_____,
y.
151
faquot;
REGLEMENT
VOOR HET
BURGEE - WEESHUIS
IN DE
xi/cmeeitte ij timpen.
htsgesch. -RC-V
Reg
Stoomdruk. â Laürens va.n Hulst. ..... Kampen.
-niJtuut vcor Rechts^escfiifidcnU
dfcr Rt.â *sunfversitfif te Utrer?--*
éj.izi
t l\C V
BUEGEE - W EESH U IS
in de
(ilcmnnitc l|amiicnt
REGLEMENT
voor het
T ?
Stoomdruk. â Laueens van Hulst. â Kampen.
-üUf-uut voor Rechtsgeschieder R»j!»:sufs!ver$ltt.t te Uf.râJ
REGLEMENT
vooe het
BURGER-WEESHUIS
in de
Gemeente Kampen.
Art. 1.
Het Burger-Weeshuis te Kampen wordt, met in achtneming der bepalingen van de quot;Wet van 28 Juni 1854 (Stsbl. No. 100), gewijzigd bij de Wet van 1 Juni 1870 (Stsbl. No. 85), beheerd door een College van dri^regenten.
t/üio^iu/trari
â Aiit. '2.
Do rogonten op wio do verantwoordelijkheid ruat, woi-
don m hot boheer der huiuhonding van do inotolling bij-
gestaan dooi- drie regentenen, dio oono adviaoorende otemâ hebban.â
o ^
Art.-3-. /
De regenten on do rogcntcaacn worden door den Gemeenteraad benoemd en ontslagen.
De regenten mogen elkander niet nader bestaan dan in den vierden graad van bloedverwantschap of zwagerschap.
Bij liet ontstaan van den verboden graad van zwagerschap fcusschen twee regenten, kunnen zij zitting behouden tot aan den gewonen tijd van aftreding.
Na ontbinding van het huwelijk, waardoor de zwagerschap was ontstaan, is deze geen reden meer tot uitsluiting.
â Vanâochtoliod^HâHiagâto golijker tijd de man rogont, do vrouw rogontos Kijn.
Regenten mogen niet zijn, leden van eenig ander gesticht van weldadigheid, waarvan de leden door den gemeenteraad worden benoemd, noch leden van den gemeenteraad.
Regenten on rogoutoiieon hebben zitting voor den tijd van drie jaren en zijn dadelijk herkiesbaar.
Jaarlijks tretf^amp;^ bij het einde des jaars één regent-e»-1 nuno rogontou af, volgens op te maken rooster.
De eerste aftreding zal evenwel plaats hebben den 31 December 1887.
Die ter vervulling eener, buiten den bij den rooster bepaalden tijd, opengevallen plaats benoemd is, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij of zij is benoemd, moest aftreden.
Art. $. ^
Regenten ^n rogontoroon nemen hunne betrekking kosteloos waar.
Voor kosten van vergaderingen en dergelijke kannen zij eene som van een honderd en tachtig gulden in rekening brengen.
Art. |). y
Regenten, noch zij, die hen in den eersten of tweeden graad van bloedverwantschap of zwagerschap bestaan, of één huisgezin met hen uitmaken, mogen voor het weeshuis werkzaam zijn, tenzij zonder berekening van salaris.
5
door wien dat salaris dan ook betaald moge worden; middellijk of onmiddellijk deel nemen aan onderhandsclie pacht of hunr van goederen van het weeshuis, aan leveringen, aannemingen of andere bezoldigde diensten, of aan het koopen van betwiste vorderingen ten laste van het gesticht.
Art. /.' '
Regenten verdeelen hnnne werkzaamheden onderling naar goedvinden en benoemen uit hun midden, telkens voor een jaar, een president en een secretaris.
Het laatste lid van Art. 3 is ook op deze benoemingei. toepasselijk.
/
Art. 7.
Alle stukken, die van regenten uitgaan, worden, behoudens nader te vermelden uitzonderingen, door ten minste twee regenten, bij voorkeur door den president en den secretaris, geteekend.
