laat het voorzetsel in het Engelseh wezen om het even welk, in het Hollandsch hebben wij slechts één middel om dat verband uit te drukken: „t equot; met de Onbepaalde wijs, eene woordvoeging, die, zooals wij later zullen zien, ook in het Engelseh bestaat.

B. You'll keep your Christmas by losing your situation (Les 12).

This lunatic, in letting Scrooge's nephew out, had let two other people in (Les 14).

Bunstan had... nipped the nose... instead of using his familiar weapons (Les 17 en 18).

In deze volzinnen is dezelfde woordvoeging als adverbiale bepaling gebruikt. In het Hollandsch kan die niet eens altijd worden teruggegeven door de Onbepaalde wijs met „tequot;, maar moet meestal door eenen volzin omschreven worden, b. v. by losing, door te verliezen; maar beter; met het verlies van; in letting out, uitlatende; maar beter: toen hij uitliet.

Opgave 4. Leer van buiten: thermometer, thermometer (^eiir-mom'-e-ter),

krampachtig, light stoel, chair (tsjeer).

behoeden, to save bezwijming siooon (swwoen). vallen, to fall

kreet, cry (krai).

kans, chance (tsjaans),

lot, fate (feet).

ontgaan, to escape (ès-keep'). spook, spectre (spèk'-ter).

instemmen, to join (dzjbin). luisteren, to listen (lisn).

treurig, mournful

lijkzang, dirge (deurdzj).

zich ontklecden, to undress (un-drès').

hier, here

eer, before (be-foor').

Engeland, England (!»ƒ-alènd). scheepgaan, to embark (em-baark'). stad, town (toun).

versterken, to fortify (fort'-i-fai). raad, advice (èd-vais').

trotsch, proud (proud),

onderrichten, to instruct (in-strnkf), nauwelijks, scarcely (skeers'-li). aanzien, to look on'

lachen, to laugh (laaf).

voelen, to feel, Onv. verl. t.;

en verl. dw.

felt (felt).


ocr page 189

— 184 —

leedwezen, regret (re-arèf). kameraad, companion (kbm-peen'-jun).

soort, description (de-skrip'-sjun).

verlaten, to quit (kwwit). lordschap, lordship (lord'-sjip). zich herinneren, to recollect (rèk-ol-lèkt')j

Vertaal: 1. De thermometer (stond) [was] een (goed eind) [langen weg] onder \below\ (bet vriespunt) [vriezende], — 2. Scrooge 'hield (zich) ^krampachtig aan [/o] zijnen stoel 2va8t [om] , (om) zich te behoeden voor [//om] 2in [een] zwijm 'vallen. — 3. De Geest, dit (hoorende) [op het hoeren], (gaf) [zette op] (nog een) [een anderen] kreet. — 4. Gij hebt nog [yW] eenc kans en hoop om [qf~\ mijn lot te ontgaan. — 5. Het spook, 'na s[voor] 4een 5oogenblik 2geluisterd (te hebben), stemde (mede) in den treurigen lijkzang. — 6. Hij ging naar bed zonder zich uit te kleeden. — 7. Hij volgde den man zonder te antwoorden. — 8. Wat (is uw doel) [meent gij] met [by] hier te komen op [at] dezen tijd van (den) dag? — 9. Wij hadden nog [yet] vijf dagen (over) [te sparen, to spare (speer)] alvorens scheep te gaan naar [for] Engeland. — 10. [Al] Een [one] oogenblik dacht hij (er) aan [o/] 2de stad 'te versterken. — 11. (God gave) [Ik wensch aan God] dat gij [you] even veel lust [pleasure] hadt mijnen raad te [in] te volgen, als ik heb 3u 2dien [il] 'te geven. — 12. Ik zal (er) trotsch (op) zijn u te [of] onderrichten. — 18. Gij kondt hem nauwelijks aanzieu zander te lachen. — 14. Ik voelde weinig leedwezen kameraden van dien stempel [description] te [lt;«] verlaten. — 15. Ik heb het genoegen niet mij zijn lordschaps familienaam te [of] herinneren.

(7e Oefen.) E. SpelÜDg 611 UitSpmL [§ 248.] A. Nadat wij in den vorigen brief hebben toegelicht hoe het koppelteek en gebruikt wordt om samengestelde woorden te vormen, zal de beoefenaar wel verlangend zijn ook iets te vernemen aangaande het gebruik daarvan bij het

splitsen in lettergrepen,

wanneer hij genoodzaakt is aan het einde van eenen regel een woord af te breken.

Terwijl wij den beoefenaar hier in de eerste plaats verwijzen naar onze bij de aanduiding der uitspraak opgegevene splitsing in lettergrepen, moeten wij echter tevens daarbij doen opmerken, dat die splitsing alleen bestemd was voor de n i t-'spraak, en niet voor het schrijven. Wij willen hier in de volgorde van tekst A der verschillende lessen eenige gevallen aanhalen, waarin de lettergrepen-splitsing der uitspraak van die in het schrijven afwijkt.

B. burial. Wij hebben dat afgebeeld: bèr'-ri-el, met dubbele r. De r behoorde namelijk tot de lettergreep bèr, omdat zij invloed uitoefent op de uitspraak van de u; doch zij behoort ook, volgens § 54 (blz. 21), tot de volgende lettergreep, omdat zij niet zacht, maar scherp uitgesproken wordt. Voor de lettergrepen-splitsing bij het schrijven weegt eerstgenoemde reden het zwaarst: bur'-i-ul. Evenzoo ia het in ver'-y (vèr'-ri); bur'-ied (bèr'-ried).

C. excellent. Wij hebben dit afgebeeld èks'-cl-lènt, doch hadden eigenlijk beter gedaan als wij gezet hadden èks'-sèl-lènt, want de les vertegenwoordigt alleen de x, terwijl de c wel degelijk mede uitgesproken wordt als scherpe s. Overal waar de lettergreep ex door den klank s gevolgd wordt, is de uitspraak van dat ex eenvoudig èk. Bij het schrijven is het intusschen zonneklaar, dat de lettergrepen-splitsing niet anders kan wezen dan ex'-cel-lent.

D. business. In de uitspraak-afbeelding biz'-cès; doch in het schrijven is de stomme i wel degelijk eene lettergreep: bui'-i-ness.

E. signed. In de uitspraak eenlettergrepig: saind; geschreven tweelettergrepig: sign'-ed. Op gelijke wijze alle woorden, waarin de e van den deelwoords-uitgang ...ed stom is.

F. reason (riezn). Al de woorden, die in de Eenlettergrepige oefeningen E. der verschillende lessen als in vers-maat tweelettergrepig zijn aangeduid, worden ook in het schrijven als tweelettergrepig aangemerkt, dus: rea'-son. Worden van zulke woorden verleden deelwoorden gevormd, dan bestaan die in het schrijven zelfs uit drie lettergrepen, b. v. shriv'-el-led (sjrivld); stif'-fen-ed (stifnd).

G. im-me'-di-ate-ly (im-mied'-jèt-li). Wanneer de i vóór eene vocaal ioij overgaat, en dus in de uitspraak met die vocaal tot één lettergreep samensmelt, blijven niettemin de beide vocalen in het schrijven van elkander afgezonderd. Eene uitzondering op dezen regel is, wanneer de op die i volgende vocaal geheel stom is, b. v.: par'-lia-ment (paar'-li-mènt).

[§ 343.] A. Nadat wij in de vorige § gezien hebben hoe de lettergrepen-splitsing bij de uitspraak verschilt met die in het schrijven, kan het niet anders of de beoefenaars van onze lessen zullen verlangend zijn om een richtsnoer te leeren kennen, waaraan ze zich ten dien aanzien zullen kunnen houden. Twee dingen geven ons het richtsnoer aan de hand, om de woorden in lettergrepen te splitsen:

1) het ontstaan der woorden door samenstelling en afleiding;

2) de uitspraak.

Wanneer deze beide dingen tot hetzelfde resultaat leiden, levert de lettergrepen-split-


ocr page 190

sing volstrekt geen moeielijkbeid op. Maar niet zelden zijn die twee dingen met elkander in strijd, en daaruit ontstaan de tegen-strijdigste lettergrepen-splitsingen Tan een en hetzelfde woord. De beoefenaar zal echter reilig kunnen afgaan op hetgeen wij hem in dezen onzen cursus aangaande dat punt lee-ren, daar wij geheel in overeenstemming zijn met 't voornaamste hedendaagsehe woordenboek der Engelsche taal, namelijk dat van Websier-Goodrich (wweb-ster Goed'-ritsj).

B. Derhalve de bestanddeelen, waaruit een woord samengesteld is, moeten bij de lettergrepen-splitsing van elkander afgescheiden worden: what-ev'er, cler'gy-man, an'y-thing, myselfi'ron-monnery, oth'er-wise, under-stood', gen'tie-man, church'-yard, some'-times, eye'-brow, enz.

C. Dit moet ook het geval zijn, al heeft een of ander der bestanddeelen zijnen oorspronkelijken vorm niet behouden; a V-ways, fif'-teen, there'-fo r e, enz.

[§ 344.] A. Aflaidlngs-lettergrepen moeten van den wortel afgescheiden worden. Zoo de voorwoordjes (woord-lidjes, die vóór aan het hoofdwoord gehecht zijn); a-bout', a-bove', ad-drens', le-cause', /ore'-iead, un-hal'loKed, un-duubt'ed, enz.

B. Ook die voorwoordjes, welker oorspronkelijke vorm eenigerlei verandering ondergaan beeft, worden afgescheiden, b. v.: assign', ap-proach' (voor pasbeginners is bet nog al moeielyk daaromtrent te beslissen).

C. De sluitwoordjes of achtervoegsels, dat zijn woordlidjes, die achter aan den wortel van het hoofdwoord worden vastgehecht, worden bij het afbreken daarvan afgescheiden, om het even of de wortel van het woord onveranderd is gebleven , dan wel eenigerlei verandering ondergaan heeft. Onder die achtervoegsels rangschikken wij ook die lettergrepen, die in de vervoeging en bij de meervoudvorming der woorden er achter aangehecht worden: remark'-able, bur'i-al, icis'-dom, sign'-ed, inclin'-ed, start'-ed, paini'-ed,point'-ed, an'swer-ed, knowl'-edge, under tak1-er, mourn'-er, small'-er, dead!-est, won'der-ful, go'-ing, tak'-ing, turn'-ing, squeez'-ing, tcrench'-ing, grasp'-ing, scrap'-ing, clutch'-ing, grat'-ing, partic'ular-ly, distinct'-ly, per'fect-ly, rash'-ly, shrewd'-ly, emphat'ic-al-ly, lit'er-al-ly, dread'-ful-ly, lusi-ness, cov'et-ous, af'ter-wards, breee'-ij,froü'-y, enz.

[§ 845.] A. (Twee op elkander volgende vocalen.) Om den invloed van de uitspraak op de lettergrepen-split-sing te bepalen, zullen wij in de eerste plaats spreken over het geval als twee vocalen naast elkander staan. Wij zullen die twee vocalen in bet schrijven natuurlijk slechts dan van elkander mogen scheiden, wanneer ze werkelijk tot ver-«ehillende lettergrepen behooren, en dugt; ook elk afzonderlijk uitgesproken worden , b. v.: go'-ing, be-yond', be'-ing, fay'-ing, re'-al, in'Jlu-ence, enz.

B. Worden de twee vocalen als slechts één klank uitgesproken, of is er een van de twee stom {§ 342 G., blz. 184), dan behooren beiden tot eene en dezelfde lettergreep, en mogen niet gescheiden worden. Zoo zijn eenlettergrepig: nail, saint, paint, rain, hail, air, fail, frail, gait, said, say, day, play, way, Paul, mean, year, weak, heat, bleak, hear, beat, smear, plead, leave, dead, head, read, breast, breath, squeeze, steel, cheek, sleet, street, wheeze, feet, three, see, keep, been, key, eye, died, chief, friend, boast, coal, goes, point, voice, boil, door, fool, Scrooge, droop, room, good, stood, look, book, doubt, out, round, sound, cloud, house, course, mourn, pour, court, thought, you, through, could, should, would, blue, due, quite, enz.

[§ 346.] A. Staan er consonanten tusschen de vocalen, dan is de vraag of de lettergreep met eene vocaal of met eene consonant eindigt, derhalve oi de consonant tot de voorafgaande of tot de volgende lettergreep behoort; of, zijn er meer consonanten, welke daarvan tot de voorafgaande lettergreep behooren, en welke tot de volgende. Het einde eener lettergreep biedt een rustpunt in bet woord aan; de stem kan echter slechts rusten op eene vocaal; wanneer er dus geen redenen bestaan, die het tegendeel noodzakelijk maken, eindigt de lettergreep met eene vocaal, en voegt men de consonant of de consonanten bij de volgende lettergreep. Vooral geldt deze regel ten aanzien van de lange vocalen aan het einde der lettergreep, b. v.; fu'-neral, sto'-ry, fa'-ther, a'-ged, peo'-ple, na'-ture, rea'son, mo'-ment, i'-tem, sa'-cred, o'-pen, imme'-diate, enz. Somwijlen wordt wel door deze wijze van splitsen gehandeld in strijd met andere regelen, b. v.; § 244 0. door a'-ged, waar .. .ed toch de uitgang is, waarmede het woord uit age is gevormd. Doch voor dergelijke twijfelachtige gevallen is het onmogelijk den pasbeginner een richtsnoer aan de hand te geven, daar de Engelschen zeiven het dienaangaande niet altijd met elkander eens zijn.

B. Ook korte vocalen staan aan het einde der lettergrepen, wanneer de afleiding het gedoogt, en wanneer ze niet (zie de volgende §) den klemtoon hebben. Zoo b. v.: be-gin', de-gree', de-rive', vto-rose', present', re-late', respect', re-turn', enz.

(§ 84».] A. Eene klemtoon hebbende korte lettergreep eindigt met het lelter-teeken van één consonaute n-klank.


ocr page 191

Zijn er dus twee of meer consonanten aanwezig, dan behoort tot de voorafgaande lettergreep slechts de eerste consonant 1), en de orerige consonanten maken deel uit Tan de Tolgende lettergreep, b. v.: eo'-er, ert'-ery, reg'-i»Ur, an'-y, partic'-ular, cof'-fm, an'-cestor, tim'-ile, hal-lowed, com'-try, empJiat'-ical, oih'-er, exec'-utor, redd'-uary, sol'-emnise, toon'-der, noth'-ing, ram'-part, gen'-tleman, in'-stance, lit'-eral, asion'-ish, cov'-etous, tin'-ner, gen'-erous, tol'-itary, shriv'-el, tem'-perature, of -Jice, in'-Jluence, win'-try, ugt;eatli'-er, hit'-ter, lteav'-y.

ieg'-gar, chü'-dren, sym'-pathy, dis'-tance, fog'-gy, read'-y, rud'-dy, pal'-pable, nar'-roio, op'-posite, phan'-lom, din'-gy, dis'-mal, lit'-tle, cop'-y, let'-ter, replen'-ish, shov'-el, nec'-essary, com'-forter, can'-die, ef'-fort, mer'-ry, un'-cle, hum'-hug, rap'-id, neph'-ew, het'-ter ,fol'-lovj,mon'-ey^oz!-en,indig'-nantly, ief-iot, pud-ding, hol'-ly, prof-it, or'-igin, cfiar'-itable, pleas'-ant, cal'-endar, passenger , invol'-untarily, extin'-guish, enz.

B. Wij hebben in § 40 (blz. 14) den klemtoon beperkt tot ccne enkele lettergreep der Engelsche woorden, en ons aan die beperking gehouden bij de afbeelding der uitspraak zelfs van de langste woorden. De Engelsche taal heeft echter, even als de Hollandsche, ecne natuurlijke neiging tot regelmatige afwisseling tusschen klemtoon-hebbende en geen klemtoon-hebbende lettergrepen. Wij zien dit vooral in vers-maat, b. v.:

De band', die 't harte bindt' Der moe'der aan' het kind'.

Gebaard' met wee' en smar'te, enz.

Deze regelmatige afwisseling van klemtoon doet zich ook bij de langere woorden gelden in dezer voege: wanneer de eerste of derde lettergreep van een woord den vollen klemtoon heeft, komt van zelf op alle onevene lettergrepen iet of wat meer toonval dan op de andere; en heeft de tweede of vierde lettergreep van het woord den vollen klemtoon, dan is dat het geval met al de evene lettergrepen. Daar echter, gelijk wij daareven zeiden, die iet of wat sterkere toonval op de bedoelde lettergrepen zich van zelf doet gelden, hebben wij ons wel gewacht ook die lettergrepen van een toonteeken te voorzien, hetgeen onvermijdelijk slechts gestrekt zoude hebben om den beoefenaar in de war te brengen. Ook is die ondergeschikte klemtoon, in vergelijking bij den vollen klemtoon, zoo zwak, dat die veelal te nau-wernood merkbaar is. Intusschen zien wij, dat ook de lettergreep met dien ondergeschikten klemtoon, even als die met den vollen klemtoon, liefst uitgaat op eene consonant, b. t.: admin-istra!tor, nec'essar-y, imag-ina'tion, imol'uniar-ily, enz.

[§ 348.] Eene consonanten-verbinding,

waarvan de uitspraak aan het begin eener lettergreep onmogelijk of zeer ongemakkelijk zoude zijn, moet bij het afdeden in lettergrepen gesplitst worden, en wel in dier voege, dat zooveel mogelijk één der consonanten aan de voorafgaande lettergreep getrokken wordt, b. v.: par-tic'ularly, em-phat'ically, parl'-ner, ex'cel-lint, sol'em-nise, con-vince', con-tain', en-treat'y, ad-vant'age, im-plore', in-quire', oli-scure', in-tima'tion, in-dig'nantly, an'-swer, enz.

[§ S49.j A. Eene stomme letter, of eene consonant, die, stom of klinkend, invloed uitoefent op de uitspraak van de voorafgaande letter, behoort tot de voorafgaande lettergreep, b. v.: Mar'-ley, cler'-gy, per-mil', bar'-gain, per'-Jecl, purpose, hand'-some, Christ!-mas, neighbour, jour'-ney, enz.

B. Wordt de uitspraak eener lettergreep door de voorafgaande consonant bepaald, dan mag deze niet daarvan afgescheiden worden, men'-tion, fea'-ture, tem'-pera-ture, na'-ture, iniima'-tion, crea'-ture, situa'-tion, enz.

Éénlettergrepige Oefeningen

over den eigenaardigen vocaalklank eu, bijna als in het Hollandsche woord „scheurquot; (§ 21. blz. 8).

(Zie Les 2, E. Oefening 7, blz. 32.)

(Vervolg en

slot.)

world

(wwenrld) wereld.

worm

(wwearm)

worm.

worse

(wwenrs)

erger.

worst

(wweiirst) ergst.

whort

(wweurt)

blauwe bes.

wort

(wweart)

kruid.

worth

(wweurM) waarde.

scourge

(skeurdzj)

geesel.

blur

(bleur)

vlek.

bur

(beur)

klis.

cur

(keur)

kefhond.

fur

(feur)

bont (pels-).

purr

(penr)

spinnen (van kat-

slur

(slear)

sleuren. [ten).

spur

(speur)

spoor.

curb

(keurt»)

kinketting.

curd

(kenrd)

stremsel.

'curdle

(keardi)

stremmen.

*hurdle

(henrdl)

hord.

*burden

(beurdn)

last.

*hurden

(heurdn)

zaklinnen.

scurf

(skeurf)

schurft.

surf

(seurf)

branding.

turf

(teurf)

gras.

urge

(eurdzj)

dringen.

purge

(peurdzj)

zuiveren.

surge

(seurdzj)

hooggu.iu.

•) In verzen tweelettergrepig. Zie § 68 bU. 24.


1

Of het letterteeken van den eersten con-sonanten-Man^, b. v, ph, th, enz.

ocr page 192

hurgh

(beuroj

marktvlek.

lurk

(leurk)

loeren.

Turk

(teark)

Turk.

churl

(tsjeurl))

lompe vlegel.

curl

(keiirl)

krul.

furl

(feurl)

oprollen.

hurl

(heurl)

slingeren.

purl

(penrl)

murmelen.

urn

(enrn)

urne.

burn

(beam)

branden.

churn

(tsjemrn)

kam.

spurn

(spenrn)

verschoppen.

turn

(team)

draaien.

* purple

(penrpl)

purper.

curse

(keurs)

vloek.

nurse

(nears)

kindermeid.

purse

(penrs)

(geld-)beurs.

burst

(beurst)

bersten.

curst

(keurst)

vervloekt.

blurt

(bleiirt)

uitflappen.

hurt

(benrt)

schol (visch).

hurt

(henrt)

kwetsen.

*lurtle

(teartl)

schildpad.

curve

(keiirv)

kromme lijn.

furze

(feurz)

priemkruid.

church

(tsjeartsj)

kerk.

lurch

(lenrtsj)

loeren.

myrrh

(meur)

myrrhe.

*myrtle

(meartl)

mirt.

Éénlettergrepige Oefeningen

orer den rocaalklank aa (§ 8, blz. 4). (Zie les 2, E. Oefening 7, blz. 32.)

lm

(haa)

ha!

ah

(aa)

ah!

hah

(haa)

ha!

calf

(kaaf)

kalf; (beene-) kuit.

half

(haaf)

half; helft.

balm

(baam)

balsem.

calm

(kaam)

kalm.

palm

(paam)

palm.

psalm

(saam)

psulm.

alms

(aamz)

aalmoes.

salve

(saav)

zalf.

calves

(kaavz)

kalveren; kuiten.

halves

(haavz)

helften.

chance

(tsjaans)

toeval; kans.

dance

(daans)

dansen.

glance

(olaans)

blik; kijken.

lance

(laans)

lans.

prance

(praans)

steigeren.

trance

(traans)

verrukking.

stanch

(staantsj)

sterk; stremmen.

ha''rit

(haant)

verkort v. have not.

bar

(baar)

sluitboom.

car

(kaar)

kar.

char

(tsjaar)

verkolen; karwei.

dar

(daar)

witvisch.

far

(faar)

ver.

jar

(dzjaar)

pot; krassen.

lar

(laar)

huisgod.

mar

(maar)

bederven.

scar

(skaar).

schram, litteeken.

spar

(spaar)

spar; spaath.

star

(staar)

ster.

tar

(taar)

teer.

yarr

(jaar)

brommen.

are

(aar)

zijn (van to lé).

barb

(baarb)

baard.

garb

(Gaarb)

gewaad.

*garble

(Gaartol)

ziften.

*marble

(maarbl)

marmer.

farce

(faars)

klucht.

arch

(aartsj)

boog; gewelf.

larch

(laartsj)

lorkeboom.

march

(maartsj)

Maart; marsch;

marcheeren.

parch

(paartsj)

schroeien.

starch

(staartsj)

stijfsel.

bard

(baard)

bard.

card

(kaard)

kaart.

chard

(tsjaard)

artisjokkeblad.

fard

(faard)

blanketten.

guard

(oaard)

wacht; bewaken.

hard

(haard)

hard; moeielijk.

lard

(laard)

spek.

nard

(naard)

spijkbalsem.

pard

(paard)

luipaard.

shard

(sjaard)

scherf.

yard

(jaard)

erf; el.

*garden

(Gaardn)

gaard, tuin.

*harden

(haardn)

harden.

'pardon

(paardn)

vergiBenis.

hards

(haardz)

werk (van vlas, sjerp. [enz.).

scarf

(skaarf)

barge

(baardzj)

bark.

charge

(tsjaardzj)

last.

large

(laardzj)

groot.

*gargle

(aaaral)

gorgelen.

ark

(aark)

ark.

bark

(baark)

bast; blaffen.

cark

(kaark)

knijzen.

dark

(daark)

donker.

hark

(haark)

luister!

lark

(laark)

leeuwerik.

mark

(maark)

merk.

park

(paark)

park.

shark

(sjaark)

haai.

spark

(spaark)

vonk.

stark

(staark)

sterk.

*sparkle

(spaarkl)

vonkelen.

^darken

(daarkn)

donker worden.

harl

(haarl)

vezel.

marl

(maarl)

mergel.

snarl

(snaarl)

snauwen.

carle

(kaarl)

kerel; hennep.

arm

(aarm)

arm; wapenen.

barm

(baarm)

gest.

charm

(tsjaarm)

bekoorlijkheid.

farm

(faarm)

boerderij.

harm

(haarm)

deren; letsel.

arms

(aarmz)

wapenen.

barn

(baarn)

schuur.

darn

(daarn)

stoppen.

yarn

(jaarn) (kaarp-

garen.

carp

karper; vitten.


ocr page 193

— 188 —

harp

(haarp)

harp.

nall

(naol)

priem.

icarp

(skaarp)

schuine kant.

pall

(paol)

lijkkleed.

sharp

(sjaarp)

scherp.

scall

(skaol)

hoofdschnrft.

'sharpen

(sjaarpn)

scherpen.

small

(smaol)

klein.

parte

(paars)

taalkundig ontle-

squall

(skwwaol)

windvlaag; gil.

harsh.

(haarsj)

barsch. [den.

stall

(staol)

stalletje, kraampje.

marsh

(maarsj)

moeras.

tall

(taol)

groot; lang.

art

(aart)

kunst; (gij) zijt.

thrall

(Mraol)

tot slaaf maken.

cart

(kaart)

kar.

wall

(wwaol)

muur.

chart

(tsjaart)

zeekaart.

bald

(baold)

kaal.

dart

(daart)

werpspies.

scald

(skaold)

Noordsch dichter.

hurt

(haart)

hert.

balk

(back)

misleiden.

mart

(maart)

markt.

calk

(kaok)

kalfaten.

part

(paart)

deel; scheiden.

chalk

(tsjaok)

krijt.

smart

(smaart)

smart; lief.

stalk

(staok)

stengel.

start

(staart)

schrikken; afrijden.

talk

(taok)

praten.

tart

(taart)

taart; vinnig.

walk

(wwaok)

gaan; wandeling.

* startle

(staartl)

schrikken.

halm

(baom)

halm; stoppel.

garth

(oaartó)

gordel.

false

(faols)

valsch.

carte

(kaarv)

voorsnijden.

halt

(haolt)

halt; mankgaan.

starve

(staar*)

honger lijden.

malt

(maolt)

mout.

ass

(aas)

ezel.

salt

(saolt)

zout.

class

(klaas)

klasse.

spalt

(spaolt)

spaath.

glass

(Glaas)

glas.

waltz

(wwaolts)

wals.

grass

(Graas)

gras.

war

(wwaor)

oorlog.

mass

(maas)

massa; Mis.

*warble

(wwaorbl)

kweelen.

pass

(paas)

voorbijgaan.

sward

(swwaord)

zwoord.

cast

(kaast)

werpen.

ward

(wwaord)

pupil; hoede.

last

(laast)

laatste; duren.

quot;warden

(wwaordn)

voogd; bewaarder.

mast

(maast)

mast.

dwarf

(dwwaorf)

dwerg.

past

(paast)

voorbij.

warm

(wwaorm)

warm; warmen.

lath

(laaM)

lat.

swarm

(swwaorm)

zwerm; zwermen.

path

(paaM)

pad.

warmth

(wwaormW) warmte.

rath

(raa^)

ras, voorbarig.

warn

(wwaorn)

waarschuwen.

laugh

(laaf)

lachen.

warp

(wwaorp)

schering.

draught

(draaft)

tocht; teug.

quart

(kwwaort)

kwart.

craunch

(kraantsj)

kraken, aan stuk

swart

(swwaort)

zwartachtig.

haunch

(haantsj)

heup. [ken bijten.

thwart

(7/jwwaort)

dwarsboomen.

launch

(laantsj)

van stapel laten.

wart

(wwaort)

wrat.

maunch

(maantsj)

wijde mouw.

swarth

(swwaortó)

zwartachtig.

paunch

(paantsj)

pens.

faugh

(fao)

bah!

maund

(maand)

bedelen; prevelen.

daub

(daob)

besmeren; huiche-

aunt

(aant)

tante.

sauce

(saos)

saus. [len.

daunt

(daant)

afschrikken.

fraud

(fraod)

bedrog.

gaunt

(caant)

ijl-

gaud

(Gaod)

opschik.

haunt

(haant)

bezoeken, rondwa

laud

(laod)

lof.

taunt

(taant)

laken. [ren.

Maud

(maod)

Mathildje.

heart

(haart)

hart.

* caudle

(kaodl)

kraamvrouwensoep.

hearth

(haartó)

haard.

cauf

(kaof)

visehkaar.

*hearken

(haarkn)

luisteren.

caul

(kaol)

haarnet; netvlies.

clerk

(klaark)

klerk; koster.

Oaul

(Gaol)

Gallië.

haul

(haol)

halen.

Eenlettergrepige Oefeningea]

maul

(maol)

moker.

orer den eigenaardigen vocaalklank ao

Paul

(paol)

Faulus.

(§ 18.

blz. 5).

Saul

(saol)

Saul.

(Zie les

2, E. Oefening 7, blz. 32.)

waul

(wwaol)

miauwen.

la

(lao)

zie [beter lo (loo)].

fault

(faolt)

fout.

all

(aol)

alle.

vault

(vaolt)

gewelf.

ball

(baol)

bal.

haum, haulm (baom)

stoppel.

call

(kaol)

roepen; noemen.

faun

(faon)

Faun (boschgod).

fall

(faol)

vallen.

vaunt

(vaont)

pochen. [ken.

gall

(Gaol)

gal; kapotschayen.

cause

(kaoi)

oorzaak; veroorza-

hall

(haol)

zaal.

(Voortzetting in den volgenden brief.)

ocr page 194

(8e Oefen.) P. Lexieographie.

Woorden van gelijken oorsprong als de Hollandsche.

sJtadow, schaduw, even als s/iaA(sjee«l).— light, licht, hier zelfstandig naamw.; in Les 8 het gelijkluidende bijvoeglijk nw., en in Les 16 het dito werkwoord. — ghostly, van ghost, geest. — forehead, uit fore, voor, en fearf(Les 6). — hair, haar. — as if, als of; vergelijk as though Les 7, as Les 2. — wide, wijd; daarvan met vocaal-verandering het zelfst. nw. width, wijdte. — in spite of, in spijt van. — beyond, voorzetsel, gelijkluidend met bet bijwoord in Les 8. — to startle van to start (Les 5). — blood, zie bloodthirsty (Les 16). — untrue, ontrouw, van true, trouw; daarvan de zelfst. naamwoorden truth en untruth. — sturdily, bywoord van sturdy, halsstarrig. — shut, onvolm. verl. tijd, gelijkluidend met het verl. deelw. in Les 12 en de Onbepaalde wijs (Les 17 en 18). — sight, gezicht, vergelijk see, saw, seen. — to stick, steken. — held, hield, onvolm. verl. tijd van to hold, houden.— above, bijwoord, gelijkluidend met het voorzetsel in Les 6. — to frighten, vrees aanjagen, ran fright, vrees. — to fasten, vastmaken, van fast, vast. — across, (als) een kruis, overdwars, van cross, kruis (Les 9 en 10). — stair, steiger. — slow, slof, sloffend, langzaam. — too, (daar) toe, tevens. Woorden van gelijken oorsprong als de Fransche. impenetrable, impenetrable; van: to penetrate, pénétrer. — object, objet. — ferocious, féroce; vergelijk: ferocity, ïéto-cité. — curiously, bijwoord van curious, curieux. — livid, livide. — horrible, horrible; van denzelfden wortel: horror, horreur; ook: horrid, horride, to abhor (èb-hor'), abhorrer, „verafschuwenquot;. — control, controle; gelijkluid. werkwoord to control, controler; daarvan controller, controleur.

— part, part; vergelijk to part (Les 8), party (Les 13 en 16), partner (Les 4), particular (Les 19 en 20), particularly (Les 3). — fixedly, bijwoord van het verl. deelw. fixed, van: to fix, fixer. — conscious, conscientj meer overeenkomst met elkander hebben: conscience (kbn'-sjèns), conscience; conscientious (kon-sji-èn'-sjus), conscientieux. — terrible, terrible; to ter-rify, terrifier;, vergelijk: terror {Lis 17 en 18). — sensation, sensation; sensible (Les 12) van sense (sens), sens; daarvan ook: sentiment (sèn'-ti-mènt), sentiment.

— stranger, étranger; strange (streenclzj), étrange. — infancy, enfahce; van infant, enfant. — to relinquish, van denzelfden wortel als relic (rèl'-ik), relique. — irresolution, irresolution; van resolution, resolution; van to resolve (re-ïuiv'), resou-dre. — cautiously, bijwoord van cautious; van denzelfden stam caution (kao'-sjan), caution. — to resound, resonner; van to sound (vergelijk het gelijkluidende zelfst. nw. in Les 12). — separate, gelijkluidend het werkwoord to separate, séparer; daarvan separation (sèp-èr-ree'-sjun), separation. — peal; daarvan to appeal (èp-piel'), appeler.

Van gemengden oorsprong.

bad, bijvoeglijk nw. van het bijwoord badly (Les 15). — cellar, kelder, „cellierquot;, van cell (Les 8). — spectacles, in deze beteekenis slechts in 't meervoud gebruikt; spectacle, „spectaclequot;. — hot-air; hot, heet; vergelijk het zelfst. nw. heat in Les 7 en het gelijkluidende werkwoord in Les 9 en 10; air (Les 8). — motionless; motion, „motionquot;, van to move (moev), „mouvoirquot;; van denzelfden wortel: movement (moev'-mènt) „mouvementquot;, en motive (moo'-tiv) „motif. — colour, kleur, „couleurquot;. — phenomenon, phene-meen, „phénomènequot;; de Engelsche uitgang is als in het Grieksch, aan welke taal ook het meervoud phenomena (—aa) ontleend is. — to pause, gelijkluidend met het zelfst. nw., (tusschen-)poos, „pausequot;.

— to half-expect-, half, half; to expect, vergelijk expectant (Les 17 en IS). — hall, hal, „hallequot;. — back, zelfst. nw.; gelijkluidend het bijwoord in Les 5. — screw, schroef, „écrouquot;. — thunder, donder, „tonnerrequot;.

— wine-merchant-, wine, wijn, „vinquot;; merchant, „marchandquot;. — echo, echo, „échoquot;.

Nieuwe inrichting wat betreft tekst A. en de Lexicographie F.

Van nu af aan zullen wij hier de nieuw-voorkomende woorden van tekst A. der naastvolgende les mededeelen. Die woorden moeten goed uit het hoofd geleerd, en door wederzijdsche vertaling vast in het geheugen geprent worden, opdat de beoefenaar in slaat zij, den tekst dadelijk op het eerste gezicht te lezen en te verstaan, hetgeen hem niet weinig genoegen zal verschaffen. Hij zal dan meteen de proef op de som hebben, of bij al de woorden goed in zijn geheugen heeft; en mocht het onverhoopt blijken, dat daaraan iets ontbreekt, zoo zal hij dat door vljj-tige herhaling herstellen. Als herinneringsmiddel zal de door hem zeiven aangelegde woordenlijst (blz. 26, F., 8) hem daarbij des te beter diensten bewijzen, naarmate hij die lijst heeft bijgehouden met meer zorg.

Woordenboek.

Thans kan de beoefenaar reeds met vrucht gebruik beginnen te maken van een Woordenboek; wij moeten hem echter op drie dingen opmerkzaam maken. Eerstens op hetgeen wij gezegd hebben in § 41 (blz. 16), met de opmerking, dat de beoefenaar, waar hij


ocr page 195

eenig verschil meent te ontdekken of werkelijk ontdekt in de aanwijzing der uitspraak, de aanwijzing Tan het woordenboek moet laten voor hetgeen zij is, en zich uitsluitend houden aan onze aanwijzing in dezen cursus. — Ten andere hopen wij, dat ieder door onze woordelijke vertalingen regel voor regel onder tekst A. voldoende geoefend zal zijn, om de samenstelling van eenen volzin reeds met een opslag van het oog te overzien. Daardoor nu zal ieder zich kannen waarborgen om niet, bij het naslaan van het Engelsch-Holiandsche deel van zijn woordenboek, uit de woorden, die hij daar vindt, juist het verkeerdste woord te kiezen. Dus: eerst den volzin ontleden, en dan pas de onbekende woorden opzoeken. — Eindelijk moeten wij den beoefenaar ook bij het overzetten van onze taalkundige opgaven waarschuwen, geen verkeerde woorden te kiezen als hij het Hollandsch-£n-g e 1 s c h e deel van zijn woordenboek raadpleegt. Dan kieze hij altijd slechts die woorden, die hem reeds bekend zyn, waarvan hij zeker weet, dat hij ze in de verlangde beteekenis heeft aangetroffen. Wie b. v.: louter met behulp van een woordenboek dezen eenvondigen volzin wilde vertalen; zq roept haren man, kon allicht iets onverstaanbaars voor den dag brengen , b. v.: tóe criet her man; in plaats van: the calls her husband (hu«'-bènd). (1).

Of de beoefenaar, bij het gebruiken van een Woordenboek, nog zal voortgaan de op blz. 26 (P., 3) voorgeschrevene Woordenlijst bij te houden, hangt geheel en al af van zijn eigen lust en ijver; bepaald noodig is dat niet, maar het is en blijft nog altijd zeer nuttig.

Nienw doel van Hoofdstak F.

De beoefenaar vindt van nu af aan in dit hoofdstuk de tot hiertoe onder tekst A. opgegevene uitspraak tusschen haakjes () en beteekenis, met vermelding van den oorsprong der Engelsche woorden. De ïransche woorden, op welker verwantschap met de Engelsche wij opmerkzaam willen maken, zullen voortaan tusschen aanhalingsteekens geplaatst

zijn. De Hollandsche beteekenissen zullen zich menigmaal niet bepalen tot ééne enkele: van de beteekenissen, die wij opgeven, zal doorgaans de 1 a a t s t e die zijn, welke het Engelsche woord op de behandeld wordende plaatsheeft; daarvóór zal de oorspronkelijke beteekenis staan; en geheel vooraan het Hollandsche woord, dat met het Engelsche eene en dezelfde afleiding heeft. Waar de beoefenaar gevaar konde loopen zich te vergissen, zullen wij door eene korte omschrijving daartegen vrijwaren.

Lexicographic van Les 23.

vague (vees), „vaguequot;, onbestemd. — to drive (draiv), drijven, rijden. — coach (kootsj), „cochequot;, koets; a coach-and-six (horses), eene koets met zes paarden; o coach-and-pair', eene koets met twee paarden. — flight (fiait), vlucht; a flight of stairs', eene vlucht trappen, eene trap. — act (èkt), „actequot;, akte; Act of Parliament, Parlements-akte, zoo hect eene wet, die, als wets-ontwerp \bilï\ ingediend, door het Lagerhuis en door het Hoogerhuis aangenomen is en de koninklijke bekrachtiging erlangd heeft. — I mean to say, ik meen te zeggen, ik zeg en ik meen het. — got (Got), verleden deelw. van to get, verwant met gade, verwekken, krijgen. — hearse (hears), lijkwagen. — staircase (steer'-kees), the case („casequot;, kas, kast) which encloses (en-klooz'-eas) the stairs, de naar eene hooge, smalle kast gelijkende afschutting, binnen welke de trap besloten is; de trap zelve. — taken (teeku), verl. deelw. van to take. — broadwise (braod'-wwaiï), bijwoord van het bijvoeglijk naamw. broad, breed, en het zelfst. nw. wise, wijze: op breede wijze, in de breedte. — splinter-har (splin'-ter-baar) van splinter, splinter, en bar, „barrequot;, ijzeren bout, houten spil, disselboom. — towards (tüo'-erdï), samengesteld uit to en wards, waarts, beteekent de richting naar iets toe, naar. — balustrade (bèl'-us-treed), „balustradequot;, leuning. — easy (iez'-i), „aiséquot;, gemakkelijk, bijwoord, gelijkluidend met het bijvoeglijk nw. — width (wwidM), wijdte, ruimte; zie wide (Les 21 en 22). — room, ruimte, plaats (in Les 8: kamer). — to spare (speer), sparen, besparen, overhebben. — perhaps (per-hèps'), uit het voorzetsel per, „parquot;, en het zelfst. nw. hap, toeval (vergelijk to happen en happy), bij toeval, misschien. — thought, onvolm. verl. tijd, gelijkluidend met het verl. deelwoord van to think, denken, meenen, gelooven. — locomotive (lok-om-oo'-tiv), „locomotifquot;, byvoeglyk nw., ziuh van de plaats bewegend. — gloom (a\oem), duisternis, vergelijk gloomy, entry (èn'-tri), „entreequot;, intrede, in-


1

In het tweede deel van mijn Engelsch woordenboek (uitgave van D. Noothoven van Goor te Leiden) heb ik, in den thans compleet lijnden Tweeden Drnk meer nog dan in den Bersten, het hier bedoelde gevaar weggenomen ■door omschrijving der verschillende beteekenissen van een en hetzelfde woord. Er zijn echter veel Woordenboeken, die den beoefenaar geheel in den blinde laten. S, d. B.

ocr page 196

— 191 —

gang, Toorhuis. — loo (toe), te. — well, bijwoord, wel, goed. — pretty (prit'-ti) , bijwoord, gelijkluidend met het bijvoeglijk nw., prettig, mooi, tamelijk. — to dip (dip), doopen, indoopen; daarvan het zelfst. nw. dip, ('t) ingedoopte, vetkaars. — iutton (butn), „bontonquot;, knoop, vergelijk het werkwoord; to care not a button for it, (in de volks-taal;) er geen knoop om geven, er niets om geven. — cheap (tsjiep), (verwant met koop en, in 't Zweedseh Icöpa, uitgesproken : tsjeup'-a), goedkoop. — right (rait), recht, bijvoeglijk nw. gelijkluidend met het zelfst. nw. — recollection (rèk-ol-lèk'-sjun), „recollectionquot;, „recueillementquot;, herinnering, van to recollect (rèk-ol-lèkt'), „récolli-gerquot;, „recueillirquot;, zich herinneren; to recollect, in de beteekenis van her zamel en, wordt uitgesproken: ri-kol-lèkt'.

— to desire (de-zair'), „désirerquot;, wen-schen. — sitting-room van to sit (sit), onv. verl. tijd sat, zitten, zitkamer, huiskamer, in tegenstelling van bed-room, slaapkamer. — lumber-room (lum-ber-roem), rommelkamer. — table (teebl), „tablequot;, tafel. — sofa (soo'-faa), „sofaquot;, sofa. — grate (Greet), rooster. — spoon (spoen), lepel. — basin (beesn), „bassinquot;, bekken, kom. — saucepan (saos'-pèn) uit sauce, „saucequot;, saus, en pan, pan. — grvel (oroe'-el), „gruauquot;, (haver-)gort. — cold (kooltl), koude, verkoudheid; a cold in the head, eene verkoudheid. — hob (ho1gt;), plaatje in den haard om iets daarop warm te houden. — closet (kloat'-et), „closetquot;, „dosquot;, kabinet, kast. — dres-sing-gown (drès'-in^-Goun), kamerjapon, huisjas, von to dress, „dresserquot;, aanrichten, aankleeden, en goten, gewaad, dus; een gewaad, dat men aanheeft, terwijl men zich kleedt. — to hang (hèw^), onv. verl. tijd hung, hangen; to hang up, ophangen , hangen. — against the wall, aan den muur. — fire-guard (Gaard), „gardequot;, hekje om den haard, om het uitvallen van kolen te beletten. — shoe (sjoe), schoen.

— fish-basket (fisjquot;-baask'-et), vischmand; washing-stand (wwbsj'-ifi^-stènd), gemeenlijk wash!-hand stand, waschtafeltje, van to wash, wasschen, en stand, standerd, van het werkwoord to stand, staan. — leg (lèo, bijna lees), been, poot. — poker (pook'-er), pook, van to poke. — io »alt;j5/y (sèt'-ia-fai), „satisfairequot;, voldoen.

— to lock, gelijkluidend met het zelfst. nw. lock, slot; to close, dichtdoen, zóó toemaken dat hetgeen open was dicht {close, bijvoeglijk nw.) is; to shut, dichtdoen , iets zóó toemaken dat het als a f-geschut, tegen binnendringen beschut is; to lock, sluiten, op slot doen; to lock in, binnenslniten, opsluiten, — custom (kus'-tum), gewoonte. — to secure (se-kjoer'), vergelijk „se'curitéquot;, verzekeren, waarborgen. — surprise (seur-praiz'), „surprisequot;, verrassing, overrompeling. — cravat (krèv-vèt'), „cravatequot;, das. — slipper (slip'-per), slof, pantoffel, van to slip, sloffen, sluipen. — night-cap (kèp), nachtmuts, slaapmuts. — sat, zat, zette zich, ging zitten.

Opgave 5. Schrijf op in de lijst der onregelmatige werkwoorden:

shut. — sight, see (Les 7). — held.

(9e Oefen.) 6. Mondeling Onderhoud. Vragen.

1. Was Marley's face in impenetrable shadow? [No, it...]

S. What would have had a light like Marley's face?

3. How did Marley's face look at Scrooge?

4. VVhere had Marley's face its spectacles ? [They were ...]

5. In what state (steet, staat, toestand) was the hair?

O. Bid the eyes move (moev, zich bewegen)?

7. Which was the peculiarity (pe-kjoel-jèr'-rit-ti j eigenaardigheid, bijzonderheid) of the face?

8. What was the face, when Scrooge looked fixedly at it?

O. What would be untrue?

ÏO. What did Scrooge do, after he had looked at the face?

11. When did Scrooge pause?

IS. What did Scrooge half-expect?

13. What was there on the back of the door?

14. How did Scrooge close the door? [He...]

15. Was the sound of the closed door the only one, which Scrooge heard? [No...]

lO. What seemed every room and every cask to have?

IS. By what was Scrooge not to be frightened ?

18. What did Scrooge do after he had closed the door?

lO. What did Scrooge do as he went ? [He trimmed ...]

(10e Oefen.) H. Gesprekken.

Vervolg van't kluchtspel: My Fellow Clerk.) client (klai'-ènt), cliënt.

fiction (fik'-sjun), verdichting.

Jackson (dzjèk'-sun), eigennaam. tip (tip), tip, top, punt.

tongue (tu«^), tong.

to get out', uitkrijgen, uitbrengen.


ocr page 197

to rmemler (re-mèm'-ber), zich herinneren.

to attempt (èt-tèmf), trachten.

Douglas (duo'-lès), eigennaam. Williamson (wwil'-jèm-sun), eigennaam. to name (neem), noemen.

Tac. Why, look here. — Old Knitbrow, yon know, Is a client of this house. When 1 was before him — «What's yonr name, young man?quot; says he. Fiction was working in my heart, and «Jacksonquot; was at the tip of my tongne, but before 1 could get the word out, the old man begins: — «I remember your face, young man, don't attempt to call yourself Johnson, or Douglas, or Williamson — you are one of Mr. Hooker's clerks; Mr. Hooker's clerks are named Tactic, Victim, and Fag; therefore Tactic, Victim, or Fag, you must be.quot; awful (ao'-foel), verschrikkelijk.

situation (sit-joe-ee'-sjun), toestand. horrible (hör'-ribl), ontzettend.

to write (rait), schrijven.

account (èk-kbunf), verslag.

to send (sènd), zenden.

terrific (tèr-rif'-ik), schrikverwekkend; the Terrific-Register, een blad, waarin alle verschrikkelijke gebeurtenissen van den dag vermeld worden.

Fag. What an awful situation! Horrible! Write an account, and send it to the «Terrific-Register!quot;

logically (lbdzj'-ik-èl-li), logisch, verstandig.

terrible (tèr'-ribl), verschrikkelijk, vreesdij k.

unusual (un-joez'-joe-èl), ongewoon, vreemd.

taken (teekn), aangegrepen; verl. deelw.

van to take.

nearly (nier'-li), bijna.

Tac, Tes, a magistrate who talks logically is terrible indeed — terrible as unusual. I was so taken by surprise, that I nearly did a thing unusual with me.

Fag. What was that?

told (toold), onvolm. verl. tijd van to

tell (tel), zeggen.

truth (troeM), waarheid.

Tac. 1 nearly told the truth.

Fag. How melancholy!

real (ri'-el), werkelijk.

devil (devl), duivel.

shape (sjeep), gedaante.

to report (re-poort'), berichten;

reporter, berichtgever.

damned (dèmd), vervloekt.

note (noot), aanteekening.

to dress (drès) up', opstellen.

case (kees), geval, voorval.

to shudder (sjud'-der), sidderen, rillen. to tremble (trèml»!), beven.

Tac- 1 was just going to tell my real name, when the devil tamed me from my purpose In the shape of a newspaper reporter. There be was, with his damned note-book in bis hand, dressing up the case in a pleasant form for old Hooker to read with his coffee and toast. I shuddered at the thought, and my trembling tongue said, »My «ame is George Victimquot;.

devilish (dèv'-lisj), verduiveld.

glad (filed), blijde.

Fag. I am devilish glad your trembling tongue did not say «Timothy Fagquot;. special (spès'-sjèl), bijzonder.

regard (re-Gaard'), achting.

besides (be-saidz'), buitendien.

to strike (straikl, slaan.

common-law (kbm'-mun-lao), het ge-

meene recht.

to draw (drao), trekken, brengen.

scrape (skreep), verlegenheid, (het) nauw. unless (un-lès'), ten ware, indien niet. to get, komen.

Tac. No, Fag; 1 had a special regard for you. [Aside) Besides Victim's name came into my head first. {Strikes his heart.) k common-law clerk never draws a friend into a scrape — that is, unless it is to get out of one himself. to recognise (rek'-bs-nai®), herkennen. Fag. Oh! that of course. But when old Knitbrow comes here, he will recognise you.

to fear (fier), vreezen.

future (fjoe'-tjur), toekomst.

fortune (for'-tjun), gelnk.

to be sure', wel is waar.

to knock about', spelen met, heen en

weer werpen.

shuttlecock (sjutl'-kbk), pluimbal.

right (rait), recht.

downwards (dbun'-wwerdz), naar beneden. Tac. Never fear that! the future 1 leave in the hands of fortune. Fortune, to be sure, does knock me about like a shuttlecock; but, like a shuttlecock, 1 always come with the right end downwards.

for, voor, met.

deep (diep), diep; deep play, uitgeslapenheid, geslepenheid.

wrong (tong), verkeerd.

upwards (up'-wwerdz), naar boven. to sit (sit), zitten; gaan zitten. Fag. Ah, for all your deep play, yon may some day come with the wrong end upwards. (Goes to desk and sits.)

I. Herhaling

der opgaven van dezen brief. Den tekst overschrijven en lezen overeenkomstig blz. 176.

Taalkundige Opgaven. § 238 (blz. 182). Opgave 1. § 239 (blz. 182). Opgave 2. § 240 (blz. 183). Opgave 3. § 241 (blz. 183). Opgave 4,

Blz. 191. Opgave 6,


ocr page 198

Leercursus der Ena-elsehe taal door zelfonderricht.

1

128 B R. I E F.

(LES 23 EN 24.)

23e LES.

Im engen Krcis verengert sich der Sinn; es wachst der Mcnsch mit seinen Zwecken.

(schiller.)

In een beperkten kring wordt de bevatting gestadig bekrompener; de mensch ontwikkelt zich naar gelang van de doeleinden, waarnaar hij streeft. (s, d. b.)


A. Tekst.

(Oefen. 1—3 volgens liet op blz. 32 [Eens voor ui] gegeven voorsclirift.)

You may talk vaguely about driving a coach-and-six 1 up

joe mee taok veeGquot;-li «-bout' draiv'-iw^ e kootsj-cnd-siks'7 upquot;

a good old flight of stairs, or through a bad young Act of

e Goed. oold flait ov steer®quot; or throequot; e l)èd jung ekt 6v

Parliament;] but I mean to say you might have got 2 a

paarquot;-li-ment but ai mien tóe seequot; joe mait liev Got e

hearse] up that staircase, and taken it 3 broad-wise, with

beursquot; upquot; dhèt steer'-kees end teekn it braodquot;-wwaix wwidh

the splinter-bar towards the wall, and the door towards

dhe splinquot;-ter-baa?* too'-erdx dhe wwaolquot; end dbe door'' too'-erdz

the balustrades:] and done it easy. 4 There was plenty of

dhe beF'-us-treed® end dun it iezquot;-i dheer wwo® plenquot;-ti 6v

width for that, and room to spare;] which is perhaps the

wwidtt for dlièt ènil roem toe speerquot; wwitsj ix per-hèps' dli«

reason why 5 Scrooge thought he saw a locomotive hearse

rieznquot; wwai skroedzj ^aot lii sao e lok-om-oo'-tiv beursquot;

going on before him in the gloom.] 6 Half a dozen gas-lamps

Goo'-iw^ onquot; be-foor' him in dhe Gloemquot; haaf e duzn Gesquot;-lemps

out of the street] wouldn't have lighted the entry too well,

but 6v dli£ strietquot; wvvóed'-ent hèv lait'-ed dhi èn'-tri toe wwèlquot;

so you may suppose that 7 it was pretty dark] with Scrooge's

soo joe mee sup-poo®quot; dhèt it wwo® prit'-ti daarkquot; wwidh skroedzj'-ea

dip. — Up Scrooge went, not caring 8 a button] for that:

dipquot; upquot; skroedzj wwènt not kee/-i«^ e butnquot; for dhètquot;

darkness 9 is cheap,] and Scrooge liked it. But before he

daark'-nes iz tsjiepquot; end skroedzj laiktquot; it but be-foor' hi

shut his heavy door, 10 he walked through his rooms to see

sjut hi® hèv'-i doorquot; hi wwaokt tfaoe hi® roem®quot; toe si

that all was right.] He had just enough recollection of the

dhèt aol wwo® raitquot; hi hèd dzjust e-nufquot; rèk-ol-lèk'-sjun 6v dhe

face to desire to do that. ~ 11 Sitting-room, bed-room, lumber-

feesquot; toe de-zili/ toe doe dhètquot; sitquot;-ti«^-roem bèdquot;-roem lumquot;-ber-

room.] AH 12 as they should be.] 13 Nobody] under the

roem aol è® dhee sjóedquot; bi noo'-bod-i un'-der dhe

table, nobody under the sofa; 14 a small fire in the grate;]

teelilquot; noo'-bbd-i un'-der dhe sooquot;-fa e smaol fair in dhe Greetquot;

spoon and basin ready; and the 15 little saucepan] of gruel

spoen ènd beesn rèdquot;-i ènd dhe litl saoa'-pèn bv Qroequot;-el

Sermas de Bruin, Engelsche Taai, 13

É

ocr page 199

— 194 —

(16 Scrooge had a cold in his head]) 17 upon the hob.]

skroedzj hed e kooldquot; in his hèdquot; up-on' dhe liol»quot;

Nobody under the bed; nobody in the closet; nobody in his

noo'-bbd-i un'-der dlie bedquot; noo'-bod-i in dlie kloz^-et noo'-bod-i in liiz

dressing-gown, which 18 was hanging up in a suspicions

drès'-iw^-Goun wwitsj wwoz \\hig'-\7ig upquot; in e sus-pis'-sjus

attitude against the wall.] Lumber-room as usual. 19 Old

ètquot;-ti-tjoed c-Genst' dhe wwaolquot; lumquot;-ber-roem èz joez'-jóe-èl oold

fire-guard, old shoes, two fish-baskets, washing-stand on

fai/'-Gaard oold sjoezquot; toe fisjquot;-baask'-ets ww6sjquot;-iwy-stènd on

three legs, and a poker.] — Quite satisfied, 20 he closed

thxi lees*quot; ènd e pookquot;-»- kwwait setquot;-is-f:iid hi kloozil

his door, and locked himself in;] double-locked himself in,

liia doorquot; ènd lokt him-sèlf' inquot; dul»lquot;-16kt him-self inquot;

which was not his custom. Thus secured against surprise,

wwitsj wwo« notquot; hiz kus'-tum dhusquot; sc-kjoerrt' e-Genst' seiir-prai®quot;

21 he took off his cravat; put on his dressing-gown and

hi tóek ofquot; hiz krev-%etquot; poet onquot; hiz drèsquot;-iwy-G6un ènd

slippers, and his night-cap; and sat down before the fire

slipquot;-peri ènd hiz naitquot;-kèp ènd sèt dounquot; be-foor' dhe fairquot;

to take his gruel.] ~

tóe teek hi* Groequot;-el.

(4e Oefening.) B. Hollandsehe Vertaling.

Men moge onbestemd praten over het mennen van eene koets met zes paarden eene trap op (uit den goeden ouden tijd), of door eene Parlcmenls-Akte (uit den slechten nieuwen tijd); maar ik zeg, en ik meen het, dat men een lijkwagen die trap op had kunnen brengen, en dat nog wel in de dwarste, met den egelantierboom naar den muur, en het portier naar de leuningen; en dat men dit had kunnen doen met gemak. Er was breedte genoeg voor, en nog plaats over zelfs; dit was dan ook misschien wel de reden, dat Scrooge dacht, dat hij een beweegbaren lijkwagen voor zich uit zag gaan in de duisternis. Een half dozijn gaslantaarns van de straat zouden het voorhuis niet eens te hel verlicht hebben, zoodat men kan nagaan, dat het tamelijk duister was bij Scrooge's vetkaars. — Maar Scrooge ging de trap op, zonder iets daarom te geven: de duisternis is goedkoop, en daarom was het Scrooge naar denzin. Doch eer hij zijne zware deur dichtdeed liep hij zijne kamers door, om te zien of alles richtig was. Het gezicht was hem nog zóó bijgebleven, dat hij het raadzaam oordeelde dat te doen. Zitkamer, slaapkamer, rommelkamer. Alle drie behoorlijk in orde. Niemand onder de tafel, niemand onder de sofa; een klein vuur op den rooster; een lepel en schaal klaargezet, en het sauspannetje met havergortpap (Scrooge was verkouden) op het plaatje, om bet warm te houden. Niemand onder het bed; niemand in de kast; niemand in zijne huisjas, die in eene verdachte houding aan den muur hing. De rommelkamer als gewoonlijk. Een oud haard-hekje, oude schoenen, twee vischmanden, een waschtafeltje op drie pooten, en eene pook. — Volkomen voldaan deed hij zijne deur dicht, en sloot zich op, met de deur op het nachtslot, hetgeen hij anders nooit deed. Dus gevrijwaard tegen overrompeling deed hij zijne das af, trok zijne huisjas en zijne pantoffels aan, en zette zijne slaapmuts op, en ging bij het vuur zitten, om zijne havergortpap te nuttigen.

(5e Oefen.) C. Wedcrzijdsche Yertaling.

(Zie blz. 18 en 75.)

Opgave 1 van § 338 (blz. 182); 1. If ever you propose commanding with dignity, you must serve with diligence. —

2. It is almost useless to attempt describing it on paper — yet I will try. — 3. Her father heard laughing in the cabin. — 4. He could no longer withhold making himself known to him. — 5. Guy prefers basking in the sun , and reading the Lives


ocr page 200

of the Foeta. — 6. It was impossible for the young lady to help smiling. — 7.1 intend going to America. — 8. The two gentlemen began talking politics. — 9. The band ceased playing. — 10. Leave off quarrelling.

— 11. He could not forbear expressing some surprise.

Opgave 2 van § 2S9 (biz. 182):

1. He heard the noise coming up the stairs. — 2. He saw the phantom standing before him. — 3. The spirit must have heard him thinking. — 4. I feel my last hour approaching. — 5. Scrooge thought he saw a hearse going on before him in the gloom. — 6.1 heard a voice on a sudden hailing me with great familiarity by my christian name. — 7. Behold him kneeling there. — 8. X found him sitting up in his bed. — 9. The maids heard her walking and sobbing at night. — 10. I perceived the procession slowly marching forward.

Opgave 3 van § 240 (biz. 183):

1. Night fell without the battle being absolutely decided. — 2. Ton don't mean to say you took the curtains down, rings and all, with him lying there? —3. There is no chance of such a crime remaining secret. — 4. We received the sad news of the ship having been lost. — 5. There seems every probability of the frost continuing some days.

Opgave 4 van § 241 (biz. 184):

1. The thermometer was a long way below freezing. — 2. Scrooge held on tight to his chair, to save himself from falling in a swoon. — 3. The Ghost, on hearing this, set up another cry. — 4. You have yet a chance and hope of escaping my fate. — 5. The spectre, after listening for a moment, joined in the mournful dirge. —

6. He went to bed without undressing. —

7. He followed the man without answering.

— 8. What do you mean by coming here at this time of day? — 9. We had yet five days to spare before embarking for England. — 10. At one moment he thought of fortifying the town. — 11. I wish to God that you had as much pleasure in following my advice, as I have in giving it you ? — 12.1 shall be proud of instructing you. — 13. You could scarcely look on him without laughing. — 14. I felt little regret in quitting companions of this description.

— 15. I have not the pleasure of recollecting his lordship's family name.

Opgave 5, biz. 191 (Vergelijk§165, biz. 85).

Onbepaalde

wijs.

OoToImaakt verl. tijd.

Verleden deelwoord.

Afleidingen.

held

see

saw

seen

sight

shut

shut

shut

Gesprekken Les 21 en 22 (biz. 191),

Tactic. Wel, (dat zal ik u zeggen) [zie hier]. (De) oude Knitbrow, (dat) 'weet 'gij , is een cliënt van dit (kantoor) [huis]. Toen ik voor hem (stond) [was], '(sprak) [zegt] hij: '(quot;Hoe) [Wat] is uw naam, 'jong mensch ?quot; (De) verdichting was (aan het werk) [werkende] in mijn hart, en „Jacksonquot; (had ik op mijne lippen) [was op den tip van mijne tong]; maar eer ik het woord uitbrengen kon, 2(begon) [begint] 'de oude man: — „Ik herinner (mij) uw gezicht, jong mensch! probeer (dus) niet u zeiven Johnson of Douglas of Williamson te noemen, — gij zijt een van mijnheer Hooker's klerken; mijnheer Hooker's klerken (heeten) [zijn genaamd] Tactic, Victim en Fag; dus 'moet 2gy 'Tactic, Victim of Fag ■•zijn.quot;

Fag. Wat een benauwd (oogenblik) [toestand]! Verschrikkelijk I Schrijf (er) een verslag (van) en zend het aan het „Ongeluksbladquot;!

Tactic. Ja, een vrederechter, die lo-gisch(e taal) (spreekt) Jpraat] is 'inderdaad 'verschrikkelijk — (even) verschrikkelijk als (zeldzaam) [ongewoon]. Ik was zoo (verwonderd) [genomen bij verrassing], dat ik bijna 2(iets) [een ding] 'deed, (dat) (eene zeldzaamheid) [ongewoon] (is) (bij) [met] my.

Fag. (Wat dan?) [wat was dat?]

Tactic. Ik 2zeide 'bijna sdewaarheid.

Fag. (Hoe is het mogelijk!) [Hoe melancholiek !)

Tactic. Ik was juist (op het punt) [gaande] mijn waren naam te zeggen, toen de duivel mij van mijn voornemen afbracht in de gedaante van een dagblad-berichtgever. Daar 2(8tond) [was] 'hij, met zijn vermaledijde opschrijfboekje in (de) [zijne] hand, s(de historie) [het geval] 2op'stellende 4m eenen 6vorm 6behaaglijk 8(om) te lezen 'voor ouden Hooker (9bij) [met] zijne koffie en geroost brood. Ik sidderde bij de gedachte, en mijne bevende tong zeide: „Mijn naam is George Victimquot;.

Fag. Ik ben verduiveld blij, (dat)uwe bevende tong niet (gezegd heeft) [zeide]: „Timotheüs Fagquot;.

Tactic. Neen, Fagl (a wilde ik liever niet er in betrekken) [ik had eene bijzondere achting voor u]. Ter zijde: Buitan-dien, Victim's naam kwam (het) 2eerst'(op mijne tong) [in mijn hoofd]. Slaat (op zijtiR borst) [zijn hart]: Een (notaris-) [gemeen-recht-] klerk 2(brengt) [trekt] 'nooit 'een vriend in [eene] ongelegenheid — dat is (te zeggen), (als het niet is) [tenzij het is] (om) 3zelf 2(er uit) [uit eene] 'te komen.

Fag. O, dat (spreekt) [of course]. Maar als (de) oude Knitbrow hier komt, zal hij u herkennen. i

Tft$fr(o. (Geen nood!) (Nooit vrees dat I] 13'


ocr page 201

— 196 —

De toekomst laat ik (j»ehee!) in [de] handen van (hel) geluk, (liet) geluk Slingert mij 'wel if waar 'heen en weer nis een pluimbal; maar even als een pluimbal 'kom 'ik 'altijd 4met het rechte einde nnar beneden.

Fag. Ach, met [/or] al uw(e) (geslepenheid) [diep spel] skunt 'gij ('vroeg of laat) [eenigerlei dag] 5met het verkeerde einde naar boven 4komen. Gaat naar (den) lessenaar en (set zich daar neder) [zit].

(6e Oefen.) D. Spraakkunst,

[§ 2SO.] A. Tot dusverre geeft onze tekst ons nog altijd het middel aan de hand, om de leer betreffende het gebruik van het tegenwoordig deelwoord, reeds in de beide vorige brieven door ons behandeld, verder te vervolgen. Eer wij echter verder gaan, willen wij aan de in den tekst dener les voorkomende deelwoorden op ,,,ing de plaatsen aanwijzen, die ze als voorbeelden van de tot hiertoe opgehelderde gevallen hebben in te nemen.

§ 225 C. (blz. 165) iiiting.

§ 228 (blz. 166) til tin (j-room; dressing-gown; ucashi ng-stand.

§ 229 D. (blz. 166) which was hanging.

§ 231 (blz. 167) Up. Scrooge went, not caring a button for that.

§ 239 (blz. 1S2) he saw a... hearse going on before him.

§ 241 (blz. 183). You may talk ...about driving a coach.

B. There would be nothing ... remarkable

in hit taking a stroll (Les 5).. in honour of its being Christmas-ece

(Les 17 en 18).

Kithout its undergoing any... process of change (Les 19 en 20).

Wij hebben in de vorige les herhaalde malen het op ... ing uitgaande deelwoord als zelfstandig zien gebruiken. Doch even als, volgens § S(8 en 99 (blz. 53) het zelfstandig nw. eenen tweeden naamval als attribuut bij zich kan hebben, zoo kan ook het als zelfstandig gebruikte op .. .ing uitgaande deelwoord vergezeld worden door eenen attribntieven tweeden naamral, en zulks niet slechts, gelijk in bovenstaande voorbeelden, door den tweeden naam-val van een persoonlijk voornaamwoord, maar ook, zooals men uit ettelijke voorbeelden der volgende oefenings-opgave zien zal, door den tweeden naamval van een zelfstandig nw.

C. Dit verband van den tweeden naamval met het op .. .ing uitgaande deelwoord is als een verkorte nevenzin te beschouwen, waarvan het onderwerp in den tweeden naamval, en het predicaat in het tegenwoordig deelwoord staat. Zoo zou de ju houd der bewuste plaatsen in de drie hierboven vermelde zinnen, op stellige wijze uitgedrukt, aldus luiden;

he took a stroll; i

it was Christmas-eve;

it did not undergo any proccss of change.

D. De vorm van uitdrukking, waarin wij dusdanige zinnen in het Hollandscb teruggeven , is zeer verschillend.

In zijn ronddolen.

Hier hebben wij, even als in het En-gelsch, het b e z i 11 e 1 ij k voornaamwoord, en in plaats van het deelwoord, dat wij in het Ilollandsch niet als zelfstandig kunnen gebruiken, de Onbep. wijs.

E. Ter eere vai; (het feit) dat het Kerst-avond was.

Ter eere van den Kerst-avond.

Om de Engelsche uitdrukking zoo trouw mogelijk door een nevenzin terug te geven , moeten wij onze toevlucht nemen tot eene omschrijving, die altoos nog iets gewrongens heelt, zooilat wij ons verplicht zien tot eene vrijere vertaling, die wel in het algemeen de Engelsche gedachte wedergeeft , maar minder bepaald uitgedrukt dan in den Engelschen vorm.

F. Zonder dat hij eenige verandering onderging.

Ongerekend de vrijë overzetting van lo undergo a process of change door „eenige verandering ondergaanquot;, is de Engelsche uitdrukking wedergegeven door eenen vollen nevenzin, die er aan verbonden wordt door middel van het voegwoord „datquot;. Tot dit middel zien wij ons meestal genoodzaakt onze toevlucht te nemen. De volzinnen der Opgave 1 zullen nog andere Hol-landsche vormen van uitdrukking voor deze korte Engelsche woordvoeging doen kennen. Gemakshalve zijn de noorden, die door den tweeden naamval met het op ... ing uit -gaande deelwoord vertaald moeten worden, w ij duit gedrukt.

Opgave 1. Leer van buiten:

huiveringwekkend,

helsch,

atmosfeer,

toerusten,

verhinderen,

vroeg,

lordschap,

vriendelijk,

oproeping, summons gevolg geven, to attend

to prevent soon

lordship kind

verlies, lichaamsdeel, noodzaken, bedelen, dank,

hemel, klagen,

awfvl (ao'-foel). infernal (in-feitr'-nel). atmosphere (èt'-mos-lier). to provide (prov vaid').

(pre-vent'), (soen). (lord'-sjip). (kaind). (sum'-munx). (èt-tènd').

loss (los).

limb (lim).

to obligi (ob-blaidzj'). to beg (beo).

thank (Wenk). Heaven (hèvn). to complain (kom-pleen').


ocr page 202

— 197 —

leed, evil (ievl).

worden, to become (be-kum').

draaglijk, supportable (sup-poort'-èbl). gewennen, to acctt^ow(èk-ku8'-tum). lachen, to laugh (laaf).

geweldig, tremendous- (trc-raèn'-dus-li). gedachte, idea [7y (ai-di'-a).

tocht, expedition (èks-p^-dis'-

beginnen, to open (oopn). [sjun). orakel, oracle (or'-rèkl).

Delphi, Delphos (dèl'-fos).

raadplegen, to consult (kbn-suit'). macht, power (pöu'-rr).

voelen, to feel (fiel).

durven, het to dare (deer).

hart hebben,

zelfs, even (ievn).

morren , to murmur (meur'-mtfr).

voorschrijven, io direct (dir-rèkt') voorzeker, certainly (seur'-ten-li). best, lest (best).

leering, instruction (in-struk'-sjun)

verdrinken, io droton (dróun). huishondster, house-keeper (hous'^kiep'-er). dame, lady (lee'-(U).

bemerken , to he sensible (sèn'-silil). binnenkomen, to enter (èn'-t/r). herinneren, to remind (re-maintl'). blozen, to blush (blnsj).

gesteld zijn op, to insist (in-sist').

staan op, upon ontmoeten, to meet (miet).

gedachte, notion (noo'-jjun).

doen ontstellen,/0 shake (?jeek).

Vertaal: 1 (Er) [Daar] was iels huiveringwekkends in, (dat) het spook toegerust w a s met eene (eigene) helsche atmosfeer [van zijn eigen). — 2. Bezigheden [enkelvoud] verhinderden mij vroeger gevolg te geven aan uw lordschaps vriendelijke oproeping [meervond) — 3. Behalve het verlies van mijn lichaamsdeel, en (dat) ik genoodzaakt ben te bedelen, 2weet 'ik, 6(de) Hemel 4(zij) dank 3geen [«o^ reden 6( waarom) [dat] ik (zou hebben) [heb] te klagen. — 4. (Alle) [Ieder) leed wordt (draaglijker) [meer draaglijk] ('zoodra [doordien]) wij 4(er aan) [aan het] 8gewend 2zijn. — 5. De twee jonge Cratchits [krètsj'-its] lachten geweldig bij [at] de gedachte alsof [of] Pi eter [Peter, piet'-er] een man van zaken zoude zijn. — 6. Deze tocht van Alexander [èl-èks-èn'-der] begint (hiermede, dat) hij het orakel te [a^] Delphi'raadpleegde. — 7. Hij liet [to make] hun zijne macht voelen, zonder (dat) zij het hart hadden of zelfs geneigd waren 2er over \at it] He morren. — 8. (Dal) gij ons voorschrijft te lezen [reading, ried'-iw^] is voorzeker het beste middel tot onze leering. — 9. Zijn streven (om) zijne liefde in (den) wijn te verdrinken is 2olie in [upon] het vuur 'werpen {throwing, throo'-ing], — 10. Mijnheer H. en zijne huishoudster hadden eenige oogenblikken in de kamer gestaan, zonder (dat) de jonge dame bemerkte dat [of] zij binnengekomen waren. — 11. Ik herinnerde hem, niet zonder (te) blozen, dat [of] i k geen geld had. — 12. Ik sta (er) op, (dat) gij allen mij daar ontmoet. — 13. 5Nu 2was 'het 3hunne beurt 4(om) te lachen, bij [nt] de gedachte. Jat [0/] hij Scrooge deed ontstellen.

[§ 251.] With rapid walking in the fog (Les 9 en 10).

The greetings of the season (Les 14).

Us overflowings.congealed (Les 16).

The office was closed in a twinkling (Les J 7 en 18).

A...pile of building (Les 19 en 20).

A. Ofschoon wij in de voorafgegane ophelderingen herhaaldelijk het op ...ing uitgaande deelwoord ontmoet hebben als zelfstandig nw., herkenden wij daarin toch altijd tevens den aard van het werkwoord, doordien het bedrijvend bleef, of eene adverbiale bepaling bij zich had. In de hier opgegeven® voorbeelden is het echter geheel en al zelfst. naamwoord geworden; het heeft geen voorwerp, geen adverbiale bepaling bij zich, doch is vergezeld van een attribuut of van het lidwoord , of neemt het teeken van het meervond aan.

B. In dit geval wordt het ook in het Hollandsch overgezet met een zelfst. nw., en wel meestal met een zoodanig zelfst. nw., dat even als het Engelsche eindigt met . . .ing.

C. Er zijn in het Engelsch ook zelfst. naamwoorden, die, ofschoon op . .ing uitgaande, niet uit deelwoorden ontstaan zijn, zoo b. v.; pudding (Les 11), thing (Les 13), shilling (Les 14), morning (Lea 17 en 18), evening (Les 19 en 20). Onder de hier opgenoemde zelfst. naamwoorden herkennen wij slechts de twee laatste als door achtervoeging van de lettergreep .. .ing afgeleid van andere zelfst. naamwoorden, morn en even, die in de oude taal, en nog tegenwoordig in de poëzie, dezelfde betee-kenis hebben als de langere vormen.

