/SJZ TT/
'Ivjr
^C-gt;
VK
\V\. 'Icgt;'
//h-.
w
i mi i â hui ii 't iï
EEN ERNSTIG WOORD AAN 'ï SCHOOLTOEZICHT, GEMEENTEBESTUREN, ONDERWIJZERS EN OUDERS,
DOOR
H. J. SMID,
G- y in n a s t i e k - O n. d. e i- w ij z e r.
rr
â¢V/|C
#
Viv
'V quot;N'iv
'Ivx
^ês.
quot;y
Jamp;c Viv
Vin
.Ai-: Viv
'ijr
Vv
'ijr
v?quot;
Tlt;'c
â¢iics.
/?gr
^gt;k. Viv
iiA,
'ivX
sl/\,
~°y
Mlt;-V'v
'tvgt; Ak
VIs \isK 'iNgt;
DEVENTER.
JE. E. KL UWER.
T
a H Ã3
2! ^ W
g ^ §
S Bi 5
S « ^
« M g
? w ^
w ?-
r p
ö u-
w W
O
lt;1 g
S3 ^
s ^
c» t?d W
CC c»
CS3 H
tz- W
⢠w
fed P
02 d ts. R
Hgt; '
c â w 1 S !
c»
02
i-3 ffi K»
tt' co w
p
rii P P-
tgt; H
' UI
CT' H
* »gt;
ö g
fel
S 5
y s
Cf O
C/ rgt;
Ã
o
rgt; «-*
rgt; 3
t*
lt;i tgt;
o
lt;5 H
O § ^
K 2!
i %
l
CS3 CD
oq
â -s o o
c-*-
CD
O lt;
0 CD Ci.
?r c
3
1
C/2 O.
ts
p o 2 cg
oq
CD
go
P quot;S PL
P
N O O
O
O
Cr1 O «1 c-'.
R)
^3
CfQ CD
ö
CD tS! CD
t*r
CD
CD
CD iâ'â¢
CD 3
cy
Oi lt;3
C- -
r~ -PS
câi
lt;J CD
et-CD
?r
£ ja
c^-
CD
ff
CD ff ff CD
3
CD ȉi rr
CD pi
O p-
CD
CD
c-t-
CD
|
amp; CD |
Ben Lezer Heil!
De opneming van de Vrije en Ordeoefeningen der gymnastiek onder de verplichte leervakken der Lagere School heeft sedert de aanneming der gewijzigde wet in 1889 vele tongen er; pennen, onder de onderwijzers ook reeds vele armen en beenen in beweging gebracht.
Wat de IJveraars voor gymnastiek van minister Heemskerk in 1878 tevergeefs hadden verwacht en nu van minister Mackay nauwelijks durfden hopen ââ den lichaamsoefeningen werd eene plaats gegeven onder de vakken, die op de Lagere School moeten worden onderwezen.
Tevergeefs had men zich in 1878 afgesloofd met eenen berg adressen aan de Regeering te zenden; tevergeefs hadden de heeren Van Eek, Idzerda en de inspecteur Moens zich ingespannen, om de gymnastiek genade te doen vinden in de oogen- van Minister en Volksvertegenwoordiging. Met een plaatsje achteraf, onder de vakken, die er konden onderwezen worden, moesten ze zich voor-loopig tevreden stellen, 't Was te voorzien, dat de gymnastiek zich op deze wijze niet spoedig zou ontwikkelen. Intusschen hoopte men op betere dagen.
Toen echter de schoolwetsherziening werd ter hand genomen door een anti-revolutionairen minister, hadden zelfs de vurigste voorstanders van gymnastiek er maar weinig verwachting van, dat ze hunnen wensch vervuld zouden zien. De kerkelijke partijen toch hadden zich nooit heel gunstig over dit vak uitgelaten, en in 't bijzonder van anti-revolutionaire zijde scheen men liet niet heel goed gezind.
Daarom legde men toch de handen niet in den schoot, 't Aantal adressen ten gunste van de gymnastiek aan de Regeeriug gericht,
1
2
beliep weldra ver over de honderd; reeds had een lid der Tweede Kamer, dat zich steeds een warm voorstander van gymnastiek had betoond, zich aangegord om voor haar in 't strijdperk te treden, toen de minister allen kwam verrassen met het voorstel, om gymnastiek zonder werktuigen als leervak voor de Lagere School verplichtend te stellen. En toen later de gewijzigde wet in het Staatsblad verscheen, werd in artikel 2, bij de vakken, die op de Lagere School moeten onderwezen worden, onder j genoemd: De vrije en ordeoefeningen der gymnastiek.
Algemeen gejuich in 't gymnastische Nederland! Enkele pessimisten, wien de schaduwzijde van de medaille ook, en wel 't meest, in 't oog viel, werden dadelijk overstemd. Had men den minister lof toegezwaaid om de welwillendheid, waarmee hij de gymnastiek in de school had gebracht, volmondig mocht men daarna de belangstelling prijzen, waarmee het nieuwe leervak werd begroet door de onderwijzers. Waar er maar twee bij elkaar kwamen, daar hadden ze 't er over; op de arrondissementsvergadering, waar natuurlijk meer bij elkaar kwamen, had men 't er nog drukker over. Daarna werd de zaak op de districtsvergadering nog eens terdege bekeken en kwam men eindelijk vrij algemeen tot de conclusie, dat die vrije en ordeoefeningen een uitstekend ding waren.
Leeraren bij 't Middelbaar Onderwijs waren gewoonlijk de voorlichters op die vergaderingen; ze werden weldra de leiders van cursussen, die als paddestoelen verrezen, en de onderwijzers, jong en oud, slank of stram, ze lieten zich drillen en drilden zich zelf met een bewonderenswaardig volhardingsvermogen. En dat alles met eene haast, alsof 't heil van Nederland er van afhing! 't Was, of er een wervelwind over 't land ging.
