Ãh'^j m
u, I
tfh./M TVf
OP- EN AANMERKINGEN
OP
Een paar® kmm\M
IJ ET
HYPNOTISME.
Eeiie Psjtlioloiiscli-Jiiriiisch Bcsctomii.
dook
IPIL^LiilTIOiiS
dook
f i
âWie /ijt Gij krijgsman, zou vul mood...'
j3iligt;euigt;i.)k.
AMSTEKDAM. â
I. BKEMER. - 1888,
BIBLIOTHEEK UNIVERSITEIT UTRECHT
2974 987 O
OP- EN AANMERKINGEN
OP
Ei paar® tessinle!
HET
HYPNOTISME.
Eene Fsjclioloiiscli-JmWt Bssclioiiwii.
DOOK
DOÃR
vquot;. .
âWie zijt Gij krijgsman, zoo vol moed...?quot;
Bilderdijk.
AMSTERDAM. - 1. BREMER. - 1888.
VOORBERICHT.
Toen reeds weken voor V verschijnen van V Boekje van Filalethes, men in de Nieuwsbladen las, dat het m den maak was, sullen ongetwijfeld velen met mij, die belang in het Hypnotisme stellen, verlangend naar V oogenblik hebben uitgezien, dat men hiermede kennis sou kunnen maken.
Daar het Titelblad vermeldt, dat het werkje sijn ontstaan te danken heeft, aan de Brochure van Dr. de fong, en wel speciaal om de gevaren aan te toonen, welke verbonden sijn aan de toepassing van het Hypnotisme door den Medicus als geneesmiddel, soo geloof ik niet te dwalen, wanneer ik meen, dat velen met mij niet anders dan het werk van een Medicus verwachtten. Ofschoon, het Pseudoniem kwam mij reeds eenigssins verdacht voor. Immers, waarom sou een collega niet loyaal sijn naam durven bekend maken in een tegen-brochure 1
De indruk, die het boekske onder V lezen, op mij maakte, was: dat het eenzijdig, onwetenschappelijk en dweeperig geschreven is, ja selfs onlogisch Het doel, dat ik mij nu stel, is dese vier eigenschappen aan te toonen aan den Lezer, die belang in dese kwestie stelt en zich misschien sand in de oog en heeft laten strooien, door de
2
vele sophismen, die Fïlalethes ten beste geeft. Voor des-kundigen za/ dit werkje wel overbodig zy'/i. Ik aal daarom zooveel mogelijk trachten kunsttermen te vermijden, en daar waar se noodsakelijk zijn, hort toelichten. Nog een ding! Daar de Schrijver van een Psychologisch-Juridische Beschouwing sijn naam achter een Pseudoniem verbergt, soo sal Filalethes V mij ten goede houden, dat ook ik mij niet aan hem wensch voor te stellen. Ik houd mij ook overtuigd, dat Dr. de Jotig niets tegen zijne beschouwingen sal aanvoeren, omdat het hem onwaardig moet sijn, in V strijdperk te treden met een ridder, hoe dapper ook, met gesloten vizier.
â Wie sijt gij krijgsman zoo vol moed......
Bildekdijk.
I.
Al dadelijk bij 't begin, treft ons de bombast âHoe ! 't werken op de verbeelding- zoo vaak en zoo lang allo handen-opleggers, magiërs, duivelbanners, kortom alle zoogenaamde wonderdoeners verweten, is eene geneeswijze geworden, en wordt zelfs de beste genoemd ? Waarlijk al wie bovenstaand motto *) leest, dat do Schrijver der Brochure tot het zijne heeft gemaakt, moet gevoelen, dat er sinds de reis van Hansen en Donato door Europa quot;-) een harde s/ag moet zijn toegebracht aan, ja zelfs een diepe bres hier en daar geschoten is, in de muren en bolwerken, waarachter de zoogenaamd of/icieele gejieesknnde zich zoo vele eeuwen (en met goed succes) heeft schuil gehouden.quot;
Bombast daarom, omdat de Schrijver zulke schreeuwende woorden gebruikt en de belangrijke stelling verkondigt, n.1. dat de medische wetenschap zoo goed als op de Jlesch is, en dit zonder eenig ander bewijs aan
,) Si la médicine d'imagination est la meilleure, pourquoi ne ferions-nous pas la médicine d'imagination?
