m
â . ...ife , â â â â quot;jvquot; Y â¢
^MhT-'A quot;:v .. â
L V'',J , S
â I' M-xt' f ?quot;
i^vv-rv i' \,f. â¢â
gt; v s v: - â ( . -⢠vy v j-.- v â v i
* -gt; . ' % rV - l ^ \ £cx l *fgt;
quot;' «⢠% Av^S x , * W â .LtJ'V^'r :gt; t-* sit4f*v% 'quot;A lt;â ^ gt;v ' 'i^ 4. rquot;i T
r rlt;y-r^ »\ ' 1 V ⢠Alt; V- r
â .' .â \i,-.ri-/., ;., \ gt;'Vt t-kquot; Ia
W- . X ~ i
iS' â : V â
f V; . / i quot;- 'tV '
i? : 'V â .UfV^A%? A 'M A\f:S
\ f A gt;i -'/VVxr â .â Vj
H ^ ' â ' ïf VN^v A- %? i V'lt;%^Jv '
\ t. -* 'r V â Aiff^lxl O - ,. .-^S. ^A\|
fflr? B'\quot;' ''v quot; gt;gt; ' ' 'A 1
wafièij Iv v f gt;
1;.,... ⢠»»»⢠. r *. H» '⢠â¢â¢â¢ v â V 1
- v^-. K' - quot; â -r 1
n v \ \ ) t . â V, 5? .% ,. lt;* \-gt; V-Jj
De stervende Maatschappij en de Anarchie.
Oe stervende Maatschappij en de
DOOK,
JEAN GRAVE.
VERT A.VI. 1) DOOK
B. P. VAN DER VOO.
Met een Voorwoord van F. Domela Nieuwenhuis.
Eiblic heek
KINDEUfiROEDERS WEERT.
Uitgave van:
B. P. v. [gt;. Voo. Hugo de Grootstraat 2. ROTTEHDAM.
, RIJKSUNJVERSI-rEIT TE UTRECHT 2192 9843
Een woord vooraf.
Heeft elk geschrift zijn geschiedenis, meel' dan van eenig ander kan dit getuigd worden van het boek van Jeax Ctrave.
Daarmede tocli zoowel als niet den schrijver is iets gebeurd, wat men niet gebeurlijk zou achten in een maatschappij als de onze, waarin men zich er nog al op verheft dat, men uitsteekt boven vorige eeuwen. Als men hoort wat het is, waarop wij het oog hebben, dan zal men erkennen, dat zooiets thuis behoort in het land der Abderieten. Dit boek toch is zoo wat een jaar vrij in den handel geweest, het lag open en bloot voor de glazen van menigen boekverkooper en tengevolge van een daad, door een ander bedreven, werd niet alleen het boek in Frankrijk verboden, maar de schrijver gevangen genomen en veroordeeld N. B. tot twee jaar gevangenisstraf.
Zeker, dat is misschien eenig in de annalen der geschiedenis: Het heeft er veel van, als wij letten op zulke onzinnige dingen als dit of op een omwentelingsontwerp als in Duitsch-land is voorgesteld, alsof wij teruggaan naar de middeneeuwen. Intnsschen één ding vergeet men in den regel, nl. dat men
ti
nooit beter reklame voor eeu zaak maakt dan door haar te vervolgen. Of is de aandacht niet oneindig meer gevallen op dit boek als anders liet geval zou zijn geweest? Heeft de naam van Jean Gkaye niet daardoor een Europeesche vermaardheid gekregen, waarop hij anders niet zoo zeker had mogen bogen?
Evenwel tot de waarde van een geschrift doet het niets af of het gerangschikt wordt onder de verboden vruchten, al of niet.
Het boek zou vertaald worden en de vertaler verzocht mij een enkel woord, om het bij ons publiek binnen te leiden. Aan dat verzoek voldeed ik. En waarom? Omdat het de sporen draagt het werk te zijn van iemand, die ernstig en zelfstandig heelt nagedacht over tal van vraagstukken, die het menschdom in beroering brengen. Als zoodanig heeft het aanspraak, om gelezen en overwogen te worden door allen.
In zijn kritiek der bestaande maatschappij is hij scherp en logisch, zonder zich om iets of iemand te bekommeren. Wij zijn het daarin geheel met hem eens. In andere hoofdstukken komen meermalen punten voor, waarop wij gaarne met hem in discussie zouden treden.
Aan namen hechten wij niet veel, maar toch zal men goed doen zoo zuiver mogelijk te onderscheiden, om verwarring te voorkomen. Zoo meen ik dat de individueele anarchisten alleen den naam van anarchisten verdienen te dragen en dat een Bexjamix Tucker volkomen in zijn recht is, waar hij Kkopotkixe, Most en anderen het recht ontzegt dien naam te dragen.
Wie âDe Verovering van het brood ', dat gezonde en uitstekende propagandawerk van Kkopotkixe leest, die zal zeggen: ja, maar zoo hebben wij het altijd gewild.
Ik geef gereedelijk toe dat het socialisme in de verschillende landen een anderen gang van ontwikkeling heett gemaakt naar gelang van den aard van het volk, te midden waarvan het zich vertoonde en dat dus het socialisme lang niet overal hetzelfde is. Zoo vertoont de sociaal-demokratie in Duitschland een andere type dan het socialisme, zooals het zich onder de meer westersche volkeren, nl. Nederland. Frankrijk of Engeland voordoet en al doet men nog zoo zijn best het socialisme naar Duitsch model te enten op den stam van alle landen, dit zal afstuiten op de eigenaardigheden van de volkeren zeiven. Nooit b. v. zal het
VII
Duitsche socialisme met zijn militaire dressuur iulieemsch worden in Frankrijk.
Nederland en ook Engeland, waar men van oudsher prat was op zijn autonomie, kunnen zich onmogelijk neerleggen bij een stelsel, waarin het individu herleid wordt tot zeer weinig en als quot;t ware opgaat in de gemeenschap.
Naast den strijd oin liet bestaan, die niet ontkend kan worden, is in de menschen- zoowel als in de dierenwereld de wet van onderlinge hulp zichtbaar en liet behoort zeker tot een der grootste verdiensten van Kropotkixe, dat hij meer dan andereu daarop den nadruk heeft gelegd.
Het is zoo treurig dat de sociaal-democratie zoo goed als klaar is. Daardoor gelijkt zij maar al te dikwijls op een godsdienstig dogma. Men sluit zich at' van verdere ontwikkeling. Alle vorderingen, alle nieuwe gezichtspunten worden beoordeeld uit dat oogpunt, Kunnen zij daarin passen, leveren zij nieuwe bewijsstot', zij worden met beide handen aangegrepen, maar wee wanneer zij dat niet doen, ze worden als oud vuil op den mesthoop gegooid.
Stilstaan is achteruitgaan en voor den opnierkzamen waarnemer is in de sociaal-democratie weinig vooruitgang zichtbaar. En onder de anarchistische schrijvers trekt het aan, dat zij vatbaar zijn voor nieuwe indrukken. Natuurlijk, veel kan ook daar den toets van liet onderzoek niet doorstaan, maar toch het wekt op tot nadenken.
Elk mensch wil voor zich zooveel individueele vrijheid als hij maar krijgen kan, maar dan moet hij ook meewerken om haar evenzeer aan anderen te bezorgen. En wanneer Grave zegt: ,het individu heeft het recht op alle vrijheid, op de voldoening van al zijn behoeften, dat spreekt vanzelf: maar daar er meer dan een milliard individuen op aarde zijn met rechten en met gelijke behoeften, daarom volgt hieruit dat al die rechten moeten voldaan worden zonder op elkander te stooteu, anders zou er onderdrukking zijn en dit zou de doorgemaakte revolutie nutteloos maken,quot; dan stemmen wij hem dit volgaarne toe.
Dat is juist liet punt wat het minst besproken wordt, hoe namelijk de verhouding tusschen het individu en de gemeenschap moet zijn. En tocli dat zal een hoofdzaak zijn. Reeds John Stüart Mill begreep dit zoo juist, toen hij schreef,
VIII
nadat hij het kommmiisme gesteld tegenover de hedendaagsche maatschappij, berustende op privaat-eigendom : âmochten wij een gissing wagen, dan zouden wij zeggen, dat waarschijnlijk de beslissing vooral van deze vraag zal afhangen; welk der beide stelsels de grootste uitbreiding der menschelijke vrijheid en spontaneïteit gedoogt. Na de voorziening in hun levensonderhoud is vrijheid voor de menschen de sterkste van alle persoonlijke behoeften; en (in tegenstelling van de fysieke behoeften, die naar gelang de beschaving klimt, gematigder worden en lichter te beheerschen) die behoefte groeit aan en neemt in plaats van te verzwakken in sterkte toe, naarmate de verstandelijke en zedelijke vermogens zich schooner ontwikkelen. Zoowel de maatschappelijke instellingen als de praktische zedelijkheid zouden de volmaaktheid bereikt hebben, als aan alle personen volledige onafhankelijkheid en vrijheid van handelen was verzekerd en geene andere beperking hun was opgelegd dan de plicht om anderen geen kwaad te doen. Een opvoeding of sociale instelling die met zich brachten dat men de vrije zelfbepaling van doen en laten ten offer moest brengen om een hoogere maat van levenslust of overvloed te erlangen of dat men van de vrijheid afstand moest doen ter wille van de gelijkheid, zouden een der verhevenste kenmerken der menschelijke natuur nitdooven.quot;
Zoo spreekt de wetenschappelijke man en een ieder zal goed doen dat verstandige woord te overwegen.
Welnu ook Grave streeft ernaar om tal van zaken te bespreken, die verdienen van alle kanten bekeken te worden.
Als de stervende maatschappij, die ten doode gedoemd is omdat zij lijdt aan ongeneeslijke kwalen, ten grave is gedaald, dan zal het de taak der socialisten zijn om te toonen dat zij zich voorbereid hebben voor een betere en hoogere. Niet een deel der menschheid, maar het geheel moet gebaat zijn met dien dood en daarom moet het socialisme zorg dragen dat het steeds allen omvat, opdat wij geen verplaatsing of vermindering slechts maar opheffing der ellende zullen deelachtig worden.
Zoo zoeke en vinde dit boekske zich een weg onder de denkende arbeiders, dan zal het zeer zeker zijn nut doen.
F. Domei,\ Nieuwexhcis.
Voorwoord bij de Fransche uitgave.
Ik heb een vriend, die een in waarheid treffeudeu goeden wil aan den dag ligt om alles te begrijpen. G-eheel en al natuurlijk, verlangt hij naar het eenvoudige, groote en schoone. Maar zijn opvoeding, die besmet is met al de vooroordeelen en leugens welke de vaste aanhangselen vormen van een zoogenaamd hoogere opvoeding, belemmert hem bijna altijd in zijn streven naar geestelijke bevrijding. Hij zon zich geheel willen loswoelen uit de sleur der gangbare denkbeelden, uit de eeuwenoude gewoonten waarin zijn verstand tegen zijn wil is vastgeroest. â En hij kan niet;
Dikwijls komt hij mij opzoeken, en spreken wij langdurig. De door den één zoo belasterde, door den ander zoo slecht begrepen anarchistische denkbeelden houden hem in beslag: en zijn eerlijkheid is groot, zoo niet om ze allen aan te nemen, dan toch ten minste om ze te begrijpen. Hij gelooft niet â zooals de meerderheid van de lieden uit zijn omgeving â dat zij alleen het in de lucht laten vliegen van huizen ten doel hebben. Integendeel bespeurt hij te midden van een nevel die
X
misschien zal optrekken, harmonische vormen en schoonheden; en hij stelt daar belang ia, als in iets dat men liefheeft, een nog wel eenigszins vreeselijke zaak, waarvoor men vrees koestert omdat men haar nog niet goed begrijpt.
Mijn vriend heeft de bewonderenswaarde boeken van Kkopotkixe gelezen en de welsprekende, vurige, kundige ver-toogen van Elisée Eeclus, tegen te snoodheid van regeeringen en op misdaad gegrondveste maatschappijen. Hij kent van Bakouxixe, wat de anarchistische bladen hier en daar van dien schrijver hebben in het licht gegeven. Hij heeft den ongesta-digen Pkoudhox en den aristocratischen Spexcek doorgewerkt. Kort geleden eindelijk, hebben de verklaringen van Etiévaxt hem bewogen. Dat alles sleept hem een oogenblik mêe, naaide hoogten waar het verstand wordt gelouterd. Maar steeds keert hij verwarder dan ooit te voren weder van die tochten midden door het ideale. Dnizende beletselen, zuiver behoorend tot het onderwerp (subjectif), houden hem tegen; hij verliest zich in een oneindigheid van als, want en in a a r, een war-bosch waaruit geen ontkomen mogelijk is, en waaruit hij meermalen mij vraagt hem te verlossen.
Gisteren nog, vertrouwde hij mij de kwellingen zijner ziel toe. toen ik hem zeide;
â Grave, wiens oordeelkundig en krachtig verstand gij kent, zal een werk in de wereld zenden, getiteld: âDe stervende Maatschappij en de Anarchiequot;. Dit boek is een meesterstuk van logica (redeneerkunde). Het is vol licht. Dit boek is niet het geschreeuw van een verblinden en bekrompen partijganger; het is evenmin het tromgeroffel van den heerschzuchtigen propagandist; het is het overwogen, overdacht, beredeneerd werk van een hartstochtelijk aanhanger, weliswaar van iemand die _het geloof heeftquot;, maar die tevens weet, vergelijkt, overweegt, ontleedt, en die met een ongemeen helderziend oordeel zich tusschen de feiten der sociale geschiedenis, de lessen der wetenschap en de vraagstukken der wijsbegeerte beweegt, om te belanden bij de niet te weerspreken gevolgtrekkingen die gij kent en waarvan gij nóch de grootschheid nóch de rechtvaardigheid zult ontkennen.
Mijn vriend viel mij levendig in de rede;
â Ik ontken niets.....Ik begrijp werkelijk, dat Grave,
XI
van wiea ik â in de âEévoltequot; â- geweldige strijdartikeleii lieb gevolgd, bijvoorbeeld droomt van de opheffing van den staat. Hoewel ik niet zooveel stoutmoedigheid bezit als hij, droom ik daarvan ook. De staat drukt op het individu met een lederen dag meer verpletterend en ondragelijk gewicht. Van den mensch, dien hij ontzenuwt en verstompt, maakt hij niets dan een pakket aan belasting onderhevig vleesch. Zijn eenige roeping is van hem te leven, zooals een luis leeft van het dier waarop zij haar zuigers vastzette. De staat ontneemt den mensch het geld, dat zoo ellendig verdiend is in de strafkolonie, genaamd arbeid : hij ontfutselt hem zijn ieder oogenblik door wetten gekluisterde vrijheid; van af zijn geboorte doodt hij zijn persoonlijke talenten, of vervalscht ze, wat op hetzelfde neerkomt. Moordenaar en dief. Zeker, ik bezit de overtuiging dat de staat die dubbele misdadiger wel degelijk is. Zoolang de mensch loopt breekt de staat hem de beenen; zoolang hij de armen uitstrekt houwt de staat ze hem af; zoolang hij denken durft ontneemt de staat hem de hersenen. En dan zegt hij tot hem: loop, neem en denk.
â Welnu?, vroeg ik.
Mijn vriend ging voort:
â De anarchie daarentegen is de herovering van het individu, het is de vrijheid tot ontwikkeling van het individu, in een j.ormalen en harmonischen zin. In één woord kan men haar samenvatten als: de vrijwillige benuttiging van alle door den staat op misdadige wijze verwaarloosde menschelijke kracht I
Ik weet dat......en ik begrijp waarom een geheele jonge
generatie, een groote schare kunstenaars en denkers â de bloem onzer tijdgenooten â met ongeduld uitkijkt naar het aanbreken van die lang verwachte dageraad, waarin zij uiet alleen een ideaal van rechtvaardigheid, maar ook een ideaal van schoonheid onderscheiden.
â Welnu?, vroeg ik nogmaals,
â Wel, één zaak verontrust mij en brengt mij in de war: de gewelddadige zijde van de anarchie. Ik ben tegen gewelddadige middelen; ik heb een afkeer van bloed, en ik wilde dat de anarchie alleen door de rechtvaardigheid der toekomst haar zegepraal bereikte.
Ik antwoordde hem het volgende;
XII
â Gelooft gij dat de anarchisten zoj bloeddorstig zijn? Gevoelt gij niet integendeel de onmetelijke teederheid, de liefde voor het leven, waarvan Uet hart van een Kropotkixe vervuld is? Helaas!, dat zijn de aan iederen menschelijken strijd onafscheidelijk verbonden treurigheden, tegen welke men niets
vermag.......En dan!.......wilt gij dat ik een
klassieke vergelijking aanhaal? De aarde is uitgedroogd; alle kleine planten, alle kleine bloemen worden verbrand door een gloeiende aanhoudende, doodende zon: zij verbleeken en buigen : zij staan op het punt te sterven.......Maar daar verduistert een wolk den gezichteinder. Die wolk komt voorwaarts, en bedekt den vlammenden hemel. De bliksem flikkert en de regen steoomt op den smachtenden bodem. quot;SVat hindert het of de bliksem hier of daar een te grooten eik gebroken heeft, als de kleine planten, die bijna stierven, gedrenkt en verfrischt haar stengels weder opheffen, en haar bloemen ontplooien in de
kalm geworden lucht?.......Ziet ge, men moet zich den
dood der gulzige eiken niet te sterk aantrekken.......Leest
het werk van Grave. . . , . . . Grave heeft betreffende dit onderwerp voortreffelijke dingen gezegd. En wanneer gij na dit boek te hebben gelezen, waarin zooveel denkbeelden aangeroerd en verhelderd worden, na het te hebben overdacht zooals het bij een werk van zulk een hooge verstandelijke vlucht behoort, er nog niet toe kunt komen u een bestendige en rustige meening te vormen, zon het beter zijn â dat verzeker ik n â er afstand van te doen de anarchist te worden die gij zijn kunt, en liever de goede bourgeois te blijven, de onboetvaardige en onverbeterlijke bourgeois, de bourgeois âtegen wil en dankquot; die gij â misschien â zijt.
Octave Mirbeai'
I.
De anarchistische idéé en haar ontwikkeling.
Anarcliie wil zeggen ontkenning van het gezag, Het gezag zoekt zijn bestaan te wettigen door de noodzakelijkheid om de maatschappelijke instellingen â familie, godsdienst, eigendom enz. te beschermen en heeft een menigte in elkander grijpende raderen gevormd om zijn uitoefening en bekrachtiging te verzekeren. De voornaamste zijn; de Wet, de Rechtspraak, het Leger, de Wetgevende macht, de Uitvoerende macht enz., zoodat bijgevolg de anarchistische idee â genoodzaakt op alles te antwoorden â al deze maatschappelijke vooroordeelen heett moeten aanvallen, tot op den bodem van alle menschelijke kennis heeft moeten doordringen, om aan te toonen, dat haar begrippen geheel en al overeenkomstig de physiologische en zielkundige natuur van den mensch, en volmaakt naar den regel der natuurwetten zijn, terwijl de tegenwoordige organisatie tegen alle logica en gezond verstand in gevestigd is: hetgeen tot gevolg heeft, dat onze maatschappijen onstandvastig zijn en door omwentelingen vernietigd, welke laatsten zelve veroorzaakt worden door de haat opgehoopt door hen die vermorzeld worden door willekeurige instellingen.
DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EX DE AXARCHIE.
Terwijl dus de anarchisten het gezag bestrijden, moeten zij alle instellingen aanvallen waarvan de macht zich als verdediger heeft opgeworpen, waarvan de macht de noodzakelijkheid zoekt te bewijzen â om haar eigen bestaan te wettigen.
Het arbeidsveld der anarchistische ideeën is dus vergroot. In 4en beginne niets als een eenvoudige politieke ontkenning aanhangend, moest de anarchist later ook de economische en maatschappelijke vooroordeelen aanvallen, en een formule vinden, die geheel en al de individueele aanmatiging ontkennend, die den grondslag vormt van de bestaande economische orde, terzelfder tijd de begeerte naar de organisatie der toekomst verklaart, en het woord C o m m u n 1 s m e moest natuurlijkerwijze plaats vinden naast het woord Anarchie.
In het vervolg zullen wij zien, dat zekere uittreksel-makers wilden voorgeven dat de woorden anarchie en communisme er tegen schreeuwden in één adem te worden genoemd, vanaf het oogenblik dat anarchie beteekende; geheele uitzetting der individualiteit. quot;Wij zullen aantoonen dat tegen dit beweren in, de individualiteit zich slechts ontwikkelen kan in de gemeenschap; dat deze laatste niet zou kunnen bestaan wanneer de eerste zich
niet vrij bewoog, en dat zij elkander aanvullen.
*
* %
Het is deze verscheidenheid van vraagstukken die moeten worden aangevallen en opgelost, waaraan het succès der anarchistische ideeën moet worden toegeschreven en die heeft bijgedragen tot haar snelle uitbreiding; zoo goed dat zij â in de wereld geworpen door een groep van onbekenden zonder propaganda-
14
15
middelen â tegenwoordig met meer of minder goed gevolg wetenschap, knust en letteren belieerschen.
De haat tegen liet gezag dagteekent van ver terug; zij begon zoodra de mensch zich er rekenschap van kon geven dat men hem verdrukte. Maar hoeveel gestalten en stelsels heeft de idéé moeten doorloopen, om zich saamtevoegen onder den tegen-woordigen vorm.
Rabelais was een der eersten die het aanschouwen er van onder vorm bracht, waar hij het leven der abdij van Thélèmes beschrijft; maar hoe duister is het nog: hoe weinig toepasselijk houdt hij haar op de geheele samenleving, daar de intrede in de gemeenschap voorbehouden is voor een minderheid van bevoorrechten, door een aan hun persoon verbonden dienstbaarheid opgepast.
In '93 sprak men wel van de anarchisten. Jacques Roux en de âdollenquot; komen ons voor degenen te zijn geweest die het helderst inzicht in de omwenteling hadden, en het best getracht hebben haar ten voordeele van het volk te doen keeren. Ook de geschiedschrijvers der bourgeoisie lieten hen in de schaduw ; hun geschiedenis wacht nog op den bewerker: de in archieven en bibliotheken begraven documenten wachten nog op hem, die tijd en moed genoeg bezit om ze op te delven, ze aan het daglicht te brengen en ons het geheim van in dit voor ons droefgeestig tijdperk der geschiedenis nog zoo onbegrijpelijke zaken te openbaren. Wij kunnen derhalve geen enkele waardeering van hun program formuleeren.
Het is noodig over te stappen op Procdhox om de anarchie zich tegenover gezag en macht te zien stellen en waar te nemen dat zij vasten vorm aanneemt. Maar het is nog slechts een
It) ue stervende maatschappij ex de axauchie.
tlieoretische vijandin; in praktijk, in zijn maatschappelijke organisatie laat Proodhox onder verschillende namen het administratieve raderwerk voortbestaan, dat het gevolg is van den staat. De anarchie komt tot aan het einde van het keizerrijk tot den vorm van een onbepaald wederkeerig stelsel, dat in Frankrijk in de eerste jaren die op de Commune volgen in de afgedwaalde beweging der verbrniks- en Toortbreng'ingsvereeni-gingen verzeild raakt.
Maar alvorens tot deze onbekwame oplossing te geraken, had een tak zich losgemaakt van den opschietenden boom. De internationale had in Zwitserland het aanzijn gegeven aan de ^Federatie der Jura,quot; waar Bakouxixè de idéé van Prcüdhox propageerde : de anarchie, vijandin van het gezag, maar haar ont wikkelend, uitstrekkend, en haar één makend met de maatschappelijke heroveringen.
Van dit tijdvak dagteekent de werkelijke ontluiking van de anarchistische beweging zooals die thans is. Zeker, nog bestonden er vele vooroordeelen; vele onjuistheden waren nog te vinden in de verbrokkelde denkbeelden. De propagandische organisatie bevatte nog veel sporen van zucht naar gezag, veel bestand-deelen van de gezagsbegrippen leefden nog; maar wat beteekent dat!, de beweging was ontstaan, de idéé vergrootte zich, werd gelouterd en werd al meer en meer nauwkeurig. En toen nog geen 15 jaar geleden de anarchie zich in Frankrijk verklaarde, op het congres van liet Centrum, was zij nog wel zwak, werd die verklaring slechts door een onbeduidende minderheid gedaan, en had zij niet slechts degenen die tevreden waren met de bestaande orde tegenover zich, maar ook nog de zoogenaamd-re volutionairen, die in de klachten van het volk niets zien dan
17
een middel om tot de macht op te klimmen; .naar niettemin had de idéé in zichzelve genoeg spankracht om er toe te komen zich te nestelen, zonder ander propagandamiddel dan de goede wil der aanhangers. De idéé bezat genoeg levenskracht om de steunpilaren van het kapitalistisch stelsel er toe te brengen haar te beschimpen en te vervolgen, de oprechten om haar te onderzoeken, en dit is een bewijs van kracht en levensvatbaarheid.
Ondanks de kruistocht van allen die tot op zekere hoogte zich kunnen beschouwen als leiders van één der talrijke soorten ,publieke meeningquot;, ondanks laster en uitstooting, ondanks veroordeeling en gevangenis, heeft de idéé der anarchie haar weg gevonden. Groepen worden gevormd, propagandabladen uitgegeven in Frankrijk, in België, in Italië; in Spanje, in Portugal, in Nederland, in Engeland, in Noorwegen, in Amerika, in Australië, in Slavische, Dnitsche, Hebreeuwsche, Tsechische en Armenische taal, in èèn woord: overal en in alle tongvallen.
Maar, wat belangrijker is, uit de kleine schare ontevredenen, waarin zij werden geformuleerd, zijn de anarchistische denkbeelden overal doorgedrongen waar de mensch de werkzaamheid van zijn hersenen ontvouwt. Kunst on wetenschap, letteren, allen zijn doortrokken met de nieuwe ideeën en dienen haar als vervoermiddel.
Die ideeën zijn eerst begonnen in slecht uitgedrukte verlangens, zeer vaak meer grillen dan werkelijke innige overtuiging. Tegenwoordig formuleert men niet slechts de anarchistische begeerten, maar men weet dat men de anarchie verspreidt.
18
langens zijn ook geuit dooi' henzelf die zich verdedigers wanen der kapitalistische orde. Veel meer begint men te gevoelen dat men zich niet moet vergenoegen met onvruchtbare wenschen, maar dat er gewerkt moet worden aan de verwezenlijking van wat men verlangt; men begint de propaganda dtr daad te begrijpen en toe te juichen, dat wil zeggen dat men, een vergelijking makend van liet genot dat wordt meegebracht door de voldoening van te handelen zooals men denkt, en van het ongenoegen dat men ondervinden moet van de verkrachting eener maatschappelijke wet, er naar tracht zijn manier van leven in overeenstemming te brengen met zijn wijze om de dingen te beschouwen, volgens den graad van weerstand, dien de eigen geaardheid bieden kan aan de kwellingen der maatschappelijke vervolging.
Wanneer de anarchistische denkbeelden zich met zulk een kracht en snelheid hebben kunnen ontwikkelen, is dit alleen hieraan te wijten dat zij zich steeds scherp gezet hebben tegenover de aangenomen denkbeelden, de gevestigde vooroordeelen; zoodoende de individuen tot welke zij zich gericht hadden bij de eerste uiteenzetting steeds afschrikkend, maar toch beantwoord hebben aan de geheime gevoelens, de onbepaalde verlangens dier lieden. Onder een saamgevoegden vorm gaven zij aan de menschheid dit ideaal van welzijn en vrijheid, waarvan men in zijn hoopvolle droomen ternauwernood een schets had durven maken :
Bij de eerste oogopslag werden door die ideeën de tegensprekers afgestooten omdat hetgeen daar werd verkondigd haat of verachting predikte jegens tal van instellingen die men ge. loofde dat noodig waren voor het leven der gemeemschap;
DE ANARCHISTISCHE IDEE EX HAAR ONTWIKKELING.
19
omdat zij, in tegenspraak met de aangenomen denkbeelden, aantoonden dat die instellingen slecht zijn doordat liaar innerlijk wezen niet. deugt en niet doordat zij in handen zijn van zwakke of slechte menschen. Zij leerden aan de menigte dat het niet voldoende was zich er mede tevreden te stellen de personen die de macht in handen hebben door anderen te doen vervangen en de instellingen die ons beheerschen te wijzigen; maar dat het voor alles noodig is datgene te vernietigen wat slechte menschen voortbrengt, wat er oorzaak van is dat een minderheid zich van de maatschappelijke krachten bedienen kan om de meerderheid te onderdrukken; dat hetgeen men tot heden voor de oorzaken had gehouden van de kwaal waaraan de menschheid lijdende is, niets waren kan de gevolgen van een veel dieper kwaad, dat aangevallen moet worden in de grondslagen der maatschappij zelve.
Wij hebben in den aanvang gezien wat de grondslag is der samenleving: het privaat-bezit. Het gezag heeft slechts één reden van bestaan, namelijk de verdediging van het kapitaal, Familie, leger, bureaucratie, rechtspraak, ontspruiten regelrecht uit den persoonlijken eigendom. Het was derhalve het werk der anarchisten de onrechtvaardigheid aan te toonen van het in bezit nemen van den bodem en van den arbeid der voorbijgegane geslachten door een minderheid van nietsdoeners, het gezag te ondsrmijnen door aan te toonen dat het schadelijk is voor de menschelijke ontwikkeling, door zijn rol als beschermer van bevoorrechting aan het daglicht te brengen en de nutteloosheid te betoogen der beginselen ten voordeele van welke het zijn instellingen wettigde.
Dezelfde oorzaak die er toe bijdroeg de intriganten en heersch-
20
zuchtigen te verwijderen van de anarchistische ideeën, moest er de denkers toe brengen haar te bestudeeren en zich at te vragen wat zij behelsden. Die oorzaak was dat zij in t geheel geen plaats overlieten voor persoonlijk vooroordeel en bekrompen heerschzucht, en in geenen deele tot ladder konden dienen voor hen die in de klachten der werklieden niets zien dan een middel ora zichzelf een plaats te veroveren in de gelederen der parasieten.
De vlinders der politiek hebben in de anarchistische gelederen niets te doen. Weinig of geheel geen plaats voor kleine persoonlijke ijdelheden, geen candidaten-stoet, die op alle verwachtingen en alle herroepingen haar bekwaamheden toont.
In de politieke en antoritair-socialistische partijen, kan een eerzuchtige zijn âbekeeringquot; invoeren door middel van een on-waarneembare trapsgewijze opklimming: er wordt niets van gemerkt dat hij omgedraaid is, voordat de verandering reeds sinds langen tijd een voldongen feit is. Dij de anarchisten is zoo iets onmogelijk, omdat degeen die er in zou toestemmen een of andere plaats in de tegenwoordige maatschappij in te nemen, na te hebben aangetoond dat allen die een plaats hebben die niet kunnen behouden dan onder voorwaarde van de verdedigers van het bestaande stelsel te zijn, op hetzelfde oogenblik als afvallige zou worden betiteld, omdat hij geen schijn van reden zou kunnen aangeven om zijn ..ontwikkeling te rechtvaardigen.
Wat de haat veroorzaakte der intriganten, wekte terzelfder tijd den onderzoekingsijver der eerlijke menschen op, en dit geeft een uitlegging van den snellen voortgang der anarchistische idée.
Inderdaad, wat moet men antwoorden aan de lieden, die u
DE ANARCHISTISCHE IDÃÃ EX HAAR ONTWIK KR LING.
21
aantuouen dat als ge wilt dat uw zaken goed waargenonieii worden, gij ze zelf moet waarnemen, en niemand tot dit doel een mandaat moet geven als afgevaardigde? Hoe moet men hen berispen, die u laten zien dat zoo gij vrij wilt zijn gij niemand er mee moet belasten n te besturen? AVat moet geantwoord worden aan hen die u de oorzaken aantoonen van de kwalen waaraan gij lijdt, u het geneesmiddel er voor aanwijzen, en die zicli niet opwerpen als de uitdeelers van dat geneesmiddel, docli er integendeel goed voor zorg dragen de individuen te doen begrijpen dat zij alleen, zij zelve, de geschiktheid bezitten om te begrijpen wat goed voor hen is en te beoordeelen wat zij vermijden moeten?
Zóó sterke ideeën, die op een dergelijke wijze aan individuen een overtuiging kunnen inboezemen die hen er toe brengt te strijden en te lijden voor haar verbreiding, zonder er iets oogenblikkelijk mee te bereiken, verdienden in de oogen van ernstige menschen te worden bestudeerd en dit is gebeurd. Zonder acht te slaan op liet getier van den een, den wrok van den ander, de boosaardige ondernemingen der regeerders, vergroot de idéé onophoudelijk en maakt steeds voortgang, alzoo de bourgeoisie toonend, dat de waarheid niet verboden of tot zwijgen gebracht kan worden. Vroeger of later moet men rekening met haar houden.
De anarchie heeft haar slachtoffers: haar dooden, haar met gevangenis gestraften, haar bannelingen, maar zij blijft sterk en levend, het aantal van haar propagandisten neemt onophoudelijk toe. En wel propagandisten die zich van liuii daden bewust gevoelen, omdat zij alle schoonheden der idee hebben begrepen en toevallige propagandisten, die zich er mee hebben
UK STEKVEXIlE MAATSCHAI'I'U EN I)E ANAKCH1E.
tevreden gesteld hun liaatkreten uit te storten tegen de instelling die hen het meest heeft gestooten in hun innige gevoelens of hun natuurlijk inzicht in rechtvaardigheid en waarheid.
Het is omdat door haar wijden omvang, de anarchistische ideeën allen thnis brengen en tot de haren rekenen die zich bewust gevoelen van hun persoonlijke waarde, die begeerte gevoelen naar het Rechtvaardige, Goede en Ware.
Zou 't niet het ideaal van den mensch zijn, zich bevrijd te gevoelen van alle belemmeringen, van iederen dwang Streefden de verschillende onwentelingen die voorbijgingen, niet naar dat doel?
Indien hij nog gebukt gaat onder het gezag en de handhavers daarvan, als de menschelijke geest nog stuiptrekt onder de beknelling hem door de gewoonheden der kapitalistische maatschappij aangedaan, is dit omdat de aangenomen ideeën, de gewoonte, de vooroordeelen en de onwetendheid tot op het oogenblik sterker zijn geweest dan zijn verbeelding en zijn wenscheu naar bevrijding, hetgeen hem er toe voeren zou, na de bestaande meesters te hebben weggejaagd zichzelven nieuwe gebieders te geven, terwijl hij gelooft zich te bevrijden.
De anarchistische ideeën kwamen licht brengen in de hersenen van de arbeiders niet alleen, maar ook van de denkers van allerlei soort; zij hielpen hen hun eigen gevoelens goed te ontleden, stelden de ware oorzaken der ellende in het licht, gaven de middelen aan om dat te veranderen, toonden aan allen den te volgen weg en het te bereiken doel, en legden uit waarom de vorige omwentelingen gefaald hebben.
Deze nauw aangehaalde verbinding met de geheime gevoelens der individuen verklaart haar snelle uitbreiding, die haar kracht
22
DE ANARCHISTISCHE IDÃÃ EN HAAR ONTWIKKELING.
uitmaakt eu haar ouveidrukbaar duet zijn. i)e woede der regee-riugen, de geweldsinaatregelen, de bedrogen eerzuchtigen, kunnen zirh allen tegen haar en haar verbreiders keeren: de bres is op hot oogenblik gemaakt; meu zal haar niet meer verhinderen haar weg te vervolgen, het ideaal der ontertden en de drijfkracht van hun pogingen naar bevrijding te worden.
De kapitalistische maatschappij is zóó verdrukt; zij vernietigt zóóveel goede wil, zóóveel begeerten: verbrijzelend eu vermoordend een kleiner of grooter getal individuen, die zich niet in haar bekrompen gezichtspunten kunnen schikken, dat zoo zij er al toe komt de stem der tegenwoordige anarchisten voor eeu oogenblik te vorstommeu, juist die verdrukking nieuwe, veel onverzoenlijker, zal voortbrengen.
23
II.
Individualisme en solidariteit.
âAnarchie en communisme laten niet toe in één adem te worden genoemdquot; hebben eenige bestrijders ter kwader trouw gezegd, die er zich weinig om bekommeren liet vraagstuk op te helderen. -Het communisme is een organisatie, die de individualiteit belet zich te ontwikkelen, wij willen niets daarvan; wij zijn individualisten, wij zijn anarchisten en niets meerquot; riepen zekere oprechte lieden vervolgens uit, in dien zin dat zij â behoefte gevoelend meer vooruitstrevend te schijnen dan al hun kameraden en niet in het bezit zijnde van oorspronkelijkheid â zich bedrogen door de ideeën te overdrijven, ze tot in het ongerijmde door te voeren. Naast hen kwamen diegenen zich scharen, bij wie de regeerders belang hadden hen tusschen hun vijanden te schuiven om die te verdeelen en van den weg te doen afdwalen.
En daar ziet ge dus de anarchisten er toe gebracht te redekavelen over anarchie, communisme, initiatief, organisatie, nadee-lige of nuttige invloed der groepeering, egoïsme en altruïsme, en ten laatste een menigte dingen die, de één meer, de ander minder ongerijmd zijn; want nadat er goed getwist is tusschen bestrijders
INDIVIDUALISME EX SOLIDARITEIT.
ter goeder trouw, eindigt men met zich er uit te redden door te zeggen dat allen hetzelfden wilden, doch het met verschillende uamen noemden.
In waarheid erkennen de anarchisten die zicli op het coinmu nisme beroepen het eerst, dat het individu niet in de wereld is geplaatst voor de samenleving, maar dat integendeel deze laatste zich gevormd heeft om de eerste eeu grootere gemakkelijkheid om zich te bewegen te verschaften. Het is wel duidelijk dat wanneer een zeker aantal individuen zich groepeert en de onderlinge krachten vereenigt, zij een vermeerdering van genot en eeu mindere krachtsaanwending op liet oog hebben. Zij hebben in geenen deele het oogmerk, hun initiatief, hun wil, hun eigen individualiteit ten bate van een zeker iets aan te wenden, dat voor hun vereeniging niet bestond en met hun verspreiding verdwijnen zal.
Hun krachten sparen en steeds voortgaan met aan de natuur de voor hun bestaan noodzakelijke zaken te ontleenen, hetgeen slechts door hen kan worden bereikt door samentrekking van krachtsinspanning. Zietdaar voorzeker hetgeen de eerste men-schelijke wezens geleid heeft toen zij begonnen zijn zich te groepeeren, of dit moest ten minste in ieder geval stilzwijgende overeenkomst zijn, wanneer het niet volkomen overwogen was bij hun eerste verbintenissen â die misschien wel zelfs tijdelijk waren en beperkt tot den tijd dat de benoodigd zijnde arbeid duurde, terwijl zij verbroken werden wanneer het gewenschte resultaat eenmaal verkregen was
Bij de anarchisten droomt dus niemand er van het bestaan van het individu afhankelijk te maken van den gang der maatschappij.
25
DE STERVENDE MAAISCHAPPU EX DE ANARCHIE.
26
Het vrije individu, geheel en al vrij i» al zijn vormen van bedrijvigheid â zietdaar wat wij allen verlangen; en wanneer er zijn die de urganisatie afweren, die slechts bij liet individu zweren, en zeggen dat zij lachen om de gemeenschap, verzekerend dat het egoïsme van het individu de eenige gedragslijn moet zijn, dat het i k naar voren moet komen en den boventoon moet voeren over ieiere inenschelijke overweging â geloovend dat zij zoodoende meer vooruitstrevend zijn dan de anderen dan hebben die lieden nooit de zielkundige en physiologische bewerktuiging van den mensch bestudeerd, zich nooit rekenschap gegeven van hun eigen gevoelens, en bezitten zij geen enkel denkbeeld over hetgeen het leven van den tegenwoordigen mensch is, wat zijn physische, zedelijke en verstandelijke behoeften zijn.
De tegenwoordige maatschappij toont ons eenigen van die volmaakte egoïsten; zij zijn niet zeldzaam en worden niet alleen in romans aangetroffen. Zonder er een groot aantal van te ontmoeten, is het ons soms gegeven zulke types te zien, die slechts aan zichzelve denken, die in het leven slechts hun eigen persoon zien. Is er een goed stuk op tafel, dan kennen zij het zonder schroom zichzelven toe. Zij zullen buiten goed leven, terwijl bij hen tehuis men van honger sterft. Zij zullen de gaven van allen die hen omringen aannemen : vader, moeder, echtgenoote en kinderen, als een verschuldigd iets, terwijl zij zonder schaamte een trotsche houding zullen aannemen en nergens om denken dan zich vroolijk te maken. Met het lijden van anderen houden zij geen rekening, indien het bestaan er van hen niet hindert. Of erger nog;' zij zullen niet bemerken dat door en voor hen geleden wordt. Daar zij behendig zijn is de menschheid voldaan en verkwikt. â Ziedaar het ware type van den volmaakten
IXmvmUALISME EX SOLIDARITEIT.
egoïst, in den absoluten zin van het woord: maar men kan ook zeggen dat het 't type is van een treurig individu. Ue meest hatelijke bourgeois nadert nog niet aan dit type; hij koestert soms nog liefde voor de zijnen, of. ten minste, iets dergelijks, dat die liefde vervangt. Wij golooven niet dat de oprechte aanhangers van het meest overdreven individualisme ooit ten doel hebben gehad ons dit type voor te houden als liet ideaal der toekomstige menschheid. Evenmin als de communistischc anarchisten aan de individuen zeltverloocheuing hebben iiooreu prediken in de maatschappij die zij gewaarworden. Hot denkbeeld: .,maatschappijquot; afwerend, stooten zij gelijkelijk het andere denkbeeld: âindividuquot; weg, dat men trachtte te scheppen door de theorie tot in het ongerijmde door te voeren.
Het individu heeft recht op zijn geheele vrijheid, op de voldoening van al zijn behoeften: dat spreekt van zelf; daar er echter op de aarde meer dan een milliard individuen aanwezig zijn met gelijke rechten maar niet met gelijke behoeften, volgt hieruit dat aan alle rechten moet worden voldaan zonder dat men zich meer toeeigent dan noodig is, anders ware er verdrukking, hetgeen de gemaakte omwenteling onnut zou doen
zijn-
Wat er veel toe leidt de denkbeelden te verwarren, is dat de onreine maatschappij die ons bestuurt, gegrondvest als zij is op den strijd der belangen, de individuen met elkander handgemeen heeft doen worden, en hen er toe dwingt elkander te verscheuren om zich van de mogelijkheid tot het leven te verzekeren. In de huidige maatschappij moet men dief of bestolene, vertrapper of vertrapte zijn; een middelweg is er niet. Tegenwoordig loopt degeen, die zijn buurman wil helpen, groot gevaar
27
DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EX DE ANARCHIE.
er de bedrogeue van te worden: vandaar bij dengeen, die niet redeneert, het geloof dat de mensclien niet kunnen leven zonder elkander te bekampen.
De anarchisten zeggen, dat de maatschappij op de nauwste solidariteit moet zijn gegrond. In de maatschappij die zij willen verwezenlijken moet. het individueel geluk niet kunnen standhouden, indien dit zou zijn voor de kleinste helft, ten nadeele van een ander individu; het bijzonder welzijn moet uit het algemeen welzijn voortvloeien, wanneer een individu zich in zijn zelfregeering of in zijn genot tekort gedaan gevoelt, moeten alle andere individuen hetzelfde gevoel er van ondervinden, opdat zij een middel er tegen kunnen vinden.
Zoolang dit ideaal geen werkelijkheid geworden is, zoolang dit doel niet bereikt is, zullen uwe maatschappijen niets dan willekeurige organisaties ziju, waartegen de individuen die zich bezwaard gevoelen het recht hebben op te staan.
Wanneer de mensch afgezonderd kon leven, wanneer hij tot den natuurstaat kon terugkeeren, wras er geen onderzoek naar noodig hoe men leven zou: men zou leven zooals ieder dat voor ziohzelven het beste vond. De aarde is groot genoeg om allen te herbergen; maar zou de aan zicbzelve overgelaten aarde genoeg levensmiddelen voortbrengen voor allen V Dit is minder verzekerd: dit zou waarschijnlijk de hevige kamp tusschen de individuen worden, de âstrijd om het bestaanquot; der eerste tijden in al zijn woede. Dit zou weder een begin zijn van het reeds doorloopen ontwikkelingstijdperk, de sterkeren zouden de zwakkeren verdrukken, totdat zij door de snuggersten vervangen zouden zijn, totdat de waarde van het geld de plaats had ingenomen van de waarde der kracht.
Wanneer wij die geheele bloed-periode hebben moeten doorloopen, die groote periode van ellende en exploitatie die men de geschiedenis der menschheid noemt, dan zien wij dat de mensch
28
ISmVIDUALISME EX SOLIDARITEIT.
in den absoluten zin van liet woord egoïst is geweest, zonder eenige verzachting. Van af liet oprichten zijner samenleving had hij nergens oogen voor dan voor de voldoening der onmid-delijke behoefte. Wanneer hij de zwakkere heeft kunnen dienst baar maken, heeft hij het zonder eenige schroom gedaan, niets ziende dan de som van arbeid die hij daaruit trok, zonder er acht op te slaan dat de noodzaak de slaven te bewaken en de opstanden die er te onderdrukken zouden zijn eindelijk er op moesten uitloopen dat hij zelve een even zoo zwaar werk moest doen en dat hij te laat beseffen zou dat hij beter had gedaan niet naast anderen te werken en elkander zoodoende een wederzijdsche hulp te verschaffen. Zoo hebben gezag en eigendom zich kunnen handhaven; dus willen wij ze omverwerpen, dan is dit niet om met ileii reeds doorloopen ontwikkelingsgang wederom te beginnen.
Wanneer men deze theorie zou aannemen: de drijfveeren van het individu moeten zijn het zuivere egoïsme, de vereering en aanbidding van zijn eigen ik zou men er toe komen te zeggen dat hij zich in 't gewoel moet werpen, en werken moet om de middelen tot voldoening te veroveren, zonder zich er om te bekommeren of hij anderen verbrijzelt. Dat toe te stemmen staat gelijk met de bekentenis dat de toekomstige revolutie door en voor de sterkeren gemaakt moet worden, en dat de nieuwe maatschappij een eeuwigdurende strijd tnsschen de individuen moet zijn. Ware dit zoo, dan zouden wij ons niet meer mogen beroepen op een idee van algeheele bevrijding. Wij zouden om geen andere reden opstandelingen tegen de tegenwoordige maatschappij zijn, dan omdat haar kapitalistische organisatie ons niet veroorlooft genoeg te genieten.
Het is mogelijk dat onder degenen die zooals zij zeggen anarchisten zijn, men er heeft gehad die het vraagstuk uit dat gezichtspunt bekeken. i)at zou ons het afvallig worden en
29
30 DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EX DE ANARCHIE.
herroepen van sommige individuen verklaren die, na de vurigs ten te zijn geweest, de ideeën verlieten om zich te scharen onder de verdedigers der tegenwoordige maatschappij, omdat deze hun schadeloosstelling aanbood.
Zekerlijk, wij zullen haar bestrijden, die maatschappij, omdat zij ons niet de voldoening van al onze begeerten toestaat: maar ook ons was het duidelijk dat ons welbegrepen belang eisrht dat die voldoening der behoeften over alle leden der samenleving worde uitgestrekt.
Steeds is de niensch egoïst, altijd haakt hij er naar van zijn eigen ik het middelpunt van het heelal te maken. Maar wanneer het verstand zich ontwikkelt komt hij tot liet begrip dat wanneer i k voldaan wilde zijn, er ook anderen bestaan die hetzelfde verlangen. Die het niet waren hebben doen weten dat zij liet recht bezaten het te zijn. Dit veroorzaakt dat do sentimenteelen, de mystieken, zelfverloochening, opoffering, toewijding aan den naaste prediken.
De willekeur der maatschappij, die steeds voortging met de verdrukking der individualiteit ten bate der gemeenschap te verkondigen â dat dogma, hetwelk evenveel als het geweld tot zijn instandhouding heeft bijgedragen â die willekeur moest worden verzacht, een breeder plaats inruimen voor de individualiteit.
Wanneer het nauwkeurige, slecht opgevatte egoïsme tegenstrijdig is aan de werkzaamheid der maatschappij, zijn zelfverloochening en geest van opoffering heilloos voor de individualiteit. Zich voor anderen op te offeren, vooral wanneer zij u geheel onverschillig zijn, komt niet in den geest van iedereen op. En dat zou overigens op den duur ten nadeele der menschheid zelve komen: wanneer men de bekrompen, in de slechte betee-
INDIVIDUALISME EN' SOLIDARITEIT.
kenis van het woord, egoïstische geesten den boventoon liet voeren, zon dit liet minst volmaakte type der inenschheid zijn. Zoodoende zou men er toe komen anderen te verzwelgen. Het eigenlijk gezegd altruïsme kan dus ook niet er toe komen zich te vestigen.
Maar wanneer egoïsme en altruïsme, zelfliefde en naastenliefde gescheiden, wanneer zij tot in liet uiterste doorgevoerd worden, verderfelijk zijn voor individu en maatschappij, lossen zij zich tezamen verbonden in een derde term op, die de wet zal zijn van de samenleving der toekomst. En die wet is de solidariteit 1
Met velen zullen wij ons vereenigen ten einde de voldoening van één onzer begeerten te verkrijgen. Die vereeniging zal niets gedwongens, niets willekeurigs hebben, en alleen gegrond zijn op een behoefte van ons bestaan; en derhalve is het duidelijk dat wij in die vereeniging zooveel meer kracht en bedrijvigheid zullen toonen als de behoefte zich sterker bij ons zal doen gevoelen.
Wanneer wij allen hebben bijgedragen tot de productie, hebben wij allen het recht op het verbruik; ook dat is duidelijk, maar zooals men de som der behoeften zal hebben berekend â daaronder die opnemend die te voorzien zijn - om er toe te geraken voor de voldoening van allen voort te brengen, zal de solidariteit geen moeite hebben om zich te vestigen opdat ieder zijn deel hebbe. Wordt niet gezegd dat de mensch van natuur grooter oogen heeft dan buik y Hoe sterker dus bij hem het verlangen is, des te krachtiger zal de som zijn der werkzaamheid die hij toont om zijn wenschen te verwezenlijken. Zoodoende zal hij gaan voortbrengen, niet alleen om de deelgenooten te voldoen, maar ook voor hen bij wie de beeeeerte niet wakker werd dan na het voortgebrachte te hebben gezien. Daar de behoeften van den mensch oneindig zijn, zullen eveneens zijn
31
32 DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EN DE ANARCHIE.
wijzen van bedrijvigheid, zijn middelen om zicli te voldoen oneindig zijn, en het is deze verscheidenheid van behoeften die medewerken zal om de algemeene harmonie in t leven te roepen.
In onze maatschappij waarin men gewoon is zich op den arbeid van anderen te verlaten om de voor liet levensonderhoud noodige zaken te verkrijgen, heeft men slechts één doel: zich genoeg geld te verschaffen om te kunnen koopen wat goed lijkt; doch daar liet handwerk zelfs niet voldoende is om te verhinderen dat men van honger omkomt, zoekt degeen die slechts deze hulpbron heeft op alle manieren geld te krijgen, behalve door werken. Hij maakt zHi ambtenaar of dagbladschrijver â afpersing inbegrepen â: wie eenig geld heeft begeeft zich in den handel en vermeerdert zijn verdiensten door zijn tijdgenooteu te bestelen, hij woekert, speculeert of laat anderen voor zicli werken. Men doet allerlei min of meer vuile dingen, uitgezonderd zulke die noodig zijn opdat allen er voordeel van trekken: nuttige voortbrenging namelijk. Even als of ieder de deken naar zicli trekt, zonder zich te bekommeren om dengeen dien hij aan de koude prijsgeeft, is het gesteld met dat onzedelijk egoïsme, dat naar liet schijnt de eenige drijfveer van de menschelijke handelingen is geworden.
Maar door zicli te verfijnen komt de niensch er ook toe slechts voor zichzelf en in zichzelf te leven : het type van den volmaakten menschelijk ontwikkelden egoïst vindt men in hem, die er toe komt te lijden door de smart van hen die hem omringen; zijn genot bederft door den weerschijn van hetgeen anderen kunnen lijden door de gebrekkige maatschappelijke organisatie waaronder wij leven. De bourgeoisie heeft in haar midden
INDIVIDUALISME ES SOLIDARITEIT.
individuen bij wie het gevoe! bepaald sterk ontwikkeld is; indien slechts de invloed van de omgeving in welke zij werden grootgebracht en van de erfelijkheid, hun de vrijheid laten om over de maatschappelijke ellende en schande na te denken, en zij zich rekenschap kunnen geven van hun bestaan, zullen zij beproeven de ellende door liefdadigheid zooveel als mogelijk is tegen te gaan. Vandaar de philanthropische werken. De gewoonte echter om aan te nemen dat de maatschappij normaal is samengesteld, de gewoonte om de ellende te beschouwen als steeds voortbestaande, als het gevolg van wangedrag van den arbeider, is oorzaak van het droog, onderzoekend karakter der weldadigheid.
Voor den in de wanne kassen van welzijn en weelde geboren, opgevoeden en ontwikkelden mensch is het zeer moeielijk, ja zelfs onmogelijk â op enkele uitzonderingen na â aan het twijfelen te geraken over de wettigheid van de plaats die hij inneemt. Van de zijde van de hoogerop geraakte âgelukskinderenquot; is die moeielijkheid nog grooter, want zij verbeelden zich dat zij hun plaats aan eigen kennis en arbeid te danken hebben. Zoowel de godsdienst als het gezag en de staathuishoudkundigen hebben steeds verzekerd, dat de arbeid een straf is en dat de ellende voortspruit uit gebrek aan voorzorg van hen die er de prooi van zijn. Hoe kan het anders, dan dat hij, die nooit tegen rampspoed behoefde te strijden, zichzelf van een hoogere natuur waant? Van af den dag wanneer hij daaraan begint te twijfelen en zich aan de studie van de maatschappelijke organisatie begeeft, zullen â indien hij begaafd genoeg is om de gebreken der samenleving te begrijpen â zijn genoegens in hun bron verstikt worden. Met smart zal die man zeggen, dat zijn weelde de ellende van een menigte arbeiders noodzakelijk maakt, en elk van zijn genoegens gekocht is voor den prijs van het lijden van hen die er aan werden opgeofferd die genoegens
33
DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EX DE ANARCHIE.
mogelijk te maken. Wanneer de strijdlustigheid even sterk bij dien raensch ontwikkeld is als de gevoeligheid, zal hij een opstandeling meer uitmaken tegen de maatschappelijke orde, die hem zelfs geen zedelijk en verstandelijk genot verzekert.
*
«⢠*
Want â dit mag niet vergeten worden â de sociale kwestie bepaalt zich niet bij een uitsluitend stoffelijke vraag. Zeker, vóór alles strijden wij er voor, dat allen te eten hebben naarmate dat de honger zich bij hen doet gevoelen, maar daartoe zijn onze eischen niet beperkt; wij strijden er ook voor, dat ieder zich naar zijn bekwaamheid kunne ontwikkelen en zich de verstandelijke bevrediging kunne verschaffen, waaraan zijn hersenen behoefte hebben.
Voor veel anarchisten houdt de vraag daarbij wel op, en dit juist bracht die talrijke verklaringen en twisten in de wereld, over egoïsme, altruïsme, enz. Niets is belangrijker dan de maagkwestie, doch het zou een gevaar voor het welslagen zelfs der revolutie opleveren, zich daarbij te bepalen, want dan zou men evengoed den socialistischen staat kunnen aannemen, die allen de voldoening van hun physieke behoeften zal en kan verzekeren.
Indien de komende omwenteling haar wenschen tot de enkele vraag van het stoffelijk leven bepaalde, zou zij groot gevaar loopen zich onderweg op te houden en te ontaarden in een groote zwelgpartij, waarvan het gevolg zou zijn, dat de opstandelingen â wanneer de oogenblikkelijke honger zou zijn gestild â de reactie der bourgeoisie in handen zouden vallen.
Gelukkig is deze vraag, die â wij bekennen het â voor de arbeiders, die door de meer en meer toenemende werkeloosheid
34
INDIVIDUALISME EX SOLIDARITEIT.
onzeker van de toekomst worden, op het oogenblik de eerste is, niet de eenige die door de komende omwenteling zal worden opgelost. Zekerlijk, het eerste wat de anarchisten behooren te doen om de revolutie te doen slagen, zal zijn de hand te leggen op den maatschappelijken rijkdom ; de onterfden op te roepen om zich meester te maken van magazijnen, arbeidsmiddelen en bodem; zich te vestigen in gezonde woningen en de holen en krotten te vernielen waarin men hen tegenwoordig dwingt te verkwijnen, waarin typhus, tering en andere ziekten zoo lange jaren vruchtbare broeiplaatsen vonden voor Imn doodende miasmen; de opstandelingen zullen de papieren moeten vernietigen die de werking van den eigendom verzekeren; akten van deurwaarders, notarissen, kadaster, registratie, burgerlijken stand enz. zullen moeten worden doorzocht en âschoongemaaktquot;. Maar om al dien arbeid goed uit te voeren is meer noodig dan een leger van menschen, die door langdurig ontberen zijn gedaald tot een peil, dat weinig hooger staat dan dat van de dieren des velds; daarvoor heeft men individuen noodig, die bewust zijn van hun individualiteit, begeerig naar al hun rechten, die wenschen ze met kracht te veroveren en in staat zijn ze te verdedigen tegen wie ook, wanneer ze eenmaal veroverd zijn.
Daarom zon de bloote vraag om levensonderhoud niet bij machte zijn om die grondige vervorming te weeg te brengen.
Dit is ook de oorzaak, dat naast het recht op liet bestaan, dat de anarchisten eischen, zich allerlei vraagstukken van kunst, wetenschap en wijsbegeerte plaatsen, die de anarchisten genoodzaakt zijn te bestudteren, te doorgronden, in het licht te brengen, en die maken dat de anarchsitische ideeën alle men-schelijke kundigheden moeten omvatten. Overal vonden zij bewijsstukken in hun belang, overal rezen aanhangers op die hun
35
HE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EN DE ANARCHIE.
takken van menschelijke kennis, hen die ze in 't daglicht plaatsen willen dwingen tot het bestudeeren van dingen, die zij niet vooruit hadden kunnen denken noodig te hebben ?
En verder, is iedere voorbereidende arbeid, waartoe men ons zou willen veroordeelen, niet reeds door onze voorgangers, de socialisten, ter hand genomen? Werken de bourgeois zelve niet aan het sloopen hunner maatschappij? Beijveren alle eerzuchti-gen, alle min of meer goed getinte socialisten en radicalen zich niet de arbeiders aan te toonen, dat de tegenwoordige samenleving voor hen niets is en zij veranderd moet worden?
Derhalve behoeven de anarchisten dat onmetelijk werk slechts te ontleden en te rangschikken om er het innerlijke van los te maken.
Hun rol bepaalt zicli tot het aantoonen der waarheid, dat men door van regeerders te verwisselen niet genezen zal worden van de kwalen waaraan men lijdt, dat men door de raderen van het maatschappelijk organisme slechts te vereenvoudigen er niet toe komen zal het voortbrengen te verhinderen van de slechte gevolgen die de bourgeois, welke begeerig zijn om tot macht te komen, zoo goed weten aan te toonen. Maar onze taak is juist ingewikkeld omdat de denkbeelden die wij 't onderst boven keeren afgetrokken zijn.
Zeker, wanneer wij ons tevreden willen stellen met klachten en verzekeringen, zou de taak tot een gemakkelijke worden herleid, zoowel voor ons als voor hen die onze geschriften lezen. Geen netelige vraagstukken meer op te lossen, niet meer noodig zich de moeite te geven die aan argumenten en logica verbonden is. Het is gemakkelijk te zeggen en te schrijven; âKameraden, de patroons bestelen ons! De bourgeois zijn beesten, de regeerders zijn vee. Wij moeten opstaan, de kapitalisten dooden, de fabrieken in brand steken!quot;
Daarenboven, voor men het neerschreef hadden de uitgebuiten
38
TE AFGETROKKEN ?
van tijd tot tijd hun uitbuiters gedood, hebben de overheerschten omwentelingen in het leven geroepen, zijn de armen in massa in opstand gekomen tegen de rijken, maar men heeft niets veranderd aan den toestand. Men heeft de regeerders veranderd : in 1789 verwisselde de eigendom van meester; en sedert maakte men omwentelingen in de hoop dat zij de middelen zouden verschaffen om haar wederom in andere handen te doen overgaan. De regeerders onderdrukken echter nog steeds de overheerschten, de rijken leven altijd ten koste der uitgebuiten, niets is er veranderd.
Sinds men het heeft geschreven heeft men ook omwentelingen gemaakt, en niets is veranderd ! Dit wrordt veroorzaakt doordat het niet de vraag is, te zeggen en te schrijven dat de arbeider wordt uitgezogen, maar het noodig is hem uit te leggen hoe hij door van meesters te veranderen niet ophoudt geëxploiteerd te worden, hoe hij, wanneer hij zichzelf in de plaats van zijn meesters stelde, op zijn beurt uitzuiger zou worden, achter zich latend de uitgezogenen, die dan tegen zijn bewind dezelfde grieven zouden uiten, die hij thans heeft tegen hen, wien hij de heerschappij zou hebben ontnomen. Verder moet men hun doen begrijpen, hoe de bourgeois hen in hun maatschappij hebben gewikkeld, door hen er toe te bewegen de voorrechten dei-uitzuigers te verdedigen, terwijl zij gelooven hun eigen belang te verdedigen in een organisatie die voor hen niets brengt dan nooit verwezenlijkte beloften.
