ocr page 1

LIJKREDE

OP

ZIJNE DOORLUCHTIGE HOOGWAAllDIQHEID

jVL O NSEI GNEUI\

gidrtantts êodsthall

BISSGHQP VAN 'S HERTOGKNBOSCH.

ocr page 2

'l'BR SWEfiPERSUKU IN 'T IK;

ocr page 3

Li Jicj^ pjj-) jg

01'

quot;JNK 1'OüH LUCHTIG li HOOGWAAHDIGHew Monseigneur

iWriiMs eiétlrilh

quot;itflPSfirnfcpu öoor

T)r (;- va» Zlnnicq Ber^nann,

O feasor aan hot. So».-

Sommnpio te Hnare,,.

Sih''quot; 'S

weer--

^ör,?rMiKfflmn®fl8n,

ocr page 4

J IMPRIMATUR. Haaiien, 11 Jan. 1892.

^ ,

't'onajpeedé, Ijihr. Cens.

ocr page 5

Omnibus oiniiia faol us sum , ut omuos facerem salvos. Ik ben alles voor allea geworden, om allen zalig te maken. 1 ad Cor. IX. 22.

De sterke is gevallen; de geliefde Herder heeft ons verlaten; de Dienaar Gods iu naam, in wapenspreuk en in waarheid is tot zijn Meester heengegaan.

Op den I4en verjaardag van zijne benoeming staan wij treurend bij de lijkbaar van Monseigneur Adrianus Godschalk , Bisschop van 's Mertogenbosch, Huisprelaat van Zijne Heiligheid Tans Leo XIII , Assistent-Bisschop bij den Pauselijken Troon , Ridder der Orde van den Nederlandschen Leeuw.

Met leedwezen en toch met een zekere voldoening neem ik bij deze droevige plechtigheid het woord. Met leedwezen, omdat ik maar al te zeer overtuigd

ocr page 6

— 4 —

beu, dat. de beminde eu hooggesohatto Overledene niot. 7,66 zal herdacht worden , als Hij het verdient, nu de Welsprekende stem van een der Leden van het hoogwaardig Kapittel tot stilzwijgen ia gedwongen, en deze zware, ofschoon eervolle, taak op mijne zwakke schouderen is gelegd; niet eene zekere voldoening, omdat ik den wensch vervul mijner Overheid en ik in do gelegenheid ben mijne dankbaarheid te tooncu ten opzichte van mijn oud-Professor, den Man, dien ik steeds bewonderd heb. Bewonderd ! ja, Christeuen , ware grootheid is gelegen niet in geruchtmakende daden, maar in dc nederige, ijverige, trouwe, volhardende vervulling der plichten, die den meusch door zijn staat zijn opgelegd. En in dien zin voornamelijk, niemand zal bet wraken, was de Overledene groot, groot voor het oog der wereld, groo't vooral voor het oog van God.

Slechts écn doel had gansch zijn loven ; naar dat doel heeft Hij gestreefd met een ijzeren wil en eene stalen volharding, die nauwelijks geëvenaard, onmogelijk overtroffen kunnen worden. In het werken voor dat doel ging Hij geheel op; die Hem hoorde of zag, gevoelde onwillekeurig: die Man leeft alleen voor de eer van God en het heil der Mensehheid.

Zijn staat immers eischte , dat Hij Gods eor bcvor-

ocr page 7

derde uiet allcou door eigen heiligheid, maar ook door amloren tot God te brengen eu in Zijuen dienst te bevestigen.

Dien plicht heeft Hij vervuld met greuzenloo/.e ver-loochening van zijn eigen persoon, met opoffering van alles wat God Hom had geschonken; met algeheele toewijding beeft Hij de rijke schatten van zijn geest en zijn gemoed ten beste gegeven.

Daarom wordt Hij zoo volkomen geteekend in de weinige woorden van den Apostel, die op zijn bidprentje zijn geplaatst: „Omnibus omnia factus sum, ut omnes faccrcm salvos.quot; Ik beu alles voor allen geworden, om allou zalig te maken, om allen te brengen tot God. gt;

Om U hiervan, zoo noodig en zoo mogelijk, nog meer te overtuigen, wil ik U in het kort zijn leven schetsen, in de hoop, dat het aanschouwen dier ware grootheid ons allen zal aansporen. Hem ten minste van verre na te streven; ons op zal wekken, evenals Hij, onzen troost te zoeken in den godsdienst, onze kracht in God.

