G OUDKORRELS. | 43. IDE ZKLIBHSSTE
toegewijd aan de
deugden
van den
H. fraitis» van Assist
i â ^ ^ v.r/r/rrH'
De Prius-Cardiuaal, D , 64.
1 EDÃARD VAN WEES,
UITGEVER.
ca-OTJIDKOPH^ELS.
1 Kleine Maand van den H.Joseph... /0,10
2 â u van Maria............. - 0,10
3 â â van het H. Hart...... - 0,10
4 Leve Maria............................... - 0,10
5 De burger Zouaven..................... - 0,05
6 Geestelijke Leiddraad.................. - 0,05
7 Herinnering aan het Christ. Huisgezin. - 0,05 ^
8 Het Vagevuur en de Hemel op den ^
Kruisweg overwogen................ - 0,10
9 Aan den voet des Altaars............. - 0,10
10 Oefening van Godsvr. tot den H Jozef. - 0,05
11 De H. Jozef en het Kind, dat zich tot de
Eerste H. Communie voorbereidt.. - 0,15
12 De Vriendenstem........................ - 0,05
13 Kruisweg voor en na de H. Communie - 0,10
14 De Godsvr tot den Engelbewaarder. - 0,10
15 Vergeef ons onze schulden............ - 0,10
10 Jesus iu het Tabernakel............... - 0,15 ^
17 Bloempjes ter eere van Maria vergaard. - 0,05
18 Laten wij tot het Tabernakel gaan. - 0,05
19 Een week in hetH. Hart van Jesus... - 0,15
20 Korte bemerkingen op eenige grond
waarheden van het H. Evangelie - 0,15
2 i Kom sllen tot mij! het H Hart van Je-
su wil ons onderrichten en troosten - 0,05
22 Mar . is uwe Moeder.................. - 0,05
£ Aan !p. voeten van Maria............ - 0.05 \
24 Hebt le waarheid lief.................. - 0,05 ,
ib V'luc de Lediicheid.................... - 0,05 j
2fgt; Het \ rui steek en ........................ - 0,10
2? De h aid van Jesus..................... - 0,10
28 Kleine maand November, Allerzielen. - 0,10
29 /; â December .............. - 0,10 ^
JDE IKILEHNTE
lAANB OCTOBER
TOEGEWIJD AAN DE ^ ^
DEUGDEN
VAN DEN
H. Franclscis Tan Assisiê.
BREDA.,
EDXJ^VKID AT-^IvT W E E Ã, Snelpers Boek- eu Muziekdrukkerij.
IMPRIMATUR.
Datum BREDjE, die 24 Aug. 1887.
P. J. GABRIEL,
Can. Lihr. Censor.
FS--
DAG.
WDe H. Fi-anciscns is een volmaakt afbeeldsel van J.-Chr. De mensch., geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God, vrijgekocht door het dierbaar Bloed jvan Gods eenigen Zoon , op den weg der zaligheid gesteld door zijne leering en zijn goddelijk voorbeeld, gevoed en gesterkt door het H. Sacrament des Altaars, verloor maar al te dikwijls de herinnering aan die hemelsche gunsten , verslapte in liefde en geloof en bewandelde den weg der ondeugd. Daarom zond God in alle tijden, even als zoo vele profeten in de oude wet, mannen die uitmuntten door hunne heiligheid en geleerdheid. In de twaalfde eeuw, waarin de wereld door tallooze zonden Gods toorn over zich trok, zond Hij in zijne goddelijke barmhartigheid den heiligen SerafijnschenVader Franc., en gaf dezen eene groote gelijkvormigheid mot zijnen eenigen Zoon, opdat hij het groote werk der Verlossing onder de bedorven menschheid mocht her-
®_____S
nieuwen en haar aldus de vrucbten van Jezus dierbaar Bloed toe te passen.
Even als de Zaligmaker, had Fran-ciscus zijnen voorlooper in een arm, onbekend man, die de straten van Assisië doorkruiste roepende: Heil en vrede, heil en vrede! Hij werd even als .lezus geboren in eenen stal en op stroo nedergelegd; hij begon zijne zendingswerk met twaalf leerlingen, waaronder zich ook een Judas bevond. Later verkoos hij zich twee en zeventig discipelen ; hij vastte veertig dagen zonder ander voedsel dan een half brood; dit alles toont ons zijne groote overeenkomst met den Zaligmaker, die Franc, waardig achtte om op bovennatuurlijke wijze zijne HH. Wonden te ontvangen.
Leerspreuk van den H. Franciscus, Wij zijn verplicht te handelen volgens het voorbeeld ons door J.-Chr. gegeven.
Oefening. Vijfmaal Onze Vader en Wees gegroet bidden ter gedachtenis aan den H. Franciscus, om zijne deugden te verkrijgen.
SÃ-
jS-----g
2de DAG.
De H. Franciscus behaalde eene volkomen overwinning op zich zei ven. »Wie na mij wil komen , verloochene zich zeiven, neme zijn kruis op, en volge mij.quot; Zoodra Pranciscns deze woorden verstaan en begrepen had, nam hij het edelmoedig beslnit van alles ten offer te brengen en den gekruisten Zaligmaker te volgen. Hij, die ah een rijk jongeling prachtig gekleed ging en goeden sier maakte onder zijne makkers, bekleedt zich met een oud, armoedig gewaad, dat hij van een arme als aalmoes heeft ontvangen. Hij, zoo verlangend naar roem en eer, doorloopt in zijn armoedig kleed de omstreken en stelt zich bloot aan de bespotting zijner bloedverwanten en vrienden. Hij, zoo gewoon aan eene welvoorziene tafel, hij. die zoo gaarne zijne vrienden feest liet vieren, gaat thans van deur tot deur eene aalmoes vragen,
-Sö
-©
er
om een stuk brood, een schotel slechte soep met de armen aan de hoeken der straten te nuttigen en zich aldns aan de verachting der voorbijgangers bloot te stellen. Hij, die groot ging op zijn naam en stand , zegt tot zijnen vader: »Tot hier toe heb ik u mijn vader genoemd..... voortaan zal ik u dien naam niet meer geven.quot; Hij, die zulk een on-ov erwinbaren afkeer had van de melaatschen, sprong van zijn paard snelde tot een melaatsche dien hij omhelsde en eene milde aalmoes gaf. Ziedaar hoe men heilig wordt.... D Spreuk. Geen mensch in de wereld kan eenige deugd bezitten zonder de versterving van zich zeiven.
H. Franciscus.
O^fcuiug, quot;Vijfmaal Onze T cidev en Wees gegroet.
âë (1 e-
6S-
3de DAG.
Levend en werkdadig geloof van den H. Franciscus.
Franciscus, door God bestemd tot steun der H. Kerk , is niet alleen geheel zuiver van eiken twijfel, van elke dwaling ; doch juist door zijn levend en werkdadig geloof munt hij uit als een der grootste helden van onzen heiligen godsdienst. Zoodra hij door goddelijke ingeving overtuigd was, dat God hem bestemde om het geloof te verkondigen, beraamde hij onmiddelijk het grootsch en verheven plan eener algemeene zending onder alle onge-loovige volken der wereld. 0 hoe gelukkig zou hij zich geschat hebben voor het geloof te mogen sterven! »Mijne broeders,quot; sprak hij tot zijne leerlingen. «God heeft ons geroepen, opdat wij de geheele wereld zouden opwekken tot boetvaardigheid en het onderhonden zijner geboden. Gaat dan, verspreidt u over de wereld en verkondigt den vrede.quot; Hij zegende hen en zond ze naar vier verschillende zijden twee
e----s
aan twee, en ging zelf met eenen broeder om de wereld te veroveren voor het geloof.
Tot driemaal toe beproefde hij eene zending naar het Oosten , en deed zich in het vijandelijk kamp gevangen nemen, ten einde aldus tot den Sultan van Egypte te kunnen doordringen. Met al de vrijmoedigheid van een apostel sprak hij dezen toe, wist zijne achting en vriendschap te verwerven en bood zelfs aan in het vuur te gaan om de waarheid van Christus leer te bevestigen. De sultan bood hem te vergeefs köstbare geschenken aan. Franciscus zocht slechts zijne ziel en die zijner onderdanen, doch zag noch deze begeerte, noch zijn verlangen naar den marteldood voldaan.