*
* *
De bourgeois-maatschappij belast zichzelf er mee, door haar op den strijd der belangen gegrondveste organisatie, de arbeiders tot de omwenteling te voeren; maar de arbeiders hebben steeds omwentelingen gemaakt, doch zij lieten zich altijd liet voordeel
39
1)E STERVENDE MAATSCHAPPIJ EX DE ANARCHIE.
ervan uit de haiiden goochelen, doordat zij âonwetendquot; waren. De rol der propagandisten is dus den arbeiders te âleerenquot;, en om hun te leeren moet men hun .bewijzenquot;. De verzekering kweekt geloovigen, maar geen innig overtuigden.
Ten tijde toen zelfs voor de meest vooruitstrevende socialisten het gezag de grondslag van alle organisatie was, kou er volstrekt geen kwaad in steken indien men slechts geloovigen had; integendeel, dat vergemakkelijkte de taak van hen die zich als leider hadden opgeworpen; men werd geloofd alleen naar den graad van gezag dien men zich had weten te verwerven, en omdat de leiders van hun volgelingen geen kennis er van vereischten waarom men hen (de leiders) handelen liet, maar slechts genoeg âgeloof om blindelings te gehoorzamen aan de ontvangen bevelen, hadden zij niet noodig zichzelf tegen te werken om zich argumenten te verschaffen.
Door te gelooven aan menschen die als een soort voorzienigheid voor hen moesten denken en handelen, had de menigte der volgelingen volstrekt geen behoefte om zooveel dingen te leeren. Hadden de leiders in hun hersenen niet een kant en klaar hervormingsplan, dat zij zich zouden beijveren toe te passen zoodra zij eenmaal de macht in handen kregen V Te kunnen strijden en zich laten dooden, was alles wat men verlangde dat het gemeene volk zou leeren en uitvoeren. Indien eenmaal de leiders op hun plaats waren, behoefde het goede volk slechts af te wachten; alles zou op tijd in orde komen zonder dat men zich er over behoefde te verontrusten!
Maar de anarchistische denkbeelden kwamen dat alles het onderst boven keeren. De noodzakelijkheid van een voorzienigheid ontkennend, het gezag bestrijdend, en voor ieder individu het recht en de plicht eischend van slechts te handelen uit eigen aandrift, van geen enkele dwang te ondergaan noch eenige bekorting zijner zelfregeering, liet individueel initiatief uit-
40
TE AFGETROKKEN?
roepend als grondslag van alle vooruitgang en alle waarlijk vrijzinnige samenwerking, kon de anarchistische idéé zich er niet meer mee vergenoegen geloovigen te maken, doch moest zij vooral in 't oog houden dat er overtuigden moesten worden voortgebracht, die weten waarom zij gelooven; omdat de argumenten, die men Imn verschafte, hen hebben getroffen en zij ze overwogen en onderzocht hebben, zich rekenschap hebben gegeven van hun waarde; vandaar een moeielijker, zwaarder
en afgetrokkener maar ook doeltreffender propaganda.
â¢Â» *
*
Van at' het oogenblik dat de individuen zich niet verheffen dan door hun eigen initiatief, moeten zij in staat gesteld zijn dat krachtdadig te oefenen. Opdat het individueel initiatief vrijelijk zich knnne aansluiten bij de handeling van andere individuen, moet het voortsprniten uit inwendige overtuiging, gegrond op rede en bewijzen en op de logica van de natuurlijke orde der dingen; opdat alle afzonderlijke daden in één punt, in één gemeenschappelijk doel samenloopen, moeten zij verwekt zijn door een nadrukkelijk begrepen, helder uitgewerkte gemeenschappelijke gedachte, derhalve kan slechts een nauwkeurig redeneerkundig onderzoek der ideeën de hersenen openen van hen, die deze ideeën omhcizEii en hun voeren tot nadenken uit zichzelve.
Vandaar onze wijze van betoogen, die oorzaak was dat wij bij het aannemen van een idéé, in plaats van er een kunstvuurwerk van op effect berekende phrasen aan te ontleenen, haar beschouwden en keerden naar alle zijden, haar ontleedden tot in haar kleinste deelen, om er ten laatste de grootst mogelijke som van bewijskracht aan te onttrekken.
4/
de stervende maatschappij ex de asarchie.
O! het is geen geringe zaak een maatschappij omver te werpen, zooals wij er van spreken te doen, vooral niet wanneer men wil dat die maatschappelijke val over de geheele wereld zal zijn, zooals wij het wenschen.
Het is begrijpelijk dat de individuen die deze maatschappij samenstellen â hoe een wreede stiefmoeder die maatschappij zich ook jegens hen betoont â niet in staat zijn onmiddellijk zooals wij de noodzakelijkheid van dezen val te aanschouwen, daar zij gewoon zijn geraakt in de tegenwoordige samenleving het Palladium 1) van hun behoud en de mogelijkheid van hun welzijn te zien. Wel begrijpen zij, dat deze maatschappij hun niet verschaft wat zij beloofd heeft, maar zij kunnen de nood-ïakelijklieid van een geheele verwoesting' niet begrijpen, lieeft niet iedereen zijn kleine hervorming, om bij te dragen tot liet smeren van alle raderen om de machine tot genoegen van allen te laten loopenV
Derhalve willen zij weten of die val voor hen winstgevend of nadeelig zal zijn, en daaruit vloeien een menigte vragen voort, die het onderzoeken van alle menschelijke kundigheden meebrengen, om ten laatste te weten te komen of zij zullen bovendrijven gedurende den zondvloed dien wij willen verhaasten.
42
Vandaar de verwarring van den werkman die een menigte vraagstukken voor zijn geest ziet oprijzen, die men wel gezorgd heeft hem op^de school niet te leeren; vraagstukken aangaande welke het hem zeer moeielijk is zich te bezinnen, die hij in de meeste gevallen voor de eerste maal hoort behandelen. Vraagstukken evenwel, die hij moet bestudeeren, doorgronden en op-
1) Beeld, beschermbeeld: in de Grieksche fabelleer was Palladium het beeld van Pallas of Minekva in haar tempel te Troje, waarvan de godsspraak verzekerde dat die stad niet zou worden overwonnen zoolang het beeld daar bleef.
TE AFGETROKKEN?
lossen, iudien hij geschikt wil zijn, om voordeel te trekken van de zelfregeering die hij eischt, indien hij zijn initiatief niet tot verwoesting van zichzelf wil aanwenden, en vooral: indien hij zeker wil zijn dat de voorzienigheid-spelende leiders tot het verleden zullen behooren.
*
* *
Wanneer een vraagstuk â hoe afgetrokken het ook zij â¢â zich aanbiedt voor het onderzoek van den anarchistischen propagandist, kan deze niet, omdat het uit zichzelf afgetrokken is, het vraagstuk voorbijgaan, onder het voorwendsel dat de personen, tot wie hij zich richt er niet van hebben hooren spreken of niet in staat zijn om het te begrijpen.
Het moet in een zuivere, heldere, nauwkeurige en beknopte taal worden aan het licht gebracht; .woorden op duizend pootenquot;, zooals één onzer kameraden het uitdrukte, dat is te zeggen woorden die slechts door ingewijden worden begrepen, moeten worden vermeden ; men moet nalaten zijn gedachten onder een hoogdravenden eu overbodigen woordenvloed te begraven en op effect berekende phrasen te zoeken. â Zietdaar alles wat de personen, die hart hebben voor het verbreiden der idee, kunnen doen, om haar te doen begrijpen en in de menigte te laten doordringen, maar wij kunnen haar niet verminken onder het voorwendsel dat zij voor de menigte niet toegankelijk is.
Indien men alle vraagstukken, die de meerderheid der lezers op het eerste gezicht niet in staat is te begrijpen, wilde ontwijken, zou dit hetzelfde zijn, als zich te veroordeelen om terug te keeren tot den gemaakten toon, tot de kunst van veel groote woorden aaneen te rijgen om niets te zeggen. Die rol is lang genoeg volgehouden door de bonrgeois-redenaars en schrijvers» dan dat wij zouden trachten hun die te ontnemen.
43
DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EX DE ANARCHIE.
Indien de arbeiders zich zelf willen vrijmaken, moeten zij begrijpen dat die vrijmaking niet geheel van zelf komen zal, dat zij haar moeten veroveren, en dat zich onderrichten één dei-vormen van den maatschappelijken strijd is.
De duur en de mogelijkheid van hun uitbuiting door de bour-geois-klasse spruit voort uit hun onwetendheid; zij moeten zich verstandelijk weten te bevrijden, indien zij geschikt willen zijn om zich stoffelijk vrij te maken. Indien zij reeds voor de moeie-lijkheden van die slechts van hun wil afhangende vrijmaking terugdeinzen, wat zal het dan worden bij de moeielijkheden van een meer handelenden strijd, waar een onmeetbare sterkte van karakter en wil noodig zal zijn?
Hoe onnut en onnoodig zij ook zijn moge, heeft de bourgeoisie toch in de hersenen van eenigen der haren alle tot ontwikkeling der menschheid noodige kundigheden opgehoopt. Willen wij niet, dat de omwenteling een schrede terug naar het verleden zal zijn, dan moet de arbeider verstandelijk geschikt zijn om de plaats in te nemen van de bourgeoisie die hij wil doen vallen; zijn onwetendheid mag geen hinderpaal worden voor de vermeerdering der reeds verworven kundigheden. Indien hij ze niet in den grond kent, moet hij toch in staat zijn om ze te begrijpen
wanneer hij zich er voor geplaatst zal zien.
*
a a
Zeker, wij begrijpen alle ongeduld, wij kunnen ons volkomen voorstellen, dat de hongerigen den dag willen zien aanbreken, dat zij hun honger znllen kunnen stillen; wij geven er ons volkomen rekenschap van, dat degenen, die slechts met verkropte woede het juk van 't gezag torschen, ongeduldig zijn om liet af te schudden en verlangen woorden te hooren, die in overeenstemming zijn met hun gemoedstoestand en hun aan hun haat.
u
te afgetrokkex?
him wenschen en begeeren, linn dorst naargerechtigheid herinneren.
Maar lioe groot het ongeduld ook zij, en hoe wettig de eischen zijn en het verlangen ze te verwezenlijken, de idee volgt slechts langzamerhand haar weg en kan slechts gerijpt en uitgewerkt in de hersenen doordringen en daar vertoeven.
Wanneer men bedenkt dat de bourgeoisie die wij vernietigen willen, eeuwen er aau heeft gewijd om zich er op voor te bereiden het koningschap (in Frankrijk) te doen verdwijnen, moet dat ons een reden zijn om het werk, dat wij ons voorstellen uit te voeren, te overwegen.
In de veertiende eeuw, toen Etiexxe Marcel beproefde zich ten voordeele van de reeds in broederschappen georganiseerde bourgeoisie van de macht te verzekeren, gevoelde de bourgeois-klasse zich reeds sterk; lang heeft zij het gezag begeerd en lang was zij tot dit doel georganiseerd, heeft zij zich onderricht en aan haar bevrijding gewerkt door tegenover de leenheerlijke rechten de vrijmaking der gemeenten na te jagen.
Niettemin was het eerst vier eeuwen later, dat zij er in slaagde haar zóó lang vurig begeerd doel te bereiken.
Zeker, wij hopen wel niet lang op onze bevrijding te behoeven te wachten, wij wenschen wel, dat de uitbuiting dooide bourgeoisie spoedig een eind neme. Haar compleete verslapping na een zoo kort tijdvak van macht, wijst op een spoedig verlies van haar rechten, maar dat de bourgeoisie in 1789 zich in de plaats van het goddelijk recht heeft kunnen stellen, is omdat zij zich op dat in de plaatstreden verstandelijk had voorbereid, en hoe sneller de val is, des te meer moeten wij arbeiders ons haasten, om ons verstandelijk voor te bereiden, niet om de macht die wij verwoesten te vervangen, maar om ons te orga-niseeren om te verhinderen, dat eenige aristocratie zich stellen zal in de plaats van liet verwoeste.
â¢Â» 'A *
45
DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EN DE ANARCHIE.
Indien de idéé van het vrije initiatief der individuen eens geuit is, moeten dezen er toe gebracht worden om hun initiatief te overwegen en te verbinden â dat kunnen wij niet te dikwijls herhalen. Indien zij de wil missen, zich van hun eigen onwetendheid te ontdoen, hoe zouden zij dan in staat kunnen zijn om aan anderen iets begrijpelijk te maken, waar zij zelve niet hebben kunnen begrijpen? Vreezen wij dus niet er voor om de meest afgetrokken vraagstukken te overwegen; iedere verkregen oplossing is een pas verder op den weg der bevrijding.
Daar zij geen leiders erkennen, moeten de kundigheden die aan de leiders eigen waren, onder de menigte verspreid worden, en er is slechts één middel om dat te bereiken en zijn weg voorwaarts steeds te vervolgen, en dat is: hen er toe te brengen belang te stellen in de vraagstukken die onze gedachten steeds bezig honden. Nog eens, geven wij het zoo helder als ons mogelijk is weer, maar besnoeien wij ons niet; want dan zouden wij door de massa worden meegevoerd, in plaats van hen mee te voeren, in plaats van voorwaarts te gaan zouden wij achterwaarts terugkeeren. En dat zou een eigenaardige manier zijn om den vooruitgang te begrijpen.
46
VI.
Is de mensch slecht?
,,De mensch is te slecht om zichzelf geheel alleen te kunnen besturen.quot; Op dit argument steunen de voorstanders van het gezag altijd om de macht die zij willen uitgeoefend zien te rechtvaardigen.
âDaartoe zou men den mensch moeten kunnen veranderenquot;, antwoordt men aan de anarchisten, indien deze spreken van het in het leven roepen van een maatschappij die op solidariteit, op volmaakte gelijkheid, op de meest absolute zelfregeering van het individu gegrondvest is, een samenleving zonder wet of dwang.
Ongetwijfeld is de mensch slecht; maar kan hij beter of slechter worden ? Is in zijn tegenwoordigen toestand een verandering ten goede of ten kwade mogelijk ? Kan hij zich stoffelijk en zedelijk verbeteren of verergeren ?
En wanneer de ontwikkeling in den eenen of in den anderen zin mogelijk is â wat de geschiedenis ons bewijst â zouden dan de overgeërfde oude wetten en het pantser der oude instellingen den mensch verbeteren of er toe bijdragen om hem nog slechter te maken ?
is
Het antwoord op deze vraag zal ous zegden welk van beiden; de tegenwoordige mensch of de maatschappelijke toestand, liet eerst moet worden verbeterd.
Niemand kan tegenwoordig ontkennen, dat de natuurlijke omgeving een onnoemelijken invloed uitoefent op den lichame-lijken toestand van den mensch. en de zedelijke en verstandelijke omgeving in nog sterkere mate up zijn zielkundige gesteldheid.
Waarop is de huidige maatschappij gebouwd ? Zoekt zij overeenstemming tusschen de menschen te scheppen ? Handelt zij er naar dat het kwaad dat den één wedervaart door den ander wordt gevoeld, opdat allen zich zullen geroepen gevoelen het te verminderen of te voorkomen? Ontspruit het persoonlijk welzijn uit het algemeen welzijn en heeft niemand er belang bij er de werking van te verstoren? Veroorlooft de maatschappij van meesters, koningen, priesters en kooplieden, aan alle edelmoedige gedachten zich te uiten, of tracht zij die integendeel te verstikken? Heeft zij niet het geld, die brutale kracht waardoor de edelmoedigsten en minst belangzuchtigen aan de genade van de hebzuchtigsten worden overgeleverd, tot haar beschikking om de zwakken te verpletteren?
Het is voldoende het mechanisme vai: de geschiedenis der bourgeois-maatschappij te bestudeeren om tot de erkenning te komen dat zij niets goeds kan voortbrengen. De begeerten naar het schoone en goede moeten in de menschheid sterk zijn doorgedrongen, opdat die begeerten niet verstikt w orden door de bekrompen onredelijke baatzucht en de roofzucht, die de oflioiëele samenleving den mensch van af de wieg inboezemt.
De samenleving is, zooals wij in het vorige hoofdstuk hebben
IS DE MENSCH SLECHT ?
gezien, gegrond op de tegenspraak der belangen en maakt ieder mensch tot den vijand van zijn buurman. Het belang van den verkooper is tegenovergesteld aan dat van den kooper; de veefokker of de landbouwer wenscht niets liever, dan een flinke epidemiequot; of een âferme hagelslagquot; bij zijn bunrman, om daardoor den prijs van zijn produkten te kunnen vei'lioogen; of zij nemen hun toevlucht tot den staat, die hen âbeschermtquot; door de produkten van hun concurrenten met hoogere rechten te treffen. De ontwikkeling van het machinewezen komt er meer en meer toe de werklieden te verdeelen, door hen op straat te werpen en hen er toe te voeren elkander de betrekkingen, waarvan het aantal aanbiedingen met den dag daalt onder het aantal vragen, te bestrijden.
Waarom is er op het oogenblik werkeloosheid en ellende? â Omdat de magazijnen overvloeien van producten.
Hoe komt het, dat de individuen nog niet op de gedachte zijn gekomen die magazijnen in brand te steken of zich er meester van te maken en zich zoodoende het werk te verzekeren, dat men hun niet geven wil en alzoo bij zichzelf voor de produkten een uitweg te scheppen, die hun uitzuigers zoo ver zochten ? Men zal zeggen dat dit komt doordat men bang is voor politie, justitie enz. Die vrees is wezenlijk, maar zij alleen is niet voldoende om de gevoelloosheid te verklaren van de van honger stervenden. Hoeveel gelegenheden bieden zich in het leven niet aan, dat men kwaad kan doen zonder eenig gevaar, gelegenheden die men niet aangrijpt om andere redenen dan vrees voor politie en justitie. En ten overvloede zijn in Parijs bijvoorbeeld de hongerlijders zoo talrijk, om indien zij zich allen wilden vereenigen niet bang te behoeven te zijn voor de overheid, om een ganschen dag de politie te overmeesteren, de magazijnen te ledigen en een enkele maal allen genoeg te hebben. Was het vrees voor de gevangenis, waardoor de lieden die wegens bede-
49
UE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EX DE ANARCHIE.
50
larij en landlooiperij achter slot gezet worden, gingen bedelen, terwijl dit hun even zwaar wordt aangerekend dan wanneer ze genomen hadden ? Dit is omdat er behalve de lafhartigheid eeu aandrift tot gezelligheid bestaat, die verhindert, dat de individuen het kwaad om het kwaad doen, en die hen de zwaarste boeien doet torschen met de gedachte dat zij noodig zijn voor de goede werking der maatschappij.
Gelooft men dat het geweld alleen voldoende ware geweest om den eerbied voor den eigendom te verzekeren, indien in den geest der individuen niet een indruk van wettigheid daarmee was vermengd, die veroorzaakte dat de eigendom werd aangenomen als liet gevolg van individneelen arbeid? Hebben de zwaarste straffen ooit verhinderd, dat zij, die â zonder zich er om te bekommeren of het wettig is of fliet â ten koste van anderen willen leven, aanslagen tegen dien eigendom pleegden V Wat zou het dan zijn wanneer de individuen die hun ellende overwegen en er de oorzaken van ontdekken in den eigendom, zoozeer als men wel zeggen wil het kenmerk van het kwade droegen 't Dan zou de samenleving geen oogenblik meer duren, dan zou de stijd om het bestaan in zijn lieftigsten vorm heerschen en een terugkeer naar de zuivere barbaarschheid zijn waar te nemen. Het is juist omdat de mensch neigingen naar liet âbeterequot; heeft, dat hij zich heeft laten overheerschen, dienstbaar maken, bedriegen en uitzuigen, en dat hij nog terugschrikt voor gewelddadige middelen om zich afdoende te bevrijden.
Deze verzekering, dat de mensch slecht is en er geen verandering te hopen is, wil, als men haar ontleedt, zeggen: de mensch is slecht, de maatschappij is slecht, er is nóch van den een, nóch van de ander iets te hopen. Waartoe is het dus nuttig1
IS DE 31ENSCH SLECHT ?
^ijn tijd üoek te maken met een volmaking te beproeven die de menschheid niet kan bereiken ? Laat ons een bres schieten in de troepen van den vijand naarmate wij kunnen!
âWat hindert het ot' de door ons veroverde genietingen be-j-nsten op de tranen en liet bloed van de slachtoffers waarmee wij onzen weg zullen hebben bezaaid? Men moet anderen verpletteren om zelf niet onder den voet te geraken. Zooveel te erger voor hen die vallen.quot;
Welnu, heeren bevoorrechten, ge hebt uw heerschappij geschraagd. Gij hebt de arbeiders in slaap gewiegd en hen veranderd in verdedigers van uw voorrechten. Gij hebt hun eerst een beter leven in een andere wereld beloofd en later â toen men had opgehouden met in een god te gelooven â hun zedeieer, vaderlandsliefde, maatschappelijk nut enz. gepredikt. Tegenwoordig boezemt ge hun door het algemeen stemrecht hoop in op een menigte hervormingen en verbeteringen die onmogelijk te verwezenlijken zijn omdat men de kwalen die uit het innerlijke dei-maatschappelijke organisatie voortvloeien niet kan verhinderen; zoodat men de uitwerkselen slechts zal aanvallen zonder een oorzaak te ontmoeten, en omdat men de maatschappij zelve niet zal van vorm veranderen.
Welnu heeren uitzuigers der armen, roept onomwonden het recht van het geweld uit, dan zullen wij zien hoelang uw heerschappij nog duren zal.
Op het geweld zal het geweld antwoorden!
â¢Â»
* *
Toen de mensch zich met zijn soortgenooten begon te groe-peeren, moest hij nog meer dier dan mensch zijn, de ideeën â zedeieer en gerechtigheid waren hem nog vreemd. Tegen de andere dieren en tegen degeheele natuur was zooveel te strijdeu,
51
DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EX DE ANARCHIE.
dat de eerste groepeeringen zich niet door de behoefte aan solidariteit, maar door de noodzakelijkheid van een samentrekking-van krachten vormden. Zooals wij reeds opmerkten, bestaat er geen twijfel of die verbintenissen in den beginne slechts tijdelijk waren en begrensd tot de vangst van liet vervolgde wild, tot het opheffen van hinderpalen die men alleen niet opruimen kon en later tot het afweren en dooden van aanvallende vijanden.
Door op die manier samenwerking in praktijk te brengen, leerden de menschen er het belang van kennen; de op die wijze gevormde maatschappijen bleven voortbestaan en werden eindelijk van blijvenden aard.
Maar van den anderen kant kon dit aanwezig zijn van voortdurende twisten bij de individuen slechts een bloeddorstige en en willekeurige neiging ontwikkelen ; de zwaksten moesten de overheersching der sterkeren dulden, indien zij hun al niet tot voedsel dienden. Het moet veel later zijn geweest, dat de list zichzelf gelijk stelde met de kracht.
Wanneer men den mensch beschouwt in zijn eerste optreden, moet men toegeven, dat hij toen een zeer ondeugend dier was, maar aangezien hij tot de huidige ontwikkeling gekomen is en hij iiet begrip kon veroveren van gedachten die hem eertijds ontbraken, kunnen wij vragen: ,welke reden bestaat er voor hem om stil te houden en niet verder te gaan Het is even verkeerd, te ontkennen dat de mensch nog voor verdere vooruitgang vatbaar is, als wanneer men, toen hij nog in holen woonde en slechts een stok of een steeuen wapen als geheel verdedigings.niddel bezat, verzekerd had dat hij nooit in staat zou zijn om de groote steden van thans samen te stellen, electriciteit en stoom te benuttigen. Waarom zon de mensch, die er toegekomen is de huisdieren te leiden naar zijn behoeften, zichzelf niet kunnen leiden in den zin van het Schoone en Goede, waarvan hij begrip begint te krijgen?
52
IS DE MENSCH SLECHT*?
Langzamerhand oefende de menscli zich eu alle dagen komt hij verder. Zijn denkbeelden wijzigen zich onophoudelijk. De lichamelijke kracht wordt â indien zij van tijd tot tijd wordt opgemerkt â niet meer in denzelfden graad als vroeger bewonderd. Be denkbeelden zedelijkheid, rechtvaardigheid en solidariteit hebben zich ontwikkeld, zij zijn krachtig genoeg om de bevoorrechten te nopen om â willen zij er in slagen zich in hun voorrechten te handhaven â de individuen te doen geloo-ven dat men hen uitzuigt en dat men hen verkort in hun be_ langen.
Deze bedriegerij kan niet voortduren. Men begint te veel zich benauwd te gevoelen in deze slecht in evenwicht verkeerende maatschappij. De begeerten, die sedert eeuwen aan den dag kwamen, eerst afgezonderd en onvolkomen, beginnen tegenwoordig vasten vorm aan te nemen: zij worden weergevonden tot zelfs bij degenen, die men onder de bevoorrechten der tegenwoordige organisatie zon kunnen rangschikken. Er is geen enkel individu die niet op zijn tijd zijn kreet van opstand of verontwaardiging slaakte tegen deze maatschappij, die nog beheerscht wordt door wat reeds voorbijgegaan is, die het zich tot taak schijnt te hebben gesteld ons in al onze gevoelens, in al onze daden, in al onze begeerten te dwarsboomen, en door welke men meer lijdt, naarmate men zich meer ontwikkelt. De ideeën van vrijheid en rechtvaardigheid spreken zich in bepaalde termen uit; degenen die haar uitroepen zijn nog in de minderheid, maar zij maken een minderheid uit, die sterk genoeg is om de bezitters te verontrusten en vrees aan te jagen.
Evenals de andere dieren is de mensch dus slechts het product van een ontwikkeling, die onder den invloed der omgeving waarin hij leeft en der bestaansvoorwaarden die hij genoodzaakt is te ondergaan of te bekampen, volbracht wordt; alleen kwam hij meer dan de andere dieren â of ten minste in hooger graad â
53
54 DE STERVENDE JIAATSCHAPPIJ EN DE ANARCHIE.
to: liet overwegen van zijn oorsprong, tot het formnleereir van de begeerten zijner toekomst. Het hangt van hem af het noodlot van het kwade, dat men voorgeeft dat aan zijn bestaait verbonden is, te bezweren. Door zich andere levensvoorwaarden: te scheppen, zal hij zichzelf wijzigen.
Zonder overigens verder te gaan vat de vraag zich aldnsi-. samen: heeft ieder individu, goed of slecht, het recht op zijn-manier te leven, in opstand te komen â wanneer hij wordt uitgezogen of indien men hem wil dwingen levensvoorwaarden aai* te nemen die hem tegenstaan ?
Degenen die de macht in handen hebben en de door de fortum begunstigden geven voor de besten te zijn, maar het zou voldoende zijn wanneer de slechtsten hen ten val brachten, zich in hun plaats stelden en de rollen omkeerden, om te tooneu dat zij evenveel reden hadden als de eersten om de besten te zijn-Het stelsel van den persoonlijken eigendom veroorloofde, door den geheelen maatschappelijken rijkdom in de handen van enkelen te stellen, die enkelen om als parasieten te leven ten koste der-menigte, die zij dienstbaar gemaakt hebben en welker voortbrenging tot niets dient dan om hun luiheid en pracht te onderhonden of om hun belangen te verdedigen. Deze toestand, diedoor hen die er onder lijden voor onrechtvaardig erkend werd. kan niet voortduren. De arbeiders zullen het vrije gebruik eischen van hetgeen zij voortbrengen, en zullen in opstand komen indien men voortgaat met hun dat te ontzeggen; de bourgeoisie moge zich verschansen achter het argument, dat de-mensch slecht is, toch zal de revolutie komen.
En indien de mensch onvatbaar is voor volmaking â wat wij, zullen zien dat een onwaarheid is â zal dat de strijd der be-
!S HE MEXSCH SLECHT ?
00
geerteu zijn en, wat de hunnen ouk zijn mogen, de bourgeois zullen liet eerst de overwonnenen zijn doordat zij de minder lieid uitmaken! Of, indien de menseh slecht is doordat de inquot; stellingen er toe bijdragen hem zoo te maken, kan hij zich opquot; heffen tot een maatschappelijken toestand, die tot zijn zedelijke verstandelijke en lichamelijke ontwikkeling bijdraagt; dan zal hij de maatschappij zóó kunnen veranderen, dat alle belangen solidair zullen zijn. Maar hoe het ook zij, de revolutie zal komen! De sphinx ondervraagt ons, en wij antwoorden onbevreesd ; want wij anarchisten, wij, verwoesters van wetten en eigendom, weten welk woord de sleutel is van het raadselschrift.
V,
De Eigendom.
Alvorens verder te gaan met het uiteenzetten onzer ideeën, is het goed de instellingen die wij willen vernietigen voor onze «ogen te laten voorbijgaan, om te herkennen op welke grondslagen de bourgeoismaatschappij berust, wat de werkelijke waarde dezer grondslagen is, hoe en waarom de maatschappij niet te vervormen is dan onder voorwaarde van een geheele verandering van organisatie: waarom geen enkele verbetering mogelijk zal zijn, zoolang die vervorming niet plaats heeft gehad: en uit deze studie vloeien de redenen voort die veroorzaken dat wij anarchisten en revolutionairen zijn.
De verdediging van den persoonlijken eigendom en de erfelijkheid in dezelfde fainiliën, zietdaar op welk beginsel de tegenwoordige maatschappij berust. Gezag, huisgezin, rechtspraak, leger en iedere andere gezagsinstelling die ons verguist en verstikt, spruiten uit dit beginsel voort. Dan is daar nog de godsdienst, maar die laten wij zoo zij is, want de wetenschap â zelfs die der bourgeoisie â heeft haar gedood. Laten wij de dooden rusten!
Wij willen niet wederom een geschiedenis van den eigendom
DE EIGENDOM.
geven. Dat is door alle socialistische partijen reeds gedaan en overgedaan. Allen toonden aan dat de eigendom slechts het gevolg van diefstal, bedrog en het recht van het geweld was; wij behoeven hier dus slechts eenige feiten aan te halen, die er de onbillijkheid van aantoonen en doen zien dat de kwalen waaraan men lijdt er uit voortvloeien, dat de beloofde hervormingen slechts dienst moeten doen als lokaas om de uitgezoge-nen te bedriegen en dat men van de kwalen, die men genezen wil, de hoofdbron, de kapitalistische eigendomsorganisatie, moet aanvallen.
*
* *
De wetenschap toont tegenwoordig dat de aarde haar oorsprong heeft in een ring van kosmische stof die zich eenvoudig van de zon heeft losgemaakt. Deze ring heeft zich door de wenteling om haar eigen as en om het centrale lichaam, verdicht, zoodat de samendrukking der gassen verbranding veroorzaakte, en dat deze van den zon geboortige bol evenals die, welke hem het leven schouk, zijn eigen licht moest doen schijnen, als een zeer kleine ster. De bol is bekoeld, is van den dampvormigen in den vloeibaren, slijmachtigen en meer en meer dichten toestand overgegaan, tot hij in den tegeuwoordigen vasten staat kwam. Maar in deze oorspronkelijke vuurklomp had de verbinding der verschillende gassen zóó plaats, dat hun samenvoeging het aanzijn gat aan de grondstotïen die de aarde samenstellen: mineralen en vrijgebleven gassen in den dampkring.
Daar de afkoeling langzamerhand plaats had, heeft de werking van het water en den dampkring op de mineralen geholpen om een laag teelaarde te vormen: de verbinding van waterstof zuurstof, koolstof en stikstof gaf in den boezem van liet water het aanzijn aan een geleiachtige organische stof zonder bepaalden
57
58
vorm, zonder werktuigen, zonder bewustzijn, maar reeds begaafd met het vermogen zich te verplaatsen, door de verleng-selen harer massa uit te strekken naar de zijde waarheen zij gaan moet, of beter; naar de zijde waar de aantrekking zicli op haar doet gevoelen, en met dat andere vermogen: vreemde lichamen die zich in haar massa bevinden te assimileeren en zich daarmee te voeden 1). Het laatste vermogen eindelijk: op een zekeren trap van ontwikkeling gekomen zich in tweeën te kunnen verdeeleu en een nieuw aan zijn voorganger gelijk organisme te doen geboren worden.
â K
«⢠»
Ziedaar de bescheiden afkomst van den mensch, zóó bescheiden dat eerst veel later, na een lange periode van ontwikkelings-vormen, na een wording van een zeker aantal typen in de keten der wezens, men de plant van het dier is gaan onderscheiden !
De geheele reeks te volgen om tot den mensch te geraken, zou een herhaling zijn van de ontwikkelingsgeschiedenis, die op zoo heldere en begrijpelijke wijze door de moderne wetenschap
1) Die stof, welke men veronierstelt dat het beginsel in zich bevatte van hetgeen thans ,levenquot; wordt genoemd, heet men p r o t o p 1 a s m a. Het behoeft geen betoog, dat de theorie aangaande die stof en haar eigenschappen in alle deelen een hypothese, een niet bewezen stelling is, geopperd ter vergemakkelijking van het onderzoek, zooals men in de wiskunde een getal stelt om tot het vinden eener onbekende grootheid te geraken.
Assimileeren is de werking die een georganiseerd (planten- of dieren-) lichaam volbrengt, door vreemde stoffen om te zetten tot vernieuwing eu aanvulling van haar eigen bestand-deelen. noot vak des vekt.
DE EIGENDOM.
wordt uitgelegd voor hen die onpartijdig willen oordeelen; wij kunnen den lezer slechts daarheen verwijzen en ons hier er mee vergenoegen de voornaamste feiten te melden, om ons betoog te steunen tegen het willekeurig in bezit nemen van een gedeelte der aarde door een zeker aantal individuen, die zich er ten voordeele van zichzelf en hun nakomelingen en ten na-deele van andere minder begunstigden en van de toekomende geslachten van meester maakten.
Natuurlijk doet die uitlegging over de verschijning van den mensch op de aarde het geheele mooie scheppingsverhaal teniet, (â reen god meer nóch schepper; de mensch is slechts het produkt van een ontwikkeling van het aardsche leven, dat zelf slechts het resultaat is van een verbinding' van gassen die evenzeer een ontwikkeling hebben doorloopen alvorens in staat te zijn zich te vereenigen, in de noodige verhoudingen en onder de
noodige dichtheid om de levensverschijnselen te doen ontluiken.
*
«⢠â¢Â»
Toen de stelling van de bovennatuurlijke afkomst van den mensch uit den weg was geruimd, leefde het denkbeeld dat de maatschappij zooals zij is met haar verdeeling in rijken en armen, heerschers en overheerschten, uit een goddelijken wil voortvloeit, evenmin voort. Het gezag, dat zoolang op zijn bovennatuurlijken oorsprong steunde, op de fabel die minstens evenveel als het ruw geweld tot zijn instandhouding heeft bijgedragen, wordt op zijn beurt uitgeput en met den ondergang-bedreigd door het onderzoek ; tegenwoordig verschuilt het zich achter het algemeen stemrecht en de wet der meerderheden. Maar het gezag kon zich niet handhaven dan zoover het niet onderzocht werd. Wij zullen verder zien dat het de kracht niet meer bezit om zich in stand te honden. Wij kunnen ook
59
DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EN DE ANARCHIE.
zeggen dat de eigendom en het gezag, in woordenwisseling gebracht, op sterven liggen; want wat onderling twist wordt geen eer meer bewezen, wat slechts steunt op het geweld kan door
het geweld vernietigd worden.
* *
De plant voedt zich ten koste van het delfstoffenrijk en den dampkring: het dier ten koste der plant en later van het dier zelf, maar er zijn daar geen denkbeelden â met het oog op het instellen van eenige hierarchic tusschen de wezens â over een schepper ot' een natuurkracht, die de plant heeft geschapen om het dier tot voedsel te verstrekken, dier en plant om den mensch te voeden, en dienaars bij het menschenras om den uitverkorenen genot te verschaffen. Er was slechts een gevolg van de ontwikkeling der natuurwetten, die maakten dat de verdichting der gassen mineralen vormde; er was slechts plantaardig leven, dat zich voeden kon met delfstoffen en ze vervormen tot organischs verbindingen die de wording van het dierlijk leven konden vergemakkelijken.
Daar de oorsprong van de ontwikkeling van den mensch is aangenomen, wordt het voor elkeen duidelijk, dat toen de eerste denkende wezens op de aarde verschenen, er niet langer een beschermende voorzienigheid noodig was en bijgevolg niemand om den één een macht toe te kennen tot heerschen over zijn gelijken, anderen den eigendom der aarde te schenken en de groote menigte te dompelen in ellende en ontbering en eerbied voor hun meesters in te boezemen met de eenige taak voor hen voort te brengen.
Toen de âstrijd om het bestaanquot; begonnen was met slechts de levenswet voor de individuen te zijn, was eten om niet opgegeten te worden het eenige doel; toen zij echter begonnen
60
DE EIGENDOM.
61
die andere hoogere levenswet onbewust in praktijk te brengen, de bijstand in den strijd, daar er door de erfelijkheid bij hem een neiging tot strijden was achtergebleven, om zijn prooi te bemachtigen â en alles was voor den raensch een prooi tot zelfs zijn evenmensch â is het zeer klaarblijkelijk dat die geest van strijd en overheersching, die opgehoopt was in de hersenen der voorbijgegane geslachten, zich in de gevormde gemeenschap zocht te vestigen. De individuen die genoemde eigenschappen in den hoogsten graad bezaten, willen zich boven degenen stellen die ze in mindere mate vertoonden. Dit gezag volgde de rijzing en daling van liet menschelijk verstand, en de vervormingen van de maatschappelijke organisatie openbaarden zich naardat het geweld, de godsdienst ot de handelsgeest zegevierde. Het gezag handhaafde zich dus onder zijn verschillende manieren van invloed tot op onzen tijd, en het zal zich blijven handhaven totdat de mensch verlost zal zijn van alle dwalingen cn voor-oordeelen, en hij zichzelf geheel zal kunnen heroveren, hij er afstand van zal doen zijn wil te doen gelden om niet te lijden te hebben van dien van sterkeren.
Daar echter de heilige oorsprong van gezag en eigendom dooide bourgeois-wetenschap zelf ontkend wordt, hebben de bourgeois er voor naar hechtere en natuurlijker gronden gezocht. De economen hebben de maatschappelijke feiten beschouwd als uit een slechte organisatie voortspruitend; door hen te verheffen tot .natuurwettenquot;, en van hen de oorzaken te maken van hetgeen is, terwijl zij er slechts de gevolgen van zijn en door verder deze ongerijmdheid met den naam van wetenschap te versieren, hebben zij zich verbeeld de meest monsterachtige misdaden der maatschappij en de grootste knevelarij door het kapi-
I)E STERVENDE MAATSCHAPPIJ EX DE AXARCEIIE,
talisme te kunnen wettigen, duor de oorzaken van de ellende terug te werpen op het gedrag der ellendigen zelf, door het meest monsterachtig eigenbelang te beschouwen als een wet tot maatschappelijk behoud, terwijl integendeel â zooals wij iu één der voorgaande hoofdstukken hebben gezien â het slechts een reden is voor strijd en krachtsverhes als het niet gelouterd en verzacht is door die andere ontwikkelder en menschelijker wet; de solidariteit.
Daar de bourgeois-maatschappij gegrond is op liet kapitaal en dit vertegenwoordigd wordt door het geld, hebben de bourgeois-economen alvorens de bizondere rol, die liet in de voortbrenging eu de ruil speelt, te bemantelen, alles tot den staat van kapitaal herleid. De man, die de vrouw bevrucht en kinderen verwekt, verliest kapitaal, maar hij schept het eveneens, want het kind zal, wanneer het volwassen geworden is, een kapitaal zijn! â De spierkracht die door den arbeider aan de voorbrenging wordt besteed is een kapitaal! â Laten wij in het voorbijgaan opmerken, dat behalve de kracht hunner armen, de werklieden in onverschillig welken arbeid een hoeveelheid verstand neerleggen, die vaak grooter is dan die van den onder, nemer, maar omdat zij dan twee deelen kapitaal voor den werkman in rekening zouden moeten brengen en dat in hun berekeningen zou hinderen, gaan de economen met stilzwijgen hier voorbij.
Maar aangezien alle herleidingen van de menschelijke bedrij. vigheid tot kapitalen te zamen de oorsprong van het geld-kapitaa] niet uitleggen, hebben de economen dit gevonden: .Het is liet deel van den arbeid, dat de vlijtige en vooruitzorgende individuen niet onmiddellijk gebruikt hebben, en dat zij in reserve
G2
DE EtGESDOir.
hielden voor toekomstige behoeften.quot; Hier wordt de rekening belangrijk, en kan men al reeds uit de redeneering bemerken
met welk soort rekenmeester men te doen heeft.
* *
Op stelligeu toon verzekeren de economen: Ieder gebruikt wordend kapitaal moet; lo. een aan zijn waarde gelijke som voortbrengen om zich geheel te knnnen herstellen; 2o. daarliet kapitaal risico loopt, een meer-waarde opleveren, die de assurantiepremie vertegenwoordigt tot dekking der gezegde risico.
De arbeider dus, die betaald wordt naarmate hij werkt en bijgevolg geen enkel risico loopt, heeft slechts recht op de eerste som, die hem veroorlooft zijn verloren kapitaal te herstellen, dat is: zich te voeden, te kleeden, te huisvesten en eindelijk zijn verloren kracht te herstellen. Hij mag niet meer kinderen verwekken dan voor zoover het overschot van zijn loon hem veroorlooft ze op te voeden.
Maar de patroon, o.; voor hem maakt men een groot verschil. Hij brengt eerst een klein kapitaal mee, het noodige geld om de werklieden te betalen en de aankoopen te voldoen, en dit geld vertegenwoordigt de genoegens die hij zich ontzegt. Evenals dat van den werkman moet dit kapitaal iets opbrengen om zich te herstellen, maar bovendien de assurantiepremie voor de risico die het loopt, hetgeen de inkomsten van den ondernemer vertegenwoordigt. Indien het een industriëele onderneming' geldt zijn er gebouwen en in 't werk gestelde machines, die nog een kapitaal vormen, dat wederom te voorschijn moet treden en zijn assurantiepremie verdienen. Maar dit is niet alles I Het vernuft van den ondernemer is ook een kapitaal, en niet het geringste! Een kapitalist moet een verstandig gebruik van zijn kapitalen weten te maken: hij moet zijn zaak en zichzelf weten te regeeren,
63
DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EK DE ANARCHIE.
hij moet de producten opsporen die met voordeel kunnen worden verwerkt, zoeken op welke plaats er vraag i^aar is, enz., enz. Dit derde kapitaal moet eveneens door de onderneming worden vergoed. Dan moet in aanmerking worden genomen, dat indien de ondernemer ingenieur, geleerde of geneesheer is, de premie zeer veel hooger moet zijn, want daar zoo iemand meer kost om zijn zaken op een goeden voet in te richten, kost hij ook meer om zich te herstellen.
Volgens deze tijne onderscheiding, die de verschillende bestand-deelen, die aan de produktie deelnamen, tot kapitalen vervormt, schijnt de verdeeling in orde te zijn: de kapitalist steekt drie vierde deelen van de produkten in zijn zak voor zijn aandeel,, en de streek is gespeeld. De arbeider kreeg zijn deel, waarom zou hij zich beklagen? Laat hij ook spaarzaam worden, dan zal hij het bespaarde in de ondernemingen steken en het driedubbele terugkrijgen. Laat hij zich weten te bekrimpen als hij tot iets komen wil! Laat hij zijn geld niet als een dwaas in de kroeg verteren 1 En dan moet hij niet zooveel kinderen verwekken!
De strijd is zwaar; hij moet zijn genoegens weten te onderwerpen, indien hij ze vervolgens vermeerderen wil!
Zouden de heeren economen, die ons van het grooter vernuft der kapitalisten spreken, ons wel durven verzekeren, dat de lieden die door beursspeculatie en kuiperijen millioenen rooven, een zooveel millioenenmaal grooter vernuft aanwenden, wij zullen niet zeggen dan de arbeider die voor een kunstenaar in zijn vak kan doorgaan, maar zelfs dan de eenvoudigste arbeider ia het gewoonste handwerk?
Beschouwen wij het lot van een der door de omstandighedeit
64
DE KIGK.MKIM.
liet meest begunstigde werklieden, die â in verliouding tot de minder bevoorrechten â een goed daggeld verdient en nooit gekweld wordt door werkeloosheid ot' ziekte. Zal die werkman het leven kunnen leiden dat voor allen die voortbrengen verzekerd moest zijn? Zal hij door te arbeiden in al zijn lichamelijke en geestelijke behoeften kunnen voorzien ? â Weineen, niet het honderdste deel van zijn behoeften kan hij voldoen, al zijn zij nog zoo beperkt; en hij zal ze nog moeten bekrimpen, wil hij eenige stuivers besparen voor zijn ouden dag. Hoe zuinig hij het ook aanlegt, hij zal nooit genoeg kunnen bijeengaren om in nietsdoen te leven. Het in liet productieve tijdperk bespaarde is ter nauwernood toereikend om het tekort op hoogen leeftijd te dekken, indien hij geen erfenis krijgt of eenig ander geluk dat niets met den arbeid te maken heeft.
Hoeveel ongelukkige)! die niets bezitten om hun honger te stillen bestaan er tegen één van die bevoorrechte arbeiders i De ontwikkeling van het machinewezen veroorloofde den ondernemers hun personeel in te krimpen, de talrijk geworden wer-keloozen deden de loonen dalen; ziekten verminderden hun nog, zoodat de gezeten werkman meer en meer een fabel wordt, en de arbeider indien de bourgeois-maatschappij nog lang blijft voortbestaan, in, plaats van te hopen uit zijn ellende te geraken verwachten moet er nog dieper in te zakken.
Veronderstellen wij «u dat de gezeten werkman, in plaats van voorttegaan zijn spaarduiten in eenige waarde te plaatsen, wanneer hij een zekere som bijeen heeft voor eigen rekening begint te werken. Dit wordt meer en onmogelijk, dank zij het machinewezen, dat de samentrekking van onmetelijke kapitalen vereischt en geen plaats meer overlaat voor den afzonderlijken
65
DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EK DE ANARCHIE.
industrieel; maar wij kunnen de mogelijkheid aannemen en wij veronderstellen dat deze werkman-patroon alleen arbeidt. Indien de gegevens van de staathuishoudkunde op waarheid berusten, indien het waar is, dat ieder vermogen van den mensch een uitgezet kapitaal is en een fortuin voortbrengt voor dengeen die het aan den arbeid zet, is onze werkman in liet bezit van het kapitaal-geld, het kapitaal-kracht en het kapitaal-vernuft; daar hij met niemand behoeft te deelen, zou hij dus zijn kapitaal-geld spoedig onder zijn handen moeten zien vertienvoudigen,
en zou hij op zijn beurt millionair moeten worden.
*
«â *
In de praktijk echter bestaat de alleen voor eigen rekening werkende arbeider bijna niet; de kleine baas, met twee of drie knechts, leeft misschien iets beter dan zijn arbeiders, maar hij moet even hard werken, zoo niet harder, daar hij onophoudelijk vervolgd wordt door wissels; hij verwacht geen enkele verbetering, en is al gelukkig, wanneer hij zich in zijn betrekkelijk welzijn kan handhaven en een bankroet weet te voorkomen.
De groote winsten, de groote fortuinen, het leven op een grooten voet â dat alles is voorbehouden voor de groote bezitters, de groote aandeelhouders, de groote fabrikanten, de groote speculanten, die zelf niet werken, maar arbeiders in dienst hebben bij honderdtallen. Dit bewijst dat het kapitaal wel opgehoopte arbeid is, maar arbeid van anderen, opgehoopt in de handen van een enkele, van een dief.
Het beste bewijs overigens dat een misdaad de grondslag is der maatschappelijke organisatie, vinden wij hierin, dat terwijl de werktuigkunie, die een door alle, van geslacht op geslacht verworven, kundigheden voortgebrachte vooruitgang is, en zij bijgevolg allen menschelijken wezens ten dienste moest staan
66
UE EIGEKIgt;01I.
om hun leven aangenamer en gemakkelijker te maken, door hun voortbrengingskracht te vergrooten en hun een middel aan de hand te doen om veel meer voort te brengen en toch minder lang te werken, dat die werktuigkunde den arbeiders niets brengt dan een toeneming van ellende en ontbering. De kapitalisten alleen behalen voordeel van de vorderingen der werktuigkundige uitvindingen, want die stellen hun in de gelegenheid hun personeel te verminderen, en met behulp van de geschetste tegenstrijdigheid zich de werkeloosheid te benuttigen door de loonen te verminderen. De ellende noodzaakt den werkeloozen het aangeboden loon aan te nemen, al is het minder dan de tot hun instandhouding en voortbrenging benoodigde som. Dit bewijst dat de voorgewende natuurwetten door hun eigen werking worden verkracht; en dat bijgevolg indien zij wetten zijn, zij er verre
van staan, natuurlijk te kunnen worden genoemd.
*
* *
Anderdeels is het een zekere zaak dat de kapitalisten, met al hun kapitalen, met al hun machines, volstrekt niets zouden kunnen voortbrengen zonder de medewerking der arbeiders â terwijl deze laatsten, door zich met elkander te verstaan en hun krachten ten gezamenlijke nutte aan te wenden, zeer goed zouden kunnen voortbrengen zonder de hulp der kapitalen. Maar laat ons voortgaan; de gevolgtrekking die wij er uit willen halen is deze: daar de kapitalisten hun kapitalen niet in liet werk kunnen stellen zonder de hulp der arbeiders, zijn deze laatsten de belangrijkste faktor der voortbrenging en zou zeer logisch het beste deel van de produkten bij hen moeten weerkomen. Docli hoe komt het dat integendeel de kapitalisten het beste deel verzwelgen en meer genieten naarmate zij minder voortbrengen? Hoe komt het dat de arbeider, hoe meer hij voortbrengt, zooveel te
67
DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EN DE ANARCHIE.
meer de kans op werkeloosheid loopt, zooveel te minder kans heeft aan zijn levensbehoeften te kunnen voldoen ? Hoe komt liet dat hoe meer de magazijnen overvloeien van produkten, zooveel te meer de voortbrengers van honger sterven, en dat hetgeen een bron van rijkdom en algenieene genietingen zou moeten zijn,
een bron van ellende wordt voor hen die hebben voortgebracht ?
â »
» «â¢
Uit dit alles vloeit helder voort, dat de individueele eigendom slechts goed is voor hen die hun gelijken uitzuigen. De geschiedenis der nienschheid leert ons dan ook dat deze vorm van eigendom niet die was der eerste menschelijke maatschappij, en dat eerst zeer laat in de ontwikkeling, toen de familie zich van vermenging begon te ontdoen, de individueele eigendom zicli begon te vertoonen, in den gézamenlijken eigendom van een stam.
68
Dit zou niets tegen de wettigheid er van bewijzen indien deze toeigening zicli op een andere dan willekeurige wijze had kunnen bewerkstelligen; alleen om den bourgeois die er een bewijsgrond in hun belang van wilden maken door voor te geven dat de eigendom altijd geweest is wat zij heden ten dage is, te bewijzen dat dit argument in onze oogen geen waarde heeft.
De lieden overigens die zoo hoog tegen de anarchisten uitvaren omdat deze zich op het geweld beroepen om hen uit hun bezit te stooten, hebben evenmin veel vormen in acht genomen toen zij in 1789 aan den adel zijn bezit ontnamen, en zij de boeren bedrogen, die zich tot taak hadden gesteld de jonkers
HE EIGEXDOM.
op te hangen, de oorkonden te vernielen en zich van de goederen der heeren meester te maken.
Hadden de verbeurdverklaringen en de ingebeelde verkoopingen voor bespottelijke prijzen van die goederen een ander doel, dan de bezitters van toen en de boeren die er hun deel van hoopten te krijgen, te berooven en zich van alles ten eigen bate meester te maken ? Bedienden zij zich niet eenvoudig van het recht van het geweld, dat zij door gerechtskomedies bemantelden en wettigden? Was die plundering niet onbillijk? â aangenomen dat die welke wij verlangen dat zijn zou, wat niet zoo is â indien wij in 't oog houden dat zij niet ten voordeele der gemeenschap was maar slechts er toe bijdroeg om enkele kooplieden te verrijken, die zich haastten om de boeren te bekampen â toen deze de kasteelen bestormden â om hen neer te schieten en hen als struikrooTers te behandelen.
De bourgeois behoeven dns geen âhoudt den dief!quot; te roepen, wanneer men hun dwingen wil tot teruggeven, want hun eigendom is zelve niets dan de vrucht van een diefstal.
«9
VI.
Het Huisgezin.
Eigendom, familie en gezag hebben zich gelijkelijk ontwikkeld, dat is aan geen twijfel onderhevig. Gegeven dat de menschen onder den drang van een gemeenschappelijke behoefte hun krachten vereenigden om een hinderpaal uit den weg te ruimen, waarop de individueele krachten zich tevergeefs zouden uitputten, dan is het duidelijk, dat de voordeden van deze samenwerking van krachten gemeenschappelijk gedeeld werden. Daar die vereenigingen tijdelijk waren, en beperkt tot het onmiddellijk verlangd resultaat, blijft er ook geen twijfel over omtrent de vraag of de eerste menschelijke groepeering, evenals thans nog bij sommige den mensch nabijkomende zoogdieren het geval is, de kern der familie was, dat is: de groepeering van een of eenige wijfjes en der jongen om het sterkste mannetje, die, om zijn gezag te bewaren de jonge mannelijke dieren uit de kudde verdreef, wanneer zij op een leeftijd gekomen waren, dat zij hem argwaan inboezemden.
Maar was dit gezag van het mannelijk dier volmaakt en toonde het zich in alle groepeeringen sinds haar ontstaan ? Ziet-daar een vraag, die het vermetel zou zijn te beoordeelen, want
het huisgezin.
71
indien wij bij de wilden voorbeelden vinden van veresnigingen die grooter in getal barer leden waren geworden door zich te vormen uit een verbintenis van verscheidene huisgezinnen, is het mannelijk gezag er in aanwezig; uit tal van andere overtuigende voorbeelden, uit tal van gewoonten, schijnt voort te vloeien, dat het gezag van de moeder over het kroost het eerste was wat men aantreft. 1)
Er bestaan volksstammen waarbij de kindereu deel uitmaken van den stam der moeder; anderen waarbij men het mannelijk gezag reeds aantreft, maar waar het de kinderen van zijn zuster zijn die zijn bezittingen erven, terwijl zijn eigen kinderen uitgesloten zijn; dit vormt een overgang tusschen het moederlijk en het vaderlijk gezag. Een andere overgangsvorm is de gewoonte bij sommige volkeren, dat de man zich, wanneer de vrouw bevalt, te bed legt, kruiden inneemt en gelukwenschen met zijn verlossing ontvangt. Hier gevoelt men dat de man om zijn gezag over zijn kroost te bekrachtigen, feiten behoeft om zijn vaderschap te bewijzen. Dat ware niet noodig, wanneer het vaderschap hem niet ware betwist door oude gewoonten die hebben kunnen verdwijnen, maar waaraan de herinnering zich door de praktijk der tegenwerkende gewoonten, die door hen zijn verwekt, vereeuwigt.
1) Wij zullen hier alle raken in kwestie niet aanhalen, daar wij slechts trachten er een zak»lijke inhoud van te maken, en niet in het bijzonder willen uitleggen hoe wij denken over het huisgezin der toekomst. De lezers die deze vraag dieper zouden willen bestudeeren, kunnen zich wenden tot de werken van Letoürneau : Sociologie, Evolution de la familie, en van Ei.ie Reclds: Les Primitifs, waar zij ook de bronnen, waaruit die schrijvers geput hebben, genoemd zullen vinden.
1gt;E STERVENDE MAATSCHAPPIJ EX DE ANARCHIE.
En hoe dikwijls is de vereeniging vau man en vrouw reeds gewijzigd? In den beginne, in de kindsheid der menschheid, bestond er geheel geen vorm van huwelijk; de meest compleete vermenging der geslachten vertoonde zich, de man koppelde zicli met liet eerste het beste wijfje en deze nam de liefkoozingen van alle mannetjes, die haar namen, aan.
Toen de menscli zich ontwikkelde en iets minder ruw werd, heerschte nog wel een zeer groote vermenging, maar toch begon men een eersten graad van bloedverwantschap te onderscheiden-Men had echter nog niet geleerd, de termen: vader, moeder, broeder, zuster goed te gebruiken, en de vrouwen bleven aan alle mannen van den stam toebehooren en dezen aan alle vrouwen.
Veel later, toen de man als hoofd van het gezin erkend was, begon men eenige graden te onderscheiden in de bloedverwantschap en afkomst, doch de huwelijken tusschen broeders en zusters gingen voort; de zoon erfde zonder schroom de harem van zijn vader, hij moest nog een stap verder gaan in de ontwikkeling, om zijn moeder niet te beschouwen als onder de erfenis begrepen.
Laten wij nog opmerken, dat indien er volkeren zijn waarbij een enkele man verschillende vrouwen kan bezitten, er ook stammen worden aangetroffen, waarbij de vrouw verschillende mannen bezit.
Maar deze vooruitgang, deze verandering van gewoonten kwam niet op logische wijze achter elkander te voorschijn en verdween niet naarmate een meer ingewikkelde te voorschijn trad. Deze gewoonten steunden op elkander, vermengden en verwarden zich op dusdanige wijze, dat men ze niet herkennen kan. Haar verbindingen zijn menigvuldig, de gewoonten stapelen zich op, terwijl er hier en ginds verdwijnen. Slechts door de studie van â¢waarnemingen van vroegere reizigers bij thans nog bestaande
72
HET HUISGEZIN'.
volksstammen, wordt liet ons mogelijk gemaakt bij benadering een denkbeeld te vormen van de ontwikkelingsgang der menschheid.
â¢S
Uit dit alles vloeit voort, dat de eigendom op andere gronden gesteund heeft, dan die waarop hij tegenwoordig rust, dat hij een andere verdeeling heeft gehad, en zijn tegenwoordige bestemming slechts aan geweld, list en diefstal dankt; want het is duidelijk dat bij het huisgezin, dat een gemeenschappelijke vereeniging was, geen individueele eigendom kan bestaan, en dat bijgevolg, hetgeen oorspronkelijk aan allen heeft behoord, niet de eigendom van enkelen kon worden dan door middel van roof.
Eveneens was het huisgezin iets geheel anders dan het tegenwoordig is. Eu de bourgeois, die voorgeven dat deze twee instellingen op schotvrije, onwrikbare grondslagen berusten, weten niet wat zij zeggen, in aanmerking genomen dat er geen enkele reden is, waarom hetgeen zich ontwikkeld heeft, zich niet verder zal kunnen ontwikkelen. Hun verzekering kan slechts één zaak bewijzen, en dat is, dat deze twee instellingen, indien zij niet vooruit moesten, reeds lang nabij haar ondergang zouden zijn; want het is een levenswet, dat hetgeen niet vooruitgaat, sterft, zich ontbindt, om het leven te schenken aan andere organismen,
die een ontwikkelingsperiode hebben te doorloopen.
amp;â¢
«⢠*
En de waarheid van deze stelling is zoo zeker, dat de bourgeois gedwongen zijn geworden haar aan te nemen, waar zij als [verzachtend middel voor het huwelijk, dat zij in stand
73
DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EN DE ANARCHIE.
willen houden, er de echtscheiding aan toevoegden, die slechts in bepaalde gevallen toepassing vindt, en slechts door middel van een proces kan worden verkregen, meestal met veel geldelijke onkosten â niettemin is het daardoor geen minder krachtig argument tegen de standvastigheid van liet huisgezin, daar men na er zoolang weerstand aan te hebben geboden, haar eindelijk als noodig erkend heeft, en zij thans het huisgezin aan het wankelen brengt door het huwelijk, dat daarvan de heiliging is, te verbreken.
Welke schoonere bekentenis in het belang der vrije vereeniging zon men kunnen eischen? Wordt het niet duidelijk, dat het onnoodig is door een plechtigheid te bezegelen wat door een andere plechtigheid kan worden te niet gedaan ? Waarom zal men een verbintenis door een man met een sjerp laten huldigen, die door drie andere mannen met toga's aan voor van nul en
geener waarde kan worden verklaard ?
*
* «â¢
De anarchisten nemen dus de organisatie van het huwelijk niet aan. Zij zeggen, dat twee wezens die elkaar beminnen, geen vergunning van een derde noodig hebben om bij elkander te gaan slapen; van at' liet oogenblik dat hun wil hun daartoe brengt, heeft de maatschappij er niets kwaads in te zien en nog minder er tusschen te komen.
De anarchisten zeggen ook; Door het feit dat de één zich aan den ander gegeven heeft, is de verhouding van man en vrouw niet onoplosbaar, zij zijn niet veroordeeld hun leven samen te eindigen, wanneer zij elkander beginnen tegen te staan. Wat géworden is door hun vrijen wil, moet hun vrije wil ook kunnen tenietdoen.
