WATERSCHAP
ï
â MO
GELEGEN ONDER DE GEMEENTEN
GiFFEN en OSS.
Snelpersdrukkerij J. H. PÃELLâDE ROOLT. 's-Heetogenbosch.
WtHubl toof Rechtsgeschiedenis ff Rijksuniversiteit te Utrecht
lojuLó
£/gt; )
/
Wtf' -
WATERSCHAP
JE BliEHPOLDER VM GEFFEIIquot;
GELEGEN ONDER DE GEMEENTEN
GEFFEN El OSS,
t-, ogt;
Grootte van het Waterschap- f merkelijke 216 Hectaren,
' j belastbare 215 â
Personeel van het Waterschapsbestuur op I Januari 1894:
Voorzitter, I». VAN DER HEIJDEN, Ie Gefen.
le »
ie »
LTD, M. HEIJMANS.
Tr. VAN ERP, Lzn. te
Secr.-Penningmeester, P. L. VAN EHP,
RIJKSUNIVERSITEIT UTRECHT
1198 0699
DIJKEN ONDER BEHEER VAN HET WATERSCHAP:
De Zomerdijk lang 5425 Meter.
KUNSTWEGEN IN ONDERHOUD BIJ HET WATERSCHAP;
Geene.
VOORNAAMSTE WATERLEIDINGEN:
De Papendijksche lang 1838 Meter.
De Heegster » 964 »
De Middelveldsche » 1879 »
De Leiwegsche » 981 »
De Bergstraatsche » 1163 »
BRUGGEN;
Geene.
SLUIZEN;
Geene.
Iiutftaut voor Recbtsgeschifider 4l#r Rijksuniversiteit te Utrecbi
WATERSCHAP
Je Binnenpolder van Geffen.quot;
---
Eenige eigenaren van gronden onder de gemeente Geffen, voordurend nadeel ondervindende van winterwater, komen den 2 In October 1853 bij elkander, en besluiten om door inpoldering der gronden door middel eener bedijking, dat nadeel in het vervolg te voorkomen.
Zij benoemen uit hun midden eene commissie, aan welke wordt opgedragen datgene te doen, wat kan strekken ter uitvoering van hun besluit en wenden zich al dadelijk bij adres tot de Staten
â 4 â
dezer provincie, daarbij onder opgaaf van den kring der gronden verzoekende, dat die eigendommen tot binnenpolder worden verklaard of wel indien daartoe op dit oogenblik niet zou kunnen worden besloten, dat alsdan in de bevoegdheid tot oprichting van dien polder voorloopig worde toegestemd, ten einde de bereids aangevraagde oprichting van den daarmede in verband staanden binnenpolder van Xaland niet worde vertraagd.
Dat adres is in de Statenzitting van 3 November 1883 gesteld in handen der vierde commissie der Staten tot onderzoek en verslag, welke commissie in de zitting van den lOn November d. a. v, het volgende rapporteert:
«Uwe commissie heeft dc eer aan Uwe vergadering als «slotsom van haar onderzoek mede te deelen, dat het ver-»zoek van ingelanden van Geffen om een gedeelte der gemeente tot binnenpolder te verklaren, vooralsnog voor »geen gunstige beslissing vatbaar schijnt, op grond, dat sdeze zaak niet genoegzaam is geïnstrueerd en tot klaarsheid gebracht en stelt aan Uwe vergadering voor om »de stukken tot dit onderwerp betrekkelijk, te verzenden »iiaar de Gedeputeerde Staten, ten einde nadere inlichtin-
»gen in te winnen en zoo doende deze zaak tot rijpheid »te brengen.
«(Was geteekend) BIJVOET, Voorzitter, KOELS, Rapporteur.
Overeenkomstig liet voorstel der commissie is in die zitting besloten.
Nadat door Gedeputeerde Staten met de door belanghebbende eigenaren benoemde commissie over de onderwerpelijke aangelegenheid herhaaldelijk is onderhandeld, en inmiddels een tal bezwaarschriften tegen het voornemen tot inpoldering, wat betreft den aangegeven kring in verband met de te maken bedijking is ingebracht, zijn de stukken om advies gesteld in handen van den Hoofdingenieur van den Waterstaat in het Ge district â Fijnje â, die onder dagteekening van 6 Juli 1854 No. 2223 het volgende aan Gedeputeerde Staten rapporteert :
»Bij missieve van den 9n Juni jl. G. No. 44, Afdeeling
â 6 -
«Politie, werd door UEdelGrootAchtbare mij om bericht »en raad gezonden, een adres van grondeigenaren in de «gemeente Gejfen, met eene kaart en verdere bijlagen, «strekkende om de daarbij aangeduide landen onder die «gemeente tot binnenpolder te verklaren, en diensvolgens «geheel watervrij in te dijken.
«Onder terugzending van stukken en van de kaart, «waarop de ontworpen dijk met eene donkere bruine «kleur is aangegeven, heb ik de eer te berichten ;
«Bat de voorgenomen bedijking der landen onder de «gemeente Gejfen zal bestaan:
»lo. In het lot boven den hoogstbekenden waterstand «opwerpen van eenen keerdijk, tevens tot rijweg dienende «in aansluiting met den geprojekleerden dijkweg onder «de gemeente Nuland, beginnende aan de grensscheiding «dier gemeente of aan den zoogenoemden Koppeldijk en «strekkende tot aan de Getlensche kerk, lang 825 el. «Met de vereischtc onteigeningen, alsmede benevens het «verleggen van een sluisje en twee duikers globaal bere-
«kend op eene som van........f itJUO.â
«2o. In het verzwaren en tot als boven «verhoogen van den zomerdijk, van af de Gef-«t'ensche kerk tot op zekere hoogte in de Gef-«fensche heide aan het einde van het zooge-«naamde Woud onder Oss, lang 3700 ellen, met «de noodige onteigeningen enz. globaal besrokend op.............- 9400,â
f 14000.-
«Dul deze bedijking even nuttig is, als die van eenige
«landen onder Nuland, waarmede ze in onmiddellijk versband staat, en waaromtrent ik de eer had U, Mijne Hee-»ren, bij mijn rapport van den 2n November jl^ No. 3211 «het belang aan te toonen.