Spreuk. Schept moed, mijne Broeders, wapent u met de wapenen des geloofs. H. Franciscus.
Vijfmaal Onze Vader en Wees gegr.
SB 2
4de DAG.
De H. Franciscus was in alles volmaakt onderworpen aan de heilige Kerk. Gedurende zijn geheele leven toonde Franciscus zich den gehoorzamen zoon der H. Kerk; en hij beijverde zich zijnen leerlingen op het hart te drukken zich in alles, zoo ingroote als kleine zaken, volkomen te onderwerpen aan Jezus' Stadhouder op aarde, den Paus van Rome, en aan al degenen, die zijne plaats vervangen. Hij was overtuigd, zegde hij, dat men in zaken van het geloof niets kan stichten dat bestendig is, dan onder toestemming en met de goedkeuring van den Paus; en hoewel God zelf hem geopenbaard had dat hij hem bestemde om het geloot onder de onge-loovigen voort te planten, vraagde hij daartoe eerst vergunning van den Paus. Tot hem nam hij zijn toevlucht tot de bevestiging van den aflaat van Porti-uncula, hem door Jezus en Maria verleend. ïot hem wendde hij zich
om de vergunning te verkrijgen, de geboorte van den Zaligmaker voor te stellen. Hem vraagde hij ootmoedig een beschermer aan zi)ne Orde te verleenen; en aan zijne geestelijke dochters, de H. Clara en hare gezellinnen legde hij het streng bevel op, in alles volkomen onderworpen te zijn aan den onfeilbaren stoel der waarheid. In één woord, Franciscus spreekt geen woord, zet geene schrede, waarin men den geest dier kinderlijke onderwerping niet terugvindt; en het is bijzonder daaraan dat men den voort- I durenden bloei zijner Orde te danken heeft, niettegenstaande de stormen die ook haar geteisterd hebben in den loop der eeuwen.
Spreuk. Miin wensch is, dat mijne kinderen altijd getrouw en onderdanig zijn aan de Oversten van onze Moeder de H. Kerk. H. Franciscus.
Vijfmaal Onze Vader en Wees gegr.
S' â B
5de DAG.
Was het geloof van Franciscns groot, niet minder onwrikbaar was zijne hoop. Zie slechts op welke middelen hij den grondslag legt zijner Orde, die (hij weet dit door de goddelijke openbaring) bestemd is om zich over de geheele aarde te verspreiden. Die grondslag is de diepste armoede. Hij verbiedt aan zijne broeders iets te bezitten , zij het huizen, landerijen of geld. Hun onderhoud moeten zij van denr tot deur gaan bedelen ; en hoewel deze levenswijze zelfs den Paus onmogelijk schijnt, brengt Franciscus ze nochtans ten uitvoer met zulk een goed gevolg, dat na tien jaren de Orde reeds achtduizend kloosterlingen telt. Hij zendt zijne leerlingen twee aan twee eene hun onbekende wereld in, zonder eenige middelen , zonder schoeisel zelfs, en van alles ontbloot; zij weten niet, waar zij moeten gaan, noch wat zij zullen zeggen; doch Franciscus zegt hun zich niet te bekommeren, wijl God hun de woorden
-m
j----§5
in den mond zal leggen. Hij sticM zijne tweede Orde voor de vrouwen, zal hij aan deze toestaan iets te bezitten? Neen, hij wil dat zij zich tevreden stellen met hetgeen liefdadige handen haar zullen toereiken; en intusschen verbreidt hare Orde zich uit over geheel Italië, ja zelfs door Europa, en later door de geheele wereld. Dit alles bewijst ons hoe onbegrensd het vertrouwen van Fran-ciscus was op de goddelijke beloften, en tevens hoe oneindig en onbegrensd de macht en barmhartigheid is van Hem, op wien Pranciscus zoo te recht zijn vertrouwen gevestigd had.
Spreuk. Stel al uwe hoop op den Heer, Hij zal uw leidsman zijn en u ter hulp komen, in al uwe noodwendigheden. H. Franciscus.
Vijfmaal OnzeVader en Wees gegroet.
6de D A G.
Franciscus, in alles het toonbeeld van onzen goddelijken Zaligmaker, was dit bijzonder in zijne gelijkvormigheid met den H. Wil van God. Hij leefde nog in de wereld, toen hij door zijne zucht om groote daden te verrichten naar Napels reisde om zich onder de krijgsbanier te scharen. Doch de Heer, die van hem een krijgsman van Christus wilde maken, hield hem tegen als een anderen Paulus; en even als deze riep Franciscus uit: «Heer, wat wilt Gij dat ik doe ?quot; Hij stelt zich geheel in Gods hand en zal zich nimmer daaruit rukken. Nauwelijks is zijne Orde gesticht of hij ontwaart den twijfel: Zal hij zich in de eenzaamheid begeven en met zijne gezellen een beschouwend leven leiden, of moeten zij in de wereld een openbaar apostolisch leven leiden? Franciscus begeeft zich lot het gebed, en nauwelijks heeft God hem zijnem wil doen verstaan, of zij vertrekken om zich over de wereld te verspreiden om zielen te winnen. Eene andere ernstige
I- quot; â 35
twijfeling doet zich voor. Moet hij met zijne broeders gaan prediken of gelijk Mozes op den berg bidden voor het welslagen der pogingen ? Sier schijnt hem zijn eigen gebed niet voldoende ; hij beveelt de zaak aan Sylvester en aan Clara. En toen hij vernoemt, dat ook hij deel moet nemen aan het : apostelschap, gevoelt hij zich van een | buitengewonen ijver ontstoken. »Laat
ons gaan,quot; zegt hij, »in den naam des | Heeren 1quot; Hij verlangt vurig naar den 1 marteldood, doch God geeft hem te j verstaan, dat hij martelaar zal sterven, 1 maar door een gansch bijzonderen marteldood. In geheel zijn leven, in zijn lijden , in zijnen dood, overal ziea wij hem volmaakt onderworpen aan j den aanbiddelijken Wil des Heeren. ,
Spreuk. Daar wij de wereld verlaten hebben , blijft ons niets anders te doen dan stiptelijk den Wil Gods i te volbrengen en Hem aldus te be- [ hagen. H- Franciscus. j
Vij fmaal Onze Vader en Wees gegroet. 1
7de DAG. ^
Wie zou kunnen uitdrukken hoe innig Franciscus zijnen God beminde, hij, die na zijne bekeering niets gemeens meer scheen te hebben mot de wereld en de menschen, en reeds toegelaten scheen tot de beschouwing des Hemels, hij, wiens verstand verstand verlicht was door eene hemelsche helderheid, wiens wil hervormd was door de goddelijke genade. De goddelijke liefde doordrong hem gelijk een brandend vuur.
De schepselen gebruikte hij als zoovele spiegels, waarin hij de volmaaktheden Gods aanschouwde, als zoo vele trappen waar langs hij opklom tot het eeuwig voorwerp zijner liefde. Volgens zijne woorden had hij niets meer aan God te geven dan zijn lichaam en zijne ziel, daar hij seder lang verzaakt had aan al wat hij op aarde bezat of zou kunnen bevitten. Aan God bracht hij de gedurige offerande van zijn lichaam door zijne gestrenge boetpleging en versterving, van
® â a
zijne ziel door zijn vurig verlangen om te mogen sterven uit liefde tot Hem die uit liefde voor ons gestorven is. Om het vuur zijner liefde aan al de zijnen mede te deelen, maakte zij steeds het voorwerp uit zijner aanmoediging tot boetvaardigheid. Die liefde was do oorzaak van zijne veelvuldige verrukkingen, van de zoetheden, de genadegunsten van Jezus en Maria. Zij was zelfs de oorzaak van zijnen dood; want volgens het gevoelen van den H. Francisous van Sales, is onze groote Heilige gestorven uit liefde. Het was zij, die hem die lofzangen zoo vol poezij ingaf, vooral toen hij de teekenen der HH. Wonden had ontvangen; het was eindelijk door de liefde, dat hij den titel verkreeg van Serafijnschen Vader, daar hij de Serafijnen zocht te evenaren in liefde tot God.
