ocr page 1

■V

i . r r

4

*

i1 v

y

% gt;

V -V v

kt

, y. jt^ J . ■ . ,

l

• * ■—quot;•■' . '

^ 1

; • -V ^ - lt;y

f j

• r

• »»■■

4

K%. ^ gt;

-» vl . ' w

■■'*./ .. -v. ,.• i ^ - C

^ ;v-' ^ -^v # ^ .

- • ♦ • ^k'

; .quot; V ■•?

% -*'

i.1 i ■

X'.. . - -f A: w., .\ . quot;

* vjy

■# H-quot;

(amp; ;- %

N ■■ lt;

.AJï quot;

gt;/

^ 7..

■'

^ r

4- (. ^ T^r

;■«■/ quot;quot; ^ ' v * •/■ quot;''

ocr page 2
ocr page 3
ocr page 4
ocr page 5

LOFREDENEN

OP DES

IJ. ALPHONSUS MARIA üü LIGÜURL

ocr page 6

Druk van J. W. VAN LEEUWEN, Maarsmansstoeg, Leiden.

ocr page 7

LOFREDENEN

op den

HÖNSÜS MARIA DE UGÜORL

gehouden ik

m: KERKEN DEE REDEMPTORISTEN.

door

H. van den Berg, Ord. Praent.; Pater Celestixus. O. M.\

L. Th. de Groot, S. J.;

TT. l\r.öNNE; M. J. A. Lans; W. van Nieuwenhoff, .S'. J.; Dr. TT. J. A. M. Schaepman;

TT. L. A. Sevriens.

Ö'ön ot. —

•Hfleia.oibt.j If '• a a a u

WEtRr. g SSiao?ioWHgt;;

S ^ 3 i. V d

leiden. - j. w. van leeuwen.

MAARSMAX SST K EG.

Dl

ocr page 8

IMPRIMATUR.

Voorschoten, M. BERNSEN,

die 28 .Tannarii 1897. L'hr- a»**-

ocr page 9

L. S.

Bnii 23st'1quot; Maart 1890 teas het vijf' en ticintig jaar (jéleden, dat de 11. Alphonsm Maria de. Liyuori door Paus Pins IX tot Kcrklecraar 'werd verheven. Dit jubeltij, samenvallend met het tweehonderdste geboortejaar van onzen Heiliyc, heeft de Katholieke wereld met waardigen luister gevierd; zij heeft, Alphonsns vereerend, God gedankt, die in hem zulk een schitterend licht aan de Kerk heeft geschonken.

Bij deze feestviering heeft het Katholieke Nederland eeve eervolle plaats ingenomen.

Het Doorluchtig Episcopaat ging, met 's Pansen Vertegen-rroonliger, op naar de heiligdommen, waar Sint Alphonsus, de Glorie der Bisschoppen, werd gehuldigd. Eene talrijke Priesterschaar bracht eere aan dat Toonbeeld der Geestelijken. en vereenigde zich met de duizenden geloovigen, die de voorbede van dien vurigen Minnaar der zielen inriepen.

De voornaamste Katholieke schrijvers en dichters van ons vaderland teekenden in een keurig feestnummer van .. De Volksmissionarisquot; den Apostel, die alles voor allen is geworden.

ocr page 10

— VI —

Eindelijk, tal van gewijde redenaars traden op, om door de kracht -can hun woord door de saa.mgestroomde scharen Alphonsus nog meer te doen beminnen.

Jammer zoude, het geweest zijn, indien dat woord, na eenmaal te hebben geklonken, voor altijd had moeten zwijgen. Daarom, vroegen we verlof tot het uitgeven dezer feestredenen, en — terwijl eenigen om redenen, die wij eerbiedigen, dit verzoek niet inwilligden, — hebben toch verreweg de meeste lofredenaars hun handschrift tot dat doel afgestaan.

Hvn allen daarvoor onze oprechte en eerbiedige dank.

Als Bijlage geven wij aan het einde van dezen bundel de merkwaardige redevoering, door Zijne Eminentie Kardinaal Parocchi op den gr ooien Sint Alphonsus-Feestavond te Rome gehouden.

J. KRONENBURG, cssn.

Sup. prov.

Amsterdam, AUerheiligenfeest 1896.

ocr page 11

INHOUD.

Bladz.

11. van den Berg. Ord. Praam. - Alphonsus, de Leeraar der Zedekundige CTodgeleerdlieid ... 1

Pater Celestinus. 0. M. — Alphonsus, de Leeraar. de Apostel, de Heilige..........27

L. Th. de Groot, S. J. Alphonsus als Leeraar der Leerstellige Theologie..........49

MdH. B. H. Klönne, Eere-Kamerheer ran Z. U. Paus Leo XIII. Pastoor van hut Begijnhof te. Amsterdam. — Alphonsus als Doctor Dogmaticus 78

M. .1. A. Lans, Kanunnik van het Kathedraal Kapittel ran Haarlem, President ran het Groot Seminarie te Warmond. — Alphonsus, Stichter van do Congregatie des Allerheiligsten Verlossers . . 87

ocr page 12

tnhoud.

Bladz.

W. van Nieuwenhoff, S. J.—Alphonsus en de Moeder

des Heeren..............109

Dk. H. J. A. M. Schaepmax, Hoogt, aan het Seminarie Rvjsenburg, Lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. — De H. Alfonsus en zijne eeuw . . 128

H. L. A. Sevriens. Pastoor-Deken van Maastricht. —

Alphonsus en de Zelfheiliging. (Synopsis). . 1-43

BIJLAGE.

Kahuinaal Pakocchi, — Alphonsus, oen Voorloopcr der Christelijke Volksliefde onzer tijden. Redevoering, gehouden op den grooten St. Alphonsus-Feestavond te Kome. (Uit hel Itatiaansch vertaald) 157

vin

ocr page 13

ALP HONSUS,

l)Ji LK KR A A li JJElt ZEDEKUNDIGE GODGELEEKDH El I).

DOOR

H. van ken Berg.

ORL). PRAKM.

ocr page 14
ocr page 15

lysepaUim faciei disciplinaia doc.trinae suae. Hij zal de wijsheid zijner leer verkondigen.

Eccli. XXXIX: 11.

ER plaatse, waaraan ik deze mijne text-j woorden ontleend heb, wordt door den H. Geest gesproken over de heilige wijsheid, over het beoefenen der wetenschap van de wet Gods. Daar leert ons de H. Geest: hoe die wetenschap, de noodzakelijkste en de allerzaligste van alle, verkregen wordt; welke rijke vruchten het beoefenen dier heilige wetenschap zal voortbrengen; welke blijvende gevolgen die vruchtbare arbeid hebben zal.

De wijsheid — de wetenschap hoe men God dienen en goed leven moet — wordt verkregen:

Door de overweging en de studie der H. Schriften: „Hij legt zicli toe op de Propheten;quot; door de studie

ocr page 16

4 ALPHONSUS, DE LEERAAR DER ZEDEK. GODGELEERDHEID,

van die menschelijke wetenschappen, welke de zeden en plichten der menschen tot onderwerp hebben; door kennis te maken met de werken en verhandelingen, welke door andere ernstige geleerden over die onderwerpen in 't licht gegeven zijn: ,.Hij tracht de wijsheid aller ouden te kennen.quot; (v. 1) Zoo schreef een H. Hieronymus (praef. in Epist. ad Eph.) „dat hij van zijn jeugd steeds andere geleerde mannen had blijven lezen en raadplegen, en nooit zijn eigen wijsheid als den eenigvoldoenden leermeester voor zichzelven beschouw( I had.quot;

Die wijsheid wordt ook niet verkregen zonder veel ondervinding en menschenkennis, „want goed en kwaad onder de menschen wil hij door ondervinding leeren kennen;quot; (v. 5) en de man, die ze veilig wil beoefenen, zonder gevaar van links of rechts af te dwalen, moet vóór alles een zuiver leven leiden en den geest des gebeds bezitten: „Hij opent zijnen mond tot het gebed.quot; (v. 7)

Welke rijke vruchten zal liet beoefenen dier wijsheid voortbrengen! Zij verschaft den mensch meer kennis van God en van zijn eigen verplichtingen. Zij zal op het menschelijk hart eene gelijke uitwerking hebben, als een groeizame regen op het land heeft: zij verkwikt zijn hart en deelt geestelijke vruchtbaarheid mede aan de ziel zoowel van hem zeiven, die de wijsheid bezit, als van die vele anderen, die door den leeraar onderwezen en opgewekt worden. Gelijk de vruchtbare dauw en regen, voor een gedeelte weder verdampen

ocr page 17

H. VAN DEN BERG, ORD. PRAEM. -J

en als wolken optrekken, zoo zal ook de ziel, door de wijsheid verlicht, zich onwillekeurig tot God verheffen , Hem eeren en aanbidden; en tegelijk tot troost en onderrichting van zijn evenmenschen ,.de uitspraken zijner wijsheid als een overvloedigen regen uitstorten.quot; (v. 9i

Wie zal dan de blijvende gevolgen van zulk een wetenschappelijken arbeid naar behooren kunnen schetsen! Hij zal zijn kennis op het menschelijk leven toepassen en dezelve door woord en schrift openbaar maken: „Hij zal de wijsheid zijner leer verkondigen.quot; (v. 11) Zoo sterft dus de leer niet met den leeraar, maar zij blijft in zijn geschriften voor het nageslacht bewaard als een eeuwig gedenkteeken: „In eeuwigheid wordt zij niet uitgewischt.quot; (v. 12) Aan dat wetenschappelijke gedenkteeken blijft zijn naam en zijne gedachtenis onafscheidelijk verbonden: „Zijn aandenken vergaat niet.quot; (v. 13) Zijne leer zal zich wijd en zijd verspreiden, en de volkeren zullen, om den naam en het gezag van den leeraar, aan zijne leer een gewillig oor leenen: „De volkeren zullen zijne wijsheid vermelden.quot;

En behalve de belooning, welke de leeraar bij God geniet, zal ook de Kerk glorie geven aan zijnen naam, en hem huldigen met het aureool des leeraars: „De gemeente zal zijnen lof verkondigen.quot;

Moet ik thans, ondanks mij zeiven daartoe aangewezen, een feestrede houden op den H. Alphonsus

ocr page 18

6 ALPHONSUS, DE LEERAAR DER ZEDEK. GODGELEERDHEID,

als leeraar der zedekundige godgeleerdheid, — ik meen mij van die taak niet beter te kunnen kwijten dan met den leidraad te volgen, welken ik zooeven heb voorgesteld, — door nu op den H. Alphonsus toe te passen, wat door den H. Geest over den leeraar der wijsheid gezegd wordt.

Ik zal trachten U duidelijk en eenvoudig de drie volgende punten voor te dragen:

I. Hoe heeft de H. Alphonsus die degelijke, die uitgebreide en wondere kennis van zedekundige godgeleerdheid verkregen ?

II. Welke rijke vruchten hebben zijne theologische studie en geschriften voortgebracht?

III. Welke zijn de blijvende gevolgen van den arbeid van den H. Alphonsus op zedekundig-godgeleerd gebied?

La ten we te voren het licht des H. Geestes vragen door de voorspraak van Maria, den Zetel der Wijsheid, die den H. Alphonsus bij zijn studiën en bespiegelingen zoo trouw ter zijde stond. Wees gegroet, enz.

I.

Hoe heeft de H. Alphonsus die degelijke, die uitgebreide, die wondere kennis van zedekundige godgeleerdheid verkregen ?

Maar laat ik eerst verklaren wat wij door zede-kundige godgeleerdheid te verstaan hebben. Zij is de

ocr page 19

H. VAN DEN BERG, OKD. PRAEM.

wetenschap, welke de zeden en handelingen der menschen in 't licht des geloof's beschouwt om ze ten goede te regelen met het oog op het verheven doel, waarvoor de mensch op aarde leeft: om God te dienen en zijne zaligheid te bewerken.

De zedekundige godgeleerdheid is geen wetenschap, die slechts tracht te weten om te weten; geen wetenschap, die de goddelijke en zedelijke onderwerpen enkel beschouwt, enkel om ze dieper en grondiger te kennen; maar zij is van practischen aard, het is haar strekking, dat wij doen en in beoefening brengen wat wij door haar weten.

Zij is dus de allerzaligste leering van alle leeringen der wereld, de gids van ons geweten, de wegwijster ten Hemel. Zij moet het antwoord geven op de twee gewichtigste van alle vragen: wat moet ik doen, wat moet ik laten om het eeuwig leven te bekomen ?

Is de leerstellige godgeleerdheid de verhevenste aller wetenschappen, omdat zij het verhevenste onderwerp: Grod in zijn wezen en eigenschappen, in 't edelste licht, in 'tlicht des geloof's beschouwt: voor ons menschen blijft de moraal altijd de gewichtigste en noodzakelijkste kennis. Zij wijst ons den weg naar God en naar onze zaligheid.

Welnu, van deze gewichtigste aller wetenschappen is de H. Alphonsus de leeraar bij uitnemendheid. Wat zeg ik ? Is hij onder alle kerkleeraars niet de eenige, die de zedekundige godgeleerdheid als afzonderlijke wetenschap systematisch en oordeelkundig behandeld heeft, en dit als zijn hoofdtaak heeft opgevat!

ocr page 20

8 ALPHONSÜS, DE LEERAAR DER ZEDEK. GODGELEERDHEID.

Hoe nu heeft de H. Alphonsus die uitgebreide kennis van de moraal theologie gekregen? In de dagen van den H. Alphonsus waren bij vele schrijvers de moreele beginselen door den geest van het Jansenisme zoowel als door de geschriften der valsche philosophen heelwat verbasterd. God wilde in Zijne voorzienigheid: er zou een leeraar optreden, die met oprechten apostolischen ijver den waren weg naaiden Hemel onderwijzen zou, en wel zulk een leeraar, dien men veilig zal kunnen volgen. De H. Alphonsus is de man, van wien zich Gods voorzienigheid wil bedienen om aan de menschen die genade te bewijzen.

Daarom heeft God den Heilige met alle natuurlijke en bovennatuurlijke talenten en hulpmiddelen toegerust; daarom heeft God alle omstandigheden zijns levens: zijn opvoeding, zijn omgeving, zijn arbeid en ondervinding doen samenwerken om hem voor zijn verheven roeping geschikt te maken.

Vooroordeelen zijn een groot beletsel om de wetenschap der zeden onpartijdig, onbaatzuchtig en met onbevangen blik te beoefenen.

Zou iemand, die zich van jongs af met ongezonde toestanden heeft moeten verzoenen, die onder den indruk van verkeerde voorbeelden en invloeden is opgegroeid, die in zijn naaste omgeving minder goede beginselen heeft opgedaan, wiens leven ni'et zuiver bleef van den adem des bederfs, zou zoo iemand zich genoeg daarboven kunnen verheffen om in de zedeleer onpartijdig het juiste standpunt te kiezen?... Hoe

ocr page 21

H. VAN DEN BERG, ORD. PRABM.

gelukkig bleef de H. Alphonsus van al die verkeerde invloeden voorbehouden!

Hij, de zoon eener door en door brave, edele, katholieke familie van het echt katholieke Napels, van jongs af streng katholiek opgevoed en onderwezen, altijd afgezonderd van het bederf der wereld, die geen weekelijk schipperen of wankelen geleerd had, hij was van kinds af gewoon geworden met helderen, onbevangen, onpartijdigen blik de zaken te beschouwen. Alles werkte samen om den Heilige van kindsbeen de kennis van den godsdienst en van de goede zeden diep in de ziel te prenten, om hem van kindsaf als van zelf tot godgeleerde te vormen.

Ik kan mij voorstellen hoe de H. Alphonsus, toen hij op tienjarigen leeftijd voor de eerste H. Communie werd aangenomen, zijn geestelijken leidsman P. Pagani moet verbaasd hebben met zijn wijze en juiste antwoorden. Dat het goddelijk kind Jesus in den tempel van Jerusalem de leeraars met zijn antwoorden en vragen verwonderde en in't nauw bracht, dat kan ons niet verwonderen, Hij was immers de goddelijke Wijsheid zelf, maar dat een kind als Alphonsus weet te antwoorden niet als een kind, maar als een geoefend godgeleerde, was dat niet een gelukkig voorteeken zijner verheven roeping! En als wij lezen hoe de H. Alphonsus eerst de klassieke talen, en daarna de wijsbegeerte, de godsdienstleer, het kerkelijk en burgerlijk recht met zooveel succes beoefende, dat hij reeds op zeventienjarigen leeftijd het doctoraal examen aflegde en als advocaat kon optreden: dan vinden

9

ocr page 22

10 ALPHONSUS, DE LEEEAAR DER ZEDEK. GODGELEERDHEID,

wij in dit eenig, ongewoon verschijnsel, een duidelijk bewijs dat God den jongeling tot iets heel bijzonders geroepen had. Dat Alphonsns de rechten gestudeerd heeft, dat hij een tijdlang de rechtskundige praktijk uitoefende, en dus ook op dat gebied kennis en ondervinding opdeed, was alweer een schikking dei-Voorzienigheid en moest hem later als godgeleerde van veel dienst zijn.

Hoe de H. Alphonsus zijne uitgebreide kennis van godgeleerdheid gekregen heeft? Bij al zijn natuurlijken aanleg, bij al de gunstige omstandigheden zijns levens, zijner uiterst zorgvuldige opvoeding en opleiding was het vooral zijne volhardende studie en brandende ijver, die den H. Alphonsus tot leeraar gemaakt heeft.

Wij lezen in de bul zijner heiligverklaring (§ 7) dat de H. Alphonsus de gelofte aflegde om geen oogenblik tijds nutteloos te verspillen; hoeveel uren weet hij sinds dien tijd voor de studie, vooral voor zijn geliefkoosd onderwerp: de moraal, te vinden, en hoe met zijn tijd te woekeren!

Eenzelfde ijver voor de glorie Gods en 't heil dei-zielen , die hem aanspoorde om overal Missies te geven en het landvolk in hun christelijke plichten te onderwijzen, heeft hem ingegeven om de „zedekundige godgeleerdheidquot; te kiezen als het voornaamste onderwerp zijner bijzondere studiën. Hij beschouwde de leiding der zielen met den H. Gregorius als de kunst aller kunsten, en met den H. Franciscus van Sales als de moeijelijkste zaak van de wereld.

Wie besefte beter dan de H. Alphonsus, dat er

ocr page 23

H. VAN DEN BERG, OBD. PRAEM.

een veeljarige studie en veelzijdige ondervinding noodig was om een handboek van zedekundige godgeleerdheid op te stellen, degelijk en volledig zoowel voor hem, die de godgeleerdheid beoefent, als voor den priester in de H. bediening om hetzelve in de meest uiteenlöopende gevnllen veilig te kunnen raadplegen?

Hoeveel honderden werken en verhandelingen waren er op dit gebied in de laatste twee eeuwen geschreven! Godgeleerden van den eersten rang hadden in lijvige folianten hunne stellingen toegelicht en bewezen; anderen hadden zich op meer beknopte wijze van hun taak gekweten, velen hadden slechts over een of meer onderdeelen der theologie geschreven. Welk een arbeidsveld voor den H. Alphonsus, die niets vuriger wenschte dan een duidelijken, volledigen en veiligen leidraad te geven! Doch wat kon er voor zijn ijver en werklust te zwaar zijn! Hij begint met te lezen en te bestudeeren wat er door vroegere en latere schrijvers geschreven is: Sapientiam antiquorum exquiret.

Ofschoon hij allen eerbied had voor de geleerdheid en 't gezonde oordeel der schrijvers, acht hij zich toch verplicht ook hun redenen en gronden op te sporen, ze op nieuw te wikken en te wegen; hun redeneeringen en gevolgtrekkingen te toetsen aan het woord Gods vervat in de H. Schriften, aan de uitspraken van den H. Stoel, aan de beslissingen der Kerkvergaderingen, aan de leer der H. Vaders. En bij alles hield hij volkomen rekening met het menscheli jk

11

ocr page 24

12 ALPHOKSUS, DE LEERAAR DER ZEDEK. GODGELEERDHEID,

hart, dat hij in zijn apostolischen werkkring zoo volmaakt had leeren kennen.

Als de H. Alphonsus in dezen geest die gansche bibliotheek van theologanten beschouwde, dan waren sommige schrijvers, hoe degelijk ook, in zijn oog te uitgebreid, te zeer met geleerde en spitsvondige redeneeringen en opwerpingen opgevuld, om voor den Priester, met tal van bezigheden overladen, een gemakkelijke handleiding te kunnen zijn. Andere waren onvolledig en misten juist die vragen, die wel het meest van practisch belang zijn. Eenigen hadden zich door schijnredenen laten misleiden, en waren al te laks en toegevend geworden. Niet weinigen, vooral in Frankrijk, waren min of meer ontstoken van den geest van het Jansenisme, zij zouden de geloovigen ondragelijke lasten hebben willen aanbinden, en daardoor menige ziel van den weg des Hemels kunnen terughouden.

Het duurde echter geruimen tijd vóór de H. Alphonsus de vruchten zijner studie in 't licht gaf. Zijn eerste werk, dat onder zedekundige godgeleerdheid kan gerekend worden, verscheen eerst in 1746; de Heilige was toen 50 jaren oud. Zijn standaardwerk over de moraal theologie verscheen voor de eerste maal in 1753, toen de Heilige 57 jaren oud was. Het werd door hem opgedragen aan den geleerden Paus Benedictus XIV, van wien de Heilige een vleienden brief ontving. Negenmaal werd zijne „zedekundige godgeleerdheidquot; tijdens het leven van Alphonsus herdrukt, telkens door den Heilige herzien en bijge-

ocr page 25

H. VAN DEX BERG, OKD. PRAEM.

werkt. De negende uitgave verscheen in 1785 op 89-jarigen leeftijd van den H. Alphonsus.: deze laatste editie werd door den H. Stoel goedgekeurd als „niets doemenswaardigsquot; inhoudende.

Om niet verder te spreken over de verhandelingen, welke door den H. Alphonsus over de moraal geschreven zijn, kan ik mijn eerste punt niet beter sluiten dan met de schitterende lofspraak van den geleerden kardinaal Gousset;')

..De zedekundige godgeleerdheid van den H. Alphonsus,quot; zegt deze, „is meer geput uit liet menschelijk hart, dan uit boeken; zij is veeleer in den biechtstoel dan in de studeerkamer opgesteld. Men vindt er' met wonderen eenvoud geschreven alles, wat een Priester als hij, van uiterst teeder geweten, die alles zelfs zijn leven veil had om een enkele ziel te redden, alles wat zulk een Priester door langdurige ondervinding en grondige studie van H.H. Vaders en godgeleerden geleerd heeft. De beginselen door hem geschreven, zijn eerst doorhem in practijk gebracht, en wij hebben kunnen zien met welke vruchten.quot;

11.

Zien we thans welke rijke vrnchtcn de theologische studiën en geschriften van den H. Alphonsus hebben voortgebracht.

1) Gousset: „Justification de la Théol. mor. du B. Alphonse.quot;

13

ocr page 26

14 ALPHONSUS, DE LEERAAR DER ZEDEK. GODGELEERDHEID,

Waar zich een Heilige als Alphonsus met zooveel ijver op de zedekundige godgeleerdheid toelegde, daar moest hij zelf' op tie eerste plaats de rijkste vruchten plukken van zijnen arbeid. Door zijn gestadige studie en overweging drong de H. Leeraar met zijn fijn begaafden geest steeds dieper door in de kennis dei-goddelijke dingen. De gewijde wetenschap werd voor den H. Leeraar als die vleugelen, door den Propheet-Koning zoo vurig verlangd; „quis dabit mihi pennas sicut colurnbae . . . met die vleugelen wist de engelreine geest van Alphonsus zich verre, zeer verre boven het aardsche en stoffelijke te verheffen.

Het is aan God alleen bekend, hoe menigmaal te midden zijner godgeleerde beschouwingen hij in geestverrukking geraakte! Zou 'tvermetel zijn te veronderstellen, dat hij op den berg zijner bespiegelingen — gelijk weleer de wetgever van Israel op den berg Horeb — dat hij door den Engel Gods niet zelden werd ingelicht?

Hoe anders te verklaren, dat de H. Alphonsus, immer zoo nederig en zoo weinig vertrouwen stellend in eigen oordeel en verstand, toch niet zelden in de moeijelijkste vraagstukken stellig zijn gevoelen uitsprak!

Was de ijver, die hem bezielde voor de glorie Gods en 't heil der zielen de eenige drijfveer zijner studiën; die ijver steeg in zijn eigen hart juist door zijn vermeerderde kennis nog steeds tot een hoogeren graad van heilige liefde.

ocr page 27

H. VAN DEN BEEG, ORD. PEAEM.

Was hij een licht op den kandelaar voor anderen, wie wandelde nader in dat licht dan hij zelf? Was hij het zout der aarde, hij trachtte vóór alles zijne eigene ziel voor alle bederf der zonde te bewaren.

„Doen en leerarenquot; was zijn leuze, en immer stond hem het woord van den grooten Leeraar der volken, den H. Paulus, voor den geest: „Ik kastijd mijn lichaam en breng het in bedwang, om niet zelf verloren te gaan, terwijl ik voor anderen gepredikt heb.quot;

Onschatbaar ook zijn de vruchten van Alphonsus zedekundige godgeleerdheid voor ons priesters en voor het geloovige volk in 't algemeen. Ik wil hier mijne woorden ontleenen aan het verdienstelijk tijdschrift: Revue des sciences Ecclesiastiques (1864 N0. 5H): „Er ging van Rome, het middelpunt der Katholieke wereld een krachtige beweging uit tegen de treurige dwaling (van het Jansenisme) om de zedeleer terug te brengen binnen de palen der oude gezonde traditie. Daarom haastte zich de H. Stoel om den grooten moralist der jongste tijden, den H. Alphonsus de Liguori te verheerlijken.... in hem voor alles den leeraar huldigende, door de Voorzienigheid opgewekt....quot; en een weinig verder: „Hoe zou men niet een verklaard volgeling zijn van den godgeleerde, die ons door den H. Stoel als onberispelijk leermeester wordt voorgesteld? De H. Liguori is heden de leeraar bij uitnemendheid van de zedekundige godgeleerdheid ____

15

ocr page 28

16 ALPHONSUS, DE LEERAAR DER ZEDEK. GODGELEERDHEID,

„Hij is geworden in de zedekundige godgeleerdheid, wat de H. Thomas is van de dogmatiek.quot; Tot zoover het verdienstelijk tijdschrift.

Voege ik hier nog het getuigenis van den geleerden Jesuit Zecchinelli: Men behoeft de zedekundige godgeleerdheid van den H. Alphonsus slechts te noemen om haar te prijzen. Zij is, volgens het hoogste gezag van den H. Stoel, niet slechts hoven alle censuur verheven en in geenen deele met de eischen der voorzichtigheid in strijd, maar zij is ook vooral geëigend aan de tijden en omstandigheden, waarin wij leven. (cf'r. Concessions tituli Doctoris III p. 98).

Zoo is de H. Alphonsus voor ons Priesters en Biechtvaders de veilige leidsman 1 de vertrouwde vraagbaak bij het uitoefenen der zielzorg. Is dat niet een onschatbare vrucht van zijn godgeleerden arbeid!

Hoe vruchtbaar ook zou zijn theologische richting voor het geloovige volk zijn! De H. Alphonsus komt mij hier voor den geest in al de aantrekkelijkste hoedanigheden van den barmlmrtigen Samaritaan. Zielen voor God te winnen, zondaars te redden, ziehier de levenstaak, die de Heilige èn zelf èn zooveel mogelijk door alle Priesters wil volbrengen. Het leven van den mensch op aarde is als de weg van Jericho naar Jerusalem. Helaas, hoe velen liggen er, en vallen er dagelijks op hun reis naar Jerusalem van roovers uitgeschud en gewond d. w. z. door de vijanden hunner zaligheid van 't kleed der genade

ocr page 29

H. VAN DEN BERG, ORÜ. PKAEM.

beroofd en tot diep in de ziel gewond en bedorven. Wat baat het den ongelukkige, dat een priester van Israel, een Leviet denzelfden weg passeeren en den rampzalige in zijn ellendigen toestand daar vinden! Zij gaan voorbij.... misschien uit onverschilligheid, zij achten zich niet verplicht, er is geen liefde in hun hart. Of misschien gaan zij voorbij uit beginsel: zij zouden handelen tegen hunne rabijnsche overleveringen , verontreinigd worden, of iets dergelijks. Evenzoo: wat baat het den ongelukkigen zondaar dat hij wordt afgestooten, dat hem hulp en barmhartigheid geweigerd wordt uit overdreven strengheid; of dat hem uit verregaand laxisme de wonden niet eerst gereinigd en verbonden worden!

De H. Alphonsus leert ons een barmhartig Samaritaan te zijn. Wij mogen den armen zondaar niet voorbijgaan, wij doen goed met tien afgedwaalde op te zoeken. Wij moeten zijn wonden zuiveren, en ons daarbij bedienen van den zachten olie en den zoeten wijn; van den olie om te zuiveren, van den wijn om de pijn te verdrijven en den zieke te verkwikken.

III.

Welke zijn de voornaamste gevolgen van de godgeleerde geschriften en het systeem van den H. Alphonsus? Zijne leering is niet met den H. Leeraar gestorven. De lichtstralen, van hem uitgegaan, hebben

•2

17

ocr page 30

18 ALPHONSUS, DE LEEEAAR DER ZE DEK. GODUELEERDHEID,

zich over de geheele wereld verspreid. Is er thans wel ééne katholieke Hoogeschool, is er nog wel een enkel seminarie of kloosterschool, waar de zedekundige godgeleerdheid niet bestudeerd wordt aan de hand van den H. Alphonsns? Welk geleerde heeft in de laatste 50 jaren nog over moraal theologie durven schrijven zonder den H. Alphonsus te beschouwen als zijn Meester en wegwijzer? Zelfs de geleerde Ballerini, die meer dan eenig ander godgeleerde de theologie van Alphonsus aan een streng critisch onderzoek heeft onderworpen. aan wiens werken door de H. Congregatie der Kerkgebruiken — die nooit beslist zonder rijpelijk liet voor en tegen overwogen te hebben — de voornaamste opwerpingen ontleend zijn, zelfs de geleerde Professor Ballerini brengt op menige bladzijde de hoogste hulde aan het oordeel en de leer van den Heilige.

Zes eeuwen zijn vervlogen na den dood van den H. Thomas van Aquino, en nog blijft de zon zijner geleerdheid over de wereld stralen in den vollen glans van haren middaggloed, en zoolang de wereld zal bestaan, zal die glans niet verduisteren.

Wat ik zeg van den H. Thomas, kan ik met gelijk recht van den H. Alphonsus zeggen wat betreft zijne „zedekundige godgeleerdheid.quot; Zij licht over de geheele wereld, en hoe meer zij overwogen en begrepen wordt, des te meer licht zal ze afgeven. Usque in saeculum non delebitur.

Zij is een licht, dat zich mettertijd tot hooyer ylaius ontwikkelt, zich voortdurend in wijder sferen verspreidt

ocr page 31

H. VAN DEN BERG, ORD. PRAEM.

en telkens de nieuwe toestanden, die in den loop der eeuwen geboren worden, bestralen zal.