2) Ik Cursiveer.
4
te voeren, dan dat Hansen en Donato een reis door Europa hebben gemaakt! En dan verder, dat; âzonder Hansen en Donaïo nimmer aan gezette studie der besproken verschijnselenquot; de Medici, zich zouden hebben gewaagd. Ik wil al vast opmerken, dat 't dweepen met Hansen en Donato reeds flink aan den gang is.
Is 't ook geen bombast, als eon leek beweert: âJuist van dezen ') Schrijver, die hoewel beslist tegenstander uit een medisch oogpunt, van de toepassing van de Hypnotische geneeswijze 1) op een soo ruime schaal, als dit tegenwoordig te Amsterdam en 's Gravenhage geschiedt.quot;
Yan waar haalt gij de wetenschap en daardoor het recht o, Filalethes ! om over de al of niet ruime mate van toepassing, een oordeel te vellen ? Gij zijt geen medicus, welnu dan kunt gij even min als ieder ander leek beoordeelen, in hoeverre de toepassing van het Hypnotisme op medisch gebied mogelijk is. En nu komt Schrijver eerst op zijn stokpaardje door de bewering van Dr. de Jong, dat het Hypnotisme âzoo het slechts in de handen der geneesheeren blijft (ââiets wat echten praclisch onmogelijk isquot;quot;) een volmaakt onschuldig en onschadelijk wapen zou zijn, doch eerst gevaarlijk worden, zoo 't in handen der zoogenaamde magnetiseurs komt.quot; Vlak hierop laat Filalethes do zeer naïve opmerking volgen : âHet is zelfs de vraag of de leek op geneeskundig gebied Donato niet veel minder ongevallen heeft veroorzaakt, door zijne fascinatie-proeven,
1
) Ik Cursiveer.
5
op meer dan 30.000 personen van allo standen en in alle landen genomen, dan de geneeslieeren in den korten tijd, dat zij hunne liypnotische proefnemingen (want iets anders zijn de zoogenaamde genezingen door suggestie nog niet) in de geneeskundige praktijk hebben ingevoerd.quot;
Hier wordt de Schrijver bepaald brutaal door zijne bewering, dat de genezingen tot nu toe verkregen, eigenlijk slechts zoogenaamd zijn, en verwart hij V ondersoek naar de mogelijkheid om door Hypnotisme een zekere kwaal te genezen, met do genezing zelf.
