ocr page 1

Vak 29

hcHHiptc plcehügheileii

EN

GODVRUCHTIGE GEBRUIKEN,

DOOR

J. H. WIJNEN,

§a-gt;toot Siwi^tic ftt. ---

ROERMOND, *

J. J. fvOMEN amp; jZONEN,

Drukkers van Z. H. den Pi»us en van hel Bisdon».

113

ocr page 2

r---I-»!

ocr page 3
ocr page 4
ocr page 5

kerkelijke iilediligliedeii

EN

jODVRUCHTKjE gebruiken,

quot;V 33 Ü. K: Xj a. -A. rR, ID

J. H. W IJ N E N,

Saatoos ie. Sim Gz-icfvi'.

■---

EOERMOND, J. J. j^-OMEN amp; jZONEN,

Drukkers van Z. H. den Paus en van hel Bisdom.

i

ocr page 6
ocr page 7

^iiib

M

-Mzewijl het Ons gebleken is, dat de door den weleerw.

s heer J. H. Wijnen, pastoor te L/imbricht, geschrevene verklaringen van: „ Kerkelijke plechtigheden en godvruchtige gebruikenquot;, niets bevatten wat in strijd is met de katholieke geloofs- of zedeleer, en het lezen daarvan veel kan bijdragen tot bevordering van echt christelijlcen tin in onze scholen en huisgezinnenj verkenen Wij daaraan gaarne Onze goedkeuring en aanbeveling, zoo als Wij die verklaringen goedkeuren en aanbevelen bij deze.

Roermond , op den feestdag van den 11. Georgius 1891.

ocr page 8
ocr page 9

VOORREDE.

T Tet is eeue treurige waarheid, dat zeer vele Katholieken don verheven zin en de zinnebeeldige beteekenis van vele godsdienstige instellingen of godvruchtige oefeningen, welke zij van hunne ouders geloerd hebben, alsook de schoone plechtigheden, waarvan zij dagelijks in de Kerk getuigen zijn, niet voldoende begrijpen.

Wordt dat alles ook in Katechismus of onderrichting uitgelegd, dan wordt daarvan spoedig liet grootste gedeelte vergeten. Yan jongs af behoort dat alles den kinderen eenvoudig, duidelijk en herhaaldelijk ingeprent worden; zij moeten dat lezen en herlezen; dan zullen zij, voor het overige des levens, het niet njeer vergeten.

Dat is ook de meening van de Bisschoppelijke Commissie van onderwijs te Roermond.

Zijne Doorl. Hoogwaardigheid, daarover geraadpleegd, was het met ons volkomen eens en keurde volgaarne liet plan goed, om een boekje te schrijven, waarin de voornaamste kerkelijke plechtigheden en godsdienstige gebruiken zouden verklaard worden.

Het thans verschijnende werkje is bestemd, om als leesboek te dienen in de lagere scholen, uitsluitend

ocr page 10

■ IM

— 6 —

door Katholieke kinderen bezocht. In Colleges en Pensionaten kan het eveneens als leesboek voor de lagere klassen dienen, of als prijs gegeven worden.

Ook meenen wij, dat in de huisgezinnen, de rijpere jeugd en ouderen van dagen het met veel nut, tot eigen stichting, zullen lezen.

Wij hopen, dat ons boek, door velen gelezen, bij hen de liefde en den eerbied voor den godsdienst en de gehechtheid aan de Katholieke Kerk moge vermeerderen.

DE SCHRIJVER.

ocr page 11

INLEIDING.

Tn liet eerste hoofdstuk van dit boek zullen wij spreken over de voornaamste kerkelijke plechtigheden of' ceremoniën, gebruikelijk bij de bediening der H.H. Sacramenten.

In liet tweede, over de ceremoniën der H. Mis en hare beteekenis.

In het derde, over eenige plechtigheden, aan dagen of tijden verbonden.

Wat verstaat men door ceremoniën?

Daardoor verstaat men: gebeden, zegeningen en andere uiterlijke teeltenen, welke, Gode ter eere, bij de Godsdienst-oefeningen of de bediening der Sacramenten gebezigd worden.

Zoo b. v. bij het H. Doopsel, de zalving des doo-pelings met H. Olie en met het Chrisma; in de H. Mis, de gebeden, de handenwassching, de zegeningen enz., dat alles zijn ceremonien.

Welk is het doel en het nut dier plechtigheden?

1°. Om aan God ook onze lichamelijke hulde te bewijzen, welke wij Hem, evenzeer als den inwen-digen dienst des harten, schuldig zijn.

2°. Om, door die uitwendige teekenen, ons hart beter tot de beschouwing der goddelijke dingen te verheffen en onze aandacht te boeien.

ocr page 12

■ ...............-

8

Dat rle ceremoniën, bij de uitoefening van den Godsdienst, Gode aangenaam zijn, blijkt Heruit: 1°. dewijl God zelf, in het Oude Verbond, zeer vele ceremoniën en pleclitigheden, waarmede Hij wilde gediend worden, heeft voorgeschreven. (Zie Bijhelsclie Geschiedenis van Schuster I. 57. en 59.) 2°. Christus zelf gaf ons daarvan liet voorbeeld: Ilij bad, plat tor aarde neergevallen, in den Olijfhof; Hij zegende de brooden, toen Hij die vermenigvuldigde; Hij legde den zieken de handen op ter genezing. 3°. De Apostelen en hunne opvolgers, die de plechtigheden hebben voorgeschreven, deden dat krachtens liet goddelijk gezag, waarmede zij bekleed zijn.

In het vierde hoofdstuk zal gehandeld worden over de Sacramentaliën en derzelver gebruik en nut.

In het vijfde zullen wij de beteekenis en het duel van de voornaamste kerkelijke instellingen en de godsdienstige oefeningen en gebruiker , welke door de geloovigen onderhouden worden, bespreken.

■v

I

ocr page 13

EERSTE HOOFDSTUK.

§ 1. OVER HET DOOPSEL.

^ls men eene kerk binnenkomt, vindt men, gewoonlijk bij den uitgang, ter zuidzijde de doopvont. Zij is daar geplaatst:

1quot;. Om aan te duiden, dat den onrjcdoojiten de ingang tot de kerk nog ontzegd is. 2quot;. Dewijl het Doopsel als de deur en de ingang is, waardoor men in de Kerk van Christus wordt opgenomen.

Het water der doopvont wordt plechtig gewijd Zaterdags vóór Paschen en vóór Pinksteren.

Bij de toediening des Doopsels, is de priester gekleed met rokelijn en paarsche stola. Nadat hij gevraagd heeft, hoe de doopeling zal genoemd worden, doet hij het eerste exorcisme (of bezwering des duivels). Dat geschiedt om aan te toonen, dat de doopeling tot nog toe onder de macht des duivels is, doch dat thans de ziel aan die macht zal onttrokken en Go de toegewijd worden.

Waarom wordt den doopeling gezegend zout in den mond gegeven?

ocr page 14

— 10 —

1quot;. Om aan te duiden dat, gelijk het zout tegen bederf bewaart, zóó ook de mensch, door het H. Doopsel van de smet der zonde gezuiverd en het lichaam voorbereid wordt tot de glorievolle verrijzenis. 2quot;. Omdat de H. Schrift ons het zout voorstelt als een zinnebeeld der wijsheid: zóó worden den doopeling, door den Geest dei-wijsheid, de heiligmakende genade ingestort en bijzondere genaden geschonken, om volgens den geest der christelijke wijsheid te leven.

Vervolgens wordt door den priester, aan peter en meter (die handelen en spreken in raam van den doopeling) gevraagd: Verzaakt gij aan den duivel? — En aan al zijne werken? — En aan al zijne ydelheden? Zij antwoorden op elke vraag: ik verzaak. Deze ceremonie beteekent: dat hij, die door het Doopsel, tot leerling van Christus en tot lidmaat der Kerk wil aangenomen worden, voor altoos moet afstand doen van den dienst des duivels, van zijne werken, namelijk de zonden, en van de ijdelheden der wereld, welke tot zonden leiden.

Daarna vraagt de priester: Gelooft gij in God den Vader almachtig? en zóó vervolgens den voornaamsten inhoud der 12 Geloofs-artikelen. Peter en meter antwoorden telkens: Ik geloof. Die belijdenis duidt aan, dat de doopeling de

ocr page 15

— 11 —

waarheden des Geloofs moet aannemen en altoos standvastig belijden

Vóór dat het Doopsel toegediend wordt, zalft de priester den doopeling met H. Olie, welke Olie der Icatechumenen (of geloofs-leerlingen) genoemd wordt. Deze H. Olie, evenals het H. Chrisma, uit balsem en olijfolie samengesteld, wordt op goeden Donderdag door den Bisschop gewijd.

De heteehenis dezer plechtigheid is deze: gelijk de olie verlicht en versterkt, zóó wordt de doopeling, in het H. Doopsel, door de genade verlicht en versterkt, om zijne plichten als christen te kennen en den goeden strijd des Geloofs te strijden.

Nadat de priester, tot driemaal toe, het hoofd van den doopeling heeft afgewasschen, onder het uitspreken der woorden: ih doop u in den naam des Vaders en des Zoons en des H. Gecstes, zalft hij het hoofd met het II. Chrisma, daarna legt hij den gedoopte een wit Ideed op en eindelijk geeft hij aan peter en meter eene brandende kaars in de handen, welke zij boven den gedoopte vasthouden.

Waarom zalft de priester het hoofd des ge-doopten met het H. Chrisma?

1°. Om aan te toonen, dat de gedoopte, als

ocr page 16

— 12 —

agh» y. 3B|

een levende tempel van den H. Geest, geteekend en gezalfd is; 2°. omdat hij, naar den naam van Christus (die gezalfde beteekent) voortaan christen zal genoemd worden.

Welke is de beteekenis van het witte Ideed?

Dat de gedoopte het bovennatuurlijk sieraad der heiligmakende genade ontvangen heeft, welke hij zijn geheel leven bewaren moet.

Die ceremonie herinnert ons ook nog aan de eerste tijden der Kerk, toen de bekeerlingen, vooral op de vigilies van Paschen en Pinksteren, met groote plechtigheid gedoopt werden. Bij die gelegenheid droegen zij, als een teeken van onschuld, een wit kleed.

Wat beteekent de brandende laars, welke peter en meter in de hand houden?

Deze stelt ons voor het licht des Geloofs en het vuur der Liefde, dat den gedoopte in het H. Doopsel geschonken is.

§ 2. OVER HET VORMSEL.

y^e naam van dit Sacrament komt af van het werkwoord vormen, dat ook geschild malten, bevestigen of versterlcen beteekent. Het wordt dus Vormsel genoemd, omdat het

ocr page 17

— 13 -

den geloovigen de bijzondere genade mededeelt van bevestiging en versterking, om het Geloof standvastig te belijden.

De Bisschop is de gewone bedienaar van dit Sacrament. Alleen in buitengewone gevallen geeft de Paus die macht ook aan een priester.

Bij de toediening van dit Sacrament strekt de Bisschop eerst de beide handen over de vormelingen uit; hij bidt intusschen, dat de H. Geest met zijne gaven en genaden over hen moge nederdalen.

Vervolgens komen de vormelingen vóór den Bisschop, die nogmaals op ieders hoofd de hand legt. terwijl hij het voorhoofd teekent met het kruis en zalft met het H. Chrisma. Daarna geeft hij den gevormde een lichten kaakslag.

Eindelijk spreekt de Bisschop den laatsten zegen uit over alle vormelingen gezamenlijk.

Wat stelt ons de oplegging der handen voor?

Dat de H. Geest, met zijne gaven, over de vormelingen nederdaalt.

Het H. Chrisma is, gelijk wij reeds gezien hebben, samengesteld uit olijfolie en balsem.

Wat duidt de zalving met Chrisma aan?

1quot;. Dat, gelijk de olie het lichaam versterkt, zóó door dit Sacrament de christen versterkt wordt om zich nooit te schamen zijn Geloof te belijden.

ocr page 18

— 14 —

2quot;. Gelijk de welriekende balsem een aange-namen geur verspreidt, zóó wordt den gevormde de genade geschonken, om altoos den aangenamen geur van deugd en heiligheid te verspreiden.

De zalving geschiedt onder het maken van het hruisteeken, omdat de Sacramenten de kracht, om de genade voort te brengen, alleen hebben door de verdiensten van Christus' lijden en kruisdood.

De kaakslag herinnert den gevormden, dat zij, als soldaten van Christus, moeten bereid, zijn alle versmading en vervolging voor het Geloof te verdragen.

Bij het Vormsel, evenals bij het Doopsel, wordt de naam eens Heiligen gegeven, opdat de geloovigen de deugden van dien H. Patroon zouden navolgen en door zijne bescherming geholpen worden.

Peter en meter, bij het Vormsel en ook bij het Doopsel, nemen de verplichting op zich, om (zoover dat noodig is en zij het doen kunnen) te zorgen, dat hun petekind in het Geloof onderwezen worde en christelijk leve.

ocr page 19

— 15 —

§ 3. OVER HET H. SACRAMENT DES ALTAARS.

jP^it Sacrament is het heiligste, verheven-ste en waardigste van alle Sacramenten, omdat daardoor niet alleen ons Gods genaden medegedeeld worden, maar Christus zélf, met zijne Godheid en Menschheid, gelijk Hij door de Engelen in den Hemel aangebeden wordt, daar tegenwoordig is. Daarom wordt het genoemd: het Allerheiligste Sacrament.

Het wordt ook het H. Sacrament des Altaars genoemd: 1quot;. omdat, onder de H. Mis, Christus op het altaar, onder de gedaanten van brood en wijn, wordt tegenwoordig gesteld; 2\ omdat dit Sacrament boven het altaar, in den tabernakel bewaard wordt.

De heilige Hostiën (of heilige Speciën) zijn opgesloten in een gewijde zilveren vaas. ciborie geheeten. In die ciborie wordt het H. Sacrament ter aanbidding uitgesteld, daarmede wordt ook dc zegen aan de neergeknielde geloovigen gegeven.

Somtijds (b. v. bij het 40 uren-gebed en op hooge feestdagen) wordt eene grootc H. Hostie zichtbaar uitgesteld, in het midden van een zilveren standaard, welke gewoonlijk den vorm heeft

ocr page 20

16 —

van eeiie zon of van een kunstmatig bewerkt torentje. Dat noemt men: monstrans ol ostensorie.

Wanneer en hoe behoort men vóór het H. Sacrament te knielen?

1quot;. Als men de kerk in- of uitgaat, knielt men met den rechterknie, tot op den grond. Is echter het H. Sacrament ter aanbidding uitgesteld, dan moet men op de beide knieën knielen en het hoofd eerbiedig buigen.

2quot;. Bij de Consecratie onder de H. Mis, alsook wanneer het Allerheiligste openlijk gedragen wordt of daarmede de zegen gegeven wordt, zit men op beide knieën, men buigt het hoofd, aanbidt den Goddelijken Heiland, in het II. Sacrament tegenwoordig, klopt rouwmoedig driemaal op de borst en maakt het teeken van het H. Kruis.

Een protestantsch Vorst kwam in een klooster en werd ook in de kerk geleid. Daar knielden de kloosterlingen diep ter aarde neder voor het H. Sacrament. Toen eenige hovelingen daarmede spotten, zeide de Koning: Als ih het (jeloof dier mannen had. zou ik niet alleen diep ter aarde tuigen, maar mij als het ware onder de aarde willen verbergen, uit eerbied voor de Goddelijke Majesteit.

