VAN DEN
Eerw, Heer PETROS HILLEN,
.. â¢
PASTOOR TE BEEK,
gehouden den 28 Dec. 1890,
DOOK DEN
rgg 0*â * M' ⢠â â 9
PROFESSOR TE ROLDUC.
I^oermondT â Henri van der Marck.
M mW mm k â »
Eerw. Hoor Petrus Hillen,
Pastoor te Beek.
â ⢠; -vVi'.:;.-
â â ' â â â â â â â â ^â R - '.rémm
â â¢..â :..... â â â
â
â
â
...
'
mÃmm
quot;
\ : ; ' ' mBÃKm
'
â â ...
â
â¢.
b® â¢â â â quot;'â -ii .
â â¢
â
â ⢠â . .â :-:;. .
I
r
|
. - ' i' â ; â quot;â â¢M ' Â¥$ â â â . â â â â¢:-;/' Vr-y ..... â -- . . ... . â quot; - .;' - ' . . â â â â â ..... ' - ' ' â ⢠' â :⢠â --.; â â . . |
â 10 â ..... â ...... -â â â¢â â â â â ... ... â tUm.Wr^ ?/amp; wmu:' ïm ... .. ... â â ' 'i ' , §$H i gt;⢠- sm$M $$!$* â¢' W4l^^P! â¢' â t^js â Ksii â ' . |
â â â â ' â â â
'
. .
â . â : â . ... .
â ^wwiwr ^ sfeïMtSssf S*^@SSi$wWM^SEM®iMi*^3B^E
.
â
'
â
â if/è â â â â â
H
H
. ., . ... ... ,. ...
-â . ... ....
â â .quot;.;â¢â¢â : â â â ⢠. .' ,;â¢â .â¢
ÃJlt;t ,WM Sk'1: â
.
..
?.flt;^;'%quot;.,,l tj â *'â ' ,fl fy * . ' . I
. â â . ...: . ,
é
van den
Eerw, Heer PETRUS HILLEN
PASTOOR TE BEEK,
gehouden den 28 Dec. 1890,
door den
/7 M
A if
PROFESSOR TE ROLDUC.
Roermond, â Henri van der Marck.
Justum deduxit por vias rectas. Den rechtvaardige heeft de lieer langs rechte wegen geleid. (Sap. X.)
Zeereerwaarde Heer en,
Beminde geloovigen,
Zoo staan wij dan in een tijd, waar heel de Kerk nog jubelt over de blijde tijding der Engelen, over de geboorte van het goddelijk Kind, treurend en weenend rondom het lijk van een dierbaren afgestorvene, dien de hand van den onverbiddelijken dood plotseling uit ons midden heeft gerukt 1 Broeders beweenen een innig geliefden broeder; vrienden treuren om een trouwen vriend; heel een parochie brengt haar hulde, haren weemoed, hare tranen, als een laatste vaarwel, aan het overschot van een dierbaren Vader, van een waak/.amen Herder,
Wie had het kunnen denken, dat dexe kerk, door de onvermoeide zorgen van den afgestorvene verrezen, en die wij allen hoopten weldra, bij hare voltooing, door de hand van haren stichter met blijde kransen en festoenen versierd te zien, zich zoo spoedig in het rouwfloers zoude hullen, om te treuren over den dood van Hem, aan wien zij haar bestaan te danken heeft ?
Wie had het kunnen denken, dat het heilig ofifer des nieuwen Ver-bonds, dat de ijverige priester, nog geen maand geleden, op den feestdag der H. Lucia, de patronesse dezer parochie, aan God opdroeg, zoo spoedig gevolgd zou wezen van het offer van zijn
â 6 â
eigen leven? Dat de mond, die U voor eenige weken nog zoo welsprekend, zoo vol geloof en hoop over het laatste oordeel en den hemel sprak, zoo spoedig zou verstommen, en dat de van vurigen ijver voor het heil der zielen bezielde redenaar reeds nu zijn eigen oordeel gehoord, en, wij hopen het, het hemelsch loon ontvangen zou hebben ? En ik zelf, hoe had ik het kunnen vermoeden, dat ik mijne komst in mijn geboorteplaats moest verhaasten, om mijn eerbiedwaardigen, hooggeschatten vriend niet dan in zijn stervensuur meer te groeten en hem een laatste bezoek te brengen, waarop hij als gewacht scheen te hebben, voordat hij ons voor altijd verliet ?