Spreuk. O hoe gelukkig zijn zij die God beminnen. H. Francisous.
Vijfmaal Onze Vader en Wees gegroet.
I a--®
S^ie DAG.
De H. Clara. oudste dochter in Chr. van den II. Franciscus, had nooit den voet buiten het klooster van den H. Damianus gezet, sedert zij door Franciscus in de kerk van O. L. Vr. ter Engelen aan God was toegewijd. Zij gevoelde het grootste verlangen, dat gezegend oord nog eens te mogen wederzien, en met den Heilige te spreken over geestelijke zaken. Na eene langdurige en herhaalde weigering, vermeende Franciscus echter later, te moeten toestaan, daar zijne broeders hem smeekten bet verz( ek van Clara in te willigen, üp den bepaalden dag zond hij eenige zijner broeders om Clara met eene harer kloosterzusters af te halen.
Nadat zij kerk en klooster bezocht en de H. Maagd aldaar bijzonder vereerd en begroet hadden, mocht Clara aanzitten aan het armoedig middagmaal van haren heiligen vader. Reeds voor het eerste gerecht begon Franciscus te spreken over God en de
----m
heinelsche zaken; en beiden werden zoodanig in vurigheid onstoken door de begeerte der eeuwige vreugde, dat zij, geheel door de liefde vervoerd, alles rondom zich vergaten. Intussehen zagen de landlieden van Assisië en omstreken het klooster en de kerk van O. L. Vr. ter Engelen als in volle vlam. Van alle kanten snelde men toe om den vermeenden brand te blusschen; men ontwaarte geen spoor van vuur, doch zag beide Heiligen zoodanig in God verrukt als aanschouwden zij Hen reeds in den Hemel; en het vuur dat zij meenden te zien, was slechts het zichtbaar teeken van de goddelijke liefdevlam in beider hart ontstoken. Was het wonder dat het aardsche voedsel geheel vergeten was, en Clara in volle tevredenheid zonder iets te nutteu naar haar klooster en Fran-ciscus in zijne col wederkeerden?
Spreuk. Mijn God en mijn Al!
H. Franciscus.
Vijfmaal Onze Vader en Wees gegroet.
9Je DAG.
Na het groote gebod van liefde tot God, komt onmiddelijk het gebod der naastenliefde, even noodzakelijk als het eerste; en naarmate de ziel ver boven het lichaam verheven is, zoo is de liefde tot de ziel van den evennaaste het edelste streven des menschen. Na do eer van God lag Franciscus dan ook niets meer ter harte dan de zaligheid der zielen. Was het niet uit deze beweegreden, dat hij geheel Italiti doorkruiste, dat hjj die moeielijke reizen ondernam naar Frankrijk, Spanje, Illyriü, Egypte en Palestina, steeds onvermoeid predikende, onderwijzende, en zich overal vertoonende als voorbeeld van buitengewone deugd en versterving, en zich blootstelde aan alle gevaren en moeielijkheden ? Bij het stichten zijner drie Orden zocht hij
-m â
L
geen ander doel dan de zaligheid der zielen. Zijne vurigste gebeden waren immer tot bekeering der zondaars. Eene ziel met zonde bevlekt deed hem tranen storten ; en dikwijls verleende hij stoffelijke hulp aan menschen van slecht gedrag, in de hoop van hen daardoor tot God terug te brengen; ja, toen hij zijn einde reeds voelde naderen , doortrok hij, op een ezel gezeten, nog dorpen en steden om do inwoners op te wekken tot boetvaardigheid en liefde tot Christus.
Spreuk. De ijver voor de zaligheid der zielen is eene der zaken, die het meest aan God behagen.
H. Franciscus,
Vijfmaal Onze Vader en Wees gegroet.
101e DAG.
Franciscus, door God gezonden om de wereld te hervormen en de afge-wekenen terug te brengen tot den schaapstal, was een waar afbeeldsel van den Verlosser in zijne liefde tot de armen , de geringen, de noodlijdenden. Van zijne teederste jeugd had God hem een levendig gejoel van medelijden ingeprent tot de armen, zoodanig dat hij het vaste voornemen gemaakt had, nooit aan iemand eene aalmoes te weigeren, vooral als deze hem gevraagd werd in den naam Gods; en nadat God hem uit de wereld tot een volmaakter leven geroepen had, kende die liefde weldre geene palen meer. Hij gaf den armen alles wat onder zijn bereik viel, alles waarover hij mocht beschikken, mantels, boeken, kerk versierselen; ja, tot het laatste boek dat zich in het klooster bevond, gaf hij aan eene arme vrouw. De Oversten moesten hem uitdrukkelijk verbieden, zijne eigene kleederen aan de armen te geven.
SS____^_!
Hij had voor grondregel, dat hij verplicht was, alles wat hem ten gebruike was gegeven, af te staan, zoodra hij iemand zag, die armer was dan hij. Hoewel zelf zwak van gezondheid , zag men hem dikwijls de 1 lasten afnemen van de schouders der armen, om ze voor hen te dragen. Als hij zijn bedeltocht volbracht had, deelde hij de opbrengst daarvan on-middelijk met de armen. Hij ging hen bezoeken in hunne arme huizen, hospitalen enz.; en kon hij hun geene stofielijke hulp verleenen, dan hielp hij ten minste met zijn hart; immers hij beschouwde in eiken behoeftige Jezus, onzen Zaligmaker, voor ons arm en behoeftig geworden.
Spreuk. Mijn Broeder, als gij een arme ziet, dan ziet gij een spiegel, waarin gij den Heer en zijne heilige Moeder aanschouwt. li Franciscus.
Vijfmaal Onze Vader en Wees gegroet.
(T -m
llde D A Gr.
Franc., die de schepselen gebruikte als eene ladder om op te klimmen tot de eeuwige liefde en goedheid van God, had voor de redelooze dieren eene zoo groote genegenheid, dat hij hen niet kon zien lijden zonder tot tranen toe bewogen te worden. Hij had eene voorliefde voor die, welke hem eenigszins aan de zachtmoedigheid des Zaligmakers herinnerden, het zinnebeeld waren van eenige deugd of hem gelegenheid gaven tot goede gedachten. Zco beminde bij, bijv., de lammeren , omdat zij hem deden denken aan het Lam zonder vlek, dat zich ter dood liet brengen om ons van den eeuwigen dood te verlossen; â de tortelduiven, als zinnebeeld dei-reine en getrouwe zielen, en trachtte die op te koopen, als hij menschen ontmoette, die ze ter markt droegen; â voor de leeuwerikken, wier kleur hem het kleed der boetvaardigheid herinnerde , en omdat zij, zoodra zij eenig voedsel genomen hebben, zich hoog in de lucht verheffen om kunnen Schepper
eg-
te loven. En als hadde God Franciseus begaafd met eene bijzondere macht ovelde redelooze dieren, gehoorzaamden zij hem en bewezen hem hunne diensten, als waren zij met verstand begaafd geweest. De wolven volgden hem als huishonden, de schapen begroetten hem door hun geblaat, de vogels kwamen zich op zijne banden nederzetten en schenennanr zijne prediking teluisteren. En als de liefde zyn hart overstroomde, dan doorliep hij da velden en noodigde bloemen en planten, heesters en boo-men, vogels en visschen, de sterren, de zon en de maan, om allen samen met hem den God zijner liefde te loven door een heerlijken lofzang, die wel mag vergeleken worden met disn der drie jongelingen in den vuuroven van Babylonië.
Spreuk. Als de menschen God in zijne schepselen erkennen on vereeren, trekken zij daaruit veel voordeel voor hunne ziel. H. Franciscus.
Vijfmaal Onze Vader erxWees gegroet.
g____
1 S9
12de DAG.