Thans is de grootste vlaag voorbij; enkele strootjes zijn nog in trillende beweging; maar de meeste, straks in zenuwachtige gejaagdheid opgedwarreld, komen weer tot rust. Wel worden hier en daar nog gymnastiek cursussen gehouden, zelfs door quot;t Rijk gesubsidieerd, maar heel druk worden ze niet meer bezocht, en vraagt men onderwijzers, hoe ze 't in 't volgende jaar met de gymnastiek denken te maken, dan is meestal het antwoord: âIk weet het niet.quot;
Nu de eerste opwinding voorbij en het bloed van de onderwijzers
weer normaal geworden is, komt het ons niet ongepast voor, de zaak nog eens uit oen practisch oogpunt te bekijken. Temeer, daar ook de ouders der schoolgaande kinderen er hunne gedachten eens over dienen te laten gaan, of ze dezen aan de vrije en ordeoefeningen zullen laten deelnemen.
Teneinde onze balans te kunnen opmaken van 't voor of tegen, hebben we hoofdzakelijk op drie vragen antwoord te geven:
a. Zr,ra de Vrije en Oöpeoepeningen op de Lagere School nuttig?
Ofschoon thans de vrije en ordeoefeningen bij de beoefenaars der gymnastiek vrij algemeen bekend en ook in gebruik zijn, terwijl hiermee zelfs de gymnastiek op onze volksschool hare intrede zal doen, vertegenwoordigen ze niet den oudsten vorm, waaronder gymnastiek beoefend werd. 't Heeft zelfs lang geduurd, voor men ze in Duitschland, het vaderland der hedendaagsche gymnastiek, iu eenigszins genietbaren vorm wist in te voeren. In ons land kwamen ze natuurlijk nog later, en nóg bekleeden ze op sommige inrichtingen van onderwijs, en vooral bij vele gymnastiek-vereenigingen. een zeer ondergeschikte rol. Uitsluitend vrije en ordeoefeningen vindt men wellicht nergens.
Gymnastiek heeft in de eerste plaats ten doel, door opzettelijke oefening de verschillende lichaamsdeelen evenredig en krachtig te ontwikkelen, waardoor de functiën der verschillende organen beter kunnen plaats hebben en de gezondheid wordt bevorderd. In't kort: een krachtig, flink ontwikkeld lichaam te verkrijgen tot woonplaats van een helderen geest. Nevendoel is het verkrijgen van een sier lijke houding, vlugheid van beweging, meesterschap over spieren en zenuwen, quot;t aankweeken van zucht tot orde en netheid.
Voorwaar, een schoon doel, waarnaar te streven een weldaad en een genot voot den mensch moet zijn.
En dat althans veel van dit doel te bereiken is â we behoeven ons de flinke figuren van hen, die jarenlang zich aan de turnkunst gewijd hebben, maar voor oogen te stellen, om ons er van te overtuigen.
Een veerkrachtige tred en een nette houding zijn voor ieder, die een behoorlijk gevormd lichaam bezit, te verkrijgen door oefening.
4
én, hoewel niet ieder een Hercules kan worden, al oefent hij zich ook zijn leven lang, toch kan hi] daardoor zijne spieren ontwikkelen en zoodanig aan zijnen wil onderwerpen, dat hij meer kan dan anderen van gelijken lichaamsbouw.
Flinke beweging versterkt de spieren, verruimt de longen, geeft het bloed een snelleren loop, waardoor de stofwisseling vlugger kan plaats vinden en alle organen krachtiger en beter gevoed worden. Alleen hij, wiens organen hunne function behoorlijk verrichten, kan opgewekt leven; zijn hoofd kan helder en voor geestelijken arbeid voortdurend geschikt zijn.
Dit is al zoo dikwijls aangetoond en de ondervinding is reeds zoo lang leermeesteres geweest, dat men in Nederland al meer en meer het nut van de gymnastiek begint in te zien. Dat ze nog niet meer beoefenaars telt, komt meestal daarvan, dat men haar niet bepaald noodzakelijk kan vinden, dat men het aangename te veel boven het nuttige stelt, of wel, dat men zich met de wijze, waarop de gymnastiek door anderen beoefend wordt, niet kan vereenigen. Bij dit laatste hebben we voornamelijk de gymnastiek-vereenigingen op het oog, die nog te veel genoodzaakt zijn, hare bijeenkomsten te houden in herberglokalen. Dit, gevoegd bij de hebbelijkheid van ons, Nederlanders, om bij alles, wat we doen, â ververschingenquot; te gebruiken, weerhoudt vele ouders, hunne jongens naar die bijeenkomsten te laten gaan. Dit verhindert ook de gymnastiek volkszaak te worden.
Nuttig is de gymnastiek in de eerste plaats voor hen, die bij hunne dagehjksche werkzaamheden de noodige beweging moeten missen. Wij hebben onze armen eigenlijk niet gekregen, om pen passer of liniaal te hanteeren; onze beenen niet, om er eene kantoorkruk mee te omstrengelen of er den ganschen dag op achter eene toonbank te staan; onzen romp niet, om dien over den lessenaar te krommen. Wanneer echter de steeds voortdringende beschaving of de strijd om het bestaan ons noodzaken, in dergelijke onnatuurlijke positie ons lichaam te bederven, dan moet kunstmatige beweging 't verbroken evenwicht herstellen.
Het kind is in zeker opzicht nog natuurmensch: 't is hem een lust, zijne spieren te oefenen en te sterken; beweging is voor hem een genot, gedwongen rust een gruwel. De kinderen der Batavieren^ hadden onze gymnastiek niet noodig;bij de lichamelijke opvoeding.
die zij in de vrije natuur ontvingen, mogen onze gymnastische oefeningen slechts als een erbarmelijk surrogaat aangemerkt worden.
