ocr page 1

rfh-MtTJZ. ^

//' •

gt;

IETS

OVER DK

Ministerieele Verantwoordeliikheic

^s K O KKi. AT^I)

DOOK

. s.

VLAARDINGEN

DORSMAN amp; ODÉ 1889.

ocr page 2
ocr page 3

/ö*. /lt;95gt;O

IETS

OVEE DE

Ministerieele Verantwoordeliikheid

IN

^EDERL A.ISJD

DOOR

A . S.

■-Six-

VLAARDINGEN

DORSMAN amp; ODÉ 1889.

ocr page 4
ocr page 5

Rij de Gebr. J. amp; H. van Langenhuijsen alhier is onlangs uitgegeven de brochure: «P^ene merkwaardige Regeeringsbenoeming getoetst aan ue eischen der rechl-vaardighoid, enz. enz. Sursum corda.

Een ieder die zich de moeite wil geven die belangrijke brochure te lezen, zal met ons moeten erkennen, dat zoowel de herinneringen aan feiten daarin vermeld, als de schromelijke gevolgen voor Nederland en Ind-'ë, veroorzaakt door het onverantwoordelijk vertrouwen der meerderheid van de Tweede Kamer in een Minister van Koloniën, die «ex abrupto, zonder voorbereiding, te « ongelegener ure met overhaasting den rampzaligen oorlog «op Atjeh heeft ondernomen — en zich voor die « onbe-«zonnen handeling heeft verantwoordelijk gesteld, ook «voor alle daden van den toenmaligen Landvoogd»*); in een woord, dat al het geschrevene in deze belangrijke brochure berust op de zuivere, niet weg te cijferen waarheid!

Maar dan mogen wij ook de vraag stellen: wat betee-kent toch eigenlijk de wet op de ministerieele verant-woordelijkheid van 22 April 1855, Staatsblad n0 33?

Restaat die wet om eiken Minister « carte blanche » te geven voor alles wat hij door tijdelijk partijbelang of onbezonnenheid goed zal vinden te doen, onderden dekmantel van liet Koninklijk gezag?

') Zie bl. 43 der Broehure Sursum corda.

ocr page 6

4

Terwijl een arme ambtenaar, die eeuige guldens uil 's Lands kas ontvreemdt of verduistert, om voor vrouw en kinderen brood te koopen, voor ettelijke jaren in (Je gevangenis wordt opgesloten, ziet men een individu, door een of andere politieke partij op het kussen gebracht om naar den zin dier partij als Minister te handelen, in naam des Konings daden verrichten, waardoor duizende menschenlevens en millioenen uit 's Lands kas worden opgeofferd! En zoodanig individu, daarna aftredende, wordt bedankt voor zijn bewezen diensten, krijgt een hoog pensioen uit de schatkist!! en te eeniger tijd nog koninklijke onderscheidingen op den hoop toe. — Wij beleven hel helaas! maar begrijpen kunnen wij het niet, en wij zullen voorzeker, als verduisterd in ons verstand en oordeel, moeten hukken voor hel beier rechtsgevoel en hel beter begrip van rechtvaardigheid van het groot aantal rechtsgeleerden, die als volksvertegenwoordigers hel heter moeten weten wTat recht is, dan eenvoudige lieden, die nooit op eene universiteit gestudeerd hebben. Anders zouden die rechtsgeleerde kamerleden geen 34 jaren lang hebben berust in die wet op de ministerieele verantwoordelijkheid, die, naar ons weinig beschaafd oordeel, zoovele onverant-luoordelijke daden straffeloos heeft doen doorgaan , — waardoor van lieverlede ons beslaan als onafhankelijk koloniale mogendheid le gronde wordt gericht.

In dezen gedachtengang zwevende, na het lezen der bewuste brochure, lazen wij in het Vaderland de deh'Men in de Tweede Kamer gehouden, — waarin op nieuw eenige millioenen uit de schatkist worden toegezegd aan een Minister, die op zijne ministerieele persoonlijke verantwoordelijkheid , met dat geld onze Marine zal voorzien van één zoogenaamd groot gepantserd oorlogsschip, dat