«Door de onderwerpelijke bedijking worden bijna 550 «bunders v uchtbare grond en 125 huizen met schuren, «stallen en andere getimmerten van het winterwater be-«vrijd, zeer zeker belangrijk genoeg, om deze onderneming «te ondersteunen en gunstig aan te bevelen, ofschoon dan «ook door eenige daarbij betrokken grondeigenaren, waar-«van ik de eer heb hierbij eenen staat met de hoegroot-«heid hunner bezittingen over te leggen, daartegen bezwa-«ren zijn ingebracht, welke zooals na gedaan onderzoek «gebleken is, van allen grond ontbloot zijn.
«Het valt niet te ontkennen dat de eene gelande in deze «bedijking meer belang heeft dan de andere, doch op het «overgelegde extract uit de kadastrale leggers der landen «onder de gemeente Gefjen komt, voorzooveel kan worden «nagegaan en die in deze bedijking begrepen zijn, geen «enkel landeigenaar voor, die men zeggen kan, daaruit «hoegenaamd geen nut te zullen trekken. De ingebrachte «reclames komen mij derhalve overdreven en ongegrond «voor, te meer, omdat uit bovengemelden staat blijkt de «meeste reclamanten in vergelijk van de geheele opper-«vlakte, daarin onbeduidende bezittingen hebben.
«Ter bestrijding der kosten voor de daarstelling en het ^onderhoud der verlangde bedijking, zal natuurlijk eene «geldelijke heffing op de polderlanden moeten plaats heb-«ben, doch waartegen de voordeelen, welke uit deze be-
sdijking volgen, ruim zullen opwegen en in vergelijking »van de onheilen en aanzienlijke schaden, die daardoor «worden afgeweerd, van onbeduiden aard zijn, als kun-»nende die kosten in den tijd van twaaf jaar, tegen eene »jaarlijksche betaling van Æ 3.â per bunder, met inbegrip »der interessen, geheel worden gedekt.
»De billijkheid vordert evenwel, dat deze omslag plaats «hebbe, in reden van het belang, dat elk eigenaar in deze «bedijking hebben zal, en bijgevolg den eenen meer, den «anderen daarentegen minder in de benoodigde kosten «zal behooren bij te dragen en dit aldus door eene daar-»toe te benoemen, geheel onpartijdige commissie geregeld «wordende, zoo betwijfel ik niet of de voorgestelde bedij-»king zal algemeen bijval vinden en weldra het groot bellang, dat daarin ter afwering van aanzienlijke schaden bij «hoogwater bestaat, doen erkennen.
«Ik vermeen derhalve op grond van het bovenstaande «gunstig voor de polderverklaring der betrokken landen «onder Geffen te mogen adviseeren.
Bij brief van 7 Juli 1854 G. No. 28. zenden Gedeputeerde Staten de stukken omtrent deze aangelegenheid aan de Staten met de volgende beschouwingen:
«Blijkens het rapport van den Hoofdingenieur zijn de
â 9 â
«tegen de ontworpen inpoldering ingebrachte bezwaren «als overdreven en ongegrond te beschouwen. Wij kunnen «ons met dat rapport geheel vereenigen en meenen alzoo ))de inwilliging van der adressauten verzoek Ie mogen «aanraden.
Voor het geval, dat bij uwe vergadering daartegen geene «bedenkingen mochten beslaan, hebben wij de eer aan gt;ihaar voor le stellen op het onderwerpelijk verzoek Ie «ncrnen de volgende beschikking:
«De Staten der provincie Noordbrabunt hebben besloten: «de grondeigendommen gelegen in den geprojecteenlen «polder onder de gemeente Geffen volgens nevensgaande «staat en kaart, worden verklaard tol binnenpolder.quot;.
In do zitting der Staten van denzelfden dag zijn de stukken gesteld in handen der vierde afdeeling.
Het door die afdeeling uitgebraelit rapport, go-dagteekend 12 Juli d. a. v., luidt ter zake:
«Na een nauwkeniig onderzoek der lot de zaak belrekke-«lijke en op den inventaris vermelde stukken, is hel aan «Uwe afdeeling voorgekomen, dal de voorgenomen inpol-«dering 7ieh ook zoude uitstrekken lot eigendommen, «wel'je buitendijks zouden blijven en alzon door die inpol-«dering niet zouden worden geliaat.
- 10 â
»Eri daar liet niet blijkt, waarom die landerijen evenwel »in die inpoldering zouden worden opgenomen, noch ten «anderen of zonder inbegrip dezer eigendommen de fol »polderverklaring in de bedoeling der adressanten is geslegen, zoo vermeent Uwe afdeeling, dat dit punt nader «zoude dienen te worden toegelicht en zij heeft dei halve «de eer aan Uwe vergadering in overweging te geven, de «stukken te dien einde, nader te stellen in handen van «Gedeputeerde Staten.
{gei.) BIJVOET, Voorz.
» C. VAN RI.TCKEVORSRL, Eapp.
