~quot; ' -â
_______
^tnf
CX'.'AT
â¢J â¢gt;
Hz^nsriDijEiZDi^ro-
N
saüH
VOOR
ffi HET BEHEER EN DE BOEKHOUDING
DER
Boerenleenbanken
met de ojjicieele uitgave der Statuten volgens de Wet van 1855
DOOR
GBORGrlüS.
WEERT. EMM. SMEETS.
*
VOOR
HET BEHEER EN DE BOEKHOUDING
DER
Boerenleenbanken
mei de officieele uityave der Statuten volgens de Wet van 1855
C'Of^n'
w o j . , ;.
ydoor
G E O Ji G III S.
v'..i r r â -- -
WEERT. EMM. SMEETS.
f iiiWiiiiu
De voor/gang en bloei der Boerenleenbanken zal afhangen van een goed beheer, en een goed beheer is niets anders dan een nauwgezette uitvoering van de wetten, statuten en besluiten die aaarvoor gemaakt zijn. Zoodra men daarvan afwijkt zal de bank schade lijden en zij zou ten onder kunnen gaan wanneer een streng toezicht niet voortdurend tegen overtredingen waakte. Men moet wel in het oog houden, dat het belang der bank ook het belang der leden is, dewijl toch ieder lid hoof delijk instaat voor alle verliezen, dat dus ieder lid door zijn ei quot;en belang genoodzaakt wordt streng toe ie zien. Dit is vooral het geval met de bestuursleden, want zij - zijn niet alleen aansprakelijk voor alle verliezen evenals ieder ander lid, maar volgens art. 1693 van het Burgerlijk Wetboek zijn 'vereeni-gingen niet verantwoordelijk voor handelingen, welke hei Bestuur verricht zonder daartoe bevoegd tc zijn, en volgens art. 1271
en 1838 zijn lasthebbers niet alleen aansprakelijk wegens kwaad
opzet, maar ook wegens verzuimen, welke zij bij het volvoeren
van hunnen last mochten hebben gepleegd. Toch zal hier volgens ahtua 2 vein art, 1838 het beginsel in toepassing komen, dat zij die om niet een last op zich nemen, voor overtredingen en verzuimen aan minder strenge vervolging blootstaan.
Eene zware verantwoording heeft het Bestuur op zich geladen, uit bewonderenswaardige naastenliefde heeft het zich in de noodzakelijkheid gebracht, om de belangen der bank ie behartigen. Het heeft niet alleen beloofd de gelden der bank als een zorgvuldig huisvader ie beheer en, maar het heeft zichzelf gedwongen, zich aan strenge regels gebonden, zijn ei^en geluk aan dat van den boer vastgeknoopt en in zijn heldenmoed zich in de noodzakelijkheid gebracht om met den boer te staan of ie vallen.
Het is dus van groot belang, dat het zijne zware verplichtingen goed kenne en dat het door wijze raadgevingen geholpen worde om ze gemakkelijker te volbrengen ; waarom wij niet twijfelen of een goede wegwijzer zal hun welkom zijn.
Het Bestuur.
Aleer wij nagaan welke de verplichtingen van het Bestuur zijn, moeten wij weten, wie daaronder verstaan worden. Daartoe behoort niet de Raad van Toezicht noch de Kassier, het is alleen de directeur met zijm medebestuurders die volgens art. 21 voor vier jaar gekozen worden en waarvan de helft alle twee jaren aftreedt. Is de leenbank volgens de wet van 1876 opgericht, dan treden zij niet in dienst, voordat aan art. 11 van die wet is voldaan. Zie de statuten art. 18. Ook bij de banken, die volgens de wet van 1S55 als eene gewone vereeniging zijn opgericht, kunnen zij niet als bestuursleden optreden, voordat zij wettig gekozen zijn. Zij, die volgens art. 22 slechts plaatsvervangers zijn van een bestuurslid, behoeven a's zoodanig niet ingeschreven te worden. Wanneer een bestuurslid herkozen wordt, door bijzondere redenen of uit vergetelheid en vergissing langer aanblijft, dan de statuten toelaten, dan moet hij zonder verdere aanteekening als wettig bestuurslid beschouwd worden. Doch de andere bestuursleden en de Raad van Toc.icht z:jn altijd aansprakelijk voor de kwade gevolgen, die uit hunne nalatigheid zoude voortkomen. Immers schrijft art. 21 voor, dat zij slechts voor vier jaar worden gekozen en dat de helft om de twee jaar moet aftreden.
Wanneer wij nu de verplichtingen der bestuursleden willen kennen, dan moeten wij eerst en vooral art. 26 der statuten ontleden. Daar lezen wij in het kort bijna alles wat het bestuur te doen heeft. En als van het Bestuur sprake is, dan spreekt het vanzelf dat ieder bestuurslid aan die verplichtingen zijn deel heeft en dat diegenen daaraan tekort schieten, die alles aan hunne medeleden overlaten. Wij vinden daar op de eerste plaats, dat het Bestuur heeft te zorgen, dat de slatufen worden nageleefd en de besluiten uitgevoerd. De bestuursleden behooren dus de statuten goed te kennen en ervoor te zorgen, dat deze
in iedere vergadering bij de hand zijn. Eveneens moeten zij weten welke besluiten, in het notulenboek opgeteekend, nog in zwang zijn.
Immers behalve hetgeen door He statuten is geregeld, zijn er nog vele zaken, welke door de Vereeniging zelve voor iedere plaats moeten worden vastgesteld. Vele punten toch zijn er, die door algemeene onveranderlijke statuten niet kunnen worden bepaald, omdat zij van allerlei omstandigheden afhangen, die echter noodzakelijk moeten geregeld zijn vooraleer de statuten kunnen worden uitgevoerd en voordat de leenbank in werking treden kan Daarom moet de algemeene vergadering hetzij bij de oprichting der leenbank, hetzij kort daarna over die punten beraadslagen en besluiten nemen. Daar in den beginne zooveel te regelen is, zal zelfs eene enkele vergadering niet voldoende zijn ; wij zullen hier mededeelen, wat er dient beslist te worden. Men zal wel zien, wat aanstonds moet geregeld worden en wat nog cenig uitstel lijden kan.
De eerste Vergaderingen.
Er moet in de eerste Vergaderingen der Vereeniging worden bepaald ;
i0. Op welke wijze de algemeene Vergaderingen zul len worden opgeroepen. Zie art. 60 van de Statuten. Men zal het best doen, als men oproepingsbriefjes laat drukken, welke ook voor de bestuursvergaderingen kunnen dienst doen. Men zorge slechts dat er plaats genoeg overblijve, om de punten van behandeling aan te vullen. Het is niet noodig, dat de voorzitter al deze briefjes teekent. Men late bovenaan de volgende woorden drukken : De Boe-
1 enleenhank ic ....................................... en plaatse eronder He/.
Bestuur of De Directeur.
Worden de Vergaderingen door een bode mondeling aangezegd, dan zal het dikwijls gebeuren, dat men de le den niet thuis treft, dat de joodschap vergeten wordt en in zulk geval is bet zeer moeilijk de pun'en van behandeling ter kennis te brengen, hetgeen toch volgens art. 40
geschieden moet.
Volgens art. 38 moet telken jare omtrent den eersten Mei eene algemeene Vergadering plaats hebben. Het is moeilijk daarvoor een vasten dag te bepalen en al zou dit geschieden, dan behoort men toch telkens de vergadering cp te roepen, daar het anders zal vergeten worden, en daar de punten ran behandeling moeten worden medegedeeld,
Algemeene beraadslagingen kunnen niet als slafelijke arbeid beschouwd worden, daarom mag men zulke vergaderingen gerust op een Zondag houden. Zij zullen dan het best bezocht worden. Dezelfde opmerking geldt voor de bestuursvergaderingen.
20. Er mogt;;t bepaald worden en aan de leden medegedeeld, op welke dagen en uren het Bestuur en de Raad van Toezicht hunne gewone zittingen houden.
Het Bestuur moet volgens art. 23 minstens eenmaal in de maand vergaderen. Men zou daarvoor kunnen kiezen den tweeden Zondag van iedere maand des morgens om negen uur of na de Hoogmis, terwijl dezelfde dag alle drie maanden voor den Raad van Toezicht kan worden vastgesteld. Deze toch behoeft slechts volgens art. 34 viermaal in het jaar te vergaderen. En daar verschillende punten volgens art. 35 in vereeniging met het Bestuur moeten behandeld worden, kan men voor hunne vergadering voorloopig denzelfden dag en uur vaststellen.
Wanneer echter de banken volop in werking zijn, zullen meer vergaderingen, en wel gescheiden, noodig wezen. Als een boer geld komt vragen, kan hij gewoonlijk niet lang wachten. Het Bestuur zal dan spoedig moeten vergaderen, om over de aanvrage te beslissen en zal genoodzaakt zijn alle veertien of alle acht dagen zitting te houden. Men kan hierin echter te gemoet komen, wanneer men aan een lid, dat geld behoeft, verlof geeft, om b. v. tot 100, 500 of looo gulden te leenen. Zulk lid kan dan ten allen tijde zonder een nieuwe vergunning bij den kassier geld halen, wanneer hij het noodig heeft. Ook kan men den kassier machtigen, om kleine sommen uit te geven.
Daarover later.
3quot;. Op de eerste vergaderingen moeten ook de boeten worden bepaald voor het verzuim der vergaderingen en het openharen van ambtsgeheimen volgens art. 46, 90. In het boekje De Soerenleeuhiink verklaard door Georgius wordt aangeraden het ongewettigd verzuim der algemeene vergadering te straffen met een boete van telkens 25 cents. Men kan er bijvoegen, dat de reden der afwezigheid schriftelijk moet worden medegedeeld, ofschoon dit voor sommige leden groote bezwaren opleveit. Beter zal men bepalen, dat men binnen 8 dagen na de vergadering de reden van verschooning mondeling behoort op te geven aan den directeur, die dan over de geldigheid der reden moet beslissen. Aan alle afwezigen met of zonder reden boete op te leggen, strijdt tegen de statuten, art. 46, 90. Men stelle de boete niet te laag, want aan het bijwonen der vergaderingen is veel gelegen. Zie mijne Verklaring bl. 31.
Wat het openbaren van ambtsgeheimen betreft, in dit punt vooral moei men streng zijn. De reden daarvan kan men vinden in gemeld boekje op bl. 8 en 9. Onder deze geheimen is natuurlijk begrepen het geven of weigeren van crediet, alsook het opnemen van geld, tenzij de schuld-eischer zelf er geen geheim van maakt. Men kan de boete vaststellen op 10 gl., waarvan de helft aan de kas wordt gegeven en de andere helft aan den persoon, wiens geheim geschonden is. Het Bestuur en de Raad van Toezicht hebben natuurlijk te oordeclen, of iemand deze bepaling overtreden heeft.
4quot;. Verder behoort men in de eerste vergadering te bepalen, de plaats waar vergaderingen zullen gehouden worden en dat in geen enkele vergadering sterke drank mag geschonken worden. Men kan dit ook voorkomen met een huis te kiezen, waar geene gelegenheid bestaat.
5°. Zeer doelmatig is ook vooral in den beginne, de bepaling, dat de leden in gewone omstandigheden geen geld mogen leenen dan van de leenbank. Wanneer zij zich daartoe willen verplichten, dan wordt in eens een eind gemaakt aan de valsche schaamte, welke vele boeren
terughoudt en hen dwingt met woekeraars te handelen. Men kan het Bestuur echter niet verplichten aan iedereen geld te geven. Wordt het gevraagde geweigerd, dan blijft het toch altijd een geheim. Mocht die dwang te hard schijnen, het zal in allen gevalle goed zijn, alle leden, rijke en arme, tot leenen aan te sporen. Wanneer de meer gegoeden het voorbeeld geven, zullen de minder bedeelden zich niet meer schamen.
Wanneer nu de algemeene Vergadering tot het besluit komt, om alle leden tot het vragen van het noodige geld te verplichten, dan behoort men ook eene straf vast te stellen voor hen, die zich daaraan niet storen. Bij herhaalde overtreding dient men ze van het lidmaatschap te ontzetten.
6'. In de eerste Vergaderingen moet verder volgens art. 46, 5quot;. de hoogste som worden vastgesteld, welke het bestuur met den Raad dïr leenbank in het geheel mag aannemen, dat wil zeggen, hoe groot het passief of do schuld mag zijn, opdat de leden weten, voor hoeveel zij aansprakelijk kunnen, zijn. Het wil dus niet zeggen, dat het Bestuur schulden mag maken en aan de bank verliezen en schade berokkenen, maar alleen dat het zooveel spaargelden in bewaring mag nemen. Daar is weinig gevaar, dat de Vergadering aan het Bestuur te veel crediet zal toestaan. In den regel zal zij al te bekrompen zijn, het Bestuur in zijn werking te veel beperken en aldus veel voordeden laten verloren gaan. Wil men de bank veel winsten laten maken, dan moet men ze vrij laten werken en zorgen, dat zij geen voorschotten uit gebrek aan geld behoeft te weigeren. Men late het Bestuur dus zonder den Raad te hooren geld opnemen tot minstens f 2000. Men vordere de toestemming van den Raad voor de opneming van een.hoogere som tot minstens /5000 en ver-groote deze, zoodra zij niet meer in staat is, om aan alle credietaanvragcn te voldoen. Heeft nu de algemeene vergadering aan het Bestuur zooveel crediet gegeven, dan volgt daaruit nog niet, dat het Bestuur zooveel geld opnemen moei. Het wil alleen zeggen, dat het, zonder verder
de algemeene vergadering aan te spreken, zulk eene som opnemen kan. Zie de meergemelde verklaring bl. 33 onderaan.
Tevens moet volgens art. 46, 50 bepaald worden, hoeveel geld het Bestuur aan een en denzelfden persoon mag uitleenen, zonder den Raad van Toezicht te hoeren. Men houde voor regel, dat het Bestuur alleen slechts f 500 mag uitleenen. Zie ibidem hl. 34.
Volgens art. 46, 6°. moet men tevens de kleinste som bepalen, beneden welke geen spaarcenten worden opgenomen. Hoe kleiner men die som neme, hoe meer nut de leenbank stichten zal. Men stelle 25 ets. en belove interest, zoodra tot een gulden is bijgedragen, gelijk in het spaarboekje is aangenomen en gedrukt.
Het is sterk af te raden, dat van een en denzelfden persoon groote kapitalen worden aangenomen. Zulk. een schuldeischer zou te grooten invloed op de vereeniging erlangen en b. v. den rentevoet in zijn eigen belang kunnen opdrijven ; de leenbank ral beter werken, naar mate zij meer uit kleine bijdragen haar bedrijfskapitaal aanwerft.
Men kan ook van den beginne af de hoogte vaststellen, welke het fonds eenmaal bereiken moet. Zie de verklaring bl. 33. Dit zal echter beter tot later worden uitgesteld. In allen gevalle zou men in latere jaren die bepaling kunnen veranderen. Daarom zal het weinig nut hebben, de hoogte van het fonds nu reeds vast te stellen.
70. Verder moeten besluiten genomen worden omtrent den rentevoet voor de spaargelden en voorschotten, waarbij men den regel zal volgen in genoemd boekje bl. 26 en 27 aangewezen. Voor voorschotten, die langer dan een jaar worden toegestaan, behoeft men geen algemeenen regel te bepalen; men eische slechts, dat het Bestuur minstens i0^ meer vrage dan de rente, waarvoor gelden worden opgenomen en zich overigens houde aan art 49, 20, opgehelderd door het boekje op bl. 27.
Verschillende omstandigheden kunnen het raadzaam maken, dat het Bestuur telkens met den Raad van Toezicht overleggen moet, wanneer voor meer dan één jaar geld wordt uitgeleend. Op welie wijze de interest en amortisatie
â II â
in dit geval moet berekend worden, zullen wij later zien. De interest moet altijd tot 31 Dec. berekend, ern telkeh jare uitbetaald of bijgeschreven worden Gedeeltelijke terugbetaling van het voorgeschoten kapitaal geschiedt eveneens op het einde des jaars, wanneer bij het contract geene maan-delijksche is voorgeschreven, te beginnen op het einde van het loopend jaar, als de som ria 1 Juli gegeven is. Zoo ten minste behoort men bij het uitleenen der som vast te stellen.
Daar onze Rijkspostspaarbank voor iedere halve maand 11 cents interest geeft, zal men wel doen, als men de leenbank 12 cents, of f2,88 per jaar, laat geven. En omdat zij 1% meer moet vragen voor hare voorschotten, bepale men minstens 16 cent per halve maand voor alle uitleeningen behalve 1/3 of Vs'/ó. en voor kleine sommen altijd minstens 25 cents voor provisie.
Hij dus, die f 10 voor drie maanden komt vragen, geeft vooruit, als 4% voor rentevoet is aangenomen, 25 cent en na drie maanden f 10,10. Wie f 50 vraagt voor een jaar, geeit 25 ets. vooruit en na verloop van den termijn f52.
Volgens art. 49 is vervroegde terugbetaling altijd geoorloofd en in dit geval wordt ook de som van den interest verminderd. Wanneer dus genoemde f 50 reeds na een half jaar wordt teruggegeven, betaalt men f 51.
Wanneer men met loopendc rekening handelt, behoort er voor de bank meer dan i°/0 over te schieten. Men kan denzelfden rentevoet houden, als men tevens bepaalt, dat voor alle uitgaven 1/304 provisie gerekend wordt. In dir geval immers behoort men aan de bank iets meer te betalen, omdat de interest bij dagen, niec bij maanden gerekend wordt en van den dag der inbrenging begint te. loopen, alsmede omdat het geld wordt teruggegeven zonder eenige opzegging.
8°. Verder kan men bepalen, dat de gedrukte formulieren met hare voorschriften worden aangenomen (1). Ook moet men den dag vaststellen, waarop de bank in werking zal treden, alsmede de wijze, waarop dit alles wordt
1
Deze ziju te verkrijgen bij den uitgever van dit boekje Emm. SMEETS te Weert.
publiek genaakt.
90- Tcrl slotte moeten al deze besluiten voor de alge-meene vergadering worden voorgelezen, in het notulenboek der algemeene veigadering opgeschreven en door het Bestuur worden ondcrtcekend.
Nog behoort men op te merken, dat de bank niet in werking treden kan, voordat een contract met den kassier is aangegaan en door partijen en borgen in duplo onderteekend (zie formulier 5); alsmede dat een bank, volgens de wet van 1855 opgericht, geen rechtspersoonlijkheid bezit, voordat hare statuien in de Staals-courant zijn opgenomen.
Ziedaar negen gewichtige punten, welke in de allereerste vergaderingen van een Boerenleenoynk moeten worden besproken en vastgesteld. Nog andere zijn er, welke beter in eene vergadering van het Bestuur met den Haad van Toezicht zullen behandeld worden en zoo op de eerste plaats, waar men het geld beleggen zal, dat weldra zal toevloeien en dat men niet aanstonds aan de boeren zal kunnen uitleenen. Is eenmaal een centrale bank of leenbond in werking, dan is dil punt vanzelf geregeld. Dan moet men zich daarbij aansluiten en alle ongebruikte gelden daar deponeeren.
Zoolang zulks het geval niet is, zal men best doen een overeenkomst aan te gaan met een of andere openbare bank of goed vertrouwde instelling en met haar handelen met loopende rekening, zoo nochtans dat de leenbank voldoenden interest verkrijgt, om geen schade te lijden.
Verder behoort het Bestuur te zorgen, dat zoodra mogelijk het getal leden der bank worde uitgebreid, opdat alle boeren ervan profiteeren kunnen. Kn omdat velen voor het leenen terugschrikken of omdat zij er niet aan gewoon zijn of omdat zij zich schamen, behoort men het hun gemakkelijk te maken, hen zelfs er toe aan te sporen. Dit is vooral noodig, wanneer men ziet, dat geldgebrek hun schade doet, dat zij b. v. aan den gezimelijken aankoop geen deel nen.en, of omdat zij niet contant kunnen betalen óf wel dat zij elders tegen hoogen interest geld Jcenen.
â 13 â
Op deze wijze heeft het Bestuur van den beginne af te zorgen, dat de statuten en besluiten worden nageleefd, en omdat van een goed begin zeer veel afhangt, alsook omdat alles nog nieuw en vreemd is, moeten de bestuursleden vooral niet nalaten de statuten dikwijls te overlezen en te bestudeeren. Doen zij dat niet, dan zullen zij veel fouten begaan en alles in de war brengen. De directeur en de kassier moeten wel weten, dat van hun ijver en toewijding alles afhangt, dat zij dus op de eerste plaats be-hooren toe te zien, de statuten en de verklaringen daarvan te kennen en geen moeite te- sparen, om alles zoo nauwkeurig mogelijk in te richten en uit te voeren.
11.
Het Bestuur heeft op de tweede plaats te beslissen over ck toelating en ontzetting van leden Art. 26, 2quot;.
Welke personen kunnen toegelaten worden, leest mon in art. 3, en wordt verklaard door het boekje op bl. 18 en 19. Wij hebben er hier slechts bij te voegen, dat volgens art. 4 ook Vereen igin gen kunnen worden aangenomen, als zij rechtspersoonlijkheid bezitten en bij den Boerenbond zijn aangesloten. Dat dit zeer nuttig zijn kan, leest men in gemelde Verklaring, bl. 4: sub 14'. Zoo kan dus de afdeeling van den Boerenbond zelve lid zijn van de leenbank. Zij kan dan gemakkelijker werken en b, v. bij gezamelijken aankoop contant betalen voor die boeren, welke op het oogenblik geen geld hebben. Hetgeen vooral te pas komt, wanneer slechts kleine sommen van vele personen noodig zijn.
Verder merke men op, dat niemand als lid der ver-eeniging mag optreden en van de bank voorschotten mag ontvangen, voordat hij in het register der leden zijn naam geteekend heeft en de Directeur of diens plaatsvervanger met een bestuurslid door hun handteekening die toetreding heeft bekrachtigd volgens art. 5 en 49.
Wat te doen, wanneer een lid niet schrijven kan ? In dit geval moeten minstens twee getuigen de verklaring
-- 14 â
onderteekenen, dat zulk persoon als lid is toegetreden. Daarover later.
Op bl. 22 en 23 van meergemelde verklaring is gezegd, dat ook de armsten tot het lidmaatschap kunnen worden toegelaten, mits zij landbouwers zijn. Zie bl. 24 bovenaan. Men vergete echter niet wat op bl. 18 gezegd is, dat het lidmaatschap wel aanspraak, maar geen recht geeft op voorschotten. Is een boer zoo diep gezonken, dat hij niet meer te redden is, dat hem de kleinste som niet meer kan worden toevertrouwd, dan moet zijne zorg aan een armeninstelling worden overgelaten. De leenbanken toch zijn ingesteld om de armoede te voorkomen, niet om door aalmoezen hulpelooze armen te ondersteunen. Toch kan het gebeuren, dat een boer die niets bezit, zelfs diep in schulden steekt, door de leenbank moet geholpen worden. Er kunnen immers gevallen zijn, dat zulk een boer met het geleende geld winst kan doen, de geleende som na gebruikmaking kan en zal teruggeven en aldus langzamerhand zich uit zijne schulden zal opbeuren.
Bij uitzondering kan men zelfs voorschot geven aan iemand, w.ens toestand van dien aard is, dat hij geen geld meer verdienen kan. Hij kan immers onroerende goederen of andere degelijke onderpanden bezitten, die weldra zullen vervreemd zijn, als hij door de bank niet geholpen wordt. Deze vraagt minder interest, dan hij elders bedingen kan. Zij kan hem wel niet uit zijne schulden redden, maar zij brengt hem toch voordeden en verschuift den tijd van zijn algeheelen ondergang.
Om verschillende redenen kan het Bestuur verplicht zijn de leden uit de vereeniging te ontzeUen. Art. 9 zegt het duidelijk, welke die redenen kunnen zijn. Het meest zal voorkomen, dat een lid uit de Vereeniging moet geworpen worden, omdat hij de boeten niet betaalt of de voorschotten slechts gedwongen teruggeeft, of zich niet onderwerpen wil aan de besluiten der Vergadering of op andere wijze de belangen der leenbank schaadt b.v. verwarring en tweedracht sticht.
Wanneer een lid sterft, eindigt zijn lidmaatschap door
â IS â
den dood zeiven en dit wordt door den Kassier in het register aangeteekend. Wanneer een lid zijn lidmaatschap opzegt of uit den kring verhuist, eindigt het lidmaatschap op het einde van het loopend kwartaal of van het volgend kwartaal volgens art. 8. Verhuizing wordt door het feit zelf bewezen en behoeft slechts door den Kassier te worden aangeteekend. Doch vrijwillige uittreding kan niet plaats hebben dan ten gevolge van eene schriftelijke opzegging volgens art. 10. In dit geval moet de Kassier de uittreding niet alleen aanteekenen, maar moet ook het Bestuur een schriftelijk bewijs geven aan den uitgetredene, zoodra hij de boete van 5 gulden betaald heeft. Wil hij die niet betalen, dan wordt hem het bewijs natuurlijk niet geeeven en zal het hem moeilijk zijn zich van de aansprakelijkheid te ontheffen. Zou hij later wederom willen toetreden, dan dient men op de eerste plaats te onderzoeken, of hij aan zijne vroegere verplichtingen voldaan heeft.
Hec Bestuur heeft ervoor te zorgen dat toetreding, uittreding en ontzetting behoorlijk worden aangeteekend en binnen een maand aan den Raad van Toezicht worden bekend gemaakt. Zie art. 8 al. 2 en art. 10 al. 2. De ontzetting moet schriftelijk ook aan het betretfende lid worden bekend gemaakt, eer zij in werking treden kan. Art 10.
III.
Het Bestuur heeft op de derde plaats U beslissen over het opnemen van gelden en het verkenen van voorschotten binnen de grenzen, door de alg. Verg. bepaald.
Daaruit volgt, dat het Bestuur machtiging geven moet voor het aannemen van eiken gulden, welke men in de spaarkas brengt. Art. 25 alinea 1 geeft den kassier wel de macht, om zelfs tot f 100 kwilantien te teekenen, doch niet, om zonder verlof f 100 aan te nemen. Die macht kan hem echter door het Bestnur gegeven worden, maar de som der schulden mag nooit grooter worden gemaakt dan de alg. Verg. volgens art. 46, 50 heeft vastgesteld en het Bestuur mag zonder de goedkeuring van den Raad
â 16 â
van Toezicht niet meer geld laten opnemen, dan eenmaal bepaald is. Zie hUrvoor.
Ook hebben we opgemerkt, dat van eenzelfden persoon geen groote kapitalen mogen opgenomen worden Het is vooral te doen om de spaarcenten der landbouwers winstgevend te maken en op de eerste plaats van de minvermogende leden der leenbank. Zie daarover De Verklaring M. 23 onderaan. Wat nu het uitleenen van geld aangaat, het Bestuur behoort wel toe te zien.
i0. of de persoon, die voorschot vraagt, als lid der leenbank behoorlijk is ingeschreven. Zie art. 49 al. 1 en De Vet klaring hl. 28.
20. of hij een eerlijk en vertrouwbaar man is. Zie De Verklaring hl. 17 on dei aan en hl. 25.
30. of zijn borgtocht toereikend is, volgens art. 50.
4°. of hij het gevraagde geld zal aanwenden tot verbetering van zijn landbouwbedrijf. Art. 2 al. 1 cn arl. 47.
50. of het werkelijk direct of indirect 4% winst opleveren kan binnen den termijn, waarvoor het wordt gevraagd. Zie De Verklaring hl. 28.
6°. of de aanvrager of de borg lid is van het Bestuur, en of de som voor meer dan 10 jaar gevraagd wordt, in welke gevallen de toestemming van den Raad moet verkregen worden volgens art. 26, 8U en art. 49, 20.
70. of de gevraagde som de grens niet overschrijdt, boven welke het Bestuur aan eenzelfden persoon niet uitleenen mag. Art. 46, 50.
Verder moet het Bestuur in het oog houden wat op bl. 25 van de Verklaring te lezen staat. Als een lid geld noodig heeft, meldt hij zich aan bij een of ander bestuurslid of bij den Kassier, zegt hem voor welk doel hij het geld gebruiken zal, voor hoelang hij leenen wil en welken borg hij stelt, waarover dan in de eerste bestuursvergadering wordt beslist. Zie bl, 29.
Voor het gemak kan men voor een som crediet vragen, grooter dan men op het oogenblik noodig heeft, of men kan loopende rekening vragen, in welk geval het Bestuur bepalen moet, hoe hoog de schuld loopen mag. Ook moet in deze gevallen ervoor gezorgd worden, dat het uitge-
leende geld werkelijk, voor het landbouwbedrijf besteed wordt, moet dus ook de aanvrager daarvoor zekerheid geven. Het komt er vooral op aan, dat het geld goed besteed wordt en winst oplevert voor den gebruiker. Zou het hem schade berokkenen en de procenten niet waard zijn, dan zal hij het ook moeilijk op zijn tijd kunnen terugbetalen. De armste schuldenaar, die het goed gebruikt, zal in dit punt getrouwer zijn, dan de rijke, die het verkwist.
Men kan volgens art. 50 op drieè'rlei wijze borgstellen; doch persoonlijke borgtocht \i de beste ; want deze
geeft gelegenheid tot beoefening der naastenliefde en oefent altijd meer invloed uit op den schuldenaar, voor wien hij een levende maanbrief is. De borg moet natuurlijk crediet-waardig zijn, daar hij de schulden met alle onkosten en interesten moet betalen, wanneer de schuldenaar aan zijne verplichtingen te kort schiet. Hij kan zich van zijn borg-spreking niet ontslaan, voordat de schuld óf dooi den schuldenaar óf door hem zelf betaald is. In het laatste geval treedt hij '.n de rechten van de leenbank en kan hij zich verhalen op den schuldenaar.
Het Bestuur mag echter geen voorschot geven, wanneer het te voorzien is, dat het den borg zal moeten lastig vallen. Want zoo zou het den eenen voorthelpen en den anderen in gevaar brengen. Mocht er eenig gevaar zijn, dan is het beter meer dan één borg te vragen en het gevaar aldus te verdeelen. Men wachte zich echter, dat eenzelfde persoon met te veel borgtocht beladen worde. Het Bestuur behoort evengoed bezorgd te zijn voor zijne borgen als voor de schuldenaars. Ja de eersten verdienen dikwerf veel meer hulp; waarom het Bestuur ook verplicht is den borg te waarschuwen, wanneer de schuldenaar zijn geld verbrast. En ofschoon het Bestuur recht heeft, om op de eerste plaats van den borg de betaling der schulden te ei.chen, mag het toch nooit van dat recht gebruik maken, tenzij dwangmaatregelen tegen den schuldenaar zeiven doelloos blijicen. Wil een borg om goede redenen van zijn last ontslagen worden, dan be-
hoort het Bestuur hem daarin behulpzaam te zijn. Op deze wijze moet de borgspreking op alle manieren verlicht worden. Zoo zal zij beschouwd worden als een verdienstelijk liefdewerk, en niet verlaagd worden tot een schrikwekkenden lastpost, die weldra iedereen tracht te ontvluchten.
Borgstelling kan op de tweede plaats geschieden door hypotheek, doch in de Verklaring op bl. 40 der Statuten hebben wij erop gewezen, dat hypotheek voor de boeren een niet te dempen grafkuil is, waarom de leenbank veeleer erop uit moet zijn, om oude hypotheken af te lossen en nieuwe te voorkomen, dan om ze te vermeerderen. Zij zal daarvan alleen dan gebruik maken, wanneer zij aan haar eigen fonds een verzekerde plaats wil geven bij gegoede ingezetenen of wanneer zij door dit middel alleen de onroerende goederen van den armen landbouwer aan de klauwen van woekeraars kan ontrukken en hem van een zwaarderen last kan bevrijden. De leenbank toch zal niet zooveel interest vragen, als anderen plegen te doen. Haar hypotheek zal in lang niet zoo zwaar zijn en zij zal de hypotheek van anderen alleen aannemen of overnemen, om den armen man langzamerhand uit zijn afgrond te redden.
Daarom moet de schuldenaar ook uitdrukkelijk bij eene afzonderlijke ak'.e beloven, dat hij behalve den interest jaarlijks een gedeelte van het kapitaal zal aflossen, tevens verklarende dat hij aan de bank het recht toekent om iederen dag de geheele som op te zeggen en vier weken daarna op te vorderen.
Volgens art. 50 der statuten moeten de verhypothekeerde goederen, na aftrek van andere lasten, de dubbele waarde hebben van de uitgeleende som. De schuldenaar behoort dus in twijfelachtige gevallen het bewijs te leveren, dat zijne gronden niet bezwaard zijn, althans niet zooveel, dat er de dubbele waarde der gevraagde som niet overblijft. En wanneer tevens gebouwen verpand worden, behoort men zekerheid te bezitten, dat zij tegen brandschade verzekerd zijn. Verder moet men bij de aflossing van hypotheek geen kwitantie geven, voordat men zeker
is, dat alle formaliteiten, welke de wet voor de aflossing vordert, vervuld zijn. Moge ook onze Regeering weldra het middel veroorloven, dat men in Belgie heeft uitgevonden, om de hypotheken op gemakkelijke wijze aflosbaar te maken. Zie mijne Verklaring hl. 40.
De derde wijze van borgstelling is de verpanding van papieren van waarde, waaronder allerlei schuldbekentenissen, ettecten, coupons, obligatiën en aktiën van leeningen en industrieele ondernemingen begrepen zijn. Zij hebben echter niet alle evenveel waarde. Daar zijn er die volstrekt geen zekerheid opleveren ; en die aan wisselenden dagkoers onderhevig zijn. moeten het driedubbele der waarde van de uitgeleende som vertegenwoordigen, gerekend naar de koerswaarde, die zij op het oogenblik bezitten. Wanneer spaarboekjes en andere schuldbrieven op naam in pand gegeven worden, moet een formeele pandbrief worden geschreven, opdat het pand door den onwilligen schuldenaar ofquot; zijn erfgenamen niet opgevorderd kunne worden. Het Bestuur behoort wel toe te zien, of de schuldbrieven nog geldig zijn en te zorgen, dat de personen, op wier naam zij staan, van de verpanding in kennis gesteld worden.
IV.
Het Bestuur heeft op de vierde plaats te zorgen voor veilige belegging van de ongebruikte gelden der kas. Zoolang er geen leenbond bestaat, wasraan men veilig de geheele kas kan toevertrouwen, vereischt dit punt bijzondere oplettendheid. Men late zich niet veileiden door de hooge interesten, welke sommige industrieelen, kooplieden, firma's en andere instellingen beloven. Art. 47 verbiedt uitdrukkelijk eiken geldhandel, waaraan eenig gevaar verbonden is. Daar men nu in de tegenwoordige tijdsomstandigheden van geen enkel particuliere bank volkomen zekerheid bezit, r.al men best doen het geld te beleggen bij eene openbare instelling, die jaarlijks openlijk verantwoording doet, wier soliditeit alzoo bekend is en van welke dc bank ten allen tijde hare kapitalen kan terugvorderen. Deze immers kan zij ieder oogenblik noodig hebben ; daarom wordt hier wederom loopende rekening aangeraden.
De vijfde verplichting van het Bestuur ts dc voodige £c-schriflen en oorkonden ie doen vervaardigen, waarop in den beginne vooral moet gelet worden. Men zorge aanstonds voor de noodige formulieren, sluite een overeenkomst met den kassier en beware de boeken met de gelden in eene brandkast. Alles worde zoo nauwkeurig mogelijk aangeteekend en niets vertrouwe men toe aan zijn geheugen. De Bestuursleden behooren zelfs, zooveel mogelijk, een klein notitieboekje bij de hand te hebben, om, wanneer iemand geld vraagt, aanstonds op te teekenen den naam van den aanvrager en zijn borg, de som, den termijn en het doel. Den Directeur vooral is het aan te raden, dat hij aanteekening houdt van alle in- en uitgaven waarvoor zijne persoonlijke machtiging gevorderd wordt. Ook beware hij het notulenboek der bestuursvergaderingen en der algemeene Vergaderingen, evenals de President dat van den Raad van Toezicht. De Directeur zorge, dat hij op de hoogte blijft, door de boeken van den Kassier dikwijls in te zien.
VI.
Ten zesde is het Eestuur verplicht ioczichi te houden op de verrichtingen van den kassier, vooral op de maandelijksche afrekening en jaarlijksche verantwoording. Het Bestuur zal Noorzichtig handelen, wanneer het de gewoonte aanneemt, om elke maand de boeken van den Kassier in te zien en om dit des te gemakkelijker te kunnen doen, zal het ten zijnen huize moeten verschijnen of zitting houden. Het is toch voor den Kassier geen kleine moeite, als hij telkens zijne zware boeken naar een ander huis moet overbrengen en het is te vreezen, dat in dit geval de inzage zal achterwege blijven. Niet om den Kassier te bevitten of hem lastig te vallen, maar om elkander tot werkzaamheid en waakzaamheid aan te sporen, en zoowel den Kassier zeiven als het Bestuur en alle leden der Vereeniging gerust te stellen, is een voortdurend toezicht ten sterkste aan te bevelen.
De vraag is gesteld, of elk lid van het Bestuur en van
â II â
den Raad op ieder uur van den dag de boeken van den Kassier kan komen inzien. Het zou natuurlijk voor den Kassier hoogst onaangenaam zijn, wanneer hij door dezen en genen nieuwsgierige ieder oogenblik werd lastig gevallen. Men heeft hem eenmaal vertrouwen geschonken, hij heeft goede borgen gesteld ; men mag hem dus niet bevitten. Men bepale, dat de Direkteur inzage kan vragen, zoo dikwijls hij verkiest, andere bestuursleden iedere maand in de vergadering en de Raad van Toezicht in zijne drie-maandelijksche Vergadering, Mocht het Bestuur of de Raad eene buitengewone inspectie noodig oordeelen, dat zi| dan met meerderheid van stemmen daarover beslissen en een of meer leden daarvoor afvaardigen.
De Directeur, die daarmede goed bekend moet zijn, zal vooral zorg dragen voor een nette boekhouding. Ook zorge hij, dat bij iedere Vergadering de verhandelingen der voorgaande Vergadering worden voorgelezen en onder-teekend. Zie art. 20 en 45. Omdat sommige vergaderingen vooral die van den Raad van Toezicht door een groote tusschenruimte van tijd van elkander verwijderd zijn, zal het noodig zijn in de Vergadering zelve in het kort de besluiten niet alleen op te teekenen en voor te lezen, maar ook in het notulenboek over te brengen. Ziehier een voorbeeld voor eene gewone zitting van het Bestuur;
26 Dec. 1897.
Aanwezig de Directeur, de onderdirecteur, H. Jansen en B. Willems ; afwezig J. De enen. Na voorlezing der notulen is besloten :
1quot;. A. Franken en /. Blom als leden toe te laten.
20. dat het bestuur voortaan alle 14 dagen na de hoogmis
zal zitting houden.
3 . dat het bestuurslid Willems met een vertrouwde bank zal onderhandelen over het plaatsen van gelden met loopende rekening en daarover in de volgende vergadering verslag zal doen.
4°. dat aan de volgende personen geld wordt uitgeleend : a./ aan A. van Heist 25 gl. voor een half jaar voor het koopen van raapkoeken â borg A. Af es,
22
b.j aan IV. Hendriks 150 gl. voor een jaar, voor hei koopcn
van een koe ; horg H. Fransen.
c.f aan Jl'. Tvo f 500 loi het afdoen van schuld, tegen 4%
interest en 21/2% amortisatie. Borgtocht 1quot; hypotheek, d j aan D. Jansen crediet tot f 500, mits hij telkens bij iedere leening late opteekenen, waarvoor hij het gebruiken zal. Borg zijn broeder Af. Jansen.
e.j voorschot aan M. Buis geweigerd, bij gebrek aan behoor
lijken borgtocht.
f.j voorschot aan J. Mol geweigerd, omdat hij als lid zijne
toetreding nog niet onderteekend heeft.
50. Verder is besloten de Af deeling van den Boerenbond alhier crediet in loopende rekening tot Æ 1000 toe te staan, mits goedkeuring van den Raad van Toezicht, die voor de volgende zitting zal worden opgeroepen.
(Onderteekend door Directeur en onder dir.)
9 Januari 1898.
Aanwezig alle leden ook van den Raad van Toezicht. Notulen voorgelezen.
Besloten ie. hel gevraagde crediet aan den Boerenbond toe te staan, mits 1/3°/0 provisie voor elke uitgave. 20. Willems deelt mede, dat men aan de Bank N. altijd geld kan plaatsen tegen 3°/0, mits voor elke f 1000 1/107o provisie worde betaald. Dit wordt aangenomen met 12 tegen 2 stemmen.
30. Voorschot van /50 toegestaan voor een jaar aan J. Mol.
Borg de directeur met goedkeuring van den Raad v. T. 4°. Op aansporing van den Directeur heeft de Vergadering eenstemmig besloten bij het aankoopen van meststoffen of veevoeder uit eigen zak geen geld meer voor te schieten, maar diegenen welke geld behoeven voor het aankoopen, naar de leenbank te verwijzen.
50. is besloten in de maand April wederom eene gecombineerde Vergadering te houden en daarin de agenda voor de al-gemeene Vergadering vast te stellen.
Onderteekend door Directeur, President en twee leden. Het is van groot gewicht dat de notulenboeken nauwkeurig worden hijgehouden, daar de geldigheid van elk
besluit, dat niet genotuleerd is, kan betwijfeld worden. Het is vooral voor den Directeur en Kassier van het hoogste belang, om zich bij voorkomende moeilijkheden op die notulen te kunnen beroepen, daar anders de geheele verantwoordelijkheid van hun handelen op hen alleen neerkomt. Integendeel zij zijn altijd gedekt, wanneer zij zich beroepen kunnen op de in het notulenboek duidelijk geschreven besluiten der Vergadering. In den beginne wordt de noodzakelijkheid daarvan niet ingezien, daar men zich alles gemakkelijk herinneren kan, maar zoodra een tijd verloopen is en de werking grooteren omvang neemt, komen de twijfels en krakeelen, wanneer men niet zorgt, dat alles nauwkeurig is opgeteekend. Wanneer soms de Directeur in spoedeischende gevallen alleen na mondelinge afspraak met zijne bestuursleden een voorschot geeft of een ander besluit neemt, moet dit in de eerstvolgende vergadering worden bekrachtigd en opgeschreven.
Niet alleen de notulenboeken, ook de andere formulieren moeten nauwkeurig worden bijgehouden. Het Bestuur moet weten, dat de kleinste nalatigheid aan de bank groote schade kan veroorzaken, waarvoor de kassier niet alleen aansprakelijk is, maar ook diegenen, wier plicht het was hem op zijne fouten te wijzen.
VII.
De zevende verplichting van het Bestuur is, op den vooruit vaslgesi cl den iijd terugbelahng van voorschotten, desnoods get echtelijk, te eischen. Men leze wat daaromtrent in de Verklaring op b'. 28 geschreven is. Onder de boeren heerscht de slechte gewoonte, hunne schulden te laten staan, hoe gemakkelijk ook de terugbetaling gemaakt wordt en hoezeer het hun eigen belang vordert, op tijd hunne schulden al te doen. Het Bestuur moet geen moeite sparen, om die gewoonte te bestrijden en te overwinnen. Daarom is het volstrekt noodig, dat het Bestuur zich streng houde aan den eenmaal bepaalden termijn. Men moet niet denken, dat men den schuldenaar een weldaad bewijst, wan-
neer men zijne nalatigheid door de vingeren ziet en zijne schulden door de vermeerdering van interesten laat op-loopen. Zulk eene toegevendheid maakt hem al langer hoe ongelukkiger en brengt wanorde in de boekhouding. Om dit te voorkomen is het noodig op de eerste plaats, dat men den tijd voor de terugbetaling niet te eng neme. Vele schuldenaars nemen den schijn aan, alsof zij binnen een paar maanden hunne schulden zullen afdoen, om des te gemakkelijker het gevraagde voorschot meester te worden. Zij vragen het geld voor enkele maanden, hoogstens voor één jaar, omdat zij hopen dat de termijn na afloop telkens zal verlengd worden, dewijl zij er niet aan denken, dat voor iedere verlenging een nieuw besluit van het Bestuur moet worden afgewacht, een nieuwe akte door den schuldenaar en zijn borg moet geteekend worden en telkens opnieuw provisie moet worden betaald.