De armoede, steeds beschouwd als een ongeluk, eene ramp, werd door het voorbeeld van Jezus-Christus verheven tot het kostbaarst kleinood der lievelingen des Zaligmakers; doch nadat zij haren goddelijken Bruidegom verloren had, bleef zij meer dan elfhonderd jaren door menig wereldling veracht en verlaten en de menschen lieten zich meer en meer medeslepen dooide ongeregelde liefde naar rijkdom en zinnelijke vermaken. Om hen terug te brengen tot den Efeest van het Evangelie verwekte God haar in den H. Franciscus een tweeden Bruidegom zeer gelijkvormig aan den eerste. Zoodra deze de heilige armoede had leeren kennen, schonk hij haar zijn hart, nam haar tot bruid en beminde haar heel zijn leven. Hoewel zij reeds door vele monniken en kluizenaars beoefend was geworden, had geene kloosterorde haar met zulke nauwkeurigheid onderhouden, met zoo veel ij ver gepredikt, had zij zoo overvloedige
vruchten gedragen, was zij met zooveel teederheid bemind geweest dan door Franciscus en zijne volgelingen, t ran-ciscus wilde slechts één kJeed bezitten, dat hii met eene koord om zijne lenden sloot, koos eene spelonk tot woning en achtte rich gelukkig als hij op den grond kon slapen en slechts een stuk gebedeld brood tot voedsel had en een dronk water om zijnen dorst telesschen. Geen wonder dat zijn voorbeeld de liefde tot rijkdom en vermaak m de harten uitdoofde, dat vorstelijke personen aan alles verzaakten om dien hemel te winnen, dien het hetde-â¢vlammend woord van den arme van Assisië voor hun oog ontsloot.
Spreuk. Wat men u ook moge zec^en, hecht u meer en meer aan de^ heilige armoede. H. Franciscus.
Vijfmaal OnzeVader en Wees gegroet.
ja
fës ,
13de DAG.
«Zalig zijn de ai-men van geest.quot; Niet alleen was Pranciscua arm in goed, hij was ook arm van geest; hij had zulk een groote liefde tot de heilige armoede, dat hij daarin door andere heilige» niet overtroffen, ja zelfs niet evenaard is. Hij prees alle deugden, doch voor den lof der heilige armoede wist hij geene woorden genoeg te vinden. »De armoede,quot; zegde hij, »is de Koningin aller deugden, omdat zij in Jezus, den Koning aller Koningen en in zijne heilige Moeder heeft uitgeschitterd.quot; En niet alleen door woorden, maar door de oefening toonde hij hoezeer hij haar waardeerde. Eens te Rome door kardinaal Hugolino tot het middagmaal genoodigd, ging hij te voren zijn brood bedelen , trok het aan tafel uit zijne mouw, gaf er van aan de andere dischgenooten, die er uit godsvrucht ook van aten. Na het middagmaal nam de kardinaal Pranciscus ter zijde en zegde hem: »mijn vriend, waarom hebt gij mij
de schande aangedaan uw brood te gaan bedelen, alvorens bij mij aan tafel te komen?quot;â «Eminentie,quot; antwoordde de heilige, »wel verre van n schande aan te doen, heb ik u eer bewezen, door aan uwe tafel mijne hulde te brengen aan eenen Heer, ver boven u verheven. Ik moet het voorbeeld geven aan mijne broeders, zoo tegenwoordige als toekomende, Immers het brood dat men als aalmoes ontvangt, is een heilig en gezegend brood, waarvan de H. Geest met lof heeft gesproken; daarom wil ik dat, zoo er onder mijne broeders mochten zijn of komen , die zich schamen te bedelen, zij weten welken troost ik gevoel als ik aan de tafel der armen nederzit.quot;
Met tranen van aandoening sprak de kardinaal: »mijn Zoon, doe gelijk gij wilt, want ik zie dat de Heer met u is.quot;
Spreuk. Slechts die zaken zijn mij aangenaam, waarin ik de heilige armoede zie uitschijnen. H. Pranciscus.
Vijfmaal Onze Vader en Wees gegroet.
.Si
14de DAG.
Het betaamde, dat de B. Fraticiscus, wiens lichaam bestemd was om het levend afbeedsel van den gekruisten Zaligmaker te worden , nooit door den verpestenden ademder onzuiverheid zou bevlekt worden. Daarom spande Franc, van zijnen kant al zijne krachten in om de hemelsche lelie der zuiverheid in vollen glans in zijne ziel te doen bloeien, te midden der doornen van wereld en verleiding. Hoewel zeer gevoelig van aard en levende te midden van ijdele en lichtzinnige vrienden, liet Franciscuszich nimmer medeslepen tot eecig vermaak,waarin de zuiverheid zijns harten schipbreuk kon lijden ; en toen hij zich geheel aan God gegeven had, waakte hij over zijne gevoelens met eene ongeloofbare oplettendheid. Hoe verder bij opklom in volmaaktheid, hoe gestrenger zijne boetvaardigheid werd. Hij verwijderde standvastig zijne oogen van alles wat de reinheid van zijn hart kon bezoedelen, en bij de minste bekoring stelde hij terstond
(S-â--2
alles in het werk om ze op heldhaftige wijze te bevechten.
Zoo sprong hij in het begin zijner bekeering in het ijskoude water om hetvuur der begeerlijkheid te blusschen, terwijl hij zich een ander maal in de doornen rolde , om naar het voorbeeld van den H. Benedictus den vijand te verslaan. Tweemaal wierp hij zich op brandende kolen om die personen te beschamen, die hem tot zonde wilden verleiden. Ofschoon wij den H. Pranciscus in zulke zaken niet kunnen navolgen, leert zijn verheven voorbeeld ons dat wij elke bekoring tot zonde door waakzaamheid, versterving en gebed zegevierend kunnen te boven komen.
Spreuk. De hardnekkigste vijand van den menseh is zijn eigen vleesch.
H. Bernardus.
Vijfmaal Onze Vader en Wees gegroet.
s âm
15lt;Ie DAG.
»Lieve Broeders,quot; zegtle de heilige tot zijne leerlingen, «volbrengt dadelijk het bevel dat u gegeven wordt, en wacht niet tot men het u herhale. Als men u iets gebiedt, zoo denkt en zegt niet, dat het onmogelijk is; want al zou men u iets bevelen dat boven uwe krachten gaat, zou de gehoorzaamheid het u mogelijk maken. Gij moet ook niet zien naar de hoedanigheden van hem die u gebiedt, maar slechts denken dat hij uwe Overste is.quot;
Hoewel Franciscns door den Paus zelf tot algemeen Overste der Orde benoemd was, wilde hij liever gehoorzamen dan gebieden; en hij zegde eens vertrouwelijk tot een zijner gezellen, dat God hem de genade had gegeven van bereid te zijn om aan den jongsten broeder even gewillig te gehoorzamen, zoo men hem dien als gardiaan gaf, als aan den oudsten en aanzienlijksten Priester der Orde. En zijne werken verloochenden zijne woorden niet. Daarom koos hij zich, vooral op reis, ®-â---S
eenen broeder, dien bij geboorzaambeid beloofde als aan zijnen gardiaan. Uit liefde tot de gehoorzaamheid maakte hij de gunsten bekend waarmede God hem oveilaadde, en hield hij op met alles wat hem in de band viel aan de armen uit te reiken; het was uit gehoorzaamheid, dat hij de versterving en boetpleging, waardoor bij zijn leven benadeelen zou, eenigszins matigde. Om aan zijne leerlingen deze den kloosterling zoo onontbeerlijke deugd in te prenten, liet hij een zijner broeders, tot den hals in het water steken en liet hem er niet eer uittrekken dan toen bij oprecht tot inkeer gekomen was.
Spreuk. De onderdaan moet in zijnen Overste niet den mensch be-1 schouwen, maar God, om wiens wil hij gehoorzaamt.
H. Franciscus.
Vijfmaal OnzeVader en Wees gecjroet.
se____â¢'»
161e DAG.