In de zitting der Staten van 13 Jnli 1854 is overeenkomstig het voorstel der afdeeling besloten.
Nadat op nieuw door Gedeputeerde Staten niet de door belanghebbenden benoemde commissie in briefwisseling is getreden, zonder echter tot eene afdoening te kunnen geraken, schrijven Gedeputeerde Staten aan den Hoofdingenieur van den Waterstaat in liet (ie district bij brief van 5 September 1854, G. no, 58 o. a. :
«De correspondentie dienaangaande met de commissie «tot die polder verklaring gevoerd, is van dien aard dat:
â 11 â
slo. daaruit met geen zekerheid kan worden opge-smaakt. welke landerijen tul den daar le stellen polder «zouden bohooren, noeh »20. waar de juiste ligging van den dijk zoude wezen. »Wij nemen de vrijheid U le verzoeken deze zaak in ver-wdere behandeling le willen nemen en ons dienaangaande «zoodanige inlichtingen te willen mededeelen als geschikt, som deze inpoldering te kunnen voordragen bij de najaars-svergadering.
Hierop antwoordt die Hoofdambtenaar bij schrijven van 30 October 1854 No. 13364, dat door de gemeenten Naland en (rcfj'en nog niet bepaald is overeengekomen. Omtrent het jniste pnnt van aansluiting van den te maken dijk onder die beide gemeenten, en al zoo als daarvan afhankelijk, niet met zekerheid kan worden opgegeven, welke landerijen onder de voorgenomen inpoldering behooren te worden begrepen, noch ook niet waar de juiste ligging van den dijk zal wezen, waaromtrent het alzoo noodig is, alvorens die aangelegenheid verder te kunnen behandelen, dat de beide betrokken gemeenten Xuland en (ri'f/eii zich nader verklaren en eene overeenkomst aangaan,quot;
â 12 â
Hierna is de overeenkomst liier bedoeld tus-schen de gemeenten Xaland en Gefj'en den 16n November 1854 gesloten.
Met liet overeengekomen punt van aansluiting van den te maken dijk heeft zich de Hoofdingenieur van 's Rijkswaterstaat in het (je district kunnen vereenigon, zooals blijkt uit diens schrijven aan Gedeputeerde Staten van 23 Mei 1855 no. 1527.
Bij brief van (3 Juli 1855 G no. 36 bieden Gedeputeerde Staten vergezeld van al de bijlagen aan de Staten ter vaststelling aan een ontwerpbesluit, waarbij eenige onder de gemeenten Geffen en Ons gelegen gronden tot polder worden verklaard.
Door de le afdeeling, in wier handen die stukken gesteld zijn, werlt in de Statenzitting van 10 Juli 1855 het volgende verslag uitgebracht:
Ingevolge besluit Uwer vergadering van den (in dezer
â 13 â
«werden aan de Ie afdeeling om onderzoek cn verslag «gezonden een brief van Gedeputeerde Staten van den »611 dezer G. no. 36 mei onderscheidene s'ukken, belret-«fende dc gevraagde inpoldering van gronden onder Gefquot; »fen en Oss. Daarbij wordt onder anderen aangeboden seen ontwerp-besluit, ten einde dc bewuste gezamcntlijke «landerijen tot polder te verklaren.
«liet is der afdeeling bij het onderzoek der stukken «voorgekomen, dat dc zaak thans tot de hoogte is ge-«bracht om haar beslag te erlangen en meent zij derhalve, «de nultigheid dor inpoldering beselTendc, onder mede-«overlegging der stukken aan de vergadering te moeten «voordragen om tot de vaststelling van het onlwerp-be-«sluit over ie gaan.
O.H't.j IJ. J. MUTSA KUS.
» J. A. GERLAAll, Junior.
In diezelfde zitting is overeenkomstig het vo or-stel der le Afdeeling besloten.
Het besluit luidt :
De Staten van Noord-Brabant (*)
Hebben besloten als volgt: â1. Tot polder te verklaren de gezamen-
Zie besluit van 6 November 1873 hierachter.
â 14 -
,,lijke landerijen onder de gemeente Ge ff en ,,en voor een klein gedeelte onder Oss, âgelegen achter of binnen den gedeeltelijk ,,op te werpen en gedeeltelijk te verhoo-âgen en te verzwaren bestaanden zomer-âdijk, ten westen aanvangende op het âpunt vastgesteld bij eene op den 16n âNovember 1854 gesloten overeenkomst âtusschen de gemeentebesturen van Nnland ,,en Geffen, zijnde de kant van den sloot ,,op de grensscheiding dier beide gemeen-âten over de straat gelegen ten oosten van ,,het perceel onder Nuland, kadastraal be-âkend Sectie A. No. 408 en ten westen âhet perceel onder Geffen, kadastraal be-âkend Sectie 0. No. 108, op de bijbehoo-,,rende kaart door A. aangewezen en âstrekkende van daar in eene rechte lijn ,,ten noorden langs het huis en erf onder ,,laatstgemelde gemeente, kadastraal be-âkend sectie C. No. 79, van daar door âde Molenstraat tot nabij de kerk te (reffeii âen vervolgens langs en over den bestaan-
- 15 -
âden Zomerdijk, tegen de hooge gronden ,,ter wederzijden van de grensscheiding âtusschen Geffen en Oss ten Zuiden van de âzoogenaamde Elzenstraat verstervende, ,,in dier voege als op de bijgevoegde kaart ,,door de letters van A tot R is aange-,,wezen,
,,2. Te bepalen, dat de polderlasten moe-âten worden geregeld naar de kadastrale ,,huurwaarde der daarbij betrokken lan-âden en erven.