O ijdelheid van 's menschen leven! O onzekerheid van alle aard-sche hoop en verwachtingen 1 Waarlijk, ons leven is niets anders dan een droom, dan een schaduw die voorbij vliegt! Onze dagen zijn niets anders dan de golven van een vloed die voorbij ijlt, om zich te storten in den oceaan der eeuwigheid! Heden nog bewegen wij ons in den vollen werkkring van onzen levensstaat, en morgen dalen wij neder in den nacht waarin niemand meer werken kan 1 Is dat dan, o Heer, de opgaaf van ons bestaan, waaraan wij zoo gehecht zijn, en dat wij zoo hoog waardeeren ?
Neen, mijne beminde toehoorders, neen ! Ons leven is geen ijdel, kortstondig en doelloos wandelen op deze aarde! Ons leven is een strijd, en de kampprijs is de onverwelkbare kroon der gelukzaligen; ons leven is een pelgrimsreis naar het heilige vaderland, en gelukkig hij, die het rechte pad op deze reis naar het hemelsche Sion weet te kiezen 1
't Is deze leer die ons het leven en sterven van den afgestorvene klaar en luide verkondigt; laten wij ze, tot onze stichting en blijvende herinnering, in 't kort aantoonen.
Ik vind den levensloop van onzen diepbetreurden Herder als voorafgebeeld in het boek der Wijsheid; sprekend van Jakob zegt ons de Heilige Geest: Den gerechte heeft de Heer, die de eeuwige wijsheid is, langs rechte wegen geleid, en hem het rijk Gods getoond; justum deduxit per vias rectus et ostendil illi regnum Dei; hij heeft hem gegeven de wetenschap der heiligen; dedit
tlli scientiam sanctorum; hij heeft hem gezegend in zijne zorgen en beproevingen ; honestavit ilium in lahoribus, en hij heeft hem het volle loon van zijn werk gegeven ; et cornplevit laborcm tlli us. (Sap, X.)
De dierbare overledene werd geboren den 3dcn Maart 1828, te Blerick, uit een dier echt christelijke farailien, wier hoofdbeginsel in heel hun doen en laten, in heel hunne huishoudelijke berekening en bestuur geen ander is, dan het eenig waar beginsel des Evangelies: szoekt eerst het rijk Gods, en al het andere zal u toegeworpen worden,quot; uit ouders, die met levendig geloof en diepe godsvrucht bezield, geen grooteren zegen van God meenden te kunnen ontvangen, dan een van hun kinderen tot het priesterschap uitverkoren te zien. O hoe gelukkig waren zij, en met welke vreugde troostten zij zich alle opofferingen, toen zij in hun vierden zoon. Petrus, in het stille, eenvoudig, maar rijkbegaafd kind deze roeping met grond vermoedden 1
Het christelijk huisgezin, beminde geloovigen, waar de geest der wereld niet doordringt, maar waar stille vreugde en huiselijk geluk zich paart aan levendige godsvrucht, is de eerste kweekschool, is het eerste seminarie, waar de planten groeien, die God voor zijne altaren bestemt. O hoe groeide dat kind, onder de waakzame zorgen zijner liefdevolle ouders, in deugd en in heiligheid tot jongeling op 1 TTjo gaat hij in den morgen zijns levens, geleid door Gods hand, het rechte pad op, waarop de woorden der Schrift toepasselijk zijn : justuui deduxit per vlas reclas.
