ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3
ocr page 4
ocr page 5

m:4

li-

r'

W:

:»:/

n

m

iü)-

ocr page 6
ocr page 7
ocr page 8

[amp; v

'■ '-*■ V vv-

imprimatur.

P. J. H. RUSSEL, Can. Prcn. et Prof. Librorum Censor.

RuhjKmundjk, 15 Novembris 1888.

r|

:)!. .

i ..T':;.: ____—

ï'

ocr page 9
ocr page 10
ocr page 11

—❖•o-

sk-

s-f—

Van UWen LIefDetroon sIer, engLenkonIngInne, MarIa, aLs VorstInne, franCIsCüs' prIesterkroon 1

-H\ Y?

—4ji !'•

•\/ i

vquot; i

—h

—h

—w|

ï4-

-H

-♦i

ssa,

—----—w—

J. ,J. EVCK, Zil.

4^3

ocr page 12

Hoofdbestuurder der Aartsbroederschap te Sittard.

onder (jetvonc omstandigheden snellen de Kinderen van Onze Lieve Vrouw van het II. Hart, de meer dan tien millioen leden harer zon bloeiende en zcjjenrvjke Aartshrocderschap, (jcestdriftifj en met gevoelens van tintelende crlcentelijlheid tot Uwen Bissehoppelvjlcen troon ta Roermond, om U, Monseigneur, door bemiddeling van 't Bestuur te Sittard, als blijk van diepen eerbied en hulde, van levendige dankbaarheid en kinderlijke liefde, deze herinnering aan de Jiedevaarten naar Limburgs bevoorrechte Stede, het U zoo dierbare Sittard, één van hart en geest, op te dragen.

liet Jubeljaar 1887, in hetwelk de. Stedehouder Gods, de Groote Paus Leo XIII, zijn Gouden Jubelfeest als Friester des Heer en met alle Katholieken van het wijde, wereldrond op zoo hartverheffende wijze vierde.

ocr page 13

dat onvcrgcidvjh Jnhcljaar is gevolyd door cm ander, dat ons herinnert aan den plechtigen stond, o Doorluchtige Kerhprelaat, toen U vóór vijftig jaar het II. Sacrament des Friesterschaps werd toegediend.

Daarom snellen met meer dan geivone geestdrift de talrijlce leden der Aartsbroederschap naar Uwen Disschoppelvjken zetel en achten zij zich zoo vereerd en gelukkig, Uwe Doorluchtige Hoogwaardigheid, bij de aanbieding van „DE MAE IA-ZO MERquot; van harte geluk tc mogen wenschen met de Gouden Priesterkroon, waarmede de Goede God Uwe achtbare slapen tooit.

O! wat jubel, Doorluchtige Kerhprélaat, bezielt Maria's bevoorrechte kinderen, bij het zien, dat, niet alleen Nederland en andere gewesten van Europa, door heilgroetcn en zegemvcnschcn hunne innige deelneming aan Uwe feestvreugde om strijd betuigen, maar dat ook uit ovirzeesche gewesten, uit Oost- en West-Indië, U de ondubbelminigste blijken van deelneming toevloeien en dat alle kinderen van SittarcVs Lieve Vrouw éénstemmig als een reusachtig koor zich om Ihven Disschoppelijkcn troon scharen om lucht te geven aan den jubelzang huns harten.

In de zoete overtuiging, dat U, Monseigneur, de ontboezemingen Uwer kinderen, ook al mogen het zelfs stamelende klanken wezen, hoogst welgevallig zijn, zingen wij U, namens alle leden der A artsbro ed er schop, dezen heil- en zegcnwensch toe:

O, moog de Gouden PricsterJcroon,

Die U zoo wonder-hemelschoon,

Uw Priesterlijke deugd ten loon,

Uit 's Hemels hooge Jubelwoon Vol schittering kwam deden,

O, moog ze als hoogste gunstbetoon U eenmaal vóór den Glorie troon Van 's Vaders Eengeboren Zoon In hoog er luister stralen!

ocr page 14

2L 0. Hf

AAN

Z. D. H. Mgr. F. A. H. BOERMANS,

Bisschop van Roermond.

Broeder in het ambt, den Jongren opgedragen Door 's Vaders Eeuwig Woord, Zijn Zoon, Zijn Welbehagen, Geen wonder, dat mij 't hart van jeugdig dichtvuur gloeit, En blijde poësie door heel mijn binnenst stoeit,

Nu U de God van liefde in fonkelende stralen Het goud van 't Priesterschap op 't achtbaar hoofd doet dalen. De band, die ons verbindt, zoo innig en zoo teêr, En onverbreekbaar is in Christus onzen Heer,

Dringt mij, U op Uw Feest een dichtkrans saam te vlechten, En aan Uw Priesterkroon een parel meer te hechten, O Bisschop van het Diocees, waar 't levenslicht,

Ook der genii, mij werd, waar ik als teeder wicht. Als jongling, alsquot; Leviet, als Priester, de eerste jaren Mijns levens wolkenloos in vreugd voorbij zag varen En zoete hemelweeld, die daar ook Uwe ziel,

Doorluchte Jubilaar, zoo ruim ten deele viel.

ocr page 15

Zoo vaak mijn dankbaar oog op de ijvrigen mag rusten,

Die uit Uw Diocees naar Indiós verre kusten

Blijhartig kwamen aangezeild, om Christus1 leer,

Door voorbeeld en door woord, te konden God ter eer,

Zoo vaak ook treedt Uw beeld, zoo minzaam, mij voor de oogen

En stijgt me een beê uit 't hart, door dankbaarheid bewogen,

Tot Jezus' Godlijk Hart, opdat (iij, Jubilaar,

Tot troost van Zijne Kerk, nog lang aan Gods Altaar

Het Vlekkelooze Lam den Vader op moogt dragen.

O! dat de Lieve Vrouw van Jezus' minlijk Hart,

De Troosteres in druk, de Heelster aller smart.

Die mijn Geboortesteê goedgunstig heeft verkoren,

Om daar der Pelgrims bee welwillend te verhooren,

U, die de Aartsbroederschap tot wijzen Leidsman strekt En hare leden staag tot vuurge godsvrucht wekt,

Steeds door Haar Moederbeö in al Uw streven stutte En op Uw levensweg beveilige en beschutte.

Totdat Gods Englenstoet U voert naar de Eeuwge Woon, Uw ijver voor Gods Huis, o Jubilaar, ten loon!

Dees hartebede rept, in geurge reukkolommen.

Zich hier geestdriftig voort uit alle Heiligdommen,

Waar 't vroom gestemd gemoed zich tot de Vrouwe keert.

Die in de Baziliek van Sittard wordt geëerd.

Batavia, 15 Aug. 1888.

K. CLAESSENS,

Aavtsbitsschvp van Siracc, de.

ocr page 16

8

DUITS CHL AND

ESSEN (RIJNLAND),

Zmn 5Ojaï)ii0ni piicficrjulUlamu

93ifct;of6 «lmi 9ïocrmciib, am 23. ©cccmbcr 1888.

em Oberhirten Heil, der fiinfzig Jahre Voll Lieb unci Treu' gewirkt im Priesterthum, Der taglich Segen spendet vom Altare Zum Heil der Seelen und zu Gottes Rubra. Dir, vielgeliebter Jubelpriester, bringen Die Deinen heute Segenswiinsche dar,

Und auf zum Himmel ihre Bitten dringen,

Dass er erhalte Dich noch manches Jahr.

Doch auch viel deutsclie Herzen schlagen heute lm Liebe Dir entgegen, und ihr Fleh'n Vereinet IVoh sich mit dem Festgeliiiite, O Jubilar, zu Deinem Wohlergeh'n.

Gott hat Dein Leben wunderbar geleitet,

Er war nuf Erden stets Dein Stab und Licht, Er hat in Dir ein Werkzeug sich bereitet. Das nicht versagt, wenn Alles biegt und bricht.

Drum grüssen -wir den grossen Tag der Ehren, Den Tag der Erende, den der Herr gemacht. Den Abend Deines Lebens zu verklaren,

Das Du ihm selbst zum Opfer hast gebracht. Der gold'ne Kranz, der Deine Stirne schmücket, Er ist des heil'gen Glaubens hehres Bild, Und was der Deinen llerzen all' entzücket. Die Liebe ist's, die aus dem Glauben quillt.

ocr page 17

Gesegnet sei der grosse Tag des Ehren,

Ihm tönet unser froher Jubelsang,

Und dankerfüllt kniet heut' vor den Altiiren Der Glilubigen Schaar in heissem Liebesdrang.

Auch Du blickst heut' in Andachtsgluth nacii Oben, O Priester Gottes, edler Jubilar,

Und iiast zum Segen Deine Hand erhoben:

O segne heute uns und immerdar!

Dem Herrn sei Preis, der zu dem hehren Amte Vor fünfzig Jahren gniidig Dich erkor;

Die Liebe, die einst in den Jüngern flammtc, Sie zog auch Dich zu dem Altar empor.

Doch Grösseres noch ward Dir von Gott beschieden, Der Dich erhoben auf den Bischofsthron,

Dass Du als Ilirt die lieerde führst hienieden Auf gute Weide, gleich dem Gottessohn.

Ja, Glaub' und Liebe waren Deine Sonne, Und Gottvertrauen Deines Lebens Stern,

Den Armen helfen war Dir süsse Wonne, Ein wahrer Jünger warst Du Deines Herrn. O segnen moge Dich der Gott der Giite, Der Gnaden Fülle strom' auf Dich herab,

Sein starker Arm Dich schirme und behüte,

Dass Du noch lange führst den Hirtenstab!

Auch unsere liebe Frau vom heil'gen Herzen, Sie stehe Dir zur Seite immerdar,

Sie bringe Hülfe Dir in Angst und Schmerzen Und miicht'gen Schutz in jeglicher Gefalir! Und hast Du manches Jahr zum Heil und Frieden Auf Erden noch gewirkt in Streit und Noth,

Dann sei Dir nach des Kampfes Müh' beschieden Des ewigen Friedens himmlisch Morgenroth!

ESSEN (Rheinland).

EWALD AUGUST JÜNGLING.

Kaplan

ocr page 18

— 10 —

TE SITTARD.

^aart 1888 knielde een pelgrim eerbiedig vóór 't Genadebeeld in |

Sittards Baziliek neder. Het was de Hoogedelgestrenge Heer HARRY BARGE, Vice-Consul aan 't Hof van Petities in Coloniën.

Na langen tijd met stichtende godsvrucht gebeden en zijne ziel aan het Gastmaal der Engelen gesterkt te hebben, bezichtigde de Vice-Consul de Baziliek, waar een tiental votiefsteenen in zijnen naam de taal der dankbaarheid spreken.

Binnen drie weken zou Z.H.Edelgestr. weêr naar Curasao vertrekken,

maar vooraf had hij gewenscht een bezoek te brengen aan 't Ursulinen-klooster te Sittard.

Wij bedankten den Hoogedelen Pelgrim voor zijn voorbeeldigen ijver in de verspreiding der devotie tot Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, waarop Z.H.Ed. minzaam antwoordde: „Onder de Negers in Curacao ben ik de eenige Witte, die Katholiek is, dus ook de eenige Witte, die 't geluk heeft Jezus'

Moeder te kennen, te beminnen en te vereeren. Steeds is het voor mij eene vreugdevolle verrassing, als ik voorwerpjes van Sittard krijg en daardoor in gelegenheid gesteld ben. Onze Lieve Vrouw van het H. Hart aan de Negers bekend te maken.quot;

WEST-INDIK.

Toen wij den Vice-Consul vertelden, dat Mgr. BOERMANS, Bisschop van Roermond en Hoofdbestuurder der Aartsbroederschap van Sittard, dit jaar zijn gouden Priesterjubelfeest vieren mag, sprak Z.H.Ed.: „U zal mij veel plezier doen, met in uw veelgelezen „Maria-Zomerquot; mijne geluk-wenschen voor den Boorluchtigen Jubilaris op te nemen, want volgaarne vereenigen de Vereerders van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart in West-Indië hunne stemmen met de duizenden uit andere landen, om Monseigneur Boermans op .zijn Jubelfeest geluk te wenschen.quot;

ém

ocr page 19

— 11 —

iMI

AAN

j: d. êc. mSr. s'. a 3f. qboer mans,

Bissclio]) van Hoermond.

!

Ook aan de overzij der waatren Van den grooten Oceaan,

Ook in Curasao werd 't juich woord Van Uw Gouden Feest verstaan,

o Doorlachte Jubilaris,

Die reeds vijftig volle jaar Uwe blijde schreCn moogt richten Naar het God-gewijd Altaar.

Ook in Curasao, o Bisschop,

Stijgen op Uw Jubelfeest Geestdriftvolle hartewenschen Tot d'oneindig lleilgen Geest,

Tot Zijn Bruid, des Vaders Dochter,

Die door Hare moederbeên Alle vrome hartewenschen In vervulling kan doen treên.

Voor U, die als Hoofdbestuurder Aan de Aartsbroederschap U wijdt En door aan haar bloei te werken,

's Heeren Engelen verblijdt.

O! moge U de Lieve Vrouwe Van des Heilands minlijk Hart,

Die Haar Sittard heeft gekozen Tot een Toevluchtsoord in smart,

U, Haar Bisschop, altoos milder Met Gods zegening belafin En de rijkste keur van bloemen Strooien op Uw levenspaan!

Moget Gij nog tal van jaren.

Tot ons aller troost en vreugd.

Tot verbreiding van de waarheid,

Van de vroomheid en de deugd.

Aan des Heeren Altaar treden En verkonden 's Heeren Woord,

Tot Gij eenmaal met de Apostlen Juublen moogt in zaalger oord!

ZHI. B-A.HC3-E,

Vice-Consul aan 't Hof van Petitiën in Coloniën West-Indiê.

ffOOFD-ZÉLATEUft.

1

Vsv

ocr page 20

12

ENGELAND.

MANCHESTER

AAN

ogw. Mgr. F. A. I. «

BISSCHOP VAN ROERMOND.

Ook in het land der fiere Britten 1 Drong, Monseigneur, de mare door Van 't ï'eest, dat Neêrlands Katholieken Vereenigt tot een reuzig koor, — Een koor, waarin de jubeltonen Van Limburgs geestdriftvolle zonen Zich huwen, in liet volste accoord.

Aan 't lied der breede Pelgrimsscharen, Die in Maria's Lievlingsoord,

Te Sittard, hare macht ontwaren.

Daar, waar eens Manlius zijn tenten In lang vervlogen jaren sloeg.

Toen Albion op haren bodem Den Adelaar van Kome droeg, —

Daar, waar thans do Industrie haar vlerken Vrij uitslaat in de breedste perken. Ook daar, o Bisschop, werd de toon Dier mare blijvol opgevangen,

En ik besloot, als Limburgs zoon, Een stroof te voegen bij die zangen:

Een stroof, waarin de taal des harten

Zich uit in kunstelooze maat.

Een stroof, waarin het goud der liefde

Slechts glanst, Doorluchte Kerkprelaat, —

Een stroof, die luid de vreugd doet schallen,

o Jubilaar, der duizendtallen.

Die in Manchesters steê zoo trouw,

In wel en wee, in vreugd en smarte.

Zich wenden tot de Lieve Vrouw

Van Jezus' nooit volprezen Harte.

O! moog het goud der Priesterkrone, Dat thans Uw achtbren schedel siert, Nog lang den vruchtbren boom bestralen, Die welig in Gods Kerke tiert! — Dan breidt hij zegenrijk steeds verder Zijn takken uit, Doorluchte Herder, Dan vloeit steeds milder hemeldauw,

Steeds rijker stroom van zegeningen Uit Jezus' Harte, door de Vrouw,

Wier smeekende Almacht wij bezingen.

Into the land of the haughty Britons My ' Lord, the news spread of the feast, that unites Netherland's Catholics into a gigantic. choir, in which the jubilant tones of Limburg's enthusiastic Sons, is joined in fullest concord to the hymn of the large bands of^ pilgrims, who, at. Sittard, Mary's (home of predilection) favoured spot, perceive Her power.

The land where, in days of yore, Manlius cast his tents, when Albion bore the yoke of Home, (or) when Albion carried the Eagle of Rome, upon her soil. The land, where trade and industry expand their wings to their fullest extent. There too, my Lord, this news was a tiding of great joy. Whence I resolved, Limburg's son, to add a word of praise:

In simple words I speak the language of the heart, in which the gold of love glistens. Illustrious Prelate, language, which reechoes the joy of the thousands, who, in Manchester, in weal and woe, in joy and sorrow, turn to the Lady and, Queen of the Heart of Jesus.

0! May the gold of the priestly crown which now adorns your venerable head, yet long shine upon the fertile tree which grows in God's Church. Then this tree will spread its branches. Illustrious Pastor, then milder dew from heaven, a richer stream of graces will flow from the Sacred Heart of Jesus, through the great Queen, whose suppliant Power we praise.

W. SASSEN,

geboren te Tegelen (Limburg),

Pastoor Ie Manchester.


• -vvw-——

*

ocr page 21
ocr page 22

— 14 —

FRANKEIJK.

^2/in

Zijne Doorl. Hoogwaardigheid

dea Bisseliop van Boermand.

Sa Grandeur

Monseigneur de


-WV^ •

-vW*-

O zalig jaar! De eeuw, die ten eimle spoedt, zal mve zegeningen aan het nageslacht verkondigen.

Van geloof en liefde ontvlamd, hebben de volken, van Oost tot West, het gouden jubelfeest van onzen grooten Paus-Koning gevierd.

Rome! zaagt gij ooit in vervlogen tijden zulk een menschendrom, enkel door do liefde in beweging gesteld, onder de rijke zuilengangen uwer heerlijke paleizen?

O Bienheureuse année!

Le siècle qui va fuir Te dira fortunée,

Aux siècles ü venir.

D'un póle a 1'autre de la terre. Les peuples excites par 1'amour et la foi. De notre grand Pontife-Roi,

Ont fêtft le cinquantenaire.

Rome, vis-tu jamais.

Dans tes fastes antiques.

Sous tes riches portiques, Tes splendides palais,

Une telle assemblée Par le seul amour ébranlée?


Onder de onverwinnelijke hand uws Sous 1'invincible main de ton fier empereur

trotschen Keizers kon de wereld het hoofd bukken; maar kon zij ooit, zonder wanhoop, met een jubelend hart, diens zegewagen volgen?

En wij, wij hebben de heele aarde zich aan de voeten eens stervelings zien verdringen, die haar den Eeuwige herinnert, en dien zij Gods „onfeilbarenquot; Plaatsvervanger noemt.

Eu aller harten zijn vrij van dwang, vrij van de minste vrees voor machtige overwinnaars.

De kracht, die hen geleidt, is die der liefde; en zonder omwegen volgen zij de geestdrift, die hen medesleept.

Le monde a pu courber la tête;

Put-il jamais, le coeur en fête,

Suivre sans déscspoir, un char triomphateur?

Et nous, nous avons vu la terre tout entière Se pressant aux pieds d'un mortel. Qui lui rappelle l'Eternel,

Qu'elle nomme de Dien, 1'Infaillible Vicaire.

Et dans tons les coeurs Aucune contrainte;

Pas lu moindre crainte De pnissants vainqneurs.

La force qui les mène,

C'est celle de 1'amour;

lis snivent sans détour L'ardeur qui les eutraifte.


ocr page 23

Aan het liart van den Goeden Herder komen wij rusten, en zijne vaderhand stort op de trouwe kudde overvloedig vrede en en geluk uit.

't Is een stroom van liefde, van vreugde en jubel, die zich, van het Vatikaan uitgaand, over de wereld stort, cn door verschillende kanalen overal de geestdrift verspreidt.

En die stroom, die de wereld verblijdt, bereikt niet zijne gezegende wateren ook Eoermoud's kinderen: zij vieren immers het gouden jubelfeest huns beminden Vaders!

O, wat zijn ze gelukkig, Uwe ware kinderen! Zij kunnen Uwe Doorl. Hoogw. hunne wenschen en hun hart aanbieden, Uwe zoete vreugde doelen, en, aan Uwe voeten neergeknield. Uwen vaderlijken glimlach verbeiden.

Ons, armen vreemdelingen, eenvoudigen voorbijgangers, uit ons vaderland gebannen, hebt Gij Uwen schaapstal willen openen en ons daarin willen opnemen.

Goede Vader! op dezen schoonen dag mengen wij onze hulde met die Uwer kinderen; moge zij het oprechte bewijs onzer teedere liefde zijn!

Moge de Hemel U nog lang voor al Uwe kinderen sparen!

Moge Hij Uwe kudde zegenen!

Er de onschuld, het Geloof, de

Hoop en de Liefde doen heerschen!

En moge Jezus' hand, als Uw laatste uur zal slaan en de dood Uwe oogen zal sluiten, ze voor het eeuwige Licht openen, dat bet geluk van 's Hemels Uitverkorenen uitmaakt!

SOCIETEIT DER PATERS VAN HET H. HART

@53

TE lt;MUENim

lis viennent reposer au sein du Bon Pasteur; Et sa main paternelle Sur le troupeau fidéle Verse avec profusion la paix et le bonheur-

C'est un torrent d'amour, de foi et d'allégresse

Inondant runivers;

II sort du Vatican, sème partout l'ivresse Par cent canaux divers.

Et ce torrent qui réjouit le monde. Sur les enfants do Euremonde,

A grands Hots se répand encor:

De leur bien-aiméPère, ils font lesnocesd'or!

Qu'ils sont heureux. Vos enfants véritables! Ils peuveut, a Votre Grandeur,

Offrir leurs souhaits et leur cceur, Partager Vos joies ineftables, Et, prosternés a Vos genoux,

Attendre un sourire de Vous.

Loin de la patrie,

Pauvres ctrangers,

Simples passagers,

Votre bergerie Pour nous voulut s'ouvrir.

Et dans sou sein nous accueillir.

A ceux de Vos enfants, nous melons notre hom-Bon Père, en ce beau jour. (mage, Qu'il porte a Votre coeur le plus sincere gage De notre ardent amour.

Que le ciel Vous garde Encor bien longtemps!

A tons Vos enfants,

Que le ciel Vous garde!

Qu'il bénisse Votre troupeau!

Y fasse régner 1'innocence,

La Foi, l'Ainour et l'Espérance,

Qu'il bénisse Votre troupeau!

Et quand se levera pour Vous, l'heure derniére Quaud la main de la mort viendra clore A os

(yeux

Que la main de Jésus les ouvre alalumière Qui comble de bonheur les élus dans les cieux.

SOC1ÉTÉ DES PÈRES DU SACRÉ-COCËUR

DE ST' SUËNTIN'


ocr page 24

— 16 —

I f A M1,

P D U A

BENIGE OOGENBLIKKEN

bij het

CTMADEB11LD TE aiTTAHD.

^lAP^agelps voelt men meer en meer behoefte om Jezus' Moeder in seiloone Baziliek te bezoeken.

Ook voor ons, die 't geluk hebben in de schaduw van dit zegenrijk Heiligdom te wonen, doet zich die behoefte gevoelen; doch als men eenige oogenblikken aan den voet van het minnelijk Genadebeeld heeft doorgebracht, dan is men wéér opgebeurd, versterkt en bemoedigd en eene inwendige stem schijnt ons op te wekken om met blijhartigheid het kruis te dragen.

Aan die behoefte om eenige oogenblikjes met Onze Lieve Vrouw van het H. Hart te spreken, voldeed ik eenigen tijd geleden en ontmoette bij het uittreden der Baziliek een Eerw. Pater Franciscaan, die mij zeide: „Ik ben afscheid komen nemen van Sittards Heiligdom. Ik vertrek naar Padua en zal 't geluk hebben een plaatsje te vinden in het Klooster, waar de veelbeminde H. Antonius geleefd heeft. In de nabijheid van zijn graf hoop ik mijne dagen door te brengen en aan do Noderlandsche pelgrims, die Padua komen bezoeken, van dienst te kunnen zijn.quot;

Spoedig hierop vertrok de Eerw, Pater Van de Ven naar Italië en het deed Z.Eerw. veel genoegen, eene doos met voorwerpjes ter eere van Onze Lieve Vrouw van het 11. Hart uit Sittard mede te nemen.

Uit Padua zond de Eerw. Pater Van de Ven kostbare relikwieën van den H. Antonius naar Sittard, en toen de Eerw. Zonen van den 11. Eran-ciscus te Padua het heugelijk bericht ontvingen, dat Z. D. H. Mgr. F. A. H. Boermans dit jaar het Gouden Priesterjubilé vieren zou, schreef de Eerw. Pater naar Sittard, dat zij ook geestdriftig zich met de Aartsbroederschap van Sittard vereenigden, om den Doorluchtigen Hoofdbestuurder dier zegenrijke Vereeniging hunne heil- en gelukwenschen aan te bieden.

Tevens zond de Eerw. Pater Van de Ven eene kleine maar echte afbeelding van den H. Antonius, gezegend op het graf van dien grooten, alom gevierden Heilige.

Dit kostbaar afbeeldsel hebben wij in 't prachtexemplaar van den Doorluchtigen Jubilaris geplaatst naast de dichtregelen uit Padua, welke wij hier laten volgen.

ocr page 25

17

I.

Geen bergen, geen stroomen, geen meer,

Geen macht, geen geweld, hoe onstuimig en fel,

Geen poging, hoe woedend, van wereld of hel,

Scheidt zielen vereend in den Heer!

Dit blijkt zoo vertroostend, nu. Bisschop der Koerstee,

Op 't Jubelfeest, dat Gij thans viert.

Van Oost en van West en van Noord en van Zuid De geestdrift om strijd zoo welmeenend en luid Tot U haar gelukwenschen stiert.

Ook wij, die als zoons van Franciscus hier leven,

In schaüw van Antonius' Graf,

Te Padua, waar eens die Lichtstarre blonk En zalvend het woord van dien Hemelboó klonk, Vereenigen ons om Uw staf.

Wij voegen geestdriftig een strooph bij de zangen,

Die 't Goud van Uw Priesterschap wekt.

En bieden U hart'lijke heilwenschen aan,

Terwijl onze beden ten Glorietroon gaon Van Wie allen zegen verstrekt.

O! moge de Algoede die wenschen vervullen.

Op voorspraak der vleklooze Maagd,

Die Koningin is in de Hemelsche Woon En alles verkrijgt van Haar Godlijken Zoon,

Wat Zij Hem al biddende vraagt!

Dan zult Gij, o Bisschop, een reeks nog van jaren

Den Herderstaf dragen met eer,

En eenmaal, met rijke verdiensten belaan. Vol vreugde in de Woning der eeuwigheid gaan. En juublen met 't Engelenheir.

een afstand, hij moge ook onmetelijk schijnen,

ocr page 26

— 18 — SMEEKBEDE

VAN DUN

DtUKtia ABTWMK

oor den Troon der eeuwge Wijsheid Treedt Antonius, en spreekt:

„Heer, die nooit een bede weigert,

„Als ze in liefde tot U smeekt!

„Neem de bede, die heel Limburg „U door mijne handen biedt;

„Zijne bede is ook de mijne;

„Goede God, verstoot haar niet!

„Knielend voor uw Troon van gunsten, „Bied ik U het offer aan

„Van zoovele kinderharten,

„Die van zuivre liefde slaan

„Voor den Bisschop hunner zielen „In zijn gouden Jubeljaar;

„Zie, hoe kinderlijk zij knielen „Om te bidden voor 't altaar.

„Hoor die bede, ingegeven

„Door den geest van liefde en trouw!

„Geef hun Bisschop nog veel jaren

„Vol van vreugde en vrij van rouw!

„Hoor hun beden! Hoe zij stijgen „Uit de ziel, zoo vol van gloed!

„Zegen, goede God, den Bisschop,

„Die zijn volk zoo bidden doet!quot; —

-----

ocr page 27

— 19 —

De WelEdelGestrenge Heer J. DEM ARTE AU,

Hoofdredacteur van de Gazette de Liége,

Ridder der Gregorius-Orde, te Luik,

namens cle Vereerders van O. L. Vr. van liet H. Hart in

111611 aan Z. D. H. Mgr. F. A. H. Boermans,

BISSCHOP VAN ROERMOND.

CINOUANTE ANS!

„Notre Dame et Saint Lambert!quot; (Devise des Liégeois.)

inquante ans ont passé depuis l'heure oil Marie Vers son trone, aux Cieux, vit venir,

Un Pontife, un Saint, un Martyr.

Devant elle abaissant une palme fleurie II lui montrait au loin, sur le vieux sol liégeois,

Un lévite a l'autel pour la première fois:

— „Reine, disait Lambert, mere du divin maitre,

„Vous savez les trésors de cette tltne de prétre,

„Ce qu'elle unit cle foi, de savoir, de vertu .....

„Liége a servi d'école a cette intelligence.

„Obtenez de la Providence „Qu'en y passant son existence „II lui rende cent fois plus qu'il n'en a reyu!quot;

— „Pontife, répondit en souriant Maile,

„D'autres que ces Liégeois, toujours chers a ton cueur,

„Ont besoin qu'une auguste vie „S'emploie a leur bonheur.

4

ocr page 28

— 20 —

„Mon tils de ce Limbourg, si fidéle ii sa mère, „Jésus tient a payer „La fidclité séculaire.

„II veut y voir s'édiiier „Un vaste et nouveau sanctuaire „D'ou puisse mon Occur, a jamais, „Sur quiconque l'iinplore épancher ses bienfaits.

„Que ta Liége a Sittard revèle „Comme il faut arriver au Dieu, mon fils, par moi:

„Dans la basilique nouvelle „Dix millions de ca'urs m'engagcrent leur foi!

„Mais pour servir de regie et d'exemple'a leur zcle, „O saint Pontite, laisse-nioi „Appeler un jour au partage „De ton episcopal et trop vaste heritage „Le prêtre, notre enfant, que nous voyons enfin „Offrir l'holocauste divin!quot;

Marie, a ces accents de bonté maternclle

Avait joint un si doux souris.

Que les cieux tout entiers en furent embellis! Le Pontife attendri s'inclina devant elle:

Un apotre, un pasteur modèle Au bercail du Limbourg était ainsi promis.

II y règne !... Et voici l'heureux cinquantenaire Du jour sacré qui vit, pour la première ibis. Sur l'autel du mystère Dieu descendre a sa voix.

Et, dans le Paradis, les deux patrons Liégeois, Bénissant de rechef le prêtre jubilaire,

Partagent, avec nous, des cieux.

La gratitude de la terre,

-w

■ jiW /

Notre Te De.uni et nos vcoux!

J. DEMARTEAU.

Liége, 8 Septembre 1888.

ocr page 29

*

WS' 11(9

i1 0

S I T T A R D.

fl

li®

i. 7f©___________________________________________ . ,.,

.^*#*^---------------^•••^

ocr page 30

— 22 —

Go tteypo namp;ciiUe.

f Anne ee ii het jaarlijks die geschenk „de Maria-Zomerv' in handen

komt, is een groote, een gedenkwaardige dag nabij.

De Doorluchtige Hoofdbestuurder onzer Aartsbroederschap, Monseigneur F. A. H. Boermans, zal den 23 December 1888 zijn Gouden Priesterjubilé vieren.

Wij noodigen onze lezers en lezeressen vriendelijk uit, op dezen heuge-lijken dag of een der daarop volgende dagen, de H. Mis bij te wonen tot intentie van den veelbeminden Jubilaris. Zóó zullen voor Mgr. Boermans, in meer dan 10,000 II.H. Missen, vurige gebeden ten Hemel gezonden worden.

De meesten onzer lezers en lezeressen zullen volgaarne ook het Rozenhoedje en het „Memorare'quot; van Onze Lieve Vronw van het H. Hart voor Roermonds Gevierden Kerkvoogd willen bidden en de aflaten toevoegen aan de overledenen der familie van den Doorluchtigen Jubilaris, die zooveel heeft bijgedragen en nog steeds bijdraagt tot den bloei onzer zegenrijke Aartsbroederschap.

W,

ocr page 31

NEDERLAND.

LIMBURG.

ST-A-TST O ES

ADRESSÉES

a

Mgr. F. A. H. BOERMANS,

Evóquo du Euremonde,

ji 1'occasion du jubilé d'or de sa prêtriso.

es ctuiirs sont transportés d'une saintc allcgresse: C'est enfin le Jubilé d'or!

Nul ne peut éviter Faiguillon qui 1c presse Ni retenir Famour dans sou pieux essor.

II faut lo célébrer, ce grand cinquantenairc

Du Prótre aimé du Ciel,

Disciple favori du saint Nonagénaire Qui fut le conducteur et le char d'Israël.

Lui-même, en ce beau jour, le premier des plus dignes,

Teint dans la pourpre son camail,

Ceint la mitre dorée et brille des insignes Que le Christ donne a ceux qui gardent son bercail.

Voila comment Léon couronna tes services

Et tes vertus et tes talenis;

Voila comment le Christ a béni tes prémices Quand d'abord il parut entre tes doigts treinblants.

ocr page 32

— 24 —

J'aime ton jubilé célébrc dans Ia gloiro

Du radicux épiscopat,

Doux Evcque! et j'cxulte et je chante victoire Au Prétre venerable, an sublime Prélat.

Puisso 1c Ciel pvêter une orcillo fidéle

Aux yccux ardents de notro Foi:

Quo dcs lustres nouveaux et qu'une ere nouvelle Datent de ce grand jour et s'ouvrent devant Toil

Oui, que ce Dicu clément qui gouverne la terre

Et qui dispose dcs humains,

To verse, O cher Pasteur, tout le flot salulaire Des iramensos bienfaits qui tombent de ses mains.

Telle on voit au désert une source féconde

Jaillir avec limpidité,

Se promencr au loin dans les champs qu'elle inondc Et répandre la vie et la fertilité.

La source e'est le Christ, source jamais tarie,

D'oü sortent ces prétres do choix Doit il aime a parer son Eglise chérie.

Pour propager sa gloiro et maintenir ses lois.

II saura prolonger ta brillante vieillcsse

Et bénii' ton Jubilé d'or;

II von dra de ton peuplc exaucer la tendresse:

Règno, O Pontife aimé! regno longtoinps encor!

J. RYKERS.

Maestricht, 5 Septembrc 1888.

ocr page 33

— 25 —

ROLDUG

OP ZIJN GOUDEN PRTESTER-JUBILÉ,

S3 nDECEIVCBER, 1888.

oort gij 't schettren langs uw zoomen, Blonde Maas, liet jubellied,

Dat den Vader lof en hulde,

Dank en trouw en liefde biedt ?

In de priesterkoren walmt het.

Door de hooge luchten galmt het;

Alle stemmen smelten saam In het loven van zijn naam.

Hoort gij 't lied van blijde zielen, Zoo verheven, toch zoo teer?

Hoort gij 't galmen, zwellen, schallen. Hem ten dank en Hem ter eer?

Van den hoogen Sint Ghristoffel,

Van de spits van Sint Scrvaas Klinkt liet hooglied van den jubel

Langs de boorden van de Maas.

Waar heur waatren het geleiden.

Door de velden, beemden, weiden.

Tot in 't heideveld van Mook,

Klinkt de jubellofzang ook:

„Heil! Hosanna ! Heil den Bisschop !

Dankbre liefde vlecht een krans Voor den Priester-Jubilaris

In don gouden jubelglans.quot;

Limburg, land der Heiligdommen !

Limburg, dierbre Vadergrond, Bisschopstroon zooveler Ileilgen,

Bakermat ten allen stond Van geloof en reine zeden,

Trouw der Kerke tot op heden.

Thans wéér toont ge, dat gij zijt Vroomgezind en Godgewijd.

ocr page 34

— 20 —

Wie er komt in naam des Heeren

Zingt gij, nimmer zingcns moö,

Uit één mond en uit één harte 't Jubelend Hosanna toe.

Zie! daar treedt hij aan, de Priester,

In het Hoogepriester-kleed.

Hebben de Englen om den schedel

Hem die gouden kroon gesmeed ?

Ziet ze schittren! ziet ze stralen!

Neon, geen eerekroon kan halen Bij den luister dezer kroon...

God zelf schonk ze hem ten loon Voor zoovele en rijke deugden;

En der jaren zilverwit Is het zinnebeeld der wijsheid,

I)ie in hem ten zetel zit.

Boven hem zweeft Limburgs schutsgeest:

„Vijftig jaren badt Gij hier „Voor het volk als trouwe Priester;

„Duld, dat deze kroon U sier'!quot;

Spreekt hij; en een krans van rozen.

Schoon en frisch als 't uchtendblozen.

Met een dauw van diamant Rijk ompareld, legt zijn hand Eerbiedvol hem om den schedel.

En daar klinkt een machtig koor,

Door de geestdrift aangeblazen.

Jubelend de wolken door:

„Driewerf heil den Hoogepriester!

„Heil den Man naar 't hart van God!

„Heil den Bisschop-Jubilaris !

„Hem te loven is genot.

„Gij, die jaren telt en dagen,

„God, aanschouw met welbehagen „Dezen Prins van uwe Kerk!

„Blijf Hem zeegnen en zijn werk!

„Is de schitter zijner deugden

„Hem de schoonste jubelglans,

„Ook de liefde zijner kindren

„Is zijn schoonste gloriekrans.quot;

A. H. M. RUYTEN.

ocr page 35

— 27 —

AAN

^ÏCcf Z. d\ CÏ. 9ll QBOC ontandy

den onvermoeideu Koomsclien Pelgrim,

KIJ GELEGiENIIEID VAN ZIJN

S®-Jtflg Prlesterfewti

aangeboden door een medepelgrim.

e wintersneeuw bedekt den hoogen Alpentop,

Die, door den middagzonne-luister overstraald,

Gelijk een vuurkolom, met goud en glansen praalt.

Terwijl het grastapeet, door 's uchtends pareldrop Bedauwd, nog prijkt met bloemenpracht en bloesemknop;

Als waar' de lieve lente in 't bergland neergedaald.

Zoo rijst Uw beeld, o jublend Kerkvoogd, voor ons oog!

De sneeuw der jaren vlokt om 't eerbiedwaardig hoofd, Terwijl de zonnestraal der wijsheid, van omhoog,

U tot een liehtzuil maakt, die nooit haar luister dooft.

't Gebed kwikt als een dauw het priesterlijk gemoed En teelt er deugden — bloemen Gods! — in overvloed.

Zoo lacht de lente steeds in 't God-gewijde hart.

Dat, bij der jaren storm, don storm der jaren tart.

Roermond. JAC. VUANCKEN.

.....

ocr page 36

— 28 —

D« lit

IN APRIL 1888.

1.S men te Sittard in de nabijheid der Baziliek komt, voelt men zich als 't wave gedrongen dit aantrekkelijk Heiligdom binnen ^' te treden en er minstens eenige oogenblikken vóór don Gena-detroon van Onze Lieve Vrouw van het II. Hart door te brengen.

Deze zoete aantrekkingskracht ondervond ik den laatsten Zaterdag van April, toen mijn weg langs Sittards gevierd Heiligdom voerde. Reeds op eenigen afstand hoorde ik krachtige mannenstemmen volheerlijk den lof zingen van de Gezegende onder de vrouwen.

Toen ik de Baziliek verliet, hoorde ik, dat hot Fransche Paters waren: Les Ohlatcs de l'Immaculéc Conception. Na aan zes altaren de H. Mis te hebben opgedragen, hadden zij zich rondom den Genadetroon van de Hoop der hopeloozen geschaard en uit volle borst een loflied, Jezus1 Moeder ter eere, gezongen.

De Eerwaarde Fransche Pelgrims, die voornemens zijn een Noviciaat in het Bisdom van Roermond te vestigen, kwamen dit plan aan Onze Lieve Vrouw van het II. Hart toevertrouwen.

Verhoor, o Sleuteldraagster van Jezus' liefdevol Hart, de vurige beden dezer Eerwaarde Pelgrims, en de Kloosterlingen van het Noviciaat, onder Uwe hoede begonnen, zullen U op eene bijzondere wijze vereeren en U vaak komen aanroepen onder den schoonen en hartverhelïenden titel „Onze Lieve Vrouw van het H. Hart!quot;

Ja, stort Uw zegen mild, o Magcd hoogverheven.

Wier Moederbeden diep in 't Hart van Jezus gaan, Op Uwe Oblaten uit, die, Frankrijk uitgedreven,

In koor om Uwen troon te Sittard kwamen staan!

ocr page 37

HIT SEHlll BEI BÜCHT.

IUWlij|1':T tooneel, dat wij gaan beaclirijvcn, heeft plaats te Parijs.

Ijl Ba K]j 't Is avond, kwart voor negen. Voor nquot; 31 van de straat de Sèvres houdt mot H m gj' een ruk eeu rijtuig stil, welks portieren voor eiken blik ondoordringbaar door Irtftfjai zware gordijntjes gesloten zijn. Een man stapt er uit en belde aan de kleine deur van het klooster der Jezuïeten aan, welks drempel zoo vele boetvaardige zondaars met een rouwmoedig hart overschreden hebben. De deur gaat open en de portier verscheen met een vragenden, uitvorsohenden blik.

— Pater do Ravignan? ik moet hem spreken zonder uitstel. — De Pater is op zijn cel. Maar zoo laat ontvangt hij niemand, kom morgen terug, Mijnheer!

— Onmogelijk! üe zaak is te gewichtig, te dringend. Zij eischt den grootsten, den onmiddellijksten spoed. Ik moet hem spreken, van avond nog, tot eiken prijs. — Ik herhaal u. Mijnheer, dat de Pater zoo laat niemand ontvangen kan en dat de huisorde en de voorschriften van den H. Eegel.....