Wanneer het Bestuur wijselijk handelt, zal het de verlenging, die slechts gevraagd wordt, om tijd te winnen zonder te betalen, eenvoudig afwijzen ; of wel het zal terugbetaling vorderen en opnieuw een voorschot geven, doch nu niet voor maanden maar voor jaren. Immers volgens art. 49 mag de verlenging nooit verder gaan dan tot het tweede jaar en ook deze verlenging is niet geoorloofd, wanneer geen bijzondere redenen, zooals ziekten, misgewas cn andere ongevallen voorkomen. En ook dan nog moeten ten minste de renten op haar tijd betaald worden. Men neme dus den termijn van terugbetaling ruim genoeg, ruimer soms dan gevraagd wordt De schuldenaar kan toch altijd, als hij wil, vóór dientermijn zijne schuld afdoen. Geeft men voorschotten voor meer dan één jaar, dan houde men in het oog, wat in ait. 49, 2'. en in de Verklaring op bl. 27 geschreven staat. Voor de hopende rekening merke men op, dat deze zonder borgtocht kan gegeven worden, wanneer men nooit meergeld terugneemt dan men heeft ingelegd. Zij mag niet misbruikt worden, om zich aan de terugbetaling te onttrekken. Daarom is in art. 49, 3quot;. bepaald, dat zij woidt opgeheven of in een gewoon voorschot of amortisatie wordt veranderd, wanneer
dc schuldenaar in een half jaar niets teruggeefr.
De billijk gestelde termijn mag nooit overschreden worden en bij tijds moet de schuldenaar door formulier 15 worden gewaarschuwd. Het Bestuur toch moet terugbetaling zien te verkrijgen zonder gercchtelijken dwang. Is dit echter niet mogelijk, dan mag het voor eene vervolging niet terugschrikken. Zij, die eene fatsoenlijke maning in den wind slaan of daarop geen antwoord geven, toonen genoegzaam, dat hun de goede wil ontbreekt. Wanneer zij zich bovendien tegenover het Bestuur onbehoorlijk gedragen of tot twee- en driemaal toe moeten gewaarschuwd worden, dan is het tijd het voorschot formeel op te zeggen en het lid uit de naamlijst der Vereeniging te schrappen. Wanneer men in dit opzicht van den beginne af streng en ordelijk te werk gaat, zullen zich de leden spoedig daaraan gewennen en zal de boekhouding gemakkelijk zijn. Het kan gebeuren, dat een of ander lid dat goed betalen kan, het kwalijk neemt, voor het terugbetalen van een paar guldens aangesproken te worden, dat hij zegt: âWaarom zoo 'n haast? Ben ik er niet goed voor? Ik zal ze leeren. Ik geef het gansche kapitaal terug en verlaat de Vereeniging.quot; Stoor u niet aan zulke taal. Geeft gij aan zulke hooghartige lui hunnen zin, dan zullen anderen hetzellde doen en dc beter gezinden zullen uwe toegeeflijkheid afkeuren, misschien de Vereeniging in den steek laten. Stipte zaakvoering alleen zal aller goedkeuring en vertrouwen winnen cn slechts den bijval verbeuren van enkele nietswaardige leden.
Bijzondere gestrengheid is nog aan te bevelen, wanneer een lid van het Bestuur zelf of van den Raad van Toezicht weigerachtig zijn zou in het terugbetalen. Toegeetc-lijkheid zou dan vooral aan de leenbank groote schade doen en de geheele vereeniging in het harnas jagen. Dc bestuursleden behooren in het terugbetalen een goed voorbeeld te geven. Doen zij dit niet, dan moet de Raad van Toezicht tusschenbeide komen cn, zoo noodig, art. 35. 5' in toepassing brengen. Mocht wegens zulk een voorschot of terugbetaling een besluit van een vergadering noodig
zijn, dan heeft het lid, over wiens eigen belangen gestemd Wordtj geen stemrecht in die vergadering. Art. 37 is ook hiér toepasselijk.
VIII.
Ten achtste is het Bestuur verplicht toestemming tc vragen vein den Raad van Toezicht in de volgende gevallen. 1quot;. bij het sluiten van overeenkomsten, behalve die, welke het opnemen en uitleenen van geld aangaan binnen de grenzen door de algemeene Vergadering bepaald. Art. 26, 30 en 8°.
2quot;. als het Bestuur de genoemde grenzen overschrijden
moet. Zie hiervoor bl. 5 en 6.
3quot;. voor het aangaan van processen, behalve wegens het terugbetalen van voorschotten. Art. 26, 70 en 8. In twijfelachtige gevallen echter, vooral wanneer het een lid van het Bestuur of van den Raad zeiven betreft, zal het Besfuur wel doen, eerst den Raad van Toezicht te hooren.
4°. voor het verkenen van voorschotten aan een bestuurslid. Het spreekt vanzelf, dat daaronder het verlengen van den termijn begrepen is.
5quot;. voor het aannemen van borgtocht van een bestuurslid. â ^rt- 35. D't geval zal dikwijls voorkomen en daar het moeilijk is, voor zulk doel telkens den Raad van Toezicht op te roepen, zal men best doen, bij het voorzien van zulke gevallen, te voren reeds aan den Raad daartoe verlof te vragen. De Raad zal dan bepalen, welke bestuursleden, voor hoe groote som en voor hoeveel personen zij mogen borgspreken. Dezelfde opmerking geldt, als het te voorzien is, dat een bestuurslid voorschotten behoeft.
IX,
Verder is het Bestuur verplicht jaarlijks de rekening en verantwoording van den Kassier eerst aan den Raad van
â 37 â
Toezicht en vervolgens aan de algemeene Vergadering ter goed-ka'triHg voor te leggen. Dit moet aangevuld worden door art, 30, 6° waar gezegd wordt, dal de Kassier aan het Bestuur de rekening en balans vóór 1 April nioet aanbieden, alsook door art. 38, waar bepaald wordt dat dc algemsene Vergadering omtrent 1 Mei moet plaats hebben. Voor dien tijd moet de rekening door den Raad zijn goedgekeurd en aan de Alg. Vergadering voorgelegd. Zie daarover ook art. 46, 30. Men kan bepalen, dat de rekening enz. vóór 1 April moeten gereed zijn, dat de Directeur ze met den Kassier vóór den 5 April moet nazien, dat ze vervolgens tusschen den 5 en den 15 door het Bestuur en tusschen den 15 en 2 5en April door den Raad van Toezicht zal worden gekeurd, terwijl ze acht dagen vóór de Alg Vergadering voor alle leden ter bezichtiging moet openliggen, hetwelk kan worden bekend gemaakt tegelijk met de oproeping tot de algemeene Vergadering. Dit herhaald nazien moet niet beschouwd worden als een weder-keerig wantrouwen. Zoowel het Bestuur als de Raad van Toezicht behooren deskundige medeleden tot dat doel af te vaardigen; want dwalen is menschelijk en eene scherpe controle is het eenige middel om alle abuizen te herstellen. Iedereen doe dus zijn plicht, alsof het van hem alleen afhing ; niemand verlate zich op de voorzichtigheid van andere keurders.
X.
Op de tiende plaats is het Bestuur volgens art. 23 verplicht minstens iedere maand zitting of vergadering te houden. In deze zittingen echtcr kunnen geen besluiten genomen worden, wanneer niet de meerderheid aanwezig is. Zie art. 20 en De Verklaring bl. 31. In zulk geval kunnen zij alleen dienen om kwitantiën en andere stukken te teekenen, de hoeken na te zien enz. Voor den geregelden loop van zaken en voor het gemak van het Bestuur en de leden is het noodig, dat voor die zittingen of vergaderingen een vaste dag en uur bepaald
-28-
worde. En omdat het dikwijls gebeurt, dat de leden, die geld noodig hebben, niet zoolang kunnen wachten, zal men een zeer nuttig werk doen, als men alle veertien dagen of alle Zondagen zitting houdt. De Kassier, als hij zijn taak begrijpt, zal met alle liefde elkeen en ieder uur van den dag ten dienste staan. Hij zal in ijver en toewijding niet onderdoen voor winkeliers en kantoorbedienden, die alken voor eigen belangen ten allen tijde voor het publiek gereed staan, het volk zelfs naloopen en tot zich lokken. Het werk van den kassier is een uitstekend liefdewerk, al wordt het bezoldigd. Het is althans zijn plicht, dat hij minstens iederen Zondag zitting houdt en zoowel voor een gemakkelijke zaakvoering als voor zijne eigene zekerheid zal het noodig zijn, dat hij bij zijne uitbetalingen minstens één bestuurslid bij zich heeft, zooals op de gewone spaarbanken pleegt te geschieden.
Als algemeene regel geldt, dat alle stukken door den directeur en een bestuurslid moeten geteekend worden. Zie art. 24. Kwitantiën echter tot f 100 en voor grootere sommen, als het eene terugbetaling geldt, hebben volgens art. 25 reeds voor de Vereeniging bindende kracht, wanneer zij slechts duor den kassier zijn geteekend. In andere gevallen is de onderteekening van den kassier alleen niet voldoende. Dan dient zij alleen om te getuigen, dat de gekwiteerde som door zijne hand is gegaan. Dan geldt de algemeene regel, voorgeschreven in art. 24, dat n.1 de directeur met een bestuurslid teekenen moet. Het Bestuur kan echter den kassier verlof geven, om kwitantiën voor hoogere sommen voorloopig alleen te teekenen, op voorwaarde dat hij ze in de eerstvolgende vergadering volledig late teekenen.
Hier rijst de vraag of de Kassier zonder verlof van het Bestuur geen kleine sommen mag aannemen en uitgeven. Het is toch zoo lastig en het 'schijnt overbodig telkens voor zoo kleine sommen de beslissing van het Pestuur af te wachten. Bij een rijkspostspaarbank kan men veel gemakkelijker te recht komen. Wij antwoorden, dat het volstrekt niet tegen de statuten strijdt, als het Bestuur den
Kassier verlof geeft i» om alle terugbetalingen hos groot ook aan te nemen, 2'' om sommen tot een zeker bedrag b. v. tot f 100 in de spaarkas op te nemen, tot zoo lang het totaal de som niet overschrijdt, welke door dc Algc-mee.ne Vergadering is toegestaan, 30 de verloopen renten uit te betalen, 4° uitkeeringen te doen in loopende rekening tot zoover crediet gegeven is, 5quot; ook andere uitkeeringen te doen van kleine sommen b. v. tot f 25, maar altijd onder de gewone voorwaarden en met behoorlijke kwitantiën. Wanneer hij altijd een bestuurslid bij zich heeft, kan bepaald worden, dat zij met tweeën zonder verdere machtiging kleine sommen kunnen uitgeven.
De Raad van Toezicht.
De Raad van Toezicht maakt deel uit van het Bestuur, draagt dus dezelfde verantwoordelijkheid en is bijgevolg aansprakelijk voor de gevolgen, welke uit zijne handelin gen en verzuimenissen voortkomen. Zijne verplichtingen worden beschreven in art. 34 en 35 van dc Statuten. De meeste zijn reeds op de voorgaande bladzijden verklaard. Wij hebben alleen nog te spreken over het nazien der boeken. Volgens art. 35, 5° mag hij ten allen tijde de boeken, brieven en bescheiden inzien en volgens art. 35, 6» is hij verplicht jaarlijks voor den 1 Mei rekening en balans te onderzoeken
Nu rijst vooreerst de vraag of ieder lid van den Raad, zoo dikwijls hem dit in den zin komt, naar den Kassier kan gaan en nieuwsgierig alle boeken doorsnuffelen. Wij meenen van niet.
De Statuten toch spreken van den Raad in zijn geheel. Er is dus een besluit van den Raad noodig om, wien ook, zulk een macht te geven. Hetzelfde achten wij toepasselijk op het Bestuur. Ieder bestuurslid op zich zelf is slechts een gewoon lid. Doch zoowel de Raad als het Bestuur kunnen een of meer personen uit hun midden aanwijzen, om op een bepaalden tijd bij den Kassier een onderzoek in te stellen. Het besluit, dat daartoe genomen wordt,
â 3° â
moet in het Notulcn-register worden opgeteekend, evenals het verslag dat door de gemachtigden van den stand der zaken wordt gegeven. Zij kunnen ook aan een of meer leden voortdurende machtiging geven en het spreekt wel vanzelf, dat de Directeur en de President als zoodanige moeten beschouwd worden. Zou de Kassier weigerachtig zijn, dan kan de Raad hem dwingen of in zijne bediening schorsen volgens art. 35, 5quot;.
De Raad verzuime niet zijne driemaandelijksche Vergadering te houden en telkens daarvan aanteekening te doen in zijn Notulen-register. Wenschelijk is het vooral in den beginne, dat hij nu en dan de bestuursvergaderingen bijwoont ten einde zich met alles op de hoogte te stellen. Wanneer hij zijn plicht niet doet en nooit vergadert, kan hij niet weten of het Bestuur zich kwijt van zijn plicht, zal hij weldra aller vertrouwen verliezen en de geheele Bank in discrediet brengen.
Om zijne vergaderingen meer gewicht bij te zetten, zal het goed zijn, dat hij telkens den kassier uitnoodigt, hem rekenschap en inlichtingen vraagt en zijne boeken naziet. Dit behoort hij ten minste eens in het jaar te doen. Op welke wijze ?
Vooreerst moet hij de kas opnemen. Om te weten, hoe groot de inhoud der kas zijn moet, heeft hij slechts de vijfde en tiende kolom van het dagboek op te tellen en de eindsommen van elkander al te trekken. Vervolgens moet hij letten op de volgende punten :
1quot;. Of voor de uitgaven in de tiende kolom eene machtiging van het Bestuur en eene kwitantie volgens de formulieren 11 of na aanwezig is. Dit onderzoek is niet moeilijk, als een lid van den Raad van Toezicht de uitgaven voorleest, een ander het notulen-register des Bestuurs in handen neemt, terwijl een derde de kwitantié'n naziet en erop let, of de posten van het dagboek daarmede overeenkomen. Men kan de goedgekeurde stukken met een potlood teekenen of ter zijde leggen en zal dan gemakkelijk zien of in het dagboek niets is ever-
geslaeen.
Dan moet men nagaan of de drie kolommen van weerszijde uit het dagboek in de grootboeken zijn overgeschreven. Men leest de posten in de grootboeken een voor een en teekent ze in het dagboek, niet omgekeerd, omdat ze in het dagboek gemakkelijker te vinden zijn en men de potloodstrepen aldaar gemakkelijk kan overzien. Eerst moet men in de grootboeken de schulden aan de linker, dan het tegoed aan de rechterzijde nazien en met het dagboek vergelijken.
Ook behoort men te letten op de renteberekening, ten minste van inleggelden, en meer nog op de maandelijksche rekening, of zij heeft plaats gehad en goed sluit, verder of geen groote sommen in de kas ledig liggen.
Omtrent het lidmaatschap moet men nagaan of alle leden de hoedanigheden bezitten, welke de statuten vereischen of rij behoorlijk zijn ingeschreven en of de besluiten tot aanneming en ontzetting behoorlijk geboekt zijn.
Het onderzoek van alle voorgaande punten betreft alleen den tijd, die er verloopen is sinds de laatste inspectie. Wat echter nog meer moet worden nagezien, raakt ook den tijd van vroegere jaren, namelijk het onderzoek omtrent de uitstaande gelden bij verschillende schuldenaren. Zoo moet men nazien : de schuldbekentenissen volgens formulier 12 en 13, waarbij men in het oog moet houden of de schuldenaren ook leden der Vereeniging zijn, of de borgstelling nog voldoende is, of een borg niet een te grooten last op zich heeft genomen, de schuldenaren kredietwaardig zijn, de termijnen van terugbetaling onderhouden worden, of niet roekeloos zonder voorkennis van het Bestuur en zonder behoorlijke onder-teekening van nieuwe schuldbekentenissen volgens formulier 14 uitstel gegeven wordt, of geen misbruik gemaakt wordt van loopende rekeningen en of de
â 32 â
toestemming van den Raad van Toezicht is gevraagd wanneer die noodig is.
Om dit alles te weten, moet men op de eerste plaats de schuldbrieven nazien, welke overeenkomstig de bladzijden van de grootboeken 2 en 3 genummerd en geordend zijn. Daarbij verlieze men niet uit het-oog, dat de toestanden van schuldenaars en borgen door teruggang, door sterfgevallen en daor waardevermindering der goederen kunnen veranderen. Bij den dood van schuldenaren en borgen, gaat de aansprakelijkheid op hun erven over, en zal men in den regel gerust kunnen zijn, als er slechts een erfgenaam of een weduwe overblijft. Doch gaan de schulden, bezittingen en rechten in meerdere handen over, dan zullen allicht enkele ongeschikte, onmondige en vreemde of veraf wonende personen in de plaats treden en zullen voorzorgen noodzakelijk zijn. Men zal dan het best doen, met de schuld cn borgtocht op één geschikt persoon over te dragen.
Om te weten of een en dezelfde persoon niet te dikwijls zich als borg heeft gesteld en misschien nog zelf onder schulden gebukt gaat, laat men den kassier een lijst van borgstellingen maken.
Men mag ook niet uit het oog verliezen, dat bij de bank slechts schulden gemaakt worden, om den toestand der schuldenaars te verbeteren, dat daarom kapitaal en renten op tijd moeten worden terugbetaald, dewijl hierin vooral de heilzaamheid der bank gelegen is, dat maanbrieven bijtijds gezonden worden, enz.
6quot;. Eindelijk moet de Raad de rekening en balans onder zoeken.
70. Hij is verplicht alle fouten aan te wijzen, en ter verbetering of voorkoming daarvan krachtdadige besluiten te nemen, vooral streng te zijn tegeno\er den kassier, als hij overeenkomstig zijne instructlen zijne taak niet vervult.
8°. Al zijne bevindingen en besluiten behoort hij op te
â 33 â
teekenen, in het notulen-register over te schrijven en daarvan aan de algemeene Vergadering verslag te doen.
De Algemeene Vergadering.
Welke de rechten en plichten zijn der algemeene Vergadering behoeven wij niet te herhalen. Wij willen alleen mededeelen op welke wijze zij moet gehouden worden en we achten dit noodzakelijk, omdat zij de hoogste macht b-zit in de Vereeniging, omdat zij dus iquot; alle bestuursleden kiest, van welke keuze het wel en wee der Vereeniging afhangt, 20 omdat zij verschillende besluiten moet nemen, waarnaar zich het bestuur heeft te gedragen bij het in- en uitleenen van gelden, 30 omdat zij geschillen moet bijleggen en 4° over her beheer moet waken, bijgevolg rekenschap vragen van de bestuurders.
Om de jaarlijksche algemeene Vergadering vruchten te doen dragen, is het noodig dat het Bestuur eene voorbereidende vergadering houdt, waarin het alles regelt en de punten opstelt, die zullen behandeld worden.
Niet alleen moeten de rekening en balans worden voorgelezen, niet alleen de vacaturen in het bestuur worden aangevuld, men behoort ook ecnige verklaringen te geven van sommige handelingen, waarin de leden belang stellen en onder anderen mede te deelen, hoeveel leden in het jaar zijn toegetreden, hoeveel uitgetreden, hoeveel interest de leden aan hunne spaargelden he iben gewonnen, welke de grootste en kleinste voorschotten geweest zijn, voor hoeveel tijd zij gegeven zijn, hoe nuttig zij hebben gewerkt, enz. Men wachte zich echter van namen te noemen.
Om aan de vergadering meer plechtigheid bij te zetten en ze belangrijker te maken, is het sterk aan te bevelen, dat een of meer personen worden aangewezen, om over een of ander gewichtig punt eene voordracht te houden. De directeur of de president kan de leden aanmoedigen â de zielenherder kan spreken over de eenheid, de onderlinge liefde en vertrouwen, alsmede over spaarzaamheid en arbeidzaamheid, een ander over de goede hoedanighe-
3'
den of gebreken welke bij andere leenbanken zijn opgemerkt, een derde wederem over verschillende landbouwbelangen. Men kan nagaan in welke punten de landbouwer otquot; de landbouw en vee'eelt verbetering behoeft en van deze punten een onderwerp van bespreking maken. Men moet echter ook niet te veel cp den vork laden.
Eeter een punt goed behandeld, dan vele ter loops. Alles echter wat behandeld zal worden moet te voren aan de leden worden bekend gemaakt, om daardoor hunne belangstelling te wekken en hen reeds vooruit tot zelfstandig nadenken aan te sporen.
De oproeping tot de algemeene Vergadering kan vol-genderwijze geschieden :
Ten huize Tan den heer N. N. zal den i en Mei naini i-da â 5 uren de gewone jaarlijksche vergadering der Bocren-lecnhank gehouden worden, waartoe alle leden worden uiigenoo-digd en waarhij worai herinnerd, aai allen verplicht zijn de vergadering bij te wonen op boete van 25 e/s., tenzij uij 'wettige redenen van vet schooning binnen acht da'jen na de vergadering inht engen.
De punten van behandeling zijn :
1. Overlegging der rekening en balans over het verloopcn jaar.
2. Verslag over de revisie van den Raa i van Toezicht.
3. Verslag over den voortgang cn den toestand der Vereeniging.
4. Vaststelling van het salaris van den kassier.
5. Verkiezing van twee /eden van hel Bestuur en drie van
den Raad van Toezicht omdat N. JV. en iV. A'. volgens de statuten moeten aftreden.
6. Voordracht over de macht der eenheid door den Li rw.
Heer Pastoor.
7. Voordracht over het nut der contante betaling door N. N.
De Directeur N. N. Niet alleen om de belangstelling gaande te maken cn de aandacht der leden te boeien, ook om hun nuttig te z:;n, hunne kennis te vermeerderen en hen te doen besluiten tot het uitroeien van slechte gewoonten en misbruiken, moeten de voord'achten gehouden worden. Het doel immers der leenbanken en van den geheelen Boeren-
â 35 â
bond is niet slechts de bevordering der stoffelijke belangen, maar ook der zedelijke, zonder welke de stoffelijke niet baten, zelfs schadelijk zijn. Het is dus de plicht dei-bestuurders voor goede voordrachten te zorgen, om het verstandelijk en zedelijk peil der hunnen te verhoogen. Zij moeten echter alle politieke en godsdienstige geschillen uit hunne vergaderingen weren. In de voordrachten kan gehandeld worden :
1. Over de noodlottige gevolgen van vijandschap, processen en geschillen.
2. Over het drankmisbruik.
3. Over de verkwisting, verspilzucht, weelde en overdaad.
4. Over de vriendschap onder geburen en familien.
5. Over zindelijkheid, orde en tucht.
6. Over ordelijkheid in de werkzaamheden.
7. (Jver spaarzaamheid en werklust.
8. Over eenvoudigheid in levenswijze en kleederdracht.
9. Over de opvoeding van kinderen, jongelingen en dochters.
10. Over de behandeling van dienstboden en arbeiders it. Over de goede eigenschappen van een huisbaas, een huisvrouw, een goede huishouding enz.
12. Over eigendom en gemeenschap, zelfhulp en samenwerking.
13. Verder over allerlei landbouwzaken, het fokken, mesten, bemesten, zuivelbereiding, verzekeringen, houtteelt, tuinbouw, zaden enz.
De vergaderingen behooren ordelijk te geschieden. Wanneer een persoon voor het publiek spreekt, mag hij niet onderbroken worden. De voorzitter zorge voor behoorlijke stilte en dulde niet dat twee personen tegelijk spreken, noch dat iemand het woord voere, die het niet eerst gevraagd heeft. Tusschen elke toespraak of elk punt van behandeling worde eene kleine pauze gegund.
De 'uitslag der vergadering hangt vooral af van den Directeur, die gewoonlijk voorzitter zijn zal. Op het vastgestelde uur roert hij de bel, staat op, verklaart dat de algemeene vergadering is geopend, verwelkomt de leden
en spreekt den wensch uit, dat zij onder Gods zegen ge-deien zal tot grjoten voortgang der Vereeniging. Dan benoemt hij den secretaris en de stemopnemers, als er die noodig zijn. Vervolgens laat hij het verslag der laatste vergadering (i) ingekomen brieven en de uitnoodiging tot deze vergadering voorlezen. Bij het aflezen der presentielijst moeten de afwezigen worden aangeteekend.
Bij de punten van behandeling, die nu het een na het ander worden voorgelezen, geeft de voorzitter een korte uitlegging en vraagt of niemand daarover verlangt te spreken. Dan geeft hij het woord aan hen, die daarvoor te vuren zijn aangewezen, vervolgens aan hen die er thans om vragen. Hij zorge echter, dat er geen verwarring komen, dat dus niemand in het spreken onderbroken worde, dat het eene punt na het andere worde behandeld en dat er niet worde geredekaveld over zaken, welKe niet aan de orde zijn. Is een punt afgehandeld, dan vraagt de Voorzitter of niemand meer daarover verlangt te spreken. Zwijgen allen, dan verklaart hij het debat te sluiten en over te gaan tot het volgende punt.
De Voorzitter moet geheel onpartijdig ieder op zijn beurt zijne gedachten laten zeggen, mag echter geen persoonlijke uitvallen of hatelijkheden of ongepaste verdachtmakingen dulden en moet zijn best doen, om de gemoederen te kalmeeren, wanneer door een of andere onvoorzichtigheid de hartstochten zijn opgewekt.
Moet er gestemd worden, dan geschiede dit na eene rijpe bespreking en dan worde een besluit, in duidelijke woorden uitgejrukt, voorgelezen, opdat alle leden goed begrijpen over welke zaak hun oordeel gevraagd wordt. Dan worden de namen afgeroepen, waarop telkens ja of neen wordt geantwoord en onmiddellijk na de stemming wordt bekend gemaakt, hoevelen voor en hoevelen hebben tegengestemd, dat dus het voorstel is aangenomen of verworpen.
(1) Dit verslag voor te lezen is nitt noodzakelijk, wanneer het lucils oj) het einde der laatste vergadering voorgelezen was. Toch zal het zeer nuttig zijn
â 37 â
Het stemmen over personen of het kiezen geschiedt met gesloten briefjes.
Het stemmen over zaken, welke niet onder de punten van behandeling tc voren zijn aangekondigd, heeft volgens art 40 al. 2 geen gevolg, tenzij s/4i van alle leden vóór ste-rmen. In alle andere gevallen wordt een aantal stemmen gevorderd, zoo groot als de grootste helft van het gansche getal leden der vereeniging. Zie art, 44.
Op het einde der vergadering worden de notulen voorgelezen, veranderd en verbeterd, zoo zij verbetering behoeven, en vervolgens door het geheele Bestuur, den Raad en den Secretaris onderteekend. Dit kan echter volgens art. 45 ook later geschieden, natuurlijk in eene eerstvolgende bestuursvergadering. Ten slotte geven wij een model van zulk een verslag of protocol.
Algemccne Versa lering van 1 Mei 1898.
Aanzvezi'^ waren 85 leden.
Afwczii; 10 leden, van welke 3 tot nog toe geen reden van
verschooning hebben ingebracht.
De Directeur opende klokslag 5 uur de vergadering e i benoemde den Kassier tot secretaris dezer vergadering, J. Mol en H. Jansen tot stemopnemers.
De secretaris leest het verslag 1 oor van de laatste vergadering, alsmede den oproepingsbt ief voor deze vergadering met de punten van behandeling. Deze werden achtereenvolgens afgehandeld.
10. De Kassier of secretaris las de rekening en balans,
waarop 2quot; de President van den Raad van Toezicht verklaarde, dat hij met zijte medeleden de kas heeft opgenomen, de grootboeken en andere papieren heeft nagezien en slechts kleine fouten heeft ontdekt, die reels door den Kassier verbeterd zijn, waarom hij voorstelt de rekening en balans voor het jaar 1897 goed te keuren, het Bestuur en den Kassier te ontlasten en te bedanken. Dit werd door algeneene toejuiching aangenomen.
30 Nu geeft de Directeur verslag van den toestand der leenbank en deelt mede, dat in het jaar 1897 twee leden zijn
- 3» -
verhuisd, een gestorven en vijftien nieuwe aangenomi'i. Kr werden vele kleine sommen ingelegd, gezamelijk f 4590,50, waarvan het grootste gedeelte werd aangebracht door huisbazen, maar ook een aanzienlijk bedrag door knechten ni mtiden. Bijna f 3000 werd aan dc leden uitgeleend, het overige op een veilige plaats belegd Daar de hoogste som, tot welke de bank geld opnemen mag, zoo goed als bereikt is, doet de Ditecteur het voorstel om het Bestuur machtiging te geven tot hel aannemen van /quot;20,000. Tij vraagt of iemand diirjv:r het woord verlangt.
Een lid zegt, dat die som te groot is en stelt voor ze te brengen op f 10.000. De Directeur doet opmerken, dat de vorige spreker de zaak niet goed schijnt te begrijpen. Hij geeft daarvan uitlegging. Er wordt gestemd en het maximum van f 20,000 wordt aangenomen met 60 stemmen tegen 25.
4° De Directeur deelt mede dat de Kassier tot nu toe al zijn werk gratis heeft verricht, waarvoor hij hem dank zegt. Van den beginne is hem echter beloofd, dal hem later een salaris zou worden toegekend, als hij getrouw zijn plicht vervulde. Nu is het de tijd daarover te beslissen, wa.irom hij den Kassier verzoekt zich voor een oogenblik uit de zaal te verwijderen. Daarop doet de Directeur met goedvinden van den Raad van Toezicht het voorstel voor loop i^ een salaris te geven van f $0. hetgeen na eenige bespreking wordt aangenomen De Kassier wordt teruggeroepen.
50 De twee leden van het Bestuur A. Mulder en A IVil-bers werden herkozen, alsook A. Jansen voor den Ri.i t van Toezicht. In plaats van A. Franken die 0-er leien is, werd gekozen J. Willems en in plaats van A. Bijnen, f. Rob, voor den Raad van Toezicht. Allen namen de benoeming aan.
6° De Zeer Eer w. Heer Pastoor hield vervolgeus ee/ie schoone toespraak over de eendracht en N. N. over het nut van contante betalingen.
7° Het lid N. vroeg nog het woord en zeide gehoord te hebben dat aan iemand geld is uitgeleend, die niet te vertrouwen is. De Directeur zegt, dat het Bestuur zeer goed weet wien het vertrouwen mag, dat zulke zaak in eene openbare vergadering niet mag behandeld worden, dat N. echter wel
â 39 â
zal doen, als hij zjne bezwaren af zo lier lijk a in lui Bsshi'ir mededeelt.
Daarna sprak de Directeur nog een enkel woord over het nut der Vergaderingen, beiankte alle leaen voor hu-ine medewerking, vooral de twee redenaars, verzoshi aller vertrouwen, liet het kort verslag van deze vergadering vo)rlezen, dgt;or het Bestuur, den Raad en den Secretaris onderteekene i en sloot ae V ergadering.
Den i Mei 1898. (Handteekeningen.)
De Kassier
EX
De Boekhouding.
Ofschoon de Kassier in zijne bezoldiging en zijn contract een aansporing vindt voor een nauwgezette vervulling van zijn zware taak, zal toch een groote ijver en een vurige naastenliefde ook voor hem noodig zijn, om de menschen steeds met voorkomendheid te behandelen, onder de bevolking nut te stichten en de Vereeniging tot bloei te brengen. Zijne verplichtingen, die in het contract (formulier 5) en in de statuten art. 28â30, duidelijk genoeg beschreven zijn, behoeven wij niet nader uit te leggen. Wij willen er nog alleen op wijzen, dat hij niets mag doen zonder verlof van het Bestuur. Verder zullen wij hem zijne taak vergemakkelijken, door eene verklaring van de formulieren, die hij moet invullen en bijhouden
Op het eerste gezicht zal een nieuwe kassier voor het aantal boeken en formulieren terugschrikken, maar hij moet weten, dat hij ze niet aanstonds alle noodig heeft, dat sommige maar zelden te pas komen en dat hij ze niet in eens behoeft in te vullen. Komt er iemand geld brengen, dan moet hij dit aanteekenen in het spaarboekje en in het dagboek, waarna hij op zijn gemak het grootboek kan invullen.
Het Dagboek.
Dit boek draagt den naam van dagboek, omdat het dagelijks gebruikt wordt, dewijl het alle ontvangsten en uitgaven moet bevatten ; de ontvangsten toch worden geschreven op de linker- de uitgaven cp de rechterbladzijde. Het moet een overzicht leveren van den geheelen omzet en den toestand der kas en tegelijk een waarborg zijn voor de grootboeken. Wenschelijk is het, dat de kassier bij uitbetaling eerst de som inschrijft en bij ontvangsten de som aanteekent, nadat hij ze heeft ontvangen. In ieder geval moet ze tweemaal worden opgeteekend, eens de totale som in de 5e of to6 kolom en eens in een of twee der volgende kolommen.
In de eerste kolom schrijft hij het volgnummer 1 voor wie zich den eersten keer aanmeldt, 2 voor den tweeden, 3 voor den derden enz. Dit nummer loopt altijd voort, al komt ook eenzelfde persoon of onderwerp terug. Als het jaar om is, begint hij weder met 1.
In de 2e kolom wordt bovenaan het jaar en daaronder de maand en dag geschreven, waarop de betaling plaats heeft. Men kan den naam der maand verkorten en b. v. schrijven 5 Nov. of 5/10 of 5â10.
In de derde kolom moet het nummer van de bladzijde geplaatst worden, waarop dezelfde post in een der grootboeken is ingeschreven. Dit kan dus niet ingevuld worden, voordat de overschrijving in het grootboek heeft plaats gehad, voordat men ten minste weet, op welke bladzijde van het grootboek die betaling zal worden opgeteekend. Men zal best doen met de invulling dezer kolom te wachten, totdat de post in het grootboek is ingeschreven. Men kan dan aan het dagboek zien, of hij werkelijk is ingeschreven.
In de vierde kolom schrijft men de namen der personen die geld brengen of komen halen, alsmede de woonplaats, wanneer zij ten minste elders wonen.
In de vijfde kolom schrijft de kassier de totale son , welke hij ontvangt, in de tiende als hij ze uitgeeft, in de
â 41 â
zesde het kapitaal dat wordt ingelegd, spaargelden en bijgeschreven renten, in de elfde de sommen welke daarop worden terugbetaald Deze twee kolommen moeten dus in het eerste grootboek worden overgeschreven, waarom een groot cijfer I daaiboven is gedrukt.
In de twaalfde kolom komen de voorschotten ol uitgeleende gelden, welke de schuldenaar moet terugbetalen ; in de zevende kolom datgene, wat zulk een schuldenaar betaald heeft; doch niet de interest en provisie (i) Deze kolommen correspondeeren dus met het tweede grootboek. Daarom is een groote II erboven geplaatst.
In de achtste kolom moeten de sommen staan, welke de bank ontvangen heeft van hen, die met loopende rekening handelen, alsook de koopprijs van verkochte meubelen of goederen, in de dertiende wat zij aan zulke personen of instellingen heeft uitgegeven, als terugbetalingen op de deposito's of voorschotten, bovendien den prijs, waarvoor zij goederen heeft aangekocht. Deze twee kolommen moeten in het derde grootboek worden overgebracht.
In de negende kolom of onder diversen behooren alle winsten der bank te staan, namelijk de renten, provisiën en dividenden, giften, subsidiën, de dubbeltjes voor de boekjes en alles, wat zij in eigendom ontvangen heeft; in de veertiende kolom dc verliezen, namelijk renten, administratiekosten enz. welke zij heeft betaald, zonder dat zij daarvoor iets duurzaams in eigendom krijgt.
Onder de bemerkingen kan men eenige ophelderingen plaatsen voor die posten, welke anders niet duidelijk en verstaanbaar zijn b. v kosten voor oprichting, prijs van het spaarboekje, porto's, kosten voir maanbrieven, enz.
In de 5e en ioe kolommen, waar alle ontvangsten en
(1) Dus is in de eerste exemplaren van het dagboek eene jirojte fout. Die eicmplaren zijn gezonden aan Didain, Sehijnde!, Hecswijk, Swalnien, Sehinnen, Beesel, Boxtel, Ketterden, Schaik, Hnisseling, Acht, Mierlo, Hecsch, VVevershoef, Wes'wond, üilh.or.i, Woguum, Spanbroek, Nibbiswonde, Uunsel, Lathum, Venhuizen en Heel. Provisie en interest, welke in deze exemplaren in de 7e en 12e kolom staan, moeten hij de diversen i'i dc 9c en l ie geschreven worden. Nog andere verbeteringen moeten in deze cxemplarf.n worden aangebracht. Zie hierna.
â 42 â
uitgaven geschreven worden, heeft men de eigenlijke kasrekening. Hieruit kan men opmaken hoevee) geld er in de kas is. In de drie volgende kolommen, waar aan beide zijden, alleen de in- en uitgeleende kapitalen geschreven staan, is voordeel noch winst tc berekenen. Dit geschiedt alleen door de vergelijking van de rje met de 14-! kolom. In de ge vindt men alle winsten in de 14e alle verliezen ; het overschot vormt het fonds. Daarom moeten ook de kapitalen, welke \erloren geraken in de 14e, boeten, sub-sidiën enz. in de 9e staan.
Uit al het voorgaande moet men niet opmaken dat alles ontvangsten zijn, die aan de linker- en uitgaven die aan de rechterzijde staan. Links staan eigenlijk de schulden, rechts het tegoed, behalve in de 9e en 14e kolom. In de 6e, 7e en 8e komt te staan wat de bank schuldig is, in de 5e het totaal. Evenzoo aan den rechterkant in de tóe het totaal, in de volgende wat derden schuldig zijn.
Laten wij nu een voorbeeld nemen. Iemand brengt fioo. De Kassier ontvangt het geld en schrijft nu in het dagboek een nieuw volgnummer, den datum en verder den naam van den persoon. In de vijfde kolom schrijft hij onder guldens 100, onder centen een streepje ; in de zesde kolom hetzelfde getal op dezelfde wijze, tenzij de inlegger met loopende rekening handelt, in welk geval het cijfer 100 in de achtste kolom moet staan. Zoo is men klaar met het dagboek. Nu neemt men het spaarboekje van den inlegger of het boekje voor de loopende rekening ; vervolgens het eerste of derde grootboek, zooals hierna beschreven wordt.
Komt nu dezelfde persoon f50 terughalen, dan schrijft men naast een ander volgnummer en den datum hetzelfde nummer van het grootboek als hiervoor, verder wederom den naam ; dan in de 10e kolom het cijfer 50, en even-zoo in de 11e of 13e.
De 9e en 14e kolom dient voor alles wat niet wordt terugbetaald. Wanneer dus in de 5e of 10e kapitaal met interest en provisie geschreven is, moet dit in de andere kolommen verdeeld worden. B. v. de Bank geeft een
voorschot van f ioo tegen 50 cents provisie en 4W'4 interest. Nu schrijft men in de 5e en 9e kolom 50 cents, want provisie moet aanstonds betaa'd worden ; inde 10e en 12e f 100, terwijl de interest wordt berekend op een andeie plaats als het jaar om is, of, als de som binnen het jaar wordt teruggegeven, binnen het jaar, overeenkomstig het 2e grootboek.
Zoo moeten bij iedere betaling in het dagboek altijd twee kolommen met cijfers worden ingevuld, zelfs drie kolommen, wanneer tevens interest, provisie of andere onkosten tegelijk worden betaald. Wanneer b. v. iemand die met loopende rekening werkt, geld ontvangt en tevens interest en provisie betaalt, dan schrijft men de hoofdsom in de 10e en 13e kolom, het overige in de 5e en 9e kolom en voor de duidelijkheid teekent men aan in de bemerkingen ; kapitaal met interest cn prov. Brengt iemand het kapitaal terug, dat hem is voorgeschoten in gewone rekening en betaalt hij tevens den interest, dan schrijft men het totaal d. i. kapitaal met interest in de se kolom, dan nog eens het kapitaal alleen in de 6e en den interest alleen in de 9c kolom.
De maandelij ksche afsluiting.
Volgens art. 2 5. 6'. cn 3°» 6'. van d^ statuten moet ci een maandelijksche afrekening plaats hebben. Dat wil zeggen, na bet einde van iedere maand wordt dwars over beide bladzijden van het dagboek een streep getrokken en worden de getallen van iedere kolom opgeteld tn de geheele som eronder geschreven. De sommen van de 6e, 7e, 8e en 9e kolom moeten te samen genomen even groot zijn, als die der 5e kolom Evenzoo di â dei 11c, 13c, 13e en 14e te samen evengroot als die der ice. Is dit niet het geval, dan heeft er een abuis plaats gehad. Is de uitkomst goed, dan plaatst men de geheele som der uitgaven onder die der ontvangsten of onder de 5e kolom óf ondci de bemerkingen, men trekt ze van elkander af en het \eisi.hi! moet de inhoud der kas zijn.
â 44 â
Is dit alles geschied, dan begint men met de opschrij-ving voor de volgende maand en, wanneer deze is alge-loopen, telt en vergelijkt men de sommen op dezelfde wijze, maar voegt er alüjd de sommen bij van dc voorgaande maanden van af nieuwjaar.
In het dagboek alleen is zulke maandelijksche afsluiting noodig. In de grootboeken heeft men alleen de jaarlijksche.
De jaarlijksche afrekening.
Op het einde van het jaar word met alle schuldeischers en schuldenaars afgerekend, dat wil zeggen, de opvorder-bare interest van het verloopen jaar wordt óf wel uitbetaald, of hij wordt niet uitbetaald, maar bij het kapitaal bijgeschreven. In het laatste geval wordt hij viermaal geplaatst, namelijk in de 10e en 14e kolom als hiervoor en bovendien in de 5e en tevens 6e of 8e, al naar gelang het kapitaal is ingeschreven. Dit gebeurt op dezelfde wijze in het grootboek. Er wordt immers verondersteld, dat de interest wordt uitbetaald en tegelijk wederom als kapitaal teruggegeven. Wanneer de interest inderdaad werd uitbetaald en aanstonds teruggegeven, zou de inschrijving op dezelfde wijze moeten gebeuren. Nu geschiedt in werke lijkhe:d geen betaling, maar de zaak komt to-'h op hetzelfde neer; er moet dus eene overschrijving plaats hebben. Het omgekeerde geschiedt, wanneer de bank zelf interest te vorderen heeft. Men teekent dezen dan aan in de 5e cn 9e kolom, alsof de bank hem gekregen had, in dc toe cn 12c of 13e omdat zij hem met het kapitaal te goed houdt. De aanteekening in de 5e en 10e kolom zou achterwege kunnen blijven, omdat ontvangsten en uitgaven elkander dekken, zij is echter noodig voor de CDiitrole.
Omdat op het einde des jiars zooveel renten moeten bijgeschreven worden, als er posten in de grootboeken staan, heeft men te zorgen dat in het dagboek genoegzaam ruimte overblijve en dat men een of twee bladzijden daarvoor beschikbaar houde, tenzij men alle in de grootboeken bijgeschreven renten samentrekne en deze in eene
â 45 â
som in het dagboek opteekenen ; in welk geval men daa:-voor slechts drie regels noodis? heeft, namelijk voor ieder grootboek eenen regel. Men make echter onderscheid tu; schen betaalde en niet betaalde interesten en schrijve deze het laatste.
Het is niet noodig en zal zelfs dikwijls onmogelijk, zijn alle bijschrijvingen in te vullea, voordat men met een nieuwen jaargang aanvangt. De interesten toch, die met Nieuwjaar verschuldigd zijn, moeten altijd bij het afgeloo-pen jaar worden geboekt, op de wijze als hiervoor gezegd is.