Daar rijzen de netelige vraagstukken van onzen tijd: b. v. over de verhouding tusschen kapitaal en arbeid, tusschen werkgever en werkman; over recht en gezag, over de rechten en plichten van de verschillende standen en betrekkingen en zooveel andere; zoekt geen licht bij die moderne zedemeesters, voor welke geen hemel bestaat, geen eeuwigheid, geen vast absoluut begrip van zedelijkheid: maar zoekt licht bij den H. Kerkleeraar Alphonsus. Hij heeft zijn leven lang bij voorkeur onder den werkman en de landlieden gearbeid, metal de liefde en opoffering, waarvoor een van ijver brandend hart als het zijne vatbaar was. Wie heeft dus beter dan hij de rechten en behoeften der menschheid leeren kennen! Wie heeft duidelijker dan hij den woeker aangewezen en gebrandmerkt! Maar wie heeft ook helderder dan hij de rechten van God, de heiligheid van hetgezag.de strenge eischen der rechtvaardigheid in de meest uiteenloopende verhoudingen der menschelijke maatschappij uiteengezet dan hij ! Wil men tot een gezonde o]dossing geraken, dan zal men in soortgelijke vraagstukken licht en raad vinden in de zedekundige werken van den H. Kerkleeraar Alphonsus.

Is het dan wonder, dat de naam van Alphonsus als leeraar onafscheidelijk aan zijne werken op zede-kundig-godgeleerd gebied verbonden is? Wie kan den naam van moraal theologie hooren noemen zonder daarbij den naam van Alphonsus te denken? Een

19

ocr page 32

20 ALPHONSUS, DE LEERAAR DER ZEDEK. GODGELEERDHEID,

monument van brons of graniet kan wel verscheiden eeuwen aan het nageslacht van groote mannen en feiten verhalen, maar niet eeuwig. Het is niet bestand tegen den tand des tijds, het kan geen verwoestingen en omwentelingen trotseeren. Maar de theologie van Alphonsus zal leven, en met ieder opvolgend geslacht van Priesters en godgeleerden herleven, de boeken ja, die werktuigelijke dragers zijner leer, die wij thans gebruiken, zullen tot stof vergaan, maar telkens zullen nieuwe uitgaven verschijnen. Zijne theologie is geen dood maar een levend monument, dat leeft en voortleeft in de leer en in de algemeene practijk in de H. Kerk, en zoolang de Kerk bestaan zal, zal men ook met eerbied den naam van den grooten kerkleeraar Alphonsus uitspreken. Non recedet memoria ejus et nomen ejus requiretur.

Zijne leer echter bleef niet het eigendom van de Katholieke geestelijkheid en godgeleerden alleen; zij blijft als een weldadige zon geheel de Katholieke wereld beschijnen. Van den kansel worden de geloovigen in de geboden Gods en de plichten van hunnen staat, in de deugden onderwezen volgens de leer van den H. Alphonsus. Doceo quod didici, zegt de H. Hieronymus; wij kunnen trouwens niet anders leeren dan wat wij zelf geleerd hebben. Geen Biechtvader of hij zal bij zijn oordeel en vermaningen in den biechtstoel rekening houden met de beginselen en de gevoelens van den H. Alphonsus. Zou de afscheiding, die wij overal opmerken tusschen de goede Katholieken en degenen, die slechts met naam

ocr page 33

H. VAN DEN BERG, OHD. PRAEM.

Katholiek zijn, en de vereeniging der eersten oin niet vereenigde krachten voor de goede zaak te werken; zou de herleving van den goeden geest onder de Katholieken in bijna alle landen der beschaafde wereld niet voor een goed deel te danken zijn aan „de godgeleerdheidquot; van den H. Alphonsus? Zijn theologie toch is het richtsnoer geworden voor de Bisschoppen en Priesters over geheel de Katholieke wereld, daaruit volgt die schitterende eenheid van leer en overtuiging. die wondere gelijkvormigheid in handelen, dat eenparig streven naar eenzelfde doel!

De werken van Alphonsus hebben de geestelijkheid ook den geest van Alphonsus ingestort, hun hart vervuld met ijver voor de goede zaak: en het goede volk heeft zijn herders en priesters begrepen. Worden de H.H. Sacramenten over 't algemeen door het volk niet meer dan vroeger ontvangen? En laat het bederf in de wereld nog zoo schrikbarend zijn toegenomen, het is toch een verblijdend verschijnsel, dat er ook menig misbruik van weleer niet meer bestaat; een verblijdend verschijnsel, dat de armen en eenvoudigen, en vooral de brave arbeidende stand beter en degelijker in den godsdienst onderwezen zijn, en, wat meer zegt, ook den godsdienst een warm hart toedragen! Sapientidm ejus enarrabmif gentes.

Een laatst gevolg, dat onzen H. Kerkleeraar vooral tot hulde strekt, is het gezag en de eer, hem door onze Moedei' de H. Kerk zelve gegeven.

21

ocr page 34

22 ALPHONSUS, DE LEERAAR DER ZEDEK. GODGELEERDHEID,

De H. Kerk heeft door haar hoog orgaanquot;; de H. Congregatie der Poenitentiarie beslist, dat ieder Professor der zedekundige godgeleerdheid de gevoelens, welke de H. Alphonsus in zijne moraal theologie voorstaat, veilig volgen en bewaren kan. Zij heeft beslist dat men nooit een Biechtvader verontrusten mag, die zelfs alle gevoelens van den H. Alphonsus volgt enkel en alleen om reden, dat de H. Stoel in zijne werken niets heeft bevonden wat met eenige censuur van dwaling zou moeten gebrandmerkt worden. De H. Roomsche Congregatiën zeiven beroepen zich zoo gaarne op het gezag van den H. Alphonsus, en waar zij geen termen vinden om op eene voorgestelde vraag te beslissen, daar verwijzen ze zoo vaak naar de theologie van den H. Liguori.

En wat de kroon zet op alles: de H. Stoel heeft den H. Alphonsus, na tevoren al zijne werken aan een allerstrengst onderzoek te hebben onderworpen, op verzoek van de Bisschoppen der wereld; op verzoek van de katholieke universiteiten; op aandrang van de geestelijke orden. verheven tot leeraar der H. Kerk. De H. Stoel heeft hem dus gelijk gesteld met de groote leeraars en Kerkvaders, met den H. Augustinus, den H. Gregorius, den H. Thomas van Aquino en zooveel andere sterren van de eerste grootte, die aan den Kerkelijken hemel lichten. Die eer viel slechts weinigen te beurt. Niettegenstaande ook in de laatste eeuwen honderde heilige mannen heilige en geleerde geschriften over

ocr page 35

H. VAN DEN BERG, ORD. PRAEM.

geestelijke en godgeleerde onderwerpen hebben uitgegeven, is er van al die honderden die na den H. Thomas en den H. Bonaventura geleefd hebben. geen enkele tot kerkleeraar verklaard behalve de H. Alphonsus en de H. Franciscns van Sales. Et laudem ejus cnuntiabit Ecclesia: En de Kerk zal zijnen lof verkondigen.

Moesten wij bij dit zilveren jubelfeest van den H. Alphonsus als kerkleeraar niet dankbaar terugzien oji het arbeidzame leven van den Heilige, die als een nijvere bij uit alle bloemen den zoeten honig zijner leering wist te verzamelen; dien verzamelde met opoffering van eigen rust, en van al den tijd, die hem ter vrije beschikking was, hem verzamelde onder de bijzondere voorlichting des 11. Geestes, welke hij door een voortdurend gebed, door overweging, en door een heiligen en engelachtigen levenswandel verwerven mocht ?

De honig zijner leering, door den H. Alphonsus verzameld en tot een heilig voedingsmiddel verwerkt, strekte Hem zeiven op de eerste plaats tot voedsel om hem tot een hooge vlucht van heiligheid krachtig te ontwikkelen; maar zoo groot was de overvloed door den H. Alphonsus verzameld, dat ook alle Katholieke leeraars en geloovigen zich daarmede konden voeden, en nog ruimschoots voedsel aan anderen konden verstrekken. Zoo overvloedig was de vrucht van zijn leeraarschap.

23

ocr page 36

24 ALPHONSUS, DE LEERAAR DER ZEDEK. GODGELEERDHEID,

En. o wonder, gelijk de rots door Mozes' staf aangeraakt, niet slechts voor dien dag en voor het aanwezige volk genoeg water gaf, maar een blijvende waterfontein geworden is, zoo heeft de H. Alphonsus in zijne theologie een onuitputtelijke bron van geestelijk voedsel nagelaten: eene bron, dooi' onze Moéfler de H. Kerk als de hare overgenomen en ons aangewezen om er uit te putten. En de Kerk over de wereld verspreid heeft de bedoeling van den H. Stoel begrepen. Bisschoppen, Leeraars, Biechtvaders zij ontleenen hunne beginselen hoofdzakelijk aan die eene onuitputtelijke bron van zedekundige godgeleerdheid. Dank hieraan, die geest van liefde, van eendracht, van samenwerking, dien wij gelukkig meer dan ooit onder de geestelijkheid en de goede geloovigen over de geheele wereld moeten bewonderen. Gelukkige gevolgen van den godgeleerden arbeid van den H. Alphonsus!

Wel gelukkig, E.E. P.P. van de Congregatie van den Allerh. Verlosser, die zulk een Heilige, zulk een leeraar tot stichter en vader hebt; maar wij benijden u niet meer; hij is de uwe als vader en ordestichter, maar als kerkleeraar, behoort hij niet uitsluitend aan u, maar hij behoort aan ons, aan de Kerk. Hij is voor ons Priesters en Biechtvaders de Paeduyoyns in Christus; in zijne school zijn wij tot bedienaars van Christus opgeleid; en zijne werken zijn de rijke bron,waaruit wij Priesters de lessen en vermaningen putten, welke wij van den kansel tot u, beminde Geloovigen, richten; en als wij in den biechtstoel oordeelen en berispen of u aansporen om met

ocr page 37

H. VAN DEN BERG, OKD. PEAEM. 25

behulp van deze of' die middelen deugdzaam te blijven en de gelegenheden der zonden te vluchten, wij doen dat onwillekeuring volgens de leer van den H. Alphonsus. Hij is onze meester, wij zijne leerlingen

Sluit ik dan met de bede van onze Moeder de H. Kerk: O leeraar, licht der heilige Kerk, H. Alphonsus Maria, bid voor ons den Zone Gods. Bid voor ons. Priesters, dat wij steeds beter uwe leering mogen begrijpen en ook meer en meer met uwen geest van ijver en liefde mogen bezield worden. Bid voor de geloovigen, dat zij in hunne geestelijke herders en bestierders het vertrouwen stellen dat deze verdienen; en als de geloovigen hunne herders volgen langs den weg door den H. Alphonsus aangewezen, dan zullen zij ongetwijfeld de kroon des levens verwerven en eenmaal in den hemel voor den H. Alphonsus een kroon en glorie zijn. Amen.

ocr page 38
ocr page 39

ALPHONSUS,

LEKT! A AR, DE APOSTEL, DE HEILIGE

1)1 H Wt

Pater Celestinus . o. m.

ocr page 40
ocr page 41

Dv plenitndine ejus omnes nos accepimus. Allen hebben wij uit zijne volheid ontvangen.

Joës. 1:16.

'EN 21 Juni 1893 schreef Z. H. Leo XIII aan den Kardinaal-Aartsbisschop van Capna naar aanleiding van diens levensbeschrijving van den ïï. Alphonsus; „Wij achten hooge gaven van geest en hart beide noodzakelijk voor hem, die het leven van den H. Alphonsus aan de nakomelingschap wil overleveren; zulke deugd kan immers niet zonder scherp verstand beschreven, noch zonder geest van innige godsvrucht begrepen worden.quot; Na zulke woorden van het hoogste gezag zou ik uwe toegeeflijkheid moeten vragen voor de lofspraak, die ik op den beroemden Leeraar, den vurigen Apostel, den grooten Heilige houden wil. Gaarne wil ik u bekennen, dat

ocr page 42

30 ALPHONSUS , DE LEERAAR , DE APOSTEL , DE HEILIGE,

ik het leven van den Heilige wel in zijne hoofdtrekken maar niet in zijne bizonderheden kende; dat ik in de studie van dat heerlijk en vruchtbaar leven gevonden iieb een mengeling van hoogen zielenadel en diepe nederigheid, dat hij mij is voorgekomen, Alphonsus, als een Heilige, die de kennis en de welsprekendheid van een Chrysostomus met het vuur en den ijver van een Paulus in zich vereenigde. Waarlijk, zulke helden sterven niet. De steen die hun graf sluit is voor hen geen beeld des doods; integendeel, daar, waar alle vleesch eindigt, begint voor hen dat rijke, volle leven, dat door de dankbare geslachten gevormd, met deze voortleeft van eeuw in eeuw, van grens tot grens. Na 200 jaren leeft Alphonsus nog in den schoot des doods. Hij leeft nog in de dankbare herinnering van het geloovig Christelijk volk. Hij leeft nog voort in de liefde en den eerbied zijner dierbare zonen, die zich beijveren om den 200on verjaardag der geboorte van hun H. Stichter zoo plechtig mogelijk te vieren, te meer, daar dit feest samenvalt met de herinnering aan den dag, waarop hij, 25 jaren geleden, tot Leeraar der Kerk werd verheven. De profetie, door een heilig priester bij de geboorte van Alphonsus gesproken, is in vervulling gegaan: dit kind zal eenmaal groote dingen doen voor Jesus Christus.

Wat Alphonsus en de zijnen voor Christus hebben gedaan, is een heerlijke bladzijde in de historie der Kerk, een bladzijde, die in den loop der eeuwen een onbetwistbaar document zal blijven èn van de

ocr page 43

81

heiligheid van Alphonsus èn van den zegenrijken arbeid zijner kinderen.

Wanneer gij dus feest viert, Zeereerw. Paters en Broeders, dan jubelen wij gaarne met u mede, omdat ook wij deelen in de volheid der zegeningen, die uw H. Stichter en ook gij over de wereld hebt uitgestrooid. Ik zal mij gelukkig achten, wanneer ik deze lofspraak in harmonie kan brengen met den jubeltoon van het feest. Te dien einde wil ik drie kronen neerleggen op het feestaltaar van uwen Heiligen Vader: een kroon van wetenschap, een andere van zielenijver, een derde van heiligheid. Ontvang ze, beminnelijke Heilige, neem ze aan als een bewijs onzer hulde en diepge-voelden eerbied. Mochten zij niet schoon genoeg zijn die kronen, dan ligt de oorzaak in onze onmacht en niet in onzen wil. Help mij, machtige Heilige, door uwe voorbede, opdat deze lofspraak voor al de aanwezigen een prikkel moge zijn om dit plechtig Triduum met godsdienstigen ijver bij te wonen.

I.

De eerste kroon, die ik voor de voeten van onzen feestheilige kom neerleggen, is de kroon der wetenschap, der ware, heilige wetenschap, die weliswaar geen sterren meet, geen afgronden peilt, geen wetten verklaart en omschrijft, hoewel Alphonsus ook inde profane wetenschappen een buitengewoon geleerde genoemd mag worden, maar een wetenschap, die alléén de glorie van God en het heil der zielen beoogt, die het ondoorgrondelijk menschenhart doorgrondt, en

ocr page 44

32 ALPHONSUS , DE LEERAAR , DE APOSTEL, DE HEILIGE ,

tot een lichtbaak dient ter kennis van goed en kwaad. „Alphonsus,quot; zegt voornoemde Kardinaal, „Alphonsus en Franciscus van Sales zijn de twee eenigen, die, na de hervorming, van de Kerk de kroon hebben verworven, waarin geloof en wetenschap op allerschoonste wijze zich paren; de eenigen, die, een lang onderbroken reeks voortzettend, zich aansluiten aan de groote Leeraren der middeleeuwen, die ons weer tot de onvergelijkelijke Leeraren der eerste tijden van het Christendom voeren.quot; Deze woorden, M. B., omschrijven weliswaar de kennis van Alphonsus niet, maar plaatsen haar toch op de hoogste hoogte van 's menschen ontwikkeling. Van Alphonsus getuigen, dat hij door den vurigen Bernardus, den engelachtigen Thomas, den serafljnschen Bonaventura zicli aansluit bij Augustinus, Gregorius en andere Kerkleeraars, dat is van hem getuigen, dat hij een fonkelende ster was en is en blijven zal aan den hemel der wetenschap.

Alphonsus was een geleerde. Reeds op vijftienjarigen leeftijd droeg hij den tabberd der rechtsgeleerden. In dien jeugdigen ouderdom was hij reeds ingewijd in de moeielijkheden der Latijnsche en de bekoorlijkheden der Grieksche taal; hij vloog mee in hooge vlucht met Italies grootste dichters en smaakte al den rijkdom hunner gloedvolle poëzie. Toen reeds was hij volkomen op de hoogte van de geheimen der welsprekendheid, en stortte hij zijn vurige ziel uit in heerlijke gezangen, die weldra in de kathedralen en dorpskerken zouden weergalmen.

ocr page 45

PATER CELESTINUS , 0. M.

Gaarne zou ik hier eenige oogenblikken willen verwijlen bij den jeugdigen Alphonsus, die als knaap reeds toegang had tot de vergadering der geleerden, die zijn gevoelen over de moeielijkste vraagstukken op prijs stelden. De wereld immers ziet zoo gaarne hare helden op zulk een voetstuk pronken. Mij dunkt, zij moet een en al bewondering zijn voor een jongeling, wiens ervarenheid in de rechtswetenschap tot vraagbaak dient der grijzen, wiens redenaarstalent tal van bewonderaars naar de rechtbank lokt om zijn algemeene kennis en buitengewone zeggingskracht te bewonderen. G-aarne zou zij een Alphonsus willen vereeren voor de balie; voor een Alphonsus op de autaren heeft zij minder belangstelling. Wij, geloovige Christenen, oordeelen hier anders over. De wetenschap is schoon, nuttig en noodzakelijk; zij is een lichtstraal der Goddelijke Wijsheid, wier glans nooit verdooft, mits zij slechts een krans slingert om het hoofd van den geloovigen, deugdzamen Christen. Maar zonder deugd is de wetenschap een praalwagen, die ten verderve voert.

Gelukkig echter dat Alphonsus bij zijn uitgebreide kennis een innige godsvrucht wist te paren. Den titel van beroemd advocaat zou hij hebben veracht, zoo hij den titel van vurig Christen niet verdiende; en zelfs in die gelukkige vereeniging van godsvrucht en kennis begreep hij weldra, dat er een ander, degelijker, schooner en vruchtbaarder wetenschap bestond dan de kennis der wetten en menschelijke dingen.

Een nietigheid, een kleine vergissing, een onop-

3

33

ocr page 46

84 ALPHONSUS . DE LEERAAK . DE APOSTEL , DE HEILIGE .

lettendheid, die in een pleidooi de overwinning aan zijn tegenstander schonk, schonk aan Alphonsus de veel schoonere overwinning over zich zeiven. Hoe wonderbaar zijn de wegen der Voorzienigheid! Een woordje onder duizenden verloren, een klein en in schijn nietig woordje, dat den scherpzinnigen blik van «len rechtsgeleerde ontging, onttrok hem voor goed aan de rechtbank en voerde hem binnen in het heiligdom des Heeren. Alphonsus werd priester. Een breeder, roemvoller maar ook moeielijker werkking stond nu voor hem open. Doch juist de moeielijkheden prikkelen het genie. Hoe meer tegenstand het ondervindt, des te meer spant het zich uit en zoekt en vindt lichtpunten , die 's menschen geest nog nooit had ontdekt. Op al die lichtpunten zien wij Alphonsus schitteren; want in alle takken der Godgewijde wetenschap, inzonderheid der inoraal-theologie, is zijn verschijning een helder, stralend licht, dat in den doolhof der meeningen den zoekenden geest zoo niet een volstrekte zekerheid, dan ten minste een gegronde en voldoende waarschijnlijkheid aanwijst. Hij is niet meer de scherpzinnige rechtsgeleerde, die het fijngesponnen net der wetten wist te ontknoopen, maar de beroemde Godgeleerde, die met arendsblik het geheele stelsel der Godgewijde wetenschap doorschouwt. In de leer der moraal is hij een rechter, stipt rechtvaardig, maar met het liefdevol hart van een vader; in de geloofsleer een geharnaste reus, die van geen enkele nederlaag, maar slechts van overwinningen kan spreken; in de leer van het geestelijk leven een engel, die in den

ocr page 47

PATER (JELESTINUS , 0. M.

omgang met God geleerd had, hoe men Hem het best en het meest kan behagen. Begaafd met een scherpzinnig verstand, een stalen geheugen en een wil, die zich dooi' belofte had verbonden geen enkel oogenblik nutteloos te laten voorbijgaan, doorkruiste hij het theologisch veld in alle richtingen, schreef de Schriftuur met hare bezielende kracht in zijn geheugen op, maakte een diepe en wijsgeerige studie van 's menschen hart, trachtte er de geheimen van op te sporen, zijne neigingen te ontdekken, raadpleegde de uitstekendste geleerden, ook van vroegere eeuwen, onderwierp hun verschillende meeningen aan een streng onderzoek, en vond eindelijk na zeventien jaren onafgebroken studie een middelweg tusschen de al te strenge leer van den een, en de al te toegeeflijke leer van den ander, een middelweg, die door allen gewild, door velen gezocht, maar door hem in werkelijkheid gevonden werd. Zóó ontstond Alphonsus' Moraal-Theologie, een standaardwerk, dat langer dan een granietzuil den lof der helden, de verbazende kennis van Alphonsus zal verkonden; een werk dat volgens Romes verklaring niet alleen niets berispelijks in zich bevat, maar daarenboven een veilig te volgen weg aanwijst aan al degenen, die met de zielzorg zijn belast. „In het licht van het praktische leven beschouwd,quot; zegt Kardinaal Capecelatro, „hebben zijne boeken onschatbare waarde en zijn ze een der grootste glorietitels van de Katholieke Kerk in de laatste tijden.quot;

Ook als geloofsverdediger staat Alphonsus in de eerste rij.

35

ocr page 48

86 ALPHONSUS , DE LEERAAR , DE APOSTEL , DE HEILIGE ,

Gelijk Dominicus tegen de Albigenzen, Ignatius tegen Luther, zoo stond Alphonsus tegen Jansenius en zijn aanhang. De strijd was hevig maar niet twijfelachtig. Sterk reeds door eigen kracht, maar onoverwinnelijk door de kracht Gods, rukte hij het ijskoude masker van zijne vijanden af, wees hun met open blik op de verwoesting door hunne schijnheilige gestrengheid aangebracht, op de verlaten kerken en autaren, op de verwaarloozing der H.H. Sacramenten als een gevolg hunner verderfelijke leerstellingen, en bracht het Jansenismus met de punt zijner pen zoovele doodelijke steken toe, dat het weldra zieltoogde, om daarna door de blijde menigte te worden weggeworpen als een koud en verachtelijk lijk. Dat lijk bestaat weliswaar nog, maar zijn ontbinding is niet aanstekelijk meer.

Met hetzelfde goed gevolg bestreed hij de verschillende dwaalleeraars der zoogenaamde hervorming. Immer zwellend in kracht en omvang overstroomde de ketterij van Luther, in al hare vormen, steden en dorpen, provinciën en koninkrijken. Waar zij echter Alphonsus in hare vernielende vaart ontmoette, stuitte zij als tegen een ontzaggelijke, onwrikbare rots; en wanneer hij dan afweek, die stroom, om elders, rechts en links, zijne verwoestingen voort te zetten, wierp hij ook elders een dam op tegen zijn vaart door zijn vele dogmatische geschriften, waarin hij met buitengewoon talent de Kerk en -hare leer, den Paus en zijn voorrechten handhaaft en verdedigt tegen het machtig verbond van Jansenisten, Protestanten en valsche wijsgeeren,

ocr page 49

PATER CELEÖTINUS. O. M.

Voegen wij hier nog zijne onvergelijkelijk schoone ascetische werken liij: parelen van eenvoud en godsvrucht, boeken en boekjes geschreven, rustend aan het hart zijner lieve Moeder Maria, of verwijlend bij zijn Welbeminde in liet tabernakel: boeken en boekjes waar uit iedere bladzijde U de adem dei-reinste liefde tegenwaait, en wij hebben Alphonsus voor ons staan als den geleerde der latere tijden bij uitnemendheid, als een vraagbaak in alle moeielijk-heden der Moraal-Theologie, als een heilige Leeraar, die de schatten zijner kennis slechts gebruikt om anderen heilig te maken.

II.

Alphonsus was een geleerde, maar hij was nog meer Apostel. Zijne liefde overtrof zijne kennis, want die kennis was uit de liefde geboren. Naar het beeld van Paulus gevormd en volmaakt , was hij alles voor allen geworden, ten einde allen voor Christus te winnen. Ten tijde van onzen Feestheilige bestonden er vele en zware misbruiken. De woelingen van het Protestantismus hadden niet alleen velen van het kerkelijk gezag vervreemd, maar ook anderen tot een ongebonden en onafhankelijke zedeleer overgehaald. 's Levens genietingen leerde men als 't hoogste goed kennen. De taal der verleiding werd gesproken niet stil, fluisterend, maar han 1, geweldig, schaamteloos. Pinkt af, riep men de menigte toe, plukt af de rozen eer zij verwelken. Waarom do natuur aan banden

87

ocr page 50

88 ALPHONSUS , DE LEERA AR , DE APOSTEL , DE HEILIGE ,

gelegd, en waarom het harte geweigerd wat het vraagt met al den aandrang van het jeugdig bloed? Het leven is vluchtig, het genot kostbaar. Haast u dus om te genieten van de blijde ure, die u wordt geschonken! Naar dien sirenenzang werd geluisterd en duizenden, meegesleept door de bekoorlijkheden van het genot, werden weggeslingerd in de kolk van den wellust.

Ondertusschen hield het Jansenismus door zijn strenge zedeleer het volk meer en meer terug van het gebruik der H.H. Sacramenten. Men stond dus alleen, geheel alleen met zijne kwade neigingen en hartstochten, zonder hulp, zonder steun, te midden der meest verscheidene aanlokselen van het kwaad. Zóó was de toestand, zóó ergerlijk, zóó bedroevend. Gewone krachten waren niet voldoende om een einde te stellen aan dien wanordelijken toestand, buitengewone waren noodzakelijk. De Voorzienigheid echter regelt altijd het geneesmiddel naar den aard der kwaal. Reeds hebben wij Alphonsus zien optreden tegen de ketterijen als een geweldige reus, die bewust van zijn kracht, de dwaling ging opsporen tot in haar laatste en meest verborgene verschansing. Nu zullen wij hem leeren kennen als vader en onderwijzer der kleinen, als ijverig priester, als Stichter eener beroemde Congregatie, als voorbeeldig Bisschop, en in al die toestanden als een Heilige, wiens ijver en werkkracht zijn tijdgenooten verbaasden, en wiens geschiedenis een der schoonste en rijkste is der Heiligen van Christus' Kerk.

Alphonsus was nog niet priester, een bijzondere

ocr page 51

PATER CELESTINUS, 0. M.

werkkring in (Jen wijngaard des Heeren was hem nog niet aangewezen, en toch brandde reeds in zijn hart liet vuur van den apostolischen ijver in al zijn gloed en kracht.

Geen wonder! Zoovele uren had hij in beschouwing doorgebracht aan de voeten van een kruisbeeld. Zijn oor had hij geneigd in zoet verlangen naar den stervenden mond van den Gekruiste, en het had hem zoo diep geroerd, het woord des Hollands: Sitio, Ik heb dorst: Alphonsus, Ik heb dorst naar liet leven der zielen voor wie Ik sterf. Van af dat oogen-blik kookte en bruiste het in die vurige ziel. Het was hem niet mogelijk meer zijne liefde nog langer te kerkeren in de enge ruimte van zijn hart. Zij moest zich openbaren in sterke kracht, in werken van zielenijver. Zij moest haren weg vinden tot liet hart van zoovele ongelukkigen, die in grove onwetendheid weggezonken of verdierlijkt door den wellust, niet in staat waren om zich een span boven het slijk der aarde te verheffen. Ziet hem bij schoon of slecht weder, bij regen of zonneschijn, in de achterbuurten en stegen van Napels de kleine arme kinderen verzamelen, in wier midden hij zich daarna door de straten der stad naar de kerk begeeft. Hoe aandoenlijk den zoon van een der grootste en invloedrijkste families van Napels als een vader te zien te midden der kleinen uit de heffe des volks, om hen in de taal der kinderen de geheimen van den godsdienst te verklaren. Hoe aandoenelijk hem elders bij het eindigen eener missie omringd te zien van dankbare dorpelingen.

ocr page 52

40 ALPHONSUS , DE LEERAAE, DE APOSTEL , DE HEILIGE ,

die hem, alsof hij het hoofd der missie ware geweest, kwamen bedanken voor de zorgen en vele goede diensten aan hen bewezen, en toch was hij slechts Sutadiaak en had de priesters in hun vermoeienden arbeid slechts bijgestaan in kleinere zaken van minder gewicht. Veel echter had hij gebeden, veel en vurig, en die innige godsvrucht, die ware zielenijver was het oog dier eenvoudige lieden niet ontgaan.

Zal ik hem nu toonen den heiligen priester, die dagelijks te Napels en elders het woord Gods verkondigt, die het grootste gedeelte van den dag in den biechtstoel doorbrengt, en dan's avonds, ofschoon hijgend van vermoeienis, wederom de armen om zich heen verzamelt om hun nogmaals te spreken over hun zielenheil? Zal ik hem u toonen, rustend, even als de Zaligmaker op den rand van Jacobs put en die rust zelf nog bestedend tot bekeering der zondaren ? Zal ik u zeggen, hoe hij, na zooveel en met zooveel krachtsinspanning met de zondaren over God gesproken te hebben, zijne nachtrust dikwijls opofferde om lang nog met God te kunnen spreken over de zondaren ? Hoort liever naar het eenvoudig woord, dat een eenvoudige, heilige religieus tot onzen Heilige sprak: „Don Alphonso, God wil dat gij een Congregatie stichtet van Missionarissen, wier werkkring zal zijn de meest verworpen zondaren bij te staan.quot; Voorzeker, 'twas de hartewensch van Alphonsus om zichzelven te kunnen vermenigvuldigen, overal waar het menschdom slechts een klacht deed hooren. Maar kwam dit bevel van God, of was het alleen

ocr page 53

PATER CELESTINUS , 0. M.

een persoonlijke meening dier religieus? Was hij wel in staat om een zoo groot, zoo gewichtig werk tot stand te brengen? Voor zichzelven was hij van het tegendeel overtuigd. Doch zoo zijn ze de ware Apostelen. Zij beschouwen zich als doode werktuigen, die slechts bezield en nuttig kunnen gemaakt worden in de bekwame en sterke hand Gods. Maar zijn zij eenmaal overtuigd dat God zich van hen bedienen wil, dan zijn zij zichzelven niet meer; dan hoort hun geen vezeltje, geen spiertje meer toe, maar stellen zij alles ter beschikking van hun Meester.