— Geen huisorde, geen reglement kan hier in aanmerking komen, liet gaat om het leven, om de ziel van een mensch! — klonk het scherp, snijdend en gebiedend. — Breng mij oogenblikkelijk naar de kamer van Pater de Ravignan.

En er was iets zoo gebiedends, iets zoo uit den hooge in de houding, in den toon der stem, in de uitdrukking van het lijne maar scherp geteekende gelaat, in het staal zijner oogen, dat de portier boog, een licht nam en den vreemdeling de trappen op, door de gangen, tot aan de kleine cel van don beroemden Pater bracht.

In die kleine kamer was, op een bidstoeltje, eenvoudig zoo als alles wat gij zaagt, een man geknield in het gebed, het hoof.1 gebogen op de borst, voor een Christusbeeld, dat voor hem aan den muur hing. Zijn oogen waren gesloten, zijn handen gevouwen. Onbewegelijk zat hij daar, gij zoudt gezegd hebben een standbeeld van het gebed. Een lampje wierp wijfelend schaduwen en onzekere omtrekken rondom hom heen, en deed van tijd tot tijd in een wonderen gloed het met doornen gekroonde Christusbeeld schijnen, dat boven zijn hoofd de uitgerekte armen over hem uitstrekte.

Niet weinig verwonderd zag hij op, toen hij de deur zag opengaan en een vreemdeling, onaangemeld, binnentreden. De vreemdeling was groot van gestalte, een indrukwekkende verschijning, eenvoudig maar zeer gezocht gekleed, en scheen 50 jaren oud te zijn.

— Wie zijt gij? Wat wilt gij? — vroeg de vrome Priester oprijzend, met een stem vol zachte goedheid maar niet minder vol verwondering. De man sprak een naam uit. De Pater alleen kon hem verstaan. Toen ging hij voort op smeekenden, maar onweder-staanbaren toon: — Geloof mij. Eerwaarde Pater, niet dan de dringendste, de onvermij-delijkste beweegredenen doen mij zoo laat nog uw rust en de stilte uwer kamer storen. Ik kom voor een stervende die u vraagt. Er is geen oogenblik te verliezen, want hij zal den morgen niet halen, en van u alleen verwacht hij den vrede zijner ziel.

— Dat vertrouwen treft mij diep en eert mij, maar ik oefen hier geen parochiedienst uit, het is ook niet in mijne gewoonten noch in die van onze orde, om de stervenden

te gaan bijstaan, en overigens, het is zoo laat, geen uur moer om..... — Pater, ik bid

en smeek u, laat u toch bewegen door mijn smeeken, in den naam van een ongelukkige, die u roept. Voor één keer, laat uw gewoonten varen om een ziel te redden. Gij zult het voor God te verantwoorden hebben, zoo gij weigert de laatste hulp den arme te verleenen, die ze inroept eer hij den laatsten snik gaat geven.

— Welaan! sprak de Pater, ik ga mede! — en zijn dunnen versleten mantel nemende, dien hij om zijn magere gestalte sloeg, volgde hij den onbekende, maar niet zonder eenige onbewuste aarzeling en zonder eenige onrust.

Het rijtuig met de dichte gordijnen wachtte nog altijd voor de deur, als een zwarte massa in de diepe duisternis, druipend van regen. De vreemdeling opende met een zekeren haast het portier en Pater do Ravignan stapte in. Maar nauwelijks was hij in het rijtuig of een tweede man, die wegschool in de duisternis, greop hem aan met kracht en snoerde hem den mond dicht, terwijl zijn makker, in tijd van een oogwenk, hem blinddoekte.

Elke weerstand was een onmogelijkheid. Pater de Ravignan dacht er ook geen oogenblik aan en zijn ziel, steeds gerust en gereed voor God te verschijnen, gaf zich geheel aan Gods II. Wil over. Toen ging het op en af, heen en weer, langs allerlei zich kruisende omwegen, door een waar d.iolhof van straten, en altijd in de doodelijkste stilte. Niemand sprak. Eindelijk rolde bot rijtuig onder een koetspoort binnen, waar do raderen niet gehoord werden, evonmiu als het getrappel der paarden, en waarvan de buitendeuren onhoorbaar dichtvielen achter hun rng. liet portier werd geopend, de twee gevangenbewaarders van Pater de Ravignan leidden hem behoedzaam en voorzichtig van beide zijden. Zij bestegen eeu breede steenen trap. Mond en oogen bleven dicht gebonden,

ocr page 38

— 30 —

en men bracht hem in een afgelegen vertrek, wnar niet het minste gedruisch in doordrong. De twee mannen lieten hem toen los van beide kanten, lieten hem mond en oogen vrij, en trokken zich in een hoek terug, fluisterend sprekend.

Het was een groot en naakt vertrek. Geen stoel, geen enkel meubel. De vensters waren zorgvuldig gesloten. Een kleine lamp stond op een marmeren schoorsteen en verlichtte alleen met eon twijfelachtig, schemerend licht dit geheimzinnig en vreeselijk somber tooneel. Een scherm, met groote bloementakken geborduurd, verborg een der paneelen van den muur. De twee onbekenden wezen er, met een kort gebaar, Pater de Eavignai; op. — Daar, zei met een ernstige stem, de vreemdeling uit de straat de Sèvres, daar, achter dat scherm, bevindt zich een man die sterven gaat. Hij wacht u. Voor hem ben ik u komen halen. Gij gaat zijn biecht hooren. Maak spoed, en weet dat met alles, wat gij zult gezien en gehoord hebben, uw leven op het spel staat. Maar uw priesterlijk karakter is ons een zekere waarborg, dat gij het gehoim zult bewaren, het is voor u een heilige wet. En nu — doe uw plicht.

Zonder iets te antwoorden deed Pater de llavignan eenige stappen in de aangewezen

richting, het scherm verdween..... en..... o afgrijselijk schouwspel! de Pater zag zich

tegenover een man tot aan den hals in den muur opgesloten, en wiens bleek gelaat hem met glazige, als versteende oogen aanzag.

De ingemetselde sprak zijne biecht met een verdoofde stem, welke een ijzige schrik in zijn keel vastsnoerde. Hij maakte het geheim bekend van het vreeselijke drama, welks stervend slachtoffer hij was, en ten laatste kon uit zijn verdroogde keel, zijn brandende adem nauwelijks eenige klanken meer uitbrengen. Bij elke inspanning werd het aangezicht valer, het oog onzekerder, en het doodszweet parelde langs de blauwe slapen, waar de angst zijn klauw had gezet. Het was de laatste strijd tusschen het leven en den dood, die er gestreden werd op dit koud en steenen bed, waarin do stervende, uitgeput en waanzinnig van angst, zich voor eeuwig bedolven voelde.

Na de troostende woorden der H. absolutie uitgesproken te hebben, na den laatsten heiligen zegen, waar geloof en godsvrucht als in samensmelten, gaf de kloosterling dien mensch, of liever aan dat lijk, den kus des vredes. Toen keerde hij, kalm en zwijgend, tot de twee onbekenden weêr, die hem wachtten. Men bond hem de oogen opnieuw, maar liet hem den mond vrij. Hij daalde de breede steenen trap af, zij stapten in het rijtuig, en zijn twee stomme bewaarders brachten hom, na dezelfde om- en kruiswegen, tot voor de deur van de straat van Sèvres. Daar gekomen, hielp hem een der mannen om het rijtuig te verlaten, nam den blinddoek weg, groette hem met eerbied en sprong met een wip in het rijtuig, dat in allerijl in de duisternissen van den nacht verdween.

Pater de llavignan betrad weder zijne cel en zag op de klok. Het was middernacht.

Dien nacht sloot hij geen oog, de slaap ontvluchtte zijne legerstede, altijd had hij voor zijn oogen, open of dicht, het spookgezicht van dat bleeke gelaat, in doodsangst ontsteld, dat hij dien nacht gezien had. De man had hem zijn naam gezegd, de namen zijner beulen, de onbekende oorzaak van zijn sterven. Hij wist alles, maar hij mocht niet spreken. Het biechtgeheim sloot zijn lippen, terwijl de beulen het steenen graf sloten van het arme slachtoffer. Zijn priestereed veroordeelde hem tot een eeuwig stilzwijgen.

Wat een hulde, door die afgrijselijke misdadigers aan het geloof gebracht, aan het karakter, aan de deugd van een man. Zij wisten dat hij het geheim kende, dat hen in het verderf kon storten, en vertrouwen, dat de priestereed nooit zou gebroken worden.

Ook is hij het nooit geweest, en dat is een der aangrijpendste karaktertrekken van de geschiedenis van het priesterschap. Zeker! afvallige, zondige priesters zijn er geweest. Velen, in den loop der tijden, hebben zich aan velerlei misdaden en zonden plichtig gemaakt. Geen heeft ooit het geheim der biecht verraden; dan zelfs, wanneer zij al hunne plichten met voeten trapten, dien plicht hebben zij altijd volbracht en gehouden.

Voorzeker, Pater de Kavignan was de man niet. om dien plicht ontrouw te worden. Hij kon al de feiten en omstandigheden bekend maken, die niet met de biecht in betrekking stonden, maar voor het overige was hij gebonden. Dat hoorde God toe.

's Morgens bad hij lang, in diepe overwegingen verzonken, voor zijn crucifix. Toen stond hij op en begaf zich tot den prefekt van politie, verhaalde hem het bezoek dat hij gehad had, het dwalen en rijden door de straten, het onbekende huis waar men hem had heen gebracht, het vreeselijke schouwspel, waarvan hij getuige was geweest, en zijn geheimzinnigen terugkeer naar de Sèvresstraat. •— Kent gij het slachtoffer? vroeg de prefekt. — Ja! — Kent gij den naam der beulen? — Ja! — En gij kunt die niet bekend maken? — Neen! —- Gij kunt geen nadere inlichtingen geven over de gebeurtenissen van den nacht? — Neen! onmogelijk. Ik heb alles gedaan wat ik kon doen, alles wat ik moest doen. Ik heb in geweten gehandeld, zooals ik handelen moest. Het overige is uw zaak. Eu Pater de Kavignan keerde in zijn cel terug.

Kciit.

J. E. H. MENTENgt;

ocr page 39

— 31 —

VA-isr

Omi© M©¥© Ytqww ia 3t Mtittd

NAAR

#. 1. Piouiu na» 't i|. Ïlaït.

cJflfoe meer titels, hoe meer vreugd, zeide de II. Joannes Berchmans, van de H. Maagd sprekende.

Dit schijnt ook de leus te zijn van de jeugdige studenten der EE. PP. Redemptoristen van Roermond.

Immers de Bedevaarten naar Sittard werden dit jaar door deze jeugdige keurbende geopend.

Met de meest stichtende godsvrucht en den diepsten eerbied woonden zij de H. Mis bij, welke door den Eerw. Pater Lohmeyer in de Baziliek werd opgedragen.

De Vereerders van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart zullen ongetwijfeld dit stichtende voorbeeld navolgen en, als zij Sittard bezoeken. Onze Lieve Vrouw in 't Zand niet vergeten.

Daar zullen ze ook dit jaar den Doorluchtigen Jubilaris van Roermonds Bisdom op bijzondere wijze gedenken en met hart en ziel het volgend gebed voor Mgr. Boermans storten:

Verhoor de hartebeê, o Lieve Vrouw in 't Zand,

Die we uit dit Heiligdom tot U ten Hemel stieren Voor Roermonds Kerkprelaat, die in den Priesterstand Zijn Gouden Jubilé met hemelvreugd mag vieren!

O! bid Uw dierbren Zoon, dat Hij tot aller vreugd

Nog lang den mijter draag en 't Altaar mag betreden En dat Hij eens tot loon van zijn verheven deugd

Hoog zeetien mag in 't Rijk van 't eeuwig zalig Eden!

^......H;......

ocr page 40

— 32 —

DE FRANCISCUS-GEOT

OF MSS BÏM1D G0B81SA.

n een lachend dal van 't eiland Corsika, niet ver van Bonifacio verwijderd, lag eertijds hot sclioone klooster van Sint Juliaan. Van do eens zoo heerlijke gebouwen zijn thans slechts armzalige bouwvallen over; de hoofdmuren van het klooster en de kapel zijn staande gebleven. De stichting van dat Godshuis wordt toegeschreven aan den H. Franciscus.

In zijn heiligen ijver voor het heil der zielen, was de bekeering der Muzelmannen de droom van dezen Heilige. Om die reden trok hij naar Spanje, ten einde van daar, zoo noodig, naar Afrika over te steken. Doch God had het anders gewild: een zware ziekte dwong den grooten apostel naar zijn land terug te keeren. Een hevige storm zou evenwel het vaartuig in het verderf hebben gesleept, hadde het zich niet bijtijds gered in de veilige haven van Bonifacio.

Het was in het jaar 1214. Bij de koorts, die Franciscus reeds afmatte, was de plaag der zeeziekte hem nog overvallen, en moer dan ooit werd hem rust aanbevolen, en vorderde zijn toestand aanhoudende zorgen.

Om van zijn averij te bekomen had het geteisterde schip eenige dagen noodig; en daarom ried men den Heilige aan, een onderkomen te zoeken bij den pastoor van Catarana, die hem met genoegen zou opnemen. Het dorp lag slechts een steenworp ver, ter plaatse waar nu Saint-Julien ligt. Franciscus sleepte zich voort tot aan de kloosterdeur, maar geen leven scheen te wonen binnen die muren, daar de engel van den slaap erover was nedergedaald.

„Wie is daar?quot; vroeg een zware stem, nadat dc zieke een poos geklopt en gewacht had. — „Ik ben hetquot;, was het naïeve antwoord.

„Ik twijfel er niet aan ; maar wie zijt go ?quot;

„Een arme reizende, van ziekte en vermoeienis uitgeput, die in Christus' naam om gastvrijheid smeekt.quot;

„Waar komt ge vandaan zoo laat ?quot; — „Uit Spanje.quot;

„Uit Spanje, het land der ongeloovigen! zijt ge soms een dier zeeschuimers, die bij ontij onze kusten uitstroopen ? Zoudt ge misschien met mij willen doen wat men laatstelijk met mijn medebroeder van de kust van Vico gedaan heeft? Wacht even, vriendschap! Ik zal de noodklok luiden, en u alle inwoners van Catarana op de hielen jagen!quot; was het lang niet malsche antwoord van den broeder-portier.

ocr page 41

— 33 -

„Ik ben Italiaan,quot; smeekte de zieke, „en van Assise tehuis.quot;

„Bewijs me dat! Hoe heet gc ?quot; — „Franciscus.quot; — „Franciscus! Dat is alvast een Heilige, die niet in den kalender staat. En verder, wat drommel gingt gij in Spanje doen ?quot; — „De ongeloovigen bekeeren.quot; — „Gij zijt dus priester?quot; — „Die eer heb ik nog niet; maar ik ben kloosterling.quot;

„Van welke orde?quot; — „Van die der Minderbroeders.quot; — „Wat is dat? Minderbroeders? Die orde bestaat ook al niet in de Kerk...quot;

„Ach, doe open, als ik u bidden mag; het stormt en ik ben ziek. Maak open in Gods naam ! Het kleed, dat ik draag, zal getuigenis afleggen van de waarheid mijner woorden.quot;

„Sinds wanneer maakt liet kleed den man ? Overigens, ik ben ook arm als Job en heb u geen legerplaats aan te bieden. Aldus, om deze en andere redenen, maak ik niet open. Ga maar een beetje links; daar vindt ge een grot, waar go ten minste buiten den regen zijt. Goeden nacht 1quot;

En Franciscus stond alleen en van allen veracht. Maar de Heilige zag in die afwijzing en vernedering een beproeving der Voorzienigheid en strompelde verder. Inderdaad vond hij de grot, en vlijde zich op den grond neder om er den nacht door te brengen.

Doch een dorpeling, die toevallig wakende was, ontwaarde plotseling een helschittercnd licht, dat gloeide om de spelonk; hij zag eene ster er boven' als eens boven Betblehems stalleke, en engelen, die af en aan gingen. Weldra was het geheelc gehucht getuige van het wonder. Men liep den pastoor verwittigen. Deze erkende zijn misslag en riep uit: „Ik heb gastvrijheid geweigerd aan een Heilige 1quot;

Aan het hoofd zijner parochianen trekt de priester nu naar de grot. Maar ster en engelen zijn verdwenen. Voor den Heilige geknield, smeekte de pastoor hem van zijn huis gebruik te maken, met hom aan te zitten, en bij hem zijne genezing af te wachten. Maar Franciscus weigert. Drie dagen nog bleef hij wonen in de spelonk, en de herders des dorps brachten hem spijs en drank. Toen was hij genezen, doch alvorens te vertrekken, genas hij de zieken en kranken der arme herdersbevolking.

De grot bestaat nog altijd, met de steenen bank er in, waarop de H. Franciscus, volgens de traditie, gerust heeft. Men meent in den harden steen, die lenig werd om tot rustplaats des Heiligen te dienen, nog de indrukken te speuren van zijn lichaam. Wat er van zij, de Heilige vergat Corsika nooit. Later stichtte hij op het eiland verschillende kloosters, onder welke dat van Sint Juliaan. Geen Heilige is er zoo populair als hij. Hot komt niet zelden voor, dat ge bij 't geven van een aalmoes, tot antwoord krijgt: „Sint Franciscus zal het u loonen !quot; En als go 's nachts aan een woning zoudt aankloppen, zoudt ge de vrouw des huizes tot haar kinderen

booren zeggen: „Maakt vlug open; doet niet zooals de pastoor van Catarana 1quot;

-----

ocr page 42

— 34 —

Voor God en voor 't Vaderland.

et Gezelschap of de Compagnie van Onze Lieve Vrouw van het |j jjart js eene af(]eeiing (ier Aartsbroederschap van Sittard. De leden dezer heilrijke Vereeniging stellen zich ten doel elkander aan te moedigen, geregeld tot de HH. Sacramenten te naderen en in deze heilmiddelen kracht en moed te putten, om in de maatschappij nuttige leden te worden voor God en voor 't Vaderland.

Deze zoo bloeiende Compagnie van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart nam haar oorsprong te Sittard en was aanvankelijk een klein mosterdzaadje, zooals de werken Gods zich ontwikkelen.

Vijf mannen van de werkende klas hadden den moed de heerlijke taak op zich te nemen, om, onder de krachtige bescherming van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, leden voor de Compagnie aan te werven. En — heb dank, o Maria! — nu telt de Compagnie reeds bij de 800 leden.

De Afdeeling van Maastricht, onder leiding van den volijverigen Directeur, den Eerw. Heer Hoen, was den eersten Zondag in Mei te Sittard.

„Ik ben uiterst tevreden over mijne manschappenquot; zeide de Eerw. Heer Directeur, „zij stichten elkander, door geregeld te naderen tot de Heilige Sacramenten, en doen Onze Lieve Vrouw van het H. Hart alle eer aan.quot;

Troostende getuigenis, niet waar, lezer? vooral in dezen tijd van zedebederf.

Ongetwijfeld zal Onze Lieve Vrouw van het H. Hart hare Compagnie meer en meer zegenen en beschermen. Zeer zeker zal Zij uit Jezus' nooit volprezen Hart steeds rijkere gunsten en genaden doen toestroomen aan den Eerw. Heer Directeur, den President, de Hoofdleden en het Zangkoor, die geen moeite sparen om aan de Bedevaart naar Sittard allen luister bij te zetten.

In October is de Compagnie van Maastricht den Maria-Zomer te Sittard komen sluiten en heeft als ex-voto een schoon kasuifel voor de Baziliek medegebracht.

Voer in Uw Compagnie aan Uwe Moederhand, — Wij smeeken het U, Maagd, met vurige gebeden Tot meerder eer van God en heil van 't Vaderland, Een grooter aantal steeds van ijvervolle leden !

ocr page 43

Mm ©©a :

een heerlijken avond.

as de morgen van den eersten Zondag in Mei schoon en plechtig, i de avond was niet minder heerlijk en indrukwekkend. De

pelgrim te Sittard kan niet dan met moeite van de Baziliek

scheiden. Zoo was het ook met mij gesteld. Ik had 's morgens de stichtende Compagnie van Maastricht zien aankomen en die mannen hartelijk hooren bidden. Toch wilde ik tegen den avond nog een bezoek aan de Baziliek brengen.

De processies waren vertrokken, alles was stil en rustig. De Baziliek was wéér zoo zindelijk, zoo netjes, zoo frisch, alsof er niemand in geweest ware. Daar gaat de binnendeur open, en zie! een lange rij jonge dames, met witte sluiers en brandende kaarsen, knielen stichtend in de Baziliek neder.

Eene dame, die mijne verbazing bemerkte, had de goedheid mij te zeggen: „Dat zijn de Congreganisten hier uit het Pensionaat der Ursulinen. Ook ik ben hier te Sittard in 't Pensionaat geweest. O! onze processies, dat was voor de Congreganisten een hemelsch Feest!quot;

En inderdaad, ik moet het bekennen, de dame overdreef niet, want het was waarlijk hemelsch. De lange rij der Congreganisten deed mij onwillekeurig denken aan de Engelen des Hemels. Al zingende knielden zij neder, terwijl de Eerw. Directeur der Congregatie het Tabernakel opende, om het Allerheiligste naar de Congregatiekapel te brengen, Wij mochten den stoet volgen. De kleine Congregatiekapel was smaakvol en rijk versierd. Het beeld der Onbevlekte Maagd prijkte in een zee van licht.

Diep was de indruk, dien ik bij dit alles ontwaarde. Na het plechtig Lof zeide ik tot de dame: „Hoe schoon, hoe stichtend!quot; „Jaquot;, hernam zij, „heeft u ook in de nabijheid van 't Allerheiligste de lieve engeltjes gezien? Dat zijn kleine Pensionairen.quot;

Later vernam ik, dat het Pensionaat der kleinen bij de Ursulinen te Sittard van dat der grooten gescheiden is, hetgeen, mijns inziens, heilzaam moet werken op de opvoeding der kleinen. Er zijn kleinen uit Engeland, Duitschland, België en de Nederlanden, zoodat zij al spelende de talen leeren spreken. Ook als men de gebouwen dezer schoone inrichting beziet, begrijpt men al aanstonds, dat de toeloop der pelgrims aan het Pensionaat volstrekt niet hinderlijk kan wezen.

Het schoone en doelmatig ingerichte gebouw van 't Pensionaat ligt op een grooten afstand van de Baziliek en de receptie-salons.

ocr page 44

3G

Verwekken dus de Bedevaarten hoegenaamd geen stoornis voor de kostschool, van den anderen kant is het troostvol voor de ouders te mogen denken, dat hunne kinderen, in de schaduw van het zoo beroemde Heiligdom, door de ijvervolle Dochters der H. Angela in alles, wat tot eene godsdienstige en beschaaide opvoeding behoort, degelijk onderwezen en tot ware deugd en godsvrucht gevormd worden.

Ongetwijfeld zal Onze Lieve Vrouw van het II. Hart do gebeden dier kinderen verhoeren, die zoo nabij hare Baziliek de lente des levens doorbrengen, en de mildste zegeningen over do families der Pensionairen uitstorten.

Gelukwensch der Pensionairen

Aanvaard, o Monseigneur, op 't Gouden Priesterfeest,

Dat U Gods hooge gunst gezond en blij laat vieren, De zegenwenschen, die wij, één van hart en geest. Met ware dankbaarheid eerbiedig tot U stieren!

O! moog de Goede God, op voorbsê van de Vrouw,

Wier macht op Jezus' Hart èn aard èn Hemel zingen, U nog een lange reeks van jaren, vrij van rouw, In ongestoorde vreugd zijn Altaar doen omringen !

Dit is de vuurge wensch, Doorluchte Kerkprelaat;

Om wiens vervulling we onze bec ten Hemel zenden; Die wensch wordt wis verhoord, daar heel ons Pensionaat Zich voor U tot de Vrouw van Jezus1 Hart zal wenden.

De Pensionairen der Ursitlincn te Sittard,

ocr page 45

jpek, lof en dank aan Onze Lieve Vrouw van het h, Hart, aan die goedhartige Moeder, welke zoo gaarne bij haren Zoon ten beste spreekt voor hare kinderen!

Vol vertrouwen heb ik mij tot Haar gewend, om hare machtige voorspraak af te smeeken; Zij heeft minzaam het oor geleend aan mijne beden, Zy hesft zich voor mij tot haren Zoon gericht, op hare voorbede vooral is mij de genezing van eene kwaal geworden.

Maanden lang leed ik aan eene felle maagkwaal, welke ten laatste tot eene hevige zwering overging; doch ik ben gered, en ik schrijf mijne genezing vooral aan de voorspraak toe van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart.

Voor deze en vele andere gunsten, welke wij aan de tusschenkomst onzer Hemelsche Moeder verschuldigd zijn, kom ik, zoodra ik wat sterker ben, met mijne dierbare moeder en zuster, O. L. Vr. van het H. Hart te Sittard bedanken en Haar een offer als blijk van erkentelijkheid aandragen.

O! moge dit mijn schrijven iets bijdragen, om anderen aan te zetten zich vertrouwvol te wenden tot de Behoudenis der kranken, tot de nooit volprezen Onze Lieve Vrouw van het H. Hart!

JEANNETTE VAN DINTHER OMES, Oscn, 7 Mei 1888. Zelatrice.

........W'

Wat een Bedevaart zijn moet.

tocht of vaart aan, welke biddend wordt afgelegd. Als men een weg zoo atiegt, komt er gewoonlijk, door Gods wijze beschikking, een of andere versterving bij. Aldus kan men zeggen, dat een Bedevaart een boet- en bidweg is, waardoor de Christen eene openbare belijdenis doet van zijn geloof en eenig Heiligdom bezoekt, waar de goede God op eene meer bijzondere wijze zijn volk met gunsten en zegeningen wil overladen.

Dat moet een Bedevaart zijn. Dit is de Bedevaart van Schinnen.

4

ocr page 46

— 38 —

Den tweeden Zondag in Mei kwam de schoone, groote processie van Schinnen naar Sittard. De Eerw. lieer Kapelaan Habets begeleidde haaien herhaalde, wat Z.Eerw. jaarlijks zegt: „Zoolang de Processie van Schinnen den weg blijft afleggen onder gebeden en versterving, zoolang zal het voor den Zcereerw. Heer Deken van Schinnen en voor mij een waar geluk zijn, de Bedevaart van Schinnen naar Sittard aan te moedigen.'1

Schoon en stichtend is deze processie van 1500 biddende pelgrims, die de Hoop der hopeloozen in Sittards Baziliek komen vcreeren.

De Eerw. Heer Kapelaan Habets sprak den pelgrims een hartelijk woord toe, en zeer zeker heeft O. L. Vr. van liet H. Hart hare moederblikken op dezen volijverigen Maria-vereerder met innig welgevallen laten rusten.

Het zangkoor uit Zwijkhuyzen zong de Hoogmis, en wel met eene juistheid, welke stichtte en den koristen alle eer aandeed.

Mogen God en zijne Heilige Moeder de brave en volijverige Herders, de vrome Broedermeesters, de stichtende pelgrims van Schinnen en Zwijkhuyzen zegenen en beschermen, en wij jaarlijks de blijde getuigen zijn van de steeds meer en meer in bloei toenemende processie van Schinnen!

UKPJi v. Zeereerw. Pater H. Schoonbeek, Kapelaan in de omstreken van Breda, was te Sittard, toen de schoone processie van Schinnen te Sittard arriveerde. Hij had de hartelijke preek van den Eerw. Heer Habets bijgewoond, hij was getuige geweest van de stichting der pelgrims, hij had de heerlijke kerkmuziek gehoord van het zangkoor van Zwijkhuyzen, en Z.Eerw. voelde zich gelukkig 's middags een woordje van stichting tot de pelgrimss te kunnen richten.

Schoon en indrukwekkend was de toespraak van Pater Schoonbeek, en de pelgrims van Schinnen, Puth en Zwijkhuyzen betuigen Z.Eerw. hiervoor hartelijken dank en koesteren de hoop, een volgend jaar den ijverigen Pater Honorius Schoonbeek te Sittard terug te zien.

ocr page 47

3y —

Reiner ^Mfdjijflidicu #uabcu,

dem Hochwürdigsten Herrn,

li

li I

i

Bischof von Roermond,

in Eïirfurcïit uad

Unsere LIebeVoLLsten segensWÜnsChe zUM goLDenen f

priester jübelfeste.

__—«-

•—vvyvgt;—i-

— wvV\A-- -[-•

■ •—• -

k • -

m

f

\ 'j\

M.

■fHt ^ .'i

■ • -

oldne Harfe! hange langer Nicht bestaubt an dieser Wand! Wieder nimmt dein Freund nnd Silnger

Dieh zum Feste froli zur Hand! Liebe, Avie die Lenzessonne,

Lacht mir aus dem Reich der Wonne

Und verzetzt mein Herz in Gluth. Ja, dein Saitenspiel bekriine Durch melodisches Getöne Deinea Freundes Lust und Muth!

Horoh! das Festgelünt der Glocken, Wie es wallt vom Thunn herab! Und ein Mann init Silberlocken

Tritt zur Kirch am goldneu Stab! Und — als ob es Jubel kliinge,

Eilt froblockend ira GedrAnge,

Eine wonnetrunkne Schaar! — Er, das Antlitz stralilt in Freude,

Tritt im pracht'gen Purpurkleide Zum bekranzten Hochaltar!

Und in Demuth alle knien,

Betend fromm mit Mund und Herz, Und die Orgelmelodien

Rauschen flehend himmchviirts.

Gloria und Credo schallen In den heil'gen Tempelhallen

Aus des Greises glühnder Brust! Sanctus ! Sanctus! ist erklungen!....

Jedes Herz, zu Gott geschwungen, Schvvillt vor sel'ger Himmelslust.

Heil'ge Still' — Der Greis spricht Worte,

So die Himmel uur verstehn: —

Sich, sie öffnen ihre Pforto —

Gottes Sohn steigt aus den Höhn!

Sinkt in Andaoht, fromme Brilder!

Engel steigen betend nieder,

Voll Entzilckung, zum Altar!

Seht, iin Licht, im Sonnenglanze, Schmücken sie mit goldnem Kranze Hehr des Priesters Silberhaar!

! :i


i k

ocr page 48

— 40 —

Bet' (inch Du und dank' und preise Tief gerührt mit Herz und Muud ! Schlug Dir jetzt ja, edler Greise!

Deine goldue Jubelstund'!

Heute sind es fünfzig Jahre,

Dass Du taglich am Altare,

In dem Priesterkleid gehüllt, Opfernd, voll der reinsten Triebe, Glülmd von heil'ger Nitchstenliebe, Dein erhaben Amt erfiillt.

Heil Dir! Biscbof! Auf dem Throne,

Den Dir Gottes Weisheit gab, Ihm zur Glorie, Dir zum Lohne,

Tragst Du liebreich Deinen Stab. Nur mit Vatergüt' und Milde Bliokst Dn hiu auf die Gefllde,

Wo Dich Gott als Herrscher sandt'; Deimgt;r Oaben Perlenrcgen Triiult dem Volke Glück und Segen Reich aus Deiner Vaterhand.


Heil Dir! Deine Priestertage

Haben nicht ihr Ziel verfehlt.

Werden auf des Eichters Wage

Reich an Thaten einst geziihlt.

Heil Dir! Wie die Wasserquelle Bald mit Silberstromes Schnelle

Stattlich durch die Auen fliesst,

Und zu Gottes Preis und Euhme Weit hinans in Pflanz' und Blume Wachsthum, Blüth' und Friicht ergiesst,

Floss Dein Leben, fromm und stille,

Emsig stets in Gottes Hain;

Sah da Deiner Saaten Fiille

Ihm zur goldnen Frucht gedeihn. Ja, aus Deinem Priesterkranze Leuchtete in vollcrn Gianze

Deine Tugendzierd' hervor:

Von des Heiligthuines Sclnvelle Schwang sie Dich zur hehren Stelle, Zu dem Fürstenthron empor!

Wachsam, glcich dem guten Ilirten,

Schütz'it Du vor des Wol fes Zahn, Leukst die Schrittc des Verirrten

Liebvoli in die rechte Bahn.

Deine Seele, voll Erbarmen,

Fühlt und heilt die Noth des Anneu,

Ihm in Lieb' und ïreu vereint;

Bist ein Vater fiir die Jugend,

Und dem Greis' durch Lehr' und Tugend, Muster, Leuchte, Rath und Freund!

Vater! Dein erhabnes Streben,

Das der Liebe Stempel triigt Und mit Glanz umstrahlt Dein Leben,

Bleibt uns tief in's Herz geprrigt.

Unsre Bitton, Dir zum Lohne,

Steigen zu Maria's Throne,

Wie ein Weihrauch silss hinauf,

Dass Sie, Mutter voll der Gnade,

Blumen streu auf Deine Pfade,

Segnend Deines Lebens Lauf.


Heil Dir! Jubelgrcis! Im Himinel,

Wo der Herr ob Sonnen thront,

AVo Er über Sterngewimmel

Glorrcich unsre Tugend lohnt,

Wird, wenn Deine Sonne sinket Und des Ew'gen Hand Dir winket,

Dich zu kronen dort im Glanz,

Jede Pfiicht, die Du erfülltest,

Jede Thritne, die Du stilltest,

Perle sein in Deinem Kranz!

Im Namen der' Limburgischen und Deutschen Mitgleider der Erzbnidersehaft zu Ehren Unserer Lieben Frau vom heiligen Herzen zu Sittard.

Heerlen.

J. J. EYGK, Huuptzeldlcur. --

ocr page 49

— 41 —

lex bekoorlijk oord, op Vancouver-eiland, die streek, waardoor de Sumas stroomt! Maar niets dan bosschen aan weerszijde zonder wegen ; slechts enkele voetpaden leiden er door, en ook die zijn nog van zeer verdachten oorsprong, omdat men niet weet of ze door menschen of door dieren (herten of beren) zijn aangelegd. Voor een vreemdeling is het niet raadzaam, zich van den oever der rivier ver landinwaarts te wagen. Ik heb daarvan ondervinding opgedaan.

Eenige weken geleden was ik verdwaald geraakt in de bosschen van Alberni, en ik dacht reeds er te znllen omkomen van honger en koude. Mijn kompas had ik thuis gelaten, en de aanhoudende regen belette mij, zon of sterren te zien, zoodat ik me onmogelijk vergewissen kon omtrent de richting, die ik had in te slaan. Na lang loepen, kwam ik bij eene beek terecht, en besloot haar te volgen, niet anders denkende of ze moest zich ontlasten in de rivier Sumas, waar ik van was afgeweken. Doch het verward kreupelhout langs- beide oevers belette den doortocht, zoodat ik beproefde de bedding der beek tot weg te nemen. Aanvankelijk ging ik slechts tot de knieën door het water, lager af werd de stroom dieper, en plotseling geraakte ik in een diepte, waar het water mij tot onder de armen stond. De stroom werd sneller, onstuimiger; ik kon mij niet staande houden en wankelde. Gelukkig, dat een omgeworpen boomstam, die even boven 't water dwars over de beek gevallen was, mij het middel ter redding bood. Ik greep hem, en weldra stond ik doornat en moedeloos aan den oever. Wat nu'? De schemering daalde, de avond viel. Indien ik niet aanstonds een voetpad vond, zou ik genoodzaakt wezen, den nacht in het woud door te brengen. Na een weinig zoeken ontdekte ik werkelijk een begane dubbellijn, en meenende dat deze hetzelfde pad was, waarlangs ik was gekomen, verhaastte ik mijn tred, om nog vóór den nacht in het Indiaansche kamp, dat ik voor eenige uren verlaten had, aan te landen. Daar zag ik in de verte eene lichtplaats tusschen de boomen, en daarop iets, dat wit schemerde en mij als huizen toescheen! „Dat moet de rivier en het kamp wezenquot;, dacht ik bij mij zelf, en zette

het op een loopen.....en kwam nader.....

Groote God! waar was ik? Wat me als water was toegeschenen, bleek inderdaad water te zijn; ik stond aan den oever van een meer. Maar geen menschelijk wezen! geen menschelijk geluid! Hopeloos en wetende dat ik toch door niemand gehoord zou worden, riep ik onwillekeurig om hulp. Gaf daar iemand antwoord ? Ik herhaal mijn geroep op anderen toon. Helaas! ik antwoordde mij zeiven; 't was de echo, die mijn geschreeuw weerkaatste. O eenzaamheid! Gij kunt u geen begrip vormen van die schrikwekkende eenzaamheid aan zulk een meer van het eiland Vancouver, waarvan misschien geen sterveling het bestaan vermoedt. Een drukkende stilte heerscht daar; nu en dan slechts hoort ge het rauwe, nachtelijk geluid van een boschdier

ocr page 50

— 42 —

of het hortend kraken van een afbrekenden en neerstortenden boomtak. In de hoop — en die was niet ongegrond — dat er misschien een wilde stam op een der oevers kampeerde, trok ik zoover mogelijk het water in, ten einde den geheelen omtrek te kunnen opnemen. Doch de duisternis was te dik; ik vermocht niet, den tegenover liggenden oever te ontwaren. Ik bleef wachten, wachten in het water, of er misschien ergens licht zou worden ontstoken. Vergeefsche hoop! Er bleef mij niets anders over, dan den volgenden morgen af te wachten. Het was zoo donker, dat ik ternauwernood de boomen zich kon zien afteekenen tegen de lucht; en toen ik uit het water kwam, viel ik rechts en links op den ongelijken bodem, die daarenboven zoo moerassig was, dat zelfs mijn hond moeite had mij te volgen. Eindelijk kreeg ik vasten grond onder de voeten aan den stam van een grooten boom. De vermoeienis vermaande mij tot rust, de koude tot beweging. Vuur aanleggen kon ik niet, daar mijn lucifers van het water geleden hadden en er geen droog hout zou te vinden zijn. Mij in beweging houden was wegens de oneffenheid van den bodem niet doenlijk, wegens de met water gevulde diepten niet raadzaam. Ik moest dus den langen nacht door, een nacht van veertien uren, onbeweeglijk en op dezelfde plaats blijven. Broek en kousen moest ik uittrekken ; zij waren doornat. Om makkelijker te loopen, had ik me dien dag licht gekleed. Een regenmantel, zonder jas of overjas! Ik was nergens droog dan om de schouders. Doch er viel niets aan te verhelpen. Ik wikkelde mij zoo goed en kwaad het kon in mijn regenmantel (brrr! als hij mijn bijna ontkleed lichaam raakte, was hij koud als ijs), en bibberende en in duizend angsten had ik volop den tijd, over mijn treurig lot na te denken. Ik verwekte een akte van berouw, en trachtte mij vertrouwd te maken met het denkbeeld, daar te moeten sterven van ellende. De nacht kwam mij reeds lang voor, en het was waarschijnlijk eerst negen uur. Honger voelde ik niet, hoewel ik geen avondeten had gehad. Maar toen eindelijk, eindelijk de trage dag aanbrak, was ik zoo zwak, dat ik in den beginne niet staan kon en slechts met de uiterste moeite — ik stond met de voeten in het slijk — broek en schoenen kon aantrekken. Een oogenblik in den nacht had ik de maan gezien; ongeveer kon ik uit haar stand de richting naar de rivier opmaken. Een vast richtsnoer in de bosschen is ze evenwel niet, daar men allerlei krommingen moet maken en soms nog verder afdwaalt. Velen zijn daardoor reeds omgekomen, onlangs nog een in deze streken van Alberni. Dat men mij zoeken zou, kon ik niet denken, daar ik knecht noch meid houd, en de bezoekers zouden meenen dat ik eenvoudig afwezig was. Het was om te wanhopen, daar het woud, tengevolge dei-omgeworpen boomstammen, schier ondoordringbaar was. Dan.... opeens zie ik een voetpad voor me, door menschenhanden gemaakt. Ik dank God uit den grond mijns harten, en met nieuwen moed trek ik voort. Twee uren kon die geforceerde marsch geduurd hebben, toen ik stond aan den oever van de Sumas, ongeveer tegenover mijn woning. Ik voer over in een Indi-aansche kano; en toen ik thuis kwam, bekeek ik al wat ik bezat als iets, dat verloren was en was weergevonden.

Ziedaar, waarde lezer, een reis-avontuur van den missionaris, Ilev.

S. N. Lemmens, thans gekozen Bisschop van Victoria (Vancouver-eiland).

..........-f-

ocr page 51

NOORD-BRABANT

AAN

, i, SI, ÜH F, L SU» iliiMil»

BISSCHOP VAN ROERMOND.

L de rij der jubeljaren,

Die deze eeuw haar kindren bood, Prijkte geen met rijker glorie, Dan waarmeê het vorig sloot En ook dit jaar door blijft stralen. Dat met onuitwischbaar schrift In de annalen der historie Voor den naneef staat gegrift, Als een jaar van hemelluister. Glansrijk voor de Petrusrots,

Als een jaar van heilvictorie Voor den Stedehouder Gods.

Achttien honderd acht en tachtig, O! het geeft aan de aard te zien, Hoe om strijd gekroonde hoofden Aan Paus Leo hulde bien;

Hoe uit alle wereldstreken 's Pausen Gouden Jubilé Geestdriftvolle pelgrimsscharen Lokte naar de heiige Stee;

Hoe de kunst zich allerwege Tot het edelst doel verbond En naar 't Vaticaan haar schatten Als een blijk van hulde zond.

Achttien honderd acht en tachtig, 't Zag ook NeCrlands pelgrimsstoet, Met haar hoogste Kerkprelaten, Knielen aan des Pausen voet; 't Zag, Doorluchte Jubilaris, Hoe Uw oog een traan ontschoot.