De natuurlijke gymnastiek voor kinderen is het spel, nl. het spel, dat uit vrijen wil gespeeld wordt. Hoezeer een kind daaraan behoefte heeft, blijkt maar al te zeer, wanneer na een paar uren van geestelijke inspanning en gedwongen lichamelijke rust bij 't uitgaan der school de natuur hare rechten hernemen kan. Wij onderwijzers huiveren wel eens bij 't zien van de woeste uitgelatenheid, waarmee de levenslustigsten van onze jongens zich dan uitspringen; laat ons bedenken, dat wij de natuur zoo lang getergd en getart hebben: ze wreekt zich!
Krachtige bewegingen zijn voor onze jeugd tot afwisseling van de schoolwerkzaamheden een noodzakelijke behoefte. Waar de gelegenheid ontbreekt, om in de vrije natuur aan die behoefte te voldoen, daar is gymnastiek het meest noodig: in de steden dus veel meer dan op het land.
Dc vrije en ordeoefeningen vormen een onderdeel der gymnastiek, waarbij krachtsontwikkeling minder op den voorgrond treedt; ze kunnen 't gemis aan lichaamsbeweging op school wel tegemoet komen, maar niet vergoeden. Geef den kinderen tusschen de schooluren een kwartier lang vrij spel en ze zullen uit eigen beweging hunne spieren meer oefenen, dan ge met de beste vrije en ordeoefeningen zoudt kunnen doen. Bovendien neemt dan ieder kind beweging naar zijne behoefte, en die is niet bij ieder dezelfde.
Begin dadelijk na schooltijd met vrije en ordeoefeningen, en, wanneer ge gedaan hebt, zullen uwe leerlingen met bijna evenveel genot van onder uwe bevelen wegspringen, als wanneer ze op 't zelfde oogenblik van de schoolbanken kwamen. Gfeef hun eens de keus tusschen vrije en ordeoefeningen, of in vrijheid te kunnen spelen en tel dan uwe leerlingen â 't zal u weinig moeite kosten!
't Is een donkere schaduwzijde aan deze oefeningen, dat ze te veel inspanning van de hersenen vorderen, terwijl juist de lichamelijke inspanning niet zoo groot is, en dat ze te mechanisch worden uitgevoerd. Er zijn er onder do vrije en vooral onder de ordeoefeningen, die van het hoofd meer eischen dan menig ander leervak van de Lagere School, en wier beteekenis voor de physieke ontwikkeling licht overschat wordt.
Het spel, zeiden we daareven, is de natuurlijke gymnastiek voor
6
hot kind. Alle voorstanders van gymnastiekonderwijs zijn 't er dan ook over eens, dat bewegingsspelen op de Lagere School een hoofdschotel moeten vormen, in de eerste leerjaren zelfs da hoofdschotel. Het ontbreekt dan tegenwoordig ook niet aan handleidingen, waarin gymnastische spelen in groot aantal worden opgegeven.
Zal een spel zooveel nut doen, als men er van verwacht, dan moet het in den smaak der leerlingen vallen; want spelen, terwijl het kind geen vermaak of lust toont in het spel, is geen spelen. Nu is 't al opmerkelijk, dat er onder de vele spelen, welke ons in boekjes worden opgegeven, en die in 't gymnastieklokaal worden toegepast, slechts enkele zijn, die op het speelplein door de kinderen uit eigen beweging worden nagespeeld. Dat is een slecht teeken!
Zeer gunstig onderscheidt zich in dit opzicht zeker de verzameling van vrijv kinderspelen, bijeengebracht door den heer Bender, onder den titel âKling! Klang!quot; verschenen bij den uitgever dezes. Van vele dezer spelen weten we bij ondervinding, dat ze bij de jeugd geliefd zijn, en terecht zegt de schrijver in het voorbericht: âDe zuiver gymnastische spelen vervelen in den regel spoedig; de vrije spelen integendeel nooit.quot; (1)
Door spelen voldoet het kind aan de behoeften van zijn jeugdig lichaam en aan een natuurlijken aandrang uit zijn kinderlijk hart en gemoed; die aandrang moet niet van buiten komen. Ligt er waarheid in het rijmpje:
Het leeren dient niet ingedrongen:
Do luat moet zitten in den jongen,
hoeveel te meer geldt dit dan wel voor het spelen. Spelen, door gymnastiekonderwijzers uitgedacht, ze mogen vaak heel verdienstelijk zijn â ze blijven fcMwstepelen. Waarom zal men dan een namaaksel nemen, waar men gemakkelijker het echte kan krijgen ? Ook hier geldt weer, wat we zooeven reeds opmerkten: niet ieder
1
âKling! Klang!quot;, keur van vrijo kinderspelen uit allo streken van ons land (81 in getal), waarvan 55 voorzien van allerliefste, eenvoudige melodiën, door do geheele pers uitmuntend beoordeeld, kost slechts 75 cent.
7
kind heeft dezelfde behoefte aan beweging, en wanneer het spel door den onderwijzer aangegeven wordt, spelen allen gelijk.
Gymnastische spelen op bevel van den onderwijzer zijn zeer zeker nuttig; vrije spelen zijn nuttiger, zelfs al was 't alleen daarom, dat ze met de volle ambitie gespeeld worden.
b. Zijn de Vrije en Ordeoefeningen op de Lagere School noodig?
Voor ons lichaam is beweging der verschillende doelen volstrekt noodig. Zonder schade te doen aan zijne gezondheid kan niemand die behoefte onderdrukken, en wie door levensomstandigheden gedwongen wordt tot een onnatuurlijke werkeloosheid zijner spieren, ondervindt op den duur de nadeelige gevolgen in don vorm van allerlei kleine en grootere kwalen, welke iemand, die zijn lichaam flink moet gebruiken, vreemd blijven.