Is 't geestigheid of wil de Schrijver trachten wetenschappelijke termen te misduiden door 't volgende te schrijven ? âOnwillekeurig rijst de vraag, nadat men ;t verslag leest van do door don Schrijver met behulp van Hypnotismus (dat ââmusquot; klinkt erg geleerd!)quot; enz. Weet hij misschien niet, dat Hypnotisme Pransch, en Hypnotism/^ Latijn is. Of kent hij geen Latijn, dan is 't hem te vergeven, maar aan den anderen kant is het dan niet te begrijpen, hoe hij zich zoo vaak van Latijn, ja zelfs van Grieksch bedient b.v. op blz. 2 komt het Grieksche woord Hnpnos voor, ter afleiding van Hijpnose, blz. 4 e. t. q. (nog wel verkort Latijn!) blz. 7 modus operandi, blz. 17 a fortiori, blz. 1!) Sil venia verbo. Is dit alles om slechts schijn van geleerdheid op zich te laden, zooals dat âmus van Hypnotismus het ook volgens hem tracht te doen ? De Schrijver heeft dus of een flater begaan, of hij is onlogisch. Een woordenfitter schijnt hij ook te wezen, waarom anders de vraag, waar Dr. de Jong. do volgende
6
definitie geeft: âOnder suggestie verstaat men liet invoeren van bepaalde voorstellingen in liet bewustzijn van het individuquot; ââ(worden hiermede soms schrijvers patiënten bedoeld?)quot;quot; Indien de schrijver zich tracht op de hoogte stellen van de beteekenis van dit woord âindividuquot; dan zal hij deze vraag niet meer doen. quot;Wat verder de aanmerking aangaat, op dit deel van de definitie gemaakt, geeft dit eenvoudig blijk van onnadenkendheid. Zonder bewustzijn is geen voorstelling mogelijk, evenmin als dit mogelijk is, buiten het bewustzijn. Iemand die op een gegeven oogenblik geen bewustzijn heeft, kan niets in zich opnemen, dus ook geen voorstelling. De Schrijver verwart blijkbaar bewustzijn met het zich bewust zijn (zelfbewustzijn). Al-lervermakelijkst is de Schrijver daar, waar hij toelicht. Een klein voorbeeld slechts. Dr. de Jong schreef, nadat hij de verschillende methoden had opgegeven, die hij gebruikt om te hypnotiseeren: âde ervaring heeft mij geleerd, dat men bij elk individu, naar de voor hetzelve geschikste methoden moet zoeken.quot; Filalethes licht toe : ââbedoeld wordt natuurlijk, dat er vele verschillende methoden zijn en dat de eene meer speciaal voor dezen de andere voor gene deugt.quot;quot;
Terwijl dus Dr. de Jong zegt, dat er verschillende methoden zijn en dat men moet zoeken naar de voor elk individu meest geschikte, licht de Schrijver toe, dat er werkelijk vele methoden zjjn, en dat de eene meer speciaal voor deze de andere voor gene deugt.
II
Thans wil Schrijver aantoonen, dat er volstrekt geen grond bestaat, om het Hypnotisme uitsluitend in handen van Medici te laten. Hij doet hierbij weder een paar onnoozele vraagjes, die ik hem echter toch wel wil be-beantwoorden.
Eene is : âWat is de Hypnose en hoe ontstaat zij ?quot; Hij laat dadelijk met aplomb op deze vraag volgen, dat âtot dusver ieder wetenschappelijk man, geneesheer of niet, 't antwoord schuldig geblevenquot; is.
Wat wil de Schrijver hiermede bewijzen ? Wanneer hem gevraagd wordt wat is Electriciteit en hoe ontstaat zij, kan hij dit beantwoorden? Welnu, zou hij misschien de conclusie willen trekken, dat omdat men niet weet wat Electriciteit is en hoe zij ontstaat, men haar daarom ook niet mag toepassen ? Ik hoop reeds duidelijk genoeg te zijn door deze vergelijking. Nu komt alweik een allernaïfste vraag voor den dag. Dr. de Joxg lastig gevallen, door iemand, die tegen hem beweerde, dat 't uitoefenen van het Hypnotisme beneden de waardigheid van een Arts staat, gaf ten antwoord âdat alvorens hij er over sprak hij er zich een beetje van op de hoogte zou stellen.quot; De vraag van Filalethes luidt: Waarom niet quot;'eheel ?quot; En toch, o schrandere Filalethes !
77 O gt;
het ligt zoo voor de hand, dat Dr. de Joxg bedoelde, dat diegene, die tot hem beweerde, dat Hypnotisme den Medicus onwaardig is, reeds op zijne bewering zoude terugkomen, zoo hij hiervan slechts een beetje afwist.