Beheerscht door de hartstocht, onder den invloed der begeerte.
74
HET HUISGEZIN.
hebben zij alleen elkanders goede hoedanigheden gezien, doch de oogen gesloten voor elkanders fouten. Zoo hebben zij zich vereenigd, en ziedaar het gemeenschappelijk leven de betere eigenschappen uitwisschen, de slechtere doen uitkomen, hoeken aanwijzen, die zij niet weten af te ronden; zou het nu noodzakelijk zijn, dat deze twee wezens, omdat zij in een oogenblik van opbruisching zich lieten begoochelen, die dwaling van een oogenblik, die zij voor een diepe en voortdurende hartstocht hadden aangezien, terwijl zij slechts het gevolg was van een zinsbegoocheling met een geheel leven van lijden boeten?
Welnu dan, het is tijd om tot gezonder begrippen terug te keeren. Is de liefde van man en vrouw niet altijd sterker geweest dan alle wetten en eerbaarheid ?
Heeft de verstooting van de vrouw die haar man bedroog â wij spreken niet van den man, die steeds gehoor heeft weten te geven aan zijn neigingen â en de rol van verschoppelingen die in onze zich schamende maatschappij voor de ongehuwde moeder is weggelegd, ooit kunnen verhinderen, dat de vrouwen haar mannen bedriegen en de meisjes zich overgeven aan hen die haar behagen of die gebruik maken van een oogenblik, dat de zinnen sterker spraken dan de rede?
De geschiedenis en de letteren spreken van niets dan van bedrogen mannen en vrouwen en verleide meisjes. De geslachtelijke behoefte is de eerste drijfkracht van den mensch; men verbergt zich, doch moet wijken voor haar aandrang.
Voor enkele hartstochtelijke gemoederen, die zwak en beschroomd zich met het beminde wezen van het leven beroofden, die soms niet durfden breken met de vooroordeelen, en geen zedelijke kracht bezaten om te strijden tegen de hinderpalen die de zeden en da domheid van onwetende ouders hun in den weg legden, is de menigte van hen die heimelijk de spot drijven met de vooroordeelen, groot.
75
DE STERVENDE -MAATSCHAPPIJ EX DE ANARCHIE.
Dit heeft alleen er toe bijgedragen om ons bedriegelijk en
huichelaclitig' te maken, zietdaar alles.
*
«â »
Waarom zouden wij in ons hoofd halen iets te reglementeeren, dat ontkomen is aan lange eeuwen van verdrukking ? Laten wij toch eens voor altijd erkennen, dat de gevoelens van den mensch aan iedere reglementeering ontsnappen en hij de meest volstrekte vrijheid behoeft, wil hij zich geheel en normaal kunnen ontwikkelen. Laten wij minder zedig zijn, dan worden wij vrijmoediger en zedelijker.
De mensch wil als eigenaar de vrucht van zijn roof op zijn nakomelingen doen overgaan; daar de vrouw tot op het oogen-b!ik beschouwd werd als de mindere en eer als het eigendom van den man dan als zijn gezellin, is het duidelijk, dat de man het huisgezin zoo heeft ingericht dat zijn overwicht op de vrouw was verzekerd, en om na zijn dood zijn eigendommen aan zijn nakomelingen te kunnen nalaten, moest hij het huisgezin onoplosbaar maken. Gegrond op belangen en niet op liefde, moest hij een kracht en een wettiging hebben, die beletten kon, dat hij door de schokken, die door den strijd der belangen worden veroorzaakt, uitgestooten werd.
De anarchisten echter, die men beschuldigd heeft van het huisgezin te willen verwoesten, willen juist dezen strijd vernietigen, en het huisgezin grondvesten op liefde, wat het duurzamer zal doen worden. Nooit hebben zij in beginsel zich er tegen verklaard, dat de man en de vrouw, wie het behaagde hun dagen samen te eindigen, dit zouden kunnen doen, onder voorwendsel dat er vrije vereeniging bestaan moet. Nooit hebben zij gezegd dat de vader en de moeder hun kinderen niet kunnen
76
HET HUISGEZIN.
grootbrengen, zij eischeu slechts ontzag voor de vrijheid der laatsten, en verlangen dat zij niet als dingen worden beschouwd. Zeker, zij willen het huisgezin afschaffen, zooals het van rechtswege bestaat, zij willen dat man en vrouw vrij zijn om zich te geven eu zich terug te nemen wanneer zij dat wenschen. Zij willen geen domme eenvormige wet, die de verhoudingen aan banden legt in zóó ingewikkelde en zóó wisselvallige gevoelens als uit de liefde voortspruiten.
Indien de gevoelens van het menschelijk wezen tot onbesten-digheid leiden, indien zijn liefde zich niet tot één voorwerp kan bepalen, zooals zij die de sexuëele verhoudingen willen aan banden leggen, voorgeven, wat kan dat ous dan belang inboezemen, wat kunnen wij er aan doen'? Daar alle onderdrukking totnogtoe niets heeft kunnen voorkomen, waartoe ons dan met nieuwe ondeugden te belasten'? Laat de menschelijke natuur vrij, laat haar zich bewegen waar haar neigingen en begeerten haar voeren. Zij is tegenwoordig verstandig genoeg om te kunnen onderscheiden wat nuttig en wat schadelijk voor haar is, en door ondervinding te ervaren in welke richting zij zich bewegen moet. Indien de wet der ontwikkeling vrij werkt, zijn wij zeker, dat het de meest geschikteu en begaafden zullen zijn die kans zullen hebben te overleven en zich voort te planten.
De neiging der menschheid is volgens onze meening integendeel naar monogamie, naar de duurzame vereeniging van twee wezens, die na elkander te hebben ontmoet en te hebben leeren kennen en achten, eindigden met één uit te maken, en naarmate hun vereeniging innig en volkomen wordt, worden hun wil, hun verlangen, hun denken gelijk. Dezulken hebben geen wetten noodig om hen te dwingen samen te leven; zou hun
77
DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EK DE A5ARCHIE.
eigen wil niet de zekerste waarborg zijn voor de onoplosbaarheid van hun vereeniging ï
Wanneer man en vrouw zich niet meer geschikt voor elkander zullen gevoelen, zal indien zij elkander werkelijk beminnen, hun liefde tot gevolg hebben, dat zij wederzijds de liefde zullen trachten te verdienen van het wezen dat zij uitkozen. Gevoelend dat de beminde metgezel kan wegvliegen uit het nest waar hij of zij de verwachte voldoening niet meer vindt, zal ieder individu alles in het werk stellen om zich geheel te verbinden. Zooals bij sommige vogelsoorten in het tijdperk der liefde het mannetje zich met nieuwe vederdosch tooit en schittert om het wijfje met zich te voeren, welker gunst hij tracht te verwerven, zullen de menschen de zedelijke hoedanigheden aankweeken, die hun bemind kunnen maken en hun samenleving kunnen veraangenamen. Op deze gevoelens gegrondvest, zullen de verbintenissen meer onoplosbaar worden dan door de wreedste wetten en de hevigste onderdrukking.
*
* *
Wij hebben geen oordeel uitgesproken over het tegenwoordig huwelijk, dat gelijk staat met de meest onteerende prostitutie: geld-huwelijken, die niets met liefde te maken hebben, gedwongen huwelijken door de ouders â vooral in bourgeois-familiën â klaargemaakt zonder hen te raadplegen, die men vereenigt; ongelijke huwelijken, oude losbollen, die dreigen onder te gaan, die hun oud lichaam verbinden met de frissche schoonheid van zeer jonge meisjes door de macht van hun geld: oude vrouwen die met hun geld de diensten van jonge mannen koopen. Kritiek daarop is reeds vaak geleverd; waartoe zouden wij er op terugkomen? Ons was het voldoende aan te toonen, dat de geslachtelijke vereeniging niet steeds met dezelfde formaliteiten om-
78
HET mnSGEZLV.
79
kleed geweest is, en dat zij nooit haar grootste waardigheid bereiken kan dan door zich te ontdoen van alle kluisters, waartoe kan het dienen iets anders te zoeken. 1)
1) Eedeneerkundig moest hier onze opvatting van de opvoeding der kinderen in de toekomstige maatschappij volgen ; maar daar deze studie in âLa Société au lendemain de la Révolutionquot; (De maatschappij den dag na de omwenteling) gemaakt is, verwijzen wij den lezer naar het artikel over âHet kind in de nieuwe maatschappijquot; in dat boek.
VII.
Het Gezag.
Het vraagstuk van deu eigendom is zóó vermengd met dat van het gezag, dat wij in Hoofdstuk V. niets konden doen dan oorsprong en ontwikkeling van liet gezag te behandelen. Wij znllen dus niet daarop terugkomen, en ons slechts hij de tegenwoordige periode bepalen, bij het gezag dat naar men voorgeeft op het algemeen stemrecht en de wet der meerderheden gegrondvest is.
Zooals wij gezien hebben moesten de bourgeois, nadat de goddelijke afkomst van den eigendom ondermijnd was, een nieuwe, hechtere grondslag zoeken. Daar zij zelf den steun van het goddelijk recht vernietigd hadden, en geholpen hadden dien van het geweld te bestrijden, trachtten zij dien van het geld er voor in de plaats te stellen, door de kamers te laten verkiezen door het census-stelsel, dat is door een zekere soort menschen, die de hoogste belastingen betalen. Later was het de vraag er de ,bekwaamheidquot; bij te voegen, want het waren de uitge-stooten bourgeois die klaagden.
Maar dit alles kon niet lang duren. Van af het oogenblik, dat het gezag betwist werd, nam het af in kracht, en de lieden
HET GEZAG.
die niet deelnamen aan de kens der meesters, eiscliten liet recht
ook hun raad te geven bij die kens.
*
* *
De bourgeoisie, die het volk vreesde, wilde niets toegeven ; zij had de macht en wilde die behouden; de arbeiders moesten een omwenteling teweegbrengen om het algemeen stemrecht te veroveren. De door hen tot macht gebrachte bourgeois beijverden zich dit verkregen recht te beknibbelen en dat monster, waardoor zij dachten te zullen worden verslonden, de tanden uit te breken.
Slechts na langen tijd, toen zij de werking er van hadden gezien, begrepen zij, dat het niet gevaarlijk was voor hun voorrechten, dat het slechts een viool was waarop men moet kunnen spelen, en dat het groote wapen, dat zij geloofden verkregen te hebben â waarvoor zij hun bloed gelaten hadden â slechts een volkomen overheerschingsmiddel was, waardoor de lieden werden beteugeld die zich meenden te bevrijden.
Wat is het algemeen stemrecht anders dan het recht voor de overheerschten om hun meester te kiezen ; het recht de roede aan te wijzen waarmee men geslagen zal worden ? De kiezer is oppermachtig .... om zijn meester te kiezen, maar .... hij heeft niet het recht er geen te willen, want de door zijn buurman gekozene zal zijn meester worden. Van af het oogen-blik dat hij zijn briefje in de stembus wierp, deed hij vrijwillig afstand, heeft hij zich slechts te plooien naar de grillen der meesters zijner keuze; zij zullen de wetten maken en toepassen.
en in de gevangenis werpen wie tegenstribbelt.
*
«⢠*
Wij zullen hier niet het algemeen stemrecht behandelen, noch
81
DE STERVEXÃE MAATSCHAPPIJ EX DE ANARCHIE.
alle verzachtende en bevorderende middelen die men heeft willen bezigen om de luimen van den gekozene te voorkomen en den kiezer de oppermacht te verzekeren door hem de middelen te geven om den gekozene te noodzaken zijn beloften te houden: dat zon ons te ver voeren, en heeft overigens geheel geen belang voor ons, omdat wij willen aantoonen dat men geen wet der meerderheid, noch goddelijk recht meer moet hebben, eu dat de individuen aan geen anderen regel onderworpen moeten zijn dan dien van hun eigen wil.
En zelfs wanneer wij do werking van het algemeen stemrecht ontleden, zullen wij er toe komen aan te toonen dat het de meerderheid niet is, die regeert, maar een zeer geringe minderheid. die uit een andere minderheid voortspruit, welke zelve ' niets is dan een uit de beheerschte menigte gekozen minderheid.
Het is willekeurig, dat vrouwen en kinderen, die evengoed onder de wetten staan, van het recht tot deelneming aan de stemming uitgesloten zijn. Indien wij er diegenen nog aftrekken die om een of andere reden dit recht niet gebruiken, vinden wij ons in tegenwoordigheid van een zeer willekeurige eerste erkende minderheid, die men alleen in staat acht te zijn om meesters voor allen te kiezen.
In de tweede plaats is het op den dag der stemming de meerderheid, die â in theorie â beslissen moet wie de uitverkorene zal zijn ; doch daar in de praktijk de kiezers tusschen zes, acht, tien candidaten en soms meer te kiezen hebben, zonder dat er rekening wordt gehouden met die kiezers, welke in de menigte candidaten hun meening niet vertegenwoordigd vinden en die dus tegen hun beginsel in stemmen, is de uitkomst hier nog het gevolg van een tweede minderheid.
In de derde plaats is het, wanneer de afgevaardigden een-
82
HEI GEZAG.
maal bijeen zijn, in theorie altijd nog' de meerderheid die beslissen moet, maar daar de denkwijzen verdeeling in ontelbare groepen en groepjes veroorzaakten, volgt hieruit dat het in de praktijk kleine groepen eerznohtigen zijn, die door zich tnsschen de uiterste richting-en te honden, de stemming beheerschen, door hun stemmen te geven aan ben die hun het meeste voordeel aanbieden.
Door het weinige dat wij gezegd hebben, ziet men, dat de voorgewende oppermacht van de kiezers zich tot zeer weinig bepaalt, maar liet is noodig op te merken, dat wij om den lezer niet in de war te brengen, onze kritiek hebben vereenvoudigd, en hebben verondersteld dat ieder nauwkeurig en logisch handele. Maar indien wij alle kuiperijen, knoeierijen en eerzuchtige berekeningen bedenken: indien wij doen opmerken dat de wetten, alvorens vastgesteld te zijn, door een andere vergadering; de Senaat (in Nederland de le Kamer) moeten worden behandeld, welke Senaat door een ander soort kiezers benoemd is; indien wij er rekening mee houden dat de Wetgevende macht (in Frankrijk) uit ruim 500 afgevaardigden bestaat, dat ieder kiezer er slechts één van benoemt, en dat ieders wil bijgevolg minder dan één vijfhonderdste deel van den gezamen-lijken wil wordt, die nog verminderd wordt door de stem der Senaat, zullen wij eindelijk begrijpen dat de individneele oppermacht in boeveelheid zoo een oneindig geringe faktor is van de nationale heerschappij, dat men haar op het laatst niet meer kan weervinden.
Maar dit is nog niets ; het algemeen stemrecht brengt een nog rampspoediger uitwerking voort, en wel van het aanzijn te schenken aan een regeering van nietige menschen en middelmatigheden ; dit zullen wij bewijzen.
Ieder nieuw denkbeeld, dat zijn tijd vooruit is, is daardoor bij zijn begin steeds in de minderheid. Hersenen die open zijn
«3
DE STERVENDE .MAATSCHAPPIJ EX DE ANARCHIE.
om het aan te nemen en te verdedigen zijn er weinig. Dit is een erkende waarheid en de gevolgtrekking is, dat de indivi-duen met in waarheid grootsche, verstandige ideeën, steeds in de minderheid zijn. De meeste menschen belijden de gangbare middelmatige denkbeelden; zij maken de meerderheid uit en kiezen den afgevaardigde, die zich om te worden benoemd, wel wachtte om de vooroordeelen zijner kiezers te kwetsen of de aangenomen begrippen aanstoot te geven. Integendeel moest hij â om zoovele stemmen als mogelijk is op zich te vereenigen â de hoeken afronden, een massa gemeenplaatsen in voorraad hebben om op te snijden tegenover hen, wier stemmen hij begeert. Om hen niet te verschrikken, moet hij hun domheid overtreffen. Hoe platter, middelmatiger hij zijn zal. zooveel te meer kans heeft hij verkozen te worden,
* a
Onderzoekt de werking van alle groepeeringen : commissie's, kamers, vereenigingen voor wederzijdsche hulp, vereenigingen van kunstenaars of schrijvers, enz., in haar gezags-organisatie, die op liet algemeen stemrecht berust, en gij zult de plaatsen bezet vinden door individuen, die behalve hun eerzucht, hun behoefte zich te toonen, van zich te doen spreken of zich ten koste der anderen een plaats te veroveren en eenige list, in alles tot de middelmatigsten zullen behooren.
Dit komt doordat iedere oorspronkelijke geest, die zich alleen bezig houdt met de verwezenlijking van zijn ideaal, niets doen kan dan allen kwetsen die de wetten der heilige sleur volgen â en die zijn talrijk â; iedereen zal een kreet van verontwaardiging aanheffen over den domoor' Wie de waarheid zocht en haar de overhand bezorgen wil, heeft geen tijd om tot de armzaligste tooneelkuiperijen af te dalen, in den verkiezingsstrijd zal hij zekerlijk geslagen worden door hem die â niet
84
HET GEZAG.
iu het bezit van een enkele oorspronkelijke gedachte â de door het grootste aantal aangehangen denkbeelden aanneemt, en die zooveel minder moeite hebben zal om ieder te kunnen behagen, niemand te kwetsen. Hoe meer men iedereen zal willen tevreden stellen, zooveel te meer zal de middelmatige lijn der aan -genomen ideeën bevrijd worden van nieuwe en oorspronkelijke denkbeelden en zich bijgevolg ledig, mat en middelmatig bevinden. Ziedaar de geheele stemming: een uitgespannen ezelshuid, die slechts tonen voortbrengt ouder de slagen van hen, die haar willen laten spreken.
*
* *
Maar wanneer men het gezag aantast, bespottelijk maakt en aftakelt, is het ongelukkig genoeg, in onze zeden nog verre van verdwenen. De individuen zijn zoozeer gewoon aan den leiband te worden gehouden, dat zij zich zouden verbeelden verloren te zijn op het oogenblik, dat niemand hen meer vasthield. Zij zijn zoo gewoon geraakt in alle omstandigheden van hun leven de dikbuikige burgemeester, de bemoeizucht en trotsch der ambtenaren, de schrale figuren der politiemannen en rechters te zien verschijnen, dat zij er toe zijn gekomen alle vuile verbintenissen gewoon te worden en die als zekerlijk onaangename zaken te beschouwen, welke men steeds met voldoening voorbijgaat en welke men, indien de gelegenheid zich voordoet, den voet licht, maar welke men toch zich niet kan voorstellen te zien verdwijnen zonder dat de menschheid door dien slag uitelkander spat. Vreemde tegenspraak van den menschelijken geest ! Met moeite kromt men zich onder het gezag, men beschimpt het en ontduikt het waar men kan, en men houdt zich niettemin voor verloren, wanneer men spreekt van het te vernietigen.
Een zaak van gewoonte!
Maar dit vooroordeel is strijdiger met de rede, of zeggen wij
85
86 DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EX DE ASAKCHIE.
dommer, naarmate liet ideaal vim ieder individu ten opziehte van een ..g'oedequot; regeering, in zon honden er een te liehben, die hij zonder moeite uit wandelen kan sturen, wanneer die regeering' hem verhinderen wilde naar zijn goeddunken te handelen. Om dit ideaal te vleien, vond de bourgeoisie liet algemeen stenireclit uit.
Indien de republiek bij de arbeiders zooveel vertrouwen geniet ; indien liet algemeen stemrecht na zooveel teleurstellingen nog als een middel tot bevrijding beschouwd wordt door de onderdrukten, is dit, omdat men hun heeft doen gelooven dat door de mannen die aan het roer zaten door anderen te vervangen, men het stelsel van uitzuigerij, dat ons onderdrukt, zou kunnen veranderen in een stelsel waaruit welzijn en geluk voor iedereen zou voortspruiten. Dit is een grove dwaling, die de intriganten veroorlooft de arbeiders te misleiden met liet najagen van denkbeeldige hervormingen, die geeu enkele verandering in hun toestand kunnen brengen, en waardoor zij gewoon raken alles te verwachten van een verandering van personeel bij dien onderdrukkingstoestel, dien men Staat noemt. Dit was een dwaling waardoor bij iedere omwenteling de intriganten in staat waren de zegepraal van het volk weg te goochelen, zich te plaatsen in de waardigheden van hen, wie de omwenteling weggevaagd had en een nieuwe schare van uitzuigers te vormen door rondom zich nieuwe belangen in 't leven te roepen, die â eenmaal ingesteld â ontzag konden inboezemen en hen die de eenvoud hadden gehad hen op het voetstuk te plaatsen, tot stilte te dwingen.
11 ET GEZAC.
Welk een diepe afgrond van tegenstrijdigiiedeu is tocli liet mensclielijk verstand! AVanneer men redetwist met ten naastebij verstandige mensclien, zullen zij wel toegeven, ..dat indien alle mensclien redelijk waren, er geen regeering noodig zou zijn; zij zouden er wel met gemak doorkomen. Maar ongelukkig genoeg zijn niet alle mensclien redelijk; sommigen willen misbruik maken van hun kracht om anderen te onderdrukken, leven ten koste van anderen en niets doen; om deze bezwaren te keeren is een gezag noodig dat hen tot rede brengt 1quot;
In enkele woorden is hiermee gezegd, dat over het geheel genomen de individuen te slecht zijn om zich met elkander te verstaan, maar dat zij persoonlijk of in groepen de anderen zouden kunnen belieerschen en dat men hun een kracht in de handen moet geven die hun in staat stelt hun wil door te voeren! Ongelukkige redeneering!
87
Zullen, zoolang er personen ziju die bevelen, dezen niet in sterke tegenspraak zijn met hen, die door hen bevolen worden ? Zonden de lieden, die de macht in handen hebben, indien zij oprecht waren, hun eigen denkbeelden niet moeten laten bovendrijven? En indien de denkbeelden goed kunnen zijn, kunnen zij ook zeer slecht zijn. Onder de menigte verspreid gullen zij zonder kracht blijven, en met gezag in de hand van hen die haar aanhangen, worden opgedrongen aan hen die haar terug-stooten. En hoe oprechter de regeerders zonden zijn. des te hardvochtiger zouden zij- tegen hen optreden die in opstand kwamen tegen hun manier van zien. daar zij toch overtuigd waren aan het gelnk der menschheid te arbeiden.
Wij hebben in het vorige hoofdstuk gezien, dat onze politieke knechtschap bepaald wordt door onzen economischen toestand:
DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EX DE ANARCHIE.
wij hebben politie, rechters, ministers enz., omdat wij bankiers en bezitters hebben; het een sleept het andere na zich. Komen wij er toe, hen die ons op de werkplaats uitzuigen en wie ons verder belemmeren, weg te jagen, dan hebben wij geen verdedigende kracht noodig ; die heeft dan geen reden van bestaan.
Op het oogenblik is er een regeering noodig, benevens wetten, en afgevaardigden om die te maken, rechters om ze toe te passen en politie om de beslissingen der rechters te steunen, omdat de bezitters een kracht behoeven om hetgeen waarvan zij zich meester maakten te verdedigen.
Maar wat heeft de werkman te verdedigen ? Wat geeft hem die gansche regeeringsmachine, waarvan hij de onderhoudskosten betalen moet, zonder er eenig voordeel van te trekken, en die slechts daar is om hem te leeren, dat hij alleen het recht heeft om van honger te sterven te midden van den door hemzelf geschapen overvloed?
In de donkere dagen van opstand, wanneer de heviger geworden ellende de arbeiders in massa op de straat voert, zijn het weder die âmaatschappelijkequot; instellingen die zich voor hen opstellen om hun den weg naar de toekomst te versperren. Men moet ze dus vernietigen, zich wel er voor wachten een nieuwe aristocratie in te stellen, die slechts één doel zou hebben: het snelst en het best genieten ten koste dier âbeschermdenquot;. Wat raakt ons de keuze der hand, die ons slaat; niet geslagen te worden zij ons doel.
Vergeten wij niet, dat hoe ook de naam zij waarmee het nieuwe gezag zich kleedt, hoe zachtzinnig het tracht te schijnen, welke] verbeteringen men er ook in aanbrengt en hoe ook de wijze van keuze zij, het volgende dilemma zich er niet minder door op den voorgrond plaatst: Of wel de uitspraken van het gezag hebben kracht van wet en zullen voor allen verplichtend -zijn, en dan zal men alle tegenwoordige instellingen noodig
88
HET GEZAG.
89
hebben om het toe te passen eu te doen eerbiedigen. â Laat ons dan afstand doen van onze vrijheid. â Of wel de iiulivi-duen zullen vrij blijven om de beslissingen der regeering- te betwisten, zich er naar te voegen wanneer het hun belieft en het gezag uit wandelen te sturen als het hun verveelt. â Dan blijft de vrijheid geheel en al aanwezig, maar de regeering is onnut omdat zij een hinderpaal en een bedreiging is. Gevolgtrekking : Geen regeering!
VIII.
De rechterlijke macht.
Zooals wij zagen ontspruit liet gezag uit liet veclit dat liet geweld zich aanmatigt. Daar de mensch evenwel het veld zijner gedachte heeft vergroot, moest dit gezag zijn bestaan rechtvaardigen. Door zich met de godsdienstigheid en den steun der priesters te verhinden, gaf het voor van goddelijke afkomst te zijn, vormde zich tot een besloten kaste en kon bijgevolg weerstand bieden aan het ruw geweld van koningen en heeren: de rechterlijke macht was gegrondvest. En toen de bourgeoisie zich meester maakte van de macht â in 1789 â dacht zij er niet aan, dezen steun der maatschappelijke orde te vernietigen. Zou overigens de adel van de bef niet meer voor de bourgeoisie passen, dan de adel van den degen? 3Ien was van alles ontslagen, door een wijze van samenstelling te zoeken, meer in overeenstemming met de nieuwe begeerten.
Toen het goddelijk recht door de onthoofding van Lodewijk XVI een zware schok gekregen had, kon de rechterlijke macht niet voortgaan met op dit recht te steunen, zonder gevaar te loopen denzelfden weg op te gaan. Men vond de âwetquot; uit, of beter; men maakte daarvan een godheid '. De rechterlijke macht werd
DE JÃECHTERLIJKE MACHT.
aangesteld als de zoogenaamd onomkoopbare bewaarster en gebrnikster ervan. De streek was gespeeld; de meest geduchte en voor de verdediging der voorrechten meest noodige instelling kon zich handhaven, door de priesteres te worden van de dooide nieuwe meesters geschapen godheid: ..de wetquot;.
De onderwerping van Frankrijk aan de heerschappij der wet is inderdaad een der veroveringen van 1789, waarvan de bonrgeois-geschiedschrijvers zich het meest beijveren de weldaden te laten weerklinken. De wettiging van het gezag had voor onmiidelijk gevolg, dat de meest onteerende willekeur gewettigd werd. Voortaan waren alle Franschen gelijk en had het volk niet meer te klagen I Er was nog maar één meester, voor wien â dat is waar â allen buigen moesten, hetgeen tot gevolg-had dat hun toestand gelijk werd. Die meester was âde wetquot;.
Haar wij, die ons niet met woorden tevreden stellen, zullen, indien wij opzoeken wat de arbeiders hebben kunnen winnen bij deze vormverandering, zien dat zij niets kregen dan een bedriegerij meer. In den tijd van het absolute koningschap, toen koning en heeren den dorpelingen dwongen hun te dienen, kon men zich er niet in bedriegen; de formule: âomdat dit ons genoegen is'', wees voldoende aan vanwaar zij hun rechten hadden. Zij beriepen zich slechts op het recht van hun degen, en rekenden daarop meer dan op den goddelijken wil: het was dus het geweld dat zij te hulp riepen. Hen schikte zich in hun bevelen, men doorstond hun aanmatiging, omdat men niet in staat was tegenstand te bieden; men trof in het minst geen onnoozelen aan die na de belanghebbenden u kwamen zeggen dat ge moest gehoorzamen omdat het de wet is, en dat het
DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EN DE ANARCHIE.
ieders plicht is zicli er naar te schikken, totdat men haar veranderd zal hebben.
* *
Indien men erkende dat de wet veranderen kan, is dit vermoeden dat die wet betreurd kan worden: eu dit erkennen is toegeven dat zij iemand benadeelen kan, want er zijn steeds menschen die hun tijd vooruit zijn. De wet is dus niet rechtvaardig1, zij heeft het eerbiedwaardig karakter niet, dat men aan haar heeft willen verbinden. Indien die wet mij in mijn belangen of mijn vrijheid aantast, waarom zou ik dan gedwongen zijn om er aan te gehoorzamen, en welk onveranderlijk
besluit kan dit misbruik rechtvaardigen?
*
«⢠«â¢
Wat de wetenschap betreft, toen de geleerden na veel onderzoekingen en arbeid, samenstelden wat men een natuurwet noemt, was het geen meerderheid die zich hooger waande te zijn dan de overige stervelingen, en die besliste dat volgens hun wil liet aan de natuurkrachten bevolen was, zich te schikken in deze of gene ontwikkeling. Men zou de onnoozelen die zulk een verwaandheid zouden hebben, in het gezicht uitlachen.
Wanneer een natuurwet is uitgevaardigd, is van te. voren erkend dat een of ander verschijnsel werd voortgebracht, een of andere scheikundige verbinding plaatsvond, door een zekere kracht, door het bestaan van bepaalde verwantschappen, die een middenstof gaven waarin het verschijnsel plaats vond, en het ware onmogelijk geweest dat het zich anders vertoonde.
Bepaalde krachten die onder bepaalde omstandigheden in beweging worden gebracht, brengen bepaalde gevolgen voort;
'92
DE RECHTERLIJKE MACHT.
dat is wiskunde. De ontdekte wet dient dus niet om het verschijnsel te beheersehen, doch om er de oorzaken van te verklaren. Men kan de wetten onderzoeken, in twijfel trekken en zelfs ontkennen; de verschillende lichamen die onze wereld samenstellen, zullen er niet minder om voortgaan, zich volgens hun eigenschappen of verwantschappen te verbinden, de aarde zal er niet om ophouden te draaien, en er is geen kracht noodig om de beweging te beschermen en hen te straiten die haarwilden verhinderen.
In onze maatschappijen is het gansch anders. De wetten schijnen slechts gemaakt te zijn om ontdoken te worden. De personen die haar maakten hielden slechts rekening met hun persoonlijke voorkeur, het belang van de klasse die zij vertegenwoordigden, den gemiddelden graad vau zedelijke ontwikkeling in hun tijd, zonder dat ev gelet werd op het karakter, de oogmerken en verwantschappen van hen die er aan moesten worden onderworpen; dit zou overigens onmogelijk zijn, met het oog op de verscheidenheid der individneele karakters en neigingen. Iedere eigenschap heeft haar wetten; men kaneven-min in de staatkunde als in de natuurwetenschap van een eenige algemeene wet spreken, of die wet zou willekeurig en ontoepasselijk zijn.
In onze maatschappij is er geen wet die niet een deel der leden schaadt, hetzij in hun belangen of in hun gedachten: is geen wet die niet door iedere zegevierende partij tegen haar tegenstanders kan worden gekeerd. Eenmaal tot macht gekomen, wordt iedere onwettige partij wettig, want dan laat zij de âwetquot; toepassen!
Men kan dus besluiten dat daar de wet niets is dan de wil
94
van den sterkere, man niet geliouden is te gehoorzamen, dan wanneer men te zwak is om weerstand te kunnen bieden, dat overigens niets haar wettigt, en de befaamde âwettigheidquot; slechts een vraag is van meer of minder kracht. Wanneer dus zekere grappenmakers den arbeiders het hoogste recht; de wettigheid voorhouden,- kunnen de laatsten hen uitlachen en vragen of men hen geraadpleegd heeft om die wetten te maken. Eu zelfs wanneer zij er een oogenblik mee ingestemd hebben, kunnen die wetten gesn uitwerking hebben, dan voor zoover degenen die haar hebben aangenomen voortgaan met ze voor nuttig te houden en zich er naar willen schikken.
Het zou aardig zijn, als wij onder voorwendsel dat wij op een gegeven oogenblik van ons leven, een of andere gedragslijn hadden 'aangenomen, genoodzaakt waren die voor de rest van ons leven te blijven volgen, zonder haar te kunnen wijzigen, omdat dit eenige individuen mishagen zou, die om een of andere reden belang hebben bij de bestaande orde der dingen en die versteenen willen in het heden.
Maar nog belachelijker is het ons te willen onderwerpen aan de wetten der voorbijgegane geslachten, ons te willen doen ge-looven dat wij eerbied en gehoorzaamheid verschuldigd zijn aan de luimen die het eenige goede menschen voor een vijftig jaren behaagd heeft tot wet te verheffen: dit is de verwaandheid het heden te willen ondergeschikt maken aan de begrippen van het verleden.
Pier hoeren wij allen die leven van het wettenmaken en de kinderlijk geloovigen iu koor uitroepen, dat de maatschappij niet zouder wetten zou kunnen bestaan, dat de individuen elkander zouden ombrengen als er geen beschermend gezag aanwezig was om vrees en ontzag voor den verkregen toestand te handhaven.
Wij zullen verder zien, dat ondanks wetten en dwang de
HE RECHTERLIJKE MACHT.
misdadeu niet mindei' bedreven worden, dat de wetten onvoldoende zijn om ze te bedwingen en te voorkomen, daar zij de gevolgen zijn van de ondeugdzame organisatie die ons belieersolit, en dat men dus niet trachten moet de wetten te handhaven, maar het maatschappelijk stelsel te veranderen.
Nog meer ergert het ons, dat er individuen worden aangetroffen, vermetel genoeg om zich op te werpen als rechters over anderen. Terwijl liet gezag steunde up een goddelijken oorsprong' terwijl de rechtvaardigheid doorging voor een uitvloeisel van god, begrijpen wij dat de lieden die er mee bekleed waren zich bijzondere wezens waanden, die door den goddelijken wil met een klein deel der almacht en onfeilbaarheid waren begaafd, en zij zich verbeeldden geroepen te zijn om belooningen en kastijdingen uit te deelen onder de troep gewone stervelingen.
Maar in onze eeuw van wetenschap en vrije kritiek, nu men erkent dat alle menschen uit hetzelfde deeg gekneed zijn, dat zij alle het voorwerp derzeltde hartstochten en dwalingen zijn, nu de zieltogende godheid met zijn adem de steeds feilbare rede der individuen niet weer kan doen ontgloeien, vragen wij ons af hoe er menschen kunnen zijn die onwetend en verwaand genoeg zijn om koelbloedig, met voorbedachten rade, de verschrikkelijke verantwoordelijkheid op zich te durven Iaden, van een ander mensch zijn leven of een deel zijner vrijheid te ontnemen.
Terwijl wij alle dagen in de gewoonste zaken van het leven in de meeste gevallen niet slechts de oorzaken niet kunnen ontleden, die onzen evennaaste doen handelen, maar zeer dikwijls evenmin de ware beweegreden van onze eigen daden, hoe kan men dan de verwaandheid hebben te gelooven, dat men de
DE STERVENDE .MAATSCHAPPIJ EX DE ANARCHIE.
waarheid oiiderscheideu kan in een zaak, waarvan men nóch liet begin, noch de daders, nóch de beweegreden waardoor die handelden kent, een zaak die slechts voor het gerecht komt omdat zij is overdreven, verklaard en verdraaid door de ophelderingen van allen, die er op eenige wijze aan deelnamen, of â gewoonlijk â slechts er over hebben hooren spreken door anderen?
Weet gij wel, gij die daar als gestrenge en onfeilbare rechters nederzit over dezen man die gedood of gestolen heeft, weet gij wel welke redenen hem tot die daad aanspoorden ? Kent gij de omstandigheden der omgeving, der erfelijkheid of zelfs van het toeval, die invloed hebben uitgeoefend op zijn hersenen en die hem de daad hebben doen bedrijven, waarvoor gij hem straft ? (rij onverzoenlijke menschen, die de banvloek slingert naar het hoofd van den aan rechtsdwang onderworpene, die door het geweld voor uw tafel wordt gebracht, hebt gij u ooit afgevraagd of gij, indien gij in dezelfde omstandigheden als die man geplaatst waart, niet erger nog doen zoudt ? Ook wanneer gij de zondelooze, ernstige, vlekkelooze menschen waart, die gij geacht wordt te schijnen, zoudt gij, die met één woord beschikt over leven en vrijheid van den mensch, uw vonnissen niet durven uitspreken indien gij de menschelijke zwakheden goed liadt bestudeerd; indien gij bewust waart van hetgeen gij doet, zoudt gij terugschrikken voor uw taak !
Door hoeveel bange droonien zouden uw nachten niet gekweld worden, hoe zonden uw droomgezichten bevolkt zijn met de schimmen der slachtoffers, die uw voorgewende rechtvaardigheid dag aan dag maakt? Zonder de onbewustheid die door domheid en gewoonte gegeven wordt, zoudt gij eindelijk bezwijken onder het gewicht van de wroeging over de door uw vonnissen opgeroepen schrikbeelden.
Ons tijdperk van kritiek en stellige wetenschap neemt het
96
DE RECHTERI.IJKE MACHT.
beglusel der verdeelende rechtvaardigheid in 't geheel niet meer aan, en erkent de wettigheid niet meer van een hooger gezag dat de goeden beloont en de boosdoeners straft. Tegenover dit oude leerstuk, dat door begrippen van dien tijd, gedurende een phase der menschheid, logisch was, verbreiden wij liet tegendeel.
Ieder onzer ziet niets dan daden die hij als goed of slecht beschouwt, al naardat zij hem aangenaam of onaangenaam zijn, en tengevolge van welke hij op zijn beurt handelt. Hij prijst of geraakt in geestdrift, verdedigt of bestrijdt, naar het voordeel of de schade die zijn belang, zijn neigingen en zijn opvatting van het ideaal ondervinden. De gemeenschappelijke behoefte aan solidariteit, die de aan dezelfde aanvallen onderhevige individuen er toe voert zich ler verdediging te vereenigen, is voor ons de toekomstige waarborg voor een maatschappelijke orde, minder bewogen dan de onze.
Wij oordeelen niet, maar handelen en strijden, en wij geloo-ven dat de harmonie der gansche wereld uit het vrij werken van alle menschen zal voortspruiten, wanneer eenmaal de afschaffing van den persoonlijken eigendom beletten zal dat een
handvol individuen hun gelijken kunnen onder het juk brengen.
*
* *
Wij kunnen dus niet goed vinden dat zes weken of zes jaren nadat een daad bedreven is, een op de gewapende macht steunende groep zich vereenigt, om in den naam van een zeker âIetsquot; te oordeelen en den bedrijver der daad te beloonen of te straffen. Dit is huichelarij en lafheid. Gij verwijt dien man, dat hij gedood heeft, en om hem aan het verstand te brengen dat hij ongelijk heeft gehad, laat ge hem door den beul â den door de maatschappij bezoldigden moordenaar â dooden. Gij hebt zelfs niet de verontschuldiging, dat gij uw leven in de
97
DE STERVENDE JIAATSCHAPPIJ ES DE ANARCHIE.
weegschaal stelde, want gij handelt slechts onder bescherming van een gewapende macht.
AVij leven in oorlog met de regeerende klasse; erkent, rechters, dat gij van haar de handlangers zijt en blijft ons van het lijf met uw groote woorden en groote phrasen; handhaaft de voorrechten, waarvan het bewaken u opgedragen is, gebruikt het geweld, dat de onwetendheid u toestaat, maar laat de gerechtigheid met rust, want met wat gij doet heeft zij niets te maken.
*
* *
Opdat gij goed zult kunnen oordeelen over het smadelijke van uw rol, heereu rechters! wilden wij dat liet u overkwam, dat gij onschuldig in de klauwen van een uwer gelijken vielt, om op uw beurt geoordeeld te worden. Gij zoudt in dien toestand kunnen onderscheiden, door wat angst, wat schrik de lieden zich moesten heenworstelen die voorbij uw tafel gingen en die gij gemarteld hebt, gij, rechters, zooals de kat de muis martelt.
Ovv uwe hoofden de vloeiende welsprekendheid van den advo-kaat-generaal hoorende rollen, die tegen u eischte zoudt gij de spoken der ongelukkigen voorbij uw oogen zien gaan, die in uw loopbaan door u geotterd zijn op het altaar der rechtsspraak,, zoudt gij u afvragen of die niet evenzeer onschuldig waren.
O! ja, wij zouden het van ganscher harte wenschen, dat er één onder u ware, die valschelijk beschuldigd de angsten doorstond van hen die voor uw tafel voorbijgaan; want indien zijn onschuld eenmaal erkend was en hij in zijn functie hersteld was, zou het te vermoeden zijn, dat hij zijn plaats in liet gereclitsliot niet meer in bezit zou nemen dan om er zijn toga te komen verscheuren en bekentenis af te leggen van zijn misdadig leven als np het toeval oordeelend en menschenlevens verkoopend rechter.
98
IX.
Het strafrecht en de geleerden.
De wetenschap neemt tegenwoordig algemeen aan, dat de mensch de speelbal is van een aantal krachten, waarvan hij den invloed ondervindt en dat de vrije wil niet bestaat. Omgeving, erfelijkheid, opvoeding, invloed van klimaat en atmosfeer werken beurtelings op den mensch ; zij komen met elkander in botsing, verbinden zich onderling, maar oefenen een bepaalden invloed op zijn hersenen uit en laten hem draaien onder hun aandrang, zooals de tol draait door den invloed der vingers van dengeen die hem neerwerpt.
Het individu zal naar zijn overerving, zijn opvoeding en zijn omgeving, meer ot minder vatbaar zijn voor den aandrang van zekere krachten, meer of minder weerstand bieden aan zekere anderen, maar hij is er slechts zooveel aan gewend, als zijn persoon het produkt dier krachten is.
Na deze feiten waargenomen te hebben, wilden sommige geleerden van wie C. Lombroso de erkende aanvoerder is, liet bestaan van een misdadig type betoogen. Zij zochten de afwijkingen op die het type, dat zij voorgaven te onderscheiden, konden kenschetsen, en besloten, na over liet door hun geschapen
100 de stervende maatschappij en de anarchie.
beeld veel te hebben geredetwist, tot krachtdadige onderdrukking, levenslange gevangenschap, enz. â De mensch handelt onder den invloed van uitwendige omstandigheden en is dus niet aansprakelijk voor zijn daden. De geleerden erkennen dit, en besluiten .... tot beteugeling!
Wij zullen verder de gelegenheid hebben deze tegenspraak uit te leggen, en voor het oogenblik alleen de voornaamste, afwijkingen onderzoeken, die de strafrecht-geleerden aanwijzen als kenteekenen van misdadigheid;
Oude wonden;
Onregelmatigheden van de huid:
Tatouëeringen.
Er zijn nog genoeg andere, die ons voorkomen niet meer verband te hebben met het innerlijke van het individu, maar onze onkunde ten opzichte der ontleedkunde veroorlooft ons niet ze grondig te onderzoeken. Laten wij ons dus vergenoegen met die, welke wij opnoemden.
De wonden; Het is duidelijk, dat iemand die de lidteekenen van oude wonden draagt, slechts een misdadiger in den hoogsten graad kan zijn, vooral indien hij die wonden verkreeg bij een ongeluk gedurende zijn arbeid of terwijl hij zijn leven waagde om een van zijn medemenschen het leven te redden! â Tot op heden hebben wij gemeend dat misdadigheid eer bestond in het geven van slagen dan in het ontvangen, het schijnt echter dat het voor de wetenschap integendeel de misdadiger is, die zich verwonden laat! â Euigen wij ons neder!
Wat de onregelmatigheden van neus en ooren betreft, wij hebben tevergeefs gezocht, welk verband die met de hersenen kunnen hebben, doch wij hebben niets gevonden. Erger nog; Lombroso geeft toe, dat vele gevallen die hij als onregelmatigheden noemt, veelvuldig bij degenen, die hij eerlijke lieden noemt, worden weergevonden! Die onregelmatigheden worden
HET STRAFRECHT EN DE GELEERDEN.
dus algenieenlieden! Wij waven tot op liet oogeublik in de verbeelding dat een onregelmatigheid een geval was, dat afweek van het gewone. De wetenschap van Lombkoso zoekt ons van het tegendeel te overtuigen. Treurige ongerijmdheid, die boven alles bewijst dat de lieden die een stokpaardje bereiden en zich in een hoek van de wetenschap hebben neergezet, eindigen met het nauwkeurig begrip yan het geheel der dingen te verliezen, en zij hebben slechts één doel: alles terug te brengen tot het
deel der studie, waarop zij zich toegelegd hebben.
*
* *
Een slecht gebouwde neus ot' slecht gevormde ooren hebben, is erg onaangenaam, vooral wanneer deze gebrekkige vorming tot de uiterste grens van het belachelijke is doorgevoerd. Somwijlen is dat even onaangenaam voor dengeen die er naar ziet als voor dengeen die er mee ontsierd is; echter wij hadden gedacht dat de lieden die er zich over bedroefde!,; reeds genoeg smartelijk aangedaan waren, zonder ze nog als boosdoeners te willen aanzien.
Maar aangezien Lombroso het verzekert en zijn theorie tot in de gevolgtrekkingen doorvoert, zouden wij willen vragen of het niet wenschelijk is, alle pasgeboren kinderen met leelijke ooren of neus ter dood te brengen. Iedere vlek op de huid is blijkbaar niets dan een bewijs van de zwartste verdorvenheid. Ik bijvoorbeeld, herinner mij ^ulke vlekken te bezitten ... ik ben anarchist â hetgeen door sommigen reeds als een teeken van misdadigheid wordt beschouwd, en dus dit komt goed overeen; ik ben bestemd om niets dan een gewoon boosdoener te worden. Ter dood! Ter dood! De theorie voorzegt dat ik op het schavot sterven moet!
Wanneer men het bedoelde leerstelsel op allen toepaste, zouden
101
de stervende maatschappij ex de anarchie.
er weinige blijven leven, maar hoe zou de menschheid zedelijk en stoffelijk volmaakt zijn! Men moet nooit terugdeinzen voor de gevolgtrekkingen van een op waarneming rustende theorie, als deze is I
*
* *
Tatouëereu hebben wij tot heden nooit gehouden voor het teekeu van een hoog opgevoerd schoonheidsgevoel, o neeu! het is een atavistisch 1) overblijfsel, dat sommigen menschen er toe voert âhun natuurlijke schoonheid te verhoogenquot; door op de huid aangebrachte versieringen, volkomen zooals onze voorouders uit de steenperiode 2) het konden doen. Dit zelfde atavisme drijft veel vrouwen nog tot het laten doorboren der ooren om er stukken metaal of glinsterende steenen in te hangen, geheel en al zooals sommige Amerikaansche, Australische of Afrikaansche volksstammeu zich de lippen, neus en ooren doorboren om er houten of metalen ringen in te steken, wat naar het hun toeschijnt voor gevolg heeft dat zij onvergelijkelijk schoon worden.
Wij beschouwen deze handelwijzen wel als een weinig oorspronkelijk, maar wij hebben er geen wild karakter in gezien; evenwel omdat Lombeqso ons leert dat het er in is, hopen wij dat men ons niet slechts van degenen die zich tatouëeren zal bevrijden, maar ook van de personen die zich de ooren laten doorboren of de haren laten verwen.
1) Atavisme: Overerving; het weder te voorschijn komen van afwijkingen, nadat zij reeds verdwenen schenen te zijn.
2) Steenperiode; Het tijdperk van vóór onze geschiedenis, toen de mensch, nog onbekend met het gebruik van metalen werktuigen, zich met steenen behielp; uit opgravingen is deze tijd bekend.
102
103
Lojibkoso lieert ook beproefd het type van den politieken misdadiger te onderscheiden, door te steunen op even denkbeeldige gegevens: maar hem op dit terrein te volgen zou ons te ver van ons onderwerp afvoeren; wij zullen ons houden aan de beoordeeling van de eigenlijk gezegde misdaad-leer.
Overigens hebben eenige meer verlichte geleerden niet geaarzeld, om hun kritiek zelve te leveren op die te denkbeeldige theoriën, en zegevierend aan te toonen hoe weinig standvastig de voorgewende kenteekenen der misdaad zijn, waarvan men het merk wil maken van hem, dien men door dit étiquet onderscheiden wil.
Dr. Manouvriek onder anderen, heeft in zijn âCursus voor crimineele a n t h r o p o 1 o g i equot; 1), in 1890â1891 in de âSociété d'a n t h r o p o 1 o g i equot; 2) gehouden, de theoriën van Lombroso en zijn school, omtrent de voorgewende misdadig geborenen op bewonderenswaardige wijze weder-legd. Na te hebben aangetoond hoe feilbaar de waarnemingen waren waarop de geleerde Italiaan en zijn volgelingen bouwden â¢om tot het scheppen van het misdadig type te komen, en slechts lieden tot onderwerp van onderzoekingen bezigend, die reeds mismaakt waren door het gevangenisleven of door een ongeregeld bestaan, constateerde Maxoovrier, dat de individuen een bepaalde natuurlijke geschiktheid kunnen hebben die hen in staat stelt voor bepaalde daden, maar dat zij niet door de vorming van hun hersenen of hun geraamte, door het noodlot bestemd zijn om die daden te volbrengen, en te worden wat men boosdoeners noemt. Een of andere neiging kan, al naar de
1) Lessen in menschkunde toegepast op misdaden.
2) Vereeniging voor menschkunde.
DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ ES DE AS ARCHIE.
omstandigheden het individu tot een als eervol bekend staande, maar ook tot een misdadig geheeten daad voeren.
Een sterk spierstelsel bijvoorbeeld, kan in een oogenblik van woede, van een krachtig man een moordenaar maken, maar evengoed kon die man de gendarme worden die den misdadiger zal aanhouden. Gewelddadige neigingen, verachting van liet gevaar, zorgeloosheid voor deu dood â om te geven zoowel als om te ontvangen â zijn evengoed de ondeugden van den misdadiger als de deugden die men prijst in den soldaat. Een bedriegelijke aard, geneigd tot bedrog, indringend en listig, kan den vagebond voortbrengen, die slechts denkt om diefstal en bedrog, doch is ook het kenmerk van den bewonderenswaar-
digen politiedienaar of den uitmuntenden rechter van instructie.
*
* -»
Medegesleept door de waarheid zijner bewijsgronden, aarzelde de professor niet, verder te erkennen dat het dikwijls zeer moeielijk was den voorgewenden misdadiger van den voorgewend eerlijken man te onderscheiden; en dat menig individu, dat buiten de gevangenis is, er in behoorde en omgekeerd.
En na met andere geleerden te hebben erkend dat de mensch slechts de speelbal is van alle omstandigheden, volgens welker gevolgen hij ieder oogenblik handelt; na de vrije wil te hebben ontkend, na te hebben aangenomen dat de gerechtigheid slechts een hersenschim is en inderdaad uit niets bestaat dan de wraak, die de maatschappij uitoefent, zich in de plaats van het verongelijkte individu stellend; na dit alles te hebben aangenomen blijft de professor ongelukkig op den weg staan; na vertogen te hebben uitgesproken, die hem nader bij hetgeen de anarchisten begeeren voerden, komt hij tot het besluit, dat de strafbaarheid niet zoo groot is en men haar moet opheffen! Het is waar, hij
104
HET STRAFRECHT EX DE GELEERDEX.
verschuilt zich achter het behoud der maatschappij ; de als misdadig hekend staande daden brengen naar hij zegt de maatschappij in gevaar; deze heeft het recht zich te verdedigen door in de plaats van de persoonlijke wraakneming op te treden, en de lieden die haar hinderden zoo zwaar te straffen, dat hun de
lust benomen wordt om verder te gaan.
*
* *
Vanwaar komt deze openlijke tegenspraak tusschen die breede vertogen en die bekrompen gevolgtrekkingen, omdat zij den steun vragen van hetgeen aangetoond is onzinnig te zijn 'r Voor die tegenspraak zijn de uitvinders er van helaas niet toerekenbaar, zij is bepaald te wijten aan de menschelijke onvolkomenheid.
De mensch kan alles niet omvatten, de geleerde die zich met toewijding aan de studie overleverde, komt tot wonderen van scherpzinnigheid in de tak van wetenschap die hij nagevorscht heeft. Door steeds at te leiden komt hij tot het oplossen van de neteligste vraagstukken, die deel uitmaken van het terrein, dat hij zich tot taak heeft gesteld te ontginnen: maar aangezien hij niet alle wetenschappen heeft kunnen bestudeeren en zich niet met alle maatschappelijke verschijnselen kon bemoeien, moet hij ten achter blijven bij den voortgang der andere wetenschappen; ook wanneer hij de bewonderenswaardige ontdekkingen, die hij deed, op andere menschelijke vernuften wil toepassen, past hij ze meestal verkeerd toe en trekt hij een verkeerde gevolgtrekking uit een door hem aangetoonde waarheid.
Inderdaad, wanneer de geleerden, die den mensch hebben bestudeerd, hem hebben ontleed en zijn waren aard eindelijk onderscheiden hebben, de kennis der maatschappij met een gelijk gevolg bestudeerd hadden en alle ons beheerschende
105
DE STERVEKBE MAATSCHAPPIJ EX DE ANARCHIE.
maatschappelijke instellingen door de zeef der rede hadden laten gaan, zouden hun gevolgtrekkingen ongetwijfeld anders geweest zijn.
Omdat meu toegestemd heeft, dat de mensch slechts onder den aandrang van uitwendige omstandigheden handelt, moest men hebben opgespoord welke die oorzaken zijn; bij het bestu-deeren van den misdadig genoemden mensch en van zijn handelingen, moest de studie van den aard dezer daden hun geest hebben bezig gehouden en hun tot het zoeken waarom zij met de wetten der maatschappij in tegenspraak zijn, geleid hebben. Hier voegen de invloeden der omgeving, de vooroordeelen der opvoeding en hun onwetendheid betreffende wetenschappelijke vraagstukken, die zij niet bestudeerd hebben, zich samen, om hun buiten hun weten gevolgtrekkingen in te geven, die voor de bestaande orde der dingen zoo bevorderlijk zijn, gevolgtrekkingen die maken, dat men, het slechte dier maatschappij erkennend en een verbetering voor de onterfden vragend, toch niets beters buiten het gezag om krijgen kan! Gewoon zich niet te bewegen dan met de keten om de hals, en onder de slagen van de gezagszweep, zouden de meest onafhankelijken wel voor zich zelf en voor een kleine minderheid er van verlost willen zijn, maar hun begrip kan niet bevatten, dat de menschheid zou kunnen bestaan zonder banden, zonder gevangenissen en zonder ketenen.
106
HKT STRAFRECHT EX DB OEriBEKDEM.
dralen om te onderscheiden, dat behalve eenige zeldzame misdaden, die uit de hartstochten voortvloeien, waarover rechters en dokters het eens zijn dat ze met toegevendheid moeten worden behandeld, het vergrijpen aan den eigendom zijn die het belangrijkst aandeel in de misdaden uitmaken. De volgende, vraag stelt zich daardoor, waarop slechts zij kunnen antwoorden, die de maatschappij in haar aard en uitwerkselen goel hebben bestudeerd: âIs de eigendom rechtvaardig: en is een organisme, dat zooveel misdaden voortbrengt te verdedigen?quot;
Wanneer dit stelsel zooveel handelingen met zich brengt, die op onverkieslijke wijze terugwerken, moest het ten zeerste strijdig met de wetten der rede zijn, dat het de belangen zoo schaadt, en dat de maatschappij, verre van vrij en eenstemmig te zijn ingesteld, door willekeur en onderdrukking ontaard is. Tgt;it stelden wij ons tot taak in dit werk aan te toonen, en dit is de oorspronkelijke ondeugd der erkende maatschappelijke orde. Wij nemen waar, dat, om zich van de boosdoeners te. ontdoen, men de maatschappij, die ze voortbrengt, moet verwoesten.
Maakt dat ieder individu in de maatschappij verzekerd is van de voldoening van al zijn behoeften, dat niets hem belemmert in zijn vrije ontwikkeling, dat er in de maatschappelijke organisatie geen instellingen meer zullen zijn, waarvan men zich bedienen kan om zijn gelijken te dwarsboomen, dan zult gij de misdaden zien verdwijnen. Bleven er dan nog sommige van die afgezonderde naturen over, die door onze tegenwoordige samenleving genoeg bedorven en verdierlijkt waren om eenige misdaad te bedrijven, dan zouden die individuen beter door de wetenschap hersteld kunnen worden dan door den beul, den door de geld- en gezagmaatsohappij bezoldigden moordenaar.
107
DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EX DE ANARCHIE.
Gij bekampt dieven en moordenaars, zegt ge ? Maar wat is een dief en wat is een moordenaar ? â Gij zult zeggen: individuen die leven willen zonder iets te doen, ten koste der maatschappij. Maar werpt dan een blik op uw samenleving, dan zult gij zien dat zij wemelt van dieven, eu dat uw wetten â verre van hen te straffen â slechts gemaakt zijn om hen te beschermen. In plaats van de luiheid te straffen, biedt zij het genoegen van niets te doen, als een ideaal en belooning den lieden aan, die â onverschillig door welke middelen â er toe konden komen goed te leven zonder iets voort te brengen.
Gij straft den ongelukkige als dief, die zonder werk, het gevaar van gevangen gezet te worden er aan waagt om zicli liet stuk brood te verschaffen, dat zijn honger stillen moet; maar gij neemt de hoed af voor dengeen die millioenen opstapelt, en die door de hulp zijner kapitalen de voor het levensonderhoud van allen benoodigde zaken naar zich toe weet te sleepen om die met een verhooging van 50 pCt. weder te verkoopen; gij zult u ootmoedig en onderworpen aanstellen bij den geldman, die met één greep op de beurs eenige honderden huisgezinnen verwoesten zal om zich met de buit te verrijken.
Gij straft den misdadiger, die, om aan zijn luie en liederlijke neigingen toe te geven, een of andere misdaad bedreef, maar wie prentte hem die luiheid en liederlijkheid in, wanneer liet uwe maatschappij niet is geweest? Gij straft hem, die in liet klein werkt, maar ge onderhoudt legers, die ge over de zee zendt voor groote ondernemingen tegen volkeren, die niet in staat zijn zich te verdedigen. Maar de uitzuigers, die niet één ot tien dooden, doch gansche geslachten vernietigen door hen af te matten met arbeid, hun loonen dag aan dag te besnoeien en hen in de grootste ellende te dompelen, o!, voor die uitzuigers bewaart gij uw sympathie, hun weet gij alle krachten van uw maatschappij, indien noodig, ten dienste te stellen. En
108
HET STRAFRECHT EK DE OELEEaDEN'.
van de wet, waarvan gij de woeste bewakers zijt, maakt gij wanneer de uitgezogenen, het lijden moede, het hoofd opsteken om wat meer brood en wat minder arbeid te eischen, de gewillige dienares der bevoorrechten, tegen de ontijdige eischen der gebreklijders.
(jij straft den onnoozele die zich in uw netten vangen liet, maar gij laat den geslepen gauwdief, die sterk genoeg is om de mazen te verbreken, zich in vrede wegpakken. Gij stopt den landlooper, die in het voorbijgaan een appel stal, in de gevangenis, maar gij stelt alle kunstgrepen uwer rechtspraak ter beschikking van den bezitter, om hem te veroorloven een armen drommel die hem eenig geld schuldig is, zijn meubelen te ontstelen, die 10 maal meer waard zijn dan de schuld bedraagt en die de spaarpenningen van een deel van zijn leven vertegenwoordigen.
Uw rechtsspraak kan niet te streng zijn voor den dief in lompen, maar zij beschermt hen die werken op een geheele klasse, een geheel volk. Zijn al uw instellingen niet gevestigd om den bezitters het vrije bezit te verzekeren van hetgeen zij
den âonteigendenquot; ontnomen hebben?
*
* *
Maar wat ons nog meer in opstand doet komen, zijn al de huichelachtige vormen die men in acht neemt, om ons al de theatergrappen waarmee de bourgeois hun rampzalige komedie omringen, en die zij den moed niet hebben openhartig te erkennen, als geheiligde zaken te doen beschouwen.
En nog, neen, wat ons het allermeest in opstand brengt, is de houding van al die kwakzalvers, welke onder voorwendsel van het bestaande stelsel aan te vallen, het aanvallen in men-schen die de stellingen in toepassing brengen, en in de manier waarop zij die toepassen, doch zorgdragen dat zij de bron zelf
109
1.10 DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EX DE ANARCHIE.
onaangeroerd laten, door te doen gelooven dat er 36 manieren kannen bestaan om de wet toe te passen, en dat onder die 36 manieren er één goed kan zijn; dat onder de menschen die liet gezag zullen bestormen er gevonden zullen worden, die eerlijk genoeg zijn en een ruim genoeg inzicht hebben â menschen zooals er geen bestaan, â om bedoelde goede manier te kunnen vinden en er zich ter voldoening van allen van bedienen.
Waarlijk wij weten niet, wat het meest te bewonderen ; de schelmerij van hen die dezen onzin aanbieden of de kinderlijkheid van hen die voortgaan dit schouwspel te eerbiedigen, waarvan zij alleen het gansche gewicht dragen moeten. Het is moeilijk te begrijpen, hoe onder die ontelbare individuen, die voor de justitie verschenen er nog niet één vrij genoeg van vooroordeelen was om de kleederen van een der hem oordeelenden te verscheuren en het publiek te toonen dat die lappen slechts dienen om een aan dezelfde zwakheden en dwalingen als de overige menschheid onderworpen individu te verbergen â zonder
nog de door zijn klassebelang vereischte misdaden te rekenen.