Art. 8.,
Regenten stellen een reglement van orde voor hunne vergaderingen vast en deelen dit aan Burgemeester en Wethouders mede.
Zij zijn verplicht te houden:
1°. een of meer kasboeken, zoodanig ingericht, dat alle ontvangsten en uitgaven kunnen geboekt worden op den dienst waartoe zij behooren, en dat zij gemakkelijk kunnen worden vergeleken met de jaarlijksche rekening en verantwoording;
2°. een register van alle weezen, die door de instelling worden verpleegd, vermeldende hunne namen en voornamen, de dagteekening hunner geboorte en die van hunne opneming, en verder die bijzonderheden, die nuttig
6
bevonden, of bij bijzondere wetten en reglementen gevorderd worden;
3°. voor zooveel toepasselijk, een relvening-eonrantboek met de weezen, van hunne bezittingen, die door het bestirar voor hen beheerd en aan hen weder uitgekeerd moeten worden;
4°. een of meer door het gemeentebestuur gewaarmerkt register (ligger) van alle aan het gesticht behoorende vaste goederen, vermeldende hunne gewone benaming, kadastrale sectie, nummers en grootte; benevens van alle vaste inkomsten van de instelling, als: grondrenten, erfpachten, renten van kapitalen enz., met omschrijving van de titels, zoover die bestaan, en ten aanzien van zakelijke rechten, van de in- of overschrijving daarvan ten kantore van hypotheken, met aanhaling van dagteekening, deel en nummer.
Al deze registers worden geregeld bijgehouden.
Art.
In de regentenkamer van het gesticht worden alle titels, effecten en gelden, bewaard in eene brandvrije ijzeren kast of kist, of eene afdeeling daarvan, met ten minste drie verschillend werkende sloten, waarvan de sleutels zoodanig onder de regenten worden verdeeld , dat geen hunner van meer dan één slot, een sleutel in bewaring heeft.
Art. 10. ^
Jaarlijks vóór den 1 Juli leveren regenten de begrooting der vermoedelijke ontvangsten en uitgaven in, van het volgende dienstjaar, opgemaakt volgens ^en door Burgemeester en quot;Wethouders vast te stellen model.
Art. lli
De begrooting gaat vergezeld van eene memorie van toelichting, houdende eene aanwijzing van al wat tot eene
(
juiste beoordeeling der geraamde sommen in staat kan stellen, hetzij eene opgaaf van de redenen, die tot eene hoogere of lagere raming dan vroegere jaren geleid hebben, hetzij eene zooveel mogelijk nauwkeurige specificatie van de daarvoor vatbare artikelen.
Bij ontvangsten en uitgaven, die bij besluiten van hoogere machten zijn geregeld of goedgekeurd, worden die besluiten, met vermelding van dagteekening en nummer, in de memorie van toelichting aangehaald.
Art. ift. 'l
Als eerste post, hetzij in ontvangst, hetzij in uitgaaf, wordt op de begrooting gebracht het batig of nadeelig slot der goedgekeurde rekening van het laatst afgeloopen dienstjaar.
Het batig slot der goedgekeurde rekening van het laatst afgeloopen dienstjaar kan, op verzoek van het betrokken bestuur, door den Raad geheel of gedeeltelijk worden beschikbaar gesteld tot dekking der uitgaven van den loopenden dienst, waarop bij de begrooting niet was gerekend, of tot aanvulling van mindere ontvangsten dan bij de begrooting geraamd -waren.
Art. '2-
Buiten de begrooting mag geene uitgaaf geschieden.
Ook mogen de werkelijke uitgaven niet te boven gaan de sommen, voor elk artikel in het bijzonder bij de begrooting toegestaan. â Worden deze, tengevolge van omstandigheden, bij het opmaken van de begrooting niet te voorzien, in den loop van het dienstjaar ontoereikend bevonden, zoo kunnen regenten door den Raad worden gemachtigd om die artikelen met het ontbrekende te ver-hoogen, door afschrijving van andere artikelen, waarop overschotten bestaan. Ivan ook op deze wijze in de meerdere uitgaven niet worden voorzien, zoo behooren bij het
8
verzoek om machtiging tot verliooging tevens de middelen tot dekking daarvan te worden aangewezen, en zijn deze insgelijks onderworpen aan de goedkeuring van den Raad, voor zoo ver de wet die niet aan de goedkeuring van andere machten onderwerpt.