Mocht ook altoos ons geloof zóó levendig zijn, dan zouden wij immer onze liefde en

ocr page 21

— 17 —

eerbied betoonen aan Christus, in iiet H. Sacrament tegenwoordig!

Wat beteekenen de hrandende kaarsen, bij de uitstelling van het Allerheiligste en bij de H. Mis?

1quot;. Licht ontstelen is een teeken van eerbied en vreugde; daarom ook wordt, op hooge feestdagen, een grooter aantal lichten ontstoken.

2°. De brandende kaarsen herinneren ons aan de eerste tijden der Kerk, toen de H. Geheimen in onderaardsche of verborgene plaatsen moesten gevierd worden.

3°. De zinnebeeldige beteekenis daarvan is deze: zij herinneren ons aan Christus, het tvarc licht der ■wereld, en zij stellen ons voor: het Geloof, dat ons verstand verlicht, de Hoop, welke opwaarts stijgt, en de Liefde, die ons hart moet verteren.

Het heivierooJcen van het H. Sacrament geschiedt als een teeken van aanbidding, gelijk in het Oude Verbond aan God reulcoffers opgedragen werden. Later zullen wij zien, dat het bewierooken vau personen of voorwerpen eene andere zinnebeeldige beteekenis heeft.

De Kcrk-lanip (ook Gods-lamp genoemd) moet altijd bij dag en bij nacht branden daar, waar het Allerheiligste rust. Zij moet met gewone

ocr page 22

— 18 —

oüe gevuld zijn; petroleum is volstrekt verboden.

Op Gods bevel had Mozes voorgeschreven, dat op het brandaltaar een eeuwigdurend vuur zou onderhouden worden.

In het heilige des Tabernakels moesten gestadig zeven lampen branden op een gouden kandelaar.

In navolging dier voorschriften heeft de H. Kerk bepaald, dat voortdurend ten minste ééne lamp moet branden vóór het aanschijn des Heeren.

Welke is de zinnebeeldige beteekenis dier lamp ?

1quot;. Zij herinnert ons aan de oneindige en bestendige liefde des Verlossers, die onophoudelijk in ons midden verblijft, om ons .te troosten en ons gebed te verhooren.

2°. Zij vermaant ons dat ons geloof aan Christus' tegenwoordigheid bestendig en levendig en onze liefde vurig en brandend moet wezen.

Als het Allerheiligste in processie of naar de zieken gedragen wordt, is het altoos door lantaarns of fakkels begeleid, ten teeken van geloof en eerbied.

Over de ceremoniën der H. Mis zal in een afzonderlijk hoofdstuk gesproken worden.

Waarom wordt' gescheld als de zegen gegeven

ocr page 23

— 19 —

wordt, alsook bij de voornaamste deelen der H. Mis?

Om de geloovigen opmerkzaam te maken op hetgeen aan het altaar geschiedt en hen op te wekken, om in die oogenblikken met des te meer aandacht zouden bidden.

Een enkel woord over het uitdeden der II. Communie. De priester, in misgewaad of met rokelijn en stola gekleed, opent den tabernakel, terwijl de dienaar het confiteor zegt. Dan neemt de priester de ciborie in de linkerhand, vertoont met de rechter eene H. Hostie en zegt: Ziet het Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, en vervolgens driemaal: lieer, ih hen niet waardig, enz.

In dat plechtig oogenblik knielen allen eerbiedig neder, slaan rouwmoedig op hunne borst en zeggen ook driemaal: Heer, ilc hen niet waardig, dat Gij onder mijn dak komt, maar spreek slechts één woord en mijne ziel zal gezond worden. Dan gaan zij, met gevouwen handen en het hoofd gebogen, eerbiedig aan de Tafel des Heeren nederknielen.

ocr page 24

— 20 —

§ 4. OVER HET H. OLIESEL.

Dit Sacrament wordt U. Oliesel genoemd, omdat het toegediend wordt door zalving met olie, H. Olie der zieken genoemd, door den Bisschop op Goeden Donderdag gewijd.

Wanneer een zieke de laatste H.H. Sacramenten ontvangen moet, dan hebben de huisgenooten te zorgen, dat alles zindelijk en netjes zij in het vertrek, waar de zieke zich bevindt. Men plaatst eene tafel, met een witten doek bedekt., in de nabijheid des zieken; in het midden der tafel een kruisbeeld, daarnaast twee brandende kaarsen, een glas met wijwater en een gezegende palm. Als de zieke ook de H. Communie moet ontvangen, dan nog een glas met een weinig zuiver water, waarin de priester, na het toereiken der H. Communie, de vingers wascht. Dat water drinkt de zieke later uit of het wordt in het vuur gedaan.

Onder de toediening der H.H. Sacramenten aan den zieke, zitten alle huisgenooten biddend op de knieën.

Bij de toediening van het H. Oliesel doet de priester eerst eenige gebeden voor den zieke, waarin hij, door de voorspraak van alle Engelen en Heiligen des Hemels, van God vraagt, dat

ocr page 25

— 21 —

Hij den zieke de genade verleene, dit Sacrament waardig te ontvangen, tot heil van ziel en lichaam.

Vervolgens zalft hem de priester op de vijf zintuigen, de ooyen, de ooren, den neus, den mond en eindelijk aan handen en voeten. Bij elke zalving bidt hij, dat God den zieke moge vergeven hetgeen hij door dat zintuig misdaan heeft.

Daarom verricht de priester nog eenige gebeden, om voor den zieke te vragen: kracht en sterkte naar de ziel en ook de gezondheid des lichaams, als hein dat zalig is.

Sterft men dan niet eerder als men dit Sacrament ontvangen heeft ?

Neen. integendeel. Het Geloof toch leert ons, dat dit Sacrament is ingesteld, ook om den zieken de gezondheid terug te geven, als het hun zalig is. De ondervinding leert ons, dat de zieken menigmaal, na het ontvangen van het H. Oliesel, tegen alle verwachting in beterschap toenemen.

Derhalve moet men zorgen, dit Sacrament steeds tijdig te ontvangen als men nog bij volle kennis is; dan zal men des te overvloediger des-zelfs geestelijke vruchten genieten en ook des te eerder zijne gezondheid terug bekomen.

ocr page 26

— 22 —

TWEEDE HOOFDSTUK.

ü. nvris.

§ 1. OVER HET ALTAAR.

J—j et woord altaar komt af van een latijnsch woord, dat verhevene plaats beteekent, op welke men gewoon was te offeren. In het Oude Verbond had men ook offer-tafels of altaren. Van de eerste tijden des Christendoms werd de H. Mis aan dergelijke offertafels gecelebreerd, welke toen gewoonliik van hout vervaardigd waren. In de 6'1'- eeuw werd echter door den Paus voorgeschreven, dat alle altaren van steen gemaakt worden en altoos den vorm van een cjraf zouden hebben, ter gedachtenis, dat de eerste Christenen de H. Mis opdroegen op de graven der Martelaren. Daarom bevinden zich, ook thans nog, relikwieën van Martelaren in het midden van den altaar-steen. Zij worden, bij de wijding van het altaar, door den Bisschop daarin gelegd en met een klein deksel van steen afgesloten.

I)gt; •ie witte linnen doeken moeten het altaar bekleeden: 1°. uit eerbied voor den Goddelijken Heiland, die daarop (onder de gedaanten van brood en wijn) komt rusten;

ocr page 27

— 23 —

2quot;. tot herinnering aan de doeken, waarmede het H. Lichaam van Christus in het graf gelegd werd.

Paus Honorius III heeft voorgeschreven, dat boven elk altaar een hruisheeld geplaatst worde, om ons te herinneren, dat in de H. Mis de offerande van het Kruis op onbloedige wijze vernieuwd wordt.

Over de brandende huarsen hebben wij vroeger reeds gesproken.

S 2. OVER HET PRIESTERLIJK GEWAAD.

In het Oude Verbond beval God aan Mozes: „ Gij zult heïliye Icleederen vervaardigen voor uwen broeder Aaron en zijne zonen, opdat zij vóór Mij hun priesterschap vervullen.''1

Was het passend en Gode welgevallig, dat reeds in het Oude Testament de priesters bij de offeranden bijzondere en heilige kleederen droegen, hoeveel te meer wordt dat vereischt bij de heilige Offerande der Nieuwe Wet, waarvan de offers des Ouden Yerbonds slechts afbeeldingen waren?

Daarom ook worden de Mis-gewaden dooi' den Bisschop of door een priester, die daartoe de

ocr page 28

— 24 —

bijzondere volmacht heeft, ynvijd en aan alle wereldsch gebruik onttrokken.

Thans zullen wij in het kort de Mis-gewaden beschrijven en aantoonen, hoe zij allen ons aan het lijden des Verlossers herinneren.

Eerst bedekt de priester zijn schouders met een witten linnen doek, amiJct genaamd.

Deze stelt ons voor den doek, waarmede in den lijdensnacht Christus de oogen verbonden werden, toen Hem de soldaten sloegen en spottend vroegen: Zet/ ons, wie U geslagen heeft.

In zinnebeeldigen sin stelt hij ons voor den helm des heils, waarvan de H. Paulus spreekt, of de christelijke hoop, waarmede priester en geloovigen vervuld moeten zijn bij de H. Misofferande.

Daarna bekleedt zich de priester met de alha of lang wit kleed. Het herinnert ons aan het witte spot-Meed, dat den Heiland in het huis van Herodes aangetrokken werd; het is ook het zinnebeeld van het yïorie-ldeed, waarmede wij eens, in den Hemel, hopen versierd te worden.

De alba wordt vastgebonden met een lang wit koord, cingel genoemd, waarmede de priester zijne lendenen omgordt. Het stelt ons voor de banden, waarmede Jezus gekluisterd werd.

Aan den linkerarm draagt de priester een

ocr page 29

— 25 —

langen en smallen armband, manipel genoemd. Deze herinnert ons aan den zweetdoek van Veronica; want in vroegere eeuwen was het werkelijk een dergelijke doek. Later werd daaraan de tegenwoordige vorm gegeven.

De stool is een lange hand van zijde of andere stof, welke den priester over de borst afhangt; (bij de H. Mis is hij kruiswijze vastgebonden). Oudtijds was de stola een kleed, dat door Koningen en aanzienlijke personen gedragen werd.

De stool is een eerekleed en een teeken der macht, waarmede de priester bekleed is; daarom wordt zij ook altoos gebruikt bij de bediening der Sacramenten, bij inzegeningen en andere priesterlijke bedieningen.

Zij herinnert ons aan de koorden, waarmede de Verlosser aan de geeselkolom gebonden werd.

Het hasuifel is het bovenste kleed des priesters. In vroegere tijden was het een groote mantel, welke tot op den grond nederhing. Van daar nog de gewoonte om het kasuifel op te heffen als de Priester, na de consecratie, knielt of als hij het altaar bewierookt.

Op den voorkant ziet men eene rechte kolom, welke ons de kolom der geeseling voorstelt; op den achterkant een kruis, dat ons herinnert, dat in de H. Mis de offerande des kruizes ver-

ocr page 30

— 26 —

nieuwd wordt. Dit kleed is eene afbeelding van

den purperen spotmantel, waarmede Christus bekleed werd bij Herodes.

Zinnebeeldig vermaant het den priester en de geloovigen, dat zij standvastig het zoete juk des Heeren moeten dragen, op aarde om tot de heerlijkheid des Hemels te komen.

Het kasuiffel, de stool en de manipel worden in verschillende Meuren gebruikt, welke allen eene mystieke beteekenis hebben.

De witte kleur is een teeken van vreugde, van onschuld en reinheid; zij wordt derhalve gebezigd op de feestdagen des Verlossers, der II. Maagd en van de heilige Belijders en Maagden.

De roode kleur wordt gebruikt op Pinksteren, ter herinnering aan de vurige tongen, in welker gedaante de H. Geest over de Apostelen nederdaalde. Op de feesten der Martelaren, duidt zij ous aan, dat dezen hun bloed voor Christus vergoten hebben.

Het paarsch of violet is een teeken van boetvaardigheid en wordt gebruikt in den Advent, in de Vasten, op de quatertemper- en vigilie-dagen, als de H. Mis van den dag gecelebreerd wordt, en geen feest daarop valt. Ook wordt die kleur gebezigd op het feest der Onschuldige Kinderen, omdat de Kerk alsdan treurt met de bedroefde moeders.

ocr page 31

— 27 —

Het groen is de kleur der hoop; zij herinnert ons, dat wij voortdurend moeten verlangen naar ons ware vaderland; zij wordt gebezigd van na de octaaf van BL Driekoningen tot Septuagesima, en van het feest der H. Drievuldigheid tot den Advent.

De zwarte kleur duidt rouw en droefheid aan en wordt daarom gebruikt als de H. Mis voor overledenen wordt opgedragen.

De JcfM, waarvan de priester zich bedient, stelt ons voor den kelk of beker, welken Christus in het Laatste Avondmaal gebruikte, bij de instelling der H. Mis. Ook herinnert hij ons aan den Icelk des lijdens, dien de Heiland tot het laatste toe gedronken heeft.

Ten slotte zij opgemerkt, dat bijna over de ganscbe wereld de H. Mis in het Latijn gecelebreerd wordt; slechts in enkele lauden van het Oosten in het Syrisch of in het Grieksch.

Waarom bezigt de Kerk de Latvjnsche taal, bij de viering der H. Geheimen?

1quot;. Omdat het de taal was van Rome, het middelpunt der gansche Christenheid.

2°. Omdat die taal niet, gelijk de levende talen, aan verandering onderworpen is.

3quot;. Omdat daardoor, ook bij den eeredienst, de eenheid der Kerk over de gansche aarde voorgesteld en bevorderd wordt.

ocr page 32

§ 3. OVER DE CEREMONIËN DER H. MTS

De H. Mis is de onbloedige vernieuwing van de offerande des kruises: zij werd ingesteld op het oogenblik, dat Christus zijn lijden begon.

Bij de verklaring dezer plechtigheden zullen wij er telkens op wijzen, hoe ons daardoor het lijden des Goddelijken Verlossers afgebeeld wordt.

De priester, naar het altaar gaande, stelt ons Christus voor, toen Hij uit de eetzaal naar den Hof der Olijven heenging.

De priester spreidt een witten doek van fijn linnen op het altaar uit en plaatst daarop den kelk. Op dien doek (corporaal genoemd) zal later het H. Sacrament rusten. Hij opent het boek, gaat aan den voet des altaars, maakt het teeken van het H. Kruis en doet afwisselend met den dienaar, die antwoordt in plaats van het gansche volk, eenige gebeden. Dan buigt de priester diep neder en zegt het confiteor of algemeene schuldbelijdenis, om aan God voor alle fouten en gebreken vergiffenis te vragen.

Die diep gebogen houding stelt ons Christus voor in den Olijfhof, plat ter aarde neergevallen.

Nadat de dienaar, in naam van allen, Gods genade voor den priester gevraagd heeft, beklimt deze met vertrouwen het altaar en kust den

ocr page 33

— 29 —

altaarsteen, waarin relikwieën van 11. Martelaren zijn opgesloten.

Bij plechtige Hoogmissen wordt nu, alsook na de offerande, het altaar bewierookt.

Waarom geschiedt dat?

1°. Om het altaar, alsook het geofferde brood en den wijn, met meer plechtigheid aan God toe te wijden.