Ook in de volgende opgaven zijn wyd-uit gedrukt al de woorden, die vertaald moeten worden met deelwoorden op .. .ing.

Opgave 2. Leer van buiten:

doen en laten, to deal (diel).

nering, vak, trade (treed).

droppel, drop [aire (drop). [siv.

omvattend, comprehen- (kom-prc-hèn'-oceaan, ocean (oo'-sjèn).

geen... meer, no longer (noo \ong' er). vraag, twijfel,g-wes/iow (kwwes'-tjun). zegenen, to bless (bles).


ocr page 203

— 198 —

waarmede, wherewith (wweer-wwidh'). doen, to do (doe).

leeftijd, age (eedzj).

roeien, to feel (fiel).

toen, then (dhen).

verontrusten, to agitate (èdaj'-i-teet). waakzaam, vigilant (vidzj'-i-lènt). voogd, guardian (saaril'-jèn).

bevel, commission (kbm-mis'-sjun).

uitvaardigen, to issue (is'-sjoe).

lichten, to levy (lèv'-i).

regiment, regiment (rèdzj'-i-mènt). zoo... ah, as... as stipt, punctual (punkt'-joe-el).

man van zaken, tradesman (treedz'-mèn). vrij, at liberty (lib'-er-ti).

wonen, to lodge (lodzj).

rouwen, to mourn (moorn).

baten, to avail (e-veel').

gala-kleeding, role of state (rooli, steet). openen, to open (oopn).

Hoogerhuis, House of (hous bv Lords lord®quot;), verslinden, to devour (de-vbur'). gretig, begee- eagerly (iea'-er-li). geworpen, [rig, thrown (thioon).

licht, light ^ [elil).

groot, considerable (kbn-sid'-er-

opstaan, [van, to rise (rai®). ten voordeele in favour of (fee'-vur). kostelijk, delightful (de-lait'-foel). spreken, to speak (spiek).

waarheid, truth (troeM).

Vertaal: 1. Het doen en laten [meervoud] van mijn vak was slechts een droppel [van] Water in den (onmetelijken) [om-vattenden] oceaan van mijne bezigheid. —

2. (Er) [Daar] was (geen twijfel meer) [geen langer eenige vraag] wat zij was, of geen [any] gedachte, (dat j§ 250 E, blz. 196]) zij een levend wezen was. —

3. Dit is de zegen (zegening), waarmede Mozes [Moses, moo'-ie®] de man Gods, 2d6 kinderen Israëls [iz'-ra-èl] 1zegende 3voor zijnen dood. — 4. Hij wilde 3zulk doen in zijn huis 3niet [»o] 'hebben. — 6. Die leeftijd is de gelukkigste (waarin) [wanneer] zulke gevoelens, als ik toen (ondervond) [voelde], ons niet meer verontrusten kunnen. — 6. Ik maakte een steunpunt \to foot § 190, blz. 108] in den muur. — 7. (Des) jongen Arthur [aar-Wur]'s komen [meervoud] en gaan [meerv.] was (zeer goed) [geheel wel] 2aan zijnen waakzamen voogd 'bekend [known], — 8. (Er) 2werden 'bevelen 'uitgevaardigd (om nieuwe regimenten te lichten) [voor de lichting van nieuwe regimenten], —

9. Hij wasin zijn doen en laten [meer-vondT zoo stipt als een man van zaken. —

10. Wij zullen (vrijër) [meer in (at) vrijheid] zijn in mijne woning [meervoud]. —

11. Uw rouwen [meerv.] kan mij niet

baten. — 12. Ik heb 2hem 4bij [at] de opening van het Hoogerhuis 3in zijn gala-kostuum [mrv. robes] gezien. — 13. Hij verslond gretig de lichte lectuur [to read, ried] (die hem onder de handen kwam) [geworpen in zijnen weg]. — 14. (Er had) [Daar was] een groote opstand (plaats) ten voordeele van Monmouth [mbn'-mu^A]. — 15. (Er) [Daar] is niets, zegt Plato [plee'-too], zoo kostelijk als het hooren of het spreken van (de) waarheid.

[§258.] Scrooge had seen it... during his whole residence (Les 19 en 20).

Any man in the City of London even including... the corporation, aldermen, and livery (Les 19 en 20).

A. In den eersten dezer twee volzinnen dient het woord during om het zelfst. nw. residence met het werkwoord seen in betrekking te stellen; het is dus baarblij-kelijk een voorzetsel (§ 100, blz. 53; § 134, blz. 69). Vergelijk het Fransche duranl en het Hollandsche gedurende, beiden insgelijks voorzetsels gewordene deelwoorden.

Later zullen wij nog eenige zulke uit deelwoorden ontstane voorzetsels leeren kennen.

B. In het tweede voorbeeld is ons het ontstaan van het voorzetsel including uit het werkwoord to include, insluiten, veel duidelijker. De volzin even if we include, zelfs wanneer wij ...insluiten (namelijk in het begrip any man in the City of London), is verkort, het pre-dicaatswerkwoord in het op ...ing uitgaande deelwoord gezet, en het onderwerp, omdat het gemakkelijk aan te vullen is, geheel weggelaten. In het Hollandsch is uit den 1 ij denden zin: zelfs wanneer ...daaronder begrepen worden, een dergelijk absoluut gebruik van het verleden deelwoord ontstaan: zelfs daaronder begrepen. Vergelijk het Fran-sche inclus.

Opgave 3. Leer van buiten:

afwezigheid, absence. (èft'-sèns). verscheidene, several (sèv'-er-el). paket, packet (pèk'-et).

achterlaten, to leave (liev). niettegenstaan- notmth- (nbt-wwidh-

de, standing 8tènd'-i«jr). slag, battle (betl).

gevochten, fought (faot).

wond, wound (wwoend),

ontkomen, to escape (es-keep7).

Vertaal: 1. Gedurende mijne afwezigheid op [i«] het land waren verscheidene paketten voor mij achtergelaten [geworden]. — 2. Niettegenstaande de vele veldslagen, waarin hij (mede) gevochten had, was zijn aangezicht (het) ontkomen zonder eene (enkele) wond.


ocr page 204

[§ 2SS.| Hit nephew left the room wilhmU an angry word noluiilh-tlanding (Les 14). Notailhtlanding, dat wij in den tweeden volzin der vorige opgave als voorzetsel gebruikt hebben, is hier een bijwoord geworden. Wij zien dus, dat het in § 134 (blz. 69) geleerde ook van toepassing is op de uit deelwoorden gevormde voorzetsels.

(7e Oefen.) E. Spelling en Uitspraak. Éénlettergrepige Oefeningen

over den vocaalklank ao (j 13, blz. 5). (Zie Les 2, E. Oefening 7, blz. 32.)

Vervolg

en slot.

pauze

(pao®)

pauze; ophouden.

aught

(aot)

iets.

caught

(kaot)

gevangen.

fraught

(fraot)

bevracht.

naught

(naot)

nietswaardig.

raught

(raot)

bereikt.

taught

(taot)

onderwezen.

gauze

(Gaoas)

gaas.

caw

(kao)

krassen.

claw

(klao)

klauw.

craw

(krao)

krop (van vogels).

daw

(dao)

raaf.

draw

(drao)

trekken; teekenen.

flaw

(flao)

mikmak.

haw

(hao)

haag.

jaw

(dzjao)

kaakbeen.

law

(lao)

wet.

maio

(mao)

maag (van dieren).

paw

(pao)

poot.

pa haw

(sjao)

poeh!

raw

(rao)

rauw.

amp;aw

(sao)

zaag.

shaw

(sjao)

kreupelbosch.

squaw

(skwwao)

vrouw van een In-

straw

(strao)

stroo. [diaan.

taw

(tao)

looien; knikker.

thaw

(Mao)

dauwen.

yaw

(jao)

gieren.

awe

(ao)

ontzag.

*bawble

(baobl)

beuzelding.

bawd

(baod)

koppelaar.

hawk

(haok)

valk.

awl

(aol)

els. [wen.

bawl

(baol)

balken, schreeu-

brawl

(braol)

schreeuwen, lawaai

crawl

(kraol)

kruipen, (maken.

natol

(naol)

priem (nall, blz.

scrawl

(skraol)

krabbelen. [188).

shawl

(sjaol)

omslagdoek.

spawl

(spaol)

speeksel.

yawl

(jaol)

jol (boot).

brawn

(braon)

wildzwijnsvleesch.

dawn

(daon)

ochtendscheme-

diawn

(draon)

getrokken. [ring.

fawn

(faon)

jong hert.

lawn

(laon)

grasperk; wildbaan.

pawn

(paon)

pand; pion.

prawn

(praon)

garnaal.

sawn

(saon)

gezaagd.

spawn

(spaon)

vischkuit.

yawn

(jaon)

geeuwen.

hawse

(haos)

kluis (aan een schip).

broad

(braod)

breed.

groat

(oraot)

groot (4 pence).

bought

(baot)

gekocht.

brought

(braot)

gebracht.

fought

(faot)

gevochten.

nought

(naot)

niets; nul.

ought

(aot)

moest.

sought

(saot)

gezocht.

thought

{thaot)

gedacht.

wrought

(raot)

gewrocht.

(8e Oefen.) F. Lexicographie

der 24e Les (zie blz. 189). to oblige (ob-blaidzj'), „obligerquot;, noodzaken. — to til, zitten, gaan zitten. — close (kloos), „elosquot;, bijwoord, gelijkluidend met het bijvoeglijk nw., dicht. — lo brood (broed), broeden, broeien, neerhurken. — lo extract (èks-trekt'), „extrairequot;, „extraitquot;, (er) uittrekken. — handful, handvol. — fuel (fjoe'-el), van „feuquot;, brandstof. — fire'-flace, vuurplaats, haard. — built (bilt), verl. deelw. en onv. ver!, tijd van to build, bouwen. — Dulc/i (dutsj), (Neder-)üuitsch, Hollandsoh. — to pave (peev), „paverquot;, plaveien, inleggen. — all round', rondom. — quaint (kwweent), zonderling, vreemd, zeldzaam. — iiie (tail), tegeltje, „tuilequot;. — to design (dc-sain'), „désignerquot;, bestemmen. — to illustrate (il-lus'-treet), „illustrerquot;, illustreeren, door afbeeldingen opluisteren of ophelderen. — Scripture (skript-jur), „Ecriturequot;, (de) Schrift, Heilige Schrift. — daughter (daot-er), dochter. — Queen (kwwien), koningin. — Scheba (sji'-ba), Scheba. — Angelic (èn-dzjèl'-ik), „angéliquequot;, engelachtig. — messenger (mès'-seu-dzjer), „mes-sagerquot;, boodschapper, bode. — to descend (de-send'), „descendrequot;, nederdalen. — feather (fèdh'-er), veder. — feath'er-bed, verenbed. — Apostle (èp-posl'), apostel, „apötrequot;. — sea (si), zee; to put off to sea', in zee steken. — butter (but'-tw), boter, „beurrequot;; boat iboOL), „botquot;, „bateauquot;; but'ler-boat, sauspannetje, notedop. — figure (fic'-joer), „figurequot;, figuur, popje.— to attract (èt-trèkt'), „nttrairequot;, vergelijk „attraitquot;, „attractionquot;, aantrekken. — yet (jèt), toch. — rod (rod), roede, staf. — to swallow (swwol'-lo), vergelijk zwelgen; to sicallow up', inslokken, verzwelgen. — each (ietsj), ieder. — smooth (smoedh), glad. —^ (blènk), „blancquot;, blanke (ledige) plaats. — at first, aanvankelijk, in (het) eeist. — to shape (sjeep), scheppen, voortbrengen, — picture (pik'-tjur),


ocr page 205

„peinturcquot;, schilderstuk; vergelijk to paint.

— turf ace (semr'-fees), „surfacequot;, uit face, oppervlakte. — to disjoint (dis-dzjoiut'), „disjoindrequot;, scheiden, uit to joint, „joindrequot;, samenvoegen. —fragment (frco'-mèiit), „fragmentquot;, brokstuk; van denzelfden wortel frail (blz. 106, 111).

— copy, „copiequot;, gelijkluidend met het werkwoord (blz. 74-), kopie, afbeeldsel.

— to sever (se*-er), „sevrerquot;, scheiden; daarvan several (sèv'-fr-el), gescheiden, afgescheiden, verscheidene, eenige. — turn, gelijkluidend met het werkwoord, „tourquot;

• omgang, ommekeer, heen en weer loop.

— threw {throe), onvolm. verl. tijd van to throie (throo), werpen. — c/mir (tsjeer), „nhairequot;, stoel. — glance (Glaans), glans (der oogen), blik. — to rest (rèst), rusten , „resterquot;. — his glance happened (Les 13) to rest', zijn blik rustte toevallig, zijn oog viel toevallig. — lell (Les 16), bel.

— to disuse (dis-joe«'), van dis en use, buiten gebruik laten blijven. — to communicate (kom-mjoen'-i-keet), „comamni-querquot;, in gemeenschap staan. — Jiigh (hai), hoog, „hautquot;. — story (vergelijk Les 5), verdieping. — astonishment (ès-ton'-isj-mènt), „étonnementquot;, verbazing, van to astonish (Les 5). — strange (streenclzj), „étrangequot;, vreemd; vergelijk stranger (h\z. 178, 189). — inexplicable (in-eks'-pli-kèbl), „inexplicablequot;, onverklaarbaar. — dread, vrees; vergelijk dreadfully (Les 4).

— to stcing (awwing), slingeren, onv. verl. tijd swung (swung). — so/tly (soft'-li), bijwoord van soft, zacht (Holl. volks-taal „zoftquot;). — outset (but'-sèt), uitzet, begin, zelfst. nw. van het werkwoord to set out', op pad gaan, eene reis aanvaarden, eenea tocht beginnen. — sooB(soen), weldra, spoedig. — rang (riig), onvolm. verl. tijd van taring, bellen, luiden. — loudly (loud'-li), bijwoord van loud, luid, hard.

— to last (laast), duren. — minute -it), „minutequot;, minuut. — to cease (sies), „cesserquot;, ophouden. — begun (hf-Gun'), verl. deelw. van to begin. — together (toe-oèdh'-er), te zamen, van to gather (Les 16). — to succeed (suk-sied'), volgen; to succeed is een bedrijvend werkwoord, en kan dus in den lijdenden vorm gezet worden (§ 112, blz. 59); met volgen is dat insgelijks het geval. — to clank (klèuk), van klank, kletteren. — noise (noiz), „noisequot;, geraas, gedruis. — deep (diep), diep, bijwoord, gelijkluidend het bijvoeglijk nw.; deep down helow, diep in de laagte beneden; twee woorden, die bijna hetzelfde beteekenen, zooals down en bilow, kunnen wij in het Hollandsch niet naast elkander zetten. — person (peursn), persoon, „personnequot;; some person, eeni-gerlei persoon, iemand. — to drag (dree), „trairequot;, „trainer', trekken, sleepen; verwant met dreg ge. — chain (tsjeen), „chatnequot;, keten, ketting. — to remember (re-mem'-ber), zich herinneren. — heard (henrd), verl. deelw. en onv. verl. tijd van to hear, hooren, even als overheard van to overhear (blz. 121, 126). — to haunt (haant), „hanterquot;, bezoeken; this house is haunted, het spookt in dit huis.

— to describe (de-skraib'), beschrijven.

— fleto (floe), onvolm. verl. tijd van to fly (flai), vliegen; daarvan het zelfst. nw. flight. — to boom (boem), dreunen, bonzen, dit werkwoord bootst den klank na, even als de tusschenwerpsels „boumquot;, bom I — floor (floor), vloer. — straight (street), bijwoord, gelijkluidend met het bijvoeglijk nw., regelrecht. — won't, zie § Ï70, blz. 89.

(9e oefen.) G. Mondeling Onderhoud.

Vragen.

1. Where might a coach-and-aix be

quot; driven (drivn) ?

S. What might we have got up Scroogc's

staircase?

3. How might we have taken the hearse?

4. Why might we have got a hearse up Scrooge's staircase?

5. What did Scrooge think, when he went up the stairs?

O. What would not have given light

enough to light the entry?

3. What was the eifeet (èf-lèkt', uitwerking) of Scrooge's dip upon the entry?

8. What did Scrooge care for the darkness of the entry? [Not...]

O. Why did Scrooge like darkness? [It...]

10. What did Scrooge do, before he shut his door ?

11. Which were the names of Scrooge's rooms?

18. How did Scrooge find all his rooms?

13. Whom did Scrooge find in all his

rooms?

14. What was there to warm Scrooge?

15. Wherein was the gruel? [In a...]

16. Why did Scrooge want to take gruel? 13. Where was the saucepan?

18. Why did Scrooge look into his dressing-gown? [It...]

19. What was in the lumber-room? SO. What did Scrooge do, after he had

walked through his rooms? 81. What did Scrooge do, after he had secured himself against surprise?


ocr page 206

— 201 —

24® LES.

He who knows not what it is to labour, knows not what it is to enjoy, Blair (vergelijk § 255).

A. Tekst.

(Oefen. 1—3 volgens het op blz. 32 [Eens voor al] gegeven voorsclirift.)

It was 1 a very low fire] indeed; nothing on such 2 a bitter

it wwox e Terquot;-ri loo fair in-diedl,' mx.thquot;-\ng on sutsj e h\iquot;-ier

night.] He was obliged to sit close to it, and brood over

nait hi wwoas ob-blaidzjd' toe sit kloosquot; tóe it ènd broedquot; oo'-ver

it, before he could extract the least sensation of warmth

it be-foo/'' hi kóed èks-trèkt' dhe liestquot; sèn-see'-sjun 6v wwaorm^

from such 3 a handful of fuel] The fire-place was an old

from sutsj e liend''-foel bv fjoe'-el dlie fai/'-plees wivoa en cold

one, built by 4 some Dutch merchant] 5 long ago,] and

wwun bilt bai sum dutsj men/'-tsjent low*/ «-gooquot; end

paved all round 6 with quaint Dutch tiles,] designed 7 to

peevd aol roundquot; wwidh kwweent dutsj tailzquot; d«-saind' toe

illustrate the Scriptures.] There were Cains and Abels;

il-lus'-treet dhe skripquot;-tjuras dlieer wwewr keenxquot; end eequot;-belz

Pharaoh's daughters, Queens of Sheba, Angelic messengers

feequot;-rooz dao'-tlt;?rx kwwienac ov sji^-ba èn-dzjèl'-ik mesquot;-sen-dzjera

8 descending through the air on clouds like feather-beds,]

de-send-i«y throe. dhi eer on kloudz laik fèdhquot;-er-bèdas

Abrahams, Belshazzars, Apostles 9 putting off to sea in

eequot;-bre-hèmz bèl-sjèasquot;-aarx èp-pbslzquot; pöet'-iwy ofquot; tóe si in

butter-boats,] hundreds of figures, to attract his thoughts:

butquot;-tCT--boots hunquot;-dr(;d« 6v fie'-joerz toe èt-trèkt' hi« tóaotsquot;

and yet that face of Marley, seven years dead, came 10 like

ènd jet dhèt fees ov maarquot;-li sèvn jierx dèd keem laik

the ancient Prophet's rod,] and swallowed up the whole. If

dhi een'-sjènt prof'-ets rod ènd swwól'-lood upquot; dhe hoolquot; if

each smooth tile had been a blank at first, with power to

ietsjquot; smoedh tail hèd bin e blènkquot; èt feurst wwidh pou'-er tóe

shape some picture on its surface from the disjointed frag-

sjeep sum pikquot;-tjur on its seuj-'-fees from dlie dis-dzjbint'-ed frco'-

ments of his thoughts, there would have been 11 a copy of

mènts ov liiz tóaotsquot; dheer wwöed hèv bin e kbpquot;-i bv

old Marley's head] on every one. — «Humbug 1quot; said Scrooge;

oold maar'-lie® hèd on èvquot;-er-i wwun humquot;-buG sèd skroedzj

and walked across the room. — After several turns, 12 he

ènd wwaokt e-kros' dhe roemquot; aaft'-er sèv'-er-«l teiirnaquot; hi

sat down again.] As 13 he threw his head back in the chair,]

set dbunquot; e-Gen' èn lii i/not hi® hèd bekquot; in dhe tsjeer

his glance happened to rest 14 upon a bell,] a disused

hi* Glaans hèpnd toe rest up-bn' e belquot; e dis-joe*dquot;

bell, that hung in the room, and communicated for some

bèl dhèt liumy in dhe roemquot; end kbm-mjoen'-i-keet-ed fbr sum

purpose now forgotten 15 with a chamber in the highest story

penr'-pus nbu fbr-ootnquot; wwidh e tsjeem'-b«r in dh« haiquot;-«st stoo'-ri

ocr page 207

of the building.] It was with great astonishment, and with

ov dhe bildquot;-i»7 it v/wox wwidli Greet ès-tonquot;-isj-niènt end wwidli

a strange, inexplicable dread, that as he looked, 16 he saw

e streendzj in-èks'-pli-kebl drèdquot; dhèt ez hi loektquot; hi sao

this bell begin to swing.] 17 It swung so softly in the outset

dhia bel be-oin' toe smyinffquot; it swwvuii/ soo softquot;-li in dhi outquot;-aèt

that it scarcely made a soundT-but soon it rang out loudly,

dliet it skeers'-li meed e soundquot; but soenquot; it ihu/ out loudquot;-li

and so did every bell in the house.] — This might have lasted

end soo/, did G-vquot;-er-i bèl in dhö housquot; dhis mait hèv laast'-ed

18 half a minute, or a minute, but it seemed an hour.] The

haafquot; e min'-it or e mmquot;-it but it siemdquot; en ourquot; dhe

bells ceased as they had begun, together. They were sue-

bels siestquot; èz dhee hèd blt;?-Gunquot; tóe-Gedhquot;-er dhee wweur suk-

ceeded 19 by a clanking noise,] 20 deep down below; as if

siedquot;-ed bai e klènkquot;-iKlt;; nbia ^ diep doun be-looquot; en if

some person were dragging a heavy chain over the casks in

sum peursn wweur drèe'-iw^ e hèv'-i tsjeen'' oo'-ver dhe kajisks'' in

the wine-merchant's cellar.] 21 Scrooge then remembered

dhe wwain'^meur'-tsjents sèlquot;-ler skroeilzj dhèn re-mèm'-berd

to have heard that ghosts in haunted houses were described

tóe hèv heurdquot; dhèt Goosts in haant'-ed houz'-ea wweur de-skraibd'

as dragging chains.] — The cellar-door flew open 22 with

èz drèo'-iw^ tsjeenzquot; dhe sèlquot;-ler-door floe oopn wwidli

a booming sound,] and then he heard the noise much louder,

e boemquot;-i«^ sound ènd dhènquot; hi heurd dhe noiz mutsj loudquot;-er

23 on the floors below; then coming up the stairs; then

on dhe floor® be-looquot; dhèn kum'-i»^ upquot; dhe steen dhon

coming straight towards his door.] — »It's humbug still!quot;

kum-iK^r streetquot; too'-erdz hiai doorquot; its humquot;-buG stil

said Scrooge. »1 won't believe it.quot;

sèd skroedzj ai wwoontquot; be-liev' it

(4e Oefening.) B. Hollandsche Vertaling.

Het was inderdaad een zeer (klein) vuur, (zoo goed als) niets op zulk een bitter (kouden) avond. Hij was genoodzaakt er vlak bij te gaan zitten, en er over heen te hurken, eer hij het minste gevoel van warmte kon trekken uit zulk een handjevol brandstof. De haard was een oude(rwet8che) [§ 131 C., blz. 68], lang geleden gebouwd door een of anderen Hollandsehen koopman, en rondom ingelegd met zeldzame Hollandsche tegeltjes, bestemd om (eene aanschouwelijke voorstelling te geven van tooneelen uit de Heilige) Schrift. Daar waren Caïns en Abels; Pharao's dochters, koninginnen van Scheba, Engelen (die als) boden (des Hemels) nederdaalden door de lucht, op wolken gelijk (aan) verenbedden. Abrahams, Belsezzars, Apostelen die 3in notedoppen 2in zee 'staken, honderden van afbeeldingen om zijne gedachten tot zich te trekken: en toch kwam dat gezicht van den reeds zeven jaren dood zijnden Marley, gelijk de staf van den ouden profeet (*) en verzwolg het geheel(e tooneel). Bijaldien ieder glad tegeltje aanvankelijk blank ware geweest, met de macht om een of ander beeldje op deszelfs oppervlakte (te voorschijn te brengen) uit de verstrooide fragmenten van Scrooge's gedachten, zou er een af bee'dsel van des ouden Marley's hoofd te zien zijn geweest op ieder. — „Lorrerij!quot; zeide Scrooge, en (Ix'gon) door de kamer te loopen. — Na (die) verscheidene malen op en neder (geloopcn te heb-

(♦) Exodus 7 : 13.

ocr page 208

ben) ging hij weder zitten. Toen hij zijn hoofd achterover wierp in den stoel (viel zijn oog) toevallig op eene bel, eene niet meer gebruikt wordende bel, die ain de kamer 'hing, en 2tot een of ander 4nu vergeten 'doeleinde 'in gemeenschap stond'met eene kamer op [iti] de (bovenste) verdieping van het gebouw. Met groote verbazing, en met een vreemden, onverklaarbaren angst zag hij, terwijl hij keek, dat die bel (heen en weer begon te gaan). Zij (bewoog zich) zoo zacht in het begin, dat zij bijna geen geluid gaf; maar (al) spoedig klonk zij hard, en (datzelfde deden al de bellen) in het (gansche) huis. — Dit kon eene halve minuut of eene minuut geduurd hebben, maar het scheen wel een uur. De bellen hielden op, zoo als ze begonnen waren, (allen) te gelijk. Ze werden gevolgd door een kletterend geraas, geheel onder in het huis, alsof iemand eene zware keten voortsleepte over de vaten in den wijnkoopers-kelder. Toen herinnerde Scrooge zich (wel eens) gehoord te hebben, dat geesten in huizen waar het spookt beschreven werden als 2ketenen (met zich voort) 'te sleepen. — De kelderdeur vloog open met een (zwaren slag), en toen hoorde hij het geraas veel harder op de beneden-verdieping, toen de trap opkomende, toen regelrecht naar zijne deur komende. — „Het is 2toch (maar) 'lorrerij!quot; zeide Scrooge. „Ik wü (er) niet aan gelooven.quot;

(5e Oefen.) C. Wederzijdsche Yertaling.

(Zie blz. 18 en 75.)

(6e Oefening.) D. Spmkkunst.

[§ 25#,] A. Nadat wij in de vorige lessen de leer van het gebruik der tegenw. deelwoorden afgehandeld hebben, zoo ver als die ons tot dusverre begrijpelijk geworden was, zal het den beoefenaar niet onwelkom zijn, ook over den anderen zelfstandigen vorm van het werkwoord, waarop wij bij die gelegenheid zoo dikwijls gewezen hebben, namelijk over de Onbepaalde wijs, thans iets naders te vernemen, dan wij hem tot hiertoe in § 11S (blz. 59), § 118 (blz. 60), § 138 (blz. 70), § 187 (blz. 107) hebben kunnen mededeelen. li. To edge his way... teas what the knowing ones call „nutsquot; to Scrooge (Les 7).

To say that he was not startled... would be untrue (Les 21 en 22). Van het tegenwoordig deelwoord hebben wij gezien, dat het onder andere als zelfstandig gebruikt wordt; de onbepaalde wijs kan slechts fels zelfstandig gebruikt worden. Wij kunnen dus verwachten, de Onbepaalde wijs in dezelfde taalkundige betrekkingen te ontmoeten, waarin het zelfstandig naamwoord gebruikt wordt. Zoo ontmoeten wij haar het allereerst hier als onderwerp. De onbepaalde wijs als onderwerp is altijd vergezeld van het voorzetsel to. De onbepaalde wijs met to als onderwerp, wordt in het Uollandsch teruggegeven deels door de onbepaalde wijs zonder te, deels door eene omschrijving, zooals b. v.: Als wij zeidén dat hij niet, enz.

C. Ook het tegenwoordig deelwoord komt als onderwerp voor; doch daarvan hebben wij in onzen tekst tot dusverre nog geen voorbeeld aangetroffen. Wij moeten dit punt voorshands onaangeroerd laten, daar wij ons hier nog niet met de onderscheiding tusschen tegenwoordig deelwoord en onbepaalde wijs kunnen bezig houden.

Opgave 4. Leer van buiten;

ijdel vain (veen).

veelmeer rather (raadh'-er).

teeken mark (maark).

nederigheid humility (joe-mil'-it-ti).

trots pride (praid).

jagen to chase (tsjees).

vangen to capture (kèp'-tjur).

gehoorzamen to obey (olgt;-bee').

verlaten to leave (liev).

onvriendelijk unkind (un-kaind').

wetenschap science (sai'-èns).

kunst art (aart).

wereld icorld (wwearld).

moeielijk hard (haard).

sparen to spare (speer).

vergrijp [heid outrage (but'-redzj).

menschelijk- humanity (joe-mèn'-it-ti).

betamelijkheid decency (di'-sèn-si).

bedriegen to deceive (d«-siev').

dwalen to err (eur).

menschelijk human (joe'-mèn).

vergeven to forgive (fbr-oiv').

goddelijk divine (di-vain').

Vertaal: 1. IJdel zijn is veel meer een

teeken van nederigheid dan (van) trots. — 2. (Jagen en vangen zijn twee) [jagen is één ding, vangen een ander]. — 3. Hooren is gehoorzamen. — 4. U dus te verlaten (kon) [mocht] onvriendelijk schijnen. — 5. (Ér) [Daar] is geen wetenschap of kunst in de wereld zoo moeielijk als wèl te leven en te sterven. — 6. Hem te zien en hem niet te sparen was een vergrijp tegen [on] menschclijkbeid en betamelijkheid. — 7. Niet wenschen is niet bedrogeu worden. — 8. Dwalen is menschelijk, vergeven goddelijk.

[§ ass.] It would be useless to pursue (Les 15).

It was next to impossible to believe (Les 16).

Ook hier zijn de onbepaalde wijzen to pursue en to believe onderwerpen, maar alleen wat de gedachte, niet wat den vorm betreft. Wat den vorm aangaat is it het onderwerp, en dit staat dan ook op de gewone plaats van het onderwerp,


ocr page 209

— 204, —

aan het begin van den volzin, om naar het later volgende, eigenlijke onderwerp te verwezen. Om deze beide onderwerpen van elkander te onderscheiden, noemt men de onbep. wijs het logische (redekunstige), het vnw. het grammaticale (spraakkunstige) onderwerp. Ook als logisch onderwerp heelt de onbepaalde wijs steeds het voorzetsel to bij zich, In het Hollandsch hebben wij dezelfde woordvoeging met het voornaamwoord het als grammaticaal onderwerp, doch wij maken er niet zoo menig-vuldig gebruik van als de Engelschen doen; b. v. niet in de vertaling van het motto dezer les: „Wie niet weet wat werken is, weet (ook) niet wat genieten is.quot;

Opgave 5. Leer van buiten:

gewoonte habit (hèb-it). nadenkend IhougJdjul (tóaot'-foel). worden to become (be-kum'). broekzak breeches'- (britsj'-tz).

pocket (pbk'-et).

steken to put (poet),

gemakkelijk easy (iez'-i).

vergeten to forget (fbr-Gcf).

roem glory (Gloo'-ri).

beleediging offence (of-fens'). ongemerkt voor- to pass (paas).

bij laten gaan grieven to grieve (ariev). onaangenaam disagreeable (dis-e-Gri'-èl»l). terughoudend reserved (rc-ieurvd'). gevaarlijk dangerous (deen'-dzjer-us). betamen to become deugd virtue (veur'-tjoe).

intusschen yet (jèt).

slechts but (but),

dankbaarheid gratitude (Grèt'-i-tjoed). vermelden to mention (mèn'-sjun).

Vertaal: 1. Het was eene gewoonte van \icilh\ Scrooge (altijd, als) [whenever] hij nadenkend werd, zijne handen in zijne broekzakken te steken. — 2. Het is niet gemakkelijk te vergeten. — 3. Het is de roem van eeneh man, eene beleediging ongemerkt voorbij te laten gaan. — 4. Het grieft mijn hart, u dus te zien. — 5. Het is zeer onaangenaam, terughoudend te schijnen, en zeer gevaarlijk, 3het [«o] ^iet 2te zijn. — 6. Het betaamt 'zmij 'niet, van hare deugden te spreken; intusechen is het slechts dankbaarheid (er gewag van te maken) [aze 'te vermelden).

[§ 25«.] A. Even als volgens § 229 (blz, 166) het tegenw. deelwoord als pre-dicaat gebruikt werd, ontmoeten wij ook de onbepaalde wys als predicaat. Voorbeelden van eene als predicaat gebezigde onbepaalde wijs, die door het koppelwoord to be op het onderwerp slaat, leveren ons de volzinnen 3 en 7 der oefe-ningsopgave 4 van § 254 (blz. 203).

B. Even the blindmen's dogs appeared to know him (Les 7).

Every room ... appeared to have

(Les 21 en 22).

Men and women seem ... to open ...

and to think (Les 12).

Its horror seemed to be (Les 21 en 22). His glance happened to rest (Les 24).

Hier vinden wij, gelijk in § 229 E. (blz. 166) ook andere werkwoorden dan to he als koppelwoord gebezigd. Daarvan drukken wij to appear en to stem beiden uit door schijnen. Beduidt schijnen het zichtbaar-worden van het wezen van iets in deszelfs uiterlijke verschijning, dan heet het to appear; doch beduidt s c h ij n e n de (mogelijk ouk onjuiste) gevolgtrekking uit de uiterlijke verschijning op het wezen van iets, dan heet het to seem. De bovenstaande volzinnen beteekenen dus: Men zag (of het bleek) dat de honden der blinden hem kenden; men merkte (of het bleek) dat ieder vertrek zijne eigene echo had; het is alsof mannen en vrouwen hunne harten openen; het was alsof zijne afschuwelijkheid bestond. Niet altijd wordt op dit onderscheid stipt gelet.

C. Het als koppelwoord gebezigde werkwoord to happen (blz. 113) kunnen wij in het Hollandsch niet met ecu werkwoord teruggeven. Om het te vertalen, moeten wij onze toevlucht nemen tot een bijwoord: zijn blik rustte toevallig.

D. //■ / was to slop half-a-crown (Les

17 en 18): als ik eene halve kroon wilde korten.

Dit predicatieve gebruik van de onbepaalde wijs herinnert zeer sterk het in § 95 (blz. 52) en § 230 (blz. 167) verklaarde I am going to.%. Gelijk daar eene naast-volgende toekomst, wordt hier eene beoogde handeling uitgedrukt. Men vindt in dezen zin den tegen woordigen en den onvolmaakt verleden tijd van tc be samengesteld met de onbepaalde wijs met to- In het Hollandsch worden dergelijke zinnen vertaald met willen, zullen, moeten, enz.

Opgave 6. Leer van buiten:

werkelijk, positive (pox'-i-tiv). kuiten, calves (kaav®).

uitgaan, voort- to issue (iV-sjoe).

komen,

er om geven, to care (keer).

plicht, duty (djoe'-ti).

voornaamste, principal (prin'-si-pcl). schoonheid, beauty (bjos'-ti).

citadel, citadel (sit'-a-dèl).

vijand, enemy (èn'-e-mi).

uitsluiten, bui- to exclude (eks-kloed').

ten houden,

op aangename delightfully (de-lait'-fóel-Ii). wijze,


ocr page 210

onderrichten, to instruct (in-strukl/). algemeen, general (dzjèn'-ér-el). doel [kunde, end (end).

poëzie, dicht- poetry (poo'-et-rij. in't geheel niet,at alV berouw hebben,/0 repent (re-pènt') welwillend, benevolent (be-nèv'-61-ènt). schatting, estimation (ès-ti-mee'-sjun). gedwee zijn, to subaiit (sul^-mit'). voornaamste, paramount (pèr'-rèm-ount). onderdaan, subject (sub'-dzjèkt). worden, to become.

Vertaal: 1. Wij zullen 3(den ganschen Kersttijd) (al de Kerstmis lang] *(bij elkander) [te zamen] 'zijn. — 2. Gij moet (nu) een man zijn, en nooit (weder) hier [terug] komen. — 3. Een werkelijk licht scheen van Fezziwig's [fèz'-zi-wwioz) kuiten uit te gaan. — 4. (Geen mensch) [niet een] scheen er om te geven. — 5. Onze eerste plicht is (geen) [niet] 2kwaad He doen. —

6. De voornaamste schoonheid eener citadel ia den vijand buiten te houden. —

7. Op (eene) aangename wijs te onderrichten is het algemeene doel van alle poëzie. — 8. Betere dagen schenen voor hem (aan te breken) [te openen). — 9. Hij scheen in 't geheel geen berouw te hebben van hetgeen hij gedaan had. — 10. Zijn welwillende geest schijnt nog (altijd) op ons (neer te zien met welgevallen) [te glimlachen]. — 11. In zijne schatting 3waren 'gedwee-zijn en gehoorzamen, 3de groote, de voornaamste plichten (der) [van] onderdanen. — 12. Wat moet (er) van zijn armen jongen worden?

[§ 257.] A. Even als het tegenw. deelwoord (§ 238 B., blz. 181), kan ook de onbepaalde wijs voorwerp [object) van een bedrijvend werkwoord zijn; en niet alleen wordt daartoe, gelijk tot dusverre, de onbepaalde wijs met io, maar ook de onbepaalde wijs zonder to gebruikt.

De onbepaalde wijs zonder to als voorwerp staat achter de in § 187 (blz. 107) opgenoemde werkwoorden, en ook achter to dare en I had better y alsmede achter eenige andere verbindingen van 1 had met bijwoorden van gelijke beteekenis, zooals wij later zuilen leeren kennen.

Wij willen allereerst van de tot dusverre voorgckomene voorbeelden, gerangschikt naar die werkwoorden, een overzicht geven. De beoefenaar moet ieder voorbeeld, dat hij zich niet volkomen meer herinnert, opzoeken in tekst A. der aangeduide les.

How could it be otherwise (Les 4)? Nothing wonderful can come (Les 5.) No warmth could warm, nor wintry weather chill him (Les 7). The heaviest rain ... could boast (Les 7). He could hear (Les 8). He couldn't replenish it (Les 8). What else can I be (Les 11)? If I could work my will (Les 11). If anything can be apart from that (Les 12). Why cannot we be friends (Les 13)? I could say (Les 15), I can't afford (Les 15). Many can't go (Les 15). He could pelt (Les 17 en 18). One could scarcely help (Les 19 en 20). He could extract (Les 24).

I might have been inclined (Les 3.) He might keep (Les 8). Much good may it do you (Les 11). I might have derived (Les 12). You might know it (Les 15). May nothing you dismay (Les 17 en 18). You may talk (Les 23). You might hate got (Les 23). You may suppose (Les 23). This might have lasted (Les 24).

This must be,., understood (Les 5). Those ... must go (Les 15). You must have (Les 17 en 18). It have run(Le819 en 20).

My... hands shall not di9turb(Lts 8). Every idiot... should be boiled (Les 11). We should make (Les 14). They should be (Les 23), You will permit (Les 3). There would be nothing... remarkable (Les 5). The... dogs ... would tug... and would wag (Les 7). It... will do me good (Les 12). YouV/ keep (Les 12). He would see (Les 13). Vil keep (Les 13). 17/ retire (Les 14). Many would rather die (Les 15). It would be (Les 15). You'rf think (Les 17 en 18). I'll be hound (Les 17 en 18). To say,,. would be untrue (Les 21 en 22). ...Gas-lamps ... wouldn't have lighted (Les 23). I won't believe (Les 24).

I don't mean (Les 3). He.,. didn't thaw (Les 6). Foul weather didn't know (Les 7). What did Scrooge care (Les 7)? You don't mean that (Les 9 en 10). Don't be cross (Les 9 en 10). You don't keep (Les 11). Don't be angry (Les 13). Why did you married (Les 13)? 1 don't make (Lt* 15). I don't know (Les 15). You don't think (Les 17 en 18). He did pause (L. 21 en 22). He did look (Les 21 en 22).

I dare say (Les 12).

They had better do it and decrease (Les 15). B. Wanneer bij alle andere bedrijvende werkwoorden eene onbepaalde wijs als voorwerp staat, heeft die het voorzetsel to vóór zich.

Voorbeelden; I can't afford to make (Les 15). He saw this bell begin to swing (Les 24), He chose to put (Les 2). To desire to do that (Les 23). A few of us are endeavouring to raise (Les 15). He half-expected to be terrified (Les 21 en 22). ...had anything to do (Les 16), I help to support (Les 15). I don't mean to say (Lea 3). I mean to say (Les 23). Scrooge .. . remembered to have heard (Les 24), The clerk... tried to warm himself (Les 8), Marley used to look (Les 21 en 22), You I wish to be (Les 15). I wish to be left (Lea 15).


ocr page 211

— 206 —

C. Such duit principles... had anything to do (Les 16).

Hier is to do het Toorwerp van had, en anything is voorwerp van do. De woorden zijn echter zoo geplaatst, alsof anything het voorwerp van had ware. Deze met het Hollandsch overeenstemmende afwijking van de natuurlijke volgorde der woorden treft men dikwijls aan achter de werkwoorden to have, to find, enz., waarover later.

Opgave 7. Leer van buiten:

niets meer, no more (noo moorquot;), hofmeester, sletoard (stjoe'-erd). ontbieden, to summon (sum'-mun). ongehoorzaam to disobey (dis-6lgt;-bee'). roem, [zijn, fame (feem).

voortspruiten, to arise (e-raii'}-beoefening, practice (prèk'-tis). overleven, to survive (setir-vaiV). lieftallig, kind (kaind),

plegen, ge- to use O0*®)-woon zijn,

schrijven, to write (rait).

daar naar toe, there (dheer).

terugkeertn, to return (re-teurn'). aantal, number (num'-ber).

verdienen, to deserve (de-zcurv'). plicht, duty (djoe'-ti).

beschermen, to protect (prot-tèkt'). uitzetten, to get out'.

school, school (skoel).

deugen, to do.

toost, toast (toost).

eenige, o feu) (fjoe).

mijl, mile (mail).

rijden, to ride (raid),

al, though (dhoo).

slechts, only (oon'-li).

seconde, second (sèk'-und). spook, vision (viz'-jun).

strak, stony (stoon'-i).

blik, gaze (oeez).

afwenden, to divert (di-veurt'). bezoek, visit (viz'-it).

hopen, to hope (hoop),

vermijden, to shun (sjun). bewandelen, to tread (tred).

wagen, [fen. to venture (vèn'-tjur). opslaan, ophef- to raise (reez). vriendelijk, hind (kaind).

aanraken, to touch (tutsj).

teeken, sign (sain).

zorg, care (keer),

vrekkigheid, avarice (e*'-er-ris). dragen, to icear (wweer).

vreezen, to fear (fier).

werk, work (wweurk).

weinig, little (litl).

bekorten, to retrench (re-trèntsj'). veranderen, to alter (aol'-ter). leeren, to learn (lenrn).

boog, iow (boo).

spannen I to bend (bend).

speer, spear (epier).

torschen, to lift (lift).

vrees, fear (fier),

wegnemen, to relieve (re-Iiev'). knoop, button (butn).

achter, behind (be-haind').

jas, coat (koot),

verlangen, to want (wwont). zin, sense (sens).

troost, comfort (kum'-furt).

rusten, to rest (rest).

blijven, to stay (stee).

vertoeven, to linger (Wng'-Ger). ergens, anywhere (èn'-i-wweer).

Vertaal ('): 1. Ik kan niets meer zeggen. — 2. De hofmeester werd boven ontboden, en hij durfde niet ongehoorzaam zijn. — 3. Alle roem spruit niet voort uit [/rom] de beoefening van (de) deugd. — 4. Lear [lier] ^overleefde dit lieftallige kind 'niet lang. — 5. Ik ben niet gewoon zulke lange brieven te schrijven. — 6. Gij deedt beter daar naar toe te gaan zoodra [als] gij kunt. — 7. Inderdaad, mylord, wij zouden beter doen terug te keeren. — 8. (Dat) 2gij 4een groot aantal [van] gelukkige nieuwjaren 'verdienen 'moogtl en als gij (ze) verdient, (dat) 2gij 'ze (dan) 'hebben 'moogt! — 9. Wij moeten vergeten en vergeven. — 10. Wij moeten onzen plicht doen, en de wetten beschermen. — 11. „Wat zullen wij doen,quot; zeide Corbett [kör'-bèt], „de boot uitzetten ?quot; — 13. Gij zult niet (geschikt zijn) [deugen] voor eene school.— 13. Wij zullen allen dien toost drinken. — 14. Ik zal eenige mijlen met u (mede) rijden. — 15. Hij wenschte, al ware bet slechts voor eene seconde, (den) 'strakken blik 2van het spook Van zich 'af te wenden. — 16. Zonder hunne bezoeken kunt gij niet hopen 2het pad 'te vermijden 3(dat) ik bewandel. — 17. Hij waagde (het) zijne oogen weder op te slaan. — 18. Vader is veel vriendelijker dan hij placht te zijn. — 19. Zij trachtte zijn hoofd aan te raken. — 20. Zij begon hem naar [towards] de deur te sleepen. — 21. Zijn gezicht (was) [had] de teekenen van zorg en vrekkigheid (beginnen) [begonnen] te dragen. — 22. Gij hebt niets te vreezen. — 23. In zijne werken vindt gij weinig te bekorten of (te) veranderen. — 24. Hij leerde den boog zijner vaderen spannen en de speer torschen. — 25. Ik wensch uwe vreezen weg te nemen. — 26. Scrooge kon 2de twee knoopen 4achter 3 op zijne jaa 'zien. — 27. Wat verlangt gij van [with] mij? — 28. Waarom twijfelt gij (aan) uwe zinnen? — 29. Ik heb geen troost te geven. — 30. (Ik heb nergens rust of duur) [Ik kan niet rusten, ik kan niet blijven, ik kan niet vertoeven ergens].

(*) Hier „gijquot; overal vertalen met yo».


ocr page 212

— 207 —

(7e Oefen.) B. Spelling en Uitspraak. Éénlettergrepige Oefeningen

over den vocaalklank „oe1' (§ 12, blz. 5).

(Zie Les

2, E. Oefening 7, blz. 32.)

do

(doe)

doen.

to

(toe)

te (zonder nadruk

two

(toe)

twee. [tóe).

who

(hoe)

wie; die.

whom

(hoem)

wien; dien.

tomb

(loem)

graf; tombe.

womb

(wwoem)

baarmoeder.

lose

(loez)

verliezen.

move

(moev)

bewegen.

prove

(proev)

bewijzen.

shoe

(sjoe)

1 schoen. ] (een paard) be-

coo

(koe)

kirren. [slaan.

loo

(loe)

slam (in 't kaart

spel : al de slagen).

moo

(moe)

loeien, bulken.

too

(toe)

te, alte.

woo

fwwoe)

vrijen.

brood

(broed)

broed 5 broeien.

food

(foed)

voeder; voedsel.

mood

(moed)

wijs(der werkwoor-derO; stemming.

pood

(poed)

pud(Russ.gewicht).

rood

(roed)

kruis; roede (maat).

*noodle

(noedl)

klonter.

* poodle

(poedl)

poedel.

hoof

(hoef)

hoef.

loof

(loef)

loef.

proof

(proef)

bewijs.

roof

(roef)

dak.

woof

(wwoef)

inslag (bij wev.).

Scrooge

(skroedzj)

eigennaam.

cool

(koel)

koel.

fool

(foei)

gek.

pool

(poel)

poel.

school

(skoel)

school.

spool

(spoel)

spoel; spoelen.

stool

(stoel)

stoel.

tool

(toel)

werktuig.

boom

(boem)

havenboom ; dreu-

bloom

(bloem)

bloesem. [nen.

broom

(broem)

bezem.

coom

(koem)

roet.

doom

(doem)

oordeel.

gloom

(oloem)

duisternis.

groom

(aroem)

stal-(of rij-) knecht.

loom

(loem)

weefstoel.

room

(roem)

plaats; kamer.

(Voortzetting in den volgenden brief.)

(8e Oef.) F. Lexicograpllie der ZSe Lea.

to change (vergelijk blz. 23 en 26), „changerquot;, veranderen. — though, bijwoord, gelijkluidend het voegwoord (blz. 66, 72, § 202 C., blz. 118), toch. — pause, „pausequot;, pauze, (eene) poos (van stilstand), zelfst, nw., gelijkluidend 't werkwoord in Les 21 en 22. — to pa» (paas), „passerquot;, voorbijgaan, doorgaan (Les 16),

— Jlame (fleem), „flammequot;, vlam. — to leap (liep), springen; stamverwant met loopen. — very, is oorspronkelijk bijvoeglijk uw., zooals wij het op blz. 41, 43 hebben leeren kennen, doch komt gemeenlijk voor als bijwoord in de be-teekenis van zeer; wanneer het een bijvoeglijk nw. is, vertalen wij het doorgaans met een bijwoord: the very day, den dag zeiven, den eigen dag; the very same, juist dezelfde, volkomen dezelfde. — Uit waial (Les 17 en 18) en coat (Les 17 en 18) is Kaist-coat (wwès'-koot), vest, borstrok, samengesteld. — tights, ijlstaande, nauwsluitende, strakgespannen broek, van het bijvoeglijk nw. in Les 6. — boot (boet), „bottequot;, laars. — tassel (tès'-sel), kwast. — latter (lèt'-ter), latere, vergelijkende trap van late (leet), laat, waarvan last (Les 12) de overtrefiende trap is. — bristle (brisl), borstel; to bristle, overeind staan. — skirl, pand, zoom. — drew (droe), onvolm. verl. tijd van to draio, trekken, verwant met to drag (Les 24).

— to clasp (klaasp), (om iets heen) slaan, winden. — middle, middel; vergelijk blz, 49, 66. — wound (wwound), onvolm. verl. tijd en dcelw. van lo iciW (wwaind), winden. — to observe (Les 15), gadeslaan.

— closely, bijwoord van het bijvoeglijk nw. in Les 24. nauwlettend. — cash (kèsj), „caissequot;, kas, klinkende munt; cash'-box, geldkast [in het jaar 1843, toen Dickens zijn Christmas Carol schreef, waren de safes (seefs) of iron safes, ijzeren geldkisten, van Chubb (tsjub), den beroemden smid op St. Paul's Churchyard, nog niet in gebruik]. — padlock (pèd-lok), hangslot. — ledger (lèdzj-er), legger, grootboek. — deed (died),' daad, handeling, van to do; dit to do beteekent ook rechtsgeldig behandelen, vandaar deed, akte, rechtsgeldig document.

— purse (peiirs), beurs, „boursequot;. — wrought (raot), gewrocht, verl. deelw. van to work, werken. — transparent (trèns-pee/-ènt), „transparentquot;, doorschijnend.

— button (blz. 191), knoop. — behind, bijwoord, gelijkluidend met het voorzetsel in Les 21 en 22. — bowels (bou'-«l«), „bovauxquot;, darmen, ingewanden, slechts in het meervoud gebruikelijk; he has no bowels wordt figuurlijk gebezigd in denzelfden zin als: hij heeft geen hart.

— till (til) en until (un-til'), tot. — through, bijwoord, gelijkluidend met het voorzetsel (blz. 97, 103). — to stand (stènd), staan; vergelijk stood (Les 6), understand (Les 15), understood (Les 6).

— death (dètó), dood; vergelijk dead (blz.


..

ocr page 213

— 208 —

20, 28), to die (biz. 49, 55). — death'-cold, doodskoud. — to mark (maark), „marquerquot;, bemerken, opmerken. — texture (tèks'-tjur), verwant met „tissuquot;, weefsel. — fold (foold), vouw; to fold, rouwen. — kerchief (kear'-ttjif), „courre-cbefquot;, hoofd-doekj daarvan, handkerchief (hèny'-kw-tsjif), lakdoek, en neckerchief (nèk'-«r-t»jif), halsdoek, in welke woorden slechts het begrip doek rastgebouden, en met hand en neck („nuquequot;, nek) verbonden is; doch verkeerd is de in hoofdst. 4 van deel 1 van Uncle Tom'ê cabin (torn® keto-in) voorkomende verbinding headker-chief, omdat het begrip hoofd tweemaal daarin voorkomt, eens als head (hoofd) en dan als chief („chef, hoofd). — to wrap (rep), wikkelen; wrapper (rep-per), datgene waarmede iets omwikkeld , omwonden, omkleed is, dus: omslagdoek, dekblad van eene sigaar, enz. — incredulous (in-krèd'-joe-lus), „incrédulequot;, ongeloo-vig. — fought (faot), onvolm. verl. tijd en vcrl. deelw. van to fight (fait), vechten, strijden. — lente (sens), „sensquot;, zin; daarvan: sensation (Les 21 en 22), sens-Me (Les 12). — caustic (kaos'-tik, „caus-tiquequot;, bijtend, scherp. — to raise (Les 15), heften. — shade, zie shadow (Les 21 en 22). — to substitute (sufc'-sti-tjoet), „substituerquot;, in de plaats stellen. — appropriate (èp-proo'-pri-èt), „appropriéquot;, gepast, passend. — Jacob (dzjee'-kbli), Jacob, de bijbelsche naam, die bijna even veelvuldig in het gebruik voorkomt als het gewone James (dzjeemz), Jacobus.

— doubtfully (dout'-lóel-li), bijwoord van het bijvoeglijk nw. doubtful, twijfelachtig, dat samengesteld is uit doubt (blz. 17,

21, 26) en full. —question (kwwès'-tjun), „questionquot;, vraag; to ask a ques'tion, eene vraag doen. — whether (wwèdh'-ec), of.

— condition (kbn-dis'-sjun), „conditionquot;, voorwaarde, toestand, staat. — to take a chair1 of to take a seat' (siet: zetel, zitplaats), plaats nemen, gaan zitten. — event (blz. 41, 45), gebeurtenis; in the event' of, wanneer het gebeurde dat, in het geval dat. — to involve (in-vblv'j, in zich sluiten. — necessity (ne-sès'-sit-ti), „nécessitéquot;, noodzakelijkheid. — to embarrass (em-bèr'-rès), „embarrasserquot;, in verlegenheid brengen. — explanation (èks-plèn-ee'-sjun), opheldering, van to explain (Les 19 en 20). — side (said), zijde. — to use (Les 17 en 18), gebruiken, gewennen.

Opgave 8. Schrijf op in de lijst der onregelmatige werkwoorden:

flight. — got. — laken. — thought. — wouldn't. — hang. — sit,— built.— threw.—■ hung, onvolm. verl. tijd. — swing. — swung. — rang. — begun. — heard, onvolm. yerl. tijd en verl. deelw. —fleto. — won't.

(9e Oefen.) 6. Mondeling (Merlioud.

Vragen.

1. What had Scrooge in his room to warm himself?

5. What sort of a night was it?

8. What was in the fire-place to give warmth ?

4. Who had built the fire-place?

G. When had the fire-place been built?

6. With what was the fire-place paved?

7. To what were the tiles of the fireplace designed ?

8. How were the Angelic messengers represented ?

9. How were the Apostles represented?

10. Like what did Marley's face swallow up the other figures?

11. What believed Scrooge to see on each of the tiles?

18. What did Scrooge do after several turns across his room?

13. What did he do after he had sat down?

14. Upon what did his glance rest?

IK. With what did the bell communicatc?

16. What did Scrooge see, as he looked at the bell?

13. Did the bell swing very loud, and which bells did the same?

18. How long did the sound of the bells last, and how long seemed it to Scrooge?

19. By what was the sound of the bells succeeded ?

SO. Where was the noise, and what was it like?

81. What did Scrooge remember now?

83. With what sort of a sound did the cellar-door fly open?

83. In which succeeding {op elkander volgende) places did Scrooge hear the noise?

(loe Oefen.) H. Gesprekken.

(In den volgenden brief voortzetting van het kluchtspel: My fellow Clerk.)

I. Herhaling

der opgaven van dezen brief. Den tekst overschrijven en lezen overeenkomstig blz. 176.

Taalkundige opgaven. § 250 (blz. 198). Opgave 1. § 251 (blz. 197). Opgave 2. § 252 (blz. 198). Opgave 3. § 254 (blz. 203). Opgave 4. § 255 (bU. 204). Opgave 5. § 256 (blz. 204). Opgave 6. § 257 (blz. 206). Opgave 7.

Blz. 20S. Opgave 8.


ocr page 214

Leercursus der Engelsche taal door zelfonderricht.

13quot; BRIEF.

_(LES 25 EN 26.)__

25e LES.

Verkwikking schenkt vermoeiden elke nacht genoeg, Des echten mans genot ligt in de daad.

(Naar göthe.)

A. Tekst.

(Oefen. 1—3 volgens het op blz. 32 [Eens voor nl] gegeven voorschrift.) (Zie blz. 19, 32 en 189.)

De woorden hierviin zijn reeds verklaard op blz. 207.

His colour elianged though, when, without a pause, 1 it

liiz kul'-ur tsjeendzjd dhooquot; wwèn wwidh-out' e paozquot; it

came on through the heavy door, and passed into the room]

keem onquot; (hoe dhe hev'-i doorquot; end paast in'-toe dhe roeraquot;

before his eyes. Upon its coming in, 2 the dying flame

be-foor' hiz aizquot; up-on' its kum'-iw^ inquot; dli(? dai'-iw// fleem

leaped up, as though it cried »1 know him I Marley's Ghost!quot;

liept upquot; èz dhoo it kraid ai nooquot; him maar'-liez coostquot;

and fell again.] — The same face: the very same. 3 Marley

ènd felquot; e-eèn' dhe seemquot; fees dhe vèrquot;-ri seem maa/-li

in his pig-tail, usual waistcoat, tights, and hoots; the

in hi® piGquot;-teel joez'-joe-èl wwesquot;-koot taitsquot; end boetsquot; dhe

tassels on the latter bristling, like his pig-tail, and his

tes'-seU on dhe let'-to- brisquot;-li«# laik hiz pie'-teel end hi®

coat-skirts, and the hair upon his head.] The chain he drew

koof'-skeiirts end dhe hee»- up-on' hiz hodquot; dhe tsjeenquot; hi droe

4 was clasped about his middle.] 5 It was long, and wound

wwoas klèspt e-bbut' hiz midlquot; it wwoz \onffquot; end wwound

about him like a tail; and it was made (for Scrooge observed

e-bout' him laik e teelquot; end. it wwoz meedquot; for skroedzj ob-zewvd'

it closely) of cash-boxes, keys, padlocks, ledgers, deeds, and

it kloosquot;-li 6v kèsjquot;-b6ks'-ez kiezquot; pèdquot;-loks lèdzjquot;-^rz diedzquot; ènd

heavy purses wrought in steel.] 6 His body was transparent:

hev'-i peu!-squot;-ez raot in stiel hiz bod'-i wwoz trèns-peerquot;-ènt

so that Scrooge, observing him, and looking through his

soo dhèt skroedzj olj-zeurv^-iw^ him end loek'-iwy ^roe hiz

waistcoat, could see the two buttons on his coat behind.] —

wwèsquot;-koot köed si dhe toe butnzquot; on hiz koot be-haindquot;

Scrooge had often heard it said 7 that Marley had no bowels,]

skroedzj hed ofn heard it sod dhèt maa/-li hod noo bouquot;-(?lz

but he had never believed it until now. — No, nor did he

but hi hèd' nev'-^r be-lievd' it un-til' nouquot; nooquot; nor did hi

believe it even now. Though 8 he looked the phantom through

be-liev' it ievn nóuquot; dhoo hi lóekt dhe fèn'-tum tkmequot;

and through, and saw it standing before him; though he

ènd t/iroequot; end sao it stend'-i»/ be-foo?-quot; him dhoo hi

felt the chilling influence of its death-cold eyes; and marked

fèlt dhe tsjil'-iwy in'-flóe-èns ov its dc^quot;-koold aiz ènd maarkt Servaaa de Bruin, Engelsche Taal. 14

ocr page 215

the very texture of the folded kerchief bound about its head

dhlt;? vèr'-ri tèks,/-tjur ov dlie fooltl'-ed keu/'-tsjif bound c-bout' its liedquot;

and chin,] which wrapper he had not observed before: 9 he

ènd tsjinquot; wwitsj rep'-per hi hod not ob-zeurvd' he-ioorquot; hi

was still incredulous, and fought against his senses.] —

wwo® stil in-kredquot;-joe-lus ènd faot e-Genst' hi® sènsquot;-ez

quot;How nowlquot; said Scrooge, caustic and cold as ever. »What

hou nouquot; sèd skroeilzj kaos'-tik end koold cz ev'-'-er wwot

do you want with me?quot; — »MuchIquot; — 10 Marley's voice,

doe joe ww6ntr/ wwidh mi mutsjquot; maarquot;-liez vois

no doubt about it.] — »Who are you?quot; — »Ask me who I

noo doutquot; e-bout' it hoe aa?*quot; joe aask mi hoe ai

was.quot; — Who were you then?quot; said Scrooge, raising his

wwöaquot; hoe wweurquot; joe dhèn sèd skroedzj reez'-iw^ hiz

voice! »You're particular — for a shade.quot; He was going to

voisquot; joer paar-tik'^jóe-ler for e sjeedquot; hi wwoz Goo'-i«^ tóe

say »to a shadequot;, butquot;substituted this, as more appropriate. —

see toequot; e sjeed but sub'-sti-tjoet-ed dhisquot; èz moor èp-prooquot;-pri-èt

»In life I was your partner, 11 Jacob Marley.quot;] — »Can

in laifquot; ai wwoz joer paartquot;-nlt;?r dzjee'-kob maar'Mi ken

you — can you sit down ?quot; asked Scrooge, looking doubtfully

joe ken joe sit dounquot; aaskt skroedzj lóek'-iw^ doutquot;-foel-li

at him. — »1 can.quot; — »Do it then.quot; — Scrooge asked the

et him ai kènquot; doequot; it dhèn skroedzj aasktquot; dhe

question, 12 because he didn't know whether a ghost so

kwwès'-tjun be-kaoz' hi didnt noo' wwcdh'-er e Goost soo

transparent might find himself in a condition to take a chair;

trèns-peerquot;-ent mait faind him-sèlf' in e kon-dis'-sjun tóe teek e tsjee/'

and felt that in the event of its being impossible, it might

ènd fèlt dhèt in dhi e-vènt' ov its bi'-in// im-posquot;-sibl it mait

involve the necessity of an embarrassing explanation.] But

in-volv' dhe ne-ses'-sit-ti ov en em-bèr'-rès-iw^ èks-plèn-eequot;-sjun but

the ghost sat down 13 on the opposite side of the fire-place,]

dhe Goost set doun on dhi op'-poz-it said ov dhe fairquot;-plees

as if he were quite used to it.

cz if hi ww'eur kwwait joezdquot; tóe it

(4e Oefening.) B. Hollantlsehe Vertaling.

Zijne kleur veranderde toch, toen het, zonder (een oogenblik stil te boaden), door de zware deur aankwam en in de kamer (drong) voor zijne oogen. Toen het binnenkwam (flikkerde) de uitgaande vlam op, als riep zij: „Ik ken hem! Marley's geest!quot; en (verflauwde) weder. — Hetzelfde gezicht: volmaakt hetzelfde. Marley (met) zijn (haarstaart), (zijn) gewone vest, (zijne) nauwsluitende broek, en (zijne) laarzen; de kwasten van laatstgenoemde overeindstaande, gelijk zijn haarstaart, en zijne roks-panden, en het haar op zijn hoofd. De keten, (die) hij (met zich voortsleepte), was om zijn middel geslagen. Zij was lang, en om hem heen gewonden als een staart; en zij was gemaakt (want Scrooge nam haar nauwlettend op) van geldkistjes, sleutels, hangsloten, grootboeken, akten en zware, (van) staal vervaardigde geldbeurzen. Zijn lichaam was doorschijnend: zoodat Scrooge, hem gadeslaande, en door zijn vest heen kg kende, de twee knoopen achter op zijne jas kon zien. — Scrooge had [het] dik-

ocr page 216

— 211 —

wijl» hooren zeggen, dat Marley geen hart had (♦), maar hij had het tot nu toe nooit (willen gelooven). — Neen, zelfs nu geloofde hij het nog niet. Ofschoon hij het spook door en door keek, en het voor zich zag staan; ofschoon hij den verkillenden invloed voelde van zijne doodskoude oogen, en (tol zelfs) het weefsel van den gevouwen doek herkende, (die) om zijn hoofd en (zijne) kin (was) gebonden, welk omwindsel hij vroeger niet opgemerkt had, was hij (toch) nog ongeloovig, en streed tegen zijne zinnen. — „(Wat) nu 1quot; zeide Scrooge, schamper en koud als (altijd). „Wat (verlangt gij van mij)?quot; — „Veel!quot; — Marley's stem, ^er (was) 'geen twijfel 'aan. — „Wie zijt gij?quot; — „Vraag mij wie ik (geweest ben).quot; — „(Nu) dan, 'wie (zijt) 5gij 2(geweest)?quot; zeide Scrooge, met eenige verheffing van stem. „Gij zijt (nog al) precies — voor eene schim.quot; Hij meende te zeggen „op een woordjequot;, maar stelde dit (er voor) in de plaats, als (beter) passend (t). — „(Toen ik leefde) was ik uw compagnon, Jacob Marley!quot; — „Kunt gij — kunt gij gaan zitten?quot; vroeg Scrooge, hem twijfelend aanziende. — „(Dat) 2kan 1ik.quot; — „Doe het dan.quot; — Scrooge (deed die) vraag, omdat hij niet wist of een 2zoo doorschijnende 'geest zich in [eenen] staat kon bevinden (om) eenen stoei te nemen, en (omdat hij) gevoelde, dat het, in [het] geval (dat dit onmogelijk was), eene onaangename opheldering noodzakelijk zou kunnen maken. Maar de geest ging zitten aan den andereu kant van den haard, alsof hij (het) volkomen gewend was.

(*) Marley had no bowels, is eene Engelsche woordspeling. Bowels beteekent; ingewanden. Alleen in geval Marley's lichaam van binnen ledig was, dus geen ingewanden had, kon Scrooge (aangenomen dat de kleeding doorschijnend was) de knoopen op zijnen rug zien. Marley had no bowels heeft echter ook nog de figuurlijke beteekenis: MarW was iemand zonder gevoel, Marley had geen hart. Nu heeft de Hollandsche taal geen woord, quot;-ardoor de beide bcteekenissen voldoende uitgedrukt kunnen worden, zoodat de vertaler zich tevreden moet stellen met slechts een van die twee beteekenissen, en wel die, die hier de voornaamste is, terug te geven. In het Fransch heeft Marley était un homme sans entrailles insgelijks de dubbele beteekenis.

(f) Wederom eene woordspeling. Shade heet schaduw, schim, de onlichamelijke verschijning, en het beteekent ook zweem, schakeering, gering en schier onmerkbaar verschil in kleur* You are particular for a shade wil zeggen: Voor eene schim (of: al zijt gij maar eene schim) let gij nog al nauw. You are particular to a shade beduidt: gij let nog al nauw, dat gij zóó de puntjes op de i's zet.

(5e oefen.) C. AVederzijdsche Yertaling.

(Zie blz. 18 en 75.)

Oplossingen der opgaven, vervat in den vorigen brief.

Opgave 1 van § 250 (blz. 197):

1. There was something very awful in the spectre's being provided with an infernal atmosphere of its own. — 2. Business prevented my sooner attending to your lordship's kind summons. — 3. Except the loss of my limb, and my being obliged to beg, I don't know any reason, thank Heaven, that I have to complain. — 4. Every evil becomes more supportable by our being accustomed to it. — 5. The two young Cratchits laughed tremendously at the idea of Peter's being a man of business. —

6. This expedition of Alexander opens with his consulting the oracle at Delphos. —

7. He made them feel his power, without their daring, or even being inclined, to murmur at it. — 8. Your directing us to reading is certainly the best means to our instruction. — 9. His endeavouring to drown his love in wine, is throwing oil upon the fire. — 10. Mr. H. (§ 39) and his housekeeper had stood some moments in the room, without the young lady's being sensible of their entering it. — 11. I reminded him, not without blushing, of my having no money. — 12. I insist on your all meeting me there.

— 13. It was their turn to laugh now, at the notion of his shaking Scrooge.

Opgave 2 van § 251 (biz, 197):

1. The dealings of my trade were but a drop of water in the comprehensive ocean of my business. — 2. There was no longer any question what she was, or any thought of her being a living being. — 3. This is the blessing wherewith Moses the man of God blessed the children of Israel before his death. — 4. He would have no such doings in his house. — 5. That age is the happiest, when such feelings as I felt then can agitate us no more. — 6. I made a footing in the wall. — 7. Young Arthur's comings and goings were quite well known to his vigilant guardian. — 8. Commissions were issued for the levying of new regiments. — 9. He was in his dealings as punctual as a tradesman. — 10. We shall be more at liberty in my lodgings. —

11. Thy mournings cannot avail me. —

12. I have seen him in his robes of state at the opening of the House of Lords. —

13. He devoured eagerly the light reading thrown in his way. — 14. There was a considerable rising in favour of Monmouth. —15. There is nothing, says Plato, so delightful , as the hearing or the speaking of truth.

Opgave 3 van § 252 (blz. 198):

I. During my absence in the country, several packets had bees left for me, —.


IV

ocr page 217

Verleden deelwoord.

OobepaalJe wijs.

Afleidiugen.

began

flew

hung heard rang sat

swung

took

thought

threw

would,

wouldn't

begun built

got

hung

heard

flight

taken thought

2. Notwithstanding the many battles in which he had fought, his face had escaped without a wouud.

Opgave 4 van § 254 (biz. 203): 1. To be vain is rather a mark of humilily than pride. — 2. To chase is one thing, to capture another. — 3. To hear is to obey. — 4. To leave you thus might seem unkind. — B. There is no science or art in the world so hard as to live and die well.

— 6. To see him and not to spare him was an outrage on humanity and decency.

— 7. Not to wish is not to be deceived.

— 8. To err is human, to forgive divine. Opgave 5 van § 255 (biz. 204):

1. It was a habit with Scrooge, whenever he became thoughtful, to put his hands in his breeches' pockets. — 2, It is not easy to forget. — 3. It is the glory of a man to pass an offence. — 4. It grieves my heart to see thee thus. — 5. It is very disagreeable to seem reserved, and very dangerous not to be so. — 6. It becomes not me to speak of her virtues; yet it is but gratitude to mention them. Opgave 6 van § 256 (biz. 204): 1. We are to be together all the Christmas long. — 2. You are to be a man, and are never to come back here. — 3. A positive light appeared to issue from Fezzi-wig's calves. — 4. No one seemed to care.

— 5. Our first duty is not to do evil. — 6. The principal beauty of a citadel is to exclude the enemy. — 7. To instruct delightfully is the general end of all poetry.

— 8. Better days seemed to open for him.

— 9. He seemed not at all to repent of what he had done. — 10. His benevolent spirit Eeemsrstill to smile upon us. — 11. In his estimation, to submit and to obey, were the great, the paramount duties of subjects.

— 12. What is to become of his poor boy ? Opgave 7 van § 257 (biz. 206):

1. I can say no more. — 2. The steward was summoned up, and he dared not disobey. — 3. All fame does not arise from the practice of virtue. — 4. Lear did not long survive this kind child. — 5. I do not use to write such long letters. — 6. You had better go there as soon as you can.

— 7. Indeed, my lord, we had better return. — 8. May you deserve a great number of happy new years! and if you deserve, may you have them! — 9. We must forget and forgive. — 10. We must do our duty, and protect the laws. — 11. „What shall we do,quot; said Corbett, — „get the boat out?quot; — 12. You won't do for a school.

— 13. We will all drink that toast. —

14, I will ride with you a few miles. —

15. Ho wished , though it were only for a second, to divert the vision's stony gaze from himself. — 16, Without their visits,

begin build

get hang hear

sit

swing take think

(will, '11,

won't)

(Be Oefen.) D. SpraakkUDSt.

[§ 358.] He could htar the people... go (Les 8). To see the dingy cloud come (Les 8.) He jaw this bell begin (Les 24). Let me keep (Les 11). Let me leave {Les 11). Let me hear (Les 12). Let it... he borne (Les 19 en 20). Let any man explain (Les 19 en 20).

Toen wij in § 239 (biz. 182) den vierden naamval (den objectief) met het tegenwoordig deelwoord ophelderden, zagen wij reeds, dat in denzelfden zin de objectief met de onbepaalde wijs voorkomt. Zoo hebben wij in de bovenstaande volzinnen als voorwerp (als object) der werkwoorden to hear, to tee en to let;

1) dc objectieven (vierde naamvallen) pecplt, cloud, bell, me, it, man;

2) deonbep. wijzen go, come, begin, keep, leave, hear, be borne, explain!

3) de zinnen people go, the cloud come), thi» bell began, I keep, Heave, I hear, it is borne, any man explains.

you cannot hope to shun the path I tread.

— 17. He ventured to raise his eyes again.

— 18. Father is much kinder than he used to be. — 19. She tried to touch his head.

— 20. She began to drag him towards the door. — 21. His face had begun to wear the signs of care and avarice. — 22. You have nothing to fear. — 23. In his works you find little to retrench or alter. — 21. He learned to bend the bow of his fathers, and to lift the spear. —

25. I wish to relieve your fears. —

26. Sciaoge could see the two buttons on his coat behind. — 27. What do you want with me? — 88. Why do you doubt your senses? — 29. I have no comfort to give. -— 30. I cannot rest, I cannot stay, I cannot linger anywhere.

NB. Terug-vertaling!

Opgave 8, biz. 208 (vergelijk § 155 , biz. 85; opg. 4, biz. 132; opgave 5, biz. 149; opgave 7, biz. 180; opgave 5, biz, 195).

OavoImaakL verl. tijd.

ocr page 218

— 213 —

Staat in deze verbinding, zooals hier, in het Engelseh de onbepaalde wijs zonder to, dan gebruiken wij in het Hol-landseh gewoonlijk dezelfde wending, doch kunnen ook eenen door het voegwoord dat aangehechten objectieven zin bezigen, b. v. hij kon hooren, d a t de lieden gingen.