Jaarlijks vóór 1 Juni zenden regenten eene rekening en verantwoording van de ontvangsten en uitgaven over het afgeloopen dienstjaar in dubbel aan het gemeentebestuur in, opgemaakt volgens model door Burgemeester en quot;Wethouders vast te stellen, overeenkomende met het model voor de begrooting.
Ka goedkeuring wordt één exemplaar van de rekening in het archief van het gemeentebestuur, en het andere in dat van de instelling bewaard.
quot;Wanneer regenten ook ieder voor zich een goedgekeurd exemplaar van de rekening tot hunne ontlasting begeeren, zenden zij daarvan zooveel meer exemplaren in als het getal regenten bedraagt, die dit verlangen.
Art. 15. V
De rekening gaat vergezeld van eene memorie van toelichting, houdende opgaaf van de besluiten, waarbij machtiging is verleend tot verhooging van artikelen of tot instelling van nieuwe artikelen op de begrooting, en tot handelingen waartoe bij de wet of dit reglemenv, machtiging van hoogere machten gevorderd wordt;
vermelding van al wat regenten ter hunner verantwoording dienstig achten ; eene opgaaf van alle uitgaven, die naar hun oordeel als geldbelegging te beschouwen zijn of daarmede gelijk staan, en van de ontvangsten, die als vervreemding van kapitaal kunnen beschouwd worden of daarmede gelijk staan, en van het verschil tusschen deze beide. Uitgaven of ontvangsten, die slechts
y
gedeeltelijk als belegging of vervreemding te beschouwen zijn, worden in deze opgaaf slechts voor zoodanig gedeelte opgenomen.
Art. 16. 5quot;
Als bescheiden, tot staving der ontvangsten en uitgaven worden bij de rekening overgelegd ;
a. de besluiten, waarbij machtiging is verleend tot de handelingen, waarvan de in rekening gebrachte ontvangst of uitgaaf het gevolg is ;
}gt;. de bewijzen van afschrijving in de grootboeken der Nederlandsche schuld;
c. de overeenkomsten, waaruit de ontvangsten of uitgaven voortvloeien, of eenvoudige, door den secretaris van het bestuur, geteekende afschriften of uittreksels daarvan;
d. verklaringen van den bouwmeester of opzichter, dat de aannemer heeft voldaan aan alle verplichtingen, in het bestek omschreven;
e. specifieke rekeningen, door eenen der regenten onderzocht en voor gezien geteekend;
Æ. kwitantiën.
Deze bescheiden worden te gelijk met de goedgekeurde rekening aan regenten teruggezonden, om in het archief van de instelling te worden bewaard.
Indien de rekening niet is opgenomen en goedgekeurd vóór het einde van het jaar, waarin zij werd ingeleverd, zijn de regenten bevoegd in alle geval de overgelegde bescheiden na het einde van dat jaar terug te vorderen, onder gehoudenheid om die op nieuw over te leggen op
de eerste aanvraag van Burgemeester en Wethouders.
f
Art. 17.
Alle ontvangsten en uitgaven worden verantwoord in de rekening van bet dienstjaar waartoe zij behooren.
lü
Grondrenten, erfpachten, recognitiën wegens rechten van opstal, huur- en pachtpenningen, behooren tot den dienst van het jaar, waarin de schuld volgens overeenkomst invorderbaar is.
Renten behooren tot den dienst van het jaar, waarin zij verschijnen. De rente echter, loopende over een tijdvak, dat met den laatsten December eindigt, behoort tot den dienst van dat tijdvak, ook zelfs dan wanneer zij eerst in het volgende jaar opvorderbaar is.