Mocht die hoop uiet bedrogen worden, dan, ik ben er zeker van, zal de Doorluchtige Afgestorvene het mij vergeven, dat ik het op mij heb durven nemen zijne lijkrede uit te spreken; want na den dood werkt Hij dau nog voor het doel, waarvoor Hij zoo rusteloos heeft

ocr page 8

gearbeid gedurende zijn leven : dlt;; verheerlijking van zijn Schopper.

TTm het naburige dorp Den Dungen uit deftige ()u-dors geboren, ontving Zijne Doorluchtige Hoog-^ waardigheid van zijne teedere kindsheid af eono echt godsdienstige opvoeding, die noodzakelijke voorwaarde voor de vorming van den waren Katholiek. Niet vergeefsch waren de zorgen aan Hem besteed, en reeds als Klein-Seminarist was de jeugdige leviet een voorbeeld zijner medeleerlingen. Aan innige godsvrucht paarde Hij een buitengewonen aanleg en een onvemioeiden ijver, in die mate, dat Hij zich ooit beklaagde, zooveel tijd aan uitspanning te moeten geven.

Die ijver verflauwde niet, maar nam zoo mogelijk nog toe op het Groot-Seminarie; en terwijl Hij nog de lessen der Godgeleerdheid volgde, werd Uij tot Professor in de Wijsbegeerte aangesteld.

Ueeds toen bracht Hij in beoefening, wat Hij later zijnen leerlingen zoo gaarne voorhield: de studie moet eene behoefte, zij moet eene tweede natuur worden. .Reeds toen was Hij doordrongen van de waarheid dor woorden van den H. Geest, dat de lippen des Pi testers de wetenschap moeien bewaren en dat Hij de vraagbaak

ocr page 9

moet zijn van het ooik a); reeds l oon boselte Hij, dat nu de Dougd de Wctenscha]) liet eerste vereischte is in den Priester, vooral in onzen tijd, waarin liet Geloof in naam der Wetenschap zoo fel bestreden wordt.

Daarom woekerde Hij met zijne talenten en bereidde Hij zich voor, om later alles aan allen (e kunnen geven. En Hij slaagde daarin volkomen. Is Bij niet de geleerde Priester geworden, die niet zelden door hoog-geplaatsto personen, ook builen bet Diocees, werd geraadpleegd ?

Na zijne theologische studiën voleind tc hebben, werd Hij benoemd tot kapelaan te Eindhoven , waar Hij gedurende drie en een half jaar door zijnen zielenijver en zijne oll'ervaardigheid aller harten wou. Teekent het den Priester niet, dat ik dertig jaren na zijn vertrek nog dikwijls den lof van kapelaan Godschalk hoorde verkondigen, dat men na dertig jaren nog de dankbare herinnering had bewaard aan zijne toewijding en mij onder andere sprekende feiten ook nog met bewondering hot volgende verhaalde ; 't Is Zaterdagnacht. Kapelaan Godschalk wordt bij een cholora-lijder geroepen ; de man ligt daar hulpeloos cu verlaten. Wie aarzelt : Godschalk niet ! Don ganschon nacht brengt Hij

a) Mal. II, 7.

ocr page 10

wakeiul bij hel, ziekbed door en 's aadereudaags, als ware er niets gebeurd, doel Hij de Hoogmis met preek.

Zie, daar toonde Hij reeds te zijn wat Hij altijd is gebleven; de man, die voor geen oilers terugdeiiisdo, en alles was voor allen.

Hoe dierbaar Hem ook die werkkring was, zijne liefde tot do studie deed Hem met opgewektheid het Professoraat aan het Groot-Seminarie aanvaarden.

Ik zon vreezen deze plechtigheid te lang te rekken, door Hem daar in zijne volheid te schetsen, den man van wetenschap eu van deugd, die gedurende zeven en twintig jaren de leeraar en het voorbeeld was van het grootste gedeelte der tegenwoordige Geestelijkheid van 's Hertogeubosch en van zoovele Missionarissen daarbuiten.