*
* *
Voor ons anarchisten, die het gezag aanvallen, is de wettigheid een der huichelachtigste vormen, welke wij het meest moeten bestrijden om er alle klatergoud aan te onttrekken dat dienen moet om al de schande der regeerders te verbergen.
Te lang reeds eerbiedigde men dezen schijn ; te lang geloofden de volkeren dat die instellingen zouden voortvloeien uit een hoogere bron, die hen in een etherische spheer latend zweven, hen boven de menschelijke hartstochten verhief; te lang geloofde men aan anders georganiseerde menschen, die hier beneden er mee belast waren naar ieders verdienste, naar ieders arbeid die ideale rechtvaardigheid uit te deelen, die ieder van uit zijn
HET STRAKRECHT EN DE «ELKERDEX.
geziclitspuut beschouwt, volgens de omstandigheid waaronder hij geplaatst, is en die zij tot wet hebben gemaakt, zich latend leiden door de achterlijkste, meest verouderde ideeën, om de uitzuiging en dienstbaarheid der zwakken te verdedigen door en aan hen die hun overheersching wisten door te voeren en te bestendigen.
Het is tijd om met deze ongerijmdheden te breken en de slechte toestanden, die ten doel hebben de menschelijke persoonlijkheid te verminderen, aan te vallen: de vrije mensch neemt deze aanmatiging van individuen die zich het recht toeeigenden anderen te beoordeelen en te veroordeelen niet aan.
Het denkbeeld ^gerechtigheidquot;, hoe ook bestendigd door de tegenwoordige instellingen, viel met liet denkbeeld ^goddelijkheidquot; ; liet een sleepte het andere mee. God, die den rechter het uittespreken vonnis ingaf, kon de onfeilbaarheid der menschelijke rechtspraak doen aannemen ten tijde toen de menigte nog achterlijk genoeg was om aan een bovenaardsch bestaan te gelooven en aan een ot anderen Joris Croedbloed, die buiten de stoffelijke wereld bestond en zich met alles wat op onze planeet gebeurt bemoeit, er de handelingen van alle haar bewonende individuen regelend.
Jlaar liet geloof in lt;iod was vernietigd, het geloof in het bovennatuurlijke was verdwenen en de menschelijke persoon bleef alleen met al zijn fouten en hartstochten, deze onschendbaarheid en dit beter karakter, de bron der goddelijkheid â waarmee de rechterlijke macht zich tooide om zich boven de maatschappij te handhaven, moesten op hun beurt verdwijnen en aan de geopende oogen laten zien wat zij wezenlijk verberg-den: onderdrukking en uitzuiging van de eene klasse door een andere, bedrog en geweld verhoogd tot beginselen en vervormd tot âmaatschappelijke instellingen.quot;
111
112
De wetenschap heeft ons geholpen de gordijn op te lichten, zij verschafte ons de wapenen die bijdroegen om den kolos uit te kleeden, en het is te laat voor haar om met kracht terug te kunnen keeren en te beproeven aan Hen naam der godheid Maatschappij te herstellen, wat zij tegelijk met de andere godheid verbrijzelde. De geleerden moeten geheel en al de bour-geois-opvoeding die zij genoten, nitstooten en de maatschappelijke verschijnselen met evenveel ijver onderzoeken, als zij noodig achtten voor een bepaald vak. Wanneer zij niet meer geleid worden door aan de wetenschap vreemde vooroordeelen en overwegingen, zullen zij niet meer besluiten tot de veroordeeling van misdadigers, maar wel evenals wij, medewerken aan de verwoesting van een maatschappelijken toestand, die veroorzaakt dat in zijn boezem, door zijn slechte organisatie, als eerlijk bekend staande en andere misdadig genoemde individuen kunnen worden aangetroffen.
X.
De invloed der omgeving.
Het is een waarheid, die men beg-int te erkennen eu die zijn weg vindt in de wetenschappelijke wereld, dat de wijzigende invloed der omgevingen op de bewerktuigde wereld slechts door de ofticiëele wetenschap bestreden wordt.
Het is tegenwoordig erkend, dat bodem, klimaat, de hindernissen of gemakkelijkheid om te leven die de organismen vinden op een gedeelte der aarde, een even grooten invloed uitoefenen op hun ontwikkeling, zoo geen grooteren, dan de andere wetten, aan de hand van welke men uitsluitend Imn verlangen naar verandering trachtte te verklaren.
Voor den mensch van wien men een afzonderlijk wezen had willen maken, was dit zeer moeielijk om aan te nemen in zoo-vewe hij het in zijn macht heeft de omgeving waarin hij leeft te vervormen. Maar men eindigde met toe te geven, dat evenals bij de andere dieren hij dezelfde invloeden onderging, onder den drang derzelfde grondoorzaken handelde.
Toen de zedelijke ontwikkeling op grond derzelfde wetten uitgelegd moest worden, was dit nog moeilijker en zelfs zij, die den vrijen wil ontkennen, die toegeven dat de mensch slechts
114
onder den drang van uitwendige gebeurtenissen handelt, zelfs zij kunnen de wet met al liaar gevolgtrekkingen niet aannemen; dat wil zeggen de oorzaken van de misdadigheid van den mensch uit te strekken tot de geheele maatschappelijke organisatie en haar vervorming vragen.
De stoutmoedigsten, en zij zijn zeldzaam, erkennen wel in beginsel, dat de maatschappelijke organisatie slecht is, dat zij hervormingen behoeft, dat sommige instellingen vergrijpen voortbrengen, maar de hoofdschuldige voor hun is de slechte aard van den mensch, die behoefte heeft aan een teugel voor zijn driften, en dat de maatschappij, hoe gebrekkig zij ook is, alleen tot beteugelen komen kan.
*
* 1
Om overigens de verantwoordelijkheid der geheele samenleving te verzachten, snijden zij de maatschappelijke omgeving in verscheidene stukken, die zij ook omgeving heeten, en waaraan zij de slechte gevolgen van den voortgebrachten invloed ten laste leggen.
Wat de maatschappij betreft, zeggen zij, zij laat misschien te wenschen over, maar zooals zij is beschermt zij de zwakken tegen de kwaadwilligen, verzekert de individuen de vrije uitoefening van hun arbeid en verschaft hun een zekerder, krachtdadiger en goedkooper bescherming dan wanneer zij gedwongen waren zichzelf te verdedigen. In één woord, besluiten zij, het is een wederzijdsche verzekerings-overeenkomst tusschen de individuen, dat, wanneer er misdaden bedreven worden, dit meer aan den slechten menschelijken aard dan aan de maatschappelijke organisatie zelve te wijten is.
1
* *
115
Zeker, wij zijn verre van voor te geven dat de mensch een model van volmaaktheid zijn zou; hij is een treurig dier, dat wanneer hij zijn gelijke niet onder de hak zijner voet verplettert, de voeten kust, die hem zelf vertrappen : maar de mensch handelt niet alleen onder slechte invloeden ; de schoone gevoelens vau liefde, weldadigheid, broederschap, toewijding, solidariteit, bezongen en verheven door de dichters, de godsdiensten en de zeden, bewijzen ons, dat, indien hij al een enkele maal onder de inblazing van slechte neigingen handelt â hij een ideale bodem heeft, een behoefte tot volmaking en deze behoefte wordt door de maatschappij onderdrukt en verhinderd zich te ontwikkelen.
De mensch is niet geheel alleen gemaakt, zedelijk noch lichamelijk. Als de andere dieren, waarvan hij slechts een hooger voorbeeld is â is hij het gevolg van een samenloop van omstandigheden, verbinding en vereeniging van stof. Hij heeft gestreden om zich te ontwikkelen en, indien hij voor een goed deel bijdroeg om de omgeving waar hij in leefde te veranderen, heeft deze integendeel op de door hem aangenomen gewoonten â¢en op zijn manier van leven, denken en handelen invloed uitgeoefend.
De mensch richtte dus de maatschappij in onder de heerschappij van zijn karakter en zijn neigingen en hij gaat voort met invloed te hebben op haar werking. Maar men moet niet vergeten dat de mensch voortging zich te ontwikkelen sinds de instelling der maatschappijen, terwijl deze sedert zij in talrijke groepen georganiseerd zijn, nog steeds blijven grondvesten op gezag en eigendom.
Veranderingen in kleinigheden konden door omwentelingen worden aangebracht; gezag en eigendom konden in andere handen overgaan, van de eene klasse in de andere, de maatschappij hield niet op gegrondvest te zijn op de tegenspraak
1 1() DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EN DE ANARCHIE.
der individueu, op den wedloop hunner belangen en met al hun gewicht op de ontwikkeling hunner hersenen te drukken.
In haar boezem komen zij ter wereld, in de door haar aangeboden omgeving zullen zij een gansche menigte vooroordeelen en leugens leeren, die zij eerst na vele eeuwen van onderzoek als valsch zullen erkennen. Het is dus dwang, te erkennen dat de invloed van de maatschappelijke omgeving op den mensch onmetelijk is, dat zij met al het gewicht van haar instellingen met de gemeenschappelijke kracht van haar leden en met die welke zij gedurende haar bestaan verwierf, op hem drukt,, terwijl het individu om te weerstreven slechts over zijn eigen kracht te beschikken heeft.
De maatschappij, die een eerste poging is om tot een solida-visatie te komen, moest tot doel hebben de individuen te verbeteren, hun te leeren die solidariteit toe te passen met het oog op welke zij samen gingen leven, hun te leeren elkander lief te hebben als broeders, hen er toe te brengen alles gemeenschappelijk te maken; vreugde, genoegen, genot, moeite, smart en lijden, werk en voortbrenging.
De maatschappij daarentegen, heeft niets beters gevonden dan hen te verdeelen in een menigte kasten, die zich knnnen samenvatten in twee hoofdklassen: de regeerders en de bezitters aan de eene en de beheerschten en niet-bezitters aan de andere zijde.
Aan de zijde der eersten vindt men genot en volbloedigheid. Ellende, ontbering en bloedarmoede is het deel der tweede soort. Dit heeft tot gevolg, dat deze twee categoriën van menschen vijanden worden, tusschen welke een hevige strijd zich vereeuwigt, die geen einde zal vinden dan bij de dienstbaarheid
DE INVLOED DER OMGEVING.
zonder terugkeer der tweeden of bij de algelieele verwoesting
(tenminste in zooverre klasse en voorrechten betreft) der eersten.
*
* *
Maar de gebrekkige en slecht begrepen organisatie der maatschappij in twee onderscheidene klassen, bepaalt haar verderfelijke gevolgen daartoe niet. Op de tegenspraak der belangen gegrond, plaatst zij in iedere klasse individu tegenover individu, zaait zij oorlog tnsschen hen door haar instelling van den persoonlijken eigendom, die de individuen noodzaakt geld te vergaren om zich voor den dag van morgen te verzekeren, wat de samenleving hun niet kan waarborgen.
De individueele concurrentie is de groote springveer dei-huidige maatschappij: welke handel de individuen ook drijven, op welk beroep zij zich ook toeleggen, steeds hebben zij de mededinging te vreezen van hen die denzelfden tak van werkzaamheid kozen. Om hun voordeel of hun kansen op gelukkigen uitslag te vermeerderen, ja somwijlen eenvoudig om zelf niet te gronde te gaan, zijn zij gedwongen te hopen op den ondergang-van hun mededingers.
Zelfs wanneer zij zich onder elkander vereenigen, is dit steeds met het doel een gedeelte van hun klasse te vernietigen, die op dezelfde wijze voortbrengen.
Op dezen strijd tusschen de individuen gevestigd, maakte de maatschappij van ieder wezen den vijand van allen : zij verwekt oorlog, misdaad, diefstal en alle vergrijpen die men aan den slechten aard van den raensch toeschrijft, terwijl zij slechts de gevolgen der maatschappelijke orde zijn, tot welker voortbestaan de maatschappij bijdraagt, terwijl zij verdwijnen moesten onder den invloed der door den mensch nieuw verworven zedelijke begrippen.
117
118
Deze strijd tnsschen de individuen heelt tot gevolg dat de bezitters zelf elkaar bekampen, en ook zij verdeeld worden en belet hun klassebelang te zien, dat zijn zou te werken tot het verzekeren van de uitzuigerij, door alles te vermijden en te voorkomen wat de uitgezogenen helder zou kunnen doen zien. Die strijd doet hen menige fout begaan, welke bijdraagt tot hun ondergang.
Indien de bourgeois werkelijk met elkander vereenigd waren, indien zij geen enkel persoonlijk belang meer hadden en niet dan uitsluitend door het klassebelang bewogen werden, zou de bourgeoisie â in aanmerking genomen de macht die hun het bezit verzekert van rijkdommen, gezag en alle administratieve, uitvoerende en bedwingende raderwerken, die de tegenwoordige maatschappij vormen: in aanmerking genomen dat haar verstandelijke ontwikkeling verre boven die der arbeiders staat, voorwie zij het geestelijk evengoed als het lichamelijk voedsel als rantsoen toestaat â de uitgezogenen eindeloos kunnen vastklinken met de ketenen der ellende en der afhankelijkheid, waaraan zij ze thans reeds vasthoudt.
Gelukkig maakt de zucht naar genieten, schitteren, pronken en verzamelen, dat de bourgeois elkander een niet minder hevigen slag leveren, dan dien zij den arbeiders leveren.
Steeds voortgaande met genieten, stapelen zij fouten op fouten; de arbeiders eindigen met zich er rekenschap van te geven, de oorzaken waaruit hun ellende voortspruit te kennen en zich een
begrip te vormen van de verworpenheid waarin men hen houdt.
*
* *
Maar dezelfde strijd, die tusschen de bourgeois woedt, vindt men ook bij de arbeiders weder, en indien de eerste de duurzaamheid van het gebouw der bourgeoisie in gevaar brengt, de
DE INVLOED DEK OMGEVING.
tweede draagt ev toe bij liet voortbestaan te verzekeren.
(iedwongen onder elkander te vechten, om elkander de open plaatsen te ontrukken die de bourgeoisie hun in haar strafkolonies van arbeid aanbiedt, beschouwen de werklieden elkander als even zoovele vijanden, terwijl zij er toe komen dengeen die hen uitzuigt voor een weldoener aan te zien.
Uitgehongerd door de schuld der bourgeoisie, die hen in ruil voor hun arbeid juist zooveel gat om niet van honger te sterven, beschouwden zij in den beginne ieder als een vijand, die hun de plaats op het werk, die zij zooveel moeite hadden om te verkrijgen, kwam bestrijden.
De zeldzaamheid dezer plaatsen deed hun de mededinging nog verscherpen, en deed hun zich voor nog geringer prijs dan de mededingers aanbieden. Zoo deed bijgevolg de kommer van den steeds wederkeerenden strijd om liet dagelijksch brood hun vergeten, dat hun meesters hun ergste vijanden zijn.
Want de bourgeoisie, hoe sterk ook door fortuin, verstandelijken voorrang en bezit van het regeeringsgeweld, is ondanks alles een geringe minderheid in vergelijking van de menigte der arbeiders; zij zou voor hun aantal niet dralen met zich over te geven. Indien zij geen middel gevonden had om hen te verdeelen en hen te doen bijdragen tot de verdediging van haar voorrechten.
*
Â¥r -Jfr
Dit alles wijst ons dus aan, dat de mensch er zeker verre van is een engel te zijn; hij is zelfs een redeloos dier geweest in den volsten zin van het woord. Wanneer hij zich tot de maatschappij georganiseerd heeft, grondde hij deze op zijn driften van strijd en overheersching, dat verklaart ons waarom zij zoo slecht is opgebouwd.
119
UE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EX DE ANARCHIE.
Alleen is de maatschappij slecht gebleven; daar het gezag in de handen van een minderheid bleef, liet deze haar draaien tot haar voordeel, eu hoe meer de maatschappij zich ontwikkeld heelt, zooveel te meer nam die samentrekking der macht in enkele handen toe, en ontwikkelde zij de slechte gevolgen dezer ongelukkige instellingen.
De mensch daarentegen gevoelde, naarmate zijn hersenen zich ontwikkelden, en het gemak om zich de bestaansmiddelen te verschaffen aangroeide, in zich een aandrang tot solidariteit ontluiken, waaraan hij door zich te groepeeren reeds gehoorzaamd had; dit solidariteitsgevoel is een zoo sterke behoefte geworden, dat de godsdiensten het tot het uiterste gevoerd hebben door er toewijding van te maken; door liefdadigheid en zelfverloochening te prediken vonden zij er een nieuwe zaak in om te exploiteeren.
Welke droomen van maatschappelijke hervorming, welk plan van geluk voor de toekomst is niet voortgesproten uit de behoefte van eenstemmig met zijn gelijken te leven? Maar de maatschappij was daar om met al haar gewicht de goede neigingen van den mensch te verstikken, en het oorspronkelijk woest egoïsme weder bij hem op te wekken; door hem te dwingen de andere individuen als even zoovele vijanden te beschouwen, die hij ter aarde moet werpen om zelve niet ter aarde te worden geworpen; door hem er aan gewoon te maken koelbloedig hen te zien verdwijnen die vermorzeld waren door de monsterachtige tanden van het maatschappelijk raderwerk, zonder hun hulp te kunnen bieden, op straffe van zelve in dien onverzadelijken muil te geraken, die vooral de goeden en kinderlijken verslindt, welke betrouwen op hun menschelijke gevoelens, terwijl hij de boosoordigen overleven laat, die er anderen weten in te duwen om hun eigen val te vertragen.
120
UB INVLOED DER OMGEVING.
Men schreeuwt tegen luiaards, dieven en moordenaars, men beroept zich op de in den grond slechte zijde van den mensch, en men bemerkt niet, dat die ondeugden verdwijnen zouden, indien zij niet onderhouden en ontwikkeld werden door de maatschappelijke organisatie.
Hoe wil men dat de mensch een arbeider zij, wanneer in de organisatie die ons beheerscht de arbeid als iets verlagends beschouwt wordt, dat voorbehouden is voor de uitgeworpenen der maatschappij, en waarvan men, door de hebzucht van hen die het ten hunnen voordeele aanwenden, een marteling en een slavernij maakt ?
Hoe wil men dat er geen luiaards zullen zijn, wanneer het ideaal, het te bereiken doel voor ieder individu, dat hoogerop wil, luidt: door alle middelen genoeg geld te vergaren om met nietsdoen of door anderen te laten werken, te kunnen leven? Hoe grooter het aantal slaven is, dat het individu in dienst heeft, zooveel te hooger is zijn positie, zooveel te grooter eer bewijst men hem. Zooveel te grooter is ook de som der voor-deelen die hij er uit trekt.
Men heeft de maatschappij in rangen verdeeld en gezorgd dat de hoogste sporten van de maatschappelijke ladder, die als een belooning voor deugd, vernuft of arbeid wordt beschouwd, uitsluitend voor hen blijven, die nog nooit iets uit zichzelf gedaan hebben.
Degenen, die om de een of andere reden op den top klommen, eten, drinken en hoereeren, doch arbeiden niet. Zij verschaffen den arbeiders, die onder de ladder zweeten, zwoegen en voortbrengen voor hen, en die daarvoor niets in ruil ontvangen dan genoeg om niet van honger om te komen, zonder hoop ooit op andere wijze dan door het toeval uit dien toestand te kunnen komen, het schouwspel van hun luiheid; en men verwondert zich dat de individuen neigingen vertoonen tot leven zonder
121
122 DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EN DE ANARCHIE.
iets te doen! Wij verwonderen ons slechts over één zaak, en dat, is, dat er no? menschen dom genoeg zijn om te werken.
Met het voorheeld dat de maatschappij hun geeft voor oogen, kan het ideaal der individuen niet anders zijn, dan anderen te laten werken en hen uit te zuigen om zelve niet uitgezogen te worden. En wanneer de middelen ontbreken om ze op wettige wijze op hun arbeid uit te zuigen, worden andere manieren gezocht. Handel en geldwezen zijn nog door de wet aangenomen middelen, die onmetelijke voordeelen opleveren wanneer men ze in het groot drijft, maar aan welke men, wanneer men slechts in het klein zaken kan doen, handelwijzen toevoegt die veroorloven tusschen de randen der wet te loopen, vrij om die wet eenigszins te vertreden wanneer men het doen kan zonder zich tc laten betrappen. Bedrog is de bondgenoot, die zeer nuttig kan zijn door de voordeelen te vertienvoudigen.
Voor hen die op die manier niet handelen kunnen is er nog een andere bron: de ontginning der menschelijke lichtgeloovig-heid, oplichterij en andere dergelijke middelen. Lager nog, de gewelddadige diefstal en sluipmoord. Al naar de bronnen waarover men beschikt en de omgeving waarin men is opgegroeid, stelt men één der genoemde miidelen in het werk, of wel men verbindt ze tezamen, om zoolang mogelijk te ontsnappen aan de gestrengheid der wet, die gerekend wordt de maatschappij te beschermen.
Ellende en ontbering, zietdaar het lot van den arbeider; genoegens van allerlei soort en ledigheid zijn voor hen, die zich door geweld, list of geboorterecht tot hun parasieten gemaakt hebben.
*
* *
OE INVLOED DER OMGEVING.
Het is eveuals de solidariteit! Hoe wilt ge dat de individuen elkander niet zullen verscheuren, wanneer zij zich moeten afvragen hoe zij en de hunnen den volgenden dag zullen eten wanneer hun mededinger de plaats bij den arbeid verkrijgt die zijzelf nu innemen'?
Hoe wilt gij dat zij solidair zullen zijn, wanneer zij bedenken dat het stuk brood, dat zij soms aan een bedelaar geven, hun later kan doen ontberen? Hoe konden zij denken aan solidariteit wanneer zij ter verovering van het brood iederen dag gedwongen zijn te strijden, en er een menigte genoegens bestaan, die altijd voor hen een gesloten paradijs zullen blijven ?
Misschien heeft de behoefte om zich ten strijd bijeen te scharen hen vereenigd, en is dit gevoel langzamerhand veranderd tot liefde voor den naaste; maar hoe het zij, de maatschappij moet men verantwoordelijk stellen voor het voortbestaan van den oorlog tnsscheu de individuen en de verbittering die daaruit ontstaat.
Hoe wilt gij dat de mensch geen kwaad wenscht, wanneer hij weet dat de verdwijning van een of ander individu hem een sport hooger doet stijgen op de ladder, dat de verdwijning van een ander een kans voor hem is om een opengevallen plaats te bemachtigen; de uitstooting van een gevaarlijk mededinger?
Hoe zou het individu weerstand bieden aan de slechte inblazingen van zijn gemoed, wanneer hij weet, dat hetgeen voor
zijn buurman een ramp is, voor hem een weldaad zal zijn? * *
(rij zegt dat de mensch slecht is, wij zeggen dat hij wezenlijke oogmerken moet hebben om goed te kunnen worden, opdat de maatschappij niet slechter worde dan zij is, misdaden en onheilen niet veelvuldiger worden dan thans.
123
DE STEKTEXDE MAATSCHAPPIJ EK DE ANARCHIE.
Ondanks alle inblazingen eener slechte omgeving, heeft de mensch neigingen naar solidariteit, harmonie en rechtvaardigheid kunnen ontwikkelen, en deze goede neigingen werden door hen, die van hem leven, ten hunnen voordeele aangewend. Die droomen van geluk, die wenschen naar het betere, deden zelfs een geheele klasse van parasieten te voorschijn komen, die speculeerden op die neigingen der individuen, door hun verwezenlijking te beloven.
Beter nog: die goede gevoelens werden gestraft, als de maatschappelijke orde omverwerpend en â ondanks alles â is het doel der menschheid naar hun verwezenlijking gericht. En nog durft men spreken van slechte gedachten van den mensch!
De goede menschelijke gewaarwordingen, de neigingen tot vrijheid en rechtvaardigheid, werden vervolgd en gestraft, omdat degenen die er toe gekomen waren zich vrij te maken van het woest en bekrompen egoïsme dat bijdraagt tot het bestendigen der huidige samenleving, waren gaan droomen over een tijd van geluk en algemeene harmonie, en zich afvroegen hoe het mogelijk was, dat de tot geluk van allen samengestelde maatschappij slechts de voorrechten van enkelen verzekerde!
124
Daaruit moest men besluiten dat de maatschappij slecht georganiseerd was, dat haar instellingen gebrekkig waren, en verdwijnen moesten om plaats te maken voor een billijker organisatie, die meer in overeenstemming met de rede zou zijn. Maar daar degenen die genoten hun voorrechten niet wilden prijsgeven, verklaarden zij die neigingen voor omverwerpend, en vandaar nieuwe strijd, nieuwe reden van ontwikkeling der slechte aandriften.
Indien de ongelukkige invloed van de maatschappij op de
Igt;E INVLOED DEK OMGEVING.
zedeleer der individuen erkeud is, is hot gemakkelijk de slechte neigingen te onderdrukken en de goede te ontwikkelen.
Uw op den strijd der belangen gevestigde maatschappij heeft de kamp tusschen de individuen voortgebracht en het kwaadwillig beest geteeld, dat men .,de beschaafde menschquot; noemt, vindt g ij nu een organisatie die integendeel op de nauwste solidariteit berust.
Maakt dat de individueele belangen niet langer tegenovergesteld zijn aan het algemeen belang. Maakt dat het persoonlijk welzijn uit den algemeenen voorspoed ontspruit of dien voortbrengt. .Maakt dat de individuen om te leven en te genieten, de mededinging hunner soortgenooteu niet te vreezen hebben; zorgt integendeel dat door hun krachten en neigingen te vereenigen zij het beter krijgen, en dat hun vereeniging niet tot verwoesting der naburige groepeeringen dienen kan.
Gij vreest de luiaards, maakt dau den arbeid aantrekkelijk, lu plaats van er een kleine minderheid der samenleving voor vast te ketenen, voor welke het een marteling wordt, moet ge al uw raderwerk en alle onnutte werkzaamheden op zijde zetten, en uw maatschappij zóó organiseeren, dat ieder door den drang der omstandighelen en niet door eenig gezag gedwongen wordt, aan de algemeene voortbrenging deel te nemen. Maakt den arbeid nuttig en noodig en zorgt dat hij een oefening tot het behoud der gezondheid wordt, in plaats van een kwelling.
Met de hedendaagsche maatschappelijke organisatie oogst gij oorlogen, misdaden, diefstal, bedrog en ellende; dit is het gevolg van individueel eigendom en van gezag; dit. is de invloed der omgeving, die zich gevoelen laat.
Indien gij een samenleving verlangt waarin vertrouwen, solidariteit en welzijn voor allen zullen heerschen, grondvest haar dan op vrijheid, rechtvaardigheid en gelijkheid.
125
XI.
Het Vaderland.
Huisgezin, godsdienst, eigendom en gezag hebben zich langzamerhand losgemaakt uit de menschelijke neigingen; trapsgewijze zijn zij omschreven: maar naarmate de denkbeelden nauwkeuriger werden, en de menschen Imn neigingen ontwarden, werden zij de kern van een ontwikkeling, die opgroeiend hen meer in zichzelf deed keeren en hen langzamerhand tot onderscheidene standen vervormde, die elk haar voorrechten hadden.
De militaire stand was niet een der laatste die zich vormde, ontwikkelde en overal overwegend werd; want waar hij gedwongen was het terrein aan den priesterstand af te staan, stond hij nog slechts de eereplaats af; deze stand toch, de militaire, kon door zijn kracht de macht in de handen van hen, die hem bevelen gaven, bestendigen. Deze stand leverde hoofden in naam en hoofden in de daad; en vatte de almacht dei-standen samen.
In die geheele botsing der belangen, nam het denkbeeld âVaderlandquot; een zeer geringe plaats in. Men streed wel, stam tegen stam, en in historische tijden stad tegen stad; volken zelfs zochten andere volken aan zich te onderwerpen.
HET V.UIERLAXI).
maar liet begrip Vaderland was nog zeer onbepaald en vaag; men moet tot den nieuvveren tijd opklimmen om het denkbeeld Vaderland zich te zien fornmleeren, omschrijven en zijn gezag boven dat van koningen, priesters of krijgslieden plaatsen, welke allen niets meer werden dan de dienaren van de godheid
Vaderland, de priesters van den nieuwen godsdienst,
*
* *
In Frankrijk openbaarde het begrip Vaderland zich iu 1789
â met dat van de Wet â in al zijn macht. Het was een vindingrijk denkbeeld van de bourgeoisie, het gezag der natie in de plaats van het goddelijk recht te stellen en het door de arbeiders te laten aanzien als een verbinding van alle rechten, en hen te brengen tot het verdedigen der nieuwe orde van zaken, door hun te laten gelooven dat zij voor de verdediging van hun eigen rechten strijd voerden!
Want, het is goed er op te wijzen, het denkbeeld [Vaderland
â .natiequot; zooals men zegt â doelt eer op het volk met zijn rechten en instellingen dan op den grond zelve. Slechts langzamerhand en onder den invloed van nadere oorzaken kromp het denkbeeld Vaderland zich in om tot de beperkte beteekeni» te geraken die men tegenwoordig leert, de liefde voor den bodem, zonder dat men er een vraagpunt van maakt wie hem bewonen en welke instellingen er werkzaam zijn.
Welk denkbeeld men zich ook van het vaderland vorme, de bourgeoisie had er te veel belang bij het te kweeken om niet te trachten het in het brein der individuen te ontwikkelen â en er een godsdienst van te maken, door welke zij haar sterk betwist gezag kon handhaven. In ieder geval was de verdediging van den grond een al te goed voorwendsel om het tot handhaving van haar voorrechten noodige leger in stand te
127
128 DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EX DE ANARCHIE.
houden, en bleek liet algemeen belang een onwederstaanbaar betoog om de arbeiders te dwingen ter verdediging dier voorrechten bij te dragen, (jelnkkig ontwikkelt de geest der kritiek zich en breidt üich iederen dag uit, stelt de mensch zich niet meer met woorden tevreden, wil hij weten wat zij beteekenen; komt hij daartoe niet onmiddellijk, dan kan zijn geheugen de feiten bewaren, er de gevolgtrekkingen uit afleiden en er een redelijk beslnit uit trekken.
Wat stelt het woord vaderland inderdaad voor, behalve het natuurlijk gevoel dat men heeft voor het huisgezin en zijn bloedverwanten, en de gehechtheid die door de gewoonte om op den geboortegrond te leven werd voortgebracht? â Niets, minder dan niets voor het grootste deel van hen die zich het hoofd laten verpletteren in de oorlogen waarvan zij de oorzaken niet kennen, en waarvan zij alleen de kosten dragen, als arbeiders en strijders. Gelukkig of rampspoedig, kunnen die oorlogen in niets hun toestand verbeteren. Hetzij als overwinnaars of als overwonnenen, zijn zij steeds het dienstplichtige vee, dat bruikbaar is en onderworpen voor de bourgeoisie, die het onder haar heerschappij houdt.
Indien wij ons op de beteekenis beroepen, die zij, welke het meest er over spreken er aan hechten, is het vaderland de bodem, het grondgebied, dat aan den staat behoort, waarvan men onderdaan is. Maar de staten hebben slechts willekeurige grenzen. Hun grensbepaling hangt meestal van den uitslag der oorlogen af; de politieke groepen zooals zij tegenwoordig bestaan, waren niet altijd op dezelfde wijze samengesteld; en indien het morgen de lieden, die ons ten hunnen voordeele aanwenden, behaagt een oorlog uit te roepen, kan een nieuwe veldslag een stuk van
HET VADERLAND.
129
het land ouder het juk van een andere nationaliteit brengen. Was het iu de loup der tijden uiet steeds xoo 't Als gevolg van de oorlogen die zij elkander aandeden, eigenden de volken zich de provinciën toe die hun grenzen vormden, later verloren of herwonnen zij ze weder: daaruit volgt dat de vaderlandsliefde dier her- en derwaarts geslingerde provinciën hierin bestond, dat zij dan onder de eeue, dan onder de andere vlag vochten, om de boudgenooten van gisteren te doodeu, en te strijden aan de zijde van de vijanden van morgen ; eerste bewijs voor de ongerijmdheid der vaderlandsliefde.
En verder, wat is willekeuriger dan grenzen 'i Om welke reden behooren de menschen die aan deze zijde van een denkbeeldige lijn geplaatst zijn, eer tot een natie dan die aan gene? Het willekeurige dezer onderscheiding is zoo klaarblijkelijk, dat men zich tegenwoordig op het ras beroept om de verdeeling der volkeren in onderscheidene natiën te rechtvaardigen. Maar daar heeft de onderscheiding nog geen enkele waarde, en berust zij op geen enkelen ernstigen grondslag, want iedere natie is zelve niets dan een mengelmoes van geheel van elkander verschillende rassen, en nog spreken wij niet van vermengingen en kruisingen, die door de meer en meer ontwikkelde, meer en meer innigp verhoudingen die tusschen de natiën ontstaan, dagelijks worden teweeggebracht.
Dit in aanmerking genomen, waren de vroegere verdeelingen van Frankrijk in provinciën redelijker, want zij hielden rekening met de verschilpunten tusschen de bevolkingen die ze bewoonden. Maar tegenwoordig zou zelfs deze overweging geheel geen waarde meer hebben, want het menschenras gaat meer en meer zijn eenheid en de opslorping der afwijkingen die het verdeelen
130 DE STERVENDF, MAATSCHAPPIJ EN Igt;E ANARCHIE.
tegemoet, om slechts verschillen, die uit omgeving, klimaat enz. voortvloeien te laten bestaan, die te diep waren om geheel gewijzigd te kunnen worden.
Voor de meerderheid van hen die zich zoo laten dooden, zonder eenige reden tot haat te bezitten jegens hen die men hem aanduidt, wordt de tegenspraak nog grooter, doordat de grond die zij verdedigen hun niet toebehoort of toebehooreu zal. Die bodem is de eigendom van een minderheid van bezitters, die rustig doorgaan met zich in luiheid vet te mesten terwijl de arbeiders op onnoozele wijze dom genoeg zijn om zich de wapenen in de hand te laten geven om aan anderen den grond te ontrooven die hun meesters dienen moet om nog meer voordeel te behalen.
Wij hebben inderdaad gezien, dat de eigendom niet aan hen behoort die hem bezitten: diefstal, plundering en moord, bewimpeld met de verheven namen ; veroveringen, kolonisatie, beschaving en vaderlandsliefde, waren daarvan niet de minst belangrijke oorzaken. Wij zullen dns niet terugkomen op hetgeen wij over de vorming gezegd hebben; maar wanneer de arbeiders redeneerden, zouden zij inplaats van te vechten ter verdediging-van het vaderland.... van anderen, zich beginnen te bevrijden van hen, die huu bevelen en ten hunnen voordeele aanwenden, zouden zij allen arbeiders aansporen, zonder te letten op hun nationaliteit, eveneens te doen en zouden zij zich allen vereenigen om voort te brengen en te gebruiken naar hun welbehagen.
De aarde is uitgestrekt genoeg om iedereen te voeden; het is geen gebrek aan ruimte, armoede aan levensmiddelen waardoor die bloedige oorlogen werden voortgebracht in welke millioenen menschen elkander vermoordden ter meerdere eere
HET VADERLAND.
en voordeele van enkelen; het zijn integendeel die onrechtvaardige oorlogen, welke, verwekt doordat de regeerders ze noodig hadden, door de mededinging der eerzuclitigen en de concurrentie der groote kapitalisten, de volken in onderscheidene natiën afperkten en die in de middeleeuwen pest en hongersnood veroorzaakten, welke rampen nog wegmaaiden wat de oorlogen onaangetast lieten.
Hier komen de bourgeois er tusschen en met hen de patriotten, uitroepend: .,Maar als wij geen leger meer hebben, zullen de andere mogendheden ons de wet komen voorschrijven, ons nit-moorden, ons nog strenger wetten opleggen dan die waaraan wij thans onderworpen zijnquot;; enkelen roepen uit, geloovend niet aan vaderlandsliefde te doen; ..Wij zijn geen patriotten; zeker, de eigendom is slecht verdeeld, de maatschappij heeft behoefte om vervormd te worden, maar erkent met ons dat Frankrijk aan den spits van den vooruitgang staat, liet laten verbrokkelen zon gelijk staan liet veroorloven van een teruggang, zon een verlies zijn van de vruchten van den doorstanen strijd; want verwonnen door een willekeurige macht, zon het met onze vrijheid gedaan zijn!quot;
Wij hebben zeker niet de bedoeling hier eenige gedragslijn af te bakenen waaraan de anarchisten in geval van oorlog zich te houden zouden hebben. Dat hangt van de omstandigheden af en van een menigte dingen die wij onmogelijk voorzien knnnen, wij willen alleen de vraag uit een oogpunt van rede beschouwen, en de rede antwoordt ons, dat, daar de oorlogen alleen ondernemingen zijn ten voordeele der uitzuigers, wij er niet aan behoeven deel te nemen.
131
132 DE STERVEKDE MAATSCHAPPIJ ES DE ANARCHIE.
Wij hebben het gezien: vanwaar het gezag ook komt, degeen die er onder gebukt gaat is altijd slaaf; de geschiedenis van het proletariaat leert ons dat de regeeringen niet versmaden hun eigen onderdanen dood te schieten, wanneer deze eenige vrijheden eischen. Wat zonden vreemden dan meer doen? Onze vijand, dat is onze meester, tot welke nationaliteit hij ook be-hoore!
Met welk voorwendsel men een oorlogsverklaring dus ook versiere of bemantele, in den grond kan er niets dan een vraag van belang voor de bourgeoisie in zijn: verschillen betreffende de politieke eereplaats, handelsovereenkomsten of bijvoeging van koloniën, het is steeds dus het voordeel van de enkele bevoorrechten ; regeerders, kooplieden en industriëelen wat er uitsluitend bij in het spel is. De republikeinen van den tegenwoordigen tijd maken ons maar wat wijs, wanneer zij ons er geluk mee wenschen dat hun oorlogen geen vorstenrechten meer verdedigen nu de republiek de koningen vervangen heeft. Het klassebelang trad in de plaats van het vorstenbelang, ziedaar alles; wat heeft daar de arbeider mee te maken?
Overwinnaars of overwonnenen, wij blijven voortgaan met belastingen betalen en van honger om te komen in tijden van werkeloosheid; armenhuis of gasthuis blijven steeds de toevlucht van onzen ouderdom, en de bourgeois zouden willen dat wij belangstelden in hun geschillen! Wat hebben wij er bij te winnen?
Te vreezen voor een slechteren toestand of stilstand van den vooruitgang, in geval een natie verdwijnen zou, is zich geen rekenschap geven van hetgeen de internationale verhoudingen en de verspreiding der ideeën tegenwoordig zijn. Men zon op het oogenblik een natie kunnen verdeelen en verbrokkelen, haar naam kunnen wegnemen, doch men zou niet kunnen slagen, behalve in geval van geheele verdelging, om haar innerlijk te
het vaderland.
veranderen, dat bestaat uit de verscheidenheid van karakter, geaardheid en natuur der haar samenstellende rassen. En wanneer de oorlog verklaard was, zouden alle ware ot' voorgewende vrijheden die men voorgeeft dat ons deel zijn, niet dralen niet te worden opgeheven, de socialistische propaganda worden gemuilband, het gezag aan de militaire macht toevertrouwd worden en niets meer ontbreken aan het meest volkomen stelsel van algeheele oppermacht.
De oorlog kau bijgevolg niets goeds voor de arbeiders voortbrengen; wij hebben er geen enkel belang bij, en er niets in te verdedigen dan onze huid. Om ons beter nog te verdedigen moeten wij niet dom genoeg zijn om onze huid bloot te stellen aan het gevaar doorboord te worden, ten voordeele van hen die ons regeeren en uitzuigen.
De bourgeois hebben belang bij den oorlog, die hun veroorlooft de legers te behouden, die het volk in ontzag houden en hun instellingen verdedigen, door haar maken zij zich meester van de voortbrengselen der nijverheid, het kanongebulder opent hun nieuwe buitensporigheid; zij slechts zouden op de leeningen, die zij noodzakelijk maken, inschrijven, en wij arbeiders zouden alleen de rente moeten betalen. Laten de bourgeois toch zelf vechten, als zij willen, dat gaat ons niet aan. En verder, staan wij eenmaal op, brengen wij het bestaan van de voorrechten der bourgeoisie in gevaar, dan zullen wij zien hoe de predikers van vaderlandsliefde de legers van hun duitsche, russische of om 't even welke vrienden zouden oproepen. Zij zijn als hun beschermheer Voltaike ; hij geloofde niet in Ood, maar beschouwde een godsdienst als noodig voor het mindere volk;
133
DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EN I)E ANARCHIE.
zij hebben grenzen tusschen hun slaven, maar drijven er den spot mee wanneer hun belangen in het spel zijn.
Voor wie den naam mensch waardig is, bestaat er geen vaderland, of tenminste bestaat er slechts één: waar hij strijdt voor het goed recht, waar hij leeft, waar hij zijn neigingen heeft â maar dat kan zich over de geheele aarde uitstrekken. De menschheid verdeelt zich niet in kleine hokjes, waarin ieder in zijn hoek zich insluit en de overigen als vijanden beschouwt: voor het geheele individu zijn alle menschen broeders en hebben gelijk recht om te leven en zich te bewegen volgens eigen goeddunken op deze aarde, die uitgestrekt en vruchtbaar genoeg is om allen te voeden.
Wat uw vaderland bij overeenkomst betreft, de arbeiders hebben er geen enkel belang bij, zij hebben er niets te verdedigen ; welke zijde der grens het bijgevolg ook zij, waar het toeval hen deed geboren worden, het geeft hun geen enkele reden tot wederkeerigen haat; in stede van voort te gaan met elkander te vermoor ien, zooals zij tot heden gedaan hebben, moesten zij over den grens elkander de hand reiken en al hun pogingen vereenigen om hun ware, eenige vijanden te bekampen: (jezag en Kapitaal.
134
XII.
De vaderlandsliefde der machthebbers.
Wij hebben aangetoond dat het vaderland slechts een holle klank was, bestemd om de arbeiders te dwingen een orde van zaken te verdedigen waardoor zij verdrukt worden; wij zullen nu zien of .de liefde voor het vaderland, dat heilig gevoel, de liefde voor den bodem die ieder individu bij zijn geboorte in zich heeft,quot; ook diep geworteld is in hen, die verzekeren haar te bezitten, of zij toe te schrijven is aan uitsluitend persoonlijke oorzaken zooals bij de arbeiders, of wel op zuiver stoffelijke gronden rust, op gewone overwegingen van handelsbelangen; in door hen voor hun gebruik in 't bijzonder geschreven werken moeten wij hun gedachte gaan zoeken. Zij zijn stichtelijk 1
Wanneer men hen hoort als zij zich tot de arbeiders richten, is er niets zoo heilig als het vaderland : moest ieder burger zijn bestaan en zijn vrijheid voor de verdediging van het grondgebied opofferen; volgens hen vertegenwoordigt het vaderland het algemeen belang in de hoogste mate: zich daarvoor op te offeren is evengoed alsof men zich voor de zijnen en voor zichzelf opofferen zou.
Wij zullen slechts in hun verhandelingen over staathuishoud-
DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EN DE ANARCHIE.
kunde te zoeken hebben om ze van hun leugens te overtuigen, om te zien dat ai die snorkende woorden, al die gevoelens die zij uitkramen, slechts snoeverijen zijn, jegens de domooren die zich er door laten beetnemen, maskers, die zij zorgdragen iu de kleerkamer te laten, waar zij vertrouwd zijn.
Ziehier wat een van hun staathuishoudkundigen, wiens gezag voldoende bevestigd is, daarvan zegt:
âDe staat van oorlog tusschen de beschaafde volkeren wordt kunstmatig gehandhaafd door het belang der regee-rende klasse, het overwicht dat zij bewaart en waardoor zij bepaald schuldig is aan het voortduren van den oorlog.quot;!)
Zooals men ziet is er niets zoo duidelijk, en onze goede bourgeois die zich zoo verschrikkelijk te weer stellen, tegen hen die vermetelheid hebben den arbeiders te verzekeren dat hun belang in tegenspraak is met dat der bourgeoisklasse; die bourgeois verzuimen niet onder elkander die tegenspraak goed te verklaren, om er hun regeeringsstelsel op te gronden.
Maar de uitspraak van denzelfden schrijver, die hier volgt, is nog meer kenschetsend;
136
âDe beweegredenen of voorwendsels ontbreken onder het nieuwe stelsel niet meer dan onder het oude, maar zoowel onder het eene als onder liet andere is de ware beweegreden voor lederen oorlog altijd het belang van de klasse of de partij die aan het roer is; een belang dat men niet verwarren moet met dat van de natie of van de massa der lieden die aan politiek doen, want naarmate deregeereude
1) Cf, de Molisaki, L'évolntion politique au dix-nenvième siècle. â Verscheen, na in het Journal des économis-t e s opgeuomen te ziju, later als boekdeel.
DE VADERLAXDSLIEFUE I)ER MACHTHEBBERS.
137
klasse of partij belaug heeft bij de voortduring van den oorlog, heeft de belieerschte natie belang bij de handhaving der orde.quot;
Dezelfde schrijver komt ons vertellen welke voordeelcn de regeerende klasse in de voortduring van het oorlogvoeren vindt: âDe oorlog met andere staten sluit de inwendige vrede in zich, dat is te zeggen, een tijdperk van gemakkelijke regeering, gedurende hetwelk de oppositie tot zwijgen is gebracht, op straffe van beschuldigd te worden van medeplichtigheid met den vijand. En wat is meer wenschelijk, vooral wanneer die oppositie te twistmaakster is en haar kracht bijna die der regeering gelijkt! In waarheid, als de oorlog ongelukkig is, brengt zij onvermijdelijk den val mee van de partij die haar ondernam. Wanneer zij daarentegen gelukkig is en men haar niet ondernam, dan nadat men verzekerd was de kansen op zijn zijde te hebben, heeft de partij, die haar veroorzaakte en tot een goed einde bracht, voor eenigeh tijd een verpletterend overwicht verworven. Allen beweegredenen â zonder nog te spreken van de kleine voordeelen die de oorlog verschaft â om geen gunstige gelegenheid om haar te doen uitbarsten te laten ontsnappen.quot;
Wat de .,kleine voordeelenquot; betreft, ziehier een opsomming : ..Maar tot op onzen tijd, waren het de lagere klassen wier invloed men het meest meetelde, die gewoonlijk de eenvoudige soldaten opleverden. De gegoede klassen out-
138 DE STERVESDE MAATSCHAPPIJ ES DE ANARCHIE.
trokken zich er aan door middel van een geldoffer, en dit gewoonlijk zeer geringe offer werd meer dan vergoed door de uitspatting die de oorlogstoestand aan de bourgeois opleverde, voor wie ook, door de noodzakelijkheid militaire scholen te bezoeken, waarvan de toegang voor de arme klassen onmogelijk was, alle betaalde baantjes in het beroep der wapenen voorbehouden waren. Wanneer eindelijk de oorlog wreed is voor de lotelingen, die, volgens de krachtige volksuitdrukking, liet kanonnenvleesch uitmaken, heeft het vertrek dezer dienstplichtigen, die van de werkplaats of den akker gerukt werden, en het aanbod van arbeidskracht deden verminderen, ten gevolge, dat de loonen hooger worden, en bij hen, die aan den militairen dienst ontsnappen, de afschrik voor den oorlog wordt verzacht.quot;
Is dit beslissend? Men ziet dat âde heilige liefdequot; tot het goddelijk vaderland niets dan groote en kleine voordeden beoogt, maar de bekentenis is volkomen; aan hen die de opmerking maken dat er een publieke meening is waarmee de regeerders gedwongen zijn rekening te houden, wordt zegevierend geantwoord dat een oorlog rechtvaardig kan zijn en de publieke instemming krijgen kan, dat men ongelijk heeft tegen den oorlog in het algemeen te keer te gaan, dat er gevallen kunnen voorkomen waarin de regeerders medegesleept worden tegen hun wil, dat de oorlog overigens een gevolg van den tegenwoordigen maatschappelijken toestand is, dat men er over klagen kan, de noodzakelijkheid ervan betreuren kan, maar dat men gedwongen is zich te onderwerpen. Zooals wij verder lezen;
.,Hoe groot evenwel de macht zij van de lieden die over vrede en oorlog beschikken, hoe groot de invloed zij van
DE VADERLAXDSLIEFDE DER MACUTHEBBEKS,
de klasse waaruit de staf van politiek, administratie en leger gekozen wordt, zij zijn zooals wij hebben opgemerkt genoodzaakt, in een zekere mate met de groote massa rekenschap te honden, welker belangen bij de verschillende takken van voortbrenging in het spel zijn, en voor wie de oorlog een nadeel is. Toch toont de ervaring steeds dat de weeerstand van dit vrede-element niet in verhouding staat tot zijn massa. De groote meerderheid der menschen die het samenstellen is volkomen onwetend, en niets is gemakkelijker dan hun hartstochten te prikkelen, en hen te doen afdwalen van hun belangen. De verlichte minderheid is gering in aantal; en overigens: welke middelen zou zij hebben om haar meening' de overhand te bezorgen over de machtige organisatie van den samengetrokken staat?quot;
Onze bourgeois steken het dus niet onder stoelen of banken dat zij in den oorlog slechts een middel zien om de nitznigerij der arbeiders voort te zetten; de slachtingen die zij aanrichten dienen hun om zich van het te veel, dat de markt hindert, te ontdoen; de legers zijn slechts goed om die bourgeois, welke anders hinderlijk zouden zijn een plaats en een rang te bezorgen: de oorlogen, die zij op verheven wijze nationaal noemen, terwijl zij de holle klanken vaderland, vaderlandsliefde, nationale eer enz. in de ooren der kinderlijke lieden laten dreunen, hebben deze woorden voor hun slechts waarde als voorwendsels voor âgeringe voordeelen.quot;
Oorlogen om kleine voordeelen zijn het allen, hetzij ondernomen in naam van het vaderland !, hetzij in naam der beschaving !!, want nu de vaderlandsliefde begint te verminderen bedient men zich veel van het nieuwe woord âbeschavingquot; om
139
140 DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EN DB ANARCHIE.
de arbeiders op te zetten tegen de argelooze volksstammen die men ten zijnen voordeele wil aanwenden, en wier eenig kwaad is nog niet op den trap van ontwikkeling te zijn gekomen, die men overeenkwam de tegenwoordige beschaving te noemen.
Het is zoogenaamd om een denkbeeldige rooverbende te straffen en liet nationale overwicht te verzekeren, dat men oorlogen als de expeditie naar Tunis onderneemt, terwijl het werkelijke doel is, een nieuw land voor de verdachte tinantiëele operatiën van eenige knoeiers te openen. Om de zeeschuimers van de bank vrij spel te geven om het als belasting aan de arbeiders ontnomen geld voor wapenen uit te geven ; om kleine voordeelen te behalen met de plaatsen die men vindt in liet veroverd land, waar de bourgeoisie al haar schrale vruchten heenzendt, waar een krachtige jeugd onvruchtbaar wordt gemaakt, waar men een menigte jongelieden laat omkomen onder een doodend klimaat of hen kans doet loopen om vermoord te worden door menschen die toch thuis zijn en verdedigen hetgeen hun toebehoort.
Oorlogen om kleine voordeelen waren de expeditiën naar Senegal, Tonkin, de Congo, Madagascar, allen ondernomen in naam der beschaving, die niets met de expeditiën te maken heeft, welke een zuivere en eenvoudige knevelarij zijn. Men doet bij zichzelf de vaderlandsliefde ontvlammen eu men schiet lieden dood, die aan niets schuldig zijn dan den grond waarop zij leven te hebben verdedigd, of opgestaan te zijn tegen hen, die zicli als meesters over hen opwierpen om voordeel van hen te behalen eu hun dienstbaar te maken. Die menschen noemde men struikroovers en zeeschuimers.
Maar wij zullen in het bijzonder hoofdstuk over kolonisatie
de vaderi.axdsmefde der machthebbers. 141
gelegenheid vindei' om op deze vraag terug te komeu: bepalen wij ons voor het oogenblik bij de vaderlandsliefde der regeerders. De laatste gebeurtenissen stelden haar in al heur afschuwelijke werkelijkheid ten toon. Onze geheimen van wapening' en verdediging werden overgeleverd met medeplichtigheid van ambtenaren van het ministerie van oorlog; de meest onteerende knoeierijen grepen in dezen afgrond voor milliarden plaats, ten nadeele van de beurs der belastingplichtigen en van de veiligheid van het land. In plaats van de schuldigen te vervolgen, zocht de regeering ze te bewimpelen 1) en een sluier te werpen over de meest schaamtelooze verdorvenheid. Wij zien de groote metaal-industriëelen â meerendeels afgevaardigden, die oudofficieren aan het hoofd van huu personeel hebben â wapenen, kanonnen, pantserschepeu, kruit en andere ontplofbare stoffen leveren aan vreemde natiën, en hun in het bezit stellen van de nieuwste werktuigen, zonder zich er over te verontrusten of zij niet eens tegen ons leger zullen dienen, en niet bij zullen dragen om diegenen onzer mede-vaderlanders te vermoorden, die zij in hun hoedanigheid van regeerders naar de grens zullen zenden om er hun huid te laten doorboren. Bezitten de internationale joodsche- en christenbankiers niet de spoorwegen, en hebben zij niet de sleutel van de arsenalen en den alleenhandel voor de proviandeering? O, bourgeois, spreekt ons toch niet meer van nw vaderlandsliefde. Als gij in staat waart uw land in stukken te verdeelen en het op aandeelen te verkoopen, zoudt gij n haasten dat te doen.
1) Zie hierover; âLa France politique et sociale en 1891''door Hamos enbachot, alsook âMinistère et Mélinitequot; door dezelfden.
142 DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EN DE ANARCHIE.
Wat hebt gij in 1871 gedaan, in den franscli-duitschen oorlog', die zooals ieder weet voor Frankrijk eindigde niet een oorlogsschatting van 5 milliard V Wie had belang bij de betaling dier som, zoo het niet de bourgeoisie ware, die gaarne alleen meesteres bleef om het land tot haar nut aan te wenden ? Doch op wie heeft men tot het betalen er van een wissel getrokken? Oji de arbeiders. Men heeft een leening gesloten, waarvan de aflossing gewaarborgd was door te heiïen belastingen, die dooide arbeiders alleen betaald moesten worden, omdat zij alleen werken en slechts arbeid rijkdom kan voortbrengen.
Bewonderen wij deze goochelarij; om de oorlogsschatting te betalen ten einde de Pruisen van de macht te verwijderen en zelve de belastingen in den zak te steken, moest de bourgeoisie geld leenen: maar aangezien dat geld in de zakken der hongerige arbeiders niet aanwezig was, konden slechts de bourgeois op de leening inschrijven, en leenden zij dus van zichzelf het benoo-digde geld. De werklieden moeten echter 99 jaar zwoegen om deze leening â kapitaal en rente â die nooit in hun zakken kwam, af te lossen. Ziedaar de vaderlandsliefde der bourgeoisie in al haar luister! â Laat men na dat alles komen ontkennen dat de deugd ooit wordt beloond!
XIII.
Het militairisme.
Het is onmogelijk te spreken van vaderland en vaderlandsliefde, zonder die afschmvelijke wondeplek der menschheid aan te roeren : liet militairisme.
Terwijl wij het begin der menschheid en den gang harer ontwikkeling bestudeerden, hebben wij gezien dat de stand der krijgslieden een der eersten was die zich vestigde en zijn gezag over de andere leden van den stam grondde. Later verdeelde de stand zichzelf iu hoofden en gewone krijgslieden, zooals een eerste stap voorwaarts de stam in krijgslieden en niet-krijgs-lieden gesplitst had, aangezien in het begin alle leden van den stam ten oorlog moesten wanneer dat noodig was.
Wij weten niet of de menschheid dezen vooruitgang regelmatig maakte; dat wil «eggen ot zij achtereenvolgens door de drie toestanden van jager, herder en landbouwer ging. Dat zij begonnen is met jacht en visscherij en het plukken van wilde planten en vruchten, is aan geen twijfel onderhevig. Wat betreft te weten of de menschen uit dezen toestand door het herders- en vervolgens het landbouwerstijdperk gegaan zijn, dit is niet zoo zeker.
DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EN DE ANARCHIE.
Wij gelooveu eer, dat die verschillende mauiereu om zich voedsel te verschaffen zich volgens de hulpbronnen van den godsdienst moesten verbinden. Een jagersvolk kon wel voortgaan met hoofdzakelijk van de jacht te leven, al had het het. middel gevonden om een of' andere voedingsplant te kweeken. voor men huisdieren had.
Maar hoe dit zij, het is zeker dat de krijgsliedenstand overwegend wist te blijven, en een goed deel der macht te bewaren, zelfs toen hij gedwongen was haar te verdeelen; en hij bleef de hechtste stenn voor hen die het erfden.
Voor zoover hij een besloten klasse gebleven is, die aanwierf in eigen boezem, oorlog voerde voor eigen rekening, leed de bevolking wel door de plundering waaraan de krijgsmansstand zich schuldig maakte, daar de man der wapenen zich niet ontzag bij den boer te nemen wat van zijn gading was, maar was eenmaal de schatting betaald en bevonden er zich in den omtrek geen troepen of versterkte kasteelen, dan kon de boer op eenig uitstel rekenen. In ieder geval werd hij niet gedwongen den schoonsten tijd van zijn leven op te offeren om de legers van zijn uitzuigers te versterken.
Toch kwam er een tijdstip, dat de heeren de boeren van hun eigendommen begonnen te wapenen in gevallen van dringende noodzakelijk. Daarna trok men door middel van een premie of door kunstgrepen hen aan, die men in het leger van den koning-wilde inlijven; maar de bourgeoisie wilde zich geheel van de zorg om zich te verdedigen bevrijden, ten laste van haar slaven. Zij volmaakte het stelsel, door de arbeiders te dwingen, een zekeren tijd van hun jeugd op te otteren, ter verdediging van hun meesters. Maar aangezien zij niet zonder gevaar hun de
144
HET MILITAIRISME. 145
wapenen in de handen kon geven en tot hen zeggen: âVerdedigt mij terwijl ik geniet,quot; vond zij de eeredienst van liet vaderland uit.
Met behulp van deze leugen kun de hourgeoisie zorgen, dat de arbeiders zoo langen tijd zonder overwegingen deze bloed-belasting verdraagden; met behulp van deze drogreden kon zij talrijke geslachten het krachtigste en gezondste tijdperk van hun jeugd ontrukken, hen zedelijk en lichamelijk ten onder laten gaan in de strafkoloniën genaamd kazernen, zonder dat iemand er aan dacht tegen te stribbelen en zich eraan te ont-irekken, zonder dat een stem zich verhief om na te vorschen met welk recht men de individuen kwam vragen zich gedurende eenigen tijd in automaten, dood-machines en kanonnenvleesch te veranderen.
En toch is er steeds geprotesteerd; desertie en weerspannig-iieid moesten gelijk met de instelling der staande legers geboren worden, maar die daden waren in het geheel niet overwogen; de deserteur of de weerspannige deed geen beroep op het stipt individueel recht, zij werden slechts voortgebracht door persoonlijken afkeer, die zelfs niet de moeite nam te ontleden.
Gaan wij verder. De protesten die gehoord werden â in de litteratuur â tegen oorlog en militairisme, waren slechts uitbarstingen van gevoelens, die niets of zeer weinig steunden op redeneerkunstige bewijsvoering, gegrond op de meuschelijke natuur en het individueel recht.
Het leger'. Het vaderland! Maar de bourgeoisie en de wierook-dragende letterkundigen, hadden zooveel lofspraak ter hunner eer laten hooren, hadden zooveel drogredenen en leugens in hun belang opgehoopt, dat zij er toe gekomen waren hun te zien
1-16 DE STERVEKDE MAATSCHAPPIJ EX DE AN ARCHIE,
met al de lioedanig-heden, waarmee zij hen versierd liaddeu, dat niemand het bestaan der genoemde hoedanigheden durfde In twijfel trekken: men veronderstelde inderdaad dat het leger de vergaderplaats van alle hoedanigheden en deugden was. Geen roman waarin men het beeld van den âonden dapperequot; niet ontmoet, het model van eerlijkheid en tronvv, verbonden aan zijn ouden generaal wiens oppasser hij geweest was, hem volgend in alle omstandigheden, hem helpend door de valstrikken, die onzichtbare vijanden hem spanden, en eindelijk zijn leven gevend om dat van zijn meester te redden, of wel â voor een verandering â de wees reddend en verbergend om hem op te voeden, er een held van te maken en hem de middelen te verschaffen o.n het vermogen, waarvan zijn familie hem beroofde, te heroveren.
Men moet zien hoe de dichters den moed der dappere krijgers verheerlijken ; militaire eer, toewijding, trouw, eerlijkheid waren hun geringste deugden. De bourgeoisie moest de groote misslag begaan, om alle individuen te dwingen een korteren of langeren tijd onder de wapenen door te brengen, eer men zag, dat onder het schitterend klatergoud waarmee het den schrijvers en dichters behaagd had het afgodsbeeld te bedekken, zich niets dan laagheid en bederf verborg. Meer dan al wat men zeggen kan, heeft dit tegen het militairisme uitgewerkt.