Ook moet men op het einde van het jaar de rekeningen, welke men voor boeken, meubelen, papier enz. ontvangen heeft, doch welke nog niet betaald zijn in die kolom boeken, waar zij thuis behooren. Zoo schrijft men b. v. den koopprijs der meubelen van duurzame waarde in de 13e kolom, die voor papier en schrijfbehoeften in de 14e. Deze zijn de eenige gevallen, dat direct bij de inschrijving hechts eene kolom wordt ingevuld. Wanneer deze rekeningen betaald worden, dan eerst vuile men de 16e kolom in, dewijl eerst dan het geld uit de kas gegeven wordt. Nadat dit alles is geschied, eerst dan kan men de jaarlijksche rekening afsluiten.
De jaarlijksche afrekening geschiedt nu op dezelfde wijze als de maandelijksche afsluiting. Nadat men de sommen van December met die der voorgaande maanden heeft opgeteld, de schulden en het tegoed als bóven heeft vergeleken, plaa;st men alle sommen van de rechterbladzijde onder die der linkerbladzijde, namelijk die van de 10e onder de 5e, van de 11e onder de 6a kolom enz, zoodat alle uitgaven onder de ontvangsten komen te staan Nu trekt men wederom een lijn en schrijft daaronder het verschil der sommen. Is er geen voorschot, maar een tekort, dan onderstreept men de som of merkt ze op een andere wij ze.
Daar in de 5e kolom alles is opgeteekend, wat in de kas is gekomen, en in de 10e alles, wat daaruit is gegaan, moet ook het overschot van deze kolommen in de kas
â 4(5 â
liggen. Met overschot van de .6e kolom wijst aan wat dc bank in kapitalen aan hare schuldeischers nog schuldig is, het tekort in de 7c kolom wat zij van hare schuldenaa-s tegoed heelt en het verschil in de Se duidt aan, hoever de bank met hare loopende rekeningen voor ot' achter is. Dus zijn do overschotten in 6, 7 en 8 vorderingen ol activa, in 11, 12 of 13 passiva of schulden.
Dat de som van 5 evengroot moet zijn, als die van 6â9 en de som van 10 even groot als die van 11 14, is reeds gezegd. Daaruit volgt, dat de gezamelijke som van 5 en itâ14 ook even groot moet zijn als die van 10 en 6âg, dat dus wat in eene van deze kolommen te koit is, in de andere te veel moet zijp, bijgevolg dat het overschot in de 9e kolom, hetwelk de eigenlijke winst of het reservefonds uitmaakt, gelijk moet zijn aan het te koit van de nevenstaande kolommen 6, 7 en 8 te samen genomen, en verder dat het overschot of tekort in de 5e kolom gelijk moet zijn aan het verschil van het totaal der overschotten en tekorten in de andere kolommen.
Ce uitgaven voor een brandkast, en andere duurzame meubelen komen te staan in de 13e kolom, omdat zij niet als verliezen kunnen beschouwd worden Om echter eene zuivere balans op te maken, moet men ook de waarde der meubelen in de balans, waarover later, aanteekenen en in volgende jaren telkens 50/, der waarde als verlies opschrijven, omdat verondersteld wordt, dat zij door den tijd verslijten of onbruikbaar worden. Deze uitgaven hebben dus in het eerste jaar geen en in de volgende weinig invloed op dc winst of het reservefonds, dat zich sterds in de 9e kolom bevindt.
Men moet niet vergeten bij den lanvang van een nieuwen jaargang den eersten regel open te laten. Deze immers moet dienen, om na de afrekening van het voorgaande jaar de s-aldo's of overgebleven overschotten en tekorten over te nemen
In den nieuwen jaargang plaatst men voorop in de 6e, 7c, 8c en gi kolom de overschotten van het vorig jaar. Zijn er tekorten dan plaatst men ze in de 11e, 12e,
â 47 â
T3C en 14e kolom. In de vijfde kolom pliuitst men de totale som van die overschotten, in de tiende dc totale som der tekorten. Al dc^e getallen worden bij de eerstvolgende maandelijksche afsluiting meJegerekend.
Uit dit alles blijkt dat de meeste nauwkeurigheid noo-dig is, zoowel in het plaatsen der sommen als in het optellen en aftrekken. Het dagboek geeft een duidelijk overzicht van alle activa en passiva, maar het zegt niet aan wien de bank iets schuldig is en van wien zij te vorderen heeft. Men leert dit uit de volgende boeken, alwaar tevens de interesten nauwkeuriger worden beschreven.
De Grootboeken
Er zijn drie grootboeken I voor schuldeischers of crediteuren. II voor schuldenaren of debiteuren, III voor loopen-de rekeningen. In Jeze boeken wordt overgeschreven en uitgewerkt, wat in het dagboek in het kort beschreven staat. Alles wat in de 6e en 11e kolom van het dagboek staat, moet worden overgeschreven in Groo:boek I, de 7e en [2e kolom in Grootboek 11, de 8e en 13e kolom in Grootboek III. De renten, provisie en kosten, welke in het dagboek in de 9e en 14e kolom staan, worden in de grootboeken oij de desbetreffende kapitalen geplaatst. Daaruit volgt dat de grootboeken niet aanstonds behoeven te worden ingevuld. Men wachte daarmede echter niet tot het einde des jaars ; want dan reu de arbeid veel te groot worden. Ieder persoon krijgt in de grootboeken eene afzonderlijke bladzijde cn aan het hoofd van die bladzijde wordt zijn naam geschreven, waarom deze boeken ook hoofdboeken heeten. Maar laten wij de grootboeken een voor een behandelen.
Grootboek I voor crediteuren.
Boven aan dc bladzijde vuile men in het nummer van het spaarboekje, dat de persoon bezit, wiens inleggelden op dit blad verrekend worden. Naast dat nummer schrijft
-48 â
men in grootc letters zijn naam en voornamen, alsmede dien zi.'ns vaders of het gehucht, waar hij woont, wanneer meerdere personen van het dorp denzelfden naam voeren. Nu wordt op de rechtsche (i) bladz. geschreven, wat gemelde persoon inlegt, op de linksche wat hij terughaalt. De renten, die in de 14e kolom worden opgeschreven, worden niet ingelegd, maar zijn de vruchten van het in gelegde kapitaal, waarom beide inlage in de spaarbank genoemd worden. In de derde of grootste kolom aan den rechterkant schrijft men ingelegd of inlage, bijschrijving van renten enz, in de grootste van den linkerkant ; terugbetaald met of zonder opzegging, betaalde interest enz.
Bij elk kapitaal, dat wordt ingebracht of teruggegeven, worden de renten tot 31 Dec. berekend en aanstonds op-geteekend, alsof zij nu reeds verschuldigd waren. Op het einde des jaars worden de renten, die de inbrenger verschuldigd is, die dus op de linkerzijde staan, afgetrokken van die hij te goed heeft op de rechterzijde en het overschot wordt of uit uitbetaald of bij het kapitaal geschreven. Worden de renten betaald, dan plaatst men het bedrag alleen in de 7e kolom ; worden zij bijgeschreven, dan plaatst men het bedrag in de 7e en 11e, evenals van het dagboek gezegd is. Dan worden de kolommen van weerszijde opgeteld ; wat aan den eenen kant meer is, wordt aan den anderen als saldo geboekt, zoodat na de optelling aan beide zijden dezelfde sommen komen te staan. Het saldo van het kapitaal wordt naar het volgend jaar aan de andere zijde overgebracht en de renten daarvan voor het geheele jaar berekend. Men zorge dat de rekeningen van ieder jaar tegenover elkander staan ; de vlakte, die aan de eene of andere zijde onbeschreven bleef, moet door een schuin-schen pennestreek onbruikbaar gemaakt worden.
Laten wij een voorbeeld nemen. Als iemand den 20 Oct. icoo gl. inbrengt, dan zal hij op het einde des jaars voor iVg maand interest krijgen, want de interest begint in dit geval half November te loopen. Zie de bepalingen
(1) In de eerste exemplareu, welke door de op bl. 41 genoemde leenbanken gebruikt woiden, staau de inlagen op den linkerkant.
â 49 â
voor het spaarboekje onder Renten. Wordt de interest nu berekend met 12 cent per maand, dan is dit voor xll2 maand Æ 3,60. Dus schrijft men op de rechtsche bladzijde in de groote kolom mgelegd, onder kapitaal Æ 1000, interest 2,88, aantal maanden i1/^ rentebedrag 3,60. Komt nu diezelfde persoon den 30 Nov. f 200 terughalen, dan schrijft men ter linkerzijde in de groote kolom teruggehaald of terugbetaald, in de 4e 200, in de 5e 2,88, in de 6e aantal maanden i1/^ rentebedrag 0,72, omdat in dit geval volgens de bepalingen van het spaarboekje de rente niet verder loopt, dan tot het begin der halve maand, waarin zij betaald wordt. Dus moeten de renten van Æ 200 voor 1% maand worden aangeteekend, welke rente op het einde des jaars van die der rechterzijde wordt afgetrokken. Zoo moet op 31 Dec. aan renten betaald of bijgeschreven worden /3,60 min /quot;0,72, dat is Æ2,88. Wordt die rente nu betaald, dan schrijft men de som In de 7e kolom, plaatst vervolgens het kapitaal-saldo, dat is het nog overschietend kapitaal in de 4e kolom, trekt dan een lijn en telt alles te samen, waarna men het saldo, in dit geval f 800, naar het volgend Jaar overbrengt, den interest van dit saldo voor het heele jaar berekent en in de 14e kolom opschrijft. Wordt de interest echter niet uitbetaald, dan schrijft men hem eerst in de 7e en vervolgens in de 11e kolom, berekent vervolgens hoeveel er in dk geval nog te betalen is, in dit geval 802,88 en schrijft dit op als saldo, waarna men de sommen optelt als hiervoor. Een tekort mag er niet zijn; dan is immers het spaarboekje vervallen.
Voor gelden, die in de eerste helft van December worden ingelegd, wordt natuurlijk voor dit jaar geen rente opgeschreven en voor die, welke in de laatste helft van December zijn ingebracht, moet in den nieuwen jaargang eene halve maand werden ingekort of afgetrokken. Heeft men dus in de laatste helft / 200 gebracht, dan wordt die som met den datum opgeschreven, doch de 14e kolom niet ingevuld en in den nieuwen jaargang schrijft men aan
4-
- - So â
de linkerzijde ; in de 3e kolom rentekorting van /200, in de 6e kolom Yj, in de 7e de som der rente voor een halve maand, in dit geval /0,24 Wanneer groote sommen b. v. /1000 zonder opzegging oogenblikkelijk worden teruggegeven binnen den termijn, door het spaarboekje bepaald, dan schrijft men in de groote kolom aan den linkerkant Ya of 12% provisie voor / icoo en onder rentebedrag /quot;3.34 of /5.00. Hoeveel provisie in zulk geval moet betaald worden, hangt af van de beslissing der alge-meene Vergadering.
Heeft men veel fouten gemaakt of het papier beklad, dan trekt men insgelijks een schuinschen pennestreek over de gcheele bemorste plaats en schrijft dan alles opnieuw. Heelt men kleinere fouten gemaakt, dan late men ze onveranderd staan en verbetere die, door achter de andere posten de ontbrekende som bij te voegen of af te trekken.
Heeft men in een of ander boek een post vergeten aan te vullen, men kan hem zonder veel bezwaar onder een ander volgnummer in een andere maand of op het einde des jaars plaa'sen, mits men den juisten datum met den behoorlijken interest opschrijft. De post staat dan wel niet op zijn plaats, maar aan den datum kan men zien waar hij tehuis behoort, en in de groote kolom kan men de reden daarvan aanteekenen
Is een post vervallen en de rekening afgesloten, dan moet men de geheele nog open blijvende vlakte der bladzijde onbruikbaar maken, wanneer zij ten minste niet groot genoeg is, om een nieuwen post erop te schrijven voor denzelfden persoon. Nooit schrijft men op een en het::clfde blad posten van quot;verschillende personen. Dit geld ook voor de andere grootboeken.
GROOTBOEK 11.
Voor debiteuren of schuldenaren.
In dit boek worden wederom op iedere bladz. evenals in het eerste grootboek met groote letters de namen ge-
â 5i â
schreven van den schuldenaar, voor wien het blad bestemd is. Daaronder schrij't men de namen van den borg of de borgen hunne woonplaats en hun ambt of betrekking, als dit noodig is, om hen van andere personen van denzelfden naam te onderscheiden. Is er geen borg, dan duidt men met een paar woorden aan, welke hypotheek of andere borgstelling in de plaats is getreden.
Aan den rechter kant schrijft men het kapitaal dat uitgeleend is, den rentevoet, den datum der uitleening, den vervaldag d. i. den dag waarop telken jare of iedere maand de interest met een gedeelte van het kapitaal moet worden betaald, verder den tijd waarop de gcheele som moet zijn afgelost.
Moet de geheele som na enkele maanden of na een jaar worden terugbetaald, dan schrijft men ; terug te betalen binnen.... maanden of binnen één jaar. Is de som voor meerdere jaren gegeven, dan schrijft men : tcruj te betalen in jaarl jksche of maandelijksche termijnen met Je som van .... Is men overeengekomen, dat het kapitaal zal geamortiseerd worden, dan schrijft men : terug te betalen in maandelijksche of jaarlijksche tenmjnen op amortisatie met de som van .... Is de geheele som terugbetaald en wordt op hetzelfde blad een nieuwe post geschreven, dan wordt onder den eersten post of onder de bemerkingen een gewijzigde formuul opgeschreven, tegelijk met den naam van den borg als boven, wanneer ten minste voor dezen nieuwen post een andere borg of borgstelling is aangewezen.
In de eerste kulom wordt de datum ingevuld. In de 2e kolom schrijft men het nummer, waarander dezelfde post in het dagboek is ingeschreven. Dit is echter niet noodzakelijk, omdat de datum het genoegzaam uitwijst. In de 3e kolom komt de provisie, welke vooruit wordt betaald tegelijk met de onkosten, welke bij het uitleenen voor het voorschotboekje of voor het stellen van hypotheek of later voor het manen gemaakt worden. In de 4e het kapitaal, dat nog betaald moet worden, in de 5e den dag waarop de rente begint te loopen, in de 6e den dag
waarop die eindigt, in de 7e het aantal maanden, a!s men met maanden of halve maanden rekent, zooals gewoonlijk gebeurt, anders het aantal dagen, in de Se hel bedrag van den interest voor dien tijd.
Aan de rechterzijde schrijft uien wat terugbetaald is aan kosten, provisie en interest in de 12e kolom, verder wat betaald is aan kapitaal. En omdat aan de linkerzijde de interest is berekend van de verschuldigde som tot 31 Dec. ot tot een anderen vervaldag, moet ook ter rechterzijde de interest van het betaalde kapitaal of gedeelten daarvan tot denzelfden datum berekend worden, teneinde dezen interest van dien der linkerzijde naderhand af te trekken. Want op het einde des jaars of op den vervaldag worden zoowel de interest en de kapitalen, die betaald zijn, als de interest welke zulk kapitaal met den-zelfden rentevoet zou hebben opgebracht, opgeteld, om te weten, wat de schuldenaar nog schuldig is.
Een voorbeeld. Een lid ontvangt den 23 Oct. 1897 Æ 5C0, terug te betalen in jaarlijksche termijnen met jaarlijks / 100.
De vervaldag is 31 Dec., doch de eerste termijn 31 Dec. 1898, omdat het kapitaal in de laatste helft van het jaar gegeven is. Nu schrijft men in de 3e kolom f 2,60 namelijk 2,50 voor provisie, wanneer '/a % provisie gevorderd wordt, en 10 ct. voor het voorschotboekje. In de 5e kolom schrijft men 16e Oct. omdat verondersteld wordt, dat de rente in het begin der halve maand begint te loopen, in de 6e kolom 31 Dec. (1898) in de 7e maanden 14V2, 'n bedrag of de renten, welke het kapitaal op dien datum zal schuldig zijn, namelijk f 23,20. Aan den rechterkant schrijft men den datum 23 Oct. en verder onder betaalde kosten en provisie f 2,60, omdat ik veronderstel, dat deze op denzelfden dag worden betaald. Komt nu de schuldenaar den 20 Dec. f 50 betalen, dan schrijf ik dezen datum in de 10e kolom, het getal 50 in de 13e, Vi iquot; de 14e, 31/19 in de 15e, 12 inde 16e en 1,92 in de 17e kolom. Brengt hij wederom f 50 den 6 Juni,
â 53 â
dan schrijf ik dien datum in de roe kolom, 5c gl. in de i3e, 1lt;i/6 in de 14e, 3V13 in de 15e, ó1^ in de i6e en 1,0 j in de 17e kolom. Nu is de schuldenaar op 31 Dec. 1898 aan interest schuldig f 23,20, waarvan moet afgetrokken worden / 1,92 - f 1,04=1/2,94. Dus blijft voor hem te betalen aan kapitaal Æ 400 en aan interest / 20,26. Deze interest moet worden betaald en in de 12e kolom worden geboekt, terwijl het kapitaal voor het volgend jaar wordt opgeschreven in de 4e kolom, en daarnaast de interest daarvan voor het zeilde jaar.
Wanneer een lid voor eenige maanden of een jaar eenig voorschot gekregen heeft, kan de kassier op dezelfde wijze te werk gaan. Wanneer echter de vervaldag niet is 31 Dec. zal hij beter de volgende voorbeelden nawerken. Stellen wij : het lid ontvangt den 23 Oct. 1897 f 100 tegen 3,84 % terug te betalen binnen een halt jaar, vervaldag 16 Juni 1898.
Nu schrijf ik in de i.e kolom 23/]0, in de 2e het nummer, waaronder dezelfde persoon in het dagboek is ingeschreven, in 'Ie 3c 0,60, omdat ik veronderstel dat Vg % provisie en 10 ct. voor het voorschotboekje m ;et betaald worden. In de 4e kolom 100, in de 5e 1G/iO) omdat ik veronderstel dat de rente begint te loopen in het begin der halve maand, waarin de som geleend is, de 6e kolom wordt niet ingevuld voordat een gedeelte van het kapitaal is teruggegeven ; doch, omdat het grootboek gewoonlijk later dan het dagboek wordt bijgehouden, zal men alles in eens opschrijven en dus ook de 6e kolom invullen. In deze kolom mag in allen gevalle de datum staan, to'; welken de interest van het geheele kapitaal moet betaald worden. Veronderstellen wij nu, dat de debiteur den 1 Dec. 10 gl terugbrengt, dan moet man in de 6e kolom Vjj schrjven in de 7e i'/g i'1 de 8e /0,48. In de 10e kol. schrijft men den datum, waarop de provisie en de koster, betaald zijn, in de 12e / 2,60. Verder schrijft men in de 10e kolom voormelden datum, den dag der eerste betaling Vis; vervolgens op dezelfde lijn in de 13e kolom / 10.
Evenzoo schrijft men aan den linkerkant in de 6e kolom datum l/ls, in de 4e kolom f 90, omdat het kapitaal met f 10 is verminderd en dus Aan nu af slechts van / 90 interest verschuldigd is. In de se kolom plaatst men wederom den datum in de 6e den datum der volgende betaling enz. Men ziet, dat op deze manier de interest aan de rechterrijde niet behoeft berekend te worden. Men bespaart aldus niet weinig moeite.
De zaak is nog eenvoudiger, als men telkens den interest berekend, niet van het kapitaal, maar van het betaalde gedeelte en dan bij iedere som in de 5e kolom den datum opschrijft waarop de rente van de hoofdsom verschuldigd is en in de 7e den datum waartoe de rente van het betaalde gedeelte loopt. Na dus aan beide zijden de betaalde provisie en kosten te hebben aangeteekend, schrijft men in het bovengenoemde geval in de 4e kolom naast den datum der eerste betaling f 10, in de se 1G/io in de 6e Vi» in de 7e iVa in de 8e 0,05. Heelt nu de tweede betaling van /10 den 31 Dec. plaats, dan schrijft men wederom / 10 onder het genoemde getal in de 4e kolom, in de 5e wederom denzelfden datum 1G/io, in de 6e 31/i2 of '/i in de 7e 21/j, in de 8e 0,08 enz. Aan de rechterzijde schrijft men alles gelijk in het voorgaande. Men zie hierachter in formulier 3 H) beide manieren voor eenzelfde som uitgewerkt. Men merke hierbij op dat de interest op den vervaldag moet betaald, zelfs afgedwongen worden, dat hij dus in den regel bij het kapitaal niet wordt bijgeschreven. Ook vergete men niet, dat de interest met 1% wordt verhoogd, wanneer hij tlt;vee maanden na den verschijndag niet betaald is.
Soms gebeurt het, dat een schuldenaar nieuwe sommen komt vragen, eer de oude schuld is afbetaald. Wordt hem een nieuw voorschot gegeven, dan moet dit op een nieuwe bladzijde geschreven worden, tenzij de betalingstermijnen en de borgtocht dezelfde zijn. Zou men dit niet doen, dan weet men niet, voor welke terugbetalingen de borgstelling dient en zou men ten slotte geen der bor-
â 55 -
gen kunnen aanspreken. Gaat het om kleine sommen, vcor wier afbetaling slechts een gedeelte der bladz. zal noodig zijn, dan kan de nieuwe post met eenige tusschen-ruimte onder den ouden geplaatst worden.
Heeft er amortisatie plaats, dan wordt dil boven aan de bladz. opgeteekend; b. v. / 1500 terug te betahn in jaarlijksche termijnen met 4 % interest en 2 % amortisatie, jaarlijks te samen /90. Nu schrijft men in de 3e ko lom links de piovisie, daarnaast het kapitaal, de dagen of maanden enz. Aan dan rechterkant schrijft men nu onder de renten in de 12e kolom de betaalde renten, in de volgende kolom de betaalde amortisatiesom. Het kapitaal vermindert jaarlijks door de amortisatie, dus ook de som van den interest, maar de amortisatie wordt elk jaar grooter, omdat telken jare minstens 90 gld moet betaald worden. De debiteur mag natuurlijk ook meer betalen, om het kapitaal sneller te doen slinken. Gemakshalve schrijft men de betaalde amortisatie ook onder het kapitaal in de 4e kolom en de .gezamelijke bc'aalde som in de 18e kolom. Zie formulier 3 c/. en hierachter over de amortisatie.
Wanneer de Boerenbond of een ander genootschap geld ontvangt, om voor sommige landlieden contant te betalen, dan wordt de geheele som op den naam van zulk een genootschap op ééne bladzijde geboekt en worden de somtne.i, die /.ij terugbetalen telkens van de hoofdsom afgetrokken en tegelijk de interest betaald van dat gedeelte, dat ;'.ij aflossen en voor zooveel dagen als er sinds de uhleening verloopen zijn volgens formulier 3 b/. De namen worden dan geschreven onder de aanmerkingen.
GROOTBOEK III Voor loopende rekeningen.
Wanneer en voor hoelang loopende rekening kan worden toegestaan, is bischreven op bl. 11 en 24. Bij vele banken zal dit boek niet geb.uikt worden dan voor het
â
geldverkeer met de centrale bank of den Leenbond en voor het aankoopen van duurzame meubelen en onroerende goederen. Maar ook voor deze zou men het tweede grootboek kunnen gebruiken. Formulier 7 is zoo ingericht, dat het voor loopende rekening kan dienst doen, als men name-lijk gebruiK maakt van alle kolommen der rechterzijde. Maar men moet dan ook in het dagboek in plaats van de 8e de zevende kolom in beslag nemen; want, zooals gezegd is. de grootboeken moeten uit die kolommen hunne gegevens halen en daarmede overeenkomen. Zoo neemt dit grootboek 3 uit de 8e en 13e kolom het kapitaal over en uit de 9e en 14e den interest en de provisie, die daarbij behooren.
In dit boek schrijft men wederom bovenaan den naam van den persoon of de instelling, met welke men op dit blad het geldverkeer opteekenen zal, alsmede het krediet dat is, de som tot welke hij schulden mag maken en de borgen die hij heeft gesteld voor zijne schulden.
Het onderwerp, dat in de derde kolom moet vermeld worden, kan hier niets anders zijn dan voorschotten, terugbetaling van ingelegde gelden, gestorte kapitalen op aandeelen, bijgeschreven provisie en interest, saldo's en de goederen, die de bank heeft gekocht of verkocht. Als men met een andere bank handelt, dan houde men in het oog. dat door het woord, de bank aan het hoofd van deze bladz. gedrukt, verstaan wordt de plaatselijke leenbank, wier tegoed moet staan aan de linker en wier schuld moet staan aan den rechterkant. (1)
In de vijfde kolen plaatst men natuurlijk het kapitaal en daarneven in de volgende kolommen de berekening van den interest naar het aantal dagen tot 31 Dec. var. ieder jaar. De provisie en interest wordt op het einde des jaars berekend en bij het kapitaal geschreven. De boerenleenbank zal, als zij met andere banken handelt, gewoonlijk zelf provisie moeten betalen; doch als zij met leden
[1] Deze opmerking geldt vooral voor de exemjilaren, vermeld op bi. 41 jn de noot.
â 57 â
handelt, zal zij die vorderen volgens de overeenkomst, die zij heeft aangegaan.
Aan den rechterkant schrijft men de ingelegde gelden, terugbetaling van voorschotten,1 betaling van rente en provisie, dividenden en saldo's.
Elders is reeds opgemerkt, dat bij loopende rekening het verschil tusschen den rentevoet van de ontvangsten en dien der uitgaven grooter moet zijn dan i%, tenzij men veel provisie vordert. Het gemakkelijkst en eenvoudigst zal zijn, als men provisie heft niet alleen voor voorschotten, maar ook voor terugbetaling van ingelegde sommen, zoodat dan van alle kapitalen, die ter linkerzijde geschreven staan, op het einde van ieder jaar Vs^o of Vio0o provisie wordt opgeschreven. Zie formulier 4.
Dikwijls worden bij loopende rekening hooge procenten en provisie gevraagd voor alle voorschotten, terwijl voor deposito's of inleggelden die geen terugbetalingen zijn, maar weinig gegeven wordt. In dit geval moet telkens bij iedere betaling worden nagezien, wie schuldenaar en wie. schuldeischer is, moet bijgevolg het grootboek bij elke betaling worden ingevuld. Minstens moet in het dagboek onderscheid worden gemaakt tusschen voorschotten en deposito's. Men zal b. v. Æ 2000 ontvangen, maar men heeft er nog /500 te goed. Nu wordt de som bij gedeelten opgeschreven, eerst Æ500 als terugbetaling met even hoogen interest als de bank vordert, dan / igoo als voorschot met veel meer interest.
De interest wordt alsdan ock tot 31 Dcc. berekend en als het jaar om is, worden de kolomquot;i;i opgeteld en het saldo, het overschot of te kort, naar het nieuwe jaar overgeboekt. Gemakshalve kan men door hit jaar in plaats van het rentebedrag, het rentegetal opschrijven, d. i. het kapitaal vermenigvuldigd met het aantal dagen, maar zoo dat de twee laatste cijfers van het product geschrapt worden. Een kapitaal dus van /333 gegeven den ioen Nov. maakt 50X333 â 16650 in ren:egetallen 166. De cijfers 50 en minder worden niet geteld ; gaan zij boven 50, dan
-58-
voegt men bij het andere getal i. Was de som dus 16665 hetgeen het geval zou zijn, als het kapitaal /333,30 was geweest, dan zou men moeten behouden 167. Op het einde des jaars worden de rentegetallen aan beide zijden opgeteld en het verschil of saldo wordt eerst vermenigvuldigd met den rentevoet en daarna door 360 gedeeld. Zoo krijgt men de rentesom in centen, welke men bij het kapitaal bijschrijft. Heeft men echter niet denzelfden rentevoet voor alle kapitalen, die aan dezelfde zijde staan, op-geteekend, hetgeen gebeurt als men een anderen rentevoet neemt voor inleflt;gelden dan voor terugbetalingen, dan dient men eerst, wanneer men niet met rentegetallen handelen wil, ieder rcntegeial met zijn eigen rentevoet te vermenigvuldigen.
De eerste manier van doen wordt het meeste gevolgd en r.p het einde des jaars worden alleen renten betaald door hem, die een tekort heeft aan rentegetallen.
Wanneer de bank dus geen overschot heeft van rente-getallen, omvangt zij wel de provisie, wanneer die bedongen is, voor al het kapitaal ter linkerzijde, maar geen renten Hoeft zij overschot van rentcgetalien, dan wordt dit tot geld herleid en bij het kapitaal geschreven tegelijk met de provisie. Men houde echter in het oog, dat het overschot der rentegetallen ter linker en rechterzijde niet met dezelfde getallen wordt vermenigvuldigd, omdat de rentevoet der eene zijde verschilt van dien der andere. Men zie de voorbeelden aan het einde van dit boekje in 1 ormu-lier 4. Het eerste is met rentcgetalien, het tweede met rentesommen bewerkt,
Wanneer effecten of andere waardepapieren, aan koers onderhevig, worden gekocht of verkocht, worden zij volgens hunne nominale waarde, evenals vaste goederen en meubelen, in de loopende rekening opgetcekend. Het verschil van de wezenlijke waarde wordt, evenals de verminderde waarde en de opbrengst der goederen, op het einde des jaars in de laatste kolom van het dagboek, of ten minste in de rekening en de balans, als winst of verlies opge-
â 59 â
schreven. Eveneens worden de renten daarvan in het dagboek en dit grootboek aangeteekend.
Renteberekening.
Ofschoon men in vele almanakken tabellen vindt, waarop de inreresten of renten in de meest voorkomende gevallen berekend zijn, zal het toch in veel gevallen van belang zijn, dat de Kassier den interest zélf berekent. Dit is altijd het beste ; want ook in de tabellen kunnen fouten zijn en lichtelijk vergist men zich in het nazien der cijfers. Tot meer zekerheid kan hij na de berekening zijne som met die der tabel vergelijken.
Bij het berekenen der renten moet eerst en vooral worden opgemerkt, dat de interest altijd in het voordeel van de bank gerekend wordt, zoodat
i0 geen interest te haren laste berekend wordt van gedeelten van guldens, al is de som grooter. Alwie dus f 5,99 tegoed heeft ontvangt slechts interest voor / 5,00. In dit geval is het aan te raden, dat hij met enkele centen de som aanvulle, om den vollen interest te genieten.
20 Evenzoo worden van den interest zeiven gedeelten van centen met berekend. Als dus bij eene bank, 2,88 % gegeven wordt en slechts / 10 is ingelegd, ontvangt men in het eerste jaar 28 cents, niet 281/3 cents en zeker niet 29, tenzij de Vereeniging bepale, dat breuken boven een halven cent voer een heelen en daaronder voor niets worden gerekend. In het tweede jaar ontvangt men, als de rente is bijgeschreven, niets meer, omdat van 28 of 29 ets. geen rente gegeven worden. Voor de voorschotten echter, welke de bank geeft, vraagt zij interest ook van gedeelten van guldens of centen en rekent z'j breuken van centen voor heele centen, wanneer 7,ij ten minste de waarde bereiken van een halven cent.
30 De interest, welken de bank moet geven, begint te loopen in de eerste helft der volgende maand, wanneer het kapitaal in de eerste helft der maand gebracht is ; in de tweede helft der volgende maand, als het in de tweede
heltt gegeven is. Wat dus van den len tot en met den i5en Februari wordt ingebracht, geeft geen interest in Februari, en wat van den lóen tot den laatsten Februari gebracht wordt, begint te loopen den i6en Maart.
Wordt het kapitaal teruggevraagd in zijn geheel of bij gedeelten, dan houdt de interest van het teruggevraagde op in het begin der halve maand, waarin het gevraagd wordt.
Vraag ik dus mijn kapitaal den loen of isen terug, dan krijg ik slechts interest tot den eersten der maand. Vraag ik het in de laatste helft, dan krijg ik interest, berekend tot den i6en. Er wordt gesproken van terugvragen, niet terughalen. Mocht het dus zijn, dat ik het kapitaal wel terugvraag, maar niet terughaal, dan blijft dezelfde regel gelden. Wanneer ik dan erin toestem, dat het kapitaal in de bank blijft liggen, begint de interest voor mij op nieuw te loopen in de volgende maand, evenals of ik nu eerst mijn kapitaal inbreng.
De interesten echter, welke de bank te vorderen heeft, loopen van den dag der uitbetaling, waarop de kwitantie wordt geteekend, tot den dag der terugbetaling, tenzij men anders bepale. Sommige banken immers vragen interest bij halve maanden en vorderen dan, dat de interest begint te loopen in het begin van die halve mt'and, waarin het kapitaal is gegeven, terwijl hij ophoudt op het einde der halve maand, waarin het kapitaal wordt teruggegeven. Zie formulier 3.
Nog moet men opmerken, dat bij alle renteberekeningen, hetzij ten gunste of ten nadeele der bank iedere maand, ook Februari, gerekend wordt 30 dagen te bevatten en het geheele jaar 360 dagen. Van 7 Febr tot 28 Augustus is dus bij uitbetaling 200 dagen of 14 halve maanden voor voorschotten, doch 11 halve maanden vcor spaargelden.
Door eenvoudige vermenigvuldiging van den rentevoet met het kafitaal krijgt men de rentescm ic.n hei jaar in centen. Een kapitaal dus van /550 tr^en 3Vs% 's 10 het
â ÃI â
jaar 550 X S1/; â I925 centen of f 19,25. quot;Moet men den interest van heele of halve maanden berekenen, dan heeft men dezelfde som te verdeelen door 12, als men den interest van een maand weten wil, door 24, als men dien van een halve maand wil kennen, door 8 voor i12 maand, door 6 voor twee maanden, door 4 voor drie maanden en door 2 voor 6 maanden. Moet men den interest zoeken van 71 . maand, dan deelt men de som eerst door 2 en nog eens door 8 en men heeft den interest van 6 en van i'/s maand, samen y'/o.
Is de interest voor iedere maand of halve maand een ronde som b. v. 12 of 16 cent per halve maand, dan behoeft men slechts het kapitaal met de rentesom te vermenigvuldigen, om den interest van die halve maand te kennen. Dan is b. v. de interest van /'550,75 in 51/J of 11 halve maanden: 550XI2X11- Dus in ten halve maand 66 cents, en in 51/., maand /7,26.
Moet men den interest hij dagen berekenen, dan rekent men eerst de rentesom uit van het jaar, deelt deze door 360 en vermenigvuldigt ze wederom met het aantal dagen, of men berekent eerst kapitaal X rentevoet X dagen en deelt deze som door 360, f 550 tegen 04 is dus in 40 dagen : 55oX31/2X4o: 360â/ 2.l3 of
550X31/2X4o . f 55X31/2X40 ,55 X31',2Xio f
â-gt;â =21T. centen ot , of---of
360 0 36 9
SSXVsXio 55X7X10 55X7X5 â .
- of--v:- of------Daar men voor het
9 9X2 9
ronde getal 360 allicht een deeler vinden kan, die ook
voor de noemers bruikbaar is, zal men altijd de getallen
als boven opzetten en alles zooveel mogelijk deelen, eer
men gaat vermenigvuldigen.
Moet b. v. voor gemelde som 4 % gerekend worden, dan gaat het nog veel gemakkelijker. Dan krijgt men 550X4X40 55X4X40 r55XoX4o
' 360---0f 36 ol 9-----duS 55X40:9=/ 2,44
als de bank moet betalen, / 2,45 als zij den interest ontvangt.
Moet men niet de dagen maar heele of halve maanden berekenen, dan schrijft men in plaats van 360 24 of 12, hetgeen vooral te pas komt, als de rentevoet voor maanden geen ronde som is. Zoo is /quot;550 tegen 31/.2 quot;o voor
, ..... .5S°X31/2v4 .550X7X4 f
4 maanden 55oX31/2X4: 12 of3 i2 ol I2gt;lt;2 of
550X7X2 550X7x1 .275X7
or r of - â/ 0,41.
12 6 3
Amortisatie.
Art. 49 20 van de statuten schrijft voor, dat voorschotten, die voor meerdere jaren gegeven worden, telken jare of iedere maand bij gedeelten moeten worden afgelost. Men leze daarover mijne Verklaring op blad 27. Men kan dit doen, door telkens een vaste som van het kapitaal af te lossen, zoodat men eiken keer het kapitaal met dezeltde hoeveelheid vermindert en van het resteerend kapitaal interest betaalt ; of ook door telkens voor kapitaal en in erest samen een even groote som te betalen, zoodat de rentesom vermindert, doch het af te lossen kapitaaldeel aangroeit.
Het is niet gemakkelijk uit te rekenen hoeveel jaren noodig zijn, om op zulke wijze de schuld geheel te delgen. Men vindt ook daarvoor tabellen in ver-ichillende almanakken. Zoo geeft Staring in zijn almanak van 189S bl, 95 eene tabel, om de annuiteit (rente, aflossing en administratiekosten) te kennen, welke bij een zeker aantal jaren voor een kapitaal van f icoo met een interest van 4 % tot 47i % jaarlijks moet betaald worden
Hij rekent daarbij de administratiekosten, welke onze banken niet noodig hebben. Hoe moeten wij dan de jaren berekenen, welke voor ons zullen noodig zijn om op dergelijke wijze de geheele schuld te delgen ? Wij antwoorden dat het onn.ogelijk is, omdat volgens onze statuten vervroegde terugbetaling altijd is geoorloofd, zoodat men te voren niet weten kan, wanneer het kapitaal zal zijn afgelost. Genoeg te weten, dat wanneer ieder jaar dezelfde som wordt terugbetaald, en geen vervroegde terugbetaling
â 63 â
geschiedt, eene amortisatie van i 0ó met renten van 4 0/n 41 jaren noodig heeft om de gehee!e schuld te vernietigen, eene amortisatie van i1 '2 % ruim 33 jaar, eene amortisatie van 2 % 28 jaar, van 21/2 % 241/3 jaar, van 3 % ruim 2i'/2 jaar.
Vooruit moet de ronde som worden vastgesteld, welke de schuldenaar jaarlijks heeft te betalen. Men zette den rentevoet niet te laag en de amortisatie niet te hoog, voor den rentevoet minstens 4 0/0 voor amortisatie 1 % tot 3 %. Voor den kassier is het dan niet moeilijk meer, uit te rekenen, wat ieder jaar van het kapitaal overblijft. Eerst berekent hij den interest die op 31 Dec. moei betaald worden, dan trekt hij deze rentesom af van het vastgestelde quotum, om te weten hoeveel voor dit jaar van het kapitaal moet betaald en voor het volgend jaar daarvan moet afgetrokken worden. Is er b. v. bepaald dat van een kapitaal van Æ 1500 voor interest 4 % en voor amortisatie 2%, dus te samen / 90 telken jare zal verschuldigd zijn, dan zal m het eerste jaar, wanneer een vol jaar over is / 60 voor interest en / 30 voor amortisatie moeten betaald worden, dan is het kapitaal voor hït tweede jaar met/ 30 verminderd, dan zal de interest dus in dit tweede jaar iets minder en de amortisatie iets meer zijn. Wanneer het voorschot in den loop van het jaar gegeven is, dan zal voor het eerste jaar, tenzij anders worde bepaald, eerst moeten berekend worden, welke amortisatie moet gevorderd worden. In het gegeven voorbeeld is de schuldenaaar niet f 90 maar slechts Æ 43,50 schuldig, wanneer het kapitaal den yen Juli gegeven is ; dan zal hij voor interest Æ29 en voor aflossing van het kapitaal Æ 14,50 moeten geven, samen /â 43,50. Men zie hierachter formulier 3 c).
Wanneer de schuldenaar bij vervroegde betaling eene som teruggeeft, moet deze niet onder het kapitaal, maar gedeeltelijk althans onder den interest geboekt worden. Deze toch moet op de eerste plaats worden voldaan, ook al wordt de som in den loop van het jaar gegeven, tenzij bepaald is, dat 31 Dec. de vervaldag zijn zal niet alleen voor het kapitaal maar ook voor den interest.
Men zie dus eerst hoeveel interest hij op het oogenblik der betaling schuldig is, trekke dezen af van de som die hij geeft, boeke ze onder den interest en schrijve het overschot bij het kapitaal, waarvan in dit geval tot 31 Dec. de interest moet worden berekend, cm dien van den ver-schuldigden interest op het einde des jaars at te trekken. Men zie het genoemde formulier bij het jaar 1909, alwaar den 1 Febr. en den i Aug. f 100 betaald wordt, waarvan eerst de interest wordt afgetrokken en van het overgebleven gedeelte de interest wordt berekend, welke interest van dien der linkerzijde wordt afgetrokken.
FORMULIER 5.
Contract met den Kassier.
Twee exemplaren van dit formulier moeten worden ingevuld, wanneer men een kassier aanstelt. Hoe vertrouw-baa-r hij op zich zelf ook zijn moge, het Bestuur is verplicht een borg, voldoende onderpand of hypotheek te eischen en het contract te laten onderteekenen, voordat hij in dienst treedt.
Voor de borgstelling van een onderpand moet natuurlijk een andere formuul gemaakt worden en voor hypotheekstelling heeft men een notaris noodig. Voor eene gewone borgstelling is dit formulier 5 voldoende. Men kan het later laten zegelen, wanneer het in rechten zou moeten dienen, in welk geval me^ eene kleine boete moet betalen. Men zal echter weldoen, met aanstonds te laten zegelen, hetgeen slechts 371/2 ets. kost.
FORMULIER 6.
Opzegging van ingelegd kapitaal.
Volgens de voorafgaande aanmerkingen in het spaarboekje worden groote sommen niet terugbetaald, dan nadat zij dagen of weken tevoren zijn opgezegd. Deze opzegging
nu geschiedt door het invullen en onderteekenen van formulier 6. Alleen wanneer men provisie wil betalen, kunnen groote sommen met toestemming van den Directeur op-staanden voet worden teruggegeven. De renten echter houden op te loopen in het begin der maand, als het kapitaal in de eerste helft wordt opgezegd, den lóen, wanneer het in de tweede helft wordt gevraagd, zoodat voor die helft der maand geen rente betaald wordt, ook al wordt de aanvraag wederom ingetrokken. In dit geval begint zij wederom te loopen in de volgende maand, even-alsof de som op den dag van het terugtrekken der vraag wederom was ingelegd. Wat de leenbank zelve aangaat, dat deze met het opzeggen voorzichtig zijn moet, zullen wij hierna bij formulier 12 uitleggen.
FORMULIER 7.
Het Spaarboekje.
Volgens art. 5 van de statuten wordt aan ieder lidvoor 10 ets. een spaarboekje gegeven d.w.z. ook aan die leden, die meenen het niet noodig te hebben. Het doel dezer bepaling is, allen aan te sporen om er gebruik van te maken. Zij, die geen lid zijn van de leenbank, betalen voor het spaarboekje 15 cents. Geen spaarboekje wordt als acht erkend, wanneer het niet door het Bestuur op de eerste bladzijde onderteekend is. Men behoort dus die onderteekening te vragen, zoodra men van het spaarboekje gebruik wil maken. De Kassier moet dan tevens op de gedrukte bladzijde aanvullen en verbeteren waar het noodig is. Verbetering is noodig, wanneer de Leenbank andere bepalingen maakt, dan die er gedrukt staan, wanneer men b. v. bepaalt dat de kleinste inlagen niet 25 ets. maar een gulden moet zijn, dat sommen tot 500 gulden aan eenzelfden persoon niet worden teruggegeven, tenzij zij veertien ⢠dagen, niet acht dagen te voren, worden opgezegd, wanneer vervroegde terugbetaling wordt toegestaan tegen betaling van Vj niet van l/i % enz.
5-
- 66 -
A's een spaarboekje verloren is, en in de plaats daarvan een nieuw wordt gegeven, betaalt men daarvoor 25 ets en de kassier schrijft dan boven op de eerste bladzijde Duplicaat en geeft aan dit nieuwe spaarboekje hetzelfde nummer als aan het eerste. Op de blanke bladzijde achter de gedrukte, kunnen nog nieuwe bepalingen worden toegevoegd, b. v. dat bij elke betaling en terugbetaling eene afzonderlijke kwitantie gegeven wordt. Wanneer men voor derden b. v. voor kinderen, voor zieke ouders enz. een spaaiboekje neemt, of om andere redenen den tijd bepalen â wil, waarop de som door den belanghebbenden mag worden teruggehaald, b. v. bij zijne meerderjarigheid, dan wordt het juiste tijdstip op de eerste bladz. in het vierkant ingevuld. Dit kan ook dienstig zijn voor hen, die zich tot sparen willen dwingen. Zij kunnen b. v. laten schrijven, dat zij het niet mogen terugvorderen, voordat zij trouwen of een anderen levenstaat aangaan.