ocr page 7

aan al de eischen voldoet, welke tegenwoordig gevorderd worden, — om zelfs onze overzeesche bezittingen tegen oorlogsgevaar te beschermen. —Er zullen drie a vier jaren moeten verloopen eer dat wonder in de wereld gebracht zal worden. Treedt gedurende dien tijd de tegenwoordige Minister af, dan wordt hij bedankt voor zijn goede diensten en gaat naar huis met, een ruim jaarlijksch pensioen. Het schip wordt dan op de persoonlijke verantwoordelijkheid van dien Minister gebouwd, wat wil men nog meer? Ook heeft hij zich met of zonder opzet populair gemaakt door het bevoordeelen der particuliere industrie, en het bijna geheel opheffen van 's Rijkswerf te Amsterdam. — Nu hebben eenigo weinige booze liberalen in de Tweede Kamer den twijfel durven opperen , of onze particuliere werven wel in staat zijn zoodanig vechtschip te leveren. Wij sluiten ons geheel aan bij die geachte twijfelaars en meenen, dat, hoe gaarne wij 's Lands geld aan Neder-landsche industrieelen gunnen, bij deze gelegenheid het populariteitsbejag van een Minister had moeten wijken — op gevaar af van zijn portefeuille te verliezen — voor het welbegrepen belang van den Staat.

Een Minister van Marine of van Oorlog moet in Nederland niet optreden met den wensch om zoo lang mogelijk de portefeuille en het daaraan verbonden gezag te behouden. Hij moet met andere woorden niet naar de oogen zien der Kamerleden. Behoudens zeer te waardeeren uitzonderingen, kunnen Kamerleden allerlei redenen hebben, om 't een of ander in hun persoonlijk belang, of in dat hunner familiebetrekkingen, van een Minister te eischen. Hoeveel particuliere belangen zijn er misschien reeds gebaat geworden door het aannemen van het beginsel, om zooveel mogelijk alles door particuliere werven

ocr page 8

6

bij de Marine tot stand te brengen!, terwijl het bij ons als een paal boven water duidelijk is en blijft, dat al is in sommige oogenblikken in vollen vredestijd, een Rijkswerf zeer kostbaar, toch op den duur de particuliere industrie, eenmaal wetende dat de Staat niet buiten haar kan, aan den Staat millioenen meer zal kosten , terwijl de Regeering zonder eene Rijkswerf wel genoodzaakt zal worden 's Lands geld in den vreemde te besteden , betgeen in oorlogstijd niet mogelijk zal zijn. Voor een Rijksmarine is een Rijkswerf een onmisbare factor. Eene reeks van vroegere Ministers, vanaf 18G1, hebben nooit het staatkundig belang gekend noch gevoeld, dat er bestaat, voor eene kléine zee-mogendbeid vooral, om een uitstekend corps ingenieurs te kweeken en daarvoor duizenden uit de schatkist te besteden, want bekwame ingenieurs kan men onmogelijk behouden, indien zij slechts als Gouvernements-opzichters bij particuliere werven moeten dienst doen. Engeland , Frankrijk en Italië hebben dit staatkundig belang zeer goed ingezien, en bouwen dan ook hare kolossale pantserschepen op de Rijkswerven. In stede van het corps ingenieurs bij onze Marine te handhaven en op allerlei wijze, zelfs met groote geldelijke opolferingen, te bekwamen en op te wekken, werd dit corps zeer gedemoraliseerd, toen een Minister van Marine, in 1874 opgetreden, goed vond een Engelsch hoofdingenieur te ontbieden, om ons te leeren hoe wij schepen of scheepjes moeten bouwen of verbouwen! Het is bekend dat dien Engelschen, zeer kundigen ingenieur voor dat advies /20.000 uit 's land kas werd uitbetaald.

De tegenwoordige Minister schijnt voor dien vroegeren ambtgenoot niet te willen onderdoen en beleedigt bovendien geheel het corps vlag- en hoofd-officieren der Marine

ocr page 9

7

— waaronder zeer kundige en ervaren, die het Vaderland tot eer strekken en beter gewaardeerd verdienen te worclen, door toe te laten, dat zijn ambtgenoot van Koloniën een hoogst strategische marine-kwestie tot oplossing opdraagt aan een staatscommissie, onder presidium van een oud-minister van Koloniën, die niets dan schade aan onze Koloniën berokkende, schatrijk mocht worden door zijn zeldzame energie en bekwaamheid in het vak der suikercultuur op Java en dus van militaire marinezaken niet bijzonder veel kan weten. Ais verdienstelijk hoofd-officier nog behoorende tot het actieve corps hoofdofficieren , had men mogen verwachten dat de kapitein ter zee Dijserinck. als Minister gezorgd zou hebben, dat die commissie (hoe onnoodig zij ook zijn moge) door een vlag-officier werde gepresideerd.

