ocr page 1

LIJKREDE

ÜITÖESPKOKEN BIJ DE

PLECHTIGE UITVAART

VAN

Zijn Doorl. Hoogwaardigheid

PETRUS MATHIAS SNICKERS,

Aartsbisschop van Utrecht DOOR

J, G. H. C. ESSINK,

NK a n o n 1 k en Plebaan der M e t r o p cl i taa n k e r k

TE

UTRECHT.

Bfb/fr

-WiSeiv i.

——f-X-l-

UT HECHT, DEKKER amp; VAN DE VEGT, fcV 1895.

ocr page 2
ocr page 3

LIJKREDE

UITGESPROKEN «IJ DE

PLECHTIGE UITVAART

VAN

Zijn Doorl. Hoogwaardigheid PETRUS MATHIAS SNICKERS,

Aartsbisschop van Utrecht DOOK

J. G. H. C. ESSINK,

Kanon Ik en Plebaan der Metro politaan kerk

TE

UTRECHT.

U Til B C II T,

DEKKER amp; VAN 1)10 VEQT, 1895.

ocr page 4

IMPRIMATUR.

Dr. Ign. A. VAN 0

Lihr. Censor.

Guoningae 13a Aprili 1895.

ocr page 5

Consuinmatum ost Joannow XTX : 30. Hot is volbraclit.

Boorlnclitüj Hoogwaardige Hceren, Hoog Eerwaarde, en Zeer Eerwaarde Heeren, Beminde Geloovigen!

Zijne Doorl. Hoogw. Prtrüs Mathias Snickrrs, Aartsbisschop van Utreciifc, onzo Vador in Christus hooft ons dan verlaten! De herderstaf ontviel zijno handen, ledig 011 eenzaam staat do zetel van den 11. Willibrord, de zetel door don Doorl. overledenen een twaalftal jaren bezet, waar wij Hem zoo dikwijls zagen omringd van eone goestolijkheid, die ITem innig voreordo en aanhing.

Consinnmatinn est, het is volbracht! Stond ik aan de lijkbaar van iemand, die volop do gonoogens dor wereld genoot, die slechts schitterdo door den luister van ambt of hooge geboorte, door den glans der rijkdommen of buitengewone talenten, hot voorwerp der bewondering van duizenden, in stilto zoude ik zuchten en lluisterend zeggen: consummatum est, nu heeft alles eon einde.

Vruchteloos, Doorl. Doode, vruchteloos zonden wij met eerbied uwe lijkbaar omgeven on ü met praal ten grave dragen, indien Gij geen getrouw dienaar dos Heeren waart geweest. Uwe gesloten oogen, uwe verstijfde ledematen zouden ons toeroepen: Zwijgt, solum milh superest sopulchrum, mij rest slechts hot kille graf.

Toen do grooto Lijder, ons aller toonbeeld, Jesus

ocr page 6

2

Christus, den laatsten droppel uit den lijdenskelk gedronken had, riep Hij met luider stemme: consuinmatum est, het is volbracht; die kreet was de kreet der overwinning, de Juichtkreet, waarmee zijne ziel, gehoorzaam tot in den dood, de aarde verliet om eeuwig uit te rusten hij don Vader.

Gij hebt, Doorl. Doode, uwen Goddelijken Verlosser, gevolgd, laat nu vrij de herderstaf uwe hand ontvallen, de palmtak der overwinning is U weggelegd, voor den bisschoppelijken Myter de Kroon der onsterfelijkheid, voor den zetel van den H. Willibrord de troon dien de Heer zijne dienaren bereidt, want uw leven was hot leven van een volmaakt Christen en van een heilig herder.