Opgave 1. Leer van buiten;

edel, mile (noolil).

streven, aspiration (ès-pi-ree'-

een voor een, one' by one' [sjun). in 't niet zinken, to fall off'

heette (gebood), bade (becd).

boom, tree (tri),

schreeuwen, to shriek (sjriek). luidkeels, aloud (e-loud').

hnlp, help (help),

uitzetten, to get out'

sidderen, to shudder (sjud'-der).

ijskoud worden, to feel cold'

vogelroer, fowling-piece (fbul'-iMj). dragen, to carry (kèr'-ri).

laden, to load (lood),

toevallig hooren, lt;o overhear [dee'-sjun). lof, commendation (kom-mèn-

stipt, precies, exactly (eGz-ekt'-li).

Vertaal: 1. Ik heb (de pogingen van) uw edeler streven [meervoud] een voor een in het riet zien zinken. — 2. Ik heette hem naar [lol den boom te gaan. — 3. Ik hoorde hem schreeuwen en luidkeels om [for] hulp roepen. — 4. „(Laten wij) [Laat ons] onze boot uitzetten, Stewart [stjoe'-ert],quot; zeide zijn lordschap, „en hen helpen.quot; — 5. Het (deed) [maakte] hem sidderen en ijskoud worden. — 6. 'De twee vogelroeren, 5die wij altijd droegen, 5liet [to mate] 'ik 3hcm nemen, 6en [hen] laden. — 7. Hij hoorde toevallig zijnen jongen meester onze namen noemen [/o mention'] met grooten lof. —

8. Ik zag hem weder terugkomen. —

9. Doe precies zooals gij 2mij 'ziet 'doen.

[§ 3S8.] No beggars implored him to

bestow (Les 7).

You will... permit me to repeal (Les 3).

Warning all human sympathy to keep (Les 7).

Hier hebben wij , in den ien naamval met onbepaalde wijs, de onbepaalde wijs met to. Gebruiken wij in't Holl, dezelfde wending, dan zetten wij insgelijks het voorzetsel te hier vóór de onbep. wijs. lu den verderen loop onzer lessen geve men nauwlettend acht waar in den tekst de onbepaalde wijs met of zonder to voorkomt: zoodoende zal de beoefenaar later de zelfvoldoening smaken in den door ons op te geven regel slechts eene bevestiging te zien van hetgeen eigene opmerking hem reeds geleerd heeft.

Opgave 2. Leer van buiten:

verzoeken, to heq leiden, to lead (lied).

dwingen, to force (Ibors).

nu aanstonds, ncxl (nèkst).

gebeuren, to happen (hèpn).

erkennen, to acknowledge(eV-Tio\'-eAi]).

voorbeeld, example (ÈGi-èmpl').

toelaten, to allow (èl-löu').

minder, less (les).

prachtig, sumptuous (sum'-tjoe-us). manier, wijze, moMMer (mèn'-ner). onthalen, to entertain (un-U!r-tf;en'). vroeger, before (be-foor'). rechtsgeleerde, lawyer (luo'-jer). aanstellen, to appoint (èp-pbint'). rekening, account (èk-kbunf). nazien, to examine (eGa-èm'-in). verplichting, liability (lai-èto-il'-it-ti). kwijten, vereffenen , to adjust (èd-dzjusf). houden van, to like (laik).

gezind, disposed (dis-poozd').

koning, king (kiwi/).

broeder, brother (brudh'-er). terdoodbrengen,lt;o put to death'.

enkel, ankle (ènkl).

wrijven, to rub (rul»).

zien, aanschou-4e/lt;oW,WcW(be-hoold', bc-

wen, beheld (•) held'),

bestemmen, to destine (dès'-tin).

vertrek, apartment (èp-paart'-mènt).

belasten, to charge (tsjaardzj).

vlak, dicht, close (kloos).

blijven, to keep (kiep).

gebieden, to commaarf(kom-maand').

verklaren, to declare (de-klee/).

legitiem, legitimate (le-dzjit'-i-snct). toebereidselen

maken, to prepare (pre-peer').

verdedigen, to defend (de-fènd').

kiezen, to choose (tsjoez).

stadhouder, Governor (Guv'-er-nur).

beschermer, Prolector (prbt-tckt'-ur).

koninkrijk, kingdom (kiw^'-dutn).

Engelseh, English (itt^'-Glisj).

rechter, judge (dzjudzj).

veroordeelen, to condemn (kbn-dèm'). terdoodbrengen,lt;o execute (èks'-e-kjoet).

eigenschap, jMaZ!/?n»iio«(kwwbl-if-i-kee'-

overhalen, doen sjun).

besluiten, to deter-in).

dienst, service (seurv'-is).

wenschen, to desire (de-zair').

reisvalies, portmanteau (pbrt-mèn'-too).

dragen, to carry verplichtend,

vleiend, obliging (bb-blaidzj'-iny).

plichtpleging, compliment (kbra'-pli-mènt).

ontdekken, to discover (dis-kuv-er),

schurk, scoundrel (skbun'-drel).

{*) Wunnccr drie vormen van een werkwoord opgegeven worden zonder verdere toelichting, is altijd de eerste vorm de onbepaalde wijs, de tweede vorm de onvolmaakt verl. tijd, de derde vorm het verleden deelwoord.


ocr page 219

— 214 —

smeeken, to entreat (en-trief).

zich bedenken,pause (paoz).

dwaas, foolish (foel'-isj).

aanzoek, suil (sjoet).

gehoorgeren, to yield (jield).

gissen, raden,lo guess (Ges).

Italiaan, Italian (it-tèl'-jèn). werkelijk, really (ri'-e!-li). woordenboek, dictionary (dik'-sjun-èr-i). noodighebben,/o want (wwont).

taal, language (lè»^'-Gwweitzj).

binnenkomst, entrance (èn'-trèns),

gast, guest (Gest).

nopen, to induce (in-djoes').

tijdverdrijf, amusement (èm-mjoei'-mènt). staken, to suspend (sas-pènd'). vermanen, to exhort (èez-hort'). vastberadenb.j/Zmjim (feurm'-nès). verwachten, to expect (èks-pèkf).

eenige, a few (fjoe). \er).

mewsshimtaet,newsmonger (njoezquot;-mn«^'-wijk (stads-) quarter (kwwaort'-er). smeeken, to implore (im-ploor'). zeggen, to tell (tèl).

dringen, to press (pres), nu, al present (prèz'-ènt).

uitspreken, to ^ro»oa»ce(pron-nouns'). kleeding, dress (drès).

volmaakt, perfect (peur'-fèkt). overlaten, to leave (liev).

bepalen, to fix (fiks).

bevelen, gebieden, to order (or'-der).

kanoe (boot), cinnt (kèn-noe1). verzoeken, to request (re-kwwèst').

naar beneden %dovgt;n below'

waan, delusion (de-ljoe'-zjun).

blijven, to remain (re-meen'), vertrouwen, to trust (trust).

erkennen, to acknowledge.

Vertaal: 1. Scrooge verzocht den geest, hem te leiden waar hij wilde. •— 2. De geest dwong hem, op te merken wat er nu [next] gebeurde. — 3. 2Hij erkent, (dat) 'zijn naam 'niet 'Pickersgill [pik'-erz-Gil] 4is. — 4. Ik raad u, mijn voorbeeld te volgen. — 5. Ik wil niet toelaten, (dat) de dames op [('»] eene minder prachtige wijze onthaald worden dan vroeger. — 6. Ik wil een rechtsgeleerde aanstellen (om) uwe rekeningen na te zien en mijne verplichtingen te kwijten. — 7. Ik vraag u niet, (om) van dien man te houden. — 8. ik geloofde, dat hij welgezind was jegens [totcards] mij. — 9. De koning liet [to cause\ zijnen broeder ter dood brengen. — 10. Ik liet [to cause] Vrijdag zijne enkels wrijven. — 11. Ik zag [to behold\ eene kamer, die ik van \from\ dat (oogen-blik) [uur] (af aan) bestemde (om) mijn vertrek te zijn. — 12. Ik belastte hem, vlak achter mij te blijven [to keepl. — 13. Mevrouw! gij (hebt) mij eens (geboden) nooit weder nan [of] Beverley [bèv'-er-li] te denken. — 14. Het parlement verklaarde de koningin [te zijn] legitiem. — 15. De Schotten maakten toebereidselen (om) zich te verdedigen, en kozen Wallace [wwol'-lès] (tot) [te zijn] Stadhouder of Protector des [konink-Jrijks. — 16. De Engelsche rechters veroordeelden hem, (om) ter dood gebracht te worden. — 17. Deze twee eigenschappen deden mij besluiten, u in mijne dienst te nemen. — 18. Ik verlangde (van) hem, een mijner reisvaliezen voor mij te dragen. — 19. Zij maakte mij duizend vleiende complimentjes, en verzocht [to desire] mij, (om) dikwijls te komen. — 20. Ik heb ontdekt, (dat) hij een schurk (is). — 21. Ik bezweer [to entreat] u, u te bedenken, eer gij aan het dwaze aanzoek van mijnen dwazen neef gehoor geeft. — 22. Gij zoudt 'dezen man 'nooit 4voor [to ie] een Italiaan Aangezien [to guess] hebben. — 23. Hij zou werkelijk een woordenboek noodig hebben, (om) '■'hem 4zijne eigene taal 'te helpen 'verstaan. — 24. Het binnenkomen van eenen gast noopte haar niet, dit aangename tijdverdrijf te staken. — 25. Hij vermaande haar, hare vastberadenheid te behouden.

— 26. Zij verwachtten hem ain eenige weken '(terug) [terug te keeren]. — 27. Ik vond hem [te zijn] de(n) grootste(n) nieuwskramer in onze wijk. — 28. Ik smeekte u, mij niets meer te zeggen. —

29. Ik wil niet (bij) 2u 'aandringen (om) 6nu 5met mij •'mede [along] 'te gaan. —

30. Al de dames van Screwstown [skroez-toun] verklaarden [to pronounce] (dat) hare kleeding volmaakt (was). — 31. Ik zal (het aan) u overlaten, uw eigen tijd te bepalen. — 32. Ik gebood Vrijdag een der kanoes te nemen. — 33. Zij weet, (dat) gij in [het] huis zijt, en wil u vergunnen, haar te zien. — 34. Ik verzoek [to request] u en de (overige) [andere] dames, naar beneden te gaan. — 35. Hij liet [to suffer] mij niet lang in dien aangenamen waan [blijven]. — 36. Het is 2zoo slecht 'niet, als gij (denkt) [neemt het te zijn].

— 37. Gij kunt mij vertrouwen (als) [te zijn] uw vriend en vader. — 38. Het was 'inderdaad 'niet 2zoo, ofschoon bij wenschte (dat het zoo ware). — 39. Engeland [\ng'-Glend] verwacht (dat) ieder [man] zijn plicht zal doen. — 40. Ik geloof (dat) uw broeder een goede man (is). — 41. Zij wist (dat) zij nog geen twintig (was). — 42. Wij erkennen (dat) Gij onze Heer (zijt).

[§ 260.] It's enough for a man to understand. .. and not to interfere (Les 16).

It would be necessary for them to part (Les 8).

Gelijk in § 240 (biz. 182) den vierden naamval met het tegenw. deelwoord, vinden


ocr page 220

— 215 —

wij hier den Tierden naamval met de onbepaalde wijs met to, afhankelijk Tan een voorzetsel, en zulks veel menigvuldiger dan in het Hollandsch; intusschen beperkt zich dat gebruik tot het voorzetsel /or.

Wel is waar kunnen in de twee bovenstaande voorbeelden de onbepaalde wijzen io understand, to inter/ere, to part als logische onderwerpen (§ 255, biz. 203), de van het voorzetsel for afhankelijke vierde naamvallen a man, them als adverbiale bepaling van enough en necessary opgevat worden; doch reeds in de hieronder volgende oefenings-opgaven komen gevallen voor, waarin deze of eeae dergelijke opvatting niet plaats heeft. Hij den fidea Tolzin is zelfs geen andere verklaring mogelijk, dan die van eenen van for af-hankelijken vierden naamval met de onbepaalde wijs. Door welke wending zulke volzinnen in het Hollandsch terug te geven zijn, zal tevens uit de volgende volzinnen duidelijk worden.

Opgave 3. Leer van buiten:

tevergeefs, in vain (veen).

pleiten, voorgeven, to plead (plicil).

voet-, pedestrian (pe-dès'-tri-èn).

geschikt maken,^ adapt (èd-dèpt'),

zich onthouden van, to help weeklagen, to lament (lèm-mènt'). smeeken, to »M^/)Z!calt;e(sup'-pli-keet). neiging, inclination (in-kli-nee'-sjun).

voldoende, sufficiently (suf-fisj'-ènt-li). gemakkelijk, easy (iez'-i).

ten uitvoer brengen , to effect (èf-fekf). gelijkenis, resemblance (re-zèm'-blèns), vermomming, disguise (diz-Gaiz'). misleiden, to deceive (de-siev'). waarheid, truth (troetó). betrekken, to concern (kbn-seurn'). opheldering, explanation (èks-plèn-nee'-monarch, monarch (mon'-èrk).[sjun). teeken, wenk, sign (sain), heengaan, zich

verwijderen, to retire (re-tair'). zeggen, to tell.

Vertaal: 1. Het zou tevergeefs geweest zijn (al had) Scrooge (willen voorgeven) dat het weder en het uur niet geschikt waren voor 2(tochten) [doeleinden] 'te voet. — 2. Het was 2voor de jonge dame 'onmogelijk (niet te) lachen. — 3. (Hij was er de man niet naar, om) te weeklagen en te smeeken. — 4. Mijne eigene neiging maakte het voor hem 2gemakkelijk '(genoeg) [voldoende] 4zijn voornemen sten uitvoer te brengen. — 5. De gelijkenis was te (sprekend) [volkomen] (dan dat ik) door de vermomming (misleid had kunnen worden). — 6. Zij was te zeer in de waarheid betrokken, (dan dat hij) eene opheldering van haar (had kunnen verwachten). — 7. „Ga, vriend!quot; zeide de monarch tegen [to] mij, (mij eenen wenk gevende om mij te verwijderen) [2een teeken 'makende, (dat) voor mij (het sein was om) heen te gaan.] — 8. Het is vergeefs(che moeite) voor mij 2u (nog) meer 'te zeggen.

(7e Oefen.) E. Spelling en Uitspraak. Éénlettergrepige Oefeningen

over den vocaalklank oe (§ 12, blz. 5). (Zie Les 2, E. Oefening 7, blz. 32.) Vervolg.

coomb

(koem)

■l-bushels-maat.

hoon

(boen)

gift; geschenk.

moon

(moen)

maan.

noon

(noen)

middag.

soon

(soen)

spoedig.

spoon

(spoen)

lepel.

swoon

(swwoen)

zwijm.

coop

(koep)

kippenmand.

hoop

(hoep)

hoepel.

loop

(loep)

lus.

poop

(poep)

achtersteven.

scoop

(skoep)

schop, schepper.

sloop

(sloep)

sloep.

stoop

(stoep)

bukken.

swoop

(swwoep)

grijpen, wegrooven.

troop

(troep)

troep.

whoop

(hoep)

hop hop!

woop

(wwoep)

roodborstje.

boor

(boer)

boer.

moor

(moer)

Moor; veen.

poor

(poer)

arm.

woos

(wwoes)

zeegras.

choose

(tsjoez)

kiezen.

goose

(Goes)

gans.

loose

(loes)

los.

moose

(moes)

elanddier.

noose

(noez)

strik, strop.

* loosen

(loesn)

losmaken.

roost

(roest)

(kippen-) roest.

boot

(boet)

laars. [hoen.

coot

(koet)

meerkoet, water-

hoot

(boet)

najouwen.

moot

(moet)

disputeer-oefening.

root

(roet)

wortel.

soot

(soet)

roet.

shoot

(sjoet)

schieten.

wootz

(wwoets)

Indisch staal.

sooth

(soe/^)

waarheid; waarlijk.

smooth

(smoedh)

glad.

tooth

(toeth)

tand.

soothe

(soedh)

sussen.

*smoothen

(smoedhn)

gladmaken.

groove

(Groev)

groef.

ooze

(oexj

doorsijpelen.

(Voortzetting in de volgende les.) *) In ferzen tweelettergrepig. Zie § 68 blz. 24.


ocr page 221

— 216 —

(8e Oefen.) F. Lexicographie (biz. m)

der 26e Les.

Door wederzijdsche Tertaling (blz. 18, 19) goed in het geheugen te prenten eer men aan de volgende les begint.

evidence (èv'-i-dens), „evidencequot;, oogen-schijnlijkbeid, bewijs. — reality (ri-èl'-il-ti), „réalitéquot;, ■werkelijkheid, van real (bl2. 111). — to doubl, „douterquot;, twijfelen, gelijkluidend met het zelfst. nw. (blz. 19 en 26). — little, klein, luttel (vergelijk blz. 65). — to affect (ef-fekt'), „affecterquot;, aandoen. — disorder (dis-br'-dfr), „dés-ordrequot;, ongeregeldheid, wanorde, (het) van-streek-zijn. — siomacJi (stöm'-èk), „estomacquot;, maag. — to cheat (tfjiet), bedriegen; cheat, bedrog, bedrieger. — digett (di-dzjèst'), „digérerquot;, verduwen, verteren; digestion (di-dzjès'-tjun), „digestionquot;, spijsvertering; undigested (un-di-dzjèst'-ed), onverteerd. — bit (bit), bete, beetje, stukje, vergelijk to bite (blz. 77).

— beef (bief), „boeufquot;, rundvleesch. — blot (blot), vlek, dotje, kloddertje. — mustard(mus'-teril), mosterd, „moutardequot;.

— crumb (kram), kruimel, kruimpje. — cheese (tfjieat), kaas. — underdone (under-dun'), ongaar, verl. deelw. van umh-rdo, niet gaar laten worden ; done, gaar; overdone , te gaar. — potato (pbt-tee'-too), „patatequot;, aardappel. [In Amerika zijn potatoes, zoete aardappelen; onze gewone aardappelen heeten daar Irish (air-isj) potatoes, lereche aardappelen. De alle-daagsehe uitspraak van potatoés is: tee'-itrx: vandaar ta!ter-trap (trèp), aardappel-val, val om aardappelen in te vangen, gemeene spotnaam voor mond.] — gravy (Gree*'-i), het sap dat uit gebraden wordend vleesch druipt, saus, zjeu (zie §30, blz. 10); vandaar (soep), vleesch-soep. — habit (heb'-it), „habitudequot;, gewoonte. — to crack (krek), kraken, „era-querquot;; to crack jokes , aardigheden opdis-schen, kwinkslagen maken. — to feel (fiel), voelen; onv. verl. tijd en verl. deehv. feit (Les 15). — mean» (mienz), „moyenquot;, middel; bij means' of, door middel van; by no means, geenszins; not by an'y meant, volstrekt niet. — waggish (wweo'-oisj), kortswijlend, snaakseh; van wag (wweG), spotvogel; vergelijk to wag (blz. 66, 72). — truth, zie blz. 71, § 143 ]!. en unlrue (Les 21, en 22). — smart (tmamp;ari), smartend, bijtend, scherp, (de zinnen) prikkelend, geestig, aardig.

— to distract (dis-trèkt'), „distrairequot;, verstrooien, afleiden. — attention (èt-tèn'-sjun), „attentionquot;, aandacht. — spectre (spek'-ter), „spectrequot;, spook. — marrow (mèr'-roo), merg. — jlt;are (steer), staren — to fix (öks), „fixerquot;, vestigen, strak staan (op één punt gericht). — to glaze. (Gleee), verglazen, van glass (alaas), glas. — silence (sai'-lèns), „silencequot;, stilte, (het) stilzwijgen. — to play, spelen, vergelijk het zelfst. nw. blz. 49. — deuce (djoes), droes, drommel, in den gemeenzamen spreektrant voor devil (dèvl), duivel. — something, zie blz. 72. — awful (ao'-foel), ontzagwekkend, huiveringwekkend, akelig. — to provide (próv-vaid'), voorzien, toerusten ; vergelijk jwoüi'sl'o» (blz. 3 22, 127). — infernal (in-fenr-nel), „infernalquot;, helsch. — o/i»osjt)/iere (et-mos-fier), „atmospherequot;, dampkring, atmosfeer. — case (kees), „easquot;, geval; als we dit woord vergelyken met case, kast (Les 23), dan zien wij dat twee verschillende Fransche woorden (hier „easquot; en „casequot;) in het Engelsch dezelfde gedaante kunnen aannemen. — skirt, zie coat-shirt (blz. 207). — to agitate (èdzj'-i-teet), „agiterquot;, heen en weer bewegen. — vapour (veep'-ur), „vapeurquot;, stoom, damp. — oven (uvn), oven. — tooth-piek (toeWi'-pik), tandenstoker, van tooth (blz. 108, §190) en to pick, pikken, uitpikken, uitsteken, uithalen. — charge (tsjaardzj), „chargequot;, last, aanval. — to assign, „assignerquot;, aanduiden, opgeven; vergelijk het zelfst. nw. (blz. 41 en 45). — senwrf (§ 209 B., blz. 133), „secondequot;, seconde. — to divert (di-veiirt'), „divertirquot;. afleiden. — stone (stoon), steen; stony (stoon'-i), steenig, steenachtig, onbeweeglijk als een steen. — gaze (öeez), blik. — to persecute (petir'-se-kjoet), „persécuterquot;, vervolgen. —le/jion (liert'-zjun), „légionquot;, legioen , legio. —goblin (cbV-lin), „gobelinquot;, spook. — creation (kri-ee'-sjun), „créationquot;, schepping. — to tell (tèl), vertellen, zeggen.

(9e Oefen.) 6. Mondeling Onderhoud.

Vragen.

1. Did the noise pause before Scrooge's door ? [No, ...]

S. What did the fire do, when Marley's Ghost came into the room?

3. What did Scrooge see when the Ghost came in?

4. Where had Marley his chain? [It...]

5. Describe the chain 1

G. Was Marley's body opaque (bp-peek', ondoorschijnend) ? [No,. ..]

Ï. What had Scrooge often heard said of Marley?

S. Did Scrooge observe the phantom very closely? [Yes.... NB. thoughweyWe».]

». Did Scrooge believe now in the phantom? [No,...]

10. Whose voice did Scrooge hear, when the phantom answered?

11. What was Marley's full name?

18. Why did Scrooge ask Marley, whether

he could sit down?

IS. Where did the ghost sit down?


ocr page 222

— 817 —

26° LES.

Vooruit, vooruit, tot ge eerst het doel bereikt! Slechts na volbrachten arbeid is 't goed rasten.

(Naar Geoege Keil.)

A. Tekst.

(Oefen. 1—3 volgens het op blz. 33 [Eens voor al] gegeven voorsclirift.) (Zie blz. 19, 32, 189 en 216.)

»You don't believe in me,quot; observed the Ghost — »1 don't,quot;

joe doont be-lievquot; in mi ob-aseurvd' dlie Goost ai doontquot;

said Scrooge. — »What evidence would you have of my

sèd skroedzj wwot èv'-i-dèns wwóed joe hèv 6v mai

reality, beyond that of your senses?quot; — »1 don't know,quot;

ri-èlquot;-it-ti be-jondquot; dhèt ov jur sèns'-ez ai doont nooquot;

said Scrooge. — ^Why do you doubt your senses?quot; — 1 »Be-

sèd skroedzj wwai doe joe dout jur sènsquot;-ei be-

cause, said Scrooge, »a little thing affects them.] 2 A slight

kaoxquot; sèd skroedzj e litl thimj èf-fèktsquot; dhem e slait

disorder of the stomach] makes them cheats. You may be

dis-br'-der ov dhe stbmquot;-èk meeks dhèm tsjietsquot; joe mee bi

3 an undigested bit of beef, a blot of mustard, a crumb of

en un-di-dzjest'-ed bit bv biefquot; e blbt bv mus^-terd e krum bv

cheese, a fragment of an underdone potato.] 4 There's more

tsjiezquot; e frèa'-mènt bv en un-der-dun' pbt-teequot;-too dheer® moor

of gravy than of grave about you,] what-ever you arelquot; —

bv Greequot;-vi dhèn bv Greevquot; e-bbut' joe wwbt-evquot;-er joe aar

Scrooge was not much 5 in the habit of cracking jokes,] nor

skroedzj wwóx not mutsj in dhe heb'-it bv krok'-i»^ dzjooksquot; nor

did he feel, in his heart, by any means waggish then. The

did hi fiel in hiz haart bai èn'-i mienz wweGquot;-Gisj dhèn dhe

truth is, that he tried to be smart, 6 as a means of dis-

troetkquot; iz dhèt hi traid tóe bi smaartquot; èz e mienz bv dis-

tracting his own attention, and keeping down his terror;]

trekt'-iw^ hiz oon èt-tènquot;-sjun ènd kiep'-i?^ dbunquot; hiz tcrquot;-nir

for the spectre's voice 7 disturbed the very marrow in his

for dhe spèk'-tt'rz vbis dis-teurbd' dlie vèr'-ri nièrquot;-roo in hia

bones.] — 8 To sit, staring at those fixed, glazed eyes, in

boonzquot; tóe sitquot; steer'-iw^ èt dhooz fikstquot; Gleezdquot; aiz in

silence for a moment,] would play, Scrooge felt, the very

saiquot;-lèns for e mooquot;-mènt wwóed pleequot; skroedzj fèltquot; dhe vèr'-ri

deuce with him. There was something very awful, too, 9 in

djoesquot; wwidli him dheer wwbz suni'-tóijy vèr'-ri aoquot;-fóel toe in

the spectre's being provided with an infernal atmosphere of

dhe spèk'-ter* bi'-i»y prbv-aid'-ed wwidh en in-feiicn'-el etquot;-mbs-iier bv

its own.] Scrooge could not feel it himself, but this was

its oonquot; skroedzj kóed not fiel it him-sèlfquot; but dhisquot; wwbz

clearly the case; for though the Ghost sat perfectly motionless,

klier'-li dhn keesquot; for dlioo dh« ooost sèt pear'-fèkt-li mooquot;-sjun-lès

ocr page 223

10 its hair, and skirts, and tassels, were still agitated as

its heerquot; end skeurtsquot; end tes^-sela wweur stil èdzj^'-i-teet-ed èz

by hot vaponr from an oven.] — »You see this toothpick?quot;

bai hot veep'-ur from en uvnquot; joe si dhis toe^quot;-pik

said Scrooge, returning quickly to the charge, for the reason

sèd skroedzj re-ievtm'-iny kwwik'-li tóe dlie tsjaardzj'' for dhe riezn

jnst assigned; and wishing, though it were only for a

dzjust ès-saind.quot; ènd wwisjquot;-i»^ dhoo it wweuj' oon'-li for e

second, 11 to divert the vision's stony gaze from himself.] —

sèkf,-und tóe di-veurt' dhe vizj'-unz stoon'-i ceexquot; from him-sèlf'

»1 do,quot; replied the Ghost. — »Tou are not looking at it,quot;

ai doequot; re-plaid' dlie Goost joe aar not lóekquot;-i^7 èt it

said Scrooge. — gt;.gt;But I see it,quot; said the Ghost, «notwith-

sèd skroedzj but ai siquot; it sèd dhe Goost not-wwidh-

standing.quot; — Weillquot; returned Scrooge. »1 have but to swallow

stendquot;-iw^ wwèl' re-teurndquot; skroedzj ai hèv but tóe swwol'-loo

this, and be for the rest of my days persecuted 12 by a

dliisquot; end bi for dhö rèst óv mi deezquot; peur'-se-kjoet-ed bai e

legion of goblins,] ail of my own creation. Humbug, I tell

liedzjquot;-un ov Gob'Minz aol bv mai con kri-ee^sjun liuniquot;-buG ai tèl

you — humbug 1quot;

joe liumquot;-buG. _

(4e Oefening.) B. Hollandsche \ertaling.

„Gij gelooft niet (aan) mijmerkte de Geest aan. — „(Dat) doe ik (ook) nietzeide Scrooge. — „Welk bewijs van mijn werkelijk-bestaan zoudt gij (dan nog meer) willen hebben, (buiten) dat ran uwe zintuigen ?quot; — „Ik weet niet,quot; zeide Scrooge. — „Waarom twijfelt gij (aan) uwe zintuigen?quot; — „Omdat,quot; zeide Scrooge, „een luttel iets ze in de war brengt. (Het geringste van-streek-zijn) van de maag maakt hen (tot) bedriegers. Gij kunt een onverteerd stukje [van] rundvleesch zijn, een kloddertje [van] mosterd, een kruimeltje [van] kaas, een brokje van een aardappel (die niet goed gaar is geweest). Er is meer van (de gaarkeuken), dan van (den grafkelder *) aanu, wat gij ook zijt 1quot; — Scrooge was niet (erg) gewoon kwinkslagen te maken, (en) 4inwendig 3 voelde hij (zich) 2ook 5 volstrekt 'niet 6(ge8temd om te kortswijlen) 7(op dat oogenblik). De waarheid is , dat hij (zijn best deed om) geestig te zijn, als een middel om zijn eigene aandacht af te leiden , en zijne bangheid te onderdrukken; want de stem van het spook (drong door tot) het merg zelfs van zijne beenderen. — 5(Slechts) een moment 4zwijgend 3die strakke, verglaasdeoogen 2aau 'te zitten staren, 6zou (genoeg zijn geweest), 8Scrooge voelde (het), 9(om) in waarheid den droes met hem 7(te laten) spelen. Er was ook iets zeer akeligs in, (dat) het spook (omringd was van) eene (geheel bijzondere) helsche atmosfeer. 5Zelf2kon'Scrooge 4(dat) 3niet voelen , maar het was (blijkbaar) het geval; want alhoewel de Geest volkomen onbeweeglijk zat, werden zijne haren [enkelvoud] en rokspanden en laarzeukwasteu nog altijd heen en weer bewogen als door heeten damp uit eenen oven. — „Gij (|) ziet dezen tandenstoker ?quot; zeide Scrooge, 2om de zooeven aangeduide reden'schielijk (weder het woord nemende (§)) sen verlangend (om zoodoende), al ware het slechts voor eene seconde, des spooksels strakken blik van zich af te leiden. — „(Ja),quot; antwoordde de Geest. — „Gij kijkt

er niet naar,quot; zeide Scrooge. — „'Maar 6niettemin 3zie 2ik 4hem,quot; 5zeide de Geest. —

(♦) De woordspeling tusschen de beide tamelijk eenerlei klinkende woorden gravy en grave heb ik trachten weer te geven door twee Hollandsche woorden, die beiden met.9 aanvangen, doch eene tegenstelling zijn (keuken en kelder), namelijk gaarkeuken en grafkelder. De ziel van den Engelschen tekst is; Gij zijt niet uit het graf verrezen, maar slechts een zinsbedrog, teweeggebracht doordien mijne maag van streek is door het een of ander, dat ik uit de keu ken gebruikt heb.

(f) Als de Engelschman iemand aanspreekt, zelfs in den gemccnzamen spreektrant, bedient hij zich nooit anders dau van het voornaamwoord you. Het enkelvoud thou wordt slechts nangetroffen in den verouderden schrijfstijl, en is alleen nog maar gebruikelijk in den hartstochtcl jken spreektrant, alsook bij dichters, en bij de Kwakers.

($) To return to the chargegt; in 't Fransch woordelijk te vertalen met reveuir a la charge.

ocr page 224

„Wel(nu)!' hernam Scrooge, „ik heb (dien) maar in te slikken, (om) voor de rest ran mijne (leTen8)dagen vervolgd te worden door een legio [van] spoken, allen (door mij zelren in het aanzijn geroepen). Lorrery, ieg ik u — iorrerijlquot;

(5e Oefen.) C. Wederzijtlsche Yertaling.

(Zie blz. 18 en 75.)

(6e Oefen.) D. SpmkkUIlSt.

[§261.] A. I am going to relate (Les 5).

— He was going to aay (Les 25).

Deze verbinding ran de Onbepaalde wijs

met het werkwoord to go hebben wij reeds in § 95 (blz. 52) en § 230 (blz. 167) leeren kennen. De onbepaalde wijs met het voorzetsel to is hier, zooals wij zien, adverbiale bepalingvan het werkwoord to go.

B. When will you come to see me (Les 7) ?

— You never came see me (Les 13). — ■proffering their services to go (Les 16).

— the clerk... ran home.. . to play (Les 17 en 18). — sallied out to buy (Les 16). — sat down before the fire to take (Les 23). — stamping their feet ... to Karm them (Les 8). — stooped down to regale (Les 17 en 18). — Nobody. .. stopped him in the street to say (Les 7). — He stopped.. . to bestow (Les 14). — any ... gentleman ... turning out ... literally to astonish (Les 5). — he walked through his rooms to see (Les 23).

Hier zien wij de onbep. wijs met lt;oaIs adverbiale bepaling van verschillende werkwoorden , om aan te duiden een doel der door het werkwoord uitgedrukte handeling.

C. tiles, dfsigned to illustrate (L. 24).— I might have been inclined ...to regard (L. 3). — he was obliged to sit (L. 24).

Hier is de onbepaalde wijs met to adverbiale bepaling van een verleden deelw.

In al de hiervoren opgenoemde gevallen wordt ook in de Hollandsche taal gebruik gemaakt van de onbepaalde wijs met te, somwijlen met om te.

Opgave 4. Leer van buiten:

van nacht, to-night (töe-naitquot;). waarschuwen , to wam (wwaorn). aanraken, to touch (tutsj).

veer, [gespring (sprmy). repetitie-horlo- repeater (re-piet'-er). gelijkzetten, to correct (kor-rèkf). afvegen, afwrij-to rub off {nib öfquot;). mouw, [ven, sleeve (sliev).

zich verstouten, to make bold' (boold). vragen, to inquire (in-kwwair').

bracht, brought (braot).

broeder, brother (brudh'-er). gegeven, given (oivn).

geboren, born (born),

persoonlijk, private (praiv'-èt).

fout, gebrek, fault (faolt).

bijdragen, to contrihute (kon-trib'-joet).

in ongenade

brengen, to disgrace (dis-Grees'). eindelijk, at last (et laastquot;). halt houden, to halt (haolt). marktvlek, borough (bur'-roo). schoolbank, form (form),

weende, Kept (wwèpt).

ik (zelfst. nw.), self (self).

behagen schep- to delight (d«-lait'). kwellen, [pen, to torture (tor'-ijur). wegblijven, to keep away (kiep e-wweequot;). reizen, to travel (trèv'-el).

mijl, mile (mail),

aandoen, to affect (ef-fekt').

tooneel, scene (sien).

vinger, finger (fi«/-Ger).

telkens, frequently (fri'-kwwènt-li)

mond, mouth (mbuM).

wijzen, te kennen geven, to signify (sio'-ni-fai). noodig hebben, to want (wwont). voedsel, eten, Jood (foed).

weinigen, few (fjoe).

vertellen, to tell (tel).

mare, vertelling, tale (teel),

kruistocht, crusade (kroe-seed'). doen herleven, to revive (re-vaiv'). verbreiden, to diffuse (dif-fjoe*') voorbereiden, to prepare (pre-peer'). Europa, Europe (joe'-roop).

toekomstig, future (fjoe'-tjur). ontdekking, discovery (dis-ku*'-«r-i). Pruisen, [men, Prussia (prus'-sja). er in toestem- to agree (e-Gri'). handhaven, to maintain (mèn-teen'). strikt, strict (strikt),

onziidigheid, neutrality (njoe-trèl'-it-ti).

Vertaal: 1. Ik ben van nacht hier, om u te waarschuwen. — 2. Hij raakte de veer van zijn repetitie-horloge aan, om (het) [de klok] gelijk te zetten. — 3. Hij was verplicht, de wasem [frosf] af te vegen met de mouw van zijne huisjas, eer hij iets [anything] kon zien. — 4. Hij verstoutte zich, te vragen (welk belang) [welke bezigheid] hem daar bracht. — 5. Ik ben gekomen, om u (naar) huis te brengen, lieve broeder! — 6. Wat zou ik niet hebben gegeven, om een van hen te zijn. —

7. Wij worden geboren, om te sterven. —

8. Zelfs zijne persoonlijke fouten droegen (er toe) bij, om hem in ongenade te brengen. — 9. Ik zal verplicht zijn, 'eindelijk 2zonder hem He gaan. — 10. (Den) volgenden dag waren wij verplicht, halt te houden in een klein vlek. — 11. Scrooge ging op eene schoolbank zitten, en weende (toen) hij zijn arme, vergetene „Ikquot; (zag), zooals hij had plegen te zijn. — 12. Waar-


ocr page 225

— 220 —

om schept gij (er) behagen (in), mij te kwellen? — 13. Hoe kwaamt gij zoolang weg te blijven? — 14. Ik zou honderd mijlen (ver) gereisd zyn, om dit aaudoen-lijke tooneel te zien. — 15. Hij bracht [pul] zijn vinger telkens aan zijnen mond, om hun te wijzen, dat hij eten noodig had. «— 16. Weinigen keerden terug, om de mare te vertellen. — 17. De kruistochten droegen (er toe) bij, [zulk] eenen geest te doen herleven en te verbreiden, die [as] Europa voorbereidde op [for] toekomstige ontdekkingen. — 18. Ik schep (er) behagen (in), uwen wil te doen, o mijn God! — 19. Pruisen stemde (er in) toe, eene strikte onzijdigheid te handhaven.

[§ 208.] Scrooge ... was fain to grope (L. 19 en 20). — I'm very glad to hear (L. 15). — pleasant to bf-hold (L. 14). — I am sorry .. ,to find you so resolute (L. 13).

Gelijk de bijwoorden niet slechts ter bepaling van de werkwoorden, maar ook van de bijvoeglijke naamwoorden gebruikt worden (§ 135, blz. 70), ontmoeten wij ook in deze volzinnen de onbepaalde wijs met to als adverbiale bepaling van bijvoeglijke naamwoorden, een gebruik, waartoe § 261 C. reeds als overgang dient.

Opgave 5. Leer van buiten:

onderhevig, liable (lai'-ebl).

dwalen, to err (ear),

verheugd, rejoiced (re-dzjoisf). grenzen, bound» (bbundz).

hartstocht, passion (pès'-sjun). geschikt, proper (prop'-er).

gaande maken, to move (moev). belangstelling, concernment (kbn-seurn'-vrees, fear (fier), [ment),

medelijden, pity (pit'-i).

verlangend, anxious (ènk'-sjus). herstellen, to redeem (re-diem'), herwinnen, to regain (re-Geen'), thuis, vadererf, home (hoom).

hartelijk, heartily (haart'-i-li). innig, most heart'ily (moost).

ongeduldig, impatient (im-pee'-sjènt). kasteel, castle (kaasl).

Dublin (stad) Dublin (dub'-lin). in staat, able (eebl).

verduren, to stand (stènd). monarch, monarch (mon'-èrk). trotsch, proud (proud),

ontvangen, receive (re-siev').

ridder, knight (nait).

ridderschap, knighthood (nait'-hoed). gewoon, private (prai'-vèt). edelman, gentleman (dzjèntl'-mèn). Frans, Francis (frèn'-sis).

eergierig, he-ambitious (èm-bis'-sjusl.

geerig, [owwisj).

onderscheiden, distinguish (dis-ti»^'-hoedanigheid, quality (kwwol'-it-ti).

volmaakt, accomplished (èk-kom'-plisjt). volks- popular (pbp'-joe-ler

partij, faction fèk'-sjun).

wapenen, arms (aarmz).

Hendrik, Eenry (hèn'-ri). Majesteit, Majesty (mèdzj'-ès-ti). Napoleon, Napoleon (nèp-poo'-li-un). innemen, opne- to take (teek).

onder, [mm, amongst (e-mun^st'). oud, ancient (een'-sjènt).

dynastie, regee-

rend stamhuis, dynasty (din'-ès-ti).

Vertaal; 1. (De) mensch is onderhevig (aan) [te] dwalen. — 2. Ik ben onderhevig (aan) [te] vallen. — 3. Waarom was hij (uitermate) [boven alle grenzen] verheugd hem te zien? — 4. Geen hartstochten in eene geschiedenis zijn zoo geschikt (om) onze belangstelling gaande te maken als vrees en medelijden. — 5. Hij is verlangend (om) zijnen naam te herstellen en zijn vadererf te herwinnen. — 6. Mijnheer! ik ben innig blijde u te zien. — 7. Ongeduldig (om) mijn eigen kasteel te zien, verliet ik Dublin. — 8. Ik zal voorzeker niet in staat zijn het te verduren. — 9. Monarchen waren trotsch (het) ridderschap te ontvangen uit de handen van gewone edellieden. — 10. Frans de Eerste was begeerig (om) zich te onderscheiden door al de deugden [qualities'] van een volmaakt ridder. — 11. Eene volkspartij was bereid (om) ieder oogenblik de wapenen op te vatten tegen Hendrik den Zevende. —-12. (Het spijt mij) [Ik ben treurig] (dat ik) Uwe Majesteit geen betere tijding te geven (heb). — 13. Ik zal gelukkig zijn u te zien. — 14. Napoleon de Eerste was ongeduldig (om) zijne plaats in te nemen onder de oude dynastieën van Europa.

[§ aes.] He had just enough recollection .... to desire (L. 23).

Gelijk in de beide vorige paragrafen de onbepaalde wijs met bet voorzetsel to adverbiale bepaling was van werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden, is zij dat hier van het bijwoord enough.

Behalve enough kunnen door de onbepaalde wijs met to bepaald worden: ««/-ficienlly (suf-fis'-sjènt-li), voldoende, toereikend ; too, te, alte, teveel; afraid (e-freed'), bang, bevreesd.

Opgave 6. Leer van buiten:

voorzeker, surely (sjoer'-li).

wijd, groot, wide (wwaid').

houden, to hold (hoold). opwinden, to excite (èk-sait').

acht geven, to pay attention (èt-tèn'-sjun). lui, lazy (leez'-i).

machtig, sterk^ower/M (pbu'-er-föel). vrijmaken, lo emancipate(e-rDi'. i'-si-peet). vooroordeel, prejudice (prèil'.j'-oe-dis). opvoeding, education (èd-jfle-kee'-sjun).


ocr page 226

yootbeeld, example (eGx-èmpl'). een voorbeeld to set an ex- (sèt).

geren, ampl'c

Lodewijk, Lewis (loe'-is). verlokken, to invite (in-vait'). navolgen, to imitate (im'-i-teet). vorst, prince (prins).

Yertaab 1. De wereld 2i3 'voorzeker 'groot [wide] genoeg (om) (zoowel) [beide] u (als) [en] mij te herbergen [to hold], — 2. Lord B. was te [veel] opgewonden (om) acht te geven. — 3. Hij zegt weinig, omdat hij te lui i« (om) te spreken. — 4. Zijn geest [mind] was niet sterk [powerful] genoeg (om) zich vrij te maken van de voor-oordeelen (der) [van] opvoeding. — 5. Het voorbeeld, dat Lodewijk de Elfde gaf, was te verlokkend (om) niet door andere vorsten nagevolgd te worden. — 6. Ik was niet bang (om) hem te vragen.

[§ 264,] Marley was dead: to iegin with (L. 2). — To see the dingy cloud .... one might have thought (L. 8)

Hier staan de onbepaalde wijzen to Itnin enlt;oȎeschijnbaar geheel onverbonden; maar dat is het geval slechts schijnbaar. Inderdaad is de onbepaalde wijs to begin adverbiale bepaling van het weg-gel at ene werkwoord we say; namelijk: we say this, to begin with, wij zeggen dit, om(daar)medfctebeginnen. Gelijk wij zien, hebben wij in het Hollandsch dezelfde spraakkunstige wending.

De onljcpaalde wijs to see is eene adverbiale bepaling van het spreekwoord one might have thought, en staat namelijk in plaats van den adverbialen zin: if one saw, als men zag. In het Hollandsch hebben wij deze verkorting van den adverbialen zin door de onbepaalde wijs met te insgeltyks (zie b. v. den vierden volzin hieronder); meestal echter bedienen wij ons van de onbepaalde wijs met om te; doch dikwijls ook moeten wij den vollen adverbialen zin bezigen. De Fransche taal heeft hier volmaakt dezelfde wending als de En-gelsche; a voir cela on eüt pu croire.

Opgave 7. Leer van buiten:

besluiten, to conclude (kon-kloed'). paar, [heid, pair (peer),

rechtvanrdig- justice (dzjus'-tis). recht laten

wedervaren, to do jus'lice. tjurd).

gosdhartig, good-natured((}ocA-Tita' -zorgende, 1 notable (nool'-èl»l). bekennen, to confess (kon-fès'j. oordeelen, to judge (dzjudzj). misleiding, delusion (de-ljoe'-zjun). vernieuwen, to renew (re-njoe').

moede maken, to tire (tair).

altijd, always (aol'-wweez).

wijs,verstandig, wise (wwaix).

duidelijk, plainly (pleen'-li).

leerling, scholar (skbl'-cr). verdeelen, to divide (di-vaid'). klasse, class (klaas).

praten, to talk (taok).

zich verbeelden, imagine (im-èdzj'-in). genieten, be-

kleeden, to enjoy (cn-dzjoi'). gewichtig, important (im-poort'-ènt). plaats, ambt, post (poost).

hoog, high (hai).

dunk, opinion (bp-pin'-jun).

Vertaal; 1. Om te besluiten, het gelukkige paar (§ 215, blz. 140) werd getrouwd.

— 2. Om haar recht te laten wedervaren, zij was eene goedhartige, zorgende vrouw.

— 3. Om de waarheid te bekennen, hy was nooit meester daar. — 4. „Te oordeelen naar [by] de (couranten) [nieuwspapieren],quot; zeide ik, „worden dezelfde misleidingen weder (herhaald) [vernieuwd].quot;

— 5. Om de waarheid te zeggen, ik was (het moede) [vermoeid] altijd wijs te zijn.

— 6. Om duidelijk te spreken, zijne leerlingen waren verdeeld in twee klassen. —

7. Als men u hoort praten, zou men zich verbeelden, (dat) gij (eene) [eenigerlei] gewichtige plaats in de familie bekleedt. —

8. Om u de waarheid te zeggen, ik heb geen hoogen dunk van hem.

(7e Oefen.) E. Spelling en Uitspraak. Éénlettergrepige Oefeningen

over den vocaalklank ne (§ 12, blz. 5), (Zie Les 2, E. Oefening 7, blz. 32.) (Vervolg en slot.)

Jlowk (floek) bot (visch). you (joe) gij.

through {throe) door.

gout (goc) smaak.

gouge (Goedzj) guts (holle beitel). rouge (roeij) blanketsel.

wound (wwoend) wond; wonden. croup (kroep) kruis (v. paarden);

keelziekte.

group (Groep) groep; groepeeren. soup (soep) soep.

tour (toer) rondreis; wending,

your (joer, jur) uw.

bouse (boei) zuipen, pimpelen. route (roet) weg; marsch.

youth (]otth) jeugd.

*ruble (roebl) roebel.

crude (kroed) rauw; onrijp.

prude (proed) nuf, steekneus.

rude (roed) ruw, grof.

rule (roei) regel; regeeren.

June (dzjoen) Juni.

prune (pioen) pruim; snoeien. * scruple (skroepl) schrupel; gewetensbezwaar.

sure (sjoer) zeker, wis.

truth (troeM) waarheid. (') In verzen tweelettergrepig. Zie } 68, blz, 24.


ocr page 227

blue

(bloc)

blauw.

flue

(floe)

kachelpijp; dons.

glue

(aloe)

lijm; gelei.

rue

(roe)

wijnruit ; berouwen.

true

(troe)

waar; trouw.

juice

(dzjoes)

sap.

sluice

(sloes)

sluis.

bruise

(broez)

kneuzing; kneuzen.

cruise

(kroe*)

kruisen; kruisvaart.

fruit

(froet)

vrucht; fruit.

chew

(tsjoe)

kauwen.

Jew

(dzjoe)

Jood.

blew

(bloe)

blies.

clew

(kloe)

kluwen; flg. sleutel.

flew

(floe)

vloog.

slew

(sloe)

versloeg.

brew

(broe)

brouwen.

crew

(kroe)

scheepsvolk.

drew

(droe)

trok.

screw

(skroe)

schroef.

shrew

(sjroe)

helleveeg.

strew

(stroe)

strooien.

threw

(Ihrot)

wierp.

shrewd

(sjroed)

sluw, geslepen.

Éénlettergrepige Oefeningen

OTer den korten „oequot;-klank, nog korter dan in het Hollandsehe woord „soepquot;

(§ 12, blz. 5), afgebeeld met: 6e.

(Zie Les

2, E. Oefening 7, blz. 32.)

buil

(boel)

bulle.

full

(fóel)

vol.

pull

(poel)

trekken.

puss

(poes)

poes.

bush

(boesj)

kreupelbosch.

push

(poesj)

duwen.

put

(p6et)

zetten; leggen.

wolf

(wwoelf)

wolf.

wolves

(wwoelva)

wolven.

good

(Goed)

goed.

hood

(hoed)

kap.

stood

(stöed)

stond.

wood

(wwóed)

bosch, woud.

book

(boek)

boek.

brook

(broek)

beek; verduren.

cook

(koek)

kok; koken.

crook

(króek)

haak; krommen.

hook

(hoek)

haak.

look

(lóek)

kijken; blik.

nook

(noek)

hoek.

rook

(roek)

raaf.

shook

(sjoek)

schudde.

took

(tóek)

nam.

wool

(wwflel)

wol.

foot

(föet)

voet.

could

(koed)

konde.

should

(sjöed)

zoude.

would

(wwóed)

wilde.

(8e Oefen.)

F. Lexicographie (biz. 189)

van de 27e Les,

frightful (frait'-fóel), vervaarlijk, ijselijk; vergelijk lt;o frighten (L, 21 en 22). —

ory, kreet, gil, geschreeuw; vergelijk to cry (L. 9 en 10). — to appall (èp-paol'), ^amp;npale, „palequot; (L. 16), doen verblceken, ontzetten. — stcoon (swwoen), onmacht, zwijm. — handage (bènil'-fclzj), „bandagequot;, verband, windsel. — warm, warm; zie to warm en warmth, blz. 65 , 72. — to wear (wweer), onvolm. verl. tijd wore (wwoor), dragen; this cloth (klotó) wean' well, dit laken staat goed. — in'-door», binnens-deurs, binnenshuis. —jaw (dzjao), kaak, verwant met „jouequot;. — drop (drop), droppel; to drop, droppelen, druipen, neervallen. — itiee (ni), knie. —clasp, haak, klamp; to clasp (L. 25), vasthaken, toe-haken , vastklemmen, ineenslaan. — mercy (meiir'-si), „merciquot;, genade. — apparition (èp-pèr-ris'-sjun), „apparitionquot;, verschijning. — to trouile (trait]), „troublerquot;, verontrusten, kwellen.—worldly (wireurlA'-li), wereldsoh, van world (blz. 97, 103).

— (o walk, als onzijdig werkwoord op blz. 81 en 93; hier bedrijvend; bewandelen, wandelen op. — earth (enW/t), aarde. — to require (re-kwwair'), „requérirquot;, vereischen, vorderen. — hroad (braod), breed; abroad («-braod'), in de wijde wereld, — fellow-man', medemensch, zie fellow-passengers (blz. 105, 111). — to travel (trèv'-el), reizen, trekken; verwant met het Framche „travaillerquot;, werken, inspanning doen. — far (faar), ver. — forth (fbrih), voort. — to condemn (kon-dèm'), „condamnerquot;, veroordeelen. — to doom (doem), doemen. — to wander (wwon'-der), ronddolen, omzwerven, verwant met wandelen en met (rond)wa-ren. — woe (wwoo), wee; woe' is me, wee mij. — wiineas (wwit'-nès, van to wit, weten), getuige; to witness, getuige zijn van, bijwonen. — to shear(sfier), scheren met eene schaar; ^are(sjeer), gedeelte (dat met de schaar afgeknipt is); to share, deelachtig zijn, deelen in. — to turn (biz- 49, 66), veranderen, herscheppen. — happiness (hèp'-pi-nès), geluk; zie happy (blz. 114).

— wrung (rung), onvolm. verl. tijd van to wring (ring), wringen. — shadowy (sjèd-o-i), schaduwachtig, schimachtig, spookachtig, van shadow (hh. in, 189). — to fetter (fèt'-ter), boeien, ketenen. — to tremble (trèmhl), „tremblerquot;, beven. — forge (foordzj), „forgerquot;, smeden. — link, lid, schalm; een woord van geheel andere afstamming en beteekenis is het gelijkluidende op blz. 137. — yard (jaard), el (lengtemaat van 3 Engelsehe voet), gelijkluidend metyard, gaard, hof, erf (Les 19 en 20). — to gird (Geurd), gorden; to gird on', aangorden, zich omgorden met. — pattern (pèt'-tern), „patronquot;, patroon, model, makelij. — to pursue, op blz. 131 en 186 bedrijvend, hier onzijdig; vervol-


ocr page 228

— 223 —

gen, voortgaan. —meighi(wweet), wicht, gewicht, zwaarte. —coil (kbil), opgeschoten kabel of ketting, ineengekronkelde slang, kluister. — to bear (bee;-), onv. vcrl. tijd hore (boor), Terl. deeliv. home (L. 19 en 20), dragen ; daarvan: bier (bier), (draag)baar, lijkbaar, „bièrequot;, en burden (beiirdn), last, vracht; dus beduidt to bear, torschen, dat is: eene zwaarte optillen en dragen; terwijl to wear wil zeggen: voortdurend dragen, zonder torschen of tillen; to bear, baren, ter wereld brengen, is hetzelfde werkwoord, doch vormt zijn verl. deelw. born (bbrn), geboren; van dit to bear komt ook birth (beuW//), geboorte.

— full, bijwoord, gelijkluidend met het

{bijvoeglijk naamw. (blz. 129, 13G), ten volle, volkomen, ruim. —bijvoeglijk naamw. (blz. 129, 13G), ten volle, volkomen, ruim. — to labour, „labourerquot; , werken, arbeiden, zie labour (blz. 131, 136), labourer (blz. 137, U2).

— iince, bijwoord, gelijkluidend met het voorzetsel (Les 19 en 20), en met het voegwoord (blz. 130, 13G), sinds, sedert. — •ponderous (pbn'-der-us), zwaar, vergelijk „pondererquot;, verwant met het Hollandsche pond. — to glance, gelijkluidend met het zelfst. nw. in Les 24, kijken. — about, voorzetsel (blz. 19), om ... heeu, rondom; blz. 58 hadden wij het gelijkluidende bijwoord. — jloor (Les 24), vloer. — expectation (èks-pèk-tee'-sjun), „expectationquot;, verwachting; zie expectant (Les 17 en 18).

— to surround (seiir-rbuml'), omringen, van round (blz. 97 , 103). — fathom (lèdh'-um), vadem, vaam. — iron, bijvoeglijk nw., gelijkluidend met het zelfst. nw. (blz. 33), ijzeren. — cable (keebl), „cablequot;, kabel; iron cable, kettingkabel.

Opgave 8. Schrijf op in de lijst der onregelmatige werkwoorden.

drew. — wound. — deed. — wrought.

— said. — stand. — fell. — fought. — underdone. — feel.

(9e Oefen.) 6. Mondeling Onderhoud.

Vragen.

1. Why did Scrooge doubt his senses? [Leave out: „said Scroogequot;.]

3. What makes the senses cheats?

3. What might the ghost be in Scrooge's opinion ?

4. What pun (pun, woordspeling) made Scrooge with respect (re-spekt') to (met betrekking tot) the ghost?

5. In what habit was Scrooge not?

B. Why did Scrooge try to be smart?

S. What influence had the spectre's voice

on Scrooge ? [It...]

8. What would play the deuce with Scrooge ?

O. Wherein was something very awful? lO. What was tha case, though the ghost eat motionless?

U. What did Scrooge wish, in requiring

the ghost to look at the toothpick? IS. By what would Scrooge be persecuted , if he swallowed the toothpick ?

(loe Oefen.) II. Gesprekken.

(Vervolg van't kluchtspel: My Fellow Clerk.) to catch (kètsj), vangen, snappen; you

will catch it, gij zult het snappen. marriage-settlement (sètl'-mènt), huwelijks-kontrakt.

provision (prbv-vizj'-un), voorziening, voorzorgsbepaling.

{Enter Victim.) Vic. Ton will catch It, Tactic. — I have had a lecture as long as a marriage-settlement with provisions for younger children. (Goes to desk.) to fear (fier), vreezen, bang zijn.

to do well', zich goedhouden.

T a c. Fear not for me — I shall do well enough. during (djoer'-it/y), gedurende, onder. dialogue (dai'-èl-lbo), samenspraak. to observe, gadeslaan.

{Enter Hooker. During the following dialogue, Fag and Victim are observing Hooker and Tactic.)

to agree (e-Gri'), overeenstemmen; this food (foed) does not agree with me, deze spijs bekomt mij niet goed. uncommonly (un-kbm'-mun-li), ongemeen, bijzonder.

Tac. Good morning, sir; this weather agrees with you — you look uncommonly well. civility (siv-il'-it-ti), wellevendheid.

late (leet), laat; to be late, laat komen.

Mr. H. Why, yes, Tactic, I am very well. (Aside.) There is some civility about this fellow. But, Tactic, you are late to-day. contrary (kbn'-trer-ri) to, strijdig tegen. custom (kus'-tum), gewoonte.

Tac. Yes, sir, contrary to my usaal custom. 1 am.

ahem (c-hem'), hem! tusschenwerpsel, dat het geluid van hoesten nabootst, want Tactic's onbeschaamdheid, zijn telaatkomen iets ongewoons te noemen, vindt Fag wat al te kras.

Fag. Ahem!

cause (kaoz), zaak.

benevolent (be-nev'-bl-lènt), welwillend, menschlievend; benevolence (be-nèv-bl-lèns), mensehlieveudheid.

lenient (lieu'-i-ènt), verzachtend, ver-schoonend, toegevend.

Tac. Bnt 1 knew the cause of benevolence would move you to look upon me with a lenient eye.

earth {unrth), aarde, wereld; what on earth', wat ter wereld, wat iu vrede'a naam.

Mr. H. The cause of benevolence? What, on earth, do you mean?

Tac. Why, sir, you know I live at Islington,

Mr. H. Tes. Well?


k

ocr page 229

lo pati (paas), voorbijgaan, overgaan. river (riv'-er), rivier; the New River, een kunstmatig geleide stroom, die Londen van water voorziet, in 1608 geopend, 40 Eng. mijlen lang, van Amwell (èm'-wwèl) in Hertfordshire (baar'-furd-sjier) tot aan het A'tw Riv'er Bead, zijnde een ringvormig bassin in Islington.

diiire» (dis-tres'), nood.

Tac. Passing by the New River, I heard the cry of a child in distress.

Tic. (Aside.) What the devil is coming now! positive (poi'-i-tiv), precies, stellig.

Tac. I looked, and saw a child aboat four years old, it might be five, I won't be positive, sir.

never mind, dat doet er niet toe. material (mèt-tier'-ri-èl), van wezenlijk belang.

Mr. H. Never mind that point, it is not material.

to carry, dragen, drijven.

regard (re-Gaard'), achting, liefde.

fault (faolt), fout, gebrek.

Tac. No, sir; bat you know I carry my regard for troth even to a fault.

sincere (sin-sie/), oprecht.

Fag. {Aside.) 0, he's too sincere.

to struggle (strual) for, worstelen om.

Tac. This child was in the water, straggling for Its life.

to affect, roeren, aandoen.

to pull (poel), uithalen, voor den dag halen. handkerchief (hèn/-ker-t9jif), zakdoek.

Tic. [Aside to Fag.) How affecting — pnll oat yoar handkerchief.

to gasp (oèap), hijgen, zwoegen, zich aftobben.

agony (èo'-on-ni), angst, doodstrijd.

Tac. Sir, I ask yoa as a man, aye, and a benevolent man, when a fellow-creature was gasping In the agonies of death, was that a time to think of office hours?

Mr. H. No, no, good Tactic, certainly not. to jump (dzjump), springen.

wet (wwèt), nat.

skin (skin), huid, vel, bloot lichaam. to wear (wweer), dragen; wore(wwoor),

worn (wwbrn).

yesterday (jès'-ter-dee), gisteren.

Tac. In I Jumped — saved the child, but got wet to the skin — yon see these are not the same clothes I wore yesterday. difference (dif'-fer-èns), onderscheid,

verschil.

to notice (noot'-is), letten op.

Mr. H. I did not observe any difference; bat 1 do not notice clothes — I mast say they looked the same to me. monstrous (mon'-stras), monsterachtig. impudence (im'-pjóe-dèns), onbejchaamd-heid.

Fag. {Aside.) Devilish strange If they did not — he has worn then the last siz months. What monstroas impudence!

suit (sjoet), stel, kostuum, pak.

to hope (hoop), hopen.

fully (fuel'-li), volkomen.

to account (èk-kbunt'), rekenschap geven, zich verantwoorden.

Tac. The fact is, I stopped at the tailor's to get a new suit. I hope I have fully accounted for being late, sir?

othertoise (udh'-er-wwaia), anders.

Mr. H. Oh, certainly, certainly: yen could not have done otherwise.

request (re-kwwèst'), verzoek.

to be ashamed (e-sjeemd'), zich schamen.

Tac. There is a little request — no, I am ashamed to make it.

Mr. H. Speak out, good Tactic.

modest (mbd'-èst), bloode.

Fag. (Aside.) Poor creature, he Is too modest.

rather, nog ai, ecnigszins, tamelijk. suddenly (snd'-den-li), plotseling, onvoorziens.

properly (prbp'-er-li), eigenlijk. to advance (èd-vaans'), voorschieten,

vooruitgeven.

purely (pjoer'-ii), louter.

accident (èk'-si-dènt), toevallige gebeurtenis, toeval, kwade kans, ongeluk.

Tac. Why yon see, this suit of clothes comes upon me rather suddenly — 1 could not properly afford it. Could yon make it convenient to advance me about five pounds? Tou see it was purely an accident that made me in want of money. to shoot (sjoet), doodschieten; shot (sjbt),

shot. Zie de noot op biz. 213. to beat, slaan, overtreffen, te boven gaan.

Tic. (Aside.) Well, may I be shot, if this does not beat all I ever heard of. hoxcever (hbu-ev'-er), toch, echter. to occasion (bk-kee'-zjun), veroorzaken. to refuse (re-fjoez'), weigeren.

just (dzjust), juist.

Mr. H. Why, I don't know, bnt, however, as your want was occasioned by yoar benevolence, I know not haw to refuse yoa. (Puts his hand in pocket.) Here — here are Jast five sovereigns.

Tac. My dear sir.

convenience (kbn-viea'-jèns), gemak. I say, wat ik zeggen wil.

Mr. H. Say nothing about It — you can pay me at your convenience. Bnt, ! say. Tactic, let no one come Into my room, I shall be very busy. (Exit Mr. Hooker. Victim rises and comes forward.)

1. Herhaling

der opgaven van dezen brief. Den tekst overschrijven en lezen volgens

blz, 176.

Taalkundige opgaren.

§ 258—260 (blz. 212—215). Opg. 1—S.

§ 261—264 (blz. 219—221). Opg. 4—7.

Blz, 223. Opgave 8,


ocr page 230

Leercursus der Engelsche taal door zelfonderricht. 14e B R I E F.

_(LE3 27 EN 28.)___

27® LES.

Aangename inspanning is nattige uitspanning.

(.Clarisse S. Meijer.)

A. Tekst.

(Oefen. 1—3 volgens het op blz. 32 [Eens voor al] gegeven voorschrift.) (Zie blz. 19, 32 en 189.)

At tMs, the spirit raised 1 a frightful cry,] and shook

et dhisquot; dhe spir'-rit reexd e frait'-fóel kraiquot; èn«l sjóek

its chaia with such a 2 dismal and appalling] noise, that

its tsjeen wwidh sutsj e diz'-mèl ènd èp-paol'-iw^r nöizquot; dhèt

Scrooge held on tight to his chair, 3 to save himself from

skroedzj hold onquot; tait tóe hia tsjeerquot; tóe seev liim-sclf' from

falling in a swoon.] But how much greater was his horror-

faol'-iwy in e swwoenquot; but hou mutsj Greetquot;-^* wwb® hiz libr'-rur

when the phantom taking off 4 the bandage round its head,]

wwen dhe fèn'-tum teek'-iwy of'' dhe bènd^-edzj round its lièd

as if it were 5 too warm to wear in-doors,] 6 its lower jaw

eas if it wweur toe wwaormquot; tóe wweer in^-doorz its \oo'-er dzjao

dropped down upon its breast!] — 7 Scrooge fell upon his

drópt dounquot; up-on' its brèstquot; skroedzj fèl up-ón' liiz

knees, and clasped his hands before his face.] — »Mercylquot;

nie®quot; ènd klèspt hiz hèndzquot; be-foo/ hiz fees'' meurquot;-si

he said. »Dreadful apparition, why do you trouble me ?quot; —

hi sèd drèdquot;-fóel èp-pcr-ris'-sjun wwai doe joe trublquot; mi

8 »Man of the worldly mind!quot;] replied the Ghost, »do you

men'' óv dhe wwearld'-li maindquot; re-plaid' dhe Goost doe joe

believe in me or not,?quot; — »1 do,quot; said Scrooge, »1 must.

bs-lievquot; in mi or notquot; ai doequot; sèd skroedzj id must''

But why do spirits walk the earth, and why do they

but wwai doe spir'-rits wwaok dhi enrthquot; ènd wwai doe dhee

come to me?quot; — »It is required of every man,quot; the Ghost

kum tóe miquot; it iz re-kwwaird' öv cirquot;-er-i men dhe Goost

returned, »that the spirit within him 9 should walk abroad

re-teumd' dhèt dhö spir'-rit wwidh-inquot; him sjóed wwaok e-braodquot;

among his fellow-men, and travel far and wide;] and if

e-mxmg' hiz fèr'-lo-mèn' ènd trèv'-el faarquot; ènd wwaidquot; ènd if

that spirit goes not forth in life, it is condemned to do so

dhèt spir'-rit gooz not iortk in laifquot; it iz kon-dèmd' tóe doe' soo

after death. It is doomed to wander through the world —

aaft'-w it ise cloemd toe wwon'-de)' t/ime dli« wweurklquot;

oh, woe is mel — and witness what it cannot share, but

oo wwooquot; iz mi ènd wwit'-nès wwot it kèn'-not sjeerquot; but

might have shared on earth, and turned to happiness!quot; —

maitquot; hèv sjeerd on emrtk ènd teurnd tóe hèpquot;-pi-nès

Again 10 the spectre raised a cry, and shook its chain,

e-Genquot; dhe spèk'-ter reezd e kraiquot; end sjóek its tsjeenquot;

Servaas de Bruin t Engelsche Taal, 15

ocr page 231

— 226 —

and wrung its shadowy hands.] — »You are fettered,quot; said

oml rwiy its sjcd'-o-i hcndas'' joe aar fètquot;-t^rd sèd

Scrooge trembling. »Tell me why?quot; — 11 »1 wear the

skroedzj trom^-bliwy tol mi wwaiquot; ai wweerquot; dhe

chain I forged in life,quot;] replied the Ghost. 12 »1 made it

tsjcen ai foordzjd in laifquot; iv-plaid' dhe coost ai meedquot; it

link by link, and yard by yard; I girded it on of my own

linkquot; bai linkquot; end jaa;,d'/ bai jaardquot; ai Geurd'-^d it onquot; ov mai oonquot;

free will, and of my own free will I wore it.] Is its

fri wwilquot; ènd üv mai oonquot; fri wwilquot; ai wwoo/' it iz its

pattern strange to you?quot; — Scrooge trembled more and

pot'-tmi streendzj toe joequot; skroedzj trèmbld moo/' end

more. — »0r would you know,quot; pursued the G-host, »the

moorquot; or wwóed joe nooquot; peur-sjoed' dhe Goost dhe

weight and length of the strong coil you bear yourself?

wweetquot; end \higthquot; 6v dhe stromj' koilquot; joe bee?- jur-self

It was full as heavy and as long as this, 13 seven

it wwoz foei ez lièv^-i ènd cz low^r èz dliisquot; sevnquot;

Christmas Eves ago.] You have laboured on it, since. It

kris'-mès ievz e-Gooquot; joe hèv leequot;-burd on it sinsquot; it

is 14 a ponderous chain!quot;] — Scrooge glanced about him

iz e ponquot;-der-us tsjeen skroedzj Glaanst «-boutquot; liim

on the floor, in the expectation of finding himself sur-

on dlilt;? floorquot; in dhi èks-pèk-tee'-sjun ov faind'-iwy liim-sèlf' sear-

rounded 15 by some fifty or sixty fathoms of iron cable;]

r6undquot;-ed bai sum fif'-ti or siks'-ti fedhquot;-unii bv ai'^ern keelil

but 16 he could see nothing.]

but hi koed si WitK'-mff

(4e oefening.) B. Hollandsehe Vertaling.

Hierop hief de Geest een Temarlijk geschreeuw aan, en schudde zijnen ketting met zulk een akelig en ontzettend geraas, dat Scrooge zich stevig vasthield aan zijnen stoel (om) zich te vrijwaren tegen in [eene] onmacht vallen. Maar hoeveel grooter was zijn afgrijzen toen het spook het windsel, (dat) om zijn hoofd (zat), afdeed, als ware het te warm (om) het binnenshuis te dragen, (en) zijne benedenkaak neerzakte op zijne borst! Scrooge viel op zijne knieën, en bedekte zijn aangezicht met zijne handen. — „Genade!quot; zeide hij. „Vreeselijke verschijning, waarom komt gij mij kwellen?quot; •— „(Wereldsgezinde) man [van den wereldschen zin],quot; hernam de Geest, „gelooft gij aan [in] mij, of niet?quot; — „(Ja) [Ik doe],quot; zeide Scrooge. „Ik moet (wel). Maar waarom wandelen geesten op de aarde, en waarom komen ze bij \lo] mij?quot; — „(Er) [Het] wordt van iederen mensch gevorderdantwoordde de Geest, „dat de geest (die) in hem (is) moet uitgaan [to walk atroad] onder zijne medemenschen, en (rond)trekken heinde en verre; en als die geest niet uit [forth] gaat bij [w] (zijn) leven, wordt die [iC] veroordeeld (om) dat [so] te doen na (zijnen) dood. Hij is gedoemd (om) 5de wereld 2door ■te zwerven — o, wee |is] mij! — en bij te wonen wat hij niet deelachtig zijn kan, maar (dat hij tijdens zijn leven) op aarde deelachtig had kunnen zijn, en (dat hij) in [to] geluk (had kunnen) herscheppen!quot; — Wederom gaf [to raise] het spook een schreeuwden schudde zijn ketting, en wrong zijne schimachtige handen. — „Gij zijt geketend,quot; zeide Scrooge bevende. „Zeg mij (toch) waarom?quot; — „Ik draag de keten (die) ik gesmeed heb [onvolm. verl. tijd] tijdens [in] (mijn) leven,quot; hernam de Geest. „Ik heb die [it] gemaakt [onv. verl. tijd] schalm voor [by] schalm, en el voor el; ik heb 2die [«7] 3aan 'gegord [onv. verl. tijd] uit [of] mijn eigen vrijen wil, en uit mijn eigen vrijen wil heb ik die [it]

ocr page 232

gedragen [onT. verl. tijd], Is het [i7s] model langer hoe harder) [meer en meer]. — „'( zwaarte en (de) lengte 'willen 5wetRn 8 ,0torscht? Die [it\ was ruim zoo zwaar en leden. Gij hebt 4aedert 3daar2aan 'gearbeid. [to fflance] (eens) rondom zich [Hm] op de (zien) [vinden] door een [some] vijftig of s hij kon niets (ontdekken) [zien].

(Be Oefen.) C. AVcdcrzijdsehe \crtaling.

(Zie blz. 18 en 75.)

Oplossingen der opgaven, vervat in den vorigen brief.

Opgave 1 van § 258 (blz. 213):

1. I have seen your nobler aspirations fall off one by one. — 2. I bade him to the tree, — 3. I heard him shriek, and call aloud for help. — 4. „Let u s get our boat out, Stewart,quot; said his lordship, „and help them.quot; — 5. It made him shudder, and feel very cold. — 6. I made him take the two fowling-pieces, which we always carried, and load tliem. — 7. He overheard his young master mention our names with great commendation. — 8. I saw him come back again. — 9. Do exactly as you see m e do.

Opgave 2 van § 259 (blz. 214):

1. Scrooge begged the Ghost to lead him where he would. — 2. The Ghost forced h i m io observe what happened next.

— 3. His name he acknowledges not to le Pickersgill. — 4. I advise you to follow my example. — 5. I will not allow the ladies to be entertained in a less sumptuous manner than before. — 6. I will appoint a lawyer to examine your accounts, and adjust my liabilities. — 7. I do not ask you to like this man. — 8. I believed him to be well disposed towards me. — 9. The King caused his brother to be put to death. — 10. I caused Friday rub his ankles. — 11. I beheld a chamber, which from that hour I destined to be my apartment. — 12. I charged him to keep close behind me. —13. Madam, you once commanded me never to think of Beverley again. — 14. The parliament declared the queen to be legitimate. — 16. The Scots prepared to defend themselves , and chose W a 11 a c e êe Governor or Protector of the kingdom. — 16. The English judges condemned him to be executed. — 17. These two qualifications determined me to take you into my service.

— 18. I desired him to carry one of my portmanteaus for me. — 19. She made me a thousand obliging compliments, and desired me come often. — 20. I have discovered Vim. to be amp; scoundrel. — 21. I entreat you to pause before you yield to the foolish snit of my foolish nephew. — 22. You would never have guessed this vreemd voor [tó] «?quot; — Scrooge beefde (hoe )f,quot; 6vervolgde de Geest, „2zondt 4gij 7de iran de sterke kluister [coil] (die) 'gij quot;zelf zoo lang als deze, zeven Kerst-avonden ge-Het is eene zware keten!quot; — Scrooge keek vloer, in de verwachting zich omringd te istig (tal) vademen [van] kettingkabel; maar

man lt;o ie an Italian. — 23. He would really want a dictionary to help. h i m to understand his own language. — 24. The entrance of a guest did not induce her to suspend this agreeable amusement. — 25. He exhorted her to keep her firmness.

— 26. They expected him to return in a few weeks. — 27. I found him to be the greatest newsmonger in our quarter. — 28. I implored you to tell me nothing more. — 29. I will not press you to go along with me at present. — 30. All the ladies of Screwstown pronounced her d re s s to be perfect. — 31. I'll leave you to fix your own time. — 32. I ordered Friday to take one of the canoes. — 33. She knows you are in the house, and will permit you lt;o see her. — 34. I request you and the other ladies to go down below. — 35. He did not suffer me to remain long in this agreeable delusion. — 36. It is not so bad as you take it to be. — 37. You may trust me to be your friend and father.