2quot;. Omdat door den altaar-steen ons, op mystieke wijze, Christus zelf wordt voorgesteld, die de ware steenrots is, uit welke ons de wateren der genade toestroomen.

Ook wordt bij deze gelegenheid de priester, alsmede liet volk bewierookt. Dat geschiedt: 1quot;. uit eerbied voor den bedienaar des altaars en 2quot;. om hem en alle geloovigen te herinneren, dat hun gebed, bij de H. Offerande, als een aangename geur, vóór den Heer moet opstijgen.

Dan leest de priester, aan den rechterkant, het Introïtus (of ingang) der Mis. Vervolgens zegt hij, afwisselend met den dienaar, driemaal Kyri'é eleison (Heer ontferm U onzer) ter eere van God den Vader, driemaal Christe eleison (Christus ontferm U onzer) ter eere van God den Zoon, en dan weer drie keeren Kyrie eleison, tot God den H. Geest.

Dan wordt het Gloria in exeeïsis Deo gezongen

ocr page 34

— 30 —

of gelezen. Deze vreugde-zang, ook Engelen-zang genoemd, begint met de woorden, waarmede de Engelen te Bethlehem de geboorte des Verlossers verkondigden. Het is een lof- ea smeekgebed. Als de Mis in violette kleur of in het zwart gelezen wordt, dan blijft het Gloria weg tot teeken van boetvaardigheid of droefheid.

Als de priester de altaartrappen opgaat, dan naar den rechterlcant en vervolgens sieli naar het midden hegpejt, dan moeten wij ons aan Christus herinneren, die gevanhelijh Jeruzalem binnengevoerd en van het huis van Annas naar dat van Kaïphas gehraeht werd.

Nadat het Gloria gebeden is, wendt de priester zich tot het volk en zegt: Dominus volriseum (De Heer zij met U). Hij wenscht aan het volk, dat God de Heer met zijne genade allen bijsta en hunne gebeden verhoore. De dienaar antwoordt in aller naam: Et cum spiritu tuo (en met uwen geest). Dat is: de Heer sta U bij, 'vooral gedurende de H. Offerande.

Deze wensch des priesters en ook het antwoord worden verscheidene keeren herhaald, om aan te toonen de vereeniging, welke tusschen den priester en de geloovigen bestaat en tevens om allen tot godsvrucht op te wekken.

Bij dezen eersten groet hunnen wij ons voor-

ocr page 35

— 31 —

stellen, hoe Christus een blik wierp op Petrus, nadat deze Hem verloochend had.

Dan leest of zingt de priester, aan den rechterkant, een of meer gebeden, waarvan het eerste gewoonlijk betrekking heeft op het feest of het Mysterie, dat dien dag gevierd wordt. Deze gebeden worden Collecten (of verzameling) genoemd, omdat zij in plaats der vereenigde ge-loovigen gedaan worden en zóó de verzameling zijn van aller wenschen en verlangens.

Die gebeden eindigen meestal met de woorden: door onzen Heer Jezus-Christus enz. om aan te duiden, dat alle genaden ons door de verdiensten van Christus geschonken worden.

Die gebeden worden voorafgegaan van de uitnoodiging tot aandacht en godsvrucht: Oremus (laat ons bidden).

De priester bidt met opgeheven handen, ten einde door zijne uiterlijke houding de vurigheid van zijn verlangen om verhoord te worden, te kennen te geven. Die wijze van bidden, in plechtige omstandigheden, was reeds gebruikelijk in de Oude Wet; ook spreekt de H. Paulas daarvan in zijnen brief aan Timotheus.

Op het gebed des priesters antwoordt de dienaar of het koor: Amen (het zij zoo). Zóó betuigen allen hunne instemming met die gebeden.

ocr page 36

— 32 —

Daarna wordt liet Epistel (of brief) gezongen of gelezen. Deze voorlezing uit de H. Schrift wordt Epistel genoemd, omdat eertijds (en ook thans nog gewoonlijk) hier een gedeelte uit de brieven der Apostelen aan de eerste Christenen gelezen wordt.

Na het Epistel antwoordt de dienaar: Deo gratias! (Gode zij lof!), tot dankzegging voor de ontvangene leering.

Daarna leest de priester nog eenige gebeden, meestal aan de H. Schrift ontleend.

Hier hunnen wij ons herinneren, hoe Christus bij Pilatus vulsclielijh beschuldigd werd.

De priester buigt vervolgens, in het midden des altaars, diep neder en bidt God, zijn hart en zijne lippen te reinigen, om op waardige wijze het Evangelie te verkondigen.

Dit stille gebed herinnert ons aan het stilzwijgen des Verlossers in het huis van Uerodes.

Het woord Evangelie beteekent: goede tijding, omdat het de geschiedenis bevat van onze Verlossing: het leven, de leering, het lijden en de verheerlijking des Zaligmakers. In elke H. Mis wordt een gedeelte gelezen uit een der boeken van de 4 Evangelisten.

Bij het zingen of lezen van het Evangelie staan alle geloovigen, om zóó te toonea, dat zij

ocr page 37

— 33 —

de woorden des Evangelies eerbiedig willen aan-hooren en bereidwillig de leer, daarin vervat, opvolgen. Zij maken een klein kruis op het voorhoofd, mond en borst, om te betuigen, dat zij zich nooit over het H. Evangelie schamen, het openlijk ook vóór de menschen belijden en het in hun hart bewaren zullen.

Bij het einde kust de priester den tekst des Evangelies, uit eerbied voor het woord Gods. De dienaar antwoordt: gloria tihi Domine (eere zij ü, o Heer), als dankzegging, dat wij tot de kennis der waarheid geroepen zijn.

Hij het Evangelie leunnen wij denJcm, hoe Christus, door lierodes bespot, iverd teruggezonden naar Pilatus.

Op sommige, meer plechtige feesten, wordt, na het Evangelie het Credo of de geloofsbelijdenis, gelijk die door het Concilie van Nicea werd opgesteld, gelezen of gezongen. Het is eene uitbreiding van de 12 artikelen des Geloofs.

Dan wordt de doek van den kelk afgenomen en de priester offert het brood, dat op een zilveren schoteltje (pateen) ligt, aan God op. Hierbij zij opgemerkt, dat de H. Kerk zich bij de H. Offerande bedient van ongezuurd tarwebrood, lquot;. omdat Christus zich ook daarvan bediend heeft bij de instelling der H. Mis, en 2quot;. om

3

ocr page 38

ons te herinneren, dat onze ziel, bij het ontvangen der H. Communie, rein moet zijn van alle zuur-decsem der zonden.

Vervolgens wordt wijn in den kelk gedaan en daarbij eenige droppels water gevoegd, omdat, volgens de Overlevering, Christus dat ook gedaan heeft in het laatste Avondmaal. Doch deze vermenging heeft nog eene andere, zinnebeeldige beteekenis, namelijk: 1quot;. zij duidt de vereeniging der menschheid met den tweeden Persoon der H. Drievuldigheid aan. 2quot;. Zij stelt ons den ge-heimzinnigen band, welke tusschen de geloovi-gen en Christus bestaat, voor. 3quot;. Zij herinnert ons, dat op het kruis water en bloed uit de H. Zijde des Verlossers gevloeid is.

Nadat de priester ook den wijn aan God heeft opgeofferd, gaat hij ter rechterzijde van het altaar en wascht de handen.

lii/j de offerande hunnen ivi/j ons herinneren aan de (jeeseling en de Jcrooning met doornen; hij de handenwassching, aan Pilatus, die zijne handen wiesch en den Heiland onschuldig ver-klaarde.

De handenwassching heeft ook nog deze mystieke beteekenis: dat hij, die de H. Offerande opdraagt, van alle smet der zonde behoort zuiver te zijn.

ocr page 39

— 35 —

Nadat de priester, in het midden des altaars, de H. Drievuldigheid gebeden heeft, de H. Offerande genadig aan te nemen, keert hij zich tot het volk en zegt: Orafc, fratres (bidt, broeders, opdat mijne en uwe offerande Gode aangenaam zij). De dienaar antwoordt met een gebed, waarin hij vraagt, dat de Heer het offer met welgevallen moge aannemen.

Berinneren ivij ons hier, hoe Filatus den Heiland aan het volle vertoonde en zeide: „ziet den Menschquot;.

Na eenige gebeden in stilte gedaan te hebben, leest de priester luid, of zingt hij de Prefatie of voorbereiding tot de H. Offerande. Zij is eene uitnoodiging tot de aanwezigen, om hun hart tot God te verheffen en den'Heer te danken. Het is ook een lof- en dankgebed, dat eindigt met de woorden: Sanetus enz. (Heilig, heilig, heilig zijt gij, o God der heerscharen ... gezegend zij Hij, die komt in den naam des Heeren).

Hier wordt gescheld, om de geloovigen te herinneren, dat het oogenblik der consecratie nadert en om hen tot godsvrucht op te wekken.

Bij de Prefatie en het gebed „Sanetusquot; hunnen wij denhen aan Christus'' veroordeeling, toen het volk riep: „Kruisig HemT

Thans begint het gedeelte der H. Mis, dat

ocr page 40

— 36 —

Canon of vastgestelde regel genoemd wordt, omdat daarin het voorschrift vervat is, hoe de H. Offerande opgedragen moet worden en ook dewijl die gebeden niet veranderen, gelijk die in het begin en op het einde der H. Mis.

Van nu af tot aan het Pater Noster, worden alle gebeden in stilte gedaan, om ons de verhevenheid en het geheimnisvolle der heilige handeling, welke voltrokken wordt, aan te duiden.

In den Canon, vóór de Consecratie, bidt de priester vooral, dat God zijnen zegen moge schenken aan de geheele Kerk en haar Opperhoofd, aan den Bisschop, als herder der diocees, en verder bidt hij voor alle geloovigen, en meer bijzonder voor hen, die bij de H. Mis tegenwoordig zijn. Hij smeekt God, door de voorspraak van alle Heiligen, om zijne alvermogende bescherming; hij strekt de handen uit over het brood en den wijn en bidt, dat de Heer ons onder het getal zijner uitverkorenen moge rekenen.

JSy den Canon moeten ivij ons voorstellen, hoe Christus zijn kruis gedragen heeft en l',oe Hij daaraan is vastgenageld.

Hier wordt gescheld, om de geloovigen opmerkzaam te maken, dat de Consecratie gaat beginnen. Allen knielen neder.

Nu verplaatst eindelijk de priester zich als

ocr page 41

— 37 —

het ware in de eetzaal van Jeruzalem, waar de Heiland de H. Mis instelde en nu doet hij hetzelfde (in naam en in plaats van Christus) wat Deze toen gedaan heeft: hij neemt het brood in zijne handen, verheft de oogen ten hemel, zegent het en spreekt de woorden der Consecratie uit.

Dan knielt hij, om den Goddelijken Verlosser, door de woorden der Consecratie op het altaar tegenwoordig gesteld, te aanbidden. Hii heft de H. Hostie omhoog, opdat alle aanwezigen Christus zouden aanbidden.

Hij knielt neder, neemt den kelk met wijn, spreekt ook daarover de woorden der Consecratie uit, dan knielt hij ter aanbidding neder en heft den kelk in de hoogte.

Welk een plechtig en indrukwekkend oogen-blik voor den Christen, die met de oogen des Geloofs, zijn Goddelijken Heiland, op het altaar tegenwoordig, aanschouwt en aanbidt!

Verplaats u, in dat heilig oogenhlik, aan den voet van Jezus' kruis, sla rouwmoedig op de horst en aanbid niet diepen eerbied uwen Verlosser!

In het tweede gedeelte van den Canon (na de Consecratie) smeekt de priester den Hemelschen Vader, deze offerande genadig aan te nemen; hij bidt ook voor de overledenen, opdat God

ocr page 42

hun genadig zij, en ook nog voor de geloovigen, de:

opdat de Heer hen allen onder het getal zijner ha

uitverkorenen opneme. mi

Al deze gebeden, in stilte gedaan, herinneren no ons aan de drie plechtige uren, gedurende welhe

Christus aan het kruis hing. ei

Na een klein inleidings-gebed, zingt of leest

de priester hardop het 1'ater noster (Onze Vader), g1

om in naam des Verlossers aan den Hemelschen vi

\ ader alles te vragen wat ons heilzaam is. Z

De zeven vragen van het Onze Vader her- g

inneren ons aan de zeven ivoorden, door Christus li

aan het kruis gesprolcen. I:

Na een kort gebed gedaan te hebben, breekt % de priester de H. Hostie in drie deelen en laat

een klein gedeelte daarvan in den kelk vallen. (

Waarom wordt de H. Hostie gebroken?

1quot;. Omdat Christus, bij de instelling der H. Mis, dat ook gedaan heeft: Hij nam het hrood, bral: het en gaf het den leerlingen, zeggende enz.

2°. Om ons te herinneren, hoe bij Jezus' dood, de zie! van het lichaam is gescheiden.

Nu wendt de priester zich tot Christus, ons aller Middelaar, en zegt driemaal: Lam Gods, dat wegneemt de zonden der ivereld, ontferm U onzer.

Vervolgens doet de priester drie gebeden, als

SF

ocr page 43

der Communie; hij neemt de H. Hostie in de hand en, op de borst kloppende, zegt hij driemaal: lieer, ik hen niet waardig... enz. (Domine non sum dignus ...)

Daarna nuttigt de priester, eerst de H. Hostie en vervolgens den inhoud van den kelk.

Trachten wij in dat plechtig oogenblik onze godsvrucht te vernieuwen en (als wij in staat van genade zijn) de geestelijke Communie te doen. Zij bestaat hierin: dat men Christus met levendig geloof aanbidde, dat men verlange Hem werkelijk te ontvangen en dan zich in den geest met Hem vereenigen, alsof Hij wezenlijk tot ons ware gekomen.

Bij de Communie des priesters hunnen wij ons voorstellen, hoe het 11. Lichaam van Christus in het graf gelegd is.

De priester gaat naar den reehterkant van het altaar, doet een kort gebed, wendt zich tot de geloovigen en zegt: Dominus vohiseum.

Verheeld u hier, hoe Christus, uit het graf verrezen, tot zijne Apostelen spralc: „vrede zij met u.quot;

Daarna worden door den priester luid gelezen of gezongen een of meer gebeden, om God te bedanken, dat Hij ons aan de H. Offerande heeft willen deelachtig maken.

ocr page 44

— 40 —

Vervolgens verkondigt hij luid, dat het H. Sacrificie der Mis geëindigd is, als hij zegt: Ite, 'Missa est (gaat, de Mis is geëindigd.) Doch dan verlaten de geloovigen nog niet de kerk; zij schijnen den priester door hun afwachten, te zeggen: tui/j sullen deze plaats niet verlaten, alvorens gij ons gezegend hebt.

Dan spreekt hij over de aanwezigen den zegen uit, welke ons herinnert aan den zegen, door Christus, bij zijne Hemelvaart, aan de Apostelen geschonken.

Somtijds wordt, in plaats van Ite, Missa est, gezegd: JBcnedicamus Domino (laten wij den Heer danken), en in de zwarte Missen: Beqiiiescant in pace (zij rusten in vrede).

Ten slotte bidt de priester een gedeelte van het H. Evangelie, dat gewoonlijk het begin is van het Evangelie van den H. Joannes, waarin op zulke verhevene wijze de Godheid van het Eeuwige Woord verkondigd en tevens zijne menschwording voorgesteld wordt.