Gij weet het beter dan ik het ü zeggen kan, Gij, geliefde Medebroeders, die hel geluk gehad hebt, evenals ik, zijne lessen te volgen, zijne werken te lezen, zijn stichtend leven gade te slaan en getuige te zijn van zijn boveninenschclijken arbeid, — hoe Hij daar was de rechte man op de rechte plaats. Dat was Hij trouwens overal. Uitgeblonken heeft Hij in elk ambt, door Hem bekleed. Vooral echter als Bisschop. En hier beroep ik mij, niet op een gedeelte van U, maar op

ocr page 11

U allen, geestelijken en leeken , hier tegenwoordig.

Werd de vrees voor den val van den grooten Zwijspn niet getemperd door de benoeming van Professor Godschalk tot Adjutor ; werd de smart over zijn afsterven niet gelenigd door het stellig vertrouwen , dat wij den Bisschop van Iineria spoedig zonden huldigen als Bisschop van 's Hertogenliosch ?

Te kort, helaas! heeft Hij die waardigheid bekleed, maar toch lang genoeg om te toonen, dat hier in waarheid de vox populi, de stem des volks, de vox Dei, de stem van God geweest was. Paus en Koning erkenden en beloonden zijne verdiensten ; en die verdiensten waren groot. Letten wij op zijn voorbeeld , op zijne woorden , op zijne daden.

Op zijn voorbeeld.— Heeft Hij U niet gesticht, ik vraag het U, Bosschenaars, door zijne teedere godsvrucht tot de H. Moedermaagd, wier eer Hij verhoogde door de kroning van het ons allen zoo dierbare beeld van onze Zoete Moeder ?

Heeft het U niet gesticht, ja, laat het mij zeggen, sommigen Uwer misschien tot stil verwijt gestrekt, wanneer die minzame en toch zoo statige figuur, met den glimlach op het gelaat en den groet voor arm en rijk

op de lippen, eiken Zou- en Feestdag tempelwaarts

*

ocr page 12

— 10 —

schrecd om de plechtige Mis eu het Lof bij te wonen; terwijl de man, die daar in ootmoed knielde en met zooveel aandacht bad , het gewicht droeg van een bisschopsstaf en den last van overstelpende bezigheden?

Heeft Hij U niet gesticht, als Hij in de October-maanden eiken avond in de Kathedraal verscheen, om volgens het verlangen van den Opperherder, aan wien Hij zoo innig verkleefd was, voor het heil der Kerk het rozenhoedje te bidden ?

Heeft Hij U niet gesticht iu die talrijke en langdurige plechtigheden , welke Hij steeds met zooveel zorg en bezieling verrichtte ?

Heeft Hij U geen eerbied afgedwongen, de man, die zwoegde van den vroegen morgen tot deu laten avond, zouder ooit eenige uitspanning te nemen ; de man, die nooit aan zich zeiven dacht, maar enkel het heil der Kerk, ons geluk en op die wijze de eer van God voor oogeu hield ?

Kan men niet terecht van hem zeggen : coepit facere el docere h): Hij deed eerst zelf wat Hij anderen leerde ?

Want ook daarin bleef Hij niet achter. Nooit heeft Hij geaarzeld zijne stem te verheffen tegen de misbruiken en de gevaren. Hij achtte het tot zich gezegd het

b) Act. 1, 1.

ocr page 13

— 11 —

woord des Heeren tot deu Profeet : clama, ne cesses c) r roep en koud niet op te roepen; Hij volgde het voorschrift van den Apostel aan zijnen leerling Timotheus: predik het woord, houd aan, gelegen of niet gelegen, wederleg, smeek, bestraf in alle lankmoedigheid en leering d). Wel hield Hij, als voorzichtig man, rekening met de omstandigheden, maar het depositum custodi e), het bewaren van het Hem toeuertrouwde pand des geloofs rekende Hij zich ten hoogsten plicht: den verkeerden tijdgeest bestreed Hij met alle kracht.