— 38. It was not so, indeed, though he wished it /o so. — 39. Kngland expects every m an to do his duty. — 40. I believe your brother to be a good man. —

41. She knew her to be not yet twenty. —

42. We acknowledge Thee to be the Lord.

Opgave 3 van § 260 (blz. 215):

1. It would have been in vain for Scrooge to plead that the weather and hour were not adapted to pedestrian purposes. — 2. It was impossible for the young lady to help smiling. — 3. It was not for him to lament and supplicate. —

4. My own inclination made it sufficiently easy for him to effect his purpose. —

5. The resemblance was too perfect for me to be deceived by this disguise. — 6. She was too much concerned in the truth, for h i m io expect an explanation from her. — 7. „Go, friend,quot; said the monarch to me, making a sign for me to retire. — 8. It is in vain for me to tell yon more.

Opgave 4 van § 261 (blz. 219):

1. I am here to-night to Karn you. — 2. He touched the spring of his repeater, to correct the clock. — 3. He was obliged to rub the frost off with the sleeve of his dressing-gown before he could see anything. — 4. He made bold to inquire what business brought him there. — 5. 1 have come to bring you home, dear brother! —

15«


ocr page 233

— 228 —

6. What would I not have given to he one of them! — 7. We are born to die. — S. Even lus private faults contributed lo disgrace him. — 9. I shall be obliged to go without him at last. — 10. Next day we were obliged to halt iu a small borough. — 11. Scrooge sat down upon a form, and wept to see his poor forgotten self as he had used to be. — 13. Why do you delight to torture me? — 13. How came you to keep away so long? — 14. I would have travelled a hundred miles to see this affecting scene. — 15. He put his finger frequently to his mouth, to signify to them that he wanted food. — 16. Few returned to tell the tale. — 17. The crusades contributed to revive and diffuse such a spirit as prepared Europe for future discoveries.

_ 18. I delight to do thy will, O my

God. — 19. Prussia agreed to maintain a strict neutrality.

Opgave 5 van § 262 (biz. 220):

1. Man is liable lo err. — 2. I am liable to full. — 3. Why was he rejoiccd beyond all bounds to see them ? — 4. No passions in a story are so proper to move our concernment as fear and pity. — 5. He is anxious to redeem his name -— to regain his home. — 6. Sir f I am most heartily glad to see you. — 7. Impatient to see my own castle, I left Dublin. — 8. I shall certainly not be able to stand it. — 9. Monarchs were proud to receive knighthood from the hands of private gentle-rcen. — 10. Francis the First was ambitious to distinguish himself by all the qualities of an accomplished knight. — 11. A popular faction was ready, every moment to tale arms against Henry the Seventh. — 12- I am sorry to have no better news to give Your Majesty. — 13. I shall be happy to see you. — 14. Napoleon the First was impatient to take his place amongst the ancient dynasties of Europe.

Opgave 6 van § 263 (biz. 221):

1. This world, surely, is wide enough to hold both thee and me. — 2. Lord B. was too much excited to pay attention. — 3. He says little, because he is too lazy to speak. — 4. His mind was not sufficiently powerful to emancipate itself from the prejudices of education. — 5. The example which Lewis the Eleventh set was too inviting not to be imitated by other princes. — 6. I was not afraid to ask him.

Opgave 7 van § 264 (biz. 221):

1. To conclude, the happy pair were married. — 2. To do her justice, she was a good-natured, notable woman. — 3. To confess the truth, he was never master there. — 4. „To judge by the newspapers,quot; said I, „the same delusions are renewed again.quot; — 5. To say the truth, I was tired of being always wise. — 6. To speak plainly, his scholars were divided into two classes. — 7- To hear you talk, one would imagine you enjoy some important post in the family. — 8. To tell you the truth, I have no high opinion of him.

Ogave 8, biz. 223 (zie § 155, biz. 86; Opg. 4, biz. 132; Opg. 5, biz. 149; Opg. 7, biz. 180; Opg. 5, biz. 195 ; Opg. 8, biz. 212).

say stand

Wljs,

do, don't feel

Onvolmaakt verl. tijd.

Verleden deelwoord.

did, didn't

done

drew

felt

felt

fought

said

said

stood

underdone

wound

wrought

deed

Gesprekken. Les 26 (biz. 223).

(Victim treedt op.) Victim. Gij zult het (treffen), Tactic! Ik heb eene predica-tic (geslikt) zoo lang als een huwelijkskon-trakt met voorzorgsbepalingen voor (de) jongere kinderen (*). (Gaat naar (den) lessenaar).

Tactic. Wees (maar) niet bang voor mij. — Ik zal mij wel [enough] goed houden.

(Hooker treedt op. Gedurende de volgende samenspraak, slaan Fag en Victim (aanhoudend) Hooker en Tactic gade.)

Tactic. Goeden morgen, mijnheer! dit weder bekomt u goed — gij ziet (er) bijzonder goed uit.

Mijnheer H. (Wel), ja. Tactic! Ik ben (bijzonder) wel. (Terzijde.) (Die jongen heeft eene zekere wellevendheid over zich). [Daar is eenige wellevendheid omtrent dezen snaak.] Maar, Tactic! gij komt laat van daag.

Tactic. Ja, mijnheer! tegen mijne doorgaande gewoonte, ik (beken het). F a g. Hem!

Tactic. Maar ik (begreep) [wist] (dat) de zaak (der) menschüevendheid u zou nopen [to move], op mij (neder) te zien met een toegevend oog.

M r. H. De zaak der menschlievendheid? Wat, in vrede's naam, meent gij (daarmee)?

Tactic. Wel, mijnheer! gij weet, ik woon te Islington.

Mr. H. Ja. Nu?

Tac. sDe New Eiver2over [ly] 'gaande, hoorde ik het gegil van een kind in nood.

Victim. (Ter zijde.) Wat [den] duivel zal er nu (uit) komen!

Tactic. Ik keek, en zag een kind (van) omstreeks vier jaren oud, het kon (er) vijf wezen, (zoo) precies wil ik het niet zeggen, mijnheer!

(♦) In Engeland is de eerstgeboren zoon zijns vaders nniverseele erfgenaam.


ocr page 234

— 229 —

M r. H. Dat doet er niet toe [dal punt], dat [ilt;] is (ran ondergeschikt belang) [niet van wezenlijk belang].

Tac. Neen, mijnheer! maar gij weetik drijf [to carry] mijne liefde voor de waarheid (zoo Ter, dat die) tot een gebrek (wordt).

Fag. (Ter zijde). O, (nu) 2i3 'hij 3(al) te oprecht!

Tac. (Dat) [Dit] kind lag [was] in 't water, worstelend (om 't behoud van) zijn leven.

Victim. (Ter zijde tegen [to] Fag). Hoe aandoenlijk — haal (toch) uw zakdoek (voor den dag) [uit].

Tac. Mijnheer! ik vraag u als een man, ja, als een menschlievend man, (terwijl) [toen] een (natuurgenoot) [mede-schepsel] (lag) [teas] te hijgen in de angsten des [of] doods, was dat een (oogenblik) [tijd] (om) aan [of] kantoor-uren te denken?

Mr. H. Neen, neen, goede Tactic! zekerlijk niet.

Tactic. (Er) in 2sprong 'ik — redde het kind, maar werd [lo get] (tot op mijn hemd doornat) [nat tot de huid] — gij ziet, dit [meervoud] zijn niet dezelfde kleederen (die) ik 2gisteren 'aanhad [io tcear~\.

Mr. H. Ik bemerkte (er) (geen) [niet eenig] onderscheid (in) op; maar ik let niet op kleeren — ik moet zeggen, dat ze mij toeschenen [to look] dezelfde (te zijn).

Pag. (Ter zijde). (Het zou ook) verduiveld vreemd (zijn) als ze (dat) niet deden — hij heeft ze de laatste zes maanden (eiken dag) aangehad. (Welk eene) [Wat] monsterachtige onbeschaamdheid!

Tactic De (waarheid) is, dat ik in [at] den kleedermaker's(winkel) aangeloo-pen ben [to stop, onvolm. verl. tijdj (om) een nieuw pak te (koopen). Ik hoop (dat) ik mij volkomen verantwoord heb (waarom ik zoo Iaat kom), mijnheer?

Mr. H. O, zekerlijk, zekerlijk! gij zoudt niet andera hebben kunnen handelen.

Tactic. (Nu heb ik) een klein verzoek — (maar) neen, ik schaam mij (er mede voor den dag te komen).

Mr. H. (Zeg maar op), goede Tactic!

Fag. (Terzijde.) (De) arme (stumperd), bij is te bloo.

Tactic. Nu dan, 3dit pak [van] kleeren, 2ziet 'gij, 4komt 'tamelijk onvoorziens 5op mij(n zak) — ik kon 4het 'eigenlijk 'niet (er van afnemen) *\afford\; (zoudt gij niet zoo goed willen zijn mij een pond of vijf als voorschot te geven) [kondet gij maken het gelegen-komend te verschieten mij omstreeks vijf pond]? Gij ziet, het is louter een toeval geweest [onvolm. verl. tijd] dat 2mij in geld-ongelegenheid 'gebracht heeft [lo mate, onv. verl. tijd].

Victim. (Terzijde.) (Goed zoo, ik laat mij doodschieten) [wel, moge ik worden doodgeschoten], 'als dit niet 'alles 2te boven gaat 4(wat) ik ooit gehoord heb [onvolm. verl. tijd met het voorzetsel of\.

Mr. H. Nu, ik weet niet; maar, toch, daar uw (geld)gebrek veroorzaakt (is) [a-erd] door uwe menschlievendheid, weet ik niet hoe (het) u te weigeren. (Steekt zijne hand in (zijnen) zak.) Hier — hier zijn juist vijf sovereins.

Tac. Mijn (goede) [waarde] mijnheer —

Mr. H. Zeg (maar) niets er over — gij kunt (ze) mij (teruggeven) [betalen] op uw gemak. Maar, wat ik zeggen wil, Tactic! laat niemand in mijne kamer komen, (want ik heb het zeer druk) [ik zal zijn zeer bezig]. (Mijnheer Hooker gaat af. Victim staat op, en komt voorwaarts.)

(6e Oefen.) 1), Spraakkunst.

[§ 265.] What right have you to be merry ? what reason have you to be merry (L. 9 en 10)? — What right have you to he dismal ? what reason have you io be morose (L. 9 en 10)?

— Something had occurred to slop (L. 15). — to raise a fund to buy (L. 15). —...gave orders...^o keep Christmas (L. 16). — It had so little business tobe {L. 19 en 20).

— Scrooge was not a man to be frightened (L. 21 en 22). — hundreds of figures attract his thoughts (L. 24).

— with p o w e r /o shape some picture (L. 24). — in a condition to take a chair (L. 25).

De onbepaalde wijs staat hier als a 11 ri b u u t (§ 97, blz. 53) van een zelfst.nw. of van een als zelfst.nw. gebezigd voornaamwoord — een gebruik, dat met dat in het Hollandsch meestal overeenstemt.

Opgave 1. Leer van buiten:

maken, to render (rèn'-der).

drukkend, burdensome (beurdn'-sum). billijk, recht- jmt (dzjust).

reden, (matig, t-awse (kaoz).

treuren, io grieve (oriev).

slechts, nauwe- barely (beer'-li), rollen, [lijks, to reel (riel). ongerustmaken,^o alarm (èl-laam'). voor'toogenblik,present (prcz'-ènt). de eer aan- to do the

(óa'-ur).

(èt-tènd').

(fór'-tjun).

(mis-for'-tjun).

(noot'-is).

(èp-prbli-bee'-

(born). [sjun).

(es-teet').

(tietsj'-er),

(liev).

(in-trort-djoes').

(soen).

(re-liev').

doen, honour

tot geleide strek-/o attend geluk, [ken, fortune ongeluk, misfortune opmerkzaamh., notice goedkeuring, approbation geboren, hom grondbezitting, estate onderwijzer, teacher verlof, leave

voorstellen, to introduce spoedig, soon

bevrijdenj to relieve


ocr page 235

lastig, netelig, IrouUesome (trulil'-sum). verlegen, pijn- perplexed per-plèkst'). toestand, [lijk, situation (sit-jóe-ee'-sjun) verlangen, desire (df-zair').

dorp, village (vil'-ledzj).

wederstaan, to resist (re-ziat')

klagen, to complain (kóm-pleen')

lot, lot (lot).

overreden, to persuade (per-swweed') Duitsclier, German (dzjeur'-mèn) plan, oogmerk, design (de-sain'). verkorten, to abridge (èl»-bridzj'). godsdienstig, religious (re-lidzj'-us). vrijheid, liberty (lib'-er-ti). verklaren, to declare (de-kleer'). bereidwilligh., willingness (wwil'-lny-nès). vergeven , to forgive (for-civ'). vroeger, past (paast).

gedrag, conduct (kón'-dukt).

Oostenrijk, Austria (aos'-tri-a). voornemen, intention (in-tèn'-sjun). blijven, to remain (re-meen1),

onzijdig, neutral (njoet'-rèl). voldoening, satisfaction (sèt-is-fèk'-sjun) goedkeuren, to approve (èp-proev'). ten hoogste, very much.

koning, King (kira^).

erkennen, to recognise (rèk-oo-naiz). titel, title (tal tl).

keizer, Emperor (èm'-per-ur).

Vertaal: 1. Onze meester heeft de macht om ons gelukkig of ongelukkig te maken; om 2ouze dienst licht of drukkend He maken [to make], — 2. Ik heb geen billijke reden om te treuren. — 3. Hij had slechts (den) tijd om naar bed te rollen. — 4. Wel, ik zie niets om ons voor het oogenblik ongerust te maken. — 5. (Mevrouw, Freule, Jufvrouw), zal ik mij de eer (geven) [doen] u tot geleide te strekken? — 6. Hij had het goed geluk, de opmerkzaamheid en de goedkeuring van [o/] Lord Clive (klaiv) tot zich te trekken. — 7. Hij heeft het ongeluk, tot [to] eene groote [large'] grondbezitting geboren [te zijn] en een gek te zijn. — 8. Eoland [roo'-lènd] gevoelde dat hij 3de man 2niet 'was, om onderwijzer te zijn. — 9. Ik had geen reden om (aan) zijne kunde te twijfelen. — 10. [Geef mij verlof] (Vergun mij) u mijnheer Faulkland [faok'-lènd] voor te stellen.

_ 11. Zij 2vond 'spoedig (een) middel

om mij uit [from] mijn neteligen en pijnlijken toestand te bevrijden. — 12. Ik (was zeer verlangend) [had een groot — great — verlangen] om het dorp te zien. — 18. Gij [enkelvoud] hebt de macht om (weerstand te bieden) [te wederstaan], — 14.. Ik heb geen reden om over [o/] mijn lot te klagen. _ 15. Karei trachtte de Duitschers

Ie overreden, dat hij geen plan had om hunne godsdienstige vrijheden te verkorten. — 16. Hij verklaarde zijne bereidwilligheid om hun vroeger gedrag te vergeven. — 17. Oostenrijk verklaarde zgn [vrouwelijk] voornemen om onzijdig te blijven. — 18. Ik had de voldoening, te hoo-ren, dat hij het las en ten hoogste goedkeurde. — 19. De Koning van Pruisen was een der eersten om den titel van [den] Keizer Napoleon [nèp-poo'-li-un] te erkennen.

[§ 366.] Why give it as a reason (Les 13)?

Dezen onvoltooiden volzin hebben wij reeds ia § 196 (blz. 116) verklaard. Zoo vinden wij met weglating van het hulpwerkwoord, in den levendigen spreektrant, dikwijls de onverbondene onbepaalde wijs zonder to, gelijk wij de onverbondece onbepaalde wijs met to in § 264 (blz. 221) gevonden hebben.

Opgave 2. Leer van buiten:

zich herinneren, to recollect (rek-bl-lèkt'). zich herinneren, to rememier(re-mèm.'-her). ijver, warmte, fervour (feur'-vur). loslaten, to relinquish(re-\\ng'

zaak cause (kaoz).

echtgenoot, husband (huz'-bend). vernemen, to learn (leiirn). woonplaats, residence (rèz'-i-dèns). vijandig, hostile (hbs'-til).

boosaardig, malignant (mèl-lio'-nènt). smet, stain (steen),

eer, honour (6n'-ur).

verschuiven, to delay (de-lee'j.

Vertaal: 1. „Gij herinnert u den weg?quot; vroeg de Geest. „Mij hem herinneren!quot; riep Scrooge met warmte. — 2. „Hoe!quot; riep ik, „de zaak der [of] waarheid loslaten, en hem een echtgenoot laten worden [to be]! — 3. Zij [3e persoon enkelv.] mijne woonplaats wenschen te vernemen! (Dat) [Het] kan slechts met [for] (een of ander) [eenig] vijandig en boosaardig oogmerk zijn. — 4. Zij (geloof slaan) [gelooven] (aan) zulk eene smet op [on] Audley's [aod'-liez] eer! — 5. Maar waarom de waarheid (te) verschuiven ? Hij stierf.

[§ 363.] To go before horses in carriages, and conduct (L. 16). — He was obliged to sit close to it, and brood over it (L. 24). — I have but to swallow this, and he (L. 26). — It is doomed to wander. .. and witness (L. 27).

In bovenstaande voorbeelden zien wij twee onbepaalde wijzen in eiken volzin, onder volkomen gelijke omstandigheden; de eerste is telkens vergezeld van het voorzetsel lo, de tweede niet.

Wanneer in een en denzelfden volzin twee of meer onbepaalde wijzen op elkander volgen, die, bijaldien ze afzonderlijk stonden, elk afzonderlijk het voorzetsel to vóór zich zouden moeten hebben, behoeft voor de tweede en volgende onbepaalde wijzen het voorzetsel to niet herhaald te worden.


ocr page 236

— 231 —

Opgave 3. Leer Tan buiten:

tezamen, bijeen, together (toe-Gedh-er).

to lie (lai).

ilighl (slait). insignificant (in-sio-nif'-i-impos'sible [ként).

to add (ècl).

to count up (kbunt-upquot;). to prevent (pre-vent'). peace (pies). to resolve (re-asolv'). journey (dzjeiir'-ni). to proceed {pros-sied'). disagreeable (dis-e-Gri'-etol). manner (men'-ner). to breathe (briedh). to prevail (pre-veel'). to wake (wweek). pedlar (pèd'-ler).

(in-form'). 256, biz. 204) (al Kerstmis en den genoeglijksten [in al] de wereld heb

liggen, gering, onbeduidend, onmogelijk, samentrekken, opsommen, voorkomen, vrede, besluiten,

reis,

verder gaan, onaangenaam, manier, inademen, verkrijgen, wekken, marskramer,

bekend maken, to inform Vertaal: 1. Wij zullen (den geheelen Kersttijd)

lang] bijeen zijn,

\merry\ tijd (van)

ben. — 2. Zijne macht ligt in dingen, (die) zoo gering en onbeduidend (zijn), dat het onmogelijk is ze samen te trekken en op te sommen. — 3. Alle mogelijke middelen worden gebruikt om onrust te voorkomen en vrede te behouden. — 4. Ik besloot, het overige van mijne reis te [o»] voet (af te leggen) [te reizen], liever dan op [in] zulk eene onaangename manier verder te gaan. — 5. Waag (het) niet, dezelfde lucht in te ademen of (van) hetzelfde licht (gebruik te maken) [te gebruiken] (als ik) [met mij]! — 6. Ik verkreeg van [oa] hem, den marskramer te wekken en hem bekend te maken [van] wat hij gezien en gehoord had.

(7e Oefen.) E. Spelling en Uitspraak. Éénlettergrepige Oefeningen

over den korten klank der o (afgebeeld b; § 11, blz. 5). De zachte r (afgebeeld r, zie § 33, blz. 12) geeft aan die 6 een gerek-teu klank, die naar de lange „ooquot; zweemt (in vele woorden wordt de vocaal „oquot; door die zachte r werkelijk lang, zie port, blz. 12).

or

(or)

of.

for

(for)

voor; want.

nor

(nor)

noch; ook niet.

dor

(dor)

tor.

orb

(orb)

hemelbol; oogap-

corb

(korl»)

koleamand. [pel.

ore

(brk)

stormviseh.

scorch

(skortaj)

zengen, schroeien.

torch

. (tbrtsj)

toorts.

cord

(kbrd)

koord.

chord

(kbrd)

snaar.

lord

(lord)

lord; Heer. keel.

gorge

(Gordzj)

George

(dzjbrdzj)

Joris.

cork

(kbrk)

kurk.

fork

(fork)

vork.

stork

(stbrk)

ooievaar. [raai).

shorl

(sjbrl)

schorrel (een mine-

form

(fbrm)

vorm ; schoolbank.

storm

(stbrm)

storm; stormen.

horn

(bbrn)

geboren.

corn

(kbrn)

koorn; eksteroog.

dorn

(dbrn)

rog (viseh).

horn

(bbrn)

hoorn.

lorn

(lorn)

verloren.

morn

(morn)

morgen.

scorn

(skbrn)

hoon; honen.

thorn

(thorn)

doorn.

corpse

(kbrps)

lijk.

corse

(kbrs)

lijk.

dorse

(dors)

draaghemel.

gorse

(obrs)

stekelbrem.

horse

(hbrs)

paard.

morse

(mbrs)

walrus.

torse

(tbrs)

krans.

mort

(mbrt)

hallali (dood van

short

(sjbrt)

kort. [het wild).

snort

(snbrt)

snorken.

sort

(sort)

soort.

north

\yiorth)

('t)noorden.

(8e Oefen.)

F. Lexicographie (biz. is9)

van de 28e Les.

implor'ingly, smeekend, van to implore (blz. 65, 72). — to speak (spiek), spreken; daarvan: speaker (blz. 106, 111).— comfort (kum'-furt), „confortquot;, troost; vergelijk comforter (blz. 74, 79). — none (nun), geen, zelfstandig voornaamwoord van het bijvoeglijke no (blz. 19). — region (riedzj'-un), „regionquot;, streek, oord, sfeer.

— Ebenezer (èh-en-iex'-er), Ebenezer. — to convey (kon-vee'), „convoyerquot;, overbrengen. — minister (min'-is-ter), „ministrequot;, minister, dienaar. — kind (kaind), aard, soort; kind (Holl. woord), een wezen van dezelfde soort of aard als de ouders; het bijv. nw. (blz. 105) aardig, vriendelijk. — to slay (stee), staan, blijven, vertoeven. — to linger {Ving'-Vier), dralen, talmen, leuteren, vertoeven; van long, dus lang blijven; lingering, langwijlig.

— an'ywhere, ergens, nit any en where.

— to rove (roov), rondzwalken, ronddolen; verwant met rooven (rooftocht, rondzwalkerij om te rooven). — limit (lim'-it), „limitequot;, grens. — hole (hooi), gat, hol. — weary (wwier'-ri), langwijlig, vermoeiend; van to wear (blz. 223). — to lie (lai), liggen. — whenever (wwèn-èv'-cr), wanneer ooit, altijd als; uit token (blz. 66, 72) en ever (blz. 57). — thoughtful (tóaof-fcel), gedachtevol, nadenkend; uit thonght (Les 19 en 20) en full (§ 153, blz. 7S).

— breeches (britsj'-ez), „braiesquot;, broek; in 't Engelseh slechts in het meervoud gebruikelijk. — to ponder (pon'-der), „pon-


ocr page 237

dérerquot;, overwegen, als bij pordenzwaarte wegen, peinzen; vergelijk ponderous (blz. 223). — to lift (lift), tillen, lichten, „leverquot;; to lift up', oplicaten, opslaan. — to get, als bedrijvend werkwoord, zie got (blz. 190); als onzijdig werkwoord, worden (blz. 113), krijgen, bekomen, geraken, opkomen. — off, voorzetsel, van; vergelijk het bijwoord blz. 121, 127. — sloio, langzaam, verwant met slap; vergelijk slowly (L. 21 en 22). — businesslike, zakenmansachtig. — manner (mèn-ntr), manier, „manièrequot;. — Jiumility (joe-mil'-it-ti), „humilitéquot;, nederigheid, deemoed; vergelijk humble (§ 216, blz. 141). — deference (dèf'-er-èus), „deferencequot;, eerbied, onderdanigheid. — to muse (mjoez), „muterquot;, muizen (vandaar: muizenissen in 't hoofd hebben), peinzen, peinzend aanmerken , meesmuilen. — rest, rust; verg. to rest (blz. 200). — peace (pies), „paixquot;, vrede. — incessant (in-sès'-sènt), „incessantquot;, onophoudelijk; vergelijk to cease (blz. 200). — iorto-e (tor'-tjur), „torturequot;, foltering, marteling. — remorse (re-mbrs'), „remordsquot;, wroeging. —fast (faast), vast, snel; daarvan: to fasten (L. 21 en 22).— wing (wwiw^), wiek, vleugel. — quantity (kwwon'-tit-ti), „quantitéquot;, hoeveelheid, menigte, uitgestrektheid.—ground (around), grond; ground, deelw. van to grind, malen, fijnwrijven (blz. 63). — to set (sèt), zetten; to set up' a cry, schreeuwen, een gil geven, eenekeel opzetten. —to dank, bedrijvend: doen klinken, rammelen met; onzijdig blz. 200. — hideously (hid'-i-us-li), bijwoord van/«'(feows, „hideuxquot;, afschuwelijk , akelig. — ward (wwaord), ook guard (Gaard), „gardequot;, wacht, rustbewaarder, nachtwacht, klapperman. — to justify (dzjust'-i-fai), „justifierquot;, rechtvaardigen; just (blz. 73, 79). — to indict (in-dait'), aanklagen, aanbrengen; vergelijk to indicate (in'-di-kèt), „indiquerquot;, aanwijzen, aanduiden, aantoonen, waarvan indicative. — nuisance (njoe'-sèns), rustverstoring (van „nuirequot;). — captive (kèp'-tiv), „captifquot;, gevangen. — to iron (blz. 33), in ijzers klinken, in ketenen slaan; to double-iron, dubbel in ketenen klinken. — age (eedzj), „agequot;, ouderdom, leeftijd, eeuw; daarvan aged (blz. 49, 56). — mortal (mor'-tèl), „mortelquot;, sterfelijk; immortel (im-mor'-tèl), „immortelquot;, onsterfelijk. — eternity (e-teiira'-it-ti), „éternitéquot;, eeuwigheid; vergelijk eternal (e-teurn'-el), „éternelquot;, eeuwig. — susceptible (sus-sèpt'-ibl), „susceptiblequot;, vatbaar. — to develop (de-vèl'-op), „développerquot;, ontwikkelen. — sphere (sBer), „spherequot;, sfeer. — s/wrt (sjort), kort, „courtquot;. — opportunity (op-por-tjoen'-it-ti), „opportunitéquot;, gelegenheid; van opportune (op-por-tjoen'), „opportuuquot;, gelegen (van pas) komend. — to misuse (mis-joez'), „mésuserquot;, misbruiken, niet goed gebruiken, verwaarloozen.—fault (faolt), „fautequot;, fout, gebrek; daarvan: to faulter, of meer to falter (faolt'-ér), falen, gebrekkig spreken, stamelen. — to apply (èp-plai'), „ap-pliquerquot;, toepassen. — to wring (rinj), onv. verl. tijd en verl. deelw. wrung (blz. 222), wringen (wrong, gewrongen). — welfare (wwèl'-feer), welvaren, welvaart, welzijn; van well en io fare, varen. — charity (tsjèr'-rit-ti), „charitéquot;, christelijke liefde, liefdadigheid, liefde tot den evennaaste; vergelijk charitable (blz. 105, 111).

— to forbear (fbr-beer'), verdragen (van to bear, blz. lïZ) ■, forbearance (tbr-heer'-èns), verdraagzaamheid, lankmoedigheid.

— benevolence (be-nev'-ol-lèns), „bénéro-lencequot;, welwillendheid. — deal (diel), deel; to deal, deelen, handel drijven; dealing, verkeer, handeling. — drop, droppel; vergelijk to drop (blz. 222). — to comprehend (kom-pre-hènd'), „comprendrequot;, begrijpen, bevatten, omvatten; comprehensive (kom-pre-hèn'-siv), „compréhensifquot;, veelomvattend. — ocean (oo'-sjcn), „océanquot;, oceaan. -arm (aam), arm. — cause (kaoz), „causequot;, oorzaak. — to avail (e-veel'), „valoirquot;, baten ; unavailing, nietsbatend, vergeefsch. — grief (Grief), „griefquot;, grief, droefheid, klacht. — to fling (üing), onvolm. verl. tijd en verl. deehv.flung (fluwr/), slingeren, smijten.

(9e oefen.) 6. Mondeling Onderhoud.

Vragen.

1. What did the spirit raise?

a. How was the noise, with which the spirit shook its chain?

3. Why did Scrooge hold on tight to his chair?

4. What did the spirit take off?

5. Why did the spirit take it off? [Because it was...]

O. What happened, when the spirit took it off?

S. What was the effect (ef-fèkt', uitmr-king) of this on Scrooge?

8. How did the apparition call Scrooge?

9. What should the spirit of every man do? [It...]

10. What did the spectre do, after it had spoken?

11. What reason did the spirit give for its being fettered?

18. In what words did the spirit describe

the origin of the chain?

13. When was Scrooge's chain full as

long and heavy as Marley's? 1-4. What kind of a chain was Scrooge's ? 15. By what did Scrooge expect to find himself surrounded?

j IB. Did he really see such a chain? 1 [No...]


ocr page 238

28® LES.

Er zijn voortreffelijke menscheH, die niets buiten den regel, niets luchtig-weg kunnen doen, maar wier aard vordert, dat ze ieder onderwerp, waarmede zij zich bezighouden, bedaard en op hun gemak uitpluizen. Zulke talenten maken ons menigmaal ongeduldig, daar men zelden van hen bekomt wat men op het oogenblik wenscht; doch langs dien weg wordt het hoogste volbracht. (Naar Goethe.)

A. Tekst.

(Oefen. 1—3 volgens het op blz. 32 [Eens voor al] gegeven voorschrift.) (Zie blz. 19, 32 en 189.)

»Jacob,quot; he said, imploringly. »01d Jacob Marley, tell

dzjee'-kob lü scii im-ploo/-iw/-li oold dzjce'-kol» maa»'quot;-li tel

me more. Speak comfort to me, Jacob.quot; — »1 have none to

mi mow-quot; spiek kuniquot;-furt toe mi tlzjee'-kbfc ai hev nunquot; toe

give,quot; the Ghost replied. 1 »It comes from other regions,]

Giv dlie Goost re-plaid' it kumz from udh^-er ri'-dzjunz

Ebenezer Scrooge, and is conveyed 2 by other ministers, to

èb -en-i'-zer skroedzj ènd iz kon-veed' bai udb/'-er min'-is-terz tóe

other kinds of men.] Nor can I tell yon what I would.

uclhquot;-«- kaindz ov mèn nor ken ai tolquot; joe wwöt ai wwoedquot;

3 A very little more,] is all permitted to me. 4 I cannot

e ver'-ri litl moo/' iz aolquot; per-mit'-ted tóe mi ai ken'-not

rest, I cannot stay, I cannot linger anywhere.] My spirit

restquot; ai kèn'-not steequot; ai kèn'-not ling'-Ger enquot;-i-wweer mai spir'-rit

never walked beyond onr conntinghonse — mark me! — in

nev'-er wwaokt be-jbnd' our kount'-iw^r-hous maarkquot; mi in

life my spirit never roved beyond the narrow limits of onr

laifquot; mai spir'-rit nev'-er roovd be-jond' dhs nèrquot;-roo lim'-its ov our

5 money-changing hole;] and 6 weary journeys] lie before melquot; —

munquot;-i-tsjeendzj'-iwy liool ènd wwierquot;-ri dzjeii/-niez lai be-foorquot; mi

It was a habit with Scrooge, whenever he became thoughtful,

it wwbz e liebquot;-it wwidh. skroedzj wwèn-èv'-er lii be-keem' ^aotquot;-fóel

7 to put his hands in his breeches' pockets.] Pondering on

tóe poet liiz hendz in hiz britsjquot;-ez pok'-ets ipon'-der-ing on

what the Ghost had said, he did so now, but without lifting

wwot dlitf Goost lièd sèdquot; hi did soo nbuquot; but wwidli-but' Mh'-iny

up his eyes, or getting off his knees. — »You must have

upquot; liiz aizquot; or Get'-tiwy of hiz niezquot; joe must lièv

been very slow about it, Jacob,quot; Scrooge observed, 8 in a

bin ver'-ri slooquot; e-bbut' it dzjee'-kbli skroedzj bb-zeurvd' in e

business-like manner, though with humility and deference.] —

bizquot;-nès-laik men'-ner dlioo wwidh. joe-müquot;-it-ti ènd dèfquot;-er-èns

»Slowlquot; the Ghost repeated. — «Seven years dead,quot; mused

slooquot; ' dhö Goost re-piet'-cd sèvn jierz dèdquot; mjoezd

Scrooge. »And travelling all the time?quot; — »The whole time,quot;

skroedzj ènd trèv'-el-iwy aolquot; dhe taim dlw hoolquot; taim

said the Ghost. »No rest, no peace. Incessant torture of

sèd dhe Goost noo rèstquot; noo piesquot; in-scsquot;-sent tbr'-tjur bv

remorsequot; — »You travel fast?quot; said Scrooge. — »0n the

r«-mb;-s' joe trcv'-d faastquot; sod skroedzj on dhs

ocr page 239

— 834 —

wings of the wind,quot; replied the Ghost. — »Yon might have

wwiw^ac ov dhe wwindquot; re-plaid' dlie Goost joe mait liev

got 9 over a great quantity of ground] in seven years,quot; said

Got oov'-er e Greet'7 kwwont'-it-ti oir Groundquot; in sevn jier*quot; sèd

Scrooge. — The Ghost, on hearing this, set up another cry,

skroedzj dhe Goostquot; on liie/'-iajr dliis set upquot; en-udh'-er kraiquot;

and 10 clanked its chain so hideously in the dead silence

end klenkt its tsjeen soo liidquot;-i-us-li in dlie dèd sai'-lèns

of the night, that the Ward would have been justified in

ov dliö naitquot; dhèt dhé? wwaord wwóed lièv bin dzjust^-i-faid in

indicting it for a nuisance.] — »0hl captive, bound, and

in-daitquot;-iw^ it fó?* e njoequot;-sèns oo kepquot;-tiv boundquot; end

double-ironed,quot; cried the phantom, »not to know 11 that

dublquot; -ai'-ernd kraid dhe f èn'-tum not tóe nooquot; dlièt

ages of incessant labour by immortal creatures for this earth,

eedzjquot;-«« óv in-sès'-sènt leequot;-bur bai im-mö/'-tèl kri'-tjurz for dhis cartfiquot;

must pass into eternity before the good of which it is

must paas in'-toe e-teurn'-it-ti be-foor' dhe Goed' ov wwitsj it iz

susceptible is aÜ developed.] Not to know 12 that any

sus-septquot;-ibl iz aol de-velquot;-opt not toe nooquot; dhèt enquot;-i

Christian spirit working kindly in its little sphere, whatever

krist'-jen spir'-rit wweurk'-iw^ kaindquot;-li in its litl slier'7 wwbt-ev'-er

it may be, will find its mortal life too short, opportunities

it mee biquot; wwil faind its moZ-tel laif toe sjbrtquot; op-poMjoen'-it-tiea

misused!] Yet such was I! Oh! such was 11quot; — »But you

mis-joezdquot; jet sutsj wwoz aiquot; oo sutsj wwoz ai'' but joe

were always 13 a good man of business,] Jacob,quot; faultered

wweiir aol'-wweez e Goed mèn ov bizquot;-nès dzjee'-kob faolt'-erd

Scrooge, who now began to apply this to himself. — eBusiness!quot;

skroedzj hoe nóuquot; be-Gcn' tóe èp-plai' dliis tóe him-sèlfquot; biz'-nès

cried the Ghost, wringing its hands again. 14 «Mankind

kraid dlie Goost T\ng'-mg its lièndz c-Gen' mènquot;-kaind

was my business. The common welfare was my business:

wwoz mai biz'-nès dhe kom'-mun wwelquot;-feer wwoz mai biz'-nès

charity, mercy, forbearance, and benevolence, were, all, my

tsjè/'-it-ti meu.rquot;-si fór-beerquot;-èns ènd be-nèvquot;-61-lèns wweiir aolquot; mai

business. The dealings of my trade were but a drop of

biz'-nès dhe diel'-iw^rz bv mai treed wweur but e drop bv

water in the comprehensive ocean of my business!quot;] — It held

wwaot'-er in dhlt;? kbm-pre-hèn'-siv oo'-sjön bv mai biz'-nès it lièld

up its chain 15 at arm's length,] as if that were the cause

upquot; its tsjeenquot; et aannaiquot; Xanyth e® if dlietquot; wweu)- dlie kaozquot;

of all its unavailing grief, and 16 flung it heavily upon the

ov aolquot; its un-e-veel'-i«y Griefquot; end it licvquot;-i-li up-6n' dhe

ground again.]

Groundquot; «-Gen'

ocr page 240

(4e Oefening.) B. Hollandsche Vertaling.

„Jacob!quot; zeide hij smeekend. „Oude (1) Jacob Marley! zeg mij meer. Spreek mij troost toe, Jacob!quot; — „Ik heb geen (troost om) te gevenhernam de Geest. „Die [«/] komt uit andere sfeeren, Ebenezer Scrooge! en wordt door andere dienaren overgebracht aan andere soorten van menschen. Ook kan ik u niet zeggen wat ik (wel) zou willen. (Nog) [een] zeer weinig [meer] is alles (wat) mij vergund (isj. (Ik heb nergens rust of duur). [Ik kan niet rusten, ik kan niet blijven, ik kan niet vertoeven ergens, (f).] Mijn geest heeft zich nooit buiten ons kantoor bewogen [to walk, in den onvolm. verl. tijd] — (hoor wel wat ik zeg) — (bij mijn) [in\ leven heeft mijn geest nooit rondgezworven \to rove, onvolm. verl. tijd] buiten de enge grenzen van ons geldwissel-hol; en vermoeiende reizen liggen vóór mij! — Het was eene gewoonte van Scrooge, altgd als hij nadenkend werd, zijne handen in zijne broekzakken te steken. Peinzende over [on\ hetgeen de Geest gezegd had '-deed 'hij 3dat [so] (ook) 'nu, maar zonder zijne oogen op te slaan of (uit zijne knielende houding op te staan). — „Gij moet zeer langzaam daarmede [about it[ geweest zijn, Jacob!quot; merkte Scrooge aan, op [in] eene zakenmans-achtige manier, ofschoon met deemoed en eerbied. — „Langzaam!quot; herhaalde de Geest. — „Zeven jaren dood,quot; meesmuilde Scrooge. „En al (dien) [den] tijd gereisd?quot; — „(Al dien) [Den ganschen] tijd,quot; zeide de Geest. „Geen rust, geen vrede. Onophoudelijk gemartel van (gewetens)wroeging.quot; — „-lioist 'gij 3snel?quot; vroeg Scrooge. — „Op de vleugelen van den wind,quot; hernam de Geest. „Gij hadt een groot (eind verder) kunnen komen in zeven jaren,quot; zeide Scrooge. — 2[o»] 4Dit 3hoorende 5(gaf) Me Geest 6(andermaal een) schreeuw, en rammelde (met) zijn ketting zoo akelig in de doodstilte van den nacht, dat de Klapperman gerechtvaardigd zou geweest zijn, als hij hem aangeklaagd had wegens [for] [eene] rustverstoring. — „O, gevangen, gebonden, en dubbel in ketenen geklonken,quot; riep het spook, „niet te weten, dat (er) eeuwen van onop-houdelijken arbeid door onsterfelijke schepselen voor deze aarde moeten overgaan in (de) eeuwigheid, eer het goede, waarvoor zij vatbaar is, geheel [all] is ontwikkeld! Niette weten, dat (iedere) [eenigerlei] christelijke geest (die) liefderijk [kindly] (werkzaam is) in zijne kleine sfeer, wat die ook moge wezen, zijn sterfelijk leven te kort. (de) gelegenheden niet goed gebruikt zal vinden! (En) toch, (zoo) [zulk] ben ik geweest [oav. verl. tijd]! o, (zoo) [zulk] ben ik geweest [onv. verl. tijd]!quot; — „Maar gij zijt altijd [een] goed [man] (voor de) [van] zaak geweest [onvolm. verl. tijd], Jacob!quot; stamelde Scrooge, die nu begon dit op zich zeiven toe te passen. — „Zaak!quot; riep de Geest, weder zijne handen wringende. „(Het) menschdom was mijne zaak. Het algemeen welzijn was mijne zaak; menschlievendheid, erbarming, verdraagzaamheid en welwillendheid waren alle mijne zaak. De handelingen van mijn (koopmans)bedrijf waren slechts een droppel [van] water in den veelomvattendcn oceaan van mijne zaak!quot; — Hij hield zijn ketting omhoog [up] (zoo hoog als zijn arm reiken kon) [ter-alt;-arms lengte], alsof die de oorzaak ware van al zijn vergeefsche klagen, en smeet hem (toquot;ten) (met zijne volle zwaarte) weder op den grond.

(5e Oefen.) C. 'Wederzijdsehe Yertaling.

(Zie blz. 18 en 75.)

(6e Oefen.) D. Spraakkunst.

[§868.]as Marley used lo look{L. 31en22). with gladsome looks (L. 7). A. Even als het tegenwoordig deelwoord (§ 251, blz. 197) wordt ook de onbepaalde wijs een zelfstandig naamwoord. Ofschoon niet zoo talrijk als in het Hol-landsch (want in onze taal kunnen alle onbepaalde wijzen, zonder uitzondering, gebezigd worden als zelfstandige naamwoorden van het onzijdig geslacht) is toch ook in het Engelsch het getal groot van zelfstandige naamwoorden, die gelijkluidend zijn met de werkwoorden, welke talrijkheid eenigszins kan blijken uit onderstaande lijst, waarin wij niet anders hebben opgenomen dan woorden, die wij reeds in onzen tekst A. of in de Gesprekken hebben aangetroffen. act, handelen; handeling, akte.

answer, antwoorden; antwoord.

approach, naderen; nadering.

assign, machtigen; gemachtigde.


1

Oud wordt ia het Hollandscli somwijlen als schertsend of Kefkoozend bijvoeglijk naamw, gebruikt, b. v.: oude jongen. ]n het Engelsch wordt old zeer dikwijls zoo gebruikt: old boy. Old England, the old country: het lieve Engeland, het dierbare vaderland.

(f) In dezen volzin hebben de Engelsehe woorden den regelmatigeu toonval als in versmaat.

ocr page 241

hoaat, grootspreken; grootspraak. how, buigen; buiging.

call, roepen; kort bezoek.

caü, werpen; worp.

change, veranderen, wisselen; verandering,

wisseling, wisselspecie, kleingeld. charge, laden, belasten; lading, last. comfort, troosten; troost.

consent, toestemmen; toestemming. cry, schreeuwen, krijten; schreeuw, kreet. cut, snijden; snede.

demand, vragen; vraag.

douhl, twijfelen; twijfel.

dress, kleeden; kleeding.

drink, drinken; drank.

fail, falen ; feil.

fall, vallen; val.

fare, flikkeren; geflikker, flikkering. frown, het voorhoofd fronsen; gefronst

voorhoofd.

gaze, aanschouwen; blik.

glow, gloeien; gloed.

growl, brommen; gebrom.

haunt, bezoeken, zich (ergens) ophouden;

plaats van oponthoud.

help, helpen; hulp.

hope, hopen; hoop.

keep, bewaren, houden; bewaring.

inoci, slaan; slag.

leap, springen; sprong.

looh:, kijken; blik.

love, beminnen; liefde.

make, maken; maaksel.

pack, pakken; pak.

paint, verven; verf.

jrass, voorbijgaan, dóórtrekken; (berg)engte. pag, betalen; betaling, loon, soldij. finch, knijpen; kneep, (een) snuifje (dat, tusschen vinger en duim geknepen, aan den neus wordt gebracht).

plag, spelen; spel, komedie.

promise, beloven; belofte.

rain, regenen; regen.

regard, aanzien; blik, achting.

repair, herstellen, verstellen; reparatie. reply, antwoorden; antwoord.

respect, achten; achting.

return, terugkeeren; terugkeer.

rise, opstaan, opgaan; opgang.

sleep, slapen ; slaap.

slide, glijden; glijbaan.

smear, smeren; smeer, vlek.

smile, glimlachen; glimlach, lachje.

speed, spoeden; spoed.

stamp, stampen, stempelen, zegelen; stempel, stempelmerk, zegel.

stand, staan; standpunt, standerd.

support, ondersteunen; ondersteuning, steun. swoon, bezwijmen; bezwijming, zwijm. talk, praten; praat.

touch, aanraken; aanraking.

travel, reizen; reis.

trouile, kwellen, verontrusten, lastig vallen; kwelling, onrust, last.

turn, wenden; wending.

visit, bezoeken; bezoek.

wag, kwispelen, heen en weer bewegen; kwikstaart (zeker vogeltje), potsenmaker, spotvogel.

walk, gaan, loopen, wandelen; wandeling. wash, wasschen; waschgoed, spoeling (voor varkens).

wear, dragen, verslijten; (het) slijten.

will, willen ; wil.

wis/i, wenschen; wensch.

work, werken ; werk.

B. De tot hiertoe genoemde woorden waren, zooals wij gezegd hebben, zelfstandige naamwoorden, gemaakt van gelijkluidende werkwoorden. Omgekeerd nu worden ook zelfstandige naamwoorden, zonder eenige verandering in vorm te ondergaan, als werkwoorden gebruikt, gelijk de volgende voorbeelden uit onzen tot hiertoe aangeleerden woordenvoorraad bewijzen:

account, rekening, rekenschap; rekenschap

afleggen.

chain, keten; ketenen.

design, oogmerk; beoogen.

dread, vrees; vreezen.

edge, kant, zoom; langs den kant gaan. end, einde; eindigen.

eye, oog; begluren, opnemen met de oogen. face, gesicht; het hoofd bieden, tegenover

staan, onder de oogen zien.

fancy, verbeelding; zich verbeelden. fashion, fatsoen; fatsoeneeren.

favour, gunst; begunstigen.

fire, vuur; vuren.

fold, vouw; vouwen.

forge, smidse; smeden.

front, voorzijde; tegenover staan.

glance, blik; kijken.

hand, hand; overhandigen.

head, hoofd; aan het hoofd staan, aanvoeren. honour, eer; vereeren.

hook, haak; haken.

ice, ijs; ijskoud maken.

influence, invloed; invloed uitoefenen. labour, arbeid; arbeiden.

light, licht; lichten.

link, schakel; aaneenschakelen.

lock, slot; sluiten.

mark, teeken, merk; merken.

master, meester; overmeesteren.

mention, melding, gewag („mentionquot;); vermelden, („mentionnerquot;) gewag maken van ...

mind, meening, gedachte, geheugen; denken om.

motion, beweging, wenk; wenken.

numier, getal; tellen.

order, orde, bevel; ordenen, rangschikken,

verordenen, bevelen.

part, deel, gedeelte; deelen, scheiden.


ocr page 242

pause, pauze; pauzeeren, ophouden. pen, pen; pennen, schrijven.

people, volk; bevolken.

picture, schilderij; schilderen.

pile, stapel; opstapelen.

place, plaats; plaatsen.

pocket, zak; zakken, in den zak steken. point, pant; aanpunten, aanduiden, aanwijzen.

poü, post; op de post brengen.

profit, nut, voordeel, profijt; nut trekken,

voordeel trekken, profiteeren.

quarrel, twist; twisten.

question, vraag ; vragen.

reason, rede; redeneeren.

register, register, boek; boeken, in eon

register opschrijven.

remark, opmerking („remarquequot;); opmerken („remarquerquot;).

rest, rust; rusten.

aalt, zout; zouten.

scale, ladder; met ladders beklimmen.

screw, schroef; schroeven.

season, jaargetijde; voor het jaargetijde

geschikt maken, gewennen.

seat, zetel, zitplaats; zetelen, zich nederzetten. shade, schaduw; beschaduwen.

share, aandeel; deelen.

shoe, schoen, schoeisel, hoef, voetbeslag;

van schoeisel voorzien, (paarden) beslaan. sign, teeken, kenmerk; teekenen, onderteekenen, merken, van een kennelijk teeken voorzien.

silence, stille, stilzwijgen; tot zwijgenbrengen. sin, zonde ; zondigen.

smoke, rook; rooken.

snow, sneeuw; sneeuwen.

snuff, kaarsensnuitsel; (de kaars) snuiten. spur, spoor; aansporen.

thunder, donder; donderen.

tower, toren; opstapelen (als tot een toren). trade, handel; handel drijven.

tune, toon, zangwijs, deuntje; aanheffen. wall, muur; ommuren, metselen.

want, gebrek, behoefte; behoeven, noodig hebben.

water, water; bewateren, besproeien. witness, getuige; getuige zijn van... wonder, wonder, bevreemdend iets; benieuwd zijn, verwonderd zijn. C. De zelfstandige naamwoorden, die gevormd worden van onbepaalde wijzen door eene, hetzij grootere of kleinere, verandering van het woord in de uitspraak of iri de spelling of in beiden, behooren in bovenstaande lijsten niet te huis, doch daarvan zal later een overzicht worden gegeven. Tot zoo lang verzoeken wij den beoefenaar acht te geven op alle woorden van dien aard, welke men mocht ontmoeten. Wij maken tot dat einde opmerkzaam op: use en to use, excuse en to excuse (biz. 156), de woorden die op the en th uitgaan in § 143 (biz. 71), de werkwoorden en zelfst. naamwoorden in § 40 (biz. 14), en eindelijk op de van werkwoorden afgeleide zelfst. naamwoorden in de vierde kolom der Lijst van onregelmatige werkwoorden, die wij tot dusverre in de oplossingen der opgaven gebracht hebben.

Te letten op de Verwijzingen.

SoST3 Wij verzoeken de beoefenaars dringend, overal waar wij verwijzen naar vroegere plaatsen in onze brieven, toch nooit in gebreke te blijven die plaatsen op te zoeken, aandachtig na te lezen, en er niet eer van te scheiden, dan nadat zoodanige plaats, èn op zich zelve èn in verband met de plaats waar men er naar verwezen werd , volkomen begrepen is. Bevindt men dat men de plaats, waarheen men verwezen is, nog goed onthouden heeft, dan zal men eene aangename zelfvoldoening smaken; bevindt men het tegendeel, dan heeft men meteen het bewijs, dat eene herhaling hoog noodig was; hoe het ook zij, die verwijzingen zorgvuldig na te slaan is een onmisbaar vereischte, en ieder verzuim op dat punt straft zich zeiven door de oppervlakkigheid, door de ondegelijkheid, waarmede men aanleeren zal hetgeen later komt.

[§ 369«] Wij hebben in § 114 (blz. 60) de drie spraakkunstige geslachten, op dezelfde plaats en ia § 174 (blz. 100) de daarvoor gebezigde persoonlijke voornaamwoorden, eindelijk in § 217 (blz. 150) de betrekkelijke voornaamwoorden leeren kennen, doch weten tot nu toe nog niet, welke zelfst. naamwoorden mannelijk, welke vrouwelijk, en welke onzijdig zijn; wij weten dus nog niet, voor welke de voornaamwoorden he, his, him, voor welke she, her, her, en voor welke it, its, it gebruikt moeten worden.

A. Wij vinden de mannelijke voornaamwoorden, he, his, him gebezigd ter vertegenwoordiging van de zelfstandige naam ivoorden: clerk (L. i), father (L. 5), gentleman (L. 5, 14), idiot (L. 11), Lord Mayor (L. 16), man (L. 27), Marley (L. 2), nephew (L. 9 en 10), Saint Dunsian (L. 17 en 18), Scrooge (L. 2). Al deze zelfst. naamwoorden beteekenen mannen of althans personen van het mannelijk geslacht.

B. Van vrouwen of personen van het vrouwelijk geslacht hebben wij in onzen tekst A. nog geen voorbeelden aangetroffen. Maar dat zijn de zelfst. naamwoorden , waarvoor men de v r o u w e 1 ij k e voorcaamw. she, her, Uc.r moet gebruiken.

C. De onzijdige voornaamwoorden it, its, it vinden wij in de plaats gesteld voor de volgende zelfst. naamwoorden;


ocr page 243

bandage (L. 27), hell (L. 24), blood (L. 21 en 22), cask (L. 21 en 22). chain (L. 25), Christmas (L. 11), coil (L. 27), comfort (L. 28), darkness (L. 23), door (L. 21 en 22), earth (L. 28), entry (L. 23),/ace (L. 21 en 22), Jire (L. 8), flame (L. 25), funeral (L. 4), hearse (L. 23), key (L. 21 en 22), knocker (L. 19 en 20), name (L. 6), 'phantom {L. 25), phenomenon (L. 21 en 22), pile (L. 19 en 20), room (L. 21 en 22), simile (L. 3), snow (L, 7), spectre (L. 26), sphere (L. 28), sympathy (L. 7), tile (L. 24), time (L. 12), toothpick (L. 26), tower (L. 16), voice (L. 9 en 10), water-plug (L. 16). Van het onzijdig geslacht zijn derhalve alle zelfstandige naamwoorden, die geen personen aanduiden.

Buitendien ziet men nog het gebruik van het onzijdig voornaamwoord it in § 83 (blz. 42) en § 255 (blz. 203), waarvan wij een aantal voorbeelden hebben in de lessen: 4, 6, 7, 8, 11, 15, 17 en 18, 19 en 20. 24. 25, 26, 27, 28.

D. ghost zien wij in Les 25 mannelijk, in Les 26 onzijdig gebruikt; zoo ook is Evil spirit in Les 17 en 18 mannelijk, spirit in Les 27 en Christian spirit in Les 28 onzijdig. Dergelijke afwisselingen in het spraakkunstige geslacht ontstaan als men een ding, hetwelk eigenlijk geen persoonlijkheid heeft en dus geen persoon is, personifieert, dat wil zeggen, als men zich zulk een ding voorstelt als ware het een persoon. Dit punt behoeft thans nog niet uitvoeriger behandeld, hier is deze eenvoudige regel voldoende:

Mannelijke personen zijn mannelijk, vrouwelijke personen zijn vrouwe-lijk, en al wat geen persoon is is onzijdig.

Opgave 4. Leer van buiten;

rillen, to shiver (sjiv'-er).

wisschen, to wipe (wwaip).

zweet, perspiration (pemr-spi-ree'-

voorhoofd, brow (brou). [fjun).

binden, to bind, (baind).

(blz.213,noot.) bound, bound (bound), geheel, entirely (en-tair'-li).

verdwijnen, to vanish (vèn'-isj). spoor, vestige (vès'-ticlzj).

verlichten, to light up'.

binnen, in

werkmeid, housemaid (hous'-meetl). neef, cousin (kuin).

bakker, baker (beek'-e/*).

keukenmeid, cook (koek),

broeder, brother (brudh'-er). melkman, milkman (milk'-men). vedelaar, vioolman, fiddler (fid'-ler). steken, to plunge (plundzj).

kan, pot (pot).

plaats, station (stee'-sjun).

in het bijzonder, individually (in-di-vid'-j6e-ondergaan. to undergo'. |el-li).

verbazend, surprising (semr-praiz-injr). verandering, transformation (trens-fbr-mee-schijneu, to shine (sjain), [sjun).

shone, shone (sjou). hut, hut (hut).

snel, swiftly (swwift'-li).

(voorwaarts) gaan;

spoeden, to advance (èd-vaans').

Vertaal. 1. Scrooge rilde, en wischte (zich) het zweet van [from] (het) [zijn] voorhoofd. — 2. Toen het deze woorden gezegd had, nam het spook zijn omwindsel van \from\ de tafel, en bond het om \round\ zijn hoofd. — 3. De nacht werd [to become] zooals die [ii] geweest was toen hij (naar- huis ging. — 4. De stad was [§ 189, blz. 108] geheel verdwenen

— (geen) [niet een] spoor daarvan was te zien [lijdenden vorm]. — 5. Het was avond, en de straten waren verlicht. — 6. (De) oude Fezziwig (fez-i-wwie) legde szijne pen 'neder. — 7. Binnen kwam de werkmeid, met haren neef, den bakker. Binnen kwam de keukenmeid, met haars broeders bijzonderen vriend, den melkman.

— 8. De vioolman stak \to plunge] zijn heete gezicht in [into] eene kan \of] porter [poort'-er]. — 9. Mijnheer en mevrouw Ëezziwig namen [hunne] plaats [meervoud], een aan elke [eitJier] zijde van de deur, en (de hand gevende aan) [handen schuddende met] ieder [persoon] in het bijzonder als hij of zij (er) uitging, wenschten (zij) hem of haar eene Vroolijke Kerstmis. — 10. Wederom 2zag 'Scrooge 8zich zeiven.

— 11. Het was zijne eigene kamer. Maar zij [if] had eene verbazende verandering ondergaan. — 12. (Er) 2scheen 'een licht 3uit \from] het raam eener hut, en snel Spoedden [to advance] 'zij s(er op aan) [towards het],

(7e Oefen.) B. Spelling en Uitspraak. Éénlettergrepige Oefeningen

over den tweeklank „6iquot;, zijnde de klank van het Engelsche letterteeken oi en oy.

(Deze oefening komt in den volgenden brief.)

(8e Oef.) F. Lexlcographle (biz. m)

der 29e Les.

to roll (rooi), rollen. — most (moost), meest; overtreffende trap van much (blz. 74) en van many (blz. 41, 45); vergelijkende trap more (blz. 49, 55). — crowd (krbud), menigte, schare. — being, wezen, schepsel. — to bless (blés), zegenen; onv. verl. tijd en verl. deelw. blessed of biest (beiden uitgesproken: blèst); het bijvoeglijk nw. blessed (bles-ed), welgelukzalig, geheiligd.

— star (staar), ster, star. — to lead (lied),


ocr page 244

— 289 —

Ud (lèd), led, leiden, voorgaan. — roue (wwaii), wijs. — abode (e-bood'), plaats van oponthoud, verblijf. — home {biz. 156), huisdak, woning. — to dismay (dis-mee'), met angst vervullen. — raie (reet), wijze, mate, voege. — to quake (kwweek), sidderen, beven. — to exceed (èk-sied'j, „ex-céderquot;, te boven gaan, overtreffen; exceeding , exceedingly, uitermate, in de hoogste mate, geweldig. — near (nier), nabij; nearly, bijna. — flotcer (flbu'-er), „fleurquot;, bloem j flowery (flbu'-er-i), „fleuriquot;, blcemrijk, beeldsprakig, wijdloopig, lang van stof. — to ^ray (pree), „prierquot;, bidden, verzoeken (in plaats van 1 fray zegt men zeer dikwijls slechts Pray, wanneer we in 't Hol-landsch asjeblieft zeggen). — shape, gedaante (verwant met scheppen en geschapen); gelijkluidend met het werkwoord in Les 24). — to sit, sat, sat, zitten; vergelijk Les 24 en blz. 73, 78. — beside (be-said'), bezijden, naast; vergelijk besides (blz. 130, 136). — idea (ai-di'-a), „ideequot;, idee, gedachte. — to shiver er), rillen, sidderen, beven. — to wipe (wwaip), afvegen, afwisschen. — perspiration (peu)'-spi-ree'-sjun), „perspirationquot;, uitwaseming, zweet. — brow (brbu), voorhoofd (verwant met wenkbrauw). — penance (pèn'-èns), straf, pijniging, boete; zelfde beteekenis als penitence (pèn'-i-tèns), „pénitencequot;. — chance (tsjaans), „chancequot;, kans. — to hope (hoop), hopen; hope, hoop. — to procure (prbk-kjoer'), „procurerquot;, verschaffen; of my procuring = fro-cured by me = which I have procured. — He subjective van het voornaamwoord you wordt bij het vlug spreken zeer dikwijls „jequot; uitgesproken, en in den ouden vorm ook wel ye geschreven. Door misbruik gaat die uitspraak en schrijfwijze over op den objective-, vandaar thank ye of nog korter thank'ee (Wènk'-i), voor I thank you (welk eene treffende overeenkomst heeft dit thank'ee met het Hollandsche dankie voor ik dank u). — countenance (koanf-e-nèns), „contenancequot;, zelfbeheersching, de uitdrukking daarvan op het gelaat, gezicht. — almost (aol'-moost), bijna. — to visit (viz'-it), „visiterquot;, bezoeken; visit, „visitequot;, .bezoek; visitor (viz'-i-tur), „visiteurquot;, bezoeker. — to shun (sjnn), schuwen, vlieden, mijden. — to tread (trèd), treden; betreden; vergelijk treadmill (blz. 129, 136). — to toll (tool), luiden, slaan. — hint (hint),, wenk; to hint, een wenk geren, opperen. — stroke (strook), slag; vergelijk to strike, struck (blz. 57, 63, 137). — to vibrate (vai'-breet), „vi-brerquot;, trillen, weergalmen; vergelijk vibration (blz. 137, 142). — sake (seek), zaak; for my sake, om mijnentwil; for God's

sake, om Godswil. — to pass (blz. 138, __ 142, L. 25), gebeuren, voorvallen, plaats hebben. — between (be-twwien'), tusechen; uit het woordlidje be en twain (twween), tweeën. — to bind (baind), bound, bound (blz. 105, 110), binden, bond, gebonden. — before, alvorens, te voren, vroeger, bijwoord, gelijkluidend met het voorzetsel (blz. 137, 141) en het voegwoord (blz. 49, 55). — smart (Les 26), scherp. — to bring (blz. 49, 55), brought (braot), brought, brengen, bracht, gebracht.— to venture (vènt'-jur), durven, wagen. — to find (blz. 97 , 103), found (found), found, vinden, vond, gevonden. — supernatural (sjoep'-e)--neequot;-tjur-rel), „surnatnrelquot;, bovennatuurlijk; van nature (blz. 74, 79). — to confront (kon-front'), „confronterquot;, tegenover stellen, tegenover staan. — to erect (e-rèkt'), „érigerquot;, oprichten; erect, recht-op, kaarsrecht; erection (ö-rèk'-sjun), „erectionquot;, oprichting. — attitude (èt'-ti-tjoed), „attitudequot;, houding.

Opgave 5. Schrijf op in de lijst der onregelmatige werkwoorden:

wring, wrung. — wear, wore, weary. —

bear, borne. — speak, spoke. — set. _

work, wrought. — flung.

(9e oefen.) 6. Mondeling Onderhoud.

Vragen.

1. From whence (wwèns) does comfort come?

3. By and to whom is comfort conveyed? 3. What was all that the Ghost was permitted to tell Scrooge?

In what words did the Ghost express its restlessness ?

5. How did Marley's Ghost call the counting-house? [A...]

6. What was still lying before the Ghost ?

7. What was a habit with Scrooge, when he became thoughtful?

8. In what manner did Scrooge address the Ghost?

O. How far might the Ghost have travelled in seven years?

10. What noise made the Ghost at the same time that it cried? [It...]

11. What did Scrooge not know? la. What more did he not know?

13. What had Marley always been?

14. What did Marley's Ghost declare (de-kleer', verklaren) to have been its business?

15. How far did the Ghost hold up its chain ?

16. What did the Ghost do with the chain then? [It...]

(loc Oefen.) H. Gesprekken.

(Vervolg van't kluchtspel: My Fellow Clerk.) bravo (bree'-voo), bravo!


ocr page 245

leauty (bjoe'-ti), schoonheid.

beautiful (bjoe'-ti-foel), schoon, mooi. lo lend (lend), lent (lent), lent, leenen. 1 have lent a book, ik heb een boek te leen gegeven; a hook is voorwerp van lent.

I have a book lent, ik heb een boek te leen gekregen, a booh is voorwerp van have, en lent is attribuut van book.

Vic. Bravo, Tactic! — beautiful! — Why, you have money lent for coming too late. aye (ee'-i), ei, of (zie biz. 174), ja als tegenstelling; het gewone j a wordt door yes uitgedrukt.

fun (fun), klucht.

Tac. Aye, aye, you never saw that sort of fun before.

Barry (hèr'-ri), gemeenzame vorm voor Henry (hèn'-ri), Hendrik. Old Harry even als Old Nick (nik), schertsende benaming voor den Duivel; „by the Lord Harryquot; roept den duivel tot getuige aan, op gelijke wijze als God aangeroepen wordt in „by the Lordquot;, „by Godquot;.

Vic. No, by the Lord Harry!

mere (mier), merely (mier'-li), slechts. scrape, ongelegenheid, verknijping. to show (sjoo), toonen, laten zien. specimen (spès'-i-mèn), staaltje. to practice (prèk'-tis), in praktijk brengen. lo require (re-kwwair'), vereischen. superior (sjoe-piej-'-i-ur), grooter, meer

dan alledaagsch.

genius (dzjien'-i-us), geest, genie, talent. principle (prin'-sipl), beginsel;

upon principle, stelselmatig. scientifically (sai-en-tif'-i-kèl-li), wetenschappelijk.

brilliant (brii'-jènt), schitterend, levendig, vruchtbaar.

ready, vlug, ree.

flow (Boo), vloed.

eloquence (èl'-bk-kwwèns) , welsprekendheid.

to prepossess (pri-poz-zès'), innemen.^ ease (iez), gemakkelijkheid, losheid,

ongedwongenheid.

address (èd-drès'). omgang.

to lie, liegen; lie, leugen; liar (lai'-er), leugenaar.

to tell, vertellen, zeggen, spreken; teller, verteller, zegger, spreker; teller of truth, waarheidspreker, iemand die de waarheid zegt. log (loe), blok, stuk hout. prul.

Tac. Tou see, my dear Victim, there are two sorts of excuses — one merely helps you out of a scrape, the other puts yoa in a better situation than if said scrape had never happened. 1 showed you a specimen of the last just now — the first 1 practise every hour. Any one can tell a lie, but it requires a superior genius to lie upon principle —

scientifically. It requires quick and brilliant imagination — a ready flow of eloquence — a prepossessing ease of address. A great liar must be a great man, to which the teller of truth is a mere log.

how are you, even als how do you do, hoe vaart gij, hoe gevoelt gij u, hoe maakt gij het?

lark (laaj'k), leeuwerik; lol, klucht.

Vic. Well; hut how are you. Tactic? How did you get home last night? What a lark that was.

prime (praim), prima, bovenst.

spree (spri), klucht, lol.

Tac. Oh, a prime spree!

Vic. But do you remember that? (Winking.)

Tac. Oh, what, about him? (Winking.)

Vic. No, about her? (Winking.)

to be sure, zeer zeker; nu, of ik.

joke (dzjook), pret, lol.

Tac. To be sure, that was the best part of the joke. — Then, the cab!

song (song), liedje.

Vic. And the song!

altogether (aol-toe-Gedh'-er), alles te za-

men, alles in alles.

glorious (oloo'-ri-us), heerlijk.

adventure (ed-vèn'-fjur), avontuur. 've verkort voor have; 1'te (aiv).

Tac. And the policeman! Altogether it was the most glorious adventure I ever had in all my life, and I've seen a thing or two. (Winks.)

Vic. So have I. I think 1 have been out with you every night, except last Wednesday.

to wit (wwit), te weten, namelijk.

vide (vai'-di), zie (Latijnsch woord). Times (taimz), Tijden (het voornaamste

dagblad van Engeland).

et cetera of el caetera (et-set'-e-ra), en zoo voorts (Latijn).

Tac. (Aside.) To wit, the saloop and chimney sweeper night — vide „Timesquot;, ,,Morning Heraldquot;, et cetera, et cetera. hard up', slecht bij kas.

to pay, paid (peed), paid, betalen. to settle (sètl), afrekenen.

to press (prés), dringen.

Vic. But, 1 say, I am rather hard up. You know 1 paid last night — we were to settle this morning. 1 would not press if 1 had not seen the five sovereigns. willing (wwil'-isy), gewillig, bereid.

Tac. Oh! 1 am quite willing.

I. Herhaling

der opgaven van dezen brief. Den tekst overschrijven en lezen volgens

blz. 176.

Taalkundige opgaven. § 265—267 (blz. 229—231), Opg. 1—3. § 269 (blz. 337), Opgave 4.

blz. 239, Opgave 5.


ocr page 246

Leercursus der Engelsche taal door zelfonderricht. 15e B R I E F.

(LES 29 EN 30.)

29e LES.

Der Geist, der will, hat Wunderkraft, Drum nicht verzagt uad nicht erschlafift. Laboremus! wollen wir sprechen.

(L. SEEQER.)

De geest, die wil, heeft wonderkracht. Dus met vernieuwden moed getracht! Laat onze leus zijn: werkenl

(s. D. B.)


A. Tekst.

(Oefen. 1—3 volgens het op blz. 32 [Eens voor al] gegeven voorschrift.) (Zie blz. 19, 32, 189, 238 en 239.)

1 »At this time of the rolling year,quot;] the spectre said,

èt dhisquot; taim ov dhé? rooV-ing jie;* dhe spèk'-té??* sèd

»1 suffer most. Why did I walk through crowds of fellow-

ai auf'-fer moostquot; wwai did ai wwaok t/aoc kroudz bv felquot;-o-

beings with my eyes turned down, and never raise them to

bi'-i«^a wwidh mai aiz teurnd dounquot; end nev'-e?* reez'' dhcm toe

2 that blessed Star which led the Wise Men to a poor abode?]

dlièt bles'-ed staarquot; wwitsj led dhe wwaizquot; men toe e poer e-boodquot;

Were there no 3 poor homes] to which its light would have

wweur dheer noo poer lioomzquot; toe wwitsj its lait wwóed hèv

conducted me 1quot; — 4 Scrooge was very much dismayed to hear

kbn-dukt'-ed mi skroedzj wwoz vèr'-ri mutsj dia-meedquot; toe hier

the spectre going on at this rate, and began to quake ex-

dhe spek'-ter goo'-inf/ onquot; et dlüs reetquot; ènd bö-aèn' toe kwweek èk-

ceedingly.] — »Hear me!quot; cried the Ghost. »My 5 time is

sied'-iw^-li hierquot; mi kraid dhe Goost mai taim iz

nearly gone.quot;] — »1 will,quot; said Scrooge. »But don't be hard

nier'-11 Gonquot; ai wwilquot; sèd skroedzj but doont bi haardquot;

upon me! Don't be flowery, Jacob! Pray!quot; — »How it is that

up-on' mi doont bi flou'-er-i dzjee'-kob preequot; hou it iz dhèt

I appear before you in a shape that you can see, I may not

ai ep-pie?*' be-foo/ joe in e sjeep dlièt joe ken siquot; ai mee not

tell I have sat invisible beside you 6 many and many a day.quot;]

telquot; ai hèv sèt in-vizquot;-ibl be-said' joe mèn'-i ènd mèn'-i e dee

— It was not an agreeable idea. Scrooge shivered, and wiped

it wwoz not en e-Griquot;-èbl ai-di'-a skroedzj sjivquot;-lt;?rd ènd wwaipt

the perspiration from his brow. — »That is no light part of

dhe peiir-spi-ree'-sjun from hiz brouquot; dhèt iz noo laitquot; paart ov

my penance,quot; pursued the Ghost. »1 am here to-night to

mai pènquot;-èns pur-sjoed' dhe Goost ai èm hier tóe-nait' tóe

warn you, that you have yet a chance and hope of escaping

wwaornquot; joe • dhèt joe hèv jèt e tsjaans ènd hoop ov cs-keepquot;-iwy

my fate. A chance and hope of my procuring, Ebenezer.quot; —

mai feetquot; e tsjaans ènd hoop ov maiquot; prok-kjoer'-iwy èli-en-i'-zer

»You were always a good friend to me,quot; said Scrooge.

joe wweur aolquot;-wweez e Goed frèndquot; tóe mi sèd skroedzj

»Thank'ee!quot; — »Tou will be haunted,quot; resumed the Ghost,

i/iènkquot;-i joe wwil bi haantquot;-ed rc-sjoemd' dlie ooost

Servaas de Bruin, Engelsche Taal. 16

ocr page 247

— 242 —

7 »by Three Spirits.quot;] — Scrooge's countenance fell 8 almost

bai tlixi spirquot;-rits skroedzj'-eas kount'-e-nèns fèl aol'-raoost

as low as the Ghost's had done.] — »Is that the chance and

eas looquot; ex dlid Goostaquot; hèd dun iz dhètquot; dhe tsjaans end

hope yon mentioned, Jacob?quot; he demanded, 9 in a fanltering

hoop joe men'-sjund dzjee'-kob hi de-inaand'-ed in e faolt'-er-ing

voice.] — »It is.quot; — »1— I think I'd rather not,quot; said Scrooge. —

vóis it izquot; ai ai think aid raadli'-er notquot; sèd skroedzj

»Wit hout their visits,quot; said the Ghost, »you cannot hope to

wwidh-öutquot; dheer vi«'-its sèd dhe Goost joe ken'-not hoop' toe

shun the path I tread. Expect the first 10 to-morrow, when

sjun dhlt;? paa^ aiquot; tred èks-pèkt' dhe feurstquot; t6e-mbrquot;-roo wwèn

the bell tolls one.quot;] — «Couldn't I 11 take 'em all at once,

dlie bèl toolz wwunquot; kóed'-ent ai teek em aol èt wwunsquot;

and have it over,] Jacob?quot; hinted Scrooge. — »Expect 12 the

ènd hèv it oov'-er dzjee'-kob hint'-ed skroedzj èks-pèkt' dhe

second on the next night at the same hour. The third upon

sekquot;-iind on dhe nèkstquot; nait èt dhe seemquot; bur dhe tóeurd' up-bn'

the next night when the last stroke of twelve has ceased

dhe nèkst'' nait wwèn dhe laastquot; strook ov twwèlvquot; lièz siest

to vibrate.] Look to see mo no more: and look that, 13 for

tóe vai'-breet lóek tóe siquot; mi noo moo/' ènd lóekquot; dlièt for

your own sake,] you remember what has passed between us!quot;

joer oon'' seek joe re-mèm'-ber wwot hèz paastquot; be-twwien' us

— When it had said these words, 14 the spectre took its

wwèn it lièd sèdquot; dliiez wweurdz dhe spèkt'-er tóek its

wrapper from the table, and bound it round its head, as

repquot;-per from dhe teeblquot; ènd bound it round its hèdquot; èz

before.] Scrooge knew this, 15 by the smart sound its teeth

be-foor' skroedzj njoequot; dhis bai dhe s maart sound its tietkquot;

made, when the jaws were brought together by the bandage.]

meed wwèn dhe dzjaoz wwenr braot tóe-Gèdhquot;-er bai dhe bènd'-edzj

He ventured to raise his eyes again, and found 16 his super-

hi vèn'-tjurd tóe reez hiz aizquot; e-oèn' ènd found hiz sjoep-er-

natural visitor confronting him in an erect attitude, with

nee'-tjur-rèl vizquot;-it-ur kon-front'-iw^r him in en e-rèktquot; èt'-ti-tjoed wwidh

its chain wound over and about its arm.]

its tsjeen wwound oov'-er ènd e-bbut' its aarmquot;

(4e oefening.) B. Hollandsche Vertaling.