Zoo deed ook Alphonsus. Hij wikte en woog, dacht na en vroeg raad, bad veel, en eindelijk van Gods wil overtuigd was niets meer in staat hem van zijn voornemen af te brengen. Ook dit is een ken-teeken van den waren, apostolischen ijver. Mozes, overtuigd van de zending Gods, werd wel verontwaardigd maar niet moedeloos, toen hij, van Sinaï dalende met de wet Gods in zijn hand, het dwaze volk rondom het gouden kalf zag dansen. Alphonsus verloor den moed niet, ofschoon hij van alle zijden door een berg van moeielijkheden werd omringd.

„God,quot; schreef hem Mgr. Falcoja, „God heeft noch u, noch uw werk noodig; wanneer Hij wil. kan hij deze Congregatie en ook meer andere stichten zonder u.quot; „Ik weet het,quot; antwoordde hem de Heilige, „God heeft mij, noch mijn werk noodig, maar ik kan noch God, noch zijn werk missen.quot;

Ondanks alle hinderpalen, die ieder ander moedeloos zouden hebben gemaakt , werd de Congregatie der

41

ocr page 54

42 ALPHONSUS , DE LEER AAR, DE APOSTEL . DE HEIMfiE .

Redemptoristen ingesteld, en immer zal het dankbaar Christenvolk den dag herdenken, waarop zij door Benedictus XIV goedgekeurd en door zijn apostolisch gezag bekrachtigd werd. De hartewensch van Alphonsus was nu vervuld. Voorgelicht door den geest Gods, zou hij door regels en voorschriften de zijnen bezielen met den geest van versterving en zelfverloochening; hij zou hen tot mannen weten te vormen, mannen van het Evangelie, onvermoeid strijdend voor de eere Gods en de overwinning van het Kruis. Hij zelf zou hen voorgaan; met hen steden en dorpen doorkruisen, de bergen bestijgen, afdalen in de valleien, het dichtste kreupelhout doordringen teneinde overal het verloren schaap te zoeken. Hoort hoe alom de inissieklok dreunt over steden en dorpen ea akkers en velden. Het is het teeken van den strijd tusschen Alphonsus en de zijnen aan den eenen, en de machten van Lucifer aan den anderen kant. Hevig was de strijd, maar de overwinning bleef beslist. Alphonsus' stem rolde met krachtig geweld over die lijken heen, lijken dei-zonde, en het visioen van Ezechiël werd vernieuwd. De dorre beenderen, wederom bezield door den adem Gods, richtten zich omhoog, de zenuwen en spieren kwamen wederom in beweging, en een nieuw geslacht levend door het leven der genade kwam te voorschijn. De arm, die van haat en toorn trilde, viel neer, de vredekus stelde een einde aan de vijandschappen, de onrechtvaardigheden werden hersteld, de biechtstoelen wederom bestormd en... . maar

ocr page 55

PATER CELESTINÜS , O. M.

waarom zou ik spreken van Alphonsus' ovenvinningen? Spreekt gij Amalphi en gij Napels en gij overige steden en dorpen, gij vooral Foggia, dat den Heilige hebt aanschouwd stralend in den gloed van het wonderbaar licht, dat uitging van het beeld der H. Moedermaagd. spreekt gij ons over de heerlijke vruchten van zijn apostolischen zielenijver; en gij St. Agatha der Gothen, dat uwe vermaardheid aan den H. Bisschop Alphonsus te danken hebt. spreek ons van uwe ontroering, toen gij uwen grijzen herder, door ouderdom en ziekte uitgeput, door pijn ineengedrongen , leunend op den schouder van een zijner medebroeders, den preekstoel zaagt opstrompelen om aan zijne dierbare kudde het overschot te schenken van een lichaam dat ineenstortte en van eene stem die verzwakte en langzaam wegstierf. In hoogen ouderdom verliet de voorbeeldige Bisschop zijn diocees en' keerde te midden der zijnen terug. Stram zijn nu zijn ledematen, diep is zijn hoofd op de borst neergedrukt, de vreeselijkste smarten kwellen hem voortdurend, en toch is de Apostolische strijd nog niet ten einde; nog immer wordt hij voortgezet, ook in de stille kloostercel. De rollen echter zijn nu omgekeerd. Was hij vroeger zelf aanvaller geweest, Lucifer werd dit op zijn beurt. De vreeselijkste bekoringen bestormden dag en nacht den uitgeputten grijsaard. Twijfels over het geloof, angst en vrees zelfs over zijn meest heilige oefeningen verontrustten zijne ziel en lieten hem aan eene voortdurende angst ten prooi. 'tWas de laatste krachtsinspanning der

ocr page 56

44 ALPHONSUS, DE LEERAAR , DE APOSTEL , DE HEILIGE ,

hel. Doch ook nu bleek en nu bleek vooral, welke heldenziel er in dat stervend lichaam woonde, 't Was zijn laatste strijd en ook zijn laatste overwinning. Alles had de hel beproefd, alle hartstochten tegen Alphonsus opgeruid om zijn heiligen ijver krachteloos te maken; maar noch leugen, noch laster, noch haat of geweld had den Heilige in zijn triumftocht kunnen stuiten, en nu op het laatste oogenblik moest zij beschaamd en verlegen zich voor goed terugtrekken uit het strijdperk, om aan den ziekelijken blinden grijsaard de lauweren der overwinning over te laten. Na die laatste zege streed hij niet meer; hij rustte van zijn arbeid en trachtte door een aanhoudend gebed zich zeiven meer en meer te heiligen.

m.

Alphonsus was een Heilige. Geheel zijn geschiedenis juicht ons deze waarheid in triumflied toe: heilig was zijn levenswijze, heilig reeds als kind, heilig als priester en religieus, heilig ten einde toe, en ik weet niet waar hij mij grooter voorkomt, ginder als de machtige strijder, de held zijner eeuw, of hier als de wegkwijnende grijsaard, opgaande in de beschouwing Gods, en ternauwernood in staat om de koralen van den Rozenkrans tusschen zijn bevende vingeren te laten glijden. Zeker is het, dat hij mij in dezen toestand het meest ontroert. En wanneer ik den grooten dienaar van Maria, die zooveel, zoo naamloos veel voor de vereering der H. Moeder Gods gedaan

ocr page 57

PATEIl CELESTINUS, O. M.

had, in den avond van zijn leven voortdurend zie rusten aan haar hart, wanneer ik hem daarna zacht en kalm zie sterven in hare armen, dan dringt zich dit gebed naar de lippen: „Heer, neem nu uw dienaar in het verblijf des vredes op, want onze oogen bobben het heil aanschouwd dat zijn rustelooze ijver op de wereld heeft gesticht. Gij hebt hem zielen gavraagd, en op uw bevel is hij ze gaan zoeken in krotten en in paleizen, in steden en in dorpen. Hij heeft ze gevonden en aan LT geschonken, talrijke, ontelbare zielen. Schenk hem nu tot belooning de kroon Uwer Heiligen.quot;

Door den mond der kleinen heeft God hier reeds rp geantwoord, slechts eenige dagen na Alphonsus' dood. Een klein wichtje, pas één jaar oud en dooide aanraking van het lichaam des Heiligen genezen van een hevige ziekte, riep, terwijl het met het oene handje zijn beeltenis vasthield en met het andere naar boven wees, als in begeestering met wonderbaar krachtige stem uit: Alphonsus is in den Hemel, Alphonsus is in den Hemel! Ook de Kerk heeft gesproken. Zij heeft Alphonsus op de autaren geplaatst en zijn eeredienst voorgeschreven overal tot aan de verste grenzen van haar gebied. Wilt gij soms andere stemmen hooren? In het snikken der boetelingen door hem bekeerd, in het gejuich der rechtvaardigen door hem gesteund, in den doodsnik van het .Jansenisme door hem bestreden, klinkt de jubeltoon ons tegen: Alphonsus is een Heilige! Uit den mond zijner kinderen en van duizenden zijner vrienden en ver-

ocr page 58

46 ALPHONSUS , DE LEERAAK , DE APOSTEL , DE HEILIGE ,

eerders klinkt het dagelijks: Heilige Alphonsus, bid voor ons. Vraagt gij wonderen? Roemt gij ons dan zijn machtigen invloed bij God. gij Franciscus d'Otto-jano, en gij Magdalena de Nunzio en gij Maria Macariëlle en gij, te talrijk om op te noemen, gij allen, die op eene wonderdadige wijze door zijn voorspraak genezen zijt geworden, verkondigt het luide, want wonderen spreken het hardst: de geleerde, de ijverige, de heilige Alphonsus is machtig bij God.

Hoe schoon en aantrekkelijk heeft 's kunstenaars hand zijn beeld gebeiteld of gepenseeld. Dat voorover gebogen hoofd, die armen op de borst gekruist, die Rozenkrans tusschen de vingeren, dat alles geeft aan zijn beeltenis iets roerends, iets treffends. In dat oog, dat ons zoo goedig, zoo vaderlijk aanblikt, meen ik zijn hartewensch te kunnen lezen. Ik zou daarom gaarne dat beeld willen laten spreken. De woorden liggen, dunkt me, reeds op zijne lippen: mijne kinderen en vrienden zorgt voor uwe ziel; zoo gij mij beminnen en vereeren wilt, zorgt dan voor uwe ziel; indien gij met zekerheid hulp van mij verwachten wilt, zorgt dan eerst voor uwe ziel. M. B. laat ze niet tevergeefs gesproken zijn die woorden. Mogen zij u allen opwekken om dit plechtig Triduum met godsdienstigen ijver bij te wonen! Komt in groote getalle opwaarts naar het beroemde heiligdom van O. L. Vrouw in 't Zand. Komt als pelgrims den heiligen Jubilaris vereeren. Bestormt zijn beeld, legt uwe wenschen en verlangens aan

ocr page 59

PATER CELESTINUS, 0. M.

47

zijne voeten neer, bekroont hem met dank en lofgebeden , opdat in het Te Deam, dat wij ten slotte uit volle borst zullen aanheffen, ook de lof weerklinke van den Heilige: u Alphonsus roemen wij om uwe geleerdheid; u Alphonsus prijzen wij om uwen ijver; u Alphonsus vereeren wij om uwe heiligheid. Wij bidden u. kom uwe kinderen, uwe vrienden ter hulp, die gij door uwe kennis onderwezen, door uwen ijver gesticht en door uwe heiligheid aangemoedigd hebt. Glorie zij den Vader, die aan Alphonsus de wijsheid, (rlorie den Zoon, die aan Alphonsus de liefde. Glorie den H. Geest, die aan Alphonsus de heiligheid geschonken heeft. Amen.

ocr page 60
ocr page 61

ALPHONSUS

als leekaar dek leerstellige theologie, DOOR

L. Th. de Groot, s. j.

/

4

ocr page 62
ocr page 63

Spiritu intelligentiae replebit ilium ei ipse tanquam irnhres mittet eloquia sapientiae suae.

Met den geest van verstand zal de Heer hem vervullen, en hij zelf zal de uitspraken van zijne wijsheid als een zegen doen neerdalen. Eccles. XXXIX:8,9.

B. G.!

AN weinigen «lecht« viel de eer te beurt, die geschonken is aan den H. Alphonsus Maria

____jde Liguori. Als de brnid van Christus het

oog ten hemel wendt, ontwaart zij duizende en dui-zende belijders, millioenen martelaren, die in het zaligend licht des hemels haar kroon en glorie uitmaken; maar onder die onafzienbare menigte, gedurende 2000 jaar tot God gevoerd, vindt zij ter nauwernood een twintigtal aan wie zij den titel van Kerkleeraar schenkt, en onder dat twintigtal schittert de H. Alphonsus.

Wie begrijpt dan niet, dat buitengewone gaven in dien uitverkorene Gods vereenigd waren ? Uitstekende

ocr page 64

52 ALPHONSUS ALS LEEHAAK DER LEERSTELLIGE THEOL.

deugd en glansrijke wonderen, een roemrijke belijdenis van het geloof en heldhaftige trouw tot in den dood waren niet voldoende geweest, maar met den glans van heiligheid werd ook eene verhevene wijsheid gevraagd, eene wijsheid, die in overweging en gebed was voortgevloeid uit de bron der eeuwige Waarheid zelve, een verhevene wijsheid, die zich niet opsloot in bespiegeling, maar hare schatten deed stroomen ten weldaad voor het Christen volk. Want Kerkleeraar zijn, dat wil zeggen: door de Bruid van Jesus worden aangewezen als gezaghebbenden tolk van de hemelsche waarheden, door Gods eengeboren Zoon geopenbaard; Kerkleeraar zijn, wil zeggen: door het onfeilbaar gezag worden geprezen, als de bron, waar èn ge-loovige èn priester kracht en licht zoekt; Kerkleeraar zijn: dat is op ééne lijn geplaatst worden met heiligen als Chrysostomus en Athanasius, Ambrosius en Augustinus, Thomas van Aquinen en Bonaventura, die kolommen der Kerk, haar schragend in de angstvolle tijden van scheuring en ketterij. In een woord de Kerkleeraar is de engel des lichts, die in de duisternis der verwarring de geloovigen voorgaat, en met verblijdende zekerheid den weg naar het gelukzalig vaderland wijst. En niet alleen de aarde, maar ook de hemel verblijdt zich over zijne verschijning, want een glans, die het hart der zaligen verrukt, omstraalt den Kerkleeraar; die wijs waren in de goddelijke leer, zoo spreekt de H. Geest, zullen schitteren als de zon aan het uitspansel en die velen in rechtvaardigheid onderwezen, zullen glanzen

ocr page 65

L. TH. DE GROOT, S. J.

als sterren in eeuwigheid. Terecht dus mogen Al-phonsus' kinderen een jubellied aanheffen en plechtig den dag herdenken, waarop Pius IX, roemrijker gedachtenis , in hun Vader en Stichter den Kerkleeraar erkende; maar terecht moogt ook gij u verheugen. B. G. en samenstroomen tot een schitterende feestviering ; want ook voor U is er reden, om God te loven en te danken voor de weldaad in Alphonsus geschonken ; ook voor U is er reden om Alphonsus zeiven hulde te brengen, omdat hij niet alleen wijs was, maar als een heilige, een waarlijk beminnelijke heilige de schatten van zijne kennis aan de geloovigen heeft meegedeeld. En ziedaar de gedachte, welke ik U wenschte voor te stellen.

De werkzaamheid echter van den H. Alphonsus als Kerkleeraar is zoo omvangrijk, dat ze in korte oogenblikken niet naar waarde kan worden geschetst. Want Alphonsus ontmoeten wij, waar het geldt de leer der Apostelen te verdedigen; waar er sprake is van de gedragslijn, die de mensch moet volgen om de zonde te mijden en als Christen te leven, ook daar ontmoeten wij Alphonsus; rijst eindelijk de vraag, hoe eene godvreezende ziel tot hoogere volmaaktheid moet worden opgevoerd, ook dan treedt ons Alphonsus tegen, en in alle deze opzichten, heeft de Kerk hem als haar leeraar erkend. Bepalen wij ons hedenavond tot het eerste en trachten wij Alphonsus te begrijpen, in zooverre hij de leer der Apostelen heeft verklaard en verdedigd. Hier schittert reeds zijne verhevene wijsheid uit; en mogen

53

ocr page 66

54 ALPHONSUS ALS LEERAAR DER LEERSTELLIGE THEOL.

wij het woord van de H. Schrift op hem toepassen: Spiritu intelligmtiae replehit ïllum: met den geest van wijsheid heeft God hem vervuld en wel in zoo verheven mate, dat der wereld trotsch verstand door Alphonsus Christelijke wetenschap werd beschaamd; en dit is de eerste gedachte die wij overwegen zullen. Alphonsus heeft dien geest van wijsheid en verstand gebruikt als een heilige, niettegenstaande de groote opofferingen die het hem kostte; et ipse tanquam imbres rnittet eloquia sapientüie suae: als een weldadige regen deed hij de uitspraken van zijne wijsheid neerdalen over allen. Ziedaar mijn tweede deel.

H. Alphonsus, die op aarde voor u zeiven niet dan vernedering en verachting verlangd hebt, maar de heiligen des hemels met wonderbare godsvrucht eerde, uw verlangen mag thans niet worden ingewilligd, maar uw voorbeeld moet worden nagevolgd. Want de diepe eerbied en de erkentelijkheid, die wij voor u koesteren, dwingen ons u te eeren, u, licht dei-Kerk, dat ook schijnt voor de duisternis van onze dagen. Indien wij u echter onze hulde aanbieden, dan stijgt tevens een smeekgebed op uit onze ziel: blijf de liefde gedenken die ge immer het Christenvolk hebt toegedragen: sterk ons door uw machtige voorspraak, opdat wij de openbaring door u zoo glansrijk verdedigd immer hooger mogen schatten, en verre verwijderd van alle dwaalbegrippen onzer eeuw met altijd toenemende liefde en eerbied mogen aanhangen.

ocr page 67

L. TH. DE GROOT, S. J.

1.

Droeve dagen waren aangebroken voor de Kerk, toen de H. Alphonsus zijn priesterlijke loopbaan begon. De dwaling van Jansenius had het hoofd opgestoken en dreigde des te zekerder met verderf, naar mate zij zich beter wist te verbergen onder den dekmantel van ernstige vroomheid. Wanneer wij spreken van de dwaling der Jansenisten, moeten wij niet denken aan de arme afgedoolden, tha.is onder dien naam bekend, want de sekte der Jansenisten had destijds een geheel andere beteekenis dan heden. Wat de eerste grondleggers wilden en hoe gevaarlijk hun streven was, heeft Alphonsus zelf ons met een enkel woord geteek end.Toen de hoofden der Jansenisten in een stad van Frankrijk, Bourg Fontaine, eene vergadering quot;hadden belegd, om middelen te beramen tot verspreiding van hun leer, en hunne woorden en raadsbesluiten bekend werden, riep Alphonsus met ontzetting uit: „Wat in Bourg Fontaine heeft plaats gegrepen, was geen vergadering van Jansenisten maar van duivelen.quot; Dat woord in den mond eens heiligen, zoo voorzichtig, zoo zachtzinnig in zijn oordeel, teekent ons voldoende het gevaarlijke dier sekte.

Wat wilde zij dan? Door overdreven gestrengheid, wilde men de geloovigen verwijderen van de H.H. Sakramenten. Voor geringe vergrijpen wilde men ondragelijke boeten opleggen. En God, (he zich had doen kennen als een God van liefde, die niet den

OO

ocr page 68

56 ALPHONSUS ALS LEERAAB DER LEERSTELLIGE THEOL.

dood des zondaars wil, maar zijne bekeering en geluk. moest worden voorgesteld als een dwingeland, die roekeloos straft, en onmeedoogend den zwakke in de hel stort. Wat zou het gevolg zijn van die leer? De geloovigen zouden vervreemd worden van de H.H. Sakramenten, de bronnen van het bovennatuurlijk leven; hun geloof zou worden beneveld, hunne liefde verkoeld. Met afkeer zou de zwakke natuur zich verwijderen van eene Kerk, die ondragelijke lasten oplegde: en vol schrik voor den straffenden dwingeland, zouden zij God trachten te vergeten: en noodzakelijk gevolg: terwijl men begon met overdreven vroomheid en gestrengheid, zou men eindigen met zingenot en onverschilligheid in godsdienstzaken.

Maar tegelijk met Jansenius' dwaling, kwam een andere onweerswolk den hemel betrekken. Voltaire, de goddelooze spotter, had den standaard van het ongeloof opgeheven, en uit naam van een bedriegelijke wetenschap, de afschuwelijke kreet tegen de Kerk van Christus uitgestooten: „Verpletteren wij den eerlooze!quot; En die kreet vond weerklank bij de vrijgeesten van Engeland, Duitschland en Frankrijk en met vereende krachten besloten zij de rots van Petrus te bestoken. Helaas, hunne'pogingen waren voorbereid door Jansenius: want waar het geloof is verzwakt, heeft het ongeloof kracht. Reeds hadden zij aanhang gevonden onder de grooten dezer aarde, die in zedenbederf lagen gedompeld. En zóóver was het gekomen, dat niet de protestantsche of schismatieke, maar de althans in naam nog katholieke hoven van

ocr page 69

L. TH. DE GROOT, S. J.

Portugal, Spanje, Napels en Frankrijk de Kerk met scheuring, verbrokkeling en verwoesting dreigden. Wie kon de rampen overzien, die uit zulk een toestand zouden ontstaan ?

Hoort, hoe Alphonsus zelf het gevaar beschreef, waarin de wereld verkeerde. „Een Engelsch Katholiek,quot; zoo schrijft hij, „zegt, dat de godloochenaars zich „vroeger verscholen hielden , omdat zij vreesden hetzij „als goddeloozen hetzij als krankzinnigen te worden „behandeld; of ten minste, dat zij het niet wagen „dorsten openlijk voor hunne gevoelens uit te komen. „Thans echter durven de ongeloovigen zich te toonen, „gelijk zij zijn en zij roemen zelfs op hunne boosheid, „om den naam te verkrijgen van sterke en onbe-„vooroordeelde geesten, die over God en godsdienst „weten te spreken. Maar het doel, wat zij beoogen, „is alle wetten en voorschriften te vernietigen, die „tot een heilig leven leiden. Want als eenmaal het „bestaan wordt geloochend van een God, die het „goede loont en het kwade straft, wanneer de waar-„heden van den Christelijken godsdienst zijn weggevaagd, dan is ook iedere breidel tegen de zonde „van kracht beroofd en iedere zedelijke wet en regel „afgeschaft. Dan wordt de mensch gelijk en zelfs erger „dan het redelooze dier; zijne zinnen overmeesteren „de rede, het recht wordt verdrongen door het „geweld, de eerbaarheid door zingenot, de recht-„vaardigheid door eigenbelang en de eer door wraak. „Dan worden ze slaven hunner driften en geven „onder voorwendsel van rust en genoegen zich aan

57

ocr page 70

58 ALPHONSUS ALS LEERAAR DER LEERSTELLIGE THEOL.

„alle ondeugden over. Zulke ongeloovigen schamen „zich tegenwoordig niet om openlijk tegen den „Christelijken godsdienst te spreken; ja, zij gaan „verder, en geven onophoudelijk hoeken in het licht, „welke met hunne dwalingen zijn opgevuld. En waren „die giftige boeken alleen welkom bij de ketters, die „niet meer tot de Kerk behooren en van ongeloof „zoo verre niet verwijderd zijn; maar wat droeviger „is: tegenwoordig worden die boeken met gretigheid „gekocht en met toejuiching gelezen door Katholieken, „die ongetwijfeld daardoor worden besmet.quot; Zoo sprak de Heilige over zijn tijd, en bevatten zijne woorden geen waarheid ? Is het niet alsof een profetische toon weerklinkt, die voorspelt, wat in het ongelukkige Frankrijk zou gebeuren, waar het bandeloos ongeloof een wijle zou zegepralen ? En toen het volk in brooddronkenheid en wellust voor de godin der rede neerknielde, en duizende onschuldige slachtoffers op het bloedig schavot deed sterven, werd toen de uitspraak van Alphonsus niet bevestigd : „Die goddeloosheid zal den mensch erger maken dan het redeloos dierquot;?

Denkt U, B. G. dien toestand en dat gevaar voorde Kerk en vraagt het U af, is het wonder, dat menig Christen toen de woorden op de lippen voelde komen „Dotnine, salva nos, perimusquot; „Heer, red ons, wij vergaanquot;?

Maar Hij , die beloofd heeft Zijne Kerk te steunen tot aan het einde der tijden, besloot zijn machtigen arm te doen gevoelen, en den H. Alphonsus koos

ocr page 71

L. TH. DE GBOOT, S. J.

Hij uit, -om tegen dwaling en goddeloosheid op te treden, en duizende en duizende zielen te vrijwaren van het bederf.

Alphonsus, van natuur reeds met scherp verstand en juist oordeel begiftigd, had met heilige volharding de kerkelijke wetenschappen beoefend. Diepe en veel omvattende kennis had hij verworven en zoowel de uitspraken der Schriftuur als die der Apostolische Overlevering, de besluiten der Kerkvergaderingen als de woorden der Kerkvaders leefden in zijnen geest. Mannen van talent en toewijding werden echter destijds velen gevonden; velen, die met moed en ook met goed gevolg dwaling en goddeloosheid bestreden. Alphonsus echter was bij uitnemendheid de man Gods; door zijne innige vereeniging met de Goddelijke Majesteit, ontving hij buitengewone verlichting en bijstand, zoodat hij boven allen uitschitterde als de machtige strijder, die de aanvallen der boozen zou terugslaan, als de wijze Kerkleeraar, die het spitsvondig bedrog van ketter en godloochenaar zou ontwarren en weerleggen.

Wij behoeven ons niet af te vragen, wat de Heilige gevoelde, toen hij de kreten der goddeloozen hoorde weerklinken. Kon hij thans werkeloos blijven? Zou hij het licht, dat God hem schonk, onder de korenmaat verbergen en den gloed zijns harten uitdooven ? Neen: hij roept ze op en daagt ze ten strijde die aanvoerders der goddeloosheid. Hoe groot hun naam ook zij, hoezeer hunne werken ook geprezen worden, hoe sterk hun aanhang zich toone, hij daagt ze voor

59

ocr page 72

60 ALPHONSUS ALS LEERAAR DER LEERSTELLIGE THEOL.

den vierschaar van zijn geloof, en zonder aarzeling grijpt hij hunne leerstellingen aan.

Alphonsus schrijft. En waar blijft nu de ergerlijke bespotting van Voltaire? Waar blijft nu het monsterachtig stelsel van een Spinoza? Waar de dwaalleer van honderd anderen, die saamgezworen hadden om de Kerk te vernietigen? Waar blijven ze, wanneer Alphonsus ze aangrijpt? Dan vallen ze verpletterd onder de slagen van zijn heilige wetenschap. Als woedende golven mogen de dwalingen komen aanstormen, tegenover Alphonsus' christelijke wijsheid zijn ze machteloos, en vallen terug als wegstuivend schuim.

En na den strijd tegen den goddelooze, grijpt de Heilige de dwalingen der Jansenisten aan. Listig waren zij, spitsvondig en moeilijk te ontwarren. Maar Alphonsus verdiept zich in de studie, hij overweegt en bidt: en het middel weet hij te kiezen, om die dwaling, ontdaan van den schijn van geleerdheid, duidelijk en tastbaar voor te stellen. Toen was ze reeds onschadelijk: want de dwaling, die ontmaskerd is, wordt een monster voor het redelijk verstand. Dit was echter Alphonsus niet voldoende, en met verpletterend overwicht, stapelt hij bewijzen op bewijzen, totdat het hatelijk bedrog was weerlegd en aan de billijke verachting prijsgegeven. Nog meer: Gods barmhartigheid en liefde was door Jansenius' aanhang miskend. In zijn heerlijke verhandeling over het gebed en het plan van Gods Voorzienigheid bij de Verlossing,, voltooit Alphonsus zijne eerste overwinningen en Gods barmhartigheid en liefde doet hij

ocr page 73

L. TH. DE «ROOT, S. J.

schitteren in zoo heerlijken glans, dat de geloovige lezer met vuriger ijver en vaster vertrouwen zich overgeeft.

Intusschen ontdekte de Heilige een nieuwe woekerplant, die schaden kon aan het katholiek geloof. De dwalingen van Luther en Calvijn waren wel gestuit in hun loop, en konden zich niet meer uitbreiden onder het volk, maar gevoegd bij de menigvuldige dwalingen van vroeger eeuwen, hadden zij bij velen den gevaarlijken twijfel doen rijzen: is de leer der Katholieke Kerk dan alleen de ware, en hebben zoovele (luizende het goed recht hunner meening niet kunnen bewijzen'? Noodlottige twijfel, die de kracht van het geloof in den geest verzwakt, en die, helaas ook in onze dagen, zooveel slachtoffers maakt. Al-phonsus ondernam de zware taak, dien twijfel op te lossen. Het was een reuzentaak, want daarvoor moest hij alle dwalingen nagaan van eenige betee-kenis, die sinds het begin der kerk tot op zijne dagen het hoofd hadden opgestoken; de zwaarste opwerpingen, die de inblazing der hel ooit den ketters had ingegeven moest hij bloot leggen. Deed hij het niet, zijn werk hadde alle waarde verloren, het ware slechts een schijnverdediging geweest, goed om den onwetende te verblinden, maar belachelijk in het oog van den ontwikkelde. Daartegenover moest hij de geopenbaarde waarheid met hare diepte en verhevenheid van gedachten, met hare ontzagwekkende geheimen en het raenschelijk leven beheerschende uitspraken stellen en verdedigen en dat met zooveel

61

ocr page 74

62 ALPHONSUS ALS LEERAAR DER LEERSTELLIGE THEOL.

glans en helderheid, dat voor het oog van een ieder die denken wou, de waarheid zegepraalde op de dwaling. Dan kwam nog de vraag: wie i? het, die den schat der openbaring ongerept en zuiver heeft bewaard; en Alphonsus moest het bewijs leveren, dat dit alleen de Katholieke kerk was en kon zijn. Is dat geen reuzentaak, is dat geen onderneming, die eerbied afdwingt? En zoo heerlijk is de Heilige geslaagd, dat men na het lezen van zijn geschriften het woord van Richardus a St. Victore herhalen moet: „In den dag „des oordeels zal ieder Katholiek kunnen zeggen: „Heer indien wij in dwaling hebben geleefd, zijt Gij „zelf de schuld; want de leer, die wij beleden hebben, „was door zoo duidelijke kenteekenen bevestigd, dat „ze zonder U niet hadden kunnen bestaan.quot;

Schitterender taak was nog voor den Heilige weggelegd; want door Gods geest gevoerd, moest hij getuigenis afleggen voor twee geloofswaarheden, die wel in de Apostolische overlevering waren bevat, maar nog door de Kerk niet als verplichtend waren voorgesteld; twee geloofswaarheden, even dierbaar aan het hart der Katholieken, als rijk in gevolgen en vruchten voor de Kerk; het waren de onbevlekte ontvangenis van Maria en de onfeilbaarheid des Pausen. En het is met eerbiedige bewondering, dat wij de meesterlijke geschriften van den Heiligen Kerkleeraar over deze geloofswaarheden lezen; want hij schreef in een tijd, toen kwaadwilligen en weifelenden zich alle aanvallen veroorloofden tegen de Moeder des Heeren en het opperhoofd der H. Kerk, en velen klonk zijn stem

ocr page 75

L. TH. DE GROOT, S. J.

als die eens roependen in de woestijn. Maar toen de stedehouder van Christus had gesproken en het Va-ticaansch Concilie had verklaard: „visum est Spiritui Sancto et nobis: het is goedgekeurd door den H. Geest en ook door onsquot;, toen bleek goedgekeurd in al zijn omvang, wat de van alle kanten bestreden Alphonsus had geleerd. Neen, hij had niet gefaald, wien God den geest van verstand had geschonken; hij had niet gefaald, die was aangesteld om naar de behoefte van onze eeuw een licht te zijn in Jesus' Kerk.