In de Statenzitting vmi 7 Juli 185G is door Gedeputeerde Staten aau de Staten ter vaststelling aangeboden een ontwerp-reglenient van beheer van het waterschap, welk ontwerp in de Statenzitting van 7 November 1856 is verworpen, als te veel afwijkende van het reglement op het bsheer der dijken en polders in deze provincie.
Een nieuw ontwerp bijzonder reglement is daar-
na aan de Staten der provincie aangeboden in do zitting van den 7n Juli 1803 luidende:
BIJZONDER REGLEMENT, voor het waterschap genaamd dp Binnenpolder ran Geffen.
sDe Staten dor provincie Noord-Brnbant, hebben besloten »vast te stellen het navolgende Bijzonder Beglement voor »het Waterschap, genaamd de Binnenpolder van Geffen, »gelegen onder de gemeenten Geffen en Oss.
Art. 1.
»Het waterschap bevallende al de perceelen opgenoemd »in den staat, behoorende bij het besluit dezer vergadering «van 10 Julij 1855, en nader aangeduid op cene schels-wleekening door het waterschapsbestuur overgelegd, met «uitzondering der perceelen, kadastraal bekend onder de «gemeente Geffen sectie G. No. 79 tot en met 180 cn 377, »wordt bepaald door de navolgende grenzen ;
»Ten Znd-Westen : de gemeente Nuland, ter plaatse «genaamd Turkeije,
Tex Zuiden : de rijksweg van 's-Hetlogenhosch naar yiGrare, tei plaatsen genaamd de Papend ijl-, hol Heike, de »Tijherg en de Vaardriessen.
»Ten Zuid-Oosten : de gemeente ITeesrh, Ier plaatsen ge-»naamd de Boutrkamp en de Heide.
Ten Oosten : de gemeente Oss ter plaatse de Heide.
- 1? â
«Ten Noord-Oosten, ten Noorden, tem Nooru-Westen »en ten Westen: door den Zomerdijk:, aanvang nemende «aan de grenzen der gemeente Heesch, en loopende voorts «over de gronden der gemeente Oss ter plaatse genaamd «het Woud tot aan de Bus, over de gronden der gemeente ygt;Geften, kadastraal bekend Sectie B. Nis. 1, 2, 3, 4, 5, 6, «11, 12, 13, 126, 81H, 891, 822, 823, 824, 825, 820, 827, »828, 829, 793, 156, 830, 163, 887, 888, 789, 197, 196, «193, 19191, 190, 189, 188, 187, 186 en 182, Sectie C «Nis. 1, 4, 5, 10, 11, 12, 14, 183a, 184a, 1273, 1046 en 220, »ler plaatsen genaamd de Bvnjsche Hoven, de Bergstraat, de ygt;Broekstraat en de -Kist, wijders over de Kerkstraat, de «Viijmsche straat, de perceolon seclie G. Nis. 247, 248, «249, 2ir)0a en 250, de Wolfdijksche straat en de perceelen «sectie C Nis. 376. 370, 37!, 378, 380, 381, 385,586, 1440, »1441 en 1445 ter plaatse genaamd de Hunt.
Art. 2.
«Hel Besliuir iiestaat uit oenen Voorzitter en twee Leden «onder de henaming van Voorzitter en Leden.
Art. 3.
«De jaarwedde van den Voorzitter bedraagt Æ 30. â, die «van de Leden van het Bestuur voor ieder f 20,â en die «van den Secrelaris-Penningmeester Æ 50.â.
«Als scliadeloossleiling voor het voeren der schouwen «wordt genoten :
â 18 â
«door den Voorzitter Æ 1.50 ; door de Leden van het «Bestuur ieder./ 1.â ; door den Secretaris-Penningmeester Â»Æ 1.50 per dag; waarvan echter hel gezamenlijk bedrag »de som van Æ 30. - per jaar niet mag Ie boven gaan.
Art. 4.
«Het hoogste bedrag der huishoudelijke kosten van het «Bestuur, daaronder de kantoor- en schrijfbehoeften van sden Secretaris-Penningmeester begrepen, wordt bepaald »op Æ 50.â per jaar.
Art. 5.
»De vergaderingen van stemgeregtigde ingelanden wor-»den gehouden te Gejfen.
»De bijeemoeping tot bijwoning dier vergaderingen ge-sschiedt door aflezing en aanplakking in de gemeente ygt;Geften, ter plaatse waar en ten tijde waarop dit van gemeentewege aldaar gebruikelijk is.
Art. 6.
«Jaarlijks wordt op den eersten Zaturdag der maand Mei «aan stemgeregtigde ingelanden rekening en verantwoording «van het afgeloopen dienstjaar gedaan.
Art. 7.
«Het bedrag, bedoeld hij Art. 56 van het Algemeen Re-«glement, wordt bepaald op Æ 50.â
Art. S.
^De kennisgeving van liet voeren der schuuwen en het »ler inzage loggen van stukken geschiedt op ile wijze bij »arl. 5 bepaald.
Akï. 9.
De begroeting van gewone inkoiiiston en uilgaven zal »over drie jaren loopen; jaarlijks wordt echter eene be-sgrooting van buitengewone uitgaven vastgesteld, waarop »de kosten van buitengewone herstellingen en van den saanleg van nieuwe werken, worden gebracht, alsmede »de middelen tot dekking dier kosten worden aangewezen.