Ja, beminde geloovigen, het rechte pad, dat tot een heilig leven cn een zalige eeuwigheid voert, is het pad der onschuld! Wel hem, die in zijne jeugd niet de kronkelpaden der zonde bewandeld heeft! Wel hem, die, niet begoocheld door de stem der driften, het rozenpad der wellust in zijne jeugd vermeden heeft! Wel hem, die niet in bittere teleurstelling op meer ernstigen leeftijd moet uitroepen: ambulavimus vias di/ficiles! Moeielijke wegen hebben wij bewandeld 1 Wanneer de heilige Schrift ons verklaart, dat de jongeling den weg niet verlaten zal in den ouderdom dien hij in zijn jeugd gevolgd heeft, wat rijke
verwachtingen biedt dan niet een levenslente in reinheid doorgebracht voor de toekomst van den jongeling? En hoeveel meer geldt deze uitspraak der Schriftuur voor den jongeling, dien God tot den dienst zijner altaren roept 1
De priester, wiens leven ik u als een levend voorbeeld schets, bracht zijne jeugd in onschuld door, In de eenvoudige, kinderlijke oprechtheid, die wij allen als een kenmerkenden trek van zijn karakter hebben gadegeslagen, in het argeloos vertrouwen waarmede hij zijne deugden en zijn fouten aan zijne vrienden openbaarde, gaf hij dikwijls zijne verwondering te kennen over den strijd die jongelingen, ja kinderen soms, met hunne zondige natuur te voeren hebben, en getuigde, sprekend over zijne jeugd, dat hij nooit vrijwillig een zware zonde tegen de heilige reinheid begaan had!
O, is het dan wonder, dat de genaden en de zegen des Hemels rijkelijk, als frissche lentedauw, in dien zuiveren leliekelk nederdaalden 1
Is het wonder, dat hij in de schaduw des tabernakels, eerst te Rolduc en later te Roermond, als een andere Samuël in deugd en heiligheid opgroeide ?
Is het wonder, dat hij daar aan zijne medestudenten een toonbeeld werd van vurige godsvrucht, nederige ^gehoorzaamheid, aanhoudenden studieijver?
Is het wonder, dat de begaafde jongeling, wiens gedachten door geen driften, geen zondige aangekleefdhcid in hnn vlucht belemmerd werden, uitschitterde in zijne studiën en dat zijn naam steeds onder de eerste zijner medestudenten straalde? Is het wonder, dat de maagdelijke leviet zonder aarzelen, zonder weifelen, recht door naar den dienst Gods, naar het heilig priesterschap, naar Sions heilige heuvelen opklom, en dat zoo in hem dat andere woord van het boek der Wijsheid bewaarheid wordt: et ostendit illi regnum Dei: de Heer heeft hem het rijk Gods getoond, het priesterschap namelijk, waarin zich als in de ladder van Jacob hemel en aarde vereenigen.
Was dan zijn eerste gang door het leven als die van don dage-
raad, steeds aangroeiend in licht en helderheid, hoe zal zijne deugd dan schitteren in den vollen middagsgloed ?
Op vijfentwintigjarigen leeftijd ontving Petrus Hubertus Hillen het heilig priesterschap, in 'tjaar 1853. Hoe zal ik u hem in weinige woorden als priester des Heeren schetsen? Het boek der Wijsheid zegt het ons: et dedit it li scientiatn sanctonim! De Heer heeft hem gegeven de wetenschap der Heiligen.