Hebben wij dan geen reden om God te danken voor de weldaad, ons in Alphonsus' leeraarschap geschonken? Hoort, hoe de Pausen om strijd zijne werken goedkeuren en aanprijzen als doeltreffend, vruchtbaar en weldadig. Ziet de gretigheid, waarmede Alphonsus' werken werden ontvangen: duizende en nogmaals duizende boekdoelen werden verspreid en met eerbied en onderwerping gelezen. En niet alleen de Katholieken in Italië, maar ook, die in andere gewesten woonden, wilden de vrucht van zijn arbeid genieten: in alle talen van Europa moesten zijne werken worden overgezet, en overal ontvingen zij een even gunstig onthaal. Mogen wij dan niet veronderstellen, dat zij met zooveel ijver gelezen, ook groote vruchten hebben voortgebracht? Of wat spreek ik van veronderstelling, waar de geschiedenis ons feiten aanwijst ? Italië, het land door godloochenaars en Jansenisten met zooveel hardnekkigheid begeerd, om van nabij den H. Stoel te kunnen bestoken, Italië bleef destijds gevrijwaard tegen hun giftige

63

ocr page 76

64 ALPHONSUS ALS LEEEAAR DER LEERSTELLIGE THEOL.

leer. En is het Alphonsus niet gelukt, overal de dwaling uit te roeien, — de kwaal had reeds te diep wortel geschoten, — duizenden en duizenden heeft hij behoed en gewaarschuwd; duizenden, die wankelden in het geloof, heeft hij doen standhouden als Katholiek, en tot op heden toe blijft die vruchtbare werking voortduren. U, o G-od, zij dan dank en hulde gebracht; want de wijsheid, die van Uwe hand Alphonsus toevloeide, is een weldaad geweest van onschatbare waarde. Gij hebt tot de woeste golven van ketterij en dwaling gesproken: „tot hiertoe en niet verder,quot; en in Alphonsus hebt G ij een dam gesteld tegen de goddeloosheid. Uw Kerk kon niet vergaan, maar velen uwer geloovigen konden schade lijden: dat hebt Gij niet gewild en daarom hebt Gij aan ons den Heiligen Kerkleeraar geschonken. Heb dank, o mijn God, voor Uw overgroote liefde.

Indien wij echter in Alphonsus' leeraarschap reden vinden om God te danken, een vluchtige oogslag zal ons overtuigen, dat wij ook reden hebben om erkentelijk te zijn jegens den heiligen leeraar zeiven; en in het bijzonder geldt dit voor U, B. G. die in eenvoud van leven uwe dagen slijt; want bij het schrijven van zijne dogmatische werken had de Heilige vooral U op het oog. Als een weldadige regen heeft hij de uitspraken van zijne wijsheid op uwe harten willen doen neerdalen, en om uw geest te verlichten, heeft hij heldhaftige deugd beoefend en zich de grootste opofferingen getroost. En ziedaar de gedachte, die ik nog in korte trekken aan uwe godvruchtige aandacht wil voorstellen.

ocr page 77

L. TH. DK (iROOT, S. J.

II.

Een vorst, die goud en schatten in overvloed aan zijne hovelingen schenkt, zal geroemd worden om zijne mildheid. Maar als een koning zijn paleis verlaat, en in de woning van armen en eenvondigen binnentreedt, en dat alleen om wel te doen met raad en daad, met opoffering van eigen rust en genoegen, met inspanning van al zijne krachten, dan kent de opgetogen dankbaarheid van zijn volk geen grenzen meer. Welnu, zoo deed Alphonsus de Kerkleeraar, die tevens een groote heilige was.

Wat het doel was van zijne dogmatische werken, blijkt ons duidelijk uit de vlammende woorden, waarmede hij de priesters toesprak, „tüj. die Jesus ..Christus bemint, slaat uwe oogen op de vervolging, „welke de Kerk van zoovele ongeloovigen te verduren „heeft. Niet tevreden met zichzelven in het ongeluk „te storten, trachten zij nog anderen door woord en „schrift te verleiden en mee te slepen naar het „kwaad. Gij, die ijvert voor het welzijn des geloofs, „werkt toch mede uit alle krachten, ten einde die „verderfelijke pest van de aarde te verwijderen.quot; Zoo sprak de Heilige anderen toe, maar met diezelfde woorden heeft hij ook het doel van zijn eigen arbeid aangeduid. En wie waren het, die in gevaar dei-verleiding verkeerden? Het zijn niet de wijzen en geleerden, zoo spreekt hij, die zich gemakkelijk licht en raad kunnen verschaffen, maar de eenvondigen,

ocr page 78

66 ALPHONSUS ALS LEERAAR DER LEERSTELLIGE THEOL.,

wier argeloosheid bedrogen wordt door leugenachtige boeken. Hun waarachtig geluk was in gevaar, en ziedaar de reden van zijn schrijven. Maar welke nederigheid heeft hij daardoor niet getoond? Het ware Alphonsus gemakkelijk geweest, grooten roem van geleerdheid door zijne dogmatische werken in te oogsten. Dan had hij de verheven waarheden des geloofs op verheven wijze moeten behandelen. En zijn vernuft was er toe in staat. Zijne meesterlijke verhandeling over het oppergezag des Pausen, zoowel als zijne werken over de zedenleer getuigen het meer dan voldoende. Maar dan kon de eenvoudige geloo-vige hem niet begrijpen. Vaarwel dan eer, vaarwel dan roem. ook de meest rechtmatige; Alphonsus zal schrijven, maar onder den dekmantel van eenvoud zal hij zijne geleerdheid verbergen. Hij zal zich inspanning noch moeite sparen, om de helderste en duidelijkste uitdrukking te vinden. De wereld zal hem minder achten, maar de Christen, die in de zorgen van het gewone leven zijn dagen slijt, zal hem begrijpen, en dat is het verlangen zijns harten.

Gemakkelijk ware het ook Alphonsus geweest, om schatten te vergaderen, door de uitgave van zijne geschriften. Maar slijk dezer aarde, wat zou een heilige het zoeken. Zijne uitgevers hebben zich verrijkt door den verkoop zijner werken. Alphonsus was arm en bleef arm, en aanvaardde niets dan het hoog noodzakelijke. Hem was het genoeg wel gedaan te hebben, of liever (de gedachte moge pijnlijk zijn voor ons hart) ja, toch heeft Alphonsus iets ont-

ocr page 79

L. TH. DE GROOT, S. J. (')7

vangen van de wereld; het was het loon der heiligen op aarde, het waren smaadredenen en lasteringen van de vijanden der Kerk: het waren honende beleedigingen, die hem persoonlijk werden toegevoegd. En bij het ontvangen van dat loon. glimlachte de edele grijsaard en was hij verheugd: dat had zijn God en Koning ook ontvangen en met wien zou hij liever willen deelen. dan met Jesus, die voor hem was gestorven aan het smadelijk kruis? O, Alphonsus, hoe weldadig schittert uw liefdevol en Godminnend hart, ook daar, waar ge U beweegt in het gewoel van den strijd! Een andere deugd was hem nog opgelegd, een volkomen zelfheheersching, een volmaakt meesterschap over zichzelven. Het overtuigde Christelijke gemoed, de vurige ziel des Heiligen moest gepijnigd en gefolterd worden, door zoovele ongerijmdheden, door zoovele godslasteringen als hem onder de oogen kwamen. Hoe licht had hij niet in toorn kunnen ontsteken, en scherpe woorden aan zijne tegenstanders toevoegen? Wie had het hem euvel kunnen duiden, dat een bittere klacht hem ontsnapt was over diegenen, welke hem persoonlijk hadden gehoond? Maar scherpe woorden en bittere klachten waren een hinderpaal geweest voor de bereiking van zijn doel; wie zielen wil winnen moet kalm zijn en zacht; kalmte en zachtheid, was de les geweest, door den Zaligmaker gegeven; kalmte en zachtheid zou ook Alphonsus schriften kenmerken. En leest en herleest ze: gij ziet, hoe hij de dwaling aangrijpt met kracht, hoe hij ze verplettert; maar waar vindt

ocr page 80

68 ALPHONSUS ALS LEERAAR DER LEERSTELLIGE THEOL. ,

ge een bittere klacht, of een uitstorting van opwellende drift, hoe boos en misdadig het gedrag van zijn tegenstanders ook ware?

Die edele zelfbeheersching, die onbaatzuchtigheid, die zichzelven vergeet, die nederigheid, welke de schat van zijne wijsheid tracht te verbergen, die gloeiende naastenliefde, zichzelven nimmer verloochenend en immer het grootste geluk van anderen zoekend, waren het geen heldhaftige deugden, dooiden heiligen Kerkleeraar beoefend?

Maar ik ga verder en stel mij de vraag; wie was de mensch, die deze werken schreef? Was het een man in de kracht zijns levens, met allen tijd tot zijne beschikking; want zijne geschriften dragen het kenmerk van veelzijdige studie en ernstigen arbeid. Hoe wonderbaar, het was een grijsaard, op een leeftijd, dat de reeds verzwakte krachten naar een rechtmatige en welverdiende rust konden verlangen. Alphonsus begon het eerste zijner dogmatische werken in het zestigste en voltooide het laatste in het een-en-tachtigste jaar zijns levens. En dat te midden van zooveel beslommering, dat meerdere personen te samen ternauwernood zijn arbeid hadden kunnen volvoeren. Of was Alphonsus niet de stichter en insteller der religieuse vereeniging, die een volle eeuw reeds zooveel heil in de kerk tot stand bracht? Was hier niet een arbeid aan verbonden, die terecht een menschenleven in beslag mocht nemen?Was Alphonsus niet tegelijkertijd belast met het bestuur van een bisdom. en dat in zorgelijke en rampspoedige tijden,

ocr page 81

ÏH. DE GHOOT, S. J.

toen (Je wolven van alle kanten den schaapstal van •lesus Christus trachtten binnen te dringen? Had Alphonsus niet tevens den zwaren last op zijne schouderen genomen, om tot het volk te spreken, zoo dikwerf, zoo vurig, als een ijverig en krachtig missionaris zou doen? Maar zal dan zijne liefde voor het Christenvolk in al deze bezigheden geen voldoend voedsel vinden? Neen, toen greep Alphonsus nog naar de pen, om zijn Apostolisch woord, om de reine leer der Kerk aan hen te doen hooren, wie hij door zijn stem niet kon bereiken. O liefde eens heiligen, die overmand door zwaren arbeid nog een verpletterenden last op zich neemt, om anderen gelukkig te maken. Maar daarvoor moest Alphonsus zich door de moeilijke geloften verbinden, om nooit een oogehblik nutteloos te laten voorbijgaan. Daarvoor moest de afgeleefde grijsaard zich ontspanning en rust en genoegen ontzeggen, en niettegenstaande uitputting en vermoeienis, zich ieder oogenblik in studie verdiepen, wanneer geen andere bezigheid hem in beslag nam. En hadde Alphonsus zich slechts in bloeiende gezondheid mogen verheugen; maar wie, die ooit een vluchtige blik op zijn leven heeft geworpen, heeft zich dit voorgesteld? Hij zelf had zijn lichaam door zware boeteoefening afgetobt, en God wilde zijn uitverkorene den kelk des lijdens tot den bodem doen ledigen. Smartelijke ziekten overvielen hem, die dag en nacht zijn ledematen kwelden. Geen nood echter, zijne geschriften zouden er niet onder lijden; als de nacht in pijn en smart was doorge-

ocr page 82

it) ALPHONSCS ALri LEERAAB DEK LEERSTELLIGE THEOL..

sleept, vond de volgende morgen Alphonsnti weder aan den arbeid. Eindelijk toch scheen hij den strijd te moeten opgeven; het hoofd was niet immer knagende smart op de borst neergedrukt, weken- en maandenlang lijden had hem op den rand des grafs ge-bracht. Zou Alphonsus nu geen rust en lafenis moeten zoeken? Neen, voor den beminnaar des kruizes, voor den heldhaftigen vriend der zielen was geen lafenis, geen rusten mogelijk. Toen de bevende hand niet meer in staat was, de pen te voeren, verzocht hij in nederige bewoordingen hulp aan een medebroeder, en als een oogenblik slechts de smart hem denken en spreken toeliet , vervolgde hij zijn arbeid, en voltooide hij zijne schriften.

Beminnelijke heilige, waardige navolger van den gekruisten Heiland, wie zou u niet hoogschatten en erkentelijk zijn? Wij behoeven niet op te zien naar uw beeldtenis om u te leeren liefhebben. Dat hoofd voorover gebogen door de smart, die trekken vermagerd door het lijden, die blik vol goedheid mogen treffen: maar heerlijker schittert uw hartelijke liefde in de schoone werken, die gij ter verdediging van Jesus' leer ons geschonken hebt. Volgens uw eigen getuigenis hebben ze u bloedzweet gekost, een bloedig zweet, dat door heilige naastenliefde uit uw hart werd geperst; een bloedig zweet, wat u tot smart, maar anderen tot heil moest verstrekken.

Ontvang onzen dank voor uw liefdevol streven. Uit het hart van uw zonen stijgt heden een jubeltoon, door heilige erkentelijkheid ingegeven, en die

ocr page 83

71

alles overtreft, wat mijne zwakke woorden kunnen uitdrukken. Maar met dien jubeltoon vereenigen wij ons van ganscher harte. Zie op ons neer met welgevallen en aanvaard de hulde van het Christenvolk, dat luide betuigt ; in het verleden heerlijke vruchten van uw arbeid te hebben geplukt, en nog heden ten dage door uwe werken te worden gesteund en gesterkt. Amen.

ocr page 84
ocr page 85

ALPHONSUS,

als doctor d o g m a ïic u s;

DOOR

Mcin. B. H. Klönne,

EERE-KA.MERHEER VAN Z. H. I'AUS LEO XIII, PASTOOR VAX HET BAGIJNHOF TE AMSTERDAM.

ocr page 86
ocr page 87

De caelestihus rebus disserendi aut scribendi finem mtnquam adhibuit, donee nonage-narius.......expiravit.

Nooit hield hij op te spreken of te schrijven over de hemelsche dingen, totdat hij op negentigjarigen leeftyd stierf.

Officium Si. Alphonsi.

dezen dag. den 81 Juli, het feest van den H. Ignatius, den stichter van de Orde jder Jezuieten, ben ik uitgenoodigd ü te

spreken over den stichter eener andere Orde, over den H. Alphonsus de Liguori, den grondlegger der Congregatie van den Allerheiligsten Verlosser.

Zoo rijzen voor onzen geest tegelijk twee bewonderenswaardige mannen, wier reuzengestalten ons de overweldigende macht Gods verkondigen. Twee Heiligen, sterk door hun geloof, groot door eenvoud, onverwinnelijk door eene heilige liefde. Twee fiere ridders, die hun zwaard ophingen aan het altaar der H. Maagd, om de gunst en de voorbede te winnen

-i

ocr page 88

ALPHONSUS ALS DOCTOR DOGMATICUS,

van de heiligste, de schoonste der Jonkvrouwen, Jesus' heilige Moeder. Twee legerhoofden, die eene keurbende rondom zich verzamelden, en met nieuwe hulptroepen het strijdveld binnentraden, om het verzwakt en moêgestreden leger van Gods Kerk te versterken, en tot de overwinning te helpen voeren. Twee aanvoerders, die hun zwaar geschut plantten binnen Rome's vest, om haar te verdedigen bij den stormloop der door den duivel in dienst genomen huurlingen. Twee Orde-stichters, wier zonen de echo van Jesus' H. Naam deden weerklinken tot de grenzen der aarde, en in de missiën het H. kruis zegevierend ronddroegen onder de volkeren der Oude en Nieuwe Wereld.

Maar zij streden niet met ijzer en staal, zij droegen geen vernielend wapentuig en voerden geen ver-delgingskrijg. Hun wapen was het zwaard des geloofs.

Een dezer beide Godsgezanten werd, 25 jaar geleden, door den paus verheven tot Leeraar der Kerk; de H. Alphonsus ontving bij de kroon der Heiligen, die hem reeds sierde, den lauwer der Godgewijde wetenschap, en schittert aan liet firmament der Kerk als een flikkerende ster, in de duisternis tot gids dienende voor het Christenvolk.

Geen wonder dat zijne geestelijke zonen, zich ten vierdag gerechtigd houdende, met kinderlijke blijdschap dit feest tegemoet traden en thans met juichende harten hunnen diepvereerden Vader en Leidsman huldigen. Wat wij hier aanschouwen, de feestdos van dit hoogaltaar, strekt tot getuigenis van hunne

76

ocr page 89

MGR. B. H. KLÖNNE.

liefde, van hunne dankbaarheid voor hetgeen God, tot heil van tallooze zielen, aan den H. Alphonsus en zijne volgelingen heeft willen schenken. Maar ook wij, wij allen, de levende getuigen van den zegenrijken werkkring der Congregatie van den Allerheiligsten Verlosser, deelen in deze feestvreugde en stemmen samen in tien lofzang, ter eere van den H. Alphonsus aangeheven.

Wat mij persoonlijk betreft — hoe zwaar mij de taak ook vallen moest — het was mij eene vereerende uitnoodiging op dit zilveren jubelfeest over de grootheid van den H. Alphonsus te mogen spreken. Zullen anderen U den Heilige schetsen als den doctor momlis, als den grooten zedemeester, die zich alle priesters tot schuldenaars heeft gemaakt, of als doctor usaiicua, als de Godminnende ziel, die in het innig verkeer met zijn Meester zich zoo hoog boven het aardsche wist te verheffen, mij viel de taak te beurt hem voor te stellen als den doctor dogmaticus, als den Kerkleeraar, die door zijne veelomvattende kundigheden en zeldzame geleerdheid, in woord en schrift de dogmata, de geloofswaarheden der Kerk verkondigde, vaak de diepste geheimen met een helder licht overgoot en eiken aanval op de leer van Gods Kerk zegevierend afsloeg. Hij leidde 's Heeren kudde op den weg der waarheid en beveiligde haar tegen den aanval der vijanden.

Reeds op ITjarigen leeftijd had de H. Alphonsus het in de ongewijde wetenschappen zóó ver gebracht,

77

ocr page 90

78

dat hij als rechtsgeleerde optrad en onder de advokaten van Napels zich een eerenaam had verworven. De jongeling stond als man van ervaring bij rechtbank en rechtvragenden bekend en mocht zich een schitterenden loopbaan in de toekomst beloven. Maar zijn vrome moeder had hem met teedere bezorgdheid als een kostbare hemelgave gekweekt tot edeler bestemming. Of liever, de goddelijke Voorzienigheid had dezen bevoorrechten jongeling tot hooger doeleinden voorbeschikt en riep hem van de rechtszaal naar het altaar, van het wereldlijk ambt tot de waardigheid van het priesterschap, hem verheffende tot pleitbezorger der H. Kerk.

Eenmaal opgenomen in de rij der levieten, werd de eer van Christus' Bruid hem het voorwerp van al zijn zielsverlangens. Aan de Kerk. waarvoor hij zelf van liefde blaakte, wilde hij allen binden dooide gestadige verkondiging harer verheven waarheden . die hij nooit ophield te verdedigen, totdat hij op negentigjarigen leeftijd den geest gaf.

De waarheid, B. Gr., is niet altijd eenvoudig; zij vertoont zich niet open en bloot voor ieders oog. Neen; niet zelden ligt zij diep verborgen en valt moeilijk op te sporen. Evenals het edel metaal, het goud en zilver, in de aarde begraven, evenals de kostbare parel, in de schelp besloten, aan onze waarneming wordt onttrokken, zoo schuilt vaak de waarheid weg en wordt haar glans beneveld door de dwalingen, waarmede de menschelijke geest haar omhult. Maar hebben wij eenmaal het geluk de

ocr page 91

MGK. B. H. KLÖNNE.

waarheid te zien en te erkennen, dan schittert zij ons tegen als de zon in middagluister; naar mate wij haar beter erkennen, stijgt ook de liefde, waarmede wij haar omhelzen. De H. Alphonsus, meer dan anderen met het licht van den H. Geest bestraald, wist in de diepe geheimen Gods door te dringen; zij werden hem een telkens rijker bron van liefde voor de goddelijke waarheden. Geen blijder voldoening voor zijn hart dan te spreken over de leerstukken des geloofs. Het was hem daarbij om het even, of hij leeraarde voor het kind, voor het landvolk, voor geleerden, of voor zijne medepriesters. Waar hij dit verheven ambt kon uitoefenen, liet hij geene gelegenheid voorbijgaan.

Zoo zien wij hem dan ook in zijn priesterlijk leven herhaaldelijk bezig, om zelfs het kind de grondwaarheden van den heiligen godsdienst in te prenten. De groote man daalde tot de kleinen af en zat in hun midden om te leeren. Men zegge niet: die arbeid kon ook door anderen worden verricht. Ongetwijfeld; maar niet op gelijke wijze. Want terwijl de H. Alphonsus onderwees, stortte hij tevens het liefdevuur, dat zijn eigen hart ontstak, in het teeder gemoed der kinderen over, hen leerende niet slechts de waarheid te erkennen, maar ook lief te hebben, hen niet slechts Gods heilige wetten voorhoudende, maar ook hen aansporende ze te volbrengen. De kinderziel was hem groot genoeg, om haar te bereiden en te sterken voor den levensstrijd, die haar wachtte.

Venite fdii, audite me! timorem Domini docebo vos:

79

ocr page 92

ALPHONSUS ALS DOCTOR DOGMATICUS ,

8U

met deze uitnoodiging trad de H. Alphonsus onder het eenvoudige landvolk op, om de onwetendheid, de kwaal van zijn tijd, te verdrijven; want de zedelijke verwildering, waardoor de bevolking in het Napelsch rijksgebied zich op treurige wijze onderscheidde, had, althans grootendeels, haren grond in het gebrekkig onderricht. Om deze onwetenden te leeren onderbrak de heilige kerkleeraar herhaaldelijk de ernstige studiën, die zooveel aantrekkelijkheid voor zijn nooit voldanen geest bezaten. Hoe diep ook verslonden in de overweging der goddelijke geheimen, waarin hij de hoogste zielevreugd smaakte; waar het eenvoudige volk zijn leering vroeg, toonde hij zich bereid; want hij bezat zijne wijsheid niet voor zich zelf alleen, veel minder om in ijdel welbehagen den eigen geest te vleien, maar om ook anderen meê te deelen van hetgeen hij onverdiend van God ontvangen had. Zoo trok hij van stad tot stad, van vlek tot vlek, van dorp tot dorp, om allen te brengen tot de waarheid. Door dat gestadig en innig verkeer met het volk en de menschen van allen rang en stand leerde hij hunne behoeften kennen en vormde hij zich een oefenschool, waaraan wij het te danken hebben, dat de H. Alphonsus in alles wat hij schreef uitmuntte door de juistheid zijner uitdrukkingen, de helderheid van zijne voorstelling en de doortastende kracht van zijn betoog; want volgens het getuigenis der geleerden onderscheiden zich zijne werken, zoo al niet als voortbrengselen der fraaie letteren, dan toch op het gebied der welsprekendheid door den

ocr page 93

MGR. B. H. KLÖNNE.

onweerstaanbaren drang der redeneering. door de diepe kennis van het menschelijk hart en van den vaak weerbarstigen menschelijken geest.

Hier ben ik in de behandeling van mijn onderwerp genaderd tot de beweegredenen, waarom aan den heilige van dit feest de liooge onderscheiding te beurt viel onder de Kerkleeraren te worden opgenomen. Want niet zijn verkeer met de kleinen, niet zijne vruchtbare missiën, maar zijne zeldzame geestesgaven, waardoor hij voor de geleerden en zijne medepriesters tot een veiligen gids strekte in de geheimen Gods, hebben hem den onvergankelijken lauwerkrans van het leeraarschap der Kerk doen verwerven. Geen priester ter wereld die zich niet dankbaar zal betuigen als een schatplichtige aan den H. Alphonsus. Nooit ontweek hij de moeielijke punten bij de behandeling van ingewikkelde vraagstukken. Met vasten tred stapt hij voort, telkens dichter zijn einddoel naderende, zonder zich van den waren weg te laten afleiden. Vandaar dat zijne tallooze werken voor de thans levende en de toekomstige priesterschap steeds als nooit verouderende bronnen zullen gelden, die niet te vergeefs worden geraadpleegd. Was het wonder, dat 25 jaar geleden de vertegenwoordigers dei-kerkelijke wetenschap aan Z. H. den Paus een smeekschrift inleverden, waarin zij vroegen den H. Alphonsus de eer te geven die hem toekwam: de eer van het kerkleeraarschap ? Veneranda legio postnlantium ex omnibus gentibm, eene eerbiedwaardige stoet van smeekelingen uit alle volken en werelddeelen. 39

81

ocr page 94

ALPHONSUS ALS DOCTOK DOGMATICUS,

kardinalen, 10 patriarchen, 135 aartsbisschoppen, 544 bisschoppen, meer dan 850 eerbiedwaardige onderteekenaren plaatsten hunne namen op het evengemeld smeekschrift; zoodat wij mogen zeggen, dat de geheele Katholieke wereld samenstemde en gereed stond, om op het woord des Pausen den H. Alphonsus als Leeraar der Kerk te huldigen.

Voor den goeden herder is het niet voldoende zijne-kudde te voeren naar de vruchtbare weiden, waar zij overvloedig voedsel vindt; hij moet haaiquot; ook beschermen tegen de wolven en tegen de wilde dieren, die de schapen komen bespringen.

De H. Alphonsus heeft niet alleen de geloofswaarheden aan allen verkondigd, maar hij toonde zich als doctor dogmaticus in zijn volste kracht, wanneer hij het zwaard des geloofs hanteerde, om de ketterijen, die de Kerk belaagden, af te slaan en hare vijanden op de vlucht te drijven.

Wij weten, B. G., dat reeds in het paradijs de strijd tusschen waarheid en leugen een aanvang nam. Toen God Adam met den dood bedreigde, als hij ongehoorzaam zou wezen, kwam de slang hem de leugen verkondigen, dat hij niet zou sterven maar een hooger leven verkrijgen: hij zou aan God gelijk worden. En toen Christus Zijn Kerk stichtte hief Hij dien strijd niet op, maar bereidde Zijne volgelingen er op voor. Terwijl te Bethlehem de Wijzen uit het Oosten aan de kribbe nederknielden, zon Herodes op het moordplan der onnoozele kinderen, In den

82

ocr page 95

M«Ii. B. H. KLÖN.NE.

tempel van Jerusalem klonk de voorspelling, dat Christus zou wezen tot opstanding en val van velen. dat Hij zou worden tegengesproken. En die tegenspraak heeft nooit ontbroken, zal duren zoolang de wereld staat. Zij openbaarde zich van eeuw tot eeuw in de tallooze ketterijen, waartegen de Kerk te worstelen had.

Die eeuwenoude ketterijen hebben in den H. Alphonsus een geduchten bestrijder gevonden; niet omdat de dwalingen niet reeds vóór hem waren wederlegd; de H. Alphonsus getuigt het zelf; maaide leugen is onleerzaam en hardnekkig; ook al vindt zij wederlegging, driest steekt zij telkens het hoofd op, als ware er nimmer een woord tegen haar ingebracht; zoodat niet zelden op aarde, zij het dan ook voor korten tijd, de echo der leugentaal sterker weerklank vond dan de echo der waarheid.

In zijne geschiedenis en wederlegging der ketterijen geeft de H. Alphonsus ons niet slechts eene dorre opsomming van veroordeelde stellingen en hare verdedigers; maar spoort met bewonderenswaardige scherpzinnigheid de dwaling in haren diepsten grond na en wijst ons het onderling verbant! der ketterijen aan. Uit het ontzaggelijk materiaal, door de geschiedenis der ketters gek verd, wist hij in zijne he-strijding Juist datgene te kiezen wat ook aan het verre nageslacht nog dienstbaar kon wezen. om de Kerk van Christus tegen hare aanvallen te beschermen. Bovenal heeft de H. Alphonsus uitgeblonken in den moeilijken en gevaarlijken strijd tegen het Jansenisme, hetwelk door hem tejecht een pest genoemd werd.

ocr page 96

ALPHONSUS ALS DOCTOR DOGMATICUS,

84

Deze noodlottige sekte vond haar ontstaan en haren aanhang bijna gelijktijdig in verschillende Rijken van Europa, om eindelijk tot op dezen stond nog een treurige naleving op onzen vaderlandschen bodem te vinden. Zij trad op tegen de allerwegen heerschende onverschilligheid en verslapping in den dienst des Heeren en wist daardoor aanvankelijk de gemoederen te winnen van vele vrome en eerbiedwaardige mannen. Maar, helaas, deze secte verviel in het tegenovergestelde uiterste; in plaats van de zwakken tot de Kerk te voeren, heeft zij door overdreven gestrengheid hen er nog verder van verwijderd. Volgens deze valsche leer weigerde onze goddelijke Verlosser, die Zijn laatsten druppel bloed voor de zondaren had gestort, aan velen zelfs do genade om zich door het gebed tot hunnen Zaligmaker te wenden; zoodoende een geneesmiddel gevende nog verderfelijker dan de kwaal. In plaats van het vertrouwen op Gods oneindige barmhartigheid te versterken, vermeerderde zij slechts de vrees van Zijne gerechtigheid, den hulpbehoevenden mensch telkens verder van God terugstootende. De H. Alphonsus, het kwaad in zijne verste gevolgen doorschouwende en door zijne liefde tot de onsterfelijke zielen gedreven , wees tusschen de beide uitersten, die ten verderve voerden, den juisten middenweg, die op de hemelpoort uitliep. Hij, die door zijn heilig leven het minst noodig had een beroep te doen op Gods barmhartigheid, leerde aan allen die belast en beladen waren, hoe licht de last, hoe zoet het juk

ocr page 97

MGH. B. H. KLÖNNE.

85

des Heeren is, hoe eindeloos groot Zijne ontferming voor hen, die van goeden wille zijn. Tegen het Jansenisme streed de H. Alphonsns met al de kracht zijns geestes, omdat hij terecht met groote vrees voor de dreigende verwoesting vervuld was. De sekte was des te gevaarlijker, omdat zij haar steunpunt niet buiten maar in de Kerk trachtte te vestigen, teneinde haar binnensmuurs te bestoken; zij strekte bovendien tot punt van uitgang en tot voedsel voor de dwalingen der valsche wijsbegeerte, waardoor zich de vorige eeuw heeft gekenmerkt. De H. Alphonsus volgde de valsche profeten als op den voet; het deïsme en pantheïsme, de lange rij der spottende encyclopedisten, Voltaire en zijn volgelingen , zij vonden in Alphonsus' werken hun vonnis neergeschreven. Het gold daarbij niet alleen de waarheden waarvoor wij nog dagelijks ten strijd worden opgeroepen: de wezenlijke tegenwoordigheid bijv. van Christus in het allerheiligst Sacrament des altaars, of het onfeilbaar gezag dei-Kerk; maar de leer der goddelijke genade, den vrijen wil, de voortkoming des Heiligen Geestes, het mysterie der menschwording, de beide naturen in Christus. Tot in haar meest verborgen- sluippaden sloeg de H. Alphonsus de dwalingen gade, om haar rusteloos te vervolgen zonder zelf te wankelen. Hebben vele vrome en geleerde mannen, evenals de H. Alphonsus, zich aan de oplossing der moeilijke vraagstukken gewaagd, niet zelden moesten zij de droeve bevinding opdoen, dat, zoo zij al niet geheel

ocr page 98

ALPHONSUS ALS DOCTOR DOGMATICUS.

van den veiligen weg waren afgeweken, dan toch aanleiding hadden gegeven tot eene terechtwijzing van het hoogste kerkelijk gezag. Bij den H. Alphonsns echter geen zweem van afwijking, hoezeer hij bijna 40 jaren lang als schrijver arbeidde. de diepste geheimen behandelde en de leer der Kerk verdedigde tegen de valsche wijsgeeren der aan dwalingen zoo rijke achttiende eeuw.