Besluit: Overweeg dikwijls de beteekenis en den diepen zin van de ceremoniën der H. Mis, om u op te wekken, die heilige Offerande altoos met eerbied en godsvrucht bij te wonen, opdat gij in ruime mate aan derzei ver vruchten moogt deelachtig worden.

ocr page 45

DERDE HOOFDbTUK.

Over eenii^e pleclitigheden, aan bepaalde dagen of tijden verbonden.

§ 1. DE ADVENT.

eerst vier duizend jaren moesten

verloopen, voor dat de beloofde Verlosser op aarde zou komen, zóó heeft ook de H. Kerk gewild, dat wij, vier weken vóór Kerstmis, ons op bijzondere wijze tot dat hooge feest zouden voorbereiden.

Die tijd wordt Advent (komst) geheeten, dewijl hij als voorbereiding tot de komst des Heeren op aarde is ingesteld en ons ook tot zijne tweede komst in het oordeel moet voorbereiden.

Even als Joannes de Dooper, die den Joden predikte: doet boetvaardigheid, -want het Rijk Gods is nahyj, zóó vermaant ook in die dagen de Kerk hare kinderen, om waardige vruchten van boetvaardigheid voort te brengen en zich van de wereldsche vermakelijkheden te onthouden: want het is een tijd van boete. Daarom zijn de Misgewaden des Zondags en op de dagen, waarop

ocr page 46

— 42 —

geen feest gevierd wordt, van paarsche kleur. Vroeger zelfs was de verplichting van vasten voorgeschreven.

Op quatertemper-Woensdag wordt in den vroegen morgen de Gulden Mis plechtig gecelebreerd, tot blijk van het vurig verlangen der geloovigen naar de komst des Heeren.

Waarom geschiedt dat, terwijl het nog don-her is?

Dat stelt ons voor den duisteren nacht der dwaling en van het zedenbederf, waarin de wereld vóór de komst des Verlossers verkeerde. De dag is echter nabij, waarop de Zon der gerechtigheid verschijnen zal, die de gansche wereld moet verlichten. Daarom is de kerk heerlijk verlicht, terwijl rondom alles nog duister is.

Zij wordt gulden Mis genoemd, omdat zij door het geloof en de godsvrucht der middeleeuwen haar met (jouden letters in het Misboek geschreven was.

Deze Mis wordt altoos door een groot aantal geloovigen bijgewoond en vooral door de scheepslieden en anderen, die aan meer dan gewone gevaren zijn blootgesteld. Waarschijnlijk is dat een gevolg van hunne godsvrucht en vertrouwen jegens de H. Maagd, de Sterre der Zee, de beschermster in alle gevaren, om hare voorspraak

ocr page 47

— 43 —

bij deze gelegenheid cp bijzondere wijze in te roepen.

Bij het einde des Advents, viert de Kerk het Kerstfeest (of Christus-feest bij uitnemendheid) namelijk de Geboorte des Verlossers. Ter gedachtenis aan dien genadenrijken nacht, beginnen de diensten reeds zeer vroeg in den morgen; oudtijds zelfs begonnen zij om middernacht.

Dien dag kunnen alle priesters drie H. Missen lezen. Dat gebruik is zeer oud in de Kerk. Eerst hebben de Pausen (gelijk zij dat ook nog op andere feestdagen deden) drie H.H. Missen gelezen: de eerste in de kerk van den H. Lau-rentius binnen de muren; de tweede in die der H. Anastasia en de derde in de kerk van het Vatikaan. Later heeft zich dat gebruik, met goedkeuring der Pausen, over de wereld uitgebreid. In de meeste landen werd het omstreeks het jaar 800 ingevoerd.

De zinnebeeldige beteekenis van de driemaal hernieuwde offerande is deze: de eerste wordt opgedragen ter gedachtenis, dat de Zoon Gods van alle eeuwigheid van den Vader voortkomt; de tweede ter eere van Christus' geboorte te Bethlehem en de derde ter herinnering aan de komst van Jezus in onze harten, door zijne genade en vooral in de H. Communie.

ocr page 48

_ 44 —

Ofschoon men daartoe niet verplicht is, wonen toch alle geloovigen, die daartoe de gelegenheid hebben, op dien dag drie H. Missen bij.

§ 2. ONZE LIEVE VROUW-LICHTMIS.

jP^oor de Mozaische Wet was voorgeschreven, dat de moeder haren eersten zoon aan God zou opdragen en tevens als brandoffer een lam en daarbij eene duif of tortel ten offer zou brengen. De armen konden volstaan met eene tweede duif of tortel in plaats van het lam te offeren. Ofschoon nu noch de Goddelijke Heiland, noch zijne H. Moeder aan dat voorschrift der Wet gebonden waren, hebben beiden zich daaraan willen onderwerpen.

Veertig dagen, nadat de Engelen des Hemels Jezus' geboorte aan de herders verkondigd hadden, toog Maria, met het Goddelijk Kind op hare armen, naar den tempel van Jeruzalem. De H. Jozef droeg het offer der armen mede.

De grijsaard Simeon kwam hen tegemoet, nam het Goddelijk Kind in zijne armen en, door den H. Geest verlicht, riep hij uit: Nu laat, o Heer, TJtven dienaar in vrede gaan; want mijne ooyen hebben Uw heil aanschouwd.

ocr page 49

Vervolgens werd het Goddelijk Kind den Heere opgeofferd; daarom wordt dit feest ook genoemd: dc opdracht van Jezus in den tempel.

Het wordt Maria-Lichtmis geheeten, dewijl, bij gelegenheid van dit feest, de H. Kerk een aantal kaarsen wiidt, welke brandende in de processie worden rondgedragen.

Dit feest is zeer oud in de Kerk; het zou zelfs, volgens Paus Benedictus XIV, tot de Apostolische tijden opklimmen; de wijding der kaarsen echter is van lateren tijd.

De priester, in paarsch gewaad, zegent de kaarsen, ter rechterhand van het altaar geplaatst, en bidt, opdat zij, voor allen, die er een godvruchtig gebruik van maken, mogen dienen tot heil van ziel en lichaam.

De kaarsen, van wit was vervaardigd, stellen ons voor het maagdelljk-reine lichaam des Heeren, die in den tempel opgeofferd werd; het licht herinnert ons, dat Hij is het ware licht der wereld.

De processie stelt ons voor, hoe Maria, den Goddelijken Heiland op hare armen dragende, naar den tempel heenging. Ook moeten wij ons hierbij herinneren, dat, als wij bet geluk hebben Jezus in ons hart te ontvangen in de H. Communie, onze ziel alsdan, naar het voorbeeld van

ocr page 50

— 46 —

Maria en Simeon, vervuld moet zijn met gevoelens van geloof, liefde en vurig verlangen.

De gewijde kaarsen worden door de geloovigen ontstoken ten tijde van onweder, maar vooral dienen zij bij liet laatste levens-uur van den Christen. Wanneer ook voor ons eens dat uur zal slaan, dan zal die brandende kaars, als het ware, ons vóórlichten bij onze intrede in de eeuwigheid, waar wij eens het Eeuwige Licht hopen te aanschouwen.

In navolging der H. Maagd, die het Goddelijk Kind in den ^tempel opdroeg, is het gebruikelijk geworden, dat de christelijke moeders ter kerke gaan, om voor zich-zelven en haar kind Gods zegen te vragen, welke hun door de priester, in naam der Kerk vóór het altaar gegeven wordt.

§ 3. ASCH-WOENSDAG.

J^eeds in het Oude Verbond was het gebruikelijk, asch op het hoofd te strooien, ten teeken van boetvaardigheid. Dat deden de inwoners van Ninive, dat deden de vrome Judith, de geduldige Joh en vele anderen.

In vroegere eeuwen was het gebruikelijk, dat menschen, die zich aan openbaar bekende en

ocr page 51

zware misdaden hadden schuldig gemaakt, daarvoor openlyjh boete moesten doen. Dat geschiedde meestal op Asch-Woensdag, als zijnde de eerste dag der veertig-daagsche Vasten, den tijd van versterving en boetvaardigheid. Die openbare zondaars, in boetekleed gehuld, verschenen dan bij den ingang der kerk. Daar werd hun de te verrichten boete opgelegd. Daarna werden zij de kerk binnengeleid en hun hoofd, ten teeken van boetvaardigheid, met asch bestrooid.

Allengskens voegden zich, uit zucht naar boete-pleging, bij de openbare zondaars _ een aantal geloovigen, die zich ook door den priester asch op het hoofd lieten strooien. Zóó werd reeds in de elfde eeuw dat gebruik meer algemeen.

Ook thans is de Asch-Woensdag nog een plechtige dag in Gods Kerk; alles wekt de geloovigen op, om, in den geest der ware boetvaardigheid, de H. Vasten te beginnen.

De palmen, op Palm-Zondag gewijd, zijn tot asch verbrand en op het altaar geplaatst. De priester verschijnt in paarsch gewaad, ten teeken van rouw en droefheid. De gebeden der wijding zijn eene opwekking tot vernedering des geestes, tot boetvaardigheid des harten en verzuchtingen tot God om genade en barmhartigheid.

Vervolgens bestrooit de priester het voorhoofd

ocr page 52

— 48 —

der geloovigen met de gewijde asch, terwijl hij zegt: „gedenk, o mensch! dat gij stof zyjt en tot stof zult ivederlieerenr

Zóó worden allen aan hunne sterfelijkheid en vergankelijkheid hier op aarde herinnerd. Moge dat woord altoos tot in het diepste onzer ziel doordringen en ons krachtig herinneren, dat alles hier op aarde voorbijgaat, en ook ons lichaam weldra tot stof en asch zal terugkeeren. Die gedachten zullen ons doen besluiten, om de zonde te vermijden, boete te doen over het bedreven kwaad en alleen voor God en de eeuwigheid te leven!

D'

§ 4. DE PASSIE-TIJD.

^e tijd, waarin de H. Kerk meer bijzonder het lijden des Goddelijken Verlossers herdenkt, begint reeds met Passie-Zondag. Op den vooravond van dien dag worden alle kruisbeelden in de kerk met een paarschen doek bekleed. Dat geschiedt: 1quot;. om ons te herinneren hoe Christus, eenigen tijd vóór zijn lijden, zich voor de Joden, die Hem zochten te dooden, verlorgen heeft, dewijl Zijn lijdensuur niet gekomen ivas.

ocr page 53

— 49 —

2quot;. Om de geloovigen tot godvruchtige overweging van Jezus' lijden op te wekken.

Vooral echter is de Goede Weelc (ook soms Heilige Weelc genoemd) aan de vereering en overweging van Christus' lijden toegewijd. De plechtigheden, welke alsdan in de kerk geschieden, zullen wij thans bespreken, en wel eerst die van Palm-Zondag.

De palmen-wijding wordt voorafgegaan van een gebed en het zingen van een Epistel en van het Evangelie, waarin de plechtige intrede des Verlossers in Jeruzalem verhaald wordt, toen het volk, met palmtakken in de hand. Hem tegemoet ging en riep: „Hosanna den Zone Davids! Dan zingt de priester eene Prefatie, welke eindigt met de woorden: heilig, heilig, heilig zijt Gij, o God der heerscharen, enz.

Dan eerst begint de eigenlijke ivijding der palmen, welke ter rechterhand van het al taai-geplaatst zijn, of door de geloovigen in de hand gehouden worden. De priester bidt alsdan, in naam der Kerk, dat Gods zegen over hen, die deze palmen gebruiken, naar lichaam en ziel moge nederdalen, alsmede over die plaatsen, waar zij bewaard zullen worden.

De palmen worden vervolgens met wijwater besproeid en bewierookt en dan uitgedeeld aan

4

ocr page 54

— So

cle aanwezige priesters en aan cle geloovigen, die in de processie zullen meegaan. Dan begint de processie, waarbij allen een palmtak in de rechterhand dragen, terwijl het koor zingt: „hosanna den Zoon van David! gezegend zij Hij, die Icomt in den naam des Heer en; hosanna in den hooye!

Die plechtige omgang stelt ons levendig voor, hoe cle Goddelijke Heiland bij zijne intrede in Jeruzalem werd verwelkomd.

Het gebruik der pal men-wijding en der processie op dezen dag werd reeds tegen het einde der 6° eeuw ingevoerd door Paus Gregorhis den Groote.

Gedurende die plechtigheid behooren cle geloovigen den Verlosser te loven en te prijzen als den Overwinnaar van dood en hel, en Hem te danken voor de onbegrensde liefde, ons in zijn H. lijden bewezen.

Onder de H. Mis wordt de geschiedenis van het bitter lijden in haar geheel gelezen of gezongen, volgens het Evangelie van den K. Mat-theüs.

Den volgenden Dinsdag wordt de passie gelezen, volgens den H. Marcus, Woensdag volgens den H. Lucas, en op Goeden Vrijdag volgens den H. Joannes.

ocr page 55

— 51 —

§ 5. GOEDE DONDERDAG.

Op dezen dag is in de kerk alles veranderd: het altaar is feestelijk gesierd; het paarsche kleed van het kruisbeeld op het hoogaltaar is vervangen door een witten doek; witte kaarsen branden en de priester verschijnt aan het altaar in plechtig, wit gewaad, als op een hoogen feestdag. (1) Het Gloria in excelsis wordt wederom vreugdevol gezongen, terwijl de klokken luiden en de schellen klinken. En toch is het op dezen dag, dat de Heiland door een zijner leerlingen verraden werd en zijn H. lijden begonnen heeft.

Waarom dan dit vreugde-betoon?

Omdat de H. Kerk op dezen dag de gedachtenis viert der instelling van het H. Sacrament des Altaars en van het Priesterschap des Nieuwen Verbonds.

Met vreugdevolle dankbaarheid herdenkt de Kerk die heilige en geheimnisvolle instelling en daarom is bij de plechtigheden vreugde met droefheid vermengd.

Zoodra het Gloria geëindigd is, hervalt alles in eene stemming van rouw en droefheid, welke deze gansche week kenmerken. Het ge-

(1) Daarom wordt deze dag ook Witte Donderdag genoemd.

ocr page 56

— 52 ~

klingel der schellen, liet gelui der klokken, liet orgelspel heeft opgehouden; geen vreugdetonen zullen meer klinken, totdat de Kerk het blijde alleluja! zingen zal.

Die plechtige stilte moet den Christen tot ernstige gedachten stemmen; hij moet vooral in deze dagen met weemoed en liefde Jezus' bitter lijden overwegen en rouwmoedig treuren over zijne zonden, welke daarvan de oorzaak waren.

In plaats van den zilveren klank der schel, hoort men nu bij de voornaamste deelen der H. Mis het dof geklep der houten ratel. Ook daarmede, in plaats van het klokken-gelui, worden de geloovigen ter kerke geroepen. Dat gebruik is nog een overblijfsel uit de eerste tijden dei-Kerk en is in deze laatste dagen der Goede Week een teeken van rouw en droefheid.

Op Goeden Donderdag worden meestal geen leesmissen gedaan, maar alleen ééne Hoogmis, om ons te herinneren aan de ééne bloedige offerande des kruises en ook aan de eenheid der onbloedige offerande, welke Christus dagelijks,

over de geheele wereld, door de handen der priesters, aan den Hemelschen Vader opdraagt.

De priesters, die bij den H. Dienst tegenwoordig zijn, communiceeren tegen het einde der Mis; alsdan kunnen wij ons voorstellen, hoe de f

ocr page 57

— 53 —

eerste priesters (de Apostelen) in het laatste Avondmaal de H. Communie uit de hand des Heeren zeiven ontvangen hebben.