Het eeuwigdurend streven naar de limiet van ontwikkeling en beschaving dwingt het menschdom en in 't bijzonder de jeugd voortdurend, het lichaam den noodigen arbeid te onthouden en daarentegen den geest met werkzaamheden te overladen. Die stroom schijnt niet te keeren, en de gevolgen blijven niet uit. Wat zijn wij, vergeleken bij geslachten van eonige eeuwen herwaarts? Reuzen van geleerdheid wellicht zijn reeds onze schooljongens; maar ook dikwijls pieperige kereltjes met brillen en hooge schouders, parodieën van âheeren der Schepping.quot; Dat is ééne van de zegeningen der hedendaagsche beschaving!
En om nu 't kwaad te keeren heeft men kunstmiddeltjes moeten uitdenken, waarmee men de menschelijke machine behoorlijk in stand hoopt te houden. Wat men de natuur te kort doet, wil men door kunst weer in orde brengen. Want gymnastiek t-s een /««wstoiddel, dat we niet noodig moesten hebben. Maar nu we eenmaal met den stroom voortgedreven worden, dienen we te roeien met de riemen, die ons worden toegestoken, en die riemen in den vorm van kunstmatige lichaamsoefeningen zoo verstandig mogelijk aan te wenden.
Overlading der hersenen heeft niet alleen plaats bij wat men gewoonlijk de âstudeeronde jongelingschapquot; noemt, ze begint reeds op de Lagere School en dus strekt zich haar nadeelige invloed uit
8
over nagenoeg allen, die op den naam beschaafden aanspraak wil len maken. Wel gaan er gedurig stemmen op, die klagen, dat het onderwijs te veel vakken omvat, om goede resultaten te kunnen verwachten; maar al wordt ook zoo'n roep van hier en daar beantwoord, toch blijft die stem vooralsnog die eens roependen in de woestijn. De vakkenmassa vermeerdert; de kinderen krijgen steeds meer in hun arm hoofd te proppen en worden voor stommeriken gehouden als 't er niet in kan; ze komen steeds vroeger ter school; de vrije tijd buiten de schooluren wordt voortdurend meer voor huiswerk gevraagd.... misschien is de tijd niet verre meer, dat we de kinderen niet meer opleiden tot christelijke en maatschappelijke deugden, maar tot oude mannetjes en vrouwtjes.
De jeugd heeft van 't ontwaken tot het naar bed gaan beweging bijna even noodig als eene boterham. Recht gelukkig leeft het kind slechts zoolang het den geheelen dag kan grasduinen en om-dollen, zoolang het de knellende schoolbanken, de letters, de leien, de boeken niet kent.
Is nu die gelukkige tijd voorbij, dan moeten we toch zorgen, dat we 't gemis aan vrijheid en beweging zooveel mogelijk vergoeden. G-ymnastiek is daartoe een uitstekend middel, en 't zou zeer wenschelijk zijn, dat aan elke school een goede gymnastiek-inrichting bestond, waarin elke leerling zich dagelijks onder leiding en toezicht, naar eigen lust en behoefte kon oefenen, waar elk kind na de uren van ingespannen zitten zijn lichaam eens flink kon rekken en strekken, waar 't de borst weer kon verruimen en de longen vullen. Dat vereischt echter veel meer dan wat de wet geven wil door invoering der vrije en ordeoefeningen. Deze zijn uitstekend als vóórspijs, om, bij wijze van inleiding de gewrichten wat los en de spieren wat buigzaam te maken. Uitsluitend vrije en ordeoefeningen te geven, gelijkt op 't leggen van fondamenten, terwijl men 't gebouw achterwege laat.
Nog een enkel woord aangaande de gymnastische spelen. We hebben straks reeds opgemerkt, dat er thans vrij uitgebreide verzamelingen van bewegingsspelen bestaan. Daarin zijn wel is waar de variation op eenzelfde thema vaak even talrijk als de verschillende variation op het ganzebord, doch er blijft keuze genoeg over, wanneer men de kinderen een spel wil laten uitvoeren. We staan echter al weer voor de vraag: Is het beter, kinderen te doen spelen.
9
dan hen te laten spelen? We weten wel, dat er beweerd wordt: de kinderen kunnen niet spelen; doch, hoe men dat ook wil uitleggen, zoo'n tegenstrijdigheid wil er bij ons niet in. Zal iemand ook trachten, den nachtegaal 't zingen to leeren ?
Er wordt ook gezegd, dat de kinderen door hunne natuurlijke spelen 't lichaam eenzijdig ontwikkelen. âAllemaal gekheid!quot; zouden wc met Mijnheer Kegge uit de Camera Obscura willen uitroepen. Spelen de kinderen niet gedurig iets anders, waarbij weer andere lichaamsdeelen geoefend worden? Heeft men ooit gehoord, dat een jongen een krommen rug had gekregen van 't âhaasjen-over,quot; of, dat een meisje op te omvangrijke kuiten rondliep vanwege het drukke âtouwtjespringenquot; ? 't Is waar, er valt wel eens een ongelukje voor hij hunne spelen; maar gebeurt dit minder vaak bij gymnastiek, rijden, roeien, wielrijden, zwemmen en bij allen mogelijken arbeid? Kan men daarom dat alles afkeuren? Dat er later, wanneer de jongen een ambacht moet leeren, eenzijdige ontwikkeling plaats iieeft, geven we gaarne toe; maar 't gaat toch niet aan, dat men een jongen, die smid denkt te worden, dus later zijne bovenste ledematen sterk zal ontwikkelen, met het oog op de regelmaat, steeds been- en rompoefeningen laat uitvoeren. Evenmin zal men bij den postbode-in-spé de beenoefeningen vermijden, omdat hij daarvan later extra zal proflteeren.
Laten onze kinderen maar gerust met hun spel voortgaan; wanneer ouders of onderwijzers een oog in 't zeil houden, gaat het wel goed. Wc kunnen nog niet inzien, dat vrije en ordeoefeningen of spelen op bevel beter zijn. Nattig zijn ze zeker, maar de jeugd heeft ze, wanneer men haar het vrije spel laat, niet noodig.