Zoolang de arbeiders de eenigen waren, die hun jeugd moesten opofferen om zich in de kazerne te verdierlijken, terwijl men in het openbaar slechts de tooneelmatige inrichting van het leger kende, den metaalglans, het tromgeroffel, het goud van de go-galonneerden, het vlaggewapper, het wapengekletter en alle andere vertooningen waarmee men het omringt als men het aan
HEI MILITAIRISME.
liet volk laat zien, â zoolang' droegen schrijvers en dichters in hun werken bij. tot het vergrooten der Imlde en logen zij mee ter verheerlijking van het monster.
Maar van af den dag dat zij zeiven de instelling van nabij moesten besludeeren, zich voor de verlagende tucht moesten buigen, de ruwheden en lompheden der gegalonneerden moesten verdragen â van af dien dag verdween de eerbied ; zij begonnen liet masker van de eerlooze af te rukken en om de deugden waarmee hun voorgangers zich tooiden te lachen. Toen begon de soldaat â en de officier â zijn intrede te doen in de wereld met zijn ware uiterlijk, dat is als een dronken beest, als een niet denkende machine.
Slechts als men eenigeu tijd in die hel heeft doorgebracht, kan men geheel begrijpen wat een man met een hart er lijdeu moet; men moet de uniform gedragen hebben om te weten hoeveel laagheid en stompzinnigheid er door verborgen wordt
Eenmaal ingeschreven, zijt gij geen mensch meer, maar etn .aan gehoorzaamheid gehouden automaat. Gij hebt een geweer in de handen, maar moet zonder feilen de lompheden van een gegalonneerde verdragen, die zijn slecht humeur of de damp van den door hem verzwolgen alcohol op u uitstort. Maak geen beweging, laat u geen woord ontvallen, want dat zoudt gij knnnen boeten met uw leven of met vele jaren van uw vrijheid. Overigens zal men zorgdragen u alle weken de strafwet voor te lezen, waarvan het refrein : dood! dood 1 u telkens in de ooren zal klinken, wanneer de geest van verzet in uw hersenen wakker wordt.
Maar wat u het meest verbittert, zijn de duizend eu een .beuzelingen van het beroep. En voor den hoogere, die dat wil.
147
DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EX DE ANARCHIE.
ot' die zonder dat te willen slechts een niet redeneerend dier is. komt vijftig maal per dag een gelegenheid om n op een fout te betrappen, en u al de kwellingen te doen ondergaan, waarin zijn domheid behagen heeft ze n op te leggen: op het appèl zijn een slecht vastgegespte riem, een knoop doffer dan de overigen, vergeten bretels, misdrijven, die gestraft worden met politiekamer en eindelooze inspectiën. Alles wordt onderzocht, tot zelfs uw ondergoed.
Op de chambrée is het weer anders. Daar wordt een niet loodrecht bed als een strafbaar iets beschouwd; âbedden vierkant als billardsquot; is een huiverige uitdrukking, die u ieder oogenblik in de ooren wordt geschreeuwd, en die goed bekend is aan allen, die in de kazerne geweest zijn. Evenzeer strafbaar is het wanneer voorwerpen slecht op de plank geplaatst zijn; maar het toppunt van kunst is u de zooien te laten poetsen van uw schoenen, die in voorraad hangen aan den muur, boven het hoofdeinde van het bed, waarbij men eischt dat de koppen der spijkers geen spoor van smeer vertoonen !
148
En de wapenschouwingen: Daar is geen einde aan. Zaterdags wapeninspektie. met immer dezelfde opmerkingen en scheldwoorden als: vuile soldaat, varken en andere aangename uitdrukkingen. Voor afwisseling hebt gij de reinheids-inspectie, waarbij uw kapitein zich verzekert of ge zindelijke armen en voeten hebt. Eens per maand komt nog het gezondheidsbezoek, waarbij men door den ..spekslagerquot; (geneesheer) van het regiment zeer intiem onderzocht wordt. Zijt gij fijngevoelig? Daar geeft men in het leger niet om ; uw kieschheid wordt vertreden onder den on-waardigen voet van hen die u bevelen.
Het leger is de school der gelijkheid, zeggen ons de loontrek
HET MILITAIRISME.
kende dienaren der bourgeoisie; de gelijkheid in verdierlijking, â¢dat stemmen wij toe, maar die gelijkheid verlangen wij niet.
Maar de wapenschouwingen gaau voort: alle 3 maanden of lgt; maanden â ik herinner het mij niet meer â komt een of ander intendant. Alle jaren een algemeene inspektie door den divisiechef.
In de week die voorafgaat worden de lokalen van de kazerne schoongemaakt. Om u verstrooiing te bezorgen hebt gij den eenen dag inspektie door deu sergeant van de week, den volgenden dag door den sektie-offlcier, den kapitein, den kommandant, den kolonel, tot in het oneindige.
Bij ieder van die wapenschouwingen moet gij uw goederen op het bed uitstallen: eerst een zakdoek â die godvruchtig voor deze gelegenheden bewaard blijft â die gij nauwgezet op het bed uitspreidt; hierop de borstels, onderbroek, een op een bepaalde wijze en in een zekere lengte opgerold hemd, een nachtmuts, een vetdoos, een naaldenkoker, gareu, schaar enz.
Opdat deze uitstalling in den vorm zij, vindt men in de chambrée een geïllustreerd plakkaat, dat men telkens moet raadplegen om goed te weten waar de borstel liggen moet of een andere even belangrijke zaak ; want men moet er wel zorg voor dragen ieder voorwerp op zijn plaats te leggen, daar gij anders â een storm van verwenschingen in uw ooren zult hooren suizen, uitgebraakt door eeu uwer hoogeren, die de onregelmatigheid opmerkte. Weet wel. dat de doodstraf niet streng genoeg zou zijn om zulk eeu nalatigheid te boeten! O schrik 1 welk een afgrijselijke gruweldaad: een fleschje poetsgoed geplaatst waar de borstel behoorde; Frankrijk zou te gronde gericht zijn indien de generaal dat bemerkte.
Wij hebben gesproken van het toppunt van kunst: maar het hoogste bereikt men door u de pooten van uw bed te laten poetsen. De smeer speelt in het leger een groote rol. Dit herinnert ons aan eeu zee-oflicier, die zijn mannen deed weten, dat
149
150
men dooi' overschot de levensmiddelen vermeerderen zon. Vanaf den volgenden dag zou hij hun .... schoensmeer en vet voor liet haar uitreiken!)
Bij de groote wapenschouwingen, waar een generaal het bevel voert, ontwaakt de slaafschheid der lagere en zelfs der hoogere officieren. Zoodra de generaal zich vertoont, ziet men die tegenover een armen duivel zoo aanmatigende officieren, zich klein maken en zich nederig achter den generaal scharen, die zich trotsch opricht, als hij niet ontzenuwd is door zijn levenswijze. En zijn woedende oogen verpletteren den ongelukkige, die prijsgegeven is aan een opmerking van den grooten overste! Verschrikkelijk! Alle officieren zijn in de war: bij een der manschappen ontbreekt een naald, of een heeft vergeten dat gisteren de veertien dagen om waren en zijn kapotjas links toegeknoopt terwijl het rechts moest zijn geweest. De kolonel stamelt van woede, de kommandant knarst van nijd de tanden, de kapitein is groen van schrik; alleen de korporaal zegt niets: hij weet dat allen, van af den sergeant, hem in het haar zullen zitten. Zijn zaak is duidelijk; op zijn tijd zal hij zich wreken op den schuldige.
â¢Â»
Van tijd tot tijd, wanneer er geen wapenschouwing in 't gezicht is, gewoonlijk Zaterdags na den middag, blaast men u bij elkander, opdat gij u niet zult vervelen. Dan moet ge op de plaats van de kazerne loopen en de steenen. die zich daar kunnen bevinden op hoopen leggen. Na een uur met dit aangenaam tijdverdrijf te hebben doorgebracht, gaat gij naar boven terug;
HET MILITAIRISME. 151
de steenhoopjes worden door de voorbijgangers van de week verspreid en den volgenden Zaterdag begint gij weder. Het militair handwerk biedt geestvolle verstrooiing.
En wanneer gij na zulke drukke dagen 's avonds behoefte gevoelt om met uw lotgenooten te spreken, is zulk een gesprek niet dienstig om u zedelijk te verheffen en u verheven gedachten in te boezemen. Gij bemerkt een groep waar men verbazend lacht; gij nadert in de meening geestige dingen te zullen hooren.... Het is een stompzinnige, die noch nieuwe, nóch met geest gezegde vuile praatjes herkauwt, öij wendt n af, doch geraakt in een andere troep verdierlijkten, die zich verheugen bij de herinnering aan de drinkgelagen die zij hielden, of bij de gedachte aan al wat zij zich kunnen verschaffen, wanneer zij eenige geldstukken van hun ouders zullen hebben ontvangen.
Dronkeumanspraat en liederlijke buitensporigheid; beproeft niet daaraan te ontkomen, want zij zullen u niet begrijpen. Buiten deze twee genietingen bestaat er niets meer ; verwondert u daarna, dat na drie jaren op die wijze te hebben doorgebi-acht, zooveel lieden de kazerne verlaten, die geschiktheid bezitten om politiedienaars te worden. Het leger is slechts een school voor zedenbederf; het kan slechts verraders, luiaards en dronkaards voortbrengen. Zeer klein is het aantal van hen, die dezen tijd van verdierlijking doorstaan, en zij bieden er niet zoo geheel weerstand aan, dat zij er niet langen tijd nog enkele sporen van behouden.
Ã! die beestachtige en verachtelijke tucht. Hoe verbrijzelt zij den mensch, hoe vergrnizelt zij zijn hersenen, vervormt zijn karakter en vernietigt zijn wil. Afschuwelijke machine ter verdierlijking, waaraan gij een jongmensch overgeeft, die niets
DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EX DE ANARCHIE.
liever wil, dan op te gaan in de neigingen naar het SoUoone en Ware, wiens geestkracht zich in den strijd van den dag zou kunnen ontwikkelen, wiens verstand zich zou kunnen verbreeden onder den drang der reeds verkregen kennis en de behoefte nog meer te weten. De tucht zet hem een looden helm op, die hein dag aan dag de hersenen beklemt, het kloppen van zijn hart vermindert. Na hem gedurende den diensttijd te hebben vergruisd onder de tallooze raderwerken van haar heerschappij, geeft zij een vormelooze lap terug, indien zij hem niet geheel heeft verslonden.
Wij hebben nu gezien, wreede bourgeois, dat het vaderland, waarvan gij ons tot verdedigers maken wilt slechts de organisatie van uw voorrechten is; dat militairisme, waarvan gij verzekert, dat het een plicht is, waarnaar allen zich moeten schikken, is slechts voor uw eigen verdediging ingesteld, waarvan gij het gewicht op hen, tegen wie het gericht is, laat neerkomen, eu op de koop toe verschaft gij u de gelegenheid, alle rangen, eer en traktementen te laten voor diegenen der uwen, die ongeschikt zijn om andere, aanzienlijker functien te vervullen. Die rangen en traktementen dienen tegelijkertijd als lokaas voor de ongezonde eerzucht van hen, die de opzichters van uw galeislaven willen zijn.
Wat geeft gij om uw vaderland, uw grenzen en uw willekeurige verdeeling in volkeren ? Uw vaderland ontgint ons, uw grenzen verstikken ons, uw nationaliteiten zijn ons vreemd. Wij zijn menschen, burgers van het heelal; alle menschen zijn onze broeders: onze eenige vijanden zijn onze meesters, die ons ten eigen bate aanwenden, ons verhinderen om ons vrij te bewegen.
152
HET W1LLTAIRISME. 153
ons te ontwikkelen in alle volheid onzer krachten. Wij willen niet meer als speelgoed dienen, wij willen niet langer de verdedigers van uw voorrechten zijn, wij willen ons de onteerende kleeding- van uw militairisme niet meer laten opdringen, en haten het verdierlijkend juk uwer tucht. Wij willen het hoofd niet meer huigen: wij willen vrij zijn.
En gij, arme duivels, die bestemd zijt te vallen onder den slag van de bloedwet, en die in de kranten het verhaal leest van de onrechtvaardigheden, die alle dagen in naam der tucht bedreven worden: gij, die van tijd tot tijd de laagheden hoort vertellen, waarvan lieden slachtoffers worden, die dom genoeg waren om zich te laten aanwerven; zult gij niet overdenken welk leven u in de kazerne wacht V En gij allen, die tot op het oogenblik het soldatenleven uiet anders zaagt dan door den wierookwalm, waarmee de dichters het omgeven, begrijpt gij allen de schelmstukken dezer bourgeois-schrijversV In alle toonaarden verheerlijkten zij de militaire deugden!, de krijgsmanseer I, en het gewicht van het leger! Gaat, arme duivels, die uit hoofde van het woord .vaderland'' of krachtens de vrees voor den krijgsraad, de schoonste jaren van uw jeugd zult verkwijnen in de scholen van bederf, die men kazernen noemt, (raat en kent het lot dat u wacht.
Wanneer gij uw diensttijd zonder ongelukken voleindigen wilt, laat dan ieder gevoel van eigenwaarde in uw burgerpakje achter; dringt iedere neiging tot vrijheid terug in iiet diepst van uw hart; militaire eer en deugden eischen dat gij niets dan moordmachines zijt, niets dan volgzame redelooze dieren. Want indien gij onhandig genoeg waart om op den bodem van uw hart.
DE STERVENDE VAATSCHiPPU EX DE AXASC1IIE.
onder nw livrei, het minste spoor van tierheid te bewaren, kon dat u noodlottig zijn.
Wanneer het een dronken krijgsman behaagt u te beleedigen» en hij heeft strepen op de mouw, verberg dan vooral de trekkingen, die, ondanks uw wil, uw spieren in beweging brengen. Breng de hand, die gij oplicht om hem op het aangezicht van den beleediger te doen neerkomen, ter hoogte van uw slapen en salueer op militaire wijze. Wanneer gij den mond opent om te antwoorden op de beleediging of bedreiging, slnit hem dan slechts om te zeggen: ^Ge hebt gelijkquot;. En dan nog kan een beweging, een woord, het minste teeken van ontroering, worden aangezien voor bespotting eu n een straf op den hals halen wegens gebrek aan eerbied voor nw meerderen. Welke de beleediging ook zij, men moet zich verzetten tegen de woede, die tot tegenwerken zou kunnen voeren; men moet ongevoelig, kalm, werkeloos zijn! De hand in de positie, de hakken tegen elkander Zoo is het goed. Gij blijft gevoelloos voor hoon? Gij feilt niet ? â Meen. â Dan is het goed; nu zijt gij goede soldaten. Dat eischt het vaderland van zijn verdedigers.
Maar, zult gij zeggen, wanneer het ons onmogelijk is kalm te blijven? Wanneer, ondanks onzen wil, het bloed ons naar het hoofd stijgt?
Welnu, dan is er maar één middel. En dat is, nooit de voeten in die strafkolonie te zetten, waar gij slechts verlaagd, ver-
154
HET .MILITAIRISME.
dierlijkt en bedorven uit komt. Wanneer gij raenschen wilt zijn. wordt dan geen soldaten; wanneer gij u niet vernederen wilt, trekt dan de uniform niet aan. Maar toch. als gij de onvoorzichtigheid hebt begaan dat wel te doen en gij u eenmaal in de omstandigheid bevindt, van uw verontwaardiging niet te kunnen
bedwingen.....beleedigt of slaat uw superieuren dan niet.
....... Want wanneer ge hen villen zoudt, werd het u
niet zwaarder aangerekend.
155
XIV.
De Kolonisatie.
De kolonisatie neemt in onzen tijd te hooge vlucht om dit bastaardprodukt van vaderlandsliefde en handelsgeest niet in dit boek afzonderlijk te behandelen. Het is roof en diefstal niet de gewapende hand, ten voordeele der regeerders.
Iemand dringt bij zijn buurman binnen, breekt alles wat hem in de handen valt en neemt mee wat van zijn gading is. Dat is een misdadiger; de âmaatschappijquot; veroordeelt hem. Maar dat een regeering, die door een inwendigen toestand gedwongen wordt een afleiding naar buiten te vormen, die niet weet hoe zich te ontdoen van de werkelooze handen en van de overvloedige produkten; dat zulk een regeering den oorlog gaat verklaren aan verwijderde volksstammen, waarvan zij weet dat zij te zwak zijn om weerstand te bieden: dat zij zich meester maakt van hun land, ze onderwerpt aan een geheel uitzuigings-stelsel en hen vermoordt als zij zich daaraan willen onttrekken, oI dat is moreel! Van af het oogenblik dat men in het groot handelt, verdient dat de goedkeuring der eerlijke lieden. Dat heet geen diefstal of moord meer, er is een eerzaam woord
;
DE KOLOXISATIE.
om de eerlooze daden te bedekken, die de maatschappij bedrijft; dat noemt men âde achterlijke volkeren beschaven!quot;
*
S %
Eu men spreke niet van overdrijving! Ken volk wordt geen koloniale mogendheid genoemd, wanneer het niet uit een landstreek de grootst mogelijke hoeveelheid voortbrengselen weet te trekken. Engeland is dus een koloniale mogendheid, want het weet te zorgen dat zijn koloniën het welzijn opleveren van de lieden die het er heenzendt, en weet de belastingen waarmee die getroffen worden in zijn koffers te krijgen. In Indië bijv. vormen de lieden die men er heenzendt onmetelijke kapitalen; het is waar, het land wordt van tijd tot tijd door een ontzet-tenden hongersnood geteisterd, die tal van menschen wegrukt, maar wat deren die kleinigheden, wanneer John Bdll er zijn produkten verkoopen kan en er voor zijn welzijn vandaan halen wat de bodem in Groot-Brittanje niet oplevert? Dat zijn de weldaden der beschaving.
Ln Frankrijk is het anders, men koloniseert niet. O ! weest er zeker van, dat wil niet zeggen, dat men er minder roover is, dat de overheerschte volksstammen minder worden geëxploiteerd: neen, men is slechts minder âpraktischquot;. In plaats van die volkeren te bestudeeren, levert men ze aan de grillen van de sabel over, en onderwerpt ze aan het stelsel van het âmoederlandquot;. Indien de lieden zich daarin niet kunnen schikken, zooveel te erger voor hen, want dan verdwijnen zij langzamerhand ouder den verzwakkenden invloed van een administratie aan welke zij niet gewoon waren â wat deert dat? Wanneer zij in opstand komen, zal men ze opjagen, ze vervolgen als hazen. Plundering is dan geoorloofd, liet wilde dier, dat men onder den naam van soldaat opvoedt en onderhoudt, wordt dan tegen
157
158 DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ Ei' DE ANARCHIE.
volkeren, die zicli niet kunnen verdedigen, losgelaten; zij zien zich overgeleverd aan al de geweldenarij die deze ontketende woestelingen kunnen uitoefenen: vrouwen worden verkracht, kinderen geworgd, dorpen aan de vlammen prijsgegeven, ge-heele bevolkingen verjaagd naar streken, waar zij niet vinden hetgeen zij noodig hebben en zoodoende op noodlottige wijze van ellende omkomen. Dat is niets, laat gaan, het is een beschaafde natie, die beschaving brengt aan de wilden'.
Zeker, als wij goed hetgeen dagelijks rondom ons gebeurt â¢onderzoeken, heeft dit alles niets onredelijks of ongewoons; het is de zaak der tegenwoordige organisatie: er is niets verwonderlijks in dat de groote wapenfeiten de instemming en goedkeuring wegdragen van de bourgeoisie. Deze toch heeft belang bij lt;le zeeroovers, die hen tot voorwendsel dienen om staande legers te onderhonden. Die legers kunnen als uitweg dienen aan een geheele schaar idioten en nietsnutters, die de bourgeoisie in den weg zonden zitten, en die met eenige meters galons haar meest verwoede verdedigers worden. Die veroveringen maken een massa flnantiëele knoeierijen mogelijk, door middel van welke men verdachte ondernemingen aanving en de aan het overwonnen volk ontstolen gronden zich toeeigende. Die oorlogen veroorzaakten den dood van liet teveel der arbeiders, dat hun hinderde. En daar het nieuwe land een .administratiequot; noodig had, was er weer een nieuwe uitweg voor een geheel leger van opvreters en eerzuchtigen, die aldus aan de zegekar der bourgeoisie hecht verbonden worden, terwijl zij haar anders konden stuiten op haar weg.
Verder kan zij het te exploiteeren volk onder den arbeid zich laten krommen, terwijl zij het haar voortbrengselen kan
159
opdringen, en liet vennoorden zonder dat zij er iemand rekenschap van behoeft te geven. Met deze voordeelen voor zich, behoeft de bourgeoisie dus niet aarzelen, en de transche bourgeoisie begreep dit zoo goed, dat zij zich met alle kracht in koloniale ondernemingen wierp.
Maar het verwondert ons, dat er nog arbeiders aangetroffen worden, die deze laagheden goedkeuren, en zonder een teeken van tegenzin de hand leenen voor deze dierlijkheid, niet begrijpend dat het een schreeuwende onrechtvaardigheid is, een volk iu zijn eigen land te gaan uitmoorden om het te dwingen tot een leven, dat het zijne niet is. O! wij kennen de klaargemaakte antwoorden, die men gewoonlijk ten beste geeft, wanneer iemand lucht geeft aan zijn verontwaardiging over te schrikkelijke feiten: âZij zijn in opstand gekomen, zij hebben lieden van ons gedood, wij kunnen dat niet dulden. . . . Het zijn wilden die beschaafd moeten worden. ... De belangen van den handel eischen het. ... Ja, misschien had men ongelijk met bij hen te gaan, maar de koloniën hebben ons te veel menschenlevens en te groote sommen gelds gekost om ze op te geven, enz. enz.quot;
..Zij zijn in opstand gekomen, zij hebben lieden van ons gedood'', welnu, verder'r AVat zocht men bij hen? Waarom liet men hen niet rustig? Kwamen zij ons iets vragen? Men wilde hun wetten opleggen, die zij niet wilden aannemen, zij zijn in opstand gekomen, en deden daaraan goed ; zooveel te erger voor hen die in den strijd omkwamen, zij hadden de hand maar niet moeten leenen voor die laagheden.
âHet zijn wilden die beschaafd moeten worden.quot; Men leze de geschiedenis van de veroveringen en zegge daarna, wie de meest wilde zijn, zij die men zoo noemt of de ..beschaafdenquot;. Wie hebben het meest noodig .beschaafdquot; te worden, de veroveraars of de weerlooze volksstammen, die in de meeste gevallen de overweldigers met* open armen ontvingen, en tot loon
160 DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EX DE ANARCHIE.
voor hun goedheid werden gepijnigd en Iinn aantal gedund? Leest de geschiedenis van de veroveringen in Amerika door Spanje, in Indië door Engeland, in Afrika. Cochin-China en Tonkin door Frankrijk, en komt dan snoeven op de beschaving!
Hen zal in de geschiedenis niets vinden dan ..groote dadenquot;, die door linn helang een spoor achterlieten: maar als gij neen voorstelling moest maken van al de ..kleine dadenquot;, waaruit de groote samengesteld zijn, en die onopgemerkt voorbijgaan, indien gij al de schande moest aan het daglicht brengen, die in het indrukwekkend geheel der hoofdfeiten verdwijnt, wat zou het dan zijn? Dan zoudt ge voor die verschrikkingen terugdeinzen.
De schrijver van dit boek heeft eenigen tijd bij de marine doorgebracht, en daar een menigte tooneelen hooren verhalen, die bewijzen dat de soldaat, die in het veroverd land aankomt, zich er inderdaad geheel als de meester beschouwt: de inwoners zijn lastdieren, die hij naar welbehagen zich kan laten bewegen: hij heeft het recht ieder voorwerp te nemen dat hem aanstaat, en wee den inboorling, die hem zou willen weerstreven, hij zal ervaren dat de wet van de sabel de eenige wet is; de instelling, die den eigendom in Europa verdedigt, erkent hem niet onder een anderen breedtegraad. De soldaat wordt in dat alles door de officieren aangemoedigd, die als voorbeeld dienen, en door de administratie, die hem den knuppel in de hand geefr om de inboorlingen te bewaken, die voor den arbeid gebruikt worden.
Tal van terugstootende feiten worden daar op kinderlijke wijze, als zeer natuurlijke zaken, verhaald, en wanneer gij bij toeval â wanneer de inboorling is opgestaan en hem of hen.
UE KOLONISATIE.
ilie hem verdrnkte, doodde â zegt dat hij goed deed, wordt die uitdrukking met kreten van ontsteltenis ontvangen: \\ratV Daar wij toch de meesters zijn, daar men ons beveelt, moeten wij tocli zorgen dat wij gehoorzaamd worden; als men ze hun gang liet gaan maakten zij voortdurend opstand en joegen ons weg. Na zooveel geld en menschenlevens verspild te hebben, zou Frankrijk liet land verliezen en dan geen koloniën meer hebben!
Ziedaar waartoe de militaire tucht en verdierl ijking het verstand der arbeiders brengen; ze lijden onder dezelfde onrechtvaardigheden en dezeltde oneer, die zij helpen op anderen te doen drukken. Eu toch gevoelen zij het schandelijke van hun gedrag niet; zij dienen onbewust als werktuigen van het despotisme en zijn nog trotsch op hun rol, waarvan zij al de laagheid niet kunnen begrijpen.
Wat de behoeften van den handel betreft, dat is de ware beweegreden; de heeren bourgeois zaten in de war met de pro-dukten, die zij niet wisten van de hand te doen en vonden niets beters dan dien armen duivels den oorlog te verklaren, om aan hen hun produkten te slijten. Zeker, het zou gemakkelijk zijn, zich met hen te verstaan, men zou ruilhandel kunnen drijven, zonder erg te geven om de werkelijke waarde der voorwerpen. Die lieden kenden geen andere waarde dan die, welke bepaald wordt naar de aantrekkelijkheid voor het oog, en het zou gemakkelijk zijn mooie winsten te behalen. Was het zoo niet, vóór men het zwarte werelddeel binnendrong? Stond men niet door bemiddeling der kustbewoners in betrekking tot de volksstammen uit liet binnenland? Ontleende men er toen niet reeds de voortbrengselen aan, die daar heden nog worden uitgevoerd ?
162 DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ ES PE ANARCHIE.
Ja, dat is mogelijk, dat was, maar wat duivelom zoo te Uaudelen is tijd en geduld noodig, men kan zijn zaken niet in liet groot doen en men moet rekenschap houden met ie concurrentie. âDe handel moet beschermd worden!quot; Men weet wat dit beteekent: snel, twee of drie pantserschepen er heen, een half dozijn kanonneerbooten, een korps landingstroepen, en de beschaving gaat haar werk doen! Wij namen een sterke, krachtige, gezonde bevolking, en over 40 of 50 jaar zal het eenarin-bloedige, verdierlijkte, ellendige, bedorven troep zijn, die bestemd is om spoedig van de oppervlakte van den aardbol te verdwijnen. Dan is de taak der beschavende natie volbracht
Indien men twijfelen moge aan de waarheid van onze beweringen, neme men de verhalen der reizigers en leze men de beschrijving van de landen waar de Europeanen zich door het recht der verovering vestigden. Overal verminderde en verdween de bevolking, overal maaiden dronkenschap, syphilis en andere uit Europa ingevoerde fraaiigheden de menschen weg, en vermagerden de overlevenden. En kan het anders zijn ï Zekerlijk neen, wanneer wij de middelen, die meu gebruikt, in oogenschouw nemen. Wij zien daar menschen, die een andere levenswijze volgden dan wij, die anderen aanleg en andere behoeften hadden: in plaats dat men nu trachtte dien aanleg en die behoeften te bestudeeren, hen langzamerhand, onmerkbaar aan onze beschaving te passen, en niet van hen te eischen, dat zij meer van die beschaving zouden nemen dan zij kunnen verwerken, heeft men hen plotseling zich er naar willen laten schikken. Men heeft alles gebroken: niet alleen waren zij weerspannig, maar de proefneming werd hun noodlottig.
Hoe schoon had de rol van den zoogenaamd beschaafden
DE KOLONISATIE. 163
inensch kunnen zijn, indien hij liet had willen begrijpen, en indien hijzelf riet geteisterd was geweest door die dnliliele pest: de regeering en den handelsgeest, die twee afgrijselijke wonden waarvan hij moest zorgen zich te benijden alvorens anderen te willen beschaven.
Ue opvoeding der achterlijke volkeren zou op vredelievende wijze kunnen geschieden, en tot den beschaving kunnen leiden van de nieuwe elementen, die door zich te schikken het geheel nieuw leven zouden kunnen inblazen. Men spreke ons niet van de dubbelhartigheid en wreedheid der barbaren! Wij behoeven slechts de verhalen te lezen van die werkelijk moedige mannen, die zich te midden van onbekende volksstammen begaven, voortgestuwd slechts door het ideaal der wetenschap en het verlangen te leeren kennen. Zij konden die lieden tot hun vrienden maken, en zonder iets te vreezen te hebben bij hen verkeeren: de dubbelhartigheid en wreedheid vindt zijn oorzaak alleen in die ellendige handelsmannen, die zich valschelijk met den naam van reizigers tooiden, doch in hun reizen niets zagen dan een niet te verwerpen voordeel ten gunste van handel en politiek. Die laatstgenoemden wekten de verbittering dier volksstammen tegen de blanken op, door hen in den ruilhandel te bedriegen, op zich genomen verplichtingen niet na te komen, en hen uit te moorden in geval van nood, wanneer zij dit straffeloos konden doen.
Vooruit, vooruit, handels-philantropen: vooruit beschavers met den sabel, steekt van wal met uw woordenreeks tot verheerlijking van de weldaden der beschaving. Wat gij zoo noemt, wat gij onder den naam van âkolonisatiequot; vermomt, heeft in uw wetboek een volkomen omschreven naam, hoewel die wet het maaksel is van eenige lage persoonlijkheden. Men noemt dat
164 de stervende maatschappij ex de anarchie.
âPlundering en moord door gewapende bendenquot;, maar de beschaving heeft niets uitstaande met uw straatrooverspraktijken.
De regeerende klasse heeft nieuwe uitwegen voor voortbreng, selen noodig en nieuwe volken om te exploiteeren. Daarvoor zendt zij haar dienaren uit om onbekende landstreken te zoeken, waar kantoren kunnen worden opgericht, die deze landen aan haar onbeperkte nitbuiterij overleveren. Eerst vangt zij aan met op handeldrijvende wijze te exploiteeren, om te eindigen met uitzuigerij op alle manieren, wanneer zij die volksstammen onder haar bescherming gebracht heeft. De regeering heeft uu-metelijke landstreken noodig, die zij langzamerhand zich toeeigent en ontvolkt, want zij heeft veel plaats noodig om het teveel der bevolking, dat haar hinderlijk is, over uit te storten.
Komaan, regeerders en beschavers, wat hebt gij met de volkeren die Amerika bewoonden gedaan ? Zij zijn verdwenen, dag-aan dag gedund door het verraad. Het jachtgebied, dat gij bun moest toestaan, ontrukt gij hun langzamerhand, niettegenstaande de gezworen trouw. Wat deed gij met de bewoners van Australië, die door reizigers allen ons worden voorgesteld als sterke en krachtige volksstammen, en die thans verdwijnen onder nw overheersching ?
Gij zijt beschaversV Maar met den gang uwer beschaving, zoudt gij â indien de arbeiders in den strijd tegen u ondergaan â niet dralen eveneens te bezwijken ouder uw vadsigheid en luiheid, zooals de grieksche en romeinsche beschaving vielen, toen zij op het toppunt van weelde en nitbuiterij gekomen waren, en allen aanleg tot strijd verloren hadden, om slechts dien tot genieten over te houden. Die beschaving ging te niet, meer onder het gewicht vüu haar uitspatting dan door de barbaren,
DE KOLONISATIE. llt;)-gt;
die er toe kwamen deel te nemen aan dien strijd, in de volheid hunner krachten, en die met weinig moeite deze beschaving- in ontbinding' konden doen overgaan.
Waar gij u tot taak hebt gesteld, de zooals wij later zullen aaiitooneu, niet lagere maar slechts achterlijke rassen uit te roeien, bedoelt gij evenzeer de door u insgelijks lager genoemde arbeidersklasse te vernietigen. Gij tracht dag aan dag de arbeiders uit de werkplaats te verdrijven eu hen te vervangen door machines. Uw zegepraal zal het einde der menschheid zijn; want door langzamerhand de eigenschappen, die gij ten behoeve van den strijd hebt verworven, te verliezen, zult gij tot de meest oorspronkelijke voorvaderlijke vormen terngkeeren, en zal de menschheid weldra geen ander ideaal meer hebben, dan dat van een vereeniging van voedsel tot zich nemende zakken, die een volk van machines gebieden en gediend worden door automaten; individuen die niets menschelijks hebben dan den naam.
XV
Er zijn geen lagere rassen.
Het vraagstuk der kolonisatie plaatst onmiddellijk dat der zoogenaamd lagere rassen op den voorgrond. Heeft men als gevolgtrekking van deze zoogenaamde minderheid, de handelwijze der blanken, die de verdwijning der veroverde volkeren meebracht, niet willen rechtvaardigen?
Is het overigens niet hetzelfde argnment, dat men steeds tegen den arbeider gebruikt, om de uitbuiterij te rechtvaardigen waarvan hij het slachtoffer is? Noemde men ook de werklieden niet de âmindere klasse'? Is de werkman voor den kapitalist, en zelfs voor zekere geleerden, geen lastdier, welks eenige rol bestaat in het scheppen van het welzijn der uitverkorenenquot; en in het voortbrengen van andere lastdieren, die op hun beurt het genot zullen bewerken van de nakomelingschap der uitverkorenen, en zoo vervolgens?
Toch gelooven wij arbeiders niet, dat wij onder wie ook staan, wij gelooven dat onze hersenen evengoed geschikt zijn om zich te ontwikkelen als die van onze uitzuigers, indien wij de middelen en den tijd slechts bezaten. Waarom zou het met de zoogenaamd mindere rassen niet evenzoo gesteld zijn ?
ER Z1.TX GEES I,AGERE RASSEN.
Indien ei sleolits mannen van de politiek waren om de minderheid der rassen te verzekeren, zou het geheel en al onnoodig zijn te beproeven ze te weerleggen; in de werkelijkheid bekommeren zij zich er zeer weinig om, of hun bewering bewezen of weersproken wordt, het is slechts een voorwendsel : wanneer de valschheid er van wordt aangetoond, zouden zij zonder dralen iets anders vinden. Maar sommige geleerden wilden de medewerking der wetenschap aan deze theorie verzekeren, en bewijzen dat liet blanke ras het eenige hoogere was. Er was een tijd, dat de mensch zich het middelpunt van liet heelal waande; niet slechts dacht hij dat de zon en de andere hemellichamen om de aarde draaiden, maar liij beweerde ook, dat die allen slechts ten dienste van zijn persoon gemaakt waren. Hen noemde dat het anthropocentrisch stelsel.
Er zijn vele eenwen van studie voor noodig geweest, om den mensch zijn hoogmoedige hersenschimmen te ontrukken, en hem te laten begrijpen welk een geringe plaats hij in de natuur inneemt. Maar deze denkbeelden van overheersehing zijn zoo sterk en hardnekkig, en de mensch verloochent ze zoo moeilijk, dat hij na den scepter te hebben verloren, die hij zich over de sterren aanmatigde, plotseling omsloeg tot de bewering, dat de aarde, het land en het water, met alle producten, alleen bestond om hem als bakermat te dienen, hem, den koning der schepping.
Alweder werd hij van dit nagemaakte koningschap beroofd, door de wetenschap, die hem aantoont, dat hij slechts het gevolg van een ontwikkeling, de slotsom van een samenloop van toevallige omstandigheden is, dat in zijn ontluiking niets voorbedachts is en dat men bijgevolg niets kon scheppen met het oog op zijn komst, die men uiet verwachtte. Pe heerschzuch-tige aard van den mensch kon niet besluiten de feiten aan te nemen zooals zij zijn en zich ais een indringer te beschouwen,
167
de stervende maatschappij ex he axarchie.
hij liield zich bij slot van rekening vast f.an liet denkbeeld der hoogere rassen, en zooals vanzelf spreekt, ieder ras beschouwt zich als het verstandigste, schoonste en volmaaktste. Uit hoofde van deze verzekering doet het blanke ras alle anderen te niet: op deze afzondering beproeven de geleerden lum verzekering te bonwen.
De geleerden hebben daarenboven hnn zienswijze beproefd te rechtvaardigen door op de volgende drie punten te steunen: lo. De ouderdom der lagere rassen wordt door de geheele geleerde wereld aangenomen gelijk te staan met die van liet blanke ras; de stilstand van het eene, terwijl het andere is vooruitgegaan, bewijst bijgevolg de absolute minderheid;
2o. De achterlijke volkeren bewonen gewoonlijk de meest begunstigde luchtstreken, hetwelk bad moeten bijdragen om hun ontwikkeling te bespoedigen;
168
3o. De wilde kinderen, die men op Europeesche wijze heeft willen opvoeden, hebben in geenen deele aan de verwachtingen hunner opvoeders beantwoord. Men noemt als voorbeeld de ophoopingen van wilden in dorpen besloten, die gebleven zijn wat zij voor twee honderd jaar waren, en de negerrepubliek Haïti met haar doellooze omwentelingen.
Jlen behoeft niet ver in de geschiedenis terug te gaan om te erkennen dat de algemeene instemming niet altijd een bewijs is. Tot op het tijdstip, toen Galileï bewees dat de aarde om de zon draaide, werd bijna algemeen aangenomen, dat de zon om de aarde draaide. De algemeene instemming bewijst dus niets, indien zij niet gesteund wordt door feiten, â en nog schenen in de bovengenoemde gevallen schijnbare feiten de valsche
EU ZUX CEF.X T.\GERE EASSF.X. 169
meeniug' te steunen. Versterken feiten de meening aangaande den gelijken ouderdom der rassen V
Op de Egyptische gedenkteekenen heeft men de nabootsing gevonden van zekere afrikaansclie typen, die in onzen tijd nog bestaan, hetgeen inderdaad een betrekkelijke!! ouderdom zou bewijzen: liet is eveneens bewezen, dat die vroeger aan de Egyptonaren onderworpen volksstammen niet schijnen te zijn vooruitgegaan. Op het eerste gezicht is men geneigd de predikers van de minderheid der rassen gelijk te geven, maar een dieper onderzoek toont ons dat deze gevolgtrekking te haastig zon zijn.
Inderdaad wordt de ouderdom dor Egyptische gedenkteekenen op 8000 jaar geschat, zeggen wij in ronde cijfers 10000. In tien duizend jaren gaven die volksstammen dus geen blijk van vooruitgang. terwijl het blanke ras den weg volgde, dien men kent.
Op het tijdstip echter toen deze monumenten zich verhieven, bezat Egypte reeds een zeer vergevorderde beschaving: onmetelijk was reeds het verschil tusscheu die achterlijke volksstammen en de bouwers dier tempels. De Egyptenaren hadden de vóórhistorische periode doorloopen. die men gelijkstelt met hon-derde duizendtallen van jaren.
Zeer langzaam moet de eerste vooruitgang van den quater-nairen mensch zijn geweest, en de opvoedingsperiode is nog langer wanneer men het bestaan van den mensch in het tertiaire tijdvak aanneemt.
De 10000 jaren stilstand van de bedoelde volksstammen be-teekenen dus zeer weinig in de ontwikkelingsgeschiedenis der menschheid, en het is waarschijnlijk, dat de oorspronkelijke Egyptenaar 10000 jaar nadat hij den eersten steen leerde houwen, nog geen enkele voor den waarnemer op te merken
1)E STERVENDE MAATSCHAPPIJ EX IIK ANARCHIE.
verbetering kon aanbieden, en dat hij evenzeer als tot een in den grond lager ras scheen te behooren.
Van de andere zijde zijn de Egyptenaren, die zulk een vooruitgang maakten, zooals linu wetenschappen en monumenten doen blijken, zelfs geen blanken, en ditzelfde volk, dat men onder de ..hoogerequot; rassen der oudheid rangschikt, is tegenwoordig ingedeeld bij de ..lagerequot; rassen ! De Engelsche over-heerschers toonen hnn dat goed. Welk een samenliooping van tegenspraak ! Ten behoeve der redetwisten zijn de Egyptenaren beurtelings het een of het ander: âhoogerquot; of ..lagerquot;.
De schedels en kakebeenen, die men hier en daar opdeltt, en die tot een ver tijdstip opklimmen, vertoonen zooveel aan de apen eigen kenteekenen, dat de anthropologeu, die hen bestudeerden, zich afvroegen of men de eigenaars ervan onder de voorouders van den menscli of onder die van de groote op den mensch gelijkende apen moest rangschikken. Zijn wij tegenover zulk een bescheiden afkomst wel gerechtigd, ons de bloem der schepping te noemen?
En volgens welk recht spreken wij van de minderheid van andere rassen, terwijl hun tegenwoordige toestand ontstaat uit onze barbaarsche vervolgingen ? De tegenwoordige minderheid van de Roodhuiden bewijst niets; want men kan de beschaving die daar voorheen ontlook niet loochenen. Tijdens de veroveringen door de Europeanen werd die beschaving vernietigd door de overweldigers, en de afstammelingen werden opgejaagd, geplunderd en vermoord; langzamerhand moesten zij wijken voor den overwinnaar.
Die beschavingen in vollen bloei verdwenen, zonder dat men wist, wat zij hadden kunnen geven: men kan er niet over oor-
170
ek zijx geex lagere hassen. 171
deelen naar de verdierlijkte en ontaarde inboorlingen, die de Vereenigde Staten bezig zijn te doen verdwijnen.
Ik zal liet keizerrijk Mexico niet als voorbeeld aanhalen, noch het rijk der Incas; bij de komst der Spanjaarden waren zij reeds geheel in verval. Om die reden konden zij zelfs geen weerstand bieden. De Hurons en Irokeezen verdedigden zich met grootere geestkracht dan de Azteken en Peruvianen.
Men zon kunnen denken, dat er nog eeu laatste middel zou overblijven, om den gelijken ouderdom der rassen te bewijzen, namelijk door onderzoekingen te doen in de nog niet onderzochte terreinen en den ouderdom van de daar ongetwijfeld te vinden skeletten te vergelijken. Doch dit middel is denkbeeldig: er is geen mogelijkheid om de nauwkeurige overeenstemming in de vorming van den bodem op verschillende plaatsen van den aardbol vast te stellen. Hoe zou men dau de volkomen overeenstemming kunnen bewijzen tusschen de onder verschillende luchtstreken ontdekte overblijfselen ?
De vraag naar den gelijken ouderdom der rassen is bijgevolg' een onoplosbare, die geen waarde heeft ter oplossing van het probleem der gelijkheid. Heeft zij eenig belang voor hen die iederen vooruitgang afleiden van den onophoudelijk afwisselenden invloed der omgeving ?
.,De achterlijkste volkeren bewonen gewoonlijk de meest begunstigde landenquot;, verzekerde Prof, G-. Hehvé, een der aanhangers van de theorie der mindere rassen, in een cursus van
DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EX DE ANARCHIE.
dierkundige anthropologie 1), aan de antliropologisclie school (te Parijs).
Die verzekering vereischt bewijs! Geldt zij voor de Eskimo's 'r Of voor de bewoners van Vuurland V Of voor de van alle huisdieren verstoken Eoodlmideny Of voor de negers die in het moerasgebied van den Nijl of in de eindelooze wouden van den Congo wonen V Of voor de bewoners van de Siberische steppen en de uitgestrekte woestenijen zonder water van Kalahari Â¥ Men moet de waarheid niet zoo verdraaien. En dan blijft de groote vraag nog op te lossen, welke de âmeest begunstigde landenquot; ziju. Die welke den arbeid opwekken, of die welke dien niet aanmoedigen ï
172
Overigens kan deze verzekering zich evengoed tegen de zienswijze keeren, die zij gerekend wordt te verdedigen. Zijn sommige volksstammen niet juist op hun oude standpunt blijven staan, doordat zij gemakkelijk konden bestaan ? Door zonder te werken in hun behoeften te kunnen voorzien, was het vaak mogelijk dat in de menschen niet die bekwaamheden wakker werden, die thans bleven ingesluimerd, terwijl bij andere volksstammen, die gedwongen waren dag aan dag hun leeftocht aan den bodem te ontrukken, enkelen er toe kwamen vermogens te ontwikkelen, waardoor weer anderen op hun beurt ontwaakten en zij zoodoende op den weg der vooruitgang gevoerd werden.
Vervólgens dienen wij de aandacht te vestigen op de pogingen tot beschaving, die men beproefde op sommige Afrikaansche stammen, op wilde koloniën, die men voorgaf zich te laten ontwik-
1) Kennis van den mensch.
EU ZIJX GEEX LAGERE RASSEX. ! 7.)
kelen in aan hen afgestane dorpen. Het is mogelijk, dat er voorbeelden van vrnolitelooze pogingen tot beschaving bestaan, maar dat zou niets bewijzen voor het geheel, waar het er op aankomt te weten onder welke omstandigheden men die pogingen ondernam, in welken toestand de groepen, waarop men werkte, verkeerden, en te onderzoeken of men geen oorzaken van ontaarding liet voortbestaan.
Die voorbeelden bewijzen zooveel te minder, waar er ook voorbeelden van het tegenovergestelde bestaan. De Irokeezen van ('anada zijn volkomen gelijk aan de hun omringende blanken-He eerste aardrijkskundige van Mexico behoort tot de Azteken. En wij hebben de voldoening te bemerken, dat de âeerste krijgslieden der wereldquot; uit Jlexico werden weggejaagd door afstammelingen van ..lagere rassen.quot;
Vele menschenleeftijden gaan voorbij, eer een nieuwe verovering in de ontwikkeling bestendigd wordt; de hersenen van een individu, hoe machtig zijn ontwikkeling ook zij, kunnen gedurende haar bestaan de ontwikkeling niet doorloopen waarvoor liet ras geheele geslachten behoeft. De negatieve gevolgen bij individuen bewijzen dus geheel niets, al nam men aan dat de proef onder praktische voorwaarden genomen werd; want men kan er ook positieve gevolgen tegenover stellen, zooals men, als tegenstelling voor den vooruitgang der blanken, schreden terug bij hen kan aanwijzen.
De werken over volkenkunde noemen ons juist gevallen van roodhuiden, negers of andere âwildenquot;, die het gelukt was te onderrichten; en die zelfs tot vrij ontwikkelde kundigheden gekomen waren, maar die, aangegrepen door verachting voor hetgeen men hun onderwezen had en met heimwee verlangend naar het vrije leven van voorheen, hun beschaafde plunje in het struikgewas wierpen, om in hun zwervend bestaan te herleven. Niemand ontkent dat de drang tot teruggang soms sterker is
174 1gt;e stervende maatschappij ex de axarchie.
dan de geschiktheid voor volmaking, uiaar deze voorbeelden bewijzen geenszins de onvatbaarheid voor volmaking van het ras, daar de aan de enropeesche beschaving onderworpen individuen gedurende een tijdperk van hun bestaan ongetwijfeld op den door de opvoeders afgebakenden weg vooruitkwamen.
Dezelfde professor Hervé, dien wij nogmaals aanhalen omdat wij door hem het best de minderheid der rassen hoorden handhaven, voert nog het feit aan, dat de wilde in zijn kindschheid bevattelijker is, dan op volwassen leeftijd. Maar wat bewijst dat? Hoe minder de rassen ontwikkeld zijn, zooveel te meer moeten de kleinen leeren jong in hun behoeften te voorzien, blijk geven van plotseling ontloken schranderheid. Wat de volwassenen betreft, indien hun hersenoutwikkeling vroeg ophoudt, wijst dit wel naar een physiek feit. In tegenstelling met het blanke ras openbaart de vastwording zich het eerst in de oudere deelen, zoodat de ontwikkeling der hersenen bijgevolg juist ophoudt met de werkzaamste deelen van het verstand.
Dit zou een bewijs van minderheid zijn, indien bewezen was dat het blanke ras niet door dit stadium passeerde. Doch men heeft ervaren aan de voorhistorische schedels, dat de naden naar achteren liepen, geheel als bij onze zoogenaamd mindere rassen. Uit onzen tijd meldt men eveneens feiten van terugslag (atavisme) van hetzelfde proces.
Wat blijft er dus over van dit argument ?
Hen noemt ons om het belachelijk te maken de republiek Haïti en haar militaire omwentelingen: maar zou men ver in
EI! ZI.TX (1EEX LAfiERE RASSEX.
onze geschieilenis moeteu opklimmen, om daaraan gelijke voorbeelden te vinden, die minder verschoonljaar zijn, aangezien wij ons :ils hooger voorgeven ï Wie waren de âlioogerenquot;, de lieden die him vrijheid heroverden, ot' de anderen die een volk in slavernij wilden houden ? Men zon overigens geheel onbekend moeten zijn met de geschiedenis, om den vooruitgang der bewoners van Haïti niet te onderscheiden.
Wanneer men in aanmerking neemt, dat het grootste deel onzer zoogenaamd beschaafden zwoegt en van ellende omkomt, om een minderheid van lediggangers en parasieten te verrijken ; wanneer men bedenkt dat het de uitgezogenen zijn, die de kracht leveren om hun uitzuigers te beschermen, kan men dan nog aannemen, dat wij het recht hebben op onze meerderheid trotsch te zijn en er op te snoeven ?
En gelooft ge, dat men de hoopen wilden, die men liet voortbestaan, de voorwaarden verschaft heeft, welke hun veroorloven iu al hun volheid te ontluiken V
Zekerlijk, wij willen niet beweren, dat de rassen geheel en al gelijk zijn: alleen zijn wij overtuigd, dat allen zekere geschiktheid, zekere zedelijke, verstandelijke of physieke hoedanigheden bezitten, die hun â⢠indien het hun veroorloofd ware zich vrij te ontwikkelen â in staat zouden stellen hun deel bij te brengen aan den gezamelijken arbeid der menschelijke beschaving.
Die geringe Australiërs bijvoorbeeld, welke zoo laag op de ladder der menschheid staan, hebben een werptuig uitgevonden met een zoo verwonderlijke teruggaande uitwerking, dat de Europeanen â ondanks hun vernuft â het niet konden nabootsen en al hun kennis van de werktuigkunde het niet kou verklaren.
175
DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EX DE ANARCHIE.
Zeker, die uitvinding- heeft weinig beteekenis voor de geschiedenis der menschheid; maar daar de vindingrijkheid van die uitvinders zich ontwikkelde op een hun bepaald eig-en voorwerp, terwijl zooveel andere wapenen aan alle andere rassen bekend waren, kunnen wij niet zeggen dat in andere omstandigheden die bekwaamheid zich niet in de meest belangrijke richting- zou hebben ontwikkeld.
Maar neen, het blanke ras, geholpen door het joodsche, dat uit nood blank geworden is, wilde alles overweldigen, alles ten zijnen voordeele aanwenden. Overal waar het zich vestigde, moesten de achterlijke rassen verdwijnen. Met den blik gevestigd op de mine's, die zijn veroveringswoede opeenstapelde, in tegenwoordigheid van den moord dien zijn uitzuigerij meebracht, kan men zich afvragen of de rol der blanken niet evengoed noodlottig als weldadig was.
Er zijn misschien 150.000 jaren voor den mensch noodig geweest om uit den dierlijken toestand te geraken, en 10.000 jaren zagen hoe de egyptische, chaldeeuwsche, grieksche, ro-meinsche, hindoesche eu moorsche beschaving zich uitbreidden, terwijl het gele ras zich parallel ontwikkelde. Tegenwoordig-zien wij een begin van verval der latijnsche rassen, welk verval op een doodsstrijd uitloopen zal, indien niet een maatschappelijke omkeer zich tijdig voordoet om het physiek en zedelijk verval, dat door het kapitalistische stelsel wordt meegebracht, te stuiten.
Misschien zullen de slavische rassen ons opvolgen, indien de volkeren voortgaan zich achter hun grenzen te verschuilen. De slavische rassen toch schijnen jonger, en zijn later in den stroom der europeesche beschaving gekomen. Maar hoelang zal die periode duren ? Wat zal daarna het toeval doen geschieden ?
176
EK ZIJN CEEX I.AGEKE RASSEN. 177
Welke stroom zal de hersteller zijn, die nieuw leven zal inblazen aan ons, door de misbruiken eener slecht begrepen en slechi geleide beschaving uitgeput, ras?
Iedere beschaving heeft haar afneming, heeft een nieuw ras zien opkomen, dat door zich de kundigheden van het vorig ras eigen te maken, in'ruil daarvoor een nieuw brein meebracht, nieuwe geschiktheid, jong en krachtig bloed â en deze verdwijning van beschavingen zou bewijzen, dat de rassen slechts een bepaalde hoeveelheid geestkracht en aanleg hebben te geven, waarna zij verdwijnen of op het bereikte standpunt blijven staan.
Eenige vrienden maken ons betreffende het voorgaande de aanmerking, dat er tegenwoordig geen rassen meer bestaan, dat de beschaafde wereld zich in staten verdeelt, als overblijfsel van een met de werkelijkheid in tegenspraak verkeerend verleden, maar een onoplosbaar geheel vormende. De beschaving van Frankrijk in Rusland en van Amerika in Australië is overal dezelfde.
Zeker, wij zijn ook overtuigd, dat waar men zich voortbewegen kan van het eene land naar het ander, waar de internationale betrekkingen zulk een verbazende uitbreiding nemen, de rassen bestemd zijn te verdwijnen door samen te smelten en zich door kruisingen te vermengen. Dit is de reden waarom verontwaardiging ons bevangt bij het zien verdwijnen van ge-heele volksstammen, voordat zij aan onze beschaving het oorspronkelijk merk konden verleenen, waarvoor zij de kracht zonden kunnen bezitten.
Wanneer wij het oog vestigen op het vermoorden van weer-looze lieden, op verdwenen ot te verdwijnen rassen, vult ons
178
gemoed zich met droefgeestigheid, want wij vragen ons af of die ..minderequot;' broeders niet iets van de ons zoo vaak ontbrekende hoedanigheden bezitten.
Het blanke ras kon de achterlijke rassen niet begrijpen; zij heeft ze gebroken. Indien liet hen tot een hoogeren graad van ontwikkeling wilde brengen, had het dat doel slechts na een lange ontwikkeling kunnen bereiken. Nooit toonden de blanken opvoeding: slechts nitznigerij toonden zij. en die nitzuigerij werd ten laatste verdelging.
Derhalve moeten wij tegenover onze overheerschingswoede ons afvragen, of de beschaving der Irokeezen bijvoorbeeld, wel minder was dan de onze. Hebben wij wel reden om ons hooger te achten dan de Incas, die tenminste aan alle leden hunner maatschappij voedsel en kleeding wisten te verzekeren, terwijl de ellende onze moderne beschaving afknaagt?
Niets rechtvaardigt de zoogenaamde theorie der âmindere rassenquot;, zij dient tot niets, dan tot het rechtvaardigen van de wandaden der zoogenaamd ..hoogerequot; rassen.
XVI.
Waarom wij revolutionairen zijn.
Wij hopen te hebben aangetoond, dat alle individuen â zonder uitzondering' â het recht hebben zich vrij te ontwikkelen, zondei eenige band: htt recht om volkomen in bun behoeften te voorzien en de onrechtmatigheid van gezag, eigendom en alle instellingen die de klasse der uitzuigers uitvond om de voorrechten die zij zich wist te verzekeren te verdedigen en de massa te berooven. Thans blijven ons ter onderzoeking de middelen over om den staat van zaken, dien wij aanvallen, om te keeren en de maatschappij in te stellen welker komst wij verlangen, en de rechtmatigheid dezer middelen te bewijzen, want veel personen, die onze beoordeeling van den huldigen toestand goedkeuren en ons visioen van een harmonische wereld toejuichen, stuiven op bij het denkbeeld geweld te gebruiken. Volgens hen zou het de voorkeur verdienen, langzamerhand op overredende wijze te werken en trapsgewijze de hedendaagsche maatschappij te verbeteren.
Alles in de natuur, zoo zegt men, verandert door ontwikkeling van vorm, waarom zon men dan in de maatschappij de zaken willen overrompelen, en niet eveneens te werk gaan?
180 DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EX DE ANARCHIE.
Door met geweld de maatschappij vau vorm te willen doen veranderen, loopt gij gevaar alles liet onderst boven te keeren zonder iets goeds voort te brengen, loopt gij bovenal gevaar u te laten verpletteren, een reactie te voorschijn te roepen, die niet minder hevig zou zijn dan de aanval was, en aldus den vooruitgang van verscheidene eeuwen te doen terugwijken.
Die redeneering. welke gevoerd wordt door lieden ter goeder trouw, die redetwisten met het zuivere verlangen elkander te onderrichten, rust op een schijn van waarheid, en verdient te worden bestudeerd.
* vt
Zekerlijk, alles in de natuur verandert door een langzame ontwikkeling van vorm, door een onafgebroken vooruitgang, langzamerhand verworven en onmerkbaar indien men hem in zijn ontwikkeling volgt, niet in het oogvallend, dan wanneer men plotseling van een periode in een andere overgaat. Zoo heeft het leven op onzen bol voortgang gemaakt, zoo kwam de mensch uit den dierlijken staat, daarom gelijkt de mensch uit de 10e eeuw niet meer op die uit het steentijdperk.
Maar één zaak vergeet men, en wel dat, om die ontwikkeling zich zonder stoot te doen voltrekken, het noodig is dat zij op haar weg geen enkele hinderpaal ontmoete; indien de verkregen aandrang sterker is dan de hinderpalen, verbreekt zij die, zoo niet dan mislukt zij. Iedere keer, wanneer er een botsing plaats grijpt tusschen een bestaande zaak en een vooruitgang, is er een omwenteling, of het de verzwelging van een werelddeel betreft of het verdwijnen van één molecule van het organisme â de hoegrootheid van de zaak doet er niet toe â er voltrekt, zich een omwenteling.
Tegenwoordig wordt ook erkend, dat de groote geologische
WAAROM WLi REVOLUTION AIRES ZIJN.
oiiiwenteliiigeu 1), verre van voortgebracht te zijn door verschrikkelijke uitbarstingen en iilotselinge veranderingen, die uit hevige schokken iu het binnenste van den aardbol voortkomen, slechts het gevolg van langzame oorzaken en onwaarneembare veranderingen zijn, die gedurende milliarden jaren werkten. Evenzeer weet men dat in onze dagen nog dezelfde oorzaken die de aarde in den tegenwoordigen toestand gebracht hebben, voortwerken, en een nieuwe vormverandering bewerkstelligen.
Overal knagen de regens aan de bergen en doorsijpelen en ontbinden het hardste graniet. Niets openbaart den langzaam ontbindenden arbeid die plaatsvindt, niets verraadt dien aan de oogen van den toerist. Menschengeslachten gaan voorbij zonder dat eenige tastbare verandering zich voordoet: toch stort de berg plotseling in, wouden en dorpen met zich slepend, rivieren dempend en haar loop wijzigend; puinhoopen en verwoesting zaaiend op zijn weg. Maar wanneer deze beroering eenmaal voorbij is, herneemt het leven onmiddellijk zijn rechten en ontspringt sterker en taaier dan ooit uit al deze het onderst boven gekeerde grondstolïen.
De ontwikkeling vond zeer langzaam plaats, maar er kwam een oogenblik. dat zij niet kon voortgaan zonder de bestaande orde der dingen in gevaar te brengen; zij zette haar taak voort, en de in zijn grondslagen ondermijnde berg stortte ineen,
alles op zijn oppervlakte beroerend.
*
* *
Ken ander voorbeeld:
181
ITen weet dat de zee zich langzamerhand van eenige kusten
1) Veranderingen in de ligging der aardlagen, vervormingen vau de aardkorst.
182 DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EX DE AXAUCHIE.
terugtrekt eu eeiiige audereu overweldigt. Haar oij de vlakte brekende golven maken daar grondstoffen los, die haar plaats overlaten, om zich dezen grond toe te eigenen. Toch helpen diezelfde grondstoffen, indien zij op een andere plaats overgebracht zijn, het vastland om op de zee te winnen. Dit werk voltrekt zich zoo langzaam, dat het termuiwernood bemerkbaar is: eenige centimeters per eeuw schijnt het te zijn. Maar niettemin verhindert dit in geeucn deele dat er een tijdstip komt âna 10.000 ot' 100.000 jaren (wat komt de duur er op aan'n âdat de dam, die weerstand bood aan de golven, niet dicht genoeg meer is om haar aandrang te bedwingen. Hij wijkt voor een laatste schok, en de zee vermeestert de vlakte, machtig als zij is door nieuwe krachter. te putten uit den weerstand dien zij op haar weg ondervindt. De zee verwoest alles waaraan zij voorbij gaat, totdat zij opnieuw wordt opgehouden aan den voet van een anderen dam, die alweder voor een korteren ot' langeren tijd de golven bedwingen zal, al naar den graad van weerstandsvermogen, dien hij zal bezitten.
Eveneens is het met onze maatschappij. De maatschappelijke organisatie en de instellingen die geschapen werden om deze organisatie te verdedigen, stellen de hinderpalen voor, die zich tegenover den vooruitgang opwerpen. Alles in de maatschappij tracht daarentegen die hinderpalen op zijde te zetten. De denkbeelden worden gewijzigd, de zeden veranderen van vorm en ondermijnen langzamerhand den eerbied voor de oude instellingen, die zich willen handhaven en voortgaan met de maatschappij en de individuen te beheerschen. De langzame arbeid der ontbinding is somtijds voor een menschengeslacht onmerkbaar. Men ziet wel de gewoonten verdwijnen, een vooroordeel krachteloos
WAAROM WIJ KEVOLUTIOXAIBEX Z1J.\.