Maar B. G., dit feestgetij werd niet enkel ingesteld om aan den Kerkleeraar de hulde onzer bewondering te brengen voor zijn zeldzame geestesgaven, veeleer om zijn machtige voorbede af te smeeken. Zijn heiligheid was tie bron zijner geleerdheid; want Sapiential' laudi accedat oportet sanctüatis splendor. De H. Alphonsns heeft als andere Godsmannen door gebed en overweging aan den voet des Kruises zijn wijsheid verworven; want Calvarië is de leerschool der hoogste wijsheid.

Door zijn heilig leven bleef zijn geest onbedorven en werd des te ontvankelijker voor het goddelijk licht dat hem omstraalde. Roepen wij zijne voorspraak bij God in, opdat wij den weg, die ten hemel leidt mogen kennen en bewandelen en aan den avond van ons leven naar het voorbeeld van den H. Paulus, vol vertrouwen op Gods oneindige goedheid, mogen zeggen; ik heb het geloof bewaard; nu wacht mij de kroon der gerechtigheid. Amen.

ocr page 99

ALPHONSUS,

stichter van de congregatie'des allerh. verlossers,

DOOR

M. J. A. Lans,

KANUNNIK VAN HET KATHEDRAAL KAPITTEL VAN HAARLEM. PRESIDENT VAN HET GROOT SEMINARIE TE WARMOND.

ocr page 100
ocr page 101

Xon enim judicavi me scire aliqiiid infer cot, nisi Je sum Christum, et hunc crucifixum.

Ik Iiob geoordeeld onder u niets te weten dan Jesus Christus en dien gekruist.

1 Oor. II, 2.

ö

IJ staan, Beminde Geloovigen, aan den |jvooravond van den morgenstond, waarin, juist 200 jaren geleden, op den 27 September 1696, aan den edelman Don Joseph Liguori, een vroom en gevierd krijgsman, en zijne niet minder edvreezende en adellijke echtgenoote. Donna Anna Cavalieri. door Gods Voorzienigheid een zoon werd geschonken, en.... aan de Katholieke Kerk een nieuwe en roemrijke Heilige.

Reeds aan de wieg van Alphonsus openbaarde God Zijne plannen omtrent dit kind; de H. Franciscus de Hieronymo van de Sociëteit van Jesus, een man van heldhaftige deugden en met de gave der won-

ocr page 102

90 ALPHONSUS, STICHTER V. J). COKUK. D. ALLERH. VERL.

deren, bezocht Alphonsus' gelukkige outlers korten tijd na diens geboorte, en door den hemel voorgelicht nam hij het kindje in zijne armen en drukte hij het aan zijn hart, zeggende: „Dit kind zal een hoogen „ouderdom bereiken, het zal zijn negentigste jaar „zien en bisschop worden, en Jesus Christus zal' „zich van dezen kleine bedienen om groote werken „tot stand te brengen.quot;

Als zóó een Heilige heeft gesproken over een Heilige, die nog slechts in de eerste weken des levens was en in welken al de beschikkingen Gods nog moesten openbaar worden, — ach, B. G., vergeeft mij dan, wanneer ik hier op dezen feestdag slechts kom stamelen over hem, nu, na twee eeuwen, heel de negentig jaren zijns levens inet al zijne werken, met al zijne zorgen, met al zijne bedieningen, met al zijne waardigheden, met al zijn lijden, met al zijne deugden voor allen open liggen; nu, nadat de Kerk hem als een harer verdienstrijkste en roemrijkste priesters, missionarissen, orde-stichters, bisschoppen op het altaar heeft geplaatst, ja zelfs hem, thans juist 25 jaren geleden, den zeldzamen eeretitel geschonken heeft van Doctor Ecclesiae, d. i. Leeranr der Kerk.

God echter, die Zijne Heiligen maakt, zij het ook niet zonder hunne trouwe medewerking met Zijne genadegaven, wordt geëerd en verheerlijkt, wanneer men den lof Zijner Heiligen verkondigt; Hij in Zijne goedheid zal, hoop ik, de zwakke woorden niet versmaden, welke ik over Zijn trouwen Dienaar tot

ocr page 103

M. J. A. LAN'S.

u ga spreken, en ze willen aannemen als een nederig en gering offer, dat tot huldiging van Zijne eigene wonderbare genadegaven Hem wordt aangeboden.

Ontelbaar, in waarheid, zijn de groote werken, waartoe God zich van Alphonsus heeft bediend: groot was hij door zijne afkomst uit een aanzienlijk geslacht; groot, in zijne jeugd, als rechtsgeleerde; als priester groot om zijne heilrijke prediking, om zijn zegenrijken arbeid in den biechtstoel; als missionaris groot om ziin gloeienden zielenijver, om de stichting van de Congregatie des Allerheiligsten Verlossers, om de ontzaglijke menigte godgeleerde en godvruchtige werken, die hij schreef; als bisschop groot om zijn zorgvol. voorzichtig en wijs bestuur; en in al die verschillende dienstwerken, ambten en waardigheden groot om zijne wonderbare en heldhaftige deugden. Waar zou ik eindigen, indien ik op die talrijke openbaringen van Alphonsus' waarachtige grootheid het licht moest laten vallen? 11c maakte derhalve eene keuze en nam mij voor, u te wijzen op slechts één zijner groote werken, ik geloof te mogen zeggen; op zijn grootste werk, het werk, namelijk, waarin hij ook thans nog altoos voortleeft en zijn arbeid voor God en de zielen ook thans nog altoos blijft voortzetten: de stichting van de Congregatie des Allerheiligsten Verlossers, de stichting der Redemptoristen, van welker verdienst-vollen arbeid onder u gij zoo menigmaal de gelukkige en dankbare getuigen zijt.

91

ocr page 104

92 ALPHONSUS, STICHTER V. D. CONGR. D. ALLEBH. VERL.

Twee hoedanigheden vooral zijn tot zulk eene stichting noodig: diepe wijsheid en onverwinlijke zielskracht. Maar waar die te vinden ? In de helderheid en scherpzinnigheid van zijn verstand vond Alphonsus voorzeker iets. maar niet genoeg; in de raadpleging van vrome en geleerde mannen iets, maar niet genoeg; in zijne buitengewone kennis van het menschelijk hart iets, maar niet genoeg; in de geldelijke offers, die hem gebracht werden, iets, maar lang niet genoeg; in de steun en toewijding van de enkelen, die zich in den aanvang bij hem

aansloten, iets, maar lang niet genoeg____ Waar

dan. Heilige Alphonsus, waar hebt gij de diepe wijsheid en de onverwinlijke zielskracht, voor uw moeilijk werk onontbeerlijk noodig, waar hebt gij ze gevonden ?

Hier is 't mij, als hoorde ik de stem van Alphonsus met Paulus' woorden ons uit den hemel verzekeren ; non eniïH judicuvi me scire ((liquid inter ros, ui-•si Jesmn Christian, et hunc crucifixum; ik heb geoordeeld niets anders te moeten weten dan Jesus Christus en dien gekruist!

Zietdaar, Geliefde Christenen, de verklaring van het geheim, hetwelk wij willen onderzoeken; wat al de zooeven opgenoemde menschelijke middelen aan Alphonsus niet geven konden, dat gaf hem de kennis van den gekruisten Christus alléén. AVie, vervolgens, den gekruisten Christus kent, hij wordt van zelf — 't kan niet anders — in liefde tot dien gekruisten Christus ontgloeid, en 't is die liefde, die liefde

ocr page 105

M. J. A. LANS.

alléén, welke in staat was om, waar alle menschelijke krachten te kort schoten, waar alle menschelijke berekeningen faalden, waar alle menschelijke tegenkantingen zich opstapelden, toch in Alphonsus de on-verwinlijke zielskracht levendig te houden, die hij voor de stichting zijner Congregatie noodig had.

Dit waren alzoo, in den diepsten grond, de hulpmiddelen, waardoor Alphonsus zijne roemrijke Congregatie heeft kunnen stichten; de hem noodige wijsheid vond hij in de kennis van den gekruisten Christus, de hem noodige zielskracht in de liefde T tot den gekruisten Christus.

M. a. w. — en dit wil ik eenige oogenblikken met u overdenken — Alphonsus heeft de Congregatie der Redemptoristen kunnen stichten, omdat hij bezat;

I. de kennis van den gekruisten Christus in zijn geest,

II. de liefde tot den gekruisten Christus in zijn hart.

■

.p I.

Wie hot oog voortdurend gevestigd houdt op Jesus Christus en dien gekruist, en aandachtig luistert naaide ingevingen, welke daar aan de overwegende ziel worden geschonken, diens geest dringt al dieper en dieper door in drie groote geheimenissen, welke aldaar vooral worden gepredikt; vooreerst: de gerechtigheid Gods, die zulk een offer eischte, vervolgens: de boosheid der zonde, die zulk een offer noodzake-

93

ocr page 106

94 ALPHONSUS. STICHTER V. D. CONGE. D. ALLEEH. VEEL.

lijk maakte, eindelijk: de barmhartigheid des Verlossers, die zulk een offer wilde geven.

De diepe zondeval onzer eerste ouders had zóózeer de rechtvaardige gramschap des Scheppers opgewekt, dat de hemel was gesloten en de mensch onder den vloek Gods lag bedolven. Er was geen middel ter wereld om den vertoornden God eene met de zonde evenredige voldoening te geven. Niet de offers des ouden Verbonds; want het bloed van bokken en stieren of' de gesprengde asch eener jonge offerkoe konden, gelijk de Apostel zegt (Hebr. IX , 13), slechts heiligen „tot reinheid des vleeschesquot;; niet de gebeden of boetedoeningen der weinige aan God getrouw gebleven rechtvaardigen: zij konden noch voor hun eigen persoon, noch voor anderen genoegzame voldoening geven, want ook zij, gelijk alle anderen, behoorden tot het besmette geslacht; niet ook de straffen, hoe zwaar ook, waarmee de aarde voortdurend werd bezocht: zij waren het bitter gevolg der zonde, maar de schuld afbetalen en het recht op den hemel teruggeven konden zij niet. Niets van dat alles was in staat om voor de oneindige beleediging eene oneindige voldoening aan de goddelijke gerechtigheid aan te bieden. Daarvoor was veel, veel meer noodig, daarvoor was noodig het offer van een mensch, die waarlijk God was, van een mensch, die lijden kon, van een God, door wien het lijden eene oneindige verzoeningskracht erlangde. Toen is God, de Zoon. mensch geworden, en legde God, de Vader, op Hem al de misdaden en gruwelen der mensehen: propter scelns

ocr page 107

M. J. A. LANS.

populi met percussi emu (Isai. LIU , 8); die mensch-geworden God de Zoon droeg onze ongerechtigheden met zich mede op het kruis: peccata nostra ipse pertulit in corpore svo super lignum (1 Petr. II, 24). Dat offer van een God-mensch was de eisch van Gods gerechtigheid, liet eenig-mogelijke offer ter wezenlijke voldoening: Christus seniel oblatus est ad muLtorum exhaurienda peccata (Hebr. IX , 28); het eenige offer van oneindige verdiensten is: de God-mensch, Jesus Christus en die gekruist.

Vandaar dan ook dat nergens beter de boosheid der zonde wordt doorschouwd dan aan den voet van dien gekruisten God-mensch.

Wij leeren , weliswaar, die boosheid kennen uit de tallooze en onafgebroken rampen, die sedert de eerste zonde heel het aardrijk drukken en door alle volkeren en geslachten evenzeer als in ieders eigen persoon worden gedragen en gevoeld. — Wij leeren die boosheid kennen uit de schrikwekkende straffen, waarmeê ile zonde menigmalen door Gods almachtige hand op aarde werd getroffen: de vaneenscheurende bodem der aarde, die de drommen van opstandelingen tegen Mozes en Aaron eensklaps in den afgrond verzwolg; de vuurregen, die de onkuische steden Sodoma en Gomorrha tot in hare grondslagen verteerde; de wateren van den zondvloed, die heel het menschelijk geslacht, op acht rechtvaardigen na, van de aarde verdelgde - deze en nog vele andere straften leeren ons veel van de boosheid der zonde. — Wij leeren die boosheid kennen, als wij doordringen in de straften

95

ocr page 108

96 ALPHONSUS, STICHTER V. D. CONGR. D. ALLERH. VERL.,

der hel; het eeuwig vuur, de eeuwig knagende worm des gewetens, de eeuwige wanhoop, de eeuwigebe-rooving van Gods aanschijn.

Maar, mijne Geliefden. noch de rampen der wereld, noch de tastbare straffen van Gods wraak op aarde, noch de folteringen der eeuwige hel kunnen ons zulk een begrip van de boosheid der zonde geven als Jesus Christus en die gekruist. Slaat uwe oogen naar den heuveltop van Galvarië : een God, mensch geworden, de handen en voeten met wreede nagelen doorboord, met eene kroon van scherpe doornen om het hoofd, met een door geeselslagen vaneengescheurd lichaam, met stroomen bloeds uit al zijne ledematen vlietend, met brekende en stervende oogen, versmaad nog en gehoond en beschimpt door wie hem aanschouwden, door God zeiven verlaten, en zóó, zóó den smartelijksten en smadelijksten dood ingaande, ziet, mijne Geliefden, dat is de God-mensch, zóó geworden door de boosheid der zonde! Vvlneratvs est propter iniquitates nostras, attritus est propter scelera nostra (Isai. LUI, 5). Zegt mij, of gij die boosheid ergens beter achterhaalt dan bij Jesus Christus en dien gekruist!

O wonder! Tot zulk een toestand gebracht worden, dat heeft die God-mensch gewild: obtains est quia ipse voluit (Isai. LUI, 7); ,.zie, ik kom,quot; zoo had Jesus Christus bij zijn intrede in de wereld reeds gesproken tot zijn vertoornden Vader, „slachtoffer en offerande „wildet gij niet, maar een lichaam hebt gij mij toebereid .... Zie, ik kom om uwen wil te doenquot;

ocr page 109

M. J. A. LANS.

(Hebr. X,5; Pa. XXXIX, 7). God, de Zoon, zag (Jen mensch, voor den hemel geschapen, van den hemel uitgesloten; Hij zag den mensch gevallen in zonde en niet in staat om zelf zich te redden; Hij zag. dat Zijn offer redding en verlossing en verzoening kon brengen - daarom wilde Hij Zijn lijden, daarom wilde Hij Zijn kruis, daarom wilde Hij zijn dood.... o wonderbare barmhartigheid! En al zou ook één enkele druppel van Zijn bloed voldoende zijn geweest als een offer van oneindige waarde, omdat daarin het offer van een God-mensch was. Hij wilde al zijn bloed vergieten, tot den laatsten druppel toe, om toch maar de wereld te overtuigen, dat Zijne barmhartigheid zonder maat, zonder getal, zonder grenzen is. Stervend voor onze zonden heeft de gekruiste Christus, gelijk de H. Bernardus zegt; „do „zondaars om niet gerechtvaardigd, dienstknechten „gemaakt tot Zijne broeders, gevangenen tot Zijne „medeerfgenamen, ballingen tot koningen!quot; Erkent gij. Christenen, de barmhartigheid des Verlossers in Jesus Christus en dien gekruist?

Hoe moet dan wel Alphonsus, bij zijn trouwe studie op den gek ruisten Christus, al dieper en dieper zijn doorgedrongen in die geheimenissen van Gods gerechtigheid, van de boosheid der zonde, van de barmhartigheid des Verlossers. Dan rezen voor zijn geest eene menigte zielen op, die de gerechtigheid Gods niet vreesden, die de boosheid der zonde niet telden, die de barmhartigheid des Verlossers niet zochten; ontroering greep hem aan bij de gedachte:

7

97

ocr page 110

'.IIS AliPHONSUS, SÏICHTEJi V. I). CONGK. I). AL1.EKH. VEK1,.

als eens de wraak Gods op hen mocht nederkomen!.... als eens liet kruisigen van Christus door hen werd voortgezet! (Hebr. VI. (ii.. .. als eens het kostbaar bloed des Verlossers voor hen vruchteloos zon vergoten zijn!.... 't Werd hem, als zag hij het vlammend zwaard van Gods gerechtigheid reeds uit de scheede getrokken om duizenden en duizenden te verdelgen; als zag hij duizenden en duizenden monsters oprijzen van zielen, door den gruwel der zonde misvormd en mismaakt; als zag hij de armen van den barmhartigen Zaligmaker, ach! te vergeefs uitgestrekt tot duizenden en duizenden, die Zijne omhelzing weigerden; dan sloeg Gods gerechtigheid over hen hem den angst om het hart; de gruwel hunner misdaden drong bittere zuchten uit zijn diep-ontroerd gemoed; de miskende barmhartigheid des Verlossers perste uit zijne oogen stroomen van tranen .... Wat zal hij doen?.... Zelt voor die zielen werken?.... O, zeer zeker, en ijverig en rusteloos en offervaardig; maar wat kan het werk van hem alléén bij zulk een menigte ongelukkigen? Zijn eigen persoon alléén kan slechts een veel te beperkt aantal zielen te hulp komen, en bij zijn dood -zal zijn arbeid moeten eindigen .... O, als eens een aantal priesters met hem zou medewerken in zijn leven, en na zijn dood denzelfden arbeid zou willen voortzetten!. .. . Wat zouden dan talloos vele zielen voor de straffen van Gods gerechtigheid behoed worden, het bruiloftskleed der heilig-makende genade wederom aantrekken, deelachtig worden aan de barmhartigheid des Verlossers!....

ocr page 111

M. J. A. LANS.

Zóó rijpte in Aiphonsus, door zijne kennis van Christus en dien gekruist, het grootsche plan om eene Congregatie te stichten tot redding der gevallen zielen.

11.

Het plan was gevormd. Maar hoe vaak worden plannen gemaakt, die nooit tot uitvoering komen, óf' omdat de ware toewijding ontbreekt, óf omdat er hinderpalen oprijzen, waartegen men zich weldra, als men nog nauwelijks is begonnen, machteloos gevoelt, of zelfs bezwijkt, 't Komt. om 't in een enkel woord te zeggen, daarvandaan, dat zoo vaak liefde ontbreekt. Plannen maken is wel gemakkelijk, maar tot plannen uitvoeren komt men niet zonder liefde, — de liefde, die de toewijding kweekt, de liefde, die den tegenstand trotseert.

Alphonsus nu, door zijn diepe kennis van den gekruisten Christus in gloeiende liefde tot Hem ontbrand, zocht — 't is de aard der liefde — dien gekruisten Christus gelukkig te maken. En gij weet het, geliefde Christenen, de gekruiste Christus wordt dan gelukkig gemaakt, als veie zielen zich door liefde aan Hem verbinden.

Zielen winnen, derhalve, zielen winnen, zoovele mogelijk, voor zijn vurig-geliefden Verlosser, den gekruisten Zaligmaker duizenden en duizenden zielen ten geschenke aanbieden, zietdaar de eenige eerzucht van den H. Alphonsus, zietdaar het werk, waaraan

ocr page 112

1(11) ALP KONSUS. STICHTER V. I). (JO.VGli. I). ALLKRH. VlOIil..

hij zich. brandende van liefde, onverstoord en onverdeeld ging toewijden.

Hij verzamelde eenige priesters om zich heen, vormde hen tot boetepredikers door de geloften van zuiverheid, armoede en gehoorzaamheid, door alle deugden van het kloosterleven, door voorschriften en vermaningen, door gebeden en boetplegingen; hij onderrichtte allen door zijn woord, maar eindeloos meer door zijn voorbeeld; hij doorgloeide allen van den zielenijver, die hem verteerde; zóó toegerust moesten zij. menigmaal in zijn gezelschap, altoos onder zijne leiding, henen trekken naar steden en dorpen, overal henen, 't liefst naar de geringsten, 't liefst naar de ongelukkigsten, 't liefst naar de diepst-gevallenen, met geen andere kennis dan de zijne; de kennis van Christus en dien gekruist, met geen andere liefde dan de zijne: de liefde tot Christus en dien gekruist, en dan prediken van de gerechtigheid Gods, prediken van de boosheid der zonde, prediken van de barmhartigheid des Verlossers; kortom, werken voor de zaligheid der zielen, rusteloos voort, tot alle offers bereid. En als dan eenmaal de onver-winlijke macht des doods zijn eigene stem en die zijner eerste metgezellen zou doen zwijgen, dan — zoo bad en vertrouwde hij — dan zouden andere en telkens weer andere volgelingen, even rusteloos, even offervaardig, evenzeer door zijn geest bezield, dat werk der missie-prediking voortzetten en uitbreiden, niet alleen in Napels, niet alleen in Italië, maar, mocht het zijn, door heel Europa, aan de

ocr page 113

M. J. A. LAKS.

andere zijde des Oceaans, in alle oorden der wereld. En hij predikte zelf tallooze missiën, en hij won en vormde eene menigte metgezellen, en hij stichtte verschillende kloosters, en hij bracht, de hemel alleen weet hoevele zielen tot den gekruisten Christus, omdat hij, in zijne brandende liefde tot Hem, de meest volkomene, eene allesomvattende toewijding aan het stichten zijner Congregatie schonk.

Gij kunt echter wel bevroeden, mijne Geliefden, dat de vijand van het menschelijk geslacht Al-phonsus' werk, waardoor zoovele zielen aan zijne kluisters werden ontrukt, geenszins met rust liet; Gods Voorzienigheid liet dat toe, maar daardoor juist is des te meer aan het licht gekomen, hoezeer Alphonsus den gekruisten Christus beminde; de kracht der liefde toch openbaart zich dan 't meest, als het offer des lijdens wordt gevraagd.

Nauwelijks was Alphonsus' plan te Napels bekend geworden, of van alle kanten rees de tegenspraak en de vervolging op: hier wilde men hem doen gelooven, dat hij veel te nuttig werkte voor de stad om die te gaan verlaten; ginds wees men hem op zijn zwak gestel, dat onmogelijk de arbeid en vermoeienissen van een rondtrekkenden prediker zou kunnen doorstaan; anderen beweerden, dat zijne geestvermogens gekrenkt waren en hij zich ijdeie droombeelden van welslagen schiep; anderen beschuldigden hem van dweepzucht , waardoor hij zonder nadenken geloof sloeg aan voorspellingen en visioenen van geestelijke raadgevers en vrome kloosterzusters;

101

ocr page 114

102 ALPHONSDS, STICHTER V. D. CONGE. D. ALLERH. VERL..

anderen verweten hem, dat hij hoogmoedig over zich zeiven dacht en door de hem gebrachte loftuigingen waanzinnig was geworden; anderen schreven zijn plannen aan stijfhoofdigheid en halsstarrigheid toe; daar waren er die beweerden, dat hij met den duivel omging; zelfs hooggeplaatste bloedverwanten en overigens verlichte en ijverige priesters werden onder zijne tegenstanders en beschuldigers gevonden. — Alphonsus echter beminde Christus en dien gekruist.

Het duurde niet zeer lang, of een rampzalig verschil van gevoelen ontstond onder zijne volgelingen, helaas, met het treurig gevolg. dat zijne eerste metgezellen hem verlieten. — Maar niet verliet Alphonsus de offerkracht, die hij putte uit zijne liefde tot Christus en dien gekruist.

Hij had wel het geluk zijne stichting te zien goedgekeurd en bekrachtigd door het hoogste kerkelijk gezag, door Paus Benedictus XIV; hij zag zich wel bevoorrecht met het vertrouwen van den H. Stoel, toen hij. uit gehoorzaamheid aan het uitdrukkelijk bevel des pausen, het bisschoppelijk bestuur van St. Agatha der Gothen moest gaan dragen; maar toen hij, na 13 jaren, door zwakte en ouderdom schier uitgeput, zijn ontslag van het bisschopsambt erlangd had en zich in een zijner kloosters mocht

terugtrekken, bijna 80 jaar oud,____ach, toen eindigde

nog Alphonsus' lijden om zijne Congregatie niet; verre van daar: toen bereikten de vervolgingen haar hoogste toppunt en behaalden zijne bestrijders eene nooit vermoede overwinning.

ocr page 115

M. .1. A. LANS.

De grijze en afgeleefde Alphonsus verlangde vuur zijn dood de erkenning zijner Congregatie te verwerven van de Koninklijke Regeering. Een der twee raadslieden . aan welke hij de onderhandelingen daarover had opgedragen, omdat hij zelf door ziekte en ouderdom er niet meer toe in staat was, heulde in stilte met de onwillige en vijandig gezinde Kegeering; heel de Congregatie geraakte nu in zulke ernstige en treurige verwikkelingen, dat haar bestaan moest worden beschouwd als geëindigd. Daarbij kwam nog. dat een der leden, die zich in een huis der Kerkelijke Staten bevond, door bedrog en huichelarij het zóóver wist te brengen, dat de stichtingen in den Kerkelijken Staat niet slechts werden afgescheiden van de andere, maar zelfs alleen die stichtingen door het pauselijk gezag werden erkend. Nog erger; 't. verwonden-' u niet. Geliefde Christenen, dat Gods Voorzienigheid toeliet wat ik u zal mededeelen: de glorie van Zijn trouwen dienaar Alphonsus rijst er te hoogeroin! — Zelfs Paus Pius VI werd misleid: hij vaardigde, geheel verkeerdelijk voorgelicht, een stuk uit, waarbij verklaard werd. dat de stichtingen der Redemptoristen in het koninkrijk Napels geen deel meer uitmaakten van de Congregatie en derhalve van alle verleende gunsten en voorrechten vervallen waren, alsmede dat Alphonsus, in zijne hoedanigheid van Opper-Rector, van alle gezag ontheven en buiten de Congregatie was gesloten. Wel werd het huichelspel nog vóór Alphonsus' dood gedeeltelijk achterhaald en herstelde zich de goede verstandhouding tusschen den Heilige en den

ocr page 116

104 ALPHOXSUS, STICHTER V. D. CONGE. 1). ALLERH. VERL.,

misleiden paus, maar eerst vier jaren na den dood des Heiligen eindigde de strijd.

Wreede list des duivels! Arme Aiphonsus, op meer dan 80-jarigen leeftijd uit zijne Congregatie gestooten die zijn werk, zijn troost, zijn glorie was!

Of liever: roemwaardige Aiphonsus, die al dat leed, en 't laatste, 't hevigste voor uwe Congregatie hebt kunnen dragen met wonderbare gelatenheid en geduld! Aiphonsus, wat zijt gij groot!

Dat ware onmogelijk geweest, niet waar? mijne Geliefden, indien niet de liefde tot den gekruisten Christus Aiphonsus tot zulke zware offers in staat had gemaakt.

Wij lezen dan ook in zijne levensgeschiedenis, dat het kruisbeeld altijd bij hem stond en hij zijne akten van liefde nooit onderbrak; men zag hem menigmaal dat beeld met den teedersten oogopslag beschouwen, terwijl tranen vloeiden langs zijn gelaat; altijd, altijd, gelijk hij zelf verklaarde, was het lijden van Christus het onderwerp zijner overdenkingen; iederen dag bad hij den Kruisweg, totdat hij, 88 jaren oud geworden. niet meer voort kon, maar ook dan nog bad hij dien, zittende in zijn ziekenstoel vóór het kruisbeeld.

„Arme Jesus Christus,quot; schrijft hij in een zijner rondgaande brieven aan zijne medebroeders, „arme „Jesus Christus, als Gij eens door een der onzen niet „zoudt bemind worden !quot; Een andermaal sprak hij tot hen: „De liefde van Jesus Christus doet ons „geweld aan en dwingt ons schier onweerstaanbaar om „te maken, dat Hij ook door anderen worde bemind.quot;

ocr page 117

M. J. A. LANS.

Toen hem, gelijk ik daar straks verhaalde, tengevolge van een schandelijk bedrog het ambt van opperbestuurder der Congregatie iloor den paus ontnomen was, zuchtte hij: „Dat men mij mijne waar-„digheid ontnomen heeft, deert mij weinig; 'tis mij „genoeg, dat men mij mijn Zaligmaker Jesus niet „ontnomen heeft!quot;

God liet toe, dat Alphonsus in zijne allerlaatste levensjaren door zware bekoringen en hevige angst-vaUigheden werd gekweld; o, hoe kwam toen Alphonsus' liefde voor den gekruisten Christus aan het licht! Dan sloeg hij telkens zijne oogen naar het kruis en riep uit: „Neen, neen, mijn Jesus, laat „niet toe dat ik verloren ga!quot; Of: „Zend mij niet „naar den afgrond der hel, want daar kan ik u niet „meer beminnen!quot; Een andermaal hoorde men hem in zijn bittere zielsangst met de armen om het kruisbeeld geklemd , verzuchten: „Maar mijn Jesus, „zal ik dan liet geluk niet erlangen om ü eeuwig „te beminnen!quot; Eens naderde de duivel tot hem om hem te bekoren tot wanhoop eu sprak: „Wat zoudt „gij kunnen hopen en wat zou ik hopen? Wij zijn „immers veroordeeld tot de straffen der hel?quot; .... „Maar dan zal ik,quot; hernam Alphonsus, „dan zal ik „in de hel nog mijn Jesus Christus blijven beminnen! „Mijne hoop is niet in mijne werken, maar in de „verdienste van Zijn lijden en Zijn kruis!quot;

In zijne allerlaatste levensdagen, als nu en dan het wegstervend bewustzijn een oogenblik herleefde, hoorde men hem zuchten: „Mijn gekruiste Jesus, ik

105

ocr page 118

106 ALPHONSUS, STICHTER V. D. CONGR. I). ALLERH. VERL..

„bemin ü uit geheel mijn hart, want Gij zijt gestorven „voor mijquot;; of wel: „Ik otter alles op aan mijn „lijdenden Jesusquot;. En een der allerlaatste daden van zijn 90-jarig leven, die hij met schier uitgedoofd bewustzijn nog verrichtte, was deze: dat hij met stervende handen het kruisbeeld omklemde en het poogde te drukken aan zijne stervende lippen.

Zeer zeker. mijne Geliefden , wie zóó den gekruisten Christus bemint, is tot alles, ja, in waarheid, tot alles in staat, in hem leeft eene meer dan mensche-lijke, eene bovennatuurlijke, eene goddelijke kracht: wie zóó den gekruisten Christus bemint, hij telt geen hinderpalen, hij kent geen bezwaren, hij zegepraalt over vervolgingen; hij kan dragen wat te dragen komt, en lijden wat te lijden is; bij tegenspraak aarzelt hij niet, bij wederwaardigheid wankelt hij niet, bij vervolgingen bezwijkt hij niet.