Ingevolge besluit der Staten van November 186i3 is het ontwerp ter nader onderzoek teruggezonden aan Gedeputeerde Staten, op grond, dat volgens art. I van het ontwerp uitgestrekte landerijen, die krachtens het besluit der Staten van den lOn Juli 1855 tot den polder behooren daarvan worden afgescheiden en zou derhalve daardoor de inrichting van het waterschap beduidend gewijzigd worden. Vooraf alzoo behoort een onderzoek plaats te hebben in hoever noodzakelijkheid bestaat tot wijziging der inrichting, terwijl zoo bet
â 20 â.
wenschelijk wordt geacht, dat ook de gebouwde
eigendommen in de lasten worden betrokken, m het
bijzonder reglement eene bepaling omtrent de stemgerechtigdheid der eigenaren van de gebouwen moet worden opgenomen.
Naar aanleiding van dit besluit verzoeken Gedeputeerde Staten het Waterschapsbestuur, om aangaande de beide bemerkingen stemgerechtigde ingelanden van het waterschap te hooren.
Het waterschapsbestuur zendt daarop bij blief van 30 Juni 1804 Xo. 14 het volgende:
«EXTRACT uil de notulen der vergadering svan stemgeregtigde ingelanden van «hel Waterschap de Binnenpolder van »Gefen 30 Juni 1864.
al'ost a'ia en/.
»7. De Voorzitter geeft voorlezing van den brief van «Gedeputeerde Staten van 27 November 1863 G no. 104, V?e afd. houdende uitnoodiging, oin nader in overweging «te nemen »a. of er noodzakelijkheid bestaat, om met
â 21 â
«afwijking van hel besluit der provinciale Staten van 10 s.Fulij 1855 ilo inricliliui| vun het waterschap te wijzigen »on de perceelen Sectie G Nis 79 â 180 en 377 niet verder «daarin op te nemen en b. of het wenschelijk is, dat de «gebouwde eigendomnien in de lasten van het Waterschap «worden betrokken en wat er in dat geval ten aanzien «van de stemgerechligdheid der eigenaars zou behooren «te worden bepaaldquot; en verzoekt de vergadering daaroin-«trent hare zienswijze te doen kennen. Waarop na beraad-«slaging wordt besloten het bestuur te machtigen aan «Gedeputeerde Staten te berichten, dat de vergadering «het bij herhaling noodzakelijk en billijk acht de opge-«noemde perceelen niet verder in het Waterschap op te «nemen, als daarbij geen belang meer hebbende, doordien «van hot plan om die perceelen door het verleggen van «don Zomerdijk tegen overslrooming te beveiligen, wegens «de groote kosten is afgezien ; â voorts dat het wen-«schelijk en evenzeer billijk is, de gebouwde eigendom-«tnen in de lasten van het Waterschap te betrekken als «hot meest belang hebbende bij eene behoorlijke dijksde-«fensie, en de eigenaars stomgerechtigdheid toe te ken-«non in geregelde verhouding tol het recht van de eige-»naars dor ongebouwde eigendommen.
{qet.) N. F. SASSEN, Voorz. « RA. VAN ERP, Secr.
_ 22 â
en voegt daaraan nog toe het volgende;
»Bij de oprichting van hot Waterschap in 1855 was het svoornemen opgevat den hcstaanden zomerdijk onder â¢oGefen naar de zijde van Naland te verleggen, waardoor «die perceelen liet genot van dijksbescherrning evenals de soverige perceelen zouden hebben verkregen, maar de «stemgerechtigde Ingelanden hebben dit plan moeten laten «varen om de overgroole kosten, aan die verlegging ver-«bonden in verhouding althans met de kosten eener vcr-abreeding en verzwaring van den bestannden dijk, welke »nu tot genoegen der ingelanden geheel is tot stand ge-«bracht.
«Ten aanzien van het tweede punt is het wenschelijk «en billijk voorgekomen, dat de gebouwde eigendommen in «de lasten van het waterschap worden betrokken, oinda1 «het eenige doel van de oprichting van het waterschap «is geweest eene behoorlijke dijksdefensie te bezitten en «waarbij het belang dier eigendommen nog grooter is «dan die der ongebouwden.
«De gebouwde eigendommen zijn bij doorbraak van den «Zomerdijk evenzeer aan overstrooming blootgesteld als «de ongebouwde zoo als de ondervinding bij vroegere «doorbraken dit heelt getoond en dan is de schade voor «deze eigendommen nog veel beduidender, dan voor de «ongebouwde eigendommen,
â 28 -
De Hoofdingeuieur van den Waterstaat in het Ge district â Rose â aangaande deze stukken gehoord, schrijft bij brief van 2 Maart 1872 no. 543/225 o. a. het volgende:
»Ten tijde van dat besluit (het besluit van 10 Juli 1855) «schijnt het plan te hebben beslaan, om in verband met »eene bedijking onder Nuland, een dijk aan te leggen »van de kerk te Geffen door de Molenstraat lol de Kn-ygt;landsche grens bij den Koppeldijk. Daardoor zouden de «gronden ingesloten door de Molenstraat door het gedeelte «Zomerdijk van de Kerk te Oefen, of tot de Molengraaf-«sche hoef en door den dijk van deze hoef lol den Kop-jpeldijk, binnen hel Waterschap zijn gekomen.
«Wegens de groole kosten, is dat plan echter »niet uitgevoerd en zijn dus de evenbedoelde gronden «gebleven builen de vvaterkeering, die door den Zomer-«dijk wordt gevormd. Men heeft zich later alleen bepaald «lot eene verzwaring van dezen Zomerdijk.
»Met afwijking alzoo van het oprichtingsbesluit der Stalen, «worden die gronden thans niet binnen de grenzen van «het Waterschap begrepen, daar zij geen genot hebben «van den Zomerdijk, welke verbetering en behoud hel «Waterschap thans ten doel heeft.