Hoe dikwijls wees Hij ons op de dwalingen onzer dagen, hoe herhaaldelijk trad Hij op tegen de weelde en het zingenot! O, mijne Geliefden , herdenkt nog eens die vaderlijke waarschuwingen, nu zijn gezegende mond zich voor immer heeft gesloten; misschien maken zij nu meer indruk op sommigen Uwer , die vroeger niet geluisterd hebben en zich nog laten meesleepen door den maalstroom van wereldsche genoegens, tot ondergang van hun fortuin, van hun lichaam, van hunne ziel. Zoo iemand, dan kan Hij van boetvaardigheid spreken , Hij wiens leven één offer was.

c) Is. LVMI, 1.

d) II ad Tim. IV, 2.

e) I ad Tim. VI, 20.

ocr page 14

— 12 —

Komen wij tot, zijue daden. Met den Psalmist kou Hij zoggen : Ik ben rondgegaan, gansch het bisdom door, en heh een juheloffer opgedragen aan Gods altaar f). Do 79 kerken, die gedenkstukken van het geloof', den godsdienstzin en de offervaardigheid der Katholieken vau zijn bisdom , door Hem geconsacreerd, zullen nog eeuwen getuigen van zijne verbazende werkkracht. Wat groot aantal Priesters heeft Hij gewijd! Aan hoevele duizenden en duizenden heeft Hij het Sacrament des Vormsels toegediend! Elf nieuwe parochiën danken Hem hare oprichting! En hoezeer ging Hern het herstel dezer trot-sche Kathedraal ter harte ! Hoeveel beeft Hij niet gedaan, om den bloei van het godsdienstig onderwijs, zoo noodig voor het behoud van het Geloof, te bevorderen ! Wat sprekend bewijs eindelijk heeft Hij geleverd, door het uitmuntend bestuur van het Diocees, dat zaakkeu-nis niet door hooge wetenschap wordt uitgesloten, dat een groot man in alles zijne meerderheid toont, en dat, zoo niets te groot, ook niets te klein voor Hem is.

Ten slotte , welke angstvolle bezorgdheid legde Hij aan den dag voor het Seminarie. O Doorluchtige Kerkvoogd, gedoog, dat ik U daarvoor in 't bijzonder mijn dank en mijne hulde breng. Gij begreept zoo ten volle,

ƒ) Ps. XXVI, fi.

ocr page 15

hoe vee], hoe oneindig veel vun de vorming van goede Priesters voor Gods eer en liet lieil der zielen at-hangt; en daarom hebt Gij gedurende zeven en twintig jaren onvermoeid gearbeid en hebt gij, als Hissehop, uwe eerste en laatste zorgen aan het Seminarie gewijd. Uit uwe daden bleek, dat het woord van President van Gils ook uw woord kon wezen : „ Leg uwe hand op het Seminarie en daar zult gij den polsslag mijns harten voelen.quot; Nog eens; ontvang den dank van het Seminarie , van de Geestelijkheid , van de Geloovigen van uw bisdom.

Zijn einde was zijn leven waardig: als het ware werkende stierf Hij. Omringd van zijne familie en allo Geestelijken dezer Stad, ontving Hij de laatste HH. Saeramenten en bezwoer de Geloofsbelijdenis, waarna Hij nog een roerend afscheid van de aanwezigen nam. Treffend oogenblik, niet te beschrijven, nooit te vergeten. Vier en twintig uren later was de Dienaar Gods tot zijn Meester gegaan ; de Hemel telde een zalige meer; de aarde, helaas! een J/au minder. Ik zeg met opzet: een Man; want Hij was een Man in den vollen zin des woords.

Hij had ééu doel; Hij kende dat doel en naar dat dool alleen heeft Hij gestreefd met onverflauwden ijver,

ocr page 16

— 14 —

met oubezvveken moed, met taide volharding, zomler bij-oogaierkeu, zonder aanzien van personen, zonder vrees.

1 waarom is het getal der Mannen in onzen tijd zoo klein Omdat zij datgene missen, wat Hom bezielde ; het levend Geloof'!