Ofschoon elk boekje eigenlijk zestien bladzijden bevat, moet men toch onder op de eerste bladzijde invullen. Dit boekje inhoudende vijf bladen, enz. omdat de eerste bladzijden slechts overtollige aanteekeningen bevatten en van de laatste twee bladzijden telkens eene als één blad met een hoofd moeten beschouwd worden. Verder behoort de kassier het nummer van het spaarboekje, voor hij het afgeeft, in het dagboek of eerste grootboek in te vullen, omdat hij later het nummer niet meer weten zal. (1)
Voor het invullen der kolommetjes, dient men op te merken, dat bovenaan het nummer der bladzijde diende geschréven te worden. Men plaatse dan boven het eerste hoofd op de 6e bladz. de woorden eerste blad, boven het hoofd der 8e bladz. tweede blad enz. Verder moest nog een streep getrokken over de kolom van den datum, want naast den datum moet het nummer van het dagboek worden ingevuld. (1) In de grootste kolom schrijft men alle sommen van guldens in woorden, centen echter kan men
(1) Deze opmerkingen gelden voor de eerste exemplaren, vermeld op bl. 41.
â 6? â
met cijfers invullen. In de kolom tegoed moet telkens de som geschreven worden, welke de inlegger na aftrek van de uitgehaalde gelden nog te goed heeft. In het nieuwe jaar worden bij de eerste gelegenheid de renten van het vorig jaar bijgeschreven, dan een lijn getrokken en de ge-heele som in het nieuwe jaar overgebracht onder den naam van saldo. Bijgeschreven renten en saldo's hebben geen handteekening noodig.
De spaarboekjes zijn door de zegelwet van 1843 art. 27 letter A no. 58 en een ministerieel besluit van 29 Dec. 1882 no. 158 vrijgesteld van alle zegelrecht. Eveneens de kwi-tantien voor terugbetalingen. Terugbetalingen kunnen door den inlegger in het boekje worden geteekend, maar zij geven dan nog geen voldoende zekerheid aan de leenbank, omdat het boekje niet in hare handen is. Daarom moet de kassier, wanneer de schuldeischer eene schuldbekentenis van de bank bezit, voor elke uitbetaling van zijnentwege een kwitantie volgens formulier 11 of na laten teekenen met een behoorlijk plakzegel. Wordt de geheele ingelegde som ceruebetaald, dan mag het geschrevene niet worden doorgeschrapt ; het boekje wordt dan behoorlijk gekwiteerd en blijft in handen van den kassier. Wil men dus van hetzelfde boekje nog langer gebruik maken, dan moet men niet de geheele som terugvragen, naar het minimum, minstens 25 cents laten staan. Nog moet worden opgemerkt, dat de leenbank den eenmaal gestelden rentevoet voor hare schuldeischers kan verminderen, wanneer zij de inleggers bij tijds waarschuwt.
FORMULIER 8. Het Voorschotboekje.
Dit boekje, evenals het volgende voor loopende rekeningen, bevat een uittreksel van het grootboek, geeft den debiteur of schuldenaar een overzicht van den stand der zaken, herinnert hem aan zijne verplichtingen en kan van nog veel grooter nut zijn, wanneer het grootboek zou falen.
â 68 â
Het kan echter in geen geval als kwitantie dienst doen. Daarvoor dienen de formulieren rr en i ia. Daarom worden deze boekjes oDk alleen door den Kassier ueteekend, niet om eene som te kwiteeren, maar ten bewijze dat liet boekje overeenstemt met het Grootboek, (i)
Wanneer een lid een voorschot ontvangt, krijgt hij zulk een boekje voor 10 ct, teekent de schuldbekentenis, formulier ia, en de kwitantie, formulier 11 of iia, welke de kassier bewaart. Men kan echter bepalen, dat voor kleine sommen b v. tot / to ofÆ25 noch kwitantien onderteekend noch boekjes gegeven worden ; maar in dit geval is zooveel te meer de onderteekening der schuldbekentenis noodig, welke door den kassier wordt bewaard en nooit wordt teruggegeven.
De verplichtingen van den schuldenaar staan, behalve op de schuldbekentenis, op de eerste bladzijde van het voorschotboekje, (2) namelijk 1quot; dat het kapitaal binnen den termijn kan worden opgeeischt, hetgeen echter zonder gewichtige redenen niet gebeuren zal, 2quot; dat twee maanden na den vervaldag de interest met t % wordt verhoogd als hij niet betaald is, 3quot; dat de onkosten, op de terugvordering vallende, door den schuldenaar moeten betaald worden. Dat na behoorlijke waarschuwing de rentevoet kan worden gewijzigd en dat een nieuwe borg wordt geeischt, wanneer de eerste niet meer voldoende of overleden is, hebben wij reeds elders gezegd.
Eenzelfde persoon kan èn schuldeischer en schuldenaar zijn èn met loopende rekening handelen. In dat geval krijgt hij een post in ieder grootboek en ontvangt even zooveel verschillende boekjes. Ook kan hij achtereenvolgens eerst als schuldeischer in het eerste grootboek staan, vervolgens crediet verkrijgen voor loopende rekening enz. ;
(1) Deze opmerkiug is vooral noodig voor de eerste exemplaren, vermeld op 1)1. 41. In die exemplaren tocli dragen zij geheel verkeerd den naam van kmitanlieboekjes. Worden de aanteekeningen als kwitanties beschouwd e;: v luit onderteekend, dan zou men ze ook met plakzegels moeten voorzien. Ju de nieuwe exemplaren is dat gevaar voorkomen.
(2) ïen minste in de nieuwste exemplaren.
â 69 -
maar in dit geval moeten de eerste posten gekweten, de boeken en kwitantiën afgesloten of gekasseerd zijn, aleer men met den nieuwen beginnen mag.
Hoe verder deze boekjes moeten worden ingevuld, dat verklaren zij zelve. Dat de interesten in den regel den 31 Dec. vervallen, is dikwijls gezegd. Bij voorschotten voor en'/.ele maanden kan het anders zijn. Men zie verder wat gezegd is van Grootboek II.
FORMULIER 9.
Boekje voor loopende Rekeningen.
Ook dit boekje is slechts een kort afschrift of uittreksel uit Grootbroek 111 en wordt dus gebruikt evenals het Grootboek. Men schrijft rentegetallen of interest, voorschotten of depositio's en terugbetalingen, naargelang zij in dat boek staan opgeteekend. Op het einde van ieder jaar berekent de kassier den interest zooals hoven gezegd is en levert een afzonderlijk uittieksel van liet Grootboek, om den betrokken persoon te laten zien of het met zijne eigene berekeningen en met zijn boekje overeenstemt.
FORMULIER 10, 11 en na. De Kwitantiën.
Alle kwitantiën voor een bedrag boven /10, behalve de kwitantiën voor terugbetalingen op een spaarboekje, hebben een plakzegel noodig van 5 ct, welke betaald wordt door het lid, voor wien of door wien ze geteekend zijn. Om rechtsgeldig te zijn, moéten zij, evenals alle andere akten en schuldbekentenissen, geschreven zijn op zegelpapier van 22^/0 cents en in dit geval kan het plakzegel gemist worden. Die zegeling echter kan alleen dan noodzakelijk zijn, wanneer de stukken aan de rechtbank moeten worden overgelegd en de kosten daarvan komen in allen gevalle op rekening van den schuldenaar.
â 7° â
De Kassier moet afzonderlijke kwltantiè'n vragen voor al zijne uitgaven, behalve voor de volledige lerugbetaling van spaargelden. In dit geval immers komt het afgesloten spaarboekje in zijne handen en moet dan als kwitantie bewaard worden. Formulier 10 wordt door den kassier ingevuld en door hem alsmede het Bestuur onderteekend, wanneer de schuldeischer zulks vordert, of wanneer de som / ioo te bovengaat. Terugbetalingen echter van voorschotten kan de kassier alleen kwiteeren. Zie de statuten art. 25. Kwitantiën voor meer dan f 100 worden door den Kassier alleen geteekend, om te bewijzen dat zij door zijne handen zijn gegaan. Immers volgens art. 24 zijn alle stukken geldig, die door den Directeur en een bestuurslid geteekend zijn en volgens art. 28 is de Kassier geen lid van het Bestuur.
Formulier 11 dient voor schuldenaars of voorschotnemers, alsook voor terugbetalingen uit de spaarbank. De aanwijzing of machtiging wordt onderteekend door den Directeur, en strekt den Kassier ten bewijze, dat hij verlof heeft om de gekwiteerde som uit te betalen. Daarom is het noodig dat de Directeur formulier 11 en tra steeds bij de hand hebbe, vooral wanneer hij van het Bestuur de macht heeft om aan zekere personen tot een zeker bedrag ieder oogenblik eenig geld te laten uitkeeren. Dit komt vooral te pas bij kleinere voorschotten b. v. voor gezamelijke aankoopen. Om de kosten van het plakzegel te sparen, kan men de som verdeelen en b. v. aan iemand die /quot;24 noodig heeft drie kwitanties voorleggen van acht gl. of wel men kan de kwitantie ongeteekend laten, mits men de schuldbekentenis invulle en onderteetene. Voor de leenbank kan de Kassier zich altijd verantwoorden, wanneer hij slechts een schuldbekentenis en de gezegde aanwijzing of machtiging vertoonen kan. Kwitantiën, dienende voor gedeeltelijke terugbetaling of op afkorting van een en hetzelfde voorschot hebben niet ieder een plakzegel noodig, al loopt elke afbetaling boven Æ 10. In dit geval is het genoeg de eerste kwitantie met een plakzegel te voorzien.
Formulier na dient vooral voor personen, die niet
kunnen schrijven, voor wiet hier een gevolmachtigle optreedt om de gelden te ontvangen en te kwiteeren. Om echter verzekerd te zijn, dat deze inderdaad die volmacht bezit, is het noodig dat de rechthebber zelt in persoon aanwezig zij. Zou hij niet aanwezig zijn en later ontkennen, dat hij last gegeven heeft, dan zou de bank den ge-waanden lasthebber kunnen vervolgen, doch den schuld-eischer moeten uitbetalen of het voorschot van hem niet kunnen terugeischen.
Men kan den betrokken persoon ook met een kruisje laten teekenen, maar men zorge dan, dat er twee getuigen aanwezig zijn en late dezen eveneens als getuigen teekenen. Zoo geschiedt ook bij de postspaarbank. Doch volgens Art. 1933 B. W. is geen betaling boven Æ300 door getuigen te bewijzen. (1) Deze kunnen dan later, in geval het noodig mocht zijn, èn de uitbetaling en de teakening met een eed bevestigen. Voor hen die niet schrijven kunnen, kan men nog andere middelen gebruiken. Hunne vrienden of bloedverwanten kunnen op hunnen naam gelden inleggen en ze dan op dezelfde wijze terughalen of men kan hunne spaargelden aannemen, zonder hun eene kwitantie of een spaarboekje te geven.
FORMULIER 12. Schuldbekentenissen.
Wanneer een lid na behoorlijke borgstelling van het Bestuur verlof heeft gekregen, om geld uit de kas te leenen, dan behoort hij met zijn borg eene schuldbekentenis volgens formulier 12 te onderteekenen. Vooraf moeten alle open plaatsen van dezen schuldbrief worden ingevuld en nauwkeurig moet worden aangeduid met welke gedeelten en welke termijnen het kapitaal zal werden terugbetaald. Volgens de tweede op den schuLlbrief gedrukte voorwaarde en volgens art. 51 der statuten kan eik kapitaal een maand na de opzegging worden teruggevorderd. Die termijn moge
[11 Tiet arrest va» den Hoogeu Baad van 21 Jan. 1808 geeft genoegzaam te kennen, dat dit getnigenis voldoende is, eu voor de rechtbank kan dienen, als het door een eed hevestisid wordt.
te kort schijnen, men wete dat de bank er geen gebruik van maken zal, wanneer het belang van de bank of van de borgen zulks niet vorderen. Wanneer de toestand van den schuldenaar verergert, zoodat het voorschot in groot gevaar komt, dan is het noodig dat zij het geleende kapitaal spoedig kan opeischen en een opzeggingstermijn van maanden zou dan veel te lang zijn.
Ofschoon het niet met woorden is uitgedrukt in deze formuul, spreekt het toch vanzelf dat de schuldenaar het kapitaal geheel of gedeeltelijk kan teruggeven binnen den bepaalden rermijn, zonder dat hij dit tevoren behoeft aan te kondigen ; want het is de taak der Vereeniging de afdoening van schulden zoo gemakkelijk mogelijk te maken. Daarom leest men ook in de laatste alinea van art. 49 der statuten, dat vervroegde terugbetaling altijd geoorloofd is. De derde voorwaarde is, dat 1 °4 meer dan de bedongen interest zal moeten betaald worden, als de schuldenaar zijne renten twee maanden na den verschijndag niet ten volle heeft betaald. Men zal die boete echter niet invorderen, als de schuldenaar niet tijdig is gemaand geworden. Dat de gewone rente ook in dit geval blijft loopen tot den dag der betaling, zal elkeen begrijpen.
De vierde voorwaarde is, dat de rentevoet door de Vereeniging kan worden gewijzigd, doch ook dit moet bij tijds aan den belanghebbende worden bekend gemaakt, opdat hij de schuld kunne inlossen, als hem de rente te zwaar valt. Men kan hem beduiden, dat hij binnen een of twee maanden het kapitaal moet teruggeven, wanneer hij met de vermeerdering der rente geen genoegen neemt.
De vijfde voorwaarde is, dat de schuldbekentenis na afdoening der schuld door den kassier wordt teruggenomen, opdat deze zich voor de Vereeniging kunne verantwoorden. De kassier echter moet haar voor de oogen van den schuldenaar kasseeren en met voldaan teekenen. Is dit voor den schuldenaar zeiven niet voldoende, dan geve men hem voor elke terugbetaling eene kwitantie volgens form. 10. Wanneer men de schuldbekentenis laat zegelen, kan men ze den schuldenaar teruggeven, mits
deze de noodige kwitantiën geteekend heeft. De zesde voorwaarde heeft geen verklaring noodig.
Wat de borgen betreft, behoort de kassier te zorgen, dat zij in eigen persoon onderteekenen. Wordt een borg onbekwaam en een nieuwe aangenomen, dan doet men beter met de eerste schuldbekentenis te kasseeren en een nieuwe te schrijven, dan met de eerste opnieuw te laten onderteekenen. Bij verpanding van papieren van waarde worden de regels, die den borgtocht betreffen, doorgehaald en de verpanding slechts aangestipt door den kassier.
Verder verhoede men, dat de leden geen geld opnemen voor derden en als schuldenaars optreden, teiwijl die derde zich als borg aanmeldt. Ook moet men toezien, dat geen personen teekenen, als vrouwen, kinderen, erven enz. die niet in het volle bezit zijn van het burgerrecht, of op wie niets te verhalen is. Eindelijk behoort men toe te zien, dal geen panden gegeven worden, die op naam geschreven zijn en dus door de bank niet kunnen worden opgevorderd, zooals postspaarboekjes, tenzij zulk pand door een afzonderlijke akte op den naam der bank worde overgeschreven Zie verder wat vroeger over borgtocht gezegd is. Bladz. 17 en 10.
FORMULIER 13, 13a en i3t).
Contract voor loopende rekening.
Wanneer de bank met een lid loopende rekening aangaat, behoort vooraf formulier 13, als men met rentegetallen werken wil en 13a, als men telkens den interest berekent, ingevuld en onderteekend te worden. Wat de kwitantiën betreft gelden hier dezelfde opmerkingen, die bij formulier ir en 11a gemaakt zijn. Voor het wijzigen van den rentevoet en voor den borgtocht, verwijzen wij naar hetgeen zooeven gezegd is over gewone schuldbekentenissen.
Volgens de vierde voorwaarde wordt bij het einde des jaars door den kassier mededeeüng gedaan van den stand der zaken en wordt daarvan door den betrokken persoon schriftelijk bewijs gegeven. Dit bewijs is niets anders dan
formulier 13b, behoorlijk ingevuld en onderteekend. Waarbij nog kan gevoegd worden, dat de renten zijn uitbetaald of bijgeschreven.
FORMULIER 14.
Uitstel van betalmg.
Volgens art. 49 van de statuten kan om bijzondere redenen tot in het tweede jaar uitstel gegeven worden voor het terugbetalen van een voorschot dat voor één jaar of minder gegeven was. Een langer uitstel kan niet gegeven worden. Is het noodzakelijk, dan moet een nieuw voorschot voor meerdere jaren worden toegestaan en een nieuwe schuldbekentenis worden onderteekend. Ook kunnen voorschotten die voor meerdere jaren gegeven zijn, wat het kapitaal, niet wat de renten betreft, worden aangehouden. Men leze wat wij daaromtrent in de Verklaring der statuten geschreven hebben op bl. 25 en 28. Uitstel moet aan het Bestuur worden aangevraagd door formulier 14. De aanvraag om verlenging van den termijn moet door denzelfden schuldenaar en borg onderteekend worden. De borgen stellen daardoor geen nieuwen borgtocht, want deze blijft vanzelf bestaan, zoolang de schuld niet betaald is, maar zij geven alleen te kennen, dat zij met de verlenging instemmen. De onderteekening van andere personen heeft geen waarde, tenzij om een nieuw voorschot te verkrijgen. Zoowel bij verlenging als bij het toestaan van nieuwe voorschotten wordt nieuwe provisie voorgeschreven.
FORMULIER 15.
De Maning.
Weinig schuldenaars kunnen er toe overgaan om op hunnen tijd te betalen. Zij kunnen hunne slechte gewoonte niet afleggen en moeten altijd gemaand worden. Daarom hebben sommige banken den regel aangenomen, dat zij
â 75 â
reeds acht of veertien dagen vóór den vervaltermijn iederen schuldenaar aan zijne verplichtingen herinneren. Dit behoort in allen gevalle te geschieden binnen veertien dagen na den vervaldag van kapitaal of renten. Tevens wordt de schuldenaar eraan herinnerd dat de rentevoet verhoogd wordt volgens no. 3 van de voorwaarden van zijne schuldbekentenis. De kassier moet in de eerstvolgende zitting de zaak voor het Bestuur blootleggen. Dikwijls zal het wenschelijk zijn, dat ook de borg wordt gewaarschuwd, om de maning meer kracht bij te zetten. Wanneer de eerste maning niet baat, volge spoedig een tweede en strengere, opdat de zaak niet in vergetelheid gerake. Eindelijk volge eene gerechtelijke aanzegging. Alle kosten van zulke maningen komen ten laste van den schuldenaar en de Ver-eeniging zal wel doen, als zij voor iedere maning een bepaalde vergoeding vordert. Dag en datum der maningen moeten natuurlijk in het Irievendagboek no. 17 of elders opgeteekend en de porto kosten en andere bijkomende kosten kunnen ook aldaar verrekend worden om ze later geza-melijk in het dagboek en de grootboeken op te teekenen.
FORMULIER 16.
Van dit formulier zijn twee uitgaven. De eerste is een opzeggingsboek, waarin men kan opteekenen de opzeggingen, welke een schuleischer doet, alsmede wanneer sluiting wordt verlangd van eene loopende rekenirg. De andere uitgave is een notitieboekje voor alle bestuursleden bruikbaar, voornamelijk voor den Directeur. Het kan ook andere bestuursleden dienstig zijn, om b. v. aan te teekenen voor wie, voor hoelang, voor welk doel en met welke borgstelling crediet gevraagd wordt, wanneer vergaderingen worden gehouden, welke verplichtingen men op zich genomen heeft enz.
FORMULIER 17.
Brieven-dagboek.
Hier wordt de ontvangst en verzending van alle in- en uitgaande geschriften aangeteekend, niet alleen om daarvan een overzicht te hebben, maar ook om de porto's te berekenen. Ook mondelinge maningen worden hier opgeschreven.
FORMULIER 18.
Presentielijst.
I e namen der leden worden hier met het nummer, dat zij in het register hebben gekregen, zooveel mogelijk in alphabetische orde geplaatst en onder de datums der vergaderingen wordt met een enkele letter ot teeken aangeteekend of zij aanwezig zijn of niet, met of zonder verschooning.
Men schrijve b. v. een streepje voor de aanwezigen, het cijfer of merk 1 voor hen die red.;n hebben gegeven ol zullen geven van hunne afwezigheid, een kruisje voor hen, die de boeten voor hunne afwezigheid hebben betaald en late het overige blank, totdat men daaromtrent is ingelicht. Van hoe groot belang het is, dat de alge-meene vergaderingen getrouw v/orden bijgewoond is elders aangestipt. Hoe groot de boeten moeten zijn en op welke wijze zij betaald worden, bepale de Vereenigiug zelve volgens mijne verklaring bladz. 31. In allen gevalle wachte men met de betaling der boete niet tot eene volgende alg. vergadering.
FORMULIER 19.
Register der leden.
Ook van dit formulier zijn twee uitgaven, de eerste dienende voor banken volgens de wet van 1876, de tweede
â Tl â
voor die van 1S55. In de eerste uitgave, die volgens de wet van 1876 door den kantonrechter moet gekantteekend zijn, wordt de eerste kolom met duidelijke letter en met een volgnummer ingevuld door den Kassier. De tweede wordt ge:eekend door het aangenomen lid, dat echter in zijnen naam den kassier kan laten teekenen, wanneer het niet schrijven kan In de derde kolom verklaren de Directeur en een bestuurslid, dat het nevenstaande lid is uitgetreden, verhuisd, ontzet of overleden, welke verklaring, zoo mogelijk, ook door het lid zelf moet onderteekend worden.
Die verklaring moet altijd volgens art. 10 al. 2 worden gedagteekend met den datum van de uittreding. Het lidmaatschap toch houdt volgens art. S hij vrijwillige uittreding en verhuizing op, waaneer het loopend kwartaal ten einde is, dus op het einde van Maart, Juni, September of December, tenzij d- opzegging of verhuizing in de laatste zes weken plaats heeft. De datum moet worden opgeschreven, om te weten wanneer de hoofdelijke aansprakelijkheid volgens art. 12 al. 2 ophoudt.
De tweede uitgave, die veel van de eerste verschilt, heeft geen handteekening van den kantonrechter noodig. Zij wordt alleen gebruikt door de banken, die volgens de wet van 1855 als eene gewone vereeniging zijn opgericht. In de tweede kolom schrijven de toetredende leden achter elkander naast het volgnummer hunne namen, in de derde worden diezelfde namen in dezelfde orde door den kassier geschreven en door het Bestuur onderteekend, in de vierde teekent de kassier aan, wanneer en hoe het nevenstaande lid is uitgetreden, in de vijfde of het de boeten heeft betaald. Voor het lid zelt dat uittreden wil, is het voldoende, dat hel zijn lidmaatschap schriftelijk heeft opgezegd. Volgens art, 8 al. 2 moet het Bestuur de uittreding binnen een m.iand aan den Raad van Toezicht bekend maken. Hier is vooral bedoeld de vrijwillige uittreding. Verhuizing, ontzetting en dood zullen gewoonlijk genoegzaam bekend zijn en de bepaling is in de statuten alleen opgenomen, om te verhoeden, dat de beste leden
-78-
de Vereeniging verlaten en de minderen met de schulden laten zitten.
in de laatste kolom behoort vooral te worden aangetee-kend of bij vrijwillige uittreding de boete van / 5 betaald is. Wordt zij niet betaald, dan kan zij gerechtelijk worden opgevorderd. Met de rijken geschiede het zonder genade. Aan de armen kan men uitstel geven. In allen gevalle zal zulk een persoon nooit meer tot de Vereeniging worden toegelaten, vooraleer hij aan zijne verplichting heeft voldaan.
In de tweede uitgave vindt men de noodige formuul alleen boven aan de bladzijde afgedrukt. Het spreekt vanzelf dat telkens eene nieuwe bladzijde wordt ingevuld, zoo dikwijls nieuwe leden worden aangenomen.
Zou het gebeuren dat een of ander lid niet schrijven kan, dan late men onder de bladzijden door twee getuigen eene verklaring onderteekenen als de volgende ; De onder-
geieekenden verklaren op heden den........dat N. N. is
of zijn toegetreden als lid of als leden der Boerenleenbank alhier dat hij of zij zich onderworpen heeft (hebben) aan de
statuten, goedgekeurd bij Kon. Besluit van den......
en de hoofdelijke aansprakelijkheid heeft (hebben) aanvaard.
FORMULIER 19a.
Register der Bestuursleden.
Hier valt op te merken, dat men de namen niet te dicht onder elkander moet schrijven, opdat men later bij denzelfden naam kunne bijschrijven of en wanneer de persoon herkozen is en wederom moet aftreden.
FORMULIKR 20, 21 en 22.
Hoe de notulen der vergaderingen moeten geschreven worden, hebben wij reeds gezegd op bladz. 21, 22 en 37. Hier valt nog alleen op te merken, dat het notulenregister voor de Bestuursvergaderingen niet voor andere vergade-
â 79 â
ringen mag gebruikt worden. Alleen dan, wanneer het Bestuur tegelijk, met den Raad van Toezicht vergadering houdt, gebruikt men het Notulen-register van het Bestuur, formulier 20. De Kassier zorge ervoor, dat zij telkens behoorlijk onderteekend worden.
FORMULIER 23, 24, 25 en 26. De Rekening.
De statuten spreken in de art. 26, 6quot; en 9', 30, 6* en 46, 30 van eene jaarlijksche verantwoording door het overleggen van de rekening en de balans met de bewijzen en kwitantien, â welke voor 1 Mei aan het Bestuur en de alg. Vergadering moeten worden overgelegd. Door de rekening verstaat men een overzicht van den omzet van het ge-heele jaar.
Zij moet het bewijs leveren, dat alle boeken in orde zijn en stof geven voor het opmaken der balans. Aleer men de rekening kan opmaken, moeten de rentesaldo's betaald of bijgeschreven zijn, als hoven bl. 45 gezegd is. Zij moet in de maand Maart gereed zijn, opdat zij tijdig aan het Bestuur kunne worden voorgelegd. Om ze gereed te maken, heeft men drie bijlagen noodig, welke wij een voor een moeten behandelen.
I. De eerste bijlage is een uittreksel uit het eerste grootboek, hierin bestaande, dat men de eindsommen van iedere bladzijde uit dit grootboek in tien kolommen op een afzonderlijk blad bijeenbrengt. De namen van schuld-eischers en schuldenaars mogen hier niet worden vermeld.
In de eerste kolom schrijft men de bladzijde van het grootboek, in de tweede de sommen d'.e de schuldeischers in het begin des jaars te goed hadden ; in de 3e de ingelegde gelden met bijgeschreven renten van het loopende jaar ; in de 4e het totaal der twee voorgaande kolommen ; in de 5e de sommen, welke in den loop des jaars zijn teruggegeven ; in de 6e wat de schuldeischers op het einde des jaars nog te goed hebben ; in de 7e de renten, die
in den loop of op het einde des jaars betaald moesten worden ; in de 8e de renten die betaald zijn ; in de 9e de renten, die bij het kapitaal van dit jaar zijn bijgeschreven.
Nu moeten na de optelling der Kolommen de som van de 4e kolom overeenkomen met de óe van het dagboek, die van de 5e met de 11e, die van de 6e met het saldo van de 6e van het dagboek.
II. De tweede bijlage is een uittreksel uit het tweede grootboek en bevat 12 kolommen. In de ie schrijft men de bladz. van het grootboek ; in de 2e wat ieder schuldenaar op het einde van het vorig jaar schuldig was ; in de 3e de schulden die hij gemaakt heeft in het loopende jaar ; in de 4e wat hij in dit jaar heeft terugbetaald ; in de 5e de schuld die op het einde des jaars is overgebleven ; in de 6e de renten, die hij in dit jaar had te betalen ;. in de 7e de renten die hij betaald heeft ; in de 8e de resteerende renten ; in de 9e de renten, die op 31 Dec. verschuldigd maar nog niet betaald behoeven te worden, in de 10e de provisie die betaald moest worden, in de ne de betaalde provisie; in'de 12e de resteerende provisie ; in de 13e de noodige bemerkingen omtrent terugbetalingen, borgstelling enz.
Na alle kolommen te hebben opgeteld, moeten de sommen van de 2e en 3e kolom te samen overeenkomen met de som der uitgaven in de 12e kolom van het dagboek, die van ue 4e met de 7e van het dagboek, die van de 5e met het saldo der 7e van het dagboek.
III. De derde bijlage is een uittreksel uit het grootboek voor loopende rekeningen. In de eerste kolom plaats men wederom de nummers der bladzijde van dat boek, in de 2e het tegoed der bank op het einde van het vorig jaar, inde derde haar schuld op het einde van dat jaar, in de 4e de ontvangsten, in de se de uitgaven der bank van het loopend jaar, in de 6e het tegoed, in de 7e de schuld van de bank op het einde des loopenden jaars, in de 8e de gebeurde, in de gc de uitbetaalde renten, in de 10e de gebeurde, in de [ie de uitbetaalde provisie en kasten.
Nu moet de som der 2e en 4e kolom overeenkomen
â 8i â
met die der 8e van het dagboek en die der 3e en 5e met de 13e van het dagboek, terwijl de 6e moet overeenkomen met het overschot, de 7e met het tekort in de 8e kolom van het dagboek.
Na deze drie bijlagen te hebben opgemaakt, kan men tot de samenstelling der rekening overgaan. Eerst schrijft men de ontvangsten, daarna de uitgaven en wel in de ie kolom een volgnummer, in de tweede het onderwerp in de 3e het bedrag en in de 4e de bijlagen waaruit de sommen genomen zijn.
Tot het onderwerp behoort;
10. de inhoud der kas bij het opmaken der voorgaande
rekening, op 31 Dec. van het voorgaande jaar. 20. de gelden der spaarkas, genomen uit de 3e kolom der ie bijlage.
30. de terugbetaalde voorschotten uit de 4e kolom der 2 e bijlagen.
4n. de ontvangsten in loopende rekening uit de 4e kolom der 3e bijlage.
50. de prijs waarvoor waardepapieren, goederen en meubelen in dit jaar-verkocht zijn, voor zoover die niet onder 40 begrepen is. Zie boven bladz. 46 en 58. 6°. diverse ontvangsten n. I. interesten uit de 7e der 2e en de 8e der 3e bijlage, ook provisie en kosten uit de 11e der 2e en de 10e der 3e bijlage. 7°. buitengewone ontvangsten, als boeten voor het verzuimen van vergaderingen, het schenden van geheimen enz. subsidien, giften enz.
Als uitgaven schrijft men ;
1°. het tekort uit de rekening van het vorig jaar, wanneer
dit aangeteekend was.
2». de som der terugbetaalde spaargelden, genomen uit
de 5e kolom der ie bijlage.
3». de gegeven voorschotten uit de 3e kolom der 2e bijlage.
4°. de uitgaven in loopende rekeningen uit de 5e kolom der 3e bijlage.
6.
â 82 â
5°. de prijs waarvoor waardepapieren, goederen en duurzame meubelen in dit jaar gekocht zijn, voor zoover die niet onder 4e begrepen is.
6°. diverse uitgaven, als interesten uit de 7e kolom der ie bijlage en de 9e der 3e bijlage, de provisie en kosten uit de 11e der 3e bijlage.
70. buitengewone uitgaven als kosten voor het manen van schuldenaars, voor porto's, zegels, behalve die in de 11e der 3e bijlage zijn opgenomen, voor boeken, formulieren, kantoorbehoeften, salaris enz.
Nu moet de som der ontvangsten van 6° en 70 overeenkomen met de 9e kolom van het dagboek en de som der uitgaven onder dezelfde nummers met de 14e kolom van het dagboek^ terwijl de som van alle ontvangsten gelijk moet zijn aan de eindsom der 5e en die der uitgaven aan de eindsom der 10e kolom van het dagboek. Het verschil moet dus ook overeenkomen met het saldo in de 5e kolom van het dagboek.
Zoo heeft men een overzicht van den omzet, van alle ontvangsten en uitgaven in het loopende jaar en tevens een bewijs dat de grootboeken met het dagboek overeenstemmen. Bovendien heeft men de stof voor het opmaken der balans.
De Balans.
Da balans moet een nauwkeurig overzicht leveren van alle schulden en vorderingen der leenbank, van de activa en passiva, waaruit men kan opmaken wat zij ih eigendom bezit of te kort komt. De balans is dus eene vergelijking van de activa en passiva, waaruit de winst of het verlies wordt opgemaakt. Men kan actief en passief evengoed als in de rekening onder elkander schrijven ; beter echter plaatst men ze naast elkander. Men schrijft dan :
i0. den inhoud der kas op het einde van het loopend
jaar, niet van het vorig jaar.
a0. de uitstaande voorschotten, genomen uit de se kolom der ze bijlage.
-83-
3». het tegoed uit de 6e kolom der 3e bijlage. 4°. de waarde der papieren, effecten enz. volgens den koers op 31 Dec. Is de koopprijs of de nominale waarde begrepen onder het voorgaande (zie boven bl. 58) dan wordt hier slechts de meerdere waarde aangestipt en wordt de vermindering der waarde onder het passief gebracht.
5°. De waarde, welke roerende en onroerende goederen en duurzame meubelen op 31 Dec. hebben; waarbij echter valt op te merken, dat hier alleen die meubelen in aanmerking komen, welke voor vreemden waarde hebben, dus geen formulieren, veel minder gebruikte boeken, stempels enz. en dat de waarde vanden inventaris der meubelen jaarlijks met minstens 5 % moet verminderd worden. (1) 6°. Verschuldigde, maar nog niet betaalde interesten, provisie en kosten uit de 8e, 9e en 12e kolom der 2e bijlage.
7®. het eventueel verlies of tekort uit de balans van het voorgaande jaar.
Onder het passief komt te staan ;
i0. het eventueel tekort in kas op 31 Dec. van het loopend jaar.
20. de gelden der spaarkas uit de 6e kolom der ie bijlage.
3'. de schuld van loopende rekeningen uit de 7e kolom der 3e bijlage.
40, de renten, provisie en administratiekosten, welke de bank nog zou moeten betalen, hetgeen echter zelden gebeuren zal, omdat zij voor het opmaken der rekening alles betaalt of bijschrijft.
5U. onzekere vorderingen en verliezen. Men schrijft hier alleen de waarde op van vorderingen, welke zeker of waarschijnlijk voor de bank verloren zijn in zoover zij verloren zijn en onder de activa als zeker
-84-
geboekt staan.
6°. het fonds uit de balans van het voorgaande jaar.
Na alle kolommen te hebben opgeteld, trekt men het passief van het actief en vindt alzoo de zuivere winst of het verlies, met andere woorden het fonds. Rekening en balans moeten tijdig aan het Bestuur en den Raad worden voorgelegd. Beiden moeten ze onderzoeken en vaststellen i0 de som der ontvangsten en uitgaven van de rekening en het verschil tnsschen beide ot den inhoud der kas 2° de som der activa en passiva van de balans, waaruit het reservefonds wordt opgemaakt.
De voorloopige vaststelling wordt door alle leden van het bestuur onderteekend, de definitieve door de' leden van den Raad van Toezicht. Men zie verderde modellen hierachter, form. 26 en 27. Afzonderlijk gedrukte formulieren zijn niet noodig. De Kassier make ze zelf en schrijve ze over in het notulenrcgister. Minstens moet de afsluiting in de notulenregisters van het Bestuur en den Raad van Toezicht worden overgeschreven.
mi
CORRIGENDA.
mm*
Op bladz. 45 regel 21 staat i6e kolom, hetwelk moet zijn 10« kolom.
Wegens mijn vertrek naar het buitenland, is de laatste helft van dit boekje in alle haast afgewerkt, waarom het mij verwonderen zou, als, in de cijfers vooral, geen fouten waren. De cijfers zijn hier echter veelal een bijzaak. Genoeg dat men de methode kent.
28 Maart 1898.
- 86 â
Vorm. 1.
ONTVANGSTEN.
2
III
8
I
6
Inlagen bij de
II
7
Terugbetaalde Voorschotten aan de bank. gld. ct.
O
S)
S £
Loopen-de Rekeningen.
gld. ct.
In het gehieL
gld. ct.
en Bijge-schraven Interest, gld. ct.
Naam en Woonplaats.
9
Interest,! Provisie, I Kosten amp; f Diverse ontvang sten. gld. ct.E
1897 2 Oct. 4 gt; iO . 15 gt; 20 « 21 « 23 gt;
150 0 0
iso:-
SP010 1000 10
I 1
II 2
III 1 II 4
10 10
soo 1000
E. Smeels te Weert
de Secrelarls van N. C. B.
â « m m » ê
A. Mol alhier
F. van Nil alhier de Leenbond
A. Vos »
060
0 60
|
Afsluiting der maand 16S0.80 1600.â 150.80 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Afsluiting der maand 2366.50 2012.50 200,â 154.00 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1898 | Saldo van 1897 |l921.27ll816.nl 105.16 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
-87-
UITGAVEN .
15
I
II
Terugbetaald door de Spaarbank,
gld. ct.
10
In het geheel.
gld. let.
AANMERKINGEN.
|
11 12 Voor-ichotten gedaan door de bank. gld. :ct. |
|
1 50 3 00
30
4SOO
100
1500
100
iol
loo!- 1500!-
1604 S0
200
200
500 â
500 -
2304 50 2001â 600l-ll500 â1 4'50:
25-
25 â
boekjes van Georgius Statuten
Subsidie
10 ct. voor spaarboekje » »
voor 6 maanden provisie en voorscbotboekje ontvangsten 1650,80 uitgaven 1604.50
in kas /*46,30 goedgekeurd.
De Directeur. 10 ct. voor spaarboekje.
zonder opzegging.
V: % provisie van /quot;100.
voor een jaar ontvangsten 2366,50 uitgaven 230450 in kas JWfià voor drie maanden
250 â 40 -memorie 1i50 3-3 60
250:â
40 1
50
31-
3 60 2 88 001
08
0 08 8 05 5 â
05
5 â
60
200
625
08
1758
05
49
2643 62
1,86
615,08.1308^05,
1923 13
voor brandkas voor formulieren salaris verschotten oprichtingskosten bijgeschreven interest betaalde bijgeschreven
betaalde »
bijgeschreven bijgeschr. interest min provisie, rekening
totaal der overschotten 1921,27 » » tekorten 1923,13 te kort
' goedgekeurd
De Directeur . . De President . .
â 88 â
Naam en Woonplaats. SPAARBOEKJE No. 1. Antonius MOL, Zoon van Hbbertüs MOL, For,mui,inn 2a.) alhier.
|
1 |
2 |
3 |
Terugbetalingen door de Spaarbank. |
Rente berekend tot 31 |
/13 | ||
|
DATUM |
Nummer van het Dagboek. |
ONDERWERP. |
4 KAPITAAL. |
5 Rentevoet. |
6 aantal maan |
7 Bedrag | |
|
Gld. Ct. |
2,88 % |
den. |
Gld. Ct. | ||||
|
1897 | |||||||
|
1898 1 April 31 Dec. |
22 97 |
teruggehaald zonder opzegging 1/20/c provisie van /SO betaalde renten kapitaal-saldo |
150 -1153 60 |
» |
9 |
3 26 |
â 24 25 83 |
|
1899 |
20 95 |
1303.60 |
30 32 | ||||
|
4 Mrt. 31 Dec. |
terugbetaald bij te schrijven renten saldo |
250.-929.88 |
10 |
6 00 26 20 | |||
|
1179.58 |
| 32 20 | ||||||
SPAARBOEKJE No. 2. Fkanciscus van MIL alhier.
|
Formulier 2b). | ||||||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||||||
8 q
|
8 DATUM |
9 Nummer van het Dagboek . |
10 ONDERWERP. |
Inlagen in de Spaarbank. |
Kern» berekend lot 31/igt; | ||
|
11 KAPITAAL. Grid. Ct. |
12 ad. 2.88 % |
13 aantal maanden, |
14 Bedrag. Gld. Ct. | |||
|
1897 15 Oct. 5 Nov. 31 Dec. 1898 2 Oct. 1899 31 Dec. 1900 |
4 8 23 |
ingelegd bijgeschreven rente |
500 â 500 â 3 60 |
gt; |
2 1 |
240 1 20 3 60 |
|
46 |
Saldo van 1897 ingelegd |
1 1003 60 300 â |
» Tgt; |
12 2 |
28 88 144 | |
|
1303)60 | | I 30i32 | ||||||
|
95 |
saldo van 1898 bijgeschreven renten |
; 1153 60 26 20 1179 88 |
ygt; |
12 |
33 20 | 32120 | |
|
i | ||||||
|
Saldo van 1899 | ||||||
|
929 88 » |
12 |
26.75 | ||||
|
20 Oct. |
5 |
ingelegd |
1000 - |
» |
1V2 |
8 60 |
|
1000 |
3 60 | |||||
|
1898 |
Saldo van 1897 |
800 - |
12 |
23 04 1 | ||
|
31 Dec. |
92 |
bijgeschreven interest |
21 84 | | |||
|
1 821 84 |
23 04 | |||||
|
1899 |
Saldo van 1898 |
32184 |
12 |
9 24 |
Pomuller Sa/.
Nanra en Woonplaats
van den schuldenaar Henricus Bol alhier ;
van den borg of de borgen : W. Mol 'e N. J. Buis te N. en W. Hoost te N.
|
i)E SCHULDENAAR MOET BETALEN. |
Aanmerkingen. 9 | ||||||||
|
a s quot;S P 1 |
.....1., , |
Kapitaal. 4 Gld. Ct. |
RENTE BEREKEND. | ||||||
|
No to van he Dagboel |
en provisie 3 Gld. Ct. |
van 5 |
tot 6 |
Aantal maanden of dagen. 7 |
Bedrag 8 | ||||
|
1897 30/n 31/IS |
* |
2 |
60 |
500 â |
16/il |
13V3 |
21.60 2.40 2.04 | ||
|
16.26 | |||||||||
|
1899 Vi 3l/., |
i O O |
Vi |
12 |
15.36 2 70 | |||||
|
12.66 | |||||||||
Vi
260 â
9.98 1.72
12
11/ /12
8.26
185-
Vi 31/:
13
12 7.10
Vi
s1/:
7.38 1.92
192
11
12
bijgeschr. interest, gemaand.
verhooging, boete.
is
25
bijgeschr. boeten en interest.
20166
7.74
â 91
Kapitaal f 500. Rente 8,84 %
geleend den 80 Nov, 1897. Vervaldag den 31 Dep.
terug te betalen binnen vijf jar«n, jaarlijks f 100.
|
HKEPf BETAALD. |
RENTE |
BEREKEND. | ||||||||
|
Datum. |
No van het Dagboek. |
Renten, Kosten en provisie. |
Kapitaal. |
van |
tot |
Aantal maande i of dagen. |
Bedrag |
Aanmerkingen. | ||
|
10 |
11 |
12 |
13 |
14 |
15 |
16 |
17 |
18 | ||
|
1897 30ln 31 / /13 v5 |
2 2 16 |
60 40 26 |
50 50 |
â |
V, â v» |
31/I2 |
12 6V, |
1.92 1.04 2.94' | ||
|
10/4 13/9 |
70 70 |
â |
16/4 16/9 |
» |
C'/o |
1.91 79 | ||||
|
3,/1S |
12 |
60 |
2.70 | |||||||
|
1 |
» | |||||||||
|
au 2»/6 |
25 50 |
â |
16/4 |
» |
91/» 6' |
7G 90 | ||||
|
31 / /12 |
8 |
26 |
1 72 | |||||||
|
niets betaald | ||||||||||
|
niets betaald | ||||||||||
|
Sl/i /19 |
h |
.1 |
201 |
J 1 |
I 1 afgelost den 31 Dec. ! 1003. | |||||
-ga â
Formulier Sb)
Naam en Woonplaats
van den schuldenaar Anselmus VOS soo/i van IIübbrtus.
van den borsf of de borden Joannes WILLEMS zoon van Antonius alhier en Geiia'jdus FRANKE te N.