Kostgelden en verpleegkosten behooren tot den dienst van het jaar, waarin de verpleging heeft plaats gehad.
Van aannemingsprijzen, in termijnen betaalbaar, behoort elke termijn tot den dienst van het jaar, waarin hij volgens de overeenkomst invorderbaar is, ook dan wanneer de betaling daarvan, tengevolge van bijkomende omstandigheden, eerst later heeft plaats gehad.
Betalingen voor verrichte werken of gedane leveringen, behooren tot den dienst van het jaar, waarin het werk verricht of de levering gedaan is.
Begrafeniskosten behooren tot den dienst van het jaar, waarin het overlijden heeft plaats gehad.
Ontvangsten bij het sluiten der rekening van het dienstjaar, waartoe zij behooren, nog niet ingekomen, worden in de rekening van het volgende jaar verantwoord.
Dat gedeelte van elke schuldvordering, dat kwijtgescholden of oninvorderbaar verklaard is, wordt afzonderlijk verantwoord.
Schulden, bij het sluiten der rekening van het dienstjaar, waartoe zij behooren, nog niet verevend of om andere redenen nog onvoldaan gebleven, worden in de rekening van het volgende jaar verantwoord.
Schulden tot een vroeger dienstjaar behoorende, die niet of tot een minder bedrag, op voorschrevene wijze
11
in de rekening van dat jaar zijn opgegeven, worden niet dan na verlsregene machtiging van den Raad, voldaan.
Alle schiüdvorderingen, die niet op den verschijndag voldaan zijn, worden binnen negen maanden daarna, door regenten in rechten ingevorderd, op straffe van die nit eigen beurs aan het gesticht te vergoeden, ten ware hun de vereischte machtiging tot het voeren van het rechtsgeding mocht geweigerd zijn, of de Raad hun, op een met redenen omkleed verzoek, daarmede uitstel mocht hebben verleend.
Arï. 20. I
G-eene posten mogen als oninvorderbaar in de rekening worden gebracht, dan ten gevolge eener machtiging van den Raad, voor zoover de wet daartoe geene andere machten heeft aangewezen.
Art. 211
Te min verantwoorde ontvangsten, of te veel in rekening gebrachte uitgaven, die in de rekening niet worden goedgekeurd, worden in de rekening van het eerstvolgende dienstjaar in ontvangst verantwoord.
Art. 22./, /
De begrooting en de daarbij behoorende memorie van toelichting, benevens de jaarlijksche rekening worden ge-teekend door de drie regenten.
Art. '23.'}
Voor zoo ver daaromtrent bij dit reglement, of bij andere door den Raad vastgestelde of goedgekeurde regie-
12
menten of instructiën niet anders is bepaald, worden de ambtenaren en bedienden der instelling door de regenten benoemd, geschorst en ontslagen.
Art. quot;24,
Het getal, de jaarwedden en emolumenten van de ambtenaren en bedienden der instelling, worden door den Eaad geregeld, op voorstel of na ingewonnen advies van de regenten.
De instructiën der ambtenaren en bedienden door regenten vast te stellen, zijn onderworpen aan de goedkeuring van den Eaad.
Art.
Voor opname van- of uitkeering aan weezen behoeven regenten de machtiging van Burgemeester en AVethouders.
Aldus vastgesteld door den Gemeenteraad van Kampen in zijne vergadering dd. 18 September 1886, en ter voldoening aan art. 6 der Wet tot regeling van het armbestuur, aan hh. Gedeputeerde Staten van Overijssel medegedeeld, blijkens hun bericht dd. 30 September 1886, 3e Afd. N0.
vy //^/w EBBING.E)
- /c amp; y; Burqemeester
7 ' / / 7 J. G. HISSINK,
Secretaris.
v* «pi amp;4 vrsivv*» U^r-Cv»»'c
i
lift'quot;
r- gt;'-â¢â¢!.'
;
«ïi# -
' *
'
'. :x-
*
y -.-â â 'lt;Æ!
i®'ï®
t
ïf-
'
Six
13®