Daarin vinden wij het geheim van zijn offerleven. Het (leloot verhelderde zijn verstand , het Geloof ontgloeide zijn hart, het Geloof staalde zijne krachten. Ja, door het Geloof is Hij alles voor allen geworden, om allen zalig te maken , want dit is het uUcon wut da wereld overwint : het Geloof: haeu est victoria , quae vincit mun-(hm, fides nostra g).

Waarlijk , wij hebben reden om te treuren , nu wij bij de lijkbaar staan van dien grooton Man. Gij, geachte i'amilie en in het bijzonder Gij, waardige Broeder van den Overledene, die uwen raadgever, uw grootsten steun verliest, maar loeh verlichting voor uwe smart zult vinden in de blijken van liefde en belangstelling van zijne onderhoorigen ; Gij , Geloovigen , die beroofd zijt van een trouwen Herder, wiens waakzaamheid IJ steeds voor onheilen trachtte te behoeden; wij vooral, Priesters, die een rechtvaardigen en liefdevollen Vader moeten missen.

Maar treuren wij niet gelijk zij, die geene hoop heb-

y) 1 Jois V,

ocr page 17

— 15 —

ben. Zijn geloof is ons geloof; zoeken wij daarin, op zijn voorbeeld, kracht en troost. En zijn wij daarbij niet ondankbaar. Vergeten wij Hem in onze gebeden niet. Maar wat zeg ik 'r1 . . . . /j'ijn Zij dun niet zal'uj , die iu den Heer derven h); wordt Hij dan niet gekroond, die wettvj heeft gestreden i) ; zulten Zij dan niet xc/iittc-ren als sterren aan het uitspansel , Zij , die anderen ter zaligheid onder wezen hebben j) ?

Ongetwijfeld, Cbristeneu; maar Gods raadstjesluiten zijn ondoorgKindelijk k)\ de kleinste smet moet worden alge-wasseben, voordat de Hemel geopend wordt l). En wie kan met zekerheid zeggen, dat de Overledene niets aan Gods gestrenge rechtvaardigheid schuldig is ; schuldig wellicht om on/entwil , want zijne verantwoordelijkheid was zoo groot. Doen wij dan iets voor Hem, die zoo veel voor ons heeft gedaan.

Neen, geliefde Herder en Vader, wij zullen II niet vergeten aan gene zijde des grafs; wij zullen U in onze vurige gebeden berdenken, om zoo nw geluk , zoo noo-dig, te verhaasten.

1

Apoc. XXI, 27.

ocr page 18

— 16 —

Eu daarbij willen wij eoii ander blijk van dankbaarheid voegen.

Door uwe leering gesterkt, door uw voorbeeld bezield, willen wij trachten Mannen te worden, zooals CÜj, Mannen , die huu levensdoel kennen en daarvoor goed en bloed veil hebben.

De laatste vermaning, welke Gij stervende nog tot de Geestelijkheid hebt gericht, de vermaning , die Gij gedurende gansch uwe bisschoppelijke loopbaan op de lippen hadt, zullen wij ter harte nemen. Wij zullen in uwen geest werken , den geest van ofl'er en boetvaardigheid , en wij zullen strijden tegen den geest, dien Gij bestreden hebt, den geest der wereld, den geest van ongeloof, weelde en zingenot.

Vraag Gij aan God , dat wij aan dat voornemen getrouw blijven ; verlaat in den Hemel uwe geliefde kinderen niet.

Smeek Godes zegen over onzen arbeid af en verkrijg voor ons, uwe treurende zonen, dat wij mogen zijn wat Gij immer waart ;

Dienaar Gods, alles voor allen geworden, om allen zalig te maken. Amen.

i;. J fj.

ocr page 19

AANTEEKENINGEN.

Bladz. 6. hi .. . Ben Dungen . . . geboren 1 Aug. 1819. Zijne Ouders waren Antouius Godschalk en Christiua van Gerven. Adrianus was de oudste van zes kinderen , van welke nog in leven zijn : Lambertus , pastoor te St. Michiels-Geatel, en Mevrouw de Weduwe Christina Theodora Peters te Boxmeer.