Toen Gij Christus' Plaatsvervanger Op zijn Feest Uw hulde boodt, — Toen met zaalge zielsontroering Gij aan Leo melden mocht,

Dat de Baziliek te Sittard Meer en meer steeds wordt bezocht.

Achttien honderd acht en tachtig Nadert d'eindpaal van zijn baan. Maar zijn avond is vol schittring. Rijk met jubelgoud belaan.

O ! wat jubelpsalmen ruischen, Jubilaar, Uw Bisdom door.

Nu ook 't goud der Priesterkrone Met zijn tooverglans en gloor Flonkrend glinstert om Uw slapen En het glorierijk verleen Van Uw Priesterlijke deugden In het volste licht doet treên.

Aan die gulden jubelzangen, Tintelend van liefdegloed,

Huwen zich de feestaccoorden, Die ons stroomen uit 't gemoed, Eu Noord-Brabants dankbre zonen Sluiten zich geestdriftig aan Bij het koor, dat in heel Neerland Smeekbeên voor U op doet gaan. Opdat U uit Jezus' Harte Op Uw Gouden Jubilé Rijke zegen toe moog vloeien Door Maria's moederbeê.


A. H. VAN DEN CORPUT,

Huis-Prelaat van 11. den Paus, Groot-Vicaris van het liisdout Breda.

ocr page 52

— 44 —

iKiiria, 5U Wit ïiommcn luiv.

ie heeft de Duitschers niet hooren zingen'? Wie is niet getroffen geweest bij het hooren van een Duilsch Maria-lied? Schoon, overheerlijk schoon, niet waar, lezer ? kunnen de Duitschers zingen. Maar nog schooner en treffender klinkt de melodie onzer Diritsche broeders, als ze gezongen wordt door pelgrims, die te voet den langen weg van Birgelen, Heinsberg en omstreken naar Sittard hebben algelegd.

Het is Pinkster-Maandag. De bloeiende en zegenrijke Vereeniging van den H. Canisius, onder leiding der E.E. P.r. Jezuïeten te Maastricht, is vertrokken. Daar doet de Harmonie weêr hare opwekkende tonen hooren. De lange rij der vermoeide pelgrims beweegt zich door Sittards straten en treedt langzaam vooort naar de Baziliek, onder het zingen van het Magnificat, dien ouden en toch altoos nieuwen lofzang, waardoor eenmaal de Gezegende onder de vrouwen hare gevoelens van dankbaarheid uitstortte jegens den God van liefde.

Onder het Lof richtte de Eerw. Pater G. Jansenius het woord tot de pelgrims en wenschte hun recht hartelijk geluk met den ijver, waarmede zij het alom vermaarde Heiligdom van Onze Lieve Vrouw te Sittard kwamen bezoeken. In welsprekende bewoordingen wekte hij de pelgrims op, om al hun vertrouwen te blijven stellen op Haar, die de Sleuteldraagster is van Jezus' minnelijk Hart, op Haar, die hare kinderen zoo gaarne bergt in het Goddelijk Hart haars Zoons, waar zij niets te vreezen hebben van de vijanden hunner zaligheid, van den duivel, de wereld en hun eigen bedorven vleesch. O! met wat heilige gretigheid werden die priesterlijke woorden opgevangen door de Duitsche pelgrims, die eenige jaren geleden naar Sittard kwamen, om den vrede te vragen voor de vervolgde Katholieken, en nu Jezus' Moeder kwamen bedanken, omdat hun toestand merkelijk verbeterd is.

Dank, duizendmaal dank, o Hoop der hopeloozen! zoo baden zij met vurige godsvrucht. Wij zullen U altijd blijven eeren en beminnen en ook ons best doen, dat anderen U eeren en beminnen. O! moge in alle werelddeelen uit steeds meer harten en monden de zoete bede ten Hemel stijgen; „ Onze Lieve Vrouw van het Tl. Hart, lid voor ons!quot;

ocr page 53

— 45 —

W1LLA 1A1IS.'

OTIn November 1884 had vóór den genadetroon van Onze Lieve Vrouw van Copacabana een aandoenlijk, hartverteeclerend schouwspel

^ plaats.

De President der llepubliek Bolivia, met name Pacheco, was met gemalin en kinderen vóór het aloude mirakuleuze beeld der gezegende Moedormaagd neergeknield. Zijne kinderen gingen, onder geleide hunner moeder, de reis naar Europa aanvaarden, ter voltooiing hunner opvoeding; zij kwamen thans Gods zegen over die reis afsmeeken, door zich aan Jezus' Heilige Moeder toe te wijden, terwijl zij de gelofte deden. Onze Lieve Vrouw van Copacabana uit Europa een kostbaren gouden mantel te zenden. De reis, onder bescherming der Stella maris ondernomen, was alleszins gunstig.

Ka op de plaats hunner bestemming te zijn aangekomen, was dan ook de eerste zorg van Mevrouw Pacheco hare en kinderen de vervulling der gelofte te verwezenlijken.

Zoo spoedig mogelijk werd de mantel aan het adres van Bolivia's President afgezonden, die, bij het aanschouwen van dit prachtwerk, zijn hart als vader en Christen van hemelvreugde voelde kloppen. —

Om het huldeblijk des te welgevalliger te maken aan de Gezegende onder de vrouwen, wilde hij er geheel Bolivia aan doen deelen door een nationalen pelgrimstocht naar Onze Lieve Vrouw van Copacabana.

Vergezeld door den Vice-President der llepubliek, den Minister van Staat, zijne adjudanten, de ofiicieren van deu Generalen Staf en de aanzienlijkste personen van den lande, begeleid ook door zijn militair eskorte en een bataillon soldaten, verlaat de President Pacheco de hoofdstad La Paz en zet na een reis van een dag te Tiquina voet aan wal.

Des anderen daags in den namiddag landden de pelgrims te Copacabana.

Twee honderd en vijftig triomfbogen, met kunstzin en pracht opgericht, versieren den weg, welke van de haven naar het gevierde Heiligdom van Onze Lieve Vrouw voert.

Van weerszijde staat eene dichte menigte, met geestdrift bezield en tot in het diepste des harten bewogen bij zulk een aangrijpend schouwspel.

Langzaam trekt de schitterende stoet voort, terwijl de militaire muziek hare jubeltonen doet klinken. Allerwege, op geheel den doortocht, wordt de President door zijn juichend volk begroet als een geliefde vader door zijne kinderen. In het Heiligdom aangekomen, heffen de pelgrims het Salve Hccjina met heiligen jubel des harten aan; vervolgens biedt de President der Republiek onder algemeene ontroering, met diepen eerbied, vol liefde

ocr page 54

— 40 —

en erkentelijkheid, Onze Lieve Vrouw van Copacabana den kostbaren gouden mantel aan. Des anderen daags werd eene plechtige H. Mis van dankzegging den driewerf Heilige opgedragen, en aller oogen rustten met verrukking op het schoone beeld der Moeder van barmhartigheid, versierd met den schitterenden mantel, dien Haar de Familie Pacheco, als blijk van hulde en erkentelijkheid, vereerd had.

in een, auisgezm

e B... leefde, eenige jaren geleden, eene jeugdige vrouw, die veel verdriet had van haren man. Deze, door verkeerde vrienden meógesleept, ontvlood zooveel mogelijk den huiselijken haard, waar hein, door eigen schuld, ellende en ontberingen wachtten. Zijne zachtzinnige en godvreezende vrouw morde niet over haar lot, maar zocht troost en sterkte bij den goeden God, dien zij niet ophield, door de voorbede van Onze Lieve Vrouw en den H. Jozef, de bekeering van haren man af te smeeken. Voorts vond zij in de teedere liefde van haar zoontje eenige vergoeding voor de onverschilligheid van haren echtgenoot. Gedurende de lange avonden vooral, als zij met haar kind alleen aan den huishaard gezeten was, leerde zij het bidden, en vóór het ging slapen, waren altijd zijn laatste woorden: „Jezus, Maria en Jozefquot;.

Op zekeren avond nu kwam haar man, wijl hij zijne vrienden niet ontmoet had, zeer vroeg thuis. Aan de deur zijner woning gekomen, hoort hij de stem zijner vrouw. Hij opent heel zachtjes do deur en ziet zijne echtvriendin neergeknield, met haar kind op de armen. Hij luistert: moeder en kind zijn aan het bidden. „Nu, lievelingquot;, hoort hij haar ten laatste zeggen, „nu moeten wij nog bidden voor vader-lief, dien ik zoozeer bemin en gij, niet waar? ook altijd hartelijk zult liefhebben. Bid nu nog eens vurig voor hem tot zijn Patroon, den H. Jozefquot;. En zacht klonk het gebed van den kleinen engel, terwijl hij zijne handjes nog vaster samenvouwde, het gebed, dat telken avond hemelwaarts vloog: „O mijn God! o Heilige Jozef! zegent hem!quot; Niet langer kan de vader weerstand bieden. Hij komt ook neerknielen bij vrouw en kind. Hij bidt met hen, en de God van liefde schenkt hem, door de voorbede van Onze Lieve Vrouw en van den H. Jozef, zijnen zegen. Hij verandert geheel van gedrag en, verzoend met zijnen Schepper, vindt hij voortaan zijn grootste genoegen aan den huishaard, bij vrouw en kind, aan wier gebeden hij alles te danken heeft.

ocr page 55

mmm

f

— 47 —

GELDERLAND

AAN

Z. D. H. Mgr. F. A. H. BOERMANS,

Bisschop van Eoemond.

't Zijn vijftig volle jaar. — De blijde jubclstond,

Waarop Gij, Bisschop thans, tot Priester werdt verheven. Naar de orde van Melchisedech, in 't Nieuw Verbond,

Treedt weer voor onzen geest, vol gloed en jeugdig leven.

Wij zien U aan 't Altaar voor 't eerst als Priester staan

En in het hoogtijkleed, met zalig zielsverlangen. Het Goddlijk Offerlam, met 't Kruishout eens belaan,

Den Vader biên, bij 't ruischen van der Englen zangen.

Wij zien U eiken dag in 't lange tijdsverloop

Met dieper ootmoed steeds het Altaar Gods betreden En, altoos groeiend in geloof en liefde en hoop.

Voor 's Heeren aangezicht verzonken in gebeden.

Wie meldt der gunsten tal, Doorluchte Jubilaar,

Den rijkdom van gena, den stroom van zegeningen.

Die op Uw Priesterbeo, gestort aan Gods Altaar,

Der aard' zijn toegevloeid, tot vreugd der Hemellingen!

Gods opgeheven zwaard zonk weder in de scheê,

Toen Mozes, smeekend, hart en handen hield geheven; — Zoo trof Gods wrekende arm, op Uwe Priesterbeê,

Den armen zondaar niet, maar spaarde hem in 't leven.

1' i'

I

I

Gelijk eens op Elias' bede een regenstroom,

Na lange dorheid, viel en alles weêr deed groeien, —

Zoo daalde op Uw gebed in zielen, dor en loom,

Gods heilgenii, die er weer vroomheid in deed bloeien.

Als Mardocheus eens, die heil en redding bracht

Aan 't Joodsche volk, door Esthers voorspraak af te smeeken, —

Zoo keerdet Ge U vertrouwvol tot Maria's macht.

Die tot het Hart baars Zoons het best vermag te spreken.

En de Esther van het Nieuw Verbond, des Geestes Bruid,

Deelde op Uw beê haar volk de mildste heilgenaden

Uit Jezus' minlijk Hart met kwistge handen uit

En liet Uw juichend hart in vreugdejtroomen baden.

Roep lang nog over ons Gods zegeningen af,

Doorluchte Kerkprelaat, door Uwe vrome beden;

En moog des pelgrims blik U met den Bisschopsstaf

Nog vaak in 8ittards Kerk het Altaar zien betreden !

J. D. JOREN, Deken-Pastoor,

te Leeuwen, prov. Geld.

ocr page 56

DB CANISIUS-CONGREGATIE

▼AH MAASTRICHT.

er al de bedevaarten, die O. L. Vrouw van 't H. Hart in hare wonderschoone Baziliek komen vereeren, bekleedt voorzeker eene eereplaats de mannen-vereeniging van Maastricht, opgericht in de kerk der E.E. P.P. Jezuïeten, onder den titel van Canisius-Gongregatie, Voorbeeldige orde en tucht, mannelijke godsvrucht, kinderlijk vertrouwvol gebed, zijn de kenmerkende eigenschappen dezer brave mannenschaar. liet puik der mannen uit den werkmansstand hoort dan ook tot de Canisianen. Wat is het troostend, deze bevoorrechte kinderen van Maria iederen Woensdagavond voor haar troon vergaderd te zien! Daar ontvangen zij meer in één uur, dan de wereld hun op al haar feesten schenken kan. Daar genieten zij meer vrede en vreugde, dan zij ooit zouden smaken in alle genietingen des rijkdoms. Daar gevoelt zich de werkman geëerd en geadeld in 't gezelschap der groote Hemelkoningin, die hij zyne Moeder mag noemen. Daar gevoelt hij zich te huis, in het huis van God. Daar zingt hij van den goeden Jezus en zijne lieve Moeder; daar hoort hij spreken over de goedheid en wijsheid en voorzienigheid van God, over de nooit volprezen zoetheid van Maria. Daar leert hij het kapitaal van zijn arbeid rentegevend te maken voor den Hemel; daar leert hij de onderwerping en het geduld, de voorzichtigheid en de matigheid, het gebed en de godsvrucht, de naastenliefde en de liefde tot God; daar leert hij zijn huis bestieren en zijn kinderen opvoeden; daar wordt hem het woord telkens duidelijker, dat één dag in 's Heeren woon meer is dan duizend in de woontenten der zondaren.

Zulke Congreganisten moesten wel een bijzonderen audientiedag hebben bij de Koningin, hunne Moeder, O. L. Vrouw van het II. Hart. En zij zijn gekomen, onder geleide van hun verdienstelijken directeur, den Eerw. Pater Jans, ongeveer 500 in getal, allen versierd met de medaille der Congregatie.

Den 21 Mei, 's morgens om half acht, na de II. Mis met algemeene Communie, uit Maastricht vertrokken, waren zij eerst O. L. Vr. in 't Zand te Roermond gaan vereeren, en kwamen zij togen half drie te Sittard. Wat waren zij schoon, die lange rijen van mannen ! hoe machtig klonk het gebed en 't gezang uit die mannelijke borsten!

Pater Jans, die zijne mannen kent en die door de zijnen gekend en gewaardeerd is, heette hen welkom in de Baziliek met een woord, dat altijd den weg vindt tot het hart. O! hoe innig wisten die goede Maria-kinderen te bidden, hoe menig gebed zullen zij ook tot hunne Moeder gestierd hebben voor het hérstel der verzwakte gezondheid van hun dierbaren directeur.

ocr page 57

De Baziliek bleef opgevuld met vrome biddenden, ook, toen hun dc tijd werd gegund in het lokaal der Xaverius-Vereeniging zich te ontspannen. Om-vijf uren waren allen als één man weer vergaderd voor den troon der altijd zoete Moedermaagd. Het Lof werd gezongen, en de Z.Eerw. Pater van Ilooff, een oud-Bollandist van Brussel, een man, in de geleerde wereld hoog aangeschreven, zou het woord voeren. Z.Eerw. sprak over dc liefde van Maria tot den iverhnan. O! hoe wist de groote geleerde tot zijne hoorders af te dalen. Hoe wist hij hun de liefde te schilderen van Maria tot haar Bruidegom, die werhnan tvas, tot haar Goddelijken Zoon, den Zoon eens werhnuns. Ja, dat deed dien braven Maastrichtenaren goed; zij waren immers werklieden gelijk Jozef en Jezus; zij waren bovendien nog aan Maria o]) bijzondere wijze toegewijd.

In naam der brave Congreganisten danken wij den Z.Eerw. Z.Gel. Heer van Hooft' voor dat heerlijk woord. Onze innige dank ook aan den Z.Eerw. Pater Jans, dat hij met zijne uitgelezen schaar van mnnnen het hart onzer goede Moeder verblijd heeft en zoo schoon een toonbeeld heeft gegeven van gebed en vertrouwen.

e H. Dominicus, de roemrijke Stichter van de Orde der Predikheeren, die door liet Rozenkransgebed vooral zooveel nut heeft gesticht in 's Heeren Wijngaard, werd eens begunstigd met het volgende visioen.

Hij mocht een blik slaan in dc heerlijkheden van het Hemelsche Jerusalem. Hij zag de Koningin des Hemels, de negen koren der Engelen, de vergadering der Apostelen, het hemelheir der Martelaren, der Belijders en der Maagden. Zijn hart werd verrukt van hemelweelde en zijn begeesterde blik doorliep achtereenvolgens alle rijen, om er eenigen van de kinderen zijner orde te vinden. Wat wonder? Een vader denkt immers altoos aanzijn huisgezin. Toen hij nu geen enkel lid zijner orde zag, richtte hij zich met deze woorden tot de Gezegende Moedermaagd: „En toch, mijne Moeder, hadt Gij mij beloofd ze allen te redden!quot;

De Koningin van den H. Rozenkrans lachte hem vriendelijk toe, opende eenigermate haren breedgeplooiden koninklijken mantel en toonde hem, dicht bij haar Hart, degenen, welke de Heilige met zooveel bezorgdheid zocht.

Wie schetst de onuitsprekelijke blijdschap, welke zich toen van den H. Dominicus meester maakte? Maar in wiens hart welt bij het lezen van dit visioen de vrome wensch niet op : „O! moge ook eenmaal die bevoorrechte plaats, nabij het Hart mijner Hemelsche Moeder, de mijne zijn 1quot;

1--

ocr page 58

— 50 —

AAN

Z. D. H. Mgr. F. A. H. BOERMANS,

Bisschop van Roermond.

Soms golft door 't jammerdal een toon uit hooger sferon,

Vol gloed en hemelmelodie,

Als nagalm van het lied, dat om den troon des Heeren

Weerklinkt in volle harmonie.

't Is dan of 's menschen ziel een voorsmaak mocht genieten

Van Sions eeuwge jubelvreugd,

Of ïhabors blijheidsbron haar stroomen weer deed vlieten

En 't drietal baden in geneugt'.

Dien toon, vol heilgenot, mocht 't aardrijk onlangs hooren

Op Leo's gouden Priesterfeest,

Toen heel de Christenheid om strijd in jubelkoren

Zich lucht gaf, één van hart en geest.

Die toon klinkt thans ook weêr van gouden jubelsnaren

En komt van Roermonds Bisschopssteé,

Heel Neêrland door, in hooge jubeldrift gevaren,

O Bisschop, op Uw Jubilé.

En Willebrordus' stad met heel het Sticht zingt mede

En prijst den God van majesteit.

Die vijftig jaren lang op Uwe Priesterbede

Zijn goedheid heeft ten toon gespreid.

Die Uwe nedrigheid met glans en glorie kronen,

U groote dingen heeft gedaan,

Ja U ten Bisschopsstoel, zijn wil zoo duidlijk toonend.

Met staf en mijter, op deed gaan.

O! strale van dien Stoel nog lang Uw hooge wijsheid.

Nog lang die glans van Priesterdeugd,

Nog lang dat jeugdig vuur van ijver, trots Uw grijsheid,

Voor alles wat Gods Kerk verheugt!

Nog lang dat jeugdig vuur voor de eer der Lieve Vrouwe,

Die Jezus' Goddlijk Hart verblijdt En door haar moederbeê met moederlijke trouwe

Haar kindren bijstaat in den strijd!

Zoo vlecht Gij Haar, Zij U, nog tal van gloriekransen,

Zoo breekt het tijdstip eerder aan.

Waarop des Heeren Bruid, getooid met zegeglansen,

In volle vrijheid weer zal staan.

J. VAN DIJK,

Pastoor te Bunnih, prov. Utrecht.

--ww—/vVVW- 'VVVW~-vvvv——

ocr page 59

ZAL NIET VERLOREN GAAN.

ROOSTYOL, niet waar, lezer? Ook gij, die deze regelen leest, ook gij zijt een kind van Maria ; anders zoudt gij niet met zooveel ijver het JBlamvc Boekje verspreiden, anders zoudt gij niet zoo reikhalzend uitzien naar „dc Maria-Zomerquot;, waarin de lof uwer Heinelsche Moeder verkondigd wordt.

Troostvolle woorden vooral voor de Congreganisten der Onbevlekte Moedermaagd! Welk een ijver treft men niet dikwijls bij die bevoorrechte Maria-kinderen aan, om de vereering van Jezus' Moeder meer en meer te bevorderen! Wilt gij een voorbeeld? Welnu, treed dan de Baziliek te Sittard binnen! 't Is derde Pinksterdag, de 22 Mei. Het Altaar is smaakvol versierd, en eene lange rij jonge dames wonen met voorbeeldige stichting het Lof bij, dat door den Zeereerw. Heer 1'. Vaessen gezongen wordt.

Die zoo ijverige Vereersters van Jezus' Moeder zijn de Congreganisten van het zoo beroemde en bloeiende Ursulinen-Pensionaat van Maeseyck.

O! wat zijn ze gelukkig, die jeugdige Congreganisten, hare Moeder Maria te Sittard een bezoek te mogen brengen! Diep zijn zij overtuigd, dat een Maria-kind niet verloren zal gaan, dat de liefde tot en dc vereering van de Hemelkoningin een teeken zijn van voorbeschikking.

Hebt dank, jeugdige pelgrims, voor de stichting, welke gij ons gegeven hebt! Hebt dank, volijverige Ursulinen van Maeseyck, voor de vlijt, waarmede door uw toedoen, „dc Kinderlcransquot; te Maeseyck bevorderd wordt! Hebt dank, onvermoeide Zelatricen van „dc Kindcrlcransquot; en verkwikt u aan de troost- en zegenrijke gedachte:

EEN KIND VAN MARIA ZAL NIET VERLOREN GAAN.

Wie Jezus' Lieve Moeder eert

Met waren godsdienstzin.

Wie zich vertrouwvol tot Haar keert.

Als Hemelkoningin,

Wie Haar als Moeder teer bemint

In voor- en tegenspoed En dikwijls als een dankbaar kind

Haar met den Engel groot.

Zal eens in Sions zaalge Woon,

Met heel het Ilemelsch Hof,

Vol jubel om Haar glorietroon Bezingen haren lof.

--•#•» —'nA/WV—

ocr page 60

— 52 —

Voorbeelden trekken.

oi,gens gewoonte vertrok op den derden Pinksterdag, den 22 der schoone Meimaand, de processie van Dilsen naar het bevallige Sittard, om Onze Lieve Vrouw van 't H. Hart, die aan allen, jong en oud, ouders en kinderen, troost en hulp verleent, te gaan vereeren en aanroepen en Haar de belangen van ziel en lichaam aan te bevelen.

Bij deze processie voegden zich vele pelgrims van Stockheim. Te Berg aan de Maas gekomen, vonden wij de bedevaartgangers van Meeswijk en nu trokken wij, ten getale van 500 man, naar het wijdberoemde Sittard. De dag was overheerlijk: de zon wierp hare gouden stralen over velden en akkers; de vogels zongen den Heer hun lied en wekten ons tot zingen en bidden. Geen wonder dan ook, dat vreugde ieders hart vervulde en op ieders gelaat te lezen stond.

De pelgrims, in twee rijen gerangschikt, baden afwisselend den heiligen rozenkrans en het rozenhoedje van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, terwijl nu en dan lofliederen ter eere van Jezus' Goddelijk Hart en zijne nooit volprezene Moeder door de lucht weergalmden.

De Priesters, die de processie vergezelden, zorgden voor de goede orde, eene taak, die voor hen gemakkelijk was, wegens de gewilligheid, ingetogenheid en godsvrucht, waarmede de pelgrims als ware kinderen van Maria bezield waren.

Wie zal de gevoelens beschrijven, welke ons het hart doorstroomden, toen wij in de verte reeds de torens van Sittards Veste zagen, waar wij wisten dat Maria zoo vele onschatbare gunsten met meer dan moederlijke mildheid uitdeelt? Vol verlangen verdubbelden wij onze schreden, in het zoete bewustzijn, dat wij naar Moeder gingen.

Afgehaald door de lieve bruidjes, in hare handen de zilveren lelietakken dragend, vervolgden wij biddend en zingend onzen weg tot in de Baziliek, waar een plechtige Hoogmis werd opgedragen. Het koor van Dilsen kweet zich uitstekend van de hem aangewezene taak en voerde keurig eene schoone muziek-mis uit. Wat is de kerkzang toch heerlijk en verheffend, als hij goed wordt uitgevoerd!

Na het Evangelie beklom de Zeereerw. Heer Pastoor van Dilsen den Stoel der waarheid, om den pelgrims eenige woorden van aanmoediging en vertrouwen toe te spreken.

De gewijde redenaar schetste in hartroerende taal de droefheden en bet lijden van Onze Lieve Vrouw van het II. Hart, vooral haar naamloos lijden, toen Zy stond onder het kruis van haar Goddelijk Kind. „Kruis en lyden is

ocr page 61

I

— 53 —

ons ook weggelegd,quot; ging de Heilgezant voort, „maar, naar het heldhaftig voorbeeld van Maria, moeten wij het dragen in geduld cn het ons alzoo verdienstelijk maken voor den Hemel. Roept Haar aan in wederwaardigheden ! Dat niet één dag voorbijga zonder het schietgebedje: Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, bid voor ons!quot; —

Tegen twee uren in den namiddag riep do klok de pelgrims wederom tor kerke, om een plechtig Lof bij te wonen! Nogmaals weerklonk het woord des Priesters langs de geheiligde gewelven, oin allen aan te manen altijd een waar kind te blijven van Onze Lieve Vrouw van Jezus' H. Hart.

Daarna werd de teruglocht aanvaard tot Berg, waar de pelgrims in do kerk een loflied Maria ter eerc aanhieven en den zegen ontvingen met het Allerheiligste Sacrament.

Moge de goede God, door de voorspraak van Onze Lieve Vrouw van het 11. Hart, de gebeden der vrome pelgrims van Dilsen, Stockheim en Meeswijk goedgunstig verhooren!

V. P.

ê

De directeur van het theater te Milaan, die bij eene wandeling deze verrukkelijke tonen opving, bleef opgetogen naar de melodieuze uiting van het t.'erste en diepste gevoel luisteren, waarmede eene jeugdige herderin, Marie genaamd, hare Patrones verheerlijkte. Aanstonds begreep hij, dat deze stem goud waard was voor zijn theater, en nauwelijks was dan ook de laatste toon van het lied weggestorven, of hij richtte zijne schreden naar de herderin, die zich in 't midden harer kudde zoo gelukkig gevoelde en, zonder het te weten, het lied der nachtegalen overtroffen had.

„Mijn kind,quot; zoo ving hij aan, „zoudt gij mij niet naar uwe moeder willen geleiden ?quot;

„En wie zal dan mijne kudde bewaken, Mijnheer?quot;

„Wees daarover niet bekommerd, ik zal ze u honderd-, ja duizendmaal betalen.quot;

„Maar wat wilt gij toch bij mijne moeder doen, Mijnheer?quot;

„Wel, haar uit de ellende opbeuren en voor u den weg van het fortuin openen, door eene aanstelling als eerste zangeres aan het theater.quot;

5

ocr page 62

— 54 —

é

„Uwe beloften, Mijnheer, zijn niet in staat mij van mijne kudde te scheiden. Op liet theater kan men zijne zaligheid niet bewerken. Men maakt daar zich-zelve en anderen voor eeuwig ongelukkig. Ik geloof, dat God en de H. Maagd, mijne Patrones, mij den moed zullen geven, het heil mijner ziel boven het fortuin te stellen.quot;

De directeur gaf echter den koop nog niet op en ging de moeder der herderin spreken, bij welke hij hoopte dat zijn voorstel een beter onthaal zou vinden. En werkelijk, hij bedroog zich niet; want toen de herderin terugkeerde, was de overeenkomst ai bijna gesloten.

Marie had gedurende den nacht, dien men haar als bedenktijd gaf, een feilen strijd te strijden. Hevig was de bekoring. Niet slechts dacht het arme kind aan de schoone kleêren, aan het genoegen en den roem, welke haar betooverend toelachten, maar ook aan hare oude moeder, die zij voor altoos tegen ellende kon vrijwaren. Dit waren inblazingen van den satan. Doch het brave meisje begon vurig te bidden tot hare Patrones, en luide sprak de stem van haar gêweten: „Neem het voorstel niet aan, waardoor gij Jezus zoudt verlaten voor den satan.quot; — De genade zegevierde. —

Reeds in den vroegen morgen bracht zij hare moeder een weigerend antwoord. Deze echter wilde er niet van hooren; zij werd boos, viel tegen Marie uit, weende, dreigde met maatregelen van geweld en gaf haar ten slotte nog een uur, om zich klaar te gaan maken.

Het meisje verwijderde zich naar een aangrenzend vertrekje. Zij had wel eens gehoord, dat het verlies der snijtanden eene geheele verandering der stem ten gevolge heeft. In één oogwenk is zij bij het venster en stoot zich twee van die tanden tegen den hoek van den steen stuk. Blijvol keert zij terug. Hare moeder is hierover in de wolken. De directeur echter komt spoedig tot de bevinding van het gebeurde. Hij kon haar nu voor het theater niet meer gebruiken. Hij bewonderde intusschen haar heldenmoed en smeekte hare moeder de beminlijke heldin geen kwaad woord meer te geven.

Wekt de wellust ons tot zonden,

Is onze onschuld in gevaar.

Zend, Maria, ongeschonden.

Ons ter hulp een Englenschaar.

Doe ons scheepje veilig varen,

O, Maria, Ster der zee !

Doe het, trots de woeste haren.

Landen in de zaalge ree !

—-fis--'

ê

ocr page 63

ZEELAN D

aan

§. lip. 1. §. lufcttmtw,

BISSCPÏOF quot;V-A-KT PtOEÏ^nVIOlSTID.

Met welk een onweerstaanbren drang,

Met welk een gloed van jubeltonen Golft op Uw gouden feest de zang,

0 Bisschop, van Uw dankbre zonen !

Wat geestdrift stort zich, blij en luid,

In volle stroomen voor U uit 1 Wat hemelzoete 'erinneringen Wekt 't vieren van Uw feest niet op.

Waardoor de vreugde stijgt ten top Van wie verrukt zich om Uw zetel dringen!

Maar niet aan Maas en Floer alleen Weerklinkt de lucht van jubeipsalmen ;

Ver over Limburgs grenzen heen Hoort men de vreugdekreten galmen.

Alom, waar Sitlards Lieve Vrouw Het hart verkwikt door hemeldauw.

Alom, vanwaar zich pelgrimsscharen Naar Limburgs Bethlem blijvol spoèn.

Om daar hun godsdienstzin le votfn.

Stijgt toon op toon van gouden jubelsnarcn.

Zou dan in Zeeland, Jubilaar,

Aan Schelde en zee geen lied weerklinken.

Vanwaar geregeld ieder jaar Zoovele pelgrims nederzinken Vóór Sittards zoet Genadebeeld,

In 't Heiligdom, waar hemelweeld'

Hun toestroomt uit des Heilands Harte,

Op voorbeö van de Lieve Vrouw,

De Troosteres in leed en rouw.

De Lenigster der felste zielesmarte?

Ja wis ook hier aan Schelde en zee Ontlast de geestdrift zich in zangen En in een dankhre harteheê.

Die de Englen Gods met jubel vangen En dragen tot den liefdetroon Der Moeder van Gods eengen Zoon,

Opdat Gij nog een tal van jaren Maria gloriekransen vlecht.

Aan hare krone paarlen hecht.

Zoo meerder loon U moogt vergaaren.

F. H. M. WENNEN, Pastooii.

te 's Heerenhoek (Zeeland).

• i —ww—'VVVV*— • •—quot;AA/W- -vvv»-——

ocr page 64

4

— 5G —

pK Vernenigin^ der Vlamingen, in do Kerk der E.E. l' 1'. licdemploristen te :V-a Luik opgerielit, heelt den 27 Meijl. haren dubbelen pelgrimslochl volbracht, naar Onze Lieve Vrouw in 'l Zand te Roermond en naar de Haziliek van Onze Lieve Vrouw van 't 11. Hart te Sitlard.

Als naar gewoonte hebben die volijverige pelgrims ons ten zeerste gesticht door hun zedig en ingetogen gedrag, door hun heerlijken zang en vooral door hunne voorbeeldige godsvrucht. Eere aan die verlichte en waarlijk Apostolische mannen, die aan deze brave lieden hel Evangelie verkondigen, hen bezielen met echt godsdienstige beginselen en liefde lot orde en hierdoor hen vormen tot goede Christenen, d'e aan den huishaard vreedzaam leven van de vrucht van hun arbeid en in hun nederigen stand ware tevredenheid en rein geluk smaken.

Ziedaar het verheven werk, dal de E.E. P.P. Redemptoristen Ie Luik ondernomen en met guusligon uitslag tot stand gebracht hebben ten giuiste van de arbeidende klasse der Relgische Vlamingen en Nederlanders, vooral uit Limburg, die te Luik hun bestaan zoeken. Deze lieden, die zich nu onderscheiden door de levendigheid van hun geloot' en de reinheid hunner zeden, zouden weldra bedorven zijn, zoo zij in de toewijding der E E. P.P. Redemptorislen geen steun vonden, zoo deze waardige zonen van den Heiligen Alphonsus zich niet beijverden hen aan weik of eenige betrekking te helpen en niet alles aanwendden om hen getrouw te doen blijven aan hunne plichten.

Zoo leeren de goede Vlamingen, onder do wijze leiding dier ijvervolle Paters, dat de mensch niet geschapen is om zich in aardsche genoegens te verlustigen, maar dat zijne onsterfelijke ziel bestemd is om eenmaal God zeiven te hezitlen en gedurende de gansche eeuwigheid in don Hemel volmaakt gelukkig te zijn.

Vandaar dat die vrome Vlamingen, zoowel mannen als vrouwen, zich zelven en anderen eerbiedigen. Tevreden met hun stand en werkkring, streven zij niet naar de vergankelijke goederen dezer airde en de vrede van hun gewefn verschaft hun een degelijk geluk, waarbij het denkbeeldig geluk van de wereldlingen zelfs niet in vergelijking kan komen. Maar wat al moeitei, wat al zorgen behooren niet aangewend te worden om die meestal oprecht brave zielen te behoeden tegen de valsche leerstellingen dezer waanwijze eeuw, tegen de vooroordeelen, waarmede niet zelden de arbeidende klas behept is, op het dwaalspoor gebracht door de heillooze denkbeelden van materialisme en socialisme, welke men bij die klas ingang heeft doen vinden, door ze eene leugenachtige toekomst voor te spiegelen, doch die noodzakelijkerwijze tot het ongeluk niet slechts van du werklieden maar van do geheele maatschappij moeten leiden.

Ja, eer aan die goede Paters Redemptoristen, die geene moeite ontzien voor het heil hunner dierbare Vlamingen, aan die onvermoeide arbeiders in 's lleeren wijngaard, die voor geene oilers terugdeinzm, om hunne beschermelingen tegen den geest van ongeloof en zedeloosheid, tegen die twee kwalen, welke aan het geluk en de welvaart der maatschappij knagen, te behoeden! Zij hebben voorzeker het liefdewoord begrepen; »Wat gij aan den minste der mijnen gedaan hebt, dat hebt gij mij gedaan.quot;

Dat Onze Lieve Vrouw van het H. Hart de E.E. P.P. Redemptoristen en de Vererniging, over welke zij zoo vaderlijk waken, steeds meer en meer zegene. Moge die Vereeniging, onder de bescherming van Jezus' Moeder, meer en meer bloeien tot troost van Jezus' Rruid, tot welzijn der geheele maatschappij! Dal is onze vurigste hartewenscli.

ocr page 65

— 57 —

c^Ï1|aandag den 23 Mei maakten deze parochiën gezamentlijk hunne jaarlyksche bedevaart naar O. L. Vr. van liet II. Hart. to* De pelgrims van Roosteren en Dietercn, ten getale van

250, hadden reeds ten 4 ure onder de H. Mis in hunne respectieve parochiën de H. Communie ontvangen en kwamen onder het vroolijk schetteren der Roostersche fanfare, ten C ure te Roosteren aan, waar hunne schaar om de helft vermeerderd werd.

Onder eene heete zon en eene wolk van stof toog de vrome stoet luid biddende naar het Genadebeeld van Maria, de Hoop der hopeloozen.

Deze ruim 5 a GOO pelgrims waren overtuigd, dat er niet alleen gewerkt maar ook gebeden moest worden, om op een voldoenden oogst te rekenen. Door de aanhoudende droogte en koude nachten zagen onze velden en weiden er treurig uit. Maria, de Hoop der hopeloozen, zou uitkomst verkrijgen bij haren Zoon, den Gever van alle goederen. Onder de plechtige Mis in de Baziliek wist de Eerw. Heer Kapelaan van Sust eren dat kinderlijk vertrouwen te versterken, door eene prachtige en diep gevoelde predikatie over de verhevenheid van Maria, die om hare waardigheid en hare deugden alles vermag op het Goddelijk Hart van Jezus. Met den bezielden redenaar wendde zich de pelgrimsschaar in de slotrede tot Maria's Genadebeeld, om Haar aan te roepen als de Troosteres der bedrukten, de' Hulp der Christenen, om Haar te prijzen als de Koningin der engelen, enz., tot wie wij met recht onze toevlucht nemen, op wie wij met een kinderlijk hart vertrouwen. Nogmaals werd de lange terugtocht onder stofwolken cn zonnehitte ondernomen, doch men hoorde aan het onvermoeide bidden, aan de hartelijke Weesgegroetjes, die zonder tusschenpoozen van de lippen der pelgrims vloeiden, dat aller harten vol troost en hoop waren.

Nauwelijks hadden de pelgrims van^Susteren in hunne oude Baziliek het Tc JDcum tot dankzegging gezongen, nauwelijks waren de pelgrims van Dietercn en Roosteren ten hunnent aangekomen, toen een milde en vruchtbare regen onze velden besproeide. Van deur tot deur riepen de verhoorde pelgrims elkander toe: „Het regent! dank zij O. L. Vr. van het H. Hart.quot;

Misschien vragen vele duizenden der lezers van het Maandschrift van O. L. Vr. van 't H. Hart te Sittard, wat is Roosteren, Dieteren en Susteren? Het zijn drie parochiën in de buurt van Sittard, alle drie gelegen aan de Roodebeek of de oude Suestra, waaraan Roosteren (Rosustren) en Susteren hunnen naam ontleenen.

ocr page 66

Susteren vooral, waartoe tot 1824 ook Dicteren behoorde, is in de geschiedenis van het katholieke Nederland venneldingswaardig. Daar toch stichtte de H. Willebrordus, Nederlands Apostel, de vermaarde abdij der Benedictijnen, waar de IT.II. Gregorius en Albricus, achtereenvolgens Bisschoppen van Utrecht, zich bereidden tot voortzetting van het bekeeringswerk in Noord-Nederland, door den II, Willebrordus begonnen.

In deze abdij leefden de II.H. Amelberga, Benedicta, Cecilia, Walburgis, Odegundis en andere Heiligen, wier lichamen aldaar bewaard worden en ter wier eere, sedert onheugelijke tijden, de 7-jarige vertooning der reliquiecn gelijktijdig met Aken gehouden werd.

Z. H. Leo XIII heeft deze godvruchtige oefening hersteld, die dit jaar weder van 8 tot 22 Juli gehouden werd. Z. D. H. Mgr. Boermans opende met de H. Familie van Roermond de plechtigheid.

Wij noodigen de vrome pelgrims naar O. L. Vr. van het H. Hart te Sittard uit, de vermaarde kerk, door den H. Zwentibold gesticht, te komen bezoeken en hare kostbare schatten te vereeren.

Z. H. verleende, onder de gewone voorwaarden, aan dit bezoek van 8 tot 22 Juli een vollen aflaat.

Hoe men het geloof verliest.

jet verlies van de kostbare gave des geloofs maakt den mensch diep ongelukkig. De treurige ervaring hiervan deed ook een jong 3^quot;*- mensch uit Leuven op, die, na het verlies van do kostbaarste parel, geen geluk of vrede meer smaakte en vaak met tranen in de oogen terugblikte op den tijd, toen het licht des geloofs zijn levenspad bescheen en zijn hart met zalige hemelweelde vervulde.

Eindelijk kon hij zijn leed niet langer meer verdragen; hij wendde zich tot een zijner oud-leeraars, maakte hem bekend met zijn onverduurbare zielesmart en ontlastte aldus zijn hart voor hem.

„Dat ik mij thans zoo diep ongelukkig gevoel, heb ik te wijten aan mijne roekeloosheid in het lezen; ik wilde, helaas! alles lezen, ik wilde zelfs met de meest goddelooze werken kennis maken. Daar ik van mijn godsdienst ten volle overtuigd was, maakte ik mij wijs dat ik niets te vreezen had, en, mocht onverhoopt de lezing eenigen nadeeligen invloed uitoefenen, dan was ik bereid het boek weg te werpen, zoodat mijn geloof niets zou te lijden hebben. Aldus gestemd, las ik verscheidene werken, niet alleen slechte, maar zelfs zeer slechte, zonder dat in den kring mijner gedachten eenige verandering kwam. Ik bleef gelooven, wat ik altijd geloofd had en mijne lezingen

ocr page 67

— 59 -

schenen niet den minsten kwaden indruk op mij te maken ; ik Ring dus voort met alles onbeschroomd te lezen.