Zeker, beminde geloovigen, elke wetenschap versiert den priester; het katholiek priesterschap was ten allen tijde de oefenschool der wetenschap; alle eeuwen des Christendoms geven eenparig getuigenis, dat deze glorie onbetwistbaar aan de Kerk behoort ; en nu, meer dan ooit, wil de Kerk, die ook in de orde der natuur de waarheid bewaart, dat de priester in alle mensche-lijke kundigheden zich oefene; de priester immers is, volgens het woord van Christus zeiven het licht der wereld en het zout der aarde, vos cstis lux vumdi; vos est is sal terrae. Rn wanneer de wetenschap de hand der openbaring die haar moet leiden, afwijst, en op haar eigen spoor voortgaande, op den dwaalweg raakt; wanneer zij een dwaallicht wordt, dat den mensch niet leidt, maar verleidt; wanneer zij, zooals heden ten dage, het verstand, de edelste gave, tot in zijn eerste grondbeginselen bederft, wie zal dan het onheil te keer gaan, tenzij de priester, die door God als het licht en het zout der aarde aan de menschen gegeven is ? Maar toch, beminde geloovigen, er is eene andere wetenschap, veel hooger, veel verhevener, veel heilzamer dan deze; 't is de wetenschap, die niet geput wordt in de boeken der menschelijke kundigheden, noch geleerd wordt in de scholen der wijsgeeren, maar aan den voet des kruises, in het voor ons opengeslagen boek van het doorwond lichaam van Jezus Christus; 'tis de wetenschap, waarvan Paulus getuigt, dat hij niets wil weten als Jezus, en Jezus den gekruisigde: 'tis de wetenschap des geloofs, 'tis de wetenschap der heiligen: dedit illi scientam sanctorum.
O, hoe muntte de overledene Herder in deze wetenschap uit!
Allen die hem meer van nabij hebben leeren kennen, getuigen dat hij als bij uitstek de man was van een levendig en kinderlijk
geloof; dat hij, zooals de rechtvaardige, werkelijk leefde door het geloof; dat hij met Paulus kon uitroepen: »Christus is mijn leven en sterven mijn gewinquot;; in e'én woord, dat hij bedreven was in de wetenschap der heiligen.
In die wetenschap putte hij dien eerbied en die liefde tot het heilig Sacrament, tot welke hij ons, priesters, aanmoedigde, als hij zeide: sonze eerste devotie moet zijn en blijven de devotie tot het heilig Sacrament,quot; tot welke hij ook u aanwakkerde, kinderen, als hij u nooit de kerk liet verlaten, zonder met hem eerbiedig Jezus gegroet te hebben, met deze woorden: Geloofd zij Jezus Christus in het heilig Sacrament 1 't Was deze devotie waarvan gij getuigen waart, die bij de plechtige toediening der laatste Sacramenten tegenwoordig waart, als hij u, bij uw vertrek, met deze woorden, zoo liefdevol en zoo innig godvruchtig groette: Geloofd zij Jezus Christus in het allerheiligste Sacrament 1
Het was de wetenschap des geloofs, die hem dien rusteloozen ijver gaf voor het heil der zielen. Zij gaf hem die welsprekendheid des harten, dien gloed en die warmte, in het verkondigen van Gods leer; zij gaf hem dat woord, dat nu eens, sterk en machtig als de orkaan, den Ceder verbrijzelde, dan weder, zacht en liefelijk als de lentelucht, het gebogen riet opbeurde; zij gaf hem dien dorst naar de bekeering der zondaars, die hem het afgedwaalde schaap, als de goede Herder, op het verre dwaalspoor deed opzoeken: zij bezielde hem met die teedere liefde, waarmede hij de geloovigen van Wijk-Maastricht, waar hij meer dan twintig jaren aan het heil der zielen arbeidde, de geloovigen van Mheer en Beek met den Apostel toeriep: in cordibus nostris etfis ad commoriendum et convivendumGij zijt geschreven in onze harten in leven en sterven ! Charitas Christi urget me, 't is de liefde van Jezus, die mij aanspoort en aandrijft! Gij, mijne welbeminden, gij zijt mijne kroon en mijne vreugde 1
't Was in zijn onwrikbaar geloof, in de school des gekruisigden, dat hij de moeielijkste aller wetenschappen geleerd had, de wetenschap van het lijden, van het lijden in zijn door werken en zorgen afgetobt lichaam, wiens krachten niet aan zijn vurigen
geest beantwoordden en de hoogere vlucht zijner ziel niet vermochten te volgen, meer nog â van het lijden in zijne ziel.