„Om [at] dezen tijd van het (daarheen) rollende jaar,quot; zeide het spook, „lijd ik het meest. Waarom (heb ik) mijnen weg verrolgd [did I walk] door scharen van medemen-achen met mijne oogen nedergeslagen en (zonder ze ooit) op te alaan naar die geheiligde Ster, die de Wijzen (*) voorging naar een armoedig verblijf? Waren er geen arme woningen, naar welke haar licht mij zou geleid hebben ? — Scrooge werd zeer erg [much] met angst vervuld, toen hij het spook op die wijze hoorde voortgaan, en begon geweldig te beven. — „Hoor mij (aan)!' riep de Geest. „Mijn tijd is bijna (om) [ge-

(♦) Wise Men (Mattheüs 2), hier beschouwd als personen-naam (blz. 22, $ 64).

ocr page 248

— 2 3 —

gaan]!quot; — „Ik wil (u aanhooren),quot; zeide Scrooge. „Maar wees niet te hard tegen [upon] mij! Wees niet lang van stof, Jacob! Asjeblieft Iquot; — „Hoe het (komt) fis] dat ik [voor] u verschijn in eene gedaante, die gij zien kunt, mag ik niet vertellen. Ik heb onzichtbaar bezijden u gezeten menigen en menigen [een] dag.quot; — Het was geen aangename gedachte. Scrooge huiverde en wischte het zweet van zijn voorhoofd af. — „Dat is geen licht gedeelte van mijne boete,quot; vervolgde de Geest. „Ik ben heden nacht hier om u te waarschuwen, dat gij nog [eene] kans en hoop hebt om mijn lot te ontgaan. Eene kans en (eene) hoop (die ik u verschaft heb), Ebenezerlquot; — „Gij zijt altijd een goed vriend voor [to] mij geweest [onv. verl. tijd],quot; zeide Scrooge. „Dankje.quot; — „Gij zult bezocht worden,quot; hernam de Geest, „door drie Geesten.quot; — Scrooge's gezicht (werd) [viel] bijna zoo (lang) [laag] als (dat) van den Geest gedaan had. — „Is dat de kans en (de) hoop, (die gij bedoeld hebt) [gij vermelddet], Jacob?quot; vroeg hij (met) [in] eene stamelende stem. — „(Ja) (Het is].quot; — „(Mij — mij dunkt) [Ik — ik denk] ik zou liever niet,quot; zeide Scrooge. — „Zonder hunne bezoeken,quot; zeide de Geest, „kunt gij niet hopen bet pad te (zullen vermijden), (dat) ik betreed. Verwacht den eersten morgen, als de klok één slaat.quot; — „(Zou) ik hen niet allen te gelijk (kunnen) nemen en hebben het (zoodoende ineens achter den rug), Jacob?quot; opperde Scrooge. — „Verwacht den tweeden [op] den naast (volgenden) nacht op [at] hetzelfde uur. Den derden [op] den naast (volgenden) nacht als de laatste slag van twaalven heeft opgehouden te trillen. Kijk 3niet meer (uit, om) 2mij 'te zien; en zie toe [toezien —■ ia look] dat 2gij 'om uws zelfs wil 3onthoudt [to remember] wat (er) tusschen ons heeft plaats gehad!quot; Toeu quot;het spook 4deze woorden 'gezegd -had, quot;nam 'het 7zijn omwindsel van de tafel, en bond hst om [romct] zijn hoofd, als bevorens. Scrooge (begreep) [wist] dit door het krassende [smart] geluid, (dat) zijne tanden maakten toen de kaken (weder) (tot elkander) [te zamen] gebracht werden door het verband [bandage]. Hij waagde (het) zijne oogen weder op te slaan en (zag) [vond] zijn bovennatuurlijken bezoeker (voor zich staan) in eene kaarsrechte houding, met zijne keten over en om zijnen arm gewonden.

(5e Oefen.) C. Wederzijdsclie Vertaling.

Oplossingen (Zie blz. 18, 75.)

der opgaven, vervat in den vorigen brief.

Opgave 1. van § 265 (blz. 230):

1. Our master has the power to render us happy or unhappy; to make our service light or burdeusome. — 2. I have no just cause to grieve. — 3. He had barely time to reel to bed. — 4. Well, I see nothing to alarm us at present. — 5. Madam, shall I do myself the honour to attend you? — 6. He had the good fortune to attract the notice and approbation of Lord Clive. — 7. He has the misfortune to be born to a large estate, and to be a fool. — 8. Roland felt that he was not the man to be a teacher. — 9. I had no reason to doubt his knowledge. — 10. Give me leave to introduce Mr. Faulkland to you. — 11. She soon found means to relieve me Irom my troublesome and perplexed situation. — 12. I had a great desire to see the village. — 13. Thou hast the power to resist. — 14. I have no reason to complain of my lot. — 15. Charles endeavoured to persuade the Germans that he had no design to abridge their religious liberties. — 16. He declared his willingness to forgive their past conduct. — 17. Austria declared her intention to remain neutral. — 18. I had the satisfaction to hear that be read and approved it very much. — 19. The King of Prussia was one of the first to recognise the title of the Emperor Napoleon.

Opgave 2 van § 266 (blz. 230):

1. „You recollect the way?quot; inquired the Spirit. „Remember it!' cried Scrooge with fervour. — 2. „How!quot; cried I, „relinquish the cause of truth, and let him be a husband?quot; — 3. She wish to learn my residence! It can be but for some hostile and malignant purpose. — 4. She believe such a stain on Audley's honour!

— 5. But why delay the truth? He died.

Opgave 3 van § 267 (blz. 231):

1. We are to be together all the Christmas long, and have the merriest time in all the world. — 2. His power lies in things so slight and insignificant that it is impossible to add and count them up.

— 3. All possible means are used to prevent trouble and preserve peace. — 4. I resolved to travel the rest of my journey on foot, rather than proceed in such a disagreeable manner. — 5. Don't dare to breathe the same air, or use the same light with me I — 6. I prevailed on him to wake the pedlar, and inform him of what he had seen and heard.

Opgave 4 van § 269 (blz. 238):

1. Scrooge shivered, and wiped the perspiration from his brow. — 2. When it had said these words, the spectre took


16*

ocr page 249

— 244 —

its wrapper from the table, and bound it round its head. — 3. The night became as it had been when he walked home. —i 4. The city had entirely vanished. Not a vestige of it was to be seen. — 5. It was evening, and the streets were lighted up. — 6. Old Fezziwig laid down his pen. — 7. In came the housemaid, with her cousin, the baker. In came the cook, with her brother's particular friend, the milkman. — 8. The fiddler plunged his hot face into a pot of porter. — 9. Mr. and Mrs. Fezziwig took their stations, one on either side the door, and shaking hands with every person individually as he or she went out, wished him or her a Merry Christmas. — 10. Again Scrooge saw himself. He was older now. — 11. It was his own room. But it had undergone a surprising transformation. — 12. A light shone from the window of a hut, and swiftly they advanced towards it.

Opgave 5, biz. 239 (vergelijk § 155, biz. 86; opg. 4, biz. 132; opg. 5, biz. 149; opg. 7 , biz. 180; opg. 5, biz. 195 ; opg. 8, biz. 212; opg. 8, biz. 228).

Onbepaalde wijs.

Onvolmaakt yerl. tijd.

Verleden deelwoord.

Afleidingen.

bear

borne

flung

set

speak

spoke

wear

wore

weary

work

wrought

wring

wrung


borne (hoorn)

hore (boor)

[boom) hom (bom; bijna: broken (brookn)

sworn (swwoorn) torn (toorn)

worn (wwoorn) frozen (froozn) heaved, hove, hoven

(hoovn)

sheared, siorM(sjoorn spoken (spookn) stolen (stooln)

[wereld brengen hear (beer), baren, ter hreak (breek), breken

sicear (swweer), zweren tear (teer), scheuren wear (wweer), dragen freeze (friez), vriezen heave (hie*), heffen

shear (sjier), scheren speak (spiek), spreken steal (stiel), stelen

hore (boor)

hroke (brook)

swore (swwoor)

tore (toor)

wore (wwoor)

froze (frooz)

heaved (hievd), hove (hoov) [(sjoor) sheared (sjierd), shore spoke (spook)

stole (stool)

(6e Oefen.) SpFftftkltUllSt»

[§ 3SO.] Even als wij bij den veranderden vorm van hoofdstuk]?., Lexicographic, den beoefenaars gelegenheid gegeven hebben en nog geven, om voldoening te smaken over de volledigheid der door hen aangelegde Woordenlijst, willen wij hen thans ook in staat stellen, om voor de Spraakkunst nut te trekken van de Lijst der onregelmatige werkwoorden, die overeenkomstig onze aanduiding door hen aangelegd is. Wij zullen de tot dusverre voorgekomene onregelmatige werkwoorden in klassen rangschikken, en de voor den beoefenaar nieuwe werkwoorden toevoegen aan elke klasse, waartoe ze behooren. Wij verzoeken den beoefenaars, aan deze nieuwe rangschikking der onregelmatige werkwoorden hunne geheele oplettendheid te schenken, maar tevens te blijven voortgaan met het bijhouden van de door hen zeiven aangelegde Lijst. Die Lijst heeft in hare alphabetische orde hare waarde met en benevens de nu volgende paragrafen der Spraakkunst; en die waarde zal door de telkens in de Lijst op te teekenen nieuwe woorden aanhoudend worden verhoogd.

Eerste klasse. Eerste groep. Uit de groep der onregelmatige werkwoorden, die wij Eerste groep noemen, hebben wij tot dusverre de volgende vormen aangetroffen:

Onbep. wijs hear-, verl. deelw. borne. — Onbep. wijs choose■, onv. verl. tijd chosé. — Verl. dw. forgotten. — Onv. verl. tijd/rose; verl. iv. frozen-, afleiding frost. — Onv. verl. tijd get-, verl. dw. got. — Afleiding heavy. — Onbepaalde wijs help, — All. share. — Onbep. wijs speak-, onvolm, verl. tijd spoke. — Onbep. wijs tread. — Onbep. wijs wear-, onv. verl. tijd ugt;ore-, Afl. weary.

Deze werkwoorden komen hierin overeen, dat de vocaal, die in hunne Onbepaalde wijs verschillend is, bij allen in den onvolm. verl. tijd en in het verleden deelwoord in o verandert, welke o bij sommigen lang (oo), bij sommigen kort (o) uitgesproken wordt.

De eerste kolom links bevat altijd de onbep. wijs, de tweede kolom den onvolm. verl. tijd, de dqrde het verl. deelw., en de vierde de afleidingen. A. De tot deze eerste groep behoorende werkwoorden met lange „ooquot; zijn;

bier (bier), baar; burden (benrdn), vracht, last, barrow (bèr'-roo), kruiwagen. [te. birth (hearlh), geboor-breach (brietsj), breuk; Pransch; „brèchequot;.

[wijlig, moede. weary (wwier'-ri), lang-frost (frost), vorst. heavy (hev'-i), zwaar.

share (sjeer), aandeel. speech (spietsj), rede. stealth (stèltó), geniep.

hear (beer), dragen

ocr page 250

— 245 —

mve (wwoov), weaved (wwievd)

[(hoolp) helped (helpt), holp chose (tsjooz)

weave (wwie*), weven

got (abt)

begot (be-Got'

(be-Get')

forgot (for-Got') Irod (trbd) seethed, sod (soil)

got, gotten (Gotn) begotten (be-cbtn'), begot [forgot forgotten (fbr-obtn'), trodden (trbdn), trod seethed, sodden (sbiln)

suds (sudz), zeepsop.

[glans.

sheen (sjien), schijn,

avonddisch, bedekking, krans, knecht,

Vertaal: in het

(sup-per).

(kuv'-er-i«^).

(rietó).

senrv'-ènt).

Opgave 1. Leer van buiten:

in het geheel, at all.

omslagdoek, shawl (sjaol).

rekening, account (èk-kbunf). schaap (mrv. als enk.) sheep (sjiep).

(wwóel). (spoen). (mbutt). (wwóedn). (leedl).

wol,

lepel,

mond,

houten,

pollepel,

ellende ,

gezondheid,

maan,

waarlijk,

sier, bevalligh., grace

spoon mouth wooden ladle

wretchedness (rètsj'-ed-nès).

(hèltó).

(moen). (troe'-li). (Grees). (èl'-i-noor). (feet).

(dzjèn'-tail), (kil).

(kwwait). (èks-trèv'

[-e-Gent).

health

Eleonora, noodlot, Heiden, dooden, volkomen, kwistig,

Mlinor fate gentile to kill quite

extravagant

getloèl), krjgen,worden;

beget (be-Gèf), verwek- begot (be-Got'j, begat

ken [geten

forget (fbr-Get'), ver- /

tread (tred), treden teethe (siedh), zieden, .

koken [teren

shine (sjain), schit- shone (sjbn) shone

shone wordt ook „sjoonquot; uitgesproken; doch beter is „sjbnquot;.

De beoefenaars zullen opmerken, dat de deelwoorden van al de werkwoorden dezer groep uitgaan op den consonanten-klank n, hetzij dan n of en of ne geschreven. Van de onregelmatige werkwoorden nemen wij het eerst in behandeling die, welker verleden deelwoord op n uitgaat, onverschillig of nevens dien vorm nog andere, bijv. de regelmatige , voorkomen of niet; zij vormen de Eerste klasse.

Vormen, die slechts zeldzaam voorkomen, of tot de taal der dichtkunst behooren, of verouderd zijn, hebben wij gemeend hier liever niet te moeten opnemen.

NB. De werkwoorden van deze en van al de volgende groepen moet de beoefenaar opteekenen in zijne Lijst der onregelmatige werkwoorden. Bij de volgende groepen zullen wij veel korter zijn, en verwijzen eens voor al naar de in deze paragraaf gegevene algemeene wenken.

help (help), helpen choose (tsjoeï), kiezen

to bear, baren, was eertijds heizelfde woord (drachtig zijn) ah to bear, dragen (vandaar in 't Holl. nog, onder 't hart „dragenquot;, „voldragenquot;, „onvoldragenquot;); tegenwoordig is het verleden deelwoord der beide werkwoorden in uitspraak en spelling verschillend, to bear, dragen, torschen, tillen, beuren, sluit de beteekenis in zich van „een last dragenquot;, dus figuurlijk ook van „verdragenquot;, dulden, uitstaan; terwijl to wear zoodanig „dragen' beteekent, waarbij niet het torschen van een last te pas komt, maar wel het bestendig „met zich omdragenquot;, het „voortdurend dragenquot;, vandaar ook de figuurlijke beteekenis van „slijtenquot;, „afslijtenquot;.

Waar van eenen werkwoordstijd meer vormen dan één voorkomen, hebben wij die zoo gerangschikt, dat de meest in gebruik zijnde het eerst vermeld staat.

Wanneer samengestelde werkwoorden in hnnne vervoeging afwijken van die der eenvoudige werkwoorden, zullen wij dat telkens afzonderlijk opgeven. Van de met werkwoorden dezer groep samengestelde, en eveneens als deze vervoegd wordende, werkwoorden zijn de gebruikelijkste: to forbear (for-beer'), verdragen; to forswear (for-swweer'), valschelijk zweren; to bespeak (bc-spiek'), bespreken, bestellen. B. Werkwoorden, waarvan de vocaalklank verandert in „oquot; :

supper covering toreath servant Hij denkt niet dat gij hem verdragen hebt, en hij heeft geen plan u te verdragen. — 2. De sjaal [shawl] was voor [on\ hare rekening besteld. — 3. Ik vergeet u niet; maar het schijnt (dat) Engeland (u) vergeten heeft. — 4, Gij zijt een [one] der gelukkige schapen die uitgaan om [for] wol en sgeschoren 2naar huis 'komen. — 5. (De een) [Eén mensch] wordt geboren met een zilveren lepel in (den) [zijn] mond, en eea ander met een houten pollepel. — 6. Mijne eigene ellende kan ik dragen. — Ik heb 2die \it\ 3lang 'gedragen. — 7. Zijne gezondheid was (geknakt) [gebroken].— 8. Moget gij gelukkig zijn in het leven (dat) gij gekozen hebt. — 9. (Goed) [Wel] geschenen, maan! — Waarlijk, de maan schijnt (liefe-

(wwèft), woof (wwoef), inslag (bij [(hoolpn)' het weven).

helped, liolpen

chosen (tsjoozn) choise (tsjois), keus

woven (wwoovn) | weft

É

ocr page 251

— 24fi —

strife (straif), strijd.

thrift (Mrift), ge-dijing.

wrote (root) written (ritn) writ (rit), geschrift.

rived (raivd) riven (rivn) rift (rift), spleet.

Het laatste der bovenstaande werkwoorden heeft wel is waar volgens het tegenwoordige spraakgebruik nog slechts den regelmatigen onvolm. verl. tijd rived, doch behoort niettemin tot deze klasse.

Met to rise samengesteld is to arise (é-raiz'), zich verheffen, ontstaan.

Opgave 2, Leer van buiten;

weg,

away

(é-wwee').

gereedschap,

material

(mèt-ti'-ri-èl).

lag, lagen.

lay

(lee).

verderf,

doom

(doem).

indien niet.

tenzij,

unless

(un-lès').

uitwisschen,

to erase

(«■rees').

te gemoet komen

to meet

(miet).

hartstocht.

passion

(pès'-sjun).

paard, ros.

steed

(stied).

adres,

address

(èd-drès').

vast,

steady

(stèd'-i).

hoe dan ook.

somehow

(sum'-hou).

dansen,

to danse

(daans).

gelijk,

equal

(i'-kwwul). (oee'-li).

vroolijk,

gaily

tuinweg,

garden sweep (aaardnquot;

[swwiep).

Vertaal: 1.

Onder uwe

zorg zijn zij

welig opgegroeid. — 2. Gelijk \-As\ rook

lijk [met eene goede sier]. — 10. Ga en spreek 2met [to] Eleonora, 'zooals gij met mij gesproken hebt. — 11. De hand des [of] noodlots heeft u van \from\ mij gescheurd. — 12. Jeruzalem [Jerusalem (dzje-roes'-sa-lèm)] zal (rertreden) [aneder-'getreden] worden door [of] de Heidenen. — 13. Ik konde (even) [volkomen zooj veel menschen dooden als gij, als ik 2dat \it\ 'verkoos, maar ik verkies [§ 156 , blz. 86] het niet (te doen). — 14. (Dat) 391.] Tweede groep der Eerste klasse.

is driving, waaruit wij afieiden, dat de onbepaalde wijs is to drive. De vocaal-verwisseling in o (als langen „oquot;-klank) vinden wij ook hier in den onvolm. verl. tijd

drift (drift), drift (d. i. gedreven wordende troep).

road (rood), rijweg,

reede.

to raise (reez), heffen, opheffen, verheffen. shrift (sjrift), biecht.

drove (droov); in het verleden deelw. ling plaats in eene korte

drove (droov)

[Zoo] zwoer ik, en ik zweer het nog. — 15. Mijnheer Watson (wwot'-sun) bestelde den (kwistigsten) [meest kwistigen] avond-diaeh. — 16. De maan scheen. — 17. Hij had te spreken, en hij sprak (goed) [wel]. — 18. Hij, die stal, heeft geleerd 2niet [no] meer 1te stelen. — 19. Op [on] zijn hoofd droeg het geen andere bedekking, dan een steekpalm-krans. — 20. The first begotten had his father's share. — 21. He has holpen his servant Israel.

De eenige tot hiertoe voorgekomene vorm

(drivn) echter heeft de vocaal-verwisse-

drive (draiv), drijven

ride (raid), rijden

rise (rail), opstaan

shrive (sjraiv), biechten.

smite (smait), slaan,

kastijden.

stride (straid), schrijden.

bestride (be-straid'),

betreden.

strive (straiv), streven , strijden.

thrive (tJiramp;vv), tieren, aarden, gedijën, welig opgroeien. write (rait), schrijven. rive (raiv), splijten.

driven (drivn)

rode (rood)

rose (rooz)

shrived, shrove (sjroov)

smote (smoot)

strode (strood)

hestrid (be-strid'),

bestrode (be-strood') strove (stroov)

thrived, throve (throov)

ridden (ridn)

risen (rim)

shrived, shriven,

(sjrivn) smitten (smitn),

smit (smit) stridden (stridn)

bestridden (be-stridn'), bestrid (be-strid') striven (strivn)

thrived, thriven

(tórivn)

(verdreven) f'weg'gedreven] wordt, zoo (verdrijf hen) [drijf hen weg]. — 3. [Eenig] schrijf- (§ 228, blz. 166) gereedschap [mrv.] lag vóór hen, doch (er) 1was 'niets ''op het papier 'geschreven. — 4. Op [on\ zijn voorhoofd zie ik geschreven hetgeen [dat hetwelk] Verderf is, tenzij het schrift [g 251 , blz. 197J uitgewischt worde. —• 5. Uw geweten kastijdde u. — 6. Dit hart, dat niet meer streeft, streefde eens (om) zijnen hartstocht te gemoet te komen. — 7. De ridder (besteeg) [betrad] zijn ros. — 8. De hand, (waarmede) [in welke] hij het adres schreef, was (geen) [niet eene] vaste [§ 131, C., blz. 68] (hand), maar schrijven deed hij het, hoe dan ook. — 9. Zij danste, liep en reed met evenveel bevalligheid. — 10. Engeland (was nooit zoo bloeiend) [nooit gedijde zoo wel]. — 11. Zij reden vroolijk 2den tuinweg 'af r'

ocr page 252

— 247 —

[§ 8J8.] Derde groep der Eerste klasse. Uit deze groep hebben wij to tite en to hide leeren kennen. De korte .,i'1, die bij de vorige groep slechts in het verleden deelwoord aangetroffen werd, vinden wij hier in onvolm. verl. tijd en in verl. deelwoord, hit (bit), bitten (Min); hid (hid), hidden (hidn). Tot deze groep behooren:

bit (bit) chid (tsjid)

bite (bait), bijten chide (tsjaid), beknor

hitten (bitn), bit chid) chidden (tsjidn)

iQ, blz. 7 (fóibl)

(tsjois)

(vois)

(void)

(hoidn)

(koif)

(oil)

(bóil)

(bröil)

(koil)

(droil)

(föil)

(moil)

(soil)

(spoil)

(toil)

(koin)

(loin)

(Groin)

(dzjoin)

(loin)

(kwwoin,

ook: koin)

(óint)

(dzjoint)

(poirt)

(noia)

(poim)

(tbia)

(poizn)

(foist)

(hoist)

(dzjoist)

(móisi)

(aóit)

(kwwoit)

(boi) ^

(bwwbi,

ook: hoi) baken'on; drijven (klbi) oveiladen; verna

pelen.

(kbi) bloode, schuchter.

(haid), verbergen hid (hid) hidden (bidn), hid

slide (slaid), glijden slid (slid) slid, slidden (slidn)

spit (spit), spuwen spit (spit) spit, spitten (spitn)

Opgave 3. Vertaal: l. Zij moeten (een of ander) [i'enitrerlei] verborgen doel hebben. — 2. Ik werd (onder)laaist beknord, omdat [/or, § 24-1, B., blz. 18a] ik te \too] langzaam was. — 3. Haar (hondje) [kleine hond] beet mij eens. — 4. Martha [maar-Ma] verborg zich. »

(7e Oefen.) E. Spelling en Uitspraak.

Éénlettergrepige Oefeningen

over den tweeklank „oi1, zijnde de klank van het Engalsche letterteeken oi en oy.

(Zie § foiblé choice voice void *hoiden coif oil boil broil coil droil foil moil soil spoil toil coin Join groin join loin quoin

oint

joint

point

noise

poise

toise

*poison

foist

hoist

joist

moist

doit

quoit

boy

buoy

cloy

en blz. 32 E. 7.) zwakke zijde.

keus; uitgezocht, stem.

ledig; leegte, ongelikte beer. kuif; doctorale olie. [hoed.

koken.

opschudding; bra-oprollen; rol. [den. druiloor, luilap. verijdelen; floret, vermoeien.

grond.

roof; bederven, zwaar werk. gemunt geld; wig. stoot; stooten. lies.

voegen (samen-), lenden.

wig.

zalven.

voeg; geleding.

punt.

geraas.

wegen.

vadem

vergif; vergeven.

onderschuiven.

hijschen.

dwarsbalk.

vochtig.

duit.

werpschijf, jongen.

hoy

(hoi)

heiho!

joy

(dzjoi)

vreugde.

poy

(pbi)

balanceerstok.

toy

(toi)

speelgoed; darte-

Troy

(troi)

Troje. [len.

(8e Oefen.) F. LeXlCOgrapIliC (blz. 189) van Les bO.

backward (bek'-wwerd), rugwaarts; vergelijk back blz. 49; in verband met „achter baks houdenquot; voor: terughouden.—step (step), trede, voetstap, stap; to step, stappen. — to reach (rietsj), reiken, bereiken. — to beckon (bèkn), wenken; verwant met baken, baak. — (pees), „pasquot;, pas, schrede, voetstap; to pace gt; met voetstappen meten, op en neder loo-pen. — each other, elkander. — to obey (bb-bee'), „obéirquot;, gehoorzamen; obedient (bb-bied'-i-ènt), gehoorzaam; obedience (bb-bied'-i-èns). „obediencequot;, gehoorzaam-hsid — fear (fier), vree?; to fear, vreezen. — (kbn-fjoez'), verwarren; confused, „confusquot;, verward. — to cohere (koo-hier'), samenhangen; coherent, „coherentquot;, samenhangend; incoherent (in-koo-hier'-ènt), onsamenhangend. — to lament (lèm-mènt'), „lamenterquot;, jammeren; lamentation (lèm-mèn-tee'-sjun), „lamentationquot;, gejammer. — regret (re-Gret'), „regretquot;, leedwezen; to regret, „regretterquot;, leedwezen voelen over, betreuren. — to wail (wweel), huilen, weeklagen. — to ftr/jress (eks-pre?'), uitdrukken; expressible, uit te drukken; inexpressible (in-eks-pres-sibl), „inexpressiblequot;, niet uit te drukken, daarvan het bijwoord inexpressibly; vergelijk expression (blz. 113, 119) — sorrow (sbr'roo), zorg, verdriet, kommer; sorrowful (sbr'-roo-foel), kommervol; vergelijk sorry (blz. 114). — to accuse (ek-kjocas'), „accuserquot;, beschuldigen, aanklagen; accusntory (ek-kjoei'-èt-tur-ri), „ac-cusateurquot; , aanklagend; self-accusatory, gevormd d* self-contained \^\i. , 63).—

spittle (spitl),


1

coy

ocr page 253

— 248 —

listen (lisn), luisteren. — to join (dzjbin), „joindrequot;, zich Tereenigen, zich aansluiten, instemmen. — dirge (deiirdzj), lijk-zang, van het Latijnsche dirige, zijnde de aanhef van een Eoomsch-katholiek kerkgezang. — to float (floot), „Hotterquot;, vlot zijn, drijven, zweven. — despair (despeer'), „désespoirquot;, wanhoop; to despair, „désespérerquot;, wanhopen; desperate (dès'-per-èt), „de'sespéréquot;, wanhopig. — curiosity (kjoe-ri-bs'-it-ti), „curiositéquot;, nieuwsgierigheid; vergelijk curiously (blz. 177, 189). — to fill (fil), vullen; vergelijk full (blz. 129, 136; blz. 78, § 153).

— hither (hidh'-e»-), hierheen; thither (dhidh'-cr), daarheen; hither and thither, her-en derwaarts; vergelijk//ere (blz. 146, 156), there (blz. 17, 2G). — restless (resf-les), rusteloos, van rest, rust; vergelijk torest^o\i. 200, 201). — haste (heest), haast, „batequot;. — to moan (moon), weeklagen. — guilt (oilt), strafbaarheid, schuld; guilty (Gil-ti), strafbaar, schuldig. — to govern (guv'-ern), „gouvernerquot;, regeeren; government (Gu*'-ern-ment), regeering. - to link, aaneenschakelen, kluisteren; vergelijk (blz. 2 2 2).

— personal (peur'-sun-èl), „personnelquot;, persoonlijk; vamp;n person (blz. 20Ü); daarvan het bijwoord personally. — lives (laivz), mesrvoud van life (blz. 66, 72).— mon-stre (mbn'-ster), „monstrequot;, monster; monstrous (mon'-strus), „monstrueuxquot;, monsterachtig. — safe (seef), „saufquot;, veilig, ongedeerd ; als zelfst. naamwoord: veilige bewaarplaats, broodkast, geldkist; vergelijk to save (blz. 81, 93). — to attach (èt-tètsj'), „attaeherquot;, vasthechten, vastmaken. — ancle, meestal gespeld anlde (ènkl), enkel (van den voet). — pity (pit'-i), „pitiéquot;, medelijden, jammer; piteous (pit'-i-us), medelijdend, jammerlijk; daarvan het bijwoord piteously. — able (eetol), „habilequot;, bekwaam, in staat; unable (un-ee1»l'), niet in staat. — to assist (ès-sisf), „assisterquot;, bijstaan — wretch (rètsj), ellendige, ongelukkige; toretched (rètsj'-ed), ellendig, ongelukkig. — infant (in'-fènt), „enfantquot;, klein kind (dat nog niet spreken kan); vergelijk infancy (blz. 178, 189). — door-step, stoep. — misery (miz'-e-ri), „misèrequot;, ellende, ongeluk. — to seek (blz. 161), sought (saot), sought, zoeken. to interfere (blz. 130), zich bemoeien. — matter (mèt'-ter), „matièrequot;, siof, zaak. — to lose, lost (lost), tei (blz. 106, lil).— to fade (feed), verdwijnen. — mist (mist), mist. — shroud (sjrbud), doodkleed, omhulsel; to enshroud (en-sjrbud'), omhullen.

— to examine (èoi-èm'-in), „examinerquot;, in oogenschouw nemen. — to enter (en-ter), „entrerquot;, binnenkomen; vergelijk entry (blz. 190). — bolt (boolt), bout( vergelijk blz. 110), ijzeren bout, grendel. — undisturbed (un-dis-tenrlid'), ongestoord, onaangeroerd; van to disturb (blz. 33). — syllable (sil'-lèbl), „syllabequot;, lettergreep.

— emotion (e-moo'-sjun), ,,emotion'1, aandoening, gemoedsbeweging; zie motionless (blz. 177, 189). — undergone, verl. deelw. van to undergo (blz. 162, 173); vergelijk ook gone (blz. 73, 78). — fatigue (fèt-tiea'), „fatiguequot;, vermoeienis. — glimpse (Glimps), glimp. — dull, langwijlig (blz. 138, 142). — conversation (kon-ver-see'-sjun), „conversationquot;, gesprek, onderhoud.

— late (leet), laat; lateness (leet'-nès), laatheid, laatte. — need (nied), nood, behoefte. — to repose (re-pooi'), „repo-serquot;, rusten; repose, „reposquot;, rust. — to undress (un-drès1), ontkleeden, zich uit-kleeden; vergelijk dressing-gown (blz. 191).

— sleep (sliep), slaap; ia sleep, slapen; asleep (e-sliep'), in slaap; vergelijk blz. 170 , § 237 , 6) 7) 8). — instant (in'-stènt), oogenblik (blz. 156).

(9e Oefen.) 6. Mondeling Onderhoud.

V ragen.

1. When did the spectre say, that it suffered most?

3. By what words did the Ghost design the Star of Bethlehem?

3. Where would the light of this star have conducted Marley? [To...] What was the impression which the words of the Ghost made on Scrooge ?

S. Could the Ghost remain long with Scrooge? [No, its... was...]

C. How often had the Ghost sat invisible beside Scrooge?

S1. By what should Scrooge be haunted?

8. How low fell Scrooge's countenance?

O. In what sort of a voice did Scrooge speak to the Ghost?

10. When was Scrooge to expect the first spirit?

11. What would Scrooge have preferred to seeing the spirits one after the other? [To...]

13. When was Scrooge to expect the two other spirits?

13. Wherefore was Scrooge to remember what had passed between him and Marley's Ghost? [...his...]

14!:. Wrhat did the spectre do after it had said its last words ?

15. Whereby did Scrooge know that the spectre bound its wrapper round its head ?

16. What did Scrooge see, when he ventured to raise his eyes again?


ocr page 254

30® LES.

Studeeren is ecne soort van geestenzienerij, eene gewaarwording van hoogcre krachten, een voorsmaak des hemels. (Hippel.)

A. Tekst.

(Oefen. 1—3 volgens het op blz. 32 [Eens toot al] gegeven voorschrift.) (Zie blz. 19, 32, 189, 216 en 247.)

1 The apparition walked backward from him;] and 2 at

dhi ep-pèr-ris'-sjun wwaokt bek^-wwerd from him ènd et

every step it took, the window raised itself a little, so that

ev'-er-i step'' it tóek dhe wwin'-doo reezdquot; it-sèlf' e litl soo dhètquot;

when the spectre reached it, it was wide open.] It beckoned

wwen dhe spek'-ter rietsjt', it it wwoz wwaid oopnquot; it bèkquot;-und

Scrooge to approach, which he did. When they were within

skroedzj tóe èp-prootsj' wwitsj hi did'' wwèn dhee wwewr wwidh-in'

two paces of each other, 3 Marley's Ghost held up its hand,

toe peesquot;-ez bv ietsj udhquot;-a- maar'-liei Goost held upquot; its hendquot;

warning him to come no nearer.] Scrooge stopped. — 4 Not

wwaom'-iwy him tóe kum noo nier'-er skroedzj stoptquot; notquot;

so much in obedience, as in surprise and fear:] for on the

soo mutsj in 6li-biedquot;-i-ens èz in sew-praizquot; end fie/*quot; for on dhe

raising of the hand, 5 he became sensible of confused noises

reez'-i»Yjr ov dhe hèndquot; hi be-keem' sens'-ibl bv kbn-fjoezd' nbiz'-ez

in the air; incoherent sounds of lamentation and regret;

in dhi eerquot; in-ko-hier'-rènt sóundz bv lèm-èn-teequot;-sjun ènd re-Grètquot;

wailings inexpressibly sorrowful and self-accusatory.] 6 The

wweel'-iw^z in-eks-pres'-sib-li sbrquot;-roo-fóel ènd sèlf'-èk-kjoez'-èt-tnr-ri dhe

spectre, after listening for a moment, joined in the mournful

spekquot;-ter aaft'-er lisn'-i;^ for e moo^-mènt dzjoind in dhe moorn'-fóel

dirge; and floated out upon the bleak, dark night,] —

deurdzjquot; ènd floot'-ed butquot; up-bn' dlie bliek daark naitquot;

7 Scrooge followed to the window: desperate in his curiosity.]

skroedzj fbl'-lood tóe dhe w\vinquot;-doo dès'-per-èt in hiz kjoer-ri-bs^-it-ti

He looked out. 8 The air was filled with phantoms, wandering

hi lóekt butquot; dhi eerquot; wwbz iild wwidh fèn^-tumz wwbn'-der-i?^

hither and thither in restless haste, and moaning as they

hidli'-e)quot; end dhidhquot;-e»- in rèst'-lès heestquot; ènd moonquot;-iBy èas dhee

went.] 9 Every one of them wore chains like Marley's Ghost;

wwèntquot; èv'-er-i wwun bv dhèm wwoor tsjeenzquot; laik maar'-liez Goostquot;

some few (they might be guilty governments) were linked

sum fjoequot; dhee mait bi Gilt'-i Guvquot;-ern-mènts wweiir linkt

together; none were free.] 10 Many had been personally known

toe-Gedh/'-er nunquot; wweur friquot; mèn'-i hèd bin peur'-sun-èl-li noonquot;

to Scrooge in their lives.] 11 He had been quite familiar with

tóe skroedzj in dheer laivzquot; hi hèd bin kwwait fèm-miT-jer wwidh

one old ghost, in a white waistcoat, with a monstrous iron

wwunquot; cold Goost in « wwait wwesquot;-koot wwidh e rabn'-strus aiquot;-OTi

ocr page 255

— ?60 —

safe attached to its ancle, wlio cried piteously at being unable

seef èt-tètsjt' toe its ènkl lioe kraiil pitquot;-i-us-li èt bi'-iw^r un-eebl'

to assist a wretched woman with an infant, whom it saw

tóe ès-sist' e retsj'-^d wwoera'-en wwidh in^-fènt lioem it sao

below, upon a door-step.] 12 The misery with them all was,

b^-loo' up-ón' e doorquot;-stèp dlilt;? m\x!-er-i wwidli dhcm aolquot; wwoas

clearly, that they sought to interfere, for good, in human

klier'-li dhet dhee saot tóe in-ter-fier' for Goedquot; in joeniquot;-èn

matters, and had lost the power for ever.] — 13 Whether

raet'-tera end lied lost dlie pou'-er for Q\quot;-er wwèdh'-er

these creatures faded into mist, or mist enshrouded them,

dhiez kri'-tjurz feed^-ed in'-tóe mist or mist lt;?n-sjroudquot;-ed dlièm

he could not tell.] But 14 they and their spirit voices faded

hi kóed not telquot; but dheequot; end dheer spirquot;-rit vois'-eas feed'-ed

together, and the night became as it had been when he

tóe-oèdh'-er ènd dhe nait bö-keem' èx it heil binquot; wwen hi

walked home.] — 15 Scrooge closed the window, and examined

wwaokt hoomquot; skroedzj kloozdquot; dhe wwin'-doo ènd eGas-èm'-ind

the door by which the Ghost had entered.] 16 It was double-

dhe doorquot; bai wwitsj dhö Goost lied enquot;-terd it wwoz dublquot;-

locked, as he had locked it with his own hands, and the

lokt ez hi hèd lokt it wwidh hi® oon hèndzquot; end dhe

bolts were undisturbed.] 17 He tried to say »Humbug Iquot; but

boolts wweur un-dis-teurlidquot; hi traid toe see hum'-bus but

stopped at the first syllable.] And being, 18 from the emotion

stópt èt dlilt;? feurst silquot;-lèbl ènd hi'-\ng from dhi e-mooquot;-sjun

he had undergone, or the fatigues of the day, or his glimpse

hi hèd un-der-GÓn' ór dhö fèt-tieGz' óv dhi? deequot; ór hiz Glimps

of the Invisible World, or the dull conversation of the Ghost,

óv dhi in-viz'-ibl wweurldquot; ór dhe dul kón-ver-see'-sjun óv dhe Goostquot;

or the lateness of the hour,] much in need of repose, 19 went

ór dhe leet'-nès óv dhi óurquot; mutsj in nied óv re-pooz' wwènt

straight to bed, without undressing, and fell asleep upon

street tóe bèd wwidh-óut' un-drèsquot;-iwlt;7 ènd fèl 6-sliep' up-ón'

the instant,]

dhi inquot;-stènt

(4e oefening.) B. Hollandsche Vertaling.

De verschijning liep achteruit van hem (weg), en bij eiken voetstap (dien) zij deed, (werd) het raam een weinig hooger (opgeacho^en), zooilat ''het (waag) wijd open(stond) Hoen het spook het bereikte. Het wenkte Scrooge (om dichterbij te komen), hetgeen hij deed. Toen ze (op) twee schreden (afstands) van elkander waren, (hief) Marley's geest (de) hand op, hem waarschuwende niet (verder) te komen. Scrooge bleef staan.— Niet zoo zeer (uit) gehoorzaamheid, als uit verwondering en vrees: want bij het omhooggaan van de hand werd hij (een) verward gedruis [meervoud] in de lucht gewaar; onsamenhangende geluiden van jammer en berouw; (een) geweeklaag [mm.] onuitsprekelijk verdrietig en zelfbeschuldigend. Het spook, na [voor] een oogenblik geluisterd te hebben, (begon mede te doen met) den somberen doodenzang, en zweefde (het raam) uit (in) den kouden, donkeren nacht. — Scrooge volgde (het) naar het raam: radeloos in sijne nieuwsgierigheid. Hij keek (naar) buiten. — De lucht was (op)gevuld met spoken, die her- en derwaarts (zweefden) in rustelooze haa-t, en weeklaagden terwijl

ocr page 256

— 251 —

ze (zich bewogen). Ieder hunner drceg ketenen gelijk Marley's Geest; (ettelijken) — [zij mochten zijn] (misschien wel) misdadige gouvernementen — waren aan elkander (vast)geketend; geen (een) was \mrv.'\ vrij. Velen waren [aan] Scrooge persoonlijk bekend geweest in hun leven [mrv.]. Hij had (op een zeer gemeenzamen voet gestaan) met een ouden Geest, in een wit buisje, met eene (ontzaglijk groote) ijzeren geldkist (die) aan zijnen enkel vastgemaakt (was), (deze) schreeuwde jammerlijk, niet in staat te zijn (hulp te verleenen aan) eene ongelukkige vrouw met een klein kind, die hij beneden op eene stoep zag (zitten). De ellende bij allen was, baarblijkelijk, dat ze zich, ten goede, zochten te bemoeien met menschelijke zaken, en (dat ze) het vermogen (daartoe) verloren hadden voor immer. Of deze schepselen zich oplosten in nevel, (dan wel) of (de) nevel hen omhulde, kon hij niet zeggen. Maar zij en hunne geestenstemmen verdwenen te zamen, en de nacht werd (weder) zoo als (die) geweest was toen hij naar huis (kwam). — Scrooge (deed) het raam (dicht), en nam de deur in oogenschouw, (waardoor) [door welke] de Geest binnengekomen was. (Die deur) was (op het nachtslot) zoo als hij (die) (eigenhandig) gesloten had, en de grendels waren onaangeroerd. Hij (meende) „Lorrerij!quot; te zeggen, maar (hield het woord binnen) bij de eerste lettergreep. En daar hij (door) de gemoedsbeweging, (die) hij ondergaan had, of jdoor) de vermoeienissen van den dag, of (door den) glimp (dien hij gezien had) van de Onzichtbare Wereld, of (door) het langwijlige gesprek van den Geest, of (door) de laatbeid van het uur, (groote behoefte gevoelde aan) rust, ging hij regelrecht naar bed, zonder zich uit te kleeden, en viel oogenblikkelijk in slaap.

(5e Oefen.) C. Wederzijdsclie Vertaling.

(Zie blz. 18 en 75.)

Gesprekken. Les 28 (blz. 239):

Victim. Bravo, Tactic! — (heerlijk!) — Nu, gij hebt geld te leen gekregen (omdat gij) te laat gekomen zijt.

Tactic. Ja, ja, (man!) (zulk eene) klucht (hebt) gij (nog) nooit gezien.

Victim. Neen, (de dieven mogen mij stelen)!

Tactic. 2Ziet 'gij, mijn waarde Victim ! er zijn twee soorten van verontschuldigingen — (de) eene helpt u slechts uit (de) [eene] ongelegenheid, de andere brengt [lo u in eenen beteren toestand dan

indien (de bedoelde) [gezegde] ongelegenheid nooit voorgevallen ware. Ik ^eb 3u 6daar even 4een staaltje 2laten zien 5van de laatste (soort) — de eerste breng ik ieder (oogenblik) [uur] in praktijk. Iedereen kan eene leugen vertellen; maar het vereischt een meer dan alledaagsch talent om te liegen stelselmatig — wetenschappelijk. (Dat) [Het] vereischt (eene) vlugge en vruchtbare verbeelding — eene (bijzondere gaaf) van welsprekendheid — eene innemende ongedwongenheid (in den) omgang. Een groot leugenaar moet een groot man zijn, (in vergelijking) waarbij \to wliic1i\ (iemand, die de waarheid spreekt) slechts een prul is.

Victim. Goed, maar hoe gevoelt gij u. Tactic? Hoe zijt gij (van nacht) naar huis gekomen? Wat een lol is dat geweest [onvolm. verl. tijd]!

Tactic. O, eene bovenste klucht!

Victim. Maar herinnert gij u dat? (Knipoogt).

Tactic. O, wat, over hem? (Knipoogt). '

Victim. Neen, over haar. (Knipoogt.)

Tactic. (Nu, óf ik), dat was het beste gedeelte van de pret. — Dan, de vigilante {cab)\

Victim. En het liedje!

Tactic. En de politie-agent! Alles in alles is het 't heerlijkste avontuur geweest [onvolm. verl. tijd|, (dat) ik ooit in al mijn leven gehad heb [onv. verl. tijd], en ik heb (zoo het een en ander) gezien. (Knipoogt.)

Victim. (En ik) [Zoo heb ik]. Ik (geloof) [denk] (dat) ik eiken nacht met u uit geweest ben, behalve verleden Woensdag.

Tactic. (Ter zijde). Te weten, den salep- en schoorsteenvegers-nacht — zie Times, Morning Herald, enz., enz.

Victim. Maar, (wat ik zeggen wil), ik ben vrij \rathtr\ slecht bij kas. Gij weet (dat) ik (van nacht) betaald heb [onvolm. verl. tijd|. — Wij zouden (van) [d-zen] morgen afrekenen \to settle]. Ik zou niet (zoo) dringen, als ik de vijf sove-reins niet gezien had.

Tactic. O, ik ben volkomen bereid.

NB. Terug-vertaling!

(6e Oefen.) ü. Spraakkunst.

[§ aja.| A. life {blz. 66, 72), lives{h. 30.)

Aan hetgeen wij reeds over de vorming van het meervoud der zelfstandige naamwoorden gezegd hebben (blz. 34, § 69; blz. 71, § 143; blz. 75, § 145; blz. 102, § 181; blz. 108, § 190, zullen wij hier nog een en ander toevoegen.

B. ...ife. Even als in de meervoudsvormen houses (§ 145, blz. 75) en paths (§ 143, blz. 71) eene zachte s en tk'm de plaats treedt van de scherpe s en th


ocr page 257

dier woorden in het enkelvoud, zoo verandert ook de harde ƒ van Ufe in het meervoud live» in den verwanten zacht en klank o, en zulks niet slechts in de uitspraak, maar tevens in de spelling. Hetzelfde heeft plaats in de woorden knife (naif), mes, en ««ƒ« (wwaif), vrouw, echt-genoote; doch niet in strife (straif), streven, strijd, fife (faif), dwarsfluit, safe (Les 30), die alle drie hun meervoud regelmatig vormen: strifes, fifes ea safes.

C. ...t. Ook onder de zelfstandige naamwoorden met den uitgang f zijn er vele, die de ƒ in 't meervoud vemnderen in ves; inzonderheid de zelfst. naamwoorden van gelijke afkomst als Hollandsohe; die van eenerlei afkomst met de F rans che, vormen meerendeels hun meervoud regelmatig. Zoo b. v.: /ca/(lief), loof, blad, leaves(lievz); sheaf (sjief), schoof, sheates (sjievz); thief (tóief), dief, thieves (Mievz); loaf (loof), bij de Duitschers „Laibquot;, (een) brood, loaves (loovz), brooden; calf (kaaf), kalf, calves (kaavz); (haaf), helft,/mtoes (haavz), helften; elf (èlf), elf (in de Noordsche mythologie), elves (èlvz); self, selves (biz. 160, § 217); shelf (sjèlf), legplank, kast. shelves (sjèlvz); wolf (wwöelf), wolf, wolves (wwöelvn), maar ook beef (bief), „boeufquot;, rund, beeves (bievz). Daarentegen blijft de f behouden, b. v. in: chief (tsjief), „chefquot;, hoofd, opperste, aanvoerder, en de samenstellingen: kerchief, hand-Tcerchief, neckerchief (blz. 208), mischief (mis'-tsjif), „méchefquot;, onheil; grief (anef), „griefquot;, leed, grief; relief (re-lief), ver-lichtenis, opbeuring, troost; guf (oulf), „golfequot;, golf, zeeboezem.

D. ...oof. De zelfst. naamwoorden met den uitgang oof vormen allen hun meervoud door achtervoeging van eene s; zoo b. v.: hoof (hoef), hoef; roof (roef), dak; proof (proef), bewijs. Van de op ff uitgaande is staff (staaf), staf, 't eenige dat zijn meervoud vormt staves (steevz) van den ouden vorm stave, die nog tegenwoordig in de beteekenis van strophe, stanza gebruikt wordt.

...rf. Ook de zelfst. naamwoorden, die op rf uitgaan, vormen algemeen hun meervoud door achtervoeging van eene s; alleen van wharf (wwHOrfj, werf, en turf (teiirf), grasveld, heeft men zoowel wharves en turves als wharfs en turfs.

E. Dezelfde verwisseling van ƒ en r ontmoeten wij in de uit five en twelve gevormde telwoorden (§ 203, blz. 123, § 209, blz. 133), zoomede in de uit de werkwoorden to weave (§ 270, blz. 245), to drive, to shrive, to strive, to thrive, to rive (§ 271, blz. 2i6), to live (blz. 74, 78) en to save (blz. 81, 93) gevormde zelfst. naamwoorden weft, woof, drift, shrift, strife, thrift, rift, life (blz. 66, 72) en safe (Les 30).

F. echo, echoes (blz. 178, 189). ...0. Even als de werkwoorden to do en to go den derden pers. enkelvoud der Aantoonende wiis tegenw. tijd niet met s, maar met es vormen (§ 183), wordt ook het meervoud der meeste op o uitgaande Engelsche zelfst. naamwoorden niet met s, maar met es gevormd. Uitzonderingen zijn uitheemsche woorden.

Opgave 4. Leer van buiten;

doopen, to dip [§147] (dip).

hertog, duke (djoek).

zeggen, to tell, told, told (tèl, toold). beschouwen, to look upon.

held, hero (hi'-roo).

eeuw, age (eedzj).

Neger, negro (ni'-oroo).

wapenen, to arm (aarm). loopknecht, foot-hoy (fóet'-boi). dragen, to carry (kèr'-ri).

geel aardewerk,yeWow-ware (jel'-loo-wweer) schaal, schotel, dish (disj).

achterkamer, backroom (bèk'-roem). bakker, baker (beek'-er).

verkoopen, to sell (sèl).

stapelen, to pile (pail).

bedekken, to cover (kuv'-er).

scherpe kant, edge (edzj).

beleedigen, to wrong (rong). vrouwelijk, female (fi'-meel). gestalte, form (form).

Vertaal: 1. Nog (altijd) stonden de opperhoofden (daar) in hunne smart. — 2. Wat zijn mijne jonge grieven bij [to] (de) (zijne). — 3. Vele zakdoeken werden gedoopt in [in] des Hertogs bloed. — 4. Gij zegt (dat) gij bewijzen hebt. Wij moeten vol(ledig) bewijs hebben. — 5. Gij weet niet welke strijden (er) kunnen \may\ ontstaan. — 6. Vul al de glazen. — 7. Ik werd [het] nooit moede 3inet mevrouw Primmins [prim'-minz] quot;[at] domino \mrv.\ 'te [o/] spelen [§ 241, blz. 183]. — 8. Ik zeide hem, dat ik hem beschouwde als een der eerste helden van (zijne) [de] eeuw. —

9. (De) 2hand ^an eiken Neger 3is gewapend tegeu [against] zijne mede-negers. —

10. Een vuile loopknecht droeg [§ 229, blz. 166] een geel-aarden schotel met [of\ aardappelen in de achterkamer. — 11. Bla' deren hebben hunnen tijd (om) te vallen.

— ]2. De bakker verkoopt zijne brooden.

— 13. Schoven 2op [om] schoven 'gestapeld 3bedekten quot;den 4ganschen [alt] Moer.

— 14. Zijne dochter (keerde iich om naar) [draaide tot] een der houten kasten. —

15. Messen hebben scherpe kanten. —

16. Beleedigt (nooit) [nietj, (ik bezweer het u) bij [on] uw leven [mrv.], (een) [één] vrouwelijk (wezen) [gestalte]; — bedenkt

— wij hebben zeiven vrouwen.


ocr page 258

— 263 —

[§ 8»«.) Nu vervolgen wij onze Lijst der onregelmatige werkwoorden.

Tierde groep der Eerste klasse. Uit de vierde groep hebben wij tot hiertoe leeren kennen: to give (biz. 113, 119), gave (biz. 138, 142), forgiving (biz. 105).

Deze groep bevat slechts twee niet-samengestelde werkwoorden:

bade (bed, zeldzamer

beed), lid (bid) gave (Ges*)

bid, bidden (bidn) given (eivn)

gift (Gift), gift.

Daarbij komen de samengestelde werkwoorden; to forbid (for-bid'), verbieden; to forgive (fbr-Giv'), vergeven; to misgive (mis-Giv'), met argwaan vervullen.

(nbk).

(team).

(in-ter-mer-

ridzj). (dif'-er-ent). (re-lidzj-nn).

knock turn

intermarriage different religion

to possess (poi-zes').

Ierland, verslag, rechter, meesteres,

(§ aïs.l

Ireland account justice mistress

Vyfde groep der Eerste klasse. Uit de vijfde groep hebben wij reeds ontmoet: take, onbep. wijs; took, onvolm. verl. tijd; taken, verl. deelw. — shook, onvolm. verl. tijd.

Onbepaalde wijs en verl. deelwoord hebben den vocaal-klank „eequot; (geschreven o) in den onv. verl. tijd verwisseld in „6equot; (geschreven oo). Hiertoe behooren:

forsake (for-seek'), ver- forsook (for-soek')

laten, begeven shake (sjeek), schud- shook (sjoek)

den, schokken

forsaken (for-seekn') shaken (sjeekn)

shock (sjok), schok.

dienst,

wederzijdseh huwelijk, verschillend, godsdienst,

bezitten,

vast eigendom (onroerend goed) estate

hid (bid), bieden, verzoeken, gebieden give (oiv), geven

Opgave 5. Leer van buiten:

(ès-teet'j.

(air'-lend).

(èk-kount').

(djus'-tia).

(mis'-très).

Vertaal: 1. Ofschoon ik veel harde slagen vergeten en vergeven heb, 'vergeet 'ik 2nooit '4eene goede dienst. — 2. Wedcr-zijdsche huwelijken tusschen personen van verschillende godsdienst, [en] (die) een {any] vast eigendom in Ierland bezaten [§ 227, blz. 166] waren verboden, — 3. Geef uwe hand, waar uw hart (weg)gegeven is. — 4. Ofschoon ik een zeer waar verslag gaf, 2zeido 1de rechter (dat) ik geen verslag geven kon. — 5. Ofschoon het bezwaarlijk te vergeven was 2(geloof) [denk] 'ik (dat) mijne meesteres het vergaf.

take (teek), nemen

took (toek)

Opgave 6. Leer van buiten:

kapitein, captain (kèp'-ten). ongelukkig, perverse (per-vei»rs'). toeval, accident (èk'-si-dènt).

ziel, soul (sool).

zenuw, nerve (neurv).

nauwelijks, hardly (haard'-li). verzoeken, to bid (bid), vreemdeling, stranger (streendzj-er), uitrusten, to fit (fit). [sjun).

tocht, expedition (èks-pe-dis'-

sedert, since (sins).

gisteren, yesterday (jès'-tfr-dee). zich toeleggen to apply (ep-plai').

op, one's self to

vlijt, [Jen, industry (in'-dus-tri). behagen vin- to take delight (de-laif). there is, there are

er zijn, vermaak, in staat, pakken.

(plez'-jur). (keep'-^lil). (pek).

(feurm'-nès).

capable to pack

vastberadenh. firmness

[§ 878.] Zesde groep der Eerste leeren kennen het geheele werkwoord:

know, onbep. wijs; knew, onvolm. verl. tijd; known, verl. deelw.; knowledge, afleid.; wijders de onvolm. verl. tijden blew, threw, drew, flew, en van dit laatste afgeleid het zelfst. nw. flight.

Samengestelde werkwoorden: to betake (be-teek') one's self, zich begeven; to mistake (mis-teek'), misvatten, zich vergissen; to overtake (oov-cr-teek'), inhalen; to partake (paar-teek'), deelnemen; to undertake (un-der-teek'), ondernemen.

Vertaal: 1. De kapitein had 'zich, 'door \hy] (een) ongelukkig toeval, 5dien avond 4op [to\ eene nieuwe wandeling 2begeven. — 2. 'Door 2u 'verlaten, 2verlaat mij nu 'zelfs mijne ziel. — 3. Haar geheele (zenuwstelsel) [zenuwen, mn.] was [irar».] zoo geschokt door [with] (den) schrik, dat zy 2den vreemdeling 'nauwelijks durfde verzoeken 3binnen te komen. — 4. Zij werden uitgerust voor den tocht, (dien) zij 2sedert 'ondernomen 'hebben. — 5. Ik (geloof) [denk] (dat) ik hem geschokt heb [onvolm. verl. tijd] gisteren. — 6. Ofschoon ik 'mij 4met veel vlijt 5op boeken 2 toegelegd 'had, (waarin) [in welke] ik groot behagen vond, 2waren 'er 'andere vermaken, waarin ik in staat was 2 veel grooter (behagen) 'te [of] vinden. — 7. [Zij begaf zich aan de bezigheid van pakken] (zij ging aan het pakken). — 8. Alle vastberadenheid begaf mij. — 9. Zij schudde (het) [haar] hoofd.

klasse. Uit deze groep hebben wij tot hiertoe

taken (teekn)

ocr page 259

— 254 —

De tot de zesde groep behoorende werkwoorden hebben in den onvolm. verl. tijd ew, hetwelk in inew (van to know) uitgesproken wordt „joequot;. In de overige werkwoorden wordt dat tm voorafgegaan door l of r, en daar het aehter deze letters moeielijk zou zijn „joequot; uit te spreken, heeft dit ew hier de uitspraak „oequot;. Deze zesde groep bestaat uit:

Eveneens ook: to foreknow (foor-noo'), intrekken, terugtrekken, zich verwijderen.

Opgave 7. Leer van buiten:

terwijl, while (wwail)

blijven, to remain (re-meen').

Afrika, Africa (èf'-ri-ka).

omtrek, buiten- »kirt (skeurt).

lijn,

beschuldiging,

reeds,

zeezaken,

recht,

inslaan,

gunstig,

koeltje, windje, breeze schuim, faam

vroeger, former

groot, large

vuil, morsig, dirty vuiler, morsiger, more dirty.

lamp, lamp

plaatsen, to flace

naast, bij, near sterk, strong

opnieuw in het to republish (re-pufc'-lisj).

licht geven.

Vertaal; 1. Weinigen werden doodgeslagen, 'terwijl (er) meer 2dood te slaan '(overjbleven. — 2. Afrika is [aan] u slechts in zijne omtrekken bekend [to know\. — 3. Ik kan 3de beschuldiging 'niet terugtrekken, omdat — ik 3die [il\ 4reeds Herug-getrokken 'heb. — i. God weet (het), ik wist niets van zeezaken [collectief z. nw,, § 215, blz. liO]. — 5. Hij wist welk pad recht voor [before] hem lag, en 3dat [it] 2sloeg 'hij (in). — 6. De gunstige koelte woei, het witte schuim vloog.— T.Scrooge's vroegere Ik werd grooter bij [al] (die) [de] woorden, en de kamer werd [to become] een weinig donkerder en vuiler. — 8. Eene 3 bij hem 2 geplaatste 'lamp %ierp haar licht (vol) [sterk] op [on] zijn hoofd. —

blow (bloo), blazen,

blew (bloe)

blown (bloon)

waaien

grow (eroo), groeien.

grew (aroe)

grown (oroon)

worden

know (noo), kennen.

knew (njoe)

known (noon)

weten

throw (throo), werpen

threw (throe)

thrown (^roon)

draw (drao), trekken

drew (droe)

drawn (draon)

yty (flai), vliegen,

flew (floe)

flown (floon)

vlieden, vluchten

slag (slee), doodslaan

slew (sloe)

slain (sleen)

charge (tsjaardzj). already (aol-rèd'-i). sea-business (siquot;-biz-nes), (street), (teek).

(fee?').

(briea). (foom). (fbrm'-er). (laardzj). (deun'-i).

to take fair

(lèmp). (plees), (nier). (stroK^).

(orooth), wasdom.

knowledge (nol'-edzj), kennis.

draught (draaft), trek, tocht.

flight (flait), vlucht.

slaughter (slaot-er), moord tooneel, bloedbad.

withdraw (wwidh-drao').

pounce trounce

vooruit weten; to

9. Hij trok deze uitdrukkingen in, toen zijne werken opnieuw in het licht gegeven werden.

(7e oefen.) E. Spelling en Uitspraak, Éénlettergrepige Oefeningen

over den tweeklank „ouquot;, den Engelschen klank van het letterteeken OU (§ 20, blz. 8 en blz. 32, E. 7.)

ihou (dhou) gij.

(bóu) boomtak.

(plöu) ploeg; ploegen,

(slou) slijkpoel.

couch (koutsj) rustbed.

crouch (kroutsj) nederhurken.

pouch (poutsj) zak, tasch.

slouch (sloutsj) hangerig zijn.

vouch (voutsj) vrijwaren.

cloud (kloud) wolk.

•proud (proud) trotsch.

shroud (sjröud) doodkleed.

foul (foul) vuil.

noun (noun) naamwoord.

ounce (buns) ons (gewicht).

bounce (bbuns) bonzen.

(flouns) strook, opnaaisel.

(pbuns) puimsteen.

(trcmns) ranselen.

(bound) gebonden.

(found) gevonden.

ground (Ground) vergruisd; grond.

hound (hound) jachthond.

(mound) dijk, dam.

(pound) pond; fijnstampen.

round (round) rond.

sound (sound) klank; gezond.

stound (stound) verdriet hebben.

wound (wwbund) ik wond; gewonden.

zounds (zbundz) God 1 (als vloek-

lounge (löundzj) luieren. [woord.

count (kbunt) tellen; graaf.


ocr page 260

— 255 —

fount

(fount)

bron.

mount

(mount)

berg; bestijgen.

our

(our)

ons, onze.

flour

(flour)

bloemmeel, blom.

hour

(our)

uur.

scour

(skour)

schuren.

sour

(sour)

zuur.

ours

(ourz)

onze.

chouse

(tsjbus)

bedrog; domoor.

douse

(dous)

in 't water werpen.

grouse

(Grous)

berkhoen.

house

(hous)

huis.

house

(houz)

onder dak brengen.

louse

(lóus)

luis.

louse

(louas)

van luizen bevrij-

mouse

(mbus)

muis. [den.

mouse

(mbuas)

muizen vangen.

rouse

{roux)

wakker maken.

souse

(sous)

pekel; nederschie-

spouse

(spbux)

verloofde. [ten.

louse

(louz)

plukharen.

oust

(bust)

wegnemen; af-

out

(but)

uit. [schaffen.

hout

(bout)

klap, slag.

clout

(klbut

lap; vlek, vlak.

dout

(dbut) saam-

uitdoen.

getrokken

van to do out

doubt

(dbut)

twijfel; twijfelen.

flout

(flout)

spotten.

gout

(abut)

podagra.

grout

(erbut)

grondsop.

knout

(nbut)

knoet.

lout

(Ibut)

lomperd.

pout

(pbut)

lamprei; pruilen.

rout

(rout)

rotte, bende.

scout

(skbut)

verspieder.

shout

(sjbut)

schreeuwen; jui-

snout

(snbut)

snoet. [chen.

spout

(spout)

spuiten; water

straal.

sprout

(sprout)

spruiten; spruit.

stout

(stbut)

sterk; gespierd.

trout

(trbut)

forel (visch).

mouth

(mbuM)

mond.

mouth

(mbudh)

een grooten mond

[opzetten.

south

(sbu^)

zuid; zuiden.

hoio

(bbu)

buigen; boog.

brow

(brbu)

(weak)brauw;

(kbu)

[voorhoofd.

cow

koe.

how

(hbu)

hoe.

mow

(mbu)

maaien; scheef

now

(nbu)

nu. [gezicht.

sow

(sou)

zeug.

vow

(vbu)

gelofte; zweren.

crowd

(krbud)

menigte.

(8e Oefen.)

F. Lexieographie (biz. m)

van Les 31.

Stave (steev), strophe, stanza (§ 273 D., biz. 252). De aanduiding Stave 1.

{stave the first) hadden wij boven het opschrift „Marleifs Ghostquot; op blz. 17 weggelaten, om vóór het begin van den eigenlijken tekst de buiten het verband van den zin staande woorden niet nog talrijker te maken, dan ze nu toch reeds zijn. — awake (e-wweek'), awoke (f-wwook'), awoke, ontwaken, wakker worden; awake, bijwoord, wakker. — to distinguish (dis-tiM/-Gwwisj), „distinguerquot;, onderscheiden; van denzellden wortel distinct, distinctly (blz. 49, 56), distinction (dis-tink'-sjun), „distinctionquot;, onderscheiding. — opaque (bp-peek'), „opaquequot;, ondoorschijnend. — to pierce (piers), „percerquot;, doorboren, doordringen. — ferret (fer-ret), fret, „furetquot;. Omdat de fretten zoo goed in den donker kunnen zien, worden ze gebruikt om konijnen uit hun hol te verjagen [to ferret, „fureterquot;], vandaar ferret eyes, fretten-oogen, oogen die scherp zien in de duisternis. — chime (tsjaim), welluidendheid; in 't meervoud: klokkenspel. — regular (rèa'-joe-ler), „régulierquot;, regelmatig; bijwoord regularly, daarmede verwant to regulate (reo'-joe-leet), „régierquot;, regelen. — up' to, op tot, lot. — Van to pass (blz. 138, 142) heet het verleden deelwoord ook past, in plaats van passed, naar de uitspraak (paast). Dit verl. deelw. yast wordt ook ah voorzetsel gebezigd in de beteekenis van: voorbij. — to wring, wrung, wrung (blz. 222), wringen, verdraaien; daarmede verwant het bijvoeglijk nw. wrong (rong), verdraaid, verkeerd, in de war. — icicle, zie blz. 142 onder ioe. — to touch, „toucherquot;, aanraken, duwen (op iets); zie het gelijkluidende zelfst. nw., blz. 145, 156. — to spring, (spri»^), sprung (spruwy), sprung, springen; spring, springbron (waar water ont-springt), lente ('t jaargetijde waarin de planten ontspringen of uitloopenj, springveer, veer. — repeater (r«-piet'-«r), repetitie-horloge, van to repeat (blz. 33, 38). — to correct (kör-rèkt'), „eorrigerquot;, verbeteren, gelijk zetten, tcrectit wijzen. — most (blz. 238), hoogst, uiterst, aller (met

den overtreffenden trap er achter). _

preposterous (pre-post-cr-us), ongerijmd, verkeerd, in de war zijnde. — pulse (puls), pols, „poulsquot;. — to heat (blz. 73, 78)| beat, beaten (bietn), „battrequot;, slaan — possible, mogelijk; vergelijk impossible (blz. 138, 142). — to sleep (blz. 248, asleep) slept (slept), slept, slapen. — alarm (èl-laarm'), „alarmequot;, ongerustheid; to alarm, „alarmerquot;, verontrusten. — to scramble (skrèmlil), krabbelen. — to rub (rub), wrijven. — sleeve (sliev), mouw. — to make (blz. 122, 127; out', opmaken (uit een en ander), ontdekken. — extreme (èks-triem'), „extremequot;, uiterst; bijwoord


ocr page 261

extremely, Tergelijk extremity (biz. 113, 119). — to run, ran, run, ?.ie biz. 137, 141. — to (toe) and fro (froo, in plaats Tan from), been en weer, in onze volkstaal: af en aan. — stir, beweging; zie het werkwoord biz. 138, 142. — toques-lion (biz. 208), ondervragen, vragen, questionable (kwwès'-tjun-èbl), te vragen, onzeker; unquestionable, niet te vragen, nit-gemaakt, ontegenzeglijk. — to beat off, afslaan, uit het veld slaan, op de vlucht drijven, verdrijven. — bright (brait), helder, klaarlicht; daarvan brightness (blz. 138). — to possess fpoz-zès'), „posséderquot;, bezitten; possession (pói-zès'-sjun), „possessionquot;, bezitting, bezit. — relief (re-lief), „reliefquot;, opbeuring, geruststelling, (§ 273 C., blz. 252), lo relieve (re-liev'), „releverquot;, geruststellen. opbeuren, ver-lichtenis aanbrengen. — exchange (§ 66, blz. 23, 26) of: bill (bil) of exchange, wisselbrief, wissel. — order (blz. 138, 142), order. — to become, became, become, zie blz. 106, 111, 137. — to unite (joe-naif), „unirquot;, vereenigen; van denzelfden stam union (blz. 129, 136). — state (steet), staat, „étatquot;. — security (sc-kjoer'-rit-ti), zekerheid, waarborg; van secure (se-kjoer'), sekuur, zeker, „surquot; (blz. 191). — to count (kbunt), „compterquot;, tellen. — by, bijwoord (blz. 74), daarbij, daarnaar, gelijkluidend met het voorzetsel (blz. 17, 26). — over, bijwoord, over; als voorzetsel blz. 65, 72. — to perplex (per-plèks'), perplex maken, in de war brengen. — to bother (bbdh'-er), in den alledaagschen spreektrant voor to pother (pbdh'-e/'), las-tig vallen, overlast aandoen, kwellen. — to resolve (re-ablv'), „résoudrequot;, besluiten; resolution (rèz-bl-joe'-sjun), „resolutionquot;, besluit; vergelijk resoZute (blz. 114, 119). — mature (mèt-tjoer'), „mürquot;, rijp; daarvan maturity (mèt-tjoe'-rit-ti), „matu-ritéquot;, rijpheid. — inquiry (in-kwwai'-ri), onderzoek, nasporing, uitvorsehing, nadenken, overweging, van to inquire (blz. 65, 72), waarvan ook Inquisition (in-kwwiz-zis-sjun), Inquisitie. — dream (driem), droom. — to release (re-lies'), „relaeherquot;, loslaten. — position (poa-zis'-sjun), „positionquot;, standpunt, stand, staat van zaken, staat, gesteldheid. — problem (prob'-lèm), „problèmequot;, problema, vraagstuk. — through, door, bijwoord, gelijkluidend met het voorzetsel (blz. 97, 103). — to lie (blz. 231), lay (lee), lain (leen), liggen, lag, gelegen. — sudden (saA'-den), „soudainquot;, plotseling; als zell'st. nw.: plotseling voorval; on a sudden, of a sudden, evenals suddenly (sud'-den-li), plotselings, eensklaps. — to warn (blz. 66, 72) of, aankondigen. — visitation (vis-i-tee'-qun), „Tijitationquot;, bezoeking, bezoek;

vergelijk to visit, visitor (blz. 239). — to consider (kbn-sid'-er), „considérerquot;, in aanmerking nemen, overwegen; het verleden deelwoord considering wordt ook als bijwoord gebruikt: aangezien; en gevolgd door het voegwoord that wordt het eene voegwoordelijke zegswijs: considering that, aangezien {that blijft onvertaald). — heaven (hèvn), hemel. — wise (wwaiz), wijs, verstandig; daarvan wisdom (blz. 33).

Opgare 8. Schrijf op in de lijst der onregelmatige werkwoorden:

led. — abode. — sat, verl. deelw. —• stroke. — bound, onvolm. verleden tijd. — brought. — found. — sought. — lost. — undergone.

(9e oefen.) G. Mondeling Onderhoud.

Tragen.

1. Which way did the apparition move? 3. What became of the window?

3. What did Marley's Ghost order to Scrooge at two paces' distance?

4. Wherefore did Scrooge obey the Ghost?

5. Of what became Scrooge sensible, when the Ghost raised its hand?

6. In what way did the spectre leave Scrooge ?

7. What did Scrooge do, after the spectre had left him?

8. What did Scrooge see, when he looked out of the window?

O. Did the phantoms wear chains?

10. Did Scrooge know the phantoms?

11. Was there any one particularly known to Scrooge?

13 What seemed to be the cause of

their wailings?

IS. Could Scrooge observe how the phantoms vanished (vèn'-isjt, verdwenen) ?

14. What was it then, that Scrooge perceived ?

15. What did Scrooge do, after the phantoms had vanished ?

IB. In which state did he find the door? U. By what may we see that a change of humour had come upon Scrooge? 18. From what reasons might Scrooge

be in need of repose?

1». What did he do therefore? [He...]

(loc Oefen.) H. Gesprekken.

(Vervolg van't kluchtspel: My 'Fellow Clerk in den volgenden brief.)

I. Herhaling

der opgaven van dezen brief. Den tekst overschrijven en lezen overeenkomstig blz. 176.

Taalkundige opgaven. § 270—272 (blz. 244—247). Opg. 1—3. § 273—276 (blz. 251—254). Opg. 4—7. Blz. 255. Opgave 8.


ocr page 262

Leercursus der Engelsche taal door zelfonderricht.

16quot; BRIEF.

_CLES 31 EJJ 32.1_

31° LM 8.

Wer recht bequem ist und faul,

Elög* dem eine gebrat'ne Taube in's Maul, Er würde höchlich sich's verbitten, War' sie nicht auch geschickt zerschnittcn.

(goethe),

A.

Wie 't hoogste genot steeds in luieren vond. Vloog hem een gebradene duif in den moLi, Hij zou het gewis nog als lastig beschouwen Geen ander te hebben, die voor hem kon kauwen.

(S. d. B.)

'ekst.


(Oefen. 1—3 volgens liet op blz. 32 [Eens voor ui] gegeven voorselirift.) (Zie blz. 19, 32, 1S9, 255.)