De ootmoedigheid, die het sieraad en de bewaarster is van alle deugden, vervulde bet hart van onzen Heilige zoodanig, dat hij zich in alle oprechtheid beschouwde als een groot zondaar, hoewel hij de spiegel en het toonbeeld was der grootste deugd en heiligheid. Het was op die deugd, dat hij het geestelijk gebouw zijner volmaaktheid verhief, iiij trachtte steeds verachtelijk te schijnen aan zich zeiven en aan anderen, steunende op dit woord van Jezus: »Wat door de menschen als verheven beschouwd wordt, is een gruwel voor God.quot; Hij verheugde zich over de versmading en bespotting die hem ten deel viel, en bedroefde zich over den lof der menschen. Veel liever hoorde hij zich beschimpen en beleedigen. Wanneer het volk hem met lof en jubel ontving, verzocht hij zijne medegezellen hem zijne gebreken te verwijten: en zoo dikwijls een dezer aan dit bevel gehoorzaamde, zegde hij: »Dat God u zegene, mijn
BSâ-----!--m
er-â---a
lieve Zoon, omdat gij mij dingen zegt die waar zijn en wei op mij passen.quot; Dikwijls zegde hij tot zich zeiven: sFranciscus, had üod aan den ellen-digsten zondaar zoo vele weldaden geschonken als aan ü, dan zou hij ongetwijfeld veel dankbaarder geweest zijn dan gij.quot; Hij wilde niet, dat zijne broeders voorrechten of waardigheden zouden najagen, en gaf hun den naam van Minderhroeders,0]}amp;'dX, zij zich steeds als de minsten onder Gods dienaren zouden beschouwen. Om zich bij allen verachtelijk te maken, schaamde Franc, zich niet; in het openbaar zijne gebreken te doen kennen; in één woord, hij was de volmaakte navolger van Hem, die ootmoedig en zachtmoedig van harte was.
Spreuk. Vergeten wij niet, mijne broeders, dat wij niets hebben dat ons toebehoort, behalve onze deugden en onze zonden. H. Eranciscus.
Vijfmaal Onze Vader en Wees gegroet.
'S SS
17Je DAG.
Slechts langs twee wegen kan men den Kemel bereiken, langs den weg der onschuld en langs den weg der boetvaardigheid; en zeker behoeven wij hier niet te bewijzen, dat ook Pranciscus, niettegenstaande de reinheid zijner zeden, strenge boetvaardigheid gedaan heeft; ja, zijn geheele leven was als eene aanhoudende boet-pleging. Hjj nam nauwelijks zooveel rust en voedsel als hij noodzakelijk behoefde om niet te bezwijken. Als hij gezond was, at hij slechts met weerzin gekookte spijzen; en als hij het deed, mengde hij die met asch of water, ten einde ze aldus smakeloos en walgend te maken. Als hij brandde van dorst, nam hij eene teug water om eenigszins zijnen dorst te stillen. Boven de gewone vaste onderhield hij zes andere gedurende het jaar, zoodat men als het ware zeggen kan, dat hij een voortdurenden vasten onderhield. De bloote aarde was zijn bed, of wel hij sliep, zittende met het hoofd tegen
Ãg---JU
een boomstam of op een harden steen. Zijne kleeding bestond in een enkel bovenkleed, dat ook van binnen ruig en hard was. Winter en zomer ging hij barrevoets, langs steenachtige, zandige, slijkerige wegen; alle zijne lange, moeielijke reizen volbracht hij te voet. Dit was zijne gewone levenswijze; doch wie zal ons zeggen welke bijzondere gestrengheden, lijf kastijdingen en boetplegingen hij daarenboven volbracht hoeft? Ja, hij ging daarin zoo ver, dat hij in zijn laatste unr aan zijn lichaam vergiffenis vraagde, omdat hij het in zijn leven zoo mishandeld had. Voeg hierbij, dat hij zwak en tenger van lichaamsgestel en bijna altijd ziekelijk was, zooda.t hij in alle tijden als een voorbeeld van strenge boetvaardigheid beschouwd zal worden.
Spreuk. Gelukkig zij, die in boetvaardigheid sterven; want zij zullen toegelaten worden tot het rijk der hemelen. H. Franciscus.
Vijfmaal Onze Vader en Wees gegroet.
!_â-S
18de J) A G.
Franciscus, insteller en Overste van eene zoo talrijke Orde, of beter gezegd, van drie Orden, die zulk een werkzaam deel nam in de gewichtige aangelegenheden der heilige Kerk die voorbeeldig was in alle deugden, bezat ook de voorzichtigheid in uitmuntenden graad.
Hoewel zeer gestreng voor zich zeiven , was hij vol goedheid en zorg voor zijne broeders. Toen hij in Assisië het beroemde kapittel der matten hield vernam hij dal vele kloosterlingen aldaar tegenwoordig, hun leven verkortten door hunne groote boetple-gingen en zich aldus onbekwaam maakten om de Orde lang van dienst te zijn. Terstond verbood bij hun dergelijke boetplegingen, gaf het bevel om al de roeden en geesels bij hem te brengen; en hij maakte een grooten stapel daarvan en liet ze verbranden. Hij leefde zeer matig en armoedig; doch was hij buiten het klooster, dan at hij hetgeen hem werd opgedischt, en hij begeerde dat zijne broeders ook
SS_ffl
I------S3
aldus zouden handelen. Als de liefde het vereischte, zette hij zich neder om met die broeders te eten, die al te gestreng wilden vasten; en tot dezen was hij gewoon te zeggen: »Als gij uw lichaam weigert wat het waarlijk noodig heeft, maakt gij het onbekwaam om het juk der boetvaardigheid te dragen en zich ten dienste der ziel te stellen. Hoewel zelf armoedig gekleed, laat hij toe, schoeisel te dragen in tijd van nood; en hij beveelt ook uitdrukkelijk aan de Oversten, volgens tijd en plaats in de behoeften der broeders te voorzien. Hij geeft, in één woord, het bewijs, dat hij eene diepe kennis heeft van het menschelijk hart en dat de voorzichtigheid zijne wegen bestuurde.
Spreuk. Mijne broeders, de voorzichtigheid is de leidster der ware deugd.
H. Franciscus.
Vijfmaal Onze Vader en Wees gegroet.
a---as
19de DAG.
»Wees voorzichtig gelijk de slangen en eenvoudig gelijk de dnivenZiedaar wat op onzen Heilige past.
Uit zijne brieven, zijnen regel, zijne lofzangen, zijne kleeding, zjjne levenswijze blijkt maar al te klaar, dat hij een man was van eene bewonderens-waardigen eenvoud, vereenigd met eene buitengewone verhevenheid van geest Verzaken aan alle aardsche goederen en nochtans zonder geld noch crediet drie kerken herstellen, â de gedachte opvatten van eene der talrijkste Orden te stichten, die ooit in de H. Kerk bestaan heeft, â deze Orde door den Paus doen goedkeuren door het voorstellen eener eenvoudige parabel, â die Orde zoodanig bevestigen, dat zij bijna zeven eenwen telt, â ontelbare wereldlingen overhalen om aan rijkdom, eer en vermaak vaarwel te zeggen , om de nederigheid van het kruis te omhelzen, â bewijzen geven van diepe kennis der H. Schriftuur , die weten uit te leggen en toe SB _I____S)
SS-â quot; B
te passen, â zicli voorstellen bij een mahomedaanschen vorst, hem die haat en dood gezworen had aan alle Christenen, vrijmoedig over Jezus-Christus spreken, â de zeeën oversteken , â zich geheel toewijden aan de zaligheid der menschen, en dit alles door de eenvoudigste middelen: strekt dit alles niet tot bewijs, dat Franciscus in hooge mate de voorzichtigheid der slang met de eenvoud der duive vereenigde, en tevens dat God met welgevallen neerziet op diegenen die, met hart en ziel zijne glorie behartigende, zich geheel toewijden aan het welzijn van den evennaaste. Het was ook hierom, dat Franciscus onder zijne broeders de eenvoudigheid beminde en die aan zijne leerlingen ten sterkste aanbeval.
Spreuk. De zuivere eenvoud beschaamt al de wijsheid der wereld.
H. Franciscus.
Vijfmaal Onze Vader en Wees gegroet.
ig.___âS
quot;S
20ste DAG.