Vaders en moeders, die mij aanhoort, 't is u pijnlijk wanneer de ziekte uw lichaam foltert en kruisigt; maar zegt het mij: is het u niet veel pijnlijker, als gij uw kinderen ziet worstelen met de ziekte, hoort kermen onder den bijtenden tand der smart, ziet schrikken voor den naderenden dood ?
O weet het wel 1 Het hart des priesters is een vader-, is een moederhart; met Paulus roept elke priester den geloovigen liefdevol toe: »door het heilig Evangelie heb ik U in Christus gebaard;quot; de genade heeft in zijn hart bij de heilige priesterwijding al de liefde, al de teederheid van een vader en eene moeder ingestort, en niemand kan zijne smart bcschnj\en als hij arme, door het bloed van Jezus vrijgekochte zielen, die aan zijne zorgen toevertrouwd zijn, voor eeuwig ziet verloren gaan!
O hoe groot, hoe smartvol moet dan het lijden niet geweest zijn van den overledene, toen hij, nauwelijks aan het hoofd zijner eerste parochie geplaatst, een gedeelte der kudde jammerlijk van den herder gescheiden zag, niet zoozeer door de boosheid der men-schen, och neen, maar uit de list des duivels, die van de omstandigheden, soms onvermijdelijke omstandigheden gebruik maakt, om als een wolf in de kudde te vallen, en deze aan de liefde van den Herder te ontvreemden.
O 't is in zulke wederwaardigheden, dat voor den priester het bange uur des lijdens slaat; dan ligt de leerling van den lijdenden Christus in zijn Gethsemani: dan heeft hij engelen des hemels noodig, om hem den bitteren kelk des lijdens te helpen drinken.
Maar laat het mij terstond er bijvoegen. God troostte den lijdenden priester.
Honestavit eum in laboribus, zoo vervolgt het woord der schriftuur; Hij zegende hem in zijn werk en in zijne beproevingen.
De ijverige pastoor van Mheer verliet niet zijne parochie, zonder een nieuwe kerk Code gebouwd te hebben, en hij had het geluk voor zijn vertrek, alle parochianen tot den herder te zien terugkeeren.
en allen, die hem de Heer had toevertrouwd, liefdevol aan zijn hart te drukken.
In 1882 werd de weleerw. Heer Petrus Hillen naar de parochie van Beek beroepen,
Wat de overledene als herder dezer parochie geweest is en hoe door God, ook hier in ons midden, zijn werk gezegend is, weet gij, mijne dierbare toehoorders, beter dan mijn woorden het kunnen verklaren; zegt het ons, o kinderen, met welke liefde, met welk talent hij U opleidde in de wetenschap des geloofs, in die eerste en grootste der wetenschappen, die, terwijl zij den geest verlicht,het hart troost, sterkt en verwarmt; zegt het ons, met welke bezorgdheid hij U tot de eerste communie voorbereidde, en hoe zijn hart van vreugde trilde, als hij u tot de tafel des Heeren opvoerde? Zegt ons, jongelingen, hoe hij ijverde om uwe onschuld te beveiligen, zegt ons, met welke belangstelling hij U, in dien gevaarvollen, vaak zoo beslissenden tijd des levens, in vrome vereenigingen, onder de banieren van Jezus' Moeder en Voedstervader schaarde?
Zegt het ons, vaders en moeders dezer parochie, welke aanmoediging in het torschen uwer zware plichten, welken raad in uwen twijfel, welken troost in uw lijden zijn priesterlijk woord op den kansel, in den biechtstoel, aan het ziekbed u wist te geven ? Zeg het mij, o dierbare parochie van Beek, welke gevoelens van dankbaarheid zich heden bij uwe smart mengen, nu gij hem ten grave ziet dragen, die de heerlijkste parel uwer kroon, uwe eendracht en eensgezindheid, een parel, die steeds uwe schoonste glorie was, door zijne gebeden en zorgen ongedeerd bewaard heeft.