C. Is de invoering der vrije en orreoekeningen op de Lagere School mogelijk?
Reeds hebben we de opmerking gemaakt, dat de onderwijzers thans nog niet weten, hoe ze 't in het volgende jaar met het nieuwe leervak zullen stellen. Dat steekt scherp af bij den ijver, waarmee ze voor een paar jaren er over gedelibereerd hebben; maar is 't hunne schuld?
Wat mot de toepassing eener nieuwe onderwijswet hier nog nimmer gebeurd was, do wijziging van 1SS9 verkreeg terugwer-
8
over nagenoeg allen, die op den naam beschaafden aanspraak wil len maken. Wel gaan er gedurig stemmen op, die klagen, dat het onderwijs te veel vakken omvat, om goede resultaten te kunnen verwachten; maar al wordt ook zoo'n roep van hier en daar beantwoord, toch blijft die stem vooralsnog die eens roependen in de woestijn. De vakkenmassa vermeerdert; dè kinderen krijgen steeds meer in hun arm hoofd te proppen en worden voor stommeriken gehouden als 't er niet in kan; ze komen steeds vroeger ter school; de vrije tijd buiten de schooluren wordt voortdurend meer voor huiswerk gevraagd.... misschien is de tijd niet verre meer, dat we de kinderen niet meer opleiden tot christelijke en maatschappelijke deugden, maar tot oude mannetjes en vrouwtjes.
De jeugd heeft van 't ontwaken tot het naar bed gaan beweging bijna even noodig als eene boterham. Recht gelukkig leeft het kind slechts zoolang het den geheelen dag kan grasduinen en om-dollen, zoolang het de knellende schoolbanken, de letters, de leien, de boeken niet kent.
Is nu die gelukkige tijd voorbij, dan moeten we toch zorgen, dat we 't gemis aan vrijheid en beweging zooveel mogelijk vergoeden. Gymnastiek is daartoe een uitstekend middel, en 't zou zeer wenschelijk zijn, dat aan elke school een goede gymnastiek-inrichting bestond, waarin elke leerling zich dagelijks onder leiding en toezicht, naar eigen lust en behoefte kon oefenen, waar elk kind na de uren van ingespannen zitten zijn lichaam eens flink kon rekken en strekken, waar 't de borst weer kon verruimen en de longen vullen. Dat vereischt echter veel meer dan wat de wet geven wil door invoering der vrije en ordeoefeningen. Deze zijn uitstekend als vóórspijs, om, bij wijze van inleiding de gewrichten wat los en de spieren wat buigzaam te maken. Uitsluitend vrije en ordeoefeningen te geven, gelijkt op 't leggen van fondamenten, terwijl men 't gebouw achterwege laat.
Nog een enkel woord aangaande de gymnastische spelen. We hebben straks reeds opgemerkt, dat er thans vrij uitgebreide verzamelingen van bewegingsspelen bestaan. Daarin zijn wel is waar de variatiën op eenzelfde thema vaak even talrijk als de verschillende variatiën op het ganzebord, doch er blijft keuze genoeg over, wanneer men de kinderen een spel wil laten uitvoeren. We staan echter al weer voor de vraag: Is het beter, kinderen te doen spelen,
9
dan hen te laten spelen? We weten wel, dat er beweerd wordt: de kinderen kunnen niet spelen; doch, hoe men dat ook wil uitleggen, zoo'n tegenstrijdigheid wil er bij ons niet in. Zal iemand ook trachten, den nachtegaal 't zingen te leeren ?
Er wordt ook gezegd, dat de kinderen door hunne natuurlijke spelen 't lichaam eenzijdig ontwikkelen. âAllemaal gekheid!quot; zouden we met Mijnheer Kegge uit de Camera Obscura willen uitroepen. Spelen de kinderen niet gedurig iets anders, waarbij weer andere lichaamsdeelen geoefend worden ? Heeft men ooit gehoord, dat een jongen een krommen rug had gekregen van 't ânaasjen-over,quot; of, dat een meisje op te omvangrijke kuiten rondliep vanwege liet drukke âtouwtjespringenquot; ? 't Is waar, er valt we! eens een ongelukje voor bij hunne spelen; maar gebeurt dit minder vaak bij gymnastiek, rijden, roeien, wielrijden, zwemmen en bij allen mogelijken arbeid? Kan men daarom dat alles afkeuren? Dat er later, wanneer de jongen een ambacht moet leeren, eenzijdige ontwikkeling plaats heeft, geven we gaarne toe; maar 't gaat toch niet aan, dat men een jongen, die smid denkt te worden, dus later zijne bovenste ledematen sterk zal ontwikkelen, met het oog op de regelmaat, steeds been- en rompoefeningen laat uitvoeren. Evenmin zal men bij den postbode-in-spó de beenoefeningen vermijden, omdat hij daarvan later extra zal proflteeren.
Laten onze kinderen maar gerust met hun spel voortgaan; wanneer ouders of onderwijzers een oog in 't zeil houden, gaat het wel goed. We kunnen nog niet inzien, dat vrije en ordeoefeningen of spelen op bevel beter zijn. Nuttig zijn ze zeker, maar de jeugd heeft ze, wanneer men haar hot vrije spel laat, niet noodig.
C. Is de invoering der vrije en ordeoefeningen
op de Lagere School mogelijk ?
Reeds hebben we de opmerking gemaakt, dat de onderwijzers thans nog niet weten, hoe ze 't in het volgende jaar met het nieuwe leervak zullen stellen. Dat steekt scherp af bij den ijver, waarmee ze voor een paar jaren er over gedelibereerd hebben; maar is 't hunne schuld?