«Dit wordt door hel bestuur in zijn brief van 30 Juni «1864 no. 14 toegelicht, in antwoord op de uilnoodiging «van Uwe Vergadering, naar aanleiding van het besluit
â 24 â
»der Provinciale Staten in de najaars zitting van 5 No-»vember 1863 no. 3, om nader de vraag in overweging »te nemen, of er noodzakelijkheid bestaat om in zoover »van het besluit van 10 Juli 1855 af te wijken.
»Ik kan mij geheel vereenigen met het antwoord van »het bestuur, dat de meer bedoelde gronden thans niet »in het Waterschap kunnen worden opgenomen, omdat »zij niet zooals eerst hel vooi nemen was, zijn ingedijkt »eri door den bestaanden Zomerdijk waar ze buiten lig-»gen, niet worden gebaat.
In de zitting der Staten van 2 Juli 1872 is op nieuw een ontwerp bijzonder reglement van het waterschap aangeboden, welk ontwerp nadat deswege dooide bijzondere commissie van de waterschappen verslag is uitgebracht, volgens besluit van 5 Juli d.a.v. niet in behandeling is genomen, vermits de daarbij omschreven grenzen van het waterschap beduidend anders zijn dan die, vermeld in het oprichtingsbesluit van 10 Juli 1855.
Gedeputeerde Staten met inachtneming dezer bedenking en lettende op het feit, dat slechts gedeeltelijk is uitgevoerd het voornemen dat bij de
- 25 â
oprichting van het waterschap in 1855 heeft bestaan, bieden in de zitting der Staten van 4 November 1873 ter vaststelling aan een ontwerpbesluit tot wijziging van art. 1 van liet besluit der Staten van 10 Juli 1855 en een ontwerp bijzonder reglement van bet waterschap.
Aangaande deze ontwerpen, welke behoorlijk voor belanghebbenden hebben ter inzage gelegen, zegt de bijzondere commissie voor de waterschappen in haar verslag van 5 November 1873 het volgende:
«Hij onderzoek der onlwerpen is het Uwe commissie (gebleken, dat door Heeren Gedeputeerde Stalen is lege-»moet gekomen aan de bedenkingen, neergelegd in baar «rapport uilgebracht in Juli 1872 door wijziging te brengen ⢠in het besluit van oprichting van 10 luli 1855, dat wij-«ders die ontwerpen behoorlijk hebben ter visie gelegen, «zonder dat van de zijde der ingelanden bezwaren zijn «ingekomen.
»De commissie heeft mitsdien de eer Uwe vergadering «voor te stellen de onlwerpen van Gedeputeerde Stalen «onveranderd aan te nemen en daarop 's Konings goedkeuring te vragen.
Dit verslag was geteekend door R. MIDDELKOOP. J. «DE LA COURT en A. VERHEI,lEN VAN ESTVELT, rapp:
â 26 â
In do zitting dor Staten van 6 Xovombcr 1873 zijn do volgende besluiten zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stonnning vastgesteld.
A.
âDe Staten der Provincie Xoord-Brabant, ,,hebben besloten met wijziging in zoo ,,verre van het besluit van 10 Juli 1855, âArt. 1 van dat besluit te doen luiden als âvolgt :
âTot waterschap onder de benaming de ,,Binnenpolder van Ge ff en, worden ver-,,klaard de gronden, bepaald door de âvolgende grenzen.
âTen Zuiden, door den buitenkant der ânoordelijke bermsloot en berm van den âRijks straatweg van 's-Bosch naar Grave, âaanvangende op het punt, waar de Oude âGraafsche baan bij perceel No. 727 van âSectie C. der gemeente Geffen tegen dien âweg aansluit en eindigende bij den Oos-
â 27 â
âtelijken hoek van het perceel No. 590 âSectie B. gemeente Geffen, verder door âde kadastrale grensscheiding tusschen âde gemeenten Heesch. en Geffen.
,,Ten Oosten, door de kadastrale grens-âbeschrijving tusschen de gemeenten Ãss âen Geffen tot de samenkomst van de ,,Elzenstraat met de nieuwe baan van â's-Bosch naar Oss, alwaar het Oostelijk ,,eind van den zomerdijk aanvangt.
Ten Oosten en Noorden, verder door âden buitenteen van den zomerdijk over âzijne geheele lengte.
âDeze dijk volgt eerst de grens tusschen de gemeenten Geffen en Oss over ,,de lengte van het perceel No. 61 van âSectie B. gemeente Geffen, strekt van daar âmet een ongeveer haaksche ombuiging âdoor de gemeente Oss, loopt verder door âdie gemeente na eene tweede ombuiging âongeveer evenwijdig met de grens tusschen âde evengenoemde gemeenten en komt na ,,eene derde ombuiging wederom in de
- 28 â
âgemeente Geffen bij het perceel No. 1 âvan Sectie B. van die gemeente, van daar âloopt de zomerdijk naar en voor een gedeelte langs de Bergstraat, verder tus-âschen de Broekstraat en den Breeden âweg.
âTen Westen, vervolgens tot nabij en âbenoorden langs de kerk van Geffen, âvolgt dan de Kerkstraat, en de Vlijm-âsche straat, loopt verder naar de Wolf-âdijksche straat en van daar langs de âMolengraafsche hoef tot de Groenstraat, âwaar de Zomerdijk eindigt.