Wat de Schrijver verder beweert tot antwoord gekregen
8
tc hebben van een bekwaam Utrechtsch Medicus, zoo moet ik volmondig bekennen, dat de bedoeling mij duister is. Het antwoord luidt: âWij zouden nog wel een honderd of wat jaren moeten wachten, alvorens met eenige zekerheid, over den grond van het Hypnotisme, en dus over zijne waarde als geneesmiddel te kunnen oordeelen.quot;
Hij wil deze profetie toch niet aan ons als axioma opdringen, zelfs al zijn wij nog zulke goedgeloovige lezers ?
Ook onderstaande vraag geeft blijk van de volkomcne onbekendheid met het terrein, waarop de Schrijver zich beweegt.
âMaar wat beteekenen dan uitdrukkingen als de volgende ?quot; â âWil men met vrucht hypnotiseeren, dan dient een juiste kennis der Psychologie, gepaard aan een nauwkeurige diagnose en een behoorlijk mensch-kundig oordeel (wat is dat ?) ons bij de behandeling te leiden.quot;quot;
Dat gaat Filalethes' verstand weer te boven. Hij begrijpt niet wat Dk. de Jong bedoelt, met een juiste kennis der Psychologie ; hij begrijpt niet wat een mensch-kundig oordeel is. jStu meneer Filalethes, gij vraagt werkelijk zeer veel, en gij zult mij ten goede moeten houden, dat ik na deze, de meeste uwer vragen onbeantwoord zal laten.
Met eene âjuiste kennis der Psychologiequot; bedoelt Dk. de Jong natuurlijk, dat men van de Psychologie al datgene wete, wat er van bekend is. Dit echter is neg niet voldoende; men moet dan nog eerst een juiste
9
diagnose stellen, en eindelijk ligt quot;t voor de hand, dat men onder een âbehoorlijk mensehkundig oordeelquot;' ongeveer moet verstaan : het juist rangschikken van de feiten die men waarneemt, en de kennis om van die feiten, op 't juiste oogenblik het juiste gebruik te maken.
Ik zeg ongeveer, omdat ik alleen een begrip, van âmensehkundig oordeeF' aan Filalethes wensch te geven, doch volstrekt geen definitie.
Nu wil ik overgaan tot het bespreken der sterkste argumenten, die Filalethes aanvoert, om te bewijzen, dat 't Hypnotisme volstrekt niet uitsluitend in handen van Medici mag gesteld worden. quot;Wel is waar zijn deze argumenten zóó zwak, dat zij ternauwernood weerlegd behoeven te worden, doch Schrijver schijnt dit niet te gevoelen, en daar sommige een schijn van waarheid bevatten, zoo is de weerlegging ter wille van den niet deskundigen Lezer misschien toch niet overbodig.
Ten eerste dan de vraag: âNogmaals, wat beteekent de bewering, dat 't Hypnotisme in handen van ieder ander (dan den medicus) een allergevaarlijkst experiment is?quot; Ik kan mij inderdaad niet voorstellen, dat iemand met gezond verstand, in ernst deze vraag stelt, en zeker niet Filalethes. Immers hij ze/f wijst er met nadruk op, hoe gevaarlijk het Hypnotisme, in de groote maatschappij kan worden; hij haalt zelfs voorbeelden aan, b. v. van Josephine Hughes.
Wanneer een geneesheer het Hypnotisme in zijne macht heeft, om 't daar toe te passen waar hij het noodig oordeelt, dan is dit als 't ware een geneesmiddel. Maar
10
wanneer een leek 't recht heeft om te hypnotisccron, â welk nut heeft 't dan? Om 't eens als kunstje te ver-toonen, of om een gezelschap aangenaam bezig te houden) of misschien om in werkelijkheid een ernstige studie van het Hypnotisme te maken ? De nadenkende Lezer zal toch oogenblikkeljjk wel inzien, dat er meer toe behoort om 't Hypnotisme tot grondige studie te maken, dan de wil. Men moet toch speciaal wetenschappelijk ontwikkeld zijn, ten einde ook wetenschappelijke resultaten te verkrijgen.