Van een volmaakt Christen. — De Doorl. overledene was een navolger van Zijn goddelijke Meester. Hij bracht liet woord des apostels in vervulling: hoe enim sentite in vobis quod et in Christo Jesu, hebt in u de gevoelens, die ook in Christus Jesus. Hij nam zeer ernstig ter harte het woord des Hoeren: discite a me, quia mitis sum et humilis eerde, leert van Mij, dat ik zachtmoedig en ootmoedig van harte ben. Heeft hij niet onder ons gewandeld als ware hij aan ons gelijk? Niet de luister zijner waardigheid, maar de zware verplichtingen aan die waardigheid verbonden zweefden steeds voor zijnen geest. Voor allen toegankelijk, jegens een ieder welwillend en vol liefde was hij aller dienaar, won hij aller harten. Een minder eerbiedig woord kon de kalmte zijner nederige ziel niet storen, maar bracht niet zelden een glimlach om zijne lippen. Eenige malen zag ik zijn gelaat betrokken met ietwat donkore wolk, zijn voorhoofd rimpelde, dit geschiedde toen hem eenige lof werd gebracht of, zoo als bij meende, teveel oplettend-

ocr page 7

lioid werd bo wezen. Dan scheen hot mij dal hij do woorden van den H. AugiistiiiLis herhaalde: iiui mo iaudat, me Hagellat, die mij prijst, geeselt mij.

Een minder liefderijk woord, oene harde beoordeeling van den naaste was hem ondragelijk. Toen hot geweld der ziekte, hem niet meer vergunde te verbergen, wat liij steeds zorgvuldig verborgen had, eigen leed en lijden, kwam er toch geen klacht over zijne lippen; hij wiens leven zoo vlekkeloos was, leed als een boetvaardige. Hij ons aller Vader en Meester gehoorzaamde als een kind aan hem, wien hij de leiding zijner ziel had toevertrouwd en wien hij steeds Vader noemde. In nederige bereidwilligheid nam hij alles aan wat hem in den naam des ITeeren werd aangeraden o('voorgeschreven.

Met welk een kinderlijke ootmoedigheid vereerde hij den plaatsbekleeder van Christus, den Paus van Rome! Op hoogen leeftijd, toen de zwakheid van den ouderdom zich reeds deed gevoelen, ondernam hij nog de reis naar Rome om den opvolger van den II. Petrus zijne hulde en nederige onderwerping aan te bieden.

Waar de nederigheid zoo diep in het hart geworteld is, daar bloeien alle christelijke deugden als in vruchtbaren en weelderigen grond.

Hoe levendig was zijn geloof, hoe innig zijne godsvrucht. Dagelijks bracht hij zijn bezoek aan het II. Sacrament. Het H. Misoffer, dagelijks door hem opgedragen, werd steeds voorafgegaan door langdurige voorbereiding, gevolgd door niet minder langdurige dankzegging. Parochianen van S' Catharina, gij kent allen de plaats, waar M8»1' steeds te vinden was bij de h. godsdienstoefeningen ; gij waart zoo zeer gewoon aan zijne tegenwoordigheid, dat gij bij de zeldzame afwezigheden het besluit maakte: M8»1- is zeker door dringende bezig-

ocr page 8

heden verhindenl. Dat de horinnering hieraan u tot blijvende stichting zij.

Nog levendig herinner ik mij het laatste Pontifikaal lof hier in de Metropolitaan Kerk gehouden. Ik huiverde om M8»1' uit te noodigen het lof te honden, zooals hij dat steeds gewoon was, want zijne krachten waren zichtbaar afgenomen, en toch durfde ik niet zwijgen, omdat ik wist dat M8«r het zoo gaarne deed. Toen ik er over sprak, zag ik op zijn gelaat den inwendigen strijd door mijn voorstel opgewekt. Het viel hem zoo zwaar te weigeren en toch vertrouwde hij zijne krachten niet, daar aan het lof eene processie met het Allerheiligst Sacrament verbonden was. Ton laatste besloot hij het lof te houden, maar het dragen van Ons Heer aan eon ander toe te vertrouwen. Zoo geschiedde het. quot;Waart gij allen, die toen hier tegenwoordig zijt geweest, niet diep geroerd door de innige godsvrucht van den Doorl, grijsaard, die, gebogen onder den last der Jaren , met eene brandende kaars het H. Sacrament ging volgen ?