En werkte hij met zoo trouwen en standvastigen ijver aan het opbouwen en versieren dier tempels des H. Geestes, hoe zou ik zijn lof kunnen verzwijgen in het bouwen van dezen stoffelijken tempel, die zijn ontstaan aan den moed, aan de zorgen, aan de ijzeren standvastigheid van dezen priester te danken heeft? O ja, dierbare Pastoor, o ja, de wreede dood mag u wegrukken uit ons midden, uwe herinnering zal blijven leven in deze parochie; ook dan, als zij, die u gekend en bemind hebben, met den spoed der winden voortgedreven op de gladde levensbaan, van het aan-
â 13 â
schijn der aarde zullen verdwenen zijn, ook dan zal uw naam nog leven, gedragen en hoog verheven door de zuilen en gewelven van dit prachtig kerkgebouw, en de verste geslachten zullen in liefde en dankbaarheid U zegenen, die genoeg kracht, en moed, en kennis bezat om, niettegenstaande de zware moeielijkheden, het groote werk te durven beginnen en voor een groot deel te voleinden.
O ja â ik weet het wel â wat U het meest hechtte aan uw even 1 't Was de hoop deze kerk voltooid te zien en den dag te beleven, waarop door de gezalfde handen des Bisschops het ruime, heerlijke gebouw, onder het gejubel uwer parochianen, Gode gewijd zou worden ; â maar, troost U, o dierbare vriend 1 de taak, die de de dood aan uwe handen ontrukt, neemt dankend de heele parochie als de hare op, en vol vertrouwen in Gods hulp en zegen, acht zij het zich ten waren plicht het afgebroken werk te voleinden en het ontworpen plan te verwezenlijken.
Zoo heeft God het werk en de zorgen van den overledene gezegend; maar ook Hij heeft hem het volle loon van zijn werken gegeven: et complevit laborem illius.
De eenige kroon, die een schoon en verdienstvol leven past, is die van een schoonen, heiligen dood; den dood van onzen beminden Herder noem ik, zonder vrees van de minste overdrijving, eenen benijdenswaardigen dood.
De meesten onder U hebben het reeds gehoord en weten van ooggetuigen hoe de Zeereerwaarde Heer Pastoor reeds sedert weken zijn krachten voelde verminderen en zijn einde naderen, maar ook hoe moedig, hoe overgegeven aan Gods heiligen wil, ik zou haast zeggen, hoe blijde hij het offer van zijn leven aan zijn God en zijn Schepper bracht 1
Hoe treffend, hoe stichtend ontving hij de laatste heilige Sacramenten! Hoe innig vereenigde zich zijne ziel met het goddelijke kind in den Kerstnacht, dat zijne teerspijze werd voor de groote reis der eeuwigheid I Met welke godsvrucht las hij zelf de gebeden der Kerk bij de toediening van het heilig Oliesel! Hoe trof het alle aanwezigen, toen de stervende Herder, na het ontvangen der
heilige genademiddelen, al zijne krachten verzamelend zich oprichtte op zijne lijdenssponde, en zijn laatste zegen uitsprak over heel de parochie van Beek, die hem zoo dierbaar was 1 O moge deze laatste zegen van den stervenden priester blijven rusten over deze parochie!