Maar zie! op zekeren dag gevoelde ik mij geheel veranderd, 't Was alsof een donkere wolk zich over mijn geest had uitgespreid: alles wat ik tegen het geloof gelezen had, stond mij levendig voor oogen en deed van allo kanten een aanval op mijn geloof. De dogma's hulden zich voor mij in duisternis: ik zag er den glans der waarheid niet meer in, dien ik er vroeger in zag schitteren. De zekerheid van het geloof ontvlood me; niets dan twijfel bleef mij over, ik dóbberde op de baren van een eindelooze onzekerheid; ik had mijn geloof verloren. Sedert dien tijd bevind ik mij in een afgrond van duisternissen, zonder te weten, hoe ik het licht zal terugvinden.quot;

Met moeite kon de ongelukkige jongeling deze laatste woorden uiten; zoo hevig was de tranenvloed, dien hem het verlies van den kostbaren schat des geloofs deed storten. Ook zijn vroegeren leermeester stonden de tranen in de oogen. Hij wees vol medelijden zijn oud-leerling op den God van liefde, die reeds zoo menigen traan gedroogd, zoo menige wonde geheeld heeft. Hij gaf hem goeden raad; en na veel strijden en lijden vond de afgedwaalde het licht des geloofs en den vrede des harten terug.

Hij huiverde voortaan voor alle lectuur, die niet in overeenstemming is met onzen heiligen godsdienst.

ocr page 68

DRENTHE

AAN

Z. D. H. Mgr. F. A. H. BOERMANS,

©agiMiüP wmü mmmmm*

Geestdriftig schaart Drenthe zich bij hare zustren

En snelt in den geest naar Roermond,

Waar Gij, Monseigneur, met den goudkrans gesierd, Zoo dankbaar en blij vol den jubeldag viert Als Priester van 't Nieuwe Verbond.

Ten volle deelt Drenthe in Uw jubel, o Bisschop,

En biedt U haar heilwenschen aan En stiert met vertrouwen ten Hemel haar beön,

Opdat Gij nog lang aan Gods Altaar moogt treên. Met hemelsche gaven belaan.

Ook Drenthe mocht U in het Bethlem van Neerland

Getogen ter Bedevaart zien En werd er met zaligen jubel vervuld,

Toen Gij, Monseigneur, daar in plechtkleed gehuld,

Het Lam aan Zijn Vader kwaamt biên.

Ook Drenthe mocht daar Uwen zegen ontvangen

En werd door Uw voorbeeld gesticht Eu sterker gespoord tot vertrouwen op Haar,

Die redding bezorgt in het bangste gevaar Aan wie slechts zijn hart tot Haar richt.

O! moge de Aartsbroederschap onder Uw hoede

En leiding nog jaren lang staan 1 Zoo groeit ook, Uw stichtenden ijver ten loon. De U, Kerkvoogd, verbeidende Hemelsche kroon In luister en heerlijkheid aan.

Dc Vereerders van Onze Lieve Vromv van het II. Hart te Meppel.

...........

ocr page 69

TE SIÏTARD.

29 MET.

»0p! naar Sittard, naar de oiise,

Waar den pelgrim ruste wacht,

Waar de zoetste hemelweelde Den bezoeker tegenlacht!

Op 1 naar Sittard, waar de Vrouwe Van des lleilands minlijk Hart Zich betoont voor hare kindrrn Heelster van de felste smart!quot;

Zoo lezen we in de Juni-afleNering van het Blauwe Boekje. »Op! naar Sittard ! dat is ook telkenjare de zucht der studenten van St. Michiels- College, wanneer zij, na het Paaschverlof, bij het naderen cl' in het begin der lieve Meimaand wederkeeren.

En met den glimlach op de lippen hooren de oversten die verzuchting, doen schijnen er in 't eerst, om dat verlangen nog te prikkelen, niet naar te luisteren, totdat zij ten laatste moeten onderdoen en de leerlingen hunne zegepraal over den schijnbaren tegenstand met blij gejuich begroeten. Van dan al' tellen zij de dagen, die nog zullen verloopen, vooraleer zij in het dierbaar Heiligdom voor Maria s beeltenis zullen nederknielen.

En de gewenschte dag is gekomen. Vóór vier uren moeten allen in de weer zijn om te vijf uur per stoomboot te vertrekken. Geen enkele ontbreekt.

En schomlend, te traag voor hun brandend verlangen En ruischend stoomt 't vaartuig daar heen.

Doch luider weergalmen de juublende zangen Afwislend met vuurge gebcön.

Daar is Lancklaar. Thans zullen zij hunne bedevaart te voet afleggen door de weelderige landouwen der Maasvallei. Hunne lofliederen en gebeden paren zich beurtelings met het gekweel des leeuweriks en stijgen, stijgen tot voor den troon van Jezus' Heilige Moeder, tot voor de voeten van Onze Lieve Vrouw van het 11. Hart.

En weldra ontwaren zij in de verte Sittards torenspits, daarachter, maar nog voor hun oog verscholen, ligt het Heiligdom, waarheen hun hart met zoeten aandrang wordt getrokken, zij wijzen het elkander als het doel van hunnen tocht, als het eenig voorwerp hunner wenschen. En bij dien aanblik verruimt hunne borst en versnellen hunne schreden, totdat zij de Baziliek hunner Koningin en Moeder binnentreden.

Hier knielen zij en zwijgen.

Gewis zijn zij getroffen bij 't aanschouwen van al de pracht, van dm rijkdom in Maria's tempel aangevoerd, hun oog zal geboeid zijn door het licht, dat van alle zijden, door den goudglans der sieraden, weerkaatst wordt; of mogelijk, bij 't overzien der praalstcenen, waar dankbare harten hunne namen hebben achtergelaten, herinneren zij

ocr page 70

— 62 —

zich de woorden van het H. Evangelie: «Zoo^ook de kinderstemmen zwijgen, zullen de steenen toejuichen!quot; Neen, daar hebben zij niet aan gedacht, daar is hunne aandacht niet door geboeid, daar zijn zij niet, of slechts terloops, door getroffen geworden.

Maar boven het U. Tabernakel hebben zij, minnaars van het [J. Hart van Jezus, kinderen van Maria, het beeld ontwaard van Onze Lieve Vrouw van het 11. Hart, en daarvoor knielen zij en bidden. Want ecne inwendige stem zegt het hun, zooals hier Maria's beeltenis, zoo schouwt van uit den Hemel Zij zelve op hen neder.

De kroon, die hare slapen omsluit, spreekt hun van hare macht; de sterrenkrans meldt hare deugden ; de handen, tot hen uitgestrekt, wenken en zeggen hun : »Komt tot mij, ik ben de Moeder der schoone liefde, de Moeder der barmhartigheid.'' Eu tusschen hare moederlijke armen biedt Zij hun haren Jezus aan, haar Goddelijken Zoon, wijzende met de ééne hand op zijn minnend Hart, met de andere op zijne dierbare Moeder.

Want ja. Zij moet ons tot het Hart van Jezus brengen, het voor ons openen, er ons in binnenleiden; Zij zal het ons leeren kennen en beminnen; door Haar zullen zijne schatten ons tocstroomen. En daarom verzuchten de leerlingen tot Haar: »0 Maria, Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, loer ons Jezus beminnen, maak ons hart aan het Zijne gelijk, doe ons steeds in Jezus' Hart en tusschen uwe armen eene veilige toevlucht vinden in al de gevaren des levens.quot;

Zoo bidden zij met een kinderlijk vertrouwen. Hoe zaligen weerklank vonden in hun hart de zielroerende woorden, welke de Weleerw. Zeergel. Heer Van Mil hun toestuurde om de macht en de teederheid van Jezus' Moeder te schetsen! Hoe vurig, hoe teeder smeekten zij Maria, gedurende het H. Misoffer, hun eigen hart met dat van hel Goddelijk Offerlam aan de Allerheiligste Drievuldigheid op te dragen. Ja, zij droegen het Haar op, zij lieten het in hare handen, schonken het Haar geheel en al.

Die opdracht vernieuwden zij bij hunne bezoeken in Maria's Heiligdom en gedurende het Lof; zij lieten het daar door hunne wenschen, als zij, vol vreugde en dankbaarheid voor de over hen uitgestorte zegeningen, de tehigreis ondernamen. En van af de plek, waar zij het eerst het Heiligdom ontwaarden, stuurden zij nog een blik van liefde tot de Baziliek terug en zuchtten: »Tot wederziensquot;.

O Maria, Onze Lieve Vrouw, Moeder en Koningin van het H. Hart, aanvaard van oversten en leerlingen den innigsten dank. Vóór uwe beeltenis hebben wij neergeknield en wij werden overstroomd met zalvenden troost, met zalige vreugde. Blijf daar, o Maria, blijf in dat gezegend oord uwe gunsten uitstorten over uwe kinderen, blijf daar tot heil en roem van Roermonds doorluchtigen Bisschop, die zich dit jaar in U over zijn vijftigjarig priester-jubilé mag verheugen ; blijf daar de' Beschermster der dochters der Heilige Angela, die er Uwen dienst waarnemen, der stad die U is toegewijd ; blijf daar de Toevlucht der zondaars, de Troosteres der bedrukten, de Behoudenis der kranken ; blijf daar ook onze Toevlucht, onze Moeder, en geef dat wij, oversten en leerlingen in St. Michiels-College, immer uwe ware kinderen blijven.

Monstra te esse Matrem,

Sumat per te preces,

Qui pro nobis natus

Tirlit esse tuus.

............'

ocr page 71

Kracht van een „Salve Reginaquot;.

en Missionaris had een bezoek gebracht aan een Christen dorp en was op zijn terugkeer vergezeld van verscheiden nieuw-bekeerden, terwijl een heiden hun tot giils was.

de nabijheid van een klein bosch gekomen, hoorden zij eensklaps een schor en dof geluid. Een kille schrik beving hen; zij bevonden zich in de nabijheid van een tijger. Weldra herhaalde zich dit geluid; de tijger naderde al meer en meer, het ondier had zijne slachtoffers geroken. Niemand durfde zich verroeren, want men wist dat de tijger zich altoos werpt op een prooi die vlucht en men hoorde hem reeds sterk ademen en zich door

het struikgewas bewegen. i -i

De Missionaris, die alleen zijne koelbloedigheid behouden had, zeide alsdan tot zijne gezellen, die meer dood dan levend waren: „Welaan, mijne kinderen, laten wij Maria aanroepen! Zij zal ons redden.quot; Uan hief hij, als op eene ingeving des Hemels, het „Salvc Beginaquot; aan. Zijne gezellen volgden zijn voorbeeld. In trillende tonen zongen zij het heerlijke gezang tot het einde toe, zonder dat de tijger eenig teeken van leven gat.

Nauwelijks echter stierf de laatste toon weg, of zij hoorden hem voor den derden keer brullen, maar nu niet meer in de nabijheid maar in de verte. Hiermede was alles afgeloopen. Het „Salve licymaquot; had het ondier op de vlucht gedreven; de woorden van den Missionaris „Maria zal ons reddenquot; waren ten volle bewaarheid. De Missionaris en de zijnen werden op hun tocht niet verder verontrust.

Nemen ook wij in de ure des gevaars steeds vertrouwvol onze toevlucht tot Maria, die ons zoo gaarne eene helpende en beschuttende hand biedt, als wij met kinderlijke eenvoudigheid des harten ons tot Haar wenden! Maar vooral, wanneer de duivel, die rondloopt als een brieschende leeuw, ons door zijne helsche inblazingen in zijne macht zoekt te krijgen, moeten wij de hulp inroepen van Maria, de Lieve Vrouw van Jezus' Hart. Zij zal ons vertrouwen op haren bijstand niet beschamen, maar den satan op de vlucht drijven en niet gedoogen dat wij de prooi worden van het helsche ondier. Zoolang wij den naam van Maria met kinderlijken eerbied uitspreken, zullen wij nimmer toestemmen in de bekoring, doch steeds zegevieren en hierdoor nieuwe parelen hechten aan de gloriekroon, welke ons wacht in het Eeuwige Sion.

ocr page 72

— 64 —

aan Zijne Doorluchtige Hoogwaardigheid

DJCcjf t. cE Ól. cff. eSocv/nanOj

Bisschop van Roermond.

O! stoeide in mij de gloed van Sions Harpenaren,

Als Isrels God hun ziel tot citerspelen drong!

O! sloeg, als David eens, mijn liand in gouden snaren,

Wen Hij Jehovahs macht en vaderliefde zong!

O! had ik Vondels geest, zijn eedle zielsvervoering.

Zijn weergaloos talent van toovren met de stift!

O I gloeide in mij dat vuur, die dichterlijke ontroering,

Ik vloog Jen aadlaar na met koninklijke drift 1

Ik deed een koningszang in forsehe noten hooren.

Der zonne glorieglans weerstralen in mijn dicht,

'k Ving gretig de echo op van 't lied der hemelkoren.

Van 't lied, dat klaatrend golft door 't Rijk van 't eeuwig Licht,

Ik zou met lichtpenseel, met rijke kleuren raaien Pen glans van 't Priesterschap in 't Nieuwe Testament,

Waarbij geen aardsche macht, hoo groot dan ook, kan halen, Waarbij zijn onmacht zelfs een Serafijn erkent.

Ik zong met viergen gloed, hoe vijftig volle jaren,

Doorluchtig Kerkprelaat, de Priesterkroon U siert.

Ten jubel van de aan U vertrouwde Christenscharen Van 't Diocees, dat Gij als Bisschop thans bestiert.

'k Liet door de strophen heen de daukbre kreten klinken Van wie Gij door Uw woord en voorbeeld onderweest En sterktet in den strijd en aan de Bron deedt drinken. Die laafnis scheukt en kracht en elke kwaal geneest.

Ik schiep in paarlen om de tranen, die Gij weerdet.

De diepe zielesmart, door IJ zoo vaak geheeld.

Den bangen nood, dien Gij door Uwe liefde keerdet,

Den troost aan arm en rijk zoo niüdlijk toegedeeld.

Toch zwijgt mijn citer niet; neen! 'k wil een danklied staamlen Op 't gulden Jubelfeest, dat U Gods goedheid schenkt,

In naam van wie, in Orersticht, zich hlij verzaamlen Rondom den troon van Haar, die ons naar Sittard wenkt.

Toch waagt mijn hand een greep; ook kunstelooze tonen.

Doch wellende uit het hart, smaadt Gij, o Kerkvoogd, niet; Als Vader leent Gij 't oor met graagte aan al uw zonen, Als zoete melodij klinkt U hun needrigst lied,

ocr page 73

— 65 —

Ja, een Vader zijt Gc ons allen,

Die naar Sittarcl hoopvol zien En aan Sittards Lieve Vrouwe

Kinderlijke hulde bieu;

Ja, een liefdevolle Leidsman

Voor wie op hun levenshaan Streven tot het Hart van Jezus

Door de Moedermaagd te gaan;

Voor wie tot de Lieve Vrouwe

Van des Heilands minlijk Hart Zich steeds met vertrouwen wenden.

Wat gevaar hun hulk ook tart';

Voor wie hunne dierbre panden

Eu geheel hun levensloop Onder de beschutting stellen

Van der hopeloozen Hoop. —

Zou ons dan het hart niet zwellen.

Bisschop, op Uw gouden feest.

Ons niet sporen mee te zingen

Met een dankbren blijden geest?

Ons niet dringen, zcgenwenschen.

Uit des harten diepst gevloeid.

Liefdevol U aan te bieden.

Met gebedendauw besproeid ?

Ja, ook onze beden stijgen

Vol van geestdrift Hemelwaart,

Opdat Uw zoo dierbaar leven

Lang nog voor ons blijv' gespaard.

Dankbaar trilt ook onze smeekiug

Voor U tot de Moedermaagd,

Die het meest van alle schepslen

Aan des Heilands Hart behaagt.

Opdat Zij, de Koninginne

Der doorluchte Apostlenschaar,

Door haar voorbec U verwerve

Hunne kroon, o Jubilaar! —

AVat hemelzoete toon ruischt, Bisschop, mij in de ooren!

't Is of Joannes1 stem, als antwoord op dees beè.

Vol Englenmelodie, vol hemelweelde en vreê.

Dees gulden jubelzang op 't gulden feest doet hooreu.

„Heil Hem, die mij op aard' den zwaren last hielp dragen!

„Heil Hem, die zoo getrouw zich naar mijn voetspoor richt!

„Heil Hem, die Nederland door zijne godsvrucht sticiit „Tot Haar, die alle heil uit Jezus' Hart doet dagen!

„Hij smaakt den zoetsten vreê reeds in dit stofgewemel,

„Als voorboo vau 't geluk, dat Hem is weggelegd,

„Die aan Maria's kroon op aarde paarlen hecht;

„Want wie Haar zóó vereert, troont hoog eens in den Hemel!quot;

Du. A. SMITS, Iloofdzelateui' van do pro». Orcrijsel

ocr page 74

66

PELGRIMS

VAN

f'

EN OMLIGGENDE PLAATSEN

TE eilTARD,

S-5 JTJJSTI 1888.

##quot; u de heenreis naar Sittard, knielden deze talrijke en vrome pelgrims ?||j in de doorluchtige Kathedraal van 's P.osch neder, om er Jezus in ... zijn liefdegeheim te aanbidden en Maria onder den titel „dc

Zoete Lieve Vrouw'quot; den tol van kinderlijke liefde te brengen.

Hierdoor, alsmede door het bezielend woord van den Weleerw. Pater Timmerman, die de processie geleidde en in den vroegen morgen in de Sint-Antoniuskerk te Rotterdam reeds een stichtend woord gesproken had, met nog hooger geestdrift bezield, zetten zij den tocht naar Sittard voort.

Hoe klopte hun het hart van zoete aandoening, toen zij den slanken toren van Maria's Baziliek, het hoofddoel van hun pelgrimstocht, ontwaarden, en nog meer, toen zij, in Maria's bevoorrechte stede aangekomen, hunne blijde schreden richtten naar het gevierde Heiligdom van de Hoop der hopeloozen !

Wie het geluk mocht smaken deze volijverige pelgrims, voorafgegaan door de Xaverianen en de Beeltenis van de Hoop der hopeloozen, omstuwd door eene bevallige schaar bruidjes en de eerewacht van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, door de met vlaggen en wimpels versierde straten, onder statig klokkengelui, naar de Baziliek te zien trekken, was tot in het binnenste zijner ziel ontroerd en kon den jubelkreet niet weerhouden: „Hoe schoon, hoe heerlijk, hoe treffend!quot;

Maar hierbij liet men het niet, neen, reeds aanstonds voelde men zich gedrongen, de pelgrims naar de Baziliek te volgen en hunne oefeningen niet slechts op dien dag maar gedurende al den tijd, dat zij te Sittard verbleven, zooveel mogelijk bij te wonen.

Dat die tijd, aan de voeten van Maria's Genadebeeld vooral doorgebracht, rijk was aan allerlei zegeningen en genaden, behoeft wel niet gezegd; immers

ocr page 75

de Lieve Vrouw van Jezus' minnelijk Hart laat zicli in edelmoedigheid nimmer overwinnen en schept er behagen in de vrome wenschen harer kinderen door hare moederbeden te vervullen.

Maar ook rijk aan stichtende opwekking vlogen die zalige stonden voor de pelgrims voorbij, niet slechts te Siltard, waar hun door Pater Timmerman en de Eerw. Geestelijken van Sittard met zooveel klem, zalving en welsprekendheid gesproken werd over Jezus' nooit volprezen Hart, de Bron van alle genaden, en over Maria, het Kanaal, waarlangs ons al die genaden en zegeningen uit Jezus' Hart toevloeien, maar ook te Roermond, waar zij 's Maandags op hun terugreis uitstapten, om Maria in 't Zand hunne kinderlijke hulde van vertrouwen en liefde aan te bieden. Tot driemaal toe, tweemaal 's Maandags en eens Dinsdag 's morgens, werd hun daar door de Zonen van den H. Alphonsus op kernachtige en treffende wijze gewezen op de Moeder des Heeren, die tevens onze Moeder is, wijl Zij ons in naamloos leed aan den voet des kruises gebaard heeft, en die zoo gevoelig is aan het vertrouwvol gebed harer kinderen, welke Zij met zegeningen en weldaden overlaadt.

Is het wel wonder, dat na al die zegeningen de pelgrims, te Rotterdam teruggekeerd, in de Sint-Antoniuskerk uit volle borsten een danklied aanhieven ? Is liet ook wel te verwonderen, dat zij vol erkentelijkheid baden voor den hoogst verdienstvollen Directeur, den Zeereerw. lieer Pastoor Verhagen, voor den Weleerw. Pater Timmerman, voor den Hoogeerw. Heer Kanunnik en Deken van Sittard en zijne ijverige Kapelaans, voor de EE. PP. Redemptoristen te Roermond, voor de Religieusen Ursulinen en de Zusters van Liefde te Sittard, in één woord voor allen, die tot het welslagen der heerlijke processie hadden bijgedragen?

Maar ook voor Z. D. Hoogw, Mgr. F. A. H. Boermans, Bisschop van Roermond en Hoofdbestuurder der Aartsbroederschap, stegen vurige gebeden Hemelwaarts, terwijl de pelgrims van Zuid-Holland thans, nu de gevierde Kerkprelaat zijn Gouden Priesterjubilé viert, geestdriftig hunne geluk- en zegenwenschen vereenigen met die, welke van alle kanten den Bisschop van Maria toevloeien.

NAAR SITTARD!

Lieve Vrouw van Jezus' Harte,

Smeekende Almacht om Gods troon!

Heil van ziel- en lichaamssmarte,

S preek voor ons bij uwen Zoon!

Komt, Maria's teer beminden.

Komt van eiken ouderdom !

Hier is altijd troost te vinden In Maria's Heiligdom.

Een Felyrim van de Rotterdamsche Processie.

—'A/w--WWv^- —/VVWquot;—--

ocr page 76

— 08 —

HET WONDERBEELD.

ALBINA Zabala was oen kind met meer dan gewone hoedanigheden. Men achtte ,1 haar om haar talenten, vereerde haar om hare beproefde deugdzaamheid en II bewonderde haar om hare bescheidenheid en ootmoed.

Men kau denken, welk eene droefenis zich meester maakte van het huiïgezin des burgemeesters van Caugas, eene stad in Spanje, toen deze dochter, oen der meest beminde leden ervan, opeens ziek werd. En de geheele stad deelde in die droefheid.

Het was in 't jaar 1871).

Van den aanvang af deed de ziekte zich met hevigheid voor: de kleine kon geen voedsel meer binnenhouden; somtijds werd haar zelfs door de benauwdheid de spraak benomen; daarenboven gaf zij meermalen bloed op; zoodat de treurende ouders alle hoop verloren op herstel. Zij ging sterven, zoo meenden ook de geneesheeren; de kunst

zoude hier niets vermogen.

Doch de dood kwam zoo spoedig niet. Acht jaren gingen er voorbij onder de vreeselijkste smarten voor de arme lijderes, acht volle jaren. En heel Cangas wist het; heel Cangas bewonderde de zieke, die ook onder de hevigste pijnen geen klacht uitte. Eenige dagen vóór St. Autonius biechtte ze; en na met moeite en inspanning gecommuniceerd te hebben, sprak ze bijna onhoorbaar tot pater Boneta, die haar bediende:

„Pater, ik wilde u eene gunst vragen—quot;

„We zullen zien of ze kan toegestaan worden,quot; was 't antwoord.

„Ik zou willen, dat men een beeld liet komen van 't. Heilig Hart van Jezus; in de kerk van Cangas is er geen. Zoudt gij er eens met mijn vader eu met den pastoor over willen spreken ?quot;

„Gaarne, kind; ik zal mijn best doen.quot; ,.,,,^,11

En inderdaad, het verzoek van Balbina werd ingewilligd; men bestelde het beelil te Valencia. Toen het aankwam, wenschte de zieke het te zien; was het eens 111 de kerk geplaatst, dan zou ze het nooit kunnen aanschouwen, omdat ze nimmer 111 staat zou wezen, een afstand van twee mijlen (en zoover toch was de kerk van hare woning verwijderd) af te leggen. Ook deze haar wensch werd vervuld. Het beeld werd eerst naar Zabala's woning gebracht, en tegenover het bed der zieke opgesteld.

En de zieke zelf? Zij barstte in snikken uit, en overvloedige tranen stroomden haar over de wangen. En plotseling — daar geraakt ze in een toestand van verdooying, van bezwijming, die door haar langen duur do ouders en omstanders niet weinig vrees veroorzaakte. Dan ziet — opeens slaakt Balbina een onderdrukten kreet, opent wijd de oogen, en roept luide uit: „quot;Wie heeft mij aangeraakt? Mijn God! ik ben genezen, genezen, genezen!quot; De vrees der aanwezigen werd nu ontsteltenis; men meende, dat de zieke in ijlkoorts lag.

„Wees bedaard, kind,quot; stamelde de vader.

jk ben bedaard,quot; gaf de dochter ten antwoord. „O mijn Jezus, 0 Heilig Hart van mijn Jezus! Gij hebt mij genezen!quot; En dc armen, die zoo langen tijd geen beweging meer hadden kunnen maken, hief ze dankend en smeekend naar den Hemel.

De verbazing bereikte haar toppunt. _ . , . , ,

Balbina vroeg hare kleederen. Doch waar waren die ? Acht jaren had zij er geene meer gehad. Nochtans bezorgde men haar het noodige, en in tegenwoordigheid barer moeder en van andere familieleden kleedde zij zich zelf. . , . , „

Niettemin wilde men aan een geheele verdwijning der ziekte niet gelooven. J)e ireneesheeren schudden als gewoonlijk het hoofd en zwegen. Maar Balbina was genezen.

In plechtigen optocht werd het Beeld naar de keik gebracht. Balhina wilde mee. Haie ouders, zoowel als de geneesheeren, waren er tegen.,. Geen nood! geen angst!quot; nep de maagd uit; „ik ben er sterk genoeg toe, dank aan het H. Hart!quot; .

En Balbina ging mee, heen en weêr. en voelde niet de minste vermoeienis. Haar krachten namen zienderoogen toe, en thans verheugt ze zich in een bloeiende gezondheid.

Zoo luidt een verhaal, met den stempel van waarheid, voorkomende in Stff/o fufiiro van Madrid.

EOLDUC. ALI,H- RUÏTËN.

---- --

ocr page 77

UIT ZUID-HOLLAND. Ill FBimiEB

VOOR

l. D. H. MGR. F. L H. BOERMAHS,

BISSCHOP VAN ROERMOND.

Laai ook mij U Imlde brengen

Op Uw gouden Jubilé,

Bisschop van Maria's kindren!

Ik juich op Uw feesttij mei!.

Galmt in Limburg U de lofzang

Tegen uit een vol gemoed,

Uit hot land van zee en duinen Breng ik U don kindergroet!

In het land der Heiligdommen Dracht ik oogenblikken door,

Waar mijn ziel, in vreugde of lijden,

IVooil d' erinnring van verloor. Met U voor den troon der Moeder,

Die te Sittard op ons waebt. Heb ik met U, llooge Kerkvoogd, Haar mijn huldeblijk gebracht!

En dit jaar, bet jaar Uws jubels, Knielde ik weder voor den troon

Van do Zoele Lieve Vrouwe, Die zooveel kan bij haar Zoon.

Veel reeds heb ik Haar te danken Wat ik Haar in eenvoud vroeg;

Nu ook wilde ik Haar ontdekken Wat ik in het harte droeg.

En ik heb voor U gebeden,

Dierbre Kerkvoigd, Haar zoo na,

Dat Zij duizendmaal U zeegno. Met haar handen vol gena!

In U al de kindren van de Lieve Vrouw van 't Heilig Hart!

Dat Ze U lange jaren schenke. Vol van vreugde, vrij van smart!


Moge God ver l oot ing rel enken

Aan mijn kinderlijke beè !

Moget Gij zo als wcnsch aanvaarden

Op Uw gouden Jubilé!

Voor Uw leering, voor Uw voorbeeld

Is ren bede 't zoetste loon.

Lieve Vrouw van 't Heilig Harte, Hecht zc aan Zijn hemelkroen!

1'. E. MASKEH. Patlocr Ic Lciih-xtorp.

ocr page 78

'0)

ZUID-HOLLAND

aan Zijne Doorluchtige Hoogwaardigheid

IF* L H

BISSCHOP VAN ROERMOND.

„ Laat de kleinen tot mij Urnen!quot; Zoo klonk eens met zoeten klem Onderrichtend tot de Apostlen Jezus' liefdevolle stem.

„Laat de Ueinen tot mij Icomen /quot; Neen, dat woord ging niet te loor, — 't Klonk den langen loop der eeuwen Luid en hartverteedrend door.

„Laat de Ueinen tot mij Urnen!quot; Zoo spreekt nog des Heeren Bruid Altoos hare moederliefde Tot de kleinen teeder uit.

„Laat de Ueinen tot mij Urnen!quot; O! die toon, vol melodij,

Die der ouders hart verlustigt En zich rept tot de Englenrij, Wakende over hunne kleinen,

In do hoogste liefdevlucht, —

O! die toon van Jezus1 Harte,

Door den satan zoo geducht,

Was ook d' Uwe, Roermonds Bisschop, Sinds Gij, vijftig jaar gelecn.

Voor den eersten keer als Priester 's Heeren Altaar mocht betreên.

„Laat de Ueinen tot mij Urnen!quot; O! die teedre liefdeklacht,

Uit des Heilands Harte vloeiend, Dat naar 't heil der kleinen smacht. Stroomde ook U, o Jubilaris,

Diep uit 't Priesterlijk gemoed. En het weldoen aan de kleinen Bleef U altoos hemelzoet;

Hun den weg des heils te leeren, Hun te spreken over God,

Over Jezus en Maria,

Was Uw hoogste zielsgenot.

„Laat de Ueinen tot mij Urnen!quot; Blijft Uw spreuk, o Kerkprelaat, Nu Gij, staf en mijter dragend.

Over Roermonds Bisdom staat. Spreekt de „ KinderJcransquot; niet luide, Aan de Moedermaagd gewijd. Dat, Doorluchte Jubilaris,

Gij der jeugd een Vader zijt? — Worde door Gods lievelingen Lang nog. Monseigneur, Uw woord: „Laat de Ueinen tot mij Urnen!quot; Hun tot hooger heil gehoord!


A. VERHAGEN, Dir. tc Botterdam.

ocr page 79

Haariem, Amersfoort Utrecht, Eiland

TE SITTARD.

5 JUNI.

öim

keds voor de negende maal trokken de pelgrims uit Noonl-Holland, ^Utrecht, Gelderland, Noord-Brabant en Zeeland, onder leiding van i^jPden Zeereerwaarden Heer P. B. Vismans, Pastoor te Nederhorst-den-Berg, naar Sittard.

Meer dan G00 in getal, kwamen zij Dinsdag 5 Juni te Sittard de schatting hunner dankbaarheid en liefde brengen aan Ome Lieve Vrouw van het II. Hart, na diezelfde Moeder in 's Bosch te hebben begroet als de Zoete Lieve Vrouw.

Wie kan het zalig genot beschrijven dezer pelgrims, verzonken in gebed voor den onder broodsgedaante waarlijk verborgen God en aan de voeten der Beeltenis van zijne Heilige Moeder.

Met welke gretigheid luisterden zij naar do woorden des eeuwigen levens, door de Zeereerw. Heeren Pastoors 11. J. Hoogenboom, G. Kaas en P. B. Vismans, in zoo ruime mate, met den gloed der overtuiging en het talent van redenaar verkondigd!

Met welk eene vreugde en opgewektheid maakten de pelgrims gebruik van deze gelegenheid, om in het openbaar Gods lof en liefde te verkondigen en zijne Heilige Moeder lof te zingen! Wat voelden zij zich gelukkig, dat er in Nederland toch nog plaatsen zijn, waar ook op 's Heeren wegen aan God de eer mag gegeven worden, welke Hem toekomt!

Leve Jezus, onze Liefde ! Leve Maria, onze Hoop ! — Deze lievelings-kreet van den volijverigen Pastoor Vismans is ook de kreet der dankbaarheid van zijne pelgrims voor de dagen van zaligheid, onder zijne leiding, in Sittard gesmaakt.

Doch ook aan zijne Zeereerw. medehelpers en aan de Heeren Geestelijken van Sittard, 's Bosch en 't Zand, zij de innigste dank betuigd, alsmede aan de EE. Ursulinen en de Liefdezusters te Sittard, voor do feestelijke ontvangst aan de pelgrims bereid.

ocr page 80

— 72 —

Ongetwijfeld zal do God van liefdo allen zegenen voor hun ijver ter uitbreiding der zegenrijke devotie tot Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, die Goede Moeder, welke onophoudelijk ijvert de harten der menschen te voeren tot het H. Hart van Jezus, van dien Jezus, die gekomen is, om alle menschen zalig te maken, die gezegd heeft, dat er in deu Hemel meer vreugde zal zijn over één zondaar, die boetvaardigheid doet, dan over negen en negentig rechtvaardigen, die geen boetvaardigheid noodig hebben.

Ten slotte maakten de pelgrims van deze gelegenheid gebruik om Zijne Doorl. Hoogw. Mgr. F. A. H. Boermans de beste heil- en gelukwenschen aan te bieden, ter gelegenheid van zijn Gouden Priesterjubilé.

Moge Onze Lieve Vrouw van het H. Hart den Doorluchtigen Hoofdbestuurder harer zegenrijke Aartsbroederschap steeds rijkere zegeningen uit Jezus' Hart door hare moederbeden doen toevloeien !

Moge die Doorluchtige Kerkprelaat nog tal van jaren in 's Heeron Wijngaard werkzaam wezen tot heil en vreugde zijner diocesanen en van alle leden der Aartsbroederschap van Sittard!

Dit is onze vurige hartewensch, wiens vervulling wij niet zullen ophouden van den liefdevollen Jezus af te smeeken.

Mif. TRAVAILLEUR.

AT was zeker het bezoek van het Zanggezelschap van Vaels en Vijlen, dat onder leiding van den verdienstvollen directeur, den Heer Jongen, eene heerlijke muziekmis keurig ten uitvoer bracht in de Baziliek te Sittard. Allen, in het Heiligdom aanwezig, waren zeer gesticht en uiterst voldaan over de uitvoering.

Wij hopen en wenschen, dat de leden met dezelfde bereidwilligheid en offervaardigheid, welke zij tot hiertoe aan den dag legden, steeds blijven medewerken tot do eer van God en tot opluistering der Kerkelijke feesten.

ocr page 81

— 73

BBBRiSi

AAN

Z. D. H. Mgr. F. A. H. BOERMANS,

Bisschop van Eoermond.

■

Gelijk de zon verlicht en koestert door haar stralen En al wat gr.ieit en bloeit tot volle rijpheid stooft En kwisfiif schatten strooit, zoowel in 't diepst der dalen Als waar der bergen top des Scheppers Almacht looft; Zoo schittert 't Priesterschap, met hemelglans en luister, En zendt zijn stralen uit, vol licht en warmtegloed.

En bant uit 's menschen geest dos twijfels somber duister Door prediking van 't woord, dat deugd eu vroomheid voedt. Wat rijkdom wordt de ziel door Priesterhand ontsloten! Wat schatten dalen neêr, op 't Piiesterlijke woord.

Van Hem, die al zijn Bloed aan 't Kruishout heeft vergoten, Wiens Hart op Golgotha Longinus heeft doorboord!

Zoo schittert 't Priesterschap .reeds vijftig vruchtbre jaren In IJ, o Prins der Kerk, o Bisschop van Roermond. Wat oogst mocht Ge in dien tijd met Gods gena vergaiiren. Ten spijt der hel, als Priester van het Nieuw Verbond! Wat nevels deedt Gij niet al predikend verzwinden En wijken voor het iicht, uit Jezus' Hart gestraald! Hoe liefdevol deedt Gij den weg van heil weêr vinden, Wen 't U vertrouwde schaap — helaas! — was afgedwaald! Hoe zorgzaam hoeddet Gij Uw kudde voor de wolven. Die, in des satans dienst, vijandig zijn aan :t Kruis En juublen, als een schaap, in zondenvloed bedolven, Des Herders stem niet hoort, bij 's wereld woest gedruisch I

Hoe troostend drong Uw woord in diepbedroefde harten. Voor wie slechts alsem groeide op hunne levensbaan! Wat balsem goot Gij uit, bij 't vlijmen van de smarten, Als felle ramp op ramp hun wonde op wond kwam slaan ! Hoe roerend weest Gij dan op 't Kruis en Jezus' lijden En op de Lieve Vrouw, die onder 't Kruishout stond En op het jubelwoord: „Door lijden tot r er blij den !quot;

Waarin zoo meenge ziel haar zoete troosting vond!

Die liefde ving Uw hart uit Jezus' Hartewonden, Dat brandende fornuis der liefde van Uw God,

En mot dat minlijk Hart steeds inniger verbonden, Is weldoen, Monseigneur, Uw hoogste heilgenot.

Die liefde, vaardig steeds en voor geen offers schrikkend, Zet glans bij aan het goud van Uwe Priesterkroon ; Die liefde, Kerkprelaat, nooit last of moeite wikkend.

Vindt in het Hemelrijk eens wis haar hoogste loon.

J. B. VISMANS,

Pastoor te Xederhorst-den- Berfl, Dircctcnr der Pfocessie.

I

I J

ocr page 82

— 74 —

UIT NOORD-HOLLAND.

©n Jiileiia

AAN

/5. CD. Jf. Sïtgr. cf. @1. cff. oBoer mans,

Bissdiop van Eoeraond,

Aan den Amstel eu liet IJ Klinkt het juichlied even blij Als aan de Maas, waar lange akkoorden Verkondigen door Limburgs oorden Vele mijlen in liet rond 't Feest des Bisschops van Eoermond.-

Aan den Amstel en het IJ Zingen, juichen, juublen wij, Die telken jaar naar Sittard kwamen. Vandaar Uw beeltnis medenamen Met het beeld, zoo wonderschoon, Der Gezegende op Haar troon!

Gij, o Kerkvoogd, hadt uw deol Aan de beden van zooveel.

Door kinderliefde en trouw bezielden. Die één van zin hier nederknielden Op Maria's outertrap.

Leden der Aartsbroederschap,

flij zijt Loidor toch en Hoofd Van de schaar, die trouw belooft Aan 't vaandel, dat zij heeft verkozen, Dc vaan met drie-en-dertig rozen;

Trouw, hoe ook de wereld tart'. Aan de Vrouw van 't Heilig Hart!

Daarom, op Uw Jubiló Juublen wij als kindreu mee! Aanvaard den lofzang en de hulde.

Die ons zoolang het hart vervulde! Ja, aan Amstel ook en IJ,

Eoermonds Bisschop, juublen wij.

Eu wij heffen hart en oog Naar Maria's troon omhoog.

En bidden dat in vrede eu vreugden Uw gouden krans van priesterdeugden Lang hier strale in 's menschen oog, Eenwig daar, bij Haar, omhoog!

3VC. WER.KEI?,,

Uoofd-Xelateur der Aartsbroederschap van Onze Lieve Vrouw van 't 11. Hart en President der Pi us- Vercenirjintj te Amsterdam.


ocr page 83

liiidiiii.

Jjl N een hechten toren in Nicodemië zat eene teedere maagd opgesloten 5J[| van buitengewone schoonheid, bijzondere geleerdheid en uitstekende ,gt;v heiligheid.

Op uitdrukkelijk verlangen haars schatrijken vaders werd zo geheel afgesloten gehouden van de buitenwereld. Alleen Valentinus, een door den beroemden Origenes haar toegezonden geleerde, had toegang tot haar. De vader, die niets ontzag om den geest van het begaafde kind met alle kundigheden te verrijken, bevroedde weinig, dat zijne dochter van de lessen des geleerden gebruik maakte om zich in de leer der Christenen te laten onderwijzen; want Dioscorus, zoo heette de vader, was heiden. De teedere maagd was geene andere dan de later zoo beroemde martelares, die de heele wereld thans aanroept als patrones voor een zaligen dood, de Heilige Barbara.

Op zekeren dag, dat de vader, na een lange reis, weder zijne dochter bezocht, vond hij haar verblijf gevuld met de zinnebeelden der Christenen. In plaats van de twee vensters, welke haar bewilligd waren in een nevengebouw van den toren, had zij er drie laten maken, ter eere van de Heilige Drievuldigheid; en in plaats van de afgodsbeelden der heidenen had zij op de meest in het oog springende plaats des vertreks een groot Kruisbeeld doen aanbrengen.

Men begrijpt de woede des vaders. Hoe meer hij echter raasde en tierde en vloekte, des te meer bad en lofzong de tengere maagd. Dioscorus was buiten zich zeiven van woede, en trok zijn zwaard, om het biddende kind te dooden. Geen nood ! Schoon de deuren alle gesloten waren, was Barbara verdwenen, en weinig tijds daarna vond men haar wéér op een naburigen bergtop.

Den vader werd het verblijf der dochter bekend gemaakt, en met moordplannen in het hoofd maakte hij zich op, om de vermetele, die het waagde te spotten met zijne goden, te straffen. De maagd echter wachtte bedaard zijne komst af. Biddend en haar Goddelijken Bruidegom verheerlijkend lag zij daarneér, toen de wreedaard haar naderde. En, o wonder! toen het moorddadig staal geheven was om haar te treffen, scheurde de grond open en verzwolg de dochter voor de ontstelde blikken van den grammoedigen vader. En.... eenige oogenblikken daarna bevond zich de vervolgde maagd weder in den toren, te midden van al de Christelijke zinnebeelden, waarmeê zij haar verblijf had opgesmukt.