183
worden; maai' dat alles gaat zoo langzaam, dat het geschiedt zonder dat iemand er bewust van is. Slechts grijsaards, die de gewoonten hunner jeugd vergelijken met die van de jeugd die hen verving, komen tot de erkenning dat de zeden veranderen.
Maar al zijn de zeden veranderd, de instellingen, de maatschappelijke organisatie zijn dezelfde gebleven; zij gaan voort met het opwerpen hunner dijken tegen de golven die hen aanvallen, en die zich onmachtig aan hun voeten komen breken en zich tevreden stellen met hier en daar een steen uit te lichten. De golven kunnen in haar woede er duizenden uitrukken. Wat is één steen, in verhouding tot de ontzagwekkende menigte ? Het is niets; alleen rollen de baren dien steen .voort en werpen hem bij een nieuwen aanval tegen den muur van welken zij hem afrukten. Zoo dient die steen als stormram om anderen los te werken, die zich op hun beurt tot middelen van aanval zullen vervormen. De strij»! kan duizenden jaren duren; tot op den dag dat de berg, in zijn grondslag ondermijnd, instort onder een nieuwe bestorming en doortocht verleent aan de zegevierende golven.
Zekerlijk, wij wenschten niets vuriger, dan dat de ontwikkeling onzer maatschappij op een langzame maar onafgebroken wijze konde plaatsvinden; wij zouden willen dat geen schok noodig ware; maar dat hangt niet van ons af. Wij vervullen onze taak voor de propaganda, wij strooien onze denkbeelden van vernieuwing uit; het is een waterdruppel die doorsijpelt, de mineralen ontbindt en uitholt en zich een weg baant tot aan den voet van den berg. Kunnen wij verhinderen dat de berg instort en de stutten vernietigt die gij tot steun aan hem verbond '1
184
Slechts de bourgeois hebben er belang- bij dat de verandering van vorm niet door schokken geschiede. Maar waarom beproeven zij dan den berg te behouden zooals hij is, en hem met dat doel te stutten, in plaats van ons te helpen hem gelijk te maken en te zorgen dat het water langzaam naar de vlakte kunne stroomen, en alle nuttelooze of schadelijke grondstoffen met zicli voere, die daar den bodem zullen ophoogen totdat de oppervlakte gelijk zal zijn?
De zinneloozen! Zij willen niets van hun voorrechten laten vallen; evenals de oever gelooven zij onkwetsbaar te zijn voor de hun aanvallende golven. Wat beteekenen de enkele rechten die men hun in een eeuw ontrukte? Hun voorrechten zijn zoo onmetelijk, dat de ledige plaats niet zoo spoedig zich doet gevoelen ; maar de golf heeft een bres gevormd: met de aan zijn bedwingers zelf ontrukte grondstoffen maakt hij zich vaardig voor een nieuwen aanval, daarvan maakt hij een wapen om hen te vernietigen. Wij hebben bijgedragen tot de evolutie; zij zullen het alleen aan zichzelf en hun zinneloozen weerstand te
wijten hebben, wanneer deze zich vervormt tot eeu revolutie.
* *
En het is voldoende onbevangen eenigszins de werking van het maatschappelijk raderwerk te bestudeeren, om te zien dat de anarchisten slechts door den aandrang der omstandigheden er toe geleid werden revolutionair te zijn. Zij kwamen tot de erkenning-, dat de oorzaak der kwalen waaraan de maatschappij lijdt, in haar organisatie zelve schuilt, en dat alle door de mannen der politiek en door de socialisten voorgestelde schijn-middelen absoluut niets kunnen verbeteren, omdat zij de gevolgen aantasten in plaats van de oorzaak uit den weg te ruimen.
Wanneer men goed gevoed is, en meer of minder volkomen
WAAROM WU REVOLUTIONAIREN ZIJN. 185
in zijn behoeften voorzien kan, is liet wachten gemakkelijk. Maar menschen, die lichamelijk en verstandelijk hongeren, stellen zich er niet mee tevreden, wanneer zij niet de kwaal bekend zijn, een betere toekomst te ontwaren; zij willen van het rijk der bespiegeling naar dat der daad overgaan.
Is het niet de eigenschap van geheel van een denkbeeld overtuigde individuen, dat zij dat zoeken te verbreiden en in daden om te zetten 'i Ivan iemand, die sterk ingenomen is met een waarheid, nalaten te beproeven haar ook door anderen te doen aannemen, (n vooral haar te verwezenlijken door zijn daden er naar in te richten ? En is het beproeven nieuwe denkbeelden in toepassing te brengen, in de tegenwoordige maatschappij iets anders dan een daad van verzet V
Hoe zou men dan willen, dat de lieden, die alles deden om de nieuwe ideeën te verbreiden, om de kwalen te doen kennen waaraan men lijdt, om er de oorzaken van uit te leggen, om er het middel voor aan te wijzen, om de genietingen van een betere maatschappij te doen begrijpen â hoe zou men willen, dat die menschen zich in den weg zouden stellen van hen die de hun uitgelegde denkbeelden trachten te verwezenlijken, en tot hen zouden zeggen ; âVergenoegt u er mee, te hopen, gaat voort met lijden en hebt geduld: misschien zullen uw uitzuigers er eenmaal in toestemmen u een en ander toe te staan.quot;
Dat, zou een verschrikkelijke spotternij zijn.
» *
O ja! Wij zouden niets vuriger verlangen dan dat de bourgeois zelve het verfoeielijke van hun toestand begrepen, er van afzagen de arbeiders te plunderen en fabrieken, huizen, bodem, en mijnen teruggaven aan de gemeenschap, die zich zou organi-
180
seeren om ze in iiet werk te stellen tot haar voordeel. Het zou schoon zijn, wanneer de bourgeoisie het rijk der concurrentie verwisselde niet dat der solidariteit. Jlaar kan men in erust. verwachten dat men eenmaal de kapitalisten aan dit ideaal van belangeloosheid zal zien komen, terwijl zij toch heden niet genoeg leger, politie en .rechters hebben om iedere eiscli te bedwingen ¥
Theoriën opbouwen is zeer mooi, bespiegelen over een betere toekomst is bewonderenswaardig, maar wanneer het erkennen van de oneer der huidige maatschappij zich bepaalde tot een kamer-philosophie, waarover men na het eten redeneert met weldoorvoede lieden ; indien alles zich bepaalde tot vergeefsche beschuldigingen tegen de bestaande orde der dingen en onvruchtbare wenschen naar een betere toekomst, zou het veel overeenkomst aanbieden met den menschenvriend, die met welgevulden buik en welvoorzienen buidel tot den van honger stervende zegt; ..Mijn vriend, ik beklaag u van ganscher harte: uw lot boezemt mij in de hoogste mate belangstelling in en ik wensch u verbetering toe; wees matig en spaarzaam terwijl ge daarop wachtquot;, â en die verder gaat in de overtuiging er mee klaarte zijn.
O! als het zoo ware, had de bourgeoisie veel kans nog een langen tijd van «itzuigerij voor zich te hebben, en zouden de arbeiders verre zijn van het einde te zien van hun ellende en lijden.
Cfelnkkig, is er â zooals wij gezien hebben â slechts één schrede noodig om dat streven te verwezenlijken; en veel gemoederen zijn geneigd tot het wagen van die schrede. Hoe meer de anarchistische theorie in den grond een daad wordt, zooveel te talrijker bevinden zich zulke gemoederen onder haar aanhangers. Vandaar de vermenigvuldiging van die daden van verzet, die door de angstvallige geesten worden betreurd, maar
WAAROM WIJ REVOI.UTIOXAIREXquot; ZIJN'.
die volgens ons niets anders zijn dan liet bewijs van den vooruitgang der ideeën.
Gelatenheid te prediken aan de onderdrukten, zon in de kaart der onderdrukkers spelen zijn ; wij laten die rol aan liet (Jliris-tendom over. Niet door zich te onderwerpen en te hopen verandert men iets aan zijn toestand, maar door te handelen : de beste manier om te handelen is dus, de hinderpalen te verwijderen die uw weg versperren.
Lang genoeg knielden de mensohen voor de macht, lang genoeg hoorden zij naar hun verlossing door de voorzienigheid spelende redders; te lang geloofden zij in politieke veranderingen, aan de kracht der wetten. Het in toepassing brengen onzer denkbeelden eischt menschen, die bewustzijn hebben van zichzelf en hun kracht, die hun vrijheid weten te doen eerbiedigen en ook niet de onderdrukkers van anderen worden; menschen die niets van iemand verwachten, maar alles van zichzelf, van hnn eigen initiatief, van hun werkzaamheid en hun geestkracht.
Znlke menschen zal men vinden wanneer men opstand, maar niet wanneer men gelatenheid predikt.
De anarchistische idee weigert overigens volstrekt niet de hulp van hen, die weinig lust hebben in den bedrijvigen strijd, doch zich uitsluitend bepalen tot het uitstrooien van denkbeelden, tot het bewerken der toekomstige evolutie; zelfs is het niet noodig dat men ze geheel aanneemt.
Al wat een vooroordeel aanvalt, al wat een dwaling vernietigt, al wat een waarheid verkondigt, behoort tot haar gebied.
1S7
188 DE STEEVEXDE MAATSCHAPPIJ EX DE ANARCHIE.
De anarchisten versmaden geen enkele hulp, stooten geen enkelen g-oeden wil terug, en willen gaarne de hand reiken aan allen die iets nieuws aanbrengen. Zij stellen zich tevreden met het ordenen van hun pogingen, het samenvoegen van hun begeerten,
opdat de individuen in hun eigen wil kunnen lezen.
»
* *
Het is den anarchisten eindelijk onmogelijk â ook al wilden zij het â vredelievend te zijn; want de kracht der dingen zelve zal hun dringen tot handelen. Kan men de streken van een politieman dulden, wanneer men de onedele rol die hij speelt heeft begrepen? Kan men de onbeschaamdheden van een rechts geleerde doorstaan, wanneer men door overdenking hem ontdaan heeft van den hem omringenden heiligen stralenkrans? Kan men den rijkaard eerbiedigen, die zich baadt in weelde, wanneer men weet dat die weelde gekocht is ten prijs van de ellende v?n honderde huisgezinnen?
Kan men er in toestemmen in de kazerne te gaan, om als speeltuig te dienen voor de slavendrijvers der bezitters, wanneer men tot de erkenning is gekomen, dat de idéé âVaderlandquot; slechts een voorwendsel is, en de ware rol die men u oplegt is uw broeders in ellende te vermoorden?
Wanneer men ziet dat de ellende het gevolg is van de slechte maatschappelijke organisatie; dat er geen menschen van honger omkomen, dan omdat anderen geld ophoopen voor hun nakomelingen ; dan neemt men er geen genoegen meer mee in een hoek te sterven. Er komt een oogenblik dat men â hoe vredelievend ook van aard â geweld beantwoordt met geweld en uitzuigerij met opstand.
De lieden die wilden zien dat de maatschappij zonder schokken van vorm veranderde, mogen er over treuren, maar dat is
WAAROM WIJ REVOLUTIOXAIKEX ZiJ.\.
onmogelijk. De ideeën leiden ons naar de revolutie; men moge iiet betreuren, maar het is een feit, men moet partij kiezen. Klachten doen er niets aan af', en daar de revolutie onvermijdelijk is. bestaat er slechts één middel om te beletten dat zij zich tegen den vooruitgang keert, en dat is aan haar deel te nemen en te beproeven haar te benuttigen om het ideaal, dat men op
het oog heeft, te verwezenlijken.
â »
«â
Wij behooren niet tot de lieden, die daden van geweld aanprijzen, noch tot hen, die patroon en kapitalist verslinden, zoo-als voorheen de bourgeoisie de priesters verslond, noch tot hen, die de individuen aansporen tot liet volvoeren van een ot' andere daad. Wij zijn overtuigd, dat de individuen niets doen als waartoe zij uit zichzelf vastbesloten zijn; wij gelooven dat daden gepredikt worden door het voorbeeld en niet door geschrift of raadgeving. Daarom bepalen wij ons tot liet trekken der conse-ynentie's van alles, opdat de individuen zelf kiezen wat zij willen doen. Maar wij zijn ook overtuigd, dat welbegrepen denkbeelden in hun gang opwaarts, de daden van verzet zullen vermenigvuldigen.
*
-x-
Hoe meer de ideeën in de menigte zullen doordringen, zooveel te meer zal liet bewustzijn der menschen ontwaken en zooveel te sterker zal liet gevoel hunner waardigheid worden; zooveel te minder zal men bijgevolg de streken van een autoritaire macht en de nitzuigerij door stelende kapitalisten willen dulden. De daden van onafhankelijkheid zullen daardoor veelvuldige!' worden. Dit gevolg heeft voor ons niets bedroevends ; integen-
189
19U DE STERVENDE .MAATSCHAPPIJ EX DE AXAKOHIE.
deel. want iedere individueele daad van opstand is een bijlslag toegebracht 011 de steunséls van het oude maatschappelijk gebouw, waarin men ons houdt opgesloten. En daar de vooruitgang niet zonder schokken en slachtoffers zijn weg vervolgen kan, bewijzen wij eerbied aan hen, die in dien verschrikkelijkeu storm ondergaan, in de hoop dat hun voorbeeld kampioenen zal doen opkomen in grooter aantal en beter gewapend, opdat de slagen meer gevolg hebben.
Maar hoe groot het aantal ook zij van hen die in dezen strijd omkomen, het is nog zeer gering in vergelijking met de ontelbare slachtoffers, die dag aan dag door den maatschappe-lijken Minotaurus worden verslonden. Hoe heviger de strijd zal zijn, des te korter zal hij duren, en zooveel te meer bijgevolg zal hij levens behoeden, die gewijd waren aan ellende, ziekte, uittering en ontaar ding.
XVII
Hoe de middelen uit de beginselen voortvloeien.
Sommige, naar wij gaarne g-elooven goedgezinde, menschen schijneu verstomd wanneer zij zien hoe de anarehisten bepaalde strijdmiddelen, als niet overeenkomstig hun beginselen, verwerpen. ..quot;Waarom beproeft gij niet u van de macht meester te maken'' â zoo zeggen zij â ..om de menschen te dwingen uw denkbeelden in toepassing te brengen
..Waaromquot; â zoo roepen anderen uit â ,.wilt gij niet enkelen der uwen naar de kamers zenden als afgevaardigden, of in de gemeenteraden, waar zij n toch diensten zonden kunnen bewijzen, eu zij meer gezag zouden hebben om uw denkbeelden onder de menigte te verbreiden
Aan de andere zijde drijven enkele anarchisten, die zich als zeer logisch willen voordoen, de redeneering tot in het onzinnige; onder den naam anarchie nemen zij een reeks ideeën aan die er niets mee te maken hebben. Onder het voorwendsel den eigendom aan te vallen, werden sommigen de verdedigers van den diefstal; anderen onderhielden als vrije liefde de meest ongerijmde lusten, die zij bij de bourgeois niet zouden aarzelen liederlijk en buitensporig te noemen. De buitensporigsten zijn
DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EX DE AXARCHIE.
de lieden, die de beginselen bekampen â ook een vooroordeel zeggen zij â en die schreeuwen: -Ik lacli om beginselen; om tot de revolutie te komen zijn alle middelen goed. wij moeten ons niet door misplaatste angstvalligheid laten ophouden.quot;
De lieden, die zoo spreken, dwalen volgens ons, en wanneer zij er goed over nadenken, zullen zij ook lot de erkenning komen, dat alle middelen niet goed zijn om tot anarchie te komen; er zijn er die tegenovergesteld werken. Zij kunnen een schijn van gunstig gevolg teweegbrengen, maar in den grond de idee teruggevoerd hebben, een individu ten koste der zaak laten zegevieren, en of men het dus al of niet erkennen wil, uit de denkbeelden, die men belijdt, vloeit een leidend denkbeeld voort, dat u als gids dient bij de keuze der middelen, die het in toepassing brengen van deze denkbeelden kunnen verzekeren of ze kunnen doen begrijpen.
Nemen wij bijvoorbeeld het algemeen stemrecht, waarvan wij in den aanvang van dit hoofdstuk gesproken hebben: men kan gemakkelijk met eenige onzer tegenstanders zeggen: -Waarom beproeft gij niet enkelen der uwen naar de Kamer te zenden om de veranderingen, die gij wenscht, in te voeren, ot waar zij tenminste op gemakkelijker wijze krachten om de omwenteling voort te brengen kunnen bijeenbrengen?quot;
Door goed begrepen en goed geleiden tegenstand zou het stemmen zekerlijk evengoed een omwenteling kunnen veroorzaken als ieder ander middel, maar aangezien het volkomen een gezagswerktuig is, zou het slechts een politieke, autoritaire revolutie kunnen voortbrengen : en daarom wijzen de anarchisten het evenzeer af als het gezag zelf.
192
HOK DE MIDDELEN LIT DE BELiIXSELEX Vü»KTVLOEIEN. 193
Wanneer het on^ ideaal ware, sleclits door middel van een sterke macht, die de menigte dwingen zon onder een gegeven formule een verandering van vorm der maatschappij te bewerken. dan zonden wij ons van het algemeen stemrecht knnnen hedieneu. Jan zonden wij de menigte knnnen bewerken om haatte bewegen de behartiging van haar belangen aan eenigen der onzen toe te vertrouwen, welken wij dan meesters zouden maken om onze theoriën toe te passen, in liet hoofdstuk ..H et (t e z a g hebben wij bij de behandeling van het algemeen stemrecht echter reeds gezien, dat het tot niets goed was dan om middelma tig-hedeu te doen uitspringen, en dat liet te veel platheid en verslapping toelaat van hen die jacht maken op een zetel, dan dat een ernstig en eenigszins verstandig man er in zon kunnen toestemmen een mandaat te aanvaarden.
Het maakt juist de zwakheid van de collectivistische partij in den verkiezingsstrijd uit, dat naar verhouding intelligenter mannen verslagen werden door de possibilisten, die slechts naaiden gladden spreker zien; en dat zij â wel niet overal â imn revolutionair program zuiver wilden handhaven, doch zich terzelfder tijd met een hervormingsprogram wilden aanbieden. De kiezer, die natuurlijk erg dom is. zeide : .,Als ik ondanks alles een omwenteling moet helpen voortbrengen, waarom dan liervormingen te vragenï Als die hervormingen niet kunnen voorkomen, dat wij onze toevlucht moeten zoeken tot de wapenen, waarom dan afgevaardigden te zenden om die hervormingen in de kamer voor te stellen ?quot; Al werd deze redeneering nu niet procies gevoerd, in den bepaalden vorm waarin wij haar voorstellen en die inderdaad wel eenigszins boven het gemiddelde verstandelijk peil der kiezers is â, toch is zij de weerklank van de debatten der verkiezingsvergaderingen, toch deed zij zich aanschouwelijk aan de hersenen van den kiezer voor. en stemde deze voor de radikalen, die snoefden op liet afdoende
194r DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EX DE AN ARCHIE.
der beloofde hervormingen en voor een klein getal possibilisten die ook de deugden der parlementaire wondermiddelen rondbazuinden en â om de arbeiders te vleien â met eenige aanvallen tegen de bourgeoisie versierden. Daarbij pasten zij wel op, niet van de revolutie te spreken, daar zij meer voordeel zagen in het kuipen met de politieke partijen, ten einde de verkiezing van hun candidaten te verzekeren, waarbij zij steunden op liet spreekwoord : De eene dienst is de andere waard.
Een andere vernietigende ondeugd is deze: het algemeen stemrecht is een middel om het individueel initiatief dat wij eischen, te doen verstommen, terwijl wij daarentegen het met al onze krachten moeten zoeken te ontwikkelen. Het is een ge-zagswerktuig en wij trachten naar de geheele bevrijding der menschelijke Individualiteit; het is een middel tot verdrukking en wij zoeken den geest van verzet aan te wakkeren. Verre van ons van dienst te kunnen zijn, kan bet algemeen stemrecht onzen weg slechts versperren; wij moeten het bestrijden.
Wanneer wij den menschen vertellen, dat zij zich geen meesters moeten opleggen, dat zij naar hun eigen ingeving moeten handelen, en geen onderdrukking moeten dulden die hen dwingt dingen te doen die hun voorkomen slecht te zijn, zouden wij zonder onlogisch te zijn daarop niet kunnen laten volgen, dat zij zich voegen moeten naar de kuiperijen van een verkiezingscomité, dat zij menschen moeten kiezen die er mee belast zullen zijn hun wetten te raakén, waaraan allen moeten gehoorzamen, menschen in wier handen zij al hun wil, al hun initiatief moeten afstaan.
Dat zou een onmiskenbare tegenspraak zijn, waardoor de minst doordenkende menschen verbaasd zouden worden; want deze tegenspraak zou ons dit wapen in de handen breken, door
HOE DE MIDDELENquot; VIT DE BECUXSELEX VOORTVLOEIENquot;. 195
aan te toonen wat wij werkelijk zanden zijn, Indien wij ons tot deze middelen verlaagden: gewone praatjesmakers.
Verder weet men, hoe onvolmaakt de mensch Is; wij zouden bij onze kenze groot gevaar loopen op eerzuchtigen en intriganten te stuiten, die eenmaal in de bonrgeois-omgeving gekomen, daarvan zouden gebruik maken om zich een positie te verschaffen en de ideeën te verlaten. Wat hen betreft, die ernstig zouden zijn, wij zouden hen in een bedorven omgeving zien, waar hun goede trouw slechts hun onmacht zou kunnen ondervinden, en hen zien terugkeeren of wel zich naar de parlementaire zeden schikken en op hun beurt bourgeois worden.
Wij echter, die de massa trachten te wapenen tegen de blinde ingenomenheid met individuen, en haar pogen begrijpelijk te maken, dat zij niets van hen te wachten heeft, wij zouden te goeder trouw hebben meegewerkt om individuen in de hoogte te werken. Het verraad van die enkelen zou niet nalaten eenig miskrediet op hun denkbeelden te werpen. Velen zouden zeggen: âDe anarchisten deugen niet meer dan de restquot;, en slechts weinigen zouden de individuen weten te scheiden van de denkbeelden, en niet aan dezen de zwakheid en onwaardigheid van genen wijten.
Na een kostbaren tijd te hebben verloren, en nuttelooze kracht te hebben verspild, om deze individuen te laten zegevieren, zouden wij opnieuw tijd noodig hebben, eveneens kostbaar, en kracht moeten aanwenden, die wederom nutteloos zou zijn, om aan te toonen dat die individuen verraders waren, en dat hun verraad in geenen deele de onjuistheid der opgehemelde deuk-beelden bewijst, en dan konden wij weer beginnen met andere candidate!! aan te bieden.
Vooruit dan! Die vergelijking van den rotten appel, die een geheele mand gezonde appelen bederft is wel afgezaagd, maar toch altijd nog zeer waar. Hoeveel te meer waar is zij nog.
1)K STERVENDE .MAATSCHAPPIJ EX UE ANARCHIE.
waar het hier niet een rutte appel is die in een mand, maar een die in een. geheele vuilniskar rotte appelen geworpen wordt. Wij behoeven ons dus niet van liet algemeen stemrecht te bedienen, niet slechts omdat het tot niets leidt, maar vooral omdat liet tegenovergesteld is aan het door ons vervolgde doel, â aan de door ons verdedigde beginselen.
Andere tegenstanders â en sommige anarchisten met hen â geven voor, dat het in tijden van omwenteling noodig zal zijn, niet liet gezag van een opperhoofd â zoover zien zij niet â maar liet overwicht van iemand te erkennen en zich ondergeschikt te maken aan de hem toegekende bekwaamheid!
Het is een vreemde onregelmatigheid, een overblijfsel van de vooroordeelen waarvan wij zijn doortrokken, een schrede terug-waardoor wij â vrijheid eischend met luide stem â verschrikt voor haar gevolgen terugdeinzen, er toe komen haar eigen kracht te ontkennen en gezag te verlangen om . . . vrijheid te veroveren. â O tegenstrijdigheid 1
Is vrijheid te gebruiken niet liet beste middel om vrij te worden '? Naar eigen ingeving te handelen, en de voogdijschap van om 't even wie af te wijzen, is de weg om zich vrij te maken. Peeft men er ooit aan gedacht, de beenen van het kind dat loopen moet leeren te belemmeren ?
Er zijn dingen â zegt men ons â waarmee sommige individuen beter door en door bekend zijn dan de anderen; alvorens te handelen zal het goed zijn de raad van deze individuen in te winnen, en onze daden afhankelijk te maken van het onderricht dat zij ons zullen geven.
Wij hebben altijd behoord tot diegenen, die verklaarden dat de individueele actie niet de gezamenlijke schikking buitensloot
HOE DE MIDDELEN UIT DE BEGINSELEN VOOKÃTLOEIEN. 197
tot gemeenschappelijke handeling: en dat uit die scliikking een organisatie voortsproot, een soort veideeling* van den arbeid, die maakt dat alle individuen solidair zijn en ieder dringt om zijn handelingen te schikken naar de handelingen van zijn medestrijders of medevoortbrengers. Maar dat is nog verre van te erkennen, dat ieder individu gedwongen moet zijn. zijn wil af te staan in de handen van dengeen, die hem voorkomt geschikter te zijn voor een of andere overeengekomen zaak.
Wanneer wij een buitenpartij houden, met tal van vrienden bijvoorbeeld, en wij ons verlaten op de kennis van een onzer om ons naar de uitgekozen plaats te geleiden, volgt daaruit nog niet dat wij dien tot onzen meester aangesteld hebben, en dat wij verplicht zijn hem blindelings te volgen, overal waar het hem zal behagen ons te voeren. Zullen wij hem de macht geven ons daartoe te noodzaken, voor het geval wij zullen weigeren hem te volgen ? Neen. â Indien er iemand onder ons is, die den weg kent. zullen wij hem volgen waar hij ons heenleidt, omdat wij hem in staat achten ons te brengen naar de plaats waarheen wij on^ willen begeven, en wij weten dat hijzelf er zich ook heen begeeft, maar wij hebben in niets van ons initiatief en onzen wil afstand gedaan.
Indien iemand onderweg bemerkte dat degeen, aan wien wij de zorg overlieten het gezelschap te leiden, zich vergiste of ons wilde laten verdwalen, zouden wij naar eigen goeddunken ons op de hoogte stellen, en den weg nemen dien ons het kortst of het aangenaamst zou voorkomen.
In tijden van strijd moet dat niet anders gaan. De anarchisten moeten afzien van den strijd van leger tegen leger, van de geordende veldslagen, van den oorlog tusschen veldlieeren en
198 PE STEETESDF. MAATSCHAPPIJ EX DE AXAECHIE.
krijgskundigen, die legerkorpsen zich doen bewegen zooals de schaakspeler zijn pionnen. In hoofdzaak moet de strijd zich toeleggen op het verwoesten van de instellingen, het verbranden van de eigendomsbewijzen, de papieren van het kadaster, van notarissen en procureurs en belastiugregisters, vernietiging van de akten van den burgerlijken stand, enz. Het onteigenen dei-kapitalisten, liet in bezit nemen in naam van allen, het ter beschikking der massa stellen van alle verbruiksartikelen; dat alles is het werk van beperkte en verspreide groepen, het werk van schermutselingen en niet van geregelde veldslagen. En dezen strijd moeten de anarchisten overal trachten te ontwikkelen om de regeeringen te bestoken, ze te dwingen en haar krachten te verstrooien.
Voor deze handgrepen zijn geen aanvoerders noodig. Zoodra iemand bemerkt wat er gedaan kan worden, geeft hij het voorbeeld en handelt om anderen mee te voeren, die hem volgen wanneer zij instemmen met de onderneming, maar door het feit van hun goedkeuring geen afstand doen van hun initiatief al volgen zij dengeen die hun voorkwam de meest geschikte te zijn om de onderneming te leiden. Wanneer midden in het gevecht een ander de mogelijkheid van een andere strijdwijze bespeurt, zal hij den eerstegeen toestemming gaan vragen om die te beproeven, maar zal hij zijn strijdmakkers er deelgenoot van maken. Dezen zullen op hun beurt er aan meewerken of het afwijzen, al naardat het plan hun voor verwezenlijking vatbaar voorkomt.
In een toestand van regeeringloosheid moet degeen die iets weet, hen leeren die niet weten: wie het eerst een of andere zaak begrijpt brengt haar in toepassing en legt haar uit aan hen die hij meevoeren wil, maar er is geen sptake van tijdelijke afstand van eigen wil, er is geen gezag; er zijn slechts gelijken die elkander wederkeerig helpen, naar ieders bekwaamheid, en
HOE t)E MIDDELEN' UIT DE BEGINSELEX VOOUTV I.OEIF.N. 199
die niets van hun rechten of van him zelfi'egeering- afstaan. Het zekerste middel om de anarchie de zege te bezorgen, is op anarchistische wijze te handelen.
Dezelfde ervaringen zouden wij opdoen, wanneer wij alle ons voorgestelde strijdmiddelen aan onze oogen wilden laten voorbijgaan. Zoo werden sommige anarchisten, uit haat tegen den eigendom, verdedigers van den diefstal: en zij drijven de theorie zoover tot in het onzinnige, dat zij ook geen berisping over hebben voor den diefstal onder kameraden.
Zekerlijk, wij willen volstrekt den dief niet veroordeelen, wij laten dit over aan de bourgeois-maatschappij, waarvan hij het voortbrengsel is; alleen leggen wij er nadruk op, dat waar wij strijden voor de vernietiging van den persoonlijken eigendom, wij in de eerste plaats op het oog hebben de toeëigening te bestrijden door eenigen, van alle bestaansmiddelen, ten nadeele van allen. â Voor ons zijn derhalve allen, die met onverschillig welke middelen, zich een plaats zoeken te veroveren welke hun veroorlooft als parasieten op de maatschappij te leven, bourgeois en uitzuigers, zelfs wanneer zij niet regelrecht van den arbeid van anderen leven; en de dief is slechts een bourgeois zonder kapitaal, die, omdat hij ons niet op wettige wijze kan uitzuigen, het op onwettige tracht te doen, met de bedoeling om, van at den dag dat hij bezitter zal zijn, een warm bewonderaar van rechters en politie te worden.
Wat prijzen wij, aanhangers van de revolutie, aan om zekerder tot haar te komen? De herstelling van de menschelijke waardigheid, het op den voorgrond treden der karakters, de vrijheid van den wil, waardoor wij in opstand komen tegen den willekeur en afwijzen wat ons verkeerd en onzinnig voorkomt.
DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EX DE ANARCHIE.
Alle afleidende middelen, alle uitwegen die u dwingen tot platheden, tot kleingeestigheden, om een wet om te draaien, zijn volgens ons schadelijk voor de propaganda en tegenovergesteld aan het vervolgde doel: want zij voeren tot laagheden die wij in andere gevallen afwijzen, en waardoor de karakters, in plaats van veredeld, verlaagd en neergedrukt worden, doordat zij er aan gewoon geraken zich in kleine middelen te verliezen. Bijvoorbeeld: hoezeer wij ook de daden goedkeuren en bij hernieuwing zien willen van het individu, dat door de slechte maatschappelijke organisatie tot het uiterste gedreven, zich met geweld en op klaarlichten dag meester maakt van hetgeen waaraan hij behoefte heeft, met luider stemme zijn recht op het bestaan eischend, toch laten de feiten, die tot de reeks der gewone diefstallen behooren ons kond en onverschillig; want zij dragen niet het karakter van terugeisching. dat wij verbonden wenschen aan iedere propaganda-daad.
Het is evenals met de propaganda der daad: hoeveel is daarover niet gevit, hoeveel dwalingen daarover heeft men niet uitgestrooid, zoowel zij die haar bestrijden als zij die haar ophemelen ?
De âpropaganda der daadquot; is niets dan de tot handelen gebrachte gedachte, en wij hebben in het voorgaande hoofdstuk reeds gezien, dat een zaak diep gevoelen gelijk staat met haar te willen verwezenlijken, daarmede zijn de lasteraars voldoende beantwoord: maar eenige meer ingenomen dan verlichte anarchisten daarentegen wilden op hun beurt alles uitwerken door de propaganda der daad: bourgeois dooden, fabrieken in brand steken, monumenten omverhalen, meer zagen zij niet: wie niet
200
HOE HE MdiDEI.EX L'lï DE BEGINSELEy VOORTVI.OEIEN. 201
van doodslaan en brandsticliten sprak, was den naam anarciiist niet waardig-.
De daad is zooals wij reeds zeiden de bloei der gedachte, maar die daad moet een doel hebben, moet bewustzijn hebben van betgeen zij doet. moet op een gezochte slotsom uitloopen en zich niet daartegen keeren.
Nemen wij bijvoorbeeld den brand van een fabriek in volle, werking: zij heeft 50. 100. 200 of 300 arbeiders noodig, het getal komt er weinig op aan. De directeur van die fabriek behoort tot de middelmatige patroons, hij behoort noch tot de slechtsten. noch tot de besten: mi is het duidelijk, dat wanneer men die fabriek in brand steekt zonder eenige reden, dat geen ander gevolg zal hebben dan de arbeiders op de straat te brengen; woedend door de oogenblikkelijke ellende waarin dit feit hen dompelde, zullen zij niet gaan zoeken naar de redenen waardoor de bedrijvers van die daad gevoerd werden, maar zullen zij ongetwijfeld het geheele gewicht van 'urn haat op de brandstichters laten vallen eu op de denkbeelden die hun deu fakkel in de hand gaven.
Ziedaar de gevolgen van een niet overwogen daad.
Maar veronderstellen wij daarentegen een toestand van strijd tnsschen patroons en werklieden: een of andere werkstaking. Bij deze werkstaking zijn er ongetwijfeld patroons, die wreeder dan de anderen door hun afpersing de werkstaking noodzakelijk maakten of door hun kuiperijen haar deden voortduren, terwijl zij hun medepatroons dwongen weerstand te bieden aan de eischen der werkstakers: zulke patroons vereenigen op zich natuurlijk den afkeer der arbeiders. Veronderstellen wij nu, dat een dezer patroons in een donkere hoek wordt omgebracht, en dat in een geschrift wordt uiteengezet, dat hij als uitzuiger werd gedood, of dat om dezelfde reden zijn fabriek in brand gestoken wordt. In dat geval kan men zich niet vergissen,
202 DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ ES DE ANARCHIE.
aangaande de redenen waardoor de bedrijvers van die daad geleid werden, en wij kunnen zeker zijn. dat zij door de ge-heele arbeidende wereld zullen worden toegejuicht. Dat is een overwogen daad; hetgeen bewijst, dat daden steeds uit een leidend beginsel moeten voortvloeien.
Het Jezuïten-devies .,Het doel heiligt de middelenquot;, achten sommige kameraden goed om liet op de anarchie toe te passengt; maar inderdaad is liet alleen van toepassing op hem, die de egoïstische voldoening- van louter persoonlijke behoeften zoekt, zonder zicli te bekommeren om hen. die hij krenkt of kwetst op zijn weg: maar zoodra men in de praktijk de voldoening-van solidariteit en rechtvaardigheid zoekt, moeten de gebruikte middelen altijd gekozen zijn naar het doe!, op straffe van het tegenovergestelde voort te brengen van hetgeen men verwacht.
XVII1.
Revolutie en Anarchie.
Indien onder de anarchisten zulke iiiteenloopende beschouwingen van de strijdmiddelen voorkomen, ontstaat dit doordat enkelen, meer meegesleept door hun temperament dan beheerscht dooide ideeën, slechts de revolutie zien en zich verbeelden dat zij door haar wezen het geheele anarchistische ideaal toelaat, volkomen zooals de republikeinen van voorheen een tijdvak van heerlijkheid en g-eluk voor allen meenden te zullen zien aanbreken, zoodra de republiek zou zijn geproklameerd.
ttet is onnoodig-, de teleurstellingen aan te toonen, die elkander hebben opgevolgd bij de arbeidende menigte, sinds het in toepassing brengen van het republikeinsche stelsel: wapenen wij ons tegen de niet minder verschrikkelijke teleurstellingen, die ons zouden wachten, indien wij ons zouden aanwennen, in alles op de revolutie te rekenen, indien wij van haar een doel maakten, terwijl zij slechts een middel is.
Deze vrienden gaan uit van het beginsel, â op zichzelf
DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ ES DE ARCHEI.
204
prijzenswaardig - dat men bestanddeelen kan gruepeeren om de revolutie te maken: dat men talrijk genoeg kan worden om een opstand te beproeven ; dat men toestanden kan scheppen waaronder de omwenteling losbarst en de georganiseerde revolutionaire groepeeringen die kunnen leiden in de richting die hun bevallen zal. Daarom nemen zij sommige middelen aan, die hun toeschijnen geschikt te zijn om de komst der revolutie te verhaasten: vandaar hun pogingen om te beproeven alles wat hun revolutionair voorkomt te groepeeren onder een gemengd program, waarbij zij sommige kleinigheden, sommige schakeeringen op zijde laten, omdat die de overeenstemming zouden verhinderen, en hun zouden dwingen, om individuen uit te werpen die als revolutionair van aard voorkomen.
Wij anderen daarentegen zijn overtuigd dat de omwenteling zonder ons komen zal, eer wij nog talrijk genoeg zijn om haar te verwekken: wij denken dat de slechte organisatie der maatschappij ons er onafwendbaar heenvoert, en dat de economische crisis, zicli verwikkelend in een of andere politieke gebeurtenis, voldoende is om liet vuur in liet kruit te brengen en de beweging-te doen losbarsten, die onze vrienden kunstmatig willen voortbrengen.
Voor allen, die niet met woorden schermen, en liet hoofd niet onder de vleugels verbergen om de feiten niet te zien, is het zoo duidelijk mogelijk, dat de toestand niet lang meer voortduren kan. De ontevredenheid is algemeen: zij gaf zooveel kracht aan de boulangistische beweging, die slechts schipbreuk leed door de domheid en de lafhartigheid van de lieden, die aan het hoofd ervan stonden. Maar wat zij niet konden bereiken. daarin kunnen anderen slagen.
REVOLUTIE EX AXA!K'H!E.
Al heeft zij niet meer de scherpte, die zij onder de boulau-gistische beweging' bereikt had, toch bestaat de ontevredenheid nog-, en is rij even uitgestrekt, even diep. Verre van af te nemen, vergroot zich de liandelscrisis, wordt het verkrijgen van arbeid voor de werklieden hoe langer hoe moeilijker, zien de werkloozen den duur van hun gedwongen rust meer en meer toenemen, en wordt het leger der werkloozen hoe langer hoe talrijker. De winter zal ons de lange rijen bedelaars weer doen aanschouwen, die rillend van koude en honger, angstig aan de deuren van kazernes, ziekenhuizen, restaurants en sommige menschenvrienden, het uuv verbeiden dat er soep of brood zal worden uitgedeeld.
En daar deze toestand niet kan voortduren en de individuen liet eindelijk zullen moede worden van honger te sterven, zullen zij in opstand komen.
Wij denken nu, dat in deze revolutie liet anarchistisch handelen sterker zal zijn. naarmate onze ideeën meer zijn gepropageerd, en zij beter begrepen zijn. beter toegelicht, geheel verlost van alle vooroordtelen die ons door gewoonte, erfelijkheid en opvoeding bijbleven. Voor alles zoeken wij dus de ideeën te omschrijven en te verbreiden, zelfbewuste kameraden te groepeeren, en vermijden wij iedere concessie waardoor een gedeelte van ons ideaal bedekt zou kunnen worden, willen niet onder liet voorwendsel ons aantal te vermeerderen eenige verbintenis aangaan, die op een gegeven oogenblik een hinderpaal zou kunnen worden, of een twijfel laten zweven over hetgeen wij willen.
Xog eenmaal: voor ons is de revolutie geen doel maar een ongetwijfeld niet te vermijden middel, waartoe men volgens
205
-'Hi DE STERTBXDE .MAATSCHAPPIJ EN i)E ANARCHIE.
onze overtuiging zijn toevlucht nemen moet, maar dat alleen waarde heeft met het oog' op het doel waartoe men het wil laten dienen. Laten wij aau de maatschappij de zorg over, door haar schreeuwende onrechtvaardigheden revolutionairen te vormen door ontevredenen en opstandelingen voort te brengen; trachten wij individuen met bewustzijn te kweeken, die weten wat zij willen, in één woord: volmaakte anarchisten, die zekerlijk revolutionair zijn, maar niet blijven stilstaan bij de daad van geweld, omdat het hun bekend is waartoe zij dienen moet.
Hier weten wij met zekerheid, wat eenige tegenstanders ons zullen antwoorden; ..AVat hebben tot heden uw schoone bespiegelingen over het initiatief eu de vrijwillige beweging der individuen uitgewerkt? AVat doen uw verspreide groepen zonder verbinding y Hebt gij zelf niet te strijden tegen daden en theoriën. die men beproeft onder den dekmantel anarchie te laten doorgaan, en die gij weigert als zoodanig aan te nemen?quot;
Het is .duidelijk, dat de anarchistische propaganda verre is van alle gevolgen te hebben opgeleverd, die haar uitbreiding toelaat, dat zij lang niet begrepen is, door allen die zich voor haar verdedigers uitgeven: maar dit juist bewijst de noodzakelijkheid van meer te werken, niet te vreezen in herhalingen te vervallen om de aandacht samen te trekken op de punten, die men wil toelichten.
En wanneer overigens aan de pogingen der anarchisten een bewuste samenscliikking, een wezenlijke, tastbare organisatie ontbreekt, zijn die pogingen daarom niet minder gewichtig. Zij hebben ten minste den samenhang, de samenscliikking, die het gevolg is van het gezamenlijk ontwaren van eenzelfde duidelijk omschreven doel. Of het in Frankrijk is, of in Spanje,
REÃllUrjIE EX ANAKCH1E,
Italië, Engeland, Amerika of Australië, overal willen de anarchisten de afschafling van den persoonlijken eigendom, de vernietiging van het gezag, de volkomen zelfregeering van het individu, zonder eenige beperking. Ziedaar den gemeenschappe-lijken bodem van de idée.
Zeker, er kan oueenheid bestaan over het gebruik van de middelen om daartoe te komen, men heeft het ideaal nog niet bereikt: maar onmerkbaar nadert men het, en zuodra meu geen vrees meer koestert voor enkele woorden waarmee men ongelijksoortige zaken verwart, zal het niet lang meer duren, of een waarlijk belangrijke en geheele vrije overeenstemming en organisatie, zulleu tusschen de verschillende groepen van alle landen ontstaan; een overeenstemming en organisatie die te duurzamer zullen zijn, daar zij voortvloeiden uit de praktijk der feiten en niet uit een door concessiën verwekte kunstmatige schikking.
Wat betreft te weten of er daden en theoriën zijn waarvan men zich verwijderd moet houden, is het, duidelijk, dat er een soort â ongetwijfeld bezoldigde â propaganda bestaat, dat zich tusschen ons inschoof, en tot welker verbreiding de overdrijving van enkele kameraden ter goeder trouw, heeft bijgedragen. Wij moeten ons met alle kracht wapenen daartegen.
Maar niet door tegen beginselen te schreeuwen, niet door slechts aan te sporen tot de revolutie, zal men zich kunnen wachten voor de valsche broeders, de valsche ideeën, de valsche beginselen. Er is slechts één weg om de anarchistische ideeën te verwijderen van de denkbeelden die geuit worden met de bedoeling deze beweging te doen afdwalen; en dat is: nog meer te werken om ze te verhelderen, onze manier van handelen
207
TIE STEKTEXPE MAATSCHAPPIJ ES HE ANARCHIE.
nog meer te zuiveren van alle overblijfselen der gezag'svoor-oordeelen, en maken dat de lieden tot wie wij ons richten ons begrijpen en in staat zijn te onderscheiden of een daad anarchistisch is of niet.
Zeker, voor hen die ongeduldig zijn, om onzen droom van geluk en harmonie verwezenlijkt te zien, kan hetgeen op het oogenblik in onze gelederen gebeurt ontmoedigend werken, en hen doen wanhopen of zij ooit een schikking zullen zien voortkomen uit den chaos van denkbeelden, die, ouder den naam anarchie, de bourgeoisie min of meer bekampen. Maar is het niet de eigenschap van iedere nieuwe gedachte, die de bestaande orde der dingen omkeert, dat hij op liet oogenblik wanorde schept ?
Nog eens. laten wij de dngeduldigen hun vuur werpen, om-schrijven wij de ideeën, en wanneer de theoriën meer overwogen. meer bewust zijn, zullen zij zich zooveel te beter samenvoegen, daar zij dan niets opgedrongens hebben, en geen enkele hinderpaal aan de vrije ontwikkeling der geesten is in den weg gelegd. Wij kunnen het niet te dikwijls herhalen, dat men door de anarchistische idee te ontwikkelen, bewuste men-schen schept en wij de kansen op welslagen der revolutie vermeerderen.
Een zaak droeg er vooral toe bij, veel kameraden in de dwaling te brengen, dat de beginselen een keten waren, een hinderpaal in den strijd. Eu dat is, dat terwijl zij die wanklank van ideeën en pogingen goed hoorden, en wanhoopten een voor de revolutie voldoende kracht zi' li te zullen zien groepeeren, zij het navorschen en onderzoeken der ideeën voor bovennatuurkunde hielden; en daar zij in ons zelf die kracht niet
208
REVOLUTIE EX ANARCHIE.
vonden, welke zij zich voorstelden door andere middelen te knnnen grijpen, kwamen zij terug tot de gezagsmiddelen, die zij kinderlijk genoeg, geloofden van alle gezag te hebben ont. daan, doordat zij de namen veranderden. Ongeduldig door den strijd, bespeuren zij niet, dat, hoewel afgezonderd in schijn, de pogingen der strijdenden niettemin op één zelfde doel uitloopen, dat aan deze samenvoeging alleen redeneering ontbreekt, om al de kracht te hebben die zij haar verleenen willen, en dat dit niet gebeuren zal dan door de ideeën meer te verspreiden.
Wij willen â zoo zeggen deze kameraden â dat wij, wanneer een kameraad ons zijn medewerking belooft, op hem kunnen rekenen, en hij niet, wanneer de tijd van handelen gekomen is, zijn woord breekt onder het voorwendsel van persoonlijke vrijheid en zelfregeering.
Wij zijn geheel en al van dezelfde meening; maar wij honden het voor een onderdeel der propaganda, den individuen ,.an te toonen dat zij niets beloven moeten, dan wanneer zij zeker zijn hun beloften te kunnen houden, en dat, wanneer eenmaal verbonden, het een vraag van eerlijkheid is zijn beloften te ver vullen. Wederom geldt liet hier den strijd tegen deze ontbindende ideeën, dien wij boven aangaven; maar nog eens, onze propaganda moet de goede gevolgen aan toonen van een geheele samenwerking en een volkomen vertrouwen tusschen kameraden. Wat zouden alle vooraf geëischte verbintenissen kunnen uitwerken ? Wanneer men met reusachtige letters, op vooraf klaar-gemaakte programma's schreef, dat de individuen verbonden moeten zijn door verplichtingen die zij aangaan; wat te doen wanneer men niet de minste macht heeft om hen te dwingen, die de bedoelde verplichtingen niet nakomen? Luisteren wij minder naar ons ongeduld en meer naar de rede ; dan zullen wij zien, dat niet overal waar men het veronderstelt sprake is van bovennatuurkunde.
209
XIX.
Het afdoende van hervormingen.
Bij de behandeling van de vraag: Waarom wij revolutionairen zijnquot;, hebben wij beproefd aan te tooneu, dat de door de slechte maatschappelijke organisatie voortgebrachte ellende en de ontevredenheid ons regelrecht tot den opstand voeren, en dat wij â door de kracht der dingen gedwongen aan die revolutie deel te nemen â er alle belang bij hebben om ons er op voor te bereiden. Er is een andere reden, die wij slechts terloops hebben aangeroerd, en die evenzeer belangrijk is, want zij geeft uitlegging waarom de anarchisten zich niet afmatten met te strijden ter verkrijging van enkele hervormingen, die den arbeiders worden aangeboden als heilmiddelen of als wegen, waarlangs zij geleidelijk hun bevrijding kunnen bereiken.
Wij moeten aantoonen, dat onder de tegenwoordige verhouding: de kapitalistische organisatie en de verdeeling van de maatschappij in twee klassen, waarvan de één ten koste van de andere leeft, geen enkele verbetering voor de uitgezogen klasse kan worden aangebracht, zonder de voorrechten der uitzuigende klasse te verminderen, en dat bijgevolg óf de hervorming een denkbeeldige is, een lokaas waarvan men zich
HET AFDOEN DE VAX IIEKVORJilXGEN'.
bedient om den arbeider in siaap te wiegen en hem zijn krachten te laten gebruiken om zeepbellen te veroveren, die in zijn handen zullen uiteenbersten zoodra hij ze grijpen wil; óf wel indien een verbetering werkelijk den toestand kon veranderen, zou de bevoorrechte klasse, die over de macht beschikt. alle pogingen in het werk stellen om de toepassing er van te beletten of haar tot haar voordeel te doen omkeeren, en steeds zou men tot het uiterste, âgeweldquot;, moeten komen.
Wij willen niet alle hervormingen voor onze oogen laten voorbijgaan, die zijn uitgevonden door de tot het uiterste gebrachte mannen der politiek, noch alle verkiezingsverzinsels beoordeelen, die door de veiiangers naar een mandaat ont-worpen werden: daartoe zouden honderde boekdeelen noo-dig zijn.
Wij meenen dat wij voldoende hebben aangetoond, dat de bronnen van de ellende aan de slechte economische organisatie ontspringen; de lezer zal begrijpen dat wij bijgevolg alle hervormingen, die over staatkundige veranderingen handelden, moesten verwerpen. Wat de economische hervormingen betreft, die de moeite waard zijn besproken te worden, zij zijn weinig in getal en gemakkelijk op te noemen:
1)0 belasting op het inkomen;
De vermindering van den arbeidstijd en de vaststelling van een minimum-loon;
De verhooging van de belasting op de erfenissen en de af-schofling dezer laatsten wat aangaat de zijverwanten.
Noemen wij ter herinnering het vormen van syndicaten, en hun verandering in coöperatieve voortbrengingsvereenigingen, en wij hebben de geheele hervormingsbagage van hen. die de
211
DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EX DE AX ARCHIE.
maatschappij dooi' ontwikkeling willen veranderen. Als hoeveelheid is liet weinig; beschouwen wij thans de hoedanigheid.
Belasting op het inkomen ! Langen tijd hemelde men dit wondermiddel op, maar thans schijnt het een deel van zijn aanzien te hebben verloren. Het is één van die verbeteringen, welke de leiders het meest in de oogen der arbeiders lieten schitteren; één van de verbeteringen die het meest geloof vonden, daar het den schijn had alsof het de uitgaven van den staat wilde doen dragen door de lijken, en het den toestand van evenwicht tusschen de burgers scheen te willen herstellen^ door ieder voor de uitgaven der maatschappij te laten betalen naar de diensten, die hij van haar genoot.
Maar het zal voldoende zijn, het maatschappelijk raderwerk te bestudeeren, en de bronnen van den rijkdom op te sporen, om ons er van te overtuigen dat die voorgewende hervorming niets zou hervormen, eu zij niets is dan een gewoon lokaas om de arbeiders te doen afdwalen, door hen te laten hopen op verbeteringen, die nooit werkelijkheid worden, en hen zoodoende te verhinderen om de ware middelen ter bevrijding te zoeken.
Het lijdt geen twijfel, dat er nog bourgeois zijn, die werkelijk opschrikken, om den eenvoudigen inhoud van deze hervorming, en zich reeds .,geplunderdquot; zien ten voordeele van het ..gemeeue volkquot;.
De bourgeoisie telt vele zulke angstvallige menschen, die op het minste gerucht door schrik bevangen worden, en zich ver-
212
HET AFDOENDE TAX HEBVOEMIJTGEX. 213
bergen bij ieder alarm, maar loeien als kalveren zoodra men een beweging: maakt om hun voorrechten aan te randen.
Misschien zijn er onder de lieden die het voorstellen, ook enkele individuen zoo ter goeder trouw, dat zij aan het afdoende van het middel geloof slaan. Het getier van de eene en de kinderlijkheid van de andere helft dragen op bewonderenswaardige wijze bij, om de arbeiders te bedriegen, en hen de beuzelarij ernstig te doen opvatten, die hun belet het oor te leenen, wanneer men huu aantoont dat zij niets te wachten hebben van hun uitzuigers, dat hun bevrijding eerst dan een feit zal worden, wanneer er geen voorrechten meer zullen bestaan.
In den tijd der tienden wisten de arbeiders waaraan zij zich te houden hadden, wat betrof hetgeen zij hun meesters en heerschers betaalden ; zóóveel voor den heer, zóóveel voor den pastoor, zóóveel voor dezen, zóóveel voor genen. Bij het einde bemerkten zij, dat zij niet veel voor zichzelf behielden. Zij maakten een omwenteling. De bourgeoisie maakte zich meester van de macht: maar daar het volk gestreden had om de tienden af te schaffen, zou het niet politiek zijn geweest, die weer in te stellen, en daarom vond de bourgeoisie de direkte eu indirekte belasting uit. Op die manier behalen de kapitalisten, fabrikanten en andere tusschenpersonen voordeel van de ten behoeve van den staat genomen sommen, vrij als zij zijn om te beschikken over de beurzen van voortbrengers en gebruikers, en daar dezen niet regelrecht met den fiscus 1) te maken hebben, kunnen zij
1) Met de inning der belastingen belast ambtenaar.
quot;21 DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EX DE AX ARCHIE.
zicli niet nauwkeurig rekenschap geven van hetgeen zij voor hun deel te betalen hebben, en zoo gaat liet opperbest in de beste van alle bourgeois-maatschappijen.
Naar beweerd wordt, heeft men in Frankrijk 130 a 140 francs belasting per hoofd en per jaar te betalen ; wat beteekent dat ? Waarom u het genoegen te ontzeggen een regeering te hebben, die zich voor eeu zoo matige som met de zorg voor uw geluk belast; het is gevaarlijk voor niets, en het zou dom zijn zich daarvan te berooven. - - Het is inderdaad voor niets, eu de werkman bemerkt niet, dat, daar hij de eenige is om voort te brengen, hij ook de eenige is om te betalen : hij moet niet alleen zijn aandeel voldoen, maar ook het aandeel van al de parasieten; die reeds leven van de opbrengst van zijn arbeid.
liet welke drogredenen de staathuishoudkundigen hun stelen ook beproefden te steunen, om het bestaan der kapitalisten te rechtvaardigen, liet is toch een vaststaand feit. dat het kapitaal zichzelf niet voortbrengt, doch slechts het produkt van den arbeid kan zijn ; en aangezien de kapitalisten zelve niet werken, is hun kapitaal niets dan de vrucht van het werken van anderen. De geheele handel van individu met individu, van volk met volk, al die ruil en uitvoer, wordt door arbeid voortgebracht en het voordeel dat voor de tusschenpersonen overblijft vertegenwoordigt de door de bezitters van liet kapitaal aan den arbeid der voortbrengers ontrukte tienden.
Is het uitgegeven geld de oorzaak dat de aarde het graan voortbrengt, de vruchten en de groenten waarmee wij ons moeten voeden V; de weiden waarop de dieren grazen moeten, aan welke wij onze leeftocht ontleenen? Geven de mijnen ons alleen door de kracht van het kapitaal, de metalen die voor de
HET AFDOENDE VAN HERVORMINOEX. 21Ã
industrie dienen, om de gereedschappen en werktuigen te ver-vaardigen waaraan wij behoefte hebben ? Vervormt liet kapitaal de stof tot verbruiksartikelen? Wie zou dat durven beweren? De staathuishoudkunde zelf, die tot doel heeft alles van toepassing te maken op het kapitaal, gaat zoover niet; zij beproeft alleen aan te toonen, dat het kapitaal â omdat het onontbeerlijk is tot het in gang brengen van iedere onderneming â recht heeft op een deel, en wel het grootste deel, als vergoeding voor de gevaren, die men rekent dat het in de onderneming loopt.
Om het onnut van het kapitaal te bewijzen, kunnen wij volstaan met het herhalen van de reeds zoo vaak opgeworpen stelling; .zou men om het verdwijnen van alle geldswaarde â goud, zilver, bankbiljetten, effecten en wissels â ophouden met .voortbrengen? Zou de boer ophouden het land te bebouwen, de mijnwerker zijn bestaan aan den mijn te ontleenen en de arbeider verbruiksartikelen te vervaardigen ? Zouden de werklieden geen middel vinden, om zich te onthouden van gemunt geld bij de ruil van hun voortbrengselen, en voortgaan met leven en voortbrengen zonder munt?
Het bevestigend antwoord op deze vragen, brengt ons tot het besluit, dat het kapitaal voor de parasieten niets is dan een middel om hun nutteloosheid te vermommen en de tusschen-koinst te rechtvaardigen die zij den arbeiders opdringen om de tienden te heffen van den arbeid van anderen. Welk middel dan ook de staat moge bezigen om hen in hun inkomen te treffen, die slagen vallen per slot van rekening op de voortbrengers terug, aangezien de inkomens reeds uit geen andere bron dan den arbeid voortvloeien.
Met hoe zwaarder lasten men hen bezwaren zal, zooveel te
DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EX DE ANARCHIE.
zwaarder zal die op de arbeiders terugvalleu, vergroot nog dooide tusschenpersouen: en per slot van rekening is de zoo opgevijzelde hervorming, door de slechte maatschappelijke organisatie, veranderd in een nog grooter middel tot nitznigerij en diefstal.
* ik
Na de belasting op het inkomen, die haar tijd van succès heeft gehad, is de verkorting van den arbeidstijd met de vaststelling van een minimum-loon op het oogenblik de meest aangeprezen hervorming.
De verhouding tusschen Kapitaal en Arbeid in het belang der werklieden te regelen, te verkrijgen dat men niet meer dan acht uur werkt in plaats van twaalf, schijnt op het eerste gezicht een reusachtigen vooruitgang, en het is niets verwonderlijk, dat velen zich er door laten vangen en al hun krachten aanwenden om dit heilmiddel te veroveren, waarmee zij geloo-. ven aan de bevrijding der proletariërsklasse te arbeiden.
Wij hebben evenwel in het hoofdstuk âHet Gezagquot; reeds gezien, dat het gezag geen andere rol heeft, dan de bestaande orde der dingen te verdedigen; bijgevolg is aan den staat te vragen, dat hij zijn tnsschenkomst biede in de maatschappelijke verhoudingen tusschen Kapitaal en Arbeid, een bewijs leveren van het grootste gebrek aan redeneering, daar zijn tusschen-komst slechts ten voordeele kan uitvallen van hetgeen waarvan hij de verdediger is.
Bij het bestudeeren van de hervorming der belasting, hebben wij gezien, dat het de rol van den kapitalist is, ten koste van den voortbrenger te leven: het is dus afschuwelijk den spot drijven met de arbeiders, wanneer men hun de raad geeft, aan de bourgeois te gaan vragen of zij hun voordeelen willen beperken, wanneer zij alle middelen gebruiken om ze te vermeer-
216
HET AFDOENDE VAX HEKVORM1X0EX.
deren. Er zijn omwentelingen noodig geweest om eenvoudige â en verre van belangrijke â staatkundige veranderingen te bereiken.
Indien de arbeidsdag tot op acht uur werd verminderd, beweren de voorstanders van deze hervorming, zou dit de werkeloosheid doen afnemen, die voortkomt uit de te groote produktie, en zou dit bijgevolg de arbeiders veroorlooven hun loonen te doen vermeerderen.
Op het eerst lijkt deze redeneering zeer logisch, maar niets is valscher voor dengeen die zich rekenschap heeft weten te geven van de verschijnselen die voortgebracht zijn door de slechte organisatie van hetgeen men overeengekomen is ..de tegenwoordige maatschappijquot; te noemen.
Wij hebben in het hoofdstuk ,,D e E i g e n d o mquot; aangetoond dat wanneer de magazijnen overvloeien van produkten, dit niet wordt veroorzaakt doordat de produktie te groot is, maar doordat liet overgroote deel der voortbrengers in ellende gedompeld is en niet naar zijn behoeften verbruiken kan.
217
Het meest logisch middel voor den werkman om zich van arbeid te verzekeren, zou bijgevolg zijn, dat hij zich meester maakte van de door hem vervaardigde voortbrengselen, waarvan men hem beroofde, en dat hij ze verbruikte. Wij zullen ons dus niet verder bij dit onderwerp ophouden; ons blijft slechts over aan te toonen dat de toepassing van deze hervorming den Arbeiders niet het minste geldelijk voordeel zal opleveren.