Als punt van studie is het dus in handen van leeken misplaatst. Waarom dan in Godsnaam den leeken er het recht toe gegeven? Waarom?? En welke gevaren levert t niet op, wanneer de leek er het recht toe heeft! Het zou zeer algemeen worden, juist omdat 't âinteressantquot; is. Het zou dus ook gemakkelijker dan anders, 't eigendom kunnen worden, van lieden met minder goede bedoelingen, of nog erger! Het zou zelfs velen in verzoeking brengen. Stel u eens voor, dat ik weet een bepaalde macht over zeker persoon te bezitten, of te kunnen verkrijgen, hoe gemakkelijk zou ik dan niet in de verleiding komen, om van die macht gebruik te maken? Neon! indien ?t in handen van gcneesheeren blijft, dan heeft 't een nuttig doel en het gevaar voor eeue ongeoorloofde toepassing, is tot een minimum gereduceerd. Is 't daarentegen ook in handen van leeken, dan is mij het nut duister, terwijl des te sterker, de mogelijkheid voor gevaren door toepassing, met oneerlijke bedoelingen, uitkomt.
Het tweede argument is : â .... omdat men 't on-
11
mogelijke inzag, om private proefnemingen te voorkomen, en het nog moeielijker zou zijn een verbod uit te vaardigen, laat staan te handhaven, ora zich. zeiven aan hypnotische proefnemingen te onderwerpen.'' Wat deze bewering aangaat kan ik kort zijn. Er bevinden zich in de apotheek verscheidene vergiften. Verbeeld u nu eens, dat oen ieder het recht had deze te vei'koopen ; welk een bron zou er dan niet opengesteld zijn, tot het begaan van vergiftigingen. De wet evenwel voorkomt dit, door den verkoop hiervan, slechts onder bepaalde voorwaarden en aan eene bepaalde klasse van personen toe te staan. Zal iemand nu beweren, dat de wet 't vergiftigen heeft onmogelijk gemaakt? Immers er bestaat nog steeds mogelijkheid om op de een of andere wijze aan vergift te komen. De wet heeft het vergiftigen dus alleen moeielijker gemaakt. Hetzelfde is ook van toepassing op quot;t Hypnotisme. Al kan een wet dit ook niet voor 't groote publiek onmogelijk maken, zij moet ten minste trachten, het te bemoeilijken.
Nog een argument meent de Schrijver aan te voeren, als hij schrijft: âDe zoogenaamde Hypnose is schadelijk of niet. Is zij het wél, waarom dan den geneesheer het uitsluitend recht gegeven, dezen gevaarlijken toestand bij sjne patienien op te wekken ? Is zij het echter niet, waarom dan b.v. Doxato, die in tegenwoordigheid van vele Doctoren zijne séances geeft, tot groot nut meestal van de laatsten (?) het geven van séances te willen verbieden ? . . .quot;
Ik verzoek den Lezer zich even weder in de Apo-
12
theok to willen verplaatsen, alwaar zich zoovele zware vergiften bevinden. Ik noodig hem uit, indien hij er ten minste den moed toe heeft, om van een dezer gebruik te maken, wanneer 't hem niet als geneesmiddel is voorgeschreven door een Medicus. Ik kan hem de verzekering geven, dat 't hem dan slecht bekomen zal. En toch ! hoe nuttig, hoe heilzaam werken deze schadelijke stoffen bij bepaalde ziekten, door een bevoegde hand voorgeschreven, op het Organisme. Gelijk hiermede, zou men het Hypnotisme kunnen stellen. Kan het schadelijk zijn, dan zal het in handen van den leek zeer zeker niet toevertrouwd zjjn, evenmin als een vergift. Het sophisme van den Schrijver, dat een leek in deze kwestie, volkomen gelijk staat met een Medicus, uitgedrukt in de volgende woorden âwant ten eerste daar niemand 't wezen van het Hypnotysme kent, ook ' ) niemand dat der Hypnotische suggestie,quot; is gemakkelijk te doorzien. Een klein voorbeeld weer. Men weet niet wat electriciteit is, en toch vindt deze eene zeer ruime toepassing in de geneeskunde. Zou nu een leek kunnen beweren, dat hij evengoed in staat is als een Medicus, aan te wijzen waar en welk een stroom, in eeu bepaald ziektegeval moet aangewend worden? Zou hij dat, omdat do Medicus evenmin als hij, weet wat Electriciteit is ?