Er was geen greintje van vaderlijk gevoel meer overgebleven in Dioscorus' hart. In ziedende razernij begaf hij zich naar den proconsul Marcianus, om zijne dochter als Christinne aan te klagen.

Ook de Bomeinsche Christenvervolger kende geen medelijden. Wanneer hij de schoone maagd, in al de fierheid van haar stand en de standvastigheid van haar geloof, voor zich zag staan; wanneer hij diep vernederd werd door hare antwoorden en zich zelf moest bekennen, dat hij overwonnen was door eene vrouw, dan kookte ook hem het bloed in de aderen, en in zijn overmoed gaf hij het bevel, de onschuldige te geeselen tot haar heele lichaam slechts

ocr page 84

ééne wonde was. Eu toon werd ze in haar kerker teruggevoerd, om den volgenden dag weder dezelfde mishandeling te ondergaan. Doch God zond haar heinelschen troost in Inar lijden, en al hare wonden genazen oogen-blikkolijk.

Verstomd aanschouwde Marcianus 's anderendaags do maagd, die voor hem verschoon zonder eenigo wonde en schoon als waro liaar geen leed geschied. Nadat hij zich eenigsziiH van zijne verwondering hersteld hal, sprak hij haar toe:

„Gij ziet, hoe de goden u beminnen! Uwe wonden hebben zij genezen; zoo otter hun don wierook der dankbaarheid!quot;

„Uwe goden zijn als gij zijt, doof, blind en dood,quot; antwoordde met fterhcid do heldenmoedige Christin. Ea zij vervolgde: „Wie mij genezen heeft, is Jezus, mijn edele en almachtige Bruidegom 1quot;

Nu beval de wreedaard haar met gloeiende toortsen de zijden te branden. En te midden dor onuilslaanbaarste pijnen, bad Barbara:

7,0 lieer, sta mij bij! Ik lij l uit liefde tot U en tot verheerlijking van Uwen naam!quot;

Marcianus was weder overwonnen; Barbara's aangezicht straalde van hemelsche vreugde.

Ilelsche wreedheid vond een nieuw pijnigingsmiddel uit. De consul liet haar ontkleed de straat op drijven en ze met zweepslagen voorlgeeselen. De schaamte deed de edele maagd meer lijden dan de foltering; en sineekend bad ze: „O lieer, Gij, die den Hemel dekt met wolken, dek ook mij!quot; En er kwam in een wolk van licht een Engel, die haar kleedde in een rijk en leliewit gewaad.

Er bleef den beulen niets meer over dan het zwaard, om een einde te maken aan de onmenschelijke martelingen.

En ziet — Dioscorus, de vader, wilde de beul zijner eigene dochter zijn. Zoo ver had de razernij over den heldhaftigen tegenstand der Heilige martelares hem gebracht.

Als de maagd dat zag en neerknielde onder het zwaard haars vaders, sprak zij het schoone gebed uit: „O Ileere Jezus, aan wien al het geschapene gehoorzaamt, geef, dat al diegenen, welke Uwen Heiligen Naam aanroepen in herinnering aan mijn martelaarsschap, vergiffenis hunner zonden verkrijgen op den dag des oordeels.....quot;

Onmiddellijk daarop hoorde zij eene stem, die zeide: „Kom, mijne welbeminde, en rust uit in de woningen mijns Vaders; wat gij vraagt is u gegeven.quot;

Het zwaard viel neder: de vader had zijne dochter vermoord.

Maar God is een strenge Wreker. Bij het afgaan van den berg, waarop het bloedig schouwspel had plaats gehad, schoot uit den wolkenloozen Hemel plotseling een bliksemstraal neder: Dioscorus, de ontaarde vader, viel dood neder, en het hemelvuur verbrandde zijn lijk tot assche.

Marcianus stierf denzelfden dood.

ocr page 85

OK HET

GROOTE JAARFEEST TE SITTARD.

12 JUNI.

^l^flooiT blijkt Limburgs bovoorrecbtc Stede in zoo hooge mate den eevvulleu naam .C|,m J| „Neêrlamla Bethlehemquot; te verdienen, als wanneer het Jaarfeest van Onze Lieve 9 Vrouw van het IT. Ilart binnen hare veste door duizenden met heiligen jubel des harten, met weêrgalooze geestdrift gevierd wordt.

Geeft zich deze geestdrift telken jare, tot vreugde van alle Engelen en Heiligen, tot vreugde ook en stichting van alle ware Katholieken, welsprekend lucht, toch zal do naneef, bij liet doorbladeren van de Annalen van de Hoop der hoiieloozen, niet bijzondere voorliefde zijne vrome aandacht wijden aan het schitterend blad. dat in onuitwischbaar letterschrift het jaar 1888 te lezen geeft.

Verschillende dag- en weekbladen maakten in waardige en treftende bewoordingen gewag van den ongemeenen toeloop van pelgrims uit alle oorden van ons dierbaar Vaderland, uit Belgie, uit de Rijnprovincie ; van hun geestdrift en voovbeeldigeu ijver om Kind en Moeder, evenals weleer de vrome Herders van Bethlehem en de Wijzen uit het Oosten, hulde te brengen; van den buitenge wonen luister, waarmede het Jaarfeest van de Beste der moeders gevierd werd. Hoe uitvoerig vooral en welsprekend werd de feestviering bcschreven in het Maandboekje van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, bij het lezen waarvan men zich verbeeldt het heerlijke Feest, rijk aan zalige uren, bij te wonen !

Ja, 't is ons, alsof wij met de processie van Bergen-op-Zoom en met de duizenden andere pelgrims, 7j. D. 11. Mgr. Boermans, door eene talrijke Priesterschaar in rocbette en een EOtal bruidjes niet vaantjes en rozenkorfjes, van de Decanie zien afhalen en naar de Baziliek geleiden. Wij zien en hooren in dat vermaarde Heiligdom den Door-luchtigen Dienaar van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart de Pontiflcale Hoogmis opdragen, welke voorafgegaan was door meer dan 40 H. Missen, die aan de verschillende altaren der Baziliek, van middeniacht af, elkander onafgebroken opvolgden. Wij zijn getuigen van de indrukwekkende plechtigheid, welke in het lokaal der Xaverins-Vereeniging plaats had, waar Z. D. H. een nieuw schoon vaandel ter tere van den Heiligen Antonius wijdde. Wij hooren in de serenade, welke do fanfare der Xaverins-Vereeniging aan Monseigneur bracht, aangrijpende tonen van innige dankbaarheid, van eerbiedige hulde, door het luchtruim golven.

Wij zien op dat oogenblik de heele Oude Markt, welke, evenals gansch Sittard, in feestdos prijkte, met vrome scharen gevuld. Onze oogen verzadigen zich aan het heerlijkst schouwspel. Eoermonds veelgeliefde Kerkprelaat staat in de vestibule der Decanie, in het midden eener talrijke Geestelijkheid. Vier bruidjes, leeilingeu van bet Externaat der EE. Religieusen Ursulinen, bieden den Doorluchtigcu Kerkvoogd een heerlijken, keurigeu ruiker aan en reciteeren een treffend gedicht. Wij hooren den Prins der Kerk tot den Directeur en de leden der fanfare een waardeerend woord richten over hunne opwekkende, kuuitvolle en Miditende muziek en hun heerlijk nieuw vaandel.

ocr page 86

— 78 —

Wij knielen in geestdriftige stemming eerbiedig met alle aanwezigen neder, om den zegen te ontvangen van Z. D. H., dien Hij zoo gaarne over de talrijke scharen uitsprak, alvorens zijn dierbaar Sittard te verlaten.

Hebt gij het geluk gehad, waarde lezer, dien zegenrijken dag, dien dag, rijk aan zalige uren en stichtende opwekking, in Maria's Stede door te brengen, dan trilt voorzeker thans, bij de herinnering hieraan, de juichkreet op uwe lippen: „Dien dag vergeet ik mijn heel leven niet!quot; En onwillekeurig denkt gij weer aan het zoo echt Priesterl.'jk woord van den Zeerecrw. Heer P. F. Masker, Pastoor te Soeterwoude, die u onder de eerste Mis, in het nachtelijk uur, zoo zalvend in Bethlehems velden, in Bethlehema Stalletje verplaatste. Onwillekeurig hoort gij weer de hartverteederende woorden van bemoediging, troost en vertrouwen, welke de Zeereerw. Heer Lucas, Pastoor te Herkenbosch, in de tweede preek van half zes, zoo welsprekend tot u richtte.

Gij gevoelt uw vertrouwen in de Moeder des Heeren, die tevens uwe Moedor is, verlevendigd. Uw hart jubelt bij de gedachte, dat Zij u kan, wil en zal helpen, zoo gij Haar slechts met kinderlijk vertrouwen in al uwe nooden aanroept, zoo gij slechts met een geloovig, hoopvol en minuend hart door Maria tot Jezus gaat.

Deze heerlijke leus werd u zoo heerlijk ontvouwd, toen onder de Pontificale Hoogmis de Zeereerwaarde Zeergel. Heer Bartels, Professor aan het Bisschoppelijk Collegie te Eoermond, u sprak over de devotie der devoties, over de devotie, door de Voorzienigheid bestemd, om het vuur der Goddelijke liefde over deze eeuw van lauwheid te doen zegevieven, over de devotie tot Jezus' Goddelijk, nooit volprezen Hart. „Door Maria tot Jezus!quot; Deze leus klonk u toen zoo treffend, zoo krachtvol toe, en de zoete herinnering hieraan doet u thans blijvol uitroepen; „Met deze leus wensch ik te leven en te sterven!quot;

En dankbaar klopt u het harte bij de herinnering aan al de weldaden en gunsten, welke u, vófir Maria's Genadetroon neergeknield, gewerden, en de welsprekende woorden van den Weleerwaarden Heer Veltmans, Kapelaan te Thorn, die u onder het Lof een hartelijk vaarwel toeriep, treden u weer levendig voor den geest, toen Z.Eerwaarde u de dankbaarheid niet alleen als plicht, maar ook als onderpand van nieuwe zegeningen In zoo gevoelvolle taal voorstelde.

Ten slotte stemt gij, pelgrim?, die den 12 Juni met Mgr. Boermans te Sittard het Peest van de Hoop der hopeloozen vieren mocht, allen geestdriftig in met dezen gelukwensch aan dien Doorluchtigen Kerkvoogd, ter gelegenheid van zijn Gouden Jubelfeest als Priester des Heeren: „Moge Onze Lieve Vrouw van het H. Hart U, Monseigneur, U, den volijverigen Hoofdbestuurder harer Aartsbroederschap, U, den Doorluchtigen pelgrim, U, die zoo gaarne steeds nieuwe parelen hecht aan hare Genadekroon, door hare Moederbeden steeds rijkere zegeningen uit Jezus' Hart doen toevloeien, U een lang en gelukkig leven verwerven en eenmaal de poorten der gelukzalige eeuwigheid binnenvoeren!

Dit is de vurige hartewensch van ons allen, o Doorluchtige Kerkprelaat, dit de uiting onzer innige erkentelijkheid voor al hetgeen Gij met steeds aangroeienden ijver doet, om de zoete en zegenrijke devotie tot de Slenteldraagster van Jezus' Hart, der lijdende menschheid ten troost, allerwege te verbreiden!

ocr page 87

Geloofd en geprezen zij Onze Lieve Vrouw van het H. Hart.

quot;ie zal de menigvuldige en groote gunsten kunnen optellen, welke vooral in de Octaaf van 't Jaarfeest van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart gevraagd en verkregen zijn ? Wie zal ze ons melden, die zegeningen, dien troost, dat geluk, welke uitgingen van Sittards Heiligdom, van den troon van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart? Wie zal ons het getal der pelgrims opgeven, die vooral in die dagen een bezoek brachten aan de Baziliek, wie ons hun ijver, hunne liefde, hun vertrouwen schetsen? In dat vaste vertrouwen op de Hoop der hope-loozen zijn zij niet bedrogen en teleurgesteld: allen gingen heen vol troost, vol moed, vol dankbaarheid tot Maria, steunend op haren machtigen bijstand, daar zij de zorgen voor de bange toekomst Haar hadden blootgelegd en toevertrouwd.

Eiken dag onder de Octaaf zaagt gij velen naderen tot do H. Tafel, om, gesterkt door dit Hemelbrood, met hoop en vreugde ts strijden en de toekomst met blij gemoed in te gaan. Gedurende den geheelen dag zaagt gij velen neerknielen vóór het zoete Genadebeeld, om bij de „Kracht der zwakkenquot; de noodige kracht en hulp te putten.

ocr page 88

— 80 —

Verscheidene processiën kwamen hier Maria den tol barer liefde, eerbied en gehechtheid brengen.

Dinsdag 19 Juni zou de zegenrijke Octaaf met plechtig Lof en preek gesloten worden, om die goede Moeder voor al die zegeningen en gansten te danken en ons in de liefde en het vertrouwen lot Onze Lieve Vrouw van het II. Hart meer en meer op te wekken en te sterken.

Het koor der Parochie-kerk, dat door schoone en boeiende gezangen zooveel luister weet bij te zetten aan de kerkelijke plechtigheden, toonde ook ditmaal weer, evenals onder de geheele Octaaf, dat kennis en ijver op het punt der muziek veel tot stand kunnen brengen.

Hoe verheven en tevens krachtig klonk die hymne langs de gewelven, ter eere van den Menschgeworden God, uitgesteld in het II. Sacrament zijner liefde!

Wat was de groet aan Maria zoet en roerend! Hoe smeekend en ver-trouwvol niet het lied tot Onze Lieve Vrouw van het II. Hart!

Wij kunnen daarom niet nalaten een woord van hartelijken dank te wijden aan het verdienstvolle koor en aan den talentvollen Directeur voor de toewijding, ijver en zorgen, welke zij steeds aan don dag leggen.

Onder het Lof betrad do Zeereerwaarde lieer Fr. Herben, Pastoor te Lutterade, den kansel, en in eene sierlijke predikatie sprak hij met de hem eigen welsprekendheid, naar aanleiding zijner treffende tekstwoorden: „Gezegend zijt Gij onder de vrouwen en yezeyend -is de Vrucht mes lichaams, Jezusquot; (Luc. 1. 28 en 42.), over do grootheid en waardigheid van Maria, die onder alle schepselen uitmuntte, om haar Kind Jezus, wiens Moeder Zij is.

De zegen met het Hoogheilig Sacrament besloot de plechtigheid.

Jezus, die, toen Hij op deze wereld rondwandelde, niets weigerde aan zijne H. Moeder en op hare bede zoovele wonderen verlichtte, zal ook thans niet weerstaan aan haar gebed, maar alle hare hartewenschen goedgunstig verhoeren en de mildste zegeningen over hare ware dienaars en kinderen uitstorten.

Moge dan onze groote Voorspreekster en Middelaresse, Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, in Jezus' Goddelijk Hart, voor ons putten kracht en sterkte, moed en troost op den gevaarvollen weg des levens ! Mogen wij steeds hare ware kinderen, hare oprechte vereerders blijven!

K.

Maria is een Moeder ons.

Een Moeder lief en teer.

Dat toont Zij, wie Haar mint en dient.

Gestadig meer en meer.

ocr page 89

m' i'NE oppassende en arbeidzame weduwe zag met omiitsprekelijk l'fevei-driet haren zoon het breede pad bewandelen, dat ter helle voert.

Geheel de gemeente sprak schande van hem; cn geen wonder, want hij was ongodsdienstig, overgegeven aan luiheid en een dronkaard. Als eene tweede Monica, weende de weduwe dag en nacht over het ergerlijk gedrag haars zoons en richtte zij vurige gebeden ten Hemel voor zijne bekeering. Doch het uur daarvan was nog niet geslagen.

De weduwe kwam voor tijd en wijl als kindermeid in dienst bij de Mevrouw van het Kasteel, die haar medenam naar Parijs. Zij kende er weldra den weg naar het Heiligdom van Onze Lieve Vrouw der Overwinningen, waarvan zij in haar dorp reeds had hooren spreken. Telkens als zij vrijen tijd had, begaf zij zich daarheen, om haar moederhart vóór den genadetroon van Onze Lieve Vrouw uit te storten en onder een vloed van tranen hare voorbede af te smeeken tot bekeering van haren zoon.

Vooral den laatsten keer, dat zij in 't Heiligdom mocht neerknielen, rekte zij er haar gebed zoo lang mogelijk; nog nooit had zij zich zoo ontroerd gevoeld als die laatste maal, maar ook nog nooit had zij met een zoo levendig vertrouwen op verhooring voor haren ongelukkigen zoon gebeden.

Welgemoed verliet zij eenige dagen daarna Parijs, om naar haar dorp terug te keert n.

Haar zoon wachtte haar ter plaatse, waar men uitstapte, op, vloog haar met warme kinderliefde om den hals en deed hare blijdschap ten top stijgen door den vreugdekreet: „Lieve moeder. Onze Lieve Vrouw der Overwinningen heeft mij bekeerdquot;. Dan verhaalde hij haar, hoe hij op zekeren avond, na een slechten dag, zich met een hart vol droefheid ter ruste begaf en maar niet kon inslapen, doch voortdurend dacht aan Onze Lieve Vrouw der Overwinningen, over welke zijne moeder hem geschreven had. Des anderen daags, deelde hij haar verder mede, had hij zich ter kerke begeven en den Pastoor rouwmoedig zijne biecht gesproken.

Diep bewogen omhelsde do moeder haren tot God bekeerden zoon, en toen zij hem vroeg, wanneer die wonderbare omkeering in hem had plaats gegrepen, mocht zij vernemen, dat deze juist op den dag geschiedde, toen zij mot een zoo bijzonder vertrouwen tot Onze Lieve Vrouiv der Overwinningen gebeden had. Zijne bekeering was oprecht, zijne levenswijze voortaan stichte nd.

—gt;......Hèamp;H.....-

ocr page 90

— 82 — GRONINGEN

aan Zijne Doorluchtig© HoogwaardigheM

mif t. ér. a. cff. oBoctnians,

BISSCHOP VAN ROERMOND.

In bezielde jubeltonen, krachtvol, rijk aan melodij,

Klonk, o Bisschop, ons de mare van Uw gulden Feestgetij,

En met zielsdrift, niet te teuglen, greep ook hier des dichters hand,

Ter ontboezeming des harten, 't feestlijk speeltuig van den wand.

Allerwege waar de bede: „Lieve Vrouw van 't Heilig Hart,

Bid voor ons!quot; zich spoedt ten Hemel, tot de Heelster aller smart,

Allerwege waar als harptoon Sittards naam door 't luchtruim speelt,

Wekt, o Kerkvoogd, Uwe feestvreugd in de harten hernelweeld'.

Allerwege kondt de pelgrim, die uit Sittard wederkeert,

Hoe Gij Jezus' Lieve Moeder in haar Baziliek vereert;

Hoe Gij daar godvruchtig neerknielt vóór 't Genadebeeld der Maagd,

Die, almachtig door haar beden, steeds verwerft waarom Zij vraagt.

Allerwege roemt de pelgrim Uwe vrome minzaamheid.

Die aan hoogen ernst zich parend en aan wijs en kloek beleid,

D'adeldom verraadt Uws harten, met der deugden glans verrijkt.

Voor wier luister alle grootheid van het ondermaansche wijkt.

Straal' nog lang der Kerk tot sieraad, 't Bisdom van lloermond tot vreugd.

Onze Aartsbroederschap ten wasdom, die verheven glans van deugd !

Zoo breidt zich des Heeren glorie, 't doel van heel do schepping uit,

Zoo vindt Jezus' Hart meer minnaars, zoo ontvalt der hel haar buit.

Zoo wordt meer en meer bewaarheid, wat de Moedermaagd eens zong.

Als de Geest van alle waarheid Zijne Bruid tot zingen drong:

„Zie! van nu af zal mij zalig noemen elk geslacht op aard';quot;

Want zoo klinkt de leus steeds sterker, die ons om haar zetel schaart:

„Gaat tot Jezus door Maria!' en steeds meerdren treden aan.

Om tot 't Goddlijk Hart des Hollands door de Moedermaagd te gaan.

Do Vereerders van O. L. Vrouw van H 11. Hart te Groningen.

ocr page 91

— 83 —

jjBirlt, «uw ¥ir©mgi#.s,,;

AmE waarheid van dit gezegde ondervonden de pelgrims van Maas-yJlfluISp bracht, Linne en Wessem, die in den morgen van 14 Juni naar sittard gesneld waren, om daar aan de voeten van Maria troost en sterkte te vragen.

Onder leiding van den Zeereerw. Heer A. Smidts, Pastoor te Maasbracht, die zoovele moeiten zich getroost, om de devotie tot Maria te bevorderen en levend te houden, trok men biddend en zingend tempelwaarts, om aldaar de plechtige H. Mis, welke eiken Donderdag onder een grooten toevloed van menschen gezongen wordt, bij te wonen.

Allen werden aangenaam verrast, toen de goede Pastoor den kansel beklom, om aan zijne godvruchtige toehoorders het zielebrood van het Woord Gods in eenvoudige doch hartelijke taal mede te deelen. Wij laten den korten inhoud van deze boeiende predikatie hier volgen.

De gewijde redenaar verhaalde, hoe de H. Gertrudis in eene verschijning van den H. Johannes, hare verwondering te kennen gaf, waarom hij, de geliefde leerling van den Goddelijken Meester, hij, die aan Jezus' Hart had mogen rusten in het laatste Avondmaal, niets geschreven en opgeteekend had over het Goddelijk Hart, dat uit liefde tot ons is geopend; en zij kreeg ten antwoord, dat God de zoetheid en grootheid van Jezus' liefde in het Heilig Hart later zou openbaren, om de verkoelde liefde der menschen te verlevendigen en te doen ontvlammen.

Na alsdan verklaard te hebben, dat geen menschelijke tong in staat is op voldoende wijze over dit verheven onderwerp te spreken, wilde hij, hoezeer onvermogend, beproeven, ook eenige stralen van dien Goddelijken liefdegloed in de harten der geloovigen te doen glinsteren, door te toonen dat alle volmaaktheden, alle eigenschappen van Jezus' Goddelijk Hart als vervat zyn in zijne liefde. De liefde van Jezus is eene eeuwige, edelmoedige, medelijdende, grootmoedige en standvastige liefde.

Met de grootste edelmoedigheid bracht Jezus ons ter liefde:

1°. het offer zijner rijkdommen: als Schepper en Heer kon Hij over alle schatten van Hemel en aarde beschikken; dat alles bracht Hij ten offer; arm wilde Hij zijn in zijne geboorte, arm in zijn jongelingsleven, arm met zijne leerlingen, arm in zijn lijden en dood ;

2quot;. het offer van zijne glorie en heerlijkheid; want Hij daalt uit den Imogen Hemel, waar de zalige Geesten Hem aanbidden en „heilig, heilig, heiligquot; toezingen, om mensch te worden. „Hij is voor ons arm gewordenquot;, zegt de H. Paulus, „ofschoon Hij rijk was;quot;

ocr page 92

— 84 —

3n. het otter zijner rust: nauwelijks is Hij geboren, of men zoekt Hem te dooden; Hij vlucht naar Egypte, en in dit vreemd land zwerft Hij vele jaren om als balling.

De liefde van Jezus1 II. Hart is medelijdend: tot bewijs hiervan strekke zijn geheel leven; aan zieken, ongelukkigen en verworpenen toont Hij zo in het bijzonder.

De liefde van Jezus is standvastig: met dezelfde liefde, waarmede Hij eertijds de ongelukkigen hielp en de zondaars ontving en troostte, blijft Hij steeds ook bij ons : alle oogenblikken van den dag is Hij bereid ons te hooren.

„En wat danquot;, riep de Heilgezant in heilige geestdrift uit, „wat vraagt Jezus nu van ons tot teeken van dankbaarheid? Hoort, wat Hij zegt: „„Mijn kind. Ik sta aan de deur van uw hart en klop; doe open, mijn kind, schenk mij uw hart, hoe koud en onverschillig en onvolmaakt het ook zijn moge1'quot;. Geven wij Jezus ons hart, opdat Hij het zuivere van alle zondenvlekken en in bezit neme voor eeuwig 1quot;

Die taal kwam uit hot hart en ging tot het hart: het zaad van het Woord Gods, hier uitgestrooid, heeft zeker wortel geschoten en reeds spoedig zal 't vruchten afwerpen van heil en zaligheid, voor tijd en eeuwigheid. Geen wonder dan ook, dat eenige zuchten van berouw en liefde geslaakt werden en uit menig oog een traan werd weggevaagd.

Moge de goede Heer Pastoor van Maasbracht oi;s nog vele jaren komen stichten door zijn boeiende taal; moge God, die hier zoovele zegeningen uitdeelt, dat woord zegenen, opdat het vruchtbaar zij en blijve! Go Is zegen blijve rusten op de pelgrims van Maasbracht—Linne—Wessem!

Een inwoner van Silt ar tl. ------

LEUVEN-HERSTAL,

„Zegen de pelgrims, die uwe Baziliek bezoeken.quot;

at moet het hart niet gevoelen bij den aanblik van die eenvoudige bede, die spreekt van den triomfboog, vóór de Baziliek opgericht: „Zegen de pclyrhns, die uwe Basiliek hezoelccn!quot; Wie zal de zoete gewaarwordingen beschrijven, welke het hart van den vromen vereerder van Onze Lieve Vrouw van het II. Hart overmeesteren, als hij. de straat intredend, waarin het klooster en de kerk der Eerw. Ursulinen liggen, in de verte reeds dien wensch, die bede mag lezen: „Zegen de pelgrims, die uwe Bazilieli hezocTcenquot;? Als van zelf rijst in zijnen geest het woord op van den

ocr page 93

H. Bernai'dinus : „Alle zegeningen komen ons van Mariaquot;, en het andere even treffend woord van den H. Bernardus: „liet is nooit gehoord, dat iemand, die tot Haar syjn toevlucht nam, verlaten of verstoeten is.quot;

Dien indruk, men kon het hun aanzien, maakte die bede ook op de pelgrims van Leuven-Herstal, die Zondag den 17 Juni het groot geluk genoten Onze Lieve Vrouw van het H. Hart in haar Heiligdom te Sittard te komen vereeren en Haar den zegen te vragen, in die bede opgesloten.

Vol geestdrift en heilig verlangen gingen zij binnen, om daar vóór het zoete Genadebeeld hun hart uit te storten en zich geheel onder de zorgen hunner Hemelsche Moeder te stellen. Dan treden zij nader tot de Tafel, waarop hun het Brood der Engelen gegeven wordt, om hen te sterken in den harden strijd des levens. Hoe godvruchtig, eerbiedig en stichtend naderen zij tot den maaltijd, dien de Heer hun bereid heeft! Nu durven zij meer vragen. Nu zullen zij meer verkrijgen, want Jezus ziet thans met een zoo goedig en genadig oog op hen neer. O. L. Vr. van het H. Hart ziet hen aan als andere „Christus-dragers'quot;. Zij hebben gevraagd en verkregen.

Tegen half elf zien wij de pelgrims weer in de Baziliek vereenigd, om uit den mond van den Zeereerw. Heer Pastoor van Herstal een woord van aanmoediging, troost en stichting te hooren.

Met zalving sprak de gewijde redenaar over de macht en hulp, welke Onze Lieve Vrouw van 't H. Hart haren dienaren in alle noodwendigheden verleent, en wekte alzoo in de harten zijner luistergretige toehoorders nog meer het vertrouwen en de liefde tot Haar op.

Het uur van vertrek nadert: voor het laatst, alvorens te scheiden, liggen de pelgrims geknield voor de Hoop der hopeloozen.

Heerlijk, roerend zelfs, weerklonken de lofzangen, het Kind en de Moeder ter eere, door het indrukwekkend Heiligdom. Men zou bijna gelooven het gezang der Engelen te hooren, die gedurig in den Hemel, in de schoonste melodieën, Gode het driewerf Heilig toezingen en de Moeder des Heeren als hunne Koningin verheerlijken.

Ongaarne verwijderden de pelgrims zich van de plaats, waar zij eenige uren van hemelweelde genoten hadden.

Moge de processie van Leuven—Herstal telken jare in bloei en getal toenemen! Moge de goede, de minzame Lieve Vrouw van 't H. Hart den pelgrims steeds hare machtige hulp doen gevoelen!

Langs dezen weg zij onze innige dank gezegd aan den Zeereerw. Heer Pastoor van Herstal, alsmede aan de dames Willems en Van der Masen, die met onverdroten ijver zooveel tot het welslagen der processie bijdragen.

K. W.

............

7

ocr page 94

— 8G —

„Komt allen tot mij.quot;

heilig ongeduld verbeidden de inwoners van Papenhoven— Grevenbicht den dag, waarop het hun gegund was gezamenlijk neer te knielen voor den Genadentroon van Sittard's Zoete Lieve Vrouw, en daar te brengen de schatting van hunne liefde en eerbied, en aan hare voeten neer te leggen den krans van rozen, door hun vertrouwvol gebed gevlochten.

Zij hadden weer die liefdevolle roepstem vernomen van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, de Sleuteldraagster van Jezus' Hart, de Schatbewaarster en Uitdeelster zijner gunsten : „Komt allen tot mijquot;. Ja, zij zouden gaan naar Sittard's Heiligdom, om bij Maria troost te zoeken, haren bijstand te vragen, hun vertrouwen op hare bescherming te vernieuwen en te bevestigen! Zy zouden gaan, bij Maria aankloppen en vragen: O Maria, open ons het Goddelijk Hart van uwen Zoon, voer ons binnen in die arke van heil en redding en laat ons met blijdschap uit die bron de wateren putten van geluk en 'zaligheid! Zij zouden gaan en daar smaken en proeven hoe zoet het is zich met Jezus en Maria te vereenigen en van daar mede te nemen de vruchten, dat is: de vele genaden en zegeningen, die Maria hier uitdeelt aan hare vereerders.

Het moet ons in geenen deele verwonderen, dat de inwoners van Papenhoven—Grevenbicht in zoo grooten getale heensnelden, om op hunne beurt hulde te brengen aan de machtige Lieve Vrouw van het H. Hart. Deze devotie toch, die van af den beginne ingang vond te Papenhoven— Grevenbicht, bloeit en doet er in alles en overal haren krachtigen invloed gevoelen.

Onder bidden en zingen trok men Sittard's veste binnen. Wat was dat gebed schoon en zoet! Hoe klonken die gezangen heerlijk en hartverheffend! Hoe verruimde niet het hart van zalige vreugde en hemelsche zoetheid, bij het binnentreden der Baziliek, onder de tonen van de muziek der Harmonie, wier leiding, te oordeelen naar de uitvoering der stukken, zeker toevertrouwd is aan eenen talentvollen directeur!

Daar ligt Papenhoven— Grevenbicht neergeknield en blikt op tot den gulden troon van Onze Lieve Vrouw van hot H. Hart. Men heeft veel te klagen, veel te vragen. Dan betreedt de Weleerw. Heer P. Vaessen, Kapelaan der parochiale kerk, het altaar, om den Hemelschen Vader het Onbloedig Offer van het Nieuwe Verbond op te dragen, en Gods besten en rijksten zegen over de pelgrims af te smeeken. Na het Evangelie hield Z.Eerw. eene hartelijke predikatie, om nog meer tot vertrouwen en liefde van Onze Lieve

ocr page 95

i

87

Vrouw van liet II. Ilarl op te wekken, en in alles te sterken. „Waarom,quot; zoo rlei) spreker als in heilige geestdrift uit, „waarom zoiult gij vreezen te gaan tot Haar, die is, de Sincekcnde Almacht? Zijt gij beducht voor die goedertierene, zoele en liefdevolle Maagd Maria ? Zij ook roept u toe: „Komt allen tot mij; vraagt en gij zult verkrijgen!quot; Weet het wel, er is niemand, die tot Haar zijne toevlucht nam, welke verlaten en verstooten geworden is; gaat tot Haar en vraagt, dat Zij ook voor u troost, moed en volharding putte in de zoo overvloedige bron van Jezus' Goddelijk Hart.quot; Dat woord deed indruk en spoorde aan tot bidden.

Onder de H. Mis, die toen voortgezet werd, gaf het zangkoor ons een bewijs, dat met goeden wil en eenige moeite men het ver brengen kan in de kerkelijke muziek, om zoodoende de sclioone plechtigheden der Kerk op te luisteren en dus ook het hart tot bidden te stemmen. Do stukken, die wij hoorden, waren keurig, meesterlijk zelfs, gezongen. Na de II. Wis en na den zegen met het Allerheiligste Sacrament bleven nog velen voor het zoete Beeld gezeten: men had zooveel te vragen voor zich en voor anderen. Wat blikte Maria met haar goedig en genadig oog welwillend neer op hare kinderen uit rapenhoven—Grevenbicht. Wat deelde hier hare moederhand wederom vele gunsten en gaven uit!

Tegen drie ure in den namiddag werd een plechtig Lof gezongen en dan ging men in de beste orde huiswaarts.

Een woord van hartclijken dank zij hierbij gevoegd aan den Zeereerw. Heer Pastoor 11. A. Loyens, die geen moeite te groot acht, om de devotie tot Onze Lieve Vrouw van hot H. Hart te verbreiden en te begunstigen. Moge de zegenende hand van Onze Lieve Vrouw van het 11. Hart steeds rusten op de parochianen van Papenhoven—Grevenbicht, moge haar moederlijke zegen hen immer vergezellen op alle wegen des levens.

EENE WEDUWE

AAN

ö. I. fStilf ¥i» SSf fi. IMf.

Hoe goed zijt Gij, o Lieve Vrouw

Van Jezus' Goddlijk Hart! Uw liefde heeft mijn beê verhoord lin bande mijne smart.

Wij riepen U vol zorgen aan,

Gij hielpt ons uit den nood; Gij gaaft, o teedre Moedermaagd, Twee jongens ruimschoots brood.


ocr page 96

— 88 —

Gevaar bedreigde ons overal, Wij wisten niet waarheen, Een beé tot U, een moederbeó, En zie! 't gevaar verdween.

Zoo vele menschen dolen rond

Op 's levens breede pad;

Maar weergekeerd op d'engen weg Is hij, die tot U bad.

Wij vluchtten tot U, Moeder Gods,

Vergeefs geen enklen keer,

En wat we U vroegen, hoeveel ook. Gij schonkt ons telkens meer.

Dank, Lieve Vrouw van 't Heilig Hart,

Dank, duizendmaal, daarvoor ! — Blijf ons nu bij met moedermin, Verleen ons steeds gehoor!


Wij danken aan Uw tusschenkomst, En wij, wij blijven aan Uw dienst,

O dierbre Lieve Vrouw, O dierbre Lieve Vrouw,

Een goeden staat, door God gewijd, In leed en druk, in vree en vreugd. Gewijd door huwlijkstrouw. Tot in den dood getrouw.

Ecnc dankbare Moeder. De Wed. L. te 2). - -

Middelen tegen3 neerslachtigheid.

dJ'E satan, die er steeds op uit is ons in liet verderf te storten, vischt gaarne in troebel water; 't is hierom dat hij alles in 't werk stelt, om ons tot neerslachtigheid, tot droefgeestigheid te stemmen. Welke middelen nu kunnen wij hiertegen te baat nemen ?

Op de allereerste plaats moeten wij, zoo wij ons tot droefgeestigheid voelen aangespoord, aanstonds onze toevlucht nemen tot God, de Bron van alle ware rust en blijdschap, door een vurig gebed of ten minste door een schietgebeedje of verzuchting.

Op de tweede plaats moeten wij met alle zorg den lediggang, die rijke bron van verveling en neerslachtigheid, vluchten en al wat wij doen met ijver en opgewektheid trachten te doen.

Ten derde moeten wij een dankbaar gebruik maken van de vreugde, welke het den goeden God behaagt over onzen levensweg te strooien, en ons ook verheugen over het geluk en den voorspoed van onzen evenmensch.

Ten vierde moeten wij onze nieuwsgierigheid bedwingen on ons niet te veel bemoeien met de zaken van anderen.

Ziedaar eenige middelen tegen neerslachtigheid! Bidden wij bovendien vaak tot Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, dat Zij ons door hare voorbede moge verwerven een kalm en blij hart, opdat wij den lieer met vreugde dienen, en hierdoor de deugd beminnelijk maken! Werpen wij ons in de armen van Gods vaderlijke Voorzienigheid en zeggen wij de Gezegende onder de vrouwen, in voor- en tegenspoed, het schoone woord na: „Mij (jcschicdc naar Uw woord /quot;

---WW —WVWc——-ww-——

ocr page 97

— 80 —

FRIESLAND

aan Zijne Doorluchtige Hoogwaardig-'lieicl

BISSCHOP VAN ROERMOND.

O ! hoe rijk nnn herdenking is 't Feest, dat wij vieren ! Wat al heil roept ons 't goud van Uw Priesterschap weór! Welk een juhcl weerklinkt van de snaren der lieren, Zoo geestdriftig gespannen. Prelaat, IJ ter eer!

Hij den glans, dien het goud van TJw krone doet stralen En vol luister doet blinken en flonkren van licht.

Kan geen glans van dees aarde, hoe glinstrend ook, lialen, Gelijk sterrengeflikker voor zonnegloed zwicht.

Wat is 't goud. dat zich spant om de slapen der helden, Als zij vieren de zege, behaald door hun moed Op de scharen, waarvan zij bij duizenden velden In het strijdperk, dat week werd en rookte van bloed ?

Ja, wat is toch die roem bij de glansrijke glorie Van de zege, bevochten op satan en hel?

Wat die aardsehe tropeeën bij hemelvictorie ?

Wat bij Englen-gejubel dat zegegeschel ?

Wat al zielen ontwrongt Gij aan 't juk van de zonden ! Wat al keetnen verbraakt Gij, den helvorst ten spijt! Van hoevelen, o Bisschop, genaast Gij de wonden ! O ! hoevelen bemoedigde Uw woord in den strijd!

O! hoevelen zaagt Gij, op den weg der volmaking Door Uw leiding en wenken en voorbeeld gebracht, Met getrouwheid steeds vordren in deugd eu verzaking Van hetgeen waar de wereld zoo vurig naar tracht!

O! hoevelen weest Gij op de Glorie der vrouwen.

Die Haar kindren geleidt tot Emmanuels Hart En de Bron hun ontsluit, om met moed en vertrouwen Tot deu Hemel te snellen door lijden en smart!

Wat al lauwren, behaald in den Wijngaard des Ileeren, Zetten luister aan 't goud van Uw Priesterkroon bij. Op wier aanblik Gods Englen verrukt jubileeren En den Heiland bezingen in harpinelodij!

Offer lang nog den Vader het Lam zonder smetten, Ter vertroosting van 's Heeren zoo dierbare Bruid ! O ! werp lang op Zijn woord nog, o Bisschop, de netten, Ter verbreiding van 't Rijk der gerechtigheid, uit!

Fkaneker, 11 Juli 1888.

W. VAN AS VELD, Partook.

ocr page 98

— 90 —

„Zalig zijj die mips wegen bewandelenquot;

it heerlijk woord, dat onze Moeder de H. Kerk Maria in den mond

legt, en dat zij haren vereerders gedurig toeroept, schijnt Doenrade wel begrepen en overwogen te hebben.

Telken Donderdag ziet men vele inwoners dier gemeente Sittards Heiligdom bezoeken en do plechtige Hoogmis, die er ter eere der nooit volprezen Moedermaagd gezongen wordt, met stille aandacht en godsvrucht bijwonen. Telken jare, iu de maand van Jezus' II. Hart, ziet men den ijvervollen Pastoor, die vele jaren onder de schaduw van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart gewerkt heeft, aan het hoofd eener talrijke en stichtende processie naderen tot Haar, tot wie nooit iemand zijn toevlucht neemt zonder verhoord te worden.

De inwoners van Doenrade, het woord indachtig: „Zaliij zij, die mijne wegen lewandelenquot;, zijn ware dienaren, dankbare kinderen van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart. Hoort, zij bidden! hoe vertrouwvol, hoe krachtig is dat gebed; hoe stemt dat bidden ons tot godsvrucht, aandacht en vertrouwen op den bijstand van Maria! Hoe wekt dat bidden in ons op gevoelens van eerbied en liefde voor de Gezegende onder de vrouwen!

Nauwelijks zijn de pelgrims de Baziliek binnengetreden, of de zoete melodiën „Salve, Sancta Parens: Gegroet, Heilige Moeder,quot; ruischen door het Heiligdom, als vertolking der gevoelens, welke aller hart bezielen, als een smeekend gebed, gestierd tot de Smeekende Almacht.

Na het Evangelie betrad de Zeereerw. Heer Pastoor Daemen den kansel en verkondigde op treffende en waardige wijze den lof van Maria.

„Naderen wij met vertrouwenquot;, zoo luidde het tekstwoord, „tot den troon van genade en barmhartigheid!quot; Die troon van genade, die bron van barmhartigheid is Jezus' Goddelijk Hart, dat uit liefde tot de menschen is geslachtofferd en zich dagelijks blijft offeren in het H. Misoffer. Die liefde toont Jezus ons bij alle gelegenheden: zieken toch geeft Hij de gezondheid terug, den lammen en kreupelen het gebruik hunner ledematen, dooden wekt Hij op ten leven. God is liefde: Deus charitas est (I Joh. 4. 1G). Zijne liefdebewijzen, zijne geschenken deelt Hij ons uit door Maria; gaan wij dus ook tot dien anderen troon van genade, tot Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, opdat Zij ons door hare moederbeden doe deelachtig worden aan Jezus1 rijke gunsten !quot;

De gewijde redenaar eindigde met een vurig gebed tot Gods Heilige en Onbevlekte Moeder, om hare machtige bescherming, haren milden zegen over Doenrade af te smeeken.