Hoe trof het mij, dierbare dorpsgenooten van Beek, toen ik mijn lijdenden vriend met de doodsbleekte op het gelaat wederzag, en hij mij zijn laatste woorden toesprak, die nooit uit mijne herinnering zullen verdwijnen. »Ik ben in de handen des Heeren, zeide hij; ik heb veel gewerkt,quot; »en nu ben ik blij dat ik sterf 1quot; O onvergetelijk woord, dat mij den trouwen dienaar teekent, die, op den avond van den moeielijken levensdag, blijmoedig den Rechter te gemoet gaat, om het verdiende loon te ontvangen 1
O ga dan blijde heen, o trouwe strijder van Christus, want de Heer wacht U met de gloriekroon 1 Ga heen, .trek blijde naar 't ware vaderland, o moede pelgrim; uwe reis door de woestijn der aarde is afgelegd, en u wuiven de eeuwige groene palmen toe van het land der onsterfelijkheid I Ga blijde heen, o trouwe priester des Heeren, God heeft het offer van uw leven aangenomen ; U wacht het Lam, wiens lof gij met het eeuwig nieuwe lied der Maagden in onuitsprekelijke vreugde zult verkondigen ! Ga blijde heen, o rustelooze bouwer van Gods woningen op aarde : het hemelsche Jerusalem, de eeuwige woonstede Gods, opent U zijne poorten 1
Terwijl niemand op een nabijzijnde einde dacht, deed de zieke in gezelschap zijner huisgenooten de gebeden der Novenen ter eere van den heiligen Jozef, en sprak zijn gewoon avondgebed 1 Helaas 1 't Was het avondgebed zijns levens 1 Eenige minuten later gaf hij kalm en bedaard, en, om zoo te zeggen, zonder doodstrijd, zijne ziel aan haren Schepper over.
Dierbare geloovigen, niet welke andere woorden kan ik deze korte schets van het leven en sterven van onzen diepbetreurden Pastoor besluiten, dan met de woorden van de schriftuur: justurn deduxit per vias rcctas ct o sten dit illi regnum Dei. Ja waarlijk, de Heer heeft U, o priester, in uw leven langs rechte wegen ge-
leid, en hij heeft U Gods rijk getoond! O zeker, dat rijk der onsterfelijkheid, dat rijk waar wij God zei ven in eeuwigheid zullen aanschouwen en beminnen, werd U aan uw stervend oog getoond, en nu, wij hopen het, â nu zingt gij Gode het danklied der overwinning in het eeuwige Sion 1
Maar ons, o Vader, hebt gij verlaten, en de stonde is aangebroken, waarop wij zelfs aan dit omhulsel uwer ziel een laatsten afscheidsgroet te spreken hebben: een afscheidsgroet in naam uwer broeders en bloedverwanten, die treuren en weenen omdat door uw dood een der dierbaarste, der hechtste banden hunner familie gebroken is 1 Een afscheidsgroet in naam van uwe vrienden, in wier geluk gij zoo ruimschoots deeldet, en wier weg immer eenzamer en eenzamer wordt op aarde 1 Een afscheidsgroet in naam van de priesters dezer parochie, die gij door woord en voorbeeld leiddet, en die gij zoo vaderlijk beniindet 1 Een afscheidsgroet in naam van den grijzen kerkvoogd, die u hoogschatte en beminde, die met u als kind speelde, die u voor drie maanden, bij zijn bezoek, zoo broederlijk en tecder omhelsde, alsof hij vermoedde dat hij U niet meer in dit leven zou weerzien ! Een afscheidsgroet in naam der armen dezer parochie, die de eerste plaats in uwe priesterlijk hart innamen 1 Een afscheidsgroet in naam van deze heele parochie, die U in uw leven beminde, en die, bij dit laatste vaarwel, in haar tranen U dank brengt voor al hetgeen gij voor haar geleden en gewerkt hebt 1
Vaarwel dan, o dierbare, welbeminde Pastoor, in ons aller naam, vaarwel! Uw lichaam gaat rusten naast uwen onvergetelijken voorganger, in ons midden, in de schaduw der kerk, die Gij den Heer gebouwd hebt 1 Wij zullen U niet vergeten na uwen dood; Gij, o dierbare Herder, bid God dat wij allen, met U vereenigd, bij het jongst bazuingeschal, met U verheerlijkt uit het graf mogen opstaan, met U in het eeuwige rijk der vreugde de kroon der onsterfelijkheid ontvangen mogen! Amen!