Het laatste argument, dat ook de deur dicht moet doen, luidt; âEn eindelijk bestaat er geen enkele grond om aan te nemen, dat geneesheeren zedelijk volmaakter zouden zijn dan andere menschen.quot;
') Ik Cursiveer.
13
Dit argument is al oven min steeklioudend als dc vorigen. Ten eerste staat de geneesheer onder oede, maar beschouw dit als van nul en geener waarde, dan nog is er niet één reden om aan leeken toe te staan, wat hem veroorloofd is. Alweer een voorbeeld. Het opwekken van 1) abortus. Dit is alleen den Medicus toegestaan, en wel in speciale gevallen, b.v, daar waar liet leven van de vrouw dit eischt. Mag men dit recht nu in handen van een ieder stellen, die zich de vaardigheid daartoe benoodigd, in meerdere of mindere mate heeft weten eigen te maken ? Mag men dit, omdat het toch niet te beletten is, waar dit in 't geheim geschiedt ? Of moet men dit recht den Medicus ontnemen, omdat hij er zooveel misbruik van kan maken ? Inderdaad ik begrijp niet hoe Filaletues aan zulke dwaze redeneeringen is gekomen !
III.
liet overige deel der brochure van Filalethes zoude ik gerust onbesproken kunnen laten, daar 't feitelijk niets anders is dan het nogmaals en steeds herhalen, van hetgeen hij reeds gezegd heeft. Ik wil echter nog hier en daar slechts eenige grepen doen, om of 't onlogische, uf 't bepaald dwaze zijner redOTieering aan
') Onder het opwekken van abortus verstaat men, het opwekken van een vroeggeboorte, op een tijdstip, dat het kind nog niet in staat is voort te leven.
14
to tooncn. Do indruk, die ieder Lezor ongetwijfeld gekregen zal hebben, is dat Schrijver hot recht om te hypnotiseeron ecu ieder wil toegekend zien. Dit trouwens was zijn dool. Jammer voor hem dus, dat Inj zich van zoo slechte wapenen bediend heeft. Daar, waar hij zoo dweept met Don a to en diens experimenten, en hij hem met andere woorden, den Vader van 't Hypnotisme noemt, maakt hij onwillekeurig den indruk op ons, alsof ook hij zeer gaarne experimenteert en hij zich dit tijdverdrijf (hoe moet ik 't anders noemen ?) niet gaarne door de wet ontnomen zou zien. ïfa eene lange redeneering op blz. 15, komt de Schrijver tot de conclusie, dat; âWaar de onmogelijkheid duidelijk is (nl. om de Medici uitsluitend te laten hypnotiseeron) vervalt vanzelf do kwestie omtrent 't al of niet wenschelijke.quot;
Ziezoo, nu zijn wij toch uitgepraat, want op zoo'n boute, logische (?) conclusie kan niet veel aangemerkt worden. Omdat iedereen stelen kan, en al maakt men ook nog zoo veel wetten, dit niet te verhinderen is, moet men daarom 't stelen buiten de wet laten?