Na de H. Mis begaven de pelgrims zich naar de Parochiekerk, om er het mirakuleuze beeldje te vereeren, dat sedert eeuwen in de stad bewaard wordt. Dan ging het processiesgewijs naar de Baziliek, om Onze Lieve Vrouw van het H. Hart nog eens te groeten en onder den zegen van het Allerheiligste Sacrament den terugtocht te aanvaarden.

De goede Lieve Vrouw van het H. Hart bescherme steeds de brave inwoners van Doenrade! Moge door hare krachtige voorspraak God hun

schenken, wat hun noodig is naar ziel en lichaam !

——

ocr page 99

— ill —

'j|. ;lo3cf, üiamp; luniv nuö!

Wie, na Maria, Koninginne,

Van 't Hemelhof en de aard',

Is mijn vercering, dank en minne.

Mijn lofzang 't meesle waard?

Gij, Heiige Jozef! Gij, haar trouwe.

Haar kuische Bruidegom !

Haar steun en schuts in leed en rouwe,

Hoe hoog de nood ook klom.

Gij, die met liefdeviamtnende ader Voor Jezus hebt geleefd.

Gezwoegd, gele^n, als zorgend vader.

Die hier geen weerga heeft.

Nu draagt Ge, in 't helder zonnegloren Van Godes eeuwgen troon.

Naast liruid en Kind, als uitverkoren.

De gouden hemeikroon.

Nu put Ge, Schutspatroon der menschen.

Ter Bron van 't Goddlijk Hart,

Vervulling van hun beto en wenschen,

En balsem voor hun smart.

O! 'k heb zoo vaak in 't bange leven.

Op 't pijnlijk doornenpad.

Mijn tranend oog tot U verheven.

Terwijl mijn hart U bad.

En nooit nog, ook in 't wreedste lijden.

Heeft mij Uw troost gefaald ;

Uw schild heeft mij beschermd in 't strijden,

Mijn broze kracht gestaald!

Zou dan mijn hart U snood vergeten,

Wen 't aardsche wee mij knelt?

Of wen de vijand weer vermeten Mij op de hielen snelt?

O neen! dan vlieg ik in Uwe armen,

Die arke voor Uw kroost:

Ik vind er in mijn nood erbarmen.

Mijn redding, vrede en troost 1

Ik blijf op U mijn hope bouwen Na de «Onbevlektequot;, Uw Bruid!

Ik schenk U eeuwig mijn vertrouwen;

Dat is mijn vast besluit!

Heerlen. J, EYCK, Hoofdielaleur.

ocr page 100

Mi bedevaart, door de ingezetenen van Urmond, een schoon en „bloeiend dorp aan de Maas gelegen, verleden jaar naar Sittard ■'k) ' SG(laan) l)acl zulke aangename en zalige herinneringen nagelaten, dat men met ongeduld uitzag naar den dag, waarop zij wederom gezamenlijk opgingen naar Maria's bevoorrechte Stede, om Haar in dat gezegend oord met heiligen jubel des harten te eeren en die goede Moeder veel met kinderlijk vertrouwen te vragen.

Op Sint-Jan toog de vrome en talrijke schaar in den vroegen morgen, onafgebroken het „ Wees geyroet, Maria, en Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, hid voor ohsquot; biddend, naar het alom gevierde Sittard.

Men had zooveel reden om goed en vertrouwvol te bidden, opdat de goede God, die den milden en weldoenden regen over de velden had doen nederdalen, den oogst zegenen en de vruchten der aarde geven en bewaren zou. Daarvoor had men zoo dikwijls gebeden tot God en zijne H. Moeder. Men ging thans den dank brengen aan de voeten van Jezus' Moeder in hare prachtige Baziliek.

Ten 9 ure kwam de nog steeds biddende schaar te Sittard aan en werd afgehaald door de engelachtige bruidjes met hare vlagjes en zinnebeelden.

Hooge blijdschap en kinderlijk vertrouwen, die der pelgrims hart vervulden, stonden op ieders gelaat te lezen, toen zij lagen neérgeknield vóór den troon der Smeelcende Almacht.

Weldra nam de Hoogmis een aanvang: de koorzangers van Urmond voerden eene keurige vierstemmige Mis uit, met zulk gevolg, dat velen in de meening waren het uitmuntend zangkoor der Xaverianen te hooren.

Na het Evangelie beklom de Zeereerw. Heer Th. Smeijers, Pastoor van Urmond, den preekstoel en schetste Maria als Moeder van God en Moeder van Barmhartigheid.

De Moeder van God is Zij geworden, toen de Engel Haar kwam boodschappen en hare toestemming vragen om de Moeder van God te worden. De Moeder van Barmhartigheid is Zij geworden bijzonder onder het kruis van haren Goddelijken Zoon, die vergeving schonk aan den rouwmoedigen moordenaar en voor zijne beulen bad. Daar vooral leerde Maria de zondaars

liefhebben en tot God terugbrengen...... Wij moeten tot Maria gaan in onze

geestelijke en tijdelijke noodwendigheden, in onzen harden strijd voor de zaligheid, in onzen lichamelijken tegenspoed.

Spreker had aller hart gewonnen door zijn boeiend woord; allen had

ocr page 101

93

hij moed toegesproken en aanbevolen troost te zoeken en te vinden bij de Moeder van Barmhartigheid.

Na de Hoogmis verspreidde men zich in de stad, om eenige verversching te gebruiken, doch voor weinige oogenblikken slechts, want men moest troost en hulp hebben van Maria.

Tegen 1 uur klepte de torenklok en noodigde allen uit om het Lof bij te wonen en dan afscheid van Maria's zoet Genadebeeld te nemen.

Wederom klonk het zoete „ Wees gegroet, Mariaquot;, door onze straten en velden.

Moge de Moeder van Barmhartigheid steeds hare goedheid en liefde toonen en bewijzen aan de parochianen van Urmond!

e Generaal Burggraaf de Contamines, kommandant van de 10° divisie

GEZEGENDE MOEDERMAAGD

der infanterie, is te Hennes, na eene pijnlijke ziekte, welke hij met voorbeeldig geduld doorstond, in den Heer ontslapen. Vaak hoorde men hem op zijne lijdenssponde uitroepen; „O, wat ben ik gelukkig, de Heilige

Maagd te zien!..... Ik zie Haar onophoudelijk..... Zij is het, die mij steunt

en troost!.....quot;

Het was diezelfde Generaal, die in 1870 in het gevecht van Saint-Privat, na, gelijk hij zoo gaarne getuigde, eerst het „ Memorarequot; tot zijne Hemelsche Moeder te hebben gebeden, met twee batterijen van twaalf stukken, gedurende twee uren het hoofd bood aan zestig Pruisische vuurmonden, zonder een enkel zijner manschappen te verliezen.

Tot lof van dien edelen krijger zij dit genoeg gezegd, dat hij getrouw is gebleven aan het devise zijner familie; „Ne luiqmm te contamina: Onteer u nimmer /quot;

Hij ruste in vrede!

ocr page 102

— 94 —

Maria, de Deur des Hemels.

■^raJEJiAND kan ten Hemel ingaan, zegt de H. Bonaventura, tenzij door i Maria: Zij is de Deur des Hemels, de gerechtigen zullen daardoor intreden. Maria dienen, dat is. Haar aanroepen, liefhebben en navolgen in hare deugden, is een teeken van voorbeschikking tot de eeuwige glorie. Is het wonder, dat de geloovige Christenen, als ware kinderen van Maria, zich beijveren en er hun roem en geluk in stellen iets te doen voor hare eer en glorie, een offer te brengen, waar het geldt een bewijs te geven van hunnen eerbied en hunne liefde ? Is het wonder, als wij hen zien snellen naar bevoorrechte plaatsen, alle moeielijkheden, hoe groot en schijnbaar onoverwinnelijk ook, verachtend, om aan de machtige Koningin de schatting der kinderlijke liefde te betalen ? Is het wonder, dat zij, daar aangekomen, blijde zijn hun hart te mogen uitstorten, in de volle overtuiging, in Maria iemand aan te treffen, die deel neemt in vreugde en in lijden, en troost en moed schenkt, om den strijd des levens, met Gods genade, voort te zetten tot den laatsten snik?

Zoodanig waren de gevoelens, die de harten der brave pelgrims van Leeuwen en omstreken vervulden, toen zij, ondanks alle bezwaren, die menigeen zouden terughouden, naar Sittard's Lieve Vrouw heensnelden, om Haar daar te eeren, te prijzen en te danken. Hun blik op dat zoete Genadebeeld drukte uit, wat er in 't harte omging. Zij vierden feest, die Maria-kinderen, in hunne harten; zij zongen met opgeruimd gemoed en vol vertrouwen de lofliederen van Maria; zij verzadigden zich, als het ware, door godsvrucht en gebed.

Vol stichting en eerbied woonden de pelgrims de plechtige H. Mis bij, om, door de voorspraak der Moeder, den Zoon te bewegen, de verdiensten van zijn smartvol lijden over hen uit te storten en later den Hemel voor hen te ontsluiten. Gaat tot Maria, tot O. L. Vr. van 't H. Hart, zoo werd hun gezegd, want Zij is de Deur, die leidt ten Hemel, ons een eeuwige vaste woning eens; die Deur opent zich gastvrij voor elkeen, die aanklopt, want die Deur is de barmhartigheid van Maria, die de sleutels draagt van Jezus1 Hart, en uit hetzelve voor ons genade en zegeningen put.

Mogen de vrome pelgrims van Leeuwen en omstreken, aan de hand van Onze Lieve Vrouw van 't H. Hart, steeds veilig wandelen te midden dei-gevaren dezer wereld en eens komen aan de deur des Hemels, die Zij voor hen ontsluite !

ocr page 103

— 95 —

DE SCHILDWACHT

DIJ HET

H. SMTUMBt d,es AltofOW

W u gelegenheid van het veertig-uren-gebed, had men in de kerk van yWhet H. Hart te Sint Helens, in Engeland, aan de mannen toegestaan, aanbidding, ook gedurende do uren van den nacht, voort te zetten. Do priester, die de kerk bediende, had eene oproeping gedaan aan degenen, die van goeden wille waren, en schreef, met de namen, ook de uur op, door ieder voor zich gekozen.

Een oud-soldaat biedt op zijne beurt zich aan.

— Eerwaarde Vader, zegt hij, voor welke uur moet men zich laten inschrijven.

— Gij kunt eene uur kiezen, welke u het best gelegen komt. Gij kunt naar goedvinden, tusschen tien uur des avonds tot vijf uur des morgens, de eene of de andere kiezen.

— Schrijf mij dan, zoo het u wel is, op voor dien heelen tijd.

— Dat zal u te lang vallen, vriend, dat is een heele tijd.

— Dat raag wel, antwoordde deze ijverige Christen; doch ik heb zoo vaak acht, zelfs tien uren op post gestaan voor de Koningin van Engeland, ik kan dien tijd toch ook wel eens op post blijven voor den Koning dor Koningen.

Men liet hem begaan.

Tusschen tien ure des avonds tot vijf ure van den volgenden dag, wisselden de aanbidders, om iedere uur, elkander af; de eenen volgden de anderen. Doch zoowel degenen die heengingen als degenen welke kwamen, zagen steeds den oud-soldaat op zijn post, geheel den nacht met niets anders bezig, dan met hulde te brengen aan den Koning van Hemel en aarde, in aanbidding verzonken voor den God des Tabernakels.

Als den volgenden Zondag in de vergadering der Christelijke Vrouwcn-vereeniying, door de Zuster, welke deze leidde, het voorval ter spraak werd gebracht en aan de vergaderden tot stichting werd voorgehouden, stond onverwacht eene vrouw op en tot de Zuster zich wendende sprak zij: „Wat gij verhaald hebt, Zuster, dat is zoo, en die soldaat.... was mijn zoon!quot;

En uwe zonen, moeders, zijn zij ook zoo?

--VVVv- ••••• ..........

%

ocr page 104

ZEGEN UWE KINDEREN!

Ij we er was tic jubeldag genaderd voor de Maria-ldnderen der Compagnie van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart te Limmel, ^* 3 om aan 'iat'e voeten, bij het Genadebeeld te Sittard, het bewijs hunner liefde en trouw neer te leggen en zegen af te smeeken over allen, die hun dierbaar zijn.

Vreugde en verlangen woonden in het hart dier kinderen: van die vreugde straalde hnn gelaat, dat verlangen spiegelde zich af op hunne aargezichten en gaf zich lucht in de woorden: „Wij gaan naar onze Moeder te Sittardquot;.

Dan trekken zij op ten getale van 700 personen, onder leiding van den Zeereerw. Heer Pastoor J. A. H. Smeets, den vurigen en ijvervollen vereerder van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, om door bidden en zingen de machtige Hemelkoningin te stemmen, do overvloedige schatten van Jezus' H. Hart over allen uit te storten.

Ziet, daar snellen ze heen, die Maria-kinderen, om zich neer te werpen voor Haar, die heur genoegen vindt bij de kinderen der menschen te zijn en hun haren bijstand aan te bieden in het vervullen der schoone wel is waar, doch ook soms moeielijke plichten.

De Compagnie stelt zich ten doel het Christelijk leven in de huisgezinnen meer en meer te bevorderen. Om dat doel met meer zekerheid te bereiken, moeten de leden, als het mogelijk is, maandelijks tot het Sacrament der Biecht en tot de Tafel des Hoeren naderen.

Zou Maria haren zegen weigeren aan eene Vereeniging, zooals deze, die slechts deugd en vroomheid beoogt ? Zou Zij haren moederlijken bijstand ontzeggen aan hem, die als lid zijne plichten getrouw nakomt? Integendeel: Maria, die de menigvuldige en groote gevaren kent, waaraan de onschuld is blootgesteld in deze bedorven wereld, zal van God voor hen de genade verkrijgen, die onschuld te bewaren en door hun levenswandel anderen tot voorbeeld te strekken.

In den namiddag zien wij de pelgrims weer in de Baziliek vergaderd, om het Lof en de preek bij te wonen. De Weleerw. Heer P. Vaessen, Kapelaan der Parochiekerk, die door zijn bezielend woord hen zoo dikwijls tot liefde jegens Maria had opgewekt, betrad den stoel der waarheid, om andermaal haren lof, hare grootheid en macht te verkondigen. Spreker

ocr page 105

— 97 —

smeekte Maria, de goede Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, deze hare kinderen te zegenen en in hen het vertrouwen op haren machtigen bijstand steeds levend te houden.

„O Maria, door wier handen ons alle gunsten en genaden geworden, zie neder op ons, die tot U roepen uit dit dal van tranen! Verkrijg ons van Jezus de genade, trouw te blijven in de deugd en steeds moedig te strijden tegen de vijanden onzer zaligheid! Zegen ons, o Moeder; met uwen zegen hebben wij niets te vreezen, gewapend met dien moederlijken zegen zullen wij zegevieren!quot;

Daarna ging liet processiesgewijs naar do Parochiekerk, om aldaar'het Wonderbeeldje, dat reeds eeuwen in ons midden vertoeft, te vereeren en de Gezegende onder de vrouwen door lofliederen te verheerlijken.

De namen der hoofdleden van de Compagnie van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart zijn : Jan Hoofs, president, te Liminel; J. Claessen en J. Dirks, te Berg-Terblijt; P. Essers, F. Essers en M. Schoonbrood, te Heer; J. Kusters en J. Bronkers, te Heugem; W. Smeets, te Borgharen; H. Ketelslagers, te Itteren; M. Hekken, te Biesland; G. Broers, te Wijck ; M. Verweg, te Weert (Meerssen); M. Gerads, te llothem en IL Slootmakers, te Smeermaas.

Langs dezen weg zij nogmaals onze dank aan president en hoofdleden betuigd! De goede Lieve Vrouw zegene de Compagnie van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart!

ei' den 9 Juli 1885, waren ec-n groote menigte priesters, kloosterlingen en geloovigen in de kapel deri' den 9 Juli 1885, waren ec-n groote menigte priesters, kloosterlingen en geloovigen in de kapel der Dienaressen van het Allerheiligste s, Sacrarncnt, te Angers, in Frankrijk, saamgekomen, ten einde eene indrukwekkende plechtigheid te vieren.

Reeds bij den eersten aanblik, kon men echter bemerken, dat het heden geene blijde feestviering gold. Geen kransen, geen bloemen waren aanwezig, en op het altaar waren slechts enkele brandende waskaarsen zichtbaar.

De houding der aanwezigen, de lijkbaar vooral, in het midden der kapel geplaatst, sprak van een doode.

Men betreurde inderdaad het overlijden van do Eerwaarde Moeder Margaretha van het Heilig Sacrament, de algemeene overste en de stichtster der Dienaressen van het Allerheiligste Sacrament, door allen, die haar kenden, geacht en bemind, vereerd als eene Heilige.

ocr page 106

— 98 —

Zij werd geboren te Chasselay, eene kleine stad in de nabijheid van Lyon, den 4 December 1815, en aldaar, zoodra zij het Heilig Doopsel had ontvangen, door hare Meter, voor een altaar van de H. Maagd neergeknield, aan de machtige bescherming van Maria aanbevolen en Haar toegewijd.

Alhoewel liet jongste van zes kinderen, onderscheidde zij zich weldra door grooten ernst, en door bijzondere neiging tot de deugd.

Nauwelijks vijf jaren oud, of zij verwijderde zich alreeds vaak van hare gezellinnen, om eenigen tijd in de betrachting van God door te brengen. Als zij, in een hoek gezeten, door eene oudere zuster werd bespied, en deze haar vroeg wat zij daar in de eenzaamheid deed, gaf zij eenvoudig tot antwoord: „Ik bewaar het stilzwijgen.quot;

Op den leeftijd dus, waarin andere kinderen slechts aan spel en vermaak denken, toonde zij eene groote voorliefde voor de eenzaamheid en de overweging, een lust tot dat verborgen en inwendig leven, waardoor heel haar bestaan zal beheerscht worden.

„Zuster,quot; zeide zij eens tot de kloosterlinge, van wie zij onderricht ontving, „leer mij eens overwegenquot;. Zij was toen elf jaren. En als de Zuster, teneinde aan haar verzoek te voldoen, zoo goed zij kon, haar de noodige onderrichting had gegeven, zag men Margaretha eiken dag zich afzonderen en in een hoek neergeknield, om hare gedachten te verzamelen en geheel met God bezig te zijn.

Naast eenige beproevingen, welke haar ten deel vielen, ontving Margaretha ook buitengewone gunsten des Hemels. Zij was weldra niet meer in staat, de liefde jegens God, welke haar bezielde, in zich te besluiten. Zij noodigde daarom hare oudere zusters uit, met haar zich te vereenigen en in gezamenlijk gebed God te vereeren. Hare zusters, van welke later twee, met haar, den kloosterlijken staat verkozen, gaven bereidwillig gevolg aan haar verzoek en, door haar bezielde woorden aangewakkerd, brachten zij met haar eene halve, een heele uur en vaak langer nog, in gebed en overweging door. De kamer, waar zij vergaderden, en de meest eenzame, werd daartoe uitgekozen, was eene werkelijke plaats van gebed geworden, vanwaar, uit deze onschuldige harten, de reinste en meest vurige beden tot God opgingen.

Naderde, voor een harer, de dag der eerste H. Communie, dan werden de gebeden verdubbeld. En naarmate de beurt van Margaretha nabij kwam, in gelijke mate vermeerderde ook haar ongeduld, haar verlangen naar dezen grooten dag.

Uit de door haar nagelatene aanteekeningen blijkt duidelijk, hoe haar hart, bij de gedachte aan het geluk, dien dag haar voorbehouden, van verlangen, van vreugde, van levendige hoop overstelpt was. Met het oog op dien dag, trachtte zij niet enkel ook de geringste fout te vermijden, maar plaatste zij zich daarenboven, zooveel mogelijk, voortdurend in Gods tegenwoordigheid. Zoo groot was haar verlangen, aan de inspraak der Goddelijke genade te beantwoorden, dat zij, als vau de wereld afgetrokken, leefde, uit vrees deze Goddelijke stem niet te vernemen.

De vooravond van den grooten dag was genaderd. De Pastoor der parochie, de kinderen nog eens, voor het laatst, tot de passende gevoelens willende opwekken, had hun gevraagd: „Mijne kinderen, zijt gij ook wel allen rein ?quot;

De gedachte aan deze woorden, de vrees, dat een harer vriendinnen, met éen bezoedeld hart, tot Jezus zou kunnen naderen, had zulk een diepen indruk op Margaretha teweeggebracht, dat zij er niet toe kon besluiten, na

ocr page 107

de onderrichting, aanstonds naar liet vaderlijk huis weder te keeren. Ongemerkt had zij hare gezellinnen verlaten, was naar de kerk teruggekeerd en daar, achter het hoogaltaar, voor een groot Kruisbeeld neergeknield, beijverde zij zich, tevoren reeds, aan Jezus vergoeding aan te bieden voor de belee-diging, welke den volgenden dag Hem soms zou kunnen worden aangedaan. Daar vonden haar heure ouders, de oogen betraand, nadat zij langen tijd, in onrust, naar hun kind gezocht hadden.

O, hoe aangenaam moeten deze kindertranen den minnelijken Heiland zijn geweest; hoe moet dit eerherstel, van wege eene reine en heilige ziel, zijn Goddelijk Hart hebben vertroost!

Van dezen dag af werd de vereeniging van het hart van Margaretha met Jezus, haar Goddelijken Bruidegom, steeds inniger.

De gedachte aan haar Hemelschen Meester vervolgde haar gedurig, de vrees den kostbaren schat zijner liefde te verliezen, verliet haar geen oogenhlik; alles, wat haar tot de wereld kan aantrekken en van Jezus zou verwijderen, vervult haar met afschuw. Zij kent slechts een verlangen, eene hoop vervult hare ziel: Jezus, Jezus alleen. Wanneer zal zij toch geheel en al en voor immer aan Jezus toebehooren ?

Calvarie, de lijdensplek, ligt echter niet verre van Thabor, de plaats der verheerlijking. Deze laatste voert naar de eerste heen. Zoo God, bemerkt Bossuet, van een huis bezit neemt, brengt hij zijn kruis en zijne doornenkroon mede, en allen, die Hem omringen, zullen er hun aandeel van hebben.

Margaretha zou het spoedig ondervinden.

Zoo God, aan wien hare ziel van hare eerste kindsheid was toegewijd, haar aanvankelijk eenige buitengewone vertroostingen schonk, het was toch steeds te midden van tal van beproevingen. Lichamelijke ongesteldheden kwelden haar voortdurend en hadden haar zelfs reeds, voor tal van jaren, den dood nabij gevoerd, waaraan zij, volgens de verklaringen der genees-heeren, slechts door een wonder — het was de negende dag eener Noveen ter eere van de Allerheiligste Maagd Maria — had kunnen ontkomen.

De kwellingen naar de ziel waren echter veel pijnlijker en veelvuldiger nog dan de lichamelijke. Doch Margaretha, overtuigd dat deze haar door God ter beproeving waren toegezonden, verduurde deze met een geduld en oen moed, welke de bewondering harer geestelijke leidsmannen afdwong.

Zij was ook do stichtster dor Dienaressen van het Allerheiligste Sacrament, wier taak het is, dag en nacht haar leven te wijden aan de vereering van het Goddelijk Liefdegeheim, waarmede Jezus zijn lijden voor ons bekroond heeft, en waarin Hij dagelijks, tot redding der zielen, den Hemelschen Vader als slachtoffer zich aanbiedt.

Met kalmte zag zij dan ook ten laatste den dood naderen en zij offerde bereidwillig, in vereeniging met Jezus, haar leven den Hemelschen Vader op.

Do dood vermocht dan ook op haar gelaat den glimlach niet te verstoren, waarmede zij zijn naderen had begroet.

Zoo stierf deze dienaresse Gods.

Moge ook ons de dood der rechtvaardigen beschoren zijn!

Hekkenboscii,

H. J. LUCAS, Pastoor.

ocr page 108

100

NAAR MOEDER.

Wfr

J|j||Eï was een heerlijke, een genotvolle dag, toen de Weesjes van het ^jnifLömsahnis te Roermond op mochten gaan ter bedevaart naar Onze Lieve Vrouw van het II. Hart te Sittard. De pelgrimstocht van verleden jaar had zulke onuitwischbare herinneringen nagelaten, dat zij ook dit jaar verlangend uitzagen naar de verblijdende tijding, die haar het bezoek aan Sittard's Maria-Heiligdom zou aankondigen.

En die tijding bleef niet uit.

Zij waren innig verheugd, tot in het diepste hunner ziel.

Hoe kan het anders? Ach, wien het niet meer vergund is, den zoeten moedernaam te geven aan haar. die hij zich alleen nog maar kan voorstellen als een beeld der meer en meer terugwijkende herinnering, hij kan beseffen, wat het zeggen wil, een andere moeder te hebben gevonden, die moeder te mogen bezoeken, voor die moeder zijn hart met al zijn vreugde en al zijn lijden te kunnen uitstorten, in de onbetwistbare zekerheid, bij haar te vinden troost en moed en opbeuring.

De Weesjes, onder leiding van de Eerw. Moeder Overste, werden aan het station afgehaald door den Weleerw. Heer Kapelaan W. Iluyten; en met vreugde in het hart en vreugde op het gelaat begaf men zich naar de beroemde Baziliek, waar zij door genoemden Kapelaan, die hun geen onbekende was, op hartelijke wyze werden toegesproken.

Toen zij hun hart naar lust hadden opgehaald voor den schitterenden troon der Lieve Vrouwe, toen zij dat hart in het Hart der Moeder hadden uitgestort, en dus het onbeschrijfelijk genot hadden gesmaakt eener hernieuwde kindervreugde, toen vonden ze in het gastvrije klooster der goede Religieusen Ursulinen die hartelijke opname, waartoe de Christelijke en, laten we het er bijvoegen, de kloosterlijke naastenliefde alleen in staat is.

Moet het nog gezegd worden, dat die dag — hoe ras, helaas, vervlogen! — een blijvenden indruk moest achterlaten?

Eene omstandigheid mogen we hier niet vergeten. Alle trouwe kinderen, maar vooral zij, die geene ouders meer hebben, herdenken dit jaar met liefde den vijftigsten jubeldag der priesterwijding van onzen gecerbiedigden en beminden Bisschop, den wijzen Kerkvoogd, den behulpzamen Vriend, den zorgvollen Vader. En zoo ook welde er in het hart der Weezen een lof-en danklied op, hetwelk we hier in kunstelooze versmaat wagen te vertolken.

Wij hadden ons van onzen plicht,

ü dierbrc Kerkvoogd, niet gekweten, Wanneer ons harte in zijn gebed

Den goeden Vader had vergeten. Ja, vinden we in de Lieve Vrouw

Een tweede, goedo, teedre Moeder, De Wcczen vinden steeds in U Een waar Beschermer en Behoeder !

Heb dank, o Bisschop-Jubilaris

Zoo vol van priesterlijke deugd!

Vier 't gouden leest der Priesterwijding

In uwe en uwer kindren vreugd! God hoort de beden, die wij storten,

Gij onze wcnschen, vroom rn goed : God zegene U en Uwe werken Met zijner gunsten overvloed!


ocr page 109

JW WEE en twintio Juli was do dag, dien Eclit bepaald had, om op zi'ine beurt lui,tlig'ng van liefde en trouwe te brengen aan de V^^gir Koningin van Jezus' Hart, in hare prachtige Baziliek te Sittard.

üroot vertrouwen en waarlijk kinderlijke liefde tot hunne Hemelsche Moeder bezielt de inwoners dezer plaats. Velen hebben er de vrome gewoonte, om in vreugde en leed, hier, aan de voeten van Maria, hun kinderlijken dank uit te storten, hun nood te klagen en Maria's voorspraak, in dit door Haar zoo bevoorrecht Heiligdom, te komen inroepen.

Ook had men sinds lang gevraagd met godvruchtig ongeduld; Gaan wij — en wanneer — naar Sittard ? Die wenschen zouden vervuld worden. Honderden pelgrims hadden zich aangegeven om den vromen tocht mede te maken, in weerwil van het onstuimige en regenachtige weer, dat aanhoudend dreigde. Bij de vier honderd bereidden zich, door het godvruchtig ontvangen der II. Sacramenten, op hun pelgrimstocht voor. Het deed u goed, die lange reien te zien naderen tot de Communiebank.

Het speet allen, dat het onzekere weer het thuis laten der prachtige vanen noodzakelijk maakte; maar do herder der parochie had recht, toen hij bij de terugkomst, voor den zegen, in zijn slotwoord zijn parochianen toesprak: Omnis gloria film Sion al ontus; hij dacht aan de honderden Communies en meende, dat het Maria aangenamer was, dat men reine harten bracht voor haren troon, dan wel wijdsche praal.

Biddend en stichtend trokken de talrijke scharen, in voorbeeldige orde, de stad van Maria binnen. Zoo ook waren zij van hun kerk naar het station en van daar biddend naar Sittard gekomen. Zoo ook keerden zij weder, en dat hoort ook zoo bij een bedevaart, dan moet er gebeden worden.

Tegen acht uur bereikten zij de Baziliek, onder de leiding hunner Priesters, de Eerwaarde Heeren Pastoor Menten, Kapelaan Reijnen en de Rectoren Geurts en Arets.

Toen Pastoor Menten den kansel besteeg, alvorens de plechtige Hoogmis te beginnen, hoorde men het hem aan, dat hij gelukkig was zijne parochie aan den voet van Maria's wonderbeeld vergaderd te zien. Dat hij een vurig vereerder van Onze Lieve Vrouw van het II. Hart is, is den lezers van het Blauwe Boekje en allen bezoekers van het jaarfeest goed bekend.

Met een diep gevoel, dat zich steeds zijnen hoordelen mededeelde, sprak hij van Maria en noemde Haar: „den Roem van Jeruzalem, de Kerk van Christus — de Vreugde van Israël, der Christelijke familie — de Eer van ons volk, van het volk van Limburg.quot; Ja! diep gingen in het hart die vrome woorden, in welke iets trilde van zooveel kracht en zoo groote liefde, dat menige traan geschreid werd. De snaren van het gevoel te treffen in de harten is waarlijk zijne kunst.

Hij eindigde met een vurig gebod voor de parochie, welke hij bij loven en sterven toewijdde aan Onze Lieve Vrouw van het H. Hart.

Moge dat gebed verhoord worden ! Het zal ons aller geluk zijn!

Met de grootste aandacht werd de plechtige Hoogmis bijgewoond. Het

8

ocr page 110

-- 102 —

gunstig bekende zangkoor van de kerk van Echt voerde, onder de zoo verdienstelijke leiding van den Heer van Kempen, hoofd der school aldaar, eene keurige Mis uit, welke van een driestemmig Maria-lied, even keurig gezongen, gevolgd werd.

Eere mag ook met alle recht gegeven worden aan de Harmonie, die onder de flinke directie van den Heer Smeets, organist van de kerk van Echt, haren ouden roem handhaafde en in waarheid allen lof verdiende.

De dienst was ten einde, maar de kerk bleef gevuld. Men wilde zich den korten tijd — want men zoude na een goed uur den terugtocht aanvaarden — ten nutte maken, en het was een vrome voldoening, de pelgrims te zien bidden en aller oogen onafgebroken op het lieve beeld gericht te zien. Maar de tijd was kort gemeten.

Even stichtend als zij gekomen waren, verlieten de pelgrims de kerk en de stad. Hun welkomstgroet en hun afscheidswoord was een gebed. Een hevige regenbui stoorde een oogenblik den tocht, die voor het overige door nog al goed weer begunstigd werd.

Allen waren gelukkig, den vromen tocht medegemaakt te hebben, die hun zoo zoete herinneringen had achtergelaten.

Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, bid voor ons!

--------

F R A N K R IJ K.

IPSKjaiiK zijn vertrouwen stelt op Maria, zal nimmer beschaamd worden, ikwvlj oaa11 Haar te Saint-Quentin een ex-voto vereeren voor eene lLa£ÜkH onschatbare gunst, welke Zij ons, kort geleden, verleend heeft. Wij hadden een zieke, met wien het alleszins hopeloos stond. Wat leed er de goede Pater Vincent onder, als hij belast was met de zorg der parochie! Wij baden te Bcautrou veel voor den zieke. Op zekeren dag deed ik, om de H. Maagd als te dwingen en Haar een blijk te geven van ons onbeperkt vertrouwen, de Novicen het Magnificat bidden. Het kon nu wel niet anders of Onze Lieve Vrouw van het H. Hait zou, na onze dankbetuigingen te hebben ontvangen, de wenschen van ons hart vervullen. Te Etaves aangekomen, bevind ik dat mijn zieke, dien ik verschillende keeren bezocht, het geloof verloren heeft; bij wil van niets, wat op den godsdienst betrekking heeft, hooren spreken. — Den eersten Zaterdag van November komt men mij zeggen, dat zijn toestand zeer bedenkelijk is. Ik wijs op de Beeltenis, welke gij kent, en geef ten antwoord: „Dat is niets; hij is in goede handenquot;. Ik ga hem bezoeken en waag het, hem te spreken over de biecht. Maar jawel! ik kan onverrichter zake heengaan. Ik was echter niet meer dan twee minuten thuis, toen ik door den zieke werd teruggeroepen, die alsdan in goede stemming zijne biecht sprak. Maar hij wilde de laatste Sacramenten nog niet ontvangen, daar hij meende, dat zijne borstkwaal geen gevaar van sterven opleverde. Op den dag echter van Maria's Presentatie liet hij zich ten volle bedienen, zoodat ik al zijne stukken voor den Hemel heb kunnen teekenen.

St. Quentin.

ocr page 111

— 103 —

Patroon van een zaligen dood.

Jj enj en verstokte zondaar lag als slachtoffer zijner uitspattingen op de piijdenssponde uitgestrekt, in de vreeselijkste ellende.

^ Ja, De Christelijke liefdadigheid snelde toe ter verzachting van zijn lot, maar van bekeering wilde hij niet hooren; hij bleef doof voor de vermaningen van ijverige en liefdevolle Priesters en beantwoordde hunne opwekkingen met een helschen glimlach. En toch waren zijne dagen geteld en zou hij spoedig moeten verschijnen voor de vierschaar van den oneindig Heiligen God.

Doch hij was zoo diep gezonken, dat hij geen gewetenswroegingen meer gevoelde en alles verachtte wat van God komt.

De Dienaars des lïeeren lieten echter den moed niet zinken ; neen, zij verdubbelden hunne gebeden voor den ongelukkige, die de prooi wilde worden der hel.

Men was juist in de maand van den II. Jozef. Voortdurend stegen voor den verharden zondaar, met steeds aangroeienden ijver, gebeden en verzuchtingen tot den Patroon van een zaligen dood, die door zijne voorbede reeds zoo menig zondenjuk gebroken, reeds zoo menige ziel aan satans macht ontrukt had.

En zie! op den 19 Maart, St. Jozefs feest, vraagt de tot dan toe verstokte zondaar uit eigen beweging naar do genademiddelen der Kerk. 't Is zijn verlangen, dat die Priester koine, dien hij het meest beleedigd heeft. Hij verzamelt de weinige krachten, welke hem nog overblijven, en spreekt met diepe gevoelens van ware rouwmoedigheid eene generale biecht over geheel zijn leven. Eenige uren daarna zou het te laat geweest zijn; dit wist de H. Jozef wel. — Op den feestdag van den Patroon van een zaligen dood ging de zondaar, bekeerd door de voorbede van den Heiligen Jozef, voor den rechterstoel verschijnen van den God van liefde, die in zijne eindelooze goedheid ook die werklieden wil beloonen, die op het laatste uur in zijn wijngaard gekomen zijn.

ocr page 112

— 104 —

Did anderen weldoet, leent aai lei.

quot;anneek wij het Evangelie openslaan, zien wij, met wat liefde de Heiland de zieken en gebrekkigen hielp, hoe Hij den stommen de spraak, den dooven het gehoor, den blinden het gezicht schonk, hoe Hij, in één woord, al weldoende rondging.

Onze Goddelijke Verlosser heeft ons een voorbeeld gegeven, opdat wij doen zouden gelijk Hij gedaan heeft, waaruit volgt, dat wij ook de gebrekkigen, naar ons vermogen, moeten helpen en bijstaan. En opdat wij dit des te gretiger doen zouden, heeft Hij hieraan de rijkste belooningen toegezegd en plechtig verklaard, dat wij al het goede, dat wij onzen evenmensch doen, aan Hem-zelven doen.

Het voorbeeld van den liefdevollen Heiland en de belofte eener eeuwige vergelding sporen nog steeds de ware Christenen aan, anderen wel te doen, en hierin voor geene moeite, voor geene opoffering terug te deinzen. Of zien wij dit, bijv. niet duidelijk in het zoo bloeiend Instituut der doofstommen en blinden, te Maeseyck, waar de Christelijke liefde en offervaardigheid zich zoo schitterend en heilzaam vertoont, ten heile van hen, die anders zoo ongelukkig en beklagenswaardig zijn zouden. Hoe Christelijk worden de doofstommen en blinden daar opgeleid, hoe goed en degelijk onderwezen, hoe flink gevormd tot nuttige leden in de maatschappij! Den 7 Augustus brachten zij een bezoek aan Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, in hare Baziliek te Sittard. Wij laten hier een brief van een der doofstommen volgen, waarin hij zijn vriend dien pelgrimstocht verhaalt.

Maeseyck, 14 Augustus 1888.

Met genoegen kan ik u melden, dat wij het nog goed maken en ik hoop van u hetzelfde. Ik zal u vertellen over de bedevaart naar Sittard. Wij zijn den 7 Augustus 's morgens, kwartier voor 6 uur, naar Sittard gegaan, om O. L. Vr. van het H. Hart te bezoeken. Wij kwamen om 7 uur te Susteren, en gingen van daar per trein naar Sittard. In de Baziliek hebben wij de Mis bijgewoond van den Z.Eenv. Pater Eector. Vóör de Mis heeft deze aan de blinden en een frater de H. Communie uitgedeeld. Na de Mis begaven wij ons naar de kapel van St. Rosa. Wij hebben daar samen 5 Onze Vaders en 5 Wees gegroeten ter eere van St. Rosa gebeden, Patrones tegen besmettelijke ziekten. Wij gingen van daar naar de kerk der Eerw. Paters Jezuïeten. Op het Hoogaltaar staat een St. Aloysiusbeeld. Op het rechter zij-altaar staat het beeld van O. L. Vrouw van Lourdes en op het linker een St. Jozefsbeeld. Aan den rechterkant staat ook de H. Rosa, als Patrones van Sittard. Achter in de kerk staan 2 altaren. Op het rechter altaar staat het beeld van liet H Hart van Jezus. Op het linker altaar staat het beeld van den H. Franciscus Xaverius. Toen wij uit deze kerk kwamen, gingen wij naar de Baziliek.

Wij hebben daar samen met frater Albanus eene Noveen tot O. L. Vr. gebeden. Daarna keken wij rond. Boven het hoogaltaar staat het Mirakuleuze Beeld. Ouder dat Beeld staat een troon. Deze dient om Ons Heer uit te stellen onder het Lof en de Hoogmis. Dat altaar is geschonken door een Pastoor met zijne parochianen. Véór dat altaar staat een Communiebank, die van koper is, en daar boven hangen 7 Godslampen. Nog vcnlor bij een pilaar staat de preekstoel. Rondom den preekstoel staan: Jezus zegent de kinderen, Jezus zendt zijne leerlingen, Jezus, die aan de Samaritaansche vrouw vroeg om water, en Jezus, dio den wetgeleerde Nicodemus ontving-. Aan weerskanten der kerk zijn tribunen. Daar zijn 2 biechtstoelen. In de geheele kerk staan 7 altaren. Men bracht ons daarna naar de gastzaal. Eenige minuten later kwam Mr. de Deken bij ons. Jos. Meuten vroeg aan Z. H. Eerw. om eenen speeldag. Deze stond het hem toe. Daarna kwam Monseigneur Boermans bij ons. Dezelfde doofstomme vroeg weer om eenen speeldag, en Mgr. antwoordde: „Ik geef niet één, maar twee speeldagen.quot; Wij vernamen, dat Z. D. H. dit jaar in December zijn 5()jarig priesterschap zal vieren. Hij verzocht, dat wij voor hem zouden bidden. Wij zullen dat doen, opdat hij na zijn BOjarig priesterschap nog lang leve. Mgr. vertrok met den Deken uit deze zaal. In deze zaal staat een tafel, waarop schilderijtjes, enz. waren. Men zeide aan ons, dat wij die des namiddags zouden krijgen. Wij gingen vervolgens naar de

ocr page 113

— 105 —

hoofdkerk. Daar staan 7 altaren. Tussclien 2 kleine altaren staat een zeer schoon altaar. In dat altaar staat een Mirakeleus Beeldje tusschen Engelen, die op muziekinstrumenten spelen. Wij keerden uit de kerk naar het hotel, om te eten. Na den maaltijd gingen wij weer naar de Baziliek, om hot Lof bij te wonen. De blinden speelden op het orgel. Daarna bracht men ons naar de gastüaal, om vele zaken, te weten : schilderijtjes enz. te halen; Pater Eeetor heeft twee schilderijen gekregen van de Ursulinen. ïière Antoine heeft ons verzocht, dat wij eenen brief zonden zenden, om die te laten drukken. Daarna vertrokken wij uit het klooster naar do statie. Wij zijn bijna te laa 1 gekomen. Toen wij aan de statie kwamen, kwam de trein juist aan. Wij stapten er in en rpden met den trein naar Susteren. Wij begaven ons naar de kerk van Susteren en ginf*En in de krocht, om de reliquiën van 7 Heiligen te kijken. In het midden van de krocht staat een klein altaar, waarop een groote reliijuifikast, waarin de beenderen van Heiligen liggen. Op het rechter altaar staan 3 beelden van 3 II. vrouwen. In do kasten zijn ook reliqnien van die 3 Heiligen, te weten : de H. Benedicta en 2 andere Heiligen. Op het linker altaar staan 2 beelden van den II. Gregorius en den H. Albericus. In liet midden is een schoone reliquiekast. Naast die reliquiekast staan 2 kasten met reliquieën van de Heiligen Gregorius en Albericus. Van Susteren gingen wij over Dieteren en Roosteren naar Maeseyck en waren kwartier over 5 te huis.