Van het oogenblik af dat Pranciscus zich tot God getrokken gevoelde, begreep hij de noodzakelijkheid en de kracht van het gebed; en van dat oogenblik gevoelde hij ook daartoe zalk eene sterke neiging, dat hij hart en geest dag en nacht aan het gebed toewijdde. Zoo binnen als buiten zijn klooster, gaande en zittende, werkende en rustende, had hij zijne gedachte op God gericht, zoodanig dat hij niet meer op de aarde, maar in den hemel scheen te wonen. Hoewel hij kon bidden op alle plaatsen, zocht hij steeds de eenzaamheid en liet daalden vrijen loop aan zijne tranen en zijne zuchten, aan zijne liefde en zijnen zielenijver. Dan eens wendde hij zich tot God als tot zijnen fleer, dan antwoordde hij Hem als aan zijnen Rechter, dan smeekte hij Hem als zijn Vader, dan weder sprak hjj vertrouwelijk met Hem als zijn vriend; doch vooral overdacht hij dikwijls onder het storten van over-
SL
vloedige tranen het bitter lijden van Jezus. Van dit gebed ging hij dikwijls over tot het beschouwend gebed, waarin God hem de grootste gunsten bewees. Meer dan eens geraakte hij in vervoering, Eoodat hij, volkomen beroofd van het gebruik zijne zinnen, tot eene wonderbare hoogte van den grond werd opgeheven. In die verhevene beschouwingen werden hem de groote geheimen der goddelijke wijsheid ontsluierden ontving hij het bezoek van Jezus, Maria en de Engelen. Daar bad hij om licht voor zich zeiven, om zegen voor zijne Orde en vooral om bekeering voor de zondaars. Hij was zeer getrouw in het bijwonen van alle gemeeaschappelijke gebeden ; en hoewel door de innigste godsvrucht bezield, zorgde hij alles wat eenigszins buitengewoon was te vermijden en de hemelsche gunsten aan aller oog
te verbergen.
Spreuk. Dal mijne broeders zich toeleggen op de studie, zoo nochtans dat zij den geest van gebed niet in zich uitdooven. H. Fniiic. Vijfmaal On:e Fader en Wees gegroet.
fS---a
21ste DAG.
In eenzaamheid en stilzwijgen bereidde de goddelijke Meester zich in de woestijn tot het volbrengen van het groote werk der Verlossing; het was ook in eenzaamheid , stilzwijgendheid en gebed , dat de H. Pranciscus zich bereidde tot het volbrengen zijner roeping, inde stille afzondering der verlatene kerken van O. L. Vr. ter Engelen en den H. Damianns, alwaar hij geheele nachten doorbracht. Met zijne eerste volgelingen vestigde bij zich in eene verlatene hut nabij de rivier Eivotorto in de omstreken van Assisië, alwaar zij geruimen tijd verbleven zonder bij iemand bekend te zijn. Voor de stichting zijner kloosters koos Francifcus zooveel mogelijk die plaatsen die ver van de menschelijke woningen verwijderd lagen.
Het was op den eenzamen Alver-nusberg, achter O. L Vr. ter Engelen, dat hij zich met voorliefde afzonderde;
het was daar dat God hem met
__
^ quot; s
buitengewone genaden begunstigde. Wanneer de glorie van God en het welzijn van den evennaaste hem verplichtten te midden der wereld te verblijven en met de menschen te spreken, wist hij nog zijnen geest zoodanig ingekeerd te houden, dat hij veelal niet wist, wat er rondom hem geschiedde. Hij beval ook de stilzwijgendheid en ingekeerdheid aan zijne leerlingen, wanneer hij hen uitzond om te gaan prediken. »Gelukkig,quot; zegde hij, »de kloosterling die zijn geluk en vermaak zoekt in heilige gesprekken en goede werken; want zoo de ziel geene rust vindt in haar eigen lichaam, zal zij die vruchteloos elders gaan zoeken.quot;
Spreuk. Die in eenzaamheid leeft, is vrij van den driedubbelen strijd der oogen, der ooren en der tong.
H. Franciscus. Vijfmaal Onze Vader en Wees gegroet.
-S
8-
j--gg
22^ DAG,
«Zalig de vreedzamen, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden.quot; Met volle recht mogen wij onzen heilig de Apostel des vredes noemen; want ook in dit opzicht was hij gelijkvormig aan den vreedzamen Koning, die slechts ter wereld gekomen is om het menschdom den vrede aan te brengen. Ieder die eenigs-zins met de geschiedenis bekend is, weet dat tijdens het leven van Franc, in geheel Eoropa, doch vooral in Italië de lakkei van denhe vigsten strijd ontstoken was, dat dwingelandij, wraakzucht en tweedracht alom de harten verscheurden. Aangemoedigd door de vurigste liefde tot God en den evenmensch, trachtte hij met zijne buitengewone zachtmoedigheid en minzaamheid vrede en liefde onder de menschen te doen heerschen. Hij begon al zijne sermonen en brieven met de groetenis. »De Heer schenke u den vrede.quot; Hij begaf zich aanstonds naar de plaatsen waar het vuur der tweedracht woedde, en wist
door zijnen invloed verscheidene aan-----
zienlijke familiön, gelieele steden en dorpen met elkander vrede te doen sluiten. Bij het uitzenden zijner eerste leerlingen zegde hij hun: »Welaan, mijne zonen, verspreidt u in de wereld en verkondigt den vrede;quot; en later: » Verkondigt den vrede, hebt steeds den vrede in het hart als in den mond. Geeft niemand aanleiding tot gramschap of verergernis.quot; â »Ik vermaan u, mijne broederssprak hij eens tot al zijne vergaderde leerlingen, »dat gij nooit met de menschen eenig geschil noch woordenstrijd moogt hebben; maar weest zedig, vreedzaam, zachtmoedig en ootmoedig. Wanneer gij een huis binnentreedt, zoo zegt: Vrede zjj aan dit hnis.quot; Al de woorden, de leeringen en werken van den H. Franciscas zijn als zoo vele bewjjzen van zijne groote liefde tot den vrede.
Spreuk. Hij is een ware dienaar Gods, die zich door niets laat verstoren of vergrammen. il. Franciscus.
Vijfmaal Onze Vader en Wees jegroel.
S Ã
ffi-
233te DAG.
Onder de deugden en schoone hoedanigheden, die wij in Francifecus bewonderen , vinden wij ook zijnen buitengewonen eerbied voor de kerken en gewijde zaken. Hooren wij zijne eigene woorden.: «De Heer had mij zulk een geloof verleend, dat ik Hem eenvoudig aanbad zeggende: »Wij aanbidden ü, Heere J.-Chr., hier en in al de kerken der wereld, en wij loven ü, omdat Gij door uw kruis de wereld verlost hebt.quot; Wij weten met welke zorg en moeite hij nog in de wereld zijnde, de kerk van den U. Damianus, die zeer bouwvallig was, deed herstellen. Hij verkocht te dien einde zijn paard en eene groote hoeveelheid laken; daarna ging hij bedelen in de stad en haalde zich daardoor de bespotting zijner voormalige vrienden en den toorn zijns vaders op den hals. Hij werkte daaraan den ganschen dag, droeg de steenen op zijne schouders, en nauwelijks was dit werk voltrokken , of hij ondernam het herstellen eener tweede Kerk aan den H. Petrus -S £--------!
toegewijd, en eindelijk eene derde, die van 0. Ij. Vr. ter Engelen, later de Moederkerk der Orde. üit vreeze dat in de kerken hostiën zouden ontbreken voor het H. Misoffer, vervaardigde hij die zelf en bracht ze waar er gebrek was. Hij was zeer bezorgd voor alle voorwer-werpen die moesten dienen bij het bedienen der heilige Geheimen, uit liefde tot Jezus in zijn heilig Sacrament, en hij beval ook aan zijne leerlingen, nooit te dulden dat de heilige naam van Jezus op stukjes geschreven papier met do voeten vertrapt zou worden, noch dat het lijnwaad of de heilige Vaten anders dan met de grootste zindelijkheid zouden gebruikt worden, ten einde daardoor zijne liefde tot God en den eerbied voor het goddelijk Lichaam en Bloed tot zelfs in de kleinste zaken te toonen.
Spreuk. Ik wil dat de allerheiligste Mysteriën van Jezus' Lichaam en Bloed in kostbare plaatsen bewaard worden H. Franciscus.
Vijfmaal Onze Vader en Wees gegroet.
-H «. SL
Ã-
24ste DAG.