Dk schuldenaar moet betalen.
|
Aanmerkingen. 9 |
Kente te berekenen.
maan-doef
dagen
tot
6 I 7
IVs 1
2
SYï
4
- 48 -29
- 51 105
13
100,-90 80 60 10
0 60
1/ 1 1 Vr' 15
11
15
vï»/quot;
quot; /s 15/(
16/ quot;15/
/8 /]
i/
wegens to late betaling, porto's en plakzegels.
100-
86
2 46 80
3 32
60
11 15
|
boete van te late betaling, porto's en zegels. |
2 47
86
3 33
86
100
â 93 quot;
uipifaal f 100. Rentevoet 3,84 °/0 maandelijks 32 ets.
rovisie Va %⢠Vervaldag lü Apiil 1898.
ieleend den 23 Oct. 1897.
1enig te betalen binnen een half jaar.
HEEFT BETAALT).
Renten berekend.
No van het
Renten1 kosten en
maan den of dagen
16
Aanmerkingen.
Da-
bed ra;
Kapitaal.
tot
um. daff-
| boek. Provls e
10 ! 11
18
17
12
13
15
14
0 60
'/lo
11/ 1 i13: ir i j//8!
10 10
20 50 10
Afgelost 31 Dcc.
26 2 46
3;32l 100|-
«Tr~
gt;: /19.
81
Vs,
4:
0 60
10 10 20 50 10
As
26 2 17
Afgelost 31 Dee.
3 33 1001â!
Formulie 3 c)
Naam en woonplaats
van den schuldenaaar Blrnard VOS alhitr van den borg of de borgen : ie hypotheek.
De schuldenaar moet betalen
Kosten
en provisie
«u
O -Q
ÃXD ca
Q
KAPITAAL.
dagen. 7
tot
6
van 5
AANMERKINGEN.
bedrag.
Renten berekend.
3ViS
7/7
7:5°
147
29 â
1500 â
14 5°
1485 5° 3058
36°
5942
v?
31/i2
180
145492
32 82
29 09 29 o9
/7
58 18
Viö 3VI3
4266 14122
270 90
56 S8
1422 10 1/1 33 12
VI
s1/:
360
55 55
18
1388 88 3445
135443
54 17
12
1/ 31/
/1 /:
1354 43 7i|66
54 17
V7 V? I80/
25,65
25i65
1282 77
3817°
122407 244O7
I
IOOO-
180
12
51 30
S1/:
V:
49 76
360
12
40 â 4 58 35 4^
32 93
823 33| ,,
Kapitaal / 1500 Rentevoet 4%
Geleend den 7 Juli 1900 vervaldag 31 Dec.
terug te betalen bij amot üsaiie van 2 % jaarlijks de som van Æ90.
|
heeft betaald |
renten berekend. | |||||||||
|
B 3 03 O 10 |
lt;D O -O tUD C3 Q 11 |
renten kosten en provisie 12 |
KAPITAAL. 13 |
van 14 |
tot |
dagen. 16 |
bedrag. 17 |
AANMERKINGEN. 18 | ||
|
7/7 35 12 3Ã/7 /12 i' '10 31/ /12 31/l3 3!A7 31/ /13 31/ /lü Â¥ lt;8 31/ /12 |
- |
1 7 5° 29 |
1 14 5° |
^43gt;50 in het eerste )iallt;j f 90 /quot;91 /â 90 f 90 Æ 54)17 afkorting uitgest f i25.83 /90 / 293.83 /235i4I | ||||||
|
59 42 |
i 3°; |
58 |
1 | |||||||
|
1 29 09 29 09 |
I 32 82 |
I | ||||||||
|
42;66 14 22 1 |
33 12 | |||||||||
|
55 55 |
1 34 45 | |||||||||
|
54 17 |
1 | |||||||||
|
54 17 |
71 66 1 |
I | ||||||||
|
1 25 65 25 65 |
1 3870 1 | |||||||||
|
49,76 |
244 07 | |||||||||
|
3!33 20- 35 41 |
96 80 |
67 |
y2 /s |
SI' â¢12 gt;1 |
330 150 |
3 25 i:33 4 58 | ||||
|
IN 1 1 1 1 1 1 | ||||||||||
i!
â 96 -
Formulier 4a)
Naam en Woonplaats van den betrokken persoon, instelli ng of Vereeniging DE LEENOND.
De borgstelling of naam en woonplaats van de borgen.
I iti i
|
26tO | |
|
360 |
1465 |
|
230 |
6900 |
|
75 |
75° |
|
9 |
27 |
5006 93
|
1/lj31/l3 10/! 15/ 5i â¢21 10 quot; /13, |
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1901 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
9/ W 6( 2010
31 13
/12
9142
I902
475857
284734 Vi31/^ 360 110251
Formulier 4b)
Naam en woonplaats van den betrokken, Anï. WILS.
De borgstelling of naam en woonplaats der borgen Gy.i'. MES alhier.
Keutevoet 3 0'
20/
V / 8 30/;
voorschot
terugbetaald Vlo Pr- ) i,;:
13
bi)g-
rente )
IQOI
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1039 17 Vi SVi2 360 |
4137
â 97 â
Crediet fl0.000.
Provisie l/10 0/0.
Eeutevoet woor i/e leenbank, 3 01 \ voor den Leenhond 4 0 ,0.
|
No' van |
Door de boereuleen-bank ontvangen. |
Renten berekend. |
a « 3 | ||||||||
|
a - -i eö O |
het dag-boek. . |
Onderwerp. |
Kosten cn Provisie |
Kaïiitaal. |
van |
tot |
Aanlal dagen |
Rente-getallen. |
! I?edrag |
V 2 P rt lt;3 | |
|
12 |
13 |
u |
15 gld. ct. |
16 gld. ct. |
17 |
18 |
19 |
20 |
21 gld. ct. |
22 | |
|
2°/io /12 |
voorschot |
1 3000 - 2000 * - |
gt; /12 |
81 / /12 gt;gt; |
70 28 |
2100 560 | |||||
|
S1/ /â |
bijgeschrev. prov.amp; rente |
6 93 | |||||||||
|
Soo6,93 |
2660 | ||||||||||
|
Vi |
saldo |
406 93 |
Vi |
31/I2 |
360 |
1465 | |||||
|
V. -''t 7? |
voorschot terugbetaald verschil bijg. prov. saldo |
1000 â 500 â 43° 2847 34 |
Vs Vu |
n |
300 60 |
3000 3° 4647 |
51 |
64 | |||
47S8 57 9^2
Crediet 10,000.
Provisie ll10 °'o
Rentevoet 4 Oo roor alle kapitalen ter linkerzijdt, 3 0/a voor die ter rechterzijde-
|
Rentevoet 4 | ||||||||||||||||||||||||
|
98 â
Kormnlier 28,
Uittreksel uit Grootboek I
|
HH C3 O â s O O u 0 gt; es 3 1 |
De leenbank is schuldig aan kapitalen, |
De leenbank heeft | ||||
|
Saldo's bij het begin van het dienstjaar. 2 |
ingelegd in het dienstjaar met bijgeschreven int: rest. 3 |
totaal der i twee voorgaande kolommen. 4 |
in het dienstjaar terugbetaald. i 5 |
blijft cp het einde des jaars schuldig. C | ||
|
42 46 49 5° SS 58 59 60 |
ZOJO â 6000 â 2II3 67 1112 OI 292 |
'4S So 2600 â 17039 S3o 78 246 27 307 23 l6 12 982 90 |
22 15 SO 8600 -- 2284 06 1642 79 249 19 307:23 1612 982 90 |
2000 â 600 â 280 â 249 19 5o 23 16 12 9OO 90 |
215 8000 2004 1642 257 82 |
So 79 |
|
11298 60 1 6359 19 |
IS297 79 |
4096 44 |
I220I29 | |||
Formulier 24.
Uittreksel uit Grootboek II
|
quot;0 0 M . C3 i-H |
Aan kapitalen is de leenbank schuldig. |
In het dienstjaar werd aan kapitalen terugbetaald. |
Dus blijit |
Aan interesten van het dienstjaar. | ||||||||||
|
V ' O |
Saldo's uit vroegere jaren. |
Nieuwe kapitalen van het dieustjaar. |
van het dienstjaar over. |
was te betalen. |
is betaald. |
, [Blijft te rest te ' bereke-betaleu-| neu. | ||||||||
|
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 i |
8 |
a | ||||||
|
34 |
2000 |
_ |
TOO |
_ |
IOO |
_ |
2000 |
_ |
8ojâ |
80 â | ||||
|
39 |
1400 |
â |
400 |
â |
IOCO |
â |
45!â |
45i~ | ||||||
|
40 |
100 |
IOO |
â |
3 - |
1 |
3 |
â | |||||||
|
45 |
2 |
5° |
50 |
52 |
50 |
1 â |
I |
1 |
â | |||||
|
46 |
IOO |
IOO |
â |
3 5° |
3 So | |||||||||
|
47 |
IOOO |
IOOO |
30 50 |
30:5° | ||||||||||
|
48 |
400 |
IOO |
300 |
10 â |
10 â | |||||||||
|
SSo^So |
1650 |
â |
7S2 5° |
4400 â |
1I73 â |
l^9\â |
1 |
quot;quot; |
3 |
,â | ||||
-91
voor het jaar 1900.
|
Abu interest van dit jaar | |||
|
was te belalen. |
is betaald. |
is bij het kapitaal geschreven. |
bemerkingen. |
|
7 |
8 |
9 | |
|
10 â 220 20 75 â 64 50 9 55 9 â 1 â 2'â |
⢠22020 9 55 1 1 â |
75 â 6 5° 9 â 2;â |
interest geschonken. |
|
371 25 |
230 75 |
i50!50 | |
voor het jaar 1900.
|
Aan provisie en kosten in dit jaar. |
Bemerkingen, | ||||
|
was te betaleo. 10 |
1 is be- blijft te taald. 1 betaler. 11 i 12 | ||||
|
5 2 |
60 10 |
1 â 60 5 â f|â 1 |
10 | ||
|
7 7° |
7 60 |
â 'IO | |||
- TOO--
Formulier 25.
Uittreksel uit Grootboek III
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
600â 376772 1926014 18700;â1 1300â 390778 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Fo mulier 26,
Rekening van
|
Nummer |
ONTVANGSTEN. |
Bedrag Old. Ct. |
Bijlage | |
|
1 2 3 4 5 6 7 |
De inhoud der kas van 31 Dcc. 1899 De gelden der spaarkas Terugbetaalde voorschotten Ontvangsten in loopende rekening Prijs van verkochte waardepapieren en van verkochte goederen en meubelen Diversen ; interesten, provisie en kosten | Buitengewone ontvangsten, boeten, giften enz. totaal der ontvangsten / |
1 r6o 6359 752 19260 169 7 126 28 4 |
-5 19 5° 14 60 65 95 20 48 |
I 3 II 4 III 4 II 7 II it III 8 III 10 |
|
27868 | ||||
â 101
voor het jaar 1900.
|
Aau interest heeft de leenbank dit jaar. |
Aan provisie en kosten heeft de leenbank dit jaar. |
liemerkingen | |||
|
ontvangen 8 |
uitge-geveo 9 |
ontvangen 10 |
uitgegeven. 11 | ||
|
I 5° â i 70 74 95 |
25 |
10 |
16 88 5 75 6 32 |
9 75 | |
|
126 65 |
25 |
10 |
2895 |
9 75| | |
het jaar 1900.
UITGAVEN.
Tekort der kast op 31 Dec. 1898 Terugbetcalde spaargelden Gegeven voorschotten Uitgaven in loopende rekening De prijs van gekochte waardepapieren, goederen en meubelen
4096 44 1650 â 18700 â
Dirersen ; interesten, provisie en kosten Buitengewone uitgaven
(
|
1450 â 371 25 2K 10 9 75 20 15 | ||||||
|
â 103 ââ¢
Formulier 27.
Balans van het
Niim mer.
bedrag Gld. |Ct.i
Actief of vorderingen.
bijlage.
De inhoud der kas van 31 Dec. 1900 Uitstaande voorschotten Tegoed in loopende rekening Waarde (of meerdere waarde) der papieren Waarde der goederen en meubelen
Niet betaalde interesten, provisie en kosten |
Tekort der balans van 1899
'545 4400 1300
IZOOj-
9500 â I
3,
'ic
79
II 5
III 6
II 8
II 9
II 11
Totaal actief
89
17949
AFSLUITING.
De ondergeteekenden verklaren deze rekening en balans nauwkeurig onderzocht te hebben en voorloopig te hebben vastgesteld als volgt:
de ontvangsten der rekening op de uitgaven der rekening op den inhoud der kas op het actief der balans op het passief der balans op de wi^st of het fonds op
Gedaan te .... den ....
Het Bestuur,
N. N.
27867 26322
IS45;79 17949 89
16865 1184
jaar 1900,
|
Nummer. |
Actief of schaldeD. |
bedrag Gld. ICt. |
bijlage. | |
|
8 9 10 11 12 13 |
Tekort der kas op 31 Dec. 1900 De gelden der spaarkas De schuld in loopende rekening Nog te betalen renten, provisie en administratiekosten. Voor onzekere vorderingen en verliezen af te trekken. De winst of fonds uit de balans van 1899 |
12201 3907 1 755 |
29 78 55 62 89 |
I 6 III 7 II 8 |
|
Totaal passief af te trekken van totaal actief |
16865 17949 | |||
|
Winst of fonds van 1900 |
1184 |
93 | ||
|
De ondergeteekenden verklaren deze rekening en balans behoorlijk onderzocht te hebben en voor goed te hebben vastgesteld als volgt: de ontvangsten der rekening op de uitgaven der rekening op den inhoud der kas op het actief der balans op het passief der balans op de winst of het verlies op Gedaan te ... . den .... De Raad van Toezicht N. N. |
27SÃ7 26322 1545 I7949 16805 1184 |
48 69 79 89 62 93 | ||
STATUTEN
van de
Boeren-J^eenbank
te.......................................................................................................
EERSTE HOOFDSTUK.
Naam, zetel, doel der Vereeniging.
Art. i. De Vereeniging draagt den naam van BOERENLEENBANK. Zij is gevestigd te .........................................
en strekt zich uit over de gehuchten
â ïo6â
Art. 2. Haar doel is ter verbetering van het landbouwbedrijf ;
a. aan vertrouwbare mede-leden het noodige geld voor te schieten ;
b. aan de leden gelegenheid te geven, om ledig liggend geld veilig te beleggen ;
c. een fonds te vormen of te houden.
TWEEDE HOOFDSTUK. Het lidmaatschap.
Art. 3. Voor het lidmaatschap wordt vereischt :
io. dat men godsdienst, huisgezin en eigendomsrecht in christelijken zin als de grondslagen der samenleving er-kenne en zijn gedrag daarnaar regele ;
2«. dat men bekwaam zij om verbintenissen aan te gaan;
3°. dat men geen lid zij van eene andere leenbank, die onbeperkte aansprakelijkheid van haar leden vordert;
40. dat men zijne woonplaats hebbe binnen den kring der Vereeniging aangeduid in art. ëén.
Art, 4. Vereenigingen, ten bate van den landbouw opgericht, kunnen, â als zij rechtspersoonlijkheid bezitten en bij den Boerenbond zijn aangesloten, â als gewone leden tot deze leenbank worden toegelaten.
Art. 5. Leden, wier woonplaats niet is binnen de gemeente, waar de vereeniging is gevestigd, kiezen domicilie ter plaatse harer vestiging.
De naam en woonplaats der leden moet in het register der vereeniging opgeschreven zijn met de gedagteekende onderteekening van het lid, den Directeur en een bestuurslid.
Elk lid ontvangt bij zijn intrede een spaarboekje tegen betaling van 10 cents.
Art. 6. Alleen het bestuur heeft de macht om leden aan te nemen of te ontzetten.
De belanghebbende kan zich echter binnen veertien
dagen van diens besluit beroepen op den Raad va;n Toezicht.
Art. 7. Het lidmaatschap is persoonlijk, zoodat alle rechten daaruit voortvloeiende, onvatbaar zijn voor overgang of overdracht.
Het lidmaatschap en daardoor alle recht op de kas en de eigendommen der vereeniging gaat veiloren ;
i0. door vrijwillige uittreding ;
20. door den dood ;
30. door dat men ophoudt, woonplaats te hebben binnen den kring der Vereeniging ;
40 door ontzetting.
Art. 3. In de gevallen sub i0. en 30. van artikel 7 eindigt het lidmaatschap op het einde van het loopend kwartaal, en, indien de opzegging of verhuizing binnen zes weken voor het einde van dat kwartaal heeft plaats gehad, blijft het lidmaatschap voortduren tot het einde van het volgend kwartaal.
Houdt iemand op lid te zijn, dan is het bestuur verplicht. dit binnen één maand nadien aan den Raad van Toezicht bekend te maken.
Ieder lid betaalt bij vrijwillige uittreding vijf gulHe-aan de kas der vereeniging. Kosten, op de gerechtelijke of buitengerechtelijke invordering van dat bedrag vallende, komen ten laste van het uittredend lid.
Art. 9. Ontzetting van het lidmaatschap door het Bestuur moet geschieden : â
i0. als een lid aan de vereischten, in artikel 3 en 4 gesteld, niet meer voldoet ;
20. als het in staat van faillissement wordt verklaard ;
30. als het tot terugbetaling van voorschotten of schulden met geweld moet gedwongen worden ;
40. als het handelt in strijd met de reglementen of de belangen van de leenbank.
Of een der hier gemelde gevallen aanwezig is, wordt door het Bestuur beslist, behoudens beroep op den Raad van Toezicht volgens artikel 35, 50.
Art. io. Opzegging en ontzetting moeten schriftelijk geschieden.
Het Bestuur behoort te zorgen, dat de toetreding, uittreding en ontzetting op den dag zeiven in het register, bedoeld in art. 5, worden aangeteekend.
Art. 11. De leden hebben de volgende rechten :
io. voor zoover de kas toereikend is, mogen zij aanspraak maken op voorschotten onder nader te bepalen voorwaarden ;
20. tegen een door de Algemeene Vergadering te bepalen intrest, mogen zij hun ledig liggend geld in de leenbank beleggen, voor zoover de bank het gebruiken kan ;
30. zij mogen in de algemeene vergadering eene stem uitbrengen, zooals hierna zal worden bepaald ;
40. zij hebben het recht het protocollen-boek der algemeene vergadering, de lijst der leden, en de jaarlijksche rekening en verantwoording kosteloos in te zien, en daarvan op eigen kosten een afschrift of uittreksel te vragen. Het bedrag dier kosten wordt door het Bestuur bepaald.
Art. 12 De leden zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de verbintenissen, welke de leenbank vóór hunne intrede en tijdens hun lidmaatschap heeft aangegaan, voor zoover het vermogen der Vereeniging niet toereikend zou zijn om de schulden te dekken.
Uittredende leden, over welke artikel 8 alinea 1, zijn voor de verbintenissen, aangegaan na de opzegging of verhuizing, zoolang hun lidmaatschap voortduurt, slechts persoonlijk aansprakelijk.
Art. 13 Alle leden zijn gehouden de Statuten c;i besluiten der Vereeniging getrouw na te komen en hare belangen naar vermogen voor te staan.
DERDE HOOFDSTUK,
Het beheer.
Art. 14. Het beheer der Vereeniging wordt gevoerd door :
âlogâ
io. een Bestuur
20. een Kassier ;
3o. een Raad van Toezicht ;
40. de Algemeene Vergadering.
Art. 15. De bestuursleden, de kassier en de Raad van Toezicht worden op de algemeene vergadering uit en door de leden met meerderheid van stemmen gekozen.
Art. 16. De bestuursleden en de toezieners behooren over den kring verspreid te wonen, om met den toestand van alle leden bekend te zijn en onder hen te kunnen werken.
Zij bedienen hun ambt zonder eenige bezoldiging.
Art. 17. Hunne bevoegdheden en plichten worden bepaald door deze Statuten en door de besluiten der algemeene vergadering.
Art. 18. De bestuurders en toezieners kunnen altijd herkozen worden.
Bij hunne aftreding blijven zi) in bediening, totdat hunne opvolgers in dienst treden, aan wie zij, na behoorlijke verantwoording, hunne boeken en bescheiden moeten overgeven.
Naam en woonplaats der bestuurders en het tijdstip hunner indiensttreding ir.oeten in het register worden opgeteekend.
Art. 19. De vergaderingen van het Bestuur en den Raad van Toezicht worden opgeroepen en geleid door de respectieve voorzitters. Bij ontstentenis van den voorzitter treedt hier en overal elders de ondervoorzitter in zijne plaats. Voor gewone vergaderingen, die op vastgestelde tijden gehouden worden, is geene oproeping noodig.
Voor buitengewone moet de oproeping schriftelijk geschieden met opgaaf van redenen. Buitengewone worden gehouden, zoo dikwijls de voorzitter het noodig oordeelt of de helft der leden het vorderen. Zie ook artikel 34.
Art, 20, In voormelde vergaderingen worden geen'; besluiten genomen, dan met eene meerderheid van stem-
men, voldoende voor eene voltallige \ergadering. Bij staking van stemmen beslist de voorzitter.
Alle besluiten van iedere vergadering worden opgeschreven, voorgelezen en door de aanwezigen onderteekend. Dit kan staande de vergadering geschieden, doch is niet verplichtend, zoodat de goedkeuring en ondertee-kening ook in de eerstvolgende vergadering kan plaats hebben.
VIERDE HOOFDSTUK.
Over het Bestuur afzonderlijk.
Art. 21. Het Bestuur bestaat uit..............................................
leden, onder welke een directeur en een onder-directeur.
Zij worden voor den tijd van vier jaren gekozen. Om de twee jaren moet de helft aftreden ; eerstmaal de onderdirecteur en.........................................leden door het lot aan te
wijzen.
Art. 22. In geval -^an aftreding, dood of tijdelijke verhindering van een bestuurslid (i) kan de Raad van Toezicht een plaatsvervanger aanstellen, doch in de eerstvolgende algemeene vergadering zal daarin nader worden voorzien.
Zoowel bestuursleden als de kassier, wanneer zij hun ambt naar het oordeel van den Raad niet behoorlijk vervullen, kunnen door den Raad geschorst worden.
In dit geval moet de Raad zoodra mogelijk eene algemeene vergadering oproepen, die naar bevind van zaken beslist.
Art. 23. Gewone zittingen worden door het Bestuur minstens eenmaal in de maand gehouden.
De directeur, de meerderheid der bestuursleden en de Raad van Toezicht kunnen ten allen tijde buitengewone zittingen oproepen.
Art. 24. Het Bestuur vertegenwoordigt de leenbank in en buiten rechten en zijn directeur met een bestuurslid
(X) Voor de Provincie Limburg is hier ingelascht: of van dtn kassier.
te»kent alle stukken voor en namens de vereeniging.
Art. 25. Kwitantiën voor sommen tot honderd gulden worden geteekend door den kassier, tenzij de inlegger de mede-onderteekening vordert van den directeur.
Kwitantiën voor grootere sommen hebben geen bindende kracht, tenzij onderteekend, behalve door den kassier, door den directeur en minstens een bestuurslid.
Kwitantiën voor de terugbetaling van voorschotten worden geteekend door den kassier. Wie daarmede niet tevreden is kan de mede-onderteekening van den directeur vragen.
Art. 26. Het Bestuur is verplicht :
i0. te zorgen dat de Statuten nageleefd en de besluiten uitgevoerd worden ;
20. te beslissen over de toelating en ontzetting van leden ;
30. te beslissen over het opnemen van gelden en het verleenen van voorschotten binnen de grenzen door de ai-gemeene vergadering bepaald. Zie artikel 46, 50, 60 en 70;
40. te zorgen voor veilige belegging van de ongebruikte gelden der kas ;
50. de noodige geschriften en oorkonden te doen vervaardigen ;
6°. toezicht te houden op de verrichtingen van den kassier, vooral op de maandelijksche afrekening en jaar-lijksche verantwoording ;
70. op den vooruit vastgestelden tijd terugbetaling van voorschotten, desnoods gerechtelijk, te eischen ;
80. toestemming te vragen van den Raad van Toezicht voor het sluiten van overeenkomsten, behalve in het geval sub 30, en het aangaan van processen, behalve in het geval hiervoor sub 70. bedoeld, alsmede voor het verleenen van voorschotten aan, en het aannemen als borgen van bestuursleden. Zie artikel 35 sub 20 ;
y0. jaarlijks, onder overlegging van de rekening en de balans van den kassier, aan den Raad van Toezicht verantwoording te doen en deze ter goedkeuring aan de al-
gemeene vergadering voor te leggen. Vergelijk hierna artikel 35 sub 70.
Art. 27. De directeur van het bestuur is de ziel der vereeniging. Hij houdt toezicht over alles, handhaaft eenheid en orde en teekent of stempelt alle stukken.
Bij zijne ontstentenis treedt de onderdirecteur in zijne plaats. Overigens geldt deze voor een gewoon bestuurslid.
VIJFDE HOOFDSTUK.
De Kassier.
Art. 28. De kassier, aan wien geen betrekkelijke of veranderlijke, maar vooruit vastbepaalde en genoemde som als salaris door de algemeene vergadering wordt toegekend, is de eigenlijke zaakvoerder der leenbank.
Hij mag niet lid zijn van het bestuur noch van den Raad van Toezicht, maar kan als raadgevend lid in de vergadering worden toegelaten, om zijne gevoelens te zeggen over het verleenen van voorschotten.
AtT. 29. De kassier wordt door de algemeene vergadering voor vier jaren gekozen. De vergadering kan hem ten allen tijde van zijne betrekking ontslaan, mits zij hem drie maanden te voren daarvan kennis geeft. Op dezelfde voorwaarde kan de kassier zijne betrekking nederleggen.
Art. 30. De kassier is verplicht ;
i0. voor de hem toevertrouwde kas en de verzekering van een behoorlijk beheer één of meer borgen te stellen, overeenkomstig een verdrag, dat het Bestuur met hem sluit en de Raad goedkeurt;
20. de kasgelden, papieren van waarde, en allerlei akten, de leenbank betreffende, zorgvuldig te bewaren;
30. volgens de aanwijzing van het Bestuur de gelden te beheeren, te innen en uit te keeren ;
40. volgens de voorschriften van den Raad boek te houden, lijsten en registers bij te houden ;
50. alle kwijtingen van ontvangen gelden te onderteekenen j
â ii3â
6°. voor het Bestuur maandelijks afrekening te doen, na het einde van het dienstjaar de boeken at te sluiten en voor den eersten April aan den directeur van het Bestuur de rekening en de balans van het afgeloopen jaar met de bewijzen en kwitantiën voor te leggen.
ZESDE HOOFDSTUK.
Raad van Toezicht.
Art. 31. De Raad van Toezicht bestaat uit een president, een vicepresident, en.......................................................leden,
waaronder zoo mogelijk een geestelijke.
Zij worden voor drie jaren gekozen.
Een derde hunner treedt om het jaar af. De orde der aftreding wordt door het lot bepaald.
Art. 32. Een toeziener mag geen bestuurslid zijn; hij kan echter door den Raad als tijdelijk plaatsvervangend bestuurslid worden aangesteld, maar raag dan geen dienst doen als lid van den Raad van Toezicht.
Art. 33 De toezieners kunnen van hun ambt ontslagen worden door eene meerderheid van drievierden der stemmen in de algemeene vergadering.
In geval van aftreding, ontzetting of duurzame verhindering moet zoodra mogelijk eene algemeene vergadering worden opgeroepen ter verkiezing van een opvolger.
Art. 34. De toezieners vergaderen minstens viermaal in het jaar. Het Bestuur kan eene buitengewone vergadering van den Raad vragen, en omgekeerd kan de Raad het Bestuur oproepen Zie artikel 23,
Art. 35. De Raad van Toezicht heeft de volgende verplichtingen :
i0. hij heeft te beslissen over het sluiten van overeen-sten volgens artikel 26 sub 8° ;
20. te beslissen, wanneer door een bestuurslid voorschotten gevraagd worden, als ook of zulk een lid ais borg mag worden toegelaten ;
â 114â
3o- tegelijk met het Bestuur heeft hij te beslissen of krediet mag worden toegestaan in de gevallen, bedoeld in artikelen 46 sub 50 en 49 sub 20 â¢
4°. hij moet de protesten of klachten, ingediend wegens het afwijzen of de ontzetting van leden en het weigeren van voorschotten, onderzoeken en daarover uitspraak doen ;
50. hij heeft de bevoegdheid, de bestuursleden en den kassier te schorsen en voor behoorlijke aanvulling te zorgen ; zie artikel 22.
6°. jaarlijks moet hij voor den eersten Mei rekening en balans nazien ;
7°. hij heeft toe te zien, dat alle voorschriften door het Bestuur en den kassier onderhouden worden, waarom hij ook ten allen lijde alle boeken, brieven en betcheiden mag nazien ;
80. bij gebleken onregelmatigheden en zoo dikwijls de belangen der leenbank naar zijn oordeel in gevaar komen, is hij verplicht tusschenbeide te treden en zoo noodig eene algemeene vergadering op te roepen.
ZEVENDE HOOFDSTUK. De Algemeene Vergadering.
Art. 36. Alle mannelijke leden moeten de algemeene vergadering bijwonen. Zie artikel 46 sub g.
De vrouwelijke leden en de vereenigingen, bedoeld in artikel 4, zenden een gevolmachtigde, die als zoodanig evenals elk ander lid één stem heeft.
Eén persoon kan slechts als gevolmachtigde van één persoon optreden.
Art. 37. Zij, over wier persoonlijke handelingen, rechten of verplichtingen gestemd wordt, mogen aan de stemming geen deel nemen.
Art. 38. Eene algemeene vergadering wordt telken jare omtrent den eersten Mei gehouden.
Art. 39. Buitengewone algemeene vergaderingen kunnen worden opgeroepen óf door het Bestuur óf door den
â IISâ
Raad van Toezicht óf door een vijfde gedeelte der leden, indien aan het schriftelijk, daartoe strekkend verzoek dier leden, door het Eestuur binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven.
Art. 40. ledera oproeping geschiedt in het openbaar op de wiize dcor de algemeene vergadering te bepalen.
De te behandelen onderwerpen moeten bij de oproeping in het kort worden medegedeeld. Over onderwerpen, die niet minstens drie dagen te voren behoorlijk zijn aangekondigd, kan in eene algemeene vergadering geen besluit genomen worden, tenzij de verkregen meerderheid zóó groot is, dat deze vertegenwoordigt drievierden van eene voltallige vergadering.
Hiervan is uitgezonderd de regeling der vergadering zelve of de orde der te behandelen punten.
Art. 41. Dc oproeping en de aankondiging der onderwerpen geschiedt door den directeur van het Bestuur, en, wanneer deze de oproeping nalaat of weigert een of ander punt op de dagorde te plaatsen, dan heelt de president der toezieners of bij verzuim van dezen, elk ander lid, hetwelk door het Bestuur, den Raad of een vijfde gedeelte der leden daartoe gemachtigd is, het recht om zulks te doen.
Art. 42. Eene buitengewone oproeping en de aankondiging der te behandelen onderwerpen moet plaats hebben binnen acht dagen, nadat het schriftelijk verzoek daartoe volgens artikel 39 bij het Bestuur of den Raad is ingekomen. gt;.a zulk eene oproeping moet de vergadering en behandeling binnen acht dagen plaats hebben, wanneer dc aanvragers dit wenschen.
Art. 43. Voorzitter van de algemeene vergadering is diegene, welke de oproeping gedaan heeft en bij zijne ontstentenis, diens plaatsvervanger of een ander lid, door de veigadering daartoe aangewezen.
Art. 44. Voor alle besluiten in deze vergadering wordt minstens volstrekte meerderheid van stemmen ver-eischt, met dien verstande, dat geen besluit kan genomen
âii6â
worden, wanneer de helft der leden niet aanwezig of niet vertegenwoordigd is.
De stemming geschiedt met gesloten briefjes, wanneer het personen geldt of een vierde der leden het vordert.
Twee stemopnemers en een secretaris worden door den voorzitter aangesteld.
Art. 45. De verhandelingen der vergadering moeten worden opgeteekend, en de besluiten volledig en letterlijk opgeschreven.
Nadat ze zijn voorgelezen, worden zij door het Bestuur, den Raad en den Secretaris onderteekend.
Het is aan te bevelen, doch niet noodzakelijk, dat dit staande de vergadering geschiedt.
Art. 46. Aan de aleemeene vergadering is voorbehouden in hoogste instantie over alle aangelegenheden der leenbank te beslissen ; bijgevolg :
i0. alle maatregelen te nemen, welke in het belang der Vereeniging noodig schijnen ;
20. alle beheerders te kiezen en te ontslaan ;
30 de rekening en verantwoording van het Bestuur op te nemen en definitief goed te keuren ;
4°. omtrent geschillen en klachten beslissend tusschen-beide te treden;
50. de hoogste som te bepalen, boven welke het Bestuur alléén en boven welke het met toestemming van den Raad, geen geld mag opnemen, noch aan een en denzelfden persoon in eens of bij termijnen uitleenen ;
6°. de kleinste som aan te wijzen, beneden welke geen spaarcenten mogen worden aangenomen;
70. den rentevoet, de provisie en de voorwaarden vast te stellen, waarop geld moet worden opgenomen, uitgeleend of uitgegeven ;
8°. de wijze te bepalen, naar welke de overschietende gelden moeten worden beheerd, alsmede het hoogste bedrag van het fonds of bedrijfskapitaal vast te stellen ; zie artikelen 53, 54 en 55 ;
90. het salaris van den kassier vast te stellen overeenkomstig artikel 28, alsmede de boete voor beheerders, die
âquot;7â
Tiunne ambtsgeheimen openbaren en voor de leden, die zonder geldige reden de vergadering verzuimen ;
iequot;, zin en inhoud der statuten en besluiten u-.t te leggen, ze te veranderen of aan te vullen, behoudens het bepaalde in artikel 61. Jj
ACHTSTE' HOOFDSTUK. De Werkrng.
Art. 47. De werkzaamheden der vereeniging moeten zich beperken tot het aanwerven van het noodige bedrijfskapitaal door middel van in- en uitleenen, niet om winsten te maken, maar om den stoffelijken en zedelijken toestand der leden te verbeteren.
Om die reden is alle geldhandel, waaraan eenig gevaar verbonden is, volstrekt verboden en moeten de bestuurders toezien, dat de voorschotten alleen aan oppassende landbouwers en tot werkelijke verbetering van hun bedrijf gegeven en besteed worden. Zij moeten dus weten, tot welk doel het geleende geld wordt gebruikt, en op dat gebruik toezicht houden.
Art. 48. Eerst en vooral worden de spaargelden der leden opgenomen en wel voornamelijk van de minvermogenden.
In den nood kunnen ook van derden gelden worden opgenomen, altijd tegen den intrest, door de algemeene vergadering bepaald.
Art. 49. Het Bestuur geeft voorschotten tegen intrest cn provisie alleen aan de leden, wanneer zij aangenomen zijn volgens artikel 5 en wanneer aan de formaliteiten van artikel 5 voldaan is ;
i0. tot een vooraf bepaalden termijn van hoogstens één jaar ; deze termijn kan echter na afloop door her Bestuur voor het tweede jaar, maar niet verder verlengd worden ;
20. tot een termijn van hoogstens tien jaren. Een langere termijn mag niet worden toegestaan, zonder de goedkeuring van den Raad van Toezicht. De terugbetaling
van de hoofdsom moet in deze gevallen geschieden in jaar-hjksche of kortere termijnen. Ook kan de terugbetaling geschieden bij wijze van amortisatie, dat wil zeggen, dat door het jaarlijks betalen van een vasce som, waarin dan de renten begrepen zijn, de geheele schuld na verloop van den termijn is afbetaald ;
3°. in loopende rekening. Leden, die dikwijls voor korten tijd voorschotten verlangen en overschotten willen beleggen, kunnen 1-et recht verkrijgen, om ten allen tijde in de leenbank geld te plaatsen en het terug te halen tot een bedrag, dat door de algemeene vergadering is bepaald. Wanneer zij echter de opgenomen schuld langer dan een half jaar onveranderd laten staan, moet het voorrecht worden opgeheven.
Vervroegde terugbetaling is altijd geoorloofd.
Art. 5c. Bij het toestaan van voorschotten, ook in loopende rekening, moet altijd zonder uitzondering de behoorlijke terugbetaling verzekerd zijn, hetzij door het stellen van vertrouwde borgen, hetzij door hypotheek, hetzij door verpanding van papieren van waarde.
Dc hypotheek moet, na aftrek van andere schulden en lasten, de dubbele waarde der geborgde som vertegenwoordigen ; de verpande papieren, die aan dagkoers onderhevig zijn, de driebubbele.
Art. 51. De leenbank heeft het recht in tijd van nood of gevaar voorschotten en kredieten in te vorderen, mits zij die vier weken te voren heeft opgezegd.
Art. 52. Het dienstjaar begint den eersten Januari en eindigt den een en dertigsten December.
Van elk verloopen dienstjaar wordt eene balans opgemaakt, behelzende in het kort:
A. het actief:
i0. de onroerende goederen volgens de verkoopwaarde op een en dertig December.
Overtreft deze waairde den prijs, waarvoor ze zijn aangekocht, dan wordt alleen deze waarde berekend.
zo. de contanten in kas den een en dertigsten December.
30. de papieren van onvaste waarde, welke in kas zijn, volgens den koers van een en dertig December.
Overtreft deze koers den prijs, waarvooi de stukken gekregen zijn, dan wordt alleen deze prijs opgeteekend.
^o- de schuldvorderingen volgens de waarde, die zij op het oogenblik voor de vereeniging hebben, alsmede de loopende renten tot een en dertig December van uitstaande gelden ;
Sn. de waarde van de meubels der leenbank na aftrek telken jare van minstens vijf procent ;
60. het eventueel tekort van dc voorgaande balans, voor zooverre niet van het fonds sub B 50 afgetrokken.
B. het passief :
i0. het saldo der voorgaande balansen, voor zooverre niet in B sub 50 begrepen ;
20. de schulden aan medeleden (kapitalen en intresten);
30. andere schulden van verschillenden aard ;
40 de onkosten, die nog niet betaald zijn, zoo voor het beheer als anderszins ;
50. het fonds.
Het verschil tusschen A en B maakt de winst of het verlies uit van de leenbank.
Art. 53. De winst wordt bewaard en na aftrek van algemeene verliezen tot een fonds opgehoopt, totdat dit fonds de hoogte bereikt heeft van het bedrijfskapitaal, hetwelk noodig is, om alle voorschotten in den kring te doen.
Art. 54. Wanneer het fonds zijne bepaalde hoogte bereikt heeft, zood.it de leenbank met eigen middelen werken kan, moet de zuivere winst, alsmede de intrest van het fonds, tot het algemeen welzijn binnen den kring der vereeniging besteed worden. Dan kan naar het oordeel der algemeene vergadering de provisie, bedoeld in artikel 46 sub 7 en artikel 49 worden afgeschaft, tienden en andere algemeene lasten worden afgekocht, processen voor onschuldig vervolgde boeren worden betaald, hunne eigendommen uit de handen van woekeraars worden geweerd of losgekocht en andere werken ondernomen tot algemeen nut.
â110â /
Art. 55. Het fonds blijft het eigendom der vereeni-ging en wordt zelfs niet na hare ontbinding onder de leden verdeeld.
NEGENDE HOOFDSTUK.
Verlenging en ontbinding der Vereeniging.
Art. 56. Deze vereeniging is aangegaan voor den tijd van negen en twintig jaren, te rekenen van den dag der oprichting, zijnde ....................................................................
Zes maanden vóór het verloopen van dien termijn is het Bestuur verplicht eene algemeene vergadering bijeen te roepen, om over de voortduring van de vereeniging te beslissen.
Na die oproeping moet de vergadering na vier en vóór zes weken plaats hebben. Heeft het Bestuur zulke oproeping nagelaten, dan is de Raad van Toezicht verplicht binnen ééne maand eenzelfde oproeping te doen.
Mocht ook deze in gebreke blijven, dan is ieder lid daartoe bevoegd.
In deze vergadering is volgens artikel 43 diegene voorzitter, welke ze heeft opgeroepen.
Art. 57. De vereeniging wordt ontbonden :
i0. wanneer de termijn, waarvoor zij is aangegaan, verstreken is, zonder dat tot verlenging is besloten ;
20. wanneer op de algemeene vergadering, met dat doel behoorlijk belegd, zich geen drie leden voor het voortbestaan der vereeniging verklaren.
In dit geval worden de afwezige leden geacht vóór de voortduring te stemmen, tenzij het tegendeel schriftelijk blijke ;
3°. wanneer zij in staat van faillissement wordt verklaard, in welk geval zij echter tot hare vereffening blijft voortbestaan.
Art. 58. Wanneer volgens artikel 57, 20 niet tot ontbinding besloten wordt, hebben zij, die zich voor het voortbestaan der vereeniging verklaren of geacht worden
121
te verklaren, de bevoegdheid om de noodige maatregelen tot verlenging der vereeniging te nemen.
Art. 59. Wanneer bij de vereffening een batig saldo over is, moet dit geheel en al worden overgegeven aan eene zustervereenigmg, en op de eerste plaats die, welke omtrent in denzelfden kring bestaat en welke in hare statuten de bepalingen heeft opgenomen, die hierna in artikel 61 sub 30 zijn aangeduid.
TIENDE HOOFDSTUK. Slotbepalingen.
Art. 60. Alle openbare bekendmakingen moeten door den directeur geteekend zijn.
In de gevallen, bedoeld in arlikelen 22, 35 sub 81, 39, 41, 56 en 58, worden zij geteekend door hem, die de vergadering oproept.
De bekendmakingen geschieden door een nieuwsblad, een omroeper of anderszins, naar gelang de algemeene vergadering heeft vastgesteld.
Art. 61. Deze statuten kunnen door de algemeene vergadering veranderd of gewijzigd worden, wanneer het volgende wordt in acht genomen :
1 . De vergadering moet behoorlijk volgens deze statuten opgeroepen zijn ;
20. de afwezige leden worden in dit geval geacht tegen te stemmen, tenzij schriftelijk anders blijke ;
3quot;. voor de verandering der bepalingen omtrent ;
a. de hoofdelijke aansprakelijkheid der leden in artikel 12 ;
b. het niet bezoldigen in artikel 16 ;
c. de bewaring, gebruikmaking of bestemming van het lt;onds of bedrijfskapitaal en de winst in artikelen 53, £4, 55 en 59 ;
d. de verlenging en ontbinding der vereeniging in artikelen 56, 57, 58 en 59 ;
e. de wijziging der Statuten in dit artikel ; is noodig.
dat zich niet zooveel stemmen daartegen verklaren, alsin artikel 57 sub 2quot; voor de ontbinding is voorgeschreven.
Wijzigingen treden niet in werking, voor dat daarop de Koninklijke goedkeuring verkregen is.
LAD WIJZER.
Voorwoord.
Het liestuur. ......
De eerste Vergadering. .....
De Ivaad van Toezicht. ....
De algemeene Vergaderingen.
De Kassier en de Ãoekhoucling.
Het Dagboek. ......
De Maandelijkache Afsluiting De Jaarlijksche Afrekening. ....
De Grootboeken. ......
Grootboek I voor Crediteuren. .
» II » Debiteuren of schuldenaars. gt; III » loopende rekeningen. Kenleberekening. ......
Amortisatie. .......
Formulier 5. Contract met den Kassier.
» 6. Opzegging van ingelegd kapitaal.
» 7. Het iSpaarboekje. .
» 8. » Voorschotboekje. .
» 9. Boekje voor loopende rekeningen.