Wij baden in de hoofdkerk en in de Baziliek te Sittard, behalve voor de gewone intentiën, ook voor Mgr. Boermans, voor den H.Eerw. Heer Deken van Sittard en voor de Eerw. Ursulinen, uit dankbaarheid voor hunne goedheid jegens ons. Wij bidden dat Zijn Doorluchtige Hoogwaardigheid nog lang moge leven na zijn SOjarig priesterschap. Ook baden wij voor Decauter en Baeten en andere jongens en fraters, die te huis waren. Toen wij de tweede maal in de Baziliek waren, baden wij 3 Wees gegroeten tot O. L. Vr. van het H. Hart, om bescherming in den gevaarlijken vacantietijd. Wij voelden ons dien dag gelukkig, omdat wij zooveel genoten hebben te Sittard. Wij baden op dien dag in onze kapel C Onze Vaders en G Weesgegroeten en 6 Glorie zij den Vader voor de Ursulin. die daags te voren overleden was.

Wees hartelijk gegroet van de doofstommen en blinden, maar vooral van

Uwen Vriend,

M. D. VAN HEYST.

Trilt u, waarde lezer van het Maandschrift, bij het lezen van deze regelen, die wij verkort hebben overgeschreven, het jubel woord niet op de lippen: „ Die anderen weldoet, leent aan God?quot; Maar datzelfde jubelwoord wil u zeker ook van de lippen, bij het lezen van den volgenden brief, dien een der blinden schreef, en welken wij woord voor woord hebben afgeschreven.

Eenr. Mh'e.

De 7e Augustus was voor ons een pleizierige dag, omdat wij weder eene bedevaart naar Sittard mochten doen. Het weder, hoe slecht het ook geweest was, werd zoo goed, als wij het konden verlangen. Wij gingen biddend van Maeseyck tot Susteren; daar namen wij den trein. In de Baziliek gekomen, begonnen wij seffens vurig te bidden. Na de H. Communie smeekten wij Jezus, ons al de gunsten to verleenen, welke wij door do bemiddeling van O. L. Vr. hoopten te hekomen. Hierna bedankten wij Jezus en Maria voor alle weldaden, maar vooral voor den goeden uitslag der kiezingen. Als wij onze godsvrucht voldaan hadden, gingen wij naar eene herberg, alwaar ons een smakelijk ontbijt wachtte. Naar het voorbeeld van vele bedevaarders, bezochten wij ook het Sint Bosa kapelleken. Bij onze terugkomst in het klooster der Eerwaarde Ursulinen hadden wij de eer Z. D. H. den Bisschop van Roermond en den H. E. Heer Deken van Sittard te ontmoeten. Zij onderhielden zich zoo gemeenzaam met ons, dat wij er over verwonderd waren. Wij zeiden tot elkander: Monseigneur Boermans is al even vriendelijk als Monseigneur Doutreloux.

Wijl wij daar vernamen, dat Z. Doorl. Iloogw. in December aanstaande het gouden jubelfeest van zijn Priesterschap zal vieren, maakten wij het vast besluit, Monseigneur, dan vooral, in onze gebeden te gedenken.

Nu Eerw. Mere, moeten wij U Eerw. nog bedanken voor het genoegen, dat U Eerw. ons gedaan heeft. Wij zullen onze erkentenis toonen door voor U Eerw. te bidden. Aanvaard, ZeerEerw. Mere, dezen brief als een blijk van dankbaarheid der leerlingen van dit Instituut.

U Eerws. Dienstw. Dien,

Maeseyck, 14 Augustus 1888. G. GIELEN.

-r-sS^fcquot;. -

ocr page 114

— lOG —

üPc IDelticulunitic Cluiötcucn

iAASÏHCHÏ.

ij draagt een schoone naam de vereeniging der Weldenkende Christenen vvan Maastricht. Zij bestaat uit eenvoudige lieden der arbeidende klasse, die, ten tijde, toen de vreeselijke cholera zoo groote verwoestingen aanrichtte, zich verbonden, om wekelijks eene kleine bijdrage te geven tot versiering der kerken. Zij wordt beheerd door eenige mannen uit eigen boezem, en de administratie is echt patriarchaal, 't Is verbazend, wat een aantal kostbare voorwerpen zij reeds geschonken heeft aan verschillende kerken en kapellen in en buiten Maastricht. Jaarlijks doet zij tweemaal de bedevaart naar de Baziliek van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, die ook dit jaar wederom een geschenk aan hare vrijgevigheid dankt, een prachtig misgewaad. Wat moet aan de rijke Koningin des Hemels niet aangenaam zijn het geschenk der armen, aan de zoete Moeder niet welkom de offergave harer arme kinderen!

Den 12 Augustus deden de Weldenkende Christenen, onder de blijde tonen der muziek en het geleide der lieve bruidjes, hun intocht in de Maria-stad, waar Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, op haar gouden troon zoo hoog verheven, zoo goed weet te zegenen en te troosten. De Weleerw. Heer Ferd. Sarton, Kapelaan te Maastricht, begeleidde deze stichtende bedevaart der nederigen. Na de IL Mis en den zegen met het Allerheiligste in de Baziliek, sprak Z.Eenv. tot deze vrome schaar van eenvoudigen, die zoo aangenaam zijn aan het Goddelijk Hart, over de beteekenis van den schoonen naam: Weldenkende Christenen.

Deze naam, zoo was de hoofdgedachte van deze toespraak, herinnerde aan de eerste Christenen, die weldeiikcnd bij uitnemendheid waren. Immers zij waren 1°. „het kleine kuddekequot;, zooals Christus zich uitdrukt, dat uitmuntte door 2°. den geest van geloof en 3°. den geest van gebed. Gelijk nu de eerste Christenen afgezonderd waren van de heidensche wereld, zoo moeten ook dc Weldenkende Christenen zich los scheuren van wereldsche begrippen, wereldsche gedragingen, om een leven te leiden „verborgen met Christus in Godquot;. Gelijk de eerste Christenen, door den geest des geloofs gedreven, eerst en vooral „het rijk Gods en zijne gerechtigheidquot; hebben gezocht, zoo moeten ook de Weldenkende Christenen het geloof nemen als de fakkel voor het verstand, het magneet voor het hart en het richtsnoer voor alle daden. Gelijk de eerste Christenen hun kracht en troost vonden in het gebed en het H. Offer, en dikwerf hun leven op 't spel zetten om bij dat H. Offer tegenwoordig te kunnen zijn, zoo moeten ook de Weldenkende Christenen in het gebed en de H. Eucharistie, ook ten koste van eenige moeite, hun heil en hun geluk zoeken.

Praktisch en bevattelijk was dat woord, en wie zou twijfelen, dat het op goede aarde gevallen was ?

Des namiddags na het Lof verliet ons de vrome stoet. O, dat zij nog dikwerf terugkeeren, de eenvoudigen en nederigen van harte, zij weten immers,quot; wat schatten het Moederhart voor hen bewaart.

ocr page 115

107 —

i

VAN MAASTRICHT.

v i~; iet alleen het geheele jaar door, maar vooral in den Zomer, vloeit M F ,i0 stroom der Maastrichtsche pelgrims naar de Baziliek van Onze ^ Lieve Vrouw van het H. Hart. Ten vorigen jare was door don Hoogeerw. Heer Deken van Maastricht, Mgr. Hutten, besloten, de algemeene jaarlijksche bedevaart der stad te doen plaats hebben op Zondag na het feest van Maria Hemelvaart. Dit jaar echter was er op dien dag een samenloop van omstandigheden, wel geschikt, om de bedevaart, ten deele althans, te doen mislukken. Immers, het was die dag de laatste der allerschitterendste feesten, te Diest gevierd, ter eere der heiligverklaring van den beminnelijken Joannes Berchmans. Honderden Maastrichtenaren hadden den historischen optocht, waarin het leven van den jeugdigen Heilige werd voorgesteld, gezien en in de stad verkondigd, wat de couranten overal schreven, dat de feesten van Diest alles in luister overtroffen, wat er ooit dergelijks in onze streken had plaats gehad. Daarenboven is Diest in de onmiddellijke nabijheid van het beroemde Heiligdom van Scherpenheuvel, dat altijd een machtige aantrekkingskracht heeft gehad voor do bewoners dei-goede Maasstad. Geen wonder, dat er honderden, misschien duizenden, op den 19 Augustus, niet den weg naar Sittard, dien zij toch al dikwijls volgden, maar naar Diest en Scherpenheuvel insloegen.

Voeg daar nog bij, dat op dienzelfden dag, de groote Kardinaal Lavigerie, in de kerk te Wijk-Maastricht, in welke parochie het huis is tot opleiding van Zusters voor de missiën van Afrika, kwam preeken en eenige postulanten dier Zusters het H. habijt geven. Wie zou niet gaarne den beroemden man zien en hooren, die te Londen, te Brussel en in geheel Frankrijk duizenden door zijn woord had begeesterd, die de geheele beschaafde wereld tot in haar ziel had geroerd, de bewondering had afgedwongen, zelis van de liberale pers, en een waren kruistocht predikte ter verchristelijking van het ongelukkige Afrika,

Onder zulke omstandigheden Maastricht oproepen ter bedevaart naar Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, te Sittard, was zeker wel een weinig gewaagd. Toch waren er ongeveer 500 pelgrims, wien niets kon weerhouden de Smeekende Almacht in hare Baziliek te komen vereeren. Omstreeks 9 ure arriveerde de extra-trein, helaas! zonder den vurigeu vereerder van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, den Hoogeerw. Deken van Maastricht,

£

£

ocr page 116

108

Mgr. liutten; Z. H. Eerw. had te Maastricht moeten achterblijven, om mede Z. Em. den Kardinaal Lavigerie te ontvangen. De plechtige Hoogmis werd opgedragen door den Weleerw. Heer P. Jacobs, Kapelaan te Wijk-Maastricht. Na het Evangelie beklom de Eerw. Heer van Liebergen, Kapelaan der Onze Lieve \ rouwekerk, den kansel, om den pelgrims te schetsen het Heiligdom van Maria's Hart, gebouwd door den Allerhoogste, door Haar zelve versierd. Het is opmerkenswaardig, met wat voorliefde de Maastrichtenaren altijd hooren spreken over Maria. Men ziet het duidelijk aan de uitdrukking van hun gelaat, dan verdubbelen zij hun aandacht, dan stijgt hun vertrouwen, dan vlamt hun liefde nog hooger op. Zij deden zich dan werkelijk ook te goed in 't beschouwen van de voortreffelijkheid van Maria's Hart, die hun met zoo levendige kleuren gemaald werd. Hoe zij, na die preek, hun vertrouwen en liefde voor Maria hebben uitgestort, wie zal het ons zeggen ?

Om 12 uren hielden de leden der H. Familie, waarvan een groot aantal de bedevaart vergezelde, hunne gewone vergadering, waarin de Eerw. Heer Joosten, Kapelaan van de St. Mathias-parochie, hun Maria schetste als het heil in den tegenwoordigen tijd.

Ten 3 ure waren allo pelgrims wederom vereenigd in de Baziliek, om gezamenlijk een bezoek te gaan brengen aan de St. Rosakapel, op 20 minuten afstands van de stad, op een heuvel gebouwd. Daar, in den heerlijken tempel van Gods natuur, werden de echo's der bergen en dalen wakker geroepen door het gezang en het gebed der honderden Maria-kinderen; maar daar wist vooral het machtig woord van den Eerw. Heer Ferd. Sarton, van Maastricht, de heilige geestdrift ten top te voeren. Spreker schetste de H. Rosa in haar naïef hinderlijke letrchhingen tot Maria. Hij toonde den pelgrims de zoete Hemelkoningin als de onafscheidbare levensgezellin der H. Rosa, die deze beminnelijke Heilige des morgens kwam wekken uit den slaap, die met haar bad, met haar leed, die zich altijd met haar onderhield te Lima in de kapel van den H. Rozenkrans. Ziedaar uw toonbeeld, riep spreker uit, neemt Maria mede in het leven, leeft met Haar, bidt, werkt, lijdt, overwint, sterft met Haar.

Nadat in de Parochiekerk nog het Lof gezongen was, keerde de bedevaart huiswaarts, medenemende een nog grooter vertrouwen op Maria, eene nog vuriger liefde tot Maria, een heilig enthousiasme voor den dienst van Maria. Bevoorrechte stad, waar de devotie tot Maria zóó bloeit! Servatius heeft er het geloof verkondigd en bewaard, Maria, Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart, wier beeltenis men er in ieder huisgezin aantreft, doet er de vruchten rijpen van heiligheid.

ocr page 117

— 109 —

m§''s oor 4 jaren, toen het ondoenlijk was de voorgenomen bedevaart yji naar Lourdes te doen, besloot de Heer Werker, President der Pius-Vereeniging te Amsterdam, die steeds bereid is met alle krachten te werken, wanneer het de eer van God en zijne Heiige Moeder betreft, eene bedevaart te organiseeren ter eere der Onbevlekte Maagd, naar de Grot, ter barer eer opgericht te St. Pieter bij Maastricht.

Wie zou de geestelijke leider — directeur dezer bedevaart zijn ? Wie anders dan de onvermoeide, de groote Maria-vereerder, de Zeereerw. Heer P. B. Vismans, Pastoor te Nederhorst-den-Berg.

Niettegenstaande de groote bedevaart, die telken jare in de octaaf van H. Sacramentsdag, uit Noord-Holland naar het Heiligdom van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart te Sittard gaat, trekt deze processie nu telken jare, een paar maanden later, naar de Maria-provincie van Nederland bij uitnemendheid, naar Limburg, om aldaar in hare talrijke heiligdommen door hare voorspraak Gods zegen af te smeeken voor zich zeiven, voor familie en vrienden, om de bekeering te vragen van zondaars en afgedwaalde broeders en tevens God te bedanken voor verkregen gunsten en genaden.

Dinsdag 21 Augustus was dit jaar die gelukkige dag; na de H. Mis in Amsterdam te hebben bijgewoond, vertrokken de pelgrims per Oosterspoor. Te Hilversum, Utrecht, 's Bosch en Boxtel sloten zich steeds meerderen aan. Men ging den eersten dag tot Sittard, om O. L. Vrouw van het H. Hart te vereeren. Zou men Haar kunnen vergeten, zeker niet; op de heenreis wordt hulde gebracht aan Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, luidde het programma. Half vier arriveerde de processie te Sittard. Voorafgegaan door de Harmonie der Xaverius-vereeniging en tal van bruidjes, trok men biddende en zingende naar Maria's Heiligdom, naar de heerlijke Baziliek.

Een hartelijk woord van welkom werd hun hier toegesproken door den Eerw. Heer Directeur, besloten door eene toewijding aan 0. L. Vrouw van het H. Hart. Wie Pastoor Vismans kent, weet dat dit uit het hart door het hart naar Maria gaat.

't Is 8 uur; wederom zijn zij vergaderd rondom den troon van de Hoop der hopeloozen. Nu verkondigt de Eerw. Directeur Maria's lof en beschouwt Haar in betrekking tot de H. Drievuldigheid. Nuttige lessen werden door hem gegeven.

Woensdag 22 Augustus ging de tocht naar het doel der bedevaart, naar Maastricht, naar de Grot te St. Pieter. Doch alvorens te vertrekken hebben de pelgrims zich versterkt met het Brood des Levens en vurig gebeden voor de intenties, door de pelgrims gevormd of door den Directeur aanbevolen. Aan 't station te Wijck afgehaald door een geestelijke en bruidjes, geldt het eerste bezoek het mirakuleuze Kruis in de kerk te Wijck, waar Mgr. Rijkers, Deken en Pastoor van Wijck, zelf op meesterlijke wijze de geschiedenis van het wonderbaar Christusbeeld verhaalt met eenige wonderen, welke onlangs hebben plaats gehad.

TER EERE VAN

ocr page 118

— 110 —

Monseigneur Fr. X. Rutten, Deken van Maastricht en Pastoor der St. Servatiuskerk en de Zeereerw. Heer Baert, Pastoor der O. L. Vrouwekerk, hadden welwillend toegestaan, dat do pelgrims de Schatkamers mochten bezichtigen en de reliquieën voor het Hoogaltaar vereeren.

Dinsdag-namiddag had vóór het Lof de vereering plaats der reliquieën in de O. L. Vrouwekerk en na het Lof de Bidweg voor de bekeering der ongeloovigen in ons Vaderland.

Woensdag-morgen trokken wij in processie naar St. Pieter, naar de Grot van O. L. Vrouw van Lourdes. In de Parochiekerk droeg de Eerw. Heer J. M. Kribs, Pastoor te St. Pieter, de Hoogmis op, waarna preek door den Weleerw. Heer F. Sarton, Kapelaan te Maastricht. Wie toch is beter in staat ons do goedheid, de macht te schetsen van de Maagd der Massabielle-rotsen dan deze gewijde redenaar, die verscheidene bedevaarten naar Lourdes medemaakte, die er getuige was van wondervolle genezingen ? Die redenaar weet met zooveel vuur de vereering, welke hij voor de Onbevlekt Ontvangene gevoelt, in de harten zijner toehoorders over te storten, dat zij als het ware aan zijne lippen hangen.

Hierop volgde de vereering van O. L. Vr. van Lourdes bij hare Grot, onder de leiding van den Zeereerw. Heer Vismans.

Tegen twee uur trokken de pelgrims naar Maastricht terug om de reliquieën van St. Servatius en van vele andere Heiligen te vereeren.

Zoo plechtig als dit thans geschiedde, hadden wij het nog nooit bijgewoond. Onder plechtig orgelspel en zang trokken toen Eerw. Broeders in processie naar het Hoogaltaar, ieder een of meer reliquieën dragende, en schaarden zich vooraan. De Eerw. Heer M. P. Swerts, Archivaris en Schatbewaarder, gaf van elke reliquie eene beschrijving, welke inderdaad leerzaam en stichtend was.

Bij de eerste tooning werden de reliquieën der Heiligen vereerd; bij de tweede die der Martelaars; bij de derde die der Bisschoppen en Belijders ; bij de vierde die der Pausen; bij de vijfde de reliquiën der Heilige Maagd, van den H. Jozef en andere familieleden; en bij de zesde tooning de reliquiën van den Goddelijken Zaligmaker.

Niet ligt zullen de pelgrims deze plechtige tooning der reliquieën vergeten, dit getuigen allen, die het voorrecht hebben genoten, met dankbaarheid.

's Avonds half zeven, in de kerk van het H. Hart, Lof en preek, dooiden Zeereerw. Heer G. Bonnike.

„Door Maria tot het Hart van Jezusquot; was de stof dezer predikatie; de macht, de goedheid van het Hart van Jezus werd getoond naar aanleiding van de woorden des Zaligmakers: „Vrouw ga, uw geloof heeft u genezen.quot;

Vrijdag 24 Aug. Dag van den terugtocht, maar eerst nog werd hulde gebracht aan de Zoete Lieve Vrouw van 's Hertogenbosch, in de heerlijke Kathedraal, om Maria te bedanken voor de gunsten en genaden op dezen pelgrimstocht ontvangen.

Zoo zijn die heerlijke dagen van zalig genot voorbij; veel hebben wij gebeden, veel gevraagd maar ook veel verkregen, tot heil en zaligheid. In den geest verwijlen wij zeker nog menigmaal voor Maria's genadebeelden, uiten wij den vromen wensch, aanstaande jaar in nog grooter getal hulde te mogen brengen aan O. L. Vrouw van Lourdes, aan O. L. Vrouw van het H. Hp,rt en aan de Zoete Lieve Vrouw van 's Hertogenbosch.

ocr page 119

MMtB,

te hebben. Wie van hen las en herlas niet gaarne de schoone regelen, door de hand van dien talentvollen jongman geschreven?

Helaas ! dat wij zijn afsterven zoo spoedig moesten betreuren! In den bloei der jaren, op vier en twintigjarigen leeftijd, verloren wij een verdienstelijk medewerker, de Zuid-Hollander, te Leitien, haar onvermoeiden redakteur.

Jozef Smits was de vreugde zijner ouders, de trots van zijn waardigen vader, den onzen lezers welbekenden Dr. A. Smits, van wien hij de diep godsdienstige beginselen had overgenomen. Hij leefde voor zijne familie en voor zijnen geestesarbeid; voor beide eigenlijk tegelijk, omdat hij door den eenen de andere hoopte tot steun te kunnen wezen. Vóór drie jaren bezocht hij Sittard en Maria's beroemde Baziliek; en nog levendig herinneren we ons de woorden, die hij toen sprak en die getuigenis atiegden van zijne edele gevoelens: „Ik hoop eenmaal een steun te mogen wezen voor mijn broeder en mijne zuster.quot; Werken wilde hij, veel en onophoudelijk werken, voor anderen op de eerste plaats ; want de geest van opoffering bezielde hem in groote mate.

Wie zal ons zijne devotie schetsen tot Onze Lieve Vrouw van 't Heilig Hart ? In Haar had hij zijn vertrouwen gesteld, en dat vertrouwen was niet gering. Waar het gold de bevordering van hare eer en glorie, leende hij gaarne en met bijzonder genoegen zijne vaardige pen. Dan was niets hem te veel; hij gaf wat hij te geven vermocht.

Onze Lieve Vrouw vergeet een bewezen dienst nooit; wie Haar vereert en dient, staat Zij, indien wij het zoo mogen uitdrukken, ook gaarne ten dienst. Dat heeft Zij ook nu weder getoond.

ocr page 120

— 112 —

Hoe dan ? Overlaadde zij den veelbelovenden jongman met wereldsche geneugten ? Neen, lezer! Gaf Zij hem schatten der aarde, naar welke de wereldling haakt, omdat hij daarin alleen het geluk meent te kunnen vinden? Geenszins, lezer! Neen, niets van dat alles. Maar Maria was bij hem op den laatsten dag zijns levens, op den dag zijns doods, die de dag moest wezen zijner onsterfelijkheid.

Het was de 4de Juli. Te Leiden lag Jozef Smits op zijn sterfbed; hij woistelde met den naderenden dood. Doch voor hem had die veege ure hare verschrikkingen verloren. Kalm en rustig, overgegeven aan Gods H. Wil, lag hij daar, als iemand, die „verlangt ontbonden te worden en met Christus te zijnquot;, zooals de Apostel het uitdrukt. Wel had eene verlamming hem de spraak benomen, maar op geheel zijn wezen lag eene uitdrukking als die er liggen moet op het gelaat des rechtvaardigen. Opeens, daar gaat zijne tong los, en met heldere stem spreekt hij tot den aan zijne sponde zittenden diep bedroefden vader: „Vader! om half twee ga ik naar den Hemel 1quot;

Van dat oogenblik af wist hij van de aarde niets meer. Hij scheen zich reeds te verheugen in het gezelschap der Engelen en Hemelingen. Onder alle mogelijke titels, en niet het minste onder dien van Lieve Vrouw van het H. Hart, begon hij de vlekkelooze Moedermaagd, wier getrouw kind hij steeds geweest was, aan te roepen.

Het sloeg half twee, en de ziel van Jozef Smits had het stoffelijk omhulsel verlaten. Onze Lieve Vrouw van het H. Hart had een der ijverige bevorderaars harer eer tot zich geroepen.

Stijg, Christen ziel, ten Hemel op,

Om daar, met al de Hemelingen,

In eeuwigheid den lof te zingen Der lieve Moeder, die ge als kind Met zulk een liefde hebt bemind!

Stijg, Christen ziel, te schoon voor de aarde!

Daarboven prijkt ge in al uw waarde.

Niet in deze aardsche zandwoestijn,

De Hemel moest uw woning zijn.

Stijg, kind der Zoete Lieve Vrouwe!

Ontvang hel loon voor uwe trouwe!

Zing door Maria lof en prijs,

Eeuw in, eeuw uit, in 't Paradijs!

ocr page 121

— 113 —

Ach, hoor uwer kindren stem!

Hoor, hoe zij U uitkomst vragen In zoo velerhanden nood,

Nood des lichaams, nood der ziele:

Beide toch omgrijnst de dood.

Zie, o Maagd vol moederteerheid Op het volk, dat biddend neerlelt Op de knieën voor Uw troon !

Zoo zong de dichter, zoo vertrouwvol en zoet klonk zijne bede. Zoo roerend en vertrouwvol is cok het gebed van zoovelen, van duizenden, die neerknielen voor den Genadetroon van Sittard's Lieve Vrouw, om in vóór-en tegenspoed, in de noodwendigheden naar ziel en lichaam geholpen te worden door hare machtige voorspraak.

Zondag 2G Augustus was de Baziliek te klein om al de pelgrims te bevatten, die van heinde en verre waren toegestroomd om Onze Lieve Vrouw van het H. Hart te komen vereeren.

Op den laatsten Zondag van Augustus viert Sittard het feest zijner Patrones, de H. Rosa van Lima. Toen in de 17o eeuw de pest een groot gedeelte van Europa teisterde, werd ook ons vaderland niet gespaard. In Sittard vroeg de wreede dood vele offers, zóóveel zelfs, dat men van het naburige Heinsberg Priesters moest ontbieden, om de geestelijkheid der stad in het verzorgen der arme zieken behulpzaam te zijn. „Waar de nood echter het hoogst is, daar is de redding nabij.quot; De EE. PP. Dominikanen der stad besloten Sittard aan de eerste Heilige van Amerika, de beminnelijke Sint Rosa, toe te wijden. En zie, de ziekte nam aanstonds af. Het dankbare Sittard bouwde op den Kollenberg eene kapel ter eere der Heilige, en ging van af dien tijd jaarlijks in plechtige processie derwaarts. Nog heeft telken jare, op den laatsten Zondag van Augustus, die processie plaats, die alsdan duizenden vreemdelingen naar de stad lokt.

De eerste processie, öie Onze Lieve Vrouw van het H. Hart te Sittard is komen vereeren, was de bedevaart van Aken. Sinds jaren komen die goede Duitschers altijd als de feestdag der H. Rosa plechtig gevierd wordt. Gij liadt dit jaar die honderden vrome burgers van de aloude Mariastad Aken in de volmaaktste, ik zeide haast in militaire orde, Sittard moeten zien binnentrekken; gij hadt daartusschen de twaalf maagden met witte sluiers en blauwe sjerpen moeten zien, dragende het beeld van O. L. Vr. van het

ocr page 122

— lu

ll, Halt, gij hadt dat machtig gebed van vele honderden als uit één mond moeten hooren, dat heerlijk, meerstemmig gezang, waarvan de Duitschers zoo goed het geheim verstaan; gij hadt hen allen gedurende de H. Mis, in de Uaziliek, moeten zien neergeknield, den vochtigen blik naar het Genadebeeld gericht; gij hadt hen moeten zien meegesleept worden door de taal des harten, die één hunner Priesters van den kansel tot hen sprak; gij hadt hen eindelijk de Sittardsche processie naar den Kollenberg moeten zien vergezellen, om te begrijpen, wat model van bedevaart de heerlijke processie uit Aken is.

Nauwelijks heeft de talrijke processie van Aken het kerkgebouw verlaten of er stroomt weer een andere binnen. liet zijn de pelgrims van Wittem, Gulpen en omstreken, die ten getale van ruim 500 personen, onder bidden en zingen Sittauls veste naderen. liet moet gezegd tot hunne lof en eer; onder die talrijke pelgrims heerschte buitengewoon goede orde en stichting, dank aan de Eerw. Paters Redemptoristen, die hen vergezelden en aanvoerden. Onder het Lof, dat gezongen werd door het verdienstvolle koor der parochiekerk, bchad de Lerw. Pater Haagh don stoel der waarheid en stelde in kernachtige woorden Maria voor als de machtige Koningin, tot welke wij niet zoozeer als onderdanen maar als kinderen moeten naderen, wyl Zij ook onze Moeder is.

Niet alleen is Maria als Dochter van God den Vader, als Moeder van God den Zoon, als Bruid van God den II. Geest met koninklijke waardigheid bekleed, maar tevess oefent Zij de macht uit, wegens hare waardigheid: hare machtige heerschappij strekt zich uit over Engelen en Heiligen; want al de Hemelsche geesten zijn dienaars dezer glorievolle Maagd; Zij is wezenlijk hunne Vorstin, zegt de H. Bernardinus; hare macht straalt uit te midden der strijdende Kerk: in de eerste tijden was Zij de Koningin der Apostelen en Martelaren, thans is Zij het Behoud der zieken, de Hulp der Christenen. Maiia oefent hare macht uit in het ^gevuur, want Zij is die maan, die, met starren gekroond, over den nacht heerscht. Wie zou zich niet gelukkig achten, ondeidaan te zijn van eene zoo machtige en tevens goedertierene Koningin? Gaan wij dus met vertrouwen tot den troon der Genade, tot Maria, opdat wij door Haar in alles geholpen worden.

Dat welsprekend woord trof zijn doel, aller harten en blikken richtten zich tot Maria's troon, en vurige gebeden stegen op tot heil van Kerk en Staat, en voor de arme verlatene zielen in het Vagevuur.

De zegen des Heeren, die rijk maakt, ruste op de pelgrims van quot;Wittem, Gulpen en omstreken! Dit verkrijge hun O. L. Vr. van Jezus' Hart.

Zoo werd de Sint Rosa-dag ten jare 1H88 te Sittard gevierd.

F. SARTON, Kapelaan te Maastricht. -- . --

ocr page 123

— 115 —

PAULINE JAR1C0T.

#eruimeneruimen tijd geleden ontmoette eeno dame te Lyon, die zelatrice was van „dc levende Bozenh-ansquot;, een meisje van G a 8 jaren, 5quot;' dat bijna geen kleederen aan het lichaam had en bibberde van koude. Het was juist bezig een schamel kleedje in het water te domijelen, na eene opening door het ijs te hebben gemaakt. Spoedig vernam de dame van het kind, dat liet Marie heette, dat hare moeder reeds op het kerkhof lag en dat haar vader ziek was en een somber loven leidde. De dame gaf haar verlangen te kennen, om haar vader een bezoek te brengen. Onderweg spoorde zij het meisje, dat eerst verschrikt was, maar spoedig door de minzaamheid der dame ten volle was gerust gesteld, op liefderijken toon aan, telkens, als zij iets noodig had, zich tot haar te wenden en overhandigde haar een kaartje, waarop haar adres te lezen stond. Intusschen waren zij het ellendige huis genaderd, op welks bovenste verdieping de vader van het meisje, een arme schoenmaker, woonde.

De dame volgde het meisje, dat haar den weg wees. Op het hooren echter, dat eene dame hem wenschte te spreken, werd de vader van het meisje gram en zeide hij: „Dat is zeker om zich in mijne armoede en ellende te verlustigen!quot; En toen de dame hem verzekerde, dat zij enkel gekomen was om hem onderstand aan te bieden, nam zijne gramschap nog toe en wierp hij zelfs het geldstuk, dat zij bij eenige oude schoenen, welke opgelapt moesten worden, had neergelegd, woedend uit het raam.

De dame, ziende dat er met den man niets aan te vangen was, verwijderde zich, na het meisje stilletjes te hebben toegefluisterd, dat zij maar altijd moest komen, als zij iets noodig had.

Vol medelijden over het lot van vader en dochter, deelde de dame haar wedervaren mede aan Mejuffrouw Pauline Jaricot, aan welke „dc levende lioeenhransquot; te Lyon zijn ontstaan te danken had. Veel bad die heldhaftige apostelin van het gebed voor vader en dochter, veel ook liet zij voor hen bidden. Er verstreken weken, zonder dat men hot meisje te zien kreeg. Eindelijk merkte men haar op ; doch wat zag het arme meisje er mager en treurig uit, toen het, wijl de vader hoegenaamd geen werk meer had, aan de deuren moest bedelen ! Bij Pauline gebracht, die het arme kind met liefkozingen overlaadde, vertelde het op ongekunstelden toon, dat hare moeder zaliger zoo braaf was en haar leerde het tientje van den Rozenkrans te bidden, dat ook haar vader vroeger braaf was, zoolang hare moeder leefde, doch dat hij na haren dood somber was geworden en groote bladen was beginnen te lezen en dat hij niet meer van God of van de rijken sprak, zonder zich kwaad te maken.

ocr page 124

— nr.

Pauline deed het meisje beloven, trouw eiken dag een tientje te bidden en schreef het vervolgens in als lid van „de levende llozenkransquot;. Bovendien gaf zij Marie levensmiddelen in overvloed mede.

Een maand daarna zien wij het meisje weer by hare weldoenster, doch nu niet meer treurig, maar zeer opgeruimd.

„Dame,quot; zeide het, „vader zou u wel willen zien, maar hij durft niet te komen.quot; Die moeielijkheid was spoedig uit den weg geruimd; zonder zich te bedenken, begeven zich Pauline en de zelatrice, die het bij haar eerste bezoek zoo slecht getroffen had, met Marie naar de woning van den schoenmaker. De arme man zag er nu niet somber meer uit, hij was in een geheel ander mensch herschapen. Hij vertelde aan de dames, hoe hij eerst ontevreden was geweest, toen hij zijn dochtertje zoo dikwijls achter elkander het „ Wees gegroetquot; hoorde bidden, dat hij op het laatst echter werktuigelijk meC was beginnen te bidden, omdat zijne vrouw zaliger ook zoo dikwijls het tientje bad, dat hem eindelijk zijne zonden leed begonnen te doen, ja, dat hij tranen van berouw stortte en zijne verkeerdheid tegenover de goede dame ten volle inzag. Nu was de rust weer in zijne ziel gekeerd en verzocht hij de zelatrice ootmoedig om vergiffenis.

't Behoeft niet gezegd, dat deze hem volgaarne gegeven werd en dat Pauline en de zelatrice jubelden over de hemelgunst, welke door het bidden van het tientje verkregen was.

H. DULEVE, Kapelaan te Simpclvcld. — ----

EBME MISLUKTE BELElDiaiMQ.

en grooten O'Connell werd in het Parlement eens door iemand als scheldwoord de benaming „pausgezindequot; naar het hoofd geslingerd. Met fleren moed beantwoordde de gevierde redenaar dezen uitval. „Gij meentquot;, zoo riep hij uit, „mij hierdoor te beleedigen; doch ik voel er mij in de hoogste mate door geëerd. Ik ben pausgezind en ik ga er groot op het te wezen; pausgezind zijn wil immers zeggen, dat mijn geloof, door middel van de onafgebroken opvolging der Pausen, opklimt tot Jezus Christus, terwijl het uwe niet verder gaat dan Luther, Calvijn, Hendrik VHI en Elisabeth. Ja zeker, ik ben pausgezind. Begrijpt gij dan niet, dat het in zake van godsdienst heel wat verkieslijker is van den Paus af te hangen dan van den Koning, van de tiara dan van de kroon, van den herderstaf dan van den degen, van de Concilies dan van de Parlementen? Schaam gij u dus over u-zelven, ja schaam u, noch geloof, noch vorstand te bezitten en zwijg!quot;

ocr page 125

Voor God telt de meaning.

Gods Moeder, die zich Sittard heeft uitgekozen als haar zetel, van waar Zij liefde en zegeningen doet toekomen aan hare vereerders. We hebben gewag gemaakt van menigvuldige bedevaarten, tellende honderden en duizenden pelgrims, die in plechtigcn optocht, met prachtige vaandels, scharen van bruidjes en heerlijke muziek, hunne schreden richtten naar de Baziliek der Lieve Vrouw van Sittard.

Vestigen wij nu de aandacht op de stichtende bedevaartgangers van Vlaanderen en Brabant, bepaaldelijk van Erembodigem en omstreken van Brussel, die Maandag den 27 Augustus hunne hulde gingen brengen aan O. L. Vrouw van het II. Hart. Zij vertrokken 's morgens ten half acht en kwamen omstreeks ten 5 ure in Maria's woonstede. Lang had de reis geduurd, veel was gebeden, herhaaldelijk waren jubelliederen gezongen, waaronder vooral:

Ieder plaatsken is mij dierbaar

Waar 'k Maria's beeltnis vind. Want Maria is mijn Moeder En ik ben Maria's kind.

Zij scharen zich in orde. Meerdere jaren reeds deden ze hun pelgrimstocht, maar nimmer te voren zoo als nu, begeleid door twee geestelijken, de Eerw. Heeren Van Essche en Van Ghelue. Met de grootste godsvrucht biddende, trekken zij op naar de Baziliek, knielen, daar gekomen, met den diepslen eerbied voor het Beeld van de Lieve Vrouw, wonen een plechtig Lof bij en zingen een schoon lied ter eere van de Hoop der hopeloozen. Wat er middelerwijl omging in het gemoed van de pelgrims, kan de lezer opmaken uit een schrijven van Mejuffrouw Melanie De Clippel, waaraan wij het volgende ontleenen;

„Hemelzalig zijn mij de uren, die ik mag doorbrengen in het Heiligdom van de Smeekende Almacht; het is als een magneet, waarmede O. L. Vr. van het H. Hart hare kinderen tot zich trekt, en hun een genot doet smaken, door de wereld ongekend. Daar voelt men, als hot ware, de tegenwoordigheid dier goede Moeder en de behoefte, in haar teeder Hart ons lijden en onze droefheid uit te storten. Daar vloeien tranen van dankbaarheid en liefde, tranen van aandoening en tevens van zoet vertrouwen. Nimmer is men verzadigd in de aanschouwing van het Genadebeeld, men zou Gods Lieve Moeder in de armen willen vliegen......quot; 9

eekmalen reeds hebben wij met voldoening mogen gewagen van de , eer en hulde, die aan O. L. Vr. va,n het II. Hart wordt gegeven. ^ Van alle oorden der wereld worden vurige beden gezonden naar

ocr page 126

— 118 —

De pelgrims begaven zich vervolgens naar de kerk der Eenv Paters, om er het H. Hart van Jezus te vereeren en zich door een oprechte biecht voor het ontvangen van het Brood des Levens, den volgenden morgen, voor te bereiden. Vroeg reeds in den ochtend zijn ze weder om den troon van de Lieve Vrouw vereenigd, wonen verscheidene H. Missen bij, naderen met ootmoed en godsvrucht tot de Tafel des Heeren en nemen vervolgens deel aan do Hoogmis, waarbij de pelgrims het zangkoor uitmaakten, van welke taak zij zich uitmuntend kweten.

In den loop van den morgen begaven ze zich nog naar do kapel van bint Ilosa en naar de Parochiekerk, om ten 11 ure, vereenigd in de Baziliek, hun afscheidsgroet te doen aan O. L. Vr. van het H. Hart.

Geven we nogmaals, om dit te schetsen, het woord aan Mej. De Glippel.

„O wat zijn de uren van zalig genot ras vervlogen. Het uur van scheiden slaat, wij ontvangen den zegen met het II. Sacrament; nog een laatste blik werd gericht naar het Genadebeeld van O. L. Vr. van het H. Hart, een laatste gebed ten Hemel gezonden, en uit veler oogen valt, als laatste vaarwel,

een traan..... Al biddende en met weemoed verlieten wij Sittard, doch met

het zoete vertrouwen een volgend jaar, in grooter getal, weder te keeren.quot;

In grooter getal, dat durven we verwachten van de godsvrucht der Belgen, van de godsvrucht der bewoners van Erembodigen in het bijzonder. Ze hebben reeds vele moeielijkheden overwonnen om de jaarlijksche processie geregeld te kunnen organisoeren, ze zullen moedig voortgaan om vereerders te winnen voor de devotie tot O. L. Vr. van het II. Hart, op het voorbeeld van Mej. De Glippel en onder leiding van den ijverigen hoofdzelateur, den Heer Jacques van den Nieuwenborgh, wien wij eere geven en danken voor de bereids aangewende pogingen om het aanvankelijk zeer kleine getal allengs te doen toenemen.

Voor (lod telt de meening! Met die waarheid troosten zich Mej. De Glippel en de lieer v. d. Nieuwenborgh, als het gelal pelgrims nog niet de hoogte heeft bereikt, die zij wenschen.

Des avonds ten half i) kwamen de pelgrims te Erembodigem aan ; daar zongen ze uit volle borst

Gegroet door beC en zangen,

O Sittards Lieve Vrouw,

Gij hebt ons wel ontvangen,

Wij blijven U getrouw!

Onze minzame dank aan de Eerw. Heeren, onder wier leiding de bedevaart met zooveel stichting is gehouden, en aan de genoemde zelatrice en den zelateur. Eere ten slotte aan de pelgrims van Erembodigem en omliggende gemeenten van Brussel, voor de schoone hulde aan O. L. Vr. van het H. Hart op den 27 en 28 van Oogstmaand te Sittard gegeven,

--—aa/WV— i -4.----

ocr page 127

— 119 —

«

Hulde van Jongelingen en Mannen

UIT

(ikhraciit aan

0. L YR0ü¥ ffl T XAHD BIJ ROEKMOTO

en

0; L ¥rouw Tan 't E Sart te Sittard.