Wat met de toepassing eener nieuwe onderwijswet hier nog nimmer gebeurd was, do wijziging van 1889 verkreeg terugwer-
10
kende kracht, in dien zin, dat van alle onderwijzers, die hunne acte van bevoegdheid onder een vorige wet hadden behaald, gevergd werd, dat ze zich moesten onderwerpen aan een examen in de vrije en ordeoefeningen. Met lofwaardigen ijver hebben reeds vele onderwijzers aan dien onbillijken eisch der regeering voldaan. Met opoffering van tijd, moeite en een deel van hunne, reeds zoo schamele jaarwedde hebben ze cursussen bijgewoond, die op particulier initiatief werden opgericht. Rijkssubsidie werd steeds geweigerd en aan 't verzoek om vergoeding van gemeentewege werd maar op enkele plaatsen voldaan. Thans, nu de invoering van het nieuwe leervak vlak voor de deur staat, is eerst het Rijk begonnen, de kosten der opleiding op zich te nemen. De onbillijke bepaling is daardoor nog onbillijker geworden: wie zich 'teerst voor de zaak hebben geïnteresseerd, komen 't slechtst weg. Reeds zijn ongeveer drieduizend onderwijzers en onderwijzeressen in 't bezit van een diploma voor de vrije en ordeoefeningen. Telt men daarbij degenen, die nog in dit jaar zulk een diploma zullen verkrijgen en die een volledige acte-gymnastiek bezitten, (wet '57, '78 of'89) dan zal 't aantal bevoegden de 5000 zeker zeer nabij komen.
De bevoegdheid van de onderwijzers zou dus zeker in 't volgende jaar reeds weinig bezwaar opleveren tegen een algemeene invoering-der vrije en ordeoefeningen. Elk volgend jaar zou de toestand in dit opzicht natuurlijk gunstiger worden, temeer, daar vele gemeentebesturen niet nalaten, hun onderwijzend personeel in meer of minder krasse termen tot het afleggen van examen aan te sporen. Dit is echter ook vrij wel het eenigo, wat er tot dusver door de plaatselijke overheden in 't belang van de gymnastiek is gedaan! Terwijl zo hare onderwijzers zelfs hier en daar dreigden met ontslag, hieven ze zelf in kalme rust afwachten.
Maar daarover moet men de gemeentebesturen niet te hard vallen : de wet vordert immers waarborgen van de onderwijzers, maar niet van do gemeenten. Een afzonderlijk lokaal voor hot gymnastiekonderwijs schijnt men bijv. niet eens noodig te hebben geacht. Zelfs waren er gymnastiekonderwijzers, die in redevoeringen op onderwijzersvergaderingen een grasveld daarvoor voldoende achtten, ook op do kleistreken. We herinneren ons nog uit het verslag van zoodanige vergadering, dat de schoolopziener naar aanleiding van die bewering kwam vragen: âHebt u wol eens een weiland gezien.
11
zooals het zich vertoont op de plaats vóór het hok, waar de koeien zich gewoonlijk verzamelen? Welnu, wat dunkt u van zoo'n grasveld ?quot;
Commentaar zal zelfs wel voor bewoners der Drentsche heidevelden overbodig zijn.
In 't algemeen zijn de vakmannen 't er overigens wel over eens, dat, wanneer er iets van de gymnastiek op de Lagere School terecht zal komen, daarvoor een goed ruim, goed geventileerd, met hout bevloerd, stofvrij, en in den winter verwarmd lokaal vereischt wordt. Het lokaal, waarin het gewone onderwijs gegeven wordt, kan daarvoor niet dienen, omdat de lucht er bedorven is, omdat er te veel stof verwekt wordt, en, last not least, omdat de banken eenvoudig de vrije beweging onmogelijk maken. Een goed overdekt speelplein zou misschien gemakkelijk tot gymnastieklokaal zijn in te richten. Maar, waar vindt men, althans ten platten lande, nog zoo'n overdekt plein?
Moeten dan de gemeentebesturen gedwongen worden tot het stichten van een afzonderlijk lokaal? Met het oog op de benard? flnanciëele omstandigheden, waarin vele gemeenten tegenwoordig verkeeren, waardoor ze genoodzaakt worden, reeds te veel op het gewone onderwijs te beknibbelen, zouden we huiveren, deze vraag met âjaquot; te beantwoorden. In elk geval zou dit dan ten laste van den Staat moeten komen.
Veronderstellen we echter eens voor een oogenblik, dat elke school is voorzien van een deugdelijk gymnastieklokaal. Daar is eeno school, verdeeld in twee lokalen, 't hoofd der school en de onderwijzer of de onderwijzeres hebben ieder drie klassen voor hunne rekening. Ze zijn voortdurend met eeno van de drie klassen mondeling bezig, 's Morgens is er een schooltijd van drie uren met een vierde uur pauze. Dat kwartiertje is voor den onderwijzer een welkom, ja, schier onontbeerlijk oogenblik, om wat op adem te komen. Maar de wet wil gymnastiek in de gewone schooluren. In de eerste plaats wordt dus daarvoor 't vrije kwartier gebruikt; verder wordt er op de andere vakken nog een kwartier beknibbeld (meer mag men toch waarlijk niet vorderen, waar de onderwijzer al zoo zuinig met zijnen tijd moét omgaan) om tot een half uur te komen. In dat half uur krijgen dus keel en longen van den onderwijzer in plaats van de noodige rust, dubbele inspanning.
12
Wee hem dan, wanneer ze niet van ijzer en staal zijn! En dan nog moeten, althans de grootste jongens en meisjes afzonderlijk geoefend worden, terwijl, als 't goed zal zijn, de leerlingen naar den ouderdom voor 't gymnastiekonderwijs in meer dan twee klas sen moeten worden gesplitst.
We laten 't aan den lezer over, te bepeinzen, hoe de onderwijzer 't moet aanleggen, die alleen voor de geheele school staat. Zoo iemand behoeft zich zeker van de resultaten van zijn gymnastiekonderwijs geen schoone illusie te scheppen. En toch zijn er wellicht oogenblikken geweest, waarop hij zich illusies schiep!