Die liefde tot den gekruisten Christus, zoo gloeiend in Alphonsus' hart, gaf hem die onverdeelde toewijding aan zijne Congregatie en maakte, dat hij haar stichten kon in weerwil van zulk een mateloos lijden. Of neen. ik zeg verkeerd: juist door de geheime kracht van zulk een lijden werd zij te hechter gegrondvest, te sterker opgebouwd. Wat met lijden gesticht wordt staat vast, omdat in lijden hooger liefde tot Christus is. En gelijk Christus, naar de verzekering des Apostels, zich Zijne Kerk verworven heeft door Zijn bloed: qnam acquiswit sanguine *110 (Hand. XX, 28), zoo heeft Alphonsus zich zijne Congregatie verworven door zijn lijden vooral.

ocr page 119

M. A. LANS.

Zóó staat daar de Congregatie des Allerheiligsten Verlossers, dat reuzenwerk van Alphonsus, nog in onze dagen als het werk, gesticht en gegrondvest door Alphonsus' kennis van Jesns Christus en dien gekruist. door Alphonsus' liefde tot Jesus Christus en dien gekruist. En ik mag op dezen Heilige, als stichter zijner Congregatie, toepassen wat, eenmaal TertuUiaims zeide van de martelaars: coram prcniit mlnerd, paliiid sang nine m obscnrat, plas rictoriarnin, est qvam injuria nun; Alphonsus' Congregatie staat daar als eene kroon, die zijne wonden overstraalt, als een zegepalm, die zijn hartebloed overlommert, eindeloos grooter is het aantal overwinningen, door hem behaald. dan het aantal vervolgingen door hem geleden.

Roemt vrij dan op uwen Stichter, gij, feestvierende Paters en Broeders dier gezegende Congregatie! Brengt dank met juichend harte aan God, die vóór 20n jaren een Alphonsus aan de aarde, aan de Kerk geschonken heeft, en u tot volgelingen van dien minnaar des gekruisten Verlossers heeft uitverkoren! Zijn voorbeeld blijve u sterken, zijn voorspraak uw zegenrijken arbeid vergezellen!

En welke les zullen wij, mijne Geliefden, trekken uit hetgeen wij in Alphonsus hebben gezien?

Ach, laat ik het n openhartig zeggen — beschaming, ja, beschaming! Wat is ónze liefde voor den gekruisten Christus, vergeleken bij die van Alphonsus? De oorzaak is: dat wij Hem zoo weinig kennen. — Hoe komt het, dat wij Hem zoo weinig kennen ?.... Omdat de wereldschgezindheid — in onze tegenwoor-

107

ocr page 120

108 ALPHONSUS, STICHTER V. U. CON GR. 1). ALLERH. VERL.

dige dagen vooral — een dikken nevel neerzendt over onzen geest; wij zijn angstig om den gekruisten Christus te beschouwen, wijl wij gevoelen dat wij dan de veroordeeling te aanschouwen krijgen van hetgeen wij dag aan dag zoeken, rusteloos najagen. Het gezicht van de ijdelheden der wereld behaagt en vleit ons meer dan het gezicht van den goddeiijken Martelaar aan het schandhout des kruises; het zingenot van de ijdelheden der wereld smaakt ons, helaas, zoeter dan het zielsgenot, hetwelk ons op Calvarië wordt aangeboden. Maar toch, niet in het eerste, in het laatste alléén is het middel te vinden om den hemel binnen te gaan. Alphonsus heeft geen andere kennis, geen andere liefde gehad dan Jesus en dien gekruist; daardoor zichzelven heilig gemaakt en duizenden anderen met hem. Houdt zóó, te midden van een wereld vol verleidelijke ijdelheden, immer het oog gevestigd op uwen gekruisten Zaligmaker: die ijdelheden zullen u niet kunnen bereiken; meer en meer zult gij in liefde tot Hem ontvlammen, in die liefde tegen alle wereldschgezindheid sterk worden, uwe kinderen en allen voor wie gij te zorgen hebt ervoor behoeden of ervan terugroepen, u zeiven en vele anderen met u zalig maken. Wie, als Alphonsus, den gekruisten Christus op aarde heeft gekend en bemind, hij zal, als Alphonsus, den met glorie ge-kroonden Christus kennen en beminnen in den hemel.

Die genade schenke u en mij de Allerheiligste Verlosser door de voorspraak van zijn H. Alphonsus! Amen.

ocr page 121

ALFONSUS EN DE MOEDER DES HEEREN,

DOOK

W. vax Nieuwexhoff, s. j.

ocr page 122
ocr page 123

Quasi stella matllthm in meilio uehiilac ct '/nasi I una plena in diébas suis fnhjet.... Et thus aniens in iyne.

Gal. L

ARE 't alleen erkentelijkheid voor de jl hartelijke liefdé door den H. Alfonsus der j.Sociëteit van Jezus, mijne moeder, toegedragen en zijne innige deelneming in het uur harer zwaarste beproeving, ik zou het een voorrecht achten op den 200°quot; geboortedag van Gods verheerlijkten dienaar voor zijne zonen, navolgers en vereerders het woord te voeren. Geheel bijzondere redenen van blijdschap bieden mij evenwel deze dag en deze plek. 'r Is Zaterdag, de dag toegeheiligd aan Maria, door Alfonsus zoo bemind; en deze plek is het oord door God gekozen om op Maria's voorspraak ontelbare gunsten te verleenen, bedroefden te troosten en

ocr page 124

ALFONSUS KN DE MOEDER DES HEEKEN,

zondaars te bekeeren. Is het mij dan vergund op Zaterdag, in de fraaie nieuwgebouwde kerk der wonderdadige Lieve Vrouw van 't Zand , over Alfonsus te spreken, zoo ligt dunkt mij de stcf voor de hand, en moet ik U St. Alfonsus voorstellen als den vurigen en trouwen vereerder der allerheiligste Maagd:

I. Van zijne kindsheid af: Stella matutiua in medio nebulae.

II. In zijn rijk en vruchtbaar leven: quusi luna plena in diebus suis fulyet.

III. In zijn lijden en smartelijken dood: quasi thus ar deus in igne.

1.

I)e godsvrucht, zoo leert ons de H. Thomas, i.s een opstijgen van den wil naar God en het hemelsche; somwijlen trekt God den menschelijken wil, nog voor deze tot bewustzijn is gekomen; teekent Hij met het merk der uitverkiezing, het kind op den schoot zijner moeder. Franciscus de Hieronymo, S. J. herkende dit teeken en verzekerde de ouders van den kleinen Alfonsus: „Dit kind zal den leeftijd van negentig jaren bereiken, tot de bisschoppelijke waardigheid verheven worden en de Kerk van God groote diensten bewijzen!quot; Zoodra echter de knop zich ontsloot. en Alfonsus' wil van de windselen der kindsheid bevrijd werd. gevoelde hij den trek naar het hemelsche, maar tevens de behoefte aan vleugelen om zich op te heffen; om het lichaam niet slechts te dragen, maar omhoog te houden; en hij koos hiertoe het

ocr page 125

W. VAN NIEL'WENHOFF, S.J. 113

middel door den H. Bernardus aangewezen; de vereering der allerheiligste Maagd. Maria is de morgenster, die den dag aankondigt; dageraad, gaat zij den morgen vooruit; in de plannen des Allerhoogsten heeft zij de taak de menschen tot Jezus Christus te brengen. Alfonsus sloot zich aan bij de Congregatie lier allerheiligste Maagd, die in de kerk der Sociëteit van Jezus te Napels sinds langer dan honderd jaren eene veilige wijkplaats der onschuld was. Als jongeling werd Alfonsus een sieraad der Congregatie, latei-een harer schitterendste glansen. Van Alfonsus is het heerlijke woord; „De Congregatie der H. Maagd is als de ark van Noë, zij rijst hoog boven de wateren der zonde uit, draagt het leven en bewaart voor den dood der zonde.quot; Van St. Alfonsus de stellige uitspraak, dat twintig Congreganisten, die trouw hunne plichten vervullen, samen niet zooveel zonden bedrijven, als één jongeling in de wereld, die geen lid der Congregatie is.

De liefde tot de allerheiligste Maagd is de machtige prikkel, waardoor ons hart gedreven wordt naar de hoogste schoonheid, die niet hier op aarde is. Hier verwelken de bloemen zoo spoedig; hier niets duurzaams, niets dalquot; het menschelijk hart, door Augustinus magnum profundam — eene ontzettende diepte genoemd, verzadigen kan. In St. Alfonsus' hart deed zich die neiging vroegtijdig gelden: zij wekte in hem het verlangen op naar den priesterlijken staat. Eene aardsche brui( I (leed zij hem voorbij zien; en gelijk de H. Ansfridus, die bisschop van Utrecht, en Don

ocr page 126

At.FONSUS KN DE MOEDER DES H EE li EN,

Inigo de Loyola, die stichter der Sociëteit van Jezus werd, zoo hing Alfbnsus de Liguorio aan 't altaar van Gods Moeder zijn degen op. Ook hij koos haar tot Koningin zijner gedachten, voor haar zijn vlekkeloos hart.

II.

In zijne geestelijke brieven spiegelt Alfonsus' liefde voor Maria zich heerlijk af.

Hij noemt Maria zijne hoop, zijne Moeder, zijne (joe.de, dierbare Moeder. Op hare hulp vertrouwt hij. „Als God u tot het andere leven roept,quot; schrijft hij aan een kranke, „vergeet niet mij aan te bevelen bij Maria.quot;

Hij wekt zijne geestelijke zonen en dochteren dringend op tot haar hun toevlucht te nemen. „Wilt gij heilig worden,quot; schrijft hij, „bemin haar vurig, en roep altijd hare hulp in.quot; „Heb veel devotie tot de H. Maagd, verzuim geen enkelen dag haar te bezoeken om u geheel aan haar toe te wijden.quot; „Van het gebed voor 't Allerheiligste en tot Maria hangt alles af.quot;

Tot een, die misdaan heeft, luidt het: „Maria zal ii den misstap doen inzien.quot;

Tot een lijdende: „Wanneer gij u zoo erg bedroefd gevoelt, keer u dan altijd tot het kruisbeeld en tot Maria de Moeder van smarten en vraag haar alleen de genade u geheel over te geven aan Gods wil.quot;

Wanneer men hem bericht, dat eene groote gunst is verkregen, schrijft hij: „Nu is het tijd om Maria

ocr page 127

W. VAN .NIEÜWKKHOFF, S. J.

nog veel inniger te gaan beminnen. Doch het grootste genoegen, dat gij haar kunt doen, is dat gij Jezus Christus meer bemint!quot;

Den novicen zijner Congregatie stelt hij Maria voor als de Moeder der volharding en schrijft: „Wie zijne toevlucht neemt en nemen blijft tot Maria, kan onmogelijk zijne roeping verliezen. Ik zegen u in Maria's naam.quot;

Hij beklaagt zich, dat iemand hem in naam van Maria eene gunst vroeg, die hij weigeren moest.'t Is of een verwijt hem bijblijft , dat hij het deed. Anderen wekt hij op om te bidden: „O mijne goede Moeder Maria, doe mij Jezus Christus beminnen!quot;

„Sterf,quot; schrijft hij. „met de woorden op de lippen: mijne dierbare Moeder Maria!quot;

Zelf dankt hij God, die hem de eer en de vreugde schenkt overal Maria's heerlijke gunsten en voorrechten te mogen verkondigen. „Dit troost me en vervult mij met hoop, dat ilie goede Moeder niet zal nalaten voor ieder van ons op zeer bijzondere wijze zorg te dragen en ons de genade te verwerven om heilig te worden.quot;

Kon Alfonsus zóó schrijven, indien zijn hart niet brandend van liefde was? Bij wijlen stortte hij zijne ziel in zangen uit, zijne innigste en teederste verheerlijkten Maria. Bij wijlen klonk zijn lied onder de bogen van het heiligdom, maar heel zijne ziel werd hoorbaar in 't Magnificat. Bij de tonen van een speeltuig, nog eerbiedig te Napels bewaard, weerklonk in het dal en op de heuvelen Maria's naam als een, die na Jezus hem het dierbaarst was.

ocr page 128

116 ALFOXSUS E.\ DE MOEUKR DES HEEREN.

Hij heeft een boek geschreven, dat tot titel draagt Be (jlorién eau Maria. 0, ik weet, dat Alfonsus' talent en wetenschap, zijn ijver voor het huis van God, zijne bezorgdheid voor het heil der zielen hem sinds vijf-en-twintig jaren den eeretitel van Leeraur der Kerk hebben verworven; dat hij ons weenen leert over de smart van den lijdenden Jezus, ons dag aan dag geleidt voor het Tabernakel aan Jezus' voet; dat hij dè Bruid van Christus op den weg der volmaaktheid tot gids verstrekt en, getrouw aan zijne belofte om al zijn tijd voor God te besteden, ons met eene reeks van vrome en heilzame boeken heeft verrijkt , maar De gloriën van Maria is Alfonsus' boek bij uitnemendheid; daar geeft hij zich geheel met al de innige warmte van zijn beminnend hart. Gelijk de bij van bloem tot bloem gaat en overal zoeten honig gaart, zoo verzamelde Alfonsus in een allerzoetste honigraat al het beste en schoonste door heilige Kerkleeraars en schrijvers over Gods machtige Moeder te boek gesteld. Dit boek is de ontwikkeling ééner gedachte: quia potestas Dei est et tibi Domine misericordia. Ps. öl. Toen Maria Moeder Gods was geworden, werd het rijk van God als het ware in twee helften gedeeld; haar Zoon, de Koning, behield zich de gerechtigheid voor, Zijne Moeder stelde Hij aan over geheel Zijne barmhartigheid. Alfonsus' boek: De yloriën can Maria, is een in vlammende woorden geschreven dichtstuk, waarvan elke bladzijde u den juichtoon van Bernardus doet herhalen: Salve Beyina, Mater misericardiae!

ocr page 129

W. VAN NIEUWENHOFF, S. .1. I 17

Zóu schreef Alfonsus over Maria, maar her geschreven woord mist altoos den drang, de overweldigende vaart, de ziel van het levende, gesproken woord. In de prediking van liet woord Gods verscheen deze vereerder van Maria in zijne volle kracht. Wanneer zilveren kinderstemmen, gedragen, maar niet overstemd door een gedruisch als van vele wateren, den rozenkrans gebeden hadden, dan bleek nit den overvloed des woords, welk voorwerp Alfonsus' hart vervuld had. Dan predikte hij over de geheimen des geloofs; de donder van Gods eeuwige waarheden rolde, maar op eens deed hij voor het oog der zuchtende schare 't beeld van Maria verschijnen, als een regenboog van Gods barmhartigheid. Dat was zijn machtigste wapen, door hem voor 't laatst bewaard, omdat hij daardoor zeker van de overwinning was. Wanneer Alfonsus dit wapen hanteerde, gaf de hardnekkigste zondaar kamp en zonk snikkend neder aan de voeten van Alfonsus' Koningin, de Moeder der barmhartigheid.

De H. Bernardus verzekert ons, dat het in (ie eeuwen niet gehoord is, dat iemand, met zonden heiaden, zijn toevlucht tot Maria nam, en verlaten is geworden — maar wanneer zij dan gevoelig is voor de tranen van den zondaar, zal zij ongevoelig blijven voor de hartelijke liefde van Alfonsus? Zal zij hare goedertierene oogen niet slaan op dezen trouwen dienaar, die haar onophoudelijk zoo verheerlijkt? Heeft niet Bernardus ons leeren bidden: illos tuos misericordfis ocïtlos ad nos converted Weest gerust .

ocr page 130

118

geliefden, zij heeft het gedaan. Alfonsus preekte te Amalfi en sprak over zijn dierbaarste onderwerp; Maria. Daar valt er een straal van schitterend licht op het gelaat van den spreker. Het volk wendt verbaasd den blik naar de zijde, vanwaar die glans uitging. 'tWas een stralenbundel, die van 't Mariabeeld midden voor 't altaar, recht op Alfonsus schoot. „Mirakel! mirakel!quot; riep het volk, dat getuige was, hoe Maria met welgevallen de oogen sloeg op den trouwen dienaar, die haar verheerlijkte. De gebeurtenis, die te Foggia plaats vond, was nog aangrijpender. Alfonsus preekte over de allerheiligste Maagd, en aan zijne zijde stond hare beeltenis. Op eens, in het vuur zijner preek, rijst Alfonsus door eene bovennatuurlijke kracht gedragen, omhoog. In geestverrukking zweeft hij voor aller oogen in de lucht, terwijl een lichtglans, die van het Mariabeeld uitgaat, hem omstraalt. Het volk breekt uit in kreten en tranen van ontroering, geniet niet minder dan zes minuten van dit hemelsch schouwspel. Van welken heilige lezen wij iets dergelijks? Wien heeft er, zoo als de maan haar licht aan de zon ontleent — lima plena in diebus suis — geblonken van Maria's glans en heerlijkheid, gelijk Alfonsus? O nu verwondert het mij niet, dat niemand weerstand bieden kon aan Alfonsus' woord! Dat volken, steden, gewesten ontroeren op het hooren van Alfonsus' naam! dat de Kerk ze ontelbaar noemt, de vijanden , die hij verzoend heeft, de afgedwaalden, dooi' zijn woord terug gebracht. Maria had van haar voor-

ocr page 131

\V. VAN NIEUWENHOPF, S. .T. 110

rechten aan Alfonsus meegedeeld. Voor haar de wierook zijns levens, zijne liefde, de geurige wierook van zijn woord en geschrift; voor hem de blik van haar moederoog, de zonneglans van haar aangezicht: quasi luna plena in dkbns mis. Zij verscheen hem twee malen in 't openbaar te Amalfi en te Foggia. maar zijn ootmoed heeft ons verborgen, hoe dikwijls zij zich aan hem vertoonde in zijn gebed, in zijne eenzaamheid, in den nacht. Hoe dikwijls van engelen omringd; hoe dikwijls met Jezus haar goddelijk Kind op den arm! Van haar ongetwijfeld had hij zijne allervurigste liefde voor Jezus Christus geleerd. Is zij niet de morgenster, rijzend uit de nevelen der zonde, als bode van den dag, die geen avond kent? Het licht, dat van haar afstraalde op hem, deed hem lezen in de harten, de geheimen der toekomst ontsluieren. Zij, de morgenster, verleende haren trouwen dienaar, op zijne beurt, de zondaars tot Jezus te brengen, zij deelde hare taak aan hem mede: dcdit ministerium reconciliationis.

HL

Maar de morgenster houdt op te schijnen, als de dag is aangebroken, en de wierook geeft zijne geuren alleen in 't vuur: thus ar dens in igne. Alfonsus had de zielen met God verzoend, had gestraald van Maria's heerlijkheid, doch in het vuur des lijdens rees van hem de zoetste geur omhoog. Als door het vlekkelooze hart zijner lieve Moeder Maria drong een

ocr page 132

120 ALPONSUS EX DE MOEPER DES HEER EN.

zwaard van onuitsprekelijke droefenis door het zijne. Met haar heeft hij de schrikwekkende duisternis van Calvarië gekend; als zij heeft hij den kreet vernomen: „Kom nu af van het kruis, dan zullen wij in U geloo-ven!quot; Maar toen Alfonsus in zijn doodsangst snikte; ..God, mijn God, waarom hebt gij mij verlaten ?quot; toen de (Jood hem toelachte als de eenige verkwikking in zijne benauwdheid, van God en menschen naar 't scheen verlaten en door den duivel gekweld, toen stond naast zijn kruis de trouwe Maagd, zijne lieve Moeder Maria, en zii hield hem staande in zijn hangen strijd.

De Koningin der Aartsvaders vertroostte dezen vader van een nieuw geslacht , dat de beproeving voorbij zou gaan, en zijne nakomelingen hom als hun vader vereeren en verheerlijken zouden de eeuwen door. De Koningin der Belijders wees hem op de ontelbare zielen, door zijn woord en leering op den weg der volmaaktheid geleid. De Koningin der Maagden deed hem luisteren naar het nieuwe lied door zijne zonen en dochteren gezongen aan de Bruiloft van het Lam. De Koningin der Martelaren fluisterde hem de woorden toe, in haai' vervuld: Secundum multitudinem, naar de veelheid mijner smarten in mijn harte uitgestaan, hebben Uwe vertroostingen mijne ziel verblijd. Ps. 93. Dit was haar laatste woord; toen brak dat uitgeweende oog, toen ging deze gelouterde ziel omhoog tot God, als de laatste wierookdamp, die opstijgt uit den gloed.

O Vader Alfonsus, om het loon, dat gij geniet voor uwe deugd, arbeid en lijden; om de glorie uwer

ocr page 133

W. VAN NtEUWENHOFF, S. J.

121

hemelsche Mneder. die thans uwe heilige ziel omstraalt, zegen ons in Maria's Naam! Zegen uwe zonen hier in Nederland en over heel de wereld! Zegen uwe getrouwe vereerders in dit heiligdom der machtige Maagd; zegen de Sociëteit van Jezus, die gij in uw leven zoo lief' hebt gehad! en verkrijg voor ons allen van de Moeder der volharding de genade, om in allen nood onze toevlucht tot haar te nemen en overal hare heerlijkheid te verkondigen, opdat zij „voor elk onzer eene geheel bijzondere zorg drage en ons de hulp verwerve om heilig te worden.quot; Amen.

ocr page 134
ocr page 135

DE H. ALFONSUS EN ZIJNE EEUW,

DOOR

Dr. H. J. A. M. Schaepman ,

HOOf'.LRRRAAR AAN IIF.T S F.MINA HIK RIJSENBURO,

MD VAN l)K TWEEDE KAMER DER STA T KN-O EN ER A AI.

ocr page 136
ocr page 137

Spiritus Domini super me., co quod unxerit Dominus inc..

Isaias LX1:1.

IE verheven voorspelling van den Profeet Isaias luidt in haar volle, klare majesteit ij aldus:

,.De geest des Heeren is op mij, want de Heer heeft mij gezalfd;

„Hij heeft mij gezonden um een boodschap te brengen aan de zachtmoedigen; om te genezen de gebrokenen van harte; om uit te roepen voor de gevangenen vrijheid, voor de gekerkerden opening der poort;

„om te prediken een genadejaar van den Heere. een dag der wraak voor onzen God; om te troosten alle treurenden;

ocr page 138

UE H. ALFONSUÖ EN ZIJNE EEUW,

„om te toonen aan de treurenden Sion en hun te geven de kroon in plaats van de asch, de olie der vreugde voor den rouw, het kleed der eere voor den geest der treurnis en in dat Sion zullen geroemd worden sterken in de gerechtigheid als eiken, een woud den Heere ter verheerlijking geplant;

„en wat sinds eeuwen verwoest lag zullen zij opbouwen en oude bouwvallen zullen zij oprichten en hernieuwen zullen zij verlaten steden, van geslacht tot geslacht woestenij.

In haar levende, glorie stralende werkelijkheid geldt de profetie van Hem, die was en is en blijft, van AVien zijn het gisteren, het heden en het morgen, geldt de profetie van den Messias der volkeren, den ongeschapen Zoon, die de menschelijke natuur door de vereeniging met den goddelijken persoon heeft gezalfd, die Zijnen geest, den Geest den Trooster over de wereld heeft gezonden, geldt zij van den Heer der Apostelen, den Koning der Kerk, het Sion hier beneden, het Sion hier boven, waar Hij, de gezalfde des Heeren Jevoha, ons zalven zal ter onsterfelijkheid.

Van het Menschgeworden Woord, dat het woord gaf aan de Profeten, geldt deze profetie dan allereerst en in volstrektelljk vollen zin. Maar zij mag ook gelden en zij geldt ook van die groote en verheven dienaren Gods, die als waarachtige gezalfden des Heeren, den geest des Heeren dragend, door het leven zijn gegaan. Zij mag gelden van hen en dat

126

ocr page 139

Dl! H. J. A. M. SCHABPMAN.

naar het bestel van den Christus zelv'! Want Hij , die sprak: „Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zoó zend Ik U,quot; Hij, die gezegd heeft: „Als de wereld U haat, zoo weet, dat zij Mij eer dan U gehaat heeft;quot; Hij die voorspelde: „Indien zij Mij vervolgd hebben, zij zullen ook U vervolgenHij , die bevelend bad en biddend beval: „Ik wil, Vader, dat waar Ik ben, ook mijn dienaar zijHij, die ons gelijk is geworden om ons gelijk te maken aan Zichzelven, die ons als het hoogste doel gesteld heeft gelijk te worden aan Hem, Hij heeft ons het recht gegeven om wat in Hem vervuld is ook in Zijn volgers nagebeeld te zien en de woorden van eere, die uit de eeuwigheid door de eeuwen over Hem zijn uitgegaan, ook te laten klinken van Zijn heiligen als woorden van eere en onsterfelijken lof.

Kn zoo neem ik dan op dezen dag de hooge woorden van den Profeet onder de Profeten op mijne onwaardige lippen en laat ze klinken en weerklinken ter eer en ter glorie van God, ons zichtbaar in Zijn' dienaar Sint Alfonsus Maria de' Ligorio, Belijder, Bisschop, Leeraar der Kerk.

Inderdaad: over hem was de geest des Heeren en de Heer had hem gezalfd. Gezalfd met wijsheid, gezalfd met liefde. Gezalfd tot het woord, gezalfd tot de daad. Hij heeft waarlijk aan de kleinen, de goedaardigen, de zachten van harten, de nederigen. de verdrukten de boodschap des levens gebracht en hun het brood des levens gebroken; hij heeft vrijheid gepredikt en gerechtigheid met en door en in God.

127

ocr page 140

128 DE H. AL F O NS US EN ZIJNE EEUW,

Ego Dominus diligens jmtitiam, „Ik, de Heere, Ik heb het recht hefquot; is het woord, dat hij heeft doen rondgaan tot beroering en tot bevrediging. Hij, hij heeft het welbehagen des Heeren verkondigd en in den God van alle genade den God, die zich wreekt over haat en laster, geopenbaard. In de duisternissen van zijn tijd heeft hij de glorie van Sion doen stralen; hij heeft sterke mannen gekweekt en reuzen uitgezonden ; wat woest was en verlaten heeft hij weerdoen leven en bloeien:

Blum ruentis saeculi Fecit Bed emptor vindiccnt

Hem maakt der werelden Verlosser Tot Schutsheer van een stervende eeuw.

Een stervende eeuw, tie eeuw van Sint Alton sus...

Er zijn tijdperken in de geschiedenis, die inen onvruchtbaar heeten moet, voor welke geen andere naam kan worden genoemd. Onvruchtbaar, maar bewegelijk en rumoerig en levendig genoeg. Schoon zelfs, van een langs de aarde slingerende, aan de aarde bindende schoonheid. Schoon als met de schoonheid der woekerplanten, die geen stam en kroon verheffen, maar het rechte pad bedekken en versperren. Alle ware leven en alle waarachtige vruchtbaarheid stijgt, beurt op, verheft; sursum, sursum, naar boven, naar boven is haar levenszucht, de toekomst hier beneden, de zaligheid daar omhoog. De eeuw van Sint Alfonsus wist van die vruchtbaarheid niets, kende van dat leven geen tintel of vonk. Zij was de eeuw der dorheid, de dorheid, die de H. Schrift

ocr page 141

1)1! H. J. A. M. SCHAEPMAN.

ons zoo dikwijls teekent in beeld en werkelijkheid. De dorheid: de harde, heetgeblakerde rots; de onge-ploegde akker met gebarsten voren; de waterlooze stroom met slijkerige bedding; de dorheid: de moeder met verlepte borst, de vader zonder zonen, het huis zonder rouw en zonder trouw.

Welk een eeuw! Een eeuw,waarin een Farizeeuwsche leer de vrijheid van den menschelijken wil en de menschelijkheid dei' christelijke deugd loochent, in Farizeeuwsche nederigheid allen tot niet makend om de uitverkorenen des te groot er te doen zijn. Voor die uitverkorenen en voor hen alleen zijn de Sakramenten, niet langer genademiddelen des Heeren, in genade geboden en tot genade voerend, maar loon voor uitgelezen en onvrije deugd. Met het: „Heer, ik dank U, dat ik niet ben gelijk dezenquot; gaat men tot de Tafel des Heeren en uit het huis van Hem. die den tollenaar met zijn: „Heer, wees mij zondaar genadig!quot; heeft geprezen, verschopt men den tollenaar.

Naast den Farizeeuwschen grijns komt altijd de spot van den Sadduceër. IJdelheid naast ijdelheid, trotschheid naast trotschheid. Naast den hoogmoed der valsche genadeleer de hoogmoed der rede. Geen openbaringen, zij zijn onnoodig; geen geheimen, zij zijn vernederend. De rede weet alles, de rede verstaat alles, de rede doorschouwt alles, dg rede regeert. Wat haar onbekend bleef, kan niet gekend worden, wat zij niet weten kan is geen wetenschap. De wetenschap is het hoogste en haar woord is het woord der woorden. Rede en wetenschap, aan deze

9

129

ocr page 142

130 1gt;K H. ALFONSÜS EN ZLJNE EEUW,

twee is alles onderworpen, alles tot dienstbaarheid beschikt; wie haar bezitten beheerschen de wereld. Zij zijn de verlichten, al de overigen zijn kinderen der duisternis.

En naast deze dubbele trotschheid van uitverkorenen en verlichten, een derde nog, geweldiger en wreeder zoo mogelijk dan de beide anderen: de hoogmoed van den Staat, de superbia vitae, de hooge waanzin van het hooge leven, dat alleen zijn eigen kring, niet wat daar boven. niet wat daar beneden is, kan zien. Een hoogmoed, die de Kerk veracht en in zelfvergoding waant over de Kerk gesteld te zijn als voogd en meester. Het goddelijk recht en de goddelijke vrijheid der Kerk staan onder de majesteit van den Staat en tiara en mi tra hebben haar glans van de oppersouvereiniteitskrone der koninklijke macht, üe koninklijke macht en zij alleen heeft de wereld te vervullen; al het andere is onderdaan, niets meer. Maar de hoogeren onder deze onderdanen, van feitelijken invloed en werkelijke macht beroofd, wreken zich op wie lager zijn dan zij; ook zij, zij scheppen zich een wereld, waarin zij leven en zij alleen. Zij, zij zijn de besten door recht van

geboorte — dat is genoeg. Plichten____ plichten

hebben zij alleen tegenover zichzelven en tegenover gelijken; tegenover al het andere kennen zij slechts één betrekking: hun hooge recht. Zoo. zoo vergeten zij. deze hoogeren, dat er iets in de wereld is waaruit zij zijn voortgekomen, waartoe hun vaderen eenmaal hebben behoord, waaruit hun vaderen eenmaal

ocr page 143

DU H. J. A. M. SCHAEPMAN.

kracht hebben geput, waaruit zij zelve op straffe van bloedarmoede en tering kracht moeten blijven putten, zij vergeten het volk. Zij vergeten het volk. dat in het leven der natiën en het bestaan der maatschappijen hetzelfde is als de moederaarde en de wortelen voor den breedgetakten, hooggekroonden eik. Wee den eik, die zou vergeten, dat de bliksem zijn kroon kan treffen, dat de storm zijn takken kan scheuren, maar dat het leven blijft zoolang de goede moederaarde voedsel geeft en de machtige wortelen liet opnemen en voeren tot den hoogsten top. Maar lie eiken vergeten niet, de mensch vergeet. De mensch vergeet, — en de Fariseën van het Jansenisme, de Sadduceën der verlichting, de koningen en de edelen zij vergeten tillen, allen het volk. Zij sluiten het uit de Kerk en vervreemden het van God; zij weigeren het opvoeding en onderwijs, verheldering en verhooging des geestes; zij achten het een menigte, een getal zonder éénheid, onbekwaam tot zelfstandigheid , tot vrijheid, tot recht.