Hand aan hand met den eerbied voor God en Godsdienst gaat de eerbied voor de bedienaars van Gods Kerk, zijne plaatsbekleeders op aarde, voor de Priesters. De H. Franciscus geeft ons hiervan weder het schoonste voorbeeld. »De Heer heeft ons geroepen,quot; zegde hij tot zijne broeders, »om de Prelaten en de Geestelijken te helpen in het groote werk des geloofs; wij zijn dus verplicht, hen te beminnen en hun alle mogelijke eer te bewijzen. Wij dragen den naam van Minderbroeders , omdat wij de nederigste aller menschen zouden zijn.quot; Toen hij het vermaarde mattenkapittel hield, beklaagden vele zijner zonen zich over de mishandelingen, die men hun aandeed. Zij gaven als oorzaak, dat zij geene getuigschriften konden ver-toonen om te bewijzen, dat hunne Orde goedgekeurd was, en smeekten den Heilige, aan den Paus verlof te vragen van zijne broeders te laten
-sa
S5
prediken overal waar zij zouden goedvinden , zonder daartoe de vergunning der Geestelijke Overheden te moeten afwachten. De Heilige hoorde dit voorstel met verontwaardiging. »Hoe, mijne broeders, hebt gij zoo weinig begrip van Gods wil ? Deze is, dat wij door ootmoed en eerbied ons eerst de Oversten gunstig maken en later hunne onderdanen door ons woord en voorbeeld. Zoodra de Bisschoppen zullen zien, dat gij ootmoedig en onderworpen zijt, zullen zij zeiven u verzoeken om met hen mede te werken aan de zaligheid der hun toevertrouwde zielen; dan zullen zij zelve hun volk vergaderen om uwe woorden te aanhooren. Ons voorrecht moet wezen geen enkel voorrecht te bezitten, dat ons tot hoogmoed zon knnnen brengen.quot;
Spreuk. Gelukkig zij, die hun vertrouwen stellen in de Priesters die volgens den regel leven.
H. Franciscus.
Vijfmaal OnzeVader enWeesgegroet.
S?-
25ste DAG.
De H. Bonaventura zegt ons, dat hij geene woorden kan vinden om de teedere liefde en godsvrucht , die Pranciscus koesterde voor de heilige Maagd Maria, uit te drukken. Immers het was ter harer eer, dat hij de Kerk van O. L. Vr. ter Engelen herstelde. En toen de monniken van den H. Denedictus hem die later schonken, maakte hij ze tot Moederkerk van al de kerken die van toen af in zijne Orde zouden gesticht worden, omdat zij aan de heilige Maagd was toegewijd. Daar wilde hij ook, dat na zijnen dood zijn hart zou rusten. Hij stelde geheel zijne Orde onder Maria's machtige bescherming; in Haar stelde hij, na Jezus, al zijne hoop en vertrouwen; want, zegde hij, »het is Maria, die Jezus tot onzen broeder heeft gemaakt.quot; Om de menschen nog meer tot liefde en vertrouwen tot Maria op te wekken, herhaalde hij dikwijls de woorden van den H. Bernardus: »In gevaren, in verdriet, in twijfel, aanroep Maria,
-S
denk aan Maria.quot; Hij onderhield jaarlijks ter barer eer een zeer strenge vaste, van het feest der HH, Apostelen Petrus en Paulas tot het feest der Hemelvaart der heilige Maagd, als voorbereiding tot dezen barer bijzon-dersten feestdag. Eene der eerste verordeningen die hij nam bij het Kapittel der Matten, was dat in al de kerken zijner Orde eiken Zaterdag eene 11. Mis zon gedaan worden ter eere van de H. Maagd. Het was door hare voorspraak, dat bij den wereldberoemden aflaat van Portiun-cula verkreeg, die steeds een voortdurend gedenkteeken zal blijven van de liefde van Franciscus tot zijnen evenmensen, en van de machtige voorspraak die Maria hem verleende.
Spreuk. Debemel juicht, de engelen jubelen, de wereld springt op van blijdschap, de hel beeft, de duivel vlucht, als ik zeg: Wees gegroet, Maria. H. Franciscus.
Vijfmaal Onze Vader en Wees gegroet.
263te DAG.
Eene ziel, zoo vatbaar voor de liefde, voor al wat hemelsch en verheven was, kon niet anders dan de teederste godsvrucht voeden tot het allerheiligste Sacrament des Altaars. Wanneer hij het heilig liefdegeheim overwoog, was hij verrukt van bewondering. Hij communiceerde dikwijls, en altijd met zulk eene teedere godsvrucht, dat hij bij de omstanders dezelfde gevoelens van eerbied opwekte. Na de Communie zag men hem steeds als in eene geestelijke verrukking van blijdschap en geluk, die op zijne gelaatstrekken schitterde. Het was uit grooten eerbied voor het H. Sacrament, dat hij geen Priester durfde worden, maar levenslang diaken bleef, daar hij zich de hooge waardigheid van het Priesterschap onwaardig geloofde, In zijne onderrichtingen, in zijne brieven hield hij niet op den diepen eerbied in te prenten dien men aan dit 11. Sacrament verschuldigd is. Ook hebben wij
-g?
IS---SS
treffende bewijzen zijner godsvrncht in zijnen eerbied voor de Priesters, in de zorg die hij droeg voor den luister en de zindelijkheid der kerken en altaren. Hoewel hij geen leeraar der godsgeleerdheid was, verdedigde hij dit verheven geloofspunt met zooveel kracht en kunde tegen de ketters, die het bestreden of ver-valschten, dat hij zjjne tegenstanders tot zwijgen bracht. Vooral blijkt deze liefde uit eenen brief aan de Priesters zijner Orde, die hij met vaderlijke goedheid, doch met diepen ernst de verhevene plichten hunner waardigheid op het hart drukt, en die hij aanzet om heilig te leven, omdat de Heer heilig is.
Spreuk. Ik wil, dat de allerheiligste Mysteriën van Jezus' Lichaam en Bloed boven alle andere dingen vereerd en hooggeacht worden.
H. Pranciscus.
Vijfmaal OnzeVader en I-Fee.? gegroet.
SB---quot;19
27ste DAG.
Alle Heiligen hebben zonder twijfel eene groote liefde gehad tot den ge-kruisten Zaligmaker; maar bij Franc, ging deze zoo ver, dat slechts weinige hem hierin hebben geëvenaard. Daarin ligt bijzonder de oorsprong van die hooge volmaaktheid, die Franciscus bereikt heeft, en die vurige begeerte om zich aan den lijdenden Zaligmaker door zijn lijden gelijkvormig te maken. Sedert dat Jezus van zijn kruis hem had toegesproken in de kerk van den H. Damianus, was de gedachte aan dat bitter lijden zoo diep in zijne ziel geprent, dat hij er niet aan denken kon zonder bittere tranen te storten. Een zjjner vrienden berispte hem hierover; doch hij antwoordde: ^Ja, ik ween over het lijden van mijnen Heer Jezus-Christus, en voor het aanschijn der geheele aarde behoef ik mij daarover niet te schamen.quot; De Heer beloonde hem door eene gunst zoo groot als zij tot dusverre nooit aan eenig sterveling geschonken tg___1
was, te weten : do indrukking zijner heilige Wonden, Dit geschiedde in het jaar 1224 op den Alvernusberg, alwaar Franciscus zich bereidde tot het feest van den H. Michaël door afzondering, vasten en gebed. Op zekeren morgen zat hij te bidden op de helling van den berg en zag een Serafijn met zes vurige vleugels in den vorm van een kruis in snelle vlucht van den hemel dalen, Dit visioen vervulde hem met vreugde en met droefheid; want hij begreep aanstonds, dat God wilde, dat hij niet door den marteldood, maar door de vurigheid zijner liefde tot de gelijkvormigheid met den Zaligmaker moest komen. Bij het verdwijnen van het visioen bleef de vreugde in zijn hart en de indruk der HH. Wonden in zijne handen, voeten en zijde.
Spreuk. Het verlangen om het lijden van den Zaligmaker na te volgen, is eene bijzondere gave, die de H. Geest schenkt aan de ziel, die God waarlijk bemint. H. Franciscus.
Vijfmaal Onze Vader en Wees gegroet.
-S â¬
28sle DA O.