Stave II. (the second) The first of the three Spirits. —

steev dliö sèk^-und. dlie feurstquot; óv dhe thxi spirquot;-rits

When Scrooge awoke, 1 it was so dark, that looking out

wwen skroedzj e-wwookquot; it wwosb sod daarkquot; dhèt lóek'-iwy out

of bed, he could scarcely distinguish the transparent window

6v bèdquot; hi kóed skeers'-li dis-tiw^'-Gwwisj dhe trèns-peer'-cnt wwin'-doo

from the opaque walls of his chamber.] He was endeavouring

from dlii op-peck' wwaolzquot; ov hiz tsjeem'-W hi wwoz èn-dèv'-u^-iwy

to pierce the darkness with his 2 ferret eyes,] when 3 the

toe piersquot; dhe daa»-k'-nès wwidli hiz fèrquot;-ret aiz wwen cllw

chimes of a neighbouring church struck the four quarters.]

tsjaimz óv e nee'-bur-iw/jr tsjeurtsjquot; struk dhe foor kwwaortquot;-tvz

So he listened for the hour. — To his great astonishment

800 hi lisnd for dhi ourquot; toe hiz Greet ès-ton^-isj-mènt

the heavy bell went on from six to seven, and from seven

dhe hèv'-i bèl wwent ónquot; from siks toe sèvnquot; end from sèvn

to eight, and regularly up to twelve; then stopped. Twelve!

tóe eetquot; end rèe'-jóc-kr-li upquot; tóe twwelvquot; dhèn stóptquot; twwclvquot;

4 It was past two when he went to bed.] 5 The clock

it wwoz paast toequot; wwèn hi wwènt toe bedquot; dhc klok

was wrong. An icicle must have got into the works.]

wwox mwjquot; en ai'-sikl must lièv Got in'-tóe dht' wweucks

Twelve! — 6 He touched the spring of his repeater,] to

twwèlvquot; hi tutsjt dhe spriwy óv hiz re-pietquot;-er tóe

correct this most preposterous clock. Its rapid little pulse

kor-rèkt' dhis moost pre-post'-er-us klbkquot; its rep'-id litl puis

beat twelve; and stopped, — »Why, it isn't possible,quot; said

biet twwelvquot; ènd stóptquot; wwaiquot; it iznt pósquot;-sibl scd

Scrooge, »that I can have slept 7 through a whole day

skroedzj dhèt ai ken liev slept ttroe e liool dee''

and far into another night,] It isn't possible that anything

end faa»- in'-tóe en-udli'-er nait it iznt posquot;-sil»l dliet an'-i-thing

has happened to the sun, and this is twelve at noon!quot; —

hez hèp'-end tóe dhc sunquot; end dliis iz twwèlv èt noenquot;

The idea being an alarming one, 8 he scrambled out of

dhi ai-di'-a en cl-laarmquot;-i«y wwun hi skrèmtold óut óv

bedj and groped his way to the window.] 9 He was

bedquot; end oroopt hiz wwee tóe dhe wwinquot;-doo hi wwóz

Servaas de Bruin, Engelsche Taal, 17

ocr page 263

obliged to rub the frost off with the sleeve of his dressing-gown

ob-blaidzjd' toe ruli dhe frost of wwidU dhe sliev ov hiz drèsquot;-i«^-G6un

before he could see anything; and could see very little then.]

be-foo/ hi kóed. si ènd koed si *èr'-ri litl dliènquot;

All he could make out was, that 10 it was still very foggy

aol hi koed meek out'' wwosb dhet it wwoz stil vèr'-ri fÓGquot;-Gi

and extremely cold J and that there was no 11 noise of

end èks-triem'-li kooldquot; ènd dlièt dheer wwoz noo nbizquot; 6v

people running to and fro, and making a great stir,] as there

piepl run'-ni«^ toe end frooquot; ènd meek'-iwy e Greet steurquot; ez dlieer

unquestionably would have been if night had beaten off bright

un-kwwès'-tjun-èl»-li wwoed hèv binquot; if nait lied bietn ofquot; brait

day, and taken possession of the world. This was a great

deequot; ènd teekn poz-zès'-sjun bv dhe wweurldquot; dliis wwoz e Greet

relief, because 12 „three days after sight of this First of

re-lief' be-kaox' thxi deez aaft'-w sait ov dliis feurst ov

Exchange pay to Mr. Ebenezer Scrooge or his order,quot;] and so

èks-tsjeendzjquot; pee tóe mis'-U'r ib-en-iex'-er skroedzjquot; or liiz orquot;-der ènd soo

forth, would have become a mere United States' security if

{6rt/i wwoed hèv be-kum' e mier joe-nait'-ed steetsquot; se-kjoe'-rit-ti if

there were no days to count by. — 13 Scrooge went to bed

dlieer wweur noo deez tóe kountquot; bai skroedzj wwènt toe bèdquot;

again, and thought, and thought, and thought it over and

«-Gen' ènd ènd tóaot ènd tltaot it oov'-er ènd

over and over, and could make nothing of it.] 14 The more

oov'-cr ènd oovquot;-er end koed meek nutji'-iny ov it dhe moor

he thought, the more perplexed he was; and the more he

hi tJiaotquot; dhe moor per-plekstquot; hi wwoz ènd dhe moor hi

endeavoured not to think, the more he thought.] Marley's

on-dev'-urd notquot; toe ffink dhe moor hi thamp;oiquot; maar'-liez

Ghost bothered him exceedingly. Every time he resolved within

Goost bbdh'-erd him ek-siedquot;-i«y-li èv'-er-i taim hi re-zolvd' wwidh'-in

himself, after mature inquiry, that it was all a dream, his

him-sèlf uaft'-er mot-tjoer' in-kwvvaiquot;-ri dhèt it wwoz aol e drieniquot; hiz

mind flew back again, like a strong spring released, to its first

maind floe bèkquot; c-Gèn' laik e strbw? spriwy r«-liestquot; toe its feurst

position, and presented the same problem to be worked all

poz-zisquot;-sjun ènd pre-zènt-ed dhe seem prbbquot;-lcm toe bi wwenrkt aol

through, 15 „Was it a dream or not1?quot;] — 16 Scrooge lay in

tltYoe wwoz it e driemquot; or nbtquot; skroedzj lee in

this state until the chimes had gone three quarters more,] when

dliis steetquot; un-til' dhe tsjaimz hèd Gon tóri kwwaort'-erz moor wwèn

17 he remembered, on a sudden, that the Ghost had warned

hi re-mèm'-berd bn e sudquot;-(kn dhèt dhe Goost hèd wwaorndquot;

him of a visitation when the bell tolled one.] 18 He resolved

Jiim bv e viz-i-teequot;-sjun wwèn dhe bèl toold wwunquot; hi re-ablvd'

ocr page 264

to lie awake until the hour was past;] and, considering that

toe lai e-wweekquot; dhi our wwóas paasf' ènd kón-sid'-er-iw^ dhèt

19 he could no more go to sleep than go to Heaven,] this was

hi kóed noo moor goo toe sliepquot; dhèn goo tóe hèvnquot; dhis wwo®

perhaps the wisest resolution in his power.

p^f-hèps' dlie wwaiz'-est rèz-ol-joe'-sjun in hi® puuquot;-ej'

(4e Oefening.) B. Hollandselie Ycrlaling.

Tweede strophe. De eerste der drie Geesten. Toen Scrooge wakker werd was het zoo donker, dat 2hij, 'uit (zijn) bed kijkende, 4nauwelijks 6het doorschijnende raam van de ondoorschijnende muren zijner kamer Onderscheiden 5kon. Hij (zocht) [was trachtende] de duisternis te doorboren met zijne fretten-oogen, toen het klokkenspel [mrv.] eener naburige kerk (heelsiag speelde) [de vier kwartieren sloeg], !Hij luisterde 'dus [so] naar [for] het uur. — Tot zijne groote verwondering 5ging 'de zware klok 'voort (met slaan) van zes op \io\ zeven, en van zeven op acht, en (zoo) geregeld door [up] tot twaalf; toen (zweeg zij). Twaalf! Het was over tweeën toen hij naar bed gegaan [onvolm. verl. tijd] was. De klok was in de war. (Er) 'moest 'een ijskegel Bin het (rader)werk [mn.\ 4geraakt [to get] !zijn. Twaalfl Hij (drukte op) de veer van zijne repetitie, (om) (die) [deze] allerongerijmdste klok terecht te wijzen. Haar [i/s] snelle kleine pols sloeg twaalf; en (hield op). — „Hé, het is niet mogelijk,quot; zeide Scrooge, „dat ik 4een ganschen dag 5en (tot) (diep) in een (volgenden) nacht 'doorgeslapen 'kan hebben. Het is niet mogelijk, dat (er) iets gebeurd is (met) de zon, en (dat) dit (het middag-uur twaalf) is!quot; —• Daar (deze) gedachte eene verontrustende was, krabbelde hij (den) bedde uit, en (ging op den tast) naar het raam. Hij was genoodzaakt (er) 2het (ijs) 'af 'te wrijven 4met de mouw van zijne huisjas, eer hij iets konde zien; en (zelfs) 4toen (nog) 'kon (hij maar) 3zeer weinig 2zien. Alles (wat) hij ontdekken kou was, dat het nog zeer mistig en uitermate koud was, en dat er 'geen gedruis van 5heen en weer 4loopende Gen 8eene groote beweging 'makende 'menscheu [collectief] (te zien) 'was, zooals [daar] ontegenzeglijk (het geval) zou geweest zijn, indien (de) nacht (den) 'helderen dag 2 verdreven 1en ''bezit van de wereld ''genomen 'had. Dit was eene groote geruststelling, omdat „drie dagen na zicht van dezen Primawissel (gelieve te) betalen aan (den beer) Ebenezer Scrooge of [zijne] orderquot; (*), en zoo voorts, zou 3bloot 2eene 4Vereenigde-Staten-zekBrheid (f) 'geworden zijn 5indien er 7geeu dagen 6waren (om) quot;bij 8te tellen. — Scrooge ging weder naar bed, en dacht en dacht en dacht het over en over en (nog eens) over, en kon er (geen hoogte van krijgen). Hoe meer hij dacht, destemeer (geraakte) hij in de war; en hoe meer hij (zijn best deed om) niet te denken, destemeer dacht hij. Marley's geest kwelde hem uitermate. Telkens (als) hij 3na rijpe overweging '(bij) zich zeiven ('tot de slotsom kwam), dat [het] alles (slechts) een droom was, 2vloog 'zijn geest 5als eene 7iosgelatene 6sterke springveer 4weder 8in [to] zijne [its] eerste gesteldheid 'terug, en legde hem (om weder van voren af aan uitgewerkt te worden) hetzelfde vraagstuk voor: Was het een droom of niet? — Scrooge lag in dezen toestand totdat het klokkenspel (nog) drie kwartier meer (gespeeld) had, toen hij zich eensklaps herinnerde, dat de Geest hem [of] een bezoek had aangekondigd (tegen het tijdstip) wanneer de klok één sloeg. Hij besloot wakker te (blijven) liggen tot [het] (dat) unr voorbij was; en aangezien [dat] hij (evenmin) kon gaan slapen (als hij) naar (den) Hemel kon gaan, was dit misschien het verstandigste besluit (dat) in zijne macht (stond).

(5e Oefen.) C. Wederzijdsclie hertaling.

(Zie blz. 18, 75.)

Oplossingen der opgaven in den vorigen brief. Opgave 1 van § 270 (blz. 245); 1. He does not think that you have

forborne him at all, and he has no purpose to forbear you. — 2. The shawl had been bespoken on her account. — 3. I do not forget you; but it seems England has forgotten, — 4. You are one of the happy


17*

1

Formulier van eenen Eageischen wisselbrief. In plaats van and so forth, en zoo voorts, volgt nog the sum of, de somma van, en dan 't geldbedrag, niet in cijfers, maar voluitgeschre-veu in letters.

(■}*) In de Engelsehe handelswereld genoten de Vereenigde Staten van Noord-Amerlka reeds vroeger niet dat krediet, dat aan het handelsverkeer in Engeland zelf verleend werd; en het vertrouwen is er niet op verbeterd sedert die Staten disunited (dis-joen-ait'-ed, vaneen-gescheurd) zijn geweest.

ocr page 265

— 260 —

sheep that go out for wool, and come home Morn. — 5. One man is born with a silver spoon in his mouth, and another with a wooden ladle. — 6. My own wretchedness I can bear. — I have borne it long. — 7. His health was broken. — 8. May you be happy in the life you have chosen. — 9. Well shone, moon! — Truly, the moon shines with a good grace. — 10. Go and speak, as you have spoken to me, to Ellinor.

— 11. The hand of fate has torn thee from me. — 12. Jerusalem shall be trodden down of the gentiles. — 13. I could kill quite as many people as you, if I chose it, but I don't choose. — 14. So swore I, and I swear it still. — 15. Mr. Watson bespoke the most extravagant supper. — 16. The moon shone. — 17. He had to speak, and he spoke well. — 18, He that side, has learned to steal no more. — 19. On its head it tcore no other covering than a holly wreath. — 20. De eerstgeborene had zijns vaders aandeel. — 21. Hij heeft zijnen knecht Israël geholpen.

Opgave 2 van § 271 (blz. 246):

1. Under your care they have thriven. — 2. As smoke is driven away, so drive them away. — 3. Some writing materials lay before them, but nothing was written on the paper. — 4. On his brow I see written that which is Doom, unless the writing be erased. — 5. quot;ïour conscience smote you.

— 6. This heart, that strives no more, once strove to meet his passion. — 7. The knight bestrode his steed. — 8. The hand in which he wrote the address was not a steady one, but write it he did, somehow. — 9. She danced, walked, and rode with equal grace.

— 10. England never throve so well. — 11. They drove gaily down the garden sweep.

Opgave 3 van § 272 (blz. 247):

1. They must have some hidden purpose. — 2. I was last chidden for being too slow. — 3. Her little dog bit me once.

— 4. Martha hid herself.

Opgave 4 van § 273 (blz. 252):

1. Still stood the chiefs in their grief.

— 2. What are my young griefs to his?

— 3. Many handkerchiefs were dipped in the Duke's blood. — 4. You say you have proofs. We must have full proof. — 5. You do not know what strifes may arise. — 6. Till all the glasses. — 7. I was never weary of playing at dominoes with Mrs. Primmins, — 8, I told him that I looked upon him as one of the first heroes of the age. — 9. Every negro's hand is armed against his fellow negroes. — 10. A dirty foot-boy was carrying a yellow-ware dish of potatoes into the backroom.— 11. Leaves have their time to fall. — 12. The baker sells his loaves. — 13. Sheaves piled on sheaves covered all the floor. — 14. His daughter turned to one of the wooden shelves. — IB. Knives have edges. — 16. Wrong not, on your lives, one female form — remember — we have wives.

Opgave 5 van § 274 (blz. 253):

1. Though 1 have forgotten and forgiven many hard knocks, I never forget a good turn. — 2. Intermarriages between persons of different religion, and possessing any estate in Ireland, were forbidden. — 3. Give your hand where your heart is given. —

4. Though I gave a very true account, the justice said I could give no account. —

5. Though 'twas hard to forgive, I think my mistress forgave it.

Opgave 6 van § 275 (blz. 253):

1. The captain had, by perverse accident, betaken himself to a new walk that evening. — 2. By thee forsaken, even my soul/or-sakes me now. — 3. Her whole nerves had been so shaken with terror that she hardly dared to bid the stranger enter. — 4. They were fitted for the expedition they have since undertaken. — 5. I think 1 shook him, yesterday. — G. Though I had applied myself with much industry to books, iu which I took great delight, there were other pleasures in which I was capable of taking much greater. — 7. She betook herself to the business of packing. —

8. All firmness forsook me. — 9. She shook her head.

Opgave 7 van § 276 (blz. 254):

1. Few vexe slain, while more remain'd to slay. — 2. Africa is known to you only in its skirts. — 3. I cannot withdraw the charge, because — I have withdrawn it already. — 4. God knows, I knew nothing of sea-business. — 5. He knew what path lay straight before him, and he took it. — 6. The fair breeze blew, the white foam flew. — 7. Scrooge's former self grew larger at the words, and the room became a little darker and more dirty. — 8. A lamp placed near him threw its light strong on his head. —

9. He withdrew these expressions when his works were republished.

Opgave 8, blz. 256 (verg. § 155, blz. 85; opg. 4, blz. 132; opg. 5, blz. 149; opg. 7, blz. 180; opg. 5, blz. 195; opg. 8, blz. 212; opg. 8, blz. 228; opg. 5, blz. 244).

bound

found

led

lost

sought

sat

struck

bring find

lose seek sit

Onhepaaitie | AUeiding...

abode

bound brought

lost sat

struck undergone

stroke


ocr page 266

— 261 —

(6e Oefen.) D. Spraakkunst.

[§ S77.] Zevende groep der Eerste klasse. Uit deze groep der onregelmatige werkwoorden kennen wij reeds de volgende vormen:

Onbep. wijs: be {am, is, 'g, are, 're); onvolm. verl. tijd: was (were, were [Aanvoeg, wijs]); verl. deelw.: been. — Onbep. wijs: beat. — Onbep. wijs:/all; onvolm. verl. tijd: /e/l. — Onbep. wijs: do; onvolm. verl. tijd: did; verl. deelw.: done; afleid.: deed. — Onbepaalde wijs: go; onvolm. verl. tijd: went; ver', deelw.: gone. — Onbep. wijs: undergo; verl. deelw.: undergone. — Onbep. wijs: lie; afleid.: lay. — Onbep. wijs: see; onvolm. verl. tijd; saw; verled. deelw.: seen; afleid.: sight.

De onregelmatigheden van deze groep zijn, gelijk wij zien, zoo verschillend, dat wij daarin niets ontdekken kunnen, hetwelk zij met elkander gemeen hebben, alleenlijk uitgenomen, waarin ook de zes vorige groepen overeenstemden, dat hunne verleden deelwoorden uitgaan op 12, of en, of ne.

Wij rangschikken namelijk in de Eerste klasse al de onregelmatige werkwoorden, welker verleden deelwoorden uitgaan op den consonanten-klank „nquot;; tot dat einde plaatsen wij in deze zevende groep die werkwoorden, welker onregelmatigheden niet, zooals bij de zes vorige groepen, door eene zelfde vocaal-verwisseling met elkander overeenkomen. Die werkwoorden zijn:

he (am, art, is, are), was (least, was, were) been (bin)

zijn

beat (biet), slaan beat beaten (bietn), beat

eat (iet), eten ate (eet; ook: èt) eaten (ietn)

fall (faol), vallen fell (fel) fallen (faoln)

do (doe) (dost, dust) did (did) done (dun)

(does, dnz), doen go (goo) (goes, Gooa), went (wwènt) gone (oon)

gaan

lie (lai), liggen lay (lee) lain (leen)

see (si), zien saw (sao) seen (sien)

De onvolm. verl. tijd went laat zich hierdoor verklaren, dat de ontbrekende onvolm. verl. tijd van to go aangevuld wordt met dien vorm van het werkwoord to wend (wwènd), wenden, zich wenden.

to lie (lai), in de beteekenis van liegen, is regelmatig.

Samengestelde werkwoorden de'.er groep, welker vervoeging met die der eenvoudige werkwoorden overeenstemt, zijn: to foresee (foor-si'), voorzien; to oversee (oov-er-si'), overzien; to befall (be-faol'), overkomen, wedervaren (oi.voha. verl. tijd niet zelden bef el, met l, niet met IV); to mis do (mis-doe'}, misdoen; to undo (nn-doe'), ongedaan maken; to forego (foor-ooo'), voorafgaan; to undergo (un-der-G00'), ondergaan.

battle (bètl), veldslag.

fell (fèl), (het) neder-

vellen.

deed (died), daad.

/ (lee), laag, schicht. sight (sait), gezicht.

Opgave I. Geef de drie grondvormen op van de zooeven genoemde samengestelde werkwoorden.

Opgave 2. Leer van buiten:

but for me (but for miquot;), intercourse (in'-ter-koors). just (dzjust).

Childibert slight relish curse

to surprise

grass (Graas). [reet). to corroborate (kor-rob'-or-

zonder mij, omgang, juist, Childebert gering, smaak, vloek, verrassen, verandering,

finger Bob feeling fragment piaster

vinger, Koberlje, gevoel,

stuk,

kalkpleister, plafond,

ooit.

Vertaal; 1 'geslagen. —

(tsjil'-di-beiirt). (slait).

(rèl'-isj). (keurs), (seur.praiz'). trans for ma- (trèns-fór-mee'-tion [sjun).

naderkomen, . to draw near (ino nierquot;), diep, profound (prbf-found').

ontzag, reverence (rev-fr-èns).

avonddisch, supper (snp'-er).

matig, temperately (temp-er-et-li),

gewoonlijk usual (joez'-jóe-èl). gordijn, curtain (kenrt'-en).

terzijde, aside (e-said').

schild, shield (sjield).

(fing'-Ger).

(bob).

(fiel'-i/!^). (frèG'-mènt). (plaast'-er). (siel-i/^). e'er (eer) verkort van ever. Zij dc mannen werden 2terug 2. Ik ben niet (meer) de man (die) ik (geweest ben) [was]. Ik wil niet de man zijn (die) ik had moeten zijn [§ 187, blz. 107] zonder dezen omgang. — 3. Juist zulk een ongeluk als dat, hetwelk ons van daag overkomen is, overkwam Childebert (ruim) [meer dan] duizend jaren geleden. — 4. (Des) hemels wil (geschiede) [worde gedaan]! Ik kan niets doen. — 5. Ofschoon zij zoo [as] weinig

gras,

bevestigen,

gemoedsbeweging, agitation (èdzj-i-tee'-sjun). onverbiddelijk, inexorable (in-èks'-br-rètol).

ocr page 267

— 262 —

grave (creev), graven,

graveeren hew (joe), houwen

lade (leed), beladen

load (lood), laden, beladen mote (moo), maaien

rot (rot), rotten, verrotten saw (sao), zagen

se» (soo), naaien

shape (sjeep), fatsoeneeren shave (sjeev), schaven,

scheren show (sjoo), toonen

sow (soo), zaaien

verl. tijd], — 15. Zijn schild lag op [on] het gras, (naast hem) [aan [by] zijne zijde]. — 16. Hij bevestigde (alles) [ieder ding], herinnerde zich [blz. 200] (alles) [ieder ding], en onderging de vreemdste gemoedsbeweging. — 17. De onverbiddelijke vinger onderging geen verandering. — 18. Zeg mij welke man '(het) [dat] 2was, dien wij sdood 'zagen 2liggen?— 19. Gij [§ 114, blz. 60] zondt 4er 2zeker 'van 'zijn, mijne lievel hernam Bobertje, (als) [indien] gij (hem) 'zaagt 8en 4met [to] 5liem 3spraakt. — 20. Uw eigen gevoel zegt u, dat gij niet waart wat gij zijt. — 21. Stukken [van] kalkpleister vielen uit [out of] het plafond. — 22. (Hebt) 2gij [enkelvoud] ooit zulk (een) gezicht 'gezien [omolm. verl, tjd.]ï

3Ï8.] De achtste en laatste groep der Eerste klasse vormen die werkwoorden, waarin de deelwoords-uitgang ...» of ...en verouderd is, en schier nog maar alleenlijk daar voorkomt, waar het verleden deelwoord bijvoeglijk, namelijk als attribuut of predicaat, gebruikt wordt, terwijl het in de vervoeging van het werkwoord gebezigde verleden deelwoord den regelmatigen nieuwen vorm, die op ...ed uitgaat, aangenomen heeft. Het eenige werkwoord van deze groep, dat wij in onzen tot dusverre beoefenden tekst hebben leeren kennen, is to shape. Wij rangschikken de werkwoorden der achtste groep alphabetisch, met dien verstande evenwel, dat de twee, die eene vocaalverwisseling ondergaan, allerlaatst komen.

In de Opgave 4 dezer paragraaf moeten de bewuste verleden deelwoorden vertaald worden in den vorm, die den uitgang ...» heeft.

eet als ooit, 2wordt 'dat weinige 3gegeten, 5zegt Hij, met eenigen geringen smaak. — 6. Welke vloek is er, die niet op [upon] mij gevallen is [§ 189, blz. 108] of valt , blz. 166]? — 7. Nu, hij is (weg) i], en met hem gaan deze gedachten. Laat ons (alles) [ieder ding] zien, dat gezien kan worden. — 9. Zijne kamer had eene verrassende verandering ondergaan. — 10. Wat gedaan is kan niet ongedaan (gemaakt) worden. — 11. Ik kwam [to draw] nader met diep ontzag, en viel 3aan [al] zijne voeten 'neder. — 12. Aan \at\ (den) avonddiseh 2at 'zij 3matig, als gewoonlijk. — 13. De gordijnen van zijn bed werden ^terzijde 'getrokken. — 14. Zij bemint mij niet [§ 156, blz. 86] — zij (heeft) smij 'nooit 2bemind [onvolmaakt

strow (stroo), strooien

swell (swwèl), zwellen^oeMerf (swweld)

wassen, groeien, worden wreathe (riedh), vlechten, omkransen melt (mèlt), smelten graved (oreevd) hewed (joed) laded (leed'-ed) loaded (lood'-ed) mowed (mood) rotted (rot'-ed) sawed (saod) sewed (sood) shaped (sjeept) shaved (sjeevd) showed (sjood) sowed (sood) stroiced (strood) waxed (wwèkst) wreathed (riedhd) melted (melt'-ed)

graved (areeTd), graven (oreevn).

quot; (joed),

hewn (joen).

laded (leed'-ed), (leedn). loaded (lood'-gd), loaden (loodn). ' (mood), gt; (moon). rotted (röt'-ed),

rotten (rotn).

sawed (saod),

sawn (saon).

sewed (sood),

sewn (soon). quot; (sjeept), :» (sjeepn). shaved (sjeevd),

(sjeevn). shoioed (sjoodquot;),

shown (sjoon). sowed (sood),

sown (soon). strowed (strood),

strown (stroon). waxed (wwèkst),

waxen (wwèksn). wreathed (riedhd),

wreathen (riedhn). melted (melt'-ed),

molten (mooltn). swelled (swwèld), swollen (swwooln).

seed (sied), zaad. straw (strao), stroo.

wreath (rielt;A), krans.


ocr page 268

OpgaTe 3. Geef de drie grondvormen op van de zooeven genoemde samengestelde werkwoorden.

Opgave 4. Leer van buiten:

van plan zijn,*) to be about (tóe bi' tf-bbut'

uitspreken, geheugen, beeld, knaap, moeder, heks, losjes,

to pronounce (pron-nouns').

(mèm'-br-ri). (im'-edzj). knave (neev).

motlier (mudh'-er). witch (wwitsj).

lightly (lait'-li). to altend (èt-teniT). toy (toi).

present (prèas'-ènt). milk-white (milkquot;-wwait'). number (num'-ber). powder (pbu-der). to powder.

geschenk, melkwit, getal, poeder, poederen,

memory

(fêet'-mèn). zon. sun (sun).

gloeien, to glow (oloo).

prins, vorst, princa (prins), straatweg, road (rood).

twijg, tak, bough (bbu).

bloem, flower (flbu'-er).

wild, wiid (wwaild).

haver, oals (oots).

Het enkelvoud oat is alleen in samenstellingen gebrnikelijk, b. v. oat-meal (oof-miel), havermeel; oat-straw, haverstroo.

Vertaal: 1. Luister naar \to] de woorden (die) ik nu ga uitspreken, en laat ze 3in [on\ nw geheugen '-quot;gegraveerd 'blijven.

— 2. Thou shall not make unto (Jo) thee any graven image. — 3. Deze mismaakte knaap, — zijne moeder was eene heks. — 4. De papieren waren eens losjes aan [to] elkander genaaid geweest. — 5. Hij kwam naar huis, vergezeld van [bij] een man (die) beladen (was) met Kerstmis-speelgoed [mn.] en geschenken. — 6. De koets werd getrokken door melkwitte paarden, en (was van) aachter(en) 'beladen 3met (een gelijk) [hetzelfde] getal [van] gepoederde lakeien.

— 7. Als de zon 5op hen 'staat [t's], 'blinken en gloeien 'zij 3als [like] gesmolten goud. — 8. Gij hebt mij de beste dienst [turn\ (bewezen) [getoond], (die) ooit (de eene) vorst bewezen (heeft) (aan) (den) [een] anderen. — 9. De straatwegen waren [bestrooid) (als bezaaid) met takken en bloemen. — 10. Ik heb (uitgeraasd) pmijn wilde haver {mrv.) 'gezaaid].

In plaats van to stroto wordt zeer dikwijls to strew geschreven, dat uitgesproken wordt „stroequot; of „strooquot;, en waarvan de vormen strewed en strewn gemaakt worden.

Gebruikelijke samenstellingen zijn: to engrave (en-Greev'), graveercn; to unlade (un-leeil ), lossen (eene vraeht); to unload (un-lood'), slechts regelmatig, lossen (eene vracht) en lossen (een vuurwapen). In de beteekenis van een vuurwapen laden is to load slechts regelmatig. Eindelijk; to misshape (mis-sjeep'), misvormen, wanstaltig maken.

(7e Oefen.) B. Spelling en Uitspraak.

(Verschoven tot de volgende Les.)

') Namelijk: om dadelijk aan dat plan gevolg te geven, I am about to pronounce, ik zal nu uitspreken, ik ga nu uitspreken.

knecht, lakei, footman

(8e Oefen ) F. Lexicographic (blz. 189) der 32e Les.

■jtoST3 Door wederzljdsche vertaling (blz. 18, 19) goed in het geheugen te prenten voordat men aan de volgende Lea begint.

to sink (sink), sunk (sunk), zinken. — to doze (dooz), sluimeren, dutten, dommelen; vergelijk de provincialismen, doezen, doezelen, doezelig; doze, dutje.

— unconsciously (un-kon'-sjus-li), onbewust, zonder bewustheid, zonder het te weten; van conscious (blz. 177, 189). — to miss (mis), missen (in den zin van: misloopen, niet ontmoeten, niet zien, niet hooren). — to break (§ 270, blz. 244-), breken, door de stilte heenbreken, weergalmen. — ear (ier), oor, „oreillequot;. — ding dong (diw# db»/'), ^no ting, tusschenwerpsel (blz. 117, § 201), waardoor de klank der klok nagebootst wordt; het wordt ook gekoppeld geschreven : ding-dong. — a quart'er to it, namelijk to one, een kwartier vóór het (uur dat op de komst is); deze uitdrukking wordt veel meer gebruikt dan three quart'ers past (het uur dat voorbij is). — triumph (trai'-umf), „triomphequot;, triomf; to triumph, „triom-pherquot;, triomfeeren; triumphant (trai-um-fènt), „triomphantquot;, triomfeerend; bijwoord: triumphantly. — to sound, „sonnerquot;, slaan; vergelijk sound (blz. 106, 111). — dull (blz. 138, 142), dof. — hollow (hol'-loo), hol. — to flash (flèsj), of to flash up', opvlammen. — instant (in'-stènt), oogenblik (zie blz. 156).

— curtain (keurt'-en), „courtinequot;, gordijn.

— to draw, zie § 276, blz. 253. — aside (e-said'), terzijde. — to address (blz. 122, 127), richten, wenden. — to start (blz. 49, 55), opspringen; zoo ook to start up'. — to recumb (re-kum'), leunen in eene liggende houding; recumbent (re-kum'-bènt), leunend, liggend; half recumbent, halfliggend. — unearthly (un-eurM'-li), onaardsch, bovennatuurlijk; van earth (blz. 222). — ell (èl), el; bow (boo), boog; elbow (el'-boo), elleboog. — view (vjoe), „vue'', gezicht; to view, bekijken, zien. — medium (mied'-i-um), medium, middel. — appearance (ep-picr'-èns), „apparencequot;, schijn, aanzien; vergelijk to appear (blz. 66, 72), apparition (blz. 222). — to recede (rtf-sied'), „recéderquot;, achteruit gaan, zicli terugtrekken. — to diminish (dim-min'-isj),


ocr page 269

„diminuetquot;, Termmderen, verkleinen. —

proportion (prop-poor'-sjun), „proportionquot;, evenredigheid. — neck (uèk), nek, „nuquequot;; zie biz. 208 kerchief. — down, voorzetsel, gelijkluidend met het bijwoord (blz. 65), naar beneden, nederwaarts, neder. — wrinkle (rinkl), rimpel. — tender (tèn'-der), „tendrequot;, teeder, zacht. — bloom (bloem), bloem, blom, blos. — skin (skin), huid, vel. — muscular (mns'-kjoe-ler), „musculairequot;, en musculous (mus'-kjoe-lus), „mus-culeuxquot;, gespierd. — //oW (blz. 142, 189), houvast. — uncommon (un-kbm'-mun), ongemeen; van common (blz. 122, 127). — delicate (dèl'-i-kèt), „déiicatquot;, tenger; bijwoord delicately. — to form (form), „formerquot;, vormen. •— upper (up'-per), opper, boven; vergelijkende trap (§178, blz. 101) van het als bijvoeglijk nw. gedachte bijwoord up (blz. 41). — memher (mèm'-ber), „membrequot;, lid, ledemaat. — hare (beer), baar, bloot, naakt. — tunic (tjoen'-ik), „tu-niquequot;, tunica, gewaad. — pure (pjoer), „purquot;, zuiver. — white (blz. 74', 78), hier zelfst. nw., wit. — lustre (lus'-ter), „lustrequot;, luister, glans; lustrous (lus'-trus), luisterrijk, glansrijk, blinkend. — helt (belt), gordel. — sheen (§ 270, blz. 245), schijn, glans. — beauty (bjoet'-i), „beautéquot;, schoonheid; beautiful (bjoet'-i-foel), schoon.

— branch (braantsj), „branchequot;, tak. — fresh (frèsj), „fralchequot;, versch, frisch. — (jreen (Grien), groen. — singular Gjóe-ler), „singulierquot;, zonderling. — contradiction (kbn-trèd-dik'-sjun), „contradictionquot;, tegenspraak. — emblem (èm'-blem), „emblèmequot;, zinnebeeld. — dress (drès), kleeding, gewaad. — to trim (blz. 178), tooien. — summer (sum'-mer), zomer. — flower, zie flowery (blz. 239). — crown (blz. 146), kroon, kruin, „couronnequot;. — to spring (spri»^), sprung (spru»^), sprung, springen, ontspringen; vergelijk het zelfst. nw. (blz. 255). — clear, bijvoeglijk nw., zie blz. 136. — jet (dzjèt), „jetquot;, omhooggaande straal. — visible (-viz'-ilil), „visiblequot;, zichtbaar; vergelijk invisible (blz. 137, 142). — doubtless (dout'-Iès), ontwijfelbaar, ongetwijfeld; vergelijk doubt (blz. 17, 26); to doubt (blz. 216); doubtfully (blz. 208). — occasion (bk-kee'-zjun), „occasionquot;, gelegenheid, aanleiding, reden.

— extinguisher (èks-tiffic'-Gwwisj-er), „etei-gnoirquot;, domper; van to extinguish (blz. 106, 111). — cap (kcp), „capequot;, kap, muts, pet. — though (blz. 207), toch, intusschen, echter, doch. — to increase (in-kries'), toenemen, klimmen. — steadiness, gestadigheid; zie instead (blz. 155). — quality (kwwol'-it-ti), „qualité'quot;, hoedanigheid, eigenschap. — to glitter (GÜt'-ter), glinsteren. — to fluctuate (fluk'-tjóe-eet), „fluc-tuerquot;, zich heen en weer bewegen, afwisselen; daarvan fluctuation (fluk-tjöe-ee'-sjun), „fluctuationquot;, afwisseling. — distinct (dis-tinkf), „distinctquot;, te onderscheiden, duidelijk; distinctness (dis-tinkt'-nes), duidelijkheid; vergelijk distinctly (blz. 49, 56), to distinguish (blz. 255). — to dissolve (diz-zolv'), „dissoudrequot;, ontbinden, oplossen, zich oplossen, verdwijnen; dissolving views, nevelbeelden. —: outline (out'-lain), buitenlijn, omtrek; van out (blz. 49, 55) en line, lijn, „lignequot;. — wherein (wweer-in'), waarin. — away (e-wwee'), bijwoord, oui of the way, uit den weg, weg. — to milt (§ 278 , blz. 262) away', wegsmelten. — wonder (blz. 111); in the very won'der of this (d. i. in the very mo'ment when he wondered at this), op het oogenblik of te midden van zijne verwondering daarover. — Het werkwoord 1 will (§ 148, blz. 76) heeft menigmaal de heteekenis van de herhaling eener werking, b. v.: no outline would be vis'ible, menigmaal was er geen omtrek zichtbaar; it would be itself again, het was telkens weder hetzelfde. — ever (blz. 57), ooit.

(9e Oefen.) G. Mondeling Onderhoud.

Vragen.

1. What sort of darkness was there when Scrooge awoke?

3. Which eyes are fit [geschikt) to pierce the darkness?

3. How could Scrooge know what it was o'clock ?

4. W^hy could Scrooge not believe that it was twelve o'clock? [Because....]

5. What did Scrooge think of the clock?

6. What did Scrooge do to correct the clock ?

How long would Scrooge have slept, if it was really twelve at night?

§. Wrhat did Scrooge do to ascertain (es-sér-teen', zich te vergewissen) what time it really was?

9. Was it very easy for Scrooge to look through the window ? [No...]

10. What was the weather?

11. Wrhat would there have been in the street, if it had been so dark at tvrelve at noon? [There would have been a...]

18. What is the beginning of a bill of exchange payable (pee'-ebl, betaalbaar) to Ebenezer Scrooge?

13. What did Scrooge do after leaving the window?

14. Wrhat was the consequence of his long thinking of the matter?

15. What was the problem, still presented to Scrooge?

16. How lorg did Scrooge lie in this state? 1Ï. What thought came to Scrooge then?

18. WThat did Scrooge resolve upon?

19. Why was the resolution very wise? [Because.,.]


ocr page 270

— 265 —

32° LES.

Sieh' nicht aus nach dem Entfcrnten, Was Dir nah liegt, musst Du thun;

Saen musst Du, willst Du eruten, Nur die fleiss'ge Hand wird ruhn!

(C. J. PH. SPITTA.)

A.

Naar 'tgeen te ver ligt niet getracht.

Maar wat u 't naast ligt eerst volbracht! Zij dat de taak, waarvan ge u kwijt — En weet het: rust volgt slechts op vlijt!

(S. D. B.)

'ekst.


(Oefen. 1—3 volgens het op blz. 33 [Eens voor al] gegeven voorsehrift.) (Zie blz. 19 , 32, 189, 238 en 263.)

1. The quarter was so long, that he was more than once

dhe kwwaoH'-er wwoz soo longquot; dhèt lii wwoz moor dlièn wwunsquot;

convinced he must have sunk into a doze unconsciously, and

kón-vinst' hi must hèv sunkquot; in'-tóe e dooaquot; un-kon'-sjus-li end

missed the clock.] At length 2 it broke upon his listening

mist dlie klokquot; èt ImgtJi it brook up-on' liiz lisn'-iw^

ear.] — 3 »Ding, dong!quot;] — 4 »A quarter past,quot;] said

ierquot; ding dongquot; e kwwaortquot;-^ paast sèd

Scrooge, counting. — »Ding, dong!quot; — 5 »Half past!quot;] said

skroedzj kount'-i;^ ding do7igquot; lijuif paast sèd

Scrooge. — »Ding, dong!quot; — 6 »A quarter to] it,quot; said Scrooge.

skroedzj ding dsrngquot; e kwwaort^-er tóe it sod skroedzj

— »Ding, dong!quot; — »The hour itself,quot; said Scrooge, trium-

diw^ do;^quot; dhi óui' it-sèlf' sèd skroedzj trai-umquot;-

phantly, »and nothing else!quot; — He spoke before the hour

fènt-li ènd mxth'-iny èlsquot; hi spook be-foo/ dhi ourquot;

hell sounded, which it now did with 7 a deep, dull, hollow,

bèl sbund'-t'd wwitsj it nóu didquot; wwidh e diepquot; dulquot; hbl'-loo

melancholy One.] 8 Light flashed up in the room upon the

mèl'-èn-kol-i wwunquot; lait flèsjt upquot; in dlie roemquot; up-ón' dhi

instant, and the curtains of his bed were drawn.] — The

in'-stènt ènd dlie keur'-tenx ov hiz bèdquot; wweur draonquot; dhe

curtains of his bed were drawn aside, I tell you, 9 by a

keur'-tena ov hiz bèd wweur draon e-saidquot; ai tèlquot; joe bai e

hand.] 10 Not the curtains at his feet, nor the curtains at

hendquot; not dlie ken/-t«nz èt hiz fietquot; nogt;' dhe keur'-tenz èt

his back, but those to which his face was addressed.] The

hiz bèkquot; but dhooz toe wwitsj hiz feesquot; wwoz èd-drèst' dhe

curtains of his bed were drawn aside; and Scrooge, starting

keur'-tenz ov hiz bèd wweiir draon e-saidquot; ènd skroedzj staart'-i?ig

11 up into a half-recumbent attitude,] 12 found himself face

upquot; in'-tóe e haaf-re-kumquot;-bènt èt'-ti-tjoed found him-sèlf feesquot;

to face with the unearthly visitor] who drew them: 13 as

tóe feesquot; wwidh dhi un-eur^'-li viz'-i-tur hoe droequot; dlièm èz

close to it as I am now to you, and I am standing in the

kloosquot; toe it èz :iiquot; èm nou toe joequot; ènd ai èm stènd'-i?;^ in dhe

spirit at your elbow.] 14 It was a strange figure — like a

spir'-rit èt joer èlquot;-boo it wwoz e streendzjquot; fio'-joer laik e

child: yet not so like a child as like an old man, viewed

tsjaildquot; jèt not soo kik e tsjaildquot; cz laik en oold menquot; vjoed

ocr page 271

through some supernatural medium, which gave him the ap-

thmt_sum sjoep-er-nee'-tjur-rel mied'-i-um wwitsj Geev him dM èp-

pearance of having receded from the view, and being diminished

pie/'-èns ov hev'-iwy rg-sied'-ed from dlic vjoequot; end dim-min'-isjt

to a child's proportions.] 15 Its hair, which hung about its neck

toe e tsjaildzquot; prop-poor'-sjunas its lieerquot; wwitsj lnuü^r e-bbut' its nekquot;

and down its back, was white as if with age; and yet the face

end doun its bekquot; wwoz wwaitquot; ex if wwidh eedzjquot; ènd jèt dhe feesquot;

had not a wrinkle in it, and the tenderest bloom was on the

hed not e rinklquot; in it ènd dli« ten'-dcr-est bloemquot; wwoz on dhe

skin.] 16 The arms were very long and muscular; the hands

skinquot; dhi aarmz wweor vèr'-ri lotu/' ènd muaquot;-kj6e-kr dhe hèndz

the same, as if its hold were of uncommon strength.] Its legs

dlie seemquot; èz if its liooldquot; wwowr ov un-kom'-mun strènfftkquot; its leeaaquot;

and feet, 17 most delicately formed,] were, like those upper

end fietquot; moost dèl'-i-kèt-li fbmdquot; wwear laik dhoox upquot;^)-

members, bare. 18 It wore a tunic of the purest white; and

mem'-Wz beerquot; it wwoor e tjoen'-ik óv dhe pj oer'-est wwaitquot; ènd

round its waist was bound a lustrous belt, the sheen of which

round its wweest wwoas bound e lus'-trus beltquot; dhe sjienquot; ov wwitsj

was beautiful.] 19 It held a branch of fresh green holly in its

wwb* bjoetquot;-i-f6el it held e braantsj 6v frèsjquot; erien hbl'-li in its

hand; and, in singular contradiction of that wintry emblem,

hèndquot; ènd in sky'-Gjoe-le?- k6n-trèd-dikquot;-sjun ov dhèt wwin'-tri èmquot;-bleni

had its dress trimmed with summer flowers.] But the strangest

hed its diesquot; trimd wwidh sumquot;-mer fibu'-erz but dhe streendzjquot;-est

thing about it was, that 20 from the crown of its head there

t/iing e-bbut' it wwbz dhèt frbm dhe krbun bv its hèd dheer

sprung a bright clear jet of light,] by which all this was visible;

spruw/ e braitquot; klier dzjèt bv laitquot; bai wwitsj aol dhisquot; wwbz vi*quot;-il»l

and which was doubtless the occasion of its using, 21 in its

ènd wwitsj wwbi dbut'-lès dhi bk-keequot;-zjun bv its joaz'-inff in its

duller moments, a great extinguisher for a cap, which it now

dul'-ler mooquot;-mènts e Greet eks-tiwy'-Gwwisj-er fbr e kèpquot; wwitsj it nbuquot;

held under its arm.] — Even this, though, 22 when Scrooge

héld un'-der its aamquot; ievn dhisquot; dhoo wwèn skroedzj

looked at it with increasing steadiness,] was not its strangest

loektquot; èt it wwidh in-kries'-irey stèdquot;-i-nès wvrox notquot; its strecndzjquot;-est

quality. For as 23 its belt sparkled and glittered now in one

kwwol'-it-ti fbr è® its bèlt spaarkldquot; end Glitquot;-tcgt;-d nbu in wwunquot;

part and now in another, and what was light one instant, at

paa/t end nbu in en-udhquot;-egt;' ènd wwbt wwb® laitquot; wwunquot; in'-stènt èt

another time was dark,] so 24 the figure itself fluctuated in its

en-udh'-ev taim wwbz daarkquot; soo dhe fiG'-joe?* it-self fluk'-tj6e-er';,-ed in its

distinctness: being now a thing with one arm, now with one dis-tinktquot;-nès hï-'m/j nbuquot; lt; thing wwidh wwun aamquot; nbu wwidh wwun

ocr page 272

leg, now with twenty legs, now a pair of legs without a head,

leeG'' nou wwidh twwen'-ti leeaz nouquot; e peer 6v leeaa'' wwidh-but' e lièdquot;

now a head without a body:] of which dissolving parts, no

nouquot; e liedquot; wwidh-öut' e bbd'-i bv wwitsj dia-zblv'-iw^r paartsquot; noo

outline would be visible in the dense gloom wherein they melted

ouf'-lain wwoed bi in (lli« dèns Gloemquot; wweer-in' dhee mèlt'-ed

away. And in the very wonder of this, it would be itself again;

e-wweequot; end in dhe vèr'-ri wwunquot;-der bv dliis it wwóed bi it-self f-Gcn'

distinct and clear as ever.

dis-tinktquot; end klie/' èz èv'-er

(4e Oefening.) B. Hollandsche Yertaling.

Het kwartisr (duurde) zoo lang, dat hij meer dan eens overtuigd was, (dat) hij zonder het te weten in [een] (den) dommel (geraakt) moest zijn en de klok gemist (hebben). Eindelijk (weergalmde) het in zijn luisterend oor. — „Ting, ting!quot; — [Een] kwartier over (twaalven),quot; zeide Scrooge, tellende. — „Ting, ting!quot; — „Half (een)!quot; zeide Scrooge. — „Ting, ting!quot; — „[Een[ kwartier er voor.quot; zeide Scrooge. — „Ting, ting!quot; — „(Zoowaar) het uur zelf,quot; zeide Scrooge, triompheerend, „en niets anders.quot; — Hij sprak eer de 2klok (het heele) 'uur 3sloeg, hetgeen zij nu deed met een diep, dof, holklinkend, somber Een. EOp het (zelfde) oogenblik 2v!amde (er) 'licht 3op 4in de kamer, en de gordijnen van zijn bed werden (opengeschoven). — De gordijnen van zijn bed werden (opengeschoven), zeg ik n, door eene hand. Niet de gordijnen aan (het voeteneinde) [zijne voeten], (en ook niet) de gordijnen (achter) zijnen rug, maar die, naar welke zijn gelaat was gekeerd. De gordijnen van zijn bed werden (opengeschoven); en 3op Springende 4m eene half liggende houding 'bevond 'Scrooge 6zich (van) aangezicht tot aangezicht met den bovennatuurlijken bezoeker, die ze (openschoof): zoo dicht by (hem) als ik nu bij u ben, en (ik sta op dit oogenblik) in den geest aan uwen elleboog. — Het was eene vreemde gedaante — (aan) 2een kind 'gelijk; (maar) toch niet zoo (zeer) gelijk (aan) een kind als gelijk (aan) een ouden man, gezien door (een of ander) bovennatuurlijk medium, hetgeen hem het aanzien gaf (alsof hij zich teruggetrokken had) uit het gezicht en (daardoor) verkleind was tot de (gestalte) van een kind. Zijn haar, dat (over) zijn nek en zijnen rug nederhing, was wit als van ouderdom, en toch (droeg) het gelaat (geen enkelen) rimpel, en de zachtste blos (lag) op het vel. De armen waren zeer lang en gespierd, de handen (eveneens), als ware zijn houvast ongemeen stevig. Zijne beraen en voeten, uiterst tenger gevormd, waren, gelijk die bovenste ledematen, bloot. Hij droeg eene tunica van het zuiverste wit, en om zijn middel was een blinkende gordel gebonden, waarvan de glans (bijzonder) schoon was. Hij (had) een tak [van] versch groene steekpalm in (de) hand; en in zonderlinge tegenspraak (met) dat zinnebeeld (van den winter), (was) zijn gelaat met zomerbloemen getooid. Maar het vreemdste [ding] (met hem) was, dat er van de kruin van zijn hoofd een heerlijk heldere lichtstraal (blonk), waardoor (dat) alles zichtbaar was; en hetgeen ongetwijfeld de reden was, dat hij in zijne werkelooze [dull] oogenblikken een grooten domper gebruikte (als) [voor eene] pet, dien hij nu onder (den) arm hield. 2 Doch 3toen Scrooge hem aanzag met klimmende (opmerkzaamheid) 4was 'zelfs dit 5niet (eens) zijne vreemdste eigenschap. Want even als zijn gordel schitterde en glinsterde, nu in (het) eene gedeelte en (dan) in (het) andere, en wat licht was (het) eene oogenblik [op] (het) andere tijd(stip) donker was, zoo (ook) wisselde de gedaante zelve af in hare duidelijkheid: (zij was) nu een ding met één arm, nu met één been, nu met twintig beenen, nu een paar [van] beenen zonder [een] hoofd, nu een hoofd zonder [een] lichaam, van welke zich oplossende deelen (nooit een) omtrek zichtbaar was in de dichte duisternis, waarin ze wegsmolten. En te midden van zijne verwondering (daar)over, werd het telkens weder (de oude gedaante) (zoo) duidelijk en klaar als ooit.

(5e Oefen.) C. AMcrzijdschC Vertaling. (Zie blz. 18 en 75.)

ocr page 273

— 268 —

(6e Oefen.) D. Spraakkunst.

[§ 8S9.] Aan hetgeen wij in § 178—182 (blz. 101, 102) over de vergelijking der bijvoeglijke naamwoorden gezegd hebben, voegen wij hier nog een en ander toe.

A. In den Vergelijkenden trap hadden wij volgens § 178: bitterer (blz. 65), colder (blz. 145), duller (blz. 266), greater (blz. 225), louder (blz. 202), older (blz. 97), richer (blz. 97), smaller (blz. 7-1), warmer (blz. 121), en het met het bijvoeglijk nw. gelijkluidende bijwoord nearer (blz. 249). Volgens § 181 was de vergelijkende trap foggier (blz. 145) gevormd.

B. In den Overtreffenden trap volgens § 178: deadest (blz. 33), highest (blz. 201), tenderest (blz. 266); volgens § 179: purest (blz. 266), strangest (blz. 266), wisest (blz. 259); volgens § 181: heaviest (blz. 65).

C. Eene onregelmatige vergelijking bebben de volgende bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden.

Vergelijkende trap. Overtreffende trap.

ieWer(bèt'-ter, blz. 66, 82, 180) best (best).

worse (wweurs) worst (wweurst).

less (lès), lesser (les'-ser) least (liest).

more {moor, L. 27, 28, 29, 31) most (moost. Les 29).

| farther (faar'-dher) farthest (faar'-dhest).

/ further (fenr'-dher) furthest (fear'-dhest).

later (leet'-«r), later (in tijd) latest (leet'-est), laatst (in tijd).

lattf-r (ièt'-terj, later linvo'g- last (laast, blz. 106, 162,

242), laatst (in volgorde).

1 nearest nearest (nier'-est), naastbij. next (nèkst, blz. 242), naastvolgend.

oldest (oold'-est).

eldest (eld-est).

inmost (in'-moost).

outmost (out'-moost).

utmost (ut'-moost).

I foremost foremost (foor'-moost),voorst. first (feiirst), eerst.

tegen ligt die nevenbeteekenis niet opgesloten; zij doelen enkel op het verschil in leeftijd.

in, oul an fore komen in bijvoeglijken zin slechts in samenstellingen met zelfstandige naamwoorden voor, b. v.: inside (in'-said), binnenzijde, (het) inwendige; outside (bnt'-said), buitenzijde, (het) uitwendige; forehead (foor'-hèd), voorhoofd; outer eu outmost hebben slechts p 1 a a t s e I ij k e, utter en utmost slechts figuurlijke beteekenis.

Het bijvoeglijk nw. rath (rèlt;/i), vroegtijdig, vroeg, waarvan wij den vergelijkenden trap rather (raadh'-er) op blz. 130, 177 , 242 hebben aangetroffen, komt zelden voor, de overtreffende trap nooit.

Al de vormen dezer onregelmatige vergelijking moeten door wederzijdsche vertaling goed in het geheugen geprent worden.

Leer van buiten:

commonly (kbm'-mun-li). to travel prisoner opposition

orde), laatstgenoemd nearer (nier'-er)

older (oolil'-er)

elder (èld'-êr)

Opgave 5.

gemeenlijk reizen gevangene tegenstand de wenkbrauwen fronsen to frown

(trèv'-el). (priz'i'-er). (op-; oi-zis'-

[sjun).

(frbun).

good (Goed), goed bad (bed), slecht, erg little (litl), klein, weinig much (mutsj), veel many (mèn'-i), vele

far (faar), ver late (leet), laat

near (nier), na

old (oold), oud

in (in), inwendig, innerlijk inner (in'-ner)

out (out), uitwendig, niter- I outer (out'-er, blz. 121)

[lijk j utter (nt'-ler)

fore (foor), voor former (fbrm'-er), vroeger

lesser wordt slee hts attributief gebraikt: the lesser boy\ my boy is less (of lesser) than yours.

Volgens het hedendaagsehe spraakgebruik wordt farther slechts voor plaatselijke afstanden gebezigd, further in de beteekenis verder, d. i. nog meer. In de oudere taal zxycifarther en further, gelijk nog tegenwoordig farthest en furthest,

volkomen van eenerlei beteekenis.

next heet de naaste in volgorde, nearest de naaste in afstand, ook in figuurlijken zin, de naastbestaande. Vraag ik, op reis zijnde, naar the next village, dan zal men mij het dorp noemen, waar ik het eerst zal aankomen als ik mijne reis vervolg;

the nearest village daarentegen is het naast-bijgelegen dorp inden omtrek, al ligt dat in het geheel niet op mijnen weg.

My nearest friend is de vriend, die mij het naast aan het hart ligt, of die het dichtst in mijne nabijheid is; the next friend whom 1 saw is diegene mijner vrienden,

dien ik nu het eerst zag.

elder en eldest worden gebruikt om de aan den hoogeren leeftijd verbondene rechten aan te duiden; in de regelmatig gevormde trappen van vergelijking daaren-

ocr page 274

— 269 —

menigvuldig frequent (fri'-kwwènt). roekeloos reckless (rèk'-lès). kwistig fro/use (prof-fjoes').

uitgaven expense (èks-pens'). kenmerken to distin- (dis-ti»/-

[guish Gwwisj).

edelman noble (noobl).

hooger superior (sjoe-pi'-ri-ui-).

geloof faith (feetó).

maag stomach (stom'-èk).

saus sauce (saos).

mij bevalt ƒ like (laik). Oost-Indiën [the') East (iest inquot;-diez), Indies

bewaren to reserve (re-zeurv').

blijven to slay (stee).

deugd virtue (veur'-tjoe).

gemoed, boe- bosom (buz'-um).

beurt [zem turn (teurn).

schrijver author (ao'-Mur). schatten to estimate (ès'-ti-meet). kracht, talenten poteer (puu'-cr). pennevrucht,

voortbrengsel, performance (per-fom'-èns). waardeeren to rate (reet).

belasteren to slander (slèn'-der). hoveling courtier (koon'-jer).

Vertaal: 1. Hij is een goed mensch, die beter ia dan (de) menschen (over het algemeen) [gemeenlijk] zijn. — 2. De (oudste) [oudere] dezer zonen was uw oom Eoland froo'-lènd], de (jongste) [jongere] was uw vader. — 3. Zij 2reisden 'nu 3ver en verder dan ik vertellen kan. — 4. Hij werd szonder eenigen verderen tegenstand (gevangen genomen) pgevangene 'gemaakt].

— B. De ridder fronste de wenkbrauwen bij deze (laatste) [laatstvermelde] woorden.

— 6. 3Hij 2at 'weinig, en 5hij sprak (nog) 'minder. — 7. De wolken werden \lo grow] minder menigvuldig en minder zwaar. — 8. Koekelooze en kwistige uitgaven [collectief^ kenmerkten de hoven der (kleine) [mindere] edellieden zoowel als (die) der hoogere vorsten. — 9. Meer lieden gaan om het pnard te zien, dan (om) den koning, die er op zit. — 10. Naarmate [Js] (de) menschen beter werden \to become] in [in] geloof, werden [to groK] zij slechter in werken. — 11. (Honger) [Eene goede maag] is de beste saus. — 12. Welke bevalt u (het) best? — 13. Zijn oudste zoon was [een] kapitein in de Oost-Indiën. — 14. Ik moet mij. verontschuldigen op (grond van) den stelregel, het beste tot het laatst te [of] bewaren. — 15. Ik heb u laatstleden Donderdag verwacht [onv. verl. tijd].

— 16. Gij zult eene week bij [with] mij blijven op [at] (zijn) minst. — 17. (Zij) [Diegenen, T/iose'\ die (het) meest (de) deugd in (den) [hunnen] mond [mrv.] hebben, hebben er het minst van in hun (hart) [boezem, mm.] — 18. (Nu) [♦naastvolgend] 'kwam (de) ['mijne] 2beurt (aan mij). — 19. Terwijl een schrijver nog leeft [§ 229, blz. 166], schatten wij zijne talenten naar [by] zijne slechtste voortbrengselen; en als hij dood is, waardeeren wij (die) [hen] naar zijne beste (producten). — 20. Zij belasteren erger dan de ergste hoveling.

[§ 880.] more congenial (blz. 145), more ....desirable (blz. 122), more facetious (blz. 131), more intent (blz. 65), more remarkable (blz. 49), more ridiculous (\)\z. 113); most delicately ^o]z.

Hier vinden wij den vergelijkenden trap gevormd doordien more (vergel. trap van much), en den overtrettenden trap doordien most (overtr. trap van much) vóór het bijvoeglijk nw. of bijwoord gezet wordt.

De in bovenstaande voorbeelden op die wijze in een trap van vergelijking gebrachte woorden, zijn, zooals wij zien, alle in afstamming aan Franse he woorden gelijk; een hunner is ook een door de afleidingslettergreep ,..ly gevormd bijwoord (§ 1B0, blz. 87).

In welke gevallen de in de vorige paragrafen opgegevene Hollandsche vergelijking door middel van den uitgang te gebruiken is, en in welke gevallen men zich van de Fransche door middel van de o m s c h r ij v i n g te bedienen heeft, laat zich niet door vaste regelen bepalen, naardien de regelen, die door de bekwaamste taalgeleerden daarvoor gesteld zijn, zoowel door de beste (vroegere en heden-daagsche) schrijvers als in den beschaafd-sten spreektrant, geheel willekeurig worden veronachtzaamd.

Over het algemeen kan men dit aannemen: op Hollandsche wijze, doormiddel van den uitgang, worden vergeleken alle een- en tweelettergrepige bijvoeglijke naamwoorden, die met de Hollandsche woorden eenerlei afstamming gemeen hebben, zoomede alle met de bijvoeglijke naamwoorden gelijkluidende bijwoorden. Daarentegen worden op de Fransche wijze, door middel van omschrijving, vergeleken de bijvoeglijke naamwoorden, die eenerlei herkomst gemeen hebben met de Fransche woorden, zoomede alle drie- en meerlettergrepige bijvoeglijke naamwoorden zonder uitzondering, alsook alle door de lettergreep ...ly van bijvoeglijke naamwoorden gevormde bijwoorden.

most versterkt menigmaal de beteekenis van het bijvoeglijk nw., zonder het in den overtrefi'enden trap te plaatsen; het wordt alsdan in het Hollandsch uitgedrukt door hoogst, uitermate, bijzonder, of door den Holl. overtreffenden trap met aller er voor.


ocr page 275

— 270

(hbul)

(pröul)

(skbul)

(brbun)

(klbun)

(krbun)

(dbun)

(drbun)

(frbun)

(obun)

(Ibun)

(tbun)

(brbuz)

(drbuz)

(blbuz)

Opgave 6.

landamp;chap,

karakter, hoedanigheid , character gezag,

ongeloofelijk,

bespreken,

ernstig,

luisterrijk,

Leer van buiten:

landscape (lènd'-skeep).

howl prowl scowl brown

clown

authority incredible to discuss seriously splendid

drown

froion

gown

town

town

browse

onbeminnelijk, unamiahle

sterk, ontwikkelen, soort, bijgeloof,

schrikkelijk, Druïde, onverwacht,

herbergs-erf, huurrijtuig, snorwagen, bedroevend, deugdzaam,

strongly to develop species

terrible

druid

unexpected

inn-yard hackney-chaise deplorable virtuous

(mis-for'-tjun).

(vai'-bl-lènt-li).

(èt-tètsjt').

misfortune

violently

attached

contrary (kon'-trèr-ri).

ongeluk,

hevig,

gehecht,

tegenoverge.

steld,

Vertaal: 1. Ik herinner mij niet (ooit) een landschap gezien te hebben (dat) schooner (was) in zijn eigenaardig Engelsch karakter. — 2. Het (tweede staaltje) [andere voorbeeld] van zijn gezag was nog \yel\ grooter en ongeloofelijker. — 3. Wij willen deze zaak ernstiger bespreken. — 4. Zijn hof was luisterrijker dan dat van menigen vorst [mrv.\. — 5. Deze onbeminnelijke (trek in) [gedeelte van] haar karakter (heeft zich) [is geworden] sterker ontwikkeld gedurende het afgeloopen [past] jaar. — 6. Geen soort van bijgeloof was ooit schrikkelijker, dan dat der Druïden. — 7. Geen verschijning had meer onverwacht kunnen zijn [§ 187, blz. 107). — 8. Van het '■'erf (der) 'herberg kwam een snorwagen, (die) in een hoogst bedroeven-den staat (verkeerde). — 9. De deugdzaam-sten zoowel als de grootsten zijn niet vrijgesteld van zulke ongelukken. — 10. Hij was allerhevigst gehecht aan hst tegenovergestelde gevoelen.

(7e oefen.) E. Spelling en Uitspraak. Éénlettergrepige Oefeningen

over den Engelschen tweeklank „ouquot;.

(§ 20, blz. 9 en blz. 32, E. 7.)

Vervolg en Slot. owl (bul) uil.

cowl (kbul) monnikskap.

fowl (foul) vogel.

growl (Qtoul) grommen.

(ker'-èk-t«r). (ao-Mor'-it-ti). (in-krèd'-il»l).

(dis-kus').

(si'-ri-ns-li). (splèn'-did). (un-eem'-i-èbl). (stro»ƒ-li), (de-vèl'-op). (spi'-sjes). superstition (sjoep-er-stis-[sjun)

(tèr'-ribl). (droe'-id). (un-èks-pèkf-[ed).

(in'-jaafd). (hèkquot;-ni-8jeeï').

(dc-ploo'-rèbl). (veur'-tjoe-us).

vrijgesteld van, exempt from (èGi-èmt').

(8e Oefen.) F. LexlCOgrapllle (blz. 189) van Les 33.

to tell (blz. 216),, told (toold), told, vertellen, zeggen; to foretell (foor-tèl'), foretold ((oor-ioo\A'), foretold, voorzeggen, voorspellen. — gentle (zie gentleman, blz. 49, 56), beschaafd, vriendelijk, minzaam.

— singular (sin^'-ejoe-ler), „singulierquot;, zonderling; bijwoord: singularly. — low (blz. 58), laag, zacht; gelijkluidend bijwoord. — observant (bb-zeiirv'-ènt), „observantquot;, bemerkende. — dwarf (dwwaorf), dwerg; dwarfish (dwwaorf'-isj), dwergachtig. — slature (steet'-tjoer), „staturequot;, gestalte. — anybody (èn'-i-bbd-i), iemand; van any (blz. 28, 49, 25, § 67) en body (blz. 130). — special (spès'-sjèi), bijzonder.

— desire (de-zair'), „désirquot;, verlangen. wensch, begeerte; zie to desire (blz. 191), desirable (blz. 122, 127). — to beg (beo), bedelen, verzoeken; daarvan beggar (blz. 66). — to cover (kuv'-er), „couvrirquot;, dekken, bedekken; to be covered, gedekt zijn, zich dekken. — to exclaim (èks-kleem'), „exclamerquot;, uitroepen. — to put (blz. 74) out' (blz. 50, 55), uitdoen. — passion (pèa'-sjun), „passionquot;, hartstocht.

— to force (foors), „forcerquot;, dwingen. — train (treen), „trainquot;, trein, reeks. — reverence (rèv'-er-èns), „lévérencequot;, eerbied; reverent (rè*'-er-ènt), eerbiedig, bijwoord: reverently. — to claim (kleem), aanspraak maken; to disclaim (dis-kleem'), van zich afwerpen; to exclaim, zie boven.

— intention (in-tèn'-sjun), „intentionquot;, bedoeling, oogmerk, opzet; vergelijk intent (blz. 65, 72). — to offend (bf-fènd'), „offenserquot;, beleedigen. — wilful (wwil'-foel), opzettelijk, voorbedacht; van will (blz. 97, 103); bijwoord: wilfully. — bonnet {hoii-nei), „bonnetquot;, muts, pet, dameshoed; to bonnet, „bonneterquot;, eene muts opzetten. —period (pi'-ri-ud), „périodequot;, periode, tijdperk.— to make (blz. 122, 127 , 57, 63. 114) bold' (h\z. 162, 172), zich verstouten. — brought (blz.

huilen.

stroopen.

zuur kijken, bruin.

boerenkinkel;

hansworst, kroon; kronen, neder; dons; duin. verdrinken, de wenkbrauwen japon, [fronsen, schobberd.

stad.

afgrazen. [zijn. slaperig maken of vollemaansgezicht.

hlowze

ocr page 276

— 271 —

239). — unbroken (un-brookn'), onafgebroken, ongestoord; van to break (blz. 245, § 270).— rent, rust; zie het gelijkluidende werkwoord (blz, 200). — conducive (kcm-djoes'-siv), bevorderlijk; van lo conduct (blz. 137, 142). — end (blz. 147, 156), einde. — io reclaim (re-kleem'), „réolamerquot;, terugvorderen, opeischen, herstellen ; zie boven to claim; reclamation (rèk-lèm-mee'-sjun), „reclamationquot;, terugvordering, eiseh, aanmerking, tegenbeden-king. — to heed (hied), zich hoeden; heed, hoede, acht; to take heed, op zijne hoede wezen, zich in acht nemen. — gently (dzjènt'-li), zacht; bijwoord van gentle (zie boven). — to rise (blz. 246, § 271), rijzen, in de hoogte gaan, opstaan. — vain (veen), „vainquot;, ijdel; in taiti', „en vainquot;, tevergeefs. — to adapt (èd-dèpt'), „adapterquot;, dienstig maken, geschikt maken.—pedestrian (pe-dèa-tri-en), „pédestrequot;, te voet gaande. — thermometer (Meuj'-mom'-e-ter), „thermomètrequot;, thermometer. — way (blz. 66, 72), weg, eind weegs, eind. — to freeze, zie § 270, blz. 245; blz. 57, 63, 137.— to clothe (kloodh), kleeden; heeft, behalve de regelmatige vormen van onvolm. verl. tijd en verleden deelwoord, ook clad (kled). — lightly zie blz. 141. — graip, greep; vergelijk to grasp (blz. 57. 63). — to resist (re-zist'), „résisterquot;, wederstaan.

— to make (zie boven) towards (blz. 190) a place, zich naar eene plaats begeven. — robe (rooi»), „robequot;, gewaad, kleed. — sup plication (sup-pli-kee'-sjun), „supplicationquot;, smeeking. — mortal (mor'-tel), „mortelquot;, sterfelijk; sterveling. — to remonstrate (re-mon'-street), „remontrerquot;, onder iemands aandacht brengen, opperen.

— liable (lai'-èfcl), onderhevig, vatbaar, blootgesteld; van to lie (blz. 231). — to uphold (up-hoold'), upheld (up-hèld'), upheld, zelden upholden (up-hooldn'), staande houden; van to hold.

Opgave 7. Schrijf op ia de Lijst der onregelmalige werkwoorden:

awoke.—past; daarbij pass en passed (onv. verl. tijd en verl. deelw.) — slept. — running. — worked. — lay. — sunk. — sprung.

(9e Oefen.) Q, Mondeling Onderhoud.

Vragen. [Scrooge?

1. How long did the quarter seem to 8. What did the clock do at length? 8. By what vords is the sound of the clock or of bells in general expressed? '4. What expression is commonly used

for the first quarter?

5. What for the second quarter? 8. What expression is to be preferred to

„three quarters past ninequot; ? [... ten.J Sf. How did the sound of the hour bell appear to Scrooge? [It was...]

S. What happened in Scrooge's room

when the clock struck one? 9. By what means were the curtains of his bed drawn aside?

IO. Which of his bed-curtains were drawn aside ?

M. What was Scrooge's first movement? [He started...]

IS. At what distance was Scrooge from his unearthly visitor? [He...]

IS. By what other words is this distance also expressed by the author?

l-fc. How is the size of the apparition described ?

15. Whereby might we judge of the age of the apparition?

lO. Whereby might we judge of its strength ?

IS. What is said of its bare legs and feet ? [They were...]

IS. How is its dress described?

lO. What emblems of the seasons did it wear?

50. Whereby was all this visible?

51. By what means might the spirit diminish the brightness of its light ? [It used...]

38. When did Scrooge discover in the spirit a still stranger quality?

83. How is the change of light in the spirit expressed?

84. What was the effect of this change of light upon the figure itself?

(loe Oefen.) H. Gesprekken.

(Vervolg van het kluchtspel: My Fellow Clerk.) port (poort). Portwijn.

Vic. There was one bottle of port — five shillings.

Tac. Right.

brandu (brèn'-di), brandewijn, cognac; brandy-and-vialer (gewoonlijk uitgesproken: bren-din-wwaotquot;-er), grog, de liefste drank der Engelschenquot; na den wijn. Zij drinken grog hot without, hot with, cold without en cold with [namelijk sugar (sjoeG-fr), suiker].

Vic. Three glasses of brandy-and-water.

Tac. Two, my dear fellow.

oath (ooth), eed.

it was three, minder goed Engelsch dan: they were three. (De beide jongelieden maken er niet hun werk van om zich van de fijnst-gekuischte spreekmanier te bedienen. In de uitdrukkingen lark en spree zagen wij reeds een paar staaltjes van het tegendeel.)

Vic. No, 1 will take my oath it was three. but, slechts.

to tap (tèp), kloppen, zachtjes slaan. to season (sion), wennen.

by-and-bye (bai-ènd-bai'), spoedig, langzamerhand, mettertijd.

Tac. No, no, it was indeed bot two; —


ocr page 277

however, I see how It Is — yon were a Uttle — (tap his forehead) — you are not quite seasoned to this sort of fun as I am, but yon will be by-and-bye.

pot (pot), kan.

ale (eel), Ale, Engelsch (wit) bier.

Vic. Well, then — two shillings — that makes seven. Three pots of eightpen-ny ale.

capital (kèp'-i-tel), uitmuntend.

so far gone, zoo ver weg: in drunkenness (dnmk'-fn-nès;, beschonkenlieid,

Tac. Come, that's capital! Veil, 1 did not think you were so far gone as all that. I knew you were pretty well —

Vic. What the devil do you mean?

taste (tëest), smaak.

to have gone, gegaan zijn; to he gone, \reg zijn.

porter (poort'-er), Porter, Engelsch (bruin) bier.

Tac. Mean? Why, your taste must have beeu quite gone — it was three pots of porter, not ale.

Vic. Was it, indeed? One shilling and seven makes eight. Breakfast at the coffee-house, two shillings.

Tac. Right; that makes ten, and I must pay you five?

Vic. Certainly.

spot (spot), plek, plaats; on the spot,

op staande voet.

to hale (heet), baten.

to run, ran, run, loopen, rennen. to toss (tos), werpen, gooien, opgooien,

als zeifst. naamw.: worp, gooi.

quits (kwwits), gelijk, kiet.

Tac. Which 1 will do on the spot. (Teels in his pocket.) Five sovereigns and half-a-sovereign. I hate changing gold, one's silver runs away so. I'll toss you, doable or quits.

to do, doen.

Vic. Done!

to decide (de-said'), beslissen.

Tac. One toss decides. {Tosses up the half-sovereign.)

to pretend (pre-tencV), voorwenden,

doen alsof.

to catch (kètsj), vangen.

coin (kbin), muntstuk, geldstuk. purposely (pew'-pus-li), opzettelijk. to pick (pik) up', oprapen.

hastily (heest'-i-li), schielijk.

Vic. Head! (Tactic pretends to try to catch the coin, hut purposely lets it fall to the ground — he then picks it up hastili/.) eaad (e-oèd'). zoo waar! verbasterd uit ly God!

woman, namelijk het vrouwebeeld, dat Britannia voorstelt op de keerzijde van het muntstuk.

fair (fee/), schoon.

sex (sèks), geslacht. [genegen.

propitious (prbp-pis'-sjus), gunstig, wel-

Tac. Egad, it's woman. The fair sex was _ always propitious to me.

though (dhoo), toch.

Vic. Was it not head though? I sever saw

wbdt it w3Sa Tac. No, but ï did; and two eyes are

enough to see one half-a-sovereign. Vic. True; but —

Zounds (zbundz), verbasterd uit by God's wounds (wwoendi), bij Gods (Christus') wonden; dus zooveel als de gemeene Hollandsche uitdrukking: God vergeev' me de zonde I Tac. Zounds, you would not doubt my honour. Hem! I owe yon nothing now. lucky (luk'-i), gelukkig.