In de Hoogmis van den dag doet zich nog eene andere buitengewone ceremonie voor. In plaats van ééne groote hostie, consecreert de priester er twee: eene H. Hostie nuttigt hij bij de Communie; de andere legt hij in een kelk, dekt dezen met eene pateen, een pallas en een kelkdoek van witte kleur. Deze laatste H. Hostie zal hij op Goeden Vrijdag nuttigen, want op dien dag, waarop dc hloedigc offerande des kruizes op Golgotha voltrekken werd, zal in Gods Kerk het onbloedige Sacrificie niet opgedragen worden. Zóó bitter en smartelijk valt haar de groote lijdens-dag!

Alhoewel op Goeden Vrijdag de eeuwigdurende Offerande niet zal opgedragen worden, wil de Kerk toch, dat hare kinderen ook op dien dag nog in de gelegenheid blijven, om hunnen God-delijken Heiland, in het H. Sacrament, hunne liefde-bewijzen aan te bieden.

Daarom wordt Donderdags op een zij-altaar eene prachtig versierde rustplaats, door de geloo-vigen het U. Graf genoemd, voor het H. Sacrament voorbereid.

Daarheen draagt de priester na de Hoogmis

ocr page 58

in plechtige processie den kelk met de H. Hostie. In de meeste kerken blijft het H. Sacrament aldus den ganschen dag ter aanbidding uitgesteld.

Da;ir, bij het H. Graf. komen de geloovigen, door hunne godvruchtige gebeden, den Godde-lijken Verlosser, in het Sacrament zijner liefde, vergoeding aanbieden voor de versmadingen, welke Hij in zijn H. lijden van de Joden verduurde en voor de onteeringen, welke Hem ook thans nog in het H. Sacrament aangedaan worden.

Na het einde van den dienst worden de altaren ontkleed; de priester neemt biddende de mappen, de kandelaars en andere sieraden weg.

Waarom geschiedt dat'?

1quot;. Om aan te toonen, dat voor eenigen tijd de H. Offerande aldaar niet meer zal opgedragen worden.

2quot;. Om ons te herinneren, hoe de lijdende Verlosser door de beulen van zijne kleederen beroofd werd.

§ 6. GOEDE VRIJDAG.

jT^eze dag herinnert ons aan den grooten lijdens-dag, den verhevensten en heiligsten dag welken de wereld ooit aanschouwde; den dag,

ocr page 59

waarop de Verlosser het bloedige zoenoffer aan Gods oneindige rechtvaardigheid aanbood, tot heil en zaligheid van het menschdom.

In de kerken heerscht een verheven ernst en eene plechtige stilte. Geen waslicht brandt op het altaar, de gods-lamp zelve is uitgedoofd. Een enkele witte doek is over het altaar gespreid; hij is het zinnebeeld van den grafdoek des Heeren. De priester, in zwart gewaad, werpt zich aan den voet des altaars neder en bidt. Vervolgens gaat hij ter rechterzijde van het altaar ea zingt daar de treffendste gebeden: voor de Kerk en hare dienaren, voor alle geloovigen, voor Koningen en Vorsten, voor de bekeering der verblinde Joden en voor die der ongelukkige heidenen.

Dan neemt de priester het bedekte kruisbeeld, maakt den sluier ia drie keeren los en vertoont het afbeeldsel des Gekruisten telkens aan het volk, terwijl hij zingt; Ziet het Icniishout, ivaar-aan het Heil der wereld gehangen heeft! Het koor antwoordt eiken keer: Komt, laat ons aanbidden!

Deze driemaal herhaalde aanbidding is eene eerherstelling, den Heiland gebracht, voor de driemaal herhaalde beschimpingen door de Joden bij Kaïphas, bij Pilatus en op den Golgotha Hem aangedaan.

ocr page 60

Dan wordt het kruisbeeld op een kussen gelegd; de priester trekt zijn schoeisel uit, valt driemaal aanbiddend neder en kust de wonden der voeten. Die vereering wordt door de andere priesters en geloovigen nagevolgd.

Eindelijk worden de kaarsen op het hoogaltaar ontstoken en het H. Sacrament wordt in processie uit het II. Graf gehaald.

Na eenige gebeden gedaan te hebben, heft de priester de H. Hostie ter aanbidding omhoog en kort daarna nuttigt hij dezelve.

Het altaar wordt weer ontkleed, de tabernakel staat open en ledig; dat alles roept ons in stille plechtigheid toe; alles is volbracht. Christus is gestorven! Gij, zijne hinderen, weent, treurt en bidt!

§ 7. GOEDE ZATERDAG.

ÜET XsT IE XJ 'W E ATXJXJIl.

quot;p^e plechtigheden van dezen dag beginnen met de inzegening van het nieuwe vuur. Dat vuur wordt uit een steen geslagen, en wel om aan te duiden, dat Christus de hoeksteen is van het eeuwigdurend gebouw van Gods Kerk, die door de Joden is verworpen geworden.

ocr page 61

Het licht stelt ons Christus voor, die het ware Licht der wereld is. Ook heeft deze plechtigheid nog deze zinnebeeldige beteekenis: de vonk, welke uit den steen ontspringt, herinnert ons aan den verrezen Heiland, die met goddelijk licht omstraald, uit de steenrots van zijn graf te voorschijn trad.

Dat nieuwe vuur wordt gezegend, met wijwater besproeid en bewierookt, omdat het dienen moet voor het gebruik der kerk, daarom wordt het eerst aan God toegewijd.

Een drietakkige kaars (een zinnebeeld der H. Drievuldigheid) wordt aangestoken en de priester (of de diaken) zingt driemaal: lumen Christi (het licht van Christus), waarop telkens het koor antwoord: Beo cjratias (Gode zij dank).

Zóó brengt de Kerk haren dank aan de PI. Drievuldigheid voor het werk der volbrachte verlossing.

IDE IPAA.SGIïIKi-A.AR.S.

Vervolgens wordt de Faaschkaars gezegend. Deze kaars is op buitengewone wijze versierd en de wijding is zeer plechtig wegens hare hooge zinnebeeldige beteekenis. Zij stelt ons namelijk voor: 1°. de mmrlcolom, welke voor de Israëlieten uitging, toen zij uit Egypte trokken, en 2quot;. als zij daar met helder licht schittert, den ver-

ocr page 62

— 58 —•

rezen Verlosser, die, met hemelschen glans omstraald, aan de Apostelen verschenen is.

De Paasch-kaars wordt gezet aan den kant van het Evangelie, omdat zij Dengene voorstelt, die de goede tijding aan het menschdora gebracht heeft.

De vijf wierooh-lcorrels, welke in die kaars kruisgewijze ingestoken worden, herinneren ons aan de vijf 11. Wonden des Heeren en tevens aan de specerijen, welke Magdalena bereid, had, om het lichaam des Verlossers te balsemen.

De Paasch-kaars wordt op Zon- en feestdagen, zoolang als Christus nog op aarde bleef, ontstoken, tot op den dag der Hemelvaart; dan wordt zij na het Evangelie uitgedoofd.

ID IE DOOIP VOlSrT

In vroegere eeuwen werden vooral op dezen dag en Zaterdags vóór Pinksteren, de hatechu-menen (bekeerlingen) plechtig gedoopt. Vooraf echter werd het water in de doopvont gewijd. De Kerk heeft die inwijding op gemelde dagen bijgehouden.

In verheven en statigeii zang spreekt de priester de zegening uit over de wateren, welke aan zoo velen heil en zaligheid in het H. Doopsel zullen aanbrengen. Driemaal dompelt hij de

ocr page 63

— 59 —

Paasch-kaars in de wateren en bidt, dat de kracht des H. Geestes daarover nederdale.

ids sar. 3VEIS-

De priester gaat dan naar het altaar, werpt zich aan den voet plat ter aarde neder, terwijl de litanie van Alle Heiligen gezongen wordt, om God aldus voor zijne weldaden te danken.

De H. Mis van dezen dag herinnert ons aan de Mis van Paasch-nacht uit vroegere tijden. De priester verschijnt in prachtig wit gewaad; bij het Gloria in excelsis, dat op plechtigen toon gezongen wordt, speelt weer het orgel, de schellen klinken blijde, de klokken luiden vreugdevol. Dat alles verkondigt ons de blijde tijding van 's Heeren glorievolle verrijzenis.

Na den Epistel zingt de priester driemaal, telkens op hoogeren toon, het blijde alleluja! den kreet der overwinning.

Aan het Ite Missa est wordt van nu af, gedurende 8 dagen, tweemaal alleluja bijgevoegd.

Zalig hij, die in dezen tijd van geestelijke vreugde, het leven der genade in zijne ziel bezit! Moget gij dat altoos bewaren, dan zult gij in den vrede des harten hier op aarde reeds een voorsmaak hebben van de eeuwige blijdschap des Hemels!

ocr page 64

— 60 —

§ 8. OVER DB PROCESSIES.

quot;pMkecn weet, dat eene processie een plechtige omgang of optocht is, waarbij door het koor Gods lof gezongen en door de geloovigen, in eerbiedig gebed, des Heeren zegen gevraagd wordt.

Men onderscheidt vooral twee soorten van processies: die, waarin het H. Sacrament plechtig wordt omgedragen, en die, waarbij dat niet geschiedt.

Eerst een woord over de plechtige processie onder de Oktaaf van het H. Sacrament.

Niet slechts in de kerk, maar ook daar buiten is alles in feestgewaad, om den triomf des Hei-lands te vieren. Huizen en straten zijn versierd, en rustaltaren opgericht. Een kruis met vaandel opent den stoet; de geloovigen van allen ouderdom en stand volgen biddend in twee lange rijen. Eenige onschuldige kinderen, in het wit gekleed, strooien bloemen op den weg, die door Christus, in het H. Sacrament tegenwoordig, zal afgelegd worden. De muziek doet hare blijde tonen weerklinken, het koor zingt de lofzangen der Kerk, het gebed der geloovigen stijgt hemelwaarts. Dan volgt de priester met het H. Sacrament, onder een rijk versierd baldekijn, omringd door mannen, die brandende lantaarns of flambouwen dragen.

ocr page 65

— 61 —

Zij, die het geluk niet konden smaken, zeiven de processie te volgen, zitten vóór hunne huizen in aanbiddende houding.

Bij de rustplaatsen wordt de zegen gegeven over huizen en velden en over alle bewoners der parochie. Daar knielen allen neder op dezelfde plaats, waar ook eens hunne voorouders knielend den zegen ontvingen.

Volg ook gij altoos dezen triomftocht des Hee-ren met ingetogenheid en godsvrucht, dan zal Jezus ook over u zijne rijkste zegeningen doen nederdalen.

Thans nog iets over de processies op St. Marcus-dag en in de Kruisdagen.

De processie op den feestdag van den H. Marcus, Evangelist, dagteekent van het jaar 590, toen zij door Paus Gregorius 11 ingesteld werd voor de stad Rome, om de bevrijding te vragen van eene vreeselijke pestziekte, welke aldaar heerschte. Later werd zij algemeen in de Kerk.

Kruisdagen noemen wij de drie dagen, welke liet feest van Christus' Hemelvaart voorafgaan. Zij worden waarschijnlijk zóó genoemd, omdat daarbij geen vaandels, maar één of meer kruisen gedragen worden. Zij zijn vooral ingesteld om van God het behoud van de vruchten der aarde af te smeeken.

ocr page 66

— 62 —

De instelling der Kruisdagen dagteekent van de 5° eeuw. Zij werden het eerst gehouden dooiden H. Bisschop Mamertus in 4G0, tot afwering van de verschrikkelijke rampen, waardoor de stad Vienne, in Frankrijk, toen geteisterd werd. Weldra verspreidde zich dat godvruchtig gebruik over vele landen en werd in het jaar 795 door Paus Leo III te Rome ingevoerd. Van den beginne af werden deze dagen ook als vasten- en onthoudingsdagen beschouwd. Zij zijn dat thans nog in vele Bisdommen; in het Diocees Roermond is sedert eenige jaren daarin gedispenseerd.

Hoe schoon is het en opbeurend voor het christelijk gemoed, in die dagen te zien de lange rijen van geloovigen, die daar godvruchtig biddend heentrekken door kronkelende paden, langs welige weiden, bloeiende akkers en vruchtbare velden, om Gods zegen daarover af te smeeken! Dan keert ieder naar zijn werkkring terug, in de zoete hoop, dat zijn arbeid onder Gods bijstand moge gedijen.

ocr page 67

— 63 —

VIERDE HOOFDSTUK,

Over lt;le Sacramentaliën.

verstaat men door Sacramentaliën?

Daardoor verstaat men: 1°. alles, wat de Kerk wijdt of zegent tot een godsdienstig gebruik, b. v. rozenkransen, medaljes, palmen, asch enz.

2°. De zegeningen zeiven, welke over personen., huizen of plaatsen worden uitgesproken.

De Sacramentaliën zijn niet, gelijk de Sacramenten, door Christus ingesteld, maar door de H. Kerk. Zij zijn wel is waar niet ter zaligheid noodzakelijk; doch het gebruik daarvan, volgens den geest der Kerk, is zeer nuttig, b. v. gewijde medailles in zijn huis te hebben of bij zich te dragen.

Waarom zegent of wijdt de Kerk sommige zaken?

1°. Zij doet dat naar het voorbeeld van Christus zeiven, die ook stoffelijke zaken, zooals brood sn visschen, zegende.

2quot;. Opdat die zaken aan degenen, die God heminnen, ten goede gedijen mogen.

Waarom moeten wij de Sacramentaliën met eerbied en betrouwen gebruiken?

Omdat wij daardoor deelachtig worden aan de

ocr page 68

— 62 —

De instelling der Kruisdagen dagteekent van de 5e eeuw. Zij werden het eerst gehouden dooiden H. Bisschop Mamertus in 4G0, tot afwering van de verschrikkelijke rampen, waardoor de stad Vienne, in Frankrijk, toen geteisterd werd. Weldra verspreidde zich dat godvruchtig gebruik over vele landen en werd in het jaar 795 door Paus Leo III te Rome ingevoerd. Van den beginne af werden deze dagen ook als vasten- en onthoudingsdagen beschouwd. Zij zijn dat thans nog in vele Bisdommen; in het Diocees Roermond is sedert eenige jaren daarin gedispenseerd.

Hoe schoon is het en opbeurend voor het christelijk gemoed, in die dagen te zien de lange rijen van geloovigen, die daar godvruchtig biddend heentrekken door kronkelende paden, langs welige weiden, bloeiende akkers en vruchtbare velden, om Gods zegen daarover af te smeeken! Dan keert ieder naar zijn werkkring terug, in de zoete hoop, dat zijn arbeid onder Gods bijstand moge gedijen.

ocr page 69

VIERDE HOOFDSTUK. Over de Sacramentaliën.

Y^/at verstaat men door Sacramentaliën?

Daardoor verstaat men; 1°. alles, wat de Kerk wijdt of zegent tot een godsdienstig gebruik, b. v. rozenkransen, medaljes, palmen, asch enz.

2°. De zegeningen zeiven, welke over personen, huizen of plaatsen worden uitgesproken.

De Sacramentaliën zijn niet, gelijk de Sacramenten, door Christus ingesteld, maar door de H. Kerk. Zij zijn wel is waar niet ter zaligheid noodzakelijk; doch het gebruik daarvan, volgens den geest der Kerk, is zeer nuttig, b. v. gewijde medailles in zijn huis te hebben of bij zich te dragen.