In de laatste weken namen zijne krachten zichtbaar af. Verbaasd waren wij, toen wij hoorden, dat de zoo zwakke grijsaard al zijne krachten had bijeenverzameld om voor geheel het Katholieke Nederland getuigenis af te leggen van zijn geloof. Hij toog dan naar Amsterdam om het heerlijke feest van Mirakel op te luisteren door een plechtig pontifikaal lof en processie. Dierbare Vader in Christus! De inspanning was te groot, zij heeft zeker u eenige levensdagen gekost, maar wat nood? Zij heeft ons geleerd wat Jesus in zijn h. sacrament voor u was en voor ons zijn moet.

Hoe warm klopte het hart van M8»1' voor de ongelnk-kigen en de lijdende menschheid. Veel hebben wij gezien

ocr page 9

omdat hot de Doorl. gever niet mogelijk was steeds den sluier te werpen over zijne gaven, maar indien wij alles wisten, wij zouden verbaasd staan over de menigte van weldaden, die hij wijd en zijd verspreidde. Hij gaf, zoo als alleen een liefhebbend Vader geven kan , hij gaf met een glimlach op de lippen, met een troostend woord en eene minzaamheid, die de begiftigden opbeurt en verheft, die niet kwetst of vernedert maar de zachte gevoelens van eerbiedige dankbaarheid kweekt,

Een heilig opperherder was de overledene, een navolger van Hem die zegt, ego sum pastor bonus. Ik ben de goede herder.

Het schoone diocees van Haarlem, hier zoo waardig vertegenwoordigd door zijn Doorl. Opperherder en velen van des overledenen vrienden, logt getuigenis af van zijne herderlijke deugden. Deugden, die zoo zeer uitblonken dat hem, gedurende vele jaren, die zijne bisschoppelijke waardigheid vooraf gingen, de gewichtigste bedieningen werden toevertrouwd. Als Regent van Hageveld, als President van het groot Seminarium mocht do overledene zich wijden aan do opleiding dei' jeugdige levieten; als Vicaris-Oeneraal werd hij geroepen zijn bisschop bij te staan in het bestuur van het geheele Diocees, tot dat hom eindelijk de bisschopstaf door Z. Heiligheid werd toevertrouwd. Het diocees van Haarlem mocht zich niet lang m het bezit van den voortreffelijke]! Opperherder verheugen, want in 1877 tot bisschop van Haarlem benoemd, zien wij hem reeds in het begin van 18lt;S:{ den aartsbisschoppelijken zetel van Utrecht door den Stedehouder van Christus aangewezen.

Hoe smartelijk do scheiding van Haarlems diocees aan zijn liefderijk en teergevoelig hart gevallen is, hield M^1' zoo veel mogelijk voor ons verborgen om niet onze

ocr page 10

kitulorlykc gonogonhcid te kwetefsu, opilat wij niofc zouden twijfelen aan de iiefde van zijn vaderlijk hart.

Wij allen ecliter gevoelden welke teedere banden er verbroken waren. Het diocees van Haarlem, zijne priesters en geloovigen, zijne seminarieën en vrome stichtingen, zijne talrijke vrienden en kermissen, die, of onder zijne leiding waren opgegroeid of met hem vergrijsd in den dienst des Hoeren, konden aan zijn gevoelig hart niet worden ontrukt zonder daar niet to heelen wonden achter te laten. Maar Christus' Stedehouder had gesproken, dit was genoeg voor den herder, die niet langs sluipwegen, maar de ware deur binnengaat. Hij bracht zijne zware offers met zoo groot eene bereidvaardigheid, dat men zijne vreesselijke smart wel gissen niet waarnemen kon.

Eïoewei op hoogen leeftijd hier gekomen, MSKI' nam den zwaren arbeid aan zijn ambt verbonden op met een jeugdig vuur, dat geen vermoeienis kent. Het ge-heele diocees werd in zijne groote uitgestrektheid meermalen door hem bezocht. Geene parochie, hoe afgelegen en hoe moeielijk ook te bereiken, die den goeden herder niet zag. Alles wilde hij voor allen zijn, indachtig het woord des lieeren: ego cognosce eves meas et cognos-cunt me meao. Ik ken mijne schapen en de mijnen kennen Mij.