Maar neen, daar zijn anderen, die niet vergeten. Anderen, die in deze menigte, in dit gepeupel, in die heffe der natie, een kracht zien, een geweldige kracht. Anderen, die tot dit volk komen en het leeren, dat het alles is en alles alleen. Die het de oogen openen voor zijn lot en die het wijsheid prediken, wijsheid des Satans, wijsheid des doods. Die het hoofd en hart vervullen met allerlei stof van leering en het den hemel voorspellen op aarde, maar het onthouden (Je wetenschap, zonder welke

131

ocr page 144

182 DE H. ALFOXSÜS EX ZIJNE EEUW.

op aarde geen wetenschap is, de wetenschap der zonde!

Ach. de zonde, de zonde! De zonde. die altijd wordt vergeten in de bespiegelingen der wijzen, in berekeningen der heerschers. in de voorspellingen van wereldherscheppers en hemelbestormers en die er toch altijd is. De zonde, die er altijd is en die keer op keer wordt geloochend, geloochend onder den naam van raadsel en mysterie, geloochend door de toomelooze levensvreugde en door de wanhoop, die ten doodc snelt! Ach, de zonde, die toch alleen dooi- de wetenschap van haar bestaan kan worden verslagen en overwonnen. Ziet, na den kruisdood onzes Heeren zijn er eeuwen en eeuwen op elkander gevolgd en daar zijn er onder deze, die een schandmerk dragen, maar geen enkele draagt een merk als deze achttiende eeuw. Liefdeloosheid, eigenwaan, souvereine zelfzucht, zonden tegen den Heiligen G-eest, voltooid door deze misdaad: de loochening der zonde, als het onvervreemdbaar erfdeel van de inenschheid en van den inensch.

O eeuw van dorheid. die de orkanen oproept, eeuw van onvruchtbaarheid, die de revolutiën schept! in deze eeuw verschijnt Sint Alfbnsus.

Ilium mentis saeculi Fecit Bedemptor vindicem !

Deze Sint Alfonsus is een van die mannen, van welke men zeggen mag, dat zij niet alleen uit het bloed der martelaren, maar uit het bloed van den Koning der Martelaren geboren zijn. In hem openbaart zich weder de eindelooze liefde, die gekomen

ocr page 145

t),! H. .1. A. M. SCHAKPMAN.

is om te verlossen, wier juk zoo zoet is en wier last zoo licht.

Gesproten uit een adelijk geslacht is deze Alfonsus naar deftige zede en edele overlevering opgevoed. Reeds jong wordt hij met den honig der vroomheid en het merg der wetenschappen gevoed. Zijn weten-schap bij voorkeur is in die dagen de wetenschap van het recht. Hij wil leeren het recht te kennen, te handhaven, te verdedigen, te eischen en te bedeelen. Met meer dan gewone voortvarendheid volbrengt en voltooit hij zijn studiën, treedt hij het werkelijke leven in. De studie heeft hem niet ontrouw gemaakt aan het gebed en de vrome oefening; de wetenschap en de praktijk van het recht hebben zijn plichtgevoel gestaald.

Zoo meent hij den weg en het doel van zijn aardsche leven te hebben gevonden. God heeft het anders besteld. Jn de pleitzaal ontvangt hij den wenk der hooge en heilige voorzienigheid. Niet voor het aardsche recht zal hij langer als pleitbezorger optreden maar voor het recht van God en de liefde' van God.

Deze wisseling van het leven is voor hem ook een scheuring geweest, een scheuring in pijn voltrokken en van schrijnende smart verzeld en gevolgd. Maar lijden en smart zijn hem leeraars en geleiders tot hooger. De priester der gerechtigheid wordt nu de priester van Jesus Christus.

Priester van Jesus Christus! Slechts aan één stand onder de menschen heeft de menschgeworden God den plicht opgelegd Hem in alles, in den volsten en

ocr page 146

DE H. ALFONSUS EN ZIJNE EEUW,

meest volstrekten zin gelijk te worden, gelijk te zijn, — aan den priester. De priester, aan het altaar met Christus' macht bekleed, behoort Christus na te beelden in geheel zijn leven, in Zijn heiligheid, Zijn gerechtigheid, Zijn barmhartige, offerende, bevrijdende , zaligmakende liefde. Zoo heeft Alfonsus hot verstaan van den aanvang. Bij zijn voorbereiding tot liet priesterschap in geestelijke beproeving en zwaren zielenood. Bij zijn ontvangen van het wonderbaar Sakrament in nederigen schroom en dankbare, hoog-jubelende geestdrift. Geheel zijn leven door, dat nu gaat worden een wonderbare ontvouwing van hetgeen menschelijke kracht tot heldenmoed gestegen. gehuwd aan Gods genade vermag.

Deze priester heeft altijd en overal gezocht: heiligheid. Volmaakte vervulling van Gods geboden, volmaakt nastreven van het door God gewilde doel in zijn hoogsten vorm. Heiligheid heeft hij gezocht voor zich zeiven en voor anderen. Zijn leven had twee groote beginselen, twee leidende machten, twee bezielende krachten: de liefde tot God, de liefde tot de naasten. Deze twee vormen naar het woord van H. Gregorius de schering en de inslag waarmede het kleed der heiligheid wordt geweven voor zichzelve en voor de wereld: de liefde tot God de vaste grond, de liefde tot de naaste de altijd werkende daad. Hoe hij heeft liefgehad deze Alfonsus! Zijn God bovenal, zijn gekruisten God, het Lam ter slachtbank geleid, den Verlosser der arme wereld door lijden en dood. Zijn God, die liefde is

184

ocr page 147

Dl! H. J. A. M. SC11AKPJIAK, lgt;io

en liefde geeft, een oneindige, onuitsprekelijke liefde, een liefde mateloos als de eeuwigheid. Steeds meelde wereld verzakend, steeds meer zichzelven l»e-heerschend, steeds meer door vrijwillig toegebracht of dankbaar aangenomen lijden zichzelve reinigend en veredelend heeft hij gestreefd naar de hoogste vereeniging met G-od, de vereeniging waarin op den wonderbaren stroom van licht, die ook op aarde ons deel kan worden het Apostolische woord wordt verwerkelijkt: ,.niet ik leef, maar Christus leeft in mij!quot;

Hoe hij, hoe deze Alfonsus zijn naaste heeft liefgehad! Zijn naaste, dat is: allemenschen, degeheele menschheid. Maar zijn naaste, dat is in bijzonderen zin, dat is voor dezen edelen zoon der oude edelen, het volk. het arme, lage, niet meegerekende of vergeten volk.

Op den jaardag van de geboorte ter eeuwige glorie van de martelaren Nereus en Achilleus, slaven van Flavia Domitilla, met hun heerin door de martelie gekroond, heeft in hunne basiliek eens de tl. Gregorius de Groote, Paus en leeraar der Kerk, het beeld getoond van den Christus, die, genoodigd niet gaat tot den zoon des hovelings en ongevraagd tot den dienaar van den hoofdman over honderd wil komen. „Wat is ditquot;, vraagt de Paus, „wat is dit anders dan een geeselslag voor onzen hoogmoed, die in de menschen niet de natuur, niet het beeld Gods, maar alleen

het goud en de waardigheden vereert____Zoo wordt

onze hoogmoed aangeklaagd, die de menschen nier

ocr page 148

186 DE H. ALFONSUS EN ZIJNE EEUW,

als menschen kan waardeeren. Die hoogmoed waardeert alleen het uiterlijke aan de menschen, hij ziet niet de natuur, hij kent niet de eere Gods in alle menschen gelegd.quot;

Een geweldig woord, een woord geldende voor alle tijden en alle geslachten, maar een woord dat nooit gegolden heeft voor dezen Alfonsus, dezen dienaar van zijn God en zijn naaste. Hij heeft door zijn wonderbare liefde dat woord gelogenstraft. Hij heeft naar het voorbeeld van zijn Heer en Heiland alle menschen liefgehad en allen heul en troost gebracht en genezing door des Heeren woord, aan meesters en aan slaven, aan grooten en aan kleinen. Maar tot de kleinen is hij gegaan, tot de armen en de slaven, gegaan met heel zijn grootsch en heerlijk hart, zijn handen vol gaven, zijn mond vol goede woorden, met de boodschap van verlossing en vrede door en in Jesus Christus. voor ons gekruisigd en gestorven aan het Kruis.

Voor dit werk der liefde had God hem op wonderbare wijze toegerust en hij had die toerusting met alle inspanning en alle toewijding vermeerderd en versterkt. Hij had de gi oote gaven van eenvoud, die de harten wint; van goedheid, die altijd aantrekt, nooit afstoot; van geduld, dat altijd volhardt; van hoop, tegen alle hope in; de groote gave vooral van in alle ellende toch steeds een weerschijn van den hemel, in alle verlaging toch steeds een spoor van het Godsbeeld te zien. Maar hij was nog het machtigst en het rijkst van alles door twee gaven. die slechts ééne gave

\

ocr page 149

Dit H. J. A. M. SCHAEPMAN.

zijn, de gave van het woord, de gave van het geschreven en liet gesproken woord.

O wie de macht van het woord in het rijk van het Menschgeworden Woord zou durven beschrijven, bezingen! Van de Profeten, die het voorspellen tot de Apostelen, die het verkondigen, van de Apostelen tot de Vaderen en zoo altijd, altijd voort... wat een weergalooze geschiedenis, wat een psalm van eere en liefde. Neen, meer, wat een geschiedenis wemelend van daden, groote, heilige, goddelijke daden, want dit is wel het wonderbare van dit woord, dat het niet is een teeken, dat vergaat, een klank, die wegsterft, maar altijd een levende en levenwekkende daad.

Sint Alfonsus was een meester van het woord, van het geschreven en van het gesproken woord. Een meester vooral van dat woord, dat gaat tot het volk. Zeker, hij was een meester in de wetenschap. In die wetenschap van zonde en deugd, zonder welke geen rechte zede in dit aardsche leven mogelijk is, in de wetenschap, die voorbereidt tot het bedeelen van dat zoo echt menschelijke en zoo hoog goddelijke Sakrament der H. Biecht. Dat bewijst het verheven boek, waarin hij de wetten heeft neergeschreven, die nu nog regel en recht zijn in Gods Kerk en het zullen blijven: het boek, dat meer dan eenig ander hem maakt tot den leeraar, die de verborgen dingen der wijsheid aanschouwt en openbaart.

Met al die wetenschap bleef hij toch de schrijver voor het volk. Alle dwalingen van zijn tijd heeft hij

187

ocr page 150

DE 11. ALFONSUS EN ZtJNE EEUW,

voor dat volk bestreden; alle waarheden verklaard. Maar het schoonst en het heerlijkst wat hij aan zijn volk heeft gelaten, dat zijn de vruchten zijner teedere vroomheid, de boeken en tie boekskens waarin hij spreekt van de Onbevlekte Maagd, de Zoete Lieve Vrouwe, de schoone Moeder der Schoonheid en dei-Liefde. De boeken en de boekskens, waarin hij ons, als een Vader zijn kinderen bij de hand neemt en geleidt tot den Koning der Koningen, die onze broeder is geworden, ons leert Hem bezoeken, die de glorie van Zijn aangezicht voor ons verbergt om ons dichter te brengen tot de liefde van Zijn hart.

Maar wat hij schreef voor zijn volk, dat zong hij, dat sprak liij tevens. Hoe teeder, hoe zacht, hoe streelend en verheffend zijn de liederen, die hij voor zijn kleinen heeft gedicht. Met wat gloed, met wat alles overheerschenden en doordringenden gloed kwam het woord van zijn lippen, het woord dat boetvaardigheid gebood en vrede bracht. Van geheel zijn optreden, maar vooral van Alfonsus' prediking geldt het woord: Cor ad cor loquitur; het hart tot het hart. Het hart van een, die had geleden en gestreden, gedragen en gezwoegd; geweend en gebeden, gehongerd en gedorst, maar daarom dan ook geheel kon uitgaan tot hen voor wie het leven in nood en dwang brengt wat hij vrijwillig op zich nam uit liefde tot den naaste, uit liefde tot zijn God.

Deze priester van Jesus Christus is tot de hoogste eere van het priesterschap, tot de bisschoppelijke waardigheid gekomen; God wilde dat hij in alles

138

ocr page 151

Dit H. J. A. M. SCHAEPMAN.

voor zijn dagen een voorbeeld en een licht zou zijn. Er is meer. Deze priester heeft niet alleen gearbeid voor zijn dag, maar voor alle tijden; hij heeft rondom zich vergaderd een schaar van priesteren, die hij tot helden heeft gevormd. Een hooge roeping maar een harde roeping ook de wetgever en de bezieler te worden van een uitgelezen schare voorden Heer. Wat teleurstelling als de eerste gezellen heengaan en den blijden vader maken tot een kinderloozen! Wat strijd als het doel wordt vastgesteld en de ijver meer vraagt dan de wijsheid, die maat en orde wil, kan geven! Wat strijd als voor den naam van priesters des Zaligmakers die van priesters des Verlossers, de ware naam voor die dagen, wordt verkoren! Wat moeiten, angst en zorgen als de alles beslissende goedkeuring niet wordt verkregen dan na bange dagen, als de onvermijdelijke onderwerping aan een beknibbelend Staatsgezag scheuring en scheiding brengt en beschuldigingen, die vlijmen door het hart! Maar Alfonsus heeft dat alles gedragen en al mocht het lichaam gebogen worden en het hoofd neerzinken op de borst, hoog en stout bleef zich verheffen de ziel van den held, ook hij een der zuilen, als Paus Innocentius gezien heeft, die de hooge muren steunen en behoeden voor den val.

Illum ruentis saeculi

Fecit Redemptor vindicem.

Onloochenbare waarheid bevat het woord. niet alleen als woord der historie, maar ook als woord der profetie. Immers voor geheel onze negentiende

180

ocr page 152

OE H. ALFONSUS EN ZMNE EEUW.

eeuw was Sint Alfonsus de schutsheer en beschermer. Door zijn woord, door zijn schriften. door zijn leerboek, door zijn zonen.

Nu. nu verdwijnt deze eeuw, een andere eeuw daagt op. Voorspellingen klinken rondom ons, voorteekenen omringen ons. Alles zegt ons, dat het een eeuw zal zijn van worsteling, van strijd. De vorst der zonde zal trachten de zonde te doen vergeten, door pracht en praal van beschaving, door hooge woorden van wetenschap, door de statie en den zwier van het geweld. De heilige majesteit van waarheid, recht en vrijheid zal hij trachten te verduisteren door den gonzenden, goudstralenden zwerm van zijn machtspreuken. Maar geen nood! Wij zien op tot Sint Alfonsus:

IIhim futuri saeculi Fecit Redemptor vindiceni.

Hem maakt der werelden Verlosser Tot Schutsheer van de komende eeuw!

In dat vertrouwen en met een kinderlijke bede op de lippen vieren wij dit tweede eeuwfeest van Sint Alfonsus' geboortedag.

De (.lag der geboorte! Daar is een tijd geweest waarin de jammerklacht over de wereld ging: Verga de dag, waarop ik ben geboren. Maar sinds in den stal van Bethlehem het licht der wereld geboren werd, sinds de Engelen zongen boven de Kribbe; Glorie zij God en vrede den menschen, — sinds dien verheugt zich de moeder omdat een mensch in de wereld is gekomen en de menschheid verheugt zich met haar. Als die dag der geboorte de eerste dag

140

ocr page 153

Dit H. J. A. M. SCHAKPMAN.

wordt van een leven vol heilige werkzaamheid en werkzame heiligheid, dan wordt de dag zelf omgeven met luister, een dag van grootsche herinnering.

Zoo is het hier. Op dezen dag herdenken wij Sint Alphonsus: onzen schutsheer, onzen beschermer, onzen voorspreker. Tot hem zeggen wij: „bid voor ons! Uw heilig gebed drage ons zwakke bidden tor, den troon van God, den Koning der gerechtigheid, den Heer der ontferming, den Vader des vredes.quot;

Op dezen dag zien wij aan Sint Alfonsus de profetie van Isaias voltooid: „Verheugd verheug ik mij in mijnen Heer en mijne ziel springt op in mijnen God, want Hij heeft mij bekleed met de kleederen des heils en met den mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omhangen : Hij heeft mij getooid als een bruidegom met een kroon. Hij heeft mij getooid als een bruid met hare sieraden.quot;

En tot ons allen en tot de komende eeuw brengt Sint Alfonsus het woord verder van den Profeet: ..Gelijk de aarde haar spruitsel voortbrengt en de tuin zijn zaad laat ontkiemen, zoo zal de HeereGod doen voortkomen gerechtigheid en bij alle volken Zijn lof.quot;

UI

ocr page 154
ocr page 155

ALPHONSUÖ EN DE ZELFHEILIGING.

SYNOPSIS

DOOR

— H. L, A. Se vu ie Ns, -

l'ASTOOU-DEKKN VAN MAASTRICHT.

ocr page 156
ocr page 157

„Magister, quid faciendo ei lam aefenunn „possidebo ?quot;

„Meester, wat moet ik doen om het „eeuwig leven te bezitten?quot;

Luc. X:25.

ELKE gebreken onze eeuw ook aankleven, I ondankbaar is zij niet. Wie volgens haar j door krijgs- of staatsmansbeleid. door wetenschap of kunst of menschlievendheid. voor stad of vaderland geacht wordt verdiensten te hebben verworven, wordt gehuldigd, gevierd, hem wordt door tijdgenoot of nageslacht een gedenkzuil opgericht. die zijn naam vereeuwigen moet. Jammer, dat onze eeuw zich vaak zoo deerlijk vergist in het begrip en in de juiste waardeering van ware verdiensten.

Niet zoo de katholieke Kerk. Zij faalt niet in de hulde, welke zij brengt aan hare verheerlijkte kinderen. Wij zien het eens te meer in den H.

10

ocr page 158

141) ALPHONSUS EX UE ZKLFHEIUCtING,

Alphonsus, een man groot en verdienstelijk door heiligheid en geleerdheid, een man onder de heiligen een der geleerdste, onder de geleerden een der heiligste.

Met recht dan ook vieren zijne geestelijke zonen het tweede eeuwfeest zijner geboorte en het zilveren feest zijner verheffing tot Kerkleeraar met allen mogelijken luister. Uitgenoodigd om met U den dag te herdenken, waarop Alphonsus vóór twee eeuwen in het leven trad , en dien feestdag door eenige woorden van stichting meer plechtigheid bij te zetten, willen wij zien. hoe die groote Heilige aan het doel zijns levens beantwoord heeft. „Magister, quid facimdo vitarn aetenuim possidebo?quot; zoo had hij gesproken; en met terzijdestelling van al wat aardsch en vergankelijk is, vóór alles en boven alles, met een vastberaden. standvastigen wil, een wil, die voor geen offer terugdeinsde, behartigde hij zijne zaligheid, zijne zelfheiliging. Zien wij dus hoe Alphonsus die zaligheid bewerkte.

I.

Wij leven in een tijd van aardsgezindheid, stof-vergoding, zingenot, een tijd waarin zoovelen. verdiept in de zorgen en beslommeringen van het aardsche, hun waar levensdoel geheel uit het oog verhezen. Niet zoo Alphonsus. Ruim negentig jaren bracht hij op aarde door, en dat leven, zoo rijk aan dagen, maar rijker nog aan deugden, kenmerkte zich vooral

ocr page 159

II. L. A. SEVKIENS.

147

door één karaktertrek: een emstigen wil om zijne zaligheid te bewerken. Ernstig vatte Alphonsus het leven op. reeds in zijne prilste jeugd; hij wilde tegen eiken prijs een zalige, een heilige worden. De woorden eenmaal door een ander groot Kerkleeraar tot zijne zuster gesproken, toen deze hem vroeg wat zij doen moest om heilig te worden, waren ook de woorden van Alphonsus. „Wil het slechts,quot; zoo had de H. Thomas van Aquine tot zijne zuster gezegd, en ook Alphonsus wilde het. Gelijk een adelaar in breede vlucht opwaarts stijgt, de oogen starend in de zon, zoo steeg Alphonsus op in heiligheid al hooger en hooger. het oog steeds gericht op Jezus, de zon der gerechtigheid, wiens levend afbeeldsel hij zijn wilde. In onschuld bracht hij onder de hoede zijner godvreezende ouders, onder de teedere zorgen vooral eener godsdienstige moeder, zijne kinderjaren door. lederen morgen vereenigde die moeder hare kinderen om zich henen, zegende hen en leerde hoe zij de eerstelingen van den dag aan God moeten toewijden, lederen avond in hun midden gezeten, verklaarde zij hun de grondbeginselen van den godsdienst, bad niet hen den rozenkrans en stortte met hen andere gebeden ter eere van verschillende Heiligen. Zij wees hen op God, die alles ziet, en prentte hun een grooten afschuw in voor de zonde. En niemand, die aan deze zorgen beter beantwoordde dan Alphonsus. Nog maar negen jaar oud, werd hij opgenomen in de Congregatie der jeugdige edelen, waar hij weldra tot een toonbeeld werd gesteld van godsvrucht, zedigheid en trouwe plichts-

ocr page 160

ALi'HONrtUS EN DE ZELFHEILIUINU,

] 48

betrachting. Toen hij zijne eerste H. Communie ontving, deed hij dit met zulk een godsvrucht, dat iedereen in hem gesticht was. „Geen wonder,quot; zegt zijn levensbeschrijver, „reeds toen was dat kind een heilige.quot; Als knaap bestond zijn grootste vermaak. niet in het spel aan kindereu van zijn leeftijd eigen, maar in het Ijouwen en versieren van kleine altaartjes, in het gebed en het bezoeken der kerken. Als jongeling legde hij zich met allen ernst op de studie toe, en wel zoozeer, dat hij op zestienjarigen leeftijd den graad van Doctor in de beide rechten behaalde, en pas achttien jaar oud reeds als advocaat pleitte voor de rechtbanken van Napels. Doch te midden van dat alles vergat hij nimmer zijn voornaamste levensdoel; in alles integendeel straalde zijn ernstige wil om zijne ziel te redden. Dagelijks zag men den jeugdigen edelman eene of' meer heilige Missen bijwonen, dagelijks Jezus in eene of andere kerk bezoeken, vooral waar liet H. Sacrament ter aanbidding was uitgesteld. De schitterendste loopbaan stond voor hem open, de heerlijkste toekomst lachte hem toe, de wereld deed alles om hem voor zich te gewinnen; doch Alphonsus had de stem van Jezus vernomen: ,, Veni, .seqiierc Me,quot; kom, volg Mij; en steeds vervuld met dien ernstigen Avil om zijne ziel te redden roept hij uit: „Gelooft mij, alles in deze „wereld is IJdelheid en bedrog. Feesten, tooneelen, „vergaderingen, ontspanningen, dat alles noemt de „wereld hare goederen; doch zij zijn vol doornen, „vol gal en bitterheid! God alleen kan het hart „bevredigen.quot; Alphonsus dan ook werd bij de keuze

ocr page 161

H. L. A. SEVR1ENS. 14U

van zijn levensstaat enkel en alleen geleid door (leze en dergelijke beweegredenen. Hij achtte het veel veiliger voor zijne zaligheid, te staan aan liet altaar des Heeren. dan in de gerechtszalen de heerlijkste pleidooien te voeren. Alphonsus wil priester worden, want /00 spreekt hij tot zich zeiven; „Wat baat het den mensch. zoo hij de gansche wereld wint. maar schade lijdt aan zijne ziel?quot; Zijn vader stelde alles in het werk om Alphonsus van dat plan af te brengen, doch Alphonsus' besluit was onwankelbaar, hij wilde zijne ziel redden. „Vader,quot; zoo sprak hij. „ik kan mij niet langer met de zaken dezer wereld bezighouden. God roept mij om mijne zaligheid te bewerken.quot; Gebeden en smeekingen, beloften en bedreigingen vermochten niets op Alphonsus. hij bleef onverzettelijk in zijn voornemen om zijne ziel te redden. Eens zelfs hield zijn vader hem meer dan een uur in zijne armen gesloten, en niet tranen in de oogen bad en smeekte hij zijn zoon hem niet te verlaten. En Alphonsus. hoezeer hem de smart zijns vaders ter harte ging, Alphonsus bleef standvastig in zijn besluit: ik wil mijne ziel redden, ik wil zalig worden; eu wat offers het hem ook mocht kosten, de jeugdige rechtsgeleerde werd priester. Hij verliet de wereld en al wat zij hem aanbood: rijkdom en eer, genot en weelde, om Jezus, arm en veracht, meer van nabij te volgen. „Er is slechts één goed in de wereld ,quot; riep hij met den H. Franciscus Xaverius uit, „en dat ééne goed is: zalig worden.quot; „Geen dwaasheid is te vergelijken bij de dwaasheid van het

ocr page 162

ALPHONSUS EN DE ZELFHEILIGING,

verwaarloozen zijner zaligheid.quot; En gelijk de zon, naarmate zij hooger stijgt, meer toeneemt in helderheid en kracht, zoo nam ook Alphonsus, bezield door dien ernstigen wil om zijne ziel te redden, meer en meer toe in deugd en heiligheid. Ten einde die ziel en tevens de zielen van anderen zalig te maken, stelde hij eene Congregatie in, die zich ten doel stelt den Zaligmaker, den Verlosser der wereld, meer van nabij te volgen. Zoo ooit, dan schitterde hier Alphonsus' standvastige wil om alleen voor God en zijne ziel te leven in zijn heldersten glans. Wat al moeilijkheden toch, wat al tegenkantingen. wat al vervolging moest hij verduren! Zijne vijanden behandelden hem als een uitzinnige, zijne vrienden werkten hem tegen, zijne eerste gezellen verlieten hem keer op keer; doch Alphonsus, onwrikbaar in zijn besluit, gaf ten antwoord: „Al zou ik alleen overblijven, al zou de geheele wereld zich tegen mij kanten, ik wil, ik zal mijne eigene ziel en de zielen van anderen redden.quot;

Zoo beoefende Alphonsus van zijne prilste jeugd af wat hij later zoo dikwijls leeraarde, toen hij zeide: „Willen wij zalig worden dan moeten wij beginnen met een vast besluit te vormen en een ernstigen wil op te vatten, zeggende: ,.ik wil mijne ziel zalig maken, koste wat koste. Dat ik alles verlieze: bezittingen, vrienden, het leven zelfs, als ik mijne ziel maar niet verlieze.quot; Zoo bracht hem de overtuiging van het woord des H. Joannes Chrysostomus: Anima est toto mundo pretiosiorquot;: de ziel is veel kostbaarder dan de gansche wereld, tot die ware

150

ocr page 163

II. L. A. SlvVlUENS.

grootheid en tot dien trap van heiligheid, die wij in hem bewonderen. Doch. Chr., waar is onze ijver voor de zaligheid onzer ziel, waar onze ernstige wil om die ziel te redden? Ach! wij zijn doorgaans zoo lauw en traag, als het de eeuwige zaligheid geldt! Zoo ijverig en vlijtig wij zijn, waar sprake is van een aardsch en kortstondig tijdelijk gewin, zoo zorgeloos en onverschillig plegen wij te zijn, als het er op aan komt onze ziel te redden. En toch! Quid

prodest Iiomini____? Wat baat het den inensch—?

Leeren wij daarom van den H. Alphonsus een krachtdadigen wil in ons opwekken om onze ziel te redden. Leeren wij tevens de middelen daartoe aanwenden. Beide leert ons onze Heilige.

II.

Het is eene eigenschap van waarlijk groote mannen. dat zij weten wat zij willen, en wat zij willen ook verrichten. Wij zien het in den H. Alphonsus. Hij wilde zijne ziel zalig maken, en de middelen daartoe noodig vond hij in het geloof, dat de wortel onzer rechtvaardiging is en de grondslag aller deugden. Alphonsus immers was een man van een nederig, een vast, een werkdadig geloof. Dat geloof leerde hem, dat slechts ééne zaak noodig is, gelijk de Zaligmaker zegt: „porro vnurn est necessariuinééne zaak is noodig: dat wij onze ziel redden. Dat geloot leerde hem, dat men voor dat ééne noodzakelijke moet werken en lijden, want „het rijk des hemels

ocr page 164

152 ALPHOKSUS EN DE ZELFHEILIGING,

lijdt geweld, zegt de Zaligmaker, en de geweldigen nemen het in.quot; Dat geloof overtuigde hem, dat men volgens het woord van den Apostel zijne zaligheid moet bewerken met vreezen en beven, en dat men dientengevolge de geboden des Heeren onderhouden en de zonde vluchten moet. Immers een geloof zonder de werken is een dood geloof. Daarom arbeidde de H. Alphonsus aan zijne zaligheid door zoo nauwkeurig mogelijk alle geboden van God te onderhouden en de zonde zoo standvastig te vluchten, dat zijne zielsbestuurders konden getuigen, dat Alphonsus in geheel zijn leven geene enkele doodzonde, zelfs geen volkomen vrijwillige dagelijksche zonde had bedreven. Dat geloof van Alphonsus was derhalve werkzaam door de liefde, die het wezen is der volmaaktheid. Met den Apostel kon hij getuigen: „En wij, wij hebben geloofd in de liefde, die God voor ons heeft.quot; Hoe teeder, hoe zuiver, hoe offervaardig was zijne liefde voor God! Welke vurige liefdevlammen ontsprongen zijn hart, als hij daar zoo kinderlijk lag neergeknield voor de kribbe van Jezus, en hij met een van liefde blakenden H. Franciscus uitriep: „Amemus pueruni de Bethlehem!quot; Beminnen wij toch het Kind van Bethlehem! Hoe deelnemend, hoe teeder was zijne liefde, als hij Jezus aanschouwde op het kruis of onder broodsgedaante verborgen in het H. Sacrament! Wie sprak ooit schooner, wie schreef ooit zalvender over die groote geheimen dan Alphonsus! Hoe warm klopte daarenboven zijn hart voor de Kerk en haar zichtbaar Opperhoofd!

ocr page 165

M. Ij. A. SEVBIENS.

Voor de verdediging van beider rechten, voor de waarheid der Katholieke leer trad Alphonsus, uitgerust met zijn veelomvattende wetenschap, in het worstelperk. Vooral toen hij, ofschoon i-eeds op gevorderden leeftijd, bisschop was geworden van St. Agatha der Gothen, toen achtte Alphonsus zich nog meer verplicht de Kerk en haar Opperhoofd door woord en schrift te verdedigen. Hoe heldhaftig eindelijk was zijne naastenliefde! Wat heeft hij niet gewerkt en geleden voor de zaligheid des naasten? Veertig jaren lang trok hij als Missionaris rond, het woord des Evangelies bij voorkeur aan de armen verkondigend, zoodat hij het den Zaligmaker kon nazeggen: ■ ..Panperibvs evanyelizare nmit me:quot; God heeft mij gezonden om het evangelie aan de armen te prediken. En toen hij van ouderdom uitgeput den zwaren arbeid van het Apostolisch leven niet meer dragen kon, maakte hij zijne wetenschap den naaste dienstbaar door het schrijven van tal van grootere en kleinere werken en door zijne Congregatie. Met welke grootmoedigheid nog wist Alphonsus vergeving te schenken aan die hem verongelijkten! Met welke edelmoedigheid kwam hij de armen en noodlijdenden te hulp. En waar vond Alphonsus in het werk zijner zelfheiliging, die ook van hem zelfverloochening en kruisiging vorderde, de noodige kracht en sterkte? In het gebed, waarvan hij terecht de groote Apostel genoemd wordt, en wel bepaaldelijk in het rozenkransgebed. Hij vond die kracht in zijn vertrouwen op Jezus en Maria!

ocr page 166

ALPH0NSU8 EN DE ZELFHIJi LtüING

Alphonsus was er van overtuigd, dat de bemiddeling-van Maria voor ons noodzakelijk is ter zaligheid. Daarom ook maakte hij de woorden van den H. Bernard us tot de zijne: „Nihil Deus habere nos voluit, quod per jiianm Mariae non transiretquot;: „God heeft vastgesteld „ons geene genade te schenken, tenzij door Maria.quot;

Ziedaar wat Alphonsus voor de zaligheid gedaan heeft: hoe hij haar ernstig wilde, hoe hij uit alle krachten aan haar arbeidde. De gedachte aan de zaligheid vervulde geheel zijn leven. Te San Michel de Pagani lag de ruim negentigjarige Alphonsus op het sterfbed. Daar kwam zijn Neef. Joseph de Liguori. hem een laatst bezoek brengen. Neergeknield aan de stervenssponde vroeg hij den Heilige om zijn zegen en een laatste stichtend woord. Alphonsus hief zijne stervende hand op, zegende zijn neef, en sprak met half gebroken stem: „Mijn dierbare neef, red uwe ziel, red uwe ziel.quot;

Laat dat woord van den stervenden H. Alphonsus ook tot ons allen zijn gericht. Redden ook wij onze ziel. Volgen Avij derhalve Alphonsus' voorbeeld. Staan ook wij vast in ons heilig Katholiek geloof. Hebben wij God lief en onzen evenmensch. Zoeken wij kracht daartoe waar Alphonsus ze gevonden heeft. Beoefenen wij het gebed, vooral het rozenkransgebed, laat het altaar, het tabernakel, de communiebank ons dierbaar wezen, laten wij kinderen van Maria zijn.