Wanneer een bourgeois zijn geld in een onderneming steekt
21S TIE STEIÃVEXDE MAATSCHAPPIJ EX DE ANARCHIE.
hoopt hij dat dit geld daardoor vruchten zal dragen. In den tegenwoordigen toestand meent de patroon dat er 10, 11 of 12 uren noodig zijn om van een arbeider het voordeel te trekken waarop hij hen! geschat heeft. Vermindert den arbeidsdagtot acht uren, dan zal de patroon benadeeld worden en zijn berekening verward; maar omdat zijn kapitaal hem een zeker aantal percenten moet opbrengen, daar zijn arbeid er in bestaat dat voordeel te vinden, zoo goedkoop mogelijk te koopen en zoo duur als het kan te verkoopen, in één woord: allen te bestelen met wie hij overeenkomsten sluit (dat is zijn rol), daarom zal hij een nieuwe verbinding zoeken om terug te krijgen wat men hen! wilde ontnemen.
Drie middelen bieden zich daartoe bij hem aan : den prijs van zijn produkten verhoogen, het loon van zijn werklieden verlagen, ot wel deze laatsten in acht uren dezelfde hoeveelheid arbeid laten verrichten als zij vroeger in twaalf deden.
De belovers van deze hervorming hebben een van deze middelen onmogelijk gemaakt, door het vaststellen van een minimumloon te vragen: het is waarschijnlijk dat de patroons geen vermeerdering van den prijs hunner produkten zullen beproeven, daar de concurrentie hun dat verhindert; in ieder geval bewijst ons de duurte der levensmiddelen, naar gelang de loonen worden verhoogd, dat de arbeider niet missen zou het volle gewicht van de hervorming te dragen, en dat hij met behoud van het tegenwoordig loon bij acht uren werk ellendiger zon zijn dan op het oogenblik, daar de prijsverhooging der levensbehoeften van dit loon een lager maken zon.
Noord- en Zuid-Amerika zijn immers daar om ons te bewijzen, dat overal waar de arbeider er in slaagde zich zeer hooge loonen te doen betalen, de verbruiksartikelen naar verhouding duurder werden, en dat, wanneer het hun gelukte twintig francs per dag te bedingen, hij er vijfentwintig noodig zou hebben om te
HET AFDOENDE VAX HERVORMIXGEX.
leven, zooals eeu arbeider âdie zijn levensonderhoud goed verdientquot; leven kan.
Maar in onzen tijd van stoom en electriciteit, veroorlooft de concnrrentie geen stilstand: men moet snel -en goedkoop voortbrengen. Dus zullen de ondernemers niet met een prijsver-hooging der produkten hun schade trachten te dekken. Het laatste middel â in acht uren voort te brengen wat men vroeger in twealf voortbracht â is als 't ware aangewezen voor de ondernemers, die zoo bezorgd zijn om hun .. winst' te waarborgen.
De arbeider moet sneller voortbrengen: de stremming der produkten die men wilde voorkomen en de werkeloosheid die men wilde vermijden, zullen evenals in liet verleden onverwacht komen, aangezien de produktie dezelfde zal zijn en de arbeider niet in staat gesteld zal zijn om meer te verbruiken.
Maar de nadeelen van de genoemde verbetering, bepalen zich niet tot deze mislukking, er zijn er andere, meer ernstige: ten eerste zal de verkorting van den arbeidsdag tot gevolg hebben dat üe volmaking van het machinewezen wordt bespoedigd en de arbeider van vleesch door den ijzeren arbeider vervangen wordt: in een goed georganiseerde maatschappij zou dit een vooruitgang zijn, maar in de huidige samenleving wordt liet een vergrooting der ellende voor den werkman.
Daar de werkman daarenboven verplicht zal zijn sneller voort te brengen, zal hij bijgevolg zijn bedrijvigheid moeten vergroo-ten, zijn aandacht op den arbeid meer moeten samentrekken; alle vezelen van zijn wezen zullen zich dus in een voortdurendeu toestand van spanning bevinden, die schadelijker is voor zijn gezondheid dan een verlenging van den arbeidstijd.
210
' de stervende maatschappij ex de anarchie.
De duur is korter, maar daar men in de noodzakelijkheid is meer krachten aan te wenden in veel minder tijd, zal hij zich meer en spoediger vermoeien.
Indien wij den blik naar Engeland wenden, dat ons door de voorstanders van dit plan als voorbeeld gesteld wordt, waar wij »len dag van negen uur in bloei zien, zullen wij bemerken dat de verkorte arbeidsdag, verre van een âverbeteringquot; te zijn, integendeel voor de arbeiders een verzwaring is. Bij JIarx, het orakel van hen die dit schoone plan op den voorgrond brachten, zullen wij de bewijzen tot steun hiervan zoeken.
In het werk ..Das Kapitalquot; van JIarx, vinden wij het uittreksel uit een rapport van een fabrieksinspekteur dat hier volgt: _Oiu onze hoeveelheid produkten te handhaven â zegt het huis Cochrane van de âBrittain Pottery Glasgowquot; â moesten wij onze toevlucht nemen tot het gebruik in het groot van machines, die bekwame arbeiders overtollig maken, en iedere dag blijkt dat wij meer kunnen voortbrengen dan op de oude manier. De fabriekswet (wet van negen uren) had tot gevolg dat nieuwe machines werden ingevoerd.quot;
Verder lezen wij in hetzelfde boek; âHoewel de fabrieks-inspecteurs het niet moede worden â en met reden â de gunstige gevolgen van de wetgeving van 1844 en 1850 te doen uitkomen, zijn zij toch gedwongen te erkennen dat de verkorting van den arbeidstijd, reeds een vermeerdering van den arbeid veroorzaakte, die de gezondheid van den werkman en bijgevolg ook zijn produktieve kracht aanvalt.quot;
âIn het meerendeel der katoen- en zijdefabrieken enz., schijnt de overspanning die door den arbeid aan de in de laatstejaren buitengewoon versnelde machines vereischt wordt, een der
220
het afdoende van hervormingen.
redenen vau de bovenmatige sterfte door longaandoeningen, door doctor Gkennhown in zijn laatste bewonderenswaardig rapport aangetoond. Er is niet de minste twijfel over, of het doel van het kapitaal, om zich te herstellen door het stelselmatig krachtiger maken van den arbeid (daar het verlengen van den arbeidstijd door de wet verboden is), en om iedere volmaking van het machinewezen te veranderen in een nieuw middel tot uitznigerij, tot een punt moet voeren, waar een nieuwe vermindering van het aantal arbeidsuren onvermijdelijk zal zijnquot;.
Het vervangen van den werkman door machines, het vermeerderen van de kansen op ziekte voor hen, die aan den arbeid blijven, vernietiging van de hervorming ten einde den toestand op zijn punt van uitgang terug te brengen â zonder andere verzwaringen te rekenen â dat zijn de voordeden van deze gelukzalige hervorming. Is dit niet afdoende genoeg?
Hier voegen de voorstanders vau het achturen-stelsel ons toe; âJa, maar deze vooruitgang van liet machine wezen zal zich in elk geval voltrekken, ook als men twaalf uren arbeidt; en daar de beperking van den arbeidsdag een tijdelijke verbetering moet meebrengen, door ons te veroorloven slechts acht in plaats van twaalf uren in de werkplaats te blijven, is dit een zedelijke vooruitgang, waarmee wij ons vergenoegen in afwachting van beter.quot;
Dit vloeit voort uit een natuurlijke goedaardigheid, en bewijst dat de voorstanders van de genoemde hervorming niet moeilijk zijn te voldoen, maar wij meereischende anarchisten achten het tijdverlies, hervormingen na te jagen, die niets hervormen. Waartoe is het goed, propaganda te maken voor een
221
--- DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EX DE ANARCHIE.
zaak die alleen goed is voor zoover zij niet in toepassing is gebracht, en die, wanneer zij dat wel is, zich tegen het voorgestelde doel keert 'lt; Zeker, de vooruitgang van liet machiDe-wezen vervolgt zijn weg, maar op het oogenblik wordt hij tegengehouden door de heilige sleur.
Het is bekend welke krachtsinspanning vereischt wordt om een nieuwe uitvinding te doen aannemen: de ondernemers moeten kiezen tusschen het verliezen van hun winst en het breken met de gewoonte, en het gevolg daarvan zal zijn dat de loop der gebeurtenissen wordt bespoedigd, en de sociale revolutie, die wij nabij gevoelen, vervroegd wordt.
Daar deze omwenteling onvermijdelijk is, willen wij niet door haar verrast worden, willen wij gereed zijn om van haar gebruik te maken, ten bate van onze beginselen, zoodra zij zich aanbiedt. AVij trachten den arbeiders begrijpelijk te maken, dat zij niets te winnen hebben bij die beuzelingen, en dat de maatschappij niet van vorm kan veranderen, dan ouder voorwaarde dat de ons beheerschende instellingen vernietigd worden.
O! de organisatie van die maatschappij van uitzuigerij, door welke wij worden verpletterd, is te goed samengevoegd : het is niet voldoende haar raderen te vereenvoudigen, haar manier van handelen te verbeteren, om de gevolgen te veranderen. quot;Wij zagen het reeds: iedere verbetering, iedere volmaking van de werktuigen keert zich onmiddellijk tegen hen die arbeiden en wordt een middel tot uitzuigerij voor hen, die zich als meesters van den maatschappelijken rijkdom hebben opgeworpen. Wanneer gij verlangt dat de vooruitgang allen ten goede kome, wanneer gij wilt dat de werkman zich bevrijde, moet gij aanvangen met
HET AFDOENDE VAX HEEVORJIIXGEX
lt;le oorzaak uit den weg te ruimen vau de verschijnselen, die gij opheffen wilt.
De ellende der arbeiders is een gevolg ervan dat zij gedwongen zijn voort te brengen voor een menigte parasieten, die het beste gedeelte der stof tot hun voordeel wisten aan te wenden. Indien gij oprecht zijt, verliest uw tijd dan niet met te trachten overeenstemming te brengen tusschen tegenstrijdige belangen, zoekt niet een toestand te verbeteren die niets goeds kan voortbrengen : maakt een einde aan de tafelschuimerij. Maar omdat men dat van de zijde der individuen, die zelf woekeren, niet verwachten kan, omdat dit niet het werk van een wet kan zijn, moet men het stelsel van nitzuigerij vernietigen en niet verbeteren.
Behalve deze beide hervormingen is er nog een derde, die door eenige â toch verlichte â geesten voor eenigszins afdoende gebonden wordt. Wij bedoelen de vermeerdering van de belasting op de nalatenschap, wat betreft zijverwanten.
Wanneer men deze belasting verhoogt, zullen dezelfde gevolgen als bij de inkomstenbelasting niet dralen zich te ver. toonen. Overigens zou de maatregel slechts mogelijk zijn voor het grondbezit, doch volkomen onnut worden door de ontwikkeling die men niet zou nalaten te geven aan de naamlooze vennootschappen en het stelsel van aandeelen aan toonder. De bourgeois zouden er van ontslagen zijn door af te zien van hun familie-bezittingen, en zich tevreden te stellen met de huurders van hun kasteelen, hotels en jachtvelden te zijn, terwijl naamlooze vennootschappen zouden worden opgericht om het verhuren der genoemde goederen te orga niseeren en de tusschen-komst van den staat te ontduiken.
223
224 DE STERTEKDE MAATSCHAPPIJ EX DE ANARCHIE.
Jleu zal gemakkelijk begrijpen, dat met dit stelsel, liet aantal erfenissen waarop de staat toezicht houden kan, sterk verminderen zou en de wet onnut zou worden. De opheffing van erflating aan zijverwanten zou eveneens beperkt zijn, in aanmerking genomen dat een aantal beschikkingen tusschen den erflater en dengeen dien hij begunstigen wil, aan den laatsten rechten op den eigendom van den eersten kunnen toestaan, langs een anderen weg dan dien van erfenis.
Om dat te verhinderen zouden honderden wetten noodig zijn, die in alle handelingen en alle betrekkingen der individuen tusschenbeide kwamen, om hun het vrije gebruik van hun eigendom te ontnemen; en met een zoo willekeurig stelsel zou men nog niet zeker zijn er te komen. Een omwenteling of een staatsgreep zouden noodig zijn om zulke drukkende maatregelen te doen aannemen. Omwenteling op omwenteling; zou liet niet beter zijn haar te maken om vooruit te komen, dan om zulke maatregelen in te voeren ?
Indien wij echter aannemen, dat die wetten eenigen invloed kunnen uitoefenen op den vorm van den eigendom, hoe zou dat dan nog den toestand van den arbeider kunnen wijzigen ? â Nog eens: de eigendom zou in andere handen overgaan, maar hij zou niet in de handen der werklieden komen. De staat zou eigenaar worden. De staat zou zich vervormen tot een vereeni-ging van ondernemers, en wij hebben bij de behandeling van liet gezag gezien, dat men van zijn kant niets ten gunste dei-werklieden verwachten moet.
Zoolang als het geld de zenuw der maatschappelijke organisatie is, zullen de lieden die het bezitten het in hun voordeel weten te leiden. Of de staat regelrecht de eigendommen exploiteert
HET AFDOEXDE VAN HBKVOR5IIXGEX. 225
die hem in de handen vallen, en ze aan partikulieren onderverhuurt, liet zou toch altijd ten voordeele zijn van hen die reeds bezitten. Stellen wij zelfs â en dit zou kunnen â dat liet ten voordeele van een nieuwe klasse ware! In ieder geval zon het slechts schade zijn voor liet algemeen.
Maar om de mogelijkheid van het toepassen dezer hervorming niet te verwerpen, moest men deze andere stelling aannemen: de bourgeoisie, die de onaantastbaarheid van den persoonlijken eigendom als dogma vaststelde, de bourgeoisie wier gansch strafwetboek op niets dan de wettigheid van dien eigendom steunt, en bestemd is tot zijn verdediging, zal toelaten dat men aanslagen pleegt tegen de eigendomsorganisatie, welke zij niettemin voorgeeft dat onveranderlijk is.
Zou men ons kunnen zeggen, hoeveel tijd er noodig is om de bourgeoisie te doen aannemen, wat zij beschouwt als een aanval op âhaar rechtenquot;, hoeveel tijd er daarna noodig is, om na haar toepassing tot de erkenning te komen, dat de gezegde hervorming in 't geheel niets veranderd heeft, en of eindelijk de verloren tijd niet zou gelijk staan aan dien, welke noodig geoordeeld zou worden om .onze hersenschimmenquot; te verwezenlijken ?
Het is onnoodig hier de voortbrengings- en verbruiksvereeni-gingen te beoordeelen; wij hebben aangetoond, dat wij naar algeheele bevrijding streven, en dat de geheele volkomen bevrijding van het individu, niet plaats kan hebben zonder de volkomen bevrijding van allen. Daar overigens de samentrek-
226 de stervende maatschappij ex de anarchie.
king; der kapitalen en de voortdurende ontwikkeling der werktuigkunde, steeds meer en meer het in 't werk stellen van onmetelijke kapitalen eischen, breken die middelen der bevrijding van kleine groepen individuen, in hun handen zonder iets te hebben uitgewerkt.
» *
Andere hervormers trachten hun aandeel in het werk der meuschelijke bevrijding te leveren, door te werken voor de ontwikkeling van den tak van kennis waaraan zij zich gewijd hebben: maar weldra worden zij medegesleept door de hevigheid van den strijd, de op te lossen moeielijkheden, en eindigen zij met hun vast denkbeeld in een stokpaardje te veranderen, waaraan zij alle hoedanigheden toeschrijven, buiten hetwelk zij niets aanneembaars meer zien, en dat zij aanbieden als een heilmiddel dat alle kwalen genezen zal, waaraan onze ongelukkige maatschappij lijdt.
Onder deze dwepers met een vooroordeel zijn er oprechten, onder dien omhaal van denkbeelden zijn er inderdaad goede, die uitstekende gevolgen konden hebben in het belang der menscliheid, wanneer zij in een gezond saamgestelde maatschappij werden toegepast; maar die alleenstaande toegepast in een bedorven samenleving, niets voortbrengen dan gevolgen, tegenovergesteld aan wat men verwachtte, wanneer zij niet in de kiem verstikt zijn, voor zij konden worden toegepast.
Onder deze van een vast denkbeeld overtuigde strijders, kunnen wij er één noemen, die kenschetsend is door de conclusie die wij uit zijn zienswijze willen trekken. Wij bedoelen Ville met zijn stelsel van chemischen aanwas.
het afdoende vax hekvokmixgex. 1
Wij willen hier niet iu een gelieele uitlegging treden van dit stelsel. Het zij ons genoeg te zeggen, dat Ville bij het ontleden der planten gevonden had, dat zij onveranderlijk uit veertien elementen samengesteld waren â in iedere plant steeds dezelfde, maar verschillend in hoeveelheid in iedere familie. Bij het ontleden van bodem en lucht vond hij vervolgens, dat de plant tien van de elementen die haar samenstellen daar aantrof, en er dus slechts de vier ontbrekende storten overbleven, die haar in den vorm van mest verschaft moeten worden, en dit zijn kalk, pot-asch, phosphorus en stikstof. Nu bouwt Ville daarop een ge-heele reeks van scheikundige bemestingen, al naar de te bebouwen landerijen en de voort te brengen gewassen.
Door het opgeven van cijfers en het toonen van resultaten, bewijst hij dat men met den tegenwoordige!! stand der wetenschap, niet een geringere aanwending van meststoften, een akker vier of vijfmaal meer kan laten opbrengen: veel meer vee kan fokken op minder weiden, en op die wijze den prijs van het vleescli verlagen kan. Maar vandaar komt hij terstond tot de gevolgtrekking dat de oplossing der sociale quaestie bij de verbetering van den landbouw berust. âWanneer de voedingsmiddelen in overvloed worden voortgebrachtquot;, zegt hij, âzal iedereen daar voordeel bij hebben; de eigenaars door oogsten te behalen, welker overvloed hun veroorloven zal tegen lage prijs te verkoopen: de arbeiders door goed te kunnen leven omdat zij goedkoop betalen en daardoor van hun loon te besparen om op hun beurt kapitalisten te worden.quot; En dan zal alles goed zijn in de allerbeste samenleving.
Wij zijn overtuigd van de oprechtheid van Ville ; voor zoover flnze weinige kennis ons veroorlooft te oordeelen, komt zijn
DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EX DE ANARCHIE.
stelsel ons volkomen in overeenstemming met de rede voor, wij ontkennen dus de goede gevolgen niet. die de algemeene toepassing van deze methode op den toestand der arbeiders zonden hebben â indien de arbeiders van iets in de tegenwoordige maatschappij voordeel konden behalen. Zijn cijfers daarentegen steunen de anarchisten, waar zij beweren dat men met de gegevens der hedendaagsche wetenschap, met veel minder arbeid, de producten in zulk een overvloed zou kunnen voortbrengen, dat het niet meer noodig zon zijn ze op rantsoen te stellen, doch ieder van de hoop zou kunnen nemen naar zijn behoeften of zijn grillen, zonder schaarschte te duchten te hebben, zooals sommigen het schijnen te vreezen, die zelve zeggen alle gezag te kunnen missen, maar het noodig achten om de slechte neigingen te onderdrukken, waarmede het overige deel der menschheid behept is.
In een kleine brochure, getiteld ,,D e voortbrengselen dei-aardequot; heeft een onzer vrienden aangetoond, aan de hand van ofticiëele cijfers, dat in den toestand van heden, nu de landbouw nog in zijn kindschheid is, de voortbrenging een aanmerkelijk overwicht boven het verbruik heeft. Ville bewijst, dat niet een weloverwogen gebruik van chemicaliën, men zonder meer arbeid aan de aarde vier of vijf maal meer kan onttrekken dan zij thans opbrengt. Is dit geen glansrijke bevestiging van wat wij beweren ?
Maar hij bedriegt zich, wanneer hij in zijn stelsel de oplossing van de sociale (inaestie ziet, en gelooft dat wanneer de producten in overvloed worden voortgebracht, alles zoo goedkoop zal zijn dat de arbeiders zullen kunnen leven met minder uitgaven en zij veel zullen kunnen besparen. Indien Ville de
228
het afdoende vax hervorming en'
229
boui'geois-economen liad bestudeerd, o.a. Molixari, zou liij geleerd hebben _dat het teveel der produkten, op de markt de uitwerking teweegbrengt, dat de prijzen zoo gedrukt worden, dat de voortbrenging van dat artikel niet meer genoeg voordeel oplevert voor den kapitalist, en hij zijn kapitalen uit deze produktie neemt, totdat het evenwicht hersteld is en de zaken op liet punt van uitgang teruggebracht zijn.
Wanneer Vili.e wat minder verdiept ware in zijn geleerde berekeningen, en zich wat meer rekenschap gegeven hadde van de werking der maatschappij, zou hij gezien hebben dat er tegenwoordig, hoewel de voortbrenging een ontzettend overwicht heeft boven het verbruik, er menschen zijn die van honger omkomen: zou hij gezien hebben dat de beste theoretische berekeningen van haar doel worden afgeleid in de praktijk. De natuur kan er wel toe komen om â geholpen door liet mensche-lijk vernuft â tegen lagen prijs genoeg voort te brengen om de menschheid te voeden; docli de handel, de bezitter, de kapitalist, zullen hun tienden weten te heften, de produkten schaarsch te maken om zeer duur te verkoopen, en wanneer het noodig' is de voortbrenging te beletten om hun verzonnen prijzen nog te verhoogen en te handhaven op de hoogte die door hun roofzucht en hun behoefte aan weelde bepaald wordt.
Nemen wij als voorbeeld de steenkool, dat is een voortbrengsel dat men slechts uit den bodem heeft te halen en waarvan de beddingen zoo overvloedig zijn, dat zij over de geheele aardoppervlakte zijn verspreid, en in een onbegrensde behoefte kunnen voorzien. Toch blijft de prijs ervan betrekkelijk hoog, kunnen niet allen zich verwarmen naar de behoefte der temperatuur, en heeft de overvloed van de steenkool haar niet toe-
'230 de stervende maatschappij es de anarchie.
gankelijker gemaakt voor de arbeiders. Dit komt doordat de mijnen door machtig-e vennootschappen zijn bemachtigd, die er de produktie van beperken en die. om concurrentie te verhinderen de kleine mijnen vernietigd of opgekocht hebben, er de voorkeur aan gevend ze onontgonnen te laten, eer dan de markt te stremmen en de prijzen te drukken, waardoor zij hun voor-deelen zouden verminderd zien.
Wat met de kolenmijnen gebeurt, is bezig ook voor den grond waar te worden. Wordt niet dag aan dag de afgeknaagde en uitgemergelde klein-grondbezitter ten voordeele van den kapitalist onteigend ? Zal de toepassing in het groot van landbouwmachines niet tot gevolg hebben dat er landbouwsyndicaten ontstaan, en ook in dien tak machtige naamlooze vennootschappen zich nestelen, zooals zij reeds in den fabriekswereld de overhand hebben en in de mijnen de onveranderlijke regel zijn?
Wanneer men vier ot vijf maal meer kan voortbrengen, zal men de terreinen der produktie evenveel beperken, en de rest veranderen in jachtvelden en lusthoven voor onze uitzuigers. In Frankrijk begint men daarmede en in Schotland en Ierland is het reeds gebeurd. Daar wordt de bevolking teruggedrongen ten voordeele van herten en vossen, wier beweeglijke doodsstrijd tot tijdverdrijf dienen moet voor een even ,uitgezochtquot; publiek, als de toejuichers van Ville's menschlievende woorden waarvan wij boven melding maakten.
De maatschappij is zoo ingericht, dat de bezitter de heer der wereld is. De omloop der produkten vindt slechts plaats door de hulp van het kapitaal, en dus kan het geld alleen beschikken. Alle verbeteringen, alle schreden voorwaarts waartoe de arbeid, de wetenschap en de nijverheid voerden, hoopen zich
11 et afdoende vax hervormixges.
steeds op in de handen van hen die reeds bezitten, en worden een middel om nog meer uit te zuigen, doen een nog ontzet-tender ellende drukken op hen die niets bezitten.
De volmakingen van de voortbrenging maken dat de kapitalist de arbeiders al minder noodig heeft, verhoogen de concurrentie onder de laatsten en dwingen hen, hun diensten tot lager prijs aan te bieden. En hierdoor ziet men hoe de maatschappelijke organisatie, terwijl gij er van droomt den arbeiders een dienst te bewijzen, u dwingt te arbeiden aan hun uitzuiging, aan liet meer en meer vastklinken van de keten die hen bezwaart met haar ontzaglijk gewicht.
Het was schoon gedroomd van Ville: liet vermenigvuldigen van de produktie te bewerken, opdat iedereen genoeg te eten liebbe, maken dat de arbeider eenige stuivers besparen kan om de onzekerheid van later het hoofd te kunnen bieden, dat is niet het geheele menschelijke ideaal, maar men kan niet meer verlangen van iemand wiens toestand hem niet blootstelt aan het ondergaan van al de lichamelijke en zedelijke ontberingen die de onterfde overstelpen. Het is reeds schoon, maar het is, helaas! slechts een droom, zoolang als gij niet het stelsel van uitzuigerij verbroken hebt, dat al deze beloften bedriegelijk en denkbeeldig maakt. Het kapitalisme heeft meer dan een pees op zijn boog, en wanneer wij aannemen dat de overvloed van produkten, tot zulke lage prijzen zou aanleiding geven, dat de werkman van zijn loon besparen kon, zou hier een andere factor er tusschen komen, die gij zelf hebt opgenoemd; de toeneming-der bevolking.
Op het oogenblik is de markt overvoerd van produkten, en vermeerderd de ontwikkeling van het machinewezen. Om aan
231
232 DE STERVENDE .MAATSCHAPPIJ EX DE AXAKCHIE.
arbeid te komen, zijn deze gedwongen te concuvreeren en tot lager prijs te werken. Daar de vooruitgang zijn weg echter steeds vervolgt, zal waar ieder mensch thans voor tien kan voortbrengen, de prodnktie twintigmaal grooter zijn wanneer de bevolking verdubbeld is. Dan zal het welzijn dat gij voor de arbeiders dacht te scheppen, de voordeelen van den fabrikant vermeerderen, die zijn slaven zooveel minder betalen zal als zij talrijker op de markt zullen zijn.
Gij zegt dat de eisclien der arbeiders rechtvaardig zijn, tot op een zekere hoogte, zoolang zij geen gewelddadigen vorm aannemen; maar hebt gij er over nagedacht dat zij sinds dni-zende jaren strijden; dat die eischen even oud zijn als de geschiedenis? Weet wel dat zij den gewelddadigen vorm aannemen omdat men hen iedere voldoening weigert. Moeten zij voortgaan met te knielen en om genade te smeeken, terwijl zij nooit iets verkregen op een andere wijze dan door hun meesters aan hun voeten te leggen en de vrijheden te nemen die hun ontbreken?
Onze meesters kunnen honend tot slaven raeenen te spreken, en ons toevoegen; âBrengt uw vragen beleefd onder woorden, dan zullen wij zien of wij er recht aan kunnen laten wedervaren.quot; Maar de lieden die in de bevrijding der arbeiders een daad van rechtvaardigheid en niet een afstand zien, zullen zeggen: âWij willen!quot; Zooveel te erger voor de dwazen die zich door deze woorden geërgerd gevoelen.
In het ons verpletterend stelsel schakelt alles zich aan elkander; het is niet voldoende goede bedoelingen te hebben om het verlangde resultaat te bereiken; er is geen verbetering mogelijk zonder de verwoesting van dat stelsel. Het is tot niets gevormd, dan tot uitzuigerij en onderdrukking. Wij willen geen
HET AFDOENDE VAX HEIIYOEMI.VGEX. 233
uitzuigevij en onderdrukking verbeteren, maar ze vernietigen. Dit is de gevolgtrekking waarbij ten slotte onvermijdelijk allen aanlanden, die zich van het bekrompen gezichtspunt waar zij geplaatst zijn weten te verheffen, die de vraag in haar geheel kunnen beschouwen en in staat zijn te begrijpen, dat geen omwentelingen ontstonden louter door de daden van menschen, maar door de instellingen, die zich in den weg van den vooruitgang stellen; en dat bijgevolg omwentelingen onvoorkomelijk en noodwendig zijn.
Mochten allen die oprecht willen werken aan de toekomst der menschheid toch eens voor altijd begrijpen, dat zij om in hun streven te slagen geen blaam op de revolutie behoeven te werpen en haar niet behoeven te belemmeren; zij alleen kan hun veroorloven hun doel te bereiken, door de parasieten te beletten om den vooruitgang in de kiem te verstikken of hein tot hun voordeel te doen keeren.
Hervormingen : Hervormingen ; Wanneer zal men willen erkennen, dat de volkeren het beste deel van hun krachten aan haar besteed hebben, zonder ooit iets te verkrijgen, dat zij moede zijn van het strijden voor veel verderfelijker droombeelden dan hun volkomen bevrijding V Want het eenige verwijt dat men aan de laatste doen kan, is dat zij onuitvoerbaar is, hetgeen een ongegronde verzekering is omdat men het nooit heeft beproefd, terwijl de verwezenlijking van een hervorming voldoende is om haar nietigheid te doen blijken.
Hen heeft dtn anarchisten verweten dat zij een hinderpaal waren voor de vredelievende bevrijding der arbeiders, doordat zij tegenstand bieden aan hervormingen. Dit is een dubbele
284 DE STERVENDE .VAATSCHAPPU EN DE ANARCHIE.
'hvalins', want de anareliisteii zijn volstrekt geen tegenstanders van die hervormingen. Zij bestrijden niet de hervormingen zelve, maar slechts de leugens van hen, die ze aan de werklieden als een doel voorstellen, terwijl zij weten dat zij niets zijn dan schijn.
Laten de lieden die aan hervormingen gelooven, aan haar verwezenlijking arbeiden, wij zien daarin geen kwaad, integendeel: hoe meer de bourgeoisie dat beproeft, zooveel te meer zullen de arbeiders zien dat alles hetzelfde blijft ondanks de veranderingen. Wij komen slechts in verzet, wanneer men ze ons als wondermiddelen aanbiedt en zegt; ,Weest verstandig, weest zachtzinnig, weest kalm, en dan znlleu wij zien of wij iets voor u kunnen doen!''
Dan zeggen wij, die begrepen dat de hervormingen denkbeeldig zijn en dat de uitzuigers een onrechtmatige plaats innemen: .,Arbeiders men bespot u, de beloofde hervormingen zijn slechts lokmiddelen, men wil u ze laten verzoeken als een aalmoes, terwijl gij het volste recht bezit om veel meer te eischen. Het staat u vrij om de middelen die men u aanbiedt te beproeven, maar weet dan vooraf dat zij niets kunnen uit werken voor uw bevrijding, houdt u niet te lang op in den gebrekkigen kring waarin men u voeren wil, organiseert u toch om u meester te maken van hetgeen u toekomt; laat de achterlijken zich vermaken met die. bedriegerijen, de omwenteling nadert ontzaglijk, zij is verwekt door de slechte maatschappelijke organisatie en zal n tegen wil en dank de wapens doen opnemen om uw recht op het leven te doen gelden. Indien gij eenmaal de wapens in de hand hebt, weest dan niet zoo dwaas
HET AFDOENDE TAX HERYOR51IXGEX. 235-
n tevreden te stellen met hervormingen, die de oorzaak van uw kwalen laten voortbestaan. Naar dat ideaal moet gij streven f aan u de taak het in al zijn deelen krakende, wormstekige gebouw te doen vallen, dat men nog ,de maatschappijquot; durft noemen! Stut het niet door de gaten met de bepleisteringen die men « voorstelt toe te stoppen, maar maakt integendeel ruim baan, om niet te worden belemmerd bij liet samenstellen van een betere maatschappij.quot;
XX.
De proefondervindelijke methode.
Maar wanneer de tegenstanders te goeder trouw van de anarchistische idéé, doordat zij in de engte gedreven werden door de noodzakelijkheid om de slechte maatschappelijke organisatie te erkennen, toegeven dat er veranderingen van vorm noodig zijn, en toestemmen dat de tot heden opgehemelde middelen denkbeeldig zijn, gelooven zij daardoor een groote afstand gedaan te hebben; zij zoeken oprecht welke nieuwe betere middelen dienen te worden toegepast. Zij betuigen zelfs dat de anarchistische samenleving het heerlijkste ideaal is dat men voor de menschelijke ontwikkeling kan aanwijzen.
Doch er is een maar; bevangen door de vooroordeelen die onze voorvaderen nalieten en die onderhouden werden door opvoeding, omgang en onverschilligheid, haasten zij zich er aan toe te voegen dat niets daarvan uitYoerbaar is, en het steeds tot het rijk der droomen zal blijven behooren,
âHoe slecht de maatschappij ook is, zij verschaft ons nog een betrekkelijke zekerheid, een bepaalde gemakkelijkheid tot vooruitgang, die een omwenteling ons zou kunnen doen ver-
DE PROEFOXDEIiVIXDELIJKE METHODE.
liezen. Beproeven wij geleidelijk te verbeteren wat wij hebben: dat gaat wel langzaam, maar zeker.''
Indien men daarop antwoordt dat er individuen zijn die lijden en omkomen door die zoogenaamde zekerheid en beschaving, maken zij geen bezwaar om te erkennen dat de bourgeoisie laag is in haar uitzuigerij; dat zij door haar roofzucht den opstand der uitgezogenen rechtvaardigt; enkelen erkennen zelfs dat de revolutie onvermijdelijk is; maar voegen zij er aan toe,, dat is betreurenswaardig, want de opstand kan overwonnen worden en ons terugvoeren.
_Zeker, zeggen zij, het is gemakkelijk de diagnose van een ziekte te maken, maar haar te genezen is iets anders; en in de sociologie zijn de moeielijkheden nog grooter, want in dat opzicht staat onze kunst nog op den kinderlijken trap.
.Slechts de redelijke en proefondervindelijke methode kan uns tot een resultaat voeren, en de anarchistische ideeën hebben niets wetenschappelijks, zij zijn slechts bespiegelingen die uit zeer goede gevoelens voortvloeien, maar op geen enkele proefneming berusten.quot;
Bij de eerste beschouwing schijnt deze redeneering logisch, het is zelfs waar dat wanneer men de ziekte alleen riit haar gevolgen kent, men de ware oorzaken niet bepalen kan: maalais men slechts het punt van uitgang met zekerheid er van kent is de geneeswijze gemakkelijk.
Indien men tot heden geaarzeld heeft en blind rondgetast in de verschillende middelen, komt dit omdat men wel de gevolgen kende van eenig middel op een verzameling physiologische beroeringen, maar daar verschillende oorzaken eenzelfde kwaal kunnen veroorzaken, moest hetgeen in het ééne geval goed was,
'238 DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EX DE ANARCHIE.
onvoldoende of schadelijk zijn in het andere. Daardoor was de geneeskunde tot op onzen tijd, meer een zoeken dan een wetenschap, waar het op genezing aankwam.
Daardoor heeft men ook in de maatschappelijke ziekteleer, waar dezelfde leemten, dezelfde onwetendheid bestonden, omwentelingen gemaakt die nooit doel troflen, hervormingen beproefd die geen enkel gevolg opleverden, van het eene stelsel naar het andere gedwaald, zonder te kunnen verhinderen dat de ellende grooter werd, zonder de uitznigerij van de massa te kunnen tegengaan.
Men wilde de gevolgen vernietigen, zonder de oorzaken aan te tasten waardoor zij voortgebracht worden. Men veranderde de regeering van naam, en was geheel verwonderd, dat de kwalen waarover men zich beklaagd had en waarvan men zich meende te ontdoen, op nieuw verschenen, na een onbeteekenende stoornis, en haar gewonen loop hervatten, alsof er niets veranderd ware.
In de geneeskunde heeft men tegenwoordig begrepen, dat de ziekten voorkomen liet beste middel is om ze te bestrijden. Door een goed opgevatte hygiëne neemt men de oorzaken weg, die ziekte voortbrengen. De anarchisten beproeven eveneens te handelen met de maatschappelijke bygiène. Zij zochten naar de oorzaken van de kwalen waaraan de menschen-maatschappijen lijden, zij gingen terug tot aan de bronnen, lieten de wondermiddelen aan de politieke kwakzalvers over, en zeiden tot de individuen â sterk door hetgeen de vergelijkende studie van de stelsels in werking en de voorgestelde hervormingen hun had geleerd:
âDe kwalen waaraan gij lijdt, komen uit de slechte organi-
I)E PROEFONDERYIXDELIJKE .METHODE. 239
satie der maatschappij voort: Gezag en Eigendom zijn de drijf-veeren van al de raderen waardoor gij wordt verpletterd; gij moogt die raderen veranderen, verplaatsen of verminderen, liet blijft hun werk u tusschen hun tanden te vergruizen. Gij zult verpletterd worden als gij die raderen niet vernietigt, met de beginselen waaraan zij hun kracht ontleenen: Het Gezag en den Eigendom. Indien gij de gevolgen niet weer ondervinden wilt, neemt dan de oorzaken weg.''
Wanneer men in de physiologie, na veel weifelen tot de kennis komt van de oorzaken eener ziekte, die voorheen slechts in haar uitwerkselen bekend was, kan de geneeskunde er geheel door het onderste boven gekeerd worden : dan kan het gebeuren dat men den zieke voorschrijft wat men tevoren verbood en verbiedt wat men voorschreef: dit is wat men in de staatkunde een omwenteling noemt; de invoerders van nieuwigheden worden door de volgers der gewoonte als gekken behandeld; men beschuldigt ze van het leven van den zieke in gevaar te brengen, geen rekening te houden met een menigte min of meer waarschijnlijke veronderstellingen. En dit geschreeuw vervolgt hen, zoolang de verkregen resultaten, de lieden die slechts op de voorschriften van het verleden vertrouwen, niet tot zwijgen hebben gebra.cht.
De geneesheer, die met een nieuwe methode de proef neemt, doet in het klein wat de anarchisten in het groot met de gansche maatschappij willen doen â wanneer hij de drukke paden der gewoonte verlaat om de nieuwe gegevens toe te passen, behoeft hij, wanneer hij zeker is van zijn wetenschap, zijn studie en zijn waarnemingen, geen rekening te houden met het getier van hen die achteruitgaan.
240 DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ ES DE ANARCHIE.
In de sociologie is het eveuzoo. Is liet de schuld der anarchisten, dat de maatschappij zoo georganiseerd is, dat de individuen niet doen kunnen wat hun behaagt zonder op een ver-bodswet te stuiten, zonder in strijd te komen met een centrale macht, die voorgeeft beter te weten dan de belanghebbenden, die hun toedient wat zij voor hen nuttig acht en hun onthoudt wat zij voor hen schadelijk oordeelt y
Men heeft de maatschappij zoo georganiseerd, dat de individuen er niet uit kunnen zonder zich te gronde te richten ; laat de bourgeoisie niet klagen wanneer de individuen om vrij te zijn, eerst er van droomen te verbreken wat hun hindert.
Om proeven te nemen moet men van de theorie tot de daad overgaan en in de beste berekeningen zal steeds een onbekend gedeelte zijn, waarvan de angstvalligen zich zullen bedienen als bewijsgrond om iedere nieuwigheid terug te drijven. Jloet men zich door de achterlijken tot onbeweeglijkheid laten veroordeelen ï Wanneer de oorzaak van de kwaal erkend is, behoeft men slechts liet ontleedmes in liet gezwel te zetten om de voortwoekerende oorzaak te verdelgen, en de heelkunde leert ons dagelijks niet te vreezen om uitgeteerde of kankerachtige leden en organen weg te nemen. Waarom zonden wij vrees koesteren oin te sloopen wat iedereen â behalve zij die er van leven â voor slecht of noodlottig houdt?
Wij weten dat men ons hierop zal antwoorden, dat de maatschappij niet als een individu kan worden behandeld; dat het individu verdwijnen kan zonder omkeering mee te brengen, docli dat het in wanorde brengen der maatschappij tot den ondergang of de terugtreding der gansclie menschheid zou kunnen leiden, enz. enz.; en dan begint men opnieuw te spreken van het noodzakelijke van langzaam te handelen, geleidelijk, langs den iiervormenden weg. Dat noemt men de proefondervindelijke methode!
DE PliOEFOXDERVIJi'UELIJKE METHODE.
241
Welnu, wat onze tegenstanders ook beweren mogen, zij zijn de kwakzalvers. Sinds eeuwen beproeven zij hervormingen en bepleisteringen die zij ons ophemelen; en dat toont ons dat er geen ware en afdoende hervormingen zijn, behalve die welke de instellingen aanvallen, die de grondslagen der maatschappij vormen. Die instellingen aanraken, is omwenteling; de bourgeoisie, die over de macht beschikt zal haar bestaan niet in gevaar laten brengen, maar zich van haar macht bedienen om het stelsel te verdedigen dat haar kracht uitmaakt. Van het oogenblik af waarop zij bespeuren zou dat het algemeen stem-recht hun het gezag kan ontnemen, zouden haar ambtenaren, rechters, politie en leger onmiddellijk op het tooneel verschijnen om den vernielenden stroom tegen te houden.
De eenige hervormingen die zij zal laten toepassen, zullen die zijn, welke de instellingen waaraan haar voorrechten ontspringen, niet aanraken. De eenige middelen in welker aanwending zij zal toestemmen, zullen die zijn, welke de kwalen zullen beproeven te verzachten zonder de oorzaken aan te vallen; dit zijn de hervormingen die sinds het bestaan van het algemeen stemrecht (in Frankrijk) zijn ingevoerd; dit zijn de plannen die aan de staatkundige partijen tegenwoordig als bolwerk dienen, hervormingen, die, hoewel zij slechts als plan bestaan, den werkman moeten doen zwemmen in een oceaan van gelukzalig-lieid, en die na toepassing geen enkel merkbaar gevolg hebben. JEen mag nog van geluk spreken, wanneer zij in de handen van onze meesters geen nieuw middel tot uitzuigerij en onderwerping worden.
Ja, de maatschappij is zoo georganiseerd dat al wat goed en schoon is ten slotte zich in de handen van de bezitters moet
DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EX DE AXAKCHIE.
ophoopen. Iedere nieuwe vooruitgang komt slechts ten voordeele van hem die genoeg bezit om hem in het werk te stellen; komt er een uitvinding die veroorlooft sneller voort te brengen met minder kosten, dan trekt de bezitter er partij van om zijn personeel te verminderen, en kunnen de uitgeworpeuen op straat het treurige werkeloozenleger gaan vergrooten, om van honger te sterven â terwijl de overgeblevenen even lang en even hard moeten zwoegen, en zelfs hun loon verminderd zien, als gevolg van de concurrentie die hun door de uitgestootenen wordt aangedaan.
Dat toont ons de proefneming: dat brachten de beproefde hervormingen, en dat zijn dan ook de onwederlegbare tegenwerpingen, die wij jegens alle plannen die men ons aanbiedt kunnen aanvoeren. Hierdoor wordt bewezen dat wij recht hebben den scheldnaam âkwakzalversquot; te gebruiken voor hen die beweren dat de anarchistische ideeën niet aan de proefondervindelijke methode ontspringen.
De grootste tegenwerping die men ons tot lieden gemaakt heeft, was: .Uw theoriën zijn schoon, maar onuitvoerbaar.quot; Dat is geen bewijsgrond.
Waarom zijn zij niet uitvoerbaar V vragen wij, en in plaats van ons met redeneeringen te antwoorden, sprak men van vrees. In aanmerking genomen de slechte aard van de individuen, zegt men dat het te vreezen zou zijn, dat zij van de vrijheid die zij genoten, gebruik zonden maken om niet meer te willen werken; of wel wanneer er geen bemiddelende macht was zou het .kunnenquot; gebeuren dat de sterkeren de zwakkeren wilden onderdrukken, enz., enz.
De anarchisten toonen het ongegronde van deze vrees, waar
242
243
zij bewezen dat deze kwaadwilligheid der individuen, die ondeugd van hun karakter, in het leveu geroepen en aangemoe-dig'd zijn door de tegenwoordige maatschappelijke organisatie, door welke de individuen tegen elkaar gewapend worden, en gedwongen om de portiën die zij hun, soms zoo karig, toestaat aan elkaar te betwisten.
Zij toonen met bewijzen aan, dat ieder op het gezag steunend maatschappelijk stelsel niets dan slechte gevolgen kan voortbrengen. omdat wanneer de macht wordt overgegeven aan individuen, die aan dezelfde fouten mank gaan als andere men-schen, het duidelijk is dat als de menschen zichzelf niet kunnen leiden, zij nog veel minder anderen kunnen regeeren.
De groote tegenwerping die overblijft, zou dan bestaan in het beweren dat de anarchie tot heden geen proeven kon toonen, en zij dus veroordeeld is om een bloote bespiegeling te blijven, daar zij ze nooit toonen kan, zonder om te keeren wat aangetoond werd slecht te zijn. Dat is niet ernstig en helpt de discussie niet vooruit.
Xiet omdat onze tegenstanders zich lieten uitzuigen, moeten wij voortgaan met de uitzuigerij te dulden; niet omdat zij zich het jnk van het gezag op de schouders lieten leggen, moeten wij voortgaan met ons door de macht te laten leiden; niet omdat ons ideaal van vrijheid en rechtvaardigheid eerst in onze dagen onder woorden wordt gebracht, na een vage en slecht bepaalde verzuchting van de menschheid te zijn geweest, moeten wij er van afzien het toe te passen en afwachten dat er geen beschroomden [meer zullen zijn.
Gijjerkent] datjous ideaal schoon is 1 Het is mogelijk wanneer de individuen het] willen en hun daden er naar weten in te
DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EX DE ANARCHIE.
richten, dat neemt gij ook aan â meer vragen wij niet. Wie het willen verwezenlijken, behoeven dus slechts propaganda te maken, zich te groepeeren, en van af den dag wanneer zij talrijk genoeg zijn om overhoop te werpen wat hun hindert, kunnen zij leven naar hun genoegen.
Wij willen vrij zijn, zooveel te erger voor de slaven die heven bij het denkbeeld hun ketenen te verliezen, en die zicli rondom de meesters scharen; wij hebben met hun klachten geen rekening te houden, en zij zullen overigens met ons zijn wanneer wij de sterksten zijn. Wij willen vrij zijn, zooveel te erger voor hen die nog meesters noodig hebben, vooral wanneer zij.
alleen meesters verlangen voor anderen.
«â *
De kwakzalvers zijn zij die de gevolgen willen vernietigen, maar de oorzaken laten bestaan; zij die ons verzachtende middelen aanbieden, wanneer het mes van den heelmeester noodig ware; zij die de zieke in slaap trachten te brengen, in de hoop dat de natuur alleen, handelen zal, terwijl een kleine operatie de patient oogenblikkelijk zou bevrijden.
Het is verwonderlijk, hoe men soms met woorden schermt, hoe stellingen gewichtig worden, waar het geldt gewoonte en vrees voor het nieuwe te prediken.
Men moet met weifeling handelen, zegt men; de menschheid komt nooit met onverhoedsche sprongen vooruit, en men vergeet dat reeds sinds drie- of vierduizend jaren â alleen wat de latijnsche rassen betreft â die weifelende proefnemingen duren, en de uitgezogenen de vervulling afwachten van de beloften, die men hun doet. Zij strijden tot het verkrijgen van dezelfde hervormingen, die men hun steeds belooft, zonder dat er iets aan hun toestand verandert.
â¢244
DE PROEFOXDEEYISDELUKE METHODE. 245
Wij lijden altijd aan dezelfde kwalen, en onder voorwendsel van een methode in overeenstemming met de rede biedt men ons altijd dezelfde pleisters aan.
De geest verhief zich, de wetenschap breidde zich uit, de nijverheid nam een ontzaglijke vlucht, de genietingen zijn verfijnd en vermeerderd â maar wie maakt van dien vooruitgang gebruik? Steeds een bezittende en nietsdoende minderheid! quot;Wie komt om, ten einde voort te brengen zonder er iets bij te winnen? Altijd de beroofde massa'.
Zoolang de maatschappijen bestaan, hebben de uitgezogenen hun klachten doen hooren, en hebben zij onverpoosd strijd gevoerd om een en ander van hun meesters toegestaan te krijgen ter verzachting van hun lot. Zij hebben als knechts geknield, eu zich opgericht als Here inenschen. Zij hebben gebedeld en met geweld genomen wanneer ellende en onderdrukking het toppunt bereikten en hen dwongen tot opstand, door den dood verkieselijker te maken dan den heerschenden toestand.
En toch bleef die toestand steeds dezelfde. Vaak moesten hun meesters hun een plaats geven in de wetgevende vergaderingen: zeer dikwijls moesten zij geëischte hervormingen toestaan; zeer dikwijls moesten zij zelf beperkingen stellen aan hun uitzuigerij en hun gezag.
Werden de overheerschten daarom minder verdrukt?; de uitgezogenen minder uitgemergeld?; was de ellende niet altijd even groot?; trekt de rijkdom zich niet in een met den dag beperkter aantal bevoorrechten samen?
En danl Den ellendigen voorstellen de proefondervindelijke methode nog voort te zetten, door zich te bepalen tot het eischen van nieuwe hervormingen â die weer bedriegelijk zijn, want
246 DE STERVEXDE MAATSCHAPPIJ EX DE ANARCHIE.
die liervormingen welke geschikt zijn om de voortbrengende oorzaak van iiet kwaad te vernietigen, moeten buitengesloten zijn uit vrees voor revolutie â dat zon eveneens zijn alsof meu aan de massa der arbeiders vroeg ot' zij er in toestemden zich onbeperkt te laten uitzuigen, want de ervaring uit het verleden leert ons, dat zoolang de grondslagen der maatschappij niet veranderd zijn, de zoogenaamde hervormingen zich steeds ten. voordeele keeren van hen die rijkdom en macht bezitten.
En eindelijk dit; onze tegenstanders maken, wanneer zij te goeder trouw zijn, geen bezwaar om te erkennen dat de tegenwoordige maatschappelijke organisatie slecht en willekeurig is ; dat de toestand der werklieden een van de slechtsten is; en de weelde en lediggang van de bourgeoisie slechts aan de ellende en overdaad van arbeid te wijten zijn, die zij den werklieden oplegt.
Met ons erkennen zij, dat de toestand niet kan voortduren, dat de opstand onvermijdelijk is, dat de maatschappelijke organisatie ons daarheen voert; want dat er noodwendig een tijdstip moet komen wanneer de ellendigen het moede worden van honger te sterven, en te zwoegen als lastdieren:
Welnu, als deze verwoesting onvoorkomelijk en gewettigd is, waarom zullen wij dan krachten aanwenden om haar te ver-linderen. AVaarom hoop te kweeken op een vredelievende op-hossing, die men weet dat onmogelijk is.
Is dit niet vrijwillig in het spel der uitzuigers spelen, die het vernuft der uitgezogenen beproeven in slaap te wiegen door leugenachtige beloften, om hen gemakkelijker te muilbanden en de uitbuiterij te laten voortduren. Een der gevolgtrekkingen van de maatschappelijke organisatie is nog, dat wie niet met de
DE i'HüKFüNÃKI; YINDKI.U 1\K METHODE.
uitgezogeneu is en niet al hnn eischen aanneemt, zich noodwendig aan de zijde der uitzuigers bevindt. Al zijn goede wil, al zijn goede gevoelens waarmee hij ons lijden wil doen op-honden. zijn slechts verdoovingsmiddelen, die door de scherpte van het lijden der ellendigen te verminderen, hen aan handen en voeten gebonden aan hun uitzuigers overleveren.
Wanneer de strijd onvermijdelijk is, moet men er zich niet minder op voorbereiden, door in liet brein der individuen het idéé der toekomst te ontwikkelen, dat men ondanks alles voor goed erkent, al voegt men er bij; âindien het uitvoerbaar wasquot;, als een verzachtingsmiddel, dat men vergunt aan den behonds-geest. Komt dan de dag, dan zullen de deelnemers aan de revolutie in staat zijn om gebruik te maken van den strijd dien zij geroepen zijn te steunen; dan zullen zij weten welke instellingen hnn kwaad doen en vernietigd mosten worden : dan laten zij zich nooit meer door hun uitzuigers bespotten.
Zou dat niet veel redelijker en wetenschappelijker zijn dan den tijd te verliezen met te betreuren wat men niet veranderen kan?; dan iets te waarborgen wat men erkent dat slecht is, onder voorwendsel dat men nog erger kan hebben ?
Is het niet inderdaad een uitermate groot gebrek aan logica, voor te wenden dat de nieuwe ideeën, omdat zij nog niet toegepast zijn, onbepaald op toepassing moeten wachten, onder voorwendsel dat men niet weet wat zij zouden kunnen opleveren; is het geen redeneering onder den invloed van de vrees voor het nieuwe en de onverschilligheid om zich van de gewoonten los te maken, als men het besluit vormt dat men tevreden moet zijn met hetgeen men heeft, en trachten moet dat te verbeteren, uit vrees van nog slechter te hebben?
Het is volkomen aangetoond, dat de hedendaagsche maat-
'247
248 DE STERVEXDE MAATSCHAPPIJ EX DE ANARCHIE.
schappij niet kan worden verbeterd, zoolang men de grondslagen van haar organisatie niet verandert. Wanneer men dus de toepassing van een nieuw denkbeeld afwijst, onder voorwendsel dat het nog geen proeven heeft gegeven, zou op een geheel onwetenschappelijke wijze redeneeren zijn; want zoodoende zou men de menschheid tot de meest volstrekte onbewegelijkheid veroordeelen, daar de nieuwe denkbeelden steeds min of meer in tegenspraak zijn met de denkbeelden van de meerderheid, en iedere keer wanneer een ontdekking werd gedaan, moest men proefnemingen toonen om de waarheid er van te bewijzen. Wanneer de proef reeds genomen ware, zou het geen nieuw idéé meer zijn, want dan zou het reeds hebben gestreden om te verkrijgen dat de proef genomen werd. Dan zou het reeds gereed zijn om in den praktischen stroom te komen.
Wij komen om van ellende, en willen ons ontdoen van wat
ons doodt; wat zou ons daarna voor ergers kunnen gebeuren?
*
Ik weet wel dat men hier zal aankomen met de terugtreding waaraan de vooruitgang blootgesteld zal zijn, de veroveringen der wetenschap verzwolgen in den vloed, de inenschelijke geest achteruitgaande als gevolg van de zegepraal der massa, die steeds dommer is dan de klasse der machthebbenden.
Wij zullen later de ongegrondheid van deze vrees aantoonen, maar nemen voor het oogenblik dezen bewijsgrond aan zooals hij is; welk gewicht legt hij in de schaal voor hen die onrechtvaardig lijden en het lijden moede zijn? Welk belang hebben zij die slechts werktuigen zijn, bij den vooruitgang en de wonderen der nijverheid waarvan zij nooit zullen profiteeren ? Wat geven zij om de wetenschap en de ontdekkingen van de men schelijke geest, wanneer die voortgaan hen als slaven te ketenen?
DE PROEFOXDERTIXDELIJKE METHODE.
Wat geven daarom de mensohen die lijden, en aan wie de maatschappij de middelen ontzegt, om hun verstand te ontwikkelen V
Zegt Imn dat gij de ellende waarin zij verkeeren, van harte betreurt; dat gij diep medelijden gevoelt met hun lijden, maar dat. omdat hun plotselinge bevrijding een terugwijken van den vooruitgang kan meebrengen, de groote massa noodzakelijk moet voortgaan met zwoegen en lijden, opdat een geringe minderheid van onderzoekers â te midden van een andere minderheid van genieters, die het produkt van aller arbeid tot hun persoonlijk voordeel aanwenden â kunnen arbeiden aan het oplossen van wetenschappelijke vraagstukken. Gaat met de moed der overtuiging zulke taal voeren tegen hen die van honger sterven, of wier krachten door een zwaren en verzvvakkenden arbeid worden uitgeput, dan zult gij zien welk onthaal u ten deel zal vallen.
Gij hebt mooi praten, dat hun geduld niet vruchteloos zal zijn . . . voor toekomstige geslachten ; dat dezen ten laatste de vruchten zullen plukken van de zelfverloochening hunner voorouders . . . wanneer men nuttige hervormingen heeft weten te vinden en toe te passen. De hongerigen zullen u antwoorden, dat zij het christendom hebben laten varen, omdat het slechts een paradijs na den dood beloofde; gij kunt het zelfs hun nakomelingen niet waarborgen. Zij zijn het zwoegen en lijden voor anderen moede, en willen de vruchten van hun slooven niet later maar onmiddellijk genieten â en zij hebben gelijk.
Wanneer gij niet wilt dat de vooruitgang verduistere en de wonderen der wetenschap verdwijnen, houdt dan op met u tegenover de eischen der onterfden te stellen: helpt ons dan den bodem zuiveren van slechte instellingen in plaats van te trachten ze te schragen, opdat geen enkele hinderpaal de men-
249
250 DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EX DE AX ARCHIE.
schenmassa terge door liaar te willen tegenhouden met oureclit-vaardigen en onredelijken tegenstand, wanneer zij haar aanloop neemt om de haar verdrukkende instellingen te bestormen. In plaats van zich aan de zijde te scharen van de verdedigers van het verleden, moeten allen die waarlijk aan de ontwikkeling van den menschelijken geest arbeiden, partij kiezen voor hen die willen genieten van het aandeel van gelnk en licht dat zij bijdroegen voort te brengen.
Laat allen die zich onrechtvaardig de som van alle genot, de -vrucht der maatschappelijke samenwerking willen toeëigeneu aan hun eigen krachten over: laat die vertegenwoordigers van het verleden zich wanhopig vasthouden aan hun gestolen voorrechten, die bij iedere schrede door de ontwikkeling als valsch worden getoond; wanneer gij de overstrooming niet ontwijkt, die door hun stijfhoofdigheid onvermijdelijk is, zult gij helpen om de veroveringen der wetenschap uit de schipbreuk te redden, want de menschheid zon die inderdaad niet zonder groot nadeel kunnen verliezen. Maar denkt er aan, dat er menschen zijn die lijden, die van honger omkomen, en noch hun lichaam noch hun hersenen kunnen ontwikkelen. Lieden, aan wie men alles ontnam, waarvan gij het verdwijnen vreest. Zij zijn het moede, er langer van beroofd te blijven, en willen er van genieten. Helpt hen het te veroveren, dat zal slechts rechtvaardig zijn. Dat is het eenige middel om het voor. ondergang te behoeden. Zooniet, wijt dan alleen aan uzelf, aan uw vrees, de onheilen die uit de zegepraal van het volk kunnen voortkomen, wanneer daar onheilen mogelijk zijn.
Ten laatste zegt men ons, dat ondanks alles de vooruitgang zich voltrekt, dat het gemiddeld peil van den werkman verhoogd is, zijn verstand uitgebreid en zijn toestand verbeterd is; dat zijn behoeften toenamen en voldoening vonden; dat de wet ook ontwikkeld werd, en het strafwetboek meer en meer
I IE pkoefoxdervisdeli.ike methode. 251
een karakter aanneemt, dat overeenstemt met liet algemeen belang.
Wij zullen al deze tegenwerpingen beschouwen, en trachten te herleiden tot hetgeen er in werkelijkheid van waar is.
Ongetwijfeld is het zedelijk peil van den arbeider verhoogd en namen zijn behoeften toe met de gemakkelijkheid om ze te voldoen. Tegenwoordig eet hij vleesch en drinkt hij wijn bij al zijn maaltijden, 1) wat hij voor 60 jaar niet deed: maar men moet ook erkennen, dat dit vooral wordt veroorzaakt doordat zijn produktieve kracht evenzeer enorm is vermeerderd: er is dus niets verwonderlijks in, dat hij. meer krachten aanwendend, ook meer voedingsstoffen behoeft om zijn krachten te herstellen.
Vijftig jaar geleden kleedde de arbeider zich 's Zondags met een boezeroen, leefde hij van groenten en kaas en meende hij erg te zijn uitgeweest, wanneer hij 's Maandags een haas at en een paar flesschen wijn dronk â dat was genoeg voor de geheele week en herhaalde zich niet lederen Maandag. Maar hij was op de werkplaats ook niet voor een machine gespannen,, die hem dwong haar in haar versnelde bewegingen te volgen. Het meerendeel was handwerk: hij ging kalm zijn weg en bracht voort wat hij kon: de meester was dikwijls de kameraad van zijn arbeiders, die met hen feestvierde en verlangde slechts dat zij hard werkten, wanneer het noodig was om op tijd te leveren, terwijl hij hun de vrijheid liet om den overigen tijd op hun gemak te arbeiden.
1} Men vergete niet dat de schrijver Fransche toestanden weergeeft. Vert.
252 DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EX DE ANARCHIE.
Tegenwoordig is de werkman niets dan een machine; meestal kent hij zijn uitzuigers niet; hoeveel zedelijke hoedanigheden heeft hij dns aan die zijde verloren.
Zijn behoeften vermeerderden, dat is zeker, hij heeft behoefte aan een betrekkelijke weelde waar hij vroeger buiten kon; maar dat komt, zooals wij zagen, doordat aan de eene zijde meer krachtsinspanning van hem werd gevorderd, en aan de andere zijde zijn verstand zich ontwikkelde, zoodat hij, hoewel onder zijn uitzuigers geplaatst, een grooter bewustzijn bezit van zijn eigen waarde, zijn persoonlijke waardigheid. Die weelde en die behoeften weet hij dat gewettigd zijn, daar hij ze verworven heeft.
Niemand zou overigens durven beweren, dat die toeneming van uitgaven voor den arbeider overtollig is; niemand zal hem het recht willen betwisten, om deel te nemen aan de genietingen die hij hielp scheppen. Slechts economisten van de oude school zijn nog dom genoeg, om hem te beschuldigen van onvoorzichtigheid, en spaarzaamheid te prediken aan hen, die slechts in het geringste deel van hun behoeften kunnen voorzien.