Waarom zegent of wijdt de Kerk sommige zaken?

1°. Zij doet dat naar het voorbeeld van Christus zeiven, die ook stoffelijke zaken, zooals brood en visschen, zegende.

2quot;. Opdat die zaken aan degenen, die God beminnen, ten goede gedijen mogen.

Waarom moeten wij de Sacramentaliën met eerbied en betrouwen gebruiken?

Omdat wij daardoor deelachtig worden aan de

ocr page 70

gebeden en zegeningen der Kerk, in wier naam de priester wijdt en zegent. Het gebed der Kerk heeft eene bijzondere kracht, dewijl zij de Bruid van Christus is en haar gebed steeds vereenigd is met dat des Ileilands en der Heiligen in den Hemel.

In die gebeden vraagt de Kerk de afwering van Gods straffen, bescherming tegen den boozen vijand, voor de geloovigen vrede, zegen en heil naar ziel en lichaam.

Waarom wijdt de Kerk alles wat bij de godsdienst-oefeningen gebruikt wordt, zooals: kerk, altaar, priestergewaad, klokken?

1° Om al die zaken te heiligen en ze uitsluitend aan den Godsdienst, te verbinden.

2°. Om ze voor de geloovigen eerbiedwaardig en heilzaam te maken.

Over de wijding van asch, palmen en haarsen is reeds vroeger gesproken; over het ivyjwater zal later gehandeld worden.

Thans nog een enkel woord over de zoogenaamde Agnus Dei. Dit beteekent: Lam Gods.

Het zijn ovaal-ronde stukken wit was, ter grootte van het binnenste eener hand, waarop een lam, een kruis vasthoudende, is afgebeeld. Het stelt ons voor Christus, het Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt. Zij worden door den Paus plechtig gewijd op Woensdag en

ocr page 71

— 65 —

dan op Beloken Paschen aan de aanwezigen uitgedeeld.

Dat gebruik is zeer oud in de Kerk en wel van de 5e eeuw. Het schijnt zijnen oorsprong te danken aan eene gewoonte uit de eerste tijden des Christendoms, om namelijk op Beloken Paschen de Paasch-kaars stuks-wijze aan de geloovigen te verdeelen. Later kwamen daarvoor in de plaats de Agnus Dei, welke niet slechts te Rome, maar ook over de gansche Kerk verspreid zijn, dewijl zij door de pelgrims van daar medegebracht worden. Zij worden eerbiedig bewaard of gedragen, om deelachtig te worden aan den zegen, welke daarover is uitgesproken. Bij de wijding bidt de Paus, dat het Gode behage, dat was te heiligen en die het godvruchtig bewaren, tegen alle onheilen naar ziel en lichaam te beschermen.

ocr page 72

VIJFDE HOOFDSTUK,

Over eenige kerkelijke instellingen en godvrnclitige gebruiken.

§ 1. OVER DE AFLATEN.

Tn dit hoofdstuk zal dikwijls gesiproken worden over het verdienen van aflaten, aan sommige godvruchtige oefeningen verhouden. Derhalve achten wij het nuttig, daarover een enkel woord te zeggen.

Door aflaten verkrijgen wij kwijtschelding der tijdelijke straffen, welke wij nog zouden moeten lijden voor zonden, die vergeven zijn.

Een aflaat geeft dus geen vergiffenis der zonden, noch van de eeuwige straf der hel, maar alleen van de tijdelyke straf, welke wij nog zouden moeten ondergaan in het Vagevuur, of waarvoor wij op deze wereld moeten voldoen. Die tijdelijke straffen blijven gewoonlijk nog te voldoen over voor de doodzonden, nadat dezen in de Biecht vergeven zijn; oek verdient men die door de dagelijksche zonden.

De aflaten worden verdeeld in volle en gedeelte-

ocr page 73

— 67 —

lijiie. Door een vollen aflaat (als men dien geheel verdient) wordt ons kwiitschelding van alle nog verschuldigde straften geschonken.

Door een gedeeltelijken aflaat krijgt men vergiffenis van een gedeelte der verschuldigde tijdelijke straf. Zóó verdient men, door een aflaat van 100 dagen zóóveel kwijtschelding van tijdelijke straf als men zou verkrijgen door 100 dagen hoete te plegen, volgens de oude tuchtregels dei-Kerk. Hoeveel vermindering van de straf des Vagevuurs wij zeiven daardoor verdienen of aan de geloovige zielen bezorgen kunnen, moeten wij aan Gods barmhartigheid overlaten.

Tot het verdienen van gedeeltelijke aflaten is het voldoende, dat men in staat van genade zij en het goede werk verrichte, waaraan die aflaten verbonden zijn.

Voor de volle aflaten (behalve die van den Kruisweg, waarover later gesproken wordt) is gewoonlijk vereischt: 1°. het verrichten van een goed werk, waaraan de aflaat verbonden is; 2°. biechten en communiceeren, en 3quot;. eenigen tijd te bidden (b. v. 5 Onze Vaders en Wees ge-groeten, met het Eere zij den Vader enz.) volgens de meening der H. Kerk.

In goedgekeurde kerkboeken vindt men een aantal gebeden, waaraan aflaten verbonden zijn.

in mi i linn i iiiiiiiiiiiiMÉiiil'liilltliliBWMIT^iirfT^quot;'quot;^

ocr page 74

— 68 —

Hier zij slechts opgemerkt, dat aan het bidden der akten van Geloof, Hoop en Liefde (welke ieder godvreezend christen dagelijks bidt) een aflaat verleend is van 7 jaren en 7 maal 40 dagen; als men ze dagelijks bidt, ééns in de in de maand een volle aflaat, mits men de gewone voorwaarden, hiervoren aangehaald, vervulle.

Ten slotte een enkel woord over de geschiedenis der aflaten. In de eerste tijden des Christendoms werden hun, die van de Kerk waren afgevallen of aan andere openbare zondaars, die zich weer bekeerden, openbare hoetplegingen opgelegd. Wanneer de boetelingen zich eenigen tijd daaraan onderworpen hadden, dan werd hun dikwijls door den Paus of door den Bisschop het overige kwijtgescholden. Zoo zien wij reeds hoe de H. Apostel Paulus den Corinthiër, door hem in de ban gedaan, verlichting dier straf schonk en hem weder in den schoot der Kerk opnam.

Toen later in de Kerk het gebruik der openbare boetpleging afgeschaft was, bleef echter de gewoonte om kwijtschelding te verleenen der tijdelijke straften, door de zonden verdiend, voortbestaan. Die kwijtschelding wordt aflaat of vrijlating van straf genoemd. Daarbij past de H. Kerk op hem, die het voorgeschreven goed

ocr page 75

— 69 —

werk verricht, de oneindige verdiensten van Christus en de overvloedige voldoening der Heiligen toe.

§ 2. OVER HET KRITISTEEKEN.

quot;P^e gewoonte om dikwijls het teeken van het H. Kruis te maken, is afkomstig van de allereerste tijden des Christendoms.

De kerkleeraar Tertulianus spreekt reeds daarvan als van een zeer oud gebruik. Hij schrijft aldus: „hij eiken uit- of ingang, als wij ons hlee-den, aan tafel zetten of iets anders doen, tceJce-nen wij ons met het U. Kruis. Deze godvruchtige oefening is door de overlevering ingevoerd, door de gewoonte bevestigd, en door het Geloof bewaard.quot;

Ook thans nog wordt dat godvruchtig gebruik door de geloovigen onderhouden: men maakt het H. Kruisteeken bij het opstaan, vóór elk gebed en als men zich ter rust begeeft; de H. Kerk bezigt dat teeken onzer Verlossing bij alle inzegeningen en wijdingen.

Waarom geschiedt dat alles ?

1quot;. Om ons te herinneren, dat alle gebeden slechts hunne kracht ontleenen aan Jezus' lijden en kruisdood.

ocr page 76

— 68 —

Hier zij slechts opgemerkt, dat aan het bidden der akten van Geloof, Hoop en Liefde (welke ieder godvreezend christen dagelijks bidt) een atlaat verleend is van 7 jaren en 7 maal 40 dagen; als men ze dagelijks bidt, ééns in de in de maand een volle aflaat, mits men de gewone voorwaarden, hiervoren aangehaald, vervulle.

Ten slotte een enkel woord over de geschiedenis der aflaten. In de eerste tijden des Christendoms werden hun, die van de Kerk waren afgevallen of aan andere openbare zondaars, die zich weer bekeerden, openbare hoetplegingen opgelegd. Wanneer de boetelingen zich eenigen tijd daaraan onderworpen hadden, dan werd hun dikwijls door den Paus of door den Bisschop het overige kwijtgescholden. Zoo zien wij reeds hoe de H. Apostel Paulus den Corinthiër, door hem in de ban gedaan, verlichting dier straf schonk en hem weder in den schoot der Kerk opnam.

Toen later in de Kerk het gebruik der openbare boetpleging afgeschaft was, bleef echter de gewoonte om kwijtschelding te verleenen der tijdelijke straffen, door de zonden verdiend, voortbestaan. Die kwijtschelding wordt aflaat of vrijlating van straf genoemd. Daarbij past de H. Kerk op hem, die het voorgeschreven goed

ocr page 77

werk verricht, de oneindige verdiensten van Christus en de overvloedige voldoening der Heiligen toe.

§ 2. OVER HET KRXJISTEEKEN.

J^e gewoonte om dikwijls het teeken van het H. Kruis te maken, is afkomstig van de allereerste tijden des Christendoms.

De kerkleeraar Tertulianus spreekt reeds daarvan als van een zeer oud gebruik. Hij schrijft aldus: nhij eiken uit- of ingang, als wij om Idee-den, aan tafel setten of iets anders doen, tceke-nen wyj ons met het H. Kruis. Deze godvruchtige oefening is door de overlevering ingevoerd, door de gewoonte hevcstigd, en door het Geloof hewaard.quot;

Ook thans nog wordt dat godvruchtig gebruik door de geloovigen onderhouden: men maakt het H. Kruisteeken bij het opstaan, vóór elk gebed en als men zich ter rust begeeft; de H. Kerk bezigt dat teeken onzer Verlossing bij alle inzegeningen en wijdingen.

Waarom geschiedt dat alles ?

1quot;. Om ons te herinneren, dat alle gebeden slechts hunne kracht ontleenen aan Jezus' lijden en kruisdood.

ocr page 78

2°. Omdat het kruisteeken, gemaakt onder aanroeping der H. Drievuldigheid, een kort gebed is tot God.

3°. Dewijl het maken van het kruisteeken eene openlijke belijdenis is van ons Geloof, waardoor wij toonen Katholieken te zijn.

4quot;. Omdat het een krachtig wapen is tegen de aanvallen des duivels, die door het kruis des Heeren overwonnen is geworden.

Onderhoud derhalve het schoone gebruik om dikwijls en godvruchtig het kruisteeken te maken, dan kunt gij ook telkens een aflaat van 50 dagen verdienen.

§ 3. OVER HET WIJWATER.

CffJij water noemen wij water, dat met ge-wijd zout vermengd, door kerkelijke gebeden, tot godsdienstig gebruik gezegend wordt.

Men besproeit zich daarmede het voorhoofd, 's morgens en 's avonds, alsook wanneer men de kerk in- of uitgaat. Daarmede worden de geloo-vigen besproeid in de kerk, vóór en soms ook na de diensten, alsmede alle zaken, welke de Kerk zegent of wijdt.

Bij de wijding bidt de priester, dat allen, die

ocr page 79

— 71 —

dit water met godsvrucht zullen gebruiken van hunne zonden gereinigd en van alle onheilen naar ziel en lichaam bevrijd mogen worden.

Vervolgens zegent de priester zout en vermengt het met het water.

Dat geschiedt om aan te toonen. dat, gelijk het zout tegen bederf vrijwaart, ook zóó door de kracht Gods dit water de geloovigen tegen alle bederf behoede en hen sterke tegen de bekoringen des duivels.

Om aan de gebeden der Kerk en aan de kracht der zegening deelachtig te worden, besproeien wij ons met het gewijde water.

Bij het ingaan der kerk heeft het nog deze zinnebeeldige beteekenis: dat de christen, die vóór Gods altaar verschijnt, door oprecht berouw zijne ziel moet trachten te reinigen van de zonden.

Al deze gebruiken dagteekenen van de eerste eeuwen der Kerk. Zóó schrijft de H. Paus Alexander (de 6° na Petrus) in het jaar 119: „ Wij

zegenen het water, met zout vermenyd, voor het ■volk, opdat allen, die daarmede besproeid worden, aan die zegening deelachtig en de bekoringen des duivels van hen mogen afgeweerd ivorden.

ocr page 80

— 72 —

§ 4. OVER HET ANGELUS-GEBED.

Het godvruchtig gebruik om 's morgens, 's middags en 's avonds het Angelus-(jebed te doen, ontleent zijn ontstaan aan eene burgerlijke verordening der middeleeuwen. Toen was namelijk in vele landen (in de 14e eeuw vrij algemeen) voorgeschreven, dat op zeker uur van den avond geluid zou worden ten teeken, dat overal de vuren uitgedoofd worden.

In die dagen van levend geloof werd door de godsvrucht der geloovigen de gewoonte ingevoerd om drie Wees gegroeten te bidden. Later werd ook 's morgens en 's middags geluid en eveneens gebeden. Dat gebruik was bij het einde der 15e eeuw reeds algemeen.

Het Ancjelus-gehed in den tegenwoordigen vorm vindt men eerst in de lithurgische boeken der 16c eeuw.

De Engel des Heer en hracht Maria de hood-schap, en zij heeft ontvangen van den II. Geest. Wees gegroet, enz.

Zie de dienstmaagd des Heer en ; mij gecJiiede naar uw woord. Wees gegroet, enz.

En het Woord is vleesch geworden, en Het heeft onder ons gewoond. Wees gegroet, enz.

Bid voor ons, H. Moeder Gods, opdat ivij

ocr page 81

- ^nrr^-rquot; .r.i gt; .-..x.-^,-, r^.-

— 73 —

tvaardig mogen worden der beloften van Christus.

Laat ons bidden: Wij hidden ü, o Heer, stort mvc genade in onze harten, opdat wij, die door de boodschap des Engels de mensclmording van Christus, Uwen Zoon, geleend hébhen, door zijn lijden en dood gebracht mogen morden tot de heerlijkheid der verrijzenis, door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.

Het is eene zeer sclioone devotie, dewijl wij daardoor op bijzondere wijze het geheim der menschwording vereeren en tevens aan Maria onze hulde brengen. Het is daarenboven eene indrukwekkende godsvrucht, welke als het ware het karakter van een algemeen en openbaar gebed heeft verkregen. Is het inderdaad niet schoon te zien, hoe in eene christelijke familie, op het teeken der klok, allen eerbiedig nederknielen, om het Angelus te bidden? Het is zóó treffend, als men zich in den zomer beweegt te midden der landlieden, die hunnen arbeid op het veld verrichten; bij den eersten slag der klok wordt ploeg en spa losgelaten; men ontdekt eerbiedig het hoofd en het vereenigd gebed stijgt hemelwaarts.

Thans een woord over de aflaten, aan dit gebed verbonden. Eiken keer als men de gebeden doet, gelijk die boven zijn aangehaald, kan men een

ocr page 82

— 74 —

atlaat van 100 dagen verdienen; daarenboven, als men het minstens ééns per dag gedurende ééne maand gebeden heeft, een vollen aflaat, mits men de gewone voorwaarden vervulle: biechten, communiceeren en eenigen tijd bidde volgens de meening der Kerk.