âEindelijk van dit einde van den Zomer-âdijk door de kadastrale grensscheiding ,,der gemeenten Xaland en Geffen tot aan ,,de Oude Graafsche baan en door deze ,,baan, voor zoover die strekt langs het âperceel No. 727 van Sectie C. gemeente âGeffen, of tot aan het in den aanvang ,,omschreven uitgangspunt.
- 29 â
B.
âBIJZONDER REGLEMENT voor ,,het Waterschap ,,de Binnenpol-âder van Geffenquot; onder Geffen ,,en Oss.
âDe Staten der provincie Noord-Brabant, ,,hebben besloten vast te stellen het na-âvolgende Bijzonder Reglement voor het âWaterschap âde Binnenpolder van Geffenquot; âonder Geffen en Oss.
,,Artikel 1. Het Waterschap wordt âbepaald door de volgende grenzen :
âTen Zuiden, door. den buitenkant der ,,Noordelijke bermsloot en berm van den âRijksstraatweg van 's-Busch naar Grace ,,aanvangende op het punt waar de Oude âGraafsche baan bij perceel No. 727 âvan Sectie C. der gemeente Geffen tegen ,,dien weg aansluit en eindigende bij den âOostelijken hoek van het perceel No. 590
- 30 -
âSectie B. gemeente Geffen, verder door âde kadastrale grensscheiding tusschende âgemeenten Heesch en Geffen.
Ten Oosten, door de kadastrale grens-âbeschrijving tusschen de gemeenten Oss âen Geffen tot de samenkomst van de âElzenstraat met de Nieuwe baan van ^s-Bosch naar Oss, alwaar het Oostelijk ,,eind van den zomerdijk aanvangt.
âTen Oosten en Noorden, verder door âden buitenteen van den zomerdijk over ,,zijne geheele lengte.
,,Deze dijk volgt eerst de grens tus-âschen de gemeenten Geffen en Oss over ,,de lengte van het perceel No. 61 van âSectie B. gemeente Geffen, strekt van daar âmet een ongeveer haaksche ombuiging âdoor de gemeente Oss, loopt verder door âdie gemeente na eene tweede ombuiging âongeveer evenwijdig met degrens tusschen ,,de evengenoemde gemeenten en komt na âeene derde ombuiging wederom in de âgemeente Geffen bij perceel No. 1
31 â
âvan Sectie B. van die gemeente, van ,,daar loopt de zomerdijk naar en over ,,een gedeelte langs de Bergstraat, verder âtnsschen de Broekstraat en den Breeden ^weg.
âTen Westen, vervolgens tot nabij en âbenoorden langs de kerk van Geffen, âvolgt dan de Kerkstraat en de Vlijm-âsehe straat, loopt verder naar de Wolf-âdijksche straat en van daar langs de âMolengraafsche hoef tot de Groenstraat, ,,waar de zomerdijk eindigt.
âEindelijk van dit einde van den zomer-,,dijk door de kadastrale grensscheiding âder gemeenten Naland en Geffen tot aan ,,de Oude Graafsche baan en door deze âbaan, voor zoover die strekt langs het âperceel No. 727 van Sectie C. gemeente âGeffen, of tot aan het in den aanvang ,,omschreven uitgangspunt.
âArt. 2. Het Bestuur bestaat uit eenen âVoorzitter en twee Leden onder de be-,,naming van Voorzitter en Leden.
âArt. 3. (1) De jaarwedde van den âVoorzitter bedraagt Æ 30. â, die van âieder Lid van het bestuur Æ 20.â en âdie van den Secretaris-Penningmeester âÆ50.-.
âAls schadeloosstelling voor het voeren âder schouwen wordt door den Voorzitter, âdoor ieder Lid van het Bestuur en door âden Secretaris-Penningmeester genoten âÆ 1. - per dag.
âDeze schadeloosstellingen zullen geza-âmenlijk het bedrag van Æ 12.â in het âjaar niet te boven gaan.
âArt. 4. Het hoogste bedrag der huis-âhoudelijke kosten van het Bestuur wordt âbepaald op f 80. per jaar, waaronder âhoogstens Æ 20.â voor kantoor- en âschrijfbehoeften van den Secretaris-Pen-âningmeester.
âArt. 5. De vergaderingen van stem-âgerechtigde ingelanden worden gehouden âte Gefjhi.
1
Zie besluit 4 Juli 1888 hierachter.
âDe bijeenroeping tot bijwoning dier âvergaderingen geschiedt door aflezing en ,,aanplakking in de gemeente Geffen, ter ,,plaatse waar dit van gemeentewege gebruikelijk is en door briefjes aan iederen âstemgerechtigden ingeland of zijnen ge-âmachtigde te bezorgen.
?,Art. 6. Jaarlijks wordt op den twee-âden Zaterdag der maand Mei aan stem-âgerechtigde ingelanden rekening en verantwoording van het afgeloopendienstjaar âgedaan.
âArt. 7. Het bedrag bedoeld bij art. â56 van het Algemeen Reglement voorde ,.Waterschappen wordt bepaald op /50. â.
âArt. 8. De kennisgeving van het voe-,,ren der schouwen en het ter inzage leggen âvan stukken geschiedt door aflezing en ,,aanplakking op de wijze bij art. 5 be-,,paald.
,,Art. 9. De omslagen worden volgens ,.de kadastrale huurwaarde van de in het
â 34 â
,,Waterschap gelegen gebouwde en onge-,,bouwde eigendommen gedragen.
Deze besluiten, goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 20 December 1873 No 12, zijn opge-uomen in het provinciaal blad 1874 onder de Nis. 2 en 3.