Hij deed zijne eerste H. Communie in zijne geboorteplaats en bracht vervolgens een jaar door te Havenstein, onder leiding van den Zeereerwaarden Zeergeleerden Heer van den Heuvel, thans in het St. Elisabeth-gesticht te Grave. Vervolgens verbleef hij vijf jaren in bet Klein-Seminarie te St. Michiels-Gestel, waar hij zijne studiën begon ouder Professor A. Kamp, sedert 1854 Eegeut van gemeld Seminarie.

Wijsbegeerte en Godgeleerdheid bestudeerde hij in het Seminarie te Haaren, waar hij tegelijkertijd van lS4-ii—IS-ifi de Wijsbegeerte onderwees.

Op 21) Juli 1840 werd hij tot kapelaan te Eindhoven aangesteld en op 27 Februari 1850 opnieuw tot Professor van de Philosophie en in 1854 van de Theologia Dogmatica.

In 1868 werd hij benoemd tot Vice-President van het Seminarie en op 26 Jan. 1870 tot Kanunnik-Theologaal van het Kathedraal Kapittel van St. Jan.

Bladz. 8. Zijne werken le lezen. Behalve zijne hooggewaardeerde bijdragen in de Itesponsa ad Quaes!,. Conf. Cleri li use. van de jaren 1870 —1876 , schreef hij ten behoeve zijner leerlingen; De Canmris in Particular i Tract.alm de Prokibüione el Abolilione Librorum No-cuae Leclionis en hitroductio in Saeram Theologiam.

Bladz. ö. IVerd de vrees . . » tot Adjutor. Deze benoe-

ocr page 20

— IS —

iniug had plaats o[) 17 Aug. 1877 eu de consecratie, in de kapel van het Seminarie te Haaren, denj.40n October daaraanvolgende. Twee dagen later reeds stierf Mgr Zvvijsen,en op 19 Oct. werd de Bisschop van Imeria benoemd tot Vicaris-Gapitulaar. Op 8 Jan. 1878 volgde zijne verplaatsing naar den zetel van 's Hertogenbosch.

Bladz. 9. Paus en Koning . . . verdiensten. Z. H. Leo XIII benoemde hem in 1881 tot zijn Huisprelaat en Assistent-Bisschop bij den Paus. Troon, eu Z. M. Willem III in 1889 tot Eidder van den Nederlandschen Leeuw.

Bladz. 9. Heeft Hij . . , van onze Zoele Moeder. Die kroning had plaats den ^7 Dec. 1878.

Van zijne jeugd tot aan zijnen dood vastte hij el-ken Zaterdag ter eere van O. L. Vrouw.

Bladz. 10. Heeft Hij U geen . . . voor oogen hield. Hij stond ten 5% ure op, las ten 0 J/2 de 11. Mis, nam ten 7 Yi zi.jn ontbijt, en was reeds ten 8 ure aan het werk , dat hij niet onderbrak tenzij voor audiënties en middagmaal. Na den middag werkte hij door tot 8 ure, wanneer hij zijn avondmaal nam; ten 9 ure begaf hij zich naar zijne kapel , waar hij met zijne huisgenooten het avondgebed en rozenhoedje bad; daarna trok hij zich in zijne slaapkamer terug. Dat hij nog op zijn hoogen leeftijd de kerkelijke vastendagen streng onderhield, behoeft nauwelijks vermelding.

Bladz. 10. IVan!, ook daarin hleef Hij niet achter. Getuige zijne talrijke Herderlijke Brieven, waarvan eene verzameling is verschenen van do jaren 1877-1887.

Bladz. 12. De 79 kerken . . . werkkrarht. Wij laten hier de lijst volgen van die kerken met den datum , waar-

ocr page 21

op zij geconsacreerd zijn.

In 1879: 23 Juni aan den Heikant te Tilburg.— .'30 Juni Berlikurn. — 14 Juli Seitaart. — 28 Juli De Eerde. — 11 Aug. Dinter. — 9 Sept. Nunen. — 15 Sept. Lage-Zwaluwe.— 17 Nov. Hedel.

In 1880; 2(5 April Woensel.— lü Mei Gemert.