Men zou nog minder onwelkom zijn, wanneer men den arbeider de nieuwe behoeften verweet, die hij zich schiep. Men kan hem niet verwijten dat hij die behoeften tegenwoordig koopt met de hardste ontbering, en dat de betrekkelijke voorspoed waarin hij gedurende het tijdperk van de ontwikkeling der nijverheid verkeerde, nog slechts voor een zeer klein aantal bevoorrechten van ieder ambacht voortduurt, en dat de groote massa wederom leven moet van loonen, die door de werkeloosheid op de hoogte van vijftig jaar geleden teruggevoerd worden.
Indien de behoeften van de arbeiders verdubbelden, zijn de
DE 1'ROEFOXDERTIXDELI.IKE SEIHODE.
prodnktiemiddelen vertienvoudigd; de verhooging der loonen en de verlaging van den prijs der produkten, veroorloofden hen aan die vermeerderde behoeften te voldoen; maar de kapitalisten alleen wonnen het meest bij de overproduktie. Tegenwoordig is de arbeider, door de onmogelijkheid om in zijn nieuwe behoeften te voorzien, om reden van de veelvuldige werkeloosheid, ellendiger dan voorheen; want behalve zijn ellende heeft hij het bewustzijn haar niet te hebben verdiend, daar hij weet dat hij de eenige voortbrenger is van alles wat gebruikt wordt, van alles waarvan men geniet.
Wat hij ook weet, is, dat wanneer de magazijnen overvloeien van produkten en hem tot werkeloosheid doemen, dit wordt veroorzaakt doordat hij en de zijnen gedwongen worden zich te bekrimpen, en niet kunnen nemen wat zij begeeren. Hij weet dat hetgeen den rijkdom uitmaakt van zijn uitzuigers, zijn ellende veroorzaakt. Indien men hem naar believen had laten verbruiken, en hem niet had overjaagd om voort te brengen, zouden de magazijnen niet te vol zijn, zou geen werkeloosheid heerschen, terwijl hij en zijn huisgezin omkomen van honger.
Dat zegt iedere arbeider die nadenkt, die de gevolgen vergelijkt en redeneert over de feiten die zich gedurende zijn bestaan ontrollen. Ja, de arbeider heeft zich ontwikkeld, zeker, hij heeft schreden voorwaarts zien doen die in rook vervliegen wanneer hij er van genieten wilde; ook de scherpte van zijn aandoeningen doet hem tegenwoordig lijden, om hetgeen hij zich vroeger niet aantrok. En dan nog doet de ondervinding hem uiet hopen op een geleidelijke verbetering, maar toont zij hem alleen een toenemende ellende, die in haar groei steeds zwaarder wordt en steeds meer verlagend. Verre van een plotselinge verandering' te vreezen, tracht hij die nadenkt, haar te brengen met al zijn krachten.
25;t
DE 3TERVE\rgt;E MAATSCHAPPIJ EX DE ANARCHIE.
Thans blijft nog over de voorgewende verbetering der wetten, â¢doordat zij meer met het algemeen belang overeenstemmen, en het algemeen nut beschermen. Ook dit is een lokaas; want de beste wetten worden door haar aard verdraaid in de praktijk, in de toepassing afgevoerd van haar doel. Voor de ellendigen weegt de strafwet altijd even zwaar, is zij steeds even drukkend â doch zij blijft toegevend en welwillend voor de bevoorrechten.
Jegens dengeen die aan zijn buurman een haas ontneemt, is lt;le wet altijd wreed; maar zij laat de bankiers die met millioe-.nen knoeien, ongestraft op hun gemak âwerkenquot;. De beurs-knoeiers, de Panama-vrijbuiters, de stichters van pepermijnen of steengroeven om suikerbrooden op te delven, kunnen niet alle zekerheid rooven. Wanneer een rechter van instruktie zich veroorlooft, zijn neus in hun zaken te steken, en hun eenige ophelderingen te vragen, worden ze niet tusschen twee mou-chards voor hem gevoerd, als gemeene anarchisten, doch gedraagt hij zich zeer beleefd jegens hen, en wacht zich er wel voor gevolg te geven aan zijn nieuwsgierigheid, die hij zelf erkent dat misplaatst is; doch hij is vrij om alles te verhalen op den ongelukkige, die (bij gebrek aan geld) een maaltijd bestelde zonder te betalen.
De wet is voor allen gelijk, dat is natnurlijk. Maar wanneer «en beschonkene eenigen weerstand biedt aan de gerechtsdienaars die hem hard behandelen en hij slechts een tegenbeschuldiging inbrengt, dan wordt hij veroordeeld wegens âbeleediging van *le agentenquot;.
Het is onder hen, die met het publiek van de rechtbank omgaan, algemeen bekend dat aan ieder die voorkomt wegens be-
â¢254
HE PROEFONDERVINDELIJKE METHODE.
leedig'ing van en tegenstand jegens agenten, door zijn advokaat wordt aanbevolen niet te ontkennen, doch alleen de toegevendheid der rechters in te roepen. De hoogst mogelijke straf wordt altijd toegepast voor hen, die zich veroorloven een logenstraffing te stellen tegenover de gevolgtrekkingen van den rechter van instrnktie en de getuigenissen (!) van de agenten.
De wet is een mooi ding! Zij is hillijk! Dat is in dien zin waar, dat wanneer de macht in andere handen overgaat, zij morgen dienen kan om hen te treffen, die zich er heden van hedienen.
Laat men eindelijk iedere tak van menschelijke kennis voor de oogen voorbijgaan, dan zal men zien dat al onze verzuchtingen door de tegenwoordige maatschappelijke organisatie worden beteugeld: dat de menigte altijd werd verdrukt ten voordeele van een geringe minderheid, die meer neemt dan zij aan de gemeenschap afstaat.
De vrees, die men vooropstelt, voor het verdwijnen in de zich voorbereidende omwenteling van sommige tegenwoordige dingen, betreft slechts zaken, waarvoor de massa bezorgdheid kan noch mag hebben. Voor de bepaalde feiten is het uitvoerig aangetoond, nat zij bij een vervorming der maatschappij slecht» kunnen winnen.
Lachen wij dus om de vrees van de angstvalligen, en vreezen wij niet onze slagen te verdubbelen op een maatschappij, die zich op geen andere wijze meer weet te verdedigen, dan met behulp van drogredenen en leugens.
XXI.
En daarna ?
Daarna? â vragen tal van tegenstanders, wanneer wij hun de slechte gevolgen van de ons regeerende maatschappelijke organisatie hebben getoond. Wanneer wij in hen het begrip levendig maakten, dat onder dit stelsel geen hervorming mogelijk is; dat de besten zich tegen haar doel keeren door de bestaande instellingen en een verscherping worden van de ellende der uitgezogenen; dat die hervormingen, welke een afdoende verandering in het lot van den arbeider zouden kunnen brengen, dat slechts zouden kunnen op voorwaarde van de instelling zelve aan te vallen; maar teruggedreven door de regeerders zon een omwenteling noodig zijn om ze te verwezenlijken.
Doch deze revolutie schrikt zooveel menschen af; de omkeeringen die zij moet meebrengen doen hen terugdeinzen voor liet middel, nadat iij de kwaal erkenden.
âJaquot;, zeggen zij, ,gij hebt misschien gelijk, zeker, de maatschappij is slecht samengesteld, dat moet veranderen. De revolutie! .... misschien.....Ik zeg geen neen.....Maar
daarna ?
E.N 11A A KN A
Daarna, antwoorden wij, zal de meest volstrekte vrijheid voor de individuen lieerschen, en zal het voor allen mogelijk zijn in hun lichamelijke, geestelijke en zedelijke behoeften te voorzien. Wanneer Gezag en Eigendom afgeschaft zijn, en de maatschappij niet meer als tegenwoordig op de tegenspraak der belangen rust, maar daarentegen op de nauwste solidariteit, zullen de van den dag van morgen zekere indivldnen niet meer voor de toekomst behoeven te sparen, elkaar niet meer als vijanden beschouwen, gereed om elkaar te verslinden bij het betwisten van een bete broods, of elkaar een plaats bij een uitzuiger te ontnemen. quot;Wanneer de oorzaken van den strijd en de verbittering' vernietigd zijn, zal de maatschappelijke harmonie ontstaan.
Tusschen de verschillende groepen zal wel een concurrentie ontstaan, een wedijver naar het betere, naar een ideaal doel dat zich steeds verbreeden zal naarmate de individuen meer gemak vinden om hun wenschen te vervullen, maar deze concurrentie, deze wedijver, zullen altijd heusch zijn, omdat het belang van handel, eigenaar of regeering zich niet meer in den weg zal stellen, en de achterlijke mededingers in staat znllen zijn zich den door hun gelukkiger concurrenten verworven vooruitgang eigen te maken.
De opstopping van de produkten, die de magazijnen vullen, maakt juist de tegenwoordige ellende uit. Daaruit ontstaat de werkeloosheid en de honger bij hen die geen arbeid vinden zoolang de genoemde produkten niet verkocht zijn. â Dit bewijst wel den abnormalen toestand van de tegenwoordige samenleving.
In de maatschappij, die wij willen, zal naarmate de produkten overvloediger zijn, de harmonie tusschen de individuen gemak-
257
258 DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EX DE ANARCHIE.
kelijker worden, want dan behoeven .quot;ij de bestaansmiddelen niet na te meten-. Men zal dan sneller voortbrengen, de vol-makingen van het machinewezen zullen zicli bespoedigen, het deel aan den voortbrengenden arbeid voor de individnen zal verminderen, en sneller zal het werken worden wat het inderdaad zijn moet: een noodzakelijke gymnastiek om de spieren der mensdien te oefenen.
In een normaal samengestelde maatschappij moet de arbeid het karakter van een straf, dat hij in onze uitzuigings-maat-schappij draagt, verliezen. Hij moet slechts een verstrooiing zijn, te midden van al de andere werkzaamheden die de individuen voor hun genoegen zullen doen, zooals de studie, de behoeften van hun temperament â op strafte van langzamerhand te veranderen in voedsel tot zich nemende zakken, zooals de bourgeoisie zonder dralen worden zou wanneer zij zich de oppermacht kon verzekeren, en zooals een soort mier het geworden is, die onbekwaam is om zichzelf te voeden, en van honger sterft wanneer zij geen slaven meer heeft, die haar te eten geven.
âJa,quot; hernemen dan onze tegenstanders, âwat gij wilt is wel schoon, en het zou zeker het verhevenste ideaal zijn dat de menschheid bereiken kon, maar niets zegt dat dat zoo goed zal gaan als gij denkt, dat de sterkeren hun wil niet aan de zwakkeren zullen willen opdringen, en dat er geen luiaards zullen zijn, die willen leven ten koste van hen die arbeiden.quot;
âAVie zegt u, dat wanneer er geen dammen meer zijn om de menigte tegen te houden, de omwenteling in plaats van een stap voorwaarts geen schrede terug zal zijn? En is het wanneer men overwonnen is, voor de ideeën niet een oponthoud van twintig, dertig, vijftig, of wellicht meer jaren ?quot;
E\ DAARNA
..Wanneer gij overwinnaars zijt, zult gij dan persoonlijke wraaknemingen kunnen verhinderen V Wie kan zeggen ot' gij door de menigte niet zult worden overvleugeld. â Aan beide zijden zou het de ontketening der dierlijke driften worden, verbonden met al de verschrikkingen van den in dierlijkheid terugvallenden mensch.quot;
Wij antwoorden, dat door het verscherpen der economische crisis, het meer en meer veelvuldig worden der werkeloosheidj de dag aan dag toenemende moeite om te leven, de voortdurend zwaarder wordende politieke moeielijkheden, wij met zekerheid naar die door de kracht der dingen voortgebrachte revolutie gaan, welke door niets kan worden verhinderd. Bijgevolg hebben wij slechts een zaak te doen, en dat is gereed te zijn om er deel aan te nemen om haar te doen keeren, ten bate van de denkbeelden die wij verdedigen.
259
Maar de vrees voor het onbekende is zoo sterk en hardnekkig, dat, de tegenstander na de logica van al onze opmerkingen te hebben erkend en overtuigd te zijn van de waarheid van alles wat wij uiteenzetten, nog zijn toevlucht neemt tot het gezegde : âJa. dat is alles waar: doch het zou misschien beter zijn voorzichtig te handelen. He vooruitgang gaat langzamerhand: men zou het gewelddadig optreden moeten vermijden: misschien zou men dan eindelijk de bourgeois kunnen bewegen tot toegevenI''
Als men alleen te doen had met koppige lieden, te kwader trouw, die niet overtuigd willen zijn. zou het best zijn ze den rug toe te keeren. Maar ongelukkig zijn er ook inenschen te goeder trouw, die door omgeving, opvoeding en gewoonte aan gezag bevangen, alles verloren achten wanneer zij het gezag aan den gezichteinder zien verdwijnen. En daar zij niets meer
260 DE STERVEXDE MAATSCHAPPIJ EX HE ANARCHIE.
te beantwoorden hebben, komen zij zoudei' liet te bemerken bij hun eerste bewijsgronden terug, en kunnen zij zich geen maatschappij voorstellen zonder wetten, rechters en politieagenten, een maatschappij waarin de individuen naast elkander zouden leven, en elkander zouden helpen in plaats van elkander naaide keel te vliegen.
Wat hun te antwoorden'?
Zij willen bewijzen zien, waarom de maatschappij gaan zal zooals wij het ontwaren!
Wij kunnen er ontleenen »an de logika der feiten, aan haar vergelijking en aan de bewijsvoering die wij uit haar ontleding kunnen trekken. Maar tastbare bewijzen zon de proefneming ons slechts kunnen verschatten! -En zulk een proefneming kan geen plaats hebben, dan door te beginnen de tegenwoordige maatschappij omver te werpen.
Niets blijft aan him daarover te zeggen dan:
Wij hebben u aangetoond dat de tegenwoordige maatschappij de ellende, de hongersnood en de onwetendheid veroorzaakt en onderhoudt van een geheele klasse â en wel de talrijkste â van individuen; dat zij de ontwikkeling van menschengeslachten verhindert, en haar als erfenis haar vooroordeelen en leugens nalaat.
Wij hebben u aangetoond dat de organisatie dezer maatschappij alleen dient, om de uitbuiting der massa te verzekeren, ten voordeele van een minderheid bevoorrechten.
Wij hebben u aangetoond, dat haar slechte werking â naast de ontwikkeling van nieuwe begeerten in de harten der arbeiders â- ons voert tot een omwenteling. Wat wilt gij dat wij meer vertellen?
EX D A ,V R X A quot;r1
ludien wij strijden moeten, dan zij het ten minste voor de verwezenlijking van wat ons schoon en rechtvaardig voorkomt.
Ziülen wij overwinnaars zijn of overwonnenen? Wie kan dat voorzien? Indien wij met het eischen van onze rechten wachtten, totdat wij zeker zijn van de zegepraal, zouden wij eeuwenlang op onze bevrijding kunnen wachten. Overigens gebiedt men de omstandigheden niet; meestal voeren zij u mee; hoofdzaak is ze te voorzien om er niet door overvallen te worden. Eenmaal in het krijgsgewoel, zal het de taak der anarchisten zijn, om alle kracht te ontplooien waartoe zij in staat zijn, teneinde de menigte â door hun voorbeeld â mee te voeren.
Pat in de omwenteling die zich voorbereidt persoonlijke wraaknemingen zullen voorkomen, naast woorden en daden van -woestheid, is zeer waarschijnlijk; dat is te voorzien, maar wat vermogen wij er tegen V
Niet alleen kan niemand het verhinderen, maar men moet het ook niet beletten. Wanneer de propagandisten door de massa worden overtroffen, zooveel te beter'. Zij kan allen vernietigen die overdreven gevoelig zijn: Want wanneer zij verdroeg, dat men een reaktie in het leven riep om haar enkele slachtoffers te ontrukken, zou men dat ook kunnen doen om haar revolutionaire opwelling te stuiten, om haar te verhinderen de instellingen aan te raken die verdwijnen moeten, om haar te laten sparen wat zij moet verwoesten. Is de strijd eenmaal ontbrand, dan zal geen overgevoeligheid meer gangbaar zijn, en zal de menigte de praatjesmakers moeten wantrouwen en alles onmee-doogend vergruizen wat beproeft zich haar in den weg te stellen.
Wij kunnen niets doen dan te verklaren, dat het verdwijnen
262 DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EX DE AXARCHIE.
van individuen den arbeiders weinig belang moet inboezemen: dat zij de instellingen moeten aanvallen. De instellingen moeten worden ondermijnd, verwoest en vernietigd, zoodat er geen spoor van overblijft en de mogelijkheid niet bestaat ze onder andere namen te herstellen.
De bourgeoisie is slechts door haar instellingen sterk, doordat zij den uitgezogenen wist te doen gelooven, dat zij belang hebben bij de instandhouding, en doordat zij gedeeltelijk uit vrijen wil, gedeeltelijk met geweld van hen verdedigers hunner belangen maakten. Aan hun eigen krachten overgelaten zouden de bourgeois geen weerstand kunnen bieden aan de revolutie. Dus zijn de individuen op zichzelf niet gevaarlijk.
Maar wanneer op den dag der revolutie er zijn die een hinderpaal vormen, zullen zij door den stroom worden meegevoerd: wanneer persoonlijke wraaknemingen plaatsvinden, zooveel te erger voor hen, die dat veroorzaakten. Zij moeten wel veel kwaads gedaan hebben, dat de haat tegen hun persoon niet gestild is door de verwoesting van hun klasse, de afschafting van hun voorrechten: zooveel te erger voor hen die zich ophouden om hen te verdedigen. De menigten gaan nooit te ver slechts de leiders vinden dat, omdat zij vrees koesteren voor de zedelijke of werkelijke verantwoordelijkheid.
Geen domme overgevoeligheid, zelfs niet wanneer de volkswoede afdwaalde op de hoofden van min of meer onschuldigen. Om ons medelijden te doen bedaren, behoeven wij slechts te denken aan de duizende slachtoffers, die in onzen tijd dagelijks door den maatschappelijken niinotanrus worden verslonden, ten voordeele van de bourgeoisie. En wanneer bourgeois hun leven eindigen, opgehangen aan een lantaarnpaal, doodgeslagen op den hoek van een straat of verdronken in een rivier, oogsten zij slechts wat hun klasse gezaaid heeft. Zooveel te erger voor hen! Wie niet met de massa is, die is tegen haar.
EX UAARSA?
203
Voor ons, arbeiders, is de verhouding duidelijk; aan de eene zijde â het tegenwoordige â de huidige maatschappij, met haar stoet van ellende, onzekerheid van den dag van morgen, ontberingen en lijden, zonder hoop op verbetering; een maatschappij waarin wij verstikken, waarin wij in liet diepst van ons hart alle gevoelens van goed en schoon, van rechtvaardig-lieid en liefde moeten terugdringen; aan de andere zijde â de toekomst â een ideaal van vrijheid en geluk, van verstandelijke en lichamelijke genietingen â de geheele ontluiking van onze persoonlijkheid! â Onze kenze is gemaakt. Hoe het ook zij met de toekomstige revolutie, wat ons ook overkome, het zal voor ons niet slechter zijn dan de tegenwoordige maatschappij. AVij hebben bij een verandering niets te verliezen, maar daarentegen alles te winnen. De maatschappij houdt ons tegen: welnu, laten wij haar te gronde richten. Zooveel te erger voor hen, die door haar schok zullen worden verpletterd; zij wilden zich in veiligheid stellen onder haar muren, zich vasthouden aan haar wormstekige stutten. Zij behoeven zicli slechts te scharen aan de zijde der sloopers.
XXII.
De anarchistische idéé en haar uitvoerbaarheid.
-In theorie zijn nw ideeën wel schoon, maar zij zijn niet uitvoerbaar; de menscheu hebben een i u-oven wicht-houdende macht noodig die hen regeert en hen dwingt de maatschappelijke overeenkomst te eerbiedigen.'' Zoo luidt de tegenwerping, die door de voorstanders der tegenwoordige maatschappelijke orde ten laatste tot ons wordt gericht, wanneer men na veel discussie de argumenten tegen henzelf keerde, eu aantoonde dat de arbeider op geen noemenswaardige verbetering in zijn lot kan hopen, zoolang hij het raderwerk van het tegenwoordige stelsel laat voortbestaan.
âUw denkbeelden zijn wel schoon, maar zij zijn onuitvoerbaar; de mensch is nog niet genoeg ontwikkeld om in zulk een idealen toestand te kunnen leven: om ze in toepassing te brengen zou de mensch tot volmaking moeten gerakenquot;, voegen veel oprechte lieden er nog aantoe, die afgedwaald door opvoeding en gewoonte, slechts de bezwaren zien en nog- niet genoeg van de idee overtuigd zijn om aan haar verwezenlijking te arbeiden.
Naderhand ontstaat naast deze verklaarde tegenstanders en
DE AXAKCIIISTISC1IE IDEE EX HAAR UITVOERBAAKHEID. 265
deze onverschilligen, die vrienden kunnen worden, een derde soort individuen, die gevaarlijker zijn. Dezen doen alsof zij in geestdrift geraken door de ideeën; zij verklaren luide dat er niets schooners denkbaar is; dat de tegenwoordige organisatie niet deugt en verdwijnen moet voor de nieuwe denkbeelden; dat dit liet doel is waarnaar de menschheid streven moet, enz., enz. Haar, voegen zij er aan toe, zij zijn niet onmiddellijk uitvoerbaar; men moet de menschheid er op voorbereiden, haar dien gelukkigen toestand doen begrijpen, en onder het voorwendsel van praktisch te zijn, trachten zij de liervormingsplannen, die wij aantoonden dat denkbeeldig waren, wederom te voorschijn te halen. Zij laten de bestaande vooroordeelen voortduren door ze te verschoonen bij hen tot wie zij zich richten, en trachten tot hun eigen voordeel zooveel mogelijk partij te trekken van den tegenwoordigen toestand : en weldra verdwijnt het ideaal om plaats te maken voor een zucht tot behoud der heer-schende orde.
Het is ongelukkig maar al te waar, dat de denkbeelden, die liet doel van onze wensohen uitmaken niet onmiddellijk voor uitvoering vatbaar zijn. De minderheid die ze begrepen heeft is te gering, dan dat zij een onmiddellijken invloed kunnen hebben op de gebeurtenissen en den gang der maatschappelijke organisatie. Maar mag dat een reden zijn om niet te arbeiden aau haar verwezenlijking ?
Wanneer men overtuigd is van haar rechtvaardigheid, waarom zou men dan nalaten te beproeven ze in praktijk te brengen? Wanneer iedereen zegt: âDat is niet mogelijkquot; en het juk der hedendaagsche maatschappij lijdelijk torscht, zal de bourgeois-orde ongetwijfeld nog lange eeuwen voor zich hebben.
de stervende maatschappij ex de anarchie.
Indien ile eerste denkers, die kerk en koningschap bestreden en voor de natuurlijke en onafhankelijke ideeën brandstapel en schavot tartten om hun overtuiging te kunnen belijden, dat gezegd hadden bij het deuken aan hun ideaal, zouden wij nog heden ten dage bij de bovennatuurlijke begrippen eu de heerlijke rechten zijn.
Maar omdat er altijd lieden zijn geweest, die uiet .praktischquot; waren, maar alleen overtuigd van de waarheid, lieden die haar met al hun krachten overal waar zij vermochten beproefden te doeu doordringen, begint de mensch in onzen tijd zijn oorsprong te kennen, en zich los te maken van de vooroordeelen van het goddelijk en meuschelijk gezag.
In een werkelijk waardevol boek, getiteld: âOntwerp van een zedeleer zonder verplichting of bekrachtigingquot;, ontwikkelt Güyax liet denkbeeld: .,\Vie niet handelt zooals hij deukt handelt onvolkomenquot;. Niets is meer waar. Wanneer men goed van een idéé overtuigd is, is het onmogelijk na te laten het te verbreiden en de verwezenlijking ervan te beproeven.
Hoeveel malen ziet men twisten ontstaan tusschen vrienden, over vaak beuzelachtige zaken, waarbij ieder aau zijn zienswijze vasthoudt, zonder andere beweegreden dan de overtuiging die hij bezit van de waarheid van hetgeen hij verdedigt. Het zou toch niets kosten om een vriend een genoegen te doen, hem te laten spreken zonder goed of af te keureu â en dat zou zelfs kunnen dienen om te verhinderen dat hij zich ergerde. De zaak toch die hij verdedigt is zonder werkelijk belang voor onze overtuiging, waarom hem niet te laten praten? Hoe vaak handelt men zoo in het gesprek, wanneer er toch slechts sprake is van zaken waarover men geen bepaald denkbeeld heeft: maar
DE ANARCHISTISCHE IDÃÃ EX HAAR UITVOERBAARHEID. 2t)7
ioodra een zaak waarover gij een opinie bezit op liet tapijt komt â van hoe weinig belang zij ook zij â kiest gij partij, eu zult gij met de besten van uw vrienden redetwisten om uw zienswijze te verdedigen. Indien men nu zoo te werk gaat met nietigheden, hoeveel grooter moet dan de aandrang zijn, waar het denkbeelden aangaat, die de toekomst der gansche mensch-heid betreffen, de bevrijding van onze klasse, van onze nakomelingschap en van onszelf!
Wij begrijpen wel dat niet iedereen denzelfden weerstand kan bieden in den strijd, en denzelfden graad van geestkracht kan bezitten om de tegenwoordige instellingen te bekampen; ieders aard en karakter is niet gelijk. De bezwaren zijn zoo groot, de ellende is zoo hard, de vervolgingen zijn zoo talrijk, dat wij begrijpen dat er graden zijn in de inspanning voor de propaganda van wat erkend werd als waar en rechtvaardig. Maar de daden zijn altijd evenredig aan den aandrang en de kracht van het vertrouwen dat men in de ideeën heeft. Zeer dikwijls zal men worden opgehouden door overwegingen aangaande het huisgezin, door betrekkingen, door het te bewaren dagelijksch brood; maar hoe groot de kracht van die overwegingen ook zij, nooit kunnen zij er toe leiden dat ge al de laagheden kunt verkroppen die zich ontrollen onder uw oogen; er komt een oogenblik wanneer men alle overwegingen naaiden duivel zendt, om zich te herinneren dat men een mensch is, dat men iets beters heeft gedroomd dan hetgeen men u laat ondergaan.
Wie niet in staat is tot eenige toewijding voor de ideeën die hij voorgeeft te belijden, gelooft er niets van: het is slechts pocherij dat hij zich met dit etiquet tooit omdat dit op een
SOS DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ ES DE AXARCHIE.
gegeven oogenblik goed staat, of omdat hij niet behulp van die ideeën een of andere ondeugd tracht te rechtvaardigen; wacht u er voor zoo iemand uw vertrouwen te schenken, want hij bedriegt u. Wat hen betreft die van de tegenwoordige instellingen voordeel zoeken te behalen, zoogenaamd om aan de propaganda der nieuwe ideeën mee te helpen, dat zijn eerzuch-tigen, die de toekomst vleien om in vrede van het heden te genieten.
Het is dus duidelijk dat onze denkbeelden niet onmiddellijk uitvoerbaar zijn, wij maken geen enkel bezwaar dat te erkennen, maar zij zullen het worden door de geestkracht, die de lieden, welke haar begrepen hebben, zullen weten ten toon te spreiden. Hoe grooter kracht de propaganda heeft, zooveel te meer zal het uur der verwezenlijking nabij zijn. Kiet door zich in de hedendaagsche instellingen te schikken zal men ze bestrijden, en evenmin zullen wij onze ideeën onder den korenmaat plaatsen om ze te laten ontkiemen.
Om de tegenwoordige instellingen te bekampen, en te arbeiden aan de troonsbestijging der nieuwe ideeën, moet men dus geestkracht bezitten: en deze geestkracht kan alleen door overtuiging worden verleend. De lieden die haar reeds hebben moeten dus werken om. menschen te vinden.
Daar de hervormingen â zooals wij meenen te hebben aangetoond â niet uitvoerbaar zijn, zou het afdoende daarvan op te hemelen, een opzettelijk bedrog jegens de arbeiders zijn. Aan den anderen kant weten wij, dat de kracht der dingen de menigte onfeilbaar tot de revolutie leiden zal: de werkeloosheid, de ontwikkeling der machinerie, de staatkundige verwikkelingen, alles wedijvert om de werklieden op straat te werpen en hen
DE AXARCHISTISCIIE Ugt;ÃE EX HAAB UITVOERBAARHEID. 209
in opstand te brengen, om hun recht op liet bestaan te verzekeren. Daar dns de revolutie onafwendbaar is en de hervormingen denkbeeldig zijn, blijft ons niets over dan ons op dien strijd voor te bereiden; dit doen wij door recht op ons doel af te gaan, en aan de eerzuchtigen de zorg over te laten het zich moeielijk te maken met de toestanden en de ellende die zij voorgeven te verzachten.
Hier hooren wij reeds deze opmerking: ,quot;Wanneer gij erkent, dat uw denkbeelden niet gereed zijn om in praktijk gebracht te worden, is het dan niet de zelfverloochening prediken aan het thans levende geslacht, ten voordeele van toekomstige ge-neratie's, wanneer men aanspoort tot strijden voor een denkbeeld, waarvan gij de onmiddellijke verwezenlijking niet waarborgen kunt ?quot;
Wij prediken in geen enkel opzicht zelfverloochening', doch wij bedriegen ons alleen niet met de feiten, en willen evenmin den geestdriftigen helpen oin zich te bedriegen. Wij nemen de zaken zooals. zij zijn, wij ontleden ze en nemen dit waar: een klasse die alles vasthoudt en niets wil loslaten: en daartegenover een klasse die alles voortbrengt, niets bezit, en slechts te kiezen heeft tusschen zich lafhartig voor haar uitzuigers te buigen, slaafs-afwachtend dat zij haar een been om af te kluiven zullen toewerpen, geen waardigheid, geen fierheid, niets van hetgeen de karakters verheft meer te hebben, of wel in opstand te komen en op gebiedende toon te eischen wat men voor kniebuigingen weigert. Zeker, voor hen die slechts aan hun persoonlijkheid denken, voor hen die tot eiken prijs genieten willen, om 't even hoe, heeft deze kenze niets aangenaams. Hun geven wij den raad zich naar de vereischten der hedendaagsche maat-
270
schappij te schikken, er naar te streven van haar hun huis te maken, niet te zien waar zij hun voeten zetten, niet bevreesd te zijn om hen die hun op den weg hinderen te verpletteren; dezulken hebben niets met ons uitstaande.
Maar aan hen die denken dat zij niet in waarheid vrij zullen zijn, voor dat hun vrijheid niet meer die van andere zwakkeren verhinderen zal: aan hen die niet gelukkig- kunnen zijn voor dat zij weten dat de genietingen waarin zij genoegen scheppen niet de tranen van eenige onterfden gekost hebben, aan hen zeggen wij dat er van de zijde van niemand zelfverloochening' noodig is, om te erkennen dat men strijden moet om zich te bevrijden.
Wij merken het tastbaar feit op, dat slechts de toepassing van onze Ideeën de menschen bevrijden kan; het is aan haar om te zien of zij zich met een stoot geheel en al bevrijden kan, of dat er steeds een bevoorrechte minderheid moet zijn, die voordeel zal trekken van den vooruitgang die zich voltrekt ten koste van hen die sterven van honger, terwijl zij voortbrengen voor de anderen.
Zullen wij dien dageraad zien blinken? Zal het ons geslacht zijn, of het opkomende, of een nog later? Wij weten er niets van, wij bemoeien ons er niet mee. Zij die genoeg geestkracht en hart zullen bezitten om vrij te willen zijn, zullen daartoe weten te komen.
xxm.
De waarheid zonder phrasen.
Pe in het vorige hoofdstuk neergeschreven woorden, zijn ongetwijfeld het lijnrecht tegenovergestelde van wat men in al de politieke partijen hoort, waar men hergen en wonderen belooft en de geringste der hervormingen wordt voorgesteld als een paradijs voor allen die haar steunden. Maar wij verwachten ook niets van de blinde ingenomenheid der menigte, want daar wij willen dat zij zichzelf wete te leiden, behoeven wij niet te trachten haar te begoochelen. Om aan onze gedachte meer kracht bij te zetten, onze handelingen doeltreffender te maken, moeten wij den weg duidelijk zien, ons behoeden voor alle hersenschimmen en ons ontdoen van alle vooroordeelen die ons op een val-schen weg zouden kunnen voeren.
Onze denkbeelden zullen nooit vatbaar voor verwezenlijking worden, dan door de geestkracht die degenen die haar begrepen, voor haar propaganda en haar verspreiding aanwenden. De uitslag hangt af van de kracht, die wij aan de omwenteling ten dienste zullen stellen, maar wanneer wij die kracht niet onmiddellijk gebruiken, wanneer wij niet schielijk beproeven van de theorie tot de praktijk over te gaan, moet men wel erkennen
DE STERVENDE MAATSCHAPPIJ EN' DE AXARCHIE.
dat er hinderpalen zijn. Waren onze denkbeelden onmiddellijk voor verwezenlijking vatbaar, dan zou het voor ons onverschoonbaar zijn, de oplossing niet te beproeven. Het komt er dus op aan, te zoeken welke de inoeielijkheden zijn, om ze te overkomen in plaats van ze te ontkennen.
En overigens, wanneer wij propaganda maken is dit juist om te beproeven onze denkbeelden in praktijk te brengen, want indien zij voor onmiddellijke verwezenlijking vatbaar waren zou alleen de kracht der dingen voldoende zijn.
Wij moeten ons er aan gewennen de dingen koel te beschouwen, en er niet koppig aan vast te houden, het voorwerp onzer wensclien nitt door vergrootglazen te beschouwen en hetgeen wij duchten daarentegen te zien door een lorgnet. .Slechts de waarheid zoeken wij. Wanneer wij onszelf misleiden, bedriegen wij ook de anderen en zal de omwenteling die wij voortbrengen weer opnieuw moeten begonnen worden.
Onze tegenstanders maken ons de tegenwerping dat onze ideeën onpraktisch zijn, gewoonlijk eerst wanneer hun argumenten uitgeput raken, en wij moeten toegeven dat die tegenwerping altijd lastig is, niet wat het innerlijke aangaat maar in den vorm; want in de huidige samenleving schijnen onze denkbeelden inderdaad een utopie. Voor het individu, wiens blik nooit buiten de tegenwoordige maatschappij reikte, is het zeer moeielijk te begrijpen, dat men zal kunnen leven zonder regeering, wetten, rechters, politie, munt of' vertegenwoordigende waarde â waar men reeds zoo moeielijk elkander verstaat, in onze wereld, die wetten heeft welke geacht worden ten doel te hebben den omgang gemakkelijker te maken.
Op deze tegenwerping kunnen wij niet met feiten antwoorden;
272
HE WAARHEID Z0X1gt;ER PHRASEX. 273
omdat hetgeen wij willen nog' slechts in den toestand van een droom is. Wij kunnen de oogmerken aanhalen die de mensch. heid drijven, en de proefnemingen opsommen die in het klein in de maatschappij genomen worden, maar welken invloed kan dat hebben op den vooringenomen geest van dengeen, wiens verlangens niet hooger reiken dan de verbetering van het bestaande ?
De tegenwerping ontkennen ? â Dat zou struisvogelpolitiek zijn, want de tegenwerping zon er niet minder om bestaan. Jlet drogredenen antwoorden ? Daardoor zonden wij in een engte worden gedreven, waaruit het ons onmogelijk zou zijn ons anders te redden dan door nieuwe drogredenen. De ideeën winnen nooit iets bij dit spel. Daar wij de denkbeelden willen toelichten en in staat willen zijn op alle tegenwerpingen te antwoorden, moeten wij alle bewijsgronden opsporen, die tegen ons kunnen worden aangevoerd, om er goed op te kunnen antwoorden. Maar voor alles dienen wij duidelijk en nauwkeurig trachten te zijn, en ons niet door de waarheid te laten afschrikken, want haar zoeken wij. Wij verzekeren dat onze ideeën op waarheid berusten, en moeten dat aantoonen door overal en in alles de waarheid te zoeken.
Wij erkennen gaarne dat deze taal niet geschikt is om de menigte te bekoren en haar tot oproer aan te zetten, en sommige kameraden zonden ons kunnen beschuldigen van ontmoediging en wanhoop in onze gelederen ^te werpen, door de zwakke zijden van onze theorie niet genoeg te verbergen.
Deze verwijten zouden slechts kunnen voortkomen uit het overblijfsel van de opvoeding der politieke partijen. Waarvoor te beloven wat niet van ons afhangt te vervullen, eu bijgevolg
274
bij voorbaat een reactie verwekken die zich tegen ons ideaal zou keeren?
Indien wij een naar de staatsmacht begeerige politieke partij waren, zouden wij aan de individuen een menigte beloften kunnen doen, opdat zij ons op het kussen zouden brengen; maar met de anarchie is het niet zoo, wij hebben niets te beloven, niets te vragen, niets te geven. En wanneer onze tegenstanders ons de onmogelijkheid van onze ideern tegenwerpen, nadat wij hun de feiten hebben uiteengezet die aantoonen dat dit ideaal het doel der mensehheid is, blijft ons niets te doen over, dan opnieuw de fouten te betoogen die uit alle instellingen voortspruiten, de valüchheid van de grondslagen waarop zij rusten, de nietigheid van de hervormingen met behulp van welke men de men-sclien in slaap wil wiegen, en hen te wijzen op de keuze die zij hebben te doen. tusscheu voortgaan met de uitzuigerij te dulden of in opstand te komen. Dan moeten wij hun duidelijk maken dat de uitslag van deze omwenteling zal afhangen van de kracht, met welke zij de verwezenlijking willen van hetgeen zij erkennen als goed. Dat is onze taak, het overige hangt van de individuen af en niet van ons.
Wij voor ons zijn geen voorstanders van de propaganda door groote snorkende of gevoelvolle phrasen; daardoor worden de individuen geprikkeld tot hoop op een onmiddellijke verwezenlijking. die niet mogelijk is. Vol vuur leggen zij zich op de propaganda toe. en gelooven het doel met den vinger te kunnen aanraken. Wanneer zij niets zien komen, bevangt hen ontmoediging, en verdwijnen zij de een na den ander, zonder dat zij ooit meer aan iets denken. Hoevelen hebben wij in het laatste twaalftal jaren in onze groepen zien komen, die van niets anders
he waauheiu zosdru p1ikase.v.
spraken dan als een tweede Simsoït de ziiileu van den tempel om te werpen! Waar zijn zij thans?
Ons ideaal is de vervulling' van een minder verhevene en minder schitterende â maar duurzamer â taak. Verre van ons er toe te bepalen de individuen door liet gevoel in te nemen, zoeken wij hen vooral te overtuigen door loglka en rede. AVij willen in geen geval een blaam werpen op hen, wier natuurlijke begaafdheid bestaat in het veroveren der individuen door het gevoel. Aan ieder zijn taak naar zijn begrip en zijn aard. Maar in plaats van geloovigen te zoeken willen wij overtuigden vormen. Allen die zich aan de propaganda wijden moeten de moeielijkheden kennen die hen wachten, opdat zij gereed zijn om ze het hoofd te bieden, en zich niet te laten ontmoedigen door de eerste beletselen die zij op den weg ontmoeten. Langen moeielijk vertoont hij zich aan onzen blik; voor men de tocht aanvangt, moet men zijn wil en zijn spieren raadplegen, want er zullen slachtoffers zijn, die de oneffenheden met bloed bevlekken, en lijken zullen op de bochten van den weg een spoor van de pleisterplaatsen achterlaten. Wie geen kracht bezit blijve achter, want hij kan slechts een belemmering zijn voor liet leger.
Een ander vooroordeel, dat onder de anarchisten veel wordt aangehangen, is dat men de menigte beschouwt als een kneedbaar deeg, waarvan men kan maken wat men wil. en waarover men niet bezorgd behoeft te zijn. Dit vooroordeel ontstaat doordat men, door een stap meer te hebben gedaan dan de anderen, zichzelf beschouwt als een soort profeet, die veel meer schranderheid bezit dan het gros der stervelingen. .Wij zullen dat de massa laten doen, wij zullen haar achter ons meeslepen, enz..
DE STERVESDE MAATSCHAPPIJ EX DE AXARCHIE.
enz.quot; Werkelijk, een dictator zou niet anders spreken. Dit is een manier van beschouwing, die wij behielden uit ons autoritair verleden.
Niet omdat wij den invloed van de minderheid op de massa willen ontkennen, maar omdat wij van de werking van dien invloed overtuigd zijn komen wij zoo in opstand; wij meenen dat in tijden van revolutie, de eenige invloed die de anarchisten op de massa zullen hebben, door de daad zal zijn; hun ideeën in toepassing brengen, voorbeelden geven, tot dien prijs slechts kan men de massa meevoeren. Men moet evenwel goed er van overtuigd zijn, dat die daden geen uitwerking op liet volk zullen hebben, dan naarmate men er bevattelijk voor zijn zal door een heldere en duidelijke propaganda, en het volk zelf zal zijn opgestaan onder den aandrang van vooraf begrepen denkbeelden.
Wanneer wij dus voor onze ideeën weten te propageeren, laat haar invloed zich gevoelen: slechts op voorwaarde dat wij ze wisten te verhelderen en begrijpelijk te maken, hebben wij kans in eenig opzicht deel te nemen aan de vormverandering der maatschappij. Wij zullen dus niet behoeven te vreezen dat wij niet gevolgd worden, maar moeten daarentegen de hinderpalen duchten, die door de lieden, die zich als leiders beschouwen, in den weg worden gelegd.
]n tijden van revolutie werden steeds de voorloopers door de massa overtroffen. Verspreiden wij dus onze ideeën, leggen wij ze uit, verhelderen wij ze, herhalen wij ze waar het noodig is. en vreezen wij nooit de waarheid in het aangezicht te zien. Verre van aanhangers van onze zaak te verwijderen, kandeze propaganda slechts er toe bijdragen allen tot ons te voeren, die dorstig zijn naar Rechtvaardigheid en Vrijheid.
276
Naschrift van den vertaler.
Toen het meesterwevk van Jeax Grave, dat wij in het Hollandsch overgebracht in ruimen lezerskring de voldoening hadden binnen te voeren, nog niet zoo besproken en alom bekend was als op het oogenblik, werd het reeds zeer verschillend beoordeeld.
In âRecht voor Allenquot; noemde het Cohex âeen doktrinaire uiteenzetting van een doktrinair anarchismequot; â en misschien is dit oordeel niet geheel onverdiend. Hoewel dat niet de bedoeling van den schrijver kan zijn geweest, is er veel in de uitspraken, die Ctkave in., De Stervende Maatschappij''neerlegde, dat reden geeft om te spreken van het opbouwen van een systeem, van een reeks dogmen tegen wil en dank. Minstens : een oppervlakkige lezing van liet boek kan dat doen veronderstellen, kan den indruk maken dat de schrijver voorstander is van een kunstmatig kommnnisme, waarin de individualiteit herleid wordt tot weinig.
Echter niets is minder waar, en gelukkig kunnen wij op menige plaats in het boek het. tegendeel vinden, zien dat Gkave een vijand is van kunstmatige organisatie, en zelfs waarschuwt
27S
voor de hoogdravende voorstellingen, die sommigen zich believen te vormen van wat de toekomst bieden zal.
In dat opzicht stemt de vertaler in alle deelen volkomen met den oorspronkelijken schrijver overeen. Vooral in onzen tijdj nu in Holland de overdreven meening veld wint dat wij anarchisten concessiën moeten doen aan ons beginsel en dat wij zulks kunnen doen zonder onze anarchistische idealen op te offeren, is het zeer wenschelijk dat hierop de aandacht wordt gevestigd.
Het punt van verschil tnsschen zoovelen en ons. dat het meest opheldering noodig heeft, is wel of men de oorzaak dei-wanverhoudingen te zoeken heeft in de menschen of in de instellingen. Op meesterlijke wijze toont Grave in Hoofdstuk X dat het eerste onwaar is. Wij zeggen dat dit verschilpunt een overheerschend beslissend karakter draagt, omdat wanneer de mensch uit zichzelf niet deugt, alle propaganda onnut zou zijn, maar een voortgezette strijd voor wat wij kennen als goed en waar reden van bestaan heelt wanneer men alle kwaads affeidt uit de slechte omgeving.
Trouwens juist omdat de menschen veelal in onze onhoudbare samenleving een neiging vertoonen, tot wat gekend wordt als slecht, juist daarom voeren wij een verbitterden kamp tegen die maatschappij, die 't goede verstikt en het kwade verwekt of aanmoedigt. Juist op deze waarheid bonwen wij ons hopen en ons eischen. Het bewustzijn van dit feit geeft ons kracht, den moed der overtuiging, door welken bezield zoovelen verwinnen willen of sterven: âVivre en travaillant on mourir en combattantquot; (arbeidend leven of strijdend ten dood) is het devies van velen.
Wij anarchisten, voorzoover wij onze roeping beseffen ten minste, wekken niet op tot het uitvoeren van daden, waarvan wij weten dat slechts het voorbeeld ze prediken kan. Wij weten dat de redeneering ons het recht daartoe ontzegt. Slechts
xaschkift vax denquot; vertaler. 279
trachten wij alles begrijpelijk te maken en vooral in de eerste plaats zelf te begrijpen.
Deze conclnsiën beliooren tot de parelen uit liet werk van â Ieax Grave. Kn zoo is er zeer veel in. Veel wat tot ernstig nadenken stemt. Veel waarover discussie kan ontstaan.
Veel ook waarmee de vertaler zich niet in alles strikt vereenigen kan, waarop het echter hier te veel ruimte in beslag zon nemen, breedvoerig terug te komen.
Voornamelijk wenschen wij te wijzen up de groote waarheid, die zeer veel wordt vergeten, dat men zich niet moet laten verblinden door eenige phrasen. Dat men bij het doorlezen van een boek als ..De Stervende Maatschappijquot; zich helder voor den geest dient te stellen dat hier geen bindend systeem aan de logika van den schrijver ten grondslag ligt. Integendeel, indien men spreken mag van een stelsel, is dat zoo onletterlijk mogelijk, in den breedsten zin. Een stelsel dus waarvan al wat stelselmatig is verre wordt gehouden. Geen bindende besluiten, geen wetten hoe ook genaamd en geen gezag, ook niet dat der meerderheid !
Na de verschillende tegenwerpingen der autoritaire partijen te hebben weerlegd op meesterlijke wijze, kwam Grave telkens weder tot de slotsom; Geen gezag.
Dat blijve onze lenze, trouwens de kern der anarchistische idee.
Jlen wachte zich intnsschen voor gezag onder andere namen, na te hebben erkend dat de mensch geen leiding noodig heeft om zijn veronderstelden slechten aard te betengelen, na te hebben aangetoond dat hij niet het wilde dier is waarvoor de bourgeois-economen bevreesd zijn, zou het dwaasheid wezen, te willen terugnemen in anderen vorm wat men weet dat slecht is.
Een raadsel blijft het voor ons hoe men zich anarchist durft noemen wanneer men nog zoo weinig verheven is boven de gangbare vooroordeelen om niet te weten dat het autoritair
â¢280
principe den meuscli bederft. Zoo niet Jea.v Grave; liij staat een vrijer communisme voor, en durft de consequenties aan van zijn theoriën. omdat hij overtuigd is door wat de keunis van den mensch hem leerde.
De vertaler heett eerst het plan gekoesterd, een breedvoerige serie aanteekeningen te voegen bij dit werk, aanteekeningen die hem noodig voorkwamen door mogelijk verkeerd te begrijpen gedeelten van -De Stervende Maatschappij '. Verschillende overwegingen hebben er toe geleid, af te zien van dit plan, en liever ook wat er blijven voor punten die een nadere overweging eischen als zijnde van bijzondere toepassing op onze omgeving, te benuttigen voor artikelen in âDe Anarchist'' te plaatsen. We mogen van de lezers niet voor meerdere afleveringen aandacht vragen, en zij die kunnen lezen zullen in staat zijn bij zichzelf' alle opmerkingen te maken, waartoe wij zouden komen.
Dus dringen wij slechts aan op verstandelijke overdenking van een boek, dat zoozeer als dit daartoe geschikt en bestemd is. Eeeds schreef Jeax Grave een nieuw boek, âDe Maatschappij der Toekomstquot; getiteld, waarin hij op meesterlijke wijze de idealen ontvouwt die volgen moeten op de ondergaande samenleving en die te zamen recht geven te spreken van een anarchistisch kommnnisme. Hoogst gaarne zonden wij dat boek hebben vertaald, maar omdat de vertaalrechten gewaarborgd zijn is het ons onmogelijk op het oogenblik.
In een boek als dat van Mackay, hetwelk wij nu in een Hollandsch gewaad in de wereld zenden zullen, vinden wij ruimschoots aanleiding om opmerkingen te maken over de voorgewende soorten anarchisme, die hoe langer hoe meer öp den
xasciiiüft vax l)e\ yelltaler.
voorgrond schijnen te treden, um de anarchistische idéé te bespotten.
Want afscheidingen tnsschen dit en dat anarchisme is een bespotting van de kern: regeeringloosheid. anarchie.
Die ervaring geve ons de oplettende lezing van Graves
meesterwerk ,.D e stervende m a a t s c h a p p ij en de a n a r c h i e.quot;
âDe Stervende maatschappijquot; is een propagandawerk. De schrijver richt zich niet tot anarchisten, en waar wij en zoovele anderen den anarchisten aansporen tot liet bestndeeren met vlijt van dit boek, is liet voornamelijk opdat men er stof tot discussie nit putte.
In de -Maatschappij der Toekomstquot; stelt Ctuave zicli op het standpunt van den onderwijzer, die den naar een vrije maat-sshappij begeerigen het ideaal schildert van een op kameraadschap berustende samenleving. Ueen trek is vergeten in dat afbeeldsel, om alle raderen werd gedacht, en het geheel is een boek zouals er weinigen zijn â het geeft een ruimen blik over dat zelfs door de aanhangers ervan nog zoo weinig begrepen ideaal. Het laat ons diep gevoelen, wat het kommunisme worden kan â liet anarchistisch kommunisme, ..waarin het individu volkomen vrijheid zou gelaten worden zich gansch af te zonderen, wanneer een zeker gemeenschapsinstinkt en de voordeelen van het gemeenschapsleven hein niet er toe konden doen besluiten zich bij de zonder dwang samengestelde groepen aan te sluiten.quot;
Om de strekking van dat boek te verduidelijken en de zoo sclioone opvatting die Ghave van de revolutie heeft, â die ook wij huldigen â te verbreiden, zenden wij over enkele weken een vertaling de wereld in van het eerste hoofdstuk van ..De
2S1
naschrift van hen vertaler.
Maatschappij der Toekomstquot; onder den titel van âDe dag- na de revolutie,quot; als S-cents-broclmre.
Mogen velen de eenvoudige woorden waardeerend begrijpen, waarin .Fean Grave zijn beschouwingen hult; Ongetwijfeld zullen deze bladen mede dienen - als zooveel â als stormrammen tegen het log gevaarte der oude maatschappij. Ongetwijfeld zullen werken als dezen de ineenstorting bevorderen van het rampzalig heden, en als bakens dienen voor den opbouwenden arbeid der toekomst.
Voor enkele weken heeft de vertaler aan enkele belangstellenden mondeling beloofd breedvoerige aanteekeningen en ten verklarende vreemde-woordenlijst bij de laatste aflevering te zullen voegen. Waarom de eersten ontbreken is reeds gezegd: wat de laatste betreft, daartoe besloten wij na lang beraad niet over te gaan, omdat znlks het werk noodeloos vergrooten zou voor allen, ten gerieve van weinigen.
Wij willen hier ten slotte een der voor den inhoud van het door ons voleindigd boek meest vleiende beoordeelingen inlas-schen, en wel die welke voorkwam in het orgaan van de ver-eeniging âWie denkt, overwintquot; Licht en Waarheid, onder redaktie van W. Meng. Van alle recensiën â en zij zijn vele â kwam deze ons voor het meest te getuigen van belangstelling in de mokerslagen, die Jéax Grave in âDe stervende Maatschappijquot; toebrengt op het rottend lichaam onzer tegenwoordige samenleving.
âLangzamerhand wordt het getal grooter dergenen die bewust zijn van den onhoudbaren toestand waarin de samenleving, nog dikwijls maatschappij genoemd, zich bevindt. Men neemt overal haar sterven waar; en de hulpmiddelen die beproefd worden
282
283
haar voor eeu wissen ondergang te vrijwaren, duiden den eriistigen toeschouwer ten duidelijkste het hopelooze aan, waarin zelfs de zoogenaamde maatschappij-redders verkeeren. Neen, niemand gelooft meer aan haar behoud. Ze is ten ondergang-gedoemd, en zelfs de hulpmiddelen, die men beproeft om haar te redden, werken machtig mede om haar einde te bespoedigen. Waar we ook de oogen wenden, overal treedt ons het rottende element der huidige samenleving tegemoet, en hoe men zich ook beijvert om dit te bemaskeren, door de maskers heen komt de doodslucht ons den aanstaanden val verkondigen.
In zulk 'n samenleving is liet een eerste behoefte elkander te herinneren aan de naastbijliggende oorzaken, die den onher-roepelijken val bewerkstelligen.
Een van deze oorzaken is voorzeker, de noodlottige meening dat heerschappij een eerste behoefte is. De zoogenaamd orthodoxe in ons midden, groot gebracht onder de heerschappij der huichelarij die zich brutaal Theocratie (Godsregeering) noemde, en als zoodanig reeds vroeg de ontwikkeling van het denkvermogen hem belemmerde, kan zicli geen voorstelling maken van 'n vrije ontwikkeling, 'n Woord, n klank: O o d, verwart zijn hoofd. Van daar dat hij van z ij n âGodquot; beroofd in volle werkelijkheid aan z'n leiders, meestal misleiders, is overgeleverd, en zich zonder deze ook waarlijk ongelukkig voelt.
Gewoon geraakt aan het zich laten besturen, gevoelt deze dan ook n voortdurende behoefte aan leidslieden en ieibaudtn, en ziet niet angst en schrik thans in zijne omgeving de idéé .Anarchiequot; optreden, die van n vrije zelfstandige ontwikkeling gewaagt.
De ontkenning der behoefte aan overheerscliing of beheersching van buiten af is de kern die in de idéé .Anarchiequot; schuilt. Ontkennend treedt zij op te midden van het onnadenkend erkennen der heersehende machten. En door dit optreden dwingt
2h! xaschbift van dex vertaler.
zij elk de kracht in zich zeiven te zoeken; die kracht zoolang verwaarloosd, door het steunen op hulpmiddelen van buiten. Kritisch beschouwt zij elke macht, die thans den mensch beheerscht; «n haar kenspreuk: âXi Dieu, ni maitrequot; â Noch Goc1, noch meester, is de schreeuw in barensnood geuit door de lang getiranniseerde individualiteit, lang verloochend en miskend, nu echter met vernieuwde kracht zich openbarende.
't Waren de fragmenten uit brieven van Bakoexixe, die onder â den titel: - God en de Staatquot; verschenen, en voor velen de eerste stoot gaven om kennis te nemen van de voor velen schrikaanjagende idee : Anarchie. Kropotkixe's ., Verovering van het broodquot; volgde ras, en gat aan velen 'n helder begrip van de eenvoudige en gemakkelijke wijze waarop voldaan kan worden aan aller behoeften. En thans komt Jeax Grave's De stervende maatschappij en de Anarchiequot; aandacht vragen voor het groote vraagstuk van het heden. Zij die deze geschriften ernstig en nadenkend lezen zullen ontwijfelbaar bewaard blijven voor de «en of andere i ster ij. Ze zullen den weg ter zelfontwikkeling zelfs in deze rottende samenleving helder voor zich zien, en innerlijk de drijfkracht gewaar worden, die hen dien weg zal doen bewandelen. Veel wat nu nog duister is zal zich langzamerhand al nadenkende ophelderen, en den mensch een blik geven in de mogelijkheid van voortgaande ontwikkeling door zelfbestuur.
Ook ik wensch dit werk van Grave in veler handen. Druk en formaat dezer uitgave is bizonder goed.quot;
INHOUD.
Hoofdst. 1 Ag.
Ken woord vooral'. Door F. Domei.a Nieüwexhdis . H Voorwoord bij de tïansohe uitgave. Door Octate
JIlKBEAU...............9
1. Ue anarchistische idéé en haar ontwikkeling'. . . 13 II. Individualisme en solidariteit........24
III. Te afgetrokken ï............37
IV. Is de mensch slecht v...........47
V. De Eigendom..............oö
VI. Het Huisgezin.............1,1
VII. Het (jezag-...............^0
VIII. De Rechterlijke macht..........90
IX. Het strafrecht en de geleerden........99
X. De invloed der omgeving.......- â 113
XI. Het Vaderland.............129
XII. De vaderlandsliefde der machthebbers.....135
XIII. Het Militairisme.............1*13
XIV. De Kolonisatie..............1Ã6
XV. Er zijn geen lagere rassen.........W
CCLXXXVL
Hoofdst. |Jag-
XVI. Waarom wij revolutionairen zijn.......179
XVII. Hoe de middelen uit de beginselen voortvloeien. . 191
XVIII. Revolutie en anarchie...........203
XIX. Het afdoende van hervormingen.......210
XX. De proefondervindelijke methode.......2c!fi
XXI. En daarna ?..............25*
XXII. De anarchistische idéé en haar uitvoerbaarheid. . 264
XXIII. De waarheid zonder phrasen........271
Naschrift van den vertaler.........277
â â
-
- ':/::- â : â ?-;â : :r,.:::,y, .F_ ,
â
â 1
I |
â
I'
I
wmwmm
â
â I
â â
â mami^mimmmmm:tmmm::mmmmm^'»m:msi
. V, K -. .. , â . .. :.. . .
- - -â :ia . .,:: 1
II
' ' vr f quot; ^ v â i - ' gt; ' ' tgt; v\ ; #-
fk'^i 'vr s\ u 'gt;v
V. .;r i * , vrvr * ..f:, v 'x. *â¢.lt;
^ virpgt;^quot; 'v rl o ffè^i
f';r ^amp;fe c^w4a''x' ^ iv v ':^ â lè â ]
» v.- â¢. v s 1. ..^j-^qv^t âsfrkft vuquot; 5 ir' â â k?
«aj^y gt; \vf quot;c,ac^,!?/v'vt'r^sj tggy ,,
| S^sèm r W' ff' gt;y/ 1 ex\j 4« lt;\' y
v jst - â â â :' gt;' ? r. v\'-gt; 6 :^gt;i' ^ i
â lt; â .^i, f n ' 4 . gt; :-,. v a/. , rv ..-v c, ^-':-rS-
« 'i quot;vquot;-»
c t gt; /â¢gt; *«i
--⢠v. , ! f i, fc â¢. ⢠a â v: v ⢠y- i \ / » v v-l v * .» , ^ ,i
'vi ',.; lt;,⢠gt;'. - ! ^ â¢.-1 'iïiïSj-K-A ï\d
. c it, tr. ,
gt; fx v rv.. ^ c'm
⢠'.'gt;-» - â v.-s r s ;k' xx â .
â quot; â h$\sv'cK v-v-'s
£ - t Xquot; gt;â â¢â i S -*gt;S â f.:gt; . iJ*S Uv;^gt; *gt;.â¢â¢ â r w; V
gt; ^ n vv/% - ^srQLMr^m1 f'F rt v, r i v .v' v \ t â â â r' lt; \ â ;,' v â â¢Â» v
â¢,» . 1 '.vvi 'v quot;'lt;* ti't.-k f^ts vvv'!
f-'-v rt). v -t',1- ⢠c''j*(,v .lt;,.. :*. f i rrv. vA. v â U
' cgt; -wv tó: gt; gt;. \ 1 'n
â v.ylw^- - r â .. \ï A--1 quot;.â \ {quot;-a * s x â¢s. quot;t i
H v
|
mtm | |
|
WÃ | |
|
^si |
srs |
|
h |
he |
rl^ ' wv-:' kc
f » 1 » -a-'
â r r â v . â¢'
l i gt;. y
/'r ' c. â â «. ^ 'rv 'n--'' 1
y ./.a ⢠\-
v y l'/c ^ . â '
â ty^i '⢠'camp;Jquot;' ^ \\L v^\ ^ us ' r/!
itxs v â vr a % , uivrt\ â¢'- \ v. gt;'â ⢠v ^ ⢠'4- lt;
4 \vvv\l- . 3,-
v r/' f'^v x â ( â
a\ ^ cv- , \ ^ ' v â . %4 ⢠'t ». '.. i l
\fx\ r.-i\ \ gt; ^ .:v 1. t'-M y â â â *S.{-\'- o 'v r 'm
l v. ,.- â gt;â quot; w' gt;s.- r -v;-v 7 f A lt;-â v r ,. »
' '-a-r iquot; 11 v 'â r* rgt; f w. 11 â iqvgt; r , - / 'v\ ⢠* ^ lt; viv v
g5 gt;m / â¢*amp; llfgt;' t s' y\ k: r*amp;* \-v r» s v
\' ^ :â 1s v 4j
3l'l ' £ gt; v'.1- .- i f
r - v v - v .r . -v quot;v- . v ; vv v .\.\ :â -â ⢠\ - â
v ; \ c
; t