Vic. What a lucky fellow you are!

lost (Ibst), verloren.

differently (dil'-fer-ènt-li), verschillend, anders.

revenge (re-vendzj'), wraak, revanche. Tac. No, I don't think so; and if you knew all the sums 1 have lost, you would think differently. 1 will give you your revenge at bagatelle this evening. Vic. Revenge! that means, be will win about haif-a-crown more.

ticket (tik'-et), briefje, kaartje, loodje. Tac. But, Fag, holloa! come here, man. (Fag rises and comes forward.) You must take my tickets.

Fac. Tickets! What tickets?

box (boks), doos; loge.

Romeo (roo'-me-oo), Eomco.

Tag. Box tickets. I am going to play

Romeo at the Shakspeare Theatre. Fag. 1 never heard any thing of it. Where is the Shakspeare?

proper (prbp'-er), behoorlijk.

direction (di-rèk'-sjun), wenk. per (peur), per, voor ieder.

lady (lee'-di), dame.

charge (tsjaardzj), last; kosten.

price (prais), prijs; half-price, half-geld (des avonds na 9 uren betaalt men voor eene plaats, als er nog open zijn, slechts de helft van den gewonen prijs). pit, bak, parterre.

gallery (Gel'-le-ri), galerij.

threepence, zie blz. 40.

to stand, staan, uitstaan, toestaan. Tac. Oh, I'll give you proper directions. Only one shilling per box ticket! you may take one lady with yon, and no extra charge. Won't you have three or four? Ask your friends — but, mind, no half-price. Boxes, one shilling — pit, sixpense — and gallery, threepence — can't stand half-price.

I. Herhaling

der opgaven van dezen brief. Den tekst overschrijven en lezen overeenkomstig blz. 176.

Taalkundige opgaven: § 277, 278 (blz. 261—263). Opg. 1—4. § 279, 280 (biz. 268—270). Opg. 5, 6. Blz. 271. Opgave 7.


ocr page 278

Leercursus der Engelsclie taal door aelfonderriclit. 17° B R IE F.

(LES 33 EW 34.)

33e LES.

De schatten, die in u liggen, maken gelukkig — in n liggen diamantgroeven en goudmijnen: ontgin die, en werk er bestendig aan voort, om u te verrijken naar verstand en hart. Wie buiten hun eigen Ik vrede zoeken, zoeken eeuwig tevergeefs.

(herder.)

A. Tekst.

(Oefen. 1—3 volgens het op blz. 82 [Eens voor al] gegeven voorschrift.) (Zie blz. 19, 32, 189, 270 en 271.)

1 »Are you the Spirit, Sir, whose coming was foretold to

aa»' joequot; dhe spir'-rit seu/' hoez kum'-iw? wwbz foor-tooldquot; tóe

me?quot;] asked Scrooge. — 2 »1 amiquot;] — 3 The voice was soft

mi aaskt skroedzj ai emquot; dlilt;? vols wwoz softquot;

and gentle. Singularly low, as if instead of being so close

ènd dzjèntlquot; sikt/'-Gjoe-ler-li looquot; cz if in-stèd' 6v bi'-iwy soo kloos

beside him, it were at a distance.] — 4 »Who and what

be-saidquot; liim it wweur èt e disquot;-tèns hoequot; end wwbtquot;

are you?quot;] Scrooge demanded. — 5 »1 am the Ghost of

aar joe skroedzj de-maand'-ed ai èm dhe Goost bv

Christmas Past.quot;] — «Long past?quot; inquired Scrooge: observant

kris'-mès paastquot; lów^quot; paast in-kwwaird' skroedzj ob-zewrv'-ent

of 6 its dwarfish stature.] — »No. Your past.quot; — Perhaps,

bv its dwwaorf-iesj stètquot;-jóer noo joe?'quot; paast per-hèps'

Scrooge could not have told anybody why, if anybody could

skroedzj kóed not hèv toold èn'-i-bod-i wwai if èn'-i-bbd-i koed

have asked him; but 7 he had a special desire to see the

hèv aasktquot; him but hi hèd e spès'-sjèi de-zairquot; toe si dhe

Spirit in his cap;] and begged him to 8 be covered.] —

spir'-rit in his kèpquot; end bead him tóe bi kuv'-erd

»Whatlquot; exclaimed the Ghost, 9 «would you so soon put out,

wwbtquot; èks-kleemd' dhe Goostquot; wwóed joe soo soen poet butquot;

with worldly hands, the light I give? Is it not enough that

wwidh wweurfd'-li hèndz dhe laitquot; ai aiv iz it not e-nufquot; dhct

you are one of those whose passions made this cap and force

joe aar wwun bv dhoozquot; hoez pès'-sjunz meedquot; dhis kèp end foors

me through whole trains of years to wear it low upon my

mi ^roe hool treenz bv jie/'zquot; tóe wweer it looquot; up-bn' mai

browlquot;] — Scrooge reverently disclaimed 10 all intention to

brbuquot; skroedzj rev'-er-ènt-li dis-kleemd' aol in-tèn'-sjun tóe

offend, or any knowledge of having wilfully «bonnetedquot; the

bf-fènd' br è^'-i nbl'-edzj bv hèv'-iw/y wwil'-fóel-li bbnquot;-net-ed dhe

Spirit at any period of his life.] He then made bold to

spir'-rit èt en'-i pi'-ri-ud bv liiz laif' hi dhènquot; meed booldquot; toe

inquire what business brought him there. — »Your welfarelquot;

in-kwwai/ wwbt bizquot;-nès braot him dheerquot; joer wwèl'-feer

said the Ghost. — Scrooge expressed himself much obliged,

sèd dhe Goost skroedzj èks-prèst' him-sèlf mutsj bb-blaidzjdquot;

Servaas de Bruin Engelsche Taal. 18

ocr page 279

but could not help thinking^ that 11 a night of unbroken rest]

but koed not help tkinV-mg ~ dhèt e nait bv un-brookn' restquot;

would have been more conducive to that end. The Spirit must

wwfled liev bin moorquot; kbn-djoes'-siv toe dhèt end lt;lhe spir'-rit must

have heard him thinking, for it said immediately: — „Your

liev lieucilquot; liim for it 8ed im-mied'-jèt-li joei-

reclamation, then. Take heed!quot; — 12 Tt put out its strong

rèk-lèm-meequot;-sjiin dlien teek hiedquot; it poet oatquot; its strbMjr

hand as it spoke, and clasped him gently by the arm.] —

hendquot; ez it spookquot; ènd klèspt him dzjent'-li bai dhi aamquot;

13 „Rise! and walk with me!quot;] — It would have been in vain

raizquot; end wwaokquot; wwidh mi it wwoed liev bin in -veenquot;

for Scrooge to plead 14 that the weather and the hour were

i'b?- skroedzjquot; toe pliedquot; dhèt dhe wwedhquot;-e?* end dhi ourquot; wweur

not adapted to pedestrian purposes; that bed was warm, and

not ed-dèpt-ed toe pe-dèsquot;-ti'i-en peiir'-pus-ei dhèt bedquot; wwoz wwaormquot; end

the thermometer a long way below freezing; that he was clad

dhe thamp;nr-mom'-e-ter e \ongquot; wwee be-loo' frieaquot;-i«^ dhèt hi wwbz klèd

but lightly in his slippers, dressing-gown, and night-cap; and

but laitquot;-li in hiz slipquot;-perz drèsquot;-sk^-Gbun' ènd naitquot;-kèp ènd

that he had a cold upon him at that time.] The grasp, though

flhèt hi hè«l e kooldquot; up-bn' him èt dhèt taimquot; dhe Graaspquot; dhoo

15 gentle as a woman's hand,] was not to be resisted. He rose;

dzjèntlquot; èz e wwoemquot;-enz liènd wwbz not tóe bi re-zist'-ed hi roozquot;

but finding that the Spirit made 16 towards the window,]

but faind-iwy dhèt dhe spir'-rit meed too'-eidz dhe wwin'-doo

clasped its robe in supplication. — 17 „I am a mortal,quot; Scrooge

klèspt its rooi» in sup-pli-keequot;-sjun ai èm e mbrquot;-tel skroedzj

remonstrated, „and liable to fall.quot;] — „Bear but a touch of my

re-mbn'-street-ed ènd lai'-èbl toe faolquot; beer but e tutsj bv mai

hand there,quot; said the Spirit, laying it 18upon his heart,] „and

hèndquot; dheerquot; sèd dhe spir'-rit lee'-i»/ it up-bn' hiz haartquot; ènd

you shall be upheld in more than this!quot;

joe sjèl bi up-hèldquot; in moorquot; dhèn dhisquot;

(4e Oefening.) B. Hollandselie quot;Vertaling.

„Zijt gij de Geest, mijnheer! wiens komst mij voorspeld (geworden is)?quot; vroeg Scrooge. — „Ik ben (het)lquot; — De stem was (goedig) en minzaam. (Uitermate zacht, alsof 2die, 'in plaats van zoo dicht bij hem te zijn, 4op eenen afstand 3ware. — „Wie en wat zijt gij?quot; vroeg Scrooge. — „Ik ben de Geest (van) Kersttijden, die in het,i Verleden (liggen).quot; — „Lang (in het) verleden?quot; vroeg Scrooge, zijne dwergachtige gestalte opmerkende. — „Neen; (in) uw verleden.quot; — Misschien zou Scrooge (aan niemand) hebben kunnen zeggen waarom, indien iemand (het) hem had kunnen vragen; maar hij (was uitermate verlangend om) 2den Geest (met) zijne muts (op) 'te zien, en verzocht hem gedekt te (willen) zijn. — „Wat!quot; riep de Geest, „zoudt gij 5het licht (dat) 6ik geef (reeds) 'zoo spoedig 4met wereldsche handen (willen) 3uit2doen ? Is het niet genoeg, dat gij een dergenen zijt, wier hartstochten deze muts (gemaakt hebben) [maakten] en ^ mij 'noodzaken 6(die) (diep in mijne oogen) [7laag op mijn voorhoofd] 5te dragen 4geheele reeksen van jaren 3door!quot; — Scrooge wierp eerhiediglijk alle bedoeling om

ocr page 280

te beleedigen Tan zich af, (als ook) (alle) feenige] bewustheid, (dat hij) 6(ooit) van zijn leven 4den Geest 'met opzet ('„eene slaapmuts opgezetquot;) '(had). Toen verstoutte hij zich te vragen, welk (belang) [zaak] hem derwaarts bracht.— „Uw welzijn 1quot; zeide de Geest. — Scrooge verklaarde zich zeer verplicht, doch kon niet (nalaten) (te denken), dat een nacht [van] ongestoorde rust 'tot dat einde 'dienstiger 'zou geweest zijn. De Geest moest hem hebben hooren denken, want hij zeide dadelijk: — „Uwe tegenbe-denking dns. Neem u in acht!quot; — Hij stak zijne stevige hand uit, terwijl hij sprak, en vatte hem zacht bij den arm. — „Sta op! en (ga) met mij (mede)!quot; — Het zou 'voor Scrooge 2tevergeefs 'geweest zijn (in het midden te brengen), dat het weder en het uur niet geschikt waren voor (tochtjes te voet); dat (het) bed warm was en (dat) de thermometer een (goed eind) onder (het vriespunt) (stond); dat hij slechts dun gekleed was in zijne pantoffels, ochtendjas en slaapmuts; en dat hij 2(juist) '(verkouden was). De greep, ofschoon zacht als de hand ecner vrouw, was niet te wederstaan. Hij stond op; doch (ziende) [bevindende], dat de Geest (in de richting) naar het raam ging, vatte hij 2smeekend 'zijn gewaad. — „Ik ben een sterfelijk (raensch),quot; opperde Scrooge, „en blootgesteld aan vallen.quot; — „Verdraag slechts eene aanraking van mijne hand daar,quot; zeide de Geest, idie (meteen) !op zijn hart 'leggende, „en gij zult staande gehouden worden in meer dan ditlquot;

(Be Oefen.) C. AMerzijclsche Ycrtaling.

(Zie blz. 18, 75.)

Oplossingen der opgaven, vervat in den vorigen brief.

Opgave 1 van § 277 (blz. 561);

foresee; foresaw; foreseen. — oversee; oversaw; overseen. — befall; befell, befel; befallen, — misdo, misdid; misdone. — undo; undid; undone. — forego; forewent; foregone, — undergo; underwent; undergone.

Opgave 2 van § 277 (biz. 261):

1. His men were beaten back. — 2. I am not the man I was. I will not he the man I must have been but for this intercourse. — 3. Just such a misfortune as that which has befallen us to-day, hef el Childibert more than a thousand years ago. — 4. Heaven's will be done! 1 can do nothing. — 5, Though she eats as little as ever, that little is eaten, she says, with some slight relish. — 6. What curse is there that has not fallen, or is falling upon me? — 7. Well, he is gone-, and with him go these thoughts. — 8. Let us see everything that can he seen. — 9. His room had undergone a surprising transformation. — 10. What is done, can't he undone. — 11. I drew near with profound reverence, and fell down at his feet. — 12. At supper, she temperately, as usual. — 13. The curtains of his bed were drawn aside. — 14. She does not love me — she never did love me. — 15. His shield lay on the grass, by his side. — 16. He corroborated everything , remembered everything, and underwent the strangest agitation. — 17. The inexorable finger underwent no change. — 18. Tell me what man that was whom we saw lying dead? — 19. You would be sure of it, my dear, returned Bob, if you saw and spoke to him. — 20. Your own feeling tells you that you were not what you are.

— 21. Fragments of plaster fell out of the ceiling, — 22. Saw'si thou e'er such sight ?

Opgave 3 van § 278 (blz, 263): engrave; engraved; engraved, engraven,

— unlade; unladed; unladed, unladen. — unload; unloaded; unloaded, unloaden. — misshape; misshaped; misshaped, misshapen.

Opgave 4 van § 278 (biz. 263); 1, Listen to the words I am about to pronounce, and let them remain engraven on thy memory, — 2. Gij suil tt geen gesneden heeld maliën. — 3. This mis-shapen knave, — his mother was a witch. — 4. The papers had been once lightly sewn to each other. — 5. He came home attended by a man laden with Christmas toys and presents. — 6. The coach was drawn by six milk-white horses, and loaden behind with the same number of powdered footmen. — 7. When the sun is on them, they shine and glow like molten gold. — 8. Thou hast shown me the best turn ever prince slmoed another. — 9. The roads were strewn with boughs and flowers. — 10. I have sown my wild oats.

Opgave 5 van § 279 (biz. 268): 1. He is a good man who is belter than men commonly are. — 2. The elder of these sons was your uncle Roland, the younger was your father. — 3. They now travelled far, and farther than I can tell. — 4. He was made prisoner without any further opposition. — 5. The knight frowned at these latter words.

— 6. Little he ate, and he spoke.

— 7. The clouds grew less frequent and less heavy, — 8, Eeckless and profuse expence distinguished the courts of the lesser nobles as well as of the superior princes. — 9, More people go to see the


18*

ocr page 281

— 276 —

horse, than the king who sits upon it,

— 10. As men became hetler in faith they grew worse in works, — 11. A good stomach is the best sauce. — 12. Which do you like hvzi: — IS. His eldest son was a captain in the East-Indies. — 14. I must excuse myself upon the principle of reserving the iesl to the last. — 15. I expected you last Thursday. — 16. You will stay with me a week at least. — 17. Those who have most virtue in their mouths, have least of it in their bosoms.

— 18. My turn came next. — 19. While an author is yet living, we estimate his powers by his worst performances: and when he is dead, we rate them by his best. — 20. Thy slander worse than the worst courtier.

Opgave 6 van § 280 (biz. 270):

1. I do not remember to have seen a landscape more beautiful in its peculiar English character. — 2. The other instance of his authority was yet greater, and more incredible. — 3. We will discuss this matter more seriously. — 4. His court was more splendid than those of many princes. 5. This unamiable part of her character has been more strongly developed during the past year. — 6. No species of superstition was ever more terrible than that of the Druids, — 7, No apparition could have been more unexpected. — 8. From the inn-yard came a hackney-chaise in a most deplorable state. — 9. The most virtuous, as well as the greatest, are not exempt from such misfortunes. — 10, He was most violently attached to the contrary opinion.

Opgave 7, biz. 271 (vergelijk § 165, biz, 85; Opg. 4, biz. 132; Opg. 5, biz. 149; Opg. 7, biz. 180; Opg, 5, biz. 195; Opg. 8, biz. 212; Opg. 8, biz. 228; Opg, 5, biz. 244; Opg. 8, biz.

Onbepaalde wijs.

Oavo.maakt yerl. tijd.

Verleden deelwoord.

Afleidingen.

awoke

He

lay

to lay

pass

passed

passed,

past

run

ran

run

sunk

slept

sprung

work

wrought.

worked

Gesprekken van

Les 32 (zie biz, 283).


stove (stoov), staved (steevd)

Kokè (wwook), waked (wweekt)

abode (e-bood')

stove (stoov), staved (steevrt)

icoke (wwook), waked (wweekt)

abode (e-bood')

watch (wwbtsj). wacht.

abode («-bood'), verblijf, verblijfplaats, woonplaats.

come (kum)

(6e Oefen.) D. Spraakkunst.

Tweede klasse der enregelmatige werkwoorden.

[§ 281.] Nadat wij alle acht de groepen van de Eerste klasse der onregelmatige werkwoorden met het op den n-klank uitgaande verleden deelwoord hebben leeren kennen, gaan wij thans over tot de Tweede klasse. In deze klasse rangschikken wij alle werkwoorden, waarvan het verleden deelwoord niet op den n-klank uitgaat, en ook niet regelmatig gevormd wordt, doch, even als ook de onvolmaakt verledene tijd, geen andere verandering ondergaat dan vocaal-verwisseling. Naar de verschillende vocaal-Tcrwisselingen zullen wij de v erkwoonien dezer klasse indeden in drie groepen.

Uit de Eerste groep kennen wij:

Afgeleid zelfst. nw. staff. — Onv. verl. tijd awolce. — Afgel. zelfst. nw. abode. — Onbep. wijs come; onv. verl. tijd came; verl. deelw. come. — Onbep. wijs become; onv. verl. tijd became.

Hiertoe behooren de volgende werkwoorden, waarin men de vocaal o met verschillende uitspraak, deels als vocaal-verwisseling, deels reeds in de onbepaalde wijs aantreft:

Op dezelfde wijze als de eenvoudige werkwoorden worden vervoegd de daarmede samengestelde: to awake (e-wweek'), ontwaken, wekken; to become (b«-kum'), worden, voegen, passen, betamen; en to overcome (oov-ez-kum'). overwinnen, overmeesteren.

to stave (stcev), aan stukken slaan, verbrijzelen.

to wake (wweek), waken , ontwaken, wekken.

to abide (e-baid'), toeven , vertoeven, blij ven; verdragen, uitstaan.

to come (kum), komen.

staff (staaf), staf.

came (keem)

ocr page 282

Opgave 1. Geef de drie grondvormen op van de zooëTengenoemde samengestelde werkwoorden.

Opgave 2. Leer van buiten:

uitputten, to exhaust (eGz-haosf).

onwederstaan- irresistible (ir-re-zist'-il»I).

baar,

slaperigheid, drowsiness (droaz'-i-nès).

jol,

pinas,

opstekende

[wind,

deelnemer,

duif,

gisteren,

slecht,

tijdingen,

kostelijk,

[§ 883.] Uit de Tweede groep der Tweede klasse kennen wij reeds:

Onvolm. verl. tijd Jlunrj. — Onbep. wijs stick; afgeleid zelfst. mv. stake. — Afgel. bijv. nw. strong. — Onbep. wijs swing; onv. verl. t. swung. — Onbep. wijs wring ; onv. rerl. t. wrung; afgel. bijv. nw. wrong. — Onbep. wijs begin; onv. verl. i.began; verl. dw. begun, — Onbep. wijs drink; verl. dw. drunk. — Onv. verl. t. rang. — Verl. dw. sunk. — Onv. verl. t. sprung. — Onbep. wijs hang; onv. verl. t. hung; verl. dw. hung. — Onbep. wijs run; onv. verl. t. ran; verl. dw. run. — Onv. verl. t. struck; verl. dw. struck; afgel. zelfst. nw. stroke. — Onb. wijs sit; onv. verl. t. sat; verl. dw. sat; afgeleid werkwoord set.

Wij zien dat hier de korte, als in 't Holl. woord „pitquot;' klinkende vocaal „iquot; der Onbepaalde wijs, in den Onvolm. verl. tijd en in 't verleden deelwoord overgaat in de korte, als in 't Holl. woord „putquot; klinkende vocaal „uquot;, en somwijlen in den onvolm. verl. tijd afwisselt met de bijna als „equot; (zie § 14, blz. 6) klinkende vocaal „aquot;, terwijl wij eindelijk bij ettelijke werkwoorden die klanken in den onvolm. verl. tijd en in het verl. deelwoord eveneens aantreffen.

Hiernaar gerangschikt zijn de werkwoorden, die tot deze groep behooren, de hieronder volgende:

Vertaal: 1. Hij zou het niet verdragen hebben. — 2. Hij (had het besef) [was bewust] [of] (dat hij) uitgeput en door eene onwederstaanbare slaperigheid overmeesterd (was). — 3. De andere booten, de jol en (de) pinas waren in het begin [§ 251, blz. 197] van den opstekenden wind verbrijzeld [geworden]. — 4. Ik werd [een] (deelgenoot) [deelnemer] van al zijne vermaken. — 5. Ik zag den Geest uit [from] (den) hemel nederdalen als eeue duif, en hij bleef op [upon] hem. — 6. Zij is 'gisteren 'niet quot;gekomen [onv. verl. tijd], toen zij had moeten komen. — 7. Zeg maar, wanneer en hoe zijt gij aan [by] die slechte tijdingen gekomen [onv. verl. tijd] ? — 8. Gij hebt mij wakker gemaakt uit [from] een kostelijken droom.

yawl

(jaol).

pinnace

(pin'-nès).

gale

(Geel).

partaker

(paar-teek'-er).

dove

(duv).

yesterday

(jèst'-cr-dee).

ill

(»);

tidings

(tai'-di»^z).

delicious

(de-lis'-sjus).

to cling (kli»y), zich

hechten.

to dig (die), graven,

spitten.

to fling (Hing), slingeren, smijten, to shrink (sjrink), inkrimpen , wegkrim-pen, terugdeinzen. to sling (sliny), slingeren, smijten. to slink (slink), sluipen, smuigen. to stick (stik), steken.

to sting (sti«y), steken,

knagen, grieven. to stink (stink), stinken.

to string (string), snoeren, besnaren. to swing (swwing),

schommelen, to wring {ring), wringen, persen.

to begin (be-oin'), beginnen, aanvangen.

clung (kluny)

dug (dus),

digged (diGd) flung (flu«y)

shrunk (sjrunk)

slung (slu»^)

slunk (slunk)

stuck (stuk)

stung (stu»^)

stunk (stunk)

strung (strung)

swung (swung)

wrung (rang)

began (be-oèn') begun (he-Gun') clunt; (klu»^)

dug (duo),

(diad) (fluf^)

shrunk (sjrunk)

(sluny)

slunk (slunk)

stuck (stuk)

stung (stu»^)

stunk (stunk)

strung (strung)

stringed (strinGd) swung (swwum^)

wrung {rang)

begun (be-oun') diké (daik), dijk;

ditch (ditsj), gracht.

stitch (stitsj), steek; stake (steek), staak.

stench (stèntsj), stank. strong (strong), sterk.

wrong (rong), ongelijk.


ocr page 283

— 278 —

to drink (drink), drinken.

to ring (rirw), bellen,

luiden.

to sing (sin^), zingen.

to sink (sink), zinken,

nederlaten.

to spin (spin), spinnen , draaien. to spring (spriw^),

springen.

to swim (swwim),

zwemmen, drijven. to win (wwin), winnen. to hang (heBjr), hangen, ophangen. to run (run), rennen

loopen.

to strike (straik), slaan.

to sit (sit), zitten plaats nemen.

Het samengestelde werkwoord to overrun (oo-

Opgave 3.

van nature, haten, koetshuis, loods,

gras,

natie,

slaaf,

pak, paket schouder, ■wandelstok, tersluiks, draad,

tiran,

uitheemsch, kleeding, om te zien, buiten,

bijl.

Mis,

Dr., Doctor, theorie, opvoeding, zwijgen, punt,

rotting,

zand, bedeesd,

grass

nation

slave

bundle.

shoulder

thread tyrant foreign garment to look at outside axe mass

Leer van buiten:

naturally (nee'-tjur-rèl-li). to hate (heet).

coachhouse (kootsj'-hous). shed (sjèd).

(Graas), (nee'-sjun). (sleev).

(bundl). (sjool'-der).

-stick (wwaok'-i«^-stik). (atèllt;A'-i-li). (Mrèd). (tai'-rènt). (for'-en). (Gaar'-ment), (toe loekquot; èt). (but'-said).

(èks).

(mès).

Dr., doctor (dok'-ter).

theory (tói'-or-ri). education (èd-joe-kee'-sjun). to be silent (sai'-lènt).

point (point).

cane (keen).

gravel (Greevl).

timidly (tim'-id-li).

ineen zakken, to collapse (kbl-leps'). verdwijnen, todviindle (dwwindldcmnquot;).

beddepost, hed-posl (bèdquot;-poost).

huiselijk, domestic (dbm-mès'-tik).

bal, hall (baol).

opbreken, ein- to break up (breek upquot;).

digen, staken.

duim, thumb (l£um).

drank (drènk), drunk (drnnk)

rang [xong),

rung^ (rang)

sang (sing), sung (sung)

«a»£ (sènk), s!mi(sunk)

(spun), i^aB(spen)

sprung (sprang),

sprang (spreny) SKam (swwèm)

swum (swwum) won (wwun)

hung (liutt^),

hanged (heB.yd) ran (ren),

struck (struk)

sat (set)

drunk (drunk)

rung ixang) sung (su»^)

sunk (sunk) spun (spun) sprung (sprung) (swwum)

/«»^e(hindzj), hengsel.

won (wwun)

hung (huB^)

hanged (hènyd) run (run)

struck (struk), stroke (strook), streek,

stricken (strikn) slag.

sat (set) seat (siet), zetel, stoel;

to set (sèt), zetten, er-run'), overloopen, begroeien, als to run.

bodem, grond, bottom. (bot'-tum).

oever, shore (sjoor).

muzikaal, musical (mjoez-ik-kel). rondgezang, glee (gII).

beurtzang, catcJt (kètsj).

Vertaal: 1. Begin alsof gij (nog) 2nooit 4te voren 3begonnen 'waart. — 2. (Ik heb altijd een aangeboren afkeer van het drinken gehad) [Uk 4haatte 5(het) drinken Altijd 3Tan nature], en toch \yet\ 2heb 1ik 'dikwijls gedronken. — 3. De koetshuizen en loodsen waren begroeid met gras. — i. De abel (voor het) 'ontbijt 3had geluid. — 5. Het volk was ingekrompen tot [into] eene natie van slaven. — 6. ■'Op [over] zijnen schouder 2droeg [to carry] 'hij 3een klein pak, (dat) 6aan \af] het einde van een wandelstok 5gehangen [ia sling] (was). —

7. Hoe menigmaal ben ik Hersluiks 4de straten van Londen 3langs geslopen! —

8. De draad is gesponnen. — 9. Sla, zooals ik die tirannen zou geslagen hebben. —

10. 'Eensklaps, 'verbazend [wonderfully] werkelijk en duidelijk om te zien, 4stond buiten (voor) het raam 2een man in uit-heemache kleederdracht [mrv.], (en) 6met eene bijl 7in zijnen gordel [6gestoken]. —

11. Ik ben te diep gegriefd [geworden] (om) niet (weerom) te grieven. — 12. (Daags voor Kerstmis) [op Kerst-avond] werden de klokken geluid; daags voor Kerstmis werd de Mis gezongen. — 13. Doctor Herman, in zijne theorie der [o/] opvoeding, begon met [at] het begin. — 14. Hoe [as] hard ook [as] onze tijd loopt, 'zouden 'wij 3in (de) meeste (tijdperken) [gedeelten] van ons leven [tnrv.] 4zeer blijde 5zijn 'indien

drunken (drunkn), beschonken, dronken; drunkard (drunk'-erd), dronkaard.

song (song), gezang, lied.

sunken (aunkn), ingevallen.

spindle (spindl), spil.


ocr page 284

— 279 —

[that] hij (nog) 8reel harder 7liep 9dan hij doet. — 15. De bel idde voor [to] (den) middagdisch. — 16. iiijn oom zweeg, 'en sduwde [to dig] de punt van zijnen rotting 2met veel nadruk [energy] 4in het zand. — 17. Scrooge kwam bedeesd binnen, en boog [lo hang] zijn hoofd voor dezen geest. — 18. Hij (viel) [zonk] in eenen (vasten) [zwaren] slaap. — 19. Het kromp weg, zakte ineen, eu verdween in [into] een beddepost. — 20. Bene vrouw, (beladen) met een zwaar pak, sloop 2den winkel 'binnen [into']. — 21. Toen de klok elf sloeg, (werd) dit huiselfjk bal (ge

to bind (baind), tinden to find (faind), vinden

bound (bound) found (found) ground (Ground) (wwound)

bound (bound) found (found) ground (Ground) wound (wwound)

Opgave 4.

Leer van

buiten:

wet.

law

(lao).

jacht,

chase

(tsjees). (luv'-li).

beminnelijk.

lovely

vreemdeling,

stranger

(streendzj'-er).

woede,

rage

(reedzj).

(rij)weg,

road

(rood).

steil,

steep

(stiep).

klimmende

hoogte,

ascent

(ès-sènt').

Vertaal: 1. De wet, waardoor alle schep-

staakt) [brak op]. — 22. Alderman Cute [kjoet] stak zijne duimen in [in] zijn vestzak. — 23. Hij zwom totdat [HU] hij ^aan [«»] den (anderen) [tejenoverliggenden] oever '[den] grond 'voelde. — 21. Wij 2gingen 'beiden 3zitten [gaan zitten, to sit down], — 25. De kinderen dronken het (ingestelde) toost na [after] haar. — 26. Een (twaalftal) [dozijn] zijner (lieden) [mannen] sprong (naar) beneden. — 27. (Het was) [Zij waren] eene muzikale familie, en (zij) wisten wat zij (deden) [2doende 'waren (doende zijn, to be about)] wanneer zij een Eondgezang of een Beurtzang zongen. 38S.] ' Uit de Derde en Laatste groep der Tweede klasse zijn ons reeds de volgende vormen bekend:

Onv. verl. t. bound-, verl. dw. bound. — Onb. wijsfiud-, onv. verl. i.found. — v. dw. wound. Tot deze groep, die voor den tweeklank „aiquot; der onbep. wijs in den onv. verl. tijd en in 't verl. deelwoord als vocaal-verwisseling den tweeklank „ouquot; heeft, behooren de vier volgende werkwoorden:

verwarren met het zelfstandig nw. wound (wwoend), wond, en het regelmatige werkwoord to wound (wwoend), wouden, kwetsen. — Het zelfst. nw. wind, zie § 72, blz. 35.

selen overigens [else] gebonden zijn, bindt (ook) (den) mensch, den heer van allen. — 2. Ik heb 2de bijl 3zelf 'geslepen. — 3. Fingal [fi»^'-Gèl] keerde terug van [from] de jacht, en vond de beminnelijke vreemdelingen. — 4. Hierover [at this] 2knarste 'Esmond [ès'-mund] 4in [with] woede 3(de) [zijne] tanden. — 5. De (rij)-weg ^kronkelde zich 'nu (tegen) 4eene steil klimmende hoogte sop [up].

to grind (araind), malen, slijpen, knarsen to wind (wwaind), win-den, zich kronkelen Den onvolm. verl. tijd en het deelwoord wound (wwound) van to

bundle (bundl), bundel,

pak, paket. foundling (found'-Vmg), vondeling.

vooral niet te

(8e Oefen.) F. lexicographic (blz. 189) van Les 34.

road (blz. 246, § 271), a way where one may tide on horseback (hbrs'-bèk, on the back of a horse, op den rug van een paard), en a place where ships (sjips, schepen) may ride at anchor (enk'-ur, voor anker liggen), „radequot;, reede, ree. — field (field), veld, akkerveld. — either (ai'-dher), elk van beiden, beiden; either en neither (nai'-dher), geen van beiden, worden door de Amerikanen en door de meeste orthoëpisten — de voornaamste onzer eeuw. Webster (wwèb'-ster) en Worcester (wwoes'-ter), zijn Amerikanen — uitgesproken i-dhe)' en ni'-dher; intusschen begint de door ons opgegevene uitspraak met „aiquot; in de beschaafde kringen in Engeland meer en meer de overhand te hebben. De universiteit Oxford (oks'-furd) leert ai'-dher; de universiteit Cambridge (keem'-bridzj) leert i'-dher. Op den kansel en op het tooneel hebben wij de beide wijzen van uitspraak gehoord. Eene derde uitspraak ee'-dher en nee'-dher hoort men zelden of nooit anders, dan uit den mond van onbeschaafde lieden, zoodat wij tegen deze uitspraak niet genoeg kunnen waarschuwen. Johnson (dzjbn'-sun) geeft in zijn Woordenboek i'-dher en ni'-dher op; intusschen wordt van hem de volgende anecdote verhaald: Asked by a lady, whether she must pronounce (pron-nouns', „pronon-eerquot;, uitspreken) ni'-dher or nee'-dher, he answered: neither (nai'-dher), d. i. geen van beiden, terwijl hij met dat woord te gelijk de uitspraak gaf, die hij als de ware beschouwde. — hand (blz. 18, 26), zijde. — entire (en-tair'), „entierquot; , „intègrequot;,


ocr page 285

geheel; bijwoord: entirely, geheel en al.

— to vanish (vcn'-isj), „uvanouirquot; , verdwijnen. — vestige (ves'-tiilzj), „Testige'', spoor. — What is to be done ? woordelijk: wat is gedaan te worden? wat moet er gedaan worden? wat is er te doen? — winter (wwin'-ter), zie wintry (blz. 72). — to breed (brictl), bred (brèd), bred, broeden, grootbrengen, opvoeden. — to gaze (blz. 216), staren. — mildly (maild'-li), mild, zacht, minzaam, van het bijvoeg, nw. mild. — instantaneous (blz. 156), oogenblikkelijk, kortstondig. — still (blz. 129, 136), nog altijd. —feeling (Bel-\ng), gevoel; van to feel (blz. 216). — odour (oo'-dur), „odeurquot;, reuk, geur; de Amerikanen schrijven dit woord, en vele andere op ... our uitgaande woorden, zonder «, dus odor. — to connect (kon-nekt'), samenknoopen, verbinden; daarvan connection (kon-nèk'-sjun), „connexionquot;, samenhang, verband, betrekking, kennis.

— joy (dzjoi), „joiequot;, vreugde; verwant met jool en jolig; daarvan to rejoice (blz. 130, 136). — care (blz. 66), zorg,

— to tremble (tremljl), „tremblerquot;, sidderen, beven; vergelijk tremulous (blz. 137, 142). — unusual (un-joei'-joe-cl), ongewoon; van usual (blz. 166). — to catch (kètsj), caught (kaot), caught, vangen, grijpen, treffen, aandoen. — pimple (pimpl), puist. — to lead (blz. 238), leiden, brengen. — to recollect, zie blz. 191. — fervour (feiirv'-ur), „ferveurquot;, warmte, ijver; zie boven odour. — blind (blz. 66, 72), to fold (blz. 208); daarvan to blindfold (blaind'-foold), blinddoeken; het bijvoeglijk nw. blindfold als het verl. deelwoord blindfolded, geblinddoekt. — to recognise (rèk'-oG-naiz), „reconnaitrequot;, herkennen; vele der werkwoorden, die op ... ise uitgaan, worden ook ... ize geschreven , zijnde dit intusschen slechts het geval met dezulken, waarvan de i uitgesproken wordt als „aiquot;, en waarvan de s den zachten klank als z heeft. — gate (Geet), poort, deur; i\e gateway [h\i. 162, 172), —(poost), post, stijl, paal, „poteauquot;; hetzelfde woord beteekent ook; post, „postequot;. — tree (tri), boom. — market (maark'-st), markt, „marchéquot;; town (toun), stad (verwant met tuin, omslo-tene ruimte); mar'ket-toxcn, marktvlek. — bridge (bridzj), brug. — to wind, zie blz. 279. § 283. — river (riv'-er), rivier, „rivièrequot;. — shaggy (sjèo'-oi), ruigharig.

— pony (poon'-i), klein paard, hit. — to trot (trot), „trotterquot;, draven. — gig (gig), „guiguequot;, sjees, sjeeskarretje. — cart (kaart), kar, „charquot;, „charrettequot;. — driven, zie blz. 190, 246,. § 271. —farm (faam), „fermequot;, pachthoeve, boerderij; to farm, pachten, verpachten, het bouw-mansbedrijf uitoefenen; farmer (faam'-w), „fermierquot;, pachter, boer, landbouwer. — spirit, zie blz. 122, 127; meerv. spirits, levensgeesten, luim, stemming; high' of good' spirits, goede luim; great' spirits, bijzonder opgewekte stemming. — to shout (sjout), roepen, juichen, jubelen. — broad (blz. 190), breed, wijd, uitgestrekt. — music (mjoez'-ik), muziek, „musiquequot;. — crisp (krisp), „crispéquot;, kroes, stroef, strak.

— consciousness (kon'-sjus-nès), bewustheid, besef; van conscious (blz. 177, 189).

— jocund (dzjbk'-und), vroolijk. — travel-Ier (trèv'-el-ler), reiziger; van to travel (blz. 222). — to name (blz. 18, 26), noemen. — hound (bound), grens, maat; van to bind (blz. 279, § 283). — to glisten (Glisn), glinsteren. — past, voorzetsel blz. 254, wordt ook als bijwoord gebruikt; voorbij. — gladness (Glèd'-nès), blijdschap; van glad (blz. 129). — cross'-road (blz. 82, 93, 246, § 271), kruisweg. — bye-icay of by-way (bai'-wwee), zijweg, zijpad. — home (blz. 156), thuis, huis (waar men thuis behoort).

(9e Oefen.) 6. Mondeling Onderhoud.

V ragen.

I. What was the first question which Scrooge asked the Spirit?

3. .What was the Spirit's answer?

3. What is said of the Spirit's voice? What was Scrooge's second question?

5. What did the Spirit declare itself to be?

6. What quality of the Spirit's made Scrooge doubt whether it could be the Ghost of Christmas long past?

7. What special desire had Scrooge, as he looked at the Spirit?

S. What do we say to a gentleman, if we wish him to put his hat on?

9. What did the Ghost reply to Scrooge's invitation? [answer?

10. What did Scrooge disclaim in his

11. What did Scrooge think, would have been more conducive to his welfare, than the visit of the Ghost?

18. What did the Ghost do to Scrooge? IS. What order {bevel) did the Ghost give to Scrooge?

14. What might Scrooge have pleaded against his walking with the Spirit?

15. Was the Spirit's grasp very rude {roed, ruw, hardhandig)*. [No, it was...]

IG. Where did the Spirit lead Scrooge? lï. What did Scrooge remonstrate to his following the Spirit through the window ? [Leave out: Scrooge remonstrated.]

18. Upon what part of Scrooge's body did the Spirit lay its hand?


ocr page 286

— 281 —

34® LES.

Knowledge is power.

(bulwee.)

Wees meester van de taal, gij zijt het van 't gemoed.

(bildekdijk.)

A. Tekst.

(Oefen. 1—3 volgens het op blz. 33 [Eens voor al] gegeven voorschrift.) (Zie blz. 19, 32, 189, 280.)

As the words were spoken, 1 they passed through the

e® dhe wweurdz wwew spooknquot; dliee paast thxoQ dhe

wall,] and 2 stood upon an open country road, with fields

wwaolquot; ènd stóed up-on' en oopn kunquot;-tri rood wwidh fieldz77

on either hand.] 3 The city had entirely vanished. Not a

on aiquot;-dW hènd dhe sitquot;-i hed en-taiZ-Ü vènquot;-isjt not e

vestige of it was to be seen.] The darkness and the mist

*èsquot;-tidzj bv it wwon toe bi sienquot; dhe daa?'kquot;-nes end dh« mistquot;

had vanished with it, for 4 it was a clear, cold, winter

lied ven'-isjt wwidh it for it wwbac e klierquot; kooldquot; wwin^-ter

day, with snow upon the ground,] — 5 »6ood Heaven!quot;] said

dee wwidh snooquot; up-on' dhe Groundquot; Goed hevnquot; sèd

Scrooge, clasping his hands together, as he looked about

skroedzj klesp'-iwy hi® hènd® toe-Gedh/'-er èz hi lóekt e-bbut'

him. 6 »1 was bred in this place. I was a boy here!quot;] —

him ai wwbac bredquot; in dhis pleesquot; ai wwoas e bbiquot; hier

The Spirit gazed upon him mildly. 7 Its gentle touch,

dhe spir'-rit Geexdquot; up-on' him maildquot;-li its dzjèntl tutsjquot;

though it had been light and instantaneous, appeared still

dhoo it lied bin laitquot; ènd in-stèn-teenquot;-i-us èp-pierd' stil

present to the old man's sense of feeling.] 8 He was conscious

prèz'-ènt tóe dhi oold mènz sens bv fieV'-i^ hi wwbz kbn'-sjus

of a thousand odours floating in the air, each one connected

bv e ^bu'-zend ooquot;-durz flootquot;-iwy in dhi eerquot; ietsjquot; wwun kbn-nèkt'-ed

with a thousand thoughts, and hopes, and joys, and cares

wwidh e ^bu'-zend ^aotsquot; end hoopsquot; ènd dzjbizquot; end keerzquot;

long, long forgotten 1] — 9 »Tour lip is trembling,quot;] said

longquot; lotu/ fo»'-Gotnquot; joe;- lip ïx, trèmquot;-bli«jr sèd

the Ghost. 10 »And what is that upon your cheek?quot;] —

dhe Goost ènd wwbt iz dhètquot; up-bn' joer tsjiekquot;

Scrooge muttered, with an unusual catching in his voice,

skroedzj mut'-terd wwidh en un-joez'-jóe-èl kètsj^-iw^ in liiz vbis

that it was a pimple; and begged the Ghost to lead him

dhèt it Wwbz e pimplquot; ènd beGd dhe Goost tóe liedquot; him

where he would. — »You recollect the way?quot; inquired the

wweer hi wwóedquot; joe rèk-61-lèkt' dhe wweequot; in-kwwai/d' dhe

Spirit. — 11 »Remember itlquot;] cried Scrooge with fervour.

spir'-rit re-mèmquot;-ber it kraid skroedzj wwidh feurvquot;-ur

12 »1 could walk it blindfold,quot;] — «Strange to have forgotten

ai kóed wwaok it blaindquot;-foold streendzj tóe hèv for-Gotnquot;

ocr page 287

— 282 —

it for so many years!quot; observed the Ghost. „Let us go on.quot; —

it for soo men'-i jieras'7 oli-zeiirvd' dhe Goost let us goo onquot;

— 13 They walked along the road; Scrooge recognising every

dhee wwaokt e-\ong' dhe roodquot; skroedzj rèk'-ÓG-naias-iw^ ev'-er-i

gate, and post, and tree; until a little market-town appeared

eeetquot; ènd poostquot; entl triquot; un-til' e litl niaarkquot;-et-tbun èp-pierd'

in the distance, with its bridge, its church, and winding river.

in dhe diaquot;-tèns wwidh its bridzjquot; its tsjeurtsj' ènd wwaind'-ijy riv'-er

Some shaggy ponies now were seen trotting towards them with

sum sjee'-Gi pooquot;-niez nóu wwear sienquot; trot'-ti»^ too'-erdz dhèm wwidh

boys upon their backs, who called to other boys in country

boizquot; up-on' dheer beks hoe kaold toe udhquot;-er bbiz in kunquot;-tri

gigs and carts, driven by farmers. All these boys were in great

GiG« end kaarts'' drivn bai faarmquot;-era5 aol dhiez boiz wweur in Greet

spirits, and shouted to each other, until the broad fields were

8pirquot;-rit9 end sjoutquot;-ed toe ietsj udhquot;-er un-til' dhe braod field®quot; wweiir

so full of merry music, that the crisp air laughed to hear it.]

soo foelquot; ov mèr'-ri mjoezquot;-ik dbèt dhe krisp eerquot; laatt toe hierquot; it

— 14 ,These are but shadows of the tilings that have been,quot;]

dhiezquot; aar but sjèd''-ooz bv dhe things dhèt hèv'' bin

said the Ghost. 15 „They have no consciousness of us.quot;] — The

sèd dhe Goostquot; dhee hèv noo kbnquot;-sjus-ne9 ov usquot; dhe

jocund travellers came on; and as they came, 16 Scrooge knew

dzjok'-und trèvquot;-el-erz keem onquot; ènd èz dhee keemquot; skroedzj njoequot;

and named them every one.] Why was he rejoiced beyond all

ènd neemdquot; dhèm èv'-er-i wwunquot; wwai wwo® hi re-dzjbistquot; be-jbnd' aol

boimds to see them! Why did his cold eye glisten, and his

bbundz toe siquot; dhèm wwai did bias kooldquot; ai Glisnquot; end hiz

heart leap up as they went past! Why was he filled with

haartquot; liep upquot; èz dhee wwènt paastquot; wwai wwbz hi fild wwidh

gladness when he hea,rd them give each other Merry Christmas,

Glèdquot;-nè8 wwèn hi beiirdquot; dhèm Giv ietsj udh'-tr mèr'-ri krisquot;-mè8

as they parted at cross-roads and bye-ways, for their several

èx dhee paart^-ed èt krbs^-roodz ènd ba^'-wweez for dheer sèv'-er-el

homes! 17 What was Merry Christmas to Scrooge? Out upon

hoomzquot; wwbt wwbi mèr'-ri krisquot;-mès toe skroedzjquot; batquot; up-bn'

merry Christmas! What good had it ever done to him? —]

mèr'-ri krisquot;-mè8 wwbt Goedquot; hèd it èv'-er dun tóe himquot;

(4e Oefening.) B, flollcindSCllG \'Tl illlïl^T.

Terwijl de woorden gesproken werden, gingen zij door den muur (heen), en stonden op eenen openen [land] (straat)weg (huiten), met akkervelden aan weerszijden. De stad was geheel en al verdwenen. Geen «spoor 4was 3er (meer) '•'van 5te zien. De duisternis en de mist waren (insgelijks) verdwenen; want het was een heldere, koude winterdag, met sneeuw op den grond. — „(Lieve) Hemel!quot; zeide Scrooge, zijne handen ineen slaande, terwijl hij om zich heen zag. „(Dit is de plaats, waar ik grootgebracht ben). Ik was (nog) een jongen, (toen ik) hier (was).quot; De Geest staarde hem minzaam

ocr page 288

— 283 —

aan. Zijne zachte aanraking, ofschoon die (slechts) vluchtig en kortstondig was geweest, scheen nog altijd tegenwoordig aan des ouden mans zintuig (des) geroels. Hij (had het besef) Tan duizend geuren, (die) in de lucht zweefden, elk (in het bijzonder) verbonden met duizend gedachten, en (blijde verwachtingen), en vreugden, en zorgen, (die reeds) lang, lang vergeten (waren)! — „Uwe lippen \enkekoud\ beven,quot; zeide de Geest. „En wat is dat op uwe wang?quot; — Scroogë meesmuilde, met eene ongewone aandoening in zijne stem, dat het eene puist was (*), en verzocht den Geest hem te brengen waar hij wilde. — „2Herinnert 'gij u den weg (nogi?quot; vroeg de Geest. — „Mij (den weg) herinneren!quot; riep Scrooge met warmte — „ik zou hem geblinddoekt kunnen gaan.quot; — „(Hoe) vreemd (dan), (dat gij) hem zoo vele jaren achtereen (hebt) vergeten!quot; merkte de Geest aan. „Laat ons voortgaan.quot; — Zij liepen den weg langs, (terwijl) Scrooge iedere deur, (iederen) paal, (iederen) boom herkende, totdat 3iii de verte 'een klein marktvlek 2te voorschijn kwam, met zijne brug, zijne kerk, en kronkelende rivier. Nu (zagen zij) eenige ruigharige hitten, (die) op hen aan (kwamen draven) met jongens op hunnen rug {meenoud\, die (iets) toeriepen aan andere jongens op [in] (boeren-) sjeezen en karren, (die) gemend (werden) door landbouwers. Al die jongens waren in (eene) zeer opgewekte stemming, en jubelden tegen \tó\ elkander, totdat de wijduitgestrekte akkervelden zoo vol waren met [of] blijde muziek, dat de strak (gevrorene) lucht lachte die te hooren. — „Dit [mrv.] zijn slechts schimmen van de dingen, die geweest zijn,quot; zeide de Geest. „Ze hebben geen besef van ons,quot; — De vroolijke reizigers kwamen (dichterbij); en toen [as] ze (dichterbij) kwamen, kende Scrooge hen (allen), en noemde hen (ieder afzonderlijk) (bij hunne namen). Waarom was hij (zoo) uitermate verheugd hen te zien! Waarom glinsterde zijn koude oog, en sprong zijn hart op, terwijl [as] ze voorbij gingen! Waarom werd hij vervuld met blijdschap, toen hij hen elkander vroolijke Kerstmis hoorde (wenschen), terwijl [as] ze op kruiswegen en zijpaden (van elkander afgingen) (om ieder naar zijn eigen huis te gaan)! Wat was (eene) vroolijke Kerstmis voor Scrooge? (Ga weg met) vroolijke Kerstmis! Welk goed had (Kerstmis) hem ooit gedaan?

(*) Maar het was een traan.

(5e oefen.) C. Wederzijd

(Zie blz.

Gesprekken. Les 32 (blz. 271).

(Ter aanvulling op blz. 276.)

Victim. Daar was eene flesch Portwijn — vijf shillings.

Tactic. Juist.

Victim. Drie glazen grog.

Tactic. Twee, mijn waarde (vriend)!

Victim. Neen, ik wil (er een) eed op doen (dat) het (er) drie (geweest zijn).

Tactic. Neen, neen, het (zijn er) wezenlijk maar twee (geweest) — (doch ik begrijp het wel) — gij waart een weinig — (klopt (tegen) zijn voorhoofd) — gij zijt 4aan die soort van grappen [enkelvï] (nog) 'niet 'i/.oo goed) 3gewend Eals ik ben, maar (het zal mettertijd wel komen).

Vlet i m. Nu dan — twee shillings — dat maakt zeven. Drie kan wit bier (tegen) acht stuivers.

Tactic. (Neen maar, die vind ik zuiver! Ik moet zeggen,) ik dacht niet dat gij zóó ver weg waart [als dat]. Ik wist (wel), gij waart (lekkertjes)____

Victim. Wat [de] drommel meent gij (toch)?

Tactic. Meenen? Wel, uw smaak moet geheel en al weg geweest zijn — het (zijn) drie kannen bruin bier (geweest), (en geen) wit bier.

iehe hertaling.

18 en 75.)

Victim. (Zoo), inderdaad? Een shilling en zeven maakt acht. Ontbijt in het koffiehuis, twee shillings.

Tactic. Juist; dat maakt tien, en (dus) moet ik (er) u vijf betalen?

Victim. (Zeer) zeker.

Tactic. Hetgeen ik op staande voet doen zal (ook). (Voelt in zijn zak.) Vijf sovereins en een halve soverein. Ik (ben een vijand van) goud wisselen, iemands zilver (druipt) zoo (door de vingers). Ik wil (er om) opgooien (met) u, dubbel of kiet.

Victim. (Dat doe ik)!

Tactic. Eén (keer opgooien) beslist. (Werpt den halven soverein in de hoogte.)

Victim. Kop! (Tactic doet alsof hij het geldstuk tracht te vangen, doch laat het opzettelijk op den grond vallen — stoen 3raapt 'hij ;-het Schielijk 6op.)

Tactic. (Bij mijn ziel!), het is Vrouw. Het schoone geslacht (is) mij altijd genegen (geweest).

Victim. Het was toch geen Kop? Ik (heb in 't geheel niet gezien) wat het was.

Tactic. Neen, maar ik (wel); en twee oogen zijn genoeg om een halven soverein te zien.

Victim. (Dat is wel zoo); maar....

Tactic. Wat weerga, gij (zult toch)


ocr page 289

niet twijfelen aan mijne eer. Hm! nu ben ik n niets scliuldig.

Victim. Wat een gelukskind zijt gij (toch)!

Tactic. Neen, (dat kan ik nu jui it niet zeggen), en als gij wist al de sommen, (die) ik (van mijn leven) verloren heb, zoudt gij (er ook) anders (over) denken. Ik wil u van avond [uwe] revanche geven in (het) bagatellc(-spel).

Victim. Eevanche! dat beduidt (dat) hij (nog eens) ongeveer eene halve kroon zal winnen.

Tactic. Maar, Fag, heidaar! kom (eens) hier, man! (Fag staat op en komt naar voren.) Gij moet mijne kaartjes nemen.

Fag. Kaartjes! Welke kaartjes?

Tactic. ^Kaartjes (voor de) 'loge. Ik zal (voor) Eomeo (*) spelen in het Shakespeare-Theater.

Tag. Ik heb nooit iets daarvan gehoord. Waar is het Shakespeare (Theater) ?

Tactic. O, ik zal u (de noodige inlichtingen) geven. Maar [Only] één shilling (voor een) loge-kaartje! Gij kunt eene dame medebrengen, en geen extra kosten. Wilt gij (er) niet (een stuk) drie of vier hebben? Traag uwe vrienden — maar, let wel, geen half-geld. Loges, één shilling — bak, zes pence — en gaanderij, drie pence — 4half-geld 'kan (ik) 2niet toestaan.

N.B. Terug-vertaling!

(*) In Shakespeare's treurspel „Romeo en Juliaquot;,


D. Spraakkunst.

Derde klasse der onregelmatige werkwoorden.

[§ 884.] In de beide vorige klassen hebben wij die onregelmatige werkwoorden leeren kennen, die hunne vormen bij voorkeur maken door vocaal-verwisseling (blz. 85, § 155). Tot de Derde klasse, waarmede wij ons thans gaan bezig houden, behooren die onregelmatige Engeleche werkwoorden, die hun Onvolmaakt verleden tijd, en het daarmede gelijkluidende Verleden deelwoord, op gelijke wijze vormen als zulks bij de regelmatige Engelsche werkwoorden geschiedt, namelijk door achtervoeging van den uitgang ... erf. Met dien uitgang echter hebben, even als met den wortel, velerlei veranderingen plaats.

Uit de Eerste groep van deze klasse kennen wij reeds:

Onvolmaakt verl. tijd fought. — Onbep. wijs bring-, onv. verl. t. brought-, verl. dw. brought. — Onbep. wijs buy. — Onbep. wijs catch. — Onv. verl. t. reached-, Onbep. wijs seek-, onv. verl. t. sought. — Onbep. wijs think-, onv. verl. t. thought-, verl. dw. thought. — Oubep. wijs tüorl; verl. dw. worked, wrought. — Tegenw. tijd may-, onv. verl. t. might.

De eigenaardigheid in deze groep is de verandering van den uitgang ...ei in ...t, en in den wortel de stom m e gh, die bij een paar werkwoorden ook in de onbepaalde wijs aangetroffen wordt.

Tot deze groep rekenen wij:

to fight (fait), vechten,(faot) fought (faot)

strijden

to freight (freet), be- freighted (freet'-ed) freighted (freet'-ed)

vrachten, beladen fraught (fraot)

to beseech (be-sietsj'), besought (be-saof) besought (be-saof)

dringend verzoeken,

bezweren

tobring^ï\ng),\nzK%pv. brought (braot) brought (braot)

to buy (bai), koopen bought (baot) bought (baot)

to catch (kètsj), van-caught (kaot), caught (knot),

gen, grijpen, vatten catched (kètsjt) catched (kètsjt)

to reach (rietsj), rei- reached (rietsjt), reached (rietsjt),

ken, bereiken raught (raot) raught (raot)

to seek (siek), zoeken sought (saot) sought (saot)

to teach (tietsj), onder- taught (taot) taught (taot)

wijzen, leeren

to think (lt;/iink), denken thought (ttaot) thought (Maot)

to work (wweiirk), worked (wwenrkt), worked (wwe«rkt),

werken, bewerken wrought (raot) wrought (raot)

I may (mee), ik mag, might (mait)

ik kan

to bethink (be-Mink') one's self, zich bedenken, als to think. — I may hebben wij reeds in § 186 (biz. 107) als gebrekkig werkwoord leeren kennen.

(6e Oefen.)

wright (rait), werker,

maker.

might (mait), macht.

ocr page 290

— 285 —

Opgave 5. Leer ran buiten: wachten,

dralen, toeven,

(stee), (tèr'-ri). (si).

(fain).

(fiG'-joej-).

(eo'-on-ni).

(spèk'-trel).

(vil'-lèdzj).

(lèt'-ter).

mooi,

figureeren (eene rol verTuüen) doodsangst spookachtig, dorp,

letter.

[§ 285 ] Uit de Tweede groep der Derde klasse zijn ons bekend:

Onbep. wijs makt; onv. vcrl. t. made; verl. dw. made. — Onbep. wijs have; 3e pers. enk. tegenw. tijd has; onv. verl. t. had; verl. dw. had. — Verl. dw. clad; afgeleid zelfst. nw. cloth.

Wij vinden hier de laatste wortel-consonant weggeworpen. De volledige lijst is:

made (meed)

made (meed) had (hèd)

had (hèd)

clothed (kloodhd), clad (klèd)

clothed (kloodhd), clad (klèd)

to behave (bc-heev'), zich gedragen, is regelmatig.

Leer van buiten:

tcildly brother hitherto liberty

Afgeleid zelfst. nw. mie. — Verl. dw. told. — Verl. dw. foretold. — Onv. verl. t. held. — Onb. wijs behold. — Verl. dw. upheld.

Wij vinden hier bij verkorten uilgang de vocaal-verwisseling „6equot;; wijders de vocaal-verwisseling „ooquot; uit „èquot;, en „èquot; uit „ooquot;, zooals blijkt uit de volgende lijst:

stood (stóed)

could (kóed),

couldn't (koednt)

should (sjöed), shouldn't (sjoednt)

stood (stoed)

would (wwóed), 'd, wouldn't (wwoednt)

sold (soold)

told (toold)

held (held)

sold (soold) told (toold)

held (héld)

sale (seel), verkoop. tale (teel), vertelling, verhaal.

spectral village

letter v._,

Vertaal: 1. De geest wachtte (naar niets) fniet naar (for) ietsj, maar ging recht door [o»], totdat (hij) door [by] Scrooge dringend verzocht (werd) [voor] een oogenblik te toeven. — 2. De rekening [bill] werd nu gebracht. — 3. Zijn laatste zee-strijd [fight] is gestreden. — 4. (Hetgeen) [Dat

to stand (slènd), staan,

uitstaan. 1 can (ken), ik kan, canst (kènst), can, cannot, can't (kaant) 1 shall (sjèl), zal, moet, shalt (sjèlt), shall, Hl, shan t (sjaant)

1 will (wwil), wil, zal, wilt (wwilt), wilt, '11, won't (wwoont) to sell (sèl), verkoopen to tell (tèl), vertellen,

zeggen to hold (hoold), houden

to make (meek), ma ken, vervaardigen, doen

to have (hèv), hebben, had (hèst), hebt, has (hèz), heeft. to clothe (kloodh) kleeden, bckleeden

Opgave 6.

wild, broeder, tot hiertoe, vrijheid,

to figure

to stay to tarry sea fine

wat] geluk beloofde toen wij één in [in] hart waren, is met ellende beladen nu [dat] wij twee zijn. — 5. De hand des [of] doods heeft hem bereikt. — 6. Hij heeft meer gezocht, dan hij moest zoeken.

— 7. Wie zou het gedacht hebben? — 8. Weinigen gelooven de wonderen, (die) gij [enkelvouW] gewerkt hebt, en geen [none'] (mensch) kan ze leeren dan [but] (degene), dien gij [enk.] onderwezen hebt.

— 9. Hij kocht zijne mooiste kleederen om te figureeren op [at] hunne (buitenplaats) [landhuis], — 10, In zijnen doodsangst greep hij de spookachtige hand. Deze [it] zocht zich te bevrijden. — 11. Eene oude vrouw op [in] zijns vaders dorp leerde hem (de) [zijne] letters.

2. Ik heb mijn middag-eten gehad. _

3. Hebt gij vele broeders gehad? — 4. Gij (hebt) mij geheeten [to bid, doch onvolm. verl. tijd] mijne keus te doen [to make], en ik heb die gedaan. — 5. Gij hebt tot hiertoe meer vrijheid gehad dan iemand van uwen leeftijd ooit (gehad heeft) [had].

cloth (klblt;/(), laken.

ocr page 291

Met to stand zijn samengesteld: to understand (un-def-stènd'), verstaan, begrijpen; to misunderttand (misquot;-un-deMtend'), misverstaan; to mihstand (wwidh-stènd'), wederstaan.

I can, 1 shall, I will, zijn volgens § 184 (biz. 107), § 148 (biz. 76) werkwoorden, waaraan sommige vormen ontbreken.

to foretell (foor-tel'), voorzeggen, voorspellen, als teil.

Eindelijk gaan naar to hold: to behold (bé-hoold'), aanschouwen; to uphold (np-hoold'), staande houden; to withhold (wwidh-hoold'), onthouden, terughouden; waarbij alleenlijk nog op te merken valt, dat er van to behold een oud verl. deelwoord bestaat, beholden (be-hoolrtn'), hetwelk intussctien nog slechts als bijvoeglijk naamwoord voorkomt in de beteekenis van verplicht, dankbaar.

Opgave 7. Geef de drie grondvormen ,NB. Het op deze groep toepasselijke op van de bovenstaande samengestelde opstel ter vertaling zal opgegeven worden werkwoorden. in de volgende les.

NB. De Vierde groep der Derde Klasse volgt in Brief 18.

(7e oefen.) E. Spelling en Uitspraak.

Deze oefening zullen wij uitstellen tot de volgende les, die eene belangrijke lijst zal bevatten van woorden met tweeërlei klemtoon, naar gelang van hunne beteekenis.

(8e Oefen.) F. LexlCOgraptlle (blz. 189) van Les 35.

school (skoel), school, „écolequot;. — to desert (de-zeurt'), „deserterquot;, verlaten.

— to neglect (neG-lèkt'j, „négligerquot;, veronachtzamen. — to sob (sol»), snikken. — high'-road of high'-way, groote weg, heerbaan, straatweg. — brick (brik), „briquequot;, klinker (gebakken steen), tegel, ook collectief (§ 215, blz. 140), tegelsteenen. — cock (kok), „coqquot;, haan; weath'er-cock, weerhaan. — to surmount (sear-mount'), te boven komen, overwinnen; wealh'ercock-surmounted, met een weerhaan er boven op geplaatst. — cupola (kjoep'-ol-laa), „eonpolequot;, koepel. — roof (roef), dak. — broken for'tunes, aan lagerwal gekomene grootheid. — spacious (spee'-sjus), „spa-cieuxquot;, ruim. — office (blz. 73, 78), bijgebouw. — damp (dèmp), damp, vochtigheid; als bijvoeglijk nw.: vochtig. — moss (mos), mos, „moussequot;; viossy (mbs'-si), met mos begroeid. — to decay (d«-kee'), „déchoirquot;, vervallen, bouwvallig worden. — fowl (foul), 'Ogel; mrv.: pluimgedierte. — to cluck (kluk), klokken.

— to strut (strut), deftig stappen, met eene hooge borst loopen. — stable (steetol), stal, „établequot;. — coach'-house (blz. 190, 75, § 145), remise, koetshais. — shed (sjèd), loods. — to overrun (oov-?r-run'), overloopen, begroeien. — grass (Graas), gras. — retentive (re-tènt'-iv), „rétentifquot;, terughoudend, behoudend, — poorly (poer'-li), armoedig; van poor (blz. 81, 93). — to furnish (blz. 129, 136), menbileeren, meubelen. — vast (vaast), „vastequot;, groot,

— earthy (emrtó'-i), aardachtig; grondig, duf, van earth (blz. 222). — savour (seev'-ur), „saveurquot;, geurigheid, geur, reuk; vergelijk odour (blz. 280). — chilly (tsjil-li), kilheid teweegbrengend, huivering veroorzakend; van to chill (blz. 65, 72). — bareness (beer'-nès), naaktheid, ontblootheid, kaalheid; van bare (blz. 264). — to associate (ès-soo'-sji-eet), „associerquot;, vergezellen, verbinden. — somehow (sum'-hóu), op de eene of andere wijze, eenigszins. — to get up', opgaan.

Hoe velerlei de beteekenissen zijn van het werkwoord to gei, dat wij reeds in § 270, blz. 245, en blz. 113, 190, 206 hebben leeren kennen, zal men kunnen ontwaren uit onderstaande opgave, waarvan wij in den volgenden brief de vertaling zullen mededeelen.

Opgave 8. Vertaal:

I got on horseback within ten minutes after I got your letter. When I got to Canterbury (kènt'-er-ber-ri), I got a chaise (sjeez) for town; but I got wet (wwèt, nat) through before I got to Canterbury; and I have got such a cold as 1 shall not be able to get rid (rid, ontslagen) of in a hurry (hur'-ri, overhaasting, groote spoed). I got to the Treasury (trèzj'-ur-ri, schatkist, thesaurie] about noon, but first of all I got shaved and dressed. X soon got into the secret (si'-kret) of getting a memorial (me-moo'-ri-el, memorie, verzoekschrift) before the board (boord, kamer, collegie, raad van bestuur), but I could not get an answer then: however, I got intelligence (in-tèl'-li-dzjèns, bericht) from the messenger that I should most likely (laik'-li, waarschijnlijk) get one the next morning. As soon as I got back to my inn, I got my supper, and got to bed. It was not long before I got to sleep. When I got up in the morning, I got my breakfast: and then X got myself dressed, that I might gel out in time to get an answer to my memorial. As soon as I got it, X got into the chaise, and got to Canterbury


ocr page 292

by three, and about tea-time I got home. 1 hare got nothing for you, and so adieu (èd-djoe', vaarwel).

candle'-light (biz. 73, 78), kaarslicht. — to disclose (dis-klooz'), ontsluiten; van to close (biz. 146, 156, 190). — line, rij; zie outline (biz. 264). — plain (pleen), „plain'', vlak, eBen, eenvoudig. — deal (diel), deel, dennen plank; als bijvoeglijk nw.: dennen, withouten. —form (form), bank, schoolbank; beteekent ook; vorm, „formequot;.

— desk (desk), lessenaar, schrijflessenaar; verwant met disch. — alone (biz. 98) is ontstaan uit all one, al een, alleen; daarvan verkort: lone (loon), eenzaam; en lonely (loon'-li), eenzaam. — near (blz. 268 , § 279, C), als voorzetsel: nabij, bij.

— feeble (fielil), „faiblequot;, zwak, flauw.

— to weef, zie § 287, Brief 18. — latent (lee'-tènt), „latentquot;, verborgen. — squeak (skwwiek), zelfst. nw. gelijkluidend met het werkwoord, piepen. — scuffle (skufl), gescharrel. — pannel (pèn'-ntl), meestal panel (pen-el), paneel, „panneauquot;; to pannel, met paneelen maken; panneling (pèn'-nel-iK?), lambrizeering. — to drip (drip), druipen, druppelen; als zelfst. nw.: gedruppel, drop; vergelijk drop (blz. 232).

— halfquot;-thawed (blz. 156, BS, 63), half ontdooid. — to spout (spout), spuiten, loozen; spout, gootgat; water-spout, dakgoot. — sigh (sai), zucht. — leaf (blz. 252, § 273, C), loof, blad; leafless {[{ei'-lès), bladerloos. — lough (bon), twijg, tak. — despondent (de-spbnd'-ent), diep-neerslachtig, het hoofd latende hangen. — poplar (pop'-ler), populier, „peuplierquot;. — empty (èm'-ti), ledig. — store (stoor), voorraad; stort'-house, voorraadhuis, bergplaats. — to click (klik), „cliqueterquot;, kletteren, knetteren, knapperen, knappen. — to soften (§ 144, blz. 71), verzachten; van soft (blz. 200). — freer (fri'-er), van free (blz. 110). — passage (pes'-sedzj), „passagequot;, doortocht, loop; van to pass (blz. 138, 142). — tear (tier), traan. — to point (point), „pointerquot;, wijzen; zie point (blz. 49, 56); pointed (blz. 57, 68). — suddenly (sud-den-li), zie sudden (blz. 256). — foreign (for'-en), „forainquot;, vreemd, buitenlandsch, uitheemsch. — garment (oaar'-ment), gewaad, kleederdracht. — wonderfully (wwun'-dcr-foel-li), wonderlijk, verbazend, van wonderful (blz. 49, 55).

— distinct,(dis-tinkt'), duidelijk; vergelijk distinctly (blz. 49, 56); distinguish (blz. 255); distinctness (blz. 264). — to look' at, aanzien. — outside, voorzetsel: buiten; zie het bijwoord (blz. 73, 78) — axe (èks), „hachequot;, bijl, aaks. — to stick, zie § 282, blz. 277. — ass (aas), ezel, „anequot;. — to lade, zie § 278, blz. 262. — icood (wwoed), woud, hout. — bridle (braidl), breidel (vandaar: breidelen), teugel, toom, „bridequot;. — Ali Baba (aal'-i-baa^-ba), AU Baba (een eigennaam). — ecstasy (èk'-stès-si), „extasequot;, verrukking. — honest (blz. 141, § 216; blz. 156), eerlijk. — yes (jes), ja. — yonder (jbn'-der), ginder, gindsch. — Valentine (vèl'-en-tain), „Valentinquot;, Valen-tijn. — brother (brudh'-er), broeder. — Orson [oor'-sun), Orson (eigennaam). — drawers (drao'-en), meervoud: onderbroek; van to draw (blz. 254, § 276 ; blz. 207).

— Damascus (dèm-mès'-kus), Damascus. — Sultan (sul'-tèn), sultan. — groom (Groem), stalknecht. — upside (up'-said), opperzijde, bovenzijde; vergelijk hierboven outside \ upside-down', het bovenste naar beneden, in 'tHoll.: ten onderste boven. — Genii (dzjien'-i-ai), meervoud van Genius (blz. 162, 173), Genius, bovennatuurlijk wezen; in de beteekenis van genie, talent, is het meervoud geniuses (dzjien'-i-us-e®). — to serve (seurv), „servirquot;, dienen, bedienen; right, bijwoord: recht, gelijkluidend met het bijvoeglijk naamwoord; serve him right, bedien hem goed; of voor; they serve him right, zij bedienen hem goed, hij krijgt zijn verdiende loon.

— business (blz. 41, 79; § 89, blz. 43), zaak, bezigheid, beroep, roeping. — prince (prins), prins, „princequot;, princess (prin'-ses), prinses, „princessequot;.

Opgave 9. Schrijf op in de Lijst der onregelmatige werkwoorden:

bred. — lead.

(9e Oefen.) 6. Mondeling Onderhoud.

V ragen.

1. How did Scrooge and the Spirit get

out of the room?

3. Where did they find themselves then? [They...]

3. Did they see the city any longer?

[No...]

*1. What was the weather? 5. «. In what words did Scrooge express his feelings, as he looked about him?

». Whereby was Scrooge aware that the Spirit's influence continued upon him?

8, Describe the beginning of remembrance in Scrooge?

fgt;. i O. What did the Ghost say, when it saw a tear trickling (trik'-lim/, biggelend) down Scrooge's cheek? H. 13. What did Scrooge answer, when the Spirit asked him whether he recollected the way?

13. What happened as they travelled on?

14. 15. In what words did the Ghost say that the boys were uo real beings?


ocr page 293

16. What happened when the trarelling boys came nearer to them?

17. What words serre to repeat what Scrooge had formerly uttered against Christmas?

(loc Oefen.) H. Gesprekken.

(Verrolg van 't kluchtspel: My Fellow Clerk.)

Fag. Romeo yon are going to be, are yon?

Tybalt (tai'-bèlt), Theobald.

Vlo. Yes; and I am going to be Tybalt.

to contain (kon-teen'), bevatten, inhouden. armour (aam'-uc), wapenrusting.

Tac. Why, yon saw me bring in a bundle — tbat contained my armour.

Fag. Armour for Romeo?

costume (kos-tjoem'), kostuum.

shield (sjield), schild.

fight (fait), gevecht.

audience (ao'-di-èns), publiek, auditorium. to damn (dem), verdoemen, den staf

breken over, afkeuren.

tragedy (trèdzj'-e-di), treurspel. consequently (kon'-ai-kwwènt-li), bij gevolg. indispensable (in-dis-pèn'-sèbl), onmisbaar. sword (soord), zwaard, degen.

lustre (lus'-ter), luister, glans.

rival (raiv'-èl), mededinger; wedijverend. sun (sun), zon.

to cast off', afwerpen, wegdoen, ter zijde stellen, op stal zetten.

Tac. 1 know it is not the usual costume; but there's to be a shield figbt between myself and Tybalt — a Shakspeare audience would damn a tragedy without a shield fight — consequently, the armour was indispensable. All's ready but the sword. (Goes to his desk, and takes out a shield.) There! what do you think of that? There's lustre — it will be a rival sun to Juliet. We have got a new Juliet, by-tbe-bye; we have cast off the old one.

Tic. Aye; 1 wonder how the old Juliet will take it ?

sourly (sour'-li), zuur, spijtig.

to depend (de-pènd'), zich verlaten,

staatmaken.

to admire (èd-mair'), bewonderen.

Tac. Sourly enough, you may depend. But do admire my shield! Not dear for seven-and-sixpence, hey. Fag? pot (pot), pot; lid (lid), deksel;

pot'-lid, potdeksel.

bit (bit), beetje.

lacker, beter lacquer (lek'-e/), goadver-

nis, goudlak.

handle (hèndl), handvatsel.

inside (in'-said), binnenzijde.

Fag. Nó, not at all. (Aside) An old pot-lid, with a bit of lacker, and the handle put In the inside.

adversary (èdWey-sèr-ri), tegenstander,

tegenpartij.

to reflect (re-flèkf), weerkaatsen, terug-spiegelen , afspiegelen.

Tac. My adversary, Tybalt, that is. Tictim, will see himself reflected In the shield.

Minerva (mai-nearv'-a), Minerva (wier schild het Medusa-hoofd vertoont).

Fag. Tes; and then it will look like the shield of Minerva.