Toen de wetswijziging was aangenomen, waren de meeste onderwijzers met het nieuwe leervak, dat ze straks hadden te onderwijzen, niet van nabij bekend; ja, er waren er ongetwijfeld, die het nooit hadden zien onderwijzen. Geen wonder, dat zo trachtten er mee bekend te worden; vooral nu hun 't vuur zoo dicht aan de schenen gelegd werd. Weldra werd het nieuwe vak een punt op de agenda van alle onderwijzersvergaderingen in den lande. Gewoonlijk werd' een leeraar in de gymnastiek aan een naburige Hoogere Burgerschool uitgenoodigd, de onderwijzers in dezen voor te lichten. Dat was het beste zeker, wat men voorloopig doen kon. En het beste, wat de gymnastiekonderwijzers doen konden, deden ook zij, n.1. hun vak van de gunstigste zijde te laten bezien. Tot dusver konden deze heeren voor hunnen arbeid gewoonlijk niet zooveel waardeering vinden als hunne collega's, ook niet van de zijde der onderwijzers. Thans konden ze het blaadje wellicht doen keeren: geen wonder, dat ze hun beste beentje voorzetten. Velen hunner kwamen dan ook niet enkel ter vergadering, om door hun woord den onderwijzers een blik te geven in 't wezen der gymnastiek, ze brachten ook eenige hunner beste leerlingen mee om het aanschouwelijk te maken. Daar werden toen oefeningen gezien, zoo keurig, dat alle aanwezigen met gymnastiek hadden kunnen dwepen en ze zich de heerlijkste illusies schiepen van wat ze zelf later zouden kunnen doen. En onder hen waren er stellig ook, die alleen stonden voor de geheele school.
't Is zeker onbarmhartig, iemand zijne illusies te benemen; doch als ze toch verloren zullen gaan, is 't nog beter vroeg dan laat. Wanneer de onderwijzer der Lagere School de vrije en ordeoefeningen volgens de wet onderwijst, zal hij alleen in de allergun-
13
stigste omstandigheden zulke prachtige resultaten verkrijgen. Waarom ?
De gymnasüekonderwijzer leeft geheel voor zijn vak, terwijl de onderwijzer aan de Lagere School het als bijzaak moet beschouwen, wil hij zijn ander onderwijs er niet aan opofferen. Hij kan dus de oefeningsstof zoo goed niet meester worden. De gymnastiek-onderwijzer beschikt over een flink ingericht lokaal, dat men op de Lagere School meestal zal missen. De onderwijzer der Lagere School kan zijne leerlingen voor 't gymnastiekonderwijs veelal niet naar wensch klassiflceeren. Mooie kleedjes, buisjes, en schoentjes doen op eene openbare uitvoering ook wat.
Daar is bijvoorbeeld het Reigen .met zayuj. Meisjesgymnastiek is in 't algemeen 't moeielijkst te onderwijzen; kan de onderwijzer zich geheel aan de gymnastiek wijden, dan is gymnastiek voor meisjes het aantrekkelijkste onderdeel, waarbij de prachtigste resultaten kunnen worden verkregen. Eene klasse meisjes, gedost in witte jurkjes en witte schoentjes, met lichten tred. juist in de maat een Reigen te zien uitvoeren, terwijl ze de bewegingen mot lief gezang begeleiden â waarlijk, het levert een verrukkelijk gezicht op. Denk u nu in plaats daarvan meisjes op klompjes, in schamele kleedjes en â de betoovering is voor een groot deel al weg. Maar nog meer. Vraag den onderwijzer eens, heeveel moeite 'them gekost heeft, hoelang en herhaaldelijk hij heeft moeten arbeiden, om die oefeningen er âinquot; te krijgen, voor ze zoo keurig werden uitgevoerd. Menig zuchtje is er in 't gymnastieklokaal opgegaan, wanneer de bewegingen telkens en telkens weer moesten worden overgedaan, en alleen 't vooruitzicht, op de eene of andere gelegenheid met het geleerde in 't openbaar te kunnen schitteren en 't opwekkend woord van den onderwijzer konden steeds den moed levendig houden. Prachtig was 't, dat zult ge steeds blijven erkennen, maar is de practische waarde wel zoo groot, dat ze tijd en moeite loont?
Dag aan dag met dezelfde kinderen vrije en ordeoefeningen te moeten uitvoeren, het lijkt ons èn voor den onderwijzer, èn voor de leerlingen een vervelend baantje. In den grond der zaak vallen deze oefeningen al heel gauw niet zoo extra bij de kinderen in den smaak. Alleen de onderwijzer, die de oefeningsstof volkomen beheerscht en daarbij bijzonderen tact bezit als gymnastiek-
14
onderwijzer, kan de oefeningen steeds smakelijk maken. Maar kan men dat van den gewonen onderwijzer verwachten ? Goed gymnastiekonderwijs vraagt den geheelen onderwijzer. En wat er nog van de resultaten van de vrije en ordeoefeningen zal overblijven, wanneer leerlingen en onderwijzer ze met tegenzin en verveling uitvoeren, laat zich denken.
Wanneer de vrije on ordeoefeningen volgens de bedoeling der wet op de Lagere School worden ingevoerd, dan zullen slechts in de gunstigste gevallen belangrijke resultaten te verkrijgen zijn; in 't algemeen is het niet mogelijk, dat ze aan het doel beantwoorden.
BALANS.
Moeten nu de vrije en ordeoéfeuingen toch worden ingevoerd? De wet zegt âja.quot; Evenwel kan door de Regeering aan gemeentebesturen driemaal, telkens voor twee jaren, uitstel worden verleend, zoodat in het jaar 1899 het nieuwe leervak op alle Lagere Scholen moet worden onderwezen. Van geheele vrijstelling spreekt de wet niet. 't Is te verwachten, dat vele gemeentebesturen zich met het verzoek om uitstel tot de Regeering zullen wenden ; want op vele plaatsen zit men met de zaak maar een beetje verlegen.