Talrijke kerken werden onder zijne ijverige bemoeiingen gebouwd en door zijne hoogepriesterlijke handen geconsacreerd. Noch de afstand, noch de guurheid van het jaargetijde waren voor den Doorl. grijsaard een hinderpaal om te komen, waar zijn tegenwoordigheid gevraagd word.

Veel vroeg hij van zijne krachten, die bij het klimmen der jaren afnamen, eindelijk moest M8^ zwichten voor

ocr page 11

7

de oischon der natuur, maar zijn hoogepriestorlijk liarfc kon niet duiden, dat do hom toevertrouwde kuddo eonig-zins zou schade lijden onder do zwakheid van den lier-der. Hem alleen mocht de last der jaren drukken.

Levendig herinner ik mij hoe zijne stom stokte on oen traan opwelde in zijn oog, toen hij zijn verlangen te kennen gaf naar een medoholpor die hem steunen zou in arbeid en zorgen.

O imiiggeliefde Vader, hoe gaarne hadden wij gezien dat u nog vele jaren waren geschonken, waarin gij het herderlijk ambt koudot waarnemen gesteund door eon medeliclper, die u zoo dierbaar was! De Heer heeft het anders beschikt, zijn Heilige Wil geschiede!

Thans nemen wij afscheid van ü.

in naam van het Metropoli taan Kapittel, 't welk zich verheugde U zoo van nabij te kennen, vaarwel.

In naam van geheel de geestelijkheid van het Aartsbisdom, die IJ zoo diep vereerde en zoo innig liefhad, vaarwel.

In naam van do geloovigon, die den zegen uwer herderlijke zorgen genoten, vaarwel.

In naam der ontelbare armen, wier nood Gij gelenigd, wier tranen Gij gedroogd hebt, vaarwel.

In naam mijner parochie, die dagelijks gesticht werd in uwen vromen wandel. vaarwel.

In naam van het Katholieke Nederland, zoo luister ijk hier vertegenwoordigd door het Doorluchtig Episcopaat en zoovele aanzienlijke geestelijken en leeken, vaarwel.

Aan u, geachte familie van den dierbaren overledenen, brengen wij do betuiging onzer innige deelneming in uw verlies.

Dit zij U ten troost, dat de groote Doode in gezegend aandenken blijft. Zijne voorspraak bij God verwerve u

ocr page 12

8

'sHoeren rijksten zegen; zijne deugd zij uw erfdeel, zijn voorbeeld zij steeds voor den geest van elk familielid, zijn geest wekke nog menig vroom priester, Hem gelijk, uit uw midden op.

Consummatnm est, het is volbracht!

Neen, iimiggeliefde Vader, niet alles is volbracht. Wij zullen bidden voor de rust uwer ziel. Hoe gestreng do oordeelen Gods ook zijn, wij koesteren het zoet vertrouwen dat Gij reeds do eeuwige rust zijt ingegaan. Ondanks dit vertrouwen is het eene behoefte onzer dankbaarheid en liefde voor uwe zielerust te bidden. De gebeden onzer kinderlijke liefde zullen U ook in den hemel aangenaam zijn, want dan zullen zij anderen ten goede komen en al weldoende zult Gij ook in het vagevuur tranen droegen, gelijk Gij dat op aarde gedaan hebt.

Consummatum est, het is volbracht!

Neen, niet alles is volbracht. Wij laten U niet los alvorens Gij ons nog eenmaal gezegend hebt. Zie neder op uwe kudde en vraag voor haar een herder aan U gelijk, oen herder die ons geleidt ter plaatse, waar Gij in eeuwigheid uitrust bij God. Amkn.

ocr page 13

■

ocr page 14
ocr page 15
ocr page 16