Onder de menigvuldige feiten die de heiligheid van Franciscus bewijzen , is er een waarin God zelf ons schijnt te openbaren, hoe dierbaar Hem zijn dienaar was. Eens bevond hij zich met broeder Leo in een eenzaam oord ; en daar zij geen brevier hadden om de getijden te bidden, kwam de gedachte bij onzen Heilige op om God te verheerlijken door eenen lofzang van vernedering. «Broeder Leo zegde hij, »wij mogen dezen tijd, die den Heer is toegewijd , niet voorbij laten gaan zonder zijn heiligen Naam te loven en onze ellende te belijden. Ziehier het vers dat ik zal zeggen; «Broeder Franciscus, gij hebt zoovele zware zonden bedreven, dat gij verdient, m de hel geworpen te worden; en gij moet mij antwoorden: â Set is waar, gij verdient in het diepste der hel te leggen.quot; Niettegenstaande zijn afkeer beloofde Leo te gehoorzamen; doch in plaats van de hem opgegeven woorden te herhalen antwoordde hij:
»Broeder Pranciscus, gij zult zooveel goed doen, dat gij naar den Hemel zult gaan.quot; De Heilige zegde met eenige ontroering: »Gij antwoordt niet goed; ziehier een ander vers: Broeder Pranciscus, gij hebt God vergramd door zoo vele misdaden , dat gij verdient onder het getal der verdoemden te zijn.quot; Leo beloofde andermaal, doch antwoordde; »Broeder Prancifcus, God zal maken, dat gij onder het getal der gezegenden zijt, en u eene bijzondere zegening geven.quot; Pranciscus, ontsteld en verbaasd, herhaalde zij n gebod op gehoorzaamheid nog verschillende malen; doch Leo verontschuldigde zich, zeggende: »Dierbare Vader, God is mijn getuige , dat ik telkens het voornemen had uwe woorden te herhalen; doch Eij zelfheeft mij telkens de woorden in den mond gelegd , die ik heb uitgesproken.quot;
Spreuk. Gelukkig zij, die in het goede volharden.
H. Pranciscus.
Vijfmaal Onze Vader en Vees gegroet, i----
!----quot;®
295te DAG.
Indien de hemelsche glorie evenredig is aan de verdiensten, hoe hoogverheven moet Franeiscus dan wel niet zijn , die zooveel voor zijnen God en tot welzijn van zijnen evennaasten gedaan heeft ? Indien volgens het woord van Jezus-Ghristns, hij die zich vernederd zal hebben, zal verheven worden, hoe hoog moet dan Pranciscus wel verheven zijn, die zich hier op aarde niet diep genoeg voor God en de menschen wist te vernederen , zoodat hij de nederige, de arme van Assisië wordt genoemd? Indien Jezus-Christus den Hemel beloofd heeft aan wie uit liefde tot Hem den arme een glas water zal geven, wat moet Bij dan niet geven aan Pranciscus voor die ontelbare werken van barmhartigheid , aan hem die zoovele zielen ter zaligheid gebracht heeft ? Indien Jezus den goeden moordenaar tot loon van zijn levendig geloof den Hemel gegeven heeft, wat moet Hij dan geven aan Pranciscus,
!S---'i
die Hem zoovele jaren gediend heeft door een onschuldig en boetvaardig leven, zoo vele grootsche werken heeft ondernomen en tot stand gebracht, zoo vele pijnen, vermoeienissen en boetplegingen heeft uitgestaan ? [ndien Pranciscus bij het beschouwen der goddelijke geheimen in eene verrukking van heilige vreugde geraakte, wat moet hij thans niet genieten in den Hemel, waar hij met volle teugen mag drinken aan de bron der hemelsche wellusten? Indien Franciscus zulk eene innige blijdschap genoot, toen hij een hemelsch speeltuig door de hand eens engels hoorde bespelen, o zeg, wat moet hij thans genieten nu hij voor alle eeuwigheid het geheele engelenkoor den lof hoort zingen van Hem, dien zijne ziel zoo vurig beminde?
Spreuk. Zoo groot is het goed dat mij wacht, dat alle smarten, die mij overkomen, mij slechts vreugde baren.
H. Franciscus.
Vijfmaal Onze Vader en Wees gegroet.
m----'
SO^te dag.
Eene der schoonste beden, ons door Christus in den mond gelegd, is voorwaar: »Ons toekome uw rijk.quot; Elk christen toch, wil hij eenmaal lid uitmaken der zegevierende Kerk, moet medewerken aan denbloei der strijdende Kerk. In Franciscus vinden wij het schoonste voorbeeld van dien nooit bezweken ijver. Hij had slechts nog weinige leerlingen, toen hij op zekeren dag door God door een visioen verlicht werd omtrent de uitbreiding zijner Orde. Toen hij weder tot zich zeiven kwam, naderde hij zijne leerlingen, en zegde hun: »Schept moed, mijne broeders, verheugt u in den Heer uw klein getal moet u niet bedroeven, mijne en uwe eenvoudigheid moet u geene vrees aanjagen; want God heeft mij doen zien, dat hij dit huisgezin, waarvan Hij de vader is, door zijnen zegen zal uitbreiden in alle deel en der aarde. Ik heb eene groote menigte gezien van personen, die tot ons kwamen om zich met ons kleed te
ES---8
bekleeden en een leven te leiden gelijk wij. Ik heb de straten vol gezien van menschen , die in aller ijl tot ons stroomen. Er komt eene breede schaar uit Spanje, Frankrijk, Duitschland en Engeland en bijna uit alle landen der aarde.quot; Dit visioen heeft zich ten volle bewaarheid voor de oogen der geheele wereld. Na korten tijd bereikte het getal zijner kloosterlingen een hoog cijfer en de heilige had voor zijnen doog nog den troost zijne Orde alom verspreid te zien. Hoezeer de derde Orde in onze dagen toeneemt, dank aan de vaderlijke aanbeveling van Z. H. Leo XIII, valt ieder in het oog. Bidden wij thans den Vader van barmhartigheid, dat Hij aan al de leden der drie Orden een waren Franciscusgeest verleene, opdat in alle waarheid »Zijn Rijk toekome.quot;
Spreuk. Mijne broeders, de Heer heeft ons geroepen om hulp te bieden aan de H. Kerk.
H. Franciscus.
Vijfmaal Onze Vader en Wees gegroet.
8---Si
31ste DAG.
»De dood der heiligen is kostbaar in de oogen des Heeren.quot; Naderen wij het sterfbed van onzen Heilige; beschouwen wij het ontzielde lichaam met eerbied; hoeveel smart staat daarop te lezen, maar ook welke hemelsche vreugd! De laatste jaren zijns levens waren rijk in smart, en tevens rijk in verdiensten; want tot in zijne laatste oogenblikken bleef hij zijn lichaam behandelen als zijn grootsten vijand. Beschouwen wij die heilige teekenen zijner wonden, die hem meer en meer gelijkenis geven met zijnen gekruisigden Zaligmaker; doch heffen wjj dan het oog omhoog, en zien wij nogmaals het rijke loon, dat God hem voorbehoudt. Nog kunnen wij ons geen denkbeeld maken van zijne glorie. Eerst na de vervulling der tijden kan het goede, door Pranciscus en zijne kinderen gedaan, naar waarde geschat worden; want niet alleen voor de H. Kerk; maar ook voor de maatschappij werden
vele gróoïe eri weldadige inrichtingen tot stand gebracht. Het is dus niet zonder reden dat de grootste mannen het als eene glorie beschouwd hebben, tot het getal der volgelingen van Pranciscus te behooren. Danken wij dus den H. Franciscus, hier bij zijn sterfbed geknield, dat hij ons wel onder het getal zijner kinderen heeft willen opnemen; doch smeeken wij vooral zijnen bijstand af om zijn voetspoor edelmoedig te mogen volgen, ten einde wij ook bij onzen dood, volkomen onthecht van alle aardsche banden, de eeuwige glorie mogen binnengaan , om daar met den Heilige in volle vreugde te mogen uitroepen : Mijn God en mijn Al!
Spreuh. Ik zeg u in waarheid, dat God de Minderbroeders heeft verkozen ten voordeele en tot zaligheid der geheele wereld.
H. Franciscus.
Vijfmaal Onze Vader en Wees gegroet.
m.