Zulkseischte de waardigheid van de Koninklijke Marine, die hij — vooral in de eerste plaats, geroepen is te handhaven.

Waarom, zoo vragen wij, verbittering opgewekt, waar sympathie voor 's Lands dienst zoo hoog noodig is? Sommigen beweren, dat de heer Dijserinck, door aldus te handelen of toe te laten dat zijn Collega van Koloniën handelde, dit slechts gedaan heeft om zich in de Eerste Kamer den voortdurenden steun van den heer F. van de Putte te verzekeren. Indien dit waarheid ware, zouden wij moeten hopen, ja, voor de Marine en voor Nederland vurig moeten wenschen, dat de heer Dijserinck zeer spoedig in 't genot van pensioen kwam en als Minister de plaats ruimde voor iemand, die meer gevoel van eigenwaarde, dan liefde voor eene portefeuille bezit. Hoewel wij niet de hooge eer hebben bij den tegenwoordigen Minister van Marine persoonlijk bekend en dus nog minder bevriend te zijn, achten wij hem niet den man te zijn, om dat

ocr page 10

8

Lid van de Eerste Kamer zoo groolen invloed toe te kennen, noch om de waardigheid der Marine opzettelijk te hebben opgeofferd. Wij oordeelen slechts naar feitenen wenschen niets liever dan te vernemen, dat Mr. van de Putte de eeniy mogelijke bekwame man was om als President dezer militaire commissie op te treden in den tegen-woordigen tijd.

Terugkomende op de ministerieele verantwoordelijkheid, zij het ons geoorloofd er op te wijzen, hoe, eenige weinige jaren geleden, een Minister van Koloniën zich verantwoordelijk stelde voor de benoeming van iemand tot lid van den Raad in Indië, eene benoeming die groote verbittering verwekte in geheel de beschaafde wereld. Want diezelfde persoon had, als Gouverneur van Atjeh optredende, toen het. heilloos besluit was genomen aldaar het civiel Bestuur in te voeren, door zijn onbekwaamheid en persoonlijken haat jegens den militair in 't algemeen, ons dapper Indisch Leger schandelijk gedemoraliseerd. De gevolgen van die invoering van het civiel Bestuur en van het onstaatkundig en antistrategiseh concentratie-stelsel zijn helaas nog niet te overzien, en worden, hoewel men later hèt militair gezag weder invoerde, nog dagelijks al te bitter op Atjeh gevoeld. In dien garnizoensdienst van een geconcentreerde, stelling moest dan ook de arme soldaat spoedig aan de berri-berri worden blootgesteld. Wanneer men dan hierbij voegt de benoeming van den vorigen Gouverneur-Generaal en men zich de zaak Tjomas en liet verwaarloozen der belangen van den inlander op Java, bepaaldelijk op Bantam, voor den geest brengt,*)

') Van zeer betrouwbare zijde ontvingen wij uit Indië, ruim één jaar geleden, een woord over de zienswijze van vele oudgasten, aldus luidende: « De kiemen van een algemeenen opstand der Javanen begon men op

ocr page 11

9

dan is het geoorloofd er aan te twijfelen of eene zedelijke verantwoording van een Minister, een voldoende waarborg is tegen misbruik maken van 's Konings gezag. Dit koninklijk gezag, waarmede de Ministers tijdelijk bekleed zijn, kan alleen hoog gehouden worden door bewindslieden, die noch door persoonlijk, noch door par/i/Lelung geleid worden in hel benoemen van personen tot staatsbetrekkingen. Zij moeten mannen zijn die voor de eer van hun naam zelfs bun leven veil hebben.

Door ile in de wereld steeds toenemende begrippen van democratischen en van socialistischen aard, zal het mogelijk worden, dat eenmaal ook in Nederland, mannen als Ministers zullen optreden, die geheel onbekwaam om 's Lands zaken te behartigen, slechts de portefeuille aannemen om hun eigen belang of dat hunner vrienden te bevorderen. Zal dan ook de zedelijke ministevieele verantwoordelijkheid een voldoende waarborg voor Nederland

«Buitenzorg te vreezen, toen de verbittering der inlanders zich allengs «openbaarde in een landstreek, grenzende aan bet land van Tjoraas. Met «den meesten spoed werd daarop al liet mogelijke van boogerhand «voorbereid, om die verbittering te kunnen wijten aan Jbr. de Sturler, «eigenaar van Tjomas. De bevolking werd door allerlei middelen tegen «bun landheer opgeruid, hetgeen niet gemakkelijk was, aangezien hij. «de Stürler, door zijn volk reeds 30 jaren lang geëerd en bemind was «gebleven.