Tot het verdienen dier aflaten wordt nog ver-eischt; 1°. dat men bovengemelde gebeden hnic-Icnd verrichte; doch gedurende den Paaschtijd — van Paschen tot Zaterdag voor H. Drievuldigheid — alsmede eiken Zaterdag-avond en Zondags, altoos staande, ter herinnering aan Christus' verrijzenis.

2quot;. Gedurende den Paaschtijd (van Goede Zaterdag-avond tot 's middags vóór H. Drievuldigheid) moet het Rcgina ccdi gebeden worden. Zij, die het niet lezen kunnen of van buiten kennen, moeten dan niet De Engel des Heeren, maar vijf Wees gegroeten bidden.

3quot;. Gemelde gebeden moeten verricht worden als de Angelus-klok luidt.

Zijne Heiligheid Leo XIII heeft echter toegestaan; 1°. dat hij, die wettig verhinderd is om het Angelus-gebed knielend te bidden, dit ook staande of zittend doen kan.

2°. Als men bij het luiden verhinderd is of het niet hoort, dan is het voldoende, de voor-

ocr page 83

geschreven gebeden te doen omtrent den tijd, waarop geluid wordt. (1)

S 5. OVER DEN H. ROZENKRANS.

J^eeds in de eerste tijden der Kerk bedienden zich vooral de kluizenaars van steentjes of houten blokjes, om het aantal Onze Vaders, welke zij gewoon waren te bidden, gemakkelijker

(1) Waar het geschieden kan, moeten de drie eerste teekens met eene grootere klok gegeven worden en dan wordt met eene kleinere geluid. Ziehier eene tabel, volgens welke de avond-klok op verschillende tijden behoort geluid te worden:

1 Januari

4,30

12 „

4,45

22 „

5 ure.

30 „

5,15

8 Februari

5,30

16 „

5,45

24 „

6 ure.

5 Maart

6,15

14 „

6,30

22 „

6,45

31

7 ure.

10 April

7,15

19

7,30

28 „

7,45

7 Mei

8 ure.

17 „

8,15

29 „

8,30

21 Juni

8,45

22 Juli 2 Augustus 10 18

25 „

2 September 8 „ 15 „ 22 „ 28 „ 4 October 11 18 „

26 „

2 November 12 „ 24 „ 10 December

8,30

8,15

8 ure.

7.45

7,30

7,15

7 ure.

6,45

6,30

6,15

6 ure.

5,45

5,30

5,15

5 ure.

4,45

4,30

4,20


ocr page 84

— 76 —

te tellen. In de middeleeuwen werd aan dat gebed telkens het Wees gegroet bijgevoegd.

De rozenkrans, gelijk die thans gebeden wordt, werd ingesteld door den H. Dominicius in het begin der 13« eeuw. In de levensgeschiedenis des Heiligen wordt verhaald, dat hij door de H. Maagd zelve aangespoord is geworden, om het gebruik van den rozenkrans aan de volkeren te prediken.

Dit gebed wordt aldus genoemd, omdat het is een krans of kroon van geestelijke rozen, welke aan God en de H. Maagd aangeboden worden. Hij bestaat uit 15 tientallen van Wees gegroeten, tusschen welke telkens het JEere sij den Vader enz. en een Onze Vader gevoegd worden. Vóór elk vijftal tientjes (of rozenhoedje) bidt men: Ik geloof in God den Vader enz. Eere zij den Vader enz. Onze Vader: Ik groet U, Dochter van God den Vader, dan een Wees gegroet. Ik groet ü, Moeder van God den Zoon. (Wees gegroet.) Ik groet U. Bruid van God den H. Geest. (Wees gegroet.) Eere sij den Vader enz.

Bij elk der tientjes behoort men eenige oogen-blikken na te denken over het mysterie, dat daarbij uitgedrukt wordt.

Elk tientje bestaat uit één Onze Vader, tien-

ocr page 85

maal Wees gegroet, en éénmaal Eere zij den Vader. Vóór elk tientje zegt men: Laat ons het eerste (tweede, enz.) tientje van den blijden (droevigen, enz.) Rozenkrans bidden, en daarbij aandachtig overwegen: Jezus, dien Gij, o Maagd, van den Heiligen Geest ontvangen heht. — Onze Vader, enz. — Verder op beurt de volgende geheimen. — Bij deze wijze van bidden behoeft men de vermelding van het geheim niet in elk Wees gegroet te herhalen.

Men kan ook de vermelding van het geheim bij elk Wees gegroet inlasschen, maar dan behoort men toch reeds bij het begin van ieder tientje zijne aandacht op het betreffende geheim te vestigen.

De blijde geheimen.

1. Jezus: Dien Gij, o Maagd, van den Heiligen Geest ontvangen hebt.

2. Dien Gij, o Maagd, Elisabeth bezoekende, gedragen hebt.

3. Dien Gij, o Maagd, gebaard hebt.

4. Dien Gij, o Maagd, in den tempel opgedragen hebt.

5. Dien Gij, o Maagd, in den tempel weder-gevonden hebt.

ocr page 86

— 78 —

De droevige geheimen.

1. Jezus: Die voor ons water en bloed gezweet heeft.

2. Die voor ons gegeeseld is.

3. Die voor ons met doornen gekroond is.

4. Die voor ons het kruis gedragen heeft.

5. Die voor ons gekruisigd is.

De glorieri/jhe geheimen.

1. Jezus: Die van de dooden verrezen is.

2. Die ten Hemel opgeklommen is.

3. Die den Heiligen Geest gezonden heeft.

4. Die U, o Maagd, ten Hemel opgenomen heeft.

5. Die U, o Maagd, in den Hemel gekroond heeft.

Wordt, volgens loffelijk gebruik, na den rozenkrans de litanie van Loretten gebeden, dan zegt men na het derde; Lam Gods, dat de zonden der wereld iveyneemt, enz.

y. Bid voor ons Heilige Moeder Gods. iï. Opdat wij der beloften van Christus waardig worden.

LAAT ONS BIDDEN.

Verleen, bidden wij, o Heer en God, dat wij. Uwe dienaren, eene bestendige gezondheid naar geest en lichaam mogen genieten: en door de glorierijke voorspraak der gelukzalige Maria altijd

ocr page 87

.r/.

— 79 —

Maagd, van de tegenwoordige droefheid verlost, en in het genot der eeuwige blijdschap mogen gesteld worden. Door Christus onzen Heer. Amen,

De rozenkrans is zeker een schoon en voortreffelijk gebed; want hij is samengesteld uit de verhevendste en heerlijkste gebeden: de geloofsbelijdenis, het gebed des Heeren, door Christus zeiven ons geleerd, de herhaalde eerbewijzing aan de H. Drievuldigheid en het Wees gegroet, wiens eerste woorden uit den Hemel op aarde gebracht zijn en, op Gods bevel, door den Aartsengel het eerst uitgesproken werden.

De godvruchtige overweging der mysteries is zeer nuttig: bij de blijde kan de christen vooral beschouwen de oneindige liefde van Christus, die, om onzentwille op deze wereld gekomen, in nederigheid en armoede heeft willen leven.

Bij de droevige mysteries moet men zich herinneren eenerzijds èn Gods oneindige rechtvaardigheid èn zijne grenzenlooze barmhartigheid; anderzijds de oneindige boosheid der zouden, voor welke een Menschgeworden God alleen in staat was volkomen te voldoen.

Bij het overwegen der glorieuse mysteries moeten wij ons met Jezus en Zijne H. Moeder verheugen en tevens ons hart ten Hemel ver-

ocr page 88

— 78 —

De droevige geheimen.

1. Jezus: Die voor ons water en bloed gezweet heeft.

2. Die voor ons gegeeseld is.

3. Die voor ons met doornen gekroond is.

4. Die voor ons het kruis gedragen heeft.

5. Die voor ons gekruisigd is.

De glorierijJce geheimen.

1. Jezus: Die van de dooden verrezen is.

2. Die ten Hemel opgeklommen is.

3. Die den Heiligen Geest gezonden heeft.

4. Die U, o Maagd, ten Hemel opgenomen heeft.

5. Die U, o Maagd, in den Hemel gekroond heeft.

Wordt, volgens loffelijk gebruik, na den rozenkrans de litanie van Loretten gebeden, dan zegt men na het derde: Lam Gods, dat de zonden der ivereld wegneemt, enz.

f. Bid voor ons Heilige Moeder Gods. li Opdat wij der beloften van Christus waardig worden.

LAAT ONS BIDDEN.

Verleen, bidden wij, o Heer en God, dat wij. Uwe dienaren, eene bestendige gezondheid naar geest en lichaam mogen genieten; en door de glorierijke voorspraak der gelukzalige Maria altijd

ocr page 89

_ 79 _

Maagd, van de tegenwoordige droefheid verlost, en in het genot der eeuwige blijdschap mogen gesteld worden. Door Christus onzen Heer. Amen,

De rozenkrans is zeker een schoon en voortreffelijk gebed; want hij is samengesteld uit de verhevendste en heerlijkste gebeden: de geloofsbelijdenis, het gebed des Heeren, door Christus zeiven ons geleerd, de herhaalde eerbewijzing aan de H. Drievuldigheid en het Wees gegroet, wiens eerste woorden uit den Hemel op aarde gebracht zijn en, op Gods bevel, door den Aartsengel het eerst uitgesproken werden.

De godvruchtige overweging der mysteries is zeer nuttig: bij de hlyjde kan de christen vooral beschouwen de oneindige liefde van Christus, die, om onzentwille op deze wereld gekomen, in nederigheid en armoede heeft willen leven.

Bij de droevige mysteries moet men zich herinneren eenerzijds èn Gods oneindige rechtvaardigheid èn zijne grenzenlooze barmhartigheid; anderzijds de oneindige boosheid der zonden, voor welke een Menschgeworden God alleen in staat was volkomen te voldoen.

Bij het overwegen der glorieuse mysteries moeten wij ons met Jezus en Zijne H. Moeder verheugen en tevens ons hart ten Hemel ver-

SiSP»

ocr page 90

— 80 —

heffen, alwaar ook voor ons eene plaats is voorbereid.

Hoe krachtig dit gebed is, bewijzen de uitstekende genaden en de ontelbare gunsten, welke de geloovigen daardoor van God, door de voorspraak van Maria, verkregen hebben.

De H. Dominicus heeft, door de kracht van dit gebed, ontelbare ketters tot de ware Kerk teruggebracht. Paus Clemens XI en de H. Pius V schreven daaraan toe de schitterende en wondervolle overwinningen, welke de Christenen op de Turken, de giootste vijanden der Keik en der Europeesche beschaving, in de 16° eeuw behaald hebben.

Door het Opperhoofd der Kerk werd het rozenkrans-gebed op bijzondere wijze den geloovigen aanbevolen eu met ontelbare atiaten verrijkt. 1'aus Leo XIII (dien men den Fans van den rozenkrans zou mogen noemen) heeft vóór eenige jaren bevolen, dat het feest van den H. Rozenkrans (op den lequot; Zondag van October) op bijzonder plechtige wijze zou gevierd worden en dat gedurende de maand October in alle kerken dat gebed gezamenlijk vóór het H. Sacrament zou gebeden worden.

O, hoe schoon en troostend is het te zien, hoe in de October-maand zoo vele duizenden

ocr page 91

— 81 —

Katholieken daar samen nederknielen en dooide voorspraak der Koningin des Hemels voor zich-zelven Gods zegen en bijstand en voor de Kerk rust en vrede komen afsmeeken!

Uiterst verdienstelijk is het schoone, echt christelijke gebruik, om 's avonds de huisgenooten te vereenigen en gezamenlijk den H. Rozenkrans te bidden. Over zulke huisgezinnen zal ongetwijfeld Gods rijkste zegening voor tijd en eeuwigheid nederdalen!

Thans nog een enkel woord over de aflaten, aan het bidden van den Rozenkrans verbonden, waardoor wij de zielen des Vagevuurs kunnen troosten en verlossen, en ook voldoen voor de tijdelijke straffen, welke wij zeiven door de zonden verdiend hebben.

Alle geloovigen kunnen, als zij godvruchtig den Rozenkrans bidden en in staat van genade zijn, verdienen: minstens 100 dagen aflaat voor ieder Onze Vader en voor elk Wees gegroet zoo dikwijls zij minstens een rozenhoedje (5 tientjes) bidden, en als zij dat alle dagen doen, ééns in het jaar een vollen aflaat, onder de gewone voorwaarden.

Om die aflaten te verdienen is het noodig:

1°. dat de rozenkrans gewijd zij door een daartoe

gemachtigden priester, en 2quot;. dat^men (zoo veel

6

ocr page 92

— 82 —

men daartoe in staat is) bi] elk tientje één der 15 mysteries in het kort overwege: nu eens de 5 blijde, dan de 5 droevige en dan weer de 5 glorieuse.

Hier zij nog opgemerkt, dat een gewijde rozenkrans alleen dienen kan voor dengene, voor wien hij gezegend of bestemd is; hij kan niet aan andere personen geleend worden om de aflaten te verdienen. Dan zou hij zelfs de wijding verliezen.

Zij, die leden zijn van de Broederschap van den H. Rozenkrans of van eene vereeniging van 15 personen {levende rozenkrans genoemd) kunnen daarenboven een groot aantal volle aflaten verdienen op verschillende dagen des jaars, gelijk dat in de kerken, waar die Broederschappen bestaan, telkens wordt afgekondigd.

§ 6. OVER DEN KRUISWEG.

quot;T^e Goddelijke Heiland heeft, vóór dat Hij op Golgotha den smartvollen kruisdood gestorven is, door de straten van Jeruzalem, den weg van het paleis van Pilatus tot op de hoogte des bergs, schedel-plaats genaamd, afgelegd. Die straten werden later de kruisweg ge-

ocr page 93

— 83 —

noemd. Naar men meent, zouden reeds de H. Maagd en de Apostelen, ner gedachtenis van Christus' lijden, dien weg biddende zijn opgegaan. In latere tijden legden vele Christenen dien weg af onder godvruchtige gebeden en overweging van het lijden des Heeren. Zelfs uit afgelegen landen togen vrome pelgrims naar Jeruzalem, om de heilige plaatsen en vooral den lijdensweg te bezoeken. Later werd de kruisweg in zekere staties (of rustplaatsen) verdeeld, om de godsvrucht der geloovigen op te wekken, vooral op die plaatsen, waar een of ander bijzonder feit uit de lijdensgeschiedenis des Verlossers was voorgevallen.

De Roomsche Pausen verleenden talrijke aflaten aan de pelgrims, die deze staties te Jeruzalem bezochten en godvruchtig het lijden des Verlossers overwogen.

Toen eindelijk de stad Jeruzalem door de on-geloovige Turken was in bezit genomen, en de geloovigen slechts met het grootste gevaar of zelfs niet meer die plaatsen konden bezoeken om de daaraan verbonden aflaten te verdienen, werd daarin op een andere wijze voorzien. De Pausen hebben namelijk toegestaan, dat in de kerken de 14 staties konden opgericht worden.

Paus Benedictus XIV verleende aan alle ge-

ocr page 94

_ 84 —

loovigen, die de staties of den kruisweg bidden, dezelfde aflaten, welke aan de staties van Jeruzalem waren toegestaan.