Dan ook zullen wij ons hoogste levensdoel bereiken en met den H. Alphonsus geloond en gekroond worden in den Hemel. Amen.

154

ocr page 167
ocr page 168
ocr page 169

eedevoering

CiKllüUDEN

OP DEN Cr ROOT K N SINT ALPHONSUS-F K IvSTA VON D TE KO.M1

DOOR

z.em. kakdlnaa l l. m. pakocchi.

(VcrfiKihl uit lui Ualiimnsch.)

ocr page 170
ocr page 171

Hie ast fratrum ((motor et popuJi.

II Mach. XV; 14. Doze heeft zijne broeders lief en het volk.

feest, dat wij thans vieren, is geen i liturgisch feest. Immers, als wij de Heiligen j vereeren, vereeren wij in hen God, den oorsprong aller heiligheid; en het voorwerp onzer vereering moet aan de verhevenheid van dezen eere-dienst beantwoord en.

Na is de geboorte der menschen, al zijn zij later ook Heiligen geworden. door de erfzonde besmet, zij is dus niet heilig; eerst op dat oogenblik worden wij voor God geboren. als het Sacrament der wedergeboorte de vlek, die onze ziel bij hare wording aankleeft, heeft uitgewischt. Gelijk dan de eindpaal dei-wedergeboorte in den tijd daarin bestaat, dat wij na

ocr page 172

1(50 ALPH., VOOKLOOPKK DEK CHK. VOLKSLIEFDE OXZEH TIJDEN,

«leze ballingschap het eeuwig vaderland bereiken, zoo wordt ook in tie taal der Kerk zeer wijselijk die schoone dag „Geboortedagquot; genoemd, waarop de Heiligen den Hemel binnentreden.

Toch staat de H. Kerk ons toe den Heer te danken, als Hij aan een groot man, een man, waarin Zijn grootheid zich afspiegelt, het bestaan geschonken heeft. En gelijk zij den dag van 20 Februari 1694 beweent, waarop een Franciscus Arouet, later bekend onder den naam van Voltaire, geboren werd, zoo juicht zij den 27st011 September van het jaar 1696 toe, waarop A1 phonsus de Liguori op weinig schreden afstands van ile stad Napels het levenslicht aanschouwde.

Met den godsdienst juicht ook de beschaving dien dag van zegeningen toe. Die daar geboren is, is een held van het Evangelie, is een Katholiek geheel geloof, geheel karakter, geheel daad; 't is een priester, wien Napels, onder zoovelen. die waardig zijn ten voorbeeld aangehaald te worden, geen gelijke ter zijde kan stellen; 't is de stichter eener religieuze familie, die opgroeide in vervolging, en na honderdvijftig jaren levens krachtiger is dan zij ooit te voren was, zelfs in den ijver van haar ontstaan; een bisschop, op gelijke lijn te stellen met den éénigen Borromeus; een Kerkleeraar, die met Franciscus van Sales eervol de taak vervult van het kerkelijk leeraarsambt der nieuwere tijden, even eervol als ten tijde van G regorius VII Petrus Damianus naast Anselmus van Aosta.

ocr page 173

KARDINAAL 1,. M. PAROCCHl.

Maar Alphonsus is bovendien een hellt; I der christelijke beschaving, want hij is een Vader des Volks. Priester, kloosterling, bisschop, leeraar, altijd was hij de man des volks. Op hem mag dus zonder schroom de lofspraak toegepast, die het tweede boek der Machabeeën aan Jeremias geeft; Hie est frat rum amator et popuü: Deze heeft zijne broeders lief en het volk. En 'als de christelijke volksliefde in haar gouden boek den naam van Alphonsus opteekent, doet zij hem geen oneer aan, maar viert veeleer zijne nagedachtenis; indien ten minste het woord des Apostels aan Timotheus waar is, — en dat is het ontwijfelbaar — „dat de godsvrucht in zich sluit de belofte des tegenwoordigen levens en des toe-komstigenquot;: Prumissionem habens vitue quae nunc est, et futunie. (Tim. IV: 8).

Ik stel mij dus voor in Alphonsus te schetsen een voorlooper van de christelijke volksliefde in onze tijden. En wanneer uit het beschouwen van dat verheven beeld , hoe zwak de lijnen onzer schets mogen zijn, de zaak der lijdenden eene nieuwe plaats in liefderijke harten wint, — dan zal ik mij om wille van Alphonsus gelukwenschen, die, wat hij op aarde was, ook in den hemel blijft: de teederste criend van zijn volk: Hie est f rat rum amator et popvM.

Nog was de revolutie niet ontketend, die de gelijkstelling van adel en volk bewerken zou. Nog was niet door geheel Europa de leer verbreid der Encyclopedisten, die den voorrechten van het patriciaat zoo vijandig was; veeleer waren, vooral

ii

Kil

ocr page 174

HiL' ALFH., VOOHLOOPKH 11KI! CHB. VOLKSLIEFDE ONZEU TIJ DEN,

in Napels, de wetten, de aanspraken, de gewoonten van het meest aristocratische aller christelijke rijken nofr in vollen bloei; en toch neigde toen reeds Alphonsus, van zijn doorlnchtigen zetel der Portanova, Alphonsus, niet zijn hoogadellijk voorgeslacht van vijf eeuwen en meer, van zijne jongste jaren zich uit eigen beweging naar het volk heen.

Bescheiden. zachtmoedig, te midden van den luister, die zijn leven in de wereld omgeeft, te midden der bekommernissen, die het optreden aan de balie vergezellen, te midden der vooruitzichten eener verlokkelijk schitterende toekomst, was nooit zijn hart gesloten voor het lijden des volks; en als hij eindelijk het oor leent aan de verheven stem, die hem naar het heiligdom roept, legt hij alle zucht naar grootheid af, die de luister zijner verdiensten en de adel van zijn huis hem zoo licht zouden verschaft hebben. en bewaart hij al de maagdelijke krachten zijner ziel voor de zaak der ongelukkigen.

Als onbekend nieuweling verscholen in de talrijke vereenigingen, waarin de keur der Napelsche priesterschap vergaderde, leerde hij den armen den catechismus, hoorde hij de biecht van het laagste volk. gaf hij missiën in de open lucht, en wist zoo met het volk die heilige vertrouwelijkheid aan te knoopen, juist op het tijdstip, dat het, na liet overlijden van den H. Franciscus de Geronimo. zich op pleinen en straten om den beroemden pater Rocco verdrong.

Nog krachtiger quot;echter werkte zijn uitstekend voorbeeld op de opvoeding des volks.

ocr page 175

KARDINAAL I,. Jl. PAHOCCHI.

Gestrengheid van leven. gepaard met eene engelachtige onschuld, eenvoudigheid in kleeding, verzaking aan de genoegens van het familieleven, geest van gebed, beproefde deugd die de bloem zijner heiligheid een oniniskenbaren geur deed verspreiden, dat alles mankte hem liet voorwerp van den eerbied, van de liefde des volks, dat hierin zoojuist weet te oordeelen; dat onderscheidde hem van dien troep najagers van den volkslof, door het vertoon eener valsche mensch-lievendheid gebedeld.

En deze van den gewonen regel zoo zeer afwijkende levenswijze was als een voorspel der stichting van ■Ie Congregatie de* Allerheiligsten Verlassers, die hij eenmaal aan de heiliging des volks zou gaan wijden: Evungclizarc puuperibus mis it me. (Luc. IV: 18). Gelijk een Yincentius a Paulo, hoewel langs andere wegen, gevoelde hij de goddelijke inspraak die hem riep tot de veredeling der laagste volksklasse, die hem riep om de meest verlaten streken met het goddelijk woord te vervullen, om de meest verlaten wijken der steden met het heilig dienstwerk ter hulp te komen.

Het volk is altijd hetzelfde, het laat zich beter door voorbeelden dan door woorden geleiden. Niet dan met moeite verheft het zich tot de theorie; en slaagt het er in iets bovenzinnelijks te begrijpen, dan zijn het de grondbeginselen van den godsdienst, op eene voor zijn beperkt verstand bevattelijke wijze voorgesteld. In die grondbeginselen vindt het volk zijne theologie, vindt het de moraal, die

ocr page 176

KU ALPII., VOOKl.OOPKR 1)10li ('UK, VOLlvSLIEFHIO ONZER TI.IDEN',

een zoo edel deel der geloofsleer uitmaakt; vindt liet staathuishoudkunde en staatsleer, vindt het wijsbegeerte en geschiedenis, in die mate, waarin liet dit alles behoeft. Die dus zich er op toelegt de menigte in de geloofsbelijdenis der Apostelen en in de tien geboden Gods te onderwijzen, die werkt ook mede aan de eenig ware beschaving, waarvoor het volk ontvankelijk is. En als ooit de regels der burgerlijke samenleving het volk bereiken langs anderen weg dan dien .der Kerk. worden zij - gelijk de beste wijn het gemakkelijkst in azijn overgaat - worden zij, zeg ik. verkeerd opgevat en zullen zij, zonder dat men het wil. slechts dienen om debarbaarschheid te handhaven.

Onder degenen, welke in dien tijd met hervormingen optraden, ontbrak het niet aan mannen, die meer of minder oprecht het volk schenen lief te hebben. De nachtelijke straatverlichting, — ('t was de apostolische pater Eocco, die dit het eerst verwezenlijkte door bij de heiligenbeelden der straten en wijken votieflampen te ontsteken) — billijker verdeeling dei-belastingen . de zorg voor de openbare gezondheid, de begunstiging van den handel, het oprichten van grootsche toevluchtsoorden voor de armen in de steden, dat waren echt verdienstelijke daden, oprecht door het geheele volk toegejuicht.

Maar het belang, dat boven alle stoffelijk voordeel zich verre verheft, het belang van godsdienst en van goede zeden genoot zooveel zorgen niet. Men wilde den godsdienst tot een werktuig der regeering ver-

ocr page 177

KARDINAAL I.. M. PAKUCOHl.

lagen; ja, de godsdienst, gekwetst in zijn zichtbaar opperhoofd, den Paus van Rome, onderworpen aan het beheer van leeken door dat de keuze der bisschoppen aan de willekeur van den Staat was overgelaten, werd verlaagd in den persoon van priesters, onder een naijverig staatstoezicht gesteld, en zoodoende onmachtig zich te bewegen zonder de goedgunstige toestemming des konings.

Het ideaal van Tanucci. dat voorbeeld door de liberalen benijd, was dat van Pharao: „Zonder uw bevel, zal geen der onderdanen door geheel Egypte hand of voet verroeren.quot; „Ego sum Fharoo: absque hm ünperio non morehit quisquam nianurn avt pedem in onmi terra Aegypti.quot; (Gen. XL1; 44).

Het despotisme in zake van godsdienst moest ver-derfelijken invloed hebben ook op het tijdelijk welzijn des volks, dat, als het van zijn grootste goed, het geloof', wordt beroofd, zich den weg baant tot een breidelloozen stroom van jammeren zonder maat. Geschokt in zijn kinderlijk vertrouwen op den H. Stoel, werd het volk een rijpe en rampzalige buit der Fransche revolutie. Welnu tegen dat heerschend beginsel van het regalisme streed Alphonsus' geest en pen gedurende geheel zijn leven.

Wat zijne liederen aangaat, — woord en wijs zijn eigen compositie. — wier poezie een Metastasio niet onwaardig is, en wier muziek als een voorspel klinkt van een Cimarosa, een Paisiello en een Pergolese, zij beoogen de zedelijke verbetering van het volk. Den Napolitaan zijn lied ontnemen staat gelijk met

v

ocr page 178

166 ALPH., VOORLOOPER DER CHR. VOLKSLIEFDE ONZER TIJDEN.

den vogel zijn vlucht te beletten; te Chiaia, te Posilipo, te S. Martino, aan de onmetelijke Tyrrheensche zee, in de zomernachten, bij het helder maanlicht of bij het fonkelen der sterren aan een azuren hemel, is hem het bezingen der verborgen schoonheid, terwijl de trillende snaar zijn zilveren stem begeleidt, niet alleen een genot, maar eene gebiedende behoefte. Welnu, thans bezingt hij Maria; de wufte minneliederen van Nunziata en Porto, die van Mercato en Pendino wijken voor de lofzangen aan de goddelijke Moeder en haar Zoon gewijd, terwijl het volk die verandering niet opmerkt; of, zoo het die bespeurt, haar als een winst beschouwt voor de ziel en eene verhooging van genot. Vindt ook al de gestrenge kunst in deze gedichten iets te gispen, veel meer berispelijks vindt zij in de toen in zwang zijnde minneliederen; de zedeleer echter, een kunst zonder weerga, juicht deze verandering dankbaar toe, wijl zij het volk gered ziet uit het slijk en voor den ondergang behoed.

Eveneens zijn de geestelijke werken van onzen Heilige, diegene niet uitgesloten, ja zelfs, diegene vooral, die voor het godvruchtig en mystieke leven als 't ware een nieuw tijdperk openden: De Bezoeken aan het H. Sacrament en De Heerli/jkheden can Maria en De beoefening der liefde tot Jezus Christus en de zoo beroemde Beschouwingen over het Lijden, op het zelfde doel gericht: de heiliging des volks. De aristocratische helderheid van den H. Franciscus van Sales wordt voor de eerste maal democratisch onder Alphonsns'

ocr page 179

k'AI!DIN'AAl, I.. M. PAROCCHI.

pen. Men vergeve mij de profane uitdrukking, maar de gedachte kon niet korter of juister worden weergeven. Populair is bij hem de vorm ook in zijn mystieke geschriften. Gemakkelijke redeneertrant, duidelijke opmerkingen, gepaste voorbeelden, die. weinig pretentieus in zake van kritiek, vol van stichting zijn, een schat van teksten uit Schriftuur en Vaders, verklaard en toegepast wonderschoon! En over die bladzijden zweeft vrijelijk de adem des H. Geestes, en stort er den zalf der vroomheid over uit, en ontsteekt er de vlam zijner liefde, waaraan slechts een hart van steen kan weerstaan. De taal dier werken is zuiver Italiaansch, zonder gezochtheid, de stijl eenvoudig maar niet plat; zoodat zij den geleerde niet stooten, en het volk ze aanstonds begrijpt, bij het eerste hooren.

Nog leefde in die dagen de herinnering aan Paolo Segneri maar toch waagde het juist toen Bandiera om den schoonen Italiaanschen stijl in den geest van een christelijken Cicero te hervormen; en vooral in het zuiden trof men geleerden aan. weliswaar diep van gedachten, maar gewrongen en duister van vorm. Maar toen deed de liefde voor hef volk Alphonsus den waren weg in den stijl banen en maakte hem, zonder het te vermoeden, den voorlooper der heden-daagsche richting, volgens welke niet een vooraf bepaalde vorm de dikwijls al te ver gezochte idee in een vasten plooi wringt, maar de idee, juist en helder, in gelukkige uiting haar eigen en passend gewaad erlangt.

107

ocr page 180

1(58 AliPH.. VOOKLOOPEB DER ( HU. VOLKSLIEFDE ONZER TIJDEN,

Doch het welzijn des volks is geheel bijzonder toevertrouwd aan de geestelijkheid. Het onderricht, de levenswijze, de geestkracht, de offervaardigheid, onmisbare hoedanigheden om waarlijk te leven en te handelen als een man Gods: Tu autem homo Dei, (I Tim. VI: 11) houden gelijken tred met de algemeene welvaart , meer dan de wereld het vermoedt.

Een vrucht van deze diepe overtuiging was bij Alphonsus zijne Zedekundige Godgeleerdheid, gerijpt in zijnen geest door zoo lange jaren van studie, tot stand gekomen na raadpleging van achthonderd schrijvers, reeds bij het leven des schrijvers door negen uitgaven bekroond. en in Gods Kerk verschenen als een feit van de hoogste beteekenis. De kern van Alphonsus' moraal is een afglans der billijkheid van Gods geboden; Omnia mandata tua aequitas, (Ps. CXVIII: 172). Vijandig zoowel aan de gestrengheid der Tutioristen als aan de toegeellijkheid der Laxisten. stelt Alphonsus de beginselen der openbaring, dei-wijsbegeerte en van het recht voorop, leidt daaruit met den strengen betoogtrant van den engelachtigen Leeraar de gevolgtrekkingen af, en wijst den koninklijken weg aan ter oplossing van de praktische vraagstukken. Zelden misschien zijn vóór hem de vroegere meeningen met zooveel nauwgezetheid wetenschappelijk onderzocht; voor de eerste maal misschien vond men zulk een overvloed van schrijvers, dat het werk als een verkorte geschiedenis der moraal kon gelden; zelden misschien werd in de eeuwen, die zijn monumentaal werk voorafgingen, zoo her-

ocr page 181

KARDINAAL L. M. PAROCCHI. 109

haaldelijk beroep gedaan op de antwoorden der Romeinsche Congregatiën als op beslissende uitspraken. De verdienste van het boek bestaat niet in nieuw te zijn; veeleer beroemt de schrijver er zich op het oude te volgen; maar de leeringen door de onderbinding der eeuwen beproefd kleedde hij in een nieuw gewaad en bracht ze in zijn werk tot een harmonisch geordend geheel te zamen; een geheel, dat, eenvoudig en ernstig. bezield door de wijsheid van een Lambertini en door de positieve juistheid van een Muratori en een zaligen Tommasi, waardig was de geleerde verhandelingen van den beroemden Zaccaria als voorrede te ontvangen. Met recht dan ook moest het de moraal der toekomst worden.

Na Alphonsus heeft in deze stof geen enkele nieuwigheid stand kunnen houden. Met hem is geschied wat geschied is met den H. Thomas: dat, gelijk ieder, die afwijkt van den engelachtigen Leeraar, dikwijls gevaar loopt het geloof in de waagschaal te stellen, zoo ook zij, die zich tegen Alphonsus kanten, gevaar loopen schipbreuk te lijden in de leer der moraal.

En als waren hem zooveel licht der wetenschap, zooveel rijkdom van kennis . zooveel klaarheid van stijl niet genoeg om de zaligheid van geestelijken en volk te verzekeren, bracht hij zijn werk nog meer onder het bereik der minder ontwikkelden; door de uitgave van zijn „Homo Apostolicudquot; en zijn „Onderricht voor den bied deaderquot; geleek hij een Eliseus, die om het overleden knaapje ten leven op te wekken zijn

ocr page 182

170' ALPH.. VOOBLOOPER DER ('HU. VOLKSLtEÉIDE ONZER TI IOEX.

eigen gestalte aan die van den kleine gelijkmaakte. Meer nog. Het menschelijk opzicht met voeten tredend, zonder te verlangen, dat de wereld hem zou toejuichen als den adelaar der godgeleerden; alleen de zaligheid der zielen beoogend, trad hij vol moed op de kampplaats der dogmatiek, schroom»ie hij niet af te dalen in het strijdperk der apologie, en in beide slaagde hij gelukkig.

Met meer helderheid dan de toenmalige apologeten gewoon waren, verdedigde hij de grondwaarheden des geloofs, bestreed de troostelooze leeringen van het Jansenisme in zijne „ Verhandeling over het gebedquot;. een verhandeling onmisbaar, ook nog bij het groote licht der hedendaagsche wetenschap, om de leer dei-genade te doorgronden; en door zijne „Verhandeling ore/- den Fansquot; vernietigde hij de drogredenen van Febronius en der üallicanen en was hij een voorbereider der dogmaverklaring door het vaticaansch Concilie uitgesproken.

Wat de leer zijner tegenstanders uitwerkte, vooral in het werkelijke leven, had hij te St. Agatha der Gothen aanschouwd in de jaren van zijn bewonderenswaardig Episcopaat. Met den blik, gewoon in het diepste der feiten door te dringen en niet stil te staan bij eene oppervlakkige waarneming, zag hij dat het volk geen reddingsanker had buiten de trouwe naleving van de geloofs- en zedeleer der roomsche Kerk;quot;en verre van tijdens de uitoefening van zijn ambt eenige reden te vinden om het geschrevene te herroepen, vergaderde hij een rijken

ocr page 183

IvAHDlNAAL L. M. I'AROCc'Hr. 171

oogst van bewijzen om zijn reeds voltrokken werk nog te bevestigen.

De gestrengheid beoefende hij voor zich zeiven alleen, maar paste ze op niemand anders toe. Hij dreef die gestrengheid met zich zei ven zooverre, dat zelfs het noodzakelijke hem ontbrak, en hij gedwongen was belangrijke schulden te maken om zijn volk, door den honger tot liet uiterste gebracht, te spijzigen. Yan zijne inkomsten, die ter nauwernoood voldoende waren, legde hij niets terzijde voor onvoorziene behoeften des levens noch voor den ouden dag, ofschoon hij meermalen en met aandrang den Paus zijn ontslag had gevraagd. Arm kwam hij te St. Agatha , allerarmst verliet hij het, om te Nocera de' Pagani de gastvrijheid zijner zonen ter liefde Gods in te roepen. En hoewel in de laatste jaren zijns levens gewetensangsten hem bestormden, bekoringen, wreeder dan de dood, hem verontrustten, nooit trok hij zijn leer in twijfel, nooit berouwde het hem den zondaar veeleer tor het waardig ontvangen der absolutie te hebben voorbereid, dan hem die te hebben geweigerd.

Doch aan de volmaaktheid van het beeld dat Gods Voorzienigheid in hem wilde vormen, het beeld van den waren volksvriend, den voorlooper dei-nieuwere tijden, zou nog één trek ontbroken hebben, ware hij niet beproefd geworden, als weleer een Calasanzio, in zijne teederste genegenheden, in die Congregatie zelve, waarin zijn geest zich afspiegelde, die hem meer dan iets op aarde

ocr page 184

172 ALPH.. VOOKLOOPEK DER CHR. VOLKSLIEFDE ÜNZKR TIJDEN.

dierbaar was. Een verrader in den boezem dei-Congregatie leende zich tot het verwezenlijken van Tanucci's denkbeeld: „De Congregatie des Allerh. Verlossers leve, zij leve in voorspoed, maar leve niet door de kracht, die van Rome uitgaat.quot; Spoedig was de goedkeuring van den H. Stoel als een doode letter, en terwijl de geest des Caesars den verminkten regel doorademde, vlood de geest Gods met afschuw heen. Pius VI toonde in zijn verzet tegen Ferdinand 11 die sterkte, welke hij later zou aanwenden om den woedenden stroom der Fransche revolutie te keeren.

De Congregatie, eens zoo eendrachtig en bloeiend, werd in tweeën gescheurd. Alphonsus, aangeklaagd van fouten, die de zijne niet waren, werd een tijdlang te Rome veroordeeld als waard om verdreven te worden uit de Congregatie, door hem zeiven gesticht , met zijn bloed en zijn zweet opgebouwd. „De Paus heeft het bevolen, het bevel komt van God,quot; — dat waren de woorden des Heiligen, die in die vreeselijke maanden op het Lam geleek, dat aan het kruis geslachtofferd werd. Dat hij op het laatst weder een opbeuring genoot, strekt voorzeker der goedheid des Pausen ten lof, die aanstonds bereid was edelmoedig te herstellen . waarin hij onvrijwillig had gedwaald; maar de slag was eenmaal gevallen, en de zoo laat komende troost kon niet beletten, dat het onschuldig slachtoffer volkomen in de smarten werd verteerd. Voor de Congregatie had hij geleefd, voor haar moest hij sterven; en een dood, door zooveel kommer voorafgegaan, zou voor

ocr page 185

KAK DIN.-VAL L. M. PAKOCCHI.

zijne zonen den palm van den apostolische! i arbeid aan het heil des volks spoediger tot vollen wasdom brengen. Gerardus Majella, onschuldig slachtoffer van schandelijken laster, had in de eerste jaren van het bestaan der Congregatie aan den stichter, eenoogenblik door het bedrog droevig misleid, bittere tranen gekost; Clemens Hofbaner werd voor dienzelfden stichter, op het einde diens levens, een onderpand van de toekom-srige grootheid der Orde, die in het lijden was opgegroeid.

En de vrucht van dat offer? Na meer dan een eeuw zien wij die vruchten dooi' de geheele wereld verspreid. Wij zien ze in die grootsche beweging naar het Pausdom, die, omtrent het midden onzer eeuw in gang gebracht, zich in deze laatste jaren onder de regeering van Leo XIII reusachtig groot verheft. De Paus regeert in het hart des volks, en het volk voelt zich gelukkig aan het hart des Pausen te rusten. De oude pogingen van het Regalisme, in het werk gesteld om de menigte van het Pausdom los te rukken, wekken thans eer medelijden dan vreeze op. De rooversbenden van Napoleon I , toen zij de menigte, die zich om den in ballingschap weggevoerden Pius VII verdrong, met bedreigingen wilden trotseeren, waren om zoo te zeggen een wenk voor de liefde der katholieken; eji met hoe bitterder woede de keizerlijke trawanten de menigten trachtten af te schrikken, des te meer groeiden zij voor hunne oogen aan.

Het volk besteigt met haastigen tred een steile helling; om niet onverhoeds in de diepte te storten.

173

ocr page 186

I (4 ALPH.. VOORLOOPER DEI! CHI!. VOLKSLIEFDE ONZER TIJDEN.

heeft het een teugel noodig, .en dien kan het niemand geven dan alleen de Paus. En de Paus draalt niet dien al te snellen loop met zijn gezagvol woord te matigen, hem te besturen met de wijsheid en billijkheid, die hem van boven gegeven is. Ware dit voor twee eeuwen geschied, men hadde hem voor een dwingeland uitgekreten; thans juicht men hem toe als een vader.

Van waar dat verschil?

Zeer zeker van de maar al te dikwerf zoo bloedige gebeurtenissen, die Gods Voorzienigheid tot bekeering der volkeren toeliet. De eerste eeuw vloeide over van beloften, gedaan door vorsten weerspannig aan den Paus; en die beloften, door de menigten voor deugdelijk gehouden, zijn opgegaan in rook. De tweede eeuw hoorde het gehuil der Gode vijandige revolutie; zij hoorde van de spreekgestoelten uitroepen, door de pers herhalen, dat men om de menschheid te redden, den godsdienst moet vernietigen. Thans meer dan ooit ondervindt het volk tot zijn schade de verfoeielijke dwaasheid dier godslastering.

Geen enkele der voorspelde idealen, eindpalen op den breeden weg van het oproer der gewetens, werd ooit bereikt. Maar met het dalen der beschaving en van alle haar samenstellende elementen, is men gekomen tot eene niet denkbeeldige, maar werkelijke worsteling om het leven, in elke sfeer, in eiken hoek der aarde.

Doch als het uur der duisternissen zal zijn voorbij-

ocr page 187

KARDINAAL L. M. PAHOCCUI.

gegaan, dan zullen de komende geslachten als een der helciliaftige voorloopei's van den nieuwen dageraad Alphonsus de Liguori erkennen, en onderwezen door zijne leer zullen zij Petrus' Stede den schoonen groet toesturen: „O Rome, wiens geheimnisvollen naam God ons heeft leeren kennen, o eeuwige stad, o vaderland des harten; die aan u denkt, en zich niet nederbuigt, o voorwerp van Gods eeuwige raadsbesluiten , neen, hij kent het geheim der eeuwen niet. Wat voor vereenigde krachten ééne haar samenvattende kracht is, en voor de levende ledematen ééne ziel; wat de zon is voor de planeten, en wat één eindpaal is voor het eendrachtig wentelen dei-sterren door de onmetelijke ruimte; en wat voor harmoniëerende gedachten ééne idee is, en wat voor wederkeerige liefde één liefdeband is, en wat voor de geesten die ééne geest is, die hen allen omvat, — dat, o Rome, dat zijt gij; gij de éénheid der ver-eeniging, de spil der tijden, de ééne band van het menschelijk geslacht!quot; ').

1) Aldus Aug us to Conti: Fumiylia. Palria c Din.

(«

ocr page 188
ocr page 189

■

■

_

_

__

ocr page 190
ocr page 191
ocr page 192

*

ra nbf -;• - ^ ,.

ï ^ ^^ /C ^ i

1 0 . J H ■

' . 'r^ , € ^ ^

!.vV ^ ^v;

Jf- »' V *, - *' -

.|gt; ^r'T ■ V I

L ^ ' f^- 'jn- V .

i t\- * % ^

! ' . X' • ^ ■ quot; 'V

rt-.- 1 -gt; - * ■

1 ^ J' ^ %

, gt; . . ru' I ViuT

^'x.v 4

^ '

f v= .'

j

■ / - . * ■*

Â¥ ^ vi ' :i ^ ^ .

'5- .

'44 ' * . . gt; ■'quot; J

', 1

i -■ T quot;' quot;■ v^

K • .4 -.' ... j

' 1v Y v •

. -\ -'* - ■•

X

v •4? ^

*r .

B

H

Hf

■;;;

'^n

ws

iiiïï

p

iM

É

Sm

V'

) lt;

jf y; è.- ■' ,gt;•• «t *0 ! ., ;«■ . '!►*?lt;

S f4

w ,' quot;'Ar

' .• gt; -gt;

^'.■' quot;'' lt;* '.id,

\ ' '

■■■.y

'■' f.

- f • f V

4'

■ X. : tt

^ 'N '■ :. - ƒ *'w »'

■•■■*. ■ ' M s •' .

!

\-

\

1

'C