Xaar aanleiding van een voorstel van stemgerechtigde ingelanden van het Waterschap tot vermindering der jaarwedde van het bestuur en van den Secretaris-Penningmeester, gegrond op minder omvang van werkzaamheden door veranderde toestanden tengevolge van den aanleg van den Zuid-Oosterspoorweg, is bij brief van Gedeputeerde Staten van 12 Januari 1888 G. no 10 ]2 na gehoord te hebben den Hoofdingenieur van den Provincialen Waterstaat, aan de Staten der provincie ter vaststelling aangeboden het navolgend reeds behoorlijk voor belanghebbenden ter visie gelegd ontwerp:
â 35 â
De Staten van Noord-Brahanl hebben besloten als volgt:
Artikel 3 van het bijzonder reglement voor bet waterschap de Binnenpolder van Geffen onder de gemeenten (ieffen en Oss (provinciaal blad van 1874 No. 3) wordt gewijzigd en zal luiden als volgl ;
«Artikel 3. De jaarwedde van den voorzitter bedraagt Â»Æ 15.â, die van ieder lid van bet bestuur Æ 10. â en sdie van den secretaris-penningmeester /lO.â.
gt;Als schadeloosstelling voor het voeren der schouwen »wordt door den voorzitter, door ieder lid van het bestuur »en door den secretaris-penningmeester genoten j 1.â per »dag,
Deze schadeloosstellingen zullen het gezamenlijk bedrag van Æ 12.â in het jaar niet te boven gaan.
Door de bijzondere commissie voor de waterschappen wordt aangaande dit ontwerp het volgend verslag uitgebracht:
,,Bij missive van H.H, Gedeputeerde Staten ,,van 12 Januari dezes ja ars, G. No. 10 12, le ,, Afdeeling, 2e Bureau, werd ten fine van rapport ,,in handen Uwer bijzondere commissie tot oti-,,derzoek der waterschaps-reglemcnten gesteld, een âontwerpbesluit tot wijziging van art. Igt; van het ,,bijzonder reglement voor het waterschap de Bin-,,nenpolder van (, onder de gemeenten
- 36 â
, fie ff en en Oss, te vinden in No. 3 van het âProvinciaal blad van 1874,
,,In art. 3 van dat bijzonder reglement is de ,jaarwedde van den Voorzitter vastgesteld op 30. â; die van ieder Lid van het bestuur op 20. â, en die van den Secretaris-Penning-,,meester op Æ 50. â.
,,Destijds werd de Binnenpolder tegen het ,,Beersche Maaswater beschermd door een dijk, ,,die onder beheer en toezicht stond van het waterschap, doch sedert het tot stand komen van âden Zuid-Oosterspoonvegdain, heeft deze den âwaterkeerenden dijk beschermd, doordien in âdien spoorwegdam sluizen zijn gemaakt, die ten âbekwamen tijde worden gesloten.
âHierdoor zijn de werkzaamheden van het be-,,stuur van het waterschap belangrijk verminderd, ,,en hebben eenige stemgerechtigde ingelanden op â17 November 1887 zich tot het bestuur ge-âwend, met het verzoek, eene vergadering van ,,stemgerechtigde ingelanden te beleggen, om daarin ,,de vermindering der tractementen van den Voor-,,zitter, de Leden van het bestuur en den Secre-
â 37 â
âtaris-Penniugmeester aan de orde te stellen.
âDie vergadering heeft plaats gehad op 3 De-,,cember daarna, en is toen besloten aan Provin-,,ciale Staten een voorstel te doen, om de jaar-,,wedde van den Voorzitter te brengen op /15.â âdie van ieder Lid van het bestuur op f 10.â ,,en die van den Secretaris-Penningmeester op âÆ 40.-.
,,Dat voorstel tot wijziging van het bijzonder
reglement heeft behoorlijk ter visie gelegen. ,,zonder dat eenige bezwaren zijn ingebracht.
âBij den Hoofdingenieur bestaan geene bezwaren ,,en ook Uwe commissie kan zich daarmede zeer âgoed vereenigen. Zij heeft mitsdien de eer aan âUwe vergadering voor te stellen, het ontwerp-,, besluit aan te nemen en daarop 'sKonings goedkeuring te vragen.
âAldus gerapporteerd.
âDe bijzondere commissie voornoemd,
},{fjd.) A. VERHEFJEN van EST VELT, Voorz.
â M. van DAM.
â J. J. v. TIENHOVENv.d. BOGAERD.
â J. F. POMPEN, Rapporteur.quot;
â 38 â
In de zitting der Staten van 4 Juli 1888 is zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming het volgend besluit genomen :
âDe Staten van Noord-Brabunt hebben âbesloten als volgt:
,,Artikel 8 van het bijzonder reglement ,,voor het waterschap ,,de Binnenpolder ,,van Ge ff enquot; onder de gemeenten Geffen âen Oss, (provinciaal blad van 1874 No. 8) âwordt gewijzigd en zal luiden als volgt:
âArtikel 8. De jaarwedde van den âVoorzitter bedraagt Æ 15. â, die van ,,ieder Lid van het bestuur Æ 10.â en die âvan den Secretaris-Penningmeester /'40. â.
âAls schadeloosstelling voor het voeren âder schouwen wordt door den Voorzitter, âdoor ieder Lid van het bestuur en door ,,den Secretaris-Penningmeester genoten â/' 1.â per dag.
âDeze schadeloosstellingen zullen geza-âmenlijk het bedrag van Æ 12.â in het âjaar niet te boven gaan,
â 39 â
Dit besluit, goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 22 Juli 1888 No. 23, is opgenomen in het provinciaal blad 1888 No. 18.
inscKutn voor Rechtsgeschieden : ^er Rijksuniversiteit te