» 10, 11 en 11quot;. De quitantiën. » 12. Schuldbekentenissen. » 13, 13a en lob. Contract voor loopen
de rekening. » 14. Uitstel van betaling. » 15. De Maning. .
» 16. Agenda. » 17. Brievendagboek. » 18. Presentielijst,
» 19. Register der leden. » 19a. » gt; Bestuursleden. » 20, 21 en 22. Notulen-registers. » 23, 24, 25 en 26. De Rekening. De Balans
Corrigenda.......
p
Bl\dz.
Voorbeelden van For muiier 1.
» » » 2 en 2a.
» » » 3a .
» 3b » 3o » 4a en 4b » 23 uittreksel uit groot boek i voor het jaar 1900 » » »24 Uittreksel nit groot
boek II voor het jaar 1900 » » »25 Uittreksel uit groot
boek III voor het jaar 1900 » » »26 Kekeniug voor het
jaar 1900 . » » »27 Balans voor het
jaar 1900 .
STATUTEN.....
Het lidmaatschap.
Het beheer.
Over het Bestuur afzonddrlijlc.
De Kassier. ....
Raad van Toezicht.
De Algemeene Vergadering.
De Werking.
Verlenging en ontbinding der Vemmiging. Slotbepalingen. . ,
So. 8i. 90. 92. 94. 96.
98.
100.
102.
105.
106. 108. 110. 112.
113.
114. 117. 120. 121.
HANDLEIDINQ
l
ft
tófl
voor
Het Beheer en de Boekhouding
der
COÃPERATIEVE BOERENLEENBANKEN,
geheel vrij gevolgd naar GEORGIUS;
bewerkt door
C. F. J. BRANDS,
Inspecteur der Coöperatieve Boerenleenbanken, aangesloten hij de Centrale Bank te Utrecht.
Weert. EMMANUEL SMEETS.
0^
Coöperatieve Vereeniging Van
jtaiffeiscnbanlpn lt;« randbouwVemnipticn
te UTRECHT,
ICantoor: quot;Vo o r s t r a, a t S5.
BESTUUR:
Mr. W. H. E. BARON VAN DER BORCH te Ginneken,
Voorzitter.
Jhu. W E. BOSCH VAN OUD-AMELISWEERD te Utrecht.
Jhr. Mr. H. GEVERS te Heemskerk.
Jos. HENDRICKX te Swalmen.
Mr. W. J. SNOUCK HURGRONJE te 's Gravenhage.
Mr. W. J. M. WESTERWOUDT te Amsterdam.
B. S. WESTERDIJK te Uithuizermeeden.
RAAD VAN TOEZICHT:
Jhr. G. J. DOMMER VAN POLDERSVELDT te Ubbergen,
Voorzitter.
Jhr. Mr. E. VAN AEFEERDEN te Roermond.
A. J. VAN BENTHEM te Wognum.
K. J. A. G. Baron COLLOT D'ESCURY te Hontenisse.-
Mr. M. J. C. M. KOLKMAN te 's Gravenhage.
J. L. PAUWEN te Pannerden.
Mr. W. S. J. VAN WATERSCHOOT VAN DER GRACHT,
te Amsterdam.
S. M. VAN WIJCK te Renkum. .
INSPECTEUR:
C. F. J. BRANDS te Utrecht.
ADMINISTRATEUR:
F. P. E. VAN DITZHUIJZEN te Utrecht.
HANDLEIDINO
voor
Het Beheer en de Boekhouding
der
COÃPERATIEVE BOERENLEENBANKEN,
geheel vrij gevolgd naar GEORGIUS,
bewerkt door
C. F. J. BRANDS,
Inspecteur der Coöperatieve Boerenleenbanken, aanrjesloten bij de Centrale Bank te Utrecht.
Weert. EMM. SMEETS.
/ jo/.
C^lan onze J^czcts.
Eenigen tijd geleden, richtte ik een Circulaire aan de bij onze Centrale Bank aangesloten Boerenleenbanken, waarin ik verzocht, mij op te willen geven, welke veranderingen of' vereenvoudigingen in de Boekhouding door de Heeren Kassiers nuttig of noodzakelijk werden geacht, daar men zich meermalen beklaagd had, dat deze zoo omslachtig en lastig was.
De meeste Kassiers bleken daarmede nu echter volkomen verzoend te zijn en vonden bij nadere beschouwing die boekhouding zeer gemakkelijk en eenvoudig, zoodat ik daarin zoo goed als niets lieb durven veranderen en alleen hier en daar, aan eenige nuttige en practische wenken heb gevolg gegeven of enkele nieuwigheden daaraan heb toegevoegd.
Deze Handleiding naar Georgius blijft dus bij voortduring aan onze leden als de beste aanbevolen en eene goede bestudeering daarvan zij ten sterkste aangeraden.
De eerste vier vroegere hoofdstukken zijn weggelaten en worden behandeld in de âVerklaring dei-Statuten,quot; bij de betrekkelijke artikelen.
C. F. J. BRANDS.
D' voort(/a)i;i m bloei der Boerenleenbanken zn! af hangen vin een gord beheer, en een goed beheer ia niets eindrrs don een namrgezelte uitvoering van de wetten, statiden, en beslidtrn, die daarvoor gemaakt zijn. Zoodra men daarvan afwijkt, zat de bank schade tijden en zij zon ten onder kunnrn gaan. wanneer een streng toezicht niet voortdurend tegen overtredingen waakte. Men moet wel in het. oog honden, dat het belang der bank ook het belang der leden is, den-ijl toch ieder lid hoofdelijk instaat voor alle verliezen, dut dns ieder lid door zijn eigen belang genoodzaakt wordt streng toe te zien. Dit is vooral het geval met de bestuursleden, want zij zijn niet alleen aansprakelijk voor alle verliezen evenals ieder ander lid, maar volgens art. HS9S van het Burgerlijk Wetboek zijn Vereen,igingen niet verantwoordelijk mor handrlingen, welke het Bestuur verricht zonder daartoe bevoegd te zijn, en volgens art. 1271 en 18S8 zijn lasthebber^ niet alleen aansprakelijk 'wegens kwaad opzet, maar ook wegens verzuimen, welke zij bij het volvoeren
van hunnen last mochten hebben gepleegd. Toch zal hier volgens alinea 2 can art. 18S8 het beginsel in toepassing komen, dat zij die om niet een last op zich, nemen, voor overtredingen en verzvAmen aan minder strenge vervolging blootstaan.
Eene zware verantwoording herjt het Ecstmir op zich geladen, uit bewonderenswaardige naastenliefde heeft het zich in de noodzakelijkheid gebracht, om de belangen der bank te behartigen. Het heeft niet alleen beloofd de gelden der bank als een zorgvuldig huisvader te belt eer en. maar het heeft zichzelf gedwongen, zich aan strenge regels gebonden, zijn eigen geluk aan dat van den boer vast te knoopen en in zijn heldenmoed, zich, in de noodzakelijkheid gebracht om met den boer te staan of te vallen.
Het is dus van groot belang, dat het zijne zware verplichtingen goed kenne en dat het door wijze raadgevingen geholpen worden om ze gemakkelijk te volbrengen; waarom, wij niet twijfelen of een goede wegwijzer zal hun welkom zijn.
De Kassier
i:n
De Boekhouding.
Ofschoon de Kassier in zijne buzoldiging en zijn contract een aansporing vindt voor oen iiauwgezutte vervuiling van zijn zware taak. zal toch eun groote ijver en een vurige naastenliefde ook voor hem noodig zijn, om de menschen steeds niet voorkomendheid te behandelen, onder de bevolking nut te stichten en de Vereeniging tot bloei te brengen. Zijne verplichtingen, die in het contract (formulier 5) en in de statuten art. 27â30, duidelijk genoeg beschreven zijn, behoeven wij niet nader uit te leggen. Wij willen er nog alleen op wijzen, dat hij niets mag doen zonder verlof van het Bestuur. Verder zullen wij hem zijne raak vergemakkelijken, door eene verklaring van de formulieren, die hij moet invullen en bijhouden.
Op het eerste gezicht zal een nieuwe kassier voor het aantal boeken en formulieren terugschrikken, maar hij moet weten, dat hij ze niet aanstonds alle noodig heeft, dat sommige maar zelden te pas komen en dat hij ze niet in eens behoeft in te vullen. Komt er iemand geld brengen, dan moet hij dit aanteekenen in het spaarboekje en in het dagboek, waarna hij op zijn gemak het grootboek kan invullen.
8
HET DAGBOEK.
Dit boek draagt den naam van dagboek, omdat het dagelijks gebruikt wordt en dagelijks bijgehouden moet worden, dewijl het alle ontvangsten en uitgaven moet bevatten ; de ontvangsten toch worden geschreven op de linker- de uitgaven op de rechterbladzijde. Het moet een overzicht leveren van den geheelen omzet en den toestand der kas en tegelijk een waarborg zijn voor de grootboeken. Wenschelijk is het, dat de kassier bij uitbetaling eerst de som inschrijft en bij ontvangsten de som aanteekent, nadat hij ze heeft ontvangen. In ieder geval moet ze tweemaal worden opgeteekond, eens de totale som in de 5e of 10e kolom en eensin een of twee der volgende kolommen.
In de eerste kolom schrijft hij het volgnummer 1 voor wie zich den eersten keer aanmeldt, 2 voor den tweeden, 3 voor den dorden enz. Dit nummer loopt altijd voort, al komt ook eenzelfde persoon of onderwerp terug. Als het jaar om is, begint hij weder met 1.
In de 2e kolom wordt bovenaan het jaar en daaronder de maand en dag geschreven, waarop do betaling plaats heeft. Men kan den naam der maand verkorten en b.v. schrijven 5 Nov. of 5/io of 5â10.
In de derde kolom moet het nummer van de bladzijde geplaatst worden, waarop dezelfde post in een der grootboeken is ingeschreven. Dit kan dus niet ingevuld worden, voordat de inschrijving in het grootboek hoeft plaats gehad, voordat men ten minste weet, op welke bladzijde van het grootboek die betaling zal worden opgeteekend. Men zal best doen met de invulling dezer kolom te wachten, totdat de post in het grootboek is ingeschreven. Men kan dan aan het dagboek zien, of hij werkelijk is ingeschreven.
In de vierde kolom schrijft men de namen der
u
personen die geld brengen ot' komen halen, alsmede de woonplaats, wanneer zij ten minste elders wonen.
In de vijfde kolom schrijft de kassier de totale som, welke hij ontvangt, in de tiende als hij ze uitgeeft, in de zesde het kapitaal dat wordt ingelegd, spaargelden en bijgeschreven renten, in de elfde de sommen welke daarop worden terugbetaald. Deze twee kolommen moeten dus in het eerste grootboek worden overgeschreven, waarom een groot cijfer I daarboven is gedrukt.
In de twaalide kolom komen de voorschotten of uitgeleende gelden, welke de schuldenaar moet terugbetalen ; in de zevende kolom datgene, wat zulk oen schuldenaar betaald heeft; doch niet de interest en provisie. Deze kolommen correspondceren dus niet het tweede grootboek. Daarom is een groote II erboven geplaatst.
In de achste kolom moeten de sommen staan, welke de bank ontvangen heeft van hen. die met loopende rekening handelen, alsook de koopprijs van verkochte meubelen of goederen, in de dertiende wat zij aan zulke personen of instellingen heeft uitgege ven, als terugbetalingen op de deposito's of voorschotten, bovendien de prijs, waarvoor zij goederen heeft aangekocht. Deze twee kolommen moeten in het derde grootboek worden overbracht.
In de negende kolom of onder diversen behooren alle winsten der bank te staan, namelijk de renten, provisiën en dividenden, giften, subsidiën, de dubbeltjes voor de boekjes en alles, wat zij in eigendom ontvangen heeft; in de veertiende kolom de verliezen, namelijk renten, administratiekosten enz. welke zij heeft betaald, zonder dat zij daarvoor iets duurzaams in eigendom krijgt.
Onder de bemerkingen kan men eenige ophelde-
10
ringen plaatsen voor die posten, welke anders niet duidelijk en verstaanbaar zijn b.v. kosten voor oprichting, prijs van het spaarboekje, porto's, kosten voor maanbrieven, enz.
In de 5e en 10e kolommen, waar alle ontvangsten en uitgaven geschreven worden, heeft men de eigenlijke kasrekening. Hieruit kan men opmaken-hoeveel geld er in de kas is. In de drie volgende kolommen, waar aan beide zijden, alleen de in- en uitgeleende kapitalen geschreven staan, is voordeel noch winst te berekenen. Dit geschiedt alleen door de vergelijking van de 9e met de 14e kolom. In de 9c vindt men alle winsten in de 14e alle verliezen : het overschot vormt het fonds. Daarom moeten ook de kapitalen, welke verloren geraken in de 14o, boeten, subsidiön enz. in de 9e staan.
Uit al het voorgaande moet men niet opmaken dat alles ontvangsten zijn, die aan de linker enuitgaven die aan de rechterzijde staan. Links staan eigenlijk de schulden, rechts het tegoed, behalve in de 9e on 14e kolom. In de 6e, 7e en 8e komt te staan wat de bank schuldig is, in de 5e het totaal. Evenzoo aan den rechterkant in de Kie het totaal, in de volgende wat derden schuldig zijn.
Laten wij nu een voorbeeld nemen. Iemand brengt /100. De Kassier ontvangt het geld en schrijft nu in het dagboek een nieuw volgnummer, den datum en verder den naam van den persoon. In de vijfde kolom schrijft hij onder guldens 100, onder centen een streepje ; in de zesde kolom hetzelfde getal op dezelfde wijze, tenzij de inlegger met loopemie rekening handelt, in welk geval het cijfer 100 in de achtste kolom moet staan. Zoo is men klaar met het dagboek. Nu neemt men het spaarboekje van den inlegger of het boekje voor de loopende rekening ; vervolgens het eerste
of derde grootboek, zooals hierna beschreven wordt.
Komt nu dezelfde persoon /'50 terughalen, dan schrijft men naast een ander volgnummer en den datum hetzelfde nummer van het grootboek als hiervoor, verder wederom den naam; dan in de 10 kolom liet cijfer 50, en evenzoo in de lie of 18e.
De 9o en 14e kolom dient voor alles wat niet wordt terugbetaald. Wanneer dus in de 5e of 10 kapitaal met interest en provisie geschreven is, moet dit in de andore kolommen verdeeld worden. B. v. de Bank geeft een voorschot van /'100 tegen 50 cents provisie en 40/o interest. Nu schrijft men in de 5e en 9e kolom 50 cents, want provisie moet aanstonds betaald worden ; in de 10e en 12e /quot;100, terwijl de interest wordt berekend op eene andere plaats als het jaar om is, of, als de som binnen hot jaar wordt teruggegeven, binnen liet jaar, overeenkomstig het 2e grootboek.
Zoo moeten bij iedere betaling in hot dagboek altijd twee kolomir.en met cijfers worden ingevuld, zelfs drie kolommen, wanneer tevens interest, provisie of andere onkosten tegelijk worden betaald. Wanneer b. v. iemand die mot loopende rekening werkt, geld ontvangt en tevens interest en provisie betaalt, dan schrijft men de hoofdsom in de 10e en 13e kolom, hot overige in de 5e en 9e kolom en voor de duidelijkheid teekent men aan in de bemerkingen : kapitcKil met interest en prov. Brengt iemand het kapitaal terug, dat hern is voorgeschoten in gewone rekeningen betaalt hij tevens den interest, dan schrijft men het totaal d. i. kapitaal met interest in de 5e kolom, dan nog eens het kapitaal alleen in de 6e en den interest alleen in de 9e kolom.
12
DE MAANDELIJKSCHE AFSLUITING.
Volgens art. 25 Nr. 6 en 2!» Nr. 6, van do statuten moet er eene maandelijksche afrekening plaats hebben. Dat wil zeggen, na het einde van iedere maand wordt dwars over beide bladzijden van het dagboek een streep getrokken en worden do getallen van iedere kolom opgeteld en de goheele som eronder geschreven. De sommen van de 6o, 7e, Se on f)e kolom moeten te samen genomen evengroot zijn, als die der 5e kolom. Evenzoo die der 11e, 12e, 13e en 14e te samen evengroot als die der 10e. Is dit niet het geval, dan heeft oi oen abuis plaats gehad. Is de uitkomst goed, dan plaatst men de geheele som dor nitgavcn onder dio der ontvangsten of onder de 5e kolom of onder de bemerkingen, men trekt ze van elkander af en het verschil moet de inhoud der kas zijn.
Is dit alles geschied, dan begint men mot do opschrijving voor de volgende maand en, wanneer deze is afgeloopen, telt en vergelijkt men de sommen op dezelfde wijze, maar voegt er altijd de sommen bij van de voorgaande maanden van af nieuwjaar.
In het dagboek alleen is zulke maandelijksche afsluiting noodig. In de grootboeken heeft men alleen do jaarlijksche.
DE JAARLIJKSCHE AFREKENING.
Op het einde van het jaar wordt met allo schuld-eischers en schuldenaars afgerekend, dat wil zoggen, do op vorderbare interest van het verloopon jaar wordt nf wel uitbetaald, of hij wordt niet uitbetaald, maar bij het kapitaal bijgeschreven. In het laatste geval wordt hij viermaal geplaatst, namelijk in de 10e en 14e kolom als hiervoor en bovendien in de 5e en
18
tevens 6e of 8e, al naar gelang het kapitaal is ingeschreven. Dit gebeurt op dezelfde wijze in het grootboek. Er wordt immers verondersteld, dat de interest wordt uitbetaald en tegelijk wederom als kapitaal teruggegeven. Wanneer de interest inderdaad werd uitbetaald en aanstonds teruggegeven, zou de inschrijving op dezelfde wijze moeten gebeuren. Nu geschiedt in werkelijkheid geen betaling, maar de zaak komt toch op hetzelfde neer; er moet flus eene overschrii-ving plaats hebben. Het omgekeerde geschiedt, wanneer de bank zelf interest te vorderen heeft. Men teekent dezen dan aan in de 5e en 9e kolom, alsof de bank hem gekregen had, in de 10e en 12e of 13e omdat zij hem met het kapitaal te goed houdt. L)e aanteekc-ning in de öe en 10e kolom zou achterwege kunnen blijven, omdat ontvangsten en uitgaven elkander dekken, zij is echter noodig voor de controle.
Omdat op het einde des jaars zooveel renten moeten bijgeschreven worden, als er posten inde grootboeken staan, heeft men te zorgen dat in het dagboek genoegzaam ruimte overblijve en dat men een of twee bladzijden daarvoor beschikbaar houde, tenzij men alle in de grootboeken bijgeschreven renten «amen-trek ke en deze in eene som in het dagboek optee-kene; in welk geval men daarvoor slechts drie regels noodig heeft, namelijk voor ieder grootboek eenen regel. Men make echter onderscheid tusschen betaalde en niet betaalde interesten en schrijve deze het laatste.
Het is niet noodig en zal zelfs dikwijls onmogelijk zijn alle beschrijvingen in te vullen, voordat men meteen ninuwen jaargang aanvangt. De interesten toch, die met Nieuwjaar verschuldigd zijn, moeten altijd bij hot afgeloopen jaar worden geboekt, op de wijze als hiervoor gezegd is.
Ook moet men op het einde van het jaar de
14
rekeningen, welke men voor boeken, meubelen, papier enz. ontvangen heeft, doch welke nog niet betaald zijn in die kolom boeken, waar zij thuis behooren. Zoo schrijft men b. v. den koopprijs der meubelen van duurzame waarde in de 18e kolom, die voor papier en schrijfbehoeften in de 14e. Deze zijn de eenige gevallen, dat direct bij de inschrijving slechts eene kolom wordt ingevuld. Wanneer deze rekeningen betaald worden, dan eerst vuile men de 10e kolom in, dewijl eerst dan het geld uit de kas gegeven wordt. Nadat dit alles is geschied, eerst dan kan men de jaarlijksche rekening afsluiten.
De jaarlijksche afrekening geschied nu op dezelfde wijze als de maandelijksche afsluiting. Nadat men de sommen van December met die der voorgaande maanden heeft opgeteld, de schulden en het tegoed als boven heeft vergeleken, plaatst men alle sommen van de rechterbladzijde, namelijk die van de 10e onder de 5e, van de 11e onder de 6e kolom enz., zoodat alle uitgaven onder de ontvangsten komen te staan. Nu trekt men wederom een lijn en schrijft daaronder het verschil der sommen. Is er geen voorschot, maar een tekort, dan onderstreept men de som of merkt ze op een andere wijze.
Daar in de 5e kolom alles is opgeteekend, wat in de kas is gekomen, en in de 10e alles, wat daaruit is gegaan, moet ook het overschot van deze kolommen in de kas liggen. Het overschot van de 6e kolom wijst aan wat de bank in kapitalen aan hare schuld-eischers nog schuldig is, het tekort Sn de 7e kolom wat zij van hare schuldenaars tegoed heeft en het verschil in de le duidt aan, hoever de bank met hare loopende rekeningen voor of achter is. Dus zijn de overschotten in 6, 7 en 8 vorderingen of activa, in 11, 12 of 13 passiva of schulden.
lo
Dat de som van 0 cvcngront moet zijn, als die vali 6â9 en de som van 10 even groot als die van 11â14, is reeds gezegd. Daaruit volgt, dat de gezanielijke som van 5 en 11â14 ook even groot moet zijn als die van 10 en 6â9, dat dns wat in eene van deze kolommen te kort is, in de andere te veel moet zijn, bijgevolg dat het overschot in de 9o kolom, hetwelk de eigenlijke winst of liet reservefonds uitmaakt, gelijk moet zijn aan liet te kort van de nevenstaande kolommen 6, 7 en 8 te samen genomen, en verder dat het overschot of tekort in de 5e kolom gelijk moet zijn aan het verschil van het totaal der overschotten er tekorten in de andere kolommen.
De uitgaven voor oen brandkast, en andere duurzame meubelen komen te staan in de 18e kolom, omdat zij niet alle verliezen kunnen beschouwd worden. Om echter eene zuivere balans op te maken, moet men ook de waarde der meubelen in de balans, waarover later, aanteekencn en in de volgende jaren telkens ö u0 der waarde als verlies opschrijven, omdat verondersteld wordt, dat zij door den tijd verslijten of onbruikbaar worden. Deze uitgaven hebben dus in het eerste jaar geen en in de volgende weinig invloed op de winst of liet reservefonds, dat zich steeds in de 9e kolom bevindt.
Men moet niet vergeten bij den aanvang van een nieuwen jaargang den eersten regel open te laten. Deze immers moet dienen, om na de afrekening van het voorgaande jaar de saldo's of overgebleven overgebleven overschotten en tekorten over te nemen.
In den nieuwen jaargang plaatst men voorop in de 6e, 7e, 8e en 9e kolom de overschotten van het vorig jaar. Zijn er tekorten dan plaatst men ze in de 11e, lie, 13e en 14e kolom. In de vijfde kolom plaatst men de totale som van die overschotten, in de tiende de
16
totale som der tekorten. Al deze getallen worden bij de eerstvolgende maandelijksche afsluiting medegerekend.
Uit dit alles blijkt dat de meeste nauwkeurigheid noodig is, zoowel in het plaatsen der sommen als in het optellen en aftrekken. Het dagboek geeft een dui-lijk overzicht van alle activa en passiva, maar het zegt niet aan wien de bank iets schuldig is en van wien zij te vorderen heeft. Men leert dit uit de volgende boekeu, alwaar tevens de interesten nauwkeo-riger worden beschreven.
OE GROOTBOEKEN.
Er zijn drie grootboeken 1 voor schirideischers of crediteuren, II voor schuldenaren of debiteuren, III voor loopende rekeningen. In deze boeken wordt overgeschreven en uitgewerkt, wat in het dagboek in het kort beschreven staat. Alles wat in de Be eu 11e kolom van het dagboek staat, moet worden overgeschreven in Grootboek I, de 7e en 12e kolom in Grootboek 11, de 8e en 13e kolom in Grootboek III. De renten, provisie eu kosten, welke in het dagboek in de 9e en 14e kolom staan, worden in de grootboeken bij de desbetreffende kapitalen geplaatst. Daaruit volgt dat de grootboeken niet aanstonds behoeven te worden ingevuld. Men wachte daarmede echter niet tot het einde des jaars; want dan zou de arbeid veel te groot worden, leder persoon krijgt in de Grootboeken eene afzonderlijke bladzijde en aan het hoofd van die bladzijde wordt zijn naam geschreven, waarom deze boeken ook hoofdboeken heeten. Maar laten wij de grootboeken een voor een behandelen.
17
GROOTBOEK I VOOR CREDITEUREN.
Boven aan de bladzijde vuile men. in het nummer van het Spaarboekje, dac de persoon bezit, wiens in-leggelden O]) dit blad verrekend worden. Naast dat nummer schrijft men in groote letters zijn naam en voornamen, alsmede dien zijns vaders of het gehucht, waar hij woont, wanneer meerdere personen van bet dorp dienzelfden naam voeren.
Nu wordt op de rechtsche bladz. geschreven, wat gemelde personen inlegt, op de linksche wat hij terughaalt. De renten, die in de 14e kolom worden opgeschreven, worden niet ingelegd, maar zijn de vruchten van het ingelegde kapitaal, waarom beide inlar/c in de xpaarbanl: genoemd worden. In de derde of grootste kolom aan den rechterkant schrijft men ingelegd of inlage, bijschrijving van renten enz. in de grootste van den linkerkant: terughetanld met of .zonder opzegging, betaalde interest enz.
Bij elk kapitaal, dat wordt ingebracht of teruggegeven, worden de renten tot 81 Ãec. berekend en aanstonds opgeteekend, alsof zij nu reeds verschuldigd waren. Op het einde des jaars worden de renten, die de inbrenger verschuldigd is, die dus op de linkerzijde staan, afgetrokken van die hij te goed heeft op de rechterzijde en het overschot wordt of uitbetaald of bij het kapitaal geschreven. Worden de renten betaald, dan plaatst men het bedrag alleen in de 7e kolom ; worden zij bijgeschreven, dan plaatst men het bedrag iu de 7e en 11e, evenals van het dagboek gezegd is. Dan worden de kolommen van weerszijde opgeteld ; wat aan den eenen kant meer is, wordt aan den anderen als saldo geboekt, zoodat na de optelling aan beide zijde dezelfde sommen komen te staan. Het saldo van het kapitaal wordt naar het volgend jaar
2
is
aan de andere zijde overgebracht en de renten daarvan voor het geheele jaar berekend. Men zorge dat de rekeningen van ieder jaar tegenover elkander staan ; de vlakte, die aan de eene of andere zijde onbeschreven bleef, moet door een schninsche pennesteek onbruikbaar gemaakt worden.
Laten wij een voorbeeld nemen. Als iemand den 20 Oct. 1000 gl. inbrengt, dan zal hij op het einde des jaars voor 2 maanden interest krijgen, want de interest begint in dit geval primo November te loopen. Zie de bepalingen voor het spaarboekje onder Renten. Wordt de interest nu berekend tegen 12 cent per maand, dan is dit voor 2 maanden f 4.80. Dus schrijft men op de'rechtsche bladzijde in de groote kolom ingelegd, onder kapitaal f 1000, interest 2,88, aantal maanden 2, rentebedrag f 4.80. Komt nu diezelfde persoon den 30 Nov. f 200 terughalen, dan schrijft men ter linkerzijde in de groote kolom teruggehaalde of terugbetaald, in de 5e 200, in de 5e 2,88, in de He aantal maanden l1^, rentebedrag 0,72, omdat in dit geval volgens de bepalingen van het spaarboekje de rente niet verder loopt, dan tot het begin der halve maand waarin zij betaald wordt. Dus moeten de renten van Æ 200 voor l1^ maand worden aangeteekend, welke rente op het einde des jaars van die der rechterzijde wordt afgetrokken. Zoo moet op 31 Dec. aan renten betaald of bijgeschreven worden f 4.80 min f 0.72, dat is f 4,08, Wordt die rente nu betaald, dan schrijft men de som in de 7e kolom, plaatst vervolgens het kapitaal-saldo, dat is het nog overschietend kapitaal in de 4e kolom, trekt dan een lijn en telt alles te samen, waarna men het saldo, in dit geval f 800, naar het volgend jaar overbrengt, den interest van dit saldo voor het heele jaar berekent en in de 14e kolom opschrijfr. Wordt
de interest echter niet uitbetaald, dan schrijft men hom eerst in de 7e en vervolgens in de lie kolom, berekent vervolgens hoeveel er in dit geval nog te betalen is, in dit geval f 804.08 en schrijft dit opals saldo, waarna men tie sommen optelt als hiervoor. Een tekort mag er niet zijn; dan is immers liet spaarboekje vervallen.
Voor gelden, die in de eerste helft van December worden ingelegd, wordt ratunrlijk voor dit jaar geen rente opgeschreven en voor die, welke iu de laatste helft van December zijn ingebracht, moet in den nieuwen jaargang een halve maand worden ingekort of afgetrokken. Heeft men dus in de laatste helft f 200 gebracht, dan wordt die som met den datum opgeschreven, doch de 14e kolom niet ingevuld en in den nieuwen jaargang schrijft men aan de linkerzijde; in de 3e kolom rentekorting van f 200, in de 6e kolom 1jo. in de 7e de som der rente voor een halve maand, in dit geval f 0.24. Wanneer groote sommen b. v. f 1000 zonder opzegging oogenblikkelijk worden teruggegeven, dan schrijft men in de groote kolom aan den linkerkant 1IS of 1L, 0 0 provisie voor f 1000 en onder rentebedrag f 3.34 of f 5.00. Hoeveel provisie in zulk geval moet betaald worden, hangt af van de beslissing der aigemeene Vergadering.
Heeft men veel fouten gemaakt of het papier beklad, dan trekt men insgelijks een schuinschen pen-uestreek over de geheele bemorste plaats en schrijft dan alles opnieuw. Heeft men kleinere fouten gemaakt, dan late men ze onveranderd staan en verbe-tere die, door achter de andere posten de ontbrekende som bij te voegen of af te trekken.
Heeft men in een of ander boek een post vergeten aan te vullen, men kan hem zonder veel bezwaar onder een ander volgnummer in een andere maand of
20
op het einde des jaars plaatsen, mits men den juis-ten datum met den behoorlijken interest orschrijft. De post staat dan wel niet op zijn plaats, maar aan den datum kan men zien waar hij thuis behoort, en in de groote kolom kan men de reden daarvan aan-teekenen.
Is een post vervallen en de rekening afgesloten, ean moet men de geheele nog open blijvende vlakte der bladzijde onbruikbaar maken, wanneer zij ten minste niet groot genoeg is, om een nieuwen post erop te schrijven voor denzelfden persoon. Nooit schrijft men op een en hetzelfde blad posten van verschillende personen. Dit geld ook voor de andere grootboeken.
GROOTBOEK II.
Voor debiteuren of schuldenaren.
In dit boek worden wederom op iedere bladz. evenals in het eerste grootboek met groote letters de namen omschreven van den schuldenaar, voor wien het blad is. Daaronder schrijft men de namen van den borg of de borgen hunne woonplaats en hun ambt of betrekking, als dit noodig is, om hen van andere personen van denzelfden naam te onderscheiden. Is er geen borg, dan duidt men met een paar woorden aan, welke hypotheek of andere borgstelling in de plaats is getreden.
Aan den rechterkant schrijft men het kapitaal dat uitgeleend is, den rentevoet, den datum der uitleening den vervaldag d. i. den dag waarop telken jare of iedere maand de interest met een gedeelte van het kapitaal moet worden betaald, verder den tijd waarop de geheele som moet zijn afgelost.
21
Mopt de geheele som na enkele maanden of na een jaar worden terugbetaald, dan schrijft men : terug h:
hetalen binnen..... maanden of binnen één jaar. Is de
som voor meerdere jaren gegeven, dan schrijft men : terug te betalen in jaarlijksche of maandelijksclie termijnen met de som ran..... Is men overeengekomen,
dat het kapitaal zal geamortiseerd worden, dan schrijft men : terug te betalen in nidandelijkseJie of janrlijUnclie
termijnen op amortisatie met de mm. van..... Is de ge
hcele som terugbetaald en wordt op hetzelfde blad een nieuwe post geschreven, dan wordt ouder den eersten post of onder de bemerkingen een gewijzigde formnul opgeschreven, tegelijk met den naam van den borg als boven, wanneer ten minste voor dezen nieuwen post een andere borg of borgstelling is aangewezen.
In de eerste kolom wordt de datum ingevuld. In de L'e kolom schrijft men het nummer, waaronder dezelfde post in het dagboek is ingeschreven. Dit is echter niet noodzakelijk, omdat de datum het genoegzaam uitwijst. In do ;-ie kolom komt do provisie, welke vooruit wordt betaald tegelijk met de onkosten, welke bij het uitleenen voor het voorschotboekje of voor het stellen van hypotheek of later voor het manen gemaakt worden. In de ie het kapitaal, dat nog betaald moet worden, in de öe den dag waarop de rente begint te loopen, in de He den dag waarop die eindigt, in de 7e het aantal maanden, als men met maanden of halve maanden rekent, zooals gewoonlijk gebeurt, anders het aantal dagen, in de 8e het bedrag van den interest voor dien tijd.
Aan de rechterzijde schrijft men wat terugbetaald is aan kosten, provisie en interest in de 12e kolom, verder wat betaald is aan kapitaal. En omdat aan de linkerzijde de interest is berekend van de verschuldigde som tot 81 Dec. of tot een anderen vervaldag, moet
22
ook ter rechterzijde de interest van het betaalde kapitaal of gedeelten daarvan tot denzelfden datum berekend worden, teneinde deze interest van dien der linkerzijde naderhand af te trekken. Want op het einde dos jaars of op den vervaldag worden zoowel de interest en de kapitalen, die betaald zijn, als de interest welk zulk kapitaal met denzelfden rentonvoet zou hebben opgebracht, opgeteld, om te weten, wat do schuldenaar nog schuldig is.
Een voorbeeld. Een lid ontvangt den 28 Oct. 1.S97 f öOO, terug te betalen in jaariijksche termijnen mot jaarlijks /'100.
De vervaldag is 81 Doe., doch de eerste termijn 31 Dec. 1898, omdat het kapitaal in de laatste helft van het jaar gegeven is. Nu schrijft men in de 3o kolom f 2.t)0 namelijk 2.50 voor provisie, wanneer 1/2 provisie gevorderd wordt, en 10 ct. voor hot voor-schotbookje. In de 5e kolom schrijft men 16e Oct., omdat verondersteld wordt, dat de rente in het begin der halve maand begint te loopon, in de Be kolom 31 Dec. (1898) in de 7e maanden 14'/2, in de 8e het bedrag of de renten, welke het kapitaal op dien datum zal schuldig zijn, f 5. Aan den rechterkant schrijft men den datum 23 Oct. en verder onder betaalde kosten en provisie f 2.60, omdat ik veronderstel, dat deze op denzelfden dag worden betaald. Komt nu de schuldenaar den 20 Dec. f 50 betalen, dan schrijf ik dezen datum in de 10e kolom, het getal 50 in de 13e, V'j in de 14e, 31/i2 in de 15e, 12 in de 16e en 1.92 in de 17o kolom. Brengt hij wederom f 50 den 6 Juni, dan schrijf ik dien datum in de 10e kolom, 50 gl. in de 13e, 16/(. in de 14e, UIV2 in de 15e, O1/^ in do 16e en 1.04 in de 17e kolom. Nu is de schuldenaar op 31 Dec. 1898 interest schuldig, waarvan moet afgetrokken worden f 1.92 4- f 1.04 = 2,94. Dus blijft
23
voor hem te betalen aan kapitaal f 400 en bovendien den interest. Deze interest moet worden betaald en in de 12e kolom worden geboekt, terwijl liet kapitaal voor het volgend jaar wordt opgeschreven in de 4e kolom, en daarnaast de interest daarvan voor hetzelfde jaar.
Wanneer een lid voor eenige maanden of een jaar eenig voorschot gekregen heeft, kan de kassier op do zelfde wijze te werk gaan. Wanneer echter de vervaldag niet is 81 Dec. zal hij beter de volgende voorbeelden nawerken. Stellen wij : het lid ontvangt den 28 Oct. 1000 / 100 tegen 8.84 quot;/o terug te betalen binnen een halfjaar, vervaldag Ifi Juni 1001.
Nu schrijf ik in de Ie kolom -:!/im i'1 '1° lquot;'1 nummer, waaronder dezelfde persoon in het dagboek-is ingeschreven in de 3e 0.50, omdat ik veronderstel dat ll., quot;/(i provisie en 10 ct. voor het voorschotboekje moes betaald worden. In de 5e kolom 100, in de 5e vijio, omdat ik veronderstel dat de rente begint te lun|ieii in het begin der halve maand, waarin de som geleends is, de 6e kolom wordt niet ingevuld voordat een gedeelte van het kapitaal is teruggegeven ; doch, omdat het grootboek gewoonlijk later dan het dagboek wordt bijgehouden, zal men alles in eens opschrijven en dus ook de 6e kolom invullen. In deze kolom mag in allen gevalle de datum staan, tot welken de interest van het geheele kapitaal moet betaald worden. Veronderstellen wij nu, dat de debiteur den 1 Dec. lOgl. terugbrengt, dan moet men in de 6e kolom 1/12 schrijven, in de 7e l1 2, in de 8e f0,48. In de 10e kolom schrijft men den datum, waarop de provisie en de kosten betaald zijn, in de 12e /quot;2,60. Verder schrijft men in de 10e kolom voormelden datum, den dag der eerste betaling 3/,0, vervolgens op dezelfde lijn ir, de 18e kolon / 10. Evenzoo schrijft men aan don linkerkant in de 6e kolom datum Viai in (le kolom
24
/quot;00, omdat hof, kapitaal met Æ10 is verminderd en dus van nu af slechts van Æ90 interest verschuldigt is. In de 5e kolom plaatst mon wederom den datum 1 |2, in de 6e den datum der volgende betaling enz. Men ziet, dat op deze manier de interest aan de rechterzijde niet behoeft berekend te worden. Men bespaart aldus niet weinig moeite.
De zaak is nog eenvoudiger, als men telkens den interest berekend, niet van hot kapitaal, maar van het betaalde gedeelte en dan bij iedere som in de .quot;gt;6 kolom den datum opschrijft waarop do rente van de hoofdsom verschuldigd is en in de 7o den datum waartoe de rente van het betaalde gedeelte loopt, Na dus aan beide zijden de betaalde provisie en kosten te hebben aangeteekend, schrijft men in het bovengenoemde geval in de 4e kolom naast den datum der eerste betaling Æ 10, in de 5e lf;/10, in de He 1 ,0 in de 7c l1/^ in de 8c 0.05. Heeft nu de tweede betaling van /quot;10 den 31 Dec. plaats dan schrijft mon wederom /'10 onder het genoemde getal in de 4e kolom, in de 5e wederom denzelfdon datum 1(i/10, in de Be :!1/i2 of '/i i'i de 7e 21/.gt;, in do 8e 0.08 enz. Aan de rechterzijde schrijft men alles gelijk in het voorgaande. Men zie hierachter in formulier 3 b) beide manieren voor eenzelfde som uitgewerkt. Men merke hierbij op dat de interest op den vervaldag moet betaald, zelfs afgedwongen worden, dat hij dus in den regel bij het kapitaal niet wordt bijgeschreven. Ook vergete men niet, dat de interest met l0/0 wordt verhoogd, wanneer hij twee maanden na den verschijndag niet betaald is.
Soms gebeurt het, dat een schuldenaar nieuwe sommen komt vragen, eer de oude schuld is afbetaald. Wordt hem een nieuw voorschot gegeven, dat moet dit op een nieuwe bladzijde geschreven worden, tenzij de betalingstermijnen en de borgtocht dezelfde zijn.
25
Zou men dit niet doen. dan weet men niet, voor welke terugbetalingen de borgstelling dient en zou men ton slotte geen der borgen kunnen aanspreken. Gaat, het «iin kleine sommen, voor wier afbetaling slechts een gedeelte der bladzijde zal noodig zijn. dan kan de nieuwe post met eenige tusschenruimte onder den ouden geplaatst worden.
Heeft er amoristisatie plaats, dan wordt dit boven aan do bladzijde opgeteekend ; b. v. f 1500 terug te betalen in jaarlijksche termijnen met 4 quot;/(l interest en â 1 0/i) amortisatie, jaarlijks te samen f Nu schrijft men in de 8e kolom links de provisie, daarnaast het kapitaal, de dagen of maanden enz. Aan den rechterkant schrijft men nu onder de renten in de 12e kolom de betaalde renten, in de volgende kolom do betaalde amortisatiesom. Het kapitaal vermindert jaarlijks door de amortisatie, dus ook de som van den interest, maar de amortisatie wordt elk jaar grooter, omdat telken jare minstens 90 gld moet betaald worden. De debiteur mag natuurlijk ook meer betalen, om het kapitaal sneller te doen slinken. (icmakshalve schrijft men de betaalde amortisatie oi ik onder het kapitaal in de -te kolom en de geza-meiijke betaalde som in de 18e kolom. Zie formulier 8 c . en hierachter over de amortisatie.
Wanneer een Boerenbond of een en ander genootschap geld ontvangt, om voor sommige landlieden contant te betalen, dan wordt de geheele som op den naam van zulk een genootschap op ééne bladzijde geboekt en worden de sommen, die zij terugbetalen telkens van de hoofdsom afgetrokken en tegelijk de interest betaald van dat gedeelte, dat zij aflossen en voor zooveel dagen als er ginds de uitleening verloo-pen zijn volgens formulier 3 b/. De namen worden dan geschreven onder de aanmerkingen.
26
GROOTBOEK III.
Voor loopende rekeningen.
Wanneer en \oor hoelang loopende rekening k;m worden toegestaan, is in de Verklaring bij de betrekkelijke artikelen beschreven. Bij vele banken zal dit boek niet gebruikt worden dan voor liet geldverkeer niet do centrale bank en voor het aankoopen van duurzame meubelen en onroerende goederen. Maar ook voor deze zou men het tweede grootboek kunnen go-bruiken. Formulier 7 is zoo ingericht, dat hot voor loopende rekening kan dienst doen, als mu i namelijk gebruik maakt van alle kolommen der rechterzijde. Maar men moet dan ook in het dagboek in plaats van de 8e de zevende kolom in beslag nemen; want, zooals gezegd is, de grootboeken moeten uit die kolommen hunne gegevens halen en daarmede overeenkomen. Zoo neemt dit grootboek 3 nit de Se en 13e kolom het kapitaal over en uit de 9e en 14o den interest en de provisie, die daarbij behooren.
In dit bock schrijft men wederom bovenaan den naam van den persoon of de instelling, met welke men op dit blad het geldverkeer opteekenen zal, alsmede het krediet dat is, de som tot welke hij schulden mag maken en de borgen die hij heeft gesteld voor zijne schulden.
Het onderwerp, dat in de dorde kolom moet vermeld worden, kan hier niets anders zijn dan voorschotten, terugbetaling van ingelegde gelden, gestorte kapitalen op aandeelen, bijgeschreven provisie en interest, saldo's en de goederen, die de bank heeft gekocht of verkocht. Als men met een andere bank hai.delt, dan houde men in het oog, dat door het woord, de bank aan het hoofd van deze bladz. gedrukt, verstaan wordt do
plaatselijke leenbank, wier tegoed moet slaan aan de linker en wier schuld moet staan aan den rechterkant.
In de vijfde kolom plaats men natuurlijk het kapitaal on daarneven in de volgende kolommen de berekening van den interest naar het aantal dagen tot 81 |)oc. van ieder jaar. De provisie en interest, wordt op het einde des jaars berekend en bij het kapitaal geschreven. De boerenleenbank zal, als zij mot andere banken handelt, gewoonlijk zelf provisie moeten betalen ; doch als zij met leden handelt, zal zij die vorderen volgens de overeenkomst, die zij heeft aangegaan.
Aan den rechterkant schrijft men de ingelegde gel-dcii, terugbetaling van voorschotten, betaling van rente en provisie, dividenden en saldo's.