In de meeste groote steden wordt nu reeds gymnastiekonderwijs aan leerlingen der Lagere School gegeven, en wel volledig. Waar dit geschiedt door vakonderwijzers, zal wel niet gevergd worden, dat men er de vrije en ordeoefeningeu alleen, te geven door klasseonderwijzers, voor in de plaats stelt. Sommige gemeentebesturen, die over een ruime kas kunnen beschikken en veel voor 't onderwijs over hebben, zullen waarschijnlijk lokalen gaan inrichten, om ook het gymnastiekonderwijs, nu 't eenmaal is voorgeschreven, zooveel mogelijk tot zijn recht te doen komen. En in dergelijke gemeenten kan er ook wellicht iets van terechtkomen.
Waar men echter met de gymnastiek niet ingenomen is, of andere omstandigheden verhinderen er iets voor te doen, daar kan men verzekerd zijn, dat het er knoeiwerk zal geven, 't Gevolg zal zijn, dat de geheele gymnastiek in discrediet geraakt. Waar men
15
aanvankelijk meende, dat haar een weg gebaand werd tot grootere ontwikkeling, zal zich eene woestijn vormen, waarin ze dreigt om te komen. Gij, voorstanders van gymnastiekonderwijs, gelooft het: wij hebben ons verblijd met een doode musch ; wij hebben te vroeg gejuicht!
Gemeentebesturen! Draagt ge do gymnastiek een goed hart toe, stelt dan, althans wanneer 't met de belangen der gemeentefi-nancion overeen te brengen is, alle middelen beschikbaar, die goed, liefst volledig gymnastiekonderwijs mogelijk maken. quot;Weifelt ge -volgt dan liever het voorbeeld van Zutfen, Apeldoorn, Ambt-Har-denberg e. a. : vraagt uitstel, 't Is te wenschen, dat de Regeering met het verleenen daarvan niet te karig zij.
Onlangs deed in verschillende bladen het volgende bericht de ronde:
âTen aanzien van de menigvuldige aanvragen, zoowel door de âbestuurders van openbare als bijzondere scholen, aan de Hooge âRegeering ingediend, tot voorloopige vrijstelling van de verplichting, om onderwijs te doen geven in de Vrije en Ordeoefeningon âder gymnastiek, verneemt men, dat, volgens het gevoelen des âMinisters van Binnenlandsche Zaken, voor dat onderwijs geen âafzonderlijk ingerichte localiteit een vereischte is en dat hetont-,breken van deze dan ook geen aanleiding kan geven tot het bevor-âderen van de vrijstelling.
âVoorts, dat, aangezien bedoeld onderwijs enkel behoéft te bestaan âin het beoefenen van eenvoudige bewegingen, zonder behulp van âtoestellen, allicht de ruimte in het gewone schoollokaal of wel âeene speelplaats of andere open ruimte bij het schoolgebouw voor âhet doel toereikend zal zijn.quot;
We hopen, dat dit bericht onwaarheid bevat, of anders, dat de Minister alsnog een ander gevoelen moge worden toegedaan.
Ouders van schoolgaande kinderen! De wetgever wil de vrijen ordeoefeningen als gewoon leervak onderwezen hebben; hij heeft het van een anderen kant echter weer niet als een gewoon leervak beschouwd: er wordt u vrijheid gelaten, uwe kinderen al of niet aan de oefeningen te doen deelnemen. Wordt het gymnastiekonderwijs in uwe gemeente uitstekend ingericht en nemen uwe kinderen met genoegen daaraan deel, laat hen begaan :'t kan dan enkel goede gevolgen hebben. Wordt het echter op gebrek-
1(1
kige wijze gegeven, omdat de omstandigheden 't niet beter toelaten, of toonen de kinderen weldra tegenzin, laat hen dan vrij spelen gedurende den tijd, die anders aan dc oefeningen zou worden besteed. Daardoor sticht ge meer nut; ge stelt op wettige wijze de wet buiten werking en ge verlost uwe kinderen en de onderwijzers van een nutldooze plaag.
Bij den Uitgever 33. E. KLTJWER te DEVENTER, verscheen mede:
T ^ B E L,
AANGEVENDE I)E_ WIJZE,
waarop de verschillende lichaamsdeelen door- hunne spieren bewogen worden,
BENEVENS
DE BANDEN EN GEWRICHTEN.
Ten dienste van H.H. Onderwijzers, die zich wenschen te bekwamen voor het Gymnastiek-examen.
DOOR
H. EDELMAN,
Leeraar in de Gymnastiek aan de Hoogere Burgerscholen te öappemeer en Winschoten.
Prijs 35 Cent.
Dit juweeltje, naar de beste bronnen bewerkt, mag bepaald onmisbaar genoemd worden voor ieder, die in korten tijd met alles op de hoogte wil komen, wat van de kennis van het men-schelijk lichaam wordt vereischt voor het Examen Gymnastiek en spaart bij de studie veel tijd uit.
Uitgave van iE. E. KLUWER te DEVENTER.
Geneeskundige Kamepgyinnastiek
VOOR HET
MANNELIJK en VROUWELIJK GESLACHT
DOOR
H. EDELMAN,
Lecraai- in de Gymnastiek aan tie H. B. Scholen te Sappemeer en Winschoten.
Met 4S figuren, en voorwoord van Dr. S. Sr. CORONEL.
Prijs netjes gebonden slechts 90 Cent.
Aanbevolen door: Het Tijdschrift van het Ned. Gymn.-Verbond, Dk. S. B. Ranefft, Olympia, de Wekker-, Het nieuwe Schoolblad, Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage, Prov. Groninger Of., Amsterdammer, Nieuws vjd Dag en tal van andere Dag- en Weekbladen, te veel om op te noemen.