Tic. Why? v

damned (dènad), verdoemd, een gemeen vloekwoord; in theologischen zin wordt het uitgesproken: (dem-ned). ugly (ug'-U), leelijk.

Fag. Because there will be a damned ugly face in the middle of it.

witty (wwit'-ti), geestig.

Tic. He, he, he! Fag begins to grow witty! nommc de guerre, naar de slechte En-gelsche uitspraak (nom' de Geer) voor nom de guerre, gefingeerde naam.

bill (bil), affiche, tooneelbiljet.

Gorgon (ebr'-Gun), Gorgon. De Gor-gonen waren de drie gezusters, waarvan Medusa er één was.

defence (de-fens'), verdediging.

Tac. Not bad of Fag, though. Tou wanted a nomme de guerre to put in the bills — call yourself Mr. Gorgon. Ha, ba, ha! But look here. (Stands in an attitude of defence with shield.) How do you like this attitude?

capital (kèp'-i-tèl), kapitaal, uitmuntend. bravo (bree'-voo), bravo.

Tic. Oh, capital! Bravo!

to practise (prèk'-tis), beoefenen , zich

toeleggen op, werk maken van.

sort (sort), soort.

instinct (in'-stinkt), instinkt.

natural (nee'-tjur-rèl), natuurlijk.

roll (rooi), rol.

'parchment (paartsj'-mènt), perkament. combat (kbm'-bet), gevecht.

Tac. Do you think so? Yet I do not practise this sort of thing much. I fall into attitudes by a sort of instinct — they seem natural to me. Here's another. (Puts himself into a new attitude. Takes a roll of parchment). Strike at me! (Victim strikes at him with a roll of parchment. A combat. — Enter Mr. Hooker.)

I. Herhaling

der opgaven van dezen Brief. Den tekst overschrijven en lezen volgens blz. 176.

Taalkundige opgaven, § 281—283 (blz. 277—279). Opg.1—4. § 284—285 (blz. 285—286). Opg.5—7. Blz. 286. Opgave 8.

Blz. 287. Opgave 9.


ocr page 294

Leercursus der Engelsche taal door zelfonderricht.

18e BRIEF.

_(LES 35 EN 36.)___

35e LES.

Alle beginselea zija moeielijk. Dit moge waar wezen in zekeren zin; doch meer algemeen kan men zeggen; alle beginselen zijn gemakkelijk, en het moeielijkst en zeldzaamst komt men over de laatste trappen heen. (Goethe.)

De laatste loodjes wegen het zwaarst.

(Alledaagsch Spreekwoord.)

A. Tekst.

(Oefen. 1—3 volgens het op blz. 32 [Eens voor al] gegeven voorschrift.) (Zie blz. 19, 32, 189, 286.)

»Tlie school is not quite deserted,quot; said the Ghost. 1 »A

dhe skoel iz not kwwait ck-zeiirt^-ed. sèd. dhe Goostquot; e

solitary child, neglected by his friends,] is left there still.quot;

sól'-i-tèr-ri tsjaild'' nèa-lèki'-ed. bai liiz frènclzquot; iz lèftquot; dheer stil''

— Scrooge said he knew it. And 2 he sohbed.] — 3 They

skroedzj sèd hi njoequot; it end hi solidquot; dhee

left the high-road, by a well remembered lane, and soon

left dhe haiquot;-rood bai e wwèlquot; re-mèm'-berd leenquot; ènd soenquot;

approached a mansion of dull red brick, with a little

èp-prootsjt' e raen'-sjun bv dul red. brikquot; wwidh e litl

weathercock-surmounted cupola, on the roof, and a bell

wwedhquot;-e/-kok-seur-mount'-ed kjoepquot;-6l-laa on dhe roef' ènd e bèlquot;

hanging in it.] 4 It was a large house, but one of broken

hhig'-mg inquot; it it wwoz e laardzjquot; hous but wwunquot; óv brookn

fortunes; for the spacious offices were little used, their

fo/'-tjunx for dhe spees'-sjus of'-tis-ez wwenr litl joezdquot; dheer

walls were damp and mossy, their windows broken, and

wwaolz wweiir dèmpquot; ènd niosquot;-i dheer wwinquot;-dooz brooknquot; ènd

their gates decayed.] 5 Fowls clucked and strutted in the

dheer oeetsquot; de-keedquot; foul® kluktquot; end strutquot;-ted in dhe

stables; and the coachhouses and sheds were overrun with

steefclzquot; ènd dhe kootsjquot;-liöuï'-ei ènd sjèd«quot; wwear oov-er-run' wwidh

grass.] Nor was it more retentive of its ancient state.

Graasquot; nbgt;' wwbz it moo/' re-tènt'-iv bv its eenquot;-sjent steet

within; for 6 entering the dreary hall, and glancing through

wwidh-inquot; for èn'-ter-in// dhe drier'-i haol'' ènd claans'-iw/jr ^roe

the open doors of many rooms, they found them poorly

dhi oopn doorzquot; bv mèn'-i roemzquot; dhee fbund dhèm poer'-li

furnished, cold, and vast] 7 There was an earthy savour

fen/'-nisjt kooldquot; ènd vaastquot; dheer wwoz en euri/i'-i seevquot;-ur

in the air, a chilly bareness in the place, which associated

in dhi eerquot; e tsjil'-li bee/'-nès in dhe pleesquot; wwitsj ès-soo'-sji-eet-ed

itself somehow with too much getting up by candlelight,

it-sèlf sum'-hbu wwidh toe mutsj aèt'-tiwy upquot; bai kèndl'-lait

and not too much to eat.] — 8 They went,] the Ghost and

ènd not toe mutsj tóe ietquot; dhee wwèntquot; dhe ooostquot; ènd

Scrooge, 9 across the hall, to a door at the back of the

skroedzjquot; e-krbs' dhe haolquot; toe « door'' èt dhe bèk bv dhs

Senaat de Bruin, EngeUcha Xaal. 19

ocr page 295

— '290 —

house.] It opened before them, and disclosed 10 a long, bare,

hóus/, it oopquot;-end be-foo/ dliem ènd dis-kloozdquot; e bee?*quot;

melancholy room, made barer still by lines of plain deal forms

mèl'-èn-kol-li roemquot; meed heerquot;-er stil bai lain asquot; bv pleen diel form®''

and desks.] At one of these 11 a lonely boy] was 12 reading

end desksquot; et wwun 6v dhiez e loon'-li b6i,, wwoa riedquot;-iwy

near a feeble fire;] and 13 Scrooge sat down upon a form, and

nier e fielil fairquot; end skroedzj set dounquot; up-bn' e formquot; end

wept to see his poor forgotten self as he had used to be.] —

wweptquot; tóe siquot; hi® poer for-Gotn' self hx hi hèd joezdquot; tóe bi

Not a latent echo in the house, not a squeak and scuffle from

not e leet'-ènt èkquot;-oo in dhe lionsquot; not e skwwiek end skullquot; from

the mice behind the panneling, not a drip from the half-thawed

dhe maisquot; be-lmind' dhe pènquot;-n6'l-i»jf not e dripquot; from dhe haaf'-tóiiod

water-spout in the dull yard behind, not a sigh among the

wwaotquot;-£r-spbut in dhe dul jaard be-haindquot; not e saiquot; e-mwif/' dhe

leafless boughs of one despondent poplar, not the idle swinging

lief-lès bbuasquot; bv wwun de-spbnd'-ènt pbpquot;-ler nbt did aidl swwiw^quot;-iwy

of an empty store-house door, no, not a clicking in the fire,

bv en èm'-ti stoorquot;-hbus door nooquot; nbt e klikquot;-i«^ in dhe fairquot;

but fell upon the heart of Scrooge with softening influence, and

but fèl up-bn' dhe haart bv skroedzjquot; wwidh sbfn'-iw^ inquot;-floe-ens end

gave a freer passage to his tears. — The Spirit touched him

Geev e fri'-er pèsquot;-sedzj tóe hi® tierasquot; dhe spir'-rit tutsjt him

on the arm, and pointed to his younger self, intent upon his

bn dhi aarmquot; ènd pbint'-ed tóe hiz self in-tèntquot; up-bn' hiz

reading. 14 Suddenly a man, in foreign garments; wonderfully

riedquot;-i«^ sud'-den-li e menquot; in foZ-en Gaarquot;-monts wwun'-d«r-f6el-li

real and distinct to look at: stood outside the window, with an

riquot;-el ènd dis-tinktquot; tóe lockquot; et stoed out'-said dlw wwinquot;-doo wwidh en

axe stuck in his belt, and leading an ass laden with wood by

èksquot; stuk in lii® beltquot; ènd lied'-ky en aasquot; leedn wwidh wwóedquot; bai

the bridle.] — „Why, it's Ali Baba!quot; Scrooge exclaimed in

dhe braidlquot; wwaiquot; its aal'-i baaquot;-ba skroedzj èks-kieemd' in

ecstasy. „It's dear old honest Ali Baba! Yes, yes, I know!

èkquot;-stès-si its dierquot; coldquot; bnquot;-est aal'-i baaquot;-ba jes jes aj nooquot;

One Christmas time, when yonder solitary child was left here

wwun krisquot;-mès taim wwèn jón'-de»- sbl'-li-tèr-ri tsjaild wwbi lèft hier

all alone, he did come, for the first time, just like that.

aol e-loonquot; Id didquot; kum for dhe feiwstquot; taim dzjust laik dhetquot;

Poor boy! And Valentine,quot; said Scrooge, „and his wild brother,

poer bbiquot; ènd velquot;-en-tain sud skroedzjquot; end hi® wwaild brudh'-e»'

Orson; there they go! And what's his name, who was put

oorquot;-sun dheej-quot; dhee Goo end wwots hi® neemquot; hoe wwoz poet

down in bis drawers, asleep, at the Gate of Damascus; don't

dounquot; in hiz draoquot;-cgt;'z e-sliepquot; èt dhe Geet uv dem-HiB3quot;-kus doont

ocr page 296

— S91 —

you see him! And 15 the Sultan's Groom turned upside-down

joe siquot; luni ènd dlie sul'-tèn® Groemquot; Leumcl up'-said-dbunquot;

by the Genii;] there he is upon his head! Serve him right.

bai dlitf (lzjicriquot;-i-ai (llieer hi iz up-bn' hiz liedquot; seu;1v liim raitquot;

I'm glad of it. What business had he 16 to be married to the

aim olidquot; bv it wwbt bizquot;-nes lièd liiquot; toe bi mer'-ried toe dlie

Princess!quot;]

prinquot;-sès

(4e Oefening.) B. Hollandschc 'Vertaling.

„De school is niet geheel verlaten,quot; zeide de Geest. „Een (enkel) kind, veronachtzaamd door zijne (familie), is 3nog 2daar ^gelaten.quot; — Scrooge zeide (dat) hij het wist. En hij snikte. — Zij verlieten den grooten weg langs [by\ eene 3steeg (die hij zich zeer) 'goed 2herinnerde, en 2naderden fspoedig een gebouw van somber roode steen, met een kleinen 3koepel, (die met een) Weerhaan (2prijkte), 4op het dak, en eene 3daarin 2haiigende 1klok. Het was een groot huis, maar [ccn] van aan lager wal gekomene grootheid; want dè ruime bijgebouwen waren weinig gebruikt, hunne muren waren vochtig en met mos begroeid, hunne ramen gebroken, en hunne deuren bouwvallig. Pluimgedierte [mrv.] klokte en liep met eene hooge borst in de stallen; en de koetshuizen en loodsen waren begroeid met gras. (Even weinig had het ook behouden) van zijn (vroegeren) staat inwendig; want (toen ze) het treurige voorhuis (inkwamen) en (hun oog lieten gaan) door de open (staande) deuren van (verscheidene) kamers, vonden zij die armoedig gemeubeld, koud en (akelig) groot. Er was een (grondige, duffe) reuk in de lucht, eene huivering-gevende naaktheid in het (gansche gebouw), die zich eenigs-zins (in verband liet brengen) met te veel opstaan bij kaarslicht, en niet te veel te eten. Zij gingen, de Geest en Scrooge, dwars door het voorhuis, naar eene deur in [at] het achtergedeelte van het huis. (Die deur) ging open voor hen, en ontsloot een lang, naakt-uitziend, somber vertrek, (dat) nog naakter-uitziend gemaakt (werd) door rijën [van] eenvoudige withouten schoolbanken en lessenaars. Aan een (dier lessenaars) (zat) een eenzame knaap te lezen bij een flauw (brandend) vuur; en Scrooge ging op eene bank zitten, en weende (bij het) zien (van) zijne arme vergetene Ik zooals hij (voorheen placht) te zijn. — (Geen) verborgene echo in het huis, (geen) gepiep en gescharrel van [from] de muizen achter de lambrizeering, (geen) gedruppel van de half-ontdooide (dak-) goot op [in] het sombere erf achter (het huis), (geen) zucht(-je) (in) de bladerlooze takken van een (eenzaam treurenden) populier, (of) het (dof geklepper) (van de) 4deur 'eener 2ledige 3bergplaats, neen, (geen) knapje in het vuur (deed zich hooren, of het) bracht op het hart van Scrooge (eenen) verzachtenden invloed (teweeg) en gaf een vrijëren loop aan zijne tranen. — De Geest (trok) hem aan den arm, en wees naar zijn jongere Ik, (dat met alle aandacht zat te lezen). Eensklaps stond buiten (voor) het raam een man in uitheemsche kleederdracht [mrv.], verbazend werkelijk en duidelijk (om te zien), met eene bijl in zijnen gordel [gestoken], en 2een 5met hout 4beladen ;iezel 6bij \by\ den toom 'leidende. — „Hé! (dat 's) Ali Baba!quot;(*) riep Scrooge in verrukking uit. (Dat 's) (de) (goede), oude, eerlijke Ali Baba! Ja, ja, ik weet (het zeker)! (Eens op) Kersttijd, toen (dat) eenzame kind (daar) hier (geheel) alleen was gelaten, (is hij ook gekomen), voor den eersten keer, juist gelijk (hij nu daar is). (De) arme jongen! En Valentijn,quot; zeide Scrooge, „en zijn wilde broeder Orson; daar 2gaan 'ze! En (hoe) is (ook weer) zijn naam, die, 5in (zijnen) slaap, 4in zijn onderbroek [mru.] 6aan de Poort van Damascus 3neder2gezet 'werd; (f) ziet gij hem niet! En de stalknecht van den sultan [2de naamvalsvorm], (die) 3door de Geniussen 2ten onderste boven 'gekeerd (werd); daar ■23taat [wj 'hij r,op zijn hoofd! (Zijn verdiende loon), ik ben 5er 'blij 2om [of]. Wat (bezigheid) had hij met [to] de Prinses (te trouwen)!quot; (§)

19^

1

Scrooge heeft in zijne kindsheid zoo ijverig gelezen, dat hij zich verbeeldt, de in de boeken

ocr page 297

— 892 —

(6e oefen.) C. 'Wederzijdsche \ertaling.

Oplosssingen (Zie b]z. 18, 75.)

der opgaven, vervat in den vorigen brief.

Opgave 1 van § 281 (blz. 277);

awake; awoke, awaked; awoke, awaked. — become; became; become. — overcome; overcame; overcome.

Opgave 2 van § 281 (blz. 277): 1. He would not have abode it. — 2. He was conscious of being exhausted, and overcome by an irresistible drowsiness. — 3. The other boats, the yawl and pinnace, had been ëlove in the beginning of the gale. — 4. I became a partaker of all his pleasures. — 5.1 saw the Spirit descending from heaven like a dove, and it abode upon him.— 6. She came not yesterday, when she should have come. — 7. Say only, when, and how cam'at thou by these ill tidings? — 8. You have woke me from a delicious dream.

Opgave 3 van § 282 (blz. 278):

1. Begin, as if thou hadst never begun before. — 2.1 always naturally hated drinking, and yet I have often drunk. — 3. The coach-houses and sheds were overrun with grass. — 4. The breakfast bell had rung. — 5. The people had shrunk into a nation of slaves. — 6. He carried a small bundle over his shoulder, slung at the end of a walking stick. — 7. How often have I slunk stealthily along the streets of London. — 8. The thread is spun. — 9. Strike as I should have struck those tyrants. — 10. Suddenly a man, in foreign garments: wonderfully real and distinct to look at: stood outside the window, with an axe stuck in his belt. — 11. I have been stung too deeply not to sting.— 12. On Christmas eve the bells were rung; on Christmas eve the mass was sung. 13. Dr. Herman, in his theory of education, began at the beginning, — 14. At fast as our time runs, we should be very glad in most parts of our lives that it ran much faster than it does. — 15. The bell rung to dinner.

— 16. My uncle was silent; and with great energy dug the point of his cane into the gravel. — 17. Scrooge entered timidly, and hung his head before this Spirit. — 18. He sank into a heavy sleep. — 19. It shrunk, collapsed, and dwindled down into a bedpost. — 20. A woman with a heavy bundle slunk into the shop. — 21. When the clock struck eleven, this domestic ball broke up.

— 22. Alderman Cute stuck his thumbs in his waistcoat-pocket. — 23. He swam till he felt the bottom on the opposite shore. — 24. We both sat down. — 25. The children drank the toast after her. — 26. A dozen of his men sprang down. — 27. They were a musical family, and knew what they were about, when they sung a Glee or Catch,

Opgave 4 van § 283 (blz. 279): 1. The law, by which all creatures else are bound, binds man, the lord of all. -— 2. I have ground the axe myself. — 3. Fin-gal returned from the chase, and found the lovely strangers. — 4. At this Esmond ground his teeth with rage. — 5. The road now wound up a steep ascent.

Opgave 5 van § 284 (blz. 285): 1. The Spirit did not stay for anything, but went straight on, until besought by Scrooge to tarry for a moment. — 2. The bill was now brought. — 3. His last sea-Jight is fought. — 4. That which promised happiness when we were one in heart, is fraught with misery now that we are two. — 5. The hand of death has raught him.

_ 6. He has sought more than he should

seelc. — 7. Who would have thought it? — 8. Few believe the wonders thou hast wrought, and none can leach them, but whom thou hast taught. — 9. He bought his finest clothes to figure at their country house. — 10. In his agony, he caught the spectral hand. It sought to free itself. — 11. An old woman in his father's village taught him his letters.

Opgave 6 van § 285 (blz. 285): 1. She was wildly clad. — 2. I have had my dinner. •— 3. Have you had many brothers? — 4. ïou bade me make my choice, and I have made it. — 5. You have hitherto had more liberty than any body of your age ever had.

Opgave 7 van § 286 (blz. 286): understand; understood; understood. — misunderstand; misunderstood; misunderstood. — withstand; withstood; withstood. -foretell; foretold; foretold. — behold; beheld; beheld, beholden. — uphold; upheld; upheld. — withhold; withheld; withheld. Opgave 8 (blz. 286):

4Binnen tien minuten nadat ik 6uwen brief 'ontvangen (had) 28teeg 'ik 'te paard. Toen ik te Canterbury kwam, n a m ik een wagentje (naar) stad; maar ilc (was) 2door1nat (geworden) eer ik (te) Canterbury aankwam, en ik heb zulk eene verkoudheid opgedaan, (dat) ik niet in een (korten tijd) (daarvan) bevrijd zal kunnen komen. Ik ging tegen (den middag) naar de Thesaurie; maar (het) eerst van alles (maakte ik, dat) ik geschoren en gekleed kwam. Ik kwam spoedig (achter) het geheim, om een verzoekschrift aan den raad van bestuur in te dienen, maar ik kon toen (geen) antwoord bekomen: in-tusschen ontving ik de boodschap van den bode, dat ik (er) hoogstwaarschijnlijk een ontvangen zou den volgenden morgen. Zoodra ik terug kwam in [to\ mijne herberg, nam ik mijn avondeten, en ging


ocr page 298

gen, en (hiermede) vaarwel!

Opgave 9, blz. 287 (vergelijk § 155, blz. 85; opg. 4, blz. 132; opg. 5, blz. 149; opg. 7, blz. 180; opg. 5, blz. 195; opg. 8 , blz. 212; opg. 8, blz. 228; opg. 5, blz. 244; opg. 8, blz. 260; opg. 7, blz. 276).

OahepaaM» Onvolst Ve^en Afleidiiig,

Ibred

lead

led

(6e Oefen.)

Dit opstel ter vertaling behoort bij de 3e groep 3e klasse der onregelmatige werkwoorden § 286 blz. 285.

Opgave I. Leer van buiten:

to misrepre- (mis-rèp-re-

zich verkeerd uitdrukken, eerbiedig,

tinne,

stormloop,

legerdrom,

onderwerp,

satire,

gedicht,

ten mikpunt

stellen,

bespotting,

vijand,

verdrag, tractaat, treaty de (toppen der)

teenen, tiptoe

«ent'). (r«-spèkt'-f6el). (bètl'-mènt). (ès-saolt'). (hoost), (sub'-dzjèkt). (sèt'-al)-). (poo'-«m).

sent respectful battlement assault host subject satire poem

to hold up (hoold upquot;).

derision enemy

(de-ria'-zjun).

(en'-e-mi).

(triet'-i).

(tip'-too).

cleft (klèft),

dove (kloov) crept (krept)

dealt (dèlt)

dreamed (driemd), dreamt (drèmt) feit (fèlt)

fled (flèd)

heard (heurd) kept (kèpt)

knelt (nèlt),

kneeled (nield) leaned (liend), leant (lènt) leaped (liept), leapt (lept)

left (lèft)

cleft (klèft),

cloven (kloovn) crept (krept)

dealt (dèlt)

dreamed (driemd), dreamt (drèmt) fell (fèlt)

fled (flèd)

heard (heard) kept (kept)

knelt (nèlt),

kneeled (nield) leaned (liend), leant (lènt) leaped (liept), leapt (lépt)

left (lèft)

cripple (kripl), kreupel.

[(zie to fly). (flait), vlucht

omarmen. to embrace (em-brees').

[§ ®8a.] Uit de Vierde groep zijn ons tot dusverre voorgekomen:

üubep. wijs deal. — Onbep. wijs feel\ onv. verl. t. feit-, verl. dw. feit. — Onv. verl. t. fled. — Onbep. wijs hear-, onv. verl. t. heard\ verl. dw. heard. — Onv. verl. t. overheard. — Onbep. wijs keep; onv. verl. t. kept. — Onbep. wijs leap; onv. verl. t. leaped. — Onbep. wijs leave\ onv. verl. t. left; verl. dw. left. — Onbep. wijs lose; onv. verl. t. lost\ verl. dw. lost. — Onbep. wijs mean, — Onbep. wijs sleep-, verl. dw. slept.

Wij vinden hier den uitgang ...ed verhard in ...t, en de vocaal van den wortel verkort. De volledige lijst is deze:

to cleave (kliev), klieven , klooven [pen to creep (kriep), krui-to deal (diel), deelen,

negotie doen to dream (driem),

droomen to feel (fiel), voelen to flee (fli), vlieden to hear (hier), hooren to keep (kiep), houden, bewaren to kneel (niel), knielen

Wederzijdsche Vertaling. Gesprekken. Les 34 opgelost op blz. 299.

D. Spraakkunst.

Vertaal: 1. Laat (ik) [mij] niet verkeerd verstaan worden — of liever laat (ik) [mij] niet verkeerd worden uitgelegd. — 2. Pic-kersgill (pik'-erz-Gil) had op [in] de eer-biedigste manier naast [bij] haar gestaan. — 3. Die tinnen hadden den stormloop van legerdrommen wederstaan. — 4. Mevrouw! ik heb u mijn besluit gezegd. — 5. Hij heeft mij (tot) [het] onderwerp van zijne satire gemaakt, en in zijne gedichten heeft (hij) mij ten mikpunt gesteld voor de bespotting mijner vijanden. — 6. Bonaparte (boon-èp-aart'-e) zal niet door tractaat weerhouden worden. — 7. Zij stond op de teenen [enkelv.] om hem te omarmen. — 8. Hij verstond hem zoo goed, misschien, als (de) eene man (den) anderen verstaan kan. — 9. Hij verkocht hen in [de] handen van hunne vijanden. — 10. Hij was niet ver gegaan, toen 4hij 6den deftigen heer 3op zich 5zag 3aan1komen.

naar bed. Het (duurde) niet lang (of) ik viel in slaap. Toen ik (den volgenden) morgen opstond, nam ik mijn ontbijt; en (Tervolgens) maakte ik, dat ik (in de kleeren kwam), opdat ik intijds (zou kunnen) uitgaan (om) een antwoord te bekomen op [to] mijn verzoekschrift. Zoodra ik dat (ontvangen) had, stapte ik in het wagentje, en kwam (tegen) drie uren te Canterbury aan, en tegen theetijd kwam ik te huis. Ik heb niets voor u ontvan-

(5e Oefen.)

to lean (lien), leunen

to leap (liep), springen, huppelen to leave (liev), laten, verlaten

ocr page 299

— 294 —

to lose (loei), verliezen to mean (mien), mee-nen, bedoelen, beduiden to reave (riev), rooven to shoe (sjoe), van schoeisel voorzien, (paarden) beslaan to sleep (sliep), slapen to sweep (swwiep), vegen [nen

to weep (wwiep), wee-lost (lost) meaned (miend), meant (ment)

reft (rèft)

shod (ejüd)

slept (slept)

(swwèpt)

wept (wwèpt)

lost (lost)

meaned (miend), meant (ment)

reft (rèft)

shod (sjbd)

slept (slept)

swept (swwèpt)

wept (wwèpt)

loss (lbs), verlies.

rape (reep), roof; to rob (rob), rooven.


to reave is verouderd; in plaats daarvan is meer gebruikelijk to hereave (b«-riev'), berooven, dat, behalve den onregelmatigen vorm bereft, ook den regelmatigen vorm bereaved heeft; to misdeal (miz-diel'), de kaarten verbeven, als to deal-, to overhear (oov-er-lrie/), toevallig hooren, als to hear-, to overleap (oov-er-liep'), overspringen, als to leap-, to oversleep (oov-er-sliep') one's self, zich verslapen, als to sleep.

Opgave 2. Geef de drie grondvormen op van de genoemde samengest. werkwoorden.

Opgave 3. Leer van buiten;

in tweeën, in twain (in twweenquot;).

bescherming, protection (prbt-tèk'-sjun).

afsmeeken, to implore (im-ploor ).

visseher, fisherman (fisj'-er-mèn).

gezond en wel, safe and xoell'

Britanuië, Britain (britn).

barmhartigheid, mercy (meiir'-si).

verrader, traitor (treet'-ur).

machtig, geweldig, mighty (mait'-i).

niet in staat,

machteloos, powerless (pbu'-er-lès).

gewoon, wonted (wwunt'-ed).

rustig, calmly (kaam'-li).

zich schamen, to he ashamed (e-sjeemd').

mannelijke

kracht, manhood (mèn'-hoed).

Vertaal: 1. Het schild van St-irno [staa/-noo]

viel, 2in tweeën 'gekloofd. — 3. Strap[strèp]

was onder {under, un'-der] het bed gekropen. — 3. (De) dood werd [toegedeeld]

(toegebracht) door [%] de [that] hand,

van \from\ welke bescherming afgesmeekt en verwacht werd. — 4. Zijn hoofd (leunde)

[was geleund] op [upoti] zijne hand. —

5. De oude man had gedroomd, 2zeide 'hij, dat hij den visseher van \of] Scarp-

[§ S88.] Uit de Vijfde groep der Derde klasse kennen wij alle vier de onbepaalde wijzen: lay, pay, say en stay, den onvolm. vcrl, tijd en 't verl. deelwoord said, en het met to lay verwante werkwoord lo lie.

Hier hebben wij dus eene verandering van y 'm i, zonder dat de z, gelijk in andere gevallen, door eene e gevolgd wordt. De in § 1S3 (blz. 102) vermelde korte uitspraak van het deelwoord said (sèd) strekt zich ook uit tot den onvolm. verl. tijd, en tot den derden persoon enkelvoud van den tegenwoordigen tijd (sèz).

De volledige Lijst der vier werkwoorden van deze groep is:

hout [skaarp'-hbut] gezien had gezond en wel. — 6. Waar Britannië's macht gevoeld wordt, 2mag (het) ,menscbdom 5ook \too ] ''zijne [vertaal: her] barmhartigheid 3voelen. — 7. Macduff [mèk-duf] is naar [to] Engeland gevlucht. — 8. Ik heb mijne eer (tot hiertoe) \yet] bewaard; — help mij die (nog verder) [still] bewaren. — 9. De verrader is op [to] den grond neder-geknield. — 10. Laat dat verlaten worden, wat zich zelf verlaat. — 11. Hij had (volkomen) [fully] gemeend zijn woord te honden. — 12. Ik heb u toevallig gehoord. — 13. Kau ik 2mijn paard 4hier 3beslagen '(krijgen) [hebben]? — 14. Een geweldige wind had de bladeren (weggeveegd. — 15. Hij 2verloor 'nooit, behalve wanneer hij verkoos te verliezen. — 16. Scrooge kroop (er heen) [towards it], sidderende terwijl hij ging. — 17. Hij sprong 2de straat 'op \into]. — 18. Hij was niet in staat 'uit 'te maken, wat het beduidde. — 19. Op [alt;] haren gewonen tijd 2ging 'zij 'naar bed, en sliep rustig eenige [a few] uren. — 20. Hij weende; en vervolgens \lhen] schaamde hij zich, dat zulk een (wezen) [schepsel] als Gonerill [eon'-er-il] (was) zoo veel macht over hem moest [should] hebben, om [as] 2hem 'te (doen) [maken] :iweenen.

to lay (lee), leggen. to pay (pee), betalen. to say (see), zeggen,

say (six).

to stay (stee), staan, blijven.

laid (leed)

paid (peed)

said (sèd)

staid, stayed (steed) laid (leed)

paid (peed)

said (sèd)

staid, stayed (steed) to lie (lai), liggen.

(sèd, of: seed), genoemd. to stand (stènd), staan; stead (stèd), stede, plaats.


ocr page 300

— 295 —

Opgave 4. Leer van buiten: som mm (sum).

Tobias Tohy (too'-bi).

Yertaal: 1. De som is betaald. — 2. Zij heeft alles gezegd, (wat) zij zeggen kan. —

3. Ik 'had 5den gansehen [al den] nacht 4hicr 1kunnen 3blijven. — 4. Zij dekte de tafel [legde het laken], — 5. Dat [het] was goed van [of] u gezegd, Trim [trim], zeide mijn oom Tobias.


(7e oefen.) E. Spelling en Uitspraak. (Zie wz, 32, e.)

freer.

Het bijvoeglijk naamwoord free met den uitgang Tan den vergelijkenden (vergrootenden) trap. Ofschoon men nu uitspreekt fri'-er, waarbij de eerste lettergreep free, de tweede er geschreven zou moeten worden, vermijdt men het plaatsen van drie zelfde letterteekens (e) naast elkander; daarom verliest de eerste lettergreep eenee, en de lettergreep-verdeeling is fre-er. Op gelijke wijze gaat eene e verloren in de van to see, zien, afgeleide woorden: thou seest (si'-est, se-est); seer (si'-er, se-er), ziener.

NB. Dus juist het tegendeel van hetgeen in het Hollandsch plaats heeft, waarin alle eenlettergrepige woorden onveranderd blijven bij de aanhechting van het achtervoegsel (b. v.: knie, knieën; zee, zeeën; ree, reeën; ree [vlug, handig), reeër; wee, weeën, weeër).

Tweelettergrepige woorden met verschillenden klemtoon.

Z e 1 f s t.

abject

absent

abstract

accent

affix

augment

abject

absent

abstract

accent

affix

(eb'-sent) (èto'-strèki) (èk'-sènt) (èf'-fiks) (aoa'-mènt) bomhard (bbm'-berd) cement (sèm'-ènt) colleague (kbl'-liea) collect (kbl'-lèkt) compact (kóm'-pèkt)

verwijderen, aftrekken.

den klemtoon geven, aanhechten, vermeerderen, bombardeeren. hecht samenvoegen, zich aansluiten, verzamelen.

nauw verbinden;

bijv. nw.: vast, dicht, samenzweren.

samenzwering samengesteld, compres.

afspraak; concert.

vaste massa.

gedrag.

suikergoed.

aangrenzend; grens.

botsing.

conserf.

gezel, gezellin, twistgeding, kontrakt. [ger.

beramen,

tot ééne massa wor-besturen. [den. konfijten, begrenzen; opsluiten, kampen.

bewaren. [leiden, vergezellen, bege-betwisten. samentrekken, tegenstellen; afsteken vergaderen, (bij), omgaan.

bekeeren, overtuigen (van

schuld), begeleiden, variatiën zingen, verlaten. [teren.

concrete conduct confect

conflict conserve consort contest

convent converse convert convict

convoy

descant

desert

discount (dis'-kbunt)

escort (ès'-koort)

essay (ès'-see)

exile (èks'-ail)

export (èks'-poort)

extract (èks'-trèkt)

disconteeren 2). begeleiden, beproeven, bannen 2). uitvoeren, uittrekken.

exile

export

extract

contract (kbn'-trèkt)

contrast (kbn'-trèst) tegen8telling;tegeniian-convent (kbn'-vènt) klooster.

converse (kbn'-venrs) omgang.

convert (kbn'-veurt) bekeerling.

convict (kbn'-vikt) veroordeelde (wiens schuld bewezen is). convoy (kbn'-vbi) geleide.

descant (dès'-kcnt) discant; variatie. desert (dea' ewrt) verlating; woestijn, (daiï-dzjèst) pandecten-verzameling. disconto.

geleide.

proefneming *). ballingschap, bal-uitvoer. [ling, uittreksel.

of Bijvoeg, naamwoorden, (èb'-dzjèkt) verachtelijk.

afwezig, afgetrokken, klemtoon, achtervoegsel, vermeerdering, bombarde.

cement ambtgenoot, collecte, verbintenis.

complot (kóm'-plbt) cm^oww^kom'-pbund) compress (kbm'-près) concert (kon'-seurt) concrete (kó«/-kriet) conduct (kon'-dukt) confect (kbn'-fèkt) confine (kbn'-fain) conflict (kbn'-flikt) conserve (kon'-seurv) consort (kbn'-sört) contest (kbn'-tèst)

complot (kum-plbt') cow/?OM»c?(kum-pbund') samenstellen, compress (kum-près') samendrukken. concert (kbn-seurt')

fkbn-kriet')

(kun-dukt')

(kun-fèkt')

(kun-fain')

(kun-flikt')

(kun-seiirv')

(kbn-sbrt')

(kun-tèst')

contract (kun-trèkt')

contrast (kun-trèst')

(kun-vènt')

(kun-vears'l (kun-veurt']

(kun-vikt')

(èto-sènt') (èb-strekt') (èk-sènt') (èf-fiks') (aoG-mènt') bombard (bum-baard') cement (se-mènt') colleague (kbl-lieG') collect (kbl-lèkt') compact (kbrn-pèkt')

discount (dis-kbunt') (cs-koort') (ès-see') (èa-zail') (èks-poort') (èks-trekt')

Werkwoorden, (eto-dzjekt') verachten.

(kun-vbi') (des-kenf) (dé?-aeiirt')

escort

digest (did-zjèst') in orde schikken; (spijs) ver-

1

) Wordt door anderen uitgesproken eveneens als het zelfst. nw. of bijvoeglijk nw.

ocr page 301

— 296 —

(fe»r-ment)

(foor'-kaast)

(foor'-teest)

(fri'-kwwent)

(im'-poort)

(im'-pres)

(in'-sèns)

j (in'-kriea

I of in-kries')

(in'-lee)

(in'-sult)

(oI»'-dzjèkt)

ferment

forecast

foretaste

frequent

import

impress

incense

inlay insult object

gisting.

voordacht.

voorsmaak.

dikwijls.

invoer.

druk.

wierook.

toeneming.

ingelegd werk.

beleediging.

voorwerp.

ferment (fer-ment') gisten.

forecast (foor-kaast') beramen. [van. foretaste (foor-teeat') een voorsmaak hebben frequent (fre-kwwènt') druk bezoeken. import (im-poort') invoeren.

impress (im-près') drukken.

incense (in-sèns' of in'-sèns) bewierooken; in toorn ontsteken.

increase (in-kries')

inlay (in-lee')

insult (in-sult')

object (oto-dzjèkt')

toenemen, inleggen, beleedigen. tegenwerpen.


(8e Oefen.) F. LexiCOgraphie (blz. 189) der 36e Les.

to expend (èks-pènd1), uitgeven, besteden; van dit woord komt to spend (biz. 300, § 290). — earnest (eur'-nest], ernst; daarvan earnestness (eur'-nest-ncs), ernst. — subject (sul»-dzjèkt), „sujetquot;, onderdaan, onderwerp. — extraordinary (èks-trbr-di-nèr-ri), „extraordinairequot; , buitengewoon, vreemd; vergelijk § 144 (blz. 71). — to laugh (laaf), lachen. — to cry (biz. 81, 93), (krijten, provincialismna voor:) weenen, schreien. — height (hait), hoogte; van high (blz. 200); to heighten (haitn), verhoogen; opwekken — to excite (èk-gt;ait'), „exciterquot;, opwekken; opgewonden maken, in overspanning brengen. —parrot (pèr'-rut), „per-roquetquot;, papegaai. — yellow (jèl'-loo), geel, „jaunequot; — lettuce (lèt'-tus), „laituequot;, latuw (salade-soort, o. a. in Z.-Holland bekend onder den naam van dunsel). — top (top), top, kruin. — Robin, (rob'-in), verkort van Êobinson (rob'-in-sun); Crusoe (kroea'-soo); de hoofdpersoon in den bekenden roman van Daniel Defoe (dèn'-i-èl de-fooquot;), die in schier alle talen overgezet is. — sail (seel), zeil; to sail, zeilen. — island (ai-lend), eiland, „tiequot;, oud-Fr. „islequot;. — teas n't, samengetrokken van teas not. — creek (kriek), bocht, kreek, „cri-quequot;. — hoop of whoop (hoep), ho! een roep bij vervolging. — rapidity (rèp-pid-it-ti), „rapiditéquot;, snelheid; van rapid (blz. 81, 93). — transition (trèn-siz'-zjun), „transitionquot;, overgang. — character (kèr'-èk-ter), „caractèrequot;, karakter, aard. — pity (pit'-ti), „pitiéquot;, medelijden; daarvan piteously (blz. 248). —former, zie § 279, blz. 268. — dry (drai), droog; to dry, drogen. — cuff (kuf), opslag (eener mouw). — what is the mat'ter (blz. 248)? wat scheelt u ? wat ia het ? — 7 should like (blz. 66) to go', ik zou gaarne gaan; 7 should like to have gone', ik zou (wel) willen dat ik gegaan ware, ik wilde wel dat ik gegaan ware. — wave (wweev), golf; to wave golven, golvend bewegen, wuiven, wenken met... — dirt (deurt), drek, vuil; dirty (deur'-ti), vuil, morsig, smerig. — to crack (blz. 142), kraken, — piaster (plaas'-ier), pleister, pleisterkalk, „platrequot;.— to ceil (aiel), plafonneeren, verwant met „cielquot;; ceiling (siel'-iiy), plafond. — naked (neek'-ed), naakt. — lath (laa^), lat; meervoud: laths (laadhz, § 143, blz. 71). — instead (blz. 155), in stede, in plaats. — to bring (blz. 49, 55) about (blz. 58), teweegbrengen. — correct (kbr-rèkt'), „correctquot;, juist, van lo correct (blz. 255). —jolly (dzjol'-li), jolig, pleizierig, vroolijk, prettig; verwant met joy (blz. 280) en „joliquot;. — holy (hool'-i), heilig: holiday (höl'-i-dee), heiligdag, dag waarop niet gewerkt wordt, rustdag, feestdag; meervoud: feestdagen, vacantie-dagen.

6. Mondeling Onderhoud.

Vragen.

1. Who was still at the school? 8. What did Scrooge do, when he

thought of the solitary child? S. Where did Scrooge and the Spirit go, and what did they see?

4. What sort of a house did they see?

5. What is said of the outhouses (but-hbuz'-fz, bijgebouwen)?

6. What did they do after they had looked at the exterior (èks-ti'-ri-ur, uitwendige') of the buildings?

7. What was the impression the interior (in-ti'-ri-ur, inwendige) of the building made?

Where did the Ghost and Scrooge go in the house? [opened?

What did they see, when the door IS.1) Whom did they see at one of the desks?

What did Scrooge do then?

What vision had the boy, as he was upon hia reading?

What waa the last peraon deacribed in the boy's book?

Why was the groom served right by the Genii? [Because he had no business...]

8. 9.

lO.

m.

13.

14.

15.

16.


1

Waar twee nommers vóór cene vraag staan, erlangt men het antwoord door den tekst van die twee nommers achter elkander te lezen, waarbij natuurlijk overgeslagen moet worden wat tusschen het haakje, waarmede het eerste nom-mer afgesloten wordt, en het tweede nommer staat.

(9e Oefen.)

ocr page 302

36° LES.

Hoe meer men reeds weet, des te meer heeft men nog te leeren. Met het weten neemt het niet-weten in gelijke mate toe, of juister gezegd het besef van het niet-weten,

A. Tekst.

(Oefen. 1—3 volgens het op blz. 33 [Eens voor al] gegeven voorsehrift.) (Zie bk. 19, 32, 189, 296.)

1 To hear Scrooge expending all the earnestness of Ms

tóe hier skroedzj èks-pènd'-i»^ aol dlü eu/-nest-nes bv hi®

nature on such subjects, in a most extraordinary voice be-

nce'-tjur on sutsjquot; sub'-dzjèkts in e moost eks-tror'-di-ner-ri volsquot; be-

tween laughing and crying; and to see his heightened and

twwien' laaf'-i»^ end kraiquot;-^ end toe si hi® hait'-end end

excited face;] would have been a surprise to his business

ek-sait'-ed feesquot; wwóed hev bin e seur-praiaquot; tóe hi® bi®quot;-nès

friends in the city, indeed. — «There's the Parrot Iquot; cried

frend® in dhe sitquot;-i in-diedquot; dheerz dhe pèrquot;-rut kraid

Scrooge. 2 «Green body and yellow tail, with a thing like

skroedzj Grien badquot;-i end jel'-loo teelquot; wwidh e thing laik

a lettuce growing out of the top of his head;] there he is!

e letquot;-tus Groo'-i«y out 6v dhe top'7 ov hi® liedquot; dheer hi i®quot;

Poor Robin Crusoe, he called him, 3 when he came home

poer rob'-in kroesquot;-soo hi kaold him wwen hi keem hoomquot;

again after sailing round the island.] 4 'Poor Robin Crusoe,

e-Gen' aaft'-er seel'-iwy round dhi ai'Mènd poer rob'-in kroes^-soo

where have you been, Robin Crusoe?'] The man 5 thought

wweer hèv joe binquot; rob'-in kroesquot;-soo dhe men ^aotquot;

he was dreaming, but he wasn't.] It was the Parrot, you

hi wwo® driemquot;-i?2^ but hi w wo® quot;-ent it wwo® dhe pèrquot;-rut joe

know. There goes 6 Friday, running for his life to the

nooquot; dheer goo® fraiquot;-dee run'-ni»^ for hi® laifquot; tóe dhe

little creek!] »Halloo! Hoopl Halloo!quot; — Then, with a

litl kriekquot; hèl-loe' hoepquot; hèl-loequot; dhèn wwidh e

rapidity of transition very foreign to his usual character,

rèp-pid'-it-ti ov trèn-siz'-zjun vèr'-ri fo/'-«n toe hiz joe«'-j6e-el k«rquot;-ck-tlt;;r

he said, in 7 pity for his former self,] »Poorboy!quot; and cried

hi sed in pit'-ti for hi® formquot;-er self poer bbiquot; end kraid

again. — »1 wish,quot; Scrooge muttered, putting his hand in

c-Genquot; ai wwisjquot; skroedzj muf-to'd poet'-tiMi/ liii liènd in

his pocket, and looking about him, after drying his eyes

hi® pökquot;-et end loek'-i»y «-boutquot; liim aaft'-w drai'-i»^ biz ai®quot;

with his cuff: »but it's too late now.quot; — «What's the

wwidli hi® kuf' but its toe leetquot; nbu wwbts dhe

matter?quot; asked the Spirit. — «Nothing!quot; said Scrooge.

mèf-te?* aaskt dhe spir'-rit r\\\thquot;-\ng sèd skroedzj

«Nothing. 8 There was a boy singing a Christmas Carol at

rmthquot;-\ny dheer wwo® e bbiquot; smy'-hiy e krisquot;-mè3 kèr'-rul èt

ocr page 303

my door last night. I should like to have given him something;]

mai doorquot; laast naitquot; ai sjóed laikquot; tóe liev Givnquot; him sum'-tóiKy

that's all.quot; — The Ghost smiled thoughtfully, and waved its

dlièts aolquot; dlie Goost smaild tliaotquot;-fóel-li end wweevd its

hand: saying as it did so: 9 „Let us see another Christmas!quot;]

bend'' see'-i«^ ex it did'' soo let us si en-XLdih.quot;-er kris'-mès

— 10 Scrooge's former self grew larger at the words, and the

skroedzj'-cz form'-er self Groe laardzjquot;-er èt dlic wweordzquot; end dhe

room became a little darker and more dirty. The pannels

roem be-keem' e litl daarkquot;-^* ènd moor deiirtquot;-i dhc pèn'-nelas

shrunk, the windows cracked: fragments of plaster fell out of

sjrankquot; dhe wwin'-flooz krèktquot; frèa'-mènts 6v plaastquot;-tT fcl out 6v

the ceiling, and the naked laths were shown instead;] but how

dlie siaV'-vug end dli6' neek'-cd laadlizquot; wweitr sjoon in-stèdquot; but liou

all this was brought about, Scrooge knew no more than you do.

aol dliis wwosb braot ö-boutquot; skroedzj njoe noo moo/' dlien joe'' doe

He only knew that it was quite correct; that everything had

hi oonquot;-li njoe dhèt it wwoz kwwait kbr-rèktquot; dlièt Q^'-er-i-thmg lied

happened so; that 11 there he was, alone again, when all the

ïièpndquot; soo dhèt dheer hi wwozquot; e loonquot; e-Gen' wwèn aol dhi

other boys had gone home for the jolly holidays.]

udhquot;-er böiz hèd Gon hoomquot; for dlié? dzjól'-li hólquot;-i-deez

(4e Oefening.) B. Hollandsclu; Vertaling.

Scrooge al den ernst (die in hem) was te hooren besteden aan zulke onderwerpen (en dat) (met) eene allervreemdste stem, tussehen lachen en schreien in, en zijn opgewekt en overspannen gezicht te zien, zou inderdaad eene verrassing geweest zijn voor zijne (handels)vrienden in de City. — „Daar is de Papegaai!quot; riep Scrooge. „(Een) groen lijf en (een) gele staart, met een ding als een (kropje) dunsel (dat) uit de kruin van zijn kop (groeit); daar is hij! Arme Robinson Crusoe! riep hij*) hem (toe), toen hij weder naar huis kwam, na het eiland rondgezeild te zijn. „„Arme Robinson Crusoe! waar zijt gij geweest, Robinson Crusoe?quot;quot; De man dacht dat hij (aan het droomen) was, maar (dat) was hij niet. Het was de Papegaai, 2weet 1gij. Daar gaat Vrijdag, loopende (al wat hij loopen kan), om [/or] zijn leven (te redden), naar de kleine kreek. „Heila! Ho! Heila!quot;t) — Toen, met eene snelheid van overgang, (die geheel) vreemd (was) aan zijn gewonen aard, zeide hij, met \in\ medelijden voor zijn voormalige Tk: „Arme jongen!quot; en schreide weder. — „Ik wen8ch(te) (wel),quot; mompelde Scrooge, zijne hand in zijn zak stekende en om zich heen ziende, na zijne oogen te hebben afgedroogd met den opslag van zijne mouw; „maar het is te laat nu.quot; — „Wat scheelt u?quot; vroeg de Geest. — „Niets,quot; zeide Scrooge. „Niets. Er was (gisteren avond) een jongen aan mijne deur (die) een Kerstlied (zong). Ik (wilde wel) (dat ik) hem iets gegeven (had): dat is alles.quot; — De Geest glimlachte peinzend, en wenkte met (de) hand, terwijl hij (dat) deed: „(Kom), laten wij [laat ons] (nu) een ander Kerstfeest zien!quot; — Scrooge's voormalige Ik werd grooter bij (deze) woorden, en het vertrek werd (nog) een weinig

*) Ia eene Engelsche editie in drie deelen van den Robinson Crusop, waarvan het Eerste deel 281 bladzijden groot is, dl. I, blz. 203 — 204. Op § 269 doen wij no^-opmerken, dat parrot hier mannelijk gebruikt is; des uoodig wordt ditzelfde zelfstandig naamwoord ook vrouwelijk gebruikt, b. v. „Robinson Crusoequot;, dl. II, blz. 26: the parrot not being quiff dead, was fluttered (flut'-terd, gefladderd) a good way off from the place where she fell; howjver, he found her, took her «ƒgt;, and brought her to me.

f) In het Tweede deel, dat 312 bladzijden groot is, blz. 10—13.

ocr page 304

— 299 —

donkerder en (nog) smeriger. §) De paneelen (der lambrizeering) sidderden [to shrink], de ramen kraakten; stukken pleister vielen uit het plafond, en in plaats (daarvan) werden de naakte latten (zichtbaar); maar hoe dit alles teweeggebracht werd wist Scrooge (evenmin als) gij (het weet). Hij wist slechts, dat het volkomen juist was, dat alles (precies) zoo had plaats gehad; dat hij daar (zat) [was], weder alleen, toen al de andere jongens naar huis (vertrokken) waren voor de prettige vacantie-dagen.

§) Ofschoon dirty (als tweelettergrepig bijvoeglijk naamwoord van gelijken oorsprong en gelijke vorming als een Hollandsch woord) volgens blz. 268, § 279, de vergelijkingsvorraen dirtier en dirtiest heeft, is hier de vergelijking gekozen door middel van omschrijving (blz. 269, § 280), en zulks om naast den vergelijkenden trap darker ook door het in het oog loopende van den vorm de opmerkzaamheid van lezer of hoorder nog beter te trekken. — to grow, grooter worden, door groeien of door ontwikkeling anders worden; to become% door het komen van andere dingen, door omstandigheden van buiten-af anders worden.

(5e Oefen.) C. W'ederzijdselie Vertaling.

Gesprekken. Les 34, bh. 288.

F a g. Gij zult (voor) Eomeo (spelen), (is het toch waar)?

Victim. Ja; en ik zal Theobald zijn.

Tactic. Gij (hebt) mij (immers) pen paket (zien) binnenbrengen — dat bevatte mijne wapenrusting.

Fag. (Eene) wapenrusting voor Eomeo?

Tactic. Ik weet (wel, dat) is niet het gewone kostuum; maar er moet een schild-gevecht plaats hebben tusschen mij en Theobald — een Shakespeare-audito-rium zou een treurspel zonder [een] schild-gevecht afkeuren — bijgevolg 2was 'de wapenrusting 3onmisbaar. Alles is klaar (op) den degen (na). (Gaat naar zijn lessenaar, en (haalt er) een schild uit.) Daar! wat (zegt) gij daarvan ? (Dat glimt als een spiegel) [daar is glans] — het zal eene zon zijn (die wedijvert in glans met) Julia. 2Wat ik zeggen wil, 'wij hebben eene nieuwe Julia gekregen; wij hebben de oude op stal gezet.

Victim. Ei; (het zal mij benieuwen) hoe de oude Julia (dat) zal (op)nemen?

Tactic. Spijtig genoeg, gij kunt (er) staat (op) maken. Maar bewonder (toch) mijn schild! Niet duur voor zeven (shillings) en zes pence, hè, Fag?

F a g. Neen, in 't geheel niet. — (Ter zijde.) Een oud potdeksel, met een beetje goudlak (er op), en het handvatsel aan de binnenzijde gezet.

Tactic. Mijne tegenpartij, Theobald, d.i. Victim, zal zich afgespiegeld zien in 't schild.

Fag. Ja, en dan zal het (er uit)zien als het schild van Minerva.

Victim. Waarom?

Fag. Omdat er een vermaledeid lee-lijk gezicht (midden in) (te zien) zal zijn.

Victim. Hi, hi, hi! Fag begint gees-tig te worden.

Tactic. Niet slecht (verzonnen) van Fag, (in allen gevalle). Gij liadt een ge-fingeerden naam noodig, om op de biljetten te zetten — noem u zeiven Mijnheer Gorgon. Ha, ha, ha! Maar zie (eens) hier. [Staat] (zet zich) in eene verdedigende houding met (het) schild. Hoe (vindt gij) [bevalt n] deze houding?

Victim. O, uitmuntend! Bravo!

Tactic. (Zool- vindt gij? En) toch leg ik mij niet veel op (die) soort van dingen [enkelv.'] toe. Ik (neem allerlei) houdingen (zonder moeite aan) (uit) eene soort van instinct — ze schijnen mij (als het ware aangeboren te zijn) [natuurlijk]. Hier is (er) nog een. (Zet zieh in eene nieuwe houding. Neemt eene rol perkament) Sla (nu eens) naar mij! (Victim slaat naar hem met eene rol perkament. Een gevecht. — Mijnheer Hooker treedt op.)


to betide (be-taid')

wedervaren to bleed (blied), bloeden, aderlaten to breed (bried), broeden, kweeken, opvoeden, grootbrengen to feed (tied), voeden, voederen

betid (be-tid'),

betided (bér-taid'-6d) bled (blèd)

(6e Oefen.) D. Spraakkunst.

[§ 389.] Uit de Zesde groep der Derde klasse hebben wij tot dusverre leeren kennen: de afgeleide zelfst. naamwoorden blood en brood, en met laatstgenoemd woord verwant het deelwoord bred. — Onbep. wijs lead; onvolm. verl. tijd led. — Onbep. wijs read; verl. dw. read. — Het regelmatige lighted (onv. verl. tijd en verl. deelw.).

Deze klasse verkort den vocaal - klank; de eind-consonant c? of ^ blijft onveranderd, zoodat de uitgang . ..ed wegvalt.

De hiertoe behoorende werkwoorden zijn:

bred (brèd)

fed (ted) betid (be-tid'),

betided (be-taid'-ed) bled (blèd)

bred (brèd)

fed (fèd) blood (bind), bloed.

brood (broed), broed, broedsel.

food (foed), voeder, voedsel, spijs.


ocr page 305

— 800 —

to lead (lied), leiden, led (led) led (led)

brengen

to meet (miet), ont- met (met) met (met)

moeten, aantreffen,

te gemoet komen

to read (ried), lezen; read (rèd) read (red) riddle (ridl), raadsel,

raden

to shoot (sjoet), schie- sJtot (sjot) shot (sjot)

ten

to speed (spied), spoed sped (sped) sped (spèd)

maken, zich spoeden to light (lait), yet-lighted (lait'-ed), lighted (lait'-td),

lichten ; aansteken, lit (lit) lit (lit)

opsteken; afstappen,

nsderkomen

De gebruikelijke samenstellingen zijn; lo mislead (mis-lied'), misleiden, op een verkeerden weg (of op een dwealspoor) brengen, als to lead; to alight (e-lait'), afstijgen, afstappen, neervallen, bijna nooit anders dan regelmatig; to relight (ri-lait'), weder aansteken, als to light.

Vertaal: 1. Wij hebben (elkander) ontmoet — en ontmoeten (elkander) misschien nimmer weder. — 2. Tevergeefs 'heeft (het)

ahart 'des helds [blz. 176] 4gebloed. —

[§ 390.] Uit de Zevende groep der Derde klasse kennen wij wel is waar slechts de onbepaalde wijs to build, het deelwoord built en den onvolmaakt verl. tijd girded, doch deze weinige vormen zijn voldoende, om de eigenaardige bijzonderheid van deze groep te kunnen bepalen. De werkwoorden der Zevende groep eindigen alle op d, welke uitgang in den onvolm. verl. tijd en in het verl. deelwoord, in plaats van er ...ed achter te voegen, veranderd wordt in de hardere consonant t. Behalve die consonant-ver-wisseling zijn overigens ook eenige regelmatige vormen in gebruik.

Volgens het spraakgebruik der vorige eeuw was het aantal der werkwoorden, waarbij deze consonant-verwisseling plaats had, zeer groot. Tegenwoordig evenwel zijn in deze groep slechts de volgende werkwoorden te rangschikken:

to bend (bènd), bui-gen

to build (bild), bou wen

to geld (Geld), lubben

to gild (eild), vergulden

to gird (Geiird), omgorden, aangorden to lend (lend), leenen to rend (rènd), aan stukken scheuren, verscheuren to send (sènd), zenden,

sturen to shend (sjènd), be-eohenden, beschimpen

tevergeefs, smokkelaar, ijdelheid, talmen, dralen, toeven, moeras, veengrond, veen.

Opgave 5. Geef de drie grondvormen op van die drie samengestelde werkwoorden.

Opgave 6. Leer van buiten:

in vain (in-veenquot;). smuggler (smuG-oler). vanity (vèn'-it-ti).

3. Zijn lordschap [blz. 184] werd 3doortwee der smokkelaars 2naar de boot 'gebracht.

— 4. De grootste [large] lamp is opgestoken. — 5. Als gij het vroeger (reeds) gelezen hebt, lees het (dan) nogmaals. — 6. Eer de kaarsen weder aangestoken waren , verliet mijn oom de kamer. — 7. Mijn been werd ^af-'geschoten. — 8. Mijne ijdelheid bracht mij op een verkeerden weg.

— 6. De Geest toefde hier niet, maar heette (= gebood) Scrooge zijn gewaad (vast) te houden, en over [above] het moeras verder [on] gaande [lo pass], spoedde (hij) waarheen [§ 106, blz. 55J? (Toch) niet naar zee? Naar zee.

to tarry (tèr'-ri). moor (moer).

bent (bént),

bended (bènd'-éd) built (bilt),

builded (bild'-ed) gelded (Geld'-ed), gelt (oèlt)

gilt (oilt),

gilded (Gild'-ed) girt (Geurt),

girded (Geurd'-ed) lent (lent)

rent (rent)

bent (bent),

bended (bènd'-ed) buill (bilt),

builded (bild'-ed) gelded (Geld'-fd), geit (oèlt)

gilt (Gilt),

gilded (Gild'-fd)

girl (Geurt),

girded (Geard'-ed) lent (lènt)

rent (rent)

gold (ooold), goud.

girdle (Genrdl), gor-[del.

sent (sent) shent (sjènt)

sent (sént) shent (sjènt)

i—

ocr page 306

— 301 —

to ipend (spend), be- tpent (spent) I gt;pent (spent)

steden, uitgeven,

Terkwisten

to begird (be-Gearcl'), omgorden, even als io gird.

Leer Tan buiten:

(iea'-er). (peedzj). (tsjèr'-ub-bim). (veel).

(skeers). (sèl'-dum), (loin).

eager page cherubim veil scarce seldom loin

Yertaal: 1. Honderd gretige oogen waren op [upon] haar gevestigd [to bend]. — 2. Hare dwergachtige pages waren als che-

[§ 291.] Uit de tot dusverre voorgekomene vormen der Achtste groep van de Derde klasse (Onbep. wijs pass; onv. verl. t. passed; verl. iw. passed, past. — Onbep. wijs bless; verl. dw. blessed. — Onv. verl. t. dropped) zien wij, dat de regelmatige vormen in deze groep het meest in zwang zijn, en dat slechts bij enkele, in plaats van den regelmatigen vorm, een vorm gebruikt wordt, waarin de uitgang ...ed verkort is in terwijl bij die woorden, die in de Onbep. wijs eene dubbele eind-consonant hebben, die dubbele consonant in eene enkele verandert.

Even als wij reeds bij de vorige groep (§ 290, blz. 300) aanstipten, wordt ook aan deze groep door sommigen eene groote uitgebreidheid gegeven: de werkwoorden echter, die overeenkomstig het algemeene gebruik tot deze groep behooren, zijn de volgende:

i.n Hindi. mov- /JmoH —

dwelt (dwwèlt), dwelled (dwwèld)

(smélt), smelled (smèld)

spelled (spéld), (spélt)

spilt (spilt), spilled (spild)

spoiled (spbild), spoilt (spoilt)

penned (pènd), pent (pènt)

dipped I dipt j dropped I dropt I

dipped I dipt j dropped dropt

(dipt) (dropt)

rapped (rèpt)

rapped 1 rapt I

(rèpt)

ST! gt;-*)

stripped )

stript j

(stépt)

(stript) (wwipt)

(rèpt)

(répt)

to dwell (dwwèl), vertoeven , blijven, wonen to smell (smèl), ruiken, beruiken, reuk geven, rieken to spell (spél), spellen, letter voor letter opnoemen, betoo veren to spill (spil), verspillen , storten, morsen, vergieten to spoil (spoil), bederven , berooven, plunderen to pen (pèn), pennen, schrijven; schutten, (in een schuthok) opsluiten to dip (dip), indoopen,

indompelen to drop (drop), druppelen , druipen, laten vallen

io rap (rèp), slaan, kloppen, wegrukken, wegkapen, in verrukking brengen

to step (stèp), stappen

to strip (strip), stroopen, afstroopen to whip (wwip), geese-

len, afranselen to wrap (rèp), wikkelen

Opgava 7.

gfetig,

page,

eherubijnljes, sluier, schaars, zelden, lenden,

robijntjes, (geheel en) al verguld. — 3. De sluier is verscheurd. — 4. Waarom hebt gij om [for] mij gezonden? — 5. Ik werd beschonden (omdat ik) [for, § 241, blz. 183] met to\ u sprak. — 6. Zoo 2bouwde 'hij het huis en voltooide [blz. 39] (hij) het. — 7. Zijne speer [blz. 206] boog [zich] bij [at] iedere schrede. — 8. Hij omgordde zijne lendenen. — 9. Hij zond mij in eene koets [om] u [you] te (halen) [brengen].

(smélt), smelled (sméld)

spelled (spéld), spelt (spélt)

spilt (spilt), spilled (spild)

spoiled (spoild), spoilt (spoilt)

penned (pènd), pent (pènt)

to drip (drip), druipen, druppelen; io droop (droep), nederhangen, kwijnen.

rapture (rèp'-tjur), verrukking.

rape (reep), roof.

dwelt (dwwèlt), dwelled (dwwèld)

(dipt) 1 (dropt)

stepped I stept j

ïjT'i

•l'quot;quot; I

wrapped \ wrapt I

ocr page 307

— 302 —

humt (beurnt),

burned (bearnd) learned (leurnd), learnt (leurnt)

blessed I blest I

(blest) I (drèst)

drest

drest

passed (paast) snatched I , v. ..v

VnalcU I (Snet83t)

pad j snatched snatcht mixed | mixt I

to burn (benrn), branden, verbranden to learn (learn), lee-ren (onderwijzen),

leeren (zich door oefening eigen maken), vernemen to bless (blés), zegenen

to dress (drès), klee-den, aankleeden, toebereiden to pass (paas), voorbijgaan

to snatch (snètsj), grij

pen, wegrukken to mix (miks), mengen J mixed i vermengen mixt i

burnt {bewrnt),

burned (bearnd) learned (learnd), learnt (learnt))

(blest) (drest)

(paast)

(snètsj t) (mikst)

blessed blest

blessed (blès'-cd), lie-melseh (bijv. nw.).

mixture (miks'-tjur), mengsel.

learned (lei»rn'-ed), geleerd (bijv. nw.).

Opgave 5. Leer van buiten;

gast, guest (aèst).

goddeloos, godless (God-les).

lezer, reader (ried'-er).

toebereidsel, preparationtyxep-ix-xee'-sjun).

wrong {yong). admiration (èd-mi-ree-sjun).

(beek'-er). (breev).

(sik).

(blènk'-et). (blz. 49, 56). (skbl'-cr). (veei'-nr).

baker brave sick blanket

verkeerd,

bewondering,

bakker,

dapper,

ziek,

deken,

fatsoenlijk man,,

geleerde, scholar

dapperheid, valour

Vertaal; 1. Gezegend zij de plaats wer-waarts [where] vroolijke [merry] gasten de wijk nemen [blz. 121, 127]. — 2. V\aar hun God gewoond heeft, wonen de god-deloozen. — 3. De lezer heeft iets [blz. 129] aangaande [about] de toebereidselen vernomen. — 4. Verscheidene [blz. 200] der woorden waren verkeerd gespeld. — 5. Hij was in bewondering van die jonge dame opgetogen [to rap\. — 6. Buiten het bakkershuis |§ 214, blz. 139] hadden zij de gans [§ 190, blz. 108] geroken. — 7. Vrede [blz. 232] (zij) den [to the\ dapperen, wier bloed vergoten is! — 8. Wy zijn allen bedorvene kinderen. — 9. Jufvrouw Hardcastle [haard'-kaasl] is juist [blz. 73, 79] in [into\ de aangrenzende kamer gegaan. — 10. De zieke man werd in [iri\ dekens gewikkeld. — 11. Hij spelde als \likt\ een fatsoenlijk man, en niet als een geleerde. — 12. Het vuur der [of\ dap-derheid brandde in zijne oogen. — 13. De hond kwam en berook mijne beenen.

Van de samengestelde werkwoorden gaan to unlearn als to learn; to undress gaat niet andert dan regelmatig; to pen is regelmatig in de beteekenis van schrijven, onregelmatig in de beteekenis van opsluiten.


to hurst (bearst), bersten, uitbreken to cast (kaast), werpen to cost (kóst), kosten to cut (khut), snijden to hit (hit), treffen,

raken to hurt (heart), kwetsen , zeer doen, benadeelen, bescha' digen to knit (nit), breien

knoopen to let (let), laten, verhuren

[§ 293.] Uit de Negende groep kennen wij:

Verl. dw. cut. — Onbep. wijs let; verl. dw. let. — Tegenw. tijd must; onvolm. verl. t. must. — Onbep. wijs put; onv. verl. t. put; verl. dw. put. — Onv. verl. t. set. — Onbep. wijs shut; onv. verl. t. shut; verl. dw. shut.

Zooals wij zien, zijn alle drie de grondvormen van elk dezer werkwoorden volkomen aan elkander gelijk; ze eindigen op eenige ook op d.

Tot deze groep behooren de volgende:

burst (bearst)

burst (bearst)

cast (kaast) cost (kost) cut (khut) hit (hit)

hurt (heart)

knit (nit),

knitted (nit'-ed) let (let)

caamp;t (kaast) cost (kost) cut (khut) hit (hit)

hurt (heart)

knot (not), knoop.

knit (nit),

knitted (nit'-ed) let (let)


ocr page 308

— 303 —

I must (must), ik moet to put (poet), zetten,

leggen, plaatsen io quit (kwwit), verlaten

to rid (rid), bevrijden, ontslaan to set (sèt), zetten to shed (sjèd), stor ten, morsen, uitgieten, vergieten to shred (sjred), klein

snijden to shut (sjut), dichtdoen, dichtmaken to slit (slit), splijten,

spouwen to split (split), split-sen, splijten, aan splinters slaan to spread (sprèd), spreiden, verspreiden to sweat

(swwct), (Wrust),

zweeten to thrust stootea

to wet (wwèt), nat- wet (wwèt) wet (wwèt)

ten, natmaken, bevochtigen

Op gelijke wijze al de samengestelde werkwoorden, b. ten; to upset (up-sèf), omverwerpen, omwerpen.

sweat (swwèt),

sweated (swwèt'-ed) thrust (Mrust)

wet (wwèt)

(must) put (poet)

quilted (kwwit'-ted),

quit (kwwit) rid (rid)

set (set)

(sjèd)

s/ired (sjred) s/iut (sjut)

slit (slit)

split (split)

spread (sprèd)

put (poet)

quitted (kwwit'-ted),

quit (kwwit) rid (rid)

set (set)

d (sjèd)

shred (sjrèd) shut (sjut)

slit (slit)

split (split)

spread (sprèd)

v. to beset (be-sèt'), bezet-

sweat (swwèt),

sweated (swwèt'-ed) thrust (^rust)

settle (sètl), zetel, zitplaats.


Opgave 6. Leer van buiten: gelach,

dobbelsteen,

teerling valdeur,

ongelukkig,

Cecilia,

luitenant,

hechtpleister,

schurk knave

schotel, dish

dankgebed, grace in werkelijkheid in effect gezelschap,

sociëteit,

maatschappij, society

donderslag, pijnboom, gracht, vrachtwagen, verwijt, bestraffing , fortuin, vermogen , opheffen,

o ver wégen, het zal waarschijnlijk zijn overal waar,

thunder1 tolt pine ditch waggon

' rebuke

(sos-sai'-f-ti). (th\m'-Aer-(pain). [booll). (ditsj). (wweo'-Gun).

(re-bjoek').

(for'-tjun). to put up'.

to consider (kon-sid'-ef). it is likely (laik'-li).

to be

wheresoever (wweer-so-èv'-er) lust hebben, to list (list).

laughter (laaf'-ter).

die

portcullis

unhappy

Cecilia

lieutenant

sticking-

(dai).

(poort-kul'-lis).

(un-hèp'-pi).

(se-sil'-i-aa).

(lev-tèn'-ènt).

(stikquot;-i«^-

plaast'-er). (neev).

(disj).

(arees). (ef-fekt').

vork, fork (fork).

bord, plate (pleet).

Vertaal: 1. De weg was (bezaaid) [bezet] met gevaren [blz. 128]. ~ 2. Ik barstte m [mto] luid (blz. 200] gelach uit. — 3. De teerling is geworpen. — 4. De valdeur werd neergelaten. — 5. Hoe vele ongelukkige oogenblikken — hoe vele tranen hebt gij mij gekost! — 6. Cecilia bevond, dat zij den rechten spijker getroffen had. — 7. Zijt gij gekwetst, luite-nant- - 8- hij 4het einde van zijnen neus (af-) [off] 2gesneden 'had, 6zou 5hij een stuk hechtpleister daarop [over iel gelegd [to put] 7faebben '«en ^volkomen voldaan [blz, 191] ^geweest (zijn). — 9. 2God 'dank, gij zijt van [of] een schurk ontslagen. — 10. De schotels werden 2op H (tafel) 'gezet, en (het) dankgebed werd gedaan [to say], — U. Voor mijn vaderland [country] heb ik mijn bloed ver-goten. — 12. Ik ben in werkelijkheid (uit) [out] gesloten 3uit (de) maatschappij. — 13. De donderslag had den pijnboom (in tweeën) gespleten. — 14. Bij [»«] (het) voorbijrijden [to pass, § 241, blz. 183] tusschen [between] eene gracht en een vrachtwagen, werd de wagen omver geworpen. — 15. Scrooge bukte [to bend]


ocr page 309

Toor de beitraffing Tan den Geest, en asloeg [lo ca»t\ 'sidderend zijne oogen ter [upon tjie\ (aarde) [grond], — 16. Het gelnk [blz. 222] (dat) hij geeft is ruim \quUe] zoo groot, als [as if\ '■'kostte 'het 3een vermogen. — 17. De jonkman fronste [to knil\ zijne wenkbrauwen [blz. 2S9]. — 18. De moeder legde haar werk op de tafel [blz. 191], en hief hare hand op

die,

tijd hebben. Het zijn:

to crow (kroo),

kraaien lo dare (deer), durven, wagen

crew (kroe),

crowed (krood) durst (deum), dared (deerd)

naar [to] haar aangezicht. — 19. Hg zette zich (er toe, om) te overwegen wat het waarschijnlijk wezen zou. — 20. Hij goot eenige droppels [blz. 232] [tran] water op [upon] haar (uit). — 21. Water verspreidde zich overal, waar het (slechts) lust had. — 22. Mijn oom Tobias legde 'zijn mes en (zijne) vork 'neder, en stiet zijn bord vóór

zich (weg).

SOS.] De Laatste groep der onregelmatige werkwoorden bevat er slechts twee, behalve hunne regelmatige vormen, nog een onregelmatigen onvolmaakt verleden Wij kennen daarvan tot dusverre slechts de onbepaalde wijs to dare.

crowed (krood) dared (deerd)


Achter to dare, in al zijne wijzen en tiden, staat de onbepaalde wijs meestal zonder to, doch ook wel met to.

Opgave 7. Vertaal: 1. Egerton [iedzj'-er-tun] durfde niets meer zeggen. — 2. De haan kraaide luid.

(8e Oefen.) F. Lcxicographie.

(9e Oefen.) 6. Mondeling Onderhoud.

V ragen.

1. What would have been a surprise to Scrooge's business friends in the city ? 8. Describe the parrot! [He had a...] 8. When was Bobinson addressed by the parrot?

4. What did the parrot say to Bobinson?

5. Wherein was Bobinson mistaken? [He...]

O. What other scene from Bobinson came to Scrooge's mind?

7. What feeling made Scrooge say: Poor boy?

8. In what words does Scrooge relate the last visit he had at his counting-hoase?

9. What did the Ghost say to change the scene ? [changed ?

lo. How were Scrooge and the school M. In what situation was Scrooge next Christmas?


Woord ten Besluite.

Voorloopig is hiermede onze taak volbracht.

Aan ieder beoefenaar van onze Leermethode der Engelsche taal laten wij de beantwoording over van de vraag: Zijn de 36 lessen van dezen Eersten Cursus ingestudeerd naar behooren en uitgewerkt volgens de door ons gestelde rtr-gelen? Ieder, die deze vraag met ja kan beantwoorden, zal zich (wij hebben er de op ondervinding steunende overtuiging van) in staat gevoelen, om met beschaafde Engelschen een alledaagsch gesprek te voeren, om een draaglijken brief in het Engelsch te schrijven, en om (misschien met behulp van een Woordenboek) alle gewone lectuur te verstaan.

Ieder, die nu gelegenheid heeft om veel met Engelschen om te gaan, heeft na deze 36 Lessen niets meer noodig; wat hem nog ontbreekt, leert hij door dien omgang van zelf, Is het hem echter te doen om degelijke en volledige kennis van de Engelsche taal, en om te zorgen, dat het reeds aangeleerde nooit weer vergeten worde, dan sporen wij hem aan, om van onze Leermethode ook den Tweeden (dat is Laatsten) Cursus te beoefenen: want zelfs diegenen, die nooit in de gelegenheid geweest zijn een Engelschman te spreken of te hooren spreken, zullen, na 't bestudeeren van dien Cursus, gerust een reisje naar Engeland kunnen ondernemen, en zich daar, met spreken en verstaan, even goed op hun gemak gevoelen als in hun eigen land.

ocr page 310
ocr page 311
ocr page 312
ocr page 313