«Een paar jaren later moest de opstand op Bantam onmiddellijk worden «toegeschreven aan godsdienstdweeperij! Het kwam in beide treurige «gevallen er slechts op aan, om Nederland niet te doen vermoeden de «ware reden van de verbittering op Java, namelijk de onbekwaamheid « van een Minister en het gebrek aan staatkundig beleid, dat deze deelde « met den Gouverneur-Generaal in het scheppen van bestuursmaatregelen, « welke den Javaan tot wanhoop hadden gebracht. »

Beide afgetreden hooge staatsambtenaren genieten nu een aanzienlijk pensioen en zullen wel voor hunne vele goede diensten aan den Lande bewezen, al bleek die zienswijze van oudgasten de ware te zijn, zich in de algemeene hoogachting der natie blijven verheugen.

ocr page 12

10

blijven om goed geregeerd te worden? — Wij betwijfelen het zeer en gelooven dat zelfs de hoogste staatsbetrekkingen, evenals de geringsten, aan bet strafrecht moeten onderworpen zijn, d. w. z. volgens eene wet behooren geoordeeld of veroordeeld te worden.

Zoolang de ministerieele verantwoordelijkheid niet in dien zin geregeld wordt, moet in Nederland de Volksvertegenwoordiging het recht hebben en behouden om een Minister over een of andere benoeming te interpel-leeren, zonder daarom zich schuldig te maken aan 'tgeen de Kiesvereeniging «Vaderland en Koning» zou noemen «ondermijning van het Koninklijk gezag ». Dat Koninklijk gezag en de rechten der kroon zullen dan alleen gehandhaafd kunnen worden, wanneer Ministers niet langer de vrijheid behouden om, hetzij door partijbelang, door dweepzucht of halve krankzinnigheid, het belang van Nederland afbreuk te doen.

Daarom moet de Volksvertegenwoordiging steeds zijn en blijven de veiligheidsklep op den politieker! stoomketel, waardoor te lang opgekropte ontevredenheid der nalie over regeeringsdaden of-verzuimen wordt bezworen. Van eene Volksvertegenwoordiging heeft eene parlementaire monarchie in ons land niets te vreezen, mits men vooralsnog niet het algemeen stemrecht invoere.

Geheel anders is het gesteld met de raadslieden der kroon, want tegen de groote verbittering der nalie over regeeringsdaden, op eigen belang of portefeuille-liefde i)e-rustende, bestaat geen politieke veiligheidsklep. Op de Ministers dus komt het meer bepaaldelijk aan, op hun takt, op hun gevoel van eigenwaarde, op hun staatkundige kennis, om zoowel de vrede als de welvaart in ons vaderland en in Oost- en West-Indië te behouden.

ocr page 13

11

De Hemel geve het, dat onze tegenwoordige Ministers in alles zullen toonen die zedelijke hoedanigheden te bezitten en in praktijk mogen brengen.

Wij hebben opzettelijk niet willen gewagen over den onlangs door onze wapenen, helaas zoo bitter geleden nederlaag op Atjeh, niettegenstaande onze brave troepen met oud-hollandsche dapperheid en doodsverachting hebben gestreden, — maar meenen toch te moeten vragen, of het geen zaak is — met den meesten spoed, al kost liet millioenen schats — maatregelen te beramen en ten uitvoer te brengen om die nederlaag glansrijk te wreken en het prestige onzer wapenen te herstellen.

Wij herinneren ons de woorden nog van wijlen den bekwamen Gouverneur van Sumatra's Westkust, den dapperen Generaal Michiels, met wien wij de eer hadden zeer bevriend te zijn:

«Indien wij hier op Sumatra van den vijand een klap «krijgen en we beantwoorden dien klap niet onmid-« dellijk met hem er drie toe te dienen, dan zou ik «vreezen dat wij spoedig genoodzaakt zouden zijn onze «biezen te pakken» — m. a. w. «heen te gaan.»

Een klap, en een geduchte, hebben wij nu gekregen, en in plaats van alles in beweging te stellen om de eer onzer wapenen te herstellen, wordt er slechts driea vier

millioen aan een minister toevertrouwd om......ja,

om de marine binnen 4 jaren met een groot pantserschip te versterken!!

O tempora, O mores!

16 October 1889.

ocr page 14
ocr page 15
ocr page 16