Die aflaten zijn zeer menigvuldig; daarbij zijn zelfs verscheidene volle aflaten. Men kan de hoeveelheid daarvan niet juist bepalen; zij zijn allen toevoegelijk aan de geloovige zielen.

Welke zijn de voorwaarden, vereischt om die aflaten te verdienen?

1quot;. Men behoeft niet gebiecht of gecommuniceerd te hebben; het is voldoende, dat men in staat van genade zij.

2°. Is het vereischt, dat men van de eene statie naar de andere ga. Mocht dat echter, wegens de groote menigte der aanwezigen, niet mogelijk zijn, dan moet men voor elke statie opstaan en zich daarheen keeren.

3quot;. Vóór ieder statie moet men eenige oogen-blikken aandachtig denken of overwegen het punt der lijdensgeschiedenis, dat daardoor voorgesteld wordt; dit is volstrekt noodzakelijk.

Ofschoon het goed en raadzaam is, daarbij eenige gebeden uit een kerkboek of een Onze Vader te bidden, is dat toch niet absoluut voorgeschreven.

A.an het einde van den kruisweg bidt men, volgens loffelijk gebruik, zes Onze Vaders en

ocr page 95

Wees gegroet en en even zooveel malen het Eere zij den Vader, enz.

Als men in de onmogelijkheid is, den kruisweg, gelijk boven gezegd werd, te bidden, en in het bezit is van een kruis, daartoe speciaal gewijd, dan kan men dezelfde aflaten verdienen, mits men 1quot;. het kruis in de hand houde; 2quot;. in zijne gedachten de 14 staties volge en 14 maal een Onze Vader en Wees (jegroet met het Eere zij den Vader bidde en daarna de zes Onze Vaders, gelijk boven gezegd is. Voor hen, die zwaar ziek zijn en gemelde gebeden niet doen kunnen, is het voldoende, te bidden een akte van berouw of wel het volgende gebed: U dan smeelcen tvij, kom uwen dienaren ter hulp, die Gij door üw kostbaar hloed verlost hebt.

§ 7. OVER DE VASTEN-, DE QUATERTEMPER- EN DE VIG-ILIE-DAG-EN.

CfJasten, in algemeenen zin genomen, is: zich van spijzen onthouden, om God te eeren, door de versterving zijner zinnelijke lusten.

Is die versterving Gode aangenaam?

Zeer zeker, want: 1°. God zelf heeft dikwijls

ocr page 96

— 86 —

het vasten voorgeschreven en daaraan vele genaden en gunsten verbonden. In de H. Schrift lezen wij daarvan ontelbare voorbeelden. Men herinnere zich slechts, hoe de stad Xinive, die wegens hare misdaden tot ondergang veroordeeld was, gespaard is gebleven, omdat de inwoners, door vasten en andere boete-werken Gods gramschap verzoend hadden. 2quot;. Dewijl Christus zelf en de Heiligen ons daarvan het voorbeeld gegeven hebben. 3°. Omdat, door het vasten, de zinnelijke lusten en hartstochten bedwongen worden. Iemand, die vast of andere verstervingen beoefent, zal beter zijne zinnelijke lusten be-heerschen en niet zoo licht in zonden vallen.

In het Oude Verbond waren vele en strenge vastendagen voorgeschreven. Ook in het begin der Kerk waren de onthoudings- en vastendagen menigvuldiger en strenger dan thans. Zóó mocht men toen op de verplichte vastendagen slechts éénmaal, en wel eerst tegen den avond, een maaltijd nemen.

In het begin der 15quot; eeuw werd meestal tegen het middag-uur de maaltijd genomen. Later werd door een algemeen gebruik de gewoonte ingevoerd, om ook 's avonds nog iets te gebruiken.

De vcertig-dacujschc Vasten is door de Kerk ingesteld: 1°. om de geloovigen in de gelegenheid

ocr page 97

— Si

te stellen, boete te doen voor hunne zonden; 2°. om, vooral in die dagen, het bitter lijden des Heeren te overwegen, en 3°. om ons waardig tot het Paaschfeest voor te bereiden.

Waarom is de H. Vastentijd op veertig dagen bepaald ?

1quot;. In navolging der Heiligen van het Oude Verbond, die bij sommige gelegenheden ook zooveel dagen gevast hebben. Dat deed Mozes vóórdat hij de Tafels der Wet van God ontving; Elias bracht 40 dagen in vasten door, vóórdat de Heer hem op den berg Horeb verscheen.

2quot;. Omdat onze Goddelijke Verlosser ook veertig dagen en zooveel nachten in vasten heeft doorgebracht in de woestijn.

Behalve de groote of veertig-daagsche vasten, heeft de H. Kerk nog andere vastendagen ingesteld, namelijk de quatertemper-dagen. Dat woord beteekent: vier tijden, omdat die voorgeschreven vastendagen vier maal in het jaar terugkomen, eu wel in de vier jaargetijden.

Reeds in het Oude Verbond was de vasten viermaal in het jaar voorgeschreven. In de eerste eeuwen des Christendoms waren zij niet verplichtend, maar werden als een vroom gebruik onderhouden.

De H. Leo schrijft, dat zij van de Apostolische

ocr page 98

tijden af zijn onderhouden geworden. Eerst in de 10e eeuw zijn zij als verplichtend voorgeschreven.

Waarom zijn de quatertemper-dagen ingesteld ?

1°. Om door versterving en gebed de vier jaargetijden te heiligen en boete te doen voor de zonden. 2C. Om Gods zegen te vragen over de vruchten der aarde en den Heer voor zijne weldaden te danken. 3°. Om door bidden en vasten van God te verkrijgen, dat Hij waardige priesters aan zijne Kerk moge schenken. De wijding der priesters toch geschiedt meestal op die dagen.

Nu nog een woord over de vigilie-dagen.

Dat woord, afkomstig van het Latijn, beteekent nachtwacht of waak-stonde. In kerkelijken zin beteekent het den dag, welke aan een groot feest voorafgaat. In de eerste tijden des Christen-doms moesten de geloovigen, om hunne godsdienst-oefeningen te houden, in geheime plaatsen samenkomen. Zij begaven zich derhalve reeds op den vooravond naar de bestemde plaats, om daar den nacht in vasten en bidden, als voorbereiding voor den feestdag, door te brengen. In lateren tijd werd de dag, welke sommige feesten voorafgaat, vigilie genoemd en de vasten voorgeschreven als voorbereiding tot het feest.

ocr page 99

v -P wquot;;■ '^•...r^ quot;-,—, quot;V, 141

— 89 —

De vigiliën, in het Bisdom Roermond als geboden vastendagen verplichtend, zijn de volgende; de dag vóór Kerstmis en Maria-ten-Hemelopneming (als deze feesten op een Maandag vallen, dan is de vigilie Zaterdags), de dag vóór Pinksteren en de Zaterdag vóór de Solemniteit der H.H. Apostelen Petrus en Paulus. Als echter dat feest op Zaterdag valt, dan moet Vrijdags de vastendag gehouden worden.

§ 8. OVER DE CHRISTELIJKE BEGRAFENIS.

j~^e Katholieke Kerk, als eene zorgvuldige Moeder, geleidt hare kinderen, langs de hun aangewezen levensbaan, naar het ware vaderland, den Hemel. Het kind wordt, bij zijne intrede in de wereld, door haar in het H. Doopsel opgenomen als lidmaat der groote christelijke familie.

Heeft de christen het ongeluk in zoude te vallen, dan vindt hij in het Sacrament der Biecht het zekerste en het beste middel om zich met God te verzoenen. In het Vormsel wordt hij versterkt in het Geloof; in de H. Communie ontvangt hij den Heiland-zelven in zijn hart en tevens vele genaden om de zonden te vermijden. In het Priesterschap ontvangen de bedienaren der Kerk

ittSÉamp;iiÉÉ

ocr page 100

de macht en de genade, om als leeraars des volks en uitdeelers der H. Geheimen, hun ambt behoorlijk uit te oefenen. Het Huwelijk verbindt man en vrouw en schenkt hun de genade, om als christelijke echtgenooten de plichten van hunnen staat getrouw te vervullen. Eindelijk, bi] het afscheid van dit leven, dient de Kerk haren kinderen het H. Oliesel toe, tot sterking in de bekoring en in den doodstrijd. Dan worden den geloovigen in de Kerk nog ontelbare bronnen van zegeningen en genaden voor tijd en eeuwigheid geopend in de H. Offerande der Mis, in de openbare gebeden, in het verdienen der aflaten en in het godvruchtig gebruik der Sacramentaliën.

Zelfs na den dood verlaat de Kerk hare kinderen niet. Gedachtig het woord der H. Schrift: het is eene heilige en zalige gedachte, voor de overledenen te hidden, opdat zij van hunne zonden ontslagen worden, draagt zij de H. Mis op voor de zielen des Vagevuurs en moedigt hare kinderen aan, om voor hunne afgestorvene broeders te bidden en aflaten op te offeren.

Zelfs de lichamen dergenen, die in vereeniging met haar gestorven zijn, worden door de Kerk met den grootsten eerbied behandeld. Daarom worden de lijken aan huis of althans vóór de kerkdeur plechtig afgehaald. Terwijl de priester

ocr page 101

de voorgeschreven gebeden doet, besproeit hij de lijkbaar met wijwater, om het lichaam des overledenen als het ware in te zegenen en te wijden tot eene zalige verrijzenis. Het lijk wordt in de kerk zóó geplaatst, dat het aangezicht naar het hoogaltaar gekeerd is, omdat de christen zijne opstanding verwacht van den Goddelijken Heiland, in het H. Sacrament tegenwoordig. Het lijk des priesters echter wordt met het aangezicht naar het volk gekeerd, alsof hij over de menigte, welke hij zoo dikwijls in zijn leven gezegend heeft, nog een laatsten zegen wilde uitspreken.

Waarom plaatst men naast de lijkbaar brandende kaarsen?

Dat geschiedt uit eerbied voor het stoffelijk overblijfsel van den christen. Ook duidt de flikkerende vlam ons aan, dat hij in het Geloof gestorven is, in de hoop op een beter leven.

Waarom wordt de lijkbaar vóór de begrafenis hewierooM?

1°. Omdat dit lichaam (volgens het woord van den H. Paulus) een tempel des H. Geestes geweest is.

2quot;. Beduidt de wierook-geur: de deugden en goede werken, zonder welke niemand kan hopen in den jongsten dag verheerlijkt te worden.

3quot;. Herinneren de wierook-wolken, welke ten

ocr page 102

— 92 —

Hemel opstijgen, den geloovigen, dat ook zóó hun gebed voor de overledenen, als een aangename geur, tot Gods troon behoort te klimmen.

Eindelijk wordt het lijk, onder gezang en gebed voor den overledene, naar het graf gebracht. Het wordt echter niet in de gewone aarde neergelegd, want deze grond is geheiligd en den Heere toegewijd. Daar mag geen ongedoopte of iemand, die door den kerkelijken ban buiten de gemeenschap der Kerk gestorven is, of die zijnen Paasch-plicht verzuimde, of de laatste H.H. Sacramenten weigerde te ontvangen, begraven worden. Die plaats, het kerkhof, is door de gebeden der Kerk ingezegend en gewijd en uitsluitend voor hare kinderen bestemd. Daarom wordt het kerkhof, in echt christelijke taal, Gods-c,Itker genoemd. Gelijk de landman de zaadkorrels in zijnen akker neerlegt, opdat zij daarin zouden vergaan, om welig op te schieten en vruchten voort te brengen, — zóó legt de Kerk de lichamen harer kinderen neder in den Gods-akker, in de zoete hoop dat zij dadr, na tot stof vergaan te zijn, eens in den laatsten oordeelsdag, als een rijke oogst des Heeren, glorievol zullen verrijzen.

Treffend en waarlijk christelijk is het opschrift van het katholiek kerkhof bij de stad Munchen.

ocr page 103

UW li . li liJH

— 93 —

Daar staat boven den ingang dit ééne woord: Resurrecturis. Aan hen, die eens zullen verrijzen.

In diezelfde gevoelens van christelijke hoop worden op de graven der geloovigen kruisen geplant. Het voetstuk staat in de aarde, maaide spits wijst naar den Hemel, het verblijf dei-Zaligen; zóó zal eens de godvreezende christen, wiens lichaam daar rust, door de verdiensten van Jezus' lijden en kruisdood, in heerlijkheid verrijzen en ten Hemel opgenomen worden.

Leef altoos zóó, dat ook gij eens zalig naoogt sterven, in het zoete vertrouwen, ten jongsten dage verheerlijkt uit het graf op te staan.

P quot; 'quot;«r;

ifii

ocr page 104
ocr page 105

T isr ü O XT ID.

Bladz.

Bisschoppelijke goedkeuring........3

Voorrede...............5

Inleiding...............7

EERSTE HOOFDSTUK.

§ 1. Over het Doopsel..........9

§2. „ „ Vormsel..........12

§3. „ „ H. Sacrament des Altaars ... 15

§4. „ „ H. Oliesel.........20

TWEEDE HOOFDSTUK. (De H. Mis.)

§ 1. Over het Altaar..........22

§2. „ „ priesterlijk gewaad......23

§3. „de ceremoniën der H. Mis .... 28

DEEDE HOOFDSTUK.

Over eenige plechtigheden, aan bepaalde dagen of

tijden verhonden.

§ 1. De Advent............41

§ 2. Onze Lieve Vrouwe-Lichtmis......44

§ 3. Asch-Woensdag. ..........46

§ 4. De Passie-tijd...........48

§ 5. Goede Donderdag..........51

§ 6. Goede Vrijdag...........54

§ 7. Goede Zaterdag. — Het nieuwe vuur. . . 56

n n De Paaschkaars ... 57

„ „ De doopvont .... 58

„ „ De H. Mis.....59

§ 8. Over de processies..........60

ocr page 106

— 96 —

Bladz.

VIERDE HOOFDSTUK.

Over de Sacramentaliën..........63

VIJFDE HOOFDSTUK.

Over eenige kerkelijke instellingen en godvruchtige gebruiken.

§ 1. Over de aflaten...........66

§2. „ het Kruisteeken.........69

§3. „ „ wijwater..........

§4. „ „ Angelns-gebed.......72

§ 5. „ den H. Rozenkrans.......7quot;

§6. „ „ Kruisweg.........82

§ 7. „ de vasten-, quatertemper- en vigiliedagen ...........85

§8. „ „ christelijke begrafenis.....69

ocr page 107
ocr page 108
ocr page 109
ocr page 110

BoetMel m J. J. ROMEN amp; ZONEN,

IROEPI Ts^roisrx).

VERKRIJGBAAR:

De Godsdienstleer voor de Katholieke jeugd, door J. H. Wijxkn, pastoor te Limbricht, 1 vol. 8quot; van 170 blz. Prijs 50 cents.

Leesboek voor christelijke huisgezinnen en handboek vpor pensionaten en colleges.

Van dfinzelfden schrijver:

Schusters Bijbelsehe Geschiedenis. 2 dselen. Prijs: samengebonden 6G cents.

Handboek voor huisgezinnen en meer uitgebreid lager onderwijs.

Verkorte Bijbelsehe Geschiedenis, l vol. met dO prenten en 2 landkaarten. Prijs: ingebonden 40 cents.

Leesboek voor de lagere scholen.

Schets der Bijbelsehe Geschiedenis. Prijs 30 cents.

Een allerliefst boekje met prenten voor kleine kinderen.