Elders is reeds opgemerkt, dat bij loopende rekening het velschil tussohen den rentevoet van de ontvangsten on dien der uitgaven grooter moet zijn dan l0/,,, tenzij men veel provisie vordert. Het gemakkelijkst en eenvoudigst zal zijn, als men provisie heft niet alleen voor voorschotten, maar ook voor terugbetaling van ingelegde sommen, zoodat dan van alle kapitalen, die ter linkerzijde geschreven staan, op hot einde van ieder jaar J/V'.'o 0f Vk/Vo provisie wordt opgeschreven. Zie formulier 4.
Dikwijls worden bij loopende rekening iiooge procenten en provisie gevraagd voor alle voorschotten, terwijl voor deposito's of inleggelden die geen terugbetalingen zijn, maar weinig gegeven wordt. In dit geval moet telkens bij iedere betaling worden nagezien, wie schuldenaar en wie schuldeischer is, moet bijgevolg het grootboek bij elke betaling worden ingevuld. Minstens moet in het dagboek onderscheid worden gemaakt tussehen voorschotten en deposito's. Men zal b. v. Æ2000 ontvangen, maar men heeft or
nog Æ000 te gopil. Nu wordt de som bij gedeelten opgeschreven, eerst Æ -jOO als terugbetaling met even hoogen interest als de bank vordert, dan Æ 1500 als voorschot met veel meer interest.
Do interest wordt alsdan ook tot 31 Doe. berekend en als liet jaar om is, worden de kolommen opgeteld en het saldo, het overschot of te kort, naar het nieuwe jaar overgeboekt. Gemakshalve kan men door het jaar in plaats van het rentebedrag, het rentegetal opschrijven, d. is. het kapitaal vermenigvuldigd met liet aantal dagen, maar zoo dat de twee laatste cijfers van het product geschrapt worden. Een kapitaal dus van Æ gegeven den 10en Nov. maakt 50X300= 16650 in rentegetallen 166. De cijfers 50 en minder worden niet geteld; gaan zij boven 50, dan voegt men bij het andere getal 1. Was de som dus 16H65 hetgeen het geval zon zijn, als het kapitaal Æ883,80 was geweest, dan zou men moeten behouden IHT. Op het einde des jaars worden de rentegetallen aan beide zijden opgeteld en het verschil of saldo wordt eerst vermenigvuldigd met den rentevoet en daarna door 860 gedeeld. Zoo krijgt men de rentesom in centen, welke men bij het kapitaal bijschrijft. Heeft men echter niet denzelfden rentevoet voor alle kapitalen, die aan dezelfde zijde staan, opgeteekend, hetgeen gebeurt als men een anderen rentevoet neemt voor inleggelden dan voor terugbetalingen, dan dient men eerst, wanneer men niet met rentegetallen handelen wil, ieder rentegetal met zijn eigen rentevoet te vermenigvuldigen.
De eerste manier van doen wordt het meeste gevolgd en op het einde des jaars worden alleen renten betaald door hem, die een tekort heeft aan rentegetallen.
Wanneer de bank dus geen overschot heeft van
â¢2U
reutegetallen, ontvangt zij wel do provisie, wanneer die bedongen is, voor al liet kapitaal ter linkerzijde, maar geen renten. Heeft zij overschot van rentegetallen, dan wonlt dit tot geld herleid en bij het kapitaal geschreven tegelijk met de provisie. Men houde echter in het oog, dat het overschot der rentegetallen ter linker en rechterzijde niet met dezelfde getallen wordt vermenigvuldigd, omdat de rentevoet der eene zijde verschilt van dien der andere. Men zie de voorbeelden aan het einde van dit boekje in formulier 4. Het eerste is met rentegetallen. het tweede met rentesommen bewerkt.
Wanneer effecten of andere waardepapieren, aan koers onderhevig, worden gekocht of verkocht, worden zij volgens hunne nominale waarde, evenals vaste goederen en meubelen, in de loopejide rekening opge-teekend. Het verschil van de wezenlijke waarde wordt, evenals de verminderde waarde en de opbrengst dei-goederen, op het einde des jaars in de laatste kolom van het dagboek, of ten minste in de rekening en de balans, als winst of verlies opgeschreven. Eveneens worden de renten daarvan in het dagboek en dit grootboek aa n geteeken lt; 1.
Renteberekening.
Ofschoon men in vele almanakken tabellen vindt, waarop de interesten of renten in de meest voorkomende gevallen berekend zijn, zal het toch in veel gevallen van belang zijn, dat de Kassier den interest zelf berekent. Dit is altijd het beste; want ook in de tabellen kunnen fouten zijn en lichtelijk vergist men zich in het nazien der cijfers. Tot meer zekerheid kan hij na de berekening zijne som met die der tabel vergelijken.
30
Bij het berekenen der renten moet eerst en vooral worden opgemerkt, dat de interest altijd in het voordeel van de bank gerekend wordt, zoodat
1° geen interest te haren laste berekend wordt van gedeelten van gnldens. al is de som grooter. Alwie dus / 5.99 tegoed heeft ontvangt slechts interest van f ö.OO. In dit geval is het aan te raden, dat hij met enkele centen de som aanvnlle, om den vollen interest te genieten.
2° Evenzoo worden van den interest zeiven gedeelten van centen niet berekend. Als dus bij eene bank, 2.88 0/o gegeven wordt en slechts f 10 is ingelegd, ontvangt men in het eerste jaar 28 cents, niet 28^2 cents en zeker niet 29, tenzij de Vereeni-ging bepale, dat breuken boven een halven cent voor een heelen en daaronder voor niets worden gerekend. In het tweede jaar ontvangt men. als de rente is bijgeschreven, niets meer, omdat van 28 of 29 ets. geen rente gegeven worden. Voor de voorschotten echter, welke de bank geeft, vraagt zij interest ook van gedeelten van gnldens of centen en rekent zij breuken van centen voor heele centen, wanneer zij ten minste de waarde bereiken van een halven cent.
3° De interest, welken de bank moet geven, begint te loopen met den zestienden van de maand, wanneer het kapitaal in de eerste helft der maand gebracht is; met den eersten van de volgende maand, als het in de tweede helft gegeven is. Wat dus van den len tot en met den 15en Februari wordt ingebracht, geeft interest met den 16en Februari, en van wat den 16en tot den laatsten Februari gebracht wordt, begint te loopen den len Maart.
Wordt het kapitaal teruggevraagd in zijn geheel of bij gedeelten, dan houdt de interest van het terug-
gevraagde op in het begin der halve maand, waarin het gevraagd wordt.
Vraag ik dus mijn kapitaal den 10 of 15en terug, dan krijg ik slechts interest tot den eersten dermaand.
Vraag ik het in de laatste helft, dan krijg ik interest betaald tot den Uien. Er wordt gesproken van terugvragen, niet terughalen. Mocht het dus zijn, dat ik het kapitaal wel terugvraag, maar niet terughaal, dan blijft dezelfde regel gelden. Wanneer ik dan er in toestem, dat het kapitaal in de bank blijft liggen, begint de interest voor mij opnieuw te loopen in de volgende maand, evenals of ik nu eerst mijn kapitaal inbreng.
De interesten echter, welke de bank te vorderen iieeft, loopen van den dag der uitbetaling, waarop de kwitantie wordt geteekend. tot den dag der terugbetaling, tenzij men anders bepale. Sommige banken immers vragen interest bij halve maanden en vorderen dan, dat de interest begint te loopen in het begin van die halve maand, waarin het kapitaal is gegeven, terwijl hij ophoudt op het einde der halve maand, waarin het kapitaal wordt teruggegeven. Zie formulier 3.
Nog moet men opmerken, dat men bij alle renteberekeningen, hetzij teil gunste of ten nadeele der bank, iedere maand, ook Februari, gerekend wordt 30 dagen te bevatten, en het geheele jaar 360 dagen. Van 7 Febr. tot 28 Augustus is dus bij uitbetaling 200 dagen of 14 halve maanden voor voorschotten, 12 halve maanden voor spaargelden.
Door eenvoudige vermenigvuldiging van den rentevoet met het kapitaal krijgt men de rentesom van het jaar in centen. Een kapitaal dus van Æ 550 tegen 31/20/o is in het jaar 550 X 31/2 = 1925 centen of Æ 19,25. Moet men den interest van heele of halve maanden berekenen, dan heeft men dezelfde som te
32
venleelen door 12, als men don interest van een maand weten wil, door 24, als men dien van een halve maand wil kennen, door 8 voor l1;.» maand, door lt;gt; voor twee maanden, door 4 voor drie maandon en door 2 voor 6 maanden. Moet men den interest zoeken van 7' o maand, dan deelt men do som eerst door 2 en nog eens door 8 en men heeft den interest van (gt; en van l1/^ maand, samen l1!-,.
Is de interest voor iedere maand of' halve maand een ronde som b. v. 12 of 16 cent per halve maand, dan behoeft men slechts het kapitaal met de rentesom te vermenigvuldigen, om den interest van dio halve maand te kennen. Dan is b. v. de interest van /'550,75 in ö1^ of 11 halve maanden: 550X 12X 11. Dus in een halve maand «6 cents, en ia 5' maand A 7,26.
Moet men don interest bij dcujen berekenen, dan rekent men eerst de rentesom uit van het jaar, deelt deze door 3()0 en vermenigvuldigt ze wederom met het aantal dagen of men berekent eerst kapitaal X rentevoet X dagen en deelt deze som door 860, /â 550 tegen % is dus in 40 dagen: 550 X 31 X 40 : 360 = 'f2,13 of
550X3V2X40 01_ . .55X3'/.X40 â55X3i/,gt;X10 ----ggf - =213centenofâ......^ - of-
of55X^X1Oof55X7X10of5»X7X5 Daal. men â01.
het ronde getal 3lt;gt;0 allicht een deeler vinden kan, die ook voor de noemers bruikbaar is, zal men altijd de getallen als boven opzetten en alles zooveel mogelijk deelen, eer men gaat vermenigvuldigen.
Moet b. v. voor gemelde som 4 0/o gerekend worden, dan gaat het nog voel gemakkelijker. Dan krijgt men
550X4X40 55X4X40 â55X0X40. n f)i.
oFK 0f--of--ö---dus !:,-'x40:9-/2,44
ooU 00 V
als de bank moet betalen, f 2,45 als zij den interest ontvangt.
Moet men niet de dagen maar heele of halve maanden berekenen, dan schrijft men in plaats van 360 24 of 12, hetgeen vooral te pas komt, als de rentevoet voor maanden geen ronde som is. Zoo is f 550 tegen 3lj., 0/0 voor 4 maanden 550X31/,;)X4 : 12 of 550X31/oX4 550X7X4 550X7X2 550'X7X1 r 12 12X2 12 6
Amortisatie.
Art. 46 2° van de statuten schrijft voor, dat voorschotten, die voor meerdere jaren gegeven worden, telken jare of iedere maand bij gedeelten moeten worden afgelost. Men leze daarover de Verklaring ad art. 46. Men kan dit doen, door telkens een vaste som van het kapitaal af te lossen, zoodat men eiken keer het kapitaal met dezelfde hoeveelheid vermindert en van het resteerend kapitaal interest betaalt; of ook door telkens voor kapitaal en interest samen een even groote som te betalen, zoodat de rentesom vermindert, doch het af te lossen kapitaalaandeel aangroeit.
Het is niet gemakkelijk uit te rekenen hoeveel jaren noodig zijn, om op zulke wijze de schuld geheel te delgen. Men vindt ook daarvoor tabellen in verschillende almanakken. Zoo geeft Staring in zijn almanak van 18f8 bl. 95 eene tabel, om de annuïteit (rente, aflossing en administratiekosten) te kennen, welke bij een zeker aantal jaren voor een kapitaal van f 1000 met een interest van 4 0/0 tot 4;!/4 0/0 moet betaald worden.
Hij rekent daarbij de administratiekosten, welke
3
34
onze banken niet noodlg hebben. Hoe moeten wij dan de jaren berekenen, welke voor ons zullen noodig zijn om op dergelijke wijze de geheele schuld te delgen'? Wij antwoorden dat het onmogelijk is, omdat volgens onze statuten vervroegde terugbetaling altijd is geoorloofd, zoodat men te voren niet weten kan, wanneer het kapitaal zal zijn afgelost. Genoeg te weten, dat wanneer ieder jaar dezelfde som wordt terugbetaald, en geen vervroegde terugbetaling geschiedt, eene amortisatie van 1 % met renten van 4 0/0 41 jaren noodig heeft om de geheele schuld te vernietigen, eene amortisatie van l1^ % ruim 88 jaar, eene amortisatie van 2 0/0 28 jaar, van 21/.gt; 0/0 24^2 jaar, van 80/0 ruim 21]/2 jaar.
Vooruit moet de ronde som worden vastgesteld, welke de schuldenaar jaarlijks heeft te betalen. Men zette den rentevoet niet te laag en de amortisatie niet te hoog, voor den rentevoet minstens 4 0/0 voor amo- tisatie 1 0/n tot 3 %. Voor den kassier is het dan niet moeilijk meer, uit te rekenen, wat ieder jaar van het kapitaal overblijft. Eerst berekent hij den interest die op 31 Dec. moet betaald worden, dan trekt hij deze rentesom af van het vastgestelde quotum, om te weten hoeveel voor dit jaar van het ka--pitaal moet betaald en voor het volgend jaar daarvan moet afgetrokken worden. Is er b. v. bepaald dat van een kapitaal van /quot;1500 voor interest 4 0/0 en voor amortisatie 2 %, dus te samen Æ90 telken jare zal verschuldigd zijn, dan zal in het eerste jaar, wanneer een vol jaar over is Æ 60 voor interest en Æ 30 voor amortisatie moeten betaald worden, dan is het kapitaal voor het tweede jaar met /'80 verminderd, dan zal de interest dus in dit tweede jaar iets minder en de amortisatie iets meer zijn. Wanneer het voorschot in den loop van het jaar gegeven is, dan zal voor het
eerste jaar, tenzij anders worde bepaald, eerst moeten bereken 1 worden, welke amortisatie moet gevorderd worden. In het gegeven voorbeeld is de schuldenaar â¢niet Æ90 maar slechts Æ43,50 schuldig, wanneer het kapitaal den 7en Juli gegeven is; dan zal hij voor interest /quot;29 en voor aflossing van het kapitaal Æ14,50 moeten geven, samen f 43,50. Men zie hierachter formulier 3 c).
Wanneer de schuldenaar bij vervroegde betaling eene som teruggeeft, moet deze niet onder het kapitaal, maar gedeeltelijk althans onder den interest geboekt worden. Deze toch moet op de eerste plaats worden voldaan, ook al wordt de som in den loop van het jaar gegeven, tenzij bepaald is, dat 31 Dcc. de vervaldag zijn zal niet alleen voor het kapitaal maar ook voor den interest.
Men zie dus eerst hoeveel interest hij ophetoogen-blik der betaling schuldig is, trekke dezen af van de som die hij geeft, boeke ze onder den interest en schrijve het overschot bij het kapitaal, waarvan in dit geval tot 31 Dec. de interest moet worden berekend, om dien van den verschuldigden interest op het einde des jaars af te trekken. Men zie het genoemde formulier bij hot jaar 1909, alwaar den lequot; Febr. en den 1CI1 Aug. /quot;100 betaald wordt, waarvan eerst de interest wordt afgetrokken en van het overgebleven gedeelte de interest wordt berekend, welke interest van dien der linkerzijde wordt afgetrokken.
FORMULIER 5.
Contract met den Kassier.
Twee exemplaren van dit formulier moeten worden ingevuld, wanneer men een kassier aanstelt. Hoe ver-
86
trouwbaar hij op zich zelf ook zijn moge, het Bestuur is verplicht een borg, voldoende onderpand of hypotheek te eischen en het contract te laten onderteekenen, voordat hij in dienst treedt.
Voor de borgstelling van een onderpand moet natuurlijk een andere formuul gemaakt worden en voor hypotheekstelling heeft men een notaris noodig. Voor eene gewone borgstelling is dit formulier 5 voldoende. Men kan het later laten zegelen, wanneer liet in rechten zou moeten dienen, in welk geval men eene kleine boete moet betalen. Men zal echter weldoen, met aanstonds vóór de invulling te laten zegelen, hetgeen slechts S?1/^ ets kost.
FORMULIER 6.
Opzegging van ingelegd kapitaal.
Volgens de voorafgaande aanmerkingen in het spaarboekje worden groote sommen niet terugbetaald, dan nadat zij dagen of weken tevoren zijn opgezegd. Deze opzegging nu geschiedt door het invullen en onderteekenen van formulier 6. Alleen wanneer men provisie wil betalen, kunnen groote sommen met toestemming van den Directeur opstaanden voet worden teruggegeven. De renten echter houden op te loopen in het begin der maand, als het kapitaal in de eerste helft wordt gevraagd, zoodat voor die helft der maand geen rente betaald wordt, ook al wordt de aanvraag wederom ingetrokken. In dit geval begint zij wederom te loopen in de volgende maand, evenals of de som op den dag van het terugtrekken der vraag wederom was ingelegd. Wat de leenbank zelve aangaat, dat deze met het opzeggen voorzichtig zijn moet, zullen wij hierna bij formulier 12 uitleggen.
37
FORMULIER 7.
Het Spaarboekje.
Volgens art. 5 van de statuten wordt aan ieder lid voor 10 ets. een spaarboekje gegeven d. w. z. ook aan die leden die raeenen het niet noodig te hebben. Het doel dezer bepaling is, allen aan te sporen om er gebruik van te maken. Zij, die geen lid zijn van de leenbank, betalen voor het spaarboekje 15 cents. Geen spaarboekje wordt als echt erkend, wanneer het niet door het Bestuur op de eerste bladzijde onderteekend is. Men behoort dus die onderteekening te vragen, zoodra men van het spaarboekje gebruik wil maken. De Kassier moet dan tevens op de gedrukte bladzijde aanvullen en verbeteren waar het noodig is. Verbetering is noodig, wanneer de Leenbank andere bepalingen maakt, dan die er gedrukt staan, wanneer men b. v. bepaalt dat de kleinste inlagen niet 35 ets. maar een gulden moet zijn, dat de sommen tot 500 gulden aan een zelfden persoon niet worden teruggegeven, tenzij zij veertien dagen, niet acht dagen tevoren, worden opgezegd, wanneer vervroegde terugbetaling wordt toegestaan tegen betaling van Vs niet 1lo 0/o enz.
Als een spaarboekje verloren is, en in de' plaats daarvan een nieuw wordt gegeven, betaalt men daarvoor 25 ets en de kassier schrijft dan boven op de eerste bladzijde Duplicaat en geeft aan dit nieuwe spaarboekje hetzelfde nummer als aan het eerste. Op de blanke bladzijde achter de gedrukte, kunnen nog nieuwe bepalingen worden toegevoegd, b. v. dat bij elke betaling en terugbetaling eene afzonderlijke kwitantie gegeven wordt. Wanneer men voor derden b. v. voor kinderen, voor zieke ouders enz. een spaar-
38
boekje neemt, of om andere reden den tijd bepalen wil waarop de som door den belanghebbenden mag worden teruggehaald, b. v. bij zijne meerderjarigheid, dan wordt het juiste tijdstip op de eerste bladz. in hot vierkant ingevuld. Dit kan ook dienstig zijn voor hen, die zich tot sparen willen dwingen. Zij kunnen b. v. laten schrijven, dat zij het niet mogen terugvorderen, voordat zij trouwen of een anderen levensstaat aangaan.
Ofschoon elk boekje eigenlijk zestien bladzijden bevat, moet men toch onder op de eerste bladzijde invullen. Bit hoekje inhoudende vijf bladen, enz. omdat de eerste bladzijden slechts overtollige aanteeke-ningen bevatten en van de laatste twee bladzijden telkens eene als één blad met een hoofd moeten beschouwd worden. Verder behoort de kassier het nummer van het spaarboekje, voor hij het afgeeft, in het dagboek of eerste grootboek in te vullen, omdat hij later het nummer niet meer weten zal.
Voor het invullen der kolommetjes, dient men op te merken, dat bovenaan het nummer der bladzijde diende geschreven te worden. Men plaatse dan boven het eerste hoofd op de 6e bladz. de woorden eerste blad, boven het hoofd der 8e bladz. tweede blad enz. Verder moest nog een streep getrokken over de kolom van den datum, want naast den datum moet het nummer van het dagboek worden ingevuld. In de grootste kolom schrijft men alle sommen van guldens in woorden, centen echter kan men met cijfers invullen. In de kolom tegoed moet telkens de som geschreven worden, welke de inlegger na aftrek van de uitgehaalde gelden nog te goed heeft. In het nieuwe jaar worden bij de eerste gelegenheid de renten van het vorig jaar bijgeschreven, dan oen lijn getrokken en de geheele som in het nieuwe jaar
39
overgebracht onder den naam van saldo. Bijgeschreven renten en saldo's hebben geen handteekening noodig.
De spaarboekjes zijn door de zegelwet van 1843 art. 27 letter A. no 58 en een ministerieel besluit van 29 Dcc. 1882 no 158 vrijgesteld van alle zegelrecht. Eveneens de kwitantie;n voor terugbetalingen. Terugbetalingen kunnen door den inlegger in het boekje worden geteekend, maar zij geven dan nog geen voldoende zekerheid aan de leenbank, omdat liet boekje niet in hare handen is. Daarom moet de kassier, wanneer de schuldeischer eene schuldbekentenis van de bank bezit, voor elke uitbetaling van zijnentwege een kwitantie volgens formulier 11 of 11a laten tee-kenen met een behoorlijk plakzegel. Wordt de geheele ingelegde som terugbetaald, dan mag het geschrevene niet worden doorgeschrapt; het boekje wordt dan behoorlijk gekwiteerd en blijft in handea van den kassier. Wil men dus van hetzelfde boekje nog langer gebruik maken, dan moet men niet de geheele som terug vragen, maar hot minimum, minstens 25 cents laten staan. Nog moet worden opgemerkt, dat do leenbank den eenmaal gestelden rentevoet voor hare schuld-eischers kan verminderen, wanneer zij de inleggers bij tijds waarschuwt.
FORMULIER 8.
Het Voorschotboekje.
Dit boekje evenals het volgende voor loopende rekeningen, bevat een uittreksel van het grootboek, geeft den debiteur of schuldenaar een overzicht van den stand der zaken, herinnert hem aan zijne verplichtingen en kan van nog veel grooter nut zijn, wanneer het grootboek zou falen. Het kan echter in
40
geen geval als kwitantie dienstdoen. Daarvoor dienen de formulieren 11 en 11a. Daarom weiden deze boekjes ook alleen door den Kassier geteekend, niet om eene som te kwiteeren, maar ten bewijze dat het boekje overeenstemt met het grootboek.
Wanneer een lid een voorschot ontvangt, krijgt hij zulk een boekje voor 10 ent, teekent de schuldbekentenis, formulier 12, en de kwitantie, formulier 11 of 11a, welke de kassier bewaart. Men kan echter bepalen, dat voor kleine sommen b. v. tot f 10 of f 25 noch kwitantiën onderteekend, noch boekjes gegeven worden ; maar in dit geval is zooveel te meelde onderteekening der schuldbekentenis noodig, welke door den kassier wordt bewaard en nooit wordt teruggegeven.
De verplichtingen van den schuldenaar staan, behalve op de schuldbekentenis, op do eerste bladzijde van het voorschotboekje, namelijk 1° dat het kapitaal binnen den termijn kan worden opgeeischt, hetgeen echter zonder gewichtige reden niet gebeuren zal, 2° dat twee maanden na den vervaldag de interest met 1% wordt verhoogd als hij niet betaald is, 3n dat de onkosten, op de terugvordering vallende, dooiden schuldenaar moeten betaald worden. Dat na behoorlijke waarschuwing de rentevoet kan worden gewijzigd en dat een nieuwe borg wordt geeischt, wanneer de eerste niet meer voldoende of overleden is, hebben wij reeds elders gezegd.
Eenzelfde persoon kan èn schuldeischer en schuldenaar zijn èn met loopende rekening handelen. In dat geval krijgt hij een post in ieder grootboek en ontvangt even zooveel verschillende boekjes. Ook kan hij achtereenvolgens eerst als schuldeischer in het eerste grootboek staan, vervolgens crediet verkrijgen voor loopende rekening enz.; maar in dit ge-
41
val moeten de eerste posten gekweten, de boeken en kwitantieën afgesloten of gekasseerd zijn, aleer men mot den nieuwen beginnen mag.
Hoe verder deze boekjes moeten worden ingevuld, dat verklaren zij zelve. Dat de interesten in den regel den 31 Dec. vervallen, is dikwijls gezegd. Bij voorschotten voor enkele maanden kan het anders zijn. Men zie verder wat gezegd is van Grootboek II.
FORMULIER 9.
Boekje voor loopende Rekeningen.
Ook dit boekje is slechts een kort afschrift of uittreksel uit Grootboek III en wordt dus gebruikt evenals dit Grootboek. Men schrijft rentegetallen of interest, voorschotten of depositio's en terugbetalingen, naar gelang zij in dat boek staan opgeteekend. Op het einde van ieder jaar berekent dc kassier den interest zooals boven gezegd is en levert een afzonderlijk uittreksel van het Grootboek, om den betrokken persoon te laten zien of het met zijne eigene berekeningen en met zijn boekje overeenstemt.
FORMULIER 10, II en 12a.
De Kwitantiën.
Alle kwitantiën voor een bedrag boven Æ 10, behalve de kwitantiën voor terugbetalingen op een spaarboekje, hebben een plakzegel noodig van 5 ct., welke betaald wordt door het lid, voor wien of door wien ze geteekend zijn. Om rechtsgeldig te zijn, moeten zij, evenals alle andere akten en schuldbekentenissen, geschreven zijn op zegelpapier van 221l.2 cents en in
42
dit geval kan liet plakzegel gemist worden. Die zegeling echter kan alleen dan noodzakelijk zijn, wanneer de stukken aan de rechtbank moeten worden overgelegd en de kosten daarvan komen in allen gevalle op rekening van den schuldenaar.
De Kassier moet afzonderlijke kwitantiën vragen voor al zijne uitgaven, behalve voor de volledige terugbetaling van spaargelden. In dit geval immers komt het afgesloten spaarboekje in zijne handen en moet dan als kwitantie bewaard worden. Formulier 10 wordt door den Kassier ingevuld en door hem alsmede het Bestuur onderteekend, wanneer do schuldeischer zulks vordert, of wanneer de som Æ 100 te boven gaat. Terugbetalingen echter van voorschotten kan de kassier alleen kwiteeren. Zie de statuten art 24. Kwi tantiën voor meer dan Æ100 worden door den Kassier alleen geteekend, om te bewijzen dat zij door zijne handen zijn gegaan. Immers volgens art. 23 zijn allo stukken geldig, die door den Directeur en een bestuurslid geteekend zijn en volgens art. 27 is de Kassier geen lid van het Bestuur.
Formulier 11 dient voor schuldenaars of voorschotnemers, alsook voor terugbetalingen uit de spaarbank. De aanwijzing of machtiging wordt onderteekend door den Directeur, en strekt den Kassier ten bewijze, dat hij verlof heeft om de gekwiteerde som uit te betalen. Daarom is het noodig dat de Directeur formulier 11 en 11a steeds bij de hand hebbe, vooral wanneer hij van het Bestuur de macht heeft om aan zekere personen tot een zeker bedrag ieder oogenblik eenig geld te laten uitkeeren. Dit komt vooral te pas bij kleinere voorschotten v. v. voor gezamelijke aankoopen. Om de kosten van het plakzegel te sparen, kan men de som verdeden en b. v. aan iemand die / 24- noodig heeft drie kwitanties voorleggen van acht gl. of wel
43
men kan de kwitantie ongeteekencl laten, mits men de schuldbekentenis invullo en onderteekene. Vooj'de leenbank kan de kassier zich altijd verantwoorden, wanneer hij slechts een schuldbekentenis en de gezegde aanwijzing of machtiging vertoonen kan. Kwi-tantiën, dienende voor gedeeltelijke terugbetaling of op afkorting van een en hetzelfde voorschot hebben niet ieder een plakzegel noodig, al loopt elke afbetaling boven /quot;10. In dit geval is het genoeg de eerste kwitantie mot een plakzegel te voorzien.
Formulier 11a dient vooral voor personen, die niet kunnen schrijven, voor wien hier een gevolmachtigde optreedt om de gelden te ontvangen en te kwiteeren. Om echter verzekerd te zijn, dat deze inderdaad die volmacht bezit, is het noodig dat de rechthebber zelf in persoon aanwezig zij. Zou hij niet aanwezig zijn en later ontkennen, dat hij last gegeven heeft, dan zou de bank den gewaanden lasthebber kunnen vervolgen, doch den schuldeischer moeten uitbetalen of het voorschot van hem niet kunnen terugeischen.
Men kan den betrokken persoon ook met een kruisje laten teekenen, maar men zorge dan, dat er twee getuigen aanwezig zijn en late dezen eveneens als getuigen teekenen. Zoo geschiedt ook bij de postspaarbank. Doch volgens Art. 1988 B. W. is geen betaling boven Æ800 door getuigen te bewijzen. (!) Deze kunnen dan later, in geval het noodig mocht zijn, èn de uitbetaling èn de teekening met een eed bevestigen. Voor hen die niet schrijven kunnen, kan men nog andere middelen gebruiken. Hunne vrienden of bloedverwanten kunnen op hunnen naam gelden inleggen en ze dan op dezelfde wijze terughalen of men kan
(1) Het arrest van don Iloogen Baad van 21 Jan. 1S0S geeft genoegzaam te kennen, dat dit getuigenis vuliloende is, en voor do rechtbank kan dienen, als liet door een ted bevestigd wordt.
44
hunne spaargelden aannemen, zonder hun een kwitantie of een spaarboekje te geven.
FORMULIER 12.
Schuldbekentenissen.
Wanneer ren lid na behoorlijke borgstelling van het Bestuur verlof heeft gekregen, om geld uit de kas tc leenen, dan behoort hij met zijn borg eeno schuldbekentenis volgens formulier 12 te onderteekenen. Vooraf moeten alle open plaatsen van dezen schuldbrief worden ingevuld en nauwkeurig moet worden aangeduid met welke gedeelten en welke termijnen hot kapitnal zal worden terugbetaald. Volgens de tweede op den schuldbrief gedrukte voorwaarde en volgens art. 48 der statuten kan elk kapitaal één maand ra de opzegging worden teruggevorderd. Die termijn moge te kort schijnen, men wete dat de bank or geen gebruik van maken zal, wanneer het belang van de bank of van de borgen zulks niet vorderen. Wanneer de toestand van den schuldenaar verergert, zoodat het voorschot in groot gevaar komt. dan is het noodig dat zij het geleende kapitaal spoedig kan opeischen en een opzeggingstermijn van maanden zou dan veel te lang zijn.
Ofschoon het niet met woorden is uitgedrukt in deze formuul, spreekt het toch vanzelf dat de schuldenaar het kapitaal geheel of gedeeltelijk kan teruggeven binnen den bepaalden termijn, zonder dat hij dit tevoren behoeft aan te kondigen; want het is de taak der Vereeniging de afdoening van schulden zoo gemakkelijk mogelijk te maken. Daarom leest men ook in do laatste alinea van art. 4»; der statuten, dat vervroegde terugbelaling altijd geoorloofd is. De derde
voorwaarde is, dat 1 0/0 meer dan do bedongen interest zal moeten betaald worden, als de schuldenaar zijne renten twee maanden na den verschijndag niet ten volle heeft betaald. Men zal die boete echter niet invorderen, als de schuldenaar niet tijdig is gemaand geworden. Dat de gewone rente ook in dit geval blijft loopen tot den dag der betaling, zal elkeen begrijpen.
De vierde voorwaarde is, dat de rentevoet door de Vereeniging kan worden gewijzigd, doch ook dit moet bijtijds aan den belanghebbende worden bekend gemaakt, opdat hij de schuld kunne inlossen, als hem de rente te zwaar valt. Men kan hem beduiden, dat hij binnen een of twee maanden het kapitaal moet teruggeven, wanneer hij met de vermeerdering dei-rente geen genoegen neemt.
De vijfde voorwaarde is, dat de schuldbekentenis na afdoening der schuld door den kassier wordt teruggenomen, opdat deze zich voor de Vereeniging kunne verantwoorden. De kassier echter moet haar voor de oogen van den schuldenaar kasseeren en met voldaan teekenen. Is dit voor den schuldenaar zei ven niet voldoende, dan geve men hem voor elke terugbetaling eene kwitantie volgens form. 10. Wanneer men de schuldbekentenis laat zegelen, kan men ze den schuldenaar teruggeven, mits deze de noodige kwitantiën geteekend heeft. De zesde voorwaarde heeft geen verklaring noodig.
Wat de borgen betreft, behoort de kassier te zorgen, dat zij in eigen persoon onderleekenen. Wordt een borg onbekwaam en een nieuwe aangenomen, dan doet men beter met de eerste schuldbekentenis te kasseeren en een nieuwe te schrijven, dan met de eerste opnieuw te laten onderteekenen. Bij verpanding van papieren van waarde worden de regels, die
4B
den borgtocht betreffen, doorgehaald en de verpanding slechts aangestipt door den kassier.
Verder verhoede men, dat de leden geen geld opnemen voor derden en als schuldenaars optreden, terwijl die derde zich als borg aanmeldt. Ook moet men toezien, dat geen personen teekenen, als vrouwen, kinderen, erven enz. die niet in het volle bezit zijn van het burgerrecht, of op wie niets te verhalen is. Eindelijk behoort men toe te zien, dat geen panden gegeven worden, die op naam geschreven zijn en dus door de bank niet kunnen worden opgevorderd, zooals postspaarboekjes, tenzij zulk pand door een afzonderlijke akte op den naam der bank worde overgeschreven. Zie verder wat in de Verklaring omtrent borgtocht gezegd is.
FORMULIER 13, 13a en 13b.
Contract voor loopende rekening.
Wanneer de bank met een lid loopende rekening aangaat, behoort vooraf formulier 13, als men met rentegetallen werken wil en 13a, als men telkens den interest berekent, ingevuld en onderteekend te worden. Wat de kwitantien betreft gelden hier dezelfde opmerkingen die bij formulier 11 en 11a gemaakt zijn. Voor het wijzigen van den rentevoet en voor den borgtocht, verwijzea wij naar hetgeen zooeven gezegd is over gewone schuldbekentenissen.
Volgens de vierde voorwaarde wordt bij het einde des jaars door den kassier mededeeling gedaan van den stand der zaken en wordt daarvan door den betrokken persoon schriftelijk bewijs gegeven. Dit bewijs is niets anders dan formulier 13b, behoorlijk ingevuld en onderteekend. Waarbij nog kan gevoegd worden, dat de renten zijn uitbetaald of bijgeschreven.
47
FORMULIER 14.
Uitstel van betaling.
Volgens art. 46 van de statuten kan om bijzondere ivdenen tot in het tweede jaar uitstel gegeven worden voor het terugbetalen van een voorschot dat voor één jaar of minder gegeven was. Een langer uitstel mag slechts in uiterste gevallen gegeven worden. Is het noodzakelijk, dan moet een nieuw voorschot voor meerdere jaren worden toegestaan en een nieuwe schuldbekentenis worden onderteekend. Ook kunnen voorschotten die voor meerdere jaren gegeven zijn, wat het kapitaal, niet wat de renten betreft, worden aangehouden. Men leze wat wij daaromtrent in de Verklaring der statuten geschreven hebben ad art. 46. Uitstel moet aan het Bestuur worden aangevraagd door formulier 14. De aanvraag om verlenging van den termijn moet door denzelfden schuldenaar en borg onderteekend worden. De borgen stellen daardoor geen nieuwen borgtocht, want deze blijft vanzelf bestaan, zoolang de schuld niet betaald is, maar zij geven alleen te kennen, dat zij met de verlenging instemmen. De onderteekening van andere personen heeft geen waarde, tenzij om een nieuw voorschot te verkrijgen. Zoowel bij verlenging als bij het toestaan van nieuwe voorschotten wordt nieuwe provisie voorgeschreven.
FORMULIER 15.
De Maning.
Weinig schuldenaars kunnen er toe overgaan om op hunnen tijd te betalen. Zij kunnen hunne slechte
48
gewoonte niet afleggen on raceten altijd gemaand worden. Daarom hebben sommige banken den regel aangenomen, dat zij reeds acht of veertien dagen vóór den vervaltermijn iederen schuldenaar aan zijne verplichtingen herinneren. Dit behoort in allen gevalle te geschieden binnen veertien dagen na den vervaldag van kapitaal of renten. Tevens wordt de schuldenaar eraan herinnerd dat de rentevoet verhoogd wordt volgens no. 3 van de voorwaarden van zijne schuldbekentenis. De kassier moet in de eerstvolgende zitting de zaak voor het Bestuur bloot leggen. Dikwijls zal het wenschelijk zijn, dat ook de borg wordt gewaarschuwd, om de maning meer kracht bij te zetten. Wanneer de eerste maning niet baat, volge spoedig een tweede en strengere, opdat de zaak niet in vergetelheid gerake. Eindelijk volge eene gerechtelijke aanzegging. Alle kosten van zulke maningen komen ten laste van den schuldenaar en de Vereeniging zal wel doen, als zij voor iedere maning een bepaalde vergoeding vordert. Dag en datum der maningen moeten natuurlijk in het brieven-dagboel: no. 17 of elders opgcteekend en de porto kosten en andere bijkomende kosten kunnen ook aldaar verrekend worden ora ze later gezamelijk in het dagboek en de grootboeken op te teekenen.
FORMULIER 16.
Van dit formulier zijn twee uitgaven. De eerste is een opzeggingsboek, waarin men kan opteekenen de opzeggingen, welke een schuldeischer doet, alsmede wanneer sluiting wordt verlangd van eeno loopende rekening. De andere uitgave is een notitieboekje voor alle bestuursleden, dienstig zijn, om b. v. aan te teekenen voor wie, voor hoelang, voor welk doel
49
en met welke borgstelling crediet gevraagd wordt, wanneer vergaderingen worden gehouden, welke verplichtingen men op zich genomen heeft enz.
FORMULIER 17.
Brieven-dagboek.
Hier wordt de ontvangst en verzending van alle in- en uitgaande geschriften aangeteekend, niet alleen om daarvan een overzicht te hebben, maar ook om de porto's te berekenen. Ook mondelinge maningen worden hier opgeschreven.
FORMULIER 18.
Presentielijst.
De namen der leden worden hier met het nummer, dat zij in het register hebben gekregen, zooveel mogelijk in alphabetische orde geplaatst en onder de datums der vergaderingen wordt met een enkele letter of teeken aangeteekend of zij aanwezig zijn of niet, met of zonder verschooning.
Men schrijve b. v. een streepje voor de aanwezigen, het cijfer of merk 1 voor hen die reden hebben gegeven of zullen geven van hunne afwezigheid, een kruisje voor hen, die de boeten voor hunne afwezigheid hebben betaald en late het overige blank, totdat men daaromtrent is ingelicht. Van hoe groot belang het is, dat de algemeene vergaderingen getrouw worden bijgewoond is elders aangestipt. Hoe groot de boeten moeten zijn en op welke wijze zij betaald worden, bepale de Vereeniging zelve volgens de toelichting ad art. 43 no. 9 in de âVerklaring.quot; In allen
4
50
gevalle wachte men met de betaling der boete niet tot eenc volgende algemeene vergadering.
Register der leden. t
Zoo spoedig men dit register ontvangen heeft, schrijve men daarin de Statuten, de namen der bestuurders, leden van den Raad van Toezicht, Kassier en zende het daarna naai' den kantonrechter om het te laten kantteekenen en waarmerken, hetgeen kosteloos geschiedt. Nu kunnen de leden daarin hun naamteeke-ning plaatsen en kan het verder worden ingevuld, zooals het register dit zelf aanwijst.
Men late tusschcn de namen der beheerders voldoende ruimte om later bij herkiezing of bij verkiezing van andere beheerders, gemakkelijk hunne namen te kunnen inschrijven of daarachter een aanteekening te plaatsen.
Men leze goed het uittreksel der wet op de Coöp. Vereenigingen, dat vooraan in het Register opgenomen is.
Het behoeft geen betoog, dat de invulling van het register alleen geschiedt âvoor zooveel dit den leden betreft, zoodat de Rekening van stortingen alleen ten aanzien der leden wordt ingevuld. De invulling van deze geeft eigenlijk overbodig werk, daar dit alles blijkt uit de boeken. De wet op de Coöperatieve Vereenigingen eischt het echter en aan hare voorschriften moet voldaan worden.
Dit register wordt van wege de Centra'e Bank te Utrecht verstrekt. Zie hierover de toelichting ad art. 5, 7 en 8 in de âVerklaring.quot;
Zou het gebeuren dat een of ander lid niet schrijven kan, dan late men op de plaats bestemd voor de hand-teekening door twee getuigen eene verklaring onder-
51
teekenen als de volgende: De onder get eekenden verklaren op heden den.......dat N.N. is of zijn toegetreelen
als lid of als leden der coöperatieve Boerenleenbank alhier dat hij of zij zich onderworpen heeft (hebben) aan de statuten, en de hoofdelijke aansprakelijkheid heeft (hebben) aanvaard.
Is hiervoor geen ruimte genoeg, dan schrijve men deze verklaring in 2 vakken en make de verdere ruimte van het tweede vak door een inktstreep onbruikbaar.
FORMULIER 20, 21 en 22.
Hoe de notulen der vergadering moeten geschreven worden, hebben wij hiervoor en in de â Verklaringquot; ad quot;art. 35 reeds gezegd. Hier valt nog alleen op te merken dat het notulenregister voor de Bestuurs-vergaderingen niet voor andere vergaderingen mag gebruikt worden. Alleen dan, wanneer het Bestuur tegelijk met den Raad van Toezicht vergadering houdt, gebruikt men het Notulen register van het Bestuur, formulier 20. De Kassier zorge ervoor, dat telkens behoorlijk onderteekend worden
FORMULIER 23, 24, 25 en 26.
De Rekening.
De statuten spreken in de art. 2H, 6° en 9°, 30, 6° en 46, 3° van eene jaarüjksche verantwoording door het overleggen van de rekening en de balans met de bewijzen en kwitantien, welke voor 1 Mei aan het Bestuur en de alg. Vergadering moeten worden overgelegd. Door de rekening verstaat men een overzicht van den omzet van het geheele jaar.
Zij moet het bewijs leveren, dat alle boeken in orde zijn en stof geven voor het opmaken der balans.
52
Aleer men de rekening kan opmaken, moeten de rentesaldo's betaald of bijgeschreven zijn, als boven gezegd is. Zij moet in de maand Maart gereed zijn, opdat zij tijdig aan het Bestuur kunne worden voorgelegd. Om ze gereed te maken, heeft men drie bijlagen noodig, welke wij een voor een moeten behandelen.
I. De eerste bijlage is een uittreksel uit het eerste grootboek, hierin bestaande, dat men de eindsommen van iedere bladzijde uit dit grootboek in tien kolommen op een afzonderlijk blad bijeenbrengt. De namen van schuldeischers en schuldenaars mogen hier niet worden vermeld.
In de eerste kolom schrijft men de bladzijde van het grootboek, in de tweede de sommen die de schuldeischers in het begin des jaars te goed hadden; in de 3e de ingelegde gelden met bijgeschreven renten van het loopende jaar; in de 4e het totaal der twee voorgaande kolommen; in de 5e de sommen, welke in den loop des jaars teruggegeven; in de 6e wat de schuldeischers op het einde des jaars nog ce goed hebben; in de 7e de renten, die in den loop of op het einde des jaars betaald moesten worden; in de 8e de renten die betaald zijn ; in de 9e de renten, die bij het kapitaal van dit jaar zijn bijgeschreven.
Nu moeten na de optelling der kolommen de som van de 4e kolom overeenkomen met de 6e van het dagboek, die van de 5e met de lie, die van de 6e met liet saldo van de 6e van het dagboek.