— 24 Mei Gassel. — 31 Mei Milheze. — 7 Juni Neerbosch. — 12 Juli Oploo. — 19 Juli Zeelaud. — 20 Juli Hooge-Zwaiuwe. — 2 Aug. Vlierden. — 9 Aug. Boerdonk. — 16 Aug. Olland. — 6 Sept. Liemde. — 13 Sept. Moerdijk. — 27 Sept. Zeelst.

In 1881 : 20 Juni Mil. — 18 Juli Borkel en Schaft. •— 25 Juli Oerle. — 8 Aug. Batenburg. — 5 Sept. Maasbommel.— 12 Sept. Puflijk. — 19 Sept. Wanrooi.

In 1882 : 8 Mei Haarsteeg. — 5 Juni Beek en Donk.— 10 Juli kerk der Paters Capucijnen Tilburg.

— 31 Juli H. Franoiacus-Kerk Nijmegen.— 4 Sept. Droumcl. — 23 Oct. Best.

In 1883: IC April Elshout.— 4 Juni Deurzen.

— 9 Juli Beugen. — 16 Juli Vessem. — 6 Aug. Wamel. — 3 Sept. Bladel. — 17 Sept. Druten.— 29 Oct. Vorthera en Mullem.

In 1884: 21 April Vucht.— 28 Juli Henmen.— 4 Aug. Deurne. — II Aug. Volkel. — 15 Sept. Catwijk en Klein-Linden. — 22 Sept. Dommelen. — 29 Sept. Zes-Gehuchten.

In 1885 : 27 Juli Stiphout. — 21 Sept. Stratum.

— 28 Sept. Boksmeer.

In 1886: 3 Mei H. Augustinus-kerk Nijmegen.— 17 Mei Deu Zevenbergsclien Hoek.— 19 Juli Acht.

— 2 Aug. St. Anthonis. — 6 Sept. Het Eind, Zomeren. — 20 Sept. Westerhoven.

ocr page 22

— èo —

, In 1887 : 6 Juni Strijp. — Ü5 Juli 't Wijbosch. In 1888 : 3 Sept. Doest.

In 1889 : 12 Mei de kerk van 't klooster der PP. Minderbroeders te Wichen. — 17 Juni Kromvoort. —

1 Juli H. Joseph-kerk Tilburg. — 15 Juli Vinkei. — 29 Juli Meereveldhoven. — 5 Aug. Ortheu. — 9 Sept. Rijkevoort. — 16 Sept. Ilaamsdonk.

In 1890 : 14 April Uden. — 21 Juli Esbcek. — 28 Juli Hulzel.

In 1891: 8 Juni Tongelre.— 13 Juli Altforst.— 27 Juli Neder-Asselt. — 3 Aug. Geldrop.— 10 Aug. Over-Asselt. — 14 Sept. Beers.

Daarenboven heeft Z. ü. H. nog tal van kapellen en liefdegestichten gebenediceerd.

Blad/j. 12. Aan koevele . . . het //. Sacrament des Vorm-sels toegediend. Hij heeft aan 115,589 personen dit Sacrament toegediend.

Rladz. 12, Elf nieuwe parochiën . . . oprichting.

Het Eind (Zomeren) 1878. -— Vorthem en Mullem fSambeek) 1878. — Catwijk en Kleiu-Liuden (Cuijk a/(l Maas) 1880. — Ommel (Asten) 1882. — Het Hout (Mierloo) 1884. — Vinkei (Heesch, Nuland, Geffen) 1884. — 't Wijbosch (Schijndel) 1884. — Esbeek (Hilvarenbeek) 1888. — Neerkant (Deurne , Liesel) 1889. — Neder-Asselt (Over-Asselt) 1890. — Helenaveen (Liesel) 1891.

Blad/,. 13. . . . ontving Hij de laatste HH. Sacramenten op

2 Januari 189i ten 3'/2 ure Js namiddags. Hij overleed 's anderendaags na den middag 4 '/^ ure, en werd op het S. K. Kerkhof van 's Hertogenbosch te Orthen bijgezet den 8 Januari, in den grafkelder voor Geestelijken bestemd, naast zijn Doorl. Voorganger, Mgr Zwijsen.