lit t boekske blijkt ook nog een bepaalde parti-pris tegen al wat Medicus is en het Hypnotisme toepast. Speciaal blijkt dit tegenover Du. de Jong, maar ook tegenover Dr. van Eden. De geheele trant van schrijven, bewijst dit. Daar bijv. waar do Schrijver aanmerking maakt op het âmusquot; van Hypnotismus, verder omdat Dr. de Jong spreekt van bewustzijn van het âindividuquot; verder nog waar hij schrijft, âdat het mogelijk is, dat de Medici in den korten tijd, dat zij het
15
Hypnotisme toepassen meer kwaad reeds hebben gedaan dan Donato, de leek, die reeds (*) op meer dan 30.000 (dertig duizend) personen van alle standen en in alle landen heeft proeven genomen.quot; Nog een sterkspekend voorbeeld hiervan, is de vraag op pag. 15, of Dk. de Joxg proeven neemt âop minvermogenden, die bovendien reeds patiënten, d. in. s. zieken zijn.
Yerder nog een banaliteit die blijk geeft van kleingeestigheid, nl. om Dr. van Eden onder den neus te wrijven, dat hij zich âheel familiaar op een kopje thee liet uitnoodigen, door een zijner patiënten, wel te verstaan door middel dor post-hypnotische suggestie. Ik wil gevraagd hebben of hier niet reeds de grens van het gebruik overschreden is, en of deze en dergelijke aardigheden, niet met den naam «wbruik moeten worden bestempeld ? Of moet ook dit laatste in handen van geneesheeren worden geduld en goedgekeurd?quot;
Zeg toch, 0 strenge Filalethes weet ge wel of deze patiënt een goedbekende van De. van Eden is, of niet? Zoo dit eerste eens 't geval is, hebt gij dan recht in dien zin, van misbruik maken te beschuldigen, zooals gij doet? Doch hierop wil ik niet eens ingaan, Dr. van Eden heeft self dit geval vermeld, en ware het iets, waar hij zich voor schamen moest (immers wanneer men misbruik maakt van macht moet men zich altijd schamen), gelooft gij dan werkelijk Dr. van Eden zoo onnoozel, dat hij dit zelf publiek zou gemaakt hebben?
1*) Ik cursiveer.
1()
IV.
Na deze weinige toelichtingen en beschouwingen, zal het den Lezer niet moeielijk vallen om de rest van de brochure van Filalethes te beschouwen: 1°. Als een opsomming van feiten woordelijk uit de boeken overgenomen, 11°. van het critiseeren van erkende geleerden, die boven zijne critiek verheven zijn. III0. Van 't opwerpen van stellingen, die reeds op vorige pagina's behandeld zijn en die blijken niet steekhoudend te zijn. Ik kan dus vrijelijk, de taak die ik mij opgelegd had, als geëindigd beschouwen en 't overige aan den aan-dachtigen Lezer zelf overlaten.
Wanneer ik alzoo resumeer, dan blijkt dat 't geheele doel van Filalethes Brochure is: om aan te toonen, dat het Hypnotisme niet misplaatst is in de handen van leeken, en de Medici geen recht hebben om te eischen, dat aan hen uitsluitend 't recht worde toegekend om de hypnose als geneesmiddel toe te passen. Tevens tracht hij aan te toonen, de gevaren, die er uit kunnen voortvloeien, niet, door 't toepassen, als geneesmiddel, maar wel omdat de mogelijkheid bestaat, dat vandaag of morgen, de een of ander Medicus er misbruik van kan maken Verder wijst hij er nog op, hoe gevaarlijk het worden kan in handen van misdadigers.
In waarheid, dat is in hoofdzaak alles, wat Filalethes in zijne 48 pagina s groote Brochure beweert. Het
17
onlogische van zijne beweringen is reeds duidelijk genoeg aangetoond.
Indien het gevaar door de toepassing van het Hypnotisme (zooals Fjlai.eihes beweert) uitsluitend in handen van Medici reeds zoo groot te noemen is, hce angstig moeten wij dan niet zijn om dit recht aan een üder te zien toegekend 1
En hiermede neem ik voor goed afscheid van den dapperen Fn.alethes.
mslÃÃÃSÃiÃÃm K