II. De tweede bijlage is een uittreksel uit het tweede grootboek en bevat 12 kolommen. In de le schrijft men de bladz. van het grootboek; in de 2e wat ieder schuldenaar op het einde van het vorig jaar schuldig was; in de 3e de schulden die hij gemaakt heeft in het loopende jaar; in de 4e wat hij
53
in dit jaar heeft terugbetaald ; in de öe de schuld die op het einde des jaars is overgebleven ; in de 6e de renten, die hij in dit jaar had te betalen ; in de 7e de renten die hij betaald heeft; in de 8e de res-teerende renten ; in de 9e do renten, die op 31 Dec. verschuldigd maar nog niet betaald behoeven te worden, in de 10e de provisie die betaald moest worden, in de 11e de betaalde provisie; in de 12e de restee-rende provisie; in de 13e de noodige bemerkingen omtrent terugbetalingen, borgstelling enz.
Na alle kolommen to hebben opgeteld, moeten de sommen van de 2e en 3e kolom te samen overeenkomen met de som der uitgaven in de 12e kolom van het dagboek, die van de 4e met de 7e van het dagboek, die van de 5e met ⢠het saldo dor 7e van het dagboek.
III. De derde bijlage is een uittreksel uit het grootboek voor loopende rekeningen. In de eerste kolom plaatst men wederom de nummers der bladzijde van dat boek, in de 2e het tegoed der bank op het einde van het vorig jaar, in de derde haar schuld op het einde van dat jaar, in de 4e de ontvangsten, in de 5e de uitgaven der bank van het loopend jaar, in de 6e het tegoed, in de 7e de schuld van de bank op het einde des loopenden jaars, in de 8e de gebeurde, in de 9e de uitbetaalde renten, in de l^e de gebeurde, in de 11e de uitbetaalde provisie en kosten.
Nu moet de som der 2e en 4e kolom overeenkomen met die der Be van het dagboek en die der 3e en 5e met de 13e van het dagboek, terwijl de 6e moet overeenkomen met het overschot, de 7e met het tekort in de 8e kolom van het dagboek.
Na deze drie bijlagen te hebben opgemaakt, kan men tot de samenstelling der rekening overgaan. Eerst schrijft men de ontvangsten, daarna de uitgaven en wel in
54
de le kolom een volgnummer, in de 2e het onderwerp in de 3e het bedrag en in de 'le de bijlagen waaruit de sommen genomen zijn.
Tot het onderwerp behoort:
1quot;. de inhoud der kas bij het opmaken der voorgaande
rekening, op 31 Dec. van het voorgaande jaar. 2°. de gelden der spaarkas, genomen uit de 3e kolom
der le bijlage.
3°. de terugbetaalde voorschotten uit de 4e kolom der 2e bijlagen.
4°. de ontvangsten in loopende rekening uit de 4e
kolom der 3e bijlage.
5quot;. de prijs waarvoor waardepapieron, goederen en meubelen in dit jaar verkocht zijn, voorts de aangekochte roerende goederen, effecten enz. nog aanwezig zijnde, voor zoover die niet onder 4° begrepen is. Zie wat hierover boven gezegd is. 6°. diverse ontvangsten n.l. interesten uit de 7e der 2e en de 8e der 3e bijlage, ook provisie en kosten uit de 11e der 2e en de 10e der 3e bijlage. 7°. buitengewone ontvangsten, als boeten voor het verzuimen van vergaderingen, het schenden van geheimen enz. subsidien, giften, enz.
Als uitgaven schrijft men :
1°. het tekort uit de rekening van het vorig jaar,
wanneer dit aangeteekend was.
2°. de som der terugbetaalde spaargelden, genomen
uit de 5e kolom der le bijlage.
3°. de gegeven voorschotten uit de 3e kolom der 2e bijlage.
4quot;. de uitgaven in loopende rekeningen uit de 5c
kolom der 3e bijlage.
5°. de prijs waarvoor waardepapieren, goederen en duurzame meubelen in dit jaar gekocht zijn, voor zoover die niet onder 4e begrepen is.
55
6quot;. diverse uitgaven, als interesten uit de 7u kolom der le bijlage eu de 9e der 3e bijlage, de provisie en kosten uit de l ie der 3e bijlage. 7quot;. buitengewone uitgaven als kosten voor liet manen van schuldenaars, voor porto's, zegels, behalve die in de 11e der 8e bijlage zijn opgenomen, voor boeken, formulieren, kantoorbehoeften, salaris, bijdrage in de kosten van Inspectie, enz.
Nu moet de som der ontvangsten van 6° en 7° overeenkomen met de 9e kolom van het dagboek en de som der uitgaven onder dezelfde nummers met do U kolom van het dagboek, terwijl de som van alle ontvangsten gelijk moet zijn aan de eindsom der 5e en die der uitgaven aan do eindsom der lOo kolom van het dagboek. Het verschil moet das ook overeenkomen met het saldo in de 5e kolom van het dagboek.
Zoo heeft men een overzicht van den omzet, van alle ontvangsten en uitgaven in het loopende jaar en tevens een bewijs dat de grootboeken met het dagboek overeenstemmen. Bovendien heeft men de stof voor het opmaken der balans.
De Balans.
De balans moet een nauwkeurig overzicht leveren van alle schulden en vorderingen der leenbank, van de activa en passiva, waaruit men kan opmaken wat zij in eigendom bezit of te kort komt. De balans is dus eene vergelijking van de activa en passiva, waaruit de winst of het verlies wordt opgemaakt. Men kan actief en passief evengoed als in de rekening onder elkander schrijven; beter echter plaatst men ze naast elkander. Men schrijft dan:
1quot;. den inhoud der kas op het einde van het loopend jaar, niet van het vorig jaar.
56
2°. de uitstaande voorschotten, genomen uit de 5e kolom der 2e bijlage.
3°. het tegoed uit de 4e kolom der 3e bijlage.
4quot;. de waarde der papieren, effecten enz. volgens den koers op 31 Dec. Is de koopprijs of de nominale waarde begrepen onder het voorgaande, (zie wat hierover boven gezegd is) dan wordt hier slechts de meerdere waarde aangestipt en wordt de vermindering der waarde onder het passief gebracht.
5°. De waarde welke roerende en onroerende goederen en duurzame meubelen op 31 Dec. hebben ; waarbij echter valt op te merken, dat hier alleen die meubelen in aanmerking komen, welke voor vreemden waarde hebben, dus geen formulieren, veel minder gebruikte boeken, stempels enz. en dat de waarde van den inventaris der meubelen jaarlijks met minstens 5 0/0 moet verminderd worden. (1)
6°. Verschuldigde, maar nog niet betaalde interesten, provisie en kosten uit de 8e, 9e en 12e kolom der 2e bijlage.
7°. het eventueel verlies of tekort uit de balans van het voorgaande jaar.
Order het passief komt te staan:
1°. het eventueel tekort in kas op 31 Dec. van het loopend jaar.
2°. de gelden der spaarkas uit de 6e kolom der le bijlage.
3°. de schuld van loopende rekeningen uit de 7e kolom der 3e bijlage.
4°. de renten, provisie en administratiekosten, welke
57
de bank nog zou moeten betalen, hetgeen echter zelden gebeuren zal, omdat zij voor het opmaken der rekening alles betaalt of bijschrijft. 5°. onzekere vorderingen en verliezen. Men schrijft hier alleen de waarde op van vorderingen, welke zeker of waarschijnlijk voor de bank verloren zijn in zoover zij verloren zijn en onder de activa als geboekt staan.
6°. het fonds uit de balans van het voorgaande jaar.
Na alle kolominen te hebben opgeteld, trekt men het passief van het actief en vindt alzoo de zuivere winst of het verlies, met andere woorden het fonds. Kekening en balans moeten tijdig aan het Bestuur en den raad worden voorgelegd. Beiden moeten ze onderzoeken en vaststellen 1° de som der ontvangsten en uitgaven van de rekening en het verschil tusschen beide of den inhoud der kas 2° de som dei-activa en passiva van de balans, waaruit het reservefonds wordt opgemaakt.
üe voorloopige vaststelling wordt door alle leden van het bestuur onderteekend, de definitieve door de leden van den Raad van Toezicht. Men zie verder de modellen hierachter, form. 26 en 27. Afzonderlijk gedrukte formulieren zijn niet noodig. De Kassier make ze zelf en schrijve ze over in het notulenregis-ter. Minstens moet de afsluiting in de notulenregisters van het Bestuur en den Raad van Toezicht worden overgeschreven. Men denke er aan, dat de goedgekeurde Rekening en Verantwoording binnen een maand ter griffie van het kantongerecht moet worden gedeponeerd. Niet nakoming van dit voorschrift kan volgens de Coöperatiewet aanleiding geven tot heffing eener boete tot /quot;75 ten laste der nalatige bestuurders,
58
Men hechte niet lo veel a-.in do cüfer.s in deze en de volgende voorbeelden. Deze zijn ylechts bijzaak; de bedoeling iw alleen te laten zien boe do ronnulitren ingevuld worden.
Form 1
|
tij O quot;o cjld. Loopen- Kosten de Reke- amp; Diverse ontvangsten. ct. gld. ct. gld. ct. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Afsluiting der m and 2366.50 2012 50 200.- 154.00 â do | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
A. Wils, alhier A. Vos â de Centrale Bank J. Mol, alhier
E. Smcets de Kassier
?) n
de Directeur A. Mol.
F. v. Mil A. v. Erp A. Vos H. Bol A. Wils
de Centrale Bank E. s meets
10 -
D
O
Afrekeii indent vangsten 2641 76 2016 II 10 â 450 165 65 des jaars (uitgaven 2613 62 200:-; 625,0817580 i 60:49 in kas tekor. 1 86 1816 11| 615|08 1308 05, 105 16
1
4
Naam en Woonplaats.
O N T VANGSTEN II
1
6
Inlagen bü de spaarbank en Bà geschreven Interest, ct.gld. ct.igld.
JIl
8 0
Interest, Proviamp;ie,
Te rug be taalde Voor-scliottcn i ingen aan de bank
In hel. goliecl.
c
bc
|
14 1 Hec. ill 3 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
-135 10 -2501-
250 -
360
3 60 001
01 77 40
0 77 2 40 0 08 805
0 08 8 05
1898
lu'^ 16
1921 27 1S1611:
Saldo van 1897
59
UI T O A V E N. 11
12
Tcruu
V oor-
In liet betaald jschotton door de gedaan gelieeJ. Spaar- door de bank. bank.
AANMERKING KN.
Ill
13 14
Interest, Provi-Loopen- sie, Kor-de ten en Reke- Diverse ningen. uitgaven.
1
11
10
gld. ct. gld. ct. gld. ct. gld. ct. gld. ct,
Handleiding,Veiklaring mot formulior
Statuten
Subsidie
10 ct. voor spaarboekje
1 50
3 00
150 3 -
|
1500 -100 - 1004 50 200 - 200 - 1 500 -1 |
voor 6 maanden provisie en voorscliolbockje ontvangsten 1650,80 uitgaven 1604.50 in kas f 46,30 goedgekeurd De Dircrtenr : 10 ct voor spaarboekje ïhi. Beat uur slvl: zonder opzegging. pCt provisie van f 100. voor een jaar ontvangsten f 2366,50 uitgaven â 2304,50 in kas /quot;62,00 voor drie maanden voor brandkast voor formulieren salaris verschotten reiskosten voor oprichting bijgeschreven interest betaalde â bijgeschreven â betaalde â ;; n bijgeschreven â b;1geschr. interest min provisie. rekening totaal der overschotten /quot;1921,27 â â tekorten -1923,13 te kort f 1,86 eoedaekeurd |
1500 -
100,
100 - 1500 -
4 50
500 -
450
40 -
150 3 -3 60 2 88 001
8 05
öj â 60 4!)
I I
1
50 3 -3,60
60
|
SPAARBOEKJE No. 1. Forkuueh 2a.) |
Naam en Woonplaats. Antomus MOL, Zoon van Hubertus MOL, nlhier |
|
Terugbetalingen door de I Spaarbk. liente berekend tot | ||||||||||||||||||||
|
ONDERWERP. |
| |||||||||||||||||||
Nummer DATUM van hei-Dagboek.
1897
1898 1 April
3 24 25 26 83
31 Dec.
1899 4 Mrh 31 Dec.
97
30 32
e:-26 20
32 20
10
20 95
88
ieruggehaalJ zonder opzegging
'/gt; o/0 provibie van /quot;50 betaalde renten kapitaal-saldo
terugbetaald bij te schrüvon renten saldo
150 - 1 1153 60 !
1303 60 250 -
117988
929
SPAARBOEKJE No. 2. Fkanciscus van MIL alhier.
|
Fopmuliee 2b). | ||||||||||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||||||||||
ei
|
Crld.l Ct. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Saldo viin 1898 bijgeschreven renten |
|
Inlagen in de Spaarbank.
11
KAPITAAL.
10
Rente berekend tot :quot;/ii
Nummer
van iiet
üai)150ek
|
13 |
14 |
|
Aantal |
Bedrag |
|
Maan | |
|
den. |
Gld.jCt. |
12 ad.
2.88 °/.
ONDERWERP.
95
Saldo van 1899
17,
aao
3
quot;23
60 04
12
23 9
04
24
12
|
20 Oct. |
5 |
Ingelegd |
1000 - |
|
1898 31 Dec. |
92 |
Saldo van 1897 bygeschreven interest |
1000 800 21'84 |
|
1899 |
--â |
Saldo van 1898 |
82184quot; 32184quot; |
H2
Formulier .'ia/.
Naam on Woonplaats
van den schuldenaar Henricus Bol alhier:
van den borg of de borgen: W. Mol te N. J. Buis te N. en W. Roost te N.
a fl
1897
:30/ n
DE SCHULDENAAR MÃET BETALEN.
|
RENTE BEREKEND. | ||||||||||||||||||||||
|
3) (D ⢠^ 9 : O -p «3 -r gt; P |
| |||||||||||||||||||||
|
16.26 | ||||||||||||||||||||||
|
31/. 12 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
m
Kapitaal f5lt;Kgt;. Rente 3 8-t 0/o
gt-leend den 30 Nov. LSUT. Vorvalda' den 31 Deo. toiug te betalen binnen vijf Jaren jaarlijks f 100.
HEEFT BETAALD.
RENTE BEREKEND.
Renten Aantal
JÃ: o Kosten , : , maanden D , Aanmerkingen.
- - Ivapilaall van tot Bedrag.
^ C 61) 011 oi
* f. s provisie. dagen.
i;
Wl4
n; 31/l2
8/4
L'U /
7 74 201 66
10
|
11 12 13 15 1(5 18 | ||||||||||||||||
|
1897 30 11 31 1 ' o'C I »1 31/ 12 12 : /(gt; 12 |
| |||||||||||||||
niets betaald
niets betaald
afgelost den 31 Dec. 1903
B4
Formulier 3b Naam en woonplaats
van den schuldenaar Anselmus VOS zoon van Hubertus. van den borg of de borgen Joannes WILLEMS zoon van Antonius alhier en Gerardus FRANKE te N.
De schuldenaak moet beialen.
No. van het dagboek.
2
Kosten
en provi. sie.
Datum
Kapitaal
van tot
bedrag. 8
Aanmerkingen
Rente te berekenen.
maan-den of ! dager.
0 | 7
1(i/io 'Ivz 31/l2
l1^ 1
2
51/, 4
100 90 80 60 10
48 29 51 05 13
60
Vi
Vs
16 â
1/3 15/8 13/l2
1
wegens te late betaling, porto's en plakzegels.
8amp; 100
46 86
32;
3'/io 1/l2 31/l2 1I?gt;
10/8 12
1ll2 31/l2 Vs 15/8 15/l2
l1^ 21/2 ^/2 10 14
05 08 29 60 45
boete van te late betaling porto's en zegels.
247 !86 3 381
|
10 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Kapitaal f 100. Rentevoet 3,84 0/0 maandelijks 32 ets.
Provisie 1/2 %. Vervaldag 16 April 1898.
Geleend den 23 Oct. 1897.
Terug te betalen binnen een hall' jaar.
Renïex berekend
iiiaau
beJnig-
ilagen. ]G 17
Aanmerkingen
tot 15
U
18
Afgelost 81 Doe.
|
heeft betaald | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
J3 10:â 10 â 20 â 50 â 10 â 100 | |||||||||||||||||||||||||||||||||
^/,0
'/,2
31;i2
'k
10/8 12/12
31/l2 « !
()60:
|
26 | |
|
2 47 | |
|
3 33 | |
Afgelost 31 Deo.
10 â 1(1 â
20 â 50.-. 10 â
__1_L
100 -
66
Formulier 3 c)
Naam en woonplaats
van den schuldenaar Bernard VOS alhier van den borg of de borgen: le hypotheek.
De schuldenaar moet betalen
|
AANMERKINGEN. 9 | |||||||||||||||||||||||||||||
,
aa' bedrag, gen. :
1471 29:-
:h rln
i 1485.50 Vi â I 3058!
360! 59142
180 quot; L
29i09 2909
1454.92 â¢/! i/-
ll-
31/l2|
58:18
32
82
io V. Viu
VlO 31/l2
12
2701 90
42 ö6 1422
1422 33
56188
li-I
31
1388 88
360, 55 55
34
45
1354:43; V, !3V12
54 17
; 1354 43 i 7166
541
25165 2565 quot;öïiSÃ
180^
Vt 30/l2
1282 77
I'll
38 70|
1224 07 '/i â¢0,,/I., 244 07
360
4976
1000-
40-4 58
35;41
32 93
823 33 ..
» i « i
1901
1902
1903
1904
1905
1906
1907
1908
1909
1910
(gt;/
kapitaal Æ1500 Rentevoet 40/o
geleeiul den 7 Juli 1900 vervaldag 81 Dec.
terug te betalen bij amortisatie van 2 quot;[o jaarlijks de som ran j 90.
|
heeft- betaald. renten berekend. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
i
(58
Formulier 4a)
Naam en Woonplaats van den betrokken persoon, instelling of Vereeniging.
DE CENTRALE BANK TE UTRECHT.
De borgstelling of naam en woonplaats van de borgen.
|
11 n 40233 183Ã1 2 33 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1902 2851 64 Vi 31/i2 360 10251 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Provisie
en kosten.
4
igld. ct
:
No van het dagboek.
800 30
12 »
Formulier 4b)
Naam en woonplaats van den betrokkene, Ant. WILS. De borgstelling of naam en woonplaats der borgen Geb. MES alhier. Rentevoet 3 %
Door de boerenleenbank verzonden ol beeft te goed.
Renten berekend.
Onderwerp.
2
!
I I C Bedrag §
\lt;
Rente getallen.
9
Aantal dagen
Kapitaal van tot 6 7
1
1900 [
24/i2| 31/i2|
10 ild.ct.
â 22
gld. |ct.
4000| | 600'â-''Tr)
10
/l231/l2 20
verzonden 11
verschil ren-tegetallen.1 saldo â
-0/. Vs
â¢lvi
190 150 1
43 33 16 67
60 00
2483;
35,17
11
voorschot 11
terugbetaald
Vl0Pr- ) bjjg
rente ) UIJë-
2000 1000 2000 4
35] 17 503917
360
41 37
1901
h 31/12
69
Crediet f 10.000.
Stel dat de Rentevoet voor de Leenbank 3 0 0, voor de Centrale Bank 4 % is.
Van de Cetitrale Bank ontvangen.
Konten berekend.
No. ;
van____
het Onderwerp. Kosten| Rente.
|
2660 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
S 3 rt Q , ? cn Kapitaal van getal provisie 12 13 1-1 15 16 17 18 19 Slid. ct. gld. jet. | ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
|
5002 33 |
|
Crediet 10,000. Provisie Vio 0/o- Rentevoet 4 0/0 voor alle kapitalen ter linkerzijde, 3 0 0 voor die ter rechterzijde. Rentevoet 4 0/0 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
70
Formulier 23.
Uittreksel uit Grootboek 1
De leenbank is schuldig aan kapilalen.
â¢id
O) O â¢O
O O
De Leenbank
|
cq Saldo's bij hel be^iii van het dienstjaar. ingelegd in het dienstjaar met bij geschreven interest. totaal dor twee voorgaande kolommen. heeft in het bl£e0pdebset dienstjaar 011 terugbetaald Jh'uldi | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Formulier 24. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Uittreksel uit Grootboek II
is be-
was te betalen
6
taald. 4
9
I
o I De Leenbank lieeft aan
kapitaal te vorderen:
--ân--
(gt;â g Saldo's uit iNieuwe kapi-vroegere â¢alon van het s jaren, i dienstjaar.
12 3
diensïiar^fg einde van temgbe hetdienst-
jaar over.
Aan interesten van het dienstjaar.
â rest te taald. betalen ^âen
8
34
39
40
45
46
47 â 48
100 400 100
52
1U0
80 45 3 1
3
80 â 45 â
50 100 1000 400
50
50
3 50 30 50 10 â
80 50 10-
100
2000 1400 â 100 2 50
100 â 1000 -300 â
2000 â 1000 -I
4400- 173 â 169:
3502 50 1650âi
I
71
voor het jaar 1900.
Aan interest van dit jaar
i
is bij liet kapitaal geschro ven.
9
bemerkingen.
Sm. Ils
20 220 20
H4
50 9 55 9 â 1 - 1 -
o| _
10
220 7ö
interest geschonken.
7Ã â 84 50 i
9 â
I
Ci
!»55
371 25 230 75 150 50
voor het jaar 1900.
Aan provisie en kosten in dit jaar.
was te betalen.
10
quot; ^taaldj
12
11
be m e r k i u ge it.
â 60 510
2r
770
-60 5 â 2-
7 60
10
10
72
Formulier 25.
Uittreksel uit Grootboek III
-4âgt; |
8 Bij het be^in van het D , . . 1 fj. Bij het einde van het
jaar had de leenbank } ionnK.,..L' jaar heeft de leenbank
oen saldo (le l^nbank. galdo_
^ lt;amp; i . . \ | i [ i r~
|
Iquot; quot;quot;Equot;8quot; uitgave., ontvangon.' ge^en. omvang- nit^on. 1 : 2 i 3 4 ; 5 ' 6 . 7 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Formulier 26. |
Rekening van
Nummer
Bedrag Gld. Cr.
O N TV A N G E N.
Bijlage.
1
De inhoud der kas van 31 Dec. 1899
73
|
voor het jaar 1900. | ||||||||||||
| ||||||||||||
|
SojâI 9 75 1 70 1H88 74 95 |
25 10 5 75
(i 32 : i | | | | | I II
126 65; 25T0; 28 95: 9 75!
het jaar 1900.
UITGAVEN.
|
in kasa f |
|
Tekort dei- kast op 31 Dec. 1898 Terugbetaalde spaargeh len Gegeven voorschotten Uitgaven in loopende rekening De prijs van gekochte waardepapieren, goederen en meubelen
8 9 10 11 12
13 Diversen; interesten, provisie en kosten
14 Buitengewone uitgaven
74
Formulier 27
Balans van het
Actief of vorderingen.
De inhoud der kas van 31 Dec. ÃKX) Uitstaande voorschotten o, Tegoed in loopende rekening
4 Waarde (of meerdere waarde) der papieren
waaronder ook begrepen het aandeel bij de Centrale Bank.
5 Waarde der goederen en menbelen
6 Nietbet aaide interesten, provisie on kosten ^
I H I
7 Tekort der balans van 1899
Nummer.
1
bedrag By lage. Old.
1545791 II 5 4400â III 6 1300 â
1200 â 9500!â
1 II 8 8 II 9 -10 1111
Totaal actief 17949 89
AFSLUITING.
De ondergeteekenden verklaren deze rekening en balans nauwkeurig onderzocht te hebben en voorioopig te hebben vastgesteld als volgt:
de ontvangsten der rekening op de uitgaven der rekening op den inhoud der kas op het actief der balans op het passief der balans op de winst of het fonds op
Gedaan te .... den ....
Het Bestuur.
N. N.
27867 26322 1545 17949 16865 1184
48 60 79 89 62 93
75
|
jaar 1900. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Winst of fonds van 1900 118193 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De ondergeteekenden verklaren deze rekening en balans behoorlijk onderzocht te hebben en voor goed te hebben vastgesteld als volgt:
De ontvangsten der rekening op do uitgaven der rekening op den inhoud der kas op het actief der balans op het passief dor balans op de winst of het verlies op
Gedaan te.....den.....
De Raad van Toezicht N.N.
27S67 2«;}22 1545 17949 16865 1184
48
69
791
89
62
93
76
MODEL, aangevende hoe de notulen eener Algemeene Vergadering kunnen gehouden worden. (Zie toelichting art. 35 der Statuten.)
Algemeen Vergadering van 1 Mei 1901.
Aanwezig waren 85 leden.
Afwezig 10 leden, van welke 3 tot nog toe geen roden van verschooning hebben ingebracht.
Do Directeur opende klokslag 5 uur do vergadering en benoemde den Kassier tot secretaris dezer vergadering, J. Mol en II. Jansen tot stemopnemers.
De secretaris leest het verslag voor van do laatste vergadering, alsmede den oproepingsbrief voor deze vergadering met de punten van behandeling. Deze werden achtereenvolgens afgehandeld.
1°. Do Kassier of secretaris las de rekening en balans,
waarop 2° de President van den Raad van Toeziclit verklaarde, dat hij mot zijne medeleden de kas heeft opgenomen, do grootboeken en andere papieren heeft nagezien en slechts kleine fouten heeft ontdekt, die reeds door den Kassier verbeterd zijn, waarom hij voorstelt de rekening en balans voor het jaar 18!»7 goed te keuren, het Bestuur en den Kassier te ontlasten en te bedanken. Dit werd door algemeene toejuiching aangenomen.
3°. Nu geeft de Directeur verslag van den toestand der leenbank en doelt mede, dat in het jaar 1897 twee leden zijn verhuisd, een gestorven en vijftien nieuwe aangenomen. Er werden vele kleine sommen ingelegd, gezamelijk /quot;4590,50, waarvan het grootste gedeelte werd aangebracht, door landbouwers en winkeliers, maar ook een aanzienlijk bedrag door knechten en meiden.
Bijna /quot;3000 werd aan de leden uitgeleend, het overige bij de Centrale Bank te Utrecht belegd. Daalde hoogste som, tot welke de bank geld opnemen mag,
zoo goed als bereikt is, doet de Directeur liet voorstel om het Bestuur machtiging te geven tot het aannemen van /â 20,000. Hij vraagt of iemand daarover het woord verlangt.
Een lid zegt, dat die som te groot is en stelt voor ze te brengen op /â 10,000. De Directeur doet opmerken, dat de vorige spreker de zaak niet goed schijnt te begrijpen. Hij geeft daarvan uitlegging. Er wordt gestemd en het maxiiiium van Æ 20,000 wordt aangenomen met GO stemmen tegen 25.
4°. De Directeur deelt mede dat de Kassier tot nu toe al zijn werk gratis heeft verricht, waarvoor hij hem dank zegt. Van den beginne is hem echter beloofd, dat hem later een salaris zal worden toegekend, als hij getrouw zijn plicht vervulde. Nu is het de tijd daarover te beslissen, waarom hij den Kassier verzoekt zich voor een oogenblik uit de zaal te verwijderen. Daarop doet de Directeur met goedvinden van den Raad van Toezicht het voorstel voorloopig een salaris te geven van /quot;50, hetgeen na eenige bespreking wordt aangenomen. De Kassier wordt teruggeroepen.
5°. De twee leden van het Bestuur A. Mulder en A. Wilbers werden herkozen, alsook A. Jansen voor den Raad van Toezicht. In plaats van P. Franken die overleden is, werd gekozen J. Willems en in plaats van A. Bijnen, J. Rob, voor den Raad van Toezicht. Allen namen do benoeming aan.
(i0. De ZeerEerw. Heer Pastoor hield vervolgens eene schoone toespraak over de eendracht en de Zeer Eerw. Heer Dominé over het nut van contante betalingen.
7°. Het lid N. vroeg nog het woord en zeide gehoord te hebben dat aan iemand geld is uitgeleend, die niet te vertrouwen is. De Directeur zegt, dat het
Bestuur zeer goed weet wien het vertrouwen mag, dat zulke zaak in eene openbare vergadering niet mag behandeld worden, dat N. echter wel zal doen, als hij zijne bezwaren afzonderlijk aan hec Bestuur mededeelt.
Daarna sprak de Voorzitter nog een enkel woord over het nut der Vergaderingen, bedankte alle leden voor hunne medewerking, vooral de twee redenaars, verzocht aller vertrouwen en sloot de Vergadering 1 Mei 1901.
(Handteekeiiingen van den Voorzitter van het Bestuur, Raad van Toezicht en Secretaris.)
79
MODEL, Oproepingsbrief voor een Algemeene Vergadering.
Coöperatieve Boerenleenbank te......
Algemeene Vergadering op Woensdag 1 Mei 1901, des namiddag 5 ure,
ten huize van...........
Punten van Behandeling :
1. Overlegging der Rekening en Balans over het af-
geloopen jaar.
2. Verslag onderzoek van den Raad van Toezicht.
3. Verslag van den toestand der Bank in het afge-
loopen jaar.
4. Vaststelling salaris van den Kassier.
5. Verkiezing van 2 Bestuursleden, omdat N. N. vol
gens de Statuten moet aftreden.
6. Voordracht over het nut der Vogelbesclierming
door den Heer Burgemeester.
7. Lezing door den ZeerEerw. Heer Pastoor over zijn
reis naar het H. Land.
De Directeur, (Naam.)
. 80
MODEL voor het houden van Notulen der Vergadering (zitting) van het Bestuur.
Vergadering dd. 15 Maart 1901. (*) Aanwezig:
Voorzitter is......
Secretaris is......
Na voorlezing der Notulen van de vorige vergadering werd de boekhouding en kas van den Kassier nagezien en in orde bevonden. Het kassaldo bedroeg /quot;125.10 on is besloten ;
1. F. Leenhof en Blomaes als leden toe te laten.
2. De aanvraag als lid to worden toegelaten aan
Rudolph Stang te weigeren, omdat hij zijne zaken verwaarloost.
3. Een bedrag van Æ 1500 op te zenden naar de Cen
trale bank te Utrecht tegen eene rente van-S'/j 0/0. . Aan de volgende personen geld te leenen:
a. Aan August Allebé /'50 voor. een halfjaar voor het koopen van lijnkoeken ; borg Carel Dake. h. Aan H. Mesdag / 150.â voor een jaar, voor
het koopen van een koe; borg D. Ocker.
c. Aan B. Ferwerda / 500.â tot het afdoen eener schuld, tegen 4 0/0 en 21l2 amortisatie: borgtocht le Hypotheek.
lt;1. Aan J. Heijse, crediet tot / 500.-, mits hij telkens bij elke leening late opteekenen waarvoor hij het gebruiken zal; borgen J. Wolvekamp en G. Westermann.
p. Voorschot aan Mathieu Oosterman geweigerd, bij gebrek aan behoorlijke borgtocht.
O Do notulen voor vergaderingen van den Raad van Toezicht worden op gelyke wyze gehouden, maar met inachtneming der bizondere voorschriften te vinden in art. 30 en volgende der Statuten.
si
Voorschot aan Dunselman geweigerd, omdat hij het ledenregister nog niet onderteekend heeft.
. Besloten aan de afdeeling van den Ned. Boerenbond alhier, crediet in loopende rekening toe te staan tot /quot;lO.OUO.â, mits goedkeuring door den Raad van Toezicht, die voor de volgende zitting zal worden opgeroepen.
(Onderteekend door Voorzitter en 2 leden.
Zie art. 19 Statuten.)
82
VOORBEELD, Vergadering Bestuur cn Raad van Toezicht,
ingevolge art. 34 sub 2 en ;3 der Statuten.
dd. 22 Maart 1901.
Aanwezig alle Leden.
Voorzitter.....
Secretaris.....
Notulen iler vorige vergadering voorgelezen.
Besloten:
1°. Het gevraagde crediet aan de afdeeling van den Boerenbond toe te staan, mits zij rechtspersoonlijkheid aanvraagt, en ^ 0 â provisie voor elke uitgave betaalt.
2quot;. Voorschot van /' 50.â aan J. de Doove, Directeur, voor een half' jaar, om kunstmest aan te koopen ; borg N. van der Waay.
3°. Op aansporing van den Directeur heeft de Vergadering besloten bij het aankoopen van meststoffen of veevoeder uit eigen zak geen geld meer voor te schieten, maar hen die er om verlegen zijn te verwijzen naar de leenbank.
4°. Voorschot te verleenen aan Bart van Hove van f 1400. - voor verbouwing van zijne boerderij, borgen D. Scheepmaker en J. 1 loeren, af te betalen in 4 jaar in termijnen van f 337.50.
Onderteekend door Voorzitter en 2 leden.
(Zie art. 19 Statuten.)
Wï r~ fir i 'ii â â â quot;quot;JW
88
VOORBEELD: Huishoudelijk Reglement voor een Coöperatieve Boerenleenbank.
Art. 1.
Kik lid betaalt bij zijne aanneming als zoodanig f 0,50 entree-geld en bekomt gratis een spaarboekje; niet-leden betalen /quot;O.IO voor een spaarboekje.
Art. 2.
De Kassier zal voor het opnemen en uitgeven van gelden op geene andere dagen en uren zitting houden dan des Zaterdags van 5 â 7 uro. Gedurende de maanden Nov., Dec., Jan. on Febr. of van 6 â 8 ure gedurende do overige rnaanden van het jaar. Hij houdt zitting ten zijnen huize.
Art. 3.
De Kassier kan, wanneer bij de zitting geen bestuurslid tegenwoordig is, hoogstens Æ 100, met het Bestuurslid hoogstens /quot;1500, en na overleg met den Raad hoogstens f 2500 in eens of bij termijnen aan denzelfden opnemer uit betalen en zulks slechts op grond van een in Bestuursvergadering genomen Besluit, tenzij ook volgens de Statuten de Raad van Toezicht geraadpleegd moet worden.
Art. 4.
De grootste som die door de Boerenleenbank wordt opgenomen, mag niet meer dan /quot;50,000 bedragen, terwijl van een enkel persoon of gezin niet meer dan f 3000 zal worden opgenomen. De Leenbank zal bij de Centrale Bank niet meer geld mogen opnemen dan Æ 15,000.
Art. 5.
Alle voorschotten moeten minstens 8 dagen te voren Worden aangevraagd.
84
Art. H.
Een voorschot waarbij geen nadere overeenkomst is aangegaan, moet steeds na een half jaar of eerder worden terugbetaald, of wel er moet tegen betaling van f 0,50 provisie en met vernieuwing der schuldbekentenis, verlenging aangevraagd worden. Elk voorschot moet verzekerd zijn door een of twee solide borgen. Al naar gelang van omstandigheden kan hypotheek of andere zekerheid worden aangenomen.
Art. 7.
Bij terugbetaling van voorschotten ontvangen de betrokken borgen daarvan bericht.
Art. 8.
Bestuursleden, die des Zaterdagavonds met den Kassier zitting houden, mogen alsdan niet borg zijn voor geldopnemers. In alle andere gevallen beslist hierover de Raad van Toezicht ingevolge art. ;-{4 N0. 2 dei-Statuten.
Art. 9.
De leden van het Bestuur, den Raad van Toezicht en de Kassier zijn tegenover de loden en niet-leden der Bank tot stipte geheimhouding der behandelde onderwerpen, inlagen of voorschotten gehouden. Ingeval overtreding is door den schuldige de eerste maal /quot;75 boete verbeurd, de tweede maal /quot;150 met schorsing en ten derde male wordt hij uit zijn lidmaatschap ontzet.
Art. 10.
Voor het verzuimen van de Algemeene Vergadering zonder wettige reden wordt een boete geheven van /â 0.25.
85
Art. 11.
De rente voor gedeponeerde gelden bedraagt 3 0/o, ingaande den 1C11 en lö11®quot; der maand, volgende op den datum van inleg. Do kleinste som die kan worden gedeponeerd is /quot;O.öO. Slechts over bedragen van f 1.â en daarboven wordt rente vergood.
De rente van voorschotten bedraagt 40/0, ingaande op den dag dat de gelden worden verstrekt, met bijbetaling van 1/4 n/0 provisie, met een minimum van /â 0,25, ingeval van verlenging, loopende rekening of' amortisatie. (Zie de Handleiding en vooral bladz. 33 hiervoor.)
Voor gelden op eerste hypotheek bedraagt de rente 4 %. terwijl de overwaarde minstens de helft van het voorschot moet bedragen.
Art. 12.
Dit Reglement zal aan alle leden gratis worden verstrekt.
Aldus vastgesteld in de Algemeene Vergadering van den.......
De Directeur,
het Bestuurslid, (Secretaris).
[©elangrijk bericht Voor onze leden.
A. Het Bestuur fier Centrale Bank te Utrecht steeds de belangen haror leden voor oogen houdende, heeft een contract gesloten met een der grootste transportverzekering-maatschappijen van Nederland, waardoor verkregen is, dat de kassiers der aangesloten Banken in geval van geldverzending naar de Centrale Bank den brief eenvoudig behoeven aan te teekenen zonder (lat de geldswaarde op den omslag behooft te worden vermeld, zoodat de brief gewoon kan worden gefrankeerd met f 0.10 extra port voor hot aanteekenen. Echter onder verplichting, dat de kassier nauwkeurig in zijn brievenboek melding maakt van den datum, letter en nummers der verzonden bank- of muntbiljetten.
B. Betreft eveneons de linantiën.
Een van de eerste zorgen van het Bestuur eener pasopgerichte Boerenleenbank, is de aanschatïing eoner soliedè, deugdelijke brandkast, waarin de gelden, geldswaardige papieren en registers, voegzaam en veilig kunnen worden bewaard.
Niet alleen is men dit verplicht tegenover den kassier, die voor het veilig bewaren der in kas zijnde gelden, zoomede der boeken en bescheiden, volgens zijn contract verantwoordelijk is, maar ook tegenover
87
alle dorpsgenooten, die vertrouwen in het Bestuur hebben gesteld en er op rekenen, dat hunne spaar gelden veilig en soliede belegd zijn. Het komt echter helaas menigmaal voor, dat zoo'n Bestuur, hetzij uit misplaatste zuinigheid of door gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel. zich een oude of door anderen afgekeurde hiandkast goedkoop aanschaft of de vervaardiging cencr nieuwe opdraagt aan den eenrn of anderen naar hunne mooning zeer bekwamen dorps-smid. Daargelaten, do vraag of dergelijke kasten brandvjij zijn, kan men beslist en met zekerheid beweren, dat in de meeste gevallen zij niet bestand zijn tegen inbraak. Rn dit kan ook niet. De dorpssmid is voor de vervaardiging van goede brandkasten niet voldoende ingericht en de hoeren inbrekers en dieven zijn in den regel zelf knappe vaklui met veel ondervinding, die zeer goed weten hoe brandkasten in elkaar zitten, waar de zwakke plekken zich bevinden en behoeven voor het openen der kasten niet eens hunne toevlucht te nemen tot ruwe kracht of geweld. Ach, neen, een bekwaam deskundige heeft mij laten zien, hoe een brandkast, die door iedereen volkomen veilig en inbraakvrij werd beschouwd, in den tijd van eon halve minuut, door een smidsknecht, met behulp van een paar rietjes en een stukje zacht blik werd geopend.
Dit is voor mij aanleiding geweest, om met de firma Deckers amp; Criei.aers, Prinsegracht te Amsterdam, eene firma die men ten volle kan vertrouwen en die ook op het gebied van brandkasten de reputatie heeft van goed en deugdelijk werk te leveren, een contract te sluiten, waardoor het mogelijk is, tot den 1 April l'.KU (waarna dit contract moet worden verlengd) onzen leden brandkasten te leveren volgens onderstaande afbeeldingen en prijzen (zooals die
88
voorkomen op de officieele prijscouranten dier firma) onder de navolgende conditiën :
a. Op al de genoteerde prijzen, wordt alleen en uitsluitend aan Coöperatieve Boerenleenbanken en ook aan hare leden, eene korting toegestaan van 10%.
b. Be levering geschiedt door het geheele land franco wal oj station, mils de plaats van bestemming door den vervoerder {schipper, boot of spoor) te bereiken is, zonder overlading.
c. Van het oogenblik der verzending is alle risico gedurende het vervoer voor rekening van den kooper.
d. De betaling geschiedt drie maanden na de aflevering.
Afbeelding der kast âNestorquot; voor Kantoorgebruik.
1)
|
I'rij zen.: | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
90
Afbeelding der kast genaamd âde Hollandsche Kastquot; voor particulier gebruik.
|
BUI TEN WERKS. BI N N ENWERKiS. No. | Hoogte Breedte diepte. Hoogte. Breedte Diepte. | Pryd. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
91
In beide kasten kost een specie- of geldkast /quot;6,50 extra en een letterslniting met vier alphabetten /quot;35,â extra, waarop de korting van 10 0/0 natuurlijk ook van toepassing is.
Men treede met de firma Deckers en Crielaers zeil' in correspondentie!
C. Do firma Emm. Smeets, Drukker en Uitgever te Weert in Limburg, hoeft geheel op eigen rekening en risico op zich genomen do boeken en formulieren be-noodigd. voor de boekhouding van Coöperatieve Boerenleenbanken, te doen drukken en uit te geven. Deze firma heb ik dit verzocht, omdat mij steeds gebleken is, dat men over hare handelwijze en geleverde artikelen zeer tevreden is, zoodat ik haar dan ook gerust durf aan te bevelen.
De Heeren Kassiers zorgen er dus steeds voor, een prijscourant van die firma voorhanden te hebben, opdat bij nabestelling van formulieren, er geen moeilijkheid kunne ontstaan over de prijzen of nummers.
Hoogachtend,
C. F. J. BRANDS.
Bladwijzer.
Blapz.
Voorwoord..........................5
De Kassier en de Boekhouding............7
Het Dagboek ........................8
De Maandelijkscho Afsluiting..............12
De Jaarlijksche Afrekening ..............12
De Grootboeken ......................16
Grootboek I voor Crediteuren............17
â 11 â Debiteuren of schuldenaars . 20
â 111 â loopende rekeningen ... 26
Renteberekening ......................29
Amortisatie.............33
Formulier 5. Contract met den Kassier . . 35
â H. Opzegging van ingelegd kapitaal 36
â 7. Het Spaarboekje......37
â 8. Het Voorschotboekje .... 39 â 9. Boekje voor loopende rekeningen 41 â 10. 11 en 12a. Do quitantiën ... 41 â 12. Schuldbekentenissen .... 44 â 13. 13a en 13b. Contract voor loopende rekening.......46
â 14. Uitstel van betaling.....47
â 15. De Maning........47
â 16. Agenda..........48
â 17. Brievendagboek.......49
â 18. Presentielijst.......49
â Dgt;. Register der leden......50
â 20. 21 en 22. Notulen-registers . . 51
â 23. 24, 25 en 26. De Rekening . . 51
BI.ADZ
De Balans ..... ........ö1'
Voorbeelden van Formulier 1.......^
1 en i'a .... f5( :'a......
;5b......
3c......Gb
â â â -ia en 4b . . . . lt;58
â â 28 uittreksel uit
grootboek 1 voor het jaar
1900.......7
.. â ., 24 Uittreksel uit
grootboek II voor het jaar
1900 .......7
.. â 25 Uittreksel uit grootboek 111 voor het
jaar 1900 .....7
â â â 29 Rekening voor
het jaar 1900 .... 7 n ,. â 27 Balans voor het
jaar 1900......7
â â Vergaderingsnotulen .... 7 .. â Oproepingsbrieven enz. . . 7 ,, ,, Huishoudelijk Reglement . . 8 Belangrijk bericht voor onze leden.....8
Corrigenda.
Jn dit Boekje zijn te veel drukfouten om deze hier allo op te noemen. De tijd ontbrak mij dikwijls om ile proeven op mijn gemak na te zien, zoodat ik veel aan de scherpzinnigheid en welwillendheid van den lezer zal moeten overlaten.
DE SCHRIJVER.