(31 AUGUSTUS EN 1 SEPTEMBER.)

É.kn 23 Mei 1888' verleende Z. D. II. Mgr. A. Godschalk zijne goedkeuring aan de Statuten cn het Reglement der Broederschap en Bedevaart. Reeds nu (17 September) tellen wij 1020 leden. Het doel der Broederschap cn Bedevaart is niet alleen de godsvrucht tot O. L. Vrouw te vermeerderen, maar tevens de jongelingschap te behoeden voor de gevaren der kermisdagen cn eerherstel te geven aan 't Goddelijk Hart voor de zonden, die in die dagen bedreven worden. Daarom is de jaarlijksche bedevaart door de Statuten bepaald op de twee drukste kermisdagen. Alleen jongelingen en mannen mogen aan de bedevaart deelnemen.

In den vroegen morgen van 31 Augustus waren meer dan 300 pelgrims in de Fraterskerk vergaderd om de II. Mis bij te wonen. Na deze II. Mis zongen wij uit volle borst het Ven/ Creator cn begaven wij ons vervolgens in geregeklen optocht naar het station, terwijl onze kleins, maar keurige Harmonie de processiemarche Chant des Angcs deed hooren. Onder gebed cn gezang arriveerden wij te 10 uur per exprestrein te Roermond.

Bij onze aankomst in de Kapel in 't Zand bracht ons zangkoor onder de plechtige Hoogmis de Missa in honorem S' Greyorii magni van Fr. quot;Witt ten gehoore. In den namiddag te 2 uur plechtig Lof, waaronder cene hartelijke toespraak door den goeden l'ater Lohmeyer. De treifende processie met het Allerheiligste Sacrament en het Wonderbeeld in den versierden kloostertuin te half vijf. Bij het rustaltaar sprak de Zeereerw. Pater Severijns een woord vol vuur en leven, waarlijk een woord uit het hart tot het hart. Daarna zongen allen het Tantum ergo met begeleiding van het orkest en de goede Jezus zegende zijne getrouwen. Plechtig weerklonk vervolgens het lied van eerherstel aan Jezus1 II. Hart en herinnerde ons het doei onzer bedevaart. Nog waren de pelgrims niet verzadigd. Te half acht in den avond waren allen weer vergaderd in de Kapel om de Congregatie-oefeningen bij te wonen en met gespannen aandacht te luisteren naar het sermoon van den onver-

ocr page 128

— 120 —

moeiden Pator Lohmeyer. Zoo eindigde de eerste dag, de tweede zou niet minder plechtig zijn.

In den morgen van Zaterdag l September naderden allen geregeld tot de H. Tafel om door eene eerherstellende Communie eenigermate den smaad te vergoeden, Jezus in Tilburg gedurende de kermisweek aangedaan. Te 8 uur een woord van afscheid en zegen met het Allerheiligste; vervolgens het afscheidslied en vertrek naar het station Roermond. Immer zullen wij dankbaar zÜn jegens de Eerw. Paters Redemptoristen, die al het mogelijke aanwenden om den pelgrims het Gaudete in Domino te doen smaken.

Per exprestrein kwamen wij circa half 10 te Sittard aan. Bij het binnentreden der stad viel ons oog dadelijk op de keurig gesierde draagbaar met de beeltenis van O. L. Vr. van het II. Hart. Een aantal in het wit en blauw gekleede maagdekens droegen en omringden dat schoone beeld. Aan de Baziliek gekomen, zongen wij wederom het lied aan Jezus H. Hart onder begeleiding van ons klein orkest. Onmiddellijk daarna deed de Eerw. Direkteur der Broederschap de plechtige Mis, geassisteerd door den Weleerw. Heer C. Swagemakers als Diaken en een Weleerw. Heer Kapelaan van Sittard's parochiekerk als Subdiaken. In den namiddag te 2 uur bezochten wij gezamenlijk het Wonderbeeldje in do parochiekerk en smaakten het genoegen onzen geliefden stadgenoot, den Zeereerw. Pater Franken S. J. te hooren, die nog eens vertrouwelijk met Tilburgs Congreganisten kwam spreken. Van half 3 af tot 4 uur vonden velen onzer een blij en gezellig „te huisquot; in het fraaie locaal dor Xaverianen. Vóór het Lof, dat te 4 uur in de Baziliek zou plaats hebben, was aan de Raadsleden der Congregatie en aan de Broedermeesters der bedevaart, door Mère Antoine, eene aangename verrassing bereid. Elk hunner ontving eene prachtige bronzen medaille van O. L. Vrouw van het H. Hart. Onder het Lof mochten wij nog een korte toespraak hooren over het eerherstel aan Jezus' Hart door Maria. Na den zegen met het Allerheiligste ontvangen te hebben, begaven wij ons geheel voldaan naar het station Sittard en kwamen circa half 9 te Tilburg aan. Geestdriftig werden wij daar door honderden en honderden belangstellenden ontvangen, zoodat onze optocht naar de Fraterskerk niet zoo ordelijk als wij het gewenscht hadden kon geschieden. Aldaar aangekomen, mochten wij, tot ons aller voldoening, den Hoogeerw. Pater Superior, Hoofdbestuurder der Broederschap, aan het altaar zien verschijnen, die ons, na het zingen van het Tc Brum en Tantum ergo den zegen met het Allerheiligste gaf. In grooter getale nog hopen wij het volgend jaar ter bedevaart op te gaan naar Roermpnd en Sittard.

lien pelgrim.

ocr page 129

■gt;gt;^*'^)*S''gt;quot;lt;- gt; ^Sr» c§

»5---------------------ii«?

\ /:\

LEO XIII, PAUS.

TER EEUWIGER GEDACHTENIS.

Het is de gewoonte, eu tevens een stelregel der Eoomsche Pausen,

kerken, vermaard door de godsvrucht der geloovigen en door den roem van kunstwerken, met bijzondere titels en gunsten te verrijken. Zoo hebben wij, in navolging van onze voorgangers, zoodra wij vernomen hadden, dat in de stad Sittard, binnen het Diocees van Eoermond, door de zorgen der Eeligieusen Ursulinen, ecue buitengewoon schoone kerk,

ouder den roemrijken titel van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart was gebouwd, waar, uit alle oorden van Holland, pelgrims heen stroomden,

om er de beeltenis van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, aldaar gekroond op uitdrukkelijk order en namens Z. H. Pius IX, zaliger gedachtenis, te vereeren, op het verzoek, dat ons door onzen eerbied-waardigen broeder Joannes Augustinus Paredis. Bisschop van Eoermond,

zoo in zijnen naam, als in naam van gezegde Eeligieusen, gedaan was, om genoemde Kerk tot Baziliek minor te verheffen, goedgevonden, op dat verlangen goedgunstig te beschikken, in zoover wij dat in naam van God doen kunnen. Uit dien hoofde, na een rijp overleg, dat wij betreffende deze zaak met onzen dierbaren zoon den Heer Kardinaal Bartolini, Prefect van de Congregatie der Eiten, gehad hebben, en nadat wij allen, tot wier voordeel deze brieven uitgevaardigd zijn, alleen in zooverre het deze zaak betreft, ontheffen en als ontheven verklaren van elke excommunicatie eu schorsing, van alle kerkelijke vonnissen, censuren en straffen, hoe ook en om welke reden toegepast en ingeloopen, begiftigen wij. krachtens onze Apostolische Macht, de Kerk ter eere van Onze Lieve Vrouw te Sittard, iu het Diocees van Eoermond, met do waardigheid en gunst van Baziliek minor. Wij bepalen, dat deze onze brieven geldig, wettig, werkdadig zijn en blijven, hare volle en ongeschonden kracht bekomen en behouden, en dit voor immer en altijd aan gemelde Kerk gewaarborgd blijve. In dien zin moet de inhoud van voorgeschreven brieven verklaard en uitgelegd worden door alle rechters,

zoowel gewone als gedelegeerde, ook door de auditores voor de zaken van het Apostolisch Huis, door de Nuntiussen van den H. Stoel, dooide Kardinalen der Eoomsche Kerk, door de legaten a latere, hun ontzeggende alle gezag en macht om het anders te verklaren en uit te leggen, te niet doende en onwettig houdende, zoo dit wetens of onbewust, onder welk voorwendsel ook, soms ooit mocht plaats hebben. Ongeacht de Apostolische Constitution en verordeningen en alle andere stukken, eene bijzondere melding of uitzondering waardig, in tegen-overgesteldeu zin luidende.

Gegeven te Eome bij St. Petrus, onder den visschersring, 12 Juni 1883, het zesde jaar van ons Pontiticaat.

,1 Th, Card, MERTEL,

If URiS.-------;----------.----------|i

-SSvljamp;g» -«0® «S* ■ïSamp;iS --------—--

!•

ocr page 130

122

% Iteaaf l«f fvti

AAN

O. L. Vrouw van het H. Hart.

processie den weg s gebed en zan de vrouwen. Een extra-trein staat pelgrims treden in en biddende stoomen xe voort naar het Heiligdom van Jezus' Moeder. Ongeveer ten 10 ure daar aangekomen, worden do pelgrims ontvangen door de Fanfare der Xaverianen van Sittard, herdertjes en bruidjes, die hen in plechtigen optocht geleidden naar de Baziliek. De prachtige vanen van Amby's godvruchtige vereerders van O. L. Vrouw van het H. Hart trokken daarbij de aandacht.

Een solemneele Hoogmis wordt opgedragen door don Weleerwaarden Pater Athanasius, van de orde der Minderbroeders, geassisteerd door den Weleerw. Kapelaan van Amby en een der Heeren Kapelaans van Sittard. Het koor van Amby zong de vierstemmige Mis van Singeraberger. Na het Evangelie beklom de Weleerw. Kapelaan van Amby den kansel en hield, naar aanleiding zijner tekstwoorden: 's Mcnschcn leven hier op aarde is een strijd (Job VII, 1.) eene bezielende rede, waarin de gewijde spreker er op wees, dat wij allen bij den strijd ons vertrouwen moeten stellen op de H. Maagd, die sterk is als een heel leyer in slagorde gesehaard, en ons kan en ons ml helpen om de overwinning bij dien strijd te behalen.

De parochianen van Amby zijn overtuigd van die waarheid, daarom komen zij naar het Heiligdom van O. L. Vrouw, om hare hulp in te roepen ; hun gebed zal verhoord worden, ze zullen overwinnen, maar moeten volharden in hunne devotie tot de H. Maag(} en ten leuze nemen den wapenkreet van Sobiesky: Jn den naam van Maria! dan zullen ze met hem zegevieren en de schitterendste overwinning behalen op den vyand hunner zaligheid.

^kt is Zoiulug 2 September, dus tijd der voorbereiding tot het feest ^ tvau Maria-Geboorte. Wie getracht hebben op waardige en Gode welbehagelijke wijze het hart te stemmen om dat heuglijke feest in den geest der Kerk te vieren, de parochianen van Amby met hunne eerbiedwaardige geestelijken, den Iloogeervv. lieer C. Heuvels, Eere-Kanunnik der Kathedraal van Carthago, Pastoor en den Weleerwaarden Heer J. II. M. J. Kerckholïs, Kapelaan, aan het hoofd, hebben zich daarin bijzonder onderscheiden.

Zie, ze trekken

vierhonderd in

op, de ijverige Maria-vereerders, leggende van Amby ter cere van de te Maastricht in

ten getale van naar Maastricht, Gezegende onder gereedheid. De

onder afwisseling van

ocr page 131

— 123 ~

v ■

I 1 -

Na de Mis verpoosden zich dc pelgrims een korten tijd en gingen daarna, vereenigd, een bezoek brengen aan de Kapel van St. Rosa, Patrones van Sittard en Beschermster tegen besmettelijke ziekten. Dc Congreganisten vereenigden zich op den heuvel en zongen liet Ave Maria van Lourdes, dat een treffenden indruk maakte. De pelgrims begaven zich vervolgens naar de groote kerk, waar het oude mirakuleuze beeldje door hen werd vereerd.

De tijd spoedde te ras voort; om 3 uur zou het Lof in de Baziliek beginnen — en bet was bijna zoo laat. De pelgrims zijn er tijdig, zangers en Congreganisten maken het koor uit. De Woleerw. Pater Athanasius, die mede de processie geleid had, beklom den kansel en bevestigde de parochianen in hun stichtend vertrouwen op de II. Maagd, naar aanleiding van den tekst: Alles door en met Maria, waardoor hunne hoop op een voortdurend godsdienstig leven en een zaligen dood nog dieper in hun hart gegrift werd.

Nog een treilend oogenblik volgde na het Lof. Mejuffrouw P., eene der Congreganisten, deed met heldere stem den afscheidsgroet aan het Genadebeeld der Baziliek. Zij verzocht O. L. Vr. van het II. Hart Amby's jeugd en de geheele parochie onder hare bijzondere bescherming te willen nemen en allen te bewaren voor wat de ziel schaden kan. Zij bad voor hare ouders en voor alle ouders in het algemeen; voor de geestelijke Overheid: voor Z. H. Paus Leo XIII, die onder zoo grooten druk lijdt en met zooveel wijsheid de Kerk bestuurt; zij bad voor lloermonds Bisschop en sprak met aandoening: „Allerheiligte Moeder, wij bidden u ook, vooral bij ons afscheid, verkrijg van uwen Zoon, voor onzen geliefden Kerkvoogd, dat God hem nog een lange reeks van jaren sterke, hem steune in al zijne ondernemingen voor ons heil; sta hem bij, zegen hem in zijn arbeid, schenk hem eene voortdurende gezondheid en doe hem, die weldra zijn gouden jubelfeest als Priester zal vieren, eenmaal het eeuwige Priesterschap vieren, in vereeniging met de koren der Zaligen in den Hemel.

Het uur van vertrek slaat. De pelgrims wenden bij het verlaten van het Heiligdom een laatsten blik naar den troon van Gods Moeder, ontrollen hunne prachtige vanen, scharen zich in processie, gaan onder gebed en zang en muziek naar het station en verheugen zich in het zoete genot, dat de wel bestede dag hun heeft verschaft; met stillen dank in het hart deuken zij aan hun waardigen Herder en beminden Kapelaan, die zoo stichtend voorgaan in de vereering van do H. Maagd en de parochie van Amby doen uitblinken in liefde tot- en vereering der Lieve Vrouw van het 11. Hart.

Vaarwel, gij Amby's pelgrimsschaar. Tot wederziens in 't volgend jaar.

ocr page 132

124

é

Wij loven, wij prijzen ü, Moeder van God ! U eere te geven is ons een gnuot,

Zie ons in uw tempel als pelgrims geknield, Met eerbied en liefde op het innigst bezield.

MW 0MT aquot;e'1 tot 111'J' (''e m'j 11!et vurigheid begeert en verrijkt u met de goederen, die in mij overvloeien en verzadigt u met de vruchten, die ik voorbreng. Met die woorden van de H. Schrift (Eccl. XXIV, 25), begroette ' V9 ' de Eerwaarde Pater Jansenius, S. J., op den feestdag van Maria's geboorte de godvruchtige vereerders van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart te Beek, die» getrouw aan hunne gewoonte, toen in breede schaar hunne jaarlijksche bedevaart kwamen doeu naar do Baziliek van Sittard. Hun bedevaart, ja dit woord moet hier als het eenig passende gebezigd worden. De pelgrims vau Beek hebben een bedevaart gedaan naar Onze Lieve Vrouw van het H. Hart: geen muziek mocht afleiding geven gedurende den tocht, voortdurend moest, met den rozenkrans in de hand, hun Ave Maria ten Hemel gaan; en met een heilig geweld smeekten een tweeduizendtal monden genade en barmhartigheid, bijstand en zegen af van God door de voorspraak van Jezus' alvermogende Moeder.

Een plechtige Hoogmis werd opgedragen in de Baziliek door den Weleerwaarden Zeergel. Heer Lemmens, Professor aan het Bisschoppelijk College van Roermond, geassisteerd door de Eerw. Heeren Voncken en Lienaerts, Kapelaans te Beek, onder wier uitmuntende leiding die pelgrims hun stichtende bedevaart hielden. Een heerlijke verpoozing was het voor hen, toen de Eerw. Pater Jansenius in een schoone preek hunne aandacht boeide door talentvol toe te lichten, dat de Heilige Maagd genoemd wordt de Lieve Vrouw van het H. Hart. feu eerste omdat Zij, door de wondervolle betrekking waarin Zij staat tot de personen der H. Drievuldigheid en waartoe Zij van alle eeuwigheid was voorbestemd, van alle eeuwigheid de bijzondere vriendinne van Gods Hart is geweest; feu tweede omdat Zij do Schatbewaarster is der rijkdommen van ontferming en liefde, waarvan Jezus' Goddelijk Hart voor ons, arme zondaars, overvloeit.

Met open oor luisterden de pelgrims naar den gewijden redenaar, die zoo geheel in hun geest de H. Maagd schetste als do Moeder, die Jezus met de teedersle liefde beminde en door Jezus met de teederste liefde bemind werd; als de medeverlosseres van het menschdom, die daarom aanspraak hoeft op onze hulde en vereering, maar daarom ook alles voor ons, menschen, kan verkrijgen.

In die overtuiging bevestigd, richtten de pelgrims gedurende de Mis het hart met vernieuwd vertrouwen naar omhoog, en deden zij daarna den terugtocht onder vurig en aanhoudend gebed, waarbij zij met recht als antwoord op de tekstwoorden der aangehoorde preek, tot de Lieve Vrouw van het H. Hart konden zeggen: Zie, wij zijn gekomen omdat wij U met vurigheid begeeren; verrijk Gij ons met de goederen die in U overvloeien, verzadig ons met de vruchten, die Gij, 0 Lieve Moeder van Jezus, voortbrengt.

Wij durven vertrouwen, dat het biddende Beek met welgevallen is aangehoord en verhoord in wat het in de Baziliek van Sittard aan de H. Maagd op haar geboortefeest is komen quot;vragen.

ocr page 133

— 125 —

ROERMOND EN WEERT

Mgr. F. A, H. BOERMANS,

BISSCHOP VAN IIOEUMOND.

Kort en donker zijn de dagen, 't Schaa]) verlaat do dorre hei, 't Is December, en de Winter Heersclit in tuin en veld en wei.

En toch, o wat geurge rozen, Schoone ruikers zonder tal Vloeien toe van heinde en verre, Van rondom en overal.

't Kostte moeite die te onttrekken Aan den doodslaap der natuur. Ze te kweeken, te doen bloeien Bij eeu weer zoo koud eu guur.

Maar ze moeten 't altaar sieren Prijken als een kostbre rij Voor een zeldzaam jubileum.

Voor een plechtig feestgetij.

Eoermonds Bisschop hooggeacht Is dit offer toegedacht Met zoo rijke feestgeschenken,

Nu wij met verrukten geest Aan zijn gouden priesterfeest Met erkentlijk harte denken.

Aan d' ons dierbaren Prelaat Willen wij naar rang en staat Hulde bij dit feesttij geven;

Op zijn leiding gaan wij trotsch, Hij, voorbeeldig Priester Gods,

Wijdde ons steeds zijn stichtend leven.

Heel de reeks van vijftig jaar Zagen wij hem aan 't altaar.

Mochten wij zijn lessen hooren.

Roermond.

Lessen altijd leerrijk, schoon, Uitgesproken op een toon, Die den koudste moest bekoren.

In verscheiden waardigheid Heeft hij ons den weg bereid Naar het Rijk der Zaligheden: Honderdvoudig is hij waard. Dat wij nauw aaneengeschaard Hem met wenschen tegenstreven.

Monseigneur, wij vieren blijde 't Heuglijk gouden feestgetijde Van uw roemrijk priesterschap :

Zie de vlaggen en guirlanden,

/ie het feestlicht voor U branden.

Hoor ons jublend handgeklap;

Hoor muziek in volle accoorden,

Hoor in zang de zoetste woorden U in melodij gericht;

Wil ook minzaam 't oor verleenen Aan die zich om U vereeneu En U wenschen in gedicht:

Spare God uw dierbaar leven,

Blijv' zijn Geest U steeds omzweven, U bestralen met zijn vuur.

Doe Hij U de vrucht vergaren Van uw gouden priesterjaren .En uw vorstlijk kerkbestuur;

Dat Hij mild uw vlijt beloone.

Eenmaal siere met de krone U als Priester Gods bereid:

Smaak, 't is onze hartebede. Monseigneur, den eeuwgen vrede In het Rijk der Zaligheid.

J. WATERREUS.


---quot;ïra

ocr page 134

— 120 —

Mem

4# de gezeffeult;le l)lekkel1' die (le H- Maagd zich lieeft uitgekozen om er M| vereerd te worden en er hare gunsten te verspreiden, behoort voorzeker ook feittard. Uit de verst gelegen oorden snellen bij duizendtallen godvruchtige '' I.9 v pelgrims naar haar Genadebeeld in de rijke Baziliek. En, geen wonder, zij, die Haar daar vertrouwvol hunnen nood klagen, de wonden hunner ziel blootleggen, koeren getroost en met milde zegeningen overladen, huiswaarts.

Op den dag van Maria's geboorte kwam in mij het vurig verlangen op, Onze Lieve A rouw van 't H. Hart te Sittard mijne diepgevoelde dankbaarheid te gaan betuigen voor de veelvuldige gunsten, mij door hare hand toegevloeid.

Reeds in den vroegen morgen van 9 September betrad ik de bevoorrechte stede en begaf ik mij opgetogen naar de zalige plek, waar mij zoo menigmaal van Maria's Genadetroon troost in het lijden, kracht in het strijden, was neergedaald. — Zoet, hemelsch zoet vervlogen mij de uren, die ik in den lichtglans van het aanminnige Beeld van Onze Lieve Vrouw van 't H. Hart mocht slijten. De stormen des tijds zullen de herinnering aan dien overschoonen dag nooit uit mijn hart en geest uitroeien: ze heeft er te dieper wortel gevat,'daar ik weer persoonlijk getuige mocht wezen van het goede en stichtende, dat de godsvrucht van Maria's kinderen te aanschouwen geeft.

Onder hartelijke gebeden en aandoenlijke Moedergodsgezangen, van instrumentinuziek begeleid, traden 0111 half negen eeu 400tal pelgrims uit het Belgische Monzen en omstreken de Baziliek binnen. Op hun achtdaagsehen vermoeienden pelgrimstocht naar Kevelaar, kwamen ze Onze Lieve Vrouw van 't H. Hart hun kinderlijken groet brengen eu versterking voor de verdere reis vragen. Mannen, zoowel als vrouwen, was het op het gelaat te lezen, dat een innige band van liefde hen aan ons aller teedere Moeder verbindt. Ongaarne hoorden zij dan ook uit den mond van een der beide Eerwaarde Geestelijken, hunne begeleiders, dat zij niet lang in het Heiligdom mochten vertoeven, daar zij plaats moesten maken voor de in aantocht zijnde pelgrims van Heerlen.

't Is even na 10 uur. Ziet! daar zijn ze, de wakkeren! zij, die er fier op mogen gaan, uit Limburg's dierbare gouwen de eersten te zijn geweest, om in de gloriekroon van Onze Lieve Vrouw, te Sittard, eene parel van liefde te steken; zij, die tot Maria's verheerlijking, den ontzagwekkeuden stoet van hare getrouwen naar Neerland's Issoudun hebben geopend! Ja, daar zijn ze weer! Voorafgegaan pan de lieve Maria-Bruidjes naderen zij in twee onafzienbare rijen, opgetogen van vreugde, brandend van verlangen, de vermoeidheid vergetend, onder aanhoudend gebed, de verbeide gezegende plek, Maria's Heiligdom, — te klein, om ze allen te bevatten.

Onder het H. Misoffer, dat om half elf, ter eere van Maria, flode wordt opgedragen, bestijgt de Eerw. Heer Kapelaan Eygelshoven, hun leider, het preekgestoelte. In eene bondige, duidelijke toespraak ontwikkelt hij 1». de zelfverloochening en 2°. het geduldig dragen van zijn kruis, eu wekt zijne toehoorders op, 0111 door Maria's tusschenkomst beide deugden te vragen, die Zij in zoo hoogc mate beoefend heeft.

Nog langen tijd na de H. Offerande — ik mag zeggen, onafgebroken tot aan het uur des afscheids — blijft de Baziliek met geloovigen gevuld. Zij schijnen zich in dat onvergankelijk pronkstuk van kinderlijke dankbaarheid te verlustigen. Voor de in boeien geklonken Kerk en onzen beminden Opperherder, Paus Leo XIII, voor den volijverigen Hoofdbestuurder der Aartsbroederschap, Mgr. Boermans, voor zich zeiven en hunne dierbare

ocr page 135

— 127 —

betrekkingen richten zij met zoeten aandrang des harten hunne verzuchtingen en gebeden tot het sraeekend alvermogen der Sleuteldraagster van Jezus' Aanbiddelijk Hart.

Omstreeks S uur in den namiddag nemen de pelgrims afscheid van liet oord, waar * ze zoo godzalige oogenblikken hebben doorgebracht. Bezield van den wensch, volgende

jaren de bijzondere voorspraak van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart te Sittard weei te komen inroepen, trekken zij ouder den uit duizend monden weergalmenden Groet aan Maria naar hun geliefd Heerlen.

Ja, trouwe dienaren van Maria! weest standvastig in uwe godsvrucht tot Haar, die de H. Laurentius Justinianus o. a. noemt: „(Je Deur des Hemels, de Hoop der zondaren, de Toevlucht der behoeftiyen, de Verhwikking der affiemaltcn, de Sterkte der wankehnoedigen. Komt u elk jaar in telkens grooter aantal vMr den Genadetroon van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart nederwerpen, om Haar niet ecu kinderlijk, met een onbeperkt vertrouwen al uwe noodwendigheden bloot te leggen. Dan zal Zij u en de u dierbaren op bet hobbelig pad des levens aau hare moederhand leiden, u met overvloedige bemelsche zegeningen verrijken on u eens de deur des Hemels openen, om u daar voor alle eeuwigheid te omkransen met dc glorierijke kroon der volharding.

J. J. EYCK, Hoofdzelaleur.

--WA---------

DE PASTOOR VAN ARS EEN VURIG VEREERDER VAN ONZE LIEVE VROUW VAN HET H. HART.

geachte familie te dezer stede kwam, eenige jaren geleden, in het bezit van H ÜDfl eon van 0- L- Vr6nw van het H' ïïart' ffewij'1 (loor (len Pastoor van

Ars. Zij stelde er hoogen prijs op en gaf het een eereplaats in de zaal van hare woning. Bij leed en ongeval werd er licht voor aangestoken, was het ook omgeven door prachtige bouquetten, en — dan was spoedig alle leed voorbij, alle ongeval over.

Ook andere familiën, aan welke het beeldje bij nood en ramp ter leen werd gegeven, ontkwamen spoedig aan alle onheil.

Op zekeren dag stofte dc dienstmaagd de zaal, zij stoot het beeldje omver, en ziet het in twee stukken op den grond liggen. Zij wil het ongeluk verborgen houden, koopt een ander dergelijk beeldje en werpt de twee stukken in de aschkuil. Een lid der familie bemerkt ondertusschen weldra de verandering. De dienstmaagd wordt ondervraagd. Zij zegt openhartig wat gebeurd is, en moet nu oogenblikkelijk de twee stukken gaan halen. Gelukkig, hot hoofd was slechts van het beeld af eu zou er wel weer op gemaakt kunnen worden. Het geschiedde. Het beeldje werd daarenboven prachtig gepolychromeerd en herkreeg zijn eereplaats in de zaal. Sedert is het nog herhaaldelijk bij ziekte en andere treurige omstandigheden, door de bedoelde familie en door anderen, aangewend, en vaak volgde een gelukkige uitkomst, waarom het dan ook door velen beschouwd wordt als een kostbare schat.

Dat de Pastoor van Ars een vurig vereerder was van Onze Lieve Vrouw van bet Heilig Hart, is algemeen bekend.

Dat zijne heilige priesterwijding aan het beeldje van Onze Lieve ^ rouw van het H. Hart eene bijzondere waarde heeft gegeven, is zonder twijfel waar.

De vele gelukkige uitkomsten, verkregen door vereering van het beeldje, mogen ons doen vermoeden, dat het Gode welbehagelijk is, dat hulde gegeven wordt aan O. L. A r van het H. Hart eu aan haar vurigen vereerder, den eerbiedw. Pastoor van Ars.

llomaroNi). WATEIiREUS.

---^^VVV»—• —quot;A/Wv—-'WV--

ocr page 136

— 128 —

Ifêarta, ïjct quot;Hiilicr duser ïjoojj.

(Or

•«^.tuijuen en lijden moet de mensch immer doorstaan op aarde! Van den vroegen f-jsjf't morgen tot den laten avond moet hij zich ten strijd gereed houden, wil hij fw)pYëWgt; f6118 ^611 l,almtak zegevierend wegdragen. Tegenspoed, ongelukken, ziekten p['..\ kunnen hem dagelijks overvallen en waar is het spreekwoord: „geen huis VS1 zonder kruisquot;.

Dat kruis kan soms zwaar drukken op zwakke schouders; ziekte kan lang duren en ondermijnt de sterkste gezondheid; tegenspoed kan den moedigsten en deugdzaamsten mensch troosteloos maken ; ongeluk doet hem den moed verliezen.

Moed verliezen, troosteloos worden...... blikt op tot Maria; Zij hiedt hulp en troost

aan eiken stand en ouderdom, Zij toont door haar woord en voorbeeld, dat men te indden van kruis en zorg gelukkig leven kan ; immers de deugd is de ware rijkdom, ue grootste schat. Zoolang men deugdzaam is, zoolang is men waarlijk gelukkig en tevreden. Het kost dikwijls veel moeite en gebed, om te volharden in den strijd tegen de vijanden der zaligheid en de deugd steeds te beoefenen; blijft dan kinderen en dienaren van Maria, want een dienaar van Maria gaat niet verloren. gt; , ,.u congreganist is een kind van Maria; hij toont en bewijst zulks in al zijn uanaelingen ; in geheel zijn gedrag straalt uit: te zijn een kind van Maria. 0 0^e jongelingen van Steyu hebben bewezen te zijn kinderen van Maria; toen zij den feeptember onder zingen en bidden Sittard's sehoone liaziliek binnentrokken, om daar aan de „Bron jan overvloedquot;, wateren van heil en zaligheid te putten.

s Morgens hadden allen zich onder de 11. Mis, opgedragen voor de afgestorven leden der Congregatie, gesterkt met het Brood des levens; nu werd voor de levende leden de H. Mis opgedragen.

at was het gebed dier vrome mannen krachtig en vol godsvrucht; wat vroegen Zgt;'\ J11,1eenvou^ harten, als met een heilig geweld, genade en zegeningen; wat ontwelde aan aller mond do lieve bede: o Hoop der hopeloozen. Onze Lieve Vrouw van f .. ^1'1' 1)5(1 voor 0118 eu (le onzen !

/ij voelden het zoo diep, dat het Maria, de Koninginne van Jezus' Hart, is, die hen op de zee dezer wereld in stormen en gevaren ter zijde staat, dat zij de Lieve Vrouw van Jezus' Hart altoos en immer aangeroepen hebben en nog aanroepen zullen, als bekoring en strijd voor Jezus' liefde en deugd zoovele, zoo groote overwinning vragen.

Zij weten het, dat Maria het Anker hunner hoop is, en als hun geestelijk scheepje zoo vaak met ondergang bedreigd wordt, o dan klampen zij zich aan dat Anker vast, met een vertrouwen, dat alleen iu het hart van Maria's trouwe kinderen kan gevonden worden; dan denken zij zelfs van de verte aan dat Genadeooid, waar Maria als de Lieve Vrouw van het Goddelijk Hart troont; dan zeggen zij Haar: „Onze Lieve Vrouw bewaar uw kind en bid voor mijquot; en nogmaals wijken vijand en gevaar, en wordt een keer te meer bevestigd dat wie op Haar vertrouwt, nooit zal beschaamd worden.

In den namiddag betrad de WelEerw. Heer J. Ph. M. Grispen, de ijvervolle directeur der Congregatie, den stoel der waarheid en sprak in sierlijke taal over het geluk en voorrecht: te zijn een kind van Maria, welke eervolle naam ook verplichtingen oplegt, vooral de navolging van Maria's deugden. Gewijde spreker drukte den jongelingen vooral op het hart, de engelachtige deugd der zuiverheid, die den mensch boven den engel verheft, steeds te beminnen en te beoefenen, en het geringste te vermijden, waardoor zij gevaar zouden loopen haar te bevlekken of te verliezen. Vervolgens werd het Lof gezongen : de muziekstukjes werden keurig, zelfs wonderschoon uitgevoerd. Hoe treffend en^ smeekend ruischte het „ave verumquot;; hoe grootsch en krachtig weergalmde het „Magnificatquot;; hoe zong men vol geloof en aanbidding het „Tantum ergoquot;.

Brave Congreganisten, Onze Lieve Vrouw van het H. Hart blijve steeds uw Anker — uwe Moeder — gij moogt wezen hare kinderen.

Zij toone u den weg iiiiar de eeuwige haven. Zij lichte u voor door haar deugdenglans, trooste u door hare liefde — lenige smart en wee — ja, blijve uwe Hoop, uw Steun in leven en sterven.

Na dankzegging voor hunne weldaden, met nieuwen moed gesterkt, keerden de brave Congreganisten naar hunne parochie terug; het volgend jaar hopen wij hen in grooter aantal weer te zien.

O Lieve Vrouw van het H. Hart, zegen uwe Congregatie en blijf haar beschermen.

ocr page 137

I

120 —

PAUSELIJKE BREVE.

i# /■ ; N: M r

25 NOVEMBER 1883.

UNE Heiligheid Leo XIII, door de Goddelijke genade Paus van Home, op voordracht van den ondergeteekende, Secretaris van de Congregatie tot Voortplanting des Geloofs, opdat de vereering en de godsvrucht der geloovigen jegens het H. Hart van Jezus en zijne Heilige Moeder in Holland meer en meer bevorderd worde, heeft welwillend toegestaan, dat de Aartsbroederschap onder de benaming Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, die onlangs in de stad Sittard, binnen het diocees Roermond, bij Apostolische breve is opgericht, andere Broederschappen van denzelfden naam, tot gezegd einde, door gansch Holland opgericht , of die in het vervolg, met toestemming van den Bisschop, naar behooren zullen opgericht worden, met zich kan vereenigen. Onder medegenieting van alle rechten en voordeelen aan deze door den H. Stoel verleend, in weerwil van alle hiermede in strijd bestaande bepalingen.

Gegeven te Rome in de woning van de Congregatie tot Voortplanting des Geloofs dag en jaar als boven.

D., Aautsb. van Tyrus, Sccrct.

ocr page 138

— 130 —

fi tl1' ^en 29 sliee'(^e mij» zesjarig zoontje, natuurlijk buiten

mÜn weten, met eenige makkers bij het veer aan de Maas.

Mijn kind viel voorover van de veerpont, schoot er onder door en zou zeker verdronken zijn, indien niet een schipper uit ons dorp, die zwemmen kon, zich spoedig gekleed te water begeven had, nog juist bijtijds, om mijn lieveling te redden.

U begrijpt. Eerwaarde Overste, hoe ik te moede was, toen een kleine jongen mij kwam zeggen : „Uw Herman is verdronken!quot; Ik geraakte toen bijna buiten mij-zelve; spoedig echter zag ik mijn lieveling aankomen, alsof er niets gebeurd ware.

Wat heeft Onze Lieve Vrouw van het H. Hart toch recht moederlijk over mijn Herman gewaakt, die in „de Kinderkransquot; was geschreven en twee medaljes droeg, een van Onze Lieve Vrouw van het II. Hart en een van „de Kinderlcrunsquot;, die Haar op zoo bijzondere wijze is toegewijd! Wat ben ik verheugd, dat ik mijn zoontje geleerd heb, 's morgens en 's avonds tot de Hoop der hopeloozen te bidden: „Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart, hul voor ons!quot; Wat zoete voldoening smaak ik thans van mijne gewoonte, om dagelijks mijne kinderen aan die Hemelsche Moeder aan te bevelen en Haar te bidden, hen te beschermen en te bewaren! Zekerlijk hebben wij den schipper, die onzen lieveling de reddende hand bood, veel, zeer veel te danken. Doch mag ik het niet gerust aan Maria's bede voor haar beschermeling toeschrijven, dat die man toen juist daar ter plaatse was en geen oogenblik later, want een oogenblik later en mijn kind ware verdronken!

Nu, Eerwaarde Overste, kan ik niet eindigen, zonder mij en mijne kinderen nogmaals te Sittard aan Onze Lieve Vrouw van het H. Hart aan te bevelen. Ik hoop spoedig eens dit persoonlijk te komen doen in hare Baziliek, aan den voet van haar Genadebeeld, en die goede Moeder duizendmaal te danken in haar gevierd Heiligdom, voor de bescherming, welke Zij mijn dierbaar kind betoond heeft.

De Wed. G. VEIIHEIJEN.

Well, 17 September 1888.

...........

ocr page 139

I

— 131 —

I

ooktoukend nceint de belangstelling on^er;! lezers en lezeressen in jjjm den Kinderkrans toe; voornamelijk nadat den 4 Nov. 1887 Z. D. II.

Mg1'- Boermans, Bisschop van Roermond, de vereeniging tot Broe-derschap heeft verheven. Geen wonder! de gevaren, zedelijke en lichamelijke, waaraan onze dierbare kleinen in de hedendaagsche wereld blootstaan, zijn zoo groot en zoo menigvuldig, dat meer dan ooit de bescherming en de bijstand eener Hemelsche Moeder voor die hulpeloozen op den, ook in den aanvang reeds zoo moeilijken, levensweg, noodzakelijk is. Welk een troost voor Christelijke ouders, wanneer zij de overtuiging kunnen mededragen, alles te hebben gedaan voor hunne lievelingen, en te weten, dat Onze Lieve Vrouw van het II. Hart, die zoo moederlijk waakte over haar kleinen Jezus, ook hun vertrouwen niet te schande zal laten worden.

In Juli dezes jaars gewerd ons nog een schrijven uit Kampen, waarin eene dankbare moeder haar gevoelens van erkentelijkheid aan Onze Lieve Vrouw van het II. Hart uitdrukt over de bijzondere bescherming aan haar pasgeboren kindje verleend.

Bij de geboorte (zoo luidt het in dien brief) was bet kindje zoo zwak, dat zelfs de geneesheer het reeds dood waande en onmiddellijke doop in huis yereischt was. De voorzichtige moeder had evenwel gezorgd, dat haar kind ingeschreven was onder de Leden van den Kinderkrans. Dat herinnerde zij zich op den dag der geboorte; en die gedachte versterkte niet weinig haar vertrouwen in de machtige bescherming van Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart.

Van stonde afaan begon men in huis gezamenlijk het bekende Rozenkransje van 33 koralen te bidden, en de vertrouwvolle moeder beloofde aan O. L. Vrouw van het H. Hart de bescherming, die Zij aan haar kind zou verleenen, ten blijke van haar openlijken dank bekend te maken. Ook het teedere wichtje had men van een gewijd rozenkransje voorzien.

Of het vertrouwen dier Christelijke moeder beloond werd?

Wat behoeven wij het nog te zeggen ? De geneesheer verklaarde dat de kleine leed aan eene ziekte, waarvan weinigen opkomen ; en toch, deze kleine geraakte er op, en wel spoedig.* Bij het ontvangen van den brief was het wichtje reeds aardig aan het groeien, en had de geneesheer gezegd, dat het een half wonder was. De gelukkige moeder heeft zich niet teleurgesteld gezien. O! ze wist het wel: Er bestaat eene beschermster en eene heel-meesteressie, die hoop kan geven waar geene aardsche hoop meer Is.

In naam van zoovele duizenden godsdienstige ouders zij hier dank gebracht aan /. D. H. Mgr. F. A. H. Boermans, voor zijne belangstelling in den bloei van den Kinderkrans, dien Hij tot Broederschap heeft willen verheffen.

ocr page 140

- 1 3L'

GEL ÜK W.RN SCI I

DKR

wam ioi Klaierkfan,

AAN

Mgr. F. A. H. BOERMANS,

lilSSCHOP YAN ROERMOND.

Wij zijn nog klein en jong van dagen Toch hoort Gij ons, wanneer wij 't wagen Met liefde tot U op te zien En onze hulde U aan te bicn, Den dank, de hulde van de kleenen, Die zich om Uwen troon vereenen Met vromen kinderlijken geest, O Bisschop, op Uw gouden feest! Wij zijn U blijden dank verschuldigd ; Den Kinderkrans hebt Gij gehuldigd. Die krans van kindren strengelt nu Een gouden jubelkrans voor U. O! neem hem uit de kleine handen,

Die in den geest vaak de Uwe omspanden Als die eens vaders, teer en goed, Die alles voor zijn kindren doet. Elk blaadjen in dien krans van bloemen Moet Uwe vadergoedheid roemen;

Elk blaadje, elk bloempjen, onbesmet, Is ook een kinderlijk gebed. Uit warme harten opgestegen.

Om God te bidden om zyn zegen

Voor U; dat zijn genade U drenk'! Dat Hij U vele jaren schenk' Vol hartevreugde en zielevrede! En.... neen! geen vrome kinderbede, Al komt ze stamelende voort,

Laat 't Jezuskindjen onverhoord. O Bisschop! wil dan onze zangen Als blijk van hulde en dank ontvangen: Wij willen blijven steeds als thans Uw kindren van den Kinderkrans!

Roermond, J. J. Romen amp; Zonen, Drukkers van Z. H. den Pans en van het Bisdom.